Onderwerpen: Verzet

  • Onze angst om te lijden. Waarom moderne maatschappijen niet kunnen omgaan met pijn

    Onze angst om te lijden. Waarom moderne maatschappijen niet kunnen omgaan met pijn

    Een dik jaar pandemie heeft een van de pathologische trekken van de westerse samenleving blootgelegd: de pijnfobie van een geïnfantiliseerde burgerij. Nu de noodtoestand voorbij is, ontstaat er nieuwe onrust: zullen we in staat zijn deze fase onbevreesd het hoofd te bieden?

    Dat een jeukende wond duidt op genezing weten we omdat het ons als kind almaar is voorgehouden. En ook dat je de korst er niet af moet krabben maar hem moet laten zitten tot hij vanzelf losraakt, want dan ontstaat gezonde littekenvorming. Maar tegenwoordig klinkt zelfs het woord korst al een beetje obsceen, een beetje lelijk, of eigenlijk niet op zijn plaatst. De korst valt niet af want hij krijgt de kans niet eens om zich te vormen, en dus kun je niet langer op het schoolplein opscheppen dat de dreun die je tijdens het spel opliep geheeld is en je weer helemaal in vorm bent. 

    We zijn verleerd spontaan te praten over pijn en tegenslag en reageren verontrust op pijn ‘nu de mortuaria zijn veranderd in supermarkten’, ‘nu we de vierde golf in India op televisie meemaken zonder de onze te hebben gezien’, ‘nu we de morele plicht hebben positief te zijn en in de sociale media een geslaagd leven uit te venten, of dat nu reëel is of niet, dat maakt niet uit’. Toch is pijn een van de grote leermeesters, misschien wel de enige, want op den duur helpt de sensatie ons om een inzichtelijker bestaan te leiden.

    Het mandaat van het geluk

    Lijden, en het vermogen het als iets onvermijdelijks tegemoet te treden en te leven zonder er zo ontzettend bang voor te zijn, heeft aan prioriteit ingeboet in het raderwerk dat onze identiteit uitmaakt. De citaten hierboven komen van diverse denkers uit de hele wereld die hun licht hebben laten schijnen op het laatste boek van een van de opzienbarendste filosofen sinds tijden. 

    De Koreaanse filosoof Byung-Chul Han noemde onze samenleving een decennium geleden al die van ‘vermoeidheid en transparantie’. Nu, nog midden in een pandemie, waarschuwt hij ons dat we ook De palliatieve samenleving (uitgeverij Herder) zijn, een samenleving die pijn afzwakt en uit de weg gaat, die bang is haar zogenaamde comfortzone kwijt te raken en is gezwicht voor het mandaat van het geluk en het rendement, die niets wil weten van de lering – welke lering? – die je uit echte tegenslag kunt trekken.

    Je wordt er met wat goede wil beslist wijzer van. ‘Pijn scherpt je waarneming. Pijn profileert het ik en geeft het contouren’, schrijft Han. Intussen stelt deze intellectueel dat ‘overal’, van de huiselijke kring tot op het dorpsplein, ‘de pijnvrees, de pijnfobie, een algehele angst voor lijden heerst’. 

    Op emotioneel vlak ‘is zelfs liefdesverdriet verdacht’

    Op emotioneel vlak ‘is zelfs liefdesverdriet verdacht’. Op het politieke ‘neemt de druk om schikkingen te treffen toe’. We voegen ons in palliatieve zones die ons onze vitaliteit ontnemen. We leven maar half. Of, zoals Byung-Chul-Han zegt: ‘Het leven wordt opgeofferd in ruil voor aangenaam overleven.’

    Nu er een einde is gekomen aan de noodtoestand, brengt dat weer een nieuwe onzekerheid met zich mee: zullen we de nieuwe fase ingaan zonder de angst om te lijden?

    Een kleine revolutie

    ‘Niet pijn is zinloos, maar overleven om leven te vermijden,’ stelt de schrijver Fabrizio Andreella vanuit Italië, waar de Koreaanse denker een kleine revolutie heeft veroorzaakt. ‘Als je pijn afwijst, wijs je het leven af, dan leef je zo min mogelijk om maar niet het risico te lopen dat je op pijn stuit.’ Andreella heeft het over een zekere ‘agressie van het goede, het geluk en het positivisme die ons, doordat we de keerzij ontkennen, afsnijdt van iets heel belangrijks, te weten pijn.’ 

    Zijn we eenmaal gewend aan de oppervlakte te leven, dan ‘sterven ook het avontuur en de ontdekkingslust’, wat Han betitelt als ‘sterk verminderd gevoel te leven’, een houding die de psycholoog José Carrión, lid van het psychologisch lab Cinteco in Madrid, als volgt beschrijft: ‘We kijken van opzij naar de werkelijkheid. Maar wanneer we er frontaal naar kijken of zij klopt op onze deur, wordt alles gecompliceerd. Dan komt het gebeurde extra hard aan, omdat we geen idee hadden dat het nog bestond en zo bedreigend was. We dachten dat de pijn ver weg was, dat de pijn in de verte was opgelost…’

    ‘In tijden van pandemie,’ lees je in De palliatieve samenleving, ‘lijkt het lijden van de anderen ons nog verder weg. Het valt uiteen in een aantal gevallen. De mensen sterven eenzaam op de IC’s, verstoken van alle persoonlijke genegenheid. Nabijheid betekent besmetting. De sociale afstand verscherpt het verlies aan empathie.’

    ‘We consumeren pijn als nooit tevoren, maar als een soort schouwspel, als vermaak, alsof het om een serie gaat’

    Een bestaan als zombie, zijdelings, zonder je ergens in te willen verdiepen maar alles eruit flappend via TikTok of Instagram. ‘Eerder dan verdoofd, zijn we een frivole, weinig fiere samenleving, en het lukt ons maar niet de nodige pijn te accepteren die hoort bij de commerciële wereld, de gevoelswereld, de rechtskundige, de academische…’ betoogt Javier Moscoso, als onderzoeker en docent Geschiedenis en Filosofie verbonden aan de Hoge Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek (CSIC).

    In 2011 publiceerde hij al een van de grootste handboeken over de kwestie: Culturele geschiedenis van de pijn (uitgeverij Taurus). Inmiddels is Moscoso van mening dat het idee van pijn als iets vreemds en als iets wat zich ver weg afspeelt, een nog ernstiger scenario verhult: ‘We consumeren pijn als nooit tevoren, maar als een soort schouwspel, als vermaak, alsof het om een serie gaat, terwijl we met de eigen pijn een heel andere relatie hebben, de drempel ligt elders. We consumeren onbeschaamd andermans pijn, als een soort pornomisère, wat bijna een terugkeer naar de middeleeuwse esthetiek betekent.’

    Hij geeft een actueel voorbeeld: ‘Wat nu in India gebeurt met de vierde golf en waarvan hier nog niets in het nieuws is doorgedrongen.’ Nog een: ‘De verhalen over pijn, in de journalistiek bijvoorbeeld, worden verteld door een getuige wie niets is overkomen, die op het punt stond een bepaald vliegtuig te nemen of op het punt stond het slachtoffer te worden van een aanslag maar overleefde.’ Dat impliceert een visie die feitelijk tegengesteld is aan pijn, een waarbij we ‘ons inleven in de ander om ons te verheugen over onze eigen overleving’. 

    Veerkracht als kernwoord

    De professor stelt dat wij met name het idee van fysieke pijn niet verdragen: ‘Wij achten het ons recht om niet te lijden, wij zijn overgegaan van een wereld waarin men van opvatting was dat je je moest stalen tegen de ergste pijn, de middeleeuwse, naar de wereld van de negentiende eeuw, waarin pijn een functie en een nobel doel had, ook al was men uit op zo min mogelijk noodzakelijke pijn, naar een wereld, die van nu, waarin men zo weinig mogelijk pijn wil lijden.’

    Alle drie, Han, Andreella en Moscoso, zijn overigens van mening dat veerkracht hier fungeert als kernwoord. Het idee is dat we sterker uit een tegenslag tevoorschijn komen. Voor Han is het een ‘kapitalistisch mandaat’, voor Andreella ‘een modewoord dat onze relatie met pijn symboliseert’ en voor Mocoso ‘een van de merkwaardigste verschijnselen die zich in het Spanje van de laatste tijden heeft voorgedaan’.

    ‘De rehabilitatie van de veerkracht in Spanje heet verzet, denk aan het #saldremosmasfuertes (we komen hier sterker uit) van de regering. Pedro Sánchez schrijft zijn memoires en noemt ze Handboek van het verzet, het pandemielied was ‘Resisteré’… (Ik zal me verzetten). Camilo José Cela zei het al om Spanje te kenschetsen: ‘Wie zich verzet, wint’. We krijgen te horen: ‘Verzet je nu maar, want er zit niets anders op’.

    ‘Tegenwoordig huilt iedereen. Er is geen nuchterheid. Er is geen schaamte. Volgens de regels van de sociale etiquette voel je niet als je niet huilt’

    Deze ‘pijnfobie’ en ‘lofrede op het verzet’ worden gestut door andere fenomenen van onze tijd: ‘Als je de werkelijkheid ziet als conflictueus dualisme tussen goed en kwaad, zoals we in de westerse cultuur deden, is het logisch dat men er vroeg of laat toe komt het bestaan van pijn te ontkennen of af te zwakken. Voeg hieraan toe het narcisme en de genotscultus, niet om te genieten van het leven maar als vlucht, en de pijnvrees wordt evident.’

    Moscoso wijst ook op ‘een zekere onbeschaamdheid en overdaad aan expressiviteit’. ‘Daarom ben ik het maar deels eens met Byung-Chul Hans idee dat we een verdoofde samenleving zijn, want de ontlading van emoties gaat alle perken te buiten. Tegenwoordig huilt iedereen. Er is geen nuchterheid. Er is geen schaamte. Volgens de regels van de sociale etiquette voel je niet als je niet huilt.’

    Psycholoog Carrión is milder: ‘De term veerkracht behoeft verfijning. In de middeleeuwen begroef je een dode met dezelfde spa waarmee je aardappels rooide. Honger, kou en armoede waren normaal. Ook nu moeten we ziekte accepteren, omdat de malaise deel uitmaakt van het herstel. We moeten rekening houden met pijn als iets dat mogelijk is, en zorgen dat de angst ons niet verlamt.’

    Baas over ons leven

    Het zijn gevoelens die sterk leven sinds in maart 2020 de noodtoestand intrad. Lucía Fernández, eveneens psycholoog, zegt dat het laatste jaar het aantal personen, met name jongeren, dat therapeutische hulp zoekt is toegenomen. ‘In een moeilijke, eentonige situatie ontstaat vanzelf het diepe verlangen om op te knappen, te overleven, om alles te doen wat nodig is om de negatieve ervaring zin te geven.’

    Moscoso pleit er daarentegen voor ‘de noodzakelijke pijn, die bij het leven hoort, [te] accepteren, de niet-noodzakelijke [te] bestrijden.  

    Hij wijst er ten slotte op dat ‘uitmaken welke pijn noodzakelijk is en welke niet een politiek, filosofisch en economisch vraagstuk vormt’. ‘Een van de politieke hoofdvragen van de twintigste eeuw was of degenen die klagen ook recht hebben om te  klagen, of ze zich aanstellen of echt zorg nodig hebben. En daar hebben we nog altijd mee te maken.’

  • De waarheid over de Oekraïens-Russische oorlog.  Eerbetoon aan een verloren soldaat

    De waarheid over de Oekraïens-Russische oorlog. Eerbetoon aan een verloren soldaat

    Als de Oekraïense soldaat met wie hij vriendschap heeft gesloten in de strijd sneuvelt, stelt oorlogsjournalist Nolan Peterson zichzelf als missie de waarheid te vertellen over de strijd aan de Russische grens. Want maar weinigen lijken te beseffen wat zich hier afspeelt: een van de grootste humanitaire crises op het continent.

    Als érgens blijkt uit wat voor hout een soldaat is gesneden, is het wel in een loopgravenoorlog. Er valt niet te ontsnappen aan het gevaar. Je kunt net zo makkelijk aan je einde komen op weg naar de wc als in een kogelregen terwijl je je positie verdedigt. Je weet nooit wanneer het granaatvuur zal losbarsten of wanneer een sluitschutter je in het vizier heeft. Je overlevingskans is meestal een kwestie van geluk – het gaat er vooral om dat je niet op het verkeerde moment op de verkeerde plek bent. Het is belangrijker om onder een gelukkig gesternte te zijn geboren dan om goed te kunnen schieten, wordt wel gezegd.

    Na zeven jaar onophoudelijke strijd in Donbas, het zwaar geteisterde oosten van Oekraïne, hebben sommige Oekraïense soldaten geleerd te lachen om het gevaar, geleerd om de oorlog als een spel te zien. Andere soldaten zijn naar binnen gekeerd en somber, zien voortdurend voor zich hoe ze aan hun einde zullen komen. En dan zijn er ook nog de uitzonderlijke jongens die de oorlog zien voor wat hij is – een regelrechte tragedie – en toch de strijd niet opgeven.

    ‘Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan’

    In de zomer van 2015 ben ik embedded bij het Oekraïense leger, in het dorpje Pisky, aan de frontlinie. Daar sluit ik vriendschap met een jonge soldaat, Daniel Kasjanenko, een van die uitzonderlijke mensen. Daniel is dan pas negentien, maar beschikt over een griezelig goed vermogen om de oorlog in een breder perspectief te plaatsen. Hij begrijpt welke tol zijn jonge ziel betaalt voor deze oorlog, en hij begrijpt ook dat de oorlog niet zwart-wit is. ‘Ik denk niet dat het allemaal slechte mensen zijn,’ zegt hij over zijn vijanden.

    Maar toch, als het moet, haalt Daniel de trekker over. De dingen die hij in de oorlog heeft gedaan en gezien, blijven hem achtervolgen. Hij zegt tegen me dat de oorlog hem ‘kapot heeft gemaakt’ en zijn ‘kijk op het leven’ voorgoed heeft verpest. Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan, vertrouwt hij me toe.

    Als ik weer vertrek van de frontlinie, beloven Daniel en ik contact te houden. We hebben het erover dat hij misschien ooit naar de VS zou kunnen komen; zijn grote droom. Maar een paar dagen nadat ik ben teruggekeerd naar Kiev, krijg ik een wat warrig bericht van Daniel. Hij is gewond geraakt door een mortiergranaat, schrijft hij, en hij heeft wat in de Oekraïense ziekenboeg een ‘hersenkneuzing’ wordt genoemd, waarmee vermoedelijk een hersenschudding wordt bedoeld, of, waarschijnlijker, traumatisch hersenletsel. Hoe dan ook, Daniels commandant geeft hem een paar weken verlof om hem terug te laten gaan naar zijn woonplaats Zaporizja, op nog geen drie uur rijden van het front.

    Daniel schrijft dat hij onderweg naar huis zonder geld is komen te zitten en vraagt of ik hem kan helpen een buskaartje te kopen. Hij heeft niet veel geld nodig en ik ben blij hem te kunnen helpen, dus ik maak wat over. Dat is het minste wat ik kan doen, in de omstandigheden.

    Daniel blijft een paar weken thuis, bij zijn ouders, Marina en Konstantin. Het is een zware tijd voor Daniels ouders, die hun zoon keer op keer proberen te overtuigen dat hij niet terug hoeft naar het front.

    En ze hebben gelijk, dat hoeft ook niet.

    Plicht

    Toen Rusland in de zomer van 2014 Oekraïne binnenviel, ging Daniel namelijk, als zoveel andere jonge mannen en vrouwen, uit eigen beweging naar het front. Hij sloot zich aan bij de ongeorganiseerde militie die de Russische inval probeerde af te slaan. De vrijwilligers leerden aan het front hoe ze moesten vechten, zonder enige formele opleiding. Er werd grappend gesproken over de ‘natuurlijke selectie’-opleiding. Daniel was pas negentien toen hij ten strijde trok. Hij belandde rechtstreeks vanuit zijn ouderlijk huis in het artillerievuur en tussen de sluipschutters. Hij werd soldaat voor hij ooit de kans had gekregen een man te worden. 

    Marina vertelt me later dat ze naar haar slapende zoon keek toen hij vanwege die hersenschudding met verlof was. In de paar maanden dat hij weg was geweest, was hij een ander mens geworden, zegt ze. ‘Hij ging als een jongen naar het front en hij keerde terug als een wijze, oude man.’

    Op de dag dat hij terug naar het front ging, smeekte Marina haar zoon om thuis te blijven. ‘Je bent nog veel te jong,’ zei ze. 

    ‘Mam, ik kan niet anders,’ antwoordde Daniel. ‘Ik moet terug naar mijn vrienden. Het is mijn plicht.’

    En hij ging. Twee weken later werd Daniel bij de strijd in Pisky gedood door een mortiergranaat. Hij was nog maar negentien.

    Na Daniels dood zoek ik contact met zijn ouders, en samen met mijn vrouw ga ik naar Zaporizja om hen te ontmoeten. Ik vraag Marina of ze het goed vindt dat ik haar verhaal gebruik om mensen iets duidelijk te maken over de oorlog in Oekraïne, over de strijd waarvoor haar zoon zijn leven heeft gegeven.

    ‘Doe wat je kunt om te voorkomen dat onze jongens sterven,’ zegt ze. ‘De hele wereld moet de waarheid horen over de oorlog in Oekraïne.’

    Dit is die waarheid.

    Het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd

    De oorlog in Oekraïne is geen burgeroorlog. Dat is het nooit geweest. Het was, en is, een Russische inval.

    Ik heb zeven jaar in Oekraïne gewoond om verslag te doen van de oorlog. In die tijd heb ik, met eigen ogen, een oorlog gezien die heftiger is dan enige andere oorlog die heb meegemaakt in Irak en Afghanistan, zowel als special operations-piloot (wat ik vroeger was) als aan de grond, als oorlogscorrespondent.

    Zo zag ik in september 2014 vanaf een heuveltop een tankgevecht in de kustplaats Marioepol. Ja, een tankgevecht. In Europa. In deze tijd. Het was alsof ik naar een Hollywoodfilm keek. Alleen was dat niet zo. Dit gebeurde echt.

    De volgende dag bezocht ik het slagveld. Het was 5 september 2014, de dag waarop het eerste staakt-het-vuren werd getekend. Wat ik zag was een grote ravage van kapotgeschoten tanks en pantservoertuigen. En talloze dode soldaten, deels verkoolde, kapotgeschoten lichamen verspreid over het terrein, verstard in de bewegingen van het moment van sterven, als de gipsen beelden van overledenen in Pompeii.

    Ik had nooit eerder een dergelijke oorlog gezien. Maar wat misschien nog wel schokkender was: het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd.

    Ook nu nog liggen de Oekraïense troepen ingegraven langs een kleine 400 kilometer frontlinie in de regio Donbas, in het oosten van het land. Daar blijft het Oekraïense leger verwikkeld in een statische loopgravenoorlog tegen de gecombineerde strijdkrachten van pro-Russische separatisten, buitenlandse huurlingen en Russische soldaten. En met de Russische troepenopbouw van tienduizenden manschappen aan de grens met Oekraïne [in april 2021] lijkt de mogelijkheid van een veelomvattender oorlog ineens wel erg reëel. 

    Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen op gebouwen die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder

    Tot nog toe heeft de oorlog zo’n veertienduizend Oekraïense levens geëist – meer dan de helft van de slachtoffers is gevallen nádat in februari 2015 de Minsk II-wapenstilstand werd gesloten. En met 1,7 miljoen mensen die nog altijd niet kunnen terugkeren naar huis, is dit niet alleen de enige landoorlog die momenteel nog in Europa woedt, maar tevens een van de grootste humanitaire crises op het continent.

    Onder het mom van een separatistische opstand annexeerden Russische speciale eenheden en veiligheidsdiensten in het voorjaar van 2014 de Donbas-regio. Even daarvoor, in februari, hadden Oekraïense demonstranten de sluipschutters getrotseerd op het centrale plein van Kiev, tijdens een opstand om Viktor Janoekovitsj, de pro-Russische president, tot aftreden te dwingen. In de kern ging die revolutie erom dat het land zich afkeerde van Rusland en een meer pro-Europese, prowesterse, prodemocratische koers zou gaan varen.

    Maar met een doelbewuste campagne van gemilitariseerde propaganda wist Rusland de annexatie van de Krim en het daaropvolgende conflict in Donbas af te schilderen als een opstand die was georganiseerd en geleid door onbetrouwbare, Russisch sprekende Oekraïners die van mening waren dat de nieuwe regering in Kiev onrechtmatig was.

    Voor Kiev zag het er niet goed uit in de zomer van 2014. Gecombineerde Russisch-separatistische troepen rukten op en er waren zorgen dat Oekraïne in tweeën zou worden gedeeld, of dat Rusland zou overgaan tot een grootschalige inval. Het Oekraïense leger was danig verzwakt na vele decennia van corruptie, en slechts in staat zesduizend gevechtsklare manschappen op de been te brengen. Overheden adviseerden de inwoners van Kiev om bij een Russische aanval de metrostations als schuilkelder te gebruiken. Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen die op gebouwen waren gespoten en die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder.

    In die eerste maanden van de oorlog vormden gewone Oekraïners, op de hielen gezeten door het reguliere leger van Oekraïne, de gelederen van de ongeregelde gevechtseenheden. Ondertussen waren hele legioenen vrijwilligers bezig om spullen in te zamelen en die naar de troepen aan de frontlinie te brengen – waarbij ze vaak een groot risico liepen. De oorlogsinspanningen werden gedragen door de bevolking, waarmee weer eens duidelijk werd dat Oekraïners in tijden van crisis eerder geneigd zijn zelf in actie te komen dan te wachten tot de regering iets doet. 

    In juli 2014 hadden de ongeregelde troepen van Oekraïne (de Bad News Bears van de oorlog, zoals ik ze ben gaan noemen) weer 23 van de 36 districten in handen die onder gecombineerd Russisch-separatistisch bewind hadden gestaan. Met de oprukkende troepen zag het er – heel even – naar uit dat Kiev al het terrein zou kunnen herwinnen dat het had moeten prijsgeven aan de troepen die voor de Russen streden. Maar toen, in augustus, stuurde Rusland zelf duizenden manschappen en ongekende hoeveelheden wapens en militair materieel naar het conflictgebied.

    Veel Oekraïners vreesden dat er een grootscheepse Russische invasie ophanden was; een aanval op de havenstad Marioepol leek onafwendbaar. Dankzij de wapenstilstand van september 2014 leek te zijn voorkomen dat de oorlog zou escaleren tot een rampzalig niveau. Die wapenstilstand werd echter al snel geschonden, maar door de Minsk II-wapenstilstand in februari 2015 concentreerde het conflict zich uiteindelijk rond het huidige grensgebied.

    Maar daarmee is er nog geen einde gekomen aan de oorlog.

    Persoonlijk

    De patstelling in de loopgraven in het oosten van Oekraïne is uitgegroeid tot een broze impasse, waarbij de twee grootste landlegers van Europa – gerekend naar manschappen – dagelijks beschietingen uitvoeren. Het is een langeafstandsstrijd die voornamelijk wordt uitgevochten met indirecte vuurwapens zoals mortieren en artillerie. In de meeste gevallen zien de soldaten nauwelijks op wie ze schieten – afgezien van de sluipschutters, die ik altijd al het meest angstaanjagende aspect van deze oorlog heb gevonden. In tegenstelling tot de willekeurige, lukrake dreiging van artillerievuur is het op een bepaalde manier persoonlijk om door een sluitschutter onder vuur te worden genomen – hij kijkt echt naar jou, door een vizier, en probeert je te doden. 

