Als drievoudig Grand Slam-winnares en de best betaalde vrouwelijke sporter ter wereld is tennisster Naomi Osaka over de hele wereld populair. In Japan prijkt haar beeltenis niet alleen op T-shirts en sleutelhangers, maar nu ook op de pagina’s van manga, oftewel strips. Niet eerder was een zwart personage hierin een held.
Twee eerdere pogingen om Osaka, die van gemengde afkomst is, als strippersonage te gebruiken, in een Australische krant en in een Japanse advertentie, sloegen de plank mis: ze werd erin afgebeeld met een witte huid en lichtgekleurd haar. Maar in december 2020 bracht het Japanse tijdschrift Nakayoshi voor het eerst ‘De weergaloze NAOMI Tenkaichi’, met Osaka als heldin (tenkaichi betekent ‘de beste op aarde’).
In deze strip wordt ze wél correct afgebeeld, voor een deel dankzij het feit dat het project tot stand kwam onder toeziend oog van haar zus Mari. Het tenniswonder, dat in december de Associated Press-prijs voor beste vrouwelijke sporter van het jaar kreeg, heeft nu een plaats in het uitgebreide mangapantheon van sterke vrouwelijke personages en een klein maar groeiend gezelschap zwarte personages.
Het is een bekend gegeven dat etnische verschillen in de Japanse samenleving worden uitgewist of weggestopt
Dat is een teken van vooruitgang in een genre waarin tot nu toe weinig correcte weergaven van raciale diversiteit te vinden waren. Het is een bekend gegeven dat etnische verschillen in de Japanse samenleving worden uitgewist of weggestopt. Maar volgens deskundigen verandert dat geleidelijk aan en krijgt manga een nieuw uiterlijk.
‘Meer mangaka (mangamakers) doen hun best om zwarte personages beter en met meer respect af te beelden,’ zegt LaNeysha Campbell, een mangarecensent die voor popcultuurwebsite ‘But Why Tho?’ schrijft. ‘Een goed voorbeeld is Aran Ojiro, een van de personages in Haikyū!! Zijn gezicht en huidtint worden afgebeeld met respect voor zwarte trekken.’
Voor schrijver en The Japan Times-columnist Baye McNeil was het eerdere debacle met Osaka’s stripbeeld een katalysator voor verandering. ‘Er ontstaat meer bewustzijn in verschillende Japanse media en daardoor gaan sommige kunstenaars duidelijk zorgvuldiger te werk wanneer ze niet-Japanse personages gebruiken. Niemand wil opeens allerlei negatieve aandacht uit de hele wereld op zich gericht krijgen. Het is treurig, maar soms is zo’n incident nodig om mensen de ogen te openen.’
Sommige mangapersonages tonen de liefde van de kunstenaar voor zwarte cultuur
In het verleden hebben makers van manga en van de filmtegenhanger daarvan, anime, maar al te vaak stereotypes gebruikt om zwarte mensen af te beelden. ‘In veel klassieke manga uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werden zwarte mensen getekend met grote lippen en voorgesteld als intimiderende, vaak domme personages,’ zegt mangaliefhebber Diamond Cheffin. ‘Zelfs in het eerste decennium van deze eeuw kom je nog die zwarte karikaturen tegen.’
Volgens McNeil komt de houding van veel manga-artiesten tegenover zwarte personages voort uit gewoonte: ‘Veel mangaka zijn gewend om zwarte mensen op een bepaalde manier neer te zetten. En al kloppen die personages niet, ik geloof niet dat ze per se beledigend bedoeld zijn. Het is ook zo dat die strips niet voor een niet-Japans publiek bedoeld zijn.’
Een reden waarom veel Japanse mangakunstenaars zwarte mensen voorheen op een weinig vleiende manier portretteerden, is volgens Campbell dat ze altijd door de lens van witte Amerikaanse media naar zwarte cultuur hebben gekeken: ‘Het kan best zijn dat de eerste indrukken die het Japanse publiek van zwarte mensen kreeg, gevormd zijn door deze racistische en stereotiepe beelden. Die afbeeldingen stammen inmiddels van ruim zeventig jaar geleden, maar ze dragen nog steeds bij aan de negatieve houding tegenover zwarte mensen en de beledigende en problematische manier waarop die in manga worden neergezet.’
Sommige mangapersonages tonen de liefde van de kunstenaar voor zwarte cultuur. Veel Japanse makers zijn met Amerikaanse strips, muziek en films opgegroeid en nemen die iconen bij wijze van eerbetoon in hun eigen werk op. Maar dat kan nog steeds tot verkeerde typeringen leiden. Een voorbeeld is het personage Coffee in de populaire tv- en vervolgens ook manga-serie Cowboy Bebop.
‘Coffee is een typisch blaxploitation-personage,’ zegt film- en tv-recensent Kambole Campbell. ‘Ze is eigenlijk Foxy Brown, maar dan op Mars. (De film Foxy Brown uit 1974 met Pam Grier als de hypergeseksualiseerde hoofdpersoon, kreeg in de Verenigde Staten veel kritiek vanwege de manier waarop zwarte mensen en vooral zwarte vrouwen erin werden neergezet.)
Cowboy Bebop-regisseur Shinichirõ Watanabe koos in 2019 voor een andere benadering met de anime-serie Carole & Tuesday, waarvan de hoofdpersoon een zwart meisje in tuinbroek met dreadlocks en een vrolijke lach is.
Coole meiden
Naomi Osaka, dochter van een Haïtiaanse vader en een Japanse moeder, zegt dat ze vroeger in Japan wel racisme heeft ervaren. ‘Japan is een heel homogeen land, dus het was lastig voor mij om racisme bespreekbaar te maken, schreef ze in juli 2020 in een artikel voor Esquire. ‘Ik heb online en zelfs op tv wel racistische commentaren gekregen. Maar dat is de minderheid. In werkelijkheid worden mensen, en vooral sporters van gemengde afkomst door de meerderheid van het publiek, door fans, sponsors en media wel geaccepteerd. De onwetendheid van enkelingen mag de progressiviteit van de meerderheid niet overschaduwen.’
De weergaloze NAOMI Tenkaichi, de nieuwe manga over Osaka, wordt vanuit een ander standpunt gemaakt en richt zich op een van de groepen waarbij dit genre populair is: tienermeisjes.
‘We willen haar charme overbrengen,’ schrijven de makers Jitsuna en Kizuna Kamikita, tweelingzussen die hun gezamenlijke werk ondertekenen als Futago Kamikita, in een e-mail. ‘En natuurlijk ook haar grootsheid als tennisster. Naomi is een humaan, menslievend iemand. We houden ook van haar denkbeelden en haar bereidheid om daar zelf naar te handelen. Tegelijkertijd heeft ze gevoel voor humor en dat verzacht haar serieusheid.’ En, voegen ze eraan toe: ‘We vinden het ook belangrijk om een warm verhaal te tekenen over het gezin waarin ze is opgegroeid.’
De keus voor Osaka paste helemaal bij Nakayoshi,’ zegt Izumi Zushi, de uitgever van het blad. ‘Onafhankelijke heldinnen en coole meiden zijn bij onze lezers heel populair.’
In de strip speelt het personage van Osaka ‘ruimtetennis’ en ‘reist ze met haar ouders en zus door het heelal om steeds nieuwe uitdagingen aan te gaan en ieders dromen en verwachtingen te beschermen tegen de ‘Duisternis’, zegt Zushi.
In het Westen denken veel mensen dat otaku, de nerdcultuur, voornamelijk voor mannen is
Nakayoshi is een van de vele publicaties die zich op vrouwelijke lezers richten en de Kamikita-tweeling maakt deel uit van een grote groep vrouwelijke stripmakers. In het Westen denken veel mensen dat otaku, de nerdcultuur, voornamelijk iets voor mannen is, maar een aanzienlijk deel van die community bestaat uit vrouwen, zowel makers als consumenten. Volgens de Japanse uitgeversorganisatie waren er in 2019 zeker drieëntwintig tijdschriften in de mangacategorieën shojo (gericht op tienermeisjes) en josei (gericht op oudere lezeressen), met een totale maandelijkse oplage van meer dan 1,5 miljoen exemplaren.
Behalve de manga over tennisster Osaka wijzen ook andere recente ontwikkelingen in deze bedrijfstak op een nieuwe gevoeligheid voor etnische verschillen. ‘Ik vind echt dat de manier waarop zwarte mensen worden neergezet een heel stuk verbeterd is,’ zegt liefhebber Cheffin. ‘We krijgen nu coole personages zoals Ogun uit Fire Force. Over het algemeen doet deze nieuwe generatie het geweldig. Maar ik zou wel graag meer zwarte personages willen zien, op grotere schaal en niet alleen maar af en toe eentje.’
En McNeil zegt: ‘Hoe sterker kunstenaars zich ervan bewust worden dat manga mensen over de hele wereld bereikt, hoe beter ze zullen leren verhalen en personages te creëren die rekening houden met de verschillende gevoeligheden van hun groeiende publiek.’
In het hartverwarmende universum van de Engelse tekenaar Glen Baxter (76), excuseer, Colonel Baxter, kan alles. Zijn nieuwste boek New Ways with Vegetables and Other Disasters is opnieuw een staaltje onverstoorbare (Britse) humor en weergaloos taalgevoel. Voor zijn kleurpotloodtekeningen bestaan niet genoeg superlatieven.
Wie altijd de humor kan vinden of een draai weet te geven aan een tragische situatie of aan de saaie tijd die wij nu noodgedwongen beleven, is in het bezit van een waardevol stuk gereedschap. Glen Baxter (Leeds, 1944) grosseert erin. Er vast is geen enkele publicatie van hem te vinden die zonder te grinniken kan worden bekeken. Maar Baxter is geen komiek, dat zou zijn kwaliteit als kunstenaar tekortdoen. Wat hij tekent interesseert hem, daarna ontstaat de grap pas. Per toeval. Baxter koestert, zoals dat heet, het kind in hemzelf en kijkt met die onbevangen blik naar de dingen om hem heen. Vooral naar wat hij als klein jongetje ook al niet begreep. Dat fascineerde hem.
Net zoals hij in zijn jeugd gegrepen werd door het witte doek in de bioscoop of de avonturenboeken in de bibliotheek. Amerikaanse glamour, westerns en de volstrekt eigen humor van de Marx Brothers. Favoriet was Biggles, een serie avonturenboeken over de fictieve piloot James Bigglesworth, geschreven door de Britse schrijver W.E. Johns. Het eerste verscheen in 1932; 96 delen zouden volgen, totdat de auteur in 1968 overleed, naar verluidt tijdens het schrijven van deel 97. Het originele taalgebruik van Johns, die zijn personages bijvoorbeeld ‘Algy, the Hon. Algernon Montgomery Lacey’ en ‘Ginger Hebblethwaite’ noemde en ellenlange woorden gebruikte, was een bron van inspiratie voor de kolonel.
Eten
Over New Ways with Vegetables and Other Disasters schreef hij speciaal voor 360 over zijn verhouding tot eten.
‘In de loop der jaren heb ik een eindeloze stroom tekeningen over eten gemaakt. Het was mijn Nederlandse uitgever Jaco Groot die voorstelde er een boek van te maken. Onze relatie gaat terug tot 1978, toen hij mij uitnodigde in Amsterdam om een boek te maken met de titel Atlas. Dat was het begin van een serie tekeningen onder de titel Great Culinary Disasters Of Our Time, gebaseerd op een aantal maaltijden die ik op mijn reizen kreeg voorgeschoteld. Sindsdien ben ik te vinden op het foodfestival in het Franse Bourg-en-Bresse, waar sommige foodtekeningen werden tentoongesteld.’
Safari
‘Het was daar dat ik de grote voedselhistoricus Alan Davidson ontmoette, wiens boeken een enorme inspiratie voor mij zijn geweest. In 1991 kreeg ik een tentoonstelling in Poitiers en raakte in de ban van de lokale keuken van de streek, Poitou-Charentes. Mijn gastheer nam me mee op een gastronomische safari, gelukkig inclusief de wereldberoemde oesters van het Franse eiland Île d’Oléron, evenals de lokale cognac en de fantastische geitenkaasboerderijen daar.
Er wordt zo veel geweldig ambachtelijk eten gemaakt. Ik ben blij om te zien dat lokaal gekweekte seizoensproducten nog steeds floreren en speerpunt blijven in de renaissance van het ambacht. Ik heb de streken verkend en mijn tekeningen vier keer per jaar in het tijdschrift L’Actualité Nouvelle-Aquitaine gepubliceerd.’
Een broodje haring bij een van de stalletjes langs de Amsterdamse grachten
‘Onlangs heb ik de fantastische chef Pierre Gagnaire ontmoet, die een wonderbaarlijk lekker diner voor mij en mijn vrouw heeft gemaakt in zijn restaurant Gordes in Parijs. Pierre is echt een kunstenaar. We werken samen aan een boek.’
‘Dus mijn avonturen in voedselland gaan gestaag door. Maar uiteindelijk keer ik altijd terug naar een van mijn favoriete plekken om te mogen proeven van wat voor mij een van ‘life’s great pleasures’ betekent: een broodje haring bij een van de stalletjes langs de Amsterdamse grachten. Zo ziet de hemel er voor mij uit.’
Humor
Glen Baxter publiceerde in 2012 het boek Colonel Baxter’s Dutch Safari bij het veertigjarige jubileum van zijn uitgeverij De Harmonie. Bijna elk Nederlands begrip is er in een absurdistische versie terug te vinden. Wim de Bie, een groot fan en verzamelaar van Baxters werk, schreef het voorwoord bij deze bundeling. Uitgenodigd voor een lunch door De Bie zou Baxter grappend gezegd hebben: ‘Krijg ik dan eindelijk het Baxtermuseum eens te zien.’
Bij aankomst hing er op de voordeur inderdaad een bordje ‘Baxter Museum’ en Wim de Bie verwelkomde Baxter verkleed als suppoost. Hij kreeg een toegangskaartje en elke bezoeker moest naam en adres achterlaten in een daarvoor bestemd boek. Binnen stonden Kees van Kooten en Jan Mulder, met de handen achter hun rug, heel serieus naar zijn tekeningen te kijken. Over humor gesproken.
New Ways with Vegetables and Other Disasters van Glen Baxter verschijnt bij uitgeverij De Harmonie.
Over de verschillen tussen mannen en vrouwen is al heel wat gefilosofeerd. Toch blijft de seksuele-selectietheorie van Darwin dominant. Voor veel wetenschappers is dat de enige verklaring. Er is behoefte aan verschillend en liefst wetenschappelijk bewijs.
Als kind deed Holly Dunsworth aan basketbal en droomde ze ervan zo groot te worden dat ze moeiteloos naar de basket zou kunnen springen. ‘Ik was al een flink eind op weg,’ vertelt ze. ‘En toen werd ik ongesteld. Ik zag jongens doorgroeien terwijl mijn eigen groei stopte.’
De jeugdige basketballer, die hoogleraar biologische antropologie zou worden aan de Amerikaanse Universiteit van Rhode Island, kon niet vermoeden dat ze enkele decennia later een artikel zou publiceren waarin ze biologische redenen aanvoerde voor haar te geringe groei en vraagtekens zette bij de al anderhalve eeuw vigerende theorie van seksuele selectie op grond waarvan het verschil in grootte tussen mannen en vrouwen werd verklaard.
Deze theorie, in 1871 geïntroduceerd door de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin in zijn boek De afstamming van de mens, wordt ook nu nog het meest gehanteerd als verklaring voor seksuele dimorfie [dat wat mannen mannelijk maakt en vrouwen vrouwelijk].
‘De verschillen tussen mannen en vrouwen worden verklaard op grond van de seksuele selectie, waarin twee belangrijke mechanismen werkzaam zijn:
de competitie tussen de mannetjes en de keus van de vrouwtjes,’ bevestigt Michel Raymond, hoogleraar menselijke evolutiebiologie aan de Universiteit van Montpellier.
Zodoende zouden de grootste, sterkste en strijdbaarste mannetjes zich kunnen laten gelden tegenover hun zwakkere soortgenoten om met de vrouwtjes ‘aan de haal te gaan’, terwijl de vrouwtjes een natuurlijke aantrekkingskracht zouden uitoefenen op de mannetjes die groter zijn dan zijzelf. Door de combinatie van deze twee elementen zouden de kleinste mannen zijn geofferd op het altaar van de evolutie.
Maar is deze verklaring afdoende? Louise Barrett, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Lethbridge in Canada en auteur van diverse artikelen over seksuele dimorfie, meent dat er ‘overtuigender bewijs nodig is om met een evolutietheorie te komen die is gebaseerd op de selectie van mannetjes aan de hand van hun specifieke gedragingen en karaktertrekken. Maar in wat ik tot nu toe gelezen heb zijn de argumenten dikwijls zwak. Dat wil niet zeggen dat we de seksuele selectie volledig uit de evolutie moeten schrappen, maar bewijs is er momenteel nog niet voor.’
Oestrogeen
Holly Dunsworth zegt een betere verklaring te hebben gevonden. Haar onderzoek, waarvan de uitkomst afgelopen mei is gepubliceerd in het tijdschrift Evolutionary Anthropology, spitst zich toe op de ontwikkeling van de botten en die van oestrogeen, een geslachtshormoon dat onder andere door de eierstokken wordt geproduceerd en, in mindere mate, door de testikels. Oestrogeen is van beslissende invloed op de botgroei.
Tijdens de kinderjaren groeien jongens en meisjes door de bank genomen even snel. Maar in de puberteit verandert alles: de eierstokken voeren de oestrogeenproductie aanzienlijk op om de eerste menstruatie voor te bereiden, wat gepaard gaat met een hogere ontwikkeling van het groeikraakbeen en een versnelde verlenging van de botten, reden waaro meisjes in het begin van de puberteit meestal groter zijn dan jongens.
Maar omdat het zeer hoge hormoonniveau ook de botvorming vanuit het kraakbeen versnelt, is de groeispurt bij de meisjes maar van korte duur, terwijl de jongens hun oestrogeen in een regelmatig tempo blijven produceren, en dus nog een aantal jaren doorgroeien. Dit verklaart het verschil in grootte op volwassen leeftijd.
Michel Raymond is niet overtuigd door de argumenten van Dunsworth: ‘Ze legt goed uit hoe de hormonen de grootte beïnvloeden, maar op geen enkele manier waarom dat zo is.’ Volgens hem kan, evolutionair gesproken, ‘het verschil in grootte niet los van het geslacht worden gezien. In iedere populatie is de man groter dan de vrouw, dus daar moet een reden voor zijn.’
Marcia Ponce de León, paleoantropoloog aan de Universiteit van Zürich, deelt die mening niet. ‘Onderzoekers hebben nog wel eens de neiging hypotheses die veel voorkomen als “dit of dat dier is om deze of gene reden geëvolueerd” te accepteren vanwege hun schijnbare eenvoud, in plaats van echt wetenschappelijk bewijs te eisen,’ zegt ze. ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord te geven. We hebben echt behoefte aan verschillende standpunten en betrouwbare gegevens.’
Zoals Holly Dunsworth zelf benadrukt, is het maar een hypothese, maar het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft, de term die Michel Raymond gebruikte om Dunsworths artikel te omschrijven. ‘Zo veel wetenschappers houden vast aan de theorie volgens welke seksuele selectie de enige verklaring is,’ zegt Dunsworth spijtig.
Louise Barrett van haar kant is van mening dat ‘zodra men de manier bestudeert waarop mannen en vrouwen van elkaar verschillen, het politiek wordt’. Volgens haar gaan de simplistische verklaringen voor de evolutie ‘uit van de hersenschim van de orde der dingen. We zouden geprogrammeerd zijn om zo te worden.’ Aldus redenerend verval je al gauw in de gebruikelijke clichés: ‘Vrouwen zijn attenter, dus willen ze verpleegkundige worden. En het is niet erg als een vrouwelijke IT’er minder verdient dan een mannelijke. Dan heeft ze gewoon het verkeerde vak gekozen.’
In een wetenschappelijke wereld die nog grotendeels wordt gedomineerd door mannen ‘wint het vrouwelijke perspectief terrein, zij het langzaam en onder sterk verzet van mannen en, helaas, ook bepaalde vrouwen’, zegt Marcia Ponce de León. ‘Als vrouwelijke wetenschapper moet je echt knokken om de bestaande gewoonten te veranderen en nieuwe manieren te introduceren om vragen te stellen.’
Opgericht in 1998, voortgekomen uit een fusie van Le Nouveau Quotidien, Journal de Genève en Gazette de Lausanne. Rechts van het midden, populair bij leidinggevenden, krant voor Franstalige Zwitsers.
‘Alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten.’ Het is een van de plastische beschrijvingen die auteur Titus Arnu geeft over de migraine aanvallen waar hij aan lijdt. Hij probeerde alles om ervan af te komen. Niks helpt echt. Behalve het verzet tegen de meest voorkomende hersenziekten staken.
Wie een idee wil krijgen van hoe migraine voelt, kan luisteren naar het begin van Richard Wagners opera Siegfried. Dat begint met een dof gebrom. Strijkers strijken, paukenisten slaan op de pauken, dan intensiveert de muziek tot een pulserend ritme met een schril hameren, rinkelen en bonzen. En ten slotte de woorden, die er eerder uitgeperst dan gezongen worden: ‘Zwangvolle Plage! Müh’ ohne Zweck!’ Het lijkt of Wagner, zelf een migrainelijder, van een van zijn aanvallen muziek heeft gemaakt.
Lange tijd kon ik weinig beginnen met zijn muziek, misschien omdat het in mijn eigen hoofd vaak zozeer bromt, rinkelt en hamert dat ik er niet ook nog melodieën bij kan hebben die zo klinken. Mijn eerste aanval kan ik me niet meer precies herinneren, maar ik moet 14 of 15 jaar geweest zijn en sindsdien ben ik die taaie ziekte nooit meer kwijtgeraakt. Ik heb er in de Himalaya nachten mee doorwaakt in een tent, heb mijn hoofd tegen de verkoelende tegels van hotelbadkamers gedrukt en op vierduizend meter hoge bergen mijn bonzend hoofd met sneeuw ingewreven. Ik weet niet meer hoeveel afspraken ik al heb afgezegd vanwege mijn ziekte, en één keer – dat vergeet ik nooit – moest ik me op mijn eigen verjaardagsfeestje terugtrekken in de verduisterde slaapkamer. Mijn grootste tegenstander zit in mijn hoofd.
Soms ben ik weken achtereen vrij van pijn, maar nooit zo lang dat ik de ziekte echt zou kunnen negeren. In slechte perioden overvalt ze me twee of drie keer per week. Ik heb dan het gevoel alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten. Een typische aanval begint met een flikkering voor de ogen, die kan uitgroeien tot een onverdraaglijk bont lichtorgel, de aura. Ik word duizelig en misselijk, dan komt de pijn erbij. Eerst drukkend of bonzend, later stekend; eerst alleen bij de slapen, op een gegeven moment in mijn halve hoofd, meestal aan de rechterkant, soms aan de linker.
Ik ben niet de enige met het probleem, maar dat brengt een oplossing niet dichterbij
Ik ben een van de ongeveer negen miljoen Duitsers die min of meer regelmatig lijden aan zulke aanvallen. Op de lijst van ziektes die tot arbeidsongeschiktheid leiden staat migraine wereldwijd op de derde plaats, volgens het medische vaktijdschrift The Lancet, na ziekten van het bewegingsapparaat en depressies. Ik ben dus niet de enige met het probleem, maar dat brengt een oplossing niet dichterbij. In de voorbije decennia heb ik zo ongeveer alles uitgeprobeerd om me van mijn hoofdpijn te bevrijden: de klassieke aspirine, Ibuprofen, paracetamol. Ook bètablokkers, ayurveda, autogene training, yoga-oefeningen, duursport, vasten, aderlaten en acupunctuur. Een tijdlang heb ik me getraind in het afzien van dingen: geen koffie, geen rode wijn, geen kaas en geen chocolade. Alles vergeefs, de aanvallen komen steeds terug.
