Chimamanda Ngozi Adichie, schrijver van de roman Americanah, legt in een interview met redacteur Gal Beckerman van The Atlantic uit waarom vrijheid van meningsuiting volgens haar cruciaal is voor schrijvers. ‘Literatuur zou ons alle kanten van onszelf moeten laten zien.’
Schrijver Chimamanda Ngozi Adichie is niet bang om voor haar mening uit te komen. In Americanah, haar bekendste roman, onderzoekt ze ras, liefde en migratie aan de hand van het verhaal van een jonge Nigeriaanse vrouw die naar de VS verhuist. In 2013 gaf ze een TEDx-talk met de titel We Should All Be Feminists, waarvan Beyoncé een sample maakte voor haar nummer ‘Flawless’. Dat zorgde ervoor dat Adichie onmiddellijk internationale aandacht kreeg. In de afgelopen jaren heeft ze zich vaak uitgelaten over wat in haar ogen een ongezonde vorm van culturele zelfcensuur is. Tijdens The Atlantic Festival sprak ze met Gal Beckerman, redacteur van TheAtlantic, over de rol van verhalenvertellers, het recht om jezelf te uiten en het belang van intellectuele vrijheid.
Dit interview is door The Atlantic bewerkt en ingekort omwille van de lengte en helderheid.
Onlangs heb ik je TED-talk uit 2009, The Danger of a Single Story [het gevaar van een verhaal met één enkel perspectief], opnieuw bekeken. Daarin beschrijf je dat mensen elkaar min of meer tekort kunnen doen met een zeer beperkende visie op wie ze zijn. Ik wil je vragen hoe het er nu voorstaat, met die single story, maar dan met een kleine draai. Toen ik naar die TED-talk keek, leek je het te hebben over hoe mensen elkaar dat ene verhaal opdringen. Maar volgens mij leven we in een tijd waarin we het ook aan onszelf opdringen, of het nu gaat om ras, gender of politieke voorkeur. Had je dat aspect ook in gedachten toen je die lezing gaf?
’Nee, dat had ik niet. Maar je hebt gelijk. Ik denk dat dat te maken heeft met de huidige tijd. We leven nu min of meer leven in afgezonderde ideologische stammen die ons een orthodoxie hebben opgelegd. Ayad Akhtar, een schrijver die ik erg bewonder, zegt dat we met grote morele strengheid reageren op gesproken taal, zelfs zo erg dat het iets bestraffends geeft. Daar ben ik het mee eens. Ik denk dat mensen daardoor bang zijn en zichzelf censureren. Daarom leggen ze zichzelf dat ene verhaal op. Mensen denken steeds meer dat je niet kunt schrijven over ervaringen die je niet persoonlijk hebt meegemaakt. Dat lijkt me verschrikkelijk voor de literatuur en voor de verbeelding, die de vrijheid moet hebben om zich te ontwikkelen en los van de werkelijkheid te staan. Geen enkel menselijk project behoeft zoveel vrijheid als creativiteit. Deze ontwikkelingen zou het einde van de nieuwsgierigheid inluiden, het einde van creativiteit en zelfs het einde van leren.’
Je schreef onlangs een essay ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van de publicatie van Americanah. Daar hebben we een uittreksel van gemaakt voor The Atlantic. Hierin zeg je veel interessante dingen over het ontstaan van het boek. Eén zin en één woord in het bijzonder vielen me op. Je schrijft: ‘Van alle gecompliceerde emoties die een inspiratie vormden voor deze roman, kwam verbijstering het meest voor.’ Wat verbijstert je vandaag de dag aan Amerika?
’Mijn hemel! Nou, ik weet niet of we daarvoor genoeg tijd hebben, maar ik zal een poging wagen. Ten eerste begrijp ik de aantrekkingskracht van Donald Trump echt niet. We hebben het over wie de verkiezingen in dit land gaat winnen. Het lijkt wel alsof men bijna expres negeert dat er iemand is, die – in mijn optiek – een gevaar is voor de natie en toch enorme steun heeft in bepaalde delen van dit land. En ik denk dat we ons moeten afvragen waarom dat zo is. Ik wil het begrijpen en ik begrijp het niet, dus dat verbijstert me.
Ik moet ook aan die eerdergenoemde stammenorthodoxieën denken: als een rechts iemand het ergens mee eens is, dan voelen veel linkse mensen zich gedwongen om het ermee oneens te zijn en verder niet na te denken over de inhoud ervan. En ik denk ook dat het omgekeerde het geval is. Ik vind dat op vele niveaus verbijsterend, omdat het betekent dat we niet eens over de inhoud van dingen kunnen praten. Ik wil zelf kunnen beslissen of iets goed of slecht is en het niet laten afhangen van het feit dat mijn stam het al dan niet goedkeurt. Maar Amerika is ook mijn tweede thuis. Je maakt je nu eenmaal zorgen als je ziet dat iets, of een plek, waar je om geeft begint af te brokkelen. Dat is het gevoel dat ik nu over de VS heb.’
‘Als een rechts iemand het ergens mee eens is, dan voelen veel linkse mensen zich gedwongen om het ermee oneens te zijn’
In 2021 schreef je een ander essay, waarin je geen blad voor de mond nam. Je zei: ‘We hebben een generatie van jonge mensen op sociale media die zo bang zijn om de verkeerde mening te hebben dat ze zichzelf hebben beroofd van de mogelijkheid om na te denken, te leren en te groeien.’ Je werkt vaak met jongere schrijvers. Wat voor effecten heeft de dynamiek die je hier beschrijft op de creativiteit?
’Ik denk dat compassie en morele moed vandaag de dag enorm aan het afnemen zijn. En ik denk dat die twee op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn. Op sociale media is er de verwachting dat je niet op compassie kunt rekenen: als je iets tweet, gaan er gelijk allemaal mensen los over de inhoud, soms zelfs je vrienden. Ik denk dat mensen zich daardoor inhouden. Dat hangt dan weer samen met een gebrek aan morele moed: mensen die er iets van zouden kunnen zeggen, doen dat niet. Ik denk dat bepaalde praktijken – een boek dat toch niet wordt gepubliceerd, iemand die plotseling ergens wordt weggestuurd, zoals je vaak in kranten leest – niet per se gebeuren omdat mensen in gezaghebbende posities echt geloven dat wat er gezegd of gebeurd is slecht is, maar omdat ze bang zijn dat ze zelf worden aangevallen.
Als mensen dit soort sociale afkeuring boven het hoofd hangt, is het, denk ik, veel moeilijker om te creëren, om te schrijven. En dat zie je zelfs in de beperkte omgeving van een workshop. Ik moet constant tegen mensen zeggen: “Het is oké. Je kunt dat echt opschrijven.” Omdat je duidelijk ziet dat ze zich grote zorgen maken over wat andere mensen in de workshop zullen denken. Ik zou willen dat mensen meer lazen, en vooral meer fantasierijke teksten lazen. Ik denk dat die ons misschien meer compassie kunnen bijbrengen.’
Je hebt dit nu al een aantal keer openlijk uitgesproken. Ben je je ervan bewust dat je het risico loopt dat mensen het interpreteren als het afbranden van ‘je eigen mensen’?
’Daar heb ik geen last van. Ik zou willen dat dit niet nodig was – het liefst zou ik gewoon thuisblijven om poëzie te lezen en fictie te schrijven. Maar zelfs als kind was ik iemand die zich geroepen voelde om te praten over dingen die ik onrechtvaardig vond. We kunnen het hebben over rechts en over die idiote boekverboden.’
’Toen dat gebeurde, dacht ik: wat een eer om onderdeel te zijn van dit gezelschap. Ik bedoel, kijk eens naar welke prachtige boeken allemaal verboden werden. Maar je berooft kinderen van kennis en plezier. Deze keuze, om de waarheid over historische gebeurtenissen te verbergen, is echt afschuwelijk. In mijn ogen is Afro-Amerikaanse geschiedenis essentieel. Het is Amerikaanse geschiedenis. En het idee dat je kinderen moet beschermen tegen het vervelende gevoel dat ze misschien krijgen als ze met de waarheid geconfronteerd worden, is absurd.
Links levert maar al te graag kritiek op mensen die boeken verbieden. Maar wat voor spiegel houden we onszelf voor, aangezien wij als gezegd zelfcensuur bevorderen? Het is voor links zo gemakkelijk om niet aan verwachtingen te voldoen. Je hoort alles al te weten, toch? Je hoort de juiste taal te gebruiken. Er wordt niet van je verwacht dat je vragen stelt. Als meer mensen zouden besluiten om bijvoorbeeld minder gemeen te zijn, een beetje meer compassie te tonen, zich misschien wat barmhartiger op te stellen op het moment dat iemand iets zegt, dan denk ik dat de toon op sociale media misschien een beetje zou veranderen. Misschien zou de literatuur die we voortbrengen ook minder bekrompen zijn. Ik vind hedendaagse fictie niet erg interessant.’
Dat wilde ik je net vragen. Is er iets waar je als lezer consequent tegenaan loopt?
’Weet je, ik koop heel veel boeken en dat doe ik vooral omdat ik denk aan toen ik begon en doodsbang was dat niemand mijn boeken zou kopen. Dus ik probeer altijd boeken te kopen, vooral debuutromans. Maar ik lees ze bijna nooit uit. Ik herinner me dat ik onlangs een boek las en dacht: Mijn God, iedereen in dit boek is goed. En dat kan niet. Literatuur zou ons alle kanten van onszelf moeten laten zien. Maar in dit boek was iedereen ideologisch correct. Iedereen had de juiste mening.
Ik bedoel, ik ben dol op die uitspraak van H.G. Wells, dat literatuur zou moeten gaan over the jolly coarseness of life [de vrolijke weerbarstigheid van het leven]. En daar voeg ik graag nog aan toe dat ze niet eens vrolijk hoeft te zijn; de weerbarstigheid of grofheid van het leven is voldoende. We leven nu in een wereld met zogenaamde sensitivity readers [lezers die een boek vóór publicatie beoordelen op gevoelige inhoud]. Stel dat je als schrijver niet wil dat je uitgever een sensitivity reader voor je boek moet inhuren, dan word je zelf maar een sensitivity writer.’
Wat mij betreft is humor een van de andere slachtoffers van deze censurerende houding. Toen ik in 2016 redacteur was bij The New York Times Book Review – dat was nog vóór de verkiezingen – schreef je een kort verhaal waarin je in het hoofd van Melania Trump kroop. Het was grappig. En het was humor die een bepaalde empathie wist op te roepen. Je probeerde echt in haar hoofd te kruipen, probeerde haar echt te begrijpen.
‘Daar heb ik veel onderzoek voor gedaan. Ik las over haar, over haar familie, het stadje waar ze vandaan kwam. En ik moet zeggen dat ik op dat moment veel sympathie voor haar voelde, omdat ik dacht: dit is niet waar ze voor getekend heeft. Ik moet wel zeggen, omdat ik eerlijkheid belangrijk vind, dat mijn mening over haar… mijn sympathie is alweer aanzienlijk afgenomen. En dat is het andere probleem met progressief links, de stam waartoe ik behoor: we zijn ons vermogen om te lachen kwijtgeraakt. En dat is jammer. Ik bedoel, we worden ’s ochtends wakker en hullen ons meteen in onze mantels der schijnheiligheid.’
‘We zijn ons vermogen om te lachen kwijtgeraakt’
Anderen zouden het misschien niet hebben aangedurfd om vanuit het hoofd van Melania Trump te schrijven, uit angst dat het zou lijken alsof ze sympathie voor haar hadden.
‘Ja. Maar de rol van een verhalenverteller is om zich voor te stellen wat een mens denkt en voelt. Als onze verhalenvertellers zich niet vrij voelen, raken we iets kwijt. Maar ik denk dat de generaties na ons daarvan de dupe zullen zijn. We kijken naar het verleden en lezen Dickens, of Balzac, en krijgen zo een beeld van hoe het leven er toen uitzag. Ik vraag me af of mensen die vandaag de dag hedendaagse literatuur lezen, een goed beeld krijgen van hoe ons leven eruitziet.
En ik zal je nog iets vertellen, zonder namen te noemen. Toen ik mijn eerste kinderboek schreef, werd ik gevraagd voor een interview met een zeer gerespecteerd mediabedrijf in Amerika. Maar een paar dagen vóór het interview vertelde mijn uitgever me: “Oh, het spijt me heel erg. Ze hebben net gezegd dat het interview niet door kan gaan.” Dus vroeg ik waarom. “Nou, omdat ze denken dat ze je niet kunnen interviewen als je niet bereid bent om terug te komen op wat je in 2017 over trans vrouwen hebt gezegd.”
Ook daar was ik verbijsterd over. Ik dacht: Nou ja zeg, ik heb een kinderboek geschreven. En wat me nog meer verbaasde, was dat deze mediaorganisatie bereid was om open kaart te spelen over waarom ze het interview hadden afgezegd. Ik moet toegeven dat ik behoorlijk gekwetst was. Maar het zorgde er ook voor dat ik begon te begrijpen waarom bepaalde mensen ervoor kiezen om zich niet uit te spreken.
In 2017 heb ik in een interview gezegd: “Ik denk dat een trans vrouw een trans vrouw is.” En dat denk ik, omdat ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we onderscheid maken. Omdat voor mij, iemand die geboren is met een lichaam dat ontworpen is om geslachtscellen van een bepaalde grootte aan te maken, dat gegeven mijn leven volledig heeft gevormd. Voordat ik geboren werd, zei de familie van mijn vader tegen mijn moeder: “We hopen dat het een jongen wordt.” Waarop mijn moeder zei: “We zullen zien, ik krijg het kind dat ik krijg.” Mijn moeder was geweldig. Maar ik groeide op in een cultuur waarin ik, omdat ik een vrouw ben, bijvoorbeeld geen eigendom kan erven. Dat is bepalend geweest voor mijn leven.
Toen ik het zei besefte ik helemaal niet dat het misschien beledigend was, laat staan dat dat de opzet was. Maar ik zie in dat je ook kunt beledigen zonder dat het je bedoeling is. Dus was ik achteraf enorm verrast. Ik bedoel, het was echt verschrikkelijk. Ik ben twee weken in bed gebleven. Ik praat er niet graag over, want ik wil mezelf niet als slachtoffer neerzetten. Het is bijna onmogelijk om hier genuanceerd over te praten, zonder ergens van beschuldigd te worden. “Oh, je maakt jezelf tot slachtoffer” of ”Oh, je bent zo ongevoelig”, krijg je dan weer te horen. En dat is, op een bepaalde manier, misschien de reden dat ik dit zeg, omdat ik wil pleiten voor meer nuance. En ik ook wil pleiten voor wat holistischer denken, want ik weet nog dat ik dacht: Waarom zou iemand denken dat ik iets kwaads in de zin had? Mensen zeiden: ”Je creëert een hiërarchie.” Mensen zeiden: “Je bent een moordenaar.” Maar ik dacht: Mijn hele leven draait om het vieren en omarmen van diversiteit, ik ben dolgelukkig dat we in deze wereld verschillend zijn.’
Laatste vraag. Ik moet dit vragen, want de fans zullen het willen weten. Americanah kwam tien jaar geleden uit. Kunnen we nog een roman verwachten?
’[Lacht] Ik werk aan een roman. Of dat probeer ik – je schrijft zelf boeken, dus je weet wat voor gevoel dat is. Vooral als je het zo formuleert – “Het is tien jaar geleden” – raak ik meteen in paniek. Mijn God, het is tien jaar geleden! Ik werk aan een roman en heb goede moed.’
Voor inwoners van Kirkenes, op de grens van Noorwegen en Rusland, is spionage een alledaags gegeven. ‘Iedereen heeft wel een buurman, een vriend, iemand van de sportclub of een ouder van de kleuterschool die bij de militaire inlichtingendienst werkt.’
Frode Berg werkt bij de douane en staat op het punt met pensioen te gaan, als hij in 2014 voor het eerst wordt gerekruteerd door de Noorse inlichtingendienst (NIS). Berg is gestationeerd in Kirkenes, een stad met 3500 inwoners, gelegen tussen de dennenbossen en rotsachtige fjorden in het noorden van Noorwegen, op zo’n acht kilometer van de Russische grens. Kirkenes staat bekend om twee dingen: koningskrab en spionnen. Berg weet dan ook van de activiteiten van de NIS. Zijn baan brengt hem vaak naar Rusland en in de loop der jaren leerde hij een handjevol NIS-ambtenaren kennen, waaronder de functionaris die hem om zijn medewerking vraagt. Maar nooit eerder is hij gevraagd om namens de Noorse overheid risico’s te nemen. Nu wil de functionaris dat hij een envelop met 3000 euro in contanten over de grens brengt en vandaar naar een adres in Moskou verzendt. Een kort uitstapje naar Rusland is voor hem niet ongewoon, dus stemt Berg ermee in. ‘Ik zeg overal ja op,’ vertelt hij me.
In de daaropvolgende maanden reist Berg zes keer naar Rusland met enveloppen vol geld, die hij volgens de instructies op de post doet. In elke envelop zit een briefje waarop staat dat het geld gewonnen is met pokeren. Na verloop van tijd krijgt Berg een nieuw contactpersoon en worden de verzoeken veeleisender. Het gaat niet meer alleen om het vervoeren en opsturen van geld, maar hij moet ook een keer een geheugenkaart smokkelen. Bij elke afspraak voelt Berg zich ongemakkelijker worden. Meer dan eens probeert hij ermee te stoppen, maar zijn nieuwe contactpersoon blijft aandringen. Uiteindelijk stemt hij in met een laatste opdracht.
Tijdens die laatste opdracht, vlak voor Kerstmis 2017, wordt zijn ergste angst bewaarheid: hij wordt bij zijn hotel in Moskou opgepakt door de FSB, de Russische binnenlandse veiligheidsdienst. FSB-agenten brengen hem naar de beruchte Lefortovo-gevangenis.
Afluisterposten
Tijdens het proces maken de Russen duidelijk wat zijn opdrachtgevers hem niet hadden verteld: de geheugenkaart blijkt vragen te bevatten over onderzeese wapensystemen. En de ontvanger van het geld dat Berg postte – een werknemer op een scheepswerf van de staat – blijkt een dubbelagent te zijn. In 2019 wordt Berg schuldig bevonden aan spionage. Zeven maanden later keert hij bij een gevangenenruil naar huis. Als hij in Oslo landt, zijn de eerste woorden die hij zich herinnert afkomstig van een ambtenaar van het ministerie van Defensie. ‘Welkom thuis,’ zegt de ambtenaar. ‘We bieden je vier miljoen kronen [bijna 350.000 euro].’
Bergs verwikkeling in de plaatselijke spionagescene – zo vernam ik tijdens mijn bezoek aan Kirkenes in mei – is een ervaring die, zij het in minder extreme mate, door veel inwoners wordt gedeeld. ‘Iedereen in Kirkenes heeft wel een buurman, een vriend, iemand van de sportclub of een ouder van de kleuterschool die bij de militaire inlichtingendienst werkt,’ zegt Thomas Nilsen, redacteur van de regionale krant Independent Barents Observer. Kirkenes en de omliggende regio zijn al tientallen jaren van strategische waarde voor de NAVO. Afluisterposten staan verspreid in het ruige landschap om het reilen en zeilen bij de buren in de gaten te houden. Rusland heeft verschillende militaire bases in het gebied, waaronder het hoofdkwartier van de Noordelijke Vloot. De oorlog in Oekraïne heeft de elektronische afluisterpraktijken dringender en, voor Rusland, ongewenster gemaakt. De stemming in de stad is sinds de invasie veranderd. Volgens burgemeester Lena Bergeng is spionage ‘nu meer een dagelijks thema in de gemeenschap. Voorheen dachten we er niet over na, nu is iedereen zich ervan bewust’.
Inwoners die regelmatig de grens oversteken, worden al sinds mensenheugenis benaderd door Noorse inlichtingenofficieren (sinds het begin van de oorlog is het aantal mensen dat de grens oversteekt verminderd). Een debriefing – de vraag om informatie over Rusland aan inwoners die net Rusland hebben bezocht – komt het meest voor. Voor de meesten zijn dat onwelkome vragen. De potentieel beste bronnen zijn ook diegenen die het meest bedreigd kunnen worden door de samenwerking – mensen met zakelijke belangen of persoonlijke connecties in Rusland. Rune Rafaelsen, de voorganger van Bergeng als burgemeester, zegt dat inwoners van Kirkenes die in Rusland werkten vaak radeloos naar zijn kantoor kwamen na contact met Noorse inlichtingenofficieren. Verzoeken konden ingrijpend en riskant zijn. In één geval, herinnert Rafaelsen zich, vroegen agenten van de NIS – die weigerde commentaar te geven op dit verhaal – de eigenaar van een bedrijf met kantoren in Moermansk om een van hen in dienst te nemen, als dekmantel.
Tot hun verbijstering en irritatie worden inwoners van Kirkenes soms benaderd door zowel de NIS als de PST, de binnenlandse veiligheidsdienst van Noorwegen. Agenten van de ene dienst komen langs, stellen vragen en vertrekken weer, en kort daarna arriveren agenten van de andere dienst en herhaalt het proces zich. ‘Het wordt vervelend om steeds dezelfde vragen te moeten beantwoorden,’ zegt journalist Bård Wormdal, wiens nieuwe boek Spionkrigen [Spionnenoorlog] spionage in arctisch Noorwegen beschrijft.
Ook de Russen hebben hun agenten onder de inwoners van Kirkenes
Bijna iedereen in Kirkenes weet wie de spionnen zijn. ‘Als iemand zegt dat ie in het leger werkt,’ zegt Torbjørn Brox Webber, een Lutherse priester die in Kirkenes woont, ‘en jij vraagt wat ie daar precies doet, en diegene begint over het weer te praten, dan weet je genoeg.’
Ik bezocht Kirkenes aan het begin van de zomerzonnewende. De stad straalde geheimzinnigheid uit die past bij de clandestiene activiteiten die er plaatsvinden. Overdag was er weinig verkeer in de door de zon gebleekte straten; ’s nachts wierp het schemerige licht een griezelige sluier over de rode, blauwe en gele huisjes rond het fjord.
Ik ontmoette Berg op een ochtend aan het fjord, voor mijn hotel, waar hij me over zijn ervaringen zou vertellen. Hij oogt oprecht en opa-achtig en kijkt met mededogen naar zijn medemensen, zelfs naar de Noorse inlichtingenofficieren die er verantwoordelijk voor zijn dat hij twee jaar in een gevangenis in Moskou zat.
We zochten een plek in de verlaten hotelbar – Berg wilde uitzicht op de ingang, met de rug naar de muur –, en ik ging koffie voor ons halen. Tot mijn schrik trof ik zijn stoel leeg aan toen ik terugkwam. Ik dacht dat ik per ongeluk iets had aangeroerd wat zijn argwaan had gewekt. Was hij gedrogeerd? Waren onze drankjes vergiftigd, of zelfs bestraald? Dat zijn tenslotte allemaal zaken die niet uitsluitend in spionagefilms voorkomen. Ik stond nog met onze mokken in de hand de situatie te overdenken, toen ik Berg terug zag komen van zijn auto. Hij was vergeten zijn mobiele telefoon daarin achter te laten, zei hij. Het was een gewoonte die hij had ontwikkeld voor wanneer hij nieuwe mensen ontmoette, vanwege de vele veiligheidslekken in moderne smartphones. Het was niets persoonlijks.
Ook de Russen hebben hun agenten onder de stedelingen. Toen ze Berg ondervroegen, vertelden FSB-officieren wat ze allemaal niet over Kirkenes wisten, tot aan het privéleven van individuele NIS-functionarissen toe. Tot Bergs verbazing wisten ze zelfs over alcoholproblemen in de familie van een van zijn opdrachtgevers, een detail dat de man zorgvuldig had stilgehouden. Andere Noren die door de FSB waren ondervraagd, hadden soortgelijke onthullingen gedaan. In één geval lieten Russische inlichtingenofficieren een Noor in hechtenis een foto zien van de woonkamer in een flat op de derde verdieping in Kirkenes – hij nam aan dat die door een drone gemaakt moest zijn.
Paranoia
Journalisten begonnen voor het eerst over deze gebeurtenissen te schrijven rond de tijd dat naar buiten kwam dat Berg voor de NIS had gewerkt. De inwoners van Kirkenes reageerden verbaasd. Hoe kon het dat de Russische inlichtingendienst zo vrij kon opereren? Paranoia begon de overhand te krijgen en belemmerde de bereidwilligheid om samen te werken met de Noorse autoriteiten. Eén inwoner, vertelde Rafaelsen, besloot na een debriefing door Noorse inlichtingenofficieren om helemaal geen zaken meer over de grens te doen, uit angst dat de FSB er anders achter zou komen en hem zou arresteren. Moskou heeft genoeg mogelijkheden om te rekruteren in de omgeving van Kirkenes, waar tegenwoordig meer dan driehonderdvijftig Russen wonen en een enkele Noorse informant.
De spionnen hoeven niet eens aan de Noorse kant van de grens te wonen. In 2019 bezocht een delegatie van Russisch-orthodoxe priesters Kirkenes in het kader van een stedenband met Severomorsk, waar het hoofdkwartier van de Russische Noordelijke Vloot is gevestigd. Ze toonden belangstelling in een enigszins onverwacht onderwerp: het beheer van het lokale drinkwater. Hun bereidwillige gastheren toonden een pompstation bij de haven, aldus Nilsen, de redacteur van de krant. Twee van de priesters vroegen vervolgens of ze het waterreservoir mochten zien, dat een paar kilometer buiten de stad ligt. In eerste instantie stemden de plaatselijke ambtenaren toe. Maar de politiechef was minder enthousiast. Ze twijfelde of het wel een wijs plan was en uiteindelijk schrapten de begeleiders van de delegatie de excursie. (Ook de stedenband werd later verbroken.)
Er waren genoeg redenen om sceptisch te zijn over de bedoelingen van de priesters: over banden tussen de orthodoxe kerk en de Russische veiligheidsdiensten bestaat veel informatie, en sommigen in Kirkenes veronderstelden dat de priesters de drinkwatervoorziening van de stad in kaart wilden brengen: nuttige informatie voor duistere scenario’s. Anderen dachten dat het verzoek minder snoodaardig bedoeld was. Volgens geestelijke Brox Webber was infrastructuur een centraal gespreksonderwerp toen hij een paar jaar geleden Russische grenssteden bezocht. Het barre Arctische klimaat bemoeilijkt de voorziening van de meest elementaire moderne gemakken, zoals stromend water en verwarming. ‘Ik zeg niet dat het er niet bedenkelijk uitzag,’ zegt hij over de priesters, ‘maar op een plek als deze zijn mensen per definitie erg geïnteresseerd in infrastructuur.’
Gemeenschapsgevoel wordt ingeruild voor het schaduwen van vijanden die vaak niet blijken te bestaan
Het incident illustreert de dubbelzinnigheid van de spionagespelletjes in dit grensgebied. Er bestaat genoeg echte spionage, en het bagatelliseren van de dreiging kan inlichtingendiensten van de tegenpartij in de kaart spelen. Toegeven aan paranoia brengt echter ook risico’s met zich mee: overbodige of abusievelijke waarschuwingen ondermijnen de inspanningen om het gevaar van echte spionnen te ontdekken. Sociaal vertrouwen en gemeenschapsgevoel worden ingeruild voor het schaduwen van vijanden die vaak niet blijken te bestaan. De lokale bevolking heeft zo zijn vermoedens over wie er met de FSB samenwerkt, maar de meesten proberen de gekte te voorkomen die kan ontstaan als dat soort gedachten wortel schiet.
‘Als je denkt dat elke Rus hier in Kirkenes een spion is, dan ben je een angsthaas,’ zegt Webber. Ook Gunnar Reinholdtsen, die twee decennia als hoofd van de NIS-vestiging werkte voordat hij drie jaar geleden met pensioen ging, maakt zich er niet al te veel zorgen over. ‘In de dienst wordt het wel gezien als een zorg,’ zegt hij. ‘Er wordt gezegd: “In Kirkenes, daar zijn veel te veel Russen.” Maar er zijn meer Russen in Oslo.’
Russische vissersvloot
Toen ik er arriveerde, was Kirkenes een van de weinige havens in Europa die na de invasie van Oekraïne open bleven voor de Russische vissersvloot. De haven domineert de waterkant: een betonnen strook van een kilometer lang vol met pakhuizen en bezaaid met hoge stapels fuiken voor de koningskrab. Een half dozijn gammele pieren steekt uit in het fjord. In normale tijden deden boten de haven zo’n achthonderd keer per jaar aan; ongeveer de helft daarvan betrof het Russische vissersschepen die aanmeerden voor wisseling van de bemanning, bevoorrading of reparaties. Nu de Russische dagjesmensen zijn verdwenen, is de lokale economie meer dan ooit afhankelijk van deze vissersboten. Een paar dagen voor mijn aankomst leek een verandering van het sanctiebeleid in Oslo erop te wijzen dat scheepswerven helemaal niet meer aan Russische trawlers zouden mogen sleutelen – een stap waardoor de dokken in Kirkenes vrijwel geheel dreigen te sluiten.
De Russische boten brengen geld in het laatje, maar tegen de tijd dat ik er op bezoek was, was de relatie met hen verzuurd. Burgemeester Bergeng schrijft die verandering niet alleen toe aan de Russische invasie in Oekraïne, maar ook aan Skyggekrigen [De Schaduwoorlog], een driedelige documentaire geproduceerd door de nationale omroepen van Noorwegen, Zweden, Denemarken en Finland, waarin wordt beweerd dat veel Russische vissers- en onderzoeksschepen hetzij dubbelspel spelen als spion, hetzij de basis leggen voor toekomstige sabotage.
‘Ze testen de Noorse autoriteiten. Hoe ver kun je gaan voordat de politie ingrijpt?
Russische vissers die Kirkenes aandoen, gedroegen zich de laatste tijd inderdaad vreemd. Afgelopen zomer werd een bootje van een trawler in het water gegooid en vervolgens op de motor naar de Strømmenbrug gevaren, een verboden militaire zone. In januari liepen twee vissers door de stad in kleding die veel leek op Russische militaire uniformen, wat de kapitein van het schip een standje opleverde van de plaatselijke politie. Kirkenes kan worden omschreven als een soort laboratorium, zegt Nilsen, de redacteur van de krant. ‘Ze testen de Noorse autoriteiten. Hoe ver kun je gaan voordat de politie ingrijpt? Wat zal Noorwegen accepteren?’
Op 17 mei viert Noorwegen de Dag van de Grondwet. Noren halen dan hun bunads tevoorschijn – versierde wollen outfits waarin ze eruitzien als negentiende-eeuwse boeren die naar de kerk gaan – en daarin marcheren ze met de nationale vlag door de stad en begroeten elkaar met een vrolijke wens die normaal gesproken alleen wordt gebruikt om iemand een ‘gelukkige verjaardag’ te wensen. Het weer was die dag omgeslagen en in de regen zocht ik beschutting in een paviljoen in het park. Ik had gehoord dat Russische vandalen het paviljoen hadden beklad met pro-oorloggraffiti, maar tegen de tijd dat ik daar aankwam, was die al weg.
Een paar minuten later strompelen twee vrouwen van middelbare leeftijd de trappen van het paviljoen op. Ze spreken Russisch op gedempte toon. De ene is tenger en springerig, de capuchon van haar jas strak over haar haar getrokken. Haar metgezel daarentegen ziet er bedaagd en deftig uit. Ze lijken me eerst niet op te merken, maar halverwege de trap geeft de eerste vrouw haar vriendin een por en ze lijkt in een rol te schieten. ‘Oh, gelukkige verjaardag,’ zei ze, in gebrekkig Noors. Het valt me op dat de vrouwen allebei een Noorse vlag vasthouden. Ik vraag hun of ze naar de ochtendoptocht van de kinderen zijn geweest. De eerste vrouw kijkt nerveus. Haar vriendin schudt het hoofd. Er blijft een stilte hangen. Uiteindelijk strekt de tweede vrouw haar handpalmen uit en zegt in gebroken Noors: ‘We zijn gewoon twee oude dames.’ Het klinkt een beetje raar, alsof ze m’n wantrouwen – dat ik overigens geenszins had getoond – wilden wegnemen.
Stilaan houdt het op met regenen, en ik laat de twee vrouwen achter terwijl ze zachtjes met elkaar praten in het paviljoen. Als ik omkijk, staren ze in mijn richting en lijken ze te overleggen. De ontmoeting stelt me niet op mijn gemak, en ik besluit een rondje door de buurt te maken.
Als ik terugkom, zijn de twee vrouwen verdwenen en hebben ze plaatsgemaakt voor een jongere vrouw met roestkleurig haar. Ze zit op een bankje en kijkt gebiologeerd naar haar telefoon, alsof ze met een belangrijke boodschap bezig is. Als ze merkt dat ik de trappen van het paviljoen beklim, stopt ze haastig haar telefoon in een hoesje en staart me aan. Ik besef dat ik iets belangrijks heb verstoord. Ik begroet haar in het Noors, maar het enige wat ik terugkrijg, is haar aanhoudende, onverstoorbare blik.
Verdachte figuren
Tijdens de wandeling terug naar mijn hotel krijg ik het gevoel dat ik een van de vrouwen – de deftige – al eens eerder heb gezien. Al snel vind ik haar in mijn dossier met informatie, op screenshots van de Twitter-tijdlijn van het Russische consulaat. Daar is ze te zien bij een controversiële herdenking van de rol van de Sovjet-Unie bij het verdrijven van de nazi’s uit Noorwegen, die een week eerder was gehouden bij een monument van een zegevierende Sovjetsoldaat op een heuveltop in het centrum van Kirkenes. De ceremonie was een wat rommelige en overdreven patriottistische aangelegenheid. Een paar Russen verwijderden een plaquette die de standrechtelijke executie van een Oekraïense krijgsgevangene memoreerde. Ik bekijk de tijdlijn van het consulaat nog eens en stuit op een ander bekend gezicht: de vrouw met het roestkleurige haar. Ze hield afgelopen herfst een boeket rozen vast bij een herdenking van de Tweede Wereldoorlog.
Ik wist niet wat het allemaal betekende. Waarschijnlijk niets. Of toch wel? Zou het kunnen dat ik na een paar midzomerdagen en ondergedompeld in de spionageverhalen van Kirkenes ook was bezweken aan paranoia en wantrouwen? Er was niet veel tijd meer om verder onderzoek te doen – ik zou de volgende ochtend vertrekken – maar ik wilde weten of ik een van mijn paviljoengangers tegen zou komen bij de middagparade. Dat was niet het geval, maar de parade kreeg wel een mysterieus tintje. Volgens Rafaelsen, de voormalige burgemeester, waren agenten van de PST-contraspionage op pad, om in de gaten te houden wie van de lokale bevolking bevriend was met de Russen. ‘Ik ken ze heel goed,’ zei Rafaelsen over de agenten. ‘Het zijn echte familiemensen.’
Maar op deze dag, een feestdag die de Noren traditioneel met familie doorbrengen, liepen de agenten moederziel alleen door de stad. Rafaelsen herkende een van hen als de agent die hem een jaar eerder had ondervraagd over zijn reizen naar het buitenland en zijn buitenlandse contacten, en realiseerde zich dat zij hem leek te volgen. Hij lachte haar uit en liep door.
Voor de lokale bewoners horen dit soort ontmoetingen gewoon bij het leven. Maar als bezoeker vond ik de surveillance wel wat zenuwslopend. Tijdens mijn wandeling door de stad eerder op die dag, had ik een aantal individu’s zien rondlopen in donkere pakken – de standaard 17-meikleding voor degenen die niet in een bunad gekleed gaan. Waren dat agenten van de contraspionage? En wat zouden ze denken van mijn ontmoetingen in het paviljoen? Het was een bruikbare herinnering aan het belangrijkste obstakel om inlichtingen te kunnen verzamelen in een stadje zo klein als Kirkenes: op plekken als deze is het moeilijk om iets geheim te houden.
De angst om bedrogen te worden kan zo groot worden dat hij tot wantrouwen leidt en onze besluitvorming beïnvloedt. Dit kan zelfs bijdragen aan de versterking van discriminatie en racisme, beweert hoogleraar in de rechten Tess Wilkinson-Ryan.
In 2007 bedachten drie experimenteel psychologen, enigszins ironisch, het begrip sugrophobia, ‘sugrofobie’, wat je zou kunnen omschrijven als de ‘angst om de sukkel te zijn’. Onderzoekers Kathleen Vohs, Roy Baumeister en Jason Chin zochten een term voor de bekende en specifieke angst die mensen ervaren als ze het idee hebben de sukkel te zijn – de angst dat iemand ze belazert, mede door hun eigen toedoen. Het idee dat psychologen sukkels aan academisch onderzoek zouden onderwerpen lijkt in eerste instantie bijna belachelijk. Maar als je er eenmaal naar op zoek gaat, wordt duidelijk dat sugrofobie niet alleen echt bestaat, maar zelfs een ware epidemie is. De invloed ervan reikt van individuele keuzes die we maken tot maatschappijbrede opvattingen die wantrouwen en discriminatie zaaien.
Alleen al het aantal synoniemen voor sukkel duidt op een culturele obsessie: kluns, dwaas, onnozele, oen, loser enzovoort. Publieke debatten over allerlei sociale beleidsmaatregelen en technologische ontwikkelingen worden gekenmerkt door de sluimerende angst over de vraag wie de volgende is die opgelicht zal worden. Gaat ChatGPT studenten helpen om nietsvermoedende leraren op te lichten? Is werken op afstand sinds de pandemie populair omdat werknemers er dan gemakkelijker de kantjes vanaf kunnen lopen? Zorgt het kwijtschelden van studieschulden ervoor dat ‘luie barista’s’ hardwerkende belastingbetalers uitbuiten, zoals een Amerikaanse politicus opperde?
De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt
Sugrofobie is meer dan alleen de angst om belazerd te worden. De hoeveelheid ponzischema’s of Enron-achtige scenario’s om in verwikkeld te raken is beperkt, en de meeste mensen zullen nooit in een fraudezaak belanden waarin er veel op het spel staat. Toch komt het gevoel een sukkel te zijn – en de angst voor dat gevoel – veel voor. Als je lunch meer kost dan je had verwacht, als je collega zich voor de derde keer deze maand ziek meldt, als je die aandringende automobilist op de vluchtstrook voor laat gaan: in zulke tamelijk onbeduidende situaties hebben veel mensen een gevoel van zelfverwijt: ‘Wacht even, ben ik nu de sukkel?’ De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt en iets onbewusters en intensers wordt: een echte fobie.
Oplichterij
Het is logisch om op je hoede te zijn voor oplichterij: je moet geen spammails beantwoorden, hoe graag je ook een prins zou willen helpen om miljoenen uit een trustfonds te halen. Maar buitensporige scepsis brengt ook kosten met zich mee, zowel voor jezelf als voor de maatschappij. Diverse voorbeelden uit de psychologie en de gedragseconomie kunnen ons helpen die kosten te begrijpen. Op persoonlijk niveau kan de angst om bedrogen te worden iemand aanmoedigen om risico’s te mijden en zodoende samenwerkingen uit de weg te gaan die essentieel kunnen zijn om iets nieuws te ondernemen. Op systeemniveau is de prijs van wantrouwen nog hoger: de angst om opgelicht te worden kan een excuus worden om solidariteit af te wijzen en mensen verdacht te maken. Als hier op grote schaal sprake van is, draagt dit bij aan de instandhouding van groepsstereotypen – over wie te vertrouwen is en wie in de gaten moet worden gehouden – en de versterking van traditionele klasse-, ras- en genderhiërarchieën op een manier die we eigenlijk niet willen.
Er zijn tal van voorbeelden die laten zien dat de afkeer van het idee bedrogen te worden onze besluitvorming beïnvloedt, ook als we er niets nuttigs mee bereiken. Veel bewijs voor deze afkeer wordt geleverd door experimentele economische studies die proberen menselijke transacties tot de essentie terug te brengen. Dat helpt onderzoekers om andere verklaringen voor wat ze observeren uit te sluiten. De studies betreffen doorgaans experimentele spellen met echte prikkels – deelnemers kunnen afhankelijk van de uitkomst daadwerkelijk geld verdienen of verliezen, maar de spelers ontmoeten elkaar niet, noch kennen ze elkaars identiteit. Aan de transacties zijn geen daadwerkelijke sociale gevolgen verbonden. Dit stelt onderzoekers in staat de volgende vraag te stellen: als niemand erachter komt wat er tijdens een interactie is gebeurd, en als er geen precedent wordt geschapen of voorbeeld wordt gesteld, reageren mensen dan nog steeds overmatig op het risico om opgelicht te worden?
Het vertrouwensspel
Dat brengt ons bij de Trust Game, het vertrouwensspel. Dit is een eenvoudig experiment waarbij spelers aan elkaar gekoppeld worden om een korte reeks transacties uit te voeren. Eén speler wordt aangewezen als investeerder. Deze begint het spel met bijvoorbeeld 10 dollar en moet een keuze maken: hoeveel maakt hij eventueel over aan de andere speler (de ‘beheerder’)? Het bedrag dat hij overmaakt wordt automatisch vermenigvuldigd. Zodra de beheerder weet hoeveel hij heeft ontvangen, verricht hij de laatste actie: hij beslist hoeveel geld hij eventueel teruggeeft aan de investeerder.
Het is duidelijk waarom dit een vertrouwensspel wordt genoemd: beide spelers zijn beter af als ze goed samenwerken en gul geld overmaken – wat ze vaak ook doen. Maar de eerste stap van de belegger is riskant: die kan al of bijna al het geld weggeven en er vervolgens weinig of niets voor terugkrijgen. Het risico dat je je een sukkel zult voelen is duidelijk aanwezig.
In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af
In de loop der jaren is er weleens betoogd dat terughoudende beleggers niet zozeer angst voelen om de sukkel te zijn, maar gewoon rationeel risicomijdend zijn. De psychologen Daniel Effron en Dale Miller probeerden dat na te gaan door een slimme draai aan het spel te geven. In hun versie konden beleggers ofwel 10 dollar overmaken, of niets. Als de investeerder ervoor koos om geld over te maken, werd het vermenigvuldigd en kon de beheerder ofwel 15 dollar (de helft van het uiteindelijke bedrag, een eerlijk rendement) of 8 dollar (een mager rendement) teruggeven. (Het onderzoek betrof valuta gebaseerd op punten, maar voor het gemak gebruik ik hier dollarbedragen.) Sommige investeerders werd verteld dat het bedrag dat de tegenpartij terug zou geven willekeurig zou worden bepaald, op basis van een door de computer gegenereerd getal. Andere beleggers kregen te horen dat de tegenpartij zelf die beslissing zou nemen. In beide gevallen werd tegen de investeerders gezegd dat de kans op een oneerlijk rendement 30 procent was. Sommigen liepen risico op verlies omdat de beslissing van de computer voor hen slecht uitpakte; anderen hadden een even grote kans om te verliezen vanwege een onbetrouwbare tegenpartij. De vraag was: hoeveel van hen zouden ervoor kiezen om hun 10 dollar over te maken?