    Er zijn plekken waar het niemandsland enkele kilometers breed is. Op andere plekken zitten de Oekraïners en hun vijanden zo dicht op elkaar dat ze elkaar verwensingen kunnen toeschreeuwen. Zo heb ik in 2015 in Sjirokino kunnen zien hoe dronken soldaten van het Russische kamp ’s nachts naar de Oekraïense linies kropen en de Oekraïners uitdaagden voor gewapende gevechten, van man tot man, tot de dood erop volgde. Een soort gladiatorengevechten. 

    Het is al met al een bizar conflict waarin moderne technologie – zoals drones en elektronische oorlogsvoering – samengaat met fysieke omstandigheden die doen denken aan de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, zij het op veel kleinere schaal. Als de Oekraïners niet in die loopgraven zitten, leven ze in de kelders van verlaten huizen. Het is domweg te gevaarlijk om veel tijd bovengronds door te brengen, met de onophoudelijke granaatbeschietingen en overal sluipschutters.

    In je achterhoofd leeft voortdurend de gedachte dat je elk moment dood kunt gaan. Die constante achtergrondruis van gevaar is iets heel anders dan wat ik heb meegemaakt toen ik was uitgezonden naar Irak en Afghanistan. Daar hadden we betrekkelijk veilige plekken om tussen onze verschillende missies door even op adem te komen.

    In Marioepol is een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front

    Maar ondanks alle ontberingen hebben de Oekraïense troepen geleerd zich aan te passen. Oorlog voeren is een manier van leven geworden. Hetzelfde geldt voor de Oekraïense burgers die zijn achtergebleven in het oorlogsgebied. Ik sta er altijd van te kijken dat in tijden van oorlog het dagelijks leven zo goed en zo kwaad als het gaat voortgang vindt. Kinderen gaan gewoon naar school, al zijn er dagelijks beschietingen. Winkels zijn gewoon open. Familieleden komen nog altijd samen voor de avondmaaltijd. Zo is er in Marioepol een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front.

    Een van de indringendste voorbeelden van het gewone leven in tijden van oorlog heb ik gezien in Lobacheve, een plaats aan de frontlinie. De stad wordt in tweeën gedeeld door een rivier – de Oekraïners hebben de ene kant van de stad in handen, de Russische separatisten de andere. Maar er is maar één school. Dus hebben de strijdende partijen besloten tot een kortstondig staakt-het-vuren, twee keer per dag, zodat de kinderen het pontje over de rivier kunnen nemen, van en naar school.

    In 2016 was ik getuige van zo’n bizarre, kortstondige time-out van de oorlog. Het had iets surrealistisch om de Oekraïense soldaten op hun dooie gemak aan de oever een sigaretje te zien roken, terwijl ze hun vijanden op de andere oever zagen staan. Maar zodra het moment voorbij was namen de sluitschutters weer hun positie in, zochten de soldaten dekking en was het weer oorlog. ‘Oorlog is een duistere komedie,’ zei Andriy, een Oekraïense soldaat die dag tegen me, terwijl we een veilig heenkomen zochten.

    De twee partijen moeten duidelijk weinig van elkaar hebben, al hebben veel Oekraïners familie in Rusland, en omgekeerd. Sterker nog, enkele oudere Oekraïense soldaten hebben in de Sovjettijd in het Rode Leger gediend, samen met de Russen. Ik heb zelfs Oekraïense soldaten gezien die Facebookberichten aan hun vijanden stuurden, die ze nog kenden uit hun jeugd, of van hun studie.

    ‘Het is lastig vechten tegen een vijand die dezelfde taal spreekt en hetzelfde geloof heeft,’ zegt Oleksandr Derevyanko, een 54-jarige Oekraïense soldaat en veteraan uit het Sovjetleger. ‘Maar we moeten dit gevecht wel leveren – er zit niets anders op. Rusland heeft ons aangevallen en we moeten ons vaderland verdedigen.’

    Derevyanko vocht in de jaren tachtig als Sovjetsoldaat in Afghanistan. ‘In Afghanistan heb ik geleerd dat het niet zo moeilijk is om een oorlog te beginnen, maar wél om een oorlog te beëindigen,’ zegt de oude soldaat. Ik ben zelf ook Afghanistan-veteraan en ik had het niet beter kunnen zeggen.

    De oorlog in Oekraïne is momenteel niets minder dan een zwaard van Damocles dat boven Oost-Europa hangt – elk moment kan de vlam in de pan slaan en kan het vuur om zich heen grijpen. Als de zon vanavond onder is, zullen de lichtspoorkogels de hemel uiteenrijten. Het artillerievuur zal donderen. En de soldaten en burgers, die allemaal oorlogsmoe zijn, zullen wegduiken in schuilkelders en loopgraven, en proberen hun angst de baas te blijven – net als de afgelopen zeven jaar.

    De oorlog gaat maar door. Wanneer zal er ooit een einde aan komen? 

    De oorlog in Oekraïne is een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie

    Het is makkelijk om te denken dat de geschiedenis uiteindelijk altijd wel weer ten goede zal keren – dat het tijdperk van de wereldoorlogen achter ons ligt. Dat het nooit weer zal gebeuren. In Oekraïne voelt dat heel anders.

    Vergeet niet dat Oekraïne nog maar twee generaties terug het dodelijkste strijdtoneel was in een van de dodelijkste oorlogen in de geschiedenis van de mensheid. Sommige van de soldaten die in die oorlog hebben gevochten, en de burgers die het hebben overleefd, zijn momenteel nog in leven. Dus laat niemand denken dat een dergelijke oorlog nu niet meer mogelijk is, of dat de ontwikkelingen in de tijd waarin we nu leven op de een of andere manier immuun zijn voor de onophoudelijke cycli van oorlog en vrede die de geschiedenis typeren.

    De Amerikaanse oorlogscorrespondent Martha Gellhorn schreef ooit: ‘Tenzij ze tot de directe slachtoffers behoren, gedraagt de meerderheid van de mensheid zich alsof oorlog een kwestie is van overmacht, iets wat niet voorkomen had kunnen worden; of ze doen alsof een oorlog elders niet hun probleem is. Het zou een wrede kosmische grap zijn als we onze eigen ondergang bewerkstelligen door het wegkwijnen van de verbeelding.’

    De oorlog in Oekraïne is namelijk veel meer dan alleen een frontlinie tegen de Russische militaire agressie. Het is ook een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie.

    Amerikaanse steun, in welke vorm ook – diplomatieke maatregelen of wapens – geeft een signaal aan de Oekraïense soldaten en burgers: dat ze niet zijn vergeten, en dat de democratische wereldorde, waar ze zo graag deel van willen uitmaken, nog altijd de strijd waard is. Vandaag de dag lijkt dat een boodschap die de hele wereld zou moeten horen.

    Met de geschiedenis als leidraad lijkt één ding duidelijk: als de oorlog in Oekraïne escaleert tot een veel groter en dodelijker conflict, zullen de gevechten niet beperkt blijven tot Oekraïners en Russen.

  • Generatie corona. Hoe nu verder?

    Generatie corona. Hoe nu verder?

    In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.

    Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.

    Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?

    Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten

    De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.

    In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.

    Gedesillusioneerde jeugd

    Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.

    ‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’

    Psychische gezondheid

    Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.

    Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven. 

    Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen. 

    Inhaalprogramma om te leven

    De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen? 

    Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.

    Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.

    Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München

    ‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer. 

    In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’

    Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen

    Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk

    ‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.

    In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’

    Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München

    ‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’

    Joy 1 1
    © Tommaso Ausili / Contrasto

    Digital natives

    Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk

    ‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’ 

    Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland

    ‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’

    ‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’

    Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland

    ‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’

    Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München

    ‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’

    Bang voor de toekomst

    Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.

    Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs

    ‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’

    Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië

    ‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’

    ‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’

    Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden

    ‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’

    Niet systeemrelevant

    Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart

    ‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.

    Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’

    Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje

    ‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’

    Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster

    ‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.

    Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.

    Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’

    Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde

    Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg

    ‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’

    Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië

    ‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’

    Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk

    ‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’

    Egoïsme

    Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk

    ‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’

    Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje

    ‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’

    Risico op depressie

    64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.

    Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje

    ‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’

    Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster

    ‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.

    Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’

    ‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’

    Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië

    ‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’

    Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië

    ‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’

    Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland

    ‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.

    Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’

    Geen student, maar een robot

    Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn

    ‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid. 

    Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’

    Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München

    ‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’

    Fotoreeks van Tommaso Ausili

    De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’


  • Hooggerechtshof VS redt Obamacare voor derde keer | Politieke crisis in Noord-Ierland

    Hooggerechtshof VS redt Obamacare voor derde keer | Politieke crisis in Noord-Ierland

    Hooggerechtshof VS redt Obamacare voor derde keer

    Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten heeft donderdag geweigerd de gezondheidswet van president Barack Obama te schrappen. Democraten moeten zich nu concentreren op het vergroten van het bereik van Obamacare, aangezien bijna 30 miljoen Amerikanen nog altijd geen ziektekostenverzekering hebben. 

    ‘Het tijdperk van existentiële gevechten rond Obamacare is voorbij’, verzekert The New York TimesDe uitspraak van het Hooggerechtshof, met 7 tegen 2, ‘maakt deze gezondheidszorgwet tot een belangrijke erfenis van het Obama-tijdperk – de grootste uitbreiding van de gezondheidsdekking in decennia – na jaren van felle en politiek pijnlijke strijd’, aldus de krant.

    Deze beslissing is ‘een mooi bewijs dat de meeste conservatieve rechters nog altijd hun gezond verstand kunnen gebruiken’

    Fox News wijst er met genoegen op dat de conservatieve rechter Amy Coney Barrett, die een paar weken voor de presidentsverkiezingen door Donald Trump werd voorgedragen en in wie de Democraten de doodgraver van de Obamacare zagen, ‘deel uitmaakt van de meerderheid die stemde voor de wet’, net als Brett Kavanaugh, die ook benoemd werd door Trump.

    In feite is deze beslissing met 7 stemmen tegen 2 ‘een mooi bewijs dat de meeste conservatieve rechters nog altijd hun gezond verstand kunnen gebruiken, zelfs in gevallen waarin de Republikeinse basis is gaan dwarsliggen’, analyseert Bloomberg.

    In het redactioneel verwelkomt de San Francisco Chronicle de handhaving van een wet die, sinds de goedkeuring ervan in 2010, 31 miljoen mensen in staat heeft gesteld om ziektekostenverzekering te krijgen. Het dagblad vindt het echter ‘ontmoedigend’ dat zo’n ‘absurde’ aanval op een dergelijke wet ‘voor de hoogste rechtbank van het land moest verschijnen’.

    Maar voor Barack Obama, de architect van de wet, overheerst de tevredenheid na een beslissing die ‘herbevestigt wat we al lang weten: de Affordable Care Act [Obamacare] is here to stay’. Nu is het noodzakelijk ‘om deze te versterken en uit te breiden’, verklaarde hij, geciteerd door Axios.

    ‘Openbare optie’

    President Joe Biden was ook van mening dat het na deze grote overwinning voor alle Amerikanen die profiteren van Obamacare, tijd was ‘om verder te gaan (…) met het ontwikkelen van deze historische wet’.

    De consensus in de Amerikaanse pers is dat na tien jaar mislukte pogingen – Donald Trump beloofde Obamacare eigenhandig te begraven, zonder succes – het bestaan ​​van de wet niet langer ter discussie zal worden gesteld. De strijd zal zich nu concentreren op de verbeteringen die de Democraten willen aanbrengen, aangezien bijna 30 miljoen Amerikanen nog steeds geen ziektekostenverzekering hebben.

    Maar de Democraten zelf ‘blijven verdeeld over de belangrijkste voorstellen’, merkt The New York Times op. Joe Biden zou voorstander zijn van het creëren van een ‘openbare optie’: ‘een verzekering die wordt aangeboden door de federale overheid, als alternatief voor particuliere verzekeringen’, schrijft The Washington Post. ‘Deze zou ​​voor alle Amerikanen toegankelijk zijn, zelfs voor degenen met een werkgeversverzekering. Amerikanen met een laag inkomen zouden automatisch profiteren.’

    De linkervleugel van de partij wil verder gaan, door een echte universele dekking tot stand te brengen, dat wil zeggen de particuliere verzekeringen af ​​te schaffen en deze te vervangen door openbare verzekeringen voor iedereen.

    Welke weg je ook kiest, Biden heeft geen tijd te verliezen, merkt Politico op, want ‘met hun zeer krappe meerderheid in het Congres hebben de Democraten maar een klein kansje om hun verzekeringsplan erdoor te krijgen vóór de tussentijdse verkiezingen van 2022’.


    Nieuwe politieke crisis in Noord-Ierland  

    Edwin Poots, leider van de Democratic Unionist Party of Northern Ireland (DUP), kondigde donderdag zijn ontslag aan na een termijn van eenentwintig dagen. De heer Poots heeft de woede van de regionale leiders van de pro-Engelse partij gewekt, vooral vanwege zijn rol in de post-Brexit-discussies. Zijn vertrek zou ‘een nieuwe politieke crisis kunnen veroorzaken’ in de provincie, vreest The Guardian

    DUP en Sinn Féin (Republikeinen, voor de hereniging met Ierland) waren het eens geworden over een tweekoppige samenstelling van de uitvoerende macht – in overeenstemming met de Goedevrijdagakkoorden van 1998 –, en met name over de benoeming van de Unionist Paul Givan, een 39-jarige fundamentalistische protestant, als premier. Door het vertrek van de heer Poots is deze benoeming weer onzeker, aangezien dit zou kunnen leiden tot het houden van nieuwe verkiezingen.

    [Openingsbeeld: DUP-leider Edwin Poots tijdens de benoeming van Paul Givan als eerste minister, in het parlementsgebouw in Belfast.]


    Nieuwe ronde Israëlische luchtaanvallen in Gaza

    Voor de tweede keer deze week voerde de IDF luchtaanvallen uit op Hamas-posities in Gaza, als reactie op het sturen van brandgevaarlijke ballonnen naar de Joodse staat. De IDF zei dat het ‘doorgaat met het vernietigen van de militaire structuren van Hamas’ en dat het de Palestijnse gewapende groep ‘verantwoordelijk houdt voor wat er in de Gazastrook gebeurt’, aldus Al-Jazeera.


    Noord-Korea bereidt zich voor op ‘dialoog en confrontatie met Washington’  

    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zei donderdag dat Noord-Korea zich zowel moet voorbereiden op een dialoog als op een confrontatie met de Verenigde Staten, meldt Reuters. Voor het eerst sinds Biden president is richt Kim zich indirect tot de Verenigde Staten. De nieuwe Amerikaanse gezant voor Noord-Korea, Sung Kim, zal dit weekend in Zuid-Korea arriveren voor het eerste bezoek sinds zijn benoeming.

  • Harvey Weinstein overgeplaatst naar L.A. | Castillo in Peru aan de leiding

    Harvey Weinstein overgeplaatst naar L.A. | Castillo in Peru aan de leiding

    Kruisvuur tussen Israël en Hamas

    Het Israëlische leger voerde woensdagochtend luchtaanvallen uit op Hamas-posities in Gaza, als reactie op brandgevaarlijke ballonnen die richting Israël werden gestuurd. ‘Dit is de eerste escalatie van geweld sinds het staakt-het-vuren dat vorige maand een einde maakte aan het elf dagen durende conflict tussen Israël en Hamas’, benadrukt Haaretz. Het zijn ook de eerste luchtaanvallen van Israël sinds de nieuwe regering, onder leiding van Naftali Bennett, die afgelopen zondag aan de macht kwam. 

    Het staakt-het-vuren van 21 mei maakte een einde aan een bliksemoorlog waarbij aan Palestijnse kant 260 en aan Israëlische kant dertien doden vielen.

    Lees ook:


    Castillo in Peru aan de leiding na het einde van de telling

    Pedro Castillo, de radicaal-linkse kandidaat bij de Peruaanse presidentsverkiezingen, won de meerderheid van de stemmen in de tweede ronde, zo maakte de stemautoriteit donderdag bekend na het einde van de telling. Zijn uiteindelijke overwinning blijft echter in afwachting van de behandeling van de beroepen die zijn ingediend door zijn tegenstander, Keiko Fujimori, dochter van de autoritaire ex-president Alberto Fujimori en vertegenwoordiger van populistisch rechts. 

    Castillo won 50,12 procent van de stemmen, 44.058 stemmen meer dan Fujimori, stelt het conservatieve dagblad El Comercio. Keiko Fujimori, die na twee mislukkingen voor de derde keer kandidaat was voor het presidentschap, had beloofd de uitslag van de stemming te respecteren, maar sinds de tweede ronde heeft zij onophoudelijk beschuldigingen van fraude geuit.


    Harvey Weinstein verhuist naar Los Angeles voor een nieuw proces

    De gevallen producer Harvey Weinstein, die een gevangenisstraf van 23 jaar uitzit voor aanranding in New York, staat binnenkort weer terecht. Een rechtbank in New York heeft groen licht gegeven om Weinstein ‘zo snel mogelijk’ over te brengen naar Los Angeles om daar terecht te staan ​​voor aanranding en verkrachting van vijf vrouwen. 

    De datum van het proces is niet vastgesteld, maar de ex-producent riskeert tot 140 jaar gevangenisstraf. Advocaten van Weinstein (69) gaan in beroep, maar zullen de overplaatsing, die waarschijnlijk ‘in juli’ zal plaatsvinden, niet voorkomenmeent VarietyTot op heden hebben bijna negentig vrouwen Harvey Weinstein beschuldigd van seksuele intimidatie of aanranding.

  • Wereldbeeld: koffergeroffel

    Wereldbeeld: koffergeroffel

    GettyImages 1232363789 2
    © Antonio Masiello / Getty Images

    Het water staat aan de lippen bij Italianen die actief zijn in de culturele sector. Overrompeld door corona ging hun land verschillende malen in strikte en langdurige lockdowns, en zaten de mensen die in de sector werken, zowel voor als achter de schermen, zonder publiek en zonder inkomen thuis. De entertainmentindustrie is vorig jaar in Italië met 82 procent gekrompen – veel meer dus dan het Europees gemiddelde van 31 procent –, maar steun bleef uit.

    Daarom demonstreert actiegroep Bauli in Piazza (‘Koffers op het Plein’) voor meer financiële ondersteuning en voor de heropening van theaters, live-evenementen en shows. De demonstranten zijn het zat, en dat lieten ze in Rome weten door keihard op de reiskoffers te roffelen waarmee ze normaal van optreden naar optreden trekken.

  • Vaccinatiebewijzen gestolen in L.A. | Alle auto‘s in Syndey worden elektrisch

    Vaccinatiebewijzen gestolen in L.A. | Alle auto‘s in Syndey worden elektrisch

    Alles elektrisch

    De Australische minister van Transport Andrew Constance zegt vastbesloten te zijn ervoor te zorgen dat alle auto’s, bussen en vrachtwagens in de deelstaat New South Wales (NSW), waar Sydney de hoofdstad van is, elektrisch worden. Vanwege de voortvarende plannen van de regering om het aantal snelwegen uit te breiden, groeit de bezorgdheid in de deelstaat over de luchtkwaliteit en de volksgezondheid, schrijft Sydney Morning Herald.

    ‘Ik ben de eerste staatsminister in onze geschiedenis die om gezondheidsredenen probeert de elektrificatie van transportvoertuigen te realiseren’

    Constance zei dat hij die zorgen wil wegnemen door eerst de transportsector en daarna alle voertuigen elektrisch te maken. ‘Ik ben de eerste staatsminister in onze geschiedenis die om gezondheidsredenen probeert de elektrificatie van transportvoertuigen te realiseren’, meent hij. ‘Onze infrastructuur moet aan alle milieu-eisen voldoen en daarvoor zetten we wetenschappers in. Maar mijn doel is om dat overbodig te maken door auto’s, bussen en vrachtwagens te elektrificeren.’

    Zijn beloften komen niet uit de lucht vallen. Recent gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek van universiteiten van Sydney en NSW, openbaarde dat zorgen over gezondheidseffecten rondom de miljarden kostende transportprojecten van de overheid, tijdens de kritieke planningsfase vaak worden genegeerd.


    Booking ontwijkt belasting

    Booking.com heeft ruim 150 miljoen euro aan omzetbelasting ontweken in Italië. Dat zei de Guardia di Finanza, de Italiaanse financiële politie, deze week. Het in Nederland gevestigde Booking.com, een mondiale gigant op het gebied van online hotelreserveringen, heeft ‘geen belasting betaald over bemiddeling bij verhuur van privéwoningen en gastenkamers’, meent de Guardia di Finanza, geciteerd door The Local. Het onderzoek, dat de jaren 2013 tot 2019 bestrijkt, ‘heeft een grootschalige belastingontduiking van meer dan 150 miljoen euro aan btw aan het licht gebracht’, aldus de politieverklaring. Booking had volgens de politie in die zes jaar meer dan 153 miljoen euro aan btw moeten betalen over 700 miljoen euro aan commissies in Italië.

    ‘In overeenstemming met de EU-btw-wetgeving, is het ons standpunt dat onze partners in de EU zelf verantwoordelijk zijn voor de lokale btw en de afdracht aan de betreffende regeringen’, aldus een woordvoerder van Booking, die zei dat het bedrijf de zaak nu bestudeert.


    Demonstraties in Polen

    Duizenden mensen namen deze week deel aan protesten in Warschau, die waren georganiseerd door vakbonden van mijnwerkers en arbeiders uit de energiesector.

    Er werd gedemonstreerd bij Poolse staatsgebouwen en bij kantoren van de Europese Commissie in Warschau. De demonstranten eisen dat de regering plannen voor de sector opstelt en werkgaranties biedt voor degenen die hun baan zullen verliezen als gevolg van de overgang naar groene energie, aldus Notes from Poland.

    ‘Gisteren was het Moskou dat onze soevereiniteit afnam; vandaag is het Brussel’ en ‘Handen af van Turów’, zo was op borden te lezen. Vorige maand heeft het Hof van Justitie van de EU de kolenmijn van Turów bevolen werkzaamheden onmiddellijk stop te zetten na een klacht van Tsjechië dat Polen de EU-milieuwetgeving schendt. 

    De Poolse regering heeft een akkoord bereikt met mijnwerkers om steenkool de komende decennia geleidelijk af te bouwen, maar goedkeuring door de EU is onzeker en vakbonden klagen dat details ontbreken.


    ‘Zet LHBTI’ers Oezbekistan uit’

    De leider van een van de belangrijkste politieke partijen in Oezbekistan heeft voorgesteld om homo’s, lesbiennes en transgenders het staatsburgerschap te ontnemen en hen het land uit te zetten, meldt EurAsiaNet. Hij beweert dat de LHBTI-gemeenschap dat ook wil. Alisher Kadyrov, leider van Milliy Tiklanish, de tweede partij van Oezbekistan, beschouwt zichzelf als een voorvechter van tradities en familiewaarden. In een interview zei hij dat het intrekken van het staatsburgerschap van LHBTI-mensen andere landen zou forceren om ze op te nemen. 

    ‘Toen ik dit voorstelde op sociale media, namen zo’n honderd LHBTI-mensen contact met me op en ze stemden in met mijn suggestie. Ze zeiden dat ze nu namelijk geen visa kunnen krijgen voor landen die Oezbekistan veroordelen vanwege zijn houding tegenover LHBTI’ers’, zei Kadyrov. De Oezbeekse regering weigert om gehoor te geven aan oproepen van internationale mensenrechtenorganisaties om strafbaarstelling van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht op te heffen.


    Vaccinatiebewijzen gestolen

    Een man uit Las Vegas is ervan beschuldigd honderden blanco vaccinbewijzen te hebben gestolen. De politie startte een onderzoek toen vaccinatielocatie Pomona Fairplex in Los Angeles melding deed van verdwenen vaccinbewijzen, volgens CBS. De 45-jarige man, een niet-klinische oproepkracht bij de locatie, werd betrapt toen hij een aantal bewijzen in zijn auto verborg. Nader onderzoek wees uit dat hij ook nog eens 528 bewijzen op zijn hotelkamer had liggen, die hij in april zou hebben gestolen. De man is in staat van beschuldiging gesteld. 

