Tag: 360 Magazine

  • Anonieme helden in Shanghai, een van ’s werelds meest gesurveilleerde metropolen

    Anonieme helden in Shanghai, een van ’s werelds meest gesurveilleerde metropolen

    Twee maanden lang voldeed een netwerk van vrijwilligers tijdens de strenge lockdown in Shanghai zo onopvallend mogelijk aan honderden onlineverzoeken, voornamelijk om voedsel en medicijnen. Het aantal mensen dat bereid was te helpen groeide gestaag, ook al werden zij tegengewerkt door de overheid.

    Jeff Lau, een IT’er van midden dertig, woont alleen in een groot wooncomplex in de buitenwijken van Shanghai. Eind maart, toen het westen van de stad zich in het kader van het Chinese zerocovidbeleid opmaakte voor een vierdaagse lockdown, begon hij voedsel in te slaan. Een dozijn eieren, zesendertig pakken instantnoedels en enkele zakken appels zouden meer dan genoeg zijn om hem door de quarantaine heen te helpen, dacht hij. Maar plotseling werden winkels dichtgetimmerd. De poorten van woonkazernes gingen op slot. Sommige werden zelfs dichtgelast. En ze werden niet heropend nadat de aangekondigde quarantaineperiode was verstreken.

    Net als veel van de andere 25 miljoen inwoners van de stad voelde Lau zich erg ongemakkelijk. Enkele weken eerder was het productiecentrum Shenzhen in het zuiden een week lang gesloten geweest in een poging om af te komen van omikron, de zeer besmettelijke coronavariant. En daarvoor was, zonder enige waarschuwing of voorbereiding vooraf, een wekenlang durend cordon sanitaire ingesteld voor de gehele stad Xi’an in het westen van China. De gezondheidsautoriteiten meldden in Shanghai duizenden gevallen per dag, veel meer dan bij eerdere uitbraken. Het afsluiten van een stad ter grootte van Shanghai was ongekend.

    Binnen enkele dagen werd duidelijk dat de lokale overheid geen idee had hoe ze de mensen van eten moest voorzien

    Binnen enkele dagen werd duidelijk dat de lokale overheid geen idee had hoe ze de mensen van eten moest voorzien. Volgeladen met proviand kwamen vrachtwagens vast te zitten in files aan de rand van de stad. Video’s van rottende groenten die door de overheid aan bewoners werden aangeboden circuleerden online. Op sociale media stonden prikborden vol met verzoeken om levensreddende medicijnen. Rijken en mensen met goede connecties verging het over het algemeen wat beter, maar ook niet altijd. Zelfs sommige geldschieters hadden problemen met het vinden van voedsel.

    De regels waren streng. De meeste bewoners mochten hun flat niet uit en de regering gaf geen enkele aanwijzing over wanneer de maatregelen opgeheven zouden worden. De afsluiting van Shanghai zou grofweg twee maanden duren.

    Vrijwilligerscorps

    Vóór de lockdown had Lau een oudere vrouw die alleen woonde in een naburig gebouw, in vuilnisbakken zien zoeken naar flessen. Hij vreesde dat ze zou verhongeren. Toen hij contact opnam met de autoriteiten die verantwoordelijk waren voor zijn buurt, kreeg hij te horen dat hij weinig kon doen tenzij hij zich aansloot bij een vrijwilligerscorps van de staat om te helpen met voedsel distribueren. 

    Hij meldde zich onmiddellijk aan en kreeg een aantal boekhoudkundige taken. Het was hem niet duidelijk hoe dat werk de mensen om hem heen zou helpen. Hij probeerde de bejaarde vrouw thuis te bereiken om te zien hoe het met haar ging, maar door een besmettingsgeval was haar gebouw afgegrendeld. Als hij wilde meehelpen om mensen door de lockdown heen te loodsen, moest hij dat buiten de overheidsbureaucratie om doen, realiseerde hij zich.

    Een van Lau’s collega’s zette in anderhalve dag een simpele website op. Mensen die dringend hulp nodig hadden, konden verzoeken op de site plaatsen. Mensen die konden helpen, namen dan rechtstreeks contact op met de persoon in kwestie. Helpers vonden soms een krat groenten of herkenden bezorgers in het bezit van het zeer zeldzame pasje waarmee ze de weg op mochten. Vrijwilligers hielpen zieke mensen om dokters te vinden die hen konden behandelen. Het oorspronkelijke team dat de site oprichtte, fungeerde als beheerder en controleerde om de paar uur of aan de verzoeken werd voldaan.

    Gegevens over gebruikers werden tot een minimum beperkt, want het streven was onopvallend te blijven. Er stond alleen basale contactinformatie op de site en die werd verwijderd zodra er weer een probleem was opgelost. Directe interactie tussen partijen vond offline plaats. Met deze werkwijze konden zo veel mogelijk activiteiten buiten het zicht van de staat worden gehouden.

    Lau werkte twaalfurige werkdagen om de stroom bij te kunnen houden

    Om problemen met ambtenaren te voorkomen gebruikt Lau in dit artikel een Engelse voornaam in plaats van zijn echte naam. Tijdens zijn verhaal pauzeert hij vaak halverwege de zin om te bedenken hoe hij het verloop van de crisis moet beschrijven zonder al te negatief over te komen. Wanneer we doorvragen, laat hij soms weten dat hij niet méér kan zeggen omdat hij anders ‘de grens zou overschrijden’. Het is in China steeds riskanter geworden om kleinerend over ambtenaren te spreken, zeker met buitenlandse media.

    Een kleine groep collega’s verspreidde het nieuws onder vrienden. Lau nam contact op met universiteitsstudenten en leden van een plaatselijke hiphopdansgroep. De reacties waren enthousiast. Binnen tien dagen na het begin van de lockdown ontving de website honderden verzoeken, voornamelijk om voedsel, en het aantal mensen dat bereid was te helpen groeide gestaag. Lau werkte twaalfurige werkdagen om de stroom bij te kunnen houden.

    Zorgvuldigheid

    Een van de sterke punten van het netwerk was volgens Lau de zorgvuldigheid waarmee mensen andere vrijwilligers rekruteerden. Lau kende het oorspronkelijke groepje. Maar het werd een gewoonte om secundaire contacten niet bekend te maken. Terwijl de keten van connecties zich verspreidde door Shanghai, behielden de vrijwilligers strikte anonimiteit behalve ten opzichte van hun directe collega’s. Ook hun onlinecontacten werden tot een minimum beperkt, zodat het netwerk enigszins veilig kon blijven in een van ’s werelds meest gesurveilleerde metropolen. Daardoor waren mensen met invloed – artsen, professoren en hoge ambtenaren – bereid zich aan te melden en te helpen.

    Terwijl het team tevergeefs zocht naar basisvoedsel als kool en arachideolie werd duidelijk dat de middelen zeer ongelijk verdeeld waren. Uiteindelijk vond Lau een winkel in zijn district die toegang had tot meer verse groenten en vlees dan andere. ‘Ze hadden een soort achterdeurtje,’ zegt hij. Het was een veelvoorkomend verschijnsel tijdens de lockdown: terwijl veel woongemeenschappen verstoken waren van voedsel, leken andere het in overvloed te hebben.

    Half april verhevigde de crisis en moest het netwerk beslissingen nemen over leven of dood

    Half april verhevigde de crisis en moest het netwerk beslissingen nemen over leven of dood. Er werd een verzoek om voedsel geplaatst door een groep van zestien arbeiders die in een kleine flat woonde (dergelijke krappe woonomstandigheden in Shanghai zijn gebruikelijk voor migranten of tijdelijke arbeidskrachten die de hoge huren niet kunnen betalen). Velen van hen leden al dagenlang honger. De lokale autoriteiten verstrekten per flat doorgaans één pakket voedsel ongeveer ter grootte van een standaardkoffer, ongeacht het aantal mensen dat er woonde. Het netwerk van Lau was in staat om de arbeiders van meer levensmiddelen te voorzien.

    Al snel werd de schaarste aan medicijnen nog nijpender dan die aan voedsel. Er was vooral veel vraag naar psychiatrische medicijnen en medicijnen tegen kanker en andere levensbedreigende ziekten. Shanghai heeft enkele van de beste ziekenhuizen in China, maar tijdens de ergste dagen van de lockdown mochten veel chronisch zieken hun huizen niet verlaten. Zelfs wanneer mensen erin slaagden buiten te komen, weigerden ziekenhuizen routinematig de toegang aan iedereen die geen recente negatieve coronatest kon laten zien. Sommigen stierven naast de wachtruimte voor spoedeisende hulp.

    Medische hulp

    Overal in de stad werd om voedsel en medische hulp gevraagd, zowel op de site van Lau als in bredere kring via sociale media. Een man in het district Minhang van Shanghai schreef op een openbaar prikbord dat zijn vader, die een vergevorderd stadium van sinuskanker had, een afspraak had gemaakt in een kliniek om een gespecialiseerde behandeling te krijgen. ‘Hij heeft gerichte therapie nodig, maar het woningcomité zegt dat het niet geregeld kan worden.’ De oude man mocht zijn wooncomplex niet verlaten, omdat hij niet op tijd aan de uitslag van een coronatest kon komen. Hij smeekte om een oplossing. ‘De kanker ontwikkelt zich snel… Help alstublieft!!!’

    De langdurige sluiting van een stad, met miljoenen mensen afgezonderd in hun huizen, verbreekt de banden tussen mensen. Ervaringen zijn niet langer collectief. Alleen de autoriteiten zijn in staat om een overkoepelend verhaal te formuleren. Het verhaal dat de Communistische Partij van China presenteerde, gaat over bekwame ambtenaren, ordelijke diensten en de vrijgevigheid van de staat. Slechts weinigen buiten het systeem waren persoonlijk getuige van de onrust die ontstond. Terwijl Lau en zijn team hulpvragen beantwoordden, vingen zij een glimp op van de dingen die misgingen en die de regering verborgen probeerde te houden.

    Er waren herhaaldelijk voorbeelden van de hardvochtigheid van bedrijven. Op een bepaald moment kwam er een verzoek binnen van een dozijn bouwvakkers, migranten die waren achtergelaten op een bouwterrein dat niet meer was dan een kaal stuk grond. Net toen ze voor zichzelf een klein tijdelijk onderkomen met een plastic dak aan het bouwen waren, werd de lockdown opgelegd. De groep zat gevangen op de bouwplaats, ze mochten niet weg, zelfs niet om op zoek te gaan naar voedsel. Hun werkgever stopte met het verstrekken van instantnoedels, maar de koeriers van Lau wisten hen op de been te houden.

    Ze vertelden Lau dat ze bereid waren om het dak op te gaan en hun dood tegemoet te springen als ze de pillen niet konden krijgen

    De lockdown duurde voort tot in mei en op sociale media begonnen video’s van suïcidale bewoners te circuleren. Op een aantal ervan, gemaakt met mobiele telefoons, waren mensen te zien die zich vastklampten aan hun balkon, klaar om te springen, terwijl ze onverstaanbare dingen schreeuwden naar de onverschillige wereld. Veel van deze scènes eindigden met een sprong en een hoorbare plof, gevolgd door kreten die tussen de torenflats galmden.

    Een echtpaar van in de tachtig, allebei lijdend aan kanker, plaatste op het netwerk van Lau een verzoek om pijnstillers. Een van hen had nog medicijnen voor vier dagen, de ander voor zes. Zonder die medicijnen zouden ze ondraaglijk lijden. Ze vertelden Lau dat ze bereid waren om het dak op te gaan en hun dood tegemoet te springen als ze de pillen niet konden krijgen. Met enige moeite vond het netwerk de benodigde medicijnen voor hen. Maar toen de pillen bezorgd zouden worden, zeiden de autoriteiten dat vrijwilligers zich er niet mee moesten bemoeien. Wat Lau weet over het lot van dit echtpaar, wil hij niet zeggen. 

    DDoS-aanvallen

    Hijzelf trok ook de aandacht van de machthebbers. Hij kreeg telefoontjes van de politie en andere overheidsinstanties die zeiden dat zijn website illegaal was en dat hij hem moest sluiten. De site werd regelmatig het doelwit van DDoS-aanvallen, waarbij hackers hem bestookten met massaal internetverkeer uit allerlei bronnen. Lau wil niet speculeren over wie er achter de aanvallen zat. Ze waren niet bijzonder schadelijk, maar hij begon toch meer geld uit te geven aan cyberbeveiliging. Hij vermoedt dat mensen met financiële en politieke middelen, diep verborgen in het netwerk, hebben geholpen te voorkomen dat de site door de autoriteiten werd gesloten. ‘Ze zijn er, maar je zult hun gezichten nooit zien,’ zegt hij.

    Toen de lockdown begin juni werd versoepeld, keerde het verkeer terug in de straten van Shanghai. Langzaam gingen winkels en restaurants weer open. Het netwerk van Lau was niet langer nodig en werd snel ontbonden. Digitale bestanden werden gewist. Op de website staat nu alleen nog een dankbetuiging aan alle deelnemers.

    Lau vertelt vrolijk en energiek over het werk dat hij deed. Het netwerk groeide uit tot meer dan duizend vrijwilligers en heeft tijdens de vijfenvijftig dagen dat het actief was meer dan zesduizend pakjes bezorgd. Het heeft meer dan zestienhonderd oudere en zieke mensen geholpen. De in vuilnisbakken graaiende vrouw die hij aanvankelijk wilde helpen, heeft hij niet meer gezien, maar hij heeft gehoord dat ze de crisis heeft overleefd.

    Zijn houding tegenover zijn stad is wel veranderd. ‘We hebben hier zo veel geleden,’ zegt hij over Shanghai. ‘En we weten niet wat ons te wachten staat.’ Hij is bezig met plannen om China te ontvluchten. Xi Jinping, de president van China, heeft gezegd dat het ‘dynamische zerocovidbeleid’ van de Communistische Partij van kracht zal blijven tot de ‘eindoverwinning’ is behaald. Maar de volgende keer dat Shanghai op slot gaat, is een van de anonieme helden van de stad er waarschijnlijk niet meer om te helpen.

  • Marketing wapenfabrikanten creëerde nieuwe klant: jonge moordenaars

    Marketing wapenfabrikanten creëerde nieuwe klant: jonge moordenaars

    Ryan Busse werkte in de wapenindustrie, totdat hij zag hoe zijn bedrijf de angst voor onlusten onder de bevolking op alle fronten en zonder scrupules exploiteerde. Nu waarschuwt hij het Amerikaanse publiek voor het dodelijke extremisme dat daardoor werd gecreëerd.

    Keuze uit het archief

    Het nieuws van deze week werd met name beheerst door de moord op de pro-Trump-activist Charlie Kirk, die aan de vooravond van 9/11 werd doodgeschoten tijdens een publiek debat in Utah. Het is de zoveelste politieke moord in de VS, waar de enorme polarisatie en verdeeldheid zich steeds vaker vertalen naar geweld.
    Toch is politiek niet de enige factor. In dit artikel van The Atlantic, dat enkele maanden na de schietpartij in Uvalde in mei 2022 werd geschreven, onthult insider Ryan Busse welk aandeel de wapenindustrie heeft in het stimuleren van wapengeweld en extremistisch gedachtengoed. Lees en huiver.

    Amerikanen zijn terecht verontrust over vuurwapengeweld en over de vraag wat de jongemannen bezielde die een reeks afschuwelijke massamoorden pleegden. We zijn wanhopig op zoek naar antwoorden: gaat het om racisme en radicalisering, onbehandelde psychische aandoeningen, giftige videospelletjes of een te gemakkelijke toegang tot wapens? Al deze factoren maken wellicht deel uit van het probleem, maar geen ervan is volkomen begrijpelijk zonder de grotere context, namelijk dat de moderne marketing van de wapenindustrie deze schutters niet alleen heeft bewapend, maar in zekere zin ook heeft gecreëerd.

    Aangezien ik een kwart eeuw in de business heb gezeten, is dit een onderwerp waar ik het een en ander van weet. Ik raakte in de loop van mijn jaren als leidinggevende bij een succesvolle wapenfabrikant steeds bezorgder over het soort vuurwapens dat door de wapenindustrie werd verkocht, hoe ze die verkocht en aan wie. Ik ben getuige voor de House Committee on Oversight and Reform [De parlementaire commissie voor toezicht en hervorming] tijdens een hoorzitting die, in de woorden van de voorzitter, afgevaardigde Carolyn B. Maloney, ‘de rol onderzoekt van wapenfabrikanten bij het overspoelen van de samenleving met oorlogswapens en het aanwakkeren van het wapengeweld in Amerika’.

    Met dergelijke advertenties begon een vorm van marketing die het land voor altijd zou veranderen

    Toen ik in 1995 mijn eerste baan kreeg in de wapenindustrie was de marketing gericht op de jacht, schieten als sport en als verantwoorde vorm van zelfverdediging. Veel advertenties appelleerden aan de liefde voor vakmanschap en het buitenleven, en sommige, zoals advertenties van Ruger uit 1995, spraken klanten zelfs rechtstreeks aan als ‘verantwoordelijke burgers’ – een slogan die het bedrijf sinds 2007 uit zijn reclames heeft verwijderd.

    original 1
    – European American Armory verkoopt wapens met deze advertentie

    Bedrijven zoals de European American Armory, een importeur van goedkope, doorgaans Oost-Europese wapens, die nogal ranzige advertenties gebruikte om geïmporteerde wapens te verkopen, waren een zeldzaamheid. Ik realiseerde me toen niet dat die smakeloze uitzonderingen de toekomst van de wapenindustrie toonden.

    Met dergelijke advertenties, bedoeld om jongemannen aan te spreken die niet beter wisten, begon een vorm van marketing die een nieuw klantenbestand schiep en die het land voor altijd zou veranderen.

    George W. Bush

    Deze transformatie kreeg een eerste impuls halverwege de jaren tachtig, toen president George W. Bush het verbod op aanvalswapens ophief en vervolgens een wet ondertekende die wapenproducenten ruime bescherming bood tegen aansprakelijkheid. Door deze maatregelen verminderden het sociale stigma en mogelijke juridische sancties voor het aanprijzen van militair aandoende geweren. Na verloop van tijd begonnen grotere, meer mainstream wapenfabrikanten te experimenteren met reclameboodschappen die tot dan toe in deze bedrijfstak als verachtelijk waren beschouwd.

    Jongemannen waren het doelwit. Zij hadden een besteedbaar inkomen, zouden mogelijk lange tijd klant blijven en hadden een gemakkelijk uit te buiten fascinatie voor wapens. De toenadering tot deze nieuwe klant nam een vlucht in 2010, toen AR-15-fabrikant Bushmaster de reclamecampagne ‘Man Card’ lanceerde.

