Onderwerpen: Vrouwenrechten

  • Latijns-Amerikaanse leiders voeren een kruistocht tegen gendergelijkheid

    Latijns-Amerikaanse leiders voeren een kruistocht tegen gendergelijkheid

    Onder het mom van ‘bescherming van traditionele waarden’ proberen extreemrechtse leiders als Milei en Bukele vrouwenrechten in te perken en inclusieve taal en beleid te verbieden. Ondertussen is geweld tegen vrouwen in Latijns-Amerika aan de orde van de dag.

    De culturele strijd onder leiding van president Javier Milei in Argentinië is erop gericht het gelijkheidsbeleid dat het feminisme het afgelopen decennium heeft gepromoot uit te wissen. Na om te beginnen het bestaan van de loonkloof tussen mannen en vrouwen – die volgens officiële statistieken 25 procent bedraagt – te hebben ontkend en het ministerie van Vrouwen, Gender en Diversiteit te hebben gedegradeerd tot een subsecretariaat, kondigde de regering aan dat ze inclusief taalgebruik en ‘alles wat te maken heeft met gendergelijkheid’ in de nationale overheidsdiensten zal verbieden.

    Het officiële argument is dat gendergelijkheid is ingezet ‘als een politiek middel’ en bijdraagt aan de vernietiging van waarden. Om die reden acht de regering het noodzakelijk om de ideologie uit te bannen. De regering heeft niet gespecificeerd hoe ze zich zal verzetten tegen beleid dat buiten de bevoegdheid van de ministeries valt en deel uitmaakt van de internationale verplichtingen van Argentinië, zoals de Agenda 2030 van de Verenigde Naties of de Conventie van Belém do Pará tegen gendergerelateerd geweld. In enkele belangrijke programma’s beginnen de gevolgen van de bezuinigingen echter al voelbaar te worden, zoals lijn 144 voor slachtoffers van gendergeweld of de opvanghuizen die voor hen zijn opgezet.

    Lesprogramma’s

    Carolina Villanueva, directeur van de organisatie Grow Género y Trabajo, betwijfelt of de overheid het gebruik van inclusief taalgebruik in openbare instellingen kan controleren. Toch beschouwt ze de aankondigingen als onderdeel van een brede strategie om verworven rechten te herroepen, zoals de wet op uitgebreide seksuele voorlichting en de legalisering van abortus. De reactie van feministische bewegingen was op 8 maart, Internationale Vrouwendag, op straat te horen. Ondertussen heeft Milei gezelschap gekregen van andere ultrarechtse Latijns-Amerikaanse leiders, zoals Nayib Bukele.

    De onderwijsautoriteiten van El Salvador hebben besloten om wat president Nayib Bukele ‘genderideologie’ noemt ‘te verwijderen’ uit de lesprogramma’s van openbare scholen. De beslissing werd aangekondigd door de minister van Onderwijs, José Mauricio Pineda, en leidde tot kritiek van feministische organisaties die zeggen dat het Midden-Amerikaanse land een van de landen in de regio is met het hoogste percentage geweld tegen meisjes en vrouwen. Kort daarvoor haalde Bukele tijdens een bijeenkomst van de Conservative Political Action Conference in de Verenigde Staten hard uit naar gendergelijkheid. De controversiële president zei dat hij ‘zulke ideologieën niet zou toestaan op scholen en universiteiten’. Minister Pineda zei bovendien dat ‘elk gebruik en ieder spoor van genderideologie uit de openbare scholen is verwijderd’, zonder uit te weiden over de implicaties van deze beslissing.

    Statistieken tonen aan dat vrouwen in El Salvador vaak op gewelddadige wijze om het leven komen. Uit gegevens van UN Women blijkt dat dit in 2019 om 6,48 op de 100.000 vrouwen ging. Daarnaast haalt de organisatie rapporten aan van het Openbaar Ministerie waaruit blijkt dat in de eerste helft van 2021 315 vrouwen als vermist werden opgegeven, terwijl uit de Nationale Enquête Seksueel Geweld van 2019 bleek dat 63 procent van de vrouwen in het hele land (zes op de tien) aangaf ten minste één daad van seksuele agressie te hebben meegemaakt. ‘In het algemeen hebben vrouwen en meisjes te maken met voortdurende vormen van geweld en discriminatie die geworteld zijn in het patriarchale systeem en die alleen met een alomvattende en geïntegreerde aanpak kunnen worden uitgeroeid’, waarschuwt UN Women.

    Ook in het jaar 2016 bleek de verborgen kracht die conservatieve groeperingen kunnen uitoefenen ter verdediging van het ‘traditionele gezin’. Op 2 oktober verwierpen de Colombianen het vredesakkoord tussen de regering van Juan Manuel Santos en de FARC-guerrilla. Van de verschillende redenen die een meerderheid van de burgers ertoe brachten om tegen het akkoord te stemmen, was het genderstandpunt – gelijkheid tussen mannen, vrouwen, homoseksuelen, heteroseksuelen en mensen met verschillende identiteiten – het punt dat de meeste controverse veroorzaakte.

    ‘Wat schiet zijn volk ermee op? Waar het om gaat is dat er nu tekorten, armoede en werkloosheid zijn’

    Het klimaat van verzet was al maanden aan het broeien. Evangelische en katholieke groeperingen, die steun kregen van de partij van voormalig president Álvaro Uribe, waren die zomer de straat opgegaan tegen de ‘indoctrinatie van de genderidentiteit’ door de regering. 

    Het debat werd opgestookt door nepnieuws en virale berichten die de werkelijkheid verdraaiden, maar de woede aanwakkerden van een sector die diep geworteld is in de conservatieve Colombiaanse samenleving en veel invloed heeft. María Fernanda Cabal, de leidende senator van de meest radicale vleugel van rechts, zei bijvoorbeeld dat ‘genderideologie walgelijk is’.

    In Brazilië gebruikten Bolsonaro en de zijnen het vage begrip ‘genderideologie’ tussen 2014 en 2022 minstens 206 keer op hun sociale netwerken, volgens een telling van het agentschap Diadorim. Het gebruik van de term steeg met elke naderende verkiezing; blijkbaar werkte het goed om hun achterban te mobiliseren, vooral het machtige evangelische electoraat. Extreemrechtse parlementsleden dienden zelfs wetsvoorstellen in om gendergelijkheid op scholen te verbieden, die echter geen van alle werden aangenomen. Het Hooggerechtshof verklaarde vier gemeentelijke wetten van deze strekking ongrondwettelijk.

    In tegenstelling tot in sommige buurlanden heeft inclusief taalgebruik in Brazilië nooit echt wortel geschoten. Desondanks sprak het hoofd van het cultuurbeleid onder Bolsonaro zijn veto uit over inclusieve taal in projecten voor belastingvoordelen, en de voormalige president zelf spotte met de Argentijnse regering toen Alberto Fernández aankondigde over te gaan op inclusief taalgebruik in officiële communicatie. ‘Wat schiet zijn volk ermee op? Waar het om gaat is dat er nu tekorten, armoede en werkloosheid zijn. Moge God onze Argentijnse broeders en zusters beschermen en ons uit deze moeilijke situatie helpen,’ zei hij.

    Directe reactie

    Inclusief taalgebruik en gendergelijkheid zijn niet de belangrijkste onderwerpen in de conservatieve kruistocht van de leider van de Chileense extreemrechtse Republikeinse Partij, José Antonio Kast, maar al wel aanwezig. De partij, in 2019 door hem opgericht, is tegen het homohuwelijk, adoptie van kinderen door koppels van hetzelfde geslacht, abortus, seksuele voorlichting op scholen en tegen wat ze genderideologie noemen.

    In zijn eerste presidentiële voorstel in de aanloop naar de verkiezingen van november 2021, in een deel van Kasts cultuurprogramma genaamd Recuperemos el Lenguaje, no más deformación cultural’ (Laten we de taal ontdekken, geen culturele deformatie meer) werd erop gewezen dat ‘het ten onrechte zo genoemde inclusieve taalgebruik deel uitmaakt van een politiek-ideologische agenda, niet van een culturele. We gaan het correcte gebruik van taal versterken, zonder enige vorm van discriminatie en zonder taalafwijkingen op te dringen’. Maar toen hij naar de tweede ronde ging in de strijd met Gabriel Boric, die in december van dat jaar werd gekozen, noemde hij het idee niet meer.

    In augustus 2022 diende een groep afgevaardigden uit verschillende fracties, waaronder Benjamín Moreno van de Republikeinse Partij, een wetsvoorstel in om de Algemene Onderwijswet te wijzigen om ‘het correcte gebruik van taal en het verbod op zogenaamd “inclusief taalgebruik” in alle onderwijsinstanties’ tot een van de taken van onderwijsprofessionals en assistenten te maken. De parlementariër zei vervolgens dat deze taal ‘vanuit de ideologie probeert de manier waarop we communiceren te veranderen en vanaf jonge leeftijd begint met het ideologiseren van onze kinderen en jongeren’.

    In Mexico hebben ultraconservatieve groeperingen het einde van wat zij de genderideologie noemen ook bovenaan hun agenda gezet. Dit is een directe reactie op het gelijkheidsbeleid en de uitbreiding van rechten voor vrouwen en de seksueel diverse gemeenschap. Ze zijn echter niet de enigen die zich tegen deze standpunten uitspreken. Meer traditionele partijen, zoals de Nationale Actiepartij (PAN), stemmen al decennialang tegen abortuswetgeving en proberen huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht tegen te houden. 

    Eduardo Verástegui, voormalig acteur, religieus fanaat en de laatste vertegenwoordiger van de meest conservatieve rechtse partijen, probeerde mee te doen aan de verkiezingen in juni, maar slaagde er niet in genoeg handtekeningen te verzamelen om zich als kandidaat te registreren. Desondanks wist hij munt te slaan uit de ontevredenheid van een deel van de maatschappij over de regering van López Obrador en creëerde hij een flinke aanhang. Hij heeft banden met extreemrechtse milieus, zoals de Spaanse partij Vox, en extreemrechtse leiders als Donald Trump en Javier Milei, en slaagt er in zijn zoektocht naar stemmen, clicks en ‘likes’ net als hen in om zijn antirechtendiscours te verspreiden. Zo noemde hij abortus ‘een misdaad’ en linkte hij de lhbtq-gemeenschap aan pedofilie.

  • Vermogenskloof tussen mannen en vrouwen is een rem op emancipatie

    Vermogenskloof tussen mannen en vrouwen is een rem op emancipatie

    Gelijke lonen en gelijke toegang tot de arbeidsmarkt, dat is er nu allemaal, maar de vermogensongelijkheid ten nadele van vrouwen is de afgelopen decennia gestaag gegroeid. En dat heeft ingrijpende gevolgen voor vrouwen in hun dagelijks leven.

    De winnaar van de Nobelprijs voor Economie van dit jaar, Claudia Goldin, is eigenlijk een rasoptimist. Volgens sommigen moet ze ook wel. Uit haar onderzoek naar de langetermijntrends in de economische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen komt immers steeds weer naar voren dat de vooruitgang voor vrouwen op dat vlak bepaald niet in een rechte lijn verloopt. Haar inmiddels beroemde U-vormige curve laat zien dat in de loop van de negentiende eeuw vrouwen uit veel beroepen werden verdrongen, waarna latere generaties dat verloren terrein in de twintigste eeuw moesten heroveren. Als dit al eens eerder is gebeurd, kan het dan niet opnieuw gebeuren? Want zoals een uitspraak luidt die vaak wordt toegeschreven aan de Franse filosoof Simone de Beauvoir: ‘Vergeet niet dat één politieke, economische of religieuze crisis genoeg is om de rechten van vrouwen weer op losse schroeven te zetten.’

    Toch denkt Goldin dat de rijke landen nu aan het begin staan van wat zij ‘het laatste hoofdstuk’ noemt van ‘de grote gendergelijkheid’. Dat kan volgens haar bereikt worden met een reeks veranderingen, zowel op de werkvloer (door een eind te maken aan ‘greedy jobs’, banen die ook je avonden en weekenden opslokken) als in de thuissfeer (door een betere verdeling van huishoudelijk werk en zorgtaken). Nu vrouwen vrij zijn om dezelfde carrièrekeuzes te maken als mannen, zouden zulke verbeteringen de loonkloof volledig kunnen dichten.

    Maar al is het hoog tijd voor deze veranderingen, uit ons eigen onderzoek blijkt dat dit niet genoeg zal zijn om de economische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen te verminderen. Zelfs als vrouwen uiteindelijk evenveel betaald krijgen voor hetzelfde werk, zullen ze nog steeds economisch achterblijven bij de mannen. Want zowel in de VS als wereldwijd schuilt de economische ongelijkheid tegenwoordig niet zozeer in het loon als in het vermogen.

    Structureel meer kapitaal

    Met vermogen doelen we in de sociale wetenschap op het geheel van wat anderen ook wel kapitaal, activa, bezittingen of erfdeel noemen. Het totale reservoir aan waarde waarover een persoon beschikt. En zoals de Franse econoom Thomas Piketty met zijn team heeft aangetoond, is vermogensongelijkheid een wezenskenmerk van het hedendaags kapitalisme. Volgens hun World Inequality Report uit 2022 heeft de 10 procent rijkste huishoudens meer dan driekwart van het mondiale vermogen in bezit, en de armste 50 procent maar twee procent. De bevoorrechte klassen hebben dus een monopolie op rijkdom en proberen dat voor de generaties na hen te behouden, terwijl de meeste anderen er structureel van verstoken blijven.

    De vermogenskloof ten nadele van vrouwen is de afgelopen decennia gestaag is gegroeid

    Het werk van Piketty is inmiddels gemeengoed, maar daarnaast is uit baanbrekend statistisch onderzoek nu gebleken dat de vermogensongelijkheid ook aan sekse is gerelateerd. Een Duitse analyse van cijfers over de periode 2002-2012 wees bijvoorbeeld op een fikse vermogenskloof, niet alleen tussen alleenstaande mannen en vrouwen, maar ook binnen relaties. En de economen Nicolas Frémeaux en Marion Leturcq hebben aangetoond dat deze vermogenskloof ten nadele van vrouwen de afgelopen decennia gestaag is gegroeid, van 9 procent in 1998 naar 16 procent in 2015. Ze constateerden ook dat mannen structureel meer kapitaal bezitten dan vrouwen, of het nu gaat om vastgoed, grond of financiële en materiële middelen. Wat opviel, was dat de kloof tussen man en vrouw relatief klein was in de arbeidersklasse (aangezien geen van beide partners daar veel vermogen opbouwen) en veel groter bij de hogere inkomens.

    Deze vermogenskloof blijft verborgen en onderbelicht doordat hij zo moeilijk vast te stellen is. In de meeste landen worden alleen cijfers over het vermogen verzameld van huishoudens (op basis van enquêtes of belastinggegevens), niet van individuele burgers. En doordat men ervan uitgaat dat binnen huishoudens alle bezit gelijkelijk is verdeeld, verbloemt deze standaardaanpak de realiteit van de machtsdynamiek bij vermogensbezit. Vandaar dat in heel Piketty’s achthonderd bladzijden tellende magnum opus Kapitaal in de 21ste eeuw het onderscheid tussen man en vrouw niet eens een variabele is.

    Stilzwijgend

    Hoe kun je het individuele vermogen van een man en een vrouw vaststellen wanneer ze als stel samen iets hebben gekocht en als in de meeste onderzoeken alle mensen onder één dak als één economische eenheid worden geteld? Als sociologen die zich hier al twintig jaar mee bezighouden, hebben wij daar iets op gevonden: we kijken naar de gevallen waarin stellen uit elkaar gaan en waarop familiebezit wordt overgedragen aan erfgenamen. Dat zijn de momenten waarop de dynamiek aan het licht komt en duidelijk wordt wie er wérkelijk de macht over het familievermogen heeft en daar de vruchten van plukt.

