Tag: Azië

  • Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    De Thaise hoofdstad Bangkok slibt dicht. Daarom wil men de kanalen nieuw leven inblazen die de stad ooit de bijnaam ‘het Venetië van het Oosten’ opleverden.

    Op straat lopen in Bangkok is verschrikkelijk. Autorijden in de stad is al niet veel beter, maar dan vermijd je tenminste de trottoirs, die een soort vieze, kapotte hindernisbanen zijn. Ook betekent autorijden minder directe blootstelling aan de lucht die almaar vervuilder wordt – voor een deel vanwege al die auto’s.

    Hoe kan die vicieuze cirkel doorbroken worden? Stel dat je, als je zo’n twee kilometer verderop moet zijn, door een groene corridor van bomen en stromend water zou kunnen lopen of fietsen in plaats van de motor of een taxi te nemen? Het klinkt misschien als een onwaarschijnlijke fantasie, maar het kan bereikt worden door terug te keren naar Bangkoks verleden en de kanalen, die zijn verwaarloosd of onder het asfalt begraven liggen om de auto ruim baan te geven, in ere te herstellen.

    Dat is het idee achter een proefproject om het uitgebreide netwerk van khlong, of kanalen, waardoor de hoofdstad ooit het ‘Venetië van het Oosten’ werd genoemd, nieuw leven in te blazen. Door die waterwegen op te knappen en ze aan te sluiten op het transportnetwerk ziet het Cycling Canal and Community Project mogelijkheid een einde te maken aan de verkeersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok wegglijdt in een onleefbare, vieze dystopie.

    ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden’

    ‘Bangkok is gebouwd op netwerken van rivieren en kanalen,’ zegt Kanjanee Budhimedhee, hoofd van het project. ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden. Ze worden verstopt door vuilnis en ze verspreiden een smerige stank.’

    Het doel is te beginnen met een autovrije route langs de tien kilometer aan kanalen in zuidwest-Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat een succes wordt, zouden zo’n tienduizend mensen in ongeveer tien gemeenschappen van die doorgang kunnen profiteren. ‘Dit soort corridors langs kanalen bestaat al door heel Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt Kanjanee.

    Als de corridors aaneengeschakeld worden en gaan dienen als toevoerwegen naar het transportsysteem in de stad – boten, bussen en treinen – zullen ze volgens haar ‘een belangrijk alternatief en een wezenlijke optie vormen voor mensen’ die geen gebruik willen maken van de auto. Het zou ook meer veilige en efficiënte vormen van lokaal vervoer betekenen, terwijl de mensen tegelijkertijd worden aangemoedigd om te lopen en te fietsen, waardoor het aantal auto’s op straat zal afnemen. En als de kanalen worden opgeknapt, zal ook de khlong-stank afnemen.


    Het is een idee dat succesvol is gebleken in steden over de hele wereld, waar men in onbruik geraakte rivieren en kanalen heeft opgeknapt om de kwaliteit van het leven te verhogen – en daarmee ook de waarde van het onroerend goed.

    Tien jaar geleden veranderde Seoel zijn extreem vervuilde rivier de Cheonggyecheon in een wonder van groen dat de natuur terugbracht naar bewoners in het hart van de asfaltjungle. Daardoor daalde ook de temperatuur, nam de vervuiling af en bloeide het dierenleven weer op.

    Iets dergelijks hoopt Kanjanee te bereiken met haar initiatief. Nadat het project in 2016 werd goedgekeurd en er geld voor werd vrijgemaakt, is het team erachter nog steeds in onderhandeling met lokale partijen over het ontwerp en de constructie.

    ‘We hebben vaak geprobeerd het er in districten door te krijgen bij het bestuur, maar er zijn veel conflicten. Sommige routes die we hadden uitgekozen, stuitten op onvrede bij de mensen die er woonden,’ vertelt Kanjanee. ‘We hebben tegen het bestuur gezegd dat we, als zij dat goed vinden, zo nodig met elk huishouden daar willen gaan praten.’


    Bangkoks oude, op water gebaseerde vervoersnetwerk ‘was niet voorbereid op straten en trottoirs’ en nu ‘kunnen we geen ruimte meer vinden voor wegen’, zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaande landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in stadsplanning.

    Straten beslaan slechts zeven procent van de grond in Bangkok, terwijl dat percentage volgens een studie van het Urban Design and Development Center of Chulalongkorn University in de meeste steden twintig tot vijfentwintig bedraagt.

    Gevangen in de auto

    Hij vindt dat de hoofdstad mensen ontmoedigt om te lopen of gebruik te maken van het openbaar vervoer, waardoor velen te lang gevangen zitten in hun auto. Die factoren zorgen er weer voor ‘dat we te weinig andere mensen ontmoeten’ en geen kans krijgen om ons in de stad op ons gemak te voelen. ‘We missen mogelijkheden om deel te nemen aan het stadsleven,’ voegt hij eraan toe.

    Meer wegen aanleggen is geen duurzame oplossing en de ruimte terugeisen van auto’s zal ook niet werken. Kanjanee zegt dat ze, in de tien jaar dat ze nu in stadontwikkeling werkt, heeft gemerkt dat pogingen om meer voetgangers- en fietszones aan te leggen door de ruimte te confisqueren die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, ‘niet werken’. Daarom zag ze een potentiële oplossing in de veronachtzaamde gebieden langs de 1161 kanalen in de hoofdstad die wel 2200 kilometer lang zijn.

    Hoewel het project maar langzaam vordert, blijft Kanjanee van mening dat de voordelen – en de lage kosten – de steun van de lokale inwoners zullen krijgen.

    Yossapon meent dat het meer investeringen in gedeelde ruimten zal opleveren als je mensen zover krijgt dat ze de auto laten staan. ‘Als het publiek veel gebruikmaakt van de openbare ruimte, dan is de regering verplicht die in goede staat te houden,’ zegt hij. ‘Dat zal uiteindelijk leiden tot een verbetering van de stadsomgeving.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai

    Openingsbeeld: Kinderen spelen in een kanaal bij een sloppenwijk in het centrum van Bangkok. – © Getty Images

    Khaosod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khaosod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • Vluchtelingen, nee! Aziaten, ja graag!

    Vluchtelingen, nee! Aziaten, ja graag!

    Daar waar Polen net als veel andere Oost-Europese landen weigert Syrische vluchtelingen op te nemen, zijn Aziatische arbeidsmigranten er van harte welkom.

    Na de golf economische vluchtelingen uit Oekraïne komt er nu een nieuwe aan – uit het Verre Oosten. Poolse werkgevers hebben steeds meer moeite om aan Oekraïense werknemers te komen – die al even veeleisend zijn geworden als de Polen – en beginnen in exotischer oorden personeel aan te werven.

    Volgens gegevens van het ministerie van Gezin, Arbeid en Sociaal Beleid heeft Polen alleen al in 2017 bijna 30.000 werkvergunningen afgegeven aan mensen uit Nepal, India, Bangladesh, Oezbekistan, Pakistan, de Filippijnen en China. Het afgelopen jaar raakte het echt in de mode om mensen uit het Verre Oosten te rekruteren, iets wat Poolse werkgevers tot dusverre nooit hebben gedaan.

    Het aantal buitenlandse werknemers in Polen stijgt gestaag: in 2016 zijn 140.000 werkvergunningen afgegeven, een jaar later is dat aantal bijna verdubbeld. Natuurlijk bestaat de meerderheid van hen uit Oekraïners en, in iets mindere mate, Witrussen. Maar na hen worden de meeste werknemers naar Polen gehaald uit… Nepal, gevolgd door India, Moldavië, Bangladesh en Oezbekistan. ‘Qua openheid van de grenzen kunnen we stellen dat we onze verplichtingen ten opzichte van de Europese Commissie meer dan vervuld hebben,’ grapt Andrzej Kubisiak, directeur [van de dienst analyse en communicatie] bij Work Service [het grootste wervingsbureau in Polen]. ‘Maar even serieus, het menselijk potentieel aan onze oostgrens raakt uitgeput. En daarom beginnen de werkgevers en de wervingsbureaus nu andere bronnen te zoeken.’

    Een heel ander arbeidsethos

    Waarom is Azië plotseling in de mode? Bartosz Cebula, vicedirecteur van een bureau dat gespecialiseerd is in rekrutering van Aziaten, legt uit dat zijn cliënten ‘teleurgesteld zijn in het Oekraïense personeel. Ten eerste stijgen de aanwervingskosten van onze buren almaar. Oekraïners eisen vaak hetzelfde salaris als Polen, en soms meer. Ten tweede zijn Oekraïners, volgens mijn cliënten, vaak minder gemotiveerd. Indiërs en Nepalezen hebben een heel ander arbeidsethos.’

    Uit de statistieken van het ministerie blijkt dat het voornamelijk om handarbeiders gaat. In 2017 waren er op een totaal van 250.000 buitenlandse werknemers slechts 30.000 gekwalificeerde krachten, 3000 informatici en 20… artsen. Het gaat hoofdzakelijk over lichamelijke arbeid – in de bouw en de verwerkende industrie. De administratieve rompslomp en de eenmalige kosten die verbonden zijn aan de aanwerving van mensen die van het andere eind van de wereld komen, vormen geen beletsel voor werkgevers die op de salarissen willen besparen.

    Maar Bartosz Cebula is van mening dat ‘het bij ons nog steeds gemakkelijker is dan in Duitsland, waar de aanwerving van buitenlands personeel beperkt blijft tot een lijst met beroepen waarvan officieel erkend wordt dat er een tekort aan geschoold personeel bestaat, bijvoorbeeld wiskundigen, artsen of informatici. En daar wordt buitengewoon streng de hand aan gehouden. Daarom besluiten de Aziaten naar ons te komen. Voor hen is werken in de Europese Unie een droom, ze kunnen meer dan tien keer zo veel verdienen als in hun land van herkomst.’

    Het ministerie van Arbeid wil uiterlijk voor de zomervakantie de aanwervingsvoorwaarden voor buitenlandse werkkrachten liberaliseren. Evenals in Duitsland moet er een lijst van beroepen komen, maar degenen die aan de criteria voldoen kunnen dezelfde voorrechten genieten als onderdanen uit zes Oost-Europese landen (Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland, Armenië, Georgië en Moldavië); ‘de zes’. Werkgeversorganisaties willen zelfs een tiental landen toevoegen aan de lijst met landen waarvoor gunstiger voorwaarden gelden!


    Als dit scenario zich voltrekt staat ons misschien een ware toestroom van goedkope arbeidskrachten uit heel Azië te wachten. In de Poolse wetgeving wordt bepaald dat buitenlandse werkkrachten een minimumsalaris moeten ontvangen en woonruimte moeten krijgen, maar hoe die woonruimte eruit moet zien wordt niet nader gepreciseerd. Het is dus mogelijk dat het net zo zal gaan als nu met de Oekraïners die soms met z’n tienen een appartement delen.

    In dat opzicht staat het Poolse recht aan de kant van de werkgevers. Afgezien van de ‘bevoorrechten’ uit ‘de zes’, worden de overige werknemers aangeworven voor een minimumperiode van één jaar. Maar bij voorkeur twee jaar. In die periode mogen ze alleen maar werken voor de onderneming die ze heeft aangemeld bij de arbeidsadministratie en ze mogen dus niet, zoals de Oekraïners, van werk veranderen als iets hun niet aanstaat. De werkgever die een Nepalees laat komen voor de duur van een bouwproject heeft dus de garantie dat hij gedurende het project voor een minimumsalaris voor hem zal werken. Sterker nog, hij gaat niet naar huis tijdens de feestdagen en neemt geen vakantiedagen op. Er is geen directe vlucht tussen Warschau en Kathmandu en vluchten duren met overstappen algauw meer dan twintig uur en kunnen wel vijftienhonderd euro kosten. Een Oekraïner daarentegen die in Lublin [Oost-Polen] werkt, kan voor tien euro met de bus naar zijn geboortestad Lviv.

    In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd

    Het is dus helemaal niet verbazingwekkend dat werkgevers hele ploegen Aziatische bouwvakkers laten komen. ‘Deze bouwvakkers hebben nog een voordeel,’ aldus Andrzej Kubisiak. ‘Ze hebben vaak ervaring met grote bouwprojecten omdat ze gewerkt hebben in de Arabische Emiraten of in Qatar. Ook in Azië zelf zijn er enorme bouwprojecten. Helaas kunnen Oekraïense bouwvakkers niet prat gaan op zo’n cv.’

    In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd. Vorig jaar hebben ze in Silezië (Zuid-Polen) gewerkt, terwijl ze twee jaar eerder in Ermland-Mazurië (Noord-Polen) werkzaam waren. Ze worden dus in heel Polen ingezet. Er zou dan ook niets vreemds aan geweest zijn als inmiddels algemeen bekend zou zijn dat het regime-Kim al jarenlang werknemers aan andere landen verkoopt. Vrijwel hun gehele salaris wordt ingehouden en vloeit in de Noord-Koreaanse schatkist. Tegelijkertijd zijn ze gewaarschuwd dat als ze vluchten, hun op het Koreaans schiereiland achtergebleven familieleden de consequenties ervan zullen ondervinden.

    Oekraïners en Witrussen spreken al vrij snel Pools. Vaak hebben ze al een basis als ze in Polen aankomen. Hoe communiceren hun superieuren met de Aziaten? Met een Indiër kun je Engels praten, maar het wordt al lastiger met Chinezen, Nepalezen of Filippijnen. De werkgever moet er dus voor zorgen dat iedere ploeg ten minste één persoon bevat die een gemeenschappelijke taal spreekt.

    Komt er in Polen een nieuwe boom van buitenlandse werknemers? ‘Naast een stijging van het aantal Aziatische arbeiders moet rekening worden gehouden met een toenemende immigratie uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie,’ aldus Grzegorz Sielewicz, hoofdeconoom van Coface Midden-Europa. ‘Hoewel de Russische economie geleidelijk aantrekt, wordt de Poolse arbeidsmarkt een aantrekkelijk alternatief voor mensen uit traditionele emigratielanden als Moldavië, Georgië, Oezbekistan, Tadzjikistan of Kazachstan, die vroeger voor Rusland kozen.’

    Auteur: Karol Wasilewski
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openinsgbeeld: De grens tussen Polen en Oekraïne. Oekraïense gastarbeiders in Polen worden steeds vaker vervangen door Aziatische. – © Phil Nijhuis /HH

    Wprost
    Polen | weekblad | oplage 85.000

    Wprost (‘Recht op het doel af’) staat in Polen vooral bekend om zijn scoops. In 2014 baarde het blad veel opzien met de publicatie van in het geheim opgenomen gesprekken tussen belangrijke politici.

  • Wat kunnen we 
leren over 
Aziatische waarden?

    Wat kunnen we 
leren over 
Aziatische waarden?