    De advertenties, die in publicaties van de wapenindustrie, op websites en in het tijdschrift Maxim werden geplaatst, waren controversieel en kregen nationale aandacht. Maar nog belangrijker was dat ze de rest van de branche toonden hoe goed een beroep op mannelijkheid werkte bij de groep mannen tussen de 18 en 35 jaar, in een tijd waarin op het nieuws voortdurend beelden te zien waren van de buitenlandse oorlogen van Amerika.

    De conclusie dat dit soort marketing heeft bijgedragen aan de opkomst van radicale gewelddadige extremisten is onontkoombaar

    ‘De Bushmaster Man Card verklaart en bevestigt dat u een échte man bent, de laatste van een uitstervend ras, met alle rechten en privileges die u toekomen,’ luidde de tekst van de advertentie. In ‘uitstervend ras’ klinkt een anticiperende echo door van de ‘Great Replacement’-theorie [de omvolkingstheorie] die de vermeende dader van de massale schietpartij in Buffalo, New York, afgelopen mei inspireerde. De conclusie dat dit soort marketing heeft bijgedragen aan de opkomst van radicale gewelddadige extremisten is onontkoombaar.

    Nog een echo: een van de wapens die door de schutter in Buffalo werden gebruikt, was een Bushmaster XM-15. Natuurlijk heeft de overgrote meerderheid van de mensen die dit wapen bezitten er nooit iets illegaals mee gedaan, maar er is nóg een beruchte uitzondering. Op 14 december 2012 gebruikte een verwarde jongeman uit Newtown, Connecticut, een XM-15 geweer om twintig kinderen en zes personeelsleden te vermoorden op de Sandy Hook Elementary School. Bushmaster beëindigde de ‘Man Card’-campagne kort na de Sandy Hook-massamoord, maar het verkoopsucces van het bedrijf was andere wapenfabrikanten niet ontgaan.

    Dodelijkheid wegmoffelen

    Smith & Wesson, een nogal mainstream, traditioneel merk, koos ervoor om wapens op de markt te brengen die bijna identiek zijn aan die gebruikt worden door soldaten en agenten. Deze wapens mogen, met kleine aanpassingen, legaal verkocht worden aan het grote publiek. Een geweer dat in wezen identiek is aan het type geweer dat aan leger en politie wordt geleverd kreeg de naam M&P15. Op aandringen van de National Shooting Sports Foundation (NSSF), de belangrijkste brancheorganisatie van de wapenindustrie, voegde Smith & Wesson ‘Sport’ toe aan de merknaam van het geweer. Door de nadruk te leggen op jagen en schietoefeningen wilde het bedrijf de dodelijkheid van het geweer wegmoffelen.

    Om te zorgen dat de intrede van Smith & Wesson op de AR-15-markt succesvol zou zijn, zou de gehele wapenindustrie van de traditionele, op het imago van de jacht en de zelfverdediging gerichte marketing moeten overschakelen naar een benadering gebaseerd op de nieuwe ‘tactische’ cultuur [de militair aandoende, semiautomatische geweren worden ook wel ‘tactische wapens’ genoemd].

    original
    – Reclame voor de geweren van Sturm, Ruger & Co

    Weinig producenten van dit nieuwe type vuurwapen bieden een beter voorbeeld van de dramatische transformatie van de Amerikaanse wapenmarkt als Daniel Defense. Net als tal van andere ondernemers die begin deze eeuw hun kans schoon zagen, startte Marty Daniel een wapenbedrijf dat zich al snel toelegde op de verkoop van AR-15’s. Hij zette een nieuwe standaard in de wapenindustrie door zich op de civiele markt te richten met wapens die werden aangeprezen als het ‘echte militaire spul’. Een van de eerste advertenties van het bedrijf, in 2012, lokte jongemannen met de belofte dat ze zich zouden kunnen meten met soldaten van de Special Forces.

    In 2016 had de marketing van Daniel Defense zo goed gewerkt dat het bedrijf de felbegeerde cover haalde van het tijdschrift Popular Mechanics. Een persbericht van het bedrijf verkondigde dat de aanwezigheid van zijn geweer in de editie ‘Tough Guys’ een ‘belangrijke prestatie’ was, omdat het Daniel Defense zou helpen een ‘meer mainstream publiek‘ te bereiken.

    Net als veel andere vuurwapenbedrijven deed ook Daniel Defense aan productplacement in films en videogames. Een Facebook-post uit 2019 attendeert volgers op de aanwezigheid van een van zijn DDM4 V7-geweren in de nieuwe Call of Duty: Modern Warfare. De DDM4 V7 is het wapen dat werd gebruikt door de achttienjarige gamer en schutter in Uvalde, Texas.

    De wapenindustrie had dit soort promotionele activiteiten kunnen mijden

    De wapenindustrie had dit soort promotionele activiteiten kunnen mijden. In plaats daarvan koos ze ervoor om degenen die dat wél deden te straffen. Toen Ed Stack, de toenmalige CEO van de grote winkelketen Dick’s Sporting Goods, na de Parkland-schoolmoorden stopte met de verkoop van AR-15’s besloot de NSSF om Dick’s te royeren als lid. De stichting eerde Marty Daniel daarentegen in 2021 met een zetel in de raad van bestuur.

    De agressieve marketing van bedrijven als Daniel Defense haalde de oudere, meer gevestigde bedrijven over om soortgelijke strategieën toe te passen. Bedrijven die van de norm afweken bereikten nieuwe consumenten, zodat de rest wel moest volgen.

    Beursgenoteerde grote namen in de wapenindustrie, zoals Ruger en Smith & Wesson, waren rond 2016 sterk afhankelijk van de opkomende tactische markt; in 2020 was de M&P15 van Smith & Wesson uitgegroeid tot het bestverkochte geweer van Amerika. Het is dan ook geen verrassing dat de aandelenkoers van het bedrijf de lucht in schoot. Het klantenbestand breidde zich uit met de jonge moordenaars van de massaschietpartijen in Parkland in FloridaAurora in Colorado en Highland Park in Illinois.

    Voor een insider als ik was de rol die de marketing van de branche speelde in het creëren van deze klanten onmiskenbaar. De alarmsignalen waren duidelijk zichtbaar op plekken als de Shooting, Hunting and Outdoor Trade (SHOT) Show, het jaarlijkse evenement van de wapenindustrie. De SHOT Show, die meestal in Las Vegas wordt gehouden, is een van de grootste vakbeurzen ter wereld. Ik heb er meer dan vijfentwintig bijgewoond en ben getuige geweest van de transformatie: van een evenement waar het tonen van militaristische tactische uitrusting verboden was tot een evenement waar het de norm werd.

    Op de show van 2018 zag ik een enorme advertentie voor Spike’s Tactical, een opkomende AR-15-producent uit Florida. Hoewel dit evenement meer dan twee jaar eerder plaatsvond dan het geweld en de protesten die in de zomer van 2020 in Amerikaanse steden uitbraken, bevatte de advertentie een expliciete oproep aan degenen die zich aangetrokken voelden tot een gewapende confrontatie met linkse agitatoren. Antifa had vóór 2017, toen leden ervan meededen aan de tegendemonstraties bij de ‘Unite the Right’-bijeenkomst in Charlottesville in Virginia een beperkt landelijk profiel, maar Spike’s identificeerde Antifa al snel als de vijand van loyale Amerikanen die een wapen bezaten. De advertentie ontlokte enige kritiek, maar de branche zweeg.

    Zelfbenoemde militieleden

    In juni 2020, toen in heel Amerika Black Lives Matter-demonstraties en gewapende tegenprotesten plaatsvonden, werd mijn twaalfjarige zoon belaagd door een gewapende man die was verkleed als een personage uit de Spike’s-advertentie. Ik moest tussenbeide komen ter bescherming van mijn zoon, die niets anders deed dan ‘I can’t breathe’ scanderen met een groep vrienden. Een van die gewapende mannen begon woest te schreeuwen en met zijn vinger in zijn borst te prikken. Meer dan honderd gewapende mannen zoals hij waren op die bijeenkomst aanwezig.

    Op dat moment werd mijn angst voor de ontwikkelingen binnen de wapenindustrie heel persoonlijk. Ik verkocht zelf geen AR-15’s en deed niet mee aan de opruiende marketing, maar ik kon niet langer negeren dat mijn bedrijf meeprofiteerde van het promoten van beelden van dergelijke mannen, met hun omgedraaide petjes en geladen AR-15 geweren. Dit soort burgerwachten of zelfbenoemde militieleden maakten zich klaar om in het hele land te worden ingezet, in mijn eigen woonplaats en in andere plaatsen zoals Kenosha in Wisconsin.

    De meeste Amerikanen waren geschokt door de gebeurtenis, maar voor de wapenindustrie was hij een held

    Kyle Rittenhouse, een jongen die eruitzag alsof hij uit die advertentie van Spike was geplukt, doodde twee mensen en verwondde een derde tijdens ongeregeldheden in Kenosha. De meeste Amerikanen waren geschokt door de gebeurtenis, maar voor de wapenindustrie was hij een held, iemand die de uitdrukking ‘links een poepie laten ruiken’ naar een dodelijk en lucratief nieuw niveau had getild.

    Uren nadat Rittenhouse was vrijgesproken van alle aanklachten postte Big Daddy Unlimited, een grote wapenhandelaar uit Gainesville in Florida, een bericht op sociale media dat leek te onderschrijven dat het verhaal van Rittenhouse niet als waarschuwing moest worden gezien, maar als uiting van het mannelijk ideaal van een gewapende burgerij. Of zoals presentator Tucker Carlson van Fox News het uitdrukte: ‘precies het soort persoon waarvan je er meer in je land zou willen hebben’.

    original 9
    – Wee1 Tactical is een bedrijf dat JR-15’s (Junior AR-15’s) aan jonge kinderen wil verkopen

    Ik ontdekte dat het bericht van Big Daddy Unlimited zelfs een nog duisterder betekenis had. Die zou ik hebben gemist als ik me niet had herinnerd dat ik op de SHOT Show van 2018 iemand had gezien met een Make Zimbabwe Rhodesia Again-petje. Een vriend hielp me destijds herinneren aan de Facebook-profielfoto van de massamoordenaar van negen zwarte parochianen in een kerk in South Carolina, waarop is te zien dat hij een jas draagt met daarop een Rhodesische vlag, een populair icoon onder Amerikaanse witte supremacisten. Variaties op dit beeld, dat afkomstig is van een beroemde wervingsposter voor het Rhodesische leger, duiken in alle belangrijke sociale media op.

    De gelijkenis tussen de poster van het Rhodesische leger en het bericht van de handelaar in Florida over Rittenhouse is zo duidelijk dat ze niet gemist kan worden. (De CEO van Big Daddy Unlimited vertelde The New York Times dat de meme was gemaakt door een voormalige werknemer die zich niet bewust was van de historische betekenis en dat die alleen was bedoeld ‘als erkenning van gerechtigheid voor Kyle Rittenhouse’.) De handelaar wil ‘de belangrijkste online bestemming’ zijn voor meer dan 300.000 vuurwapen gerelateerde producten en prijst zichzelf bij abonnees aan als verdediger van het Tweede Amendement [geïnterpreteerd als ‘Het recht om wapens te dragen’]: ‘Sluit je vandaag nog aan bij onze revolutie!’

    Succesvolle formule

    Die verheerlijking van Kyle Rittenhouse speelde in op een krachtige beweging die al gaande was. De angst voor oproerkraaiers en de macht hen te kunnen doden bleek een succesvolle formule om nieuwe klanten aan te trekken. Wilson Combat, een wapenfabrikant uit Arkansas, is een bedrijf dat profiteerde van de angst voor onlusten onder de bevolking. Het adverteerde op zijn website met een AR-15-model dat bekendstaat als de Urban Super Sniper. ‘Op sommige momenten zijn extreme nauwkeurigheid en snelle vervolgschoten de belangrijkste criteria waarop je een geweer beoordeelt,’ aldus de site.

    Zelfs de mainstreampublicatie Firearms News nam dat thema vorig jaar op in de editie Be Ready!

    De vroegere verantwoorde terughoudendheid van de branche was verdwenen. Overal waar ik keek, zag ik advertenties die inspeelden op de nieuwe tactische cultuur, die gebaseerd is op angst. Tijdens de laatste maanden van mijn carrière in de wapenindustrie maakte ik foto’s om die verandering vast te leggen. Op een banner van de maker van de tactische uitrusting Viktos boven de hoofdingang van de SHOT Show van 2020 zie je een soldaat uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog een moderne AR-15 afvuren. Die historische verwijzing zagen we een jaar later met griezelige precisie herhaald worden tijdens het Capitooloproer op 6 januari 2021. Opstandelingen handelden toen volgens een ‘1776 Returns’-draaiboek en zwaaiden met AR-15-vlaggen voorzien van de tekst ‘Come and Take it’ [Kom ze maar halen].

    Historische aantallen

    De wapenverkoop bereikte de afgelopen drie jaar historische aantallen. Die verkoopcijfers hebben de groeistrategie van de industrie alleen maar bevestigd, zodat de marketing steeds zwaarder leunt op samenzweringstheorieën gevoed door politieke partijdigheid. Eén nieuw bedrijf, Live Q or Die, speelt in op de QAnon-cultus door AR-15’s te verkopen met het Q-merk erin gestanst.

    Een ander bedrijf, Palmetto State Armory, gebruikt beeldtaal gericht op de Boogaloo Bois – die door de FBI wordt aangeduid als een extreemrechtse, binnenlandse terroristische dreiging – met producten zoals een op een AK-47 gelijkend wapen versierd met een ‘Big Igloo Aloha’-patroon dat sterk lijkt op de kenmerkende hawaïshirts van de groep.

    380709 346166012097931 862200912 n
    – Marketing Daniel Defense: ‘Gebruik wat zij gebruiken’.

    Palmetto State Armory – zowel een grote detailhandelaar, die de steun geniet van grote merken zoals Smith & Wesson, als een fabrikant die jaarlijks tienduizenden vuurwapens produceert – verkoopt ook AR-15-onderdelen met daarop de anti-Bidenslogan ‘Let’s go, Brandon’.

    Palmetto State Armory is zeker niet de enige die zich richt op gewelddadige extremisten. Vaak worden daar nu sociale media voor aangewend, zoals in een post van een toonaangevend bedrijf in tactische uitrusting waarop een gemaskerde schutter is te zien die een Boogaloo-shirt draagt. Tegelijk rookt hij een sigaar, een kenmerk van de Proud Boys, zoals ook zichtbaar werd in het Capitool op 6 januari.

    In 2021 verliet ik de wapenindustrie. Met mijn nieuwe baan waarschuw ik nu het Amerikaanse publiek voor de gevaren van dergelijke marketing. Volgens mij heeft die ontegenzeggelijk een cultuur van extremisme gecreëerd en een nieuw soort ‘tactische’ massaschutter aangemoedigd. Amerika heeft nu te maken met de dodelijke resultaten van het geweld dat door deze duistere reclamefantasieën wordt aangewakkerd.

    ‘Tactische peuters worden de nieuwe trendsetters van de wapenmarkt’

    Wat betreft de ooit abnormale praktijk in de wapenindustrie om seks te gebruiken om jongemannen aan te spreken: die is nu alomtegenwoordig bij de honderden bedrijven die tactische uitrusting verkopen, zoals helmen, kogelvrije vesten en cargobroeken met de naam ‘Contractor AF’ (as fuck).

    Je kunt je afvragen of de wapenindustrie het nog bonter kan maken, nu al aan zo veel verwarde adolescenten ‘Man Cards’ zijn uitgereikt. Maar ik ben erachter gekomen dat dat kan. Na Kyle Rittenhouse is er een nieuwe mascotte opgedoken: tactische peuters worden de nieuwe trendsetters van de wapenmarkt.

    Een paar maanden geleden verwelkomde de 2022 SHOT Show in Vegas een pionier op dit gebied: Wee1 Tactical is een bedrijf dat cartoons gebruikt om JR-15’s (Junior AR-15’s) aan kinderen te verkopen. Klanten stroomden massaal naar de stand en het bedrijf werd genoemd op enkele ‘het beste van de beurs’-lijsten.

    Op 16 mei postte Daniel Defense een foto van een peuter die een van zijn AR-15’s draagt, met als bijschrift een Bijbeltekst die begint met ‘Leer een kind de weg die het moet gaan’. Amper een week later werden schoolkinderen in Uvalde verminkt en vermoord door schoten afgevuurd met een Daniel Defense-geweer. Sinds de schietpartij op de Robb Elementary School is de foto heftig bekritiseerd, maar niet door de vuurwapenindustrie noch door de NSSF, die Marty Daniel nog steeds als een van zijn betrouwbare leiders ziet. Voor de rest van de branche, met inbegrip van kleine bedrijven die graag hun stempel willen drukken, betekent het medeplichtige stilzwijgen dat deze volgende stap in de marketing van vuurwapens is goedgekeurd.

    Uit bittere ervaring weten we hoe de typische massaschutter van vandaag eruitziet en waar hij zijn inspiratie vandaan haalt. De wapenindustrie biedt ons een glimp van haar volgende klant: de Amerikaanse kindsoldaat.

  • Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Een groep Deense kunstenaars heeft de eerste politieke partij opgericht die volledig wordt aangestuurd door kunstmatige intelligentie. De Synthetische Partij heeft ter voorbereiding van de parlementsverkiezingen van 2023 zelfs een niet-virtuele vergadering gehouden.

    In de politiek pakken mensen complexe vraagstukken aan met verstand en gevoel en worden beslissingen genomen die voor de samenleving van belang zijn. Maar is er in Christiansborg [het paleis dat onder meer het Deense parlement en de kantoren van premier Mette Frederiksen huisvest] ook plek voor een politieke partij die uitsluitend door kunstmatige intelligentie wordt aangestuurd? Die vraag probeert kunstenaarscollectief Computer Lars te beantwoorden.

    In samenwerking met het technologische centrum MindFuture heeft het collectief de Synthetische Partij opgericht, die volledig wordt geleid door kunstmatige intelligentie. Het collectief, dat zich beweegt op de grens tussen kunst en politiek, neemt deze taak zeer serieus en heeft als doel een zetel in het Folketing [parlement] te veroveren.

    De kunstmatige intelligentie waarvan de Synthetische Partij gebruikmaakt is ontworpen en geprogrammeerd door Computer Lars. Deze kreeg allerlei teksten voorgelegd die op internet zijn gepubliceerd door kleine Deense partijen die niet aan de verkiezingen kunnen deelnemen. Zo werd de Synthetische Partij een smeltkroes van politieke standpunten en ideeën over democratie, waarmee ze zich onderscheidt van de andere partijen die in Christiansborg het politieke spel spelen.

    ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken’

    ‘We hopen dat de Synthetische Partij het gevestigde politieke systeem kan veranderen door zeer verschillende burgers en hun politieke visies te vertegenwoordigen,’ zegt Asker Bryld Staunæs, een kunstenaar en filosoof die deel uitmaakt van Computer Lars. ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken. Individuen hebben de neiging zichzelf te matigen, terwijl kunstmatige intelligentie juist een idee geeft van de werkelijke politieke opvattingen onder de bevolking.’