De spelers hadden elkaar nooit ontmoet, dus er stonden geen reputaties op het spel. Het risico vóélde in beide gevallen alleen anders, omdat samenwerken met een egoïstische persoon jou tot de sukkel zou maken. Toen de onderzoekers de deelnemers vroegen naar hun risicoberekening, was het element van zelfverwijt een overweging die opviel. De deelnemers voorzagen dat ze zichzelf zouden beschuldigen van misplaatst vertrouwen.
In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af. Het is een waarschuwing om niet te delen, niet samen te werken, niet mee te doen. In risicovolle financiële scenario’s is duidelijk wat er op het spel staat; iedereen houdt daar rekening mee, wat de situatie ook mag zijn. De angst om de sukkel te zijn is een automatisme. Maar soms kan het ‘sukkelframe’ een retorische keuze zijn, een wapen dat gebaseerd is op sugrofobie.
Slang
Toen Donald Trump zich kandidaat stelde voor het presidentschap in 2016, herhaalde hij voortdurend een fabeltje dat uit een oud liedje afkomstig is. Het is het verhaal van een vrouw die een bibberende en hongerige slang op haar pad vindt. ‘Help me, goede vrouw,’ smeekt de slang, net zolang tot ze toegeeft – waarop de slang haar prompt een dodelijke beet toedient. Als ze klaagt over haar onverdiende lot, snauwt de slang: ‘Je wist donders goed dat ik een slang was voordat je me in huis nam.’
De fabel is afkomstig van een lied over burgerrechten uit de jaren zestig (The Snake van Oscar Brown Jr.), maar werd door Trump gebruikt met een heel ander doel: om Amerikanen erop te wijzen dat ze te laks waren op het gebied van immigratie. De fabel was bedoeld om steun aan vluchtelingen op grond van mensenrechten af te wijzen en suggereerde dat Amerikanen die dachten dat het een morele verplichting was om op humanitaire gronden asiel te verlenen, werden bedrogen: je dacht een heilige te zijn, maar je bent eigenlijk gewoon een sukkel. Het doel was om een wig te drijven tussen Amerikanen en hun medelevende instincten, en om de onderbuikgevoelens op te wekken die horen bij het risico om bedrogen te worden.
Verhalen over sukkels zijn een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’
De neiging die mensen over het algemeen hebben om waakzamer te zijn tegen uitbuiting door buitenstaanders en ambitieuze mensen dan tegen uitbuiting door hen die daadwerkelijk de macht hebben om kwaad te doen, laat zich deels verklaren door de angst voor sociale degradatie. Werknemers die werkgevers zouden bedriegen, of studenten die leraren zouden foppen: vooral dergelijke angsten springen eruit, omdat ze de basisstructuur van de macht ondermijnen.
In feite zijn verhalen over sukkels een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’. Psycholoog Jim Sidanius stelt dat elke menselijke samenleving groepscategorieën creëert en zichzelf daarin onderbrengt. In hun boek Social Dominance uit 1999 schrijven Sidanius en zijn collega Felicia Pratto dat ‘groepsvooroordelen, stereotypen en ideologieën van groepssuperioriteit en -inferioriteit deze op groepen gebaseerde sociale hiërarchie helpen produceren en er ook een weerspiegeling van zijn’. Eenvoudiger gezegd: het doel van discriminatie is macht.
Straattaal
Om te zien hoe de retoriek van oplichting bijdraagt aan vervreemding tussen groepen, hoef je alleen maar te kijken naar straattaal voor ‘bedrogen worden’. Een verbluffend aantal synoniemen heeft zijn wortels in racisme, antisemitisme, xenofobie of misogynie. Het beledigende Engelse werkwoord to gyp is een verwijzing naar een wijdverbreid stereotype over Roma. (Het scheldwoord verwijst naar ‘Egyptisch’, en is niet alleen onvriendelijk maar ook onjuist: Roma kwamen uit Noord-India). Als iemand bij een deal wordt beschuldigd van welching, is dat een toespeling op verhalen over onbetrouwbare Welshe gokkers op de renbaan. En vanzelfsprekend bestaat er een lange lijst met woorden voor vrouwen die doen alsof het om liefde gaat terwijl ze eigenlijk op geld uit zijn: die beginnen bij ‘golddigger’ en worden gaandeweg erger.
Sidanius en Pratto noemen de verhalen die verteld worden over wie wat verdient de ‘legitimerende mythes’ van sociale overheersing: ze bieden morele en intellectuele rechtvaardiging voor sociale ongelijkheid. Het zijn verhalen als: ‘Deze mensen willen je vrienden niet zijn; ze willen alleen maar je spullen afpakken.’ Of: ‘Ze hebben helemaal geen hulp nodig, maar proberen gewoon je baan in te pikken.’
Stereotypen
Onderzoek naar stereotypen, vooral over vrouwen en mensen van kleur, suggereert dat een belangrijke ‘legitimerende mythe’ van sommige sociale hiërarchieën erop neerkomt dat er minder sprake is van discriminatie dan historisch gemarginaliseerde groepen graag beweren. Oftewel: ‘Ze worden niet gediscrimineerd, maar willen gewoon “speciale gunsten”.’
Psychologen houden zich al langer bezig met het meten van vooroordelen. Vanaf de jaren zeventig ontwikkelden onderzoeksteams schalen om raciale vooroordelen mee te meten, door specifiek te kijken naar tegenstand tegen zwarte sociale macht en economische voorspoed. De onderdelen op de hieruit voortkomende Modern Racism Scale moesten ‘verborgen’ racisme zo goed mogelijk in kaart brengen – niet alleen botte vijandigheid, maar ook iets wat dichter bij rancune ligt. De opvattingen die hedendaags racisme in de VS kenmerken zijn op deze manier treffend – en hard – samengevat:
‘Van discriminatie is niet langer sprake aangezien zwarte mensen buitensporige eisen blijven stellen voor veranderingen in de status quo – eisen die oneerlijk zijn, omdat zwarte mensen al alle rechten hebben die ze nodig hebben. Daarom is de aandacht die zwarte mensen krijgen van de overheid en andere instellingen onverdiend: dit creëert een ‘voorkeursbeleid’.’ Twee aanvullende stellingen zijn: de bovengenoemde overtuigingen zijn empirische feiten; mensen die deze overtuigingen onderschrijven, zijn dus niet racistisch.’
Het onderzoek suggereert, met andere woorden, dat een belangrijke uiting van racisme de overtuiging is dat wanneer zwarte mensen protesteren tegen discriminatie, ze eigenlijk samenzweren om macht te verwerven die ze niet verdienen. Zo bezien worden mensen die klachten over discriminatie serieus nemen dus voor de gek gehouden.
Solidariteit en samenwerking is het juiste antwoord op ongelijkheid
Vergelijkbare verhalen duiken op in psychologische studies over vrouwenhaat. Onderzoekers hebben ontdekt dat de neiging tot discriminatie op basis van geslacht samenhangt met seksistische opvattingen als: ‘Vrouwen overdrijven problemen die ze op hun werk hebben.’ En: ‘Veel vrouwen zijn eigenlijk op zoek naar speciale gunsten, zoals een sollicitatiebeleid dat hen bevoordeelt ten opzichte van mannen, onder het mom van een pleidooi voor “gelijkheid”.’
Deze afkeer van een speciale behandeling is een vorm van vooringenomenheid die berust op een automatische reactie: als je oplichting waarneemt, verwerp je de oplichters. Als leden van een gemarginaliseerde sociale groep worden gezien als mensen die oprecht om gelijkheid vragen, dan doen ze een diep morele oproep die je moeilijk kunt verwerpen. Moreel en intuïtief gezien is solidariteit en samenwerking dan het juiste antwoord op ongelijkheid. Maar als deze mensen in plaats daarvan worden gezien als mensen die om ‘speciale gunsten’ vragen, ontstaat er een moreel voorbehoud om ze te geven wat ze willen. En als men denkt dat ze om een speciale behandeling vragen maar doen alsof ze alleen maar gelijkheid willen, dan lijkt dat op oplichterij en is het een reden om ze meteen af te wijzen.
De sukkel is een kneedbaar concept. Het menselijke sociale leven is ingewikkeld en mensen zijn geneigd het geschiktste of aantrekkelijkste verhaal te geloven over wie de sukkel is en wat oplichterij is. Door de angst om de sukkel te zijn te bestuderen – of zelfs maar te benoemen – kunnen we de strijd aangaan met dit concept, dat zijn verderfelijkste werk doet wanneer niemand oplet.
De Oeigoerse dichter Tahir Hamut Izgil werd meerdere malen door de Chinese politie gearresteerd. Om aan vervolging te ontkomen vluchtte hij naar de Verenigde Staten. In zijn autobiografie Wachten op mijn arrestatie in de nacht laat hij zien hoe China de Oeigoeren in het land constant in de gaten houdt en intimideert. Een fragment.
Ik blijf terugkeren naar de eerste dag van het jaar 2013.
Die avond werd ik onverwachts opgebeld door Ilham Tohti, een hoogleraar economie van de Centrale Universiteit voor Nationaliteiten in Beijing. Het was jaren geleden dat we elkaar hadden gesproken. Hij zat in een Oeigoers restaurant achter de universiteit, waar hij het nieuwe jaar vierde met een wederzijdse vriend uit Beijing.
Na het uitwisselen van beleefdheden zei Ilham: ‘Xi Jinping heeft de macht naar zich toe getrokken. Voor ons gaat het dus beter worden. Verlies de moed niet, en geef aan onze vrienden in Ürümqi maar door dat ze optimistisch mogen zijn.’ Ilham was heel opgewekt. Toen hij zei dat het beter zou gaan met ons doelde hij op de politieke omstandigheden van de Oeigoeren. Die waren in het recente verleden snel verslechterd.
Op dit moment is volstrekt duidelijk hoe absurd het was om van Xi Jinping iets te verwachten wat positief uit zou pakken voor de Oeigoeren, maar indertijd leefde die hoop wel bij veel Oeigoerse intellectuelen. Ook onder Han-intellectuelen waren er mensen die verwachtten dat Xi relatief progressief zou zijn. De Chinese politiek is zo ondoorzichtig dat er over de politieke opvattingen van nieuwe leiders alleen maar gespeculeerd kan worden.
Xi’s vader Xi Zhongxun was kort nadat de Partij aan de macht was gekomen de hoogste functionaris in het noordwesten van China geweest, en had kritiek geuit op het repressieve beleid van de Partij in Xinjiang. Oeigoerse intellectuelen wilden maar al te graag geloven dat Xi Jinping op dit gebied de voetstappen van zijn vader zou drukken. Het was een uit wanhoop geboren hoop, de droom van een gehavende gemeenschap over een betere behandeling door haar koloniale overheersers.
Ilham Tohti
Ik had aan het begin van de jaren negentig kennisgemaakt met Ilham Tohti. Aan het Centrale Instituut voor Nationaliteiten, zoals de naam toen nog luidde, was ik bezig met het afronden van het eerste deel van mijn studie. Ilham deed een master economie. Hij was een enorm energieke, spraakzame man, die heel snel praatte, alsof zijn hoofd vol gedachten zat en hij die in de hoogste versnelling onder woorden wilde brengen. Als we elkaar op de campus tegen het lijf liepen begon hij meteen opgewonden te praten. En als hij eenmaal bezig was, was hij bijna niet meer te stuiten, vooral als het over zijn favoriete onderwerp ging, de economie en demografie van de regio waar de Oeigoeren woonden. Later zou Ilham een van de meest vooraanstaande Oeigoerse dissidente intellectuelen worden. Rond 2005 zette hij een website in het Chinees op, waarop hij artikelen zette waarin hij de rechten van Oeigoeren verdedigde. Hij betoogde dat de Chinese overheid zich in Oeigoers gebied niet aan haar officiële autonomiebeleid hield, dat het Productie- en Constructiekorps in Xinjiang functioneerde als een wetteloze staat binnen de staat, dat door de snelle instroom van Han-kolonisten de inheemse bevolking een minderheid in eigen land aan het worden was, dat er onder de Oeigoeren een enorme werkloosheid was en dat in het onderwijs het Oeigoers was gemarginaliseerd.
Een van de belangrijkste doelstellingen van zijn website was het aanmoedigen van een gezonde dialoog tussen Oeigoeren en Han-Chinezen en het versterken van een goede verstandhouding tussen de twee etnische groepen. De website trok veel gelijkgestemde intellectuelen en studenten aan, Oeigoeren, Han-Chinezen en anderen, en kreeg ook in het buitenland steeds meer invloed. Mijn neef had me verteld over de site. Hij zei dat veel jonge Oeigoeren actief bijhielden wat erop werd gezet en dat ze daar vaak over discussieerden.
Het zal geen verwondering wekken dat Ilham Tohti’s dissidente opvattingen de aandacht trokken van de Chinese overheid. De politie nodigde hem vaak uit ‘op de thee’, een eufemisme voor een informele waarschuwing of een verhoor. In bepaalde gevoelige perioden, zoals de Spelen van 2008 of wanneer westerse leiders op bezoek kwamen in Beijing, stuurde de politie het gezin van Ilham een maand ‘op vakantie’. In 2009 zei de overheid dat Ilham verantwoordelijk was voor het geweld van juli dat jaar in Ürümqi. Hij en zijn gezin verdwenen. Men ging ervan uit dat Ilham was gearresteerd. Maar na anderhalve maand informele hechtenis in een buitenwijk van Beijing mochten ze weer naar huis. Ondanks dit alles ging Ilham ervan uit dat de overheid hem niet formeel zou arresteren of gevangenzetten. Per slot van rekening gaf hij college aan een universiteit in de hoofdstad. Hij vond ook dat hij met zijn kritiek volledig binnen de wet bleef. En dat het gezin in Beijing geregistreerd stond was ook bevorderlijk voor zijn gemoedsrust. Het behoeft geen betoog dat het politieke klimaat in de hoofdstad heel anders was dan in Xinjiang. Als hij daar dit soort activiteiten had ontplooid, zou hij allang gearresteerd zijn.
Arrestatie
Maar het pakte toch anders uit dan hij had gedacht. Medio januari 2014 hoorden we in Ürümqi dat Ilham was opgepakt in Beijing. Ik vroeg welke eenheid van de politie dat had gedaan en hoorde dat het mensen uit Ürümqi waren geweest.
Het was niet normaal dat rechercheurs uit Ürümqi een afstand van meer dan 2500 kilometer aflegden om een hoogleraar aan een universiteit in Beijing te arresteren. Normaal gesproken had de politie van Beijing dan jurisdictie. Dat de politie van Ürümqi erop af werd gestuurd betekende dat de beslissing om Ilham te arresteren op het hoogste niveau was genomen. Niet lang daarna hoorden we dat rond dezelfde tijd een aantal studenten van Ilham waren verdwenen. Waarschijnlijk waren ze gearresteerd. Anders gezegd: het zag er niet best uit.
Ik schrok van de arrestatie van een intellectueel die alleen maar de overheid had opgeroepen om zich aan haar eigen wetten te houden. Daardoor kreeg ik het sombere voorgevoel dat het met de Oeigoerse intelligentsia als groep helemaal de verkeerde kant op ging. Om toch wat te doen tegen het naderende gevaar stak ik een paar uur in het controleren van alle bestanden op mijn laptop en de computer die ik op mijn werk gebruikte en wiste alle bestanden, videobeelden, opnamen en foto’s die de politie mogelijk kon aangrijpen om me te arresteren. Ik gaf iedereen bij ons op kantoor opdracht hetzelfde te doen. Niet lang daarvoor was ik al surfend op het internet Charter ’08 tegengekomen, een manifest waarin Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo en anderen een oproep deden voor democratie en burgerrechten in China. Na het lezen besloot ik het in het Oeigoers te vertalen, maar omdat ik het nergens kon publiceren had ik het maar op mijn computer laten staan. Een paar jaar geleden had ik van een vriend een Word-bestand gekregen met een Chinese vertaling van Xinjiang: China’s Muslim Borderland, een bundel wetenschappelijke artikelen uit de Verenigde Staten en elders. De politieke afdeling van het Volksbevrijdingsleger had het boek in het Chinees vertaald, waarschijnlijk om mensen er intern kennis van te laten nemen. Omdat de overheid de toegang tot informatie vanuit het buitenland strikt reguleerde wilde ik heel graag alle mogelijke buitenlandse informatie over Oeigoeren en ons land in handen krijgen, en dus las ik het boek wel drie keer. Ik had ook de pdf van een in Tainwan gepubliceerd boek van Wang Lixiong waarvan de titel zich in het Engels laat vertalen als My West China, Your East Turkestan. En ik had een foto van de dalai lama met de verbannen Oeigoerse leider Rebiya Kadeer, zijn arm liefdevol om haar schouder geslagen. Het was ontroerend om deze warme band te zien tussen leiders van twee gemeenschappen die in China werden onderdrukt.
Het was ontroerend om deze warme band te zien tussen leiders van twee gemeenschappen die in China werden onderdrukt
Het had me heel wat moeite gekost om deze teksten te vinden en te vertalen, en het gaf me een onbehaaglijk gevoel toen ik ze een voor een wiste. Maar latere gebeurtenissen zouden aantonen dat ik er goed aan had gedaan. Het ging echt de verkeerde kant op. De repressie die het gevolg was geweest van de rellen die in 2009 in Ürümqi waren uitgebroken was nog niet voorbij toen de overheid een aparte campagne tegen de Oeigoeren op touw zette, die de naam ‘Sla hard toe’ meekreeg. Die was gericht tegen ‘religieus extremisme, etnisch separatisme en gewelddadig terrorisme’, en had verreikende gevolgen. Han-migranten stroomden in nog grotere aantallen dan eerst Xinjiang binnen. Huizen van Oeigoeren werden gesloopt en hun land werd in beslag genomen. In godsdienstig en cultureel opzicht kregen de Oeigoeren met steeds meer repressie te maken, en in het dagelijkse bestaan werden ze steeds meer gediscrimineerd. Aan de problemen die door Tohti waren benoemd werd niet alleen niets gedaan, ze mochten ongehinderd doorwoekeren. Toch bleef de overheid zeggen dat alle ontevredenheid onder de Oeigoeren voortkwam uit separatisme en terrorisme, en werden er lukraak mensen bestraft.
Twee maanden nadat Tohti was gearresteerd bereikten ons berichten over een terroristische aanslag in een treinstation in de Zuid-Chinese stad Kunming, duizenden kilometers bij Ürümqi vandaan. Staatsmedia berichtten dat vijf zwart gemaskerde Oeigoeren met messen passagiers hadden aangevallen in de hal waar kaartjes werden verkocht.
Weer gingen twee maanden voorbij. Toen kwamen staatsmedia met het bericht dat twee Oeigoeren passagiers hadden aangevallen bij de uitgang van het station, waarna ze zich hadden opgeblazen. Kort daarop kwam het bericht dat Oeigoerse terroristen een zelfmoordaanslag hadden uitgevoerd op een markt in Ürümqi.
De houding en de retoriek van de overheid werden agressiever dan ooit
In de jaren na het geweld van 2009 in Ürümqi leek het rustiger te zijn geworden in Xinjiang. Maar door drie aanslagen binnen twee maanden liep de spanning weer behoorlijk op. De houding en de retoriek van de overheid werden agressiever dan ooit.
Oeigoeren reageerden steevast op dit soort gebeurtenissen door ‘Er is iets gebeurd’ te zeggen. Mensen die ik kende hadden complexe gevoelens over zulke incidenten. Enerzijds koesterden ze zoveel ressentiment jegens overheid en Han-Chinezen dat ze dachten: hun verdiende loon. Anderzijds vonden ze het verkeerd om je pijlen te richten op burgers in plaats van op de overheid. Verder waren mensen bang dat zulke aanslagen nog meer repressie tot gevolg zouden hebben en dat ze daar persoonlijk last van zouden krijgen. En als er negatieve gevolgen waren, werd er gemopperd: ‘Laat die lui dankbaar zijn voor hun dagelijks brood in plaats van stomme dingen te doen.’ De officiële rapporten over zulke voorvallen waren meestal vaag, tegenstrijdig en niet erg overtuigend. Verdenkingen, gissingen en geruchten deden algauw de ronde. Volgens de overheidspropaganda werden al deze aanslagen gepleegd door separatisten en terroristen, die Xinjiang af wilden scheiden van China en tot een onafhankelijk Oost-Turkestan wilden komen. De overheid weigerde te erkennen dat het geweld mogelijk een gevolg was van haar eigen beleid, dat nefaste gevolgen had voor het leven van de Oeigoeren.
Maar onder de Oeigoeren deden tal van geruchten de ronde over wie er achter de aanslagen zaten. Meestal vermoedde men dat ze waren gepleegd door mensen die het slachtoffer waren geworden van overheidsgeweld en nu wraak wilden nemen. Anderen dachten dat de overheid zelf de aanslagen had gepleegd om zo een excuus te hebben voor nog meer repressie en om de wil tot verzet van de Oeigoeren te breken.
Niet alleen werden de mensen die betrokken waren bij de aanslagen zwaar bestraft, de overheid pakte ook mensen aan die niets te maken hadden met de aanslagen maar connecties hadden met de daders: familieleden, kennissen, mensen met wie ze ooit samen hadden gegeten of bij wie ze hadden gelogeerd. Die werden ervan beschuldigd dat ze terroristen ‘onder hun vleugels hadden genomen’.
Verboden artikelen
Net als veel andere Oeigoerse intellectuelen wilde ik graag weten wat er in buitenlandse media over deze aanslagen werd geschreven en hoe er in het buitenland op werd gereageerd. Na het geweld van 2009 in Ürümqi werd in Xinjiang bijna een heel jaar het internet afgesloten. Ook toen het weer werd opengesteld bleven veel buitenlandse websites, vooral op het gebied van nieuws, ontoegankelijk. Als je toch toegang tot zulke sites wist te krijgen gold dat als een ernstig misdrijf. Desondanks gebruikten we stiekem toch VPN’s om de Great Firewall, de beruchte digitale Grote Chinese Muur, van de overheid te omzeilen en op allerlei internationale nieuwssites te komen. We hadden zo weinig informatie over ons eigen land en wat er om ons heen gebeurde dat we dat risico wel wilden lopen. Na de arrestatie van Ilham Tohti en de aanslagen werd de repressie zo hevig dat ons niets anders overbleef dan onze VPN’s te verwijderen en het te doen zonder internationale nieuwssites. Als ik geen gebruik meer kon maken van internet leek er nog maar één optie over te blijven: op de korte golf luisteren naar buitenlandse nieuwszenders.
Dat jaar gingen we met het gezin op vakantie in Qashqar. We brachten een bezoek aan mijn ouders en gingen bij oude vrienden langs. De man van een vrouw met wie Marhaba op school had gezeten had in een winkelcentrum daar een zaak met elektronische spullen. Ik besloot daar een kortegolfradio te kopen. Hij wist vast wel wat een goede was.
Toen ik naar binnen liep was hij net bezig alle radio’s uit de winkel in dozen te doen. Ik vroeg wat hij aan het doen was. ‘Het politiebureau heeft gebeld,’ zei hij verbitterd. ‘We moeten al onze radio’s uit de winkel halen. We mogen ze niet meer verkopen.’
De lijst met verboden artikelen was blijkbaar nog langer geworden. Een paar jaar daarvoor waren lucifers verboden. Kennelijk wilde de overheid het separatisten onmogelijk maken om van de zwavel in luciferkoppen explosieven te maken.
Dat betekende het einde van mijn plan om een radio te kopen. Een paar dagen later hoorde ik dat de overheid de radio’s in beslag was gaan nemen die bij mensen in huis stonden, eerst in de dorpen, later ook in de steden.
‘Zo te zien is het radiotijdperk voorgoed afgelopen,’ zei ik tegen mezelf.
Iedereen zou zich prettig moeten voelen in zijn eigen lichaam. Om die gedachte aan te moedigen is de bodypositivity-beweging opgericht. Een prachtig ideaal, maar in de praktijk onhaalbaar, schrijft Tobias Haberl. ‘Bodypositivity heeft de druk op ons lichaam nog verder opgevoerd.’
Toen ik voor het eerst over de bodypositivity-beweging hoorde, was ik meteen om. Uit puur egoïsme, want als elk lichaam mooi kan zijn, dan zeker ook het lichaam waarmee ik al tientallen jaren in de knoop zit. Dan hoefde ik me niet meer af te vragen of mijn wimpers te kort zijn (als ik ze überhaupt heb) en hoefde ik in het openluchtzwembad mijn grote teen niet beschermend te buigen over de teen ernaast, de digitus pedis II, omdat de nagel ervan me sinds mijn geboorte doet denken aan de klauw van een slechtvalk, de reden waarom ik nooit teenslippers heb gedragen.
Als elk lichaam mooi is kon ik opgelucht ademhalen, en miljoenen onzekere tieners ook. Tegelijkertijd waren de perfecte mensen, met hun stralende teint en hoge jukbeenderen, niet langer in het voordeel – niet bij sollicitatiegesprekken, niet bij het flirten en ook niet op Instagram. Eigenlijk zou er niet langer zoiets bestaan als schoonheid, omdat die alleen nog maar zou functioneren als positieve uitzondering op de regel. Zelfs mijn digitus pedis II zou niet meer belachelijk worden gemaakt: als standaardschoonheid niet meer bestaat, kun je er immers ook niet meer van afwijken.
Een tijdlang was ik blij met modellen met rondingen en met de snelle opkomst van de 140 kilo wegende Amerikaanse Grammy-winnares Lizzo (‘I like being fat, and I’m beautiful and I’m healthy’). Dik en dun, naast elkaar en met elkaar, een choreografie van diversiteit: ik vond het leuk en ongedwongen. Natuurlijk, beroemdheden en bedrijven promoten bodypositivity niet alleen uit idealisme, maar ook met een strategisch motief. Maar dat is altijd het geval bij emancipatiebewegingen, en bovendien is het te billijken als miljoenen mensen zich daardoor niet langer buitengesloten hoeven te voelen.
Dat was allemaal een tijdje geleden. Nu schaam ik me behoorlijk dat ik ooit viel voor een idee dat toch nooit kan werken. Niet in onze wereld, met een systeem dat profiteert van mensen die zich overgeven aan consumptie om zich minder tekortgedaan te voelen. Iedereen mooi? Zo’n vorm van esthetisch socialisme kun je niet politiek opleggen, zeker niet met hashtags en tweets. Het zou een vernieuwing van het hele systeem vereisen, inclusief een spirituele bewustzijnsverandering die, laten we eerlijk zijn, nou niet echt in de lucht hangt.
Bodypositivity is een modieus begrip dat past bij de tijdgeest
Ondertussen doet bodypositivity me denken aan wereldvrede: een prachtig idee dat helaas niet werkt. Een eervolle maar hopeloze poging om uit verkeerd begrepen mededogen een wereld die niet is zoals we zouden willen te verzachten, door impopulaire, deels evolutionair-biologische waarheden te negeren en alle verschillen die er tussen mensen bestaan te ontkennen. Bodypositivity is een modieus begrip dat past bij de tijdgeest en dat onvoorwaardelijke trouw vereist – een gebed om genezing, een slogan, een utopie.
Het zou allemaal niet zo erg zijn als iets erop zou wijzen dat het werkt, maar dat is dus niet het geval. Af en toe duikt er een mollige persoon op in een reclamefilmpje, en laatst liep er op straat een zelfverzekerde jonge vrouw voorbij in een naveltruitje dat haar bleke buik en harige navel prijsgaf, maar als opzichtige uitzonderingen op de regel lijken zulke fenomenen het schoonheidsideaal van begin eenentwintigste eeuw – slank, fit, haarloos – eerder te bevestigen dan af te zwakken.
Waarom zijn de magere modellen anders massaal terug op de catwalks? Waarom werd slechts 0,6 procent van de 9137 outfits tijdens de modeweken van dit voorjaar gepresenteerd door plussize modellen? Waarom hebben de vrouwelijke influencers bij wie alles om hun uiterlijk draait (en die het meest met hun billen lopen te pronken) de meeste volgers? Waarom is het zo dat je, als je op YouTube het zoekwoord ‘yoga’ intypt, ervan uit moet gaan dat er een soort geheime regel bestaat dat alleen schaars geklede schoonheidskoninginnen aan yoga mogen doen? En waarom laten steeds meer mensen delen van hun wangen uit hun gezicht snijden om er in het dagelijks leven eindelijk uit te zien als hun gefilterde versie op Instagram?
Schoonheidsnorm
Hoe ideologisch verblind moet je zijn, hoe vatbaar voor zelfbedrog, om naast al die cosmetische ingrepen en al die sterren, influencers, youtubers, talkshowhosts en gastvrouwen die aan de schoonheidsnorm voldoen, naar de dikke kunstschaatser in de reclame voor maandverband te wijzen en dan te beweren: bodypositivity? Top!
Inmiddels haak ik af als iemand me iets wil vertellen over bodypositivity. Dat zijn overigens meestal stedelingen uit de mediawereld die gevaarlijk dicht bij het gangbare schoonheidsideaal komen, mensen die bewust eten en sporten en er oogverblindend uitzien. ‘Morele zelfexpressie’, heet dat volgens Philipp Hübl, hoogleraar filosofie aan de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn. ‘Deze mensen koesteren luxeovertuigingen. Ze zijn solidair met mensen met overgewicht om moreel aan de juiste kant te staan, maar zelf leven ze gezond en hoeven ze de negatieve gevolgen van hun genereuze houding niet aan den lijve te ondervinden.’
Voetbalvrouw en influencer Cathy Hummels, bijvoorbeeld, werpt zich momenteel op als ambassadrice voor bodypositivity door met haar kunstmatige (!) borsten te pronken in de Playboy. Of neem Heidi Klum, die de mollige 23-jarige Vivien Blotzki alleen maar tot ‘Germany’s Next Topmodel’ kon kronen omdat haar eigen (uiterlijke) onberispelijkheid haar de macht geeft om ook mollige lichamen goed te keuren. De rollen zijn duidelijk: degene die voldoet aan de schoonheidsnorm spreekt en de mollige zegt: dank je, Heidi!
Zijn zwaarlijvige mensen met gezondheidsproblemen ermee geholpen als zwaarlijvigheid wordt gemodelleerd tot norm of zelfs tot ideaal?
Op Instagram presenteren bijzonder aantrekkelijke mensen de laatste tijd gretig hun vermeende gebreken, zoals piepkleine vetkussentjes, littekentjes of levervlekjes. ‘Ze doen dit om zichzelf te beschermen tegen kritiek, omdat perfectie als onaantrekkelijk wordt gezien,’ zegt Hübl. ‘Deze mensen staan bovenaan de ladder van aantrekkelijkheid, maar hopen door minimale afwijkingen van het ideaal te tonen sociaal gezien ook wat op te klimmen.’ Ze construeren een lijdensverhaal om hun eigen zelfontplooiing des te helderder te laten stralen. En als de non-binaire publicist Hengameh Yaghoobifarah zichzelf publiekelijk beschrijft als ‘dik en arrogant’, is dat natuurlijk omdat die een bepaalde reactie verwacht.
Helaas hebben de meeste zwaarlijvige mensen uit milieus met onderwijsachterstanden nog nooit van bodypositivity gehoord, maar lijden ze wel aan hart- en vaatproblemen, hoge bloeddruk of slechte knieën. Helpt het die mensen als een paar activisten beweren dat mensen met overgewicht geen probleem hebben met hun dieet, maar slachtoffer zijn van een patriarchaal-kapitalistische samenleving, of van seksistische artsen? Helpt het hen als zwaarlijvigheid door een verkeerd begrepen moraliteit wordt gemodelleerd tot norm, of zelfs tot ideaal? Een paar maanden geleden pleitte een gastcommentator in The New York Times er zelfs voor dat kinderartsen dikke kinderen en hun ouders niet moesten aanmoedigen om af te vallen, omdat dat zou kunnen leiden tot een lager zelfbeeld, angst en depressie.
Denkfout
De Canadese politicoloog Eric Kaufmann spreekt van een denkfout – hij noemt het de fallacy of composition– wanneer maatschappelijke problemen (zoals obesitas) worden verdoezeld of weggewuifd door ze te ‘emotionaliseren’ en te stigmatiseren als aanval op het individu. Het gevolg is dat belangrijke sociaal-politieke debatten worden versimpeld of in de kiem gesmoord om individuen te beschermen tegen discriminatie. Er is toch echt een verschil tussen het beledigen van een zwaarlijvig persoon en het serieus nemen van zwaarlijvigheid als maatschappelijk verschijnsel met grote gevolgen voor de gezondheid.
Op dit moment lijkt het alsof we één stap vooruit en drie stappen terug doen. Een paar mensen doen hun uiterste best om de soevereiniteit op te eisen over de interpretatie van wat mooi wordt gevonden, terwijl een meerderheid, geplaagd door zelftwijfel, een enorme druk voelt om nog slanker, fitter en mooier te worden. ‘De bodypositivity-beweging heeft de druk op ons lichaam nog verder opgevoerd,’ zegt kunstwetenschapper Jörg Scheller, die al jaren onderzoek doet naar de politieke dimensie van het lichaamsbeeld. ‘Want de dwang tot zelfoptimalisatie blijft, maar er wordt ons tegelijk gevraagd om tevreden of zelfs gelukkig te zijn met ons eigen lichaam.’
Elke trend lijkt een hobby van het kapitalisme, dat nu ook in een woke variant bestaat
Op tv zijn dikke mensen nog steeds geen nieuwslezers, maar vooral deelnemers aan afslankshows – alsof het objecten zijn die bewonderd moeten worden. Mediawetenschapper Kathrin Karsay zegt: ‘Mensen met overgewicht worden vaker dan voorheen getoond in series en films, maar dan meestal als “dik, lui en onsuccesvol” of anders in de oppervlakkige rol van grappige of onhandige dikke vrouw.’ Een paar activisten roepen ‘big is beautiful’, terwijl duizenden tieners ondertussen alles leren over booty lifts en fillers, als ze niet bezig zijn met body checking op TikTok. De oude idealen blijven werken. Elke – zelfs subversieve – trend lijkt gewoon weer een hobby van het kapitalisme, dat nu dus ook in een woke variant bestaat. En wie de maatschappij wil veranderen, moet altijd rekening houden met mensen die helemaal niet veranderd willen worden.
Natuurlijk moeten we blijven streven naar het onmogelijke, en dan vooral naar een samenleving met zo min mogelijk discriminatie, maar koste wat het kost een ideologie doordrukken terwijl de ineffectiviteit ervan elke dag opnieuw openlijk aan het licht komt? Net zoals mensen al duizenden jaren dromen van vrede, lijkt een wereld zonder schoonheidsidealen – en dus ook zonder modedictaten, eetstoornissen en een manipulatieve cosmetische industrie – ondenkbaar. Zeker, soms zijn mollige modellen in trek en soms magere of atletische. Soms grote borsten en dan weer kleine, nu eens strakke broeken en dan weer wijde. Maar alles, en dan nog liefst gelijktijdig, even cool? Dat werkt helaas niet, want de cyclus van verlangen en frustratie moet in stand worden gehouden.
Omslag
‘Het principe is niet veranderd,’ zegt Scheller. ‘Met dit verschil: nu worden diversere lichaamsbeelden te gelde gemaakt.’ Als het uiterlijk geen rol meer speelt, kan er niets meer worden verkocht. Maar omgekeerd geldt dat er steeds meer kan worden verkocht als een merk erin slaagt meer mensen te vertegenwoordigen. Er is geen sprake van een omslag in het denken. Een eenmaal ingebracht implantaat zal hoogstwaarschijnlijk een paar jaar later weer worden verwijderd (en mogelijk in een aangepaste vorm ooit opnieuw worden ingebracht). Zelfs feministisch auteur Laurie Penny schrijft: ‘Als alle vrouwen op aarde morgenochtend wakker zouden worden en zich echt lekker en sterk in hun lichaam zouden voelen, dan zou de wereldeconomie van de ene op de andere dag instorten.’
In een competitieve samenleving is het ene altijd goed en het andere minder goed. Vanaf het moment dat de sociale media tevreden mensen gingen aanzetten tot narcistisch gedrag, is het verlangen om speciaal te zijn en de behoefte om zich op subtiele manieren van anderen te onderscheiden niet af- maar toegenomen. Verbetering zonder gelijktijdige verslechtering lijkt ondenkbaar. Er bestaat nauwelijks een discipline waarin we niet met elkaar concurreren of elkaar beoordelen. Wie zingt er mooier? Wie leeft er moreel beter? Wie kookt er beter? Wie vliegt er minder vaak? Wie heeft meer volgers, likes, vierkante meters? En nu dus ook: wie kan het best onbekommerd dik zijn?
Het principe is hetzelfde gebleven, er is alleen een categorie aan toegevoegd. We zijn geobsedeerd door ons lichaam, worden bestookt met ranglijsten en zenuwslopende vergelijkingen, positieve en spottende commentaren, likes en dislikes, duimpjes omhoog, duimpjes omlaag. De ijdelheidsmarkt wordt steeds verraderlijker, genadelozer en voyeuristischer. En wie zich nog niet goed heeft verstopt, wordt meedogenloos gescand en gesorteerd. Hoe groot is de kans dat we deze logica uitgerekend bij uiterlijkheden, die – in tegenstelling tot cognitieve prestaties – zo makkelijk in het voorbijgaan beoordeeld kunnen worden, zouden negeren?
Hoezeer we het ook proberen, het maakt ons wel degelijk uit hoe mensen eruitzien
Mensen lijken zo makkelijk hiërarchieën te creëren dat er geen alternatieven bij hen opkomen, ook niet als ze zelf aan de onderkant van zo’n hiërarchie staan. Dat komt vooral doordat de industriële samenleving is veranderd in een dienstenmaatschappij. Daarin hebben mensen via online- en offlineontmoetingen permanent de mogelijkheid om de sociale status van de ander af te lezen aan zijn of haar bewegingen en lichaam. Of we het nu leuk vinden of niet, ons uiterlijk is altijd een projectievlak en een investering in de eigen persoonlijkheid geweest, en vandaag nog meer dan vroeger. De Britse socioloog Catherine Hakim spreekt van ‘erotisch kapitaal’, dat (samen met economisch, cultureel en sociaal kapitaal) onze sociale waarde bepaalt. Mooie mensen krijgen betere cijfers, hogere salarissen, minder strenge straffen en sneller een huis, en maken gemakkelijker vrienden. Dat is allemaal oneerlijk en we kunnen onszelf inbeelden dat het anders is, maar daarmee staan we wel buiten de realiteit.
Op datingsites worden potentiële seks- en levenspartners met algoritmische precisie gefilterd op lengte, gewicht, postuur en oog- en haarkleur. De meeste vrouwen zijn op zoek naar lange mannen, de meeste mannen naar vrouwen met lange benen. Ze zijn allemaal op zoek naar mensen met een gave huid, iets wat in alle culturen als ideaal wordt beschouwd. Cultureel gezien kunnen we het lelijke fascinerend vinden – denk bijvoorbeeld aan de schilderijen van Otto Dix – maar toch zijn we niet vrij in onze smaak, want die is biologisch-evolutionair gevormd. Hoezeer we het ook proberen, het maakt ons wel degelijk uit hoe mensen eruitzien, er zijn vooroordelen en no-go’s. Of ken je soms een vrouwelijke presentator met ernstige acné?
Erotisch kapitaal
Op dit moment hangt Duitsland vol met posters van Calzedonia. Twee superinfluencers presenteren de nieuwe bikinicollectie: Pamela Reif, 27 jaar, 1 meter 65, 50 kilo, afgetraind. En Farina Opoku, 32 jaar, 1 meter 76, 84 kilo, mollig. Op het eerste gezicht is dit een voorbeeld van bodypositivity, want de campagne bewijst dat een lichaam dat niet aan de standaard voldoet ook mooi kan zijn, en zelfs gebruikt kan worden om geld te verdienen. Maar in feite lijken de twee vrouwen erg op elkaar. Terwijl de ene het ideale lichaam van begin eenentwintigste eeuw heeft, wijkt de andere daar slechts in één aspect van af: haar gewicht. Al het andere is onberispelijk: perfecte huid, glanzend haar, stralende ogen, hartvormige mond. De twee vrouwen vertegenwoordigen geenszins de twee uitersten van de schaal der aantrekkelijkheid. Integendeel, ze hebben allebei een enorm erotisch kapitaal. De ene omdat ze standaardmooi is, de andere omdat ze nog steeds standaardmooi is, maar dan in combinatie met een paar goed geproportioneerde kilo’s te veel.
Maar hoe zit het met de gebochelden, de scheefgezakten en kromgegroeiden, degenen met pukkels en littekens, de mensen met flaporen, afgekloven vingernagels en moedervlekken waar haar uit groeit? Waarom zijn bijna alle plussize modellen vrouw? Hoe zit het met dikke mannen? Denken mensen dat mannen minder last hebben van hun uiterlijk? En waarom wordt in karikaturen van Donald Trump en Boris Johnson ook vaak de draak gestoken met hun uiterlijk? Omdat het mag van de politieke tegenstander?
De oplossing is om voor eens en voor altijd op te houden over lichamen te praten, omdat het niet uitmaakt hoe je eruitziet
Ik denk niet dat we veel verliezen als de bodypositivity-beweging haar momentum verliest, waar het momenteel op lijkt. De eerste activisten propageren al een nieuwe beweging. Na rijp beraad denken ze te begrijpen dat het probleem niet schuilt in een onrealistisch schoonheidsideaal, maar in het feit dat mensen überhaupt hun eigenwaarde aan hun lichaam koppelen. Het is dus geen oplossing om dikke mensen per se mooi te vinden; de oplossing is om voor eens en voor altijd op te houden over lichamen te praten, omdat het niet uitmaakt hoe je eruitziet.
Er is al een term en een hashtag voor: #bodyneutrality. En hoewel ik het er in grote lijnen mee eens ben, blijf ik sceptisch. Weer een nieuwe strategie voor empowerment? Weer nieuwe campagnes, activisten, slogans en poses? Wordt weer alles anders terwijl alles hetzelfde blijft? ‘Mensen kunnen niet neutraal zijn over hun lichaam,’ zegt kunstwetenschapper Scheller. ‘We verlangen naar lichamen, vinden ze aantrekkelijk of afstotelijk. Een belangeloos genoegen is een utopie.’