    Voorlopig is het economische succes van China en India voor andere landen het beste argument om beleid gebaseerd op niet-westerse ideeën te ontwikkelen. Verschillende perspectieven leiden meestal tot innovatie. Het wachten is op toetsbare modellen en theorieën.

    In 1998, toen de Chinese economie net aan zijn opmars was begonnen, stak Kishore Mahbubani de lont in het intellectuele kruitvat met zijn boek Can Asians Think? Twee decennia later, nu Azië het hart van de wereldeconomie vormt en China de Amerikaanse hegemonie in de Aziatisch-Pacifische regio en zelfs de hele wereld naar de kroon steekt, vindt Mahbubani’s vraag opnieuw weerklank, en misschien nog wel meer dan eerst.

    Het zal duidelijk zijn dat Mahbubani zich niet afvroeg of het de Aziaten ontbrak aan de cognitieve vaardigheden van andere wereldbewoners. Hij vroeg zich af of Azië – met zulke uiteenlopende landen als Japan en Singapore in de gelederen – over eigen intellectuele denkkaders beschikt, naast het dominante westerse paradigma. Beschikten Aziatische volken over specifieke waarden die konden verklaren waarom Azië zo razendsnel moderniseerde?

    Nieuwe impuls

    Sommige politieke beschouwers antwoordden op Mahbubani’s vraag dat Aziatische kernwaarden, zoals hard werken, pragmatisme en het gezin als hoeksteen, niet specifiek Aziatisch zijn. Anderen beweerden dat Aziatische waarden niet alleen uniek zijn, maar ook superieur aan die van het Westen. Ook Mahbubani vond dat Azië over eigen waarden en intellectuele tradities beschikt, die volgens hem minstens zo veel aandacht en waardering verdienen als de westerse, al was het maar vanwege het wisselvallige succes van die laatste. Op het moment waarop hij zijn boek publiceerde, had de Aziatische financiële crisis van 1997 nog maar net verschillende economieën in de regio de nek omgedraaid, volgens veel Aziaten als gevolg van overheersende westerse economische ideeën.

    Nu, twintig jaar na Mahbubani’s boek, krijgt de discussie over de intellectuele eigenheid van Azië opnieuw een impuls, deels door het zelfverzekerde politieke leiderschap van de Chinese president Xi Jinping en de Indiase premier Narendra Modi. Dat leidt tot de volgende drievoudige vraag: wat kunnen we leren van het debat over Aziatische waarden, wat schort eraan en hoe kan het op productieve wijze worden gestimuleerd?

    Toen Mahbubani’s boek verscheen, vormde het een schril contrast met Het einde van de geschiedenis en de laatste mens van Francis Fukuyama, dat vijf jaar daarvoor nóg enthousiaster was ontvangen. Fukuyama beweerde dat de liberale democratie en het vrijemarktkapitalisme na de val van het communisme als overwinnaars uit de strijd tevoorschijn waren gekomen. Geen ander politiek stelsel, aldus Fukuyama, kon zich met het democratisch kapitalisme meten als het ging om politieke vrijheid en economische welvaart.

    Een tijdlang bleek Fukuyama’s profetie juist. Voormalige communistische landen, zoals die in Midden- en Oost-Europa, werden democratischer en omarmden de markt. Dat zelfs Deng Xiaoping ervoor pleitte China te ‘hervormen en open te stellen’ leek de weg vrij te maken voor een toekomstige open houding van China ten opzichte van de democratie. Of er nu een ‘einde’ aan de geschiedenis was gekomen of niet, de democratische, kapitalistische wereld was the place to be.

    De Aziatische financiële crisis leek dat idee aanvankelijk te bevestigen, want maakte een einde aan enkele economische succesverhalen in de regio en bracht de Aziatische aanpak schijnbaar in diskrediet. Maar doordat landen als Maleisië, dat de door het IMF voorgestelde economische remedie afwees, zich veel sneller herstelden dan landen die de IMF-adviezen opvolgden, ontstond in heel Azië twijfel over de westerse wijsheid. Westerse ideeën waren misschien toch niet zo belangrijk geweest voor de overwinning van het democratisch kapitalisme.

    Zelfs de VS, het boegbeeld van het westerse democratische kapitalisme, kampt met problemen, belichaamd in president Donald Trump

    Tien jaar na de verschijning van Mahbubani’s boek leken de kansen nog verder te keren. De VS en Europa stortten zich in een zo ernstige zelf veroorzaakte crisis dat de rest van de wereldeconomie erin leek te worden meegesleurd, tot grote ergernis van Aziatische landen, die juist pijnlijke hervormingen hadden doorgevoerd om dat soort toestanden te voorkomen.

    Het zag ernaar uit dat halfbakken ideeën de crisis van 2008 hadden veroorzaakt. Om Friedrich von Hayek te citeren, toen hij in 1974 sprak bij de instelling van de Nobelprijs voor de economie, werden de ‘volmaakte’ economische modellen waarmee westerse regeringen en economen de toekomst voorspelden, ontmaskerd als ‘valse schijn’. Von Hayek schilderde het westerse economische denken af als een keizer die weliswaar nog niet al zijn nieuwe kleren aanhad, maar toch al in vergevorderde ontklede staat verkeerde.

    De gevolgen van deze schertsvertoning waren ernstig: behalve het ongedaan maken van tien jaar economische groei ook stagnatie, westerse overheden die zaten opgezadeld met enorme schulden en centrale banken die hun balans opkalefaterden met zoiets experimenteels als kwantitatieve versoepeling, een vorm van directe geldschepping. Tegelijkertijd namen de economische ongelijkheid, de kwetsbaarheid van de democratie en de politieke polarisatie toe, wat de Aziatische twijfel aan westerse ideeën alleen maar vergrootte, en ook die aan de westerse dominantie in de wereldeconomie.

    Sterker nog, het toenemende besef dat de panacee van de vrijemarktpolitiek, neergelegd in de zogeheten Washington-consensus, had gefaald, en ook de vooraanstaande politici die erin hadden geloofd, heeft bijgedragen aan de opkomst van schijndemocratieën en autocratieën in Hongarije, Polen, Turkije en andere landen. Zelfs de VS, het boegbeeld van het westerse democratische kapitalisme, kampt met dergelijke problemen, belichaamd in president Donald Trump, die het protectionisme heeft omhelsd en het systeem van ‘checks and balances’, de basis van de Amerikaanse democratie, met zo veel woorden op losse schroeven heeft gezet.

    Confucius (links) en Mencius.
    Confucius (links) en Mencius.

    Geen wonder dat de twijfel van Azië aan westerse ideeën er alleen maar groter op is geworden. In China wil de overheid dat scholen en universiteiten meer aandacht besteden aan het Chinese gedachtegoed (een hervorming die naadloos aansluit op de wens van de overheid om haar intellectuele en politieke legitimiteit te versterken). Ook andere Aziatische landen, zoals Zuid-Korea en India, proberen hun eigen intellectuele tradities op te poetsen, niet zozeer om ze rechtstreeks te laten concurreren met westerse ideeën, maar zodat ze op z’n minst kunnen dienen als gelijkwaardige tradities om de wereld te duiden.
    Eerlijk gezegd stonden Fukuyama en vergelijkbare beschouwers van de democratie niet kritiekloos te juichen over het Westen, zoals sommige experts ons hebben willen doen geloven. Integendeel, want Fukuyama gaf toe dat het dominante westerse liberaal-democratische stelsel feilbaar was en zelfs niet bruikbaar in elk land. In ‘Orde en verval’, het tweede deel van zijn boek De oorsprong van onze politiek uit 2014, ging hij zelfs een stap verder toen hij erkende dat de recente ervaringen van China laten zien dat ‘autoritaire overheden soms beter dan democratische in staat zijn om definitief met het verleden te breken’.

    Robert Skidelsky van de Universiteit van Warwick wijst erop dat de intellectuele schraalheid van de economische leer een zwakte van het westerse economische denken is. Uit de Grote Depressie van de jaren dertig kwam de keynesiaanse economie voort. De stagflatie van de jaren zeventig leidde tot het monetarisme van Milton Friedman, dat een revolutie in het overheidsbeleid teweegbracht. Maar tien jaar na de Grote Recessie bestaat er geen eensgezindheid over een nieuwe doorbraak in het westerse economische denken.

    ‘De rest’

    Terwijl het Westen met problemen blijft worstelen, gaat het Azië voor de wind. De economieën van China, India en Zuidoost-Azië zijn bij elkaar goed voor een groei van 63 procent van het wereldwijde bbp en meer dan de helft van de nieuwe consumptie in de afgelopen vijftien jaar. De landen die Fareed Zakaria ooit ‘de rest’ noemde, staan op het punt het Westen in te halen als het gaat om productie, consumptie en spaartegoeden.

    Dat doet vermoeden dat de recente groei van Azië niet zomaar kan worden afgedaan als een kwestie van een paar ontwikkelingslanden die de ontwikkelde landen hebben bijgehaald. In plaats daarvan lijken de Aziatische economieën, zoals Hamid Dabashi van Columbia-universiteit beweert, na eeuwenlange imperialistische overheersing eindelijk te draaien op eigen ideeën. In zijn boek Can Non-Europeans Think? uit 2015, een titel die zelfverzekerd naar die van Mahbubani verwijst, stelt Dabashi dat het probleem niet zozeer was dat ‘de rest’ niet over eigen theoretische kaders beschikte, maar dat die werden gebagatelliseerd en genegeerd.

    Dabashi wijst op het boek Oriëntalisten (1978) van wijlen Edward Said, ook van Columbia-universiteit, dat een overzicht biedt van neerbuigende westerse voorstellingen van ‘het Oosten’ als een regio met minder geavanceerde, minder rationele en uiteindelijk inferieure samenlevingen. Hun manier van denken en hun prestaties werden vaak als minderwaardig beschouwd: misschien waren ze ter plaatse toepasbaar, maar niet universeel, in tegenstelling blijkbaar tot eurocentrische kaders. Daardoor kostte het niet-westerse intellectuelen moeite om op voet van gelijkheid met hun westerse evenknieën te discussiëren.

    Maar hoe geïntimideerd niet-westerse denkers zich misschien ook hebben gevoeld, daar komt een einde aan nu de gebreken van westerse ideeën en modellen aan het licht treden. Dat Trump en de zijnen de feiten, de rede en de wetenschap onder vuur nemen verzwakt de positie van het Westen nog verder. De vraag is of niet-westerse denkers deze kans om de invloed van hun eigen intellectuele kaders uit te breiden zullen grijpen.

    Een belangrijke uitdaging voor Aziatische denkers is dat ze hardnekkige westerse vooroordelen moeten overwinnen. Engelstalige uitgevers hebben nog steeds de neiging om vanuit eurocentrisch perspectief bij te dragen aan de duiding van de wereldpolitiek. Er zijn bijvoorbeeld allerlei waardevolle wetenschappelijke publicaties over China, vooral van Chinese wetenschappers die in het Westen wonen en werken (onder wie Yasheng Huang en Minxin Pei). Die lijken echter vooral bedoeld om de Chinafobie aan te wakkeren of het risico van een crisis of een totale ineenstorting te benadrukken. Het werk van niet-westerse denkers blijft in Europese landen meestal onvertaald, hoewel de kennis en de waardering van kenners voor het werk van bijvoorbeeld Confucius, Mencius en Han Feizi [Chinese geleerden] niet-ingewijden ongetwijfeld zullen helpen hun politieke en zakelijke gesprekspartners in China beter te begrijpen.

    Het verschil tussen India en het Westen is alleen werkelijk te begrijpen als iemand de praktijk van _purva paksha_ (zoiets als “wederzijdse betrokkenheid”) begrijpt en erkent dat daar “harmonieuze maatschappelijke en spirituele groei” voor nodig is

    Doordat zulken boeken maar weinig in het Westen worden uitgegeven, stellen vooral in het Engels schrijvende Indiërs het westerse denken ter discussie. Zo laat historicus Pankaj Mishra in zijn Op de ruïnes van het imperialisme (2012) zien hoe vroeg-twintigste-eeuwse Aziatische intellectuelen als Gandhi, Kang Youwei en Mohammed Abdoe zich genoodzaakt zagen hun eigen tradities – respectievelijk het hindoeïsme, het confucianisme en de islam – opnieuw vanuit westers perspectief te bezien.

    Om hun ideeën verder te verbreiden moeten niet-westerse denkers met doorwrochte, overtuigende betogen laten zien dat die origineel, waardevol en universeel zijn. Ze zouden dat kunnen doen op Mishra’s manier, namelijk door zich te bedienen van eurocentrische middelen. Ze zouden die aanpak ook links kunnen laten liggen en helemaal buiten Europese modellen om kunnen denken. Of ze zouden de twee kunnen integreren in een consistent, universeel analytisch denkraam.

    Welke aanpak niet-westerse denkers ook kiezen, denkwijzen, opvattingen en concepten die hun waarde in eigen land allang hebben bewezen, zullen moeten worden aangepast om ze universeel geldig te maken. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

    De Indiase auteur Rajiv Malhotra laat met zijn boek Being Different: An Indian Challenge to Western Universalism zien hoe ingewikkeld dat is. Niemand zal betwisten dat India verschilt van het Westen. Malhotra beweert echter dat iemand dat verschil alleen werkelijk kan begrijpen als hij de praktijk van purva paksha (zoiets als ‘wederzijdse betrokkenheid’) begrijpt en erkent dat daar ‘harmonieuze maatschappelijke en spirituele groei’ voor nodig is. En dat kan alleen als hij ook het begrip ‘dharma’ uit Indiase religies begrijpt en aanvaardt.

    Een Chinese lezer zal dat niet zo heel veel moeite kosten, want dharma vertoont enige gelijkenis met het begrip ‘tao’ uit de traditionele Chinese filosofie. Maar een seculiere westerse wetenschapper zal zulke lastig te definiëren begrippen niet zomaar snappen. En zelfs al doet hij dat wel, dan zal hij misschien niet bereid zijn om dharma of tao te accepteren als grondslag voor een bruikbaar intellectueel kader, want geen van beide kan wetenschappelijk worden getoetst of empirisch worden geverifieerd.

    Een andere grote uitdaging voor niet-westerse denkers is dat ze hun ideeën – en vooral de intellectuele bouwstenen van het Chinese economische wonder – zodanig moeten verpakken dat die zich kunnen meten met de Washington-consensus. Ook al hebben miljoenen Chinezen een westerse opvoeding of opleiding genoten, er bestaat geen samenhangende of overtuigende Chinese analyse van de oorzaken van China’s economische succes. Doordat een dergelijke ‘Beijing-consensus’ ontbreekt, kunnen westerse waarnemers China’s ervaringen afdoen als idiosyncratisch, waarmee ze verhinderen dat de lering die eruit valt te trekken brede ingang vindt.

    Han Feizi.
    Han Feizi.

