Tag: 360 Magazine

  • Oktobernummer | 200 keer het beste uit de internationale pers

    Oktobernummer | 200 keer het beste uit de internationale pers

    »  Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Dossier: Wat eten we morgen

    » ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    » Griekse muur van 40 kilometer gewapend beton in aanbouw

    » Alleen een sterke staat kan pact tussen politiek en misdaad verbreken

    Tien jaar

    Redactioneel

    ‘Voor u ligt een nieuw venster op de wereld. Die wijde, veranderlijke wereld, waarover we alles willen weten’, stond hier 200 edities en 23 readers geleden op 25 november 2011. Dat die ‘we’, aangestoken door ons eigen enthousiasme, en masse een abonnement op 360 ging afsluiten, was een door dopamine gestuurde aanname vol bravoure en ambitie. Maar laten we wel wezen, er was toch niets tegen in te brengen, een magazine dat speurt naar het beste wat de internationale media te bieden heeft, het kaf van het koren scheidt op basis van kwaliteit en relevantie en de lacunes in het internationale nieuws dicht, als dat zich vooral richt op landen waar verkiezingen, conflicten of rampen de voorpagina’s bepalen?

    Dat ‘wereldse’ voornemen zijn wij trouw gebleven. Zoals een schare ‘we’ 360 trouw is gebleven. Daar zijn we zeer dankbaar voor.

    Met evenveel animo blijven wij verder zoeken naar originele stemmen en nieuwe perspectieven

    Tien jaar kan een eeuwigheid lijken voor pasgeborenen terwijl ouderen bij een decennium wellicht niet langer stilstaan dan bij een trilling in de vleugels van een vlinder. Onweerlegbaar is dat er in de tien tussenliggende jaren ontzettend veel is gebeurd, ook al gaan wezenlijke veranderingen tergend langzaam. De eerste nummers gingen toen al over de verschuivende wereldorde, zowel multilateraal als particulier, aan het genderfront (Hij/zij, ed. 4, 2012). We publiceerden meerdere malen in verschillende edities over wat nog steeds de grote kwesties van deze tijd zijn: de verkramping van de macht, ongelijkheid, immigratie, racisme en de alarmerende conditie van natuur en klimaat. We zagen onderwerpen elders opduiken voordat deze in Nederland of Europa op de agenda kwamen, doordat bijvoorbeeld het Pakistaanse dagblad The Express Tribune schreef over de mislukkende internationale missie en de binnenlandse taliban in de miljoenenstad Karachi en de voormalig leider van de taliban interviewde (De terugkeer van de taliban, ed. 33, 2013). En we lieten veel verschillende stemmen aan het woord over de opkomst van het populisme (Wraak op de elite, ed. 106, 2016) en het wel en wee van de #MeToo-discussie (o.a. ed. 128, 2017).

    Maar we vonden ook talloze opzienbarende reportages en andere onterecht onopgemerkt gebleven inzichten die vrolijk stemden en boven alles bewezen dat er overal ter wereld met knisperende intelligentie en creativiteit geschreven wordt. Met evenveel animo blijven wij verder zoeken naar originele stemmen en nieuwe perspectieven in de internationale pers, voor iedereen die over zijn eigen grenzen wil kijken.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    INT 21200 1 LR 1
  • Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Bekend is dat op sociale media in exotische, meestal illegale (huis)dieren wordt gehandeld. Bellingcat onderzocht hoe beroemdheden en influencers een gevaarlijke miljoenenindustrie in stand houden door op Instagram met een tijgerwelpje te poseren.

    Het aapje kronkelt terwijl een vrouw het met één hand zonder commentaar ophoudt naar de camera. De korte TikTokvideo heeft geen beschrijving; het enige geluid is het gekir van het babyaapje. Andere filmpjes op sociale media tonen jonge tijgers, leeuwen, cheeta’s en poema’s, maar ook aapjes, luiaards en stokstaartjes, allemaal zonder commentaar.

    ANP 422074224
    Toen afgewerkte dierenhuiden nog onomstreden waren, hulden actrices en modellen zich graag in bont. Marcelle Ranson (l) en Marie Daëms poseren met een chinchilla en een babytijger voor de lancering van een nieuwe creatie van bontwerker Fredy Weil. – © AFP

    Steeds vaker worden deze jonge dieren door influencers en beroemdheden gebruikt om hun socialemediapagina’s mee op te leuken. Rappers, filmsterren, grote ondernemers, tv-presentatoren, modellen, vloggers en zelfs een voortvluchtige crimineel posten beelden waarop ze met de dieren poseren. Onderzoek laat zien dat de individuele dieren te herleiden zijn tot een kleine groep van anonieme personen die exotische dieren illegaal verhuren en mogelijk zelfs verhandelen.

    De handel in exotische dieren is een miljoenenindustrie. Net als auto’s en horloges doen exotische dieren het goed als statussymbool, vooral in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Schijnbaar geeft niemand erom dat het niet goed is voor leeuwen, tijgers en andere wilde dieren om als ‘huisdier’ te fungeren: erger nog, het brengt ze fysieke en mentale schade toe.

    Bovendien is het verboden en werkt het stroperij en georganiseerde misdaad in de hand. In 2017 werd in de VAE een wet van kracht die het verbiedt om gevaarlijke of exotische dieren als apen en grote katten te bezitten, te verhandelen of te transporteren. Sindsdien hebben dierentuinen en fokbedrijven met sterke beperkingen te maken gekregen.

    Ondanks deze nieuwe wet gaat de handel gestaag door. Nog steeds laten socialemediasterren hun miljoenen volgers foto’s en filmpjes van tijgers, cheeta’s en apen zien. Daarmee maken ze gratis reclame voor illegale handelaars – met als enige voordeel dat ze onderzoeksjournalisten de kans bieden om met opensourcetechnieken meer te weten te komen over deze duistere handel.

    Vooral foto’s met leeuwen- of tijgerwelpjes doen het goed. Meestal vinden de fotosessies plaats als zo’n welpje pas een paar maanden oud is. Tijgerwelpjes zijn niet alleen peperduur om aan te schaffen, maar ook om te verzorgen. Wanneer ze wat ouder zijn, worden ze al snel gevaarlijk.

    Het meest gewild zijn misschien wel witte tijgers. Eigenlijk zijn dit Bengaalse tijgers met een pigmentaandoening die extreem zeldzaam is in het wild. Ze zijn dan ook het product van inteelt in gevangenschap, waardoor ze niet zelden ernstige genetische aandoeningen hebben.

    In augustus 2019 trakteerde de Indiase filmactrice en fotomodel Esha Gupta haar 5 miljoen Instagramvolgers op een foto waarop ze een witte tijgerwelp in de armen houdt. De foto is inmiddels alweer gewist maar is nog terug te vinden in Google’s cache en op Pinterest.

    Diezelfde maand postte Moe Money, een socialemediamanager die veel beroemdheden bijstaat en zelf ook 400.000 Instagramvolgers heeft (@moemoneyofficial), een aantal beeldverhalen waarin een tijgerwelp figureert.

    En op 1 september 2019 zette MoVlogs, die wel 10 miljoen abonnees heeft op YouTube, een video op het platform met als titel ‘Swimming with babytigers’. Er zijn een witte tijger met welpje in te zien en hij is opgenomen bij hem thuis.

    Strepen van tijgers veranderen hun hele leven niet. We konden daarom vrij eenvoudig nagaan of het één en hetzelfde welpje is dat in deze drie video’s voorkomt. Verschillen in belichting, resolutie en camerahoek daargelaten, zouden de strepen en vlekken, naast de kleur van de ogen en de snorhaarstippen, identiek moeten zijn.

    En dat zijn ze. Het patroon van alle strepen, hoe vaag ook, komt duidelijk overeen, net als dat van de snorhaarstippen en het vlekje op de neus.

    MBE.777

    Behalve het feit dat hetzelfde welpje erin voorkomt, hebben deze drie filmpjes nog iets met elkaar gemeen. Bij alle drie stond MBE.777 getagd in de posts, het verhaal of de beschrijving. MBE.777 is de naam van een privé-Instagramaccount waar ook veel naar wordt verwezen in andere posts en verhalen van beroemdheden over tijgers, leeuwen en cheeta’s.

    Zo poseerden de Britse rapper Fredo (1,1 miljoen volgers), de Saoedische beroemdheid Dyler (2,7 miljoen volgers) en de Egyptische tv-presentator Sara Khalifa (738.000 volgers) allemaal in november 2019 met weer een andere witte tijgerwelp. Deze Instagramposts zijn gemarkeerd met MBE.777, wat feitelijk neerkomt op gratis reclame voor dit account bij de vele volgers van deze beroemdheden. De witte tijgerwelp is in alle drie de Instagramposts dezelfde.

    Niet alleen beroemdheden verwijzen naar dit account, ook fotografen doen dat, schijnbaar huren zij exotische dieren in om hun fotosessies mee op te fleuren.

    Wereldwijd leverbaar, tegen contante betaling bij ontvangst

    In dezelfde maand dat deze beelden van een tweede witte tijgerwelp op Instagram verschenen, schreef de Britse krant de Birmingham Mail dat de Britse voortvluchtige crimineel Zahid Khan, terwijl hij zich schuilhield in Dubai, met een witte tijgerwelp poseerde. Khan was in Groot-Brittannië wegens fraude bij verstek veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf; de Britse autoriteiten hebben de Verenigde Arabische Emiraten om zijn uitlevering gevraagd.

    En al noemt Khan MBE.777 niet in zijn post, aan het uiterlijk van de welp is duidelijk te zien dat het om hetzelfde dier gaat dat eerder op de foto’s van de drie beroemdheden te zien was.

    Deze twee welpen bezorgden deze beroemdheden duizenden – voor hen zeer welkome – views. Maar waar komen ze eigenlijk vandaan?

    Over MBE.777 is weinig bekend – en dat wil hij blijkbaar graag zo houden. Op zijn Instagramposts is nooit zijn gezicht te zien of zijn stem te horen. Deze zorgvuldig in stand gehouden anonimiteit suggereert dat hij de wetten in de Verenigde Arabische Emiraten over het houden van exotische en gevaarlijke dieren maar al te goed kent.

    Ondanks dat het om een besloten account gaat, heeft MBE.777 bijna 15.000 Instagramvolgers. Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat.

    image20
    Op foto’s met exotische dieren worden illegale dierenhandelaars getaggd, zoals MBE.777.
    image11
    De tijger die Humaid Albuqaish in zijn privédierentuin houdt.

    Continue aanvoer

    MBE.777 houdt al zeker sinds oktober 2019 dieren: er is een continue aanvoer van leeuwen- en tijgerwelpen en andere exotische dieren. Foto’s en filmpjes die MBE.777 op sociale media zet zijn steeds opgenomen in dezelfde kamers. Ondanks MBE.777’s hang naar privacy verraden andere personen in zijn netwerk toch details over hem. Soms staan deze mensen samen met hem getagd, ze posten vanaf dezelfde locatie of zijn op de achtergrond te zien, soms alleen in een ruit of een spiegel.

    Alhoewel MBE.777 alleen binnenshuis te zien is, kunnen we deze ruimtes toch lokaliseren dankzij de socialemediapost van een Russische vrouw die schijnbaar tot zijn intimi behoort. De foto’s die zij op sociale media zet zijn genomen in dezelfde kamers, met exact dezelfde meubels erin.

    Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat

    Op een van de foto’s is door het raam een blauw reclamebord op het gebouw ernaast te zien. Het laat zich herkennen als een twintig verdiepingen hoge flat op Jumeirah Beach Residence in Dubai.

    De meubels en de tags van MBE.777 maken het ook mogelijk om gebruikers te identificeren die dit appartement bezochten om met tijger- en leeuwenwelpen te poseren. Dezelfde bank en hetzelfde model televisie zijn, opnieuw getagd met MBE.777, te zien op foto’s van de Indiase beroemdheid Adnaan Shaikh (13.4 miljoen Tiktokvolgers), de Duitse ondernemer Saygin Yalcin (717.000 Instagramvolgers) en de Indiase ‘mode-influencer’ Shadan Farooqui (4.2 miljoen Instagramvolgers). Uit de overeenkomstige locatie en de tijdspanne tussen de posts valt af te leiden dat MBE.777 de jonge dieren weken achtereen in het Dubaise appartement moet hebben gehouden. Daarnaast blijken de dieren ook geregeld naar andere locaties of huizen te worden getransporteerd voor fotosessies met beroemdheden.

    Wereldwijd leverbaar

    MBE.777 organiseert niet alleen fotosessies maar lijkt de dieren die hij in zijn Dubaise appartement houdt ook te verkopen. Een Instagramaccount met de toepasselijke naam Exotic Pets Dubai [Exotische Huisdieren Dubai] helpt MBE.777 zo te zien bij de verkoop. In de beschrijving van het account lezen we dat de dieren die in de post voorkomen wereldwijd leverbaar zijn, tegen contante betaling bij ontvangst. Het account valt aan MBE.777 te koppelen doordat er in de post afbeeldingen en filmpjes te zien zijn van dieren die ook figureren in afbeeldingen en filmpjes van MBE.777. Ze zitten of liggen op dezelfde meubels.

    ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie’

    Ook op andere accounts in MBE.777’s netwerk is sprake van handel. De Russische vrouw die MBE.777 goed lijkt te kennen deelt afbeeldingen van dezelfde dieren, maar geeft er meer informatie bij. Zo deelde zij op VKontakte [een Russische socialemediasite] een foto van een cheetawelp. Cheeta’s staan als kwetsbaar aangemerkt op de rode lijst van de IUCN [International Union for the Conservation of Nature]. Naar schatting leven er nog maar achtduizend in het wild, een aantal dat door de dierenhandel aanzienlijk daalt. Net als leeuwen gelden ze in de Golfstaten en in Saoedi-Arabië als statussymbool.

    Toen een gebruiker haar vroeg of de cheeta van haar was, antwoordde ze: ‘Was van mij, maar is nu verkocht.’ Op Instagram deelde ze een video van dezelfde welp en schreef ze erbij dat ze zat te wachten op een oudere cheeta.

    Een andere gebruiker vroeg haar of een anderhalve maand oude welp op een foto haar huisdier was. Zij antwoordde dat het welpje de nacht bij hen had doorgebracht en nu naar een ander land was gevlogen. De vraagsteller zei te hopen dat ‘de kat het goed maakt’, waarop zij antwoordde met een verdrietig biddende emoji.

    Ze kan bidden wat ze wil, maar met deze dieren gaat het absoluut niet goed. Tijgers hebben in gevangenschap veel ruimte, specialistische zorg en een gebalanceerde voeding nodig.

    MBE.777 wordt gevolgd door een Saoedische man die zelf ook in exotische dieren handelt. Ruim een jaar geleden postte hij een foto van dode dieren, waaronder een witte tijgerwelp en een leeuwenwelp, die op plastic zakken lagen. ‘Van de hitte,’ schreef hij erbij.

    Iemand anders uit de omgeving van MBE.777, die vaak dezelfde dieren toont, deelde een filmpje van twee leeuwen. Een van de twee zit in een kleine kooi, de ander is vastgeketend en lijdt aan lensluxatie. Deze medische aandoening, waar honden ook vaak aan lijden, is op zich geen teken van slechte behandeling, maar er moet wel door een arts naar worden gekeken.

    Andere exotische dieren die eerder in het netwerk van MBE.777 te zien waren, doken later als huisdieren op bij andere instagrammers.

    Op 27 maart 2020 postte MBE.777 een video van een servalwelp. De serval is een bedreigde wilde katachtige die in de recente wet van de Verenigde Arabische Emiraten ook expliciet als ‘gevaarlijk’ wordt vermeld, een dier dat je niet mag verhandelen en niet als huisdier mag houden. Toch vraagt een van de gebruikers in het commentaar naar de prijs. Drie dagen later, op 30 maart, verschijnen op het Instagramaccount van ene Dubai_Serval, een volger van MBE.777, video’s van een dier dat er precies zo uitziet.

    image15 1
    Een (bedreigde) serval op het account van MBE.777. Onder: dezelfde serval op het account van iemand die door de handelaar wordt gevolgd.
    image1
    De welp in handen van MoVlogs, Esha Gupta en MoeMoney. Omdat strepen van tijgers hun leven lang niet veranderen, is het eenvoudig aan te tonen dat het om steeds hetzelfde welpje gaat.

    Tijger- en leeuwenwelp

    Is het inderdaad dezelfde serval? Verschillen qua resolutie, camerahoek en belichting daargelaten, lijkt het vlekkenpatroon identiek. Ook de stippen bij de snorharen komen overeen. Nog voordat hij twee maanden oud was, werd deze serval schijnbaar vanuit MBE.777’s appartement overgebracht naar het huis van iemand anders en leeft hij daar nu al tien maanden als huisdier.

    Dit is maar één voorbeeld; een ander geval betreft een Chinese vrouw die MBE.777 volgde en later een tijger- en een leeuwenwelp als huisdier nam.

    Zo te zien is het dezelfde tijgerwelp als op de eerdere foto’s van de Russische vrouw uit MBE.777’s naaste omgeving. In de beschrijving schreef ze: ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie.’ Een nauwgezette vergelijking van het strepenpatroon en de snorhaarstippen laat zien dat het dier op de foto’s inderdaad hetzelfde is.

    Ergens moeten ook de moederdieren aanwezig zijn. Volwassen cheeta’s en tijgers kun je moeilijk in een appartement houden, dus er moet een ruimere faciliteit bestaan waar die worden gehouden. Alhoewel MBE. 777 zijn gezicht zorgvuldig verborgen houdt, is zijn contactenlijst niet geheim. Veel van deze personen staan geregeld naast MBE.777 getagd. Zo postte een van zijn contacten, die ook het appartement bezocht, een Instagramverhaal waarin een andere man getagd is die een welpje vasthoudt. Zou dit soms MBE.777 zijn? Het zou dezelfde man kunnen zijn die op de achtergrond in een video van MoVlog te zien is wanneer de welpen arriveren. Op beide foto’s had hij de zuigfles in de hand die ook op het profiel van MBE.777 te zien is.

    Ook een andere man komt vaak in de fotosessies voor. In een video van MoVlog draait de camera opeens weg als de tijger wegloopt, waardoor onbedoeld de mensen achter de schermen te zien zijn.

    Op een fotosessie van Rohit Roy (@doncasanova), een autoverzamelaar die zeer actief is op Instagram, zijn dezelfde twee personen te zien. Een gaat schuil achter het account Safari_Dubai, waarop, naast veel selfies, foto’s staan van jonge dieren. Volgens zijn Instagramprofiel is zijn voornaam Abdulla.

    Abdulla’s digitale voetafdruk is veel groter dan die van MBE.777. Ten eerste werd zijn Instagrampseudoniem ooit in de Daily Mail genoemd, in een artikel uit augustus 2019 waarin een beroemdheid beschuldigd werd van dierenmishandeling nadat hij geposeerd had met een leeuwenwelp. Ten tweede tagden gebruikers soms MBE.777 en Safari_Dubai in dezelfde Instagramverhalen.

    Wie is Safari_Dubai?

    Anders dan zijn naam doet vermoeden, heeft Abdulla niets met safari’s van doen. Wel hield hij openlijk jonge dieren in kooien in een vrij kleine tuin, dieren die elkaar snel opvolgden. Op 3 maart 2002 merkte een verslaggever in een kort televisie-interview met hem op dat het een dure hobby is om dieren groot te brengen. Hij vroeg of Abdulla van plan was om bezoekers en toeristen toe te laten. Abdullah antwoordde dat hij dat niet nodig heeft, dat het zijn huis is en hij gewoon graag dieren fokt en traint.

    In een interview met de krant Al-Ittihad op 22 januari van dit jaar vertelt Abdulla, die zegt voluit Abdulla bin Sabd te heten, dat zijn hobby dieren fokken is, wat volgens de wet uit 2017 nog gewoon mag. Op dit moment houdt hij twee jonge volwassen leeuwen; de ouders van de welpen die hij eerder hield (waaronder tijgers, witte tijgers en witte leeuwen) zijn nergens te zien.

    In een van zijn Instagramposts vermeldt Abdulla zijn mobiele nummer. Dit nummer uit de Verenigde Arabische Emiraten is ook terug te vinden op onlinemarktplaatsen waar dieren worden verhandeld. In een van deze advertenties staan jonge hyena’s te koop voor iets meer dan negenhonderd euro. De foto bij deze advertentie is identiek aan het openingsshot van een filmpje dat hij op dezelfde dag op zijn Instagrampagina plaatste, maar waarop zijn hoofd onherkenbaar is gemaakt.

    Ook hyena’s gelden volgens de wet uit 2017 als gevaarlijke dieren. De gestreepte hyena, waar Abdulla er een van vasthoudt, is een bijna-bedreigde diersoort die steeds zeldzamer wordt.

    In andere Instagramposts waarop leeuwenwelpen te zien zijn, vragen volgers herhaaldelijk naar de prijs van de dieren. Net als MBE.777 antwoordt Abdulla steevast door een privéchat voor te stellen. Uit andere berichten op sociale media blijkt dat Abdulla in contact staat met privédierentuinen die een vergunning hebben voor het houden van exotische dieren.

    Herinner je je die eerste witte tijgerwelp die in augustus 2019 door meerdere beroemdheden werd geknuffeld, allemaal getagd met MBE.777? Dezelfde welpen verschenen in juli 2019 op Safari_Dubai’s Instagramaccount.

    In mei 2020 was dezelfde tijger te zien in de privédierentuin van ene Humaid Albuqaish, een Instagraminfluencer uit de Emiraten die bekendstaat om zijn weelderige levensstijl. Albuqaish zette meerdere foto’s van hemzelf op sociale media met de tijger aan een lijn, staand naast zijn huis, auto’s en boot. Opnieuw valt uit de vlekken en strepen op te maken dat het dezelfde tijger is die wederom van hand is gewisseld.

    Safari_Dubai houdt ook leeuwen, individuen die figureren op socialemediaposts van beroemdheden. Weliswaar hebben leeuwen geen strepen, maar je kunt ze heel goed identificeren aan de hand van hun snorhaarstippen. Dit unieke stippenpatroon blijft het hele leven van een leeuw onveranderd. Gebruikmakend van een door Living with Lions ontwikkelde methode, kunnen we nagaan of sommige beroemdheden wellicht dieren van Safari_Dubai en MBE.777 gebruikten zonder ze te taggen.

    Memphis Depay

    Zo kreeg de Nederlandse voetbalster Memphis Depay kritiek omdat hij op sociale media en in zijn muziekvideo Dubai Freestyle had geposeerd met een leeuwenwelp. We kunnen de welp die in deze muziekvideo voorkomt vergelijken met een jonge leeuw die Safari_Dubai in juli 2020 filmde. Gezien de algehele gelijkenis (naast de vlek op de neus en de kleur van de ogen), lijkt het om dezelfde leeuw te gaan – eentje die Depay huurde van Safari_Dubai.

    Volgens de Nederlandse website Voetbal Primeur liet Depay op Instagram weten dat hij de welp van een ‘privédierentuin’ geleend had. Schijnbaar was hij er zich niet van bewust waar deze welpen en leeuwen eerder waren geweest.

    Een jonge hyena is te koop voor iets meer dan negenhonderd euro

    Beroemdheden en rijke mensen poseren met tijger- en leeuwenwelpen en taggen MBE.777 en Safari_Dubai in hun posts. MBE.777 houdt al geruime tijd welpen in zijn appartement in een torenflat en het lijkt erop dat hij ze online verkoopt en verhuurt.

    Safari_Dubai, zo blijkt, fokt openlijk wilde dieren. Het is goed mogelijk dat hij dit legaal doet en dat tenminste een van zijn tijgers in een privédierentuin is beland. Wel kunnen we vraagtekens zetten bij de onlineadvertenties waarin exotische dieren te koop worden aangeboden en waarin hij te zien is. Bovendien suggereert zijn aanwezigheid op de achtergrond van meerdere foto’s dat Safari_Dubai samenwerkt met MBE.777. De twee mannen hebben dezelfde welpen in handen gehad.

    Het is gevoeglijk bekend dat op sociale-media in exotische dieren gehandeld wordt en hoe gevaarlijk deze industrie is. Nauwelijks bekend echter is de rol die beroemdheden en influencers hierin spelen. Door te poseren met leeuwen- en tijgerwelpen en deze accounts te taggen, maken socialemediasterren onder hun miljoenen volgers reclame voor een netwerk dat online exotische dieren verhandelt. Sommige van deze dieren worden meerdere keren per maand gebruikt voor fotosessies en eindigen vaak als huisdier bij privépersonen.

    Dit heeft niet alleen juridische consequenties en bedreigt het welzijn van deze dieren, maar maakt ook wilde populaties kwetsbaarder voor stroperij. Experts waarschuwen dat zelfs als deze dieren gefokt worden en niet gevangen, hun rol als statussymbool de handel een impuls geeft. Fans en volgers kunnen dat tegengaan door de relatie tussen Instagramfoto’s en deze handel te benoemen. Dit maakt de posts verdacht en dat kan indirect een positief effect hebben op populaties wilde dieren.

    ‘Ons team heeft gemerkt dat zich online een gedragsverandering voltrekt: steeds meer mensen spreken zich uit tegen de eigenaars van exotische huisdieren. Ze zijn zich bewuster van de negatieve gevolgen van het houden van een wild dier, voor de eigenaar, de mensen om hem heen en ook voor het natuurlijk leefmilieu van het dier,’ vertelt Elsayed Mohamed van het IFAW, het Internationale Fonds voor Dierenwelzijn. Mohamed prijst daarom de Verenigde Arabische Emiraten voor de nieuwe, strenge wetgeving op dit gebied.

    Bellingcat vroeg MBE.777 en Safari_Dubai of zij zich bewust waren van de wet uit 2017, of zij de dieren die te zien zijn op hun foto’s verkopen en waar ze vandaan komen. Geen van beiden heeft geantwoord.

    In januari 2021 veranderde MBE.777 zijn Instagrampseudoniem naar_79797_ en wiste een flink aantal volgers. Niet lang na ons verzoek om commentaar verwijderde MBE.777 ook de laatste van zijn foto’s op Instagram. Safari_Dubai blokkeerde ons op meerdere kanalen.

  • Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    De Amerikanen zijn weg uit de Filipijnen, maar ‘de brandwonden van hun overheersing’ zijn er nog. Jill Damatac ‘kookte’ een schrijnend en poëtisch essay over haar familie die ‘ver van onze barrio’s, bergen en eilanden oefent in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed’.

    Tinola is een bescheiden gerecht. Het trekt niet de aandacht van foodies, met zijn uiterlijk dat bleek en waterig is, of zijn geur, van gemberachtige gekookte kip, of zijn smaak, die pas bij de tweede hap tot bloei komt, zacht en mild op de tong.

    Toen ik klein was, voordat ik de zonnige, Pacifische chaos van onze wereld verruilde voor de kille, Atlantische stilte van de nieuwe wereld, aten we tinola op zondagmiddag thuis bij lolo en lola [opa en oma], waar ik vaak in het weekend was. Vroeg in de morgen wandelden Lolo en ik dan door de straten van de barrio om bij de plaatselijke bakker verse pandesalte kopen, ik huppelend in gemompelde samenzang met de hanen, hij in de lucht stompend met atletische vuisten, net zoals hij dat in de oorlog met de Amerikaanse GI’s had gedaan. In Pennsylvania, waarheen hij ons een jaar na ons vertrek gevolgd was, liep hij altijd met me mee naar en van school en dan snoepten we samen uit een zak kleverige, zure tamarinde waarvan we de gladde, glanzende pitten in onze handpalm spuugden. Hij droeg altijd smetteloos witte Reeboks en had soms een grote cowboyhoed op. Ik herinner me nog mijn schaamte op de dagen dat hij met die hoed op kwam aanzetten. 

    Screenshot 2021 03 31 at 16.13.42

    Tinola

    (Gember-kippensoep)
    Voor 4 personen
    1 kilo kippendijen met vel en bot
    Kippenklauwen, nekken, hart, lever, spiermaag, als je die wilt gebruiken
    1 chayote, geschild, de zaden verwijderd, in blokjes gesneden
    1 kop moringabladeren
    5 tenen knoflook, geplet
    stuk (ongeveer 4 cm) geschilde gemberwortel, in lucifertjes gesneden
    1 rode ui, gesnipperd
    8 koppen ongezouten kippenbouillon
    Patis (vissaus) naar smaak

    Het was in die eerste jaren in het land of the free en home of the brave dat ik last had van schaamte, wat honger naar trots is, en van eenzaamheid, wat honger naar ergens bij horen is.

    De bescheiden, heldere, met gember doortrokken omhelzing van tinola hielp die honger te stillen, terwijl mijn tong de smaak van eigen bodem opnam.

    Fruit de knoflook, gember en ui in een grote pan en roerbak tot ze zacht zijn.

    Lola Rosing had een moringaboom in haar voortuin, verwilderd en stakerig, gevoed door de ochtendzon van Manila. Altijd als ze tinola maakte, moest ik verse bladeren van de boom plukken en dan drukte ze me op het hart om alleen de zoete, jonge twijgen te kiezen. Moringa is veel werk: de bladeren zijn een sterrenstelsel van individuele blaadjes die uit de hoofdtak het oneindige in groeien. In de dirty kitchen, waar in Filipijnse huizen het echte kookwerk plaatsvindt, plukten we bladeren tot zij tevreden was met de hoogte van de donkergroene stapel. Met een woordloze glimlach gaf ze me dan toestemming om buiten te gaan spelen.

    Eens, op een warme middag rende ik hun huis binnen, kermend om een bloedende knie van het fietsen. Lola trok een handvol bladeren van haar boom en spuugde in haar vijzel. Ze plette de moringabladeren met haar stamper en smeerde de pasta op mijn knie. Het bloeden hield meteen op.

    Soms zag ik haar slokjes nemen uit een kop heet water met moringabladeren en dan wist ik dat ze hoofdpijn had. Bij mijn geboorte was ik slecht toegerust voor deze wereld: mijn ledematen waren fragiel, mijn kreten langgerekt en hol. Lola maakte kommen moringasoep voor mijn moeder, die daar gretig van dronk. Al snel zwollen mama’s kleine, bleke borsten op, zodat ze mij kon voeden en de van moringa doortrokken melk versterkte mijn zachte babybotjes.

