Amerikaanse en Oekraïense journalist komen om het leven
Cameraman Pierre Zakrzewski, die al jaren voor het Amerikaanse netwerk Fox News werkte, en Oleksandra Koevsjynova, de Oekraïense journaliste die hem begeleidde, werden gedood bij een aanval in de buurt van Kyiv. Ook journalist Benjamin Hall raakte hierbij gewond, aldus Fox News op dinsdag. Het tv-kanaal sprak van een ‘hartverscheurende dag’.
Twee dagen geleden werd een andere Amerikaanse journalist, Brent Renaud, voormalig medewerker van The New York Times, in de buurt van Irpin werd gedood.
De Filipijnse president Rodrigo Duterte heeft eindelijk een wet getekend die de leeftijd voor seksueel zelfbeschikkingsrecht in het land verhoogt van twaalf naar zestien jaar. Daarmee moeten minderjarigen worden beschermd tegen seksueel misbruik en hoopt het land af te komen van de reputatie een magneet voor pedofielen en cybersekscriminelen te zijn, schrijft South China Morning Post.
Iedereen die geslachtsgemeenschap heeft met een Filipijn onder de zestien jaar is nu schuldig aan ‘wettelijke verkrachting’, tenzij er sprake is van verliefdheid en het leeftijdsverschil minder is dan drie jaar. Als een van de partijen jonger is dan dertien, is er ongeacht de omstandigheden sprake van verkrachting.
Dat Volodymyr Zelensky, voordat hij in april 2019 president van Oekraïne werd, in zijn land bekend werd met de televisieserie Dienaar van het volk, is inmiddels bij veel mensen bekend. Hij vervulde de rol van een leraar die tegen wil en dank staatshoofd wordt. Maar wat voor serie is het eigenlijk?
Critici en kijkers zijn sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne verbijsterd en verbluft over het profetische karakter van fictieve televisieserie Dienaar van het Volk die momenteel in een aantal Europese landen wordt uitgezonden. In Frankrijk bijvoorbeeld door de zender Arte, die zoals Courrier international schrijft, deze teaser gebruikt. In Nederland zijn de eerste twee seizoenen te zien op YouTube, met automatische ondertiteling in het Engels.
‘Het is geen gemakkelijke serie om naar te kijken’, schrijft Victoria Segal in haar recensie voor de Britse krant The Times, nadat ze op 6 maart de eerste drie afleveringen zag op het Britse Channel 4. Een ‘must watch’ noemt Segal de serie waarin Zelensky ‘als Vasyl Petrovitsj Goloborodko, een ‘“geschiedenisleraar uit Kiev”, met 67 procent van de stemmen president van Oekraïne wordt nadat zijn tirade tegen politieke “klootzakken” viraal is gegaan’.
Het eerste seizoen van de komedie, die tussen 2015 en 2019 in Oekraïne werd uitgezonden, werkt voor Segal op wrange manier als ‘een tijdmachine doordat het het normale leven in Kiev laat zien: een verjaardagsfeestje, ruzies over een parkeerplaats, een klaslokaal vol praatgrage middelbare scholieren, iemand die op de fiets door een nog ongerepte stad rijdt…’ Het is onmogelijk, aldus Segal, om niet ‘geschokt en ontdaan’ te zijn door deze beelden, die uit een andere tijd lijken te stammen.
En het is uiteraard nog verontrustender dat de hoofdpersoon in Dienaar van het Volk niemand minder is dan Volodymyr Zelensky: de voormalige acteur die in 2019 president van Oekraïne werd en die inmiddels voor de hele wereld het symbool is geworden van het Oekraïense verzet tegen de invasie door Vladimir Poetin.
Zelenksy’s handtekening
De Italiaanse krant La Repubblica schrijft dat Dienaar van het Volk, dat drie seizoenen lang werd uitgezonden door het Oekraïense kanaal 1+1, ‘Zelensky’s handtekening draagt in vrijwel elke scène’. Volgens het Italiaanse dagblad werd de serie geproduceerd door Kvartal 95, de productiemaatschappij van Zelensky, waar overigens een luchtje aan zit, omdat het bedrijf opdook in de Pandora Papers. Zelensky werkte niet alleen als acteur mee aan de serie, maar ook als ‘bedenker, scenarist en regisseur, samen met Andriy Jakovlev en Oleksiy Kiriosjenko’.
De serie is volgens La Repubblica een ‘zotte vertelling’ over een geschiedenisleraar die president van zijn land wordt dankzij een video waarin hij corruptie aan de kaak stelt. Het is een verhaal in de vorm van een ‘populistische droom’, dat zo’n groot succes werd in Oekraïne dat ‘Zelensky en andere medewerkers van Kvartal 95 in maart 2018 een politieke partij oprichtten met de naam Dienaar van het Volk, waarmee de voormalige komiek in het voorjaar van 2019 de presidentsverkiezingen won.
‘Het is een intelligente, interessante en goed geacteerde satire’
Stuart Heritage, tv-journalist van The Guardian, schrijft dat het kijken naar de serie ‘een beter begrip geeft van de oorsprong en de politieke overtuigingen van de man die nu heldhaftig zijn natie verdedigt tegen tirannie’. Het is niet alleen ‘een belangrijk historisch document’, volgens Heritage, maar hij is ook te spreken over de kwaliteit ervan: ‘het is een intelligente, interessante en goed geacteerde satire, die overkillvermijdt en een duidelijk standpunt biedt.’
‘Britse critici hadden misschien een positief vooroordeel toen ze op Channel 4 naar Dienaar van het Volk gingen kijken, maar het programma had dat zeker niet nodig om aanbevolen te worden, vindt ook de criticus van Financial Times.
De Amerikaanse journalistieke site Quartz merkte vorige week op dat het uitbreken van de Russische invasie in Oekraïne heeft geleid tot een heropleving van de nieuwsgierigheid naar deze serie, die tot dan toe niet veel belangstelling had gewekt buiten het eigen land. Ooit werd de serie in de VS uitgezonden op Netflix, maar daarna was hij alleen nog beschikbaar op YouTube, in een versie met Engelse ondertitels, aldus Quartz.
Rechtenverkoop
Daar is nu verandering in gekomen. ‘Omroepen over de hele wereld kopen de rechten op Zelensky’s Dienaar van het Volk’, aldus Quartz. ‘Volgens Eccho Rights, het bedrijf dat de serie internationaal distribueert, is de verkoop aan omroepen de afgelopen dagen drastisch gestegen.’ Onder meer ‘MBC in het Midden-Oosten, ANT 1 in Griekenland en PRO TV in Roemenië hebben de serie gekocht, volgens Eccho Rights. De groep heeft ook overeenkomsten gemeld met omroepen in Bulgarije, Moldavië, Estland, Finland en Georgië.
In de begindagen van de oorlog, aldus Quartz, ‘begonnen kijkers clips te verspreiden die nu surrealistisch lijken. In één ervan, die onderzoeksjournalist Vera Bergengruen van Time op Twitter plaatste, krijgt de fictieve president een telefoontje van de voormalige Duitse bondskanselier Angela Merkel. Ze biedt Oekraïne aan tot de Europese Unie toe te treden, maar realiseert zich dan dat ze zich vergist heeft: ze dacht dat ze de president van Montenegro aan de lijn had.’
Het is bizar en pijnlijk om de aanvankelijke blijdschap en de daarop volgende teleurstelling te zien van acteur Zelensky in de wetenschap dat president Zelensky begin maart daadwerkelijk het Oekraïense lidmaatschap van de EU heeft aangevraagd. Dergelijke toevalligheden maken het kijken naar de serie tot een uitzonderlijke ervaring.
Voor Julian Assange, de oprichter van WikiLeaks, die in de Verenigde Staten wordt vervolgd voor het massaal lekken van documenten, komt uitlevering ‘steeds dichterbij’. Dat schrijft The Washington Post nadat het Britse Hooggerechtshof maandag 14 maart weigerde een beroep van de Australiër te onderzoeken.
De rechters waren van oordeel dat het beroep ‘geen betwistbaar rechtskwestie’ opleverde. ‘Amerikaanse aanklagers beweren dat Assange heeft geholpen bij het hacken van geheime informatie en duizenden pagina’s militaire dossiers en diplomatieke memo’s over de oorlogen in Afghanistan en Irak heeft gepubliceerd, waardoor levens in gevaar zijn gebracht’, aldus de krant.