    Het collectief, legt hij uit, heeft de teksten van kleine partijen gebruikt omdat die meer reflecteren op de vraag wat politiek en democratie precies inhouden en de manier waarop de politiek georganiseerd zou moeten worden. Volgens hem hebben de gevestigde partijen zulke kwesties allang achter zich gelaten.

    Interactie

    Om de Synthetische Partij concrete en interessante beleidsstandpunten te laten ontwikkelen, moet Computer Lars interactie aangaan met mensen, zegt Asker Bryld Staunæs. ‘Hoe meer mensen verschillende vragen blijven stellen en hoe meer interactie er is, hoe meer de kunstmatige intelligentie in staat zal zijn om te lezen, te schrijven en te debatteren.’

    Waar komt het idee van deze politieke toepassing vandaan? Waarom niet gewoon een kunstwerk maken dat soortgelijke ideeën over technologie kan oproepen? De vertegenwoordiger van Computer Lars vindt het antwoord simpel: de politieke kant is onontkoombaar. Hij herinnert eraan hoe de Federatie van Bewust Luie Elementen [een Deense politieke partij die in 1979 werd opgericht door de komiek Jacob Haugaard] kunst en een flinke dosis humor gebruikte om kritiek te leveren op het arbeidsethos van de moderne samenleving. Haugaard werd in de jaren negentig in het parlement gekozen, met als programmapunten onder meer wind in de rug op fietspaden en grotere kerstcadeaus voor iedereen.

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt’

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt. Ons project moet wel politiek zijn, want het is moeilijk om op een andere manier algoritmen ter verantwoording te roepen en vast te stellen wie zij vertegenwoordigen,’ aldus Asker Bryld Staunæs. ‘Techgiganten als Google hebben onze berichten allemaal gelezen en al onze foto’s doorzocht. Zij zijn dus op de hoogte van de gedachten en standpunten van gewone mensen. Maar omdat veel algoritmen en kunstmatige intelligentie in het geheim werken, is het lastig bepalen welke politieke onderwerpen hier concreet uit voortkomen.’

    Computer Lars zal deze verborgen algoritmen zichtbaar maken, zodat we beter inzien wat het precies inhoudt om met machines te praten in plaats van met individuen.

    Verruimd kader

    Bovendien is het kunstenaarscollectief van mening dat het politieke en democratische kader verruimd kan worden en dat bestaande meningen die niet altijd worden gehoord, directer kunnen worden geuit. ‘De Synthetische Partij systematiseert de verschillende posities die kunstmatige intelligentie aan het licht brengt niet op basis van een ideologie, maar op basis van een reeks statistische gemiddelden. De partij geeft niet duidelijk aan wat mensen denken, maar geeft veel verschillende standpunten weer. Daar kunnen we dan direct op reageren,’ legt Asker Bryld Staunæs uit.

    De eerste verkiezingsbijeenkomst van de Synthetische Partij (met het oog op de parlementsverkiezingen, waar nog geen datum voor is vastgesteld maar die uiterlijk op 4 juni 2023 zullen worden gehouden) zal plaatsvinden in het gebouw van MindFuture tijdens de Vestegnenweek – een cultureel festival dat van 8 tot 18 september wordt gehouden in verschillende buurten in de westelijke voorsteden van Kopenhagen. Geïnteresseerde kiezers kunnen dan chatten met de kunstmatige intelligentie en zo helpen om de positie van de partij verder te ontwikkelen.

    Maar stel dat de Synthetische Partij uitsluitend kwalijke meningen verkondigt? Die zijn dan blijkbaar door verschillende mensen geuit. Wie wordt daar uiteindelijk verantwoordelijk voor gehouden? ‘Computer Lars is verantwoordelijk voor het censureren van bepaalde standpunten, maar ook personen die interactie aangaan met de kunstmatige intelligentie hebben in dit opzicht een verantwoordelijkheid. Het zou spijtig zijn als mensen opzettelijk op onplezierige dingen zouden aansturen,’ aldus Asker Bryld Staunæs.

    ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken’

    Hij gelooft dat de wereld bijna klaar is om deze technologie te verwelkomen. De afgelopen jaren zijn wij, gewone mensen, getuige geweest van de groei van voor een bredere doelgroep toegankelijke kunstmatige intelligentie, en zijn we steeds beter gaan begrijpen hoe algoritmen te werk gaan.

    Hij geeft toe dat er nog vaak moeilijkheden ontstaan wanneer mensen en machines moeten leren samenleven, maar hij gelooft niet dat machines zich tegen ons zullen keren en de planeet zullen overnemen. Integendeel, hij en Computer Lars denken dat we veel kennis kunnen vergaren als we kunstmatige intelligentie creatief gebruiken – vooral kennis over onszelf.

    ‘Veel mensen denken dat de enige betrouwbare uitspraken die van menselijke wezens zijn. Maar kunstmatige intelligentie is een versterkte manifestatie van bepaalde tendensen in ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed,’ zegt hij. ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken, en zo kunnen we echt een samenleving creëren waarin ook zij meningen en standpunten bijdragen.’

    Lees ook:

  • In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    Bij de monding van de Oude Rijn experimenteert The Great Bubble Barrier met de zogenaamde ‘bellenbarrière’; een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen moet plastic afval naar één kant duwen zodat het kan worden ingezameld. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd.’

    Vijf jaar geleden rees bij Claar-els van Delft het vermoeden dat veel plastic afval op het strand van Katwijk niet was achtergelaten door bezoekers, noch uit de zee kwam, maar uit de monding van een nabijgelegen rivier.

    ‘Bij het opruimen van zwerfvuil zagen we bij de riviermonding allerlei stukjes plastic die uit zoet water kwamen,’ zegt ze. ‘Tamponhulzen, borstelharen, maar ook verpakkingen van chips en dranken, van alles.’

    En jawel, toen vrijwilligers een olievat met rivierwater uit de Oude Rijn doorziftten, ontwaarden ze tussen het kroos kleine plastic deeltjes. ‘We schrokken van alle vervuiling die we zagen,’ zegt Van Delft, medeoprichter van de plaatselijke liefdadigheidsinstelling Coast Busters.

    Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd

    Fast forward naar juli 2022: Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd – een experiment waarbij een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen, tezamen met de stroming, plastic afval naar één kant duwt, zodat het kan worden ingezameld.

    The Great Bubble Barrier 1.2.3
    De Great Bubble Barrier aan het werk in Amsterdam. © The Great Bubble Barrier

    ‘We leggen een geperforeerde buis schuin op de bodem van de waterweg en pompen daar perslucht doorheen: de opstijgende luchtbellen veroorzaken een opwaartse stroom die plastic uit de waterkolom naar de oppervlakte tilt, waarna het aan de oppervlakte – met behulp van de stroming – allemaal naar één kant wordt geduwd,’ legt Philip Ehrhorn uit, hoofd technologie bij de Nederlandse startup The Great Bubble Barrier. ‘Hier zorgt het gemaal voor de doorstroom. Ook de wind kan afval in het opvangsysteem dwingen.’

    Het bedrijf, dat wordt gerund door een team van enthousiaste zeilers, surfers en andere waterliefhebbers, won in 2018 een zogeheten internationale Postcode Lottery Green Challenge en startte het jaar daarop zijn eerste permanente proefproject in een gracht in Amsterdam. Dat pakte zo veelbelovend uit dat het waterschap Rijnland, twaalf gemeenten en de regio’s Holland Rijnland en Zuid-Holland – samen met Coast Busters en lokale fondsenwervers – besloten om 470.000 euro te investeren in de bouw van een rivierbellenbarrière.

    Oude Rijn

    Jacco Knape, locoburgemeester van de gemeente Katwijk, vertelt hoe hij met eigen ogen zag hoe groot de plaatselijke plasticproblematiek is tijdens een strandafvalopruimingsactie waarvoor hij was uitgenodigd. ‘Plasticvervuiling is wereldwijd een groeiend probleem,’ zegt hij. ‘Ze treft zowel leefgemeenschappen als het milieu. Katwijk is helaas geen uitzondering. We zien plasticvervuiling door strandbezoekers die wikkels en ander plastic achterlaten, maar we zijn ook het laatste station voordat al het met de Oude Rijn meegenomen plastic in zee vloeit. Met dit bellenscherm kunnen we die plastic invasie een halt toeroepen.’

    Bubble Barrier Amsterdam in Westerdok Credits The Great Bubble Barrier.JPG
    Zo zal de grote bellenblaasmachine eruitzien van bovenaf. – © The Great Bubble Barrier

    Bas Knapp, bestuurslid bij Waterschap Rijnland, denkt dat de bellenbarrière de trek van vissen niet zal hinderen en investeert 42.000 euro per jaar om de vinding te laten draaien. ‘We hebben een test gedaan waaruit bleek dat in het gemaal slechts een op de 233 stukjes plastic groter dan 1 millimeter uit het water wordt gefilterd,’ zegt hij. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd. Het was enorm veelbelovend. Dit is een van onze grootste riviermondingen en een heel goede plek om door middel van zo’n proef te proberen het plastic dat naar zee gaat, terug te dringen.’

    ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam’

    Anne Marieke Eveleens, medeoprichter van The Great Bubble Barrier, houdt zich bezig met uitbreiding van de techniek. Mogelijk komt er een barrière in een estuarium in Portugal. Ook zijn er plannen voor een project in Zuidoost-Azië. ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam – daar is het 20 meter diep, maar dat is nu nog niet te realiseren,’ erkent ze. ‘Ook de aanwezigheid van veel schepen en het meerdere keren per jaar baggeren maken het lastig.’

    Hoe het ook zij, velen denken dat deze techniek voor specifieke scenario’s zeer veelbelovend is. Frans Buschman, onderzoeker milieuhydrodynamica van het onafhankelijke instituut Deltares, heeft de barrière in Amsterdam getest met zo’n duizend gemarkeerde mandarijnen. ‘We hebben ze op diverse punten geloosd en geteld hoeveel er werden gevangen,’ zegt hij. ‘Aan de zijde van het opvangsysteem was dat tot negentig procent; aan de andere zijde was het percentage soms aanzienlijk lager, waarschijnlijk omdat daar een plek is waar de bubbelintensiteit niet zo hoog is. Daar glipten nogal wat mandarijnen ertussendoor.’

    Plastic sorting 13
    Plastic afval uit de rivier wordt gesorteerd als onderdeel van het onderzoek  – © The Great Bubble Barrier

    Hij voegt eraan toe dat objecten die op het water blijven drijven door de wind over de bellenbarrière kunnen worden geblazen, waardoor deze minder effectief is. Toch gaat het volgens hem om een ‘veelbelovende techniek met groot potentieel’.

    Portfolio van oplossingen

    Enkele onderzoekers wijzen er echter op dat rivierplastic niet altijd in zee terechtkomt maar wel schade toebrengt aan ecosystemen en de leefomgeving van de mens. Tim van Emmerik, universitair docent bij de groep hydrologie en kwantitatief waterbeheer van Wageningen University, zegt dat niet elk riviersysteem hetzelfde is. ‘Rivieren wereldwijd kunnen sterk variëren: van smalle grachten in Amsterdam en Leiden tot grote delta’s zoals de Mekong. Dit betekent dat één enkele technische oplossing, zoals de bellenbarrière, zeker niet overal is toe te passen. Er zal altijd behoefte blijven bestaan aan een ‘portfolio’ van oplossingen. Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik, waar ook ter wereld.’

    ‘Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik’

    In Katwijk zijn er plannen om een ​​bezoekers- en educatiecentrum te bouwen naast de bellenbarrière, met precies die boodschap. De hoop is voelbaar wanneer onder de zomerzon een stroom van zachte bubbels door het rivieroppervlak breekt, een beetje als een jacuzzi. ‘We keken er enorm naar uit,’ zegt Van Delft, heel serieus, ‘om in zwemkleding naar de opening te komen!’

    Lees ook:

  • Septembernummer | Sociaal tuinieren

    Septembernummer | Sociaal tuinieren

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Wat zij zeggen over het schandaal rond AZC Ter Apel

    » ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    » Gaan sociale tuiniers de natuur redden?

    De menselijke factor

    Redactioneel

    In navolging van journalist Amanda Ripley wil ik een bekentenis doen. Ik ben ooit bij 360 gaan werken omdat het me de perfecte manier leek om op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt, zonder het nieuws te hoeven volgen – een bezigheid die ik al mijn hele leven mijd. Uiteraard bleek op de redactie, die overwegend uit journalisten bestond, dat van een bepaalde kennis werd uitgegaan, zodat ik alsnog op zoek ging naar manieren om voldoende op de hoogte te zijn van wat er zoal besproken werd. Of van wat er in de berichtgeving ontbrak – waar het bij 360 uiteindelijk om gaat.

    Ripley was wél ooit fanatiek nieuwslezer, maar merkte op een dag dat ze na haar vaste ochtendlectuur ‘sloom, ongemotiveerd’ en ‘uitgeput’ was. Na enige tijd aan zichzelf te hebben getwijfeld, kwam ze tot de conclusie dat er wellicht niks mis was met haar, maar met het product. Haar remedie: een ‘weinig-ego, veel-nieuwsgierigheid’-journalistiek (wat in het Engels catchyer klinkt) die meer is toegesneden op de mens, want, merkt ze op, berichten die steeds maar weer insinueren dat het niet alleen slecht maar ook steeds slechter gaat met de wereld, zijn simpelweg niet geschikt voor ons, en vermoedelijk voor geen enkele andere soort.

    Goed bedreven journalistiek brengt je in contact met andere werelden

    Net zo vond de Deense Synthetische Partij een vorm van politiek uit die meer is toegesneden op de mens, maar paradoxaal genoeg volledig door algoritmes wordt aangestuurd. Die zouden namelijk beter inzicht krijgen in welke politieke opvattingen werkelijk onder de bevolking leven. Het dossier over tuinieren gaat over een menselijker manier van wonen. Het aanplanten van groenten en fruit, zoals steeds vaker in achter- of volkstuintjes wordt gedaan, is niet alleen duurzaam, maar kan ook de gemeenschapszin bevorderen. Dat was bijvoorbeeld de gedachte van de Zuid-Afrikaanse BaNkuna, die groente op de stoep voor zijn huis plantte en daarvoor voor de rechter werd gesleept – een zaak die hij won.

    Hoop is een van de drie ‘eenvoudige ingrediënten’ die Ripley na haar zoektocht formuleert voor een draaglijker soort nieuws. Toch hoeft het niet altijd om goed nieuws te gaan. Goed bedreven journalistiek brengt je in contact met andere werelden, zoals die waarin het het mannetje is dat zwanger wordt, om de haverklap zelfs, en dus zeker weet dat alle nakomelingen van hem zijn, wat blijkbaar invloed heeft op hoe hij zijn kroost behandelt. Maar ook de even bizarre als brute praktijken beschreven in onze Afrika-reportage, gemaakt door het Deense Zetland, waar we sinds de oprichting regelmatig verhalen van overnemen. Met hun missie, ‘het openbaar debat aangaan zonder cynisme en polarisatie’, kunnen ze Ripley ongetwijfeld ook bekoren.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Schermafbeelding 2022 08 31 om 16.35.43 3
  • Waarom stadstuinen een oplossing zijn voor corruptie en honger in Zuid-Afrika

    Waarom stadstuinen een oplossing zijn voor corruptie en honger in Zuid-Afrika

    Het verbouwen van voedsel in de stad kan een middel zijn om honger tegen te gaan, de voedselaanvoerketen te verkorten en tot dan toe verdeelde gemeenschappen dichter bij elkaar te brengen. ‘Als we voedsel met elkaar delen, zullen de Van Tonders gaan praten met de Ngobeni’s.’

    Door middel van stedelijke landbouw kunnen mensen hun intense teleurstelling in de regering opvangen en meer zelfvoorzienend worden, zeggen stadstuinders en wetenschappers. En nu de kosten voor levensonderhoud in Zuid-Afrika de pan uit rijzen en ook de werkloosheidscijfers tot grote hoogte stijgen, moeten de stadsbewoners zo snel mogelijk aan de slag om de dichtstbijzijnde stoep in een moestuin te veranderen.

    Als het voedsel eenmaal is geoogst, is de volgende stap om het uit te delen, en dan zullen als vanzelf de apartheid en de op klassenverschillen gebaseerde ruimtelijke segregatie verdwijnen, zegt Djo BaNkuna, een stoeptuinder uit Pretoria. In zijn achtertuin en op de stoep voor zijn huis verbouwt hij bananen, kruiden, avocado’s, spinazie, biet, zoete aardappel en uien. Hij en zijn vrouw, een maatschappelijk werkster, delen alles vervolgens uit in Soshanguve en omstreken, aan gezinnen met een kind aan het hoofd of gezinnen waarvan de ouders geen werk hebben.

    ‘Velen van ons hebben geen idee van de honger die er heerst. De tranen springen in mijn ogen als ik een kind van vijf zie dat al twee dagen niet heeft gegeten, hier in Soshanguve, niet ver van het winkelcentrum. Er zijn gezinnen met een meisje van dertien aan het hoofd, en dat meisje heeft dan de zorg voor vijf andere kinderen, die overdag naar het winkelcentrum gaan om te kijken of er nog wat restjes eten bij elkaar geschraapt kunnen worden. Ons land staat er heel slecht voor,’ zegt BaNkuna.

    BaNkuna kwam in november in de publiciteit toen de politie hem beval de groente uit te trekken die hij op de stoep voor zijn huis had geplant, en in plaats daarvan bloemen of gras te planten. Daarnaast moest hij een boete betalen van vijfhonderd rand [zo’n dertig euro]. Toen BaNkuna beide weigerde, moest hij voor de rechter verschijnen. De rechter trok de zaak tegen hem in.

    ‘Ik ben groot voorstander van tuintjes, maar onze overheid is niet bepaald vooruitstrevend op dat gebied. Het evangelie van de grote winkelketens zit er zo in geramd dat mensen niet langer op zichzelf en de natuur durven te vertrouwen, terwijl we geschikte grond hebben die ons in voedsel kan voorzien,’ zegt hij.

    Ui, kool en aardappel

    ‘Als je eenmaal een ui en kool hebt, heb je verder alleen nog maar gekookt maismeel nodig. En vervolgens kom je tot de ontdekking dat je geen maismeel nodig hebt, maar een aardappel die je ook zelf hebt geplant. Die drie dingen samen vormen een maaltijd. In Soshanguve word ik vaak vreemd aangekeken als ik zeg dat ik de kool heb verbouwd in mijn eigen stoeptuin. Voor velen van ons komt voedsel uit het winkelcentrum.

