Tag: Azië

  • Azië als economisch middelpunt

    Azië als economisch middelpunt

    Azië gaat 2026 in als het zwaartepunt van de wereldeconomie en als toneel van stille maar diepgaande systeemveranderingen. China probeert zich te presenteren als stabiele handels- en ontwikkelingspartner tegenover een grillig Amerika, terwijl landen als India, Bangladesh, Japan en Vietnam hun binnenlandse spelregels herschrijven. Ondertussen wordt met eilanden als Tuvalu letterlijk en juridisch getest wat er van een staat overblijft als het land verdwijnt.

    China: betrouwbare handelspartner?

    Aan het eind van 2026 ontvangt Xi Jinping de leiders van zo’n drie vijfde van de wereldeconomie op de APEC-top in China. Dat wordt niet slechts een diplomatiek feestje; Beijing wil expliciet laten zien dat het, in tegenstelling tot Trumps Amerika, de betrouwbare economische partner is in een wereld van handelsoorlogen en ad-hoctarieven.

    De contouren daarvan zijn in 2025 al zichtbaar. China wist de ASEAN-landen, die klagen over Chinese dumpprijzen, toch te verleiden tot een geüpdatet vrijhandelsakkoord dat het juist moeilijker maakt om Chinese import af te weren. Er liggen plannen voor nieuwe handelsakkoorden met Golfstaten en Zuid-Korea, en zelfs voor een mogelijke hernieuwde toetreding tot het Trans-Pacific Partnership – het handelsblok dat Obama ooit ontwierp om China te omzeilen en dat Trump vervolgens direct weer opzegde.

    De APEC-top wordt het podium waarop China zijn model tegenover dat van Trumps Amerika zet: AI als hulpmiddel voor het Globale Zuiden in plaats van een race, voorzichtig klimaatbeleid dat naast dat van klimaatontkenner Trump ineens verantwoord oogt. Tegelijk blijft het risico bestaan dat Washington elk land dat te dicht naar Beijing opschuift alsnog via vage ‘transshipment’-tarieven treft. ‘Betrouwbaar’ is in 2026 een relatief begrip.

    Bangladesh: een kleine revolutie

    In Bangladesh moet 2026 het jaar van de democratische wedergeboorte worden. Na de studentenprotesten die in 2024 het autoritaire bewind van Sheikh Hasina ten val brachten, kreeg Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus de leiding over een interim-regering. De euforie was groot: eindelijk een breuk met vijftien jaar machtsconcentratie en uitholling van instituties.

    Maar het tussenjaar 2025 is vooral een politiek vacuüm. Hervormingsplannen komen traag, juridische basis en uitvoering blijven vaag. Bovendien dreigt het oude patroon van wraakpolitiek terug te keren: het verbod op de partij Awami Moslim Liga en arrestaties van haar aanhangers doen denken aan precies de vergeldingslogica waar Bangladesh van af wilde.

    Als er begin 2026 daadwerkelijk vrije verkiezingen komen, is dat op zichzelf al een kleine revolutie: de stembusgang van 2024 was een farce. Maar wie er ook wint – de bekritiseerde maar kansrijke BNP of islamistische partijen – er liggen enorme dossiers klaar: een textielsector die door Amerikaanse tarieven onder druk staat, jeugdwerkloosheid en de vraag hoe dicht Dhaka naar China durft te kruipen zonder aan de strategische relatie met India te tornen.

    India: tellen is macht herverdelen

    Waar Bangladesh hoopt überhaupt weer verkiezingen te kunnen houden, gebruikt India 2026 om de spelregels zelf te herschrijven via iets ogenschijnlijk neutraals als een census.

    Voor het eerst in zestien jaar worden alle inwoners weer geteld. De operatie – 3,5 miljoen tellers, van de Himalaya tot de regenwouden – moet niet alleen laten zien hoeveel Indiërs er precies zijn, maar vooral wie waar woont, tot welke kaste men behoort en hoe de machtsbalans verschoven is. De uitkomst vormt de basis voor drie gevoelige herschikkingen. Ten eerste: vrouwenquota. Een grondwetswijziging voorziet erin dat een derde van de zetels in het parlement en de deelstaatassemblees na de nieuwe census naar vrouwen gaat. Formeel is dat een sprong vooruit; informeel bestaat de vrees dat mannelijke machthebbers simpelweg echtgenotes en dochters naar voren schuiven.

    Ten tweede: kastegegevens. Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid wordt systematisch gevraagd naar kaste, in een politiek die al decennia draait op kastecoalities en positieve discriminatie India bereidt zich voor op 1,45 miljard mensen, Tuvalu ziet het land letterlijk onderlopen zonder actuele cijfers. Wie talrijker blijkt dan gedacht, zal meer van de koek opeisen; wie krimpt, verliest invloed.

    DOS Tuvalu compressed edited
    Het smalste punt van het eiland Funafuti, Tuvalu. – © Getty Images

    Ten derde: herindeling van kiesdistricten. De demografisch succesvolle, relatief welvarende zuidelijke staten zullen onvermijdelijk zetels afstaan aan het armere, bevolkingsrijkere noorden. Dat versterkt vermoedelijk de greep van Modi’s BJP, die in het noorden domineert, maar is democratisch moeilijk aanvechtbaar: een land waarin de ene stem twee keer zo veel weegt als de andere houdt zichzelf voor de gek.

    Parallel werkt India aan een heel andere vorm van herverdeling: die van digitale macht. AI-toepassingen worden gebouwd bovenop bestaande publieke infrastructuur – Aadhaar, UPI – en gevoed met open datasetprojecten in 22 talen. Het ideaalbeeld: AI als publieke nutsvoorziening, gecontroleerd door instituten die burgers al vertrouwen, in plaats van ondoorzichtige zwarte dozen van Big Tech.

    Tuvalu komt aan wal

    Terwijl India zich voorbereidt op het tellen van 1,45 miljard mensen, telt Tuvalu vooral de jaren tot zijn eiland letterlijk onderloopt. In 2026 zullen de eerste officieel erkende ‘klimaatvluchtelingen’ in Australië arriveren: tot 280 Tuvaluanen per jaar mogen zich er permanent vestigen onder het Falepili-verdrag.

    Op papier gaat het om migratie; in de praktijk is het een juridisch experiment in staatsrecht. Tuvalu heeft met Australië en een groep andere landen afgesproken dat het, zelfs als zijn landoppervlak verdwijnt, zijn status als staat en zijn exclusieve economische zone behoudt. De VN-jurisprudentie schuift langzaam dezelfde kant op: soevereiniteit wordt losgekoppeld van fysieke grond.

    Voor Australië is het verdrag ook een middel om China buiten de veiligheidsarchitectuur van de Pacifische eilanden te houden; Tuvalu moet Canberra eerst raadplegen voordat het andere veiligheidsdeals sluit. En voor Tuvalu zelf dreigt een braindrain: een staat van elfduizend inwoners kan geen honderden ambtenaren missen zonder uitgehold te raken. Zo groeit klimaatadaptatie uit tot een strijdpunt dat mensenrechten, territoriale claims en geopolitieke invloed in de Stille Oceaan onder druk zet.

    In transitie: Japan en Vietnam

    In Japan wordt in 2026 voor het eerst in 77 jaar het familierecht herzien: gezamenlijke voogdij na echtscheiding wordt eindelijk mogelijk. Dat moet de armoede onder alleenstaande moeders terugdringen en vaders dwingen meer financiële en emotionele verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijk vrezen vrouwenorganisaties dat de maatregel slachtoffers van huiselijk geweld juist aan hun ex-partner geketend zal houden.

    Intussen schuurt het land langs andere grenzen van traditie en gelijkheid. De eerste vrouwelijke premier is verkozen, maar ze is sociaal conservatief en verzet zich tegen iets ogenschijnlijk eenvoudigs als het recht op verschillende achternamen binnen een huwelijk. Rechtbanken verklaren het verbod op het homohuwelijk ongrondwettig; gemeenten erkennen in de praktijk al duizenden partnerschappen.

    Energie & klimaat 2026: waarom het afbouwen van olie en gas centraal komt te staan

    Wereldwijd groeit het besef dat klimaatdoelen niet haalbaar zijn zonder een scherpe reductie van olie en gas – niet alleen door schonere energiesystemen te creëren, maar ook door daadwerkelijk minder fossiele brandstoffen te winnen.
    Uit angst voor economische verstoring schuiven veel landen die conclusie voor zich uit, maar de terughoudendheid begint scheuren te vertonen.
    Ten eerste verandert de geopolitieke context. De combinatie van extreem weer, nieuwe analyses van het IPCC en toenemende druk van verzekeraars en financiële markten maakt fossiele investeringen risicovoller. Grote fondsen beginnen zich terug te trekken uit olieprojecten met een lange terugverdientijd, terwijl alternatieven – zonne- en windenergie, maar ook opslag en elektrolyse – sneller rendabel worden dan verwacht.
    Ten tweede kantelt de publieke opinie. In Europa en Latijns-Amerika groeit een jongere generatie kiezers op voor wie klimaatbeleid gelijkstaat aan bestaanszekerheid: betaalbare energie, minder luchtvervuiling, minder afhankelijkheid van geopolitiek instabiele leveranciers. Dit zet regeringen onder druk om niet alleen emissies te reduceren maar daadwerkelijk productieplafonds te bespreken. Ten derde verandert het energieland- schap technologisch. De wereldwijde doorbraak van goedkope batterijen, warmtepompen en elektrische industriële processen maakt de klassieke rol van gas als ‘overgangsbrandstof’ steeds dubieuzer.
    Zo ontstaat in 2026 voor het eerst een serieuze internationale discussie waarin het afbouwen van olie en gas zelf – niet alleen mitigatie of compensatie – het hoofdthema wordt. Olieproducenten winnen de slag van de dag, maar verliezen langzaam maar zeker de strijd van het decennium.

    Vietnam kiest een andere route: geen debat, maar doorrammen. Onder partijleider Tô Lâm wordt de private sector officieel tot ‘belangrijkste motor’ van de economie verklaard. Ministeries verdwijnen, provincies worden samengevoegd, tienduizenden ambtenaren kunnen vertrekken. Investeringen in infrastructuur schieten omhoog; de ambitie is een soort turboversie van het oude exportmodel, nu met R&D, financiële hubs en snellere vergunningverlening.

    Maar ook hier is de geopolitiek uiteraard niet te negeren. De VS zijn de grootste afzetmarkt voor Vietnamese export, en zij scherpen de regels tegen ‘doorvoer’ van Chinese goederen juist aan. Als Washington in 2026 echt probeert Chinese componenten uit mondiale ketens te wringen, kan Vietnam ineens klem komen te zitten tussen zijn economische afhankelijkheid van China en zijn strategische flirt met Amerika.

  • De Aziatische lente

    De Aziatische lente

    Sinds 2022 vindt er in Zuidoost-Azië een reeks opstanden plaats onder jongeren die radicale veranderingen opeisen, met één gemeenschappelijke noemer: ze zijn de corruptie en de privileges van politici zat.

    Sri Lanka, Bangladesh, Nepal: sinds 2022 wordt Azië geteisterd door een ‘politieke tsunami’. Het oproer op 8 en 9 september in Kathmandu van generatie Z (de online generatie geboren tussen 1997 en 2012) is de laatste ontwikkeling in een reeks opstanden geleid door jongeren op zoek naar verandering. Het ziet ernaar uit dat deze golf ook Indonesië en de Filipijnen zal bereiken.

    In drie jaar tijd zijn drie regeringen ten val gebracht door straatprotesten waarbij de ontwikkelingen in een stroomversnelling lijken te zitten. In 2022 kostte het de jonge Sri Lankanen vijf maanden om de Rajapaksa-familie, die het land al tientallen jaren regeerde, uit het zadel te wippen. Vervolgens kostte het de Bengalen in 2024 slechts zes weken om premier Sheikh Hasina, die toen zesenzeventig jaar oud was en al meer dan vijftien jaar aan de macht was, tot aftreden te dwingen en in september 2025 had de Nepalese generatie Z slechts twee dagen nodig om een einde te maken aan het bewind van de drieënzeventigjarige communist Khadga Prasad Sharma Oli.

    Pakistan en Myanmar hadden, respectievelijk in mei 2023 en begin 2021, aan deze ‘Aziatische lente’ kunnen deelnemen als in beide gevallen het overmachtige leger de woede-uitbarsting van de jongeren niet met harde hand had onderdrukt.

    In veel buurlanden leiden dezelfde kwalen tot dezelfde ergernis; er is een enorme kloof tussen de oude regering en de jonge bevolking en er is systematische corruptie onder de elites, regerende families of dynastieën hebben vaak een machtsmonopolie, er heerst ongelijkheid en er is een schrijnend gebrek aan economische kansen. Regeringen zijn als rotte appels uit de boom gevallen.

    De Aragalaya

    Toen Sri Lanka in 2022 de weg vrijmaakte voor een vreedzame revolutie stond het eiland met 22 miljoen inwoners, de zogenoemde parel van de Indische Oceaan, op het punt van faillissement door de coronacrisis en door schulden als gevolg van riskante investeringen van de broers Gotabaya en Mahinda Rajapaksa. Maandenlang ging Sri Lanka gebukt onder allerlei gebreken: stroomstoringen die tot dertien uur konden duren, urenlange wachtrijen voor benzinestations en tekorten aan medicijnen en andere basisbehoeften. Het einde leek nabij; de haat tegen de familie Rajapaksa, die verantwoordelijk werd gehouden voor het landelijke faillissement, oversteeg alle lagen van de samenleving.

    In april 2022 begon de Aragalaya (‘de strijd’) zich langs de kust te verspreiden, tot aan een uitkijkplaats vol luxueuze hotels niet ver van het presidentiële paleis. Op 13 juli vluchtte de president met de staart tussen de benen naar de Malediven. De Sri Lankanen hebben laten zien dat ook autoritaire regimes ten val kunnen worden gebracht door een volksopstand en daarmee hebben ze geschiedenis geschreven.

    Een beeld dat deze jeugdige vloedgolf in het collectief geheugen zal vereeuwigen, is dat van honderden jonge Sri Lankanen die het paleis in Colombo bestormen, het bed en het ondergoed van de president uitproberen en een duik nemen in zijn zwembad.

    Ze lieten het zich goed smaken in de keukens, namen meubilair mee in hun riksja’s en gingen er met eenden en konijnen vandoor

    Twee jaar later, op 5 augustus 2024, was er een beladen moment in Dhaka, in de ambtswoning van de Bengaalse premier Sheikh Hasina. Nadat ze hadden vernomen dat hun leider naar India was gevlucht, bestormden de euforische Bengalen het pand. Ze lieten het zich goed smaken in de keukens, namen meubilair mee in hun riksja’s en gingen er met eenden en konijnen vandoor.

    Hasina, de ‘Iron Lady’ die ooit de democratische hoop van het land belichaamde, had zich aan de macht vastgeklampt door middel van vervalste verkiezingen en een systematische jacht op tegenstanders en critici. Niets leek het regime te kunnen deren, totdat de invoering van quota voor overheidsfuncties de vlam in de pan deed slaan. De quota werden gezien als een manier om leden van de regeringspartij te bevoordelen. In een land met meer dan 170 miljoen inwoners, van wie de helft jonger is dan 26, kampt de jeugd met massale werkloosheid.

    Er ontstond een protestbeweging aan de universiteit van Dhaka en die verspreidde zich al snel naar particuliere instellingen. De uiterst gewelddadige onderdrukking van de demonstraties – volgens schattingen van de VN vielen er ongeveer 1400 doden – transformeerde het studentenprotest in een massabeweging die het vertrek van Sheikh Hasina eiste.

    #NepoBaby

    Een jaar later kwam in Nepal generatie Z op haar beurt in opstand tegen de leiders. Het voormalige koninkrijk, sinds 2008 een republiek, was het toneel van een bliksemrevolutie zonder aangewezen leiders. De beweging ver- spreidde zich via sociale media, waar jongeren onder de hashtag #NepoBaby de levensstijl van de zonen en dochters van politieke leiders aan de kaak stel- den als symbool van de corruptie en ongelijkheid die het land teisteren.

