Het Pakistaanse leger verklaarde zaterdag dat meerdere zelfmoordaanslagen en gewapende aanvallen, uitgevoerd door ‘terroristen’ in de onrustige zuidwestelijke provincie Beloetsjistan, drieëndertig mensen het leven hebben gekost, waaronder achttien burgers.
In reactie hierop hebben de veiligheidstroepen tweeënnegentig aanvallers ‘geneutraliseerd’, waarmee het totaal in twee dagen op honderddrieëndertig komt. ‘Ontmijningsoperaties worden voortgezet om eventueel resterend puin te verwijderen’, meldde de krant Pakistan Today.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Pakistaanse minister van Binnenlandse Zaken, Mohsin Naqvi, beschuldigde India ervan achter de aanslagen te zitten en beloofde ‘buitenlandse daders en sponsors’ te zullen vervolgen. New Delhi reageerde niet direct, maar heeft de beschuldigingen al eerder ontkend.
Het Balochistan Liberation Army (BLA), een illegale organisatie, eiste de verantwoordelijkheid op voor een aantal aanslagen en publiceerde ‘video’s waarop vrouwelijke strijders te zien zijn, als onderdeel van een propagandacampagne om de rol van vrouwen onder de militanten te benadrukken’, schrijft The Guardian.
De aanslagen kostten minstens twaalf agenten het leven
Colombia is op donderdag 21 augustus getroffen door ‘twee terroristische aanslagen’, meldt El Tiempo. Ten minste twaalf politieagenten kwamen om het leven bij een aanslag op een politiehelikopter die antidrugoperaties uitvoerde in Amalfi, in de regio Antioquia, in het noordwesten van het land. Volgens de autoriteiten werd het toestel ‘s ochtends neergeschoten door een drone van een afgescheiden factie van de FARC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Enkele uren later’ vond er een explosie plaats op de luchtmachtbasis Marco Fidel Suárez in Cali, in het zuidwesten van het land, waarbij zes doden en tientallen gewonden vielen. President Gustavo Petro heeft opgeroepen tot een minuut stilte voor de slachtoffers.
Het verhaal gaat dat Rusland steeds vaker Oekraïense kinderen inschakelt bij terroristische aanslagen. Volgens de Oekraïense veiligheidsdienst zouden er alleen al sinds begin 2025 zeven gevallen zijn ontdekt van kinderen die werden gerekruteerd om terroristische aanslagen uit te voeren. Dat schrijft de Poolse krant Gazeta Wyborcza.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Zo zijn er de afgelopen weken twee kinderen gedood in de regio’s Ivano-Frankivsk en Charkiv. Ze moesten een flat huren waar ze twee zogenaamde geïmproviseerde explosieven in elkaar moesten zetten en verstoppen in thermosflessen. De Russische troepen, die hen met GPS hadden gevolgd, lieten de lading die ze bij zich hadden exploderen.
Rusland zet de kinderen naar verluidt in om ongewenste getuigen weg te werken en om het beloofde geld niet te hoeven betalen. Volgens onderzoekers worden kinderen met name geronseld via het sociale netwerk Telegram, waar ze worden gelokt met hoge salarissen en vaak in het Oekraïens worden benaderd om hun vertrouwen te winnen.
Later dit jaar horen de zes verdachten hun straffen
In Brussel zijn zes van de tien verdachten van de terreuraanslagen in 2016 schuldig bevonden aan terroristische moord. Dat meldt La Libre Belgique. Onder hen is Salah Abdeslam. De zaak werd vanwege de duur van het proces beschouwd als de grootste rechtszaak deze eeuw in België.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Op 22 maart 2016 werden meerdere zelfmoordaanslagen gepleegd in het hart van Brussel. Er vonden explosies plaats bij luchthaven Zaventem en metrostation Maalbeek en zeker vijfendertig mensen kwamen om het leven, net als drie daders, die gelieerd waren aan terreurbeweging IS. Dezelfde terreurcel, onder leiding van Abdeslam, was verantwoordelijk voor de zeer dodelijke aanslagen in Parijs. Hij werd vlak voor de aanslagen in Brussel opgepakt, maar was wel betrokken, zo oordeelde de jury.
Een ander prominent lid van de terreurcel werd bij verstek veroordeeld: hij overleed in Syrië of Irak, de plaats vanwaar hij de aanslagen aanstuurde. De jury bestond uit burgers die dagenlang geen toegang hadden tot televisie of internet om zich niet te laten beïnvloeden. In totaal hadden zij achttien dagen nodig om tot hun oordeel te komen.
Bij een zelfmoordaanslag door in een moskee in de stad Peshawar zijn zeker drieëntachtig doden en een veelvoud aan gewonden gevallen, zo meldde The Guardiangisteravond. Het dodental kan nog oplopen.
De ontploffing vond plaats toen driehonderd gelovigen aan het bidden waren in een moskee in de wijk waar het hoofdkwartier van de politie en de antiterreureenheid zijn gevestigd. De meeste mensen in de moskee waren naar verluidt agenten.
Door de impact van de explosie stortten het dak en een muur van de moskee in en raakten veel mensen gewond, aldus Zafar Khan, een plaatselijke politieagent. Volgens getuigen vond de ontploffing plaats in de grote zaal, net toen het middaggebed zou beginnen en de gelovigen dicht opeengepakt zaten. Volgens functionarissen stond de bommenlegger op de eerste rij.
TTP is in het verleden verantwoordelijk geweest voor meerdere dodelijke aanslagen
Een commandant van de Pakistaanse taliban (TTP) eiste de verantwoordelijkheid voor de aanslag op en stelde dat het een wraakactie was voor een strijder die vorig jaar in Afghanistan is gedood. Enkele uren later werd dit echter tegengesproken door een woordvoerder van de TTP, die zich van de bomaanslag distantieerde en zei dat het niet hun beleid was om moskeeën, seminaries en religieuze plaatsen als doelwit te nemen. Op de claim van enkele uren geleden ging hij niet in.
De TTP, die vermoedelijk nauw verbonden is met Al-Qaida, leidt al vijftien jaar lang een opstand in Pakistan. De terreurorganisatie vecht voor strengere handhaving van de islamitische wetten en de vrijlating van gevangenen, en is in het verleden verantwoordelijk geweest voor meerdere dodelijke aanslagen.
Al-Qaida-leider Ayman al-Zawahiri zondag gedood ‘in de grootste klap voor de groep sinds de dood van zijn stichter Osama bin Laden in 2011’, bericht Al Jazeera. Hij werd uitgeschakeld door een droneaanval van de CIA in de Afghaanse hoofdstad Kaboel, zo verklaarde de Amerikaanse president Joe Biden gisteren in een speciale televisietoespraak. ‘Gerechtigheid is geschied en deze terroristenleider is niet meer’, aldus Biden.
Al- Zawahiri hielp bij de coördinatie van de aanslagen van 11 september 2001
De inlichtingendienst had eerder dit jaar de familie van al-Zawahiri in Kaboel gelokaliseerd, zei Biden, die eraan toevoegde dat er geen leden van de familie of burgers bij de aanslag waren gedood. Al-Zawahiri, een Egyptische chirurg met een beloning van 25 miljoen dollar op zijn hoofd, hielp bij de coördinatie van de aanslagen van 11 september 2001 op de VS, waarbij bijna drieduizend mensen omkwamen.
‘Het is een grote klap’, vertelde Colin Clarke, onderzoeksdirecteur bij de Soufan Group, een wereldwijd beveiligingsbedrijf, aan Al Jazeera. Hij voegde eraan toe dat zijn aanwezigheid in Kabul ook interessant was vanwege wat het suggereerde over al-Zawahiri’s relatie met de taliban.
‘Het vertelt ons dat hij zich veel meer op zijn gemak heeft gevoeld in het afgelopen jaar sinds de taliban de macht hebben overgenomen’, aldus Clarke.
Zes jaar na de aanslagen van 13 november heeft de rechtbank in Parijs Salah Abdeslam veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf zonder kans op vervroegde vrijlating. ‘Een uitzonderlijke straf’, schrijft Le Soir, voor het enige nog levende lid van de terreurgroep die in 2015 op verschillende plaatsen in de Franse hoofdstad een bloedbad aanrichtte.
De straf is ‘een primeur voor een terroristische daad’, merkt ook Le Temps op. ‘De openbaar aanklager had deze straf geëist, de zwaarst mogelijke volgens het Franse recht.’ De uitspraak ‘onderstreept het unieke en historische karakter van deze misdaad’, schrijft Corriere della Sera.
Experts toonden aan dat Abdelsalams bomgordel niet afging omdat hij niet werkte
Justitie geloofde niet in de verklaring van Salah Abdeslam, die zei dat hij zich op het laatste moment bedacht en niet wilde dat de bomgordel afging, meldt El País. Experts toonden aan dat de bomgordel niet afging omdat hij niet werkte.
Abdeslam was niet de enige die die dag werd veroordeeld. Het speciaal samengestelde Hof gaf onder andere ook levenslang aan Mohamed Abrini, die Abdeslam vergezelde om de Clio te huren die bij de aanslagen werd gebruikt en om woonruimte te huren in Parijs. Ook was hij betrokken bij de aanslag op het Brusselse vliegveld Zaventem.
‘Er is dus een uitspraak, maar het was vanaf het begin duidelijk dat het in dit proces om meer ging dan een vonnis’, schrijft Süddeutsche Zeitung. ‘Het was een poging om alle gevolgen te beschrijven die een dergelijk misdrijf met zich meebrengt, want 13 november 2015 veranderde Frankrijk.’
Sajid Mir staat op FBI-lijst van meest gezochte terroristen
Pakistan heeft het vermoedelijke brein achter de terroristische aanslagen van 2008 in de Indiase stad Mumbai gearresteerd. De man, Sajid Mir, staat op de FBI-lijst van meest gezochte terroristen. Hij wordt al meer dan tien jaar gezocht door zowel de Verenigde Staten als India.
’Pakistan dacht jarenlang dat hij onvindbaar of zelfs dood was’
Hammad Azhar, een voormalig minister in de Pakistaanse regering en een Pakistaanse ambtenaar hebben onafhankelijk van elkaar aan Nikkei Asian Review zijn arrestatie bevestigd. Volgens de ambtenaar is de man, van wie Pakistan ‘jarenlang dacht dat hij onvindbaar of zelfs dood was’, nu eindelijk opgepakt. Ook een FBI-medewerker, die anoniem wenst te blijven, heeft de krant gezegd dat Mir ‘in leven is, in hechtenis zit en veroordeeld is’ in Pakistan.
Sajid Mir heeft banden met de Pakistaanse terroristische organisatie Lashkar-e-Taiba, die hoogstwaarschijnlijk achter de aanslagen van november 2008 zat. Een groep van tien gewapende mannen voerde toen aanvallen uit op meerdere doelen, waaronder het Taj Mahal Hotel in Mumbai. Ongeveer honderdzeventig mensen werden gedood, voornamelijk Indiërs, naast zes Amerikanen en toeristen uit andere landen.
Hoda Muthana en Kimberly Polman verbrandden beide alle schepen achter zich toen ze naar het kalifaat vertrokken om te trouwen. Ze twitterden boodschappen als ‘Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen’. Tot ze begonnen te realiseren dat ze een fout hadden gemaakt.