Nu nog één poging: een kliniek in Königstein im Taunus, in mijn familie niet onbekend. In de jaren zeventig was het de eerste kliniek die zich specialiseerde in hoofdpijn en migraine; al veertig jaar lang behandelen ze daar mensen zoals ik. Dus als ze ergens weten hoe ik mijn vijand kan verslaan, dan zijn het wel de artsen daar, en bovendien ga ik de raad inwinnen van migraine-coryfeeën uit heel Duitsland. Ik laat me drie dagen lang in de kliniek opnemen, zal lotgenoten ontmoeten, elektrische golven door mijn schedel laten jagen, me inwrijven met ijs – en hopelijk met een helder hoofd naar huis terugkeren.
‘Alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten’
Het affiche bij de ingang schrikt me aanvankelijk wel af: dertien gloeiende spijkers boren zich in het rechteroog van een man, zijn mond geopend in een stomme schreeuw, het linkeroog van pijn vertrokken. Een drastische begroeting, maar wel passend. Het affiche, dat eruitziet als reclame voor een spookhuis, kondigt een lezing over hoofdpijn aan. De mensen die door deze deur gaan, voelen zich vaak precies als die arme kerel op het spijkerplaatje, dat weet ik maar al te goed. Het is zondagavond en de kliniek ziet er ondanks het horroraffiche uitnodigend uit: een villa van drie verdiepingen met een moderne aanbouw, omgeven door oude bomen, met uitzicht op de beboste heuvels van het Taunusgebergte.
In het hoofdgebouw kraken de oude vloerdelen onder de stappen van de kuurgasten. Een verpleegster wijst me een rustige eenpersoonskamer toe op de bovenste verdieping. Voor het raam een park en de ruïne van de burcht van Königstein. De verpleegster overhandigt me een blaadje met het programma voor de komende dagen. Een korte samenvatting: 9.30 uur: progressieve spierontspanning, 10 uur: rugtraining, 12 uur: middagmaal, 13 uur: lezing over hoofdpijn, 15 uur: stressbeheersing, en 16.30 uur: Qi Gong. In de kliniek bekommert men zich om lichaam en geest, omdat beide evenzeer verantwoordelijk zijn voor het gerinkel in de hersenen.
Pauzeknop
Daarom ben ik ook niet tot voor de deur van de kliniek gereden, maar heb ik de 2 kilometer van het station naar de kliniek te voet afgelegd, voor nog een halfuur beweging. Voor een migrainepatiënt als ik is dat even belangrijk als regelmatig slapen, al heb ik dat vroeger niet zo serieus genomen. Toen onze kinderen nog klein waren, ben ik eens de hele nacht met de auto doorgereden, van München naar Toscane, omdat ik me verbeeldde dat dat ontspannener was. Dat was het ook, maar alleen voor de anderen.
De eerste drie dagen van de vakantie bracht ik door in een verduisterde kamer, en ik zwoer bij mezelf voortaan alleen nog overdag te rijden en ’s nachts te slapen. In onze slaap herstelt ons brein zich en verwerkt tijdens de droomfasen de belevenissen en emoties van de dag. Maar het brein van veel migrainelijders is zo gevoelig dat slaap mogelijk niet voldoende is voor het psychisch herstel, zegt psychotherapeute Anke Pielsticker, die in haar praktijk in München veel patiënten met pijn behandelt. Op mijn zoektocht naar een middel tegen de kwaal zal ze mij nog beslissende tips geven. Een migraineaanval kan pijnlijk en vermoeiend zijn, maar uiteindelijk fungeert die als een pauzeknop voor het brein wanneer alles je te veel wordt. Deze avond besluit ik de pauzeknop zelf in te drukken, vroeger dan gewoonlijk. Om half elf doe ik het licht uit.
Als ik de volgende morgen in de eetzaal kom, zitten daar vooral vrouwen; ik ben een van de weinige mannen. Het ruikt er naar koffie en roerei. De jongste patiënt is begin twintig, de oudste bijna tachtig jaar oud. Sommigen zijn hier voor het eerst, anderen hebben al meerdere kuren achter de rug, vertellen ze. De meesten blijven twee tot drie weken in de kliniek. Dat ik als man veeleer een uitzondering ben, is geen toeval, maar komt overeen met de statistieken. Tussen de tien en vijftien procent van de Duitse bevolking lijdt aan migraine; voor de puberteit zijn het nog ongeveer evenveel jongens als meisjes, maar daarna lijden vrouwen tot driemaal zo vaak aan de ziekte als mannen [in Nederland zijn de cijfers vergelijkbaar: veertien procent van de bevolking meldt klachten en dat zijn, vooral op middelbare leeftijd, ruim drie keer zo veel vrouwen als mannen].
Mijn familie is het beste voorbeeld. Mijn moeder herinnert zich nog dat mijn grootmoeder vaak een of twee dagen in een verduisterde kamer zat en met niemand sprak. Ik op mijn beurt herinner mij hoe mijn moeder zich in haar verduisterde slaapkamer terugtrok, en mijn dochter heeft nu ook migraine, zij het gelukkig niet zo vaak. De migraine lijkt bij ons van generatie op generatie doorgegeven te worden, zoals in andere families schulden, of huizen.
‘De genetische aanleg speelt zeker een rol. Er bestaan risicogenen, maar dat is geen verklaring,’ zegt een arts in de kliniek daarover. Twintig jaar geleden was mijn moeder hier overigens ook als patiënt.
Lange tijd werd migraine niet verklaard noch serieus genomen. Het werd afgedaan als ‘vrouwenziekte’ en hysterische aanstellerij. Tot in de jaren negentig wist men maar weinig over de neurobiologische oorzaken ervan, en misschien zijn er ook daarom nog steeds veel vooroordelen. In slechte mannengrappen wordt migraine nog altijd gebruikt als synoniem voor ontbrekende seks, en mannen die over migraine klagen staan bij hun collega’s algauw te boek als sullen.
In de loop der jaren heb ik veel oppervlakkige kennis over het onweer in mijn hoofd verzameld. Bij de introductielezing, die plaatsvindt in een salon met houten lambriseringen, leer ik nu dat het begrip stamt van het Griekse ‘hemikrania’, dat letterlijk ‘halve schedel’ betekent. En migraine is geen hysterische inbeelding, maar een uiterst complexe neurologische ziekte. Al is ze nog lang niet volledig onderzocht, de wetenschappers zijn het erover eens dat bepaalde neurotransmitters met de naam calcitonine gene-related peptide (afgekort CGRP) afgescheiden worden die de bloedvaten van het hersenvlies verwijden en een lokale ontsteking veroorzaken. De veroorzakers zijn talrijk, daarom is de ziekte moeilijk te behandelen, maar wel makkelijk te diagnosticeren. De symptomen zijn bij de meeste patiënten namelijk heel typisch: hoofdpijn, misselijkheid, overgevoeligheid voor lawaai, licht en geuren.
Meestal speelt migraine zich af in het verborgene omdat de mensen zich tijdens een aanval moeten terugtrekken op een rustige, donkere plek, zoals ik indertijd op mijn verjaardagsfeest, en als alles voorbij is, valt er aan hen nauwelijks meer iets te merken. Maar er zijn ook gelegenheden waarbij de migraine onaangenaam duidelijk zichtbaar wordt, bijvoorbeeld op reis.
Lange tijd werd migraine niet verklaard noch serieus genomen. Het werd afgedaan als ‘vrouwenziekte’ en hysterische aanstellerij.
Langs de A95 is er een parkeerplaats die ik beter ken dan welke andere ook. Daar heb ik eens meerdere uren naar een groene vuilniscontainer zitten staren, terwijl ik af en toe kreunde, ademhalingsoefeningen deed en kniebuigingen maakte, omdat ik die tien kilometer naar huis tijdens een aanval gewoon niet meer haalde.
Met afschuw herinner ik me ook het vliegveld van Kingston op Jamaica, waar ik werd overvallen door een van de ergste migraineaanvallen tot dan toe, uitgerekend vlak voor de lange vlucht terug naar Duitsland. Een halve dag lang zat ik in de tropische hitte en dacht dat mijn schedel zou exploderen. De pijn was nauwelijks te verdragen, zodat ik op een bank in een hoekje luid zat te kreunen en mijn voorhoofd probeerde te verkoelen. Reggae, etensgeuren, bontgekleurde T-shirts – alles kwam heftiger en luider binnen dan het in werkelijkheid toch al was. Waarschijnlijk zag ik eruit als iemand die bijkomt van een slechte trip, terwijl ik alles gegeven zou hebben voor een effectieve drug tegen de migraine.
Gewone pijnstillers als Ibuprofen, paracetamol en aspirine helpen alleen bij lichte aanvallen, en bij sommige mensen werken ze helemaal niet. Als bijzonder nuttig hebben zich de zogenaamde triptanen bewezen, die meer kunnen dan de klassieke medicamenten. Bij een migraineaanval ontdoet het lichaam zich in één keer van zijn voorraad serotonine, een natuurlijke pijnremmer. De triptanen sluiten dan aan op die serotoninereceptoren en verzachten de pijn. ‘Triptanen zijn in hoge mate vrij van bijwerkingen, maar ze helpen niet iedereen,’ zegt hoofdarts Charly Gaul in zijn spreekkamer in de aanbouw van de kliniek. Hij is een man met een klein brilletje en fijnzinnige humor, bij wie je je snel op je gemak voelt. ‘In principe moet je triptanen niet meer dan tien dagen per maand innemen,’ zegt hij, ‘anders kunnen de tabletten weer een eigen vorm van hoofdpijn veroorzaken.’ Veel patiënten die in de kliniek in Königstein inchecken moeten daarom eerst een medicijnpauze in acht nemen. Maar lolly’s krijgen ze allemaal.
Ijslolly en pepermunt
’s Middags staat zuster Carmen op de eerste verdieping van de kliniek naast een grote koelkast en wacht tot ze mij een frottering kan toedienen. Als het aan haar ligt, moet ik dat nu tweemaal per dag doen: een ijslolly, dus bevroren water, in een yoghurtbeker uit het vriesvak nemen en daarmee voor het douchen uitvoerig mijn armen, benen, hals en nek inwrijven. Dat bevordert de doorbloeding en is goed voor het vegetatieve zenuwstelsel, zegt zuster Carmen. Een soortgelijke werking heeft de pepermuntstift, die ze me geeft om uit te proberen. Die zou verkoelend werken en met zijn etherische geur helpen tegen hoofdpijn.
Daarna legt ze me nog een veel hardere methode uit: een klein elektrisch apparaat dat Cefaly heet, dat ik voor het slapengaan met een pleister op mijn voorhoofd moet plakken om schokgolven door mijn schedel te laten jagen. Alsof ik nog niet genoeg pijn heb. Wie als ik meer dan drie migraineaanvallen per maand heeft, wordt aangeraden preventief te werk te gaan met zulke ontspanningstechnieken, maar ook met bètablokkers en substanties die voorgeschreven worden bij depressies of epilepsie. Relatief nieuw is de preventieve behandeling met antistoffen die de werking van de neurotransmitter CGRP beïnvloeden. Bij veel patiënten zouden ze tot een duidelijke vermindering van de migraine geleid hebben. Maar ook dat zijn geen wondermiddelen waarmee je definitief van migraine af komt, zegt Stefanie Förderreuther aan de telefoon. Zij is neuroloog aan de universiteitskliniek in München en vicepresident van de Duitse Migräne- und Kopfschmerzgesellschaft (DMKG). Een wondermiddel, dat was ook te mooi geweest om waar te zijn.
’s Avonds probeer ik het elektroapparaatje uit. Op migrainefora lees ik verschillende meningen over elektrostimulatie. Er is sprake van een ‘voorhoofdsband met een hersenscanner’ en van een ‘persluchthamercapsule’. Eerst merk ik helemaal niets, dan krijg ik het gevoel alsof een horde mieren over mijn hoofd marcheert. Het kriebelt, steekt en doet een beetje pijn. Na tien minuten wordt het kriebelen sterker, ik sluit mijn ogen. Stroomimpulsen jagen in de vorm van golven door mijn brein en ik heb het gevoel dat iemand mijn voorhoofd bewerkt met een slijpmachine. Dat moet de trigeminuszenuw, die door grote delen van de schedel loopt en vlak bij de bloedvaten in de hersenen ligt, zodanig stimuleren dat de zenuwen opnieuw geschakeld worden en het ontstaan van de pijn wordt afgeremd. Een vrijwillige hersenspoeling zogezegd. En dat zou goeddoen? We zullen zien. Of het apparaat de hoofdpijnen werkelijk vermindert, zal pas na een paar weken, of zelfs maanden, blijken, heeft zuster Carmen gezegd.
De volgende dag, mijn tweede, tref ik in de gangen van de kliniek alle mogelijke personages aan, van de jongeman met het afgetrainde lichaam die je voortdurend vertelt over zijn vermoeiende baan, via de supercorrecte perfectionist, die zijn behandelingsplan meebrengt in een geplastificeerde ordner en bij elke lezing meeschrijft, tot en met de licht gereserveerde oudere dame die in de psychologische groepssessies nauwelijks iets over zichzelf wil prijsgeven. Op de tafel in de gemeenschapsruimte staat een schotel met gedroogde bonen. Elk van de vier deelnemers moet er een handvol van nemen en voor elk positief moment van de dag een boon van de rechter in de linker broekzak overhevelen. Een oefening in oplettendheid die moet helpen om dagelijkse gebeurtenissen beter te aanvaarden, ook negatieve. Veel bonen blijven echter in de rechterbroekzak – typisch voor migrainelijders. Wij hebben de neiging om de slechte bonen te zoeken en de mooie over het hoofd te zien. En we eisen vooral graag te veel van onszelf. In het beroepsleven, in relaties en in onze vrije tijd. We stellen onszelf onbereikbare doelen, willen zo perfect mogelijk zijn en worden wanhopig als dat niet allemaal lukt.
Dan opent de psycholoog het kringgesprek: moet het absoluut de Matterhorn zijn, of is een klim naar een top in de Voor-Alpen ook wel genoeg? Leidt het echt tot een bankroet als je eens een opdracht laat lopen en een paar dagen vrij neemt? Steeds weer rustmomenten inplannen in het dagelijks leven is niet alleen voor migrainelijders belangrijk, maar is voor hen wel extra belangrijk. Ze hebben ontspanning nodig om overbelasting te voorkomen. Makkelijk gezegd, als je hoofd altijd maar doormaalt. ‘Migrainelijders hebben hun antennes overal,’ zegt psychotherapeute Anke Pielsticker. ‘Dat is een gave, maar het kan ook een last worden.’ Ze formuleert het positief: ‘Migrainepatiënten hebben een groot potentieel.’ Zoals Richard Wagner leden ook de componisten Gustav Mahler, Frédéric Chopin en Claude Debussy aan migraine. Salvador Dalí schilderde zijn smeltende horloges naar het schijnt tijdens een aanval van hoofdpijn. En het wazige flakkeren op Vincent van Goghs schilderij Sterrennacht doet denken aan de kleureffecten van een aura. Hoofdpijnpatiënt Franz Kafka beschreef nauwkeurig de ‘omhoogschietende pijn’ boven de neuswortel, de scherpe druk in de voorhoofdsrimpel en het gevoel alsof er ‘dunne plakken’ van zijn hersens werden afgesneden – een ‘foltering’. Voor de migrainelijder Friedrich Nietzsche was de pijn zelfs ‘een bevrijder van de geest’.
Zakdoekjes
Natuurlijk zijn niet alle migrainepatiënten zo idioot creatief als Van Gogh of Nietzsche. Tussen de getroffenen die ik in de migrainekliniek leer kennen zit althans geen wereldberoemde kunstenaar. Maar blijkbaar hebben migrainepatiënten innerlijk iets gemeen. ‘Hun hersenen functioneren anders,’ legt hoofdarts Charly Gaul mij uit in zijn spreekkamer. ‘Migrainelijders zijn oplettender en kunnen dingen slechter negeren.’ Dat ken ik maar al te goed: wanneer er tien mensen aan een tafel door elkaar praten of twee muziekstukken tegelijk te horen zijn omdat radio en tv allebei aan staan, houd ik dat nauwelijks uit. En in een ruimte waar een wekker tikt, kan ik niet slapen. Het kan een kwaliteit zijn om hypersensitief te zijn, maar het veroorzaakt ook problemen.
Toen ik voor mijn reis naar Königstein psychotherapeute Anke Pielsticker bezocht in haar praktijk, met uitzicht op de daken van de binnenstad van München, was het eerste wat mij opviel de grote verpakking papieren zakdoekjes op de tafel naast de sofa. In de sessies wordt veel gehuild. Patiënten die al jarenlang met migraine kampen zijn vaak aan het eind van hun Latijn. Wie meer dan drie, vier aanvallen per maand heeft en daardoor steeds weer meerdere dagen knockout is, heeft niet alleen te lijden onder de lichamelijke symptomen, de ziekte heeft ook psychische gevolgen. Veel van haar patiënten voelen zich terneergeslagen, zegt Pielsticker. Ze worden murw geslagen door de steeds terugkerende pijn en zijn bang dat ze de regie over hun dagelijks leven kwijtraken. Sommigen schamen zich voor de ziekte, zoeken de schuld bij zichzelf en verliezen zich in zelfmedelijden. Maar een samenhang tussen migraine en depressies of angststoornissen is niet aangetoond, volgens de psychotherapeute.
Met het weer is het net zo: hoogstwaarschijnlijk is er een samenhang, maar of er echt zoiets bestaat als weergevoeligheid is wetenschappelijk omstreden. Veel migrainepatiënten melden bijzonder sterke aanvallen bij omslagen in het weer. In het gebied van de Voor-Alpen geldt de föhn als een van de typische uitlokkers. ‘Er lijken inderdaad individueel ervaren weersomstandigheden te zijn die aanvallen kunnen uitlokken,’ zegt Stefanie Förderreuther aan de telefoon. Om uit te zoeken wat er waar is van dit fenomeen heeft Hochschüle Hof het project ‘Migraineradar’ in het leven geroepen, samen met de kliniek in Königstein, het ministerie van Onderwijs en het Deutsche Migräne- und Kopfschmerzgesellschaft. Migrainepatiënten kunnen middels een app vrijwillig data over hun hoofdpijn melden, die data worden met het weerbericht vergeleken. Het is overigens de vraag of zulke gegevens de betrokkenen verder helpen: ‘We kunnen het weer niet beïnvloeden, daarom speelt het therapeutisch ook geen rol,’ zegt Förderreuther.
Een paar veroorzakers van aanvallen zijn onontkoombaar, andere zijn te vermijden. Overgewicht en gebrek aan beweging bijvoorbeeld spelen aanvallen in de kaart. Ook bepaalde voedingsmiddelen worden steeds weer als triggers genoemd: rode wijn, chocolade, kaas, noten, nitraten, glutamaat en coffeïne bijvoorbeeld. Veel daarvan heb ik een tijdlang niet gebruikt, maar de grote verlossing bracht dat niet. Die dingen kunnen mogelijk aanvallen provoceren, maar volgens experts is onthouding daarvan niet per se doeltreffend. Niet wát migrainepatiënten eten schijnt van belang te zijn, maar vooral wanneer ze het eten.
Twintig jaar geleden nog, toen mijn moeder in de eetzaal van de Königsteiner kliniek zat, moesten patiënten volgens het principe van kuurarts Franz Xaver Mayr kadetjes met melk wegkauwen; tegenwoordig wordt volwaardige kost geserveerd, bijvoorbeeld groentesoufflé met wortel-selleriesalade, en wie wil krijgt zelfs een extra portie. Regelmaat is het belangrijkste principe. Om 12 uur precies begint de middagmaaltijd en om 17.30 uur precies de avondmaaltijd. De dag in de kliniek is duidelijk gestructureerd, maar in mijn hoofd begint het stilaan te gonzen. Een groot aantal veroorzakers, neurotransmitter-chaos in de hersenen, genetische factoren, het weer – hoe meer ik over migraine hoor, hoe verwarrender de ziekte me lijkt. En dan zijn er nog tientallen alternatieve geneesmethoden. Natuurgenezers bijvoorbeeld zweren bij moederkruid, bosbessenpuree, gemberpoeder en groot hoefblad. Esoterici proberen het met kwantumgenezing, helende edelstenen zoals magnesiet en labradoriet, klankschalen en walvisgezang, waarbij dat laatste bij mij eerder migraine uitlokt dan verzacht.
Een tijdlang ben ik naar Liang Zhang gegaan, die in München een praktijk heeft van traditionele Chinese geneeskunde. Hij zet in op een combinatie van drie dingen: frotteren, acupunctuur en infrarood licht. Dat moet onder andere helpen tegen rugpijn en depressies, en naar het schijnt ook tegen migraine. In de praktijk van dokter Zhang hingen overdadige dankbetuigingen van zijn patiënten aan de muur, het rook er altijd naar tijgerbalsem en desinfecteermiddel. Zhang was weliswaar heel vriendelijk, maar kon je behoorlijk pijn doen. Hij zette dan vacuümklokken van silicoon op mijn rug, zoog de lucht eruit, schakelde de infrarood lamp in en liet me een kwartier zo liggen. Aansluitend prikte hij nog naaldjes in mijn nek. Nadien zag ik er altijd uit alsof ik in de diepzee was aangevallen door een reuzeninktvis: mijn lichaam was bezaaid met ronde, lichtgezwollen bloeduitstortingen die eerst vuurrood werden, na een paar dagen naar blauw en ten slotte naar groen evolueerden. Helaas werd de hoofdpijn er niet minder door.
Neuroloog Stefanie Förderreuther is sceptisch ten aanzien van acupunctuur en frottering: studies hebben een zwak positief effect bij acupunctuur vastgesteld, zegt ze aan de telefoon. ‘Maar de data zijn voor mij niet zo overtuigend.’ Positief is in elk geval dat de patiënt daarbij veel aandacht en toewijding krijgt – dat alleen al kan verzachting bij migraine bewerkstelligen. Wrijving heeft geen enkel bewezen effect, evenmin als homeopathie, zegt de academische medicus. Ook piercings werden een tijdlang als alternatief middel tegen migraine gehypet, maar medisch gezien helpt het doorboren van wenkbrauwen en slapen niet. Dus is alles onzin, behalve injecties en tabletten? Zo is het ook weer niet.
Terwijl we nu kalmpjes door het park ‘walken’ wordt één ding me steeds duidelijker: chaos in het lichaam veroorzaakt chaos in het hoofd, en omgekeerd
Vier uur: we treffen elkaar voor de hoofdingang van de kliniek, waar het horroraffiche hangt. Op het programma staat nu nordic walking door het park, ondanks de motregen. Tenminste geen föhn. Fysiotherapeut Benjamin Schäfer prikt voorop met zijn stokken, gevolgd door ongeveer dertig patiënten. ‘Duursport werkt bijna net zo goed tegen migraine als medicijnen,’ zegt hij. ‘De fysiotherapeutische behandeling van triggerpunten geeft ook goede resultaten.’ Studies tonen inderdaad aan dat je door beweging je migraineaanvallen kunt reduceren – in het bijzonder door joggen, zwemmen, fietsen, of nordic walking dus. Waarschijnlijk heb ik dat de afgelopen tijd verwaarloosd, wat ook een reden kan zijn dat de migraine me onlangs zo vaak knockout heeft geslagen. In de maanden voor mijn kliniekbezoek had ik tot wel tien migrainedagen per maand. Terwijl we nu kalmpjes door het park ‘walken’ wordt één ding me steeds duidelijker: chaos in het lichaam veroorzaakt chaos in het hoofd, en omgekeerd. En het klinkt banaal maar voor een helder hoofd heb je ook een opgeruimde ziel nodig.
Als ik op de derde en laatste dag de deur naar mijn kamer dichttrek en weer te voet naar het station ga, ben ik uiterst gemotiveerd. Ik ben weliswaar niet van mijn migraine af, maar ik wil weer meer aan sport gaan doen en me mentaal een beetje ontspannen.
Gloeiende spijkers
Nu, een paar weken later, houd ik een pijnkalender bij, heb ik me aangemeld bij de migraineradar en elektrificeer ik elke avond voor het slapengaan mijn schedel met het apparaatje. De eerste resultaten zijn veelbelovend: ik heb daadwerkelijk minder aanvallen en ook niet meer zulke heftige.