    In een poging deze kritiek de kop in te drukken, besloot de communistische regering van premier K.P. Oli op 4 sep- tember zesentwintig digitale platforms te blokkeren. Daarmee staken ze de lont in het kruitvat. Bij gebrek aan Facebook en WhatsApp organiseerden de jongeren zich via de app Discord. Op 8 september werd in Kathmandu een grote demonstratie tegen corruptie gehouden.

    De vreedzame mars ontaardde in extreem geweld toen de politie het vuur opende op de menigte. De studenten kregen bijval van radicalere groepen, en op 9 september veranderde de Nepalese hoofdstad in een vuurzee. Alle machtscentra – de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht – gingen in vlammen op. De opstand was ‘van een ongekende omvang en snelheid, en staat gelijk aan een totale afwijzing van de gevestigde orde na jaren van wanbestuur en uitbuiting van staatsmiddelen’, merkt Ashish Pradhan van de denktank International Crisis Group op.

    De golf van protest heeft inmiddels Zuidoost-Azië bereikt – Indonesië, de Filipijnen, Oost-Timor – en heeft overal dezelfde voedingsbodem: de jongeren zijn de corruptie en de privileges van politici meer dan zat. In de Indonesische archipel, met 284 miljoen inwoners, was de beslissing van parlementsleden op 25 augustus om zichzelf een maandelijkse huisvestingstoelage van 50 miljoen roepia (circa 2800 euro) toe te kennen de druppel die de emmer deed overlopen. Dit bedrag, bijna tien keer het minimumloon in de hoofdstad, ontketende een storm van studentenprotesten. De studenten eisen een reeks hervormingen om de politiek te zuiveren.

    Familieclans

    Op de Filipijnen dreef de extravagante levensstijl van familieleden van politici en directeuren van bouwbedrijven duizenden mensen de straat op. De betrokkenen worden verdacht van een massaal schandaal rond de verduistering van overheidsgeld dat bedoeld was voor de bescherming tegen overstromingen. Ook hier knaagt hetzelfde kwaad aan de democratie: familieclans die de macht op zowel nationaal als lokaal niveau onderling verdelen. Deze erfenis van de Spaanse en later Amerikaanse kolonisten bleef ondanks de revolutie van 1986 intact. ‘De elite heeft nooit geprobeerd om echte, moderne politieke partijen op te richten. Zelfs na de val van de dictatuur werd de familie Marcos zelf uiteindelijk opgenomen in het systeem van politieke dynastieën dat zich succesvol in stand houdt,’ aldus politicoloog Richard Heydarian. Hij verwijst naar de verkiezing in 2022 van Ferdinand ‘Bongbong’ Marcos, de zoon van dictator Ferdinand Marcos. Het feit dat de protesten in Azië gelijktijdig plaatsvinden, roept vragen op over de onderlinge beïnvloeding. Vergelijkbare methoden, leuzen en gemeenschappelijke eisen suggereren dat de bewegingen elkaar hebben geïnspireerd. De piratenvlag met een strohoedje op de schedel uit de Japanse manga One Piece lijkt het vaandel van generatie Z te zijn geworden. De held van de manga, een tiener, staat symbool voor moed, solidariteit en de strijd tegen corrupte leiders. De vlag wapperde in Indonesië, daarna in Nepal en ten slotte op de Filipijnen. Sindsdien is hij ook veelvuldig opgedoken bij demonstraties in Frankrijk.

    De uitkomst van deze ‘Aziatische Lentes’ blijft onzeker. Het voorbeeld van de zogeheten Arabische Lente uit de jaren 2010 maant tot voorzichtigheid. Die protestgolf begon in Tunesië na de zelfverbranding van een jonge straatverkoper, wanhopig door armoede en vernederingen door de politie, en verspreidde zich naar Egypte, Libië, Bahrein, Jemen en Syrië. Deze opstanden van de jeugd, net als in Azië aangejaagd door sociale media, mondden al snel uit in opstanden tegen tirannieke regimes. Uiteindelijk hadden ze alleen maar nog autoritairdere regeringen als resultaat.

    NOEM HET GEEN ‘GEN Z-PROTESTEN’

    Hoewel veel media de huidige protesten framen als een leeftijdstrend, schrijft Will Shoki van Africa is a Country, worden daarmee middel en boodschap verward. Wat werkelijk zichtbaar wordt, is de terugkeer van de jeugd als politiek subject, als het geweten van een wereldsysteem in verval. Deze golf, aldus Shoki, staat in het verlengde van de cyclus die begon met de Arabische Lente en #FeesMustFall: massamobilisaties die de grenzen van de neoliberale democratie blootlegden, maar zelden structuren veranderden. De energie is terug, gehard door slechtere economische vooruitzichten en ontdaan van hervormingsillusies. Jongeren ervaren de nadelen het eerst: hoge jeugdwerkloosheid (Marokko), emigratie en geldeconomieën die echte transformatie uitstellen (Nepal), en overal privatisering en bezuinigingen die hun toekomst uithollen. Dat sommige groepen het mediabegrip ironisch omarmen, is tactiek, geen identiteit; de benaming depolitiseert en demografiseert tegelijk en maakt van een structurele systeemcrisis een leeftijdsstemming, verbergt de materiële oorzaken en laat de protesten makkelijk wegzetten als een voorbijgaande trend, terwijl in werkelijkheid nationale elites een vastgelopen mondiaal regime bemiddelen.
    ‘De uitgestelde revolutie keert terug om leven, waardigheid en betekenis te ondersteunen buiten de markt en in het belang van de mens in plaats van de macht of winst.’

    Ondanks de overeenkomsten – de centrale rol van de jeugd, de focus op werkloosheid, corruptie en politiegeweld en het domino-effect waardoor mensen hun angst overwonnen – is de context van de ‘Aziatische Lentes’ wezenlijk anders. De demonstraties vonden plaats in democratische, zij het onvolmaakte en autoritaire, regimes. Vooralsnog hebben ze geleid tot vreedzame transities waarbij jongeren de drijvende kracht achter de verandering zijn.

    Wat zal er terechtkomen van generatie Z’s diepe verlangen naar vernieuwing? In Sri Lanka is de grote omwenteling uitgebleven, maar de economie herstelt zich en het land zit weer in de lift. Voormalig marxist en prominent figuur in de Aragalaya-beweging Anura Kumara Dissanayake, die in 2024 tot president werd gekozen, moest zich schikken naar de voorwaarden die het Internationaal Monetair Fonds stelde in ruil voor leningen.

    In Bangladesh, dat sinds augustus 2024 tijdelijk wordt geleid door Nobelprijswinnaar voor de Vrede Muhammad Yunus, hebben politieke partijen en studenten moeite om het eens te worden over de noodzakelijke hervormingen. Het geweld is in het afgelopen jaar sterk toegenomen. Begin 2026 komen er verkiezingen aan, met het risico dat de traditionele politieke elite de macht herovert.

    In Nepal heeft Sushila Karki, voormalig opperrechter en een boegbeeld in de strijd tegen corruptie, de leiding over het land tot de verkiezingen in maart 2026. Ook hier zal de oude elite elke kans grijpen om weer aan de macht te komen. De geschiedenis moet nog geschreven worden; Azië kent immers talloze opstanden die op niets uitliepen.

  • De Aziatische lente: generatie Z daagt de gevestigde orde uit

    De Aziatische lente: generatie Z daagt de gevestigde orde uit

    Sinds 2022 vindt er in Zuidoost-Azië een reeks opstanden plaats onder jongeren die radicale veranderingen opeisen, met één gemeenschappelijke noemer: ze zijn de corruptie en de privileges van politici zat.

    Sri Lanka, Bangladesh, Nepal: sinds 2022 wordt Azië geteisterd door een ‘politieke tsunami’. Het oproer op 8 en 9 september in Kathmandu van generatie Z (de online generatie geboren tussen 1997 en 2012) is de laatste ontwikkeling in een reeks opstanden geleid door jongeren op zoek naar verandering. Deze golf dreigt nu ook Indonesië en de Filipijnen te bereiken. 

    In drie jaar tijd zijn drie regeringen ten val gebracht door straatprotesten waarbij de ontwikkelingen in een stroomversnelling lijken te zitten. In 2022 kostte het de jonge Sri Lankanen vijf maanden om de Rajapaksa-familie, die het land al tientallen jaren regeerde, uit het zadel te wippen. Vervolgens kostte het de Bengalen in 2024 slechts zes weken om premier Sheikh Hasina, die toen 76 jaar oud was en al meer dan vijftien jaar aan de macht was, tot aftreden te dwingen en in september 2025 had de Nepalese generatie Z slechts twee dagen nodig om een einde te maken aan het bewind van de 73-jarige communist Khadga Prasad Sharma Oli.

    Regeringen zijn als rotte appels uit de boom gevallen

    Pakistan en Myanmar hadden, respectievelijk in mei 2023 en begin 2021, aan deze ‘Aziatische lente’ kunnen deelnemen als in beide gevallen het overmachtige leger de woede-uitbarsting van de jongeren niet met harde hand had onderdrukt.

    In veel buurlanden leiden dezelfde kwalen tot dezelfde ergernis; er is een enorme kloof tussen de oude regering en de jonge bevolking en er is systematische corruptie onder de elites, regerende families of dynastieën hebben vaak een machtsmonopolie, er heerst ongelijkheid en er is een schrijnend gebrek aan economische kansen. Regeringen zijn als rotte appels uit de boom gevallen. 

    Toen Sri Lanka in 2022 de weg vrijmaakte voor een vreedzame revolutie stond het eiland met 22 miljoen inwoners, de zogenoemde parel van de Indische Oceaan, op het punt van faillissement door de coronacrisis en door schulden als gevolg van riskante investeringen van de broers Gotabaya en Mahinda Rajapaksa. Maandenlang ging Sri Lanka gebukt onder allerlei gebreken: stroomstoringen die tot dertien uur konden duren, urenlange wachtrijen voor benzinestations en tekorten aan medicijnen en andere basisbehoeften. Het einde leek nabij; de haat tegen de familie Rajapaksa, die verantwoordelijk werd gehouden voor het landelijke faillissement, oversteeg alle lagen van de samenleving.

    De strijd

    In april 2022 begon de Aragalaya (‘de strijd’) zich langs de kust te verspreiden, tot aan een uitkijkplaats vol luxueuze hotels niet ver van het presidentiële paleis. Op 13 juli vluchtte de president met de staart tussen de benen naar de Malediven. De Sri Lankanen hebben laten zien dat ook autoritaire regimes ten val kunnen worden gebracht door een volksopstand en daarmee hebben ze geschiedenis geschreven.

    Een beeld dat deze jeugdige vloedgolf in het collectief geheugen zal vereeuwigen, is dat van honderden jonge Sri Lankanen die het paleis in Colombo bestormen, het bed en het ondergoed van de president uitproberen en een duik nemen in zijn zwembad. 

    Twee jaar later, op 5 augustus 2024, was er een beladen moment in Dhaka, in de ambtswoning van de Bengaalse premier Sheikh Hasina. Nadat ze hadden vernomen dat hun leider naar India was gevlucht, bestormden de euforische Bengalen het pand. Ze lieten het zich goed smaken in de keukens, namen meubilair mee in hun riksja’s en gingen er met eenden en konijnen vandoor. 

    De uiterst gewelddadige onderdrukking van de demonstraties transformeerde het studentenprotest in een massabeweging

    Hasina, de ‘Iron Lady’ die ooit de democratische hoop van het land belichaamde, had zich aan de macht vastgeklampt door middel van vervalste verkiezingen en een systematische jacht op tegenstanders en critici. Niets leek het regime te kunnen deren, totdat de invoering van quota voor overheidsfuncties de vlam in de pan deed slaan. De quota werden gezien als een manier om leden van de regeringspartij te bevoordelen. In een land met meer dan 170 miljoen inwoners, van wie de helft jonger is dan 26, kampt de jeugd met massale werkloosheid.

    Er ontstond een protestbeweging aan de universiteit van Dhaka en die verspreidde zich al snel naar particuliere instellingen. De uiterst gewelddadige onderdrukking van de demonstraties – volgens schattingen van de VN vielen er ongeveer 1400 doden – transformeerde het studentenprotest in een massabeweging die het vertrek van Sheikh Hasina eiste.

    Een jaar later kwam in Nepal generatie Z op haar beurt in opstand tegen de leiders. Het voormalige koninkrijk, sinds 2008 een republiek, was het toneel van een bliksemrevolutie zonder aangewezen leiders. De beweging verspreidde zich via sociale media, waar jongeren onder de hashtag #NepoBaby de levensstijl van de zonen en dochters van politieke leiders aan de kaak stelden als symbool van de corruptie en ongelijkheid die het land teisteren.

    De lont in het kruitvat

    In een poging deze kritiek de kop in te drukken, besloot de communistische regering van premier K.P. Oli op 4 september zesentwintig digitale platforms te blokkeren. Daarmee staken ze de lont in het kruitvat. Bij gebrek aan Facebook en WhatsApp organiseerden de jongeren zich via de app Discord. Op 8 september werd in Kathmandu een grote demonstratie tegen corruptie gehouden.

    De vreedzame mars ontaardde in extreem geweld toen de politie het vuur opende op de menigte. De studenten kregen bijval van radicalere groepen, en op 9 september veranderde de Nepalese hoofdstad in een vuurzee. Alle machtscentra – de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht – gingen in vlammen op. De opstand was ‘van een ongekende omvang en snelheid, en staat gelijk aan een totale afwijzing van de gevestigde orde na jaren van wanbestuur en uitbuiting van staatsmiddelen’, merkt Ashish Pradhan van de denktank International Crisis Group op.

    De golf van protest heeft inmiddels Zuidoost-Azië bereikt – Indonesië, de Filipijnen, Oost-Timor – en heeft overal dezelfde voedingsbodem: de jongeren zijn de corruptie en de privileges van politici meer dan zat.

    De piratenvlag met een strohoedje op de schedel lijkt het vaandel van generatie Z te zijn geworden

    In de Indonesische archipel, met 284 miljoen inwoners, was de beslissing van parlementsleden op 25 augustus om zichzelf een maandelijkse huisvestingstoelage van 50 miljoen roepia (circa 2800 euro) toe te kennen de druppel die de emmer deed overlopen. Dit bedrag, bijna tien keer het minimumloon in de hoofdstad, ontketende een storm van studentenprotesten. De studenten eisen een reeks hervormingen om de politiek te zuiveren.

    Op de Filipijnen dreef de extravagante levensstijl van familieleden van politici en directeuren van bouwbedrijven duizenden mensen de straat op. De betrokkenen worden verdacht van een massaal schandaal rond de verduistering van overheidsgeld dat bedoeld was voor de bescherming tegen overstromingen. Ook hier knaagt hetzelfde kwaad aan de democratie: familieclans die de macht op zowel nationaal als lokaal niveau onderling verdelen. Deze erfenis van de Spaanse en later Amerikaanse kolonisten bleef ondanks de revolutie van 1986 intact. ‘De elite heeft nooit geprobeerd om echte, moderne politieke partijen op te richten. Zelfs na de val van de dictatuur werd de familie Marcos zelf uiteindelijk opgenomen in het systeem van politieke dynastieën dat zich succesvol in stand houdt,’ aldus politicoloog Richard Heydarian. Hij verwijst naar de verkiezing in 2022 van Ferdinand ‘Bongbong’ Marcos, de zoon van dictator Ferdinand Marcos.

    Het feit dat de protesten in Azië gelijktijdig plaatsvinden, roept vragen op over de onderlinge beïnvloeding. Vergelijkbare methoden, leuzen en gemeenschappelijke eisen suggereren dat de bewegingen elkaar hebben geïnspireerd. De piratenvlag met een strohoedje op de schedel uit de Japanse manga One Piece lijkt het vaandel van generatie Z te zijn geworden. De held van de manga, een tiener, staat symbool voor moed, solidariteit en de strijd tegen corrupte leiders. De vlag wapperde in Indonesië, daarna in Nepal en ten slotte op de Filipijnen. Sindsdien is hij ook veelvuldig opgedoken bij demonstraties in Frankrijk.