Kamp al-Hawl, Syrië – Hoda Muthana was een twintigjarige studente in Alabama die ervan overtuigd was geraakt dat IS voor de goede zaak streed. Dus maakte ze haar ouders wijs dat ze op studiereis ging maar kocht in plaats daarvan van haar studietoelage een vliegticket naar Turkije. Nadat ze het kalifaat binnen was gesmokkeld postte de studente een foto op Twitter waarop haar gehandschoende handen haar Amerikaanse paspoort vasthielden. ‘Binnenkort de fik erin,’ beloofde ze.
Dat was meer dan vier jaar geleden. Nu, na drie huwelijken met IS-strijders en het bijwonen van het soort executies dat ze op sociale media had toegejuicht, zegt Muthana dat ze diepe spijt heeft en terug wil naar de Verenigde Staten. Ze gaf zich vorige maand over aan de coalitietroepen die tegen IS vechten en brengt nu haar dagen door als gedetineerde in een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Syrië. Ze heeft daar gezelschap van een andere vrouw, Kimberly Gwen Polman (46), die rechten studeerde in Canada voordat ze zich aansloot bij het kalifaat en die zowel Amerikaans als Canadees staatsburger is.
Tijdens een interview in het kamp met The New York Times zeiden beide vrouwen dat ze erachter probeerden te komen hoe ze een nieuw paspoort konden krijgen en hoe ze de sympathie konden herwinnen van de twee landen die ze eerder verachtten.
Krankzinnig idee
‘Woorden schieten me tekort om mijn spijt uit te drukken,’ zei Polman, dochter van een Amerikaanse moeder en een Canadese vader uit een mennonitische gemeenschap in Hamilton, Ontario, die zelf drie volwassen kinderen heeft.
Muthana zei dat ze zich in haar middelbare-schooltijd voor het eerst aangetrokken had gevoeld tot IS door het lezen van posts op Twitter en andere sociale media. ‘Als ik er nu op terugkijk, kan ik niet genoeg benadrukken wat een krankzinnig idee het was,’ zegt ze. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik heb mijn leven verpest. Ik heb mijn toekomst verpest.’
President Trump leverde deze week in een tweet kritiek op bondgenoten als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland omdat ze niet honderden IS-gevangenen terugnamen die waren gevangengenomen op het slagveld. ‘Het alternatief is dat we ze moeten vrijlaten,’ waarschuwde hij.
De president zei er niet bij dat de Verenigde Staten Amerikaanse vrouwen die met IS-strijders waren getrouwd ook niet naar huis hadden gehaald. Zowel Muthana als Polman zei geen bezoek te hebben gehad van Amerikaanse functionarissen sinds hun gevangenneming vorige maand. Ze zeiden ook dat er een familie van vier zussen uit Seattle was, met vier kinderen, die in een ander kamp werd vastgehouden. Een voormalige politiefunctionaris bevestigde dat een familie uit Seattle naar Syrië was gereisd om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat, maar had geen aanvullende informatie.
Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.
Van een klein aantal Amerikanen – slechts 59, volgens gegevens van het George Washington University Program on Extremism – is bekend dat ze naar Syrië zijn gereisd om zich aan te sluiten bij IS. Bijna alle Amerikaanse mannen die in de strijd gevangen zijn genomen zijn gerepatrieerd, maar het blijft onduidelijk waarom dat bij sommige Amerikaanse vrouwen en hun kinderen – minstens dertien, volgens bronnen van The Times – niet het geval is.
Een FBI-woordvoerster wilde geen commentaar leveren op de twee gevallen, maar zei dat agenten per definitie een onderzoek instellen naar iedere Amerikaan die zich heeft aangesloten bij Islamitische Staat, een organisatie die als terroristisch te boek staat.
Robert Palladino, een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, beschreef de situatie van Amerikanen in Syrië als ‘uiterst gecompliceerd’. ‘We bekijken deze gevallen om de details beter te begrijpen,’ zei hij, maar hij wilde verder geen commentaar geven om redenen van privacy en veiligheid.
Een Canadese regeringsfunctionaris zei dat het voor Canadezen die vastzitten in Syrië moeilijk kan zijn de regio te verlaten omdat ze waarschijnlijk ernstige aanklachten tegemoet kunnen zien in naburige landen.
Seamus Hughes, adjunct-directeur van het George Washington University Program on Extremism, noemde de talrijke misdaden die door IS zijn gepleegd en zei dat er ‘duizenden legitieme redenen zijn om de oprechtheid in twijfel te trekken’ van verzoeken als die van Muthana en Polman. ‘Hoewel er vaak simplistische verhalen de ronde doen over “jihadbruiden”, “hersensspoelen” en “internetdaten”,’ zei hij, ‘hebben de buitenlandse vrouwen van IS bij heel wat wreedheden geassisteerd en zich er in sommige gevallen rechtstreeks schuldig aan gemaakt.’
Muthana en Polman erkenden tijdens het interview dat veel Amerikanen zich zouden afvragen of ze het verdienden naar huis te worden gebracht nadat ze zich hadden aangesloten bij een van de dodelijkste terreurgroepen ter wereld. ‘Hoe kun je eerst je paspoort verbranden en je vervolgens in slaap huilen omdat het je zo vreselijk spijt?’ vroeg Polman. ‘Hoe maak je mensen dat duidelijk?’
Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer
Muthana groeide als dochter van Jemenitische immigranten op in een ultrastreng huishouden, waar feestjes, vriendjes en mobieltjes taboe waren. Haar vader gaf haar pas een mobiele telefoon als cadeautje voor haar einddiploma van de middelbare school. Die telefoon werd algauw haar toegangspoort tot de wereld van de extreme islam, zei ze. Ze vertelde hoe nog geen twee jaar later, in 2014, een internetcontact haar instructies gaf hoe ze zich kon aansluiten bij Islamitische Staat: Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer.
Muthana schreef zich in bij de University of Alabama in Birmingham, waar ze het als tweedejaars na het innen van de studietoelage van haar ouders voor gezien hield. Ze stopte een boekentas vol kleren en zei tegen haar familie dat ze naar een studie-evenement in Atlanta ging, op twee uur rijden afstand. In plaats daarvan ging ze regelrecht naar de luchthaven van Birmingham voor een vlucht naar Istanboel. ‘Ik huilde omdat ik dacht dat ik een groot offer aan God bracht en afstand deed van mijn familie, mijn thuis, mijn comfort, alles wat ik kende, alles wat me lief was,’ zei ze. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed.’
Muthana zei dat ze in november 2014 over de Syrische grens werd gesmokkeld en naar een slaaphuis voor vrouwen werd gebracht, waar honderden alleenstaande vrouwen van over de hele wereld dicht opeengepakt zaten. Elke dag, zei ze, wandelde een IS-functionaris door het slaaphuis met een lijst van mannen die op zoek waren naar een bruid. ‘Je mag het huis niet verlaten voordat je getrouwd bent,’ zei ze. ‘Ik wist dat dat zou gebeuren, maar ik dacht dat ik er wel aan kon ontkomen. Ik wist niet dat er sloten op de deuren zaten. Ik wist niet dat er kettingen waren. En bewakers.’
Ze zei dat ze het een maand volhield voordat ze toestemde in een ontmoeting met Suhan Rahman, een Australiër uit Melbourne. Hij gebruikte de naam Abu Jihad, oftewel ‘Vader van de Jihad’, zei ze. Ze ontmoetten elkaar in een kamer onder begeleiding. Na een kort gesprek nam hij haar mee naar huis. Ze nam de naam Umm Jihad aan, oftewel ‘Moeder van de Jihad’. Als ze alleen thuis zat terwijl haar man aan het vechten was, postte ze giftige tweets onder haar pseudoniem. ‘Petje af voor de moedjs in Parijs’, schreef ze met gebruikmaking van de afkorting voor moedjahedien op de dag in 2015 dat jihadisten de kantoren van het satirische weekblad Charlie Hebdo bestormden en twaalf mensen doodden. Ook spoorde ze anderen aan zich bij de terroristische organisatie aan te sluiten. ‘Er zijn hier zoooooveel Aussies en Britten maar waar blijven de Amerikanen, word wakker lafaards’, postte ze.
Ook gebruikte ze haar account om aanslagen in het Westen te helpen uitlokken, zoals in de Verenigde Staten. ‘Amerikanen word wakker!’ schreef ze op 15 maart 2015. ‘Jullie hebben veel te doen zolang jullie nog onder onze grootste vijand leven, genoeg geslapen! Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen.’
Haar Twitteraccount is sindsdien geblokkeerd, maar de posts werden door het George Washington Program gekopieerd en doorgespeeld aan The Times.
Ze was nauwelijks drie maanden getrouwd, zei Muthana, toen ze thuis een dutje lag te doen en een man de trap op kwam rennen en schreeuwde dat haar man ‘de marteldood’ was gestorven. Na zijn dood stemde ze toe in twee andere gearrangeerde huwelijken, zei ze.
Kinderadvocaat
Polman zei dat ze begin 2015 het kalifaat binnen was gesmokkeld nadat ze op een Amerikaans paspoort van Vancouver naar Istanboel was gevlogen. Ze zei dat ze kort daarvoor belangstelling voor de verpleging had gekregen en was gaan corresponderen met een man in Syrië die de nom de guerre Abu Aymen gebruikte. Deze man, met wie ze later trouwde, vertelde haar dat in het groeiende kalifaat steeds meer behoefte was aan verpleegkundigen.
Jaren eerder had ze het mennonitische geloof van haar ouders vaarwel gezegd en zich bekeerd tot de islam. Omdat ze niets anders te doen had, zei ze, bracht ze haar dagen door op internet en was haar Facebook-tijdlijn vergeven van de beelden van stervende moslims in Syrië.
Polman zei dat ze op een gegeven moment had ontdekt dat ze een posttraumatische-stresstoornis had en niet meer in staat was haar bed uit te komen. Een broer en een zuster meldden vanuit British Columbia dat haar was gezegd dat ze aan een psychische aandoening leed. ‘Ze heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt,’ zei de broer, die niet met name genoemd wilde worden uit angst voor represailles.
Volgens de zuster, die ook niet met name genoemd wilde worden, studeerde Polman rechten aan Douglas College en werkte ze korte tijd op een moslimschool in Richmond, British Columbia. In 2011 won ze een Women’s Opportunity Award van de vrouwenorganisatie Soroptimist International. In de bekendmaking van de prijs, afgedrukt in de plaatselijke krant, stond dat het haar uiteindelijke doel was kinderadvocaat te worden.
Haar zuster zei dat Polman in de zomer van 2015 op reis ging naar Oostenrijk, zogenaamd voor twee weken. ‘Ze omhelsde me bij het afscheid en zei dat we thee zouden gaan drinken als ze terugkwam,’ zei de zuster. Pas nadat de familieleden waren ingelicht door de Canadese autoriteiten beseften ze dat ze zich had aangesloten bij IS. Op een gegeven moment had haar zus zes maanden lang niets van Polman gehoord en ging ze ervan uit dat ze dood was. ‘In het verleden hebben we haar als familie kunnen helpen,’ zei haar zus. ‘Dit was de enige keer dat we haar niet konden helpen. Dus dat was heel moeilijk voor ons.’
