Onderwerpen: Wonen

  • Hoe we steden weer toegankelijk kunnen maken voor iedereen

    Hoe we steden weer toegankelijk kunnen maken voor iedereen

    Door gentrificatie dreigen steden te vervallen tot bevoorrechte eilanden te midden van zeeën van achterstand. Met het juiste beleid en de juiste investeringen kunnen we steden weer betaalbaar maken voor alle inwoners, schrijven auteurs Ian Goldin en Tom Lee-Devlin.

    Meer dan de helft van de wereldbevolking woont nu in steden. In 2050 zal dat aandeel naar verwachting oplopen tot twee derde. Dat betekent dat de drijvende krachten achter het leven in de stad nu ook de drijvende krachten achter de wereld als geheel zijn. Door de geschiedenis heen zijn steden aanjagers geweest van vooruitgang, omdat ze ons dichter bij elkaar kunnen brengen – iets wat we nu meer dan ooit nodig hebben. Veel van de grootste problemen die we vandaag de dag hebben, kunnen we oplossen door onze steden te hervormen. Maar als we geen actie ondernemen, zullen diezelfde steden de gevaren die voor ons liggen alleen maar groter maken.

    Veel van de populistische politiek die we de afgelopen jaren hebben gezien, wordt gekenmerkt door afkeer tegen wereldsteden als Londen en New York. Deze steden hebben een hoge vlucht genomen, terwijl andere steden juist met grote problemen kampten. De kloof tussen opbloeiende steden en de rest van de wereld is niet alleen gegroeid, de ongelijkheid binnen deze steden is eveneens toegenomen. De ongelijkheid in de meeste metropolen in de Verenigde Staten wordt sinds de jaren tachtig steeds groter – het snelst in grote, welvarende steden zoals New York, San Francisco en Chicago. Daar is de ongelijkheid nu veel hoger dan het landelijke gemiddelde. Hoogopgeleide kenniswerkers verdienen meer dan ooit, terwijl laagopgeleide werknemers in de dienstensector juist minder verdienen. Die kloof wordt nog eens vergroot doordat de kosten van levensonderhoud in deze steden snel stijgen.

    Deze wereldmetropolen hebben steeds meer weg van ivoren torens: de welvaart is sterk geconcentreerd in het centrum, dat wordt bediend door een uitgestrekte, achtergestelde periferie. In stadscentra is de werkgelegenheid toegenomen, de criminaliteit gedaald en zijn openbare diensten aanzienlijk beter gaan functioneren. Pakhuizen en fabrieken van Kings Cross in Londen tot Brooklyn in New York zijn omgebouwd tot luxe appartementen voor hoogopgeleide (en doorgaans witte) professionals. Voormalige arbeiderswijken zijn gerenoveerd of herontwikkeld. Ze staan nu vol met hippe cafés en kroegen, dure sportscholen en biowinkels.

    Exurb

    Deze voormalige betaalbare arbeiderswijken zijn inmiddels aanzienlijk gegentrificeerd. Voor alle duidelijkheid: de bevolkingsgroei in de binnensteden is gering in vergelijking met de suburbanisatie. Er is in feite een nieuwe bevolkingsring ontstaan: de zogenaamde ‘exurb’. De sociaaleconomische samenstelling van deze concentrische cirkels van steden is daarentegen wel veranderd. Vroeger vluchtten rijke stedelingen naar de buitenwijken, nu verhuizen ze veelal juist terug naar de stedelijke kern. De armoede verplaatst zich ondertussen steeds meer naar de buitenwijken. Journalist Alan Ehrenhalt noemt het fenomeen terecht ‘de grote omkering’.

    Stadscentra zijn weer populair en dat is te zien aan de veranderende huizenprijzen binnen de concentrische cirkels van de stad. Uit een onderzoek naar de top twintig steden in de Verenigde Staten blijkt dat er de afgelopen decennia een grote verschuiving heeft plaatsgevonden in de verhouding tussen huizenprijzen en de afstand tot het stadscentrum. De huizenprijzen stegen in 1980 naarmate een woning verder van het centrale zakendistrict af lag, maar in 2010 was dat omgekeerd. De kosten voor woningen in stedelijke centra zijn sindsdien verder gestegen: de gemiddelde huizenprijzen in de vijf binnenste stadsdelen van New York City zijn tussen begin 2010 en begin 2020 vier keer zo snel gestegen als in de rest van de metropool. Tijdens de coronapandemie nam de groei van de huizenprijzen in de voorsteden snel toe, maar die ontwikkeling is inmiddels gestagneerd, waardoor het langetermijnbeeld grotendeels ongewijzigd blijft.

    Waarom verruilen goedbetaalde professionals hun vrijstaande huis met tuin in de buitenwijken voor dichtbevolkte buurten in stedelijke centra? Er spelen veel verschillende factoren mee. Dankzij strengere regulering en de terugloop van vervuilende industrieën zijn steden in rijke landen in de laatste decennia van de twintigste eeuw steeds schoner geworden. De rivier de Theems, die door het hart van Londen stroomt, was lange tijd een bron van afgrijzen voor de inwoners van de stad. In 1858 veroorzaakte de combinatie van industrieel, menselijk en dierlijk afval en warm weer zo’n vreselijke geur dat men sprak van ‘the Great Stink’. De Theems bleef, ondanks latere pogingen om de waterkwaliteit te verbeteren, ernstig vervuild. Het Natural History Museum verklaarde de Theems in 1957 zelfs ‘praktisch gezien dood’. Maar dankzij een schoonmaak- en zuiveringsprogramma dat meerdere decennia heeft geduurd, is de rivier indrukwekkend genoeg hersteld.

    In steden als Chicago vond een vergelijkbare ontwikkeling plaats. Door verbeterde milieuregels, zoals het verbod op lood in brandstof, is de luchtkwaliteit van steden in rijke landen aanzienlijk verbeterd, hoewel er nog veel werk aan de winkel is. De luchtkwaliteit in Londen heeft een lange weg afgelegd sinds in 1952 de zogenaamde ‘great smog’ duizenden levens eiste.

    De afgelopen decennia heeft er bovendien een fundamentele verschuiving plaatsgevonden in onze leefgewoonten. Ook daardoor is het steeds wenselijker geworden om in stedelijke centra te wonen. Vanaf de jaren zestig werden stedelijke centra vooral aantrekkelijk voor mensen die niet leefden volgens gangbare burgerlijke normen. Leden van de lhbtq+-gemeenschap omarmden de binnenstad: het was een plek waar ze konden ontsnappen aan het oordeel van de middenklasse in de voorsteden. In de tweede helft van de twintigste eeuw vond er een aanzienlijke stijging plaats van het aantal immigranten. Er vormden zich in de binnensteden diasporagemeenschappen van etnische minderheden, die een contrast vormden met de overwegend witte buitenwijken. Als gevolg daarvan werden de binnensteden opvallend tolerant en open, in tegenstelling tot de buitenwijken.

    Binnensteden functioneren als een soort huwelijksmarkt

    Een nieuw ontstane, hoogopgeleide elite draagt op esthetisch vlak een bepaalde tegencultuur uit die vermengd is met de economische voordelen die de overgang naar een kenniseconomie met zich meebrengt. Voor deze groep is niet een woning met een dubbele garage in een of andere buitenwijk een teken van succes, maar een woning in een centrale stadsbuurt, omringd door creativiteit, cultuur en comfort. De levenscyclus van gentrificatie volgde de afgelopen decennia een voorspelbaar patroon: als eerste komen de kunstenaars, dan de projectontwikkelaars en daarna de hoogopgeleide kenniswerkers. Dit proces zie je overal terug, van Shoreditch in Londen tot SoHo in New York en Surry Hills in Sydney.

    Gentrificatie is niet bepaald nieuw. In de afgelopen decennia is het proces echter versneld en uitgebreid naar veel buurten die ooit betaalbare woningen boden aan mensen met lagere inkomens, waardoor grote delen van de stad voor hen onbereikbaar zijn geworden. We mogen niet toelaten dat onze steden bevoorrechte eilanden worden te midden van zeeën van achterstand. Gelukkig is met het juiste beleid en de juiste investeringen een betere, inclusievere en duurzamere toekomst mogelijk.

    De groeiende vraag naar woningen in de binnenstad hangt samen met het feit dat millennials volwassen zijn geworden. Stedelijke centra oefenen een sterke aantrekkingskracht uit op mensen die net aan het begin van hun carrière staan, de wereld willen ontdekken en nieuwe ervaringen willen opdoen. Het is de levensfase waarin iemand net (of bijna) financieel onafhankelijk is geworden, maar nog geen grote woonruimte nodig heeft om zijn gezin te huisvesten. Ongehinderd door dergelijke beperkingen trekken deze mensen naar de stad om te genieten van de opwinding die deze biedt.

    Dat proces wordt nog eens versterkt doordat binnensteden functioneren als een soort huwelijksmarkt. Zelfs in dit tijdperk van online daten zijn er maar weinig stellen die hun relatie op de lange termijn volledig virtueel houden. En hoe verder je van drukke, stedelijke centra vandaan woont, hoe kleiner de kans is om een goede match te vinden. Langzaamaan krijgen steeds meer singles een relatie en een gezin, zodat ze meer ruimte nodig hebben en te weinig tijd overhouden om te genieten van het leven in de grote stad. Het resultaat is een exodus: veel ouders met jonge kinderen trekken weg uit de stad.

    Dit cyclische patroon is duidelijk terug te zien in de netto migratiestromen in en vanuit de binnenste stadsdelen van Londen. Hoewel veel tieners na de middelbare school de stad verlaten om naar de universiteit te gaan, keren ze na hun studie terug en brengen ze nog veel meer jongvolwassenen uit het hele land met zich mee. Als gevolg hiervan verandert de netto migratie naar het centrum van Londen onder volwassenen van begin twintig van negatief naar positief. Dat aandeel blijft stijgen tot ze midden twintig zijn – daarna neemt de migratie af. Het aandeel wordt uiteindelijk weer negatief als ze kinderen krijgen en naar de buitenwijken en forensensteden vertrekken.

    Kentering

    De afgelopen twintig jaar is dat patroon echter op twee belangrijke manieren veranderd. Ten eerste is de netto migratie van volwassenen van midden twintig naar het centrum van Londen bijna verdrievoudigd. Ten tweede is de leeftijd waarop de netto migratie omslaat – waarbij er plotseling meer volwassenen vertrekken dan binnenkomen – met wel tien jaar verschoven: van 34 naar 44 jaar. De reden hiervoor ligt in de veranderende demografie. De gemiddelde huwelijksleeftijd is de afgelopen decennia aanzienlijk gestegen. Toen prins Charles en Lady Diana in 1981 trouwden, lag in het Verenigd Koninkrijk de gemiddelde leeftijd van het eerste huwelijk voor vrouwen op 22 en voor mannen op 24 jaar; toen prins Harry en Meghan Markle in 2018 trouwden, was deze leeftijd gestegen tot respectievelijk 30 en 32. In dezelfde periode is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen in het Verenigd Koninkrijk gestegen van 27 naar 31 jaar. Jonge mensen wachten dus langer totdat ze trouwen en een gezin stichten, waardoor de stedelijke levensstijl langer aantrekkelijk blijft. In steden als Londen wordt wonen steeds minder betaalbaar, waardoor een groeiend aantal jonge mensen de stad uit wordt gedreven. Velen van hen zouden echter liever blijven.

    Deze grote kentering heeft een enorme tol geëist van veel van de meest achtergestelde groepen in de samenleving. Terwijl rijke bewoners zich in de stad vestigen, worden de oorspronkelijke, arme bewoners weggedreven. Voor mensen die toevallig een huis bezitten in een gentrificerende wijk, kan dit een financieel buitenkansje opleveren. Maar jammer genoeg zijn de meest achtergestelde bewoners in deze gebieden vaak huurders, die geconfronteerd worden met snel stijgende woonprijzen. De effecten van gentrificatie zijn minder voelbaar als de buurt in kwestie ooit voornamelijk bestond uit industrieel en commercieel vastgoed. Maar de voorraad van dergelijk vastgoed is in New York, Chicago en Londen al heel snel uitgeput geraakt. Het resultaat is een combinatie van steeds meer geconcentreerde achterstand in een klein aantal binnenstedelijke buurten – zoals de Bronx in New York of Englewood in Chicago – en een algemene trek van armere mensen naar de buitenwijken.