    De vermogensongelijkheid tussen man en vrouw staat natuurlijk niet los van wat er op de arbeidsmarkt gebeurt. Uit de verschillen in carrières en inkomen waar Goldin onderzoek naar doet, blijkt dat mannen makkelijker geld opzij kunnen leggen. Maar het vermogen van mensen is tegenwoordig minder afhankelijk van wat ze zelf vergaren en meer van wat hun is toegevallen, meestal door beërving.

    Dan zien we dat de vermogenskloof al begint binnen het gezin, waar het verschil stilzwijgend wordt bestendigd in de rollen die mannen en vrouwen vervullen als echtelieden, vaders en moeders, dochters en zonen, broers en zussen. Maar de kloof wordt verder vergroot doordat juridische functionarissen in de advocatuur, de magistratuur en het notariaat ertoe neigen de ongelijke verdeling van vermogen tussen kinderen of voormalig echtgenoten klakkeloos te accepteren. En vrouwen zijn natuurlijk zo gesocialiseerd dat ze dit ook slikken, vaak in naam van het bewaren van de lieve vrede of voor het behoud en de overdracht van de maatschappelijke status van de familie.

    Als een stel uit elkaar gaat, houdt de man vaak ‘structureel eigendom’ en worden vrouwen uitgekocht met geld

    Zo gaat de bestendiging van seksehiërarchieën dus hand in hand met de reproductie van sociale klasse. Neem de scheiding tussen Amazon-oprichter Jeff Bezos en de romanschrijver MacKenzie Scott in 2019. Hun nettovermogen bedroeg ruim honderddertig miljard dollar, inclusief 16 procent van de aandelen van Amazon. In de staat Washington, waar ze woonden, hebben beide echtelieden bij een scheiding wettelijk recht op de helft van alle bezittingen die tijdens het huwelijk zijn verworven, zodat sommige aandeelhouders vreesden voor de toekomst van het bedrijf als Scott haar helft van de aandelen zou opeisen. Maar een paar maanden nadat de scheiding was aangekondigd liet Scott weten: ‘Ik schenk hem graag al mijn belangen in The Washington Post en Blue Origin en 75 procent van onze aandelen in Amazon, plus het stemrecht over mijn aandelen, zodat hij zijn werk met de teams van deze geweldige bedrijven kan voortzetten.’ 

    In de twee decennia dat we hier onderzoek naar doen, hebben we dit vrij vaak gezien. Als een stel uit elkaar gaat, houdt de man vaak ‘structureel eigendom’ aan in de vorm van grond, vastgoed en bedrijven en worden vrouwen uitgekocht met geld (als dat al gebeurt). En als vrouwen wel productieve kapitaalgoederen in bezit houden, zijn dat meestal de minder winstgevende.

    De ongelijkheid komt ook naar voren op het moment dat er geërfd wordt

    De ongelijkheid komt ook naar voren – en wordt weer verder bestendigd – op het moment dat er geërfd wordt. Neem een gezin uit de middenklasse in Zuidwest-Frankrijk. Toen Marcelle Pilon in 1992 geen leiding meer wilde geven aan haar bakkerij, moest ze voor haar familiebedrijf een opvolger aanwijzen. Ze was al vijftien jaar weduwe en besloot het bedrijf plus het grote huis dat erbij hoorde aan haar 43-jarige zoon Pierre te geven, die samen met haar in de bakkerij werkte. Maar Pierre had drie zussen en strikt genomen schrijft de Franse wet voor dat erfenissen gelijkelijk moeten worden verdeeld. Om daaraan tegemoet te komen, wees Marcelle haar dochters ook wat vastgoed toe. Omdat die bezittingen veel minder waard waren dan de bakkerij en het huis, werd bovendien overeengekomen dat Pierre zijn zussen tien jaar lang elke dag gratis brood en patisserie zou leveren. De moeder zag er nauwlettend op toe dat elke baguette en croissant iedere dag keurig werd bezorgd. 

    Maar dat betekende niet alleen dat de dochters in de buurt van de bakkerij moesten wonen om hun gratis brood te kunnen ontvangen: andere, niet opgegeven giften bleven bovendien buiten beschouwing. Zo had Pierre van zijn ouders eerder al eens een banketbakkersbedrijf ter waarde van bijna een ton gekregen, dat later weer opging in het familiebedrijf. Maar niemand had dit bij de instanties gemeld. De rechtvaardiging voor deze voortrekkerij was dat de ouders de studie van hun dochters hadden betaald terwijl Pierre voor het familiebedrijf was gaan werken. Maar toen een van ons de zussen vroeg of ze dit eerlijk vonden, hadden zij een andere lezing. Ze hadden vooral kunnen studeren dankzij een studiebeurs, zeiden ze, en hadden nu en dan gratis in de winkel van hun ouders gewerkt, terwijl Pierre daar van meet af aan loon en een winstpercentage van de banketverkoop had ontvangen. Ze hadden gegronde grieven tegen de regeling, maar wilden er geen werk van maken. Het voortbestaan van het familiebedrijf en de lieve vrede was belangrijk dan een rechtvaardige verdeling onder alle kinderen.

    Mysterie

    Dit alles is van belang omdat we niet langer in een tijd leven waarin mensen voor hun levensonderhoud voornamelijk afhankelijk zijn van lonen en uitkeringen. We leven nu in wat de sociologen Lisa Adkins, Melinda Cooper en Martijn Konings hebben betiteld als de vermogenseconomie (asset economy). Meer dan op enig ander moment in de voorbije eeuw is het bezit van vermogen niet alleen cruciaal voor de toegang tot hoger onderwijs, woningen en gezondheidszorg, die allemaal steeds duurder worden, maar ook voor het verwerven van krediet, werk en inkomen. In een onzekere tijd die gekenmerkt wordt door onbestendig werk en de afbouw van sociale vangnetten is de mogelijkheid tot het opbouwen van vermogen een zaak van existentieel belang geworden.

    De vermogensvoorsprong van mannen geeft hun meer macht om levenskeuzes te maken

    Het doel van feministisch empowerment is dat vrouwen leren op te treden als autonome economische partij. Maar nu inkomen steeds meer aan belang inboet ten opzichte van vermogen, lopen vrouwen gevaar wederom onevenredig achter het net te vissen. Dit moet niet alleen een thema zijn voor wetenschappelijk onderzoek en debat, het heeft ingrijpende gevolgen voor vrouwen in hun dagelijks leven. Alleenstaande moeders van de arbeidersklasse zullen hierdoor onverminderd geconfronteerd worden met moeilijke keuzes en ontberingen voor henzelf en hun kinderen, en het bedrijfsleven zal een mannendomein blijven.

    Zelfs de liefde kan weer im grotere mate vatbaar worden voor economische overwegingen. Zoals de Britse econoom Peter Kenway schrijft, krijgen we binnenkort misschien ‘een Jane Austen-achtige huwelijksmarkt waarop millennials zonder erfenis op zoek gaan naar een millennial die wel de erfenis van een huis in het vooruitzicht heeft.’ De vermogenskloof grijpt zelfs dieper in op het huwelijksleven, want de vermogensvoorsprong van mannen geeft hun meer macht om levenskeuzes te maken (zoals waar ze gaan wonen) die van invloed kunnen zijn op de carrière van hun partner of echtgenoot. En erger nog is dat vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld er door financiële afhankelijkheid soms van worden weerhouden bij hun partner weg te gaan.

    Al deze vormen van ongelijkheid komen aan het licht en worden ook verder aangewakkerd na een relatiebreuk – wat steeds meer voorkomt – of wanneer de vrouw weduwe wordt, wat vrouwen vaker overkomt dan mannen, vanwege hun iets hogere levensverwachting en het feit dat ze door de band genomen iets jonger zijn dan hun man. En aangezien stellen de verdeling van hun bezittingen steeds meer formaliseren (in huwelijkse voorwaarden of een partnerovereenkomst) genieten weduwen steeds minder bescherming. De vermogensongelijkheid tussen man en vrouw dreigt dus te leiden tot een toekomst van vrouwen die op hun oude dag afhankelijk zijn van een pensioen dat over het algemeen lager is dan dat van mannen, terwijl ze weinig of geen eigen vermogen hebben.

    Goldin schetste in haar werk de ontwikkelingen in een tijd waarin de werkgelegenheids- en loonkloof tussen mannen en vrouwen geleidelijk werd gedicht, zeker in de meer prestigieuze beroepen, dankzij overheidsbeleid en nieuwe technologieën die leidden tot verbeteringen op de arbeidsmarkt en betere reproductieve rechten voor vrouwen. Maar zoals ze zelf ook zegt, zijn we er nog lang niet en kan elke stap vooruit maar al te gemakkelijk ongedaan worden gemaakt, zoals onlangs bleek uit de nieuwe beperkingen (die in veel gevallen neerkomen op een regelrecht verbod) op abortus in de VS. Beleidsmakers en wetenschappers moeten nodig werk maken van de vermogenskloof, voordat onze samenleving weer afglijdt naar de mate van ongelijkheid die de negentiende eeuw kenmerkte. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de arbeidsmarkt en de financiële wereld, maar ook naar de dynamiek binnen huishoudens en gezinnen.

    Het gaat nu vooral om het persoonlijk vermogen, en weer trekken de vrouwen aan het kortste eind

    Er is grote behoefte aan nieuw historisch, sociologisch en economisch onderzoek om de volle reikwijdte en gevolgen van deze vermogenskloof in kaart te brengen. Zoals Goldin met een indrukwekkende hoeveelheid gegevens uit achttiende- en negentiende-eeuwse archieven aantoonde dat vrouwen die louter als ‘echtgenoot’ stonden geregistreerd in werkelijkheid als ‘arbeiders’ konden gelden, zo moeten wij nu het mysterie van het vermogen van huishoudens ontraadselen. Welk aandeel daarvan is nu werkelijk in handen van vrouwen? Als we dit probleem willen aanpakken, hebben we eerst een heel leger Goldins nodig om het te documenteren en beschrijven.

    Juist nu vrouwen in veel landen eindelijk beter opgeleid zijn dan mannen en evenveel recht hebben op dezelfde banen voor hetzelfde geld als hun mannelijke collega’s, is het zwaartepunt van de economische ongelijkheid verschoven. Het gaat nu vooral om het persoonlijk vermogen, en weer trekken de vrouwen aan het kortste eind. Een andere Franse filosoof, Albert Camus (en eveneens Nobelprijswinnaar), schreef de beroemde woorden: ‘We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen.’ We moeten ons Sisyphus vooral als een vrouw voorstellen.

  • In het Oostenrijkse Vorarlberg sluit binnenkort de laatste abortuskliniek

    In het Oostenrijkse Vorarlberg sluit binnenkort de laatste abortuskliniek

    In Vorarlberg is nog maar één arts te vinden die abortussen uitvoert. En ook hij sluit binnenkort zijn praktijk. ‘Ik hoopte eigenlijk dat dit debat snel voorbij zou zijn, maar het wordt alleen maar heftiger.’

    Uiteindelijk had hij geen andere keuze dan zelf een woning kopen. Hij nam zijn spaargeld op, verzilverde zijn particuliere pensioenverzekering en kocht een appartement dat als praktijk kon worden gebruikt. ‘Want anders,’ zegt Benedikt Hostenkamp, ‘was het waarschijnlijk niet gelukt.’

    Er waren vijf appartementen die hij had kunnen huren, zegt de arts. Maar zodra de verhuurders erachter kwamen dat hij ook abortussen wilde uitvoeren in zijn praktijk, ging de verhuur niet door. Over het algemeen is abortus mogelijk binnen de eerste drie maanden, ‘na voorafgaand medisch overleg met een arts’, zo luidt de Oostenrijkse wet sinds 1975. Benedikt Hostenkamp werd desondanks gemaand om ook zijn laatste praktijkpand te verlaten; de buren vonden het ‘bord’ dat hij buiten had hangen niet mooi, vertelt hij.

    Toch is dat bord zo onopvallend als maar kan: ‘Benedikt-Johannes Hostenkamp, specialist in gynaecologie en verloskunde. Poliklinische operaties’, staat bij de toegang tot een binnenplaats in het centrum van Bregenz. Via een deur op de binnenplaats, naast vuilnisbakken en fietsen, ga je naar de tweede verdieping. Hier hebben ook de vereniging van veehouders en het vakantiefonds voor bouwvakkers hun kantoor. Zo kun je niet weten of een vrouw naar haar gynaecoloog gaat voor een kankerscreening of een abortus – of naar de ‘Vereniging van veehouders van Vorarlberg’.

    In Duitsland moeten vrouwen die een abortus overwegen, advies inwinnen. In Oostenrijk mag de behandelend arts advies geven, en natuurlijk doet hij dat onbevooroordeeld, zegt Hostenkamp, en hij verheft zijn stem. Hij heeft moeite zijn boosheid binnen te houden. ‘Vijftien procent van de patiënten die bij mij komen voor een abortus bedenkt zich na het consult. Vijf procent komt later niet op de afspraak.’ Er staat geen foto van hem op zijn website. Wat er wel staat: ‘Wat je van ons kunt verwachten: een luisterend oor. Advies over hoe het verder gaat. Bemiddelende hulp.’ Hostenkamp krijgt regelmatig doodsbedreigingen.

    Conflictzwangerschappen

    Benedikt Hostenkamp is nu eenenzeventig jaar oud, hij is Duitser en doet ongeveer driehonderd abortussen per jaar. Het gesprek met hem vindt telefonisch plaats omdat hij in Freiburg im Breisgau woont. Sinds een paar jaar gaat hij om de week naar zijn praktijk in Bregenz. Aan het eind van dit jaar komt hij helemaal niet meer, want hij wil nu eindelijk echt met pensioen. Zoals het ernaar uitziet, hebben vrouwen in Vorarlberg binnenkort geen aanspreekpunt meer voor wat deskundigen ‘conflictzwangerschappen’ noemen.

    Er is nog geen opvolger. Er zijn open brieven van artsen en oproepen van burgemeesters, en sommigen van hen worden nu ook bedreigd: nog een reden waarom geen enkele gynaecoloog in deze kleine, conservatieve deelstaat een ‘bord’ bij zijn privépraktijk wil ophangen. 

    In Oostenrijk wordt het steeds moeilijker om iemand te vinden die abortussen uitvoert. In Burgenland kun je nergens terecht. In Tirol is er nog maar één wat oudere arts die abortussen doet. Ook hij gaat ook binnenkort met pensioen. Na lang zoeken zijn er drie collega’s in privépraktijken gevonden om hem op te volgen, maar het is onduidelijk wanneer ze zullen beginnen. Het plan van de SPÖ in Tirol om abortussen toe te staan in openbare ziekenhuizen werd gedwarsboomd door hun coalitiepartner, de ÖVP. In Salzburg willen ÖVP en FPÖ een campagne starten om in plaats van abortussen nu adoptie en pleegouders te promoten. In Duitsland is de situatie niet veel beter. Daar is het aantal praktijken waar vrouwen terecht kunnen de afgelopen twintig jaar bijna gehalveerd.