Nicolas Mulder, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Amerikaanse Cornell-universiteit en expert op het gebied van sanctiemaatregelen, voorspelt in The Economistdat het economisch isoleren van Rusland dramatische gevolgen zal hebben voor de wereldeconomie. Rusland is een toonaangevende leverancier van verschillende belangrijke grondstoffen en de sancties zullen het Westen daarom dwingen tot pijnlijke aanpassingen, omdat ze van invloed zijn ‘op het vermogen van Rusland om wereldwijd grondstoffen te leveren’, aldus Mulder. Het Russische aandeel is aanzienlijk. Wereldwijd komt het neer op 6 procent van de aluminiumproductie, 7 procent van de nikkelvoorziening, 12 procent van de productie van ruwe olie, 18 tot 19 procent van de tarwe en aardgasexport en een kwart van de kopervoorraad.
‘Egypte, Tunesië, Irak en Libanon hebben nu al te maken met stijgende prijzen door de sluiting van Oekraïense havens; sancties maken continuering van hun voedselvoorziening gevaarlijk afhankelijk van de beslissingen van westerse beleidsmakers’, stelt Mulder. ‘Financiële markten zullen steun van centrale banken nodig hebben om de afwezigheid van Russische deviezenoverschotten te compenseren op de valutamarkten.’
Marina Ivanova, een inwoonster van Sint-Petersburg, wier zoon in militaire dienst is, schreef een brief aan het Russische ministerie van Defensie en de regering van de president Poetin. Fontanka, een online nieuwsplatform gevestigd in Sint-Petersburg, publiceerde de brief.
Poetin ontkende dat dienstplichtigen deelnemen aan de oorlog
Ivanova schrijft dat haar zoon werd toegewezen aan een eenheid in de buurt van Moskou, maar later werd overgeplaatst naar de grens met Oekraïne. Nu ontvangt ze alleen nog maar sms’jes van hem. Ivanova schrijft dat, volgens haar zoon, dienstplichtigen worden overgehaald om contracten te ondertekenen om aan de oorlog deel te namen. In haar brief vraagt Ivanova om dienstplichtigen terug te sturen naar hun eenheid.
Eerder schreef de onafhankelijke nieuwssite Meduza over dienstplichtigen die werden overgehaald om een contract te tekenen om naar Oekraïne te worden gestuurd. De Russische president Vladimir Poetin ontkende dat dienstplichtigen deelnemen aan de oorlog. Later erkende het ministerie van Defensie de deelname van dienstplichtigen aan ‘speciale operaties’ in Oekraïne, schrijft Meduza in een ander artikel.
Bij zijn eerste publieke optreden in lange tijd, tijdens een bezoek aan luchtvaartmaatschappij Aeroflot, legt de Russische president zijn beweegredenen uit voor de ‘speciale operatie’ in Oekraïne. Zakenkrant Kommersant doet opvallend evenwichtig verslag van de woorden van Vladimir Poetin.
De Russische president Vladimir Poetin heeft zaterdag een aantal belangrijke uitspraken gedaan over het verloop van de ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne en de situatie in Rusland. Het staatshoofd vertelde onder meer waarom de Russische strijdkrachten zich niet beperkten tot Donbas en hij opdracht gaf om de legeronderdelen die kernwapens beheren in hogere staat paraatheid te brengen, wat er zou gebeuren als de Oekraïense autoriteiten niet instemden met de eisen van Rusland, en hoe groot de kans was dat de staat van beleg in Rusland zou worden ingevoerd.
Zaterdag bezocht Vladimir Poetin het trainingscentrum van Aeroflot, waar hij vertegenwoordigers van de cockpitbemanning van Russische luchtvaartmaatschappijen ontmoette. Voor het eerst in lange tijd trad de Russische president op in het openbaar, omringd door de deelnemers aan het evenement in plaats van op een aanzienlijke afstand van hen.
Een van de vrouwen vroeg Vladimir Poetin of een ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne vermeden had kunnen worden.
Minsk-akkoorden
Volgens hem had Moskou er alles aan gedaan om de gebeurtenissen in Oekraïne in lijn te brengen met de Minsk-akkoorden, maar wilde Kiev die niet nakomen. ‘Sinds 2014 zijn dertien- tot veertienduizend mensen om het leven gekomen! Meer dan vijfhonderd kinderen werden vermoord of verminkt,’ zei het staatshoofd, en hij verwijt het ‘beschaafde Westen’ dat het deze cijfers negeert.
In juli 2021 schatte de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN het dodental van beide kanten tijdens het gewapende conflict in Donbas op ruim dertienduizend, onder wie vierduizend burgers. Tegelijkertijd merkte de afdeling op dat terwijl in 2014 een derde van de doden burger was, dat in de afgelopen jaren slechts vier tot vijf procent was.
Vladimir Poetin werd ook gevraagd hoe waarschijnlijk het was dat de staat van beleg in Rusland zou worden ingevoerd. ‘De staat van beleg wordt alleen ingevoerd in overeenstemming met de wet bij presidentieel decreet, en moet worden bevestigd door de Federatieraad in geval van externe agressie, ook in specifieke gevallen van vijandelijkheden. Maar we bevinden ons niet zo’n situatie, en ik hoop dat die er ook niet zal komen,’ antwoordde Vladimir Poetin.
‘Aan deze operatie nemen alleen beroepsmilitairen deel’
Ook kan er volgens Poetin een speciale bepaling worden ingevoerd bij presidentieel besluit en bij besluit van de Federatieraad in geval van grootschalige interne dreigingen. Op zijn beurt wordt de noodtoestand in de regel regionaal of in het hele land ingevoerd in geval van door de mens veroorzaakte rampen en natuurrampen. ‘Godzijdank is daar geen sprake van,’ aldus de president.
Het staatshoofd beloofde ook dat Rusland geen dienstplichtigen en reservisten naar Oekraïne zal sturen. ‘Aan deze operatie nemen alleen beroepsmilitairen deel,’ benadrukte hij, ‘verder gaan we niemand inzetten bij deze militaire operatie.’ Volgens de president zal het Russische leger ‘alle taken aanpakken waar ze voor staan’. ‘Ik twijfel daar geen moment aan, het hele verloop van de operatie maakt het duidelijk: het gaat volgens plan, volgens schema, zoals de legerleiding het heeft bedacht,’ zei Vladimir Poetin.
Vervolgens sprak hij voor het eerst over de scenario’s die de Russische autoriteiten in overweging hadden genomen voor het begin van de vijandelijkheden in Oekraïne. ‘We hadden op verschillende manieren kunnen handelen. Het was bijvoorbeeld mogelijk om de Donbas-republieken direct aan de linie te helpen, aan het front, zoals ze zeggen, en om ze te versterken met ons Russische leger,’ zei Poetin. ‘Maar gezien de roekeloze steun van het Westen, nationalisten en radicalen, zou er van die kant eindeloze materiële steun komen in de vorm van munitie, uitrusting, enzovoort.’
‘Andere weg’
Daarom kozen de legerleiding en het ministerie van Defensie voor een in de woorden van Poetin ‘andere weg’. ‘Het eerste wat ze deden was de militaire infrastructuur vernietigen. Niet alles maar een deel: voornamelijk munitieopslagplaatsen, luchtmachtdoelen en luchtverdedigingssystemen,’ aldus het staatshoofd. Hij voegde eraan toe dat het elimineren van luchtverdedigingssystemen ‘enige tijd vergt’, omdat ‘ze moeten worden getraceerd en dan geraakt’. En hij zei: ‘Dit werk is praktisch voltooid.’
Daarnaast had Vladimir Poetin het over de eis van de Oekraïense autoriteiten aan de NAVO om een no-flyzone boven hun land in te stellen. ‘Nu horen we dat er een no-flyzone moet komen boven het grondgebied van Oekraïne. Het is onmogelijk om dit boven Oekraïne zelf te doen, het is alleen mogelijk boven het grondgebied van enkele buurlanden. Maar elke stap in die richting zullen wij beschouwen als deelname aan het gewapende conflict en dus een bedreiging voor onze militairen,’ waarschuwde de president. Vervolgens benadrukte hij nog eens: ‘We zullen het instellen van een no-flyzone onmiddellijk beschouwen als deelname aan het militaire conflict, ongeacht van welke organisatie (dat wil zeggen: de NAVO – Kommersant) ze lid zijn.’
Bedenk dat de Oekraïense president Volodymyr Zelensky vrijdag de NAVO-lidstaten bekritiseerde vanwege hun onwil om een vliegverbod boven zijn land in te voeren. ‘Daarop volgde was er een NAVO-top: een zwakke, verwarde top. Uit die top blijkt dat niet iedereen de strijd voor vrijheid voor Europa als prioriteit nummer één beschouwt… De NAVO heeft er bewust voor gekozen de lucht boven Oekraïne niet te sluiten,’ klaagde Zelensky. Volgens hem ‘hebben de NAVO-landen zelf het verhaal in de wereld geholpen dat het zogenaamd sluiten van de lucht boven Oekraïne directe agressie zal uitlokken’.