    Vaak komen mensen die door gentrificatie zijn verdrongen in verre buitenwijken terecht. De huizen zijn daar goedkoop, maar er is maar weinig werkgelegenheid. De reistijden naar het stadscentrum zijn slopend, vooral voor mensen die zich geen auto kunnen veroorloven en afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Sheila James, die in de gezondheidszorg werkt, vertelde in een interview met The New York Times dat de vastgoedprijzen in San Francisco haar zo ver buiten de stad hadden gedreven dat haar werkdag om 02:15 uur begon. Tussen 2000 en 2015 is het aantal buitenwijken in de Verenigde Staten met een armoedepercentage van meer dan 20 procent meer dan verdubbeld. De gemiddelde tijd van het woon-werkverkeer neemt in de Verenigde Staten over de hele linie toe, maar stijgt veel sneller onder zwarte en Latijns-Amerikaanse werknemers. Vroeger woonden de meest achtergestelde mensen in arme buurten in de binnensteden, maar nu zitten ze steeds vaker vast in gebieden aan de stadsrand, waar de bevolkingsdichtheid laag is.

    Dat binnensteden worden overgenomen door hoogopgeleide professionals eist duidelijk een hoge tol. Maar het is onduidelijk of het alternatief aantrekkelijker is. In de huidige economie kunnen steden alleen succesvol worden als ze erin slagen om hoogopgeleide kenniswerkers aan te trekken. Deze werknemers willen in trendy stedelijke centra wonen tot ze eind dertig zijn, en misschien zelfs nog langer. Het is geen toeval dat gentrificatie trager verloopt of nagenoeg afwezig is in minder welvarende steden zoals Detroit en Cleveland.

    Hoe kunnen we dit veranderen? Om ervoor te zorgen dat steden toegankelijk zijn voor alle inwoners, en niet alleen voor een gelukkige minderheid, zijn er drie pijlers nodig: eerlijker huisvesting, eerlijker openbaar vervoer en eerlijker onderwijs. Om met het onderwijs te beginnen is het nuttig om te kijken naar rijke landen die erin geslaagd zijn leerlingen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond, relatief gelijke resultaten te laten behalen. Het Japanse onderwijssysteem staat dan misschien voornamelijk bekend om de hoge eisen die het aan leerlingen stelt, maar het is tevens een van de meest egalitaire systemen ter wereld.

    Tussen het einde van de oorlog en het begin van de jaren tachtig werden er meer dan vier miljoen sociale woningen bijgebouwd

    Het Japanse onderwijssysteem biedt een aantal waardevolle inzichten. Het eerste is dat de financiering van scholen niet langer afhankelijk moet zijn van lokale inkomensstromen. In de Verenigde Staten is bijna de helft van de financiering van scholen afkomstig van lokale overheidsinkomsten, die sterk afhankelijk zijn van de welvaart van een gebied. In Japan daarentegen is de financiering van lerarensalarissen, schoolgebouwen en andere uitgaven voornamelijk afkomstig van nationale en provinciale besturen. Het feit dat heel weinig leerlingen in het lager en lager middelbaar onderwijs in Japan naar privéscholen gaan, betekent ook dat vrijwel iedereen tijdens deze formatieve jaren deelneemt aan hetzelfde onderwijssysteem.

    Het tweede inzicht is dat leraren niet rechtstreeks door scholen moeten worden ingehuurd. In Japan worden leraren ingehuurd door provincies en daardoor komen ze in de loop van hun carrière meestal bij een aantal verschillende scholen te werken. Hierdoor kan de overheid goed presterende leraren naar achterstandsgebieden sturen. Op die manier wordt de sociaaleconomische kloof in schoolprestaties niet vergroot door ongelijke spreiding van de beste leerkrachten.

    Er bestaan veel andere ideeën over hoe we de ongelijkheid in het onderwijs kunnen verminderen – sommige zijn gemakkelijk te realiseren, andere moeilijker. Onderzoek door Roland Fryer, die aan Harvard werkt, heeft aangetoond dat de prestaties van leerlingen op openbare scholen al sterk kunnen verbeteren door schooldirecteuren simpelweg meer training aan te bieden. In Groot-Brittannië heeft de lerarenvakbond ervoor gepleit om een bepaald aantal plekken op goed presterende scholen te reserveren voor kansarme leerlingen van buiten het schoolgebied. In de Verenigde Staten bestaat er een vergelijkbaar concept: de zogenaamde ‘magneetschool’, die tot doel heeft om getalenteerde leerlingen ongeacht hun achtergrond bij elkaar te brengen. Wat voor effect dit heeft op de kansarme leerlingen die niet geselecteerd worden, is echter nog onduidelijk. Betaalbare huisvesting is misschien wel de meest effectieve manier om de verschillen in onderwijsresultaten binnen steden te verkleinen. Zo krijgen armere gezinnen toegang tot de betere scholen in rijkere buurten.

    In de eerste decennia van de twintigste eeuw kwamen er steeds meer zorgen over de levenskwaliteit van arme arbeiders, die zichzelf gedwongen zagen in overvolle en krakkemikkige woningen in binnensteden te wonen. Veel rijke landen leverden daarom grote inspanningen om dergelijke gebieden te ontruimen en de woongelegenheid te vervangen door sociale huisvesting, een proces dat in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling raakte. Groot-Brittannië was hierin bijzonder voortvarend: tussen het einde van de oorlog en het begin van de jaren tachtig werden er meer dan vier miljoen sociale woningen bijgebouwd. Dergelijke initiatieven gingen natuurlijk gepaard met de nodige kritiek. Stedenbouwkundige Jane Jacobs hield in de jaren zestig bijvoorbeeld een krachtig pleidooi tegen de aanpak die in New York City gangbaar was: sloppenwijken werden platgewalst en vervangen door levensloze, slecht ontworpen woonprojecten die ten koste gingen van de lokale gemeenschappen.

    Toch heeft sociale huisvesting een belangrijke rol gespeeld in het verminderen van ongelijkheid in steden, doordat alle inwoners van onderdak worden voorzien. Als sociale woningen door de stad verspreid liggen, helpen ze bovendien om sociaaleconomische segregatie tegen te gaan.

    In Londen werden in de naoorlogse decennia bijvoorbeeld ook sociale woningen gebouwd in welgestelde wijken als Chelsea of Primrose Hill. Een voordeel hiervan was dat achtergestelde gezinnen toegang kregen tot dezelfde scholen en lokale diensten als hun welgestelde buren. Vanaf de jaren tachtig gold echter het neoliberale beleid van onder andere Thatcher en Reagan. Sociale huisvesting raakte in veel landen uit de gratie. Het kooprechtbeleid van Thatcher leidde er in Groot-Brittannië toe dat miljoenen woningen aan huurders werden verkocht, waardoor de staat in de daaropvolgende jaren niet langer mensen in nood kon huisvesten.

    Economen begonnen te pleiten voor een marktvriendelijker model: voor arme gezinnen moesten er directe financiële steun komen in de vorm van huisvestingsvouchers. Als gevolg hiervan nam de sociaaleconomische segregatie in veel steden toe, omdat huishoudens met lage inkomens samenklonterden in buurten waar de huren laag waren. In de afgelopen jaren heeft Groot-Brittannië geprobeerd dit probleem te verhelpen door te eisen dat nieuwe woonwijken boven een bepaalde omvang een bepaald aantal woningen onder de marktprijs aanbieden. Maar zelfs als deze woningen worden meegerekend, is het aantal sociale en goedkopere woningen in Groot-Brittannië sinds de jaren tachtig gestaag gedaald.

    Onbereikbaar

    Steden als Wenen laten zien dat het anders kan. Meer dan 60 procent van de inwoners van Wenen woont in gesubsidieerde huurwoningen – terwijl dat in Londen ongeveer 20 procent is en in New York iets meer dan 5 procent. Ongeveer de helft daarvan is eigendom van de gemeentelijke overheid, de andere helft is in het bezit van gesubsidieerde non-profitcoöperaties. De liberale bovengrens voor een huishoudinkomen om in aanmerking te komen voor gesubsidieerde huisvesting ligt relatief hoog: 53.340 euro voor een alleenstaande bewoner en 79.490 euro voor een stel. Dat betekent dat in deze woonblokken mensen uit een relatief breed sociaaleconomisch spectrum worden samengebracht.

    Door de snelle stijging van de huizenprijzen in veel grote steden is woningbezit – en de rijkdom die dat met zich meebrengt – voor veel mensen steeds onbereikbaarder geworden. De huizenprijzen in Londen, Parijs, New York en Sydney zijn de afgelopen decennia veel sneller gestegen dan het gemiddelde inkomen. Dat maakt het moeilijk om genoeg geld te sparen voor een eerste koophuis.

    Er zijn twee grote boosdoeners die ervoor zorgen dat huizen steeds minder betaalbaar worden. De eerste is dat de rentes jarenlang heel laag zijn geweest, waardoor een hypotheek tot voor kort ongewoon goedkoop was. Mensen die al over het startkapitaal voor een aanbetaling beschikten, konden daarom meer geld inleggen voor een woning, of die nu voor henzelf was of een belegging. Daardoor stegen de prijzen en werd het voor mensen zonder spaargeld moeilijker om een woning te kopen. De recente stijging van de rentetarieven heeft niet geholpen, omdat de kosten van woningkredieten meer zijn gestegen dan de huizenprijzen zijn gedaald. 

    De tweede boosdoener is de langetermijnvertraging in de bouw van nieuwe huizen. Als we de veranderde bevolkingsgrootte in ogenschouw nemen, bouwen rijke landen nu minder dan de helft van het aantal huizen dat ze in 1970 bouwden. Het probleem is vooral nijpend in binnensteden, waar het woningaanbod de afgelopen decennia nauwelijks is gegroeid en de bouwactiviteit vooral is gericht op het opknappen van de al bestaande voorraad. Tussen 2010 en 2019 steeg het totale aantal woningen in de vijf stadsdelen van New York City met slechts 6 procent, terwijl de werkgelegenheid met 21 procent toenam.

    Steden moeten stoppen met uitdijen aan de randen en in plaats daarvan de dichtheid verhogen. Dit hoeft geen eindeloze hoogbouw en vernietiging van erfgoed te betekenen – er kan veel bereikt worden door gebruik te maken van middelhoogbouw en door voormalige kantoren en industriële ruimtes sneller te verbouwen. Aangezien de bevolking in rijke landen vergrijst en jongeren langer alleen wonen, kan het ook helpen om eengezinswoningen sneller op te splitsen in eenpersoonswoningen.

    De laatste pijler voor eerlijkere steden is eerlijker openbaar vervoer. Toegang tot goedkoop vervoer is lange tijd van essentieel belang geweest om de kansarme inwoners van steden toegang te geven tot betaald werk. Toch zijn de bestaande openbaarvervoersystemen in veel grote steden meer dan een eeuw geleden ontworpen en gebouwd, in een tijd waarin armoede heel anders verdeeld was. Naarmate de binnensteden meer gegentrificeerd raken en de armoede zich naar de buitenwijken verplaatst, bestaat het risico dat de infrastructuur in veel steden uiteindelijk de bewoners bedient die haar het minst nodig hebben. De kosten van een maandabonnement zijn in Londen bijvoorbeeld het hoogst voor mensen die van de buitenwijken naar de binnenstad moeten pendelen, terwijl de armoede juist in deze gebieden het snelst toeneemt.

    Ook moet worden nagedacht over hoe het openbaar vervoer gefinancierd wordt. In Londen is meer dan 70 procent van de inkomsten uit het openbaar vervoer afkomstig van kaartjes, twee keer zo veel als in Parijs. Een maandabonnement in Londen voor de zones een tot en met drie – min of meer de binnenste wijken – kost op het moment van schrijven 211 euro. In Parijs kost een metrokaart voor alle zones – waarmee eenzelfde afstand kan worden afgelegd – 84 euro.