    Overigens zal de locatie halverwege deze maand sluiten, omdat steeds minder mensen een vaccinatie komen halen.


    Veel Ieren blijven thuis

    Zeven op de tien inwoners van Ierland zegt dit jaar in eigen land op vakantie te gaan, zo blijkt uit onderzoek door het Ierse Centraal Bureau voor de Statistiek, schrijft The Journal uit Dublin. De zuidwestelijke regio van het land is de meest populaire bestemming voor Ieren die de komende twaalf maanden een reis willen maken, gevolgd door de westelijke en zuidoostelijke regio’s met respectievelijk 20% en 13%. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer 73,6% van de mensen denkt binnen zes maanden een binnenlandse reis met overnachting te zullen maken. Meer dan 32% van de mensen zegt op reis naar het buitenland te zullen gaan.


    11.000.000

    Het Amerikaanse JBS, ’s werelds grootste vleesleverancier, heeft 11 miljoen dollar aan losgeld in bitcoins betaald aan hackers, na overleg met het technische team en externe experts op het gebied van cyberbeveiliging, schrijft YahooNews. De vermoedelijk Russische hackers, die op 30 mei een cyberaanval deden, zeiden de toegang tot het computersysteem pas terug te geven als ze het losgeld hadden ontvangen.

  • De VS geven 500 miljoen vaccins weg  | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    De VS geven 500 miljoen vaccins weg | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    Russische justitie bestempelt Navalny’s organisatie als ‘extremistisch’  

    Woensdag 9 juni oordeelde een Russische rechtbank dat organisaties die banden hebben met de gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny ‘extremistisch’ zijn, wat betekent dat ze niet mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen in september. De beslissing van de Moskouse rechtbank ‘werd onmiddellijk van kracht en verbiedt degenen die betrokken zijn bij het Navalny Anti-Corruption Fund (FBK) en zijn regionale kantoren in heel Rusland om zich verkiesbaar te stellen’, aldus de Russische afdeling van Radio Free Europe

    Screen Shot 2021 06 10 at 9.22.52 AM 1
    ‘Ik ga het niet eens hebben over het juridische besluit van het lachertje dat in Rusland “de rechtbank” wordt genoemd.’

    ‘We zullen verdergaan, we zullen evolueren, we zullen ons aanpassen. Maar we zullen niet terugdeinzen voor onze doelstellingen en onze ideeën’, reageerde de oppositieleider op zijn Instagram-account. Navalny, 45, zit een gevangenisstraf van twee en een half jaar uit voor een fraudezaak die hij als politiek beschouwt.

    [Beeld: De Russische rechtbank, door Navalny een ‘lachertje’ genoemd, heeft geoordeeld. – © EPA/YURI KOCHETKOV]

    Lees ook:


    De Verenigde Staten beloven 500 miljoen vaccins voor arme landen  

    Joe Biden zal van zijn Europese tournee profiteren om de aankoop door de Verenigde Staten van 500 miljoen doses Pfizer covid-19-vaccins aan te kondigen, voor distributie naar arme landen. ‘Dit jaar zullen er 200 miljoen doses worden gedistribueerd en de resterende 300 miljoen in de eerste zes maanden van volgend jaar’, aldus The Washington Post.

    Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen

    De doses zullen worden verdeeld door Covax, het programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De covid-19-pandemie heeft wereldwijd meer dan 3,7 miljoen levens geëist en de economische kwetsbaarheid van veel landen verergerd. Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen – bovenop de 160 miljoen kinderen die al werkten vóór de pandemie.


    Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie  

    De militaire junta die in Myanmar aan de macht is sinds de coup van 1 februari, heeft de voormalige Myanmarese oppositieleidster Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie, bericht Bloomberg De beschuldiging werd openbaar gemaakt door het ministerie van Informatie, dat beweert dat het voormalige hoofd van de burgerregering ‘zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie en misbruik heeft gemaakt van haar ambt’. 

    Lees ook:

    Volgens de Myanmarese staatskrant ontving de vijfenzeventigjarige Aung San Suu Kyi ‘600.000 dollar en enkele kilo’s goud’ aan steekpenningen. Op deze aanklachten staat vijftien jaar gevangenisstraf. 

    Op 14 juni begint een eerste proces tegen de voormalig leider op grond van andere aanklachten, waaronder het aanzetten tot openbare ordeverstoring en schending van een wet op staatsgeheimen.


    Peugeot aangeklaagd voor ‘dieselgate

    In de nasleep van de aanklacht tegen Renault was het de beurt aan Peugeot om te worden ingehaald door het ‘dieselgate’-schandaal, meldt ReutersDe Franse fabrikant wordt ervan beschuldigd zijn klanten te hebben misleid over de emissieniveaus van vervuilende producten door dieselvoertuigen die tussen 2009 en 2015 zijn verkocht. De Franse justitie heeft ook aangekondigd dat Citroën en Fiat-Chrysler (FCA), de andere merken van de Stellantis-groep, begin dit jaar geboren uit de fusie tussen Peugeot en FCA, zullen volgen.

    ‘Onze dochterondernemingen zijn er vast van overtuigd dat hun emissiebeheersingssystemen voldeden aan alle vereisten die destijds van toepassing waren en blijven hieraan voldoen, en ze kijken uit naar de mogelijkheid om dit aan te tonen’, aldus de groep.


    Biden biedt uitstel voor TikTok

    Joe Biden heeft twee uitvoeringsbesluiten van zijn voorganger vernietigd die TikTok- en WeChat-platforms en andere toepassingen in de Verenigde Staten verboden. In plaats van deze decreten heeft ‘president Biden een nieuwe verordening ondertekend waarin hij het ministerie van Handel vraagt ​​om een ​​onderzoek te starten naar toepassingen met betrekking tot “buitenlandse concurrenten” die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid’, aldus TechCrunch. 

    Biden geeft de regering vier maanden de tijd om een gedetailleerd rapport te bezorgen en aanbevelingen te doen. De platformen TikTok en WeChat waren de stokpaardjes van Donald Trump geworden, die hun moederbedrijven ervan beschuldigde vertrouwelijke gegevens over Amerikaanse gebruikers te verzamelen en deze met de Chinese autoriteiten te delen. De beschuldigingen werden door betrokkenen stelselmatig weerlegd.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/tiktok-is-geen-club-voor-mensen-met-een-lelijk-gezicht/
  • Anticorruptieonderzoekers in Indonesië worden tegengewerkt

    Anticorruptieonderzoekers in Indonesië worden tegengewerkt

    De afgelopen maanden heeft de Indonesische regering een ‘nationale gevoeligheidstest’ afgenomen bij leden van de Commissie voor de Uitroeiing van Corruptie, opgericht in 2003. Het resultaat: 75 van de meest vooraanstaande onderzoekers faalden en werden ontslagen. De lokale pers ziet de test als een dekmantel.

    Met corruptie is het in Indonesië niet best gesteld. De Commissie voor de Uitroeiing van Corruptie (KPK), opgericht in 2003, in de eerste jaren van de democratisering van het land, wordt nog steeds aangevallen door de autoriteiten, die proberen haar te destabiliseren en te neutraliseren.

    In maart en april van dit jaar moesten KPK-leden een ‘nationale gevoeligheidstest’ ondergaan. 75 van hen faalden. Ze werden ongeschikt verklaard voor de status van ambtenaar en afgezet.

    Volgens The Jakarta Post werd deze burgerkennistest ‘onmiddellijk bekritiseerd vanwege zijn bizarre inhoud’ en zijn irrelevantie. De vragenlijst, opgesteld door de Ambtenarendienst in samenwerking met verschillende inlichtingen- en militaire diensten, bevatte 68 vragen of stellingen waarover de deelnemers ‘hun standpunt moesten uiten’, aldus het dagblad.

    Koran Tempo citeert enkele van de soms bizarre vragen of verklaringen die de anticorruptieonderzoekers moesten beantwoorden: ‘Alle Chinezen zijn hetzelfde. Godslasteraars moeten ter dood worden veroordeeld. De rechten van homoseksuelen moeten worden gerespecteerd. Homoseksuelen verdienen lijfstraffen. Alle Japanners zijn wreed.’

    Ook moesten de deelnemers een betoog schrijven over de relevantie van een specifiek regeringsbesluit – de ontbinding van de twee islamitische organisaties Hizb ut-Tahrir en het Front Pembela Islam (Front ter verdediging van de Islam, FPI) – en over de rechtvaardigheid van het lot van de leider van de FPI, Rizieq Shihab, die in december 2020 door de Indonesische politie werd gearresteerd.

    Een traumatische beproeving voor vrouwen

    Volgens Koran Tempo werden ook mondelinge vragen gesteld, wat een bijzonder traumatische ervaring voor vrouwen was. Een KPK-medewerker, Tata Khoiriyah, diende een klacht in bij de Nationale Commissie voor Vrouwen (Komnas Perempuan) wegens seksuele intimidatie. Ze vertelde de Daily dat ze tijdens de test werd gevraagd of ze een partner had of niet, hoeveel vriendjes ze had en wat ze ermee deed: ‘Een vriendin vertelde me zelfs dat ze tijdens de test werd gevraagd wat ze van seksuele vrijheid vond en of ze graag naar pornofilms keek.’

    Sinds 2019 is de Commissie voor de Uitroeiing van Corruptie ‘verwikkeld in een soort burgeroorlog om haar voortbestaan’, aldus The Jakarta Post, die ook verwijst naar een recente campagne van cyberaanvallen tegen anticorruptieactivisten.

    Volgens het dagblad zijn veel critici het erover eens dat het afnemen van de ‘burgerschapsvragenlijst’ een ‘flagrante poging’ was om het werk van de commissie te ondermijnen door te proberen de ‘meest kritische en prominente’ onderzoekers te verdrijven.

    Medewerkers die kritisch zijn en niet gewaardeerd worden door het management, kunnen makkelijk ontslagen worden

    Koran Tempo specificeert dat onder degenen die de KPK moesten verlaten, onderzoekers zijn die corruptiezaken hebben behandeld waarbij de voormalige minister van Maritieme Zaken en Visserij Edhy Prabowo, de voormalige minister van Sociale Zaken Juliari Batubara en de voormalige secretaris van het Hooggerechtshof Nurhadi betrokken waren.

    ‘Alle onderzoeken naar deze grote corruptiezaken zullen worden lastiggevallen’, aldus het dagblad, dat in een redactioneel commentaar zijn bezorgdheid voor de toekomst toevertrouwt:

    ‘Deze manoeuvre om de ervaren medewerkers van de KPK kwijt te raken zou herhaald kunnen worden. Moeldoko, stafchef van president Joko Widodo, gaf toe dat de nationale gevoeligheidstest ook was toegepast bij andere instanties en ministeries. Medewerkers die kritisch zijn en niet gewaardeerd worden door het management, kunnen makkelijk ontslagen worden met dit soort absurde vragenlijsten.’

    Volgens Koran Tempo kunnen degenen die de macht proberen uit te dagen op deze manier dus worden uitgesloten. En dit ‘doet denken aan de “specifieke onderzoeksmethoden” die in het verleden werden toegepast door de Nieuwe Orde [de dictatuur van generaal Soeharto, 1966-1998].’

  • Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Belarus geeft gedwongen ‘bekentenis’ van oppositieleider Protasevitsj vrij

    De Belarussische staatstelevisie heeft donderdag een nieuw interview met Roman Protasevitsj uitgezonden, waarin de oppositieleider toegeeft dat hij president Aleksander Loekasjenka omver wil werpen. Volgens familieleden en de oppositie is de ‘bekentenis’ onder bedreiging verkregen.

    De arrestatie van Protasevitsj op 23 mei leidde tot een golf van internationale verontwaardiging. Zijn vliegtuig van Athene naar Vilnius werd door de Belarussische autoriteiten onderschept en onder het voorwendsel van een bommelding gedwongen in Minsk te landen.

    De 26-jarige journalist, die bij aankomst samen met zijn Russische partner Sofia Sapega werd gearresteerd, werd onmiddellijk gevangengezet op beschuldiging van het organiseren van massale rellen tegen president Loekasjenka na diens controversiële herverkiezing voor een zesde termijn in 2020. Hij riskeert nu tot vijftien jaar gevangenisstraf.

    Derde keer

    Voor de ‘derde keer’ sinds zijn arrestatie verscheen Protasevitsj donderdag vanuit zijn gevangenis op de staatstelevisie met een regelrechte ‘bekentenis’, aldus BBC.

    ‘Protasevitsj gaf toe dat hij Aleksander Loekasjenka omver wilde werpen’ en ‘zeer kritisch’ was over de Belarussische president, maar zei dat hij ‘begon te begrijpen dat hij [Loekasjenka] het juiste deed’, en hem zelfs ‘respecteerde’, aldus de Britse nieuwszender.

    AP meldt dat Roman Protasevitsj aan het eind van het negentig minuten durende interview zei dat hij ‘volledig en openlijk samenwerkte’ met de Belarussische autoriteiten en dat zijn enige doel was om ‘een rustig, normaal leven te leiden met een gezin en kinderen’.

    ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische’

    ‘Toen bedekte hij zijn gezicht met zijn handen en begon te huilen’, voegt het Amerikaanse persbureau eraan toe.

    De Belarussische oppositie heeft gezegd dat deze ‘bekentenis’, net als de andere ‘bekentenissen’ die sinds de arrestatie van het echtpaar zijn gefilmd, ‘onder dwang’ is verkregen, aldus Al-Jazeera. Nog voordat het derde interview op donderdag werd uitgezonden, verklaarde de Belarussische mensenrechtenorganisatie Viasna: ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische dwang.’

    De ouders van Protasevitjs zeiden dat het verhoor van donderdag door de autoriteiten was bedoeld om ‘de gijzeling van hun zoon en zijn vriendin te rechtvaardigen’.

    In een interview met Radio Free Europe/RL zei Natalja Protasevitsj, de moeder van de oppositieleider, dat ze ‘handboeien om zijn handen had gezien’ en verbaasd was dat de kwaliteit van de video zo slecht was wanneer het gezicht van haar zoon in beeld kwam. ‘Ik vraag me af of dit met opzet is gedaan, om de blauwe plekken in zijn gezicht en de wurgsporen in zijn nek te verbergen, die vorige week op een andere video te zien waren.’

    Lees ook:


    Transparantie voor multinationals: naar een EU-belastingpact

    Europa heeft een eerste stap gezet op het gebied van een gemeenschappelijk belastingbeleid. Op dinsdag 1 juni hebben de Europese Raad en leden van het Europees Parlement een principeakkoord bereikt over de invoering van een nieuwe wet. Deze zal multinationals met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro verplichten transparanter te zijn over hun activiteiten.

    In detail zullen zij hun winsten, aantal werknemers en betaalde belastingen per land moeten aangeven – niet alleen in elke lidstaat, maar ook in elk land of rechtsgebied dat door Brussel als een belastingparadijs wordt beschouwd.

    ‘Deze transparantiemaatregel’, zo schrijft El País schrijft in een commentaar, ‘zal het voor de nationale autoriteiten gemakkelijker maken om de meest onrechtmatige fiscale constructies van sommige grote bedrijven uit te roeien of op zijn minst te beperken.’

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU’

    Het voorstel is in 2016 door de Europese Commissie ingebracht als reactie op diverse internationale belastingschandalen, zoals de Panama Papers.

    Tijdens deze vijf jaar van bittere onderhandelingen en blokkades hebben verschillende lidstaten, waaronder Ierland, zich tegen deze verordening verzet. Aangezien Brussel het voorstel echter ‘als een mededingingskwestie en niet als een belastingkwestie had aangemerkt, behoefde het niet met unanimiteit te worden aangenomen. Er was alleen een gekwalificeerde meerderheid nodig [ten minste 55 procent van de lidstaten, die ten minste 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen], waardoor Ierland kon worden overruled’, aldus The Irish Times.

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU, waarbij bedrijven gebruikmaken van dochterondernemingen die elkaar diensten in rekening brengen om winsten naar landen met een gunstigere belastingwetgeving te verplaatsen’, aldus de krant.

    Mazen in de wet

    De tekst moet nu formeel worden goedgekeurd door het Europees Parlement in een plenaire zitting en door de Europese Raad, zo meldt de Duitse zakenkrant Handelsblatt. Maar er zijn wat ‘mazen in de [voorgestelde] wet’. Zo hoeven bedrijven zich er niet aan te houden als zij kunnen aantonen dat het publiceren van de informatie ernstige financiële gevolgen zou kunnen hebben.

    Internationaal gaan steeds meer stemmen op om ‘agressieve belastingplanning door multinationals’ te bestrijden, aldus The Irish Times.

    Met name in de Verenigde Staten dringt de regering van president Joe Biden aan op een internationale overeenkomst over het belasten van grote techbedrijven. Zij stelt voor om wereldwijd een minimumtarief voor multinationals van ten minste 15 procent in te voeren.

    Lees ook:

    ‘De EU moet zich bij dit initiatief aansluiten en meewerken aan een belastingstelsel dat investeringsstimulansen combineert met de garantie dat elke onderneming verantwoording aflegt aan de belastingautoriteiten’, aldus El País.

    De belangrijkste Europese partners (Frankrijk, Duitsland en Italië) zullen de kwestie bespreken op de G7-top van ministers van Financiën, die op vrijdag 4 en zaterdag 5 juni plaatsvindt in het Verenigd Koninkrijk.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/14452-2/

    Myanmarese schoolboycot uit protest tegen staatsgreep

    De klaslokalen van Myanmarese scholen waren vrijwel leeg toen het nieuwe lesjaar op 1 juni begon. Als teken van verzet tegen de militaire junta hebben leraren, studenten en ouders besloten het onderwijssysteem te boycotten.

    ‘Kinderen komen naar school zonder uniform’ en in kleine aantallen, zei een getuige tegen het weekblad Nikkei Asian Review op 1 juni, de eerste schooldag in Myanmar. Als teken van protest verkiezen deze schoolkinderen zich pas om te kleden zodra ze in de klaslokalen aankomen. Tegelijkertijd wordt op grote schaal een boycot van het begin van het schooljaar georganiseerd. Volgens een lid van de Bond van Leraren, geciteerd door de Myanmarese website Myanmar Now, heeft 90 procent van de leerlingen geweigerd zich in te schrijven in het door de junta geleide onderwijssysteem.

    De boycot is een ‘verlengstuk van de hevige strijd’ en ‘het jongste teken van verzet’ tegen de militaire staatsgreep van 1 februari, aldus Nikkei Asian Review. Het leger nam toen de macht in het land over en wierp de wettige regering en het pas verkozen parlement omver. De afgelopen vier maanden heeft een grote meerderheid van de bevolking zich tegen het militaire bewind gekeerd. Zij eisen de vrijlating van de afgezette regeringsleider Aung San Suu Kyi.

    ‘Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta’

    Activist Ei Ei Nyein zei tegen Frontier Myanmar dat ze haar dochter niet naar de lagere school zal sturen. Ze zal pas naar school gaan ‘zodra de gekozen regering is hersteld. Ons verzet tegen de junta zal waarschijnlijk tijd kosten, maar dat maakt niet uit! Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta. Ik zal haar zelf leren wat belangrijk is voor haar toekomst.’

    Een 22-jarige masterstudent bevestigt tegen Nikkei Asian Review dat zijn universiteit verlaten is. ‘Geen van mijn studiegenoten is naar de campus gekomen. De staatsgreep is onaanvaardbaar. Het militaire bewind betekent voor ons jonge studenten het einde van al onze dromen.’ De jongeman volgt nu een cursus Engels via het internet en staat op het punt een beurs aan te vragen om in het buitenland te studeren.

    ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood’

    Ouders en leerlingen maken zich ook zorgen over de veiligheidssituatie in de scholen. Sommige scholen zijn gevorderd door het leger. Deze situatie is door UNICEF omschreven als een ‘schending van de rechten van het kind’. ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood, of dat jonge meisjes niet worden lastiggevallen door soldaten’, voegt Ei Ei Nyein in Frontier Myanmar eraan toe.

    Het tijdschrift sprak met het echtpaar Soe Soe en Toe Toe Lwin, dat hun elfjarige dochter, Aye Myat Thu, verloor toen zij op 27 maart door veiligheidstroepen in het hoofd werd geschoten terwijl zij in de tuin aan het spelen was. ‘We willen onze andere geliefde kinderen niet verliezen,‘ verklaarden de ouders.

    Meer dan achthonderd mensen zijn sinds het begin van de staatsgreep door de militaire junta gedood. Onder hen zijn ten minste drie leraren en vijf studenten, volgens de Vereniging voor bijstand aan politiek gevangenen, meldt Frontier Myanmar.

    Volgens de lerarenbond, die door Nikkei Asian Review werd geciteerd, zijn bijna 150.000 leraren door de junta geschorst ‘omdat zij weigerden onder militair gezag te werken’. Dit is een derde van het totale aantal leraren.

    Een leraar die actief is in de protestbeweging vertelde het Japanse tijdschrift over de redenen van zijn boycot: ‘Ik wil jongeren geen slavenopleiding geven, zoals het leger dat voorstaat. Ik wil ze rechtvaardigheid, gelijkheid en de ware geschiedenis van ons land bijbrengen. Ik zal me niet onderwerpen aan deze dictatuur. We zullen vechten tot we hebben gewonnen.’

    Lees ook:

  • Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Ze was zijn ambassadeur in landen waar hij niet graag werd gezien, wilde Damascus omvormen tot Europese metropool en ging uit winkelen terwijl de stad afbrandde. Wie is de vrouw die in het naoorlogse Syrië de touwtjes in handen heeft?

    De keuze van hoofdredacteur Laura Weeda

    Dit Economist-artikel is buitengewoon goed geschreven en geeft een heel mooi en genuanceerd beeld van de ontwikkelingen in Syrië de laatste dertig jaar vanuit een verrassend perspectief: de First Lady, Asma al-Assad. Ooit was ze in Syrië een gevierde vrouw die van Damascus één groot cultureel park wilde maken, nu komt ze vooral mysterieus en meedogenloos over. In haar levensverhaal wekt ze soms bewondering op, dan weer zijn haar gedrag en beslissingen volstrekt onnavolgbaar.

    Deze longread van Nicholas Pelham geeft ook goed weer hoe wankel geopolitieke relaties zijn door het grote contrast tussen Damascus als opbloeiende stad, toen Al-Assad er kwam wonen, en de ruïne die de hoofdstad van Syrië nu is.‘

    Afgelopen zomer circuleerde een foto van de First Lady van Syrië op social media. In het noordwesten van het land bombardeerden regeringstroepen op dat moment de overgebleven verzetshaarden. De foto toont Asma al-Assad, haar man Bashar al-Assad en hun drie kinderen op een winderige heuveltop, geflankeerd door soldaten in camouflagetenue. Met zijn windjack, sportschoenen en poloshirt vlot over zijn broek lijkt Bashar in alles op een huisvader die zijn kroost meeneemt op een zondagmiddagwandelingetje, en in niets op een man die dissidenten laat martelen. Asma oogt wat stijfjes, houdt haar armen langs haar lichaam. Witte spijkerbroek, sportschoenen en zo’n vliegeniersbril waar despoten in het Midden-Oosten om de een of andere reden dol op zijn. Ze staat midden op de foto; Bashar, president van Syrië, schurkt wat onhandig tegen haar aan.

    Achter Asma is een bedrieglijk vredig landschap te zien. Tien jaar na de Arabische lente, waarin miljoenen mensen in het Midden-Oosten zich tegen repressieve regimes keerden, heeft de heersende familie van Syrië de macht behouden en daar een gruwelijke prijs voor geëist.

    Het regime heeft honderdduizenden Syriërs vermoord en er ruim 14.000 doodgemarteld. De helft van de bevolking sloeg op de vlucht, waarmee de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog een feit werd. Iran, Turkije, de Verenigde Staten en Rusland, stuk voor stuk streden ze direct of indirect om invloed op Syrische bodem. In de hele Arabische wereld is de hoop op een betere toekomst vermorzeld, maar nergens ging dat met zo veel bloedvergieten gepaard als in Syrië.