    In de zomer van 2022 vernietigde het Amerikaanse Hooggerechtshof na vijftig jaar de uitspraak Roe vs. Wade, waardoor het federale recht op abortus kwam te vervallen. Ook voor die tijd waren zogenaamde pro-lifeactivisten wereldwijd al in opmars. Sinds de overwinning op de pro-choiceaanhangers in de VS zijn ze ook in het meer verlichte West-Europa meer te zien en te horen. In Vorarlberg troffen ze een overzichtelijk werkterrein aan: een samenleving waarin abortus nog altijd wordt gestigmatiseerd. Al tientallen jaren is er een conservatieve regeringspartij aan de macht, die nu bang is voor rechts-populisten, die volgens de peilingen sterk aan het winnen zijn. En er is een medische beroepsgroep die van slag is. De zelfbenoemde ‘levensredders’ oefenen druk uit, ook op de politiek. En hun methoden worden steeds heftiger.

    ‘Veilige abortus is een mensenrecht – ook in Vorarlberg’

    Johannes Gasser, fractievoorzitter van de liberale partij Neos, doet regelmatig mee aan tegenbetogingen. ‘Ik dacht altijd dat het na een lange fase van maatschappelijke liberalisering op een gegeven moment geen thema meer zou zijn,’ zegt hij. ‘Maar je ziet in de VS, Polen, en Hongarije hoe sterk het taboe nog steeds is.’

    In januari diende Gasser samen met de SPÖ namens Neos een motie in het deelstaatparlement in: ‘Veilige abortus is een mensenrecht – ook in Vorarlberg.’ Kort daarna ontvingen parlementsleden plastic zakjes bij de post met daarin plastic embryo’s drijvend in rode vloeistof. In een debat in de Landtag sprak een parlementslid van de Groenen over het ‘niet nader te noemen pakketje’ dat was verstuurd ‘zonder aanziens des persoons’. Ze had jaren geleden een kind verloren en raakte opnieuw getraumatiseerd. Een ander vertelde over haar angst om een gehandicapt kind ter wereld te brengen, een derde over wat het met haar doet als ze ervan beschuldigd wordt kinderen ‘aan de lopende band te vermoorden’.

    Er waren veel tranen die dag in het parlement. En er was ook veel lof voor de oplossing die binnen handbereik leek. Want het staatsraadslid voor Gezondheid van Vorarlberg, Martina Rüscher, had een plan voor wanneer dokter Hostenkamp ermee ophield. Rüscher vertelt in haar kantoor dat ze wil dat ‘vrouwen zonder druk kunnen beslissen. Dat is mijn verantwoordelijkheid.’ Rüscher is eenenvijftig, heeft zelf drie zonen en behoort tot de liberale vleugel van de ÖVP.

    Het oorspronkelijke idee om in de nabije toekomst abortussen te laten uitvoeren in het provinciale ziekenhuis van Bregenz was al eerder afgewezen door regeringsleider Markus Wallner: ‘We kiezen noch voor het ene, noch voor het andere extreme uiterste.’ Op de vraag van de oppositie wat er extreem aan is om een contactpunt in een openbare instelling aan te bieden aan vrouwen in conflictsituaties, kwam geen antwoord.

    Dus richtte Rüscher zich op de op een na beste oplossing: op het ziekenhuisterrein, waar ook een babyluik is en een stillcafé – een ontmoetingsruimte voor prille moeders – is, zou een praktijk worden opgezet in een voormalige privékliniek. Het moest een half private kliniek worden, waar artsen van het ziekenhuis toegestane nevenactiviteiten zouden uitoefenen. Sommige artsen waren hiertoe bereid. 

    ‘Ik hoopte eigenlijk dat dit debat afgelopen zou zijn, maar het wordt steeds erger’

    Voorlopig komt daar echter niets van terecht. Officieel wordt gezegd dat het ombouwen te duur en te complex is. Maar waarschijnlijker is dat de ÖVP gedraaid is onder druk van de abortustegenstanders en de kerk. Gouverneur Wallner verzekert dat er een oplossing komt. Alleen niet in het komende jaar. Want het is belangrijk om zowel voor- als tegenstanders van abortus ‘bij deze kwestie te betrekken’. Bisschop Benno Elbs van Vorarlberg vertelde aan Vorarlberger Nachrichten dat een embryo ‘iets heel kostbaars en waardevols’ is. En hij betwijfelt of een staatsziekenhuis de ‘juiste plek’ voor abortussen is.

    Staatsraadslid Rüscher, die vroeger communicatieadviseur was, probeert haar teleurstelling te verbergen achter optimisme. Dit is slechts uitstel, zegt ze, geen afstel. Het komt goed. Binnenkort. Maar volgend jaar zijn er regionale en nationale verkiezingen. En Rüscher weet: ‘De stemming is heftiger dan in voorgaande jaren. Ik hoopte eigenlijk dat dit debat afgelopen zou zijn. Maar het wordt steeds erger.’ Dan opent ze een kast en pakt een doos van de bovenste plank. Er zit een klein doosje in waarin een plastic embryo ligt. ‘Ik ben twaalf weken oud’, heeft iemand op een papiertje geschreven en in het doosje geplakt.

    Bij het plastic poppetje zat een petitie van Citizen Go, een christelijke, fundamentalistische groepering die de ‘strijd om leven en dood in Vorarlberg’ verder wil opvoeren. De stichting, opgericht in Spanje, noemt zichzelf een volksbeweging en mengt zich in de cultuuroorlogen die wereldwijd woeden. Uit meer dan zeventienduizend documenten die in 2017 naar Wikileaks werden gelekt, wordt duidelijk dat de stichting samenwerkt met rechts-populistische partijen. De financiering komt officieel van donaties, maar uit de gelekte gegevens blijkt dat een Russisch-orthodoxe vriend van Poetin, de oligarch Konstantin Malofejev, ook achter het initiatief van de Spaanse oprichter Ignacio Arsuaga zit. Citizen Go ontkent dat. De groep heeft een tak in Oostenrijk en ageert in verschillende deelstaten tegen ‘prenatale kindermoord’.

    Martina Rüscher kreeg onlangs tijdens kantooruren herhaaldelijk bezoek van christelijke groeperingen, waaronder de evangelische Alliance Defending Freedom – oorspronkelijk uit de VS – en van Citizen Go. Een van de bezoekers, zegt ze, noemde abortusklinieken ‘slachthuizen’.

    Een van de lokale voorvechters van de pro-lifebeweging is de gepensioneerde leraar Christoph Alton. Hij is de oprichter van ‘WIR – Platform voor Gezinnen en Kinderbescherming’, waarvoor hij in de gemeenteraad van Feldkirch zit. Alton, een magere tweeënzestigjarige man, woont met zijn vrouw in een huis aan de rand van de stad. Hun kleinkinderen spelen in de tuin. In zijn woonkamer, voor een boekenwand vol christelijke literatuur, betoogt hij waarom hij het woord abortus niet gebruikt. ‘Het zou “vermoord in de moederschoot” moeten zijn.’

    Alton is ook tegen abortus als er twijfel is of de zwangerschap het gevolg is van verkrachting. Dat wordt gewoon vaak misbruikt om de eigen agenda door te drukken, zegt hij. Zijn vrouw zit naast hem en knikt. ‘Een tiener gaat naar de disco, raakt zwanger en begint dan over misbruik.’ Zo ziet hij het. Over vrouwen wier leven wordt bedreigd door hun zwangerschap, wil hij zich niet uitlaten. ‘Getalsmatig gaat dat om zeer kleine aantallen.’

    Trottoiradviseur

    Voor de rest is de vader van vijf kinderen niet alleen actief als ‘gezins- en relatieconsulent’, maar ook als ‘Gehsteigberater’ [trottoiradviseur], zoals de activisten zichzelf noemen. Het zijn antiabortusactivisten die vrouwen de weg naar klinieken versperren, hen moordenaars noemen, eeuwige verdoemenis voor ze voorspellen en flyers uitdelen over adoptie en pleeggezinnen. In Bregenz zijn de Gehsteigberater al jaren bezig. Alton zegt dat hij altijd kiest voor een benadering ‘met respect’. ‘Ik veroordeel niemand.’

    Samen met activisten van Citizen Go staat hij ook regelmatig voor de praktijk van Benedikt Hostenkamp en spreekt hij vrouwen aan. ‘We vragen of we voor ze kunnen bidden of ze iets mogen geven. Dan overhandigen we ze een plastic embryo.’ Af en toe slaagt een ‘bekering’, zegt Alton. ‘Sommige kinderen mochten blijven leven na onze gebeden.’

    Benedikt Hostenkamp heeft aan de telefoon moeite om rustig te blijven als hij het heeft over de ‘zogenaamde levensbeschermers’ bij de toegang tot de binnenplaats. ‘Niet zij, maar wij, de artsen, beschermen levens,’ zegt hij. ‘Omdat we vrouwen een alternatief bieden. Vaak kunnen ze het immers even niet helder denken, geen opties afwegen en ook niet pro-kind denken – totdat ze inzien dat ze in geval van twijfel geholpen kunnen worden.’ Als die zelfbenoemde hulpverleners bij hem op de stoep staan, komen zijn patiënten geagiteerd naar hem toe, sommigen in tranen. ‘Velen hebben dan eerst een kalmerend middel nodig.’

    Hostenkamp noemt het een hedendaagse schandpaal. Lange tijd vroeg hij de autoriteiten om de tegenstanders van abortus op afstand te houden, zodat ze zijn patiënten niet konden lastigvallen. Tevergeefs. Als het inloopcentrum voor abortussen in de voormalige privékliniek er volgens het plan van Rüscher komt, dan zijn vrouwen minder herkenbaar en worden ze beter beschermd. 

    Nu moeten vrouwen die hulp zoeken soms zelfs de provincie uit. Totdat er in Vorarlberg een oplossing wordt gevonden. Ook al kan dat even duren.

    Lees ook:

  • Homeira Qaderi: ‘Ik voel me nog steeds schuldig dat ik leef’

    Homeira Qaderi: ‘Ik voel me nog steeds schuldig dat ik leef’

    Toen de taliban twee jaar geleden de macht overnamen, vluchtte de Afghaanse schrijver Homeira Qaderi naar de VS. Vaak denkt ze terug aan haar jeugd in haar thuisland. En aan haar vrienden van toen, waarvan geen nog in leven is.

    Elke middag sluipen Lida, Shekiba, Farzaneh en Homeira het huis uit. Ze willen zien waar de wapens van de Sovjettroepen nieuwe gaten in de aarde hebben geslagen, om zich in te verstoppen. Het is halverwege de jaren tachtig. Ze zitten op de basisschool en Herat is een gevaarlijke plek voor kinderen, maar ook een speelparadijs.

    Vandaag leeft alleen Homeira nog. Haar drie vriendinnen overleefden wel de tien jaar durende bezetting door het Sovjetleger. Ook de burgeroorlog in Afghanistan daarna, de honger en het geweld binnen families. Maar de uitzichtloosheid onder de taliban, die in 1996 het land voor het eerst volledig in handen kregen, overleefden ze niet. ‘Ze overgoten zich met olie en staken zichzelf in brand,’ zegt Homeira Qaderi zachtjes. De een na de ander, zoals zoveel vrouwen toen die van al hun vrijheden werden beroofd. ‘Ik voel me nog steeds schuldig dat ik leef.’

    In Afghanistan pleegden meer vrouwen dan mannen zelfmoord; wereldwijd is dat slechts in een paar landen het geval. En het geldt ook nu weer, nadat de taliban in de zomer van 2021 de macht opnieuw overnamen. Officiële cijfers uit Afghanistan zijn er niet, maar de cijfers van individuele organisaties en ziekenhuizen uit de verschillende provincies komen overeen. Zo vertelde de Afghaanse politica en activiste voor vrouwenrechten Fawzia Koofi in juli 2022 aan de Verenigde Naties in Genève dat dagelijks minstens één vrouw zelfmoord pleegt. ‘In dit land is het makkelijker om een steen te zijn dan een meisje.’ Dat hoorde Qaderi al keer op keer van haar grootmoeder.

    Speelparadijs

    In een witte blouse onder een donkerblauwe trui neemt Qaderi half september plaats in de bibliotheek van het Literaturhaus in Zürich. Die avond zal ze hier voorlezen uit haar nieuwe boek. De boekenplanken vol romans reiken tot aan het plafond. ‘Zo stel ik me tegenwoordig een speelparadijs voor,’ zei ze bij binnenkomst. Siawash, haar zoon van negen, zit naast haar. Hij bladert door een stripverhaal, typt op zijn mobiele telefoon, maar intussen luistert hij naar zijn moeder. Moeten we niet naar een andere ruimte zodat haar kind al die wrede verhalen niet hoort? ‘Nee, nee,’ zegt Qaderi (43), ‘Hij heeft ze al vaak gehoord.’

    Hoe de taliban haar huis twee keer met geweld overnamen, hoe ze jarenlang voor haar zoon moest vechten, maar ook hoe alleen lezen en schrijven haar hielpen om nooit de hoop op te geven. Daarover schreef Qaderi het boek Dancing in the Mosque – An Afghan Mother’s Letter to Her Son. Van de zes boeken die ze schreef is dit het eerste dat in het Duits is vertaald. Ze is een paar dagen met Siawash in Europa voor een lezing tournee; ze wonen nu in New Haven bij New York, waar ze een schrijfbeurs heeft aan Yale University. Deze professor in de Perzische literatuur staat midden in het leven, maar als ze over haar ervaringen praat, fluistert ze bijna, alsof die door zacht te spreken iets van hun gruwelijkheid verliezen.

    Ze herinnert zich van haar jeugd in Herat niet alleen de schuilplaatsen, maar ook de dagen waarop ze honger leed. En de Sovjetsoldaten op hun tanks. Soms wierpen die haar een stuk brood toe, soms richtten ze lachend de loop op het kind. De kleine Homeira vond rust bij de moerbeiboom op de binnenplaats van haar ouderlijk huis, waar ze verhalen verzon.

    Het leven van de familie verandert als de Sovjettroepen zich terugtrekken en de oprukkende taliban het land  gaandeweg in bezit nemen. Er wordt nauwelijks meer geschoten in Herat, ‘maar we zaten opeens in een enorme gevangenis’, herinnert Qaderi zich. Meisjes mogen niet meer naar school, geen enkele vrouw mag door de stad lopen zonder een mahram, een mannelijke metgezel. De familie is zo arm dat moeder, dochter en tantes een burka moeten delen. Twee keer werd Qaderi op straat geslagen omdat ze alleen liep. ‘En ik was nog maar een kind.’

    Boeken werden haar redding. ‘Ze waren nog maar net aan de macht of de taliban verboden elk boek behalve de Koran,’ zegt Qaderi. Uit angst wikkelt haar grootvader alle romans van de familie in plastic en begraaft ze in de tuin. ‘Dat was mijn redding. Want dankzij de literatuur begreep ik hoe anders de wereld buiten Afghanistan is en dat onze realiteit niets te maken heeft met de rest van de mensheid.’ Uit de Russische romans leert ze dat er salons zijn waar vrouwen en mannen met elkaar dansen. In Engelse boeken leest ze dat mensen in huizen wonen die meer dan honderd jaar oud zijn. ‘Die werden in geen geval vernietigd door bommen. ‘Families wonen er al generaties.’ Dit zijn de verhalen die zij als kind nooit vergat.

    ‘Ik sliep heel weinig omdat ik zoveel mogelijk wilde lezen. Ik was constant bang dat iemand me deze vrijheden weer zou afnemen’

    Qaderi woont nu twee jaar in de VS. Siawash is zich al lang bewust van zijn nieuwe leven daar; hij spreekt Amerikaans Engels. Als zijn moeder niet op een woord kan komen, springt hij bij. En als er een foto moet worden gemaakt, vindt ze het resultaat pas goed als het door de negenjarige met zijn mobiele telefoon gedaan is. Moeder en zoon vormen een hecht team, ze hebben alleen elkaar.