Als een no-flyzone wordt ingevoerd, zal dat gepaard gaan met kolossale en catastrofale gevolgen’
Ondertussen volgt uit de opmerking van Vladimir Poetin dat de vrees van NAVO-lidstaten niet ongegrond is. ‘Als aan deze eis gehoor wordt gegeven (de instelling van een vliegverbod boven Oekraïne – Kommersant) zal dat gepaard gaan met kolossale en catastrofale gevolgen, niet alleen voor Europa, maar voor de hele wereld,’ waarschuwde Poetin. Volgens hem begrijpen de NAVO-landen, getuige hun roekeloze verklaringen, nog steeds niet wat hun acties tegen Rusland ‘kunnen betekenen en welke dreiging deze tot gevolg zou hebben’.
‘Kijk wat de Britse minister van Buitenlandse Zaken deed (Liz Truss – Kommersant), toen ze eruit flapte dat de NAVO bij het conflict betrokken zou kunnen raken,’ vervolgde president Poetin. ‘In dat geval zullen wij onmiddellijk besluiten om onze troepen in gereedheid te brengen’.
Liz Truss maakte in een interview met Sky News inderdaad duidelijk dat de NAVO betrokken zou kunnen raken bij een conflict met Rusland, maar alleen als het niet bij Oekraïne stopt. ‘We vechten niet alleen voor Oekraïners, voor hun soevereiniteit en het recht op zelfbeschikking. Dit slepende conflict gaat over vrijheid en democratie in Europa. Als we Poetin in Oekraïne niet stoppen, worden andere landen bedreigd: de Baltische staten, Polen, Moldavië. En dit kan leiden tot een conflict met de NAVO, en dat willen we niet,’ zei ze.
Afschrikkingstroepen
Afgelopen zondag gaf Vladimir Poetin het bevel aan het leger om de afschrikkingstroepen, dat wil zeggen de strategische nucleaire strijdkrachten, ‘in hoge staat van paraatheid te brengen’. Hij rechtvaardigde zijn besluit vanwege de ‘onvriendelijke acties’ van westerse landen op economisch gebied, evenals hun ‘agressieve’ retoriek tegen Rusland. Het Witte Huis zei bij deze gelegenheid dat Vladimir Poetin reageert op ‘niet-bestaande bedreigingen om verdere agressie te rechtvaardigen’. En het VN-secretariaat waarschuwde dat de acties van Rusland ‘het risico op catastrofale misrekeningen vergroten’.
Ondertussen stipte Poetin aan dat er opnieuw kernwapens kunnen komen in Oekraïne. ‘Nu praten ze (in Oekraïne – Kommersant) over het verwerven van kernwapens. We kunnen daar niet aan voorbijgaan!’ zei het staatshoofd. Hij herinnerde eraan dat Oekraïne relevante bevoegdheden heeft sinds de tijd van de Sovjet-Unie. ‘Deze zullen toenemen en van over de oceaan zal ook steun komen. En dan zullen ze zeggen dat we de nucleaire status niet erkennen,’ aldus Vladimir Poetin. ‘En vanaf dat moment, vanaf dat moment, zal het lot van Rusland totaal anders zijn. Want dan hoeven onze strategische tegenstanders niet eens meer ballistische intercontinentale raketten te hebben. Ze zullen ons onder schot houden met een nucleair wapen, dat is genoeg. Hoe kunnen we daar allemaal weerstand aan bieden?’ Volgens hem ‘is dit absoluut een reëel scenario, geen vergezochte onzin’.
Kiev verzekerde dat dit niet betekende dat Oekraïne zou proberen een atoombom te maken.
Opgemerkt moet worden dat Oekraïense functionarissen nu of eerder niet rechtstreeks hebben verklaard van plan te zijn kernwapens te maken. Ze spraken eerder hun spijt uit dat Oekraïne zijn kerwapens had ingeleverd in ruil voor veiligheidsgaranties in het kader van het Memorandum van Boedapest van 1994. Op 20 februari gaf Volodymyr Zelensky tijdens zijn toespraak op de Veiligheidsconferentie van München toe dat Kiev zich daar niet langer aan zou houden. Kiev verzekerde later dat dit niet betekende dat Oekraïne zou proberen een atoombom te maken.
Experts zeggen ondertussen dat de Oekraïense capaciteiten op het gebied van het maken van kernwapens aanzienlijk zijn verminderd sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie, en dat Oekraïne vandaag niet in staat is om deze op eigen kracht te ontwikkelen. Ze wijzen er ook op dat het verlies van de kernwapenvrije status de betrekkingen van Oekraïne met westerse landen zou schaden en het land feitelijk in internationaal isolement zou brengen.
Vladimir Poetin sprak ook veel over de maatregelen die de Russische autoriteiten van plan zijn te nemen om de economie te ondersteunen tegen de achtergrond van ongekende westerse sancties die zijn opgelegd na de start van de Russische ‘speciale operatie’. Volgens hem zou de uitweg uit de huidige situatie maximale economische vrijheid kunnen zijn voor bedrijven. Er zijn al een aantal besluiten genomen, de regering werkt aan uitbreiding van de steunmaatregelen, verkondigt de president.
Op de banensite usajobs.gov van de Amerikaanse overheid staat een oproep voor een ‘Grizzly Bear Conflict Manager’ die aan de slag zal gaan in de staten Idaho, Montana, Washington en Wyoming. De Grizzly Bear Conflict Manager is verantwoordelijk voor de coördinatie van conflicten met grizzlyberen en wordt geacht om in samenwerking en overleg met overheidsinstanties, lokale stammen en organisaties voor natuurbeheer te werken aan onder meer een plan voor de vestiging grizzlyberen. De conflictmanager is belast met het nemen van definitieve beslissingen over herplaatsing, verwijdering, vangstoperaties, conflictpreventie en bewaking van de beren.
Volgens de vacature wordt gezocht naar een ‘evenwichtige Amerikaanse staatsburger’ die beschikt over sterke communicatieve vaardigheden en aanzienlijke ervaring heeft in de omgang met grizzlyberen. De vestigingsplek is vrij maar moet zich wel binnen een straal van 160 kilometer rond Missoula, Bozeman of Kalispell in Montana bevinden. Het jaarsalaris ligt tussen de 79.363 en 103.176 dollar [72.833-94687 euro].
Het energieverbruik van dataopslag draagt steeds meer bij aan opwarming van de aarde. Dataopslag in de cloud heeft inmiddels een grotere ecologische voetafdruk dan de wereldwijde luchtvaartindustrie en met een gezamenlijk verbruik van 200 terawattuur per jaar verslinden datacenters meer energie dan sommige natiestaten. De elektriciteit die wordt gebruikt is momenteel verantwoordelijk voor 0,3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, maar met het gebruik van laptops, smartphones en tablets erbij opgeteld, komt het totaal neer op 2 procent. Dat betreft niet alleen koeling. Om klanten te kunnen garanderen dat data en clouddiensten altijd en overal direct beschikbaar zijn, zijn datacenters namelijk ‘hyperredundant’ ontworpen: als een systeem uitvalt, staat het andere klaar om storing in gebruikerservaringen te voorkomen, schrijft MIT Press Reader.
De grootste en meest geavanceerde ‘hyperscale’ datacenters, zoals die van Google, Facebook en Amazon, proberen hun sites CO2-neutraal te maken via CO2-compensatie en investeringen in hernieuwbare energie, maar kleinere datacenters missen middelen en kapitaal voor vergelijkbare duurzaamheidsinitiatieven.
Plastic is schadelijk voor de gezondheid, het milieu en de mensenrechten – en fungeert als een vooralsnog niet te beteugelen aanjager van klimaatverandering. Een geschiedenis van het vermaledijde materiaal.
Dit lijkt me niet echt een goed moment om over plastic te beginnen, denk ik als mijn vader na afloop van het samenzijn na een begrafenis over de vuilnisbak gebogen staat. Hij wenkt me, met een discreet maar dwingend gebaar. Hij heeft een doorzichtige plastic beker uit het vuilnis gehaald, met een geribbelde, rechte wand. ‘Polystyreen,’ grinnikt hij. Hij draait de beker om en kijkt naar de identificatiecode (een 6 in het midden van het recyclinglogo). ‘Maar niet mijn soort.’