Maar vooral mijn instelling is veranderd. Tot dusver dacht ik steeds dat ik tegen de migraine moest vechten, mijn tegenstander moest elimineren. Ik was echt woedend op hem, zoals zoveel geplaagden. ‘Er zijn patiënten die als vijfjarige kinderen koppig stampvoeten en zeggen: ik wil geen migraine!’ zei Charly Gaul in de kliniek tegen me. Maar zoals alle experts me verzekerd hebben, levert dat helemaal niks op, want geen medicament in de wereld kan de gevoeligheid voor migraine wegtoveren. Je kunt er alleen maar voor zorgen dat de aanvallen minder frequent en minder hevig worden, en de tegenstander in je hoofd niet meer als tegenstander zien. ‘De eerste stap is de acceptatie van de pijn,’ adviseerde Gaul mij.
Ik moet denken aan de man bij de ingang van de kliniek, aan de dertien gloeiende spijkers die ik nu moet accepteren. Oké. Au.
Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.
#Hashtagactivisme heeft grote aantallen mensen in beweging gebracht, ook op het Afrikaanse continent. Nog belangrijker is dat regeringen gedwongen worden om aandacht te besteden aan de socialemediacampagnes. Met effect, offline, schrijft de gelauwerde journaliste Chika Oduah.
Op 1 mei 2014 twitterde Chris Brown een foto in sepiatinten van een treurig kijkend zwart meisje, met de hashtag #BringBackOurGirls. De boodschap was bedoeld om de aandacht te vestigen op de 276 vrouwelijke leerlingen die in april in Nigeria waren ontvoerd door de islamitische terreurorganisatie Boko Haram. De BBC en andere gebruikers van sociale media verspreidden het beeld.
Het probleem was dat de jonge vrouw op de foto geen Nigeriaanse was; ze kwam uit Guinee-Bissau. Ze was nooit ontvoerd en had ook niets met #BringBackOurGirls te maken. Maar de foto werd duizenden keren gedeeld en dat leidde tot de beschuldiging van ‘slactivisme’: het op grote schaal uiten van woede op sociale media zonder de tijd te nemen om achter de feiten te komen.
Ondanks de nadelen is hashtagactivis-me de afgelopen zes jaar in Afrika met veel succes aangewend. Alleen al in 2020 zijn er hashtagcampagnes gevoerd in Namibië, Zimbabwe, Kameroen, de Democratische Republiek Congo en opnieuw Nigeria, die bewegingen de gelegenheid gaven hun boodschap op sociale media, op straat en op de radar van ongekende aantallen mensen over de hele wereld te krijgen. En, het allerbelangrijkst, deze hashtags hebben regeringen gedwongen om aandacht aan die bewegingen te besteden.
In Namibië arresteerden veiligheidsagenten 25 vreedzame antifemicide-activisten, maar de aanklachten tegen hen werden ingetrokken toen een overheidsfunctionaris na een brede campagne die werd versterkt door de sociale media, weigerde hen te vervolgen: een klinkende overwinning voor de vrijheid van meningsuiting. Na de EndSARS-demonstraties in Nigeria tegen het gewelddadig optreden van de Special Anti-Robbery Squad, een elite-eenheid van de politie, hebben de bestuurders van 28 van de 36 staten van dat land juridische commissies ingesteld om de getuigenissen te horen van mensen die te maken hebben gekregen met politiegeweld.
In Kameroen is de nationale overheid onderhandelingen begonnen met separatisten over een staakt-het-vuren in het al vier jaar slepende conflict dat online bekend is geworden als de #EndAnglophoneCrisis.
Aandacht
In de meeste gevallen zijn het millennials en Gen-Z’ers die zulke campagnes voeren. Zij willen de aandacht van de wereld, maar ze vragen het Westen niet om hun problemen te komen oplossen. Talloze jonge mensen in Afrika willen revolutionaire verandering in hun land en zij zien sociale media als een stap in de richting van die verandering: de nieuwe revolutie zal worden gehashtagd.
Op 17 oktober werd mijn aandacht op Twitter gevangen door een foto van een jonge vrouw met Fulani-vlechten die een poster ophield met de verschrikkelijke boodschap: ‘Er zijn geen woorden om te beschrijven hoe doodsbang ik ben omdat ik vrouw ben in Namibië.’
Ik keek onder de foto en zag de hashtag #ShutItAllDownNamibia. Ik googelde ‘femicide Namibië’, ‘seksegebaseerd geweld in Namibië’, ‘seksuele intimidatie in Namibië’ en kwam terecht in een eindeloos doolhof dat me van het ene verhaal naar het andere voerde; stuk voor stuk schokten ze me diep, zoals ze daar op het vijftien inch-scherm van mijn laptop voorbijkwamen.
Neem de 27-jarige Gwashiti Ndahambelela Tomas: haar vriend sneed haar de keel door toen ze probeerde hun relatie te beëindigen. Of de 30-jarige Monika Florin: haar man sneed haar lichaam aan stukken, braadde enkele daarvan in een oven, kookte andere in een pan en spoelde de rest door het riool. Een paar maanden geleden werd boekhoudstudente Rejoice Shovaleka door een man in haar hals gestoken terwijl ze onderweg naar huis was van een feest. En begin vorig jaar schoot Eliakim Matthews tijdens een ruzie zijn vrouw Ndinelelo Haidula dood, voor de ogen van hun kinderen.
Tussen 2016 en 2019 werden bij de Namibische politie meer dan 3000 verkrachtingen gemeld en 209 moorden door huiselijk geweld. De meeste slachtoffers waren kinderen, tussen januari en september 2019 werden 37 vrouwen vermoord. In 2016 en 2018 zijn er nationale actieplannen in het leven geroepen om iets tegen de geweldsepidemie te doen, maar volgens de autoriteiten in het land wordt de situatie alleen maar slechter.
Stabiele democratie
Namibië, aan de zuidwestkust van Afrika, wordt geprezen om zijn stabiele democratie en staat al jaren te boek als een van de minst corrupte landen van het continent. Maar nu halen de schokkende cijfers over geweld tegen vrouwen de internationale kranten, gedeeltelijk dankzij #ShutItAllDown, dat is gelanceerd door jonge Namibiërs zoals fotograaf en digitalecontent-maker Lebbeus Hashikutuva en student en activist Bertha Tobias. Zij waren woedend na de vondst van het lichaam van een jonge vrouw, Shannon Wasserfall, dat was begraven in de zandduinen bij de havenstad Walvis Bay. ‘Het lijkt wel of Namibië oorlog voert tegen vrouwen,’ zegt Tobias.
Binnen een paar uur werd de eerste openbare demonstratie georganiseerd, die Namibiërs opriep om het verhaal van Wasserfall te horen en ‘#SayHerName’. Na afloop werd #ShutItAllDownNamibia groter dan Tobias ooit had durven dromen. De campagne verenigde straatprotesten in het hele land en genereerde op sociale media ongekende aandacht voor femicide in Namibië. De premier zelf beloofde dat de eisen van de campagnevoerders hoog op de agenda van de regering kwamen te staan.
Opvallend van deze protestbewegingen is dat ze geen leiders lijken te hebben
De campagne gaat door; activisten eisen dat de Namibische regering de noodtoestand uitroept om femicide en verkrachting aan te pakken. Ze eisen het aftreden van de minister voor seksegelijkheid en de instelling van een openbaar register van zedendelinquenten. Tot nu toe is geen van deze eisen ingewilligd, al onderzoeken parlementariërs wel het voorstel voor zo’n register.
Ook elders op het continent gebruiken jonge, politiek bewuste mensen hashtags om diepgaande sociale problemen aan te kaarten. In de Democratische Republiek Congo vestigde de campagne #CongoIsBleeding de aandacht op de onrust die het land al zo lang teistert, en met name op het wijdverbreide seksuele geweld tegen vrouwen en de uitbuiting van kinderen als gevolg van de dodelijke strijd tussen gewapende groeperingen om toegang tot lucratieve mineralen in de oostelijke delen van het land.
#ZimbabweanLivesMatter
Zo’n 1600 kilometer ten zuidoosten van de DRC, in Zimbabwe, kwamen in juli vorig jaar campagnevoerders onder de hashtag #ZimbabweanLivesMatter bijeen om de vrijlating te eisen van journalist Hopewell Chin’ono. Hij was gearresteerd nadat hij onderzoek had gedaan naar corruptie bij de overheid. De hashtag, die in de week van 5 augustus 2020 viraal ging, begon te circuleren nadat veiligheidstroepen met geweld mensen van de straten hadden geveegd die wilden protesteren tegen censuur van de media, slechte economische planning en mensenrechtenschendingen.
In Kameroen werd #EndAnglophoneCrisis gebruikt om aandacht te vragen voor een vergeten conflict. De Engelssprekende burgers van het land, die 20 procent van de bevolking uitmaken, worden al lange tijd gemarginaliseerd en gediscrimineerd door de overwegendFranstalige federale regering van president Paul Biya.
In Nigeria doen sociale media meer dan alleen het bewustzijn verhogen. De #EndSARS-protesten voltrokken zich live voor mobiele telefooncamera’s en waren vervolgens te zien op You-Tubekanalen en Facebook- en Instagrampagina’s. Deze foto’s en video’s hebben ertoe bijgedragen dat leugens van de autoriteiten werden ontkracht en een bloedbad naar buiten kwam dat anders verborgen zou zijn gebleven.
Niemand weet precies hoeveel mensen er op 20 oktober 2020 in Lagos zijn gedood. Amnesty International meldde minstens twaalf doden toen Nigeriaanse militairen het vuur openden op een groep demonstranten; volgens sommige van de actievoerders die het bloedbad overleefden, lag het aantal dichter bij de dertig. Maar de Nigeriaanse federale overheid beweerde dat er geen enkele dode was gevallen, de gouverneur van de staat Lagos had het over twee doden en het leger ontkende aanvankelijk zelfs dat er militairen op de plek van de demonstratie waren geweest.
Dankzij de ruwe en onthullende beelden die rechtstreeks op sociale media werden gestreamd werd het voor de autoriteiten lastig om deze verzinsels vol te houden. Het leger veranderde zijn verhaal en zei dat er wel soldaten aanwezig waren geweest, maar dat die niet hadden geschoten. Later gaf een brigadier-generaal van de militaire inlichtingendienst tegenover een juridische commissie toe dat soldaten wel het vuur hadden geopend, maar alleen met losse flodders. Op 21 november 2020 erkende diezelfde commandant dat die militairen zowel scherpe munitie als losse flodders hadden gehad.
Geen leiders
Een van de opvallendste kenmerken van deze nieuwe protestbewegingen is dat ze geen leiders lijken te hebben. In het verleden hadden Afrika’s vrijheidsoorlogen en sociaal-politieke opstanden bijna altijd een duidelijke leider. Vrouwen als Wangari Maathai speelden een belangrijke rol, maar de gezichten die in de media verschenen waren meestal mannelijk: Jomo Kenyatta, Tom Mboya, Steve Biko, Patrice Lumumba, Kwame Nkrumah, Nelson Mandela, Ken Saro-Wiwa.
De machthebbers vervolgden die leiders meedogenloos; velen werden vermoord of gevangengezet. Daarom doen de huidige activisten op het continent het nu anders, geïnspireerd door #BlackLivesMatter.
Onder de hashtags #ZimbabweanLivesMatter, #ShutItAllDown, #EndSARS, #CongoIsBleeding en #EndAnglopho-neCrisis verenigen zich gedecentraliseerde bewegingen zonder één duidelijk boegbeeld. Iedereen die eraan meedoet is een leider. Er is niet één persoon die stiekem meegenomen kan worden voor achterkamertjesonderhandelingen of in de gevangenis gegooid om de beweging te onthoofden.
‘Slactivisme’: het uiten van woede op sociale media zonder de tijd te nemen achter de feiten te komen
Binnen deze structuur hebben campagnevoerders steeds slimmere manieren bedacht om elkaar financieel te steunen en acties te organiseren. Het werven van fondsen is gedemocratiseerd doordat crowdfunding-initiatieven verdeeld zijn over verschillende organisaties die de acties ondersteunen. Zo wendde de Nigeriaanse actiegroep Feminist Coalition zich tot Bitcoin nadat ze was geblokkeerd door andere betaalsystemen en traditionele banken. De beweging haalde meer dan 74 miljoen naira (zo’n 165.000 euro) op om #EndSARS-demonstranten en slacht-offers van politiegeweld te steunen.
De Namibische activisten tegen seksegeweld organiseerden zich via Twitter en door onbeperkte toegang te geven tot een Google Doc waarin de achtergrond en doelen van hun campagne uit de doeken worden gedaan. Het document, mét de namen van de gebruikers die het bewerken, is een voorbeeld van een gedigitaliseerde, uiterst transparante en collectieve manier om lokale bewegingen te organiseren.
De gedecentraliseerde structuur is voor sommige regeringen een probleem. Toen de Namibische autoriteiten na de protesten naar een leider vroegen die ze konden ‘consulteren’, weigerden de actievoerders iemand te noemen.
De dynamiek van verbondenheid via sociale media heeft een sfeer van
Pan-Afrikaanse eenheid voortgebracht, een wijdverbreid gevoel van ‘samen staan we sterker’. Activisten en influencers uit verschillende landen
betonen elkaar hun solidariteit en delen elkaars campagnehashtags.
Ook Afrikanen buiten het continent laten hun stem horen. Studenten van de African Law Association aan Harvard University hebben een verklaring uitgegeven waarin ze hun steun uitspreken voor #CongoIsBleeding, #EndSARS, en #ShutItAllDown. Ik ben benieuwd waar deze nieuwe internationale, sociaal-politieke samen-werkingen tussen jonge Afrikanen in de toekomst toe zullen leiden. Misschien zullen ze het gat opvullen dat African Union (AU) laat vallen; deze unie wordt geacht een stem te zijn voor het continent, maar lijkt geen voeling te hebben met de gewone Afrikaanse jeugd. Bij veel conflicten en mensenrechtenschendingen heeft de AU gezwegen en de soevereiniteit van Afrikaanse staatshoofden gerespecteerd in plaats van die rechtstreeks te veroordelen. De AU heeft zich ook volkomen afzijdig gehouden van deze recente door jongeren gevoerde campagnes en dat lijkt me een gemiste kans.
Deze bewegingen hebben al een offline-effect gehad. De rechtbank in Zimbabwe heeft Hopewell Chin’ono op borgtocht vrijgelaten. Op 13 oktober kwam de Namibische regering tegemoet aan alle eisen van #ShutItAllDownNamibia en een paar dagen later hadden enkele actievoerders, onder wie Bertha Tobias een ontmoeting met president Hage Geingob. In Nigeria is al een SWAT-team opgericht ter vervanging van SARS en de leden daarvan worden beter opgeleid; volgens het hoofd van de politie wordt er gewerkt aan psychologische beoordelingen van de agenten, zoals activisten hebben geëist.
Verandering
Als eerste stap naar decentralisatie, waardoor leden van de Engelstalige minderheid ook een vertegenwoordiging in het parlement kunnen krijgen, heeft Kameroen op 6 december vorig jaar, voor het eerst in zijn geschiedenis, regionale verkiezingen gehouden.
Voor anderen is het lastig geweest om veranderingen te bewerkstelligen. De autoriteiten in Zimbabwe en de Democratische Republiek Congo hebben geen echte pogingen gedaan om een eind te maken aan mensenrechtenschendingen.
Sociale media bieden activisten dan wel de mogelijkheid om hun leiderschap te decentraliseren, dat beschermt hen nog steeds niet tegen intimidatie en andere vormen van geweld. Regeringen monitoren socialemedia-activiteiten om te bepalen wie ze in het vizier moeten nemen.
Omdat hun mobiele verkeer in de gaten wordt gehouden, moeten activisten VPN-telefoons gebruiken om te internetten en hun telefoons geregeld urenlang uitzetten. Kan de regering het internet afsluiten? Voor een deel wel, ja. De regering van Tsjaad heeft de toegang tot socialemediaplatforms als WhatsApp, Twitter en Instagram een jaar en vier maanden geblokkeerd. De Soedanese overheid heeft de afgelopen paar jaar minstens twee keer vergaande internetbeperkingen ingesteld.
Terwijl regeringstroepen in Soedan vorig jaar juni met harde hand sit-in-demonstraties voor democratie uiteensloegen, merkten de demonstranten dat internet geregeld uitviel. Eerder dit jaar verstoorde de Ethiopische regering twee weken lang toegang tot wifi en breedbandinternet, na de roep om gerechtigheid in de moord op zanger-activist Haacaaluu Hundeessaa. De Ethiopiërs hebben meer dan twaalf keer zo’n shutdown meegemaakt en de Zimbabwanen worden er onder president Emmerson Mnangagwa ook mee geconfronteerd.
Zulke extreme maatregelen laten zien dat autoritaire regimes en gewelddadige overheden niet weten wat ze met sociale media en de bewegingen die daaruit voorkomen aan moeten. In 2020 hebben veel jonge mensen over het hele continent intimidatie door de overheid aan de kaak gesteld. Hun gezamenlijke stemmen zullen veerkrachtiger worden naarmate hun roep om meer verantwoording en beter bestuur luider gaat klinken.
Deze internationale non-profit-organisatie kijkt naar de relatie tussen technologie en cultuur daar waar de menselijke maat doorgaans over het hoofd wordt gezien. Het team spreekt 20 talen en komt uit 41 verschillende landen.
Vijftig jaar geleden greep Hafez al-Assad de macht in Syrië. Voor de vader van huidig machthebber Bashar al-Assad ging het pad van studentenleider tot dictator niet over rozen. Neue Zürcher Zeitung maakte een portret van de stamvader van de huidige Syrische dictator.
Toen Hafez al-Assad in 1930 ter wereld kwam in een arm bergdorp bestond het Syrië dat hij later zou regeren nog niet. Met het einde van de Eerste Wereldoorlog was er ook een einde gekomen aan het Ottomaanse rijk, en Parijs en Londen verdeelden het Midden-Oosten onder elkaar. Het Arabische cultuurgebied langs de oostelijke kust van de Middellandse Zee werd opgedeeld. Het zuiden werd het Britse Palestina, waaruit later Israël en Jordanië ontstonden. Ten noorden daarvan splitste Frankrijk de rest van het Ottomaanse Syrië op langs religieuze grenzen: Libanon voor de christenen, de kustgebieden rondom Latakia voor de alawieten en de bergen ten zuiden van Damascus voor de druzen. Een groot deel van de vroegere provincie Aleppo wees Parijs toe aan Turkije. Overbleef het rompstaatje Syrië.
Assad zal later voor zijn gasten uit het Westen betogen vol verwijt afsteken over de verminking van het grote Syrië. Al op zestienjarige leeftijd sloot hij zich aan bij de juist opgerichte Baath-partij, die de Arabische natie wilde verenigen en vernieuwen (baath betekent ‘wedergeboorte’). Hun ideologen zochten antwoorden op existentiële vragen: welke grenzen moet het vaderland hebben? Hoe kunnen de Arabieren hun rechtmatige positie in de wereld opeisen? En hoe brengen we de oude elite ten val?
De macht in Syrië was toen in handen van de soennitische bourgeoisie in de grote steden, die de religieuze minderheden minachtte als ‘onvolwaardige Arabieren’. De oprichters van de Baath-partij waren echter afgestudeerd aan de Parijse elite-universiteit de Sorbonne. Zij introduceerden subversieve ideeën zoals secularisme en socialisme in het Midden-Oosten. En die vielen vooral bij de minderheden – alawieten, druzen, ismaëlieten en christenen – in vruchtbare aarde.
Ook al mocht Assad het westerse imperialisme graag ervanlangs geven, hij en andere alawieten profiteerden indirect van de Franse koloniale tijd. Om de soennitische meerderheid in Syrië te controleren en opstanden te onderdrukken had Parijs bij voorkeur alawieten en bijbehorende andere ‘betrouwbare’ minderheden gerecruteerd voor zijn speciale Levanttroepen. ‘Door de diensttijd bij de Fransen ontstond er een alawitische militaire traditie die beslissend is voor de latere opkomst van de geloofsgemeenschap,’ schrijft historicus Patrick Seale in zijn Assad-biografie.
Maar de Fransen brachten vooral ook onderwijs in de afgelegen dorpen van de in hoofdzaak alawitische kustgebieden. Onder de Ottomanen was dit ondenkbaar. Zij zagen in de alawieten, wier geloof verwant is met de sjiitische islam, goddeloze ketters. Maar Assad kon nu als een van de eerste kinderen in zijn dorp naar een basisschool, en later naar een gymnasium in Latakia, waar hij tot de besten van zijn klas behoorde.
De robuust gebouwde Assad was niet alleen een goede leerling. Als jonge partij-activist bewees hij op straat al snel over leiderskwaliteiten te beschikken, en op zijn eenentwintigste werd hij tot voorzitter van de Syrische studentenunie gekozen. Hij en zijn medestrijders deelden pamfletten uit, schreven slogans op de muren en relden tegen de politie en tegen rivaliserende partijgangers, zoals de islamistische Moslimbroeders. ‘De broeders hadden het op Assad gemunt en probeerden meermaals hem een pak slaag te geven,’ schrijft Seale. Eén keer hadden ze hem geïsoleerd en zouden ze hem een mes in de rug gestoken hebben.
Gevechtspiloot
Assad wilde eigenlijk medicijnen studeren, maar daarvoor hadden zijn ouders, vooraanstaande boeren in het dorp Kurdaha, geen geld. Daarom ging Assad naar de militaire academie, om gevechtspiloot te worden. Aangezien ook veel andere jongemannen uit achtergestelde bevolkingsgroepen en minderheden deze weg kozen, werd het leger een broedplaats voor revolutionairen die zich tegen de heersende klasse van de soennitische ondernemersfamilies en grootgrondbezitters verzetten. Van de onafhankelijkheid tot de machtsovername door Hafez al-Assad in 1970 beleefde Syrië zestien militaire staatsgrepen, waarvan er negen succes hadden.
Assads voorbeeld was het Egyptische staatshoofd Gamal Abdel Nasser
De opkomst van de alawieten begon in 1963 met een door Baath-officieren geleide coup, waaraan ook Assad deelnam. Drie jaar eerder had de jonge luchtmachtofficier met vier kameraden buiten medeweten van de Baath-leiding het Militair Comité opgericht. Twee van hen waren alawieten, twee ismaëlieten, een eveneens met de sjiieten verwante geloofsrichting. Op weg naar de macht schakelden ze eerst hun tegenstanders en vervolgens elkaar uit.
Assads voorbeeld was het Egyptische staatshoofd Gamal Abdel Nasser. Die bracht in 1952 met zijn vrije officieren de monarchie ten val, ging de confrontatie aan met de westerse grootmachten en zocht toenadering tot de Sovjet-Unie. Vooral de nationalisering van het Suezkanaal in 1956 tegen de Britse en Franse belangen in maakte Nasser tot een held in de hele Arabische wereld. Men verwachtte zo veel van Nasser dat Syrië twee jaar later een unie met Egypte aanging.
De Verenigde Arabische Republiek (VAR) mislukte echter al gauw omdat Nasser zijn Syrische partners degradeerde tot onderdanen. Hij decimeerde het Syrische officierskorps, ontnam de partijen hun macht en begon socialistische hervormingen door te voeren – hij nationaliseerde onder andere de banken. Daarmee riep hij in Syrië het verzet op van zowel de conservatieve krachten als de linkse Arabische nationalisten. In 1961 maakten conservatieve soennitische officieren uit Damascus een eind aan het verbond met Egypte. Slechts twee jaar later bracht Assads militaire comité samen met overtuigde nasseristen de ‘secessionisten’ weer ten val, waarbij Assad de taak had om Dumair, het steunpunt van de luchtmacht ten oosten van Damascus, onder zijn controle te brengen.
Een paar weken voor de coup in Damascus had de Iraakse tak van de Baath-partij in februari 1963 de macht overgenomen in Bagdad. Het idee van een pan-Arabische unie tussen Syrië, Irak en Egypte werd serieus besproken, er was zelfs een ontwerp voor een grondwet. Maar Assad en zijn Baath-officieren wensten een Arabische federatie met Egypte op voet van gelijkheid. Omdat dat voor de machtsbewuste Nasser onbespreekbaar was, lanceerde de Egyptische president een propagandacampagne tegen de Baath-partij. Dat was het einde van de pan-Arabische illusies in Damascus: Assads Militair Comité zuiverde het officierskorps van het leger van nasseristen en dwong pro-Egyptische ministers tot aftreden.