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht

    Maar ondanks al haar zorg en ijver bleef lola onbereikbaar. Het leek of haar ogen met die zware oogleden heen en weer schoten tussen werelden, haar blik bleef nooit echt hier op Pugao, ons aardrijk, hangen. Mijn grootmoeders gedachten waren altijd ergens anders, misschien in Kabunian, het hemelrijk waar we vandaan komen, of in Dalom, de onderwereld waar haar jongere broers en zussen en haar twee verloren baby’s wachtten. Toch vulde haar aanwezigheid, rustig en warm, het huis aan Aranga Street. Ze wikkelde haar moeder in dekens, waste de kleren van mijn grootvader en gaf mij te eten terwijl ik op de verwaarloosde oude piano van mijn vader speelde, die in de loop der tijd vals geworden was. Het grootste deel van haar leven hield lola haar woorden binnen; pas na de dood van lolo liet ze ze vrij. En toen zij stierf, ging niet lang daarna ook haar moringaboom dood.

    Leg de kip op de knoflook, gember en uien in de pan.

    De boom reikte hoger dan lola’s acht zoons, van wie er zes tot mannen opgroeiden. Een van hen was mijn vader, geboren tussen twee broers die deze wereld verlieten voor ze kind werden. 

    Dit verlaten-zijn heeft hem afgezonderd. Zijn dagen worden doorgebracht in eenzaamheid, een halve wereld verwijderd van zijn vijf overgebleven broers, oceanen van zijn twee dochters. Angstig en hooghartig onthouden we hem onze dankbaarheid en vergeving zodat we hem niet alleen zijn fouten kunnen verwijten, maar ook de onze.

    eryka raton m4mHucyUBdo unsplash
    Straatverkoper maakt mango’s en chayotes schoon in Manila, de hoofdstad van de Filipijnen. – © Eryka Raton / Unsplash

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht. Hij heeft door tijd en ruimte gereisd en bracht in zijn inheemse vlees en bloed het verzet van onze voorouders naar de straten van Manila in de jaren zeventig, protesterend tegen het noodtoestandregime van Marcos, de Grote Amerikaanse Marionet. Hij is over werelddelen en oceanen gereisd, terwijl hij met één hand achteruit, naar zijn vrouw en kinderen reikte en met de andere vooruit, naar de ivoren toetsen van zijn melodieën. Door ons onze dromen te geven en de zijne opzij te zetten is papa een heel eind afgedwaald van zijn jongenstijd in de bergen van Tadian.

    Dat bergleven was door de goden omlaaggebracht vanuit het hemelrijk. Speels hadden zij de groene toppen van de Cordilleras – hoger dan de Appalachen – gebeeldhouwd met daaronder de ruisende, bruine rivier de Chico, nieuwsgierig wat er zou gebeuren als ze met één deel van de aarde dít deden en met een ander deel dát. Via onze mama-o en onze mumbaki leerden de goden ons de aardse gaven te gebruiken en weer aan te vullen. De grootmoeders van mijn vader gebruikten planten zoals moringa als medicijn, om buikpijn te verzachten, dieper te kunnen ademen en de bloedstroom te verdikken.

    Doe de nekken, klauwen, hart, lever en maag erbij, als je die gebruikt. 

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd, tegen de wil van onze inheemse volken in. Om onze trotse bergen te kunnen ontdoen van hun gordels van goud, mineralen en koper worden families uit de dorpen en van het land van hun voorouders verdreven, en zelfs de stromingen van de Chico en de wortels van elke boom worden aan de hoogste internationale bieder verkocht. Onze moringaboom, die steunpilaar van vele generaties, is nu een winstgevend exportproduct. Zijn twijgen en bladeren worden vermalen, als poeder verkocht, door wellness-influencers aangeprezen, tot smoothies gemixt, als capsules geslikt.

    En wanneer in het tyfoonseizoen modderige aardverschuivingen van onze kaalgeslagen hellingen stromen, blijft geen mens, huis of dorp onbestraft door de goden. Om aan hun toorn te ontkomen, vluchten onze mensen naar Baguio of naar Manila, of naar de air-bridged harbor, met zijn lamp beside the golden door [verwijzing naar het gedicht The New Colossus van Emma Lazarus, dat vaak wordt aangehaald als het om het verwelkomen van immigranten in Amerika gaat.].

    Schenk de kippenbouillon over het vlees en de rest, breng aan de kook en laat dan drie kwartier zachtjes sudderen.

    In het voorstedelijk Amerika van de jaren negentig was het onmogelijk om aan moringablad te komen. Mama verving het door wat ze maar had, spinazie of paksoi, afhankelijk van wat er die week bij de supermarkt te koop was. Als ze bij de plaatselijke Aziatische winkel peperbladeren kon kopen, was het mijn taak om het keiharde pakket uit de vriezer op te graven en het in een kom warm water naast de gootsteen te ontdooien terwijl ik mijn huiswerk maakte. Ik schreef opstellen over Columbus, Pizarro en Cortés en hun aanspraken op land dat nooit van hen was. Ik vergat waar ik geboren was.

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd

    Chayote was een geschenk van onze Nahuatl-sprekende broeders en zusters, overgebracht tijdens onze gedeelde kolonisatie. Ten noorden van hun landen van oorsprong, in het gebied dat nu de Verenigde Staten heet, komt de vrucht zelden voor. Het doorschijnende vruchtvlees van de chayote geeft de tinola iets stevigs, een moment van groene zoetheid tegen het zachte zout van de met patis gekruide soep. We misten hem in het allegaartje van de Amerikaanse migrantentinola, smakten tussen de happen door en deden alsof papaja uit Florida even lekker was als chayote uit Benguet.

    Laat de chayote tien minuten meesudderen, tot hij zacht en doorschijnend is.

    Gember, gedomesticeerd door onze Austronesische voorouders, was in de nieuwe wereld gemakkelijker te vinden, naar het Westen gebracht door de handelsschepen van de Chinezen, die lang voordat Mao en zijn opvolgers met onze eilanden handel dreven, met ons leefden, vochten, trouwden. Hun kinderen, onze kinderen, werden opgenomen in het Spaanse kastensysteem, ingedeeld onder witte huid, maar boven bruin en zwart. Als kind viste ik naarstig de tot lucifertjes gesneden stukjes uit mijn tinola en legde ze zorgvuldig op de verste rand van mijn bord, anders zouden ze al het andere bederven. Als volwassene snijd ik gemberwortel in dunne plakjes, geslepen staal tegen blote handen, en buig me voorover om zijn pittige zoetheid op te snuiven. Het heeft me al mijn zevenendertig jaren gekost om van gember te gaan houden.

    Kippenhartjes, maagjes, levertjes, een nek en een of twee stel klauwen: die ongewenste onderdelen geven het gerecht een gelaagde smaak. Lola’s tinola bleef trouw aan zijn onbedwongen noordelijke bergmanieren, net als onze I-pugao-, Bontoc- en Benguet-volken tot aan de vorige eeuw. De kippenklauwen waren alleen voor mijn lolo Pedring. Hij pakte de rubberige, beige klauwen een voor een uit de soep en kloof er dan zichtbaar genietend het krakerige, geribbelde vlees af.

    ‘Hier, neem er ook een,’ zei hij dan met een grijns tegen mij, terwijl hij met een kippenklauw zwaaide, wetend hoe afschuwelijk ik die vond. ‘Het is goed voor je artritis.’

    Laten sudderen tot het vlees van het bot begint te vallen.

    Dat herinner ik me nu en ik wou maar dat lolo toen méér kippenklauwen had gegeten: tientallen, honderden, duizenden bij elke maaltijd, want zijn reumatische artritis heeft hem tot zijn laatste dag gepijnigd. Een aandoening geboren uit capitulatie, diepe pijn die naar zijn veteranenbotten uitstraalde vanuit de gebroken beloften van Dwight D. Eisenhower en zijn Rescission Act uit de Tweede Wereldoorlog, want de ontzegging van staatsburgerschap en vrijheid treft ook de bewegingen van het lichaam, die stijf worden van pijn en verlangen [De wet – door Harry Truman ondertekend – bepaalde dat Filipijnse veteranen de voorrechten werden ontnomen die hen waren beloofd toen zij mee moesten vechten tegen Japan in WO II].

    Ik wou maar dat we meer tijd samen hadden gehad op deze wereld. De nacht waarin hij het aardrijk verliet, bezocht lolo me voor één laatste geesteswandeling. Op die wandeling, het was een warme middag in Manila, sloeg de regen de gevallen herfstbladeren tot een glibberige bruine smurrie. Ik had moeten zien dat die bladeren niet klopten, maar ik was eenentwintig en ik had hem bijna tien jaar niet gezien. Ik had zijn leeftijdloosheid moeten zien, zijn haar dat even gitzwart was en zijn gezicht dat even Gregory Peck-knap was als toen ik een kind was. We wandelden over de grond waar hij begraven zou worden, in gelijke pas, naast elkaar, mijn blote voeten die houvast vonden op gladde bladeren, Lolo’s witte Reeboks onaangetast door de regen die ik niet op mijn huid voelde. Wat ik wel voelde was zijn begrip: voor mijn mislukkingen, voor afstand en voor de onvermijdelijkheid van de tijd.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden

    We kwamen bij het eind van het pad. Hij keerde zich naar me toe, legde zijn handen op mijn schouders en gaf er een zacht kneepje in.

    ‘Wees niet bang,’ zei hij. ‘Het zit in je.’

    Toen keerde lolo Pedring me de rug toe, stapte het gras op waar ik hem nog niet kon volgen, liep weg, zonder pijn, en verdween in de mist. En op dat moment, terwijl mijn lichaam in voorstedelijk New Jersey sliep, kromp oceanen ver weg het lichaam van mijn grootvader in elkaar van pijn en bloedde dood.

    Doe op het laatst de bladeren erin. Laat twee minuten op laag vuur zacht worden.

    Nu maak ik tinola en sluit mijn ogen, roerend in de moringabladeren die me over oceanen heen zijn gebracht door dezelfde multinationale krachten die van onze eilanden stelen. Achter mijn oogleden zie ik nog steeds lola Rosings knokige vingers de bladeren van de stengels plukken. Terwijl ik een heldere lepel tinola in de kom van mijn man schep, adem ik in en open mijn longen voor de damp van die warme middagmalen in Manila, met lolo Pedring aan mijn linkerzijde. Ik schuif een bergje zachte kip en luchtige rijst op mijn tong en overdenk waar ik verse kippennekken, harten, magen, levers en klauwen zou kunnen bestellen op internet.

    Giet de soep in kommen. Serveer de kip, chayote en moringa op gestoomde witte rijst. Zet patis op tafel.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden. Ik zie voor me hoe de Yorkshire-puddings van hun vader als schepen in hun kommen tinola drijven, hun bord omkranst door stukjes groene chayote en gele gember, die ze opzij hebben gelegd zoals hun moeder ooit deed. Met gekrulde tong neem ik een hap hete soep, slurpend om mijn gehemelte koelte toe te blazen, en ik stel me gasten uit andere werelden aan tafel voor. Ik slik de brok zoute tranen in mijn keel door en schraap mijn bord schoon.

    Sisig na Kambing

    Sisig

    (Varkensvlees op drie manieren)
    Voor 4 personen
    1 kilo varkensbuik
    120 g varkensoren
    120 g varkenssnuit
    120 g kippenlevertjes, in blokjes
    4 eieren
    5 laurierblaadjes
    1 el zwarte peperkorrels
    1 rode ui, gesnipperd
    6 rawit-pepertjes, gesneden
    10 knoflooktenen, gehakt
    60 ml suikerrietazijn
    2 el calamansi-sap
    Zeezout en gemalen
    zwarte peper

    Groene mango, knoflook, zout, chilipepers, azijn: sisig was in zijn oorspronkelijke vorm vleesloos, vegetarisch, rauw. Het gerecht komt van het volk van mijn moeder, de Kapampangan. Zij waren nakomelingen van Indonesische stammen en vestigden zich in ons centrale laagland, naast onze echte oorspronkelijke bevolking, de Aeta met hun amberkleurige huid. Oorlogvoerende goden vormden al vechtend hun eilanden, een voortdurende krachtmeting tussen ziedende vulkanen en de woedende zee. Geboren op vruchtbare lavagrond waren de Kapampangans vertrouwd met levenschenkende verwoesting, of die nu van de goden kwam of van missionarissen met bijbels. In naam van hun eenzame god stalen de christenen onze zachte, handgeweven zijdes in ruil voor hun ruwe slavenkatoen.

    Snij de varkensbuik in blokjes van 1 cm.

    Sisig is een geheugensteun. Als het in zijn gietijzeren pan sist, herinnert het je aan transformatie die alleen door vuur wordt gebracht. Terwijl je tanden op het knapperige, knarsende en zachte varkensvlees kauwen, herinnert het je aan alles waarvan het is gemaakt. Als zijn citruszure, gepeperde hitte op je tong blijft hangen, herinnert het je eraan hoe je onaangename waarheden moet doorslikken.

    Bak met plantaardige olie goudbruin in een grote koekenpan. Leg apart op een groot bord.

    Het volk van mijn moeder was gezegend door zijn goden, die vuur ademden, lava bloedden en het land voedden; in ruil daarvoor eisten ze elke maan een offer. Ze gaven ons sisig, een middel tegen acute verstoringen van het evenwicht: een kater, buikklachten, een scheepslading ongenode conquistadores. En terwijl de collectieve buikpijn van de kolonisatie postvatte, onderging sisig zijn eigen heilige gedaanteverwisseling: van sporadisch gebruikt geneesmiddel werd het dagelijks onderdeel van het door Jezus gezegende familiemaal. Met hun vingers en duim als schepje en hun elleboog steunend op een opgetrokken knie pakten Kapampangans een klompje rijst, wat vlees en een groene brok sisig en de bijtende, zure pittigheid hardde hun maag en gaf tegenwicht aan de bitterheid die, zwijgend, in hun bloed groeide.

    Mama’s lievelingssnack komt van dat voorouderlijke geneesmiddel: groene mango’s, wrange azijn, zoute patis. Het is ook mijn lievelingssnack, een versterkend tonicum als je opgroeit in de zoete overvloed van Amerika of je draai moet vinden in de clotted cream van Engeland.

    Veeg de koekenpan schoon. Verhit olie 
    op halfhoog vuur en bak daarin de 
    gehakte knoflook, het grootste deel van 
    de gesnipperde rode ui en het grootste deel 
    van de gesneden rawit-pepertjes.

    Ik was achtentwintig toen ik voor het eerst varkenssisig at in Amerika. Het was bij Maharlika, in de East Village. De maaltijd was mijn manier om te vieren dat het leven net vier jaar daarvoor was begonnen. Ik was laat op de avond met de bus vanuit New Jersey in Manhattan aangekomen met alleen een halfvolle reistas om de naderende winter mee door te komen. Ik vond onderdak in een opvanghuis voor vrouwen die lijden onder de handen van mannen (die zelf ook weer lijden onder de handen van andere mannen). Ik deed zalf op mijn gebutste gezicht, pleisters op mijn ellebogen en knieën en zette in het inschrijfboek van het opvanghuis een naam die niet de mijne was – een van de weinige kleine voordelen van geen papieren hebben. Mijn rug deed wekenlang pijn op de plek waar hij geschopt was, maar na een tijdje kon ik rechtop staan en lopen.

    Geregeld roeren, koken tot alles zacht is. Laat de rauwe geur eruit trekken.

    New York is het soort plek waar je kunt beginnen met telefoons beantwoorden in een receptie en je onopgeleide, papierloze, onwiskundige zelf uiteindelijk met cijfers kan goochelen op Wall Street. Met prestatiebonussen, hoeveel ook, zul je nooit je staatsburgerschap kunnen kopen (zelfs trouw betaalde belastingen niet), maar nou ja. Eindelijk had ik geld om te eten.

    Doe dan de gesneden kippenlevertjes erbij. Roer drie of vier minuten tot het geheel gaar en romig is.

    Aan dat eenpersoonstafeltje bestelde ik een gietijzeren schotel sissende sisig met knoflooksinangág. Instinctief had ik besteld wat mijn voorouders, wat onze goden vroegen, want wij vieren, rouwen en eren met varkensvlees. Terwijl ik at bekeek ik mezelf vanuit een andere wereld. Ik zag dat er meer pelgrimages zouden komen, meer aanpassingen.

    lyman gerona aGkU9NyRwf4 unsplash
    Bananen in gesmolten suiker, een lekkernij van straatverkopers in Manila. – © Lyman Gerona / Unsplash

    Ook sisig heeft zich aangepast. Het brengt niet langer evenwicht of genezing. Het is nu een lokmiddel. Verleiding. Aas. Witte mannen en cameraploegen – Anthony Bourdain, Andrew Zimmern, de foodie-zoon van de hertogin van Cornwall – daalden neer op Jackson Heights of Queens of bij Aling Lucing in Pampanga, riepen onze sisig uit tot hot en nieuw voor foodies over de hele wereld en vonden zo weer een manier om te verkopen wat hun niet toebehoort.

    Voeg dan de gesneden varkensoren, snuit en buik toe. Blijf roeren, schenk de azijn en het calamansi-sap erbij. Haal van het vuur.

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren’

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren,’ heeft Bourdain een keer gezegd. Dat was voor #foodies en #reizigers met hun koloniserende #wanderlust het sein om tickets te kopen en koffers te pakken. Filipino’s juichten bij deze lof van de witte man, maar ik weet dat onze altijd waakzame goden, die eeuwenoude grieven koesteren, wraakzuchtiger ideeën hebben.

    ‘Als je te veel sisig eet, ga je dood,’ zei mijn tito Arnold een keer tegen me. Het zal je aderen opvullen, je bloed zwaar maken, je hart laten stoppen. Ooit dankten we de goden door een dier te slachten, maar nu zijn varkens voor de pulutandie tot in de vroege ochtend wordt gegeten door zwetende tito’s in hun hemd. Ze spoelen het weg met bier en Frank Sinatra-karaoke, treurend om alles wat we hadden kunnen zijn. Onze goden kijken van bovenaf toe en treuren ook.

    Verhit twee eetlepels olie in een gietijzeren pan tot de olie een beetje begint te roken.

    Het is toepasselijk dat sisig voor het eerst op een Amerikaanse luchtmachtbasis op Kapampangan-grond in vergif veranderde. Het was in de tijd van Marcos, lang nadat de Amerikanen onze eilanden hadden onderworpen. De zongebruinde GI’s streken neer in Angeles City met hun wapens, hun muziek en hun trek, ook in jonge vrouwen en meisjes, maar niet in varkenspoten, snuiten of oren.

    Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten

    Niets verspillend, altijd behoeftig namen de koks van Clark Air Base, plaatselijke Kapampangans, deze versmade delen mee naar huis, die delen zonder welke het varken niet had kunnen horen, ruiken of lopen. Ze roerden deze ongewenstheden in medicinale brouwsels van zure groene mango, stopten er lepels vol van in hun mond en slikten het met gepeperde moeite door. Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten.

    Het duurde niet lang voordat sisig alleen nog maar van varkensvlees werd gemaakt, op drie verschillende manieren bereid, als om zichzelf ervan te overtuigen dat het de moeite waard was om te eten. De zure groentensisig van de goden, ons gegeven als geschenk, was snel vergeten. Wat zullen de goden op Arayat en Pinatubo hier boos om geworden zijn, te moeten toezien hoe de Amerikanen zich tegoed deden aan varkensbuik en -lende, terwijl wij weggegooide kraakbeen en pezen kauwden. Deze offers waren niet bedoeld om er varkenskarbonadediners of baconontbijten of worstjespicknicks van te maken.

    Verdeel de varkenssisig zorgvuldig gelijkmatig over de pan.

    De wraak van de goden openbaarde zich snel, hun belangen gingen samen met die van Marcos. Vlak na de Tweede Koloniale Oorlog bezaten onze eilanden, met hun hulpbronnen, infrastructuur en goed opgeleide mensen, meer rijkdom en economisch potentieel dan Japan. Niet lang nadat hij dictator was geworden, stortte Marcos met hulp van de Wereldbank en het IMF onze eilanden in schuld en narigheid. Banen werden schaars, van de economie bleef slechts het geraamte van contract-arbeid over. Net als andere Kapampangans leidden mijn grootouders, mijn moeder en haar broers en zussen al snel een moeizaam bestaan in Manila. Ze hadden losse baantjes, woonden onder een afdak dat aan het huis van de broer van mijn grootvader was gebouwd, hun zes ongewenste lichamen dicht tegen elkaar aan gepropt.

    ‘Soms keken we door het raam naar de tv,’ vertelde mama me een keer. ‘Soms deden ze dan de gordijnen dicht.’

    Als het varkensvlees in de hete pan sist, breek er dan de eieren over.

    Tito Arnold, de oudste broer van mijn moeder, zal deze herinnering achter zijn gesloten ogen hebben gezien, terwijl hij scheepsdekken schrobde onder de voeten van Britse officieren en Duitse technici. Die herinnering moet een bezwering en een talisman zijn geweest, die hem door die eenzame jaren op zee heen hielp. Zoals velen van onze eilanden was hij door honger en noodzaak uitgestoten, zijn economische ballingschap tot wet getekend door Marcos’ laatste greep naar de macht. Wij waren door onze goden verlaten, want we waren met de punt van een pen, de loop van een geweer gedwongen om hen te verlaten.

    Met zijn zuurverdiende overzeese geld bouwde tito Arnold een huis voor zijn vader en moeder. Hij richtte dit huis zo in dat zij binnen konden eten en tv-kijken. Hij trouwde met de vrouw van zijn door zee omsloten dromen, die al zijn brieven bewaarde en op hem wachtte en ze kregen drie kinderen. Hij gaf zijn dromen aan mijn moeder, zodat zij naar de universiteit kon gaan. En toen bouwde hij een restaurant in Quezon City, een hutjemutjezaak die helemaal van hem was. Hij maakte zijn geliefde gerecht in al zijn knapperige, heetzure, vette Kapampagnan-glorie, waar de verkoolde geur van geroosterd varken en de geesten van Angeles City de nevelige lucht verzadigden. Hij vroeg mijn vader en zijn band om te komen spelen, hun liedjes vermengden zich met rook en herinnering.

    Strooi de achtergehouden ui en pepertjes erover.

    ‘Wil je weten waarom mijn sisig zo bijzonder is?’ vroeg Tito me laatst boven een sissende schotel. We zaten samen te eten naast de vulkaan, Taal. Ik was onlangs naar de eilanden teruggekomen, na tweeëntwintig jaar Amerikaanse ballingschap zonder papieren.

    ‘Omdat ik het met varkensbuik maak. Meestal wordt het met de goedkope delen van het varken gemaakt, ha. Waarom zouden wij alleen goedkope delen eten? En liefde. Ik kook met liefde.’

    Sisig wordt niet meer alleen bereid met de ongewilde restjes, maar zijn giftige werking blijft. De Amerikanen zijn weg, maar de brandwonden van hun overheersing zijn er nog. Niet langer gevangen door onze kolonisatoren, houden we onszelf gevangen. We veranderen om te overleven, maar we dragen de gekookte, verkoolde, krakerige overblijfselen van ons verleden nog met ons mee. Ik zal blijven bestaan in een hongerige ruimte tussen verlangen en erbij horen, want mijn lichaam, weggevoerd uit zijn geboorteland, gedeporteerd uit het land van zijn groei, heeft nu alleen maar gevoel en herinnering die het thuis kan noemen.

    Roer met twee spatels tot de eieren gestold zijn en dien onmiddellijk op. Lekker met gebakken knoflookrijst.

    Ver van onze barrio’s, bergen en eilanden koken we, zodat we kunnen oefenen in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed. Net als onze eilanden wordt sisig op drie manieren bereid en wij, die afstammen van goden en zijn opgegroeid in dirty kitchens, moeten ze alle drie leren klaarmaken.

    Dirty Kitchen, zal in 2023 door Astra House worden uitgegeven. Dit is een uittreksel van deze memoires over voedsel, gezin, migratie en identiteit, dat werd genomineerd voor de 2021 Pushcart Prize.

  • Okere City: van verwoest dorp tot bloeiende, duurzame stad

    Okere City: van verwoest dorp tot bloeiende, duurzame stad

    Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie. En dan zijn er ook nog de sheabomen.

    Na meer dan tien jaar oorlog in het noorden van Oeganda lag het dorp Okere Mom-Kok volledig in puin. En nu joelen vlak voor de deur van Ojok Okello de kleuters bij hun opvang en komen een markt en de plaatselijke bierbrouwerij met veel kabaal op gang: Okere City, zoals het dorp inmiddels heet, begint aan een nieuwe dag.

    ‘Ik denk dat ik hier bezig ben met een radicale omwenteling,’ zegt Okello, de drijvende kracht achter een ambitieus project om van het verwoeste dorp met vierduizend inwoners een bloeiende en duurzame stad te maken.

    Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie – een zeldzaamheid in de regio – en aan de veelvuldige cholera-uitbraken van weleer is een einde gekomen dankzij schoon water uit een boorput.

    Leerlingen betalen hun schoolgeld half in contanten en de rest in de vorm van maïs, bonen, suiker en brandhout. De kliniek laat mensen hun rekeningen in termijnen voldoen. De plaatselijke veiligheidsbeambte loopt rond met een speer, een ongebruikelijk schouwspel op een plek waar veel mannen maar wat rondhangen terwijl het meeste betaalde en onbetaalde werk door vrouwen wordt verricht.

    ‘Ik wil niet dat dit project afhankelijk is van de goedgezindheid van een paar witte mensen’

    Okello betaalt het project uit eigen zak. Vorig jaar was hij er tweehonderd miljoen Oegandese shilling aan kwijt, zo’n 45.000 euro. Hij is afgestudeerd aan de London School of Economics en heeft als ontwikkelingsexpert voor diverse internationale hulporganisaties en ngo’s gewerkt, maar hij zegt gedesillusioneerd te zijn geraakt doordat hij projecten heeft zien mislukken omdat lokale gemeenschappen niet bij beslissingen over hun eigen toekomst werden betrokken.

    Toen hij een paar jaar geleden terugkeerde naar Okere Mom-Kok, in de hoop nog verre familie aan te treffen in het dorp dat hij had verlaten toen zijn vader, die ambtenaar was, werd gedood tijdens de jungleoorlogen van de jaren tachtig, besloot hij datgene wat hij had geleerd in praktijk te brengen. Hij wilde een project opzetten dat echt werd geleid door de plaatselijke bevolking.

    ​Sociale onderneming

    Nu heeft Okere eigen inkomsten. Elk project, van de school tot het plaatselijke café, kan zichzelf bedruipen, wat mogelijk is omdat het project niet als een vorm van liefdadigheid is opgezet maar als een sociale onderneming, aldus Okello.

    ‘Ik wil niet dat dit project afhankelijk is van de goedgunstigheid van een paar witte mensen,’ zegt hij. ‘Ik wil dat we zakelijke gesprekken voeren met partners. Ik wil dat we zelf verantwoordelijk zijn voor de koers en de toekomst van het project.’

    Vertaald uit het Lango, de taal van Oeganda, betekent Okere Mom-Kok ‘een baby moet niet huilen’, en het logo van het project is een glimlachend babygezichtje. Maar Okello grapt dat de opbouw van de stad lang niet altijd met een glimlach gepaard gaat.

    Volgens Amina Yasin, een stedebouwkundige die in het Canadese Vancouver werkt, is Okere in wezen het tegendeel van Akon City, de futuristische ‘smart city’ met zijn eigen valuta die in Senegal wordt gebouwd door R&B-ster Akon. ‘Akon wordt een gesloten rijkeluisstad,’ zegt ze. ‘Een poging om het kapitalisme vaste voet aan de grond te laten krijgen op het Afrikaanse continent. Er zullen helaas vooral niet-inheemse Afrikanen van profiteren.’

    Okere City zal een pionier worden op het gebied van groene energie, maar het belangrijkste pluspunt van de stad zijn de sheabomen. Volgens Okello kwam hij op het idee via de succesfilm Black Panther, toen hij op een middag begin 2020 onder een sheaboom voor zijn huis zat. ‘Ik keek naar die boom en realiseerde me opeens dat we een belangrijke energiebron hebben die we helemaal niet benutten,’ zegt Okello. ‘En ik dacht aan Wakanda en Black Panther, die vibranium hadden: deze sheaboom zou ons vibranium kunnen zijn. Dus ik besloot zoveel als ik kon in het aanboren en beschermen van deze energiebron te investeren en de opbrengst te gebruiken voor de verdere opbouw van mijn gemeenschap.’

    Afgelopen augustus kwam de sheaboter uit Okere op de markt. De hele stad ruikt ernaar en Okello heeft gepleit voor de bescherming en herplanting van sheabomen, die officieel te boek staan als een met uitsterving bedreigde soort.

    credit AxelFassio Cifor 3 2
    © Axel Fassio / CIFOR

    Eenmaal per week komt er een investeerdersclub bijeen in het wijkcentrum. Als de zon ondergaat boven de stad, verzamelen de leden zich in een kring. De meer dan honderd leden zijn voor het merendeel vrouwen; de meesten hebben een boerderij, maar er zitten ook kleine ondernemers op ander gebied tussen. ‘Ik heb een lening van de club gekregen om sheazaad te kopen, dat ik met winst heb doorverkocht,’ zegt lid Acen Oka.

    De financiële ledenbijdragen worden nauwkeurig genoteerd voordat ze 
    worden herverdeeld als leningen aan leden die daaraan behoefte hebben. Wanneer leners de lening terugbetalen, begint de cyclus opnieuw. Deze manier van bankieren is volgens Yasin vooral belangrijk omdat hij aansluit bij de Afrikaanse gewoonte. ‘Het betalingsverkeer van inheemse continentale Afrikanen voltrekt zich altijd buiten het centrale banksysteem om,’ zegt ze. ‘Het draait meer om gemeenschapszin en geduld en langetermijninvesteringen. We wisten al veel eerder dan de westerse wereld en andere zogenaamd ontwikkelde landen dat geld uit de mode is en niet voor een duurzame manier van leven staat.’

    Verbeterd

    Op maar enkele meters van de club, voorbij de gezondheidskliniek, is het een drukte van belang in de supermarkt en klinkt gelach van de klanten van het aangrenzende café. Voordat de supermarkt openging moesten de dorpelingen acht kilometer lopen om boodschappen te doen.

    ‘Er is een hoop verbeterd,’ zegt Wilfred Omodo (25), lid van het kickboksteam van Okere City dat afgelopen november is opgericht. ‘We hebben nu meer gebouwen en zelfs het inwonertal stijgt.’