    Resultaat

    De uitkomst van deze ‘Aziatische Lentes’ blijft onzeker. Het voorbeeld van de ‘Arabische Lente’ uit de jaren 2010 maant tot voorzichtigheid. Die protestgolf begon in Tunesië na de zelfverbranding van een jonge straatverkoper, wanhopig door armoede en vernederingen door de politie, en verspreidde zich naar Egypte, Libië, Bahrein, Jemen en Syrië. Deze opstanden van de jeugd, net als in Azië aangejaagd door sociale media, mondden al snel uit in opstanden tegen tirannieke regimes. Uiteindelijk hadden ze alleen maar nog autoritairdere regeringen als resultaat.

    Ondanks de overeenkomsten – de centrale rol van de jeugd, de focus op werkloosheid, corruptie en politiegeweld en het domino-effect waardoor mensen hun angst overwonnen – is de context van de ‘Aziatische Lentes’ wezenlijk anders. De demonstraties vonden plaats in democratische, zij het onvolmaakte en autoritaire, regimes. Vooralsnog hebben ze geleid tot vreedzame transities waarbij jongeren de drijvende kracht achter de verandering zijn.

    Wat zal er terechtkomen van generatie Z’s diepe verlangen naar vernieuwing? In Sri Lanka is de grote omwenteling uitgebleven, maar de economie herstelt zich en het land zit weer in de lift. Voormalig marxist en prominent figuur in de Aragalaya-beweging Anura Kumara Dissanayake, die in 2024 tot president werd gekozen, moest zich schikken naar de voorwaarden die het Internationaal Monetair Fonds stelde in ruil voor leningen.

    De geschiedenis moet nog geschreven worden

    In Bangladesh, dat sinds augustus 2024 tijdelijk wordt geleid door Nobelprijswinnaar voor de Vrede Muhammad Yunus, hebben politieke partijen en studenten moeite om het eens te worden over de noodzakelijke hervormingen. Het geweld is in het afgelopen jaar sterk toegenomen. Begin 2026 komen er verkiezingen aan, met het risico dat de traditionele politieke elite de macht herovert.

    In Nepal heeft Sushila Karki, voormalig opperrechter en een boegbeeld in de strijd tegen corruptie, de leiding over het land tot de verkiezingen in maart 2026. Ook hier zal de oude elite elke kans grijpen om weer aan de macht te komen. De geschiedenis moet nog geschreven worden; Azië kent immers talloze opstanden die op niets uitliepen.

  • Hoe Indiase buurtsupers worden verdrongen door flitsbezorgers

    Hoe Indiase buurtsupers worden verdrongen door flitsbezorgers

    In India staan de traditionele kleine buurtsupers, die decennialang de ruggengraat vormden van de detailhandel, onder zware druk. Door flitsdiensten als Blinkit en Zepto zal meer dan 25 procent van deze winkels niet meer kunnen voortbestaan.

    Mahadev Waghi Patel runde negen jaar lang de buurtwinkel Choice Mart in een welgestelde wijk in Mumbai. Zijn klanten waren voor hun maandelijkse boodschappen afhankelijk van zijn zaak, en ook toen webwinkels als Amazon en Flipkart rond 2015 aan populariteit begonnen te winnen, bleven ze komen. Patel zorgde voor brood op de plank en hij kon zijn kinderen naar school sturen. Maar vier maanden geleden sloot Patel de deuren van zijn Choice Mart en opende hij een ijzerwinkel in een andere buurt. ‘Het is schier onmogelijk om binnen tien minuten gratis te bezorgen,’ zegt hij. ‘Het beste wat je kunt doen is de boel sluiten en in een andere vijver gaan vissen.’

    Ook sinds de komst van grote winkelketens, zo’n twintig jaar geleden, werd de Indiase detailhandel gedomineerd door kirana stores, kleine buurtsupers met dagelijkse benodigdheden; dat was niet in de laatste plaats te danken aan hun eigen inspanningen om buitenlandse ketens te weren. De kleine familiebedrijfjes vochten tegen het oprukken van Walmart. De komst van Amazon, in 2013, overleefden ze door met de webgigant samen te werken door voorraden op te slaan en als afhaalpunt te dienen. Ze sloten soortgelijke partnerschappen met lokale reuzen als Reliance Retail en webwinkel Flipkart.

    Maar flitsbedrijven als Zepto, Blinkit, Swiggy Instamart en Dunzo blijken een lastiger verhaal. Klanten van deze diensten bestellen in een opwelling de gekste dingen op de gekste tijden, zoals ondergoed of een iPhone, die binnen tien minuten bezorgd worden. Ze vinden gemak en snelheid belangrijker dan de prijs. ‘Flitsdiensten bieden het gemak van de impulsieve aankoop, met één druk op de knop heb je je bestelling in huis,’ zegt Karan Taurani, onderzoeksanalist bij Elara Capital. ‘Ze vormen een bedreiging voor meer dan een kwart van de 15 miljoen buurtsupers die India rijk is.’ Volgens AICPDF, de grootste vereniging van detailhandelaren in India, sloten zo’n tweehonderdduizend buurtwinkels in het afgelopen jaar hun deuren.

    Thuisbezorging

    Veel buurtsupers proberen hun klanten te behouden door thuisbezorging te bieden. De 59-jarige Rajesh Gupta runt al 28 jaar een kleine kruidenierszaak in New Delhi. ‘Dankzij mijn winkel konden mijn kinderen naar school,’ vertelt hij. De laatste tijd komen zijn klanten steeds minder vaak naar de winkel. Toch wist Gupta zijn klanten te behouden door gratis boodschappen te bezorgen aan wie binnen een straal van een paar honderd meter woont. ‘We rekenen niks extra’s, zelfs al kopen ze maar één fles frisdrank.’

    Maar deze strategie bood geen uitkomst voor Patel en zijn Choice Mart. ‘Voor iets wat op Zepto 25 roepie kost, reken ik 20 roepie, maar de bezorging dan duurt wel 20 à 25 minuten,’ vertelt hij. ‘En tegen die tijd heeft de klant de bestelling geannuleerd.’ Op het hoogtepunt van zijn bedrijf had Patel twaalf werknemers in dienst, onder wie een aantal bezorgers. Maar door het dichtgeslibde verkeer in Mumbai en de parkeerproblemen kon hij geen bezorging binnen tien à vijftien minuten garanderen.

    De prijs was ook een probleem. Als Patel nieuwe producten aan klanten voorstelde, zeiden ze dat ze die online veel goedkoper konden krijgen. En ze hadden gelijk. Soms kocht Patel zelf producten online in, om die vervolgens in zijn winkel te verkopen; het bleek goedkoper in aanschaf dan via de gewone leverancier.

    ‘Veel mensen denken dat ze al die tijd door winkeliers zijn opgelicht’

    Dhairyashil Patil, voorzitter van AICPDF, vertelt dat de organisatie vecht voor eerlijke concurrentie. De lage prijzen die flitsdiensten bieden ‘leiden tot verwarring bij klanten,’ zegt hij. ‘Veel mensen denken dat ze al die tijd door winkeliers zijn opgelicht. Maar de waarheid is dat flitsbedrijven zich diep in de schulden steken om een monopolie te verwerven.’

    Zepto werd in augustus vorig jaar gewaardeerd op 5 miljard dollar, Blinkit eerder dat jaar op 13 miljard. Bezorgdiensten BigBasket (van de Tata Group) en JioMart (van Reliance Retail) hebben de levertijden van twee à drie uur teruggebracht tot minder dan een half uur. Het vierjarige Zepto rapporteerde over het boekjaar 2023 een nettoverlies van 158 miljoen dollar, zo blijkt uit gegevens van marktonderzoekbureau Tracxn. Blinkit boekte in dezelfde periode een nettoverlies van 131 miljoen dollar.

    Eind vorig jaar heeft AICPDF bij het ministerie van Handel aangedrongen op de invoering van een digitale marktenwet waarmee minimumverkoopprijzen kunnen worden vastgelegd en megakortingen aan banden gelegd. Patil zegt dat de Indiase mededingingsautoriteit flitsbedrijven onderzoekt op dubieuze handelspraktijken, zoals het gebruik van darkstores, het hanteren van afbraakprijzen, het verstoren van de traditionele detailhandel en het niet vermelden van houdbaarheidsdata.

    Gelijk speelveld

    Flitsdiensten profiteren van hogere marges door rechtstreeks bij merken in te kopen en distributeurs en groothandels te omzeilen, zegt Kushal Bhatnagar, partner bij Redseer Strategy Consultants. Op die manier kunnen deze bedrijven ook nieuwe merken inslaan die in buurtwinkels nog niet verkrijgbaar zijn. Flitsdiensten bieden een breed scala aan producten, zegt Bhatnagar, ‘dat veel meer omvat dan de gebruikelijke boodschappen zoals cosmetica, woonaccessoires, geschenken en kleine elektronica.’ Blinkit, Zepto, JioMart en Flipkart onthielden zich van commentaar. 

    Volgens een rapport van Elara Capital behalen flitsbedrijven momenteel meer dan 90 procent van hun omzet in de tien à twaalf grootste steden van India. Nu zijn de middelgrote steden aan de beurt, denkt Patil. ‘Ons doel is om een gelijk speelveld te creëren voordat deze oneerlijke concurrentie andere steden treft.’ Flitsdiensten hebben hun netten al uitgegooid over kleinere steden zoals Nashik en Vijayawada.

    Cultureel gezien hebben buurtsupers nog altijd een streepje voor. Ten eerste is het er makkelijker om spullen te ruilen of geld terug te krijgen. Patel geeft als voorbeeld een verjaardagsfeestje waarvoor iemand in zijn Choice Mart honderd wegwerpbordjes koopt. Worden er maar 75 gebruikt, dan geeft hij de klant alsnog geld terug voor de 25 ongebruikte bordjes. Ter vergelijking: bij Blinkit kunnen klanten een aankoop binnen tien minuten retourneren, maar dat geldt alleen voor kleding en schoenen. 

    ‘Ze komen voor wat sigaretten of een paar eieren, iets wat online niet mogelijk is’

    Daarnaast verkopen buurtsupers ook op de pof. PP Patel, eigenaar van Rex General Store in Mumbai, vertelt dat veel van zijn klanten als hulp in de huishouding werken; ze doen boodschappen voor hun werkgever, die de rekening aan het eind van de maand betaalt. Alleen neemt de aantrekkingskracht van deze service af nu onlinewinkels klanten met een bankrekening de mogelijkheid bieden om achteraf te betalen. ‘Over vijf jaar kunnen we het wel schudden,’ zegt Patel.

    Toch zien sommige winkeliers in Delhi de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Zeven jaar geleden runden Balwant Singh en zijn moeder een van de vijf buurtwinkeltjes in hun straat in een levendige wijk in Delhi. Hun bescheiden winkel van 18 vierkante meter is een van de twee zaken die nu nog overeind staan. De lage huurprijzen in de buurt hebben hordes studenten en jonge werkenden aangetrokken, van wie er veel bij Singh in de zaak komen. In de loop der tijd heeft hij een hechte band met hen opgebouwd. ‘Ik weet hoe ze heten, waar ze werken en uit welke staat ze komen,’ vertelt hij. ‘De mensen hier doen kleine boodschappen, ze komen voor wat sigaretten of een paar eieren, iets wat online niet mogelijk is.’ Het merendeel van zijn klanten heeft geen toegang tot onlinekrediet.

    De 34-jarige Singh, afgestudeerd in bedrijfskunde, heeft het slim aangepakt. Hij heeft een groepsapp voor zijn vaste klanten gemaakt, waarin hij bestellingen opneemt en korting geeft. ‘Het helpt ook om onze verkoop in kaart te brengen en het contact met de klanten warm te houden,’ zegt hij. ‘Ik stuur ze berichten op feestdagen en feliciteer ze op hun verjaardag.’

    De 55-jarige Surinder Singh is eigenaar van een supermarktje in een wijk in New Delhi die bekendstaat om haar hoge woontorens. Hij blijft optimistisch over de toekomst van zijn zaak. Veel van zijn klanten kopen bij hem graan per gewicht, tegen een betaalbare prijs. ‘Verkijk je niet op die hoogbouw, daarachter liggen kleine buurten en sloppenwijken waar duizenden mensen wonen die voor essentiële zaken als rijst, linzen, olie, tandpasta en zeep op ons rekenen,’ zegt hij. ‘Die gebruiken al die apps niet; wij zijn hun levensader.’ 

  • Zuid-Korea zit gevangen tussen conservatisme en modernisering

    Zuid-Korea zit gevangen tussen conservatisme en modernisering

    Wereldwijd kampen rijke landen met dalende geboortecijfers, vaak onder het niveau dat nodig is om de bevolking in stand te houden. Zuid-Korea spant de kroon: van 1 kind per vrouw in 2018 naar slechts 0,7 geboortes per vrouw nu.

    Bijna alle rijke landen hebben hun geboortecijfer onder het vervangingsniveau zien zakken. Meestal komt dat neer op zo’n 1,5 kind per vrouw. In 2021 waren de cijfers voor de Verenigde Staten bijvoorbeeld 1,7, voor Frankrijk 1,8, voor Italië 1,3 en voor Canada 1,4. 

    Maar Zuid-Korea onderscheidt zich door het feit dat het land in de jaren tachtig al onder het vervangingsniveau terechtkwam en de laatste tijd zelfs nog verder is gedaald: van één kind per vrouw in 2018 tot 0,8 na de pandemie en nu, volgens voorlopige gegevens over het tweede en derde kwartaal van 2023, tot slechts 0,7 geboortes per vrouw.

    Generatiewissel

    Het is de moeite waard om na te gaan wat dat betekent. Een land met een geboortecijfer op dit niveau houdt van elke tweehonderd mensen in een bepaalde generatie nog maar zeventig mensen over in de volgende generatie. Dat is een grotere ontvolking dan die die de Zwarte Dood in de veertiende eeuw in Europa teweegbracht. Na nog een generatiewissel daalt de oorspronkelijke bevolking van tweehonderd mensen tot onder de vijfentwintig. Nog een generatiewissel verder en je komt in de buurt van de bevolkingscrash die in The Stand [in het Nederlands verschenen als De beproeving] van Stephen King wordt veroorzaakt door een fictieve supergriep.

    In vergelijking met andere columnisten ben ik misschien alarmistisch over lage geboortecijfers, maar in sommige opzichten beschouw ik mezelf juist als een optimist. Degenen die zich in de jaren zestig en zeventig zorgen maakten over overbevolking gingen er ten onrechte van uit dat de trend zonder ingrijpen eenvoudigweg zou doorzetten. Op dezelfde manier vermoed ik dat degenen die zwaar pessimistisch zijn over de neerwaartse trend van geboortecijfers – en bijvoorbeeld geloven dat de VS in de 22e eeuw gedomineerd zullen worden door de amish – het menselijk aanpassingsvermogen onderschatten: de mate waarin bevolkingsgroepen die gedijen tijdens een periode van bevolkingsafname laten zien dat een hogere vruchtbaarheid kan lonen en in de loop van de tijd bekeerlingen zullen aantrekken.

    Ouderen zullen in de steek worden gelaten, flatgebouwen zullen tot ruïnes vervallen, er zullen uitgestrekte spooksteden ontstaan

    In die geest van optimisme denk ik niet dat de Zuid-Koreaanse geboortecijfers daadwerkelijk decennialang zo laag zullen blijven, of dat de bevolking van de huidige ruwweg 51 miljoen zal dalen tot de enkele miljoenen die uit mijn gedachte-experiment naar voren komen. Maar ik geloof wel in de schattingen die voorspellen dat de bevolking tegen het einde van de jaren 2060 onder de 35 miljoen zal liggen, een daling die groot genoeg is om de Koreaanse samenleving in een crisis te storten. Nu de leeftijdspiramide zich omkeert, is het kiezen tussen het accepteren van een steile economische neergang of het verwelkomen van immigranten op een veel grotere schaal dan de aantallen die West-Europa nu al destabiliseren. Ouderen zullen onvermijdelijk in de steek worden gelaten, flatgebouwen zullen tot ruïnes vervallen, er zullen uitgestrekte spooksteden ontstaan en jonge mensen zullen emigreren omdat ze geen toekomst zien als hoeders van een bejaardengemeenschap. En op een gegeven moment zal er mogelijk een invasie komen vanuit Noord-Korea (huidige vruchtbaarheidscijfer: 1,8), als de zuiderburen moeite hebben om een capabel leger op de been te houden.