Voor de Baath-officieren leek het nu duidelijk dat ze het leger volledig onder controle moesten hebben om hun regime te stabiliseren. De strijdkrachten moesten niet meer een afspiegeling zijn van het partijenlandschap waarin verschillende fracties met elkaar rivaliseerden, maar een exclusief instrument in dienst van één partij: de Baath. In opdracht van het Militair Comité organiseerde de pas 33-jarige luchtmachtcommandant Assad een hiërarchische partijstructuur binnen het leger en zorgde ervoor dat de sleutelposities werden bezet door loyalisten.
Terwijl hij zich op de achtergrond geduldig bezighield met de strategische personeelspolitiek, liet Assad de regeringsposten over aan andere leden van het Militair Comité. De alawiet Mohammed Umran werd plaatsvervangend regeringsleider, Salah Jadid – ook een alawiet – klom op tot chef van de generale staf [andere bronnen vermelden dat Salah Jadid een druus was, en niet een alawiet-red]. De rol van staatshoofd werd overgedragen aan de soenniet Amin al-Hafiz, die algauw gold als Syriës sterke man. Later zei Assad echter: ‘Zonder onze toestemming kon hij geen soldaat overplaatsen.’
Geëlimineerd
Maar nauwelijks was de Baath aan de macht en had ze haar rivalen geëlimineerd of er ontstonden scheuren tussen de partij en haar militaire vleugel, en ook binnen het Militair Comité. Umran was het niet eens met de meedogenloze manier waarop Hafiz, Jadid en Assad in 1964 een gewapende opstand van de door de lokale zakenwereld gesteunde Moslimbroeders neersloegen. Umran wendde zich daarom tot Michel Aflak, de oprichter en jarenlange secretaris-generaal van de Baath, en verried hem de geheime structuren van het Militair Comité. Om tegen het Militair Comité op te treden verbond de civiele partij-elite zich met generaal Hafiz, die onafhankelijk wilde zijn.
In februari 1966 kwam het tot een confrontatie tussen de oude Baath-garde rondom de oud-student van de Sorbonne Michel Aflak en het door Jadid aangevoerde Militair Comité. Zwaarbewapende eenheden – waarbij Assads jongere broer Rifaat een van de commandanten was – vielen de residentie van het staatshoofd Hafiz aan, die na lange gevechten moest capituleren. Hafiz, Aflak en andere wegbereiders van het Baathisme gingen in ballingschap. Umran werd in 1972 in het Libanese Tripoli vermoord, kort voor zijn geplande terugkeer naar Syrië.
Na de coup werd Assad minister van Defensie, maar al gauw beleefde hij een paar van zijn zwartste en leerzaamste dagen. Verzwakt door de eindeloze interne machtsstrijd had het Syrische leger in de Zesdaagse oorlog van 1967 op de Golanhoogten niets in te brengen tegen Israël. In de nasleep liep de spanning met Jadid op. ‘Assad was bereid samen te werken met alle Arabische staten, ook de zogenaamd reactionaire monarchieën Jordanië en Saoedi-Arabië, om een sterke positie tegenover Israël te verwerven,’ verklaart Syrië-expert Nikolaos van Dam. Voor Jadid kon daar geen sprake van zijn: ‘Zijn mensen wilden zich concentreren op de opbouw van een socialistische staat in Syrië.’
Terwijl het regime de klassenstrijd streed, rijke families onteigende en hun leden ontsloeg uit overheidsdienst, installeerde Assad als defensieminister zijn mensen op de sleutelposities in het leger. Onder invloed van Jadid onthief het partijcongres Assad van zijn functie. Maar kort daarop, op 13 november 1970, liet de toen 40-jarige Assad zijn tegenspeler bij een vreedzame coup arresteren. Tot zijn dood in 1993 zat Jadid in een gevangenis in Damascus. ‘Dat was het einde van degenen die meenden dat de partij machtiger was dan het leger,’ aldus Van Dam.
Als Hafez nog had geleefd was het mogelijk niet eens tot een burgeroorlog gekomen in Syrië
Assad voelde zich sterk genoeg om af te zien van een soennitische stroman voor het hoogste ambt in de staat. In 1973 liet hij zich door een volksraadpleging tot president kiezen. De alleenheerschappij van Assad en zijn door alawieten gecontroleerde veiligheidsdienst verzekerden Syrië decennialang van een voordien onvoorstelbare politieke stabiliteit. Dat hij zich verzoende met de (soennitische) hogere en middenklasse in de steden doordat hij een liberalere economische politiek voerde, droeg daar ook aan bij. ‘Assad was pragmatischer dan alle andere Baath-leiders, geen marxist of leninist,’ zegt de Syrische publicist en activist Ayman Abdel Nur. ‘Hij begreep de gelaagdheid van de samenleving en gaf elke groep iets wat ze graag wilden.’
Ook in de buitenlandse politiek toonde Assad zich flexibel. Met Sovjet-Russische wapenhulp bouwde hij een leger van 400.000 man op zonder zich aan de communistische doctrine of het dictaat van Moskou te onderwerpen. Hoewel hij zichzelf beschouwde als Arabisch nationalist en reïncarnatie van de intussen gestorven Nasser, ging Assad na de islamitische revolutie van 1979 in Iran een alliantie aan met het anti-Israëlische moellahregime en later met de sjiitische Hezbollah-militie in Libanon. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, zocht Assad toenadering tot het Westen en nam in de Golfoorlog van 1990 deel aan de coalitie tegen de Iraakse dictator Saddam Hoessein.
Toen Hafez al-Assad in het jaar 2000 stierf, nam zijn jongere zoon Bashar de leiding over. De door Hafez opgebouwde ‘sjiitische as’ van Iran tot Libanon bleek na het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 van levensbelang voor het overleven van het alawitische regime. Maar als Hafez nog had geleefd was het mogelijk niet eens tot een burgeroorlog gekomen, meent Abdel Nur. Het netwerk van de vader was veel uitgebreider dan dat van zijn zoon Bashar. Het omvatte alle religieuze groeperingen en alle belangrijke zakenlieden, in het bijzonder die van Damascus en Aleppo. Ieder kreeg wat hem toekwam. Alleen met hun steun zou het Assad senior in 1982 gelukt zijn de hernieuwde opstand van de Moslimbroeders in Hama neer te slaan. Die slachting kostte wel zo’n 20.000 doden.
In tegenstelling tot zijn vader kreeg Bashar de macht in de schoot geworpen. De oogarts werd in het jaar 2000 alleen maar opvolger omdat zijn oudere broer Bassel – een parachutist en commandant in de republikeinse garde – bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen. Bashar heeft de erfenis verspeeld, zoals zonen van rijke ouders meestal doen, volgens Abdel Nur: ‘Hij werd te begerig.’ De hele economie werd onder controle gebracht van zijn neef Rami Makhlouf. ‘Daarom zijn de Syriërs geflipt.’
Maar ondanks alle goede eigenschappen geldt ook voor Hafez al-Assad: ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon. Maar hij had politieke ervaring.’
Een van de oudste kranten ter wereld, opgericht in 1780. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.
Kader: Misdaden tegen de menselijkheid
Duitse federale aanklagers onderzoeken sinds november of er voldoende bewijzen bestaan om het regime van president Bashar al-Assad aan te klagen voor misdaden tegen de menselijkheid.
Die Deutsche Welle en Der Spiegel kregen exclusieve toegang tot getuigenissen en documenten diedeel uitmaken van wat omschreven wordt als ‘baanbrekend onderzoek’.
Het Duitse federale parket ontving begin oktober een beroep van drie ngo’s over de vermeende sarinaanvallen in 2013 en 2017, naar aanleiding van het in 2002 in Duitsland geïntroduceerde principe van universele jurisdictie over internationale misdrijven. Daarmee werd de rechtsmacht uitgebreid om tot vervolging van een internationale macht over te kunnen gaan, zelfs als de misdaden niet op het grondgebied van de aanklagende partij zijn gepleegd. Dat kan sinds 2002 maar is nauwelijks eerder gebruik van gemaakt.
Het Internationaal Strafhof in Den Haag kan geen recht spreken over het conflict in Syrië omdat Assads bondgenoot Rusland in de Veiligheidsraad een vetorecht heeft.
Dit was voor het consortium van ngo’s aanleiding om gezamenlijk beroep aan te tekenen bij het federale parket van Karlsruhe, waar een speciale eenheid voor oorlogsmisdaden al een informeel onderzoek was gestart naar de oorlog in Syrië in 2011.
De president werd eerder door het OPCW, de waakhond van de Verenigde Naties voor chemische wapens, al verantwoordelijk gesteld voor drie chemi- sche aanvallen in maart 2017 in de stad Al-Lataminah, in het westen van Syrië.
Het rapport van de VN was gebaseerd op inter- views met ooggetuigen die bij de aanval aanwezig waren, onderzoek dat ter plaatse werd uitgevoerd, het oordeel van artsen en experts, en de analysevan beelden. Minstens 106 mensen zouden bij de chemische aanvallen met het zenuwgas sarin en met chloorgas door de Syrische luchtmacht om het leven zijn gekomen. ‘Mensen waren als insecten die worden gedood door insecticiden. Ze lagen op straat, auto’s stopten, je kon de lijken binnen opgestapeld zien liggen,’ vertelde een verpleegster. Het is een van de weerzinwekkende verhalen, in handen van de Duitse pers, van mensen die de aanslagen overleefd hebben.
De huidige demissionaire minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag slaagde er destijds in als Nederlandse speciale coördinator van de vernietigingsmissie van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), 96 procent van de voorraad dodelijke gassen te ontmantelen. Of dat daadwerkelijk gebeurd is, kon de Veiligheidsraad van de VN niet met zekerheid zeggen omdat er afwijkingen in de oorspronkelijke opgave van de voorraad wapens werden vastgesteld. Sarin is reukloos en onzichtbaar en leidt tot vrijwel onmiddellijke verlamming van de luchtwegen. Overlevenden van de aanval wijzen het regime van Bashar al-Assad unaniem als schuldig aan.
Bewijs komt voornamelijk van ooggetuigen, hoog- geplaatst militair personeel en onderzoekers van het Syrische Centrum voor Wetenschappelijke Studies en Onderzoek, dat verantwoordelijk is voor het chemische wapenprogramma van het land. Er wordt beweerd dat de jongere broer van president Assad, Maher al-Assad, toen de militaire commandant was die in 2013 opdracht gaf voor het gebruik van zenuwgas. Volgens getuigenverklaringen is het vrijwel onmogelijk dat het dodelijke sarin zonder de goedkeuring van president Bashar al-Assad gebruikt zou zijn. Volgens documenten in het bezit van Deutsche Welle is het niet onwaarschijnlijk dat president Assad zijn broer toestemming heeft gegeven om de aanval uit te voeren.
De vraag is of er voldoende informatie is voor het federaal parket. Volgens deskundigen op het gebied van internationaal recht, meldt Der Spiegel, worden oorlogsmisdaden vaak gepleegd in een systeem van strijdkrachten, waarin het bestaan van een hiërarchie een dergelijke willekeur toelaat. Volgens Robert Haynes, universitair hoofddocent internationaal recht aan de Universiteit van Leiden, kan iedereen
die bevelen geeft voor aanslagen verantwoordelijk gesteld worden. Zelfs als het bevel niet persoonlijk werd gegeven, maar van hogerhand kwam.
In Duitsland is de wet over universele rechtsmacht nog maar één keer toegepast, op de veroordeling van de Rwandese Hutu-rebellenleider Ignace Murwhanashyaka en zijn medeplichtige. Beiden werden veroordeeld voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Het vonnis werd drie jaar later vernietigd en de Hutuleider stierf in de gevangenis voordat een nieuw proces van start kon gaan. In Koblenz werd een strafrechtelijke procedure ingesteld tegen een hooggeplaatst lid van het Assad-regime wegens vermeende systematische foltering.
Of de Duitse aanklagers meer succes hebben inhun missie tegen de oorlogsvoering van het Syrische regime is uiteraard nog de vraag.
Een toevallige vondst op een vlooienmarkt in Japan laat zien hoe kinderen de naoorlogse bezetting van het land hebben ervaren.
In een tweet liet Mark Alt weten dat hij een set n een Tweet liet Mark Alt weten dat hij een set karuta (speelkaarten) had ontdekt die stamt uit de tijd van de geallieerde bezetting van Japan, waarschijnlijk net na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde Global Voices dat hij de set vond tijdens het browsen op de populaire maandelijkse Kobo-ichi-vlooienmarkt in Kyoto. De kaarten worden gebruikt voor menko, een traditioneel Japans kaartspel dat vooral door kinderen wordt gespeeld.
Centraal in dit dek staat de Amerikaanse soldaat: misschien wel de meest prominente figuur van het dagelijks leven in het vroege naoorlogse Japan. Alt, oorspronkelijk afkomstig uit de Verenigde Staten, is voormalig presentator van Japanology Plus, dat populaire televisieprogramma’s uitzendt over de Japanse popcultuur. Hij is ook auteur van het onlangs verschenen Pure Invention: How Japan’s Pop Culture Conquered the World, en samen met Hiroko Yoda auteur van een populaire serie boeken over Japanse monsters, genaamd Yokai Attack!. Ook hebben Yoda en Alt onlangs meer dan 12.000 pagina’s vertaald uit Doraemon, een van de meest geliefde mangaseries van Japan.
Screenshot van ‘Japan: Our Far East Partner Department of Defense.’ Audiovisueel centrum van het Amerikaanse leger. (ca. 1974 – 15/05/1984). Publiek domein, gehost op YouTube door Nuclear Vault.
Op sommige kaarten stonden opmerkelijke picto- grammen die voor iedereen over de hele wereld herkenbaar zijn.
Na de nederlaag van het land in augustus 1945 werd Japan tot 1952 bezet en bestuurd door geallieerde troepen (de eilanden van Okinawa zouden tot1972 door Amerikaanse troepen worden bestuurd). Het Amerikaanse leger speelde een prominente rol tijdens deze bezetting.
‘Het is met de kinderen van een ander land dat de Amerikaanse soldaat voor het eerst vrienden maakt.’ Een Amerikaanse soldaat deelt snoep uit aan Japanse kinderen aan het begin van de geallieerde bezetting van Japan.
Hoewel de bezettingstroepen aanvankelijk tot doel hadden Japan te demilitariseren, veranderden ze door verwoestingen, hongersnood en sociale onrust in het land al snel in natiebouwers. In een door oorlog verwoest land boden Amerikaanse soldaten chocolade en snoep uit en werden ze alomtegenwoordig onderdeel van het lokale leven. Ze regelden het verkeer, hielden de wacht buiten openbare gebouwen en deelden noodhulp uit.
Dat is waarschijnlijk de reden waarom de bezettingsmacht in dit kaartspel voor kinderen voorkomt, aldus Alt.
Karuta-kaartspellen hebben een eeuwenoude geschiedenis in Japan. Ook de Japanse gamemoloch Nintendo is oorspronkelijk ontstaan uit kaartspellen voor kinderen. Tarin Clanuwat, een onderzoeker en computerwetenschapper gespecialiseerd in karakterherkenning, machine learning en Japanse literatuur (en beter bekend als @tkasasagi op Twitter), plaatste naar aanleiding van Alts bericht een reeks tweets waarin de geschiedenis van Nintendo en speelkaarten werd onderzocht: Er bestaat een uitgebreide collectie van de geschiedenis van kaartspellen in Japan, waar dit spel mogelijk deel van uit zal gaan maken, onder andere in bezit van de voormalige Mitsuke School in Iwata, in de prefectuur Shizuoka.
Global Voices is een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten die ernaar streven om te vertalen en te rapporteren wat er wereldwijd in de media wordt gezegd. Dit non-profitproject werd opgezet door het Berkman Center for Internet and Society aan de Harvard Law School.
Had voorheen de staat het monopolie op officiële informatie, nu waarschuwen bewoners in Brazilië elkaar via apps of en waar ze veilig over straat kunnen. En niet alleen dat, via hetzelfde medium politieke druk worden uitgeoefend.
Julia Borges was op het verjaardagsfeest van haar twaalfjarige neefje toen ze werd neergeschoten. De zeventienjarige stond op een balkon op de derde verdieping toen een verdwaalde kogel haar in de rug raakte en zich nestelde in de spier tussen haar longen en aorta.
Dat was 8 november 2020. Gelukkig kon Borges snel naar het ziekenhuis worden gebracht en herstelde ze. Dat geldt zeker niet voor iedereen wie dit overkomt. Tot dusver zijn er in 2020 in Rio minstens 106 mensen gedood door verdwaalde kogels.
Een van de gevaarlijkste plekken zijn de smalle straatjes van de favela’s van de stad, waar momenteel meer dan een miljoen mensen wonen. Hier zijn de huizen op elkaar gestapeld en de steegjes die ertussen kronkelen zijn bezaaid met kleine pleintjes. In die steegjes weerklinken regelmatig de geluiden van geweervuur: dagelijks zijn er schietpartijen tussen politie en drugshandelaars, rivaliserende groepen mensenhandelaars of zelfs door de politie gesteunde milities.
Vaak moeten bewoners op de grond gaan liggen of barricades zoeken om zich voor verdwaalde kogels te verbergen, tot het vuren voorbij is. In 2019 waren er in Rio gemiddeld twintig schietpartijen per dag [ter vergelijking: in Nederland zijn dat er twee, red.]. Sinds het begin van de pandemie is het iets rustiger geworden, maar tot eind juni waren er dagelijks nog steeds gemiddeld veertien schietpartijen. Elk jaar worden in het grootstedelijk gebied van Rio ongeveer vijftienhonderd mensen doodgeschoten.
Wie in Rio woont is een ‘gijzelaar van geweld’, zegt Rafael César, die in Cordovil, een buurt ten westen van het centrum, woont.
Zoals veel inwoners is César apps gaan gebruiken om zichzelf te beschermen. Op deze crowdsourced-apps kunnen gebruikers gevaarlijke zones op weg naar huis opzoeken en elkaar waarschuwen welke gebieden ze moeten vermijden.
Een van de populairste apps, Fogo Cruzado (kruisvuur), is opgezet door journalist Cecília Olliveira. Ze was van plan een verhaal te schrijven over slachtoffers van verdwaalde kogels in de stad, maar de informatie die ze nodig had, was niet beschikbaar. Daarom begon ze in 2016 een Google Doc-spreadsheet bij te houden met informatie over schietpartijen: waar en wanneer ze plaatsvonden, hoeveel slachtoffers er waren en meer. Nog datzelfde jaar werd de spreadsheet met hulp van Amnesty International omgezet in een app en een database voor degenen die gewapend geweld in de gaten hielden en erover rapporteerden. De app is meer dan 250.000 keer gedownload en heeft behalve voor Rio ook een versie voor Recife.
Netwerk
Als een gebruiker geweerschoten hoort, kan deze het incident in de app registreren. De informatie wordt geverifieerd en gecontroleerd door het Fogo Cruzado-team, met hulp van een netwerk van activisten en vrijwilligers, en vervolgens geüpload naar het platform, waarmee een melding voor gebruikers wordt gegenereerd. Fogo Cruzado heeft ook een team samengesteld van vertrouwde medewerkers die direct informatie kunnen uploaden, zonder dat eerst een controle hoeft plaats te vinden. Gebruikers kunnen zich aanmelden voor het ontvangen van updates wanneer ze op weg zijn naar een zone die als gevaarlijk wordt beschouwd, zoals een favela waar recentelijk is geschoten of waar een strijd plaatsvindt tussen verschillende bendes.
Fogo Cruzado wordt gebruikt door lokale bewoners die willen controleren of ze veilig naar hun werk kunnen en weer terug, zegt Olliveira.
‘Ik ben Fogo Cruzado gaan gebruiken omdat er regelmatig door de politie werd ingegrepen in een wijk waar ik elke dag doorheen kwam,’ zegt journalist Bruno De Blasi. Omdat in WhatsApp-groepen veel valse berichten over schietpartijen verschenen, besloot hij de app te gebruiken om ‘onnodige angst te vermijden’.
Zoals velen in de stad is ook hij wel eens te dicht in de buurt van een vuurgevecht gekomen. Hij herinnert er zich een in de straat waar hij woont.
‘Het gevoel was vreselijk, vooral omdat die straat werd beschouwd als een van de veiligste en rustigste in de buurt, waar ook het politiebataljon zich bevindt,’ vertelt hij. ‘Ineens moest ik wegblijven bij het raam van mijn eigen kamer vanwege het risico op een verdwaalde kogel.’
Nieuwe kaart
Samen met een aantal andere organisaties werkte Fogo Cruzado ook aan een nieuwe kaart van gewapende groepen in Rio de Janeiro. De kaart, die in oktober 2020 werd gelanceerd, is bedoeld om de inwoners van de stad op de hoogte te houden van de gebieden waar criminele groepen of politiemilities actief zijn.
Er zijn nog meer apps die gegevens over schietpartijen verzamelen, maar Fogo Cruzado is een van de weinige die door het publiek wordt bijgewerkt, vertelt Rene Silva, redacteur van de website Voz das Comunidades (stem van de gemeenschappen) die is gewijd aan het Complexo do Alemão, een grote groep favela’s in Rio. ‘Soms registreert de app bijvoorbeeld schietpartijen die niet in de media komen,’ zegt hij.
De app Onde Tem Tiroteio (waar is de schietpartij) werkt op een vergelijkbare manier. Deze werd oorspronkelijk in januari 2016 door vier vrienden gemaakt als Facebook-pagina. Terwijl Fogo Cruzado zich concentreert op de regio Rio, bestrijkt Onde Tem Tiroteio (OTT) de hele staat – en sinds 2018 ook de staat São Paulo. Een verschil met Fogo Cruzado is dat gebruikers de juistheid van schietrapporten kunnen controleren.
Als je de OTT-app downloadt, kun je kiezen waarover je meldingen wilt ontvangen, of dat nou schietpartijen, overstromingen of demonstraties zijn. Elke anonieme melding wordt beoordeeld door een netwerk van meer dan 7000 vrijwilligers ter plaatse. Pas na bevestiging wordt de melding geüpload naar de app. Ook worden wekelijkse rapporten aan de pers vrijgegeven. Volgens Dennis Coli, een van de medeoprichters van OTT, werd de app vorig jaar door meer dan 4,7 miljoen mensen gebruikt.
‘De belangrijkste missie van OTT-Brasil is om alle burgers uit de buurt te houden van georganiseerde bendes, valse politieacties en verdwaalde kogels,’ zegt hij. Maar de apps hebben ook een politieke invalshoek. Ze houden niet alleen de inwoners van Rio veilig, ook helpen ze onderzoekers en openbare instellingen om patronen van geweld te begrijpen – en om de politici onder druk te zetten.
Ze ‘dienen in de eerste plaats om de aandacht te vestigen op de omvang van het probleem’, zegt Pablo Ortellado, hoogleraar openbaar beleid aan de Universiteit van São Paulo. Voor hem hebben dergelijke apps ‘een heel specifieke sleutelfunctie: het verhogen van de druk op de autoriteiten’.
Dat Recife als de tweede stad voor de Fogo Cruzado-app werd gekozen, was inderdaad niet alleen vanwege de hoge mate van geweld, maar ook omdat, zegt Olliveira, de deelstaatregering was gestopt met het vrijgeven van gegevens en was begonnen met het censureren van journalisten. ‘Vroeger was er uitstekende toegang tot gegevens over de openbare veiligheid, maar de gegevens werden geleidelijk schaarser en het werk van de pers werd steeds moeilijker,’ zegt ze.
Op deze manier kunnen dergelijke apps bijdragen aan het controleren van informatie die overheden verschaffen, zegt Yasodara Córdova, onderzoeker aan de Harvard Kennedy School in Massachusetts.
Monopolie
In het verleden had de staat het monopolie op officiële informatie, maar sindsdien is er het een en ander veranderd, zegt ze. ‘Het is verstandiger om ook databases te onderhouden die worden bijgehouden door actieve gemeenschappen, zodat gegevens worden gecontroleerd en de openbare ruimte transparant blijft.’
Felipe Luciano, een OTT-gebruiker uit São Gonçalo, een stad in de buurt van Rio, beaamt dit. ‘De sleutel is vertrouwen,’ zegt hij. ‘Wat mij motiveerde om OTT te gebruiken is de geloofwaardigheid van de informatie die daar wordt gepost. Het maakt dat ik me veiliger voel.’