Tegen de tijd dat Polman in het kalifaat belandde waren de misdaden daarvan welbekend, inclusief het onthoofden van journalisten, het tot slaaf maken en systematisch verkrachten van vrouwen van de Jezidi-minderheid en het levend verbranden van gevangenen. Zowel zij als Muthana deed ontwijkend toen er vragen over die wreedheden werden gesteld. ‘Ik ben niet geïnteresseerd in bloedvergieten en wist niet wat ik moest geloven,’ zei Polman. ‘Dat zijn filmpjes op YouTube. Wat is waar? Wat is niet waar?’
Volgens haar eigen lezing begon Muthana zich in haar tweede jaar in het kalifaat van de terroristische groepering distantiëren. Ze trouwde met een tweede strijder en raakte zwanger. Omdat ze aan bloedarmoede leed door ijzergebrek bracht ze veel tijd in bed door. ‘Ik kreeg twijfels,’ zegt ze in een verslag dat The Times niet kon verifiëren. ‘Ik was zwanger. Heel emotioneel, omdat ik mijn familie miste. Ik dacht: wat doe ik hier?’
Ze zei dat haar tweede man omkwam in Mosoel in Irak. ‘Door een raket of een luchtaanval.’
Het was inmiddels 2017 en de belegering van Raqqa in Syrië was begonnen. Toen ’s nachts haar vliezen braken liep ze volgens eigen zeggen bijna twee kilometer naar de dichtstbijzijnde kliniek terwijl de bommen op de stad vielen.
Na het baren van een zoon trok Muthana van het ene huis naar het andere, naarmate het gebied van het kalifaat verder kromp. Toen Raqqa eind 2017 viel, verhuisde ze naar al-Mayadin in het dal van de Eufraat. Toen al-Mayadin viel, verhuisde ze naar Hajin, en vandaar naar Shafa, een dorp in de laatste schilfer IS-gebied dat honderden luchtaanvallen te verduren kreeg. Ze trouwde voor de derde keer en scheidde na enige tijd weer van haar man, wiens naam ze niet wilde noemen.
Polman zei dat haar breuk met het kalifaat heftiger verliep, al een jaar na haar aankomst. Ze zei dat ze probeerde te ontsnappen maar werd betrapt door veiligheidsagenten van IS toen ze op de markt een vrouw vroeg of ze een smokkelaar kende die haar zou kunnen helpen. Ze zei dat ze werd opgesloten in een cel in Raqqa, waar ze zo lang bleef dat ze uiteindelijk alle 4422 tegels had geteld.
Ze zei dat ze herhaaldelijk uit haar cel werd gehaald om te worden verhoord. En dat ze op een avond werd verkracht.
‘Ze namen me mee via de gang, en het was aardedonker,’ zei ze. ‘Er waren dikke metalen deuren en ik herinner me dat ik uitgleed, en ze schopten me.’ Ze zei dat de gevangenbewaarders haar waarschuwden dat als ze de verkrachting ooit zou melden, ze zouden zeggen dat ze bewijs hadden dat ze een spionne was. Voordat ze haar vrijlieten, zei ze, lieten ze haar een verklaring ondertekenen in zowel het Arabisch als het Engels waarin stond dat als ze opnieuw zou proberen te ontsnappen ze de hukm zou accepteren, de doodstraf volgens de shariawet.
‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd’
De twee vrouwen, die een generatie in leeftijd verschillen, ontmoetten elkaar en raakten bevriend in de laatste uithoek van het kalifaat, dat tegen januari uit nog geen vijftien vierkante kilometer bestond. Het omsingelde gebied kampte met verscheidene tekorten. Toen er geen papieren luiers meer te krijgen waren, knipten de twee vriendinnen handdoeken in stukken. Toen er moeilijk aan eten viel te komen, verzamelden ze gras uit spleten tussen de stoeptegels, kookten het en dwongen zichzelf het op te eten. ‘Als je een aardappel zag,’ aldus Muthana, ‘was het alsof je een Lamborghini zag.’ Ze begonnen over vluchten te praten, en ze zeiden dat ze steeds meer gruwden van de keuze die ze hadden gemaakt.
‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd. Ook al voel je dat er iets niet klopt, dat dit niet oké is, toch denk ik dat het heel erg moeilijk is om een ommezwaai te maken als je alle bruggen achter je hebt verbrand,’ zei Polman.
IS verbood mensen te vertrekken en zette landmijnen en scherpschutters in om dat te voorkomen. Maar vorige maand, zei Muthana, besloot ze het toch te proberen door aan te haken bij een Syrische familie die Shafa rond het schemeruur verliet. Ze nam alleen haar baby mee in zijn kinderwagen, zei ze. Toen de duisternis inviel, raakte de groep verdwaald en bracht de nacht door in de ijzige kou. De volgende dag, op 10 januari, voltooide ze de reis en gaf zich over aan Amerikaanse troepen in de Syrische woestijn, die haar vingerafdrukken namen.
Enkele dagen later volgde Polman via dezelfde route en gaf zich ook over. Na enkele weken, waarin ze geen contact hadden met de Amerikaanse of Canadese autoriteiten, benaderden zij en Muthana het Rode Kruis om hulp te krijgen. Ze hebben ook contact met een advocaat die probeert hun terugkeer naar Noord-Amerika te bewerkstelligen.
Muthana gaf de advocaat een handgeschreven briefje: ‘Ik besefte dat ik niet inzag of misschien zelfs niet eens begreep hoe belangrijk de vrijheden zijn die we in Amerika hebben. Nu doe ik dat wel,’ schreef ze. ‘Ik kan moeilijk onder woorden brengen hoeveel spijt ik heb van wat ik in het verleden heb gezegd, van de pijn die ik mijn familie heb gedaan en van de overlast die ik mijn land heb bezorgd.’ Volgens adjunct-directeur Hughes van het George Washington University Program on Extremism zijn de Verenigde Staten verplicht haar naar huis te halen, ‘maar wel met handboeien om’.
Rukmini Callimachi deed verslag vanuit Syrië, Catherine Porter vanuit Toronto. Adam Goldman en Edward Wong leverden bijdragen vanuit Washington, en Glenny Brock vanuit Alabama. Kitty Bennett deed research.
Vertaler: Peter Bergsma
‘Wie de hervorming van de islam die de Franse president voor het eerste semester van 2018 heeft aangekondigd misschien vaag vindt, richt zijn blik op Hakim El Karoui’, schrijft The Washington Post. Volgens deze krant, die jongstleden april een portret aan hem wijdde, is de voormalige investeringsbankier van Rothschild ‘het voorbeeld waardoor Macron zich laat inspireren om de moslimtradities met de Franse waarden te verenigen’. Als elitesymbool en vertrouweling van de president wordt El Karoui bekritiseerd door Franse vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap, die hem verwijten dat hij is losgezongen van de dagelijkse realiteit van de islam, aldus de Amerikaanse krant.
‘Snelkookpan van gemeenschappen’
Wie vandaag de dag schrijft over de islam in Frankrijk, over zaken als de sluier van zangeres Mennel of de aanhouding van islamoloog Tariq Ramadan, stelt zich bloot aan ‘een stortvloed van e-mails en beledigingen’, meldt Richard Werly, de Parijse correspondent van de Zwitserse krant Le Temps. ‘In de snelkookpan van gemeenschappen die Frankrijk is’, schrijft Werly, verwijt men de journalist zijn ‘geveinsde onnozelheid’, en zijn er ook mensen die hun uitlatingen niet gedrukt willen zien uit vrees dat er een ‘karikatuur’ van wordt gemaakt. ‘Hoe moet dit seculiere Frankrijk dat verteerd wordt door een voorliefde voor banvloeken een “trotse” toekomst creëren voor deze miljoenen “islamitische Galliërs”, een uitdrukking die ik hoorde toen ik onderzoek deed naar Tariq Ramadan?’ vraagt de journalist zich af, die daarin de kern ziet van het Franse probleem: ‘Frankrijk wordt getraumatiseerd door de islam doordat een deel van de bevolking geen “trotse” islam wil in het republikeinse bestel.’
Wie zijn de moslims in Frankrijk?
Vorige maand vroeg de Franstalige Algerijnse krant El-Watan zich af hoeveel moslims er in Frankrijk woonden en waar ze vandaan kwamen. Aangezien de geloofsovertuiging uit de Franse statistieken is verbannen, is het moeilijk achter de juiste cijfers te komen, merkte de krant. ‘Vandaar de uit de losse pols verrichte schattingen van de aantallen moslims. Onrustzaaiers drijven dat aantal soms op tot 8 miljoen, om op die manier de brave burger schrik aan te jagen.’
Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat bemoeienissen heeft met de in Frankrijk voorkomende godsdiensten, gaat uit van een aantal tussen 4 en 5 miljoen – een ‘weinig wetenschappelijke vork’ volgens de krant. Die vertrouwt meer op de cijfers van het Franse wetenschappelijke Institut Montaigne, ‘dat in 2016 het aantal Fransen van vijftien jaar en ouder van het islamitische geloof schatte op 1,7 miljoen’.
‘Wat vaststaat’, aldus de krant, ‘is dat op historische koloniale gronden het grootste deel van de moslims in Frankrijk afkomstig is uit de Maghreb [Algerije, Marokko en Tunesië], gevolgd door de Sahellanden en landen bezuiden de Sahara.’
DRIE POLEMIEKEN IN 2018
1. Maryan Pugetoux Een gesluierde vakbondsvoorzitter
De voorzitter van de studentenvakbond Unef van de Universiteit Paris-IV ‘heeft nooit een militante rol geambieerd’, schrijft The Washington Post. ‘Maar we zijn in Frankrijk, en Maryam Pougetoux is gesluierd op de nationale televisie verschenen.’ Het gevolg is dat de jonge vrouw sinds 12 mei jongstleden het middelpunt is van een polemiek over haar hidjab en een stortvloed aan politieke reacties heeft ontketend. ‘Volgens haar critici heeft Maryam Pougetoux zich schuldig gemaakt aan een misdrijf, namelijk schending van het nationale laïcité-credo’, schrijft de Amerikaanse krant, onder de kop: ‘Voor sommige Franse hoogwaardigheidsbekleders is de sluier zo’n bedreiging dat ze niet schromen een jonge vrouw hard aan te pakken’.
2. Tariq Ramadan Een islamoloog in conflict met justitie
De Zwitserse islamprediker is afgelopen februari verhoord en in hechtenis genomen op verdenking van drie verkrachtingen. Zijn gevangenneming is hard aangekomen bij de Franse mosliminsituties, meldde destijds de Zwitserse krant Le Temps, die een woordvoerder van de moslimgemeenschap citeerde: ‘Dit is rampzalig. Ik zie niet in hoe Tariq Ramadan, hoe het uiteindelijke vonnis ook zal luiden, ooit weer het symbool van de islamitische trots en vernieuwing kan worden dat hij pretendeerde te zijn tijdens zijn openbare optredens.’