    Melissa Britz is een van de oprichters van Oppieyaart (In de tuin), een achtertuin vol medicinale kruiden, met de nadruk op inheemse planten. Samen met haar partner Lucelle Campbell heeft ze alles aangeplant in hun achtertuin in Elsies River, op de Kaapse Vlakte.

    ANP 427929419
    – Oogsten op een stadsboerderij in Banda Atjeh, Indonesië. Meer mensen in Indonesië hebben hun toevlucht genomen tot stadslandbouw omdat de aanhoudende Covid-19-pandemie hen dwong thuis te blijven. © Sepa / Hotli Simanjuntak

    Het project heeft zich nog niet uitgebreid naar de stoep, maar ze maken en distribueren wel compost om andere stadstuinders te helpen en om de vruchtbaarheid van de zanderige grond te verhogen in dit gebied, dat zich van nature niet echt leent voor het verbouwen van groente. In de achtertuin liggen enorme hopen compost, bestaande uit bladeren, gebruikte zakjes rooibosthee, gemaaid gras en groenteafval van de buren. Alles wat het Oppiyaart-team niet composteert, wordt gebruikt om mulch te maken. Zowel compost als mulch wordt gratis uitgedeeld.

    ‘Een van de belangrijkste dingen voor mensen die net beginnen, is de aarde beschermen tegen de zon, want er zit leven in de aarde: organismen, wormen, bacteriën en schimmels, die allemaal gevoelig zijn voor licht en de warmte van de zon. Het makkelijkste is om mulch te maken van wat er ook maar voorhanden is in het gebied waar je woont,’ zegt Britz.

    Zanderige grond houdt geen water vast en door de klimaatverandering en het veranderde patroon van regenval, moeten stadstuinders zorgen dat de grond meer water kan vasthouden, zegt ze.

    ‘Ze hebben geen dure irrigatiesystemen nodig met watertanks en leidingen’

    Britz heeft net gember geoogst die acht maanden heeft gegroeid. Ze pakt een handvol van de donkerbruine, vochtige aarde waar de gember in heeft gestaan – het resultaat van haar inspanningen om de aarde te verrijken, van zanderig naar meer leemachtig. Ze voedt de aarde ook met wormenmest. ‘Een wormenfarm hoeft niet duur te zijn. We hebben een oude badkuip vol wormen, en zo komen er weer voedingsstoffen in de aarde.’

    Voor beide projecten wordt regenwater opgevangen in bakken, lege vaten en emmers die ze op de hoeken van het huis zetten, waar het water uit de goten loopt. Ze hebben geen dure irrigatiesystemen nodig met watertanks en leidingen, zeggen ze.

    Robert Wolfe, die ook in het Oppieyaart-team zit, giet het regenwater vervolgens in lege frisdrankflessen, die hij opslaat om de tuinen in de droge maanden van water te kunnen voorzien. ‘We hadden bijna een hele kamer vol tweeliterflessen,’ zegt Britz.

    BaNkuna’s huis heeft geen dakgoten, maar als het hard regent verzamelt hij zo’n duizend liter water per nacht door domweg emmers bij de hoeken van zijn huis te zetten.

    Vers en organisch

    Het is van groot belang dat zo veel mogelijk mensen een tuintje bij hun huis aanleggen, aldus Munyaradzi Chitakira, een expert op het gebied van klimaatbestendige middelen van bestaan in rurale en stedelijke omgevingen, en verbonden aan Unisa (Universiteit van Suid-Afrika). ‘De voedselprijzen blijven maar stijgen en er is steeds meer werkloosheid. Het is heel belangrijk dat mensen nadenken over manieren om hun gezin van voedsel te voorzien. Vers en organisch voedsel is van groot belang, ook omdat je er zelf controle over kunt uitoefenen.’

    annie spratt GaLzDCnA5EI unsplash
    – Eten verbouwen op de stoep of in de achtertuin is voor velen een manier om zelfvoorzienend te worden. © Unsplash

    ‘Als je geen land hebt, gebruik dan emmers en blikken of iets anders waarin je iets kunt verbouwen, zodat je niet alles hoeft te kopen,’ zegt Chitakira. Hij voegt eraan toe dat gemeentebesturen zouden moeten zorgen voor stukjes grond en voor bewakers, zodat er buurttuinen kunnen worden aangelegd.

    Lokale buurttuintjes zijn van cruciaal belang om te komen tot kortere distributieketens

    Veel kleine moestuintjes vormen een integraal deel van klimaatbestendige stedelijke landbouw. Ze vormen een buffer tegen klimaatschokken omdat ze voedselzekerheid bieden aan gezinnen die lijden onder de gevolgen van de klimaatverandering. De gewassen zelf zorgen voor een vermindering van broeikasgassen, een effect dat nog eens wordt versterkt doordat er minder groente van commerciële boeren in vrachtwagens door het land vervoerd hoeft te worden.

    Ook Juanee Cilliers, een specialist stedelijke landbouw, denkt dat lokale buurttuintjes van cruciaal belang zijn om te komen tot kortere distributieketens en duurzamere vormen van landbouw.

    Uit onderzoek is al gebleken dat bestaande moestuintjes een waardevolle rol spelen in de economische en sociale ontwikkeling van bepaalde gemeenschappen. ‘Het potentieel van deze innovatieve markten is nog niet onderzocht, maar ze zouden een katalysator kunnen blijken voor stedelijke gemeenschappen in Zuid-Afrika, en ze zouden kansen kunnen bieden op het gebied van voedselzekerheid, werkgelegenheid, empowerment en ondernemingszin,’ aldus Cilliers.

    Gezamenlijke inspanning

    BaNkuna heeft onderzocht hoe de stijgende werkloosheidscijfers hebben geleid tot hongersnood, zelfs in dorpen in de buurt van Tzaneen in Limpopo – een vruchtbare streek met veel regen – waar de inwoners van oudsher hun eigen gewassen verbouwen en zelfredzaam zijn. ‘Ik kwam tot de ontdekking dat zelfs daar dorpskeukens moeten worden geïnstalleerd, omdat er honger heerst. Als je maismeel met zout moet eten, is dat niet fijn. Sterker nog, het is erg pijnlijk,’ zegt hij.

    Hoewel een groot deel van de bevolking kampt met extreme honger, collectief geschokt is door de ongekende corruptie die welig tiert binnen de overheid, en de gevolgen ondervindt van de klimaatverandering en de noodlottige modderstromen, zegt BaNkuna dat ze nooit de hoop mogen opgeven dat ze het land weer gezond kunnen maken door gezamenlijke inspanning – om te beginnen moet er een einde worden gemaakt aan het achterhouden van voedsel.

    ‘We moeten zorgen dat mensen weer teruggaan naar de natuur, naar zelfredzaamheid’

    ‘Het is nergens voor nodig om voedsel achter te houden. Het is een eerste levensbehoefte, net als zuurstof. Als we voedsel met elkaar delen, zullen de Van Tonders gaan praten met de Ngobeni’s en de Ngobeni’s zullen weer gaan praten met de Mahmoods. Zo zullen we de kloof overbruggen die is geslagen door ruimtelijke segregatie,’ zegt hij.

    Momenteel interviewt BaNkuna andere stoeptuinders voor een boek. Onlangs heeft hij een vrouw ontmoet die honderd meter stoep heeft bebouwd. De oogst zal genoeg zijn voor honderd gezinnen.

    ‘We moeten echt zorgen dat mensen weer teruggaan naar de natuur, naar zelfredzaamheid. Ja, natuurlijk kun je zeep kopen in de supermarkt. Dat is normaal. Maar er is geen enkele reden om een ui of een zoete aardappel te kopen,’ besluit hij.

  • Hoe volkstuiniers de natuur kunnen redden (en ons nader tot elkaar kunnen brengen)

    Hoe volkstuiniers de natuur kunnen redden (en ons nader tot elkaar kunnen brengen)

    Er is al heel lang een beweging gaande die veel verder reikt dan de volkstuin alleen. Tuiniers zetten in op een nieuwe ‘Internationale’ met lokale wortels. Het aanplanten van groente en fruit is niet alleen duurzaam, het kan ook de gemeenschapszin bevorderen.

    In het uiterste noorden van Duitsland leidt midden in het stadscentrum van Kappeln an der Schlei een klein straatje naar een eerder grijze dan groene idylle. Een kille stilte hangt over verlepte hortensiastruiken en kale fruitbomen, over afgeoogste tuinbedden en leeggehaalde kassen. Alles wacht hier op het voorjaar, als het eindelijk weer kiemt, geurt en zoemt. Alles wacht op het moment dat hier weer gewerkt kan worden aan een betere toekomst.

    Een betere toekomst? Het idee dat tuinders een avant-garde zouden kunnen zijn en hun voorjaarsplannen relevant voor het landelijk beleid, lijkt op zo’n braaf volkstuincomplex op het eerste oog nogal vergezocht. Maar over volkstuintjes kan ook groot worden gedacht. Zo kan het samen bezig zijn sociale verdeeldheid tegengaan. Je leert er niet alleen met anderen tot democratische besluitvorming komen maar je leert ook de natuur kennen en de gevaren die haar bedreigen. Insecten en vogels vinden er hun leefgebied, bomen gaan met hun microklimatologische koeling de dreigende opwarming van de aarde tegen. En je kunt zelfs nog groter denken: de beheerders van kleine en ook grotere tuinen kunnen met zaaigoed en nieuwe inzichten bijdragen aan een duurzame landbouw. Zelfs bij de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) spreken experts al van een nieuwe, door tuinders geïnspireerde landbouwrevolutie.

    Spitten voor utopia: al heel lang is er een beweging gaande die veel verder reikt dan de volkstuin alleen. Iedereen die weleens in hobby-, school- en kasteeltuinen komt, die met landbouwwetenschappers, historici, beheerders van stadsparken, directeuren van milieuorganisaties, boeren, pedagogen en ontwikkelingsexperts praat, weet het. Zij zetten in op een nieuwe ‘Internationale’ met lokale wortels: tuinders aller landen, verenigt u!

    De omheinde tuinkabouterparadijzen werden decennialang door de rest van de samenleving enigszins meewarig bekeken

    Op het complex in Kappeln weten ze al heel lang dat het aanplanten van groente en fruit de gemeenschapszin kan bevorderen. Het volkstuincomplex was 207 jaar geleden wat we tegenwoordig een sociale innovatie zouden noemen. De dominee van het stadje stelde toen aan enkele verpauperde gezinnen een stuk grond ter beschikking op het terrein van de kerk, vertelt verenigingsvoorzitter Frank Unterspann. Omdat dat stuk collectief beheerd en de pacht gezamenlijk opgebracht diende te worden, sommeerde de dominee de toekomstige gebruikers om woordvoerders te kiezen en stelde hij een overeenkomstig contract op. Duitslands oudste moestuinvereniging was een feit, en daarmee een waarborg tegen al te grote nood.

    Inmiddels kent Duitsland 13.500 van zulke verenigingen, met in totaal bijna 900.000 leden. Tegenwoordig streven die niet meer naar voedselzekerheid, maar ‘zoekt iedereen er zijn eigen kleine beetje rust’, zoals Frank Unterspann dat noemt. Dansen in de meimaand, grillen en barbecueën: vanwege zulk soort rituelen werden de omheinde tuinkabouterparadijzen decennialang door de rest van de samenleving enigszins meewarig bekeken.

    Verandering

    Maar dat er iets aan het veranderen is valt ook te lezen in de welig tierende, rijk geïllustreerde tuinliteratuur. Steeds vaker houden de schrijvers daarvan zich bezig met een ‘humusrevolutie’ of met ‘klimaatbeschermingsbedden’ die ‘toekomstbestendig’ moeten zijn. Naast strakke coniferen moeten er volop permaculturen, compost en terra preta te vinden zijn. In verenigingskantines wordt fel gediscussieerd over de vraag of chemische bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan en geven de mensen elkaar tips over hoe het in de praktijk ook zonder kan. Ook in Kappeln hebben leden van het eerste uur geen Nackensteak en Rostbratwurst meer op hun grill liggen maar paprika en halloumi, en leveren ze met zakjes zaad, schoffel en gieter een bijdrage aan de oplossing van grote wereldproblemen.

    Dat die wereldwijde problemen ook gevolgen hebben voor de tuinen, horen we van Sven Hannemann. Hij is parkbeheerder bij slot Sanssouci in Potsdam. In de hete zomers die ons te wachten staan moeten we onze bloemperken misschien wel laten verpieteren, zegt hij, anders zal er niet voldoende water zijn om alle bomen naar behoefte te beregenen. Daarvoor werden ook oude tappunten weer uitgegraven.

    Honderden bomen hebben in de voorbije drie droge jaren schade opgelopen. Sven Hannemann houdt stil bij een eik die wortel schoot ten tijde van de Dertigjarige Oorlog. Hij schrikt bij de aanblik van de diepe groeven die een schadelijk insect in de schors heeft gemaakt: ‘Als het niet zo droog was geweest, zou de boom zich hebben kunnen verdedigen,’ zegt de parkbeheerder bezorgd. ‘Nu zal hij waarschijnlijk niet lang meer te leven hebben.’

    Hoelang kunnen zij in historische parken die zeldzame oude bomen behouden?

    Wandelend door de lanen en velden van zijn slotpark wijst Hannemann nu eens links op rode beuken met te lichte kronen, dan weer rechts op sparren met bruine takken, en vóór zich op boomgroepen waarin bepaalde exemplaren gekortwiekt moeten worden. Zulke decimeringen slaan harde wonden in de door tuinarchitecten als Peter Joseph Lenné zo weloverwogen vormgegeven landschappen en zichtassen.

    Daarom maken de tuinarchitecten van het Fürstlich Greizer-park en het Slotpark Nymphenburg zich al net zoveel zorgen als hun collega’s in Potsdam. Hoelang kunnen zij hun taak om de monumentale tuinarchitectuur voor het nageslacht te bewaren nog waarmaken; parken die de uiteenlopende machtsconcepten en natuurfilosofieën van afgelopen eeuwen vertegenwoordigen? Hoelang kunnen zij in historische parken die zeldzame oude bomen behouden, waaronder in februari de winterakonieten en in het voorjaar de lelietjes-van-dalen ontspruiten; de loofrijke velden, sloten, kunstmatige meren en met riet begroeide oeverzones, waar duizenden uit kaalgeslagen landbouwgrond verdreven organismen beschutting vinden?

    Ook om die reden zijn de historische tuinen uitgegroeid tot een proeftuin voor klimaataanpassing en soortenbescherming. Zo trekt in het EU-onderzoeksproject I-React (Bescherming cultuurgoederen tegen extreme weersomstandigheden en vergroting van hun weerbaarheid) de Stichting Pruisische Paleizen en Tuinen Berlin-Brandenburg samen op met verschillende Fraunhofer-Instituten en het Climate Service Center in Geesthacht. Geodata en weersimulaties moeten uitwijzen welk risico op schade bomen de komende jaren lopen als gevolg van dreigende stortregens en stormen.

    ‘Wie als kind in aanraking komt met de natuur is eerder geneigd die als volwassene te beschermen’

    De Potsdammers zetten nu boomkwekerijen op waar klimaatbestendiger inheemse soorten worden getest. Of ze gaan doelbewuster om met groenafval. Sven Hannemann houdt stil bij een groep jonge bomen die dreigde te verdrogen en daarom verplant werd naar een natter stuk in het park. Ze staan nu in een dikke laag compost: ‘Zo stimuleren we plant-schimmelsymbiosen en bouwen we bewuster nieuwe humus op.’

    Over hun problemen hebben de parkbeheerders niet alleen contact met wetenschappers maar ook met veel volkstuinders die nog oude soorten kweken en met bodembiologie experimenteren. Of profiteren zij van de ecosysteemkennis bij herders. Hun kuddes zien we nu vaker met zachte, groeibevorderende tred over de ooit vorstelijke weiden trekken. Vrijwilligers bij het onderbemande parkbeheer verzamelen takken die na een storm overal op de gazons liggen. Zij maken net zo goed deel uit van de nieuwe tuinbeweging – en sinds kort zelfs schoolkinderen.

    Vlak naast de Koninklijke Hofkwekerij van Sanssouci ligt een groot gezamenlijk moestuinbed. De groep die het heeft aangelegd noemt zich simpelweg Acker (akker). Het idee komt van landbouwwetenschapper Christoph Schmitz. Hij zag in hoe belangrijk en hoe miskend de tuin is als plek om te leren. In GemüseAckerdemien (groente-‘akkerdemieën’) zoals hier in Potsdam of in Indoor-Gemüseklassen (indoorgroentelessen), waarbij de gewassen in de school zelf ontspruiten, brengen zogeheten AckerCoaches onderwijzers en leerlingen bij hoe ze snijbiet en spinazie, Chinese kool en koolrabi, citroenmelisse en salie kunnen kweken. Landelijk adviseren ze bijna vijfhonderd scholen en kinderdagverblijven. Dankzij deze impuls zijn er veel nieuwe schooltuinen aangelegd. Ze bieden hoop op een generatie voor wie duurzaamheid een vanzelfsprekendheid is. ‘Wie als kind in aanraking komt met de natuur is eerder geneigd die als volwassene te beschermen,’ zegt Christoph Schmitz vol overtuiging.

    ‘Guerrilla gardeners’

    Want als stadskinderen kennismaken met tuinieren, groeien naast nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en zelfbewustzijn ook andere deugden voor een tijd van schaarse hulpbronnen: kennis van planten- en diersoorten, van bodemleven en gezonde voeding. Plezier in experimenteren. Waardering voor voedsel. Respect voor de onomstotelijke wetten en grenzen van de natuur, voor dood en ontkiemend leven, voor kringlopen. En voor langetermijndenken: ‘Ik kan het u allemaal aanraden: word tuinder,’ schreef de Amerikaanse zaadgoedkweker en minister van Landbouw Henry A. Wallace in de jaren dertig. ‘Dan zult u nooit sterven want u moet wel blijven leven om te zien wat er komend jaar gebeurt.’

    Zeker sinds de ontsteltenis over het verdwijnen van de bij leggen ook steeds meer volwassen stedelingen een tuinbed aan; en dat niet alleen op hun balkon of in hun voortuin. Ze gebruiken groenstroken of een braakliggend terrein in de stad. Een van de allereersten waren de revolutionaire guerrilla gardeners. Zij dropten zaadbommen, waaruit tussen het grijs van de stad kleurige bloeimengsels ontsproten. Zonder daarvoor toestemming te hebben plantten ze gewoon groenten, bloemen en struiken aan op elke plek langs de straat waar het asfalt ook maar verwijderd kon worden. Hoeveel gezamenlijke, huur-, wijk- en andere tuinen zijn er sindsdien als moderne volkstuinvarianten in stadswijken ontstaan? ‘Tot nu toe is dat niet precies vastgelegd,’ zegt Verena Exner van de Duitse Federale Milieustichting (DBU). ‘Maar we zien een duidelijk groeiende belangstelling.’