    Marie Antoinette 

    Asma’s ster is in die tijd echter tot ongekende hoogte gerezen. Haar pad naar de heerschappij over dit verwoeste land was bochtig en legde ze af in vele gedaanten: de financieel expert van J.P. Morgan die tot in de kleine uurtjes doorwerkte om lucratieve deals uit het vuur te slepen; de glamoureuze First Lady die in de overtuiging verkeerde dat sociale hervormingen en haute couture een pariastaat konden moderniseren; de Marie Antoinette van Damascus, die uit winkelen ging, ook al stond haar land in brand; de moeder van de natie, die tegen kanker streed terwijl de troepen van haar man opstandelingen verpletterde.

    Waar eindigt de reis? De prominente plaats die ze in de hofhouding van de Assads wist te veroveren is niet langer alleen maar voer voor Syrische roddelcircuits. Vorig jaar bestempelde de Amerikaanse regering Asma tot een van de beruchtste oorlogsprofiteurs van Syrië. Er wordt nu zelfs gefluisterd dat ze haar man als president zou kunnen opvolgen. Asma al-Assad heeft de gestucte twee-onder-een-kapwoning in Londen waar ze is opgegroeid ver achter zich gelaten.

    Voor een dictatorsvrouw is haar achtergrond ongewoon. Asma Akhras werd in 1975 geboren in Acton, een onopvallend deel van West-Londen dat grenst aan veel rijkere buurten. Zoals de meeste Syriërs zijn haar ouders soennitische moslims: die vormden de dominante groep in Syrië totdat in de jaren zestig een kleine, gemarginaliseerde sekte, de Alawieten, een staatsgreep pleegde. Bashars vader, Hafez al-Assad, zat in het complot en riep zichzelf in 1970 uit tot leider van het land.

    Asma’s ouders kwamen in de jaren zeventig naar Londen, hopend op een beter bestaan. Het gezin bleef religieus: haar vader bezocht het vrijdaggebed in de moskee en haar moeder wierp haar hijab pas af nadat Asma was getrouwd. Vrienden omschrijven het gezin als cultureel conservatief, al was het wel de bedoeling dat de kinderen zouden assimileren. Op haar Anglicaanse basisschool stond Asma bekend als Emma. ‘Als je het niet wist, zou je niet denken dat ze Syrisch was,’ herinnert een buurman zich.

    Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door

    Asma leek bestemd voor een leven te midden van Londense welgestelden. Als tiener ging ze naar een van de oudste particuliere meisjesscholen van Groot-Brittannië, Queen’s College, niet ver van haar vaders particuliere medische praktijk in Harley Street. Ze studeerde computerwetenschappen aan King’s College in Londen. Vriend en vijand zeggen dat ze slim en ijverig was.

    Niemand kan zich herinneren dat zij enige belangstelling voor het Midden-Oosten toonde. Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door. ‘Ze was erg Engels en leek niets met Syrië te maken te willen hebben,’ aldus een vriend van de familie.

    Weinigen waren verrast toen ze een baan kreeg bij J.P. Morgan, een investeringsbank. Het personeel werd geacht soms 48 uur achter elkaar te werken en zelfs op kantoor te slapen. Sommige stagiairs waren vrijpostig en onverholen ambitieus, maar Paul Gibbs, Asma’s leidinggevende, herinnert zich haar als ‘bescheiden, beleefd en dienstbaar’. Ze droeg keurige zwarte pakjes. Ze specialiseerde zich in fusies en overnames (wat haar later in Syrië van pas kwam). Af en toe ging ze uit met een collega, ze kreeg zelfs huwelijksaanzoeken.

    Haar moeder, Sahar, had grootse plannen voor Asma. Haar eigen oudoom had Hafez al-Assad geholpen bij diens machtsgreep. Sahar wilde deze connectie gebruiken om Asma te koppelen aan Bashar, de tweede zoon van Hafez. Ten minste, dat schrijft de Libanees-Amerikaanse journalist Sam Dagher, auteur van het boek Assad or We Burn the Country.

    Slungelige student

    Bashar en Asma ontmoetten elkaar in het Londen van de jaren negentig. Hij was toen nog een slungelige student medicijnen, die in de schaduw van zijn autoritaire vader was opgegroeid. Als enige van zes broers en zussen ging hij in het buitenland studeren. Zijn afkeer van bloed bracht hem ertoe zich te specialiseren in oogheelkunde, een medisch vakgebied met niet al te veel aanzien. Bashars oudere broer, Basil, diende in het Syrische leger, reed in snelle auto’s en zat achter de vrouwen aan. Bashar was juist ‘ijverig, punctueel, ging elke dag naar de universiteit en vermeed uitspattingen’, aldus Wafic Said, een rijke Syrische expat die de familie kent. Hij luisterde naar Phil Collins en Electric Light Orchestra, dronk groene thee en bewoog zich op de fiets door de stad. In tegenstelling tot zijn vader, die zijn boerse tongval nooit zou kwijtraken, eigende Bashar zich het verfijnde, zangerige accent van de Damasceense elite toe.

    Hij was wel gevoelig voor vrouwelijk schoon en ging vaak uit met de gemanicuurde afdankertjes van zijn broer. De keuze van een vrouw mocht hij echter niet helemaal zelf bepalen. Toen Basil in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk, rustte het lot van de Assad-dynastie plotseling op de schouders van Bashar. Die was nog ongetrouwd toen zijn vader in juni 2000 overleed. Twee maanden later bezorgden schijnverkiezingen hem het presidentschap.

    Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd

    Op dat moment werkte Asma al twee jaar bij J.P. Morgan. Maar ineens verdween ze en bleef drie weken lang weg, zonder kennisgeving. Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd. Hij had haar meegenomen naar Libië, waar hij hun verbintenis bezegelde in een tent in de Sahara. Asma koos voor de liefde en nam onmiddellijk ontslag.

    Buiten het Sheraton is Syrië een ingewikkelde plek. De bergen en woestijnen herbergen een lappendeken aan etnische en religieuze groepen, waarvan de meeste elkaar wel eens hebben dwarsgezeten. De Fransen maakten het land buit op de Ottomanen, hun bestuur tussen de wereldoorlogen was kort en omstreden. De eerste jaren van Syriës onafhankelijkheid verliepen echter ook verre van rimpelloos. Er woedde er een continue onderlinge strijd, de staatsgrepen volgden elkaar in rap tempo op.

    Aan deze woelingen kwam in 1970 een einde met de komst van Hafez al-Assad, een onbuigzame luchtmachtofficier van de regerende Baath-partij. Tijdens zijn schrikbewind onderhielden veiligheidsdiensten informantennetwerken, luisterden ze telefoons af en martelden ze mensen in het wilde weg. Toen soennitische islamistische dissidenten in 1982 in hun bolwerk Hama de Baath-heerschappij tartten, maakte Hafez een deel van de stad met de grond gelijk.

    GettyImages 110839797 2
    Bashar en Asma al-Assad te gast in Parijs bij de Quatorze Juillet-parade in 2008. – © Pool Benaninous / Getty Images

    Hafez was al dood tegen de tijd dat Asma eind 2000 naar Damascus verhuisde, maar zijn nalatenschap was alomtegenwoordig: van architectuur in Sovjetstijl tot uithangborden met zijn beeltenis die zijn lof prezen. Zijn steun aan terroristische organisaties in de regio had Syrië van het Westen vervreemd. De opkomst van Bashar bood een kans de betrekkingen te herstellen.

    In zijn inaugurele rede beloofde Bashar de corruptie te bestrijden en eerlijke meerpartijenverkiezingen toe te staan. Kort daarna sloot hij een van de grootste gevangenissen van het land. In de cafés van Damascus begon men voorzichtig over politiek te praten.

    Asma leek in deze periode van dooi een zeer geschikte partner voor de nieuwe Syrische leider. Koningin Rania van Jordanië, Sheikha Moza van Qatar, zelfs prinses Diana in Groot-Brittannië hadden stuk voor stuk laten zien hoe een door glamour omgloorde first lady een drijvende kracht achter hervormingen kon zijn. Dankzij de dominante positie van de seculiere Baath-partij, waren openbare functies toegankelijker voor vrouwen dan in de meeste Arabische landen. ‘Ik verwachtte dat deze twee Syrië samen tot een hemel aarde zouden maken,’ zegt Wafic Said, de eerder vermelde Syrische expat.

    Net als veel vrouwen die haar voorgingen, moest Asma wel rekening houden met haar schoonfamilie. Bashars moeder Anisa had gewild dat haar zoon binnen de clan was getrouwd teneinde een duurzame dynastie, zoals die van de Saoeds in Saoedi-Arabië, te creëren. Sommige familieleden vonden zelfs dat Bashar het presidentschap moest opgeven omdat hij met een soennitische was getrouwd.

    Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden

    Het lukte de moeder van Bashar niet het huwelijk af te wenden, dus besloot ze het te verdonkeremanen. Er kwamen geen nieuwsbulletins over de bruiloft. Officiële foto’s werden nooit vrijgegeven. Asma kreeg herhaaldelijk te horen dat het haar taak was om erfgenamen voort te brengen en uit het nieuws te blijven. Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden; staatsmedia noemden Asma akilatu alrais, de echtgenote van de president. Niemand die haar op straat herkende. Het huiselijk leven ging bepaald niet over rozen. ‘Ze haatten haar,’ aldus Ayman Abdel Nour, destijds adviseur van Bashar. Asma sprak nog geen vloeiend Arabisch. 

    Tijdens etentjes maakte de familie er een punt van om in onverstaanbaar Alawitisch dialect te converseren. De rest van de heersende elite was ook niet toeschietelijk. Met name de voormalige bondgenoten van zijn vader dwarsboomden de hervormingen van Bashar. ‘Hafez al-Assad was een octopus die zijn tentakels aanstuurde,’ zegt een aan het regime gelieerde zakenman. 

    Masker

    Binnen enkele maanden werd duidelijk dat Bashars beloften van hervormingen weinig om het lijf hadden en vooral waren bedoeld om steun voor zijn opvolging te verwerven. ‘Bashar vertelde je precies wat je wilde horen en deed vervolgens helemaal niets,’ zegt Wafic Said. Al snel viel het masker. Academici belandden in de cel. De affiches van Bashar kregen nog grotere afmetingen dan die van zijn vader. Het recht op openbare vergaderingen werd dermate ingeperkt dat paren een overheidsvergunning nodig hadden om een bruiloft in een hotel te houden.

    Herhaaldelijk werd de hoop op verandering in Syrië getorpedeerd. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf Bashar de Amerikanen de middelen om terreurverdachten te ondervragen. ‘Democratie verspreiden’ was destijds evenwel het credo van de regering-Bush, en Syrië kon wel eens het volgende doelwit van dit voornemen zijn. De ontwikkelingen in Irak brachten het Syrische regime ertoe het roer weer om te gooien. Bashar stuurde jihadisten van eigen bodem de grens over om de Iraakse opstand tegen de Amerikanen te steunen.

    Terwijl hij zijn machtspositie versterkte, vervulde Asma plichtsgetrouw de rol van fokmerrie. Ze kreeg snel achter elkaar drie kinderen, van wie twee zonen. Nog steeds kleedde ze zich als een ingetogen bankemployé. De enige keren dat ze de krantenkoppen haalde, was tijdens buitenlandse reizen. En zelfs dan werd de woede van haar schoonfamilie gewekt.

    Onmenselijkheid

    De onmenselijkheid binnen de familie werd geëvenaard door wreedheid erbuiten. Op 14 februari 2005 kwam een van de meest prominente politici van Libanon, Rafik Hariri, om het leven door een aanslag met een autobom. Syrië hield zijn kleine, disfunctionele buurman al jaren onder de duim en velen gingen ervan uit dat Bashar de opdracht had gegeven. Onder druk van mogelijke internationale sancties en massale demonstraties in Libanon, haalde Bashar bakzeil. Na dertig jaar bezetting trok hij zijn troepen terug uit Libanon – tot woede van de Syrische hardliners. Meer dan ooit had Bashar bondgenoten nodig: zijn Britse vrouw zou westerse regeringen gunstig kunnen stemmen. Hij beloofde Asma dat hij haar schoonfamilie het zwijgen zou opleggen en stemde ermee in haar tot ‘First Lady’ te promoveren.

    Twee maanden na de moord op Hariri stond zij aan de zijde van haar man bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II. Weinigen wilden zijn hand schudden, maar Asma, discreet aantrekkelijk in haar zwartkanten sluier, viel wél in de smaak. Op foto’s is te zien hoe zij zich met wereldleiders onderhoudt. Dit was een beslissend moment voor het paar. Tot dan was Asma, de indringer, naar het tweede plan verbannen. Nu ging ze een centrale rol spelen in de internationale rehabilitatie van Bashar. ‘Ze was zijn ambassadeur in alle landen waar hij niet graag gezien werd,’ zegt Abdel Nour, de voormalige adviseur van Bashar.

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Zij zou het niet in haar hoofd halen joden ‘moordenaars van Christus’ te noemen, zoals hij had gedaan in een poging christenen aan zich te binden. Ook thuis retoucheerde Asma het imago van het stel. De Assads gingen voortaan prat op hun bescheidenheid. Ze meden het gigantische, met marmer beklede paleis dat de Saoedi’s voor de Assads hadden laten bouwen, en kozen voor een soberder onderkomen van drie verdiepingen. Asma haalde haar kinderen elke dag op van de plaatselijke Montessorischool. Toen Wafic Said bij hen thuis dineerde, was hij verbaasd over het gebrek aan pracht en praal. Het echtpaar diende het eten zelf op.

    ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs’

    Niettegenstaande deze soberheid gaf Asma met hulp van een nieuwe kapper haar uiterlijk en uitstraling een stevige oppepper. Haar naaldhakken en oorbellen kregen er een paar centimeter bij, haar nagels waren verzorgd en gelakt. Hoewel zij noch Bashar een trouwring droeg, sierden koninklijke agaten haar hals. Het grondpersoneel van Syrian Airlines in Londen herinnert zich de aanvoer van talloze kisten met kleding uit de beste Londense warenhuizen.

    Syrische diplomaten noemden haar Imelda Marcos, naar de Filipijnse first lady met een schoenenverslaving. Het charmeoffensief wierp vruchten af. Slechts enkele maanden na de moord op Hariri opperde The New York Times dat het paar ‘de essentie van seculiere West-Arabische fusion’ belichaamde. ‘Ik was betoverd,’ zegt een Syrische diplomaat die nu in ballingschap is en destijds een Europese rondreis voor hen organiseerde. ‘Ze pakt je onmiddellijk in met haar lieftalligheid. En hij is anders dan andere dictators in het Midden-Oosten, ziet er modern en verfijnd uit. Dat maakt hem zo gevaarlijk.’

    Asma’s volgende project was Syrië zelf. Na decennia van centrale planning en importbeperkingen wilde ze een frisse wind door het land laten waaien. Ze begoochelde haar man met financieel jargon en drong er bij de banksector op aan zich open te stellen voor particuliere en buitenlandse bedrijven. ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs,’ vertelt een Syrische econoom.

    Economische hervormingen strookten echter niet met de belangen van een aantal machtige Syriërs. Om de zakelijke cultuur te veranderen, moest Asma het opnemen tegen Rami Makhlouf, neef van Bashar en lid van de aristocratische clan van diens moeder. Volgens sommige schattingen hadden de bedrijven van Makhlouf meer dan de helft van de Syrische economie in handen. Asma tartte zijn suprematie in 2007 door haar eigen holdingmaatschappij op te richten, maar slaagde er niet in genoeg Syrische zakelijke zwaargewichten aan haar kant te krijgen. Haar plannen voor de Syrische economie moesten in de ijskast.

    Asma vond al snel een nieuwe manier om haar invloed uit te breiden. Al vroeg in haar huwelijk had ze zich met liefdadigheid beziggehouden. Nu probeerde ze haar projecten in één organisatie, de Syria Trust for Development, samen te brengen. Ze wilde van deze trust de voornaamste trait d’union van Syrië  met de rest van de wereld maken. Met dat doel ging ze koortsachtig werven onder Engelstalige Syriërs in het buitenland, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties en strategen van het Amerikaanse managementadviesbureau Monitor Group. ‘De trust mocht met buitenlanders omgaan, terwijl andere organisaties daar geen toestemming voor hadden,’ zegt een diplomaat die in Damascus werkte.

    Met zijn ruige landschap en archeologische rijkdommen behoorde Syrië een toeristische trekpleister te zijn, vond Asma. Ze wierf curatoren van het Louvre en het British Museum en liet die op het centrum van Damascus los. Een cementfabriek zou een galerie worden, naar het voorbeeld van het Londense Tate Modern. De oevers van een smoezelige rivier door de stad moesten in een cultureel park worden omgetoverd. Er zou een spoorlijn komen om Damascus te verbinden met de oude Assyrische steden in het onderontwikkelde noordoosten.

    Prinsessengedrag

    De meeste westerse diplomaten in Damascus steunden de trust van Asma van harte. Ze wist de Europese Unie, de VN, de Wereldbank en Qatar voor zich te winnen, en vergaarde miljoenen dollars voor de financiering van haar visie. Krantenartikelen bejubelden de ‘culturele renaissance’ van Damascus, zoals Asma die noemde. ‘Dit is hoe je extremisme bestrijdt: met kunst,’ zei Bashar.

    Haar collega’s zagen ook een andere kant van haar. Op goede dagen was ze ‘enorm nieuwsgierig’ en ‘uitermate behulpzaam’, aldus een oud-medewerker. Maar een andere adviseur bewaart wat minder prettige herinneringen aan haar ‘prinsessengedrag’, haar geschreeuw, en hoe ze zich op anderen afreageerde. Hij nam na acht maanden ontslag: ‘Ze is een control freak, een eng mens.’

    Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken

    Maar ze was ook effectief. ‘Het was opvallend hoe vaak ze zei: Ik zou willen dat er dit of dat gebeurde, en het dan ook gebeurde,’ aldus iemand die zes jaar voor haar in Damascus werkte. Haar personeel hield zich aan het straffe schema waaraan ze bij J.P. Morgan gewend was geraakt: het kantoor ging om zes uur ’s ochtends open en het werk ging tot in de late uren door. Ambtenaren wisten dat ze Asma beter konden raadplegen dan de minister van Cultuur als het om belangrijke kwesties ging.

    Asma huurde Britse en Amerikaanse pr-firma’s in om haar imago op te poetsen. Die vlogen parlementariërs van over de hele wereld in om haar goede werken te bewonderen. Allerlei beroemdheden kwamen naar Damascus, onder wie Angelina Jolie en Brad Pitt, Sting en Damon Albarn van Blur. De grootmoefti nodigde Syrische joden uit die decennia eerder voor vervolging waren gevlucht. Brown Lloyd James, een Amerikaans pr-bedrijf, regelde in maart 2011 een coverstory in Vogue, waarin Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken. 

    Onbenullen

    De trust had beperkte bevoegdheden. ‘Wat met de moskee, religie en politiek te maken had lieten we ongemoeid,’ zegt een medewerker. Dergelijke grenzen waren wel moeilijk te bewaken. Opvoeders reisden door Syrië met een grote opblaasbare iglo die bedoeld was als ‘vertelruimte’, gebouwd met de hulp van een voormalig directeur van het Science Museum in Londen. Het was de bedoeling dat alleen onomstreden kwesties aan de orde zouden komen, zoals het recht van een kind op schone lucht. Er werden echter ook misstanden van het regime aangekaart.

    ‘Een jongen zei dat hij een verhaal had over mensenrechten en vertelde hoe hij werd gearresteerd, uitgekleed en op een fles moest gaan zitten,’ aldus een organisator. De buitenlandse consultants van de trust woonden in een vergulde bubbel in Damascus: ze bestelden sushi via roomservice, streken hoge salarissen op, en kletsten ondertussen over vermogensopbouw. ‘Veel dorpen hadden geen goede riolering of elektriciteit en dan verscheen zij daar met haar adviseurs en vertelde ze over ondernemerschap, het maatschappelijk middenveld, duurzame ontwikkeling en kaas maken,’ zegt Samir Aita, een adviseur van het ministerie van Financiën. ‘Asma dacht dat de Syria Trust alles voor elkaar kon krijgen, maar het waren gewoon onbenullen die arme boeren in het Engels toespraken.’

    Binnen de trust zelf rees het vermoeden dat de organisatie slechts een voertuig was voor Asma’s zelfverheerlijking. Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’ en opstaan als ze een vertrek betrad. Onder hen die garen sponnen bij Asma’s opkomst was haar eigen vader, Fawaz Akhras. Kort nadat Asma met Bashar getrouwd was, richtte hij de British-Syrian Society op, een organisatie in Londen die politieke en financiële steun voor Syrië wierf. Hij coördineerde de activiteiten van de vereniging met de club van Asma en trok tal van rijke Syriërs aan. Akhras was openhartig over zijn nauwe banden met de macht: zijn favoriete aanhef van een toespraak was: ‘Als schoonvader van de president…’ 

    ‘Vergeleken met hem was de Syrische ambassadeur een loopjongen,’ zegt Yahya al-Aridi, die voor de Syrische regering de communicatie verzorgde in Londen. Asma’s rijzende ster kwam ook het internationale profiel van Syrië ten goede. Amerikaanse functionarissen bezochten Damascus weer, zeker na Obama’s presidentsverkiezing in 2008. Het gerucht deed de ronde dat er een uitnodiging voor Washington ophanden was. De Fransen waren haar nog gunstiger gezind. Paparazzi volgden de Assads op de voet toen ze Parijs bezochten. ‘Zij verspreidt licht in een land vol schaduwen,’ schreef Paris Match over Asma.

    Op 10 december 2010 sprak ze de verzamelde Franse elite toe op de Internationale Diplomatieke Academie, een denktank in Parijs. Ze repte over de ‘verandering die gaande is in mijn land’. Een paar dagen later stak een Tunesische groenteverkoper zichzelf in brand en ontketende daarmee opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten die spoedig de Arabische Lente werden genoemd. *Snel zou blijken dat de Assads niet genoeg hadden aan soft power en naaldhakken om die lente te kunnen overleven.

    De eerste twee maanden van 2011 heerste er opwinding in het Midden-Oosten. Na decennia van stagnatie en onderdrukking werd het overspoeld door demonstraties, van Tunesië tot Libië, Algerije tot Bahrein, Jordanië tot Jemen. Massaprotesten in Caïro brachten het bewind van Hosni Moebarak, dictator van Egypte gedurende bijna dertig jaar, ten val. Het tij van de revolutie leek niet te keren. Veel Syriërs lieten zich meeslepen door wat ze zagen, maar angst weerhield de meesten van hen de straat op te gaan. Toen, op een februariavond in het saaie plattelandsstadje Deraa ten zuiden van Damascus, spoot een groep schoolkinderen graffiti op een muur met de tekst: ‘Nu is het jouw beurt, dokter.’

    Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’

    De plaatselijke veiligheidschef was een neef van Bashar – een misdadiger, zelfs naar de maatstaven van de Syrische geheime diensten. Zijn mannen pakten de kinderen op en martelden ze. Grote groepen mensen verzamelden zich buiten de moskeeën van Deraa en eisten waardigheid en vrijheid. Troepen openden het vuur.

    Aanvankelijk was het niet duidelijk – zelfs niet voor Asma, zo lijkt het – hoe Bashar zou reageren. Een generaal gaf hem de raad de plaatselijke veiligheidschef gevangen te zetten en excuses aan te bieden voor het bloedvergieten in Deraa. De grotere steden in Syrië waren nog steeds rustig, dus zouden publiek berouw en nieuwe hervormingsbeloften mogelijk volstaan om de situatie in de hand te houden.