    Omodo begon met kickboksen toen hij in een kamp verbleef voor mensen die aan het eind van de vorige en het begin van de huidige eeuw voor de gevechten waren gevlucht. Hij is een van de ongeveer tachtig leden van het kickboksteam van Okere, van wie de meesten tijdens het conflict met de sport begonnen zijn bij wijze van zelfverdediging. Een ander lid is de veertigjarige Nickson Akaca, die het team coördineert. Ook hij ervaart de vorderingen van het project tot nu toe als inspirerend. ‘Het was hier in feite een wildernis; er was helemaal niets,’ zegt hij. ‘En binnen de kortste keren is er een heleboel veranderd en verbeterd. Dat geeft ons hoop dat onze kickbokspassie misschien niet tevergeefs zal zijn.’

    Maar projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van rurale naar stedelijke samenlevingen slagen alleen als de gemeenschap die ze willen dienen er actief bij betrokken is, zegt Yasin. ‘Okere City wordt nadrukkelijk ontwikkeld met de gemeenschap voor ogen,’ zegt ze. ‘Terwijl je elders op de wereld waar iets soortgelijks gebeurt vaak ziet dat de mensen die het voortouw nemen uit grotere steden zijn gevlucht en zich in gemeenschappen vestigen waar ze voorheen geen deel van uitmaakten.’

    Volgens Yasin krijgen zulke steden daardoor een exclusief karakter, zoals Auroville, de experimentele utopische stad in India. ‘Hoe zal het zijn als deze utopische steden gesloten steden worden?’ vraagt Yasin. ‘Geen gesloten gemeenschappen meer, geen gesloten wijken, maar gesloten steden die worden omringd door kleinere, armere inheemse dorpen.’

    Terwijl de avond valt, klinkt het laatste fluitsignaal van de voetbalwedstrijd |die te zien was op het grote scherm in het wijkcentrum van Okere en wordt de zaal omgetoverd tot een gezelligheidsclub, met een dansvloer en een kleine bar.

    Morgenochtend zal dezelfde zaal dienstdoen als kerk.

    Openingsbeeld: ‘Deze sheaboom zou ons vibranium kunnen zijn’. De sheanoten in Oeganda worden in het wild geplukt door vrouwen die samenwerken in coöperaties. De boom op deze foto staat in Chiana, Ghana waar het wetenschappelijk instituut CIFOR onderzoek uit voert en de productie van shea mede helpt ontwikkelen.  © Axel Fassio / CIFOR

  • Het honderd dagen durende project om rouw te verwerken

    Het honderd dagen durende project om rouw te verwerken

    Auteur Traci Brimhall wordt in het hospice waar ze vrijwilligerswerk doet gegrepen door iemand die uit de boeketten van haar moeders begrafenis nieuw leven tovert.

    Ik scheur de harten in stukken en laat ze snipper voor snipper in de blender vallen. Soms trek ik het papier rond bepaalde woorden los en andere keren scheur ik zomaar wat en zie de geometrische vormen kleiner worden. Ik doe er water bij. Dan het harde zoemen van het mes dat de oude liefdesbrieven vol aanbidding en verontschuldigingen tot verse pulp vermaalt.

    Jaren geleden kwamen de briefjes, met viltstift beschreven roze harten, uit een prentenboek gevallen. Ik had voor mijn zoon een verhaal over een panda met een gestreept broekje en een rode parasol gekocht en toen ik de glanzende pagina’s opensloeg, vielen daar zowaar veertig harten van tekenpapier in verschillenden tinten roze uit.

    De kleinste zijn slechts gekleurd en hebben die klassieke vorm. Op de iets grotere staan stukjes tekst, met de verering die daaruit spreekt: ‘jouw stem’, ‘jouw haar’, ‘jouw geluk’. Hoe groter het hart hoe uitgebreider de boodschap. De verliefde vertelt de geliefde hoeveel hij of zij van hem of haar houdt. De verliefde bedankt de geliefde voor alle zorgzaamheid en omdat die ook zo graag Animal Crossing speelt. De verliefde zegt zich altijd te zullen verheugen op netflixen in ondergoed en met bloody mary’s.

    Ik geniet meer van de specifieke dingen van hun relatie dan van de algemene liefdesbetuigingen, maar op het moment dat de harten in mijn schoot dwarrelen, weet ik: deze vondst in een verkocht boek betekent dat de liefde voorbij is. De stem van de beminde fluistert nu lieve woordjes tegen iemand anders. In het haar woelen nu de vingers van een ander. Of misschien niet. Misschien giet de geliefde nu tomatensap en wodka in een thermosfles en rijdt naar de bergen om alleen van de zonsopkomst te gaan genieten.

    Zo lagen oude briefjes van andermans liefde over mijn benen verspreid, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze weg te gooien en daarom legde ik ze boven in de kast van mijn zoon. Het geschenk tussen verliefde en geliefde was voor een paar dollar verkocht, de boodschappen erop waren vergeten. Natuurlijk vond ik dat ik geen recht had op de intieme zielenroerselen van een ander, maar deze onbekenden hadden ooit hoopvol liefgehad en ik wilde dit deel van hun verhaal tot een ander einde brengen.

    Catalogus van rouw

    Iemand in mijn hospice-vrijwilligersgroep stuurt een artikel over bloemen als rouwritueel door en zo ontdek ik Janet. In het stuk lees ik hoe Janet de gedroogde bloemen van haar moeders begrafenis gebruikt om honderd dagen lang elke dag een nieuwe compositie te maken. Elke dag creëert ze met de bloemblaadjes en stengels een nieuwe vorm, maakt daar een foto van, haalt het dan allemaal uit elkaar en bergt de gedroogde stukjes bloem weer op.

    Ik begin haar Instagramaccount te volgen en verlang telkens weer naar de schok van oude rozen die tot vogels zijn gemaakt of geplette anjers die zijn veranderd in de segmenten van een rups die zich van een tak verheft. Je ziet vaak vogels en insecten als verschijningsvormen van de doden. Alles wat vliegt, van monarchvlinders tot Emily Dickinsons bromvlieg is wel eens met de dood geassocieerd, maar het mooie van Janets werk is dat die verschijningen als het ware iets oproepen: een nieuw leven uit een gedroogd bloemblad.

    Ik vind het prachtig dat er niets wordt verspild. Alles is rijp voor transformatie

    Haar honderd dagen voelen als een catalogus van rouw. Het werk lijkt zo snel te veranderen: op sommige dagen speelt ze met de schaduwen die de verschillende gedroogde bloemen werpen; op andere maakt ze abstracte vormen. Tegen het eind van haar project worden haar creaties figuratiever. Sommige natuurmaterialen kiest ze vaker, zoals een blad dat ze net zo lang gebruikt tot het in stukken breekt. Sommige kapotte stukken worden opzijgeschoven, andere krijgen een nieuwe toepassing: een blad dat zo is verkruimeld dat alleen de harde nerven overblijven, wordt opeens een vogelklauw. Ik vind het prachtig dat er niets wordt verspild. Alles is rijp voor transformatie. 

    Janets beelden zijn privé en teder, al weet ik niet of ik zou hebben begrepen dat ze over rouw gingen als ik dat niet in het artikel had gelezen. Ze zijn zo teer en vol humor dat ik ze misschien wel mooi had gevonden, maar niet verder had gekeken en niet hun vragen had gezien, hun onmiskenbare verlangen.

    Ik lees de commentaren van andere mensen op haar posts. Iedereen is zo geraakt door Janets verdriet en hoe ze daar iets moois van heeft gemaakt. De beelden zijn schitterend, dat is waar, net als het verhaal erachter, maar ik het verbaast me dat in een cultuur waarin zo weinig plaats is voor rouw, haar account met de dag meer volgers krijgt.

    Heel veel mensen willen op een foto reageren, hun eigen interpretatie eraan geven, hun eigen verdriet in haar bladeren en dode bloemknoppen zien. Iemand vraagt zelfs of de foto’s geen boek kunnen worden en veel anderen betuigen met een hartje hun steun voor zo’n einde aan deze periode van verlies.

    Ik vind het mooi dat vreemden de rouw van iemand anders herkennen en zich erbij betrokken willen voelen, maar ik krijg ook de neiging tot beschermen, want ik wil niet dat mensen veranderingen voorstellen aan wat Janet doet. Haar rouw gaat niet over wat zíj willen. Maar wat ik ook vind van anderen die iets van Janet willen, ik maak me er zelf ook schuldig aan. Ik schrijf haar. Ik vraag of ik in haar verdriet mag delen.

    adrianna geo JWlZS708L1Y unsplash kopie

    Groeiende deken

    Mijn moeder is al vier jaar dood wanneer ik besluit om een jaar lang dekens voor een hospiceorganisatie te gaan maken. Ik heb nooit eerder een deken gemaakt, maar ik haal het in mijn hoofd om twaalf maanden lang elke maand een plaid te haken, telkens met een nieuw patroon.

    Op dat moment zie ik geen verband met mijn moeder, die zo plotseling stierf dat ze nooit hospicezorg heeft gekregen. Ik zie niet, misschien wíl ik niet zien hoe symbolisch het is voor haar en de handwerkwinkel die ze ooit vanuit onze garage dreef dat ik nu een nieuwe handwerktechniek ga leren.

    Ik zie niet waarom het belangrijk is dat de zak garen die ik uit de kast vis van mijn ex-schoonmoeder is geweest, die me probeerde te leren breien: al die strengen weggeborgen garen als getuigen van mijn mislukkingen. Ik trek bollen bontgekleurd garen uit de zak die me ooit mooi leken voor mutsen, dikke blauwgroene wol, ooit bedoeld voor sokken, en pastelkleurig garen waarvan ik ooit niet-verwelkende bloemen heb geprobeerd te 
    maken. Ik neem een donkerblauwe bol waarvan ik de herkomst niet meer weet en ik begin.

    Alles wat vliegt, van monarchvlinders tot Emily Dickinsons bromvlieg, is wel eens met de dood geassocieerd

    Ik scrol door tutorials op YouTube die laten zien hoe je een ‘restjesdeken’ maakt. Elk onlinefilmpje verzekert me dat dat heel makkelijk is, maar ik maak een ketting en haal hem weer uit. Ik tel mijn steken en raak het spoor bijster, ik haak dubbel, ik sla er een over, ik keer mijn werk om.

    Elke avond neem ik mijn groeiende deken mee naar boven en haak de ene toer na de andere terwijl mijn zoon in bad zit. Als het bedtijd is, houdt hij zijn boek open zodat ik hem kan voorlezen terwijl mijn handen bezig blijven. Ik zit in de schommelstoel te wachten tot hij in slaap valt en kies een nieuwe kleur uit de zak. De deken wordt zwaar en ondanks mijn pogingen om wat vrolijker kleuren toe te voegen, de onafgemaakte bloemensjaals van hun bloemblaadjes te ontdoen en de nooit gedragen mutsen van hun bovenkant, zit de tas vol blauwtinten. Gênant, deze eerste poging.

    De deken is ongelijkmatig en saai geworden, maar ik maak er in de wachtkamer van het ziekenhuis toch een foto van. Als ik hem naar boven breng, is de hospicecoördinator vol lof; ze benadrukt hoeveel de deken zal betekenen voor de familie die hem op een dag zal krijgen. Zij noemt het een ‘geschenk’ en legt hem in een kast tot hij nodig is.

    Instincten

    Het lichaam heeft instincten voor rouw, maar ik heb die nooit goed begrepen. Als ik een vriendin vertel dat mijn ex-man onze zoon aan zijn nieuwe vriendin gaat voorstellen, vraagt ze hoe ik me voel. Ik zeg dat ik moet gaan hardlopen om daar achter te komen en dat is waar. Blijkbaar kan ik alleen als ik in beweging ben bij mijn rauwe emoties, ongefilterd door redelijkheid of de zeef van de objectiviteit, eerlijkheid en empathie.

    Als ik hardloop heb ik medelijden met mezelf en kan ik huilen. Dan kan ik treuren om de toekomst die ik voor me dacht te hebben, om het gezin dat ik opbouwde. Zonder de vermoeiende lichaamsbeweging kan ik de signalen die mijn lichaam me stuurt vrijwel nooit goed interpreteren.

    Na mijn scheiding vertelt mijn vriendin me dat de vlinders in je buik bij een nieuw iemand misschien niet op de opwinding van de aantrekkingskracht duiden, maar op een flits van angst: je lichaam waarschuwt je dat je op het punt staat een verkeerd patroon te herhalen. 

    De eerste paar maanden dat ik dekens maak, krijg ik kramp in mijn handen en dat vind ik eigenlijk wel prettig: het fysieke bewijs van mijn inspanningen. Dat overkomt me nooit als ik schrijf; misschien zijn die polsbewegingen te goed geoefend. Maar door het nieuwe van het haken voel ik de doffe pijn van het scheppen.

    Op de een of andere manier vormt de pijn een gang, een rij deurtjes en zo kan ik gemakkelijker bij mijn herinneringen. Mijn werkpijn wordt beloond met iets tastbaars, iets van troost, van warmte. Ik weet dat het dwaas is, dat fysiek lijden niet nodig is, maar ik ben blij met dit bewijs dat ik iets heb gemaakt. 

    Door het nieuwe van het haken voel ik de doffe pijn van het scheppen

    In mijn eerste zoektocht naar de wetenschap van het rouwen vind ik alleen kwantitatieve data uit dierenonderzoek bij ratten, honden en apen. De meeste onderzoeken gaan over de scheiding tussen moeder en kind. Ik wil denken dat ik iets universeels heb ontdekt, maar ik weet dat dit over jonge nakomelingen gaat, niet over volwassenen die volwassen ouders verliezen. Maar de onderzoeken verzekeren me dat verlies invloed heeft op de hormonen, het immuunsysteem en het autonome zenuwstelsel.

    Ik weet niet precies welke conclusie ik zoek, of waarom ik denk dat ik, als ik het biologische effect van rouw begrijp, zal leren hoe ik ervan kan herstellen. 

    Primatoloog Edwin van Leeuwen van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek zegt: ‘De dood is een van de zwaarste sociale gebeurtenissen bij een sociale soort’, en het is gemakkelijk om het daarmee eens te zijn, ook al heb ik me nooit in het gedrag van primaten verdiept. Zwaar is wel het woord dat ik voor mijn lijden wil.

    Wil ik gemakkelijke conclusies, een beproefd ritueel om weer blijheid te mogen voelen?

    Ik lees dat hartziekten het grootste bewijs vormen voor de biologische gevolgen van verlies. Zelf dacht ik dat al, maar hier zeggen de data het ook: verlies zet het hart onder druk. Voor het eerst bedenk ik dat mijn moeder aan hartritmestoornissen, hartinfarct en hartfalen leed, de kwalen die het meest met rouw worden geassocieerd. Het is ook de eerste keer dat ik nadenk over het feit dat mijn moeder in het jaar voor ze stierf haar eigen moeder had verloren.

    De neiging in mij om meer in wetenschappelijk onderzoek te geloven dan in kunst, amuseert me, alsof de wetenschap een goede methodologie zou kunnen leveren om van dood of scheiding te herstellen. Wil ik gemakkelijke conclusies, een beproefd ritueel om weer blijheid te mogen voelen? Of ben ik misschien op zoek naar de bevestiging van wat ik al weet: dat verlies zijn tol van een lichaam eist.

    Zwaartekracht

    Voor het fatale einde van de missie van het ruimteveer Columbia had de bemanning dagenlang in het gezelschap van austronaut Ken Bowersox in het internationaal ruimtestation (ISS) experimenten uitgevoerd, vol blijdschap dat zij tot de weinigen behoorden die een zwaartekrachtloos bestaan meemaakten en de aarde vanuit de verte konden zien. Toen het veer in de aardeatmosfeer terugkeerde, viel het uiteen en alle zes de bemanningsleden kwamen om.

    In een documentaire zegt Bowersox: het moeilijkst was het fysieke deel van het verdriet. Het duurt een tijd voor je alles hebt verwerkt dat je moet verwerken.’ Ik ben opgetogen over zijn antwoord en zie het als bewijs dat gewicht en kracht invloed hebben op de manier waarop je rouwt. Ik denk aan hem daarboven in het ISS nadat hij het nieuws te horen had gekregen, terwijl de zwaartekracht op geen van de normale manieren op zijn lichaam inwerkte.

    Ik wil weten of iemand in de ruimte kan huilen. Astronaut Chris Hayfield zegt dat je ogen er wel tranen kunnen vormen, maar die niet kunnen laten vloeien, dus als je ze niet wegveegt vormen je tranen een bolletje dat aan je oog blijft kleven. Hij waarschuwt dat zo’n bolletje prikt, maar ik vraag me af of dit misschien geheime voordelen kan hebben: dat je zo je verdriet buiten je lichaam kunt zien, het van je oog kunt plukken en weg kunt zien drijven?

    Creativiteit en verdriet plaatsen je buiten zelfbewustzijn en tijd

    Ik vraag Ken Bowersox in een brief of ik zijn citaat goed heb begrepen. Bedoelt hij dat een van de voordelen van de zwaartekracht voor ons lichaam is dat die het verdriet eruit helpt komen? Hij schrijft niet terug.

    Verloren toekomsten

    Janet wil wel met me praten over haar honderd dagen durende project met de bloemen van haar moeders begrafenis. Voor ze haar verhaal vertelt, vraagt ze naar het mijne en ik vertel haar over mijn moeder, alle sterfgevallen waarvoor ik er niet was, waarom ik nu vrijwilligerswerk in een hospicezorg, dat ik getrouwd ben geweest met iemand die dezelfde psychische ziekte had als mijn moeder en hoe ik nu om twee verloren toekomsten treur.

    Ze laat me praten en dat doe ik, al schaam ik me wel dat ik even openhartig ben als mijn moeder en veel te veel ontboezemingen doe aan iemand die me niet kent. Maar Janet luistert en vertelt dan over de diagnose, behandeling en achteruitgang van haar eigen moeder. Het is een ongewone ervaring, maar ik vind het wel prettig om iemand eerst te leren kennen via haar verliezen.

    Als Janet me deze details over haar moeder vertelt, ben ik geschokt. Ik had dan wel haar artistieke proces gevolgd en het artikel over haar honderddagenproject gelezen, maar er is zo veel dat ik niet wist, zo veel dat anders klinkt nu ze het zelf vertelt dan toen ik het las in de woorden van een journalist.

    Het fijnst vind ik dat ik meer te weten kom over het achtergrondverhaal van het project. Janet en haar zussen besloten dat ze iets met de bloemstukken van hun moeders begrafenis moesten doen. Ze wisten niet wat ze wilden doen of hoe je bloemen moest drogen, maar ze ruimden de eettafel leeg en installeerden een pers. Ik denk graag aan dat werk, dat gedeeltelijk uit catalogiseren bestaat en gedeeltelijk uit fysieke inspanning.

    Ze zijn drie weken bezig geweest de boeketten te conserveren en zorgvuldig in bakken op te bergen, waar ze maanden in zouden blijven liggen. Ik knik aan mijn kant van de telefoon: soms moet je wachten.

    Emoties

    Na dit proces begon Janets honderd dagen durende project. Elke dag trok ze wat tijd uit om iets te creëren met de geperste bloemen en dat werd voor haar een soort moment voor zichzelf, een kans om tevreden te zijn met wat eruit kwam en hoe ze zich voelde. Elke morgen begon ze zonder plan aan haar proces en elke dag maakte ze de foto en postte die op Instagram, voordat ze zich echt realiseerde wat ze had gemaakt.

    Mensen zeiden altijd wel iets over de emoties in haar werkstukken, maar zij was zich terwijl ze die maakte niet bewust van wat ze voelde. Ik knik weer aan mijn kant van de lijn: creativiteit en verdriet plaatsen je buiten zelfbewustzijn en tijd.

    Ze vertelt me ook dat ik niet de enige ben die over dit project wil praten. Nadat de lokale radio een reportage over de honderd dagen had gemaakt, werd die op grote schaal gedeeld; mensen uit het hele land zochten contact met haar en vertelden haar hun eigen rouwverhaal.

    Iemand vroeg of ze een menselijke figuur wilde maken zodat haar dochter daar verhaaltjes over kon schrijven. Mensen willen haar creaties op muziek zetten. Ze willen een koffietafelboek van de foto’s hebben. Ik ben minder duidelijk over wat ik wil als ik met Janet praat, maar misschien hebben we allemaal hetzelfde eenzame verlangen: je verlies omhooghouden zodat iemand het ziet.

    ‘Ik weet niet waarom het zo veel weerklank vindt,’ zegt Janet. ‘Het was de naarste dag van mijn leven, maar ik weet dat het iets uitmaakt dat je er niet alleen in bent.’

    Met haar stem aan de andere kant van de telefoon voel ik me niet alleen. Ik maak aantekeningen. Ik kijk hoe tulpen de tuin roze kleuren.

    Voorgevoel 

    Een paar weken na mijn gesprek met Janet pak ik de hartvormige liefdesbrieven van de onbekende uit de kast van mijn zoon. Ik weet wat ik ermee wil doen. Ik lees ze nog een keer door, de kleine intieme ontboezemingen van deze liefde raken me, maar ze roepen ook een ander gevoel op. Eerder had ik niet herkend dat tussen alle liefdesbetuigingen ook verontschuldigingen staan, een van de twee heeft er spijt van ziekte of een slechte bui op de ander te hebben afgereageerd.

    Tussen de grapjes en de liefdesverklaringen zijn er ook beloften om de geliefde te behandelen zoals die verdient. Ik voel nog steeds iets van mijn vroegere verdriet om deze anonieme onbekenden, die jong en oprecht klinken in hun liefdesbetuigingen, maar nu ben ik ook opgelucht dat het voorbij is. Het boek staat nog steeds op de plank van mijn zoon en wordt nog steeds gelezen, maar het bewijs van wat die twee mensen zo graag wilden bereiken is nu roze pulp in mijn blender.

    Ik ga naar boven en haal de schoenendoos met mijn eigen oude liefdesbrieven uit mijn kast. Sinds mijn man uit ons huis is vertrokken heb ik muren geschilderd, kamers anders ingedeeld en oude meubels opgeknapt, maar de doos met zijn oude trouwdags- en verjaardagskaarten, de briefjes die hij op parkeerplaatsen onder mijn ruitenwissers stopte, heb ik niet aangeraakt.

    In kleermakerszit op de vloer vouw ik ze open en lees ze, sommige vluchtig, andere aandachtig om elk woord te kunnen zien en voelen, wetend dat dit de laatste keer is dat ze gelezen zullen worden. De brok brandt in mijn keel, maar er komen geen tranen. Mijn eigen liefdesbrieven voelen net zoals die van de onbekenden en daar treur ik ook om, om wat we ooit voor elkaar betekenden en hoe de overtuigingskracht van die woorden nu weg is, niet eens meer herkenbaar voor mij.

    Ik neem de doos mee naar beneden en gooi de brieven in de vuilnisbak, maar houd één vel achter. Daarop staat een lijstje onder de titel: ‘Dingen aan jou waar ik van hou’. Ik scheur het in gelijke strookjes en doe die ook in de blender.

    Er is geen enkele pijn, alleen concentratie en de moeite die mijn vingers doen om alle strookjes precies even groot te maken. Ik weet niet waarom mijn eigen mislukte liefdesgeschiedenis bij de harten van iemand anders hoort, maar ik vertrouw op mijn instinct en draai de knop naar de langzame stand.

    Bloemenbed

    Mijn eerste hospicedeken is gênant en blauw en mijn tweede is nog lelijker, maar de derde keer maak ik iets dat bijna mooi is. Voor Kerstmis wil ik mijn zoon geven wat mijn vader mij vroeger gaf: liever ervaringen dan dingen. Dus boek ik plaatsen voor ons in de trein van Kansas City naar Chicago, waar we een nacht in het natuurhistorisch Field Museum zullen doorbrengen.

    We kijken naar de winterse velden buiten en mijn vingers vormen het spiergeheugen van garen om een haak slaan en doorhalen. Mijn zoon wil naar de panoramawagen, dus dat doen we, we gaan zitten, we kijken naar het panorama. Ik haal cranberry, lavendel en zeewier door lussen, hecht ze af, maak een nieuwe halve vaste. Midden in de winter wordt mijn schoot een bloemenbed. Mijn zoon ligt met zijn hoofd op mijn dij en ik trek de draad zachtjes over zijn voorhoofd, hecht een nieuwe kleur aan, terwijl ik naar de witte velden kijk die voor ons raam voorbijrollen.

    Als we van ons reisje terugkomen en ik de gehaakte vierkantjes over de vloerbedekking uitspreid, zie ik bloemenpatronen verschijnen, maar ik zie ook de treinstations, de tekenfilmochtenden in hotelkamers, de nacht naast opgezette vogels, omslaand en doorhalend terwijl mijn zoon met de andere 
    kinderen op de museumvloer lag te snurken.

    Ik leer nieuwe steken om afzonderlijke lapjes aan elkaar te haken, roze en paars aan blauwgroen en geel, en zo een geheel te maken van afzonderlijke kleurige delen. Ik krijg pijn in mijn rug van het gebogen over de vierkantjes zitten, al combinerend, herschikkend. Deze wil ik niet weggeven.

    Eindelijk heb ik iets goeds gemaakt, iets waarvoor ik mijn hele lichaam heb moeten inzetten en dat mijn herinneringen bevat: het schommelen van de restauratiewagen, de opgevroren trottoirs in Chicago, het moment dat ik mijn zoon door de geschiedenis van de aarde droeg om T-Rex Sue te gaan bekijken. Hij legde zijn handen tegen mijn wangen en vroeg waarom ik niet luisterde als hij zei dat hij bang was. En ik lachte van blijdschap omdat ik deze jongen had die zijn gevoelens kende en wist dat ze belangrijk waren. 

    Mijn eigen liefdesbrieven voelen net zoals die van de onbekenden en daar treur ik ook om

    Ik droeg hem het donkere doolhof van de tijd uit en we zochten een plek op die we allebei prettiger vonden: de Plantenhal, waar alles wordt bewaard en opgesteld in verschillende groeistadia. Op het laatst haak ik een witte rand om de vierkantjes.

    Ik breng de deken naar het ziekenhuis, drapeer hem over een stoel in de wachtkamer om er een foto van te maken voordat ik hem naar de hospicecoördinator breng, die me opnieuw vertelt dat dit echt een geschenk is. En dat is het. Dat weet ik. Maar het doet nog steeds pijn om er afstand van te doen.

    Gewicht

    In zijn autobiografische werk A Grief Observed [in het Nederlands vertaald als Verdriet, dood en geloof] stelt C.S. Lewis de vraag of de doden de pijn van de scheiding net zo voelen als de levenden. Was zijn dode vrouw aan gene zijde dan ook in de rouw, zonder haar lichaam maar nog steeds met haar verdriet? Die eenzaamheid doet me pijn, ook al weet ik dat Lewis nu dood is en dus herenigd, mits de liefde die genade na de dood vergund wordt.

    Hij publiceerde zijn boek onder pseudoniem, had de naam van een onbekende nodig om met anderen te delen hoeveel verdriet hij voelde, hoe bang hij was dat zijn vrouw nog steeds pijn leed waar hij haar niet meer kon helpen. Ik stel me liever een leven na de dood voor waarin het lichaam in gras verandert, en niet een bestaan waarin je bewustzijn – ook al heeft het een andere vorm of geen vorm – nog steeds je herinneringen bevat. 

    Mijn favoriete mislukte wetenschapper, Duncan MacDougall, wilde in 1907 niet bewijzen dat zielen net als de levenden rouwen, maar dat zielen überhaupt bestonden en dat ze een gewicht hadden. Hij vond zes patiënten op het randje van de dood en woog ze op een professionele weegschaal, vóór en nadat ze waren gestorven, om te zien of hun lichaam lichter was geworden nadat de ziel het had verlaten.

    Geen kraaien

    Waar voorheen de meeste begrafenissen een uiterst plechtige en formele laatste bijeenkomst behelsden, hebben de zogenaamde ‘kraaien’ hun plaats afgestaan aan familieleden of vrienden en zijn er meerdere mogelijkheden om afscheid van iemand te nemen dan een kist of een urn.

    Ook voor het verwerkingsproces is meer aandacht gekomen. Onderzoek van de Universiteit van Brighton wijst uit dat traumatisch verlies nabestaanden zo kan overspoelen dat rouw eindeloos blijkt, wat nog meer ontmoedigt. Kunstenaars en schrijvers, kunst en literatuur, kunnen derhalve bijdragen aan de gemoeds- toestand van de treurende. Vaak geciteerd wordt de Amerikaanse essayiste Joan Didion met haar The Year of Magical Thinking, waarin zij haar dubbele persoonlijk verlies publiek maakte.

    Slechts één van de gestorvenen in MacDougalls experiment bleek iets lichter geworden, 21 gram, en het is nooit meer gelukt om dit resultaat te herhalen. Toch verklaarde MacDougall zijn onderzoek tot een succes en ik kan het hem niet kwalijk nemen. Het is verleidelijk te denken dat het lichaam bewijs levert voor wat er na de pijn gebeurt en kennelijk wilden mensen in zijn tijd zijn bevindingen maar al te graag aanvaarden. Het kleinste zuchtje bewijs vormde voor sommigen een troost en zij gaven het verhaal door als een evangelie.

    Ik denk aan de hospicezorg en hoe het lichaam al koud begint te worden, omdat het bloed zich concentreert in de vitale organen. Ik heb mijn dekens nooit gewogen, maar ik besluit ze zwaarder te maken, om warmte vast te helpen houden, zelfs als het lichaam die niet meer nodig heeft.

    Jaren na zijn experiment raakte MacDougall ervan overtuigd dat de ziel ook onderhevig moest zijn aan de zwaartekracht. Hij stelde camera’s op rond de stervenden en probeerde de ziel te fotograferen wanneer die op het moment van overlijden het lichaam verliet.

    Hij heeft nooit iets concreets in beeld gebracht, maar op zijn foto’s leek iets zichtbaar te worden dat hij ‘de interstellaire ether’ noemde, een licht rond de schedel van de patiënt. Dit sprak minder tot de verbeelding van rouwende onbekenden dan het gewichtsexperiment, maar ik heb bewondering voor zijn vasthoudendheid, zijn gebruik van verschillende meetmethoden om zichzelf en de wereld te verzekeren dat een deel van ons zonder ons lichaam verdergaat.

    Eindelijk begrijp ik dat pijn een manier is om nee te zeggen

    Nadat ik de mooie lapjesdeken vol herinneringen aan mijn zoon heb weggegeven, lukken de meeste dekens die ik maak goed. Ik maak een deken in log cabin-patroon, een in drunken granny-steek, een in ‘a-mile-a-minute’ gehaakte deken, een in veelkleurige golfjes. Elke maand probeer ik een nieuw patroon uit. Ik maak fouten. Ik word beter.

    Als ik de dekens naar het ziekenhuis breng en ze over stoelen drapeer voor de foto, begin ik complimenten te krijgen, en ik geloof wat ik hoor. Mijn creaties zijn mooi en kleurig. Ik maak er een met zonnebloemen, met een zelfbedacht patroon.