    Geval apart

    De rest van de wereld kan uit het geval van Zuid-Korea opmaken dat een geboortetekort veel sneller veel groter kan worden dan de algemene trend in rijke landen tot nu toe laat zien.

    Dat wil niet zeggen dat dat ook zal gebeuren, want Zuid-Korea lijkt op een aantal punten een geval apart. Een van de veelgenoemde oorzaken van de Koreaanse geboortedaling is bijvoorbeeld de uitzonderlijke, meedogenloze cultuur van academische concurrentie, waarbij privéonderwijs wordt gestapeld op het normale onderwijs. Dat leidt tot ongerustheid bij ouders en ellende bij studenten. Het gezinsleven wordt daardoor soms tot zo’n hel dat mensen ontmoedigd raken om zelfs maar aan een gezin te beginnen.

    Een ander probleem is de kenmerkende wisselwerking tussen het culturele conservatisme van het land en de sociale en economische modernisering. Lange tijd werd de seksuele revolutie in Zuid-Korea deels afgeremd door traditionele sociale zeden; het land kent bijvoorbeeld zeer lage cijfers voor geboortes buiten het huwelijk. Maar uiteindelijk zorgde dat voor een verstrengeling van protesten: feministische rebellie tegen conservatieve sociale verwachtingen en een antifeministische reactie daarop van mannen. Dat bracht een scherpe polarisatie tussen de seksen teweeg, waardoor de politiek van het land veranderde, terwijl het huwelijkspercentage naar een recorddiepte daalde.

    De huidige trend in Zuid-Korea is een waarschuwing voor datgene wat ook bij ons mogelijk is

    Het helpt ook niet dat het conservatisme in Zuid-Korea historisch gezien meer confucianistisch en privé is dan religieus in westerse zin; ik heb het gevoel dat een sterk geloof een betere stimulans is voor gezinsvorming dan traditionalistische gewoonten. Het land loopt ook al lange tijd voorop in de gamecultuur, waardoor vooral jonge mannen dieper in het virtuele duiken en verder af komen te staan van het andere geslacht.

    Welbeschouwd lijken deze patronen eigenlijk geen contrast te vormen met de Amerikaanse cultuur maar een overdrijving te zijn van trends die we in Amerika ook ervaren. Ook wij hebben een vermoeiende meritocratie. Ook wij hebben een groeiende ideologische scheiding tussen GenZ-mannen en -vrouwen. Ook wij seculariseren en ook bij ons ontstaat een cultureel conservatisme dat antiprogressief is maar niet per se vroom – eerder een spiritueel dan een religieus rechts. Ook wij worstelen met de verleidingen en ziektes van het virtuele leven.

    De huidige trend in Zuid-Korea is dus meer dan een onaangename verrassing. Het is een waarschuwing voor datgene wat ook bij ons mogelijk is. 

  • Oost-Timor, het jongste land in Azië

    Oost-Timor, het jongste land in Azië

    Dertig jaar geleden reisde hij de wereld af en lobbyde onvermoeibaar om onafhankelijkheid te verkrijgen voor zijn piepkleine vaderland. Nu is José Ramos-Horta 75 jaar oud en is hij president en internationaal promotor van Oost-Timor.

    Hij vroeg aan de Chinese president Xi Jinping om hulp bij de ‘landbouw-, voedselzekerheids- en armoedeproblemen’ van Oost-Timor. Hij deed dit dringende verzoek ook bij de regering van Vietnam. Hij presenteerde bij Mohammed bin Zayed, de president van de Verenigde Arabische Emiraten, zijn plan om studentenslaapzalen te bouwen. 

    Ramos-Horta staat onder grote druk om zijn natie, het jongste en een van de armste landen in Azië, op de been te houden. Oost-Timor heeft een bevolking van 1,4 miljoen mensen. Het is het oostelijke gedeelte van een eiland dat dicht bij de noordkust van Australië ligt; het andere gedeelte is van Indonesië. Het is eeuwenlang een Portugese kolonie geweest, en na een gewelddadige Indonesische bezetting is het in 2002 onafhankelijk geworden. De economie van het eiland, die ongeveer 2 miljard dollar bedraagt, is zwaar afhankelijk van de inkomsten uit olie en gas en die gaan snel achteruit. Naar schatting leeft 40 procent van de bevolking in armoede. 

    ‘Geen ander land in Zuidoost-Azië of Afrika is zoals wij begonnen vanuit de as, vanuit de totale verwoesting,’ zegt Ramos-Horta. ‘Maar,’ voegt hij eraan toe, ‘in 22 jaar hadden we moeten afrekenen met armoede en ondervoeding bij kinderen, met ondervoeding bij moeders en met extreme armoede. Daarin hebben we gefaald.’  

    De levensverwachting is ongeveer 70, terwijl die in 2002 nog maar 64 was

    Toch is Oost-Timor, ook wel bekend onder zijn Portugese naam Timor-Leste, op andere gebieden een succes. De jonge democratie is sterk, er zijn serieuze verkiezingen waarbij verschillende machtswisselingen hebben plaatsgevonden en het land heeft in Azië een van de hoogste scores op het gebied van persvrijheid. De levensverwachting is ongeveer 70, terwijl die in 2002 nog maar 64 was. De hele bevolking heeft nu toegang tot elektriciteit. 

    Hoewel er na de onafhankelijkheid sprake was van politiek geweld, waaronder een moordaanslag op Ramos-Horta tijdens zijn eerste ambtstermijn in 2008, is het land nu stabiel. 

    Volgens Parker Novak, verbonden aan de Atlantic Council, een Amerikaanse denktank, is Oost-Timor een positief voorbeeld voor landen die recent een conflict hebben doorstaan. ‘Ze hebben een vrij sterke democratie weten op te bouwen. Daar zijn ze trots op, en terecht.’ 

    De paus

    In september bracht de paus een bezoek aan Oost-Timor, waardoor het land even in de schijnwerpers stond. Ongeveer 97 procent van de bevolking zegt rooms-katholiek te zijn. Dit komt deels door het Portugese koloniale verleden, maar ook door de grote rol die de kerk speelde in Oost-Timors onafhankelijkheidsstrijd. Sommige geestelijken hebben voor de onafhankelijkheid gestreden, en bisschoppen en nonnen hebben mensen tegen de Indonesische troepen beschermd.  In de hoofdstad Dili werden de straten schoongeveegd en de muren opnieuw geverfd om de paus hartelijk te kunnen ontvangen. 

    Het was een belangrijk moment voor een van de minst bezochte plekken in Azië. Buiten het dichtbevolkte Dili voelt Oost-Timor vooralsnog als een onaangeroerd paradijs. Hoge, begroeide bergen worden door de azuurblauwe zee omringd. Op de hagelwitte stranden zijn nauwelijks mensen te zien. 

    Het bezoek van paus Franciscus haalt ook oude wonden open. In 2022 werd bisschop Carlos Ximenes Belo, een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd, beschuldigd van het seksueel misbruiken van kinderen, tientallen jaren geleden.

    Weinig Oost-Timorezen spreken zich uit over bisschop Belo, die nog steeds door velen bewonderd wordt. Ramos-Horta, die samen met bisschop Belo in 1996 de Nobelprijs voor de Vrede ontving voor hun gezamenlijke inzet voor de onafhankelijkheid, zegt dat de zaak ‘al jaren geleden door het Vaticaan is aangepakt’ en dat schadevergoedingen voor de slachtoffers al door de kerk zijn voldaan. 

    Het terrein van het presidentieel paleis van Dili is open voor het publiek, mensen kunnen er rondwandelen en in de weelderige tuin zitten. Dit is allemaal mogelijk met dank aan China.

    ‘Als China wil investeren in een ontwikkelingsland doet het dat om zakelijke redenen’

    Beijing doneerde meer dan 7 miljoen dollar voor de bouw van het paleis (de Amerikaanse dollar is hier de officiële munteenheid), dat in 2009 de deuren opende. Op ruim een kilometer afstand liggen de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Defensie, ook door de Chinezen gebouwd.  Ramos-Horta vertelt hoe hij de Chinese ambassadeur om hulp vroeg bij het installeren van een drinkwatervoorziening. 

    ‘Ik was nog niet eens naar China vertrokken of er kwamen al Chinese ingenieurs naar Oost-Timor om de irrigatie- en drinkwatersystemen te bekijken,’ vertelt hij. ‘De Chinezen leveren snel.’ 

    Door deze afhankelijkheid van China zijn er zorgen over de bedoelingen van China met Oost-Timor, en wat dat betekent voor de Verenigde Staten. De VS hebben onlangs hun militaire aanwezigheid versterkt in de Australische havenstad Darwin, een paar honderd kilometer verderop.  

    ‘Als China wil investeren in een ontwikkelingsland doet het dat om zakelijke redenen, maar er wordt zeker ook gekeken naar de strategische lange termijn,’ zegt Damien Kingsbury, emeritus hoogleraar aan de Deakin University in Australië. 

    Tijdens een rondleiding in het paleis probeert Ramos-Horta mij gerust te stellen: ‘China vormt geen bedreiging voor de wereld.’ 

    Hij zegt dat Beijing aarzelt om de hulp uit te breiden, bij het versterken van de politie bijvoorbeeld, omdat ze weten dat dit gevoelig zou liggen bij de VS en Australië. Hij voegt eraan toe dat Oost-Timor geen geld leent van China en dat het land alleen een militair veiligheidsverdrag met Australië heeft.

    Prabowo

    Ramos-Horta vertelt dat hij in juli de Indonesische president Prabowo Subianto tegen het lijf was gelopen in Singapore. Prabowo vroeg hoe het met Ramos-Horta’s broer ging, een goede vriend van hem. 

    ‘We hebben een hechte vriendschap met de Indonesiërs,’ zegt Ramos-Horta.

    Is dat dezelfde Prabowo wiens speciale eenheid honderden Oost-Timorezen heeft vermoord tijdens de Indonesische bezetting?

    Het Indonesische leger was in 1975 met toestemming van de VS Oost-Timor binnengevallen, een paar dagen nadat de Portugezen waren vertrokken. Ze hebben naar schatting 200.000 mensen gedood, waaronder vier broers en zussen van Ramos-Horta. Pas in 1999 kwam er een referendum. Indonesië heeft zich bij de uitslag van het referendum neergelegd. Uit respect hiervoor besloten Ramos-Horta en Gusmão, de premier, zich ‘niet door de geschiedenis te laten gijzelen’. 

    ‘We eren de slachtoffers. We begraven de doden, maar we kijken vooruit.’

    Ruim twintig jaar na de Indonesische bezetting zitten er nog steeds veel onafhankelijkheidsstrijders in de regering. Terwijl Gusmão zich door de jungle heen vocht, was Ramos-Horta in ballingschap en lobbyde hij bij buitenlandse leiders voor onafhankelijkheid. Hij is minister van Buitenlandse Zaken en premier geweest, en zit nu in zijn tweede presidentstermijn. 

    ‘Elke bewoner heeft wel een familielid verloren, en velen hebben marteling of verkrachting moeten doorstaan’

    ‘De bevolking staat bij hen in het krijt; ze hebben het land van een verschrikkelijke bezetting bevrijd,’ zegt Charles Scheiner, een onderzoeker bij La’o Hamutuk, een lokale belangengroep. ‘Elke bewoner heeft wel een familielid verloren, en velen hebben marteling of verkrachting moeten doorstaan.’

    Maar de onafhankelijkheid veroveren is iets anders dan een land regeren. 

    Volgens analytici investeert het land zijn olie- en gasinkomsten niet in nieuwe schoolgebouwen of in de vis- en landbouwindustrie, maar worden die besteed aan een grote bureaucratie en aan pensioenen voor degenen die bij het geweld na de onafhankelijkheid betrokken waren, om ‘vrede af te kopen’. De Wereldbank waarschuwt dat Oost-Timor in 2035 op een begrotingsravijn afstevent. 

    ‘De onderliggende gedachte achter democratie is dat het beleid er beter van wordt,’ zegt Guteriano Neves, een onafhankelijke beleidsanalist in Dili. ‘Maar dat is niet gebeurd.’ 

    Grootse plannen

    Ramos-Horta hoopt een nieuw gasveld in zee aan te leggen genaamd Greater Sunrise om wat broodnodige inkomsten te genereren. Hoewel koffie nog steeds een groot exportproduct is, heeft Ramos-Horta grootse plannen om Oost-Timor een centrum voor luchtvracht en medicijnen te maken. Hij hoopt ook toegang te krijgen tot de Association of Southeast Asian Nations om regionale handel te bevorderen. 

    Er is weinig kans op slagen. Greater Sunrise zit nog steeds in de onderhandelingsfase en kan pas over minimaal vijf jaar inkomsten genereren. Door gebrek aan commerciële vluchten is er nauwelijks toerisme en het internet is tergend langzaam. 

    In het dorp Ulmera, ongeveer 12 kilometer van Dili, weet de 75-jarige Alda Bisoi Correia nog goed waarom ze voor onafhankelijkheid heeft gestemd. Ze was doodsbang voor de pro-Indonesische milities, maar volgens haar was het ‘de laatste kans’ om voor haar land op te komen. Nu vraagt ze zich af waar het allemaal goed voor is geweest.

    ‘De onafhankelijkheid maakt voor ons nauwelijks een verschil,’ zegt ze.  

  • Afghanistan: taliban zetten een radiostation voor vrouwen op non-actief

    Afghanistan: taliban zetten een radiostation voor vrouwen op non-actief

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zweden: minstens elf doden bij schietpartij op school in Örebro

    » Griekenland: eiland Santorini getroffen door meerdere aardbevingen

    Het zou een buitenlands tv-station apparatuur hebben geleverd

    De Afghaanse autoriteiten hebben dinsdag het bekende station Radio Begum in Kaboel doorzocht en twee medewerkers gearresteerd. Het ministerie van Informatie rechtvaardigde de ontmanteling van het radiostation door op X te verklaren dat ‘het niet alleen meerdere overtredingen heeft begaan, maar ook apparatuur en programma’s heeft geleverd aan een televisiestation in het buitenland’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de nieuwswebsite KabulNow werd Radio Begum opgericht in maart 2021, enkele maanden voordat de taliban de controle over Kaboel overnamen. De medewerkers van het station zenden programma’s uit voor en door vrouwen, waaronder educatieve programma’s, boeklezingen en telefonisch advies. Afghanistan is het enige land waar meisjes en vrouwen niet naar de middelbare school of universiteit mogen.

  • Thailand erkent als eerste land in Zuidoost-Azië het homohuwelijk

    Thailand erkent als eerste land in Zuidoost-Azië het homohuwelijk

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: ministerie van Defensie stopt met het actieve gebruik van X

    » Italië: musea bieden gratis hondenoppas aan om bezoekersaantal te verhogen

    Hiervoor is bijna twintig jaar lang campagne gevoerd

    Thailand is op 23 januari dit jaar begonnen met het uitgeven van huwelijksvergunningen aan LGBTQ-paren. Daarmee is Thailand het eerste land in Zuidoost-Azië dat verbintenissen tussen mensen van hetzelfde geslacht erkent. Voor deze doorbraak hebben activisten bijna twintig jaar lang campagne moeten voeren, schrijft Nikkei Asia.

