Tag: Azië

  • Kim Jong-un bezoekt Rusland dit jaar

    Kim Jong-un bezoekt Rusland dit jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Generaal in Gabon beëdigd als president na staatsgreep

    » Festival Burning Man valt in het water door noodweer

    Rusland hoopt wapens voor in Oekraïne te krijgen van het land

    De leiders van Noord-Korea en Rusland zijn van plan elkaar deze maand nog te ontmoeten. Dat schrijft The New York Times. Volgens anonieme bronnen bij de Amerikaanse inlichtingendiensten zullen Kim Jong-un en Poetin hun top houden op een universiteit in Vladivostok.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Kim Jong-un en Poetin zijn beiden op zoek naar versterkingen voor hun strijdkrachten. Rusland hoopt dat Noord-Korea artilleriegranaten en antitankraketten kan leveren. Noord-Korea wil technologie voor satellieten en nucleaire onderzeeërs van de Russen krijgen. De wapenleveranties van Noord-Korea aan Rusland zouden ingezet moeten worden in Oekraïne.

    Eerder bezocht de Russische Minister van Defensie Sergej Sjojgoe het Aziatische land, ter ere van wat Noord-Korea ziet als de overwinning op Zuid-Korea en de Verenigde Staten in de Korea-oorlog. Tijdens dat bezoek kreeg de minister het wapenarsenaal van Noord-Korea te zien en werden mogelijkheden voor wapenleveringen besproken.

    Lees ook:

  • Filosoof Hiroshi Toya: ‘We mogen onze keuzes niet uitbesteden aan AI’

    Filosoof Hiroshi Toya: ‘We mogen onze keuzes niet uitbesteden aan AI’

    Volgens de Japanse filosoof Hiroshi Toya heeft Japan ‘een rotsvast vertrouwen’ in AI. In een interview met het Japanse dagblad Asahi Shimbun benadrukt hij dat we onze eigen verantwoordelijkheid in het oog moeten houden en ons eigen verstand moeten blijven gebruiken.

    Op dit moment is de wereld verdeeld over de regulering van generatieve AI-systemen als ChatGPT. Hoewel de G7 afgelopen mei tijdens de top in Hiroshima pleitte voor ‘een betrouwbare AI’, voelden sommige landen, zoals Japan, er minder voor om deze nieuwe technologie aan allerlei regels te onderwerpen. ‘De Japanse maatschappij heeft een groot vertrouwen in AI,’ aldus een bezorgde Hiroshi Toya, filosoof en hoogleraar aan de Kansai University for International Studies. Hij maant bovendien tot voorzichtigheid: ‘Als we onze aandacht uitsluitend richten op ChatGPT, verliezen we de fundamentele veranderingen uit het oog die het gevolg zijn van het binnendringen van AI in onze maatschappij.’ Op welke veranderingen doelt hij dan?

    ChatGPT wint snel terrein. Wat zijn volgens u de pro’s en contra’s ervan?

    ‘Zeggen dat ChatGPT alleen maar slecht is zou een simplistische constatering zijn die vooralsnog nergens op is gebaseerd. Het is in feite moeilijk te voorspellen of de app algemene ingang zal vinden, zoals Amazon of Gmail. Voorlopig zie ik ChatGPT vooral als een speeltje. Het probleem is volgens mij niet het programma zelf, maar wat wij, de maatschappij, ervan verwachten.

    Wij mensen zijn behept met een extreem sterk verlangen om overal zo snel mogelijk antwoord op te krijgen. In die mate zelfs dat sommigen, volgens artikelen die ik heb gelezen, ChatGPT verwijten dat het programma er te lang over doet om een vraag te beantwoorden, terwijl het maar een kwestie van enkele minuten is. Dat je niet eens een paar minuten kunt wachten gaat toch alle perken te buiten? Onze maatschappij is geobsedeerd door onmiddellijke resultaten, zonder de tijd te nemen voor enige reflectie. Als filosoof zit ik regelmatig in gedachten verzonken met mijn armen over elkaar achter mijn bureau, maar dat geldt vandaag de dag als “inefficiënt”. Dingen goed en langzaam overdenken is steeds minder in trek.’

    ‘Ik denk dat het nodig is om altijd afstand te kunnen blijven nemen van AI en haar systemen’

    Wat voor kwalijke gevolgen kan deze ontwikkeling hebben?

    ‘Als niemand er momenteel last van heeft, kun je waarschijnlijk denken dat het niet erg is. Maar als op een dag de door AI gemodelleerde ‘normaliteit’ sneuvelt, bijvoorbeeld door een ramp of een oorlog, worden we waarschijnlijk geconfronteerd met een periode van chaos. Dan zullen we zelf beslissingen moeten nemen om problemen op te lossen: zullen we tegen die tijd nog wel over een denkvermogen beschikken dat ons in staat stelt de beste keuzes te maken? In het verarmde en uitgeputte Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog konden de mensen niet langer zelfstandig denken en lieten ze zich inpalmen door de nazi-ideologie, waardoor ze medeplichtig werden aan de Holocaust. Zullen we in het geval van een crisis in staat zijn te zeggen dat het oordeel van AI onjuist is? Ik denk dat het nodig is om altijd afstand te kunnen blijven nemen van AI en haar systemen. Als we onze aandacht uitsluitend op ChatGPT richten, verliezen we naar mijn mening de fundamentele veranderingen uit het oog die het gevolg zijn van het binnendringen van AI in onze maatschappij.’

    Zijn de veranderingen die door ChatGPT zelf in gang worden gezet dan niet zo belangrijk?

    ‘Ten aanzien van maatschappelijke kwesties probeert ChatGPT een groot scala aan meningen te dekken. Stel je het programma bijvoorbeeld een vraag over de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, dan zal het alleen de verschillende gezichtspunten op een rij zetten zonder er enige conclusie aan te verbinden. Ik heb de indruk dat het programma meer vragen oproept dan antwoorden geeft. In plaats van problemen op te lossen maakt het keuzes alleen maar moeilijker. Het is zonder twijfel in staat zinnen te produceren die menselijk lijken, maar die maken het ons eerder moeilijker dan makkelijker om beslissingen te nemen en keuzes te maken. Aan genderkwesties kleeft een groot aantal verschillende aspecten, en elk standpunt dat je erover inneemt kan relatief gevoelig zijn. We moeten de verantwoordelijkheid voor onze keuzes nemen.’

    Zijn de antwoorden die AI geeft niet op zichzelf problematisch?

    ‘Voordat we voor een bepaald antwoord kiezen hebben we natuurlijk de vraag al geformuleerd. Als we AI de voorwaarden van de discussie laten bepalen, onttrekken we ons aan onze verantwoordelijkheid in dezen. Het is gevaarlijk om te geloven dat ChatGPT alle aspecten van een kwestie in overweging neemt. Ik vrees dat we steeds minder goed in staat zullen zijn om andere keuzes en gezichtspunten onder ogen te zien dan die welke door AI worden voorgesteld. ChatGPT geeft antwoorden die zijn gebaseerd op bestaande internetgegevens, zonder de juistheid daarvan ter discussie te stellen.’

    Baart het gebruik van ChatGPT ­zorgen op ethisch gebied?

    ‘In de huidige situatie niet. In de toekomst zal het misschien voor problemen zorgen op politiek en juridisch gebied. Sommige parlementsleden hebben al ChatGPT gebruikt voor debatten, maar dat betrof tot dusver alleen de ­teksten die ze voorlazen. Wanneer je bijvoorbeeld de verdeling van de sociale­zekerheidsgelden aan AI zou toevertrouwen, zou dat discriminatie in de hand kunnen werken, zoals een verlaging van de uitkeringen aan senioren omdat hun minder levensjaren resten. Zolang debatten en beslissingen op politiek en juridisch gebied onder menselijke verantwoordelijkheid blijven vallen en het systeem niet instort, geloof ik niet dat we bang hoeven te zijn voor een ernstige ethische crisis.’

    Het belangrijkst blijft het om te weten of de gebruikers de beslissingen die door AI worden ingegeven als hun eigen beslissingen beschouwen

    Sommige mensen zullen AI misschien gebruiken zonder daarvoor uit te komen.

    ‘Inderdaad. Het belangrijkst blijft het om te weten of de gebruikers de beslissingen die door AI worden ingegeven als hun eigen beslissingen beschouwen en de verantwoordelijkheid aanvaarden voor de acties die ze ondernemen. Het zou onverantwoordelijk en funest zijn om te zeggen: “We kunnen er niets aan doen want het is een suggestie van AI”, zonder dat we stilstaan bij onze eigen verantwoordelijkheid.

    Wat Japan betreft, dat is een land dat een rotsvast vertrouwen heeft in AI. In westerse fictie met AI als thema wordt vaak de nadruk gelegd op de dreiging die ervan uitgaat, en op de menselijke verantwoordelijkheid voor het gebruik ervan. In Japan, waar de invoering van AI redelijk soepel verloopt, wordt daar niet vaak bij stilgestaan. Japanners lijken deze nieuwe ontwikkeling lijdzaam over zich heen te laten komen. “Als we er toch niets tegen kunnen doen, kunnen we er maar beter in meegaan,” zeggen ze waarschijnlijk bij zichzelf. Het is van wezenlijk belang om de kwestie te relativeren, om te begrijpen wat er op mondiaal niveau wordt bediscussieerd, en niet in hysterische speculaties te verzinken die de zaak alleen maar erger maken.’ 

  • Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    In het Himalayaanse boeddhisme werden nonnen lange tijd in hun religieuze rol beperkt door regels en genderbarrières. Nu brengt één religieuze groep daar verandering in, door meditatie te combineren met vechtkunst en milieuactivisme.

    Boven de besneeuwde toppen van de Himalaya priemen de eerste zonnestralen door de wolken. Jigme Rabsal Lhamo, een boeddhistische non, trekt van achter haar rug een zwaard tevoorschijn. Met een zwaai slaat ze haar tegenstander tegen de grond.

    ‘Houd je ogen op het doel! Concentreer je!’ schreeuwt Lhamo tegen de gevloerde non, terwijl ze haar recht in de ogen aankijkt. We bevinden ons buiten bij een witgekalkte tempel in het Druk Amitabha-nonnenklooster. Het gebouw staat op een heuvel die uitkijkt over Kathmandu, de hoofdstad van Nepal.

    Lhamo en de andere leden van haar religieuze orde staan bekend als de kungfu-nonnen. Ze maken deel uit van een achthonderd jaar oude boeddhistische sekte die Drukpa heet, wat in het Tibetaans ‘draak’ betekent. In de Himalaya, maar ook in de rest van de wereld, combineren volgelingen van de sekte meditatie met vechtkunst.

    Elke dag verruilen de nonnen hun donkerrood gewaad voor een kastanjebruin uniform en beoefenen ze de eeuwenoude Chinese vechtkunst kungfu. Onderdeel van hun spirituele missie is het streven naar gendergelijkheid en fysieke fitheid. Hun boeddhistische geloof schrijft bovendien voor dat ze een milieuvriendelijk leven leiden.

    Tijdens de ochtenden waarop de nonnen trainen onder leiding van Lhamo, klinkt het gedreun van voetstappen en het gekletter van zwaarden. De wijde uniformen van de nonnen ritselen door de ruimte als ze radslagen maken en elkaar stoten en trappen uitdelen.

    Genderbarrières

    ‘Kungfu helpt ons om genderbarrières te doorbreken en zelfvertrouwen te ontwikkelen,’ zegt Lhamo (34), die twaalf jaar geleden naar het nonnenklooster kwam vanuit Ladakh, in het noorden van India. ‘Het leert ons ook voor anderen te zorgen in tijden van crisis.’

    Zo lang als boeddhistische geleerden zich kunnen herinneren, rustte er een stigma op Himalayaanse nonnen die streefden naar spirituele gelijkwaardigheid ten opzichte van monniken. Dat stigma werd veroorzaakt door de ideeën van religieuze leiders en algemene sociale conventies.

    Monniken werden aangemoedigd om diepzinnige filosofische debatten aan te gaan, maar vrouwen mochten niet deelnemen. Ze mochten alleen klusjes doen als koken en schoonmaken in kloosters en tempels. Ze mochten geen activiteiten verrichten waarbij fysieke inspanning nodig was, geen gebeden leiden en zelfs niet zingen.

    In de afgelopen decennia zijn deze belemmeringen onderwerp geworden van een hevige strijd. Deze wordt gevoerd door duizenden nonnen, afkomstig uit vele verschillende sekten van het Himalayaanse boeddhisme.

    Aan het hoofd van de strijd om verandering staan de kungfu-nonnen, wier Drukpa-sekte dertig jaar geleden onder leiding van Jigme Pema Wangchen een hervormingsbeweging begon. Wangchen, die ook wel bekendstaat als de twaalfde Gyalwang Drukpa, was bereid eeuwenlange tradities te doorbreken. Hij wilde ervoor zorgen dat nonnen de religieuze boodschap van de sekte buiten de kloostermuren zouden uitdragen. ‘We willen grote veranderingen teweegbrengen,’ aldus kungfu-non Konchok Lhamo (29). ‘In een klooster op een kussen zitten en mediteren is niet genoeg.’

    Conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken

    Vandaag de dag houden Drukpa-nonnen zich niet alleen bezig met kungfu. Ze leiden ook gebeden en maken maandenlange pelgrimstochten om plastic afval op te rapen en mensen in te lichten over klimaatverandering.

    Afgezien van een corona-gerelateerde onderbreking hebben de nonnen de afgelopen twintig jaar elk jaar ruim tweeduizend kilometer gefietst om duurzaam vervoer te promoten. De reis begint in Kathmandu en eindigt in Ladakh, een hoog in het Himalaya-gebergte gelegen streek. Onderweg stoppen de nonnen om mensen op zowel het Nepalese als Indiase platteland voor te lichten over gendergelijkheid en over het feit dat ook meisjes ertoe doen.