Mijn vader heeft in de jaren 1960 een veerkrachtige variëteit van polystyreen ontwikkeld voor Union Carbide, een van de belangrijkste plasticfabrikanten van de twintigste eeuw, inmiddels overgenomen door Dow Chemical Company. En nu staan we in de hal van de parochie en heb ik het gevoel dat hij dit glas elk moment stuk kan knijpen. Alsof hij mijn gedachten kan lezen, verstevigt hij zijn greep. Een beker van dit soort polystyreen versplintert tot een merkwaardige ster van scherven, geschakeerd rond de ronde bodem van de beker – en dat is precies wat hij me wil laten zien.
Geen butadieen, denk ik. ‘Geen butadieen,’ zegt hij. In de productielijnen waarover hij de scepter voerde, werd butadieen toegevoegd om de kunsthars iets rubberachtigs te geven. Butadieen is een van de ruwweg tienduizend bestanddelen die plastics zoals wij ze vandaag de dag kennen, mogelijk hebben gemaakt. Mijn vader gaat op zoek naar een plasticbak, al weet hij ook wel dat deze beker weinig kans maakt op een volgend leven. Dat geldt vooral voor polystyreen, dat in talloze variëteiten op de markt is. Zoals antropoloog Tridibesh Dey opmerkt zijn plastics een chemisch complex allegaartje, meer ontworpen met het oog op gebruik dan op hérgebruik.
Een tweede kans
Mijn vader dacht ooit dat plastics tot in het oneindige hergebruikt zouden kunnen worden. Ik kan me zo voorstellen dat hij dacht dat plastic, net als de makers, een tweede kans verdiende. Toen Union Carbide in de jaren zeventig ging inkrimpen, nam mijn vader ontslag en bleef thuis bij de kinderen, totdat hij had bedacht hoe een leven zonder plastic eruit zou kunnen zien. Het antwoord bleek te schuilen in de ambtenarij: mijn vader stond een tijdlang aan het hoofd van het recyclingprogramma in mijn geboortestad. Maar hij heeft nooit zijn dromen kunnen verwezenlijken in de recycling. Van alle plastic die er tijdens zijn leven zijn geproduceerd, is nog geen tien procent op effectieve wijze hergebruikt.
De vraag naar plastic is net zo kunstmatig als plastic zelf
Deze teleurstellende uitkomst wordt – net als zoveel andere aspecten van onze relatie met plastic – vaak geweten aan individuele tekortkomingen. De pijlen worden zelden gericht op de plasticproducenten, of op de geopolitiek waardoor plastic over de hele wereld is verspreid. Maar wie zich verdiept in de geschiedenis van plastics, stuit op een ander verhaal: de vraag naar plastics is net zo kunstmatig als plastic zelf. Dat onze samenleving is vergeven van wegwerpplastic is niet veroorzaakt door de logica van de vraag, maar door de logica van de geschiedenis en geïntegreerde industriële systemen.
De industrie werkt al tientallen jaren aan de illusie dat het alle problemen onder controle heeft, maar ondertussen worden zowel de productie als de promotie steeds meer aangezwengeld. De afgelopen twintig jaar zijn er meer plastics geproduceerd dan in de hele tweede helft van de twintigste eeuw. Recycling is een gebrekkig systeem – en toch wordt het gepresenteerd als wondermiddel. Maar een slimme truc aan het einde van de keten is geen oplossing voor de massale hoeveelheid plastic die wordt geproduceerd, voor de complexe toxiciteit en de erfenis van vervuiling en schade die de industrie al langere tijd aan de menselijke gezondheid en de mensenrechten toebrengt.
Dat geldt natuurlijk allemaal al veel langer, maar nu is het moment daar om het gesprek over plastic ook echt aan te gaan. Naar verwachting zal plastic een zwaar stempel drukken op de eenentwintigste eeuw, als een vooralsnog niet te beteugelen aanjager van klimaatverandering.
Materie
Toen mijn vaders voormalige werkgever eind jaren 1920 plastic ging maken, was er niet echt sprake van een gretige afzetmarkt. Maar in zekere zin kon het bedrijf niet anders dan plastic vervaardigen. De nieuw ontwikkelde antivries, Prestone, werd gemaakt van aardgas en leverde een restproduct op, ethyleendichloride, een stof waarvoor geen praktische toepassing was en die dus op het terrein werd opgeslagen. Al snel had men er onvoorstelbare, ‘gênante’ hoeveelheden van opgeslagen, zoals het later werd verwoord in een nieuwsbrief van Carbide. De beste optie was, besloot het bedrijf, om er vinylchloride van te maken, waarvan al in de jaren 1970 werd vastgesteld dat het kankerverwekkend was, maar dat destijds werd gebruikt als bouwsteen voor een schadelijk soort plastics dat nog niet eerder op de markt was gebracht: vinyl.
Dit is geen op zichzelf staan geval, maar eerder een voorbeeld van hoe de productontwikkeling bij chemische stoffen en plastics maar al te vaak verloopt. Voor Carbide en andere petrochemische fabrieken in de twintigste eeuw, vereiste elk nieuw product een reeks opeenvolgende reacties, en elke stap leverde weer een nieuw bijproduct op. Door die bijproducten te ontwikkelen waaieren de productielijnen uit en ontstond er uiteindelijk een bijna fractale structuur van onderling verwante producten. Alles wat het systeem binnenkomt moet ergens blijven, legt Ken Geiser, een beleidsexpert op het gebied van chemische industrie, uit in zijn boek Materials Matter. Materie is materie, het wordt gecreëerd noch vernietigd. En dus moet het worden omgezet: er wordt brandstof van gemaakt, het wordt afgedankt en veroorzaakt vervuiling, of het wordt te gelde gemaakt. Na vele herhalingen van dit proces komt Carbide uit bij Vinylite, dat uiteindelijk bruikbaar wordt gemaakt door de versmelting van twee typen vinyl: polyvinylchloride (pvc) en polyvinylacetaat.
Volgens een intern marketingrapport heeft Carbide jarenlang geprobeerd nieuwe klanten te ‘synthetiseren’ en nieuwe toepassingen te bedenken voor Vinylite, terwijl een kredietafdeling de financiële last verlichtte door het product te adopteren. Uiteindelijk stuurde het bedrijf zelfs technische teams het land in om fabrikanten te leren hoe ze kunsthars moesten gebruiken – allemaal met matig succes. Celluloid, voorheen Bakeliet, en later ook polystyreen, kende vergelijkbare problemen.
Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van opkomende kunstharsen de wind in de zeilen
Maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Door de oorlogscontracten kreeg de ontwikkeling van opkomende kunstharsen de wind in de zeilen. Zo hielp de Amerikaanse marine DuPont en Union Carbide om een licentie te krijgen van Britain’s Imperial Chemical Industries, zodat een begin kon worden gemaakt met de vervaardiging van polyethyleen voor de isolatie van draden en kabels (waarmee radar mogelijk werd). Het zogeheten Manhattan Project was de aanzet voor DuPont om het nieuwe gefluorideerde plastic in massaproductie te nemen, en dat zou uiteindelijk Teflon worden. Wat voorheen werd gewogen in grammen werd nu gewogen in tonnen. In de oorlog werden ook de al bestaande kunstharsen volwassen: aan het einde van de oorlog werd tweeëndertig keer zoveel polystyreen geproduceerd als bij het uitbreken van de oorlog.
Maar polystyreen heeft enkele basisingrediënten gemeen met een ander materiaal dat van cruciaal belang bleek voor de moderne, gemechaniseerde oorlogsvoering: styreen-butadieenrubber, ook wel SBR genoemd. Rubber werd gebruikt voor rupsbanden. Vrachtwagenbanden. De zolen van de soldatenkistjes.
Rubber
Het gigantische, Duitse IG Farben had al het zogeheten Buna S-rubber gesynthetiseerd, een versie van SBR op kolenbasis, toen de verstoring van de handel in natuurlijk rubber Amerika dwong om een inhaalslag te maken. Er werd razendsnel een onderzoeks- en ontwikkelingstraject in gang gezet en dat leverde het Amerikaanse alternatief op: GR-S, ofwel Government Rubber-Styrene. Volgens historicus Peter J. T. Morris deed dit traject niet onder voor de wedloop om een atoombom te maken. Om te kunnen beantwoorden aan de vraag naar rubber aan het front werd er styreen geproduceerd op een schaal die ‘haast onvoorstelbaar’ was, zoals valt te lezen in een Dow-reclame uit de jaren 1940 – al helemaal gezien de moeite die het tot dan toe had gekost om styreen te produceren.