    In juni keurde de Senaat een wetsvoorstel over het homohuwelijk goed dat in maart door het Huis van Afgevaardigden was aangenomen. Het voorstel werd in september een officiële wet na publicatie in de Royal Gazette en trad eind januari in werking na een aanpassingsperiode van 120 dagen voor nationale en lokale overheden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De wet houdt in dat het burgerlijk en handelswetboek van Thailand wordt gewijzigd en dat genderspecifieke woorden zoals ‘man’ en ‘vrouw’ worden veranderd in ‘echtgenoot’ en ‘individu’. Op grond van de wet hebben nu alle echtgenoten, ongeacht hun geslacht, recht op sociale uitkeringen, overheidspensioenen en belastingvoordelen. Religies zoals het christendom en de islam krijgen een vrijstelling en hoeven daarom geen huwelijksrituelen uit te voeren voor koppels van hetzelfde geslacht.

    Dat de Thaise wet over de gelijkheid van huwelijken zo snel door het parlement is geloodst, is een gevolg van de overgang naar een burgerregering na de verkiezingen van 2023. Voormalig premier Srettha Thavisin zag het wetsvoorstel als een persoonlijke missie en vertelde in een interview in december 2023 dat het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht een kwestie van mensenrechten is. ‘Liefde hoeft zich achter niemand te verschuilen. We zullen leven zoals we willen leven. We bepalen zelf hoe we liefhebben,’ aldus Srettha.

  • Hoe deze Indiase deelstaat de overstap naar biologische landbouw voor elkaar kreeg

    Hoe deze Indiase deelstaat de overstap naar biologische landbouw voor elkaar kreeg

    Het is niet eenvoudig om voedsel op een fundamenteel andere manier te gaan verbouwen. De Indiase deelstaat Sikkim koos de langzame en pragmatische weg – en dat wierp zijn biologische vruchten af.

    In Pelling, een plaats in West-Sikkim in India met een prachtig uitzicht op de Himalaya-bergtop Kangchenjunga, laat Tsering Bhutia zijn blik dwalen over het veld achter zijn huis. ‘We verbouwen al jaren biologische zwarte kardemom,’ zegt hij. ‘Maar sinds een plaag mijn oogst heeft verwoest, denk ik erover om in plaats daarvan een bed and breakfast te beginnen…’ 

    Een paar kilometer verderop strooit Rinchen Lama zelfgekweekte wormencompost uit over haar veld. Het spul komt uit een bak met wormen die compost maken van groente-, fruit-, tuin- en keukenafval. ‘De pompoenen die ik kweek zijn de allerlekkerste,’ zegt ze. ‘Maar mijn kinderen houden ook van andere groenten, dus die haal ik op de markt.’ 

    Biodiversiteitsverlies

    Sikkim werd in 2016 officieel volledig biologisch en won in 2018 wat velen beschouwen als de Oscar voor het beste overheidsbeleid: de Future Policy Gold Award van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN. Maar uit bovenstaande verhalen blijkt dat het nog niet zo eenvoudig is om voedsel op een radicaal andere manier te gaan verbouwen. Toch is die verandering noodzakelijk: naar schatting is zo’n 52 procent van het wereldwijde landbouwareaal achteruitgegaan, soms ernstig, door monocultuur, het gebruik van chemische pesticiden en kunstmest, en het onttrekken van grondwater – en dat proces zal zich versnellen als deze praktijken niet veranderen.

    De conclusie van een rapport van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) uit 2019 luidde dat commerciële voedselproductie de afgelopen vijftig jaar wereldwijd meer biodiversiteitsverlies heeft veroorzaakt dan welke andere activiteit ook. 

    Wat biologische landbouw betreft, staat Australië bovenaan de lijst met 53 miljoen hectare en is India met 4,7 miljoen hectare op grote afstand tweede (de VS, met 2,06 miljoen hectare, staat op de negende plaats). Niet veel landen en regio’s is het gelukt om over te stappen op een honderd procent biologische voedselproductie, omdat het lastig en in het begin ook duur is. Dit is hoe Sikkim slaagde waar Sri Lanka verschrikkelijk faalde. 

    Het bleek dat meer dan 90 procent van de twee miljoen boeren in het land chemische meststoffen gebruikte

    In 2021 kondigde de president van Sri Lanka, Gotabaya Rajapaksa, van de ene op de andere dag een verbod af op het gebruik en de import van chemische meststoffen en andere bestrijdingsmiddelen. Uit een onderzoek destijds bleek dat meer dan 90 procent van de twee miljoen boeren in het land chemische meststoffen gebruikte, en 85 procent voorzag een enorme vermindering van hun oogst als ze daar plotseling mee moesten stoppen. 

    Samen met de hogere productiekosten was het verbod inderdaad rampzalig voor de voedselproductie. De overheid kon niet genoeg biologische meststoffen leveren noch voldoende bodemverbeteraars importeren om aan de behoeften van de boeren te voldoen. Daardoor daalde de productie van rijst (een belangrijk Sri Lankaans basisproduct) met de helft en die van thee, Sri Lanka’s grootste handelsgewas, met 18 procent. In 2022 dwongen voedseltekorten en een steeds nijpender valutacrisis de overheid om haar experiment met biologische landbouw stop te zetten. Volgens het Wereldvoedselprogramma leefde in 2023 nog steeds 17 procent van de bevolking van 22 miljoen in een situatie van voedselonzekerheid, wat een verbetering was ten opzichte van de 28 procent in 2022. 

    Sikkim koos de langzame weg. In 2003 besloot de staat tien jaar de tijd te nemen om over te stappen op honderd procent biologisch. De vooruitzichten waren gunstig. Sikkim is de dunst bevolkte staat van India (86 inwoners per vierkante kilometer volgens de volkstelling van 2011, vergeleken met 828 in de Noord-Indiase deelstaat Uttar Pradesh). De voornamelijk zelfvoorzienende boerderijen waren, en zijn nog steeds, dun verspreid over bergachtig terrein, waardoor levering van anorganische meststoffen duur is. Daarom was het gebruik van zelfgekweekte organische mest en wormencompost heel normaal. Sterker nog, boeren in Sikkim gebruikten in 2003 al minder stikstof- en fosfaatmeststoffen: slechts 9,9 kilo per hectare bebouwd gebied, vergeleken met 172 kilo per hectare in Punjab en 150,4 kilo per hectare in Haryana. Het hielp ook dat de lokale bevolking de waarde van biologisch voedsel al begreep. ‘Als kinderen leerden we dat basti (lokale groenten) die zonder chemische toevoegingen door kleine boeren werden verbouwd, de beste groenten waren om te eten,’ zegt Renzino Lepcha, CEO van Mevedir, een biologisch agrarisch bedrijf en certificeringsbureau in Sikkim. ‘En we aten die liever dan geïmporteerde groenten.’ 

    ‘We hebben deze aarde geleend van onze toekomstige generaties…’

    Niet geërfd, maar geleend

    Het biologische traject van de staat begon in 2004 met een actieplan waarin de toenmalige premier Pawan Chamling schreef: ‘Wij hebben deze aarde niet geërfd van onze voorvaderen, maar geleend van onze toekomstige generaties. Het is onze plicht haar te beschermen door in volledige harmonie met de natuur en het milieu te leven.’ Dit verheven idee ging gepaard met pragmatisme: op dat moment werd er in eerste instantie alleen minder subsidie op kunstmest verleend (in 2014 werd deze volledig afgeschaft).

    De regering van de staat ontwikkelde honderd modeldorpen waar biologische landbouw werd voorgedaan, en omdat de meeste mensen maar kleine stukjes land bezaten, werden boeren-producentengroepen aangemoedigd om gezamenlijk aanvragen in te dienen voor biologische certificering. De certificaten werden aanvankelijk toegewezen via certificeringsinstanties zoals Mevedir en later, vanaf 2015, via de nieuw opgerichte Sikkim State Organic Certification Agency.

    Vanaf 2010 zou een centraal agentschap, de Sikkim Organic Mission, het biologische beleid van de staat uitvoeren. ‘We volgden veel trainingsmodules en leerden over diverse aspecten van biologische landbouw: hoe je meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen van koeienmest en urine maakt, combinatieteelt, gewasrotatie, compostering, enzovoort,’ vertelt Bhutia, de boer in Pelling. ‘Het meeste was goedkoop en gemakkelijk toe te passen.’ In 2016, toen de deelstaatregering en gecontracteerde instanties meer dan 75.000 hectare land hadden gecertificeerd, werd de staat 100 procent biologisch verklaard. 

    Maar hoewel de overgang in een rustig tempo en goed gepland verliep, deden zich problemen voor.  

    Handelsgewassen

    In 2022 meldde 82 procent van de ondervraagden in een staatsbreed onderzoek van de Ashoka Trust for Research in Ecology and the Environment (ATREE), een non-profitorganisatie, dat ze hun basisvoedsel nog steeds van de markt of via het openbare distributiesysteem haalden. ‘En dat is niet per se biologisch,’ zegt Sarala Khaling, ecoloog en interdisciplinair onderzoeker bij ATREE. ‘Boeren verbouwen meer handels- dan voedselgewassen,’ zegt ze. Ze beschrijft de veranderende voedselvoorziening van de staat, die van invloed is op wat boeren kiezen om te verbouwen en niet te verbouwen. ‘Ik heb veel boerderijen gezien die verlaten waren door een gebrek aan economische levensvatbaarheid, klimaatonzekerheid, inkrimping van landbouwgrond en verlies van interesse in landbouw onder de jeugd.’ 

    Deze afnemende interesse werd nog verergerd door een daling van de landbouwproductie tussen 2017 en 2020, en het gebrek aan landbouwinfrastructuur om de sector financieel aantrekkelijk te maken. ‘In 2006 begonnen we gember en kurkuma naar Nederland en Duitsland te exporteren,’ zegt Lepcha. ‘Maar bij gebrek aan koelingsinfrastructuur waren onze exportvolumes zo klein dat ze commercieel niet rendabel waren.’ 

    Ook de politieke interesse in biologische landbouw is in Sikkim afgenomen. Bij de parlementsverkiezingen van 2019 verloor het Sikkim Democratic Front, onder leiding van de voormalige premier Pawan Chamling, van de Sikkim Krantikari Morcha. Chamling, een boer die vijf opeenvolgende termijnen premier van Sikkim was, had de overgang naar biologische landbouw in gang gezet en begeleid. De nieuwe deelstaatregering heeft andere prioriteiten, zegt Lepcha. ‘Vijf jaar geleden waren er op het Krishi Bhawan (ministerie van Landbouw) voortdurend vergaderingen, trainingssessies en seminars over biologische landbouw. Tegenwoordig zijn die er nauwelijks nog.’

    ‘Waar wij werken, kun je echt zien dat biologische landbouw de bodemkwaliteit en biodiversiteit heeft verbeterd’

    Het goede nieuws is dat onderzoeken en veldwaarnemingen aantonen dat de kwetsbare bergecologie van Sikkim vandaag de dag floreert. ‘Waar wij werken, kun je echt zien dat biologische landbouw de bodemkwaliteit en biodiversiteit heeft verbeterd,’ zegt Lepcha. Mevedir werkt momenteel met dertig groepen boeren in drie districten in Sikkim. ‘De meeste boeren ervaren de positieve effecten van biologische methoden, en het helpt ook zeker dat zelfgeproduceerde bestrijdingsmiddelen veel goedkoper zijn dan hun chemische tegenhangers,’ zegt hij. 

    Regenlandbouw heeft irrigatie minder noodzakelijk gemaakt en geleid tot besparing van water, een schaars goed in de Himalaya. Enkele rapporten melden een groei van de bijenpopulaties sinds 2014, waardoor de opbrengst van kardemom, die afhankelijk is van bestuivers, met meer dan 23 procent is gestegen. Het biologische aspect zorgt ook voor een toename van het wellnesstoerisme; het aantal toeristen in de staat is sinds 2016 met 25 procent gestegen. Khaling laat wel een waarschuwend geluid horen. Ze maakt zich zorgen over ‘het openen van de sluizen van een ecologisch kwetsbare zone voor massatoerisme’.

    Hoewel de aandacht van de overheid voor biologische landbouw is afgenomen, zegt Lepcha dat boeren die aan Mevedir leveren nog altijd op die manier werken. Ook marginale boeren zoals Bhutia en Lama geven de voorkeur aan biologische landbouw.

    Overgang

    De unieke kenmerken van Sikkim – lage bevolkingsdichtheid, klein landbezit, veel natuurlijke hulpbronnen, historische prevalentie van biologische landbouw en vooral politieke wil – hebben het biologische traject vergemakkelijkt. Deze kenmerken maken het echter ook moeilijk om de biologische overgang te reproduceren, zo zegt G.V. Ramanajanegulu van het Centre for Sustainable Agriculture in Hyderabad. ‘Maar hoewel die overgang misschien niet helemaal succesvol was, is wel het bewijs geleverd dat als een overheid het wil, ze kan ingrijpen en de landbouw kan transformeren,’ stelt hij. 

    Sikkim leert ons ook een andere belangrijke les: biologisch worden is veel meer dan alleen biologische landbouwproductiemiddelen gebruiken. Het is belangrijk hoe we verbouwen, maar ook wat we eten. Lama’s kinderen mopperen als ze weer pompoen voorgeschoteld krijgen, en in Mevedirs biologische groentewinkel in Gangtok ziet Lepcha een groeiende vraag naar exotische groenten en groenten van buiten het seizoen, zoals tomaten. ‘Zolang dit zo blijft, zullen verkopers in Sikkim zich genoodzaakt zien om te importeren vanuit andere delen van het land,’ zegt hij. 

    Khaling en haar collega’s bij ATREE stellen dat het voor de transformatie beter zou zijn om alle principes van agro-ecologie (de complexe onderlinge relatie tussen mensen, voedselproductie, middelen van bestaan en milieu) in bredere zin te ondersteunen in plaats van zich alleen te richten op biologische landbouw. ‘Het Sikkim-model kunnen we optimaliseren door te zorgen voor meer water en landbouwgrond, door te eten wat we produceren, door biodiversiteit en dieren samen met boerderijen te laten gedijen, en vooral door landbouwmethoden toe te passen die de levens en levensstijl van de boeren zelf verbeteren,’ zegt ze. 

    Ondertussen maken Lama’s kinderen stennis dat er weer pompoen op het menu staat, en voor de afwisseling koopt ze dan maar aardappelen op de lokale markt om er een curry van te maken. 

    De afgelopen twintig jaar reisde Geetanjali Krishna door India om verslag te doen van het milieu, klimaatverandering en wereldwijde gezondheid. In 2020 richtte ze samen met de in Londen gevestigde journalist Sally Howard The India Story Agency op. Ze is een van de tien journalisten wereldwijd die in 2023 werden uitgekozen voor een LEDE-fellowship van het Solutions Journalism Network, en ze is winnaar van de Global Health Security Grant 2021 van het European Journalism Centre. Recente bijdragen van haar zijn te vinden in The British Medical Journal, Reasons to be Cheerful, bioGraphic, BBC Future en Business Standard.

  • Myanmar: dodental als gevolg van overstromingen stijgt naar 226

    Myanmar: dodental als gevolg van overstromingen stijgt naar 226

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amazon eist van medewerkers dat ze fulltime naar kantoor terugkeren

    » Iran: president Pezeshkian belooft zedenpolitie aan banden te leggen

    De junta heeft de internationale gemeenschap om hulp gevraagd

    Het aantal mensen dat in Myanmar omgekomen is door de overstromingen is verdubbeld ten opzichte van het aantal dat eerst werd gemeld. Ook worden er 77 mensen vermist nadat tyfoon Yagi over het land raasde, aldus de Birmese staatstelevisie maandagavond. Volgens officiële gegevens zijn door overstromingen en aardverschuivingen als gevolg van de tyfoon, die eerder deze maand Zuidoost-Azië trof, in totaal meer dan vijfhonderd mensen om het leven gekomen in Myanmar, Vietnam, Laos en Thailand.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de Birmese televisiezender MRTV hebben de overstromingen ook bijna 260.000 hectare rijstvelden en andere gewassen in het land verwoest. ‘De crisis heeft de heersende junta ertoe aangezet een beroep te doen op de internationale gemeenschap om hulp’, een ‘ongebruikelijke’ beslissing, aldus Hindustan Times, die specificeert dat India 10 ton hulpmiddelen heeft gestuurd, inclusief rantsoenen droog voedsel, kleding en medicijnen.