    Gegeven die combinatie van conceptuele belemmeringen en weerstand tegen onbekende denkkaders zal het niet eenvoudig zijn het Westen ervan te overtuigen dat ‘de rest’ iets te bieden heeft. Voorlopig is het concrete bewijs dat het Aziatische beleid succes heeft waarschijnlijk het beste argument om niet-westerse opvattingen over te nemen. Zo zou de invoering, in India, van een unieke digitale identiteitscode (‘Aadhaar’ genaamd) meer kunnen betekenen voor de totstandkoming van een inclusieve economie dan welke academische publicatie ook.

    Toch zullen niet-westerse denkers hun ideeën op de lange termijn moeten vertalen in toetsbare modellen en theorieën. Vanwege de complexiteit en de onderlinge verbondenheid van bestaande stelsels zal dat waarschijnlijk niet de verdienste van één individu zal zijn, een nieuwe John Maynard Keynes of Milton Friedman, maar eerder een collectieve onderneming op basis van gedeelde kennis. De Chinese traditie om voor elke dynastie een ‘encyclopedie’ te maken, schept in dat verband een nuttig precedent.

    In het bedrijfsleven leidt grotere diversiteit tot groter succes. De verschillende perspectieven die verschillende partijen inbrengen, en zelfs het ongemak dat uit die verschillen kan voortkomen, leiden meestal tot innovatie. Nu de wereld de problemen probeert aan te pakken die voortkomen uit de westerse visie op groei en ontwikkeling, zoals economische ongelijkheid en maatschappelijke onvrede, is juist dat soort uit diversiteit geboren doorbraken nodig. Het Westen heeft zijn zegje gedaan. Nu is de rest aan de beurt.

    Auteur: Andrew Sheng
    Vertaler: Nico Groen

    Andrew Sheng is momenteel professor aan de Tsinghua-universiteit in Beijing. Zijn laatste boek verscheen onder de titel From Asian to Global Financial Crisis in 2009 bij de Cambridge University Press.

    Project Syndicate
    Praag | project-syndicate.org

    Deze non-profitorganisatie, opgericht in 1994, produceert commentaren en journalistiek door bekende economen, politici, academici en andere maatschappelijk betrokken schrijvers voor een wereldwijd publiek. PS levert content aan 459 media in 155 landen.

    mahbubani

    Hoe Azië het Westen pijlsnel inhaalt

    Het Westen stond de afgelopen tweehonderd jaar aan kop in de wereldgeschiedenis, maar die tijd is voorbij. Volgens Kishore
    Mahbubani, een van de bekendste denkers van Azië, zijn onder andere China en India hard bezig om het Westen over te nemen, op zowel
    economisch als intellectueel vlak.

    De Balie nodigde Mahbubani uit in de serie De Balie Invites om uit te vinden wat de oorzaak is van deze verandering. Hoe moet het Westen reageren?

    Podium. Zaterdag 14 april om 14:00 uur.

  • Donald Trump in Azië: 
een president zonder strategie

    Donald Trump in Azië: 
een president zonder strategie

    Donald Trumps recente twaalfdaagse rondreis door Azië verliep zonder grote incidenten. Ook sloot de Amerikaanse president een tiental lucratieve deals. Maar hij kon niemand duidelijk maken hoe hij denkt te reageren op de toenemende macht van China

    Na een voor hem ongekend vertoon van diplomatie tijdens zijn driedaagse bezoek aan Beijing, was Donald Trump een paar dagen later op de Asia-Pacific Economic Cooperation-top in Vietnam weer zijn vertrouwde zelf. In een felle en confronterende toespraak in Da Nang beschuldigde hij landen in de regio van handelsmisbruik dat de VS niet langer zouden tolereren, en betoogde hij dat in zijn beleid America altijd first zou zijn. De toon stond in schril contrast tot die van de Chinese president Xi Jinping. Hij sprak na Trump en steunde onomwonden de globalisering. ‘Openheid leidt tot vooruitgang, en wie zich op zichzelf blijft richten, zal achterblijven,’ zei Xi.

    De Aziatische landen, beducht voor de oplopende rivaliteit tussen ’s werelds twee grootste economieën, volgden Trumps eerste bezoek aan China nauwlettend. Tot veler verrassing verliep het verblijf van de Amerikaanse president in Beijing probleemloos en rustig. In plaats van het verwachte diplomatieke getouwtrek over Noord-Korea, de handel, Taiwan en de Zuid-Chinese Zee, sprak Xi vleiende woorden over Trump. Ook sloot China meer dan tien zakelijke overeenkomsten met de VS, ter waarde van ruim 250 miljard dollar, in een poging om Trumps onvrede over Amerika’s handelstekort met China te sussen.

    Volgens lokale waarnemers kan de goede persoonlijke band tussen Xi en Trump op korte termijn zeker van nut zijn voor de Chinees-Amerikaanse betrekkingen. Maar op langere termijn zullen die betrekkingen volgens hen in het teken staan van de relatieve neergang van de VS en de opkomst van China. ‘De strijd om invloed in Azië is ontbrand en zal waarschijnlijk feller worden,’ vertelt Timothy Heath, internationaal defensiespecialist bij de RAND Corporation. ‘De toekomst van de mondiale economie ligt in Azië en de VS kunnen het zich niet veroorloven die regio te negeren. De opkomst van China biedt de regio kansen op economische bloei, zoals de Nieuwe Zijderoute, Xi’s persoonlijke initiatief met betrekking tot de wereldhandel en de ontwikkeling van de infrastructuur, maar zorgt bij veel buurlanden ook voor angst en ongerustheid. ‘De VS zullen een belangrijke speler blijven bij het bewaren van de vrede en de stabiliteit in een regio met een geschiedenis vol animositeit en onzekerheid,’ zegt Heath.

    Machtsevenwicht veranderd

    Volgens analytici heeft Beijings toegenomen assertiviteit onder Xi het machtsevenwicht veranderd. ‘Jarenlang volgden veel landen in de regio een dualistische benadering van “aankloppen bij China voor de economie en aankloppen bij de VS voor de veiligheid”, aldus Alexander Vuving, Chinadeskundige aan het Daniel K. Inouye Asia-Pacific Centre for Security Studies in Honolulu. ‘Maar die tactiek werkt niet meer. Landen in de regio moeten op zoek naar een nieuwe regionale veiligheidspolitiek.’

    ‘Beijing maakt zich vooral zorgen over de door de VS geleide vierpartijencoalitie tegen China,’ verklaart Pang Zhongying, een in Beijing gevestigde deskundige op het gebied van de internationale politiek. ‘Dat roept bij Beijing slechte herinneringen op aan de tegen China gericht Aziëstrategie van voormalig president Obama – zij het nu onder een andere naam.

    De herleving van die vierpartijencoalitie – de VS, India, Japan en Australië – die zo’n tien jaar geleden ontstond, is het meest recente voorbeeld van een nieuwe strategische coalitievorming die als tegenwicht moet dienen voor China’s militaire en economische invloed. Japan is de meest uitgesproken aanhanger van het initiatief; India en Australië werden recent pas enthousiast toen China de door de VS geleide wereldorde begon te tarten.

    Australische politici hebben herhaaldelijk gewaarschuwd tegen vermeende pogingen van China om de Australische politiek te beïnvloeden, en tegen China’s expansiepolitiek met betrekking tot het oude geschil om de Zuid-Chinese Zee. ‘Het recente conflict tussen China en India over het Doklamplateau in het Himalayagebergte was ook een waarschuwing voor New Delhi,’ zegt Diyesh Anand, Chinadeskundige aan de Londense Westminster University. ‘Het lijkt erop dat China’s ontevreden buren, zoals India en Japan, niet langer zwijgend zullen toezien, maar de banden met de VS en met elkaar zullen aanhalen.’

    De Trump-bar in Da Nang, Vietnam. Eigenaar Nguyen Ha Anh Tuan (32) houdt van de reuring die Trump veroorzaakt en hoopt dat die overslaat naar zijn etablissement. – © Linh Pham / Getty
    De Trump-bar in Da Nang, Vietnam. Eigenaar Nguyen Ha Anh Tuan (32) houdt van de reuring die Trump veroorzaakt en hoopt dat die overslaat naar zijn etablissement. – © Linh Pham / Getty

    Veel kleine landen in Zuidoost-Azië stellen zich juist voorzichtiger op en proberen zich afzijdig te houden van de grote geschilpunten, zo luidt de analyse van Jay Batongbacal, zeerechtdeskundige aan de University of the Philippines. Maar ook hun relatie met China is gespannen. Volgens veel analytici ligt het keerpunt in Beijings relatie met zijn buren in 2010. Toen bitste de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Yang Jiechi zijn Singaporese collega toe: ‘China is groot en de andere landen zijn klein, dat is een feit.’

    Ook het kleine Vietnam ondervond hoe het is om door China te worden geïntimideerd. Het land spreekt zich al enige tijd duidelijk uit tegen de Chinese claim op de Zuid-Chinese Zee. Op Vietnams onafhankelijkheidsdag, begin september, hield China een militaire oefening vlak voor de Vietnamese kust. Omdat Hanoi economisch afhankelijk is van China, was er weinig dat men kon doen. ‘Vietnam heeft geen opties meer,’ vertelt Vuving. ‘Het land wendde zich tot de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen. Maar als puntje bij paaltje komt zijn de VS, Japan en India de enige die Vietnam kunnen helpen enig tegenwicht te bieden tegen de Chinese invloed.’

    Volgens analytici heeft het feit dat Azië niet echt stabiel is en dat de meeste regeringen in de regio elkaar niet echt vertrouwen, bijgedragen aan de spanningen en toenemende rivaliteit tussen China en de VS. Trumps buitenlandpolitiek, verstoken van elke consistente, allesomvattende strategie, heeft de afname van de invloed van de VS in de regio versneld, bondgenoten en partners van zich vervreemd en China de vrije hand gelaten bij het vergroten van zijn regionale dominantie.

    ‘Xi veroordeelt de westerse liberale waarden en stelt China als het grote voorbeeld voor andere staten’

    Carlyle Thayer, defensiespecialist aan de University of New South Wales in Sydney, legt uit dat in de ogen van Zuidoost-Aziatische landen Trump met zijn isolationistische politiek in feite het leiderschapsstokje heeft overhandigd aan Xi en het signaal heeft afgegeven dat de naoorlogse periode van de Amerikaanse dominantie snel ten einde komt. ‘De Verenigde Staten hebben weinig aan hun militaire dominantie ten opzichte van China als leiderschap en strategie ontbreken om deze te gebruiken ter ondersteuning van een op regels gebaseerde regionale en wereldorde,’ zegt hij. ‘Xi is in dat gat gestapt. Hij veroordeelt de westerse liberale waarden en stelt China als het grote voorbeeld voor andere staten.’

    Volgens veel analytici hebben – ondanks het feit dat negen op de tien Amerikanen nog steeds voorstander is van een sterk mondiaal leiderschap van Washington – Trumps minachting voor multilaterale handelsovereenkomsten en zijn koerswijziging met betrekking tot verplichtingen aan bevriende naties en bondgenoten, wereldwijd een ongekende strategische onzekerheid veroorzaakt. ‘Een onderbezet, ondergefinancierd en gedemoraliseerd ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Amerika’s slagkracht in de regio verkleind,’ aldus Jeffrey Kingston, hoofd Asian Studies aan de Japanse Temple University. Dat standpunt wordt ondersteund door cijfers van de American Foreign Service Association, de vereniging die diplomaten vertegenwoordigt. Die waarschuwde onlangs dat de rangen van Amerika’s meest ervaren diplomaten met duizelingwekkend snelheid uitdunnen: 60 procent van de Career Ambassadors heeft de dienst verlaten sinds Trump in januari president werd. ‘De leegloop van zo veel ervaren ambtenaren heeft een ernstig, direct en concreet effect op het vermogen van de VS om de wereldgebeurtenissen vorm te geven,’ aldus Barbara Stephenson, directeur van de bovengenoemde Association.


    Zuid-Koreaanse waarnemers zeggen dat de recente ontspanning in de relatie tussen China en Zuid-Korea met betrekking tot het Amerikaanse Terminal High Altitude Area Defence (THAAD)-antiraketsysteem een reusachtige geopolitieke stap voorwaarts is voor China in de strijd met de VS om het leiderschap in de regio. Dr. Seong-Hyon Lee, onderzoeker aan het Sejong Institute in Zuid-Korea, zegt het zo: ‘De VS en China staan aan het begin van een periode van ‘structurele competitie’. In feite ging het THAAD-geschil vooral om de rivaliteit tussen de VS en China in de regio.’

    Tijdens zijn recente bezoek aan de VS uitte premier Lee Hsien Loong van Singapore zijn zorgen over de toenemende wedijver tussen China en de VS. ‘Het is voor een klein land nooit makkelijk om een groot buurland te hebben,’ zei hij. ‘Als er spanningen zijn tussen Amerika en China, wordt ons gevraagd om partij te kiezen.’ En dat is iets wat Singapore niet wil doen, volgens Lee.

    Net als Lee is de Filipijnse president Rodrigo Duterte erop gebrand om te bewijzen dat kleine landen ook een belangrijke machtsfactor kunnen worden met gelijkwaardige, vruchtbare relaties met alle grootmachten, vooral met China en de VS. Maar er zal altijd een diepgeworteld wantrouwen blijven bestaan ten aanzien van Beijings intenties. Niet alleen vanwege China’s toenemende concurrentie met de VS, maar ook vanwege China’s geringe politieke transparantie en de repressieve praktijken in eigen land. ‘Aziatische waarnemers denken dat de manier waarop Chinese leiders hun eigen volk behandelen laat zien hoe ze met de buurlanden zullen omgaan als China dominant wordt in Azië,’ legt Robert Sutter uit, een deskundige op het gebied van buitenlandse politiek aan de George Washington University in de Amerikaanse hoofdstad.

    Gelijkwaardige partner

    Nadat hij Beijing heeft omschreven als het opkomende alfamannetje in Azië, zegt Seong-Hyon Lee dat Beijing wat harder zijn best moet doen om bij zijn buren respect af te dwingen en de weerstand te laten afnemen. Maar dat ze daar nog steeds niet lijken te weten wat ‘soft power’ inhoudt.

    Daar is Batongbacal het mee eens. Volgens hem stuit Xi’s veelgeprezen Zijderouteplan ook op kritiek vanwege het gebrek aan waarborgen. ‘Men is bang dat het alleen een oude imperialistische strategie in een glimmend nieuw jasje zal blijken te zijn. China is tot voor kort altijd naar binnen gericht geweest. Dat staat haaks op de internationale structuur van de wereldorde waarin het land een plek zoekt.’

    Maar net als veel andere deskundigen spreekt Batongbacal de hoop uit dat de consolidatie van Xi’s macht een keerpunt kan zijn. ‘Als China ervoor kiest om zichzelf boven de rest van de regio te plaatsen, omdat het meent hogere rechten en aanspraken te hebben, jaagt het land zijn buren tegen zich in het harnas. Pas als het zich opstelt als gelijkwaardige partner in een samenwerking met wederzijdse voordelen, zal het worden geaccepteerd als leider van een gemeenschap van naties.’