    In Washington hielp de ambassadeur van Syrië Bashar bij het opstellen van een toespraak waarin hij deze hervormingen aankondigde. Ook Asma leek een sussende boodschap aan het volk te verwachten. Toen de Arabische lente in een stroomversnelling kwam, zei ze dat het regime wist dat het moest veranderen. Volgens een voormalige medewerker probeerde ze met de oppositie te praten.

    ‘Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was’

    Op 30 maart sprak Bashar het grotendeels ceremoniële parlement van Syrië toe. ‘Syrië moet een grote samenzwering het hoofd bieden,’ verklaarde hij tot veler verrassing. Hij bestempelde beelden van veiligheidstroepen die demonstranten neerschoten tot nep. Hij wees de oproepen tot hervorming af en zei dat ze een dekmantel vormden voor een niet nader gespecificeerd buitenlands complot.

    ‘Hier sprak het oude regime,’ zegt een van Asma’s bestuursleden, die Syrië direct na de toespraak verliet. ‘Er was geen enkel woord van verzoening, geen erkenning dat er veel dingen anders konden. Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was.’

    Na de toespraak groeiden de demonstraties wekelijks in aantal en omvang. Zeker na het vrijdaggebed namen ze massale vormen aan. Zo begon een escalerende cyclus van begrafenissen, protesten en geweld. Binnen een maand stuurde het regime eerst boeventuig op de bevolking af, daarna kwamen de sluipschutters en ten slotte werd er zwaar geschut ingezet.

    De invloed van Syrische generaals, hoofden van inlichtingendiensten en van de Baath-partij was de afgelopen tien jaar afgenomen. Dit was hun moment van vergelding. Anisa, de moeder van Bashar, drong ook aan op een ferme reactie. Wat zou je vader hebben gedaan, schamperde ze tegen Bashar. De opstand tegen diens bewind in 1982 had hij op uiterst brute wijze de kop ingedrukt. Een voormalige Franse ambassadeur in Damascus zegt dat Bashar rond deze tijd op de volgende uitspraak werd betrapt: ‘Mijn vader had gelijk. Duizenden doden in Hama hebben ons drie decennia stabiliteit opgeleverd.’

    Ziektekiemen

    Terwijl Syrië in chaos verviel, stortten Asma’s luchtkastelen in. Een gala ter gelegenheid van de herlancering van het nationaal museum werd afgelast. Haar culturele vernieuwingsprojecten kwamen niet van de grond. Na zeven jaar planning bleef het Museum of Discovery, naar het voorbeeld van het Science Museum in Londen, een betonnen omhulsel. De financiering droogde op en adviseurs verlieten het land. Ze verwijderden de Syria Trust uit hun bestanden. De meest prominente westerse bezoekers waren paria’s als Nick Griffin, toenmalig hoofd van de extreemrechtse British National Party. Wafic Said zegt dat hij Bashar destijds op het hart drukte een gematigde koers te volgen. ‘Ze houden van jou en je vrouw, je bent geen Moebarak,’ hield hij hem voor. ‘Mis deze kans niet om de grootste leider in de Arabische wereld te worden. Geef ze gewoon wat rechten, een beetje waardigheid en je zult voor de rest van je leven worden bemind.’ Maar Bashars koers lag vast. In een tweede toespraak, in juni, vergeleek hij demonstranten met ‘ziektekiemen’. Syrië stond aan de vooravond van een duister hoofdstuk in zijn geschiedenis.

    In februari 2012, een jaar nadat de Arabische Lente was uitgebroken, richtte de Vierde Pantserdivisie van Syrië onder bevel van Maher, de jongere broer van Bashar, haar artillerie op Homs, in het westen van Syrië. Asma’s ouders waren opgegroeid in de stad; nu waren de protesten daar tot een gewapende opstand uitgegroeid. Soldaten liepen over naar de rebellen. In het hele land waren al zo’n zevenduizend burgers omgekomen.

    Sinds het begin van de protesten was Asma nauwelijks in het openbaar verschenen, wat aanleiding gaf tot geruchten. Was ze een gevangene van de omstandigheden of steunde ze de acties van haar man? Misschien was ze wel naar het buitenland gevlucht. Mensen die in de begindagen van de crisis vertrouwelijk met haar spraken, zeggen dat ze strikt vasthield aan de officiële lijn: de opstand was een buitenlandse samenzwering. 

    In theorie had Asma naar Londen kunnen gaan. Er werd haar een veilige doortocht aangeboden. De Britse regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar als Brits staatsburger de toegang tot het land niet kon ontzeggen. Maar ook in Londen was de sfeer weinig uitnodigend. Demonstranten smeerden rode verf op de deur van haar ouderlijk huis in Acton. Queen’s College schrapte haar naam van de lijst eervolle alumni.

    Om sancties te vermijden liet ze haar kapper inkopen doen

    Er werd gefluisterd dat Asma de wijk had genomen. Een toenmalige functionaris van de Syrische ambassade in Londen herinnert zich dat veiligheidsfunctionarissen zich voorbereidden om eind 2011 een VIP te ontvangen. Anderen zeggen dat ze op weg naar de luchthaven van Damascus werd tegengehouden door handlangers van het regime. Maandenlang gaf Asma geen interviews. Vroegere vrienden vonden dat ze er in januari 2012, tijdens een zeldzaam openbaar bezoek aan een pro-regeringsbijeenkomst, uitgemergeld uitzag. Op zeker moment verhuisden zij en haar kinderen naar het zomerpaleis van de familie aan de kust, ver van beschietingen en traangas.

    Nu ze het zonder openbare functie moest stellen, concentreerde Asma zich op een opknapbeurt van haar huis. In het eerste jaar van de opstand plaatste ze een advertentie voor een tuinman en gaf ze 250.000 Britse ponden uit aan meubels. Om sancties te omzeilen stuurde ze haar kapper naar Dubai om boodschappen te doen en gebruikte ze een schuilnaam voor haar bestellingen bij Harrods. Een contact van de Assad-familie in Londen handelde haar verzoeken voor kroonluchters af. Asma’s koopwoede kwam aan het licht aan de hand van duizenden e-mails van Assads intimi, die in 2012 door activisten van de Syrische oppositie naar The Guardian werden gelekt. Ook WikiLeaks deed een duit in het zakje. De berichten wekken de indruk dat Asma in dubio verkeerde.

    In december 2011 had ze een e-mail-uitwisseling met de dochter van de toenmalige emir van Qatar, die een vriendin van haar was totdat de Qatari’s zich achter de Syrische rebellen schaarden. De prinses hield Asma voor dat het ‘niet te laat was om zich te bezinnen en die staat van ontkenning af te schudden’. Asma’s antwoord was opvallend dubbelzinnig: ‘Het leven is niet eerlijk, meisje – maar uiteindelijk is er een realiteit waar we geen van allen omheen kunnen.’ Ze leek te suggereren dat er krachten waren die haar dwongen te blijven.

    De e-mails boden ook een inkijkje in het huwelijk van de Assads. Velen menen dat de verbintenis vooral gericht was op veiligstelling van de belangen beider families. Bashar stond bekend als schuinsmarcheerder. Dat bleek ook uit eveneens gelekte aanhankelijke mails van jonge vrouwelijke assistenten. Toch toonden Bashar en Asma genegenheid voor elkaar. Op 28 december 2011, toen tanks de geboorteplaats van haar familie – Homs – beschoten, schreef Asma haar echtgenoot: ‘Als we samen sterk zijn, komen we dit ook samen te boven … ik hou van je.’ Het is onduidelijk of wat ze ‘te boven moesten komen’, betrekking had op Syrië of op hun huwelijk.

    Een paar dagen later, toen ze haar batta (‘eend’ in het Arabisch, en haar koosnaam voor haar man) mailde, reageerde hij met een hartje. In februari 2012 leek Bashar zich op verdekte wijze te verontschuldigen voor zijn gescharrel door haar een country-and-western liedje te sturen met de tekst: ‘I’ve made a mess of me / The person that I’ve been lately / Ain’t who I wanna be.’ Niet veel later gaf Asma haar eerste officiële verklaring af sinds het begin van de opstand: ‘De president is de president van heel Syrië, niet de leider van een Syrische factie, en de First Lady steunt hem in deze rol.’

    Als men dissidenten mag geloven maakte Asma’s verzoening met haar echtgenoot deel uit van haar pogingen terug te keren in het openbare leven. Voortaan zou ze een volwaardige partner van het staatshoofd zijn. In de zomer van 2012 vluchtte de zus van Bashar, Bushra, naar Dubai nadat haar man was omgekomen bij een bomaanslag. De rebellen eisten de verantwoordelijkheid op, maar ze leken helemaal niet in staat tot een dergelijke actie. Bushra en haar echtgenoot behoorden tot de grootste vertolkers van anti-Asma-sentiment in intieme kring. Velen gingen ervan uit dat de moord een inside job was.

    Zenuwgas

    Het jaar daarop verbeterden de vooruitzichten van Bashar. Hij bracht de opmars van de rebellen tot staan en joeg ze uit hun bolwerk in Homs. Antiregeringstroepen controleerden nog steeds enkele buitenwijken van Damascus en bestookten het stadscentrum met granaten, maar waren niet in staat de Assads omver te werpen.

    Naarmate de oorlog voortduurde, werd Bashar meedogenlozer. Een westerse diplomaat herinnert zich de langzame escalatie van geweld – het gebruik van artillerie tegen burgers, de luchtaanvallen en tenslotte vaatbommen. ‘Ze deden iets één keer, en dan was er verontwaardiging, maar niet zo veel dat er internationale interventie dreigde,’ zei de diplomaat. ‘Dus breidden ze het uit, en werd dat het nieuwe normaal.’

    De internationale veroordeling van de misdaden van Bashar zwol aan, maar de langzame wurging van Syrië in plaats van een grootscheeps offensief zorgde ervoor dat er geen interventie kwam. Op 21 augustus 2013 verschenen er nieuwe beelden van mensen in de door rebellen bezette buitenwijken van Damascus met schuimende bellen bij hun neus en mond en schokkende ledematen. Honderden stierven aan vergiftiging door sarin, een zenuwgas, zo bleek uit een VN-onderzoek. Het was de ergste aanval met chemische wapens sinds de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op het Koerdische stadje Halabja, die aan zo’n vijfduizend mensen het leven kostte. De volgende dag, terwijl de wereld nog bezig was de beelden te verwerken, werd op Facebook een uitgebreide fotoreportage gepubliceerd van officiële activiteiten van de First Lady. Op een foto was zij te zien met haar man, zetelend in een zee van bloemen op een balkon. Het onderschrift luidde: ‘Liefde is een land dat wordt geleid door een leeuw die korte metten maak met samenzweringen, en een First Lady die haar vaderland is toegewijd.’ 

    Nieuwe Asma

    De vernietiging van Syrië in de daaropvolgende jaren valt moeilijk te becijferen. In 2014 benutte de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat de chaos om een zogenaamd kalifaat in Syrië en Irak te stichten. Die vormde een ernstige bedreiging voor de troepen van Bashar, maar verzwakte ook de steun voor zijn oppositie en legitimeerde Iraanse en Russische steun. Hoewel Bashar Aleppo als laatste van de grote steden in 2016 heroverde, bleef hij met bommen gooien: bijna de helft van de Syrische steden kwam in puin te liggen. De VN stopten in 2016 met het tellen van doden: dat waren er al bijna een half miljoen. Ruim 10 miljoen Syriërs werden vluchteling. 

    De nieuwe realiteit van Syrië vereiste een nieuwe Asma. De hakjes, de manicures, de powerjackets en de sieraden verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen platte schoenen, T-shirts en broeken, die haar dunne armen en breekbare gestalte aan het licht brachten. 

    ANP 415356501 2
    Bashar al-Assad en zijn vrouw Asma op bezoek bij soldaten ergens in Syrië in 2020. Op de achterste rij hun kinderen. – © ANP / Abacapress

    In 2018 werd er bij Asma borstkanker vastgesteld. De ziekte weerhield haar er niet van om zorgvuldig toe te zien op haar publieke imago en ervoor te zorgen dat iedereen wist dat ze in Syrië was gebleven voor haar behandeling. Van haar strijd brachten de presidentiële sociale mediakanalen en staatsmedia gedetailleerd verslag uit. Ze werd zelfs gefilmd terwijl ze de operatiekamer in werd gereden. Toen haar haar uitviel werd ze gefotografeerd met chique hoofddoeken die zowel van kwetsbaarheid als kracht getuigden, een onweerstaanbare metafoor voor de strijd van haar man tegen de opstand. ‘Gefeliciteerd met uw overwinning op kanker,’ stak een tv-interviewer van wal. ‘Dank u,’ antwoordde Asma. ‘Ik hoop dat we binnenkort ook de overwinning van Syrië kunnen vieren.’ Nog voor haar volledige herstel toonden regeringsgezinde media hoe Asma deelde in het verdriet van Syrië. 

    Vergezeld van cameraploegen klopte ze op deuren in verarmde bergdorpen, omhelsde de verraste moeders van martelaren en stopte hen wat toe. Ze werkte zo hard aan haar Arabisch dat zelfs Syriërs geen Engels accent meer ontwaarden. Westerse media stond ze niet meer te woord, ze accepteerde alleen nog verzoeken van Russische en lokale zenders. 

    Het inkomen van haar liefdadigheidsinstelling, de Syria Trust, droogde op nadat de EU in 2012 sancties had opgelegd. Nu stroomde er internationale humanitaire hulp binnen om Syriërs te ondersteunen die door de oorlog alles kwijt waren geraakt. Veel van dat geld kwam al snel bij Asma terecht. Voor VN-agentschappen die hulp wilden bieden aan door het regime gecontroleerde gebieden, was de trust een onschatbare gesprekspartner: het Engelssprekende personeel was vertrouwd met internationale regel-geving. Asma kon deuren en checkpoints openen. In 2017 werd er meer VN-geld via de trust gesluisd dan via veruit de meeste andere Syrische organisaties. Zelfs VN-veteranen waren geschokt door de mate waarin hun organisatie zich inliet met Syrische overheidsinstanties. 

    Van 2016 tot en met 2019 ontving de Syria Trust elk jaar steeds méér geld van VN-agentschappen (de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al schonk 6,5 miljoen dollar in de eerste vijf maanden van 2018). De trust telde tegen 2020 bijna vijftienhonderd medewerkers, een vertienvoudiging in tien jaar tijd, en vijfduizend vrijwilligers. Als hoofd van de Syria Trust verwierf Asma meer dan alleen rijkdom. Ze schiep een uitgebreid patronagenetwerk, waartoe ook Syrische krijgsheren behoorden. Naar verluidt betuigden mensen hun dankbaarheid voor haar bescherming en welwillendheid door geldkoffers af te leveren bij organisaties waarmee ze banden had. Asma profiteerde ook nog op directere wijze van de oorlogseconomie. Een bedrijf waaraan ze gelieerd was sleepte een overheidscontract voor het beheer van smartcardbetalingen binnen. Ze lanceerde ook een distributiebedrijf van mobiele telefoons, Emmatel geheten (als kind werd ze Emma genoemd). Het kwam op naam te staan van Khodr Ali Taher, ‘Asma’s façade voor alles’, volgens een zakenman. 

    Syriatel

    Asma is volgens een Europese Assad-lobbyist Bashars ‘belangrijkste economische adviseur’ geworden. In 2019 zetten de Russen hem onder druk om leningen terug te betalen, en verscherpte Amerika de sancties. De Syrische regering had dringend geld nodig en de Assads zochten een doelwit. In de loop van tientallen jaren had Rami Makhlouf, de neef van Bashar, zijn connecties met de heersende familie gebruikt om een zakelijk imperium op te bouwen, met importmonopolies en smokkelroutes. Een van zijn troeven was Syriatel, de belangrijkste gsm-aanbieder. Op papier was Makhlouf een succesvol zakenman, in de praktijk trad hij op als overheidspotentaat. Beweerd werd dat hij met één telefoontje een minister kon ontslaan.

    Sinds Anisa – Bashars moeder – dood was, had Makhlouf zijn beschermer verloren. De Syria Trust nam de liefdadigheidsinstelling over die hij had gebruikt om gunsten te winnen in gebieden waar veel Alawieten wonen. De regering stelde Syriatel onder curatele. De bankrekeningen van Makhlouf werden bevroren en relaties van Asma werden aangesteld in de raden van bestuur van zijn ondernemingen. De fusies en overnames van Asma gaan in hoog tempo door. Het op een na grootste gsm-bedrijf van Syrië is ook onder curatele gesteld; vorige maand werden Asma’s trawanten in het bestuur benoemd. Emmatel heeft nu vestigingen in het hele land, zelfs in gebieden die haar man niet controleert. 

    Vlak na de gifgasaanval zitten ze samen in een bloemenzee op een balkon

    Hoe het ook zij: Asma kan niet meer worden verweten dat ze niet begrijpt hoe Syrië werkt. In het naoorlogse Syrië heeft Asma de touwtjes in handen*. In Homs zijn portretten van haar te zien die hele woonblokken beslaan. Ministers hebben ervoor gekozen haar beeltenis naast die van Bashar in hun kantoren te tonen. Zo ver had nog geen enkele Syrische First Lady het geschopt. Nu Makhlouf op een zijspoor is gezet en de zus en moeder van Bashar er niet meer zijn, heeft Asma nog maar weinig rivalen van enige statuur in intieme kring. Veel van haar naaste adviseurs vervullen topfuncties in het kantoor van de president.

    Zowel in Damascus als in buitenlandse hoofdsteden speculeren Syriërs er openlijk over of ze het hoogste ambt nastreeft. Als de positie van Bashar onhoudbaar wordt, zou een presidentschap van Asma dan een zoethoudertje kunnen zijn voor de soennitische meerderheid? ‘Bashar en Asma denken er allebei over na,’ zegt een voormalige Syrische diplomaat. ‘Ze zou dolgraag president willen worden en beiden beschouwen het als een revolutionaire oplossing om het regime te redden.’

    Ooit zou Groot-Brittannië Asma’s ambities wellicht hebben gesteund, en haar dankbaar hebben toegevoegd aan de reeks leiders uit het Midden-Oosten met Britse banden. Hoewel de Britse regering de Assads luidkeels heeft aangeklaagd, is het staatsburgerschap van Asma nooit ingetrokken – in tegenstelling tot dat van Shamima Begum, die in 2015 als tiener vanuit Oost-Londen naar Syrië reisde om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Alawitische hardliners zien waarschijnlijk niets in Asma’s presidentschap. Ze is sterker, maar ook kwetsbaarder dan ooit. Alleen al praten over presidentiële ambities kan gevaarlijk voor haar zijn. De jacht op de hoogste prijs zou het meisje uit West-Londen wel eens de kop kunnen kosten. ‘Ik maak me zorgen om haar,’ zegt vriend van de familie Wafic Said. Maar Asma weet al heel lang dat er geen weg terug meer is. 

  • Dit Nigeriaanse dorp daagde Shell voor de rechter en won

    Dit Nigeriaanse dorp daagde Shell voor de rechter en won

    De wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria is een schrijnend voorbeeld van de straffeloosheid van multinationals. Boosdoener Shell achtte zich niet verantwoordelijk voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. Maar het Britse hooggerechtshof oordeelde anders.

    Op 12 februari 2021 oordeelde het Britse hooggerechtshof dat de Brits-Nederlandse oliegigant Shell voor de Engelse rechter kan worden gedaagd door twee Nigeriaanse gemeenschappen die decennialang ernstige schade hebben geleden door olievervuiling. De uitspraak is een mijlpaal in de strijd voor de verantwoordingsplicht van multinationals. Het hooggerechtshof heeft nu, zowel in de zaak Okpabi versus Shell als in zijn eerdere uitspraak in 2019 in de zaak Lungowe versus Vedanta, unaniem bepaald dat moedermaatschappijen juridisch aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die door hun buitenlandse dochters is aangericht. Het vergde jaren van procederen om tot dit punt te komen.

    Klimaatzaak tegen Shell

    Een rechtbank in Den Haag heeft op woensdag 26 mei Royal Dutch Shell bevolen om haar wereldwijde CO2-uitstoot tegen eind 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019, in een baanbrekende zaak die was aangespannen door Milieudefensie en meer dan 17.000 mede-eisers.

    Het duurzaamheidsbeleid van de oliegigant werd door de Nederlandse rechtbank onvoldoende ‘concreet’ bevonden in een ongekende uitspraak, die verstrekkende gevolgen zal hebben voor de energie-industrie en andere vervuilende multinationals, schrijft The Guardian.

    Shell, dat zegt tegen het vonnis in beroep te zullen gaan, was volgens de Carbon Majors-database in de periode 1988-2015 de negende grootste vervuiler ter wereld, aldus het Britse dagblad.

    De zaak-Okpabi was een vijf jaar durend juridisch gevecht waarin Shell aanvoerde dat zij in het Verenigd Koninkrijk niet wettelijk verantwoordelijk kon worden gehouden voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. De meer dan tien jaar durende parallelle rechtszaak in Nederland culmineerde in de recente uitspraak van het Nederlandse gerechtshof dat Shell aansprakelijk stelde voor de geleden olieschade door twee gemeenschappen. Deze vonnissen hebben een juridisch kader voor de toekomst geschapen en de weg vrijgemaakt voor andere internationale mensenrechten- en milieuzaken in Britse rechtbanken tegen bedrijven die zich schuldig maken aan wangedrag. Voor gemeenschappen over de hele wereld die machteloos stonden tegenover multinationals gloort er na deze uitspraken nieuwe hoop. 

    Zuigelingen in de Nigerdelta hebben tweemaal zoveel kans om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont

    Weinig situaties illustreren het huidige probleem van de straffeloosheid van multinationals zo duidelijk als de wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria. Deskundigen schatten dat de bewoners van de Nigerdelta de afgelopen vijftig jaar jaarlijks te maken hebben gehad met olielekkages die vergelijkbaar zijn met de door Exxon Valdez veroorzaakte milieuramp in Alaska: gemiddeld zo’n 240.000 vaten per jaar. Achter deze statistieken gaat een menselijke tragedie van ongekende proporties schuil. De vervuiling leidt tot ernstige gezondheidsproblemen en een verhoogd sterftecijfer onder de lokale bevolking. 

    Uit een recente studie van de universiteit van St. Gallen in Zwitserland blijkt dat zuigelingen in de Nigerdelta tweemaal zoveel kans hebben om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont. Dit komt neer op een schandalig aantal van elfduizend vroegtijdige sterfgevallen per jaar. De situatie is bijzonder schrijnend in Ogoniland, van waaruit Ken Saro-Wiwa begin jaren negentig strijd voerde tegen Shell.

    In 2011 meldde de milieuorganisatie van de Verenigde Naties (UNEP) in haar rapport over Ogoniland dat de bevolking dagelijks is blootgesteld aan ernstige olievervuiling, die heeft geleid tot verontreinigde lucht, landbouwgrond en waterbronnen. Volgens de bevindingen van UNEP was de volksgezondheid ernstig in gevaar. Kort na publicatie van het rapport werden er borden rond de getroffen gebieden geplaatst, waarop duidelijk werd gemaakt dat het drinkwater ongeschikt was voor menselijke consumptie en dat grote delen van het land en de waterwegen onveilig waren.

    Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken?

    UNEP drong aan op ‘’s werelds grootste schoonmaakoperatie in de geschiedenis’. Het is schokkend om te zien dat het gebied tien jaar na dato nog altijd zwaar is vervuild, dat schoonmaak nooit heeft plaatsgevonden en dat de bewoners nog altijd water drinken uit verontreinigde putten. De indertijd geplaatste waarschuwingsborden zijn inmiddels verroest en nauwelijks leesbaar. 