    Als de moeder van de dertienjarige Qaderi merkt hoe haar dochter lijdt onder de nieuwe situatie in Herat, stelt ze haar voor om andere meisjes te leren lezen en schrijven. Qaderi bloeit op. In het begin zitten er veertig of vijftig kinderen in de keuken van haar ouders en al snel heeft ze drie klassen per dag. Nog steeds put ze troost uit die tijd. ‘Misschien leven sommige van mijn leerlingen nog. ‘En ook al hebben ze geen boeken, ze kunnen in ieder geval schrijven.’

    Ook Qaderi begint, zittend onder de moerbeiboom, haar gedachten op te schrijven. In 1996 publiceerde een lokale krant haar eerste korte verhaal, onder haar eigen naam. Dat is een groot risico en haar vader koopt zoveel exemplaren als zijn spaargeld het toelaat. Hij is trots op zijn dochter, zeker, maar uit angst voor de Taliban verbrandt hij de kranten. En uit angst besluiten de ouders van Homeira haar al op zeventienjarige leeftijd uit te huwelijken. Liever aan een jongeman uit de buurt voordat een strijder zijn oog op haar laat vallen.

    Het jonge stel trekt in bij haar schoonouders, die voor hun werk naar Iran moeten verhuizen. Plotseling heeft ze daar vrijheden waar ze voorheen alleen maar van droomde. In Teheran kan ze naar de bioscoop en het museum, en ze kan er zelfs literatuur studeren. ‘Ik sliep toen heel weinig omdat ik zoveel mogelijk wilde lezen. Ik was constant bang dat iemand me deze vrijheden weer zou afnemen.’ In 2008 moest ze plotseling binnen een paar uur het land verlaten omdat ze eerder meedeed aan demonstraties tegen het Iraanse regime.

    Bij haar terugkeer blijkt Afghanistan te zijn veranderd. Vrouwen kunnen alleen reizen, tenminste in de grote steden, en scholen zijn open voor alle kinderen, zegt Qaderi. Ze doceert literatuur aan de universiteit in Kaboel en werkt als consultant voor het ministerie van Onderwijs. In 2013 werd Siawash, haar zoon, geboren.

    In datzelfde jaar besluit haar man, een politicoloog, een tweede vrouw te nemen. Als ze zich daartegen verzet, ontvangt ze van hem de volgende sms: ‘Echtscheiding, echtscheiding, echtscheiding’. Volgens de sharia kan een man die dit woord drie keer uitspreekt tegen zijn vrouw daarmee hun huwelijk beëindigen.

    Scheiding

    Door de scheiding verloor Qaderi niet alleen haar huis, maar ook haar kind. De peuter krijgt te horen dat zijn moeder tijdens de bevalling is overleden. ‘Ik mocht hem niet bezoeken, ik kreeg geen foto’s, ik mocht zijn stem niet horen aan de telefoon, niets. Ik heb mijn zoon pas weer gezien toen hij vijf jaar oud was.’ In de bibliotheek van Zürich tilt Siawash nu zijn hoofd op, zijn bril was naar het puntje van zijn neus gegleden terwijl hij las. Hij springt van zijn stoel om zijn moeder te omhelzen; later, op weg naar de lunch, laat hij haar hand niet los, slaat steeds weer zijn arm om haar heen, alsof hij zijn moeder wil beschermen. Hij laat haar niet los.

    Na veertien jaar huwelijk is Homeira Qaderi alles kwijt. Uit wanhoop solliciteert ze voor een schrijfbeurs aan de Universiteit van Iowa. Ze wordt aangenomen en verlaat het land. Als ze in 2017 terugkeert naar Kaboel, heeft ze een plan. Ze stapt naar de rechtbank: de sharia bepaalt dat een kind na de scheiding van zijn ouders tot zijn zevende verjaardag bij zijn moeder mag blijven. Qaderi wordt in het gelijk gesteld. Later krijgt ze zelfs een verlenging voor nog eens twee jaar. Ze wordt geacht eind 2022 haar zoon terug te geven aan zijn vader, maar een jaar daarvoor verandert alles: eerst vallen de steden Kunduz, Kandahar en Herat en op 15 augustus 2021 bezetten de taliban het presidentiële paleis in Kaboel. De NAVO-strijdkrachten trekken zich terug.

    Qaderi wil haar huis waarnaar ze net is teruggekeerd absoluut niet opnieuw verlaten, maar haar situatie verslechtert enorm doordat ze zich op radio en televisie onvermoeibaar uitspreekt tegen de taliban en voor vrouwenrechten. Haar vader smeekt haar: ‘Als je wilt praten, ga dan weg.’ Anders, licht ze toe, zou de rest van de familie ook gevaar lopen. Vrienden in het buitenland helpen haar ontkomen. Op de avond van 28 augustus 2021 krijgt ze een telefoontje dat ze uiterlijk veertig minuten later op het vliegveld moet zijn met haar zoon, over wie ze nog steeds de voogdij heeft. De VS halen in die dagen 124.000 mensen uit Afghanistan. ’s Nachts om kwart voor twee zitten Homeira Qaderi en Siawash in een van de laatste vliegtuigen.

    ‘Als je wilt praten, ga dan weg’

    Siawash is nu al een jaar langer bij zijn moeder dan hij bij haar in Afghanistan had kunnen zijn. De jongen is goed ingeburgerd in zijn nieuwe woonplaats, hij heeft nieuwe vrienden gemaakt en is middenvelder in het voetbalteam van zijn school. Af en toe gaat het kleine gezin een pizza eten, maar ze letten er goed op dat ze aan het eind van de maand genoeg geld overhouden om naar de achterblijvers in Herat en Kaboel te sturen ‘Het maakt me woedend dat de wereld Afghanistan aan zijn lot heeft overgelaten. Vrouwen leven er weer als in een gevangenis en de meeste mannen ook,’ zegt Qaderi. Wat haar in verwarring brengt, zegt ze, is de selectieve aandacht van het Westen. Terwijl de strijd van Iraanse vrouwen wordt erkend, wordt de benarde situatie van Afghaanse vrouwen over het hoofd gezien.‘Niemand geeft om Afghanistan. Het is een verloren land.’

    Maar Qaderi geeft de hoop niet op. Via internet geeft ze les in creatief schrijven aan jongens en meisjes; ze wil dat die hun ervaringen opschrijven zodat het leven in het Afghanistan van nu wordt vastgelegd. ‘Schrijven heeft mij tenslotte ook geholpen om te overleven.’ Zelf voelt ze zich verscheurd, ook al zegt ze dat niet graag in het bijzijn van haar kind; ze leunt opzij en schermt haar mond af met haar hand als ze het zegt. Ze schrijft nog steeds in het Farsi, maar bijna niemand in het buitenland kan haar boeken lezen. ‘Ben ik eigenlijk nog wel een schrijver als niemand mijn verhalen in mijn taal kan lezen?’

    Binnenkort reizen Homeira Qaderi en Siawash naar Frankrijk, op uitnodiging van het literatuurfestival van Saint-Étienne. Daar wonen haar ouders nu. Ze kan nauwelijks slapen van geluk, zegt ze terwijl ze nog in Zürich is; de vreugde over het vooruitzicht om haar ouders na twee jaar weer te zien is groot. Kort nadat Qaderi vluchtte, verlieten ook zij Afghanistan en ze belandden in Frankrijk. Ze mogen momenteel niet naar andere landen reizen, ook niet om bijvoorbeeld hun dochter en kleinzoon te bezoeken.

    Maar op de dag dat ze in Saint-Étienne aankomen wordt hun thuisland opgeschrikt door een aardbeving; vooral de regio bij Herat is zwaar getroffen. Op sociale media schrijft Qaderi: ‘Niet dat ik geen verdriet ken, geen armoede, geen oorlog of wanhoop… Toch begrijp ik hoe het kon dat ik elke keer weer opstond uit het stof, na alle wind en regen, na overstromingen en aardbevingen… lachend en nog altijd vol hoop.’

  • Tienduizenden vrouwen in IJsland staken om ongelijkheid

    Tienduizenden vrouwen in IJsland staken om ongelijkheid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël woedend na uitspraken Guterres in VN-Veiligheidsraad

    » Onderzoek toont aan dat racisme toeneemt in Europa

    Onder meer de IJslandse premier deed mee aan de protesten

    Tienduizenden IJslandse vrouwen, waaronder de premier, hebben dinsdag gestaakt om te protesteren tegen de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dat schrijft de BBC. Hoewel IJsland wordt beschouwd als een van de meest vooruitstrevende landen ter wereld op het gebied van gendergelijkheid, verdienen vrouwen in sommige sectoren en beroepen minstens 20 procent minder dan IJslandse mannen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Daarnaast krijgt volgens wetenschappers 40 procent van de IJslandse vrouwen in hun leven te maken met seksueel geweld. ‘We willen de aandacht vestigen op het feit dat we een paradijs voor gelijkheid worden genoemd, maar er zijn nog steeds verschillen tussen mannen en vrouwen en er moet dringend actie worden ondernomen,’ zegt een van de organisatoren van het protest.

    Onder het motto ‘Noem je dit gelijkheid?’ zullen IJslandse vrouwen voor het eerst in 48 jaar een hele dag staken. In 1975 staakte 90 procent van de IJslandse vrouwen om te protesteren tegen de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Premier Katrín Jakobsdóttir kondigde aan mee te doen met de staking.

    Lees ook:

  • Vrouwenrechten in Afrika: ‘De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit’

    Vrouwenrechten in Afrika: ‘De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit’

    She Leads is een vijfjarig programma dat zich inzet voor de zelfbeschikking van meiden en jonge vrouwen in Oost-Afrika, West-Afrika en het Midden-Oosten. 360 ging hierover in gesprek met de Keniaanse Caroline Boraya en de Sierra Leoonse Hawa Mansaray, beiden She Leads-landencoördinator in hun desbetreffende land. ‘Waar we ons nu op richten is gendergelijkheid, representatie en leiderschap van jonge vrouwen.’

    Caroline Boraya is pleitbezorger van kinderrechten en woont in Nairobi, Kenia. Zo kwam ze onder andere te werken voor Kesho Kenia, een lokale ngo die zich inzet voor onderwijs, training en bescherming van kinderen en jongeren, en gaf ze de leiding aan het Changing the Way We Care Initiative, een project dat onderwijs en gezinszorg promoot. Nu is ze landencoördinator van het She Leads Consortium, een gezamenlijk programma van Plan International, Defence for Children-ECPAT, African Women’s Development and Communication Network (FEMNET) en Terre des Hommes (TdH) dat in 2021 van start is gegaan. 

    Het She Leads-consortium, lezen we online, brengt kinderrechtenorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en door GYW [girls and young women] geleide groepen samen en heeft tot doel de duurzame invloed van deze groep op de samenleving te vergroten en de visie op en besluitvorming rondom gendernormen binnen formele en informele instellingen te veranderen.

    ‘Dit liet haar ‘de kracht van vrouwen zien, het belang van het helpen van anderen’

    Ook Hawa Mansaray is coördinator van dit programma, in haar geval van Sierra Leone. Ze groeide op in een gezin met veel broers en zussen, waarvan maar één ‘echt’ was. De anderen waren kansarme kinderen die haar moeder, een alleenstaande vrouw, in huis had genomen om ze te helpen. Dit voorbeeld inspireerde haar van jongs af aan en liet haar ‘de kracht van vrouwen zien, het belang van het helpen van anderen, vooral meisjes en jonge vrouwen, en zette mij ertoe aan om de mensheid te dienen’, aldus Mansaray. Vanuit deze wens wilde ook zij aanvankelijk rechten studeren, maar ze bleek niet aan de eisen te voldoen. Uiteindelijk, zegt ze, was dat een zegen want zo kwam ze terecht in een studie vredes- en conflictstudies/ontwikkeling, die haar naar haar stage bij Defense for Children Sierra Leone leidde.

    Op 4 oktober spraken Boraya en Mansaray in De Balie met vier anderen die zich met feminisme en beleid bezighouden. De dag erna sprak ik hen samen in Den Haag op het hoofdkantoor van Terre des Hommes.

    Hoe was het gesprek in De Balie?

    C+H: Het was een mooie avond, echt bijzonder. 

    C: Er was alleen niet echt sprake van een gesprek. Het was eigenlijk zo dat iedereen zichzelf presenteerde en zijn verhaal vertelde, terwijl de anderen luisterden. Er werd niet gedebatteerd.

    Dus dat viel eigenlijk een beetje tegen?

    C: Juist niet, het hoeft niet altijd confronterend te zijn. Het is bijzonder dat iedereen de ruimte krijgt en alles kan zeggen, zonder dat daar protest op volgt. Bijvoorbeeld het verhaal van Lucy Hall, hoogleraar Internationale Betrekkingen en Feminisme, over de geschiedenis van het feminisme, vond ik buitengewoon informatief. Het publiek en wij luisteren en bepalen zelf wat we ermee willen. Iedereen kan zeggen wat hij wil.

    Orange team cheering during the team building session in Kisumu KENYA on 1st Dec 2022. Pic by Felista Nduta 2.JPG 1
    © Felista Nduta

    Is zoiets in Kenia niet mogelijk? 

    C: Ik denk dat het nu wel mogelijk zou zijn, maar het is vooral een nieuwe vorm, die we nauwelijks kennen. Er is veel meer sprake van strijd. Dit heette een debat, maar was het niet, niet zoals wij dat kennen.

    Kunnen jullie kort de situatie in jullie respectievelijke thuisland schetsen op het gebied van vrouwen en kinderrechten?

    H: In Sierra Leone is er veel in ontwikkeling geweest op het gebied van bescherming en emancipatie van vrouwenrechten. Voor de jaren negentig was hier nauwelijks aandacht voor. Rond de jaren 2000-2020 zijn de meeste wetten (de 3 Gender Justice Laws: Customary Marriage and Divorce Act, Devolution of Estate Act en Domestic Violence Act, The Child Right Act 2007, and the Sexual Offences Act) ontworpen, gericht op de bescherming van meisjes en jonge vrouwen in plaats van op het bevorderen van hun participatie en vertegenwoordiging in besluitvormingsprocessen. In 2019 werd bovendien een callcentrum opgericht voor slachtoffers van seksueel geweld, daarvoor konden zij nauwelijks ergens terecht. 

    Waar we ons nu op richten, is niet alleen de opvang maar ook preventie en het veranderen van de blik binnen de maatschappij; gendergelijkheid, representatie en leiderschap van jonge vrouwen. Ook op dit gebied beginnen de vooruitzichten langzaam te veranderen. Sierra Leone heeft in 2022/2023 de Gender Equality and Women’s Empowerment Act aangenomen als een manier om gendergelijkheid te bevorderen.

    ‘Het moeilijke gedeelte is dat de wetten worden nageleefd’

    Dat klinkt veelbelovend.

    H (lacht): Op papier wel ja. Het moeilijke gedeelte is dat de wetten worden nageleefd.

    Hoe is dat in Kenia?

    C: Ook hier is de grootste uitdaging het naleven van de wetten. Er liggen heel veel voorstellen op de plank, het gaat erom ze erdoorheen te krijgen én om de mensen ervan op de hoogte te brengen. We hebben vaak te maken met mensen die nauwelijks zijn opgeleid, juist die moeten we zien te bereiken. We kijken per regio wat het beste aanslaat, en maken om de jeugd te bereiken bijvoorbeeld ook veel gebruik van animaties, kunst en sport.

    Daarnaast moeten we natuurlijk duidelijk maken waar de slachtoffers terecht kunnen. 