    De voorspelling dat binnensteden op grote schaal verlaten zouden worden, is niet uitgekomen

    Een vervoerssysteem zoals dat van Londen, dat meer afhankelijk is van ticketinkomsten dan van algemene belastingen, legt een grotere financiële druk op de armste inwoners van de stad en vergroot het risico dat ze vast komen te zitten in problematischer buurten. Toch is het Londense systeem, ondanks al zijn gebreken, veel beter dan de infrastructuur in Amerikaanse steden als Los Angeles of Atlanta, die volledig is gericht op autorijden. Het gebrek aan openbaar vervoer houdt de inwoners aldaar die zich geen auto kunnen veroorloven arm.

    Door de pandemie zijn steeds meer mensen op afstand gaan werken. Drie jaar later hebben we een duidelijker beeld van wat voor invloed dat op steden heeft gehad. De voorspelling dat binnensteden op grote schaal verlaten zouden worden, is niet uitgekomen: bewoners hechten waarde aan meer dan alleen reistijd. Toch eist de daling van het woon-werkverkeer in de centrale zakenwijken een grote tol: kantoren staan leeg, het openbaar vervoer is onderbenut en de winkels en restaurants die forenzen bedienden, hebben moeite te overleven. De verpaupering van het centrum van San Francisco illustreert dergelijke risico’s. Het langdurig daklozenprobleem waaronder de stad gebukt gaat, wordt verergerd door onbetaalbare huisvesting. Het is tijd voor gedurfd beleid, gebaseerd op een verfrissende, nieuwe aanpak.

    Steden zijn in alle samenlevingen een bron van vernieuwing. Al vijfduizend jaar vormen ze de motor van vooruitgang en stimuleren ze samenwerking, specialisatie en creativiteit: de drijvende krachten achter de ontwikkeling van de mensheid. Vandaag leven er meer mensen in steden dan ooit tevoren. Het is noodzakelijk dat we leren hoe we steden kunnen verduurzamen en toegankelijk kunnen maken voor iedereen, en niet alleen voor die paar gelukkigen.

    Dit is een bewerkt uittreksel uit Age of the City: Why Our Future Will Be Won or Lost Together door Ian Goldin en Tom Lee-Devlin.

  • Zuid-Afrikaanse ‘slegs vir blankes’-enclave ziet inwoners toestromen

    Zuid-Afrikaanse ‘slegs vir blankes’-enclave ziet inwoners toestromen

    De witte gemeenschap Orania, die in 1991 door nazaten van apartheidsarchitect Hendrik Verwoerd werd gesticht, trekt steeds meer Afrikaners aan.

    In de desolate Karoo-halfwoestijn ligt de laatste Zuid-Afrikaanse ‘slegs vir blankes’-enclave: een bloeiende gemeenschap. De diepe onenigheid die in de rest van het land heerst – over ras en welvaart, stijgende criminaliteit en afkalvende voorzieningen – is een zegen voor Orania, de Afrikaner gemeenschap die in 1991 door nazaten van apartheidsarchitect Hendrik Verwoerd werd gesticht.

    De toestroom van nieuwe inwoners die de chaos ontvluchten logenstraft de voorspellingen dat dit omstreden sociale experiment tot falen is gedoemd. ‘Er werd altijd een beetje lacherig over ons gedaan,’ zegt Joost Strydom, de woordvoerder van Orania, dat zijn inwoneraantal sinds 2018 met 55 procent zag stijgen, tot 2500.

    Wekelijks stroomt een ‘duizelingwekkend’ aantal verblijfsaanvragen binnen

    Om aan de vraag te kunnen voldoen wordt er druk gebouwd – door witte bouwvakkers. ‘Selfwerksaamheid’ vormt de hoeksteen van het project. Wekelijks stroomt een ‘duizelingwekkend’ aantal verblijfsaanvragen binnen van mensen die willen ontsnappen aan de groeiende criminaliteit en sociale onrust die veel steden teisteren. Met 67 moorden per dag is het aantal moorden in Zuid-Afrika de eerste drie maanden van 2022 met maar liefst 22 procent gestegen.

    ‘Er wonen geen zwarte mensen in Orania,’ zegt Strydom, ‘maar dat geldt ook voor talloze onveranderde, chique voorsteden elders in Zuid-Afrika, waar de enige gekleurde gezichten toebehoren aan arbeidskrachten en huishoudelijk personeel.’ In Orania daarentegen wordt al het vuile werk door Afrikaners zelf opgeknapt. ‘Het enige verschil is dat wij er openlijk voor uitkomen waar onze gemeenschap voor staat,’ vervolgt hij. Je kunt alleen in het dorp komen wonen als je christelijke waarden en de Afrikanercultuur en -ideologie onderschrijft.

    De enclave heeft haar eigen munt, vlag en feestdagen. 16 juni, een nationale feestdag om de slachtoffers van de opstand in Soweto te eren, een belangrijke datum in de antiapartheidsstrijd, wordt in Orania om een heel andere reden herdacht: de strijd van de Afrikaners tegen het machtige Britse rijk tijdens de Boerenoorlog. De leiders van Orania beweren stellig dat het dorp geen heilstaat is voor racisten, maar een plek om een bepaald soort leven te leiden met mede-Afrikaners, de afstammelingen van zeventiende-eeuwse Nederlandse en Franse immigranten.

    Spookdorp

    Orania werd in 1991 opgericht door ideologen, geleid door Anna en Carel Boshoff, de dochter en schoonzoon van Verwoerd, die premier was van 1958 tot 1966, het jaar waarin hij werd vermoord. Ze streken neer in een spookdorp van verlaten prefabhuizen voor arbeiders die in de jaren zestig een irrigatiesysteem waren komen aanleggen. Het project heeft meerdere hobbels overwonnen, waaronder een poging om de dorpsgrenzen te verleggen zodat het binnen een democratisch gekozen gemeente zou komen te vallen. De advocaten van Orania bepleitten met succes dat de progressieve grondwet van Zuid-Afrika de rechten van minderheden waarborgt.

    ‘Het was levensveranderend om niet als tweederangsburger in mijn eigen christelijke cultuur te hoeven leven’

    Terwijl de heersende ANC in een onderlinge strijd was verwikkeld, kon de nederzetting, die 33 vierkante kilometer beslaat, zich ongestoord ontwikkelen. Het oorspronkelijke plan van de stichters om volledig zelfstandig te worden begint aardig vorm te krijgen. Er is een rioolstelsel aangelegd, berekend op een bevolking van tienduizend inwoners, en een zonne-energiepark dat zal profiteren van de strakblauwe woestijnluchten moet het dorp onafhankelijk maken van het falende nationale elektriciteitsnetwerk. In 2020 zaten 59 miljoen Zuid-Afrikanen door stroomonderbrekingen zeven week lang in de duisternis. Er is een technische school die toekomstige arbeidskrachten opleidt en er zijn twee privéscholen waar Afrikaner geschiedenis en praktische vaardigheden hoog in het vaandel staan.

    Tony Correia, een nieuwe inwoner, vertelt dat hij zich vorig jaar bij zijn broer in Orania heeft gevoegd na de dagenlange onlusten en plunderingen in de provincie KwaZoeloe-Natal, waarbij zo’n 340 dodelijke slachtoffers vielen. ‘We zaten er middenin.’ Toen de 33-jarige accountant ontdekte wat de jonge gemeenschap te bieden had qua veiligheid en werk, besloot hij definitief te verkassen. ‘Het was levensveranderend om niet als tweederangsburger in mijn eigen christelijke cultuur te hoeven leven.’

    Bustes van Verwoerd

    Het dorp is ook een verzamelplaats voor alle bustes van Verwoerd en andere Afrikaner leiders die elders in het land uit scholen en gemeentehuizen zijn verwijderd. Het Verwoerd-museum barst haast uit zijn voegen. ‘We krijgen dagelijks aanbiedingen: foto’s, schilderijen, standbeelden,’ vertelt Strydom. ‘We hebben nauwelijks plek om alles onder te brengen.’ 

    Asanda Ngoasheng, activist voor rassengelijkheid, respecteert het besluit van de inwoners om in ‘een of ander nostalgisch apartheidsutopia’ te wonen. ‘Ze hebben een gevangenis voor zichzelf gecreëerd. Waarom zouden we ze dwingen deel uit te maken van een Zuid-Afrika dat ze duidelijk niet erkennen?’

  • Waarom Hongkong wolkenkrabbers bouwt met steigers van bamboe

    Waarom Hongkong wolkenkrabbers bouwt met steigers van bamboe

    Hongkong is een van de laatste plekken ter wereld waar bamboe nog op grote schaal wordt gebruikt voor steigers in de bouw. De steigerbouwers maken gebruik van technieken die duizenden jaren oud zijn en van generatie op generatie worden doorgegeven.

    Gedurende de hele Chinese geschiedenis werd bamboe op grote schaal gebruikt in de bouw. Zo zijn bamboesteigers onderdeel van een van China’s meest gewaardeerde kunstwerken, dat ‘Langs de rivier tijdens het Qingming-festival’ heet. Het is een werk van de keizerlijke kunstenaar Zhang Zeduan (1085-1145), dat beroemd is om zijn weergave van het dagelijkse straatleven langs de rivier de Bian in Bianjing, de hoofdstad van de noordelijke Song-dynastie.

    De steigerbamboe van Hongkong is over het algemeen afkomstig uit het gebied Zhaoqing in de provincie Guangdong en uit de regio Guangxi in Zuid-China, die grenst aan Vietnam. De bamboe wordt doorgaans via Macau naar Hongkong vervoerd.

    Bamboe is een van de snelst groeiende planten ter wereld, kan in sommige gevallen 60 centimeter per dag groeien en uiteindelijk 40 meter hoog worden. De plant heeft dikke, ondergrondse wortels, ook wel rizomen genoemd, die snel kunnen groeien, zodat meters verderop nieuwe scheuten opkomen. Zijn interne structuur is celachtig en daardoor bestand tegen compressie, waardoor bamboe een ideaal materiaal is voor steigers.

    Waarom bamboe?

    Vergeleken met staal is bamboe veel lichter, zes keer sneller in elkaar te zetten en twaalf keer sneller uit elkaar te halen. Ook zijn de kosten ervan maar een fractie van die van staal. Voor het opzetten van bamboesteigers zijn geen geavanceerde machines of ingewikkelde stukken gereedschap nodig, alleen kundige arbeiders en bindingen van nylon. Als ze op de juiste manier zijn opgebouwd, zijn bamboesteigers sterker dan staal en veel flexibeler. Bovendien is de uiteindelijke structuur gemakkelijk aan te passen indien nodig. Bamboesteigers kunnen worden gebruikt voor hele constructies, of voor een deel ervan. In Hongkong zijn veel ‘bamboebalkons’ te vinden aan de zijkanten van gebouwen waarvan afzonderlijke wooneenheden worden gerenoveerd die vele verdiepingen hoog liggen. Een bamboepaal kan bovendien zo worden gesneden dat die in een ongewone ruimte past. Dat is ideaal in Hongkong: in het dicht opeengepakte doolhof van gebouwen zijn de bouwruimtes vaak krap.

    Momenteel zijn er 2479 geregistreerde bamboesteigerbouwers in Hongkong

    In Hongkong worden voor de meeste steigers twee soorten bamboe gebruikt: Kao Jue (paalbamboe) en Mao Jue (haarbamboe). Mao Jue is dikker en sterker, ongeveer 75 millimeter in diameter, met wanden van ten minste 10 millimeter dik. Deze soort wordt gebruikt als ondersteunende draagbalken. Kao Jue is dunner, ongeveer 40 millimeter breed, en wordt gebruikt voor platforms, steunbalken en horizontale ondersteuning. Alle bamboe is minstens drie jaar oud en minstens drie maanden lang gedroogd. Elk stuk is ongeveer zeven meter lang, kan in de open lucht worden bewaard en is doorgaans drie keer te gebruiken voordat het begint te buigen, splijten en verzwakken.