Maar er waren ook risico’s verbonden aan styreen. Het kan kanker veroorzaken, net als vinylchloride. Dat gold ook voor het andere belangrijke bestanddeel van synthetisch rubber: butadieen, ook een monomeer die later kankerverwekkend bleek te zijn, en een chemische stof die symbool staat voor de versmelting van twee ooit afzonderlijke domeinen – petroleum en chemicaliën– tot de petrochemische industrie.
Amerika had de keuze tussen twee verschillende manieren om butadieen te maken. Het kon gemaakt worden uit graanalcohol (ethanol) of uit petroleum. De olie-industrie bond de strijd aan met de boeren om overheidscontracten binnen te slepen voor de nieuwe rubbermachine. Het graan hield stand tijdens de oorlog, maar toen de oorlog eenmaal ten einde was, dwarsboomde de door de overheid gesteunde petroleumindustrie elke mogelijkheid om een door koolhydraten gedreven chemicaliën-en-plasticsindustrie op te zetten. De graanoogsten werden te grillig geacht, te zeer aan de seizoenen gebonden, te gevoelig voor overstromingen en droogte, en dus vatbaar voor prijsfluctuaties.
Rond 1950 had de overheid de rubberfabrieken uit de oorlog verkocht aan particuliere investeerders. Styreen, zo meldde Dow, had ‘eervol ontslag’ gekregen om ‘een wereld van vrede’ te kunnen dienen. Verschillende bedrijven, waaronder Union Carbide, konden nu styreen en butadieen produceren in hoeveelheden die veel groter waren dan wat de rubberindustrie in vredestijd aankon. De oplossing voor een overdaad aan styreen: polystyreen, waarvan een deel later gemodificeerd zou worden tot hoogwaardig polystyreen. Het polystyreen van mijn vader.
De zonnige toekomst van plastics school in wegwerpartikelen
‘De naoorlogse domesticatie van plastic verliep grillig, met horten en stoten’, schrijft cultuurhistoricus Jeffrey Meikle in zijn boek American Plastic. Om de vraag op te stuwen, investeerde de bedrijfstak op grote schaal in advertentiecampagnes en groeide zelfs uit tot een van de grootste klanten van reclamebureaus. Aanvankelijk richtte de advertenties zich op vrouwen, om hen te doordringen van de voordelen van plastic en om hun te leren hoe ze de verschillende namen moesten uitspreken – zelfs de Society of the Plastics Industry (SPI) ontkende niet dat het tongbrekers waren. (‘Polly en Vin Wie?’ staat te lezen in een pamflet dat de SPI in 1953 uitgaf, in samenwerking met het vrouwenblad McCall’s. ‘Nou, het is geen Polly maar Poly: Poly-styreen en Vin-yl.’) Toen de bedrijfstak geen nieuwe markten meer wist te bereiken, zoals voorheen lukte met bijvoorbeeld de Tupperware-party’s, waagde men zich op andere terreinen, door de concurrentie aan te gaan met leer, katoen, glas en metaal. Toch waren de verkoopcijfers halverwege de jaren 1950 nog van dien aard dat men niet langer probeerde het plastic de huizen binnen te krijgen, maar eerder het erdoorheen te jagen, zoals plasticexpert Max Liboiron uitlegt. De zonnige toekomst van plastics school in wegwerpartikelen – of, zoals Lloyd Stouffer, redacteur bij Modern Packaging Magazine, het formuleert, ‘in de vuilnisbak’ – en polystyreen was een van de kunststoffen die daarvoor in aanmerking kwam.
Het duurde niet lang of Scott plaatste een reeks advertenties in Life, met daarin het eerste ‘wegwerpglas,’ zoals het bedrijf het noemde – mooi genoeg om gasten voor te zetten. Het bedrijf beloofde dat het ‘absoluut, zonder enige twijfel, honderd procent verantwoord’ was om dit glas, gemaakt van ‘puur polystyreen en glad als porselein’, weg te gooien. Rond 1960, aan het begin van het decennium waarin mijn vader plastics maakte, kocht het leger ook weer polystyreen, dit keer voor de vervaardiging van het zeer brandbare napalm-B, maar de verpakkings- en de wegwerpartikelenindustrie zouden de grootste afzetmarkten vormen voor plastics. De productiecijfers stegen ‘tot ongekende hoogten’, schreef een analist van wie de woorden in 1971 werden vastgelegd in de notulen van het Amerikaanse Congres. In de supermarkt werden papieren verpakkingen stuk voor stuk verdrongen door plastic: de eierdoos, de broodzak, het vleesbakje en uiteindelijk, zij het schoorvoetend, de boodschappentas, schrijft wetenschapsjournalist Susan Freinkel in haar boek Plastic:A Toxic Love Story.
‘Consumenten,’ legt Meikle uit, ‘konden alleen kiezen tussen de artikelen die in de schappen lagen.’ En tegen het einde van de twintigste eeuw lagen de schappen vol plastic.
Alternatieven
In mijn werkkamer staan kasten vol polystyreen bekers in alle mogelijke vormen, maten en kwaliteiten. Allemaal cadeautjes van mijn vader, die de merkwaardige gewoonte heeft ze voor me mee te nemen. Hij kan het niet aan om ze weg te gooien, en hij heeft zo zijn twijfels over recyclen.
Het kan lastig zijn om je een voorstelling te maken van het web waarin de alledaagse plastic bekertjes zijn verbonden met de nauw verweven mondiale crises van gifstoffen, milieu-onrecht en klimaatverandering, en het kan zelfs nog lastiger zijn om te bepalen waar moet worden ingegrepen. Want ja, door sommige plastics worden goederen en voertuigen lichter en daarmee efficiënter. En plastic componenten helpen bij het ontwikkelen van technologieën die hernieuwbare energie weten op te slaan en te distribueren. Maar daarentegen zit tegenwoordig meer dan veertig procent van het plastic in doosjes, bekertjes, verpakkingsmaterialen en andere toepassingen voor kortdurend gebruik. Ondanks aansporingen om waar mogelijk wegwerpartikelen te weigeren en je eigen tasje of bakje mee te nemen, hebben de meeste mensen in de meeste gevallen weinig te zeggen over de hoeveelheid plastic verpakkingen in hun leven. Op sommige plekken is het haast onvermijdelijk om een aanzienlijke hoeveelheid wegwerpplastic (zoals zakjes) te gebruiken, zeker op het platteland en op afgelegen plekken, waar nauwelijks alternatieven voorhanden zijn, of in ieder geval geen betaalbare alternatieven.
Bovendien is het alomtegenwoordige plastic niet altijd even goed zichtbaar. Google maar eens can lining and drain cleaner (blikje en gootsteenontstopper) en kijk zelf hoe de gootsteenontstopper de metalen laag van het blikje afbijt, tot er een plastic koker overblijft. Of nog beter: leg je kartonnen koffiebekertje volgende keer in een bak water. Het paper zal loslaten, waarna je het dunne laagje polyethyleen aan de binnenkant ziet.
De industrie heeft er zelfs voor gelobbyd dat staten zich konden onttrekken aan het verbod op plastic tasjes
Begin jaren 1970 waren er al vijftien staten die probeerden te bedenken hoe ze de snelle opmars van plastic bakjes een halt konden toeroepen. De bedrijfstak schakelde over van reclame op zelfverdediging. Lobbygroepen probeerden de twee cent belastingheffing op flesjes te verijdelen, en in de jaren erna verzette men zich in het nabijgelegen Suffolk County tegen maatregelen om het aantal polystyreen bekertjes en andere wegwerpplastics terug te dringen. De industrie heeft er zelfs voor gelobbyd dat staten zich konden onttrekken aan het verbod op plastic tasjes. En zodra uit peilingen bleek dat het draagvlak afkalfde, of wanneer er regelgeving dreigde, gooiden de industrie en haar handelspartners er extra advertentiegelden tegenaan.
Niet eerder in de geschiedenis heeft plastic zo onder vuur gelegen. Vorig jaar maart hebben twee Democratische congresleden wetsvoorstellen ingediend om de plasticvervuiling tegen te gaan. Ten minste twee derde van de lidstaten van de Verenigde Naties (waaronder, sinds kort, de Verenigde Staten) zijn voorstander van onderhandelingen om te komen tot een bindende overeenkomst om de wereldwijde gevolgen van plastics aan te pakken. En de National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine heeft Amerikaanse producenten opgeroepen om de hoeveelheid plastics terug te dringen die in winkels terechtkomt, en vervolgens in het milieu. Zelfs mijn vader was betrokken bij een poging om in de hele stad een verbod af te kondigen op wegwerppolystyreen.