    Auteur: Shi Jiangtao
    Vertaler: Paul Bruijn

    South China Morning Post
    China (Hongkong) | dagblad | oplage 261.000

    Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische ontwikkelingen in de regio.

  • 3. Zuurdesembrood in Singapore

    3. Zuurdesembrood in Singapore

    Overal ter wereld verruilen mensen hun vertrouwde granen voor hippere of gezondere varianten. Iedereen probeert te eten wat meer welgestelde mensen eten. Behalve de heel rijken, die juist een voorkeur hebben voor het graan van de armen.

    Als je eten alleen maar beschouwt als iets om in leven te blijven, of als een bron van plezier, zal een uitstapje naar de boerenmarkt in Pacific Palisades je de ogen openen. Voor het in sportief lycra geklede winkelpubliek in deze dure wijk van Los Angeles is eten een uiterst gecompliceerde bezigheid. Julie, een vrouw met een vilthoed, zegt dat ze wit meel probeert te vermijden, omdat ze daar een opgeblazen gevoel van krijgt – al maakt ze een uitzondering voor tortilla’s. Een moeder van een vierjarige eet vijf keer per week rijst, maar is daar niet ‘trots op’. Een derde vrouw, Suzanne Tatoy, heeft zich in eten 
verdiept en geeft de voorkeur aan bruine rijst, quinoa, amarant en gierst.

    Advertenties voor eten zijn even vreemd als invloedrijk. Van de jaren zeventig tot de jaren negentig aten Amerikanen steeds meer tarwe, deels omdat ze cholesterol probeerden te vermijden. Toen kwam er een reeks populaire koolhydraatarme diëten, van Dr. Atkins tot Paleo. Door een toename van coeliakie en zelfgediagnosticeerde glutenintolerantie is tarwe in een kwaad daglicht komen te staan. Tussen 1997 en 2015 is de meelconsumptie in Amerika gedaald van 67 tot 60 kilo 
per hoofd van de bevolking.

    Toch laten de voedseladepten in Pacific Palisades zich niet alleen beïnvloeden door wetenschap – of pseudowetenschap. Ze laten zich ook leiden door mode, die heeft bepaald dat sommige granen uit zijn en andere in. In die zin zijn ze volgers van een enorme wereldwijde trend. In veel landen laten mensen vertrouwde granen staan 
voor nieuwe, om redenen die te maken hebben met landbouwtechnologie, werk, gezondheid en maatschappelijke ambities. Deze verandering is min of meer circulair. Iedereen probeert meer granen te eten die meer welgestelde mensen eten, behalve de heel rijken, die een voorkeur hebben voor het eten van armen. Het verhaal begint in de velden van West-Afrika.

    Rijst in Afrika

    Aboud Kobena verbouwt sinds 1991 rijst in Tiassalé in Ivoorkust. Hij heeft veel klachten. De pomp die water uit een nabijgelegen rivier haalt om zijn 35 hectare grond te bevloeien is weer eens kapot. De machines die hij heeft aangeschaft om sneller te kunnen oogsten zijn een slechte reclame voor de Chinese techniek gebleken. Arbeid is duur, zegt hij, en ‘de mensen zijn lui geworden’. Het ergste is dat de prijs die zijn gewas opbrengt veel lager is dan tien jaar geleden. Het probleem is, zegt Kobena, dat iedereen nu rijst verbouwt.

    Tussen 2000 en 2014 is de rijstproductie in West-Afrika gestegen van 7,1 miljoen tot 16,8 miljoen ton. In Ivoorkust, dat vooral bekendstaat als cacaoproducent, is de rijstoogst in die tijd verdrievoudigd. Nieuwe hybride zaadsoorten die speciaal voor Afrika zijn ontwikkeld, zoals Nerica en Wita, hebben de 
productie opgestuwd en boeren in staat gesteld rijst te verbouwen op droge gronden waar vroeger voornamelijk de graansoort sorghum groeide.

    Rijst is al lange tijd populair in sommige West-Afrikaanse landen, zoals Senegal. Het wordt in een groot deel van de regio het hoofdvoedsel. Thomas Reardon, voedseldeskundige aan de Michigan State University, zegt dat de urbanisatie de vraag doet toenemen. Werknemers in steden leerden rijst lekker vinden in cafés en koken het nu ook thuis. Bovendien is rijst makkelijker te bereiden dan gierst of sorghum – een uitkomst voor de vermoeide 
stedelijke werknemers.

    © Getty
    © Getty

    De Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN schat dat de rijstconsumptie per hoofd van de bevolking in sub-Saharaans Afrika sneller stijgt dan in enige andere regio. Dat zal vermoedelijk zo blijven, omdat het inwonertal van Afrikaanse steden in hoog tempo toeneemt, met gemiddeld 3 procent per jaar. Volop kansen dus voor Afrikaanse boeren. En de Afrikaanse vraag is ook een zegen voor rijstproducerende landen in Azië. Die kunnen wel wat nieuwe klanten gebruiken, want de vraag thuis is niet meer wat hij geweest is.

    Rijst is zo belangrijk voor het leven in Azië dat veel mensen in plaats van ‘Hoe gaat het?’ vragen: ‘Heb je al rijst gegeten?’ Zo’n 90 procent van de mondiale rijstproductie wordt in Azië geconsumeerd, waarvan alleen al 60 procent 
in China, India en Indonesië. In elk groot land behalve Pakistan eten 
Aziaten meer rijst dan het wereldwijde gemiddelde.

    Van begin jaren zestig tot begin jaren negentig nam de rijstconsumptie per hoofd van de bevolking geleidelijk toe, van gemiddeld 85 tot 103 kilo per jaar. Naarmate Azië zich verder aan de armoede ontworstelde begonnen mensen meer te eten, en rijst was beschikbaar en betaalbaar. In de armste Aziatische landen, zoals Bangladesh en Cambodja, blijft een volle rijstkom een teken van overvloed (in Bangladesh komt 70 procent van de calorieën van rijst) en de mensen blijven er steeds meer van eten. Maar in Azië als geheel stagneert de rijstconsumptie nu min of meer. In welvarender landen raakt rijst uit de mode. 
Cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw duiden erop dat de rijstconsumptie in China, Indonesië en Zuid-Korea sinds 2000 is afgenomen en in Singapore geheel is ingestort. 
Rijkere Aziaten halen hun calorieën steeds meer uit groente, fruit, vlees, 
vis en zuivelproducten. En net als in 
Amerika stappen veel mensen over 
op een andere graansoort.

    Het is onwaarschijnlijk dat mensen in Azië elkaar zullen gaan begroeten met de vraag of ze al bagels hebben gegeten

    Waar de stalletjes in de straten van Zuidoost-Azië nog steeds rijst serveren, worden de chique winkelcentra steeds meer gedomineerd door tarwe. Tal van bakkerijen verkopen traditioneel Europees gebak en brood, naast typisch 
Aziatische specialiteiten. BreadTalk, een snel groeiende keten in Singapore, verdient kapitalen met floss buns, zoete witte kadetjes die besmeerd zijn met boter en ei, en door gedroogd en geplukt varkensvlees zijn gerold.

    Joseph Lee, de eigenaar van The Bread Table, een andere bakkerij in Singapore, schrijft de toenemende vraag toe aan toerisme en migratie. ‘Hoe meer mensen begonnen te reizen, des te vaker ze Europees brood wilden eten als ze weer thuiskwamen,’ zegt hij. 
‘Nu vragen sommige mensen om zuurdesem.’ In 2013 opende Lee de eerste van een keten op Europese leest geschoeide bakkerijen.

    De tarweconsumptie stijgt snel in landen als Thailand en Vietnam. Zuidoost-Aziatische landen zullen in de periode 2016-2017 23,4 miljoen ton tarwe consumeren, schat het Amerikaanse ministerie van Landbouw, tegen 16,5 miljoen in 2012-2013. Dat zal bijna allemaal geïmporteerd worden. Naar verwachting zal in Zuid-Azië 
de consumptie in diezelfde periode groeien van 121 miljoen naar 139 miljoen ton. India, dat tot voor kort een grote netto-exporteur van tarwe was, is een netto-importeur geworden. Een deel van de tarwe is voor diervoeder, maar het meeste is gewoon om door mensen te worden gegeten.

    Deze trend zal nog lang doorzetten, verwacht de Rabobank. Zuidoost-Aziaten eten nog steeds maar 26 kilo tarwe per jaar, veel minder dan het mondiale gemiddelde van 78 kilo. Ze lijken zich niets aan te trekken van prijsverhogingen: toen het graan tussen 2009 en 2013 duurder werd bleef de tarweconsumptie onverminderd groeien, al nam het gebruik voor diervoeder af. Toch zal rijst voor veel Aziatische culturen het belangrijkst blijven. Het is onwaarschijnlijk dat mensen elkaar zullen gaan begroeten met de vraag of ze al bagels hebben gegeten.

    Oergranen

    Terwijl West-Afrikanen hun bord met rijst vullen en Zuidoost-Aziaten aan ciabatta’s knabbelen, onthouden Amerikanen zich steeds meer van beide. ‘Op een gegeven moment is het welletjes,’ zegt Craydon Chong, analist bij de Rabobank. En tarwe heeft nieuwe concurrenten, vooral in de rijkste wijken van Amerika. Of preciezer gezegd: nieuwe oeroude concurrenten.

    Café Gratitude is een vegetarisch fijnproeversrestaurant in Venice Beach, een wijk in Los Angeles die zelfs naar de maatstaven van die metropool bijzonder gezondheidsbewust is. Elk item op de menukaart is daar een bevestiging van, dus word je geacht een gerecht dat ‘Glorious’ heet te bestellen door te verklaren: ‘Ik ben glorieus.’ 
Er zijn ook pizza’s beschikbaar, maar dan gemaakt van eenkoren en kamut. Tot de bijgerechten behoren bruine rijst en quinoa.

    Eenkoren en kamut zijn allebei tarwesoorten. Volgens de voorstanders hebben ze een lange stamboom en 
zijn ze ontsnapt aan het geknoei van moderne plantenkwekers. Quinoa is iets anders: het zaad van een plant 
die voornamelijk in Midden- en Zuid-Amerika groeit. Zulke graansoorten worden, naast diverse andere, op de markt gebracht als ‘oergranen’. 
Ze heten gezonder en authentieker 
te zijn dan gewone rijst en tarwe. 
Ze zijn in elk geval duurder.

    Een paar kilometer ten noorden van Venice Beach, op de boerenmarkt van Santa Monica, verkoopt Larry Kandarian biologische zwarte gerst voor 9 dollar per pond en Ethiopische blauwe farro (een andere tarwesoort) voor 7 dollar. De hang naar ‘deugdzame’ granen beperkt zich niet tot Californische voedseladepten. In 2015 introduceerde General Mills, een grote Amerikaanse voedselproducent, een ontbijtgraanproduct dat Cheerios + ancient grains heet en kamut, havervlokken, quinoa en spelt bevat. Pastamerk Ronzoni heeft een pasta met 
amarant, gierst, sorghum en teff ontwikkeld. Datassential, een marktonderzoeksbureau dat 
restaurantmenu’s afspeurt, meldt dat 9 procent van de gewone 
restaurants en 16 procent van de duurdere in 2016 quinoa aanbood. Sorghum, dat Amerikanen lange tijd aan hun vee hebben gevoerd, sluipt ook de menukaart binnen, evenals gierst, dat gewoonlijk als vogelzaad wordt gebruikt.

    Het is nog te vroeg om te zeggen of oergranen meer dan een bevlieging zijn. Hoewel de mondiale quinoaproductie is gestegen van 58 duizend ton in 2008 tot 193 duizend in 2014, stelt het nog steeds niet veel voor vergeleken bij rijst, tarwe of maïs. De belangrijkste graansoorten profiteren van hechte netwerken van landbouwonderzoeksinstituten die zich inspannen 
om de opbrengst te vergroten 
en ziektes te onderdrukken. 
Ze worden vaak gesubsidieerd.

    Toch zijn het de consumenten en niet de overheden die uiteindelijk achter veranderingen in eetgewoonten zitten. En bijna overal lijken consumenten een voorkeur voor nieuwigheden te hebben ontwikkeld. Zelfs in arme Afrikaanse en Aziatische landen wint verpakt voedsel aan populariteit, zegt Thomas Reardon. Hij is met name verrast door de opkomst van tarwenoedels in Afrika. Indomie, een Indonesisch bedrijf, begon halverwege de jaren negentig noedels te produceren in Nigeria. Het heeft inmiddels diverse concurrenten in dat land, en elders in West-Afrika neemt de vraag toe. De heerschappij van de rijst zou weleens van korte duur kunnen blijken.

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • 8. Een stap terug in Azië?

    8. Een stap terug in Azië?

    De pivot to Asia (draai naar Azië) was een van de paradepaardjes van de regering-Obama. Als Trump die terugdraait, zal dat ingrijpende gevolgen hebben voor de veiligheid, mensenrechten en handelsverdragen.

    De America First-retoriek van aankomend president Donald Trump doet vermoeden dat hij niet al te geïnteresseerd is in de binnenlandse politiek van zijn Aziatische bondgenoten. Trump leverde weliswaar stevige kritiek op het economische beleid van China, en zei dat Japan en Zuid-Korea meer moeten uitgeven aan defensie, maar afgezien daarvan heeft hij zich amper over Azië uitgelaten.

    Als Trumps isolationistische verhaal wordt omgezet in beleid, betekent dat waarschijnlijk dat een van Obama’s paradepaardjes op het gebied van buitenlandse zaken – de zogenoemde pivot to Asia [‘draai naar Azië’] – zal worden teruggedraaid. ‘Voor zover wij dat kunnen inschatten, zal Trumps presidentschap het einde betekenen van de draai naar Azië als expliciet onderdeel van het Amerikaanse buitenlandbeleid,’ aldus Tom Pepinsky, Zuidoost-Azië-analist aan de Cornell-universiteit.

    Elke vorm van troepenvermindering zou de onzekerheid in de regio kunnen aanwakkeren

    Wat dat betekent voor de militaire aanwezigheid van de VS in Azië blijft vooralsnog onduidelijk. Elke vorm van troepenvermindering zou de onzekerheid in de regio kunnen aanwakkeren, aangezien dit de toenemende militaire macht van China in de regio zou vergroten en Noord-Korea zou aanmoedigen om de verdediging van Zuid-Korea en Japan verder op de proef te stellen.

    In navolging van zijn eerdere beschuldigingen aan het adres van Europese NAVO-landen, die hij afschilderde als profiteurs, zei Trump dat Japan en Zuid-Korea wat hem betreft meer zouden moeten bijdragen aan de aanwezigheid van Amerikaanse soldaten in de regio.