De natuur is oneerlijk. Intelligentie, gezondheid, schoonheid zijn ongelijk verdeelde grootheden. Je kunt doen alsof dat niet zo is, je kunt jezelf wijsmaken dat we er gewoon anders over moeten praten om deze valse streek te compenseren. Maar je kunt ook proberen – en dat zou de meest empathische en veelbelovende strategie zijn – om kinderen op te voeden tot zelfverzekerde mensen, met een realistische kijk op hun lichaam en hun maatschappelijke beperkingen, ter voorbereiding op het feit dat ze niet perfect zijn, net zoals de wereld waarin ze leven niet perfect is.
Het is onmogelijk om zonder tegenslagen door het leven te gaan; daarmee leren omgaan kan een diep menselijke ervaring bieden die leidt tot groei en misschien zelfs tot transformatie in iets wat op karakter lijkt. Dat zou pas echte zelfempowerment zijn. Natuurlijk is daar meer voor nodig dan wat tweets en hashtags. Het vereist liefde, zorg, geduld en oprechtheid, en mensen die die idealen niet misbruiken of rondbazuinen, maar ze als vanzelfsprekend naleven. Ook als er niemand kijkt.
De oorlog heeft een groot deel van de Oekraïense economie verwoest, maar de draagmoederschapsindustrie gaat gewoon door. Zo biedt het Oekraïense bedrijf BioTexCom wensouders de mogelijkheid om via draagmoeders kinderen te krijgen.
Tanya, een 45-jarige vrouw in Los Angeles, betaalde zes jaar geleden 10.000 dollar en stuurde twee embryo’s naar een draagmoederkliniek in Oekraïne, in de hoop een gezin te kunnen stichten. Ze zegt dat ze nooit had verwacht hoeveel onzekerheid en hartzeer dat proces met zich mee zou brengen.
Tanya wilde zielsgraag een kind, maar kon zelf niet zwanger te worden. Nadat ze had ontdekt dat de kosten voor draagmoederschap in de VS hoog kunnen zijn, gingen zij en haar man op zoek naar opties in het buitenland. Ze stuitten op het in Kyiv gevestigde bedrijf BioTexCom. Tanya’s ouders komen oorspronkelijk uit Odessa, en ze vond het toepasselijk dat haar toekomstige kind in Oekraïne geboren zou worden.
Maar toen het traject met BioTexCom in de herfst van 2017 begon, zat het Tanya al snel niet lekker. Nadat ze haar embryo’s had opgestuurd, kreeg ze te horen dat die vrijwel onmiddellijk bij een draagmoeder zouden worden geïmplanteerd. Dat was een tijdlijn die niet overeenkwam met al het onderzoek dat ze had gedaan naar het proces van draagmoederschap.
Toen het bedrijf haar een paar dagen later vertelde dat de embryotransfer niet was gelukt en slechts minimale informatie gaf over waarom het was misgegaan, vermoedde ze dat er iets niet klopte.
Haar man was een paar weken later voor zijn werk in Kyiv en besloot langs de kliniek te gaan om te zien of hij antwoorden kon krijgen. Hij stelde zich voor aan een medewerker van de kliniek, die hem meteen bedankte voor het doneren van hun embryo’s aan een ander stel. Hij was verbijsterd: zat dit achter de mededeling van het bedrijf dat het proces onsuccesvol was?
‘Dat was het moment waarop de pleuris uitbrak,’ zegt Tanya. Ze voegt eraan toe dat BioTexCom haar berichten nooit meer heeft beantwoord en dat ze haar embryo’s nooit heeft teruggekregen.
Tweeling ruilen
Het verhaal van Tanya en haar man is een van de vele klachten die verslaggevers van Politico en de Duitse krant Die Welt aan het licht brachten tijdens hun onderzoek naar BioTexCom, mogelijk ’s werelds populairste kliniek voor draagmoederschap. Aan de betrokkenen is anonimiteit beloofd om over dit gevoelige onderwerp te kunnen spreken.
Volgens een Duits koppel verwisselde BioTexCom hun draagmoedertweeling met die van een ander koppel en zagen ze zich gedwongen de baby’s om te ruilen op een geheime plek in Duitsland. Een Duitse vrouw vertelde over haar onzekerheid en stress nadat BioTexCom had verzuimd al haar embryo’s terug te geven nadat ze haar plannen voor een draagmoederschap in Oekraïne had geannuleerd.
Die Welt sprak ook met voormalige aanklagers, draagmoeders en advocaten in Oekraïne. Zij beschuldigen BioTexCom van gebrek aan goede medische zorg voor vrouwen die de baby’s baarden, ook in geval van complicaties. Ze zeggen dat verschillende zaken niet voor de rechter zijn gekomen vanwege het soms chaotische rechtssysteem in het land. Ondertussen bevestigde de oprichter van het bedrijf dat hij huisarrest heeft gekregen vanwege een lopend vooronderzoek.
Tanya werd gedwarsboomd in haar pogingen om een onderzoek naar haar embryo’s te starten. Zij en haar man vrezen dat hun embryo’s zijn geïmplanteerd en dat er een kind is geboren dat aan een ander stel is gegeven. Hoewel ze een klacht heeft ingediend bij het internationale misdaadagentschap Interpol, weet ze meer dan vijf jaar later nog steeds niet wat er precies is gebeurd. (Interpol reageerde niet op een verzoek van Politico om commentaar.)
‘Weet je, het ergste is dat we er zo weinig aan konden doen,’ zegt ze. ‘Dat was zeer traumatisch… We zijn nu vijf jaar verder en ik denk dat ik er pas een jaar geleden mee in het reine ben gekomen.’
‘Er werden tegelijkertijd twee tweelingen geboren en helaas heeft het personeel de kinderen door elkaar gehaald’
Albert Totsjilovsky, de oprichter van BioTexCom, laat in een schriftelijke verklaring aan Die Welt en Politico weten dat de zorgen van Tanya over de implantatie van haar embryo’s bij een ander koppel ‘volkomen misplaatst’ zijn. ‘De kwaliteit van het materiaal was absoluut slecht – het had voor ons geen enkele zin om het voor een ander stel te gebruiken.’ Wat de Duitse tweeling betreft, gaf Totsjilovsky de schuld aan de openbare kraamkliniek van Kyiv. ‘Er werden tegelijkertijd twee tweelingen geboren en helaas heeft het personeel de kinderen door elkaar gehaald. Het is de enige keer dat zoiets is voorgekomen. We controleren alle processen zorgvuldig,’ schrijft hij.
Ook vindt hij de vrees onterecht dat de embryo’s van de Duitse vrouw verkeerd geplaatst zouden zijn of voor een ander gezin zouden zijn gebruikt. ‘We geven het materiaal van onze cliënten altijd vrij op hun verzoek en we helpen zelfs met het vervoer ervan,’ laat hij weten. ‘We hebben geen donoreicellen en -embryo’s nodig – we beschikken over een grote voorraad donoreicellen (meer dan tienduizend) die afkomstig zijn van jonge, gezonde donoren.’
Maar de zorgen blijven, gezien de omvang van de draagmoederindustrie in Oekraïne – die honderden baby’s per jaar produceert – en de zorgen en wanhoop bij betrokkenen. Niet onbelangrijk is dat het hele proces plaatsvindt te midden van een enorm militair conflict waarbij de toekomst van het land op het spel staat.
De Oekraïense economie mag dan zware klappen hebben gekregen door de Russische invasie, maar de babyindustrie van het land is – mede dankzij een gunstig wettelijk klimaat – in vol bedrijf.
Een bloeiende industrie
De afgelopen tien jaar heeft draagmoederschap – of de rent-a-womb-branche [‘huur een baarmoeder’], zoals critici het soms noemen – zich ontwikkeld tot een bloeiende mondiale industrie. De Zwitserse ngo International Social Service schatte in 2016 dat er jaarlijks twintigduizend baby’s werden geboren via draagmoederschap. Beroemdheden als Kim Kardashian, Elton John en Paris Hilton promootten deze industrie, die in 2022 naar schatting 14 miljard dollar waard was en tegen 2032 zo’n 129 miljard dollar zou kunnen bedragen, zo berekende onderzoeks- en consultancybedrijf Global Market Insights.
Hoewel draagmoederschap in de meeste Amerikaanse staten legaal is en ook een steeds belangrijkere optie wordt, is het verboden in een groot deel van Europa en in veel andere delen van de wereld. Dit betekent dat mensen die hierop aangewezen zijn, veelal naar een buitenlandse oplossing zoeken. Op plekken als Californië, waar draagmoederschap algemeen geaccepteerd is, is het vaak onbetaalbaar. Daardoor gaan vrouwen zoals Tanya op zoek naar meer betaalbare opties in het buitenland. De wirwar van tegenstrijdige nationale regelgevingen en de toename van vrouwen die over landsgrenzen reizen op zoek naar draagmoeders, bieden ruimte aan bedrijven zoals BioTexCom, de meest succesvolle kliniek voor draagmoederschap in Oekraïne.
Ondanks de oorlog met Rusland blijft de Oekraïense draagmoederindustrie – die een internationale klantenkring bedient – op zoek naar klanten. In een uitgekiende online omgeving presenteert BioTexCom honderden verhalen van gelukkige gezinnen die dolblij zijn met hun pasgeborene. Maar er zijn weinig details te vinden over de klachten die in het verleden tegen BioTexCom zijn ingediend, noch over aanvaringen met de Oekraïense politie.
Zo kregen Oekraïense aanklagers in 2018 en 2019 bijvoorbeeld het gerechtelijke bevel om Totsjilovsky onder huisarrest te plaatsen. Voormalig aanklager Joeri Kovaltsjoek deed onderzoek naar hem wegens mogelijke kinderhandel – omdat het DNA van sommige kinderen mogelijk niet overeenkwam met dat van de ouders – en wegens beschuldigingen van belastingontduiking en witwassen. Die zaken werden doorverwezen naar andere wetshandhavers en lagere rechtbanken en uiteindelijk geseponeerd. Kovaltsjoek zegt dat hij door hoge ambtenaren op een zijspoor is gezet onder het mom van institutionele hervormingen om de ongebreidelde corruptie in de Oekraïense rechtshandhaving aan te pakken.
Sinds de brute inval van Rusland heeft het draagmoederschap in Oekraïne meer internationale aandacht gekregen
Gevraagd naar een reactie op deze en andere beschuldigingen antwoordt Totsjilovsky dat de strafrechtelijke onderzoeken ‘hysterisch’ waren, aangewakkerd door corrupte Oekraïense aanklagers. Hij spreekt van pogingen om hem en zijn bedrijf af te persen voor een belang in het bedrijf of een losprijs van 1 miljoen dollar. ‘Alle beschuldigingen die hij en zijn team hebben geuit zijn volkomen onjuist,’ zegt hij in zijn verklaring over Kovaltsjoek.
Sinds de brute inval van Rusland heeft het draagmoederschap in Oekraïne meer internationale aandacht gekregen. De draagmoederschapsbusiness in Oekraïne heeft een waarde van tientallen miljoenen dollars en gaat gewoon door. Te midden van bombardementen, haperende watertoevoer en stroomtekorten paste BioTexCom, een van de populairste klinieken ter wereld, zich gewoon aan. Volgens eigen berichten op sociale media beschermt het bedrijf baby’s in bunkers en begeleiden gewapende soldaten pasgeborenen van en naar het ziekenhuis. Ondertussen doen buitenlanders verwoede pogingen om in Kyiv te geraken om zich bij hun pasgeborenen te voegen.
Tijdens deze oorlog baren honderden Oekraïense vrouwen baby’s voor kinderloze stellen, iets wat zelfs in vredestijd al een logistieke – en voor sommigen een ethisch dubieuze – uitdaging is. Toch staan de sociale media van BioTexCom vol met blije verhalen van buitenlandse stellen die alles riskeerden door naar een oorlogsgebied te reizen omdat ze voor het eerst ouders werden dankzij BioTexCom.
Terwijl Oekraïne vecht tegen Rusland, probeert BioTexCom de oorlog in zijn marketing te verwerken. Het bedrijf lanceerde de pr-campagneMake babies, not war en zegt ‘hun best te zullen doen voor jullie droom om ouders te worden. Niets kan ons tegenhouden’. Dat wordt regelmatig gepost op hun Facebook-, Telegram-, Tik Tok- en Instagram-accounts.
BioTexCom schaamt zich niet voor deze business-as-usual aanpak in oorlogstijd. In zijn schriftelijke reactie zegt Totsjilovsky dat het bedrijf actief vrouwen werft uit recent bevrijde gebieden in Oekraïne: ‘We hebben een groot tekort aan draagmoeders, het aantal potentiële klanten is drie keer zo groot als het aantal draagmoeders.’
‘Absolute onvruchtbaarheid bestaat niet’
Draagmoederschap is wereldwijd een controversiële kwestie. Commercieel draagmoederschap werd in 2015 verboden in Thailand en Nepal en in 2019 in India, na een reeks ophefmakende schandalen over uitbuiting en beschuldigingen van dubieuze ethiek. De vraag naar draagmoederschap verdween daarmee echter niet, maar verschoof naar landen zoals Oekraïne, waar het proces vergeleken met veel andere landen minder duur is en minder zwaar gereguleerd.
De vereisten voor draagmoederschap in Oekraïne zijn eenvoudig. De aanvraag moet afkomstig zijn van een getrouwd, heteroseksueel stel dat kan aantonen medisch niet in staat te zijn om kinderen te krijgen en dat bereid is om minstens de helft van de genetische link van het kind te leveren via sperma of embryo. BioTexCom adverteert op zijn website met pakketten vanaf slechts 40.000 dollar. Gemiddeld kost draagmoederschap bij BioTexCom 40.000 tot 50.000 dollar; een all inclusive VIP-pakket kost volgende de website 71.000 dollar. Dat is aanzienlijk minder dan wat draagmoederschap in de Verenigde Staten kost: experts en bedrijven schatten dat de gemiddelde prijs daar boven 100.000 dollar ligt.
Kenners van de Oekraïense draagmoederindustrie van voor de oorlog schatten dat jaarlijks bijna de helft van de 2000 tot 2500 zwangerschappen van draagmoeders in het land voor rekening van BioTexCom kwam. In februari 2023 meldde het bedrijf dat zeshonderd gezinnen gebruik hebben gemaakt van zijn diensten in de eerste elf maanden na de Russische invasie. Als elk gezin gemiddeld 50.000 dollar heeft betaald, zou BioTexCom dus 30 miljoen dollar hebben binnengehaald.
Met als motto ‘Absolute onvruchtbaarheid bestaat niet’ promoot BioTexCom een reeks diensten zoals ‘de grootste (eicel)donordatabase van Europa’, afkomstig van vijftienhonderd middle-class Oekraïense vrouwen. Maar ook ‘innovatieve’ mitochondriale vervangingstherapie, die zwangerschap garandeert. Tot de opties behoort ook pPre-implantatie genetische screening’ (PGS), een controversiële behandeling die wordt gebruikt voor geslachtsselectie. Het bedrijf biedt accommodatie in eersteklas hotels in Kyiv en belooft de geboorteakte van het kind te regelen. Dat is allemaal onderdeel van het pakket, aldus de website.
Tegelijkertijd zijn duizenden jonge Oekraïense vrouwen afhankelijk van deze industrie om te overleven. BioTexCom adverteert op bussen en via sociale media en heeft medewerkers in dienst om jonge vrouwen te werven in heel Oekraïne, zo zeggen vrouwen die als draagmoeder hebben gewerkt. Die Welt interviewde zeven Oekraïense draagmoeders van BioTexCom, op voorwaarde van anonimiteit. De meesten zeiden spijt te hebben van hun beslissing.
Zo vertelt Victoria aan Die Welt dat ze haar gewelddadige partner had verlaten en geld nodig had om een huis te kunnen kopen. BioTexCom betaalde haar in 2018 in totaal 12.000 euro voor drie zwangerschapspogingen, waarvan er uiteindelijk een succesvol was. Nadat het kind was geboren, werd Victoria volledig weggehouden van de baby; ze zei dat ze hem niet mocht voeden of bezoeken, wat ze schokkend en verontrustend vond.
‘Het kind werd niet aan mijn borst gelegd, ik had niet het recht om hem te voeden, ik had niet het recht om hem te zien,’ zei ze. ‘Ik was bevallen, had alles gegeven en dat was het. Ik moest huilen en schreeuwde over de afdeling. Ik kon het niet verdragen, ik voelde me slecht, ik droomde over het kind.’ Maar, voegt ze eraan toe, ze kalmeerde toen ze de vader van de baby zag. ‘Toen wist ik dat ik het niet voor niets had gedaan, dat ik twee mensen gelukkig heb gemaakt die hun hele leven van een kind hebben gedroomd,’ zegt ze.
Tatjana, een 41-jarige vrouw uit de Noord-Oekraïense stad Tsjernihiv, zegt dat ze gezondheidsklachten kreeg na haar draagmoederschap in 2014-2015. ‘Ik maak me zorgen om mensen die de armoede hopen te ontlopen en via het programma voor draagmoederschap geld willen verdienen om een huis te kopen. Ik wil niet dat het met hen afloopt zoals het met mij is gegaan, ik wil ik ze waarschuwen.’
Ze beweert dat BioTexCom-medewerkers begonnen te lachen toen ze hulp vroeg om noodzakelijke medicijnen te kunnen betalen. In 2018 sloot ze zich aan bij andere voormalige draagmoeders die hun klachten deelden met het Openbaar Ministerie in een zaak die nooit de rechtbank heeft gehaald. Tatjana zegt dat artsen haar baarmoederhals, baarmoeder en eierstokken hebben verwijderd. Sindsdien is ze twintig keer bestraald en is ze begonnen met chemotherapie tegen kanker. ‘Ik kampte met aandoeningen van maag, blaas, nieren en milt,’ zegt ze.
Overijverige aanklagers
In zijn verklaring verwerpt Totsjilovsky hun klachten en zegt dat het bedrijf voldoende medische zorg biedt aan de draagmoeders.
Olga, uit de regio Zjytomyr, ongeveer 140 kilometer ten westen van Kyiv, zegt dat artsen in 2014 haar baarmoeder volledig verwijderden nadat de baby die ze droeg stierf tijdens de zwangerschap. Haar klacht maakte deel uit van het onderzoek dat later werd stopgezet. Een andere voormalige draagmoeder, Nadia, spande een rechtszaak aan tegen de kliniek wegens gezondheidsschade. Die klacht is officieel geregistreerd en ligt nog bij een van de rechtbanken in Kyiv, zegt ze.
Anna, een voormalige verpleegster van BioTexCom die in de buurt van Rivne woont, 330 kilometer ten westen van Kyiv, vertelde Die Welt dat ze een ziek kind adopteerde nadat de Chinese biologische ouders weigerden het mee naar huis te nemen. Ze zegt dat dat vaker voorkomt als baby’s worden geboren met medische of gezondheidsaandoeningen.
Die Welt kreeg een reeks documenten van BioTexCom in handen – daterend van 2014 tot 2017 – waaruit blijkt hoe weinig draagmoeders betaald kregen. Vrouwen ontvingen 100 tot 200 euro voor elke embryotransfer en hetzelfde bedrag voor een succesvolle zwangerschap en de bijkomende onderzoeken. Voor eiceldonaties werd 500 euro per eicel betaald. In de VS kan dat oplopen tot 10.000 dollar per eicel. Elk contract varieert, maar gemiddeld kregen draagmoeders 8.000 tot 12.000 euro voor het dragen van een kind tot en met de geboorte. BioTexCom rekende klanten vaak het vijfvoudige van dat bedrag.
Een andere set documenten, die bekend staan als ‘protocollen’, laat zien hoe vijf vrouwen tussen de 27 en 35 jaar instemden met meerdere embryotransplantaties, een procedure waarvan bekend is dat er een hoger risico op complicaties aan verbonden is. Het toestemmingsformulier van één pagina bevatte zinnen als: ‘In geval van onvoorziene situaties of complicaties ga ik er bij voorbaat mee akkoord om alle noodzakelijke maatregelen te treffen ter voorkoming van complicaties.’ Volgens het formulier kunnen ‘complicaties, risico’s en andere gevolgen’ voorkomen, maar er staat niet bij wat de gezondheidsrisico’s of mogelijke gevolgen op lange termijn dan zijn.
In het onderzoek van de voormalige openbare aanklager beweren sommige voormalige draagmoeders dat BioTexCom hun nooit heeft betaald, noch verantwoordelijkheid heeft genomen voor hun gezondheidsproblemen en hen onvoldoende heeft gewaarschuwd voor de risico’s die ze liepen door draagmoeder te worden.
Totsjilovsky gaat in zijn schriftelijke verklaring niet in op specifieke gevallen, maar erkent dat sommige vrouwen een klacht hebben ingediend over het bedrijf. Velen van hen, beweert hij, worden opgejut door overijverige aanklagers. ‘We hebben enkele klachten ontvangen van draagmoeders die beweren dat ze door de aanklagers gedwongen werden om te zeggen wat die graag wilden horen en niet wat de draagmoeders eigenlijk zelf wilden zeggen,’ zegt hij. En dat terwijl het bedrijf zich volgens hem bekommert om het welzijn van de draagmoeders, hun medische zorg serieus neemt en hun compensatie onlangs nog heeft verhoogd naar een bedrag dat in de buurt komt van 20.000 dollar. ‘Alle draagmoeders krijgen uitgebreide controles en gesprekken met het medische team, en ze krijgen alle noodzakelijke informatie,’ aldus Totsjilovsky.
Desondanks zeggen externe experts dat het proces van het voldragen en vervolgens afstaan van een baby het risico van zowel fysieke als psychologische complicaties met zich meebrengt. Sommigen zijn bezorgd over het gebrek aan toezicht in Oekraïne.
‘Pleitbezorgers voor de gezondheid van vrouwen zijn ernstig bezorgd om het gebrek aan regelgeving’
Katie Hasson, adjunct-directeur van het Center for Genetics and Society in Oakland, Californië, houdt zich al jaren bezig met de ethische aspecten van menselijke genetische en reproductieve technologieën. Ze zegt dat draagmoederschap een belangrijk thema is geworden nu het deel uitmaakt van de reguliere vruchtbaarheidspraktijk. ‘Pleitbezorgers voor de gezondheid van vrouwen en vrouwenrechten zijn ernstig bezorgd om het gebrek aan regelgeving ter bescherming van draagmoeders en leveranciers van eicellen in Oekraïne,’ zegt ze.
Meer specifiek, zegt Hasson, gaan sommige medische procedures die BioTexCom en andere internationale bedrijven voor draagmoederschap aanbieden, gepaard met aanzienlijke gezondheidsrisico’s voor vrouwen. Het implanteren van meerdere embryo’s in draagmoeders om de kans op een succesvolle zwangerschap te vergroten of omdat aanstaande ouders twee kinderen willen, verhoogt volgens haar het risico aanzienlijk op complicaties voor zowel de baby’s als voor de draagmoeders.
Naarmate de vruchtbaarheidswetenschap voortschrijdt, wordt de behoefte aan voorzorgsmaatregelen groter. ‘Een onbewezen en riskante techniek, die bekendstaat als “mitochondriale overdracht” bijvoorbeeld, houdt in dat materiaal van de eicellen van twee verschillende vrouwen wordt gecombineerd,’ zegt Hasson. ‘Dat is in de VS verboden, maar in Oekraïne prijzen sommige klinieken het aan als een manier om algemene onvruchtbaarheid aan te pakken, hoewel er geen bewijs voor deze claim is.’
Op 9 mei van dit jaar meldde de Britse krant The Guardian dat in het Verenigd Koninkrijk de eerste baby was geboren met DNA van drie mensen via mitochondriale overdracht. Ondertussen leeft echter ook de zorg dat het toestaan van dit soort procedures de deur opent naar erfelijke genetische modificaties, oftewel designer baby’s, aldus Hasson.
Geen veilige plekken
De oorlog in Oekraïne heeft de harde realiteit van draagmoederschap in het Oost-Europese land blootgelegd, die in vredestijd grotendeels verborgen bleef of verdoezeld werd. Maryna Legenka, vicevoorzitter van de ngo voor mensenrechten La Strada-Oekraïne, heeft twijfels over de veiligheid van draagmoederschap tijdens de oorlog, ondanks het potentiële geluk dat het aanstaande ouders kan brengen. ‘Er zijn vandaag de dag geen plekken in Oekraïne waar het veilig is,’ zegt ze. ‘Alle klinieken kampen met ernstige problemen.’
Legenka, wier ngo honderden draagmoeders heeft ondersteund, zegt dat de meeste Oekraïners tegen draagmoederschap zijn en dat er een stigma kleeft aan vrouwen die ervoor kiezen. ‘De overgrote meerderheid van de vrouwen die als draagmoeder een kind dragen, verbergt voor de maatschappij dat ze in zo’n programma zit. Ze verbergen het vaak zelfs voor hun eigen familie.’
Maria Dmytrieva, een Oekraïense activist voor vrouwenrechten en programmadirecteur van het Democracy Development Center in Kyiv, is fel tegenstander van draagmoederschap. ‘De bescherming van vrouwen in Oekraïne is verschrikkelijk,’ zegt ze, en ze omschrijft draagmoederschap als ‘slavernij’.
‘In de wetgeving en de praktijk is er maar weinig interesse voor deze kwesties. De biologische moeder die de baby draagt, heeft geen rechten. Ze is wettelijk geen moeder, heeft geen rechten op de baby en geen recht op een medische procedure als er complicaties optreden,’ zegt ze. ‘Dit zijn dingen die uiteindelijk worden bepaald door de wensouder en de kliniek voor draagmoederschap.’
Legenka van La Strada heeft gelijkaardige zorgen. Ze wijst erop dat sommige contracten voor draagmoederschap beperkingen opleggen voor het dagelijkse leven van vrouwen, zoals een verbod om meer dan drie kilogram te tillen en andere instructies, zoals wat ze mogen eten. ‘De beperkingen in de contracten met draagmoeders – bedoeld om het risico op vroegtijdige beëindiging van de zwangerschap te verkleinen – verbieden hun vaak om hun eigen kinderen op te halen of om boodschappen te dragen die nodig zijn om ze te voeden,’ zegt ze.
Commercieel draagmoederschap is illegaal in de meeste Europese landen, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië. Maar andere landen zetten juist stappen om aan de vraag te voldoen. Veel van die landen hebben ontoereikende regelgeving en handhaving ervan is laks.
‘BioTexCom lijkt een soort fabriek die zorg voor draagmoeders niet vooropstelt, we raden ze niet aan’
Nadat hij zelf ouder was geworden via draagmoederschap in India, richtte Sam Everingham in zijn woonplaats Sydney Growing Families op, een adviesbureau voor draagmoederschap. De afgelopen tien jaar adviseerde hij gezinnen die via draagmoederschap een kind willen. Hij zegt dat BioTexCom ‘opereert in een grijze zone’ en dat het bedrijf de risico’s vergroot in een toch al ingewikkelde procedure. ‘BioTexCom lijkt een soort fabriek die zorg voor draagmoeders niet vooropstelt,’ zegt hij. ‘We raden ze niet aan. Maar ze beschikken over een enorme marketingmachine, vooral online, en ze zijn goedkoop, dus ze zijn nog steeds populair.’
Ook Sylvie Mennesson, voorzittter van CLARA, een Parijse ngo die onvruchtbare stellen bijstaat met advies over draagmoederschap – ondanks het feit dat het proces illegaal is in Frankrijk – vindt dat ouders met een kinderwens Oekraïne moeten mijden. ‘Als er problemen ontstaan, zullen ze die niet oplossen. Vooral als de baby prematuur is. Het is niet alleen een ethische, maar ook een medische kwestie,’ zegt ze. ‘Het gaat uiteindelijk ook om het belang van het kind. Welk verhaal ga je ze vertellen? Wie wil er nou te midden van bommen geboren worden? We weten niet wat de impact op het kind zal zijn.’
Tattoo met logo
De feministische activist Marie-Josèphe Devillers, auteur van Towards the Abolition of Surrogate Motherhood [Op weg naar afschaffing van draagmoederschap] zegt dat Europeanen die betalen voor toegang tot de lichamen van Oekraïense vrouwen een al afschuwelijke situatie nog veel erger maken. ‘Het is neoliberale uitbuiting. Een marktgedreven winstoogmerk dat het individu, dat koste wat het kost een baby wil, boven het collectieve goed stelt dat vrouwen beschermt,’ zegt ze.
Natuurlijk zijn er ook positieve verhalen over BioTexCom. Honderden nieuwe gezinnen hebben video’s online gezet waarin ze BioTexCom bedanken. Ze komen uit landen als Australië, Brazilië en China en hun vreugde en tevredenheid over het nieuwe ouderschap kent geen grenzen. Een gelukkig Spaans koppel liet zelfs het logo van BioTexCom als tatoeage zetten.
Maar BioTexCom is niet onbekend met controverse, en net zomin als voor Tanya is er voor veel buitenlandse gezinnen die voor het bedrijf kiezen sprake van een happy end. In 2011 leverde BioTexCom zonder bevestigde DNA-link een kind af aan een Italiaans stel in Brescia. Volgens berichten in de media moest het echtpaar na jarenlange rechtszaken in Italië het kind ter adoptie afstaan. In de loop der jaren doken er ook andere verhalen op. In maart 2011 werden een Franse vader en zoon betrapt toen ze twee baby’s in een busje over de grens van Oekraïne naar Hongarije smokkelden. Hun ambassade had geweigerd de paspoorten van de kinderen goed te keuren omdat draagmoederschap in Frankrijk illegaal is.
Voormalige klanten vertelden Die Welt over hun persoonlijke trauma’s of tragedies die verband hielden met het bedrijf. Zo vertelde het Duitse stel Anke en Ingo, dat anoniem wil blijven, dat ze kort na thuiskomst in 2020 een mysterieuze e-mail ontvingen van een medewerker van BioTexCom, waarin stond dat er een misverstand was met een ander Duits koppel over hun tweeling. Ze vreesden dat ze de wet hadden overtreden en namen contact op met de andere ouders. In het geheim verwisselden ze de kinderen zodat hun zoon Anton, die was verwisseld met een andere jongen, weer kon worden herenigd met zijn broer. ‘Als we ze het babyalbum van hun eerste levensdagen laten zien, zullen we moeten zeggen “Dit ben jij niet, Anton”,’ zegt Anke.
Een andere Duitse vrouw, Inge, besloot in 2016 niet door te gaan met het draagmoederschap, ook al had ze al meer dan 11.000 dollar uitgegeven en had ze haar eicellen geleverd. Ondanks vele verzoeken heeft BioTexCom nooit haar eicellen teruggegeven, zegt ze. ‘We hebben onze embryo’s nooit teruggekregen. Het is mogelijk dat ze die in een andere zwangerschap hebben gebruikt. Maar we kunnen het niet bewijzen,’ zegt ze. Totsjilovsky betwist dat en zegt dat ‘we het materiaal van onze patiënten op hun verzoek altijd vrijgeven’.
Wet en politiek
Voor de oorlog had de regering van president Volodymyr Zelensky gezworen om de Oekraïense economie te hervormen en het politieke systeem te verbeteren. Dat werd vaak bekritiseerd omdat het de rijke en machtige elite in staat stelde om oneerlijke voordelen te behalen via een netwerk van wetshandhaving, zakelijke en politieke belangen.
Kovaltsjoek, de voormalige aanklager, vertelde Die Welt over de moeilijkheden die hij en anderen ondervonden toen ze Totsjilovsky wilden aanklagen. Na een onderzoek dat een reeks kantoorinvallen omvatte, werd Totsjilovsky in 2018 officieel aangeklaagd, maar in 2019 liep de zaak spaak en bleef Totsjilovsky een vrij man. ‘Albert en zijn advocaat vertelden me openlijk dat ik niet langer als openbare aanklager kon blijven werken als ik de zaak voor de rechter zou brengen,’ zegt Kovaltsjoek. Hij werd daarna – na veertien jaar dienst als openbaar aanklager – daadwerkelijk uit het BioTexCom-onderzoek gehaald.
Totsjilovsky zegt dat hij niet verantwoordelijk is voor het ontslag van aanklagers en laat in een verklaring weten inderdaad contact te hebben met Oekraïense politici, maar niet te lobbyen ‘voor mijn bedrijf of voor het beschermen van mezelf in strafzaken. Ik streef ernaar om nieuwe veelbelovende industrieën te ontwikkelen’. Ondertussen is wel duidelijk dat BioTexCom en Totsjilovsky prominente aanhangers hebben, in het bijzonder Vitali Koepri, voormalig parlementariër en presidentskandidaat in 2019, die in augustus 2018 een aflevering van zijn tv-programma wijdde aan het verdedigen van BioTexCom.
Koepri, voormalige vicevoorzitter van de juridische toezichtscommissie van het Oekraïense parlement, vertelde Die Welt in 2018 dat hij van Totsjilovsky’s advocaten klachten had ontvangen over het onderzoek naar kinderhandel door het Openbaar Ministerie. ‘Ik heb die zaak nader bekeken,’ zegt hij in een WhatsApp-bericht. ‘Voor zover ik heb begrepen heeft BioTexCom besloten geen steekpenningen te betalen, maar juridische middelen te gebruiken om zijn rechten en belangen te verdedigen.’
Het meest schokkende aan de beschuldigingen van de voormalige aanklager is dat BioTexCom documenten en DNA-tests vervalste om kinderen die in Oekraïne waren geboren te kunnen verkopen aan ouders die genetisch niet aan hen verwant waren. ‘Ook als er van elke duizend kinderen slechts één (illegaal) verkocht wordt, vaagt dat alle goede, humane bedoelingen weg die de kliniek zichzelf gesteld heeft. Ik vind dat onacceptabel,’ zegt Kovaltsjoek. Maar Totsjilovsky verwerpt zijn beweringen en roept de aanklager op om met DNA-bewijs te komen.
‘Voor mij als onderzoeker was het psychologisch zwaar omdat elk van hen die haar levensverhaal vertelde, een tragisch verhaal had’
Volgens Kovaltsjoek kwamen tal van vrouwen die van 2013 tot 2017 draagmoeder waren, met tientallen beschuldigingen, waaronder beweringen dat BioTexCom hun niet had betaald en niet had gecompenseerd voor een mislukte zwangerschap of voor de kosten van medische complicaties die zich voordeden tijdens het draagmoederschap. ‘Voor mij als onderzoeker was het psychologisch zwaar omdat elk van hen haar levensverhaal begon te vertellen,’ zegt hij. ‘Degenen die durfden te praten, hadden allemaal een tragisch verhaal.’
Het Openbaar Ministerie beweert dat er sprake is van belastingontduiking waarbij tientallen miljoenen aan BioTexCom-gelden zijn weggemoffeld via offshorebedrijven die geregistreerd staan op de Seychellen of in Letland, Cyprus en Tsjechië.
Totsjilovsky, die tijdens het onderzoek in 2018 twee maanden onder huisarrest stond, vertelt Politico en Die Welt in zijn schriftelijke reacties dat de aanklagers geen bewijs hebben kunnen leveren en geen enkel voorbeeld van kinderhandel konden vinden. Dat kinderen aan ouders werden geleverd zonder DNA-link was gewoon een menselijke fout, zegt hij, en hij beweert dat het Openbaar Ministerie de omvang van deze kwestie overdrijft. ‘We doen zelf een verplichte DNA-test, dat hoort gewoon bij het pakket,’ zegt hij. Hij zegt ook dat hij nooit is veroordeeld voor een misdaad die verband houdt met zijn werk met draagmoeders.
Volgens Totsjilovsky probeerden machtige figuren uit de vorige regering van Oekraïne hem af te persen. ‘Ze wilden gewoon geld verdienen,’ zegt hij. ‘Net als in Rusland gebeurt het hier vaak dat wetshandhavers erg rijk zijn, omdat ze betrokken raken in andermans zaken,’ zegt hij. Hij heeft geen bewijzen overgelegd om deze beschuldigingen te staven.
Niets te verbergen
Op de dag dat Die Welt de kliniek van BioTexCom in Kyiv bezocht, eind december 2022, zaten tientallen draagmoeders geduldig in de ontvangsthal het resultaat van hun medische onderzoeken af te wachten. Het team van Die Welt kreeg te horen dat ze alles mochten filmen. ‘We hebben niets te verbergen,’ zei Totsjilovsky met een glimlach toen hij hen welkom heette.
Volgens zijn website is Totsjilovsky larger-than-life, een ‘zakenman, filantroop en publiek figuur,’ die zich op zijn gemak voelt bij internationale media en critici uitdaagt. Maar als hem wordt gevraagd hoeveel baby’s er in oorlogstijd zijn geboren, wordt hij minder direct en schat hij de geboortes per maand in het vroege voorjaar op slechts dertig. ‘We overleven, maar draaien nu met verlies omdat we veel onkosten en een groot team hebben en heel weinig programma’s.’
Hij ontkent miljonair te zijn geworden door het draagmoederschap. ‘Ik heb rijke familieleden,’ zegt hij. ‘Ik heb veel geld geleend.’
In werkelijkheid is er nog weinig gedaan om de industrie te reguleren
In de loop der jaren heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verschillende zaken over draagmoederschap behandeld. Hoewel de meeste uitspraken ouders bevoordelen ten opzichte van nationale wetten, tonen ze de complexe aard van de Europese wetgeving in deze kwesties. Het is duidelijk dat er geen consensus bestaat over draagmoederschap. Binnen het Parentage/Surrogacy Project worstelden internationale juridische experts in Den Haag de afgelopen tien jaar alleen al met het ontwikkelen van een kader, laat staan dat ze zijn gekomen tot implementatie van regelgeving voor deze wereldwijde handel. Het Comité voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties steunde in februari 2021 de ‘Verona-principes’ om richtlijnen te ontwikkelen ter bescherming van kinderen uit draagmoederschap. Het Europees Parlement veroordeelde draagmoederschap in mei 2022 en roept in een rapport over de oorlog in Oekraïne op tot ‘bindende maatregelen’ om vrouwen en kinderen te beschermen.
Maar in werkelijkheid is er nog weinig gedaan om draagmoeders mondiger te maken, kinderen te beschermen en de industrie te reguleren. Een persvoorlichter van de Europese Commissie zegt dat draagmoederschap niet onder haar bevoegdheid valt. ‘De EU heeft geen bevoegdheden om wetgeving aan te nemen die nationale wetten harmoniseert over familierecht in het algemeen en over methoden van menselijke voortplanting met behulp van draagmoeders in het bijzonder,’ zegt ze.
Volgens een woordvoerder van Europol, het Europese agentschap voor wetshandhaving dat onder meer mensenhandel bestrijdt, ‘moet de kwestie van draagmoederschap – die buiten ons mandaat valt – worden behandeld op nationaal niveau’. Organisaties van de Verenigde Naties, of ze nu bedoeld zijn om mensenrechten, vrouwen of kinderen te beschermen, weigerden commentaar of gaven vergelijkbare antwoorden waarin de verantwoordelijkheid wordt afgewezen.
Everingham van Growing Families zegt dat regeringen zoals die van Australië draagmoederschap openlijk kunnen ontmoedigen, net als in Europa, maar weinig kunnen doen om de wet te handhaven en om verwarrende binnenlandse of internationale geschillen te voorkomen. ‘Het zou verschrikkelijk zijn om nieuwe ouders gevangen te zetten wegens het stichten van een gezin,’ zegt hij.
Wetgeving
Het streven van Oekraïne om EU-lidstaat te worden – in juni 2022 kreeg het land de status van kandidaat-lidstaat – zou voor ambtenaren aan beide zijden een punt van aandacht kunnen zijn om de industrie verder te reguleren.
Er zijn tekenen dat Oekraïne stappen onderneemt om het toezicht te vergroten. In april van dit jaar werd een wetsontwerp voor het parlement opgesteld om draagmoederschap voor buitenlanders te verbieden, maar er werd niet gespecificeerd wanneer het zal worden behandeld. De Oekraïense commissie voor gezondheidszorg buigt zich momenteel over het voorstel.
‘De status van deze wetgeving is onbekend,’ zegt Maria Dmytrieva van het Democracy Development Center. In dit stadium kan het nog alle kanten op wat betreft de vraag of de wet wordt aangenomen. We proberen meer informatie te krijgen over de details.’
‘De wetgeving garandeert noch de bescherming van de rechten van de moeder noch die van het kind’
Maar het staat laag op de prioriteitenlijst zolang er een oorlog wordt uitgevochten waar geen einde aan lijkt te komen. ‘Het probleem zit in onze wetgeving zelf,’ zegt voormalig aanklager Kovaltsjoek. ‘Die garandeert noch de bescherming van de rechten van de moeder, noch die van het kind. In het algemeen is er op dit gebied praktisch niets geregeld. En daar profiteren gewetenloze klinieken van.’
Totsjilovsky vecht tegen het wetsvoorstel. ‘We hopen dat de wet niet aangenomen wordt,’ zegt hij, maar hij laat ook weten dat BioTexCom ‘voorbereidingen treft om vestigingen op te zetten in Georgië en Kazachstan om klaar te zijn voor elk denkbaar scenario’.
Tot op de dag van vandaag is Tanya onzeker en gefrustreerd door het gebrek aan duidelijkheid en uitleg van BioTexCom. Het bedrijf reageerde na het bezoek van haar man niet meer op haar telefoontjes en e-mails, zegt ze. Ze nam contact op met Interpol om een claim in te dienen, maar sinds de pandemie uitbrak, heeft ze van dat internationale agentschap niets meer gehoord.
Zij en haar man besloten toch verder te gaan met draagmoederschap in de VS en hebben nu een zoontje. ‘Het verhaal eindigt dus niet tragisch,’ zegt ze. Maar ze zegt wel dat ze zich de rest van haar leven zal afvragen wat er met dat embryo is gebeurd en of er ergens een kind opgroeit zonder ooit zijn biologische ouders te kennen. ‘Ik moest er altijd veel om huilen en was er altijd boos over,’ zegt Tanya. ‘Maar wat de situatie ook is, ik kan er niet veel aan doen. Dus daar heb ik me maar bij neergelegd.’
Terwijl China zijn invloed in Afrika met het ene na het andere infrastructuurproject blijft uitbreiden, zijn er maar weinig culturele banden tussen Beijing en het continent. Toch lijken ontdekkingsreiziger Zheng He en zijn zeelui uit de vijftiende eeuw hun sporen in Kenia te hebben achtergelaten.
Het huis van Mama Baraka, met zijn gebarsten lemen muren en slecht verlichte kamers met muggennetten aan het plafond, verscholen in een labyrint van smalle steegjes in het dorpje Siyu op het eiland Pate, is zelf niet opzienbarend. Maar één object in dit traditionele huis op het piepkleine eilandje voor de kust van Kenia heeft nieuwsgierige bezoekers van ver getrokken: een porseleinen kom die van generatie op generatie is doorgegeven, een artefact dat volgens Baraka bewijst dat haar voorouders honderden jaren geleden uit China kwamen.