    De DBU zal het weten, ze heeft de tuinbeweging die volgens Exner ‘tal van facetten’ heeft, de wind in de rug gegeven. Naast een project met historische tuinen promoot zij overal in het land ook andere modellen zoals initiatieven voor het beplanten van daken en gevels, experimenten met ‘microlandbouw’ in een stedelijke omgeving of hulp aan kleine ondernemers om de biodiversiteit van hun groen te vergroten.

    Tuinieren biedt ook de mogelijkheid om mensen ‘dwars door alle culturen, leeftijdsgroepen en lagen heen’ met elkaar in gesprek te brengen

    Stadstuinders willen vooral buiten bezig zijn en gezond eten. Maar van het Tempelhofer Feld in Berlijn tot aan de Osnabrücker ‘vredestuinen’, van de Keulse Veedelsgarten tot aan het Münchense o’pflanzt is! biedt tuinieren ook de mogelijkheid om mensen ‘dwars door alle culturen, leeftijdsgroepen en lagen heen’ met elkaar in gesprek te brengen, zegt Exner. Daarbij gaat het er niet altijd zonder spanningen aan toe, maar in ieder geval ontstaat er over de notoire bubbels heen een publieke ruimte.

    ‘Crises maken de sociale verbeelding los,’ schrijft publicist Mathias Greffrath in een essay over utopieën. Tuinprojecten onder de paraplu van ‘voedseltafels’ zijn zodoende ook in contact gekomen met andere groepen. Zo’n vijfenveertig van zulke initiatieven willen al een ‘eetbare stad’ creëren of een ‘klimaatvriendelijk en sociaal rechtvaardig voedselsysteem’ opzetten.

    Iets soortgelijks gebeurt ook elders in de wereld. In New York of Lagos moet urban gardening ervoor zorgen dat arme mensen gezond te eten krijgen, net als twee eeuwen terug in Kappeln. In het Indiase Kerala willen politici daktuinen omdat veel burgers bang zijn voor giftige pesticiden uit de grootschalige groenteteelt. Hier komen we op een terrein waar de tuinbeweging misschien wel haar grootste effect sorteert: de landbouw. Op veel plaatsen baant een paradigmawisseling zich al een weg.

    Verzilte, uitdrogende, eroderende grond en overbemest oppervlaktewater, het verdwijnen van soorten en variëteiten, een gigantisch energieverbruik, hoge CO2– en methaanemissies: wereldwijd zijn de verwoestende langetermijngevolgen van de inzet van landbouwchemicaliën in monoculturen en de verergering van die problemen als gevolg van klimaatverandering duidelijk zichtbaar. In de strijd tegen deze bedreiging van ons bestaan kan het diversiteitsprincipe van de tuin belangrijke impulsen geven ‘om de planeet voor mensen bewoonbaar te houden’, schrijft Jürgen Renn.

    In het nieuwe mensentijdperk zouden tuinen zich ontwikkelen tot ‘plekken van compensatie voor de uitbuiting van de natuur’

    Deze wetenschapshistoricus zet momenteel een Max Planck Instituut voor Geo-Antropologie op poten om het antropoceen te bestuderen; het tijdperk waarin de mens als dominant levend wezen macht uitoefent over elke vierkante millimeter grond. In het fossiele tijdperk waren tuinen nog ‘hulpbron, toevlucht en plek van een tegencultuur’ tegenover het gejaagde bestaan van alledag, zegt Renn. Overdag verrichtten mensen vervreemd hun arbeid, ’s avonds spitten zij om tot rust te komen. In het nieuwe mensentijdperk zouden tuinen zich ontwikkelen tot ‘plekken van compensatie voor de uitbuiting van de natuur’. Plekken dus die kunnen bijdragen aan herstel van bodem, water en lucht – en dat niet alleen in de volkstuin, maar ook op landbouwgrond. De wetenschapper hoopt op een omwenteling, zoals de neolithische revolutie die voor de landbouw heeft gebracht.

    Een herculestaak! Maar veel bedrijven experimenteren hier al mee. Ze verbouwen minder graan- en marktgewassen en vervangen deze door allerlei soorten peulvruchten en groenten, fruit- en notenbomen, bessen of andere struiken. Hoe geraffineerder de samenstelling van zo’n agro-ecologisch gemengd fruit- en boslandbouwsysteem, hoe beter ter plekke specifieke planten elkaar van schaduw en water kunnen voorzien, elkaar op natuurlijke wijze bemesten en beschermen tegen schadelijke insecten. De diversiteit in akkerbouw zorgt vervolgens ook nog voor diversiteit aan organismen op en in de grond.

    Zulk afzien van landbouwchemicaliën is arbeidsintensiever dan de conventionele landbouw, de technologieën ervoor moeten eerst nog worden ontwikkeld en tot nog toe betaalt alle moeite zich nauwelijks uit. Europese boeren die grote oppervlakten intensief bewerken, zouden een begin kunnen maken door in plaats van drie afwisselend zes of acht verschillende producten te telen. Ook kunnen zij bomenrijen op hun akkers planten. In de rendabeler groente- en fruitteelt kunnen tomaten en basilicum al op hetzelfde veld groeien, wijnranken kunnen zich rond appelbomen slingeren en bonen om maïsstengels, die het goed doen naast aardappelen.

    Voor armere landen, waar de meeste boeren van één of twee hectare voornamelijk hun eigen gezin voeden en slechts een deel van hun producten lokaal op de markt brengen, zijn complexere diversiteitssystemen daarentegen nu al kansrijk.

    Andhra Pradesh

    Zo wil Andhra Pradesh, een van de grootste deelstaten van India, stap voor stap voor alle boeren soortenrijke akkers met verschillende niveaus invoeren. In het beste geval groeien daar dan palmbomen met daaronder mango’s en papaja’s, en een niveau lager mais, kalebassen, yams, kurkuma, sperziebonen en andere groenten. Moringabomen en linzen zorgen voor de stikstof die planten nodig hebben om te groeien. Chili en ui verdrijven schadelijke insecten. Een eigen brouwsel van rundveemest, mineralen en planten zorgt voor vruchtbare grond.

    Een ander voorbeeld is Tsjaad. De Sahel wordt steeds droger, veel velden leveren nauwelijks nog iets op en arme boeren zijn afhankelijk van duur importvoedsel uit Libië. Om ze daar minder afhankelijk van te maken blaast men nu een oeroude vergeten teelt nieuw leven in. Dadelpalmen moeten zowel voor vruchten zorgen als voor bouwmateriaal in de vorm van hout en vezels. In de schaduw van deze bomen worden granaatappels en sinaasappels geplant, tomaten en bladgroenten, geneeskruiden en specerijgewassen. In dit project werken tuinders uit Noord-Afrikaanse oaseculturen samen met landbouwwetenschappers uit Bayreuth. De bijdrage van deze wetenschappers bestaat uit de levering van druppelsystemen voor irrigatie die gevoed worden door pompen op zonne-energie.

    Dit soort projecten kunnen vaak relatief snel de opbrengsten vergroten. Als een natuurramp een deel van de oogst ruïneert, zijn er altijd nog andere planten over om zelf te eten of te verkopen. Met de kwaliteit van het voedsel verbetert tevens de ‘planetaire gezondheid’, zoals dat in het jargon van de Verenigde Naties heet.

    Zal de wereld dan binnenkort echt opbloeien? Of is dit gewoon een door stedelingen gedroomde utopie? In feite fungeerde de tuin vaak genoeg als projectiescherm voor dromen. Dat begon niet pas met het verlangen van escapistische romantici die in ‘tuinen die over rotsen heen / in schemerende priëlen verwilderen’ (Eichendorff) het vuil van de vroeg-industriële samenleving ontvluchtten. Nazi’s projecteerden op de moestuin hun sociaal-darwinistische uitsluitingsslogans. Marxisten streefden naar een wetenschappelijk onderbouwde controle over de natuur met behulp van technologie. In dat opzicht verschilde het socialistische blok in elk geval niet heel veel van de kapitalistische klassenvijand. Die verdreef pas echt elk kruidje uit het veld. Bij een blik erwten voor 19 cent heeft elke peul uit eigen teelt het nakijken.

    Tuinen én wildernis

    Maar met de ecologische crises faalt nu ook de kapitalistische utopie van de grenzeloze groei die de agrarische concerns en investeerders een tijdlang op kosten van de natuur in de schoot geworpen kregen. Daarom groeit het verlangen naar een nieuwe visie met inbegrip van concrete verwachtingen en praktische stappen om de ecologische crises te overwinnen – die dan niet meer zo volkomen verlammend lijken. Naar een nieuwe, toch al redelijk concrete paradijsutopie van diversiteit op kleine schaal. Bedenkingen daartegen komen van natuurbeschermers: het Paradijs in de Bijbelse metafoor is nu juist niet door de mens ontworpen. In plaats van meer tuinen zou er vooral meer wildernis moeten zijn. Meer onbebouwde grond voor – al naar gelang – goddelijke of ‘ongerepte’ natuur.

    Max Planck-onderzoeker Jürgen Renn is zo’n man met bezwaren: door zich over de hele wereld te vestigen, door de aarde uit te putten en technologisch te transformeren heeft de mens allang een nieuwe aardatmosfeer gecreëerd die ‘haar natuurlijkheid verloren’ heeft en waarbij ‘de planeet zelf tot tuin gemaakt’ is.

    En dus moet de machtigste soort, de mens, allebei herscheppen: tuin én wildernis.

    Over één punt zijn alle betrokkenen bij de opkomende tuinbeweging het eens: ze moet steun krijgen vanuit de politiek. Daar zijn veel ideeën over. Zo kan een jaarlijks door de minister van Landbouw uit te brengen verslag met betrekking tot de staat van historische parken en stadsplantsoenen (vergelijkbaar met het Waldbericht van de Duitse regering), publiek de aandacht trekken, schade voorkomen en initiatieven aanmoedigen.

    In Hamburg hebben gemeente, wijkbesturen en ondernemingen zich ondanks de bevolkingsgroei en de bouwhausse contractueel verplicht tot behoud van het stedelijk groen. Düsseldorf heeft een soortenbeschermingsfunctionaris aangesteld, een speciaal contactpunt dat groepen die een stedelijk tuinproject willen opzetten helpt op hun weg door de stedelijke bureaucratie. En natuurlijk helpt geld ook. De federale overheid heeft haar subsidiepot vorig jaar al verdrievoudigd van 300 miljoen euro naar 900 miljoen euro. Het Bundesverband Garten-, Landschafts- und Sportplatzbau vraagt daarbovenop een ‘groen miljard’ voor meer stedelijk groen en klimaatbescherming via het herinrichten van parken.

    Geld helpt om meer deskundig parkpersoneel aan te stellen nu als gevolg van de opwarming van de aarde sterkere onderhoudsinspanningen vereist zijn. Er is ook geld nodig voor onderzoek naar agro-ecologische teeltwijzen – wereldwijd. En met geld zou de landbouwsteun van de EU welbewust de diversiteitslandbouw en de ontwikkeling van een markt hiervoor moeten bevorderen.

    Want eigenlijk is het heel simpel. Decennialang hebben we het landschap kaalgeslagen – nu moeten we het weer inrichten.

  • ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    Journalist Amanda Ripley is opgehouden het nieuws te lezen. Ligt dat aan haar of aan het product?

    Ik heb een geheim. Ik heb het langer verzwegen dan ik wil toegeven. Ik voelde me onprofessioneel, ik schaamde me een beetje. Het was niet zoals ik wilde zijn.

    Goed, hier is het: ik heb jarenlang het nieuws willens en wetens gemeden.

    Dat is niet altijd zo geweest. Ik ben al twintig jaar journalist en was gewend urenlang het nieuws te consumeren en dat ‘werken’ te noemen. Iedere ochtend las ik The Washington Post, The New York Times en soms The Wall Street Journal. Op mijn kantoor bij Time had ik een tv die zonder geluid op CNN stond. Ik luisterde onder de douche naar NPR (National Public Radio). In het weekend verslond ik The New Yorker. Ik had het gevoel dat het mijn plicht was op de hoogte te zijn, als burger en als journalist – en ik had er nog best plezier in ook! Over het algemeen werd ik er eerder nieuwsgieriger van dan andersom. 

    Maar zo’n vijf, zes jaar geleden veranderde er iets. Het nieuws begon onder mijn huid te kruipen. Na mijn ochtendlectuur was ik zo uitgeput dat ik niet kon schrijven – of überhaupt iets creatiefs kon doen. Terwijl ik op de radio naar het ochtendnieuws luisterde, voelde ik me sloom, ongemotiveerd, en de dag was nog maar net begonnen. 

    Wat was er aan de hand? Ik was gewend verslag te doen van terreuracties, orkanen, vliegtuigongelukken, al het mogelijke menselijk leed. Maar nu? Ik kon er niet meer tegen. Het was of ik een glutenallergie had ontwikkeld en daar zat ik dan – een tarweboer! 

    Dus begon ik net als veel andere mensen het nieuws te doseren. Het tv-nieuws hield ik voor gezien, wat slechts een kwestie is van gezond verstand, en ik wachtte tot het eind van de middag voor ik ander nieuws las. Vanaf dan hield ik het wel vol tot het avondeten (en de wijn).

    Maar het nieuws drong aan alle kanten toch mijn leven binnen. Ik kon niet voorkomen dat ik eraan werd blootgesteld – via e-mails, op sociale media, in berichtjes van vrienden. Ik probeerde flink te zijn. Ik sprak mezelf streng toe: ‘Dit is het echte leven en het echte leven ís deprimerend! Er is verdorie een pandemie. En racisme! En klimaatverandering! En inflatie! De dingen zijn gewoon deprimerend. Je moet wel gedeprimeerd zijn!’

    Zinloos

    Het probleem is, ik kwam tot niks. De malaise werkte verlammend. Dus als ik las over weer een schietpartij op een school stuurde ik geen vlammend mailtje naar mijn vertegenwoordigers in het Congres. Nee, ik had te veel verhalen gelezen over het falen van het Congres om te geloven dat dat iets zou uithalen. Toen ik eenmaal genoeg had van het nieuws, voelde alle individuele actie zinloos. Eigenlijk was ik alleen maar wanhopig. 

    Ik ging naar een therapeut. Ze zei dat ik – let wel – moest ophouden met het nieuws volgen. Dat voelde verkeerd. Was het niet belangrijk om op de hoogte te zijn? Het nieuws verzaken voelde als de wereld verzaken. 

    Als zovelen van ons zich vergiftigd voelen door onze producten, is er dan niet iets mis mee?

    Op een dag vertrouwde een bevriende collega me echter toe dat ook zij het nieuws meed. Vervolgens hoorde ik het van nog een journalist. En van nog een. (De meeste waren vrouwen, merkte ik, maar niet allemaal.) Dit nieuws over de aversie van nieuws werd altijd gefluisterd, alsof het ging om een smerig geheimpje. Het deed mij denken aan die scène uit de film The Social Dilemma waarin al die techfiguren toegeven dat ze hun kinderen niet toestaan de producten te gebruiken die zijzelf hebben gemaakt.

    En dat raakt de kern van het probleem: als zovelen van ons zich vergiftigd voelen door onze producten, is er dan niet iets mis mee?

    De laatste maand tonen nieuwe cijfers van Reuters aan dat de Verenigde Staten een van de hoogste nieuwsvermijdingspercentages van de wereld hebben. Zo’n vier op de tien Amerikanen mijden soms of vaak het nieuws – een hoger percentage dan in minstens dertig andere landen. En in alle landen zijn vrouwen stelselmatig meer geneigd het nieuws te mijden dan mannen. Het ging dus niet alleen om mij en mijn hypocriete journalistieke vrienden. 

    Machteloos

    Waarom mijden mensen het nieuws? Het is almaar hetzelfde en ontmoedigend, vaak amper te bevatten, en mensen voelen zich er volgens de enquête machteloos door. De feiten ondersteunen hun beslissing om het nieuws voor gezien te houden. Het blijkt dat hoe meer nieuws we tot ons nemen over gebeurtenissen met veel slachtoffers, zoals schietpartijen, hoe meer we lijden. Hoe meer politiek nieuws we tot ons nemen, hoe meer we gaan twijfelen aan onszelf. Als het doel van de journalistiek is om mensen te informeren, waaruit blijkt dan dat het werkt?

    Dus misschien is er iets mis met het nieuws. Maar wat? Velen zeggen dat de zaken worden opgeklopt. Journalisten zeggen dat het allemaal komt door het verdienmodel: negativiteit loont. Maar ik begin langzamerhand te denken dat in beide theorieën het voornaamste stukje van de puzzel over het hoofd wordt gezien: de menselijke factor. 

    Het nieuws van vandaag, zelfs kwalitatief hoogstaand papieren nieuws, is niet op de mens toegesneden. Zoals Krista Tippett, de maker en presentator van het radioprogramma en de podcast On Being, het zegt: ‘Ik denk eigenlijk niet dat we psychisch of mentaal zijn toegerust om 24/7 catastrofale en verwarrende berichten en foto’s te verwerken. We zijn analoge schepsels in een digitale wereld.’

    Ik heb het afgelopen jaar geprobeerd uit te zoeken hoe nieuws dat is toegesneden op de mens van nu eruit zou kunnen zien – door interviews te maken met artsen die gespecialiseerd zijn in het brengen van slecht nieuws aan patiënten, met gedragswetenschappers die begrijpen wat de mens nodig heeft voor een volwaardig leven en met psychologen die patiënten met ‘krantenkoppenstressstoornis’ hebben behandeld. (Ja, dat bestaat.)  

    Toen ik nadacht over wat me zoal was verteld, ontdekte ik dat er in het nieuws van tegenwoordig drie eenvoudige ingrediënten ontbreken. Ten eerste hebben we hoop nodig om ’s morgens op te staan. Onderzoekers hebben ontdekt dat hoop onder andere samenhangt met minder depressie, chronische pijn, slapeloosheid en kanker. Uitzichtloosheid, daarentegen, hangt samen met angst, depressie, posttraumatische stressstoornis en… de dood.

    ‘Hoop is als water,’ zegt David Bornstein, de medeoprichter van nonprofitorganisatie Solutions Journalism Network. ‘Je hebt iets nodig om in te geloven. Als je in het restaurantwezen zit, geef je mensen water. Omdat je begrijpt hoe de mens in elkaar zit. Vreemd dat journalisten daar zo’n moeite mee hebben. Mensen hebben perspectief nodig.’