Opgericht in 1899 als The Technology Review, voor MIT-alumni. Tegenwoordig is de doelgroep breder en is de aandacht verlegd van enkel technologie naar tevens de commerciële toepassing ervan.
De laatste dictator van Europa, Aleksander Loekasjenka, houdt zijn land al ruim 25 jaar in een wurggreep. Grzegorz Szymanik dook in het onthutsende verleden van de Belarussische president. Hij was ambitieus, licht ontvlambaar en leed aan depressies. Droomde ervan eerste partijsecretaris te worden en vond een nieuw doel toen de Sovjet-Unie uiteen viel: president worden.
Dat Belarus het land van de zon is, is door de staat bekrachtigd. Ongeacht van welke kant je het land binnenrijdt zie je de affiches ‘Welkom in het land waar de zon altijd schijnt’. Vervolgens om de haverklap “Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, meiden tussen het graan, arbeiders met helmen op. Militairen. Allemaal spreken ze glimlachend in de hoofd-etters: ‘IK HOUDVANMIJNLAND’, ‘Belarus – EENFIJNTHUIS’, ‘Belarus – MIJNLIED’.
Dit alles om het gebod ‘eer uw vaderland als uw moeder’ niet te vergeten. Eer uw vader.
Vandaag verdwijnt het land van de zon onder een pak sneeuw. Alle erven zijn eronder bedolven, verdomme, je kunt je stulp niet uit. De koe, nog niet gemolken, loeit in de stal. Een oud vrouwtje fietst over de weg. De wind blaast haar in het gezicht, en blaast haar bijna omver.
‘Waar gaat u heen, omaatje?’
‘Naar de jacuzzi.’
Ah, die mooie jacuzzi die Pappie heeft laten bouwen. Waarom zou hij het zijn streekgenoten niet gunnen? Hij ging hier naar school, hij beheerde een
sovchoz [collectieve boerderij in handen van de staat ten tijde van de Sovjet-Unie]. De makker die met dezelfde melk werd grootgebracht.
Tegenwoordig doen zelfs excursies het gebied tussen Vitebsk en Mohylev aan, waar Sjklov, Kopys en het piepkleine Aleksandrja liggen. Men wil de geboortegrond van de president zien. Hoe is het daar?
Nou, het is er onverbiddelijk. Net als de president zelf. Wie niet naar de grond luistert, zal geen brood hebben. Maar getoonde trouw wordt beloond. Hij is haatdragend. En onveranderlijk.
Zoals Pappie.
‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen de meesten zeggen. ‘Hij was goed, charosjij, hield vast aan discipline.’
‘Hij was al zo toen hij hier woonde’, zullen weinigen zeggen. ‘Een stuk verdriet was hij. Maar wie had gedacht dat hij ons ging vermoorden?’
Waar kwam Aleksander vandaan? Zijn moeder, Katsiaryna Loekasjenka, ging werken in Orsja en kwam met de president in haar buik terug. Wie was zijn vader? Een zigeuner, zeggen ze. De eenogige chauffeur Grisja uit de linnenbewerkingsfabriek, zeggen ze. ‘Mijn vader kwam om in de Grote Vaderlandse Oorlog,’ voegt de president zelf eraan toe. Maar de laatste schoten vielen negen jaar voordat hij werd geboren. Heeft hij zo lang in zijn moeders buik liggen wachten? Een wonder? Het is onbekend.
Wat wel bekend is, is het volgende: Kopys, 1954, augustus.
De 30ste of 31ste augustus? Dat is dan weer onbekend. Vroeger werd het officieel op de 30ste gevierd, maar sinds twee jaar geldt een nieuwe verordening: de president is jarig op 31 augustus, net als zijn jongste zoon Kola.
Hij kreeg de naam Aleksander, de beschermer van de mensheid, en groeide op in het nabije dorp Aleksandrja, aan de andere rivieroever.
‘Ik zat met mijnheer de president samen in de eerste klas van de basisschool,’ zegt Aleksander Aleksijevitsj, leunend tegen een verrot deurkozijn van de veranda, zo verrot dat het elk ogenblik kon omvallen en de ruit doen sneuvelen. Dat wil zeggen als in de ramen van het huis van Aleksander Aleksijevitsj glas zou zitten. Er zit folie in. Aleksander Aleksijevitsj trekt zenuwachtig aan zijn sigaret in een sigarettenpijpje van gedraaid aluminium. ‘Wie had gedacht dat hij president zou worden? Ik voetbalde met hem in de modder. En nu komt hij langs met een auto, chique gekleed, gaat even wandelen. Waarom zou ik hem proberen te benaderen? Wat voor hulp heb ik nodig? Nou ja, ik heb geen verwarming, maar ik stook met hout, het gaat prima.’
‘Maar is het beter als nu Pappie regeert of was het beter onder de Sovjets?’
‘Ik heb hoofdletsel. Wat ik me kan herinneren, herinner ik me.’ Aleksander Aleksijevitsj krabt op zijn hoofd alsof hij dichter bij zijn herinneringen zou willen komen. ‘Om een of andere reden kan ik me dat niet herinneren.’
Nog maar weinigen in het dorp kunnen zich de president herinneren. Allemaal forensen. Een goede plek, ‘de geboorteplaats van presidenten’, er komen steeds meer huizen bij. Ze hebben niet gezien in wat voor armoede Pappie leefde, hoe de jochies aan zijn oren trokken omdat hij geen vader had. Wat kunnen ze vertellen?
Het boerenhuisje, waar de president op een aardappeldieet groeide als kool, is er ook niet meer. Toen hij president werd beval hij het plat te gooien. Op die plek staan er nu een houten wachthuisje, een bank en een tafeltje. Je kunt er even gaan zitten, een slokje thee uit je thermosfles nemen, op een augurkje uit het koninkrijk der augurken knabbelen en een blik werpen op het land van de zon.
Geschiedenisleraar
‘De oude schoolarts zou zich hem kunnen herinneren,’ herinnert Aleksander Aleksijevitsj zich en stopt met krabben aan zijn hoofd. ‘Hij zou iets kunnen vertellen.’
De schoolarts Nikolaj Danilovitsj Jelski: ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel,’ zweert hij en vervolgt: ‘Natuurlijk kan ik het me herinneren! Mijn vrouw Tamara Ivanovna heeft samen met hem gewerkt. ‘Zo was het toch, Tamara Ivanovna?’
Tamara Ivanovna fatsoeneert haar bloemetjeshoofddoek, tikt met haar wandelstok en verdwijnt in een andere kamer.
‘Toen hij hier voor het eerst als president kwam, vroeg hij: “Hoe gaat het met jullie, streekgenoten?” “Goed hoor, Aleksander Grigorjevitsj!” antwoordde ik, waarop de president zei: “Ga dan aan het werk en leef!” En dus werk ik. Ik heb een koe en konijnen. En ik leef. En ik heb het goed. Tamara Ivanovna, zeg eens wat!’
‘Dat interesseert me niets!’
‘Tamara was de mentor van de eerste klassen van de basisschool toen Pappie hier geschiedenisles gaf. Ik heb dertig jaar als arts gewerkt. Mijn pensioen bedraagt zevenhonderdduizend Belarussische roebels. In de winkels is alles te koop, worsten, vleeswaren, ik kan me het veroorloven. We hebben hier ook een zwembad, een sauna, een jacuzzi. Hij heeft een school voor ons laten bouwen, en een sportcomplex en asfaltwegen. O, er reed een auto voorbij! Tegenwoordig heeft hier één op de drie een auto. Er is ook een hotel en een volgende is in aanbouw. Want er komen excursies hierheen uit Minsk en zelfs uit Rusland! Wat bezoeken ze? Er is een museum, een zaal in de oude school waar de president op zat. Ik ga het even laten zien, maar alleen van de straatkant, want anders moet je met een militieagent komen en er toestemming voor hebben. Wie weet, leg je er wel een explosief onder,’ Kola knijpt zijn ogen dicht.
Sasja uit Sjklov
Door de ruit zijn de netjes opgestapelde boeken te zien. Alsof de kleine Sanja, zoon van een melkboerin en een onbekende vader, gisteren nog met de neus in de boeken aandachtig zat te lezen over de kleine Ioseb Besarionis Dze Dzjoegasjvili, zoon van de schoenmaker Vissarion en de wasvrouw Jekaterina.
Hij moest wel van de geschiedenis houden aangezien hij naar Mohylev vertrok om er geschiedenis te gaan studeren.
In het land van de zon, het koningrijk der augurken, opgesloten in een kasteel, woont prinses Halina. De prinses is al met pensioen, maar ze verdient nog wat bij bij een Regionaal Uitvoerings-comité. Ze organiseert de verblijven in de sanatoria. Ze heeft Sasja leren kennen op de basisschool. Vier kilometer legde hij af om bij haar te zijn. Ze was zo gewoontjes en rustig. En ook hij was vroeger zo gewoon. Later niet meer.
Hij vertrok naar Minsk om het land te besturen, zij bleef achter op de boerderij met de koeien. ‘Echtgenotes horen zich niet te bemoeien met de zaken van de staatsambtenaren,’ zei hij. Waarom deed ze het dan? Ze liet aan de journalisten zien hoe ze de koe Milka aan het melken was. Een koe aan de tieten trekken, zoiets hoort toch niet bij de Eerste Dame? Pappie verbood contacten met de pers en sloot de prinses in het kasteel op: om een groen huisje in Rizkovitsje (tegenwoordig een wijk van Sjklov) liet hij een muur bouwen. Er is een controlepost naast geplaatst. Als er iemand stopt en te lang blijft kijken, dan wordt er meteen gecontroleerd: Wie is het? Wat wil hij? Wat voor een verdacht gezicht is dat? Waarom zulke lange armen? Waarom zulke onrustige ogen? Waarom glimlacht hij? Is er iets om te lachen? Voor wie is hij bang? Misschien heeft hij een reden om bang te zijn?
Het zestienduizend inwoners tellende stadje Sjklov nabij Aleksandrja is een koninkrijk der augurken. De hele regio staat bekend om de augurken die er worden verbouwd en verwerkt. De augurk heeft zelfs zijn standbeeld in Sjklov. Manshoog, glimlachend, houdt hij een met augurken gevuld mandje vast. In het plaatselijke museum bevindt zich een wand die aan de president is gewijd. Vanaf de foto’s blinkt het gebit van de president die door de lokale notabelen wordt verwelkomd.
Pappie en augurken zijn de symbolen van Sjklov. Sasja is hierheen gekomen omdat hij geen tractorchauffeur wilde worden zoals de andere jongens van het dorp. Maar hij wist nog niet wat hij wel wilde gaan doen. Hij gaf geschiedenisles, hij probeerde het in het leger als politruk [ambtenaar van de Communistische Partij die is aangesteld om de communistische ideologie te versterken in het leger]. Hij was op zoek naar zijn roeping, naar iets waarin hij goed zou zijn.
Iets aangekruist
‘Je kunt toch geen slechte herinneringen aan de president hebben?’ verbaast Misjka zich in zijn vlakbij Sjklov gelegen huisje, dat beplakt is met sneeuw als dumplings met dikke room. Misjka is eenentwintig jaar oud en gedurende zijn hele jonge leven steunde hij Loekasjenka. Maar de laatste tijd is er bij Misjka een revolutie te bespeuren.
Men zegt dat hij tijdens de presidentsverkiezingen op Sannikau heeft gestemd, degene die in de gevangenis werd gezet.
‘Misja, wat is er gebeurd?’
‘Ik heb op Sannikau gestemd. Of misschien op Niaklajeu? Ik kan het me niet herinneren. Ik had haast toen ze met de stembus langskwamen. Ik heb snel iets aangekruist zonder goed te kijken. Later, toen ze op de televisie lieten zien wat er op het plein in Minsk aan de hand was, de protesten en rellen, toen kreeg ik er spijt van. Zo’n land hebben we niet nodig.’
Want nu, volgens Misja, heerst er vrede en rust, wat wil je nog meer. Hij heeft werk en hij wordt naar de bouwplaats gebracht. Hij verdient vijfhonderd dollar per maand. Nou ja, Misja heeft dat geld nog niet gezien, maar dat werd hem beloofd (Misjka’s moeder, die vroeger in een sovchoz met Loekasjenka werkte, krijgt een salaris van tweehonderd zestigduizend Belarussische roebels, dat wil zeggen negentig dollar). En dan op zondag een sauna en vrienden. Een prima leven. Daarom wordt Misja voorzichtiger bij de volgende verkiezingen.
‘En degenen die niet van hem houden, koesteren zij misschien om een of andere reden wrok tegen hem?’ vraagt Misjka zich af.
Natuurlijk zijn die er ook, zelfs op de presidentiële grond zijn er egoïsten
die hem niet als Vader willen.
‘In het vlakbij Sjklov gelegen dorp Dobrejka woont Pjotr Migoerski. Wat |is hij allemaal niet aan het doen, hoe strijdt hij niet tegen het regime! Een moedige, harde werker. Verbazingwekkend dat hij nog niet is ontslagen,’
vertelt journalist Anatol Gulajeu, de oude kennis van Loekasjenka.
‘Kom, we gaan een glaasje drinken want ik ben vandaag ontslagen,’ zegt Pjotr Migoerski.
Migoerski was ooit leidinggevende, zoals Loekasjenka, maar dan van een kolchoz [collectieve boerderij bestuurd door de boeren zelf ten tijden van de Sovjet-Unie. De kolchoz heette De overwinning. Migoerski dronk wodka met Pappie, ze voetbalden met elkaar. Vandaag de dag is Loekasjenka, oud-directeur van een sovchoz, de president en hij ontslaat op staande voet Migoerski, oud-directeur van een kolchoz, doctor in de economie in Mohylev.
‘De decaan riep me naar zich toe en zei tegen me: “Neem zelf maar ontslag, anders zal ik je moeten ontslaan.” Die decaan is een goede vent, maar hij kan niet anders.’
Waarom? – zo luidt de titel van een vertelling van Tolstoj over de familie Migoerski, de Poolse bannelingen in Siberië. Volgens Migoerski uit Dobrejka gaat het over zijn voorouders. Zijn overgrootmoeder was de maîtresse van de schrijver en daarom had hij over hen geschreven.
‘Waarom?’ vraagt Migoerski nu in navolging van Tolstoj. ‘Waarom werd ik uit mijn werk gegooid?’
Ja, hij geeft een onafhankelijke krant Sjklov Info uit (oplage tot driehonderd exemplaren).
Ja, hij neemt deel aan de beweging Zeg de Waarheid die de informatie over de ware toestand van de Belarussische staat verzamelt en verspreidt.
Ja, hij gaf in de regio leiding aan de campagneteams van Niaklajeu,
Sannikau, Rymasjeuski en Kastoesiou (het kan niet anders, de oppositie is hier te klein om voor elke kandidaat een afzonderlijke team op te zetten).
En het allerbelangrijkste: ja, tijdens de laatste verkiezingen was hij de rechterhand van de kandidaat Niaklajeu.
Hij is schuldig aan zo veel misdrijven. Vanwaar dus die verbazing?
Een verbetering zit er ook niet in: bij Pjotr Migoerski op de zolder bevindt zich “het museum van de oppositie”.
Om de wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Belarus liggen de insignes van het verzet: een bordje met daarop de paus (uit Krakau), de balpen van Sjoesjkievitsj, de handtekening van Milinkievitsj. En een sjaal van Manchester United.
Op Pappies grond zijn er maar weinigen die ‘wrok’ koesteren (zoals Misja het zou hebben gezegd). Het is hier geen Minsk.
Mensen hier houden van dit soort bestuur. Men houdt hier van salarisverhogingen (al worden ze direct opgevolgd door prijsverhogingen; de prijzen worden door de staat gereguleerd en altijd in dezelfde volgorde: eerst stijgen de salarissen, daarna de prijzen, zodat men nooit over te veel geld kan beschikken en zou ophouden met aards denken, maar ook zo dat men niet te veel honger zou lijden om in opstand te komen).
Men houdt van goed bevoorrade winkels (wat maakt het uit dat de prijzen zo hoog zijn, dat de Wit- Russen die vlakbij de Poolse grens wonen voor hun boodschappen naar Polen afreizen, alleen de sigaretten zijn hier goedkoper, maar met tabak eet je je buikje niet rond). Men houdt hier van een stabiele uitbetaling van pensioenen (een hongerpensioen, maar altijd op tijd binnen). Het studeren is gratis (wat maakt het uit dat je het later moet afbetalen door drie jaar lang te werken op het terrein rond Tsjernobyl of in de landbouw). En in geval van een geldtekort in het land, laat Pappie geld bijdrukken.
Yoghurt
De wodka raakt op. Pjotr Migoerski herinnert zich ineens dat hij geen werk meer heeft. Hij haalt de schilderijen van de muur af en wil ze gaan verkopen om brood te kunnen kopen. Hij doet zijn overhemd uit, want naast de kachel is het heet. Met een T-shirt aan met daarop ‘De waarheid overwint’ neemt hij plaats voor het tv-toestel Vitjaz en drukt op de knop.
Klik.
‘…het is nog geen jaar geleden dat de sovchoz Zabielsjin, tegenwoordig Oma’s Binnenplaats, begon winst te maken. De melkproductie in de sovchoz steeg toentertijd …’
Klik.
‘…en acht miljoen ton aardappelen.’
‘Waar zijn die aardappelen, waar is die melk?’ vraagt Migoerski. ‘Er is van alles, ja. Op papier. Ze schrijven er cijfers bij om het mooier te doen lijken. Een lage ambtenaar schrijft er wat bij, een belangrijke chef schrijft er wat bij en ook de minister. Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim.’
Klik.
De president is aan het woord! Hij heeft het over yoghurt, een zaak van staatsbelang. Danone wil Belarus bestelen. Hij schreeuwt. De gezichten van de ministers verbleken. Bij al dat geschreeuw staan ze voorovergebogen en verontschuldigen zich.
Klik.
De Egyptische meute steekt een papieren gezicht van Moebarak in brand. Wanneer het vuur Moebaraks neus en wangen verorbert, beginnen Migoerski’s ogen te schitteren.
‘Hij is al tachtig. Hij hoort met zijn kleinkinderen te spelen en niet het land te besturen. Dit is een waarschuwing aan de onze,’ zegt Pjotr Migoerski vrolijk.
‘Maar die Egyptische Pappie regeert al dertig jaar lang en onze Pappie pas zeventien jaar’ voegt zijn vrouw Valentina Filipovna somber aan toe.
Aleksander uit de Haradzjets sovchoz ‘wanneer hij een toespraak hield grepen de directeuren, ouderen en oogopgeleiden naar hun hoofd. Maar anderen vonden het leuk,’ vertelt Anatol Goelajeu, journalist uit Minsk, oud-kennis van Pappie uit Sjklov.
Op zijn eerste werkdag in de sovchoz had hij gezegd:
“Ik ben jullie Führer!”
Daar houdt men van met de arm dreigend zwaaien, keihard met de vuist op tafel slaan. En zo was Sasjka uit Sjklov toen hij Aleksander werd, directeur van de Haradzjets sovchoz. Besnord en breedgeschouderd, oude makker, wapperend met zijn armen alsof hij naar Minsk zou willen vliegen.
‘Niemand wilde hem als directeur, maar hij hield voet bij stuk. Hij kreeg die baan omdat men genoeg van hem had’ voegt Goelajeu eraan toe.
‘Mijn vrouw kwam naar me toe en zei: “Er is een nieuwe directeur, hij is jong, belooft weelde en stelt orde op zaken,”‘ herinnert zich Vladimir Olejnikov, bosbouwkundige en voorzitter van het oppositionele Belarussische Volksfront (BNF) in de regio. We warmen onze handen in het houten huisje vlakbij Haradzjets.
‘Ik kreeg toen een baan van de bijenhouder in de sovchoz aangeboden. Aan het begin had ik een goed contact met de president. Maar later verdween mijn honing uit het magazijn. Loekasjenkas glimlach verdween eveneens. Pas toen ik stopte met werken hoorde ik dat de tonnetjes met honing in het kabinet van zijn plaatsvervanger stonden. Mijn vrouw vertelde dat hij op zijn eerste werkdag in de sovchoz had gezegd: “Kameraden, ik ben jullie Führer!” Dat zei hij zonder een valse gedachte erbij.’
Lavon Barsjtsjeuski, schrijver, aanhanger van de oppositie, was in 1990 samen met Loekasjenka gedeputeerde in de Hoogste Raad van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus.
Andere dictators
‘Waarom wordt Stalin door Loekasjenka zo verheerlijkt? Waarom ontkent hij diens misdrijven, waarom bouwt hij voor hem een museum vlakbij Minsk? Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators. En hoe ging het met het interview waarin hij het efficiënte beheer van Hitler de hemel in prees? Volgens hem was dat een compliment. Hij dacht dat als hij iets positiefs over een Duitse leider, hetzij Hitler, hetzij een andere, zou zeggen, dat een Duitse journalist als muziek in de oren zou klinken.’
‘Hij hield een piepklein kopje in zijn enorme handpalm. Hij zat bij me in
de keuken en smeekte om hulp,’ herinnert journalist Goelajeu zich. ‘Het was 1988, perestrojka, de verkiezingen voor het Congres van de Volksgedeputeerden van de Sovjet-Unie waaraan hij deelnam. De lokale autoriteiten hinderde hem bij het organiseren van de bijeenkomsten omdat hij zichzelf had gekandideerd.
Toentertijd werkte ik als correspondent voor de Moskouse krant Idyllisch Leven uitgegeven door het Centraal Comité van de Communistische Partij. Oplage van twaalf miljoen. Ik ging op stap langs verschillende dorpen. En ik zag, inderdaad, dat hij werd gehinderd. Ik publiceerde een artikel dat hem enigszins had geholpen, maar de verkiezingen verloor hij alsnog. We werden echter vrienden. Hij kwam me op mijn datsja opzoeken, bracht cognac mee en we dronken. Hij stelde zijn vriendinnen aan me voor. Geen enkele sloeg hij over.
Een jaar later waren er verkiezingen voor de Hoogste Raad van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus. Loekasjenka doet weer mee. En opnieuw komt hij bij Goelajeu langs. Al vanaf de voordeur roept hij: ‘Ik heb niemand geslagen!’
‘Er was in de sovchoz een zekere Vladimir Bandoerkov, een tractor-bestuurder,’ licht Goelajeu toe. ‘Bandoerkov beklaagde zich dat hij van de directeur een behoorlijke rammel had gekregen. Loekasjenka kon er drie tot acht jaar voor krijgen. Dus ging ik bij Bandoerkov langs. Een armoedig huis, vijf kinderen kwamen te voorschijn, het ene nog meer besmeurd
dan het andere. Ik vroeg: Sloeg hij?
“Hij sloeg, smeet me op de grond en schopte. Ik haalde de anderen erbij. Er waren twaalf tractorchauffeurs in de sovchoz. Acht van de twaalf zeiden dat zij door Loekasjenka ook werden geslagen.” “Nou, Sasja, hoe zit dat?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: “Wat een smeerlappen! Ik heb zoveel voor hen gedaan en ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen.”
Maar deze verkiezingen werden door Loekasjenka wel gewonnen. De zaak werd gesloten.
Pak rammel
Pappie vertrok naar Minsk, maar was niets veranderd. De demonstranten
op het plein horen nu ook: ‘Ik doe voor jullie zoveel goeds en moet ik soms, als een vader, jullie een pak rammel geven.’
In het koninkrijk der augurken doet nog een verhaal de ronde. Een zekere Ivan Joesjkievitsj, landbouwkundig mecanicien, blijft met zijn collega’s buiten op het veld lunchen. ‘Wat doet die wodka bij de lunch?’ schreeuwt Loekasjenka. Maar Joesjkievitsj kwam onlangs terug uit Tiumeni in Siberië, waar hij in een kopermijn had gewerkt. Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan overleef je het niet. Hij vuurt een scheldkanonnade af richting Loekasjenka. Loekasjenka grijpt Joesjkievitsj bij zijn overhemd. Joesjkievitsj grijpt naar een rubberen buis. De rubberen buis knalt op de rug van Loekasjenka.
Ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen
Hoe ouder Ivan werd, hoe banger hij was daarover te vertellen. Hij overleed een jaar geleden. Zijn buren uit het koninkrijk der augurken vragen zich af waarom Pappie nooit wraak op Joesjkievitsj had genomen, terwijl de anderen voor kleinere vergrijpen er flink van langs kregen.
Pappie vertrok om het vaderland te besturen, maar de Sovjet mogendheid viel uit elkaar. Men maakte zich zorgen of er geen oorlog zou komen. Nu moest Belarus zichzelf gaan besturen. Helemaal alleen, o, o wat eng. We
kregen een nieuwe vlag, een nieuw embleem en nieuw, Wit-Russich geld met diertjes erop. In de winkels waren tekorten aan alles, terwijl de prijzen als de Sovjet spoetniks recht de hemel invlogen. Er moesten nullen aan het geld worden toegevoegd en er moesten nieuwe bankbiljetten met nieuwe diertjes worden bijgedrukt. Uiteindelijk kwam men diertjes tekort. Er heerste een gigantische chaos: wie was wie, voor wie moest men buigen en voor wie niet? Niemand die het wist.
Maar daar, in het verre Minsk, gaat de directeur van de sovchoz uit Sjklov, een goede gozer, de orde op zaken stellen.
‘Hij was heel ambitieus,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski. ‘En we hadden iemand nodig die verstand had van de landbouw. Pas later kregen we het door dat hij er niet veel verstand van had. Maar hij hield ervan om erover te praten. Ook over het feit dat hij adviseur van Gorbatsjov was. Vaak waren we samen aan het voetballen. Hij was spits en schoot keihard, maar de bal vloog meestal langs het doel. Dan werd hij boos en maakte een overtreding. We hielden er niet van om met hem te spelen, want hij schreeuwde en schold zoals hij dat bij zijn onderdanen in de sovchoz deed, terwijl er kinderen langs de kant stonden. Hij leed destijds aan depressie. Hij droomde ervan om de eerste partijsecretaris te worden, maar de Sovjet-Unie viel voor zijn ogen uiteen. Zijn droom spatte uit elkaar. Maar al snel vond hij een nieuw doel: president worden.
En hij werd dat in 1994.
In 1995 introduceert hij een vlag en een embleem die naar het communistische Wit- Rusland verwijzen.
In 1996 wijzigt hij de grondwet, ontbindt de Hoge Raad en vervangt deze door het aan hem ondergeschikte parlement.
‘Een deel van de intelligentsia, zoals Karpienka en Hantsjar, heeft hem geholpen om president te worden,’ aldus Lavon Barsjtsjeuski. ‘Wij wilden geen presidentieel systeem, maar zij hielden voet bij stuk: “We hebben
een sterke president nodig om de hervormingen door te kunnen voeren, we zullen hem begeleiden.” “Jullie zullen nog huilen door voor zo iemand te kiezen,” zeiden we. Maar ze zullen niet eens meer huilen. Ze zijn er niet meer.’
De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter
Als eerste werd Hienadz Karpienka vergiftigd. Hij raakte in coma na koffie te hebben gedronken en overleed in april 1999. Zijn begrafenis groeide uit tot een demonstratie van de oppositie.
Daarna waren er geen demonstraties meer. Want er waren geen lichamen om te begraven.
Binnen een paar maanden losten in de Belarussische lucht de belangrijkste oppositieleden op: Joerij Zacharanka (mei 1999), Viktar Hantsjar (september 1999), Anatol Krasouski (september 1999).
In juli 2000 verdween Dzmitrij Zavadski, de persoonlijke cameraman van de president die Pappie had verruild voor de Russische televisiezender ORT.
De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter.
‘Ik zeg het eerlijk, er is orde in het land onder Loekasjenka. Hij houdt vast aan discipline. De oppositie is hier niet nodig, noch de chaos zoals in Oekraine’ constateert eenentwintigjarige Misja uit Sjklov en zet zijn pet weer goed. De wind blaast de sneeuw weg die van het huisje verdwijnt als de room van de dumplings.
‘Drie keer kreeg ik van de president een baan aangeboden,’ vertelt journalist Goelajeu. Hij kijkt uit het raam. ‘Drie keer heb ik geweigerd. Ik zou me bezig moeten gaan houden met de sluiting van de krantenredacties. Later ging ik kritische artikelen schrijven over de manier waarop hij met de oude rivalen uit de Sjklov regio was omgegaan. Toen werd hij boos op mij. Omdat ik hem een keer had geholpen dacht hij dat ik dat mijn hele leven lang zou gaan doen.
Aan het begin van zijn presidentschap kreeg ik bezoek van buitenlandse journalisten. Ze wilden een boek schrijven over de relatie met zijn vrouw Halina. Ik wist er veel van. Ze boden me geld aan, maar ik had het geweigerd. Destijds was ik een huisvriend van de Loekasjenka’s, dat zou een schurkenstreek zijn geweest. Ze zijn met niets vertrokken. Binnen de kortste keren verscheen de hoofdredacteur van de krant Sovjet Belarus en zei tegen me: “Aleksander Loekasjenka vroeg om aan u door te geven dat hij niet op u is gesteld, maar dat hij u wel respecteert.”‘
‘Wij, vogelverschrikkers,’ constateert bijenhouder Olejnikov. ‘Men wijst met de vinger naar ons: “Kijk eens hoe die oppositieleden leven.” Maar ik heb de vrijheid leren kennen en ik kan niet meer anders. Vijftien jaar werkte ik in de bossen. Elk jaar werd er een zaak tegen me aangespannen of ik moest voor de rechter verschijnen. Ik heb mijn brood leren verdienen. Ze hebben me met rust gelaten. Binnen de oppositie van ons district is er sprake van een ware pogrom zodat we geen enkele bedreiging voor hen vormen. De mensen van hier zijn als kinderen. Ze hebben een vader nodig. Ongeacht of en hoe erg hij hen zou bedriegen en oplichten, ze zullen hem blijven geloven. Van de vrijheid worden ze misselijk.’
Tijdens de laatste verkiezingen werkte Olejnikov als waarnemer en dus zag hij van alles. ‘We komen langs bij een oud vrouwtje. “Pakt u maar een stembiljet. U kunt wel of niet stemmen, maar pakt u die maar.” Ik zat een uur te wachten en liet niet toe dat iemand anders voor haar ging stemmen. Maar ze was zelf niet in staat om dat te doen. Ze zat te staren naar dat stembiljet, het witte vlak deed pijn aan de ogen. “Ik zelf? Waarom zoveel namen? Konden ze niet maar één kandidaat voorleggen zodat je er niet zo moe van werd?”
De waarheid overwint
In het land van de zon, in het koninkrijk der augurken sneeuwt het. Pjotr Migoerski trekt een warme trui over zijn t-shirt met daarop ‘De waarheid overwint’ en kijkt naar de tv hoe Egypte kookt. Hoe het borrelt en overstroomt. Hij kijkt naar Egypte, maar denkt aan Belarus: zal Loekasjenka de troon afstaan?
‘Nee, dat doet hij niet,’ Lavon Barsjtsjeuski weet het zeker. ‘Tijdens de laatste demonstraties van de oppositie op 19 december was het ijzig koud. Als hij even had gewacht, waren de mensen vanzelf naar huis gegaan. Maar hij is een lafaard. Hij vreest dat men hem Hantsjar en Zacharanka niet zal vergeven en dus liet hij de demonstranten met de knuppel bewerken.’
‘Waarom zou hij de troon afstaan?’ zullen de anderen uit het koninkrijk der augurken vragen, ‘hij is toch een vader voor het leven? Een vader kun je niet veranderen. Alleen ontaarde kinderen breken met hun vader.’
‘Is dat gespuis beter dan Pappie?’ vraagt Nikolaj Danilovitsj Jelski, de dokter uit Aleksandrja. ‘Ik zag de oppositieleden op de televisie: “Als ik president word, dan verzeker ik jullie van alles!” En waar haal je het vandaan, sukkel? “Halasavac za mianie. Ja prezident!” Hij spreekt Wit-Russisch. Wat voor een president. Jij, een stuk ongeluk!’ zegt dokter Jelski boos.
Het oude vrouwtje op de fiets (dat naar de jacuzzi gaat) zet haar nat van de sneeuw geworden muts weer netjes op. ‘Mijn God, Gospodi, ik moest me zo schamen toen ik hen op de televisie zag. Ze kunnen niet praten! Later zag ik hoe in Minsk hun ruggen met de knuppels werden bewerkt. “Harder, harder!” schreeuwde ik zelfs.’
‘Onze Sasjka uit Aleksandrja is niets veranderd,’ zegt dokter Jelski.
‘Het is moeilijk voor de mens om na zijn veertigste nog te veranderen,’ bevestigt journalist Goelajeu. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook. Maar hij is geen beest. Hij is zoals de anderen. Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan? Men vraagt me weleens of Loekasjenka
wijs is. Nee, niet echt. Er bestaat een Wit-Russisch gezegde: dom of niet, maar wel sluw. Om de macht tot elke prijs te behouden is wijsheid niet nodig.
Het is voldoende om geen geweten te hebben.
In het land van de zon, het koninkrijk der augurken, sneeuwt het niet meer. In de verte doemt een kaal geraamte op, een hotel in aanbouw. In het dorp doet de roddel de ronde dat ook de president hier zijn residentie aan het bouwen is. Hij komt voor zijn oude dag terug naar de Dnjepr. Naar het koninkrijk der augurken. Niet meer als Sanja, de zoon van een melkboerin, de jongen aan wiens oren andere jochies trokken, maar als mijnheer Aleksander Ryhoravitsj Loekasjenka, president van de Republiek Belarus. Degene die zelf geen pappie had, Pappie van ons allen.
Grzegorz Szymanik
Journalist Grzegorz Szymanik is verbonden aan de Poolse krant Gazeta Wyborcza.
_Zijn reportage verscheen oorspronkelijk in deze krant in april 2011 onder de titel ‘Kameraden, ik ben jullie Führer!’ (Towarzysze, jestem waszym Führerem!) en is onder de titel ‘Alexanderroman uit het koninkrijk der augurken’ opgenomen in Szymanik’s boek De motoren achter de revoluties (Motory rewolucji, Czarne 2015). _
Forge is opgericht ‘om onze constante strijd te onderzoeken om meer gedaan te krijgen, creatiever te zijn en ook nog eens gelukkig’. Over lifestyle en levenskunst. De leuze luidt: ‘Beat Yesterday’
Een nieuwe, ‘correcte’ taal moet iedere vorm van discriminatie en uitsluiting vermijden. Is dit een goede ontwikkeling, een komische, of is het ronduit gevaarlijk? vraagt FOCUS zich af. Door wie zich niet aan de regels houdt te ‘cancellen’ en door simpele tekens als een duimpje omhoog, is iedere nuance ver te zoeken.
Van de boze ophef die ze veroorzaakte, raakt ze niet meer verlost. J.K. Rowling, schepper van Harry Potter en een van de populairste schrijfsters ter wereld, heeft een tomeloze toorn over zich afgeroepen. En dat omdat de begenadigde taalkunstenares zich uitsprak tegen een bijzondere taalvariant. Ze zou niet meedoen met grillen als gedifferentieerde geslachtsaanduidingen, verklaarde ze, en ze maakte zich bijvoorbeeld vrolijk over de formulering ‘mensen die menstrueren’. Waarom, vroeg ze zich af, zeggen ze niet gewoon, zoals sinds mensenheugenis, ‘vrouw’? Sindsdien wordt ze belaagd door zelfbenoemde taalhervormers en onverbiddelijke opiniebewakers. Rowling zou de kant gekozen hebben van duistere machten. Ze zou transseksuelen discrimineren en sowieso reactionair zijn.
Rowling heeft slechts een paar tweets over dit thema gepost, maar de knuppel der verachting treft haar met volle kracht. Op het internet heeft zich een groep geformeerd die haar onder de hashtag ‘Rust zacht J.K. Rowling’ de dood toewenst. En er gaan filmpjes rond waarin Harry Potterboeken verbrand worden.
‘Correcte’ taal
Uitgestoten worden vanwege een paar zogenaamd verkeerde woorden? Tot persona non grata verklaard worden om een uitspraak die anonieme opiniebewakers niet welgevallig is? Het geval van J.K. Rowling laat zien hoe gevaarlijk het kan zijn om iets schijnbaar onschuldigs te zeggen als je met die uitspraak bepaalde regels overtreedt. Regels die, zo lijkt het althans, de manier van spreken (en daarmee van denken) beïnvloeden en in een bepaalde richting duwen.
De nieuwe, ‘correcte’ taal moet iedere vorm van discriminatie en uitsluiting vermijden. Daarin gelden alle mensen als goed en gelijk. In plaats van gedevalueerde ‘vluchtelingen’ zijn er nu ‘vluchtenden’ onderweg. Het zuiver manlijke ‘inwoners’ moet plaatsmaken voor ‘inwonenden’. De ‘zigeunerschnitzel’ is al even vergiftigd als de ‘negerzoen’ – en Pippi Langkous’ papa wordt nu ‘Zuidzeekoning’ [in plaats van negerkoning].
‘Ze was vroeger een man’ is nu: ‘Ze werd bij de geboorte als mannelijk ingedeeld’
Symbool van deze grote verbale opvoeding is een sterretje – dat aan elk mannelijk wezen een vrouwelijke uitgang hangt. Geslachten zijn sowieso slecht. In tijden van ‘diversiteit’ is elke indeling een last, een belediging en een bedreiging. Een geslachtsverandering verandert in een ‘geslachtsaanpassing’ en de zin ‘Ze was vroeger een man’ is nu uit den boze. Goed is: ‘Ze werd bij de geboorte als mannelijk ingedeeld.’
En migranten? Juist, dat zijn nu ‘mensen met een internationale achtergrond’. Zo staat het in de nieuwe richtlijn van de Berlijnse minister van Justitie voor het gebruik van een ‘diversiteitsgevoelige’ taal in het bestuur van de hoofdstad.
Je kunt zulke ontwikkelingen goed vinden. Of komisch. Maar ook gevaarlijk. Critici van deze nieuwe, moreel zo vlekkeloze woordkeus zien de vrijheid van spreken en van meningsuiting in gevaar komen. Het volk zou gemuilkorfd worden – elke provocatie, elke vorm van brutale en duidelijke taal zou verboden worden. Wie zich niet aan de nieuwe regels houdt, zou veroordeeld worden als verachter van de gelijkheid, als seksist, als racist.
Machtsmiddel
Taal, zo waarschuwde onlangs nog de Neue Zürcher Zeitung, is een ‘machtsmiddel’. Het politiek correcte ‘koeterwaals’ dat aanvankelijk door academische elites in de VS, en nu ook steeds vaker in Europa wordt gepropageerd, zou in ieder geval door bepaalde lagen van de bevolking opgevat kunnen worden als een ‘aanval’ op hun cultuur.
Intussen hebben de nieuwe regels ook de scholen bereikt. Of en in hoeverre ze van kracht zijn wordt beslist door de leraressen (en leraren) zelf. Zo kan in een opstel het ontbreken van het gendersterretje aangegeven worden, maar het hoeft niet fout gerekend te worden.
Heinz-Peter Meidinger, president van de Duitse bond van leraren, tilt niet zwaar aan het schriftbeeld: ‘Ik geloof niet dat een niet-discriminerende of genderneutrale cultuur in de school opgehangen kan worden aan de invoering van het gendersterretje.’ Het zou beslist fout zijn daar een ‘geloofsstrijd’ van te maken.
Maar is deze geloofsstrijd niet al lange tijd bezig? De geringste overtreding kan zware consequenties hebben omdat lezers op het internet de meest terloopse uitspraken opmerken, becommentariëren, beoordelen, veroordelen en verspreiden. De Berlijnse viroloog Christian Drosten bijvoorbeeld is voor heel wat tegenstanders van de coronamaatregelen een mikpunt van haat. Op desbetreffende fora is vrijwel iedere uitspraak van de onderzoeker aanleiding tot woede en verontwaardiging.
Maar wat is dat voor communicatie, als er overal valstrikken staan? Als jan en alleman (of -vrouw) alle mogelijke gevolgen van elke uitspraak van tevoren moet bedenken, alsof hij (of zij) werkt op de protocolafdeling van de diplomatieke dienst? Als iedere vergissing, iedere verspreking, iedere verontschuldiging onmogelijk is? Hoe moet je met elkaar praten als het niet meer op de inhoud, maar alleen nog op de vorm van het gezegde aankomt, en op een omineuze subtekst die deze vorm zogenaamd overbrengt?
Luchtig
Bij het afscheid van de algemeen secretaris van de FDP Linda Teuteberg maakte partijleider Christian Lindner een dubbelzinnig grapje. In de afgelopen vijftien maanden waren Teuteberg en hij ongeveer driehonderd keer samen de dag begonnen, grapte Lindner. En na een korte stilte voegde hij eraan toe: ‘Ik bedoel ons dagelijks telefoongesprek in de ochtend over de politieke situatie. Niet wat u nu denkt.’
Hij had zijn praatje gewoon een beetje luchtig willen houden, benadrukte Lindner later, nadat zijn opmerking ‘viraal ging’. Er was weer eens gebleken wat voor een seksist Lindner was, luidde het vonnis. En in de digitale ruimte was het nu de vraag of ‘zo iemand’ eigenlijk wel geschikt was voor een leiderspositie.
Opvallend is dat de morele oordelen geveld werden door lieden van wie je dacht dat ze progressief waren
Opvallend is dat de hoek van waaruit zulke smaadstormen opsteken intussen een andere is geworden. Dat ervoer ook de literaire wereldster Karl Ove Knausgard. Toen hij in 1998 in zijn vaderland Noorwegen zijn debuutroman Buiten de wereld publiceerde, waarin de liefdesgeschiedenis tussen een leraar en zijn dertienjarige leerlinge op provocerende wijze wordt verteld, werd het boek bejubeld. Maar zeventien jaar later, bij verschijning in Zweden, werd het door critici bestempeld als pornografisch en pedofiel.
‘Het klimaat is totaal veranderd,’ aldus een verbaasde Knausgard. Opvallend daarbij was dat de morele oordelen geveld werden door lieden van wie je dacht dat ze progressief waren.
De popcultuur had van meet af aan iets rebels. Ze richtte zich tegen het establishment, tegen de zedenmeesters en de kleinburgers. Pop was links. Maar nu komen uit dit milieu de hardste sancties tegen vermeende of feitelijke overtredingen van de regels en taboebreuken. Nooit was de spreuk van het satirisch gezelschap Neue Frankfurter Schule toepasselijker: ‘De scherpste critici van de barbaren zijn zij die ’t vroeger zelf waren.’
De controverse rond de Oostenrijkse cabaretier Lisa Eckhart, die ontbrandde naar aanleiding van een gepland optreden op de Hamburger Kiez, vlak bij de legendarisch recalcitrante krakerswijk Hafenstraße St Pauli, past helemaal in dit beeld. Eckhart had er in 2018 in het satirische televisieprogramma Mitternachtsspitzen op gewezen dat de intussen veroordeelde seksmisdadiger Harvey Weinstein een jood was. ‘Altijd zijn we tekeergegaan tegen het vooroordeel dat het de Joden om geld gaat, en nu blijkt plotseling dat het ze helemaal niet om geld gaat, maar om vrouwen,’ zei ze, waarmee ze een cliché ontkrachtte dan wel de grenzen van het politiek correcte moedwillig overschreed – al naargelang je standpunt.
Vage kennis
De organisatoren van het literatuurfestival in Hamburg vreesden in elk geval gewelddadige protesten in de ‘zoals bekend uiterst linkse wijk’ St Pauli, en trokken de uitnodiging aan Eckhart in. Dat is de andere kant van de digitale proteststorm: hij veroorzaakt ook schade in de analoge wereld. Ook daarom is de ‘cancelcultuur’ zo dubieus: de oproep tot boycotten berust vaak op slechts vage kennis van de context waarin de omstreden uitspraak werd gedaan.
Dat satire grenzen overschrijdt, was vroeger vanzelfsprekend. Tegenwoordig wordt een zin uit een satirische context losgerukt, van iedere ironie ontdaan en wordt de afzender ermee om de oren geslagen. Maar is satire, of provocerende kunst in het algemeen, dan nog wel mogelijk? ‘Ik ben bang dat ik me op zeker moment in mijn schrijven niet meer op riskant terrein wagen kan,’ zei Karl Ove Knausgard onlangs in een interview met Die Zeit.
Maar hoe moet je reageren als je te maken krijgt met felle beledigingen? De cabaretier Dieter Nuhr, in wiens uitzending Lisa Eckhart regelmatig optreedt, kiest voor de aanval. Nuhr verdedigt zich op Twitter en YouTube tegen critici die hem een ‘klimaatontkenner’ en een ‘wetenschapsverachter’ noemen. Helaas is het tegenwoordig niet meer voldoende om satire voor zichzelf te laten spreken, klaagt hij.
Maar ironie is van nature ambivalent, en cabaret berust op rollenspel. Wanneer Gerhard Polt in een van zijn beroemdste nummers een racist wordt die zijn Aziatische vrouw Mai Ling opvoert, betekent dat niet dat hij zelf racistisch denkt.
Het publiek beslist
Overigens moet ook gewoon in de gaten worden gehouden of uitspraken strafbaar zijn, of ze bijvoorbeeld beledigingen, Holocaustontkenning of verheerlijking van het nationaalsocialisme bevatten, of racistisch zijn. De klacht dat bepaalde dingen niet gezegd mogen worden is bovendien paradoxaal omdat tegelijkertijd openlijk wordt opgesomd wat allemaal zogenaamd verboden is.
Intussen moet blijkbaar altijd rekening worden gehouden met de omgeving waarin je een mening uit. Het publiek beslist wat mag en wat niet. Toen in de zomer tijdens de protesten na de gewelddadige dood van de Afro-Amerikaan George Floyd de Republikeinse hardliner en Trumpaanhanger Tom Cotton in een gastcommentaar in The New York Times eiste dat er militairen tegen de demonstranten zouden worden ingezet (‘Stuur er troepen heen’), veroorzaakte dat grote ophef bij de redactie en onder de lezers van het liberale blad. Uiteindelijk moest de verantwoordelijke redacteur, James Bennet, het veld ruimen. Een afwijkende mening ter discussie stellen was kennelijk niet te verenigen met de ‘debatcultuur’ van de krant, waarop ze toch zo trots is.
De discussie over het gendersterretje en de binnen-I [bijv. in ‘LehrerInnen’. vgl. in het Nederlands de toevoeging m/v], heeft het taalbewustzijn onder de bevolking zonder meer vergroot. Professionele speechschrijvers constateren in elk geval bij hun opdrachtgevers een vergrote gevoeligheid voor wat taal aan kan richten. ‘En dat,’ zegt de voorzitter van het verbond van Duitse speechschrijvers, Jacqueline Schäfer, ‘ervaren wij in eerste instantie als iets positiefs.’
Taal is iets levends, het taalgebruik laat zien wat dominant wordt – ‘en als dat op zeker moment het gendersterretje is, dan heeft gewoon iedereen wie dat niet bevalt, het nakijken’.
Toch gaat de consensus over ‘wat je nog zeggen kunt’ en wat taboe is wel verloren, volgens Schäfer. ‘Veel grenzen zijn in de voorbije decennia doorbroken, daarmee verdwijnt ook het gevoel voor tact. En dit gat wordt dan steeds vaker opgevuld door een soort taalpolitie.’
Wat tot dan toe normaal was, wordt zo tot overtreding van de regels verklaard – zoals het woord ‘dakloze’, dat een paar jaar geleden werd ingevoerd als vervanging voor ‘zwerver’ en dat mettertijd een negatieve bijklank kreeg. ‘Maar het verbetert niets voor hen als je deze mensen als “woningzoekenden” aanduidt,’ zegt Schäfer, ‘integendeel: het kan zelfs een banaliserend effect hebben.’
Alice Schwarzer hechtte altijd al aan duidelijke, provocerende taal. In de afgelopen jaren viel de feministische activiste steeds opnieuw het ook in Duitsland merkbare en invloedrijke islamisme aan. En ze uitte zich kritisch over vluchtelingen uit islamitische landen. Toen ze berichtte over de misdaden in de oudejaarsnacht van 2015 in Keulen, waarbij tientallen vrouwen door rellende vluchtelingen (of vluchtenden) op het Domplein werden aangevallen en enkelen zelfs werden verkracht, kwam ze zelf op de radar van de deugdpolitie.