    Zwakke regelgeving

    Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken? Kort gezegd biedt de zwakke regelgeving ruimte aan inhalige bedrijven die geen geld willen investeren in hun infrastructuur en hun olievervuiling weigeren op te ruimen, waardoor honderden gemeenschappen met pijpleidingen van oliereuzen op hun land al tientallen jaren zwaar verontreinigd achterblijven – zonder dat de vervuiling wordt opgeruimd en zonder enige compensatie. Aangezien de kans op een eerlijk proces in Nigeria nihil is, wenden steeds meer gemeenschappen zich tot westerse rechters om de moederbedrijven die de vruchten plukken van de Nigeriaanse oliewinning ter verantwoording te roepen.

    GettyImages 549417989
    Het is schokkend om te zien dat het gebied tien jaar na dato nog altijd zwaar is vervuild, dat schoonmaak nooit heeft plaatsgevonden en dat de bewoners nog altijd water drinken uit verontreinigde putten. – © Markus Matzel / Getty

    De Ogale- en Bille-gemeenschap, zo’n 50.000 boeren en vissers die schade hebben geleden door decennialange olievervuiling, namen in 2016 het Britse advocatenkantoor Leigh Day in de arm om Shell voor de rechter te dagen en het opruimen van de verontreiniging en schadevergoeding te eisen. De dorpsgemeenschappen betoogden dat Shell de supervisie en de zeggenschap had over Shell Nigeria en dat het moederbedrijf daarom direct aansprakelijk was voor de tekortkomingen van haar dochters. In reactie daarop stelde Shell dat de band tussen moeder en dochter zo los is dat ze nauwelijks meer is dan een aandeelhouder.

    Het olieconcern trachtte de rechters ervan te overtuigen dat de moedermaatschappij niet aan de touwtjes trok in Nigeria en dat Shell Nigeria werd aangestuurd door andere onderdelen van Shell, niet door de moedermaatschappij zelf. Tegelijkertijd weigerde Shell interne stukken te overhandigen die licht zouden werpen op de werkelijke relatie tussen het moederbedrijf en haar dochter. 

    Aansprakelijkheid

    De Britse lagere hoven – het gerechtshof en het hof van beroep – hadden zich door de argumenten van Shell laten overtuigen en verwierpen de zaak al in het stadium waarin de rechterlijke bevoegdheid werd bepaald. Het hof van beroep oordeelde dat de eisende partij duidelijk bewijs van ‘operationele controle’ moest leveren, wat natuurlijk onmogelijk was zonder toegang tot interne bedrijfsdocumenten. Het hof stelde tevens dat de mondiale beleidskaders die van moederbedrijven naar beneden worden doorgegeven in principe nooit aanleiding kunnen geven tot wettelijke aansprakelijkheid.

    Het Britse hooggerechtshof was het hier in februari niet mee eens. Het stelde het hof van beroep unaniem in het ongelijk en oordeelde dat er een goed verdedigbare zaak tegen Shell bestond. De rechters oordeelden dat de lagere rechtbanken te snel hadden gehandeld door een soort miniproces te voeren, nog voordat er stukken openbaar waren gemaakt en getuigenverklaringen waren gehoord. Bovendien hadden ze geen rekening gehouden met het ‘evidente belang’ van interne documenten die licht zouden kunnen werpen op de ware aard van de relatie tussen de moeder- en dochterbedrijven. Belangrijk is ook dat het hooggerechtshof de beperkte definitie van de aansprakelijkheid van het moederbedrijf waar het hof van beroep van uitging, heeft verworpen.

    Een moedermaatschappij is niet alleen aansprakelijk wanneer er een ‘zeggenschapsrelatie’ bestaat maar ook wanneer sprake is van supervisie, advies of andere vormen van bemoeienis die niet direct als zeggenschap kunnen worden aangemerkt. Daaronder zouden ook mondiale beleidskaders vallen, die door eventuele tekortkomingen schade kunnen veroorzaken. Opmerkelijk is dat het hooggerechtshof oordeelde dat ook publieke toezeggingen van een moederbedrijf als wettelijke verplichting kunnen worden afgedwongen wanneer het bedrijf ze niet inlost. Het lijkt erop dat het hooggerechtshof van multinationals verwacht dat zij hun verplichtingen nakomen. 

    Natuurlijk is de Nigerdelta slechts één voorbeeld van het veel grotere probleem van de onaantastbare positie van multinationals in ontwikkelingslanden. De uitspraak van het Britse hooggerechtshof zal verstrekkende gevolgen hebben voor de verantwoordingsplicht van bedrijven, en gemarginaliseerde gemeenschappen over de hele wereld zullen er in de rechtbank een beroep op doen. Deze ontwikkeling wordt nog versterkt door belangrijke wetgevingsinitiatieven in de EU om bedrijven te verplichten mensenrechten te respecteren en onderzoek te doen naar eventuele schendingen daarvan bij hun dochterondernemingen en in hun toeleveringsketen.

    Het tijdperk van de straffeloosheid van multinationals loopt ten einde. Voor de getroffen gemeenschappen over de hele wereld is dat natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar tevens iets wat al lang geleden had moeten gebeuren.

  • Florin Bădiță: ‘Maatschappelijke verandering is een marathon, geen sprint’

    Florin Bădiță: ‘Maatschappelijke verandering is een marathon, geen sprint’

    Hij zorgde ervoor dat premier Victor Ponta aftrad, wat hem de titel Europese Persoonlijkheid van het Jaar opleverde. Volgens de Roemeense Bădiță is de wereld veranderen geen rocketscience. De eerste in onze reeks inspirerende persoonlijkheden.

    Doe je het door middel van kunst, technologie of woorden? Ga je protesteren op straat? Van Florin Bădiță hoef je niet te kiezen. Florin, zelfbenoemd probleemoplosser, is een man met veel petten, maar zijn inspanningen leiden allemaal tot één doel: Roemenië een betere plek maken.

    Hij legt zijn aanpak uit met een voorbeeld: ‘De activist in mij wilde gegevens verzamelen over de uitgaven aan kerstversiering in alle steden in Roemenië. De nerd in mij verzamelde e-mailadressen uit alle steden en stuurde 326 verzoeken voor het vrijgeven van informatie en schreef een programma waarin ik kon bijhouden wie er antwoordde en wanneer. De kunstenaar in mij wilde zelf de gegevens presenteren zodat mensen de resultaten gevisualiseerd konden zien.’

    Protest against corruption Bucharest 2017 Piata Universitatii 5 1
    Protesten in Boekarest tegen corruptie. Op woensdag 4 november 2015 trad premier Victor Ponta af na aanhoudende protesten in de nasleep van een grote brand op 30 oktober in een nachtclub, met tientallen dodelijke slachtoffers.

    Een van Florins meest beruchte projecten – die hem de titel ‘Europese Persoonlijkheid van het Jaar’ opleverden en een plaats op de lijst Forbes Europa onder 30 – is Corruption Kills, dat hij begon nadat een brand een nachtclub in Boekarest had verwoest. De brand doodde 64 mensen en leidde tot massale anticorruptieprotesten, die premier Victor Ponta uiteindelijk dwongen af ​​te treden.

    ‘Het doel van de beweging was om mensen te informeren over het gevaar van corruptie en hoe het invloed op iedereen kan hebben,’ zegt Florin. De Corruption Kills-Facebookpagina heeft nu 126.000 likes en wordt regelmatig bijgewerkt met nieuws over corruptie in Roemenië.

    Ieder een deel

    Op het moment is Florin betrokken bij een aantal verschillende projecten, waaronder Activist House, een openbare ruimte waar trainingen worden gegeven en debatten en campagnes worden georganiseerd; Civic TV, een opkomend multimediaplatform dat burgerinitiatieven uitzendt; Civistarterraken, een incubator die jongeren helpt met maatschappelijke vraagstukken; en tot slot de European Activists Conference, een evenement voor activisten uit de hele EU en aangrenzende regio’s, met als streven een betere toekomst voor Europa.

    10 August Protest against corruption Bucharest 2018 Victory Square 3 1

    Ontdek wie u vertegenwoordigt in het Europees Parlement en ga deze persoon ontmoeten, of stuur hem in ieder geval een e-mail

    Wat kunnen we doen om meer betrokken te zijn bij zowel lokale als Europese kwesties die ons dagelijks leven beïnvloeden? Volgens Florin is het geen rocketscience. Maatschappelijke verandering is een marathon, geen sprint. ‘Ga stemmen! Informeer jezelf over de mogelijkheden die je hebt,’ zegt hij enthousiast. ‘Ieder van ons moet een deel op zich nemen. Kijk bijvoorbeeld wie u vertegenwoordigt in het Europees Parlement en ga deze persoon ontmoeten, of stuur hem in ieder geval een e-mail.’

    Protest against corruption Bucharest 2017 Arcul de Triumf 2 1

    En wat als je nog meer wilt doen? ‘Doneer je tijd, expertise of geld aan de mensen die het werk doen,’ adviseert hij. ‘Stuur een bericht met de vraag: “Hé, hoe kan ik helpen?”’

    Een laatste tip: ‘Onthoud dat leren een levenslang proces is, dus blijf jezelf altijd verbeteren.’

  • De wedergeboorte van de taliban

    De wedergeboorte van de taliban

    Ze worden gevreesd – en vereerd. In Afghanistan staan ze op het punt de macht weer over te nemen. Verslaggevers van Die Zeit reisden met toestemming van lokale leiders dagenlang door het land van de taliban. 

    De 9e editie van de European Press Prize

    Voor de vijfde keer op rij maakte 360 een selectie uit de shortlist van European Press Prize.
    Dit verhaal uit Die Zeit is een van de vijf genomineerden voor de Distinguished Reporting Award.

    De European Press Prize werd in 2013 opgericht vanuit de overtuiging ‘dat journalistiek een van de grote verbinders is in een Europa dat leert en groeit dankzij de verhalen van verslaggevers’. Dit jaar was er een recordaantal inzendingen, met meer dan duizend deel-nemers uit bijna alle 47 landen van de Raad van Europa en ook daarbuiten. Journalisten uit achttien verschillende landen – van Spanje tot Wit-Rusland, van Denemarken tot Griekenland – zijn geselecteerd voor de shortlist.

    De finalisten kozen belangrijke Europese thema’s, waaronder de gevolgen van de pandemie; de Black Lives Matter-beweging; migratie en mensenhandel; vrouwenrechten in de sport en vele andere.

    Onze selectie uit deze shortlistverhalen leest u de komende weken op onze site. Voor het magazine kozen wij dit uitzonderlijke verhaal, voorzien van uitzonderlijk mooi beeld, over degenen die vochten tegen het machtigste leger ter wereld en een land creëerden dat officieel niet op de kaart staat: het land van de taliban.

    Op 3 juni is bekendgemaakt dat ‘Love in the time of plague’ van Janusz Schwertner, gepubliceerd door de Poolse Nieuwssite Onet, de winnaar is geworden van de Distinguished Reporting Award.

    Kijk voor meer informatie op europeanpressprize.com.

    De keuze van art director Majel van der Meulen

    ‘Het indrukwekkendste stuk van dit jaar vond ik “De wedergeboorte van de taliban”, waarin twee Die Zeit-redacteuren reizen door talibangebied in de periode dat Afghanistan nog niet volledig in handen was gevallen van de islamistische rebellen. Het geeft een verrassend eerlijke inkijk in de wereld van theehuizen, madrassa’s en shariarechtbanken.’

    Dit artikel, door European Press Prize genomineerd voor de Distinguished Reporting Award, had in ons juninummer nog de ondertitel “Een reis door een land dat officieel niet bestaat”, maar sinds de machtsovername is die inmiddels achterhaald.’

    Het eerste contact. Een stem uit de telefoon. De speaker kraakt. De stem klinkt gedecideerd, maar ook jong, kwetsbaar bijna. Onderweg geeft de stem ons de laatste aanwijzingen. Vier uur rijden van Kaboel, de provincie Ghazni, midden in Afghanistan. Op de grote weg zijn we langs de ruïnes van verwoeste legerbases gekomen, langs wrakken van uitgebrande militaire voertuigen. Op hele stukken van de weg zit elke honderd meter een diepe krater. Dan zegt de stem dat we moeten afslaan, ze loodst ons steeds verder van de grote weg, steeds verder het land in, waar nauwelijks wegen zijn, alleen geitenpaadjes. De wielen van de Toyota slippen in het zand, dan komt de auto weer op de rotsige bodem terecht. Even later, na de laatste post van de regeringssoldaten, ligt op een heuvel een vesting waar de Afghaanse vlag wappert. Dan valt de verbinding weg.

    ‘Is dit wel de goede plek?’ vraagt onze chauffeur even later. Op een dorpsplein staan we gespannen te wachten, het plein is leeg, het dorp lijkt verlaten. De chauffeur kijkt op de telefoon, nog steeds geen verbinding. De plaats waar we elkaar zouden ontmoeten is het eerste dorp voorbij de grens van het regeringsgebied. Een paar armzalige lemen hutten. Al jaren geleden zijn de mensen hier uit angst gevlucht. Niemandsland. ‘Ik weet niet of we hier wel goed zijn,’ zegt de chauffeur nog een keer. Net als we overwegen om terug te keren verschijnen er opeens zeven gewapende mannen op het plein. ‘Vrede zij met u,’ zegt degene met de jongensachtige stem, die we al kennen van de telefoon.

    Hij glimlacht, maar zijn lachje verdwijnt snel weer. Nisar, stelt hij zich voor, een naam waarvan hij weet dat wij weten dat het niet zijn echte naam is. Hij zal ons de komende dagen begeleiden. Wij, verslaggevers van Die Zeit, hebben maanden aan de voorbereiding van deze reis gewerkt. Toch zijn we nerveus. We begeven ons in handen van degenen van wie we tot nu toe vreesden dat ze ons zouden kunnen ontvoeren.

    Om veiligheidsredenen blijven westerse journalisten tot nu hoogstens een paar uur achtereen bij de taliban. Wij zijn de eersten in jaren die zich een paar dagen lang aan hen toevertrouwen. We willen een reportage maken over de mannen die het machtigste land ter wereld militair murw hebben gemaakt en die een land hebben gecreëerd dat officieel op geen enkele kaart staat, het land van de taliban. Veel mensen vrezen de taliban. Toch worden ze ook bewonderd, mensen laten zich voor hen de dood in jagen, laten zich voor de beweging folteren en opsluiten. De taliban, de hoop voor velen.

    Restanten

    De religieuze strijders controleren in de herfst van 2020 weer 80 procent van Afghanistan. De regering van president Ashraf Ghani is teruggedreven naar de provinciecentra en de hoofdstad Kaboel. De restanten van een staat die steeds verder krimpt. De taliban staan al in de buitenwijken van Kaboel. De vluchtelingen die de laatste jaren hun toevlucht in de hoofdstad hebben gezocht, moeten het met steeds minder ruimte doen. Na twee decennia trekken de Amerikanen binnenkort hun troepen terug. De corruptie onder de autoriteiten neemt hand over hand toe. Iedereen probeert voor hij in ballingschap gaat zoveel mogelijk geld naar het buitenland te brengen. Een staatsapparaat kort voor de algehele instorting. Gevreesd wordt dat binnenkort de eerste legereenheden zullen overlopen. In Doha onderhandelen delegaties van de regering en de taliban al sinds midden september over een wapenstilstand; of, zoals veel mensen denken, over een capitulatie.

    De jonge talib Nisar, in het zwart gekleed, zwarte tulband, met een kalasjnikov over zijn schouder, rijdt op een motor voor ons uit. De weg voert naar het gebergte, wordt steeds steiler, we passeren de laatste groene velden, om ons heen alleen nog naakte witte rotsen. De weg, voor zover er van een weg sprake is, is smal, uitgehouwen in de rotswand. Aan de andere kant een afgrond. De stenen die door de wielen worden losgeslagen, vallen honderden meters omlaag. Bij elke haarspeldbocht wacht Nisar ons op, een tenger silhouet in het zwart, bocht na bocht, tot aan de pas op bijna 3000 meter hoogte.

    Tot vlak voor ons vertrek dreigden de afspraken met de taliban te mislukken. Contact opnemen is riskant. Het wederzijds wantrouwen is groot. Enkele journalisten die dachten op het woord van een talibancommandant te kunnen vertrouwen, zijn ontvoerd. Als we het gebied verlaten waar de regering aan de macht is, voelt dat als volledig controleverlies. Alsof je vanuit een ruimteschip de gewichtloosheid van het heelal in zweeft. Onze enige garantie dat we niet in deze steenwoestijn verloren zullen gaan, is een gesproken WhatsAppbericht. Onze reddingslijn: een andere stem, een oudere nu. De stem van de woordvoerder van de hoogste taliban. Een audioberichtje als vrijgeleide.

    De mannen die meestal westerlingen als wij ontvoeren, moeten ons nu beschermen. Dat hopen we tenminste. Rond het middaguur bereiken we de vallei aan de andere kant van het bergmassief. Hier zijn de taliban al bijna tien jaar ongehinderd aan de macht. Het district heet Rashidan en is betrekkelijk klein, maar strategisch belangrijk omdat het grenst aan Ghazni, de hoofdstad van de provincie. Ingebed in de groene strook akkers en bosjes langs de rivier ligt een tiental dorpen. Verder alleen schrale grond, stof en stenen. Nisar wil ons naar het districtscentrum brengen in het dorp Hussein Chel. Hier bevindt zich ook de markt, waar de sporen van de oorlog nog duidelijk zichtbaar zijn. De scholieren van de middelbare school waar Nisar stopt, kijken nieuwsgierig uit het raam. Voor de ingang worden we opgewacht door een gesloten front van twintig mannen met zwarte tulbanden.

    ‘Hartelijk welkom in de Islamitische Emiraten,’ zegt Mawlawi Nasrat, de talibancommandant van Rashidan. Hij geeft een slap handje, naar Afghaans gebruik omhelst hij ons, maar aarzelend. ‘De Amerikanen en u, hun bondgenoten, hebben ons land aangevallen,’ zegt hij. ‘Wij hebben ons land alleen verdedigd. U hebt ons deze oorlog opgedrongen.’ Nasrat vraagt ons binnen te komen. De taliban en wij gaan in de lerarenkamer op de grond zitten. Ze hebben nooit eerder westerse journalisten ontmoet. Sommigen kijken ons vol haat aan, de meesten zijn, zo te zien, nieuwsgierig.

    Het leek alsof de taliban het verscheurde land na vijfentwintig jaar oorlog vrede konden brengen

    In de kamer hebben zich leden van de Provinciale Raad, rechters van verschillende rechtbanken en een paar afgevaardigden van de zedenpolitie verzameld, die in de dorpen de islamitische kledingvoorschriften en de lengte van de baarden controleert. Verder zijn de gevolmachtigde voor het onderwijs, die toezicht houdt op de scholen, en een belastingontvanger aanwezig. Een doorsnee van het ambtelijk apparaat dat de taliban de afgelopen jaren ontwikkeld heeft. De regering in Kaboel is hier in Rashidan allang geschiedenis. ‘Kijk eens rond in ons district!’ zegt Nasrat, de commandant, begin dertig. ‘Praat met de mensen. Ze zijn gelukkig, omdat wij ons aan de Koran en de sharia houden. De regering in Kaboel die door jullie buitenlanders is neergezet, is een corrupte bende. Ze is moreel verdorven. Bij ons bestaat geen corruptie. Wij zijn hier om Allah te dienen en de problemen van de mensen op te lossen.’

    Met de taliban had niemand in Afghanistan meer rekening gehouden. Ze waren verpletterend verslagen. Het leger van de Verenigde Staten had ze na de aanslagen in New York van 2001 in een paar weken tijd naar de vergetelheid gebombardeerd. Naar schatting twintig procent van alle talibanstrijders zijn toen om het leven gekomen. De rest vluchtte naar Pakistan of dook onder. Om te voorkomen dat Afghanistan opnieuw door radicale groeperingen zou worden overheerst, heeft de wereldgemeenschap daarna een enorme operatie op touw gezet. Vijftig landen hebben soldaten en ontwikkelingswerkers gestuurd. Alleen al de VS hebben 1000 miljard dollar geïnvesteerd. In Afghanistan moest worden bewezen dat het mogelijk is de situatie in een land ten goede te keren en er het kwaad uit te roeien. Het kwaad, dat zijn de taliban.

    Hun oorsprong is duister. Hun oprichter, moellah Mohammed Omar, die in de jaren tachtig tijdens de oorlog tegen de Russen een oog verloor, is een mythisch figuur. Tot zijn dood in 2013 bestond van hem maar één enkele foto. Na de ineenstorting van het communistische regime in 1992 was hij leraar in een moskee in de buurt van Kandahar. Het land was in handen van honderden warlords en hun strijders, de moedjahedien, en georganiseerd in tientallen verschillende, elkaar bestrijdende allianties. Het waren de bloedigste jaren van de burgeroorlog. Afghanistan verzonk in anarchie. Begin 1994 ontvoerde een plaatselijke warlord twee meisjes, liet hun hoofd kaalscheren en hield hen vast in zijn legerbasis, waar ze werden verkracht. Omar riep dertig leerlingen van zijn Koranschool bij elkaar, ‘taliban’  –  talib, meervoud taliban, betekent gewoon ‘leerling’. Ze bewapenden zich met zestien geweren, trokken naar het huis van de warlord, bevrijdden de meisjes en knoopten de warlord op aan de loop van een tank.

    De geschiedenis van de taliban, die de wereld later zou leren kennen als de groepering die de vrouwen in het land onderdrukte, begon met de bevrijding van twee vrouwen. Daarna zochten steeds meer mensen moellah Omar op om zijn hulp in te roepen bij overvallen van de warlords. Leerlingen van andere Koranscholen sloten zich bij hem aan. Maanden later controleerden ze hele provincies en aan het eind van het jaar had moellah Omar twaalfduizend aanhangers. Al snel noemde hij zichzelf Almir-al Mu’min: leider der gelovigen. Spoedig stroomde ook het geld binnen. Fracties van de moedjahedien gaven hem geld in de hoop de taliban ook tegen hun tegenstanders te kunnen inzetten. Pakistan, dat de moedjahedien steunde in hun strijd tegen de Russen, gaf geld om hen beter te kunnen controleren. De taliban begonnen in Afghanistan als verlossers. Het leek alsof zij het verscheurde land na 25 jaar oorlog vrede konden brengen. Maar ze brachten alleen nog meer bloedige strijd. Al meer dan 42 jaar is er in Afghanistan geen vrede.

    ‘We hebben van de fouten in het verleden geleerd,’ zegt Nasrat, de commandant van Rashidan. ‘Vroeger zouden ze na de verovering van een district een van de strijders tot gouverneur hebben benoemd. Die wisten niet hoe ze met de bevolking moesten omgaan,’ zegt hij. ‘Dat is nu anders, we hebben allerlei deskundigen.’ Hij kijkt steeds ongemakkelijk in de richting van Nisar, die naast hem is gaan zitten. De jonge talib die ons heeft opgehaald, is door de shura, de centrale raad van de taliban in Pakistan, afgevaardigd om ons te begeleiden. Hij heeft kohl om zijn ogen, wat hem volgens de Pasjtoense cultuur tegen het boze oog beschermt. Hij is pas drieëntwintig en heeft nog geen volle baard. Nasrat, een kop groter en tien jaar ouder, heeft ruwe handen en is gewend aan zwaar werk, een boer die revolutionair is geworden. ‘We hebben zoveel deskundigen dat we heel Afghanistan kunnen besturen,’ zegt Nasrat, de commandant. ‘We weten nu hoe dat moet.’

    ‘Vertel hun,’ spoort Nisar hem aan, ‘dat we beter naar de bevolking luisteren.’ ‘We luisteren nu beter naar wat de mensen willen,’ zegt Nasrat. ‘Wat dacht je ervan,’ stelt Nisar voor, ‘als je zegt dat er vrede zal komen als alle buitenlandse troepen zijn vertrokken?’ Nisar zegt openlijk voor wat Nasrat moet zeggen. Hij is van de media-afdeling van de taliban. In de meeste provincies runnen ze een radiozender, geven ze kranten uit en opereren ze op socialemediaplatforms. Mannen als Nisar vormen de jonge elite van de taliban. Technologisch zijn ze vaardiger, en ze maken filmpjes van jonge zelfmoordaanslagplegers voordat die zich in een mensenmenigte opblazen.