3. Mennel Ibtissem Een afwijkende stem
De zangeres Mennel, deelneemster aan de Franse versie van de talentenjacht The Voice, heeft van verdere deelname moeten afzien na een lawine van tweets in juli 2016, waarin de Franse staat rechtstreeks verantwoordelijk werd gesteld voor de aanslagen. ‘Het begon er allemaal mee dat ze gesluierd op het televisiescherm verscheen’, schreef destijds de Libanese krant Al-Modon. ‘In het geval van Mennel bleek haar uiterlijk belangrijker dan haar stem’, constateerde de verslaggever spijtig. Een andere journalist van Al-Modon noemde de solidariteitsbetuigingen aan het adres van Mennel ‘onbegrijpelijk’. Zeggen dat de jonge vrouw het slachtoffer was van racisme is ‘pure waanzin’. Hij voegde eraan toe: ‘Er is een algemene tendens bij Arabieren om in de slachtofferrol te kruipen.’
Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk: twee modellen
Begin juni wijdde The New York Review of Books een lange beschouwing aan het verschil in behandeling van de islam in respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Voor het roemruchte Amerikaanse tijdschrift berust dat verschil op culturele en historische gronden. ‘Het Franse dirigisme en de Britse multiculturele inslag – en beider benadering van de integratie van immigranten – zijn het logische gevolg van de twee verschillende zienswijzen vanuit hun imperiale verleden (de beschavingsdrang van Frankrijk tegenover de losse teugel van de Britten). Een standpunt dat in het geval van Groot-Brittannië wordt geschraagd door het uitgangspunt van diversiteit dat voortvloeit uit de grondwet van het land.’
Deze twee benaderingen zijn onderhevig aan kritiek aan weerszijden van Het Kanaal, schrijft het NYRB. ‘Tijdens de onlusten in de voorsteden in 2005, en vervolgens na de terreuraanslagen in januari 2015, wezen nogal wat Fransen op de keerzijde en de gevolgen van de politiek van doorgedreven integratie, die Noord-Afrikaanse immigranten ertoe dwong zich aan te passen aan alle aspecten van de Franse cultuur, met name de taal en de Republikeinse seculaire ideologie’, aldus het blad. ‘De Britten daarentegen stonden aan de diverse bevolkingsgroepen toe hun eigen onderscheiden karakteristieken te behouden, terwijl zij hen trachtten te verenigen rond symbolen als het parlement en het koningshuis.’
Dat heeft terreuraanslagen op Britse bodem door islamitische daders niet kunnen voorkomen. ‘De aanslagen in Londen in 2005, met 52 dodelijke slachtoffers, hebben evenwel die optimistische benadering niet duurzaam aangetast. Daarbij moet worden opgemerkt dat het tijdsverloop van acht jaar tot de volgende jihadistische aanslag de Britten bovendien in staat stelde die gebeurtenis te beschouwen als een uitzonderlijk incident.’
Als reactie op de demografische veranderingen en uit angst voor terrorisme heeft het Verenigd Koninkrijk heel openlijk de multiculturele samenleving afgezworen’
Maar de afgelopen jaren is de Britse kijk op de zaken veranderd. ‘Als reactie op de demografische veranderingen en uit angst voor terrorisme heeft het Verenigd Koninkrijk onder David Cameron en meer recent onder Theresa May heel openlijk de multiculturele samenleving afgezworen – een ontwikkeling die eveneens kan hebben bijgedragen tot de neiging zich op zichzelf terug te trekken en met een zeer kleine meerderheid te stemmen voor Brexit.’
Sindsdien, aldus het Amerikaanse blad, ‘berust de strijd tegen het extremisme op het aanprijzen van de zogeheten “Britse” waarden, zoals de democratie, de rechtsstaat, de individuele vrijheid en de tolerantie’, terwijl Frankrijk koos voor een steeds striktere secularisering, die het land te staan komt op een op zijn minst nogal onverwachte vergelijking in de NYRB: ‘Het in stelling brengen van een zeer doctrinaire secularisering in Frankrijk doet denken aan de wanhopige maatregelen in de seculaire republiek Turkije, eer die in handen viel van de nieuwe islamisten van Recep Tayyip Erdogan.’
Kan de islam zich conformeren aan nationale waarden? Dat is de vraag die ook premier Macron stelt om het hoofd te bieden aan de gewelddadige uitwassen van een religie met zes miljoen volgelingen.
Hoe die hervorming zich verhoudt tot het Franse laïcité-model is een paradox en volgens de buitenlandse pers tegelijkertijd de kern van het probleem.
Om ervoor te zorgen dat een misdaad terreur wordt, hebben de daders zo veel mogelijk publieke belangstelling nodig. Daar komen wij journalisten in beeld, wij boodschappers van de terreur laten ons ge- en misbruiken voor propaganda van terroristen.
Moeten we dan zwijgen? Nee, zegt Bastian Berbner van Die Zeit, we moeten afstompen. De belangstelling voor de aanslagen moet afnemen.
Bewogenheid is eindig. Na de aanslag op het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo kwamen voor een protestwake bij de Brandenburger Tor bijna twintigduizend mensen bijeen, die als solidariteitsbetuiging met de slachtoffers de Marseillaise zongen en T-shirts droegen met de tekst ‘Je suis Charlie’.
Tien maanden later, toen terroristen opnieuw toesloegen in Parijs, kwamen er niet eens meer tweeduizend mensen naar de Brandenburger Tor. Wel keken er bijna tien miljoen mensen naar Brennpunkt [een soort extra journaal met achtergrondinformatie over bijzondere gebeurtenissen] op Das Erste.
Enkele maanden later voerden terroristen aanslagen uit in Brussel en vervolgens in Londen, maar naar Brennpunkt keken in beide gevallen nog maar zes miljoen mensen en naar de Brandenburger Tor kwam vrijwel niemand meer.
Nu, na Barcelona, trok Brennpunkt nog maar iets meer dan vier miljoen kijkers. Protestwaken werden niet meer gehouden.
Er zijn ook zo veel aanslagen geweest de afgelopen twee jaar. Hannover, Essen, Würzburg, Ansbach, Berlijn, Hamburg, Kopenhagen, Londen, Nice, Brussel, Sint-Petersburg, Stockholm, Manchester, Londen, verscheidene keren Parijs, verscheidene keren Istanboel en dat zijn ze nog niet eens allemaal.
Ergens onderweg is ons medelijden bekoeld
We zien de beelden van de Ramblas in Barcelona, maar we kijken er inmiddels naar als naar een ongeluk op de snelweg. Een korte blik, een moment van ontzetting en daarna keren we terug naar onze emotionele comfortzone.
Vreselijk hoe we afstompen, hè?
Nee, niet vreselijk. Integendeel. Ik denk dat dat het beste is wat ons kan gebeuren.
Als het gaat om de vraag hoe de aanslagen te voorkomen zijn, dan wordt meestal gesproken over strengere wetgeving, extra politieagenten en nieuwe apparatuur voor gezichtsherkenning. Hoewel iedereen weet dat niet alle aanslagplegers zich daardoor laten tegenhouden.
Er is echter een veel effectiever middel voor terreurbestrijding. Een middel dat het terrorisme als geheel attaqueert en niet de individuele terroristen, het hart van de hydra en niet de vele koppen ervan.
Je kunt het afstomping noemen. Ik zou het positiever formuleren: gerichte desinteresse.
Dat klinkt in eerste instantie misschien cynisch, vooral voor de slachtoffers van terreuraanslagen en hun naaste verwanten. Maar je moet je realiseren hoe terrorisme functioneert – en afgelopen december in herinnering roepen.
Anis Amri reed toen met een vrachtwagen in op de kerstmarkt op de Breitscheidplatz in Berlijn. Hij verpletterde kraampjes, reed mensen omver en wist aan politie en veiligheidsdienst te ontkomen. Evengoed wisten ze precies naar wie ze moesten zoeken. Op zijn vlucht bracht Amri een groet voor een bewakingscamera. En hij was zo vriendelijk om zijn paspoort in de vrachtwagen achter te laten.
De aanslagpleger in Nice, die 86 mensen overreed, liet op zijn beurt zijn rijbewijs in de vrachtwagen liggen en in de vluchtauto van de aanslagplegers bij Charlie Hebdo vond de politie eveneens een paspoort.
Terroristen die op de vlucht zijn en in plaats van hun identificatie te bemoeilijken hun paspoort laten zien?
Natuurlijk is dat geen onachtzaamheid, geen fout die ze telkens weer begaan. De terroristen doen dat voor mensen zoals ik, voor ons journalisten. Net zoals ze videoboodschappen online zetten of beelden van de daad op Facebook plaatsen. Ze willen dat wij artikelen over hen schrijven, dat wij hun naam in zo groot mogelijke letters op de voorpagina afdrukken en een foto van hen erbij zetten. Ze willen dat het hele land over hen hoort, het liefst de hele wereld.
Symbolisch en willekeurig
Een misdaad wordt namelijk pas een terroristische daad door de publieke belangstelling. Een gewone moord en een die terreur moet zaaien lijken in wezen heel sterk op elkaar: de ene mens vermoordt een ander. Het verschil is het motief. Moorden, bijvoorbeeld uit begeerte of jaloezie, zijn gericht op heel specifieke personen, want anders hebben ze geen zin. De dader hoopt dat zijn daad zo min mogelijk mensen ter ore komt, het liefst niemand. Hoe geheimer, hoe beter.
Bij een moord die een terreuraanslag moet worden, is het precies andersom. De slachtoffers zijn symbolisch en vaak willekeurig gekozen. Het kan iedereen overkomen, feestgangers, voetbalsupporters, tieners bij een popconcert. En de daad en de dader moeten bij zo veel mogelijk mensen bekend worden. Hoe openlijker, hoe beter.
Een paar jaar terug was er een aanslag die bijna ten onder ging in het tumult rond de grote aanslagen in Brussel, Parijs en Berlijn, maar waarin zich de essentie van het terrorisme weerspiegelde. Een paar weken geleden ben ik naar de plaats van die aanslag gereden, naar Saint-Étienne-du-Rouvray, een dorp in de buurt van de Noord-Franse stad Rouen.
Ik liep het uit forse steenblokken opgetrokken kerkje in, waar over een paar minuten de mis zou beginnen. Links voorin zat een man met gebogen rug, grijs haar en een grijze jas. Ik kende hem van televisie, had op internet foto’s van hem gezien en in Franse kranten over hem gelezen.
Guy Coponet is 88 jaar oud. Na de dienst sprak ik hem aan en hij vertelde me wat er op deze plek was gebeurd.
Die dag, 26 juli 2016, was er vrijwel niemand naar de dienst gekomen: alleen Coponet, zijn vrouw en drie nonnen. Maar Coponet verheugde zich erop, want zijn beste vriend, priester Jacques Hamel, stond voorin bij het altaar. Met zijn 85 jaar was Hamel allang met pensioen, maar soms viel hij nog in.
Vlak voor het eind van de dienst vliegt de deur van de sacristie open en stormen twee in het zwart geklede mannen naar binnen. Ze hebben een mes in hun hand en schreeuwen ‘Allahoe akbar’. Een van de twee stort zich op de priester, die voordat de messteken hem treffen nog roept: ‘Ga weg, Satan!’ Vervolgens zakt Hamel ineen op het altaar en sterft.