‘We hebben de kom generatieslang als een familieschat bewaard,’ vertelt de 75-jarige Baraka. ‘Mijn grootouders hebben me van jongs af aan verteld dat we Chinees bloed hebben en dat we onze afkomst nooit moeten vergeten.’
‘Moeder heette Safina, het Arabische woord voor “schip”,’ vertelt Baraka, die in de schaduw van de overhangende dakrand wat verkoeling zoekt in de zinderende hitte. ‘Mijn oma wilde dat ze niet zou vergeten dat haar voorouders met een schip helemaal vanuit China hierheen waren gekomen.’
Volgens de historische consensus ondernam de Chinese ontdekkingsreiziger Zheng He tussen 1405 en 1433 zeven zeereizen, waarbij hij meer dan dertig landen bezocht. Zheng keerde terug naar China, zo is opgetekend, met ‘ontelbare schatten met onbekende namen’.
De grootste vloot ter wereld
Met meer dan 26.000 zeelieden aan boord van 300 of meer schepen, waaronder zich 63 zogeheten ‘schatschepen’ bevonden en waarvan het grootste meer dan 120 meter lang was, was dit tot de Eerste Wereldoorlog de grootste vloot ter wereld. (De vloot van Christoffel Columbus aan het einde van de vijftiende eeuw bestond uit drie schepen waarvan het grootste, de Santa María, ongeveer 36 meter lang was.)
Volgens de Mao Kun-kaart, ook wel bekend als Zheng He’s navigatiekaart en ’s werelds oudste zeeatlas, zeilden de vijfde, zesde en zevende expeditie door de Straat Malakka, via het zuidelijkste puntje van het Indiase schiereiland naar de Swahili-kust, helemaal tot aan het zuiden van het huidige Mozambique.
‘We waren wel een erg gesloten gemeenschap, dus ze werden misschien niet meteen met open armen ontvangen’
Steden als Mombassa, de oudste zeehaven van Kenia, stonden op de kaart gemarkeerd. De lokale legende wil dat een van Zhengs schepen voor de kust van Pate in een storm belandde, op een rots liep en naar de bodem van de Indische Oceaan zonk. Dit zou tussen 1417 en 1433 moeten zijn gebeurd, de enige periode waarin Zheng He en zijn zeelieden volgens de meeste kenners de Oost-Afrikaanse kust bereikten.
Baraka’s gezicht licht op als ze over de zeemannen vertelt die bij het plaatsje Shanga op Pate aanspoelden. ‘Daar is onze familiegeschiedenis begonnen.’ Maar, voegt ze eraan toe, ‘we waren wel een erg gesloten gemeenschap, dus ze werden misschien niet meteen met open armen ontvangen.’
Pythons
‘Destijds bezorgden een paar pythons de dorpelingen een hoop last, dus als de Chinese zeelui dat probleem konden verhelpen, werd hun verteld, dan mochten ze blijven. En inderdaad slaagden ze erin de pythons te doden, en zo werden ze alsnog verwelkomd. Ze bekeerden zich tot de islam, trouwden met lokale vrouwen en stichtten gezinnen.’
De overlevering vermeldt niet hoeveel zeemannen gezinnen vormden in Shanga, en Baraka weet niet hoeveel er die dag zijn aangespoeld, maar ‘we wonen al eeuwenlang in dit huis; ik ben hier opgegroeid en heb mijn kinderen hier grootgebracht’.
Met de publicatie van het boek When China Ruled the Seas, geschreven door Louise Levathes, bereikte dit verhaal in 1994 voor het eerst een groter publiek. De auteur noemt de vermeende nazaten van de Chinese zeelui op Pate in haar epiloog. Het verhaal vergaarde nog meer bekendheid door een artikel in The New York Times van journalist Nicholas Kristof, die het eiland naar aanleiding van Levathes’ boek in 1999 bezocht. In China haalde deze mogelijke geschiedenis pas in 2003 het nieuws, toen Li Xinfeng, verslaggever voor het Volksdagblad, naar Pate afreisde en het verhaal toegankelijk maakte voor het Chinese publiek.
Een van de doelen was absoluut om een oude schakel te vinden
Dit wakkerde de Chinese aandacht aan en al snel volgden bezoeken van staatsomroep CCTV, China Daily en staatspersbureau Xinhua, die allemaal op zoek waren naar een Chinese link met Kenia die ouder was dan de door China aangelegde spoorweg van Nairobi naar Mombassa (waar op het eindpunt aan de kust een buste van Zheng He prijkt met de inscriptie: ‘Zhengs vloot bracht vier bezoeken aan Mombassa, wat heeft bijgedragen aan het wederzijdse begrip tussen China en Kenia en de vriendschappelijke uitwisselingen tussen beide landen heeft bevorderd’).
Een van de doelen was absoluut om een oude schakel te vinden, een aanknopingspunt dat Afrika tot een van de hoofdbestemmingen zou verheffen voor het Belt and Road Initiative, het Chinese megaproject waar president Xi Jinping in 2013 het startsein voor gaf.
China heeft gigantische sommen geld in de infrastructuurontwikkeling gepompt, van de spoorweg tussen Tanzania en Zambia tot Entebbe International Airport in Oeganda. Op zee introduceerde China de maritieme zijderoute, die kustlanden van Zuidoost-Azië tot aan de Afrikaanse kust met elkaar verbindt, om zo de economische samenwerking tussen deze landen te stimuleren. Deze zeebrug overlapt grotendeels de route die Zheng zeshonderd jaar geleden bevoer.
Porselein
‘Ik had een paar vrienden, helaas inmiddels allemaal overleden, die een lichte huidskleur en kleinere ogen hadden,’ vertelt Walid Bihala, een tachtigjarige inwoner van Siyu. ‘We waren er allemaal van overtuigd dat ze van de Chinezen afstamden, en dat was ook wat er in hun familie werd gezegd.’
Sinds vijftiger Manour Ile, een andere dorpeling, een paar decennia terug voor het eerst van de Chinese schipbreuk hoorde, heeft hij langs de kust struinen en aangespoelde porselein jutten tot hobby verheven. Hij zegt dat hij nog altijd dingen vindt. Vol trots laat hij zijn verzameling scherven en brokstukken zien, die inderdaad afkomstig lijken van traditionele Chinese porseleinen kommen.
‘Door die rots is het Chinese schip gezonken. Net zoals die ijsberg bij de Titanic’
‘Professor Mark Horton uit het Verenigd Koninkrijk is bij me thuis geweest toen hij hier onderzoek deed,’ vertelt Ile. ‘Hij heeft me geholpen een aantal brokstukken te identificeren.’ Hij pakt een scherf op en zegt: ‘Deze, bijvoorbeeld, komt uit Europa.’ Hij pakt er nog een op, stoft hem af en zegt: ‘Deze komt uit China, maar ik weet niet precies van welke dynastie. Mijn buren zeggen alsmaar dat ik ze moet verkopen, misschien kan ik er wel een fortuin mee verdienen, maar ik peins er niet over. Dit is deel van ons erfgoed.’
Ile stelt voor een bezoek te brengen aan het verlaten, volledig overwoekerde dorp Shanga, een brommerritje van een halfuur. Gezeten onder een flinke baobab, uitkijkend op twee vissersboten die op het zand zijn getrokken, wijst hij naar de punt van wat een grote rots lijkt, die honderden meters verderop boven het water uitsteekt. ‘Door die rots is het Chinese schip gezonken,’ zegt hij. ‘Net zoals die ijsberg bij de Titanic.’
Pate werd na de eerste nieuwsberichten niet alleen bezocht door nieuwsgierige toeristen; in december 2002 stuurde de Chinese ambassade twee diplomaten op hun eerste officiële bezoek naar de Lamu-archipel, en vanaf 2010 volgden Chinese archeologen.
Archeologische missies
‘Onze grootouders hebben ons dit verhaal verteld,’ zegt Baraka, die nog goed weet hoe opgetogen ze was om haar verhaal te kunnen doen tegen zowel Keniaanse als Chinese archeologen. ‘Het was heel bijzonder om van Chinezen te horen dat het klopt.’
In december 2005 tekenden de Chinese Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Keniaanse regering een memorandum om de handen ineen te slaan voor archeologische missies op de Lamu-archipel. In 2010 stuurde China een team van archeologen van het Nationale Museum van China, de Provinciale Dienst voor het Cultureel Erfgoed van Henan en de Universiteit van Beijing naar Kenia om opgravingen te doen met lokale experts, waaronder die van de Nationale Musea van Kenia. Het was de eerste keer dat China een opgravingsteam over de landsgrenzen zond.
Van 2010 tot 2013 werden drie archeologische missies uitgevoerd om te kijken of de zeelieden van Zheng He hier inderdaad waren geweest. Professor Herman Kiriama, voormalig hoofd kustarcheologie van de Nationale Musea van Kenia, gaf leiding aan de Keniaanse archeologen die in 2010 met hun Chinese collega’s samenwerkten bij een onderwatermissie.
‘Het zou best kunnen dat er een schip ligt, maar wij hebben het niet gevonden’
‘Zelfs na jaren zoeken zijn we niet op scheepsresten van Zheng He’s vloot gestuit,’ vertelt Kiriama in een telefoongesprek. ‘Er zijn sterke stromingen en de oppervlakte van de zeebodem is in de loop der tijd drastisch veranderd. Het zou best kunnen dat er een schip ligt, maar wij hebben het niet gevonden.’
Toch leverde de expeditie een aantal veelbelovende vondsten op voor de kust van Malindi, een kustplaats die tussen de negende en vijftiende eeuw het hart vormde van het koninkrijk Malindi, een Bantoe-beschaving die op de navigatiekaart van Zheng He staat vermeld. Er werd intensief handelgedreven met de Arabieren. De teams vonden verschillende Chinese relikwieën, waaronder porselein, afkomstig van het Portugese fregat Santo Antonio de Tanna, ook wel bekend als het Mombassa-wrak, dat is gezonken in 1697 – meer dan tweehonderd jaar na Zhengs reis – tijdens het bewind van keizer Kangxi, de tweede heerser van de Qing-dynastie die over China regeerde.
Vondsten
Aan land deden archeologen van de Universiteit van Beijing en de Nationale Musea van Kenia opgravingen in Mambrui, vlak bij Malindi. Twee vondsten sprongen eruit: een aantal Yongle Tongbao, Chinese geldmunten uit de Ming-dynastie ten tijde van keizer Yongle, en blauw-wit porselein dat in de vroege Ming-dynastie uitsluitend voor keizerlijk gebruik was bedoeld.
‘Dit suggereert dat de site een van Zhengs landingsplaatsen was in de vroege Ming-dynastie,’ aldus een verklaring van het Instituut voor Archeologie van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, ‘en het biedt een aanknopingspunt voor verder onderzoek naar Zheng He’s reis en zijn contact met Oost-Afrika.’
Maar deze theorie is niet waterdicht. De Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama was in 1498 om de Kaap de Goede Hoop via de Oost-Afrikaanse kust naar India gevaren. Nadat deze zeeroute in gebruik was genomen, bloeide de handel tussen Azië en Oost-Afrika op, en het is heel goed mogelijk dat de relikwieën die van Zheng He’s vloot afkomstig zouden zijn, pas nadien, tijdens de Portugese uitwisseling van goederen, in Kenia zijn beland.
Mwamaka Sharifu, Mama Baraka’s dochter, weet nog goed dat mensen uit China haar moeder in 2002 bezochten om DNA te verzamelen. In opdracht van wie herinnert ze zich niet meer. ‘We waren benieuwd naar de uitslag, maar toen ik ernaar vroeg kreeg ik alleen te horen: “Het is in orde.” Het waren niet echt overheidsfunctionarissen, dus het zal wel alleen voor de documentaire zijn geweest,’ zegt Sharifu, waarmee ze doelt op 1405. The Voyages of Zheng He, die in 2002 in opdracht van CCTV en de provinciale overheid van Jiangsu werd gemaakt.
Bloedlijn
Moeder en dochter vernamen geen van beiden de uitslag, die ook nergens is gedocumenteerd. Het feit dat er een DNA-test was uitgevoerd, was voor sommige Chinese media voldoende om ermee aan de haal te gaan. De Nanjing Morning Post schreef in 2005 dat Baraka zou hebben gezegd dat ze de uitslag had ontvangen en dat ‘onomstotelijk’ vaststond dat ‘de bloedlijn van haar moeder Chinese genen bevat’.
Volgens Mingqing Yuan, fellow aan de Internationale Postdoctorale Opleiding voor Afrikaanse Studies in Bayreuth, Duitsland, lijkt de DNA-test misschien een wetenschappelijk bewijs van bloedverwantschap, maar is die ‘niet echt wetenschappelijk verantwoord, of zelfs plausibel, gezien de heterogeniteit en ambiguïteit van Chinees DNA’.
Tot zover de wetenschap. Maar aan anekdotes geen gebrek. In de ruïnes van het overwoekerde dorp wijst Ile op de gelijkenis tussen de naam Shanga en Shangai, die inwoners van Siyu ook al was opgevallen.
Andere dorpelingen, zoals Walid Bihala, beweren dat de tombes die over het eiland verspreid liggen, waaronder een oud uitziende koepel tussen Siyu en Shanga, van Chinese makelij zijn. ‘Kijk,’ zegt Ile terwijl hij van zijn brommer springt en uitsparingen op de koepel aanwijst. ‘Hier zat porselein, maar dat is gestolen omdat het geld waard is.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Ze zijn gebouwd door de Chinezen.’ Volgens professor Qin Dashu, een van de archeologen verbonden aan de Universiteit van Beijing, zouden de uitsparingen waar het porselein zou hebben gezeten voor een Chinees kenmerk kunnen doorgaan, maar de inscripties op de grafmonumenten zijn grotendeels weggevaagd en er zijn maar drie stenen platen die nog tekst bevatten, allemaal in het Arabisch.
De meeste mensen in de kustregio van Kenia en Tanzania zijn nog altijd soennitische moslims
De Arabische invloed langs de Swahili-kust, van Somalië tot Mozambique, is goed gedocumenteerd. Moslimhandelaren, voornamelijk Arabieren, vestigden zich vanaf de achtste eeuw in de regio, in de twaalfde eeuw gevolgd door Perzen – een mogelijke verklaring voor de ‘lichtere huid’ en de ‘kleinere ogen’ van de inwoners van Pate. De meeste mensen in de kustregio van Kenia en Tanzania zijn nog altijd soennitische moslims.
Behalve dit teleurstellende nieuws over de tombes vertelt Dashu ook dat de kom van Baraka ‘niets te maken heeft’ met de expeditie van Zheng He. Afgaande op de patronen en de technieken die bij het bakken van het porselein zijn gebruikt, is de kom op zijn vroegst in de late Qing-dynastie gemaakt, een paar eeuwen later.
Maar dit gebrek aan bewijs stond een softpowerinitiatief niet in de weg. Dankzij de legendes die hier al eeuwenlang voortleefden werd Sharifu het middelpunt van het Chinese mediaoffensief van halverwege de jaren 2000. Met directe steun van de Chinese ambassade in Nairobi reisde ze af naar China.
Staatssponsors
‘Ik was altijd de spraakzaamste van de familie, dus toen Chinese verslaggevers bij ons aanklopten, stond ik ze altijd vriendelijk te woord,’ vertelt ze. En al die door de staat gesponsorde berichtgeving kwam ook de staatssponsors zelf onder ogen, zodat Sharifu in 2005 werd uitgenodigd in Taicang, een stad in de provincie Jiangsu, ‘om de viering bij te wonen van de zeshonderdste verjaardag van Zheng He’s verkenningstochten’.
Na de festiviteiten in de stad van waaruit de ontdekkingsreiziger zijn reizen had ondernomen, mocht ze als onverwachte beroemdheid haar opwachting maken in de Grote Hal van het Volk, in Beijing, als ‘levend bewijs’ van de lange, vriendschappelijke geschiedenis tussen China en Afrika – zelfs al viel dit helemaal niet te staven. In 2017 werd Zheng He door president Jinping geroemd als ‘vriendelijke afgezant’ die een brug ‘voor vrede en samenwerking tussen Oost en West’ had gebouwd – een mythe die volgens fellow Yuan is gecreëerd ‘door selectieve herinnering vanuit politieke en economische bedoelingen’.
‘Wo hui jia je’[‘Ik ben thuisgekomen’] waren de eerste woorden die Sharifu tijdens de viering in Taicang leerde schrijven
Yuan zegt dat de Chinese overheid deze mythe over Zheng voortdurend aangrijpt om zichzelf ‘neer te zetten als de rechtmatige erfgenaam van de historische erfenis van Zheng He’ en als ‘woordvoerder van de Chinese etniciteit’. ‘Wo hui jia je’[‘Ik ben thuisgekomen’] waren de eerste woorden die Sharifu tijdens de viering in Taicang leerde schrijven en vervolgens omhooghield voor de camerahaag.
‘Wij zijn nazaten van Zheng He, en aangezien jij hier geen familie hebt en jij ook van Zheng He afstamt, ben je een van ons,’ zo zei het gezin dat het lokale bestuur als logeeradres voor haar had geregeld. ‘Vind je het leuk om in Kenia “China Girl” te worden genoemd?’ vroeg de presentator van Guests in juli 2005 op CCTV. ‘Jazeker,’ antwoordde Sharifu.
‘Hoe voelt het om thuis te komen?’ vroeg een verslaggever van staatspersbureau Xinhua toen Sharifu in Taicang was. ‘Het voelt goed,’ luidde haar antwoord.
Gecastreerd
Nog lang nadat de initiële media-aandacht was verslapt, bleven er artikelen over Sharifu’s reis naar China verschijnen. In 2017 publiceerde de site Overseas Chinese Network een verhaal over Sharifu’s etniciteit, waarin opnieuw werd beweerd dat een DNA-uitslag haar Chinese afkomst had bevestigd. Sharifu zegt dat ze tijdens haar Guests-interview heeft verteld dat zij de uitslag zelf nooit heeft gezien, maar dat deel was in de uitzending weggeknipt. In een artikel op nieuwsportaal 163 legde een journalist haar de woorden in de mond dat ze ‘altijd al naar China wilde omdat ze werd gepest omdat ze er anders uitzag’.
‘Dat klopt helemaal niet,’ zegt Sharifu lachend, terwijl ze in haar flat in Nairobi haar éénjarige zoontje wiegt. ‘Niemand deed lelijk tegen me, maar kennelijk wilden ze een beeld schetsen dat ik alleen maar in China terecht kon.’
Maar na alle heisa en de manier waarop het verhaal is opgeklopt om een verband te leggen met de legendarische Zheng He staat één ding als een paal boven water: Zheng was op jonge leeftijd gecastreerd. Er zal geen directe afstamming van onze tot de verbeelding sprekende avonturier zijn, want de goede man was een eunuch. En hoewel Zheng He in China een begrip is, maakt hij zelden indruk in Kenia, zelfs niet op Pate.
‘Ja, ik heb gehoord dat een Keniaans meisje in China is gaan studeren omdat ze Chinees bloed heeft,’ zegt de bejaarde Bihala, ‘maar zij was een uitzondering, want volgens mij is er verder niemand meer gegaan.’
En hoe graag Mama Baraka ook over haar Chinese geschiedenis praat, ze wuift elke suggestie dat ze zelf de pelgrimstocht zou willen maken weg. ‘Natuurlijk wil ik niet naar China,’ zegt ze lachend. ‘Ik wil niet eens naar Nairobi.’
Mike Mbuvi Gidion Kioko Sonko schopte het tot senator en gouverneur van Nairobi dankzij zijn populariteit en het fortuin dat hij maakte met zijn enorme wagenpark. De heersende bovenklasse stak uiteindelijk een spaak in de wielen van de politieke ambities van deze onbetwiste koning van de matatusubcultuur.
Halverwege het eerste decennium van deze eeuw nam Mike Mbuvi Gidion Kioko Sonko, die toen nog net geen veertig was, als een soort kolossus plaats in het zadel van Nairobi’s Eastlands: een koning en zijn uitpuilende leengoed. Eastlands is van alles, en niet in de laatste plaats een verzameling koloniale buitenhuizen en de vele imitaties daarvan uit de tijd van na de onafhankelijkheid. Ooit was Eastlands dé plek waar de Zwarte Afrikaanse elite zich vestigde. Maar toen die elite de macht in handen kreeg, trok ze en masse naar de buurten waar tot dan toe enkel Europeanen hadden gewoond. De wijk werd aan haar lot overgelaten en aan de randen ontstonden getto’s. Latere pogingen tot urbanisatie resulteerden in slecht ontworpen hoogbouw: flatgebouwen met krap bemeten en slecht verlichte woningen.
Maar Eastlands ging niet bij de pakken neerzitten. Op de stoffige, onverlichte straten waar soms nauwelijks nog water uit de kraan kwam, ontstond de populaire straattaal Sheng, een fascinerende mengeling van Engels en Swahili, met her en der wat invloeden van andere straattalen. Het Sheng maakte de weg vrij voor de Keniaanse rapcultuur uit de jaren negentig, een uitdagende imitatie van de Amerikaanse gangsterrap.
Matatu
Mede dankzij deze evolutie veranderden de matatu [het informele openbaar vervoer van Nairobi] van eenvoudig ogende busjes, jalopies, in manyanga: gepimpte voertuigen met een opzichtige carrosserie, versierd met avant-gardistische kunstwerken, waaruit oorverdovende muziek schalt. Matatucrews – chauffeurs, kaartjesverkopers en mensen die wat bijverdienen als chauffeur of kaartjesverkoper – maken hun naam waar als de meest modieuze inwoners van Nairobi. Piekfijn gekleed en met veel blingbling, alsof ze zo uit een videoclip van Snoop Dogg zijn gestapt – tatoeages, geverfd haar, gouden en zilveren tanden, kettingen en ringen – zijn deze deres en kanges hiphopversies van de smetteloos geklede sapeurs uit de Democratische Republiek Congo. Deze extravagante figuren, die een schamel loon verdienen dat net zo snel weer wordt uitgegeven als het wordt verdiend, zijn een soort halfgoden op de straathoeken vol werklozen in Eastlands. Ze trakteren geregeld op flessen goedkope drank en op bundels qat, de bladeren met een stimulerende werking, tot grote vreugde van hun minder draagkrachtige leeftijdsgenoten en bewonderaars.
De matatusubcultuur groeide uit tot een onlosmakelijk onderdeel van Eastlands. In 2010, toen de rest van Nairobi en Kenia Mbuvi leerde kennen, was de vijfendertigjarige al de onbetwiste koning van de matatusubcultuur. Hij bezat een aantal van de mooiste nganya – het Sheng-woord voor de versierde matatu was geëvolueerd van manyanga in de jaren negentig tot nganya rond 2000, en onlangs tot choda. Ze reden allemaal op route 58, tussen downtown Nairobi en het Buru Buru-winkelcentrum, een enorm druk gebied met cafés, gigantische supermarkten en discotheken.
Voor matatu geldt: hoe uitbundiger, hoe beter. Dus Mbuvi leefde zich helemaal uit, experimenteerde met de installatie van grote tv-schermen in zijn 32-persoonsmatatu, en gaf de busjes namen als Brown Sugar, Convict, Ferrari, Lakers en Ruff Cuts. De passagiers konden nu naar de clips kijken van de muziek die ze hoorden. Mbuvi verrijkte zijn wagenpark zelfs met een dubbeldekker, zodat de Buru Buru-passagiers een mooi uitzicht hadden terwijl ze door hun stad reden. Voor Mbuvi, die nog geen twaalf jaar eerder in een extra beveiligde gevangenis had gezeten, had het leven een opmerkelijke wending genomen. Maar weinig mensen realiseerden zich dat dit nog maar het begin was.
Mbuvi en Primrose wisten uiteindelijk een heel wagenpark te verwerven, met de meest lawaaierige en opzichtige nganya van Nairobi
Op 12 maart 1998 was Mbuvi naar de Shimo La Tewa Maximum Security Prison gestuurd. Hij was gevangene P/No. SHO/477/1998. Na een maand achter de tralies deed hij alsof hij ziek was en werd overgeplaatst naar het Coast General Hospital in Mombassa, waar hij op 16 april 1998 uit ontsnapte, om later terug te keren in Buru Buru. Samen met zijn vrouw Primrose wist Mbuvi voldoende geld bij elkaar te schrapen om een hair salon, een barber shop, een videobibliotheek, een cybercafé, een zaak in tweedehands auto-onderdelen en een kledingboetiek op te zetten.
Omdat Mbuvi voortvluchtig was, hield hij zich op de achtergrond. Primrose hield de boel draaiende en de zaken floreerden. Het stel opende een populaire nachtclub en stortte zich vervolgens in de matatu-business. In het begin kon Mbuvi zich geen nganya veroorloven. En dus nam hij genoegen met een paar aftandse matatu, die hij inzette in Dandora, diep in Eastlands: een uitgestrekte nederzetting waar zich de grootste stortplaats van Nairobi bevindt.
Mbuvi en Primrose wisten uiteindelijk een heel wagenpark te verwerven, met de meest lawaaierige en opzichtige nganya van Nairobi. Daarmee waren zij heer en meester op de Buru-route. Het geld begon binnen te stromen. Er bestaat een hiërarchie in de wereld van de nganya, die ongeveer net zo werkt als bij hitlijsten. Hoe langer een nummer op één staat, hoe meer de artiest eraan verdient. Bij de nganya geldt dat de busjes die bovenaan staan, meer verdienen op een dag: door een hogere prijs te vragen of door vaker op en neer te rijden, of beide.
Groupies
Dat men hogere prijzen durft te vragen komt voort uit het feit dat er altijd een gestage stroom passagiers is die bij de halte blijven wachten op hun favoriete nganya – je zou ze fans of groupies kunnen noemen. Deze mensen vinden het geen probleem om wat extra te betalen voor comfort, muziekkeuze of prestige als ze in hun favoriete nganya kunnen zitten. En wat nog belangrijker is: de nganya aan de top kunnen vaker op en neer rijden, omdat zij zich niet hoeven te houden aan bepaalde protocollen binnen het matatu-ecosysteem, zoals de regel dat bij de haltes het busje dat het eerst komt, het eerst maalt. Dus hoefden Mbuvi’s nganya in het centrum van Nairobi niet achter in de rij aan te sluiten, maar konden ze onmiddellijk passagiers aan boord nemen en weer terugrijden. Hetzelfde gold in het Buru-winkelcentrum, waar ze de motor niet eens uit hoefden te zetten. Zolang de nganya in beweging waren, waren Mbuvi’s geldschieters tevreden. Maar het grootste voordeel van de nganya was dat ze hun eigen wetten maakten. Om maar zo vaak mogelijk op en neer te kunnen rijden, haalden ze aan de verkeerde kant in, sneden af, drukten motoren van de weg en reden soms op de verkeerde weghelft.
Dat deze ‘matatuwaanzin’ al die tijd werd gedoogd door de inwoners van Nairobi, komt door de corruptie van de verkeerspolitie, die op de loonlijst staat van de matatubaronnen. Volgens de bestuurders van enkele van de populairste nganya van Nairobi (de routes die ze rijden moeten geheim blijven uit angst voor represailles) heeft er altijd een corruptievoedselketen bestaan. De belangrijkste agenten krijgen elke maand betaald en het bedrag daalt naarmate men lager in de rangorde zit. De verkeersagenten krijgen het minst betaald, een halve dollar per nganya per dag. Nganya moesten de verkeersregels wel breken, zo was de gedachte, want het is een geweldige investering om een gewoon minibusje om te bouwen tot een nganya.
Nog los van het feit dat Mbuvi hier een godsvermogen mee verdiende – volgens een schatting die Mbuvi zelf ooit maakte, zou hij op een gemiddelde dag al tegen het einde van de ochtend zo’n 200 dollar per nganya hebben verdiend, en dan moest het spitsuur nog komen – heeft hij het door de matatu ook geschopt tot baas.
‘Sonko’
In deze periode van zijn leven kreeg Mbuvi de bijnaam ‘Sonko’ – Sheng voor baas, of de man met het geld. Mbuvi’s andere bijnaam, die nooit hardop is uitgesproken, is Kabumba – een Sheng-term die verwijst naar zwarte magie. Mbuvi’s ster rees zo snel dat sommige mensen tovenarij vermoedden. De gefluisterde geruchten werden deels gevoed door het feit dat Mbuvi is geboren en getogen aan de kust, en ze steunden op de populaire mythe dat er een krachtige vorm van tovenarij is die haar kracht ontleent aan de Indische Oceaan. Mbuvi heeft geen moeite gedaan dit beeld weg te nemen; hij draagt aan al zijn vingers gouden ringen met merkwaardig uitziende dieren – het idee is dat er voodookrachten schuilen in blingbling.
Dus tegen de tijd dat er in april 2010 tussentijdse parlementsverkiezingen werden gehouden in Nairobi’s Makadara-kiesdistrict, was Mbuvi in Eastlands al een factor om rekening mee te houden. Mbuvi was niet langer alleen de flamboyante eigenaar van de coolste nganya, hij was bovendien uitgegroeid tot woordvoerder van alle Eastlands-matatu, die hem tot voorzitter hadden gekozen. Toen de overheid in 2007 de haltes van de Eastlands-matatu wilde verplaatsen van het centrum naar de randen van de stad, stapte Mbuvi naar de rechter en wist er een stokje voor te steken. Buiten Eastlands had Mbuvi nog altijd iets mystieks: de geheimzinnige eigenaar van beruchte Buru-matatu, die zich nergens iets aan gelegen liet liggen. Maar Nairobi zou al snel meer over hem te weten komen.
Mbuvi’s belangstelling voor de tussentijdse verkiezing was gewekt doordat hij meende dat niemand anders in het kiesdistrict beschikte over zo’n netwerk, zo veel mankracht en zo’n uitgebreide infrastructuur als hij, met het Buru-winkelcentrum als middelpunt. Als hij zou besluiten zijn uitgebreide nganyanetwerk van chauffeurs, kaartjesverkopers en losse krachten te gebruiken als campagnetool, zou hij een enorme voorsprong hebben op de andere kandidaten. Bovendien had Mbuvi dankzij zijn nganya grote hoeveelheden contant geld, waar hij kwistig mee strooide.
Hij speelde het spel niet volgens de regels van de politieke elite, en hij was dan ook niet welkom
Mbuvi zorgde onmiddellijk voor ophef in de doorgaans zo rustige politiek in Nairobi. Wie was die magere knul op dat billboard, met dat opzichtige uiterlijk? En hoezo noemde hij zichzelf Sonko? Maar al snel deed het nieuws de ronde dat Mbuvi de eigenaar was van de beruchte nganya, en toen vielen de puzzelstukken op hun plek. Door de nganya verdiende Mbuvi schatten geld – vandaar de naam Sonko – en als eigenaar genoot hij immuniteit.
Vanaf dat moment, en gedurende zijn hele theatrale decennium in de politiek, werden Mbuvi’s vele misstappen hem vergeven omdat hij de verpersoonlijking was van umatatu: een anarchistisch fenomeen dat wordt gekenmerkt door brutaliteit, vulgariteit en bravoure, en belichaamd door zorgeloze matatucrews.
Maar umatatu leverde Mbuvi niet alleen geld en roem op, het leidde ook tot opgetrokken wenkbrauwen. De gevestigde politieke partijen wilden zich niet met Mbuvi inlaten, ondanks zijn herhaaldelijke toenaderingspogingen. Hij speelde het spel niet volgens de regels van de politieke elite, en hij was dan ook niet welkom.
Parlementslid
Hoewel hij het opnam tegen lokale kandidaten, won Mbuvi de verkiezingen en daarmee had Makadara een nieuw parlementslid. Mbuvi liet er geen gras over groeien. Hij wilde zo snel mogelijk zijn stempel op de politiek drukken aangezien hij nog maar twee jaar de tijd had voor de algemene verkiezingen van 2013. Mbuvi maakte zijn naam, Sonko, waar door in het wilde weg stapeltjes knisperende bankbiljetten uit te delen zodra hij een behoeftige Nairobiaan tegenkwam en ventte zijn vrijgevigheid handig uit op social media. Om te zorgen dat er over hem werd gepraat, reed hij rond in vergulde SUVs, droeg kilo’s gouden sieraden en verfde zijn haar goud. Zo trok hij meer dan genoeg aandacht – niet allemaal even positief.
Mbuvi speelde een kat-en-muisspel met de politie
Drie maanden nadat Mbuvi was gekozen, deed de politie een inval in zijn kantoor en in zijn huis in Buru, op verdenking van betrokkenheid bij drugshandel, na een tip van de Amerikaanse ambassade (de minister van Binnenlandse Veiligheid heeft in het parlement toegegeven dat de Amerikanen dit hebben gelekt). Mbuvi speelde een kat-en-muisspel met de politie en deed in het parlement op hoge toon zijn beklag over intimidatie door de politie.
Op 10 november 2005 landden Artur Margaryan en Artur Sargasyan, twee met gouden kettingen behangen Armeniërs, in Nairobi. Door zich eerst voor te doen als zakenlieden, vervolgens als playboys en uiteindelijk als veiligheidsexperts, wist het stel connecties te leggen op het hoogste niveau van de Keniaanse samenleving. Uiteindelijk bleken de beide mannen zo nuttig voor degenen met wie ze verwikkeld waren in allerlei schimmige zaakjes, dat ze allebei werden benoemd tot adjunct-commissaris van politie.
Keniaanse journalisten brachten de beide Arturs herhaaldelijk in verband met drugshandel. En hoewel de politie niet kon bewijzen dat Mbuvi zelf was betrokken bij drugshandel, leek de politie, door nadrukkelijk te verwijzen naar de nganya die Mbuvi Artur had gedoopt – en door ARTUR zelfs in hoofdletters te schrijven – te impliceren dat hij dan misschien niet direct schuldig mocht zijn, maar dat zijn voorliefde voor vermoedelijke dealers veelzeggend was.
Terecht of niet, het stempel van drugsdealer bleef aan Mbuvi kleven (misschien dat hij daarom in 2012 besloot zijn naam te veranderen van Mbuvi Gidion Kioko in Mbuvi Gidion Kioko Mike Sonko). Niet dat dit hem schade berokkende: zijn populariteit steeg tot ongekende hoogten.
Drugshandelaanklacht
Mbuvi zag de drugshandelaanklacht als een schot voor de boeg en hij begreep dat hij politieke bescherming moest zoeken – en snel ook. Zijn succes bij de tussentijdse verkiezing was natuurlijk geen garantie voor toekomstige politieke successen, zeker niet nu hij zijn zinnen erop had gezet de eerste senator ooit te worden voor Nairobi (een functie die in 2010 in de Keniaanse grondwet was opgenomen). Hij moest aansluiting zoeken bij een van de twee politieke partijen. Dit keer was zijn timing perfect. Uhuru Kenyatta, destijds een van de twee vicepremiers, stond op het punt zich kandidaat te stellen voor het presidentschap namens de Nationale Alliantie Partij. Als zoon van Jomo Kenyatta, de grondlegger van de Keniaanse onafhankelijkheid, behoort Kenyatta tot de politieke royalty, maar hij zat in ernstige problemen en hij had alle vrienden nodig die hij maar kon vinden.
Hij ging zelfs zo ver om zijn kapper te vragen de naam Kenyatta op zijn hoofd te scheren
Kenyatta was een van de vier Kenianen die door het Internationaal Strafhof in Den Haag werden vervolgd wegens misdaden tegen de mensheid. De aanklachten houden verband met het geweld in 2007 en 2008, voorafgaand aan de verkiezingen, waarbij meer dan duizend mensen zouden zijn vermoord. Mbuvi wierp zich op als Kenyatta’s belangrijkste pleitbezorger. Hij trok Kenyatta’s situatie naar zich toe en ging zelfs zo ver om zijn kapper te vragen de naam Kenyatta op zijn hoofd te scheren. Hij vloog naar Den Haag om demonstraties vóór Kenyatta te leiden, telkens wanneer Kenyatta moest voorkomen. Dan droeg hij steevast een T-shirt met de woorden Respect our Prezzo, Takataka nyinyi ghasia! (Respect voor onze president, stelletje eikels!)
Mbuvi’s steun voor Kenyatta loonde. Tijdens de verkiezingen van 2013 wisten Kenyatta en zijn running mate William Ruto – die ook in Den Haag was aangeklaagd wegens misdaden tegen de mensheid – met een minieme marge het presidentschap in de wacht te slepen. De zaak tegen beide leiders werd vervolgens geseponeerd.
Mbuvi liftte mee op dit succes en werd de eerste senator van Nairobi, met maar liefst 808.705 stemmen: het hoogste aantal stemmen dat tot dan toe in Kenia was uitgebracht op een afzonderlijke politicus die niet opging voor het presidentschap. Mbuvi was niet te stuiten.
Misrekening
Zoals de meeste net gekozen senatoren realiseerde Mbuvi zich dat hij misschien een misrekening had gemaakt. De titel mag dan nog zo indrukwekkend zijn, de baan zelf beperkt zich tot toezicht houden. De echte macht lag bij de gouverneurs, die zeggenschap hadden over enorme budgetten en die zodoende levens en leefomstandigheden konden beïnvloeden. Dus bedacht Mbuvi een plan. Hij richtte een particulier gefinancierde, pro-bono opererende dienstverlenende instantie op, het Sonko Rescue Team, dat bestond uit ambulances, brandweerauto’s en watertanks. Hij schakelde honderden jongeren in om het geheel te bemannen, en liet ze ondertussen afval van de straat halen. Hij zorgde dat de nieuwe organisatie de ziekenhuisrekening betaalde van mensen die een gespecialiseerde behandeling moesten ondergaan in Kenia of in het buitenland. Mocht diegene onverhoopt overlijden, dan stelde Mbuvi gratis een van zijn beroemde nganya beschikbaar als lijkwagen.
Tijdens een senaatsbijeenkomst ging Mbuvi bijna op de vuist met gouverneur Kidero, de man die hij uit het zadel wilde wippen. Het had geen negatieve gevolgen voor hem. Niets kon Mbuvi raken. Voorlopig niet, in ieder geval.
Samen met enkele van de rijkste zakenlieden van Kenia werkten ze een plan uit dat bekend zou komen te staan als ‘Operatie stop Mbuvi’
Maar hoewel de doorgaans achteloze Kenyatta zich niet leek te storen aan Mbuvi’s umatatu en zijn anarchistische streken keer op keer door de vingers zag, was er een groepje hoge ambtenaren dat daar anders over dacht. Zij maakten zich zorgen over wat er zou gebeuren als Mbuvi gouverneur van Nairobi zou worden. Samen met enkele van de rijkste zakenlieden van Kenia werkten ze een plan uit dat bekend zou komen te staan als ‘Operatie stop Mbuvi’ – een operatie waar Mbuvi zich herhaaldelijk in het openbaar over beklaagde, zodra hij tegenwerking ervoer van de overheid.
Op zeker moment zag het ernaar uit dat Mbuvi naar een zijspoor was gedirigeerd. Op een avond laat vroeg hij belet aan bij Kenyatta. Naar het schijnt raakte Mbuvi overstuur en vroeg hij Kenyatta waarom die hem verloochende terwijl Mbuvi de president juist had gesteund tijdens het proces in Den Haag. De volgende ochtend om acht uur ontving Mbuvi een bewijs van goed gedrag van de politie, waarmee hij toch aan de voorverkiezingen kon meedoen. Die hij won.
Toontje lager
Nadat de president had laten zien dat hij Mbuvi dan misschien niet steunde maar wel naar hem luisterde, zagen de hoge ambtenaren en hun geldschieters zich gedwongen een toontje lager te zingen. Maar daar wilden ze dan iets voor terug: zij wilden bepalen wie Mbuvi’s running mate zou worden. Het was de bedoeling om op die manier Mbuvi’s umatatu te beteugelen, door hem te koppelen aan een ingetogener iemand. Maar vooral hoopte men op deze manier bepaalde commerciële belangen veilig te stellen. De politiek was belangrijk, maar nog belangrijker was het geld. Polycarp Igathe, een loyale protégé die ervaring had opgedaan binnen het Keniaanse bedrijfsleven, leek dé man voor deze klus.
Het plan was eenvoudig. Mbuvi zou de stemmen binnenhalen. Igathe zou regeren, met als uiteindelijke bedoeling Mbuvi uit het zadel te wippen, zodat de paar uitverkorenen Nairobi konden overnemen, met Igathe als mogelijke gouverneur. Mbuvi ging op dat moment niet de directe confrontatie aan, maar verliet zich op realpolitik. Hij gaf toe aan de eisen van zijn tegenstanders en veinsde gedurende de hele campagneperiode een vriendschappelijke band met Igathe.
De merkwaardige combinatie werkte. Mbuvi won met 871.974 stemmen – waarmee hij zijn eigen record uit 2013 brak. Het overgrote deel van de stemmen was afkomstig van het Eastlands-proletariaat.
Igathe walste het gemeentehuis binnen en foeterde het personeel uit toen hij afval zag liggen in de parkeergarage. De overname van het stadhuis door Igathe was in volle gang. Maar Mbuvi was hem een stap voor. Hij vulde het stadhuis met loyale rouwdouwers uit Eastlands. De meesten hadden nauwelijks een taakomschrijving, behalve kijken en luisteren. Dankzij hen was Mbuvi alomtegenwoordig. Er kon geen papiertje worden verplaatst zonder zijn toestemming.
Vervolgens omringde hij zich met een legertje lijfwachten, personal assistants en handlangers uit zijn matatuhoogtijdagen. De achterdocht greep om zich heen. Nairobi werd geregeerd door paranoia.
Om de chaos te vergroten had Mbuvi een handvol mobiele telefoons en hij was de enige die wist welke waarvoor was. Hij bepaalde zelf wanneer hij bereikbaar was en wanneer hij van de aardbodem verdween. Uit angst dat er een administratieve maalstroom dreigde, deed Igathe verwoede pogingen de bureaucratie op het gemeentehuis vlot te trekken. Maar het was te laat. Na zes maanden liet de man die Mbuvi in het gareel had moeten houden om hem uiteindelijk te vervangen, op Twitter weten dat hij ontslag nam.