    In 2008 kwamen de nonnen van de sekte voor het eerst in contact met de vechtkunst. Ze leerden erover van volgelingen uit Vietnam, die naar het klooster waren gekomen om geschriften te bestuderen en de instrumenten te bespelen die tijdens het gebed worden gebruikt. Sindsdien zijn ongeveer achthonderd nonnen getraind in de basisbeginselen van de vechtkunst. Zo’n negentig van hen hebben een intensief lesprogramma doorlopen om trainer te worden.

    De twaalfde Gyalwang Drukpa heeft de nonnen ook opgeleid tot zangmeesters, een post die vroeger alleen aan mannen was voorbehouden. Bovendien zorgde hij ervoor dat ze het hoogste niveau van onderwijs kregen: mahamudra. Het is een geavanceerd meditatiesysteem dat zijn naam ontleent aan het Sanskriet woord voor ‘grote zegel’.

    De nonnen genieten inmiddels grote bekendheid, zowel in het overwegend Hindoestaanse Nepal – dat voor ongeveer 9 procent uit boeddhisten bestaat – als in het buitenland. Maar de veranderingen die de sekte teweegbrengt, worden niet zonder slag of stoot geaccepteerd: conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken.

    ‘Ons leven wordt beperkt door heel veel regels; die gaan zelfs over wat voor zakken je in je gewaad mag hebben’

    Wanneer de nonnen over steile hellingen van het klooster naar de plaatselijke markt gaan, worden ze vaak uitgescholden door monniken van andere sekten. Dat schrikt ze naar eigen zeggen niet af. Als ze in hun open busjes door de streek rijden, lijken ze met hun kaalgeschoren hoofden op soldaten. Ze zien eruit alsof ze in de frontlinie thuishoren en elk vooroordeel onderuit kunnen halen.

    Op de enorme campus van de sekte wonen driehonderdvijftig nonnen. Ze leven er samen met eenden, kalkoenen, zwanen, geiten, twintig honden, een paard en een koe – allemaal dieren die ofwel uit de handen van de slager ofwel van de straat zijn gered. De vrouwen werken als schilder, kunstenaar, loodgieter, tuinier, elektricien en metselaar, en ze beheren tevens een bibliotheek en een medische kliniek voor leken.

    ‘Wanneer mensen naar het klooster komen en ons zien werken, zien ze plotseling in dat een nonnenbestaan niet “nutteloos” is,’ aldus Zekit Lhamo (28). Daarmee verwijst ze naar een belediging die de nonnen geregeld naar het hoofd geslingerd krijgen. ‘We bekommeren ons niet alleen om onze religie, maar ook om de samenleving.’

    Inspiratie

    Het werk van de nonnen heeft andere vrouwen in de hoofdstad van Nepal geïnspireerd. ‘Als ik naar hen kijk, wil ik ook non worden,’ zegt Ajali Shahi, die afstudeert aan de Tribhuvan-universiteit in Kathmandu. ‘Ze zien er zo cool uit. Je krijgt zin om je leven ervoor overhoop te gooien.’

    Elke dag ontvangt het nonnenklooster minstens twaalf verzoeken om te mogen intreden. Die komen van verre, bijvoorbeeld uit Mexico, Ierland, Duitsland en de Verenigde Staten. ‘Maar niet iedereen kan dit,’ zegt non Jigme Yangchen Ghamo. ‘Van de buitenkant ziet het er aantrekkelijk uit, maar je weet niet hoe zwaar het leven hierbinnen is.’ Ze gaat verder: ‘Ons leven wordt beperkt door zoveel regels. Er is zelfs voorgeschreven wat voor zakken je in je gewaad mag hebben.’

    De nonnen worden om drie uur ’s nachts wakker om in hun slaapzaal te gaan mediteren. Vóór zonsopkomst lopen ze naar de hoofdtempel, waar zangmeester Tsondus Chuskit de gebeden leidt. In kleermakerszit zitten de nonnen op banken en bladeren ze op hun iPads door de gebedsteksten – dit om zo weinig mogelijk papier te gebruiken. Dan beginnen ze eenstemmig te zingen, en de felgekleurde tempel vult zich met het geluid van trommels, hoorns en bellen. Na de gebeden verzamelen ze zich buiten.

    Jigmet Namdak Dolker was ongeveer twaalf jaar oud toen ze een groep Drukpa-nonnen langs het huis van haar oom in het Indiase Ladakh zag lopen. Ze rende naar buiten en liep met ze mee. Dolker, die geadopteerd is, wilde ook non worden en smeekte haar oom om haar naar het Drukpa-nonnenklooster te laten gaan, maar hij weigerde.

    Vier jaar later liep ze op een dag weg van huis om zich aan te sluiten bij de duizenden mensen die de verjaardag van Jigme Pema Wangchen, het hoofd van de sekte, vierden. Uiteindelijk kwam ze in het klooster terecht. Ze is er nooit meer weggegaan.

    En? Hoe voelt ze zich zeven jaar later, waarvan er zes in het teken stonden van kungfu? ‘Trots. Ik voel de vrijheid om te doen wat ik wil,’ zegt ze. ‘En ik voel me zo sterk van binnen dat ik alles aankan.’

    Lees ook:

  • Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    In zowel Afrika als Azië dreigt een rijsttekort – geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde. Maar naast slachtoffer is rijst, een belangrijke voedingsbron voor 60 procent van de wereldbevolking, ook een aanjager van klimaatverandering.

    Volgens een Indonesische legende schonk de godin Dewi Sri rijst aan het eiland Java. Cassave was tot dan toe de belangrijkste voeding, maar omdat ze medelijden had met de Javanen vanwege die saaie cassave, leerde ze hun hoe ze rijstzaailingen konden laten groeien in weelderige, groene rijstvelden. In India zou de hindoegodin Annapurna een soortgelijke rol hebben gespeeld en in Japan was deze voorbehouden aan Inari. In heel Azië wordt aan rijst een goddelijke – en meestal vrouwelijke – oorsprong toegekend.

    Die mythologisering is begrijpelijk. De zaden van de grasplant Oryza sativa (bekend als Aziatische rijst) zijn rijk aan zetmeel, en al duizenden jaren vormen ze het belangrijkste voedingsmiddel van het continent. Azië is goed voor 90 procent van zowel de wereldproductie als de wereldconsumptie van rijst. Aziaten halen er ruim een kwart van hun dagelijkse calorieën uit. De VN schatten dat een gemiddelde Aziaat 77 kilo rijst per jaar consumeert – meer dan de gemiddelde Afrikaan, Europeaan en Amerikaan bij elkaar. Honderden miljoenen Aziatische boeren zijn afhankelijk van de rijstteelt, en de meesten verbouwen het gewas op een klein lapje grond. Maar er vertonen zich barsten in de rijstkom van de wereld.

    Zowel in Afrika als in Azië stijgt momenteel de wereldwijde vraag naar rijst, terwijl de opbrengst stagneert. Grond, water en arbeid die nodig zijn voor de rijstproductie worden schaarser. Klimaatverandering is een nog grotere bedreiging. Het wordt steeds warmer, waardoor de gewassen verdorren, en er vinden vaker overstromingen plaats, die de rijst vernietigen. De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat rijstvelden veel van het krachtige broeikasgas methaan uitstoten. Zo is het gewas dat als voeding voor 60 procent van de wereldbevolking dient, een bron van onzekerheid en een bedreiging geworden.

    Stijgende vraag

    Het probleem wordt verergerd door de stijgende vraag. In 2050 zullen er 5,3 miljard mensen zijn in Azië tegenover 4,7 miljard nu, en 2,5 miljard in Afrika tegenover 1,4 miljard nu. Volgens een studie in het tijdschrift Nature Food zal deze groei de vraag naar rijst met 30 procent doen toenemen. Alleen in de rijkste Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, beconcurreren brood en pasta het monopolie van rijst als basisvoedsel.

    Toch neemt de groei van de rijstproductiviteit in Azië af. Volgens gegevens van de VN steeg de opbrengst het afgelopen decennium met gemiddeld slechts 0,9 procent per jaar, tegenover ongeveer 1,3 procent in het decennium daarvoor. De daling was het sterkst in Zuidoost-Azië, waar het stijgingspercentage daalde van 1,4 procent tot 0,4 procent – Indonesië en de Filipijnen voeren al veel rijst in. Als de opbrengsten niet stijgen, zullen deze landen steeds afhankelijker worden van andere om hun 400 miljoen inwoners te voeden, aldus de studie in Nature Food.

    De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat ze methaan uitstoot

    Jarenlang hield de productie gelijke tred met de stijgende vraag dankzij het aanhoudende effect van de groene revolutie, die in de jaren zestig begon. Om slechte oogsten te voorkomen, ontwikkelden wetenschappers van het Internationaal Instituut voor Rijstonderzoek (IRRI), gevestigd op de Filipijnen, een variëteit, IR8, die het goed doet in combinatie met kunstmest en irrigatiesystemen. China had net een hongersnood achter de rug terwijl India zich juist op de rand van een hongersnood bevond. IR8 heeft toen op grote schaal levens gered.

    Toen IR8 zich over Azië verspreidde – van de Filippijnen tot Pakistan – nam de rijstopbrengst toe. De grotere productiviteit maakte rijst aantrekkelijker om te verbouwen, waardoor er ook meer middelen voor werden uitgetrokken. De zorg om voedselzekerheid nam af en stelde Aziatische regeringen in staat zich te concentreren op industrialisatie en economische groei.

    Het IRRI heeft nieuwe rijstvariëteiten ontwikkeld die iets van dit succes zouden kunnen herhalen. Ze leveren meer op, zijn klimaatbestendiger en hebben minder water nodig. Toch lijkt het moeilijker dan in de jaren zestig om aan de groeiende vraag te voldoen. Verstedelijking en meedogenloze verkaveling slokken veel land op. Tussen 1971 en 2016 werd een gemiddeld landbouwbedrijf in India meer dan de helft kleiner, van 2,3 tot 1,1 hectare.

    Het wordt daardoor steeds moeilijker om winst te maken met de productie, vooral ook als de arbeidskrachten schaars zijn. Zaden planten in keurige rijen, zaailingen herplanten en oogsten is slopend werk, waaraan steeds meer Aziatische arbeiders weten te ontkomen. Water – ook een belangrijke factor – wordt schaarser. Op veel plaatsen is de bodem uitgeput en zelfs vergiftigd doordat er overmatig gebruik is gemaakt van kunstmest en pesticiden.

    De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land

    Geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde als rijst, aldus wetenschappers van het IRRI. Uit een studie uit 2004 bleek dat een stijging van de minimumtemperatuur met 1°C zorgt voor een daling van de opbrengst met 10 procent. De stijging van de zeespiegel, een ander gevolg van de opwarming, zorgt nu al voor toename van het zoutgehalte in laaggelegen gebieden van de Mekong-delta, waardoor de rijstopbrengsten daar afnemen. Massale overstromingen vorig jaar in Pakistan, de op drie na grootste rijstexporteur ter wereld, vernietigden naar schatting 15 procent van de oogst.

    Rijst draagt bij aan de opwarming van de aarde en is een feedback loop die vaak over het hoofd wordt gezien. Door irrigatie van de rijstvelden krijgt de grond geen zuurstof, zodat de groei van methaan-uitstotende bacteriën wordt bevorderd. En zo is de rijstproductie verantwoordelijk voor 12 procent van de totale uitstoot van methaan en 1,5 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Deze aantallen zijn vergelijkbaar met de luchtvaart. De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land.

    Glucose

    Een ander toenemend probleem is de voedingskwaliteit van rijst. De korrel bevat veel glucose – wat bijdraagt aan diabetes en obesitas – en weinig ijzer en zink, twee belangrijke micronutriënten. In Zuid-Azië kan de grote aanwezigheid van diabetes en ondervoeding worden teruggevoerd op een te grote afhankelijkheid van rijst.

    Het aanpakken van al deze problemen is ingewikkeld. Ging de eerste groene revolutie over productiviteit, zegt Jean Balié, directeur-generaal van het IRRI, de volgende moet gaan over ‘systemen in plaats van oplossingen op plant- of perceelniveau’. Een beter rijstbeleid en betere variëteiten dus.

    De meeste zorgen over productiviteit en het milieu zijn het gevolg van slechte of verouderde overheidsmaatregelen. Deze verstoren de markten en belemmeren stimulansen voor verandering. Neem Sandeep Singh uit Bassi Akbarpur, een klein dorp in de Noord-Indiase deelstaat Haryana. Hij verbouwt rijst maar eet liever roti, een brood gemaakt van tarwe. Dat gewas is veel geschikter voor het hete, droge klimaat van Haryana. Toch dwingen stimuleringsmaatregelen van de regering Singh tot wisselteelt van rijst en graan.

    India koopt rijst van boeren tegen een gegarandeerde prijs, die vaak boven de marktprijs ligt. De oogst wordt aan de armen verkocht tegen een gesubsidieerde prijs, zodat de rijstconsumptie bevorderd wordt. Ook meststoffen en water worden gesubsidieerd. Dergelijke maatregelen komen overal in Azië voor. De meeste werden ingevoerd in tijden van aanhoudende voedselonzekerheid, toen diabetes en het milieu nog veel minder zorgen baarden dan nu.

    Het is moeilijk om aan beleid te tornen dat al decennialang steeds strakker wordt doorgevoerd. De boeren zijn bovendien goed voor vele stemmen – overheden durven ze niet tegen zich in het harnas te jagen. De regerende Bharatiya Janata Party van India, die er prat op gaat harde maar noodzakelijke maatregelen door te voeren, ondervond dat aan den lijve toen zij zich in 2021 gedwongen zag landbouwhervormingen terug te draaien als gevolg van boerenprotesten.

    Vietnam presenteerde onlangs een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen

    Hoewel er niet één oplossing is voor de groeiende rijstcrisis, zijn er vele kleinere oplossingen. In delen van Azië waar de opbrengst laag is, zoals Myanmar en de Filipijnen, is het mogelijk de productiviteit te verhogen door meer kunstmest en pesticiden te gebruiken, zonder dat het milieu ernstige schade wordt toegebracht.