    Het symbool van hun overwinning ligt op een hooggelegen plek van waar je uitkijkt over het dorp. Nasrat en Nisar verlaten de school en lopen over de markt. Officieel is die van de regering, maar de handelaars betalen hun marktgeld allang aan de taliban. Er zijn drie apotheken, verscheidene werkplaatsen waar vooral de motoren van de taliban worden onderhouden, levensmiddelenwinkels en een paar kleermakers. Van de 250 winkels zijn er vijftig geopend. Er zijn maar weinig mannen die het zonder volle baard durven te stellen en maar een enkeling draagt geen tulband. De nieuwe dresscode van de taliban is eigenlijk de oude. De baard niet langer en niet korter dan een handbreedte, net zoals de profeet hem droeg. Handelaars en klanten kijken ons na. Ze weten niet of we gijzelaars of gasten zijn.

    Dan staan we voor de aarden wal van het districtshoofdkwartier, een vesting hoog boven het dal. ‘Dit was mijn grootste overwinning,’ zegt Nasrat, terwijl hij door de poort loopt. Er is alleen een ruïne overgebleven. Op de binnenplaats groeit gras. De muur is op enkele plaatsen ingestort, de twee hoofdgebouwen zijn opgeblazen. Acht jaar geleden bestormde de groep van Nasrat de basis, waarbij ze drie tanks hebben vernietigd en 46 politieagenten gedood. De sporen van hun laatste wanhoop: de ramen van de gebouwen zijn met leem dichtgesmeerd, de ingestorte muren versterkt met zand. ‘Moet je zien hoe ze hun gevangenen behandelden,’ zegt Nasrat terwijl hij ons op de binnenplaats een betonnen gat in de grond aanwijst. Daar beneden lieten de agenten verdachte dorpelingen creperen. ‘In strijd met de mensenrechten,’ zegt Nasrat, maar hij verzwijgt dat ook de taliban hun gevangenen in holen en koeienstallen opsluiten. De overwinnaar bepaalt hoe je het verleden interpreteert. Op het dak wappert de vlag van de taliban, wit met in het zwart het opschrift ‘Er is geen God naast Allah, en Mohammed is zijn Profeet’.

    Altijd haast

    Slechts één vertrek is intact gebleven. Een kale kamer met matten van boombast op de grond. ‘Dit is tegenwoordig ons hoofdkwartier,’ zegt Nasrat. Maar dat is niet juist. Uit angst voor drone-aanvallen houden de taliban zich maar zelden lang in hetzelfde gebouw op. Op onze reis is dat niet anders. De bijeenkomsten zijn kort. Ze hebben altijd haast. Ze arriveren op een tiental motoren, alleen Nasrat als commandant heeft een auto, dan gaat de groep weer uiteen en rijdt iedereen een andere kant op, zonder af te spreken waar en wanneer precies we elkaar weer zien. ’s Nachts worden we alleen gelaten. Niemand die ons bewaakt. Desondanks, dat weten we zeker, wordt Nasrat over al onze bewegingen geïnformeerd. ’s Nachts is het in het dal aardedonker. De dichtstbijzijnde openbare stroomvoorziening is in de hoofdstad van de provincie Ghazni, 88 kilometer verder. Onze eerste gastheer, die iets welvarender is dan zijn buren, heeft als enige stroombron een auto-accu, die hij oplaadt met een zonnepaneel op zijn dak. Er kunnen twee gloeilampen tegelijk op branden.

    In de beschutting van de avond praten we met inwoners van de dorpen. Om hen niet in gevaar te brengen, ontmoeten we andere na deze reis in de veiligheid van Kaboel. Wat we willen weten is: hoe is het leven onder de nieuwe taliban echt?

    Een man van rond de veertig, goed opgeleid, geboren in Rashidan:

    ‘De eerste jaren na de val van de regering van de taliban dacht niemand dat er opnieuw oorlog zou komen. We waren optimistisch. Iedereen was zo moe, zelfs onze plaatselijke taliban waren moe. Ze waren teruggekeerd naar hun gezinnen en weer boer geworden. Ze vochten niet tegen de regering. In het begin waren de taliban ook niet tegen de internationale hulporganisaties, die bij ons in het dal bruggen en irrigatiekanalen aanlegden. Maar nu zijn ze bijna allemaal tegen de regering. De regering heeft het geweld weer onder ons gebracht. Ze zijn naar ons dal gekomen om op voormalige taliban te jagen. Daarna kwamen de buitenlanders, ’s avonds met hun helikopters, en haalden de mensen uit hun eigen huis. Ze hebben veel onschuldigen opgepakt.’

    ‘De regering en de buitenlanders luisterden alleen naar commandant Chalil. In de jaren negentig was hij hier als warlord aan de macht, tot hij moest vluchten voor de taliban. Nu kwam hij terug met de Amerikanen. Chalil is geen goed mens, dat was hij vroeger niet en dat is hij nog steeds niet. Hij heeft heel veel land gestolen. Hij hoefde iemand er maar van te beschuldigen dat hij bij de taliban had gezeten of diegene moest met zijn hele gezin vluchten, waarna Chalil zijn land inpikte. In een van de dorpen wilde hij zoveel land stelen dat de inwoners naar de wapens grepen om zich tegen de dief te verdedigen. Daarbij zijn vijftien mensen omgekomen. De regering heeft niet de dief gearresteerd, maar de mensen die zich tegen hem verdedigden. Daarom zijn de meeste mensen hier voor de taliban. De regering heeft ons hulporganisaties gestuurd, maar met Chalil hebben ze ons van ons land beroofd.’

    De wedergeboorte van de taliban verliep bijna overal volgens hetzelfde patroon. Het Westen bracht de oude, door de bevolking vaak gehate warlords terug. Mannen die hun hele leven niets anders hadden gedaan dan vechten, die verruwd waren door tientallen jaren oorlog met bij elkaar anderhalf miljoen doden. Ze waren de steunpilaren van de nieuwe regering van Hamid Karzai, die door het Westen met miljarden dollars werd gesteund. Terwijl de warlords in de provincies de macht overnamen, bleef de centrale regering te zwak om hen te controleren. De warlords lieten zich in het parlement kiezen, kochten politieke benoemingen, werden gouverneur, minister of generaal in het nieuwe leger. Hun zoons richtten ondernemingen op en kregen lucratieve opdrachten van het Amerikaanse leger, de NAVO en veel ontwikkelingshulporganisaties. Ze betaalden geen belasting, onderdrukten hun binnenlandse concurrenten met geweld en corruptie en staken hun geld in onroerend goed in het buitenland.

    Al in 2002 probeerden de taliban zich opnieuw te organiseren, maar dat mislukte. De meeste Afghanen moesten niets van hen hebben. In de hoop op een betere toekomst onder Karzai verrieden ze hen aan de Amerikanen en de regeringstroepen. In hun ballingschap in de grote vluchtelingenkampen in Pakistan vielen de taliban uiteen in drie fracties: drie shura’s. Een shura, geleid door een deel van de oude elite van de taliban, werd opgericht in Quetta. Een tweede werd gevormd in Pesjawar en een derde, de meest radicale, ontstond in Miranshah. Hier werd het beleid gedicteerd door de familieclan van de Hakkani, een naam die al snel gevreesd werd, omdat de Hakkani’s de grootste trainingskampen voor zelfmoordaanslagplegers in Afghanistan onderhielden. Er wordt verteld dat tot 2015 de Hakkani’s 1160 zelfmoordaanslagplegers hebben ingezet, van wie er 843 hun missie ‘succesvol’ zouden hebben afgerond.

    ‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren’

    Naarmate de teleurstelling over de regering onder de bevolking toenam, werden de taliban weer sterker. De eerste jaren domineerde de shura in Quetta, daarna die in Pesjawar, maar ten slotte, en nog steeds, weer die in Quetta. Soms bestreden de strijders van de drie shura’s elkaar en roofden ze gebieden van elkaar. Volgens de analyse van internationale conflictonderzoekers begon Pakistan in 2004 weer met betalingen aan de opstandelingen: 20 miljoen dollar per jaar. Dat bedrag liep op tot 500 miljoen dollar per jaar. Pakistan is in de regio in een hopeloze situatie verzeild geraakt. Het land is nergens zo bang voor als voor een verbond tussen zijn buren India en Afghanistan. Afghanistan eist de Pasjtoengebieden in het westen van Pakistan op, die indertijd door de Engelsen aan Pakistan zijn toebedeeld. India maakt aanspraak op een deel van Kasjmir in het noorden. Pakistan dreigt al sinds de oprichting van het land in 1947 uiteen te vallen. Een door de taliban geregeerd Afghanistan, waarvan geen gevaar uitgaat omdat het geheel onafhankelijk is, zou een eind maken aan Pakistans existentiële angst.

    Nasrat en Nisar wachten ons de volgende ochtend weer op bij het door hen veroverde districtshoofdkwartier. ‘We zullen u laten zien hoe we hier vrede brengen,’ zegt Nisar. In het enige vertrek dat intact is, heeft zich deze ochtend een groep mannen verzameld. De districtsrechtbank van de taliban. Voorzitter Mawlawi Shaker zit aan het hoofd van de groep. Ook hij is pas 26. ‘Niet Pakistan zeggen,’ fluistert Nisar hem desondanks duidelijk hoorbaar toe, als Shaker wil vertellen aan welke Koranschool hij heeft gestudeerd. ‘Ik heb in Ghazni gestudeerd, ’zegt hij dan, ook hij heeft zwarte kohl om zijn ogen. Voor hem zitten twee handelaren van wie de een de ander geld heeft geleend. De schuldeiser beweert dat hij omgerekend 800 euro heeft uitgeleend, de ander zegt dat het maar 520 euro was. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt Shaker. Die heeft hij niet. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt hij aan de ander. Die ook niet. De schuldenaar haalt whatsappjes tevoorschijn waarin de schuldeiser hem bedreigt. Ze zitten tegen elkaar te schreeuwen, tot Shaker zegt: ‘Genoeg.’

    Hij rommelt wat in de plastic zak met documenten die hij op zijn kalasjnikov heeft gelegd en haalt een formulier tevoorschijn. Een stuk papier met het logo van de taliban en het briefhoofd: ‘Provincie Ghazni, District Rashidan, Burgerlijk Bestuur’. Hij schrijft er een paar regels op en verwijst de zaak door naar de provinciale rechtbank. Die zullen wel een oplossing vinden, zegt hij als de twee mannen de ruïne hebben verlaten. Vermoedelijk zal de hogere instantie een compromis tussen de twee bewerkstelligen. ‘Zelfs mensen uit de regeringsgebieden komen met hun geschillen naar ons toe. Daar moeten ze een hoop geld betalen, maar krijgen ze toch hun recht niet. Daar wordt geen enkel geval opgelost. Hier lossen we alle kwesties op.’ Wat in Afghanistan nog belangrijker is dan elders, omdat een ruzie hier snel in een bloedvete ontaardt.

    Shariarechtbanken

    In de strijd van de taliban tegen de regeringscoalitie zijn de shariarechtbanken hun belangrijkste wapen. Ook die geven niet altijd degene gelijk die gelijk heeft, maar er wordt recht gesproken, vonnissen geveld, en ze winnen terrein. Heel anders dan in het gebied van de regering. Daar vragen rechters vaak van beide partijen grote sommen geld, en hebben beide partijen het gevoel dat ze in een moeras van corruptie en bedrog zijn terechtgekomen. Na verkregen gunsten veranderen rechters hun vonnis, schuiven een oordeel op de lange baan en zijn vervolgens niet in staat dat vonnis uit te voeren.

    Als we het hooggelegen voormalige districtscentrum verlaten, horen we boven ons opeens een snorrend geluid. Het is een drone, die het dal doorkruist op zoek naar een doel. Verreweg de meeste talibancommandanten die de afgelopen jaren zijn gedood, waren slachtoffer van aanvallen met drones. Nasrat en Nisar kijken omhoog maar zien de drone niet. Door zijn schutkleuren is de drone tegen de hemel vrijwel onzichtbaar. Even blijft iedereen staan, dan sterft het geluid weg.

    Bij de bazaar laten de taliban ons een kleine kliniek zien, de enige kliniek in het district, waar 42.000 mensen op zijn aangewezen. Het blok van ruwe natuursteen is zestien jaar geleden gebouwd door USAID, zoals aan een verbleekt bord bij de ingang te zien is. De directeur die ons begroet, kijkt bij elke zin naar Nisar. ‘We hebben niets om de mensen te beschermen tegen corona. We hebben geen mondkapjes en handschoenen.’ Gelukkig is het district tot nu toe niet getroffen, op één geval na. Het ergste is hier de cholera. ‘Van de honderd mensen hebben er twintig cholera.’ Het water is slecht. Wassen gaat hier nog traditioneel. De lemen huizen hebben slechts één woonlaag, waar bad en toilet naast elkaar liggen. De bronnen in de dorpen geven de laatste tijd steeds minder water. Riolering is er niet.

    ‘Ik weet het niet,’ antwoordt Nasrat op de vraag hoe hij de armoede in het dal wil verlichten als ze de oorlog eenmaal hebben gewonnen. Hij wil eerst een nieuwe moskee en een nieuwe Koranschool bouwen. Maar dan? Nasrat denkt lang na, dan zegt hij: ‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren.’

    Vandaag gaan Nasrat en zijn staf al vroeg in de middag weg. Later horen we dat ze zich moeten voorbereiden op een aanval op een politiebureau in het centrum van Ghazni. De operatie betekent de zoveelste vernedering voor de regering. Drie politieagenten komen om. De taliban bestormen het bureau, maken geweren en antitankgranaten buit en ontkomen zonder verliezen.

    ’s Avonds horen we explosies. We gaan naar het dak van ons huis en luisteren in het donker. Ver weg, aan het eind van het dal, slaan granaten in. De volgende ochtend krijgen we te horen dat de artillerie van de regering kennelijk uit wraak lukraak granaten afvuurt op dorpen waar ze vermoeden dat de taliban zitten.

    Ook deze avond praten we met inwoners. Dit keer met een oudere man, die ook uit Rashidan komt.

    ‘De taliban zeggen dat ze hier alles onder controle hebben, maar dat is niet zo. Begin augustus is een leraar vermoord. Onbekenden hebben hem op klaarlichte dag uit zijn huis gehaald en in de velden doodgeschoten. Sommigen zeggen dat het om een familieruzie ging. Anderen zeggen dat het de taliban waren. Ook bij de taliban zitten slechte mensen. Maar al met al is het veel veiliger dan in het gebied van de regering. We zijn allemaal blij dat de taliban het hoofdkwartier van het district veroverd hebben. We hebben erg geleden onder de politieagenten, die zomaar schoten. Ze hebben op boeren geschoten die vanwege de droogte ’s nachts op hun akkers aan het werk waren om die te bevloeien. Ze hebben twee kinderen doodgeschoten die schapen hoedden. De regering had Oezbeekse en Hazara politieagenten hiernaartoe gestuurd. Die hebben een afschuwelijke hekel aan ons. Het was zo erg, dat iedereen met een grote boog om het districtscentrum heen reed, ook de markt was helemaal verlaten. Sinds de taliban terug zijn, wordt er niet meer gevochten. De handelaars komen terug en het leven is weer iets beter.’

    ‘Maar de meesten van ons steunen de taliban nog steeds niet. Ze houden hun mond en wachten af. De jonge mannen van hier die bij de taliban zijn gegaan, hebben op een madrassa, de Koranschool, in Pakistan gezeten. Bij ons in het dal zijn vier madrassa’s waarvan de leraren ook allemaal in Pakistan zijn opgeleid. De ouders bij ons zijn gelukkig als hun zoon naar de madrassa kan. De taliban selecteren alleen de besten. Jongens gaan naar de madrassa als ze zeven zijn. Ze slapen daar ook. We hebben ook staatsscholen. Onlangs heeft de middelbare school laptops gekregen, maar de taliban hebben die allemaal naar hun madrassa gebracht. De Koranscholen hebben nu betere leermiddelen dan de staatsscholen. Ook het eten is er beter. Op de staatsscholen leren ze bijna niets. De leraren daar zijn te slecht. Maar wie naar de madrassa gaat, kan al snel heel goed lezen en schrijven.’

    Van de honderd mensen hebben er twintig cholera

    De volgende dag lijkt de hemel vrij van drones. Sinds de VS hun legerbases afbouwen, is het aantal luchtaanvallen duidelijk minder geworden. De Afghaanse luchtmacht is door de jaren heen zwak gebleven. De militaire hulp uit het Westen heeft de luchtmacht klein gehouden en met weinig vliegtuigen en munitie uitgerust. Blijkbaar uit voorzorg, om te voorkomen dat Afghaanse generaals ze op een dag ongehinderd kunnen inzetten. Nisar belt en vraagt of we het gesprek tijdens het middageten kunnen voortzetten. Plaats: het huis van een iets welgesteldere boer. Nasrat en zijn staf van 25 man zitten in het gastenverblijf, een van stukken leem opgetrokken gewelf. Het eten is voor deze streek overvloedig, met veel vlees. Nasrat en zijn mannen logeren altijd kosteloos. De dorpsbevolking moet in hun onderhoud voorzien.

    ‘Wat zal ik verder nog vertellen?’ vraagt Nasrat terwijl hij zich naar Nisar toe buigt. ‘Vertel dat we nu verenigd zijn en dat we alle etnische groepen vertegenwoordigen.’ ‘We hebben uit alle stammen mensen in onze rangen,’ zegt Nasrat. ‘We hebben met die stammen geen enkel probleem.’ Afghanistan is een poly-etnische staat met negen nationaliteiten. Dat is de oorsprong van al het geweld. De Afghaanse burgeroorlog is telkens opnieuw uitgebroken door conflicten tussen de etnische groepen. En in tegenstelling tot hun eigen propaganda maken alle taliban die we op onze reis tegenkomen allemaal deel uit van een van die groepen, de Pasjtoen.

    Het dal van Rashidan markeert de grens tussen twee volken die al eeuwen in vijandschap leven. Beneden, in de weiden langs de rivier waar de bodem het vruchtbaarst is, wonen de Pasjtoen. Een volk dat eeuwenlang de koningen van Afghanistan leverde. Op de schrale hellingen boven het dal en tot ver in de bergen wonen Hazara. Ze stammen af van de Mongolen. De Pasjtoen zijn soennieten, de Hazara, net als de Iraniërs, sjiieten. Reeds de Pasjtoense koningen voerden veldtochten tegen de Hazara, plunderden hun dorpen, legden hun zware belastingen op, lieten hen verarmen, doodden tienduizenden van hen. Nooit zijn Hazara en Pasjtoen in één staat samengekomen. De taliban zijn in de jaren negentig doorgegaan met het onderdrukken van de Hazara. Geen groep in de bevolking heeft de val van de taliban in 2001 zo toegejuicht als de Hazara.

    Dreigt er, nu de troepen van de VS zich terugtrekken, voor beide volken een nieuwe tragedie? We hopen een antwoord te vinden in het naastgelegen district Nawur, dat bijna uitsluitend door Hazara wordt bewoond en al jaren door de taliban wordt overheerst.

    De wegen worden nog slechter, de hoofdweg dwars door Nawur is niet meer dan een stoffig pad, in de loop der jaren door de wielen van zware vrachtwagens uitgesleten in de witte kalksteen. De dorpen zien er onbewoond uit. Meer dan tachtig procent van de bevolking is de afgelopen jaren naar het buitenland gevlucht, vooral naar Iran, vertelt men ons, de meesten om te werken. Daar zouden inmiddels drie miljoen Afghanen wonen. De mensen die gevlucht zijn, stuurden geld naar de achtergeblevenen, maar dat is de laatste jaren steeds minder geworden. Iran heeft het in de huidige economische crisis zwaar te verduren.

    Vlak voordat de weg in een kloof verdwijnt, zien we een school die tegen de helling is gebouwd. Een school die er in het rijk van de taliban eigenlijk niet mag zijn. ‘Komt u binnen,’ begroet de rector ons na een kort gesprek. De Bibi Zainab Highschool. Er zitten honderdvijftig meisjes, in zes klaslokalen. De taliban staan toe dat ze tot de twaalfde klas les krijgen, omdat de leerlingen Hazara zijn. In het Pasjtoense Rashidan mogen meisjes maar tot de zesde klas naar school, omdat, zeggen de taliban, hun ouders dat zo willen. Voor veel Pasjtoense ouders is een opleiding voor meisjes verdacht. Vrouwen moeten thuis meehelpen en vroeg trouwen. Jonge vrouwen brengen een hogere bruidsschat op.

    Hier in Nawur dragen de leerlingen geen boerka, alleen een hoofddoek. ‘Twintig procent van onze leerlingen gaat naar de universiteit,’ vertelt de rector trots. De meeste gaan in Ghazni medicijnen studeren of een verpleegstersopleiding volgen. De school heeft geen verwarming, in veel vensters zit geen glas, daarom vallen de lessen ’s winters uit. Vaak is er maar één schoolboek voor drie meisjes. De rector, die de school een paar maanden na de val van de taliban heeft opgericht, is een oude man met dikke brillenglazen en een kromme rug, toch straalt hij als hij over zijn school praat.

    Tot nu toe hebben de taliban er alleen kritiek op dat het gebouw te dicht bij de hoofdweg staat en niet ommuurd is. Zo staan de meisjes bloot aan de blikken van passerende mannen. Bovendien wordt op school de helft van de vakken gegeven door mannen en niet door vrouwen. In de jaren negentig zijn bijna alle meisjesscholen om die reden gesloten. Of hij zich geen zorgen maakt over wat er van zijn school terechtkomt als de taliban de macht helemaal overnemen, vragen we. De rector kijkt naar de grond, dan weer op, en zegt: ‘De wereld is ons vergeten.’

    De weg die we volgen, voert ons door een nauwe kloof, aan weerszijden rijzen de rotswanden hoog op. De hemel wordt smal. De talibancommandant van Nawur, Mawlawi Ahmadi, heeft ons ontboden. Eigenlijk had hij ons bij Nasrat in Rashidan willen ontmoeten, maar daar kwam hij niet opdagen. We hoorden dat hij Nisar, de afgezant van Quetta, mijdt. De vraag die niet alleen wij willen stellen, luidt: hoe verenigd zijn de taliban werkelijk?

    Een moeilijk district

    Als trefpunt heeft Ahmadi een dorp in een afgelegen, door hoge bergen ingesloten dal gekozen. De weg erheen is half vernield door de zware regenval die afgelopen zomer in heel Afghanistan enorme aardverschuivingen heeft veroorzaakt. ‘Het dal van de waterval’ heet het dorp. De lucht is ijl. Een stuk of tien lemen huizen, verscholen onder aan een 700 meter hoge, steile rotswand. De toppen boven het dorp zijn bijna 4000 meer hoog.

    Een klein jongetje zit gehurkt in de schaduw van een huis. Verder is in het dorp geen mens te zien. De jongen groet niet en blijft ernstig naar ons kijken. Een uur later verschijnt Ahmadi, begeleid door twee lijfwachten. ‘Kijk eens hoe mooi ons land is,’ zegt hij ter begroeting joviaal. Ahmadi, midden dertig, witte tulband, een volle, zwarte baard, heeft niets van het boerse van Nasrat of het ambitieuze van Nisar. Zijn vader, die moellah (islamitische geestelijke) is geweest in Rashidan, heeft hem als kind al vroeg naar de madrassa gestuurd. Ahmadi spreekt zacht, weegt zijn woorden. Zijn stem blijft fluweelzacht, zelfs als hij harde uitspraken doet. Het ideaaltype van de islamitische geleerde, zoals ook Osama bin Laden ze graag zag.