Plaatsvervanger
Mbuvi moest een nieuwe plaatsvervanger benoemen, maar dat deed hij niet. Toen er druk op hem werd uitgeoefend om dat toch te doen, stuurde hij in het wilde weg kandidaten naar het districtsbestuur, ter goedkeuring. Die werden automatisch afgewezen. Maar met elke stap won hij tijd. Vervolgens zorgde hij dat alle telefoongesprekken werden opgenomen: kruisraketten die hij afvuurde al naargelang de hoeveelheid schade die hij wilde berokkenen, wíé hij wilde schaden en wáár. Toen Igathe ontslag nam, lekte Mbuvi hun gesprekken, waarmee Igathe in een slecht daglicht kwam te staan. Toen er een woordenwisseling ontstond met Esther Passaris, parlementslid voor Nairobi, liet Mbuvi screenshots lekken met berichten waarin zij hem vroeg haar campagnes te financieren.
Met eenzelfde machiavellistische tactiek bestuurde Mbuvi Nairobi. Zijn kabinet moest op eieren lopen omdat hij wekelijks de samenstelling veranderde. Om iedereen in het gemeentehuis scherp te houden, zorgde Mbuvi ook dat alle hoge ambtenaren een tijdelijke functie kregen, zodat hij hen zonder enig probleem kon ontslaan, overplaatsen of degraderen. Hij regeerde enerzijds door angst en corruptie; anderzijds door chaos en verwarring. Alles leek te gaan zoals hij wilde.
Toen hij de volledige controle leek te hebben, konden Mbuvi en zijn mannen doen wat ze maar wilden
Toen hij de volledige controle leek te hebben, konden Mbuvi en zijn mannen doen wat ze maar wilden. Op een zaterdagochtend in april 2018 leken ze toch te ver te gaan. Een groep stevig gebouwde kleerkasten stormde Hotel Boulevard in het centrum van Nairobi binnen en verstoorde met veel geweld een persconferentie van de ingetogen Timothy Muriuki, een voormalig hoofd van de Nairobi Central Business District Association. Muriuki werd gezien als een onbeduidende criticaster die een lesje moest leren. De mannen takelden hem toe terwijl de journalisten zich uit de voeten maakten. De knokploeg, die er enkel op was gericht Muriuki de mond te snoeren en de pers uiteen te drijven, sleurde Muriuki het terrein af. Hij werd in een modderpoel geduwd en hij viel. Muriuki wist overeind te krabbelen en wilde wegrennen, waarop de aanvallers zijn jasje grepen en weer begonnen te slaan en te trappen. Muriuki wist te ontsnappen terwijl journalisten de bewakers van een naburig gebouw wisten over te halen hem een veilig heenkomen te bieden.
Kenia’s deep state
Toen de inwoners van Nairobi dit alles op social media zagen, realiseerden velen zich dat ze een stommiteit hadden begaan door Mbuvi met zijn umatatu te kiezen.
De ambtenaren en zakenlieden die er niet in waren geslaagd hem uit het zadel te wippen, besloten een nieuwe poging te wagen. Ze probeerden gebruik te maken van Mbuvi’s paranoia. Uit angst dat het gemeentehuis werd afgeluisterd besloot Mbuvi Nairobi te besturen vanuit afwisselend een onopvallend pied-à-terre in de Upper Hill-buurt – een huis dat hij had omgebouwd tot kantoor – en zijn gigantische villa op een heuveltop in Mua Hills, vol opzichtig goud, midden in de buitenwijken van Nairobi.
Mbuvi liet zijn kabinet bijeenkomen in deze privéwoningen. Mbuvi’s tegenstanders gebruikten de pers als spion en zo kwam de ene na de andere weinig lovende krantenkop uit, totdat Mbuvi uiteindelijk liet weten slachtoffer te zijn van Kenia’s deep state, gerund vanuit het kantoor van de president. Voor de zoveelste keer noemde hij minister Karanja Kibicho een marionettenspeler. De inkt van al deze schadelijke krantenberichten – dat hij dronk tijdens het werk, dat hij het gemeentehuis bestuurde als een maffiabaas, dat hij nooit naar zijn kabinet luisterde en dat hij bijna failliet was – was nog niet droog of de landelijke anticorruptie-eenheid sloeg toe. Verschillende van Mbuvi’s banktransacties werden als verdacht aangemerkt. Mbuvi liet in niet mis te verstane bewoordingen weten dat hij weliswaar in armoede was opgegroeid, maar dat hij geen pauper was. Hij zei handenwringend: ‘Als ik al mijn eigendomsakten te gelde maak, heb ik meer geld dan het jaarlijkse budget van heel Nairobi.’ Het budget van Nairobi voor de periode 2019-2020 bedroeg 320 miljoen dollar. Hij probeerde het publiek te bespelen, maar daarmee wist hij nog niet de autoriteiten af te schudden. Eind 2019 stond zijn arrestatie gepland.
Op het moment dat Mbuvi op zijn zwakst was, besloot Kenyatta de genadeklap uit te delen
Toen hij vernam dat hem verschillende aanklachten boven het hoofd hingen, van witwassen tot corruptie, nam Mbuvi de benen en probeerde zich schuil te houden in een van zijn huizen aan de kust. Zijn konvooi werd onderschept bij Voi, tussen Nairobi en Mombassa, en Mbuvi werd in een helikopter gewerkt en teruggevlogen naar de hoofdstad. Het machtsvertoon maakte iedereen duidelijk dat de voormalige matatukoning het opnam tegen niemand minder dan Kenyatta.
Mbuvi moest een duizelingwekkende borgsom betalen, van 150.000 dollar, en de rechtbank legde hem een verbod op om het stadhuis te betreden totdat de zaak helemaal was afgehandeld. Op het moment dat Mbuvi op zijn zwakst was, besloot Kenyatta de genadeklap uit te delen.
Op de avond van 24 februari 2020 kreeg Mbuvi het bericht dat hij zich moest melden op het State House, de officiële residentie van de president. Hij kwam twee uur te laat voor zijn afspraak van 6 uur ’s ochtends. Kenyatta was er niet meer. Toen Kenyatta die middag terugkwam, droeg hij Mbuvi op een aantal functies binnen het districtsbestuur van Nairobi over te dragen aan de landelijke overheid – onder meer functies met betrekking tot planning, gezondheid, transport, openbare werken, ondersteunende diensten en belastinginning. Als troost mocht Mbuvi aanblijven als gouverneur, zij het eentje zonder werkelijke macht. Om 4 uur ’s middags verscheen een duidelijk geslagen Mbuvi op een persconferentie met de president, waar hij deemoedig een document ondertekende waarmee hij afstand deed van zijn electorale mandaat.
Afzettingsprocedure
En zo was de grootste stad van Kenia, tevens de hoofdstad, van de ene op de andere dag zijn gekozen gouverneur kwijt en werd de stad geleid door een keiharde generaal. Ondanks zijn eerdere berusting kwam Mbuvi in opstand. Als gouverneur was Mbuvi de officiële ondertekenaar geweest van de rekeningen bij Nairobi County-bank, en nu weigerde hij geld over te maken naar gemeentelijke diensten. Kenyatta sloeg terug en zette een afzettingsprocedure in gang. Mbuvi greep terug op umatatu en liet een aanzienlijke groep leden van de County Assembly overvliegen naar de kust, zodat het stadsbestuur niet de vereiste hoeveelheid stemmen kon binnenhalen om hem af te zetten. Er doken video’s op van tientallen leden van de gemeenteraad, mannen en vrouwen, die dikke pakken geld toonden terwijl ze met Mbuvi feestvierden in een van zijn vele kustresorts. De gemeenteraad besloot echter dat vanwege het covid-protocol niet alle leden van de gemeenteraad lijfelijk hun stem hoefden uit te brengen. Dus de mensen aan de kust konden digitaal stemmen.
Mbuvi werd vlak voor kerstmis 2020 afgezet. Een verbitterde en ongelovige Mbuvi, die zonder werk was komen te zitten en in ongenade was gevallen, ging in de aanval. Hij liet een telefoongesprek lekken waarin de jongere zus van de president, Christina Pratt, Mbuvi zou hebben geprobeerd over te halen haar vriend te benoemen als vicegouverneur.
Vervolgens ging Mbuvi naar bijeenkomsten door het hele land, waar hij publiekelijk allerlei corruptieschandalen in de schoenen van de presidentiële familie schoof. Zijn aanvallen sorteerden effect en Kenyatta kon niet langer de schijn ophouden. Tijdens een bijeenkomst met andere leiders in de buurt van Mount Kenya, bekende hij dat hij zelf de hand had gehad in het afzetten van Mbuvi. ‘Ik heb geprobeerd mijn vriend te helpen… uiteindelijk sloeg hij dat aanbod af omdat hij zich wilde blijven verschuilen achter zijn zonnebril, wilde blijven opscheppen en blijven stelen… dus heb ik gezegd: als dat het geval is, scheiden onze wegen. Tegenwoordig is hij druk bezig mij zwart te maken. Ik heb niets tegen hem, maar Nairobi is nu in betere handen.’
Mbuvi had ten onrechte gedacht dat hij en Kenyatta gelijken waren
Een verhitte Mbuvi ging binnen een uur in de tegenaanval en sloeg een aloud Swahili-gezegde in de wind: usishandane na ndovu kunya, utapasuka msamba – een waarschuwing dat je nooit een wedstrijdje poepen moet doen met een olifant omdat jij dan je ingewanden scheurt. Mbuvi had ten onrechte gedacht dat hij en Kenyatta gelijken waren.
In februari sprak Mbuvi tijdens een demonstratie in Machakos. Hij liet Kenyatta’s speech door de luidsprekers horen en noemde de president vervolgens een dronkenlap met wie hij nog marihuana had gerookt. ‘Ik zal zijn naam niet noemen omdat hij me anders laat oppakken of vermoorden, dat is zijn probleem,’ zei Mbuvi. ‘Maar wat mijn vriend er niet bij vertelt is dat hij me heeft aangeraden die zonnebril op te zetten toen we samen marihuana rookten. Hij heeft me geleerd mijn bloeddoorlopen ogen te verbergen achter die bril als we hadden gerookt… van hem heb ik alles geleerd over zonnebrillen, drank en marihuana.’
Mbuvi had in de ogen van de president nu dan toch eindelijk een grens overschreden met zijn umatatu. Hij werd achtenveertig uur later opgepakt en meer dan een maand vastgehouden op verdenking van terrorisme. De openbaar aanklager stelt dat Mbuvi een privéleger heeft dat een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid.
Umatatu had gunstig uitgepakt voor Mbuvi, totdat alles ineens anders was. En diegenen die hij had geprobeerd te verslaan – de zakenlieden en de politici van de oude stempel – waren hem te slim af geweest. De matatukoning was geveld.
Dit jaar heeft het hele palet aan extreem weer – van bloedhitte tot branden, overstromingen, tornado’s en hagelstormen als gevolg van klimaatverandering – de plannen van reizigers wereldwijd in de war geschopt. Bevindt de zomervakantie zich op een keerpunt?
Keuze uit het archief
Het is de laatste jaren een vast zomerritueel aan het worden: hittegolven met temperaturen tot en boven de 40 graden. Afgelopen week was met name Zuid-Europa de klos. Zo werd het in El Granado in Spanje maar liefst 46 graden.
De opwarming van de aarde heeft gevolgen voor het toerisme en de plaatsen waar mensen heen gaan, zo blijkt uit dit stuk van The New York Times van twee jaar geleden. Bij de keuze voor een vakantiebestemming geeft de hitte vaak de doorslag. ‘De cognitieve dissonantie van zomerreizen in een opwarmende wereld dringt zich steeds meer op.’
De meeste reizigers konden er deze zomer op wachten: het onvermijdelijke oranje. Hele stroken kleurden feloranje en roodbruin op de weerkaarten wereldwijd. Vier warmtekoepels, van het zuiden van de Verenigde Staten tot Oost-Azië, gijzelden gelijktijdig miljoenen mensen. Inwoners van Phoenix moesten 31 dagen lang temperaturen van ruim 40 graden Celsius doorstaan. In Italië golden in zo’n tien steden waarschuwingen voor extreem weer. En in Zuid-Korea werden tijdens de wereldjamboree van de scoutingbeweging minstens 125 mensen in het ziekenhuis opgenomen wegens hittegerelateerde aandoeningen.
In Florida liep het in juni zo uit de hand dat Jacki Barber, een vijftigjarige maatschappelijk werker, een strandtrip naar St. Augustine afzegde. De reden? ‘De watertemperatuur was boven de 30 graden.’
Ze is eraan gewend dat orkanen, tropische stormen en zelfs de gebruikelijke zware onweersbuien haar plannen in de war sturen, vervolgt ze. ‘Maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit tegen iemand heb gezegd: Weet je wat? Het is te warm om naar het strand te gaan.’
Toen de zomervakantieperiode dit jaar op zijn hoogtepunt was, had niet alleen de verzengende hitte invloed op de zorgvuldig gemaakte plannen. Ook branden, overstromingen, tornado’s en hagelstormen gooiden roet in het eten. Twintig centimeter regen veroorzaakte catastrofale overstromingen in Vermont. Tienduizenden mensen, onder wie duizenden toeristen, moesten Griekse eilanden vanwege bosbranden halsoverkop verlaten. (Premier Kyriakos Mitsotakis heeft de gedupeerde reizigers een gratis verblijf van een week aangeboden in 2024 – in de lente of de herfst.) En in Nederland werd het populaire muziekfestival Awakenings afgeblazen vanwege de voorspelling van hagel, bliksem en onweer.
Reizen verlost je even van de realiteit, gunt je een adempauze
Het weer op traditionele zomerbestemmingen bergt steeds meer gevaar in zich; men dient rekening te houden met grilligere omstandigheden, meer kans op dodelijke slachtoffers en hogere kosten. Volgens de National Oceanic and Atmospheric Administration heeft de VS sinds mei vier klimaatrampen gekend, met een schade van elk ruim een miljard dollar. De National Park Service schat dat de hitte sinds juni meer bezoekers het leven heeft gekost dan in een gemiddeld jaar. De indirecte tol valt vrijwel zeker hoger uit: een recent onderzoek heeft uitgewezen dat vorig jaar zomer in Europa door hittegolven 61.000 mensen zijn omgekomen.
Zomerreizen zijn heel lang in trek geweest. Natuurlijk, de rijen op luchthavens zijn langer en hotelkamers zitten eerder vol, maar het is schoolvakantie, de zon schijnt en de stranden lokken. Reizen in de zomer overstijgt sociale klassen; of je nu naar de kermis gaat of naar Sardinië, je verzilvert kostbare vakantiedagen. Je krijgt een bruin kleurtje, je eet meer en geeft kwistiger geld uit. Reizen verlost je even van de realiteit, gunt je een adempauze.
Maar ook al is de zomervakantie een hardnekkig cultureel fenomeen, de vraag is hoe praktisch uitvoerbaar dat nog is. Het spreekt in ieder geval een stuk minder vanzelf waar je naartoe gaat – voor de realiteit vluchten gaat een stuk minder makkelijk als de realiteit zeewater van boven de 30 graden behelst, of een uitslaande bosbrand.
Groeiende sector
Ondanks alle crises zal het totale aantal toeristen dat een landsgrens passeert naar verwachting 30 procent hoger liggen dan vorig jaar. Dat voorspelt de Intelligence Unit van The Economist. De Wereldorganisatie voor Toerisme meldt dat reizen naar Europa momenteel op 90 procent van het niveau van vóór de pandemie zitten.
Toerisme is big business. Volgens de World Travel & Tourism Council presteerde de sector in 2019 ruim 40 procent beter dan het mondiale bruto binnenlands product. Datzelfde jaar had de bedrijfstak 333 miljoen mensen in dienst – oftewel 1 op de 10 banen wereldwijd. Toerisme is goed voor een dikke 10 procent van de wereldeconomie.
Dus blijven ze voorlopig bestaan, die eindeloze rijen voor het Louvre, rond het Colosseum en op de trappen naar de Akropolis (die deze zomer al meerdere keren in de middaguren op slot ging). De bezoekers die daar en op andere bestemmingen wachten om binnen te mogen, laten zich niet snel afschrikken door hoge temperaturen. Ze hebben vluchten geboekt, voor kamers betaald, en hun beperkte tijd ingepland. Leslie Cafferty, woordvoerster van Booking.com, zegt dat het bedrijf geen signalen ziet dat mensen hun oorspronkelijke reisplannen op hun kop zetten of heroverwegen.
‘Alles is afgestemd op het verlangen om de zon op te zoeken’
Volgens Susanne Becken, hoogleraar duurzaam toerisme aan de Griffith University in Australië, zijn de huidige problemen gedeeltelijk te wijten aan hoe het toerisme de afgelopen vijftig jaar wereldwijd in de praktijk is gebracht. ‘Alles is afgestemd op het verlangen om de zon op te zoeken.’ Denk aan de luchthavens, accommodaties en andere dure projecten die louter bestaan om bezoekers van befaamde zonnige plekken te bedienen. ‘Zo hebben we een enorme infrastructuur opgebouwd rond de Middellandse Zee, Mexico, noem maar op.’
Italië heeft bijna 1,1 miljoen hotelkamers in de aanbieding; Finland minder dan 65.000. Een veelzeggend verschil. Tientallen jaren van voorspelbaar reizen hebben een uitgesleten pad gebaand naar populaire bestemmingen, waardoor de meest voor de hand liggende oplossing voor een veranderend klimaat moeilijk te realiseren valt: ga gewoon eens een keer ergens anders naartoe.
Toch is er verandering op til, los van de vraag of koelere bestemmingen daarop zijn toegerust. De Europese Commissie verwacht dat het toerisme op het continent – het meest bezochte ter wereld – ondanks de opwarming blijft groeien, maar dat de vraag zal verschuiven door hogere temperaturen, waardoor meer toeristen hun heil in Noord-Europa zullen zoeken in plaats van rond de Middellandse Zee. Zuidelijke regio’s zouden volgens één voorspelling zelfs bijna een tiende van hun huidige zomertoeristen verliezen.
Gewijzigde plannen
Sommige reizigers hebben hun reisgewoontes al veranderd. Miku Sekizawa wilde in augustus met haar gezin van Chicago naar Athene vliegen, maar ze ging twijfelen vanwege het weer. Ze is in verwachting, de baby komt in november, en ze heeft al een kind van twee jaar. ‘We hebben vorige week voor een andere reis gekozen nadat we ons realiseerden hoe warm het daar is. Hitte en zwangerschap tegelijk is geen pretje,’ aldus de 36-jarige accountant. Dankzij de gratis annuleringsvoorwaarden kon ze zonder financiële pijn de vluchten wijzigen en gaat het gezin nu naar Parijs, Straatsburg en Amsterdam.
Bestemmingen waar gematigde temperaturen heersen hebben echter hun eigen klimaatproblematiek. Avery Baldwin, een 27-jarige tenniscoach uit Brooklyn, is zijn hele leven vaak te vinden geweest in een stadje in New Hampshire. Het gebied werd deze zomer door regen geteisterd. Uit een studie van de Universiteit van Massachusetts bleek dat er de afgelopen tien jaar elk jaar meer neerslag is gevallen in New Hampshire dan gemiddeld in de 20e eeuw.
‘Het weer is tegenwoordig zonder meer vaak onderwerp van gesprek,’ zegt Baldwin. De nattigheid maakt populaire activiteiten als wandelen gevaarlijker, waardoor mensen binnenblijven. ‘Je kunt nog altijd puzzelen,’ zegt hij. Toch is hij van plan deze zomer terug te keren.
De nattigheid maakt populaire activiteiten als wandelen gevaarlijker, waardoor mensen binnenblijven
Sommige overheden voeren een beleid om het toeristenverkeer om te leiden. China wil grote bergresorts bouwen als onderdeel van een programma dat ‘22-gradenbestemmingen’ heet – 22 graden Celsius is volgens China namelijk de optimale vakantietemperatuur. Doel is om binnenlandse toeristen uit steden als Shanghai en Beijing tijdens de heetste maanden naar de bergen te lokken. Dr. Becken, hoogleraar duurzaam toerisme, woonde een conferentie over klimaatverandering bij waarop de regering het initiatief onthulde. ‘Ze bouwen systematisch resorts in de bergen,’ zegt ze.
Ook hotels, touroperators en dienstverleners hebben te maken met steeds instabielere omstandigheden, die hun verdienmodel op de tocht zetten en hun klanten frustreren.
‘De mensen die hier komen willen dingen doen,’ zegt Pierce McCully, eigenaar van Villa Trieste M in de Italiaanse stad Asolo. De villa ligt in de uitlopers van de Dolomieten, een gebied dat geliefd is bij wandelaars en fietsers. Deze zomer werd echter ontsierd door aanhoudende regenval en een hagelbui die zelfs internationale krantenkoppen haalde. Er ging een streep door ruim een kwart van de boekingen, en voor bezoekers die wel komen is er een grotere behoefte aan indoorvoorzieningen. ‘We wilden echt voorkomen dat we tv’s moeten ophangen,’ zegt McCully, ‘maar gasten die in een kamer vastzitten kunnen de minibar niet blijven plunderen.’
Chris Kelly en Nina Rehfeld, die eigenaar zijn van Grand Canyon Journeys, een tourbedrijf in Arizona, zeggen dat ze voorzichtiger zijn geworden met het aanbieden van wandelingen in het Grand Canyon National Park en de nabijgelegen Antelope Canyon.
Airconditioning aan
‘Dit jaar lijkt het ronduit gevaarlijk,’ zegt Nina Rehfeld. Twee vrouwen van in de zeventig hadden een wandeling geboekt door Antelope Canyon, maar bij 40 graden in de schaduw leek dat onverstandig. Chris Kelly nam ze daarom mee op een rondrit langs bezienswaardigheden, met de airconditioning aan.
Jason Danoff biedt met Trail Lovers Excursions begeleide wandelingen en fietstochten aan, ook in Arizona. Vanwege de talrijke annuleringen is zijn omzet gedaald ten opzichte van vorig jaar. ‘Je wordt aan beide kanten geraakt, want je moet wél je gids blijven betalen en het annuleringsgeld terugstorten,’ zegt hij. Maar als het Amerikaanse Staatsbosbeheer onverwachts gebieden afsluit, of als een hittegolf de veiligheid van klanten in gevaar brengt, staat hij voor een voldongen feit. Ondertussen zijn de verzekeringskosten van Danoff met 60 procent gestegen. Hij streeft nu naar meer boekingen in het tussenseizoen, maar dat brengt ook risico’s met zich mee.
‘Je kunt een hoop geld uitgeven om het bezoek in pak ’m beet januari of februari op te krikken,’ zegt hij, ‘maar dan kan het wel eens meer dan vijftig dagen regenen en zit je met een enorme strop.’
Om de hitte in Parijs te verzachten, heeft de Eiffeltoren luchtvernevelaars en waterstations geïnstalleerd voor de rij wachtenden, aldus Patrick Branco Ruivo, directeur-generaal van de toren. De kaartverkoop gaat nu ook vaker via een online reserveringssysteem, wat de wachttijden voor bezoekers verkort.
Dat is maar een voorbeeld. En heel veel zegt het niet. De reisindustrie is van nature gefragmenteerd: een keten van exploitanten — luchtvaartmaatschappijen, autoverhuurbedrijven, reisleiders, verzekeraars, hotels en restaurants, musea of culturele attracties — bedient toeristen en verdient aan ze, maar de neuzen wijzen zelden allemaal in dezelfde richting, om wat voor probleem het ook gaat.
Dat blijkt ook uit een rapport dat in 2007 verscheen en werd uitgevoerd in opdracht van de Wereldorganisatie voor Toerisme, het VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie. Aan bod komt een aantal academische studies over hoe lokale beleidsambtenaren en exploitanten inspelen op het risico van klimaatverandering. En die studies wijzen op ‘relatief geringe zorg en weinig aantoonbare strategische langetermijnplanning voor toekomstige veranderingen in het klimaat’.
Sommige landen hebben rampenplannen uitgestippeld en agentschappen opgericht, speciaal voor reizigers
Historisch gezien is een ministerie van toerisme vooral een marketingbureau met bescheiden onderzoeks- en investeringsmogelijkheden, zegt professor Becken. Ambtenaren krijgen de opdracht extra bezoekers te lokken en zich niet te laten afremmen door veiligheidsoverwegingen – afgezien van zeldzame gevallen in sommige rijke en door toeristen overspoelde bestemmingen als Amsterdam.
Sommige landen – niet toevallig de landen die het afhankelijkst zijn van toerisme – hebben rampenplannen uitgestippeld en agentschappen opgericht, speciaal voor reizigers. De Bahama’s hebben tegenwoordig een Tourism Emergency Coordinating Committee om ervoor te zorgen dat de bedrijfstak adequaat kan reageren op een grote orkaan.
Op dit moment vertrouwen veel landen op lokale overheden en vrijwilligers. In Italië ‘heeft elke regio zijn eigen systeem voor burgerbescherming en is elke burgemeester daarvoor verantwoordelijk’, zegt Pierfrancesco Demilito, woordvoerder van de Italiaanse Burgerbescherming. Die instelling helpt bij het toewijzen van middelen op nationaal niveau, maar ‘het is de burgemeester van Rome, of Florence of Venetië die bij noodsituaties door extreem weer beslist over maatregelen’.
Om de toenemende warmte het hoofd te kunnen bieden zijn er meer gecoördineerde inspanningen op alle overheidsniveaus nodig, en misschien ook meer gespecialiseerde instanties.
Disney-model
Bij gebrek aan nationale of uniforme steun, valt de planning in handen van bedrijven met genoeg geld om op grote schaal middelen te verzamelen. ‘Disney is een schoolvoorbeeld van goed en effectief met grote aantallen mensen omgaan,’ zegt Daniel Scott, hoogleraar geografie en milieubeheer aan de Universiteit van Waterloo, in Canada. Hij suggereert dat de geïntegreerde resorts van Disney navolging verdienen als bedrijfsmodel, omdat daarin één enkele entiteit eigenaar is van de infrastructuur en op die manier bezoekerservaringen beter kan sturen.
Het is onmogelijk om te weten hoe het verder moet. Maar de cognitieve dissonantie van zomerreizen in een opwarmende wereld dringt zich steeds meer op. Dramatische krantenkoppen en statistieken schreeuwen om een kritische blik op de aard van toerisme: wie ervan profiteert en wie eraan mag deelnemen. Meer mensen zullen persoonlijke en steeds moeilijkere beslissingen moeten nemen – en, zoals Jacki Barber, misschien worden gedwongen een minder aantrekkelijke maar comfortabelere optie te kiezen: ‘We zijn gewoon allemaal thuisgebleven, in een kamer met de airconditioning aan.’
Lauren Sloss en Niki Kitsantonis droegen bij aan deze reportage.
Door gentrificatie dreigen steden te vervallen tot bevoorrechte eilanden te midden van zeeën van achterstand. Met het juiste beleid en de juiste investeringen kunnen we steden weer betaalbaar maken voor alle inwoners, schrijven auteurs Ian Goldin en Tom Lee-Devlin.
Meer dan de helft van de wereldbevolking woont nu in steden. In 2050 zal dat aandeel naar verwachting oplopen tot twee derde. Dat betekent dat de drijvende krachten achter het leven in de stad nu ook de drijvende krachten achter de wereld als geheel zijn. Door de geschiedenis heen zijn steden aanjagers geweest van vooruitgang, omdat ze ons dichter bij elkaar kunnen brengen – iets wat we nu meer dan ooit nodig hebben. Veel van de grootste problemen die we vandaag de dag hebben, kunnen we oplossen door onze steden te hervormen. Maar als we geen actie ondernemen, zullen diezelfde steden de gevaren die voor ons liggen alleen maar groter maken.
Veel van de populistische politiek die we de afgelopen jaren hebben gezien, wordt gekenmerkt door afkeer tegen wereldsteden als Londen en New York. Deze steden hebben een hoge vlucht genomen, terwijl andere steden juist met grote problemen kampten. De kloof tussen opbloeiende steden en de rest van de wereld is niet alleen gegroeid, de ongelijkheid binnen deze steden is eveneens toegenomen. De ongelijkheid in de meeste metropolen in de Verenigde Staten wordt sinds de jaren tachtig steeds groter – het snelst in grote, welvarende steden zoals New York, San Francisco en Chicago. Daar is de ongelijkheid nu veel hoger dan het landelijke gemiddelde. Hoogopgeleide kenniswerkers verdienen meer dan ooit, terwijl laagopgeleide werknemers in de dienstensector juist minder verdienen. Die kloof wordt nog eens vergroot doordat de kosten van levensonderhoud in deze steden snel stijgen.
Deze wereldmetropolen hebben steeds meer weg van ivoren torens: de welvaart is sterk geconcentreerd in het centrum, dat wordt bediend door een uitgestrekte, achtergestelde periferie. In stadscentra is de werkgelegenheid toegenomen, de criminaliteit gedaald en zijn openbare diensten aanzienlijk beter gaan functioneren. Pakhuizen en fabrieken van Kings Cross in Londen tot Brooklyn in New York zijn omgebouwd tot luxe appartementen voor hoogopgeleide (en doorgaans witte) professionals. Voormalige arbeiderswijken zijn gerenoveerd of herontwikkeld. Ze staan nu vol met hippe cafés en kroegen, dure sportscholen en biowinkels.
Exurb
Deze voormalige betaalbare arbeiderswijken zijn inmiddels aanzienlijk gegentrificeerd. Voor alle duidelijkheid: de bevolkingsgroei in de binnensteden is gering in vergelijking met de suburbanisatie. Er is in feite een nieuwe bevolkingsring ontstaan: de zogenaamde ‘exurb’. De sociaaleconomische samenstelling van deze concentrische cirkels van steden is daarentegen wel veranderd. Vroeger vluchtten rijke stedelingen naar de buitenwijken, nu verhuizen ze veelal juist terug naar de stedelijke kern. De armoede verplaatst zich ondertussen steeds meer naar de buitenwijken. Journalist Alan Ehrenhalt noemt het fenomeen terecht ‘de grote omkering’.
Stadscentra zijn weer populair en dat is te zien aan de veranderende huizenprijzen binnen de concentrische cirkels van de stad. Uit een onderzoek naar de top twintig steden in de Verenigde Staten blijkt dat er de afgelopen decennia een grote verschuiving heeft plaatsgevonden in de verhouding tussen huizenprijzen en de afstand tot het stadscentrum. De huizenprijzen stegen in 1980 naarmate een woning verder van het centrale zakendistrict af lag, maar in 2010 was dat omgekeerd. De kosten voor woningen in stedelijke centra zijn sindsdien verder gestegen: de gemiddelde huizenprijzen in de vijf binnenste stadsdelen van New York City zijn tussen begin 2010 en begin 2020 vier keer zo snel gestegen als in de rest van de metropool. Tijdens de coronapandemie nam de groei van de huizenprijzen in de voorsteden snel toe, maar die ontwikkeling is inmiddels gestagneerd, waardoor het langetermijnbeeld grotendeels ongewijzigd blijft.
Waarom verruilen goedbetaalde professionals hun vrijstaande huis met tuin in de buitenwijken voor dichtbevolkte buurten in stedelijke centra? Er spelen veel verschillende factoren mee. Dankzij strengere regulering en de terugloop van vervuilende industrieën zijn steden in rijke landen in de laatste decennia van de twintigste eeuw steeds schoner geworden. De rivier de Theems, die door het hart van Londen stroomt, was lange tijd een bron van afgrijzen voor de inwoners van de stad. In 1858 veroorzaakte de combinatie van industrieel, menselijk en dierlijk afval en warm weer zo’n vreselijke geur dat men sprak van ‘the Great Stink’. De Theems bleef, ondanks latere pogingen om de waterkwaliteit te verbeteren, ernstig vervuild. Het Natural History Museum verklaarde de Theems in 1957 zelfs ‘praktisch gezien dood’. Maar dankzij een schoonmaak- en zuiveringsprogramma dat meerdere decennia heeft geduurd, is de rivier indrukwekkend genoeg hersteld.
In steden als Chicago vond een vergelijkbare ontwikkeling plaats. Door verbeterde milieuregels, zoals het verbod op lood in brandstof, is de luchtkwaliteit van steden in rijke landen aanzienlijk verbeterd, hoewel er nog veel werk aan de winkel is. De luchtkwaliteit in Londen heeft een lange weg afgelegd sinds in 1952 de zogenaamde ‘great smog’ duizenden levens eiste.
De afgelopen decennia heeft er bovendien een fundamentele verschuiving plaatsgevonden in onze leefgewoonten. Ook daardoor is het steeds wenselijker geworden om in stedelijke centra te wonen. Vanaf de jaren zestig werden stedelijke centra vooral aantrekkelijk voor mensen die niet leefden volgens gangbare burgerlijke normen. Leden van de lhbtq+-gemeenschap omarmden de binnenstad: het was een plek waar ze konden ontsnappen aan het oordeel van de middenklasse in de voorsteden. In de tweede helft van de twintigste eeuw vond er een aanzienlijke stijging plaats van het aantal immigranten. Er vormden zich in de binnensteden diasporagemeenschappen van etnische minderheden, die een contrast vormden met de overwegend witte buitenwijken. Als gevolg daarvan werden de binnensteden opvallend tolerant en open, in tegenstelling tot de buitenwijken.
Binnensteden functioneren als een soort huwelijksmarkt
Een nieuw ontstane, hoogopgeleide elite draagt op esthetisch vlak een bepaalde tegencultuur uit die vermengd is met de economische voordelen die de overgang naar een kenniseconomie met zich meebrengt. Voor deze groep is niet een woning met een dubbele garage in een of andere buitenwijk een teken van succes, maar een woning in een centrale stadsbuurt, omringd door creativiteit, cultuur en comfort. De levenscyclus van gentrificatie volgde de afgelopen decennia een voorspelbaar patroon: als eerste komen de kunstenaars, dan de projectontwikkelaars en daarna de hoogopgeleide kenniswerkers. Dit proces zie je overal terug, van Shoreditch in Londen tot SoHo in New York en Surry Hills in Sydney.
Gentrificatie is niet bepaald nieuw. In de afgelopen decennia is het proces echter versneld en uitgebreid naar veel buurten die ooit betaalbare woningen boden aan mensen met lagere inkomens, waardoor grote delen van de stad voor hen onbereikbaar zijn geworden. We mogen niet toelaten dat onze steden bevoorrechte eilanden worden te midden van zeeën van achterstand. Gelukkig is met het juiste beleid en de juiste investeringen een betere, inclusievere en duurzamere toekomst mogelijk.
De groeiende vraag naar woningen in de binnenstad hangt samen met het feit dat millennials volwassen zijn geworden. Stedelijke centra oefenen een sterke aantrekkingskracht uit op mensen die net aan het begin van hun carrière staan, de wereld willen ontdekken en nieuwe ervaringen willen opdoen. Het is de levensfase waarin iemand net (of bijna) financieel onafhankelijk is geworden, maar nog geen grote woonruimte nodig heeft om zijn gezin te huisvesten. Ongehinderd door dergelijke beperkingen trekken deze mensen naar de stad om te genieten van de opwinding die deze biedt.
Dat proces wordt nog eens versterkt doordat binnensteden functioneren als een soort huwelijksmarkt. Zelfs in dit tijdperk van online daten zijn er maar weinig stellen die hun relatie op de lange termijn volledig virtueel houden. En hoe verder je van drukke, stedelijke centra vandaan woont, hoe kleiner de kans is om een goede match te vinden. Langzaamaan krijgen steeds meer singles een relatie en een gezin, zodat ze meer ruimte nodig hebben en te weinig tijd overhouden om te genieten van het leven in de grote stad. Het resultaat is een exodus: veel ouders met jonge kinderen trekken weg uit de stad.
Dit cyclische patroon is duidelijk terug te zien in de netto migratiestromen in en vanuit de binnenste stadsdelen van Londen. Hoewel veel tieners na de middelbare school de stad verlaten om naar de universiteit te gaan, keren ze na hun studie terug en brengen ze nog veel meer jongvolwassenen uit het hele land met zich mee. Als gevolg hiervan verandert de netto migratie naar het centrum van Londen onder volwassenen van begin twintig van negatief naar positief. Dat aandeel blijft stijgen tot ze midden twintig zijn – daarna neemt de migratie af. Het aandeel wordt uiteindelijk weer negatief als ze kinderen krijgen en naar de buitenwijken en forensensteden vertrekken.
Kentering
De afgelopen twintig jaar is dat patroon echter op twee belangrijke manieren veranderd. Ten eerste is de netto migratie van volwassenen van midden twintig naar het centrum van Londen bijna verdrievoudigd. Ten tweede is de leeftijd waarop de netto migratie omslaat – waarbij er plotseling meer volwassenen vertrekken dan binnenkomen – met wel tien jaar verschoven: van 34 naar 44 jaar. De reden hiervoor ligt in de veranderende demografie. De gemiddelde huwelijksleeftijd is de afgelopen decennia aanzienlijk gestegen. Toen prins Charles en Lady Diana in 1981 trouwden, lag in het Verenigd Koninkrijk de gemiddelde leeftijd van het eerste huwelijk voor vrouwen op 22 en voor mannen op 24 jaar; toen prins Harry en Meghan Markle in 2018 trouwden, was deze leeftijd gestegen tot respectievelijk 30 en 32. In dezelfde periode is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen in het Verenigd Koninkrijk gestegen van 27 naar 31 jaar. Jonge mensen wachten dus langer totdat ze trouwen en een gezin stichten, waardoor de stedelijke levensstijl langer aantrekkelijk blijft. In steden als Londen wordt wonen steeds minder betaalbaar, waardoor een groeiend aantal jonge mensen de stad uit wordt gedreven. Velen van hen zouden echter liever blijven.
Deze grote kentering heeft een enorme tol geëist van veel van de meest achtergestelde groepen in de samenleving. Terwijl rijke bewoners zich in de stad vestigen, worden de oorspronkelijke, arme bewoners weggedreven. Voor mensen die toevallig een huis bezitten in een gentrificerende wijk, kan dit een financieel buitenkansje opleveren. Maar jammer genoeg zijn de meest achtergestelde bewoners in deze gebieden vaak huurders, die geconfronteerd worden met snel stijgende woonprijzen. De effecten van gentrificatie zijn minder voelbaar als de buurt in kwestie ooit voornamelijk bestond uit industrieel en commercieel vastgoed. Maar de voorraad van dergelijk vastgoed is in New York, Chicago en Londen al heel snel uitgeput geraakt. Het resultaat is een combinatie van steeds meer geconcentreerde achterstand in een klein aantal binnenstedelijke buurten – zoals de Bronx in New York of Englewood in Chicago – en een algemene trek van armere mensen naar de buitenwijken.
Vaak komen mensen die door gentrificatie zijn verdrongen in verre buitenwijken terecht. De huizen zijn daar goedkoop, maar er is maar weinig werkgelegenheid. De reistijden naar het stadscentrum zijn slopend, vooral voor mensen die zich geen auto kunnen veroorloven en afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Sheila James, die in de gezondheidszorg werkt, vertelde in een interview met TheNew York Times dat de vastgoedprijzen in San Francisco haar zo ver buiten de stad hadden gedreven dat haar werkdag om 02:15 uur begon. Tussen 2000 en 2015 is het aantal buitenwijken in de Verenigde Staten met een armoedepercentage van meer dan 20 procent meer dan verdubbeld. De gemiddelde tijd van het woon-werkverkeer neemt in de Verenigde Staten over de hele linie toe, maar stijgt veel sneller onder zwarte en Latijns-Amerikaanse werknemers. Vroeger woonden de meest achtergestelde mensen in arme buurten in de binnensteden, maar nu zitten ze steeds vaker vast in gebieden aan de stadsrand, waar de bevolkingsdichtheid laag is.
Dat binnensteden worden overgenomen door hoogopgeleide professionals eist duidelijk een hoge tol. Maar het is onduidelijk of het alternatief aantrekkelijker is. In de huidige economie kunnen steden alleen succesvol worden als ze erin slagen om hoogopgeleide kenniswerkers aan te trekken. Deze werknemers willen in trendy stedelijke centra wonen tot ze eind dertig zijn, en misschien zelfs nog langer. Het is geen toeval dat gentrificatie trager verloopt of nagenoeg afwezig is in minder welvarende steden zoals Detroit en Cleveland.
Hoe kunnen we dit veranderen? Om ervoor te zorgen dat steden toegankelijk zijn voor alle inwoners, en niet alleen voor een gelukkige minderheid, zijn er drie pijlers nodig: eerlijker huisvesting, eerlijker openbaar vervoer en eerlijker onderwijs. Om met het onderwijs te beginnen is het nuttig om te kijken naar rijke landen die erin geslaagd zijn leerlingen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond, relatief gelijke resultaten te laten behalen. Het Japanse onderwijssysteem staat dan misschien voornamelijk bekend om de hoge eisen die het aan leerlingen stelt, maar het is tevens een van de meest egalitaire systemen ter wereld.
Tussen het einde van de oorlog en het begin van de jaren tachtig werden er meer dan vier miljoen sociale woningen bijgebouwd
Het Japanse onderwijssysteem biedt een aantal waardevolle inzichten. Het eerste is dat de financiering van scholen niet langer afhankelijk moet zijn van lokale inkomensstromen. In de Verenigde Staten is bijna de helft van de financiering van scholen afkomstig van lokale overheidsinkomsten, die sterk afhankelijk zijn van de welvaart van een gebied. In Japan daarentegen is de financiering van lerarensalarissen, schoolgebouwen en andere uitgaven voornamelijk afkomstig van nationale en provinciale besturen. Het feit dat heel weinig leerlingen in het lager en lager middelbaar onderwijs in Japan naar privéscholen gaan, betekent ook dat vrijwel iedereen tijdens deze formatieve jaren deelneemt aan hetzelfde onderwijssysteem.
Het tweede inzicht is dat leraren niet rechtstreeks door scholen moeten worden ingehuurd. In Japan worden leraren ingehuurd door provincies en daardoor komen ze in de loop van hun carrière meestal bij een aantal verschillende scholen te werken. Hierdoor kan de overheid goed presterende leraren naar achterstandsgebieden sturen. Op die manier wordt de sociaaleconomische kloof in schoolprestaties niet vergroot door ongelijke spreiding van de beste leerkrachten.
Er bestaan veel andere ideeën over hoe we de ongelijkheid in het onderwijs kunnen verminderen – sommige zijn gemakkelijk te realiseren, andere moeilijker. Onderzoek door Roland Fryer, die aan Harvard werkt, heeft aangetoond dat de prestaties van leerlingen op openbare scholen al sterk kunnen verbeteren door schooldirecteuren simpelweg meer training aan te bieden. In Groot-Brittannië heeft de lerarenvakbond ervoor gepleit om een bepaald aantal plekken op goed presterende scholen te reserveren voor kansarme leerlingen van buiten het schoolgebied. In de Verenigde Staten bestaat er een vergelijkbaar concept: de zogenaamde ‘magneetschool’, die tot doel heeft om getalenteerde leerlingen ongeacht hun achtergrond bij elkaar te brengen. Wat voor effect dit heeft op de kansarme leerlingen die niet geselecteerd worden, is echter nog onduidelijk. Betaalbare huisvesting is misschien wel de meest effectieve manier om de verschillen in onderwijsresultaten binnen steden te verkleinen. Zo krijgen armere gezinnen toegang tot de betere scholen in rijkere buurten.