    Wetenschappers van het IRRI en andere onderzoeksinstellingen hebben rijstvariëteiten ontwikkeld die bestand zijn tegen overstromingen, droogte en hitte. Ze hebben ook voedzamere soorten ontwikkeld. Deze veranderingen, gecombineerd met innovaties in de teelt zoals direct zaaien – een manier van planten die minder water en arbeid vergt – kunnen milieuschade beperken en de opbrengst verhogen.

    Experimenten in heel Azië bevestigen dit. Boeren in Bangladesh die Sub1 verbouwden, een rijstsoort die tolerant is voor overstromingen, behaalden 6 procent hogere opbrengsten en 55 procent meer winst, volgens een studie die in 2021 werd gepubliceerd in het tijdschrift Food Policy. Een studie van veldproeven in Global Food Security toont dat rassen die resistent zijn tegen droogte een opbrengstvoordeel van 0,8-1,2 ton per hectare behalen.

    Het is nog een uitdaging ervoor te zorgen dat verbeterde zaden en methoden op grote schaal ingang vinden. Veel boeren weten niet dat ze bestaan, anderen zijn huiverig iets nieuws te proberen. Uit een landelijk onderzoek onder rijstboeren in India in 2017 en 2018 bleek dat slechts 26 procent werkte met nieuwe rassen, hoewel deze al sinds 2004 beschikbaar zijn.

    Regeringen kunnen een belangrijke rol spelen door de voordelen van nieuwe rassen en methoden onder de aandacht te brengen. Vietnam heeft onlangs het voortouw genomen met de aankondiging van een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen. Het land ziet dit als een middel om op arbeid te besparen en efficiëntie te verhogen. Een essentiële stap die voorkomt dat emissiebeperking een extra last op de boeren legt, zegt Bjoern Ole Sander, klimaatwetenschapper bij het IRRI.

    Ook een bottom-upbenadering is belangrijk. Landbouwvoorlichters kunnen een grote rol spelen bij kennisoverdracht, maar ze worden vaak veronachtzaamd door beleidsmakers. De meeste overheidsuitgaven voor landbouw gaan naar subsidies en irrigatie en komen ten goede aan rijkere boeren met grotere stukken grond.

    Diversifiëren

    Regeringen zullen ook veel meer moeten doen om mensen minder afhankelijk te maken van rijst. Op verzoek van India heeft de VN 2023 uitgeroepen tot het jaar van de gierst. India hoopt boeren en consumenten te overtuigen van dit gewas, dat veel voedzamer is dan rijst of tarwe en veel minder water nodig heeft. Ook Indonesië promoot het. Momenteel zullen enkel gezondheidsbewuste hipsters in Delhi een biryani van gierst verkiezen boven een biryani van rijst. Maar waar de elite vooroploopt, volgt vaak de massa. Als de afzetmarkt groter wordt, zal dat eerst enkele boeren over de streep helpen en zullen uiteindelijk zelfs de meest fervente rijsttelers omschakelen of diversifiëren.

    Door de eerste groene revolutie werd een Aziatische catastrofe afgewend. Vandaag de dag is de situatie dan misschien minder precair, maar in sommige opzichten is de uitdaging groter. Landen zullen meer moeten produceren met minder middelen en met veel meer zorg voor het milieu. En dat vereist een ‘echte groene revolutie’, aldus IRRI-baas Balié.

    De beloning zou ongekend groot kunnen zijn. Duurzamere teelt en hogere opbrengsten kunnen de boeren een hoger en stabieler inkomen opleveren. Dat kan hen motiveren zich aan te passen aan de klimaatverandering, terwijl ze er minder aan bij hoeven dragen. Dat succes, dat nu nog niet verzekerd is, kan de voedselzekerheid voor Aziaten – en voor de wereld – helpen garanderen.

    Lees ook:

  • De westerse relaties met Afrika en Azië staan op instorten en daar profiteert Rusland van

    De westerse relaties met Afrika en Azië staan op instorten en daar profiteert Rusland van

    Supermachten willen dat de landen in Afrika en Azië een kant kiezen, maar daar kunnen ze niet zo makkelijk toe worden gedwongen. Moskou begrijpt dat, het Westen niet, aldus de Congolese politicus Jérémy Lissouba. ‘Ontwikkelingslanden pikken de paternalistische houden van het Westen niet meer.’

    Al meer dan een jaar, sinds het begin van de oorlog in Oekraïne, bevindt de wereld zich tussen twee vuren. En tegen een achtergrond van hoge energie- en voedselprijzen, een verwoestende inflatie, sociale onrust en angst voor een nieuwe wereldwijde recessie, wedijveren het westerse en het Russische blok opnieuw om de steun van de ontwikkelingslanden.

    Leiders als de Franse president Emmanuel Macron, de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov, de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Qin Gang, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken en de Amerikaanse vicepresident Kamala Harris zijn maar enkele van de namen die het afgelopen jaar een spraakmakend bezoek aan Afrika hebben gebracht, waarbij het centrale thema keer op keer samenwerking en handel was. Toch ademde elk bezoek een soort nieuwe Koude Oorlogssfeer, met Oekraïne als een van de belangrijkste symptomen.

    Allemaal proberen deze supermachten op hun eigen manier – en gewapend met hun eigen propaganda – de landen in Afrika en Azië partij te laten kiezen. Maar anders dan in de vorige eeuw kunnen deze landen ditmaal niet meer zo makkelijk tot een keus worden gedwongen, en is dat ook niet nodig. Rusland begrijpt dat. Het Westen niet.

    Het is geen geheim dat Afrika aarzelt om de Russische acties in Oekraïne openlijk te veroordelen, of deel te nemen aan westerse sancties tegen de Russische agressor of pogingen om die te isoleren. In plaats daarvan blijven deze landen hun jarenlange partner met open armen ontvangen en veroordelen ze weliswaar in brede kring de oorlog, maar niet Rusland zelf.

    Faux pas

    In Malawi bijvoorbeeld wordt de Russische levering van tienduizenden tonnen kunstmest, op een moment dat er een wereldwijd tekort is, door ploeterende boeren als een geschenk uit de hemel beschouwd en heeft de minister van Landbouw Rusland dankbaar ‘een echte vriend’ genoemd. En de door Moskou aangekondigde plannen om 260.000 ton kunstmest naar andere landen op het Afrikaanse continent te sturen zullen daar zeker soortgelijke gevoelens losmaken.

    In mijn eigen land, Congo-Brazzaville, heeft de regering ondanks de oorlog in Oekraïne vijf grote samenwerkingscontracten met Rusland getekend, bijvoorbeeld voor de bouw van een nieuwe oliepijplijn en intensivering van de militaire samenwerking.

    Dit charmeoffensief – prominent geleid door minister Lavrov, die sinds afgelopen januari op bezoek is geweest in Zuid-Afrika, Swaziland, Angola, Eritrea, Mali, Soedan en Mauritanië – bevordert overal op het continent de pro-Russische houding en staat in schril contrast met het jammerlijk mislukte recente Afrikaanse avontuur van Emmanuel Macron.

    Macron bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid

    Misschien wel de meest toondove faux pas van zijn hele reis beging Macron door, hoewel hem dat tijdens een persconferentie in de Democratische Republiek Congo (DRC) herhaaldelijk werd verzocht, te weigeren de Rwandese steun voor M23-rebellen te veroordelen die zo veel schade aanrichten in de DRC, een situatie die sterke overeenkomsten vertoont met de semiheimelijke steun die Moskou de afgelopen jaren aan de separatisten in de Donbas-regio heeft verleend. Hij bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid.

    Ondanks de omstandige retoriek van de Franse president over ‘nieuwe relaties’ en ‘een nieuw begin’ was zijn uitbarsting de zoveelste bittere herinnering aan de langdurige paternalistische en oneigenlijke houding van Europa jegens Afrika, dezelfde houding die ervoor heeft gezorgd dat decennia van Europese en militaire invloed op het Afrikaanse continent geen noemenswaardig resultaat hebben opgeleverd en waardoor die invloed misschien zelfs wel daadwerkelijk is ondermijnd.

    Afrikanen zijn zich hiervan bewust en pikken het niet langer, getuige het groeiende anti-Franse sentiment in westelijk Afrika. Rusland, China en anderen grijpen alleen maar de kansen die zich voordoen, al valt ook hun het nodige te verwijten.

    Korreltje zout

    Ondertussen, terwijl het Europese aandeel in de hulp aan Afrika aanzienlijk is afgenomen, krijgt de Europese Unie in Azië met soortgelijke problemen te maken. Met uitzondering van China is het EU-aandeel in de export naar Zuidoost-Aziatische landen de afgelopen twee decennia met een derde afgenomen en was in 2021 minder dan een tiende van de Maleisische, Singaporese, Zuid-Koreaanse en Taiwanese export voor West-Europa bestemd.

    Ook hier is Rusland als de wiedeweerga in het gat gesprongen door China als zijn belangrijkste handelspartner te bestempelen en consequent olie en gas naar gretige Aziatische kopers te exporteren. En toen Rusland half maart zijn verdragen ter voorkoming van dubbele belasting opschortte in het geval van tal van ‘onvriendelijke landen’ overal op de wereld, werden de meeste Zuidoost-Aziatische landen van deze maatregel uitgezonderd.

    Bovendien is Rusland het afgelopen decennium ook de grootste wapenleverancier in de regio geworden en heeft het recentelijk gezamenlijke marine-oefeningen gehouden met de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties. Indonesië, de Filippijnen en Maleisië hebben allemaal geweigerd Moskou sancties op te leggen, en Maleisië heeft eerder dit jaar een memorandum van overeenstemming met Rusland getekend ter verbetering van de agrarische handelsbetrekkingen.

    We kunnen het deze landen niet kwalijk nemen dat ze samenwerken met internationale partners om hun dringendste maatschappelijke prioriteiten aan te pakken. Evenmin kunnen we ze kwalijk nemen dat ze het Europese discours over internationale waarden en verandering met een korreltje zout nemen wanneer deze veronderstelde verandering niet voortkomt uit de erkenning van huidige tekortkomingen, maar wordt ingegeven door opkomende mondiale trends.

    Zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen blijven de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen

    Wat voor lessen vallen er te geven over territoriale integriteit en rechtvaardigheid wanneer de gebeurtenissen van 2011 in Libië, en de blijvende gevolgen daarvan, een open wond blijven in de Afrikaanse ziel? Of wanneer de houding van deze landen ten opzichte van de oorlog in Oekraïne bijna identiek is aan die van Europa ten opzichte van het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo?

    Wat voor lessen vallen er te trekken uit de procedures van Europese rechtbanken om Maleisische activa en eigendommen ter waarde van 15 miljard dollar in beslag te nemen op grond van een twijfelachtige arbitrage-uitspraak van een Spaanse arbiter die zelf strafrechtelijk vervolgd dreigt te worden? En wie zal daar werkelijk van profiteren als je bedenkt dat deze aanspraak op soeverein grondgebied, die voortvloeit uit een halverwege de negentiende eeuw gemaakte afspraak tussen een allang verdwenen sultanaat en een Brits bedrijf uit de koloniale tijd, wordt gefinancierd door onbekende externe investeerders?

    Wat het antwoord op deze vragen ook is, het is duidelijk dat de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen zullen blijven zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen.

    Nieuwe leest

    Wat we specifiek nodig hebben is een verandering in het denken, en een besef bij het Westen dat ontwikkelingslanden niet blind zijn voor de vele retorische en praktische contradicties die kenmerkend zijn voor de wereld zoals we haar kennen, of het nu gaat om een hulp- en handelssysteem dat de onbalans en de misstanden die het beweert aan te pakken alleen maar versterkt, of om een discours over internationale wetten en waarden waar overtredingen uit het verleden en de huidige hervormingsdrang niets van overlaten, of zelfs om onderhandelingen over klimaatfinanciering waarvan de urgentie staat of valt met westerse economische belangen.

    De westerse wereld kan deze gang van zaken alleen omdraaien als ze haar relaties met de Afrikaanse en Aziatische landen werkelijk op een nieuwe leest schoeit en haar kijk op een respectvol partnerschap tussen landen met een gelijkwaardige legitimiteit grondig herziet.

    Het gaat er niet om dat het moeite kost om op een overtuigende manier lippendienst aan idealen te bewijzen, en evenmin dat deze idealen op het altaar van het economisch pragmatisme moeten worden geofferd. Het gaat erom dat er voldoende verantwoordelijkheid wordt genomen voor de huidige stand van zaken, dat toekomstverwachtingen worden begrepen, dat er echte concessies worden gedaan en dat het discours gepaard gaat met dollars en daadkracht.

    Alleen dan zal de westerse wereld ons ervan overtuigen dat de beloften van het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens niet alleen maar voorwendsels waren om te voorkomen dat de westerse hegemonie in haar bestaan werd bedreigd, maar in plaats daarvan een blijvend perspectief bieden op een betere wereld die het alleszins waard is om voor te vechten.

    Jérémy Lissouba is parlementslid voor de belangrijkste oppositiepartij in de Republiek Congo. Hij is ook plaatsvervangend rechter in het Hooggerechtshof van het land en een alumnus van het 2018 Africa Leaders Program van de Obama Foundation.

    Lees ook:

  • Kim Jong-un voert dreigementen van nucleaire aanval op

    Kim Jong-un voert dreigementen van nucleaire aanval op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden roept Netanyahu op democratische waarden te respecteren

    » Aanhoudende onrust in Frankrijk na opmerkelijke actie Franse regering

    Noord-Korea heeft meerdere rakettesten uitgevoerd

    Kim Jong-un heeft gezegd dat Noord-Koreanen klaar moeten zijn om een nucleaire aanval uit te voeren, schrijft KCNA Watch. Dit weekend werden in het Aziatische land grootschalige militaire oefeningen uitgevoerd. Daarnaast hebben in de afgelopen tijd meerdere rakettesten plaatsgevonden.

    Zo werd zondag een ballistische raket afgeschoten, die in de Japanse Zee terechtkwam, en werden op dinsdag en donderdag onder meer intercontinentale raketten gelanceerd. Vorige week werden er twee kruisraketten afgeschoten. De lanceringen zouden als afschrikking bedoeld zijn tegen de militaire oefeningen die Zuid-Korea en de Verenigde Staten houden.