    We zien niet meteen verandering, de zienswijze verandert ook van generatie op generatie, bijvoorbeeld op het gebied van meisjesbesnijdenis. Daarvoor gaan we met ouders zitten, die meestal claimen dat het een traditie is, die onder andere in het leven is geroepen om het vreemdgaan van vrouwen tegen te gaan. We leggen bijvoorbeeld uit dat het dat niet tegengaat en dat het de gezondheid van de vrouw in gevaar brengt tijdens de bevalling, dat er andere manieren zijn om ernaar te kijken. We proberen als het ware door hun ‘verkeerde geloofssysteem’ heen te breken, dat gevoed wordt door religie en traditie. Het belangrijkst is om te kijken met wie je aan tafel moet gaan zitten, en vervolgens om steeds dichter in de buurt van die muur te komen, om er uiteindelijk helemaal doorheen te breken.

    Draagt het She Leads-programma hieraan bij?

    H: Zulke programma’s dragen zeker bij aan deze ontwikkelingen. Vooral omdat het niet gaat om een eenmalige campagne, waarmee je mensen iets bijbrengt. Het gaat om de consistentie. We zien niet direct verandering, misschien pas over 5 jaar, of zelfs 10 jaar nadat het programma is afgerond. Het gaat om het uitdragen en lobby’en, om het in gang zetten van ontwikkelingen. We moeten ervoor zorgen dat dit überhaupt mogelijk is: dat er budget voor vrij wordt gemaakt bijvoorbeeld. In dat opzicht hebben we nog een lange weg te gaan.

    Het is nu het derde jaar, waarin veel ruimte is voor reflectie. Want de praktijken die wij initiëren moeten ook na jaar vijf worden voortgezet.

    ‘De praktijken die wij initiëren moeten ook na jaar vijf worden voortgezet’

    Vinden jullie het op de een of andere manier nadelig dat het een westers programma betreft, dat wil zeggen dat het door westerse landen is opgezet?

    C: She Leads is geen westers programma. Het is geen omlijnd concept, de coördinatoren krijgen juist de vrijheid het op hun eigen manier in te richten, afgestemd op het betreffende land.

    H: Klopt, het is niet westers, het ligt niet vast. Het groeit geleidelijk binnen de context van het land.

    Hoe is de samenwerking internationaal, zorgt die voor culturele verschillen en dergelijke?

    C: We hebben weliswaar andere achtergronden, maar ook heel veel gemeen, en de focus ligt natuurlijk op één gebied. Ook de verschillen brengen ons samen. We leren van elkaar, we wisselen ideeën uit, andere manieren van aanpak et cetera.

    Werken de regeringen in jullie respectievelijke landen mee?

    C: In Kenia merk ik dat er heel veel goodwill is van de regering als instituut. Zo heeft het ministerie van Gender onlangs bijvoorbeeld de Protection Against Domestic Violence Act gelanceerd, die de bescherming van slachtoffers van sexual and gender-based violence (SGBV) moet bevorderen. Dit genderbeleid heeft tot doel de participatie en empowerment van vrouwen en mannen, jongens en meisjes, kwetsbare en gemarginaliseerde groepen te vergroten. Soms lopen we wel aan tegen de persoonlijke vooroordelen van iemand met wie we te maken hebben, dat zal nog wel een tijd zo blijven en daar werken we hard aan, om die zienswijze te veranderen.

    H: In Sierra Leone is dat net zo, er is veel steun vanuit de bevolking en de overheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de unanieme stem voor de GEWE (de Gender Equality and Women’s Empowerment Act, die een quotum van 30 procent vaststelt voor de participatie van vrouwen in de regering voor zowel benoemde posities als voor gekozen posities). Op dit moment is de wet ook van kracht, hij is in januari 2023 door de president ondertekend. 41 vrouwen zijn in het parlement gekozen, wat neerkomt op 30,4 procent van de gewone parlementsleden en 28,2 procent van het totale aantal parlementsleden. De moeilijkheid zit hem meer in de expertise, voor het opstellen van de wetten bijvoorbeeld, en ook voor de technische uitvoering ervan. De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit. 

    Youth advocate Blessing rallies at a She Leads girls meetup in Freetown Sierra Leone. Pic by MJ Sessy Kamara 1
    © MJ Sessy Kamara

    Hoe vinden jullie, als jullie westerse kranten lezen, dat jullie land wordt vertegenwoordigd in westerse media?

    C: Ik lees veel internationaal nieuws, omdat ik wil weten wat er speelt en ook hoe andere kranten daarover berichten. Wat me opvalt is dat er twee manieren van weergave zijn, afhankelijk van het medium. Of de lezer wordt verteld vooral naar Kenia te komen omdat het zo’n fantastisch vakantieland is, mooie safari’s, leuke mensen, goede sfeer, lekker eten. Of er wordt juist gezegd dat je er niet heen moet gaan, bijvoorbeeld vanwege het geweld na de verkiezingen [augustus 2018 en augustus 2022], de honger, de hoge kindersterfte. Er wordt vanuit het land zelf en door ngo’s vaak naar sympathie gezocht, ook door middel van zielige foto’s. Ik snap dat dit een manier is om de aandacht te trekken, maar het probleem is toch dat de meesten hier niet echt verwantschap mee voelen. Ik kan me zelf in ieder geval niet in het beeld herkennen.

    H: Ik merk dat de berichtgeving vaak is gerelateerd aan belangen. Sierra Leone kwam bijvoorbeeld in het nieuws vanwege de bloeddiamanten, het vele geweld, de oorlog, ebola. Dan schrijven westerse media erover; dat gaat ook hen in meer of mindere mate aan. De reden dat bedrijven en particulieren naar Sierra Leone komen is ook vaak om meer te exploiteren. Die houding wordt weerspiegeld in de berichtgeving. De mooie ontwikkelingen worden vaak nauwelijks genoemd, zoals de toegenomen vertegenwoordiging van vrouwen in de wetgevende macht, die de laatste tijd een recordhoogte heeft bereikt: vrouwen zijn nu bijna evenredig vertegenwoordigd als mannen in het parlement van Sierra Leone, zoals hierboven al is gezegd. Vergeleken met de uitdagingen waarover meestal wordt bericht.

    ‘De mooie ontwikkelingen worden vaak nauwelijks genoemd’

    Is er in jullie respectievelijke landen sprake van persvrijheid?

    C: In Kenia gaat dit opvallend goed. In onze grondwet van 2010 beschermt artikel 34 het recht van de media om verslag te doen en ze worden niet gestraft voor geuite meningen. Op sociale media bijvoorbeeld uiten mensen openlijk kritiek op de regering, waar zoiets vroeger nog je leven kon kosten.

    H: In Sierra Leone is er niet zozeer sprake van directe censuur, maar zijn mensen bang om slecht te spreken over de regering vanwege de mogelijke consequenties op het gebied van werk, ook voor hun familie. Ze leggen het zichzelf dus op. De Right to Access Information Act, 2013 (wet op het recht op toegang tot informatie) biedt echter de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode informatie op te vragen bij overheidsfunctionarissen of particuliere instellingen. Onlangs heeft bijvoorbeeld een gerenommeerde advocaat, Augustine Marrah, bij het Hooggerechtshof een rechtszaak aangespannen tegen de nationale verkiezingscommissie omdat deze heeft nagelaten om de uitgesplitste gegevens over de algemene verkiezingen van 24 juni 2023 in Sierra Leone vrij te geven.

    Welke Keniase en Sierra Leoonse kranten kunnen jullie aanraden?

    In Kenia: The Star, Nation, Standard Newspaper en Mpasho News.
    In Sierra Leone: De Awoko, Politico en AWL-krant wordt veel gelezen.

    Kennen jullie ook panafrikaanse initiatieven als Africa is a Country en African Argument, die ernaar streven het continent op een andere manier te belichten dan westerse media meestal doen?

    C + H: Nee, nooit van gehoord.

    Wat is jullie droom voor de toekomst?

    C: Vooral dat meer meisjes op leidinggevende posities terechtkomen, onderwijs volgen, ook voortgezet. Dat ze zich bewust worden van hun rechten. Dat samenwerking zoals die tijdens onder andere She Leads is ontstaan en wordt voortgezet, ook na 2025.

    H:  Hier sluit ik me volledig bij aan.

  • Spaanse voetbalster Hermoso klaagt Rubiales aan voor aanranding vanwege kus

    Spaanse voetbalster Hermoso klaagt Rubiales aan voor aanranding vanwege kus

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israëlische wetenschappers creëren kunstmatige menselijke embryo

    » Hunter Biden wordt aangeklaagd wegens illegaal wapenbezit

    Rubiales is al geschorst door de FIFA

    Jennifer Hermoso heeft besloten om juridische stappen te ondernemen tegen Luis Rubiales, zo maakte het Spaanse Openbaar Ministerie woensdag bekend. De speelster van het Spaanse nationale voetbalelftal werd door de voorzitter van de Spaanse voetbalbond na het winnen van het WK op haar mond gekust zonder haar toestemming.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Luis Rubiales is sinds eind augustus het onderwerp van een vooronderzoek naar aanranding. ‘De aanklacht van Hermoso was essentieel voor het Openbaar Ministerie om strafrechtelijke stappen te kunnen ondernemen tegen de voorzitter van de bond’, schrijft El País. Sinds een recente hervorming van het Spaanse Wetboek van Strafrecht kan een niet-consensuele kus worden beschouwd als seksueel geweld. De straffen variëren van een boete tot vier jaar gevangenisstraf.

    ‘De actie van Rubiales hebben de Spaanse samenleving geschokt en de aandacht van de hele wereld getrokken’, schrijft het Spaanse dagblad. Rubiales is geschorst door de wereldvoetbalbond FIFA en de Spaanse premier Pedro Sánchez heeft zijn daden veroordeeld. Rubiales houdt desalniettemin vol dat Hermoso liegt en dat zij wel instemming zou hebben gegeven voor de kus. Tijdens een toespraak voor leden van de Spaanse voetbalbond noemde Rubiales zich het slachtoffer van ‘nepfeminisme’.

    Lees ook:

  • Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    In het Himalayaanse boeddhisme werden nonnen lange tijd in hun religieuze rol beperkt door regels en genderbarrières. Nu brengt één religieuze groep daar verandering in, door meditatie te combineren met vechtkunst en milieuactivisme.

    Boven de besneeuwde toppen van de Himalaya priemen de eerste zonnestralen door de wolken. Jigme Rabsal Lhamo, een boeddhistische non, trekt van achter haar rug een zwaard tevoorschijn. Met een zwaai slaat ze haar tegenstander tegen de grond.

    ‘Houd je ogen op het doel! Concentreer je!’ schreeuwt Lhamo tegen de gevloerde non, terwijl ze haar recht in de ogen aankijkt. We bevinden ons buiten bij een witgekalkte tempel in het Druk Amitabha-nonnenklooster. Het gebouw staat op een heuvel die uitkijkt over Kathmandu, de hoofdstad van Nepal.

    Lhamo en de andere leden van haar religieuze orde staan bekend als de kungfu-nonnen. Ze maken deel uit van een achthonderd jaar oude boeddhistische sekte die Drukpa heet, wat in het Tibetaans ‘draak’ betekent. In de Himalaya, maar ook in de rest van de wereld, combineren volgelingen van de sekte meditatie met vechtkunst.

    Elke dag verruilen de nonnen hun donkerrood gewaad voor een kastanjebruin uniform en beoefenen ze de eeuwenoude Chinese vechtkunst kungfu. Onderdeel van hun spirituele missie is het streven naar gendergelijkheid en fysieke fitheid. Hun boeddhistische geloof schrijft bovendien voor dat ze een milieuvriendelijk leven leiden.

    Tijdens de ochtenden waarop de nonnen trainen onder leiding van Lhamo, klinkt het gedreun van voetstappen en het gekletter van zwaarden. De wijde uniformen van de nonnen ritselen door de ruimte als ze radslagen maken en elkaar stoten en trappen uitdelen.

    Genderbarrières

    ‘Kungfu helpt ons om genderbarrières te doorbreken en zelfvertrouwen te ontwikkelen,’ zegt Lhamo (34), die twaalf jaar geleden naar het nonnenklooster kwam vanuit Ladakh, in het noorden van India. ‘Het leert ons ook voor anderen te zorgen in tijden van crisis.’

    Zo lang als boeddhistische geleerden zich kunnen herinneren, rustte er een stigma op Himalayaanse nonnen die streefden naar spirituele gelijkwaardigheid ten opzichte van monniken. Dat stigma werd veroorzaakt door de ideeën van religieuze leiders en algemene sociale conventies.

    Monniken werden aangemoedigd om diepzinnige filosofische debatten aan te gaan, maar vrouwen mochten niet deelnemen. Ze mochten alleen klusjes doen als koken en schoonmaken in kloosters en tempels. Ze mochten geen activiteiten verrichten waarbij fysieke inspanning nodig was, geen gebeden leiden en zelfs niet zingen.

    In de afgelopen decennia zijn deze belemmeringen onderwerp geworden van een hevige strijd. Deze wordt gevoerd door duizenden nonnen, afkomstig uit vele verschillende sekten van het Himalayaanse boeddhisme.

    Aan het hoofd van de strijd om verandering staan de kungfu-nonnen, wier Drukpa-sekte dertig jaar geleden onder leiding van Jigme Pema Wangchen een hervormingsbeweging begon. Wangchen, die ook wel bekendstaat als de twaalfde Gyalwang Drukpa, was bereid eeuwenlange tradities te doorbreken. Hij wilde ervoor zorgen dat nonnen de religieuze boodschap van de sekte buiten de kloostermuren zouden uitdragen. ‘We willen grote veranderingen teweegbrengen,’ aldus kungfu-non Konchok Lhamo (29). ‘In een klooster op een kussen zitten en mediteren is niet genoeg.’

    Conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken

    Vandaag de dag houden Drukpa-nonnen zich niet alleen bezig met kungfu. Ze leiden ook gebeden en maken maandenlange pelgrimstochten om plastic afval op te rapen en mensen in te lichten over klimaatverandering.

    Afgezien van een corona-gerelateerde onderbreking hebben de nonnen de afgelopen twintig jaar elk jaar ruim tweeduizend kilometer gefietst om duurzaam vervoer te promoten. De reis begint in Kathmandu en eindigt in Ladakh, een hoog in het Himalaya-gebergte gelegen streek. Onderweg stoppen de nonnen om mensen op zowel het Nepalese als Indiase platteland voor te lichten over gendergelijkheid en over het feit dat ook meisjes ertoe doen.

    In 2008 kwamen de nonnen van de sekte voor het eerst in contact met de vechtkunst. Ze leerden erover van volgelingen uit Vietnam, die naar het klooster waren gekomen om geschriften te bestuderen en de instrumenten te bespelen die tijdens het gebed worden gebruikt. Sindsdien zijn ongeveer achthonderd nonnen getraind in de basisbeginselen van de vechtkunst. Zo’n negentig van hen hebben een intensief lesprogramma doorlopen om trainer te worden.

    De twaalfde Gyalwang Drukpa heeft de nonnen ook opgeleid tot zangmeesters, een post die vroeger alleen aan mannen was voorbehouden. Bovendien zorgde hij ervoor dat ze het hoogste niveau van onderwijs kregen: mahamudra. Het is een geavanceerd meditatiesysteem dat zijn naam ontleent aan het Sanskriet woord voor ‘grote zegel’.

    De nonnen genieten inmiddels grote bekendheid, zowel in het overwegend Hindoestaanse Nepal – dat voor ongeveer 9 procent uit boeddhisten bestaat – als in het buitenland. Maar de veranderingen die de sekte teweegbrengt, worden niet zonder slag of stoot geaccepteerd: conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken.