In de eerste decennia van de twintigste eeuw kwamen er steeds meer zorgen over de levenskwaliteit van arme arbeiders, die zichzelf gedwongen zagen in overvolle en krakkemikkige woningen in binnensteden te wonen. Veel rijke landen leverden daarom grote inspanningen om dergelijke gebieden te ontruimen en de woongelegenheid te vervangen door sociale huisvesting, een proces dat in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling raakte. Groot-Brittannië was hierin bijzonder voortvarend: tussen het einde van de oorlog en het begin van de jaren tachtig werden er meer dan vier miljoen sociale woningen bijgebouwd. Dergelijke initiatieven gingen natuurlijk gepaard met de nodige kritiek. Stedenbouwkundige Jane Jacobs hield in de jaren zestig bijvoorbeeld een krachtig pleidooi tegen de aanpak die in New York City gangbaar was: sloppenwijken werden platgewalst en vervangen door levensloze, slecht ontworpen woonprojecten die ten koste gingen van de lokale gemeenschappen.
Toch heeft sociale huisvesting een belangrijke rol gespeeld in het verminderen van ongelijkheid in steden, doordat alle inwoners van onderdak worden voorzien. Als sociale woningen door de stad verspreid liggen, helpen ze bovendien om sociaaleconomische segregatie tegen te gaan.
In Londen werden in de naoorlogse decennia bijvoorbeeld ook sociale woningen gebouwd in welgestelde wijken als Chelsea of Primrose Hill. Een voordeel hiervan was dat achtergestelde gezinnen toegang kregen tot dezelfde scholen en lokale diensten als hun welgestelde buren. Vanaf de jaren tachtig gold echter het neoliberale beleid van onder andere Thatcher en Reagan. Sociale huisvesting raakte in veel landen uit de gratie. Het kooprechtbeleid van Thatcher leidde er in Groot-Brittannië toe dat miljoenen woningen aan huurders werden verkocht, waardoor de staat in de daaropvolgende jaren niet langer mensen in nood kon huisvesten.
Economen begonnen te pleiten voor een marktvriendelijker model: voor arme gezinnen moesten er directe financiële steun komen in de vorm van huisvestingsvouchers. Als gevolg hiervan nam de sociaaleconomische segregatie in veel steden toe, omdat huishoudens met lage inkomens samenklonterden in buurten waar de huren laag waren. In de afgelopen jaren heeft Groot-Brittannië geprobeerd dit probleem te verhelpen door te eisen dat nieuwe woonwijken boven een bepaalde omvang een bepaald aantal woningen onder de marktprijs aanbieden. Maar zelfs als deze woningen worden meegerekend, is het aantal sociale en goedkopere woningen in Groot-Brittannië sinds de jaren tachtig gestaag gedaald.
Onbereikbaar
Steden als Wenen laten zien dat het anders kan. Meer dan 60 procent van de inwoners van Wenen woont in gesubsidieerde huurwoningen – terwijl dat in Londen ongeveer 20 procent is en in New York iets meer dan 5 procent. Ongeveer de helft daarvan is eigendom van de gemeentelijke overheid, de andere helft is in het bezit van gesubsidieerde non-profitcoöperaties. De liberale bovengrens voor een huishoudinkomen om in aanmerking te komen voor gesubsidieerde huisvesting ligt relatief hoog: 53.340 euro voor een alleenstaande bewoner en 79.490 euro voor een stel. Dat betekent dat in deze woonblokken mensen uit een relatief breed sociaaleconomisch spectrum worden samengebracht.
Door de snelle stijging van de huizenprijzen in veel grote steden is woningbezit – en de rijkdom die dat met zich meebrengt – voor veel mensen steeds onbereikbaarder geworden. De huizenprijzen in Londen, Parijs, New York en Sydney zijn de afgelopen decennia veel sneller gestegen dan het gemiddelde inkomen. Dat maakt het moeilijk om genoeg geld te sparen voor een eerste koophuis.
Er zijn twee grote boosdoeners die ervoor zorgen dat huizen steeds minder betaalbaar worden. De eerste is dat de rentes jarenlang heel laag zijn geweest, waardoor een hypotheek tot voor kort ongewoon goedkoop was. Mensen die al over het startkapitaal voor een aanbetaling beschikten, konden daarom meer geld inleggen voor een woning, of die nu voor henzelf was of een belegging. Daardoor stegen de prijzen en werd het voor mensen zonder spaargeld moeilijker om een woning te kopen. De recente stijging van de rentetarieven heeft niet geholpen, omdat de kosten van woningkredieten meer zijn gestegen dan de huizenprijzen zijn gedaald.
De tweede boosdoener is de langetermijnvertraging in de bouw van nieuwe huizen. Als we de veranderde bevolkingsgrootte in ogenschouw nemen, bouwen rijke landen nu minder dan de helft van het aantal huizen dat ze in 1970 bouwden. Het probleem is vooral nijpend in binnensteden, waar het woningaanbod de afgelopen decennia nauwelijks is gegroeid en de bouwactiviteit vooral is gericht op het opknappen van de al bestaande voorraad. Tussen 2010 en 2019 steeg het totale aantal woningen in de vijf stadsdelen van New York City met slechts 6 procent, terwijl de werkgelegenheid met 21 procent toenam.
Steden moeten stoppen met uitdijen aan de randen en in plaats daarvan de dichtheid verhogen. Dit hoeft geen eindeloze hoogbouw en vernietiging van erfgoed te betekenen – er kan veel bereikt worden door gebruik te maken van middelhoogbouw en door voormalige kantoren en industriële ruimtes sneller te verbouwen. Aangezien de bevolking in rijke landen vergrijst en jongeren langer alleen wonen, kan het ook helpen om eengezinswoningen sneller op te splitsen in eenpersoonswoningen.
De laatste pijler voor eerlijkere steden is eerlijker openbaar vervoer. Toegang tot goedkoop vervoer is lange tijd van essentieel belang geweest om de kansarme inwoners van steden toegang te geven tot betaald werk. Toch zijn de bestaande openbaarvervoersystemen in veel grote steden meer dan een eeuw geleden ontworpen en gebouwd, in een tijd waarin armoede heel anders verdeeld was. Naarmate de binnensteden meer gegentrificeerd raken en de armoede zich naar de buitenwijken verplaatst, bestaat het risico dat de infrastructuur in veel steden uiteindelijk de bewoners bedient die haar het minst nodig hebben. De kosten van een maandabonnement zijn in Londen bijvoorbeeld het hoogst voor mensen die van de buitenwijken naar de binnenstad moeten pendelen, terwijl de armoede juist in deze gebieden het snelst toeneemt.
Ook moet worden nagedacht over hoe het openbaar vervoer gefinancierd wordt. In Londen is meer dan 70 procent van de inkomsten uit het openbaar vervoer afkomstig van kaartjes, twee keer zo veel als in Parijs. Een maandabonnement in Londen voor de zones een tot en met drie – min of meer de binnenste wijken – kost op het moment van schrijven 211 euro. In Parijs kost een metrokaart voor alle zones – waarmee eenzelfde afstand kan worden afgelegd – 84 euro.
De voorspelling dat binnensteden op grote schaal verlaten zouden worden, is niet uitgekomen
Een vervoerssysteem zoals dat van Londen, dat meer afhankelijk is van ticketinkomsten dan van algemene belastingen, legt een grotere financiële druk op de armste inwoners van de stad en vergroot het risico dat ze vast komen te zitten in problematischer buurten. Toch is het Londense systeem, ondanks al zijn gebreken, veel beter dan de infrastructuur in Amerikaanse steden als Los Angeles of Atlanta, die volledig is gericht op autorijden. Het gebrek aan openbaar vervoer houdt de inwoners aldaar die zich geen auto kunnen veroorloven arm.
Door de pandemie zijn steeds meer mensen op afstand gaan werken. Drie jaar later hebben we een duidelijker beeld van wat voor invloed dat op steden heeft gehad. De voorspelling dat binnensteden op grote schaal verlaten zouden worden, is niet uitgekomen: bewoners hechten waarde aan meer dan alleen reistijd. Toch eist de daling van het woon-werkverkeer in de centrale zakenwijken een grote tol: kantoren staan leeg, het openbaar vervoer is onderbenut en de winkels en restaurants die forenzen bedienden, hebben moeite te overleven. De verpaupering van het centrum van San Francisco illustreert dergelijke risico’s. Het langdurig daklozenprobleem waaronder de stad gebukt gaat, wordt verergerd door onbetaalbare huisvesting. Het is tijd voor gedurfd beleid, gebaseerd op een verfrissende, nieuwe aanpak.
Steden zijn in alle samenlevingen een bron van vernieuwing. Al vijfduizend jaar vormen ze de motor van vooruitgang en stimuleren ze samenwerking, specialisatie en creativiteit: de drijvende krachten achter de ontwikkeling van de mensheid. Vandaag leven er meer mensen in steden dan ooit tevoren. Het is noodzakelijk dat we leren hoe we steden kunnen verduurzamen en toegankelijk kunnen maken voor iedereen, en niet alleen voor die paar gelukkigen.
Dit is een bewerkt uittreksel uit Age of the City: Why Our Future Will Be Won or Lost Together door Ian Goldin en Tom Lee-Devlin.
De Russische regering liet een drijvende kerncentrale over de ijsschotsen naar Pevek slepen, het noordelijkste stadje in Siberië, om het noordpoolgebied klaar te stomen voor een strategische sleutelrol. Aan de belangen van de inheemse bevolking wordt daarbij echter in het geheel niet gedacht.
Iedereen heeft het over de eieren van Aleksej. De eieren van Aleksej Aleksandrovitsj Korjapov zijn een happening in het dorp. Zelf loopt hij als een haan tussen de kippenhokken, met zijn blonde kuif als hanenkam. In een oogwenk heeft de verlegen man die ik ontmoette bij de ingang van de loods – gebouwd met de restanten van een compound van de Sovjetkustwacht – een transformatie ondergaan. Vijftienhonderd kippen heeft hij. Hij haalt ze aan, geeft sommige liefdevolle tikjes op hun snavel: ‘Moet je zien hoe ze kibbelen om het voer, de dametjes. Hou daarmee op, jij!’ Hij vertelt dat ze in september 2019 als kuikens zijn aangekomen, per schip vanuit Vladivostok via de Beringstraat.
Voor die tijd – vóór Aleksejs geniale start-up – kostten eieren hier in Pevek, waar het gemiddelde maandinkomen omgerekend ongeveer 165 euro bedraagt, 600 roebel per dozijn, dat is bijna 7 euro. Duurder dan de kaviaar die afkomstig is van de lokale vis die vooral wordt gevangen in de Kolyma in het gelijknamige district van de stalinistische goelags. De eieren werden één keer per maand met vrachtwagens of via de Noordelijke IJszee aangevoerd vanuit de regio Amoer in het binnenland van Rusland. Nu kosten ze minder dan de helft. De zevenendertigjarige Aleksej is geëmotioneerd: ‘De moeders omhelzen me, ze zeggen dat ze hun kinderen eindelijk een fatsoenlijk ontbijt kunnen geven. Op school, in het ziekenhuis en in het verzorgingstehuis verkopen we ze voor een symbolisch bedrag. Mijn eieren zijn een symbool van hoop, het is een prachtige ontwikkeling,’ zegt hij.
WINNAAR
True Story Award
De True Story Award is erin geslaagd om, na de digitale versie tijdens de pandemie, weer een livefestival te organiseren in Bern dankzij de vereende krachten van het Reportagen-team.
Deze zomer (23 en 24 juni) werd de internationale journalistiek in het Zwitserse zonnetje gezet, weliswaar in afgeslankte vorm omdat de sponsoring van de stad Bern uitbleef.
Het ambitieuze project, in het leven geroepen door Daniel Puntas Bernet van Reportagen, vraagt journalisten over de hele wereld elk jaar hun beste reportages of ander hoogstaand journalistiek werk in te sturen en laat die vervolgens door jury’s op verschillende continenten beoordelen. De drie winnaars van 2023 versloegen negen andere finalisten die, net als alle andere 24 genomineerden, elk 1000 euro kregen. In totaal waren er meer dan 900 inzendingen uit 94 landen in 21 talen.
1.
De eerste prijs ging naar de Italiaanse journalist Marzio G. Mian (25.000 euro) met zijn in deze editie gepubliceerde reportage ‘Azzardo a nordest’ over een drijvende nucleaire centrale in Siberië.
2.
De tweede prijs van (15.000 euro) ging naar Juan José Martínez d’Aubuisson uit El Salvador voor zijn onderzoek ‘How the MS13 Became Lords of the Trash Dump’ in Honduras, gepubliceerd in Insight Crime (zie kader).
3.
De derde prijs (10.000 euro) werd gewonnen door de Amerikaanse journalist Katia Patin voor haar reportage ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, gepubliceerd in Coda Story.
In de kippenschuur is het 21 graden, de scherpe geur van mest en voer is overweldigend, met spinnenwebben en witte veertjes bedekte elektriciteitskabels bungelen als feestslingers. Buiten is het 35 graden onder nul, het parelkleurige licht van de wintermiddag verdwijnt op de vlakke, bevroren toendra, opgeslokt door de poolnacht. Aleksej vertelt dat hij en zijn neef Viktor werkloos waren en zich dus geen eieren konden veroorloven. Maar zelfs zonder bankrekening konden ze toegang krijgen tot renteloze leningen, dankzij het nieuwe federale ontwikkelingsprogramma voor het Russische Verre Oosten dat twee jaar geleden door de Russische regering werd goedgekeurd, vertelt hij, en hij wijst eerbiedig op de foto van president Vladimir Poetin die aan een spijker in een scheur in het beton hangt. ‘We gaan uitbreiden, we mikken op vijfduizend kippen over drie jaar. Er zullen hier veel mensen komen,’ kondigt hij enigszins plechtig aan.
De drijvende kerncentrale is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept
De datum 14 september 2019 zal in Pevek worden herinnerd vanwege twee uitzonderlijke gebeurtenissen die allebei symbool staan voor de transformatie die dit havenstadje, de noordelijkste gemeente van Rusland en gesticht in 1967, doormaakt: de komst van Aleksejs kippen en de komst van de Akademik Lomonosov, de eerste drijvende kerncentrale ter wereld [de Amerikaanse marine maakte in 1963 al gebruik van de een drijvende kerncentrale op het schip de Sturgis MH-1A]. Die is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept en daar voor anker gelegd om Poetins obsessie voor het noordpoolgebied te voeden en de goudkoorts aan te wakkeren in Tsjoekotka, de uiterste noordoost-Siberische landstrook aan de Beringzee. Dit autonome district staat onder het strenge regime van grensgebieden aangezien Tsjoekotka en Alaska van elkaar gescheiden zijn door maar drie zeemijlen: de afstand tussen het Amerikaanse eiland Klein Diomedes dat wordt bewoond door een stuk of honderd Inuit, en Groot Diomedes, waar een Russische militaire basis is gevestigd.
Voor wie hier niet woont is het heel lastig om in deze zwaarbeveiligde regio te komen. Voor Russische journalisten is het al een hele onderneming, voor buitenlandse journalisten bijna onmogelijk. Na een jaar lang te zijn geconfronteerd met een digitale papierwinkel en heen en weer te zijn gestuurd van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de lokale regering van Anadyr, van de FSB (Russische Federale Veiligheidsdienst) naar de veiligheidsautoriteiten van de ‘grens’, hebben we waarschijnlijk geprofiteerd van een zeldzaam hiaat in het gepantserde Russische controlesysteem en zijn we – onwelkome gasten – uiteindelijk nu toch op deze plek aangekomen: een van de dunbevolktste, koudste, meest mysterieuze en beschermde uithoeken van de wereld. Bovendien zijn we hier aangekomen op het slechtst denkbare moment, want we zijn ooggetuigen van de aanwezigheid van wat Greenpeace ‘Tsjernobyl op ijs’ noemt. Aleksej is er zeker van dat de twee ‘ondernemingen’, zijn kippen en de drijvende kerncentrale, nauw met elkaar verbonden zijn: ‘Net als de kip en het ei brengt de kerncentrale vooruitgang, nieuwe banen, nieuwe gezinnen. En wie wil er ’s ochtends niet een lekker vers eitje?’
Wanneer we de school in Pevek bezoeken is het net pauze. Buiten is het als gevolg van de ijzige noordenwind 40 graden onder nul, maar binnen is het warm en ruikt het naar dennen. In de hal ligt een berg warmtepakken. De school telt in totaal 512 leerlingen en is opgedeeld in een middenbouw en een bovenbouw. De sfeer is er onbezorgd maar beheerst, niet één stem die boven het geroezemoes op de gangen uitstijgt, weinig sneakers, geen mobiele telefoons. Een voor een lopen de leerlingen in de rij langs de grote, moderne keuken waar de kantinedames druk in de weer zijn met pannen raapjessoep met heilbot, die heerlijk ruikt. De leerlingen nemen hun lunch in ontvangst en splitsen zich vervolgens op in groepjes, jongens en meisjes meestal apart, zoals normaal is bij tieners.
Het hart van Pevek
De directrice van de school, Elena Stepanova, doceert Russische literatuur. Ze is rond de vijftig en heeft grote groene ogen en een ovaal gezicht dat wordt omlijst door een kastanjebruin pagekapsel. Haar kantoor is opgesierd met zijden bloemen, beeldjes en schilderijen van leerlingen. Zelf staat ze op geen enkele foto. Ze is discreet en praat nooit over zichzelf, maar toch merk je dat ze macht heeft: er wordt gezegd dat zij de meest gezaghebbende en gerespecteerde persoon van de stad is. Niet zozeer omdat ze de dienst uitmaakt in het mooiste gebouw – waar in die algehele troosteloosheid weinig voor nodig is – maar omdat ze het instituut vertegenwoordigt dat door iedereen wordt beschouwd als ‘het hart en de ziel van Pevek’, de plek waar de kinderen bijna het hele jaar wonen, weg van de alcohol en de verloedering binnen hun families: een toevluchtsoord en een oase. Er is een foto van Poetin, maar ook een van de oliemagnaat Roman Abramovitsj, die niet alleen eigenaar is van de Engelse voetbalclub Chelsea, maar ook gouverneur van Tsjoekotka is geweest: zijn vriend in het Kremlin had hem deze provincie van het Russische rijk toevertrouwd. En hij is degene die de nieuwe school in 2005 heeft bekostigd. ‘Uit eigen zak,’ volgens Stepanova.
Surrealistisch
Op de gangmuren van de drie verdiepingen van de school zijn in pasteltinten schilderingen aangebracht van grote mannen uit de Russische cultuur in situaties die allesbehalve traditioneel zijn, maar eerder surrealistisch: Poesjkin wordt bijvoorbeeld heel vrolijk afgebeeld in een sidecar. Ook de verhalen over Tsjoekotka worden vrij van stereotypen verteld. De afbeeldingen zijn geïnspireerd op de woorden van dichters en schrijvers, zoals de grote Joeri Rytcheoe, zoon van een sjamaan, opgegroeid in een Tsjoektsjenstam en later een van de krachtigste stemmen van de Sovjetliteratuur, die echter helaas door Poetins nieuwe koers naar de prullenbak werd verwezen. Stepanova praat over hem met passie, maar haast fluisterend, alsof het om een geheime liefde gaat. Ze vertelt dat Abramovitsj degene was die de taboes heeft doorbroken door zijn lievelingsroman, Skitanija Anny odintsovoj (De reis van Anna) opnieuw uit te geven, maar alleen voor de scholen in het district Tsjoekotka.
De klaslokalen zijn in verschillende kleuren geschilderd, die doen denken aan de explosie van kleuren op de toendra in de zomer, en elk lokaal is bestemd voor een bepaald vak. De leerlingen lopen tussen de lessen door steeds naar een ander lokaal. De glimmende schoolborden zijn multifunctioneel, de nu al compleet uitgeruste laboratoria voor techniek en informatica worden binnenkort gemoderniseerd, zoals blijkt uit de dozen die staan te wachten om te worden uitgepakt. De directrice vertelt over haar creatie alsof het Ruslands kostbaarste bezit is, vergelijkbaar met de Hermitage in Sint-Petersburg of het Bolsjojtheater in Moskou. En toch zijn we in Pevek, in het district Tsjoekotka, het einde van de wereld, het gebied met de laagste bevolkingsdichtheid na Antarctica en de Sahara. Waar de lawine van de economische crisis na de instorting van de Sovjet-Unie in de jaren negentig van de vorige eeuw het hardst is aangekomen en waar de bevolking is gedaald van 148.000 inwoners in 1991 naar ongeveer 50.000 nu.
‘We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling’
‘Tot 1989 waren het er bijna 15.000. Er waren drie scholen en twee grote kostscholen voor de kinderen uit de dorpen van de Tsjoektsjen. Pevek boogde op een gemeenschap van wetenschappers waar zelfs de Staatsuniversiteit van Moskou niet aan kon tippen. Sommige wetenschappers kwamen hier speciaal voor de exploratie van de mijnen, andere zijn hier gebleven nadat de goelags werden gesloten en hebben hier vervolgens een gezin gesticht, zoals mijn grootvader. In de jaren negentig leden we honger, er was geen melk, we aten aardappelschillen, kaarsen waren een luxe.’ Maar nu, zo verzekert de directrice, ‘is de adrenaline terug, al heeft het inwonersaantal nog niet de vijfduizend bereikt. Er komen jonge geologen en ingenieurs met hun gezinnen. Dankzij een nieuwe satelliet die speciaal is gelanceerd om Oost-Siberië te dekken, hebben we internet en er worden wegen aangelegd. We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling, Pevek zal een van de belangrijkste havens worden op de nieuwe poolroute, de shortcut van de globalisering. Het is de moderne uitdaging van het hoge noorden, net als in de tijd van de Sovjetpioniers. We zijn nu de hoofdrolspelers en niet langer de verschoppelingen van de mensheid.’
1. Marzio G. Mian
Winnaar True Story Award
De Italiaanse journalist Marzio G. Mian, winnaar van de True Story Award, is al een bekroond correspondent en auteur. Hij was zeven jaar lang adjunct-hoofdredacteur voor het weekblad Corriere della Sera en werkt tegenwoordig voor verschillende Italiaanse en Zwitserse media.
Mian richtte het The Arctic Times Project op, een journalistieke non-profitorganisatie die zich richt op de gevolgen van klimaatverandering in de Arctische regio, en The River Journal, een multimediaal project waarin hij samen met andere journalisten, fotografen en filmmakers verslag doet van actuele kwesties rondom de grootste rivieren ter wereld.
Marzio Mian ontving het Rainforest Journalism Fund (RJF) van het Pulitzer Center in Washington D.C. voor een onderzoek naar de rivier de Mekong in Cambodja. Met een aantal journalisten onderzocht Mian de ontbossing en de gevolgen daarvan – minder regenval en kortere en intensere moessonseizoenen – die resulteren in een perfecte storm voor het hele ecosysteem van de Mekong. Ook ontving hij de Marco Lucchetta International Press Award en de Amerigo Vespucci-prijs voor reisliteratuur
Dan klinkt er een piano vanuit de gang. We zijn op de tweede verdieping, aan de kant die uitkijkt over de haven en de Tsjaoenbaai met het pakijs. We vragen of we even mogen gaan kijken, Stepanova antwoordt dat er wordt gerepeteerd in de danszaal, misschien is dit niet een geschikt moment. Heel even twijfelt ze nerveus, maar dan opent ze voorzichtig de grote eikenhouten deur en laat ons naar binnen kijken. De vijf meisjes dansen onverstoorbaar verder op de muziek van Alexander Skrjabins Prométhée. Zoals we ook al hadden gezien vanuit de ramen van de klaslokalen op de derde verdieping, valt ook hier op hoe de felle lichten van de Akademik Lomonosov worden weerkaatst door het ijs; hier is het een nog indrukwekkender tafereel omdat de ruiten groter zijn en het net lijkt of de kerncentrale een oceaanstomer is die vanuit de duisternis recht op de school afkomt.
Daar, vijftig meter verderop, ligt de centrale gevangen in een drie meter dik pak ijs, maar het lijkt of je hem kunt aanraken. De danseressen letten er niet op, alsof het bij de choreografie hoort. Onze blikken kruisen die van de directrice, die allang heeft begrepen waarom we hier zijn en wat we van haar willen weten. ‘Ze zeggen dat de centrale veilig is, waarom zouden we het niet vertrouwen? Ze hebben ons zelfs uitgenodigd aan boord, ze hebben aan de leerlingen uitgelegd hoe alles werkt, ze hebben alle vragen beantwoord, ze hebben de gym en het zwembad laten zien. Wat kon ik doen? Het is nou eenmaal zo gegaan. Maar komen jullie een andere keer terug, dan praten we er rustig over.’
Pevek is alleen bereikbaar per vliegtuig (mits het weer het toelaat één vlucht per week vanuit Moskou, met een tussenlanding in Jakoetsk). Blijkbaar ontkomt niemand aan de controles. Op het kleine vliegveld worden we langdurig ondervraagd door zes grenswachten, die hier agenten van de FSB zijn. Onze vergunningen zijn in orde maar toch noteren ze de namen van onze familieleden, onze bezittingen en onze verplaatsingen in de afgelopen twee maanden. Ze ondervragen ook degene bij wie we zullen logeren, Igor Ranav, een kleine Tsjoektsjische ondernemer en activist die bekend is vanwege zijn meldingen van verkiezingsfraude en zijn polemiek met de regering in de hoofdplaats van Tsjoekotka, Anadyr.
Beschermingsniveau
De daaropvolgende dagen maken we met een drone, profiterend van het halfuur daglicht, verschillende luchtopnamen boven Pevek, zonder toestemming en zonder gevolgen. We vliegen vier keer van verschillende kanten over de kerncentrale en naderen die verontrustende platte schuit, geschilderd in de kleuren van de Russische vlag, tot op enkele tientallen meters. Er gebeurt niets. Hoe is het mogelijk dat een drone door niemand wordt onderschept, hoewel de Akademik Lomonosov aan de hele oostkant van de haven wordt beschermd door een gewapend ‘fort’ dat uitsluitend bedoeld is voor de beveiliging van de centrale en dat is uitgerust met geavanceerde radars? Wat is het beschermingsniveau en de interventiecapaciteit in geval van een vijandige aanval of een ongeluk?
We hebben het hier over de elfde Russische atoomcentrale, de noordelijkste ter wereld en de eerste [tweede] mobiele kerncentrale die ooit in gebruik is genomen: een platform van 21.500 ton, 140 meter lang en 30 meter breed, uitgerust met twee KLT-40c-reactoren op laagverrijkt uranium die samen 70 megawatt kunnen opwekken en een stad van honderdduizend inwoners veertig jaar lang ononderbroken van elektriciteit en warmte kunnen voorzien. Het idee van een prêt-à-porter kerncentrale bestaat al sinds de jaren zestig, ook de Verenigde Staten hebben lange tijd met het idee gespeeld. Maar om economische en veiligheidsredenen werd het verworpen, aanvankelijk ook door de Russen. Op uitdrukkelijk verzoek van Poetin heeft Rosatom, het Russische nucleaire staatsagentschap, haast gemaakt met het plan en er tien jaar arbeid op de scheepswerven van Sint-Petersburg en circa 450 miljoen euro aan staatsgelden in geïnvesteerd (wat toch tien keer zo weinig is als de kosten van een traditionele kerncentrale).
Deze klasse van kernreactoren wordt door Moskou beschouwd als de enige oplossing om de meest afgelegen gebieden van het Russische noordpoolgebied te voorzien van de energie die nodig is voor de exploitatie van mineralen en fossiele brandstoffen, maar ook om het ontstaan van nieuwe wooncentra te bevorderen. Er wordt een vloot gebouwd die moet worden geankerd in de havens langs de Noordelijke Zeeroute, de voormalige Noordoostelijke Doorvaart. Het Kremlin en Rosatom hebben aangekondigd dat alleen al in Tsjoekotka nog eens vijf kerncentrales in gebruik zullen worden genomen (waarvan twee voor het eind van 2024) tegen een geschatte kostprijs van 2,25 miljard dollar.
Niet manoeuvreerbaar
Jan Haverkamp, nucleair expert van Greenpeace, heeft onlangs alarm geslagen: ‘Het is geen duikboot of ijsbreker, dit is een schuit die niet manoeuvreerbaar is,’ zegt hij. ‘Als het anker losbreekt of er nadert een ijsberg, wat gebeurt er dan? De Noordpool warmt drie keer zo snel op als de rest van de wereld, het smelten van de ijskappen leidt tot ongekende omstandigheden, deze oceaan wordt steeds gevaarlijker. En wat zou er gebeuren in geval van een tsunami, al zegt Rosatom dat ook dat risico is ingecalculeerd? De Russen hebben een lange ervaring met kerncentrales, maar ook een lange geschiedenis van rampen. We weten hoe moeilijk het is nucleaire ongelukken op land het hoofd te bieden, laat staan op zee en in zulke afgelegen gebieden.’ De radioactiviteit van de Akademik Lomonosov is 25 keer zo laag als die van de kerncentrale van Tsjernobyl, maar de gevolgen van een ongeluk zouden enorme proporties aannemen dankzij de poolwinden en de zeestromingen: ‘Dat zou het einde zijn van het kwetsbaarste ecosysteem ter wereld.’
2. Juan José Martínez d’Aubuisson
MS13 & Co.
Juan José Martínez d’Aubuisson kreeg de tweede prijs voor het eerste artikel in zijn vierluik ‘MS13 & Co.’, over hoe de MS13 (Mara Salvatrucha) – een bende die in de jaren 1980 ontstond in Los Angeles om Salvadoraanse immigranten te beschermen tegen andere bendes – na verloop van tijd een traditionele criminele organisatie werd met investeringen in talloze bedrijven, zowel legaal als illegaal.
In dit deel onderzoekt Martínez d’Aubuisson hoe de MS13 bepaalde aspecten van de afvalrecycling sector in Honduras heeft overgenomen en probeert erachter te komen welke connecties er bestaan tussen de bende en de hoogste regionen van de Hondurese politiek en zakenwereld. Daarvoor sprak hij met tientallen leden van de gang in de VS, Mexico en Honduras. De bronnenlijst is eindeloos en omvat behalve hoofdrolspeler Alexander Mendoza, alias ‘Porky’, die vastzit in een zwaarbeveiligde gevangenis ook lokale journalisten, politieagenten, overheidsfunctionarissen, beschermde getuigen en overlopers van de maffia, evenals slachtoffers van de maffia. Met die informatie voerde hij een uitvoerige analyse uit aan de hand van gerechtelijke documenten, bedrijfscontracten en andere officiële documenten, evenals gespecialiseerde literatuur over het onderwerp corruptie en recycling in Honduras en de wereld.
De ramen van het appartement van de 65-jarige geoloog Valentin Poskotinov kijken uit op de Tsjemodanovastraat, de weg of baan die parallel aan het pakijs door Pevek loopt. Het standbeeld van Lenin wordt verlicht door het gele schijnsel van een lantaarn. Bedekt met ijs en sneeuw is het herkenbaar aan de klassieke pose, en de geopende hand lijkt precies te wijzen naar het raam dat Poskotinov op een kier zet om te roken: hij hoeft maar heel even zijn gezicht uit het raam te steken of zijn neusharen en borstelige wenkbrauwen zijn wit.
‘Waar vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen?’
Tussen twee trekjes door herhaalt Poskotinov zijn vraag: ‘Waar ter wereld vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen? Die vraag stelde ik meneer Ivanov van Rosatom op de informatieavond over het project voor de bevolking in het Zal Aisberg-theater. Ze zeiden dat ze de centrale pas zouden gaan bouwen als het plan door de bewoners werd goedgekeurd, maar intussen stortten ze al beton om de pier te bouwen waar de centrale zou worden afgemeerd. Maar meneer Ivanov heeft mijn vraag niet beantwoord.’
Wurgende keuze
Ook onze gastheer Igor Ranav was die avond als een van de weinige Tsjoektsjen aanwezig in het Zal Aisberg-theater. Hij was voorstander van de komst van het platform: ‘Ik dacht dat iets nieuws altijd beter was dan niets, voor mijn volk kon het nooit erger worden dan het al was.’ Volgens hem zijn de inwoners voor een wurgende keuze gesteld: de schone energie van de drijvende atoomcentrale in de haven accepteren, of nog eens 75 jaar lang de lucht inademen van de oude kolencentrale Čaunskaya Hpp, die in het centrum van Pevek staat; de opwindende uitdaging van verandering en vooruitgang aangaan, of leven in het gezelschap van die zwarte pluim die wordt gegeseld door de wind en die de sneeuw, de longen en de hoop bevuilt. Je hoeft maar de heuvel op te lopen en je ziet op een vluchtig moment van opaalkleurig licht alles samengevat: beneden een wirwar van rokende wrakstukken te midden van een landschap van ruïnes met betonrot waarboven gigantische kraaien cirkelen; iets verderop een fonkelend ruimteschip in het ijs, wat een sinister gevoel van reinheid geeft; en daarachter, aan de horizon van de Noordelijke IJszee, gemarkeerd door een violette mist, lijkt het alsof je de Noordpool zelf zou kunnen zien.
In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven
Rosatom had beloofd dat de prehistorische kolencentrale, bijgenaamd de ‘verroeste kachel’, onmiddellijk buiten werking zou worden gesteld, want nu was er de Akademik Lomonosov, ‘de Russische trots in de wereld’, aldus de directeur, Vitalij Trutnev, om elektriciteit en warmte naar de mensen te brengen en de versleten kernreactoren van Bilibino, 240 kilometer verderop in de toendra, te vervangen. In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven.
‘De prioriteiten liggen elders,’ zegt Valentin. Hij is geboren in Sint-Petersburg en behoort tot de generatie van jonge afgestudeerde pioniers die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw met een patriottische geest het avontuur tegemoetgingen om in het hoge noorden voorbij het Oeralgebergte, in het ruwe noordoosten, de rijkdommen te exploreren die nog niet waren gewonnen door de politiek gevangenen die tot de jaren zeventig op industriële schaal als dwangarbeiders waren ingezet. ‘Ik ben een van degenen die zijn gebleven,’ zegt hij. ‘Uit heimwee naar die jeugd, maar ook omdat ik was gegijzeld door de natuur. De witte koorts, zo noem ik het.’
Oligarch en gouverneur
Natuurlijk komen we uiteindelijk te spreken over Roman Abramovitsj, de oligarch die van 2000 tot 2008 gouverneur van Tsjoekotka was en plotseling in Pevek, maar ook in de dorpen van de oorspronkelijke bevolking, weer heel belangrijk werd – en niet vanwege de overwinning van zijn club Chelsea in de Champions League. Hij had sentimentele banden met het hoge noorden; zijn grootouders waren geïnterneerd geweest in de goelags. Maar bovenal was het een kwestie – of een zaak – tussen twee vrienden: de oliemagnaat die meer dan wie ook had geïnvesteerd in de voormalige KGB-agent Vladimir Poetin werd door de nieuwe tsaar beloond met de toekenning van de afgelegen Arctische provincie. In die tijd begreep bijna niemand waarom, want Tsjoekotka was de armzaligste regio van Rusland.
Om de schatkist van de overheid te vullen verplaatste Abramovitsj drie filialen van oliegigant Sibneft naar de hoofdplaats Anadyr: de belastinggelden die dat opbracht waren goed voor 80 procent van de begroting van de autonome regio. Meteen bleek wat dat opleverde. En nog wel het duidelijkst in Pevek, waar in het eerste decennium van deze eeuw behalve de school, het ziekenhuis en het nieuwe gemeentehuis meerdere sociale en residentiële wooncomplexen werden gebouwd ter vervanging van de oude Sovjetcomplexen die in de jaren negentig waren verlaten en toevluchtsoorden voor roedels zwerfhonden waren geworden. Ook de oorspronkelijke bevolking, de veertienduizend Tsjoektsjen, rendierhouders die zijn verbannen naar de over de toendra verspreide dorpen, werd een stukje opgetild van de bodem van de fles waarin ze hun wanhoop verdronken: in 2000 was de gemiddelde levensverwachting van de Tsjoektsjen 34 jaar; in 2010 was dat gestegen naar 38 jaar.
Belastingopbrengsten
‘In werkelijkheid betaalde Abramovitsj de belastingopbrengsten uit aan zichzelf,’ zegt Valentin. ‘En voor 2 roebel kocht hij van de overheid, dus van zichzelf, enorme stukken grond waar zich volgens de landkaarten, die nog waren getekend door Sovjetgeologen zoals ik, rijkdommen bevonden. Hier bevinden zich de grootste koper- en goudafzettingen ter wereld.’ En die zijn nu in handen van Abramovitsj. Net als die van Baimskaya, waar naar schatting een koperreserve ligt van 9,5 miljoen ton en bijna 500 ton goud. En de enorme afzettingen van Pešanka in het district Bilibino, waar 23 miljoen ton koper en meer dan 2000 ton goud zal worden gewonnen. Op beide plaatsen werkt de magnaat samen met Kaz Minerals, het belangrijkste kopermijnbedrijf van Kazachstan, dat evenwel gevestigd is in Londen. ‘Wij hebben al die afzettingen ontdekt, we waren jongens vol idealen, we woonden maandenlang op de toendra en aten alleen maar bessen en hazen. We hebben ook andere afzettingen van goud, koper, platina, zilver en wolfraam in kaart gebracht, die nu worden ontgonnen, zoals de mijnen van Majskoe en Kupolte,’ zegt Poskotinov. ‘Het district van Bilibino is een nieuw Klondike en heeft veel energie nodig om echte rijkdom te genereren.’
Katia Patin
Derde prijs
‘Multimediajournalist’ Katia Patin maakt documentaires en schreef artikelen voor gerenommeerde media als Time Magazine, NBC, The Guardian en The Atlantic. Het True Story Festival gaf Patin de derde prijs voor haar artikel ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, dat werd gepubliceerd door het Amerikaanse Coda Story. Het is een schokkend relaas over de Poolse Olympische sporter Dariusz Popiela, die probeert het bewuste uitwissen van de Joodse geschiedenis door de Poolse overheid te bestrijden met zijn stichting Mensen, geen getallen.
Ongeveer drie miljoen Poolse Joden werden vermoord door de nazi’s, maar zowel tijdens het communisme als daarna werd en wordt die barbaarse slachting verdoezeld ten faveure van het trotse, ‘officiële’ verhaal over hoezeer Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geholpen door hun Poolse medeburgers. Jaroslaw Kaczynski, leider van de aartsconservatieve regeringspartij PiS, beschuldigt Popiela ervan een ‘pedagogie van schaamte’ te hanteren. Centraal in de controverse staat het machtige en rijkelijk door de overheid gefinancierde IPN, het Nationaal Herdenkingsinstituut, dat het als zijn taak ziet ‘de goede naam’ van Polen te bewaken. Het Instituut blijkt het daarbij niet al te nauw te nemen met de historische waarheid.
Dat is de reden waarom Abramovitsj in werkelijkheid nooit is weggegaan uit Tsjoekotka. En dat is de reden waarom de Akademik Lomonosov in Pevek is gekomen en de haven nu wordt onderworpen aan een gigantische uitbreiding, met investeringen door Kazachstan en China. Het zal een van de strategische tussenstops worden op de noordelijke vaarroute, die door de Chinezen de Arctische Zijderoute wordt genoemd. Na de recente blokkade van het Suezkanaal en de sterke stijging van de grondstofprijzen als gevolg van de pandemie heeft Poetin vaart gemaakt en druk gezet op Rosatom, dat belast is met de ontwikkeling van de 6000 kilometer lange poolroute. De doorgang wordt steeds makkelijker dankzij het smeltende ijs, maar ook dankzij de door kernmotoren aangedreven containerschepen die het hele jaar kunnen varen zonder gebruik te hoeven maken van ijsbrekers: van de huidige 40 miljoen ton goederen die van en naar Azië worden vervoerd – grotendeels natuurlijk vloeibaar gas uit de Russische afzettingen van Jamal – wil het Kremlin voor het einde van 2026 komen tot 80 miljoen. In Pevek is de groei sinds 2018 100 ton per jaar geweest. ‘Het goud en koper van Abramovitsj zal terechtkomen in China,’ zegt Poskotinov. ’60 procent van het koper op de hele wereld wordt verbruikt in China. Waarom zouden ze het in Chili, Peru of Australië halen als ze het uit Tsjoekotka kunnen krijgen? Ze hoeven maar de Beringstraat over te steken om hun schepen vol te laden.’
Grootse ideeën
De Akademik Lomonosov is met zijn verblindende witte lampen ook te zien vanuit het appartement van Igor Ranav, dat honderd meter van de school vandaan ligt. De aanwezigheid van de Akademik voedt vooral zijn voorliefde voor grootse ideeën en de hoop dat de regio spoedig niet meer onder een toezichtsregime zal staan dat nog erger is ‘dan in de Sovjettijd’. Hij denkt bijvoorbeeld zijn dromen te kunnen verwezenlijken: een Cessna kopen en een luchttaxidienst opstarten naar Anadyr of Bilibino, of een groentekas bouwen. Net als alle andere Tsjoektsjen hield hij rendieren op de toendra, maar zijn talent voor zaken, van de bouw tot het begrafenisondernemerschap tot de handel in oud ijzer, heeft hem bevrijd van zijn armoede en, naar de norm van zijn volk, tot een rijk man gemaakt.
Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar
Hij is een paar keer aan de overkant van de Beringstraat geweest, in Alaska, en dat is zijn idee van de beschaafde wereld. Hij zegt dat het ‘twee verschillende planeten’ zijn. Tot 13.000 jaar geleden kon je de Beringstraat lopend oversteken, en het landschap is identiek. De gebouwen zijn volgens dezelfde methode gebouwd als de paalwoningen, en de smeltende permafrost veroorzaakt dezelfde problemen: verzakking van veel kustdorpen, kadavers die na honderden jaren tevoorschijn komen uit de graven. Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar, gelijk aan de waarde van de olie die in vier dagen wordt gewonnen in Prudhoe Bay.
Veel Eskimo-gezinnen, Inuit genoemd in Alaska en Joepik in Tsjoekotka, leven van elkaar gescheiden op de twee oevers, want de Koude Oorlog in 1948 maakt een einde aan elke vorm van contact. In het tijdperk Reagan-Gorbatsjov, eind jaren tachtig, leek het even of de ‘Beringmuur’ was gevallen, er was een levendige culturele uitwisseling, er werden visa afgegeven en er was zelfs nu en dan een vlucht. ‘Je kan het zien op de kaart, het zijn twee neuzen die tegen elkaar aan wrijven: we zijn een gescheiden tweeling,’ zegt Ranav.