    Die twee landen zijn bezig met een elf dagen durende gezamenlijke oefening. Volgens Kim Jong-un wil Zuid-Korea zijn regime destabiliseren. Hij waarschuwde dat bijna een miljoen Noord-Koreanen klaarstaan om zich vrijwillig aan te sluiten bij het leger om hun land te verdedigen.

    Lees ook:

  • China presenteert plannen op Volkscongres

    China presenteert plannen op Volkscongres

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Korea zet compensatiefonds op voor dwangarbeiders uit WO II

    » VN-landen komen na jaren tot historisch oceaanakkoord

    Budget voor defensie gaat omhoog en men rekent op groei

    In de Chinese hoofdstad Beijing is dit weekend het nieuwe politieke jaar geopend met het Nationale Volkscongres, waarbij kopstukken van de Communistische Partij (CCP) bijeenkwamen om hun plannen voor 2023 te presenteren. Onder meer Xi Jinping was aanwezig, zo meldt het staatsmedium Xinhua News.

    Tijdens het congres kondigde China bij monde van vertrekkend premier Li Keqiang onder meer aan dat de defensiebegroting wordt verhoogd met 7,2 procent, zodat men dit jaar in totaal ruim 210 miljard euro zal uitgeven aan de militaire industrie. Na de VS (750 miljard euro) geeft China het meest uit aan defensie en de nieuwe plannen zouden een voorbode kunnen zijn van wat het Aziatische land van plan is met onder meer Taiwan.

    Economen rekenen voor 2023 op een economische groei van 5 procent, een stuk lager dan het gemiddelde in de afgelopen decennia. De pandemie, problemen in de bouw – mede door een wereldwijd tekort aan materialen – en een internationale economische teruggang zouden voor deze verminderde groei hebben gezorgd. China hoopt verder 12 miljoen nieuwe banen te creëren.

    Lees ook:

  • China wil dat stellen meer baby’s krijgen. Kan ivf uitkomst bieden?

    China wil dat stellen meer baby’s krijgen. Kan ivf uitkomst bieden?

    De bevolking in China krimpt voor het eerst in lange tijd. De regering probeert het probleem aan te pakken door vruchtbaarheidstrajecten te subsidiëren, die voor veel stellen op dit moment te duur zijn. Toch lijkt dit weinig uit te halen. ‘Het algemene beeld is dat mensen minder geneigd zijn om kinderen te krijgen.’

    Deze koude en bewolkte ochtend in november is een dag vol beloftes voor Guo Meiyan en haar man: ze hebben eindelijk de kans om een gezin te stichten. Maar Guo (39), die op een brancard naar een ziekenhuiskamer is gereden waar een arts haar bevruchte eicellen weer terug in haar baarmoeder plaatst, is ook angstig. ‘Als de transplantatie niet slaagt is al het geld dat we hebben uitgegeven weggegooid, alle pijn die ik heb doorstaan vergeefs geweest en zullen we opnieuw moeten beginnen.’ Ze is samen met haar man vanuit de noordelijke stad Zhangjiakou 200 kilometer naar Beijing gereisd. Tijdens de laatste fase van de ivf-behandeling woonden ze een maand lang in hotels om dicht bij het ziekenhuis te zijn.

    Ze behoren tot de honderdduizenden Chinese stellen die elk jaar een beroep doen op voortplantingstechnologie, nadat andere mogelijkheden om zwanger te worden zijn uitgeput. Mensen die vanuit alle hoeken van het land naar grote steden als Beijing reizen in de hoop hun kansen op een kleine te vergroten. Velen van hen staan al voor zonsopgang in lange rijen voor ziekenhuizen, enkel voor een consult.

    De Chinese regering wil de techniek, die pas in 2001 legaal werd in China, nu toegankelijker maken. De belofte is om een deel van de kosten – meestal enkele duizenden dollars voor elke ivf-ronde – te dekken via een nationale ziektekostenverzekering. Het is een van de meer dan een dozijn beleidsmaatregelen die de Chinese overheid neemt tegen wat wordt gezien als een zeer groot probleem: een vruchtbaarheidscijfer dat zo laag is dat de Chinese bevolking begint te krimpen.

    ‘Dubbel inkomen, geen kinderen’

    China heeft dit punt eerder bereikt dan andere landen in een vergelijkbaar stadium van economische ontwikkeling. Nu er elk jaar minder baby’s worden geboren en de oudste mensen in China langer leven, ziet de regering zich genoodzaakt een aantal met elkaar samenhangende problemen aan te pakken: een krimpende beroepsbevolking, een pensioenstelsel dat nog in de kinderschoenen staat en een generatie jongeren die niet geïnteresseerd is in het krijgen van kinderen.

    Het subsidiëren van vruchtbaarheidsbehandelingen zoals ivf ‘is nogal wat’, aldus Lin Haiwei, directeur van het Beijing Perfect Family Hospital, waar Guo haar procedure onderging. Bij deze technologie worden eicellen in een laboratorium met sperma bevrucht, waarna de embryo, als het is gelukt, in de baarmoeder wordt geplaatst. Patiënten gaan ver om vruchtbaarheidsbehandelingen te kunnen betalen. Sommigen sluiten leningen af bij familieleden. Boeren plannen hun afspraken na de oogst in de herfst, wanneer ze geld hebben. Maar ook al is er een duidelijke vraag naar vruchtbaarheidsbehandelingen, het aantal patiënten dat het ziekenhuis bezoekt, daalt elk jaar, aldus Lin. ‘Het algemene beeld is dat mensen minder geneigd zijn om kinderen te krijgen.’

    De grootste uitdaging voor China is dan ook om het dalende geboortecijfer te keren. Jonge mensen klagen over economische onzekerheid en over de financiële lasten die het krijgen van kinderen met zich meebrengt. Daarnaast verzetten ze zich tegen de traditionele ideeën over de rol van de vrouw als huisvrouw. Ze willen zich concentreren op hun carrière of omarmen een levensstijl die bekendstaat als ‘dubbel inkomen, geen kinderen’.

    De overheid doet ondertussen haar best een van de laagste vruchtbaarheidscijfers ter wereld op te krikken. Volgens deskundigen is het vrijwel onmogelijk om de Chinese bevolking weer te laten groeien, maar kan het land zijn geboortecijfer wel op peil houden. Het toegankelijk maken van voortplantingstechnologieën zou kunnen helpen, zoals het ook heeft geholpen in rijkere landen als Denemarken, zegt Ayo Wahlberg, antropoloog aan de Universiteit van Kopenhagen.

    ‘Het is als het plakken van een pleistertje op een enorme wond’

    China heeft onlangs beloofd tegen 2025 minstens één ivf-faciliteit te bouwen per 2,3 tot 3 miljoen mensen. Het land telt nu 539 medische instellingen en 27 spermabanken die zijn goedgekeurd om voortplantingstechnologie toe te passen. Elk jaar verzorgen deze instellingen meer dan een miljoen ivf- en andere vruchtbaarheidsbehandelingen. Zo’n driehonderdduizend baby’s werden er tot nu toe verwekt.

    Volgens deskundigen zijn dit zinvolle manieren om stellen met een kinderwens te helpen. Als China deze diensten op een betaalbare manier kan uitbreiden, kan het zelfs model staan voor andere landen die met soortgelijke vruchtbaarheidsproblemen kampen. Maar of het veel zal veranderen aan de demografische ontwikkeling van het land is de vraag. ‘Het is als het plakken van een pleistertje op een enorme wond,’ zegt Wahlberg, die een boek schreef over vruchtbaarheid in China.

    Ivf veranderde het leven van stellen als Wang Fang en haar man. Wangs eerste huwelijk eindigde in een scheiding, omdat het kinderloos bleef. In 2016 kreeg ze twee ivf-behandelingen en in 2017 beviel ze van een tweeling. Zowel Wang, een fabrieksarbeider, als haar man, een elektricien, gaven tijdens de zwangerschap hun baan op om zich voor te bereiden op de geboorte.

    ‘Als je geen kinderen hebt kan je je in onze woonplaats eigenlijk niet vertonen’

    Toen de eerste ivf mislukte, waren ze erg van slag. Ze kwamen erachter dat ze misschien een spermadonor nodig hadden, iets wat Wang voor de familie verzweeg; haar ouders denken dat de vruchtbaarheidsproblemen van het stel aan haar te wijten zijn. ‘Als je geen kinderen hebt kan je je in onze woonplaats eigenlijk niet vertonen,’ zegt ze. De wachttijd van veertien dagen om te bepalen of de behandeling succesvol was, voelde de tweede keer dat ze ivf deden ‘als een halve eeuw’, zegt ze.

    Familieleden boden aan bij te springen met spaargeld om de kosten van meer dan 20.000 euro te dekken. Het is een enorm bedrag voor het echtpaar, dat maandelijks een gezamenlijk inkomen van minder dan 1100 euro had toen ze allebei nog werkten. ‘Ivf is niet eenmalig, en ons geld was na verschillende grote uitgaven op, dus we moesten geld lenen om door te gaan,’ aldus Wang. Als een deel van die kosten door de ziektekostenverzekering zou zijn vergoed, zoals de regering nu van plan is. ‘Dan zou dat ons zeker hebben geholpen en de druk enigszins hebben verlicht’.

    Complexe relatie

    Een ivf-behandeling kan tussen de 4500 en 11.000 euro kosten, voor veel stellen zijn vier of vijf behandelingen nodig. Elke behandeling heeft een slagingskans van ongeveer 30 procent. Met de nieuwe overheidsmaatregelen zou de ziektekostenverzekering waarschijnlijk ongeveer de helft van de kosten dekken, zegt Lin Haiwei van het Beijing Perfect Family Hospital. Het beleid is nog niet in werking getreden, de details zijn onduidelijk en een dodelijke uitbraak van corona zou de zaken kunnen vertragen. Toch verwacht Lin dat een versie van het beleid in de komende maanden zal worden ingevoerd. Maar hij is ook realistisch over het effect ervan. ‘Het is lastig om veel groei in onze sector te verwachten aangezien het algemene vruchtbaarheidscijfer en de bereidheid om kinderen te krijgen afnemen.’

    China heeft een complexe relatie met vruchtbaarheid. Drie decennia lang beperkte de overheid gezinnen tot één kind, soms met brute maatregelen. Tegenwoordig wordt 18 procent van de paren in China geconfronteerd met onvruchtbaarheid – wereldwijd is het gemiddelde ongeveer 15 procent. Onderzoekers noemen daarvoor verschillende factoren, waaronder het feit dat Chinese koppels vaak pas later kinderen krijgen en de veelvuldige abortussen in het land, die volgens deskundigen invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid.

    Su Yue (32) had zelf nooit een sterke kinderwens, maar haar man en schoonfamilie wel. Nadat het stel het enkele jaren had geprobeerd, gaf haar schoonmoeder hun geld om met ivf-behandeling te beginnen. Vorig jaar hadden ze succes. Su is dol op haar zoon, die ze liefkozend ‘Cookie’ noemt. Maar ze vertelt ook dat het moederschap haar haar baan heeft gekost. Toen ze vanuit huis werkte kon ze borstvoeding geven, maar dat veranderde toen haar werkgever eiste dat ze naar kantoor kwam. Als millennial met carrièreplannen betreurt ze deze gang van zaken.

    Guo Meiyan doet het thuis in Zhangjiakou rustig aan sinds de succesvolle behandeling eind november. In het restaurant van haar en haar man was het druk in de periode rond nieuwjaar. Ze helpt nog steeds mee in de zaak en vond daarnaast de tijd om twee dekens te breien voor de baby. Maar meestal probeert ze te rusten in bed, zegt Guo. ‘Ik ben de hele tijd misselijk en draaierig.’

    Lees ook:

  • ‘Tragische strijd’: In de frontlinie van China’s coronacrisis

    ‘Tragische strijd’: In de frontlinie van China’s coronacrisis

    Er is een tekort aan medisch personeel en onder hen zijn velen ziek aan het werk – ondertussen bezwijkt de nationale gezondheidszorg onder de druk van een toenemende crisis.

    Onderuitgezakt in een rolstoel of liggend op een brancard verdringen de zieke patiënten zich op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis in het noorden van China. Samengeperst in de smalle ruimten tussen liftdeuren. Rondom een in onbruik geraakt detectiepoortje. Tegen de muren van een gang die galmt van het gehoest. Kortom, ze bevinden zich in alle hoeken en gaten.

    De Chinese ziekenhuizen waren in betere tijden ook al overvol, vanwege gebrekkige financiering en een tekort aan personeel. Maar nu corona zich voor het eerst vrij rondwaart in China, wordt het medische systeem tot het uiterste op de proef gesteld.

    De taferelen van wanhoop en ellende in het Tianjin Medical University General Hospital, vastgelegd op een van de video’s die The New York Times in handen kreeg, weerspiegelen de groeiende crisis. Terwijl de besmetting toeneemt, vechten gezondheidswerkers in de frontlinie ook tegen de welig tierende infecties binnen de eigen gelederen. In sommige ziekenhuizen zijn zoveel medewerkers positief getest op het virus, dat de overgeblevenen het werk van vijf collega’s of meer moeten doen.

    Om ervoor te zorgen dat er voldoende personeel aanwezig is, eisen sommige instellingen niet meer dat artsen en verpleegkundigen zich testen voordat ze aan het werk gaan. Een arts in de centraal gelegen stad Wuhan zegt dat het personeel in haar ziekenhuis zo is uitgedund dat een neurochirurg van haar afdeling onlangs twee operaties op één dag moest uitvoeren, vechtend tegen besmettingssymptomen.

    ‘Het ziekenhuis functioneert op het randje,’ zegt Judy Pu, de arts wier afdeling normaal tien tot vijftien verpleegsters telt en nu nog maar een. ‘Ongeveer 80 tot 90 procent van de mensen om mij heen is besmet.’