De aanslagplegers hebben een mens om het leven gebracht, maar tot nog toe zijn daarvan slechts vijf mensen getuige geweest: het echtpaar Coponet en de drie nonnen. Om ervoor te zorgen dat een misdaad terreur wordt, moet de daad zich onderscheiden van de dertien andere moorden die er gemiddeld per dag in Europa worden gepleegd, maar waarover je nauwelijks iets hoort.
Vijf mensen moeten er miljoenen worden. Een eerste stap hebben de twee mannen in het zwart al gezet, want ze hebben de moord voorzien van symboliek: een priester, een kerk. Maar dat is niet voldoende.
De man die Hamel heeft gedood, kijkt op van het lichaam, loopt naar Guy Coponet en drukt hem een smartphone in de hand; de camerafunctie is al gestart. Hij zegt: ‘Jij gaat filmen, opa!’ Guy Coponet richt de lens op het altaar en legt vast hoe de man boven het lichaam poseert.
Een jihadist met een bebloed mes boven een dode priester op het altaar van een christelijke kerk in Europa – de islamisten kennen de kracht van deze beelden. Dat geldt ook voor Coponet. ‘Dit gaan ze op internet zetten, dacht ik, maar ik heb toch gefilmd. Wat had ik moeten doen?’
Na een paar seconden komt de aanslagpleger terug en bekijkt de kwaliteit van de beelden. Hij zegt: ‘Bijna zonder trillen, opa!’ Dan steekt hij toe. Drie keer. In de arm, in de rug, in de nek. Coponet zakt bloedend op de vloer. Hij houdt zich dood en bidt.
Dan richten de aanslagplegers zich op de vrouwen, die in shock tussen de kerkbanken staan. ‘Nu zijn wij aan de beurt, dachten we,’ herinnert zuster Huguette zich, een tengere vrouw van tachtig jaar. Maar de aanslagplegers beginnen te praten. Huguette zegt: ‘Een van hen droeg ons op: “Als jullie later op televisie komen, dan moeten jullie zeggen dat elke aanslag in Syrië wordt gevolgd door een aanslag in Frankrijk.” Toen wisten we dat we het er levend af zouden brengen.’
Terrorisme is communicatie. Aanslagplegers willen een boodschap overbrengen. Niet zozeer aan hun directe slachtoffers, de drie nonnen of Guy Coponet en zijn vrouw, niet zozeer aan de mensen op de Breitscheidplatz en de concertbezoekers in de Bataclan, als wel aan alle anderen.
In de nuchtere taal van de terrorismeonderzoekers worden de mensen voor wie deze boodschap is bedoeld de ‘geïnteresseerde derden’ genoemd. Bij veruit de meesten van ons, laten we zeggen 99 procent, neemt die interesse de vorm aan van angst, schrik en soms ook wraaklust. Als we de huilende zuster Huguette op televisie zien, als we horen hoe ze vertelt over het martelaarschap van de priester schudden we vol afgrijzen ons hoofd, houden we misschien wel geschokt een hand voor onze mond en betrappen we ons mogelijk op de gedachte: Dat moeten we die monsters betaald zetten!
Dat is het moment waarop een misdaad terreur wordt.
Misschien zullen we ons de volgende ochtend in de metro afvragen: Is die man met die baard iets van plan? Misschien gaan we een tijdje niet meer naar de kerk, omdat we bang zijn dat ons hetzelfde overkomt als Guy Coponet. Barcelona moet mooi zijn, maar is een andere reisbestemming niet veiliger? Moet je echt elk jaar naar een kerstmarkt?
De gedachte volstaat. We waren niet aanwezig bij de aanslagen, we hebben niet gezien hoe Jacques Hamel in elkaar zakte, we hebben niet gehoord hoe het hout van de kerstkraampjes op de Breitscheidplatz versplinterde. Toch heeft de angst ons bekropen. We zijn geterroriseerd.
En het is mijn schuld.
Niet alleen die van mij natuurlijk, maar van ons journalisten, van mij en al mijn collega’s die over terrorisme berichten.
De meeste mensen vernemen het nieuws van een aanslag via een pushbericht op hun smartphone, via de Tagesschau, van een stem uit de autoradio of door een blik in de krant. Maar ook wanneer politici zich erover uitlaten, wanneer bijvoorbeeld Angela Merkel een aanslag ‘ten scherpste veroordeelt’ of de minister van Buitenlandse Zaken zijn medeleven betuigt, zijn het journalisten die deze stemmen met hun camera’s en microfoons de huiskamer in brengen.
Boodschappers van de terreur
Het is pijnlijk om toe te geven, maar wij journalisten zijn de boodschappers van de terreur, via ons worden vijf bang gemaakte mensen miljoenen bang gemaakte, woedende, om wraak schreeuwende mensen, verspreid over de hele wereld. De Tagesschau berichtte over Hamel, net als CNN. Natuurlijk kan ik nu het beroemde zinnetje ‘Don’t shoot the messenger’ aanhalen, wat zo veel betekent als: de boodschapper heeft geen schuld aan de boodschap die hij overbrengt. Alleen in dit geval klopt dat niet.
De hele handelwijze van de terroristen is gericht op verspreiding via de media. Ze willen ons journalisten ertoe bewegen zo veel, zo lang en zo sensationeel mogelijk te berichten. Daarom kiezen ze symbolische doelwitten. Daarom dwingen ze Guy Coponet om te filmen. Daarom laten ze de vrouwen leven. Wat is er schokkender dan huilende nonnen op televisie? De aanslagplegers van Rouen is één dode meer waard dan zes doden.
Al in de jaren vijftig dacht een Algerijnse revolutionair er hardop over na wat beter zou zijn: tien vijanden doden in een afgelegen oord waarvan niemand getuige is, of één in Algiers, zodat mensen in verre landen en belangrijke politici er de volgende dag van horen. Hiermee formuleerde hij het leidmotief van het huidige terrorisme.
De terroristen maken gebruik van ons journalisten. En wij laten ons gebruiken, steeds opnieuw.
Terroristisch geweld is er altijd geweest, maar pas in de moderne tijd werd het een machtig fenomeen. Volgens historica Carola Dietze uit Braunschweig verspreidde het zich in de loop van de negentiende eeuw in eerste instantie ‘waar de transport- en de communicatietechnologie bijzonder vergevorderd waren en het politiek geïnteresseerde publiek zich zeer sterk had gemanifesteerd’.
Dus: vooral in Europa.
In 1858 gooide de revolutionair Felice Orsini in Parijs een bom naar de auto van de Franse keizer Napoleon III, in de hoop daarmee een volksopstand te ontketenen.
In 1881 vermoordden anarchisten de Russische tsaar Alexander II toen hij in zijn koets door Sint-Petersburg reed.
In 1914 schoot een Servische nationalist in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger aartshertog Franz Ferdinand dood en gaf daarmee indirect de aanzet tot de Eerste Wereldoorlog.
Alle drie de daden waren politieke moorden zoals die al millennialang werden gepleegd, maar met één verschil. De aanslagen vonden niet in het geniep plaats, maar in het openbaar, midden in Europese metropolen. Er waren honderden getuigen en via de kranten en telegrafen verspreidde het vreselijke nieuws zich binnen een paar dagen over het hele continent.
Opeens hadden kleine terreurgroepen, zelfs individuen, een middel gevonden om met een geringe inspanning het wereldgebeuren te beïnvloeden. De publiciteit: het was een wapen geworden. Benut, naargelang de historische context, door fascistische, antikoloniale, nationalistische of communistische strijders.
Een grote menigte verzamelde zich voor de Franse ambassade in Berlijn n.a.v. de schietpartij op de hoofdredactie van Charlie Hebdo op 7 januari 2015.
Terroristen werden propagandisten van de daad, maar ook van het woord. Ulrike Meinhof, een van de leiders van de RAF, was journaliste. In juni 1970, nog voor de eerste terreuraanslagen van de groep, publiceerde Der Spiegel ongeredigeerde stukken uit een RAF-pamflet dat Meinhof had geschreven. Jaren later, in september 1977, zagen Duitsers die de televisie aanzetten een uitgeputte werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer, die in doodsangst voorlas uit de Stuttgarter Zeitung. De RAF had hem ontvoerd. De groep maakte het Duitse publiek tot getuige van deze schandelijke vertoning en zette daarmee de Bondsregering onder druk.
De geschiedenis van de media en die van de terreur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op elke mediatechnische doorbraak volgt een nieuwe vorm van terrorisme.
Toen er voor het eerst live verslag van de Olympische Zomerspelen werd gedaan op televisie, in 1972 in München, vielen Palestijnen het Israëlische team aan. De beelden gingen de hele wereld over, niemand praatte meer over sport, iedereen had het over het Midden-Oosten.
Toen halverwege de jaren negentig televisiezender Al-Jazeera was opgericht, stuurde Osama bin Laden zijn koeriers met boodschappen naar de redactie van het station. En zoals Der Spiegel Meinhofs woorden had afgedrukt, zo verspreidde Al-Jazeera het gedachtegoed van Bin Laden.
Maar op een gegeven moment verminderde de belangstelling van de zender voor de lange teksten, waarop Bin Laden van strategie veranderde. Hij liet zijn strijders spectaculaire aanslagen uitvoeren, bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania, een aanval op een Amerikaans oorlogsschip en uiteindelijk, in september 2001, de succesvolste terreuraanslag uit de geschiedenis, die zo perfect was geënsceneerd dat geen redactie ter wereld een keus had. Nog vrijwel dagelijks worden de beelden wel ergens op televisie vertoond en met elke keer dat iemand de vliegtuigen de torens in ziet vliegen, doen de islamisten hun voordeel.
De vorm van terrorisme die de islamisten bedrijven is de tot nog toe totalitairste. De RAF viel vertegenwoordigers van de politieke en economische elite aan, Bin Laden richtte zijn pijlen op iedereen die zich niet kon vinden in zijn radicale interpretatie van de islam. Niemand mocht zich veilig voelen, iedereen moest bang zijn.
De propagandisten van IS maken opnames vanuit verschillende standpunten, monteren de beelden op een Hollywood-achtige manier, voorzien ze van dramatische muziek en zetten ze online
Dan vindt er een beslissende ontwikkeling plaats. Meer dan honderd jaar lang hadden de terroristen de journalistieke filters moeten trotseren om het publiek te bereiken. Ze waren aangewezen op de berichtgeving in kranten en op de radio. Met de uitbreiding van internet komt daar verandering in.
De eerste terreurgroep die dat systematisch benut, is de Iraakse tak van Al-Qaida. Wanneer hun leider, Abu Musab al-Zarqawi, in mei 2004 de Amerikaanse zakenman Nicholas Berg onthoofdt, wordt de video daarvan binnen 24 uur een half miljoen keer gedownload. De terroristen hebben een rechtstreekse manier gevonden om de schokkendste beelden in de hoofden van mensen over de hele wereld te prenten.
Niet veel later komen er camera’s op de markt die niet groter zijn dan een luciferdoosje.
Aanvankelijk filmen beoefenaars van extreme sporten daarmee hun spectaculaire skiafdalingen of skateboardsprongen, maar dan bevestigt de kruimelcrimineel Mohammed Merah in maart 2012 zo’n camera op zijn borst in de Zuid-Franse stad Toulouse. Hij filmt hoe hij in een joodse school een rabbi en drie kinderen doodschiet. Wanneer een speciale eenheid twee dagen later zijn woning omsingelt, is hij nog op zijn laptop bezig om de beelden te monteren.