    Hij leidt ons naar de kleine moskee van het bergdorpje. Een kale ruimte met een tapijt. Vier, vijf dorpsoudsten, Hazara, laten zich nu ook zien, aarzelend komen ze erbij zitten. Hun lichamen zijn uitgeteerd, hun wangen hol. Een heel moeilijk district, zegt Ahmadi, die als Pasjtoen over alleen maar Hazara heerst. Hij rekent uit: in totaal 125.000 inwoners, waarvan 75.000 onder zijn controle. De regering heeft alleen nog het districtscentrum in handen, hier zes uur vandaan. ‘Maar we werken eraan om daar verandering in te brengen,’ zegt hij. Kortgeleden heeft hij de gipssteengroeve veroverd, de belangrijkste bron van inkomsten in het district. De eigenaar van de mijn betaalt nu belasting aan de taliban.

    Het ziet ernaar uit dat de taliban de oorlog bijna hebben gewonnen, maar hoe willen ze vrede brengen? De armoede in Afghanistan zal op den duur iedere orde tenietdoen. Ahmadi weet dat ook. Hij heeft plannen voor zijn district. ‘We moeten de mijnen moderniseren,’ zegt hij. Om meer akkers te kunnen irrigeren, wil hij in het dal een dam bouwen. Hij wil wegen aanleggen, maar moet toegeven dat hij daar geen geld voor heeft. ‘We willen graag dat de buitenlandse ngo’s terugkomen. We garanderen hun veiligheid. We zullen nog een hele tijd van hen afhankelijk zijn,’ zegt hij. ‘Ze mogen terugkomen, maar we gaan er niet om smeken.’

    Tijdens een pauze in het gesprek, als Ahmadi de ruimte even heeft verlaten, vragen de oudsten ons hem aan te spreken over de armoede waarin ze leven. ‘Zeg tegen hem dat ze ons moeten helpen. De wegen zijn door de regen verwoest. Veel akkers zijn weggespoeld. Onze oogst is vernietigd.’ Ahmadi, die tot nu toe geen woord met de oudsten heeft gewisseld, doet een paar keer of hij onze vraag niet heeft gehoord, dan zegt hij: ‘We hebben geen geld. Alles wat we kunnen doen, is de hulporganisaties aansporen.’

    Ook verwacht Ahmadi hulp van vluchtelingen in Duitsland. ‘Er zit veel deskundigheid bij hen. We hebben ze nodig om ons land weer op te bouwen.’ Er zal hun niets gebeuren. Maar degenen die ernstige misdrijven aan de kant van de regering hebben gepleegd, staan zware straffen te wachten. ‘Die kan ik geen Afghanen meer noemen.’ Als een echte staatsman bedankt hij Duitsland, omdat het de vluchtelingen heeft opgenomen, maar hij verwijt de Duitsers ook dat hun leger in Afghanistan veel ellende heeft veroorzaakt. De soldaten hebben onschuldige mensen gedood. Het is nog te vroeg om die soldaten te kunnen vergeven. ‘Ik voel nog haat tegen hen. Ja, ik haat ze.’

    ‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter’

    Het is middag geworden, en de oudsten vragen Ahmadi om de tien gasten voor het eten twee aan twee over verschillende gezinnen te verdelen om de last voor iedere gastheer draaglijk te houden. ‘Nee,’ Ahmadi verwerpt hun voorstel, ‘we eten in de moskee.’ Nu moeten de oudsten ondanks hun armoede de gasten alleen van eten en drinken voorzien. De komende weken zullen hun gezinnen nauwelijks te eten hebben, omdat hun voorraden door deze ontvangst zijn uitgeput. Zwijgend kijken ze toe hoe de taliban en wij de maaltijd gebruiken.

    Ten afscheid nodigt Ahmadi ons uit voor een schietoefening aan de andere kant van het dorp. We wijzen het beleefd af, maar Ahmadi wil een beetje ontspanning. Hij gaat met ons naar de waterval, waar een heilige bron ontspringt die geesteszieken geneest. Een van zijn lijfwachten vuurt met zijn Amerikaanse M16, een halfautomatisch geweer, dat hij anderhalf jaar geleden op een Amerikaanse soldaat heeft buitgemaakt. ‘Ik heb hem eerst doodgeschoten en toen zijn geweer afgepakt,’ vertelt hij met een grijns. De andere lijfwacht vertelt dat ze een paar dagen geleden de vrijlating van een van hun strijders hebben gevierd. De Afghaanse regering moest dit jaar, onder druk van de VS en zwakker dan ooit, 5000 gevangen taliban vrijlaten. Een van hen kwam uit deze streek, vertelt de lijfwacht. Hij werd in 2004 gearresteerd omdat hij in Ghazni een 29-jarige Française had vermoord, Bettina Goislard, een medewerkster van het VN-vluchtelingenwerk. ‘Tot diep in de nacht hebben we gevierd dat hij weer terug was.’

    Het strookje gras hoog op een rots dat ze als doelwit kiezen, weet geen van de drie te raken.

    We brengen de nacht weer door in Rashidan. Weer luisteren we naar de verhalen van de dorpelingen.

    ‘Tot twee jaar terug waren de taliban hier erg streng. Ze hielden ons op straat aan en fouilleerden ons om naar smartphones te zoeken. Je mag alleen een gewoon mobieltje hebben. Als je een van hen bent, mag je een smartphone hebben voor het internet. Nu zijn ze wat relaxter geworden. Maar het komt er altijd op aan wie hun commandant is. Ahmadi was vroeger erg streng, met Nasrat viel altijd wel te praten. Het ergste is als er taliban van buiten komen. Dan halen we onze satellietschotels van het dak en zetten die in de tuin. Anders slaan ze ons en vernielen ze de satellietschotels met knuppels. “Waarom kijken jullie naar de kanalen van de ongelovigen,” zeggen ze.’

    Nieuwe bromfiets

    ‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter. Sinds kort hebben ze allemaal een nieuwe bromfiets. Veel van hen hebben twee of drie vrouwen en sturen hun gezin naar Ghazni of Kaboel. Mensen die het dichtst bij de moskee wonen, hebben het meest te lijden. Daar overnachten grote groepen taliban, en de buren moeten dan voor eten en drinken zorgen. Ze zeggen: “wij vechten tegen de ongelovigen, en wat doen jullie? Willen jullie ons niet eens te eten geven?” Ook gedwongen huwelijken vormen een groot probleem. Als een leider van de taliban met hun dochter wil trouwen, kan een gezin dat niet weigeren. Ze maken misbruik van onze ellende. Dat is een taboe hier, daar praten de mensen niet over.’

    ‘We lijden steeds meer gebrek. De laatste jaren heeft het weinig geregend. We konden maar een derde van de akkers irrigeren. In Iran is geen werk meer. Onze verwanten sturen ons daarom nog maar weinig geld. Veel gezinnen kunnen geen bruidsschat meer betalen. Er zijn 90 procent minder bruiloften dan twee jaar geleden. De vaders van de meisjes vragen te veel geld. Ze zijn te inhalig. Vroeger vroegen ze in deze streek gemiddeld 10.000 euro. We hebben met de taliban gesproken, en anderhalf jaar terug hebben ze in de moskeeën afgekondigd dat een bruidsschat ten hoogste 3500 euro mag zijn. Maar dat is nog steeds te veel. De taliban weigeren het bedrag verder te verlagen. Er zijn hier zo veel stellen die weglopen en naar Kaboel gaan.’

    ‘De taliban zijn niet echt in ons geïnteresseerd, alleen in zichzelf. Het is met hen al bijna net als met de warlords. We zijn verloren. We weten niet meer wat beter is, de regering van de warlords of van de taliban.’

    In Afghanistan leek vele jaren lang geen van de kampen een doorslaggevend militair voordeel te kunnen behalen. De drie shura’s van de taliban begonnen elkaar te bestrijden. In Pakistan werd de leider van de Quetta-shura, moellah Baradar, gearresteerd, blijkbaar omdat hij vredesonderhandelingen met Kaboel wilde; dat wilde Pakistan niet. Zijn opvolger, Akhtar Mohammed Mansour, ging op zoek naar nieuwe geldbronnen. Talrijke onderzoeken tonen aan dat hij die ook vond, namelijk in de drugssmokkel. Onder zijn leiding ontwikkelde Afghanistan zich weer tot een van de wereldwijd belangrijkste arealen voor de productie van opium. In 2014-2015 heeft de Quetta-shura meer dan 285 miljoen dollar verdiend met drugshandel. De situatie voor de regering in Kaboel werd precair toen behalve Pakistan ook Iran de taliban ging ondersteunen. Hoe dreigender Amerika zich tegenover Iran opstelde, hoe meer dat land in Afghanistan intervenieerde. In 2012 werd in het Iraanse Mashad een eigen shura opgericht, de Mashhad-shura. Met hulp van Iran waren de taliban in staat grote delen van het noorden van Afghanistan te veroveren. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat Iran zijn bijdrage aan de taliban van 30 miljoen dollar in 2006 heeft verhoogd tot 190 miljoen in 2013, wat echter niet uitsluit dat Iran tegelijkertijd de regering in Kaboel met miljoenen ondersteunt. Ook daar wil het zijn invloed niet verliezen.

    De taliban brandmerken de regering in Kaboel als een verzameling buitenlandse marionetten. Maar feitelijk zitten ze in eenzelfde situatie. Aan alle kanten wordt aan hen getrokken. Vroeger werkten die krachten in verschillende richtingen, nu hebben ze allemaal hetzelfde doel, namelijk het minimaliseren van de westerse invloed in Afghanistan. Nu de hulp beter gecoördineerd wordt, kunnen de taliban zich ook intern strakker organiseren. Bij de vredesonderhandelingen in Doha presenteerden ze zich als één front. Maar niemand weet hoelang die eenheid blijft duren. Er deserteren al groepen naar een nog radicalere organisatie, die zal blijven oorlogvoeren en niet zal stoppen bij de grenzen van Afghanistan: Islamitische Staat.

    Op de ochtend van de vijfde dag vertrekken we kort na zonsopgang uit Rashidan. ‘Wees voorzichtig,’ zegt Nisar, die ons tot aan de grens van het territorium van de taliban begeleidt. ‘De regering heeft veel spionnen.’ We willen vermijden dat we op de terugweg door overijverige Afghaanse veiligheidstroepen worden gearresteerd omdat we de taliban zouden steunen. Nisar rijdt vooruit op zijn motor en kiest wegen waarvan hij weet dat ze niet worden gecontroleerd. Hij smokkelt ons in de voorsteden van Ghazni moeiteloos langs alle wegversperringen, zoals de taliban ook doen als ze de stad aanvallen. We zwaaien, dan is hij in het stof van de weg verdwenen.

    De toekomst van Afghanistan ligt weer helemaal open. De meeste waarnemers houden rekening met het snel mislukken van de vredesgesprekken. Na jaren van oorlog zijn de wonden aan beide zijden nog te diep. Veel talibancommandanten willen geen deel van hun macht opgeven als ze nog al hun macht kunnen behouden. Maar ook zij dreigen zich te misrekenen. Het innemen van de miljoenenstad Kaboel zou heel wat bloediger kunnen worden dan de strijd in de dorpen. En Kaboel houden kon wel eens nog veel lastiger worden. De Afghaanse samenleving is wat haar ideeën over waarden betreft te ver uiteengedreven. Wat hen verbindt, is wat hen scheidt. De wonden. Het verdriet. De haat. Het zal tijd kosten om de Afghanen zich met zichzelf te laten verzoenen, tijd die het land niet heeft.

    Op de terugweg naar Kaboel zien we opnieuw de restanten van een bijna verslagen leger, het leger van een regering die tot voor kort de hoop van het westen was. Een schier eindeloze reeks uitgebrande wrakken en overvallen militaire bases. Een puinhoop van 170 kilometer lang. De dorpsbewoners zijn begonnen het leem van de oude vestingwallen met vrachtwagens af te voeren om het als bouwmateriaal te verkopen.

    ‘Hoe heeft het zo ver kunnen komen?’ vraagt een hooggeplaatste Afghaanse diplomaat in Kaboel aan een van ons. Het is een prachtige, zachte avond. Hij heeft een gezelschap afdelingshoofden van verschillende ministeries op zijn terras uitgenodigd. Het buffet staat vol allerlei heerlijks. Met een glas rode wijn in de hand staan de gasten gespannen in het donker te luisteren. Ergens in de omgeving wordt zwaar gevochten. De schietpartij duurt uren. Steeds weer komen er helikopters overvliegen. De ambtenaren telefoneren druk met hun contacten bij de veiligheidsdiensten. Maar die zeggen dat het een schietoefening is. Ze willen geen paniek. ‘We moeten gaan,’ zegt een van de gasten, ‘ik ben bang dat straks alle uitvalswegen geblokkeerd zijn.’ Maar het is nog lang geen tijd, klaagt onze gastheer. ‘Blijf toch nog even.’ Het is nog veel te vroeg om weg te gaan.’

  • En de grootste belastingontwijker is: Amazon

    En de grootste belastingontwijker is: Amazon

    Amazon boekte in 2020 een omzet van 44 miljard euro in Europa, maar betaalde geen cent vennootschapsbelasting. Volgens eigen woordvoerders leveren ze wel degelijk een belangrijke bijdrage aan de samenleving.

    Er zijn nieuwe vragen gerezen over de belastingmoraal van Amazon nadat het Luxemburgse jaarverslag onthulde dat het bedrijf in 2020 in Europa een recordomzet van 44 miljard euro had geboekt, maar geen cent vennootschapsbelasting afdroeg aan het groothertogdom.

    Uit het jaarverslag van Amazon EU Sarl, de Luxemburgse tak van het bedrijf dat producten levert aan honderden miljoenen huishoudens in Europa, blijkt dat er ondanks een recordomzet een verlies van 1,2 miljard euro is geleden, zodat het bedrijf van belasting werd vrijgesteld. Sterker nog, het ontvangt een belastingaftrek van 56 miljoen euro bij eventuele winst in de toekomst. Het gaat om 2,7 miljard euro aan overgedragen verliezen, die op toekomstige winsten in mindering kunnen worden gebracht.

    De Luxemburgse tak, die de verkopen afhandelt aan Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, heeft 5262 mensen in dienst, wat neerkomt op een omzet van 8,4 miljoen euro per werknemer.

    Oorverdovend

    Margaret Hodge, een parlementslid van de Labour Party dat al lange tijd campagne voert tegen belastingontduiking, zegt: ‘Het lijkt erop dat Amazons schaamteloze belastingontduiking onverminderd doorgaat. De inkomsten van het bedrijf zijn tijdens de pandemie de pan uit gerezen terwijl onze winkelstraten worstelen met hun voortbestaan, en toch blijven ze hun winsten naar belastingparadijzen als Luxemburg sluizen om een eerlijke belastingafdracht te vermijden. Deze grote digitale bedrijven zijn allemaal afhankelijk van onze openbare diensten, onze infrastructuur en onze goed opgeleide en gezonde arbeidskrachten. Maar anders dan kleinere bedrijven en hardwerkende belastingbetalers weigeren de techreuzen hun steentje bij te dragen aan de publieke zaak. De Amerikaanse president Biden heeft een nieuw, eerlijker systeem voorgesteld voor het belasten van grote digitale bedrijven, maar het Verenigd Koninkrijk heeft zich nog niet achter de hervormingen geschaard. De stilte hier is oorverdovend. De Britse regering moet deze unieke kans aangrijpen om belastingontduiking door grote bedrijven naar het verleden te verbannen.’

    ‘Amazon betaalt niet alleen nu geen belasting, maar zal dat ook de komende jaren niet doen‘

    Paul Monaghan, bestuursvoorzitter van de Britse Fair Tax Foundation, zegt: ‘Deze cijfers zijn ontstellend, zelfs voor Amazon. We zien overal ter wereld een exponentieel groeiende marktdominantie die grotendeels onbelast blijft, waardoor lokale bedrijven die voor een verantwoordelijker benadering kiezen op een schandalige manier worden ondermijnd. Het overgrote deel van het geld dat Amazon in het VK verdient vloeit naar de zwaar verliesgevende poot in Luxemburg, wat betekent dat ze niet alleen nu geen noemenswaardige belasting betalen, maar dat ook de komende jaren niet zullen doen.’

    Uit het jaarverslag van Amazon EU Sarl in Luxemburg blijkt dat de omzet van 32 miljard euro in 2019 in 2020 is gestegen met 12 miljard euro. Het verslag, dat maar 23 bladzijden telt, splitst niet uit hoeveel geld Amazon in elk afzonderlijk Europees land heeft verdiend.

    Maar uit het Amerikaanse jaarverslag van Amazon blijkt dat de omzet in het VK vorig jaar met 51 procent is gestegen tot een recordbedrag van 21,7 miljard euro. De winkels waren het grootste deel van het jaar gesloten vanwege de lockdown en het thuiswerken stuwde het gebruik van Amazon Web Services, het cloudplatform van het bedrijf, op tot ongekende hoogten. Maar hoeveel belasting daar het afgelopen jaar is betaald, blijft onvermeld. In 2019 betaalde het bedrijf, dat oprichter en CEO Jeff Bezos inmiddels een privéfortuin van 164 miljard euro opleverde, in het VK 339 miljoen euro belasting over een omzet van ruim 14 miljard.

    1,2 miljard

    1,2 miljard verlies leidde Amazon in Europa, ondanks een recordomzet van 44 miljard euro

    De 22,5 miljard euro die klanten in het VK in 2020 bij Amazon besteedden is ongeveer het dubbele van de omzet van Marks & Spencer, het 137 jaar oude Britse warenhuis, en benadrukt hoe de coronapandemie een revolutie heeft ontketend in onze manier van winkelen en een bedreiging vormt voor de toekomst van onze winkelstraten. Vorige week meldde Amazon zijn grootste kwartaalwinst aller tijden: 6,6 miljard euro over een omzet van 89 miljard.

    Een woordvoerder van Amazon zegt: ‘Amazon betaalt alle verschuldigde belasting in ieder land waar we actief zijn. Vennootschapsbelasting is gebaseerd op winst, niet op omzet, en onze winst blijft laag vanwege onze grote investeringen en de geringe winstmarge in de uiterst concurrerende detailhandel. We hebben sinds 2010 meer dan 78 miljard euro in Europa geïnvesteerd, en een groot deel van die investeringen betreft infrastructuur die vele duizenden nieuwe banen heeft opgeleverd, aanzienlijke bedragen aan lokale belasting genereert en kleine Europese bedrijven ondersteunt.’

    Doug Gurr, onlangs vertrokken als directeur van Amazon.co.uk, legt uit dat ‘de website Amazon.co.uk wordt beheerd door Amazon EU Sarl, een in Luxemburg gevestigde entiteit die het Europese hoofdkwartier van Amazon vormt’.

    Jean-Claude Juncker, de toenmalige premier van Luxemburg had persoonlijk zijn steun aan Amazon aangeboden

    Er wonen maar iets meer dan zeshonderdduizend mensen in Luxemburg, maar toch hebben veel van de grootste bedrijven ter wereld er hun hoofdkwartier. Amazon arriveerde in 2003 en sloot binnen enkele maanden een vertrouwelijke overeenkomst met de Luxemburgse belastingdienst.

    Bob Comfort, tot 2011 hoofd Belastingen bij Amazon, zei tegen een Luxemburgse krant dat Jean-Claude Juncker, de toenmalige premier van het land en de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, persoonlijk zijn steun aan Amazon had aangeboden. ‘Hij zei gewoon: “Als jullie onoplosbare problemen tegenkomen, zeg het me dan. Dan probeer ik jullie te helpen.”’ Comfort werd later tot honorair consul van Luxemburg in Seattle benoemd, waar het Amerikaanse hoofdkwartier van Amazon is gevestigd.

    Fiscale ondergrens

    Vorige maand heeft Joe Biden plannen voorgelegd aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, een club van voornamelijk rijke landen, om het wereldwijde belastingsysteem ingrijpend te herzien en onder andere een minimaal belastingtarief in te voeren om te voorkomen dat multinationals gebruikmaken van mazen in de wet. Duitsland en Frankrijk steunen de plannen, maar het VK hult zich in stilzwijgen. Washington dringt al lange tijd aan op wereldwijde verdragen die ervoor zorgen dat machtige multinationals een fatsoenlijk bedrag aan belasting betalen. Volgens het voorstel van de Amerikaanse president zouden grote techbedrijven voortaan belasting moeten betalen aan nationale overheden op basis van de omzet die ze in elk land genereren, ongeacht het land waar ze statutair gevestigd zijn.

    Ook zou er wereldwijd een fiscale ondergrens moeten worden afgesproken. De VS hebben een tarief van 21 procent voorgesteld, al zou dat een struikelblok kunnen vormen omdat het hoger is dan het wettelijk minimum in sommige landen, waaronder Ierland, Hongarije en het Caraïbisch gebied. Bezos, de rijkste man ter wereld, juichte Bidens plannen toe en zei dat Amazon achter een verhoging van de vennootschapsbelasting stond.

    Amazon is niet de enige multinational die ingewikkelde bedrijfsstructuren creëert om belasting te ontduiken. De zes grootste Amerikaanse techbedrijven – Amazon, Facebook, Google, Netflix, Apple en Microsoft – zijn ervan beschuldigd het afgelopen decennium voor 82 miljard euro aan belasting te hebben ontdoken, aldus een rapport van de Fair Tax Foundation. Stuk voor stuk zeggen ze keurig aan hun belastingverplichtingen te hebben voldaan.

    Het rapport wijst Amazon aan als de grootste zondaar. Het bedrijf zou dit decennium tot nu toe slechts 2,8 miljard euro belasting hebben betaald, ondanks een omzet van 788 miljard en een winst van 21,9 miljard.

    Volgens de Fair Tax Foundation betekent dit dat Amazons werkelijke belastingtarief het afgelopen decennium 12,7 procent bedroeg, tegen 35 procent voor de gehele VS in diezelfde periode.

    Volgens Amazon wekt het rapport een ‘verkeerde suggestie’ en heeft het bedrijf ‘in de periode 2010-2018 in werkelijkheid 24 procent aan belasting afgedragen’.

    TOCH GEEN VAKBOND VOOR AMAZON

    Werknemers in het Amazon-pakhuis in de stad Bessemer in Alabama, streden dit voorjaar voor de eerste vakbond binnen het bedrijf. Als deze er zou komen, zouden er meer volgen, was de verwachting. De werknemers in Bessemer verdienen meer dan het door de Democraten gewenste minimumloon van 15 dollar per uur, maar klagen over werkdruk en gebrek aan privacy: ze worden voortdurend in de gaten gehouden en hebben per tien uur maar twee keer een half uur pauze.

    Onder aanvoering van vakbondleider Stuart Appelbaum zag het er rooskleurig uit, maar toen de stemming begin april plaatsvond, keerde onverwacht ruim twee derde van de werknemers zich tegen het besluit: 1.798 versus 738. Ook werden zo’n vijfhonderd stemmen terzijde gelegd, vooral door Amazon, omdat er iets mis zou zijn met de formulieren.

    Volgens Appelbaum heeft Amazon de werknemers verkeerd geïnformeerd en geïntimideerd. Amazon voerde campagne tegen de vakbond door te zeggen dat de werknemers contributie moesten gaan betalen – wat niet klopte, want de lidmaatschapsbijdrage is in Alabama niet verplicht. Via verplichte anti-vakbondsbijeenkomsten, via sms-jes en via stickers op de wc kregen de medewerkers te zien en te horen dat ze ‘het winnende team’ niet moesten verlaten.

    Ook zouden bij een stembus die op het terrein van Amazon werd geplaatst, stemmers in de gaten zijn gehouden.

    Stuart heeft zich er nog niet bij neergelegd. ‘We laten Amazons leugens, bedrog en illegale activiteiten niet onbeantwoord’, aldus de voorzitter.