Al deze inspanningen trekken de ongelimiteerde productie van plastics in twijfel, maar er is ook nog een andere reden om nu stil te staan bij de plasticsproductie – de hoge CO2-uitstoot van de bedrijfstak is een aanjager van de klimaatverandering.
De plasticindustrie heeft zich flexibel getoond – aanvankelijk werden er producten gemaakt van ruwe grondstoffen zoals guttapercha en houtpulp, en later van restproducten uit andere industrietakken, zoals katoenvezels, landbouwafval en de overgebleven gassen uit gascentrales of kolenovens van staalfabrieken. Tegenwoordig worden plastics gemaakt in een nauw verweven netwerk van raffinaderijen, frackinginstallaties en petrochemische fabrieken – complexen die opnieuw zijn uitgerust of zijn verplaatst om beter in staat te zijn nieuwe of andere olie- en gasvoorraden aan te boren. Tegenwoordig wordt 98 tot 90 procent van het plastic – dus vrijwel alle plastic – gemaakt uit fossiele brandstoffen.
Verfrackingen
Historisch gezien zou je de markt voor fossiele brandstoffen een verstoorde markt kunnen noemen, gezien het grote aantal verschillende vormen van overheidssteun: hulp bij technologieoverdracht, belastingvoordelen, subsidies, zachte financieringen, prijsafspraken en, zoals hierboven beschreven, oorlogscontracten – dit alles samen bepaalt de prijs van plastic, en dus de productie. De plasticindustrie zelf heeft nooit de werkelijke kosten van de productie voor haar rekening hoeven nemen, dus de prijs van alles wat er is verbruikt, opgeslagen, gedumpt, in zee gestort, begraven, geïnjecteerd, verkwist, verbrand, door de schoorsteen gejaagd of uit leidingen weggelekt.
Maar de aard van de petrochemische industrie brengt haar eigen wetmatigheden met zich mee. Plastic moest wel op grote schaal worden geproduceerd om de enorme investeringen terug te verdienen die noodzakelijk waren geweest om dergelijke grote en gecompliceerde fabrieken op te zetten en in bedrijf te nemen. Deze fabrieken behoren tot de grootste, duurste en meest energieverbruikende bedrijven in de producerende en verwerkende industrie. Zo diende zich weer het aloude probleem aan: meer plastic vereiste meer toepassingen en meer afzetmarkten.
Dankzij fracking is Amerika nu de belangrijkste producent van olie en gas ter wereld
De Amerikaanse ‘fracking boom’, ook wel de schaliegasrevolutie genoemd, is de aanjager van de meest recente expansie van plastic. Dankzij fracking is Amerika nu de belangrijkste producent van olie en gas ter wereld, wat resulteert in een ‘oververzadiging’, aldus Kathy Hipple, senior research fellow aan het Ohio River Valley Institute. Door dit overaanbod van grondstof is een nieuwe ronde investeringen in plasticfabrieken in gang gezet waardoor, zo legt Hipple uit, de markt is overvoerd met plastic verpakkingsmateriaal – er is meer aanbod dan vraag. Door deze plastic, nu voornamelijk polyethylenen en polypropylenen die zijn vervaardigd uit aardgascondensaten, is polystyreen gedegradeerd tot een kleine speler op de verpakkings- en wegwerpartikelenmarkt – met een marktaandeel van zo’n twee procent. De producten die de plasticindustrie nu op de markt brengt, noem ik soms grappend ‘verfrackingen’ in plaats van verpakkingen.
Maar in economische zin is er opnieuw sprake van een verandering in de wereld van plastic. Nu de energie- en transportsector steeds meer afstand neemt van fossiele brandstoffen, zien veel olie- en gasproducenten in plastic nog een van de weinige kansen om te groeien, om te blijven bestaan. Sommige nieuwe ‘megafabrieken’, zoals de Zhoushan Green Petrochemical Base in China, gebruiken ruwe olie, in plaats van geraffineerde bijproducten, voor de productie van chemicaliën en plastic.
De plasticindustrie zal in 2050 zo’n 15 procent van het wereldwijde emissiebudget voor haar rekening nemen
En dat is (deels) de reden dat een groter deel van de mondiale CO2-uitstoot op het conto zal komen van plastic. Als de Amerikaanse plasticproductie blijft groeien zoals de industrie nu voorspelt, dan zal de klimaatbijdrage van plastics in 2030 die van de kolencentrales voorbij zijn gestreefd, concludeert Jim Vallette, de hoofdauteur van een nieuw Beyond Plastics-dossier. Of, anders gezien: de huidige groeicijfers betekenen dat de de plasticindustrie in 2050 zo’n 15 procent van het wereldwijde emissiebudget voor haar rekening zal nemen – en misschien nog wel meer. Hoeveel meer is afhankelijk van de grondstof en het soort plastic, maar gemiddeld genomen levert elke ton plastic zo’n 1,89 ton op aan koolstofdioxide-equivalent (een maat voor broeikasgassen).
Emissies ontstaan door de winning en het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar er zijn ook zorgen dat er zelfs nog meer uitstoot zou kunnen plaatsvinden aan het andere uiteinde van de levenscyclus, als verschillende staten het groene licht zouden geven voor voorstellen uit de industrie om nog sterker in te zetten op CO2-intensieve afvaltechnologieën, zoals verbrandingsovens, het winnen van brandstoffen uit afval, en moleculaire, chemische en zogeheten hoogwaardige vormen van recycling. Deze onbewezen technologieën maken gebruiken van extreem hoge temperaturen en andere methoden om afval om te zetten in grondstof om nog meer plastic te produceren. Dergelijke technologieën ‘verplaatsen de afvalstortplaatsen van de grond naar de lucht’, aldus Yobel Novian Putra, die werkt aan een Asia Pacific klimaat- en energiebeleid voor de Global Alliance for Incinerator Alternatives. En dat zal zowel gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit als voor het klimaat.
Maar de petrochemische industrie zelf gebruikt ook veel energie – en staat zelfs in de top twee van energieverbruikers in de verwerkende sector. Zelfs als de bedrijfstak zou overschakelen op energiebronnen met een laag koolstofgehalte (of zou overschakelen op problematische technologieën voor het afvangen en opslaan van CO2, de zogeheten CCS-technologieën), zouden plastics nog altijd een belangrijk aandeel leveren in de uitstoot van broeikasgassen, volgens analisten van het Center for International Environmental Law (CIEL).
Plastic is klimaatverandering, maar dan in vaste vorm
Toch is er in het klimaatbeleid nog altijd betrekkelijk weinig aandacht voor de productie van plastics. En de proliferatie van plastics kan van ondergeschikt belang lijken nu de klimaatrampen elkaar in steeds hoger tempo opvolgen. Plastic en klimaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en de structureel verweven problemen werken ook op elkaar in: de plasticindustrie stuwt de uitstoot van broeikasgassen op en door het extreme weer komt er nog meer plastic in het milieu terecht. Er wordt onderzoek gedaan naar die wisselwerking – men kijkt bijvoorbeeld hoe temperatuurstress van invloed is op de manier waarop diersoorten reageren als ze worden blootgesteld aan gifstoffen. Hoe dan ook hebben ze dezelfde wortels. ‘Plastic is koolstof’, fossiele brandstof in een andere vorm, zegt Carroll Muffett, die aan het hoofd staat van CIEL. Of, zoals Deirdre McKay het stelt: plastic ís klimaatverandering, maar dan in vaste vorm.
Wetenschappers zijn nog altijd aan het onderzoeken op welke niveaus er allemaal sprake is van schade – hoe er broeikasgassen vrijkomen uit plastic dat in de zon ligt te bakken, hoe plankton microplastics binnenkrijgt, waarmee het vermogen van plankton kan worden aangetast om zuurstof te leveren en CO2op te nemen en dat vervolgens mee te nemen naar de zeebodem. ‘Het onderzoek naar deze [klimaat]effecten staat nog in de kinderschoenen,’ valt te lezen in een rapport van CIEL en enkele andere groepen, ‘maar er zijn aanwijzingen dat plasticvervuiling de grootste natuurlijke CO2-opslag op aarde verstoort, wat een bron van zorg is en wat onze onmiddellijke aandacht vereist.’