Op het internet werd ze zwartgemaakt als een racistische ophitser – bijvoorbeeld op het zogenaamd feministische en antiracistische forum ‘#ausnahmslos’. Schwarzer zelf kan zulke belasteringen wel aan, maar in haar nieuwe boek Lebenswerk waarschuwt ze voor de gevolgen van een ‘verkeerde tolerantie’ tegenover andere culturen. De slachtoffers zouden genegeerd worden en de daders veracht. ‘Want hoe moeten die ooit de kans krijgen te veranderen en vreedzaam met ons te leven als we ze hier in ons land gewoon door laten razen?’
Taalreguleerders
Prominenten krijgen de kracht van de nieuwe taalreguleerders snel te voelen. In het openbaar gesproken woorden worden meteen veroordeeld. Daarbij houden de critici van de vaak onbeduidende uitglijers zich zelf aan geen enkele fatsoensregel. Op het internet wordt schaamteloos gescholden, beledigd, gesmaad, gedreigd, zodat de grote sociale media hele cohorten controleurs in dienst nemen om hun platforms enigszins schoon te houden.
Sinds de opkomst van communicatiediensten als Twitter en Facebook, nog maar vijftien jaar geleden, is een alternatieve publieke ruimte ontstaan die zich onttrekt aan de traditionele regulering. Waar mediabedrijven met veel moeite het waarheidsgehalte van wat gepubliceerd wordt checken, jagen we met zijn allen zonder te checken en doorgaans ongestraft haatboodschappen en nepnieuws het internet op.
Aanhangers van welke idiote leer ook treffen hier gelijkgezinden met wie ze zonder enige tegenspraak van gedachten kunnen wisselen. Hier mogen ze eindelijk zonder problemen zeggen waarvoor ze ergens anders, meestal terecht, ter verantwoording zouden worden geroepen. De toenemende democratisering die de grondleggers van het internet beloofden heeft geleid tot een versplintering van de openbare ruimte.
Nu spreekt iedereen in zijn eigen niche met gelijkgezinden. Luisteren, of zelfs over opiniegrenzen heen van gedachten wisselen, dat wil niemand meer. Zo spreken ontelbare miljoenen op het net elkaar alleen nog over opvattingen en meningen en argumenten die ze toch al hadden. Ze voeren feitelijk eindeloze gesprekken met zichzelf – in het gunstigste geval worden hun oordelen en voorstellingen bevestigd. In het ongunstigste geval wordt hun blik vernauwd en worden hun opvattingen steeds verstokter en radicaler. Net als hun taal.
De zogenaamd sociale media zijn vergiftigd door haat, bedreigingen, verachting, woede en geweldfantasieën. Mateloosheid is de maat van alle dingen, ze garandeert aandacht, verspreiding en likes. Het internet is volgestort met woorden waar geen woorden voor zijn.
Klaus-Dieter Hartleb moet zich dag in dag uit blootstellen aan deze virtuele excessen. De vijftigjarige hoofdofficier van Justitie uit München is sinds het begin van dit jaar verantwoordelijk voor de afdeling ‘hatespeech’ van de Beierse justitie en jaagt op verbale radicalen die met hun posts of pamfletten de grenzen van het toelaatbare overschrijden.
Strafbaar feit
In 80 procent van de onderzochte gevallen, zegt Hartleb, gaat het om het strafbare feit van opruiing. Gediscrimineerd, beledigd en bedreigd worden in het bijzonder Joden, vluchtelingen en politici die zich inzetten voor het toelaten van vluchtelingen. De als doelwit gekozen groepen moeten, zo eisen veel haatverspreiders, ‘teruggestuurd worden naar het oerwoud’, ‘tegen de muur gezet’ of ‘vergast’ worden.
Juist daders die het voor het eerst doen en betrapt worden, tonen zich ‘langdurig onder de indruk’ wanneer er plotseling opsporingsambtenaren voor de deur staan. Velen zien hun schuld ook in, wat beslist aan te raden is gezien de dreigende straffen (hoge geldboetes of zelfs celstraf).
Het argument dat de strafbaar geachte haatpassages toch als ironie en een subjectieve mening beschouwd moeten worden, hoort de opsporingsambtenaar steeds weer. De vrijheid van meningsuiting, aldus Hartleb, is inderdaad een ‘zeer groot goed’, maar hij is ‘geen censor’ en geen taalbewaker. Hij houdt uitsluitend de strafrechtelijke grenzen in het oog die op het internet worden overschreden.
Duizendvoudig, elke minuut. Alleen al in de eerste drie maanden van het jaar 2019 wiste Facebook in Duitsland 160.000 uitspraken die het bedrijf als ongeoorloofde haatberichten beoordeelde. Verbazingwekkend: in het hele jaar 2019 werden door het Bundeskriminalamt (BKA, de Duitse federale recherche) maar ongeveer 1500 onderzoeken ingesteld wegens het verspreiden van ‘hatespeech’. De typ- en klikmisdadigers die Facebook zelf ontmaskert, beschermt het bedrijf tegen de politie. Rechtshulpverzoeken van Duitse opsporingsambtenaren laat het concern vaak onbeantwoord of het blokkeert ze met het argument dat de servers in de VS staan, waar andere wetten gelden.
Al vervolgt de Duitse justitie intussen doelgericht ‘hatespeech’-delicten met speciale officieren van justitie en al moet een aanscherping van ‘internetwetgeving’ de platformexploitanten tot aangifte dwingen – een aanzienlijk aantal verbale strafbare daden blijft tot op heden voor de daders zonder consequenties. Maar voor de vrijheidslievende samenleving zijn de gevolgen enorm. En er moeten dringend uitgangspunten gevonden worden om allemaal weer zonder conflicten en vooroordelen met elkaar te kunnen spreken.
In de universiteitsstad Tübingen ligt aan de centrale Wilhelmsstrasse een betonnen bunker voor geesteswetenschappelijk onderzoek. Het gebouw is genoemd naar Bertold Brecht, van wie je veel kunt zeggen, maar zeker niet dat hij een moraalridder was. Hier onderzoekt het in 1963 door Walter Jens opgerichte Seminar für Allgemeine Rhetorik het Duitse taalgebruik.
‘Politieke correctheid,’ zegt de professor retorica Olaf Kramer, ‘is aanvankelijk ontstaan vanuit de wens om bepaalde ethische en sociale standaards in te stellen voor begrippen en erop te wijzen dat taal discriminatoire processen in de maatschappij kan versterken.’
‘Politieke correctheid kan ertoe leiden dat de samenleving nog sterker polariseert’
Subjectieve ervaring
Bijvoorbeeld wanneer in de publieke discussie bepaalde begrippen worden gebruikt die iemand als beledigend ervaart. Of wanneer een subtiele uitsluiting plaatsvindt omdat over bepaalde beroepen steeds alleen in de mannelijke vorm wordt gesproken, alsof daarin geen vrouwelijke representanten te vinden zijn. Het beslissende criterium is dus de subjectieve ervaring.
‘Maar wanneer de motieven niet goed uitgelegd worden,’ zegt Kramer, ‘kan politieke correctheid ertoe leiden dat de samenleving nog sterker polariseert, want bepaalde groepen vatten die op als een spreekverbod en hebben dan het gevoel niet aan het woord te komen. Zo groeit de verontwaardiging.’
Democratie heeft echter vrijheid van meningsuiting nodig, want, zo schrijft de plaatsvervangende voorzitter van de FDP Wolfgang Kubicki in zijn juist verschenen boek Meinungsunfreiheit. Das gefährliche Spiel met der Demokratie, ‘de beste oplossing is vrijwel nooit die welke je thuis in je eentje hebt bedacht, maar die welke in discussie met anderen ontwikkeld is.’
Openheid
Maar dat veronderstelt de bereidheid om te luisteren, zonder dat andersdenkenden monddood gemaakt worden. ‘Ontbreekt deze menselijke openheid ten aanzien van andere meningen,’ schrijft Kubicki, ‘dan ontbreekt ook de voorwaarde om de vrede bij ons te bewaren en onze vrijheid te behouden.’
De retoricaprofessor Kramer wil daarom nieuwe regels voor digitale communicatie. Belangrijk is enerzijds het ‘pedagogische uitgangspunt dat al op school gevoeligheid voor de omgang met anderen wordt aangekweekt en de consequenties duidelijk worden gemaakt’. Anderzijds zouden de platforms van de sociale media ook technische oplossingen moeten ontwikkelen. ‘De zuiver emotionele deelname aan een discussie met “duimpje omhoog” of “duimpje omlaag” is niet geschikt voor gecompliceerde politieke kwesties,’ zegt Kramer. ‘Als in plaats van een simpel teken alleen goed geformuleerde commentaren mogelijk waren, zou dat de kans op een complexere gedachtewisseling verhogen.’
Onmisbaar acht hij strenge juridische consequenties voor ‘hatespeech’ op het internet, ook al zou het in strijd zijn met het oorspronkelijke idee van het internet als een volledig vrije, open en ongecontroleerde ruimte. ‘Men zou – internationaal – kunnen afspreken dat handelingen op het internet dezelfde consequenties hebben als in de reële wereld. Misschien zou het internet dan weer het fantastische platform worden waarop iedereen met iedereen echt in gesprek kan komen.’
En misschien zouden sociale media dan hun charme weer terug kunnen krijgen omdat men daar met prominenten als J.K. Rowling, Lisa Eckhart of Dieter Nuhr van gedachten kan wisselen over hun denkbeelden, verhalen en wie weet over hun provocaties. In plaats van ze met vervloekingen te bestoken.
Focus (geschreven als FOCUS) is een Duitstalig nieuwsmagazine dat wordt uitgegeven door Hubert Burda Media. Het werd in 1993 opgericht als alternatief voor het wekelijkse nieuwsmagazine Der Spiegel en heeft sinds 2015 haar hoofdkantoor in Berlijn. [Naast Spiegel en Stern is Focus een van de drie meest verspreide Duitse weekbladen. Het idee van FOCUS is afkomstig van Hubert Burda en Helmut Markwort. De huidige hoofdredacteur van Focus sinds maart 2016 is Robert Schneider.
Donald Trump beschreef de QAnon-groepering, die bekendstaat om de complottheorieën die ze uitdraagt, nog als een groep mensen die ‘gewoon staan voor goede politiek’. Bellingcat dook in de ontstaansgeschiedenis van deze beweging zoals alleen zij dat kunnen.
Keuze uit het archief
Ex-president van de VS Donald Trump meldde zich donderdag bij de federale rechtbank in Washington om de viervoudige aanklacht te horen die tegen hem is ingebracht. Een van die vier aanklachten betreft zijn betrokkenheid bij de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, toen hij een schare fans ophitste en opriep om de zetel van de democratische regering te bezetten. Onder deze aanhangers waren ook leden van QAnon, een groepering die bekend geworden is dankzij haar extreme denkbeelden en samenzweringstheorieën. Dit artikel gaat terug naar de wortels van deze beweging en zoekt uit hoe zij zo invloedrijk geworden is.
Op 6 januari brak chaos uit in Washington toen aanhangers van president Trump het Capitool bestormden. In de consternatie wist QAnon-adept van het eerste uur ‘de Q-sjamaan’ de senaatszaal te bereiken en plaats te nemen op het spreekgestoelte. Hij was zeker niet de enige QAnon-aanhanger onder de aanwezigen: een andere leidde de bestorming. Opnieuw staat deze gevaarlijke en eclectische groep samenzweerders in de schijnwerpers: een hele prestatie voor een beweging die pas drie jaar geleden op een onlineforum het licht zag.
Op 28 oktober 2017 zag een anonieme gebruiker op het /pol/-gedeelte van 4chan, [pol is een afkorting van ‘politically correct’] een notoir alt-right imageboard, het volgende bericht staan: ‘op maandagochtend 30 oktober zal Hillary Clinton tussen 7:45 en 8:30 uur worden gearresteerd’, en besloot te reageren.
Deze gebruiker zou later de naam ‘Q Clearance Patriot’ aannemen (al snel afgekort tot ‘Q’). Q hintte dat hij een legerofficier was uit de naaste omgeving van de president. Dit paste goed in de cultuur van het forum, waar ‘live action role playing’ (LARP) een speciale betekenis had aangenomen: een LARP’er is iemand die suggereert zich in welingelichte kringen te bevinden.
De teksten van deze anonymous – tot dusver bijna vijfduizend berichten – markeerden het begin van de QAnon-samenzweringstheorie. Zijn eerste bericht (of ‘Q drop’ zoals zijn volgelingen ze noemen) wordt vaak genoemd als het ontstaansmoment van de QAnon-beweging. Toch klopt dat om twee redenen niet helemaal.
De ene is triviaal: Q werd pas bekend na een latere reeks berichten; zijn eerste ontboezemingen bleven aanvankelijk onopgemerkt en werden pas op 11 november door 4chan-gebruikers herontdekt. De tweede reden gaat dieper: Q’s oorsprong valt niet los te zien van de heersende cultuur op /pol/: een allegaartje van racisme, antisemitisme en (hier het meest relevant) extreemrechtse samenzweringstheorieën. QAnon ontsproot aan deze cultuur, die al veel langer op /pol/ heerste. Ideeën als die van Q waren er gemeengoed en hij vond er zijn inspiratie.
Cultuur
Wil je dus het ontstaan van Q begrijpen, dan moet je je eerst over de cultuur op /pol/ buigen. De kern van de QAnon-mythe is deze: samen met een kleine groep militaire inlichtingenofficieren, genaamd het Q-team (waar de auteur van de berichten bij hoort), voert president Donald Trump een geheime oorlog tegen een kliek satanvererende, kinderetende pedofielen die samenzweren om hem te dwarsbomen en af te zetten. Het leger werkt aan het plan om hen massaal gevangen te zetten, in een operatie genaamd ‘de Storm’.
Dat Q’s profetieën zelden uitkwamen was geen probleem, want ‘desinformatie is noodzakelijk’
Aanvankelijk heette het dat dit geheime genootschap vooral ‘politici’ onder zijn leden telde. Een maand later waren er ook ‘celebrities’ bij die ‘HRC [Human Rights Campaign, een lhbt-belangenvereniging] hadden gesteund’. Een paar maanden later waren het er te veel om in Guantánamo Bay te passen; nog weer later schenen er drie andere ‘detentiecentra’ voor hen te zijn ‘opgezet’. Iedereen die het waagde [voormalig] president Trump tegen te werken of te ergeren moest haast wel lid zijn van het genootschap, naast uiteraard voor de hand liggende figuren als belegger en filantroop George Soros.
Militaire tribunalen zullen deze baby-etende verraders na de Storm laten executeren of op zijn minst levenslang opsluiten. Het verschrikte publiek zal, geconfronteerd met het overweldigende bewijs van het bestaan van het genootschap, treuren, in woede ontsteken en zich tot slot achter Trump scharen, waarna een gouden tijdperk van patriottisme en welvaart aanbreekt. In deze korte samenvatting ontbreken nog de wildere QAnon-theorieën (bijvoorbeeld dat Noord-Korea onder leiding stond van de CIA maar nu door Trump en het Q-team is bevrijd).
Ook een ander belangrijk aspect van het QAnon-wereldbeeld is nog niet genoemd, dat elke publieke daad of uitspraak van Trump of een verondersteld lid van het genootschap verborgen boodschappen kan bevatten, voor QAnon-gelovigen gemakkelijk te doorschouwen. En dan is er nog de slagzin: ‘desinformatie is noodzakelijk’, die je kunt zien als een prachtig excuus voor al Q’s niet uitgekomen voorspellingen, met als bijkomend voordeel dat de gelovigen alleen die onderdelen van de theorie hoeven te omarmen die hen aanspreken.
Vanuit deze bescheiden en excentrieke aanvang maakte QAnon een explosieve groei door. Aanvankelijk beperkte die groei zich tot 4chan, waar Q op /pol/ furore maakte. Niet veel later begon een stel 4chan-moderatoren samen met een samenzweringstheoreticus Q’s boodschappen op YouTube onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Dit plan had een onverwacht groot succes. Zo’n tien procent van alle Amerikaanse volwassenen gelooft momenteel op zijn minst in sommige QAnon-theorieën, zo bleek vorig jaar uit een enquête van het Pew Research Center.
Die uitkomst komt overeen met die van een ander onderzoek uit 2020, door de Britse ideële organisatie HOPE not hate. Politicoloog Joe Uscinski, die de steun voor QAnon bij een eerdere gelegenheid ‘eerder diep dan breed’ had genoemd, constateerde desalniettemin dat tussen de vijf en de tien procent van de Amerikaanse volwassenen QAnon steunden. Hoe je het ook wendt of keert, miljoenen Amerikanen hechten op zijn minst enig geloof aan QAnon. Maar liefst vijftig procent van Trumps aanhang is het eens met de bewering dat ‘leidende democraten betrokken zijn bij een netwerk van seksuele slavernij’.
Waandenkbeeld
QAnon vond al lang voor de bestorming – of couppoging zoals velen het noemen – zijn weg naar het Capitool. De pasverkozen Republikeinse afgevaardigde Marjorie Taylor Greene, een ‘toekomstige Republikeinse ster’ in de woorden van Trump, schreef dat ‘kindermisbruik, satanisme en occulte praktijken geassocieerd zijn met de Democratische Partij’. Ook nam Greene filmpjes op waarin zij Q omschreef als een ‘patriot’ die ‘zich inzet voor de goede zaak (…) en goede contacten heeft in hogere kringen’. Volgens haar bood hij ‘een buitenkans om dit wereldwijde genootschap van satanisten en pedofielen uit te schakelen’.
Wat maakt QAnon zo aantrekkelijk dat mensen zulke uitzinnige theorieën uitdragen? Lang vóór Q verscheen, stonden er al threads op /pol/ waaruit blijkt dat veel ‘anons’ (zoals 4chan-habitués zichzelf noemen) toen al centrale elementen uit zijn verhaal omarmden. Eén gebruiker legde er al voordat Q over satanisme begon (en zelfs voordat Q de anons was opgevallen) de vinger op: ‘grappig dat iedereen die de /pol/lers niet moeten stiekem lid heet te zijn van een grote joodse samenzwering van kindermisbruikers en duivelaanbidders, die pas aan het licht komt nu steeds meer mensen D (Trump) bedreigen.
Is dat niet gewoon een waandenkbeeld?
En Trump een idioot die impeachment boven het hoofd hangt? Maar 4chan was nu eenmaal dol op uitzinnige beweringen en samenzweringstheorieën: in het jaar voordat Q van zich deed horen werd de Pizzagate-samenzweringstheorie, verreweg de meest directe voorganger van QAnon, alleen al op /pol/ 45.027 keer genoemd.
Duisternis
In de QAnon-folklore begint de Storm met ‘tien dagen van duisternis’, zoals Q een week na zijn eerste bericht schreef. Q’s volgelingen kijken ook nu nog vol spanning uit naar het aanbreken van deze tijd. Direct daarna zal het nieuws vol zijn van ‘onthullingen’ (waarin de regering schokkende feiten zal onthullen die ze tot dan toe verborgen hield). Deze berichten krijgt de burger via speciaal ingelaste uitzendingen op radio en televisie te horen.
Onthuld wordt niet het bestaan van buitenaards leven, maar wel de vergaande verdorvenheid van het genootschap. Tegelijkertijd zullen de laatste verzetshaarden van het genootschap vermorzeld worden en de massale arrestaties onverminderd doorgaan. Deze massa-arrestaties worden live op televisie uitgezonden. Ze leiden de ‘bevrijding van de planeet aarde van de machten der duisternis’ in.
QAnon borduurt voort op Pizzagate; met als verbindende schakel een groep threads onder de naam /HTG/ [Human Trafficking General]. Pizzagate verwierf scharen volgelingen omdat het het juiste doel uitkoos, de juiste beschuldigingen uitte, en tenminste aan het begin, openstond voor de inbreng van deelnemers.
Anons overboden elkaar bij het vinden van ‘bewijzen’ van kindermisbruik, gevonden in gehackte e-mails van het Democratisch Nationaal Comité [het hoogste bestuursorgaan van de Democratische Partij]. Maar die creatieve energie kon niet eeuwig blijven duren: de door te spitten e-mails raakten op, net als het aantal ‘codewoorden’ dat erin viel te ontdekken. Al gauw leverde onderzoek naar Pizzagate weinig spannends meer op en werd het een verzameling ideeën die de anons naar believen konden omarmen of verwerpen.
Zo’n tien procent van alle Amerikaanse volwassenen gelooft momenteel op zijn minst in sommige QAnon-theorieën
De /HTG/-threads die erop volgden werden nooit zo populair als Pizzagate. Toch namen ze precies dezelfde personen in het vizier, uitten dezelfde beschuldigingen en beschikten over een schier oneindige hoeveelheid bronmateriaal, aangeleverd door anons die vanuit hun huiskamer allerlei plekken in de echte wereld ‘onderzochten’. /HTG/ miste echter twee essentiële ingrediënten: een verhaallijn en een verteller. Het ontbrak aan een goed narratief dat de anons konden volgen. En al was dat er wel geweest: het ontbrak ook nog eens aan een begenadigd auteur om het goed over te brengen. Ook namen mensen van buiten de /HTG/-threads voortdurend op de hak.
‘Normies’
Waarom slaagde Q waar zo veel anderen hadden gefaald? Eén verklaring is dat Q precies op het juiste moment met het juiste idee kwam. Bovendien had hij een aansprekende stijl: zijn teksten begonnen vaak met een groot aantal vragen. Andere LARP’ers erkenden dat ruiterlijk – in 2017 schreef MegaAnon, op het moment dat Q op het toneel verscheen misschien wel de meest succesvolste actieve LARP’er, dat Q ‘veel beter een hoop details in een /pol/-vriendelijke vorm weet te verpakken’ dan zij ooit had kunnen doen.
Waarschijnlijk was dit artikel nooit geschreven als Q’s invloed zich had beperkt tot de wereld van /pol/. Maar de mysterieuze auteur wist binnen een paar dagen aan de nauwe grenzen van 4chan te ontsnappen, dankzij een kleine, vastbesloten groep fans die QAnon ook elders op internet onder de aandacht bracht. Zo konden ‘normies’, zoals de anons niet-ingewijden noemen, ook met Q kennismaken.
Waarom slaagde Q waar zo veel anderen hadden gefaald?
Voor sommigen smaakte dat naar meer. Normies – tenminste fanatiek Trumpgezinde, voor samenzweringstheorieën ontvankelijke normies – bleken net zo open te staan voor een vervolg op Pizzagate als de gebruikers van 4chan. Al snel ontstond een gemeenschap op meerdere platforms die veel weg had van /HTG/: een hechte groep volgelingen die, met een geheel eigen werkwijze en bewijsvoering, pedofielen ‘ontmaskerde’, ongehinderd door het uitblijven van resultaten in de echte wereld. Ondertussen produceerde Q aan de lopende band nieuwe teksten, gretig gefileerd door de anons, die zelfs geloof hechtten aan de meest uitzinnige, barokke beweringen. Het feit dat Q’s profetieën zelden uitkwamen was geen probleem, want ‘desinformatie’, zoals Q uitlegde, ‘is noodzakelijk’.
Misschien is dit geen geheel bevredigend antwoord op de vraag wat Q zo succesvol maakte. Het komt erop neer dat ‘Q een handige LARP’er was die zijn publiek slim naar de mond praatte, ideeën uit eerdere LARP-berichten opwarmde en meteen vanaf het begin werd geholpen door een schare fans die zijn teksten buiten 4chan verspreidde’.
Maar hoe het ook zij, de opkomst van Q had enorme, soms tragische, reële consequenties. De QAnon-beweging verwoestte het leven van vele families over de hele wereld – de subreddit QAnonCasualties inventariseert de door QAnon aangerichte schade. En alhoewel de meeste QAnon-volgelingen waarschijnlijk zelf nooit geweld zouden gebruiken, wordt het er politiek wel acceptabeler door. Nog in december beschreef Trump QAnon als een groep mensen die ‘gewoon staan voor goede politiek’.