    Dat doet me eraan denken dat Janet me vertelde wat voor haar de belangrijkste dag was: dag 87. Zoals alle dagen daarvoor begon ze ook op die dag iets te maken zonder een vooropgezet plan, maar onder haar handen verschenen een moeder en een kind. Ze had niet het gevoel dat zij daar zelf een rol in speelde, maar het gebeurde gewoon, het was een boodschap.

    Pijn

    Ik haal het bijna, maar maak het jaar dat ik had gepland niet vol. Er trekt een pijn door mijn handen en mijn benen en de dokter adviseert me om geen dekens meer te maken, geen piano meer te spelen, niet meer hard te lopen. Ik weet niet wat er binnenin me wakker wordt of eruit probeert te komen.

    Na twee maanden gaat de pijn weg. Het is een opluchting om niet meer bang te zijn voor mijn eigen lichaam, maar ik mis het omslaan en doorhalen van steken waardoor herinneringen makkelijker en in kleur op konden komen.

    De dokters vinden nooit een naam voor de pijn en ik krijg het bijgelovige idee dat mijn lichaam hiermee liet merken dat het niet langer wilde rouwen via creatie. Ik heb nooit begrepen hoe het lichaam communiceert, maar ik wil graag geloven dat ik het deze keer wel snap.  Eindelijk begrijp ik dat pijn een manier is om nee te zeggen.

    ‘Dus jij zegt dat verdriet en kunst allebei een proces zijn’

    Janet haalt de honderd dagen, maar zegt dat de bloemen er nog niet aan toe zijn dat ze ermee ophoudt. Een collega vertelt haar dat haar werk geleidelijk aan vrolijker wordt en dat lijkt te kloppen. Ik vind haar vroege werk met schaduwen prachtig, maar zij zegt dat ze pas op dag 60 of 70 meer overtuigd raakte van het proces. De beelden werden gedetailleerder en verfijnder en toen de materialen begonnen te verbrokkelen, werd het werk zowel moeilijker als bevrijdender. De schaal van het werk veranderde. 

    Verdriet verbeelden

    In Edge of Grief gebruikte Jules Findley rafelig en beschadigd papier, fragmenten van portretten en tweehonderd ongebakken papieren kleifiguren. Een verwijzing naar de offers bij taoïstische begrafenissen.

    De installatie moet de symbolische breekbaarheid weerspiegelen en een erkenning dat handwerk en herhaling verdriet kunnen kanaliseren. Jane Fox wandelde na een sterfgeval in het krijtlandschap van de South Downs in Zuidoost-Engeland en vroeg zich af hoe de steen die zij opraapte kon helpen om haar verdriet te verwoorden. Haar bevindingen werden samengebracht in The Mourning Project. De lijst van kunstenaars die verlies hebben weten te verwerken, of te verzachten, vooral in de ambachtelijke totstandkoming van een project, is lang en divers.

    Tot 6 juni 2021 presenteert het New Museum ‘Grief and Grievance: Art and Mourning in America’, een tentoonstelling oorspronkelijk bedacht door Okwui Enwezor (1963-2019), die zevenendertig kunstenaars uit ver- schillende media verenigde onder het concept ‘rouw, herdenking en verlies’ in een reactie op racistisch geweld in de Verenigde Staten.

    Er verschijnt langzaam meer licht en verrukking in, een speelsheid, een vrolijkheid die zelfs tevoorschijn komt uit bloemen die doodgegaan zijn en platgeperst om het leven van hun kleuren vast te houden. Ik denk aan mijn eigen kleuren van verdriet, van de gênante blauwtinten bij mijn eerste poging tot de gouden zonnebloemen die ik als laatste heb gemaakt, en ik wil dat het waar is dat mijn werk net als dat van Janet vooruit is gegaan in kleur en vakmanschap, alsof háár creativiteit in verdriet iets kan aantonen in de mijne, alsof de zich ontwikkelende vrolijkheid een teken is dat ik echt herstel. Weer wil ik me opdringen, mezelf zien in wat zij doet.

    ‘Dus jij zegt dat verdriet en kunst allebei een proces zijn.’

    ‘Ja, en je moet de lelijke dagen ook laten bestaan,’ 
    verzekert ze me.

    In kunst en rouw zijn er dagen waar je niet trots op bent, dagen waarin de emoties lelijk worden, dagen waarop de beelden niet uitpakken zoals jij wilt. Maar dat is de mens in ons en het hoort bij het proces.

    Het lijden zelf maakt je niet per se beter. Het haalt zelfs vaak de rommelige menselijkheid naar boven, de boosheid, de niet genezen wonden. Maar, zegt Janet, ‘je moet voor jezelf uitvinden hoe je het proces gebruikt om een beter mens te worden’.

    We praten over rouwen met hoop, over de noodzaak om te erkennen, te vragen, eerlijk te zijn. Als ik de lichtroze pulp van andermans liefdesbrieven vermengd met de mijne in een schepraam giet, erken ik dat ik na al die jaren nog steeds verdrietig ben. Wat ik moet vragen weet ik niet, maar ik weet wel dat wat ik nodig heb van het proces zal komen, niet van het product.

    Beginnerskunst

    Ik haal gedroogde orchideeënbloesems tevoorschijn. Mijn man en zoon kwamen op een dag thuis met dit cadeau, een orchidee die daarna nooit meer gebloeid heeft. Ik heb altijd mooi gevonden hoe de bloemen in hun geheel gedroogd waren, maar nu trek ik ze uit elkaar en druk hun verouderde witte bloemblaadjes in het papier.

    Ik spons, ik klop, ik druk de pulp weer in de vorm, genietend van de mechanische kant van het papiermaken met zijn simpele herhalingen. Ik leg de drie velletjes voor de rest van de dag in de zon, een drieluik van hartzeer.

    Als ik er de volgende dag aan voel, zijn ze droog. Ik zie de lussen van het schuine handschrift van mijn ex-man, ik zie de ronding van een e in de viltstift van een onbekende. De orchideeën zijn niet van de brieven te onderscheiden, alles is vlekkerig en roze en rimpelig onder mijn vingertoppen. Dan zie ik wat het moet worden, wat al die tijd al voor de hand lag.

    Ik pak mijn schaar en knip uit de gerecyclede liefde drie nieuwe harten. Ik hang ze op in mijn woonkamer waar de beginnerskunst door anderen gezien kan worden, tot een vraag kan uitnodigen en een verhaal kan worden. Daar in mijn huis, verdriet als bewijsmateriaal, beter dan nieuw.

     

    Zoute tranen

    De Japanse kunstenaar Motoi Yamamoto (Hiroshima,1966) werkte tot zijn tweeëntwintigste op een scheepswerf toen hij besloot zich fulltime op de kunst te richten.

    Zes jaar later stierf zijn jongere zusje aan hersenkanker. Om haar leven en dood te herdenken en het zout van zijn eigen tranen niet te verspillen, bedacht hij een labyrintische installatie die hem zou helpen bij zijn rouwproces. Eerst liet hij het zout door zijn handpalm lopen en maakte er figuren mee als een vorm van meditatie, niet wetende dat die korrels het begin vormden van Return to the Sea: Salt Works.

    Met zeven ton keukenzout vormde hij als ode aan zijn zusje een driedimensionaal brein in honderden uren nauwgezet gieten. Als een zoutpatroon lang genoeg is tentoon- gesteld wordt bezoekers gevraagd het werk gezamenlijk te vernietigen en het zout in zakken te verpakken en terug naar zee te brengen.

    Yamamoto plant zorgvuldig en improviseert afhankelijk van de ruimte waarin hij doorgaat met zijn ‘genezing’. Zo is de vochtigheidsgraad van de lucht belangrijk en het zout zelf, dat overal anders is. Wat nooit verandert is zijn methode. Hij begint altijd in het midden en werkt naar buiten toe.

    De lange uren die hij dagelijks besteed aan zijn Salt Works, brengt hij door in kleermakerszit op een yogamatje, leunend op de hardhouten vloer. Yamamoto houdt er niet van om tijdens de eerste dagen van deze meditatieve fase gestoord te worden. Als het midden eenmaal af is en hij naar buiten begint te werken, mag het publiek de kunstenaar aan het werk zien. Zijn doel is om met deze concentratie herinneringen aan zijn zus te bewaren, als stiksels of als borduurwerk. Het doet denken aan de kunst van het quilten.

    Motoi Yamamoto 2
    © Motoi Yamomoto
  • De mijnen van het digitale tijdperk zijn helverlicht

    De mijnen van het digitale tijdperk zijn helverlicht

    De wereld in beeld.
    © Andrey Rudakov Bloomberg / Getty Images

    Ooit gingen mijnwerkers uitgerust met een hoofdlamp en een pikhouweel de donkere en gevaarlijke tunnels in op zoek naar ‘het zwarte goud’. Maar de kompels van de Russische ‘cryptomijn’ CryptoUniverse werken in helverlichte hallen vol loeiende en gloeiende servers, ingepakt in dikke gewatteerde jassen en handschoenen. Want het ‘goud’ van het digitale tijdperk, cryptovaluta zoals bitcoin, wordt gedolven door de rekenkracht van supercomputers.

    En daar is veel energie voor nodig en komt veel warmte bij vrij. En dus is er weer veel elektriciteit nodig om alle apparatuur te koelen. De hoeveelheid energie die nodig is om bitcoins te delven vertegenwoordigt zelfs 0,63 procent van het totale elektriciteitsverbruik in de wereld, volgens het Cambridge Centre for Alternative Finance. Dat is meer dan het totale energieverbruik van Zweden, en zal naar verwachting alleen maar stijgen.

  • Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Ze werkten voor de Spanjaarden in Irak en toen het leger zich terugtrok, kregen ze de wacht aangezegd via WhatsApp. In de steek gelaten door hun opdrachtgever vrezen ze nu voor de wraak van sjiitische milities. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten.

    Toen de Spanjaarden zich uit de Golfstaat terugtrokken, waren hun enige aandenkens een paar diploma’s, wat spullen van de militairen met wie ze vriendschap hadden gesloten en maanden van werkeloosheid. Nu verbreken drie tolken, die voor het Spaanse leger in Irak werkten, voor het eerst hun stilzwijgen. 

    ‘Als ik de straat op ga, denk ik altijd hetzelfde: mocht iemand erachter komen voor wie ik de afgelopen jaren heb gewerkt, dan vermoordt hij me zonder een moment te aarzelen, zonder me de kans te geven om ook maar iets te zeggen.’ Ahmed was via een Iraaks bemiddelingsbureau in dienst van het Spaanse leger.

    Drie jaar lang werkte Ahmed, die toerisme heeft gestudeerd, als tolk voor de Spaanse troepen die gelegerd waren op de basis Gran Capitán in Besmayah, ongeveer veertig kilometer ten zuiden van Bagdad. Sinds 2015 was daar een Spaanse troepenmacht van vijfhonderd manschappen gelegerd, onder auspiciën van de door de Verenigde Staten aangevoerde internationale coalitie. Die had als taak de Iraakse veiligheidstroepen die doodsbang uit grote delen van het land voor IS op de vlucht waren geslagen te trainen en op te leiden. Een dertigtal tolken speelde een sleutelrol in het overbrengen van de lessen van onze militairen. 

    Screenshot 2021 03 31 at 17.17.51
    De Spaanse koning Felipe VI en defensieminister Margarita Robles Fernández brengen op 30 januari 2019 een bezoek aan de Spaanse Gran Capitán-basis in Irak. El Mundo sprak met drie tolken die voor het Spaanse leger in Irak hebben gewerkt en nu vrezen voor hun leven. – © EPA / Francisco Gómez

    ‘Onze taak bestond uit alles vertalen wat de instructeur zei en twee of drie keer per dag met hen meegaan op missies buiten het kamp,’ legt Ali uit, een van de andere tolken die er mede aan bijdroegen dat de missie van het Spaanse leger op Iraakse bodem goed verliep. Hun identiteit wordt geheimgehouden en hun namen zijn veranderd omdat ze bang zijn voor represailles. 

    WhatsApp-bericht

    Afgelopen juli stopte Spanje met de training, die werd bemoeilijkt door corona en de dood van de Iraanse generaal Qassem Soleimani tijdens een Amerikaanse droneaanval. De liquidatie van Soleimani wakkerde wraakzucht aan bij Hashd al-Shaabi (Arabisch voor ‘Volksbeweging’) een verzameling van door Teheran gesteunde sjiitische milities die vanaf dat moment tientallen aanslagen op westerse doelwitten in Irak hebben gepleegd. 

    Een paar maanden voordat het Spaanse leger Irak definitief zou verlaten kregen de tolken te horen dat het klaar was. ‘Ze stuurden een bericht aan onze WhatsApp-groep, waarin stond dat er geen werk meer was voor ons,’ aldus Ahmed. Een pdf-document – door El Mundo ingezien – met als titel ‘Document over het stopzetten van het werk voor tolken en vertalers Arabisch vanaf april’ werd verspreid onder de tolken om hen te informeren dat hun diensten niet langer nodig waren. Wegglippen zonder gedag te zeggen, zo sloot het Spaanse leger zijn aanwezigheid af in Besmayah. Vervolgens droeg het alles over aan de Iraakse troepen. 

    ‘Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden’

    ‘Ik ben in de steek gelaten door Spanje, zo voelt het. Geen leidinggevende heeft daarna nog iets laten weten. We hebben nooit meer iets gehoord. Er is niet eens hulp aangeboden. Niks, nada,’ zegt Ahmed gekwetst. Het ministerie van Defensie onder leiding van Margarita Robles Fernández is diverse keren benaderd door deze krant, maar heeft niet laten weten hoe zij aankijken tegen de situatie waar de tolken Spaans in Irak zich nu in bevinden.   

    Hasan, 27 jaar oud, ging werken voor de Spaanse troepenmacht in 2017 terwijl hij nog Spaanse Taal en Cultuur studeerde in Bagdad. ‘Een van mijn docenten zei dat ik een goed cijfer had gehaald en attendeerde me op de mogelijkheid om voor het Spaanse leger te werken,’ herinnert de jonge Hasan zich. Hij bewaart een handvol souvenirs aan de drie jaar die hij doorbracht tussen de blokken van gewapend beton op de basis: naamplaatjes van militairen met wie hij vriendschap sloot, boeken, T-shirtjes, diploma’s en afscheidsberichtjes als er een nieuwe lichting kwam en de oude vertrok. In een van de berichten van een officier is te lezen: ‘Vanaf het moment dat we je leerden kennen was je een van ons. Tot snel.’   

    Hasan is trots op deze kleine schat die achterbleef toen zijn Spaanse makkers verstek lieten gaan en hem vergaten. Hij koestert hem in het geheim. ‘Behalve mijn ouders weet niemand in mijn omgeving dat ik heb samengewerkt met de Spaanse militairen, zelfs mijn broers en zussen niet. Het is te gevaarlijk. Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden,’ zegt Hasan. 

    Schietschijf

    De sjiitische milities, officieren en ondergeschikten die deel uitmaken van de Irakese veiligheidstroepen laten openlijk hun afkeer blijken van land-genoten die werk hebben aangenomen van de buitenlandse troepen. Hun grootste obsessie was de troepen te zien vertrekken. In oktober veranderde Ashab al-Kahf, een niet zo bekend lid van de sjiitische militie, de tolken in een schietschijf. ‘Wij vergeven al diegenen die zichzelf, hun land en hun geloof te schande maakten door diensten te verlenen aan de Amerikanen, de Britten en de overige vijanden van Irak. Als jullie je kenbaar maken en contact met ons opnemen, krijgen jullie een maandsalaris en bescherming,’ aldus het communiqué van een groep die de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor een raketaanval op de Amerikaanse ambassade in Bagdad en op de bases van de coalitie. ‘Het gevaar is er, dag in dag uit, overal. Je hoort de gesprekken over collaborateurs met het buitenland op de markt, in de taxi, in de stadsbus,’ zegt Ahmed. 

    In het aanbod van de militie, dat door de mensen die er profijt van zouden kunnen hebben als een valstrik wordt beschouwd, worden maandsalarissen van drieduizend dollar genoemd. De tolken vielen onder de Spaanse militaire cao’s en verdienden 1500 dollar (ongeveer 1240 euro) per maand. ‘Het leger tekende een contract met een Iraaks bemiddelingsbureau en wij waren niet meer dan een nummer,’ klaagt Ahmed. ‘Ik heb geen contract gezien, geen papier getekend,’ zegt Ali, die op zoek is naar een stabiel inkomen om zijn drie kinderen te kunnen onderhouden. 

    De afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden

    Het overgrote deel van de tolken die de Spaanse instructies vertaalden, vindt geen werk en kampt met het probleem dat ze niet kunnen uitleggen wat ze de laatste jaren hebben gedaan. ‘We hebben een goed curriculum, onze beheersing van het Spaans is goed en we hebben veel certificaten gekregen van het Spaanse leger, maar we kunnen het er niet over hebben. Het is voor ons onmogelijk om naar een Iraaks bedrijf te gaan en dit aan ze voor te leggen,’ zegt Ahmed verbolgen. 

    De situatie wordt met de dag ingewikkelder, want de afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden. ‘Dat is niet zo verrassend. Ze denken dat het een lange strijd zal worden en daarom willen ze zo veel mogelijk informatie verzamelen over de Amerikaanse belangen’, schrijft The Washington Post. 

    Toegang tot gevoelige data gaat gepaard met het onvermogen van lokale veiligheidstroepen om Iraakse analisten en activisten te beschermen, die het slachtoffer zijn geworden van een golf van misdaden die niet eens zijn opgehelderd. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten. ‘Ik ben altijd bang om dood te gaan,’ zegt Ahmed, somber gestemd door de donkere wolken die zich samenpakken boven de toekomst van de tolken die aan hun lot worden overgelaten in Irak. 

    In 2014 kreeg in de Tweede Kamer een stemming over het ‘tolkenpardon’, dat alle tolken die voor het Nederlandse leger hadden gewerkt asiel zou verlenen, geen meerderheid. De aanleiding hiervoor was dat de asielaanvraag van Abdul Ghafoor Ahmadzai, die als tolk voor het Nederlandse leger had gewerkt, was afgewezen. Ahmadzai ontvluchtte Afghanistan in 2010 nadat de taliban zijn broer – die voor hem werd aangezien – hadden vermoord. Na inmenging van de staatssecretaris kreeg Ahmadzai toch een verblijfsvergunning.

  • In Argentinië komt de crisis niet terug. Hij is nooit weggeweest

    In Argentinië komt de crisis niet terug. Hij is nooit weggeweest

    Of er een vloek op de Argentijnse economie rust, vraagt deze journalist zich af. Het land is al vijf keer van munt veranderd, lijdt onder torenhoge inflatie en is als gevolg van de mondiale crises de grootste debiteur van het Internationaal Monetair Fonds.

    In het rampjaar 2020 stortte de Argentijnse economie in. Uit officiële cijfers blijkt dat er sprake is van een krimp van 10 procent. Samen met die in Peru is dat de grootste van het hele Latijns-Amerikaanse continent – als we de Venezolaanse catastrofe buiten beschouwing laten.

    Toen de Argentijnse economie in 2002 in een vrije val terechtkwam, was de krimp maar een fractie groter, namelijk 10,9 procent. De inflatie is gigantisch (deze bedroeg de afgelopen twaalf maanden 38,5 procent en blijft toenemen), de peso wordt steeds minder waard en de reserves van de Centrale Bank bedragen nog geen 3 miljard dollar. Vier op de tien Argentijnen leeft in armoede. Op macro-economisch niveau is de situatie zeer alarmerend. 

    GettyImages 1228035184
    Vrijwilligers delen maaltijden uit in Buenos Aires. Door inflatie zijn de prijzen voor voedsel flink gestegen. – © Carol Smiljan / NurPhoto / Getty

    Maar Argentinië is gewend aan de cyclus van vallen en opstaan en aan een relatieve economische achteruitgang. Sinds 1921, nu precies een eeuw geleden, toen het een van de rijkste landen ter wereld was en het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking gelijk was aan dat van Frankrijk en Duitsland, kent het land een gemiddelde inflatie van 105 procent per jaar en moest het noodgedwongen vijf keer van munt veranderen: tot 1969 had je in Argentinië de peso moneda nacional, daarna kwam de peso ley (tot 1983), vervolgens kreeg je de peso argentino (tot 1985), die werd vervangen door de austral (tot 1991) en nu is de peso de Argentijnse munt. Sinds 1980 is Argentinië, als enige land ter wereld, tot vijf keer toe gestopt met het aflossen van zijn buitenlandse schuld. Er is geen land dat zo’n hoge schuld heeft bij het IMF, er moet 44 miljard dollar worden terugbetaald. 

    Uitstel van betaling

    Toen de peronist Alberto Fernández in december 2019 president werd stond het land er slecht voor. Weer kon Argentinië zijn schulden niet aflossen en het zat al drie jaar in een recessie. En toen, een paar weken later, was daar de pandemie. Minister van Economische Zaken Martín Guzmán moest op twee fronten tegelijk strijd leveren. Tijdens lange videovergaderingen met particuliere schuldeisers moest hij opnieuw onderhandelen over de af te lossen schulden. Hij sleepte er uitstel van betaling uit en wist de rente aanzienlijk te laten dalen. Dat gaf een beetje lucht. Nu probeert hij het IMF zover te krijgen dat ze ermee akkoord gaan om de terugbetaling van het geleende geld over een langere periode uit te smeren. 

    Op het andere front was het voor Guzmán nog ingewikkelder: hoe moest de overheid subsidie verlenen aan bedrijven en inwoners die vanwege corona hun activiteiten moesten stilleggen? Argentinië had immers geen toegang tot de kredietmarkten. De minister had geen andere keuze dan de geldpers te laten draaien.

    In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken

    In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken (het geld werd door drukkerijen in Brazilië en Spanje gedrukt omdat de Argentijnse geldpersen al 24 uur per dag draaiden), met het risico dat de inflatie toeneemt. En dat lijkt nu het geval te zijn. Afgelopen januari zijn de prijzen met 4 procent gestegen.  

    Desondanks blijft het land doordraaien. Een goed voorbeeld van die continuïteit, ondanks alle tegenslagen die Argentinië in het verleden en momenteel moet trotseren, is Galfione y Cia, een garenfabriek die door Hugo Galfione in 1947 is opgericht, toen Juan Domingo Perón president van Argentinië was. Hugo’s kleinzoon, Luciano Galfione, is nu directeur van het bedrijf. De familie Galfione heeft onvoorstelbaar moeilijke tijden het hoofd weten te bieden, zoals na 2001 de hyperinflatie en de periode van de ruilhandel. Luciano Galfione betaalt maandelijks honderdvijftig salarissen uit, staat aan het hoofd van drie fabrieken en overleeft dankzij de binnenlandse markt. 

    Een verklaring voor de moeizame duurzame groei en de enorme inflatiedruk moet gezocht worden in de binnenlandse markt: de Argentijnse economie staat tamelijk los van de internationale handel. Je hoeft alleen maar naar Chili te kijken – een land met 19 miljoen inwoners, Argentinië telt 44 miljoen – om een idee hiervan te krijgen.

    Chili exporteert voor ongeveer 70 miljard dollar en importeert voor ongeveer 59 miljard dollar. Argentinië daarentegen exporteert voor iets meer dan 60 miljard, vooral graan en vlees, en importeert voor ongeveer hetzelfde bedrag. Galfione grapt: ‘Moet je eens zien hoe rijk het land zou zijn als het zich niks van de Argentijnen aan zou trekken.’

    In 1984, toen Argentinië een van de meest akelige dictaturen de rug kon toekeren, kwam econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson met een soortgelijke gedachte, zonder grappig te willen zijn: ‘Argentinië is het klassieke voorbeeld van een economie waar de relatieve stagnatie niet het gevolg is van het klimaat, de rassenongelijkheid, de malthusiaanse armoede of de technologische achterstand. Het lijkt wel of de samenleving en niet de economie ziek is.’ 

    Vorige regering

    De peronistische regering van Alberto Fernández houdt de vorige regering van de liberaal Mauricio Macri (2015-2019) verantwoordelijk voor de huidige crisis. Het klopt dat de peso 40 procent van zijn waarde verloor en dat de gigantische lening van het IMF grotendeels is weggevlogen in wanhopige pogingen het begrotingstekort te dichten en in speculaties (een groot deel van de 44 miljard dollar die Argentinië kreeg is naar het buitenland gegaan of verdwenen in kluizen).

    Toen tijdens de voorverkiezingen in augustus 2019 duidelijk werd dat de peronisten een comeback zouden maken kelderden de beurzen en devalueerde de peso met nog eens 38 procent. Om te voorkomen dat de boel zou instorten werd deviezencontrole van kracht. Maar Macri had op zijn beurt ernstige problemen geërfd van zijn voorgangster Cristina Fernández de Kirchner, de huidige vicepresident. 

    ‘De ene crisis stapelt zich op de andere,’ zegt Diego Sánchez-Ancochea, docent Politieke Economie aan de universiteit van Oxford. ‘Argentinië komt maar niet uit de crisis: in de jaren tachtig werd de staatsschuld groter, in de jaren negentig probeerde men via privatiseringen de problemen op te lossen, en met de crisis van 2001 en 2002 via wisselkoersen. Er worden maatregelen getroffen maar de structurele problemen worden nooit opgelost. De crisis komt niet terug, nee, de crisis is nooit weggeweest.’ 

    De crisis van de peso is chronisch. Decennia van hoge inflatie en waardevermindering van de peso plus het corralitotrauma van 2001-2002 (de bevriezing van bankrekeningen, waardoor de Argentijnen bijna een jaar lang niet bij hun geld konden; toen de maatregel werd opgeheven bleken hun dollartegoeden getransformeerd te zijn in gedevalueerde peso’s) hebben ervoor gezorgd dat Argentinië een land is met twee munten. Zo worden de prijzen op de vastgoedmarkt uitgedrukt in dollars. 

    Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’

    ‘De dollar is niet zomaar een variabele, maar een thermometer die aangeeft hoe het is gesteld met de economie en de politiek, en ook een instrument om geld te sparen,’ stelt Mariana Luzzi, die samen met Ariel Wilkis het boek El dólar, historia de una moneda argentina (‘De dollar, geschiedenis van een Argentijnse munt’) schreef. Argentinië zal nooit de hoeveelheid dollars kunnen genereren die het land nodig heeft, waardoor deviezencontrole  (particulieren mogen niet meer dan tweehonderd dollar per maand kopen) noodzakelijk is. Omdat er geen toerisme meer is, is het tekort aan dollarbiljetten nog nijpender geworden. De situatie is zo ernstig dat het verboden is om luxe auto’s en kostbare drank te importeren. 

    GettyImages 1227924848
    Bezorgers wachten op bestellingen in de hoofdstedelijke uitgaanswijk Abasto. – © Carol Smiljan / NurPhoto / Getty

    Spagaat

    Het lukt Argentinië maar niet om uit de spagaat te komen waar het sinds jaar en dag in gevangen zit. Enerzijds heb je de landbouwsector, de grote dollarmachine, met een uitstekende concurrentiepositie op de internationale markt en voorstander van vrijhandel. Anderzijds is er de industrie, die sinds het eerste bewind van Juan Perón (1946-1955) wordt gereguleerd door een bijna autarkisch protectionisme, dat is samen te vatten in wat de peronisten keer op keer herhalen: ‘Wij zorgen voor onszelf.’  

    Douglas Southgate, verbonden aan de Ohio State University en Latijns-Amerikadeskundige, poneert de volgende verklaring: ‘In Argentinië rust een uitzonderlijke vloek op de grondstoffen, die zijn oorsprong heeft in de agrarischesector. De landbouw, die een zeer gunstige internationale concurrentiepositie heeft, heeft relatief weinig werknemers nodig en de beste landbouwgrond is in handen van relatief weinig mensen. Hierdoor is deze sector een geliefd fiscaal doelwit voor politici die gekozen worden door mensen die in andere economische sectoren werken. De belasting van de Argentijnse landbouw heeft een chronisch slecht presterende nationale economie tot gevolg met frequente, ernstige crises.’ 

    In werkelijkheid is de landbouwsector direct of indirect goed voor meer dan twee miljoen arbeidsplaatsen. Dat is 14 procent van de werkende bevolking, terwijl de sector maar tien procent bijdraagt aan het bbp. De ware kracht van de landbouwsector – en de oorzaak van de conflicten die de sector heeft met het peronisme vanwege de belastingen en bronheffingen – zit hem in zijn sterke concurrentiepositie: van elke tien dollar die het land verdient aan zijn export, komt zeven dollar voor rekening van de landbouwsector. Zonder de landbouwexportindustrie zouden er nauwelijks deviezen het land binnenkomen. 

    Ondernemer Galfione heeft zijn eigen kijk op de zaak: ‘Mijn opa Hugo, de oprichter van ons bedrijf, had landbouwgrond in Santa Fe, Recreo, de duurste grond met de hoogste opbrengst, de sojagraanschuur van Argentinië. De man verkoopt in 1947 zijn landbouwgrond in Santa Fe en vertrekt naar Buenos Aires om een kousenfabriek op te zetten omdat volgens hem de industrie de toekomst is. Als ik hem nu zou spreken dan schoot ik hem overhoop. Maar alle gekheid op een stokje, hij had niet eens ongelijk, want elk ontwikkeld land heeft een krachtige industrie nodig.’ 

    Het probleem is dat Argentinië nooit een sterke industrie heeft gehad. 
    De overheid koos voor het model van importsubstitutie en begon halverwege de twintigste eeuw zelf allerlei soorten goederen te produceren zodat ze niet geïmporteerd hoefden te worden. Dit was het model dat destijds voor het hele continent werd aanbevolen door de Comisión Económica para América Latina y el Caribe (CEPAL) van de 
    Verenigde Naties om de economie te ontwikkelen en om de handelsbalans en de betalingsbalans in evenwicht te houden. De Argentijnse industriesector werd door de overheid beschermd en ontwikkelde zich zo verder totdat de dictatuur van 1976 brak met dit politieke beleid. ‘De militairen maakten een einde aan deze aanpak,’ aldus Luciano Galfione. 

    Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen

    Toen in 1976 de wereld gebukt ging onder een oliecrisis steeg het bbp in Argentinië naar 51 miljard dollar, dat van Zuid-Korea naar 30 miljard dollar. Vandaag de dag is de Argentijnse economie goed voor iets meer dan 80 miljard dollar, die van Zuid-Korea (dat sinds een halve eeuw zijn industrialisering heeft opgevoerd dankzij werkomstandigheden die grenzen aan slavernij en het manipuleren van wisselkoersen) bedraagt nu 1,4 biljoen dollar en is een exportkanon. 