Zodoende denk ik terug aan die begrafenis, denk ik weer aan het glas in zijn hand, de golven van verdriet. Terwijl overal natuurbranden ontstaan, terwijl de rook van het ene continent naar het andere drijft, terwijl het zeewater stijgt en kustlijnen zich terugtrekken, terwijl we kampen met droogte en overstromingen, kankers en uitstervende diersoorten, dodelijke hittegolven en dodelijke pandemieën, lijkt dit misschien niet hét moment om te beginnen over plastics – over het feit dat we worden overspoeld door in de oorlog tot wasdom gekomen wegwerpartikelen die ons zijn opgedrongen en die inmiddels niet meer uit ons bestaan zijn weg te denken, die overal en altijd aanwezig zijn. Maar dit is precies het moment om dat nou juist wél te doen. En de wereld heeft geen seconde meer te verliezen.
De extreemrechtse partij Vox en de rechtse Volkspartij (PP) hebben donderdag aangekondigd dat zij een akkoord hebben bereikt om de regio Castilië en León gezamenlijk te besturen. Door het pact met extreemrechts kan de aftredende rechtse president, Alfonso Fernandez Mañueco, worden herkozen, bericht El País. Vox krijgt de positie van vice-presidentschap toebedeeld in de regering Castilië en León, die, net als de andere regio’s van Spanje, zeer ruime bevoegdheden heeft in dit sterk gedecentraliseerde land.
De socialistische partij van premier Pedro Sánchez veroordeelde onmiddellijk wat zij een ‘beschamend pact’ noemde. De radicaal-populistische partij maakt er geen geheim van de operatie te willen herhalen in andere regiobesturen in Spanje en ook op nationaal niveau tijdens de volgende algemene verkiezingen, die over minder dan twee jaar zullen plaatsvinden. ‘Vox heeft zojuist een beslissende sprong gemaakt in de Spaanse politiek’, analyseert El País.
De Knesset heeft donderdag gestemd voor een herinvoering van het verbod om Palestijnen, die met Israëlische Arabieren gehuwd zijn, het Israëlische staatsburgerschap te verlenen. De zogenaamde Burgerschapswet werd aangenomen dankzij de stemmen van rechtse oppositiegroeperingen die zich hebben aangesloten bij de coalitie onder leiding van premier Naftali Bennett, van de radicaal-rechtse Yamina-partij.
Voorstanders van het wetsvoorstel steunen het ‘om veiligheidsredenen, met het argument dat Palestijnse militanten het huwelijk zouden kunnen gebruiken om Israël binnen te komen, terwijl de critici aanvoeren dat het raciaal gemotiveerd is en een instrument om een demografische meerderheid te behouden‘, aldus Haaretz.
Van alle Latijns-Amerikaanse landen daalden de autoverkopen in januari het sterkst in Argentinië en Brazilië. Dit blijkt uit een rapport van de Association of Automotive Companies of Ecuador (AEADE) over de regionale automarkt met gegevens van automarkten in tien Latijns-Amerikaanse landen. De Latijns-Amerikaanse automarkt vertoonde een algehele daling van 9,2 procent ten opzichte van dezelfde maand in 2021, bericht MercoPress.
Voor Brazilië en Argentinië was de negatieve ontwikkeling in de autoverkoop het grootst: die daalde respectievelijk met 26,1 procent en 13,0 procent. Uit het rapport blijkt ook dat Venezuela en Paraguay een omzetgroei van respectievelijk 143,6 proecnt en 49,6 procent konden noteren, vergeleken met dezelfde maand in 2021.
De Verenigde Staten namen dinsdag het besluit om import van Russische energie te verbieden. Europa, dat voor energie zeer afhankelijk is van Moskou, aarzelt. ‘In recordtijd is het idee van een energie-embargo veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk.’
‘Wat een week geleden nog bijna ondenkbaar was, lijkt nu bijna onvermijdelijk’, schreef columnist Ambrose Evans-Pritchard van The Daily Telegraph afgelopen dinsdag, naar aanleiding van stemmen die sinds het weekeinde in het Westen opgaan om een embargo in te stellen op Russische fossiele brandstoffen, met als doel om Moskou te dwingen een einde te maken aan de oorlog in Oekraïne.
Alleen olie is al goed voor 40 procent van de Russische staatsbegroting. Een embargo ‘zou voorkomen dat het Kremlin langer dan een paar weken kan doorgaan met een serieus offensief in Oekraïne’, en zou ‘de interne desintegratie van het regime van Vladimir Poetin op gang kunnen brengen’, aldus de columnist van het Britse conservatieve dagblad.
‘Het extreme idee van een energie-embargo is in recordtijd veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’
Ook de Spaanse krant El País bevestigt dat het ‘extreme’ idee van een energie-embargo ‘in recordtijd is veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’. De krant wijst erop dat ‘energie voorzichtigheidshalve van de eerste economische sancties tegen Moskou was uitgesloten.’
Het dagblad uit Madrid benadrukte maandag dat de Verenigde Staten tot nu toe het meest gemotiveerd zijn voor een boycot, ‘met een regering die bereid is om alleen te handelen, als Europa niet zou volgen’. En daar kreeg de krant gelijk in.
Afgelopen zondag zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken nog te hopen met de Europeanen één front te kunnen vormen. Hij benadrukte dat de Verenigde Staten ‘zeer actief’ waren in besprekingen met de Europese Unie over een olie-embargo. Evans-Pritchard van The Telegraph bevestigde dat Washington de leiding had en naar oplossingen voor een embargo zocht:
‘Het Witte Huis stuurt missies naar Saoedi-Arabië en Venezuela om extra vaten olie te halen en dringt aan op een snelle overeenkomst in het nucleair overleg met Teheran om Iraanse olie weer op de markt te kunnen brengen. Alle gebruikelijke diplomatieke voorbehouden worden terzijde geschoven.’
‘De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland’
The Wall Street Journal schreef afgelopen maandag nog dat het embargo ook kan worden opgelegd door middel van een ‘presidentieel decreet’, in de woorden van Bidens woordvoerster Jen Psaki, maar dat de Amerikaanse president de voors en tegens nog aan het afwegen was. ‘De president en zijn adviseurs willen vermijden een beslissing te nemen die de benzineprijzen voor Amerikanen verder zou kunnen doen stijgen’, aldus het Amerikaanse dagblad.
Een dag later, op dinsdag, was de kogel door de kerk en had Joe Biden besloten tot een embargo op alle fossiele brandstoffen uit Rusland. Volkomen terecht, schreef The Wall Street Journal die dag in een hoofdredactioneel commentaar, ook al stelt de stap niet al te veel voor: ‘Het verbieden van de invoer van Russische energie gaat niet heel erg ver. De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland.’
Europa
In Europa liggen de zaken heel anders, merkte Deutsche Welle op: ‘Duitse, Britse en Nederlandse regeringsleiders zeiden maandag dat Europa te afhankelijk is van Russische energieleveranties om de import van de ene op de andere dag stop te kunnen zetten.’ De Duitse bondskanselier Olaf Scholz, die tijdens de eerste sanctieronde al heel wat moest slikken vanwege de blokkering van de Nord Stream 2-pijpleiding, benadrukte dat olie en gas uit Rusland ‘essentieel’ blijven voor Europa.
‘De Europese energievoorziening voor verwarming, vervoer, elektriciteit en industrie kan momenteel niet anders worden gewaarborgd’ dan door de invoer van Russische fossiele brandstoffen, aldus Scholz.
De Britse premier Boris Johnson beveelt een ‘stapsgewijze’ aanpak aan, maar erkent dat de situatie ‘zeer, zeer snel’ verandert en dat opties die een paar weken geleden nog ondenkbaar waren, nu ‘op tafel’ liggen.
‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt’
Joe Biden, Olaf Scholz en Emmanuel Macron zijn volgens BBCin ieder geval wel eensgezind en vastbesloten om de kosten van de invasie van Oekraïne voor Rusland te blijven opdrijven.
Dat het Russische persagentschap Tass uit een heel ander vaatje tapt was te verwachten: ‘Het besluit van het Westen om de invoer van Russische olie te verbieden zal catastrofale gevolgen hebben voor de wereldmarkt, aldus de Russische vicepremier Alexander Novak tegen verslaggevers.’
‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt. Dat zal meer dan een jaar duren’, voegde hij eraan toe. Een verbod op Russische olie zal leiden tot een stijging van de prijzen voor brandstof, elektriciteit en verwarming in Europa en de Verenigde Staten, aldus Novak.
‘Volgens Novak is de hoogte van prijsstijgingen onvoorspelbaar, maar bedragen van “meer dan 300 dollar per vat” sluit hij niet uit’, aldus Tass.
Dat lijkt rijkelijk overdreven, want de bank JP Morgan schat dat de prijs van een vat zich zal stabiliseren rond 185 dollar als Russische olie van de markt verdwijnt, aldus El País. Maandagavond lag de prijs van een vat rond de 120 dollar.