    Nergens is de schreeuwende behoefte aan perspectief en hoop duidelijker dan bij klimaatberichtgeving

    Afgelopen december publiceerde The New York Times een ambitieus multimediaproject onder de titel ‘Postcards from a World of Fire’, waarin werd vastgelegd hoe klimaatverandering het leven in 193 landen heeft veranderd. Het werd voorafgegaan door een animatie van de brandende aarde die in de ruimte rondtolde en de woorden ‘Steden opgeslokt door stof. De geschiedenis van de mensheid verzwolgen door de zee’. Ik maak geen grapje. Het was vast goedbedoeld maar eenvoudigweg niet op de mens toegesneden. Ik weet niet welke soort hier iets mee zou kunnen, ik ken die in elk geval niet.

    Kijk bij wijze van contrast eens naar een ander recent New York Times-artikel, over een ander probleem – dakloosheid. Daarin werd beschreven hoe 25.000 daklozen met hulp van de gemeente een eigen huis kregen. Het was een diepgravend stuk, een uitgebreide, genuanceerde reportage. Maar als je het las voelde je iets in je borst opengaan – alsof zich een valluik boven een kerker opende. 

    In de tweede plaats hebben mensen het gevoel nodig dat ze iets kunnen doen. Daar houden de meeste verslaggevers geen rekening mee, waarschijnlijk omdat zij dat gevoel zelf al in hun werk ervaren. Maar door het gevoel dat jij en je medemens iets kunnen bereiken – al is het maar iets kleins – kan woede worden omgebogen in actie, frustratie in vindingrijkheid. Zulke zelfredzaamheid is wezenlijk voor iedere goed werkende democratie. 

    Nergens is de schreeuwende behoefte aan perspectief en hoop duidelijker dan bij klimaatberichtgeving. Van alle klimaatverhalen die in 2021 in het avondnieuws en de zondagochtendshows werden gebracht, ging het maar in een derde van de gevallen over mogelijke oplossingen, aldus een studie van Media Matters for America. Hoe zou dat perspectief kunnen worden geboden? Misschien zoals in het artikel uit The Post van april dit jaar waarin zes manieren werden beschreven om klimaatverandering een halt toe te roepen. Of in de virale video’s op TikTok waarin niet-journalisten als @thegarbagequeen in het gat zijn gesprongen door milieusuccessen te vieren en ‘klimaatdoemdenkers’ te ontmaskeren. 

    Waardigheid

    Tot slot hebben we waardigheid nodig. Daar staan maar weinig verslaggevers bij stil, is mijn ervaring. En dat is vreemd, want het is essentieel om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. 

    Hoe ziet waardigheid eruit? Shamil Idriss, hoofd van Search for Common Ground, een organisatie die zich in 31 landen inzet om geweld te voorkomen, legt het eenvoudig uit: ‘Voor mij is het het gevoel dat ik ertoe doe, dat mijn leven iets voorstelt.’ In de journalistiek betekent mensen het gevoel geven dat ze ertoe doen bovenal dat je naar ze luistert – misschien zoals in het radioprogramma Curious City van de publieke omroep in Chicago het publiek wordt gepeild om te beslissen welk onderwerp er zal worden onderzocht. Het kan betekenen dat je kijkers uitnodigt om een beschaafd gesprek met elkaar aan te gaan, zoals Atlanta NBC station 11Alive, toen ouders die sceptisch waren over kritische rassentheorie werden uitgenodigd om schoolbestuurders en historici voor de camera te interviewen. En het betekent schrijven over mensen als meer dan de som van hun omstandigheden, zoals journalist Katherine Boo zo prachtig heeft gedaan op de bladzijden van deze krant.

    Er is een manier om nieuws te brengen – ook heel slecht nieuws – die minder schadelijk voor ons is. Een manier om woede én actie op te wekken. Empathie en waardigheid. Angst en hoop. Er is een manier die niet leidt tot een gevoel van machteloosheid of hypes. Tot nu toe zijn de voorbeelden nog erg schaars.

    Wel kun je stellen dat als nieuwssites mensen waren, de meeste momenteel zouden worden gediagnosticeerd als klinisch depressief. 

    Nieuwsmedia laten zich moeilijk over één kam scheren. De sector omvat hardwerkende gespecialiseerde verslaggevers, toegewijde factcheckers en producenten, maar ook schaamteloze propagandisten, sensatiezoekers en waarheidverdraaiers. Het is haast een te grote sector om enigszins overzichtelijk over te kunnen praten. Wel kun je stellen dat als nieuwssites mensen waren, de meeste momenteel zouden worden gediagnosticeerd als klinisch depressief. 

    Om dat te veranderen moeten journalisten misschien accepteren dat sommige van hun uitgangspunten verouderd zijn. ‘De journalistieke theory of change houdt in dat je het best een ramp afwendt door mensen 24/7 de mogelijkheid van een ramp voor te houden,’ zegt Bornstein. Dat had altijd effect – enigszins dan. Verslaggevers konden ongenadig verslag doen van gevaren en corruptie en dan achteroverleunen en het publiek het werk laten doen. Maar die dynamiek werkt alleen als het publiek eensgezinder is en journalisten breed worden vertrouwd. Tegenwoordig maakt het niet uit hoeveel leugens van ex-president Trump betrouwbare factcheckers opdiepen; niemand zal erdoor van mening veranderen. Een heleboel journalisten reageerden daarop, misschien uit frustratie vanwege hun eigen onmacht, door almaar luider en feller te worden. En dat zorgde er alleen maar voor dat meer mensen – je raadt het al – het nieuws gingen mijden.

    Een betere theory of change acht Bornstein zoiets als: ‘De wereld zal beter worden als mensen problemen, gevaren en uitdagingen begrijpen én wat hun beste opties voor vooruitgang zijn.’ Hij en zijn collega’s hebben inmiddels meer dan 25.000 journalisten wereldwijd opgeleid om goede oplossingsgerichte verhalen te brengen. 

    Ten slotte, en dit hangt er nauw mee samen: de nieuwsmakers worstelen zelf en al geven ze het niet graag toe, dat beïnvloedt hun verslaggeving. Nieuwsjunkies dompelen zich volledig onder in de duisternis vanuit de onterechte gedachte dat ze daar scherper van zullen worden. Al die angst hoopt zich op – en sijpelt door in onze verhalen.

    Ik weet wat je denkt: en het geld? Het zakelijk nieuwsmodel heeft clicks nodig. En de makkelijkste manier om aandacht te trekken is via een flinke dosis schandalen, angst en verderf.

    museums victoria QLezSKMJOnw unsplash
    – Toen de broadsheetkrant nog op papier werd gelezen in de bibliotheek van het Emily McPherson College, een huishoudschool voor vrouwen in Melbourne. © Museums Victoria / Unsplash

    Maar waarom zouden mensen niet klikken – of een abonnement nemen – als het nieuws op de mens is toegesneden? Hoe kunnen we dat weten als amper iemand het heeft geprobeerd?

    Er zijn tot nu toe niet veel grote nieuwskanalen die systematisch mensgericht nieuws brengen, maar een dat ik bewonder (en waarop ik inmiddels ben geabonneerd) is de Christian Science Monitor. Ieder nummer bevat reportages uit de hele wereld, levendige foto’s, rauwe actualiteit – naast hoop, perspectief en waardigheid. De verhalen gaan vergezeld van een korte toelichting, ‘Waarom we dit hebben geschreven’, waaruit blijkt dat de lezer wordt gezien als een gerespecteerde partner. 

    Leg je oor te luisteren bij de 42 procent van de Amerikanen die het nieuws mijden.

    Het is journalistiek van het type ‘weinig-ego, veel-nieuwsgierigheid’, die ik in mijn eigen werk probeer na te streven. Dat lukt niet altijd. Ik kan me bijvoorbeeld best ongemakkelijk voelen als ik de luisteraars het onderwerp van mijn podcast laat bepalen. Maar afgelopen maand was ik samen met een cameraploeg vier uur lang op een antiabortusbijeenkomst en deed ik iets wat ik nooit eerder had gedaan: ik probeerde gewoon te begrijpen wat mensen me vertelden. Ik probeerde niet de meest schokkende uitspraak of een kleurrijke, ironische anekdote los te krijgen. Ik vroeg gewoon door, zonder te oordelen. Het voelde minder als een transactie, menselijker. Ik voelde me ook beter geïnformeerd.

    Terwijl we ons schrap zetten voor de komende midterms, coronavarianten en catastrofes, daarom hier mijn dringende verzoek aan al mijn collega-journalisten: leg je oor te luisteren bij de 42 procent van de Amerikanen die het nieuws mijden. Het kan niet zo zijn dat we ons allemaal vergissen. Of overgevoelig of zwak zijn. Misschien zijn we gewoon net als jij. 

  • Wereldbeeld: Muur van Hadrianus is 1900 jaar

    Wereldbeeld: Muur van Hadrianus is 1900 jaar

    Om de negentienhonderdste verjaardag van de Muur van Hadrianus te vieren, heeft kunstenaar Morag Myerscough een eigentijdse versie gemaakt.

    Om de 1900ste verjaardag van de Muur van Hadrianus te vieren, de muur waarmee de Romeinse keizer Hadrianus de noordelijke grens van het Romeinse Rijk wilde markeren en beschermen, is kunstenaar Morag Myerscough gevraagd een eigentijdse versie van het originele noordelijke poortgebouw te maken.

    Myerscough plaatste felgekleurde houten platen over een groot steigerframe en vroeg dichteres Ellen Moran om woorden en zinnen voor de installatie. De plaatselijke gemeenschap hielp via workshops de borden te beschilderen volgens de ontwerpen van de kunstenaar.

    ISON 220726 EH 548546
    © English Heritage

  • Wat zij zeggen over het schandaal rond AZC Ter Apel

    Wat zij zeggen over het schandaal rond AZC Ter Apel

    Internationale commentatoren en opiniemakers over de erbarmelijke omstandigheden waarin asielzoekers voor AZC Ter Apel zich de afgelopen tijd bevinden.

    Ludger Kazmierczak – correspondent Nederland

    ARD en Die Tagesschau

    ‘De beelden zijn bekend van vluchtelingenkampen als Moria: honderden migranten in geïmproviseerde tentenkampen. Slechte hygiëne en overal vuilnis. Maar dit is Ter Apel, in Nederland. Voor het eerst in haar geschiedenis is Artsen zonder Grenzen nodig in Nederland. De voormalige NAVO-basis in de provincie Groningen is niet alleen een opvangcentrum voor vluchtelingen maar ook het centrale punt voor iedereen die in Nederland asiel aanvraagt. En daar begint het probleem. Het naturalisatiebureau is volledig onderbemand. Sommige asielzoekers wachten al vier weken om zich te kunnen inschrijven.’


    Daniel Boffey – bureauchef Brussel

    The Guardian

    ‘In Nederland wordt de dood onderzocht van een drie maanden oude baby in een overbevolkt centrum voor asielzoekers. Ondertussen is Artsen zonder Grenzen (AZG) voor het eerst in de omstreden faciliteit ingezet. De dood van de zuigeling is het laatste incident in het centrum Ter Apel, waar de omstandigheden door AZG als “onmenselijk” worden bestempeld en personeel is opgestapt vanwege de tekortkomingen van de dienst. Asielzoekers zijn gedwongen in de open lucht te slapen, want tenten zijn verboden omdat ze het zicht op bewakingscamera’s zouden belemmeren.’


    Peter Cluskey – correspondent in Den Haag

    The Irish Times

    ‘Het tumult in Albergen is van ondergeschikt belang vergeleken met de controverse rond het hoofdcentrum Ter Apel, waar zelfs het Rode Kruis het oneens is met het COA over de omstandigheden. Sinds mei is het centrum niet in staat geweest adequate huisvesting te bieden, waardoor honderden nieuwkomers vaak gedwongen waren buiten op stoelen of op het gras te slapen. Het Rode Kruis greep in en zorgde voor tenten, maar ontmantelde deze later omdat het niet tevreden was over de ‘onaanvaardbare niveaus van hygiëne en persoonlijke veiligheid.’


    Isabella Daniel – redacteur

    Die Zeit

    ‘Hulporganisaties omschrijven de hygiënische omstandigheden rond het centrum al wekenlang als “catastrofaal”. Er zijn geen douches en slechts enkele toiletten, die niet worden onderhouden, aldus Artsen zonder Grenzen. Zwangere vrouwen, kinderen en mensen met chronische ziekten behoren tot degenen die onder deze omstandigheden buiten het opvangcentrum in de open lucht moeten verblijven. “Het AZG-team heeft in Ter Apel mensen behandeld die leden aan huidziekten, aandoeningen van de luchtwegen, infecties van de urinewegen, diarree en braken, psychologische problemen, gebitsproblemen en diverse verwondingen.”’

  • Wereldnieuws: Rechtszaak om een banaan & Meer

    Wereldnieuws: Rechtszaak om een banaan & Meer

    Huisbomen

    De Indiase architect Manas Bhatia stelt zich een toekomst voor waarin gebouwen ademen en zelfs groeien. Met behulp van AI-gegenereerde beelden onderzoekt hij of ‘wezens zoals wij in plaats van in betonnen en glazen dozen die we appartementen noemen’ ook kunnen leven in onderkomens die volledig zijn geïntegreerd in en één zijn met de natuur. Bhatia is altijd gefascineerd geweest door de ingewikkelde bouwwerken van bijvoorbeeld mieren.

    Om tekeningen te maken die daar iets dichter bij in de buurt zouden kunnen komen, voerde hij woorden in als ‘uitgehold’, ‘trap’ en ‘boom’ en kreeg vooralsnog onuitvoerbare boomhuizen of huisbomen terug met ramen en balkons in korrelige schors en knoestige, spelonkachtige ingangen.

    Manas Bhatia 2
    © Manas Bhatia

    Rechtszaak om een banaan

    Maurizio Cattelan, de Italiaanse kunstenaar die vaak voor ophef zorgt – denk bijvoorbeeld aan Him, zijn beeld van een biddende Hitler – plakte in 2019 een banaan met ducttape aan de muur, noemde het Comedian en verkocht er naar verluidt verschillende versies van voor ruim 100.000 dollar. Cattelan krijgt nu een rechtszaak aan zijn broek: volgens de Amerikaan Joe Morford lijkt Comedian sprekend op zijn Banana & Orange, een banaan en een sinaasappel die hij in 2000 tegen de muur plakte. Onzin, vindt Cattelan: anders dan zijn banaan is Banana & Orange van kunststof, zodat Morford ‘niet de eigenaar kan zijn van het idee van een echte banaan die met ducttape op een muur is geplakt’. Maar de Amerikaanse districtsrechter Robert N. Scola vindt dat Morford een zaak heeft, meldt The Guardian. Hij accepteert het argument van Morford dat Cattelan toegang had tot Banana & Orange omdat het al jaren op zijn website, YouTube en Facebook stond. 

    In zijn vonnis schrijft Scola: ‘Kan een banaan die tegen een muur is geplakt kunst zijn? Moet kunst mooi zijn? Creatief? Emotie oproepen? Een banaan op de muur is misschien niet de belichaming van menselijke creativiteit, maar kan wel bepaalde gevoelens oproepen – goede of slechte. Hoe dan ook, een banaan vastgeplakt aan een muur herinnert aan Marshall McLuhans definitie van kunst: ‘Kunst is alles waar je mee weg kunt komen”.’ Dan schrijft Scola: ‘Niemand kan copyright claimen op ideeën, dus Morford kan geen copyright claimen op het idee om een banaan met ducttape op een verticaal vlak te bevestigen, noch op bananen of ducttape.’ Maar, concludeert hij: ‘Hoewel het gebruik van zilverkleurig ducttape om een banaan aan een muur te bevestigen misschien niet de hoogste mate van creativiteit uitstraalt, voldoet het absurde en kluchtige karakter ervan aan de “minimale mate van creativiteit” die nodig is om het als origineel te kwalificeren.’

    ANP 402893361
    Emmanuel Perrotin van de Perrotin Gallery voor de
    omstreden banaan van Maurizio Cattelan tijdens Art Basel in Miami in 2019. – © EPA / Rhona Wise

    Roger Stone en extreemrechts

    Leden van de Amerikaanse 6 januari-commissie die de bestorming van het Capitool in Washington vorig jaar onderzoekt, reisden af naar Kopenhagen om filmbeelden te bekijken van de zeer omstreden Trump-bondgenoot en lobbyist Roger Stone, die in 2020 gratie kreeg van Trump na een veroordeling voor meineed. De commissie bekeek ruim 170 uur materiaal van de Deense documentairemaker Christoffer Guldbrandsen, die Stone gedurende lange periodes volgde met zijn camera. Zijn ploeg was ook bij hem op 6 januari 2021, toen een menigte het Capitool bestormde in een poging Trump aan de macht te houden.

    Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen

    Uit rechtbankdossiers blijkt dat verschillende leden van Stones persoonlijke beveiliging op de dag van de rellen lid waren van de extreemrechtse Oath Keepers; sommige daarvan zijn later beschuldigd van betrokkenheid bij de bestorming. Guldbrandsen zou beelden hebben van Stone in zijn hotelkamer, kijkend naar de bestorming. Daarbij was ook Joshua James aanwezig, een Oath Keeper die later schuld bekende aan opruiende samenzwering vanwege zijn betrokkenheid bij de vermeende plannen van de groep. Stone is ook te zien terwijl hij zijn mobiele telefoon gebruikt, waarop via een versleutelde app contacten zijn te zien met de extreemrechtse Proud Boys-leider Enrique Tarrio en Oath Keepers-leider Stewart Rhodes.

    Stones contacten met extreemrechts worden onderzocht door de 6 januari-commissie en het ministerie van Justitie, aldus Politico. Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen. ‘De onderzoekers zullen de documentaire misschien vermakelijk vinden, maar zullen geen bewijs vinden van wangedrag,’ liet hij in een verklaring weten. 


    A-muzikalen en muziek

    Kunnen niet-muzikale mensen toch improviseren? Onderzoekers van de universiteit van Montreal vroegen 33 mensen zonder muzikale aanleg om melodieën te bedenken, aldus Die Zeit. Vijftien van de proefpersonen waren ‘typische niet-muzikalen’, aldus onderzoeker Michael Weiss: ‘Ze hadden nooit of hooguit maximaal twee jaar muziekles gehad.’ De andere achttien behoorden tot de 1 á 4 procent van de bevolking die congenitale amusia hebben. Deze ‘amuzikalen’ merken amper ‘foute’ geluiden op, dat wil zeggen: tonen die de meeste andere mensen vreemd of storend vinden, aldus Weiss.