In de loop van de jaren heb ik ook de andere ‘neus’ bezocht. In Nome, het Amerikaanse havenstadje aan de Beringzee, is de parkeergelegenheid voor privévliegtuigen even groot als die van Newark in New Jersey, 8200 vliegvergunningen in de hele staat. Er is een krant die al meer dan honderd jaar bestaat en nu eigendom is van een jong Duits stel, terwijl er in Tsjoekotka twee staatskranten in omloop zijn en niet één onafhankelijk nieuwsmedium is. Het gemiddelde loon in Noord-Alaska bedraagt rond de 1500 dollar per maand en de oorspronkelijke bevolking heeft meer dan een miljard dollar ontvangen aan herstelbetalingen voor de vervolging waaronder ze hebben geleden. In North Slope, waar de Inuit in de meerderheid zijn en waar zich de meest productieve olievelden bevinden, beheren zij dertien bedrijven die op Wall Street genoteerd staan met hun deel van de olie-opbrengsten. Ook in het noorden van Alaska is alcoholisme een plaag, maar de andere helft van de ‘tweeling’ in Tsjoekotka drinkt zes keer zoveel (volgens het ministerie van Volksgezondheid in Moskou) als de gemiddelde bevolking van Rusland, dat bepaald geen land van geheelonthouders is.
Eervolle vermelding
Isaac Otidi Amuke
De Keniaanse Isaac Otidi Amuke, hoofdredacteur van Debunk Media, kreeg een eervolle vermelding voor zijn artikel ‘The Rise and Fall of Mike Sonko: Nairobi’s Matatu King’. Na te hebben vastgezeten voor fraude, ontwikkelt Gidion Mbuvi Kioko zich tot de koning van de matatu’s, de bont beschilderde en luide minibusjes die in Kenia fungeren als publiek transportmiddel. Vanwege zijn dure sieraden, opzichtige kleding en extravagante levensstijl krijgt hij de bijnaam Sonko, wat in het Sheng, de Keniaanse straattaal, ‘rijkaard’ betekent. Sonko schopt het in 2017 zelfs tot gouverneur van Nairobi.
Ranav raakt geen alcohol aan maar klokt liters warme thee naar binnen en is een sterke man met een onstuitbare vitaliteit. Hij wisselt gemiddeld om de drie jaar van echtgenote, maar onderhoudt uitstekende relaties met al zijn exen en is altijd aan de telefoon om de logistiek van zijn gecompliceerde relaties te regelen. De vriendin van wie hij nooit scheidt is Jaska, een klein wit rendiertje dat aan een of ander neurologische aandoening lijdt en door haar moeder was achtergelaten op de toendra. Een paar jaar geleden heeft hij de hand weten te leggen op een gigantische oude truck, een Gaz-66 Ural, die in de tinmijnen werd gebruikt. Die heeft hij omgebouwd tot terreinwagen waarmee hij maar liefst vijftien personen kan vervoeren over de zimniki, de wegen van ijs en sneeuw die de binnenlanden van de regio doorkruisen.
We doen er drie uur over om naar Rytkoetsji te rijden, een nederzetting van ongeveer vijfhonderd Tsjoektsjen ten zuiden van de Tsjaoenbaai. Het is een vochtig gebied waar drie rivieren samenkomen, ’s zomers een kraamkamer voor de rendieren en het ongerepte rijk van een stuk of tien inheemse vissoorten. We gaan met de sneeuwscooter op bezoek bij Sasja Prokopoiev, een van de vertegenwoordigers van de gemeenschap, in zijn balok, het hokje op ski’s waar hij zich tijdens het ijsvissen verwarmt aan een kerosinekacheltje. De kou is beangstigend, zodra de vissen uit het gat komen sissen ze alsof ze in kokend hete olie worden gegooid. Prokopoiev bevestigt dat er voor het koper en goud van Abramovitsj wordt gewerkt aan de bouw van een nieuwe haven bij kaap Naglejnyn, door de Tsjoektsjen ‘de schoot van de wereld’ genoemd. De rendierhouders van Rytkoetsji brengen daar altijd hun 25.000 rendieren naartoe om zich vet te eten voordat ze moeten werpen. ‘Zo gaat het al vierhonderd jaar,’ zegt hij. ‘Maar over vijf jaar zullen er geen graslanden meer zijn, dan zullen er geen rendieren meer zijn en verdwijnen de dorpen, want zonder rendieren bestaat er geen leven op de toendra.’
1 miljard euro
Moskou heeft al 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de haven, terwijl het onzeker is hoeveel Kaz Minerals zal betalen voor de weg die de mijnen in de regio Bilibino zal verbinden met Kaap Naglejnyn: ‘Ze zouden de haven van Pevek kunnen gebruiken, maar met die nieuwe haven hoeven de vrachtwagens vierhonderd kilometer minder te rijden. Die weg belemmert de migratie van rendieren en voor de aanleg ervan moet de bovenloop van de rivieren worden verlegd, waar onze vissen kuit schieten. Voor de extractie van goud wordt cyanide gebruikt, dat in de rivieren terechtkomt. Voor ons is de toendra niet een kwestie van prioriteit, maar van verantwoordelijkheid.’ Dat heeft de schrijver die zo wordt bewonderd door de directrice van de school, Joeri Rytcheoe, milieuactivist in de tijd dat de Sovjet-Unie het milieu verwoestte in naam van de nieuwe mens en de collectieve welvaart, goed uitgelegd: ‘Op de toendra is de tijd niet lineair, maar circulair. Net als de natuur slijt de tijd niet, maar vernieuwt hij zich.’
De gemeenschappen hebben een brief geschreven aan de Verenigde Naties, waarin zij zich beroepen op de verklaring van de rechten van inheemse volkeren. Ranav staat in de voorste gelederen, we zijn hier niet in Pevek tussen de Russen, dit is zijn grond en het gaat om zijn volk: in Naglejnyn zullen vijf net zulke platforms als de Akademik Lomonosov worden aangemeerd. ‘De komst van Abramovitsj heeft ons leven beslist verbeterd,’ zegt Prokopoiev terwijl hij door de patrijspoort naar buiten kijkt, waar de riviermond intussen is opgeslokt door de duisternis. ‘Zijn mensen deelden voedsel uit, bij elke verkiezing in Rytkoetsji kwamen ze aanzetten met strijkijzers en televisietoestellen en speelgoed. Maar in werkelijkheid heeft hij ons geplukt als kippen. Hij heeft misschien 1 miljard geïnvesteerd maar er 10, 20 of wie weet hoeveel miljard aan verdiend. Hij heeft ons omgekocht met glazen kralen en in ruil daarvoor Tsjoekotka ingepikt. Nu zijn we nog maar vijfhonderd obstakels die die klootzakken in de weg zitten.’
De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop
Ranav belooft dat ze de grond tegen elke prijs zullen verdedigen: ‘Abramovitsj kent onze geschiedenis.’ De Kozakken probeerden in de zeventiende eeuw belasting te heffen, de jasak, maar moesten toegetakeld het veld ruimen. Peter de Grote probeerde de Tsjoektsjen te onderwerpen en stuurde zijn vertrouweling Afanasij Sestakov, maar diens schip zonk en de schipbreukelingen werden op het pakijs uit de weg geruimd: de stammen ondertekenden een vredesverdrag dat hun in staat stelde zelf te bepalen hoeveel belasting ze zouden betalen. De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop, toen twee Bolsjewistische afgevaardigden twee dagen nadat ze de macht hadden gegrepen, uit de weg werden geruimd.
In de weg
We komen aan in het dorp, het licht is net uitgevallen. Iemand zegt dat er een kraai op de hoogspanningsdraad terecht is gekomen, dat is al eerder gebeurd. Maar Sasja is ervan overtuigd dat het dit keer komt door de werkzaamheden op de lijn die het kernplatform moet verbinden met het elektriciteitsnet van de regio Bilibino: ‘We zitten die klootzakken in de weg,’ herhaalt hij.
Eervolle vermelding
Bastian Berbner en John Goetz
Twee journalisten van Die Zeit kregen een eervolle vermelding voor What Guantánamo Made of Them’, een verhaal over Mr. X., een beul in Guantánamo Bay, en zijn slachtoffer Mohamedou Slahi, gepubliceerd in editie 209 van 360.
Mr. X. woont inmiddels als een gebroken man ergens in de VS en lijdt net als slachtoffers van martelingen aan depressie en zelfmoordgedachten. Hij is er nog altijd van overtuigd dat Slahi een terrorist is. Slahi woont inmiddels in Nederland. Zijn bestseller Guantánamo Diary verscheen in 2015 en werd verfilmd als The Mauritanian.
Helaas zien we Elena Stepanova, de directrice, niet meer terug. Kort voor onze nieuwe afspraak, waarvoor ze een ontmoeting met een paar leerlingen had georganiseerd, laat ze ons weten dat het hoofdbureau van politie haar heeft ‘aangeraden’ ons niet opnieuw te ontmoeten. Ze zou duizend excuses kunnen bedenken, maar ze vertelt liever de waarheid. Maar wij zijn daar inmiddels wel aan gewend, interviews worden op het laatste moment afgezegd, mensen met wie we hebben gesproken krijgen bezoek van een of andere functionaris. De afgelopen dagen zijn we achtervolgd, gevolgd door een stilstaande auto voor het huis en een paar keer ondervraagd.
De derde keer dat ze ons ondervragen komen ze om zes uur ’s ochtends het huis van Ranav binnen. Een jonge agente legt bruusk uit dat de handtekeningen ontbreken in het verhoor van de vorige dag. Wij staan erop onze verklaringen te herlezen, waaraan is toegevoegd dat ‘het doel van onze reis is de flora en fauna van Tsjoekotka te documenteren’. Zo zouden ze gemachtigd zijn het materiaal in beslag te nemen dat aantoont dat we ons midden in de poolwinter niet hebben beziggehouden met Tsjernobylbloemen. Ranav filmt ze met zijn mobiel terwijl ze ons proberen te dwingen te tekenen. Even heerst er grote nervositeit, dan vertrekken ze. Wij haasten ons, lang voor de vertrektijd, naar het vliegveld. Vlak voordat we opstijgen, stapt er een militair in het vliegtuig die rechtstreeks naar ons toe loopt om er zeker van te zijn dat we Tsjoekotka écht verlaten.
Dit artikel werd gepubliceerd in het nummer van 30 juli 2021 van Internazionale. Op 23 juni 2023 won het de True Story Award, een internationale prijs voor onderzoeks- en reportagejournalistiek.
Lange tijd vonden vooral apolitieke romans uit Japan een internationaal publiek, maar dat is nu aan het veranderen. En wel door drie vrouwen die de literaire wereld veroveren en niet schromen de misstanden in hun thuisland aan de kaak te stellen. Een portret.
’s Nachts verandert de stad. Mensen roken op straat, drinken hun biertje voor de gemakswinkels en praten luidruchtig met elkaar. Hier in Shinjuku Ni-Chome, de uitgaanswijk in het westen van Tokio, stralen de neonreclames. De hoge gebouwen zitten van de kelder tot de tiende verdieping vol met partylocaties. Van de lesbobar tot de queer theesalon en de fetishclub. Op sommige straathoeken staan hier en daar groepen toeristen voor de cafés; op andere plekken krijgen ze geen toegang.
Ook al krijg je in Shinjuku Ni-Chome een andere indruk, de drie steunpilaren van Japan zijn nog altijd kinderen, huwelijk en werk. Progressieve bewegingen hebben het moeilijk. De conservatieve regering van Fumio Kishida ruziet over de gelijkberechtiging van de queer gemeenschap. Een hoge ambtenaar heeft enkele maanden geleden nog openlijk gezegd dat hij niet naast homoseksuele of transparen wil wonen. In de koseki, het familieregister, moet iedereen opgenomen worden, maar bij gehuwde personen mag er slechts één achternaam staan – meestal die van de man. In het laatste rapport over de genderkloof van het World Economic Forum, dat onder andere analyseert hoe vrouwen betaald worden in vergelijking met mannen, stond Japan op de lijst van 145 landen op de 125ste plaats.
De laatste jaren is er veel internationale aandacht voor het feit dat de clichés over het supermoderne Japan als een land dat cultuur, geschiedenis en vooruitgang soepeler combineert dan enig ander land, inderdaad niet meer dan clichés zijn: de sociale druk op vrouwen omdat de geboortecijfers al jaren dalen, de vele zelfmoorden, de kloof tussen arm en rijk, die in de op twee na grootste economie van de wereld steeds groter wordt.
Vrouwen houden op een nieuwe, literaire manier vinger aan de pols van Japan
Maar deze thema’s werden tot op heden weinig weerspiegeld in vertaalde literatuur uit Japan; de focus lag bij vertalingen op auteurs als Haruki Murakami, die zich in hun boeken vooral richten op mannelijke personages met hun innerlijke persoonlijke conflicten.
Zo bleven er lange tijd veel blinde vlekken in de beeldvorming over de Japanse samenleving. Maar dat lijkt nu langzaam te veranderen. Op dit moment beleeft Osamu Dazai op het jonge socialmediaplatform TikTok een wedergeboorte met zijn roman NingenShikkaku. Daarin vertelt de auteur het levensverhaal van iemand die geen empathie kan voelen en die daardoor geen sociale relaties kan opbouwen. Het boek is een meesterwerk uit de naoorlogse tijd. Sinds enkele jaren lijken bovendien steeds meer politiek denkende schrijfsters hun weg te vinden naar een internationaal publiek; vrouwen die maatschappijkritiek in hun werk vlechten. Vrouwen die op een nieuwe, literaire manier de vinger aan de pols van Japan houden. Kunnen zij een waarachtiger, completer beeld van het huidige Japan schetsen? Een reis door Tokio – naar drie succesvolle schrijfsters.
Internationale ster
Een van hen is Mieko Kawakami. De 46-jarige heeft de literaire wereld op slag veranderd toen in 2008 de novelle Borsten en eitjes in Japan uitkwam, een zinderend verhaal over vrouw zijn, kinderen krijgen en familie. The New York Times bejubelde het boek en inmiddels wordt er ook een Duitse theaterversie van gemaakt.
Sindsdien is Kawakami een internationale ster met een reclamecontract voor haarproducten en een entourage van woordvoerders en assistenten. Haar carrière is verbazingwekkend omdat ze maar weinig mogelijkheden had om zich een plek te veroveren in de literaire wereld. Kawakami werd in Osaka geboren in een gezin dat het niet breed had, en begon al op jonge leeftijd te werken. Op haar veertiende had ze een baantje in een fabriek, daarna in een bar, om haar alleenstaande moeder en haar broer te ondersteunen. Later probeerde ze het als popzangeres, maar met weinig succes. Op het internet begon ze gedichten te publiceren en ontdekte ze het schrijven. Nu woont ze in Tokio, is getrouwd met een schrijver en heeft een kind.
Kawakami is zo populair dat haar fans haar overal opwachten, ze proberen haar posts op Instagram te decoderen om haar op te sporen
De ontmoeting met de schrijfster vindt plaats op een plek die niet genoemd mag worden. Kawakami is zo populair dat haar fans haar overal opwachten, ze proberen haar posts op Instagram te decoderen om haar op te sporen. Kawakami zit in haar eentje te wachten in een speciaal gehuurde, afgeschermde ruimte in een café: een goedgeklede vrouw met een design handtas en een perfecte huid. ‘Ik kom van de straten van Osaka’, schrijft ze ergens, omdat ze in armoede is opgegroeid. Haar gouden polshorloge schittert.
Ze benadrukt meer dan eens dat er moed voor nodig is om succes te hebben. Dat is een van haar grote thema’s. Moed om je eerste verhalen op te sturen naar literaire tijdschriften. Moed om te schrijven over de problemen in de Japanse maatschappij, over wat het kapitalisme kan aanrichten. Moed om de schaamte te overwinnen om te spreken over haar eigen leven. ‘Ik kan erover praten omdat ik eruit ben gekomen.’ Moed om de dingen zo op te schrijven als ze zelf voor juist houdt. ‘Dankzij het succes kan ik dat,’ zegt ze.
Bewondering én haar kritiek
Kawakami is inderdaad een uitzondering in de Japanse literaire wereld, omdat ze openlijk spreekt over haar verleden in onzekere omstandigheden, zonder omwegen voor haar mening uitkomt en opiniestukken publiceert. Haar gesprek uit 2017 met Haruki Murakami is intussen beroemd. Daarin uitte Kawakami heel openhartig haar bewondering én haar kritiek; ze bekritiseerde onder andere de manier waarop Murakami omging met zijn vrouwelijke personages. ‘Ik heb het over het grote aantal vrouwelijke personages dat alleen maar bestaat om een seksuele functie te vervullen,’ zei ze.
In het café gebruikt ze begrippen als kapitalisme, lgbtq, gender en klasse met grote vanzelfsprekendheid. Ze slaagt erin daarmee een jong en vrouwelijk publiek te bereiken dat in de afgelopen jaren door #MeToo en de nieuwe feministische golf in Japan in beweging werd gebracht. Tegelijkertijd denkt ze ook altijd na over andere thema’s. Een paar dagen geleden, vertelt ze, hebben vier tieners een horlogewinkel overvallen in Ginza, een van de belangrijkste winkelwijken van de stad. Over de armoede onder de jeugd – sindsdien weer gespreksonderwerp in Japan – kan Kawakami hele betogen afsteken.
Intussen zijn er drie romans van haar in het Duits verschenen, die thematisch en stilistisch niet méér van elkaar zouden kunnen verschillen. In Brüste und Eier [het eerder genoemde Borsten en eitjes] onderzoekt ze de waarde van de vrouw in de Japanse maatschappij en wat het betekent om als dertigjarige ongehuwde en aseksuele vrouw moeder noch dochter te zijn. In Heaven [in het Nederlands verschenen als Hemel] volgen de lezers een naamloze veertienjarige ik-verteller die door zijn medescholieren gepest wordt; en in het pas verschenen All die Liebenden in der Nacht [oorspronkelijke titel Subete mayonaka no koibito tachi, nog niet verschenen in het Nederlands] beschrijft ze het leven van een vrouwelijke freelancecorrector en kluizenares die begint te drinken. Haar zojuist in Japan verschenen roman Kiiroi Ie [zal in 2025 in het Engels verschijnen als Sisters in Yellow] vertelt over een groep vrouwen die herinneringen ophaalt aan de jaren waarin ze gewerkt hebben in een sunakku, de goedkope versie van een nachtclub.
Kawakami geldt voor velen als een icoon van de feministische literatuur, als iemand die kwesties van arbeid en gender in samenhang behandelt. Enige tijd geleden zei ze in een interview echter ook dat ze het beu is als feministisch schrijfster te worden aangeduid. Ze voelt zich verkeerd begrepen, zegt ze nu. Ze doelt op dat etiket, dat kan aanvoelen als een corset. Natuurlijk is het feminisme belangrijk. Maar Kawakami zegt dat ze bang is dat dat begrip verwatert tot een marketingtool en uiteindelijk nergens meer voor staat. Ze wil ook altijd opkomen voor de mensen die niet gezien worden.
Grande dame
Iemand die zich al lang bezighoudt met degenen die in de Japanse samenleving vergeten worden, is Banana Yoshimoto [pseudoniem van Mahoko Yoshimoto], de coole grande dame van de Japanse literatuur. Mijn afspraak met haar vindt plaats in een woonwijk op ongeveer een kwartier lopen van Shimokitazawa, een populaire, jonge wijk, waar je de ene na de andere vintagewinkel tegenkomt. Yoshimoto heeft haar kantoor in de buurt, in een oud Japans huis van twee verdiepingen, aan de gevel waarvan een dikke gele banaan prijkt. De 58-jarige ontvangt me met koude thee en koekjes. Ze zit aan haar schrijftafel naast een vitrine met haar verzameling onderscheidingen en literaire prijzen. Aan haar voeten slaapt haar geliefde Franse bulldog.
Eind jaren tachtig verscheen Yoshimoto’s debuutroman Kitchen [in het Nederlands verschenen onder dezelfde titel], die een bestseller werd en wereldwijd een hype veroorzaakte: de ‘Bananamania’, een diepe verering door fans die haar binnen de kortste keren bijna de status van een popster bezorgde. Kitchen gaat over de vriendschap tussen de jonge Japanse vrouw Mikage, die geen familie meer heeft, en de man Yuichi. Samen met Yuichi’s moeder, een transpersoon, leven ze in een woongemeenschap. Kitchen valt stilistisch en inhoudelijk op door de onverbloemde toon en het experimentele karakter. Veel critici waren er indertijd nog niet aan toe, maar het publiek viel voor Yoshimoto.
Is er nu, meer dan dertig jaar later, iets veranderd in de literatuur en de Japanse samenleving? ‘Indertijd zeiden ze tegen mij dat er in Japan geen queer mensen bestonden. Zoals je nu – en eigenlijk ook toen al – kunt zien, zijn die er natuurlijk wel,’ zegt ze.
Volgens opiniepeilingen is 64 procent van de bevolking nu positief over gelijkgeslachtelijke stellen
Volgens opiniepeilingen is 64 procent van de bevolking nu positief over gelijkgeslachtelijke stellen. Nog maar enkele weken geleden liepen tienduizend mensen in optocht door Tokio. Een paar eisen van de Pride Parade: een antidiscriminatiewet en de openstelling van het huwelijk voor queer paren. Maar de regering werkt dat tot op heden tegen, en de problemen van queer mensen verdwijnen niet van de ene op de andere dag. ‘Ik weet niet zeker of de literaire wereld zich werkelijk openstelt, maar de samenleving doet dat langzaamaan wel,’ zegt Yoshimoto.
Haar leven buiten de boeken houdt Yoshimoto privé. Ze is getrouwd en heeft een kind. Maar op haar website geeft ze prijs op welk deel van haar lichaam ze twee tatoeages heeft – op haar rechterdijbeen een banaan en op haar linkerschouder de manga-afbeelding van de geest Obake no Q-taro, die graag kattenkwaad uithaalt.
Mythen
Over haar persoonlijke leven praat ze nu ook liever niet, maar er circuleren veel mythen. Op haar vijfde besloot ze schrijfster te worden, zo wil de legende, die ze nu bevestigt. Ze koos het beroep indertijd geïnspireerd door haar oudere zus, die tegenwoordig werkt als manga-artiest. Yoshimoto groeide op in een huishouden waar creatief werk werd aangemoedigd. Haar vader, Takaaki Yoshimoto, was dichter en literair criticus. Hij gold als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van nieuw links in Japan.
Tijdens haar studie literatuurwetenschap begint Mahoko zich Banana te noemen, omdat de naam androgyn en schattig zou klinken en vanwege haar voorliefde voor de bloesems van de bananenboom, zo wil een andere legende. Wat geen legende is: ze schreef Kitchen toen ze als serveerster in het restaurant van een golfclub werkte. Dat was toen; tegenwoordig leeft ze van het schrijven en kan ze bogen op een meer dan drie decennia lange carrière, meer dan zestig in Japan gepubliceerde boeken, romans en essays en wereldwijd miljoenen verkochte boeken. De indruk dat ook in Japan op dit moment vooral schrijfsters veel meer publiceren dan een paar jaar geleden, onderschrijft ze niet. ‘De verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke auteurs is hier in Japan in de afgelopen decennia gelijk gebleven. Ze worden alleen eindelijk meer vertaald.’
In de meer dan dertig jaar dat ze nu boeken publiceert, is Yoshimoto’s manier van schrijven veranderd; ze schrijft nu milder, zegt ze zelf. Haar stijl is dromerig, alsof ze zo onbewuste dingen aan het licht wil brengen. Yoshimoto heeft een grote voorliefde voor horrorfilms, vooral voor de Italiaanse meester Dario Argento of Don Coscarelli, met Phantasm. Haar laatste in het Duits verschenen roman, Ein seltsamer Ort [oorspronkelijke titel Mimi to Kodachi], is een hommage aan deze film uit het jaar 1979. In het boek vertrekken de tweelingzussen Mimi en Kodachi naar Tokio, nadat hun moeder na een zwaar ongeluk in coma is geraakt. Als Kodachi niet meer terugkeert van een bezoek aan haar moeder in het ziekenhuis, gaat Mimi op zoek naar haar zus. Net als in een goede horrorfilm neemt de roman dan een bovennatuurlijke wending; tegelijkertijd komen in de vertelling louter onderdrukte, akelige gevoelens naar boven.
In het nawoord van het boek kondigt Yoshimoto min of meer haar pensionering aan: ‘Ik ben serieus van plan geleidelijk plaats te maken voor de jonge generatie die in deze moeilijke tijden verder moet.’
Nieuwe generatie
Een gezicht van deze nieuwe generatie is Rin Usami, die weliswaar nog aan het begin staat van haar carrière, maar toch al onder andere de Yukio Mishima-prijs heeft gewonnen, die geldt als een van de belangrijkste omdat hij wordt toegekend aan boeken die nieuwe wegen inslaan. Usami is de jongste prijswinnaar in de geschiedenis van de prijs. In een buurt niet ver van de universiteit waaraan Usami studeert, zit de 24-jarige nu in een café, begeleid door haar redacteur, een vertegenwoordiger van haar literair agentschap en iemand van de uitgeverij. Usami heeft nog niet zo veel ervaring met de pers, daarom zijn ze erbij om haar te assisteren.
Het eerste wat Usami zegt is: ‘Ik heb speciaal een donkerroze trui aangetrokken, dezelfde kleur als het omslag van mijn boek Idol in Flammen [de Duitse vertaling van Oshi, moyu]. Een grapje dat waarschijnlijk bedoeld is om de strak geregisseerde sfeer wat losser te maken. In de roman vertelt Usami over een schoolmeisje dat bezeten is van een lid van een Japanse band. Maar dan duiken er geruchten op dat haar idool een vrouwelijke fan zou hebben aangevallen.
De fancultus in de samenleving groeide de afgelopen jaren sterk
Vooral door de isolatie en de beperkingen van sociale contacten tijdens de pandemie groeide de fancultus in de Japanse samenleving de afgelopen jaren sterk. Het object van verlangen kan een acteur, zanger of sporter zijn. ‘Bij de fancultuur draait het om empowerment,’ zegt Usami, ‘het lijkt controleerbaar en is daardoor vooral aantrekkelijk voor jonge mensen.’
Vaak lijken echte relaties te spannend, en veel jonge Japanners voelen zich eenzaam, zoals onderzoeken uitwijzen. Volgens een recente overheidsenquête hebben 1,5 miljoen mensen zich zelfs volledig uit de maatschappij teruggetrokken; ze leiden een leven dat zich grotendeels alleen in de eigen woning afspeelt en dat hikikomori wordt genoemd. De politiek benoemde daarom twee jaar geleden een minister van Eenzaamheid. De sterrencultus biedt een vlucht uit een vaak trieste realiteit.
Usami zelf achtervolgde ongeveer acht jaar lang intensief een acteur, vertelt ze openhartig; het is blijkbaar niet iets waarvoor ze zich schaamt. Maar wat ze intussen wel begrepen heeft, zegt ze, is dat betrekkingen tussen fans en idolen niet altijd eenvoudig zijn, want ze zijn verticaal. ‘Er zit een duidelijke hiërarchie in,’ zegt Usami, ‘terwijl het schrijven daarover op internet, de uitwisseling met andere fans, horizontaal is.’ Over dit verschil wilde ze in haar roman schrijven. Terwijl haar hoofdfiguur zich steeds dieper verstrikt in deze betrekkingen, voelt ze zich steeds eenzamer worden.
Dat Usami’s roman een bestseller werd, laat zien dat ze bij veel Japanners een snaar heeft geraakt. Al in haar debuut Kaka stelt Usami maatschappelijke problemen onverbiddelijk aan de kaak; in die roman gaat het om een tienermeisje dat na de scheiding van haar ouders haar moeder niet meer kan verdragen. Ze begint te drinken en wordt gewelddadig.
Romans die de ziel in al haar tragiek belichten, worden als literatuur gezien
Alcoholmisbruik, eenzaamheid, horror – waarom zijn veel van de thema’s die in de romans van Usami en andere hedendaagse schrijfsters behandeld worden, zo somber? Maatschappijkritiek kan tenslotte ook op een lichte manier worden gebracht. Wanneer het woord ‘somber’ in het café valt, lijkt de sfeer in de ruimte te bevriezen. Usami zelf, de redacteur, de agent en de medewerker van de uitgeverij zijn zichtbaar geïrriteerd. Usami’s roman is serieus, niet somber, heet het na een paar seconden. Dan verklaart de medewerkster van de uitgeverij dat hoge literatuur nu eenmaal een zekere zwaarte verlangt. Net als in Duitsland verschilt lectuur in Japan niet alleen stilistisch maar ook thematisch veel van literatuur. Alleen wordt daar nog strenger op het onderscheid gelet. Liefdesgeschiedenissen met een happy end en detectiveverhalen worden automatisch tot de massacultuur gerekend; romans die de ziel in al haar tragiek belichten, worden als hoge literatuur gezien. En het begrip ‘somber’ zou eerder bij lectuur passen.
Yukio Mishima
Usami beschrijft het zo: ‘Als scholier heb ik vooral lectuur verslonden; later las ik de Japanse klassieken en merkte ik dat je ook over intieme gevoelens en gedachtewerelden kunt schrijven.’ Haar literaire voorbeeld is Yukio Mishima. Deze beroemde auteur werd aan het eind van zijn leven een nationalist, in 1970 probeerde hij een staatsgreep te plegen in het militaire hoofdkwartier van het land om de Japanse grondwet af te schaffen en de macht van de Japanse keizer te herstellen. Toen de putsch mislukte, pleegde Mishima, die ook een groot bewonderaar van de samoeraicultuur was, op rituele wijze zelfmoord. Hij heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten, waarin thema’s als zelfmoord, homoseksualiteit en overspel worden behandeld.
In het café vertelt Usami nog over andere literaire klassiekers, iets over haar studie en over haar broer, tot het langzaam donker wordt en de avond valt.
Ook in Shinjuku Ni-Chome, de luidruchtige uitgaanswijk, zal morgen de zon weer opgaan. De vuilcontainers zullen geleegd worden. Misschien verruilen de mensen hun bezwete kleding voor hemden en sokken die ze in de plaatselijke minimarkt aanschaffen. Ze zullen naar hun werk gaan en de sporen van de nacht achter zich laten. En dan? Dan beginnen ze weer van voren af aan.
Van Mieko Kawakami zijn in Nederland Borsten en eitjes en Hemel verschenen bij uitgeverij Podium, in vertaling van Maarten Liebregts.
Kitchen van Babana Yoshimoto verscheen bij Das Mag, eveneens in vertaling van Maarten Liebregts.
Rin Usamiis nog niet uitgegeven in Nederland, haar roman Idol, Burning verscheen in het Engels bij HarperCollins, in vertaling van Asa Yoneda.
Peter Jakubowicz kreeg een hartaanval tijdens een ijshockeywedstrijd in Oregon en stierf in het harnas. Alleen duurde zijn dood maar 20 seconden. Herinneringen heeft hij niet, maar op liveopnames ziet hij zichzelf ineenklappen en plat op z’n gezicht vallen.
Op 7 november 2022 ging ik dood. Eerst had ik het niet in de gaten. Ik kreeg pas door wat er aan de hand was toen een stem me uit de diepten van het niets vroeg of ik wist waar ik was. Met veel moeite lukte het me die ene lettergreep te produceren: ‘Nee.’ De stem antwoordde: ‘Je ligt op de intensive care. Je hebt een hartaanval gehad tijdens je ijshockeywedstrijd gisteravond. Een speler van het andere team heeft je leven gered.’ Ik herinnerde me niet dat ik de avond ervoor een wedstrijd had gespeeld. Het laatste wat ik me herinnerde… Ik kon me niet herinneren wat ik me als laatste herinnerde. Ik had geen idee hoe een hartaanval voelde. Verdere vragen hoorde ik niet. Er was alleen duisternis en de stem van mijn grootvader die een deuntje zong: ‘In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier…’ De stem kreeg iets dreigends, Luke Skywalker die in de Joker was veranderd, en toen zakte ik weg. Zelfs toen ik besefte dat ik in een kunstmatig verlichte kamer lag, had ik nog lange tijd het gevoel dat ik me helemaal alleen in het donker bevond.
Mijn dood voltrok zich tijdens een amateurijshockeywedstrijd in het Winterhawks Skating Center in Beaverton, Oregon. Al mijn vitale functies – ademhaling, hartslag, beweging, het vermogen om waar te nemen en herinneringen aan te maken – lieten me in de steek. Toen ik weer bijkwam, raakte ik geobsedeerd door de tijd die ik kwijt was, wat er met me was gebeurd en waar ik was beland. Ik ontdekte meer dan me lief was. Dit is het vergeten verhaal van mijn vergeten dood.
Ik werd vliegensvlug naar het Legacy Emanuel Medical Center in Portland gebracht en kwam net na middernacht op de IC terecht. Ik was buiten bewustzijn toen ik op het ijs klapte en kwam ook bewusteloos aan in het ziekenhuis. De artsen stelden een acute hartingreep uit omdat ze dachten dat mijn hersenen bezig waren af te sterven en ik nooit meer zou bijkomen. De eerste aantekeningen in het medisch dossier zijn schokkend: ‘Patiënt speelde ijshockey toen hij plotseling dood bleef. Een ambulancebroeder uit het andere team paste reanimatie en defibrillatie toe. Deze patiënt is er ongelooflijk slecht aan toe en loopt extreem veel risico op een levensbedreigende achteruitgang in meerdere orgaanstelsels waarvan sommige al tekenen van falen vertonen.’ De officiële diagnose luidde een ‘STEMI in de dalende kransslagader links (LAD)’. Een STEMI is zo’n hartinfarct dat je liever niet krijgt. Het staat ook wel bekend als een ‘massieve hartaanval’.
Hypoxie
Ik was in shock, mijn lever begaf het, ik kreeg geen lucht. De dokters waren gespitst op mijn ‘non-verbale’ toestand. Het woord ‘hypoxie’ dook alarmerend vaak in de aantekeningen op. Ik kreeg een beademingsbuis ingebracht. Een verpleegster noteerde dat ik geen wilsbeschikking had en geen familie of vrienden om te raadplegen over de vraag of de stekker eruit moest.
Mijn hartstilstand werd veroorzaakt door een bijna altijd fatale volledige afsluiting van de kransslagader. Maar de testen wezen uit dat mijn hersenen gek genoeg wel functioneerden. Via de lies werd een stent geplaatst om de falende slagader te helpen: ‘Prognose niet veel over te zeggen’.
Ik kroop als een hoofd zonder romp uit een konijnenhol waar ik mijn zelfbewustzijn was kwijtgeraakt
Vreemd genoeg reageerde mijn lichaam nog steeds nergens op. ‘Algeheel beeld: rustig, geen pijn of ongemak.’ Bijna negen uur na het infarct begon ik onvoorstelbaar genoeg ‘te reageren op opdrachten’. Ik herinner me helemaal niets van dit alles. Iets elementairs in mij hield stand, een spoor van de gedachten die normaal door mijn flipperkastbrein en uit mijn mond stroomden. Ik ontwaakte niet alleen in een verontrustende duisternis, maar kreeg het gevoel dat ik een diep gat was gevallen. Ik werd gewekt door stemmen maar zag niemand praten. Ik zag alleen maar zwart – niet het ontbreken van licht, maar het ontbreken van alles. Ik deed mijn uiterste best om terug te komen en probeerde iedere keer steeds langer bij te blijven. Ik kroop als een hoofd zonder romp uit een konijnenhol waar ik mijn zelfbewustzijn was kwijtgeraakt.
Toen mijn levensvonk terugkeerde, ervoer ik mijn lichaamsdelen los van elkaar. Ik zweefde tussen bewustzijn en vergetelheid. Hooguit zag ik vertrouwde gezichten die weer uiteenvielen voor ik ze kon thuisbrengen en ik hoorde dat deuntje dat veranderde in een remix van Trent Reznor. Ik zat onder de kalmeringsmiddelen.
De stem stelde meer vragen, die ik naar tevredenheid beantwoordde, zodat ik van de beademing werd gehaald.
Mijn ex bracht onze twee kinderen (een meisje van veertien en een jongen van vijftien, allebei ijshockeyers) bij me. Ik herinner me hun bezoek niet. Mijn zoon zei dat mijn haar als in een tekenfilm overeind stond. Ik zei steeds dat ik niets kon zien en vroeg waarom het licht uit was. Het licht was aan, zei hij.
Geen herinneringen
Op een gegeven moment zag ik slangen en buisjes uit mijn borst, armen en lies steken, overblijfselen van de noodingrepen. De verpleegkundigen en artsen die me behandelden waren voor mij een waas. Er was één opvallende aantekening die steeds terugkeerde: ‘Patiënt vraagt wanneer hij weer kan ijshockeyen.’
Ik begreep wat er was gebeurd, maar had geen herinneringen die het verhaal konden staven. Ik greep instinctief naar mijn telefoon om mijn moeder te bellen. Misschien kon zij een paar sluimerende herinneringen bij me wakker maken. Vlak voordat ik op ‘pap en mam’ drukte, schoot me te binnen dat mijn moeder tien dagen voor míjn dood was doodgegaan. Een week geleden had mijn vader kort gebeld om te zeggen dat ze was overleden. Botte pech en moeilijke tijden waren er de oorzaak van dat ik mijn moeder de laatste jaren van haar leven niet in Massachusetts had opgezocht. Een jaar geleden, de laatste keer dat ik haar sprak, had ze niet geweten wie ik was. Ik hing op en begon te huilen.
Mijn moeder stierf na een reeks toevallen. Ze werd herhaaldelijk gereanimeerd en steeds weer aan haar lot overgelaten tot ze opnieuw naar de intensive care moest. Ze herstelde, maar werd nooit beter. Ik wilde niet eindigen als mijn moeder. Ik wilde over het ijs flitsen zoals Sidney Crosby.
Door stom geluk was er iemand die mensen van ‘weduwemakers’ kon redden
De artsen zeiden dat mijn hart ernstig en merkbaar beschadigd zou zijn. In het beste geval zou ik een defibrillator geïmplanteerd krijgen. De duisternis kwam terug. Er werden nog twee stents in de weerspannige slagader geplaatst. Ik kreeg te horen dat ik een hartonderzoek zou krijgen voordat ze besloten wat er verder moest gebeuren, misschien nog meer ingrepen. De dag erna vertelde een arts me verbaasd dat mijn hart normaal functioneerde. Geen littekenweefsel, geen onregelmatige bloedstroom. Ze was de enige arts die haar oordeel niet van tevoren klaar leek te hebben.
Widowmaker is een informele naam voor dit soort hartaanvallen, vanwege de geringe overlevingskans. Je hebt 5 procent kans op overleving als je er een buiten het ziekenhuis krijgt. Ik bevond me laat op de avond op een ijshockeybaan. Door stom geluk was er 10 meter van mij vandaan iemand die mensen van ‘weduwemakers’ kon redden. Ik raakte geobsedeerd door de lacune van 72 uur in mijn langetermijngeheugen en probeerde me voor te stellen wat er gebeurd was. Ik herinner me niets van de wedstrijd of de gebeurtenissen erna. Toen schoot me iets te binnen: de ijsbaan maakte van alle wedstrijden opnames. Ik was ineens ziekelijk opgewonden. Ik had lang genoeg geleefd om mezelf te zien sterven.
Ik, maar niet ik
Keek ik, dan raakte ik misschien overstuur, maar deed ik het niet, dan zat ik met een schimmig verhaal van het kloterigste dat me ooit was overkomen. De eerste dood waarvan ik getuige was, zou die van mijzelf zijn, in een film. De avond dat ik naar huis mocht, legde ik de hand op de liveopnames van de wedstrijd en bekeek ze op mijn laptop.
Het beeld is korrelig. Tijdens de hele video hoor je een zachte mechanische ruis. De stemmen van de spelers echoën alsof ze door een metalen buis gaan. De meeste woorden kan ik niet verstaan. Het andere team, in het roze, heeft zojuist gescoord.
Er is precies twaalf en een halve minuut zuivere speeltijd geweest wanneer het gebeurt. Een man schaatst naar het midden van het ijs. De rechtsvoor van het team in het grijs, de speler met rugnummer 37, heeft precies mijn speelstijl. Ik ben duizelig terwijl ik naar mijn laptop kijk: het aanhoudende effect van alle verdovingsmiddelen die ik heb geslikt. Deze arme jongen – ik, maar niet ik – staat op het punt onderuit te gaan. Hij moet zich opstellen voor de face-off, maar hij houdt zich niet aan het scenario. Hij brengt zijn rechterhand naar zijn kooi, klapt ineen en valt in slow motion plat op z’n gezicht. Hij probeert niet eens zijn val te breken.
Na een minuut of tien is het met je gedaan. De ambulancedienst had negen minuten nodig om bij me te komen nadat ik tegen het ijs was geklapt
De andere spelers kijken naar de roerloze rechtsvoor en vragen of hij in orde is. Een stem doorbreekt het geruis op de achtergrond: ‘We hebben een arts nodig.’ Het voelt helemaal fout. Ik heb me losgemaakt van de bijna-ik die deze hartaanval in de meeste van de denkbare werelden niet overleeft. Ik kán die rechtsvoor met zijn falende hart niet zijn. Ik dwing mezelf om mijn ongeloof op te schorten en stel me voor dat ik het wel ben, maar dan in een film.
Mijn dood voltrekt zich plotseling. Ik neem de tijd op. Een speler van het andere team, met rugnummer 12, schaatst op mij af. Amper 25 seconden na mijn val meet hij mijn hartslag in mijn hals. Ik bekijk deze beelden keer op keer. Na een paar minuten zonder zuurstof zijn je hersenen hoogstwaarschijnlijk onherstelbaar beschadigd. Na een minuut of tien is het met je gedaan. De ambulancedienst had negen minuten nodig om bij me te komen nadat ik tegen het ijs was geklapt.
Nr. 12 reanimeert me. Op het beeld lijken zijn bewegingen soepel, vloeiend. Hij drukt mijn borst naar beneden en laat hem weer opkomen, en dat herhaalt hij snel achter elkaar, op z’n knieën, terwijl zijn schaatsen elke keer dat hij mijn rubberen borstpantser neerdrukt van het ijs komen. Een man in gewone kleren komt aanrennen over het ijs en helpt bij de reanimatie. De rechtsvoor wordt op een brancard gelegd en naar de uitgang van de ijsbaan gereden. Ik zie voor het eerst duidelijk een gezicht, dat van de brug van de neus tot de kin is bedekt met een zuurstofmasker om de mond tot ademen te dwingen. Het lichaam is bewegingloos, de ogen zijn gesloten; het gezicht is onmiskenbaar het mijne. Ik ben dood. Ik verdwijn door de opening van de boarding in het niets.