    ‘Ons leven wordt beperkt door heel veel regels; die gaan zelfs over wat voor zakken je in je gewaad mag hebben’

    Wanneer de nonnen over steile hellingen van het klooster naar de plaatselijke markt gaan, worden ze vaak uitgescholden door monniken van andere sekten. Dat schrikt ze naar eigen zeggen niet af. Als ze in hun open busjes door de streek rijden, lijken ze met hun kaalgeschoren hoofden op soldaten. Ze zien eruit alsof ze in de frontlinie thuishoren en elk vooroordeel onderuit kunnen halen.

    Op de enorme campus van de sekte wonen driehonderdvijftig nonnen. Ze leven er samen met eenden, kalkoenen, zwanen, geiten, twintig honden, een paard en een koe – allemaal dieren die ofwel uit de handen van de slager ofwel van de straat zijn gered. De vrouwen werken als schilder, kunstenaar, loodgieter, tuinier, elektricien en metselaar, en ze beheren tevens een bibliotheek en een medische kliniek voor leken.

    ‘Wanneer mensen naar het klooster komen en ons zien werken, zien ze plotseling in dat een nonnenbestaan niet “nutteloos” is,’ aldus Zekit Lhamo (28). Daarmee verwijst ze naar een belediging die de nonnen geregeld naar het hoofd geslingerd krijgen. ‘We bekommeren ons niet alleen om onze religie, maar ook om de samenleving.’

    Inspiratie

    Het werk van de nonnen heeft andere vrouwen in de hoofdstad van Nepal geïnspireerd. ‘Als ik naar hen kijk, wil ik ook non worden,’ zegt Ajali Shahi, die afstudeert aan de Tribhuvan-universiteit in Kathmandu. ‘Ze zien er zo cool uit. Je krijgt zin om je leven ervoor overhoop te gooien.’

    Elke dag ontvangt het nonnenklooster minstens twaalf verzoeken om te mogen intreden. Die komen van verre, bijvoorbeeld uit Mexico, Ierland, Duitsland en de Verenigde Staten. ‘Maar niet iedereen kan dit,’ zegt non Jigme Yangchen Ghamo. ‘Van de buitenkant ziet het er aantrekkelijk uit, maar je weet niet hoe zwaar het leven hierbinnen is.’ Ze gaat verder: ‘Ons leven wordt beperkt door zoveel regels. Er is zelfs voorgeschreven wat voor zakken je in je gewaad mag hebben.’

    De nonnen worden om drie uur ’s nachts wakker om in hun slaapzaal te gaan mediteren. Vóór zonsopkomst lopen ze naar de hoofdtempel, waar zangmeester Tsondus Chuskit de gebeden leidt. In kleermakerszit zitten de nonnen op banken en bladeren ze op hun iPads door de gebedsteksten – dit om zo weinig mogelijk papier te gebruiken. Dan beginnen ze eenstemmig te zingen, en de felgekleurde tempel vult zich met het geluid van trommels, hoorns en bellen. Na de gebeden verzamelen ze zich buiten.

    Jigmet Namdak Dolker was ongeveer twaalf jaar oud toen ze een groep Drukpa-nonnen langs het huis van haar oom in het Indiase Ladakh zag lopen. Ze rende naar buiten en liep met ze mee. Dolker, die geadopteerd is, wilde ook non worden en smeekte haar oom om haar naar het Drukpa-nonnenklooster te laten gaan, maar hij weigerde.

    Vier jaar later liep ze op een dag weg van huis om zich aan te sluiten bij de duizenden mensen die de verjaardag van Jigme Pema Wangchen, het hoofd van de sekte, vierden. Uiteindelijk kwam ze in het klooster terecht. Ze is er nooit meer weggegaan.

    En? Hoe voelt ze zich zeven jaar later, waarvan er zes in het teken stonden van kungfu? ‘Trots. Ik voel de vrijheid om te doen wat ik wil,’ zegt ze. ‘En ik voel me zo sterk van binnen dat ik alles aankan.’

    Lees ook:

  • In Mauritanië worden echtscheidingen gevierd

    In Mauritanië worden echtscheidingen gevierd

    In het West-Afrikaanse woestijnland is het gebruikelijk om meerdere keren te scheiden. En wanneer dat gebeurt, vieren de vrouwen feest.

    De hennakunstenaar zit over de hand van haar klant gebogen, terwijl ze geconcentreerd naar een afbeelding kijkt op de smartphone naast haar. Daarop staat het patroon dat de klant, een jonge vrouw uit een eeuwenoude woestijnstad in Mauritanië, voor de gelegenheid heeft uitgekozen.
    Onder het zachte maanlicht zit de jonge vrouw, Iselekhe Jeilaniy, op een matje. Ze houdt zich stil: de natte henna op haar huid mag niet uitlopen. Precies zo zat ze erbij aan de vooravond van haar trouwdag. Maar dit keer gaat ze niet trouwen, ze gaat scheiden. Morgen viert ze een scheidingsfeest.

    ‘Attentie, getrouwde dames: mijn dochter Iselekhe is nu gescheiden!’ roept Jeilaniy’s moeder naar de dorpsbewoners. Ze ululeert drie keer [een hoog mondgeluid als uiting van blijdschap] en trommelt op een omgekeerd plastic dienblad. Ze voegt er nog geruststellend aan toe dat het huwelijk op een niet al te nare manier ten einde is gekomen: ‘Ze leeft nog, en haar ex ook.’
    Jeilaniy giechelt en kijkt naar haar telefoon. Ze is bezig foto’s van de henna op Snapchat te posten – de moderne manier om een scheiding bekend te maken.

    In veel culturen wordt scheiden als beschamend gezien en draagt het een groot stigma met zich mee. In Mauritanië daarentegen zijn echtscheidingen niet alleen normaal, maar worden ze zelfs gezien als een reden voor feest; op die gelegenheden wordt bekendgemaakt en gevierd dat de vrouw weer beschikbaar is voor het huwelijk. Al eeuwenlang komen vrouwen samen op elkaars scheidingsfeest om te eten, te zingen en te dansen. Inmiddels worden deze vieringen aangepast aan de behoeften van de selfiegeneratie: naast het traditionele eten en de muziek worden er taarten met teksten erop geserveerd en filmpjes op sociale media gezet.

    Twintig keer getrouwd

    In dit bijna volledig islamitische land komen echtscheidingen vaak voor; veel mensen hebben er al vijf tot tien huwelijken op zitten, en sommige wel twintig. Sommige geleerden zeggen dat het land het hoogste scheidingspercentage ter wereld telt. Het is moeilijk om dat te controleren, omdat over Mauritanië weinig betrouwbare gegevens beschikbaar zijn. Scheidingsovereenkomsten worden er vaak mondeling vastgelegd en niet gedocumenteerd.

    Volgens Nejwa El Kettab, een socioloog die vrouwen in de Mauritaanse samenleving bestudeert, zijn echtscheidingen hier onder andere zo gebruikelijk door de invloed van de Moren. De Moorse gemeenschap is de grootste bevolkingsgroep in het land en heeft van haar Berberse voorouders sterke ‘matriarchale neigingen’ geërfd. Voor de nomadische gemeenschappen van het land waren scheidingsfeesten een manier om de burgerlijke staat van vrouwen bekend te maken. Volgens El Kettab genieten vrouwen in Mauritanië, vergeleken met andere moslimlanden, relatief veel vrijheid en kunnen ze zelfs een ‘huwelijkscarrière’ nastreven. ‘Het is geen probleem als een jonge vrouw gescheiden is,’ zegt El Kettab. Gescheiden vrouwen worden volgens haar gezien als ervaren en dus begeerlijk. ‘Een scheiding kan de waarde van vrouwen verhogen.’

    ‘Een scheiding kan de waarde van vrouwen verhogen. Ze worden gezien als ervaren en begeerlijk’

    Ondertussen is Jeilaniy voorzichtig in de weer met haar melafha – een lange, witte doek die om haar haar en lichaam is gedrapeerd en de donkere henna goed accentueert. Haar moeder, Salka Bilale, loopt heen en weer over de binnenplaats van het huis en poseert met gekruiste armen voor foto’s die later op campagneposters komen te staan. Bilale is ook jong gescheiden. Daarna werd ze apotheker; ze is nooit hertrouwd. Nu stelt ze zich kandidaat voor de nationale volksvertegenwoordiging namens haar woonplaats Ouadane. In het stadje, dat op een heuveltop is gelegen en grenst aan een negenhonderd jaar oude ruïnestad, wonen een paar duizend mensen in eenvoudige stenen huizen. Als Bilale wint, is ze de eerste vrouwelijke volksvertegenwoordiger van Ouadane.

    Dankzij haar scheiding heeft Bilale dit alles kunnen doen. Op jonge leeftijd trouwde ze, nog voordat ze haar droom om arts te worden had kunnen waarmaken. Toen ze erachter kwam dat haar man vreemdging, scheidde ze van hem. Haar ex-man, die inmiddels is overleden, wilde dat ze bij hem terug zou komen, maar ze weigerde. Daarop besloot hij haar niet langer financieel te steunen. Eerst gaf hij haar helemaal niets meer, later een luttele 28 euro per maand waarvan ze hun vijf kinderen moest onderhouden, vertelt ze. Omdat ze dringend geld nodig had, opende Bilale een winkel, waarmee ze uiteindelijk genoeg geld verdiende om te gaan studeren. Vorig jaar werd er in Ouadane een nieuw ziekenhuis geopend, waar Bilale, inmiddels begin zestig, eindelijk een baan in de medische sector kreeg.

    Andere ervaring

    Haar dochters hadden een heel andere ervaring. Jeilaniy trouwde pas veel later, op haar 29ste, en Zaidouba (28) heeft tot nu toe alle huwelijksaanzoeken die ze kreeg afgeslagen; haar studie en een aantal stages gingen voor. Voor veel vrouwen biedt een scheiding mogelijkheden waar ze voor of tijdens hun huwelijk nooit van hadden durven dromen. Vooral na een eerste huwelijk is dat het geval. Hoewel Mauritaniërs door hun omgang met scheidingen vrij modern lijken, verloopt een eerste huwelijk er over het algemeen zeer traditioneel. Het is gebruikelijk dat de ouders zelf de bruidegom kiezen en hun dochters uithuwelijken als ze nog jong zijn; ruim een op de drie meisjes trouwt voor haar achttiende. De vrouwen hebben er dus weinig controle over wie hun huwelijkspartner wordt.

    Lakwailia Rweijil, die ook in Ouadane woont, trouwde voor het eerst toen ze nog een tiener was. Haar vader had de huwelijksceremonie zonder haar medeweten georganiseerd. Het duurde niet lang voordat ze van haar man scheidde. Maar sindsdien is ze keer op keer uitgehuwelijkt. Rweijil kon niet kiezen met wie ze trouwde, en dat is niet zonder gevolgen geweest: ‘Ik koester mensen niet diep in mijn hart. Ze komen wanneer ze komen en gaan wanneer ze gaan,’ zegt ze. Van wie ze scheidde heeft ze daarentegen wel zelf kunnen beslissen.

    In Mauritanië kunnen vrouwen onder bepaalde omstandigheden een echtscheiding aanvragen. Uiteindelijk zijn het in de praktijk meestal de mannen die het doen, maar vaak is dat op aandringen van de vrouw. Vrouwen hebben na de scheiding meestal meer recht op de eventuele voogdij dan mannen. Hoewel mannen wettelijk verplicht zijn om alimentatie te betalen, wordt die regel nauwelijks nageleefd en komen de financiële lasten doorgaans neer op de vrouw.

    Gesteund door maatschappij

    Veel Mauritaanse vrouwen kiezen ervoor getrouwd te blijven, maar degenen die wel scheiden kunnen volgens socioloog El Kettab daarna gemakkelijker hun leven weer oppakken dan vrouwen in andere landen. Ze legt uit dat dat komt doordat de maatschappij hen steunt, in plaats van hen te veroordelen. ‘Het is er heel laagdrempelig, waardoor het makkelijker is om de bladzijde om te slaan.’ Die steun komt ook vanuit de eigen kring van de vrouwen, bijvoorbeeld in de vorm van feestjes.

    Jeilaniy vertelt dat ze is gescheiden omdat haar man veel te jaloers was en haar soms zelfs verbood om het huis uit te gaan. Nadat ze het verzoek had ingediend, moest ze drie maanden wachten voordat ze de scheiding kon afronden en haar scheidingsfeest kon geven. Die periode is verplicht om te voorkomen dat de vrouw onverwacht zwanger blijkt. Als ze wel zwanger is, wacht het koppel meestal met scheiden tot het kind is geboren.

    De dag van Jeilaniy’s scheidingsfeest is aangebroken. Ze smeert foundation op haar wangen en accentueert haar donkere wenkbrauwen met goud, zoals ze op YouTube heeft gezien. Ze wikkelt zich in haar melafha, diep indigo van kleur, stapt de voordeur uit en gaat op weg. Het feest is georganiseerd door een vriendin van haar moeder, die de woonkamer van haar bescheiden stenen huisje beschikbaar heeft gesteld.

    De vrouwen dopen dadels in room en gebruiken stukjes platbrood om kamelenvlees en uien mee te pakken. Ze eten handjes rijst uit een grote schaal, die ze tijdens het praten in hun handpalmen tot balletjes rollen. Langzaamaan wordt het feest steeds luidruchtiger. Kleine jongetjes gluren op hun hurken door de open ramen, die zich in Ouadane op straatniveau bevinden.

    Er komen steeds meer vrouwen bij, het gezelschap begint te zingen. Vrouwen die al veel scheidingen hebben meegemaakt en veel scheidingsfeesten hebben bijgewoond, zingen over liefde en over de profeet Mohammed. Het is zweverige, lieflijke, soms droevige woestijnmuziek, enkel begeleid door trommels en geklap.

    Land van miljoen dichters

    Mauritanië, een land van nomaden, kamelen en uitgestrekte maanlandschappen, wordt ook wel het land van een miljoen dichters genoemd. Zelfs een echtscheiding is er poëtisch. ‘Er bestaat hier heel veel poëzie over het verleiden van gescheiden vrouwen,’ zegt Elhadj Ould Brahim, hoogleraar culturele antropologie aan de Universiteit van Nouakchott. Hij benadrukt dat dit in een groot deel van de moslimwereld, waaronder in buurlanden als Marokko, ondenkbaar is. In zijn woorden is het sociale stigma daar zo sterk dat het ‘voor een vrouw dodelijk is om te scheiden’. Er wordt nog steeds poëzie geschreven over scheidingen, zegt Ould Brahim, maar die is tegenwoordig visueler van aard en wordt veelal overgedragen via sociale media. ‘Snapchat is het nieuwe ululeren,’ zegt hij.

    Ook Bilale is gearriveerd. Ze ploft neer op het tapijt, dicht bij Jeilaniy, die een groot deel van het feest berichten en selfies versturend op haar telefoon heeft doorgebracht. Het feest begint ten einde te lopen; Bilale kijkt naar haar oudste dochter. ‘Ze is alleen maar geïnteresseerd in trouwen en in mannen,’ zegt ze. ‘Toen ik zo oud was als zij, was ik allang met politiek bezig.’

    Ze staat op van het kleed. Jeilaniy mag haar status als gescheiden vrouw dan niet willen gebruiken om carrièrestappen te zetten en onafhankelijker te worden, Bilale doet dat wel. Ze loopt de keuken in, waar ze een aantal potentiële stemmers voor de komende verkiezingen heeft gespot. ‘Ik ga die jongeren overtuigen om op me te stemmen,’ zegt ze.’