Drie jaar geleden legde Q op een van de donkerste hoekjes van het internet de basis voor een breed gedragen systeem van overtuigingen. Puttend uit rechtse mediaschandalen, racistische samenzweringstheorieën en de LARP’s van weleer, creëerde hij iets dat groter was dan de som der delen. En daarmee hebben we het alleen nog over de aanbodkant van het fenomeen QAnon gehad, maar het werkelijke probleem ligt aan de kant van de vraag. Om daarop in te gaan moet je diepe breuklijnen in de Amerikaanse maatschappij blootleggen – en oog krijgen voor de gevaarlijke aantrekkingskracht van samenzweringstheorieën.
De Faeröer, een eilandengroep gelegen in de driehoek Schotland- Noorwegen-IJsland, telt 652 besmettingen met het covid-19-virus, waarvan er inmiddels 644 hersteld zijn en er één coronadode is gevallen sinds de pandemie begon. Toch hanteren de Faeröer kleur- code oranje, waarbij alleen noodzakelijke reizen toegestaan zijn. De archipel is een autonoom onderdeel binnen het Koninkrijk Denemarken dat niet bij de Europese Unie hoort.
Actuele gebeurtenissen wereldwijd, in woord, beeld en citaat.
Frankrijk
Michelinster voor Frans veganistisch restaurant
Voor het eerst heeft een veganistisch restaurant in Frankrijk een Michelinster gekregen. Michelin gaf de ster aan restaurant ONA, dat staat voor Origine Non-Animale, ofwel diervrije oorsprong. Het restaurant in Arès, nabij Bordeaux, werd in 2016 opgericht door chef-kok Claire Vallée, een 41-jarige voormalige archeologe die veganist werd na een reis naar Thailand.
Michelin kende weliswaar al eerder sterren toe aan veganistische restaurants in andere landen, maar nog nooit in Frankrijk. Naast de Michelinster won ONA ook een groene ster, voor deugdelijke ethische praktijken.
Het succes kwam Vallée en ONA niet aanwaaien. Eerste verzoeken om een lening werden afgewezen door traditionele Franse banken, die sceptisch stonden tegenover zowel de locatie als het veganistische menu. ‘De toekomst van veganisme en plantaardig voedsel was volgens hen te onzeker,’ aldus Vallée. Met crowdfunding en een lening van Le Nef, een bank die ethische projecten financiert, startte ze haar restaurant. ‘Deze ster bewijst dat niets onmogelijk is,’ aldus Vallée na de toekenning.
Architectuurstudio Rael San Fratello kreeg voor de roze wippen die in de grensmuur van de Verenigde Staten en Mexico kunnen worden geschoven, de prijs Design of the year. Het project, dat de naam Teeter-Totter Wall meekreeg, heeft maar 40 minuten dienst gedaan in juli 2019.
De boodschap die het ontwerp moest uitdragen was dat zelfs een akelige scheiding van twee landen, een politieke splijtzwam, kan zorgen voor verbinding en eenheid. Virginia San Fratello en Ronald Rael werden zowel winnaar in de categorie Vervoer als winnaar van de Beazley Designs of the Year awards, die elk jaar worden georganiseerd door het Londense Design Museum. Een vijfkoppige jury kwam tot haar besluit tijdens de presidentsverkiezingen.
De uitslag werd bekend-gemaakt één dag voor de inauguratie van president Joe Biden en het vertrek van muurbouwer Trump.
(Dezeen)
Italië
Italiaanse burgemeester misbruikt voedselhulp
Michela Rosetta, lid van de radicaal-rechtse Liga van Matteo Salvini en burgemeester van de Noord-Italiaanse gemeente San Germano Vercellese, is onder huisarrest geplaatst. Ze wordt beschuldigd van verduistering, samen met gemeenteraadslid en oud-wethouder Giorgio Carando, locoburgemeester Maurizio Bosco en twee gemeenteambtenaren. Het vijftal wordt beschuldigd van het uiten van onwaarheden in het openbaar door overheidsambtenaren, ambtsmisbruik en vernietiging van bezittingen.
De voedselhulp bedoeld om verlichting te brengen in de noodsituatie, gebruikte het gezelschap overheidsgeld uit naam van de Piemontese gemeente. Met dat geld werden voedselpakketten aangeschaft en verdeeld, geheel naar eigen inzicht van de gearresteerden. Zo kwamen garnalen, sint jakobsschelpen en ander hoogwaardige producten terecht bij eigen kinderen en familieleden. ‘Verliezers’, zoals hulpbehoevende ouderen en migrantenfamilies, kregen voedselpakketten van belabberde kwaliteit toebedeeld.
(Corriere della Sera, Turijn)
Pakistan
Rolschaatscommando’s voor Karachi
Met een notoir corrupte politiemacht, bendeoorlogen, etnisch, sektarisch en politiek geweld is de vijftien miljoen inwoners tellende Pakistaanse stad Karachi een van de moeilijkste steden in Azië wat betreft ordehandhaving. Karachi huisvest de belangrijkste aandelenbeurs en is het belangrijkste transportcentrum van het land en levert zowel het leeuwendeel van belastinginkomsten als de zwaarste criminelen.
De autoriteiten hopen dat een nieuwe rolschaatsmacht van twintig commando’s, bestaande uit tien mannen en tien vrouwen, de misdaadcijfers zal helpen verlagen en het imago van Karachi zal verbeteren.
‘Ik ben trots deel uit te maken van deze rolschaatsploeg,’ aldus Anila Aslam van de Speciale Veiligheids-eenheid, die in 2010 werd opgericht om VIP’s te beveiligen. Volgens Aslam, die als beste uit de bus kwam op het politietrainingscentrum, zijn er maar weinig vrouwen uit haar dorp ooit bij de politie terechtgekomen, maar willen meisjes met wie ze naar school en universiteit is gegaan nu haar voorbeeld volgen.
(Arab News, Karachi)
Groot-Brittannië
Rechtse nieuwszenders voor Groot-Brittannië
De Britse televisiebons John McAndrew werkt aan een van de meest ambitieuze nieuwsprojecten ooit in Groot-Brittannië: GB News. Hij zoekt momenteel naar presentatoren voor een 24-uurskanaal dat de eerste helft van dit jaar gelanceerd moet worden. Dat zullen mensen moeten zijn met een regionale tongval, scherpe meningen en andere eigenschappen waarmee GB News zich wil gaan onderscheiden van McAndrews voormalige werkgevers BBC, ITN en Sky News. Sterpresentator wordt in ieder geval Andrew Neil, voorheen BBC-coryfee politieke interviews.
Met uitgesproken meningen en strijdlustige programmering wil GB News een conservatief, provinciaal publiek bedienen dat zich genegeerd zou voelen door het bestaande liberale en grootstedelijke Britse tv-nieuws. GB News vecht naar verluid niet alleen de status quo van het televisienieuws aan, maar ook de lang gekoesterde definitie van onpartijdigheid. En het is niet de enige die het op een dergelijke ‘Fox-manier’ wil aanpakken. Rupert Murdoch, eigenaar van het winstgevende rechtse Amerikaanse netwerk Fox News, is bezig met News UK, een rivaliserend Brits tv-nieuwskanaal.
Mediawatchers vrezen dat de strijd om de kijkcijfers tussen de twee rechtse concurrenten tot extremere programmering zal gaan leiden. GB News zegt inmiddels zo’n 67 miljoen dollar aan financiering te hebben binnengehaald. Een groot deel daarvan is afkomstig van vermogende zakenmensen die ervaring hebben met publieksbeïnvloeding. Volgens Patrick Barwise, hoogleraar management aan de London Business School, komt veel geld uit het buitenland.
Rijke Nigerianen kopen staatsburgerschap in het buitenland
Jaarlijks ontvluchten talloze Nigerianen de armoede en onrust in hun thuisland. Ze zoeken een weg naar Europa via gevaarlijke routes door de Sahara en over de Middellandse Zee. Inmiddels sluit een groeiend aantal rijke Nigerianen zich bij hen aan, maar dan wel op een veiliger manier. De rijken maken gebruik van een zogenoemd ‘gouden paspoort’, dat voor hen steeds gemakkelijker verkrijgbaar is.
Slechts 26 landen laten Nigeriaanse paspoorthouders visumvrij toe, maar inmiddels staat een recordaantal van 92 landen over de hele wereld toe dat rijke individuen ingezetene of staatsburger worden in ruil voor bedragen die uiteenlopen van honderdduizend tot meerdere miljoenen dollars. Zo kan op Malta het staatsburgerschap worden verkregen voor een investering van minimaal achthonderdduizend dollar.
De stormloop op gouden paspoorten door rijke Nigerianen begon al voordat gewelddadige protesten in oktober uitbraken tegen een nieuwe politie eenheid, de SARS. Bij het in Londen gevestigde Henley & Partners, een van ’s werelds grootste adviesbureaus op het gebied van burgerschap, stegen de aanvragen van Nigerianen met 185 procent in de eerste acht maanden van vorig jaar, waarmee ze na Indiërs de grootste nationaliteit zijn die een dergelijke regeling aanvraagt. Alleen al dit jaar heeft een recordaantal van meer dan 1000 Nigerianen via Henley & Partners navraag gedaan naar staatsburgerschap in een ander land.
Investeren in een buitenlands staatsburgerschap is niet illegaal voor Nigerianen, maar dat rijke burgers hun bezittingen naar het buitenland verplaatsen, ligt gevoelig in Nigeria. Volgens de Nigeriaanse belastingdienst gaat elk jaar zo’n 15 miljard dollar verloren aan belastingontduiking. Veel van dat geld vindt zijn weg naar het Caribisch gebied, zoals in 2016 duidelijk werd uit de Panama Papers.
Sinds de coronacrisis zijn rijke Nigerianen volgens experts nog serieuzer gaan kijken naar staatsburgerschap in het buitenland, en de verwachting is dan ook dat het aantal aanvragen van gouden paspoorten verder zal toenemen.
(Al Jazeera, Qatar)
Wat zei zeggen over… de arrestatie van Aleksej Navalny
Manfred WeberEVP-leider in het EU-parlement
‘Het is onaanvaardbaar dat het Russische leiderschap korte metten maakt met de protesten door duizenden demonstranten te arresteren. De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU mogen dit niet nogmaals uit de weg gaan en volstaan met wat algemene oproepen. De EU moet het Poetin-systeem raken waar het echt pijn doet, oftewel financieel. De EU moet daarom financiële transacties met getrouwen van Poetin annuleren. Het dreigement de Nord Stream-pijplijn stop te zetten moet worden gehandhaafd.’
Jean-Yves Le DrianFrans minister van Buitenlandse Zaken
‘Zijn vergiftiging is een moordaanslag, gepleegd in Rusland, met een Russische chemische stof, op een Russische burger. Het lijkt me dus normaal dat er een onderzoek wordt ingesteld, maar de Russische autoriteiten ontkennen de werkelijkheid. Er zijn al eerder sancties opgelegd aan Rusland. We zijn vastberaden om met Rusland in gesprek te blijven, maar ook buitengewoon vastberaden tegenover de autoritaire stroming die we waarnemen.’
Andrzej Dudapresident van Polen
‘Het primaat van het internationaal recht is fundamenteel, want zolang het wordt nageleefd, is er geen oorlog. Maar als het wordt overtreden is het effect altijd een conflict. De enige manier om naleving van het internationaal recht af te dwingen zonder gebruik van geweren, kanonnen en bommen, is via sancties. We zijn klaar om te helpen bij het opbouwen van consensus daarover. Er is geen ander vreedzaam middel om druk uit te oefenen op een staat die de regels van het internationaal recht overtreedt.’
Ontwerpresolutievan leden van het Europees Parlement
‘Wij verzoeken de Russische autoriteiten een einde te maken aan het lastigvallen, intimideren en onderdrukken van onafhankelijke en dissidente tegenstanders door korte metten te maken met de heersende straffeloosheid die al vele journalisten, activisten en oppositiepolitici het leven heeft gekost, en erop toe te zien dat zij hun legitieme werkzaamheden kunnen uitvoeren zonder te hoeven vrezen voor hun leven of dat van hun gezinsleden of vrienden.’
Het is toeval, ook al bestaat dat volgens een x-aantal toevalontkenners vast niet, maar in deze 192ste editie zetten mannen de toon.
Althans, artikelen over hoe mannen zich, ieder op eigen wijze manifesteren: Pappie Loekasjenka, collega-dictator Hafez en Bashar al-Assad, Lord Migraine en, gelukkig, als comic relief en hekkensluiter de immer vermakelijke tekenaar Colonel Baxter. En dat zijner nog maar een paar. Duitsland ontbreekt bijvoorbeeld, waar Angela Merkel opgevolgd gaat worden door een man of een man? Om over eigen land maar niet te spreken, waar een regeringsleider met een slagveld van gevallen ministers fluitend aan de macht wil blijven.
Deden ze hun werk goed, was er niks op aan te merken, dan zouden we deze dienaars op het schild hijsen voor goed gedrag. We zouden ze bewieroken, immense, in goudverf gedompelde sculpturen maken. Met gevouwen handen bij hun foto neerknielen, wijsheden prevelend die zij ons leerden. Maar voor wie buigen wij nog met ideologische overtuiging, aan wie vertrouwen wij het landsbelang nog toe, sterker nog, aan wie vertrouwen wij het wereldbelang nog toe, nu iedereen in een handomdraai, een vingerknip middels sociale mediakanalen anderen de maat zal nemen? Eén verkeerd woord, en je ligt eruit. En wie ‘erin blijven’ zijn meestal niet de meest vredelievende kleurenblinden onder ons.
Ooit zal de geschiedenis Aleksej Navalny gelijk geven
De laatste machthebber die niet om macht gaf, moet de president van Uruguay geweest zijn.José Mujica, Pepe, of El Viejo in de volksmond liep op sandalen, introduceerde belangrijke wetten en legaliseerde het homohuwelijk, abortus en de wietteelt. Voorts gaf hij het grootste gedeelte van zijn salaris weg. Of hij nou de nieuwe ideale leider was voor wie we elke dag een kaarsje willen aansteken, kan moeilijk gezegd worden; Mujica regeerde maar vijf jaar en trok zich onlangs terug uit de politiek. In Latijns-Amerika werd zijn eigenzinnigheid aan alle kanten van het politieke spectrum gerespecteerd, door het ene kamp uiteraard meer dan door het andere. Maar eigenzinnigheid van mannen op politieke sleutelposities zegt op zich niks en kan net zo goed een hoop ellende veroorzaken. We hebben weer een Nelson Mandela nodig.
Een betrouwbare heldin of een held. Zoals Aleksej Navalny, die het met gevaar voor eigen leven en dat van anderen, durft op te nemen tegen de grootste en gevaarlijkste dictator: Poetin. Ooit zal de geschiedenis Navalny gelijk geven, schreef Ruslandkenner Derk Sauer deze week. Het is te hopen dat we daar niet ook 27 jaar op moeten wachten. Anders is de kans groot dat het in ieders hoofd hamert, rinkelt en bromt.
Toen een Britse plantenverzamelaar in 1818 een doos vol exotische planten vanuit Brazilië naar Engeland verscheepte, was dat het startpunt van de ‘orchideeëngekte’. Inmiddels speuren obsessieve verzamelaars overal ter wereld naar zeldzame soorten en is er een snelgroeiende en destructieve onlinehandel ontstaan.
In zijn boek Orchid Fever: A Horticultural Tale of Love, Lust and Lunacy (2000) geeft de Amerikaanse reisauteur Erik Hansen een levendig verslag van de complexe wereld van obsessieve bloemverzamelaars, onversaagde jagers en hebberige plantensmokkelaars.
Hansen begint zijn boek in de jungle van Borneo, een gebied dat bijzonder rijk is aan orchideeën. Hij fungeert er, samen met leden van de seminomadische Penan-stam, als gids voor twee Amerikaanse orchideeënkwekers. Het tweetal wil dolgraag de Paphiopedilum sanderianum fotograferen, een zeldzame orchideesoort die endemisch is op het eiland. Deze soort is volgens Hansen ‘de heilige graal onder de orchideeën, een bloem die slechts enkele tientallen botanici ooit in het wild hebben gezien’.
Orchideeëngekte
De orchideeëngekte begon in 1818 in Engeland, nadat de Britse plantenverzamelaar William Swainson een doos vol exotische planten, waaronder orchideeën, uit Brazilië naar Engeland had verscheept. Niet lang daarna trotseerden obsessieve verzamelaars aanvallen van tijgers en werden ze soms gedood of levend verbrand in de verste uithoeken van de aarde, waar de gewilde plant te vinden was.
Twee eeuwen later is Zuidoost-Azië nog steeds een van de topbestemmingen voor orchideeënliefhebbers. In Azië heeft Indonesië er, met meer dan ruim vierduizend endemische soorten, waarschijnlijk het meest, gevolgd door Maleisië, waar meer dan drieduizend soorten vandaan komen. De Filipijnen kennen elfduizend soorten en Myanmar 1040, volgens een inventarisatie van botanisch tijdschrift PhytoKeys uit 2020.
Destructief aspect
Nieuw Maleisisch onderzoek werpt nu ook licht op een minder bekend, maar zeer destructief aspect van deze botanische interesse: de verborgen, snelgroeiende onlinehandel in zeldzame wilde orchideeën.
‘Het internet heeft het toch al dramatische verlies aan biodiversiteit nog verder versneld,’ vertelt orchideeënexpert Rexy Prakash Chacko, een van de oprichters van de organisatie Penang Hills Watch, die de ontbossing op het Maleisische eiland Penang boekstaaft. Prakash Chacko publiceerde onlangs samen met botanist Santhi Velayutham Orchids of Penang Hill, een boek over de orchideeën in het natuurpark Penang Hills op het eiland. Het tweetal wil hiermee de diversiteit tonen van de wildeorchideeënflora, maar ook alarm slaan over de illegale handel in deze planten.
De publicatie van het geïllustreerde boek komt precies op het moment dat Penang Hills een aanvraag deed om te worden aangemerkt als Unesco Biosphere Reserve: een natuurgebied met internationaal beschermde status. De interesse van botanici voor het gebied is overigens niet nieuw. Al in 1894 beschreven de Britten Charles Curtis en Henri Ridley in een eerste catalogus van de orchideeën in het gebied negentig verschillende soorten, een aantal dat in 2017 was opgelopen tot 144.
‘Omdat wij merkten dat deze lijst nog verre van compleet was, besloten we zelf een inventarisatie te gaan doen, en daaruit kwam het idee voor een geïllustreerd orchideeënboek voort,’ vertelt Velayutham.
Het doel van de auteurs is om de natuurlijke diversiteit van Penang Hills te bevorderen, en natuurliefhebbers en wandelaars te stimuleren om de bloemen te herkennen en te beschermen. ‘Meer in het oog springende wilde orchideeën als P. barbatum, ook wel bekend als het venusschoentje, vind je al een hele tijd niet meer, dus richten verzamelaars zich nu op alle andere orchideeën die ze kunnen vinden,’ aldus Prakash Chacko. ‘Via Facebookgroepen over orchideeën vinden ze klanten uit het hele land. Regulering is er nauwelijks en tegen de bulkverkoop van planten wordt niets ondernomen.’
Een Miltassia Shelob-orchidee genaamd ‘Tolkien’. Het is een hybride van twee Zuid-Amerikaanse orchideeën. – Laura Ockel / Unsplash
De Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, die de meeste Zuidoost-Aziatische landen respecteren, kent strenge regels ter beperking van de handel in maar liefst 35.000 soorten, waarvan ten minste 70 procent orchideeën zijn. Maar het blijkt erg moeilijk om digitale transacties op sociale media op te sporen en tegen te gaan.
‘In Maleisië verkopen verzamelaars op Facebook orchideeën vaak voor maar 5 ringgit (1 euro) per stuk, wat kan oplopen tot 100 ringgit voor de zeldzamere exemplaren, vertelt Prakash Chacko. Milieuorganisatie Mongabay beschreef in 2018 hoe orchideeënsmokkelaars via eBay een grote internationale groep kopers bedienen. Zo was zes maanden na de ontdekking in 2010 van de nieuwe orchideeënsoort P. canhii in Vietnam deze zeldzame soort al bijna uitgestorven door stroperij, aangejaagd door een sterke vraag op internet.
De bedreiging die dit vormt voor orchideeën is onmiskenbaar: Ruth Kiew van het Forest Research Institute Malaysia (FRIM) vertelde vorig jaar aan nieuwswebsite The Malaysian Insight dat veel van de wilde orchideeënsoorten in het land de komende vijf tot tien jaar zullen uitsterven als de illegale oogst niet aan banden wordt gelegd.
Het district Noming in Putao, in Myanmar, is de enige plek ter wereld waar P. wardii groeit, beter bekend als de zwarte orchidee
‘Orchideeën kun je makkelijker beschermen als ze in nationale of provinciale parken groeien, of in wildreservaten. Ook helpt het om bossen alleen met toestemming vooraf toegankelijk te maken en een vergunning verplicht te stellen om levende planten te verzamelen,’ zegt orchideeënexpert Ong Poh Teck van FRIM. Volgens Teck is de kans dat de planten illegaal worden meegenomen het grootst als ze in onbeschermde gebieden groeien die te uitgestrekt zijn om te surveilleren.
De orchideeënstroperij breidt zich nu ook uit naar minder ontwikkelde delen van Zuidoost-Azië, zoals Myanmar. In dit land is de orchideeënflora nog vrij onbekend, als gevolg van het langdurige politieke isolement.
De meest unieke orchideeën van Myanmar zijn te vinden in de afgelegen streek Putao in de staat Kachin, 1500 kilometer ten noorden van Yangon, ingeklemd tussen de Indiase deelstaat Arunachal Pradesh, de autonome Chinese regio Tibet en de noordwestelijke provincie Yunnan. Putao ligt aan de voet van de Hkakabo Razi, met 5881 meter de hoogste bergtop van Zuidoost-Azië. Voordat het onlangs door een nieuwe weg werd ontsloten, was het gebied alleen door de lucht bereikbaar.
Het district Noming in Putao is de enige plek ter wereld waar P. wardii groeit, beter bekend als de zwarte orchidee, vanwege zijn kastanjebruine bloemen. Hij groeit tussen de rotsen en draagt de naam van de Britse botanicus Frank Kingdon-Ward, die in 1914 onderzoek deed naar de orchideeën van Kachin.
Hoe uniek deze plant ook is, bedreigd is hij nog niet, aangezien de lokale bevolking hem niet intensief verzamelt. Hij wordt wel gebruikt in traditionele medicijnen en zo nu en dan verkocht als souvenir aan het handjevol vasthoudende toeristen op de markten in Putao. Althans, voordat covid-19 plotsklaps een einde maakte aan het toerisme in de streek.
Toeristengids Japha Se uit Putao, eigenaar van reisbureau Icy Myanmar, vertelt dat er op sociale media al wel een levendige handel is ontstaan in de zwarte orchidee. ‘Maar nog populairder dan orchideeën zijn medicinale planten en lichaamsdelen van dieren. Die handel is lucratiever en er is meer vraag naar bij Chinese handelaars,’ vertelt hij. ‘Maar ik ben bang dat er vroeg of laat ook veel belangstelling zal komen voor onze wilde orchideeën.’
Wapen
Volgens de Wildlife Conservation Society, een internationale organisatie voor natuurbehoud uit New York die samenwerkt met het Myanmarese ministerie voor Bosbeheer, zijn er in de streek meer dan tweehonderd verschillende soorten orchideeën te vinden.
Helaas staat het plan om het Hkakabo Razi National Park op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst te krijgen sinds december 2017 door hevige lokale protesten in de ijskast. Het zou het natuurbehoud in de streek vergemakkelijken, ‘omdat het een wapen is tegen de schurken die nu de levende en niet-levende natuur van het park plunderen,’ aldus Se.
De zeldzame orchideeën staan ook elders in Myanmar onder druk, zoals in de heuvelgebieden Chin en Naga, langs de grens met de Indiase staten Manipur en Nagaland. Daar verzamelt de lokale bevolking de planten en verkoopt die door op markten en aan kopers over de grens.
‘Doordat het wegennet er is verbeterd, is het veel makkelijker geworden voor handelaars om orchideeën en dierlijk materiaal over de grens te brengen,’ vertelt Se. ‘Daarom ben ik nog het meest bezorgd dat onze orchideeën daar snel zullen gaan uitsterven.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.