    Tragische strijd

    China ervoer als eerste de paniek over corona toen het virus in 2019 opdook in Wuhan. Vervolgens heeft het land het virus de afgelopen drie jaar grotendeels onderdrukt door een kostbare mengeling van grootschalige tests, strikte lockdowns en potdichte grenzen. De regering had die tijd kunnen gebruiken om de gezondheidszorg te versterken door bijvoorbeeld een voorraad medicijnen aan te leggen en meer eenheden voor kritieke zorg op te zetten. Zij had een grootscheepse vaccinatiecampagne kunnen organiseren, gericht op de miljoenen kwetsbare oudere volwassenen die aarzelden om een prik of booster te halen. Maar China deed er weinig aan en is opnieuw in een crisismodus beland, net zoals in de begindagen van Wuhan.

    De werkelijke omvang van China’s gezondheidscrisis is moeilijk in te schatten, niet in de laatste plaats omdat de regering het grootschalige testen heeft afgeschaft na de abrupte opheffing van het strenge zerocovidbeleid van het land. De ontoereikende vaccinaties en het gebrek aan groepsimmuniteit deden de vrees ontstaan dat het dodental kan oplopen tot het niveau dat eerder tijdens de pandemie werd waargenomen in de Verenigde Staten, West-Europa en, meer recentelijk, in Hongkong.

    Gegevens die de lokale autoriteiten de afgelopen dagen hebben vrijgegeven, lijken te bevestigen dat het virus om zich heen grijpt: in verschillende steden en provincies worden dagelijks honderdduizenden besmettingen gemeld. Er zijn ook veel vragen over het aantal covidgerelateerde sterfgevallen in China, omdat de autoriteiten alleen nog de sterfgevallen tellen die het gevolg zijn van ademhalingsproblemen die rechtstreeks verband houden met een covidinfectie. 

    Officieel zijn er sinds de versoepelde pandemieregels op 7 december zeven mensen aan het virus overleden, een aantal dat in tegenspraak is met het toenemend anekdotisch bewijs uit het hele land – van de hoeveelheid lijkwagens voor een crematorium in Beijing tot de overmaat aan gele lijkzakken bij sommige uitvaartcentra.

    Een ziekenhuis in Shanghai heeft voorspeld dat de helft van de 25 miljoen inwoners van die stad uiteindelijk besmet zal raken en waarschuwt het personeel voor een ‘tragische strijd’ in de komende weken, zo blijkt uit een inmiddels verwijderde verklaring die het ziekenhuis vorige week op het sociale-mediaplatform WeChat plaatste.

    Er heerst breed gedragen frustratie over het feit dat de regering geen tijd bood om zich voor te bereiden op de toestroom van patiënten

    ‘Heel Shangai zal in deze tragische strijd meegetrokken worden, en al het personeel van het ziekenhuis zal worden besmet! Onze families worden besmet! Onze patiënten raken allemaal besmet!’ aldus de verklaring. ‘Er is geen keus, we kunnen niet ontsnappen.’

    In sommige ziekenhuizen is de bezetting zo uitgedund dat gepensioneerde artsen wordt verzocht weer aan het werk te gaan. Naar verluidt worden artsen en verpleegkundigen uit de oostelijke provincies Shandong en Jiangsu gehaald om de medische voorzieningen in Beijing te versterken.

    Medisch studenten die als arts-assistent en stagiair in ziekenhuizen werken, protesteerden tegen de verslechterende werkomstandigheden. Ze eisen dat studenten in de wintervakantie naar huis mogen als zij dat willen, en vragen om gelijke beloning en betere bescherming tegen het virus voor hen die ervoor kiezen om te blijven werken. Deze studenten behoren tot de laagstbetaalde gezondheidswerkers, ondanks het feit dat zij geacht worden langere dagen te maken.

    De protesten vielen samen met de dood op 14 december van een 23-jarige student geneeskunde die had gewerkt in het West China Hospital van de Sichuan-universiteit in de zuidwestelijke stad Chengdu. Volgens het ziekenhuis kreeg de student een hartaanval, maar zijn klasgenoten betwisten dat en zeggen dat hij bezweek omdat hij overwerkt was terwijl hij besmet was met corona.

    Het personeelstekort wordt naar verwachting erger naarmate de winter vordert en miljoenen arbeidsmigranten naar huis reizen in aanloop naar de nieuwjaarsvakantie in januari. De gezondheidswerkers worden nu al achter de schermen geconfronteerd met chaos door veranderend beleid en fysieke en mentale uitputting. Er heerst breed gedragen frustratie over het feit dat de regering hen geen tijd bood om zich voor te bereiden op de toestroom van patiënten.

    ‘We zijn van tevoren helemaal niet ingelicht. Ik hoorde via het nieuws dat de regels waren versoepeld,’ aldus Pu.

    Volgens medisch personeel hadden de tekorten aan medicijnen – waardoor sommige instellingen nu genoodzaakt zijn geneesmiddelen te rantsoeneren – vermeden kunnen worden. Ook had er meer tijd genomen moeten worden om een effectiever triagesysteem op te zetten waarmee overbezetting had kunnen worden voorkomen. 

    Koortskliniek

    Een van de fundamentele problemen van het Chinese gezondheidssysteem is de afhankelijkheid voor zelfs de meest elementaire zorg van ziekenhuizen. Grote, stedelijke instellingen zoals het Tianjin Medical University General Hospital vertegenwoordigen slechts 0,3 procent van alle zorgverleners in China, maar zij behandelden vorig jaar bijna een kwart van alle bezoeken aan poliklinieken in het land, zo blijkt uit gegevens van de Nationale Gezondheidscommissie.

    ‘In de VS hebben mensen hun eigen huisarts, maar in China zijn er in het medische systeem weinig mogelijkheden om aan zorg te komen, behalve als je de Eerste Hulp in een groot ziekenhuis bezoekt,’ aldus Qiao Renli, longarts en arts voor kritieke zorg aan de Universiteit van Zuid-Californië, die zowel in China als in de Verenigde Staten doceerde en praktiseerde.

    Om het ziekenhuispersoneel te ontlasten, heeft de regering het aantal ‘koortsklinieken’ in het hele land uitgebreid. Dat kunnen aparte vleugels binnen ziekenhuizen zijn of zelfstandige klinieken waar patiënten met koorts worden behandeld, ongeacht of ze corona hebben. In de zuidelijke stad Shenzhen werden koortsklinieken opgezet in cabines die voorheen werden gebruikt om op corona te testen. Volgens de regering zijn in Beijing lege stadions en quarantainecentra tot soortgelijke faciliteiten omgebouwd, waardoor het aantal koortsklinieken de afgelopen weken tot boven de duizend is gestegen.

    De bouw van zoveel extra koortsklinieken laat de snelheid zien waarmee de regering probeert zich aan te passen aan het snel verspreidende virus – soms te snel, volgens sommige gezondheidswerkers.

    Adela Xu, verpleegster in een kankercentrum in Shanghai, vertelt dat personeel en bezoekers vóór de versoepelingen een negatieve test moesten laten zien om haar ziekenhuis binnen te mogen. Sinds ongeveer een week begon het ziekenhuis, op last van de regering, met de bouw van een koortskliniek om eventuele covidpatiënten te screenen. Maar tegen de tijd dat die kliniek geopend werd, was de faciliteit al verouderd omdat de stad het testen niet meer verplicht stelde voor toegang tot de spoedeisende hulp. Tegelijkertijd raakten steeds meer mensen besmet.

    ‘Vorige week werden ongeveer twintig van de zevenhonderd patiënten van de spoedeisende hulp positief getest, zegt Xu. ‘Nu zijn dat er ongeveer honderd van de zevenhonderd.’

    De stortvloed aan covidpatiënten is niet de enige uitdaging waarmee ziekenhuizen worden geconfronteerd. Een van de gevolgen van de uitbraak is een wijdverbreid tekort aan bloed doordat het aantal donoren slinkt.

    In de zuidwestelijke stad Kunming laat een bloedbank in een verklaring weten dat de stad momenteel slechts een fractie ontvangt van de vijfhonderd donoren die per dag nodig zijn om aan de vraag te kunnen voldoen – het tekort begint zwangere vrouwen en patiënten op de intensive care te treffen.

    ‘Als we hem niet eens zuurstof kunnen geven, hoe kunnen we hem dan redden?’

    In reactie op de tekorten heeft de Nationale Gezondheidscommissie deze maand haar regels voor bloeddonatie uit 2021 herzien. Daardoor mogen mensen die hersteld zijn van corona alweer na zeven dagen in plaats van na zes maanden bloed geven. Deze nieuwe richtlijn heft ook de beperkingen op die waren opgelegd aan potentiële donoren die in nauw contact stonden met covidpatiënten.

    Sommige ziekenhuizen in de provincie Hebei bij Beijing kampen naar verluidt met een nijpend tekort aan ventilatoren, zuurstoftanks en bedden op de intensive care. Op een door The Associated Press opgenomen video is te horen hoe een medisch medewerker van een ziekenhuis in Zhuozhou, een stad in het noorden van Hebei, een groep mensen aanspoort om een patiënt over te brengen naar een ander ziekenhuis dat beter is uitgerust, met de mededeling dat er geen zuurstof meer is.

    ‘Als we hem niet eens zuurstof kunnen geven, hoe kunnen we hem dan redden?’ zegt de medewerker. ‘Als u geen vertraging wilt, keer dan om en breng hem dan snel naar elders!’

  • China’s wrede internetverslavingsklinieken

    China’s wrede internetverslavingsklinieken

    Sinds de zelfbenoemde expert Tao Hongkai beweert een ontwenningsmethode te hebben gevonden, worden duizenden Chinese tieners vaak om dubieuze redenen naar internetverslavingsklinieken gestuurd. Zhang Mengtai en Lemon Guo maakten er de virtualrealityfilm Diagnosia over.

    Je ontwaakt uit een lange droom en bevindt je in een onbekende slaapzaal. De ruimte is zwak verlicht en er staan alleen vier bedden met een ijzeren frame, een bureau en een paar krukjes. Het enige raam is van mat glas: je ziet er niets door, behalve het prikkeldraad dat om het kozijn zit.

    Aan de muur hangt een poster met een dagschema. Afgezien van maaltijden en persoonlijke hygiëne staat de hele dag in het teken van drie activiteiten: afkicken, militaire training en psychologische evaluatie.

    Dan zie je een dagboek op het bureau liggen. Je pakt het op en begint erin te bladeren. Je leest dat je ouders je op 30 augustus hierheen hebben gestuurd. Ze zeiden dat je naar een psychiater moest en beloofden dat je na een consult weer naar huis zou mogen. Maar in werkelijkheid ben je hier voor onbepaalde tijd opgesloten. De psychiater beslist wanneer je weer vrijkomt. 

    Dit zijn de openingsscènes van Diagnosia, de bekroonde virtualrealityfilm van Zhang Mengtai en Lemon Guo die een angstaanjagend beeld geeft van een Chinese internetverslavingskliniek.

    477
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    De filmmakers zien het als hun missie om de wreedheid van deze inrichtingen bloot te leggen. Duizenden jonge Chinezen zijn er opgesloten – vaak op dubieuze gronden – en onderworpen aan gedwongen medicatie, militaire training en in sommige gevallen zelfs elektroshocktherapie – dit alles om te genezen van hun ‘internetverslaving’.

    Filmmaker Zhang belandde zelf op zeventienjarige leeftijd in een van deze klinieken, en de film leunt sterk op zijn ervaringen. Hoewel hij er slechts een maand verbleef, achtervolgt de onmenselijke behandeling die hij er kreeg hem tien jaar later nog steeds. ‘Door deze film te maken wil ik me verzoenen met mijn trauma uit het verleden,’ vertelt Zhang. ‘Ik wil nu voor mezelf opkomen, omdat ik daar toen nog niet toe in staat was. En ik wil weten waarom we dit moesten meemaken.’

    Potentieel gevaar

    Klinieken voor internetverslaving doken twee decennia geleden voor het eerst op in China. In 2002 staken vier minderjarigen een internetcafé in Beijing in brand nadat hun de toegang was geweigerd. Daarbij kwamen vijfentwintig mensen om het leven. Het incident schokte de natie en leidde tot morele paniek over de gevaren van het internet. Tieners die urenlang online spelletjes speelden en voorheen werden beschouwd als onschuldige luilakken, werden steeds vaker afgeschilderd als een potentieel gevaar.

    Te midden van alle media-aandacht trok de zelfbenoemde expert Tao Hongkai de publieke aandacht door te beweren dat hij een methode had ontwikkeld om ‘internetverslaving’ te behandelen. Later dat jaar opende hij het eerste afkickcentrum voor internetverslaving van het land. Het concept bleek enorm populair: duizenden ouders schreven hun kinderen in bij afkickcentra. In 2009 waren er al meer dan driehonderd klinieken voor internetverslaving in heel China.

    ‘Het was alsof ik werd verkracht’

    Maar deze instellingen werden al snel berucht vanwege hun harde behandeling van jonge patiënten. In 2009 publiceerde staatsomroep CCTV een schokkende reportage over elektroshocktherapie in een van die klinieken. Het Chinese ministerie van Volksgezondheid zou deze praktijk later verbieden.

    De instelling waar Zhang naartoe werd gestuurd – het ‘Psychologische-Groeicentrum voor de Jeugd’ in een buitenwijk van Beijing – maakte geen gebruik van elektroshocktherapie. Maar Zhang en de andere patiënten werden wel gedwongen om twee keer per dag psychofarmaca in te nemen. De verpleegsters schenen met zaklampen in hun mond om te controleren of ze de pillen niet onder hun tong hadden verstopt, herinnert Zhang zich. ‘Ik weet nog steeds niet wat voor medicijn het was, maar in de kliniek deden geruchten de ronde dat het je seksuele functies beïnvloedde,’ zegt hij. ‘Het was alsof ik werd verkracht.’