Even na middernacht weet Merah op een op andere manier het politiekordon te doorbreken. Hij zou kunnen vluchten, maar in plaats daarvan loopt hij naar de brievenbus om de USB-stick met de 24 minuten durende film naar het Parijse kantoor van Al-Jazeera te sturen. Daarna gaat hij terug naar zijn woning. Korte tijd later wordt hij doodgeschoten.
Tegenwoordig stelt de zogenaamde Islamitische Staat zich niet meer tevreden met het simpelweg filmen van zijn opmars, aanvallen en executies. De propagandisten van IS maken opnames vanuit verschillende standpunten, monteren de beelden op een Hollywood-achtige manier, voorzien ze van dramatische muziek en zetten ze online.
En wij journalisten verspreiden ze verder. De collega’s van de televisieredacties kunnen immers niet even voor een reportage naar het kalifaat rijden. Ze gebruiken dus de films die IS zelf maakt, weliswaar met klein in een hoekje geschreven ‘propagandavideo’, maar dat verandert niets aan het feit dat we beelden zien die IS van zichzelf schetst. Beelden van onthoofdingen, weliswaar geblurd, maar de fantasie vult de gaten op. Video’s van strijders die glimlachend in de camera kijken en vertellen hoe fijn ze het vinden om ongelovigen met botte sabels de keel door te snijden.
Zo is IS in ons hoofd de belichaming van het kwaad geworden. Na de aanslag in Barcelona kopte The Times ‘Evil strikes again’. Het kwaad slaat weer toe. Niet een paar gesjeesde figuren, nee, het kwaad als zodanig, niet minder dan dat! Vreugdekreten bij de terroristen. Doel bereikt. Iedereen is bang.
De effecten van dit soort berichtgeving zijn uitstekend gedocumenteerd. In een Israëlisch onderzoek ontdekten wetenschappers dat mensen die gruwelijke details van aanslagen op televisie zien symptomen van een posttraumatische stressstoornis ontwikkelen.
Bij een ander wetenschappelijk onderzoek, eveneens uitgevoerd in Israël, deelde een psychologe meer dan tweehonderd mensen in twee groepen in. De ene groep liet ze nieuwsreportages over terrorisme zien, de andere overig politiek nieuws. De leden van de eerste groep vertoonden veel meer tekenen van angst.
Uit enquêtes blijkt dat de Amerikanen tegenwoordig banger zijn voor terreur dan voor hittegolven en auto-ongelukken, hoewel die twee laatste verantwoordelijk zijn voor een veelvoud van sterfgevallen.
Maar wat heeft IS eraan dat mensen in Europa of Amerika bang zijn?
Bang gemaakte maatschappijen gedragen zich als een in een hoek gedreven hond, die panisch om zich heen bijt. Dat geldt treurig genoeg in het bijzonder voor democratieën, want daar slaat de angst van de mensen algauw om in eisen aan de politiek. Om niet zwak over te komen moet die iets doen, en vaak is dat te veel.
Het beste voorbeeld is 11 september. In de eerste oktoberdagen van 2001 eiste volgens een enquête 92 procent van de Amerikanen een militaire reactie op de terreuraanslag. Wat volgde waren de oorlogen in Afghanistan en Irak. Een paar terroristen hadden de VS geprovoceerd, en als reactie werden complete landen aangevallen waarbij honderdduizenden mensen de dood vonden, grotendeels onschuldige slachtoffers van wie de families Amerika voortaan als vijand beschouwden. Hierna volgden Guantanamo, Abu Ghraib, het verraad aan de mensenrechten.
Veel gemakkelijker hadden de VS het de ronselaars van de terreur niet kunnen maken, want die kregen een hele reeks valide argumenten aangereikt.
Terroristen laven zich aan de escalatie. Ze provoceren, steken toe, vallen aan, tot ze een reactie krijgen. De RAF wilde met haar aanslagen de Duitse staat dwingen zijn vermeende nazigezicht te tonen. De islamisten willen de hele westerse wereld tot een grote slag bewegen. Ook de terroristen die nog nooit in Syrië of in Irak zijn geweest en in de kinderkamer of een achterafmoskee zijn geradicaliseerd, zien zichzelf als dappere soldaten in een heroïsche oorlog.
Die oorlog bestaat niet. De strijd tegen het terrorisme is in werkelijkheid een confrontatie met enkele radicale misdadigers. Als we het militaire vocabulaire overnemen, zoals de toenmalige Franse president François Hollande die het na de aanslagen in Parijs over een ‘oorlogsdaad’ had, of zoals de Frankfurter Allgemeine Zeitung die na Barcelona opnieuw repte van een ‘oorlog tegen het westen’, dan doen we hun een groot plezier. We verheffen hen tot iets wat ze niet zijn.
De vijf stappen van het terrorisme zijn dus: één, er wordt een aanslag gepleegd, twee, er wordt veel over bericht, drie, de berichtgeving leidt tot angst die op zijn beurt, vier, tot een overdreven reactie leidt en uiteindelijk, vijf, tot nieuw terrorisme.
Als journalist zou je kunnen tegenwerpen dat op stap twee, berichtgeving, niet per se stap drie, angst, hoeft te volgen. Dat het erop aankomt hoe we berichten. Ook ik heb dit argument vaak gebruikt in discussies, maar als ik eerlijk ben beschouw ik het inmiddels als een goed klinkende uitvlucht. Het stelt ons geweten gerust, maar in werkelijkheid klopt het niet. Hoe moet ik over terreuraanslagen berichten zonder angst te zaaien?
Schrijf ik over de dader – zoals de redactie van Bild die dezer dagen foto en naam van de vermoedelijke aanslagpleger in Barcelona publiceerde –, dan plaats ik hem op een voetstuk en maak ik de 99 procent bang (‘Stel dat er nog meer zijn zoals hij’).
Bericht ik over de slachtoffers – zoals dezer dagen RTL-verslaggevers die het verhaal vertelden van de zevenjarige Julian uit Australië die in Barcelona omkwam –, dan voed ik eveneens de angst (‘Stel dat het mijn kind zou zijn’) en bovendien het verlangen naar wraak.
Zelfs met een artikel als dit speel ik terroristen uiteindelijk in de kaart, want alleen al de woorden “Amri”, “Breitscheidplatz” en “kerstmarkt” roepen bepaalde beelden op
Zelfs met een artikel als dit speel ik terroristen uiteindelijk in de kaart, want alleen al de woorden ‘Amri’, ‘Breitscheidplatz’ en ‘kerstmarkt’ roepen bepaalde beelden op.
Er is daarom maar één oplossing: we zouden moeten voorkomen dat dit mechanisme überhaupt op gang komt. We zouden moeten stoppen met het berichten over terreuraanslagen.
Laten we het ons heel even proberen voor te stellen: geen pushberichten meer op onze smartphone, geen bericht in de Tagesschau, geen Brennpunkt daarna, geen politici die arm in arm voor fotografen poseren en statements van medeleven afgeven, en mochten ze dat wel willen dan ontbreekt een microfoon. De Brandenburger Tor zou niet meer in de kleuren van het getroffen land worden verlicht, de aanslagplegers zouden geen reden meer hebben om zich helden te voelen; ze zouden verschrompeld zijn tot wat ze eigenlijk zijn – criminelen. En wij zouden allemaal gewoon verder leven alsof er niets was gebeurd. We zouden zonder angst de metro in blijven stappen, naar Barcelona blijven vliegen en naar de kerstmarkt blijven gaan.
Een aanslag zou dan alleen rechtstreekse gevolgen hebben voor de familie van de slachtoffers, de ooggetuigen, het medisch personeel en enkele therapeuten – net als bij een auto-ongeluk. Dat kan altijd nog om honderden mensen gaan, maar in elk geval geen miljoenen meer. Na een kettingbotsing op de A8 zet niemand de Brandenburger Tor in de schijnwerpers. De angst zou zijn beteugeld. Onze maatschappij zou gezonder zijn.
Het Werther-effect
Dit gedachtespel is aangenaam en een kwelling tegelijk, vooral voor mij als journalist, want natuurlijk druist het in tegen hoe ik mijn beroep zie. Het is mijn taak om verslag te doen. Systematisch zwijgen zou een vorm van zelfopgelegde censuur zijn, die intern meteen aanleiding zou geven tot discussies over de persvrijheid.
Wat vaak wordt vergeten is dat er een situatie is waarin wij journalisten dit soort zelfcensuur allang bedrijven – het alleen anders noemen.
In 1974 kwam een Amerikaanse socioloog tot de ontdekking dat zich in de VS altijd buitengewoon veel mensen van het leven beroofden als vlak daarvoor een artikel over zelfmoord in The New York Times was verschenen. Hij noemde het fenomeen ‘het Werther-effect’, naar de gebeurtenissen rond de beroemde achttiende-eeuwse roman van Goethe, de waarschijnlijk gevaarlijkste bestseller uit de literatuurgeschiedenis. Destijds hadden veel lezers het voorbeeld van de vertwijfelde hoofdpersoon Werther gevolgd en zich een kogel door het hoofd gejaagd.
Deze bevindingen werden in ontelbare onderzoeken bevestigd: hoe meer er over een zelfmoord wordt geschreven, hoe groter het aantal navolgers. Daarom hebben journalisten in veel landen afgesproken om maar heel beperkt over zelfmoorden te berichten.
Toen bijvoorbeeld het aantal zelfmoorden in Wenen halverwege de jaren tachtig steeg, gaf een Oostenrijks voorlichtingsbureau een brochure uit waarin stond dat journalisten zich moesten onthouden van ‘sensationele’ berichtgeving, in geen geval details van de daad of een foto moesten publiceren en bovendien het artikel van een telefoonnummer moesten voorzien waar mensen hulp konden krijgen. De Oostenrijkse journalisten hielden zich eraan, het aantal zelfmoorden daalde met een derde en bleef vervolgens laag.
Geen berichtgeving redt levens – bij het thema suïcide is dat voor ons journalisten voldoende reden om te zwijgen.
Vier weken geleden stond er een interessant artikel in het gerenommeerde Journal of Public Economics over een onderzoek van Michael Jetter, een Duitse econoom aan de University of Western Australia. Jetter heeft 61.132 aanslagen uit de periode 1970-2012 tegen het licht gehouden aan de hand van de vraag of de terroristen door berichtgeving in de media tot hun daden waren aangezet. De conclusie: steeds wanneer er in de media bijzonder veel aandacht was besteed aan een aanslag, kwam het in de daaropvolgende zeven dagen tot nieuwe aanslagen, waarbij gemiddeld drie mensen de dood vonden.
Jetter heeft daarmee het bewijs geleverd dat er ook bij terreuraanslagen een soort Werther-effect optreedt. Mediaberichtgeving brengt nieuw terrorisme voort. Anders gezegd: omdat wij verslag doen, sterven mensen. 99 procent van de geïnteresseerde derden mogen dan met angst en schrik reageren als ze op het avondjournaal de huilende non Huguette zien, maar er zijn ook mensen die in dezelfde situatie het tegenovergestelde voelen – enthousiasme. Als die mensen horen hoe de terroristen de priester doodstaken, hoe de aanslagplegers van Parijs bomvesten aandeden en zich bij het voetbalstadion opbliezen, dan zien ze dat als instructie. Die mensen zetten de televisie uit en gaan erop uit om te moorden.