  • China lanceert grote militaire operatie tegen Taiwan

    China lanceert grote militaire operatie tegen Taiwan

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    » VS: Nikki Haley kondigt aan dat ze op Trump zal stemmen

    De oefeningen zullen naar verwachting twee dagen duren

    China lanceerde zijn grootste militaire manoeuvres in een jaar rond Taiwan op donderdagochtend, slechts enkele dagen na de inauguratie van de nieuwe [Taiwanese] president, Lai Ching-te, meldt Bloomberg. Taiwan doet zijn beklag over de ‘provocerende en irrationele acties’ van Peking. De oefeningen waren bedoeld als een ‘zware straf voor de separatistische acties van de onafhankelijkheidstroepen van Taiwan en een strenge waarschuwing tegen inmenging en provocatie door externe krachten’, aldus een Chinese legerwoordvoerder.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De oefeningen zullen naar verwachting twee dagen duren en worden uitgevoerd in het noorden, zuiden en oosten van het eiland, aldus het persbureau. Het exacte aantal schepen en vliegtuigen dat bij de manoeuvres betrokken is, is niet bekend, maar Bloomberg wijst erop dat China sinds april vorig jaar geen oefeningen van deze omvang rond Taiwan heeft gelanceerd. Peking beschouwt het eiland als onderdeel van zijn grondgebied en sluit het gebruik van geweld niet uit om zijn grip op het eiland te verstevigen en het onder zijn controle te houden.

  • Zuid- en Zuidoost-Azië gaat gebukt onder extreme hittegolf

    Zuid- en Zuidoost-Azië gaat gebukt onder extreme hittegolf

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: gezonde leefstijl kan vijf jaar aan je leven toevoegen

    » Columbia University schorst studenten die weigeren tentenkamp te verlaten

    In Myanmar is een temperatuur van 48,2 graden Celsius gemeten

    Een extreme hittegolf, met temperaturen ruim boven de 40 graden, eist in Zuid- en Zuidoost-Azië zijn tol. Dat schrijft South China Morning Post. Onder meer de Filipijnen, Myanmar, Thailand en India kampen met de aanhoudende hitte.

    De temperatuur in het centrum van Manilla, de hoofdstad van de Filipijnen, steeg volgens de nationale weerberichtgevers zaterdag tot 38,8 graden Celsius. Daarmee werd de hoogste temperatuur ooit gemeten (in mei 1915) overtroffen, meldde ABS-CBN News. Als reactie op het broeierige weer en de staking van het jeepneyvervoer in het hele land heeft het ministerie van Onderwijs de openbare scholen op maandag en dinsdag gesloten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In Thailand bereikte de vraag naar elektriciteit zaterdag een record van 36.356 megawatt, aldus het ministerie van Energie. Bangkok waarschuwde vorige week al voor de extreme hitte toen de hitte-index steeg tot een ‘zeer gevaarlijk’ niveau. Dit jaar zijn er in Thailand al 30 mensen gestorven door de hoge temperaturen, vergeleken met 37 dodelijke slachtoffers door de hitte in heel 2023.

    Myanmar heeft in april de heetste temperatuur ooit gemeten, zeiden de autoriteiten maandag. Het kwik steeg zondag tot 48,2 graden in de stad Chauk in de Magway regio in het midden van Myanmar. Dit is de hoogste temperatuur in Myanmar in april sinds het begin van de metingen 56 jaar geleden.

  • China maakt jacht op ‘varkensslachters’. Zo pakt Beijing internetoplichters aan

    China maakt jacht op ‘varkensslachters’. Zo pakt Beijing internetoplichters aan

    Een netwerk van internetoplichters opereert vanuit mysterieuze, dystopische complexen in Zuidoost-Azië en maakt wereldwijd slachtoffers. Het fenomeen wordt ‘varkens slachten’ genoemd. De Chinese autoriteiten proberen nu een einde te maken aan deze vorm van cybercriminaliteit.

    Het wordt ‘varkens slachten’ genoemd; groepen oplichters die opereren vanuit de meest wetteloze uithoeken van Zuidoost-Azië – vaak onder leiding van Chinese misdaadbazen. De oplichters leggen online contact met mensen over de hele wereld. Ze knopen intensieve, soms zelfs romantische relaties met hen aan en laten hun doelwitten nepinvesteringen doen. Ze doen het voorkomen alsof de investeringen na verloop van enige tijd vruchten afwerpen, zodat hun slachtoffers nog meer geld opsturen. Daarna verdwijnen ze van de aardbodem.

    De afgelopen maanden heeft China de meest vergaande poging tot nu toe ondernomen om de verspreiding van dergelijke oplichtingspraktijken aan te pakken, vooral in een beruchte regio in het grensgebied bij Myanmar, dat in handen is van drugshandelaren en krijgsheren.

    Decennialang vormden dergelijke grensgebieden toevluchtsoorden voor de gokindustrie en de handel in van alles en nog wat – van drugs tot wilde dieren en mensen. Nu zijn het broeinesten voor deze zogenaamde varkensslachters. 

    Mensenhandel

    De oplichters opereren vanuit geheimzinnige, dystopische complexen. Die worden gerund door Chinezen die naar plekken in het buitenland zijn vertrokken waar het makkelijker is om de wet te overtreden. Jaarlijks ontfutselen ze niet alleen Chinese burgers, maar slachtoffers over de hele wereld miljarden dollars. Het Amerikaanse ministerie van Financiën waarschuwde Amerikanen in september officieel voor hun oplichtingspraktijken.

    Naast afgelegen stadjes in de heuvels van Myanmar zijn deze zwaarbewaakte enclaves ook te vinden in gokcentra zoals Sihanoukville en Poipet in Cambodja. De Cambodjaanse autoriteiten hebben met Chinese hulp sporadisch invallen gedaan, maar die hebben niet veel uitgehaald. 

    De Chinese autoriteiten schamen zich ervoor dat Chinese criminelen het middelpunt vormen van de oplichtingspraktijken, zegt Jason Tower, landelijk directeur Myanmar voor het United States Institute of Peace, een onafhankelijke onderzoeksorganisatie die is opgericht door het Amerikaanse Congres en is gespecialiseerd in conflictoplossing. China is ‘erg bang voor het plaatje dat hierdoor kan ontstaan’, zegt hij. ‘Vooral omdat het gaat om Chinese misdaadgroepen die door de autoriteiten jarenlang nauwelijks aan banden zijn gelegd.’

    Tijdens de coronapandemie floreerden de oplichtingspraktijken. De handel over de grens kwam tot stilstand en het internetgebruik nam toe. Er ontstond in deze periode ook meer mensenhandel. Veel van de oplichters zijn zelf slachtoffer van mensenhandel: met nepadvertenties worden ze naar het buitenland gelokt, waar ze gevangen worden gehouden door mensen die hun loon en paspoort achterhouden. Volgens het mensenrechtenbureau van de Verenigde Naties worden meer dan 120.000 mensen gedwongen om als oplichter te werken in Myanmar, en nog eens 100.000 in Cambodja.

    Veel van de oplichters zijn zelf slachtoffer van mensenhandel

    Een Maleisisch slachtoffer van mensenhandel vertelt dat hij werd getraind om zijn slachtoffers gedurende weken of maanden ‘vet te mesten’ door hun vertrouwen te winnen, voordat hij ze ‘slachtte’. Zijn verhaal komt overeen met dat van anderen die werden meegelokt om voor de oplichters te gaan werken. Hij vertelt dat hij had gereageerd op een vacature en ging werken voor een klantenservice in Cambodja. Daar aangekomen werd hij naar een gevangenisachtig complex in Sihanoukville gebracht en met geweld gedwongen om als oplichter te gaan werken.

    Hij had een begeleider die hem trainde en voorzag van een smartphone met nepaccounts. Ook kreeg hij een ‘slachtofferlijst’ met de contactgegevens van potentiële doelwitten en verschillende scripts om het ijs te breken en vertrouwen te winnen. Na enkele weken kreeg hij een chauffeur die mensen en voorraden naar het kamp vervoerde zover dat hij hem hielp ontsnappen.

    Regionale migratieonderzoekers hebben mensenhandel vanuit tientallen landen geregistreerd. Veel slachtoffers komen uit Zuidoost-Azië, maar sommigen komen ook uit verder gelegen gebieden, zoals Brazilië of Kenia. 

    ‘China maakt nu duidelijk dat het genoeg is geweest,’ zegt Inshik Sim, een in Bangkok gevestigde analist voor de regionale operaties van het Bureau voor Drugs en Misdaad van de VN.

    In augustus lanceerde het land een ‘speciale gezamenlijke operatie’ met drie buren en voerde het de druk op bij gewapende groepen die toezicht houden op afgelegen delen van Myanmar. Bijna vijfduizend Chinese staatsburgers die verdacht worden van illegale activiteiten werden opgespoord, gearresteerd en gerepatrieerd.

    De Chinese autoriteiten richtten zich daarbij op verschillende grensgebieden die weliswaar deel uitmaken van Myanmar, maar volledig in handen zijn van gewapende groepen. Vanuit die grensregio’s werden grote investeringen – zowel legale als illegale – aan Chinese staatsburgers onttrokken. Veel Chinezen, waaronder beruchte voortvluchtigen, wonen in deze enclaves. De gesproken taal is Mandarijn en de munteenheid is de Chinese Renmimbi.

    Serieuze schoonmaak

    De Wa Self-Administered Division, gelegen langs de zuidwestelijke grens van China, speelt een extra belangrijke rol, deels omdat China er zoveel invloed op heeft. Het gebied is de thuisbasis van de etnische minderheid Wa, die het claimt als voorouderlijk grondgebied. China is al tientallen jaren de belangrijkste weldoener van de groep; historici zeggen dat ze de Chinese Communistische Partij hielpen om vijanden te verjagen die in de jaren vijftig en zestig over de grens vluchtten. Het gebied vormde later een belangrijke economische toegangspoort tot het grondstofrijke Myanmar.

    Onafhankelijke onderzoekers zeggen dat het Verenigde Leger van Wa (UWSA) de feitelijke leider van het gebied is. Het UWSA voert bevel over een troepenmacht van meer dan twintigduizend mensen die bewapend zijn met moderne Chinese apparatuur, waaronder draagbare grond-luchtraketten en gepantserde voertuigen.

    Het gebied is al bijna twee eeuwen bekend om z’n opium. De laatste decennia is het bovendien uitgegroeid tot een van de belangrijkste producenten van synthetische drugs zoals methamfetamine. Het Amerikaanse ministerie van Financiën zette het UWSA in 2003, op grond van de Kingpin Act, op de zwarte lijst en heeft tientallen mensen en bedrijven die banden hebben met de groep op de vingers getikt. Het UWSA wordt ‘de grootste en machtigste organisatie voor drugshandel in Zuidoost-Azië’ genoemd. Dit leger en andere criminele netwerken zijn zich naast de drugshandel steeds meer gaan toeleggen op oplichting.

    Volgens een rapport uit 2022 van de Chinese staatsmedia blokkeerden de autoriteiten het afgelopen jaar 2,1 miljoen frauduleuze websites en hielden ze ongeveer 51,6 miljard dollar aan verdachte transacties tegen. Burgers wordt geadviseerd om op hun hoede te zijn voor dubieuze kortingen, investeringsplannen en ongevraagd contact van iedereen die beweert een bedrijf of staatsorganisatie te vertegenwoordigen.

    ‘Er zijn in de wereld veel kwetsbare plekken die ze kunnen uitbuiten’

    De eerste stap in de serieuze schoonmaak kwam begin september, toen China in samenwerking met het UWSA gedurende twee dagen invallen organiseerde die leidden tot de arrestatie van meer dan duizend verdachten over de grens. Daarna verhoogde China de inzet en verlegde het de focus op de leiders van de groep.

    Op 12 oktober zei het Chinese ministerie van Openbare Veiligheid dat er arrestatiebevelen waren uitgevaardigd tegen twee hoge ambtenaren van Wa: Chen Yanban, de staatsminister van Bouw, en Xiao Yankui, een burgemeester. Zij werden ervan beschuldigd criminele netwerken te leiden. Vier dagen later verklaarde het UWSA dat beiden uit hun functie waren ontheven. Hun verblijfplaats is onbekend.

    Dezelfde dag verklaarden de Chinese autoriteiten dat ze twee dagen eerder 2349 mensen die van ‘telecommunicatiefraude’ werden verdacht, hadden opgehaald uit Myanmar. Het is tot nu toe de grootste uitlevering binnen deze tak van criminaliteit. Volgens China zijn er 4666 verdachten vanuit Myanmar gerepatrieerd sinds de maatregelen eerder dit jaar van kracht werden.

    ‘Dat dit zo grootschalig is aangepakt, geeft aan wat voor impact deze praktijken hebben op China en zijn burgers, en hoe serieus de autoriteiten dit nemen,’ zegt Richard Horsey, hoofdadviseur Myanmar voor de International Crisis Group, een in Brussel gevestigde denktank gespecialiseerd in conflictpreventie.

    Maar China mag de druk dan opvoeren voor cybercriminelen langs de grens, volgens experts is de oplichting zo lucratief dat de leiders waarschijnlijk gewoon op zoek gaan naar een rendabelere standplaats – gebieden in kwetsbare staten met zwakke wetshandhaving.

    ‘Deze groepen zullen niet snel verdwijnen,’ aldus Tower van het U.S. Institute of Peace. ‘Ze beschikken over een goudmijn en er zijn in de wereld veel kwetsbare plekken die ze kunnen uitbuiten.’

  • ‘Is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’

    ‘Is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’

    Door internationale onverschilligheid eindigde het conflict in Nagorno-Karabach niet met onderhandelingen, maar met een gewelddadig slotoffensief van Azerbeidzjan. Duizenden Armeniërs zijn de regio ontvlucht, maar het ziet er niet naar uit dat Azerbeidzjan ze ooit nog terug wil hebben.

    Het waren amper tieners, maar ze hoestten als echte volwassenen. In het pension – met te veel bedden in een te kleine ruimte – stonden ze als eersten op. Nog voor hun trainer. Dan staken ze het fornuis aan met lucifers uit een doosje met het opschrift ‘Trojka’. Op het ene vuur kookten ze water voor thee, boven het andere hielden ze met een vork hun sokken, die vochtig waren geworden tijdens de nacht in Stepanakert. Met het resterende vlammetje van de lucifer staken ze hun eerste sigaret van de ochtend aan en begonnen meteen te hoesten.

    Hun voetbalteam, afkomstig uit een vallei waar de helft van de huizen door oorlog was verwoest, deed mee aan een toernooi in de hoofdstad van een land dat niet op landkaarten voorkomt. Ze streden om een trofee die niets voorstelt in de wereld en waar niemand van wakker ligt. Maar die ondanks alles de moeite waard was om voor te strijden. Ze verdroegen de koude ochtenden in dit gammele pension, de springveren van de bedden die in hun ruggen prikten, de toiletten die altijd naar stront roken, de stroomstoringen… Ze regelden alles zonder op instructies van de trainer te wachten. Ze verdeelden de kleding en maakten die zo goed mogelijk droog. Daarna zorgden ze voor het ontbijt: volkoren macaroni, gekookte aardappelen en brood dat ze in een pittige saus doopten. Als kleine volwassenen. 

    Maar als ze spraken, klonken ze als de kinderen die ze nog steeds waren. En ze droomden ervan te worden als hun idolen van Real Madrid: Cristiano Ronaldo, Kaká, Casillas.