    Morita-therapie

    Tijdens militaire trainingen werd Zhang geslagen als hij ongehoorzaam was. Verscheidene keren werd hij dagenlang alleen in een donkere kamer opgesloten. De kliniek noemde dit de ‘Morita-therapie’, een verwijzing naar een vorm van psychotherapie die aan het begin van de twintigste eeuw is ontwikkeld in Japan, en die bedoeld is om patiënten te dwingen alleen te zijn met hun gedachten.

    Het beangstigendst aan de kliniek was niet eens het geweld, zegt Zhang. Het was het gebrek aan controle; het besef dat hij volledig onderworpen was aan de grillen van het personeel. ‘Ik wist niet wanneer ik eruit zou komen, wat er in de toekomst zou gebeuren of waarom deze illegale opsluiting überhaupt plaatsvond,’ zegt hij. ‘En niemand deed er iets tegen.’

    ‘Ik wilde de hele zaak het liefst mogelijk vergeten en had het gevoel dat dat voor iedereen gold’

    Zhang werd eind 2007 vrijgelaten uit het centrum, en kort daarna leek China zich tegen de klinieken voor internetverslaving te keren. In 2009 publiceerde CCTV de eerdergenoemde reportage, en maanden later kwam het nieuws naar buiten dat in een van de klinieken een zestienjarige jongen door het personeel was doodgeslagen. Het verhaal zorgde voor ophef en er kwamen steeds minder alarmerende mediaverhalen over internetverslaving naar buiten, herinnert Zhang zich. ‘Ik wilde de hele zaak het liefst mogelijk vergeten en had het gevoel dat dat voor iedereen gold.’

    imengine.public.prod .sci .navigacloud.com
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    Zhang slaagde erin verder te gaan met zijn leven en behaalde diploma’s in beeldende kunst en geluidskunst aan respectievelijk Goldsmiths in Londen en Columbia University in New York. Tien jaar lang dacht hij nauwelijks aan zijn ervaringen in de kliniek, totdat hij op een dag een nieuwsbericht zag van de Wereldgezondheidsorganisatie die gaming disorder, ofwel internetverslaving, als medische aandoening erkende. Zhang besloot na te gaan of het afkickcentrum waar hij opgesloten had gezeten nog bestond. Tot zijn verbazing functioneerde de kliniek nog steeds, alleen onder een andere naam en op een ander adres. De Chinese internetverslavingsklinieken blijken nooit te zijn verdwenen. Op het zakelijke informatieplatform Tianyancha staan meer dan vijftig bedrijven vermeld die behandelingen voor internetverslaving aanbieden. Ondertussen zijn de Chinese media, na een jarenlange onderbreking, weer begonnen videospelletjes te bestempelen als een vorm van ‘geestelijk opium’ en ‘elektronische heroïne’.

    Internationale erkenning

    Het meest verontrustend is dat het onderzoek in deze Chinese klinieken internationale erkenning heeft gekregen. Tao Ran, de directeur van de kliniek waarin Zhang was opgesloten, publiceerde een artikel over de behandeling van de geïnterneerde patiënten, waarin hij een aantal diagnostische criteria voorstelde om een gamestoornis te kunnen vaststellen. Zijn werk wekte aanzienlijke belangstelling bij academici en beïnvloedde zelfs het denken over gameverslaving in de Verenigde Staten.

    Volgens de National Library of Medicine is het artikel van Tao Ran geciteerd in meer dan honderd academische artikelen. In 2013 werden de door hem voorgestelde diagnostische criteria genoemd in de vijfde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) van de American Psychiatric Association in de sectie aandoeningen die meer onderzoek verdienen. ‘In de ogen van de westerse wereld lijkt het onderzoek van Tao Ran een solide basis te hebben, maar zijn methoden waren niet wetenschappelijk,’ zegt Zhang. ‘Ik wil mijn eigen ervaringen gebruiken om het gezag van zijn onderzoek in twijfel te trekken.’

    Ouders dienden hun kinderen slaappillen toe om ze naar binnen te krijgen

    Voor Zhang is het onderzoek van Tao Ran om drie belangrijke redenen problematisch. Ten eerste is het onethisch. ‘Ze hebben ons niet verteld dat we gebruikt werden voor experimenten,’ aldus Zhang. ‘Veel mensen in de kliniek zijn erin geluisd; ouders dienden hun kinderen zelfs slaappillen toe om ze naar binnen te krijgen.’

    Ten tweede voldeden de patiënten in de kliniek vaak niet aan de diagnostische criteria die Tao Ran later zou voorstellen. Volgens zijn artikel kan een tiener gediagnosticeerd worden met een gamestoornis als hij meer dan zes uur per dag games speelt gedurende meer dan drie maanden. Zhang voldeed niet aan deze norm, maar de kliniek bestempelde hem wel als patiënt en weigerde hem vrij te laten totdat hij ‘genezen’ was.

    Winstoogmerk

    Zhang gelooft dat zijn vrijheid hem werd ontnomen omdat dit in het belang was van zowel de kliniek als zijn ouders. De klinieken zijn bedrijven met winstoogmerk: Tao Rans centrum bracht patiënten in 2007 meer dan 10.000 yuan (destijds zo’n 1200 euro) per maand in rekening. En volgens Zhang konden zijn ouders door hem weg te sturen de confrontatie met het echte probleem in het gezin uit de weg gaan: de invloed van hun echtelijke ruzies op zijn geestelijke gezondheid.

    Verschillende andere patiënten werden volgens Zhang om dubieuze redenen naar de kliniek gestuurd. Een tienerpaar kwam daar terecht nadat hun ouders hadden ontdekt dat ze verkering hadden. Een dertigjarige man meldde zich nadat zijn vrouw erachter was gekomen dat hij een affaire had met een vrouw die hij online had ontmoet.

    De kliniek bleek geen idee te hebben of de behandeling effectief was of niet

    De derde reden waarom het onderzoek van Tao Ran problematisch is: de kliniek bleek geen idee te hebben of de behandeling effectief was of niet, zegt Zhang. ‘Er gingen een heleboel mensen heen, maar niet omdat ze gameproblemen hadden. En ze kwamen er uiteindelijk weer uit, maar niet omdat ze “genezen” waren,’ vertelt hij. ‘We voerden een soort toneelstuk op; het zogenaamde wetenschappelijke experiment van Tao Ran was als een repetitie met een groep acteurs.’

    In de kliniek besefte Zhang al snel dat hij de beste kans had om zijn vrijheid terug te krijgen als hij deed alsof hij meewerkte met de psychiaters. Eén uitspraak uit Zhangs film vat deze houding goed samen: ‘Hoe harder je terugvecht tegen een tiran, hoe harder die je zal vermorzelen.’ Een groot deel van de plot van de film is gebaseerd op Zhangs tactieken om het personeel van de kliniek te misleiden, vooral door geheime bondgenootschappen aan te gaan met andere patiënten. 

    Andere scènes in Diagnosia tonen de rigide discipline binnen de kliniek

    Een andere student, die een paar dagen na hem in het centrum was aangekomen, bekende dat de psychiaters hem hadden gevraagd om Zhang in de gaten te houden en ‘opstandige gedachten’ te melden. Hij vroeg of Zhang gevraagd was hetzelfde te doen bij hem. Daarna sloten de twee een pact om elkaar te dekken. ‘Het is niet gemakkelijk om je echte gevoelens te verbergen als iedereen je nauwlettend in de gaten houdt,’ zegt Zhang. ‘Je moest je in de kliniek zien te redden in een complex netwerk van interpersoonlijke relaties, maar die vormden ook de sleutel tot ontsnapping.’

    1250 bf52eac9ec3ff25f4a4a58c42422ca8e
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    Andere scènes in Diagnosia tonen de rigide discipline binnen de kliniek. Op een bepaald moment marcheert een groep identiek geklede tieners in camouflage-T-shirts en -broeken op het Chinese soldatenlied Mars van de Atleten. Het geluid van de voetstappen en de muziek wordt steeds verder uitgerekt, totdat het overgaat in een aanhoudend gehuil. ‘Tijdens die militaire oefeningen voelde ik me het best,’ zegt Zhang. Alle studenten in China zijn verplicht een militaire training te volgen. ‘Hier gelooft men dat lichaam en geest van jonge mensen onstabiel zijn en dat militaire oefeningen gehoorzaamheid in de hand werken.’

    Socialiseren

    Diagnosia werd op verschillende internationale festivals genomineerd, waaronder het IDFA in Amsterdam en het Sundance Film Festival. Hij won ook in de categorie Beste Chinese inzending op het Sandbox Immersive Festival, een Chinees festival voor virtuele media. 

    Zhang hoopt dat het werk de mythe kan helpen bestrijden dat klinieken voor internetverslaving nodig zijn om de plaag van gameverslaving te bestrijden. Volgens hem moeten de Chinese autoriteiten zich minder zorgen maken over ‘geestelijk opium’ en meer nadenken over de vraag waarom videogames überhaupt zo populair zijn. ‘Online spelletjes spelen is de enige manier voor jongeren om te socialiseren,’ zegt Zhang. ‘In mijn woonplaats is geen openbare ruimte waar jongeren kunnen spelen. Mijn klasgenoten woonden in verschillende delen van de stad en na school gingen we allemaal naar verschillende buitenschoolse lessen. Games vullen de leegte.’ ccf00b9a 17ec 47f5 b2ea c0d1869e3a70

  • Tientallen doden door noodweer op Filipijnen

    Tientallen doden door noodweer op Filipijnen

    » Geweld tussen etnische groepen in Zuid-Soedan laait op

    » Meerdere landen eisen coronatest voor reizigers uit China

    Door regenval ontstonden overstromingen en aardverschuivingen

    Noodweer heeft de afgelopen dagen voor een enorme ravage gezorgd in het zuiden van de Filipijnen. Zware regenval zorgde volgens het lokale GMA News voor overstromingen en aardverschuivingen en op meerdere plekken stortten gebouwen in. Zeker 25 mensen kwamen om het leven.

    Nog eens 26 mensen worden vermist, met name in de kustgebieden van de archipel. Tienduizenden mensen zijn tijdelijk geëvacueerd en ondergebracht in sporthallen en scholen. Verwacht wordt dat de meeste mensen deze week weer naar huis kunnen. Autoriteiten zeggen dat een groot deel van de vermisten mogelijk dan wordt gevonden.

    Naast het hoge dodental is er volgens lokale media een enorme schade aan de infrastructuur en zijn er voor miljoenen dollars aan gewassen verloren gegaan. Vluchten zijn geannuleerd en op veel plekken zijn scholen en kantoren gesloten om te voorkomen dat mensen de weg op gaan. De Filipijnen kampen in deze tijd van het jaar vaker met zware regens, maar de intensiteit en frequentie van het noodweer neemt volgens experts ieder jaar toe vanwege klimaatverandering.

    Lees ook:

  • Noord-Korea: Drones vliegen Zuid-Koreaans luchtruim binnen

    Noord-Korea: Drones vliegen Zuid-Koreaans luchtruim binnen

    » Zorgen om geweld in aanloop naar inauguratie Lula

    » Zeker 50 doden in VS door winterweer

    Sinds 2017 voerde Noord-Korea geen dronevluchten meer uit

    Vijf Noord-Koreaanse drones zijn maandag tot ver het Zuid-Koreaanse luchtruim binnengedrongen. Eén van de drones zou zelf tot de hoofdstad Seoul gevlogen zijn, schrijft de BBC. Het zou gaan om onbemande drones die niet in staat waren tot aanvalsacties, maar mogelijk ingezet werden voor surveillancedoeleinden.

    Nadat de drones het luchtruim binnenvlogen, stegen meerdere straaljagers en gevechtshelikopters van het Zuid-Koreaanse leger op. Zij probeerden de drones neer te halen, maar dat lukte niet. Het is voor het eerst sinds 2017 dat drones uit Noord-Korea het luchtruim van hun zuidelijke rivalen binnenvliegen.

    Volgens de Zuid-Koreaanse autoriteiten gaat het om een duidelijke provocatie. De afgelopen maanden zijn het aantal militaire acties vanuit Noord-Korea, of het gaat om dronevluchten of rakettesten, toegenomen. Zuid-Korea heeft zelf naar aanleiding van de dronevluchten een serie surveillancevluchten langs het grensgebied uitgevoerd om te kijken of er sprake is van permanente verhoogde militaire activiteit in Noord-Korea.

    Lees ook:

  • Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Hoe een uitgeverij in Pennsylvania een belangrijke bron werd voor journalistiek onderzoek naar de repressieve middelen die Beijing gebruikt tegen de Oeigoeren.

    Achter Heights Market & Deli en naast sportschool Finishers Mixed Martial Arts, in een buurt met nette gazons versierd met spiegelbollen, staat een doodgewoon pakhuis dat het hoofdkwartier is van een onduidelijke nieuwsorganisatie met een al even doodgewone naam: Internet Protocol Video Market (IPVM). De onopvallende locatie biedt weinig inzicht in wat voor soort journalistieke activiteiten hier plaatsvinden.

    Het kantoor van IPVM heeft geen redactiekamer met op toetsenborden tikkende verslaggevers en schermen die continu nieuws tonen. In plaats daarvan worden bewakingscamera’s en andere beveiligingsapparaten door technici onderworpen aan een reeks testen. Een aantal journalisten verricht wat gebruikelijker werk, door onderzoek te doen naar bedrijfsdossiers en financiële documenten waarvan de resultaten uiteindelijk als rapport verschijnen op de website van IPVM.

    Scoops

    Het grootste deel van de veertien jaar dat de onderneming publiceert, was het een nichebedrijf, gericht op professionals en technici die voornamelijk in de commerciële bewaking werken. Maar de afgelopen jaren leverde IPVM ook een reeks zeer indrukwekkende scoops, vaak in samenwerking met grote nieuwsorganisaties zoals The New York Times, The Wall Street Journal en de Los Angeles Times, waarin de sinistere en alarmerende aspecten werden onthuld van de handel en wandel van Chinese bewakingsbedrijven.

    Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei

    In een reportage van The Washington Post uit december 2020, gebaseerd op een door IPVM aan het licht gebracht document, worden de pogingen beschreven van de Chinese technologiegigant Huawei om een systeem voor gezichtsscans te ontwikkelen dat een ‘Oeigoeren-alarm’ zou kunnen activeren – verwijzend naar de voornamelijk islamitische etnische groep in het noordwesten van China die zwaar wordt onderdrukt door de staat. Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei, en zich in februari 2021 uit te spreken over de technologie van het bedrijf.

    Diezelfde maand publiceerde de Los Angeles Times een artikel op basis van een gebruikershandleiding, door IPVM gevonden, waarin het Chinese bedrijf Dahua beweert dat zijn cameratechnologie Oeigoeren kan identificeren en de autoriteiten hierover automatisch een seintje kan geven. Die onthulling was voor een groep Amerikaanse senatoren aanleiding om Amazon schriftelijke vragen te stellen over de miljoenendeal die het Amerikaanse bedrijf met Dahua had gesloten. 

    Deze staat van dienst heeft IPVM veel lezers opgeleverd: mensen die geïnteresseerd zijn in bewakingstechnologie, maar ook mensen die de geopolitieke ambities van Beijing en de gespannen betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China willen begrijpen – misschien wel de belangrijkste bilaterale relatie ter wereld.

    John Honovich

    IPVM werd in 2008 opgericht door John Honovich, die destijds ontevreden was vertrokken uit de beveiligings-industrie na enkele onaangename ervaringen bij beveiligingsbedrijven die te veel beloofden en te weinig leverden. Honovich, nu 46, vertelde me recentelijk dat hij verrast was door het aantal ‘misleidingen en leugens die heel gewoon waren’, waarbij het vaak ging om ‘fake-it-‘til-you-make-it-achtige zaken’. Deze ervaringen deden hem beseffen dat ‘onethisch zijn een groot concurrentievoordeel oplevert’.

    Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees

    Aanvankelijk richtte de site zich op het verzamelen van nieuws uit de wereld van de bewakings- en beveiligingstechnologie. Later voegde hij commentaar en analyses toe, en al snel begon hij zijn eigen, rudimentaire tests met camera-apparatuur uit te voeren. ‘Hij maakte testopnames op parkeerplaatsen en vanaf zijn balkon,’ vertelt Ethan Ace, een van de eerste werknemers van het bedrijf. ‘Maar hij was de enige die onafhankelijke testen deed.’ Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees.

    Ace staat nu aan het hoofd van de testen bij IPVM, met faciliteiten die zijn gegroeid van ‘de laadruimte van mijn Volvo’ tot een enorme hal van ruim 1100 vierkante meter, met kastjes waarin zo’n zeshonderd camera’s zijn opgeslagen die zijn getest en uit elkaar gehaald. Tijdens een bezoek in augustus viel mijn oog op een verzameling bowiemessen. Don Maye, hoofd bedrijfsvoering bij IPVM, legde uit dat deze dienden om de effectiviteit te testen van AI-scantechnologie die verborgen wapens zou kunnen detecteren. Sinds de schietpartij in mei op een school in Uvalde, Texas, is er veel belangstelling voor dergelijke hulpmiddelen. Ace en Maye zijn zeer sceptisch over de beweringen die over deze technologie worden gedaan.

    Ace, die zichzelf omschrijft als ‘het meest trotse lid van de ACLU [American Civil Liberties Union – een grote Amerikaanse organisatie voor burgerrechten] in de beveiligingsindustrie’, liet me ook een ruimte zien waar een thermische camera van een Chinese firma werd getest. Dit was een voorbeeld van technologie die zich tijdens de pandemie verspreidde, in wat Ace de ‘koortscameragekte’ noemde.

    Hausse

    Rampzalige gebeurtenissen zoals massale schietpartijen en terroristische aanslagen creëren een hausse voor de beveiligingsindustrie. Corona was geen uitzondering. ‘Onze industrie richt zich specifiek op de angsten van mensen,’ zegt Ace. ‘Dat is de aard van het beestje.’

    Op een scherm werden onze vermeende lichaamstemperaturen weergegeven. Droeg Ace zijn bril, dan was alles in orde. Maar als hij hem afzette, gaf een alarm aan dat zijn temperatuur te hoog zou zijn. Dit was slechts een geïmproviseerd experiment, maar het liet zien hoe onbetrouwbaar metingen kunnen zijn. 

    Honovich is het publieke gezicht van IPVM, waardoor hij doelwit is geworden van anonieme blogs en Twitter-accounts. Sommige beschuldigen hem ervan dat hij aan zelfpromotie doet of een bullebak is die IPVM gebruikt om bedrijven waar hij een hekel aan heeft te besmeuren. 

    Volgens Honovich maakte zijn site niet bewust de keus om zich op China te concentreren. Als er al een ‘slechterik’ was die IPVM in de gaten wilde houden, ‘dan was dat Silicon Valley en niet de Volksrepubliek China’, zegt hij. Maar toen Chinese bedrijven hun intrede deden op de Amerikaanse markt en goedkope hardware aanboden die voortdurend werd voorzien van updates, kon de site hen niet negeren. Ace: ‘Het aanbod uit China was veel groter dan we ons realiseerden.’

    ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking’

    Dit begreep hij pas toen hij in 2015 de enorme China Public Security Expo-beurs bezocht. En toen hij de kantoren bezocht van bedrijven als Hikvision, ’s werelds grootste fabrikant van bewakingsapparatuur, kreeg Ace een glimp van wat Josh Chin en Liza Lin van The Wall Street Journal omschreven als een van de ‘grootste ambities’ van de Chinese president Xi Jinping: ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking en op wereldschaal wedijvert met de democratie.’

    Onderzoeksjournalistiek met behulp van IPVM’s resultaten bracht aan het licht dat enkele van de meest verontrustende en dystopische elementen van dit plan plaatsvonden in Xinjiang, de regio waar Oeigoeren en leden van andere grotendeels islamitische groepen worden geconfronteerd met een ‘consistent patroon van invasieve elektronische surveillance‘, volgens een vorige maand gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties. De acties van China in de regio, zo concludeerde de VN, ‘zijn mogelijk internationale misdaden, in het bijzonder misdaden tegen de menselijkheid’.

    De aandacht van IPVM voor Chinese observatietechnologie komt op een moment dat de spanningen – militair, economisch en ideologisch – tussen de VS en China toenemen. Naast de mensenrechtensituatie in Xinjiang hebben ook de oorlogszuchtige houding van Beijing tegenover Taiwan – dat als deel van China wordt beschouwd hoewel de Chinese Communistische Partij er nooit controle over had – en het neerslaan van de prodemocratische beweging in Hongkong de betrekkingen tussen de twee mogendheden verslechterd. In Washington zijn het wantrouwen jegens Beijing en de wens om China agressiever te benaderen zeldzame voorbeelden van een con-sensus onder Republikeinen en Democraten.

    ‘Elke zakelijke relatie met China behoeft serieus onderzoek. Vooral als het om technologie gaat,’ liet Marco Rubio, de Republikeinse senator uit Florida, in een e-mail weten. Hij heeft van deze kwestie een persoonlijke zaak gemaakt. ‘Onderzoek door bedrijven als IPVM is essentieel om media, beleidsmakers en het Amerikaanse volk te helpen begrijpen welke bedreiging de Chinese Communistische Partij vormt en hoe ver sommige bedrijven gaan om Amerikaanse wetten te omzeilen.’ Hikvision en Dahua werden in 2019 door het Amerikaanse ministerie van Handel op de zwarte lijst gezet, vanwege de behandeling van Oeigoeren en andere minderheden door Beijing.

    ‘Verdachte personen’

    Xinjiang is niet de enige focus van het onderzoekswerk van IPVM. Documenten die het bedrijf verkreeg vormden de basis voor een reportage van Reuters in 2021 over hoe de autoriteiten in Henan, een van China’s grootste provincies, een bewakingssysteem in gebruik hadden genomen waarmee ze hoopten journalisten, internationale studenten en andere ‘verdachte personen’ te kunnen opsporen. The New York Times onderzocht afgelopen juni hoe China surveillance gebruikt om sociale en politieke controle te vergroten en baseerde zich daarbij deels op gegevens die door IPVM waren verkregen.

    De afgelopen jaren heeft Beijing het werk van buitenlandse journalisten aan banden gelegd, vaak onder het mom van volksgezondheid in samenhang met het zerocovidbeleid – het aantal verslaggevers dat ter plaatse mag werken werd zo beperkt. Vervolgens begonnen ondernemende researchers het internet af te speuren, waar berichten op sociale media, satellietbeelden en technische documenten een nieuwe kijk boden op de coronakwestie. Maar zelfs die werkwijze wordt nu een moeilijke opgave.

    ‘Het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld’

    ‘Er is nog steeds informatie aanwezig,’ zegt Dahlia Peterson, een onderzoeksanalist van het Center for Security and Emerging Technology van Georgetown University die zich richt op China, ‘maar het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld.’

    In overeenstemming met Honovichs belofte van onafhankelijkheid accepteert IPVM geen reclame, sponsoring of vergoedingen voor advies aan fabrikanten. ‘Ze zouden gewoon een bedrijf kunnen zijn dat objectieve tests uitvoert op videobewakingstechnologie en zich niet bemoeit met de ethische kant,’ zegt Peterson. ‘Maar ze nemen een moreel standpunt in tegen het misbruik van bewakingstechnologieën en hun bijdragen zijn van onschatbare waarde.’

    Ovalbek Turdakun

    Dat ethos was vorig jaar duidelijk te zien toen Conor Healy, die voor IPVM onderzoek doet naar de manier waarop overheden bewakingstechnologieën gebruiken, afreisde naar Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizië, om een man te ontmoeten met de naam Ovalbek Turdakun. Turdakun, een christelijke Chinees die tien maanden in een detentiekamp in Xinjiang had door-gebracht, kreeg het voor elkaar naar Kirgizië te reizen, maar vreesde dat hij zou worden teruggestuurd naar China en daar opnieuw in hechtenis zou worden genomen. Healy regelde samen met een vriend en contacten in Kirgizië dat Turdakun en zijn familie naar Turkije konden vliegen. Healy en zijn vriend begeleidden hen op die reis. Van daaruit kreeg de familie toestemming om naar de VS te reizen, en in april van dit jaar kwam de familie Turdakun aan in Washington D.C.

    Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn

    Healy beschouwt IPVM niet als een belangenorganisatie, vertelt hij me, maar Honovich steunde de actie. ‘Wat hebben de mensen in Xinjiang hier nou echt aan?’ zegt Healy. ‘Waarschijnlijk niet veel, en daar word ik verdrietig van.’ Toch waren ze het erover eens dat het goed was om te doen.

    De Chinese reactie op het werk van IPVM is voorspelbaar. In 2018 werd de site van IPVM in China geblokkeerd, net als veel andere westerse nieuwssites. Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn. Een andere Chinese krant nam een commentaar van een techforum over waarin de IPVM-site werd vergeleken met een blog van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, die door China werd gesanctioneerd en die nog steeds bombastische waarschuwingen doet over de gevaren van het land.

    Ethisch standpunt

    Hikvision, dat weliswaar in meerderheid in handen is van een Chinees staatsbedrijf, reageerde op de berichtgeving van IPVM op een nogal Amerikaanse manier: door zijn aanzienlijke lobby in Washington te gebruiken om de onpartijdigheid en geloofwaardigheid van IPVM in twijfel te trekken. In januari meldde de Amerikaanse nieuwssite Axios dat Hikvision de regering heeft gevraagd om IPVM te onderzoeken op mogelijke schendingen van de openbaarmaking van lobbyactiviteiten.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat dergelijke druk de journalistieke aanpak van IPVM zal veranderen. Honovich vindt dat het gebruik van bewakingstechnologieën in Xinjiang, of enig ander onderwerp met ethische implicaties, niet ‘van beide kanten’ kan worden bekeken. ‘Soms moeten er ethische standpunten worden ingenomen, en daar moet je dan ook duidelijk in zijn,’ aldus Honovich. 

  • Wat zij zeggen over de executies in Myanmar

    Wat zij zeggen over de executies in Myanmar

    Internationale commentatoren en opiniemakers over de executie van vier Myanmarese prodemocratische activisten.

    Sebastian Strangio – redacteur Zuidoost-Azië

    The Diplomat

    ‘In een ijzingwekkend kort verslag van vier zinnen, dat vanmorgen werd gepubliceerd, verklaarde de door de staat gecontroleerde krant Global New Light of Myanmar dat de gevangenisautoriteiten het doodvonnis hebben voltrokken tegen Phyo Zeyar Thaw, parlementariër in de afgezette regering van de Nationale Liga voor Democratie (NLD), pro-democratie-activist Ko Jimmy en twee anderen. In de verklaring staat dat de vier het brein waren achter ‘brute en onmenselijke terreuraanslagen’.


    Erwin van der Borght – regionaal directeur Zuid- en Zuidoost-Azië

    Amnesty International

    ‘Deze executies komen neer op willekeurige levensberoving en zijn het zoveelste voorbeeld van de afschuwelijke staat van dienst van Myanmar op het gebied van mensenrechten. Al meer dan een jaar houden de militaire autoriteiten van Myanmar zich bezig met buitengerechtelijke executies, martelingen en een heel scala aan mensenrechtenschendingen. De militairen zullen doorgaan als ze niet ter verantwoording worden geroepen. Wij dringen er bij de autoriteiten op aan onmiddellijk een moratorium op executies in te stellen, als een eerste stap.’


    Yoshimasa Hayashi – minister van Buitenlandse Zaken van Japan

    Reuters

    ‘Met de executie van deze vier strijders voor de democratie door de junta van Myanmar raakt het land verder geïsoleerd van de internationale gemeenschap. Het is een zaak van grote zorg. Deze stap zal nationale gevoelens verscherpen en het conflict verder aanwakkeren en gaat in tegen het herhaalde en dringende verzoek van Japan om de situatie in Myanmar op vreedzame wijze op te lossen. De executies druisen ook in tegen de Japanse eisen om de gevangenen vrij te laten.’