    Op 9 november, daags na Trumps overwinning, zei Chung Jin-suk van de Zuid-Koreaanse regeringspartij Saenuri in het parlement dat men ‘ingrijpende veranderingen op het gebied van veiligheid’ moet verwachten. Trump verzekerde de Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye er later van dat de VS ‘bescherming zullen bieden tegen de instabiliteit in Noord-Korea’, aldus een woordvoerder van Park.

    De aankomend president heeft zich tot nog toe dubbelzinnig uitgelaten over de vraag of de Verenigde Staten zich – zoals werd gedreigd – zullen terugtrekken uit Azië. Michael Flynn, voormalig hoofd van het Amerikaanse Defense Intelligence Agency en adviseur voor buitenlands beleid tijdens de campagne van Trump, vertelde de Nikkei Asian Review in oktober dat het Amerikaans-Japanse bondgenootschap ‘van cruciaal belang’ is voor de veiligheid in Azië. En Trump ‘deelt die mening’ absoluut, zei hij. Niettemin, voegde Flynn eraan toe, moeten de leiders ‘eens goed bekijken wat de kosten zijn en wat ervoor nodig is om de veiligheid en stabiliteit [in de regio] te behouden’.

    Chinese verkoopsters poseren met een Trump-vlag in hun winkel in de stad Jinhua, bekend om zijn gedroogde ham. – © Getty Images
    Chinese verkoopsters poseren met een Trump-vlag in hun winkel in de stad Jinhua, bekend om zijn gedroogde ham. – © Getty Images

    Eveneens onduidelijk is Trumps standpunt als het gaat om de conflicten in de Zuid-Chinese Zee – een gebied dat bijna volledig door Beijing wordt geclaimd, zelfs nu de VS hun aanwezigheid in dit gebied hebben opgevoerd om China in het gareel te houden. Trumps visie op de rivaliteit in de betwiste wateren zou voor het eerst zichtbaar kunnen worden wanneer er nieuwe onthullingen boven water komen over de kunstmatige eilanden die China er aanlegt of de militarisering die er plaatsvindt, of anders tijdens regionale topontmoetingen in Azië in het komende jaar.

    Mocht Trump zich inderdaad terugtrekken, dan ‘zal Zuidoost-Azië zich afvragen of Amerika nog wel een betrouwbare partner is; sommigen vragen zich dat nu al af’, aldus Lee Jones van de School of Politics and International Relations aan de Queen Mary University of London.

    Trump heeft laten doorschemeren dat Rusland wat hem betreft wat meer de vrije hand zou moeten hebben in de voormalige Sovjetrepublieken. Hij suggereerde bovendien dat hij de Amerikaanse steun aan de zogenoemde gematigde rebellen, die in Syrië strijden tegen de regeringstroepen, zou stopzetten. In een telefoongesprek met de Russische president Poetin zei Trump dat hij ‘een sterke en duurzame relatie’ tussen de twee landen nastreeft.

    Soft power

    Als Trump de claims van China in de Zuid-Chinese Zee als legitiem beschouwt, zou dit Beijing kunnen aanmoedigen om nog een stapje verder te gaan, ondanks het feit dat de historische aanspraken van China in juli nog werden verworpen door een internationaal gerechtshof. Ondanks die uitspraak probeerden verschillende landen in de regio zich al voor de verkiezingsuitslag in te dekken tegen eventueel naderend onheil; met name de Filipijnse president Duterte deed pogingen om de banden met China aan te halen.

    Als de VS weer zouden ‘terugdraaien’ uit Azië, zou Washington vrijwel zeker minder geneigd zijn om anderen de les te lezen over schendingen van mensenrechten – zoals de bloedige war on drugs van Duterte, waarbij sinds juni al meer dan drieduizend mensen om het leven zijn gekomen, of de aanhoudende macht van de militairen in Thailand, een andere oude bondgenoot van de VS.

    ‘Het gebrek aan fatsoen in de verkiezingsdebatten en de nativistische, xenofobische aard van diverse uitspraken van Trump hebben inmiddels al een negatieve uitwerking gehad op de Amerikaanse soft power in Azië en elders ter wereld’

    Naast hun ongeëvenaarde economische en militaire macht hebben de VS jarenlang kunnen vertrouwen op hun – minder tastbare – soft power bij het uitoefenen van invloed op andere landen. Volgens Joseph Nye, de wetenschapper van Harvard die deze term ooit bedacht, is dit ‘het vermogen om te verkrijgen wat men wil door middel van verleiding, in plaats van door dwang of beloning’. Nye merkt echter op dat het aanzien van de VS in Azië is geschaad. ‘Het gebrek aan fatsoen in de verkiezingsdebatten en de nativistische, xenofobische aard van diverse uitspraken van Trump hebben inmiddels al een negatieve uitwerking gehad op de Amerikaanse soft power in Azië en elders ter wereld,’ zo zei hij.

    Trumps aversie tegen vrijhandelsverdragen zou de aantrekkingskracht van de VS in Azië nog verder kunnen ondermijnen. Obama heeft zich vol overgave ingezet voor het Trans-Pacific Partnership (TPP), een handelsverdrag met elf landen rond de Stille Oceaan, waaronder Brunei, Japan, Maleisië, Singapore en Vietnam. Hij hoopte dat een succesvol TPP andere landen ertoe zou overhalen om ook mee te doen, maar nog voor de presidentsverkiezingen rezen er al twijfels, toen zowel Trump als Clinton zich tegen het voorstel uitsprak.

    De kans dat de Verenigde Staten het TPP zullen ratificeren is met de nieuwe machthebbers zo goed als nihil. ‘In zijn huidige vorm kan het TPP niet van kracht worden zonder Amerikaanse deelname,’ zei de Maleisische premier Najib echter tegen de Nikkei Asian Review.

    De ogen van de wereld zijn de komende maanden gericht op Donald Trump; hierin zal blijken in hoeverre hij de botte retoriek uit zijn verkiezingscampagne daadwerkelijk wil omzetten in beleid, of hij de confronterende koers zal varen die we van hem kennen uit The Apprentice, of toch zal terugvallen op de onderhandelingen en compromissen uit zijn jaren als zakenman.

    Auteur: Simon Roughneen
    Vertaler: Rogier Goetze

    Nikkei Asian Review
    Japan | weekblad | 2,946,594 ochtend, 1,558,594 Evening

    Bijdragen van over de hele wereld over Azië, met de nadruk op economie. Sinds 2015 ook eigenaar van Financial Times.

  • Kim Jong-un-imitator zijn, wie wil dat nou niet?

    Kim Jong-un-imitator zijn, wie wil dat nou niet?

    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un heeft verschillende professionele imitators. Het is leuk werk, vinden ze. Je wordt overal uitgenodigd, en je kunt er een aardig centje mee verdienen, ook al zullen niet alle mensen je imitaties waarderen. En soms word je uiterst serieus genomen.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week was Kim Jong-un te gast in Rusland om met Vladimir Poetin afspraken te maken over leveranties van voedsel en wapens tussen Rusland en Noord-Korea. Niet alleen het bezoek zelf, ook het buitenissige vervoersmiddel waarmee de Noord-Koreaanse leider naar Rusland reisde was onderwerp van gesprek: een zwaar gepantserde trein, voorzien van alle mogelijke luxes, die door het bijbehorende gewicht een maximumsnelheid heeft van 88 km/u. Daar komt nog bij dat Kim Jong-un zelf sowieso al de aandacht trekt met zijn excentrieke kapsel, bolle wangen en dichtgeknoopte zwarte overhemden.

    Genoeg redenen voor imitators om de Kim-Jong-un uit te hangen, zo blijkt uit dit artikel van The Guardian van zeven jaar geleden. Ze vinden het leuk werk en verdienen er ook nog een aardig bedrag mee. Toch zijn ze niet van plan om dit de rest van hun leven te blijven doen. ‘Ik doe dat imiteren om studenten aan het lachen te maken en om voor wat vertier te zorgen… maar ik heb mijn eigen dromen en carrièreplannen.’

    Met zijn buitenissige korte kapsel, zijn mollige wangen en zijn voorliefde voor zwarte dichtgeknoopte overhemden en glimmende brogues is Kim Jong-un een van ’s werelds meest herkenbare dictators – en een van degenen met wie het meest de spot wordt gedreven.

    Professionele Kim-imitators duiken op bij footballwedstrijden, op universiteitscampussen en zelfs bij politieke demonstraties en bijeenkomsten. Als je zo’n klus kunt krijgen, is het leuk werk. Een imitator, die we op zijn verzoek Howard noemen, verkeerde vorig jaar bij de uitreiking van de Grammy Awards in het gezelschap van popster Kate Perry. Een andere imitator, die alleen Jeremy genoemd wil worden, pochte dat hij heeft gezoend met wel veertig vrouwen toen hij vorig jaar maart als Kim aanwezig was bij een rugbytoernooi in Hongkong.

    Howard wil graag benadrukken dat hij met zijn personage ‘Kim-Jong-um’ de eerste professionele lookalike was van de dictator, vóór rivaal Jeremy. Howard verkoopt zichzelf met de slogan: ‘Maak kennis met de Dierbare Leider zonder dat je naar Noord-Korea hoeft’. Hij komt er eerlijk voor uit dat hij het fijn vindt om zijn personage te lenen voor ‘projecten die extra geld opleveren’.

    Kim worden

    ‘Het begon allemaal op 1 april 2013, toen ik een paar foto’s van mezelf uploadde met een Kim-Jong-un-achtig kapsel. Twee weken later kreeg ik een telefoontje of ik naar Israël wilde komen om een hamburgercommercial op te nemen,’ vertelt Howard via de telefoon vanuit Hongkong.

    Maar het zijn niet alleen commerciële schnabbels. ‘Kim-Jong-um’ woonde vorig jaar in Rusland de viering van de Dag van de Overwinning bij toen de echte Kim, die samen met enkele andere bekende autocraten op de gastenlijst stond, verstek liet gaan. Volgens Howard hadden de meeste Moskovieten de grap wel door en stonden ze in de rij voor een selfie. Maar sommigen trapten erin en één omstander vroeg in alle ernst waarom hij daar alleen stond, zonder gevolg.

    Een imitator pocht dat hij heeft gezoend met wel veertig vrouwen

    Howard heeft ook zijn personage ingezet om enkele politieke acties te ondersteunen, zoals die van Occupy Central, de beweging die in 2014 plotseling opkwam en streed voor meer democratie. Ook heeft hij zijn gezicht geleend aan protesten die werden georganiseerd door een groep die de North Korea Defector Concerns heet en zich verzet tegen China’s gedwongen repatriëring van Noord-Koreanen – een situatie die hij ‘onaanvaardbaar en moreel uiterst verwerpelijk’ noemt. Maar de enige Noord-Koreanen die zijn personage in levenden lijve hebben gezien waren die op het consulaat in Hongkong, waar hij als onderdeel van een mediastunt aanwezig was. ‘Ze waren pisnijdig en belden de beveiliging,’ vertelt hij.

    Ook Minyong Kim uit Zuid-Korea heeft zich een Kim Jong-un-uiterlijk aangemeten. Eerst verkleedde hij zich voor de lol, tot hij besefte dat het ook interessant parttimewerk kon opleveren. Ontegenzeggelijk zijn opzienbarendste stunt was toen hij samen met de imitator van Barack Obama, Reggie Brown, in de straten van Seoul Eric Carmens klassieker All By Myself zong. Daarna is hij in de VS gaan studeren, waar hij intussen ‘de meest gefotografeerde man op de campus is’, vertelde hij News Gazette.

    Misschien vinden sommigen het smakeloos om je te verkleden als een man die ervan wordt beschuldigd zich lovend uit te laten over gevangenkampen en miljoenen ondervoede burgers. Maar Howard benadrukt dat het nooit zijn bedoeling is geweest om de Noord-Koreaanse leider te verheerlijken.

    Anders dan Howard heeft Minyong alle verzoeken afgeslagen om zich te lenen voor iets politieks. Liberty in Noord-Korea, een vanuit de VS opererende actiegroep, riep zijn hulp in. ‘Maar die heb ik geweigerd, ik doe aan geen enkele politieke activiteit mee – of het nu voor of tegen het Noord-Koreaanse bewind is’, mailde hij The Guardian.

    Als hij weet dat Noord-Koreanen een ontmoeting met zijn personage niet waarderen, zal hij zo’n treffen zeker vermijden, maar ‘Zuid-Koreanen begrijpen wat ik doe en veel mensen vinden het grappig… het is een parodie en niet meer dan dat.’ Over het algemeen wordt zijn act ook door het Amerikaanse publiek gewaardeerd, maar ‘sommige extreemrechtse conservatieven reageren agressief, ze vinden dat ik me onvaderlandslievend opstel.’

    Toen News Gazette hem vroeg wat hij van Kim Jong-un zelf vond, zei hij: ‘Volgens mij trekt hij zich van mij niks aan want hij is de “dierbare leider” van Noord-Korea, en ik ben maar een gewone burger.’

    ‘Een paar mensen hebben me wel even apart genomen en gevraagd: “Je weet toch wel wie hij is, hè?”’

    Howard komt weinig mensen tegen die zich aan zijn act storen of ervan walgen. ‘Een paar mensen hebben me wel even apart genomen en gevraagd: “Je weet toch wel wie hij is, hè?”.’

    Hoe leuk het nu ook allemaal mag zijn, Howard noch Minyong is van plan om nog lang door te gaan met de verkleedpartij. Howard droomt van een carrière in de muziek, en ook voor Minyong is het maar tijdelijk. ‘Ik doe dat imiteren om studenten aan het lachen te maken en om voor wat vertier te zorgen… maar ik heb mijn eigen dromen en carrièreplannen. Het imiteren van Kim Jong-un maakt maar een klein onderdeel uit van mijn leven.’ Bovendien heeft zijn vriendin gezegd dat ze zijn hele act weerzinwekkend vindt.

  • Sam Pa zit in de bak, lang leve Sam Pa!

    Sam Pa zit in de bak, lang leve Sam Pa!

    De malafide, vooral in Afrika opererende Chinese businesstycoon Sam Pa leek lang ongrijpbaar, maar werd eind vorig jaar dan toch eindelijk gearresteerd. Als er niets wordt gedaan aan de schimmige netwerken waarin hij kon gedijen, zullen er gewoon 
weer anderen opstaan die zijn plaats innemen.

    Op de avond van 8 oktober 2015 werd de Chinese investeringstycoon Sam Pa door de autoriteiten opgepakt in het Sofitel van 
Beijing. Dit kan het einde betekenen van zijn bliksemsnelle, en enigszins onwaarschijnlijke opkomst van relatief onbekend figuur tot een van de invloedrijkste zakenlieden in Afrika. Volgens de berichten werd Pa die avond gearresteerd vanwege een onfrisse zakendeal in Angola met een machtige Chinese staatsoliemaatschappij, die hem torenhoge winsten had opgeleverd.