Menselijk zweet is veel meer dan alleen verkoelend. Soms ruikt het ‘ranzig, geitachtig’ naar een flinke doses ‘stinkkaas’ of naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met ui’, dan weer prikkelt het onze zintuigen op een aangename manier.
In de sportschool getuigt een bezweet T-shirt van krachts-inspanning en doorzettingsvermogen, maar bij een kennismakingsgesprek is het een teken van zwakte en onzekerheid. Voor de sauna betalen we om te zweten, voor een taxi met airco juist om te voorkomen dat we bij een receptie op ook maar één zweetdruppeltje worden betrapt. Geen twijfel aan: de mens heeft een schizofrene verstandhouding met zweet. Nu eens heeft lichaamsvocht een erotische aantrekkingskracht, dan weer wekt het weerzin.
Eerst en vooral is zweten essentieel om te kunnen overleven: zo beschermt het lichaam zichzelf tegen oververhitting. Ieder mens heeft twee tot vijf miljoen zweetklieren. Het merendeel daarvan zijn eccriene zweetklieren, die over het hele lichaam verspreid liggen. Door die klieren dringt een waterig-zoutachtig vocht door tot op het huidoppervlak, waar het verdampt en ons lichaam afkoelt. Apocriene zweetklieren komen daarentegen alleen voor op enkele behaarde lichaamsdelen, zoals onder de oksels. Deze geurklieren scheiden een olieachtig secreet af. Het vocht zelf is weliswaar reukloos, maar vormt tegelijkertijd ook een buitenkansje voor heel wat huidbacteriën. De afvalproducten van dit afbraakproces resulteren in wat wij doorgaans een zweetlucht noemen.
Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’
Ieder mens heeft zijn eigen unieke zweetgeur. In haar lezenswaardige boek The Joy of Sweat schrijft de Canadese wetenschapsjournalist en docent Sarah Everts dat er genderspecifieke tendensen zijn. Zo worden mannengeuren vaker gedomineerd door een geurmolecuul dat ze omschrijft als ‘een ranzige, geitachtige stank met een geur van stinkkaas’. Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’.
Hoe onaangenaam die zweetlucht tegenwoordig ook kan zijn, in oorsprong was hij een belangrijk communicatiemiddel. Veel zoogdieren bakenen hun territorium af – met waarschuwingssignalen of juist met liefdesboodschappen. ‘Maar bij mensen wordt de oorspronkelijke biologische betekenis van de apocriene zweetklieren nog maar slecht begrepen,’ zegt Everts. Misschien verraadde de zweetlucht van onze voorouders ooit dat iemand bang was, of dat een vriend of familielid ziek was.
Bezwete T-shirts
Ook bij het vinden van een partner speelden zweetklieren mogelijk een belangrijke rol – en misschien doen ze dat nog steeds. In de jaren negentig liet evolutiebioloog Claus Wedekind van de Universiteit van Lausanne vrouwen ruiken aan bezwete T-shirts van mannen. De proefpersonen hadden voorkeur voor de reuk van mannen met een immuunsysteem dat niet te sterk leek op het hunne, maar dit juist goed aanvulde. Vroeger, toen mensen in kleine groepen leefden, voorkwam die voorkeur mogelijk dat een vrouw een man koos die te nauw aan haar verwant was.
Hoewel dat risico tegenwoordig geringer is en andere factoren bij de partnerkeuze veel belangrijker zijn, geloven sommigen nog altijd in de erotische werking van het okselholtebouquet. Everts deed mee aan een zweetdating in Moskou waarbij de deelnemers aan hun date snuffelden. Om een tipje van de sluier op te lichten: zij stuitte daarbij inderdaad op een geur waar ze warm van werd.
Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen
Eccriene zweetklieren zijn minder verbonden met intieme gevoelens. Maar ook zij kunnen een mens onzeker maken of voor schut zetten. Everts doet veel aan sport, vertelt ze, ‘en ik ben altijd de eerste die zweet’. Dat vond ze vaak vervelend en het bracht haar op het idee een boek over zweet te schrijven. Uit onderzoek bleek dat de zweetproductie van haar lichaam gemiddeld is. Maar sommige mensen hebben enorm veel zweetporiën, of hun zenuwsysteem is zo ingesteld dat het maar al te gauw een zweetsignaal afgeeft. Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen.
Zweten is een zeer menselijk fenomeen. Mensen hebben, schrijft Everts, tien keer zoveel eccriene zweetklieren als chimpansees en kunnen twaalf keer zo sterk zweten als een koe. Bij andere zoogdieren zoals honden en katten komen eccriene zweetklieren alleen voor op de poten. Zij reguleren niet de warmtehuishouding maar vergroten bij het klauteren en jagen hun grip op de grond. Afkoelen doen onze favoriete huisdieren onder meer door te hijgen met de tong uit de bek. Maar dat is een actief proces dat energie kost.
Afkoelingsstrategieën
Ook in vergelijking met andere afkoelingsstrategieën is zweten een behoorlijk slimme oplossing. Kangoeroes bijvoorbeeld likken hun onderarm om af te koelen. De Nieuw-Zeelandse zeebeer urineert over zijn buik en achterpoten als het hem te warm is. Ooievaars en gieren spatten modder op hun poten. En als honingbijen oververhit dreigen te raken, braken ze hun maaginhoud uit en smeren die met hun voorpoten over hun hele lijf.
Hoewel zweet voor 99 procent uit water bestaat, is de resterende 1 procent in velerlei opzichten heel interessant. Die bestaat namelijk uit honderden chemische substanties die door het lichaam worden afgescheiden uit het weefselvocht tussen bloedvaten en weefsels. De belangrijkste zijn zoutbestanddelen zoals natrium, kalium en chloride. Andere substanties verraden onze ondeugden: vermaard en berucht is de geur van knoflooketers. Everts beschrijft zelfs het geval van een verpleegkundige uit Zuid-Afrika die vertwijfeld een arts raadpleegde omdat er rood zweet uit haar poriën kwam. De kleur bleek afkomstig van de tomatenchips die de vrouw met kilo’s naar binnen had gewerkt.
Sinds enkele jaren neemt ook de sportgeneeskunde ons zweet nauwkeuriger onder de loep. Bij het interdisciplinaire onderzoeksproject WeCare proberen wetenschappers uit Zürich, Neuchâtel, Lausanne en Barcelona een zweetmeetapparaat voor duuratleten te ontwikkelen. Hiermee moeten triatleten, wielrenners en marathonlopers onderweg voortdurend controleren hoeveel water, natrium of kalium zij hebben uitgezweet. ‘Zo kunnen zij dan op het juiste moment de juiste hoeveelheid van het juiste vocht tot zich nemen,’ zegt Mathieu Saubade van het Centrum voor Sportgeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Lausanne, die als onderzoeker bij het project betrokken is.
Realtime
Volgens Saubade is de wetenschappelijke belangstelling voor dergelijke toepassingen de afgelopen tijd sterk gestegen. Tot nog toe waren er echter nog geen apparaten op de markt om de bestanddelen van zweet in realtime te meten. Dat komt door de complexiteit van dat lichaamsvocht. ‘Hoeveel en hoe we zweten is afhankelijk van verschillende factoren,’ zegt Saubade. Omgevingstemperatuur, leeftijd, geslacht, het uur van de dag en voeding zijn onder meer relevant. Conditie is een andere factor: de zweetklieren van topatleten werken efficiënter dan die van ongetrainde mensen, zij hebben ‘leren’ reageren op hoge lichaamstemperaturen. Ondanks de vele factoren die van invloed zijn is Saubade ervan overtuigd dat er in de niet al te verre toekomst apparaten op de markt komen die gericht zijn op het constant meten van zweet.
De politie zou al aan de mogelijkheid werken om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt
Zweet bevat heel veel informatie. Het leven van mensen met diabetes zou veel gemakkelijker worden als zij hun bloedsuiker konden meten zonder zich te hoeven prikken. En voor automobilisten zou een waarschuwingssignaal via een smartwatch nuttig zijn als ze na een avondje stappen te veel alcohol op hebben. De politie werkt volgens Sarah Everts al aan de mogelijkheid om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt.
Maar wat als bedrijven in de toekomst informatie uit zweet verzamelen om sollicitanten te beoordelen? Of als ziektekostenverzekeringen een zweettest vragen om korting op de premie te kunnen geven? Everts vreest dat het niet lang meer duurt voordat dergelijke ideeën worden omgezet in praktijk. Misschien is dat ook een reden waarom zweten ons vaak in verlegenheid brengt, zegt ze. ‘Wij hebben geen controle over ons zweet en het verschaft intieme informatie over ons.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.