Na mijn hartstilstand
Twee weken na mijn hartstilstand speelde ik weer ijshockey, in de hervatting van de wedstrijd die vanwege mijn schijnbare dood was gestaakt.
Een paar spelers waren bezorgd. Gaat goed, zei ik. Mijn arts vond het prima – ik zou hoogstens een beetje pijn in mijn ribben hebben door de reanimatie. Ook had ik steeds een flesje nitroglycerine-pillen bij me. Een verpleegkundige had me uitgelegd dat ik een pil onder mijn tong moest leggen als ik dacht dat ik een hartaanval had. Ik had nog steeds geen idee hoe een hartaanval voelde, maar ik hield het spul bij de hand. Als iemand in mijn buurt ooit het gevoel had dat hij een hartaanval kreeg, kon ik diegene een pilletje geven.
Derek, de tweede held uit de film, een EHBO’er, kwam naar me toe. ‘Ik hoop dat je weet hoe zeldzaam het is dat iemand zoiets overleeft. Je bent een uniek geval,’ zei hij. ‘We hebben je tot twee keer toe teruggehaald. Je was paars. Je was weg. Ik ben echt verrast je te zien.’ Ik probeerde hem onhandig te bedanken.
IJshockeyen was mijn enige sociale vertier. Ik heb geen goede vrienden en maak moeilijk nieuwe. De wedstrijden brachten het plezier terug dat ik als kind beleefde op de bevroren vijvers en de kunstijsbanen in onbekende stadjes in New England en de staat New York. Een weduwemaker zou mij niet weerhouden van een potje ijshockey.
Ik was totaal niet bang, misschien omdat mijn geheugen was gewist
Ik was totaal niet bang, misschien omdat mijn geheugen was gewist. Liever denk ik dat het kwam omdat ik een ijshockeyer ben. Ik ging neer met rugnummer 37, hetzelfde nummer als Patrice Bergeron, de taaiste speler ooit.
Bij de warming-up schaatste ik precies over de plek waar ik mezelf had zien vallen. We wonnen 5-1 en ik scoorde één keer, van een afstandje, waarbij ik verdekt stond opgesteld achter nr. 12.
Na de wedstrijd stelde ik me voor aan nr. 12: Steve, al dertig jaar ambulancebroeder bij de Tualatin Valley Brandweer- en Ambulancedienst, en de eerste held op de video. Ik kon geen woord uitbrengen. Hij was de man die zo snel en professioneel had gezorgd dat mijn hersens weer zuurstof kregen, en ik wilde hem vertellen hoe dankbaar ik hem daarvoor was. ‘Bedankt dat je m’n leven hebt gered,’ bracht ik met moeite uit. Snel bracht ik het gesprek op mijn nieuwe favoriete onderwerp: de gebeurtenissen rond mijn dood.
‘Dat is niet iets wat je wilt onthouden, hoor. Je zag er trouwens beroerd uit,’ zei hij. Ik had mijn reanimatie als film gezien, maar maakte me plotseling zorgen over degenen die haar in het echt hadden gezien.
Ik bleef de hele tijd buiten bewustzijn, wat hoogst ongewoon is
‘Reanimatie is een hardhandig gebeuren,’ zei Steve. ‘We drukken uit alle macht op je borst. Daar komt geen zachtzinnigheid aan te pas. Als je reanimeert, plet je het hart tussen het borstbeen en de ruggengraat zo veel mogelijk om te zorgen dat het bloed blijft stromen. Daar heb je aan te danken dat je in zo’n goede gezondheid verkeert, omdat wij zorgden dat er voedingsstoffen en zuurstof naar je hersenen bleven gaan.’
Hij zei dat mijn hersens waarschijnlijk maar 15 of 20 seconden geen zuurstof hadden gekregen. Ik bleef de hele tijd buiten bewustzijn, wat hoogst ongewoon is. ‘Ik was verbaasd dat de reanimatie werkte. Kennelijk stonden de sterren goed die dag.’ Twee van de ambulancebroeders die me in vliegende vaart naar het ziekenhuis hadden gebracht, klommen na de wedstrijd uit hun rode wagen bij de ingang van de ijsbaan en kwamen eveneens naar me toe. Iemand maakte een foto van hen met Steve en mij. Toen we weggingen, mompelde ik iets over mijn moeder proberen te bellen. Steve zei dat ik altijd hém mocht bellen.
Staren in de afgrond
Na verloop van tijd kreeg ik er genoeg van iedereen te vertellen wat me was overkomen. Een paar mensen vroegen of ik een wit licht of een ander teken van genade of voorzienigheid had gezien. Nee, ik staarde (letterlijk) in de afgrond, hoorde een deuntje, zag mezelf in een film sterven, werd gered door twee ijshockeyspelers, en ik voelde de duisternis nog steeds, zei ik. Dat was niet wat ze hadden gehoopt te horen. Mensen reageerden vreemd, aarzelend. Misschien beschouwde het land der levenden me als beschadigd en wilde me niet opnieuw toelaten. Ik bleef de telefoon oppakken om mijn dode moeder te bellen, het lukte me maar niet om die eigenaardige gewoonte te doorbreken. Ik deed mijn best om werk te vinden en overleefde door overdag als freelancer schrijf- en redactiewerk te verrichten en ’s nachts in een computeronderdelenfabriek te werken.
Ik vond niemand die bij benadering zo lang morsdood was geweest als ik
Ik vertelde verder niemand over mijn hartaanval of mijn verblijf in de vergetelheid. Omdat mijn zoon mijn aanhoudende angst voor het donker opmerkte, hing hij kerstlichtjes voor mijn slaapkamerraam. Ik keek vaak naar de foto van mij en Steve en de twee ambulancebroeders. Ik moest soms zomaar huilen. Ik verzamelde verhalen van mensen die een hartaanval hadden overleefd en degenen die hen hadden geholpen. Ik vond niemand die bij benadering zo lang morsdood was geweest als ik, die niet morsdood was. Ik was verbijsterd. Was ik uniek, een medisch wonder? Waarom ik? Ik hoop dat mijn flipperkastbrein het waard was om gered te worden.
Mijn herinneringen werden met een dosis geluk, ketamine, fentanyl, midazolam en propofol gewist. Ik heb de angst en de pijn die andere overlevenden plagen doorstaan en ben herrezen zonder dat mijn verstand of ijshockeyslag eronder hebben geleden. Ik realiseer me dat mezelf zien sterven bevrijdend is geweest, zoiets als kijken naar de dood van mijn stand-in, die later werd gemonteerd tot een nieuwe versie van mijzelf.
Ik ben nog altijd onrustig, maar ik ben er. Bij de play-offs dit seizoen heb ik mijn team, de Boston Bruins, onderuit zien gaan, maar mijn hart is in orde. De video van mijn wedstrijd zal ik blijven bekijken. Het is mijn memento mori. Hij herinnert me eraan hoe onwerkelijk het is om in leven te zijn, helemaal dankzij Derek en Steve.
Op het ijs is mijn gemiddelde aantal gescoorde punten dit seizoen 1,75 per wedstrijd.
Er staan meer dan 300 miljoen foto’s van zonsondergangen op Instagram. Elke dag is er weer een nieuwe kans om het moment vast te leggen of het als attractie (commercieel) aan te bieden. Wat maakt de ondergaande zon zo fascinerend?
Het terras van restaurant Kumharas, dat in Sant Antoni op Ibiza al zesentwintig jaar een begrip is, ligt er eind mei om zeven uur op een zondagavond wat troosteloos bij. Van de ongeveer twintig tafels die eigenaar en oprichter Miguel Costa (51) op dit rotsachtige strand strategisch tegenover de zee heeft geplaatst, zijn er slechts twee bezet. Dit is een van de meest trendy plekken op het eiland om naar de zonsondergang te kijken, is ons verteld. Weinig overtuigd slenter ik dan maar wat door Sant Antoni, tussen de laatste op het Britse dranktoerisme gerichte ondernemingen en nieuwe zaken die een hommage lijken te willen brengen aan South Beach in Miami. Dit soort veranderingen bieden een verklaring voor de cijfers van het Spaanse statistiekbureau INE, dat uitrekende dat de 3,4 miljoen toeristen op Ibiza in 2022 slechts een stijging van 8,3 procent betekende ten opzichte van 2019 (pre-pandemie), maar dat ze wel 91,8 procent meer geld uitgaven.
Ongeveer een uur later keer ik terug. Volgens mijn iPhone gaat de zon vandaag om 21.04 uur onder. Dat is over zeventig minuten. ‘Geweldig, hè?’ begroet Costa me. Zijn zaak zit tot de nok toe vol, er is een dj en de obers lopen af en aan met bestellingen. ‘Je moet veel mensen aan het werk zetten en een onberispelijke logistiek hebben. De twee uur rond zonsondergang zijn hier razend druk,’ vervolgt de eigenaar. ‘Ik heb geprobeerd om ’s ochtends open te gaan, met yogalessen, workshops voor kinderen… maar het loont niet. Dít is wat mensen willen. Ik probeer niet te duur te zijn, ik bied mojito’s voor 10 euro. Ik wil graag een gevarieerd publiek, zoals nu: arbeiders, eilandbewoners, toeristen, gezinnen. Ik heb een aanbod gekregen om discofeesten te doen, maar dat wilde ik niet. ‘De mensen houden van zonsondergangen,’ zegt hij terwijl hij naar de zon wijst, die in snel tempo richting de Middellandse Zee zakt. Even later gaat het volume van de muziek omlaag, is het bijna stil (op een zwak applausje na, zoals soms wordt gegeven na de landing van een vliegtuig) en is de 149ste zonsondergang van 2023 ten einde. Het doek valt, de muziek zwelt aan.
Eigen sound
‘Ik heb de muziek niet zachter gezet, hoor,’ zegt dj Grayswan, een vijftigjarige Engelsman wiens echte naam Grayson Shipley is, als ik hem een paar dagen later spreek. ‘Als ik bij zonsondergang draai, houd ik rekening met het tijdstip en de locatie. Hier draaide ik etnischer en feestelijker dan op andere plekken – dat hangt af van de klandizie,’ licht hij toe. Zonsondergangen hebben hun eigen soundtrack, en sinds Café del Mar met een reeks speciale releases kwam, wordt er meestal gekozen voor deep house – redelijk dansbaar, lichtelijk introspectief en zowel geschikt voor degenen die hun avond beginnen als voor degenen die hun dag afsluiten. ‘Weet je wat het moet zijn geweest?’ zegt Shipley, die nog nadenkt over mijn vermoeden dat hij speciaal voor de zonsondergang het volume had verlaagd. ‘Ik draaide een vocaal nummer. Daarvan zijn de frequenties hoger en dat zorgt ervoor dat de volumebegrenzers in werking treden. Die heb je hier overal.’
De pijnappelklier, die zich in de tussenhersenen bevindt, reguleert je hartritme tijdens de slaap-waakcyclus. Deze klier slaapt overdag, maar wordt ’s avonds, als het zonlicht afneemt, actief en begint melatonine te produceren, een hormoon dat het niveau van het stresshormoon cortisol verlaagt. De schemering, wanneer het lichaam van dag- naar nachtfuncties overschakelt, is het moment waarop de ziel tot rust komt.
Naast het fysiologische aspect heeft de zonsondergang ook een metaforische betekenis
‘Er vindt een overgang plaats van stress en activiteit naar ontspanning en rust,’ zegt klinisch psycholoog Violeta Alcocer. ‘Zonsondergangen vormen de perfecte achtergrond voor deze neurochemische veranderingen, omdat ze een reeks zintuiglijke prikkels bieden die het gevoel van ontspanning en welzijn vergroten. Het is een natuurlijk schouwspel dat perfect aansluit bij het effect van de schemering op onze hersenen, en die dat effect versterkt.’
Naast het fysiologische aspect heeft de zonsondergang ook een metaforische betekenis. Daarbij gaat het om verandering, vernieuwing, om een einde dat tegelijkertijd weer een begin is. ‘De beslommeringen en verplichtingen van de dag verdwijnen en maken plaats voor de nacht – alsof je toestemming krijgt om je terug te trekken, als je dat wil, of je juist over te geven aan plezier,’ zegt Alcocer. Volgens haar herinneren zonsondergangen ons ook aan de werking van de kosmos en onze plaats daarin. Iets groots dat elke dag weer onze nietigheid benadrukt. ‘Het relativeert onze problemen, het belang van ons bestaan en de wederwaardigheden van het leven,’ aldus de psycholoog.
Overvolle uitkijkposten
Tussen Sunset Ashram en Chiringuito Cala Escondida op Ibiza’s Cala Comte is de fysieke afstand nauwelijks honderd meter, maar de metafysische kloof is onpeilbaar. De eerste zaak – perfect gelegen, met een restaurant en winkel – verhuurt ligstoelen met uitzicht op de prachtige zonsondergang die vanaf dit punt op het eiland te zien is. De tweede is een strandbar naast wat vroeger een naaktstrand was, toegankelijk via een trap en met een dozijn houten tafels en krukken. ‘We zijn geen concurrenten,’ zegt Tess Harmsen (35), die op 15 augustus 2015 Cala Escondida opende. De plek is legendarisch en trekt bezoekers aan die niet rijk maar daardoor niet minder aantrekkelijk zijn. ‘Zij zijn de haaien. Ze zitten er al jaren en ze hebben hun eigen publiek. Er komen zelfs bussen. Wij doen niet aan reserveringen, de bierprijs [4,50 euro] heb ik lang stabiel kunnen houden maar onlangs toch moeten verhogen omdat mijn kosten waren gestegen. ‘Aan de bar kunnen mensen eten en drinken bestellen om mee te nemen naar het strand of de rotsen, want de tafels zitten al heel snel vol.’ De zonsondergang is vanaf beide plekken dezelfde, maar de beleving is totaal anders.
Weer een heel andere ervaring met de zonsondergang hadden de bewoners van de wijk Carmel in Barcelona in april 2023. Voor hen bracht de zonsondergang niet bepaald rust en sereniteit. Op de top van de heuvel Turó de la Rovira, 262 meter boven zeeniveau, staat een aantal in onbruik geraakte stukken luchtafweergeschut, daterend uit de Spaanse Burgeroorlog. Ze staan bekend als de Carmel-bunkers, ook al zijn het geen bunkers. Vanaf hier heb je een spectaculair 360 graden-uitzicht over de stad Barcelona en omstreken: je kunt de Sagrada Familia en de wijk Ciutat Meridiana zien. Toeristen kwamen graag naar dit punt om de zonsondergang te bekijken. Maar op 7 april verwijderde de Guardia Urbana 1300 mensen van het overvolle uitkijkpunt. Kort daarna werd besloten om de toegang om 19.30 uur te sluiten.
Nu kun je er nog wel komen, maar niet voor een zonsondergang. Op een dinsdag eind mei zitten er ’s middags zo’n dertig mensen. Ze zijn neergestreken op de luchtafweerbatterijen, drinken bier of nippen mate, eten zonnebloempitten en luisteren naar de muziek uit de mobiele telefoon van de jongste strijdmakker bij het luchtafweergeschut.
‘Wij hebben niets verdiend aan die hele hype,’ zegt barman Martín, die in de deuropening staat van de nabijgelegen bar Delicias in Calle de Mühlberg. Het is een van de laatste pleisterplaatsen op de helling naar het uitkijkpunt. ‘Je hebt ze gezien, met hun plastic tasjes van die buurtwinkels,’ zegt hij, terwijl hij wijst naar een paar van die kruidenierszaken die niet zouden bestaan als ze niet ook bier zouden verkopen.
Binnen korte tijd zal de zon daar ondergaan. Rond deze tijd stijgt de omzet met 35 procent
Aan de andere kant van de stad, op de berg Montjuïc, liggen de gemeentelijke zwembaden waar tijdens de Olympische Spelen van 1992 het schoonspringen plaatsvond. Architect Antoni de Moragas had het briljante idee om een van de tribunes af te breken: de tribune die met de rug naar de stad toe stond. Zo creëerde hij een uitkijkpunt dat een van de meest iconische beelden van die Spelen opleverde: de beroemde foto die Txema Fernández maakte van de Russische springster Elena Mirosjina. Elf jaar later zou de video van Kylie Minogues nummer Slow deze plek opnieuw populair maken. Nu is die taak weggelegd voor Marc Ros (61), die op deze locatie een bar runt, die hij Salts (sprongen) heeft gedoopt. ‘Vanaf hier is de zonsondergang perfect,’ zegt hij terwijl hij naar de zendmast op de Sant Pere Màrtir wijst. Binnen korte tijd zal de zon daar ondergaan. Mensen arriveren, bestellen een biertje en gaan op de tribune zitten om naar het schouwspel te kijken. Rond deze tijd stijgt de omzet met 35 procent.
‘Toeristen, maar vooral veel mensen uit de stad die klaar zijn met werken, gaan naar de Montjuïc,’ zegt een meisje een paar meter verderop. Ze is alleen, heeft een biertje besteld en leest een boek op een tribunezitje. ‘De Montjuïc wordt populairder en begint steeds meer deel uit te maken van het dagelijks leven. Mensen drinken er wat en gaan dan naar huis om te eten.’
Deze plek is bedoeld voor de inwoners van de stad. Hier wordt de zonsondergang een onderdeel van de gewone vrijetijdsbesteding in een stad die er meer dan eens van is beschuldigd uitsluitend te denken aan vrijetijdsbesteding voor toeristen (volgens het INE ging dat in 2022 om 9,7 miljoen bezoekers en 29,8 miljoen overnachtingen). ‘Ik begrijp dat Instagram belangrijk is – mijn zakenpartner is er meer in geïnteresseerd dan ik –, maar Instagram zorgt voor eenheidsworst. Je krijgt de tent vol, maar die verliest zijn eigenheid. Deze zonsondergang heeft karakter,’ zegt ze, terwijl ze wijst naar de zonnestralen die weerkaatsen op het water van de twee zwembaden.
80.000 mensen
In 2010 reisden zo’n achthonderd bezoekers naar de afgelegen rotsformatie Trolltunga in Noorwegen, te bereiken na een vier uur durende wandeling. Maar toen foto’s van de plek, en dan vooral van de zonsondergang, in 2016 populair werden op Instagram (het sociale netwerk begon in 2010), kwamen er meer dan 80.000 mensen.
Op Instagram staan meer dan 300 miljoen berichten met de hashtag ‘zonsondergang’. Die beelden van zonsondergangen van over de hele wereld laten zien hoezeer we geneigd zijn een foto te maken wanneer we een nieuwe of indrukwekkende zonsondergang zien (en met nieuw bedoel ik eentje op een nieuwe plek, want eigenlijk is elke zonsondergang natuurlijk nieuw). ‘Mensen willen spectaculaire momenten delen op sociale media,’ zegt Violeta Alcocer. ‘Een zonsondergang maakt bij iedereen iets los, het is een beeld dat van alles betekent, zonder dat je er iets aan hoeft toe te voegen. Dat maakt het zo aantrekkelijk voor gebruikers van sociale media.’
Het is een beeld dat van alles betekent, zonder dat je er iets aan hoeft toe te voegen
Volgens een onderzoek in 2021 van reiswebsite MissTravel onder 79.000 mensen, bepaalt 48 procent van de Instagramgebruikers de vakantiebestemming op basis van wat ze online zien. Een op de drie geeft aan Instagram vooral te gebruiken om nieuwe plekken te ontdekken. Met 78 procent zijn het vooral millennials die op dit sociale netwerk vertrouwen om te bepalen waar ze hun volgende avontuur zullen beleven; van generatie X is dat slechts 6 procent.
De tempel van Debod in Madrid – een van de populairste plekken in de hoofdstad om de zonsondergang te bekijken – stelt overdag weinig voor. In de tuinen rond deze Egyptische tempel doen sommige bezoekers aan yoga, anderen heffen bierblikjes. Op het uitkijkpunt maakt slechts een handvol mensen foto’s van het stadspark Casa de Campo, de wijk Somosaguas en vooral van de enorme grijze wolken op de achtergrond. Een wereld van verschil met de enorme drukte in de zomer of op bijzondere winterdagen. In een perkje zit een stel verkopers uit Bangladesh op een bankje, bij gebrek aan handel. ‘Vandaag hebben we er drie verkocht,’ zegt een van hen, terwijl hij wijst op blikjes bier en lege waterflesjes die hij in het park verkoopt. ‘Op een normale dag is het ongeveer 20… 20 euro.’
Bij benadering is dat de prijs voor een cocktail in Dani Brasserie, op het terras van hotel Four Seasons, dat in 2020 in het historische winkelcentrum Canalejas werd geopend. Het is een van de nieuwkomers in het universum van de rooftops, etablissementen op daken – bijna altijd die van hotels – die met elkaar concurreren door de mooiste uitzichten en exclusiefste ervaringen in het vooruitzicht te stellen. In hotel Four Seasons is het vanavond minder bewolkt en valt een prachtige zonsondergang te zien, met de keizerlijke gebouwen van Calle de Alcalá en Calle Sevilla op de voorgrond.
‘Het belangrijkst zijn de cirruswolken,’ zegt Benito Fuentes, meteoroloog en voorlichter bij Aemet, het Spaanse KNMI. Terwijl ik vele pagina’s nodig heb om de menselijke fascinatie voor zonsondergangen te doorgronden, blijkt het ’m uiteindelijk gewoon te zitten in deze uit ijskristallen bestaande sluierwolken. ‘Naarmate de zon de horizon nadert, beslaan haar stralen een groter deel van de atmosfeer. Daardoor wordt het blauwe en het violette licht verstrooid en blijven slechts de roodtinten over. Als de zon boven ons hoofd staat, hebben blauwtinten de overhand en daarom zien we de lucht als blauw. Tijdens een zonsondergang creëert de weerkaatsing van zonnestralen op cirruswolken dat mooie schouwspel.’
Esthetische kwaliteit
Volgens Fuentes hangt de esthetische kwaliteit van een zonsondergang af van de hoeveelheid hogedrukgebieden, en die verschilt per seizoen. Daardoor zien we in de herfst en lente meestal de mooiste zonsondergangen. Wat de schoonheid per plaats betreft, benadrukt Fuentes het democratische karakter van zonsondergangen. Ze zijn allemaal mooi; wij maken het onderscheid. ‘Ik woon zelf in Teruel en op een dag kwam mijn moeder op bezoek. Ze vond dat de zonsondergang hier veel mooier was. Dat was me nooit eerder opgevallen. De reden is misschien dat de kleur van de kleigrond hier voor een mooier contrast zorgt.’
De meteoroloog verzekert ons dat klimaatverandering nog geen invloed heeft gehad op de manier waarop de zonsondergang zich elke avond weer aan ons voordoet. Naarmate er vaker sprake is van nevel en er meer chemische sporen in de lucht komen, vermoedt hij dat die verandering alsnog zal optreden. Ook in wat we erbij voelen? Fuentes denkt even na. ‘Nee, het blijft het mooiste moment van de dag, denk ik.’
Steeds meer jonge mensen krijgen de diagnose kanker. Wetenschappers weten niet zeker waarom. ‘Dit zijn mensen die gewoon door zouden moeten kunnen gaan met hun leven… carrière maken, kinderen krijgen.’
Paddy Scott kreeg in 2017 hevige buikpijnen, maar de mogelijkheid van kanker kwam niet bij hem op. De Britse expeditiefotograaf en filmmaker, die zich voor zijn werk vaak in barre en gevaarlijke omstandigheden begaf, was pas vierendertig jaar oud en trots op zijn fysieke conditie.
Zijn huisarts verwees hem door naar het ziekenhuis voor een darmscopie. Vervolgens vroeg de arts die het onderzoek uitvoerde of hij mee wilde doen aan een proef met een nieuwe bloedtest om tumoren op te sporen. Die uitnodiging vond hij vreemd. ‘Ik herinner me dat ik dacht: Ik zal wel tot een soort “controlegroep” behoren die geen tumoren heeft,’ zegt Scott. Later kreeg hij het vreselijke nieuws dat hij darmkanker in een vergevorderd stadium had, die was uitgezaaid naar zijn lever.
De ervaring van Scott is geen uitzondering meer. In de afgelopen dertig jaar is het aantal gevallen van ‘kanker op jonge leeftijd’ bij mensen onder de vijftig sterk toegenomen. De toename is zo groot dat vooraanstaande epidemiologen voorstellen het een epidemie te noemen.
Analyse door Financial Times van gegevens van het Institute for Health Metrics and Evaluation van de University of Washington School of Medicine laat zien dat in de afgelopen drie decennia het aantal gevallen van kanker in de G20-groep van geïndustrialiseerde landen voor 25- tot 29-jarigen sneller is gestegen dan voor elke andere leeftijdsgroep. De stijging bedroeg 22 procent tussen 1990 en 2019. De cijfers voor 20- tot 34-jarigen in deze landen liggen nu op het hoogste niveau in dertig jaar. Daarentegen is het aantal gevallen in oudere leeftijdsgroepen – boven de 75 – gedaald ten opzichte van de piek rond 2005.
Gedurende meer dan zes jaar van slopende behandelingen – met dank aan de door de Britse belastingbetaler gefinancierde NHS (National Health Service) – zag Scott deze verandering met eigen ogen. ‘Ik was altijd bekend op de afdeling, omdat ik de jongste was. Maar laatst zat ik bij de chemo met een man die ik schatte op eind twintig. Het lijkt erop dat de ziekte dramatisch toeneemt bij jongere mensen,’ zegt hij.
Zorgwekkend
Onderzoekers hebben geen definitieve verklaring waarom mensen in de bloei van hun leven duidelijk kwetsbaarder lijken te zijn voor de ziekte dan hun leeftijdsgenoten in eerdere generaties.
Zij denken dat er misschien aanwijzingen te ontdekken zijn in de soorten kanker die jongeren treffen. Onder 15- tot 39-jarigen is het aantal gevallen van darmkanker in de G20-landen tussen 1990 en 2019 met zeventig procent toegenomen, vergeleken met een toename van 24 procent onder alle vormen van kanker, zo blijkt uit het onderzoek van Financial Times.
Uit een analyse van de American Cancer Society op basis van nationale gegevens over de incidentie (het aantal voorkomende gevallen) van kanker en sterfte eraan blijkt dat dit jaar 13 procent van de gevallen van darmkanker en 7 procent van de sterfgevallen zich zullen voordoen bij mensen onder de vijftig jaar.
Michelle Mitchell, CEO van Cancer Research UK (CRUK), zegt dat leeftijd nog steeds de grootste voorspeller is van het risico op kanker: ongeveer 90 procent van alle kankersoorten treft 50-plussers en de helft 75-plussers. Maar de toename in jongere leeftijdsgroepen is niettemin ‘een belangrijke verandering die we willen begrijpen’. CRUK is een gezamenlijk onderzoeksinitiatief gestart met het Amerikaanse National Cancer Institute (NCI) om meer te weten te komen over de oorzaken van kanker op jonge leeftijd.
De trend heeft economische, klinische en sociale gevolgen. Voor oncologen in de frontlinie wordt de toename van dergelijke gevallen een onontkoombaar en zorgwekkend aspect van hun werk. Shahnawaz Rasheed, de chirurg die verantwoordelijk is voor de behandeling van Scott in de Royal Marsden, een gerenommeerd oncologisch ziekenhuis in Londen, herinnert zich dat hij een paar jaar geleden in een periode van twee weken vier vrouwen van onder de veertig opereerde. Een andere recente patiënt was een superfitte, internationale sporter van in de dertig.
Diagnoses bij jongvolwassenen komen hard aan bij artsen zoals Rasheed. Het maakt zijn vastberadenheid om antwoorden te vinden alleen maar groter. ‘Dit zijn mensen die gewoon door zouden moeten kunnen gaan met hun leven… carrière maken, kinderen krijgen,’ zegt hij. ‘Het breekt mijn hart.’
Mensen die in de jaren zestig werden geboren, behoorden tot de eerste generatie die van jongs af aan werd blootgesteld aan gemoderniseerde voeding
Wetenschappers die op zoek zijn naar inzichten raken er steeds meer van overtuigd dat de veranderingen in voeding en levensstijl die halverwege de vorige eeuw begonnen, op zijn minst een deel van de oorzaak zijn.
Frank Sinicrope, oncoloog en gastro-enteroloog (gespecialiseerd in maag- en darmaandoeningen) aan de Mayo Clinic in de Verenigde Staten, verdiept zich in het bijzonder in darmkanker op jonge leeftijd. Hij zegt dat de incidentie van de ziekte duidelijk is toegenomen onder mensen die in of na de jaren zestig geboren zijn. De toename van jongere mensen die de laatste jaren bij hem komen voor behandeling is ‘behoorlijk alarmerend’, zegt hij.
De voeding en de levensstijl waaraan kinderen op jonge leeftijd worden blootgesteld, spelen waarschijnlijk een rol bij de toename, zegt hij. Hij wijst erop dat obesitas bij kinderen ‘de afgelopen dertig jaar steeds vaker voorkomt en steeds problematischer is geworden’. Er is echter geen enkele factor die dit verklaart, voegt hij eraan toe.
Terwijl ze onderzoeken of er een verband is met voeding, richten onderzoekers zich op de mogelijkheid dat veranderingen in het microbioom – de pakweg honderd biljoen microben die in ons leven, voornamelijk in de darmen – de vatbaarheid voor kanker vergroten. Aangenomen wordt dat het microbioom een sleutelrol speelt in de algehele gezondheid, waaronder de spijsvertering en het immuunsysteem, maar ook bescherming biedt tegen bacteriën die ziekten veroorzaken en helpt bij de productie van cruciale vitaminen.
Er wordt aangenomen dat de consumptie van voedsel met veel verzadigd vet en suiker de samenstelling van het microbioom zodanig kan veranderen dat het de gezondheid schaadt. Hoewel deze veranderingen mensen van alle leeftijden treffen, vinden onderzoekers het opvallend dat het aantal gevallen van kanker op jonge leeftijd rond 1990 begon te stijgen. Mensen die in de jaren zestig werden geboren, behoorden tot de eerste generatie die van jongs af aan werd blootgesteld aan gemoderniseerde voeding, alsmede aan veranderingen in levensstijl en de omgeving die in de jaren vijftig de norm werden in de wereld waar meer geld voorhanden was.
‘Bacteriële vingerafdruk’
Kanker ontwikkelt zich vaak in de loop van tientallen jaren. Mensen kunnen jarenlang een langzaam groeiende tumor hebben. Dus voor twintigers, dertigers en veertigers die gediagnosticeerd worden ‘kan een deel van de blootstelling aan risicofactoren hebben plaatsgevonden toen ze nog een baby waren – of zelfs in de baarmoeder’, zegt professor Shuji Ogino. Hij is epidemioloog aan de Harvard TH Chan School of Public Health die deel uitmaakt van het CRUK/NCI-onderzoek.
Het feit dat de grootste toename in kanker bij jongeren zich voordoet in maagdarmvarianten – dikke darm, de slokdarm, de maag, alvleesklier, galwegen, lever en galblaas – ondersteunt de hypothese dat er een verband is met voeding.
Sommige andere kankersoorten die steeds vaker bij jongere mensen voorkomen, zoals borstkanker, nierkanker, baarmoederkanker en de bloedkanker myeloom, worden mogelijk beïnvloed door zowel obesitas als door de conditie van het microbioom, ook al is er geen duidelijk verband met het spijsverteringsstelsel, aldus Ogino. Daarnaast kunnen antibioticagebruik en medicijnen in het algemeen het microbioom van een individu beïnvloeden; dit wordt ook wel de ‘bacteriële vingerafdruk’ genoemd.
Ogino wijst erop dat in de tweede helft van de twintigste eeuw het aantal beschikbare medicijnen voor de behandeling van verschillende aandoeningen aanzienlijk is toegenomen. Nieuwe medicijnen tegen obesitas zijn een recent voorbeeld. ‘Maar het blijft onbekend wat ze allemaal op de lange termijn voor effect zullen hebben,’ zegt Ogino.
Het verband met het microbioom is nog steeds indirect, benadrukt hij. Hij wijst op andere veranderingen die zich ook vanaf de jaren vijftig hebben voorgedaan: een levensstijl met minder beweging, veranderingen in slaappatronen en herhaalde blootstelling aan fel licht ’s nachts, waardoor het slaapritme en de stofwisseling beïnvloed worden. ‘Al deze veranderingen vinden gelijktijdig plaats, dus het is moeilijk om een schuldige aan te wijzen. Er zijn waarschijnlijk meerdere boosdoeners,’ zegt hij.
Een groter gezin – wat meestal leidt tot een langere periode van borstvoeding – en voor het eerst bevallen op jonge leeftijd zijn factoren waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen borstkanker
De toename van het aantal gevallen in rijke westerse landen lijkt inmiddels een late, maar duidelijke weerklank te vinden in armere landen waar deze maatschappelijke veranderingen tientallen jaren later plaatsvonden. Het onderzoek van Financial Times toont aan dat het aantal kankergevallen onder 15- tot 39-jarigen tussen 1990 en 2019 aanzienlijk sneller steeg in landen met een gematigder inkomen, zoals Brazilië, Rusland, China en Zuid-Afrika (inclusief India ook wel de BRICS-landen genoemd), dan in landen met een hoog inkomen: het gaat om 53 versus 19 procent.
Valerie McCormack is epidemioloog en bestudeert ziektepatronen bij kanker in landen met lage en middeninkomens, waar vooral infectieziekten lange tijd voor de grootste gezondheidslast zorgden. Ze suggereert dat er in de BRICS- en andere ontwikkelingslanden een aantal factoren is dat de percentages van niet-overdraagbare ziekten, waaronder kanker, zou kunnen verhogen. Vrouwen in deze landen krijgen over het algemeen minder en op latere leeftijd kinderen, wat betekent dat ze gedurende een kortere periode van hun leven borstvoeding geven in vergelijking met vorige generaties. Een groter gezin – wat meestal leidt tot een langere periode van borstvoeding – en voor het eerst bevallen op jonge leeftijd zijn factoren waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen borstkanker.
‘Deze veranderingen hebben veel voordelen voor vrouwen, maar ze zorgen wel voor een groter risico op borstkanker,’ zegt McCormack, die plaatsvervangend hoofd epidemiologie omgeving en levensstijl bij het International Agency for Research on Cancer, onderdeel van de World Health Organization. Ook de toename van roken en alcoholgebruik in sommige ontwikkelingslanden, vooral bij mannen, ‘verkleint de kloof in kankerrisico’ tussen rijke en armere landen, terwijl het gebruik van meer westerse voeding, obesitas en minder lichaamsbeweging een rol speelt bij de toename van het aantal gevallen van kanker in de dikke darm, voegt McCormack eraan toe.
Maar, waarschuwt ze; ‘Hoewel deze epidemiologische veranderingen en veranderingen in levensstijl zullen bijdragen aan stijgende percentages van specifieke kankersoorten’, is het onwaarschijnlijk dat ze het volledige verhaal vertellen. ‘Sommige stijgingen zijn zo recent dat er nog geen onderzoek is gedaan om alle mogelijke factoren precies vast te stellen,’ zegt ze.
Maatschappelijke gevolgen
De toename van kanker op jonge leeftijd is niet alleen een probleem voor de gezondheidszorg, het is ook een probleem voor economieën. Volgens onderzoekers lopen degenen die de ziekte overleven een groter risico op langdurige aandoeningen als onvruchtbaarheid, hart- en vaatziekten en secundaire kankers. Hierdoor kan de gezondheidszorg in de toekomst duurder uitvallen.
Simiao Chen is hoofd van de onderzoekseenheid voor volksgezondheid en economie aan het Heidelberg Institute of Global Health en adjunct-professor aan het Beijing Union Medical College. Ze leidde een team dat eerder dit jaar berekende dat de geschatte wereldwijde kosten van kanker van 2020 tot 2050 25,2 biljoen dollar zouden bedragen op basis van stabiel gebleven prijzen uit 2017. De onderzoekers concludeerden dat dit ‘overeenkomt met een jaarlijkse druk van 0,55 procent op het wereldwijde bruto binnenlands product’.
‘Als kanker op jongere leeftijd de trend is, dan zal de economische last veel groter worden omdat we mensen verliezen in de beroepsbevolking die bijdragen aan economische groei,’ aldus Chen. Overlevenden van kanker krijgen misschien niet hun eerdere productiviteitsniveau terug, zegt ze. ‘Dus dat zal zowel de kwantiteit als de kwaliteit van arbeid verminderen.’
Omdat kanker op jonge leeftijd steeds vaker voorkomt, vinden sommige artsen dat de leeftijd waarop mensen in aanmerking komen voor screening moet worden verlaagd. Nu vinden dat soort preventieve onderzoeken veelal pas vanaf beduidend latere leeftijd plaats.
In Engeland krijgen patiënten bijvoorbeeld testen voor darmkanker toegestuurd wanneer ze zestig worden. Vorige maand stelde de Amerikaanse Preventive Services Task Force, een onafhankelijk orgaan dat bestaat uit nationale deskundigen, voor om de leeftijd voor borstscreening te verlagen naar veertig jaar. In 2021 stelde dezelfde groep dat darmscreening zou moeten beginnen bij vijfenveertig jaar.
Aangezien zorgstelsels overal ter wereld worstelen met een tekort aan medische middelen – dat nog is verergerd door de coronapandemie – kan het moeilijker zijn om overheden te overtuigen om fondsen vrij te maken voor noodzakelijke uitgaven. Een ‘nationale dialoog’ over prioriteiten kan nodig zijn, gezien het stijgende aantal mensen onder de vijftig dat kanker krijgt, zegt Rasheed, de chirurg van de Royal Marsden.
‘Jongere mensen zijn soms langs vijf of zes artsen geweest voordat ze worden doorverwezen’
Sommige wetenschappers zeggen verschillen te hebben ontdekt in de moleculaire structuur van kankers bij jongere mensen, wat wijst op een mogelijke behoefte aan specifieke behandelingen voor deze groep. Tomotaka Ugai, docent aan de Harvard Medical School die het onderzoek leidde naar de toename van kanker op jonge leeftijd dat in 2021 de internationale aandacht vestigde op deze trend, zegt dat voor veel kankersoorten als borstkanker, dikkedarmkanker, baarmoederkanker, multipel myeloom, alvleesklierkanker en prostaatkanker ‘op jonge leeftijd agressievere klinische kenmerken hebben’.
Een verwante vraag is of de oorzaken van kanker op jonge leeftijd anders zijn dan die van gevallen die op oudere leeftijd worden gediagnosticeerd. ‘We nemen aan dat veel risicofactoren tussen gevallen van kanker op jonge en latere leeftijd overlappen, maar we weten niet of ze volledig overeenkomen. Er is dus meer onderzoek vereist,’ zegt Ugai.
Sommige artsen zijn van mening dat aandacht voor het feit dat kankers bij jongere mensen vaak al een verder gevorderd stadium hebben bereikt voordat ze worden gediagnosticeerd, net zo belangrijk is. Ze geloven dat artsen alert moeten zijn op kanker bij twintigers of dertigers, omdat deze gevallen niet langer als uitzonderlijk moeten worden beschouwd.
Rasheed geeft regelmatig lezingen aan huisartsen over het belang van het vroegtijdig herkennen van indicaties van kanker. Hij zegt dat studies hebben aangetoond dat jongere mensen ‘soms langs vijf of zes artsen zijn geweest voordat ze worden doorverwezen voor specialistisch onderzoek, diagnose en behandeling’. Dezelfde symptomen bij iemand die dertig jaar ouder is zouden waarschijnlijk onmiddellijk alarmbellen hebben doen rinkelen. De vertraagde diagnose kan ook duiden op een gebrek aan bewustzijn onder jongere mensen over symptomen waar ze op moeten letten, suggereert hij.
‘Ik heb veel horrorverhalen gehoord en gezien over jongere mensen die, tegen de tijd dat ze in het ziekenhuis belanden, een behoorlijk vergevorderde of uitgezaaide ziekte hebben. Misschien was er een kans geweest om de kanker eerder te vinden en te behandelen,’ zegt hij.
Scott herinnert zich dat, nadat zijn huisarts hem had doorverwezen naar een ziekenhuis in het centrum van Londen voor onderzoeken, ‘ze blijkbaar te horen kreeg: “Dit is niet dringend, hij is vierendertig, hij verkeert duidelijk in zeer goede gezondheid.” Maar de huisarts bleef aandringen en uiteindelijk kreeg ze me er toch tussen.’
Epidemiologische ijsberg
De vraag die onderzoekers en artsen bezighoudt, is of de toename van het aantal gevallen in de afgelopen decennia het topje is van een veel grotere epidemiologische ijsberg. In hun onderzoeksartikel waarschuwen Ugai en zijn collega-onderzoekers voor de mogelijkheid dat kinderen, adolescenten en jonge volwassenen gedurende hun hele leven een hoger risico op kanker hebben dan oudere generaties.
En misschien stopt het niet bij kanker. Dezelfde risicofactoren kunnen hen kwetsbaarder maken voor aandoeningen zoals diabetes en darmontsteking, aldus de wetenschappers. Dat zou een blijvend hogere chronische ziektelast in de toekomst betekenen, tenzij er actie wordt ondernomen om gezondere manieren van leven en eten te stimuleren en de voedselproductie en -distributie te hervormen.
Terwijl roken, een belangrijke oorzaak van kanker, de afgelopen decennia in veel delen van de wereld is afgenomen, zijn obesitas, lichamelijke inactiviteit en andere risicofactoren toegenomen, merkt Ugai op. ‘Er is dus een wisselwerking, maar het blijft speculeren of het aantal gevallen van kanker op jonge leeftijd in de nabije toekomst zal blijven toenemen,’ zegt hij.
Voor jonge mensen zoals Scott, die voorheen gezond en fit waren, kan kanker de ultieme tegenslag zijn, een gevoel van botte pech. Maar Scott probeert om te gaan met zijn diagnose en verzet zich tegen de vraag ‘Waarom ik?’ Hij is begonnen met een master milieubeleid en -politiek en werd elf maanden geleden vader toen zijn partner Hen beviel van hun zoon Osprey.
Maar het is onvermijdelijk om na te denken over hoe het ook had kunnen zijn. ‘Ik heb tien jaar geprobeerd om door te breken in het maken van natuurfilms. En net toen ik met de behandeling tegen kanker begon, kreeg ik aanbiedingen die ik moest afslaan. Ik kan het niet helpen dat ik soms denk: Hoe had mijn leven eruitgezien als dit allemaal niet was gebeurd?’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.