    Als voormalig spion (met een ‘voorliefde voor snelle auto’s en vrouwen’, volgens zijn vrienden) wist Pa met zijn verhaal journalisten en investeerders over de hele wereld te boeien. Van bankroete wapenhandelaar eind 
jaren negentig werd hij in minder 
dan tien jaar tijd een tycoon met een zakenimperium dat vele miljarden waard was. Het syndicaat dat hij in 2003 vormde, bekend als de Queensway Group (genoemd naar het adres van de vestiging in Hongkong), was actief in olie, mijnbouw, infrastructuur, luchtvaart, landbouw en vastgoed. Het had belangen in bedrijven over de hele wereld. Van Noord-Korea en Zimbabwe tot aan Manhattan, en op minstens vier verschillende continenten, doet justitie onderzoek naar 
de activiteiten van de groep.

    In veel opzichten opereerde Sam Pa in de 
traditie van oorlogsprofiteurs als de beruchte Russische wapenhandelaar Viktor Bout. Net als Bout vóór hem spreekt Pa verscheidene talen vloeiend, beschikte hij over verschillende paspoorten, verplaatste hij zich met zijn eigen luchtvloot en gebruikte hij minstens zeven schuilnamen. Via de wapenhandel had hij op hoog politiek niveau contacten gelegd, maar die relaties gebruikte hij vervolgens om nieuwe markten aan te boren en een indrukwekkender buit bij elkaar te plunderen. De arrestatie van Pa kan betekenen dat een van de grootste uitbuiters en meest roofzuchtige investeerders die ooit voet op Afrikaanse bodem hebben gezet, nu ten val is gekomen. Maar op de lange termijn zal dat weinig opleveren, als het systeem waaraan hij zijn enorme succes dankte niet wordt ontmanteld.

    Sam Pa (derde van links) op een bouwterrein in Mozambique.
    Sam Pa (derde van links) op een bouwterrein in Mozambique.

    Pa heeft machtige vrienden in Beijing, en die hebben hem voor een deel aan zijn succes geholpen. In 2004 richtte Queensway de Chinees-Angolese joint venture China Sonangol op, die uiteindelijk de belangrijkste deelname van het syndicaat zou worden. Sinopec, 
een van de grootste staatsoliemaatschappijen van China, stond in 2005 borg voor een lening van 3 miljard dollar van een groep particuliere westerse banken aan China Sonangol, waardoor Queensway een vliegende start kon maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Nog steeds zijn 
Chinese staatsbedrijven belangrijke partners in de buitenlandse ondernemingen van Queensway.

    Toch hebben die oude banden Pa uiteindelijk niet kunnen beschermen. Daarvoor heeft hij om te beginnen te vaak de controverse opgezocht. Zo ging hij in zee met twijfelachtige tussenpersonen als Roman Poetin – een neef van de Russische president Vladimir Poetin – die hem hielp een contract van 1,3 miljard dollar binnen te halen voor de bouw van een brug tussen Rusland en de Krim, slechts een paar maanden na de controversiële Russische annexatie van die Oekraïense regio.

    Pa liet vaak zijn oog vallen op landen met een grote rijkdom aan grondstoffen en een financieel wankelend of diplomatiek geïsoleerd regime. In 2008 investeerde hij honderden miljoenen dollars in de diamantsector van Zimbabwe, tijdens de crisis in de nasleep van de verkiezingen in dat land. Later sloot Queensway overeenkomsten met Guinee, Niger en Madagaskar, telkens kort na een staatsgreep in het betreffende land. In de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang regelde hij deals met Office 39, een Noord-Koreaans staatsagentschap dat zich met allerlei zaken bezighoudt, van vals geld tot drugssmokkel. In veel van deze landen kenmerken de projecten van Queensway zich door chronische vertragingen, mismanagement en beschuldigingen van omkoping.

    Pa opereerde in de traditie van de Russische wapenhandelaar Viktor Bout

    Enkele operaties van Pa hebben echter de grens tussen ‘moreel twijfelachtig’ en ‘zonder twijfel illegaal’ overschreden. In 2011 schreef de Britse journalist Jon Swain over Pa’s betrokkenheid bij het smokkelen van diamanten uit Zimbabwe en wapenleveranties aan Ivoorkust, in strijd met het geldende embargo. In 2013 onthulden rechtbankverslagen dat zijn bedrijven in het geheim diplomaten in Noord-Korea en Mozambique betaalden, en in de vervolgonderzoeken rees de verdenking dat hij in verschillende landen, waaronder Nigeria, hooggeplaatste functionarissen had omgekocht om lucratieve olieconcessies te verkrijgen. In april 2014 vaardigde het Amerikaanse ministerie van Financiën sancties uit tegen Pa wegens zijn steun aan de geheime politie van Zimbabwe, die synoniem is geworden met door de staat gesanctioneerd geweld.

    Achterkamertjesdeals

    Ook Chinese diplomaten hebben jarenlang kritiek geleverd op Queensway. 
Zij gaven geregeld een verklaring uit waarin Beijing zich distantieerde van de activiteiten van Queensway, en ze waarschuwden bedrijven en buitenlandse overheden om geen zaken te doen met Pa. Maar woorden kosten niets. Critici (onder wie ikzelf) hebben betoogd dat al zolang de Queensway Group bestaat, de Chinese overheid niets heeft gedaan om de leiders van het syndicaat voor hun roofzuchtige praktijken te straffen, en dat China vaak van Pa’s activiteiten heeft geprofiteerd. Pa kon jarenlang relaties blijven onderhouden met hoge functionarissen en staatsondernemingen, ondanks de beschuldigingen van de diplomaten en de justitiële onderzoeken die telkens op niets uitliepen. Om zich tegen dit soort critici te weren had Queensway echter deels de bescherming van deze invloedrijke figuren in Beijing nodig, en dat maakte het syndicaat kwetsbaar voor veranderingen in het Chinese politieke landschap.

    Kennelijk begreep Pa dat zijn dagen waren geteld. Ondanks zijn enorme succes bleef hij, volgens medewerkers, met een enorme drang doorwerken. 
In een speech in 2014 noemde Sun Hengchao, een vriend van Pa en het hoofd van de Universiteit van Yinchuan, hem ‘de verpersoonlijking van de ondernemersgeest’. Hij kon zich dure huizen en gebouwen veroorloven, zei Sun, maar had nauwelijks tijd om daarin door te brengen. ‘In feite woonde hij het grootste deel van zijn tijd aan boord van een vliegtuig,’ voegde hij eraan toe. Als hij moe was na een drukke dag, stapte hij het vliegtuig in en ging slapen. Zodra hij was geland ging hij weer aan het werk. Sun vertelde hoe hij zijn rondreizende vriend een keer had gevraagd hoe die dit schema volhield. Pa’s antwoord verraste Sun: ‘Meneer Sun, ik ben de vijftig gepasseerd. Hoeveel tijd heb ik nog te verspillen?’

    Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats

    Achteraf gezien lijkt het duidelijk dat Pa een groot deel van zijn tijd en energie heeft besteed aan het verhullen van zijn activiteiten via achterkamertjesdeals met gelijkgestemde kleptocraten, en het opzoeken van mazen in de wet. Dit is geen geringe taak, als je bedenkt hoe omvangrijk zijn operaties waren.

    Maar het businessmodel van Queensway bood Pa kansen genoeg om zijn sporen uit te wissen. Pa had de gewoonte om onderhandelingen over zakendeals achter gesloten deuren te voeren, en de contracten die zo tot stand kwamen werden zelden openbaar gemaakt. Bovendien zijn in veel van de landen waar Queensway opereert de toezichthoudende instanties zwak en zijn de burgers en de pers monddood gemaakt, wat betekent dat de activiteiten van het syndicaat zelden kritisch door de overheid onder de loep worden genomen.

    Mede dankzij machtige vrienden van Pa in Beijing kon zijn syndicaat Queensway een vliegende start maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Het land is een belangrijke olieleverancier aan China. – © Vanessa Vick / HH
    Mede dankzij machtige vrienden van Pa in Beijing kon zijn syndicaat Queensway een vliegende start maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Het land is een belangrijke olieleverancier aan China. – © Vanessa Vick / HH

    Het team advocaten en accountants van Queensway deed er alles aan om te zorgen dat Pa’s schuilnamen nergens in de officiële stukken van het bedrijf opdoken. In de loop der tijd werd de bedrijfsstructuur van Queensway steeds complexer. Op een bepaald moment werden de operaties in de diamantsector van Zimbabwe aangestuurd via de in Hongkong gevestigde dochtermaatschappij van een Singaporese firma, die op haar beurt eigendom was van een reeks brievenbusmaatschappijen op de Britse Maagdeneilanden. Wie uiteindelijk 
de eigenaren van deze firma’s waren, blijft een raadsel.

    Wie probeert de bedrijfsstructuur van Queensway in kaart te brengen gaat het al snel duizelen. Dankzij die ondoorzichtigheid konden vertegenwoordigers van China Sonangol en China International Fund – de vlaggenschepen van Queensway die zich met allerlei zaken bezighielden, van oliehandel tot vastgoedontwikkeling – hun banden met Sam Pa ontkennen 
en beweren dat hij alleen als adviseur optrad. Het gebrek aan transparantie belemmert ook onderzoekers en regelgevers die zich in de activiteiten van Queensway willen verdiepen.

    Dubieuze rol banken

    Queensway profiteerde ook van de zwakke moraal bij banken. Banken zijn wettelijk verplicht om ‘hun klanten te kennen’, maar het is bekend dat veel financiële instellingen toch zaken doen met firma’s die de identiteit van hun uiteindelijke gerechtigden verbergen. China Sonangol heeft leningen van vele miljarden losgekregen en had rekeningen lopen bij gevestigde banken. Zo konden Pa en zijn collega’s makkelijk geld laten circuleren. Queensway bezit nu voor miljarden dollars aan vastgoed over de hele wereld, waaronder het historische hoofdkwartier van J.P. Morgan in Manhattan, dat het in bezit heeft via een brievenbusmaatschappij in Delaware.

    Nu heeft Sam Pa misschien zijn eindstation bereikt. De man die bekendstaat als een van de sluwste ondernemers in politiek onstabiele en explosieve landen over de hele wereld, is slachtoffer geworden van de politieke onrust in zijn eigen land. Een van de belangrijkste kenmerken van het beleid van president Xi Jinping is de corruptiebestrijding, 
op een schaal die in het moderne China ongekend is.

    Xi heeft gezworen dat hij zowel op de tijgers (corrupte hoge functionarissen) als op de vliegen (kleine crimineeltjes) zou jagen, maar in de ogen van velen is de anticorruptiecampagne voornamelijk gericht tegen zijn politieke tegenstanders. Pa was ooit een meester in het guanxi, het onderhouden van persoonlijke netwerken met mensen van invloed, maar nu zouden zijn relaties met de verkeerde Chinese elites wel eens de doorslaggevende factor kunnen worden bij zijn val.

    De dag voordat Pa werd gearresteerd meldden partijfunctionarissen dat Su Shulin, gouverneur van de provincie Fujian en voormalig hoofd van de 
Sinopec Group, wordt verdacht van ‘ernstige overtredingen’. Pa en Su h
ebben nauw samengewerkt bij zakendeals in Angola en naar verluidt is er een verband tussen de arrestatie van Pa en het onderzoek naar Su. Sinopec heeft een gigantisch verlies geleden op zijn samenwerking met China Sonangol, maar Pa en zijn compagnons hadden er weinig geld ingestoken en hielden er een fortuin aan over: een honorarium van 51 miljoen dollar voor alleen het papierwerk rond het verwerven van vijf oliekavels, en een creditcard van het bedrijf waarmee Pa in de loop van verscheidene jaren 7,5 miljoen 
dollar heeft uitgegeven.

    De brug tussen Rusland en de Krim in aanbouw. – © Nikolay Hiznyak / HH
    De brug tussen Rusland en de Krim in aanbouw. – © Nikolay Hiznyak / HH

    Met Su heeft Xi misschien een tijger gestrikt. Met Pa heeft hij de Heer van de Vliegen te pakken. Pa mag dan in de Chinese binnenlandse politiek een onbeduidende speler zijn, hij is buitengewoon invloedrijk in een aantal van de buitenlandse kleptocratieën die hij heeft helpen opkomen. Maar zijn arrestatie zal nauwelijks betekenen 
dat het recht zijn loop krijgt.

    Een van de dingen die dat lastig maken is dat China de vervolging van corruptie buiten het rechtssysteem om uitvoert. De Centrale Commissie voor Discipline Inspectie, het orgaan van de Communistische Partij dat het onderzoek naar Pa doet, is een geheim instituut, dat volgens critici ‘een grove vorm van 
partijjustitie bedrijft, vaak op basis van politieke motieven’. Als Pa op die manier wordt vervolgd, zal dat hoogstwaarschijnlijk geen eerlijk proces opleveren, omdat hij en de slachtoffers van zijn vuile zaakjes niet de gerechtigheid krijgen die ze verdienen. Als Pa ten voorbeeld wordt gesteld, zullen bepaalde functionarissen wel twee keer nadenken voor ze zich inlaten met omkoping, maar het feit dat de zuivering politiek gemotiveerd is kan de afschrikwekkende werking van dat voorbeeld ondermijnen, vooral voor Xi’s bondgenoten.

    De Chinese overheid deed lang niets om de leiders van het syndicaat te straffen

    Maar belangrijker is nog dat Pa’s val niet een teken is dat het businessmodel van Queensway heeft gefaald. De structurele misstanden en de mazen in het systeem die het succes van Pa en van de Queensway Group om te beginnen mogelijk hebben gemaakt, blijven intact. Roofinvesteerders als Sam Pa en Viktor Bout kunnen nog steeds hun bedrijf verankeren in een juridisch klimaat dat zich niet druk maakt over het gedrag van dat bedrijf in het buitenland; ze kunnen ondernemingen oprichten zonder hun identiteit te onthullen en hun pijlen richten op regimes met zwakke toezichtstructuren en met leiders die het belangrijker 
vinden om zichzelf te verrijken dan 
om hun burgers te dienen.

    Voor echte vooruitgang in de strijd tegen corruptie in de publieke sector – in China of waar ook ter wereld – is veel meer nodig dan het verwijderen van mensen zoals Pa, die deze misdaden begaan. De hoeksteen van elke strijd tegen corruptie moet zijn dat het illegale spelers onmogelijk wordt gemaakt om in het duister te opereren. Dat betekent dat staatsondernemingen 
en overheidsbudgetten transparant moeten zijn en dat burgers en de pers in staat moeten zijn om als waakhond te dienen. Om zeker te stellen dat 
anticorruptiecampagnes legitiem en toekomstbestendig zijn, moeten functionarissen die verdacht worden van corruptie berecht worden volgens 
formele en transparante juridische procedures, niet door ad-hoctribunalen met een politiek doel. Helaas lijken China en veel andere landen waar Pa heeft geopereerd de tegenovergestelde richting uit te gaan.