    Stille belegering

    Dat was in 2010. Een deel van hen leeft waarschijnlijk niet meer. Want toen zij dienstplichtig werden, is hun land Nagorno-Karabach, dat in feite een enclave op Azerbeidzjaans grondgebied is maar onder Armeens gezag valt, verwikkeld geraakt in schermutselingen en oorlogen. In april 2016 vochten het Azerbeidzjaanse leger en Armeense strijdkrachten uit Karabach vier dagen lang om de controle over een aantal hooggelegen gebieden. Daarbij vielen aan beide kanten meer dan tweehonderd doden, waaronder veel jonge dienstplichtigen. 

    In september 2020 begon Azerbeidzjan, goed bewapend door zijn bondgenoten Turkije en Israël en geholpen door Syrische huurlingen, een grootschalig offensief. Daarbij heroverde het een groot deel van de gebieden die sinds de jaren negentig door Armeniërs werden gecontroleerd. Het grondgebied van de zelfverklaarde Republiek van Artsach (zo noemen de Armeniërs de enclave) werd tot een minimum gereduceerd. De strijdkrachten van de naburige Republiek Armenië – tot dan toe de belangrijkste steun voor de Karabachis – werden gedwongen zich terug te trekken naar hun land. Ongeveer zevenduizend mensen werden gedood en meer dan twintigduizend raakten gewond.

    Vorige week lanceerde Azerbeidzjan zijn slotoffensief: na een etmaal bombarderen besloten Armeense troepen zich over te geven, zich bewust van hun militaire inferioriteit en het gebrek aan internationale steun. Het Russische leger, dat na de oorlog van 2020 als vredesmacht in Nagorno-Karabach was gestationeerd, stak geen vinger uit om het conflict te voorkomen en de VS en de EU deden niet veel meer dan hun bezorgdheid uitspreken en oproepen tot het staken van de vijandelijkheden.

    Deze laatste aanval kwam na negen maanden van stille belegering. In december blokkeerden vermeende Azerbeidzjaanse milieuactivisten – in werkelijkheid mensen die banden hebben met de regering in Bakoe, waaronder zelfs enkele leden van de veiligheidsdiensten – de Lachin-corridor. Na de oorlog van drie jaar geleden was deze kronkelige weg de enige verbinding van Nagorno-Karabach met de buitenwereld: 90 procent van het voedsel voor de Armeense enclave kwam via deze weg, en zieke mensen die niet in de ziekenhuizen van de enclave konden worden behandeld, gebruikten hem om naar Armenië te gaan.

    ‘Genocide kan ook gepleegd worden door omstandigheden te creëren die tot fysieke vernietiging van een groep leiden’

    Later, in april, toonde de Azerbeidzjaanse regering haar ware gezicht door een controlepost op te zetten in Lachin. Dat deed ze ondanks het feit dat de corridor volgens de wapenstilstandsovereenkomst van 2020 onder toezicht van het Russische contingent moest blijven. Zelfs de doorgang van humanitaire konvooien – van Rusland en het Rode Kruis – werd belemmerd. Zonder materialen, reserveonderdelen of voorraden kwam de economie in de enclave tot stilstand. Zonder brandstof vielen transporten stil. Scholen zaten zonder verwarming. Ook de elektriciteit viel uit, doordat de kabels naar Armenië werden gesaboteerd. Medicijnen werden schaars. Voedselvoorraden raakten op. In augustus werd de eerste hongerdode geregistreerd.

    Sinds december onderhoud ik contact met verschillende mensen in Stepanakert, de hoofdstad van Karabach. Nona Poghosián is een Karabachse lerares met twee kinderen. Eind vorig jaar wilde ze zich voorbereiden op de Armeense kerstviering die op 6 januari valt, maar dat bleek onmogelijk. Na een blokkade van bijna drie weken werden veel producten schaars. ‘Vandaag zijn we twee uur lang van winkel naar winkel gegaan. Er was alleen mayonaise en chocolade. Geen olie, geen suiker, geen groenten… zelfs geen aardappelen’, schreef ze in een bericht aan mij. Macaroni werd het belangrijkste voedsel. ‘Als mijn kinderen hun moeder een appel zien schillen alsof het de laatste is die ze ooit zullen eten, dan beseffen ze dat er iets mis is.’

    In februari werd het nog erger. De lokale overheid greep in om voedsel te rantsoeneren. ‘We hebben vouchers gekregen voor basisproducten, waaronder groenten en fruit. Maar het zijn waardeloze stukjes papier, je kunt er niets mee kopen’, schreef Poghosián. Als er met een humanitair konvooi een zending wortelen arriveerde, dan was die al binnen een paar minuten verdwenen. De prijs van de eerste aardappelen van het seizoen verdrievoudigde. Russische vredeshandhavers werden ervan beschuldigd een deel van de uit Armenië meegebrachte producten te verkopen op de zwarte markt.

    Toen de lente kwam en alles weer ging groeien, verbeterde de situatie enigszins. ‘We kunnen tenminste wilde kruiden verzamelen en die eten met eieren,’ aldus Poghosián. Maar in de zomer, toen Azerbeidzjan Russische konvooien en konvooien van het Rode Kruis tegenhield, werd de situatie nijpend. Bij het krieken van de dag stonden de inwoners van Stepanakert uren in de rij voor een brood, niet wetend of ze die dag aan de beurt zouden komen. ‘Genocide kan ook gepleegd worden door omstandigheden te creëren die tot fysieke vernietiging van een groep leiden. Daar hoeven geen crematoria voor gebouwd te worden, of aanvallen met machetes voor te worden uitgevoerd; honger is een onzichtbaar genocidaal wapen. Zonder substantiële verandering zal deze groep Armeniërs binnen enkele weken zijn vernietigd’, schreef Luis Moreno Ocampo, Argentijns jurist en voormalig aanklager bij het Internationaal Strafhof in een rapport van 7 augustus.

    Zes weken later begon Azerbeidzjan zijn laatste offensief tegen de uitgehongerde en uitgeputte enclave.

    De sirenes in Stepanakert begonnen te loeien op dinsdag 19 september om één uur ’s middags. In de hoofdstad waren schoten en artillerievuur uit de nabijgelegen valleien te horen. Tegen de tijd dat de kinderen van Nona Poghosián terugkwamen van school, bereikten de gevechten Stepanakert. Haar man was niet thuis. Een paar uur lang waren ze allemaal van elkaar gescheiden, opgesloten in verschillende kelders en schuilkelders, niet wetend hoe het de anderen verging.

    ‘Hoe we ons voelen? We zijn omsingeld, en we zijn heel erg bang.’ 

    De clichévragen van journalisten klinken dan heel dom. Hoe voelt een moeder zich, gescheiden van haar kinderen terwijl er bommen vallen?

    Amnestie

    Precies vierentwintig uur nadat de Azerbeidzjaanse aanval begon, capituleerden de Armeense troepen. De volgende dag kwamen afgezanten van beide partijen bijeen. De eerste eis van de Azerbeidzjaanse autoriteiten na het staakt-het-vuren was ontwapening van de Karabachse milities; de eerste eis van de Karabachse autoriteiten was levering van brandstof en brood.

    Beide partijen hebben hieraan voldaan. De Armeniërs in Nagorno-Karabach droegen hun arsenaal in het weekend van 23 september over aan de Azerbeidzjaanse strijdkrachten: tanks, granaatwerpers, raketten. Toen konden humanitaire konvooien met tonnen voedsel Stepanakert weer binnenrijden. 

    De Azerbeidzjaanse regering heeft amnestie beloofd voor alle Armeense strijders die de wapens neerleggen (behalve voor degenen die oorlogsmisdaden hebben begaan tijdens het conflict in 1990). Zij verzekert dat de ‘culturele, religieuze en democratische’ rechten van de Armeense bevolking van Karabach zullen worden gerespecteerd tijdens het proces van ‘re-integratie’ van de enclave in de bestuurlijke structuur van Azerbeidzjan.

    Maar de meesten zijn op hun hoede.

    In de straten van Stepanakert lopen honderden bange mensen die niet weten wat ze moeten doen – ze hebben al hun bezittingen in een tas gepropt. Velen koken op straat en schuilen waar ze maar kunnen. Zo’n tienduizend mensen zijn geëvacueerd uit de dorpen die het dichtst bij de frontlinie liggen. Sommigen hebben het contact met hun familie verloren. Internet is beperkt en het is niet bekend wat er is gebeurd in sommige van de dorpen die zijn omsingeld door Azerbeidzjaanse troepen.

    Bulldozers graven in de verse aarde om plaats te maken voor de doden. Het meest recente officiële dodenaantal van de gevechten van 19 september – tweehonderd – is al dagen niet meer bijgewerkt door de autoriteiten van de enclave. Aangenomen wordt dat het inmiddels veel hoger ligt. Elke dag zijn er nieuwe begrafenissen, groepsgewijs. Sommigen vragen zich af wat ze moeten doen: de doden begraven of hun lichamen meenemen? Want het enige waar ze aan kunnen denken is vluchten naar Armenië.

    Anderen verwijderen openbare foto’s en posters met de namen van ‘martelaren’ – zij die sneuvelden bij de verdediging van Nagorno-Karabach tijdens eerdere oorlogen. Het is onduidelijk wat er zal gebeuren als Azerbeidzjaanse troepen Stepanakert binnenvallen.

    Het enige vliegveld in Nagorno-Karabach ligt naast Khoyali, een dorp met een bloederige geschiedenis. De grootste slachting van de Eerste Karabachoorlog (1991-1993) vond er plaats, toen Armeense troepen een genocide aanrichtten onder Azeri’s die het belegerde dorp probeerden te ontvluchten: 613 burgers werden gedood, waaronder 106 vrouwen en 63 kinderen.

    Het vliegveld is klaar: er is een nieuwe terminal gebouwd en in 2009 is er personeel aangenomen. Maar het is nooit in gebruik genomen, aangezien Azerbeidzjan dreigde elk vliegtuig neer te schieten dat er zou landen of opstijgen. Wel is het de belangrijkste basis voor Russische vredeshandhavers. Nu hebben duizenden mensen er hun toevlucht gezocht, op zoek naar bescherming.

    99,9 procent van de 120.000 Armeniërs die nog in de enclave wonen, wil vertrekken

    Op zondag 24 september, na opnieuw een ontmoeting tussen vertegenwoordigers van Karabach en Azerbeidzjan, ging Samvel Shahramanian, president van de zelfverklaarde Republiek Artsach, naar het vliegveld en verzekerde zijn medeburgers ervan dat de evacuaties zouden beginnen: eerst van degenen die door de gevechten ontheemd waren geraakt, daarna van alle anderen die wilden vertrekken. Diezelfde dag staken duizend mensen de grens over naar Armenië. Vroeg in de ochtend die maandag waren het er al drieduizend. Woensdagnacht naderde het aantal de vijftigduizend.

    ‘Natuurlijk wil ik weg. Er zijn duizenden mensen in mijn omgeving die wachten op de opening van een corridor naar Armenië,’ zegt Poghosián. ‘Hoe zouden we moeten leven met de Azeri’s? Mensen vertrouwen Azerbeidzjan niet, want het zou niet de eerste keer zijn dat het ons afsluit, uithongert en bombardeert.’

    In de tuin bij de familie Poghosián staat een moerbeiboom. Een grote, wijdvertakte boom die zo hoog reikt dat hij het licht wegneemt. De man van Nona wilde hem begin maart snoeien. ‘Zondag begin ik eraan,’ zei hij nog. Maar op vrijdag kregen ze een telefoontje: de auto waarin haar zwager David, een agent van de douane, naar zijn werk reed, was beschoten door Azerbeidzjaanse troepen. Hij en twee andere agenten werden gedood. Volgens de Azerbeidzjaanse pers waren het ‘saboteurs’.

    ‘Ik weet niet hoe ik zijn drie kinderen in de ogen moet kijken’, schreef Poghosián op haar Facebook-account. ‘Ik weet niet hoe ik zijn dappere twaalfjarige zoon moet kalmeren, die huilt onder de dekens om zijn zussen niet ongerust te maken. Ik weet niet wat ik moet zeggen tegen zijn achtjarige dochter die vraagt hoe lang haar vader nog wegblijft. Hoe moet Eteri haar drie kinderen opvoeden zonder David?’

    De moerbeiboom blijft zoals hij was: met ongesnoeide takken. Hoewel de internationale gemeenschap en het buurland Armenië erop hebben aangedrongen dat Azerbeidzjan voorwaarden schept voor Armeniërs om in Karabach te kunnen blijven, hebben die na een eeuwenlang verblijf de moed opgegeven. Een van de adviseurs van Shahramanián vertelde aan Reuters dat 99,9 procent van de 120.000 Armeniërs die nog in de enclave wonen, wil vertrekken.

    ‘Geen wonder dat de haat na twee oorlogen en dertig jaar conflict wortel heeft geschoten,’ zegt Zaur Shiriyev, analist bij de International Crisis Group in Bakoe. ‘Armeense en Azerbeidzjaanse ontheemden die terugkeren naar het gebied zijn getraumatiseerd. Sinds 2020 is er geen echte poging meer gedaan om beide partijen te verzoenen. Eerst en vooral moet het gebied gestabiliseerd worden en de meest acute humanitaire problemen worden opgelost. Daarna moet het vooral gaan om coëxistentie. Dat is een lang proces dat een sterke politieke wil vereist, vooral van de kant van Azerbeidzjan.’

    Verlangen naar wraak

    De eerste jaren van het conflict en de oorlog in de jaren negentig hebben zo’n dertigduizend mensen het leven gekost. Het conflict leidde daarnaast tot etnische zuiveringen op grote schaal, zeker als je bedenkt dat Azerbeidzjan en Armenië samen nauwelijks tien miljoen inwoners telden: 350.000 Armeniërs werden verdreven uit Azerbeidzjan en nog eens 150.000 Azeri’s uit Armenië. En een half miljoen Azeri’s moesten Karabach en de omliggende door Armeniërs bezette provincies ontvluchten.

    ‘Mijn vroegste herinneringen hebben met oorlog en verwoesting te maken’, schreef advocaat Rauf Azimov op X, het vroegere Twitter. Hij werd geboren in een gebied in de buurt van Karabach. Zijn familie – half Azeri, half Koerdisch – werd verdreven uit door Armenië veroverde gebieden, met als gevolg dat ze jarenlang in tenten en pakhuizen leefden. ‘Mijn oom stierf tijdens de oorlog toen hij op een mijn stapte. Ik viel altijd in slaap met geweerschoten. Ik stikte ooit bijna in mijn eten toen er vlakbij een bom ontplofte. Tijdens mijn jeugd keek ik verlangend naar het spectaculaire Murovgebergte, en ik vroeg me af waarom mijn vader er wel heen kon en ik niet. Ik wenste dat ik op bezoek kon in het land van mijn voorouders in Lachin. En dat de huizen van mijn grootouders niet vol zaten met kogelgaten en granaten. Ik wenste dat het dorp van mijn vader geen kunstmatige heuvel langs de weg moest opwerpen om te voorkomen dat sluipschutters op burgers zouden schieten. Maar bovenal wenste ik dat iemand onze pijn zou erkennen. In plaats daarvan ontmoette ik meestal mensen die lachten om onze tragedie, die deze rechtvaardigden of negeerden.’

    ‘Ik kijk nu met afschuw naar wat er gebeurt met de Armeniërs van Nagorno-Karabach,’ zegt Azimov. ‘Elke Azeri die getuige is geweest van oorlog, of die heeft geleden onder etnische zuiveringen moet hiertegen in opstand komen, ook al vertellen onze meest elementaire instincten ons iets anders. Zo niet, dan zal de geschiedenis ons niet vergeven.’ Hij kan dit eervolle standpunt uitdragen omdat hij in Canada woont. De weinige activisten in Azerbeidzjan die zich tegen de oorlog hebben uitgesproken, zijn gearresteerd.

    Veel Azerbeidzjaanse vluchtelingen daarentegen koesteren een verlangen naar wraak. ‘Ik wil dat ze evenveel lijden als wij,’ zei een Azeri vluchteling tegen mij in 2020, toen veel Armeniërs de door Azerbeidzjan heroverde gebieden ontvluchtten, terwijl zij ervan droomde om na dertig jaar ontheemding terug te kunnen keren naar haar geboortestad.