    Wat is er in Argentinië gebeurd? Ondernemer Galfione legt het uit. In 2016 probeerde hij een project op te zetten waarbij hij met behulp van nanotechnologie kristalgaren met een speciale structuur kon maken dat bestand was tegen hitte, insecten en bacteriën. Hij had subsidie nodig die de overheid in de periode van Macri hem niet verleende. ‘Mijn machines kunnen zich meten met alle andere op de wereld en ik produceer op wereldniveau. Maar de kosten nekken me. China of India verkopen hun producten onder de kostprijs van de grondstoffen. Ik ben goedkoper dan Italië of Spanje, maar zij laten hun producten nu in het Oosten maken.’

    Er zijn ook nog andere problemen zoals de energie- en transportkosten: ‘De logistieke kosten rijzen de pan uit. Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen.’ Het resultaat is een wijdvertakte industrie die over het algemeen maar moeilijk kan concurreren met het buitenland. 

    Aangezien er geen concurrentie is met het buitenland omdat er nauwelijks wordt geïmporteerd – de invoerrechten zijn hoog – behoren de producten tot de middenmoot. De hoogwaardige technologie in bepaalde sectoren (genetische manipulatie, kernenergie, farmaceutische industrie) volstaat niet om dit patroon te doorbreken en dan is er ook nog een niet-aflatende braindrain naar het buitenland. 

    Fundamenteel probleem

    ‘Er is een fundamenteel probleem: een gebrek aan consistentie in de macro-economische politiek,’ constateert Néstor Castañeda, verbonden aan het University College in Londen en lid van het Institute of the Americas. ‘De productiestructuur is niet in balans en heeft externe financiering nodig. Alles hangt af van buitenlandse deviezen. Telkens als de wereldhandel krimpt of de buitenlandse investeringen afnemen, is er een gebrek aan reserves. Dit is niet op te lossen.

    Aan de ene kant komt Argentinië zijn financiële verplichtingen niet na, waardoor de toegang tot de grote markten wordt ingeperkt; aan de andere kant is er een gebrek aan coördinatie tussen het valutabeleid, het fiscale beleid en het monetaire beleid. Tien jaar lang is er groei, dan stort de boel in en is het weer terug bij af.’  

    In 2027 zal het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt

    Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’ van de Argentijnse economie. Er kwam een einde aan de dictatuur en met Raúl Alfonsín kwam de democratie maar ook de hyperinflatie. In 1989 stegen de prijzen met meer dan 3000 procent. In de garenfabriek maakte de vader van Luciano Galfione de balans op in kilo’s in plaats van in peso’s, want het was onmogelijk om de prijs van een product vast te stellen. Maar als je de macro-economische ontwikkelingen bekijkt, zijn er tientallen jaren verprutst, ook al werd er in de jaren negentig gemakkelijk geld verdiend toen onder president Carlos Menem de peso net zoveel waard was als de dollar. En ook al lukte het tijdens de gouden jaren van Néstor Kirchner (2003-2007) sterk te groeien met weinig inflatie dankzij de brute, door de vrije val van 2001-2002 opgelegde, bezuinigingen en dankzij de stijging van de sojaprijzen.  

    Econoom Martín Rapetti schat dat het bbp in Argentinië vandaag de dag nagenoeg gelijk is aan dat van 1974. Maar helaas is de ongelijkheid tussen rijk en arm veel groter. Bijna een halve eeuw vermorst. In een interview met dagblad Clarínschetst Rapetti een somber scenario: als je ervan uitgaat dat de Argentijnse economie in 2021 met 6 procent stijgt en jaarlijks gestaag doorgroeit met 4,5 procent, iets wat niet erg waarschijnlijk is, dan zal pas in 2027 het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt.

  • Biljoenen voor fossiele industrie | Geen cruiseschepen aan het San Marcoplein

    Biljoenen voor fossiele industrie | Geen cruiseschepen aan het San Marcoplein

    Banken investeren fors in fossiele industrie

    Banken financieren de fossielebrandstofindustrie nog steeds op grote schaal, aldus de Amerikaanse zender CNBC. Dit blijkt uit ‘Banking on Climate Chaos 2021’, een recent gepubliceerd rapport van een groep klimaatorganisaties. Tussen 2016 en 2020 staken zestig van ’s werelds grootste banken maar liefst 3,8 biljoen dollar in fossiele brandstoffen.

    ‘Dit rapport is een realiteitscheck voor banken die menen dat vage “nul”-doelen voldoende zijn om de klimaatcrisis te stoppen,’ aldus een analist van een van de klimaatorganisaties. Op jaarbasis daalde de totale financiering van fossiele brandstoffen weliswaar met 9 procent in 2020, maar volgens het rapport komt dat door vraagafname vanwege de coronapandemie.

    De financiering van fossiele brandstoffen was in 2020 hoger dan in 2016, het eerste jaar dat het klimaatakkoord van Parijs van kracht werd. Donald Trump trok de VS in 2017 terug uit de overeenkomst; Joe Biden maakte dat op zijn eerste dag als president weer ongedaan.

    De drie grootste investeerders zijn JPMorgan Chase (51,3 miljard dollar), Citi (48,4 miljard) en Bank of America (42,1 miljard).

    JPMorgan Chase weigerde commentaar maar verwees naar klimaatinitiatieven zoals ‘het aangaan van financieringen die in lijn zijn met de doelstellingen van Parijs’ en het faciliteren van 200 miljard dollar voor schone, duurzame financiering in 2025.

    Val Smith, hoofd Duurzaamheid van Citi, reageerde wel: ‘Als meest mondiale bank ter wereld erkennen we dat we verbonden zijn met veel koolstofintensieve sectoren die al decennialang wereldwijde economische ontwikkelingen hebben gestimuleerd. Om in 2050 een netto nuluitstoot te bereiken, is het noodzakelijk dat we samenwerken met onze klanten, ook klanten op het gebied van fossiele brandstoffen, om hen en de energiesystemen waarop we allemaal vertrouwen, te helpen bij de overgang naar een netto-nuleconomie.’

    Dat klinkt fraai, maar uit het rapport blijkt dat de wereldeconomie niet op schema ligt om de emissiereducties te behalen die zijn vastgesteld in het Akkoord van Parijs.


    Democratie op z’n Turkmeens

    Turkmenistan hield eind maart verkiezingen voor een nieuw opgerichte senaat, waarbij 112 kandidaten streden om 48 van de 56 senaatszetels. De voormalige Sovjetrepubliek in Centraal-Azië met 5,8 miljoen inwoners is een van de meest repressieve landen ter wereld, met een persoonlijkheidscultus rond de 63-jarige autoritaire president Goerbangoely Berdymoechammedov.

    Media staan onder strikte staatscontrole. Afwijkende meningen worden niet getolereerd en er waren dan ook geen oppositiekandidaten waarop gestemd kon worden.

    Uit de profielen van de kandidaten, gepubliceerd door regeringskrant Netralny Turkmenistan, blijkt dat het merendeel in staatsdienst is. Kiezers hadden slechts twee uur om te stemmen in een van de zes stembureaus, waarvan een in de hoofdstad Asjchabat en vijf elders, meldt Radio Free Europe/RL.

    Niet veel later wisten de autoriteiten al te melden dat de opkomst 98,7 procent bedroeg. Dat was niet te controleren, want buitenlandse waarnemers werden geweigerd. Binnenkort worden de
    48 winnaars bekendgemaakt en daarna onthult Berdymoechammedov zijn keuze voor de overige acht senaatszetels. En dan heeft Turkmenistan een heus tweekamerparlement.


    Failliet door Meghan Markle

    Splash News & Picture Agency, een prominent Amerikaans paparazzi-agentschap, heeft faillissement aangevraagd. Het bureau is in financiële problemen geraakt door een samenloop van omstandigheden, bericht The Hollywood Reporter. Door de coronapandemie worden sterren momenteel zelden in het wild gesignaleerd en dat betekent minder foto’s om te verkopen. Daarnaast voert Splash al langere tijd rechtszaken tegen beroemdheden omdat die auteursrechtelijk beschermde foto’s van zichzelf, gemaakt door Splash-fotografen, onrechtmatig zouden gebruiken.

    Maar de genadeklap komt door een privacyzaak die Meghan Markle heeft aangespannen vanwege foto’s van een ‘privéfamilie-uitje’ in Canada. In december werd gemeld dat er een schikking was getroffen, maar de zaak sleepte zich desondanks voort.

    ‘Het betreft een kwestie in verband met vrijheid van meningsuiting volgens de Britse wetgeving, die helaas voor Splash ondraaglijk duur blijkt om voort te zetten’, aldus het bureau.


    Noem mij maar ‘Zalm’

    Een plaatsvervangend minister van Taiwan heeft mensen met klem verzocht om te stoppen hun achternaam te veranderen in ‘Zalm’. Binnen enkele dagen brachten ongeveer honderdvijftig mensen, voornamelijk jongeren, een bezoek aan overheidskantoren om officieel hun naam te veranderen. Het fenomeen, dat door lokale media als ‘zalmchaos’ werd bestempeld, is het resultaat van een promotionele actie van een keten sushirestaurants.

    De actie duurde twee dagen en beloofde elke klant wiens identiteitskaart ‘gui yu’ bevatte, de Chinese karakters voor zalm, een onbeperkte sushimaaltijd waarvoor ook nog vijf vrienden mochten worden uitgenodigd, schrijft de Britse krant The Guardian.

    ‘Dit soort naamswijzigingen is tijdverspilling en veroorzaakt onnodig veel papierwerk,’ vindt de plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken, Chen Tsung-yen. Mensen die hun naam veranderden vanwege de actie zagen het probleem niet zo. ‘Ik heb vanmorgen mijn naam veranderd en de karakters “Bao Cheng Gui Yu” toe laten voegen,’ liet een student lokale media weten. ‘We hebben al voor 205 euro kunnen eten.’

    Zijn nieuwe naam betekent ‘explosieve knappe zalm’. Een vrouw liet weten dat ze haar voornaam heeft laten veranderen in ‘Zalm’ en dat twee vrienden dat ook hebben gedaan. ‘We veranderen onze namen daarna gewoon weer terug.’ In Taiwan mogen mensen hun naam maximaal drie keer officieel wijzigen.

    Een Taiwanees pakte het rigoureus aan en liet een recordaantal van 36 nieuwe karakters aan zijn naam toevoegen met de nadruk op zeevruchten, inclusief karakters voor ‘zeeoor’, ‘krab’ en ‘kreeft’.

    De restaurantactie is inmiddels geëindigd.


    Open wond

    la ferita photo by jr 1
    © JR

    De Franse fotograaf JR heeft in Florence op de gevel van Palazzo Strozzi een fotocollage onthuld met de titel La Ferita, de wond. Met deze optische illusie van een weggeslagen stuk muur wordt de binnenkant van het museum zichtbaar en zijn een aantal beroemde kunstwerken te zien. Hiermee wil JR het belang van de toegang tot cultuur tijdens de huidige crisis benadrukken, schrijft The Art Newspaper.

    Verschillende Italiaanse steden, waaronder Rome, Milaan en Venetië, zijn tot in ieder geval 6 april ‘op slot’. Arturo Galansino, directeur van het museum, zegt dat de symbolische wond verwijst naar de pijn die zowel culturele instellingen als hun publiek voelen door de noodmaatregelen.


    Tijdelijke oplossing Venetië

    Na jaren van protesten is de kogel door de kerk: cruiseschepen mogen niet langer langs het San Marcoplein in Venetië varen. Ze moeten nu aanmeren in de industriële haven van Marghera op het vasteland, bericht The Local Italy. De Italiaanse ministers van Infrastructuur, Cultuur, Toerisme en Milieu namen gezamenlijk de beslissing ‘om cultureel en historisch erfgoed te beschermen dat niet alleen Italië toebehoort, maar de hele wereld’.

    Het betreft overigens een tijdelijke oplossing; de ministers vragen om ideeën voor de aanleg van een terminal buiten de lagune om ‘een structurele en definitieve oplossing te bieden voor het probleem van grote schepen’.

    Voor de coronapandemie namen cruises naar Venetië tot woede van de lokale bevolking een hoge vlucht. De enorme schepen vormen een gevaar voor de historische gebouwen en zijn een bedreiging voor het kwetsbare ecosysteem van de lagune.


    Wat zegt de buitelandse pers over het bloedvergieten in Myanmar

    Maung Zarni, Myanmarees activist, Anadolu News

    ‘Na de slachting van honderden ongewapende demonstranten en burgers in Myanmar vond een ongekende historische gebeurtenis plaats: de Tatmadaw, de nationale strijdkrachten, stierven als nationale instelling. Gestorven in de harten en geesten van de overgrote meerderheid van 54 miljoen mensen in Myanmar.

    Het is meer dan absurd dat legerhoofd Min Aung Hlaing op de Dag van de Strijdkrachten zegt dat zijn troepen de bevolking beschermen, terwijl zijn soldaten aan het moorden zijn met volstrekte straffeloosheid.’


    Thitinan Pongsudhirak, professor aan de Chulalongkorn-universiteit, Bangkok Post

    ‘Het toenemende geweld en het bloedvergieten in Myanmar zijn een existentiële crisis voor de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN geworden). Normaal gesproken is de hoop gevestigd op de beproefde ASEAN-manier om voor betrokkenen in een conflict een compromis te vinden, maar nu is de situatie te nijpend en duister.

    Tenzij de uit tien landen bestaande organisatie het verschil kan maken en de afdaling van Myanmar naar oncontroleerbaar geweld en een mogelijke burgeroorlog weet te stoppen, riskeert de ASEAN ondermijning en zelfs beëindiging van zijn succesverhaal.’


    Evan A. Laksmana, politiek wetenschapper CSIS, The South China Morning Post

    ‘Sinds begin februari wil Indonesië een reactie van ASEAN op de crisis in Myanmar. Indonesië kan zich niet veroorloven niets te doen, want als de crisis escaleert tot een burgeroorlog, wordt Myanmar voor Indonesië
    een “Zuidoost-Aziatisch Syrië of Afghanistan”: een nachtmerrie die het Indonesische leiderschap binnen ASEAN aantast.

    Hoewel Indonesië in het verleden heeft bijgedragen aan doorbraken in Myanmar, heeft het geen significante invloed op verschillende bij de crisis betrokken partijen.’


    Andrew Selth, professor Griffith Asia Institute, The Interpreter

    ‘Gezien de opwaartse geweldsspiraal zijn de mogelijkheden voor demonstranten beperkt.

    Ze kunnen terugkeren naar hun huizen en zich aanpassen aan de harde realiteit van een nieuwe militaire regering. Ze kunnen kiezen voor meer geweld en worden dan geconfronteerd met een gedisciplineerde, goed bewapende militaire organisatie die geen scrupules heeft om alle tekenen van oppositie de kop in te drukken. Ze kunnen vluchten en vluchteling worden, en proberen een eigen regering in ballingschap op te zetten.’

  • Deze heilige man verdient miljoenen. De CEO van Patanjali Ayurved Ltd.

    Deze heilige man verdient miljoenen. De CEO van Patanjali Ayurved Ltd.

    Ramdev vergaart als yogagoeroe en succesvol entrepreneur meer macht dan welke zakenman in India dan ook, misschien zelfs wel meer dan de premier. Hij lijkt wel een Indiase versie van Donald Trump. Een zakenman met entertainmentkarakter en een hoogst flexibele relatie tot de waarheid. ‘Sommige bedrijven gaan aan controverses ten onder,’ zei hij ooit in een interview, ‘wij bloeien daardoor pas echt op.’

    De CEO neemt de houding aan die zijn handelsmerk is geworden. Hij trekt zijn naakte, behaarde buik zover in dat er een holte ontstaat, zijn borstpieren zwellen op. Hij ademt in, secondenlang gaat de lucht naar binnen en dan ademt hij, langzaam en diep, weer uit. De CEO zit met zijn benen gekruist op een podium, in het verblindend felle licht van spotlights, zijn lichaam en voorhoofd glimmen van het zweet. Hij heeft een oranjerode lap om zijn heupen, een zwartgrijze stoppelbaard en een paardenstaart. Zijn naam: Baba Ramdev.

    Het podium staat aan de korte kant van een lange, hoge hal. Het is er schemerig en koel, een graad of tien misschien, en het ruikt er naar allerlei soorten zweet. Op de vloer, in rijen van de ene kant van de hal naar de andere, zitten jonge mannen en vrouwen op dunne matjes, hun benen gekruist, handpalmen omhoog, ogen gesloten. De vrouwen hebben doeken en dekentjes om hun hoofd en lichaam en vaak dikke wollen sokken aan. De mannen zijn blootsvoets en hebben een oranje lap omgeslagen, hun bovenlichaam is naakt. ‘Oeeeem’ roept de CEO in zijn headset. ‘Oeeeem’ echoot de hal en ademt diep uit, secondenlang, en weer in, langzaam en diep.

    Op het buitensporig grote filmdoek achter het podium is nu eens een close-up van Ramdev, dan weer een van iemand uit de zaal te zien. Vier mannen staan, als in een televisiestudio, achter grote, verrijdbare camera’s te filmen. ‘Op deze manier bereiken we de allesomvattende verandering, de revolutie, de ultieme goddelijke transformatie van het zelf,’ roept Ramdev. Hij spreekt Hindi doorspekt met Engels: change, revolution, divine self, transformation, een paar keer boert hij, zijn woorden worden begeleid door een zachte melodie, naast het podium zit een jonge panfluitspeler.

    Zelfbenoemde heilige

    Ramdev is een van de meest vooraanstaande yogagoeroes van India met zijn 1,3 miljard inwoners. Zijn naam staat voor de eenheid van lichaam en geest, voor spirituele zuiverheid en verlichting, voor het moeizame streven naar moksha, de bevrijding uit de kringloop van de eeuwige reïncarnatie, het hoogste levensdoel van het hindoeïsme. Ramdev is een baba, een zelfbenoemde heilige man.

    En Ramdev is een prominent ondernemer, mede-eigenaar van Patanjali Ayurved Ltd., omzet meer dan een miljard dollar, ruim 30.000 werknemers, meer dan 2500 producten. Tandpasta, geneeskrachtige kruidenmoes, linzenmeel, geklaarde boter, haarolie, tabletten voor de spijsvertering – Patanjali fabriceert alles wat Indiase huishoudens voor hun dagelijks gebruik nodig hebben.

    Naast de internationale consumptieartikelgiganten Hindustan Unilever, Nestlé en Procter & Gamble, die de Indiase markt domineren, is Patanjali weliswaar een dwerg en zijn omzet een fractie van die van de grote jongens, maar de dwerg ontwikkelt zich bliksemsnel. Patanjali is een van de snelst groeiende fabrikanten van consumptieartikelen in het land, de Indiase industrie- en handelsvereniging beschouwt de onderneming van yogagoeroe Ramdev als ‘de meest disruptieve kracht in de markt’.

    Een heilige man die als ondernemer miljoenen verdient, dat klinkt tegenstrijdig

    Een heilige man die als ondernemer miljoenen verdient, dat klinkt tegenstrijdig. Goeroes leven als monniken, zien af van iedere vorm van bezit en ontzeggen zich alle aardse goederen, zo wil de religieuze traditie. Althans officieel. Ramdev is niet de eerste Indiase goeroe die spiritualiteit en kapitalisme weet te verenigen. Al in de jaren tachtig hielp Bhagwan Shree Rajneesh niet alleen miljoenen mensen op de hele wereld bij hun zoektocht naar zingeving, hij hielp vooral zichzelf aan een luxeleven met een verzameling Rolexen en Rolls-Royces. Zijn aanhangers maakten hun hele vermogen aan hem over en richtten overal ter wereld bedrijven voor hem op.

    Het gaat Ramdev om meer dan geld alleen. ‘Dit is nog maar het begin,’ galmt het door de zaal. ‘Eerst halen we Unilever in. Dan worden we de grootste producent van consumentenartikelen ter wereld. Meer dan tweehonderd jaar hebben vreemde machten onze Moeder India leeggeplunderd. Tegenwoordig buiten internationale concerns ons land uit door ons producten vol chemische stoffen te verkopen die schadelijk en gevaarlijk zijn. Wees voorzichtig en verzet je. Wees Indiërs. Eet en drink als een Indiër. Draag Indiase kleding! Spreek Indiase talen!’

    Patanjali Ayurved Ltd

    Het hoofdkantoor van Patanjali ligt in de staat Uttarakhand, in de buurt van Haridwar, wat ‘Poort naar God’ betekent, een van de zeven heiligste steden van de hindoes, ruim 200 kilometer ten noordoosten van New Delhi aan de voet van de Himalaya. Haridwar bestaat uit twee delen waar de Ganges tussendoor stroomt, het water is ijskoud en kristalhelder, in de avondschemering wassen gelovigen zich in de heilige rivier, ze zingen, zetten houten bordjes met bloesems, kaarsen en wierookstaafjes op het water, bij zonsopgang zitten er vissers langs de oever, die grote vissen uit het water halen.

    De tweebaansweg NH 334 loopt vanuit de stad richting Delhi. Langs met mos begroeide tempels, gigantische godenbeelden, oranje-rood schitterende bloemenstalletjes, langs reclameborden voor bioscoopfilms en telefoonaanbieders, benzinepompen, langs reclames voor melkpoeder, meel en mangosap. Op de verpakking van de levensmiddelen staat een foto van Ramdev met zijn linkerarm om de schouders van een wat kleinere man, gekleed in een witte lap, allebei lachen ze naar de camera.

    Gewetenloos

    Het klinkt als een slechte grap: in juni 2020 brengt Patanjali een nieuw product op de markt dat Coronil Kit heet.

    Volgens Acharya Balkrishna is het een 100 procent werkzame en streng wetenschappelijk geteste medicijnkit voor de behandeling van covid-19. Terwijl er op de hele wereld geen enkel werkzaam therapeutisch middel bestaat waarmee covid-19 kan worden genezen. Weliswaar mag Patanjali het product op bevel van de regering niet meer als medicijn tegen corona aanprijzen en verkopen, maar onder het label ‘immuunbooster’ is het in december 2020 nog steeds verkrijgbaar, gewoon via Amazon. Een kit kost omgerekend vier euro.

    Een halfuur met de auto, ruim twintig kilometer verder, neemt de taxichauffeur een afrit. De smalle weg loopt langs een hoge muur, de taxi stopt voor een brede toegangspoort met dubbele slagbomen, beveiligers met donkere zonnebrillen willen onze paspoorten zien, bewakingscamera’s zoomen in op de taxi. Het hoofdkantoor van Patanjali Ayurved Ltd. is gevestigd in een zachtroze geverfd gebouwencomplex, verspreid over een terrein zo groot als een kleine stad. In de uitgestrekte perken bloeien oranje en gele bloemen, fonteinen spuiten water omhoog, banners met ‘Sale’ erop maken reclame voor dameskleding, ‘Department of Yoga Science’ staat boven de toegangsdeur van het grootste gebouw, waarvoor ziekenauto’s geparkeerd staan.

    GettyImages 477236780
    Zelfbenoemde heilige Ramdev geeft leiding aan het yogatrainingskamp in Panchkula georganiseerd door zijn miljoenenbedrijf Patanjali. Op 21 juni wordt verwacht dat 45.000 mensen een record zullen vestigen als ze hun asana’s beoefenen op het gazon bij de triomfboog India Gate. –
    © Sonu Mehta / Hindustan Times / Getty

    In de hal waar we binnenkomen is het halfdonker, op een verhoging troont een standbeeld van Baba Ramdev in kleermakerszit, schijnwerpers dompelen het in een fel licht. Op de eerste verdieping een gang met kantoren. In het laatste kantoor links, achter een massief bureau vol stapels papier, voor kasten vol boeken, foto’s en godenbeelden zit de in een witte doek gehulde man van het aanplakbiljet: Acharya Balkrishna, 55, de directeur van de onderneming.

    ‘Omzet en winst zijn voor ons nooit belangrijk geweest,’ zegt Balkrishna. ‘En juist dat is het succes van Patanjali. Wij richten ons uitsluitend op de behoeften van de mensen. We ontwikkelen producten die hen helpen een beter leven te leiden.’ Balkrishna praat snel en glimlacht vaak, zijn gezicht is rond met een flinke overbeet, hij heeft een hoge stem. Een jongeman brengt een blad met pakjes en potjes. Balkrishna scheurt en schroeft open, biedt koekjes aan –  ‘zo lekker, die heeft geen enkele andere producent’ – en geeft ons een lepel met een donkerbruine, taaie, kleverige pasta – ‘ons allereerste product, chyawanprash, een geneeskrachtige kruidenmoes, heel erg gezond’. Uit een la van zijn bureau haalt hij een ketting van houten parels – ‘voor het dagelijkse gebed, een eeuwig aandenken aan Patanjali’.

    Yogaleraar

    Het verhaal begint in 1965. Ramdev wordt geboren als zoon van een boer in Saidalipur, een stoffig dorp in de noordelijke staat Haryana. Als kleine jongen is hij voortdurend ziek, zijn gezicht is vervormd door kinderverlamming, sindsdien loenst hij met zijn linkeroog.

    Al vroeg leert hij yoga uit een boek, hij woont jarenlang in de eenzaamheid van het Himalayagebergte, daarna bij een yogagoeroe. Daar leert hij Balkrishna kennen. Ze bestuderen de oude geschriften van het hindoeïsme, discussiëren over de zin van het leven, verzamelen geneeskrachtige kruiden waarvan ze traditionele Indiase ayurvedamedicijnen maken en exploiteren een combinatie van apotheek en miniziekenhuis, vier kamers in een golfplaten loods. Ramdev reist als yogaleraar door het land en verkoopt zijn zelfgemaakte middeltjes. In 2006 richten ze hun eigen bedrijf op, dat ze noemen naar de oervader van de yoga, de wijze Patanjali, die vermoedelijk heeft geleefd in de vierde of derde eeuw voor Christus en een combinatie van mens en slang moet zijn geweest.

    Bij volle bewustzijn

    ‘De seculaire wereld zit vol gaten,’ schreef de Brits-Zwitserse filosoof Alain de Botton. Wat hij daarmee bedoelde: als ze niet meer tot een vaste religie behoren, houden veel mensen toch een verlangen naar spiritualiteit.

    Zo gaf in een enquête van het Amerikaanse onderzoeksinstituut Pew Research Centre in 2018 11 procent van de West-Europeanen aan ‘spiritueel, maar niet religieus’ te zijn. Dat kan een van de redenen zijn dat yoga en ayurveda in de westerse wereld de laatste jaren steeds populairder zijn geworden. Veel mensen zien daarin een weg naar een gezonder leven, waarin waakzaamheid, beweging en bewuste voeding een plaats vinden. Het woord ‘ayurveda’ komt uit het Sanskriet en betekent ‘kennis van leven’.

    Twintig kilometer van het hoofdkantoor van Patanjali, Laksar Road, Padartha. Op een oppervlak ter grootte van 54 voetbalvelden staat een complex van fabrieks- en kantoorgebouwen, het Patanjali Food and Herbal Park. De onderneming heeft vijftig productielocaties in India, de fabriek bij Haridwar is tot nu toe de grootste, daar werken zestienduizend mensen, ’s morgens vroeg rijden Patanjalibussen door de dorpen in de regio om de arbeiders op te halen, ’s avonds brengen ze hen weer terug.

    Onder een zinken dak stoken arbeiders met hout de ovens gloeiend heet, ze vermalen glanzende stenen tot stof of roeren in ketels met een zilverachtige vloeistof. ‘Onze afdeling ayurvedamedicijnen,’ legt de fabrieksdirecteur uit. Binnen een doolhof van installaties, lopende banden, hoge kasten, computers. Machines vullen flessen, zakjes, tubes, mannen drukken op knoppen van machines, vrouwen pakken dozen vol met flessen, zakjes en tubes. ‘Op dit moment werken we aan meer dan vijftig nieuwe producten,’ vertelt het afdelingshoofd, een ex-Unileverman.

    Verkoophits

    Levensmiddelen, lichaamsverzorging, schoonmaak- en wasmiddelen, medicijnen: geen enkele andere Indiase fabrikant heeft zo’n breed scala aan producten als Patanjali; elke maand komt er in elke categorie iets nieuws bij. Het bekendste product is ghee, geklaarde boter, een must in de Indiase keuken. Verkoophit nummer twee is: Dant Kanti, een tandpasta, modderkleurig met kruidnagelsmaak, volgens Patanjali een echt ayurvedaproduct. Indiase gebruikers zijn dol op het merk en hebben er vertrouwen in, er zijn geen officiële standaarden maar alles rond de traditionele geneeskunde is booming. Met deze tandpasta veroverde Patanjali in no time een marktaandeel van vier procent ten koste van het marktaandeel van Colgate-Palmolive, waarop de analisten de rating van deze reus in de branche meteen verlaagden. Kort daarop kwam het megaconcern met een tandpasta met ayurvedakruiden, concurrent Unilever lanceerde ayurvedische shampoo en haarolie en ook Indiase producenten vergrootten hun aanbod van natuurlijke producten.

    Patanjali verklaarde de globale concurrentie de oorlog. ‘Ab tak Colgate ka toh gate khul gaya,’ verkondigde Baba Ramdev op een persconferentie met ogen die vuur schoten, zijn rechterhand tot een vuist gebald. ‘De poort van Colgate zal dichtvallen. Het Nestlévogeltje vliegt weg. Pantene doet het in zijn broek. De macht van Unilever wordt gebroken.’

    Ayurvedaproducten vormen bij Patanjali maar een fractie van het assortiment. Het grootste deel is cornflakes, muesli, jam, ketchup, pasta, koekjes, mineraalwater, wasmiddelen, haargel, frisdrank, luiers, kant-en-klaargerechten. Klassieke consumentenartikelen zoals ze over de hele wereld worden gekocht. Patanjali prijst alles aan als natuurproduct. Sinds kort doen ze ook in mode, een paar traditionele Indiase spullen, maar voor het grootste deel T-shirts, sportkleding, jeans, alles ruim gesneden, niets dat het figuur benadrukt. ‘Dat ik een heilige man ben, betekent niet dat ik modern leven en spiritualiteit als tegenstellingen beschouw,’ zo kondigde Ramdev de modelijn aan. ‘Jeans zijn een westers concept,’ vulde Balkrishna aan, ‘dus zijn er twee opties. De ene optie is boycotten. De betere optie: aanpassen aan de Indiase mentaliteit.’

    Verkoudheid, kanker, diabetes, hartkwalen, overgewicht, onvruchtbaarheid, grauwe staar: volgens Ramdev is er niets dat zijn yoga niet binnen een paar weken, voorgoed geneest

    Tegenover de marktmacht van de grote concerns zetten Ramdev en Balkrishna hun eigen strategie. Succesfactor nummer een: de prijs. Patanjali is zo’n veertig procent goedkoper dan zijn grote concurrenten. Nummer twee: hun presentie op de markt. Patanjali is aanwezig op de megamarkten van de metropolen, in piepkleine dorpswinkeltjes, bij de Indiase onlinewinkels Bigbasket en Flipkart, bij Amazon. En er zijn Patanjali chikitsalays, franchisewinkels met uitsluitend producten van Patanjali. Verspreid over het hele land zijn er meer dan vijfduizend chikitsalays; ze liggen midden in woonwijken, de eigenaars kennen hun klanten persoonlijk. Een Indiaas miniwinkelformat waarover geen enkele andere producent van consumentenartikelen beschikt.

    Succesfactor nummer drie: de baas, Baba Ramdev. Toen hij met zijn yogacursussen door het land toerde, werd zijn aandacht getrokken door een religieuze televisiezender, Sanskar TV. Ramdev kreeg een eigen show, iedere ochtend van 6.45 tot 7.05 uur liet hij de kijkers eenvoudige yoga-oefeningen zien, zoals de voorvaders van de yoga die al praktiseerden. Later werd zijn show overgenomen door een concurrerende zender; nu bezit Patanjali beide zenders. Lotuszit, arendhouding, vispositie, bewust ademhalen: in heel India doen de mensen mee aan de ochtendshow van Ramdev, rijk en arm, jong en oud, man en vrouw, een fitnessprogramma voor de massa, perfect voor de officieel grootste democratie ter wereld.

    ‘Oeeeem!’ Ramdev begroet zijn kijkers in kopstand, na twintig minuten live yoga doceert hij over de genezende kracht van zijn methode. ‘Geen ingewikkelde filosofie, geen ideologie, mijn yoga is simpel en werkt meteen.’ Verkoudheid, kanker, diabetes, hartkwalen, overgewicht, onvruchtbaarheid, grauwe staar: volgens Ramdev is er niets dat zijn yoga niet binnen een paar weken, en vaak al binnen een paar dagen, voorgoed geneest. ‘Het is allemaal niet alleen wetenschappelijk bewezen,’ doceert hij in zijn shows, ‘het is zelf allemaal wetenschap in haar zuiverste vorm.’

    Gecombineerd met de producten van Patanjali werkt zijn yoga volgens hem het best

    Gecombineerd met de producten van Patanjali werkt zijn yoga volgens hem het best. ‘Herbal Power Vita versterkt het lichaam en de hersenen en verbetert het gezichtsvermogen,’ zegt hij in een reclame voor een nieuw vitaminedrankje. ‘Laat je niet misleiden door reclame van de internationale concerns, maar koop wetenschappelijk erkende ayurvedaproducten.’

    Ramdev doceert zijn filosofie ook live in crashcourses, waar inmiddels ongeveer 70 miljoen mensen aan hebben deelgenomen. De trainingskampen vinden plaats in een hal bij het hoofdkantoor van de firma, er kunnen tienduizend mensen met hun yogamatjes in. Bovendien reist hij de wereld over om massa-yoga te geven in Nepal, Japan en de VS. Ramdev, het podiumbeest.

    De heilige man vult voetbalstadions, is een vrolijke en gevatte vaste gast in tv-talkshows en won in 2017 een wrestlingwedstrijd op tv tegen een Oekraïense Olympisch medaillewinnaar. Hij heeft miljoenen volgers op de sociale netwerken, zijn leven is verfilmd in een vijfentachtigdelig epos. Er zijn biografieën en populairwetenschappelijke boeken over hem verschenen: The Baba Ramdev Phenomenon, From godman to tycoon, Patanjalize your brand. Topmanagers van concurrerende concerns vinden Baba ‘een ongelooflijk sterk merk’.

    In de consumentenmarkt betekent een succesvol merk identiteit, imago, vertrouwen. Producenten moeten van consumenten gelovigen maken. Ramdev maakt gelovigen tot consumenten.  ‘Wat we ook doen, we volgen geen strategie, we hebben geen plan,’ zegt Ramdev. Hij trekt zijn omslagdoek recht en slaat zijn rechterbeen over het linker, aan zijn voet bungelt een houten sandaal met dikke zolen.

    In de verte ruist een kunstmatige waterval

    Ramdev zit op iets dat het midden houdt tussen een enorme sofa en een schommel, boven zijn hoofd hangt een ingelijst olieverfschilderij van hemzelf. De sofaschommel staat op het terras van zijn huis, dat ligt in een park met een knalgroen grasveld, weelderige bloembedden, vogels, bijen, bloemen. In de verte ruist een kunstmatige waterval, pauwhanen zetten hun veren op, op bankjes onder de bomen zitten jonge vrouwen te lezen.

    Het enorme huis is een kopie van het huis van waaruit Indiaas vrijheidsstrijder Mahatma Gandhi ruim honderd jaar geleden het geweldloze verzet tegen de Britse koloniale macht propageerde. ‘Shant Kutir’ heet Ramdevs huis, ‘Het rustige huisje’, het wordt vierentwintig uur per dag bewaakt door veiligheidsmensen.

    ‘Het geheim van het succes van Patanjali?’ Ramdev moet lachen. ‘Heel eenvoudig! De mensen vertrouwen ons. Meer dan een miljard mensen in dit land kennen me. Ach, wat zeg ik, de hele wereld kent me!’

    Khadi

    Uitsluitend producten kopen die afkomstig zijn uit je eigen land en het zo economisch onafhankelijk maken van andere landen is een gedachte die oorspronkelijk van Gandhi komt. Het produceren en dragen van een simpel katoentje, de khadi, moest de Indiërs werk geven en hen onafhankelijk maken van importen van de Britse koloniale heersers. Swadeshi, ‘Het eigen land’, heette de beweging, waarin de khadi symbool stond voor verzet en verandering. Maar economisch succes heeft het India niet gebracht.

    Ramdev en Balkrishna pakken het anders aan. ‘Nationalisme, ayurveda en yoga, dat zijn onze zuilen,’ verkondigen ze op de ondernemingswebsite. In onze moderne consumptiegoederen is het patriottisme geïntegreerd, beloven ze. Indiase economen denken dat deze slimme, nieuwe swadeshi-interpretatie Patanjali’s succesfactor nummer vier is.

    Make India great again

    Het is dezelfde koers die de rechts-conservatieve regering van premier Narendra Modi vaart. Nog maar een paar jaar geleden wilde Modi internationale ondernemingen overhalen zich in India te vestigen, maar dat plan is van tafel. Sindsdien is het doel dat India onafhankelijk moet worden van import, het moet net zo sterk en zelfstandig worden als in de eeuwen voordat de Britten het enorme land als kolonie exploiteerden. Make India great again.

    En Modi wil meer: ‘Made in India’-producten moeten de wereldmarkt veroveren, het land moet na China en de VS de op twee na grootste economie ter wereld worden. De weg is lang, de economische uitdagingen zijn groot, en dat geldt ook voor de droom om een supermacht te worden.

    Ramdev springt op van de sofa. ‘Laten we mijn huisje bekijken,’ roept hij terwijl hij in zijn handen klapt. Op een binnenplaats klatert een fontein, uit miniluidsprekers klinkt hemelse muziek. Ramdev laat ons zijn werkkamer zien. ‘Aan mijn bureau zit ik nooit, daar heb ik geen tijd voor.’ Zijn yogakamer. ‘Om halfvier sta ik op, ik begin mijn dag altijd met een glas bessensap voor het immuunsysteem.’ Zijn slaapkamer. ‘Ik slaap nooit op het bed, een yogi rust alleen goed uit op een matje.’

    Verdere vragen negeert hij, hij stelt tegenvragen, maakt grapjes. Over Ramdevs privéleven is niets bekend, blijkbaar woont zijn moeder bij hem. Homoseksualiteit heeft hij meermaals aangeduid als ‘immoreel en onnatuurlijk’, een ziekte die door zijn yoga genezen kan worden. Er gaat een telefoon, Ramdev vist een iPhone uit zijn gewaad. ‘Goedemorgen Balkrishna,’ zegt hij in het Hindi, dan gaat hij over op het Sanskriet, de oude taal van de geleerden, het Latijn van India. De tolk haalt haar schouders op en maakt een verontschuldigend gebaar.

    De dag daarna, een hoge, lichte hal in het Patanjali-hoofdkwartier. In een laboratorium staan mannen in witte jassen aan microscopen, overal staan schalen met bladeren, wortels en takjes. ‘We werken aan een nieuwe druk van mijn ayurvedaencyclopedie,’ zegt Balkrishna. Hij strijkt liefkozend over de rug van een boek en glimlacht. ‘Vanaf volgende maand houd ik hier kantoor.’

    Achter het gebouw ligt een tuin met kruiden, struiken, bomen. Balkrishna straalt. ‘Mijn plantenverzameling.’ Bij het park hoort ook een labyrint van kunstmatige grotten met levensgrote gouden diorama’s, ayurvedadokters uit voorouderlijke tijden die patiënten behandelen. Spotjes verlichten de donkere taferelen, een mix van openluchtmuseum en Disney.

    Balkrishna klimt op de bijrijdersstoel van een witte terreinwagen, we gaan het land op. Te midden van grasland en akkers bevindt zich een complex van stallen en weiden, Patanjali’s proefboerderij voor akkerbouw en veeteelt. Balkrishna loopt door de stal, aait kalfjes, voert koeien, hij heeft witte plastic sandalen aan met tennissokken, achter op zijn hoofd wipt zijn staartje, een religieus kenmerk van mannelijke hindoes. ‘Daar buiten staat onze biogasinstallatie, die produceert nu twaalf kilowatt en die gaan we vergroten.’

    Balkrishna loopt dwars door het veld, plukt hier en daar wat, trekt onkruid uit, snijdt een stukje suikerriet af waar hij vervolgens smakkend op loopt te kauwen, legt uit, gebaart, lacht. Achter de velden gaat de zon gloeiend oranjerood onder, het stinkt naar koeienstront. ‘Balkrishnaji en Swamiji zijn goden,’ zegt de manager van de boerderij zachtjes, hij gebruikt het in India gebruikelijke woord voor yogagoeroes, swami, en de eerbiedsvorm van Indische namen, het achtervoegsel -ji. ‘Alles wat zij doen, doen ze ten dienste van de hele wereld. Ze zijn niet alleen goden voor alle Indiërs, ze zijn goden voor alle mensen.’

    Balkrishna kwam in 1972 als zoon van een Nepalese boer ter wereld. Toen hij nog klein was emigreerde zijn familie naar India, later werd hij een ayurvedageleerde. Nu is hij eigenaar van 98,5 procent van de aandelen Patanjali en staat hij in de top honderd van rijkste Indiërs, met een geschat vermogen van 2,2 miljard dollar. Ramdev bezit officieel niets, in India zijn heilige mannen verplicht te leven als monniken, in kuisheid en ascese. Yogi Ramdev is de marketingmachine, het gezicht van de onderneming. Onderzoeker Balkrishna is het verstand, de getallenmens en strateeg. Moksha, de bevrijding van het wereldlijke, samen met het vrijemarktmechanisme resulteren in spiritueel kapitalisme. Twee tegengestelde karakters, een perfect power couple.

    ‘We leggen alles vast, iedere stap in het arbeidsproces. Als er iets niet klopt, als de regels niet worden gevolgd, heeft dat onmiddellijk consequenties,’ zegt de leider van het controleteam, een man van midden dertig in een oranje wikkeldoek. Hij zit voor een wand met tientallen monitors, de camera’s zenden live uit vanuit de fabrieken. ‘Elke avond stuur ik Acharyaji een uitgebreid rapport.’

    Het hoofd van de controle drukt op een knop, de camera zoomt in op een lopende band, op gezichten en handen. ‘Onze ondernemingscultuur is uniek,’ zegt hij. ‘Onze medewerkers krijgen workshops, yogales, les in de oude geschriften, goede voeding, natuurlijk zonder vlees of alcohol. We leren ze alles wat voor goede Indiërs belangrijk is.’ Ramdev en Balkrishna gelden als autocratische micromanagers. Het ontwerp van een shampoofles, een nieuwe advertentie, de grootte van een nieuwe koestal, ze bemoeien zich overal mee en beslissen alles zelf. De lonen bij Patanjali zijn laag, tot wel vijftig procent lager dan bij de concurrentie, wat de dertigduizend medewerkers presteren, geldt niet als werk. Ramdev noemt het sewa, een spirituele dienst.

    Dubieus web

    De twee directeuren geven ook leiding aan ziekenhuizen, yogacentra, scholen, een universiteit, een mediabedrijf met twee eigen tv-zenders, binnenkort gaan ze bovendien in onroerend goed; bij het hoofdkwartier ontstaat een luxe appartementencomplex met golfbaan, zwembad en een winkelcentrum. In Nepal, Engeland, Canada, op Mauritius en binnenkort ook in de VS en Schotland zijn Patanjali-instituten ‘die zich dag en nacht inzetten voor de verspreiding van de nobele en verheven aspecten van de Indiase cultuur’, zo staat het in ‘Patanjali, In the Service of Mankind’, een van de tig brochures van het bedrijf.

    Indiase journalisten berichtten over schijnfirma’s, mysterieuze sponsors, stromannen, illegale geldzaken. Balkrishna en een jongere broer van Ramdev kregen, zo wordt beweerd, door een firma miljoenen aan winstaandeel uitgekeerd, in een jaar tijd bijna zestig procent van de omzet. Al met al is het een hoogst dubieus web van ondernemingen, vinden Indiase deskundigen; Patanjali is ‘volkomen ondoorzichtig’. Omdat Ramdev en Balkrishna bewust niet naar de beurs gaan, hoeven ze geen inzicht te geven in de cijfers van hun onderneming.

    GettyImages 541219070

    Business bij Patanjali is een permanent schandaal. Soms gaat het om hun producten en verschijnen er krantenkoppen over het ontbreken van vergunningen van de warenautoriteiten, ingrediënten die de gezondheid in gevaar brengen, geknoei met ingrediënten, ongeoorloofde chemische conserveringsmiddelen. Een laboratorium ontdekte menselijk DNA in een medisch product. Steeds weer duikt het verwijt op dat ze alleen succesvol zijn omdat ze handig zijn in het kopiëren van de concurrentie.

    De koekjes die Balkrishna in zijn kantoor serveert, zien er net zo uit en smaken precies hetzelfde als de koekjes van een andere Indiase producent. In 2015 moest Nestlé zijn in India razend populaire instantnoedels uit de schappen halen omdat beweerd werd dat er lood in zat. Prompt kwam Ramdev met een eigen kant-en-klaarversie. Patanjali bracht ook een eigen chat-app voor mobiele telefoons op de markt, ‘India’s aanval op WhatsApp’, zoals Balkrishna aankondigde. Dezelfde dag nog werd de app door IT-experts ontmaskerd als een kopie van een Amerikaanse startup. ‘Dilettantistisch plagiaat!’ grinnikte het net.

    ‘Schijnfirma’s? Schandalen? Allemaal geruchten, het werk van westerse belangen!’

    ‘Schijnfirma’s?’ Ramdev moet lachen. ‘Schandalen?’ Hij schudt het hoofd, buigt naar voren en vormt met zijn vingertoppen een driehoek, trekt zijn borstelige wenkbrauwen samen. ‘Allemaal geruchten, het werk van westerse belangen!’ roept hij uit. ‘Een samenzwering die duidelijk als doel heeft ons te beschadigen. Patanjali staat synoniem voor de tradities en de cultuur van onze Moeder India. Wie ons aanvalt, valt onze natie aan.’

    Een teflonattitude en het in een kwaad daglicht stellen van zijn critici is Ramdevs typische verdedigingslijn. Negatieve berichten in de media doet hij op Twitter af als ‘allemaal fake nieuws’, een kritisch boek over zichzelf liet hij door de rechter verbieden en mocht in India niet verkocht worden, de schrijfster mocht niet in het openbaar over haar boek spreken. Ramdev maakt de indruk van een Indiase versie van Donald Trump. Een zakenman met entertainmentkarakter en een hoogst flexibele relatie tot de waarheid. ‘Sommige bedrijven gaan door controverses ten onder,’ zei Ramdev ooit in een interview, ‘wij bloeien daardoor pas echt op!’

    In de bar van een hotel in een grote stad in het noorden van India, in een hoekje ver weg van de andere gasten, zit een voormalig Patanjali-manager aan het ontbijt met croissants en cappuccino. ‘Wat ze ook produceren, nooit is er iemand die zegt: “Wat een shit!” Iedereen kijkt alsof die producten door de hemel zijn gezonden.’

    Hij roert in zijn koffie, tikt op het schermpje van zijn telefoon en scrolt door nieuwsberichten van analisten. Patanjali’s omzet krimpt. ‘Het bedrijf is een dubbeltje op zijn kant,’ zegt de manager. ‘Hun voornaamste probleem is dat ze veel te veel producten in veel te veel categorieën hebben. Groei is voor Ramdev en Balkrishna het enige wat telt.’ Hij roert nog meer suiker door zijn cappuccino en neemt een slokje. ‘Vanuit ondernemingsoogpunt hebben hun keuzes vaak weinig zin. Maar ze passen bij hun politieke agenda.’

    Chhatrasal Stadium, New Delhi, maart 2014. Waar zich anders wrestling-sterren uit de hele wereld in het zweet werken, zitten twee oudere mannen glimlachend in kleermakerszit naast elkaar. Baba Ramdev en Narendra Modi. Modi fluistert Ramdev iets in het oor, die pakt een microfoon. ‘Zullen jullie ook andere mensen overtuigen?’ roept hij. ‘Ja!’ roepen de duizenden mensen in het stadion. ‘Blijven jullie niet thuis zitten?’ vraagt Ramdev. ‘Nee!’ antwoordt de massa. Twee maanden later wint de Bharatiya-Janata-partij de verkiezingen en wordt Modi premier, het regeringstijdperk van de sociaalliberale Congrespartij is ten einde. ‘Ik heb de eerste steen gelegd voor de grote politieke veranderingen in dit land,’ zegt Ramdev na Modi’s overwinning.

    Natie van hindoes

    Modi heeft de kiezer ingrijpende economische hervormingen en het uitroeien van de alomtegenwoordige corruptie beloofd. Tegelijk heeft hij zijn visie op het nieuwe India verkondigd. Niet seculair meer, maar religieus, en in plaats van eenheid in verscheidenheid een natie van hindoes. Ramdev zit op dezelfde fundamentalistische lijn. Hij treedt niet op als religieus prediker, wat hem van andere goeroes onderscheidt. Hij propageert de cultuur en de waarden van het hindoeïsme. Yoga, ayurveda, de oeroude geschriften, een traditioneel opleidingssysteem, dat is voor hem het wezen van India. Ramdevs ideologie is niet altijd even subtiel. Als een moslimpoliticus weigert om een nationalistische slogan te roepen, reageert de baas van Patanjali met de uitspraak dat alleen zijn eerbied voor de wet hem ervan weerhoudt om ‘honderdduizenden van dat soort te laten onthoofden.’

    Sinds Modi aan de macht is, heeft Patanjali bouwgrond kunnen kopen voor afbraakprijzen, legt de staat de toegangswegen naar hun nieuwe fabrieken aan, bewaakt een antiterreureenheid van de politie de vestigingen van het bedrijf en wordt in de kantines van het Indiase leger gekookt met Patanjali-producten. Het ministerie van Financiën heeft yoga de status van liefdadigheidsdienst toegekend, yogacentra hoeven nu minder belasting te betalen. Modi heeft een ministerie voor Ayurveda en Yoga opgericht, het legt de basis voor het gebruik van deze traditionele methoden in het gezondheidssysteem van de overheid en beslist over het toelaten van nieuwe ayurvedaproducten. Patanjali creëert de dringend benodigde banen, bouwt scholen en gezondheidscentra en ondersteunt lokale overheden met voedsel en medicijnen. Modi en zijn partijvrienden strijken kritiek op Patanjali en Ramdev glad, Ramdev prijst de regeringspolitiek.

    ‘Geld is de motor van elke missie,’ zegt Ramdev. Hij zit in een enorme leren fauteuil in een kamertje naast zijn yogahal, over twee minuten moet hij het toneel op voor de vroege-ochtendyogashow. Hij knipt met zijn vingers, er komt een jongeman binnen die zijn oranje gewaad vastmaakt, Ramdev schopt zijn sandalen in een hoek. ‘Onze financiële basis is belangrijk om het soort revolutie voor te bereiden waar ik het over heb.’

    Als Ramdev op het podium zit, komt een van zijn leerlingen naast hem staan. ‘Ooit was er een tijd dat ons land in duisternis lag,’ roept ze naar de zaal. ‘Er was veel corruptie, met de jeugd ging het de verkeerde kant op. Toen kwam er iemand die het licht bracht. Iemand die ons leert van ons land te houden. Swamiji inspireert ons, hij is onze hoop. Hij wil voor iedereen in onze maatschappij het goede doen, zo leidt hij ons op de goede weg.’

    Ramdev gaat staan, glimlacht en klapt, het meisje knielt voor hem neer en raakt met haar voorhoofd en vingertoppen zijn voeten aan. ‘Bharat mata ki jai! Bharat mata ki jai!’ roept Ramdev terwijl hij zijn rechterhand tot een vuist balt en zijn arm omhoogsteekt. ‘Bharat mata ki jai! Bharat mata ki jai!’ echoot de zaal, rechtervuist in de lucht. ‘Leve Moeder India. Leve Moeder India.’ 

    Daniela Schröder

    Daniela Schröder was freelance correspondent voor de Associated Press (AP) voor Noord-Beieren en werd opgeleid tot verslaggever en nieuwsredacteur bij een regionaal dagblad in Bremen.

    Schröder heeft weinig op met ayurveda en yoga. ‘Ik ben geen spiritueel iemand,’ zegt ze van zichzelf, ‘ik heb wel eens een proefcursus yoga gedaan, maar voor mij werkte dat niet.’ In het kader van de research voor dit artikel heeft ze een paar Patanjali-producten geprobeerd, twee soorten zeep en een tandpasta, maar een fan is ze niet geworden. ‘De zeep rook erg chemisch en de tandpasta smaakte mij te weinig naar mint.’

    Wat haar fascineert aan het verhaal over Patanjali zijn de twee drijvende krachten achter het bedrijf. Aan de ene kant de goeroe, aan de andere kant de ayurvedaexpert. ‘Ze staan allebei met hun huidige identiteit voor wat ze propageren en verkopen,’ zegt Daniela Schröder, ‘maar het gaat hun niet in de eerste plaats om geld en macht. Ze gebruiken beide om hun politieke missie verder te brengen.’

  • Satirische graphic novel graaft diep in Israëlisch-Palestijns conflict

    Satirische graphic novel graaft diep in Israëlisch-Palestijns conflict

    Wat brengt volstrekt normale, ongelovige mensen ertoe naar iets mythisch als de Bijbelse Ark van het Verbond te graven? De Israëlische tekenaar Rutu Modan laat het zien in haar onlangs verschenen graphic novel Tunnels.

    Een paar jaar geleden kreeg Rutu Modan een lift van Tel Aviv naar Jeruzalem van de man die de website had gebouwd van de Israel Antiquities Authority, de instantie die toeziet op de opgravingen in het land. Toen het gesprek op archeologie kwam, diende zich plotseling een oude herinnering aan. Dertig jaar eerder, herinnerde Modan zich, had ze iemand ontmoet die haar vertelde dat hij en zijn vader opgravingen deden; ze waren op zoek naar de Ark van het Verbond, de kist waarin volgens de Hebreeuwse Bijbel de stenen tabletten met de Tien Geboden werden bewaard. Aanvankelijk had ze hen voor gek versleten, maar nu begon ze toch weer over hen na te denken. Waarom deden ze dat? Wat bracht volstrekt normale, ongelovige mensen ertoe naar zoiets mythisch te gaan graven?

    Rutu 2020 1 2
    Rutu Modan – © Hanan Assor

    Modan ging in gesprek met deskundigen op het gebied van Bijbelse archeologie en verdiepte zich in de Joodse geschiedenis. Ze schreef zich in voor een cursus archeologie aan de Open Universiteit van Israël en ontmoette mensen uit het veld. Ze ontdekte dat de Ark van het Verbond de heilige graal van deze cursus is die, hoewel serieuze archeologen er niet al te opgewonden over raken, de volksverbeelding en de fantasie van avontuurlijke archeologiefanaten nog altijd prikkelt.

    Tot op de dag van vandaag zijn mensen ernaar op zoek, vertelt ze. ‘Ik begon er onderzoek naar te doen en ontdekte dat er veel mystieke krachten aan de Ark van het Verbond worden toegeschreven. Iemand beschreef hem als “Gods walkietalkie, waarmee we met God zouden kunnen praten zoals we ooit hebben gedaan”. En de man die dat tegen me zei was niet eens gelovig.’ 

    64 3 1

    Ze raakte algauw in de ban van de lokale archeologie en geschiedenis. ‘Ik ontdekte dat archeologie een onderwerp is dat alles in zich verenigt: geschiedenis, misdaad, gekken, oplichters, rovers, geleerden en eindeloos veel politiek. Ik realiseerde me dat er een heleboel interessante, sappige kanten aan zitten en dat het een uitstekende basis voor een verhaal zou kunnen zijn.’

    Tunnels

    Het resultaat van Modans onderzoek is te zien in haar onlangs verschenen graphic novel Tunnels, een kruising tussen Indiana Jones en de Israëlische militair en politicus Moshe Dayan. Waar haar eerdere boek The Property zich voornamelijk afspeelt in het verre en koude Polen, voltrekt Tunnels zich geheel in Israël en graaft het onder het oppervlak van deze door conflicten geteisterde regio van het Midden-Oosten.

    Het is een avonturenverhaal dat een diepe duik neemt in de wereld van de Israëlische archeologie, vuile handen maakt door het graven naar verloren schatten, zich in de intriges en rivaliteit van het academische leven stort en keihard in botsing komt met het Israëlisch-Palestijnse conflict.

    ‘Bij dat hele idee van historische rechten heb ik persoonlijk grote twijfels’

    Dit keer heeft Modan kolonisten, Palestijnen en Israëlische soldaten in de bezette gebieden bijeengebracht, in de schaduw van de Westoeverbarrière. Uiteraard wordt de situatie algauw gecompliceerd. ‘Een van de treurigste dingen die ik ontdekte toen ik me in de geschiedenis begon te verdiepen, is dat het historische Israël in de bezette gebieden lag,’ zegt Modan.

    ‘Koning David, Mozes, Salomon, Jozua: allemaal hebben ze daar gewoond, en daarom worden daar de interessantste vondsten gedaan. De Palestijnen graven trouwens ook en verhandelen wat ze vinden. Maar voor mij was dit een van de moeilijkste ontdekkingen, omdat ik begreep dat de kolonisten deze gebieden daarom nooit zullen opgeven. Ik begreep dat we hier niet om het “Land van Israël” vechten dat op de een of andere manier tussen ons verdeeld moet worden, maar dat we om precies hetzelfde gebied vechten omdat daar alles was.’

    03 2

    ‘Bij dat hele idee van historische rechten heb ik persoonlijk grote twijfels, maar als we ergens een historisch recht op iets in dit land hebben, dan is het daar, in de bezette gebieden. En dat is afschuwelijk, het is echt tragisch. Dus besloot ik dat ik de plot van dit boek daar moest situeren, zodat het vanuit narratief perspectief automatisch interessanter wordt.’

    Israëlische stripscene

    Vanaf haar kinderjaren heeft Modan altijd tekeningen gemaakt van de Holocaust en van terreuraanslagen. En van meet af aan waren het niet alleen maar tekeningen. ‘Ik tekende al op mijn derde, en mijn kleuterjuf schreef er verhaaltjes bij die ik haar vertelde. Op mijn vijfde maakte ik mijn eerste boek, en ik heb een heleboel schriften met verhalen en tekeningen,’ vertelt ze. 

    27 2

    Een jaar na haar afstuderen besloten Modan en haar studiegenoot Yirmi Pinkus een groep van onafhankelijke illustratoren op te richten. In 1995 haalden ze Batia Kolton, Mira Friedmann en Itzik Rennert erbij, en als Actus-groep publiceerden ze een aantal stripboeken in Israël en daarbuiten. De meeste waren in het Engels en sommige werden geproduceerd in samenwerking met anderen, onder wie Etgar Keret, David Polonsky en Art Spiegelman. 

    Actus zette de Israëlische stripscene op de kaart en bewees dat het mogelijk was het medium voor allerlei verhalen te gebruiken. ‘We wilden strips maken en hadden geen plek om dat te doen. Ik had een krantencolumn gehad en een boek met Etgar Keret gemaakt,’ zegt Modan, verwijzend naar de graphic novel Nobody Said It Was Going to Be Fun uit 1996. ‘Maar niemand wilde een stripboek publiceren, en dat was wat ik wilde maken. Dus besloot ik dat we het zelf maar zouden doen.’

    Microkosmos

    De hoofdpersoon van Tunnels is Nili, de dochter van een beroemde archeoloog, die met haar zoon een illegale archeologische opgraving op touw zet op de Westelijke Jordaanoever, vlak onder de scheidingsbarrière. Als kind had Nili daar haar vader geholpen bij opgravingen naar schatten uit de Tempel in Jeruzalem, maar de intifada had roet in het eten gegooid. Nu wil ze de missie alsnog volbrengen. Haar vader lijdt aan dementie en ze is vastbesloten de vondst van de verloren Ark van het Verbond op zijn conto te schrijven terwijl hij nog leeft.

    63 2

    Ze weet zich verzekerd van de steun van een rijke verzamelaar van antiquiteiten; bovendien helpen extremistische Joodse kolonisten haar bij het graven. De situatie raakt verhit als ze ontdekken dat Palestijnen op precies dezelfde plek een eigen tunnel graven. Nili’s broer, een jonge archeoloog die droomt van een universitaire carrière, is niet blij met de illegale opgravingswerkzaamheden van zijn zus. Zijn baas op de universiteit is van plan met de eer van Nili’s inspanningen te strijken en ook is er – we zijn nu eenmaal in Israël – een legerofficier in het verhaal betrokken wiens acties nogal bedenkelijk zijn.

    Door de personages en locaties wordt het verhaal een microkosmos van het conflict. 