    Net als Spiderman beklimmen Hongkongse steigerbouwers duizelingwekkende hoogten met kracht, kunde en stalen zenuwen. Maar de toekomst van de bamboesteigerbouw blijft precair. Dat komt deels door een gebrek aan nieuw personeel, aangezien veel mensen zich richten op andersoortige constructies zoals gebogen staven. Momenteel zijn er 2479 geregistreerde bamboesteigerbouwers in Hongkong.

    Veiligheid

    Voorwaarden voor veilige, stevige steigers zijn:

    –       Bamboesteigers mogen alleen worden opgebouwd, aangepast en afgebroken door getrainde vaklieden. De constructie moet van beneden naar boven worden opgebouwd en van binnen naar buiten.

    –       Werkplatforms moeten minstens 40 centimeter breed zijn en vrij van losliggend puin. Ze mogen niet overbelast worden.

    –       Een veiligheidsscherm van brandwerend materiaal moet worden geïnstalleerd om vallende voorwerpen op te vangen.

    Tientallen jaren geleden werkten bamboesteigerbouwers in Hongkong op grote hoogten met minimale of zelfs geen veiligheidsharnas. Sindsdien is er veel veranderd: tegenwoordig moeten werknemers worden opgeleid, een vergunning hebben en de juiste veiligheidsuitrusting dragen.

    Volgens Hongkongse voorschriften moeten steigers worden afgebroken zodra de bouw- of reparatiewerkzaamheden zijn voltooid. Om het risico op ongelukken te verkleinen, moet de demontage worden uitgevoerd door ‘geschoolde arbeiders onder direct toezicht van een bevoegd persoon’, idealiter dezelfde ploeg die de constructie heeft opgebouwd.

    Het kan jaren duren voordat iemand de juiste knoop om bamboepalen mee vast te zetten onder de knie heeft

    Veel steigerbouwvaardigheden zijn in de loop van honderden jaren van leermeesters op leerlingen doorgegeven. Tegenwoordig moeten in Hongkong de meeste nieuwe werknemers een opleiding van een jaar volgen bij de ‘Hong Kong Construction Industry Council’ om een vergunning te krijgen.

    De opleiding omvat het leren bouwen van bamboeplatforms die veilig en sterk genoeg zijn om het gewicht van bouwvakkers op alle mogelijke soorten bouwterrein te dragen. Maar het moeilijkste deel van het werk is de juiste knoop leggen om bamboepalen mee vast te zetten – het kan jaren duren voordat men dit onder de knie heeft.

    De arbeiders worden doorgaans in drie rangen verdeeld. Degenen die nieuw zijn in de sector gaan twee jaar in de leer. Zij zijn verantwoordelijk voor basistaken, zoals het doorgeven van bamboepalen, terwijl ze daarnaast het vak leren. De werknemers van de middelste rang zetten bamboesteigers op onder toezicht van leermeesters – die de hoogste rang vormen. Leermeesters werken met ingenieurs samen om volledige structuren te ontwerpen. Het loon is afhankelijk van de ervaring van de werknemer en varieert van ongeveer 800 Hongkongse dollar [101 euro] per dag tot meer dan 2000 Hongkongse dollar per dag [254 euro].

    Tradities en bijgeloof

    Volgens de traditie moet een steigerbouwer die in de leer is, onderzoeken of hij gevaar loopt op ongeluk. Als dat zo is, kan een fengshui-meester een ceremonie aanbevelen om negatieve invloeden te helpen verdrijven. Elke ochtend vóór het werk moet een leerling bovendien opletten met wat hij zegt, om slechte voortekenen voor hem en zijn collega’s te voorkomen.

    Werknemers vereren soms goden en dragen een speciale gordel die hen tegen ongeluk zou beschermen. Het komt niet zelden voor dat steigerbouwers een ‘bai san’-ceremonie houden om geluk te verkrijgen voordat ze steigers opzetten op een nieuwe locatie.

    Bamboesteigers moeten worden afgebroken van boven naar beneden, van buiten naar binnen, en de niet-ondersteunende delen moeten vóór de ondersteunende delen worden verwijderd.

    Lees ook:

  • Te weinig kansen, te veel lockdowns – waarom Chinese jongeren het land massaal verlaten

    Te weinig kansen, te veel lockdowns – waarom Chinese jongeren het land massaal verlaten

    Veel jonge en goed opgeleide mensen zien voor zichzelf in China geen toekomst meer, maar de regering van het land wil een exodus hoe dan ook voorkomen. ‘De laatste tijd krijgt bijna niemand meer een paspoort.’

    Luister dit artikel:

    Ya Dong* ging drie jaar geleden voor het eerst naar Chiang Mai, in het noorden van Thailand. Hij wilde zich laten informeren over de scholen daar. ‘Toen zaten er in de meeste klassen één of twee Chinese kinderen,’ vertelt Ya in een videogesprek, ‘nu zijn dat er gemiddeld acht tot tien per klas.’ Thailand is momenteel bij Chinese gezinnen erg in trek.

    Ya Dong, geboren en getogen in Nanjing, in het oosten van China, is in maart met zijn vrouw en hun twee dochters naar Chiang Mai verhuisd. De meisjes zijn vijf en tien jaar en gaan daar naar de internationale school. Ze krijgen les in het Engels en kunnen zich daar inmiddels goed in redden. De voornaamste reden voor het besluit van het gezin om China de rug toe te keren, was het onderwijssysteem. ‘Te veel examens, te veel huiswerk en te veel druk,’ zegt Ya. In Thailand is het schoolleven veel minder stressvol, maar de kinderen leren er niet minder om.

    Wegrennen als filosofie

    Meer en meer Chinezen doen hetzelfde als Ya Dong en zijn gezin. Omdat ze ontevreden zijn over de situatie in China zoeken ze naar manieren om hun vaderland te verlaten en in het buitenland een nieuw bestaan op te bouwen. De redenen variëren van snel stijgende kosten van levensonderhoud, slechtere werk- en carrièremogelijkheden en de druk in het onderwijssysteem tot de steeds beperktere ontplooiingsmogelijkheden sinds staats- en partijleider Xi Jinping in China aan het roer staat. Toen eind vorig jaar ook nog de omikronvariant van het coronavirus in China arriveerde en de autoriteiten steeds vaker grootschalige lockdowns oplegden, kreeg de trend een extra impuls.

    Op 3 april benadrukte de centrale regering in Beijing nogmaals dat zij onder alle omstandigheden zal vasthouden aan haar zerocovidbeleid. Die dag steeg het aantal zoekopdrachten met de term ‘emigratie’ op het Chinese internet met 440 procent. Het technologiebedrijf Tencent meldde dat het aantal zoekopdrachten met ‘voorwaarden om naar Canada te verhuizen’ in de week van 28 maart tot 3 april met 2846 procent toenam. Canada is voor Chinezen een populaire emigratiebestemming. Inmiddels heeft internetportaal Baidu de functie uitgeschakeld waarmee je het aantal zoekopdrachten over het onderwerp ‘emigratie’ kunt inzien.

    ‘We maakten ons grote zorgen over onze vrienden in Shanghai, omdat we zagen dat de voedselvoorziening niet functioneerde’

    Vrijwel tegelijk met de enorme toename van het aantal zoekopdrachten hadden de plaatselijke autoriteiten van Shanghai een lockdown afgekondigd voor de 26 miljoen inwoners van de stad. Ya Dong en zijn gezin hebben de ontwikkelingen vanuit Chiang Mai gevolgd. ‘We maakten ons grote zorgen over onze vrienden in Shanghai,’ zegt hij, ‘omdat we zagen dat de voedselvoorziening niet functioneerde.’ Ze zijn blij dat ze niet meer in China wonen. ‘Hier hebben we iedere dag zo’n duizend nieuwe besmettingen, maar we leven met het virus.’ Nog maar weinig Thai dragen een mondkapje.

    Veel jonge, internationaal georiënteerde Chinezen denken er net zo over als Ya Dong. Sommigen zeggen dat ze aanhangers zijn van de ‘Run-filosofie’. Die term is gebaseerd op het Engelse run in de zin van ‘wegrennen’. In het Chinees wordt dat geschreven met het karakter dat precies hetzelfde klinkt als ‘vochtig’ of ‘glibberig’. Daarmee proberen de aanhangers van de Run-filosofie aan de strenge censuur te ontkomen. Ze hebben ook een map aangemaakt op het Amerikaanse ontwikkelaarsplatform GitHub; die site is eigenlijk bedoeld om programmeurs samen aan opensourceprojecten te laten werken. Run-aanhangers gebruiken GitHub echter als forum; de site heeft 17.800 gebruikers. Onderwerpen die worden besproken zijn: waarom wegrennen? Waarheen? En hoe kan wegrennen tot ‘basisovertuiging van de nieuwe Chinezen’ worden gemaakt?

    De Run-map werd half april geopend, toen de kritiek op de lockdown in Shanghai haar hoogtepunt bereikte. In de rijkste stad van China werd honger geleden, tienduizenden mensen werden naar mensonwaardige quarantainekampen gestuurd en sommigen overleden nadat ziekenhuizen hen niet wilden opnemen omdat ze geen groene QR-code hadden. Kritiek daarop werd in China snel van de sociale media verwijderd, maar op het Run-forum ging de discussie gewoon door. Op andere pagina’s delen aanhangers de meest recente informatie over emigratie. Hoe kom je aan een verblijfsvergunning in Luxemburg? Wat zijn de goedkoopste universiteiten daar? En hoe hoog zijn de kosten van levensonderhoud in Zwitserland?

    Het zijn vragen die ook Jasmine*, een vrouw van midden dertig, bezighouden. Al voor de pandemie had zij het moeilijk met haar land. Bijvoorbeeld, net als Ya Dong, met het onderwijssysteem, dat maar één doel kent: kinderen naar goede universiteiten krijgen. ‘Dingen waarvoor ze een passie hebben, krijgen de kinderen niet te leren. Ze leren alles alleen maar uit het hoofd. Waarden als respect, menselijkheid en moraal spelen geen rol. In plaats daarvan: een goed geheugen, rijke ouders, probleem opgelost,’ zegt ze. De Zuid-Chinese stad Shenzhen, waar Jasmine woont, is anders, geloofde ze. Door een zeker liberalisme werd de metropool vlak bij Hongkong de succesvolste ‘speciale economische zone’ van het land. Dat trok ook buitenlanders aan: Amerikanen, Serviërs, Brazilianen en Russen. ‘Ik heb zonder op reis te hoeven gaan veel mensen uit de hele wereld ontmoet,’ zegt Jasmine, die zelf voor een buitenlands techbedrijf werkt. ‘Ik genoot erg van mijn leven in Shenzhen – vroeger.’

    In het derde jaar van de pandemie is ook in Shenzhen het een en ander veranderd. Naar schatting de helft van de buitenlanders heeft China voorgoed verlaten of krijgt geen nieuw inreisvisum om terug te kunnen keren. Veel pubs en westerse restaurants hebben hun deuren moeten sluiten. En de inwoners van Shenzhen zijn blijkbaar minder liberaal dan Jasmine altijd dacht. Dat begon ze tijdens de twee lockdowns dit voorjaar in te zien. Eerst werd haar wijk afgesloten vanwege een handvol coronagevallen. De lockdown zou vier dagen duren, maar werd op het laatste moment met vier dagen verlengd. ‘Nieuwe gevallen waren er niet, en toch moesten we binnenblijven.’