    Transparantie

    Toch kunnen hervormingsgezinde 
landen veel doen om die transparante manier van zakendoen te bevorderen. In de eerste plaats kunnen ze anonieme brievenbusmaatschappijen verbieden. Elk land zou een openbaar register moeten bijhouden van alle bedrijven die binnen zijn grondgebied geregistreerd staan. Zo’n register moet informatie bevatten over elk individu dat een substantieel belang in een bedrijf heeft, waaronder zijn naam, geboortedatum, huisadres, nationaliteit en contactinformatie. Het zou illegaal moeten zijn om deze informatie te vervalsen, en bankiers die geldhandelingen uitvoeren voor anonieme investeerders zouden strafrechtelijk moeten worden vervolgd.

    De Britse premier David Cameron heeft het voortouw genomen in het bepleiten van deze hervormingen. Daarbij heeft hij toegezegd een openbaar register van Britse bedrijven te zullen instellen, en gezworen dat hij achter ‘smerig geld’ aan zou gaan dat nu in de vastgoedmarkt van het land is gestoken. Maar machtige belangengroepen verzetten zich tegen wetgeving die de transparantie van rechthebbenden zou vergroten, en veel landen en Britse overzeese gebiedsdelen weigeren mee te doen met de hervormingen.

    Toen ik over Pa’s arrestatie hoorde, belde ik de collega die me zeven jaar geleden had aangeraden om onderzoek naar Pa te doen. ‘Sams dagen zijn altijd al geteld geweest,’ zei hij tegen me. ‘Als het niet deze keer misgaat, dan wel een andere keer. Met mannen als hij loopt het meestal verkeerd af.’ De val van Pa is altijd onvermijdelijk geweest, maar dankzij een verrot systeem kunnen mensen als hij telkens opnieuw opduiken. ‘In de wereld van vandaag kun 
je elke poging om een eind te maken aan illegale activiteiten – of dat nu wapenhandel door Viktor Bout of door iemand anders is – zien als het tweede werk van Hercules’, schreven Dough Farah en Stephen Braun in 2006 in het blad Foreign Policy. ‘Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats.’

    Auteur: J.R. Mailey
    Vertaler: Annemie de Vries

    African Arguments
    Verenigd Koninkrijk | africanarguments.org
    Dit onlinetijdschrift is gewijd aan analyses over al wat speelt in hedendaags Afrika, en dient tevens als platform voor discussies daaromtrent. De site werd in 2007 gelanceerd door de Royal African Society, een Britse stichting die zich inzet voor een beter begrip van het continent.

  • Oceaan en muur tussen Syriërs en de VS

    Oceaan en muur tussen Syriërs en de VS

    Kwestie van politieke onwil, noemt George Packer, schrijver en journalist van de New Yorker, het beschamend lage aantal (2000) Syrische vluchtelingen dat de VS toelaten.

    In november 1979 bracht de vrouw van de toenmalige Amerikaanse president Jimmy Carter, Rosalynn Carter, een bezoek aan een vluchtelingenkamp aan de grens van Thailand met Cambodja. Zuid-Vietnam, Cambodja en Laos (tezamen Indochina) waren vier jaar eerder geteisterd door communistische guerrillabewegingen, wat drie miljoen mensen op de vlucht deed slaan: Vietnamese bootvluchtelingen die aan vervolging probeerden te ontkomen, leden van de Hmong-minderheid die de pro-communistische verzetsbeweging Pathet Lao ontliepen en Cambodjaanse slachtoffers van genocide, oorlog en hongersnood. Niemand zat op deze ontheemden te wachten. Buurlanden stuurden gammele, overvolle Vietnamese vissersboten terug en de Thaise regering weigerde de Cambodjanen als vluchtelingen te erkennen; het leger liet velen aan de grens rechtsomkeert maken, de mijnenvelden in. Westerse regeringen stuurden liever hulp dan een reddende hand te bieden.

    De VS zouden ruim één miljoen Zuid-Aziatische vluchtelingen toelaten

    De Amerikanen hadden, na hun jarenlange, nutteloze oorlog in Vietnam, toch al een zekere weerzin tegen de hele regio. Hoewel Washington onmiskenbaar een bepaalde verantwoordelijkheid droeg, wilden sommige progressieve én conservatieve politici niet dat het land midden in een economische crisis geld aan buitenlanders uitgaf. In 1975 zei de zojuist ingezworen gouverneur van Californië Jerry Brown: ‘We kunnen onze blik niet achtduizend kilometer verderop richten en tegelijkertijd de mensen hier links laten liggen.’ Nadat president Gerald Ford toestemming had gegeven om 130.000 Zuid-Aziatische vluchtelingen toe te laten, probeerde iemand uit de kring rond Brown te voorkomen dat een vliegtuig vol vluchtelingen op luchtmachtbasis Travis Air Force Base landde, nabij Sacramento. Senator Jesse Helms maakte op raciale gronden be-zwaar tegen de landing, zonder zich achteraf te verontschuldigen. ‘Door dat hele smeltkroesidee hebben we met steeds meer maatschappelijke problemen te maken,’ zei hij. ‘Er bestaat grote bezorgdheid of zo’n grote groep zich wel aan de Amerikaanse normen en waarden kan aanpassen.’ Er heerste zelfs angst voor een communistische staatgreep.

    Kinderen met Syrische vlaggen voor het Witte Huis in Washington D.C. – © Glyn Lowe / Flickr Creative Commons
    Kinderen met Syrische vlaggen voor het Witte Huis in Washington D.C. – © Glyn Lowe / Flickr Creative Commons

    Jimmy Carter was een groot strijder voor mensenrechten, maar zijn regering stond niet te trappelen om de deuren open te zetten voor Cambodjanen die op de vlucht waren voor honger en gevechten tussen het Vietnamese bezettingsleger en de Rode Khmer. Eind 1979, toen de crisis op een ramp uitdraaide, voelde Carter de druk van democratische rivaal, senator Edward Kennedy, en stuurde hij zijn vrouw naar de chaotische grenskampen. Rosalynn Carter liep tussen de uitgehongerde en stervende mensen door met honderdvijftig journalisten in haar kielzog. Ze hield een baby die bijna doodging in haar armen terwijl ze met de moeder van het kind sprak, die op de grond lag. ‘Mag ik een glimlach?’ vroeg ze een andere vrouw, die ze een kus op het voorhoofd drukte. Na afloop zei mevrouw Carter dat ze snel naar huis terugging ‘om er mijn man over te vertellen’. Doordat de schijnwerpers als gevolg van haar bezoek op de kampen waren gericht, kwamen er internationale hulpprogramma’s en opvangregelingen op gang. Uiteindelijk zouden de VS ruim één miljoen Zuid-Aziatische vluchtelingen toelaten. De meesten bleken zich aan de Amerikaanse normen en waarden te kunnen aanpassen.

    First Lady Rosalynn Carter houdt een Cambodjaans kindje vast als zij in 1979 het vluchtelingenkamp Sa Kaeo bezoekt. – © Corbis
    First Lady Rosalynn Carter houdt een Cambodjaans kindje vast als zij in 1979 het vluchtelingenkamp Sa Kaeo bezoekt. – © Corbis

    Maar al te gemakkelijk wordt vergeten dat elk genereus gebaar dat de VS naar vluchtelingen maken aanvankelijk op fel verzet stuitte, dat werd gevoed door onwetendheid. Door de geschiedenis heen blijkt het optreden van de president de doorslag te hebben gegeven. Na de Tweede Wereldoorlog nam het Amerikaanse congres een wet aan die het Joodse slachtoffers van de nazi’s moeilijker maakte zich in de VS te vestigen dan gevluchte Duitsers. De voorzitter van de senaatscommissie voor immigratie, Chapman Revercomb uit West Virginia, schreef: ‘Velen die tot dit land willen worden toegelaten, hebben nauwelijks enige notie van onze vorm van bestuur. Velen zijn afkomstig uit landen waar het communisme is ontkiemd en waar het de politieke overtuigingen en ideeën van de mensen beheerst.’ De woede en de volharding van president Harry Truman moesten eraan te pas komen om het congres zover te krijgen meer vluchtelingen 
toe te laten en discriminerende maatregelen uit te bannen.


    Vier miljoen mensen zijn op de vlucht voor de burgeroorlog in Syrië, veel meer dan het verbijsterende aantal van Indochina. Het is de grootste humanitaire crisis van na de Tweede Wereldoorlog. De afgelopen maand staken maar liefst negenduizend mensen de Middellandse Zee over, op weg naar Europa. Maar de VS nemen nog geen tweeduizend Syrische vluchtelingen op. In september kondigde president Obama aan de quota voor 2016 naar tienduizend te zullen verhogen. Dat is maar de helft van het totale aantal vluchtelingen uit Indochina dat in 1980 maandelijks naar de VS kwam. Een voorstander van een ruimhartiger vluchtelingenbeleid noemde het ‘een beschamend laag aantal’. En zelfs dat bescheiden doel wordt waarschijnlijk niet eens gehaald.

    Hindernissen

    Het kan maar liefst twee jaar duren voordat Syrische vluchtelingen de 
aanvraagprocedure hebben doorlopen. De nationale veiligheid is zogenaamd de reden voor die lange duur, maar in werkelijkheid zijn de meeste hindernissen vooral bureaucratisch van aard. In de hele regio kampen vluchtelingencentra met onderbezetting en geldgebrek. Al ruim een jaar worden intakegesprekken met vluchtelingen in Libanon – waar één miljoen Syrische vluchtelingen wonen – uitgesteld omdat de Amerikaanse ambassade wordt verbouwd. Zulke gesprekken zouden door middel van een videoconference kunnen worden gevoerd; het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zou bedrijven toestemming kunnen verlenen en kunnen opleiden om een eerste screening te doen en de overbelaste kantoren van de Verenigde Naties ter plaatse te ontzien. De regering zou ervoor kunnen zorgen dat Syriërs die familie in Amerika hebben sneller een visum kunnen krijgen. Zulke technische maatregelen zijn vrij eenvoudig te nemen. De president zou ook de humanitaire noodtoestand kunnen uitroepen en op grond van een vluchtelingenwet die in 1980 nog door Carter werd ondertekend de vluchtelingenquota tot boven de jaarlijkse limiet kunnen verhogen. Het enige wat ontbreekt is politieke wil.

    De regering-Obama laat de Atlantische Oceaan de Amerikanen tegen de humanitaire gevolgen beschermen

    Zoals de verwoesting van Cambodja een indirect gevolg was van de Vietnamoorlog, zo heeft de Irakoorlog bijgedragen aan de strijd in Syrië, al was het maar omdat daardoor ruimte kwam voor de Islamitische Staat. De regering-Obama laat de Atlantische Oceaan de Amerikanen tegen de humanitaire gevolgen beschermen, alsof ligging hetzelfde is als morele verantwoordelijkheid. Lang geleden besloot de president dat Amerikaans militair ingrijpen geen einde aan de oorlog in Syrië kon maken. Dat is geen reden om dan ook maar minder mensen toe te laten. Anders dan senator Ted Cruz noemt Obama Syrische vluchtelingen geen ‘jihadisten die hiernaartoe komen om onschuldige Amerikanen te vermoorden’. Evenmin waarschuwt hij, zoals Donald Trump, dat ‘het paard van Troje niets is vergeleken bij een stelletje vluchtelingen die van IS blijken te zijn’. Maar van de passiviteit van de regering gaat wel dezelfde boodschap uit.

    Amerikaanse programmeurs en ondernemers van Aziatische komaf. – © Danny Choo / Flickr Creative Commons
    Amerikaanse programmeurs en ondernemers van Aziatische komaf. – © Danny Choo / Flickr Creative Commons

    Half november gaat Michelle Obama naar Jordanië en Qatar om onderwijsinitiatieven voor meisjes te promoten. In de geest van Rosalynn Carter, zesendertig novembers geleden, zou ze kunnen overwegen een uitstapje te maken naar een kamp met Syrische vluchtelingen aan de grens met Jordanië, waar ze met een moeder zou kunnen praten en een kind zou kunnen vasthouden. Als dat onhaalbaar is, zou ze op bezoek kunnen gaan bij een Syrisch gezin in een opvangcentrum in Istanboel, of bij het kantoor van de VN in Beiroet. Alleen al haar aanwezigheid zou de wereld laten zien dat haar echtgenoot, en bij uitbreiding het land waarover hij regeert, zich het lot van de vluchtelingen aantrekt.

    Auteur: George Packer
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    The New Yorker
    Verenigde Staten, weekblad, oplage 1.043.000
    Sinds 1925 hét New Yorkse tijdschrift met als handelsmerk de satirische karikaturen en cartoons en geïllustreerde covers. Is met zijn parels van reportages, scherpe politieke analyses, fictie en essayistiek, rigoureuze factchecking en brede belangstelling voor cultuur favoriet onder liefhebbers van het journalistieke ambacht in binnen- en buitenland.

  • Zuid-Korea koopt zijn drugs in het Noorden

    Zuid-Korea koopt zijn drugs in het Noorden

    Zuid-Korea is niet langer een drugsvrije oase. Vanuit Noord-Korea komen steeds meer – en steeds sterkere – drugs het land binnen.

    Zuid-Korea is zijn reputatie aan het verliezen als ‘schoon land’ wat drugs aangaat. Een land geldt als ‘schoon’ als er minder dan twintig drugsgerelateerde delicten per 100.000 inwoners per jaar voorkomen; voor de Zuid-Koreaanse bevolking als geheel komt dat neer op minder dan 10.000 per jaar. Het afgelopen jaar werd die grens net niet bereikt: 9700 personen waren op de een of andere manier bij drugsaffaires betrokken.
    Eind juni arresteerde de politie van Gangnam, een wijk in het zuiden van Seoul, twee mensen. Een was een 41-
jarige arbeider die onder invloed van drugs amok maakte op het kruispunt voor het metrostation van Gangnam. De ander was een 35-jarige man die in een restaurant in de buurt servies kapot gooide. Hij droeg dertig spuiten bij zich met drugs erin en op zijn armen waren de sporen te zien van minstens tien injecties. Ook drong op 30 juni een man een dameskleedkamer binnen nadat hij methamfetamine had gespoten.