    Op de vraag of je je extra verantwoordelijk voelt en extra op je tellen moet passen als het om zulk explosief politiek materiaal gaat, antwoordt Modan: ‘Natuurlijk. In onze tijd is dat levensgevaarlijk, en dit boek gaat meer over politieke kwesties dan gewoonlijk. Eerst wist ik niet precies hoe ik dit moest aanpakken. Ik had altijd over mensen uit Tel Aviv geschreven die behoorlijk veel op mezelf leken. En dit keer moest ik over mensen schrijven met een mening en een wereldbeeld die haaks op de mijne stonden. Maar toen begreep ik dat het boek niet over mijn mening hoefde te gaan.’

    Header rutu modan 2

    ‘Als je als Israëlische kunstenaar in het buitenland werkt, verwachten mensen vaak dat je het conflict voor hen zult oplossen, het hun zult uitleggen, boeken zult maken die hun vertellen dat er vrede zal komen en dat alles goed zal aflopen. Ik heb er altijd voor gewaakt mijn mening te geven. Niet omdat ik denk dat mijn standpunten niet belangrijk zijn, maar het zijn volgens mij wel erg beperkte lenzen om naar menselijke situaties te kijken. Dat is goed als het gaat om demonstreren en stemmen, maar met kunst heeft het niets te maken. Tunnels gaat over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Mijn twee eerdere boeken gingen over de Holocaust en terreuraanvallen. Met zijn drieën gaan ze over conflicten die het Israëlische bestaan bepalen.

    Ik zou nooit echt uit Israël weg kunnen gaan, ook al heb ik een beroep dat ogenschijnlijk erg universeel is. Mijn connectie met de taal en de plek heeft helemaal niets met zionisme te maken. Voor mij is wie ik ben, mijn identiteit, gewoon bepaald door die banden.’ 

  • ‘De Nederlandse kiezer heeft de “zuinige” Mark Rutte beloond’

    ‘De Nederlandse kiezer heeft de “zuinige” Mark Rutte beloond’

    De Tweede Kamerverkiezingen zijn ook in de rest van Europa niet onopgemerkt gebleven. Eén vraag bleek journalisten van Duitsland tot Italië mateloos te fascineren: waarom stemt Nederland al tien jaar lang op ‘Teflon Mark’?

    ‘Ook voor Nederland geldt de befaamde zin uit De tijgerkat [een roman van G. Tomasi di Lampedusa]: “alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft”,’ schrijft het Italiaanse dagblad La Repubblica. ‘Nederland kiest voor continuïteit,’ kopt ook het Zwitserse dagblad Neue Zürcher Zeitung. ‘Mark Rutte kan in Nederland blijven regeren, en het vormen van een regering zou deze keer gemakkelijker moeten zijn dan vier jaar geleden,’ aldus de Duitse kwaliteitskrant Frankfurter Allgemeine. En dat ‘na een saaie campagne tijdens de pandemie die werd gezien als een referendum over de prestaties van de regering tijdens de crisis,’ schrijft The Guardian.

    Het Duitse tijdschrift Der Spiegel klinkt enigszins verbaasd over de overwinning van de VVD: ‘De regering-Rutte kondigde in januari zijn aftreden aan vanwege een schandaal met ten onrechte teruggevorderde kindertoeslag. Maar noch de affaire, noch het relatief hoge aantal coronabesmettingen in zijn land veranderde blijkbaar iets aan de populariteit van de premier.’

    De aandacht voor Ruttes verkiezingsoverwinning gaat ook in veel Italiaanse kranten gepaard met enige wrok en onbegrip. ‘De Nederlandse kiezers hebben de “zuinige” Mark Rutte beloond,’ aldus de in Milaan gevestigde Corriere della Sera. ‘[Het] blijkt dat Rutte en zijn centrumrechtse partij sterker zijn geworden, ondanks de schandalen die hem tot aftreden hebben gedwongen.’

    ‘De kiezers lijken het beleid van bezuinigingen op de overheidsfinanciën (en de harde lijn ten aanzien van de Zuid-Europese landen, te beginnen met Italië) en de beperkende coronamaatregelen die aan de Nederlanders zijn opgelegd, te hebben gewaardeerd.’

    Rutte zou zijn succes er volgens de krant zelfs aan danken. ‘Wat kan de Nederlanders ervan hebben overtuigd toch weer op Rutte te stemmen? Bijna zeker zijn houding ten opzichte van Europa en het herstelplan: de centrumrechtse regering nam herhaaldelijk onbuigzame en obstructieve standpunten in ten opzichte van de openingen die Brussel maakte voor de landen met de grootste schuldenlast (waaronder Italië).’

    ‘Zijn verkiezingsoverwinning zou Rutte er nu van kunnen overtuigen om zijn rigoureuze en “zuinige” beleid weer op de Europese tafel te leggen,’ vreest de Italiaanse krant.

    Toeslagenaffaire

    De grootste verbazing betreft de vergevingsgezindheid van de Nederlandse kiezer na de toeslagenaffaire. ‘Ongeveer 26.000 arme Nederlandse gezinnen waren door de belastingdienst gedwongen de van de staat ontvangen financiële steun terug te betalen. (…) Deze beschuldigingen bleken ongegrond, en de getroffen families kwamen in ernstige moeilijkheden.’ The Guardian wijst er als enige buitenlandse krant op dat veel slachtoffers van de toeslagenaffaire ‘racistisch werden geprofileerd’.

    ‘De gladde Mark Rutte’, kopt de Beierse krant Süddeutsche Zeitung boven een profiel van de verkiezingsoverwinnaar van de VVD. ‘Wat is de reden van zijn succes?’

    ‘Met het oog op het virus kon Rutte in zijn favoriete rol glijden: die van de hardwerkende probleemoplosser en zorgdrager’

    De krant meent dat Rutte vooral heeft geprofiteerd van corona. ‘Een jaar geleden, voor de pandemie, zou de herverkiezing van de 54-jarige premier nog verre van zeker zijn geweest. Maar met het oog op het virus kon Rutte in zijn favoriete rol glijden: die van de hardwerkende probleemoplosser en zorgdrager, die schijnbaar boven de partijen staat en het land door de crisis loodst.’  

    ‘De behoefte aan een betrouwbare crisismanager in het Catshuis was veel sterker dan de behoefte aan verandering,’ duidt ook de Frankfurter Allgemeine.

    De zuinige kameleon

    Toch is er ook veel kritiek op Rutte, schrijft SZ, wegens ‘een gebrek aan betaalbare woningen en grote problemen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, dat volgens velen systematisch kapot is bezuinigd’.

    ‘[Maar] zijn flexibiliteit hielp Rutte om zich te ontworstelen aan de schandalen en crises waarmee zijn regeringsjaren gepaard gingen. Het waren altijd de anderen die moesten boeten. De kinderopvangtoeslagaffaire is daar een goed voorbeeld van. (…) Rutte en zijn kabinet zijn om die reden in januari afgetreden en demissionair verdergegaan. Maar hij heeft zich, als hoofdverantwoordelijke, toch weer verkiesbaar gesteld.’

    ‘Wat de kiezers blijkbaar bevalt aan de regeringsleider,’ duidt SZ, ‘is zijn jeugdige, licht ondeugende charme en ostentatieve bescheidenheid. Rutte, die alleenstaand is, woont in een driekamerappartement in Den Haag, fietst naar kantoor en geeft elke donderdagavond als vrijwilliger maatschappijleer op een school. Hij probeert zijn intellectuele interesses zo veel mogelijk te verbergen. Maar de man, die goed piano speelt, heeft één keer spectaculair gefaald toen hij zich tijdens een EU-top verveelde en zich verdiepte in een biografie van Chopin.’

    Ook La Repubblica benadrukt de zuinigheid en de veerkracht van Rutte, ‘de zuinige kameleon die al elf jaar regeert’, kopt de krant boven een profiel van de lijsttrekker van de VVD. Il Sole 24 Ore noemt de demissionair premier zelfs ‘de “teflonpremier”, vanwege zijn vermogen om zich uit elke politiek lastige kwestie te manoeuvreren’, zoals de toeslagenaffaire.

    ‘Op het Europese toneel zal Rutte het meest ervaren zijn als Angela Merkel niet langer bondskanselier is,’ schrijf FAZ. Alleen Viktor Orbán is langer aan de macht.

    Nieuwe vrouwelijke ster

    ‘Maar de echte verrassing is de sprong voorwaarts van de liberaal-democratische partij D66, die vijf zetels wint, naar 24 stijgt en stevig tweede wordt,’ schrijft de Italiaanse zakenkrant.

    ‘Toen de eerste prognose van de uitslag bekend werd, sprong Sigrid Kaag op tafel van vreugde,’ aldus SZ. ‘Dat haar partij, ondanks het feit dat zij deel uitmaakt van de regering, haar zetelaandeel in het parlement kan uitbreiden van 19 naar een verwachte 24, heeft veel te maken met haar zelfverzekerde optreden in de tv-debatten, die dit keer nog belangrijker waren dan anders vanwege de pandemie. (…) De minister van Buitenlandse Handel met een uitgebreide internationale ervaring is de eerste vrouw in Nederland die een realistisch vooruitzicht heeft om ooit premier te worden.’

    Ook volgens Il Sole 24 Ore is het succes van D66 te danken aan de lijsttrekker, ‘Sigrid Kaag, een echte rijzende ster in de Nederlandse politiek. (…) ‘Zij spreekt Arabisch, heeft een Palestijnse echtgenoot en een kosmopolitische en pro-Europese instelling, in tegenstelling tot de euroscepsis van de rechtse partijen en het op zijn minst lauwe of utilitaire europeanisme van Rutte.’ Ook de Duitse krant Die Welt spreekt van ‘een nieuwe vrouwelijke ster in Den Haag’.

    ‘Sigrid Kaag is de eerste vrouw in Nederland die een realistisch vooruitzicht heeft om ooit premier te worden’

    Ook de Franse krant Le Monde is verrast door het succes van D66, die ‘zijn beste uitslag ooit haalde’ en dat in ‘een koninkrijk dat wordt gekenmerkt door wantrouwen jegens de Europese Unie, die over het algemeen wordt gezien als bureaucratisch en te duur’.

    Wie samen met de VVD en D66 een nieuwe coalitie gaan vormen blijft nog de vraag, aldus Il Sole 24 Ore, maar ‘in ieder geval is het zeer waarschijnlijk dat er een verschuiving zal plaatsvinden in de richting van een meer pro-Europese koers, gezien het succes van D66’.

    Extreemrechts

    Het politieke landschap in Nederland is na de verkiezingen verder versplinterd, aldus Der Spiegel. ‘In totaal zijn 17 partijen in het parlement gekomen – er is geen kiesdrempel van 5 procent zoals in Duitsland.’

    Veel Duitse kranten benadrukken de groei van extreemrechts. ‘Er zullen drie extreemrechtse partijen in het nieuwe parlement vertegenwoordigd zijn met in totaal 27 zetels,’ schrijft Der Spiegel [29 in de voorlopige uitslag]. Ondanks de krimp van de PVV, groeit de FvD en komt ook JA21, een afsplitsing van die partij, met drie zetels in de Tweede Kamer, merkt Die Welt op, ‘zodat de rechtspopulisten per saldo sterker uit de verkiezingen komen’.

    ‘In de toekomst bestaat nu iets minder dan een vijfde van het parlement uit extreemrechtse, nationalistische politici, meer dan ooit tevoren,’ merkt de Süddeutsche Zeitung op. ‘De wederopstanding van een bepaalde extreemrechtse politicus is opmerkelijk. (…) Thierry Baudet van FvD was na een racismeschandaal eigenlijk al afgeschreven, zijn partij viel uiteen.’

    ‘Voor de linkse partijen daarentegen is het resultaat een ramp, temeer daar linkse thema’s zoals sociale rechtvaardigheid en belastingbeleid de verkiezingscampagne domineerden,’ aldus SZ. ‘Het bitterste verlies is waarschijnlijk geleden door GroenLinks. (…) Aan de andere kant heeft de pro-Europese partij Volt, die voor het eerst meedeed, meteen drie zetels in de wacht gesleept. (…) In de herfst wil deze partij het ook in Duitsland proberen.’

    Hoge opkomst ondanks corona

    ‘De eerste landelijke verkiezingen in de EU ten tijde van covid-19 hebben een hoge opkomst gekend, rond 80 procent,’ schrijft Il Sole 24 Ore. ‘Dat komt door het besluit om de verkiezingen over drie dagen te spreiden, van maandag tot en met woensdag, en om zeventigplussers de mogelijkheid te bieden per brief te stemmen.’

    ‘Om een maximale veiligheid te garanderen, vervolgt het zakenblad, ‘werden zowat overal stembureaus ingericht, van sportscholen tot kerken, van musea tot concertzalen. Er werd zelfs gestemd in een windmolen. (…) Om de verkiezingspotloden niet te hoeven ontsmetten, hebben verschillende gemeenten ervoor gekozen de potloden mee te geven. Met als resultaat dat het souvenirs zijn geworden.’

  • De ravenmeester van de Tower of Londen

    De ravenmeester van de Tower of Londen

    De legende wil dat als alle raven de Tower of London verlaten, het Britse Rijk ten onder zal gaan. Er zijn er nog zeven. En als het aan ‘Yeoman Warder’ Christopher James Skaife ligt, worden het er weer acht. Hij mist Merlina.

    Niets in Edgar Allan Poe’s majestueuze gedicht ‘De raaf’ bereidt je voor op die penetrante geur. Maar Ravenmeester Christopher James Skaife van de Tower of London kent die maar al te goed. ‘Raven kunnen behoorlijk stinken, vooral de jongen. Ik heb maar een klein huisje, verstopt in de muren van de Tower of London, en de raven lopen daar graag omheen en poepen overal. Dat was het eerste waar mijn vrouw over klaagde.’

    Skaife (55) heeft een baan die vaak is omschreven als de ‘merkwaardigste van heel Groot-Brittannië’: hij is verantwoordelijk voor de raven die de Tower als hun huis beschouwen. De legende wil dat als alle raven de Tower verlaten, het Britse Rijk ten onder zal gaan. Deze statige bewakers, die Skaife als zijn ondeugende kinderen beschouwt, wonen op het zuidgazon en zwerven over het hele terrein. En Skaife, de zesde Ravenmeester in de geschiedenis van de Tower, zorgt voor ze.

    Volgens de legende moeten er altijd minstens zes raven zijn. Vorige maand waren het er acht. Nu nog maar zeven.

    De sociale media waren in rouw gedompeld, toen vorige maand bleek dat Skaifes beste vriendin en socialemediaster Merlina vermist was. Een woordvoerder van de Historic Royal Palaces (HRP), de  liefdadigheidsinstelling die de Tower en andere koninklijke locaties zoals Hampton Court en Kensington beheert, verklaarde: ‘Onze zeer geliefde raaf Merlina is al enkele weken niet bij de Tower gezien, en vanwege haar langdurige afwezigheid moeten we helaas aannemen dat ze is overleden.’

    Skaife: ‘Ik hou natuurlijk van alle raven, maar zij was net even anders.’

    De raven van de Tower zijn geen gevangenen: ze zijn niet gekortwiekt, hun vleugels zijn alleen enigszins bijgeknipt. In het verleden zijn er een paar verdwenen en nooit meer teruggekomen, maar Merlina was anders. Zij en Skaife waren maatjes, ze hadden een sterke band. Filmpjes waarop de twee aan het spelen zijn, werden kortgeleden een rage op TikTok. Maar toen Merlina een paar weken vermist was, besloot de Tower met een verklaring te komen.

    Ten tijde van haar verdwijning was Merlina volledig ‘vliegwaardig’: haar veren waren al verscheidene jaren niet geknipt en ze kon gaan en staan waar ze wilde. ‘Ik hoopte dat ze altijd in de buurt van de Tower zou blijven, omdat ze dat wilde, omdat ze mijn maatje was,’ zegt Skaife. ‘En ik denk dat ik mijn werk goed heb gedaan, omdat ze zo lang is gebleven. Ik heb geen flauw idee waarom ze nu opeens is verdwenen, het is heel vreemd. Ik heb geen enkel spoor van haar gevonden.’

    Intieme band

    Nu wordt de wereld van de ravenhouders in de kranten als geheimzinnig omschreven, maar in feite gaat het alleen maar om een man die zijn ziel en zaligheid wijdt aan zijn vogels. ‘We hebben in de loop van de jaren een ongelooflijk intieme band gekweekt,’ zegt Skaife tegen The Independent. ‘Ik voelde haar stemmingen aan en ik denk dat zij de mijne soms ook aanvoelde. Ik hou natuurlijk van alle raven, maar zij was net even anders.’

    Toen Merlina in 2007 in de Tower kwam wonen, vlak voordat Skaife daar kwam werken, werd ze Merlin genoemd. Ze was als jong langs de kant van de weg aangetroffen in Wales en opgenomen in de volière van een gezin. ‘Toen ik werd aangesteld als Ravenmeester hebben we haar naam veranderd in Merlina, omdat we erachter kwamen dat ze een vrouwtje was,’ zegt Skaife. ‘Vreemd genoeg hebben raven in de loop van de geschiedenis voornamelijk mannennamen gekregen, en dat probeer ik een beetje recht te trekken.’

    Omdat ze als jong door mensenhanden was grootgebracht, beschouwde ze mensen als familie. Maar zoals veel intelligente vogelsoorten had ze moeite met een leven in gevangenschap. Ze werd overgeplaatst naar een zwanenopvangcentrum in Barry [in Zuid-Wales], waar ze, zo schrijft Skaife in zijn in 2018 verschenen autobiografie The Ravenmaster, berucht werd om haar woedeaanvallen. In wanhoop benaderde het centrum de Tower, en Merlin (zoals ze toen dus nog heette) trad in koninklijke dienst.

    Raven behoren tot de intelligentste dieren ter wereld, ze kunnen zich meten met apen

    Je zou verwachten dat een Ravenmeester een ornithologische achtergrond heeft, maar dat was bij Skaife niet het geval. Voordat hij als Yeoman Warder of Beefeater [ceremonieel bewaker] in dienst kwam bij de Tower of London, had hij nog nooit een raaf gezien.

    Skaife had het grootste deel van zijn tienerjaren in Dover doorgebracht, waar hij voornamelijk spijbelde in de bossen met zijn vrienden. Door puur toeval was hij op school toen daar een legervoorlichter kwam spreken. Begeesterd door de verhalen over goeieriken en slechteriken ging de zestienjarige Skaife van school om soldaat te worden. Artillerist en tamboer, om precies te zijn.

    Iedere militair kan Yeoman Warder worden, maar dan moet hij wel minimaal 22 jaar in dienst zijn, over een onbevlekt blazoen beschikken en wellicht over een voorliefde voor macabere zaken. In theorie bewaken de Yeoman Warders de kroonjuwelen en eventuele gevangenen in de Tower of London. In de praktijk fungeren ze tegenwoordig als gidsen voor het bezoekende publiek, als verhalenvertellers aan de kinderen en als bewaarders van de legenden.

    Komische vogels

    Toen Skaife op zijn veertigste in de Tower kwam werken, raakte hij gefascineerd door de enorme maar ook komische vogels. Charles Dickens, die bekendstond als houder en liefhebber van raven, beschreef hun tred als die van een heer met te strakke laarzen aan, die over losse kiezels probeert te lopen. Skaife zegt: ‘Pas als je naast een raaf staat, besef je hoe groot en sterk ze zijn. Maar toen ik die raven gemoedelijk rond de Tower zag hopsen, was ik vooral geboeid door hun bewegingen en de manier waarop ze het publiek gadeslaan.’

    Raven behoren tot de intelligentste dieren ter wereld. Ze kunnen zich meten met apen: ze gebruiken gereedschap, denken vooruit en zijn in staat om wrok te koesteren. Maar Skaife wist praktisch niets van raven en kende alleen de grondregels voor hun verzorging. Derrick Coyle, zijn voorganger, had het gevoel dat de vogels weleens op Skaife gesteld zouden kunnen raken. Op een dag duwde Coyle hem in een ravenkooi en zei dat hij de vogels niet in de ogen moest kijken.

    De raven – en Coyle – besloten dat Skaife geschikt was. Coyle nam hem onder zijn hoede als assistent. Toen Coyle in 2011 met pensioen ging, nam Rocky Stones het over, maar toen die kort daarna ziek werd, was het Skaifes beurt, bijna bij gebrek aan beter. ‘Pas toen ik het werk al maanden deed, besefte ik dat er heel wat meer bij de verzorging van raven komt kijken dan je op het eerste gezicht zou zeggen.’

    Om Ravenmeester te worden moet je de regels van de vogels leren, hun pikorde. Een beetje zoals in het leger. De raven dulden niet dat er van hun routine wordt afgeweken, en ze bewaken hun territorium agressief. Een dag begint doorgaans om half zes, wanneer Skaife zich in het donker aankleedt bij het geluid van het vroegeochtendverkeer en de vogels naar buiten laat voor hun ontbijt.

    ‘Raven zijn wilde vogels. Net als mensen hebben ze behoefte aan vrijheid. Maar ze hebben ook behoefte aan bescherming’

    Toen hij net begon zaten de vogels nog in de tamelijk krappe nachthokken uit de jaren tachtig. Maar Skaife zegt in zijn boek dat dat hem een onprettig gevoel gaf. ‘Raven zijn wilde vogels. ‘Net als mensen hebben ze behoefte aan vrijheid. Maar ze hebben ook behoefte aan bescherming.’

    Hij ging met de HRP in gesprek over de bouw van een omheinde plek die de vogels overdag vrijheid zou bieden en ’s nachts bescherming. Na twee jaar onderzoek en na overleg met de Londense dierentuin kwam er een ontwerp, al viel het nog niet mee om daarvoor een vergunning te krijgen. En natuurlijk moest het onderkomen bestand zijn tegen vossen, de ‘roodharige ellendelingen’ waarmee Skaife in een voortdurende strijd is verwikkeld.

    De vogels werden gevreesd, gehaat als overbrengers van de pest, en als voorbodes van de dood beschouwd

    De rest van de dag is Skaife bezig zijn levende haven in toom te houden. Hij heeft assistentie van een team collega-Beefeaters, het Raventeam. Ze beëindigen ruzies, voeren de vogels, delen medicatie uit en helpen wetenschappers die het gedrag van de vogels komen bestuderen. De raven eten kip, lam, rat en, als traktatie, in bloed gedrenkte hondenbrokjes. Anderhalve ton voedsel per jaar. Skaife brengt heel wat tijd door op de Smithfield-markt, om voedsel los te praten bij de handelaars.

    Net als andere Yeomen geeft hij rondleidingen door de Tower en staat hij journalisten, historici en kinderen te woord. Skaife is zowel rondleider als  verhalenverteller. Hij is ook een icoon: volgens zijn eigen berekening wordt hij zo’n drie- à vierhonderd keer per dag gefotografeerd. En hij heeft meerdere raventatoeages, waaronder een van een raaf met een bolhoed die een pijp rookt.

    Daarnaast doet Skaife onderzoek naar raven en schrijft daar uitgebreid over, vooral kinderverhalen. Maar hij was nooit van plan geweest The Ravenmaster te schrijven. ‘Ik kreeg het verzoek van een Amerikaanse uitgever die zo aardig was een hele dag naar mijn gewauwel te luisteren.’

    Balanceeract

    Skaife gunt de raven meer vrijheid dan enige Ravenmeester voor hem. Het is een eindeloze balanceeract, zegt hij, om ze vrij te laten ronddolen en ze tegelijkertijd aan te moedigen om te blijven. Hij knipt de veren zo min mogelijk bij. Met name Merlina had een vrijbrief. Ze was de enige raaf die weigerde de omheining binnen te gaan; ze bracht de nacht liever door op een dak. ’s Ochtends speurde Skaife altijd eerst de lucht af, op zoek naar haar silhouet.

    Maar de rest van de vogels laat zich ’s avonds een voor een, in de juiste volgorde, naar hun omheinde ruimte sturen. Een volgorde waarin je je beter niet kunt vergissen. In 2010 nam raaf Munin een verstoring van de vaste routine te baat om te ontsnappen. En net als kinderen gaan de dieren vaak met tegenzin naar bed. ‘Als ik soms naar die jonge verzorgers kijk, vraag ik me af of ze het geduld hebben om vijf uur lang in de stromende regen te staan om een raaf van een dak te lokken.’ Skaife moest een keer de White Tower op klimmen om een ongehoorzame vogel te vangen en hij komt regelmatig te laat thuis voor het avondeten.

    Stel je de Ravenmeester voor die, in zijn statige blauwe uniform met koninklijke insignes, met een visnet achter een vogel van drie kilo aan zit. Skaife zegt dat hij dat net in zestien jaar maar één keer heeft hoeven gebruiken, toen de poot van een raaf vastzat.

    Wat vind Skaifes echtgenote van Merlina, die andere vrouw? ‘Nou, in haar jonge jaren heeft ze The Birds van Alfred Hitchcock gezien, en die is ze nooit vergeten. Dus mijn vrouw en de vogels kunnen niet zo goed met elkaar opschieten,’ lacht hij. ‘Ze vindt het mooi wat ik doe en steunt me voor honderd procent, maar van de vogels moet ze niet zo veel hebben.’

    Hij herinnert zich dat zijn vrouw, toen hij de jongen grootbracht, haar teennagels rood had gelakt. ‘Poppy was gefascineerd door die rode nagels. En als er nu bezoekers binnenkomen, denkt Poppy nog steeds dat die rode teennagels hebben; ze heeft al heel wat keren in schoenen en voeten van mensen gepikt. Dus pas op als je in de buurt van de ravenomheiningen komt, want enig voetenfetisjisme is Poppy nog altijd niet vreemd.’

    Legende

    De raven zijn het symbool van de Tower, de grote toeristentrekpleister, de gevederde kroonjuwelen. Maar de menselijke fascinatie voor deze vogels dateert al van ver voor het beroemde Londense vestingwerk. Raven zijn de meest wijdverbreide leden van de familie der kraaiachtigen, waartoe ook gewone kraaien, eksterachtigen en roeken behoren; ze kunnen op ieder continent worden aangetroffen, behalve op Antarctica. Ook figureren ze overal ter wereld als spirituele figuren in inheemse verhalen, van Siberië en Bhutan tot Noord-Amerika. In de noordse mythologie is een hoofdrol weggelegd voor een ravenpaar genaamd Huginn (‘gedachte’) en Muninn (‘herinnering’), die de wereld over vliegen en de goden nieuws brengen. Ze worden nog altijd aanbeden door de IJslanders. Volgens de Bijbel was een raaf het eerste dier dat Noach losliet op zijn ark.

    Ze komen ook veel voor in Keltische verhalen. Volgens de Welshe legende werd het hoofd van Bran de Gezegende in de buurt van de Towerheuvel begraven. (‘Bran’ betekent raaf.) De vogel figureert nog altijd op het wapenschild van het eiland Man. Het zou koning Karel II zijn geweest die in de zeventiende eeuw beval de zwarte lijfwachten bij de Tower te stationeren. Tot de achttiende en negentiende eeuw, toen ze in groten getale werden afgemaakt, kwamen raven veelvuldig voor in het Verenigd Koninkrijk.

    historicroyalpalaces5 2 2 1
    De raven van de Tower of London zijn geen gevangenen: ze zijn niet gekortwiekt, hun vleugels zijn alleen enigszins bijgeknipt – © Historic Royal Palaces / Richard Lea-Hair

    De vogels werden gevreesd, gehaat als overbrengers van de pest en andere ziekten, en als voorbodes van de dood beschouwd. Zoals Poe schreef: ‘Wat die zwarte, nare vogel uit het donkre schimmenheer?’ (Ironisch genoeg viel Poe’s gedicht, dat was geïnspireerd door Charles Dickens en diens huisraaf Grip, samen met een grote gotische opleving die tot gevolg had dat de vogels weer in zwang raakten.) Maar aan het eind van de negentiende eeuw waren de wilde exemplaren praktisch uitgeroeid.

    Hun onderkomen droeg ook al niet bij aan hun reputatie. De Tower was al synoniem met dood, marteling en straf. Er werden daar maar liefst drie koninginnen van Engeland vermoord: Anne Boleyn, Katherine Howard en Lady Jane Grey. Het donkergrijze steen oogt onheilspellend in het schemerlicht, en bloed bevlekt rijkelijk het gras.

    Zoals Skaife zegt: ‘Mensen zijn behoorlijk morbide aangelegd, dus zijn we altijd op zoek naar het kwaad. We zijn echt gefascineerd door macabere dingen.’ Om die reden gelooft hij dat heel wat marteldetails uit de koker van vroegere Yeoman-bewaarders komen; er is immers maar een handjevol mensen in de Tower terechtgesteld, en maar heel weinigen werden werkelijk gemarteld op koninklijk bevel.

    De legende van de raven van de Tower, en het verhaal dat hun verdwijning een voorbode zou zijn van het eind van het Britse Rijk, deed pas opgeld aan het eind van de negentiende eeuw. Skaife vermoedt dat het een verhaal van behoorlijk recente datum is, verzonnen door Yeoman-bewaarders ‘om hun zakgeld wat op te krikken’.

    Tijdens de Blitzkrieg dienden de vogels hun land als vliegtuigspotters. Helaas waren er na afloop van de bombardementen nog maar twee raven over. In 1969 werd de eerste officiële Ravenmeester aangesteld, maar pas in 1981 werden de vogels in het Verenigd Koninkrijk tot beschermde diersoort verklaard. En toch worden kraaiachtigen, en dan vooral kraaien, ondanks hun grote intelligentie nog altijd bij honderden afgeschoten.

    Katten 

    Volgens Nicola Clayton, hoogleraar dierlijke cognitie in Cambridge en een vermaard deskundige op het gebied van kraaiachtigen, lijdt de soort onder een slecht imago. ‘Er wordt beweerd dat kraaiachtigen de nesten van andere vogels uitmoorden en allerlei andere schade aanrichten, maar dat is niet waar. Of dat ze verantwoordelijk zijn voor de vermindering van het aantal zangvogels, en ook dat is niet waar. De schuldigen zijn katten die naar buiten worden gelaten, en homo sapiens.’

    Interessant genoeg voegt ze eraan toe dat hoe zwarter de kraaiachtigen zijn, des te slechter hun reputatie is. Mensen hebben een grotere hekel aan kraaien en eksterachtigen dan aan bijvoorbeeld Vlaamse gaaien, misschien ‘omdat we van mooie kleuren houden’. Het zou ook bijgeloof kunnen zijn, zoals in het geval van zwarte katten.

    Tegenwoordig zijn raven nog steeds uiterst zeldzaam. De Tower of London is waarschijnlijk de enige plek waar je ze nog kunt zien. Clayton kent de raven van de Tower en ook Skaife goed: ‘Ik had de indruk dat Merlina dol op hem was, en hij op haar, en hij zal er vast kapot van zijn.’

    Tijdens de Blitzkrieg dienden de vogels hun land als vliegtuigspotters

    Net als in victoriaanse tijden maakt de raaf een soort comeback. Toen George R.R. Martin begon met het schrijven van zijn serie A Song of Ice and Fire, bracht hij regelmatig een bezoek aan de Tower, en aan Skaife. Martin nam de raven in zijn wereld op als boodschappers, met een almachtige, allesziende wijze genaamd de Drieogige Kraai die de jonge Bran Stark uiteindelijk moest worden. In de tv-bewerking werd hier een drieogige raaf van gemaakt.

    ‘George Martin heeft de raven echt een dienst bewezen,’ zegt Skaife. ‘Als anderen over ze schrijven, is het met allerlei duistere connotaties, zoals dood en verderf, terwijl George iets anders deed. Hij zei tegen me dat hij de raven in een positiever daglicht wilde stellen. Ik ben nu een groot fan van Game of Thrones.’

    Raven in Game of Thrones.

    Het is die combinatie van gotisch en komisch die raven zo boeiend maakt: ze zijn paradoxaal. Skaife zegt dat al zijn raven iets ondeugends hebben. ‘Het is alsof je een speelgoedwinkel binnenkomt met een stuk of zes kinderen van wie je hoopt dat ze netjes bij je blijven, maar die door de looppaden rennen en al het speelgoed aanraken. Ze kunnen lastig zijn, maar ook heel aanhalig.’

    Wat misschien verklaart waarom ze zo populair zijn geworden op sociale media. Daar gaat momenteel zelfs alle vrije tijd van de Ravenmeester aan op. Hij begon pas een maand geleden filmpjes te posten op TikTok, maar heeft nu al een enorm publiek. ‘Ik probeer zo veel mogelijk fratsen vast te leggen die de raven uithalen, zoals van hun stok vallen en tegen dingen aan botsen; ze doen alles wat mensen ook doen en het is zo grappig om naar ze te kijken. Ik heb een paar filmpjes gepost waarin ik Merlina aai en ook een paar andere raven. Je kunt zien dat ze vraagt om een aai en dat ze me haar genegenheid wil tonen. Ze kunnen echt contact met je maken. Net als wij hebben ze gevoelens, die ze misschien niet altijd geweldig goed kunnen uiten, maar ze bezitten wel de emotionele kracht om dat te doen, en dat is ongelooflijk.’

    Kroepoek

    Merlina is de ster, met ook op Instagram en Twitter een grote schare trouwe volgers. ‘Ze krijgt kaarten van over de hele wereld, is op televisie geweest, speelt met stokken, rolt over de grond,’ zegt Skaife. ‘Ze is vooral dol op kroepoek. Ze is erg fotogeniek, en ik denk dat ze een gevoelige snaar raakt bij mensen.’

    Volgens Skaife trekken raven van nature mensen aan die met de donkerder kant van het leven worden geassocieerd. En ook de toename van hun populariteit heeft een donkerder kant.

    Lloyd Buck, vogelkenner en presentator van natuurprogramma’s, zegt dat door het succes van Games of Thrones veel mensen met het idee speelden om een raaf als huisdier te nemen. ‘Maar daarvoor zijn ze waarschijnlijk de minst geschikte vogels die je maar kunt bedenken. Heel intelligent, ja, maar ook onvoorspelbaar, vernielzuchtig en verbazingwekkend humeurig.’

    Opening 2

    Buck (53) kan het weten. Hij werkt al bijna dertig jaar met vogels en heeft ze al sinds zijn zesde als huisdier. Hij en zijn vrouw Rose helpen dieren trainen voor natuurfilms en -series, onder meer van David Attenborough. Buck heeft zijn eigen raaf, die ook Bran heet. Zijn Bran is de zoon van een ravenpaar uit de Tower.

    Het is die combinatie van gotisch en komisch die raven zo boeiend maakt: ze zijn paradoxaal

    ‘Alle kraaiachtigen,’ zegt Buck, ‘hebben net iets extra’s, iets wat ze een beetje anders maakt. Ik houd al mijn hele leven vogels, en ik heb nooit andere vogels gehad die op ze lijken. Als ze je aankijken, proberen ze je echt te doorgronden.’

    Net als Merlina is Bran door mensenhanden grootgebracht – Buck kreeg hem als jong van amper twintig dagen – en hij ziet Buck als een vaderfiguur. Volgens Buck is Bran een lieverd: dol op zwarte bessen plukken en uiterst gevoelig voor Bucks stemmingen. Voor zover hij weet, is Bran de eerste en enige raaf die ooit een camera heeft gedragen, aan een tuigje. Hij is waarschijnlijk ook de eerste raaf die het heeft overleefd nadat hij per ongeluk in zijn borst was geschoten.

    Buck zegt dat hij menigmaal is benaderd door mensen met ravenjongen. Hij raadt altijd af de vogel als huisdier te houden. Zelf denkt hij overigens dat Merlina nog wel ergens rondzwerft. ‘Soms willen ze gewoon eens wat anders. Volgens mij is er een goede kans dat ze nog leeft.’

    Rage

    Mike Keen, een ander lid van de broederschap van ravenhouders, deelt Bucks zorgen over het feit dat de vogels zo’n rage zijn geworden. Omdat ze zo intelligent zijn, zegt hij, is het gemeen om ze in een volière op te sluiten. Ze raken gemakkelijk verveeld, en ze kunnen in gevangenschap wel veertig worden. ‘Het zijn geen hamsters.’ Maar toen de 51-jarige kroegbaas uit Suffolk een ravenjong kreeg aangeboden door een vriend, aarzelde hij geen moment. ‘Ze was drie weken oud toen ik haar kreeg, en toen ik haar een week of vijf had, begon ik foto’s en filmpjes te posten op Instagram. Toen kreeg ik te maken met de schimmige wereld van de ravenhouderij.’

    Ook Keen maakte kennis met de Ravenmeester, via Instagram. Skaife bracht een bezoek aan Keens café en stond er versteld van hoe tam de vogel was: ze vloog vrij rond maar kwam altijd terug. ‘Hij wilde de raven van de Tower net zo aanhankelijk maken, zodat ze niet zouden wegvliegen. Dus zijn we daar samen mee aan de slag gegaan.’

    Dat raven zich graag met mensen inlaten heeft maar één reden: eten

    In 2018 lanceerde de Tower een ravenfokprogramma, omdat het steeds moeilijker werd aan jongen te komen. (Er zijn betrekkelijk weinig legale fokkers.) Het jaar daarop bracht Skaifes broedpaar vier jongen voort, de eerste in de Tower sinds dertig jaar. Keen nam er drie, Skaife hield George die later een meisje bleek te zijn, Georgina. En Keen verzorgde de drie ravenjongen van de Tower in een kooi in zijn slaapkamer.

    Wat Keen betreft is er geen betere ravenverzorger dan Skaife. ‘Hij is ongelooflijk. Maar het is altijd link om te proberen ze in de Tower te houden zonder dat ze kunnen wegvliegen. Ze zinnen altijd op een kans om ervandoor te gaan. Dat hoort er gewoon bij als je raven houdt.’

    ‘Maar,’ zegt hij, ‘de sociale media laten alleen de positieve kanten zien. Er is me door heel wat mensen gevraagd waar ze een ravenjong kunnen scoren, en ik heb het bijna iedereen afgeraden. Gelukkig is het behoorlijk moeilijk om er een op te kop te tikken, en het zijn beschermde vogels in Engeland. Hopelijk blijft dat zo. De ravenhouders vormen een heel klein wereldje, en dat kan maar beter zo blijven.’

    Speelse kinderen

    Het tijdstip van Merlina’s verdwijning, midden in de pandemie, in een land dat nog natrilt van de brexit, heeft het publiek de stuipen op het lijf gejaagd. ‘Wij zijn een bijgelovig volkje,’ zegt Skaife. Maar hij voegt eraan toe; ‘We hebben nog altijd zeven raven. Pas als die allemaal weg zijn zou ik zonder werk zitten.’

    Hij beschrijft de vogels als ‘een groep speelse kinderen’, elk met een ander karakter en met een andere kleur ring om zijn poot, om ze uit elkaar te houden. Al heeft Skaife die ringen niet nodig. ‘Erin is mijn oudste, zij is moeder de gans, ze heeft de wind eronder. Rocky heeft een machonaam maar is helemaal geen macho. Harris en Gripp zijn mijn pubers. Kleine Poppy is prachtig en ze doet het heel goed, maar ze is vreselijk ondeugend. Georgie gaat goed vooruit en leert een heleboel van Poppy. Jubilee is wat majestueuzer.’

    Vorige zomer meldden veel kranten dat de raven verveeld raakten door het gebrek aan toeristen, en dat ze daarom verder weg vlogen

    Dus de toekomst van het Britse Rijk is voorlopig veiliggesteld. Maar hoe zit het met de Tower, en de raven die er wonen? Als liefdadigheidsinstelling is de HRP afhankelijk van bezoekers. Met de inkomsten kunnen de gebouwen worden onderhouden en de vogels worden gevoerd. De verzorging van de raven kost nog geen tienduizend pond per jaar en ze zijn hun geld meer dan waard als toeristische trekpleister, en natuurlijk ook door het auteursrecht van Skaifes boek. Maar de pandemie is funest voor de inkomsten van de liefdadigheidsinstelling. Volgens een woordvoerder kelderen die dit jaar met honderd miljoen pond, een afname van ruim 85 procent.

    Vorige zomer meldden veel kranten dat de raven verveeld raakten door het gebrek aan toeristen, en dat ze daarom verder weg vlogen. Maar Skaife haast zich dat te corrigeren. ‘Wat er toen in de kranten stond was feitelijk onjuist. Natuurlijk waren de dieren door de lockdown lange tijd op zichzelf aangewezen, maar raven zijn heus niet de beste vrienden van mensen. Dat ze zich graag met mensen inlaten heeft maar één reden: eten. Ze raakten helemaal niet verveeld.’

    Schermafbeelding 2021 02 24 om 22.20.27 2
    Ten tijde van haar verdwijning was Merlina volledig ‘vliegwaardig’: haar veren waren al verscheidene jaren niet geknipt en ze kon gaan en staan waar ze wilde. – © Historic Royal Palaces / Richard Lea-Hair

    Dichtten de media de vogels te veel menselijk eigenschappen toe en projecteerden ze hun eigen frustratie op de raven? Skaife denkt dat er eerder sprake is van een misvatting. De vogels gingen gewoon eens ergens anders hun benen strekken.

    En bovendien waren de raven helemaal niet alleen. Wat mensen altijd verbaast, zegt Skaife, is dat er zo’n honderdvijftig mensen binnen de muren van de Tower wonen. ‘We hebben hier onze eigen kroeg, we hebben een kapelaan, een politieman, een eigen arts.’

    Toeristen die over de kantelen lopen, zijn vaak verbaasd als ze beneden auto’s zien staan, was die te drogen hangt en spelende kinderen. ‘Het is een kleine gemeenschap in het hart van Londen. En de raven zijn daar onderdeel van.’

    Net als wij allemaal zijn Skaife en zijn Tower-team in lockdown – Skaife beklaagt zich over de slechte wifi tussen de oeroude muren – maar ze hopen voor Pasen weer open te kunnen. Er zijn voorlopig nog geen plannen om Merlina te vervangen (al is ze volgens Skaife onvervangbaar). ‘Merlina was de onbetwiste aanvoerder van het stel, de ravenkoningin van de Tower,’ zegt een woordvoerder. ‘Ze zal node worden gemist door de andere raven, de Ravenmeester en alle anderen binnen de Tower-gemeenschap.’ Maar haar naam zal voorlopig niet in een grafsteen worden gebeiteld, voor het geval ze toch nog terugkomt.

    Raaf onder de raven

    Nathan Emery, gespecialiseerd in cognitief vogelgedrag, heeft de raven van de Tower de afgelopen vier jaar bestudeerd. De experimenten leveren geen geld op, maar ze zijn van onschatbaar belang voor de studie van de dierlijke intelligentie. Naast de intelligentie van kraaiachtigen krijgt ook het voortbestaan van de soort steeds meer aandacht. Ravenpopulaties beginnen zich te herstellen, en de Britse vogelbescherming doet er alles aan om illegale jagers voor de rechter te brengen.

    Maar volgens Emery heeft Skaife ‘meer voor de kraaiachtigen betekend, en voor raven in het bijzonder, dan honderd wetenschappelijke studies ooit zouden kunnen. Zijn aanstekelijke humor en zijn grote inzicht in hun aard, die hij heeft verkregen door raaf onder de raven te zijn, is zowel een bewijs van zijn fascinatie voor de soort als van zijn vermogen om zich om dieren te bekommeren die in veel opzichten van ons verschillen maar ook frappante gelijkenissen met ons vertonen. Dat zijn favoriete pupil, Merlina, vermist wordt, en misschien wel dood is, is hartverscheurend, maar we kunnen ook wensen dat ze heeft besloten de wereld te gaan verkennen, nu wij mensen een minder prominente rol in haar leven spelen.’

    Skaifes vrouw en 31-jarige dochter wonen inmiddels niet meer bij hem in de Tower-bubbel. Ze zijn twee jaar geleden verhuisd naar Whitstable in Kent, waar Skaife op zijn vrije dagen heen reist. ‘Dus ik leef hier een beetje als een vrijgezel. Met alleen zeven raven.’

    En over Merlina, die nooit meer zijn maatje zal zijn, zegt hij: ‘Ik hoop echt dat ze nog ergens is, waar ze waarschijnlijk vakantie viert of iets liefdadigs doet. Dat blijf ik hopen. Als eeuwige optimist. Ja, het verlies van een raaf is afschuwelijk voor mij, afschuwelijk voor de Tower, maar er gebeuren momenteel veel dingen in de wereld die het volstrekt onbetekenend maken. Belangrijker is dat ze mensen in de loop der jaren een heleboel liefde heeft gegeven. Ik wil dat ze daarom herinnerd wordt.’

  • Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Nu de regering van Joe Biden de erfenis van Donald Trump in Latijns-Amerika begint te ontmantelen, lijken landen in die regio voorzichtig optimistisch over de kans op constructievere banden met hun grote noorderbuur.

    Bidens snelle overschakeling op een humaner immigratiebeleid geeft een krachtig signaal af. De president belooft zijn beleid te baseren op nationale (in plaats van persoonlijke) belangen en waarden, met hernieuwde aandacht voor democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Ook geeft hij grote prioriteit aan de strijd tegen klimaatverandering. 

    Nadruk moet liggen op handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen

    Maar de bittere realiteit waar Latijns-Amerika mee kampt, kan deze nieuwe regering nog danig dwarsbomen in haar doelen en ambities voor deze regio, die gebukt gaat onder geweld en grote ongelijkheid. Al sinds 2013 zit Latijns-Amerika in een neerwaartse spiraal die alle maatschappelijke en economische vooruitgang teniet heeft gedaan die in het decennium daarvoor was geboekt.

    Linkse zowel als rechtse regeringen laten het afweten: de middenklasse krimpt en extreme armoede en werkloosheid rijzen de pan uit, met sociale onrust en protesten tot gevolg. De politiek raakt steeds meer gepolariseerd en wordt conflictueuzer, en de tevredenheid over de democratie is in decennia niet zo laag geweest. De hele regio is inmiddels een vruchtbare voedingsbodem voor autoritair leiderschap.

    De coronapandemie legt de maatschappelijke problemen genadeloos bloot: de zwakte van de instituties, de diepgewortelde corruptie in politiek  en bedrijfsleven, en het systematische falen van gezondheidszorg, onderwijs en andere vormen van openbare dienstverlening. Volgens het IMF zal het bbp per hoofd van de bevolking in de economieën van Latijns-Amerika op zijn vroegst in 2025 weer op het niveau zijn van voor de pandemie.

    Veel economen voorspellen een verloren decennium dat vergelijkbaar met of nog erger zal zijn dan de schuldencrises van de jaren tachtig. En het is vooral zorgwekkend dat de regio nog nooit zo verdeeld is geweest en verstoken van eendrachtig leiderschap. Elk land kiest een andere koers en het gebrek aan onderlinge samenwerking is opvallend.

    AM ANP 52258006
    Kiezers wachten om hun stem uit te brengen in Caracas, Venezuela. Op de achtergrond een muurschildering van de overleden presidentHugo Chavez. – © AP Photo / Ariana Cubillos

    Biden zal zich in zijn beleid ten aanzien van Latijns-Amerika beperkt weten door de vele binnenlandse problemen die hij heeft geërfd en die veel aandacht, geld en politiek kapitaal gaan kosten. Europa en Azië zullen in zijn buitenlandbeleid meer prioriteit krijgen dan Latijns-Amerika. Hij aarzelde gelukkig niet om meteen duidelijk te maken dat het nieuwe Latijns-Amerika-beleid van de VS sterk zal verschillen van dat onder zijn voorganger. Het stopzetten van de bouw van de muur langs de grens met Mexico, veranderingen in de regelgeving rond asielaanvragen, de hereniging van gezinnen die op wrede wijze uit elkaar zijn gehaald en andere voorgestelde hervormingen van het immigratiebeleid zullen in de hele regio met gejuich zijn ontvangen. En de eerste tekenen van een nieuwe houding tegenover Venezuela en Cuba zijn eveneens bemoedigend.

    In het geval van Venezuela wordt pragmatische diplomatie verwacht, waarin de VS weer samen met de EU tot serieuze onderhandelingen probeert te komen. En ook met Cuba zal de VS waarschijnlijk meer betrekkingen aangaan, ongeveer zoals tijdens de dooi onder Obama in 2015. Een stoere opstelling in de vorm van dreigementen en harde sancties is tot nu toe contraproductief geweest, en vooral ook schadelijk voor gewone burgers.

    Bereidwillige partners

    Wel zal de regering-Biden het moeilijk krijgen met het vinden van bereidwillige partners voor de verdediging van de democratie in Latijns-Amerika. Sommige Latijns-Amerikaanse regeringen vonden het wel prettig dat Trump ze hun gang liet gaan op het gebied van democratie en mensenrechten. De afgelopen vier jaar bestond ‘samenwerking’ met de VS vooral uit tegemoetkoming aan de eisen van dat land, met name op het gebied van immigratie.

    Deze regeringen zullen zich nu op hun nationale soevereiniteit en de onwenselijkheid van inmenging in binnenlandse aangelegenheden beroepen als de regering van Biden openlijk stevige standpunten inneemt over bijvoorbeeld de militaire corruptie in Mexico, de ontbossing in Brazilië of het vermoorden van activisten in Colombia.

    Het moreel gezag van de Verenigde Staten als hoeder van de democratie heeft in de afgelopen vier jaar steeds meer deuken opgelopen, met als hoogtepunt de bestorming van het Capitool op 6 januari. Biden zal er nog een hele kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was en de VS een betrouwbare en geloofwaardige partner is als het gaat om mensenrechten en democratie. Hij zal ten aanzien van alle regeringen in de regio een consistente lijn moeten volgen, ongeacht of ze links of rechts zijn, en ook al tonen ze zich bereid de Verenigde Staten op andere punten tegemoet te komen. Een goede behandeling van immigranten en serieuze aandacht voor ongelijkheid en racisme binnen de Verenigde Staten zouden het aanzien van zijn regering op dit vlak versterken.

    Daarnaast moet Trump vooral niet worden nagevolgd in zijn pogingen om China te demoniseren en de groeiende Chinese invloed in Latijns-Amerika te beschrijven in bewoordingen die doen denken aan de Koude Oorlog. In plaats daarvan moet Biden zijn belofte nakomen om te zorgen dat zijn eigen land in deze regio effectiever kan concurreren. De nadruk moet liggen op een toename van de handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen in Latijns-Amerika.

    Biden zal er een kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was

    Bidens aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar de zogenaamde Noordelijke Driehoek: Guatemala, Honduras en El Salvador, de voornaamste herkomstlanden van illegale immigranten in de VS. Als vicepresident stond hij al aan de wieg van de Alliance for Prosperity, een samenwerkingsverband met landen in de regio, en als president heeft hij nu een pakket van 4 miljard dollar voorgesteld om op het gebied van economie, veiligheid en bestuur de achterliggende oorzaken van migratie aan te pakken. Een lovenswaardig idee, maar de welig tierende corruptie in veel van deze landen maakt de uitvoering van zo’n ambitieus plan erg moeilijk. 

    Gezien de uitdagingen waar de VS zich in zijn Latijns-Amerika-beleid voor gesteld ziet, zou Biden er verstandig aan doen te kiezen voor een klein aantal bescheiden en realistische doelstellingen. De nijpende binnenlandse problemen hebben voor zijn regering de hoogste prioriteit. Maar om duidelijk te maken dat zijn land niet langer een koers vaart van ‘America First’, is met name samenwerking in de bestrijding van de pandemie van cruciaal belang.

    Herstel economie

    De Verenigde Staten hebben zich weer aangesloten bij de Wereldgezondheidsorganisatie en bij Covax, een wereldwijd initiatief voor de levering van coronavaccins. Wat de regering-Biden nu ook zou moeten overwegen, is een serieus initiatief om de Latijns-Amerikaanse landen te helpen een eind te maken aan de pandemie en een begin te maken met het herstel van de economie en de sociale rechtvaardigheid.

    Een cruciale eerste stap zou bestaan uit financiële en logistieke hulp bij de inkoop van vaccins en de brede verspreiding daarvan onder de bevolking, en dan met name de kwetsbaarste groepen. Er is niets wat het vertrouwen in en de samenwerking met de Verenigde Staten zo zou opvijzelen als hulp op dit gebied. 

  • Tien jaar na de Arabische Lente snakt de jeugd naar perspectief

    Tien jaar na de Arabische Lente snakt de jeugd naar perspectief

    In 2010 en de jaren die volgden spoelde er een veelbelovende portestgolf over de Arabische wereld. Nog altijd is de regio instabiel, en snakt de jongere generatie naar een (normaal) leven.

    De afgelopen tien jaar zijn er in de Arabische wereld dingen gebeurd die normaal gesproken goed zijn voor een eeuw geschiedenis. Revoluties, contrarevoluties, regimes die in de afgrond storten, regimes die hun land in de afgrond storten, burgeroorlogen die buiten hun oevers treden, staten binnen de staat die de gevestigde orde aan het wankelen brengen, oude machten die een comeback maken, nieuwe machten die de door hun voorgangers achtergelaten buit proberen binnen te halen, allianties die worden gesmeed, allianties die uiteenvallen. En alles gebeurt tegelijkertijd, nergens lijkt nog sprake te zijn van een stevig fundament, elke overtuiging wordt getart en elke toekomstvoorspelling is riskant. Tunesië, Egypte, Soedan, Libië, Algerije, Syrië, Irak, Bahrein, Jemen, Saoedi-Arabië, Libanon, noem maar op: bijna geen enkel Arabisch land heeft zich kunnen onttrekken aan deze versnelling van de geschiedenis, die vele vormen kende en dus ook uiteenlopende gevolgen heeft gehad.

    Het begon allemaal op 17 december 2010 met de wanhoopsdaad van Mohammad Bouazizi, een Tunesische groente-en-fruitverkoper die zichzelf in brand stak. Aangezien de gevolgen van de diepgaande omwenteling nog lang niet zijn uitgewoed, is een weloverwogen terugblik onmogelijk en kunnen we dus ook nog geen verstrekkende conclusies trekken. Hoe zal de Arabische wereld eruitzien als dit hoofdstuk eenmaal is afgesloten? Welke scheuringen zullen zich hebben voorgedaan, welke ontwikkelingen blijken duurzaam te zijn, nadat de regio decennialang in een diepe sluimer leek te verkeren? Niemand die het weet. En toch horen we al jaren die aanzwellende deun dat de Arabische Lente – de term zelf geeft al permanent aanleiding tot discussie – niets anders was dan een grootse luchtspiegeling. 

    MO GettyImages 464984333 2
    Aanhangers van de Egyptische minister van Defensie Fattah al-Sisi verzamelen zich in januari 2014 op een zwaar beveiligd Tahrirplein in Caïro om de derde verjaardag van de opstand te vieren. – © Ed Giles / Getty Images)

    Voor die stelling is natuurlijk ook wel wat te zeggen. De Arabische Lente brak in de knop. Syrië, Irak en Jemen liggen aan flarden, Palestina bestaat niet meer, Libië wordt verscheurd, Egypte kachelt achteruit, Libanon loopt schipbreuk – hoeveel opgestapeld leed kan het grote Arabische lichaam verdragen voordat het de geest geeft? De poging van de islamisten om terrein terug te winnen, het totalitaire project van de jihadisten, de wedijver van de oude magnaten, het cynisme van het Westen, maar – en dat vooral – de verpletterende onderdrukking van de bevolking door lokale tirannen en hun bondgenoten, met alle denkbare en ondenkbare middelen: ze hebben de regio in een lange winter gedompeld, grotesker en uitzichtlozer nog dan de vorige.

    Geopolitieke twisten

    Bijna alle landen in de Arabische wereld zuchten onder een politieke én een economische crisis, met daarbovenop nog eens geopolitieke twisten die de existentiële problemen waarmee deze landen al te kampen hebben verergeren en elke mogelijkheid om uit de crisis te komen afhankelijk maken van onverenigbare interne en externe factoren. Het is dus heel begrijpelijk dat in de hoofden van veel mensen de beloften van de Lente ver weg lijken. Zeker, de meeste revoluties zijn mislukt en de levensomstandigheden zijn de afgelopen tien jaar door de bank genomen verslechterd. Zelfs in Tunesië, dat als het enige succes van deze revolutionaire golf wordt aangewezen, lijken veel mensen terug te verlangen naar een tijd dat openbaar debat onmogelijk was en individuele rechten met voeten werden getreden maar orde en stabiliteit min of meer gewaarborgd leken.

    Lees ook ‘Wat is er tien jaar later over van de Arabische Lente’ van 18 december 2020:

    Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente, schrijft The Guardian naar aanleiding van een peiling onder acht landen. Toch heeft een meerderheid van de respondenten in Soedan, Tunesië, Algerije, Irak en Egypte geen spijt van de protesten.

    De lokale bevolking ziet oorlog, buitenlandse inmenging of alleen al de economische crisis als de uitkomst van haar verlangen naar verandering. De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee: de politieke experimenten tijdens de Arabische Lente zijn immers mislukt en met name in Egypte is de autocratie in haar grofste vorm teruggekeerd. Veel Arabieren zijn daar zelf van overtuigd. Schreef de beroemde Franse socioloog en filosoof Raymond Aron al niet: ‘Mannen schrijven geschiedenis, zelfs als ze die geschiedenis niet kennen’?

    De gevolgen van deze diepgaande omwenteling zijn nog lang niet uitgewoed

    Andermaal openbaart zich hier een pijnlijk gebrek aan historisch perspectief. Oorzaak en gevolg, kwaal en remedie, worden door elkaar gehaald. De economische crisis ging aan de revoluties vooraf, ook al werd die verergerd door die revoluties; het was een van de belangrijkste redenen dat de verarmde onderklasse en de liberale burgerij de handen ineensloegen. Dat de opstand op een politieke mislukking uitdraaide mag nauwelijks een verrassing heten, en juist daarom mogen we de geschiedenis niet van achteren naar voren lezen. Kon van de Arabische burgers worden verwacht dat ze zich zouden gedragen als voorbeeldige Zweedse democraten, na decennia van politieke stagnatie en brute onderdrukking van iedere kritiek op de gevestigde orde, van staatsterreur en zwijgplicht? Moesten ze een bewijs van democratische geschiktheid afgeven door de wreedheden van de contrarevolutionairen vreedzaam te ondergaan?

    Obstakels

    De Arabische revolutionaire bewegingen hebben op verschillende niveaus met tal van obstakels te maken gehad – ook binnen deze bewegingen zelf, waar het gemeenschappelijke verzet tegen het bewind aanzienlijke verschillen maskeerde. Ze moesten leren omgaan met deze pluraliteit, die zo’n beetje voor het eerst politiek tot uitdrukking kwam. In hun strijd om de macht moesten deze bewegingen het opnemen tegen of onderhandelen met de veiligheidsdiensten om hun doel te bereiken. Uiteindelijk werden de Arabische opstanden op geopolitiek niveau gegijzeld door kwesties die de revolutionairen boven het hoofd stegen en werden ze het voertuig of het slachtoffer van imperialistische projecten.

    Wat dat betreft spreekt vooral het Syrische drama boekdelen. Een revolutie heeft weinig kans van slagen als het politieke ontwaken moet opboksen tegen een barbaars regime dat in zijn aard geen duimbreed toegeeft, en tegen de onwelkome bemoeienis van Russen, Iraniërs en Turken. 

    De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee

    De balans van de afgelopen tien jaar is misschien niet rooskleurig, maar draagt wel de kiem in zich van ingrijpende sociale veranderingen, met name bij de jongere generatie, die meer dan de helft van de bevolking 
    uitmaakt.

    Het was nooit de bedoeling van de Arabische revoluties om een nieuwe mens uit te vinden. Het waren – en het zijn nog steeds – ‘revoluties van normaliteit’, zoals de Franse historicus Henry Laurens het schetst. Ze worden gedreven door een verlangen om te breken met de vorige generatie en een moderne staat op te bouwen waarin het individu waardig kan leven. De Arabische Lente heeft veel teweeggebracht en we staan nog maar aan het begin van de afwikkeling ervan. De tweede golf die in 2018 over Libanon, Algerije, Irak en Soedan spoelde, is hiervan het beste bewijs. Zelfs in landen waaraan die golf geheel of grotendeels voorbij is gegaan, zoals de oliemonarchieën op het Arabisch schiereiland, zijn er maatschappelijke veranderingen zichtbaar die binnen enkele jaren tot een kookpunt kunnen leiden.

    Diverse krachten hebben zich de afgelopen tien jaar gemanifesteerd. Het geopolitieke aspect staat nu centraal, behalve misschien in de Maghreb, en dat speelt plaatselijke dictators in de kaart. Maar het is dwaasheid om aan te nemen dat deze situatie zal standhouden. Het is onzin om ervan uit te gaan dat de Arabische jongeren die van de vrijheid hebben geproefd en nu alleen maar willen emigreren, het juk van failliete dictaturen zullen blijven verdragen, zonder enig uitzicht op een aanvaardbare toekomst. Het zal jaren duren, misschien zelfs decennia, maar geen enkel regime, geen enkel geopolitiek project mag in staat worden geacht om tot in lengte van dagen weerstand te bieden aan dit onstuitbare verlangen van de Arabische volkeren naar (een normaal) leven.