    Tom Andrews – speciaal rapporteur mensenrechten Myanmar

    Verenigde Naties

    ‘Ik ben verontwaardigd en verbijsterd dat de junta deze voorvechters van mensenrechten en fatsoen in Myanmar heeft geëxecuteerd. Ze werden berecht door een militair tribunaal, zonder recht op beroep en zonder juridische bijstand, wat in strijd is met de internationale wetgeving over mensenrechten. Het systematisch vermoorden van demonstranten, de willekeurige aanvallen op dorpen en de executie van oppositieleiders vragen om een onmiddellijke reactie van de lidstaten van de Verenigde Naties.’

  • Te weinig kansen, te veel lockdowns – waarom Chinese jongeren het land massaal verlaten

    Te weinig kansen, te veel lockdowns – waarom Chinese jongeren het land massaal verlaten

    Veel jonge en goed opgeleide mensen zien voor zichzelf in China geen toekomst meer, maar de regering van het land wil een exodus hoe dan ook voorkomen. ‘De laatste tijd krijgt bijna niemand meer een paspoort.’

    Luister dit artikel:

    Ya Dong* ging drie jaar geleden voor het eerst naar Chiang Mai, in het noorden van Thailand. Hij wilde zich laten informeren over de scholen daar. ‘Toen zaten er in de meeste klassen één of twee Chinese kinderen,’ vertelt Ya in een videogesprek, ‘nu zijn dat er gemiddeld acht tot tien per klas.’ Thailand is momenteel bij Chinese gezinnen erg in trek.

    Ya Dong, geboren en getogen in Nanjing, in het oosten van China, is in maart met zijn vrouw en hun twee dochters naar Chiang Mai verhuisd. De meisjes zijn vijf en tien jaar en gaan daar naar de internationale school. Ze krijgen les in het Engels en kunnen zich daar inmiddels goed in redden. De voornaamste reden voor het besluit van het gezin om China de rug toe te keren, was het onderwijssysteem. ‘Te veel examens, te veel huiswerk en te veel druk,’ zegt Ya. In Thailand is het schoolleven veel minder stressvol, maar de kinderen leren er niet minder om.

    Wegrennen als filosofie

    Meer en meer Chinezen doen hetzelfde als Ya Dong en zijn gezin. Omdat ze ontevreden zijn over de situatie in China zoeken ze naar manieren om hun vaderland te verlaten en in het buitenland een nieuw bestaan op te bouwen. De redenen variëren van snel stijgende kosten van levensonderhoud, slechtere werk- en carrièremogelijkheden en de druk in het onderwijssysteem tot de steeds beperktere ontplooiingsmogelijkheden sinds staats- en partijleider Xi Jinping in China aan het roer staat. Toen eind vorig jaar ook nog de omikronvariant van het coronavirus in China arriveerde en de autoriteiten steeds vaker grootschalige lockdowns oplegden, kreeg de trend een extra impuls.

    Op 3 april benadrukte de centrale regering in Beijing nogmaals dat zij onder alle omstandigheden zal vasthouden aan haar zerocovidbeleid. Die dag steeg het aantal zoekopdrachten met de term ‘emigratie’ op het Chinese internet met 440 procent. Het technologiebedrijf Tencent meldde dat het aantal zoekopdrachten met ‘voorwaarden om naar Canada te verhuizen’ in de week van 28 maart tot 3 april met 2846 procent toenam. Canada is voor Chinezen een populaire emigratiebestemming. Inmiddels heeft internetportaal Baidu de functie uitgeschakeld waarmee je het aantal zoekopdrachten over het onderwerp ‘emigratie’ kunt inzien.

    ‘We maakten ons grote zorgen over onze vrienden in Shanghai, omdat we zagen dat de voedselvoorziening niet functioneerde’

    Vrijwel tegelijk met de enorme toename van het aantal zoekopdrachten hadden de plaatselijke autoriteiten van Shanghai een lockdown afgekondigd voor de 26 miljoen inwoners van de stad. Ya Dong en zijn gezin hebben de ontwikkelingen vanuit Chiang Mai gevolgd. ‘We maakten ons grote zorgen over onze vrienden in Shanghai,’ zegt hij, ‘omdat we zagen dat de voedselvoorziening niet functioneerde.’ Ze zijn blij dat ze niet meer in China wonen. ‘Hier hebben we iedere dag zo’n duizend nieuwe besmettingen, maar we leven met het virus.’ Nog maar weinig Thai dragen een mondkapje.

    Veel jonge, internationaal georiënteerde Chinezen denken er net zo over als Ya Dong. Sommigen zeggen dat ze aanhangers zijn van de ‘Run-filosofie’. Die term is gebaseerd op het Engelse run in de zin van ‘wegrennen’. In het Chinees wordt dat geschreven met het karakter dat precies hetzelfde klinkt als ‘vochtig’ of ‘glibberig’. Daarmee proberen de aanhangers van de Run-filosofie aan de strenge censuur te ontkomen. Ze hebben ook een map aangemaakt op het Amerikaanse ontwikkelaarsplatform GitHub; die site is eigenlijk bedoeld om programmeurs samen aan opensourceprojecten te laten werken. Run-aanhangers gebruiken GitHub echter als forum; de site heeft 17.800 gebruikers. Onderwerpen die worden besproken zijn: waarom wegrennen? Waarheen? En hoe kan wegrennen tot ‘basisovertuiging van de nieuwe Chinezen’ worden gemaakt?

    De Run-map werd half april geopend, toen de kritiek op de lockdown in Shanghai haar hoogtepunt bereikte. In de rijkste stad van China werd honger geleden, tienduizenden mensen werden naar mensonwaardige quarantainekampen gestuurd en sommigen overleden nadat ziekenhuizen hen niet wilden opnemen omdat ze geen groene QR-code hadden. Kritiek daarop werd in China snel van de sociale media verwijderd, maar op het Run-forum ging de discussie gewoon door. Op andere pagina’s delen aanhangers de meest recente informatie over emigratie. Hoe kom je aan een verblijfsvergunning in Luxemburg? Wat zijn de goedkoopste universiteiten daar? En hoe hoog zijn de kosten van levensonderhoud in Zwitserland?

    Het zijn vragen die ook Jasmine*, een vrouw van midden dertig, bezighouden. Al voor de pandemie had zij het moeilijk met haar land. Bijvoorbeeld, net als Ya Dong, met het onderwijssysteem, dat maar één doel kent: kinderen naar goede universiteiten krijgen. ‘Dingen waarvoor ze een passie hebben, krijgen de kinderen niet te leren. Ze leren alles alleen maar uit het hoofd. Waarden als respect, menselijkheid en moraal spelen geen rol. In plaats daarvan: een goed geheugen, rijke ouders, probleem opgelost,’ zegt ze. De Zuid-Chinese stad Shenzhen, waar Jasmine woont, is anders, geloofde ze. Door een zeker liberalisme werd de metropool vlak bij Hongkong de succesvolste ‘speciale economische zone’ van het land. Dat trok ook buitenlanders aan: Amerikanen, Serviërs, Brazilianen en Russen. ‘Ik heb zonder op reis te hoeven gaan veel mensen uit de hele wereld ontmoet,’ zegt Jasmine, die zelf voor een buitenlands techbedrijf werkt. ‘Ik genoot erg van mijn leven in Shenzhen – vroeger.’

    In het derde jaar van de pandemie is ook in Shenzhen het een en ander veranderd. Naar schatting de helft van de buitenlanders heeft China voorgoed verlaten of krijgt geen nieuw inreisvisum om terug te kunnen keren. Veel pubs en westerse restaurants hebben hun deuren moeten sluiten. En de inwoners van Shenzhen zijn blijkbaar minder liberaal dan Jasmine altijd dacht. Dat begon ze tijdens de twee lockdowns dit voorjaar in te zien. Eerst werd haar wijk afgesloten vanwege een handvol coronagevallen. De lockdown zou vier dagen duren, maar werd op het laatste moment met vier dagen verlengd. ‘Nieuwe gevallen waren er niet, en toch moesten we binnenblijven.’

    GettyImages 527190812
    – Chinese propagandaposter: ‘Vaderland, laat me naar de blauwe lucht gaan.’
    © Corbis via Getty Images

    Crises in de geestelijke gezondheid

    Na de lockdown wilden buren van Jasmine, die zich buiten Shenzhen bevonden, terug naar huis. Het buurtbestuur weigerde dat, hoewel de buren zoals voorgeschreven vier dagen achter elkaar negatief waren getest en een groene QR-code in de verplichte covid-app hadden. De buren beschreven hun situatie in de chatgroep van hun flatgebouw en hoopten op hulp, zegt Jasmine. Maar veel bewoners reageerden alleen met: ‘Kom maar niet meer terug.’ Ze waren bang dat de terugkomers op weg naar de stad besmet konden raken. In die tijd werden in deze metropool met 20 miljoen mensen amper meer dan tien nieuwe besmettingen per dag gemeld.

    Toen kort daarop de hele stad in lockdown ging, werd het Jasmine definitief te veel. ‘De meerderheid van de mensen volgt gewoon blindelings de regels zonder zich af te vragen of er misschien een betere oplossing is.’ Het ergert Jasmine bijvoorbeeld dat er veel meer geld wordt uitgegeven aan verplichte tests voor de hele bevolking van de stad dan aan covidvaccinaties. Ze kreeg een paar keer een zenuwinzinking. Uiteindelijk, zegt ze, heeft ze zichzelf heel basale vragen gesteld over hoe haar leven in Shenzhen en China eruit zou zien als zij en haar partner ooit kinderen zouden hebben. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er als in de toekomst iedereen blindelings de regels volgt, maar zij en haar gezin het daar niet mee eens zijn? Hoe kun je in zo’n omgeving je kinderen opvoeden tot nieuwsgierige mensen?

    Het aantal aanvragen is de laatste maanden volledig geëxplodeerd

    Daarom hebben Jasmine en haar buitenlandse partner besloten China binnen een jaar te verlaten. Ze ziet drie mogelijke bestemmingen: Singapore, mits ze daar werk vindt, Cyprus, waar ook een paar techbedrijven zitten en waar ze volgens een vriend vrij gemakkelijk naartoe zou kunnen emigreren, of eerst naar Hongkong voor een postdoctorale opleiding om daarna een Hongkongs paspoort te krijgen. Als inwoner van Hongkong zou Jasmine zonder visum naar bijna net zo veel landen kunnen reizen als wanneer ze Zwitserse of Duitse was.

    Een firma die profiteert van Chinezen die willen emigreren is het Ying Zhong Law Office in Beijing. Het is gespecialiseerd in advies over alle aspecten van emigratie. Het aantal aanvragen is de laatste maanden volledig geëxplodeerd, zegt een van de adviseurs aan de telefoon. Ook al is het nu veel moeilijker om te emigreren dan een paar jaar geleden, mogelijkheden zijn er nog steeds.

    De Amerikaanse droom

    Veel Chinezen voelen zich nog altijd aangetrokken tot de Verenigde Staten. De beste vooruitzichten hebben degenen die het eerst met een studentenvisum proberen en daarna een baan in de VS zoeken. Als dat lukt, kan het visum aansluitend worden omgezet in een verblijfsvergunning met werkvergunning, meldt de adviseur. Ook iemand die door de Amerikaanse autoriteiten als ‘buitenlands expert’ wordt aangemerkt, maakt kans op een visum.

    Maar om een visum aan te vragen, heb je een paspoort nodig en dat krijgt de laatste tijd bijna niemand meer. Alleen in uitzonderlijke gevallen verstrekken de Chinese autoriteiten nieuwe reisdocumenten; verlopen paspoorten worden nog maar zelden vernieuwd. In mei heeft de regering bovendien nieuwe voorschriften uitgevaardigd, die bepalen dat buitenlandse reizen alleen nog in belangrijke gevallen zijn toegestaan, bijvoorbeeld als een familielid in het buitenland ernstig ziek is. De regering presenteert de maatregelen als bescherming tegen het mogelijk importeren van coronabesmettingen. In werkelijkheid maken de nieuwe richtlijnen deel uit van een algemene tendens waarbij China zich steeds verder isoleert van de rest van de wereld, en waarmee de regering steeds meer probeert te voorkomen dat het volk in contact komt met buitenlanders. Chinezen kunnen beter naar binnen kijken, naar hun eigen geschiedenis en cultuur, zegt partijleider Xi Jinping regelmatig.

    De laatste weken is het geregeld voorgekomen dat het paspoort van een Chinees die terugkwam ongeldig werd gemaakt

    Soms gaan de autoriteiten nog verder. De laatste weken is het geregeld voorgekomen dat het paspoort van een Chinees die terugkwam ongeldig werd gemaakt. Voor een Chinese zakenvrouw die al enkele jaren in Zwitserland woont en met een Zwitser is getrouwd, heeft dat ernstige gevolgen. De vrouw heeft in China een middelgroot bedrijf. Gewoonlijk vliegt ze vier keer per jaar voor zaken een paar weken naar Shanghai of Beijing. Dat is nu verleden tijd, want ze is bang dat ze China niet meer kan verlaten. Sindsdien staat ze vrijwel elke nacht op om via een videoverbinding haar zaak te leiden.

    Ook Ya Dong en zijn gezin zullen voorlopig niet naar China terugkeren. Vluchten zijn zeldzaam en duur, en bovendien moet je minstens twee weken in quarantaine als je het land wilt binnenkomen. Dan blijft het gezin liever in Chiang Mai, waar de kosten van levensonderhoud volgens Ya half zo hoog zijn als in Shanghai of Beijing. ‘Als je het raam openzet, schijnt de zon naar binnen en waait er een frisse wind door het huis. Maar er komen ook vliegen binnen,’ hield Deng Xiaoping in de eerste jaren van zijn beleid van hervorming en openheid zijn tegenstanders voor, die bang waren voor ‘geestelijke’ vervuiling door buitenlands gedachtengoed.

    Xi, zo lijkt het, heeft nu besloten dat raam te sluiten. Er zullen dan vermoedelijk minder vliegen binnenkomen, maar ook minder frisse wind en zonneschijn.

    * Namen zijn door de redactie van NZZ veranderd.