    Zuiver en goedkoop

    Drugs zijn tot diep in onze samenleving doorgedrongen. De eerste vijf maanden van dit jaar arresteerde de politie 2438 mensen in verband met drugs: 15,7 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De oorzaak van deze stijging is waarschijnlijk de toegenomen handel via internet. Liefst 518 personen hadden via die weg verdovende middelen gekocht of verkocht, twee keer zoveel als vorig jaar.
    In juni rekende de politie in Bucheon 
in de provincie Gyeonggi een 48-jarige man in die tussen augustus 2014 en maart 2015 voor een bedrag van 800 
miljoen won [620.000 euro] aan drugs had verhandeld. Hij ontving het spul – xtc, ghb, methamfetamine – per post uit de Verenigde Staten, China en Hongkong, in onopvallende verpakkingen van toiletartikelen of vitaminetabletten. Zijn klanten waren golfleraren, studenten, bureaumedewerkers en zelfs een paar artsen en docenten. De drugs werden aangeboden op een internetforum, waarna klanten via een smartphone-app bestellingen konden plaatsen. Het onderzoek wees uit dat de man de opbrengst doorsluisde naar zijn partners in China en zelf maandelijks slechts 1 à 2 miljoen won [770 à 1550 euro] aan commissie kreeg.
    ‘De invoer van drugs is sterk gestegen. Internationale criminele organisaties richten zich nu ook op Zuid-Korea; de groei van het internet en vooral van sociale netwerken biedt deze handel een platform. Het land is niet meer de oase van vroeger waar nauwelijks drugs te vinden waren,’ aldus een inspecteur van een belangrijk politiebureau in Seoul. In de eerste vier maanden van dit jaar onderschepte de douane van de stad Incheon meer drugs dan ooit tevoren: zo’n 3,6 ton aan verdovende middelen, waaronder maar liefst 69 verschillende soorten, met een straatwaarde van 4,9 miljard won [3,8 miljoen euro]. Vorig jaar was dat in dezelfde periode nog respectievelijk 5,4 kilo en 240 miljoen won [187.000 euro].

    Internationale criminele organisaties richten zich nu ook op Zuid-Korea

    Nieuw is ook de aanwezigheid op de markt van Noord-Koreaanse drugs, die een sterker effect hebben dan andere drugs. Het is een publiek geheim dat de Noord-Koreaanse autoriteiten drugs fabriceren en verhandelen om aan hun behoefte aan buitenlandse deviezen te voldoen. De handel is in handen van Bureau 39 van de Arbeiderspartij en van de geheime dienst. Volgens Kim Pok-jun, docent aan de Zuid-Koreaanse politieacademie, komt ‘90 procent van de uit China binnengesmokkelde drugs oorspronkelijk uit Noord-Korea. De productie van methamfetamine is onderdeel van het economisch beleid van Pyongyang. Je kunt rustig aannemen dat de in Zuid-Korea verhandelde drugs voor het grootste deel bestaan uit methamfetamines uit Noord-Korea. De leider van het Zuid Koreaanse drugsbestrijdingsprogramma Jeon Yeong-gu stelt: ‘Noord-Korea fabriceert drugs om uit de economische crisis te raken. Noord-Koreaanse drugs zijn vrij zuiver en relatief goedkoop.’

    ‘Noord-Korea fabriceert drugs om uit de economische crisis te raken’

    In 2012, toen de politie een netwerk oprolde dat drugs smokkelde tussen Noord-Korea, China en Zuid-Korea, werd duidelijk dat er Noord-Koreaanse drugs circuleerden. In Zuid-Korea worden deze drugs eoreum genoemd. De smokkelaars zijn erg actief in de Chinese stad Dandong, vlak bij het Noord-Koreaanse Sinuiju, aan de benedenloop van de rivier de Amnok [ook wel de Yalu]. Na aankomst in Dandong worden de drugs doorgevoerd naar [de Noordoost-Chinese provincie] Heilongjiang en [de Zuid-Chinese provincie] Guangdong.

    Jeong Rak-in

    Dit jaar werden meer drugs onderschept dan ooit tevoren.
    Dit jaar werden meer drugs onderschept dan ooit tevoren.
  • Aziatische uitvaarten zijn gouden handel

    Aziatische uitvaarten zijn gouden handel

    Van Japan tot Singapore wordt de bevolking grijzer en rijker. Daarmee groeit de behoefte aan uitvaartdiensten op maat. Voor begrafenisondernemers is niets te gek om aan de buitenissige wensen van hun klanten te voldoen.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werd bekend dat de Indonesische hoofdstad Jakarta Tokio voorbijgestreefd is als grootste stad ter wereld. Een van de redenen waarom het inwoneraantal van de Japanse hoofdstad nauwelijks of niet groeit, is de vergrijzing waarmee Japan al jaren te kampen heeft.
    Als gevolg daarvan hebben begrafenisondernemers hun handen vol, getuige dit artikel van tien jaar geleden. Ze sparen kosten noch moeite om aan de wensen van hun klanten te voldoen. Hier geldt wel heel letterlijk: de een zijn dood is de ander zijn brood.

    De teint van geelzucht, afzichtelijke kogelwonden, gebroken botten als gevolg van auto-ongelukken op hoge snelheid: geen zee gaat de verfspuit van Lee Jonglan te hoog.

    ‘U ziet dat de rechterkant van haar gezicht er normaal uitziet,’ zegt Lee, terwijl haar tengere model met moeite haar ogen dichthoudt. ‘Maar links ziet het er een beetje gezwollen uit omdat we zo veel foundation hebben aangebracht.’

    Het is niet perfect, stelt Lee vast. Maar ze streeft dan ook niet naar perfectie. Ze streeft naar troost voor de nabestaanden. ‘Kijk eens hoe mooi ze eruitziet,’ zegt ze. Het model, herrezen uit de dood, glimlacht. De omstanders verdringen zich rond haar, visitekaartjes in de aanslag.

    Een make-updemonstratie op de Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs in Macau. © Tyrone Siu / Reuters
    Een make-updemonstratie op de Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs in Macau. © Tyrone Siu / Reuters

    Kunstdiamanten van as

    Lee, in Zuid-Korea dé topvisagiste voor doden, was zichtbaar in haar element, en niet alleen vanwege haar tv-sterrenglimlach. Ze was de koning te rijk toen ruim honderd begrafenisondernemers, fabrikanten, ambtenaren en zakenlui in mei de jaarlijkse Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs en -Conferentie bezochten, die werd gehouden in Macau, een semiautonome bestuurlijke regio aan de Zuid-Chinese kust.

    Drie dagen lang wisselden deelnemers – uit alle windstreken, van het nabijgelegen Hongkong tot helemaal uit Bolivia – handdrukken en contactgegevens uit. Ze hadden afspraken met Mongoolse begrafenisondernemers, Maleisische begraafplaatsontwikkelaars, Chinese doodskistenmakers en strak in het pak gestoken Nederlandse zakenlui die na een crematie fonkelende kunstdiamanten maken van de as, zodat vermogende nabestaanden de overblijfselen van hun geliefde bij zich kunnen dragen. De expobezoekers luisterden onder een kristallen kroonluchter in een weelderige conferentiezaal naar lezingen met titels als ‘DNA zit in het DNA van de begrafenissector’ en ‘Lessen uit ebola’.

    ‘De Aziatische uitvaartsector verschilt totaal van die in het Westen,’ zegt Kenny Lo, directeur van Vertical Expo Services, het in Hongkong gevestigde bedrijf dat de beurs organiseert. ‘Hier in Azië is die zeer behoudend, vooral in China. Heel traditioneel. En tot op zekere hoogte – hoe zal ik het zeggen – nogal gesloten, niet erg transparant.’

    Een Chinese ondernemer gaf 770.000 dollar uit om afscheid te nemen van zijn moeder

    Regels zijn er nauwelijks, zegt hij. Het overheidsbeleid is vaak stroperig en star. Een hele reeks tradities ‘maakt alles er erg ingewikkeld op, zelfs in één land’.

    Maar voor wie in Azië de weg weet, zijn uitvaarten gouden handel. De bevolking in de regio, van Japan tot Singapore, wordt grijzer en rijker. Rond 2050 is naar verwachting een op de vier Oost-Aziaten ouder dan 65. Intussen raken hun kinderen steeds vertrouwder met de moderne technologie en komen steeds vaker in contact met de rest van de wereld. Ze willen uitvaartdiensten die bij hun status passen en dagen begrafenisondernemers uit nieuwe manieren te bedenken om klanten te lokken.

    Nergens ontwikkelt de sector zich zo snel als in China, de grootste economie in de regio, waar families van oudsher afscheid van hun dierbaren nemen met offerandes als namaakgeld, kleren en gereedschap. Eeuwenlang beschouwden Chinezen extravagante uitvaarten als noodzakelijk om de doden te behagen.

    ‘Het idee dat de doden op de een of andere manier blijven voortbestaan wanneer het fysieke leven is afgelopen, is in China oeroud,’ zegt Michael Szonyi, een hoogleraar Chinese geschiedenis aan Harvard. ‘Dat gaat terug tot nog voor het confucianisme en het taoïsme, en ruim voor het boeddhisme.’

    Maar Mao Zedong, die van 1949 tot 1976 over het land heerste, deed traditionele begrafenisrituelen af als ‘feodaal bijgeloof’ en verving ze door uitvaarten in socialistische stijl, zogeheten herdenkingsbijeenkomsten. Socialistische begrafenissen eindigden met een soort korte toespraak door de voorman van de arbeidseenheid van de overledene, waarin diens bijdrage aan het socialisme werd gememoreerd. De meeste begrafenissen duurden niet langer dan een kwartier.

    Na die tijd heeft China zich echter ontwikkeld tot een economische supermacht, met na de Verenigde Staten het hoogste aantal miljonairs ter wereld, en sindsdien maken buitenissige begrafenissen een grootschalige comeback, ondanks pogingen van hogerhand ze de kop in te drukken.

    In de afgelopen jaren hebben rijke nabestaanden de krantenkoppen gehaald met uitvaartceremonies een keizer waardig. In 2011 gaf een ondernemer in de Oost-Chinese stad Wenling 770.000 dollar uit om met enorme LED-schermen, een honderdkoppig orkest, een rij goudkleurig geschilderde kanonnen en een vloot Lincoln-limousines afscheid te nemen van zijn moeder.

    Uitvaartbeurs

    In april traden overheidsfunctionarissen met harde hand op tegen twee grootscheepse begrafenissen in de provincies Hebei en Jiangsoe, waar de dorpelingen exotische danseressen hadden ingehuurd om een grote menigte op de been te brengen.

    Het zal geen verbazing wekken dat de toestroom naar de uitvaartbeurs elk jaar is toegenomen sinds Lo’s bedrijf het evenement is gaan organiseren.

    In een hoekje van de beurshal heeft een Chinees bedrijf een stand ingericht met voorbeelden van dodenoffers, voornamelijk grote papier-machébeelden van buitenverblijven en dure auto’s, waarvan het de bedoeling is dat ze bij wijze van geschenk aan de overledene in ovens op de begraafplaats worden verbrand.

    Het bedrijf maakt papieren modellen van alles wat je in het hiernamaals nodig zou kunnen hebben

    Aan de overkant van het gangpad haalt Han Dingyu van het concurrerende, bijna tien jaar oude Taiwanese bedrijf SKEA, een acroniem van Spectacular Kind of Elysium Accessories [‘Spectaculair soort hemelse toebehoren’], zijn spullen uit de verpakking. ‘Eersteklas vakmanschap,’ zegt Han terwijl hij allerlei handgemaakte papierminiaturen tevoorschijn haalt, waaronder een prachtig stuk vlees, een dienblad met cupcakes en een assortiment kleurige macarons ter grootte van een muntje.

    Het bedrijf maakt papieren modellen van alles wat je in het hiernamaals nodig zou kunnen hebben, zegt hij: afleiding, eten en onderdak. ‘Jonge mensen geven elkaar vaak (miniatuur-)iPhones,’ voegt hij eraan toe. ‘Als mensen iets aan een meisje offeren, dan is het vaak make-up of zijn het kleren. Oude mensen, het voorgeslacht, zijn degenen die huizen krijgen.’

    Papieren modellen van bedienden, waarvan men gelooft dat overledenen ze gebruiken. – © Tyrone Siu / Reuters
    Papieren modellen van bedienden, waarvan men gelooft dat overledenen ze gebruiken. – © Tyrone Siu / Reuters

    Bestemming: ‘home’

    Hij bladert door de glimmende catalogus van het bedrijf, waarin maquettes van huizen met een scala aan luxueuze extra’s worden aangeprezen: dakterrassen, binnentuinen en ramen van vloer tot plafond. In het zwembad achter een postmoderne ‘droomvilla in Ibiza-stijl’ ligt een jacht afgemeerd.

    En de geest van verandering waait tot ver buiten China. Ongeveer vijf jaar geleden kwam de marktleider van de Singaporese uitvaartsector, de 103 jaar oude Ang Chin Moh-groep, met Flying Home, een dienst waarmee het samen met luchtvaartmaatschappijen en ambassades pas overledenen repatrieert. Niet ver van Lee’s stand met uitvaartmake-up delen vertegenwoordigers van Flying Home bagagelabels uit met het logo van het bedrijf en folders die op instapkaarten lijken (maatschappijcode: ‘FH’, bestemming: ‘home’).

    Singapore is een van de belangrijkste bestemmingen van expats in Azië. Grace Hung, assistent-marketing-manager van Flying Home, zegt dat de zaken voor de wind gaan. ‘Singapore loopt voorop in dingen als financiën, accountancy en recht,’ zegt ze. ‘Maar niet als het gaat om de dood.’

    Haar bedrijf probeert dat te veranderen. Ze zegt dat haar collega’s een groot aantal talen spreken – Indonesisch, Maleis, Engels, Spaans, Frans – en gemiddeld veertig jaar oud zijn, ongeveer tien jaar jonger dan het gemiddelde in de sector als geheel. ‘We doen ook repatriëringen náár het buitenland,’ zegt ze. ‘Singapore is een medische hotspot. Mensen laten zich hier behandelen en komen daar soms bij te overlijden.’

    In de conferentiezaal beneden spreekt de Chinese ondernemer Wang Dan, een 34-jarige ingenieur die in 2012 een rouwcentrum in Beijing begon, een publiek van enkele tientallen mensen toe, van wie de meesten goedgeklede mannen. ‘Social media zijn belangrijk in onze bedrijfstak,’ zegt hij. ‘Wat kunnen we doen, wanneer er iemand overlijdt, om de herinneringen die familieleden en vrienden aan de overledene hebben te laten voortleven? We kunnen filmpjes maken en foto’s nemen, en die op het internet zetten. Ik vind dat een uitstekend idee.’

    Hij zegt dat zijn bedrijf, ‘De Overkant’, met standaardprijzen werkt en ze online zet, terwijl de meeste Chinese begrafenisondernemers rekenen wat ze denken dat hun klanten kunnen betalen. De Overkant biedt betaalbare adviesgesprekken aan waarin het nabestaanden helpt contact te leggen met rouwverwerkingsinstanties en chique begraafplaatsen; het bedrijf heeft de handen ineengeslagen met een Amerikaans bedrijf dat as van overledenen de ruimte in schiet.

    ‘Ik denk dat de maatschappij ingrijpend verandert,’ zegt Dan. ‘Jonge mensen kijken heel anders tegen de wereld aan dan wij. En als wij vakmensen niet meebewegen, lopen we een achterstand op.’

    Jonathan Kaiman