    GettyImages 527190812
    – Chinese propagandaposter: ‘Vaderland, laat me naar de blauwe lucht gaan.’
    © Corbis via Getty Images

    Crises in de geestelijke gezondheid

    Na de lockdown wilden buren van Jasmine, die zich buiten Shenzhen bevonden, terug naar huis. Het buurtbestuur weigerde dat, hoewel de buren zoals voorgeschreven vier dagen achter elkaar negatief waren getest en een groene QR-code in de verplichte covid-app hadden. De buren beschreven hun situatie in de chatgroep van hun flatgebouw en hoopten op hulp, zegt Jasmine. Maar veel bewoners reageerden alleen met: ‘Kom maar niet meer terug.’ Ze waren bang dat de terugkomers op weg naar de stad besmet konden raken. In die tijd werden in deze metropool met 20 miljoen mensen amper meer dan tien nieuwe besmettingen per dag gemeld.

    Toen kort daarop de hele stad in lockdown ging, werd het Jasmine definitief te veel. ‘De meerderheid van de mensen volgt gewoon blindelings de regels zonder zich af te vragen of er misschien een betere oplossing is.’ Het ergert Jasmine bijvoorbeeld dat er veel meer geld wordt uitgegeven aan verplichte tests voor de hele bevolking van de stad dan aan covidvaccinaties. Ze kreeg een paar keer een zenuwinzinking. Uiteindelijk, zegt ze, heeft ze zichzelf heel basale vragen gesteld over hoe haar leven in Shenzhen en China eruit zou zien als zij en haar partner ooit kinderen zouden hebben. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er als in de toekomst iedereen blindelings de regels volgt, maar zij en haar gezin het daar niet mee eens zijn? Hoe kun je in zo’n omgeving je kinderen opvoeden tot nieuwsgierige mensen?

    Het aantal aanvragen is de laatste maanden volledig geëxplodeerd

    Daarom hebben Jasmine en haar buitenlandse partner besloten China binnen een jaar te verlaten. Ze ziet drie mogelijke bestemmingen: Singapore, mits ze daar werk vindt, Cyprus, waar ook een paar techbedrijven zitten en waar ze volgens een vriend vrij gemakkelijk naartoe zou kunnen emigreren, of eerst naar Hongkong voor een postdoctorale opleiding om daarna een Hongkongs paspoort te krijgen. Als inwoner van Hongkong zou Jasmine zonder visum naar bijna net zo veel landen kunnen reizen als wanneer ze Zwitserse of Duitse was.

    Een firma die profiteert van Chinezen die willen emigreren is het Ying Zhong Law Office in Beijing. Het is gespecialiseerd in advies over alle aspecten van emigratie. Het aantal aanvragen is de laatste maanden volledig geëxplodeerd, zegt een van de adviseurs aan de telefoon. Ook al is het nu veel moeilijker om te emigreren dan een paar jaar geleden, mogelijkheden zijn er nog steeds.

    De Amerikaanse droom

    Veel Chinezen voelen zich nog altijd aangetrokken tot de Verenigde Staten. De beste vooruitzichten hebben degenen die het eerst met een studentenvisum proberen en daarna een baan in de VS zoeken. Als dat lukt, kan het visum aansluitend worden omgezet in een verblijfsvergunning met werkvergunning, meldt de adviseur. Ook iemand die door de Amerikaanse autoriteiten als ‘buitenlands expert’ wordt aangemerkt, maakt kans op een visum.

    Maar om een visum aan te vragen, heb je een paspoort nodig en dat krijgt de laatste tijd bijna niemand meer. Alleen in uitzonderlijke gevallen verstrekken de Chinese autoriteiten nieuwe reisdocumenten; verlopen paspoorten worden nog maar zelden vernieuwd. In mei heeft de regering bovendien nieuwe voorschriften uitgevaardigd, die bepalen dat buitenlandse reizen alleen nog in belangrijke gevallen zijn toegestaan, bijvoorbeeld als een familielid in het buitenland ernstig ziek is. De regering presenteert de maatregelen als bescherming tegen het mogelijk importeren van coronabesmettingen. In werkelijkheid maken de nieuwe richtlijnen deel uit van een algemene tendens waarbij China zich steeds verder isoleert van de rest van de wereld, en waarmee de regering steeds meer probeert te voorkomen dat het volk in contact komt met buitenlanders. Chinezen kunnen beter naar binnen kijken, naar hun eigen geschiedenis en cultuur, zegt partijleider Xi Jinping regelmatig.

    De laatste weken is het geregeld voorgekomen dat het paspoort van een Chinees die terugkwam ongeldig werd gemaakt

    Soms gaan de autoriteiten nog verder. De laatste weken is het geregeld voorgekomen dat het paspoort van een Chinees die terugkwam ongeldig werd gemaakt. Voor een Chinese zakenvrouw die al enkele jaren in Zwitserland woont en met een Zwitser is getrouwd, heeft dat ernstige gevolgen. De vrouw heeft in China een middelgroot bedrijf. Gewoonlijk vliegt ze vier keer per jaar voor zaken een paar weken naar Shanghai of Beijing. Dat is nu verleden tijd, want ze is bang dat ze China niet meer kan verlaten. Sindsdien staat ze vrijwel elke nacht op om via een videoverbinding haar zaak te leiden.

    Ook Ya Dong en zijn gezin zullen voorlopig niet naar China terugkeren. Vluchten zijn zeldzaam en duur, en bovendien moet je minstens twee weken in quarantaine als je het land wilt binnenkomen. Dan blijft het gezin liever in Chiang Mai, waar de kosten van levensonderhoud volgens Ya half zo hoog zijn als in Shanghai of Beijing. ‘Als je het raam openzet, schijnt de zon naar binnen en waait er een frisse wind door het huis. Maar er komen ook vliegen binnen,’ hield Deng Xiaoping in de eerste jaren van zijn beleid van hervorming en openheid zijn tegenstanders voor, die bang waren voor ‘geestelijke’ vervuiling door buitenlands gedachtengoed.

    Xi, zo lijkt het, heeft nu besloten dat raam te sluiten. Er zullen dan vermoedelijk minder vliegen binnenkomen, maar ook minder frisse wind en zonneschijn.

    * Namen zijn door de redactie van NZZ veranderd.

  • In Santiago nemen dakloze gezinnen het heft in eigen handen

    In Santiago nemen dakloze gezinnen het heft in eigen handen

    Tien procent van de Chileense bevolking heeft geen fatsoenlijk dak boven het hoofd. Tijdens de pandemie stichtten drieduizend gezinnen ten zuiden van hoofdstad Santiago illegaal een ministad, inmiddels de grootste nederzetting in het land.

    Op 13 juli, in de winter van 2020, rende Inés Fuentes op blote voeten haar huurhuis uit, om er nooit meer terug te keren. Haar precaire financiële situatie dwong haar haast te maken. Een groep buurtbewoners had zich verzameld om het privéterrein te bezetten aan de overkant van haar straat in een volksbuurt van Cerrillos, ten zuidwesten van de Chileense hoofdstad Santiago. Fuentes (54), een alleenstaande moeder van vijf kinderen, besteedde haar halve salaris, 250 dollar, aan de huur van haar huis. Vandaar dat ze deze ‘kans’ niet wilde laten lopen. Ze pakte vier palen en markeerde een vierkant op de vuilnisbelt. ’s Avonds zette ze een tent op en ontstak samen met haar nieuwe buurtgemeenschap een vreugdevuur. Die nacht waren ze met tachtig gezinnen. Drie dagen later waren het er al driehonderd, en een maand later vijftienhonderd. ‘De Haïtianen kwamen met hordes tegelijk,’ vertelt Fuentes in de woonkamer van haar huis van 49 vierkante meter, gebouwd van pallets.

    Fuentes is een van de frontvrouwen van de toma [bezet gebied] – zoals een nederzetting wordt genoemd voordat die formeel is opgenomen in het Kadaster. Er wonen tussen de acht- en tienduizend mensen, zo’n drieduizend gezinnen, aldus de kadastergegevens van de Fundación Techo Chile (‘Stichting Een dak voor Chili’), en is daarmee de grootste illegale nederzetting van het land. 

    In het Zuid-Amerikaanse land met negentien miljoen inwoners maken meer dan twee miljoen mensen – zeshonderdduizend gezinnen – geen kans op een fatsoenlijke woning. Tachtigduizend van die gezinnen wonen in tentenkampen, het hoogste aantal sinds 1996. Daarvan is 30 procent migrant, iets meer dan een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. ‘De tentenkampen vormen nog maar het topje van de ijsberg,’ zegt Sebastián Bowen, algemeen directeur van Déficit Cero (‘Nul Woningtekort’), een organisatie die als doel heeft voor 2030 het woningtekort op te lossen. ‘Veel gezinnen wonen bij familieleden en zitten op elkaars lip. Bovendien hebben Chilenen er weinig vertrouwen in dat de overheid hun probleem gaat oplossen, dus nemen ze het heft zelf in handen.’

    Ministad

    De toma Nuevo Amanecer (‘Nieuwe Dageraad’) staat bekend als ‘de ministad van de 10 procent’, sinds de Fundación de Centros de Estudios Públicos (‘Centra voor Maatschappelijke Studies’) een bijeenkomst belegde over dit onderwerp. Tot op zekere hoogte is het ook een stadje; op het ongeasfalteerde terrein van 11 hectaren verrijzen ijzerwinkels, kappers en restaurantjes van uiteenlopende nationaliteiten (de migrantenpopulatie ligt tussen de 70 en 80 procent). Maar ook is er criminaliteit. De bewoners vertellen dat sommige mensen misbruik maakten van de situatie door het terrein dat ze hadden bezet plus de huizen die ze daar hadden gebouwd voor wel 2500 dollar te verkopen.

    De burgemeester van Cerrillos, Lorena Facuse, vertelt via de telefoon dat er bij haar aantreden in mei 2021 bordelen en illegale discotheken waren. Samen met het departement voor Misdaadpreventie wisten ze de situatie onder controle te krijgen, ‘al zijn er ’s nachts nog steeds plekken waar in drugs en wapens wordt gehandeld’, aldus Facuse. Ze zegt erop te vertrouwen dat wanneer de toma binnen een paar weken de status van nederzetting krijgt, de regering-Boric voor betere basisvoorzieningen zal zorgen. ‘Gezien de omvang zal de nederzetting zeker tien jaar lang bestaan, er zal dus elektriciteit moeten komen. Als er brand uitbreekt sterven er honderden mensen, inclusief kinderen,’ waarschuwt ze.

     

    Omdat de bewoners konden beschikken over extra pensioengeld, is Nuevo Amanecer anders dan soortelijke nederzettingen in Chili

    Die ‘10 procent’ uit de bijnaam van Nuevo Amanecer slaat op het feit dat de meeste bewoners hun huis hebben gebouwd van de 10 procent die ze van hun gespaarde pensioen mochten opnemen. Vanwege de impact op de economie was het een omstreden regeringsmaatregel, die desondanks door het Congres werd goedgekeurd om de Chilenen tijdens de pandemie financieel meer armslag te geven. Met het eerste deel heeft Fuentes haar huis ingericht, het tweede was bestemd voor een steviger dak en met het derde deel kon ze een krediet krijgen voor een auto. Fuentes is niet bang dat ze zonder geld komt te zitten als ze straks met pensioen gaat. ‘Mocht ik oud worden, dan hoop ik dat mijn kinderen, voor wie ik krom heb gelegen om ze groot te brengen, mij ondersteunen,’ zegt ze. Al haar vijf kinderen hebben een baan en een eigen huis. 

    Omdat de bewoners konden beschikken over extra pensioengeld, is Nuevo Amanecer anders dan soortelijke nederzettingen in Chili. Tussen de honderden huizen staan uit cement, hout of baksteen opgetrokken bouwwerken. Een aantal heeft twee verdiepingen en een veranda. Het elektriciteitsbedrijf Enel heeft een verbinding aangelegd, zodat het overgrote deel van de woningen een (instabiele) stroomvoorziening heeft. De bewoners hebben de elektriciteitskabels slordig doorgetrokken, wat de kans op brand vergroot. Ook hebben ze een systeem uitgedokterd om illegaal toegang te krijgen tot stromend water – dat in het weekend opraakt. Voor de badkamer en het toilet gebruiken ze septic tanks. 

    Falend woonbeleid

    Een van de steunpilaren van de bewonersorganisatie is kunstenaar Tomás Ives (41), die de taak van secretaris op zich heeft genomen. ‘Strikt genomen strookt Nueva Amanecer niet met het idee dat de elite van een nederzetting heeft,’ zegt hij. ‘Het gaat hier niet om vier palen met een zinken dak erop. Dit is een nederzetting van mensen die een baan hebben, die soms zelfs meer verdienen dan het minimumloon (430 dollar), maar die door falend woonbeleid genoodzaakt zijn zich hier te vestigen, ook al betalen ze belasting.’ 

    ‘Je kunt het probleem niet oplossen door meer van hetzelfde te doen, maar dan sneller’ 

    Om deze huizencrisis het hoofd te bieden heeft de nieuwe minister van Wonen en Ruimtelijke Ordening, Carlos Montes, begin april in het Congres een Noodplan Wonen afgekondigd, met als doel om de komende vier jaar 260.000 woningen te bouwen. Sebastián Bowen van Déficit Cero is het eens met het officiële standpunt over deze crisis, maar benadrukt dat ‘je het probleem niet kunt oplossen door meer van hetzelfde te doen, maar dan sneller’. 

    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.30.09
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.31.37
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.32.31
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.33.11
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.35.40

    Videostills van Nuovo Amanecer (Nieuwe Dageraad), ‘de ministad van de 10 procent’. Die bijnaam doelt op de 10 procent die de meeste bewoners van hun gespaarde pensioen mochten opnemen om een huis van te bouwen.

    Woonsubsidies

    De overheid verleent woonsubsidies, die onder meer afhankelijk zijn van het inkomen en de gezinssamenstelling. Het ministerie van Wonen en Ruimtelijke Ordening heeft de afgelopen vijf jaar jaarlijks twintig- à dertigduizend subsidies (van in totaal 30 miljoen dollar) voor nieuwe woningen verstrekt. De Chilenen die zo’n subsidie kregen, behoren tot de kwetsbaarste 40 procent van de bevolking. 

    ‘Ons woningbeleid richt zich op het subsidiëren van de vraag naar woningen. Dat is niet afdoende,’ aldus Bowen. De oud-directeur van Techo Chile vindt dat het beleid moet worden uitgebreid met maatregelen die het huren, zelf bebouwen en intensiever gebruiken van bebouwde percelen stimuleren. Een van de prioriteiten zou het creëren van tijdelijke opvang moeten zijn voor wie geen subsidie kan krijgen en illegaal wonen als enige optie ziet. 

    Zij was de enige met werk: ze verdiende 280 dollar per maand en de huur bedroeg 300 dollar

    De Peruaanse Pamela Santisteban (33) loopt door de nederzetting en groet bijna iedereen die ze tegenkomt: Haïtianen, Dominicanen, Colombianen. Onder het aanhoudende lawaai van bouwwerkzaamheden en vrachtwagens die gasflessen verkopen vertelt ze dat ze vroeger met zes mensen op een ‘postzegel’ woonde. Zij was de enige met werk: ze verdiende 280 dollar per maand en de huur bedroeg 300 dollar. ‘Ik kwam niet rond, dus moest ik wel met mijn moeder en dochters hiernaartoe komen.’ Ze vroegen 600 dollar per perceel (ze kocht er twee, haar moeder woont in het huis naast haar). 

    In de afgelopen drie jaar, met onder meer de protesten van 2019 en de pandemie, is het aantal nederzettingen bijna verdubbeld. De stijgende vraag naar woningen, grotendeels als gevolg van een toename van het aantal vluchtelingen en de stijging van de grondprijs doordat er meer in woningen wordt geïnvesteerd, heeft de droom van een eigen huis – een diep in de Chileense cultuur verankerd verlangen – voor de kwetsbaarste gezinnen in rook doen opgaan. Met een gestage stijging van de inflatie (9,4 procent), duurdere hypotheken en een gefrustreerde arbeidsmarkt wijst alles erop dat een steeds groter deel van de bevolking zonder huis zal komen te zitten. 

  • Qatar: huurprijzen schieten omhoog door WK-voetbal

    Qatar: huurprijzen schieten omhoog door WK-voetbal

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meer Chinezen willen emigreren vanwege lockdowns

    » Australië: Softwaremiljardair bindt de strijd aan met grootste uitstoter

    Tekort aan accommodatie leidt tot oververhitte huurmarkt

    In Qatar dreigt een tekort aan accommodatie voor het WK-voetbal in november, schrijft Middle East Eye. Het kleine emiraat moet in november naar schatting 1,2 miljoen bezoekers herbergen. Het gevolg is dat de huurprijzen drastisch omhoog gaan en dat bewoners zelfs uitgezet dreigen te worden.

    De afgelopen weken hebben steeds meer expats hun beklag gedaan over hotels en vastgoedbeheerders die de huren willen verhogen, de verlenging van huurovereenkomsten willen stopzetten of regelrecht het huurcontract willen opzeggen. Bewoners vertelden MEE dat hun huur dit jaar met 20 tot 35 procent stijgt, terwijl een normale stijging 10 procent is. In april meldde The Peninsula dat in het laatste kwartaal van 2021 de huuraanbiedingen in Doha en de omliggende gebieden met 36 tot 45 procent zijn gestegen.

    Nieuwe appartementen en villa’s worden uitsluitend toegewezen aan WK-fans

    Ook op het kunstmatige eiland The Pearl-Qatar, waar beroemde woningen staan van onder andere Versace, Hermes en Ferrari, verwacht men dat de prijzen zullen verdubbelen voor nieuwe huurders. Een inwoner van Pearl-Qatar zei tegen MEE dat ze niet de optie kreeg om de huur te verlengen, zelfs niet tegen een hogere prijs. In plaats daarvan kreeg ze te horen dat haar contract zou eindigen. Een recent artikel van Reuters bevestigt dit en meldt dat nieuwe appartementen en villa’s uitsluitend worden toegewezen aan WK-fans.

    Lees ook:

  • Asbest zorgt voor onrust op de Australische woningmarkt

    Asbest zorgt voor onrust op de Australische woningmarkt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Republikeins Congreslid wordt CEO van Trump Media

    » Leiding modegigant Inditex wordt doorgegeven van vader op dochter

    Australische gezin gedupeerd door asbestvondst na aankoop

    Een Australische gezin kocht een huis voor 1,8 miljoen Australische dollar, circa 1,14 miljoen euro, in een prestigieuze buitenwijk van Canberra. Een gelukje gezien de overspannen huizenmarkt in de Australische hoofdstad. Het huis moet echter worden afgebroken en opnieuw opgebouwd want het is het 993ste historische huis in Canberra dat vol zit met asbest, schrijft het Australische nieuwskanaal ABC News.

    Lees ook:

  • EU-sancties tegen Belarus | Zweedse regering valt over huurplafond

    EU-sancties tegen Belarus | Zweedse regering valt over huurplafond

    Ongekende economische sancties tegen Belarus

    Het gebeurt niet elke dag dat de lidstaten van de Europese Unie eensgezind stemmen. Maar maandag in Luxemburg besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 EU-landen unaniem om het regime van Aleksander Loekasjenka aan te pakken. De maatregelen zijn zeldzaam volgens de internationale pers.

    ‘Een regen van sancties daalt neer op dictator Loekasjenka’, kopt het Belgische dagblad Le Soir. De EU heeft met name de activa bevroren van zeven bedrijven die worden gerund door familieleden van Aleksander Loekasjenka. De zoon van de president, Dmitri, en de vrouw van zijn oudste zoon Viktor, Lilia Loekasjenka, zijn op de zwarte lijst van de EU gezet.

    Kalium

    De ministers bevestigden vervolgens unaniem de reeks maatregelen die gevolgen hebben voor zeven sectoren van de Belarussische economie. Deze sancties omvatten ‘financiële diensten en verzekeringen, een embargo op petrochemische producten en de handel in kalium en tabak’, aldus L’Echo. Ook is een verbod ingesteld op nieuwe bankleningen aan de staat, de centrale bank, en overige banken en organisaties die voor het merendeel in handen van de staat zijn.

    ‘De export van kalium, een belangrijk ingrediënt voor het bemesten van landbouwgrond, is een onmisbare bron van inkomsten voor Belarus’, schrijft The New York Times . Het staatsbedrijf Belaruskali beweert 20 procent van de wereldvoorraad te produceren.

    Volgens L’Echo vereisten de financiële sancties een overeenkomst met Oostenrijk, aangezien Belarussische activa zijn ondergebracht bij Oostenrijkse banken.

    ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken’

    ‘Het instellen van economische sancties, een maatregel die zelden door Europa wordt genomen, is lang verworpen door de 27 staten, die de voorkeur gaven aan individuele beperkende maatregelen’, merkt Le Soir op. ‘Economische sancties werden tot dusver uitgesloten omdat ze “een negatieve impact op de bevolking” zouden kunnen hebben. Een ander argument was dat Loekasjenka alleen maar verder in de armen van Poetin zal worden geduwd als de Belarussische economie op de knieën wordt gedwongen. Daarnaast maakte elk van de 27 EU-landen de rekening op door een inschatting te maken van wat ze te verliezen hadden door hun zakelijke belangen met Minsk op te geven’, is de analyse van het Belgische dagblad.

    Volgens een Europese diplomaat die met Le Soir sprak, was de kaping van de Ryanair-vlucht doorslaggevend. ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken, en tegelijk zo min mogelijk de Europese belangen en die van de Belarussische bevolking aantasten’, zei hij.

    Verandering

    Deze economische sancties ‘markeren een stap voorwaarts in de strijd tegen het autoritaire regime van Loekasjenka’, merkt Financial Times op. De EU had al sancties opgelegd aan 88 leden van het regime, waaronder president Aleksander Loekasjenka zelf en zijn zoon. Maar deze individuele sancties hebben vooral geleid tot verdere repressie. Met de nieuwe economische sancties hopen de EU-leiders nu het regime tot verandering te dwingen.

    Om de strafmaatregelen nog meer gewicht te geven, hebben de EU-landen maandag in samenwerking met de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada ook nog eens sancties opgelegd aan tientallen personen en bedrijven die nauw samenhangen met de macht in Minsk.

    Lees ook:


    Andrew ‘Basisinkomen’ Yang toch niet de nieuwe burgemeester van New York

    De uitslag is nog niet definitief, maar gisteren waren in New York de Democratische voorverkiezingen voor de burgemeesterspost van New York. In een stad met meer dan zes keer zoveel Democraten als Republikeinen, is een overwinning in die voorverkiezing bijna een garantie voor het burgemeesterschap.

    Als pleitbezorger van optimisme en een universeel basisinkomen, viel ondernemer Andrew Yang al op als kandidaat tijdens de presidentsverkiezingen van 2020. Hij heeft zich kandidaat gesteld als burgemeester van New York met dezelfde ideeën, schrijft The Wall Street Journal.

    Toen Andrew Yang zich in de strijd om de Democratische voorverkiezingen stortte voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van november 2020, na enkele jaren steun voor zijn project voor een basisinkomen te hebben vergaard, logenstrafte hij alle peilingen en hield hij het langer vol dan veel anderen, zo schrijft The Wall Street Journal. Hij gooide uiteindelijk de handdoek in de ring na de voorverkiezingen in New Hampshire in februari 2020.

    Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar

    Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar, ongeveer 820 euro, aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar. Dankzij zijn energie en de interesse die hij destijds opwekte, was Andrew Yang een van de favorieten in de race om het burgemeesterschap van New York, maar zijn voorsprong werd al in de laatste peilingen kleiner. De voorlopige uitslag van dinsdagnacht wijst erop dat zijn rivaal Eric Adams hem voorbij is gestreefd en een grote kans maakt de Democratische kandidaat voor het burgermeesterschap van New York te worden, bericht The New York Times.

    Yangs kandidaatstelling voor het burgemeesterschap heeft de verkiezingscampagne door elkaar geschud en op slag werd hij het doelwit van tegenstanders, die hem bekritiseren omdat hij niet de nodige ervaring zou hebben om New York te leiden, vooral in deze periode van heropening na de pandemie.

    Andrew Yang, 46, is een van de dertien Democratische kandidaten die hopen de zittende burgemeester Bill de Blasio, ook een Democraat, op te volgen. Deze laatste zal aan het einde van dit jaar aftreden, aangezien hij het maximum aantal toegestane mandaten, twee periodes van vier jaar, heeft bereikt.

    Toen Yang in januari zijn kandidatuur aankondigde, waren het management en de politiek van de stad hem volkomen vreemd, in tegenstelling tot sommige van zijn tegenstanders, zoals het huidige Hoofd Financiën van New York Scott Stringer, voormalig directeur Stadssanering Kathryn Garcia en Eric Adams, de huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn.

    Yang genoot echter al grote bekendheid, gevoed door zijn presidentiële kandidatuur, twee boeken die hij publiceerde en zijn optredens op CNN als politiek commentator. Hij had een campagnebudget van meerdere miljoenen dollars en de steun van ten minste drie politieke actiecomités om zijn campagne te financieren.

    Hij bracht bondgenoten uit alle lagen van de bevolking samen, zoals Ritchie Torres en Grace Meng, beide Democratische afgevaardigden in het Huis van Afgevaardigden in Washington, en verschillende leiders van de ultraorthodoxe joodse gemeenschap in de stad, die hem veel stemmen zouden opleveren.

    ‘Ik wil deze baan omdat ik denk dat ik de politiek in New York kan helpen verbeteren’, zei Yang, die in Hell’s Kitchen in het westen van Manhattan woont met zijn vrouw, Evelyn, en hun twee jonge zoons, Christopher en Damian.

    Basisinkomen in het klein

    De belangrijkste strekking van zijn campagne was het opzetten van een breed programma voor directe financiële hulp, een soort verkleinde versie van het universele basisinkomen, waar hij zijn presidentiële campagne omheen had gebouwd. Met dit programma zou 6 procent van de meest behoeftige New Yorkers, zo’n 500.000 mensen, gemiddeld zo’n 2000 dollar per jaar krijgen, ofwel ongeveer 140 euro per maand.

    In eerste instantie dacht hij deze kosten, die op 1 miljard dollar per jaar worden geschat, te financieren via de stadskas en gulle donoren. Maar in mei zei hij uitsluitend gemeentelijke financiering te overwegen.

    Hij wilde zijn project financieren door een einde te maken aan de vrijstelling van onroerendgoedbelasting die bepaalde gebouwen is vergund, zoals Madison Square Garden, de beroemde sporttempel en evenementenhal, en door andere inefficiënties op te sporen in het stadsbudget van ruim 98 miljard dollar. Een deel van het geld zou kunnen komen van bestaande sociale programma’s, die met de nieuwe aanpak hun nut zouden verliezen.

    ‘We hoeven daartoe slechts de effecten van die programma’s vast te stellen. Maar het zal niet gemakkelijk zijn om mensen te vertellen dat we bepaalde sociale programma’s niet meer nodig hebben omdat we een systeem van directe financiële hulp gaan invoeren.’

    Misstappen

    In de straten van New York staan mensen in de rij om met hem op de foto te gaan. Sommigen bedanken hem voor zijn kandidatuur want ze willen dat dingen veranderen. Maar zijn gebrek aan ervaring in gemeentelijk management heeft ertoe geleid dat hij verschillende misstappen maakte in enkele belangrijke kwesties.

    Zo stelde hij vorige maand voor dat de stad New York het openbaar vervoer weer in handen neemt, dat momenteel wordt beheerd door de staat New York, maar zijn voorstellen bleven vaag. Tijdens een openbare bijeenkomst sprak hij zich ook uit voor de oprichting van opvangcentra voor slachtoffers van huiselijk geweld. Dergelijke plekken bestaan echter al.

    Meer recentelijk, toen hij zijn plannen voor de hervorming van de politie verdedigde tijdens een persconferentie, raakte hij in verwarring toen een journalist hem om zijn mening vroeg over de intrekking van artikel 50-a. Die wet, enkele decennia oud, verhinderde het grote publiek om toegang te krijgen tot tuchtrechtelijke dossiers van de politie. Intrekking van die wet is een van de grootste strafrechtelijke hervormingen van het afgelopen jaar.

    ‘Andrew Yang is even pragmatisch, vooruitstrevend en bezorgd over deze kwesties als elke andere kandidaat voor deze functie, en New Yorkers die naar hem luisteren, malen er niet om of hij de juiste naam van bepaalde wetten kan opdreunen’, zo verdedigde woordvoerder Jake Sporn zijn campagne.

    Voorbeeld voor Aziatische Amerikanen

    Als we zijn aanhangers mogen geloven, is het vooral dankzij zijn energie dat hij zoveel kiezers voor zich heeft gewonnen. John Liu, Democraat en Senaatslid voor New York, steunt de kandidatuur van Andrew Yang. Yang is een inspiratie geweest voor veel Aziatische Amerikanen, vooral in New York, sinds zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen, zegt hij.

    ‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’

    ‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’, verklaarde Liu, de eerste politicus van Aziatische afkomst die een zetel in de gemeenteraad verwierf en vervolgens in 2009 Hoofd Financiën van New York werd. ‘Hij biedt nationale zichtbaarheid aan Aziatische Amerikanen’, aldus Liu.

    Hij zei onder de indruk te zijn van de voorstellen van Andrew Yang, vooral die over onderwijs en de politie. Gevraagd naar het gebrek aan politieke ervaring van Yang, benadrukte hij diens praktijkervaring, die zeker zo belangrijk is. ‘Andrew Yang heeft veel ideeën om deze stad vooruit te helpen na de moeilijke en ongekende tijden die we net hebben doorgemaakt’, aldus Liu.

    Dinsdagnacht verklaarde Yang naar aanleiding van de voorlopige uitslag, dat hij geen kans meer maakt op de Democratische kandidatuur en gaf hij zijn verlies toe, meldt The New York Times. De huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn, Eric Adams, gaat met 84 procent van de stemmen geteld aan de leiding met 31,7 procent. Yang zelf blijft steken op 11,7 procent en ziet zich ook voorbijgestreefd door Maya Wiley en Kathryn Garcia, die beide nog kans maken om de eerste vrouwelijke burgermeester van New York te worden.

    ‘We geloven nog steeds dat we kunnen helpen, maar niet als burgemeester en first lady’, zei Yang, die had gehoopt de eerste Aziatische Amerikaanse burgemeester van de stad te worden, dinsdagnacht, geflankeerd door zijn vrouw Eve.


    Motie van wantrouwen werpt Zweedse regering omver

    Het Zweedse parlement heeft een motie van wantrouwen tegen premier Stefan Löfven aangenomen, zo meldt BBC. In totaal stemden 181 van de 349 parlementsleden voor de motie, met 51 onthoudingen. Het is de eerste keer in de Zweedse geschiedenis dat een premier met een dergelijke stemming wordt afgezet.

    De regering van Löfven moest opstappen nadat een geschil over huurbescherming ertoe leidde dat de Linkse Partij haar steun aan de coalitie introk. Dit betekende een ineenstorting van de minderheidscoalitie van de sociaaldemocraten en de Groene Partij.

    De sociaaldemocratische leider heeft nu een week om af te treden of vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Als Löfven besluit af te treden, moet de voorzitter van het parlement met alle partijen gaan onderhandelen om een nieuwe regering te vormen. Een mogelijk nieuwgevormde regering zal aanblijven tot de algemene verkiezingen, die in september volgend jaar zullen plaatsvinden.

    De Linkse Partij riep vorige week op tot de motie van wantrouwen na een ruzie over voorstellen om een huurplafond voor nieuwbouw op te heffen. Hoewel de partij van Löfven die maatregel niet steunt, heeft zij ermee ingestemd de plannen te overwegen om oppositiepartijen gunstig te stemmen.

    Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden

    De vertrouwensstemming werd voorgesteld door de extreemrechtse Zweedse Democraten en werd gesteund door twee centrumrechtse oppositiepartijen.

    Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden, dat kampt met woningnood. Maar tot vorige week hadden maar weinig politieke waarnemers voorspeld dat de kwestie de huidige regering ten val zou kunnen brengen.

    De ironie is dat de centrumlinkse premier van Zweden, Stefan Löfven, zelf voorstander is van de bestaande huurbeperkingen. Zijn coalitie stemde alleen in met het idee om te onderzoeken of de beperking in geval van nieuwbouw zou kunnen worden afgeschaft, om twee kleine centrumrechtse oppositiepartijen tegemoet te komen en zo de fragiele minderheidsregering overeind te houden.

    Maar daardoor verloor Löfven uiteindelijk de steun van een oude bondgenoot, de Linkse Partij. Die trok vorige week zijn steun aan de regering in, wat de weg vrijmaakte voor de motie van wantrouwen.

    Een tweede ironische wending is dat het huisvestingsdebat nu wel eens veel verder in de onderste regionen van de politieke agenda zou kunnen belanden. Nieuwe verkiezingen of een nieuwe regering zullen namelijk meer gefocust zijn op wat de centrumrechtse tegenstanders van Löfven als dringender kwesties beschouwen, zoals economisch herstel van het land na de pandemie, het toenemende aantal geweldsmisdrijven en immigratie.

    Lees ook:

  • Terugkeer van traditionele Franse partijen | Moordende politie-eenheid in Nairobi

    Terugkeer van traditionele Franse partijen | Moordende politie-eenheid in Nairobi

    Macron, Le Pen en de terugkeer van traditionele partijen

    De eerste regionale verkiezingen in Frankrijk van afgelopen zondag werden gekenmerkt door een historisch lage opkomst, een scherpe teruggang voor Rassemblement National (RN), de populistische extreemrechtse partij van Marine Le Pen, en een slechte prestatie van de partij van Emmanuel Macron. Dit alles ten voordele van traditionele rechtse en linkse partijen, aldus Le Courrier, dat de commentaren in de buitenlandse pers analyseerde.

    De algehele teneur in de internationale media is dat de uitslagen van zondag suggereren dat de kaarten voor de presidentsverkiezingen van 2022 wel eens heel anders zouden kunnen komen te liggen dan verwacht.

    Joëlle Meskens, correspondent van de Belgische Franstalige krant Le Soir, vatte de uitslagen als volgt samen: ‘Een Rassemblement National dat ver beneden haar verwachtingen presteert; een presidentiële partij die meer dan ooit worstelt om lokaal voet aan de grond te krijgen en traditionele partijen, van rechts tot links, die zich verzetten: de eerste ronde van de regionale verkiezingen werd gekenmerkt door een reeks grote verrassingen.’

    Het percentage niet-stemmers wordt geschat tussen 66,1 en 68,6 procent

    Van het percentage niet-stemmers, geschat tussen 66,1 en 68,6 procent, een record, hebben vooral traditioneel rechts en links geprofiteerd. Volgens schattingen van marktonderzoekbureau IFOP haalden de Republikeinen 34,4 procent van de stemmen en de socialisten 28,7 procent. De eersten hopen hun zeven regio’s te kunnen behouden en de laatsten de vijf die ze al hadden.

    Aan de andere kant is de nederlaag ‘verpletterend’ voor Emmanuel Macron en de zijnen, merkt Politico op. Volgens Ipsos haalt de presidentiële partij slechts 11,5 procent van de stemmen, een score die de zwakke lokale kracht van zijn partij LREM bevestigt. ‘Het lijdt geen twijfel dat Macron voor een grote uitdaging staat’ wat betreft de presidentsverkiezingen van 2022, stelt de BBC.

    In een toespraak, die door Bloomberg als ‘somber’ werd omschreven, gaf Marine Le Pen toe dat haar kiezers ‘zich niet hadden vertoond’ en ze riep hen dan ook op ‘een sprong’ te maken bij de tweede ronde. Op nationaal niveau kwam de RN, dat volgens de peilingen aanvankelijk in zes van de dertien regio’s aan de leiding zou gaan, uiteindelijk alleen in Provence-Alpes-Côte d’Azur als beste uit de bus. De extreemrechtse partij behaalde slechts 19,4 procent van de stemmen op nationaal niveau, tegen 27,7 procent in 2015.

    Terugkeer van de oude politiek

    ‘De verrassing is des te groter omdat analyses en peilingen vooraf een explosie van extreemrechts voorspelden en rechts en de socialisten weg zagen vallen. Maar het tegenovergestelde is gebeurd’, zo schrijft Eduardo Febbro, de Parijse correspondent van het Argentijnse dagblad Página 12. ‘Als deze dynamiek de komende maanden aanhoudt of toeneemt, kan de terugkeer van partijen met een traditie van regeren en presidentschap (Parti Socialiste en Les Républicains) de fundamenten van de macronistische strategie ondermijnen’, meent hij. ‘De oude vijanden zijn teruggekeerd aan tafel; Le Pen en Macron zitten niet langer alleen aan het banket.’

    Ook het Spaanse dagblad El País ziet deze resultaten als een teken dat ‘de oude politiek weigert te verdwijnen’. De uitslag van de eerste ronde zet vraagtekens bij ‘de diagnose van Macron en Le Pen’, volgens welke ’de partijdige verdeeldheid die de Franse politiek sinds de naoorlogse periode kenmerkte, de afwisseling tussen centrumlinks en centrumrechts, niet meer gold.’ Zondag werden Macron en Le Pen ‘verslagen door de oude wereld’, voegt Le Soir daaraan toe.

    Overhaaste conclusies

    ‘Door de lage opkomst is het moeilijk om lessen te trekken voor de presidentsverkiezingen van april-mei 2022’, waarschuwt daarentegen Richard Werly van het Zwitserse Le Temps, die op zijn hoede is ‘voor te overhaaste conclusies’.

    Volgens Werly moeten we ook ‘begrijpen dat de verdeling van het grootstedelijke Frankrijk in dertien grote administratieve regio’s niet goed is ontvangen, wat ertoe kan hebben geleid dat veel Fransen de stemhokjes hebben gemeden om hun onvrede en hun gebrek aan vertrouwen op dit politieke niveau te tonen. Deze massale stemonthouding weerspiegelt een gedemotiveerd politiek Frankrijk’, merkt hij op. Voor hem blijven ‘de presidentsverkiezingen het belangrijkste kompas van dit gecentraliseerde land’.

    Lees ook:


    Pagani Six: een moordende politie-eenheid in Nairobi

    In de gevaarlijkste sloppenwijken van de Keniaanse hoofdstad wordt een speciale politie-eenheid beschuldigd van buitengerechtelijke executies, zo schrijft de Keniaanse krant Daily Nation.

    ‘Twee mannen op een motor. Grijpen het mobieltje van een voorbijganger. Politie in burger verschijnt uit het niets en onderschept de motor, zet hem klem in een hoek, uit het zicht. Schoten klinken. “Ik heb niet gezien of de man dood was of niet omdat er te veel mensen waren, maar ik kreeg te horen dat hij werd gezocht door de Pagani Six”, aldus een getuige.’

    Zo begint het verhaal van de Daily Nation, dat ‘een publiek geheim’ onderzocht: dat speciale politie-eenheden die zijn belast met het opsporen van criminelen in de gevaarlijkste sloppenwijken van Nairobi, dood en verderf zaaien.

    ‘De mensen die we zoeken, moeten we hebben, dood of levend’

    Pagani Six is zo’n eenheid die wordt beschuldigd van buitengerechtelijke executies. Een video van de leider, korporaal Ahmed Rashid, die een geboeide man executeerde, veroorzaakte in 2017 een schandaal nadat de beelden op sociale netwerken waren verspreid.

    ‘De mensen die we zoeken, moeten we hebben, dood of levend’, vertelde Ahmed Rashid een jaar later aan de BBC. Terwijl de korporaal nog steeds in dienst is, ‘is niet alleen het aantal buitengerechtelijke executies door zijn squadron toegenomen, maar lijkt de tactiek van zijn politie-eenheid te worden geïmiteerd in vrijwel elke sloppenwijk waar bendes jongeren gewapend met pistolen of messen door de steegjes dwalen’, schrijft Daily Nation.

    Tientallen doden

    Volgens Social Justice Centers Working Group, een organisatie die buitengerechtelijke executies in sloppenwijken registreert, zijn sinds januari 2021 alleen al 54 jongeren vermoord in de wijk Mathare en ongeveer twintig in twee andere sloppenwijken van Nairobi. Missing Voices, een vergelijkbare organisatie, schat dat in 2020 166 mensen zijn omgekomen door toedoen van de politie.

    ‘Terwijl mensenrechtengroepen zich zorgen maken over de toename van buitengerechtelijke executies wanneer bendes in botsing komen met de politie, steunen sommige bewoners in de sloppenwijken van Nairobi de wetshandhavers’, vervolgt Daily Nation.

    ‘Ik kan zeggen dat 80 procent van de mensen op de hand van de politie is vanwege de onveiligheid. De overige 20 procent zijn ouders of mensen die vanuit hun mooie wijken demonstreren voor mensenrechten. Als je zou meemaken wat wij doormaken, zou je voorstander zijn van de politie-aanpak in de bestrijding van de misdaad.’

    Anders dan in meer welvarende buurten, waar bewoners klachten indienen en misdrijven worden geregistreerd voor nader onderzoek, worden overtredingen in sloppenwijken zelden gemeld ‘tenzij iemand gewond is geraakt’, omdat bewoners daar wantrouwen koesteren jegens de politie, schrijft Daily Nation.

    Als we ze niet doden, zullen deze gevaarlijke criminelen jou vermoorden’

    Bij gebrek aan officiële aangiftes zou de politie ‘zwarte lijsten’ opstellen van personen die verdacht worden van misdrijven. ‘We hebben begrepen dat zodra de naam van een crimineel op de zwarte lijst verschijnt, hun beschrijving en foto onder agenten gaat circuleren. Zo wordt hij tot doelwit’, schrijft de Keniaanse krant.

    ‘Als we ze niet doden, zullen deze gevaarlijke criminelen jou vermoorden’, is het tegenargument van een officier, die de krant sprak op voorwaarde van anonimiteit. ‘We praten met ze, we vertellen hun ouders hen te waarschuwen. De meesten zijn al eens gearresteerd en hebben voor de rechtbank gestaan, maar ze blijven stelen en moorden ook als ze op borgtocht zijn vrijgelaten.’

    Op 21 mei werd een vuilnisman uit de wijk Mathare die naast zijn zwangere vrouw sliep, rond 22.00 uur wakker gemaakt. Hij werd geboeid door gewapende mannen en meegenomen in een busje. Twee dagen later werd hij in het mortuarium gevonden. Degenen die hem kenden verzekeren dat hij geen crimineel was, aldus Daily Nation. Een vriend van hem, die getuige was van het tafereel, is vandaag aangeklaagd voor diefstal met geweld. Burgerrechtenorganisaties proberen hem vrij te krijgen, of, als dat niet lukt, ervoor te zorgen dat het tot een eerlijke rechtszaak komt.

    Lees ook:


    Britten kiezen voor het water

    Het aantal mensen dat in Groot-Brittannië op het water woont, is in tien jaar tijd explosief gestegen, aldus The Guardian. Stijgende huizenprijzen en beperkingen op reizen naar het buitenland hebben tot een toename van de populariteit van woonboten geleid.

    Een half jaar geleden woonden Paul en Anthony Smith-Storey in een half-vrijstaand huis met drie slaapkamers aan de rand van Liverpool. Maar samen met hun hond Dexter hebben ze alles ingeruild voor een leven op het water in een twee meter brede narrowboat op Peak Forest Canal in Derbyshire. ‘We haalden ons eigen vermogen uit het huis, kochten de boot en willen ervan genieten zolang we leven’, aldus de 48-jarige Anthony. Ze zijn niet de enigen.

    ‘Er zijn nu meer boten op onze waterwegen dan op het hoogtepunt van de industriële revolutie’

    Volgens de Canal and River Trust vertoeft een recordaantal Britten op de Britse rivieren en kanalen. De populariteit is zo groot dat de instelling, die 3200 kilometer aan waterwegen in Engeland en Wales beheert, zegt: ‘Er zijn nu meer boten op onze waterwegen dan op het hoogtepunt van de industriële revolutie.’

    In maart waren er 35.130 mensen met een vaarbewijs voor rivieren en kanalen, vergeleken met 34.435 vorig jaar en 32.490 in 2012. Enquêtes schatten het aandeel van degenen die aan boord wonen op ongeveer 25 procent. Dat is een stijging met 15 procent sinds 2011. In Londen worden de meeste boten waarschijnlijk voor permanente bewoning gebruikt. Volgens de Inland Waterways Association (IWA) varen er ongeveer 80.000 motorboten over de waterwegen van Engeland, Schotland en Wales.

    Recordvraag

    Ondertussen noteren botenbouwers en verkopers een recordvraag. Volgens Jamie Greaves, die al meer dan twintig jaar in de industrie werkt en al meer dan een decennium eigenaar is van Aintree Boats in Liverpool, komt de grote belangstelling door de pandemie. ‘Mensen willen op dit moment niet naar het buitenland want ze voelen zich niet veilig, dus gaan ze liever op een bootvakantie in Engeland.’ Anderen profiteren volgens hem van de stijgende huizenprijzen door hun huis te verkopen, een boot te kopen en wat geld te sparen. Het afgelopen jaar was zo druk dat zijn bedrijf werk moest weigeren.

    Chris Hill, directeur van New and Used Boat Co, met kantoren in het hele land, meldt een recordverkoop in januari en februari met een omzetstijging van 50 procent ten opzichte van vorig jaar. Zijn klanten, die meestal tussen de 45 en 60 jaar oud zijn, maar waarvan 25 procent jonger is, lieten hem weten: ‘Spaargeld op de bank levert niet veel op, je kunt niet echt naar het buitenland reizen en we hebben altijd al een boot willen hebben, dus we zeggen nu: “gewoon doen”.’

    De waarde van nieuwe en gebruikte boten is gestegen; het gemiddelde voor een gebruikte boot is ongeveer 45.000 tot 50.000 pond (52.500 tot 58.300 euro) en een nieuwe, volledig uitgeruste brede boot kost rond de 140.000 pond.

    ‘Tijdens de industriële revolutie waren de kanalen privé en werden ze gebruikt voor vrachtvervoer’, zegt Matthew Symonds, Manager bij de Canal & River Trust, ‘dus het aantal boten was veel kleiner en ook echt alleen voor werkdoeleinden. Maar nu hebben we veel meer mensen die de waterwegen gebruiken voor hun vrije tijd, maar ook mensen die ze gebruiken om te wonen.’

    ‘Voor sommigen is het geen vrijwillige keuze of passie, maar echt een van de weinige keuzes die hen rest’

    ‘De huisvestingscrisis in Londen heeft een rol gespeeld bij de keuze om op boten te gaan wonen’, aldus Symonds, en dat is voor sommigen geen vrijwillige keuze of passie, maar echt ‘een van de weinige keuzes die hen rest’.

    Andrew Carpenter, manager van een organisatie voor boten in Camden, vindt het positief dat meer mensen van de waterwegen genieten, maar hij waarschuwt dat de recente toename van het aantal boten druk uitoefent op allerlei faciliteiten zoals drinkwatervoorziening, afvoer en reiniging.

    Permanente ligplaatsen kunnen duur zijn en moeilijk te vinden, maar veel mensen kiezen ervoor om te blijven cruisen, hetgeen betekent dat ze minstens één keer per veertien dagen op zoek moeten naar een andere ligplaats.

    Annie Mellor, 28, en Hayden Crocker, 32, die beiden werken voor techstart-ups, wonen op de Lee rivier en Regent’s Canal, sinds ze in september een narrowboat kochten, geïnspireerd door hun wandelingen langs jaagpaden tijdens de lockdown. ‘Het is financieel heel aantrekkelijk’, aldus Crocker, ‘en het is een manier om zonder enorme middelen een niet-standaard leven te leiden.’