  • In India zijn heksenjachten een middel om vrouwen te onderdrukken

    In India zijn heksenjachten een middel om vrouwen te onderdrukken

    In sommige delen van India zijn heksenjachten nog aan de orde van de dag. Vroeger werd deze wrede praktijk grotendeels ingegeven door bijgeloof, vandaag de dag wordt ze vooral ingezet als middel om vrouwen te onderdrukken. ‘Ben ik nu een heks omdat jullie dat zeggen?’

    Ze duwden de jonge vrouw hun huis binnen en sloten de deur achter haar. ‘Je bent een heks!’ schreeuwde een vrouwelijke aanvaller. Ze sloeg en trapte de zesentwintigjarige vrouw in haar buik, gezicht en borst. Haar ouders en haar oom deden mee.

    Toen de afranseling na bijna twee uur eindelijk was afgelopen, werd de jonge vrouw aan haar haren naar buiten getrokken, door haar dorp gesleept en bewusteloos naast een tempel gedumpt. Haar kleren bedekten haar gehavende lichaam nauwelijks.

    Deze mishandeling vond plaats in 2021 in de oostelijke Indiase deelstaat Jharkhand. Nog altijd heeft India moeite om het eeuwenoude kwaad van de heksenjacht uit te roeien, ondanks een reeks van wetten en andere initiatieven.

    Het brandmerken van heksen werd eeuwenlang vooral door bijgeloof gedreven. Als een oogst mislukte, een bron droogviel of een familielid ziek werd, zochten de dorpelingen iemand uit – bijna altijd een vrouw – die ze de schuld gaven van het kwaad, waarvan ze de oorzaak niet begrepen.

    Heksenjacht wordt simpelweg als excuus gebruikt om geweld te rechtvaardigen

    Nog steeds is het bijgeloof niet verdwenen. Maar vaak zijn de aantijgingen van hekserij nu gewoon een middel geworden om vrouwen te onderdrukken, aldus mensen die de slachtoffers steunen. Het motief kan zijn om een stuk land te bemachtigen of een rekening te vereffenen. Of heksenjacht wordt simpelweg als excuus gebruikt om geweld te rechtvaardigen.

    Over de zaak in Jharkhand zegt Durga Mahato, de aangevallen jonge vrouw, dat de problemen begonnen toen ze de seksuele avances van een prominente man in het dorp afwees. Hij, zijn broer, zijn vrouw en hun dochter verklaarden vervolgens dat Mahato een heks was, lokten haar naar hun huis en vielen haar aan.

    Mahato, haar echtgenoot Nirmal en een plaatselijke politieagent gaven een beschrijving van de aanranding. De vooraanstaande man dreigde haar ook te verkrachten, vertelt ze. De man en zijn broer zijn op borgtocht vrijgelaten na enkele maanden in de gevangenis te hebben doorgebracht. Voor Mahato eindigde de heksenjacht niet met de afranseling. Ze mocht niet meer baden in het meertje in het dorp en mocht geen water meer halen uit de dorpspomp. Rond haar huis werd een houten hek gebouwd om te voorkomen dat ze het dorp in zou gaan. 

    Dorpsbewoners geven haar de schuld van ongeluk, zoals de dood van een koe. Slechts enkele mensen praten nog met haar. Ze heeft nog steeds pijn in haar middel en haar rug.

    ‘Wat heb ik misdaan dat God mij zo vreselijk straft?’ zegt ze op een avond, gezeten op een knalgele charpoy – een geweven bed – buiten haar stenen huis. ‘Van mij mogen ze me heks noemen, als ze dat zo graag willen,’ voegt ze eraan toe, terwijl ze in huilen uitbarst. ‘Ik heb drie jonge kinderen. Ik durf geen zelfmoord te overwegen.’

    Heksenjachtpreventieteams

    De heksenjacht bestaat nog in een tiental Indiase staten. De praktijk komt vooral voor in het midden en oosten van het land, in gebieden waar inheemse stammen wonen, aldus deskundigen. Veel deelstaten hebben wetten tegen dergelijke praktijken aangenomen. In sommige staten, waaronder Assam, zijn de straffen verscherpt – daar kunnen nu levenslange gevangenisstraffen worden opgelegd. Andere staten, waaronder Odisha, hebben aan hun wetgeving initiatieven toegevoegd om bewustzijn te creëren. Zo worden er bij de politiebureaus gedenktekens opgericht voor slachtoffers.

    Bij vrouwen die tot heks werden verklaard, werden de nagels uitgetrokken. Ze werden gedwongen om uitwerpselen te eten, naakt tentoongesteld of bont en blauw geslagen. Sommige komen op de brandstapel of worden gelyncht. Volgens het Nationaal Bureau voor registratie van Criminaliteit werden in India tussen 2010 en 2021 meer dan vijftienhonderd mensen vermoord na beschuldigingen van hekserij.

    Heksenjachten komen vaak voor in Jharkhand, een staat die rijk is aan mineralen maar waar armoede heerst en waar inheemse stammen ongeveer een kwart van de bevolking uitmaken. De aanval op Mahato was een van de 854 gevallen van hekserij die in 2021 in de deelstaat werden geregistreerd, waarvan 32 een dodelijke afloop hadden.

    Jharkhand heeft gekozen voor een praktische aanpak om de plaag uit te roeien. Onder de naam Project Garima heeft de overheid zo’n vijfentwintig ‘heksenjachtpreventieteams’ opgezet, die met straattheater het bewustzijn trachten te vergroten. Beschermingscomités op dorpsniveau geven steun aan overlevenden van geweld. Er zijn centra voor juridische bijstand opgericht waar slachtoffers korte tijd kunnen verblijven. Medewerkers van een helpdesk bellen met overlevenden om op de hoogte te blijven van hun psychologische en economische toestand.

    Maar de rechtshandhaving is nog niet streng genoeg. Madhu Mehra, oprichter van een juridische hulpgroep voor vrouwen, zegt dat haar organisatie bij een onderzoek naar heksenjachten in drie staten, waaronder Jharkhand, heeft vastgesteld dat de politie meestal alleen optreedt in geval van moord of poging tot moord. Dat, en de moeilijkheid om diepgewortelde overtuigingen te veranderen, heeft ertoe bijgedragen dat de praktijken blijven bestaan, zeggen activisten.

    De staat had 2023 als streefjaar gesteld voor het uitroeien van de heksenjacht, maar volgens ambtenaren wordt dat nu met minstens drie jaar opgeschoven. 

    Majhi werd verdacht gevonden omdat ze niet voldeed aan de verwachtingen van de buren

    In het geval van Mahato kwam de belangrijkste hulp niet van de regering, maar van een ander slachtoffer van de heksenjacht, Chhutni Mahato. Haar inspanningen om de praktijken uit te bannen worden door de Indiase regering erkend en gesteund. Een tante van Durga Mahato had gehoord over het werk van Chhutni Mahato (de twee vrouwen zijn geen familie van elkaar). Nadat ze twee weken in het ziekenhuis had gelegen kreeg Durga wekenlang onderdak in het lemen huis van Chhutni.

    De gebroken tanden van Chhutni Mahato getuigen van de verschrikkingen die ze heeft ondergaan nadat dorpelingen haar de schuld hadden gegeven van de ziekte van een jong meisje. Ze ging ervandoor en begon jaren later te werken voor een niet-gouvernementele organisatie. Regelmatig valt ze politiebureaus binnen om actie te eisen tegen heksenjachten en aan de telefoon scheldt ze dorpshoofden uit. Slachtoffers komen via mond-tot-mondreclame bij haar terecht en inmiddels heeft ze meer dan honderdvijftig vrouwen in de staat geholpen.

    Een van hen is Dukhu Majhi, die in een pittoresk dorpje woont op een paar honderd kilometer afstand. Majhi werd verdacht gevonden omdat ze niet voldeed aan de verwachtingen van de buren. Dorpelingen vroegen zich af hoe een ‘normale vrouw’ alleen met haar jonge kinderen diep in het bos kon leven, terwijl haar man weg was voor zijn werk. Uiteindelijk bestempelden ze haar tot heks.

    ‘Heeft iemand buikpijn of hoofdpijn, dan krijg ik de schuld. Ze stonden voor mijn huis te roepen: “Zij is de heks die ons al deze ellende bezorgt”,’ zegt Majhi. ‘Ik reageerde met “Ben ik nu een heks omdat jullie dat zeggen?”’ 

    Afgelopen juli zaten dorpelingen haar achterna met bijlen en stokken. Ze rende haar huis binnen; de dorpelingen bonkten op de deur en probeerden die open te breken. ‘Ik hield mijn kinderen dicht tegen me aan gedrukt. We zaten allemaal te trillen van angst,’ vertelt Majhi.

    Zij en haar man gingen naar de politie om een klacht in te dienen, maar Pintu Mahato, een plaatselijke politiefunctionaris, bagatelliseert de zaak. Mahato zei onlangs, gezeten op een plastic stoel buiten het politiebureau, dat de zaak door de dorpsoudsten was opgelost en dat iedereen weer harmonieus samenleefde. Hij was duidelijk niet op de hoogte, want kort na de aanval verliet Majhi haar huis. Zij kon met haar familie enkele dagen bij Chhutni Mahato schuilen, waarna ze een kamer vond in de buurt van een grotere stad. Haar man heeft een nieuwe baan gevonden.

    Af en toe bezoeken ze hun huis in het bos, om te zien hoe hun schamele bezittingen en hun moestuin erbij staan, en om hun kinderen de kans te bieden even lekker op de bedden van charpoy te gaan liggen.

    Lees ook:

  • VS: North Dakota verbiedt abortus na zes weken

    VS: North Dakota verbiedt abortus na zes weken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De VS kondigen driedaags staakt-het-vuren aan in Soedan

    » India is eind april het land met de meeste inwoners ter wereld, aldus VN

    Abortusverbod kent geen uitzondering voor verkrachting of incest

    De Amerikaanse staat North Dakota heeft abortus bijna volledig verboden. De Republikeinse gouverneur van deze noordelijke staat, Doug Burgum, ondertekende maandag een wet die abortus na zes weken zwangerschap verbiedt, zonder uitzondering voor verkrachting of incest.

    Dat maakt het verbod een van de strengste beperkingen op abortus in het land, aldus The Hill. Het wetsvoorstel ‘werd met een overweldigende meerderheid goedgekeurd’. Deze beslissing ‘bevestigt opnieuw dat North Dakota een pro-life-[antiabortus]staat is’, zei Burgum in een verklaring.

    De wet moet in werking treden zodra deze is ondertekend, maar het reeds bestaande abortusverbod van de staat is opgeschort in afwachting van een uitspraak van het Hooggerechtshof van North Dakota.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Lees ook:

  • Iran gaat kledingregels strenger handhaven in aanloop naar extreem hete zomer

    Iran gaat kledingregels strenger handhaven in aanloop naar extreem hete zomer

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Noorwegen zet vijftien Russen uit op verdenking van spionage

    » 21-jarige man in VS aangehouden voor lekken staatsgeheimen

    Regering verwacht massale schending van kledingvoorschriften

    Het Iraanse regime heeft voor de zomer maatregelen aangekondigd om de geldende islamitische kledingvoorschriften te handhaven. De islamitische republiek verwacht dat het in de zomer in Iran uitzonderlijk heet wordt, wat voor veel vrouwen aanleiding zal zijn om de kledingvoorschriften te negeren, schrijft Gazeta Wyborcza. Er worden temperaturen van 40 graden Celsius verwacht.

    Iraanse hardliners waarschuwen voor ‘naakte vrouwen’ die ’s zomers de straat op zullen gaan in korte rokjes en broeken en bloezen met korte mouwen, schrijft Financial Times. Daarom roepen religieuze leiders en parlementsleden op tot de invoering van strengere straffen voordat de zomer aanbreekt. De regering geeft daar nu gehoor aan.

    Op openbare plekken worden camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen verhullende kleding dragen

    Als maatregel worden er op openbare plekken camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen hun haar bedekken en verhullende kleding dragen. Bij de eerste overtreding krijgen ze een waarschuwing, bij de volgende keer worden ze gestraft. Die straf kan een arrestatie, een boete of verplicht onderwijs in de islamitische wetten zijn.

    Veel Iraanse vrouwen hebben genoeg van de islamitische kledingvoorschriften. De dood van de jonge Koerdische vrouw Mahsa Amini in september vorig jaar, die stierf nadat ze was opgepakt omdat ze haar hoofddoek niet volgens de regels droeg, was de aanleiding voor massale protesten in het hele land. Eerst waren die nog gericht tegen het harde optreden van de politie, maar op den duur richtten ze zich steeds meer tegen de overheid. Bij de protesten zijn honderden demonstranten omgekomen, waaronder tientallen kinderen, en duizenden mensen gearresteerd.

    Lees ook:

  • Een tentoonstelling met uitsluitend vrouwen

    Een tentoonstelling met uitsluitend vrouwen

    Na een langdurige stilte lijkt het erop dat de kunstwereld nu eindelijk heeft ontdekt dat niet alleen mannen, maar ook vrouwen al sinds mensenheugenis kunst maken. Goede kunst. Het is een besef dat uiterst langzaam is doorgedrongen.

    In de inleiding van haar vorig jaar verschenen boek The Story of Art without Men schetst de Britse kunsthistorica Katy Hessel haar eigen aanvankelijke gebrek aan kennis: ‘In oktober 2015 liep ik op een kunstbeurs en ik realiseerde me dat er van de duizenden kunstwerken die ik zag, niet één van een vrouw was. Dat riep een reeks vragen op: zou ik uit mijn hoofd twintig vrouwelijke kunstenaars kunnen opnoemen? Tien van voor 1950? Iemand van voor 1850? Het antwoord was: nee. Had ik de kunstgeschiedenis hoofdzakelijk vanuit een mannelijk perspectief bekeken? Het antwoord was: ja.’

    Daarmee laat ze eerlijk zien dat de vragen die ze stelt ook voor kunsthistorici lastig te beantwoorden zijn, wellicht omdat het fundament van hun kennis bestaat uit History of Art van Horst Janson of The Story of Art van Ernst Gombrich. De titel van haar boek, schrijft Hessel, is een knipoog naar dit werk van Gombrich, ‘de zogenaamde inleidende “bijbel” van de kunstgeschiedenis. Dat is een prachtig boek, op één foutje na: in de eerste editie (1950) stonden nul vrouwelijke kunstenaars en zelfs in de zestiende editie staat er maar één.’ Volgens Hessel blijkt uit een in 2019 gepubliceerd onderzoek dat in de collectie van achttien grote Amerikaanse musea 87 procent van de kunstwerken van mannen is. En, voegt ze eraan toe, ‘momenteel vertegenwoordigen vrouwelijke kunstenaars slechts 1 procent van de collectie van de National Gallery in Londen’. Maar ze erkent ook dat er inmiddels sprake is van toegenomen aandacht voor niet-mannelijke kunstenaars, ‘mede dankzij het feit dat er voor het eerst in de geschiedenis vrouwen aan het roer staan van de Tate, het Louvre en de National Gallery of Art in Washington D.C., om er maar een paar te noemen’.

    De rol van vrouwelijke kunstenaars is consequent gebagatelliseerd

    Ook de directeur van de Londense Whitechapel Gallery is een vrouw: Gilane Tawadros volgde oktober vorig jaar haar vrouwelijke voorganger Iwona Blazwick op. Wellicht is dat van invloed geweest op de huidige expositie, die nog tot begin mei in dit centrum voor moderne en hedendaagse kunst loopt: Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940-70 [‘Actie, gebaar, verf: Vrouwelijke kunstenaars en mondiale abstractie 1940-1970’]. De expositie presenteert vrouwen die zich bezighielden met wat misschien wel de meest macho kunstvorm van de afgelopen tachtig jaar was: het abstract expressionisme, ook wel The New York School genaamd. Die stijl van schilderen, die wel wordt aangemerkt als de eerste echte moderne Amerikaanse stroming in de beeldende kunst, werd geïntroduceerd door een stel luidruchtige mannen die – voornamelijk in New York – hun testosteron botvierden met grote hoeveelheden verf op doeken van enorm formaat, Jackson Pollock met zijn drip painting voorop.