Er zouden minder aanslagen en minder doden zijn als wij journalisten zwijgzamer waren.
De ochtend na de aanslag in Barcelona klikte ik door de nieuwssites op internet. Spiegel Online had de eerste zes artikelen aan de terreur gewijd, de online-edities van de Süddeutsche Zeitung en de Franfurter Allgemeine Zeitung eveneens, bij Die Zeit waren het de eerste vier, bij Bild ook, maar op de site van die laatste stonden ook nog een video en een galerij ‘De foto’s van de terreur’. Ik moest een heel stuk naar beneden scrollen alvorens iets te vinden over belastingen, de verkiezingsstrijd of de Bundesliga die die avond van start zou gaan.
Een paar uur later stak een man op het marktplein van de Finse stad Turku in op negen voorbijgangers, van wie twee overleden. Of hij werd geïnspireerd door de aanslag in Barcelona is nog onduidelijk, maar er zijn zeker tekenen die daarop wijzen.
Als terroristen mede worden aangespoord door onze reportages, waarom houden we er dan niet mee op? Waarom behandelen we zelfmoordterroristen als aanslagplegers en niet als zelfmoordenaars?
Nu zou je daar tegen in kunnen brengen dat een zelfmoordenaar alleen zichzelf doodt en een zelfmoordterrorist ook vele anderen. De aanslagpleger slaat toe in de openbare ruimte; hij valt onze maatschappij aan en de mensen hebben het recht om dat te weten. Kortom, terrorisme is te belangrijk om het te verzwijgen.
Ik heb dit altijd een valide argument gevonden, tot afgelopen zomer. Toen was ik een van de honderden journalisten die naar München reisden nadat een jongeman kort daarvoor negen mensen had doodgeschoten in het Olympia-Einkaufszentrum. Iedereen, ook ik, dacht: Daar is hij dan, de eerste grote terreuraanslag in Duitsland. De stad was in paniek, voor ons journalisten was het duidelijk dat dit onderwerp ons dagen en waarschijnlijk weken zou gaan bezighouden. Veel redacties stuurden de dag daarna nog versterking.
Maar toen gebeurde er iets bijzonders. Het bleek dat de moorden geen terreuraanslag waren, maar een ‘klassiek’ geweldsincident – en meteen was alles anders: de mensen haalden opgelucht adem. Voor ons journalisten was het onderwerp opeens kleiner, de redacties reserveerden minder ruimte en veel collega’s vertrokken.
En dat terwijl het aantal slachtoffers niet naar beneden was bijgesteld en het verdriet van de nabestaanden er niet minder op was geworden. Nog altijd was onduidelijk of er medeplichtigen of ingewijden waren, veel vragen waren nog onbeantwoord. Maar op een of andere manier was de druk van de ketel.
We vinden terroristen veel gevaarlijker dan eenlingen die in het wilde weg om zich heen schieten, maar het risico om bij zo’n laatste geweldsincident om te komen is veel groter.
In onze waarneming hebben we van iets relatief ongevaarlijks iets gevaarlijks gemaakt. Dat is een enorm succes voor de terroristen. Met hun propaganda hebben ze deze verkeerde voorstelling stevig in ons verankerd. Maar als het belang dat we toedichten aan een aanslagpleger geconstrueerd is, dan moeten we het ook kunnen deconstrueren, zodat we met dezelfde gemoedstoestand op de volgende terreuraanslag reageren als na het opgelucht ademhalen in München.
Als we dat afgelopen juli al hadden gedaan, dan hadden we misschien moorden kunnen voorkomen. Het onderzoek van Michael Jetter naar het terroristische Werther-effect was destijds nog niet gepubliceerd. Maar toen ik het later las, moest ik terugdenken aan de zomer van afgelopen jaar, want de schietpartij in München was immers niet de eerste gewelddaad.
Eerst viel een islamist mensen met een bijl aan in een regionale trein in Würzburg. Een golf van publiciteit.
Vier dagen later München. Elk medium berichtte erover.
Twee dagen later blies een aanslagpleger in Ansbach zich op.
Het lijkt alsof het Werther-effect moeiteloos over ideologische kloven heen springt. Wie tot geweld neigt, imiteert een recent voorbeeld: een schutter dat van een islamist en een islamist dat van een schutter.
Als we na de volgende aanslag van de terreurbeelden naar voetbal zappen, dan moeten we dat niet met een slecht geweten doen. Maar met een goed gevoel
Natuurlijk maak ik me geen illusies. Een mediablackout voor terreur zal ons niet lukken. Het zou ook niet voldoende zijn als bijvoorbeeld Die Zeit de berichtgeving zou staken. Ook Der Spiegel,Der Stern, de Süddeutsche Zeitung,Bild, kortom alle Duitse media zouden moeten meedoen. En zelfs dat zou niet volstaan, want veel Duitsers stellen zich op de hoogte via de BBC, The New York Times of de Neue Zürcher Zeitung.
En dan zijn er natuurlijk nog de sociale media, die aan de andere kant van het journalistieke filter opereren. Je kunt immers niet voorkomen dat iemand ‘Je suis Charlie’ twittert en dat iedereen dat kopieert. Of dat een ooggetuige een wiebelige video van dode mensen post, zoals na Barcelona.
Je zou bloed zien of een aanslagpleger ‘Allahoe akbar’ horen roepen – ik moet er niet aan denken welk feest de leugenachtige media zouden vieren als er dan geen artikel over in de krant stond. De media zouden worden uitgemaakt voor een kartel dat informatie achterhoudt, en nog terecht ook.
De terroristen weten dat wij niet anders kunnen – en daar maken ze gebruik van.
Er is daarom maar één manier om de berichtgeving te reduceren, om eerst de journalisten en vervolgens de terroristen tot zwijgen te brengen: de belangstelling voor de aanslagen moet afnemen. We moeten afstompen.
Daarom is elke aanval die ons koud laat, elke aanslag die we snel weer vergeten, elke dag waarop de Brandenburger Tor niet uit solidariteit in een vlag van licht is gehuld een stap in de goede richting. Als we na de volgende aanslag van de terreurbeelden naar voetbal zappen, dan moeten we dat niet met een slecht geweten doen. Maar met een goed gevoel.
Bastian Berbner won in 2015 de Duitse Reporter Award voor zijn buitengewoon goede interviews. Hij studeerde Arabisch en schrijft als freelancer voor onder meer Die Zeit. Ook maakt hij films.
De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.
De Indonesiër Umar Patek zit twintig jaar uit voor zijn aandeel in de terreuraanslagen op Bali in 2002. In een exclusief interview betuigt hij spijt voor zijn daad, en waarschuwt hij voor de invloed van IS.
Umar Patek stapt uit Cel nummer 1 van Blok F en begroet ons met een brede glimlach. We zijn in de gevangenis van Porong op Oost-Java. Umar Patek, ook bekend onder een aantal schuilnamen, herken je onmiddellijk aan zijn rode haar. De Indonesiër zit sinds 2011 een gevangenisstraf uit van twintig jaar voor zijn betrokkenheid bij de aanslagen op Bali [waarbij op 12 oktober 2002 tweehonderdtwee doden vielen]. Hij werd toen al gezocht door de Filipijnse politie vanwege zijn banden met de terreurgroep Abu Sayyaf en de Verenigde Staten hadden een beloning uitgeloofd van één miljoen dollar voor zijn gevangenneming.
Op 25 januari 2011 hield de Pakistaanse veiligheidsdienst hem aan in de stad Abbottabad, niet ver van de verblijfplaats van Osama bin Laden. Vervolgens werd hij op 11 augustus 2011 uitgewezen naar Indonesië. Nu staat hij, in verband met de bevrijding op 1 mei 2016 van tien door Abu Sayyaf gegijzelde Indonesische burgers, weer even in de belangstelling.
Bent u benaderd om met Abu Sayyaf te gaan praten over de vrijlating van de door de groep gegijzelde Indonesiërs?
‘Nee, dat is me niet gevraagd, ik heb het zelf aangeboden. Ik ken en begrijp heel goed de leden van deze groep, waar ik ooit deel van uitmaakte. Ik wilde proberen hen ervan te overtuigen de gijzelaars vrij te laten. Ik wilde graag helpen, omdat ik mij zorgen maakte over het lot van mijn Indonesische broeders. Mijn bedoelingen waren zuiver; ik stelde geen enkele voorwaarde.’
Is uw raad opgevolgd?
‘Ik geloof het wel, want de vrijlating gebeurde in Parang [in de zelfstandige islamitische regio Mindanao]. Ik had aangeraden om met de derde vrouw van MNLF-chef Nur Misuari te onderhandelen [het MNLF (Moro National Liberation Front) vecht voor meer autonomie voor de Morominderheid]. De leider van de Abu Sayyaf-factie die de gijzeling uitvoerde, al-Habsi Misaya, komt uit dezelfde buurt in Parang als zij.’
Hoe opereert deze factie?
‘Toen ik ooit meedeed aan een militair trainingskamp op de Filipijnen, heb ik kunnen zien dat deze groep gijzelaars niet wreed behandelt. Ze vragen alleen losgeld, maar mishandelen de gijzelaars niet, behalve wanneer zij proberen te vluchten. Ze zijn uitgegroeid tot meesters in de kunst van het op volle zee gevangennemen van mensen.’
Waarom bent u destijds vertrokken naar de Filipijnen?
‘Om de Moro te helpen hun vaderland te heroveren, dat door de Filipijnen was bezet. Het probleem op de Filipijnen lijkt veel op dat in Palestina. Ik wilde me altijd al aansluiten bij de jihad in Palestina. In 1992, een jaar nadat ik was teruggekomen uit Afghanistan, vertrok ik naar de Filipijnen. Met mijn jihad belijd ik trouw aan de Indonesische grondwet van 1948. In de preambule daarvan staat dat koloniale praktijken overal ter wereld moeten worden geëlimineerd. Dat is de fundamentele reden van mijn jihad.’
Ik vond dat zulke zelfmoordaanslagen uiteindelijk een vorm van lafheid waren
Is uw kijk hierop na vijf jaar gevangenisstraf veranderd?
‘Nee, mijn overtuigingen zijn niet veranderd. Ik ben ertoe gekomen na een lang proces van nadenken, dankzij veel lezen en ook door mijn buitenlandse ervaringen met de praktijk van de jihad. Ik sta nog steeds achter alles wat ik gedaan heb, met uitzondering van de eerste aanslagen op Bali. Ik heb er spijt van dat ik aan die aanslagen heb deelgenomen, omdat er ook veel hindoeïstische, boeddhistische en zelfs moslimslachtoffers bij zijn omgekomen. Wie zal er in het hiernamaals voor al die doden verantwoordelijk worden gesteld? Hier in de gevangenis denk ik veel na over die uiteindelijke verantwoordelijkheid.’
U zegt dat u niet achter de aanslagen op Bali van 2002 staat, maar waarom deed u er dan aan mee?