    De proefpersonen moesten liedjes verzinnen en zingen: slaapliedjes, liefdesliedjes, vrolijke en droevige liedjes. De melodieën werden vervolgens vergeleken met de regels van majeur- en mineurtoonladders. Het blijkt dat de melodieën van zeven amuzikalen en dertien niet-muzikalen significant beter aansloten bij een toonsoort dan het geval zou zijn geweest bij een willekeurige aaneenschakeling van noten.  De proefpersonen vonden het experiment leuk – in tegenstelling tot wat de onderzoekers verwachtten. Een van hen is zelfs zangles gaan volgen.

    taylor foss wZ6oeIfDBxE unsplash
    © Unsplash

    Apenpokken in Italië

    Het aantal mensen met apenpokken in Italië is volgens het ministerie van Volksgezondheid eind augustus in een week tijd met 52 gestegen tot 714, waarvan 704 mannen, meldt ANSA. Ongeveer 194 gevallen hangen samen met buitenlandse reizen. De gemiddelde leeftijd van de besmetten is 37 jaar. In Cuba is een Italiaanse man aan het virus overleden. In Italië is het aantal gevallen het hoogst in de regio’s Lombardije met 308, gevolgd door Lazio met 128, Emilia Romagna (73), en Veneto (48). In de zuidelijke regio’s zijn geen gevallen gemeld.

    Italië begon twee weken geleden met vaccinaties in Rome, gevolgd door inentingen in Bologna en de rest van Emilia-Romagna. De andere twee prioritaire regio’s, Lombardije en Veneto, zijn inmiddels ook met vaccinaties begonnen.

    De vaccinatiecampagne is niet zo massaal als die van Covid-19, maar richt zich op personen die het grootste besmettingsrisico lopen: voornamelijk mannen die seks hebben met mannen en personeel van bepaalde laboratoria.


    ‘Fiets als de Nederlanders’

    Zou iedere wereldburger evenveel fietsen als Nederlanders – dagelijks gemiddeld 2,6 kilometer – dan zou de wereldwijde koolstofuitstoot jaarlijks met 686 miljoen ton dalen, schrijft EuroNews. Dat is meer dan de volledige koolstofvoetafdruk van het Verenigd Koninkrijk, Canada, Saoedi-Arabië of Australië. Dit blijkt uit een nieuwe studie van de Universiteit van Zuid-Denemarken die werd gepubliceerd in Communications Earth and Environment.

    De onderzoekers sporen mensen aan om op de fiets te stappen: ‘De voordelen van toenemend fietsgebruik voor klimaat en gezondheid suggereren een dringende noodzaak om duurzaam fietsgebruik te bevorderen.’ Mensen die met de fiets naar hun werk gaan, hebben 45 procent minder kans op kanker en 46 procent minder kans op hart- en vaatziekten. Volgens de Britse klimaatorganisatie Hubbub is de helft van ons dagelijkse transport korter dan 3,2 kilometer: goed te doen dus op de fiets.

    berke halman NTlFKDR Ww8 unsplash
    © Unsplash
  • Tranen, pijn, ongelukken: dit is het krankzinnigste kruispunt van Berlijn

    Tranen, pijn, ongelukken: dit is het krankzinnigste kruispunt van Berlijn

    Wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen aspiratie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt bij het kruispunt op het Museumsinsel in Berlijn. ‘Het is volslagen idioot hier.’

    Vanaf de Ebertsbrücke tussen de Tucholskystraße en de zuidelijke oever van de Spree heb je een schilderachtig uitzicht op Berlin-Mitte. Naar het oosten toe strekt zich een adembenemend panorama uit. Amateurfotografen zijn gek op deze plek.

    Bij zonsondergang staan er tientallen met hun camera’s in de aanslag. Het Bode-Museum, het Museumsinsel, dat werelderfgoed is, en de televisietoren van Berlijn worden dan door de avondzon in een unieke gloed gehuld, zoals je meestal alleen op ansichtkaarten ziet. Beneden glinstert de Spree in het laatste restje daglicht. Op geen enkele andere plek is de meest opwindende stad van Duitsland op dit tijdstip zo mooi.

    De verkeerssituatie leidt al meer dan dertig jaar tot woede, afschuw, machteloosheid en onverschilligheid

    Maar schijn bedriegt. Want deze plek, vooral het kruispunt aan de zuidkant van de brug die de Torstraße moet verbinden met de prachtige boulevard Unter den Linden, wordt door Berlijners gehaat. De verkeerssituatie hier roept al meer dan dertig jaar woede, afschuw, machteloosheid of onverschilligheid op en leidt soms zelfs tot tranen en pijn.

    ‘Wij zijn één Berlijn’ luidt de fantasieloze reclameslogan van Berlijn, bedoeld om de hoofdstad te bevrijden van het groezelige imago een ‘mislukte stad’ te zijn. Maar wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen ambitie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt op dat kleine kruispunt tussen Am Weidendamm, Kupfergraben en Geschwister-Scholl-Straße.

    Het is zeven uur ’s morgens op een gewone woensdag. Over een paar minuten barst de storm op het kruispunt los. Nu ziet het er nog overzichtelijk uit. Een eenzame kraai zit op de versleten stalen relingen. Die zorgen er in theorie voor dat voetgangers op alle hoeken van het kruispunt de rijbaan alleen maar kunnen oversteken door een omweg van een paar honderd meter te maken. Om precies te zijn gaat het om 152 meter massieve, buikhoge stalen leuningen die in beton zijn gegoten. En deze stalen relingen, hoe onbeduidend ze ook mogen lijken, zijn exemplarisch voor een geschiedenis van ongelukken, ambtelijk falen en slordigheden.

    De brug

    Op de brug is de chaos nu begonnen. Terwijl verderop in de Geschwister-Scholl-Straße een gestreste chauffeur in een Ford Ka luid toetert en ‘Lazer op!’ roept naar een jonge fietser, is het al weer zover. Een ongeluk. Vanuit de Tucholskystraße kwam een jonge vrouw in stevige pas aangelopen. Ze wilde over het trottoir van de Ebertsbrücke richting Unter den Linden lopen. Even stond ze in verwarring voor de stalen reling, maar na een onhandige sprong staat ze nu plotseling op de rijweg. Een aanstormende fietser probeert te remmen. Zijn verse remspoor voegt zich bij de vele andere op het asfalt. Te laat. De uitwijkmanoeuvre eindigt met een knal tegen de reling.

    De man ligt als een insect op het wegdek en grijpt naar zijn arm. Een druppel bloed druipt van zijn elleboog op de weg. De jonge vrouw helpt de man overeind. Terwijl de twee bij de reling staan, het hoofd schuddend en nogal geschrokken, maakt een familie uit Los Angeles gebaren aan de overkant van de straat, ook hoofdschuddend. Onderweg van de Friedrichstraße naar het Pergamon Museum hebben ze besloten niet over de reling te springen. In plaats daarvan kiezen ze voor een 169 meter lange omweg langs de hekken. De veiligere, maar moeilijkere weg.

    We zien een man met een zonnebril, een beige trenchcoat en klassieke herenschoenen, die behendig over de reling klimt en doelgericht over de rijbaan langs geparkeerde auto’s richting Unter den Linden loopt. We spreken hem aan. Zijn naam is Fabian von Ritter, hij is advocaat insolventierecht en legt deze route minstens drie keer per week af. Hij rekent ons voor: met minstens 180 keer oversteken per jaar is hij in de vijf jaar dat hij in de Tucholskystraße woont al zeker 900 keer over de reling gesprongen. Voor zijn werk. Daarbovenop, zegt hij, deed hij dat privé nog eens 500 keer. Dat zijn minstens 1400 sprongen over de reling.

    ‘Het is volslagen idioot hier’

    Als het regent en hij schoenen met leren zolen draagt, gaat hij soms onder de reling door, want ‘dan is het te gevaarlijk om eroverheen te springen’. Von Ritter laat ons precies zien waar hij zijn sprong maakt. ‘Dit is waar de pro’s het doen. Hier is de middelste sport van de reling iets lager,’ zegt hij. ‘Dat maakt het makkelijker voor de gewrichten.’ We zien dat de leuningen niet uit één stuk bestaan. Hier en daar, zo lijkt het, zijn er later onderdelen toegevoegd, getuige de onafgewerkte lasnaden. Een man in een blauwe overall wijst geërgerd naar de tegenoverliggende hoek Am Weidendamm/Geschwister-Scholl-Straße: ‘Tien jaar geleden was daar nog een opening in het hekwerk.’

    In de loop van ons onderzoek zal duidelijk worden dat de man gelijk heeft. Waarom voetgangers inmiddels deze beperking is opgelegd, is op dit moment voor de betrokkenen onduidelijk. We vragen de advocaat in de regenjas naar zijn mening. ‘Het is volslagen idioot hier,’ zegt Von Ritter. Hij ziet hier regelmatig ongelukken. Een week geleden maakte een oude vrouw die terugkwam van een bezoek aan het kerkhof een zware val en brak haar arm.

    Von Ritter zegt allang aan deze toestand gewend te zijn, maar het is voor hem onbegrijpelijk dat in de dertig jaar sinds de bouw van de provisorische brug niemand op het idee is gekomen de situatie voor de bewoners  te verbeteren: ‘Vooral omdat onze voormalige bondskanselier Angela Merkel hier slechts honderd meter verderop aan de Kupfergraben woont. Alleen al het feit dat dit zich onder haar ogen afspeelt, zet me aan het denken en maakt me boos.’

    Provisorische brug

    Sleutelwoord: provisorische brug. Om te begrijpen waarom deze oversteekplaats zo gevaarlijk is, is het de moeite waard een blik te werpen op de turbulente geschiedenis van deze plek. We leren dat in 1820 een zekere heer Ebert, die destijds de grond aan de oevers van de Spree bezat, de brug aanlegde om tol te kunnen vragen. Aanvankelijk stond hier een eenvoudige houten jukbrug, die later door de stad werd vervangen door een prachtige stenen brug naar een ontwerp van Karl Friedrich Schinkel. Toen hier in de jaren dertig ondergronds de huidige S2-spoorlijn werd aangelegd, werd de Schinkelbrug in 1937 vervangen door een stalen brug.

    Bijna alle Berlijnse bruggen over de Spree werden in het voorjaar van 1945 opgeblazen door de Wehrmacht als onderdeel van Hitlers Nero-bevel – bedoeld om te voorkomen dat het Rode Leger zou oprukken. Dat lot trof ook de Ebertsbrücke. Tot 1946 kon de S2 niet rijden omdat door het opblazen van de brug de tunnel eronder was beschadigd en volgelopen met water. Gedurende de DDR-tijd was er ruim veertig jaar lang helemaal geen Ebertsbrücke. Uiteindelijk werd in 1992 een noodbrug over de Spree aangelegd, steunend op twee elektriciteitsmasten. Deze vorm van de brug is nog altijd in gebruik.

    Toen in 1992 de Weidendammer Brücke tussen Friedrichstadtpalast en station Friedrichstraße gerenoveerd moest worden, werd het verkeer omgeleid over de nieuwe tijdelijke Ebertsbrücke. Maar wat was bedoeld als een tijdelijke oplossing, is nu al meer dan dertig jaar permanent. En zo zijn waarschijnlijk de relingen in kwestie verschenen. Het onheil kon beginnen.

    We hebben een afspraak met Roland Stimpel voor een korte rondleiding door de buurt. Stimpel, ronde nikkelen bril, T-shirt en witte krullen à la Rainer Langhans [een bekende Duitse activist, acteur, schrijver en filmmaker], kent de buurt goed, want hij woont in de Planckstraße, één straat verderop. En nog belangrijker voor ons onderzoek: Stimpel is een professional. Hij is bekend van Der Tagesschau [het Duitse achtuurjournaal] in zijn hoedanigheid als woordvoerder van de Duitse vereniging voor voetgangersverkeer (Fuss e.V.) en dus als ‘Duitslands belangrijkste pleitbezorger voor voetgangers’.

    In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is

    ‘In 1986 waren die relingen er nog niet.’ Dat vertelde zijn kwieke buurvrouw van tachtig hem. Waarom zijn ze er eigenlijk? vragen we ons af. We kijken rond met Roland Stimpel. We onderzoeken samen de leuningen, kijken een tijdje naar het verkeer. In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is.

    We zien een enorme wooncontainer voor bouwvakkers van drie verdiepingen die het voetpad verspert, helemaal aan het einde van de reling. Kennelijk goedgekeurd door het stadsdeelbestuur. Doordeweeks worden hier tot aan de kruising auto’s geparkeerd door Poolse arbeiders die aan de andere kant van de Spree op een van de grote bouwterreinen rond het oude telegraafkantoor aan het werk zijn. Achter de container zit een grote kuil in het trottoir. Al weken liggen hier stroomkabels bloot. Niet ongevaarlijk.

    En niet alleen de leuningen bij de kruising zijn een curiositeit. Tegenover het Bode-Museum, een paar honderd meter naar het oosten, zien we gaten van vijf meter lang waar de prachtige balustrades uit de keizertijd langs de Spree ooit met grof geweld zijn afgebroken. Die plekken werden later opgevuld met stukken lelijk groen tuinhek. Waarom?

    Een inwoner weet het antwoord. In de extreem strenge winter van 1979/80 had het in Berlijn zo hard gesneeuwd dat de straten in heel Oost-Berlijn met zwaar materieel werden schoongeveegd. De sneeuw belandde in de Kupfergraben, waar deze vijf meter hoog werd opgetast. Ambtenaren besloten dat de sneeuwmassa’s gewoon met bulldozers door de oude hekken geduwd konden worden, maar met de bevroren sneeuwmassa’s werden hele stukken reling gewoon mee de Spree in geduwd. Hoewel die later door duikers zijn geborgen, werden ze niet teruggeplaatst. Blijkbaar was het Berlijnse bestuur ook vóór de val van het communisme niet ideaal.

    ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden’

    Maar goed, terug naar ons kruispunt. Een jonge vrouw op een Ferrari-rode scooter rijdt voorbij. Ze vertelt dat door de grote container en het hekwerk de voorrangsregels hier niet echt inzichtelijk zijn. Iedereen doet maar wat hij wil, zegt ze. Als je een ongeluk wilt vermijden, kun je maar het beste stapvoets rijden. ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden.’

    Wij zetten onze wandeling met Stimpel van Fuss e.V. voort en houden de rondzwervende toeristen en voorbijgangers in de gaten. ‘Deze hoek is volkomen absurd. Iedereen probeert hier over te steken, vooral degenen die hier onbekend zijn,’ zegt Stimpel. Sommigen klimmen over twee relingen, anderen over drie, sommigen lopen 100 meter over de rijweg. ‘Iedereen probeert op de een of andere manier langs dit volstrekt ongeplande verkeerspunt te komen. Hier is geen seconde over nagedacht. Waarom is het in dertig jaar bij niemand opgekomen die relingen weg te halen en de stoepranden gewoon te verlagen?’ vraagt Stimpel zich af.

    Een typische Berlijnse straathoek

    Helaas is dit een typische Berlijnse straathoek, zegt Stimpel. De burgers zijn eraan gewend geraakt dat de politiek geen verantwoordelijkheid neemt. ‘Hier ben je op jezelf aangewezen. In Berlijn zijn het altijd de mensen die de meeste hulp en bescherming nodig hebben, mensen in een rolstoel, met een kinderwagen, of oude en zieke mensen, die de sjaak zijn. Het gebeurt hier zo vaak dat de zwaksten het moeten ontgelden.’

    En inderdaad: terwijl een gepensioneerde in zijn elektrische karretje nog dapper diagonaal over de kasseien (à la Via Appia) op het kruispunt rijdt, begeleid door woest getoeter van auto’s, hebben drie leerkrachten van een dertigkoppige klas van een speciale school uit Bad Dürkheim in Rijnland-Palts hun handen eraan vol hun geestelijk en lichamelijk gehandicapte leerlingen veilig van A naar B te brengen. In een lange rij staan de bange kinderen op de rijweg, met één hand aan de reling, terwijl ze er in kleine groepjes overheen worden geleid.

    ‘Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven’

    Vanaf de overkant van de straat beziet de 85-jarige Oost-Berlijnse Marianne Irler de problemen van de groep. ‘Ik moet hier regelmatig oversteken om bij de dokter in de Geschwister-Scholl-Straße te komen,’ zegt de vermoeide gepensioneerde met gebloemde blouse en rollator. ‘In de Tucholskystraße kom ik de stoepranden al niet meer op. Ik wil gewoon de straat oversteken, maar dat kan dus niet.‘ In plaats daarvan moet ze een omweg van 86 meter maken. ‘En op mijn leeftijd,’ zegt ze, ‘ben ik al zo uitgeput van het lopen dat ik de kracht niet meer heb om me erover op te winden. Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven.’

    Een licht gedeukte Opel Zafira van de Berlijnse politie komt de hoek om. We spreken de bebaarde agent en zijn blonde collega aan. Officieel en onder hun echte namen, mogen ze ons geen informatie geven, maar anoniem kunnen ze wel iets zeggen. Al met al is het goed geregeld, zegt de officier terwijl zijn collega knikt. ‘Een reling is als een verkeersbord. Die geeft duidelijk aan dat je eromheen moet. Eroverheen springen is verboden.’ Iedereen moet zich eraan houden, en wie dat niet doet begaat een overtreding.

    Wij wijzen de politie erop dat deze reling voor geen van de voorbijgangers zin heeft en dus gewoon wordt genegeerd. Het ijskoude antwoord: ‘Het maakt me niet uit wat mensen ervan vinden, regels zijn regels.’ Wij staan nogal perplex en vragen ons af of het oude adagium ‘de politie, uw vriend en helper’ nog steeds geldt in het moderne Berlijn. Wat zou Marianne Irler hierop te zeggen hebben?

    Poolse bouwvakkers

    Pas laat op de avond komt alles zodanig samen dat we ons een duidelijk beeld kunnen vormen. We ontmoeten twee Poolse bouwvakkers (precies, die uit de wooncontainer) die over de brug schuifelen met emmers verf. We vragen hun als vakmannen om hun oordeel. Ze zeggen dat het vrij duidelijk is waarom alle mensen hier ondanks het verbod over de reling springen. ‘Deze reling is niet van Pruisische degelijkheid,’ zegt er een. ‘De lasnaden zijn slecht, de verbindingspunten slordig, en alles is krom en scheef,’ voegt de ander toe. Ze schudden hun hoofd. En geen van beiden kan zich voorstellen dat dit het werk van een Duitse overheidsinstelling is. ‘Berlijn is veel chaotischer dan Warschau,’ lacht de eerste. ‘Niets doet het,’ vult de tweede aan.

    We hebben genoeg gezien. Tijd voor navraag bij de bevoegde Berlijnse autoriteiten. En omdat je in Berlijn nooit precies weet wie wáárvoor verantwoordelijk is, moeten we onze e-mails met vragenlijsten wijd rondstrooien. Wij geven de autoriteiten een redelijke termijn van 72 uur om te antwoorden. Al snel hebben we in de gaten welke afdeling waarschijnlijk niet verantwoordelijk is. Binnen 25 minuten ontvangen we een vriendelijke afwijzing van het Departement voor Stedelijke Ontwikkeling. Iedere Berlijner hunkert naar zo’n snel antwoord van de autoriteiten wanneer er iets moet worden opgehelderd.

    ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand niet is verholpen in dertig achtereenvolgende jaren’

    Beetje bij beetje druppelen de antwoorden binnen. Bij het ter perse gaan hadden wij van de Berlijnse politie nog geen informatie ontvangen over ongevallenstatistieken. We vernemen dat het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumentenbescherming en Klimaatbescherming verantwoordelijk is voor de brug. Het zegt: ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand, met relingen die een voetpad blokkeren, in dertig achtereenvolgende jaren niet is verholpen.’

    Stadsdeelkantoor Berlin-Mitte is verantwoordelijk voor het kruispunt. Om precies te zijn: gemeenteraadslid voor Verkeer Almut Neumann van de Groenen zei bij haar aantreden eind 2021 in een YouTube-video: ‘Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om goed werk te leveren voor u.’ En verder: ‘Ik wil grotere verkeersveiligheid (…), vooral voor kinderen en ouderen, door veilige kruispunten, meer ruimte op de trottoirs, beschermde fietsstroken en voetgangerszones.‘

    Het officiële antwoord

    We geloven het raadslid op haar woord. Maar waarom zijn die relingen er dan? Het omvangrijke officiële antwoord van de autoriteit: ‘Als gevolg van bouwtechnische beperkingen door de brugconstructie zorgt hoogteverschil aan de zuidkant voor een structureel ongebruikelijk en daardoor onvoorspelbaar trede-effect voor voetgangers in het gebied direct naast de rijbaan, dat zonder passende beschermende maatregelen een hoog risico op ongevallen zou betekenen en ook in strijd zou zijn met de in Berlijn geldende beginselen van toegankelijkheid.’

    En verder: ‘Aangezien het verlagen of ombouwen van stoepranden op alle vier de hoeken van het kruispunt momenteel niet mogelijk is vanwege de hierboven uiteengezette structurele omstandigheden en beperkingen, bestaat het risico dat met name medeburgers met beperkte mobiliteit op deze punten struikelen en zich bezeren; het is daarom moeilijk om deze oversteekplaats als zodanig zonder beveiliging aan te bieden aan weggebruikers die willen oversteken.’

    Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden

    Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden. Maar waarom was de reling dan open tot ten minste 2008, zoals te zien is op Google Streetview? We zoomen in. Aan de zuidkant van de kruising zijn zelfs kleine treden ingebouwd om het ‘hoogteverschil’ te overbruggen, waardoor men er gemakkelijk zonder leuningen kan lopen. Bovendien zouden volgens de logica van het stadsdeelbestuur dan bijna alle trottoirs aan de oevers van de Spree van leuningen moeten worden voorzien (zoals erg populair was in de DDR, die niet bekendstond om haar liberale principes). In tegenstelling tot wat de autoriteiten beweren, zijn de stoepranden daar – de Berliner Zeitung heeft het met een liniaal nagemeten – soms wel tien centimeter hoger dan op het kruispunt.

    En in de aangrenzende Tucholskystraße in het noorden zou dan ook een reling moeten worden aangebracht bij de oversteekplaats bij de twee trappen naar de oevers van de Spree. Want ook hier is veel bedrijvigheid en staan veel voorbijgangers verward om zich heen te kijken. Hier zijn de stoepranden zelfs tot acht centimeter hoger dan bij het kruispunt. Kortom, de relingen op het kruispunt hebben wat ons betreft geen enkele zin.

    Volgens het gemeenteraadslid is de afzetting op de Ebertsbrücke ‘bizar, en als voorbijganger heb ik me er in het verleden eerlijk gezegd aan geërgerd’, maar ‘de situatie structureel aanpassen is zeer complex vanwege de structurele beperkingen van het brugsysteem en lijkt niet haalbaar op korte of middellange termijn’.

    Is dat echt zo? We vragen het aan iemand die het zou moeten weten. Bernhard Strecker is de bekendste bruggenbouwer van Berlijn. De 82-jarige speelde een belangrijke rol bij het in oude luister herstellen van veel bruggen in Berlijn-Mitte die in 1945 door de Wehrmacht waren opgeblazen. Strecker ontwierp onder meer de noordelijke Monbijoubrücke, die direct naast de Ebertsbrücke ligt, en de Neue Friedrichsbrücke naar Museumsinsel, en hij is voor de hoofdstad het meest competente aanspreekpunt in zaken die de Ebertsbrücke betreffen. Al jaren vraagt hij de autoriteiten en met name de stadsdeelburgemeester om de ‘verschrikkelijke toestand’ rond de Ebertsbrücke te verhelpen.

    ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost’

    Door de lastige verkeerssituatie onder de brug is het niet mogelijk om de huidige brug te vervangen door een ‘prachtige overbrugging’, aangezien de aanleg de steunmuren van de onderliggende S-Bahn-tunnel zou kunnen beschadigen. Dat laat onverlet dat het na ruim drie decennia hoog tijd is dat het bovengrondse gebied eindelijk eens goed wordt aangepakt. De stadsdeelburgemeester mag zich niet langer achter de brug verschuilen, zegt hij. ‘Het zijn allemaal slappe excuses,’ mompelt Strecker. ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost.’

    Actie ondernemen

    Mevrouw Neumann, de eerste verantwoordelijke ambtenaar sinds de bouw van de brug in 1992, kondigt in een e-mail aan dat zij nu eindelijk actie zal ondernemen. ‘Persoonlijk kan ik me bijvoorbeeld voorstellen dat de relingen worden verwijderd. In plaats daarvan kunnen we met waarschuwingsborden en andere markeringselementen wijzen op de aanwezigheid van hoogteverschillen. Maar dat moeten we eerst rustig bespreken.’ Ook zij wil een ‘oplossing die redelijk snel kan worden uitgevoerd’.

    In Berlijn kan ‘redelijk snel’ dertig jaar betekenen

    De Berliner Zeitung vreest echter dat ‘redelijk snel’ in het Berlijns een eufemisme is voor nog eens dertig jaar nietsdoen en biedt daarom graag nu al hulp aan. Wij stellen graag drie redacteuren ter beschikking die gedurende twee dagen op z’n minst de verwijdering van de relingen voor hun rekening kunnen nemen. De kosten voor het stadsdeel zijn overzichtelijk. Bij bouwmarkt Hellweg koop je een haakse slijper voor minder dan 100 euro. Een zak cement om de gaten te vullen kost 3,29 euro en bij Robben & Wientjes kun je een vrachtwagen huren voor 44 euro per dag. Ook de kosten voor de catering zijn te overzien: bij bakkerij Backmühle in de Tucholskystraße kost een filterkoffie 1,70 euro en een half broodje vlees slechts 1,50 euro.

    En omdat de redactie van de Berliner Zeitung niet bestaat uit boeven en de relingen eigendom zijn van het stadsdeelbestuur, hebben we ook uitgezocht waar het overtollige staal heen kan. We hebben een expert het gewicht van de 152 meter lange stalen buizen laten schatten. Die kwam op vier tot vijf ton staal. De schrootprijzen zijn op dit moment niet slecht. Door het hekwerk te verkopen aan bijvoorbeeld de schroothandel in Marzahn-Hellersdorf tegen de huidige dagprijs van 1,45 euro per kilo V2A-staal, kan het stadsdeel tussen de 5800 en 7250 euro verdienen.

    Dat geld zou mevrouw Neumann dan weer kunnen steken in de door haar gewenste verkeersverbeteringen in de hoofdstad, zoals pop-upfietspaden en houten zitjes en banken voor de nieuwe voetgangersgebieden die geleidelijk aan overal in Berlin-Mitte de vele parkeerplaatsen moeten gaan vervangen. 

    Hoewel de twee Poolse arbeiders beweren dat zij de stoepranden op de kruising binnen een week verwijderd hebben, zal er de komende jaren waarschijnlijk geen bevredigende oplossing komen voor Marianne Irler met haar rollator. Zal ze het nog meemaken? Het is onduidelijk, want bij het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumenten en Klimaatbescherming krijgen we off the record te horen: ‘Stoepranden zijn heilig’. Het verplaatsen van stoepranden of zelfs het verlagen ervan vereist een moeizaam en langdurig planningsproces. Op korte termijn kan er niets worden gedaan.

    In de loop van ons onderzoek hebben wij natuurlijk ook een verzoek gestuurd aan onze voormalige bondskanselier, die in het zicht van het knooppunt Am Kupfergraben woont. Wij wilden weten of zij zelf door de relingen wordt beperkt en of de situatie haar stoort. De ex-kanselier liet onze vragen echter onbeantwoord, ook al bevinden de obstakels zich pal op weg naar haar favoriete Edeka-supermarkt op station Friedrichstraße (naast de Hit-Ullrich-supermarkt op Mohrenstraße 69). Of mevrouw Merkel een omweg om de afzettingen maakt, er moedig overheen springt of onder de buizen door duikt, blijft dus vooralsnog onbekend.

  • Augustusnummer | Echt virtueel

    Augustusnummer | Echt virtueel

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » ‘De werkelijkheid is de hallucinatie waarover we het allemaal eens zijn’

    » Inheemse bewoners leren met gps hun reservaat te bewaken

    » Van oorlogscorrespondent tot staatsvijand

    » Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Ervaring of illusie

    Redactioneel

    De Australische wetenschapper David Chalmers verdiept zich al jaren in wat wordt gezien als het grootste actuele vraagstuk in de filosofie, namelijk hoe een ‘klont organisch materiaal’ in staat is de ervaring van zelfbewustzijn te creëren. Chalmers weet meer dan menigeen, maar een sluitend antwoord is vooralsnog te veel gevraagd. Helemaal sinds de technologie druk doende is om meerdere werkelijkheden zo echt te laten lijken, dat wat ‘echt’ is het op twee na grootste actuele vraagstuk in de filosofie wordt. 

    Want wat is echt, of misschien beter gezegd: wat wil je dat echt is? Met het voortschrijden van de techniek zullen dergelijke begrippen als vanzelf mee moeten groeien. Misschien zelfs totdat we in de toekomst niet meer malen om de werkelijke werkelijkheid, maar net zo veel genoegen nemen met andere varianten. Volgens Chalmers raken die parallelle universa na verloop van tijd ingebakken in onze perceptie van de werkelijkheid. Kunnen we kiezen. Dan maakt het niet meer uit of iets een ervaring of illusie is.

    Over echtheid valt te twisten

    Het enige probleem met een andere werkelijkheid dan die waarmee we nog steeds opgroeien, is dat ze niet tastbaar is. Met een avatar kun je dankzij een alomvattende 3D-omgeving online vergaderen of met vrienden eten, maar een hand op je knie is er niet bij, laat staan een omhelzing. Daar zit hem toch wel de grote voorsprong van die ene werkelijkheid waarin dat wél kan. Hoewel aan die basisbehoefte ook alweer wordt getornd door mensen die zelfs met een digitaal samengestelde huwelijkspartner trouwen. En die weliswaar niet aangeraakt kunnen worden door hun geliefde, maar wie weet een veel rijker en avontuurlijker leven hebben dan zonder partner, of met partner van vlees en bloed. 

    Over echtheid valt dus te twisten, omdat de uiterlijke verschijning van iets niets zegt over de diepste aard van dat ‘iets’ en virtuele objecten dus net zo waarachtig kunnen zijn. 

    Neem een zandkorrel die blijkt de meest fascinerende wezens te herbergen. Vaak slechts tienden van millimeters groot, maar bekijk je ze onder de microscoop, dan staart een leger komkommerachtige en geschubde gasten je aan, met langwerpige zuigende snuiten en uitstulpende interne organen. Buikharigen, die je eerder in een virtuele werkelijkheid zou verwachten, zijn met het blote oog niet te zien. Het zandstrand ziet er zelfs onbewoond uit. Is het dan what you see is what you get? Filosofen vertel ons, hoe zit het nou met die werkelijkheid? 

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    360 210 Cover

  • Julinummer | Geprezen journalistiek

    Julinummer | Geprezen journalistiek

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Grootschalige sigarettensmokkel in Oekraïne

    » Sociale kwestie moet weer kern politieke debat zijn

    » ‘De chef-kok duwt me tegen de muur, zijn mes vlak bij mijn oog’

    » Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Het grote verhaal

    Redactioneel

    Wij mensen zijn de enige wezens die in staat zijn om verhalen te vertellen en daar bovendien in te geloven, schreef Yuval Noah Harari in zijn Homo sapiens. Dat we zowel het verzinnen als het geloven bovendien hard nodig hebben, bepleit de Russisch-Britse journalist Peter Pomerantsev in zijn essay met de prachtige titel ​​‘Memory in the age of impunity’ (Geheugen in tijden van straffeloosheid), dat hij schreef voor Coda Story en dat werd bekroond door 360-partner European Press Prize. De verhalen van nu dwingen nog maar moeizaam aandacht af, aldus Pomerantsev, laat staan consequenties. De reden is het gebrek aan een groter verhaal, dat gebeurtenissen wereldwijd overkoepelt, dat aantoont ‘waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou’. Net als in een film of boek ‘geloven’ we een verhaal blijkbaar pas als we ons er op de een of andere manier mee kunnen identificeren, zodat we het grotere belang inzien en onze aandacht erbij kunnen houden. Niet per se omdat we vinden dat de wereld om onszelf draait, maar omdat we niet al het onrecht tegelijk kunnen bestrijden en dus op zoek zijn naar samenhang.

    Hij staat arm in arm met iemand die dreigde ‘de naald in zijn arm te steken’

    Wat is het grotere verhaal van Guantánamo? Ik vroeg het Mohamedou Ould Slahi, die er veertien jaar vastzat en werd gemarteld, ook nadat hij onschuldig was bevonden. Bij zijn bezoek aan De Balie had ik het voorrecht hem te spreken. Waarom hier blijvende aandacht voor moet bestaan, zei Slahi, is dat Amerika staat voor hoop, vrijheid, democratie. Als daar al een plek bestaat waar totale rechteloosheid heerst, dan stort ook dat grotere verhaal ineen. In Slahi’s Guantanamo Diary, geschreven op de cel in gesmokkelde stukjes papier, vertelt Slahi in detail wat voor afschuwelijks hem overkomt, en komt hij tot het inzicht dat er voor hem maar één manier is om verder te gaan: zijn beulen vergeven. Hij laat me foto’s zien waarop hij arm in arm staat met iemand die zijn cel binnenkwam en dreigde ‘de naald in zijn arm te steken’. Die Zeit schreef er een indrukwekkende longread over, dat eveneens in de Press Prize-prijzen viel. Hoewel de beul in dit verhaal niet overtuigd is van Slahi’s onschuld, wil hij hem vertellen dat hij weet dat wat hij deed fout was. Ondanks zijn wantrouwen in Slahi wil hij zich aansluiten bij een groter verhaal, namelijk dat mensen elkaar zo niet behandelen mogen.

    De ‘open gevangenis’ sluit beter aan op dat geloof in democratie en menswaardigheid. Dit zeldzame concept draait op vertrouwen: gevangenen mogen de instelling overdag verlaten en keren ’s avonds zelf weer terug. Je vindt ze onder meer in Finland en India – twee landen die je op het eerste gezicht niet snel met elkaar zou verbinden.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    360 209 cover LR 1

  • Juninummer | Uglycore

    Juninummer | Uglycore

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Iemand te snel een leugenaar noemen heeft grote nadelen

    » Het lelijkeschoenenimperium

    » Achter de sluiers van de bigtechbedrijven

    » Vormen westerse sancties tegen Rusland een waarschuwing voor China?

    Geperforeerde marshmallows

    Redactioneel

    Het lijkt bijna een spel om de lelijkste schoen op de markt te brengen, schrijft Kim Bhasin in Businessweek – om het tussen afschrikwekkend wereldnieuws door even over iets anders te hebben. Misschien onbenullig op het eerste gezicht, maar bij nader inzien een eigenaardig marketingfenomeen, waarmee vele miljarden worden verdiend. De Yeezy Foam Runners bijvoorbeeld, van Adidas, zien er volgens Bhasin uit als ‘geperforeerde marshmallows’, maar gaan als warme en behoorlijk dure broodjes over de toonbank. En net zo werden Birkenstocks en Crocs, schoenen met een orthopedisch voetbed, vanaf de jaren negentig opeens ronduit fancy, hip zelfs, cool, trendy. 

    Hoe dat precies in zijn werk gaat, moet terug te vinden zijn in wat er zoal geschreven is over de psychologie van mode. Welke mechanismen zorgen ervoor dat iets fancy wordt dat daarvoor juist helemaal niet fancy was, dat zelfs tot werkkleding behoorde die werd uitgetrokken zodra de dienst erop zat? De categorieën waren toch duidelijk? Er waren schoenen die voldoende ruimte gaven aan de twee fundamenten waarmee we het ons hele leven moeten doen, en er waren ontwerpen die de onderschraging nog enige elegantie gaven. Iets wat de meeste voeten – uitzonderingen daargelaten – over het algemeen veel goed doet. Laten we wel wezen, dit lichaamsdeel komt meestal niet in de buurt van de zeven schoonheden. We zijn het enige zoogdier dat permanent op twee voeten staat. Geen wonder dat die dingen in duizenden jaren geëvolueerd zijn tot pezige waaiers met vijf afzonderlijke middenvoetsbeentjes waar benagelde stompjes de plaats hebben ingenomen van wat eerst handige klauwen waren. 

    Hoe wordt iets fancy dat daarvoor juist helemaal niet fancy was

    Niet alleen werd bescherming noodzakelijk, even welkom zal de bekleding zijn geweest. Toegegeven, de mode schreef vaak iets te nauwe exemplaren voor, of te hooggehakte om nog mee in beweging te kunnen komen, maar om nou massaal op terminaal onglamoureus schoeisel te gaan lopen is weer het andere uiterste. 

    Toch nam de bekoorlijkheid van een naakte vrouwenvoet in de negentiende-eeuwse literatuur een voorname rol in. Zou het de illusie zijn geweest? Voeten waren niet te zien, daar begon de betovering natuurlijk al mee. Rudolf Dekker beschreef in een oude jaargang van De Gids een personage in Goethes Wahlverwandtschaften dat de lieftalligheid van een voet onverwoestbaar vindt en ‘nog altijd de schoen zou willen kussen’ van de dame die zo parmantig voorbijliep. Poezelige voetjes wekten blijkbaar zelfs door het artificiële omhulsel heen begeerte op. 

    Die romantiek krijgt weinig kans meer op de marketingafdeling van het lelijkeschoenenimperium. Elegantie, waarom? Een schoen kussen, wie doet dat nou nog? En haalt de romanticus zich toch nog zoiets in het hoofd, dan maakt de uglycore daar korte metten mee. Want zelfs de jonge Werther zal in het aanzien van zijn Charlotte op een paarse plastic Croc in één klap genezen van zijn verscheurende onbeantwoorde liefde. 

    Katrien Gottlieb 

    gottlieb@360international.nl

    306 208 Cover 1