    DSC4644HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    Het machismo van de groep, waarvan drinkebroer Pollock, Willem de Kooning, Mark Rothko, Franz Kline en beatschrijvers als Allen Ginsberg en Jack Kerouac de kern vormden, was zo groot dat het eigenlijk verbazingwekkend is dat ook vrouwen zich op het pad van het abstract expressionisme begaven. ‘In de beginjaren waren vrouwelijke kunstenaars verre van welkom,’ schrijft Francesca Peacock in The Telegraph. ‘Een criticus zei tegen Lee Krasner, de vrouw van Pollock, dat een van haar schilderijen ”zo goed was dat je niet zou geloven dat het door een vrouw was gemaakt”.’ Peacock geeft de expositie in Whitechapel vier sterren uit vijf. Ook Jackie Wullschläger van de Financial Times is enthousiast. Ze noemt de tentoonstelling met werken van onder meer Elaine de Kooning, Lee Krasner, Helen Frankenthaler, Gillian Ayres en Wook-kyung Choi ‘een mijlpaal’ die ‘barst van het gevoel’: ‘een viering van zo veel vrouwen die hun eigen stem hebben gevonden’.

    Geschiedenis herzien

    Kunstcriticus Adrian Searle van The Guardian denkt dat de tentoonstelling is bedoeld ‘zo niet om de canon omver te werpen, dan toch zeker om de geschiedenis te herzien. Veel van de kunstwerken zijn afgeleid van het abstract expressionisme, waarin de rol van vrouwelijke kunstenaars consequent is gebagatelliseerd. Deze tentoonstelling wil een correctie aanbrengen, niet alleen door de aandacht te vestigen op de enkele bekendere vrouwen die in de jaren veertig en vijftig met de New York School verbonden waren, maar ook op kunstenaars uit Europa, Latijns-Amerika, China, Japan, Iran en elders. De meeste werken ontstonden in de periode tussen de suffragettes en het feminisme van de tweede golf in de jaren zestig. Om überhaupt kunst en carrière te maken was voor hen een zware strijd.’ Ook Searle is enthousiast over de tentoonstelling en noemt het geheel a punch in the face – een klap in het gezicht.

    DSC4658HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    Een heel ander geluid is te horen bij Eliza Goodpasture in haar recensie voor ArtReview met de veelzeggende titel The Problem with All-Women Exhibitions [‘Het probleem van tentoonstellingen met uitsluitend vrouwen’]. Goodpasture schrijft dat Griselda Pollock, de grande dame van de feministische kunstgeschiedenis en overigens geen familie van Jackson Pollock, in de catalogus van de tentoonstelling betoogt ‘dat selectieve en revisionistische tentoonstellingen als deze een belangrijke rol spelen in de kruistocht om het seksistische kunsthistorische verhaal te corrigeren’. Vervolgens meldt Goodpasture: ‘Dat is de enige verklaring die wordt gegeven voor deze genderspecifieke tentoonstelling, en ik bewonder de eerlijkheid ervan. Maar is het een goede reden om een tentoonstelling met alleen vrouwen te houden, louter omdat er te veel tentoonstellingen met alleen mannen zijn geweest?’

    DSC4675HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    En dan legt ze de vinger op de zere plek: ‘Natuurlijk zijn de machtsdynamiek en politieke implicaties van een expositie met alleen vrouwen fundamenteel anders dan van een met alleen mannen. Maar het hier getoonde verhaal is net zo onvolledig. De geest van de mannen waart rond in Whitechapel: de namen van eminente mannelijke kunstenaars als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Robert Motherwell en critici als Greenberg vullen de teksten op de muur, net zoals zij het leven van de hier getoonde kunstenaars vulden als minnaars, vrienden en collega’s. Zijn we in 2023 nog steeds niet in staat een tentoonstelling van moderne kunst te organiseren waarin mannelijke en vrouwelijke kunstenaars de muren én het hele kunsthistorische verhaal delen?’

    De tentoonstelling Action, Gesture, Paint is t/m 7 mei te zien in Whitechapel Gallery in Londen (whitechapelgallery.org) en reist daarna naar de Fondation Vincent van Gogh in Arles en de Kunsthalle in Bielefeld

  • Het leed van de Arabische vrouw. ‘Meisjes worden van jongs af aan gekortwiekt’

    Het leed van de Arabische vrouw. ‘Meisjes worden van jongs af aan gekortwiekt’

    De Arabische nieuwswebsite Muwatin stelt de vraag hoe het alomtegenwoordige geweld tegen vrouwen is te stoppen. In een door mannen gedomineerde samenleving moeten vrouwen hun onafhankelijkheid bevechten door middel van werk en studie.

    Steeds wanneer er geweld plaatsvindt en er berichten over geweld via de media worden verspreid, vragen we ons af waarom vrouwen het geweld dat hun lange tijd is aangedaan, accepteren. Dat geldt vooral wanneer het geweld vrouwen treft die financieel onafhankelijk lijken, zoals beroemde artiesten, die zich kunnen omringen met de beste advocaten en psychiaters, die de misbruiker kunnen stoppen en daar een hoge prijs voor kunnen betalen.

    Misschien heeft de beroemde zangeres, die we de afgelopen maanden in de bladen en op sociale media hebben kunnen volgen, ons een nieuwe definitie gegeven van het begrip onafhankelijkheid, want een financieel onafhankelijke vrouw in een door mannen gedomineerde samenleving heeft misschien geen man nodig om haar van voedsel en kleding te voorzien, maar ze heeft hem wel nodig om te leven. Om de oorsprong te achterhalen van die ziekelijke behoefte van vrouwen om zich vast te klampen aan mannen, die door de samenleving worden bestempeld als ‘steun van de vrouw’, moeten we teruggaan naar de beginfase van de opvoeding, waarin de vleugels van meisjes al worden gebroken als ze nog een kind zijn.

    Hoe is het mogelijk dat deze samenleving eerst een crisis voor vrouwen creëert en vervolgens met mannelijke oplossingen komt om problemen die opzettelijk voor vrouwen zijn bedacht, op te lossen? Dat is bijvoorbeeld met polygamie gebeurd. De patriarchale samenleving, die polygamie hoog in het vaandel droeg, verminderde de keuzemogelijkheden van vrouwen door hun, met de wet in de hand, een huwelijk met mannen van een andere religie te ontzeggen. De genadeslag kwam toen in veel Arabische landen vrouwen bij wet werd verboden met mannen van een andere nationaliteit te trouwen. Het besluit om met een buitenlander te trouwen werd daardoor een riskant avontuur. En daar stopte het niet. Vrouwen mochten ook niet meer trouwen met iemand buiten de eigen stam, een verbod dat was gebaseerd op het stamrecht, terwijl het mannen vrijstond om met iedereen, overal ter wereld te trouwen. Hierdoor werd een crisis gecreëerd, die ‘de crisis van de oude vrijster’ werd genoemd, waarvoor vervolgens een oplossing werd geboden die de waardigheid van de vrouw voorgoed zou aantasten: polygamie.

    De vrouw is zwak

    Dit is hoe de mannelijke, patriarchale samenleving met vrouwen omgaat. Die vermindert hun opties, houdt logische oplossingen tegen en verzwakt hen op alle mogelijke manieren, tot ze zich onderwerpen. En dan wordt er gezegd: ‘Kijk, de vrouw is zwak en heeft de steun van de man nodig.’

    Vrouwen zijn in het beste geval een half mens en alles in hun omgeving bevestigt dat

    De maatschappij ziet vrouwen niet als volwaardige mensen en probeert op allerlei manieren te voorkomen dat ze dat ooit zullen worden. Om dit doel te bereiken, worden meisjes er al in hun kindertijd op voorbereid dat ze onvolwaardige volwassenen zullen worden. Meisjes zouden zich bijvoorbeeld kunnen afvragen waarom hun vader naar hun jongere broer wordt genoemd (vader van die-en-die), terwijl zij de oudste zijn. In het begin maken ze nog bezwaar tegen het feit dat ze geen aandacht krijgen, alsof ze niet bestaan, maar als ze opgroeien horen ze dat hun tante van vaderskant haar erfenis is ontnomen en dat hun tante van moederskant iets meer geluk heeft gehad en de helft van de erfenis van haar broer heeft gekregen. Vrouwen zijn in het beste geval een half mens en alles in hun omgeving bevestigt dat. 

    In patriarchale systemen wordt onafhankelijkheid vanaf de kindertijd aangeleerd. De man wordt opgevoed in zelfredzaamheid, terwijl de vrouw wordt opgevoed in volgzaamheid. Wanneer een meisje wordt gevraagd dienstbaar te zijn aan haar broers, die allemaal ongeveer dezelfde leeftijd hebben als zij, is dat verzoek niet zo onschuldig als het voor sommigen lijkt. Het is opzettelijk bedoeld om een deel van haar zelfvertrouwen weg te nemen en dat op een gouden dienblad aan te bieden aan haar broer. Vervolgens opent zich voor de man een wereld van ervaringen, die voor de vrouw gesloten blijft. Hij trekt erop uit, wordt geconfronteerd met het volle leven en leert. Hij gaat niet één keer, maar wel tien keer in de fout en wordt altijd vergeven, terwijl zij wegkwijnt in de gevangenschap van taboes en verboden en wordt doordrongen van het idee van één enkele, fatale zonde. Ze mag geen fouten maken, want als glas eenmaal is gebroken, kan het niet meer worden gerepareerd, en de vrouw is gemaakt van glas; dat heeft de samenleving haar geleerd. Geleidelijk geeft ze haar dromen op en wordt ze volgestopt met ideeën over de schoonheid van vrouwelijkheid en zwakte, vereist om het andere geslacht aan te trekken. En dit alles gaat gepaard met een systematisch proces van intimidatie, als ze tegen de wil van haar familie ingaat. 

    Haar reputatie is het belangrijkste wat ze heeft, belangrijker dan haar leven

    Dit alles maakt haar tot een zwakke, onderdanige persoonlijkheid, die confrontaties uit de weg gaat, uit angst dat iemand haar zal zien en haar verkeerd zal begrijpen. Haar reputatie is het belangrijkste wat ze heeft, belangrijker dan haar leven, haar toekomst en haar dromen. Zelfs dromen heeft ze niet. Ze geeft ze geleidelijk op, tot haar enige doel is geworden zich voegen naar de maatschappij en voldoen aan de lijst van eisen uit de Catalogus van de Meisjes. In diezelfde catalogus wordt gewaarschuwd voor angstaanjagende woorden als ‘oude vrijsters’ en ‘gescheiden vrouwen’. Opgroeiende meisjes zijn daar zo bang voor dat ze het eerste het beste aanzoek accepteren om aan de eerste benaming te ontsnappen en bereid zijn in elke giftige relatie te blijven hangen om ook aan de tweede benaming te ontkomen.

    Dit gendergerelateerde geweld, dat vanaf jonge leeftijd op meisjes wordt uitgeoefend, gaat gepaard met economisch geweld, waardoor vrouwen vaak niet in staat zijn om later in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Hoewel gebrek aan geld waarschijnlijk een van de belangrijkste redenen voor vrouwen is om geweld te accepteren, leiden het gebrek aan zelfvertrouwen, de angst voor de buitenwereld en de onderworpenheid waarmee veel meisjes zijn grootgebracht ertoe dat ook veel financieel onafhankelijke vrouwen in gewelddadige, onstabiele relaties blijven hangen.

    Om te huilen

    Het is lachwekkend maar ook om te huilen dat dezelfde maatschappij die meisjes van jongs af aan kortwiekt, van hen verwacht dat ze kunnen vliegen als ze in de steek worden gelaten door hun man, of als ze weduwe worden of worden verstoten. We zien weduwen die plotseling op eigen benen moeten staan, op zichzelf moeten vertrouwen en zonder ervaring of hulp in de woelige zee van het leven moeten leren zwemmen. 

    Er is een groot verschil tussen afhankelijkheid en behoefte aan ondersteuning. We hebben allemaal steun nodig in het leven; die kan van een zus, broer, vader, moeder of vriend komen. Een man kan gesteund worden door een sterke vrouw. Steun krijgen betekent niet dat je iemand blindelings volgt of vernederingen accepteert. Goede relaties zijn gebaseerd op wederzijdse liefde en op het gevoel dat de behoefte aan ondersteuning wederzijds is.

    Het zijn die verstoorde relaties die bemiddelde vrouwelijke artiesten ertoe drijven zich te binden aan mannen die hen mishandelen

    Het zijn die verstoorde relaties die bemiddelde vrouwelijke artiesten ertoe drijven zich te binden aan mannen die hen mishandelen. Ze hebben het gevoel dat ze na hem hun steun kwijt zijn. Ze zijn er niet aan gewend in hun eentje overeind te blijven zonder een muur om tegen te leunen, ook al zijn zij het zelf die worden gechanteerd en alle ‘steunmuren’, zowel die van vroeger als die van nu, financieel overeind houden. 

    Het leed dat de Arabische vrouw tegenwoordig ondergaat, is bekend bij vrouwen over de hele wereld. Europese en Amerikaanse vrouwen hebben alles meegemaakt wat wij doormaken, maar zij zijn de strijd aangegaan. Beetje bij beetje hebben ze gelijke rechten verworven, dankzij de feministische bewegingen die actief waren na de Eerste Wereldoorlog en een aantal feministische golven die een hele eeuw overspanden. En nog steeds strijden ze voor meer rechten en dat zullen ze blijven doen, tot ze volledige gelijkheid hebben bereikt, volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een autoriteit die internationale consensus geniet en alle vormen van discriminatie verwerpt.

    Op de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen moeten we vrouwen eraan herinneren dat gewelddadige mannen destructieve vijanden zijn en geen steunpilaren. En we moeten hen eraan herinneren dat ze zich uit hun afhankelijkheidspositie kunnen bevrijden door te lezen, te studeren, hulp te zoeken bij specialisten, zich te omringen met een netwerk van echte vrienden en overal andere vrouwen te steunen en te helpen de onrechtvaardige, patriarchale wetten te veranderen. Daarnaast speelt ook werk een rol, dat hen economisch bevrijdt en hun ruimere mogelijkheden geeft dan de beperkte kansen die de samenleving biedt. 

  • ‘Breng jezelf in veiligheid’

    ‘Breng jezelf in veiligheid’

    Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.

    ‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.

    Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.

    Forbidden Stories

    Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?

    Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.

    Lastercampagnes

    Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.

    Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.

    Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.

    Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’

    Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.

    De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.

    Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)

    Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.

    Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.

    Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.

    Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.

    Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’

    Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.

    Telegram-kanaal

    Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’

    Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.

    Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.

    Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

    Maria Ressa, 59 (Filipijnen)

    Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.

    Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.

    ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’

    Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’

    Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.

    Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)

    Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.

    Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.

    Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’

    Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.

    Maandenlang

    Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’

    Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?

    Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.

    ANP 425609280
    Politie patrouilleert in Belfast, Noord-Ierland waar reporter Patricia Devlin verschillende doodsbedreigingen heeft ontvangen. – © AFP/Paul Faith

    Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.

    Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.

    Marion Reimers, 37 (Mexico)

    Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.

    Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’

    Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen

    Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’

    Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.

    Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.

    Zwijgen over aanvallen

    Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.

    De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.

    Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.

    Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.

    Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.

    Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.