‘Die aanslagen zouden worden gepleegd, of ik er nou aan deelnam of niet. Ik heb mijn medestrijders uitgelegd wat mijn bezwaren waren. Ik vond dat zulke zelfmoordaanslagen uiteindelijk een vorm van lafheid waren. Het motief was zogenaamd om de slachtingen van moslims in Palestina te wreken. Ik antwoordde dat blanken in dat geval geen goed doelwit waren. [Het merendeel van de slachtoffers waren westerse toeristen, vooral Australiërs.] Ik zei dat deze blanken geen Israëliërs waren en niets te maken hadden met het uitmoorden van moslims in Palestina.’
Werd naar die bezwaren niet geluisterd?
‘Nee, ze zetten hun plan door. Ik moest wel meedoen, omdat ik in die tijd Mukhlas en Dulmatin [de twee breinen achter de aanslagen op Bali] respecteerde. Zij waren ouderen naar wie ik luisterde.’
Hoe denkt u over IS?
‘Mijn jihad is heel anders dan die van hen. Het zou heel slecht zijn als IS in Indonesië actief werd, want ze hebben een levensgevaarlijke ideologie. In deze gevangenis zitten drie mannen met banden met IS en zij hebben geen enkel contact [met anderen die wegens terrorisme gevangenzitten]. Zij beschouwen ons als ongelovigen. Ze willen zelfs niet meedoen aan het gezamenlijk gebed: ze bidden na ons. Ze weigeren elke vorm van discussie omdat ze ervan overtuigd zijn dat alleen zij gelijk hebben. Bovendien zijn ze erg onbeleefd, zelfs tegen gevangenen die ouder zijn dan zij.’
U noemt de ideologie van IS gevaarlijk. Waarom?
‘IS-strijders zijn kharidjieten [een groep die zich buiten de gemeenschap van gelovigen plaatst, zich beroepend op de moslims die in 657 weigerden partij te kiezen tijdens de eerste grote onderlinge oorlog binnen de islam]. Zij beschouwen mensen die het niet met hen eens zijn als ongelovigen, van wie het bloed mag worden vergoten. Ze willen iedereen hun overtuigingen opleggen. Voor mij betekent de jihad het voeren van oorlog in landen waar islamieten worden onderdrukt door koloniale machten, zoals in Palestina of in Afghanistan. Maar niet in Indonesië, want Indonesische moslims hebben altijd en overal het recht om hun religie belijden. Daarom zeg ik: als je mee wilt doen aan de jihad, doe dat dan niet in Indonesië, want hier is niets om voor te strijden.’
Denkt u dat het programma van het Nationaal Bureau voor Terrorismebestrijding [BNPT] tegen radicalisering werkt?
‘Dat programma heeft weinig effect. Ze komen niet vaker dan eens in de drie of vier maanden op bezoek en de leden van het BNPT kennen ons niet persoonlijk. Ik ben veel meer tot inzicht gekomen door discussies met mensen die voor iets anders dan terrorisme gevangenzitten. Dankzij hen heb ik begrepen dat er veel manieren van leven bestaan en dat ik de waarheid niet in pacht heb.’
Auteurs: Tika Primandari en Nur Hadi
Vertaler: Valentijn van Dijk
Opgericht in 1971 met de bedoeling het publiek een nieuwe vorm van informatie te bieden, waarin de vrijheid van meningsuiting op iedere pagina wordt gerespecteerd.
Mokhtar Belmokhtar, het vermoedelijke brein achter de recente aanslagen in Bamako en Ouagadougou, blijft in alle opzichten ongrijpbaar.
Mokhtar Belmokhtar werd in 1972 in het noorden van Algerije geboren en zou nu dus 43 [of 44] jaar zijn. Zoals meestal wanneer het gaat om wereldwijd gezochte terroristen, spreken ook de bronnen over Belmokhtar elkaar tegen. De afgelopen jaren is er al een aantal keren melding gemaakt van zijn dood, zowel door de Algerijnse regering als door westerse informatiebronnen.
In zijn jeugd ontwikkelt Belmokhtar een fascinatie voor wapens en de dood, waarna hij zich aansluit bij de islamisten in Afghanistan die tegen de Sovjets vechten. Hij strijdt aan de zijde van Bin Laden en zweert hem trouw. (Een van zijn zoons zou hij later trouwens Osama noemen.) In deze zelfde tijd zou hij bij een ongelukje met explosieven een oog zijn kwijtgeraakt [vandaar zijn bijnaam ‘Eenoog’]. Niet altijd even handig, die doodsaanbidders…
Vervolgens keert Belmokhtar in de jaren negentig terug naar Algerije om aan de zijde van de plaatselijke islamisten tegen de regering te vechten. Vanwege zijn terroristische activiteiten wordt hij door de Algerijnse justitie tweemaal ter dood veroordeeld. Nadat hij begin deze eeuw trouw zweert aan Al-Qaida, stapt hij in 2012 na een conflict met een lokale leider uit AQIM [Al-Qaida in de Islamitische Maghreb], waarvan hij op dat moment zelf een van de voormannen is. Momenteel is hij de leider van de terroristische organisatie Al-Mourabitoun, een filiaal van Al-Qaida in West-Afrika. En volgens een communiqué op satellietzender Al-Jazeera zou hij de aanval op het Radisson Blu-hotel in Bamako op 20 november jl. hebben uitgevoerd in samenwerking met AQIM.
Achthonderd gijzelaars
De laatste jaren heeft Belmokhtar twee grote aanvallen op touw gezet in Noord-Afrika en de Sahel: die op een gascomplex in [het Algerijnse] In Amenas in januari 2013, en de dubbele zelfmoordaanslag in een uraniummijn in Niger, een paar maanden later. Bij de aanval op het gascomplex in 2013 werden meer dan achthonderd mensen gegijzeld. De operatie was een antwoord op de Franse militaire interventie tegen de islamistische groepen in Mali. De aanval kostte het leven aan 39 gijzelaars, maar ook aan 29 strijders van Belmokhtar.
Belmokhtar ziet meer in af en toe een grote aanslag dan in het regelmatig plegen van kleine aanslagen
Volgens Paul Melly, analist bij het Afrika- programma van de Britse denktank Chatham House, heeft Belmokhtar altijd meer gezien in af en toe een grote aanslag met veel impact dan in het regelmatig plegen van kleine aanslagen. Zijn terroristische beweging is gekant tegen IS. De aanval op het Radisson Blu-hotel in Bamako [evenals de aanslagen van 15 januari jl. op het Splendid-hotel en café Cappuccino in Ouagadoudou, Burkina Faso, waarbij dertig doden vielen] zou trouwens ook onderdeel kunnen zijn van een soort gruwelijkheidscompetitie met IS. Dat Belmokhtar tegen IS is, valt te verklaren uit politieke en ideologische meningsverschillen. Hij heeft namelijk kritiek op de aanvallen die IS uitvoert op moslims in Syrië en keurt het af dat de terroristische organisatie verdeeldheid zaait onder de moedjahedien in het Midden-Oosten. Daarnaast is Al-Mourabitoun verwikkeld in een concurrentiestrijd met Boko Haram. Het noemt zichzelf overigens graag Al-Qaida in West-Afrika, als tegenhanger van de naam Islamitische Staat in West-Afrika, waarmee de gekken van Boko Haram zich graag tooien.
In deze Champions League van gruwelijkheid verwacht je dat de scheidsrechter voor het einde van de wedstrijd fluit. Maar dan moet er wel een reglementaire speeltijd zijn…
Algérie-Focus Algerije | www.algerie-focus.com
Onafhankelijk en geëngageerd, brengt sinds 2008 Algerijns nieuws en achtergronden met als motto ‘De plicht om te weten’.
Een woedende reactie op een Syrisch oppositieblog.
Onder de daders van de aanslagen in Parijs waren Arabische moslims, aanhangers van het kalifaat, die in Frankrijk wonen, het land waarvan zij de nationaliteit hebben verworven. Door oorlog te voeren uit naam van IS menen zij de wereld tot de islam te kunnen bekeren. Wanneer begrijpen ze nu eens dat de islam in de versie van het kalifaat zich tegen de moslims zelf zal keren en de islam zal vernietigen? Wanneer zullen ze de godsdienst nu eens terzijde schuiven om een seculiere politieke strijd te voeren, zoals de rest van de wereld dat doet? Oorlog dient ertoe om de vrijheid, de soevereiniteit van een land te verdedigen en zijn fundamentele belangen, niet om de onwetendheid en de haat te doen zegevieren in de naam van de godsdienst. Alleen het gezamenlijk bestaan naast andere beschavingen in de wereld kan de islam uitzicht bieden op vooruitgang, op een verbetering van het bestaansniveau en op een culturele renaissance. Dat de moslims op hun eigen grondgebied kunnen leven, is dankzij de westerse uitvindingen. De auto’s die moslims gebruiken zijn gemaakt door ‘ongelovigen’, evenals het vliegtuig waarmee ze comfortabel op pelgrimstocht naar Mekka gaan. Zelfs de luidsprekers die zij daar tijdens het gebed gebruiken zijn ‘ongelovige producten’. Ze verbieden niet-moslims om Mekka binnen te gaan, maar het zijn de mobiele telefoons uit die ‘ongelovige landen’ die in hun plaats Mekka overstromen.
Ze lijken zich er niet van bewust te zijn dat hun landen in woestijnen dreigen te veranderen, terwijl hun geboortecijfers op hol zijn geslagen
De ergste oorlogen die op dit moment in de wereld woeden zijn die waarin moslims tegenover moslims staan – in Libië, Egypte, Somalië, Libanon, Syrië en in een aantal landen in Afrika. Maar ze lijken zich er niet van bewust te zijn dat hun landen in woestijnen dreigen te veranderen, terwijl hun geboortecijfers op hol zijn geslagen. Om zich te verzoenen met het moderne leven en de uitdaging van de ontwikkeling aan te kunnen gaan, dienen de moslims de hele geschiedenis te herzien. De olie van de Arabische landen zou geen stuiver waard zijn geweest als het Westen niet de industriële revolutie had ontketend. En als het Westen eenmaal de bronnen voor alternatieve energie heeft ontwikkeld, zullen de Arabieren zich geen raad meer weten. Een revolutie binnen de islam moet ons in staat stellen ons te verzoenen met het leven. Leven in vrede met andere volken, strijden tegen onderontwikkeling met dezelfde snelheid als het virus van het extremisme. Laten we ophouden met die religieuze instanties die God aanroepen om de onwetendheid te prediken. Laten de moslims eindelijk eens gaan geloven in burger-schap en in politieke strijd.
Auteur: Habib Saleh
Vertaler: Peter Bergsma
Habib Saleh is blogger. In Syrië werd hij drie keer gearresteerd en veroordeeld tot gevangenisstraf, nog altijd verkondigt hij zijn onverbloemde mening op diverse platforms, waaronder syria4all en elaph, een pan-Arabische nieuwssite die in Syrië wordt gecensureerd. Zijn arrestaties werden aangevochten door mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, die op hun site ook zijn tijdelijke vermissing in 2008 meldden.
All4Syria Syrië, all4syria.info
Voor een vrij en verbonden vaderland, tegen sektarisme, discriminatie en alle vormen van monopolie van mening.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.