    ‘Coëxistentie tussen de twee gemeenschappen in de nabije toekomst is ingewikkeld. Er moeten speciale maatregelen komen voor verzoening en voor interetnische communicatie,’ stelt de Azeri mensenrechtenactivist Anar Mammadli. Analist Shiriyev is optimistischer en verwacht dat de vlucht van de Armeniërs een ‘tijdelijke’ oplossing is en dat ze, als Bakoe de juiste maatregelen neemt, geleidelijk terug kunnen keren naar Karabach.

    ‘Maar is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’ vraagt Azimov zich af. ‘Decennialang werden ze afgeschilderd als de vijand, de schurk die verantwoordelijk is voor al onze ellende. Hun geschiedenis is uitgewist en hun tragedies werden ontkend, inclusief onze verantwoordelijkheid ervoor.’ Hoe kan Azerbeidzjan de mensenrechten van Armeniërs garanderen, vragen velen zich af, als het niet eens de rechten van zijn eigen bevolking respecteert?

    ‘Van zowel de oorlog van 2020 als van de recente aanvallen is de les hetzelfde: de verleiding om geweld te gebruiken in plaats van diplomatie is groot. Dat komt door de afwezigheid van mechanismen ter afschrikking. En dat schept een gevaarlijk precedent,’ stelt Richard Giragosian van het Centrum voor Regionale Studies in Jerevan, de hoofdstad van Armenië.

    Het risico van bevroren conflicten is dat ze er ogenschijnlijk niet meer zijn. Al die jaren van winterslaap zijn er niet genoeg doden gevallen om de voorpagina’s te halen. Het gevolg is dat onderhandelingen over een oplossing worden uitgesteld, totdat een van de partijen sterk genoeg is om haar eigen voorwaarden op te leggen.

  • Het tijdperk van extreem goedkope spullen uit Azië is voorbij

    Het tijdperk van extreem goedkope spullen uit Azië is voorbij

    Fabrieken in heel Azië hebben moeite om jonge werknemers aan te trekken. Het geglobaliseerde productiemodel dat de verkoop van goedkope goederen over de hele wereld mogelijk maakte, is daardoor niet meer in stand te houden.

    De werkplek heeft ramen van de vloer tot het plafond, een café waar matcha wordt geserveerd en er zijn gratis yoga- en danslessen. Werknemers komen bij elkaar tijdens maandelijkse teambuildingsessies en om bier te drinken, te karten of te bowlen. Dit is niet Google. Dit is een kledingfabriek in Vietnam. 

    Azië, de werkplaats van de wereld en de bron van veel van de spullen die Amerikanen kopen, loopt tegen een groot probleem aan: de meeste jonge mensen willen niet in een fabriek werken. Daarom probeert deze kledingfabriek de werkvloer aantrekkelijker te maken. Ondertussen gaan er alarmbellen rinkelen bij westerse bedrijven die erop vertrouwen dat de goedkope arbeidskrachten uit deze regio betaalbare consumptiegoederen produceren. 

    ‘Iedereen wil instagrammer, fotograaf of stylist zijn, of in een café werken’

    De nadagen van de ultragoedkope Aziatische fabrieksarbeid zijn begonnen. Het is de nieuwste uitdaging voor het geglobaliseerde productiemodel, dat de afgelopen drie decennia een breed scala aan goedkoop gefabriceerde goederen voor consumenten over de hele wereld mogelijk maakte. Amerikanen die gewend zijn aan goedkope mode en flatscreens zullen binnenkort wellicht te maken krijgen met hogere prijzen.

    ‘Nergens ter wereld kun je wat dat betreft nog krijgen wat je wil,’ zegt Paul Norriss, de Britse medeoprichter van de Vietnamese kledingfabriek UnAvailable in Ho Chi Minhstad. ‘Mensen zullen hun consumentengedrag moeten aanpassen, en dat geldt ook voor merken.’

    Trainingsprogramma

    Werknemers van in de twintig, traditioneel gezien de arbeidskrachten in de kledingindustrie, stoppen vaak voortijdig met het trainingsprogramma van zijn bedrijf, zegt Norriss. En degenen die blijven, werken er vaak maar een paar jaar. Norriss hoopt dat het aantrekkelijker maken van de werkplek het verschil zal gaan maken. ‘Iedereen wil instagrammer, fotograaf of stylist zijn, of in een café werken,’ zegt hij.

    Als gevolg van de crisis hebben Aziatische fabrieken de lonen moeten verhogen en soms dure strategieën moeten toepassen om hun werknemers te behouden: van het verbeteren van het aanbod in kantines tot het realiseren van crèches voor de kinderen van werknemers. 

    Ook Nike gaf in juni aan dat de productiekosten zijn gestegen door de hogere arbeidskosten

    Speelgoedfabrikant Hasbro zei eerder dit jaar al dat het tekort aan arbeidskrachten in Vietnam en China de kosten heeft opgedreven. Barbiefabrikant Mattel, die een grote productiebasis heeft in Azië, worstelt ook met stijgende loonkosten. Beide bedrijven hebben de prijzen van hun producten verhoogd. Ook Nike, dat de meeste van zijn schoenen in Azië maakt, gaf in juni aan dat de productiekosten zijn gestegen door de hogere arbeidskosten. 

    ‘Amerikaanse consumenten die altijd gewend zijn geweest aan min of meer vaste prijzen voor bepaalde producten zullen zich moeten instellen op een nieuwe situatie,’ zegt de Londense econoom Manoj Pradhan, coauteur van The Great Demographic Reversal.

    Generatieprobleem

    Vanaf de jaren negentig werden China en andere Aziatische productiecentra onderdeel van de wereldeconomie, waardoor landen met arme boeren veranderden in grootmachten op productiegebied. Duurzame goederen zoals koelkasten en sofa’s werden goedkoper. Maar nu stuiten deze productielanden op een generatieprobleem. Jongere werknemers, die beter opgeleid zijn dan hun ouders en ervaring hebben met Instagram, TikTok en andere sociale media, vinden dat hun werk zich niet binnen fabrieksmuren zou moeten afspelen.

    Demografische verschuivingen spelen daarbij een rol. Jonge mensen in Azië krijgen minder en op latere leeftijd kinderen dan hun ouders, wat betekent dat ze, wanneer ze in de twintig zijn, minder onder druk staan om een vast inkomen te verdienen. Dankzij een bloeiende dienstensector kunnen ze kiezen voor minder slopend werk, als medewerker in een winkelcentrum of als receptionist in een hotel.

    In China is het probleem acuut. De jeugdwerkloosheid in de steden bedroeg daar in juni 21 procent, ook al hebben fabrieken een tekort aan arbeidskrachten. Multinationals hebben hun productie verplaatst van China naar landen als Maleisië, Indonesië, Vietnam en India, maar ook daar zeggen fabriekseigenaren moeite te hebben om jongeren aan te trekken.

    ‘Ik kreeg vaak vervelende opmerkingen van mijn leidinggevenden, waardoor ik gestrest raakte’

    Volgens gegevens van de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties zijn de fabriekslonen in Vietnam sinds 2011 meer dan verdubbeld, tot 320 dollar per maand – een drie keer zo hoge stijging als in de VS. In China stegen de fabriekssalarissen van 2012 tot 2021 (de laatste periode waarover gegevens van de VN beschikbaar zijn) met 122 procent. 

    Nguyen Anh Tuan, een 25-jarige Vietnamees, stopte eerder dit jaar als monteur in een fabriek voor auto-onderdelen in een voorstad van Hanoi, om te gaan werken als motorrijder voor Grab, het lokale equivalent van Uber. Hij vervoert passagiers voor een lager uurloon dan hij in de fabriek verdiende, maar zegt dat de verandering de moeite waard is, want nu is hij zijn eigen baas. ‘Ik kreeg vaak vervelende opmerkingen van mijn leidinggevenden, waardoor ik gestrest raakte,’ zegt Tuan over de drie jaar die hij in de fabriek werkte. Hij zou alleen nog verleid kunnen worden tot fabriekswerk als ze zijn vroegere maandsalaris van 400 dollar zouden verdubbelen, zegt hij.

    In het verleden konden fabrikanten hun productie simpelweg naar minder dure bestemmingen verplaatsen, maar tegenwoordig is dat niet meer zo eenvoudig. Veel landen in Afrika en Zuid-Azië met grote hoeveelheden arbeidskrachten zijn politiek instabiel of hebben geen goede infrastructuur of voldoende geschoolde arbeidskrachten. Kledingmerken kregen het zwaar te verduren toen ze hun activiteiten uitbreidden naar Myanmar en Ethiopië, en daar werden geconfronteerd met onlusten en burgeroorlog. Bangladesh is een betrouwbare basis voor de productie van kleding, maar een restrictief handelsbeleid en te grote drukte in de havens verhinderen een verdere ontwikkeling.

    Liever boer

    India heeft een enorme bevolking en bedrijven die op zoek zijn naar alternatieven voor China gaan vaak die kant op. Maar ook in India beginnen fabrieksmanagers te klagen hoe moeilijk het is om jonge werknemers vast te houden. Veel jongeren worden liever boer, gesteund door socialewelzijnsprogramma’s, of verkiezen tijdelijke baantjes in de stad boven het leven in een industrieel centrum met fabrieksslaapzalen. Gediplomeerde ingenieurs verlaten fabrieken voor IT-banen.

    Aziatische fabriekseigenaren proberen de banen aantrekkelijker te maken door onder meer het subsidiëren van crèches en het financieren van technische trainingsprogramma’s. Sommigen verplaatsen hun fabrieken naar landelijke gebieden waar mensen eerder bereid zijn om met hun handen te werken. Dat brengt ze echter wel verder weg van havens en leveranciers, en dwingt ze om zich aan te passen aan het leven op het platteland, waar werknemers vaak tijdens de oogsttijd afwezig zijn. 

    Haar arbeiders zijn grotendeels tussen de veertig en zestig jaar oud en sommigen kunnen niet goed lezen

    Christina Chen, de Taiwanese eigenaar van een meubelbedrijf dat zijn producten verkoopt aan Amerikaanse winkelketens, besloot vier jaar geleden om haar fabriek weg te halen uit het zuiden van China, in de hoop dat het elders makkelijker zou zijn om personeel te werven. Eerst overwoog ze de industriegebieden rond Ho Chi Minhstad, maar ze hoorde vreselijke verhalen over een hoog personeelsverloop en torenhoge lonen.

    In plaats daarvan vestigde ze zich op het platteland van Noord-Vietnam. Haar arbeiders zijn grotendeels tussen de veertig en zestig jaar oud en sommigen kunnen niet goed lezen, zegt ze, waardoor het werk mondeling moet worden uitgelegd, of met visuele demonstraties. Maar het personeel is wel stabieler, zegt ze.

    Ze is blij met de jongere werknemers die wel kunnen lezen. Ze betrekt hen bij de besluitvorming, nodigt ze uit om haar Amerikaanse inkopers te ontmoeten die langskomen en laat hen foto’s zien van hun tafels en stoelen in Amerikaanse winkels. Haar bedrijf, Acacia Woodcraft Vietnam, is gedeeltelijk geautomatiseerd, zegt ze, maar voor veel taken is nog steeds menselijk vakmanschap nodig. 

    Tegenwoordig is de gemiddelde werknemer van Nike in China 40 jaar en in Vietnam 31

    Het arbeidslandschap zag er twintig jaar geleden heel anders uit, toen je om werknemers te vinden alleen maar de fabriekspoorten hoefde te openen en de arbeiders op de fiets binnenstroomden. In 2001 meldde Nike dat ruim 80 procent van zijn fabrieksarbeiders in Azië werkte en dat de gemiddelde arbeider 22 jaar oud was, alleenstaand en opgegroeid op het platteland. Tegenwoordig is de gemiddelde werknemer van Nike in China 40 jaar en in Vietnam 31, mede doordat de Aziatische landen snel vergrijzen.

    Extra trainingen

    Maxport Limited Vietnam, een toeleverancier van Nike die in 1995 werd opgericht, heeft de strijd om werknemers zien toenemen. Bij de fabrieken van dit bedrijf schijnt nu zonlicht door de ramen en Maxport heeft duizenden planten en bomen geplant. Het bedrijf geeft jonge werknemers extra trainingen, zodat ze kunnen doorgroeien tot supervisor. Toch heeft het moeite om jonge mensen aan te trekken. Het is gestopt met een trainingsprogramma voor jongeren die net van de middelbare school komen, deels omdat maar weinigen van hen daarna een baan accepteerden, zegt senior complianceofficer Do Thi Thuy Huong. Ongeveer 90 procent van de werknemers van Maxport is dertig jaar of ouder.

    Lovesac, een meubelfabrikant in Connecticut, zegt dat zijn personeelsbestand in China aan het vergrijzen is en dat het moeilijker is geworden om jongere werknemers te vinden om vacatures in te vullen. Directeur Shawn Nelson zegt dat jongeren uit landen als China en Vietnam, die tegenwoordig smartphones hebben en in contact staan met de rest van de wereld, minder interesse hebben in fabriekswerk. ‘Als ze eenmaal de Kardashians kunnen zien, willen ze dat werk niet meer doen,’ zegt hij. ‘Dan werken ze liever in een winkel.’ 

    ‘Als ze eenmaal de Kardashians kunnen zien, willen ze dat werk niet meer doen’

    Het bedrijf is van plan om een aantal activiteiten naar de VS te verplaatsen. Later dit jaar wil het beginnen met de productie van stoelen in een geautomatiseerde fabriek in North Carolina.

    Aziatische fabrieken die automatiseren hebben veel moeite om werknemers te vinden die de geavanceerde machines kunnen bedienen. Managers zeggen dat er niet genoeg jongeren zijn die geïnteresseerd zijn in werktuigbouwkunde, en dat degenen die dat wel zijn voor andere beroepen kiezen.

    Abhyuday Jindal, directeur van Jindal Stainless, een Indiase fabrikant van roestvrij staal, zegt dat werknemers uit generatie Z zich aangetrokken voelen tot de IT-sector en dat de meesten van hen ‘op zoek gaan naar een kantoorbaan, ook als ze worden aangenomen voor een technische functie’.

    Fabrieken ‘moeten ofwel meer betalen voor de vaardigheden die ze zoeken, ofwel concessies doen aan de capaciteiten die ze nodig hebben,’ zegt Richard Jackson, directeur van het in Thailand gevestigde wervingsbureau JacksonGrant.

    Uniform

    In Maleisië, een hub voor halfgeleiders en elektronica, laten fabrieken het dragen van een uniform achterwege – daar hebben jonge werknemers een hekel aan – en laten ze hun faciliteiten opnieuw ontwerpen. ‘We proberen onze fabrieken wat sexyer te maken, tussenwanden te openen, meer glas te gebruiken, meer licht binnen te laten, leuke muziek te draaien en een Apple-achtige omgeving te creëren,’ zegt Syed Hussain Syed Husman, voorzitter van de Maleisische werkgeversfederatie, die de fabrikanten vertegenwoordigt.

    Jonge mensen uit ontwikkelingslanden die anders fabriekswerk zouden doen, gaan nu aan de slag in de zorg voor het groeiende aantal ouderen in ontwikkelde landen; ze vullen de gaten op in de vergrijzende beroepsbevolking van die landen. Susi Susanti, een 29-jarige Indonesische, zegt dat ze na haar middelbare school een baan in een fabriek probeerde. Maar de druk die haar managers haar oplegden om sneller te werken, eerst in een elektronicafabriek en daarna in een baan waarbij ze schoenen maakte, beviel haar allerminst. Ze zei tegen haar moeder dat ze iets anders wilde gaan doen.

    Tijdens een zes maanden durende cursus leerde ze de basis van het Mandarijn, en vervolgens ging ze aan de slag als verzorgster van een ouder echtpaar in Taiwan. Haar loon is drie keer zo hoog als wat ze in haar thuisland in de fabrieken verdiende, zegt Susanti, en het is minder vermoeiend. ‘Als het goed gaat met de persoon voor wie ik zorg, kan ik me ontspannen.’ 

    Lees ook: