Tag: buitenlandse media

  • Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Ze werkten voor de Spanjaarden in Irak en toen het leger zich terugtrok, kregen ze de wacht aangezegd via WhatsApp. In de steek gelaten door hun opdrachtgever vrezen ze nu voor de wraak van sjiitische milities. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten.

    Toen de Spanjaarden zich uit de Golfstaat terugtrokken, waren hun enige aandenkens een paar diploma’s, wat spullen van de militairen met wie ze vriendschap hadden gesloten en maanden van werkeloosheid. Nu verbreken drie tolken, die voor het Spaanse leger in Irak werkten, voor het eerst hun stilzwijgen. 

    ‘Als ik de straat op ga, denk ik altijd hetzelfde: mocht iemand erachter komen voor wie ik de afgelopen jaren heb gewerkt, dan vermoordt hij me zonder een moment te aarzelen, zonder me de kans te geven om ook maar iets te zeggen.’ Ahmed was via een Iraaks bemiddelingsbureau in dienst van het Spaanse leger.

    Drie jaar lang werkte Ahmed, die toerisme heeft gestudeerd, als tolk voor de Spaanse troepen die gelegerd waren op de basis Gran Capitán in Besmayah, ongeveer veertig kilometer ten zuiden van Bagdad. Sinds 2015 was daar een Spaanse troepenmacht van vijfhonderd manschappen gelegerd, onder auspiciën van de door de Verenigde Staten aangevoerde internationale coalitie. Die had als taak de Iraakse veiligheidstroepen die doodsbang uit grote delen van het land voor IS op de vlucht waren geslagen te trainen en op te leiden. Een dertigtal tolken speelde een sleutelrol in het overbrengen van de lessen van onze militairen. 

    Screenshot 2021 03 31 at 17.17.51
    De Spaanse koning Felipe VI en defensieminister Margarita Robles Fernández brengen op 30 januari 2019 een bezoek aan de Spaanse Gran Capitán-basis in Irak. El Mundo sprak met drie tolken die voor het Spaanse leger in Irak hebben gewerkt en nu vrezen voor hun leven. – © EPA / Francisco Gómez

    ‘Onze taak bestond uit alles vertalen wat de instructeur zei en twee of drie keer per dag met hen meegaan op missies buiten het kamp,’ legt Ali uit, een van de andere tolken die er mede aan bijdroegen dat de missie van het Spaanse leger op Iraakse bodem goed verliep. Hun identiteit wordt geheimgehouden en hun namen zijn veranderd omdat ze bang zijn voor represailles. 

    WhatsApp-bericht

    Afgelopen juli stopte Spanje met de training, die werd bemoeilijkt door corona en de dood van de Iraanse generaal Qassem Soleimani tijdens een Amerikaanse droneaanval. De liquidatie van Soleimani wakkerde wraakzucht aan bij Hashd al-Shaabi (Arabisch voor ‘Volksbeweging’) een verzameling van door Teheran gesteunde sjiitische milities die vanaf dat moment tientallen aanslagen op westerse doelwitten in Irak hebben gepleegd. 

    Een paar maanden voordat het Spaanse leger Irak definitief zou verlaten kregen de tolken te horen dat het klaar was. ‘Ze stuurden een bericht aan onze WhatsApp-groep, waarin stond dat er geen werk meer was voor ons,’ aldus Ahmed. Een pdf-document – door El Mundo ingezien – met als titel ‘Document over het stopzetten van het werk voor tolken en vertalers Arabisch vanaf april’ werd verspreid onder de tolken om hen te informeren dat hun diensten niet langer nodig waren. Wegglippen zonder gedag te zeggen, zo sloot het Spaanse leger zijn aanwezigheid af in Besmayah. Vervolgens droeg het alles over aan de Iraakse troepen. 

    ‘Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden’

    ‘Ik ben in de steek gelaten door Spanje, zo voelt het. Geen leidinggevende heeft daarna nog iets laten weten. We hebben nooit meer iets gehoord. Er is niet eens hulp aangeboden. Niks, nada,’ zegt Ahmed gekwetst. Het ministerie van Defensie onder leiding van Margarita Robles Fernández is diverse keren benaderd door deze krant, maar heeft niet laten weten hoe zij aankijken tegen de situatie waar de tolken Spaans in Irak zich nu in bevinden.   

    Hasan, 27 jaar oud, ging werken voor de Spaanse troepenmacht in 2017 terwijl hij nog Spaanse Taal en Cultuur studeerde in Bagdad. ‘Een van mijn docenten zei dat ik een goed cijfer had gehaald en attendeerde me op de mogelijkheid om voor het Spaanse leger te werken,’ herinnert de jonge Hasan zich. Hij bewaart een handvol souvenirs aan de drie jaar die hij doorbracht tussen de blokken van gewapend beton op de basis: naamplaatjes van militairen met wie hij vriendschap sloot, boeken, T-shirtjes, diploma’s en afscheidsberichtjes als er een nieuwe lichting kwam en de oude vertrok. In een van de berichten van een officier is te lezen: ‘Vanaf het moment dat we je leerden kennen was je een van ons. Tot snel.’   

    Hasan is trots op deze kleine schat die achterbleef toen zijn Spaanse makkers verstek lieten gaan en hem vergaten. Hij koestert hem in het geheim. ‘Behalve mijn ouders weet niemand in mijn omgeving dat ik heb samengewerkt met de Spaanse militairen, zelfs mijn broers en zussen niet. Het is te gevaarlijk. Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden,’ zegt Hasan. 

    Schietschijf

    De sjiitische milities, officieren en ondergeschikten die deel uitmaken van de Irakese veiligheidstroepen laten openlijk hun afkeer blijken van land-genoten die werk hebben aangenomen van de buitenlandse troepen. Hun grootste obsessie was de troepen te zien vertrekken. In oktober veranderde Ashab al-Kahf, een niet zo bekend lid van de sjiitische militie, de tolken in een schietschijf. ‘Wij vergeven al diegenen die zichzelf, hun land en hun geloof te schande maakten door diensten te verlenen aan de Amerikanen, de Britten en de overige vijanden van Irak. Als jullie je kenbaar maken en contact met ons opnemen, krijgen jullie een maandsalaris en bescherming,’ aldus het communiqué van een groep die de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor een raketaanval op de Amerikaanse ambassade in Bagdad en op de bases van de coalitie. ‘Het gevaar is er, dag in dag uit, overal. Je hoort de gesprekken over collaborateurs met het buitenland op de markt, in de taxi, in de stadsbus,’ zegt Ahmed. 

    In het aanbod van de militie, dat door de mensen die er profijt van zouden kunnen hebben als een valstrik wordt beschouwd, worden maandsalarissen van drieduizend dollar genoemd. De tolken vielen onder de Spaanse militaire cao’s en verdienden 1500 dollar (ongeveer 1240 euro) per maand. ‘Het leger tekende een contract met een Iraaks bemiddelingsbureau en wij waren niet meer dan een nummer,’ klaagt Ahmed. ‘Ik heb geen contract gezien, geen papier getekend,’ zegt Ali, die op zoek is naar een stabiel inkomen om zijn drie kinderen te kunnen onderhouden. 

    De afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden

    Het overgrote deel van de tolken die de Spaanse instructies vertaalden, vindt geen werk en kampt met het probleem dat ze niet kunnen uitleggen wat ze de laatste jaren hebben gedaan. ‘We hebben een goed curriculum, onze beheersing van het Spaans is goed en we hebben veel certificaten gekregen van het Spaanse leger, maar we kunnen het er niet over hebben. Het is voor ons onmogelijk om naar een Iraaks bedrijf te gaan en dit aan ze voor te leggen,’ zegt Ahmed verbolgen. 

    De situatie wordt met de dag ingewikkelder, want de afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden. ‘Dat is niet zo verrassend. Ze denken dat het een lange strijd zal worden en daarom willen ze zo veel mogelijk informatie verzamelen over de Amerikaanse belangen’, schrijft The Washington Post. 

    Toegang tot gevoelige data gaat gepaard met het onvermogen van lokale veiligheidstroepen om Iraakse analisten en activisten te beschermen, die het slachtoffer zijn geworden van een golf van misdaden die niet eens zijn opgehelderd. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten. ‘Ik ben altijd bang om dood te gaan,’ zegt Ahmed, somber gestemd door de donkere wolken die zich samenpakken boven de toekomst van de tolken die aan hun lot worden overgelaten in Irak. 

    In 2014 kreeg in de Tweede Kamer een stemming over het ‘tolkenpardon’, dat alle tolken die voor het Nederlandse leger hadden gewerkt asiel zou verlenen, geen meerderheid. De aanleiding hiervoor was dat de asielaanvraag van Abdul Ghafoor Ahmadzai, die als tolk voor het Nederlandse leger had gewerkt, was afgewezen. Ahmadzai ontvluchtte Afghanistan in 2010 nadat de taliban zijn broer – die voor hem werd aangezien – hadden vermoord. Na inmenging van de staatssecretaris kreeg Ahmadzai toch een verblijfsvergunning.

  • In Argentinië komt de crisis niet terug. Hij is nooit weggeweest

    In Argentinië komt de crisis niet terug. Hij is nooit weggeweest

    Of er een vloek op de Argentijnse economie rust, vraagt deze journalist zich af. Het land is al vijf keer van munt veranderd, lijdt onder torenhoge inflatie en is als gevolg van de mondiale crises de grootste debiteur van het Internationaal Monetair Fonds.

    In het rampjaar 2020 stortte de Argentijnse economie in. Uit officiële cijfers blijkt dat er sprake is van een krimp van 10 procent. Samen met die in Peru is dat de grootste van het hele Latijns-Amerikaanse continent – als we de Venezolaanse catastrofe buiten beschouwing laten.

    Toen de Argentijnse economie in 2002 in een vrije val terechtkwam, was de krimp maar een fractie groter, namelijk 10,9 procent. De inflatie is gigantisch (deze bedroeg de afgelopen twaalf maanden 38,5 procent en blijft toenemen), de peso wordt steeds minder waard en de reserves van de Centrale Bank bedragen nog geen 3 miljard dollar. Vier op de tien Argentijnen leeft in armoede. Op macro-economisch niveau is de situatie zeer alarmerend. 

    GettyImages 1228035184
    Vrijwilligers delen maaltijden uit in Buenos Aires. Door inflatie zijn de prijzen voor voedsel flink gestegen. – © Carol Smiljan / NurPhoto / Getty

    Maar Argentinië is gewend aan de cyclus van vallen en opstaan en aan een relatieve economische achteruitgang. Sinds 1921, nu precies een eeuw geleden, toen het een van de rijkste landen ter wereld was en het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking gelijk was aan dat van Frankrijk en Duitsland, kent het land een gemiddelde inflatie van 105 procent per jaar en moest het noodgedwongen vijf keer van munt veranderen: tot 1969 had je in Argentinië de peso moneda nacional, daarna kwam de peso ley (tot 1983), vervolgens kreeg je de peso argentino (tot 1985), die werd vervangen door de austral (tot 1991) en nu is de peso de Argentijnse munt. Sinds 1980 is Argentinië, als enige land ter wereld, tot vijf keer toe gestopt met het aflossen van zijn buitenlandse schuld. Er is geen land dat zo’n hoge schuld heeft bij het IMF, er moet 44 miljard dollar worden terugbetaald. 

    Uitstel van betaling

    Toen de peronist Alberto Fernández in december 2019 president werd stond het land er slecht voor. Weer kon Argentinië zijn schulden niet aflossen en het zat al drie jaar in een recessie. En toen, een paar weken later, was daar de pandemie. Minister van Economische Zaken Martín Guzmán moest op twee fronten tegelijk strijd leveren. Tijdens lange videovergaderingen met particuliere schuldeisers moest hij opnieuw onderhandelen over de af te lossen schulden. Hij sleepte er uitstel van betaling uit en wist de rente aanzienlijk te laten dalen. Dat gaf een beetje lucht. Nu probeert hij het IMF zover te krijgen dat ze ermee akkoord gaan om de terugbetaling van het geleende geld over een langere periode uit te smeren. 

    Op het andere front was het voor Guzmán nog ingewikkelder: hoe moest de overheid subsidie verlenen aan bedrijven en inwoners die vanwege corona hun activiteiten moesten stilleggen? Argentinië had immers geen toegang tot de kredietmarkten. De minister had geen andere keuze dan de geldpers te laten draaien.

    In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken

    In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken (het geld werd door drukkerijen in Brazilië en Spanje gedrukt omdat de Argentijnse geldpersen al 24 uur per dag draaiden), met het risico dat de inflatie toeneemt. En dat lijkt nu het geval te zijn. Afgelopen januari zijn de prijzen met 4 procent gestegen.  

    Desondanks blijft het land doordraaien. Een goed voorbeeld van die continuïteit, ondanks alle tegenslagen die Argentinië in het verleden en momenteel moet trotseren, is Galfione y Cia, een garenfabriek die door Hugo Galfione in 1947 is opgericht, toen Juan Domingo Perón president van Argentinië was. Hugo’s kleinzoon, Luciano Galfione, is nu directeur van het bedrijf. De familie Galfione heeft onvoorstelbaar moeilijke tijden het hoofd weten te bieden, zoals na 2001 de hyperinflatie en de periode van de ruilhandel. Luciano Galfione betaalt maandelijks honderdvijftig salarissen uit, staat aan het hoofd van drie fabrieken en overleeft dankzij de binnenlandse markt. 

    Een verklaring voor de moeizame duurzame groei en de enorme inflatiedruk moet gezocht worden in de binnenlandse markt: de Argentijnse economie staat tamelijk los van de internationale handel. Je hoeft alleen maar naar Chili te kijken – een land met 19 miljoen inwoners, Argentinië telt 44 miljoen – om een idee hiervan te krijgen.

    Chili exporteert voor ongeveer 70 miljard dollar en importeert voor ongeveer 59 miljard dollar. Argentinië daarentegen exporteert voor iets meer dan 60 miljard, vooral graan en vlees, en importeert voor ongeveer hetzelfde bedrag. Galfione grapt: ‘Moet je eens zien hoe rijk het land zou zijn als het zich niks van de Argentijnen aan zou trekken.’

    In 1984, toen Argentinië een van de meest akelige dictaturen de rug kon toekeren, kwam econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson met een soortgelijke gedachte, zonder grappig te willen zijn: ‘Argentinië is het klassieke voorbeeld van een economie waar de relatieve stagnatie niet het gevolg is van het klimaat, de rassenongelijkheid, de malthusiaanse armoede of de technologische achterstand. Het lijkt wel of de samenleving en niet de economie ziek is.’ 

    Vorige regering

    De peronistische regering van Alberto Fernández houdt de vorige regering van de liberaal Mauricio Macri (2015-2019) verantwoordelijk voor de huidige crisis. Het klopt dat de peso 40 procent van zijn waarde verloor en dat de gigantische lening van het IMF grotendeels is weggevlogen in wanhopige pogingen het begrotingstekort te dichten en in speculaties (een groot deel van de 44 miljard dollar die Argentinië kreeg is naar het buitenland gegaan of verdwenen in kluizen).

    Toen tijdens de voorverkiezingen in augustus 2019 duidelijk werd dat de peronisten een comeback zouden maken kelderden de beurzen en devalueerde de peso met nog eens 38 procent. Om te voorkomen dat de boel zou instorten werd deviezencontrole van kracht. Maar Macri had op zijn beurt ernstige problemen geërfd van zijn voorgangster Cristina Fernández de Kirchner, de huidige vicepresident. 

    ‘De ene crisis stapelt zich op de andere,’ zegt Diego Sánchez-Ancochea, docent Politieke Economie aan de universiteit van Oxford. ‘Argentinië komt maar niet uit de crisis: in de jaren tachtig werd de staatsschuld groter, in de jaren negentig probeerde men via privatiseringen de problemen op te lossen, en met de crisis van 2001 en 2002 via wisselkoersen. Er worden maatregelen getroffen maar de structurele problemen worden nooit opgelost. De crisis komt niet terug, nee, de crisis is nooit weggeweest.’ 

    De crisis van de peso is chronisch. Decennia van hoge inflatie en waardevermindering van de peso plus het corralitotrauma van 2001-2002 (de bevriezing van bankrekeningen, waardoor de Argentijnen bijna een jaar lang niet bij hun geld konden; toen de maatregel werd opgeheven bleken hun dollartegoeden getransformeerd te zijn in gedevalueerde peso’s) hebben ervoor gezorgd dat Argentinië een land is met twee munten. Zo worden de prijzen op de vastgoedmarkt uitgedrukt in dollars. 

    Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’

    ‘De dollar is niet zomaar een variabele, maar een thermometer die aangeeft hoe het is gesteld met de economie en de politiek, en ook een instrument om geld te sparen,’ stelt Mariana Luzzi, die samen met Ariel Wilkis het boek El dólar, historia de una moneda argentina (‘De dollar, geschiedenis van een Argentijnse munt’) schreef. Argentinië zal nooit de hoeveelheid dollars kunnen genereren die het land nodig heeft, waardoor deviezencontrole  (particulieren mogen niet meer dan tweehonderd dollar per maand kopen) noodzakelijk is. Omdat er geen toerisme meer is, is het tekort aan dollarbiljetten nog nijpender geworden. De situatie is zo ernstig dat het verboden is om luxe auto’s en kostbare drank te importeren. 

    GettyImages 1227924848
    Bezorgers wachten op bestellingen in de hoofdstedelijke uitgaanswijk Abasto. – © Carol Smiljan / NurPhoto / Getty

    Spagaat

    Het lukt Argentinië maar niet om uit de spagaat te komen waar het sinds jaar en dag in gevangen zit. Enerzijds heb je de landbouwsector, de grote dollarmachine, met een uitstekende concurrentiepositie op de internationale markt en voorstander van vrijhandel. Anderzijds is er de industrie, die sinds het eerste bewind van Juan Perón (1946-1955) wordt gereguleerd door een bijna autarkisch protectionisme, dat is samen te vatten in wat de peronisten keer op keer herhalen: ‘Wij zorgen voor onszelf.’  

    Douglas Southgate, verbonden aan de Ohio State University en Latijns-Amerikadeskundige, poneert de volgende verklaring: ‘In Argentinië rust een uitzonderlijke vloek op de grondstoffen, die zijn oorsprong heeft in de agrarischesector. De landbouw, die een zeer gunstige internationale concurrentiepositie heeft, heeft relatief weinig werknemers nodig en de beste landbouwgrond is in handen van relatief weinig mensen. Hierdoor is deze sector een geliefd fiscaal doelwit voor politici die gekozen worden door mensen die in andere economische sectoren werken. De belasting van de Argentijnse landbouw heeft een chronisch slecht presterende nationale economie tot gevolg met frequente, ernstige crises.’ 

    In werkelijkheid is de landbouwsector direct of indirect goed voor meer dan twee miljoen arbeidsplaatsen. Dat is 14 procent van de werkende bevolking, terwijl de sector maar tien procent bijdraagt aan het bbp. De ware kracht van de landbouwsector – en de oorzaak van de conflicten die de sector heeft met het peronisme vanwege de belastingen en bronheffingen – zit hem in zijn sterke concurrentiepositie: van elke tien dollar die het land verdient aan zijn export, komt zeven dollar voor rekening van de landbouwsector. Zonder de landbouwexportindustrie zouden er nauwelijks deviezen het land binnenkomen. 

    Ondernemer Galfione heeft zijn eigen kijk op de zaak: ‘Mijn opa Hugo, de oprichter van ons bedrijf, had landbouwgrond in Santa Fe, Recreo, de duurste grond met de hoogste opbrengst, de sojagraanschuur van Argentinië. De man verkoopt in 1947 zijn landbouwgrond in Santa Fe en vertrekt naar Buenos Aires om een kousenfabriek op te zetten omdat volgens hem de industrie de toekomst is. Als ik hem nu zou spreken dan schoot ik hem overhoop. Maar alle gekheid op een stokje, hij had niet eens ongelijk, want elk ontwikkeld land heeft een krachtige industrie nodig.’ 

    Het probleem is dat Argentinië nooit een sterke industrie heeft gehad. 
    De overheid koos voor het model van importsubstitutie en begon halverwege de twintigste eeuw zelf allerlei soorten goederen te produceren zodat ze niet geïmporteerd hoefden te worden. Dit was het model dat destijds voor het hele continent werd aanbevolen door de Comisión Económica para América Latina y el Caribe (CEPAL) van de 
    Verenigde Naties om de economie te ontwikkelen en om de handelsbalans en de betalingsbalans in evenwicht te houden. De Argentijnse industriesector werd door de overheid beschermd en ontwikkelde zich zo verder totdat de dictatuur van 1976 brak met dit politieke beleid. ‘De militairen maakten een einde aan deze aanpak,’ aldus Luciano Galfione. 

    Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen

    Toen in 1976 de wereld gebukt ging onder een oliecrisis steeg het bbp in Argentinië naar 51 miljard dollar, dat van Zuid-Korea naar 30 miljard dollar. Vandaag de dag is de Argentijnse economie goed voor iets meer dan 80 miljard dollar, die van Zuid-Korea (dat sinds een halve eeuw zijn industrialisering heeft opgevoerd dankzij werkomstandigheden die grenzen aan slavernij en het manipuleren van wisselkoersen) bedraagt nu 1,4 biljoen dollar en is een exportkanon. 

    Wat is er in Argentinië gebeurd? Ondernemer Galfione legt het uit. In 2016 probeerde hij een project op te zetten waarbij hij met behulp van nanotechnologie kristalgaren met een speciale structuur kon maken dat bestand was tegen hitte, insecten en bacteriën. Hij had subsidie nodig die de overheid in de periode van Macri hem niet verleende. ‘Mijn machines kunnen zich meten met alle andere op de wereld en ik produceer op wereldniveau. Maar de kosten nekken me. China of India verkopen hun producten onder de kostprijs van de grondstoffen. Ik ben goedkoper dan Italië of Spanje, maar zij laten hun producten nu in het Oosten maken.’

    Er zijn ook nog andere problemen zoals de energie- en transportkosten: ‘De logistieke kosten rijzen de pan uit. Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen.’ Het resultaat is een wijdvertakte industrie die over het algemeen maar moeilijk kan concurreren met het buitenland. 

    Aangezien er geen concurrentie is met het buitenland omdat er nauwelijks wordt geïmporteerd – de invoerrechten zijn hoog – behoren de producten tot de middenmoot. De hoogwaardige technologie in bepaalde sectoren (genetische manipulatie, kernenergie, farmaceutische industrie) volstaat niet om dit patroon te doorbreken en dan is er ook nog een niet-aflatende braindrain naar het buitenland. 

    Fundamenteel probleem

    ‘Er is een fundamenteel probleem: een gebrek aan consistentie in de macro-economische politiek,’ constateert Néstor Castañeda, verbonden aan het University College in Londen en lid van het Institute of the Americas. ‘De productiestructuur is niet in balans en heeft externe financiering nodig. Alles hangt af van buitenlandse deviezen. Telkens als de wereldhandel krimpt of de buitenlandse investeringen afnemen, is er een gebrek aan reserves. Dit is niet op te lossen.

    Aan de ene kant komt Argentinië zijn financiële verplichtingen niet na, waardoor de toegang tot de grote markten wordt ingeperkt; aan de andere kant is er een gebrek aan coördinatie tussen het valutabeleid, het fiscale beleid en het monetaire beleid. Tien jaar lang is er groei, dan stort de boel in en is het weer terug bij af.’  

    In 2027 zal het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt

    Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’ van de Argentijnse economie. Er kwam een einde aan de dictatuur en met Raúl Alfonsín kwam de democratie maar ook de hyperinflatie. In 1989 stegen de prijzen met meer dan 3000 procent. In de garenfabriek maakte de vader van Luciano Galfione de balans op in kilo’s in plaats van in peso’s, want het was onmogelijk om de prijs van een product vast te stellen. Maar als je de macro-economische ontwikkelingen bekijkt, zijn er tientallen jaren verprutst, ook al werd er in de jaren negentig gemakkelijk geld verdiend toen onder president Carlos Menem de peso net zoveel waard was als de dollar. En ook al lukte het tijdens de gouden jaren van Néstor Kirchner (2003-2007) sterk te groeien met weinig inflatie dankzij de brute, door de vrije val van 2001-2002 opgelegde, bezuinigingen en dankzij de stijging van de sojaprijzen.  

    Econoom Martín Rapetti schat dat het bbp in Argentinië vandaag de dag nagenoeg gelijk is aan dat van 1974. Maar helaas is de ongelijkheid tussen rijk en arm veel groter. Bijna een halve eeuw vermorst. In een interview met dagblad Clarínschetst Rapetti een somber scenario: als je ervan uitgaat dat de Argentijnse economie in 2021 met 6 procent stijgt en jaarlijks gestaag doorgroeit met 4,5 procent, iets wat niet erg waarschijnlijk is, dan zal pas in 2027 het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt.

  • Biljoenen voor fossiele industrie | Geen cruiseschepen aan het San Marcoplein

    Biljoenen voor fossiele industrie | Geen cruiseschepen aan het San Marcoplein

    Banken investeren fors in fossiele industrie

    Banken financieren de fossielebrandstofindustrie nog steeds op grote schaal, aldus de Amerikaanse zender CNBC. Dit blijkt uit ‘Banking on Climate Chaos 2021’, een recent gepubliceerd rapport van een groep klimaatorganisaties. Tussen 2016 en 2020 staken zestig van ’s werelds grootste banken maar liefst 3,8 biljoen dollar in fossiele brandstoffen.

    ‘Dit rapport is een realiteitscheck voor banken die menen dat vage “nul”-doelen voldoende zijn om de klimaatcrisis te stoppen,’ aldus een analist van een van de klimaatorganisaties. Op jaarbasis daalde de totale financiering van fossiele brandstoffen weliswaar met 9 procent in 2020, maar volgens het rapport komt dat door vraagafname vanwege de coronapandemie.

    De financiering van fossiele brandstoffen was in 2020 hoger dan in 2016, het eerste jaar dat het klimaatakkoord van Parijs van kracht werd. Donald Trump trok de VS in 2017 terug uit de overeenkomst; Joe Biden maakte dat op zijn eerste dag als president weer ongedaan.

    De drie grootste investeerders zijn JPMorgan Chase (51,3 miljard dollar), Citi (48,4 miljard) en Bank of America (42,1 miljard).

    JPMorgan Chase weigerde commentaar maar verwees naar klimaatinitiatieven zoals ‘het aangaan van financieringen die in lijn zijn met de doelstellingen van Parijs’ en het faciliteren van 200 miljard dollar voor schone, duurzame financiering in 2025.

    Val Smith, hoofd Duurzaamheid van Citi, reageerde wel: ‘Als meest mondiale bank ter wereld erkennen we dat we verbonden zijn met veel koolstofintensieve sectoren die al decennialang wereldwijde economische ontwikkelingen hebben gestimuleerd. Om in 2050 een netto nuluitstoot te bereiken, is het noodzakelijk dat we samenwerken met onze klanten, ook klanten op het gebied van fossiele brandstoffen, om hen en de energiesystemen waarop we allemaal vertrouwen, te helpen bij de overgang naar een netto-nuleconomie.’

    Dat klinkt fraai, maar uit het rapport blijkt dat de wereldeconomie niet op schema ligt om de emissiereducties te behalen die zijn vastgesteld in het Akkoord van Parijs.


    Democratie op z’n Turkmeens

    Turkmenistan hield eind maart verkiezingen voor een nieuw opgerichte senaat, waarbij 112 kandidaten streden om 48 van de 56 senaatszetels. De voormalige Sovjetrepubliek in Centraal-Azië met 5,8 miljoen inwoners is een van de meest repressieve landen ter wereld, met een persoonlijkheidscultus rond de 63-jarige autoritaire president Goerbangoely Berdymoechammedov.

    Media staan onder strikte staatscontrole. Afwijkende meningen worden niet getolereerd en er waren dan ook geen oppositiekandidaten waarop gestemd kon worden.

    Uit de profielen van de kandidaten, gepubliceerd door regeringskrant Netralny Turkmenistan, blijkt dat het merendeel in staatsdienst is. Kiezers hadden slechts twee uur om te stemmen in een van de zes stembureaus, waarvan een in de hoofdstad Asjchabat en vijf elders, meldt Radio Free Europe/RL.

    Niet veel later wisten de autoriteiten al te melden dat de opkomst 98,7 procent bedroeg. Dat was niet te controleren, want buitenlandse waarnemers werden geweigerd. Binnenkort worden de
    48 winnaars bekendgemaakt en daarna onthult Berdymoechammedov zijn keuze voor de overige acht senaatszetels. En dan heeft Turkmenistan een heus tweekamerparlement.


    Failliet door Meghan Markle

    Splash News & Picture Agency, een prominent Amerikaans paparazzi-agentschap, heeft faillissement aangevraagd. Het bureau is in financiële problemen geraakt door een samenloop van omstandigheden, bericht The Hollywood Reporter. Door de coronapandemie worden sterren momenteel zelden in het wild gesignaleerd en dat betekent minder foto’s om te verkopen. Daarnaast voert Splash al langere tijd rechtszaken tegen beroemdheden omdat die auteursrechtelijk beschermde foto’s van zichzelf, gemaakt door Splash-fotografen, onrechtmatig zouden gebruiken.

    Maar de genadeklap komt door een privacyzaak die Meghan Markle heeft aangespannen vanwege foto’s van een ‘privéfamilie-uitje’ in Canada. In december werd gemeld dat er een schikking was getroffen, maar de zaak sleepte zich desondanks voort.

    ‘Het betreft een kwestie in verband met vrijheid van meningsuiting volgens de Britse wetgeving, die helaas voor Splash ondraaglijk duur blijkt om voort te zetten’, aldus het bureau.


    Noem mij maar ‘Zalm’

    Een plaatsvervangend minister van Taiwan heeft mensen met klem verzocht om te stoppen hun achternaam te veranderen in ‘Zalm’. Binnen enkele dagen brachten ongeveer honderdvijftig mensen, voornamelijk jongeren, een bezoek aan overheidskantoren om officieel hun naam te veranderen. Het fenomeen, dat door lokale media als ‘zalmchaos’ werd bestempeld, is het resultaat van een promotionele actie van een keten sushirestaurants.

    De actie duurde twee dagen en beloofde elke klant wiens identiteitskaart ‘gui yu’ bevatte, de Chinese karakters voor zalm, een onbeperkte sushimaaltijd waarvoor ook nog vijf vrienden mochten worden uitgenodigd, schrijft de Britse krant The Guardian.

    ‘Dit soort naamswijzigingen is tijdverspilling en veroorzaakt onnodig veel papierwerk,’ vindt de plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken, Chen Tsung-yen. Mensen die hun naam veranderden vanwege de actie zagen het probleem niet zo. ‘Ik heb vanmorgen mijn naam veranderd en de karakters “Bao Cheng Gui Yu” toe laten voegen,’ liet een student lokale media weten. ‘We hebben al voor 205 euro kunnen eten.’

    Zijn nieuwe naam betekent ‘explosieve knappe zalm’. Een vrouw liet weten dat ze haar voornaam heeft laten veranderen in ‘Zalm’ en dat twee vrienden dat ook hebben gedaan. ‘We veranderen onze namen daarna gewoon weer terug.’ In Taiwan mogen mensen hun naam maximaal drie keer officieel wijzigen.

    Een Taiwanees pakte het rigoureus aan en liet een recordaantal van 36 nieuwe karakters aan zijn naam toevoegen met de nadruk op zeevruchten, inclusief karakters voor ‘zeeoor’, ‘krab’ en ‘kreeft’.

    De restaurantactie is inmiddels geëindigd.


    Open wond

    la ferita photo by jr 1
    © JR

    De Franse fotograaf JR heeft in Florence op de gevel van Palazzo Strozzi een fotocollage onthuld met de titel La Ferita, de wond. Met deze optische illusie van een weggeslagen stuk muur wordt de binnenkant van het museum zichtbaar en zijn een aantal beroemde kunstwerken te zien. Hiermee wil JR het belang van de toegang tot cultuur tijdens de huidige crisis benadrukken, schrijft The Art Newspaper.

    Verschillende Italiaanse steden, waaronder Rome, Milaan en Venetië, zijn tot in ieder geval 6 april ‘op slot’. Arturo Galansino, directeur van het museum, zegt dat de symbolische wond verwijst naar de pijn die zowel culturele instellingen als hun publiek voelen door de noodmaatregelen.


    Tijdelijke oplossing Venetië

    Na jaren van protesten is de kogel door de kerk: cruiseschepen mogen niet langer langs het San Marcoplein in Venetië varen. Ze moeten nu aanmeren in de industriële haven van Marghera op het vasteland, bericht The Local Italy. De Italiaanse ministers van Infrastructuur, Cultuur, Toerisme en Milieu namen gezamenlijk de beslissing ‘om cultureel en historisch erfgoed te beschermen dat niet alleen Italië toebehoort, maar de hele wereld’.

    Het betreft overigens een tijdelijke oplossing; de ministers vragen om ideeën voor de aanleg van een terminal buiten de lagune om ‘een structurele en definitieve oplossing te bieden voor het probleem van grote schepen’.

    Voor de coronapandemie namen cruises naar Venetië tot woede van de lokale bevolking een hoge vlucht. De enorme schepen vormen een gevaar voor de historische gebouwen en zijn een bedreiging voor het kwetsbare ecosysteem van de lagune.


    Wat zegt de buitelandse pers over het bloedvergieten in Myanmar

    Maung Zarni, Myanmarees activist, Anadolu News

    ‘Na de slachting van honderden ongewapende demonstranten en burgers in Myanmar vond een ongekende historische gebeurtenis plaats: de Tatmadaw, de nationale strijdkrachten, stierven als nationale instelling. Gestorven in de harten en geesten van de overgrote meerderheid van 54 miljoen mensen in Myanmar.

    Het is meer dan absurd dat legerhoofd Min Aung Hlaing op de Dag van de Strijdkrachten zegt dat zijn troepen de bevolking beschermen, terwijl zijn soldaten aan het moorden zijn met volstrekte straffeloosheid.’


    Thitinan Pongsudhirak, professor aan de Chulalongkorn-universiteit, Bangkok Post

    ‘Het toenemende geweld en het bloedvergieten in Myanmar zijn een existentiële crisis voor de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN geworden). Normaal gesproken is de hoop gevestigd op de beproefde ASEAN-manier om voor betrokkenen in een conflict een compromis te vinden, maar nu is de situatie te nijpend en duister.

    Tenzij de uit tien landen bestaande organisatie het verschil kan maken en de afdaling van Myanmar naar oncontroleerbaar geweld en een mogelijke burgeroorlog weet te stoppen, riskeert de ASEAN ondermijning en zelfs beëindiging van zijn succesverhaal.’


    Evan A. Laksmana, politiek wetenschapper CSIS, The South China Morning Post

    ‘Sinds begin februari wil Indonesië een reactie van ASEAN op de crisis in Myanmar. Indonesië kan zich niet veroorloven niets te doen, want als de crisis escaleert tot een burgeroorlog, wordt Myanmar voor Indonesië
    een “Zuidoost-Aziatisch Syrië of Afghanistan”: een nachtmerrie die het Indonesische leiderschap binnen ASEAN aantast.

    Hoewel Indonesië in het verleden heeft bijgedragen aan doorbraken in Myanmar, heeft het geen significante invloed op verschillende bij de crisis betrokken partijen.’


    Andrew Selth, professor Griffith Asia Institute, The Interpreter

    ‘Gezien de opwaartse geweldsspiraal zijn de mogelijkheden voor demonstranten beperkt.

    Ze kunnen terugkeren naar hun huizen en zich aanpassen aan de harde realiteit van een nieuwe militaire regering. Ze kunnen kiezen voor meer geweld en worden dan geconfronteerd met een gedisciplineerde, goed bewapende militaire organisatie die geen scrupules heeft om alle tekenen van oppositie de kop in te drukken. Ze kunnen vluchten en vluchteling worden, en proberen een eigen regering in ballingschap op te zetten.’

  • Deze heilige man verdient miljoenen. De CEO van Patanjali Ayurved Ltd.

    Deze heilige man verdient miljoenen. De CEO van Patanjali Ayurved Ltd.

    Ramdev vergaart als yogagoeroe en succesvol entrepreneur meer macht dan welke zakenman in India dan ook, misschien zelfs wel meer dan de premier. Hij lijkt wel een Indiase versie van Donald Trump. Een zakenman met entertainmentkarakter en een hoogst flexibele relatie tot de waarheid. ‘Sommige bedrijven gaan aan controverses ten onder,’ zei hij ooit in een interview, ‘wij bloeien daardoor pas echt op.’

    De CEO neemt de houding aan die zijn handelsmerk is geworden. Hij trekt zijn naakte, behaarde buik zover in dat er een holte ontstaat, zijn borstpieren zwellen op. Hij ademt in, secondenlang gaat de lucht naar binnen en dan ademt hij, langzaam en diep, weer uit. De CEO zit met zijn benen gekruist op een podium, in het verblindend felle licht van spotlights, zijn lichaam en voorhoofd glimmen van het zweet. Hij heeft een oranjerode lap om zijn heupen, een zwartgrijze stoppelbaard en een paardenstaart. Zijn naam: Baba Ramdev.

    Het podium staat aan de korte kant van een lange, hoge hal. Het is er schemerig en koel, een graad of tien misschien, en het ruikt er naar allerlei soorten zweet. Op de vloer, in rijen van de ene kant van de hal naar de andere, zitten jonge mannen en vrouwen op dunne matjes, hun benen gekruist, handpalmen omhoog, ogen gesloten. De vrouwen hebben doeken en dekentjes om hun hoofd en lichaam en vaak dikke wollen sokken aan. De mannen zijn blootsvoets en hebben een oranje lap omgeslagen, hun bovenlichaam is naakt. ‘Oeeeem’ roept de CEO in zijn headset. ‘Oeeeem’ echoot de hal en ademt diep uit, secondenlang, en weer in, langzaam en diep.

    Op het buitensporig grote filmdoek achter het podium is nu eens een close-up van Ramdev, dan weer een van iemand uit de zaal te zien. Vier mannen staan, als in een televisiestudio, achter grote, verrijdbare camera’s te filmen. ‘Op deze manier bereiken we de allesomvattende verandering, de revolutie, de ultieme goddelijke transformatie van het zelf,’ roept Ramdev. Hij spreekt Hindi doorspekt met Engels: change, revolution, divine self, transformation, een paar keer boert hij, zijn woorden worden begeleid door een zachte melodie, naast het podium zit een jonge panfluitspeler.

    Zelfbenoemde heilige

    Ramdev is een van de meest vooraanstaande yogagoeroes van India met zijn 1,3 miljard inwoners. Zijn naam staat voor de eenheid van lichaam en geest, voor spirituele zuiverheid en verlichting, voor het moeizame streven naar moksha, de bevrijding uit de kringloop van de eeuwige reïncarnatie, het hoogste levensdoel van het hindoeïsme. Ramdev is een baba, een zelfbenoemde heilige man.

    En Ramdev is een prominent ondernemer, mede-eigenaar van Patanjali Ayurved Ltd., omzet meer dan een miljard dollar, ruim 30.000 werknemers, meer dan 2500 producten. Tandpasta, geneeskrachtige kruidenmoes, linzenmeel, geklaarde boter, haarolie, tabletten voor de spijsvertering – Patanjali fabriceert alles wat Indiase huishoudens voor hun dagelijks gebruik nodig hebben.

    Naast de internationale consumptieartikelgiganten Hindustan Unilever, Nestlé en Procter & Gamble, die de Indiase markt domineren, is Patanjali weliswaar een dwerg en zijn omzet een fractie van die van de grote jongens, maar de dwerg ontwikkelt zich bliksemsnel. Patanjali is een van de snelst groeiende fabrikanten van consumptieartikelen in het land, de Indiase industrie- en handelsvereniging beschouwt de onderneming van yogagoeroe Ramdev als ‘de meest disruptieve kracht in de markt’.

    Een heilige man die als ondernemer miljoenen verdient, dat klinkt tegenstrijdig

    Een heilige man die als ondernemer miljoenen verdient, dat klinkt tegenstrijdig. Goeroes leven als monniken, zien af van iedere vorm van bezit en ontzeggen zich alle aardse goederen, zo wil de religieuze traditie. Althans officieel. Ramdev is niet de eerste Indiase goeroe die spiritualiteit en kapitalisme weet te verenigen. Al in de jaren tachtig hielp Bhagwan Shree Rajneesh niet alleen miljoenen mensen op de hele wereld bij hun zoektocht naar zingeving, hij hielp vooral zichzelf aan een luxeleven met een verzameling Rolexen en Rolls-Royces. Zijn aanhangers maakten hun hele vermogen aan hem over en richtten overal ter wereld bedrijven voor hem op.

    Het gaat Ramdev om meer dan geld alleen. ‘Dit is nog maar het begin,’ galmt het door de zaal. ‘Eerst halen we Unilever in. Dan worden we de grootste producent van consumentenartikelen ter wereld. Meer dan tweehonderd jaar hebben vreemde machten onze Moeder India leeggeplunderd. Tegenwoordig buiten internationale concerns ons land uit door ons producten vol chemische stoffen te verkopen die schadelijk en gevaarlijk zijn. Wees voorzichtig en verzet je. Wees Indiërs. Eet en drink als een Indiër. Draag Indiase kleding! Spreek Indiase talen!’

    Patanjali Ayurved Ltd

    Het hoofdkantoor van Patanjali ligt in de staat Uttarakhand, in de buurt van Haridwar, wat ‘Poort naar God’ betekent, een van de zeven heiligste steden van de hindoes, ruim 200 kilometer ten noordoosten van New Delhi aan de voet van de Himalaya. Haridwar bestaat uit twee delen waar de Ganges tussendoor stroomt, het water is ijskoud en kristalhelder, in de avondschemering wassen gelovigen zich in de heilige rivier, ze zingen, zetten houten bordjes met bloesems, kaarsen en wierookstaafjes op het water, bij zonsopgang zitten er vissers langs de oever, die grote vissen uit het water halen.

    De tweebaansweg NH 334 loopt vanuit de stad richting Delhi. Langs met mos begroeide tempels, gigantische godenbeelden, oranje-rood schitterende bloemenstalletjes, langs reclameborden voor bioscoopfilms en telefoonaanbieders, benzinepompen, langs reclames voor melkpoeder, meel en mangosap. Op de verpakking van de levensmiddelen staat een foto van Ramdev met zijn linkerarm om de schouders van een wat kleinere man, gekleed in een witte lap, allebei lachen ze naar de camera.

    Gewetenloos

    Het klinkt als een slechte grap: in juni 2020 brengt Patanjali een nieuw product op de markt dat Coronil Kit heet.

    Volgens Acharya Balkrishna is het een 100 procent werkzame en streng wetenschappelijk geteste medicijnkit voor de behandeling van covid-19. Terwijl er op de hele wereld geen enkel werkzaam therapeutisch middel bestaat waarmee covid-19 kan worden genezen. Weliswaar mag Patanjali het product op bevel van de regering niet meer als medicijn tegen corona aanprijzen en verkopen, maar onder het label ‘immuunbooster’ is het in december 2020 nog steeds verkrijgbaar, gewoon via Amazon. Een kit kost omgerekend vier euro.

    Een halfuur met de auto, ruim twintig kilometer verder, neemt de taxichauffeur een afrit. De smalle weg loopt langs een hoge muur, de taxi stopt voor een brede toegangspoort met dubbele slagbomen, beveiligers met donkere zonnebrillen willen onze paspoorten zien, bewakingscamera’s zoomen in op de taxi. Het hoofdkantoor van Patanjali Ayurved Ltd. is gevestigd in een zachtroze geverfd gebouwencomplex, verspreid over een terrein zo groot als een kleine stad. In de uitgestrekte perken bloeien oranje en gele bloemen, fonteinen spuiten water omhoog, banners met ‘Sale’ erop maken reclame voor dameskleding, ‘Department of Yoga Science’ staat boven de toegangsdeur van het grootste gebouw, waarvoor ziekenauto’s geparkeerd staan.

    GettyImages 477236780
    Zelfbenoemde heilige Ramdev geeft leiding aan het yogatrainingskamp in Panchkula georganiseerd door zijn miljoenenbedrijf Patanjali. Op 21 juni wordt verwacht dat 45.000 mensen een record zullen vestigen als ze hun asana’s beoefenen op het gazon bij de triomfboog India Gate. –
    © Sonu Mehta / Hindustan Times / Getty

    In de hal waar we binnenkomen is het halfdonker, op een verhoging troont een standbeeld van Baba Ramdev in kleermakerszit, schijnwerpers dompelen het in een fel licht. Op de eerste verdieping een gang met kantoren. In het laatste kantoor links, achter een massief bureau vol stapels papier, voor kasten vol boeken, foto’s en godenbeelden zit de in een witte doek gehulde man van het aanplakbiljet: Acharya Balkrishna, 55, de directeur van de onderneming.

    ‘Omzet en winst zijn voor ons nooit belangrijk geweest,’ zegt Balkrishna. ‘En juist dat is het succes van Patanjali. Wij richten ons uitsluitend op de behoeften van de mensen. We ontwikkelen producten die hen helpen een beter leven te leiden.’ Balkrishna praat snel en glimlacht vaak, zijn gezicht is rond met een flinke overbeet, hij heeft een hoge stem. Een jongeman brengt een blad met pakjes en potjes. Balkrishna scheurt en schroeft open, biedt koekjes aan –  ‘zo lekker, die heeft geen enkele andere producent’ – en geeft ons een lepel met een donkerbruine, taaie, kleverige pasta – ‘ons allereerste product, chyawanprash, een geneeskrachtige kruidenmoes, heel erg gezond’. Uit een la van zijn bureau haalt hij een ketting van houten parels – ‘voor het dagelijkse gebed, een eeuwig aandenken aan Patanjali’.

    Yogaleraar

    Het verhaal begint in 1965. Ramdev wordt geboren als zoon van een boer in Saidalipur, een stoffig dorp in de noordelijke staat Haryana. Als kleine jongen is hij voortdurend ziek, zijn gezicht is vervormd door kinderverlamming, sindsdien loenst hij met zijn linkeroog.

    Al vroeg leert hij yoga uit een boek, hij woont jarenlang in de eenzaamheid van het Himalayagebergte, daarna bij een yogagoeroe. Daar leert hij Balkrishna kennen. Ze bestuderen de oude geschriften van het hindoeïsme, discussiëren over de zin van het leven, verzamelen geneeskrachtige kruiden waarvan ze traditionele Indiase ayurvedamedicijnen maken en exploiteren een combinatie van apotheek en miniziekenhuis, vier kamers in een golfplaten loods. Ramdev reist als yogaleraar door het land en verkoopt zijn zelfgemaakte middeltjes. In 2006 richten ze hun eigen bedrijf op, dat ze noemen naar de oervader van de yoga, de wijze Patanjali, die vermoedelijk heeft geleefd in de vierde of derde eeuw voor Christus en een combinatie van mens en slang moet zijn geweest.

    Bij volle bewustzijn

    ‘De seculaire wereld zit vol gaten,’ schreef de Brits-Zwitserse filosoof Alain de Botton. Wat hij daarmee bedoelde: als ze niet meer tot een vaste religie behoren, houden veel mensen toch een verlangen naar spiritualiteit.

    Zo gaf in een enquête van het Amerikaanse onderzoeksinstituut Pew Research Centre in 2018 11 procent van de West-Europeanen aan ‘spiritueel, maar niet religieus’ te zijn. Dat kan een van de redenen zijn dat yoga en ayurveda in de westerse wereld de laatste jaren steeds populairder zijn geworden. Veel mensen zien daarin een weg naar een gezonder leven, waarin waakzaamheid, beweging en bewuste voeding een plaats vinden. Het woord ‘ayurveda’ komt uit het Sanskriet en betekent ‘kennis van leven’.

    Twintig kilometer van het hoofdkantoor van Patanjali, Laksar Road, Padartha. Op een oppervlak ter grootte van 54 voetbalvelden staat een complex van fabrieks- en kantoorgebouwen, het Patanjali Food and Herbal Park. De onderneming heeft vijftig productielocaties in India, de fabriek bij Haridwar is tot nu toe de grootste, daar werken zestienduizend mensen, ’s morgens vroeg rijden Patanjalibussen door de dorpen in de regio om de arbeiders op te halen, ’s avonds brengen ze hen weer terug.

    Onder een zinken dak stoken arbeiders met hout de ovens gloeiend heet, ze vermalen glanzende stenen tot stof of roeren in ketels met een zilverachtige vloeistof. ‘Onze afdeling ayurvedamedicijnen,’ legt de fabrieksdirecteur uit. Binnen een doolhof van installaties, lopende banden, hoge kasten, computers. Machines vullen flessen, zakjes, tubes, mannen drukken op knoppen van machines, vrouwen pakken dozen vol met flessen, zakjes en tubes. ‘Op dit moment werken we aan meer dan vijftig nieuwe producten,’ vertelt het afdelingshoofd, een ex-Unileverman.

    Verkoophits

    Levensmiddelen, lichaamsverzorging, schoonmaak- en wasmiddelen, medicijnen: geen enkele andere Indiase fabrikant heeft zo’n breed scala aan producten als Patanjali; elke maand komt er in elke categorie iets nieuws bij. Het bekendste product is ghee, geklaarde boter, een must in de Indiase keuken. Verkoophit nummer twee is: Dant Kanti, een tandpasta, modderkleurig met kruidnagelsmaak, volgens Patanjali een echt ayurvedaproduct. Indiase gebruikers zijn dol op het merk en hebben er vertrouwen in, er zijn geen officiële standaarden maar alles rond de traditionele geneeskunde is booming. Met deze tandpasta veroverde Patanjali in no time een marktaandeel van vier procent ten koste van het marktaandeel van Colgate-Palmolive, waarop de analisten de rating van deze reus in de branche meteen verlaagden. Kort daarop kwam het megaconcern met een tandpasta met ayurvedakruiden, concurrent Unilever lanceerde ayurvedische shampoo en haarolie en ook Indiase producenten vergrootten hun aanbod van natuurlijke producten.

    Patanjali verklaarde de globale concurrentie de oorlog. ‘Ab tak Colgate ka toh gate khul gaya,’ verkondigde Baba Ramdev op een persconferentie met ogen die vuur schoten, zijn rechterhand tot een vuist gebald. ‘De poort van Colgate zal dichtvallen. Het Nestlévogeltje vliegt weg. Pantene doet het in zijn broek. De macht van Unilever wordt gebroken.’

    Ayurvedaproducten vormen bij Patanjali maar een fractie van het assortiment. Het grootste deel is cornflakes, muesli, jam, ketchup, pasta, koekjes, mineraalwater, wasmiddelen, haargel, frisdrank, luiers, kant-en-klaargerechten. Klassieke consumentenartikelen zoals ze over de hele wereld worden gekocht. Patanjali prijst alles aan als natuurproduct. Sinds kort doen ze ook in mode, een paar traditionele Indiase spullen, maar voor het grootste deel T-shirts, sportkleding, jeans, alles ruim gesneden, niets dat het figuur benadrukt. ‘Dat ik een heilige man ben, betekent niet dat ik modern leven en spiritualiteit als tegenstellingen beschouw,’ zo kondigde Ramdev de modelijn aan. ‘Jeans zijn een westers concept,’ vulde Balkrishna aan, ‘dus zijn er twee opties. De ene optie is boycotten. De betere optie: aanpassen aan de Indiase mentaliteit.’

    Verkoudheid, kanker, diabetes, hartkwalen, overgewicht, onvruchtbaarheid, grauwe staar: volgens Ramdev is er niets dat zijn yoga niet binnen een paar weken, voorgoed geneest

    Tegenover de marktmacht van de grote concerns zetten Ramdev en Balkrishna hun eigen strategie. Succesfactor nummer een: de prijs. Patanjali is zo’n veertig procent goedkoper dan zijn grote concurrenten. Nummer twee: hun presentie op de markt. Patanjali is aanwezig op de megamarkten van de metropolen, in piepkleine dorpswinkeltjes, bij de Indiase onlinewinkels Bigbasket en Flipkart, bij Amazon. En er zijn Patanjali chikitsalays, franchisewinkels met uitsluitend producten van Patanjali. Verspreid over het hele land zijn er meer dan vijfduizend chikitsalays; ze liggen midden in woonwijken, de eigenaars kennen hun klanten persoonlijk. Een Indiaas miniwinkelformat waarover geen enkele andere producent van consumentenartikelen beschikt.

    Succesfactor nummer drie: de baas, Baba Ramdev. Toen hij met zijn yogacursussen door het land toerde, werd zijn aandacht getrokken door een religieuze televisiezender, Sanskar TV. Ramdev kreeg een eigen show, iedere ochtend van 6.45 tot 7.05 uur liet hij de kijkers eenvoudige yoga-oefeningen zien, zoals de voorvaders van de yoga die al praktiseerden. Later werd zijn show overgenomen door een concurrerende zender; nu bezit Patanjali beide zenders. Lotuszit, arendhouding, vispositie, bewust ademhalen: in heel India doen de mensen mee aan de ochtendshow van Ramdev, rijk en arm, jong en oud, man en vrouw, een fitnessprogramma voor de massa, perfect voor de officieel grootste democratie ter wereld.

    ‘Oeeeem!’ Ramdev begroet zijn kijkers in kopstand, na twintig minuten live yoga doceert hij over de genezende kracht van zijn methode. ‘Geen ingewikkelde filosofie, geen ideologie, mijn yoga is simpel en werkt meteen.’ Verkoudheid, kanker, diabetes, hartkwalen, overgewicht, onvruchtbaarheid, grauwe staar: volgens Ramdev is er niets dat zijn yoga niet binnen een paar weken, en vaak al binnen een paar dagen, voorgoed geneest. ‘Het is allemaal niet alleen wetenschappelijk bewezen,’ doceert hij in zijn shows, ‘het is zelf allemaal wetenschap in haar zuiverste vorm.’

    Gecombineerd met de producten van Patanjali werkt zijn yoga volgens hem het best

    Gecombineerd met de producten van Patanjali werkt zijn yoga volgens hem het best. ‘Herbal Power Vita versterkt het lichaam en de hersenen en verbetert het gezichtsvermogen,’ zegt hij in een reclame voor een nieuw vitaminedrankje. ‘Laat je niet misleiden door reclame van de internationale concerns, maar koop wetenschappelijk erkende ayurvedaproducten.’

    Ramdev doceert zijn filosofie ook live in crashcourses, waar inmiddels ongeveer 70 miljoen mensen aan hebben deelgenomen. De trainingskampen vinden plaats in een hal bij het hoofdkantoor van de firma, er kunnen tienduizend mensen met hun yogamatjes in. Bovendien reist hij de wereld over om massa-yoga te geven in Nepal, Japan en de VS. Ramdev, het podiumbeest.

    De heilige man vult voetbalstadions, is een vrolijke en gevatte vaste gast in tv-talkshows en won in 2017 een wrestlingwedstrijd op tv tegen een Oekraïense Olympisch medaillewinnaar. Hij heeft miljoenen volgers op de sociale netwerken, zijn leven is verfilmd in een vijfentachtigdelig epos. Er zijn biografieën en populairwetenschappelijke boeken over hem verschenen: The Baba Ramdev Phenomenon, From godman to tycoon, Patanjalize your brand. Topmanagers van concurrerende concerns vinden Baba ‘een ongelooflijk sterk merk’.

    In de consumentenmarkt betekent een succesvol merk identiteit, imago, vertrouwen. Producenten moeten van consumenten gelovigen maken. Ramdev maakt gelovigen tot consumenten.  ‘Wat we ook doen, we volgen geen strategie, we hebben geen plan,’ zegt Ramdev. Hij trekt zijn omslagdoek recht en slaat zijn rechterbeen over het linker, aan zijn voet bungelt een houten sandaal met dikke zolen.

    In de verte ruist een kunstmatige waterval

    Ramdev zit op iets dat het midden houdt tussen een enorme sofa en een schommel, boven zijn hoofd hangt een ingelijst olieverfschilderij van hemzelf. De sofaschommel staat op het terras van zijn huis, dat ligt in een park met een knalgroen grasveld, weelderige bloembedden, vogels, bijen, bloemen. In de verte ruist een kunstmatige waterval, pauwhanen zetten hun veren op, op bankjes onder de bomen zitten jonge vrouwen te lezen.

    Het enorme huis is een kopie van het huis van waaruit Indiaas vrijheidsstrijder Mahatma Gandhi ruim honderd jaar geleden het geweldloze verzet tegen de Britse koloniale macht propageerde. ‘Shant Kutir’ heet Ramdevs huis, ‘Het rustige huisje’, het wordt vierentwintig uur per dag bewaakt door veiligheidsmensen.

    ‘Het geheim van het succes van Patanjali?’ Ramdev moet lachen. ‘Heel eenvoudig! De mensen vertrouwen ons. Meer dan een miljard mensen in dit land kennen me. Ach, wat zeg ik, de hele wereld kent me!’

    Khadi

    Uitsluitend producten kopen die afkomstig zijn uit je eigen land en het zo economisch onafhankelijk maken van andere landen is een gedachte die oorspronkelijk van Gandhi komt. Het produceren en dragen van een simpel katoentje, de khadi, moest de Indiërs werk geven en hen onafhankelijk maken van importen van de Britse koloniale heersers. Swadeshi, ‘Het eigen land’, heette de beweging, waarin de khadi symbool stond voor verzet en verandering. Maar economisch succes heeft het India niet gebracht.

    Ramdev en Balkrishna pakken het anders aan. ‘Nationalisme, ayurveda en yoga, dat zijn onze zuilen,’ verkondigen ze op de ondernemingswebsite. In onze moderne consumptiegoederen is het patriottisme geïntegreerd, beloven ze. Indiase economen denken dat deze slimme, nieuwe swadeshi-interpretatie Patanjali’s succesfactor nummer vier is.

    Make India great again

    Het is dezelfde koers die de rechts-conservatieve regering van premier Narendra Modi vaart. Nog maar een paar jaar geleden wilde Modi internationale ondernemingen overhalen zich in India te vestigen, maar dat plan is van tafel. Sindsdien is het doel dat India onafhankelijk moet worden van import, het moet net zo sterk en zelfstandig worden als in de eeuwen voordat de Britten het enorme land als kolonie exploiteerden. Make India great again.

    En Modi wil meer: ‘Made in India’-producten moeten de wereldmarkt veroveren, het land moet na China en de VS de op twee na grootste economie ter wereld worden. De weg is lang, de economische uitdagingen zijn groot, en dat geldt ook voor de droom om een supermacht te worden.

    Ramdev springt op van de sofa. ‘Laten we mijn huisje bekijken,’ roept hij terwijl hij in zijn handen klapt. Op een binnenplaats klatert een fontein, uit miniluidsprekers klinkt hemelse muziek. Ramdev laat ons zijn werkkamer zien. ‘Aan mijn bureau zit ik nooit, daar heb ik geen tijd voor.’ Zijn yogakamer. ‘Om halfvier sta ik op, ik begin mijn dag altijd met een glas bessensap voor het immuunsysteem.’ Zijn slaapkamer. ‘Ik slaap nooit op het bed, een yogi rust alleen goed uit op een matje.’

    Verdere vragen negeert hij, hij stelt tegenvragen, maakt grapjes. Over Ramdevs privéleven is niets bekend, blijkbaar woont zijn moeder bij hem. Homoseksualiteit heeft hij meermaals aangeduid als ‘immoreel en onnatuurlijk’, een ziekte die door zijn yoga genezen kan worden. Er gaat een telefoon, Ramdev vist een iPhone uit zijn gewaad. ‘Goedemorgen Balkrishna,’ zegt hij in het Hindi, dan gaat hij over op het Sanskriet, de oude taal van de geleerden, het Latijn van India. De tolk haalt haar schouders op en maakt een verontschuldigend gebaar.

    De dag daarna, een hoge, lichte hal in het Patanjali-hoofdkwartier. In een laboratorium staan mannen in witte jassen aan microscopen, overal staan schalen met bladeren, wortels en takjes. ‘We werken aan een nieuwe druk van mijn ayurvedaencyclopedie,’ zegt Balkrishna. Hij strijkt liefkozend over de rug van een boek en glimlacht. ‘Vanaf volgende maand houd ik hier kantoor.’

    Achter het gebouw ligt een tuin met kruiden, struiken, bomen. Balkrishna straalt. ‘Mijn plantenverzameling.’ Bij het park hoort ook een labyrint van kunstmatige grotten met levensgrote gouden diorama’s, ayurvedadokters uit voorouderlijke tijden die patiënten behandelen. Spotjes verlichten de donkere taferelen, een mix van openluchtmuseum en Disney.

    Balkrishna klimt op de bijrijdersstoel van een witte terreinwagen, we gaan het land op. Te midden van grasland en akkers bevindt zich een complex van stallen en weiden, Patanjali’s proefboerderij voor akkerbouw en veeteelt. Balkrishna loopt door de stal, aait kalfjes, voert koeien, hij heeft witte plastic sandalen aan met tennissokken, achter op zijn hoofd wipt zijn staartje, een religieus kenmerk van mannelijke hindoes. ‘Daar buiten staat onze biogasinstallatie, die produceert nu twaalf kilowatt en die gaan we vergroten.’

    Balkrishna loopt dwars door het veld, plukt hier en daar wat, trekt onkruid uit, snijdt een stukje suikerriet af waar hij vervolgens smakkend op loopt te kauwen, legt uit, gebaart, lacht. Achter de velden gaat de zon gloeiend oranjerood onder, het stinkt naar koeienstront. ‘Balkrishnaji en Swamiji zijn goden,’ zegt de manager van de boerderij zachtjes, hij gebruikt het in India gebruikelijke woord voor yogagoeroes, swami, en de eerbiedsvorm van Indische namen, het achtervoegsel -ji. ‘Alles wat zij doen, doen ze ten dienste van de hele wereld. Ze zijn niet alleen goden voor alle Indiërs, ze zijn goden voor alle mensen.’

    Balkrishna kwam in 1972 als zoon van een Nepalese boer ter wereld. Toen hij nog klein was emigreerde zijn familie naar India, later werd hij een ayurvedageleerde. Nu is hij eigenaar van 98,5 procent van de aandelen Patanjali en staat hij in de top honderd van rijkste Indiërs, met een geschat vermogen van 2,2 miljard dollar. Ramdev bezit officieel niets, in India zijn heilige mannen verplicht te leven als monniken, in kuisheid en ascese. Yogi Ramdev is de marketingmachine, het gezicht van de onderneming. Onderzoeker Balkrishna is het verstand, de getallenmens en strateeg. Moksha, de bevrijding van het wereldlijke, samen met het vrijemarktmechanisme resulteren in spiritueel kapitalisme. Twee tegengestelde karakters, een perfect power couple.

    ‘We leggen alles vast, iedere stap in het arbeidsproces. Als er iets niet klopt, als de regels niet worden gevolgd, heeft dat onmiddellijk consequenties,’ zegt de leider van het controleteam, een man van midden dertig in een oranje wikkeldoek. Hij zit voor een wand met tientallen monitors, de camera’s zenden live uit vanuit de fabrieken. ‘Elke avond stuur ik Acharyaji een uitgebreid rapport.’

    Het hoofd van de controle drukt op een knop, de camera zoomt in op een lopende band, op gezichten en handen. ‘Onze ondernemingscultuur is uniek,’ zegt hij. ‘Onze medewerkers krijgen workshops, yogales, les in de oude geschriften, goede voeding, natuurlijk zonder vlees of alcohol. We leren ze alles wat voor goede Indiërs belangrijk is.’ Ramdev en Balkrishna gelden als autocratische micromanagers. Het ontwerp van een shampoofles, een nieuwe advertentie, de grootte van een nieuwe koestal, ze bemoeien zich overal mee en beslissen alles zelf. De lonen bij Patanjali zijn laag, tot wel vijftig procent lager dan bij de concurrentie, wat de dertigduizend medewerkers presteren, geldt niet als werk. Ramdev noemt het sewa, een spirituele dienst.

    Dubieus web

    De twee directeuren geven ook leiding aan ziekenhuizen, yogacentra, scholen, een universiteit, een mediabedrijf met twee eigen tv-zenders, binnenkort gaan ze bovendien in onroerend goed; bij het hoofdkwartier ontstaat een luxe appartementencomplex met golfbaan, zwembad en een winkelcentrum. In Nepal, Engeland, Canada, op Mauritius en binnenkort ook in de VS en Schotland zijn Patanjali-instituten ‘die zich dag en nacht inzetten voor de verspreiding van de nobele en verheven aspecten van de Indiase cultuur’, zo staat het in ‘Patanjali, In the Service of Mankind’, een van de tig brochures van het bedrijf.

    Indiase journalisten berichtten over schijnfirma’s, mysterieuze sponsors, stromannen, illegale geldzaken. Balkrishna en een jongere broer van Ramdev kregen, zo wordt beweerd, door een firma miljoenen aan winstaandeel uitgekeerd, in een jaar tijd bijna zestig procent van de omzet. Al met al is het een hoogst dubieus web van ondernemingen, vinden Indiase deskundigen; Patanjali is ‘volkomen ondoorzichtig’. Omdat Ramdev en Balkrishna bewust niet naar de beurs gaan, hoeven ze geen inzicht te geven in de cijfers van hun onderneming.

    GettyImages 541219070

    Business bij Patanjali is een permanent schandaal. Soms gaat het om hun producten en verschijnen er krantenkoppen over het ontbreken van vergunningen van de warenautoriteiten, ingrediënten die de gezondheid in gevaar brengen, geknoei met ingrediënten, ongeoorloofde chemische conserveringsmiddelen. Een laboratorium ontdekte menselijk DNA in een medisch product. Steeds weer duikt het verwijt op dat ze alleen succesvol zijn omdat ze handig zijn in het kopiëren van de concurrentie.

    De koekjes die Balkrishna in zijn kantoor serveert, zien er net zo uit en smaken precies hetzelfde als de koekjes van een andere Indiase producent. In 2015 moest Nestlé zijn in India razend populaire instantnoedels uit de schappen halen omdat beweerd werd dat er lood in zat. Prompt kwam Ramdev met een eigen kant-en-klaarversie. Patanjali bracht ook een eigen chat-app voor mobiele telefoons op de markt, ‘India’s aanval op WhatsApp’, zoals Balkrishna aankondigde. Dezelfde dag nog werd de app door IT-experts ontmaskerd als een kopie van een Amerikaanse startup. ‘Dilettantistisch plagiaat!’ grinnikte het net.

    ‘Schijnfirma’s? Schandalen? Allemaal geruchten, het werk van westerse belangen!’

    ‘Schijnfirma’s?’ Ramdev moet lachen. ‘Schandalen?’ Hij schudt het hoofd, buigt naar voren en vormt met zijn vingertoppen een driehoek, trekt zijn borstelige wenkbrauwen samen. ‘Allemaal geruchten, het werk van westerse belangen!’ roept hij uit. ‘Een samenzwering die duidelijk als doel heeft ons te beschadigen. Patanjali staat synoniem voor de tradities en de cultuur van onze Moeder India. Wie ons aanvalt, valt onze natie aan.’

    Een teflonattitude en het in een kwaad daglicht stellen van zijn critici is Ramdevs typische verdedigingslijn. Negatieve berichten in de media doet hij op Twitter af als ‘allemaal fake nieuws’, een kritisch boek over zichzelf liet hij door de rechter verbieden en mocht in India niet verkocht worden, de schrijfster mocht niet in het openbaar over haar boek spreken. Ramdev maakt de indruk van een Indiase versie van Donald Trump. Een zakenman met entertainmentkarakter en een hoogst flexibele relatie tot de waarheid. ‘Sommige bedrijven gaan door controverses ten onder,’ zei Ramdev ooit in een interview, ‘wij bloeien daardoor pas echt op!’

    In de bar van een hotel in een grote stad in het noorden van India, in een hoekje ver weg van de andere gasten, zit een voormalig Patanjali-manager aan het ontbijt met croissants en cappuccino. ‘Wat ze ook produceren, nooit is er iemand die zegt: “Wat een shit!” Iedereen kijkt alsof die producten door de hemel zijn gezonden.’

    Hij roert in zijn koffie, tikt op het schermpje van zijn telefoon en scrolt door nieuwsberichten van analisten. Patanjali’s omzet krimpt. ‘Het bedrijf is een dubbeltje op zijn kant,’ zegt de manager. ‘Hun voornaamste probleem is dat ze veel te veel producten in veel te veel categorieën hebben. Groei is voor Ramdev en Balkrishna het enige wat telt.’ Hij roert nog meer suiker door zijn cappuccino en neemt een slokje. ‘Vanuit ondernemingsoogpunt hebben hun keuzes vaak weinig zin. Maar ze passen bij hun politieke agenda.’

    Chhatrasal Stadium, New Delhi, maart 2014. Waar zich anders wrestling-sterren uit de hele wereld in het zweet werken, zitten twee oudere mannen glimlachend in kleermakerszit naast elkaar. Baba Ramdev en Narendra Modi. Modi fluistert Ramdev iets in het oor, die pakt een microfoon. ‘Zullen jullie ook andere mensen overtuigen?’ roept hij. ‘Ja!’ roepen de duizenden mensen in het stadion. ‘Blijven jullie niet thuis zitten?’ vraagt Ramdev. ‘Nee!’ antwoordt de massa. Twee maanden later wint de Bharatiya-Janata-partij de verkiezingen en wordt Modi premier, het regeringstijdperk van de sociaalliberale Congrespartij is ten einde. ‘Ik heb de eerste steen gelegd voor de grote politieke veranderingen in dit land,’ zegt Ramdev na Modi’s overwinning.

    Natie van hindoes

    Modi heeft de kiezer ingrijpende economische hervormingen en het uitroeien van de alomtegenwoordige corruptie beloofd. Tegelijk heeft hij zijn visie op het nieuwe India verkondigd. Niet seculair meer, maar religieus, en in plaats van eenheid in verscheidenheid een natie van hindoes. Ramdev zit op dezelfde fundamentalistische lijn. Hij treedt niet op als religieus prediker, wat hem van andere goeroes onderscheidt. Hij propageert de cultuur en de waarden van het hindoeïsme. Yoga, ayurveda, de oeroude geschriften, een traditioneel opleidingssysteem, dat is voor hem het wezen van India. Ramdevs ideologie is niet altijd even subtiel. Als een moslimpoliticus weigert om een nationalistische slogan te roepen, reageert de baas van Patanjali met de uitspraak dat alleen zijn eerbied voor de wet hem ervan weerhoudt om ‘honderdduizenden van dat soort te laten onthoofden.’

    Sinds Modi aan de macht is, heeft Patanjali bouwgrond kunnen kopen voor afbraakprijzen, legt de staat de toegangswegen naar hun nieuwe fabrieken aan, bewaakt een antiterreureenheid van de politie de vestigingen van het bedrijf en wordt in de kantines van het Indiase leger gekookt met Patanjali-producten. Het ministerie van Financiën heeft yoga de status van liefdadigheidsdienst toegekend, yogacentra hoeven nu minder belasting te betalen. Modi heeft een ministerie voor Ayurveda en Yoga opgericht, het legt de basis voor het gebruik van deze traditionele methoden in het gezondheidssysteem van de overheid en beslist over het toelaten van nieuwe ayurvedaproducten. Patanjali creëert de dringend benodigde banen, bouwt scholen en gezondheidscentra en ondersteunt lokale overheden met voedsel en medicijnen. Modi en zijn partijvrienden strijken kritiek op Patanjali en Ramdev glad, Ramdev prijst de regeringspolitiek.

    ‘Geld is de motor van elke missie,’ zegt Ramdev. Hij zit in een enorme leren fauteuil in een kamertje naast zijn yogahal, over twee minuten moet hij het toneel op voor de vroege-ochtendyogashow. Hij knipt met zijn vingers, er komt een jongeman binnen die zijn oranje gewaad vastmaakt, Ramdev schopt zijn sandalen in een hoek. ‘Onze financiële basis is belangrijk om het soort revolutie voor te bereiden waar ik het over heb.’

    Als Ramdev op het podium zit, komt een van zijn leerlingen naast hem staan. ‘Ooit was er een tijd dat ons land in duisternis lag,’ roept ze naar de zaal. ‘Er was veel corruptie, met de jeugd ging het de verkeerde kant op. Toen kwam er iemand die het licht bracht. Iemand die ons leert van ons land te houden. Swamiji inspireert ons, hij is onze hoop. Hij wil voor iedereen in onze maatschappij het goede doen, zo leidt hij ons op de goede weg.’

    Ramdev gaat staan, glimlacht en klapt, het meisje knielt voor hem neer en raakt met haar voorhoofd en vingertoppen zijn voeten aan. ‘Bharat mata ki jai! Bharat mata ki jai!’ roept Ramdev terwijl hij zijn rechterhand tot een vuist balt en zijn arm omhoogsteekt. ‘Bharat mata ki jai! Bharat mata ki jai!’ echoot de zaal, rechtervuist in de lucht. ‘Leve Moeder India. Leve Moeder India.’ 

    Daniela Schröder

    Daniela Schröder was freelance correspondent voor de Associated Press (AP) voor Noord-Beieren en werd opgeleid tot verslaggever en nieuwsredacteur bij een regionaal dagblad in Bremen.

    Schröder heeft weinig op met ayurveda en yoga. ‘Ik ben geen spiritueel iemand,’ zegt ze van zichzelf, ‘ik heb wel eens een proefcursus yoga gedaan, maar voor mij werkte dat niet.’ In het kader van de research voor dit artikel heeft ze een paar Patanjali-producten geprobeerd, twee soorten zeep en een tandpasta, maar een fan is ze niet geworden. ‘De zeep rook erg chemisch en de tandpasta smaakte mij te weinig naar mint.’

    Wat haar fascineert aan het verhaal over Patanjali zijn de twee drijvende krachten achter het bedrijf. Aan de ene kant de goeroe, aan de andere kant de ayurvedaexpert. ‘Ze staan allebei met hun huidige identiteit voor wat ze propageren en verkopen,’ zegt Daniela Schröder, ‘maar het gaat hun niet in de eerste plaats om geld en macht. Ze gebruiken beide om hun politieke missie verder te brengen.’

  • Satirische graphic novel graaft diep in Israëlisch-Palestijns conflict

    Satirische graphic novel graaft diep in Israëlisch-Palestijns conflict

    Wat brengt volstrekt normale, ongelovige mensen ertoe naar iets mythisch als de Bijbelse Ark van het Verbond te graven? De Israëlische tekenaar Rutu Modan laat het zien in haar onlangs verschenen graphic novel Tunnels.

    Een paar jaar geleden kreeg Rutu Modan een lift van Tel Aviv naar Jeruzalem van de man die de website had gebouwd van de Israel Antiquities Authority, de instantie die toeziet op de opgravingen in het land. Toen het gesprek op archeologie kwam, diende zich plotseling een oude herinnering aan. Dertig jaar eerder, herinnerde Modan zich, had ze iemand ontmoet die haar vertelde dat hij en zijn vader opgravingen deden; ze waren op zoek naar de Ark van het Verbond, de kist waarin volgens de Hebreeuwse Bijbel de stenen tabletten met de Tien Geboden werden bewaard. Aanvankelijk had ze hen voor gek versleten, maar nu begon ze toch weer over hen na te denken. Waarom deden ze dat? Wat bracht volstrekt normale, ongelovige mensen ertoe naar zoiets mythisch te gaan graven?

    Rutu 2020 1 2
    Rutu Modan – © Hanan Assor

    Modan ging in gesprek met deskundigen op het gebied van Bijbelse archeologie en verdiepte zich in de Joodse geschiedenis. Ze schreef zich in voor een cursus archeologie aan de Open Universiteit van Israël en ontmoette mensen uit het veld. Ze ontdekte dat de Ark van het Verbond de heilige graal van deze cursus is die, hoewel serieuze archeologen er niet al te opgewonden over raken, de volksverbeelding en de fantasie van avontuurlijke archeologiefanaten nog altijd prikkelt.

    Tot op de dag van vandaag zijn mensen ernaar op zoek, vertelt ze. ‘Ik begon er onderzoek naar te doen en ontdekte dat er veel mystieke krachten aan de Ark van het Verbond worden toegeschreven. Iemand beschreef hem als “Gods walkietalkie, waarmee we met God zouden kunnen praten zoals we ooit hebben gedaan”. En de man die dat tegen me zei was niet eens gelovig.’ 

    64 3 1

    Ze raakte algauw in de ban van de lokale archeologie en geschiedenis. ‘Ik ontdekte dat archeologie een onderwerp is dat alles in zich verenigt: geschiedenis, misdaad, gekken, oplichters, rovers, geleerden en eindeloos veel politiek. Ik realiseerde me dat er een heleboel interessante, sappige kanten aan zitten en dat het een uitstekende basis voor een verhaal zou kunnen zijn.’

    Tunnels

    Het resultaat van Modans onderzoek is te zien in haar onlangs verschenen graphic novel Tunnels, een kruising tussen Indiana Jones en de Israëlische militair en politicus Moshe Dayan. Waar haar eerdere boek The Property zich voornamelijk afspeelt in het verre en koude Polen, voltrekt Tunnels zich geheel in Israël en graaft het onder het oppervlak van deze door conflicten geteisterde regio van het Midden-Oosten.

    Het is een avonturenverhaal dat een diepe duik neemt in de wereld van de Israëlische archeologie, vuile handen maakt door het graven naar verloren schatten, zich in de intriges en rivaliteit van het academische leven stort en keihard in botsing komt met het Israëlisch-Palestijnse conflict.

    ‘Bij dat hele idee van historische rechten heb ik persoonlijk grote twijfels’

    Dit keer heeft Modan kolonisten, Palestijnen en Israëlische soldaten in de bezette gebieden bijeengebracht, in de schaduw van de Westoeverbarrière. Uiteraard wordt de situatie algauw gecompliceerd. ‘Een van de treurigste dingen die ik ontdekte toen ik me in de geschiedenis begon te verdiepen, is dat het historische Israël in de bezette gebieden lag,’ zegt Modan.

    ‘Koning David, Mozes, Salomon, Jozua: allemaal hebben ze daar gewoond, en daarom worden daar de interessantste vondsten gedaan. De Palestijnen graven trouwens ook en verhandelen wat ze vinden. Maar voor mij was dit een van de moeilijkste ontdekkingen, omdat ik begreep dat de kolonisten deze gebieden daarom nooit zullen opgeven. Ik begreep dat we hier niet om het “Land van Israël” vechten dat op de een of andere manier tussen ons verdeeld moet worden, maar dat we om precies hetzelfde gebied vechten omdat daar alles was.’

    03 2

    ‘Bij dat hele idee van historische rechten heb ik persoonlijk grote twijfels, maar als we ergens een historisch recht op iets in dit land hebben, dan is het daar, in de bezette gebieden. En dat is afschuwelijk, het is echt tragisch. Dus besloot ik dat ik de plot van dit boek daar moest situeren, zodat het vanuit narratief perspectief automatisch interessanter wordt.’

    Israëlische stripscene

    Vanaf haar kinderjaren heeft Modan altijd tekeningen gemaakt van de Holocaust en van terreuraanslagen. En van meet af aan waren het niet alleen maar tekeningen. ‘Ik tekende al op mijn derde, en mijn kleuterjuf schreef er verhaaltjes bij die ik haar vertelde. Op mijn vijfde maakte ik mijn eerste boek, en ik heb een heleboel schriften met verhalen en tekeningen,’ vertelt ze. 

    27 2

    Een jaar na haar afstuderen besloten Modan en haar studiegenoot Yirmi Pinkus een groep van onafhankelijke illustratoren op te richten. In 1995 haalden ze Batia Kolton, Mira Friedmann en Itzik Rennert erbij, en als Actus-groep publiceerden ze een aantal stripboeken in Israël en daarbuiten. De meeste waren in het Engels en sommige werden geproduceerd in samenwerking met anderen, onder wie Etgar Keret, David Polonsky en Art Spiegelman. 

    Actus zette de Israëlische stripscene op de kaart en bewees dat het mogelijk was het medium voor allerlei verhalen te gebruiken. ‘We wilden strips maken en hadden geen plek om dat te doen. Ik had een krantencolumn gehad en een boek met Etgar Keret gemaakt,’ zegt Modan, verwijzend naar de graphic novel Nobody Said It Was Going to Be Fun uit 1996. ‘Maar niemand wilde een stripboek publiceren, en dat was wat ik wilde maken. Dus besloot ik dat we het zelf maar zouden doen.’

    Microkosmos

    De hoofdpersoon van Tunnels is Nili, de dochter van een beroemde archeoloog, die met haar zoon een illegale archeologische opgraving op touw zet op de Westelijke Jordaanoever, vlak onder de scheidingsbarrière. Als kind had Nili daar haar vader geholpen bij opgravingen naar schatten uit de Tempel in Jeruzalem, maar de intifada had roet in het eten gegooid. Nu wil ze de missie alsnog volbrengen. Haar vader lijdt aan dementie en ze is vastbesloten de vondst van de verloren Ark van het Verbond op zijn conto te schrijven terwijl hij nog leeft.

    63 2

    Ze weet zich verzekerd van de steun van een rijke verzamelaar van antiquiteiten; bovendien helpen extremistische Joodse kolonisten haar bij het graven. De situatie raakt verhit als ze ontdekken dat Palestijnen op precies dezelfde plek een eigen tunnel graven. Nili’s broer, een jonge archeoloog die droomt van een universitaire carrière, is niet blij met de illegale opgravingswerkzaamheden van zijn zus. Zijn baas op de universiteit is van plan met de eer van Nili’s inspanningen te strijken en ook is er – we zijn nu eenmaal in Israël – een legerofficier in het verhaal betrokken wiens acties nogal bedenkelijk zijn.

    Door de personages en locaties wordt het verhaal een microkosmos van het conflict. 

    Op de vraag of je je extra verantwoordelijk voelt en extra op je tellen moet passen als het om zulk explosief politiek materiaal gaat, antwoordt Modan: ‘Natuurlijk. In onze tijd is dat levensgevaarlijk, en dit boek gaat meer over politieke kwesties dan gewoonlijk. Eerst wist ik niet precies hoe ik dit moest aanpakken. Ik had altijd over mensen uit Tel Aviv geschreven die behoorlijk veel op mezelf leken. En dit keer moest ik over mensen schrijven met een mening en een wereldbeeld die haaks op de mijne stonden. Maar toen begreep ik dat het boek niet over mijn mening hoefde te gaan.’

    Header rutu modan 2

    ‘Als je als Israëlische kunstenaar in het buitenland werkt, verwachten mensen vaak dat je het conflict voor hen zult oplossen, het hun zult uitleggen, boeken zult maken die hun vertellen dat er vrede zal komen en dat alles goed zal aflopen. Ik heb er altijd voor gewaakt mijn mening te geven. Niet omdat ik denk dat mijn standpunten niet belangrijk zijn, maar het zijn volgens mij wel erg beperkte lenzen om naar menselijke situaties te kijken. Dat is goed als het gaat om demonstreren en stemmen, maar met kunst heeft het niets te maken. Tunnels gaat over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Mijn twee eerdere boeken gingen over de Holocaust en terreuraanvallen. Met zijn drieën gaan ze over conflicten die het Israëlische bestaan bepalen.

    Ik zou nooit echt uit Israël weg kunnen gaan, ook al heb ik een beroep dat ogenschijnlijk erg universeel is. Mijn connectie met de taal en de plek heeft helemaal niets met zionisme te maken. Voor mij is wie ik ben, mijn identiteit, gewoon bepaald door die banden.’ 

  • ‘De Nederlandse kiezer heeft de “zuinige” Mark Rutte beloond’

    ‘De Nederlandse kiezer heeft de “zuinige” Mark Rutte beloond’

    De Tweede Kamerverkiezingen zijn ook in de rest van Europa niet onopgemerkt gebleven. Eén vraag bleek journalisten van Duitsland tot Italië mateloos te fascineren: waarom stemt Nederland al tien jaar lang op ‘Teflon Mark’?

    ‘Ook voor Nederland geldt de befaamde zin uit De tijgerkat [een roman van G. Tomasi di Lampedusa]: “alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft”,’ schrijft het Italiaanse dagblad La Repubblica. ‘Nederland kiest voor continuïteit,’ kopt ook het Zwitserse dagblad Neue Zürcher Zeitung. ‘Mark Rutte kan in Nederland blijven regeren, en het vormen van een regering zou deze keer gemakkelijker moeten zijn dan vier jaar geleden,’ aldus de Duitse kwaliteitskrant Frankfurter Allgemeine. En dat ‘na een saaie campagne tijdens de pandemie die werd gezien als een referendum over de prestaties van de regering tijdens de crisis,’ schrijft The Guardian.

    Het Duitse tijdschrift Der Spiegel klinkt enigszins verbaasd over de overwinning van de VVD: ‘De regering-Rutte kondigde in januari zijn aftreden aan vanwege een schandaal met ten onrechte teruggevorderde kindertoeslag. Maar noch de affaire, noch het relatief hoge aantal coronabesmettingen in zijn land veranderde blijkbaar iets aan de populariteit van de premier.’

    De aandacht voor Ruttes verkiezingsoverwinning gaat ook in veel Italiaanse kranten gepaard met enige wrok en onbegrip. ‘De Nederlandse kiezers hebben de “zuinige” Mark Rutte beloond,’ aldus de in Milaan gevestigde Corriere della Sera. ‘[Het] blijkt dat Rutte en zijn centrumrechtse partij sterker zijn geworden, ondanks de schandalen die hem tot aftreden hebben gedwongen.’

    ‘De kiezers lijken het beleid van bezuinigingen op de overheidsfinanciën (en de harde lijn ten aanzien van de Zuid-Europese landen, te beginnen met Italië) en de beperkende coronamaatregelen die aan de Nederlanders zijn opgelegd, te hebben gewaardeerd.’

    Rutte zou zijn succes er volgens de krant zelfs aan danken. ‘Wat kan de Nederlanders ervan hebben overtuigd toch weer op Rutte te stemmen? Bijna zeker zijn houding ten opzichte van Europa en het herstelplan: de centrumrechtse regering nam herhaaldelijk onbuigzame en obstructieve standpunten in ten opzichte van de openingen die Brussel maakte voor de landen met de grootste schuldenlast (waaronder Italië).’

    ‘Zijn verkiezingsoverwinning zou Rutte er nu van kunnen overtuigen om zijn rigoureuze en “zuinige” beleid weer op de Europese tafel te leggen,’ vreest de Italiaanse krant.

    Toeslagenaffaire

    De grootste verbazing betreft de vergevingsgezindheid van de Nederlandse kiezer na de toeslagenaffaire. ‘Ongeveer 26.000 arme Nederlandse gezinnen waren door de belastingdienst gedwongen de van de staat ontvangen financiële steun terug te betalen. (…) Deze beschuldigingen bleken ongegrond, en de getroffen families kwamen in ernstige moeilijkheden.’ The Guardian wijst er als enige buitenlandse krant op dat veel slachtoffers van de toeslagenaffaire ‘racistisch werden geprofileerd’.

    ‘De gladde Mark Rutte’, kopt de Beierse krant Süddeutsche Zeitung boven een profiel van de verkiezingsoverwinnaar van de VVD. ‘Wat is de reden van zijn succes?’

    ‘Met het oog op het virus kon Rutte in zijn favoriete rol glijden: die van de hardwerkende probleemoplosser en zorgdrager’

    De krant meent dat Rutte vooral heeft geprofiteerd van corona. ‘Een jaar geleden, voor de pandemie, zou de herverkiezing van de 54-jarige premier nog verre van zeker zijn geweest. Maar met het oog op het virus kon Rutte in zijn favoriete rol glijden: die van de hardwerkende probleemoplosser en zorgdrager, die schijnbaar boven de partijen staat en het land door de crisis loodst.’  

    ‘De behoefte aan een betrouwbare crisismanager in het Catshuis was veel sterker dan de behoefte aan verandering,’ duidt ook de Frankfurter Allgemeine.

    De zuinige kameleon

    Toch is er ook veel kritiek op Rutte, schrijft SZ, wegens ‘een gebrek aan betaalbare woningen en grote problemen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, dat volgens velen systematisch kapot is bezuinigd’.

    ‘[Maar] zijn flexibiliteit hielp Rutte om zich te ontworstelen aan de schandalen en crises waarmee zijn regeringsjaren gepaard gingen. Het waren altijd de anderen die moesten boeten. De kinderopvangtoeslagaffaire is daar een goed voorbeeld van. (…) Rutte en zijn kabinet zijn om die reden in januari afgetreden en demissionair verdergegaan. Maar hij heeft zich, als hoofdverantwoordelijke, toch weer verkiesbaar gesteld.’

    ‘Wat de kiezers blijkbaar bevalt aan de regeringsleider,’ duidt SZ, ‘is zijn jeugdige, licht ondeugende charme en ostentatieve bescheidenheid. Rutte, die alleenstaand is, woont in een driekamerappartement in Den Haag, fietst naar kantoor en geeft elke donderdagavond als vrijwilliger maatschappijleer op een school. Hij probeert zijn intellectuele interesses zo veel mogelijk te verbergen. Maar de man, die goed piano speelt, heeft één keer spectaculair gefaald toen hij zich tijdens een EU-top verveelde en zich verdiepte in een biografie van Chopin.’

    Ook La Repubblica benadrukt de zuinigheid en de veerkracht van Rutte, ‘de zuinige kameleon die al elf jaar regeert’, kopt de krant boven een profiel van de lijsttrekker van de VVD. Il Sole 24 Ore noemt de demissionair premier zelfs ‘de “teflonpremier”, vanwege zijn vermogen om zich uit elke politiek lastige kwestie te manoeuvreren’, zoals de toeslagenaffaire.

    ‘Op het Europese toneel zal Rutte het meest ervaren zijn als Angela Merkel niet langer bondskanselier is,’ schrijf FAZ. Alleen Viktor Orbán is langer aan de macht.

    Nieuwe vrouwelijke ster

    ‘Maar de echte verrassing is de sprong voorwaarts van de liberaal-democratische partij D66, die vijf zetels wint, naar 24 stijgt en stevig tweede wordt,’ schrijft de Italiaanse zakenkrant.

    ‘Toen de eerste prognose van de uitslag bekend werd, sprong Sigrid Kaag op tafel van vreugde,’ aldus SZ. ‘Dat haar partij, ondanks het feit dat zij deel uitmaakt van de regering, haar zetelaandeel in het parlement kan uitbreiden van 19 naar een verwachte 24, heeft veel te maken met haar zelfverzekerde optreden in de tv-debatten, die dit keer nog belangrijker waren dan anders vanwege de pandemie. (…) De minister van Buitenlandse Handel met een uitgebreide internationale ervaring is de eerste vrouw in Nederland die een realistisch vooruitzicht heeft om ooit premier te worden.’

    Ook volgens Il Sole 24 Ore is het succes van D66 te danken aan de lijsttrekker, ‘Sigrid Kaag, een echte rijzende ster in de Nederlandse politiek. (…) ‘Zij spreekt Arabisch, heeft een Palestijnse echtgenoot en een kosmopolitische en pro-Europese instelling, in tegenstelling tot de euroscepsis van de rechtse partijen en het op zijn minst lauwe of utilitaire europeanisme van Rutte.’ Ook de Duitse krant Die Welt spreekt van ‘een nieuwe vrouwelijke ster in Den Haag’.

    ‘Sigrid Kaag is de eerste vrouw in Nederland die een realistisch vooruitzicht heeft om ooit premier te worden’

    Ook de Franse krant Le Monde is verrast door het succes van D66, die ‘zijn beste uitslag ooit haalde’ en dat in ‘een koninkrijk dat wordt gekenmerkt door wantrouwen jegens de Europese Unie, die over het algemeen wordt gezien als bureaucratisch en te duur’.

    Wie samen met de VVD en D66 een nieuwe coalitie gaan vormen blijft nog de vraag, aldus Il Sole 24 Ore, maar ‘in ieder geval is het zeer waarschijnlijk dat er een verschuiving zal plaatsvinden in de richting van een meer pro-Europese koers, gezien het succes van D66’.

    Extreemrechts

    Het politieke landschap in Nederland is na de verkiezingen verder versplinterd, aldus Der Spiegel. ‘In totaal zijn 17 partijen in het parlement gekomen – er is geen kiesdrempel van 5 procent zoals in Duitsland.’

    Veel Duitse kranten benadrukken de groei van extreemrechts. ‘Er zullen drie extreemrechtse partijen in het nieuwe parlement vertegenwoordigd zijn met in totaal 27 zetels,’ schrijft Der Spiegel [29 in de voorlopige uitslag]. Ondanks de krimp van de PVV, groeit de FvD en komt ook JA21, een afsplitsing van die partij, met drie zetels in de Tweede Kamer, merkt Die Welt op, ‘zodat de rechtspopulisten per saldo sterker uit de verkiezingen komen’.

    ‘In de toekomst bestaat nu iets minder dan een vijfde van het parlement uit extreemrechtse, nationalistische politici, meer dan ooit tevoren,’ merkt de Süddeutsche Zeitung op. ‘De wederopstanding van een bepaalde extreemrechtse politicus is opmerkelijk. (…) Thierry Baudet van FvD was na een racismeschandaal eigenlijk al afgeschreven, zijn partij viel uiteen.’

    ‘Voor de linkse partijen daarentegen is het resultaat een ramp, temeer daar linkse thema’s zoals sociale rechtvaardigheid en belastingbeleid de verkiezingscampagne domineerden,’ aldus SZ. ‘Het bitterste verlies is waarschijnlijk geleden door GroenLinks. (…) Aan de andere kant heeft de pro-Europese partij Volt, die voor het eerst meedeed, meteen drie zetels in de wacht gesleept. (…) In de herfst wil deze partij het ook in Duitsland proberen.’

    Hoge opkomst ondanks corona

    ‘De eerste landelijke verkiezingen in de EU ten tijde van covid-19 hebben een hoge opkomst gekend, rond 80 procent,’ schrijft Il Sole 24 Ore. ‘Dat komt door het besluit om de verkiezingen over drie dagen te spreiden, van maandag tot en met woensdag, en om zeventigplussers de mogelijkheid te bieden per brief te stemmen.’

    ‘Om een maximale veiligheid te garanderen, vervolgt het zakenblad, ‘werden zowat overal stembureaus ingericht, van sportscholen tot kerken, van musea tot concertzalen. Er werd zelfs gestemd in een windmolen. (…) Om de verkiezingspotloden niet te hoeven ontsmetten, hebben verschillende gemeenten ervoor gekozen de potloden mee te geven. Met als resultaat dat het souvenirs zijn geworden.’

  • De ravenmeester van de Tower of Londen

    De ravenmeester van de Tower of Londen

    De legende wil dat als alle raven de Tower of London verlaten, het Britse Rijk ten onder zal gaan. Er zijn er nog zeven. En als het aan ‘Yeoman Warder’ Christopher James Skaife ligt, worden het er weer acht. Hij mist Merlina.

    Niets in Edgar Allan Poe’s majestueuze gedicht ‘De raaf’ bereidt je voor op die penetrante geur. Maar Ravenmeester Christopher James Skaife van de Tower of London kent die maar al te goed. ‘Raven kunnen behoorlijk stinken, vooral de jongen. Ik heb maar een klein huisje, verstopt in de muren van de Tower of London, en de raven lopen daar graag omheen en poepen overal. Dat was het eerste waar mijn vrouw over klaagde.’

    Skaife (55) heeft een baan die vaak is omschreven als de ‘merkwaardigste van heel Groot-Brittannië’: hij is verantwoordelijk voor de raven die de Tower als hun huis beschouwen. De legende wil dat als alle raven de Tower verlaten, het Britse Rijk ten onder zal gaan. Deze statige bewakers, die Skaife als zijn ondeugende kinderen beschouwt, wonen op het zuidgazon en zwerven over het hele terrein. En Skaife, de zesde Ravenmeester in de geschiedenis van de Tower, zorgt voor ze.

    Volgens de legende moeten er altijd minstens zes raven zijn. Vorige maand waren het er acht. Nu nog maar zeven.

    De sociale media waren in rouw gedompeld, toen vorige maand bleek dat Skaifes beste vriendin en socialemediaster Merlina vermist was. Een woordvoerder van de Historic Royal Palaces (HRP), de  liefdadigheidsinstelling die de Tower en andere koninklijke locaties zoals Hampton Court en Kensington beheert, verklaarde: ‘Onze zeer geliefde raaf Merlina is al enkele weken niet bij de Tower gezien, en vanwege haar langdurige afwezigheid moeten we helaas aannemen dat ze is overleden.’

    Skaife: ‘Ik hou natuurlijk van alle raven, maar zij was net even anders.’

    De raven van de Tower zijn geen gevangenen: ze zijn niet gekortwiekt, hun vleugels zijn alleen enigszins bijgeknipt. In het verleden zijn er een paar verdwenen en nooit meer teruggekomen, maar Merlina was anders. Zij en Skaife waren maatjes, ze hadden een sterke band. Filmpjes waarop de twee aan het spelen zijn, werden kortgeleden een rage op TikTok. Maar toen Merlina een paar weken vermist was, besloot de Tower met een verklaring te komen.

    Ten tijde van haar verdwijning was Merlina volledig ‘vliegwaardig’: haar veren waren al verscheidene jaren niet geknipt en ze kon gaan en staan waar ze wilde. ‘Ik hoopte dat ze altijd in de buurt van de Tower zou blijven, omdat ze dat wilde, omdat ze mijn maatje was,’ zegt Skaife. ‘En ik denk dat ik mijn werk goed heb gedaan, omdat ze zo lang is gebleven. Ik heb geen flauw idee waarom ze nu opeens is verdwenen, het is heel vreemd. Ik heb geen enkel spoor van haar gevonden.’

    Intieme band

    Nu wordt de wereld van de ravenhouders in de kranten als geheimzinnig omschreven, maar in feite gaat het alleen maar om een man die zijn ziel en zaligheid wijdt aan zijn vogels. ‘We hebben in de loop van de jaren een ongelooflijk intieme band gekweekt,’ zegt Skaife tegen The Independent. ‘Ik voelde haar stemmingen aan en ik denk dat zij de mijne soms ook aanvoelde. Ik hou natuurlijk van alle raven, maar zij was net even anders.’

    Toen Merlina in 2007 in de Tower kwam wonen, vlak voordat Skaife daar kwam werken, werd ze Merlin genoemd. Ze was als jong langs de kant van de weg aangetroffen in Wales en opgenomen in de volière van een gezin. ‘Toen ik werd aangesteld als Ravenmeester hebben we haar naam veranderd in Merlina, omdat we erachter kwamen dat ze een vrouwtje was,’ zegt Skaife. ‘Vreemd genoeg hebben raven in de loop van de geschiedenis voornamelijk mannennamen gekregen, en dat probeer ik een beetje recht te trekken.’

    Omdat ze als jong door mensenhanden was grootgebracht, beschouwde ze mensen als familie. Maar zoals veel intelligente vogelsoorten had ze moeite met een leven in gevangenschap. Ze werd overgeplaatst naar een zwanenopvangcentrum in Barry [in Zuid-Wales], waar ze, zo schrijft Skaife in zijn in 2018 verschenen autobiografie The Ravenmaster, berucht werd om haar woedeaanvallen. In wanhoop benaderde het centrum de Tower, en Merlin (zoals ze toen dus nog heette) trad in koninklijke dienst.

    Raven behoren tot de intelligentste dieren ter wereld, ze kunnen zich meten met apen

    Je zou verwachten dat een Ravenmeester een ornithologische achtergrond heeft, maar dat was bij Skaife niet het geval. Voordat hij als Yeoman Warder of Beefeater [ceremonieel bewaker] in dienst kwam bij de Tower of London, had hij nog nooit een raaf gezien.

    Skaife had het grootste deel van zijn tienerjaren in Dover doorgebracht, waar hij voornamelijk spijbelde in de bossen met zijn vrienden. Door puur toeval was hij op school toen daar een legervoorlichter kwam spreken. Begeesterd door de verhalen over goeieriken en slechteriken ging de zestienjarige Skaife van school om soldaat te worden. Artillerist en tamboer, om precies te zijn.

    Iedere militair kan Yeoman Warder worden, maar dan moet hij wel minimaal 22 jaar in dienst zijn, over een onbevlekt blazoen beschikken en wellicht over een voorliefde voor macabere zaken. In theorie bewaken de Yeoman Warders de kroonjuwelen en eventuele gevangenen in de Tower of London. In de praktijk fungeren ze tegenwoordig als gidsen voor het bezoekende publiek, als verhalenvertellers aan de kinderen en als bewaarders van de legenden.

    Komische vogels

    Toen Skaife op zijn veertigste in de Tower kwam werken, raakte hij gefascineerd door de enorme maar ook komische vogels. Charles Dickens, die bekendstond als houder en liefhebber van raven, beschreef hun tred als die van een heer met te strakke laarzen aan, die over losse kiezels probeert te lopen. Skaife zegt: ‘Pas als je naast een raaf staat, besef je hoe groot en sterk ze zijn. Maar toen ik die raven gemoedelijk rond de Tower zag hopsen, was ik vooral geboeid door hun bewegingen en de manier waarop ze het publiek gadeslaan.’

    Raven behoren tot de intelligentste dieren ter wereld. Ze kunnen zich meten met apen: ze gebruiken gereedschap, denken vooruit en zijn in staat om wrok te koesteren. Maar Skaife wist praktisch niets van raven en kende alleen de grondregels voor hun verzorging. Derrick Coyle, zijn voorganger, had het gevoel dat de vogels weleens op Skaife gesteld zouden kunnen raken. Op een dag duwde Coyle hem in een ravenkooi en zei dat hij de vogels niet in de ogen moest kijken.

    De raven – en Coyle – besloten dat Skaife geschikt was. Coyle nam hem onder zijn hoede als assistent. Toen Coyle in 2011 met pensioen ging, nam Rocky Stones het over, maar toen die kort daarna ziek werd, was het Skaifes beurt, bijna bij gebrek aan beter. ‘Pas toen ik het werk al maanden deed, besefte ik dat er heel wat meer bij de verzorging van raven komt kijken dan je op het eerste gezicht zou zeggen.’

    Om Ravenmeester te worden moet je de regels van de vogels leren, hun pikorde. Een beetje zoals in het leger. De raven dulden niet dat er van hun routine wordt afgeweken, en ze bewaken hun territorium agressief. Een dag begint doorgaans om half zes, wanneer Skaife zich in het donker aankleedt bij het geluid van het vroegeochtendverkeer en de vogels naar buiten laat voor hun ontbijt.

    ‘Raven zijn wilde vogels. Net als mensen hebben ze behoefte aan vrijheid. Maar ze hebben ook behoefte aan bescherming’

    Toen hij net begon zaten de vogels nog in de tamelijk krappe nachthokken uit de jaren tachtig. Maar Skaife zegt in zijn boek dat dat hem een onprettig gevoel gaf. ‘Raven zijn wilde vogels. ‘Net als mensen hebben ze behoefte aan vrijheid. Maar ze hebben ook behoefte aan bescherming.’

    Hij ging met de HRP in gesprek over de bouw van een omheinde plek die de vogels overdag vrijheid zou bieden en ’s nachts bescherming. Na twee jaar onderzoek en na overleg met de Londense dierentuin kwam er een ontwerp, al viel het nog niet mee om daarvoor een vergunning te krijgen. En natuurlijk moest het onderkomen bestand zijn tegen vossen, de ‘roodharige ellendelingen’ waarmee Skaife in een voortdurende strijd is verwikkeld.

    De vogels werden gevreesd, gehaat als overbrengers van de pest, en als voorbodes van de dood beschouwd

    De rest van de dag is Skaife bezig zijn levende haven in toom te houden. Hij heeft assistentie van een team collega-Beefeaters, het Raventeam. Ze beëindigen ruzies, voeren de vogels, delen medicatie uit en helpen wetenschappers die het gedrag van de vogels komen bestuderen. De raven eten kip, lam, rat en, als traktatie, in bloed gedrenkte hondenbrokjes. Anderhalve ton voedsel per jaar. Skaife brengt heel wat tijd door op de Smithfield-markt, om voedsel los te praten bij de handelaars.

    Net als andere Yeomen geeft hij rondleidingen door de Tower en staat hij journalisten, historici en kinderen te woord. Skaife is zowel rondleider als  verhalenverteller. Hij is ook een icoon: volgens zijn eigen berekening wordt hij zo’n drie- à vierhonderd keer per dag gefotografeerd. En hij heeft meerdere raventatoeages, waaronder een van een raaf met een bolhoed die een pijp rookt.

    Daarnaast doet Skaife onderzoek naar raven en schrijft daar uitgebreid over, vooral kinderverhalen. Maar hij was nooit van plan geweest The Ravenmaster te schrijven. ‘Ik kreeg het verzoek van een Amerikaanse uitgever die zo aardig was een hele dag naar mijn gewauwel te luisteren.’

    Balanceeract

    Skaife gunt de raven meer vrijheid dan enige Ravenmeester voor hem. Het is een eindeloze balanceeract, zegt hij, om ze vrij te laten ronddolen en ze tegelijkertijd aan te moedigen om te blijven. Hij knipt de veren zo min mogelijk bij. Met name Merlina had een vrijbrief. Ze was de enige raaf die weigerde de omheining binnen te gaan; ze bracht de nacht liever door op een dak. ’s Ochtends speurde Skaife altijd eerst de lucht af, op zoek naar haar silhouet.

    Maar de rest van de vogels laat zich ’s avonds een voor een, in de juiste volgorde, naar hun omheinde ruimte sturen. Een volgorde waarin je je beter niet kunt vergissen. In 2010 nam raaf Munin een verstoring van de vaste routine te baat om te ontsnappen. En net als kinderen gaan de dieren vaak met tegenzin naar bed. ‘Als ik soms naar die jonge verzorgers kijk, vraag ik me af of ze het geduld hebben om vijf uur lang in de stromende regen te staan om een raaf van een dak te lokken.’ Skaife moest een keer de White Tower op klimmen om een ongehoorzame vogel te vangen en hij komt regelmatig te laat thuis voor het avondeten.

    Stel je de Ravenmeester voor die, in zijn statige blauwe uniform met koninklijke insignes, met een visnet achter een vogel van drie kilo aan zit. Skaife zegt dat hij dat net in zestien jaar maar één keer heeft hoeven gebruiken, toen de poot van een raaf vastzat.

    Wat vind Skaifes echtgenote van Merlina, die andere vrouw? ‘Nou, in haar jonge jaren heeft ze The Birds van Alfred Hitchcock gezien, en die is ze nooit vergeten. Dus mijn vrouw en de vogels kunnen niet zo goed met elkaar opschieten,’ lacht hij. ‘Ze vindt het mooi wat ik doe en steunt me voor honderd procent, maar van de vogels moet ze niet zo veel hebben.’

    Hij herinnert zich dat zijn vrouw, toen hij de jongen grootbracht, haar teennagels rood had gelakt. ‘Poppy was gefascineerd door die rode nagels. En als er nu bezoekers binnenkomen, denkt Poppy nog steeds dat die rode teennagels hebben; ze heeft al heel wat keren in schoenen en voeten van mensen gepikt. Dus pas op als je in de buurt van de ravenomheiningen komt, want enig voetenfetisjisme is Poppy nog altijd niet vreemd.’

    Legende

    De raven zijn het symbool van de Tower, de grote toeristentrekpleister, de gevederde kroonjuwelen. Maar de menselijke fascinatie voor deze vogels dateert al van ver voor het beroemde Londense vestingwerk. Raven zijn de meest wijdverbreide leden van de familie der kraaiachtigen, waartoe ook gewone kraaien, eksterachtigen en roeken behoren; ze kunnen op ieder continent worden aangetroffen, behalve op Antarctica. Ook figureren ze overal ter wereld als spirituele figuren in inheemse verhalen, van Siberië en Bhutan tot Noord-Amerika. In de noordse mythologie is een hoofdrol weggelegd voor een ravenpaar genaamd Huginn (‘gedachte’) en Muninn (‘herinnering’), die de wereld over vliegen en de goden nieuws brengen. Ze worden nog altijd aanbeden door de IJslanders. Volgens de Bijbel was een raaf het eerste dier dat Noach losliet op zijn ark.

    Ze komen ook veel voor in Keltische verhalen. Volgens de Welshe legende werd het hoofd van Bran de Gezegende in de buurt van de Towerheuvel begraven. (‘Bran’ betekent raaf.) De vogel figureert nog altijd op het wapenschild van het eiland Man. Het zou koning Karel II zijn geweest die in de zeventiende eeuw beval de zwarte lijfwachten bij de Tower te stationeren. Tot de achttiende en negentiende eeuw, toen ze in groten getale werden afgemaakt, kwamen raven veelvuldig voor in het Verenigd Koninkrijk.

    historicroyalpalaces5 2 2 1
    De raven van de Tower of London zijn geen gevangenen: ze zijn niet gekortwiekt, hun vleugels zijn alleen enigszins bijgeknipt – © Historic Royal Palaces / Richard Lea-Hair

    De vogels werden gevreesd, gehaat als overbrengers van de pest en andere ziekten, en als voorbodes van de dood beschouwd. Zoals Poe schreef: ‘Wat die zwarte, nare vogel uit het donkre schimmenheer?’ (Ironisch genoeg viel Poe’s gedicht, dat was geïnspireerd door Charles Dickens en diens huisraaf Grip, samen met een grote gotische opleving die tot gevolg had dat de vogels weer in zwang raakten.) Maar aan het eind van de negentiende eeuw waren de wilde exemplaren praktisch uitgeroeid.

    Hun onderkomen droeg ook al niet bij aan hun reputatie. De Tower was al synoniem met dood, marteling en straf. Er werden daar maar liefst drie koninginnen van Engeland vermoord: Anne Boleyn, Katherine Howard en Lady Jane Grey. Het donkergrijze steen oogt onheilspellend in het schemerlicht, en bloed bevlekt rijkelijk het gras.

    Zoals Skaife zegt: ‘Mensen zijn behoorlijk morbide aangelegd, dus zijn we altijd op zoek naar het kwaad. We zijn echt gefascineerd door macabere dingen.’ Om die reden gelooft hij dat heel wat marteldetails uit de koker van vroegere Yeoman-bewaarders komen; er is immers maar een handjevol mensen in de Tower terechtgesteld, en maar heel weinigen werden werkelijk gemarteld op koninklijk bevel.

    De legende van de raven van de Tower, en het verhaal dat hun verdwijning een voorbode zou zijn van het eind van het Britse Rijk, deed pas opgeld aan het eind van de negentiende eeuw. Skaife vermoedt dat het een verhaal van behoorlijk recente datum is, verzonnen door Yeoman-bewaarders ‘om hun zakgeld wat op te krikken’.

    Tijdens de Blitzkrieg dienden de vogels hun land als vliegtuigspotters. Helaas waren er na afloop van de bombardementen nog maar twee raven over. In 1969 werd de eerste officiële Ravenmeester aangesteld, maar pas in 1981 werden de vogels in het Verenigd Koninkrijk tot beschermde diersoort verklaard. En toch worden kraaiachtigen, en dan vooral kraaien, ondanks hun grote intelligentie nog altijd bij honderden afgeschoten.

    Katten 

    Volgens Nicola Clayton, hoogleraar dierlijke cognitie in Cambridge en een vermaard deskundige op het gebied van kraaiachtigen, lijdt de soort onder een slecht imago. ‘Er wordt beweerd dat kraaiachtigen de nesten van andere vogels uitmoorden en allerlei andere schade aanrichten, maar dat is niet waar. Of dat ze verantwoordelijk zijn voor de vermindering van het aantal zangvogels, en ook dat is niet waar. De schuldigen zijn katten die naar buiten worden gelaten, en homo sapiens.’

    Interessant genoeg voegt ze eraan toe dat hoe zwarter de kraaiachtigen zijn, des te slechter hun reputatie is. Mensen hebben een grotere hekel aan kraaien en eksterachtigen dan aan bijvoorbeeld Vlaamse gaaien, misschien ‘omdat we van mooie kleuren houden’. Het zou ook bijgeloof kunnen zijn, zoals in het geval van zwarte katten.

    Tegenwoordig zijn raven nog steeds uiterst zeldzaam. De Tower of London is waarschijnlijk de enige plek waar je ze nog kunt zien. Clayton kent de raven van de Tower en ook Skaife goed: ‘Ik had de indruk dat Merlina dol op hem was, en hij op haar, en hij zal er vast kapot van zijn.’

    Tijdens de Blitzkrieg dienden de vogels hun land als vliegtuigspotters

    Net als in victoriaanse tijden maakt de raaf een soort comeback. Toen George R.R. Martin begon met het schrijven van zijn serie A Song of Ice and Fire, bracht hij regelmatig een bezoek aan de Tower, en aan Skaife. Martin nam de raven in zijn wereld op als boodschappers, met een almachtige, allesziende wijze genaamd de Drieogige Kraai die de jonge Bran Stark uiteindelijk moest worden. In de tv-bewerking werd hier een drieogige raaf van gemaakt.

    ‘George Martin heeft de raven echt een dienst bewezen,’ zegt Skaife. ‘Als anderen over ze schrijven, is het met allerlei duistere connotaties, zoals dood en verderf, terwijl George iets anders deed. Hij zei tegen me dat hij de raven in een positiever daglicht wilde stellen. Ik ben nu een groot fan van Game of Thrones.’

    Raven in Game of Thrones.

    Het is die combinatie van gotisch en komisch die raven zo boeiend maakt: ze zijn paradoxaal. Skaife zegt dat al zijn raven iets ondeugends hebben. ‘Het is alsof je een speelgoedwinkel binnenkomt met een stuk of zes kinderen van wie je hoopt dat ze netjes bij je blijven, maar die door de looppaden rennen en al het speelgoed aanraken. Ze kunnen lastig zijn, maar ook heel aanhalig.’

    Wat misschien verklaart waarom ze zo populair zijn geworden op sociale media. Daar gaat momenteel zelfs alle vrije tijd van de Ravenmeester aan op. Hij begon pas een maand geleden filmpjes te posten op TikTok, maar heeft nu al een enorm publiek. ‘Ik probeer zo veel mogelijk fratsen vast te leggen die de raven uithalen, zoals van hun stok vallen en tegen dingen aan botsen; ze doen alles wat mensen ook doen en het is zo grappig om naar ze te kijken. Ik heb een paar filmpjes gepost waarin ik Merlina aai en ook een paar andere raven. Je kunt zien dat ze vraagt om een aai en dat ze me haar genegenheid wil tonen. Ze kunnen echt contact met je maken. Net als wij hebben ze gevoelens, die ze misschien niet altijd geweldig goed kunnen uiten, maar ze bezitten wel de emotionele kracht om dat te doen, en dat is ongelooflijk.’

    Kroepoek

    Merlina is de ster, met ook op Instagram en Twitter een grote schare trouwe volgers. ‘Ze krijgt kaarten van over de hele wereld, is op televisie geweest, speelt met stokken, rolt over de grond,’ zegt Skaife. ‘Ze is vooral dol op kroepoek. Ze is erg fotogeniek, en ik denk dat ze een gevoelige snaar raakt bij mensen.’

    Volgens Skaife trekken raven van nature mensen aan die met de donkerder kant van het leven worden geassocieerd. En ook de toename van hun populariteit heeft een donkerder kant.

    Lloyd Buck, vogelkenner en presentator van natuurprogramma’s, zegt dat door het succes van Games of Thrones veel mensen met het idee speelden om een raaf als huisdier te nemen. ‘Maar daarvoor zijn ze waarschijnlijk de minst geschikte vogels die je maar kunt bedenken. Heel intelligent, ja, maar ook onvoorspelbaar, vernielzuchtig en verbazingwekkend humeurig.’

    Opening 2

    Buck (53) kan het weten. Hij werkt al bijna dertig jaar met vogels en heeft ze al sinds zijn zesde als huisdier. Hij en zijn vrouw Rose helpen dieren trainen voor natuurfilms en -series, onder meer van David Attenborough. Buck heeft zijn eigen raaf, die ook Bran heet. Zijn Bran is de zoon van een ravenpaar uit de Tower.

    Het is die combinatie van gotisch en komisch die raven zo boeiend maakt: ze zijn paradoxaal

    ‘Alle kraaiachtigen,’ zegt Buck, ‘hebben net iets extra’s, iets wat ze een beetje anders maakt. Ik houd al mijn hele leven vogels, en ik heb nooit andere vogels gehad die op ze lijken. Als ze je aankijken, proberen ze je echt te doorgronden.’

    Net als Merlina is Bran door mensenhanden grootgebracht – Buck kreeg hem als jong van amper twintig dagen – en hij ziet Buck als een vaderfiguur. Volgens Buck is Bran een lieverd: dol op zwarte bessen plukken en uiterst gevoelig voor Bucks stemmingen. Voor zover hij weet, is Bran de eerste en enige raaf die ooit een camera heeft gedragen, aan een tuigje. Hij is waarschijnlijk ook de eerste raaf die het heeft overleefd nadat hij per ongeluk in zijn borst was geschoten.

    Buck zegt dat hij menigmaal is benaderd door mensen met ravenjongen. Hij raadt altijd af de vogel als huisdier te houden. Zelf denkt hij overigens dat Merlina nog wel ergens rondzwerft. ‘Soms willen ze gewoon eens wat anders. Volgens mij is er een goede kans dat ze nog leeft.’

    Rage

    Mike Keen, een ander lid van de broederschap van ravenhouders, deelt Bucks zorgen over het feit dat de vogels zo’n rage zijn geworden. Omdat ze zo intelligent zijn, zegt hij, is het gemeen om ze in een volière op te sluiten. Ze raken gemakkelijk verveeld, en ze kunnen in gevangenschap wel veertig worden. ‘Het zijn geen hamsters.’ Maar toen de 51-jarige kroegbaas uit Suffolk een ravenjong kreeg aangeboden door een vriend, aarzelde hij geen moment. ‘Ze was drie weken oud toen ik haar kreeg, en toen ik haar een week of vijf had, begon ik foto’s en filmpjes te posten op Instagram. Toen kreeg ik te maken met de schimmige wereld van de ravenhouderij.’

    Ook Keen maakte kennis met de Ravenmeester, via Instagram. Skaife bracht een bezoek aan Keens café en stond er versteld van hoe tam de vogel was: ze vloog vrij rond maar kwam altijd terug. ‘Hij wilde de raven van de Tower net zo aanhankelijk maken, zodat ze niet zouden wegvliegen. Dus zijn we daar samen mee aan de slag gegaan.’

    Dat raven zich graag met mensen inlaten heeft maar één reden: eten

    In 2018 lanceerde de Tower een ravenfokprogramma, omdat het steeds moeilijker werd aan jongen te komen. (Er zijn betrekkelijk weinig legale fokkers.) Het jaar daarop bracht Skaifes broedpaar vier jongen voort, de eerste in de Tower sinds dertig jaar. Keen nam er drie, Skaife hield George die later een meisje bleek te zijn, Georgina. En Keen verzorgde de drie ravenjongen van de Tower in een kooi in zijn slaapkamer.

    Wat Keen betreft is er geen betere ravenverzorger dan Skaife. ‘Hij is ongelooflijk. Maar het is altijd link om te proberen ze in de Tower te houden zonder dat ze kunnen wegvliegen. Ze zinnen altijd op een kans om ervandoor te gaan. Dat hoort er gewoon bij als je raven houdt.’

    ‘Maar,’ zegt hij, ‘de sociale media laten alleen de positieve kanten zien. Er is me door heel wat mensen gevraagd waar ze een ravenjong kunnen scoren, en ik heb het bijna iedereen afgeraden. Gelukkig is het behoorlijk moeilijk om er een op te kop te tikken, en het zijn beschermde vogels in Engeland. Hopelijk blijft dat zo. De ravenhouders vormen een heel klein wereldje, en dat kan maar beter zo blijven.’

    Speelse kinderen

    Het tijdstip van Merlina’s verdwijning, midden in de pandemie, in een land dat nog natrilt van de brexit, heeft het publiek de stuipen op het lijf gejaagd. ‘Wij zijn een bijgelovig volkje,’ zegt Skaife. Maar hij voegt eraan toe; ‘We hebben nog altijd zeven raven. Pas als die allemaal weg zijn zou ik zonder werk zitten.’

    Hij beschrijft de vogels als ‘een groep speelse kinderen’, elk met een ander karakter en met een andere kleur ring om zijn poot, om ze uit elkaar te houden. Al heeft Skaife die ringen niet nodig. ‘Erin is mijn oudste, zij is moeder de gans, ze heeft de wind eronder. Rocky heeft een machonaam maar is helemaal geen macho. Harris en Gripp zijn mijn pubers. Kleine Poppy is prachtig en ze doet het heel goed, maar ze is vreselijk ondeugend. Georgie gaat goed vooruit en leert een heleboel van Poppy. Jubilee is wat majestueuzer.’

    Vorige zomer meldden veel kranten dat de raven verveeld raakten door het gebrek aan toeristen, en dat ze daarom verder weg vlogen

    Dus de toekomst van het Britse Rijk is voorlopig veiliggesteld. Maar hoe zit het met de Tower, en de raven die er wonen? Als liefdadigheidsinstelling is de HRP afhankelijk van bezoekers. Met de inkomsten kunnen de gebouwen worden onderhouden en de vogels worden gevoerd. De verzorging van de raven kost nog geen tienduizend pond per jaar en ze zijn hun geld meer dan waard als toeristische trekpleister, en natuurlijk ook door het auteursrecht van Skaifes boek. Maar de pandemie is funest voor de inkomsten van de liefdadigheidsinstelling. Volgens een woordvoerder kelderen die dit jaar met honderd miljoen pond, een afname van ruim 85 procent.

    Vorige zomer meldden veel kranten dat de raven verveeld raakten door het gebrek aan toeristen, en dat ze daarom verder weg vlogen. Maar Skaife haast zich dat te corrigeren. ‘Wat er toen in de kranten stond was feitelijk onjuist. Natuurlijk waren de dieren door de lockdown lange tijd op zichzelf aangewezen, maar raven zijn heus niet de beste vrienden van mensen. Dat ze zich graag met mensen inlaten heeft maar één reden: eten. Ze raakten helemaal niet verveeld.’

    Schermafbeelding 2021 02 24 om 22.20.27 2
    Ten tijde van haar verdwijning was Merlina volledig ‘vliegwaardig’: haar veren waren al verscheidene jaren niet geknipt en ze kon gaan en staan waar ze wilde. – © Historic Royal Palaces / Richard Lea-Hair

    Dichtten de media de vogels te veel menselijk eigenschappen toe en projecteerden ze hun eigen frustratie op de raven? Skaife denkt dat er eerder sprake is van een misvatting. De vogels gingen gewoon eens ergens anders hun benen strekken.

    En bovendien waren de raven helemaal niet alleen. Wat mensen altijd verbaast, zegt Skaife, is dat er zo’n honderdvijftig mensen binnen de muren van de Tower wonen. ‘We hebben hier onze eigen kroeg, we hebben een kapelaan, een politieman, een eigen arts.’

    Toeristen die over de kantelen lopen, zijn vaak verbaasd als ze beneden auto’s zien staan, was die te drogen hangt en spelende kinderen. ‘Het is een kleine gemeenschap in het hart van Londen. En de raven zijn daar onderdeel van.’

    Net als wij allemaal zijn Skaife en zijn Tower-team in lockdown – Skaife beklaagt zich over de slechte wifi tussen de oeroude muren – maar ze hopen voor Pasen weer open te kunnen. Er zijn voorlopig nog geen plannen om Merlina te vervangen (al is ze volgens Skaife onvervangbaar). ‘Merlina was de onbetwiste aanvoerder van het stel, de ravenkoningin van de Tower,’ zegt een woordvoerder. ‘Ze zal node worden gemist door de andere raven, de Ravenmeester en alle anderen binnen de Tower-gemeenschap.’ Maar haar naam zal voorlopig niet in een grafsteen worden gebeiteld, voor het geval ze toch nog terugkomt.

    Raaf onder de raven

    Nathan Emery, gespecialiseerd in cognitief vogelgedrag, heeft de raven van de Tower de afgelopen vier jaar bestudeerd. De experimenten leveren geen geld op, maar ze zijn van onschatbaar belang voor de studie van de dierlijke intelligentie. Naast de intelligentie van kraaiachtigen krijgt ook het voortbestaan van de soort steeds meer aandacht. Ravenpopulaties beginnen zich te herstellen, en de Britse vogelbescherming doet er alles aan om illegale jagers voor de rechter te brengen.

    Maar volgens Emery heeft Skaife ‘meer voor de kraaiachtigen betekend, en voor raven in het bijzonder, dan honderd wetenschappelijke studies ooit zouden kunnen. Zijn aanstekelijke humor en zijn grote inzicht in hun aard, die hij heeft verkregen door raaf onder de raven te zijn, is zowel een bewijs van zijn fascinatie voor de soort als van zijn vermogen om zich om dieren te bekommeren die in veel opzichten van ons verschillen maar ook frappante gelijkenissen met ons vertonen. Dat zijn favoriete pupil, Merlina, vermist wordt, en misschien wel dood is, is hartverscheurend, maar we kunnen ook wensen dat ze heeft besloten de wereld te gaan verkennen, nu wij mensen een minder prominente rol in haar leven spelen.’

    Skaifes vrouw en 31-jarige dochter wonen inmiddels niet meer bij hem in de Tower-bubbel. Ze zijn twee jaar geleden verhuisd naar Whitstable in Kent, waar Skaife op zijn vrije dagen heen reist. ‘Dus ik leef hier een beetje als een vrijgezel. Met alleen zeven raven.’

    En over Merlina, die nooit meer zijn maatje zal zijn, zegt hij: ‘Ik hoop echt dat ze nog ergens is, waar ze waarschijnlijk vakantie viert of iets liefdadigs doet. Dat blijf ik hopen. Als eeuwige optimist. Ja, het verlies van een raaf is afschuwelijk voor mij, afschuwelijk voor de Tower, maar er gebeuren momenteel veel dingen in de wereld die het volstrekt onbetekenend maken. Belangrijker is dat ze mensen in de loop der jaren een heleboel liefde heeft gegeven. Ik wil dat ze daarom herinnerd wordt.’

  • Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Nu de regering van Joe Biden de erfenis van Donald Trump in Latijns-Amerika begint te ontmantelen, lijken landen in die regio voorzichtig optimistisch over de kans op constructievere banden met hun grote noorderbuur.

    Bidens snelle overschakeling op een humaner immigratiebeleid geeft een krachtig signaal af. De president belooft zijn beleid te baseren op nationale (in plaats van persoonlijke) belangen en waarden, met hernieuwde aandacht voor democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Ook geeft hij grote prioriteit aan de strijd tegen klimaatverandering. 

    Nadruk moet liggen op handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen

    Maar de bittere realiteit waar Latijns-Amerika mee kampt, kan deze nieuwe regering nog danig dwarsbomen in haar doelen en ambities voor deze regio, die gebukt gaat onder geweld en grote ongelijkheid. Al sinds 2013 zit Latijns-Amerika in een neerwaartse spiraal die alle maatschappelijke en economische vooruitgang teniet heeft gedaan die in het decennium daarvoor was geboekt.

    Linkse zowel als rechtse regeringen laten het afweten: de middenklasse krimpt en extreme armoede en werkloosheid rijzen de pan uit, met sociale onrust en protesten tot gevolg. De politiek raakt steeds meer gepolariseerd en wordt conflictueuzer, en de tevredenheid over de democratie is in decennia niet zo laag geweest. De hele regio is inmiddels een vruchtbare voedingsbodem voor autoritair leiderschap.

    De coronapandemie legt de maatschappelijke problemen genadeloos bloot: de zwakte van de instituties, de diepgewortelde corruptie in politiek  en bedrijfsleven, en het systematische falen van gezondheidszorg, onderwijs en andere vormen van openbare dienstverlening. Volgens het IMF zal het bbp per hoofd van de bevolking in de economieën van Latijns-Amerika op zijn vroegst in 2025 weer op het niveau zijn van voor de pandemie.

    Veel economen voorspellen een verloren decennium dat vergelijkbaar met of nog erger zal zijn dan de schuldencrises van de jaren tachtig. En het is vooral zorgwekkend dat de regio nog nooit zo verdeeld is geweest en verstoken van eendrachtig leiderschap. Elk land kiest een andere koers en het gebrek aan onderlinge samenwerking is opvallend.

    AM ANP 52258006
    Kiezers wachten om hun stem uit te brengen in Caracas, Venezuela. Op de achtergrond een muurschildering van de overleden presidentHugo Chavez. – © AP Photo / Ariana Cubillos

    Biden zal zich in zijn beleid ten aanzien van Latijns-Amerika beperkt weten door de vele binnenlandse problemen die hij heeft geërfd en die veel aandacht, geld en politiek kapitaal gaan kosten. Europa en Azië zullen in zijn buitenlandbeleid meer prioriteit krijgen dan Latijns-Amerika. Hij aarzelde gelukkig niet om meteen duidelijk te maken dat het nieuwe Latijns-Amerika-beleid van de VS sterk zal verschillen van dat onder zijn voorganger. Het stopzetten van de bouw van de muur langs de grens met Mexico, veranderingen in de regelgeving rond asielaanvragen, de hereniging van gezinnen die op wrede wijze uit elkaar zijn gehaald en andere voorgestelde hervormingen van het immigratiebeleid zullen in de hele regio met gejuich zijn ontvangen. En de eerste tekenen van een nieuwe houding tegenover Venezuela en Cuba zijn eveneens bemoedigend.

    In het geval van Venezuela wordt pragmatische diplomatie verwacht, waarin de VS weer samen met de EU tot serieuze onderhandelingen probeert te komen. En ook met Cuba zal de VS waarschijnlijk meer betrekkingen aangaan, ongeveer zoals tijdens de dooi onder Obama in 2015. Een stoere opstelling in de vorm van dreigementen en harde sancties is tot nu toe contraproductief geweest, en vooral ook schadelijk voor gewone burgers.

    Bereidwillige partners

    Wel zal de regering-Biden het moeilijk krijgen met het vinden van bereidwillige partners voor de verdediging van de democratie in Latijns-Amerika. Sommige Latijns-Amerikaanse regeringen vonden het wel prettig dat Trump ze hun gang liet gaan op het gebied van democratie en mensenrechten. De afgelopen vier jaar bestond ‘samenwerking’ met de VS vooral uit tegemoetkoming aan de eisen van dat land, met name op het gebied van immigratie.

    Deze regeringen zullen zich nu op hun nationale soevereiniteit en de onwenselijkheid van inmenging in binnenlandse aangelegenheden beroepen als de regering van Biden openlijk stevige standpunten inneemt over bijvoorbeeld de militaire corruptie in Mexico, de ontbossing in Brazilië of het vermoorden van activisten in Colombia.

    Het moreel gezag van de Verenigde Staten als hoeder van de democratie heeft in de afgelopen vier jaar steeds meer deuken opgelopen, met als hoogtepunt de bestorming van het Capitool op 6 januari. Biden zal er nog een hele kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was en de VS een betrouwbare en geloofwaardige partner is als het gaat om mensenrechten en democratie. Hij zal ten aanzien van alle regeringen in de regio een consistente lijn moeten volgen, ongeacht of ze links of rechts zijn, en ook al tonen ze zich bereid de Verenigde Staten op andere punten tegemoet te komen. Een goede behandeling van immigranten en serieuze aandacht voor ongelijkheid en racisme binnen de Verenigde Staten zouden het aanzien van zijn regering op dit vlak versterken.

    Daarnaast moet Trump vooral niet worden nagevolgd in zijn pogingen om China te demoniseren en de groeiende Chinese invloed in Latijns-Amerika te beschrijven in bewoordingen die doen denken aan de Koude Oorlog. In plaats daarvan moet Biden zijn belofte nakomen om te zorgen dat zijn eigen land in deze regio effectiever kan concurreren. De nadruk moet liggen op een toename van de handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen in Latijns-Amerika.

    Biden zal er een kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was

    Bidens aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar de zogenaamde Noordelijke Driehoek: Guatemala, Honduras en El Salvador, de voornaamste herkomstlanden van illegale immigranten in de VS. Als vicepresident stond hij al aan de wieg van de Alliance for Prosperity, een samenwerkingsverband met landen in de regio, en als president heeft hij nu een pakket van 4 miljard dollar voorgesteld om op het gebied van economie, veiligheid en bestuur de achterliggende oorzaken van migratie aan te pakken. Een lovenswaardig idee, maar de welig tierende corruptie in veel van deze landen maakt de uitvoering van zo’n ambitieus plan erg moeilijk. 

    Gezien de uitdagingen waar de VS zich in zijn Latijns-Amerika-beleid voor gesteld ziet, zou Biden er verstandig aan doen te kiezen voor een klein aantal bescheiden en realistische doelstellingen. De nijpende binnenlandse problemen hebben voor zijn regering de hoogste prioriteit. Maar om duidelijk te maken dat zijn land niet langer een koers vaart van ‘America First’, is met name samenwerking in de bestrijding van de pandemie van cruciaal belang.

    Herstel economie

    De Verenigde Staten hebben zich weer aangesloten bij de Wereldgezondheidsorganisatie en bij Covax, een wereldwijd initiatief voor de levering van coronavaccins. Wat de regering-Biden nu ook zou moeten overwegen, is een serieus initiatief om de Latijns-Amerikaanse landen te helpen een eind te maken aan de pandemie en een begin te maken met het herstel van de economie en de sociale rechtvaardigheid.

    Een cruciale eerste stap zou bestaan uit financiële en logistieke hulp bij de inkoop van vaccins en de brede verspreiding daarvan onder de bevolking, en dan met name de kwetsbaarste groepen. Er is niets wat het vertrouwen in en de samenwerking met de Verenigde Staten zo zou opvijzelen als hulp op dit gebied. 

  • Tien jaar na de Arabische Lente snakt de jeugd naar perspectief

    Tien jaar na de Arabische Lente snakt de jeugd naar perspectief

    In 2010 en de jaren die volgden spoelde er een veelbelovende portestgolf over de Arabische wereld. Nog altijd is de regio instabiel, en snakt de jongere generatie naar een (normaal) leven.

    De afgelopen tien jaar zijn er in de Arabische wereld dingen gebeurd die normaal gesproken goed zijn voor een eeuw geschiedenis. Revoluties, contrarevoluties, regimes die in de afgrond storten, regimes die hun land in de afgrond storten, burgeroorlogen die buiten hun oevers treden, staten binnen de staat die de gevestigde orde aan het wankelen brengen, oude machten die een comeback maken, nieuwe machten die de door hun voorgangers achtergelaten buit proberen binnen te halen, allianties die worden gesmeed, allianties die uiteenvallen. En alles gebeurt tegelijkertijd, nergens lijkt nog sprake te zijn van een stevig fundament, elke overtuiging wordt getart en elke toekomstvoorspelling is riskant. Tunesië, Egypte, Soedan, Libië, Algerije, Syrië, Irak, Bahrein, Jemen, Saoedi-Arabië, Libanon, noem maar op: bijna geen enkel Arabisch land heeft zich kunnen onttrekken aan deze versnelling van de geschiedenis, die vele vormen kende en dus ook uiteenlopende gevolgen heeft gehad.

    Het begon allemaal op 17 december 2010 met de wanhoopsdaad van Mohammad Bouazizi, een Tunesische groente-en-fruitverkoper die zichzelf in brand stak. Aangezien de gevolgen van de diepgaande omwenteling nog lang niet zijn uitgewoed, is een weloverwogen terugblik onmogelijk en kunnen we dus ook nog geen verstrekkende conclusies trekken. Hoe zal de Arabische wereld eruitzien als dit hoofdstuk eenmaal is afgesloten? Welke scheuringen zullen zich hebben voorgedaan, welke ontwikkelingen blijken duurzaam te zijn, nadat de regio decennialang in een diepe sluimer leek te verkeren? Niemand die het weet. En toch horen we al jaren die aanzwellende deun dat de Arabische Lente – de term zelf geeft al permanent aanleiding tot discussie – niets anders was dan een grootse luchtspiegeling. 

    MO GettyImages 464984333 2
    Aanhangers van de Egyptische minister van Defensie Fattah al-Sisi verzamelen zich in januari 2014 op een zwaar beveiligd Tahrirplein in Caïro om de derde verjaardag van de opstand te vieren. – © Ed Giles / Getty Images)

    Voor die stelling is natuurlijk ook wel wat te zeggen. De Arabische Lente brak in de knop. Syrië, Irak en Jemen liggen aan flarden, Palestina bestaat niet meer, Libië wordt verscheurd, Egypte kachelt achteruit, Libanon loopt schipbreuk – hoeveel opgestapeld leed kan het grote Arabische lichaam verdragen voordat het de geest geeft? De poging van de islamisten om terrein terug te winnen, het totalitaire project van de jihadisten, de wedijver van de oude magnaten, het cynisme van het Westen, maar – en dat vooral – de verpletterende onderdrukking van de bevolking door lokale tirannen en hun bondgenoten, met alle denkbare en ondenkbare middelen: ze hebben de regio in een lange winter gedompeld, grotesker en uitzichtlozer nog dan de vorige.

    Geopolitieke twisten

    Bijna alle landen in de Arabische wereld zuchten onder een politieke én een economische crisis, met daarbovenop nog eens geopolitieke twisten die de existentiële problemen waarmee deze landen al te kampen hebben verergeren en elke mogelijkheid om uit de crisis te komen afhankelijk maken van onverenigbare interne en externe factoren. Het is dus heel begrijpelijk dat in de hoofden van veel mensen de beloften van de Lente ver weg lijken. Zeker, de meeste revoluties zijn mislukt en de levensomstandigheden zijn de afgelopen tien jaar door de bank genomen verslechterd. Zelfs in Tunesië, dat als het enige succes van deze revolutionaire golf wordt aangewezen, lijken veel mensen terug te verlangen naar een tijd dat openbaar debat onmogelijk was en individuele rechten met voeten werden getreden maar orde en stabiliteit min of meer gewaarborgd leken.

    Lees ook ‘Wat is er tien jaar later over van de Arabische Lente’ van 18 december 2020:

    Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente, schrijft The Guardian naar aanleiding van een peiling onder acht landen. Toch heeft een meerderheid van de respondenten in Soedan, Tunesië, Algerije, Irak en Egypte geen spijt van de protesten.

    De lokale bevolking ziet oorlog, buitenlandse inmenging of alleen al de economische crisis als de uitkomst van haar verlangen naar verandering. De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee: de politieke experimenten tijdens de Arabische Lente zijn immers mislukt en met name in Egypte is de autocratie in haar grofste vorm teruggekeerd. Veel Arabieren zijn daar zelf van overtuigd. Schreef de beroemde Franse socioloog en filosoof Raymond Aron al niet: ‘Mannen schrijven geschiedenis, zelfs als ze die geschiedenis niet kennen’?

    De gevolgen van deze diepgaande omwenteling zijn nog lang niet uitgewoed

    Andermaal openbaart zich hier een pijnlijk gebrek aan historisch perspectief. Oorzaak en gevolg, kwaal en remedie, worden door elkaar gehaald. De economische crisis ging aan de revoluties vooraf, ook al werd die verergerd door die revoluties; het was een van de belangrijkste redenen dat de verarmde onderklasse en de liberale burgerij de handen ineensloegen. Dat de opstand op een politieke mislukking uitdraaide mag nauwelijks een verrassing heten, en juist daarom mogen we de geschiedenis niet van achteren naar voren lezen. Kon van de Arabische burgers worden verwacht dat ze zich zouden gedragen als voorbeeldige Zweedse democraten, na decennia van politieke stagnatie en brute onderdrukking van iedere kritiek op de gevestigde orde, van staatsterreur en zwijgplicht? Moesten ze een bewijs van democratische geschiktheid afgeven door de wreedheden van de contrarevolutionairen vreedzaam te ondergaan?

    Obstakels

    De Arabische revolutionaire bewegingen hebben op verschillende niveaus met tal van obstakels te maken gehad – ook binnen deze bewegingen zelf, waar het gemeenschappelijke verzet tegen het bewind aanzienlijke verschillen maskeerde. Ze moesten leren omgaan met deze pluraliteit, die zo’n beetje voor het eerst politiek tot uitdrukking kwam. In hun strijd om de macht moesten deze bewegingen het opnemen tegen of onderhandelen met de veiligheidsdiensten om hun doel te bereiken. Uiteindelijk werden de Arabische opstanden op geopolitiek niveau gegijzeld door kwesties die de revolutionairen boven het hoofd stegen en werden ze het voertuig of het slachtoffer van imperialistische projecten.

    Wat dat betreft spreekt vooral het Syrische drama boekdelen. Een revolutie heeft weinig kans van slagen als het politieke ontwaken moet opboksen tegen een barbaars regime dat in zijn aard geen duimbreed toegeeft, en tegen de onwelkome bemoeienis van Russen, Iraniërs en Turken. 

    De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee

    De balans van de afgelopen tien jaar is misschien niet rooskleurig, maar draagt wel de kiem in zich van ingrijpende sociale veranderingen, met name bij de jongere generatie, die meer dan de helft van de bevolking 
    uitmaakt.

    Het was nooit de bedoeling van de Arabische revoluties om een nieuwe mens uit te vinden. Het waren – en het zijn nog steeds – ‘revoluties van normaliteit’, zoals de Franse historicus Henry Laurens het schetst. Ze worden gedreven door een verlangen om te breken met de vorige generatie en een moderne staat op te bouwen waarin het individu waardig kan leven. De Arabische Lente heeft veel teweeggebracht en we staan nog maar aan het begin van de afwikkeling ervan. De tweede golf die in 2018 over Libanon, Algerije, Irak en Soedan spoelde, is hiervan het beste bewijs. Zelfs in landen waaraan die golf geheel of grotendeels voorbij is gegaan, zoals de oliemonarchieën op het Arabisch schiereiland, zijn er maatschappelijke veranderingen zichtbaar die binnen enkele jaren tot een kookpunt kunnen leiden.

    Diverse krachten hebben zich de afgelopen tien jaar gemanifesteerd. Het geopolitieke aspect staat nu centraal, behalve misschien in de Maghreb, en dat speelt plaatselijke dictators in de kaart. Maar het is dwaasheid om aan te nemen dat deze situatie zal standhouden. Het is onzin om ervan uit te gaan dat de Arabische jongeren die van de vrijheid hebben geproefd en nu alleen maar willen emigreren, het juk van failliete dictaturen zullen blijven verdragen, zonder enig uitzicht op een aanvaardbare toekomst. Het zal jaren duren, misschien zelfs decennia, maar geen enkel regime, geen enkel geopolitiek project mag in staat worden geacht om tot in lengte van dagen weerstand te bieden aan dit onstuitbare verlangen van de Arabische volkeren naar (een normaal) leven. 

  • ‘De weergaloze Naomi Osaka’, van tenniswonder tot eerste zwarte mangaheldin

    ‘De weergaloze Naomi Osaka’, van tenniswonder tot eerste zwarte mangaheldin

    Als drievoudig Grand Slam-winnares en de best betaalde vrouwelijke sporter ter wereld is tennisster Naomi Osaka over de hele wereld populair. In Japan prijkt haar beeltenis niet alleen op T-shirts en sleutelhangers, maar nu ook op de pagina’s van manga, oftewel strips. Niet eerder was een zwart personage hierin een held.

    Twee eerdere pogingen om Osaka, die van gemengde afkomst is, als strippersonage te gebruiken, in een Australische krant en in een Japanse advertentie, sloegen de plank mis: ze werd erin afgebeeld met een witte huid en lichtgekleurd haar. Maar in december 2020 bracht het Japanse tijdschrift Nakayoshi voor het eerst ‘De weergaloze NAOMI Tenkaichi’, met Osaka als heldin (tenkaichi betekent ‘de beste op aarde’).

    Screen Shot 2019 01 25 at 3 1

    In deze strip wordt ze wél correct afgebeeld, voor een deel dankzij het feit dat het project tot stand kwam onder toeziend oog van haar zus Mari. Het tenniswonder, dat in december de Associated Press-prijs voor beste vrouwelijke sporter van het jaar kreeg, heeft nu een plaats in het uitgebreide mangapantheon van sterke vrouwelijke personages en een klein maar groeiend gezelschap zwarte personages.

    Het is een bekend gegeven dat etnische verschillen in de Japanse samenleving worden uitgewist of weggestopt

    Dat is een teken van vooruitgang in een genre waarin tot nu toe weinig correcte weergaven van raciale diversiteit te vinden waren. Het is een bekend gegeven dat etnische verschillen in de Japanse samenleving worden uitgewist of weggestopt. Maar volgens deskundigen verandert dat geleidelijk aan en krijgt manga een nieuw uiterlijk.

    ‘Meer mangaka (mangamakers) doen hun best om zwarte personages beter en met meer respect af te beelden,’ zegt LaNeysha Campbell, een mangarecensent die voor popcultuurwebsite ‘But Why Tho?’ schrijft. ‘Een goed voorbeeld is Aran Ojiro, een van de personages in Haikyū!! Zijn gezicht en huidtint worden afgebeeld met respect voor zwarte trekken.’

    Voor schrijver en The Japan Times-columnist Baye McNeil was het eerdere debacle met Osaka’s stripbeeld een katalysator voor verandering. ‘Er ontstaat meer bewustzijn in verschillende Japanse media en daardoor gaan sommige kunstenaars duidelijk zorgvuldiger te werk wanneer ze niet-Japanse personages gebruiken. Niemand wil opeens allerlei negatieve aandacht uit de hele wereld op zich gericht krijgen. Het is treurig, maar soms is zo’n incident nodig om mensen de ogen te openen.’

    Sommige mangapersonages tonen de liefde van de kunstenaar voor zwarte cultuur

    In het verleden hebben makers van manga en van de filmtegenhanger daarvan, anime, maar al te vaak stereotypes gebruikt om zwarte mensen af te beelden. ‘In veel klassieke manga uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werden zwarte mensen getekend met grote lippen en voorgesteld als intimiderende, vaak domme personages,’ zegt mangaliefhebber Diamond Cheffin. ‘Zelfs in het eerste decennium van deze eeuw kom je nog die zwarte karikaturen tegen.’

    Volgens McNeil komt de houding van veel manga-artiesten tegenover zwarte personages voort uit gewoonte: ‘Veel mangaka zijn gewend om zwarte mensen op een bepaalde manier neer te zetten. En al kloppen die personages niet, ik geloof niet dat ze per se beledigend bedoeld zijn. Het is ook zo dat die strips niet voor een niet-Japans publiek bedoeld zijn.’ 

    Een reden waarom veel Japanse mangakunstenaars zwarte mensen voorheen op een weinig vleiende manier portretteerden, is volgens Campbell dat ze altijd door de lens van witte Amerikaanse media naar zwarte cultuur hebben gekeken: ‘Het kan best zijn dat de eerste indrukken die het Japanse publiek van zwarte mensen kreeg, gevormd zijn door deze racistische en stereotiepe beelden. Die afbeeldingen stammen inmiddels van ruim zeventig jaar geleden, maar ze dragen nog steeds bij aan de negatieve houding tegenover zwarte mensen en de beledigende en problematische manier waarop die in manga worden neergezet.’

    Sommige mangapersonages tonen de liefde van de kunstenaar voor zwarte cultuur. Veel Japanse makers zijn met Amerikaanse strips, muziek en films opgegroeid en nemen die iconen bij wijze van eerbetoon in hun eigen werk op. Maar dat kan nog steeds tot verkeerde typeringen leiden. Een voorbeeld is het personage Coffee in de populaire tv- en vervolgens ook manga-serie Cowboy Bebop.

    ‘Coffee is een typisch blaxploitation-personage,’ zegt film- en tv-recensent Kambole Campbell. ‘Ze is eigenlijk Foxy Brown, maar dan op Mars. (De film Foxy Brown uit 1974 met Pam Grier als de hypergeseksualiseerde hoofdpersoon, kreeg in de Verenigde Staten veel kritiek vanwege de manier waarop zwarte mensen en vooral zwarte vrouwen erin werden neergezet.)

    Cowboy Bebop-regisseur Shinichirõ Watanabe koos in 2019 voor een andere benadering met de anime-serie Carole & Tuesday, waarvan de hoofdpersoon een zwart meisje in tuinbroek met dreadlocks en een vrolijke lach is.

    Coole meiden

    Naomi Osaka, dochter van een Haïtiaanse vader en een Japanse moeder, zegt dat ze vroeger in Japan wel racisme heeft ervaren. ‘Japan is een heel homogeen land, dus het was lastig voor mij om racisme bespreekbaar te maken, schreef ze in juli 2020 in een artikel voor Esquire. ‘Ik heb online en zelfs op tv wel racistische commentaren gekregen. Maar dat is de minderheid. In werkelijkheid worden mensen, en vooral sporters van gemengde afkomst door de meerderheid van het publiek, door fans, sponsors en media wel geaccepteerd. De onwetendheid van enkelingen mag de progressiviteit van de meerderheid niet overschaduwen.’

    De weergaloze NAOMI Tenkaichi, de nieuwe manga over Osaka, wordt vanuit een ander standpunt gemaakt en richt zich op een van de groepen waarbij dit genre populair is: tienermeisjes.

    ‘We willen haar charme overbrengen,’ schrijven de makers Jitsuna en Kizuna Kamikita, tweelingzussen die hun gezamenlijke werk ondertekenen als Futago Kamikita, in een e-mail. ‘En natuurlijk ook haar grootsheid als tennisster. Naomi is een humaan, menslievend iemand. We houden ook van haar denkbeelden en haar bereidheid om daar zelf naar te handelen. Tegelijkertijd heeft ze gevoel voor humor en dat verzacht haar serieusheid.’ En, voegen ze eraan toe: ‘We vinden het ook belangrijk om een warm verhaal te tekenen over het gezin waarin ze is opgegroeid.’

    sorcerority manga feature.jpg.optimal

    De keus voor Osaka paste helemaal bij Nakayoshi,’ zegt Izumi Zushi, de uitgever van het blad. ‘Onafhankelijke heldinnen en coole meiden zijn bij onze lezers heel populair.’ 

    In de strip speelt het personage van Osaka ‘ruimtetennis’ en ‘reist ze met haar ouders en zus door het heelal om steeds nieuwe uitdagingen aan te gaan en ieders dromen en verwachtingen te beschermen tegen de ‘Duisternis’, zegt Zushi. 

    In het Westen denken veel mensen dat otaku, de nerdcultuur, voornamelijk voor mannen is

    Nakayoshi is een van de vele publicaties die zich op vrouwelijke lezers richten en de Kamikita-tweeling maakt deel uit van een grote groep vrouwelijke stripmakers. In het Westen denken veel mensen dat otaku, de nerdcultuur, voornamelijk iets voor mannen is, maar een aanzienlijk deel van die community bestaat uit vrouwen, zowel makers als consumenten. Volgens de Japanse uitgeversorganisatie waren er in 2019 zeker drieëntwintig tijdschriften in de mangacategorieën shojo (gericht op tienermeisjes) en josei (gericht op oudere lezeressen), met een totale maandelijkse oplage van meer dan 1,5 miljoen exemplaren.

    Behalve de manga over tennisster Osaka wijzen ook andere recente ontwikkelingen in deze bedrijfstak op een nieuwe gevoeligheid voor etnische verschillen. ‘Ik vind echt dat de manier waarop zwarte mensen worden neergezet een heel stuk verbeterd is,’ zegt liefhebber Cheffin. ‘We krijgen nu coole personages zoals Ogun uit Fire Force. Over het algemeen doet deze nieuwe generatie het geweldig. Maar ik zou wel graag meer zwarte personages willen zien, op grotere schaal en niet alleen maar af en toe eentje.’

    En McNeil zegt: ‘Hoe sterker kunstenaars zich ervan bewust worden dat manga mensen over de hele wereld bereikt, hoe beter ze zullen leren verhalen en personages te creëren die rekening houden met de verschillende gevoeligheden van hun groeiende publiek.’

  • Dansende wortels en een vork die telkens explodeert

    Dansende wortels en een vork die telkens explodeert

    In het hartverwarmende universum van de Engelse tekenaar Glen Baxter (76), excuseer, Colonel Baxter, kan alles. Zijn nieuwste boek New Ways with Vegetables and Other Disasters is opnieuw een staaltje onverstoorbare (Britse) humor en weergaloos taalgevoel. Voor zijn kleurpotloodtekeningen bestaan niet genoeg superlatieven.

    Wie altijd de humor kan vinden of een draai weet te geven aan een tragische situatie of aan de saaie tijd die wij nu noodgedwongen beleven, is in het bezit van een waardevol stuk gereedschap. Glen Baxter (Leeds, 1944) grosseert erin. Er vast is geen enkele publicatie van hem te vinden die zonder te grinniken kan worden bekeken. Maar Baxter is geen komiek, dat zou zijn kwaliteit als kunstenaar tekortdoen. Wat hij tekent interesseert hem, daarna ontstaat de grap pas. Per toeval. Baxter koestert, zoals dat heet, het kind in hemzelf en kijkt met die onbevangen blik naar de dingen om hem heen. Vooral naar wat hij als klein jongetje ook al niet begreep. Dat fascineerde hem.

    Net zoals hij in zijn jeugd gegrepen werd door het witte doek in de bioscoop of de avonturenboeken in de bibliotheek. Amerikaanse glamour, westerns en de volstrekt eigen humor van de Marx Brothers. Favoriet was Biggles, een serie avonturenboeken over de fictieve piloot James Bigglesworth, geschreven door de Britse schrijver W.E. Johns. Het eerste verscheen in 1932; 96 delen zouden volgen, totdat de auteur in 1968 overleed, naar verluidt tijdens het schrijven van deel 97. Het originele taalgebruik van Johns, die zijn personages bijvoorbeeld ‘Algy, the Hon. Algernon Montgomery Lacey’ en ‘Ginger Hebblethwaite’ noemde en ellenlange woorden gebruikte, was een bron van inspiratie voor de kolonel.

    screenshot 2021 01 29 at 11 52 49

    Eten

    Over New Ways with Vegetables and Other Disasters schreef hij speciaal voor 360 over zijn verhouding tot eten.

    ‘In de loop der jaren heb ik een eindeloze stroom tekeningen over eten gemaakt. Het was mijn Nederlandse uitgever Jaco Groot die voorstelde er een boek van te maken. Onze relatie gaat terug tot 1978, toen hij mij uitnodigde in Amsterdam om een boek te maken met de titel Atlas. Dat was het begin van een serie tekeningen onder de titel Great Culinary Disasters Of Our Time, gebaseerd op een aantal maaltijden die ik op mijn reizen kreeg voorgeschoteld. Sindsdien ben ik te vinden op het foodfestival in het Franse Bourg-en-Bresse, waar sommige foodtekeningen werden tentoongesteld.’

    Safari

    ‘Het was daar dat ik de grote voedselhistoricus Alan Davidson ontmoette, wiens boeken een enorme inspiratie voor mij zijn geweest. In 1991 kreeg ik een tentoonstelling in Poitiers en raakte in de ban van de lokale keuken van de streek, Poitou-Charentes. Mijn gastheer nam me mee op een gastronomische safari, gelukkig inclusief de wereldberoemde oesters van het Franse eiland Île d’Oléron, evenals de lokale cognac en de fantastische geitenkaasboerderijen daar.

    Er wordt zo veel geweldig ambachtelijk eten gemaakt. Ik ben blij om te zien dat lokaal gekweekte seizoensproducten nog steeds floreren en speerpunt blijven in de renaissance van het ambacht. Ik heb de streken verkend en mijn tekeningen vier keer per jaar in het tijdschrift L’Actualité Nouvelle-Aquitaine gepubliceerd.’

    Een broodje haring bij een van de stalletjes langs de Amsterdamse grachten

    ‘Onlangs heb ik de fantastische chef Pierre Gagnaire ontmoet, die een wonderbaarlijk lekker diner voor mij en mijn vrouw heeft gemaakt in zijn restaurant Gordes in Parijs. Pierre is echt een kunstenaar. We werken samen aan een boek.’

    ‘Dus mijn avonturen in voedselland gaan gestaag door. Maar uiteindelijk keer ik altijd terug naar een van mijn favoriete plekken om te mogen proeven van wat voor mij een van ‘life’s great pleasures’ betekent: een broodje haring bij een van de stalletjes langs de Amsterdamse grachten. Zo ziet de hemel er voor mij uit.’

    screenshot 2021 01 29 at 11 54 16

    Humor

    Glen Baxter publiceerde in 2012 het boek Colonel Baxter’s Dutch Safari bij het veertigjarige jubileum van zijn uitgeverij De Harmonie. Bijna elk Nederlands begrip is er in een absurdistische versie terug te vinden. Wim de Bie, een groot fan en verzamelaar van Baxters werk, schreef het voorwoord bij deze bundeling. Uitgenodigd voor een lunch door De Bie zou Baxter grappend gezegd hebben: ‘Krijg ik dan eindelijk het Baxtermuseum eens te zien.’

    Bij aankomst hing er op de voordeur inderdaad een bordje ‘Baxter Museum’ en Wim de Bie verwelkomde Baxter verkleed als suppoost. Hij kreeg een toegangskaartje en elke bezoeker moest naam en adres achterlaten in een daarvoor bestemd boek. Binnen stonden Kees van Kooten en Jan Mulder, met de handen achter hun rug, heel serieus naar zijn tekeningen te kijken. Over humor gesproken.

    New Ways with Vegetables and Other Disasters van Glen Baxter verschijnt bij uitgeverij De Harmonie.

  • ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord’

    ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord’

    Over de verschillen tussen mannen en vrouwen is al heel wat gefilosofeerd. Toch blijft de seksuele-selectietheorie van Darwin dominant. Voor veel wetenschappers is dat de enige verklaring. Er is behoefte aan verschillend en liefst wetenschappelijk bewijs.

    Als kind deed Holly Dunsworth aan basketbal en droomde ze ervan zo groot te worden dat ze moeiteloos naar de basket zou kunnen springen. ‘Ik was al een flink eind op weg,’ vertelt ze. ‘En toen werd ik ongesteld. Ik zag jongens doorgroeien terwijl mijn eigen groei stopte.’

    De jeugdige basketballer, die hoogleraar biologische antropologie zou worden aan de Amerikaanse Universiteit van Rhode Island, kon niet vermoeden dat ze enkele decennia later een artikel zou publiceren waarin ze biologische redenen aanvoerde voor haar te geringe groei en vraagtekens zette bij de al anderhalve eeuw vigerende theorie van seksuele selectie op grond waarvan het verschil in grootte tussen mannen en vrouwen werd verklaard.

    Deze theorie, in 1871 geïntroduceerd door de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin in zijn boek De afstamming van de mens, wordt ook nu nog het meest gehanteerd als verklaring voor seksuele dimorfie [dat wat mannen mannelijk maakt en vrouwen vrouwelijk].

    ‘De verschillen tussen mannen en vrouwen worden verklaard op grond van de seksuele selectie, waarin twee belangrijke mechanismen werkzaam zijn:
    de competitie tussen de mannetjes en de keus van de vrouwtjes,’ bevestigt Michel Raymond, hoogleraar menselijke evolutiebiologie aan de Universiteit van Montpellier.

    Zodoende zouden de grootste, sterkste en strijdbaarste mannetjes zich kunnen laten gelden tegenover hun zwakkere soortgenoten om met de vrouwtjes ‘aan de haal te gaan’, terwijl de vrouwtjes een natuurlijke aantrekkingskracht zouden uitoefenen op de mannetjes die groter zijn dan zijzelf. Door de combinatie van deze twee elementen zouden de kleinste mannen zijn geofferd op het altaar van de evolutie.

    Maar is deze verklaring afdoende? Louise Barrett, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Lethbridge in Canada en auteur van diverse artikelen over seksuele dimorfie, meent dat er ‘overtuigender bewijs nodig is om met een evolutietheorie te komen die is gebaseerd op de selectie van mannetjes aan de hand van hun specifieke gedragingen en karaktertrekken. Maar in wat ik tot nu toe gelezen heb zijn de argumenten dikwijls zwak. Dat wil niet zeggen dat we de seksuele selectie volledig uit de evolutie moeten schrappen, maar bewijs is er momenteel nog niet voor.’

    Oestrogeen

    Holly Dunsworth zegt een betere verklaring te hebben gevonden. Haar onderzoek, waarvan de uitkomst afgelopen mei is gepubliceerd in het tijdschrift Evolutionary Anthropology, spitst zich toe op de ontwikkeling van de botten en die van oestrogeen, een geslachtshormoon dat onder andere door de eierstokken wordt geproduceerd en, in mindere mate, door de testikels. Oestrogeen is van beslissende invloed op de botgroei.

    Tijdens de kinderjaren groeien jongens en meisjes door de bank genomen even snel. Maar in de puberteit verandert alles: de eierstokken voeren de oestrogeenproductie aanzienlijk op om de eerste menstruatie voor te bereiden, wat gepaard gaat met een hogere ontwikkeling van het groeikraakbeen en een versnelde verlenging van de botten, reden waaro meisjes in het begin van de puberteit meestal groter zijn dan jongens.

    Maar omdat het zeer hoge hormoonniveau ook de botvorming vanuit het kraakbeen versnelt, is de groeispurt bij de meisjes maar van korte duur, terwijl de jongens hun oestrogeen in een regelmatig tempo blijven produceren, en dus nog een aantal jaren doorgroeien. Dit verklaart het verschil in grootte op volwassen leeftijd.

    Michel Raymond is niet overtuigd door de argumenten van Dunsworth: ‘Ze legt goed uit hoe de hormonen de grootte beïnvloeden, maar op geen enkele manier waarom dat zo is.’ Volgens hem kan, evolutionair gesproken, ‘het verschil in grootte niet los van het geslacht worden gezien. In iedere populatie is de man groter dan de vrouw, dus daar moet een reden voor zijn.’

    Marcia Ponce de León, paleoantropoloog aan de Universiteit van Zürich, deelt die mening niet. ‘Onderzoekers hebben nog wel eens de neiging hypotheses die veel voorkomen als “dit of dat dier is om deze of gene reden geëvolueerd” te accepteren vanwege hun schijnbare eenvoud, in plaats van echt wetenschappelijk bewijs te eisen,’ zegt ze. ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord te geven. We hebben echt behoefte aan verschillende standpunten en betrouwbare gegevens.’

    Zoals Holly Dunsworth zelf benadrukt, is het maar een hypothese, maar het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft, de term die Michel Raymond gebruikte om Dunsworths artikel te omschrijven. ‘Zo veel wetenschappers houden vast aan de theorie volgens welke seksuele selectie de enige verklaring is,’ zegt Dunsworth spijtig.

    Louise Barrett van haar kant is van mening dat ‘zodra men de manier bestudeert waarop mannen en vrouwen van elkaar verschillen, het politiek wordt’. Volgens haar gaan de simplistische verklaringen voor de evolutie ‘uit van de hersenschim van de orde der dingen. We zouden geprogrammeerd zijn om zo te worden.’ Aldus redenerend verval je al gauw in de gebruikelijke clichés: ‘Vrouwen zijn attenter, dus willen ze verpleegkundige worden. En het is niet erg als een vrouwelijke IT’er minder verdient dan een mannelijke. Dan heeft ze gewoon het verkeerde vak gekozen.’

    In een wetenschappelijke wereld die nog grotendeels wordt gedomineerd door mannen ‘wint het vrouwelijke perspectief terrein, zij het langzaam en onder sterk verzet van mannen en, helaas, ook bepaalde vrouwen’, zegt Marcia Ponce de León. ‘Als vrouwelijke wetenschapper moet je echt knokken om de bestaande gewoonten te veranderen en nieuwe manieren te introduceren om vragen te stellen.’

    Romain Raynaldy

    Le Temps
    Zwitserland | dagblad | oplage 49.000

    Opgericht in 1998, voortgekomen uit een fusie van Le Nouveau Quotidien, Journal de Genève en Gazette de Lausanne. Rechts van het midden, populair bij leidinggevenden, krant voor Franstalige Zwitsers.

  • ‘Mijn grootste vijand zit in mijn hoofd’

    ‘Mijn grootste vijand zit in mijn hoofd’

    ‘Alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten.’ Het is een van de plastische beschrijvingen die auteur Titus Arnu geeft over de migraine aanvallen waar hij aan lijdt. Hij probeerde alles om ervan af te komen. Niks helpt echt. Behalve het verzet tegen de meest voorkomende hersenziekten staken.

    Wie een idee wil krijgen van hoe migraine voelt, kan luisteren naar het begin van Richard Wagners opera Siegfried. Dat begint met een dof gebrom. Strijkers strijken, paukenisten slaan op de pauken, dan intensiveert de muziek tot een pulserend ritme met een schril hameren, rinkelen en bonzen. En ten slotte de woorden, die er eerder uitgeperst dan gezongen worden: ‘Zwangvolle Plage! Müh’ ohne Zweck!’ Het lijkt of Wagner, zelf een migrainelijder, van een van zijn aanvallen muziek heeft gemaakt.

    Lange tijd kon ik weinig beginnen met zijn muziek, misschien omdat het in mijn eigen hoofd vaak zozeer bromt, rinkelt en hamert dat ik er niet ook nog melodieën bij kan hebben die zo klinken. Mijn eerste aanval kan ik me niet meer precies herinneren, maar ik moet 14 of 15 jaar geweest zijn en sindsdien ben ik die taaie ziekte nooit meer kwijtgeraakt. Ik heb er in de Himalaya nachten mee doorwaakt in een tent, heb mijn hoofd tegen de verkoelende tegels van hotelbadkamers gedrukt en op vierduizend meter hoge bergen mijn bonzend hoofd met sneeuw ingewreven. Ik weet niet meer hoeveel afspraken ik al heb afgezegd vanwege mijn ziekte, en één keer – dat vergeet ik nooit – moest ik me op mijn eigen verjaardagsfeestje terugtrekken in de verduisterde slaapkamer. Mijn grootste tegenstander zit in mijn hoofd.

    Soms ben ik weken achtereen vrij van pijn, maar nooit zo lang dat ik de ziekte echt zou kunnen negeren. In slechte perioden overvalt ze me twee of drie keer per week. Ik heb dan het gevoel alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten. Een typische aanval begint met een flikkering voor de ogen, die kan uitgroeien tot een onverdraaglijk bont lichtorgel, de aura. Ik word duizelig en misselijk, dan komt de pijn erbij. Eerst drukkend of bonzend, later stekend; eerst alleen bij de slapen, op een gegeven moment in mijn halve hoofd, meestal aan de rechterkant, soms aan de linker.

    Ik ben niet de enige met het probleem, maar dat brengt een oplossing niet dichterbij

    Ik ben een van de ongeveer negen miljoen Duitsers die min of meer regelmatig lijden aan zulke aanvallen. Op de lijst van ziektes die tot arbeidsongeschiktheid leiden staat migraine wereldwijd op de derde plaats, volgens het medische vaktijdschrift The Lancet, na ziekten van het bewegingsapparaat en depressies. Ik ben dus niet de enige met het probleem, maar dat brengt een oplossing niet dichterbij. In de voorbije decennia heb ik zo ongeveer alles uitgeprobeerd om me van mijn hoofdpijn te bevrijden: de klassieke aspirine, Ibuprofen, paracetamol. Ook bètablokkers, ayurveda, autogene training, yoga-oefeningen, duursport, vasten, aderlaten en acupunctuur. Een tijdlang heb ik me getraind in het afzien van dingen: geen koffie, geen rode wijn, geen kaas en geen chocolade. Alles vergeefs, de aanvallen komen steeds terug.

    Nu nog één poging: een kliniek in Königstein im Taunus, in mijn familie niet onbekend. In de jaren zeventig was het de eerste kliniek die zich specialiseerde in hoofdpijn en migraine; al veertig jaar lang behandelen ze daar mensen zoals ik. Dus als ze ergens weten hoe ik mijn vijand kan verslaan, dan zijn het wel de artsen daar, en bovendien ga ik de raad inwinnen van migraine-coryfeeën uit heel Duitsland. Ik laat me drie dagen lang in de kliniek opnemen, zal lotgenoten ontmoeten, elektrische golven door mijn schedel laten jagen, me inwrijven met ijs – en hopelijk met een helder hoofd naar huis terugkeren.

    ‘Alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten’

    Het affiche bij de ingang schrikt me aanvankelijk wel af: dertien gloeiende spijkers boren zich in het rechteroog van een man, zijn mond geopend in een stomme schreeuw, het linkeroog van pijn vertrokken. Een drastische begroeting, maar wel passend. Het affiche, dat eruitziet als reclame voor een spookhuis, kondigt een lezing over hoofdpijn aan. De mensen die door deze deur gaan, voelen zich vaak precies als die arme kerel op het spijkerplaatje, dat weet ik maar al te goed. Het is zondagavond en de kliniek ziet er ondanks het horroraffiche uitnodigend uit: een villa van drie verdiepingen met een moderne aanbouw, omgeven door oude bomen, met uitzicht op de beboste heuvels van het Taunusgebergte.

    In het hoofdgebouw kraken de oude vloerdelen onder de stappen van de kuurgasten. Een verpleegster wijst me een rustige eenpersoonskamer toe op de bovenste verdieping. Voor het raam een park en de ruïne van de burcht van Königstein. De verpleegster overhandigt me een blaadje met het programma voor de komende dagen. Een korte samenvatting: 9.30 uur: progressieve spierontspanning, 10 uur: rugtraining, 12 uur: middagmaal, 13 uur: lezing over hoofdpijn, 15 uur: stressbeheersing, en 16.30 uur: Qi Gong. In de kliniek bekommert men zich om lichaam en geest, omdat beide evenzeer verantwoordelijk zijn voor het gerinkel in de hersenen.

    Pauzeknop

    Daarom ben ik ook niet tot voor de deur van de kliniek gereden, maar heb ik de 2 kilometer van het station naar de kliniek te voet afgelegd, voor nog een halfuur beweging. Voor een migrainepatiënt als ik is dat even belangrijk als regelmatig slapen, al heb ik dat vroeger niet zo serieus genomen. Toen onze kinderen nog klein waren, ben ik eens de hele nacht met de auto doorgereden, van München naar Toscane, omdat ik me verbeeldde dat dat ontspannener was. Dat was het ook, maar alleen voor de anderen.

    De eerste drie dagen van de vakantie bracht ik door in een verduisterde kamer, en ik zwoer bij mezelf voortaan alleen nog overdag te rijden en ’s nachts te slapen. In onze slaap herstelt ons brein zich en verwerkt tijdens de droomfasen de belevenissen en emoties van de dag. Maar het brein van veel migrainelijders is zo gevoelig dat slaap mogelijk niet voldoende is voor het psychisch herstel, zegt psychotherapeute Anke Pielsticker, die in haar praktijk in München veel patiënten met pijn behandelt. Op mijn zoektocht naar een middel tegen de kwaal zal ze mij nog beslissende tips geven. Een migraineaanval kan pijnlijk en vermoeiend zijn, maar uiteindelijk fungeert die als een pauzeknop voor het brein wanneer alles je te veel wordt. Deze avond besluit ik de pauzeknop zelf in te drukken, vroeger dan gewoonlijk. Om half elf doe ik het licht uit.

    Als ik de volgende morgen in de eetzaal kom, zitten daar vooral vrouwen; ik ben een van de weinige mannen. Het ruikt er naar koffie en roerei. De jongste patiënt is begin twintig, de oudste bijna tachtig jaar oud. Sommigen zijn hier voor het eerst, anderen hebben al meerdere kuren achter de rug, vertellen ze. De meesten blijven twee tot drie weken in de kliniek. Dat ik als man veeleer een uitzondering ben, is geen toeval, maar komt overeen met de statistieken. Tussen de tien en vijftien procent van de Duitse bevolking lijdt aan migraine; voor de puberteit zijn het nog ongeveer evenveel jongens als meisjes, maar daarna lijden vrouwen tot driemaal zo vaak aan de ziekte als mannen [in Nederland zijn de cijfers vergelijkbaar: veertien procent van de bevolking meldt klachten en dat zijn, vooral op middelbare leeftijd, ruim drie keer zo veel vrouwen als mannen].

    Mijn familie is het beste voorbeeld. Mijn moeder herinnert zich nog dat mijn grootmoeder vaak een of twee dagen in een verduisterde kamer zat en met niemand sprak. Ik op mijn beurt herinner mij hoe mijn moeder zich in haar verduisterde slaapkamer terugtrok, en mijn dochter heeft nu ook migraine, zij het gelukkig niet zo vaak. De migraine lijkt bij ons van generatie op generatie doorgegeven te worden, zoals in andere families schulden, of huizen.

    ‘De genetische aanleg speelt zeker een rol. Er bestaan risicogenen, maar dat is geen verklaring,’ zegt een arts in de kliniek daarover. Twintig jaar geleden was mijn moeder hier overigens ook als patiënt.

    Lange tijd werd migraine niet verklaard noch serieus genomen. Het werd afgedaan als ‘vrouwenziekte’ en hysterische aanstellerij. Tot in de jaren negentig wist men maar weinig over de neurobiologische oorzaken ervan, en misschien zijn er ook daarom nog steeds veel vooroordelen. In slechte mannengrappen wordt migraine nog altijd gebruikt als synoniem voor ontbrekende seks, en mannen die over migraine klagen staan bij hun collega’s algauw te boek als sullen.

    In de loop der jaren heb ik veel oppervlakkige kennis over het onweer in mijn hoofd verzameld. Bij de introductielezing, die plaatsvindt in een salon met houten lambriseringen, leer ik nu dat het begrip stamt van het Griekse ‘hemikrania’, dat letterlijk ‘halve schedel’ betekent. En migraine is geen hysterische inbeelding, maar een uiterst complexe neurologische ziekte. Al is ze nog lang niet volledig onderzocht, de wetenschappers zijn het erover eens dat bepaalde neurotransmitters met de naam calcitonine gene-related peptide (afgekort CGRP) afgescheiden worden die de bloedvaten van het hersenvlies verwijden en een lokale ontsteking veroorzaken. De veroorzakers zijn talrijk, daarom is de ziekte moeilijk te behandelen, maar wel makkelijk te diagnosticeren. De symptomen zijn bij de meeste patiënten namelijk heel typisch: hoofdpijn, misselijkheid, overgevoeligheid voor lawaai, licht en geuren.

    Meestal speelt migraine zich af in het verborgene omdat de mensen zich tijdens een aanval moeten terugtrekken op een rustige, donkere plek, zoals ik indertijd op mijn verjaardagsfeest, en als alles voorbij is, valt er aan hen nauwelijks meer iets te merken. Maar er zijn ook gelegenheden waarbij de migraine onaangenaam duidelijk zichtbaar wordt, bijvoorbeeld op reis.

    Lange tijd werd migraine niet verklaard noch serieus genomen. Het werd afgedaan als ‘vrouwenziekte’ en hysterische aanstellerij.

    Langs de A95 is er een parkeerplaats die ik beter ken dan welke andere ook. Daar heb ik eens meerdere uren naar een groene vuilniscontainer zitten staren, terwijl ik af en toe kreunde, ademhalingsoefeningen deed en kniebuigingen maakte, omdat ik die tien kilometer naar huis tijdens een aanval gewoon niet meer haalde.

    Met afschuw herinner ik me ook het vliegveld van Kingston op Jamaica, waar ik werd overvallen door een van de ergste migraineaanvallen tot dan toe, uitgerekend vlak voor de lange vlucht terug naar Duitsland. Een halve dag lang zat ik in de tropische hitte en dacht dat mijn schedel zou exploderen. De pijn was nauwelijks te verdragen, zodat ik op een bank in een hoekje luid zat te kreunen en mijn voorhoofd probeerde te verkoelen. Reggae, etensgeuren, bontgekleurde T-shirts – alles kwam heftiger en luider binnen dan het in werkelijkheid toch al was. Waarschijnlijk zag ik eruit als iemand die bijkomt van een slechte trip, terwijl ik alles gegeven zou hebben voor een effectieve drug tegen de migraine.

    Gewone pijnstillers als Ibuprofen, paracetamol en aspirine helpen alleen bij lichte aanvallen, en bij sommige mensen werken ze helemaal niet. Als bijzonder nuttig hebben zich de zogenaamde triptanen bewezen, die meer kunnen dan de klassieke medicamenten. Bij een migraineaanval ontdoet het lichaam zich in één keer van zijn voorraad serotonine, een natuurlijke pijnremmer. De triptanen sluiten dan aan op die serotoninereceptoren en verzachten de pijn. ‘Triptanen zijn in hoge mate vrij van bijwerkingen, maar ze helpen niet iedereen,’ zegt hoofdarts Charly Gaul in zijn spreekkamer in de aanbouw van de kliniek. Hij is een man met een klein brilletje en fijnzinnige humor, bij wie je je snel op je gemak voelt. ‘In principe moet je triptanen niet meer dan tien dagen per maand innemen,’ zegt hij, ‘anders kunnen de tabletten weer een eigen vorm van hoofdpijn veroorzaken.’ Veel patiënten die in de kliniek in Königstein inchecken moeten daarom eerst een medicijnpauze in acht nemen. Maar lolly’s krijgen ze allemaal.

    au 2

    Ijslolly en pepermunt
    ’s Middags staat zuster Carmen op de eerste verdieping van de kliniek naast een grote koelkast en wacht tot ze mij een frottering kan toedienen. Als het aan haar ligt, moet ik dat nu tweemaal per dag doen: een ijslolly, dus bevroren water, in een yoghurtbeker uit het vriesvak nemen en daarmee voor het douchen uitvoerig mijn armen, benen, hals en nek inwrijven. Dat bevordert de doorbloeding en is goed voor het vegetatieve zenuwstelsel, zegt zuster Carmen. Een soortgelijke werking heeft de pepermuntstift, die ze me geeft om uit te proberen. Die zou verkoelend werken en met zijn etherische geur helpen tegen hoofdpijn.

    Daarna legt ze me nog een veel hardere methode uit: een klein elektrisch apparaat dat Cefaly heet, dat ik voor het slapengaan met een pleister op mijn voorhoofd moet plakken om schokgolven door mijn schedel te laten jagen. Alsof ik nog niet genoeg pijn heb. Wie als ik meer dan drie migraineaanvallen per maand heeft, wordt aangeraden preventief te werk te gaan met zulke ontspanningstechnieken, maar ook met bètablokkers en substanties die voorgeschreven worden bij depressies of epilepsie. Relatief nieuw is de preventieve behandeling met antistoffen die de werking van de neurotransmitter CGRP beïnvloeden. Bij veel patiënten zouden ze tot een duidelijke vermindering van de migraine geleid hebben. Maar ook dat zijn geen wondermiddelen waarmee je definitief van migraine af komt, zegt Stefanie Förderreuther aan de telefoon. Zij is neuroloog aan de universiteitskliniek in München en vicepresident van de Duitse Migräne- und Kopfschmerzgesellschaft (DMKG). Een wondermiddel, dat was ook te mooi geweest om waar te zijn.

    ’s Avonds probeer ik het elektroapparaatje uit. Op migrainefora lees ik verschillende meningen over elektrostimulatie. Er is sprake van een ‘voorhoofdsband met een hersenscanner’ en van een ‘persluchthamercapsule’. Eerst merk ik helemaal niets, dan krijg ik het gevoel alsof een horde mieren over mijn hoofd marcheert. Het kriebelt, steekt en doet een beetje pijn. Na tien minuten wordt het kriebelen sterker, ik sluit mijn ogen. Stroomimpulsen jagen in de vorm van golven door mijn brein en ik heb het gevoel dat iemand mijn voorhoofd bewerkt met een slijpmachine. Dat moet de trigeminuszenuw, die door grote delen van de schedel loopt en vlak bij de bloedvaten in de hersenen ligt, zodanig stimuleren dat de zenuwen opnieuw geschakeld worden en het ontstaan van de pijn wordt afgeremd. Een vrijwillige hersenspoeling zogezegd. En dat zou goeddoen? We zullen zien. Of het apparaat de hoofdpijnen werkelijk vermindert, zal pas na een paar weken, of zelfs maanden, blijken, heeft zuster Carmen gezegd.

    De volgende dag, mijn tweede, tref ik in de gangen van de kliniek alle mogelijke personages aan, van de jongeman met het afgetrainde lichaam die je voortdurend vertelt over zijn vermoeiende baan, via de supercorrecte perfectionist, die zijn behandelingsplan meebrengt in een geplastificeerde ordner en bij elke lezing meeschrijft, tot en met de licht gereserveerde oudere dame die in de psychologische groepssessies nauwelijks iets over zichzelf wil prijsgeven. Op de tafel in de gemeenschapsruimte staat een schotel met gedroogde bonen. Elk van de vier deelnemers moet er een handvol van nemen en voor elk positief moment van de dag een boon van de rechter in de linker broekzak overhevelen. Een oefening in oplettendheid die moet helpen om dagelijkse gebeurtenissen beter te aanvaarden, ook negatieve. Veel bonen blijven echter in de rechterbroekzak – typisch voor migrainelijders. Wij hebben de neiging om de slechte bonen te zoeken en de mooie over het hoofd te zien. En we eisen vooral graag te veel van onszelf. In het beroepsleven, in relaties en in onze vrije tijd. We stellen onszelf onbereikbare doelen, willen zo perfect mogelijk zijn en worden wanhopig als dat niet allemaal lukt.

    Dan opent de psycholoog het kringgesprek: moet het absoluut de Matterhorn zijn, of is een klim naar een top in de Voor-Alpen ook wel genoeg? Leidt het echt tot een bankroet als je eens een opdracht laat lopen en een paar dagen vrij neemt? Steeds weer rustmomenten inplannen in het dagelijks leven is niet alleen voor migrainelijders belangrijk, maar is voor hen wel extra belangrijk. Ze hebben ontspanning nodig om overbelasting te voorkomen. Makkelijk gezegd, als je hoofd altijd maar doormaalt. ‘Migrainelijders hebben hun antennes overal,’ zegt psychotherapeute Anke Pielsticker. ‘Dat is een gave, maar het kan ook een last worden.’ Ze formuleert het positief: ‘Migrainepatiënten hebben een groot potentieel.’ Zoals Richard Wagner leden ook de componisten Gustav Mahler, Frédéric Chopin en Claude Debussy aan migraine. Salvador Dalí schilderde zijn smeltende horloges naar het schijnt tijdens een aanval van hoofdpijn. En het wazige flakkeren op Vincent van Goghs schilderij Sterrennacht doet denken aan de kleureffecten van een aura. Hoofdpijnpatiënt Franz Kafka beschreef nauwkeurig de ‘omhoogschietende pijn’ boven de neuswortel, de scherpe druk in de voorhoofdsrimpel en het gevoel alsof er ‘dunne plakken’ van zijn hersens werden afgesneden – een ‘foltering’. Voor de migrainelijder Friedrich Nietzsche was de pijn zelfs ‘een bevrijder van de geest’.

    au 3

    Zakdoekjes

    Natuurlijk zijn niet alle migrainepatiënten zo idioot creatief als Van Gogh of Nietzsche. Tussen de getroffenen die ik in de migrainekliniek leer kennen zit althans geen wereldberoemde kunstenaar. Maar blijkbaar hebben migrainepatiënten innerlijk iets gemeen. ‘Hun hersenen functioneren anders,’ legt hoofdarts Charly Gaul mij uit in zijn spreekkamer. ‘Migrainelijders zijn oplettender en kunnen dingen slechter negeren.’ Dat ken ik maar al te goed: wanneer er tien mensen aan een tafel door elkaar praten of twee muziekstukken tegelijk te horen zijn omdat radio en tv allebei aan staan, houd ik dat nauwelijks uit. En in een ruimte waar een wekker tikt, kan ik niet slapen. Het kan een kwaliteit zijn om hypersensitief te zijn, maar het veroorzaakt ook problemen.

    Toen ik voor mijn reis naar Königstein psychotherapeute Anke Pielsticker bezocht in haar praktijk, met uitzicht op de daken van de binnenstad van München, was het eerste wat mij opviel de grote verpakking papieren zakdoekjes op de tafel naast de sofa. In de sessies wordt veel gehuild. Patiënten die al jarenlang met migraine kampen zijn vaak aan het eind van hun Latijn. Wie meer dan drie, vier aanvallen per maand heeft en daardoor steeds weer meerdere dagen knockout is, heeft niet alleen te lijden onder de lichamelijke symptomen, de ziekte heeft ook psychische gevolgen. Veel van haar patiënten voelen zich terneergeslagen, zegt Pielsticker. Ze worden murw geslagen door de steeds terugkerende pijn en zijn bang dat ze de regie over hun dagelijks leven kwijtraken. Sommigen schamen zich voor de ziekte, zoeken de schuld bij zichzelf en verliezen zich in zelfmedelijden. Maar een samenhang tussen migraine en depressies of angststoornissen is niet aangetoond, volgens de psychotherapeute.

    Met het weer is het net zo: hoogstwaarschijnlijk is er een samenhang, maar of er echt zoiets bestaat als weergevoeligheid is wetenschappelijk omstreden. Veel migrainepatiënten melden bijzonder sterke aanvallen bij omslagen in het weer. In het gebied van de Voor-Alpen geldt de föhn als een van de typische uitlokkers. ‘Er lijken inderdaad individueel ervaren weersomstandigheden te zijn die aanvallen kunnen uitlokken,’ zegt Stefanie Förderreuther aan de telefoon. Om uit te zoeken wat er waar is van dit fenomeen heeft Hochschüle Hof het project ‘Migraineradar’ in het leven geroepen, samen met de kliniek in Königstein, het ministerie van Onderwijs en het Deutsche Migräne- und Kopfschmerzgesellschaft. Migrainepatiënten kunnen middels een app vrijwillig data over hun hoofdpijn melden, die data worden met het weerbericht vergeleken. Het is overigens de vraag of zulke gegevens de betrokkenen verder helpen: ‘We kunnen het weer niet beïnvloeden, daarom speelt het therapeutisch ook geen rol,’ zegt Förderreuther.

    Een paar veroorzakers van aanvallen zijn onontkoombaar, andere zijn te vermijden. Overgewicht en gebrek aan beweging bijvoorbeeld spelen aanvallen in de kaart. Ook bepaalde voedingsmiddelen worden steeds weer als triggers genoemd: rode wijn, chocolade, kaas, noten, nitraten, glutamaat en coffeïne bijvoorbeeld. Veel daarvan heb ik een tijdlang niet gebruikt, maar de grote verlossing bracht dat niet. Die dingen kunnen mogelijk aanvallen provoceren, maar volgens experts is onthouding daarvan niet per se doeltreffend. Niet wát migrainepatiënten eten schijnt van belang te zijn, maar vooral wanneer ze het eten.

    Twintig jaar geleden nog, toen mijn moeder in de eetzaal van de Königsteiner kliniek zat, moesten patiënten volgens het principe van kuurarts Franz Xaver Mayr kadetjes met melk wegkauwen; tegenwoordig wordt volwaardige kost geserveerd, bijvoorbeeld groentesoufflé met wortel-selleriesalade, en wie wil krijgt zelfs een extra portie. Regelmaat is het belangrijkste principe. Om 12 uur precies begint de middagmaaltijd en om 17.30 uur precies de avondmaaltijd. De dag in de kliniek is duidelijk gestructureerd, maar in mijn hoofd begint het stilaan te gonzen. Een groot aantal veroorzakers, neurotransmitter-chaos in de hersenen, genetische factoren, het weer – hoe meer ik over migraine hoor, hoe verwarrender de ziekte me lijkt. En dan zijn er nog tientallen alternatieve geneesmethoden. Natuurgenezers bijvoorbeeld zweren bij moederkruid, bosbessenpuree, gemberpoeder en groot hoefblad. Esoterici proberen het met kwantumgenezing, helende edelstenen zoals magnesiet en labradoriet, klankschalen en walvisgezang, waarbij dat laatste bij mij eerder migraine uitlokt dan verzacht.

    Een tijdlang ben ik naar Liang Zhang gegaan, die in München een praktijk heeft van traditionele Chinese geneeskunde. Hij zet in op een combinatie van drie dingen: frotteren, acupunctuur en infrarood licht. Dat moet onder andere helpen tegen rugpijn en depressies, en naar het schijnt ook tegen migraine. In de praktijk van dokter Zhang hingen overdadige dankbetuigingen van zijn patiënten aan de muur, het rook er altijd naar tijgerbalsem en desinfecteermiddel. Zhang was weliswaar heel vriendelijk, maar kon je behoorlijk pijn doen. Hij zette dan vacuümklokken van silicoon op mijn rug, zoog de lucht eruit, schakelde de infrarood lamp in en liet me een kwartier zo liggen. Aansluitend prikte hij nog naaldjes in mijn nek. Nadien zag ik er altijd uit alsof ik in de diepzee was aangevallen door een reuzeninktvis: mijn lichaam was bezaaid met ronde, lichtgezwollen bloeduitstortingen die eerst vuurrood werden, na een paar dagen naar blauw en ten slotte naar groen evolueerden. Helaas werd de hoofdpijn er niet minder door.

    Neuroloog Stefanie Förderreuther is sceptisch ten aanzien van acupunctuur en frottering: studies hebben een zwak positief effect bij acupunctuur vastgesteld, zegt ze aan de telefoon. ‘Maar de data zijn voor mij niet zo overtuigend.’ Positief is in elk geval dat de patiënt daarbij veel aandacht en toewijding krijgt – dat alleen al kan verzachting bij migraine bewerkstelligen. Wrijving heeft geen enkel bewezen effect, evenmin als homeopathie, zegt de academische medicus. Ook piercings werden een tijdlang als alternatief middel tegen migraine gehypet, maar medisch gezien helpt het doorboren van wenkbrauwen en slapen niet. Dus is alles onzin, behalve injecties en tabletten? Zo is het ook weer niet.

    Terwijl we nu kalmpjes door het park ‘walken’ wordt één ding me steeds duidelijker: chaos in het lichaam veroorzaakt chaos in het hoofd, en omgekeerd

    Vier uur: we treffen elkaar voor de hoofdingang van de kliniek, waar het horroraffiche hangt. Op het programma staat nu nordic walking door het park, ondanks de motregen. Tenminste geen föhn. Fysiotherapeut Benjamin Schäfer prikt voorop met zijn stokken, gevolgd door ongeveer dertig patiënten. ‘Duursport werkt bijna net zo goed tegen migraine als medicijnen,’ zegt hij. ‘De fysiotherapeutische behandeling van triggerpunten geeft ook goede resultaten.’ Studies tonen inderdaad aan dat je door beweging je migraineaanvallen kunt reduceren – in het bijzonder door joggen, zwemmen, fietsen, of nordic walking dus. Waarschijnlijk heb ik dat de afgelopen tijd verwaarloosd, wat ook een reden kan zijn dat de migraine me onlangs zo vaak knockout heeft geslagen. In de maanden voor mijn kliniekbezoek had ik tot wel tien migrainedagen per maand. Terwijl we nu kalmpjes door het park ‘walken’ wordt één ding me steeds duidelijker: chaos in het lichaam veroorzaakt chaos in het hoofd, en omgekeerd. En het klinkt banaal maar voor een helder hoofd heb je ook een opgeruimde ziel nodig.

    Als ik op de derde en laatste dag de deur naar mijn kamer dichttrek en weer te voet naar het station ga, ben ik uiterst gemotiveerd. Ik ben weliswaar niet van mijn migraine af, maar ik wil weer meer aan sport gaan doen en me mentaal een beetje ontspannen.

    au 4

    Gloeiende spijkers
    Nu, een paar weken later, houd ik een pijnkalender bij, heb ik me aangemeld bij de migraineradar en elektrificeer ik elke avond voor het slapengaan mijn schedel met het apparaatje. De eerste resultaten zijn veelbelovend: ik heb daadwerkelijk minder aanvallen en ook niet meer zulke heftige.

    Maar vooral mijn instelling is veranderd. Tot dusver dacht ik steeds dat ik tegen de migraine moest vechten, mijn tegenstander moest elimineren. Ik was echt woedend op hem, zoals zoveel geplaagden. ‘Er zijn patiënten die als vijfjarige kinderen koppig stampvoeten en zeggen: ik wil geen migraine!’ zei Charly Gaul in de kliniek tegen me. Maar zoals alle experts me verzekerd hebben, levert dat helemaal niks op, want geen medicament in de wereld kan de gevoeligheid voor migraine wegtoveren. Je kunt er alleen maar voor zorgen dat de aanvallen minder frequent en minder hevig worden, en de tegenstander in je hoofd niet meer als tegenstander zien. ‘De eerste stap is de acceptatie van de pijn,’ adviseerde Gaul mij.

    Ik moet denken aan de man bij de ingang van de kliniek, aan de dertien gloeiende spijkers die ik nu moet accepteren. Oké. Au.

    Titus Arnu

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 372.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • De revolutie zal worden #gehashtagd

    De revolutie zal worden #gehashtagd

    #Hashtagactivisme heeft grote aantallen mensen in beweging gebracht, ook op het Afrikaanse continent. Nog belangrijker is dat regeringen gedwongen worden om aandacht te besteden aan de socialemediacampagnes. Met effect, offline, schrijft de gelauwerde journaliste Chika Oduah.

    Op 1 mei 2014 twitterde Chris Brown een foto in sepiatinten van een treurig kijkend zwart meisje, met de hashtag #BringBackOurGirls. De boodschap was bedoeld om de aandacht te vestigen op de 276 vrouwelijke leerlingen die in april in Nigeria waren ontvoerd door de islamitische terreurorganisatie Boko Haram. De BBC en andere gebruikers van sociale media verspreidden het beeld.

    Het probleem was dat de jonge vrouw op de foto geen Nigeriaanse was; ze kwam uit Guinee-Bissau. Ze was nooit ontvoerd en had ook niets met #BringBackOurGirls te maken. Maar de foto werd duizenden keren gedeeld en dat leidde tot de beschuldiging van ‘slactivisme’: het op grote schaal uiten van woede op sociale media zonder de tijd te nemen om achter de feiten te komen.

    Ondanks de nadelen is hashtagactivis-me de afgelopen zes jaar in Afrika met veel succes aangewend. Alleen al in 2020 zijn er hashtagcampagnes gevoerd in Namibië, Zimbabwe, Kameroen, de Democratische Republiek Congo en opnieuw Nigeria, die bewegingen de gelegenheid gaven hun boodschap op sociale media, op straat en op de radar van ongekende aantallen mensen over de hele wereld te krijgen. En, het allerbelangrijkst, deze hashtags hebben regeringen gedwongen om aandacht aan die bewegingen te besteden.

    In Namibië arresteerden veiligheidsagenten 25 vreedzame antifemicide-activisten, maar de aanklachten tegen hen werden ingetrokken toen een overheidsfunctionaris na een brede campagne die werd versterkt door de sociale media, weigerde hen te vervolgen: een klinkende overwinning voor de vrijheid van meningsuiting. Na de EndSARS-demonstraties in Nigeria tegen het gewelddadig optreden van de Special Anti-Robbery Squad, een elite-eenheid van de politie, hebben de bestuurders van 28 van de 36 staten van dat land juridische commissies ingesteld om de getuigenissen te horen van mensen die te maken hebben gekregen met politiegeweld.

    In Kameroen is de nationale overheid onderhandelingen begonnen met separatisten over een staakt-het-vuren in het al vier jaar slepende conflict dat online bekend is geworden als de #EndAnglophoneCrisis.

    bringback kopie

    Aandacht

    In de meeste gevallen zijn het millennials en Gen-Z’ers die zulke campagnes voeren. Zij willen de aandacht van de wereld, maar ze vragen het Westen niet om hun problemen te komen oplossen. Talloze jonge mensen in Afrika willen revolutionaire verandering in hun land en zij zien sociale media als een stap in de richting van die verandering: de nieuwe revolutie zal worden gehashtagd.

    Op 17 oktober werd mijn aandacht op Twitter gevangen door een foto van een jonge vrouw met Fulani-vlechten die een poster ophield met de verschrikkelijke boodschap: ‘Er zijn geen woorden om te beschrijven hoe doodsbang ik ben omdat ik vrouw ben in Namibië.’

    Ik keek onder de foto en zag de hashtag #ShutItAllDownNamibia. Ik googelde ‘femicide Namibië’, ‘seksegebaseerd geweld in Namibië’, ‘seksuele intimidatie in Namibië’ en kwam terecht in een eindeloos doolhof dat me van het ene verhaal naar het andere voerde; stuk voor stuk schokten ze me diep, zoals ze daar op het vijftien inch-scherm van mijn laptop voorbijkwamen.

    Neem de 27-jarige Gwashiti Ndahambelela Tomas: haar vriend sneed haar de keel door toen ze probeerde hun relatie te beëindigen. Of de 30-jarige Monika Florin: haar man sneed haar lichaam aan stukken, braadde enkele daarvan in een oven, kookte andere in een pan en spoelde de rest door het riool. Een paar maanden geleden werd boekhoudstudente Rejoice Shovaleka door een man in haar hals gestoken terwijl ze onderweg naar huis was van een feest. En begin vorig jaar schoot Eliakim Matthews tijdens een ruzie zijn vrouw Ndinelelo Haidula dood, voor de ogen van hun kinderen.

    Tussen 2016 en 2019 werden bij de Namibische politie meer dan 3000 verkrachtingen gemeld en 209 moorden door huiselijk geweld. De meeste slachtoffers waren kinderen, tussen januari en september 2019 werden 37 vrouwen vermoord. In 2016 en 2018 zijn er nationale actieplannen in het leven geroepen om iets tegen de geweldsepidemie te doen, maar volgens de autoriteiten in het land wordt de situatie alleen maar slechter.

    Stabiele democratie

    Namibië, aan de zuidwestkust van Afrika, wordt geprezen om zijn stabiele democratie en staat al jaren te boek als een van de minst corrupte landen van het continent. Maar nu halen de schokkende cijfers over geweld tegen vrouwen de internationale kranten, gedeeltelijk dankzij #ShutItAllDown, dat is gelanceerd door jonge Namibiërs zoals fotograaf en digitalecontent-maker Lebbeus Hashikutuva en student en activist Bertha Tobias. Zij waren woedend na de vondst van het lichaam van een jonge vrouw, Shannon Wasserfall, dat was begraven in de zandduinen bij de havenstad Walvis Bay. ‘Het lijkt wel of Namibië oorlog voert tegen vrouwen,’ zegt Tobias.

    Binnen een paar uur werd de eerste openbare demonstratie georganiseerd, die Namibiërs opriep om het verhaal van Wasserfall te horen en ‘#SayHerName’. Na afloop werd #ShutItAllDownNamibia groter dan Tobias ooit had durven dromen. De campagne verenigde straatprotesten in het hele land en genereerde op sociale media ongekende aandacht voor femicide in Namibië. De premier zelf beloofde dat de eisen van de campagnevoerders hoog op de agenda van de regering kwamen te staan.

    Opvallend van deze protestbewegingen is dat ze geen leiders lijken te hebben

    De campagne gaat door; activisten eisen dat de Namibische regering de noodtoestand uitroept om femicide en verkrachting aan te pakken. Ze eisen het aftreden van de minister voor seksegelijkheid en de instelling van een openbaar register van zedendelinquenten. Tot nu toe is geen van deze eisen ingewilligd, al onderzoeken parlementariërs wel het voorstel voor zo’n register.

    Ook elders op het continent gebruiken jonge, politiek bewuste mensen hashtags om diepgaande sociale problemen aan te kaarten. In de Democratische Republiek Congo vestigde de campagne #CongoIsBleeding de aandacht op de onrust die het land al zo lang teistert, en met name op het wijdverbreide seksuele geweld tegen vrouwen en de uitbuiting van kinderen als gevolg van de dodelijke strijd tussen gewapende groeperingen om toegang tot lucratieve mineralen in de oostelijke delen van het land.

    #ZimbabweanLivesMatter

    Zo’n 1600 kilometer ten zuidoosten van de DRC, in Zimbabwe, kwamen in juli vorig jaar campagnevoerders onder de hashtag #ZimbabweanLivesMatter bijeen om de vrijlating te eisen van journalist Hopewell Chin’ono. Hij was gearresteerd nadat hij onderzoek had gedaan naar corruptie bij de overheid. De hashtag, die in de week van 5 augustus 2020 viraal ging, begon te circuleren nadat veiligheidstroepen met geweld mensen van de straten hadden geveegd die wilden protesteren tegen censuur van de media, slechte economische planning en mensenrechtenschendingen.

    In Kameroen werd #EndAnglophoneCrisis gebruikt om aandacht te vragen voor een vergeten conflict. De Engelssprekende burgers van het land, die 20 procent van de bevolking uitmaken, worden al lange tijd gemarginaliseerd en gediscrimineerd door de overwegendFranstalige federale regering van president Paul Biya.

    In Nigeria doen sociale media meer dan alleen het bewustzijn verhogen. De #EndSARS-protesten voltrokken zich live voor mobiele telefooncamera’s en waren vervolgens te zien op You-Tubekanalen en Facebook- en Instagrampagina’s. Deze foto’s en video’s hebben ertoe bijgedragen dat leugens van de autoriteiten werden ontkracht en een bloedbad naar buiten kwam dat anders verborgen zou zijn gebleven.

     De #BringBackOurGirls-beweging eiste de onmiddellijke vrijlating van de 276 meisjes die door terreurgroep Boko Haram waren gegijzeld. 112 van de meisjes zijn nog steeds zoek. – © Olukayode Jaiyeola / Getty.
    De #BringBackOurGirls-beweging eiste de onmiddellijke vrijlating van de 276 meisjes die door terreurgroep Boko Haram waren gegijzeld. 112 van de meisjes zijn nog steeds zoek. – © Olukayode Jaiyeola / Getty.

    Niemand weet precies hoeveel mensen er op 20 oktober 2020 in Lagos zijn gedood. Amnesty International meldde minstens twaalf doden toen Nigeriaanse militairen het vuur openden op een groep demonstranten; volgens sommige van de actievoerders die het bloedbad overleefden, lag het aantal dichter bij de dertig. Maar de Nigeriaanse federale overheid beweerde dat er geen enkele dode was gevallen, de gouverneur van de staat Lagos had het over twee doden en het leger ontkende aanvankelijk zelfs dat er militairen op de plek van de demonstratie waren geweest.

    Dankzij de ruwe en onthullende beelden die rechtstreeks op sociale media werden gestreamd werd het voor de autoriteiten lastig om deze verzinsels vol te houden. Het leger veranderde zijn verhaal en zei dat er wel soldaten aanwezig waren geweest, maar dat die niet hadden geschoten. Later gaf een brigadier-generaal van de militaire inlichtingendienst tegenover een juridische commissie toe dat soldaten wel het vuur hadden geopend, maar alleen met losse flodders. Op 21 november 2020 erkende diezelfde commandant dat die militairen zowel scherpe munitie als losse flodders hadden gehad.

    Geen leiders

    Een van de opvallendste kenmerken van deze nieuwe protestbewegingen is dat ze geen leiders lijken te hebben. In het verleden hadden Afrika’s vrijheidsoorlogen en sociaal-politieke opstanden bijna altijd een duidelijke leider. Vrouwen als Wangari Maathai speelden een belangrijke rol, maar de gezichten die in de media verschenen waren meestal mannelijk: Jomo Kenyatta, Tom Mboya, Steve Biko, Patrice Lumumba, Kwame Nkrumah, Nelson Mandela, Ken Saro-Wiwa.

    De machthebbers vervolgden die leiders meedogenloos; velen werden vermoord of gevangengezet. Daarom doen de huidige activisten op het continent het nu anders, geïnspireerd door #BlackLivesMatter.

    Onder de hashtags #ZimbabweanLivesMatter, #ShutItAllDown, #EndSARS, #CongoIsBleeding en #EndAnglopho-neCrisis verenigen zich gedecentraliseerde bewegingen zonder één duidelijk boegbeeld. Iedereen die eraan meedoet is een leider. Er is niet één persoon die stiekem meegenomen kan worden voor achterkamertjesonderhandelingen of in de gevangenis gegooid om de beweging te onthoofden.

    ‘Slactivisme’: het uiten van woede op sociale media zonder de tijd te nemen achter de feiten te komen

    Binnen deze structuur hebben campagnevoerders steeds slimmere manieren bedacht om elkaar financieel te steunen en acties te organiseren. Het werven van fondsen is gedemocratiseerd doordat crowdfunding-initiatieven verdeeld zijn over verschillende organisaties die de acties ondersteunen. Zo wendde de Nigeriaanse actiegroep Feminist Coalition zich tot Bitcoin nadat ze was geblokkeerd door andere betaalsystemen en traditionele banken. De beweging haalde meer dan 74 miljoen naira (zo’n 165.000 euro) op om #EndSARS-demonstranten en slacht-offers van politiegeweld te steunen.

    De Namibische activisten tegen seksegeweld organiseerden zich via Twitter en door onbeperkte toegang te geven tot een Google Doc waarin de achtergrond en doelen van hun campagne uit de doeken worden gedaan. Het document, mét de namen van de gebruikers die het bewerken, is een voorbeeld van een gedigitaliseerde, uiterst transparante en collectieve manier om lokale bewegingen te organiseren.

    De gedecentraliseerde structuur is voor sommige regeringen een probleem. Toen de Namibische autoriteiten na de protesten naar een leider vroegen die ze konden ‘consulteren’, weigerden de actievoerders iemand te noemen.

    De dynamiek van verbondenheid via sociale media heeft een sfeer van
    Pan-Afrikaanse eenheid voortgebracht, een wijdverbreid gevoel van ‘samen staan we sterker’. Activisten en influencers uit verschillende landen
    betonen elkaar hun solidariteit en delen elkaars campagnehashtags.

    Ook Afrikanen buiten het continent laten hun stem horen. Studenten van de African Law Association aan Harvard University hebben een verklaring uitgegeven waarin ze hun steun uitspreken voor #CongoIsBleeding, #EndSARS, en #ShutItAllDown. Ik ben benieuwd waar deze nieuwe internationale, sociaal-politieke samen-werkingen tussen jonge Afrikanen in de toekomst toe zullen leiden. Misschien zullen ze het gat opvullen dat African Union (AU) laat vallen; deze unie wordt geacht een stem te zijn voor het continent, maar lijkt geen voeling te hebben met de gewone Afrikaanse jeugd. Bij veel conflicten en mensenrechtenschendingen heeft de AU gezwegen en de soevereiniteit van Afrikaanse staatshoofden gerespecteerd in plaats van die rechtstreeks te veroordelen. De AU heeft zich ook volkomen afzijdig gehouden van deze recente door jongeren gevoerde campagnes en dat lijkt me een gemiste kans.

    Deze bewegingen hebben al een offline-effect gehad. De rechtbank in Zimbabwe heeft Hopewell Chin’ono op borgtocht vrijgelaten. Op 13 oktober kwam de Namibische regering tegemoet aan alle eisen van #ShutItAllDownNamibia en een paar dagen later hadden enkele actievoerders, onder wie Bertha Tobias een ontmoeting met president Hage Geingob. In Nigeria is al een SWAT-team opgericht ter vervanging van SARS en de leden daarvan worden beter opgeleid; volgens het hoofd van de politie wordt er gewerkt aan psychologische beoordelingen van de agenten, zoals activisten hebben geëist.

    Verandering

    Als eerste stap naar decentralisatie, waardoor leden van de Engelstalige minderheid ook een vertegenwoordiging in het parlement kunnen krijgen, heeft Kameroen op 6 december vorig jaar, voor het eerst in zijn geschiedenis, regionale verkiezingen gehouden.

    Voor anderen is het lastig geweest om veranderingen te bewerkstelligen. De autoriteiten in Zimbabwe en de Democratische Republiek Congo hebben geen echte pogingen gedaan om een eind te maken aan mensenrechtenschendingen.

    Sociale media bieden activisten dan wel de mogelijkheid om hun leiderschap te decentraliseren, dat beschermt hen nog steeds niet tegen intimidatie en andere vormen van geweld. Regeringen monitoren socialemedia-activiteiten om te bepalen wie ze in het vizier moeten nemen.

    Omdat hun mobiele verkeer in de gaten wordt gehouden, moeten activisten VPN-telefoons gebruiken om te internetten en hun telefoons geregeld urenlang uitzetten. Kan de regering het internet afsluiten? Voor een deel wel, ja. De regering van Tsjaad heeft de toegang tot socialemediaplatforms als WhatsApp, Twitter en Instagram een jaar en vier maanden geblokkeerd. De Soedanese overheid heeft de afgelopen paar jaar minstens twee keer vergaande internetbeperkingen ingesteld.

    Terwijl regeringstroepen in Soedan vorig jaar juni met harde hand sit-in-demonstraties voor democratie uiteensloegen, merkten de demonstranten dat internet geregeld uitviel. Eerder dit jaar verstoorde de Ethiopische regering twee weken lang toegang tot wifi en breedbandinternet, na de roep om gerechtigheid in de moord op zanger-activist Haacaaluu Hundeessaa. De Ethiopiërs hebben meer dan twaalf keer zo’n shutdown meegemaakt en de Zimbabwanen worden er onder president Emmerson Mnangagwa ook mee geconfronteerd.

    Zulke extreme maatregelen laten zien dat autoritaire regimes en gewelddadige overheden niet weten wat ze met sociale media en de bewegingen die daaruit voorkomen aan moeten. In 2020 hebben veel jonge mensen over het hele continent intimidatie door de overheid aan de kaak gesteld. Hun gezamenlijke stemmen zullen veerkrachtiger worden naarmate hun roep om meer verantwoording en beter bestuur luider gaat klinken.

    Chika Oduah

    Rest of World
    Wereldwijd | restofworld.org

    Deze internationale non-profit-organisatie kijkt naar de relatie tussen technologie en cultuur daar waar de menselijke maat doorgaans over het hoofd wordt gezien. Het team spreekt 20 talen en komt uit 41 verschillende landen.

  • ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon’

    ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon’

    Vijftig jaar geleden greep Hafez al-Assad de macht in Syrië. Voor de vader van huidig machthebber Bashar al-Assad ging het pad van studentenleider tot dictator niet over rozen. Neue Zürcher Zeitung maakte een portret van de stamvader van de huidige Syrische dictator.

    Toen Hafez al-Assad in 1930 ter wereld kwam in een arm bergdorp bestond het Syrië dat hij later zou regeren nog niet. Met het einde van de Eerste Wereldoorlog was er ook een einde gekomen aan het Ottomaanse rijk, en Parijs en Londen verdeelden het Midden-Oosten onder elkaar. Het Arabische cultuurgebied langs de oostelijke kust van de Middellandse Zee werd opgedeeld. Het zuiden werd het Britse Palestina, waaruit later Israël en Jordanië ontstonden. Ten noorden daarvan splitste Frankrijk de rest van het Ottomaanse Syrië op langs religieuze grenzen: Libanon voor de christenen, de kustgebieden rondom Latakia voor de alawieten en de bergen ten zuiden van Damascus voor de druzen. Een groot deel van de vroegere provincie Aleppo wees Parijs toe aan Turkije. Overbleef het rompstaatje Syrië.

    Assad zal later voor zijn gasten uit het Westen betogen vol verwijt afsteken over de verminking van het grote Syrië. Al op zestienjarige leeftijd sloot hij zich aan bij de juist opgerichte Baath-partij, die de Arabische natie wilde verenigen en vernieuwen (baath betekent ‘wedergeboorte’). Hun ideologen zochten antwoorden op existentiële vragen: welke grenzen moet het vaderland hebben? Hoe kunnen de Arabieren hun rechtmatige positie in de wereld opeisen? En hoe brengen we de oude elite ten val?

     Afbeeldingen van president Hafez al-Assad en zijn zoon bij een VN-controlepost op de Golanhoogvlakte, sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 door Israël tot bezet gebied verklaard. – © Scott Peterson / Liaison / Getty
    Afbeeldingen van president Hafez al-Assad en zijn zoon bij een VN-controlepost op de Golanhoogvlakte, sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 door Israël tot bezet gebied verklaard. – © Scott Peterson / Liaison / Getty

    Subversieve ideeën

    De macht in Syrië was toen in handen van de soennitische bourgeoisie in de grote steden, die de religieuze minderheden minachtte als ‘onvolwaardige Arabieren’. De oprichters van de Baath-partij waren echter afgestudeerd aan de Parijse elite-universiteit de Sorbonne. Zij introduceerden subversieve ideeën zoals secularisme en socialisme in het Midden-Oosten. En die vielen vooral bij de minderheden – alawieten, druzen, ismaëlieten en christenen – in vruchtbare aarde.

    Ook al mocht Assad het westerse imperialisme graag ervanlangs geven, hij en andere alawieten profiteerden indirect van de Franse koloniale tijd. Om de soennitische meerderheid in Syrië te controleren en opstanden te onderdrukken had Parijs bij voorkeur alawieten en bijbehorende andere ‘betrouwbare’ minderheden gerecruteerd voor zijn speciale Levanttroepen. ‘Door de diensttijd bij de Fransen ontstond er een alawitische militaire traditie die beslissend is voor de latere opkomst van de geloofsgemeenschap,’ schrijft historicus Patrick Seale in zijn Assad-biografie.

    Maar de Fransen brachten vooral ook onderwijs in de afgelegen dorpen van de in hoofdzaak alawitische kustgebieden. Onder de Ottomanen was dit ondenkbaar. Zij zagen in de alawieten, wier geloof verwant is met de sjiitische islam, goddeloze ketters. Maar Assad kon nu als een van de eerste kinderen in zijn dorp naar een basisschool, en later naar een gymnasium in Latakia, waar hij tot de besten van zijn klas behoorde.

    De robuust gebouwde Assad was niet alleen een goede leerling. Als jonge partij-activist bewees hij op straat al snel over leiderskwaliteiten te beschikken, en op zijn eenentwintigste werd hij tot voorzitter van de Syrische studentenunie gekozen. Hij en zijn medestrijders deelden pamfletten uit, schreven slogans op de muren en relden tegen de politie en tegen rivaliserende partijgangers, zoals de islamistische Moslimbroeders. ‘De broeders hadden het op Assad gemunt en probeerden meermaals hem een pak slaag te geven,’ schrijft Seale. Eén keer hadden ze hem geïsoleerd en zouden ze hem een mes in de rug gestoken hebben.

    Gevechtspiloot

    Assad wilde eigenlijk medicijnen studeren, maar daarvoor hadden zijn ouders, vooraanstaande boeren in het dorp Kurdaha, geen geld. Daarom ging Assad naar de militaire academie, om gevechtspiloot te worden. Aangezien ook veel andere jongemannen uit achtergestelde bevolkingsgroepen en minderheden deze weg kozen, werd het leger een broedplaats voor revolutionairen die zich tegen de heersende klasse van de soennitische ondernemersfamilies en grootgrondbezitters verzetten. Van de onafhankelijkheid tot de machtsovername door Hafez al-Assad in 1970 beleefde Syrië zestien militaire staatsgrepen, waarvan er negen succes hadden.

    Assads voorbeeld was het Egyptische staatshoofd Gamal Abdel Nasser

    De opkomst van de alawieten begon in 1963 met een door Baath-officieren geleide coup, waaraan ook Assad deelnam. Drie jaar eerder had de jonge luchtmachtofficier met vier kameraden buiten medeweten van de Baath-leiding het Militair Comité opgericht. Twee van hen waren alawieten, twee ismaëlieten, een eveneens met de sjiieten verwante geloofsrichting. Op weg naar de macht schakelden ze eerst hun tegenstanders en vervolgens elkaar uit.

    Assads voorbeeld was het Egyptische staatshoofd Gamal Abdel Nasser. Die bracht in 1952 met zijn vrije officieren de monarchie ten val, ging de confrontatie aan met de westerse grootmachten en zocht toenadering tot de Sovjet-Unie. Vooral de nationalisering van het Suezkanaal in 1956 tegen de Britse en Franse belangen in maakte Nasser tot een held in de hele Arabische wereld. Men verwachtte zo veel van Nasser dat Syrië twee jaar later een unie met Egypte aanging.

    Als kind draagt Hafez al-Assad het portret van zijn vader. – © James Andanson / Getty
    Als kind draagt Hafez al-Assad het portret van zijn vader. – © James Andanson / Getty

    De Verenigde Arabische Republiek (VAR) mislukte echter al gauw omdat Nasser zijn Syrische partners degradeerde tot onderdanen. Hij decimeerde het Syrische officierskorps, ontnam de partijen hun macht en begon socialistische hervormingen door te voeren – hij nationaliseerde onder andere de banken. Daarmee riep hij in Syrië het verzet op van zowel de conservatieve krachten als de linkse Arabische nationalisten. In 1961 maakten conservatieve soennitische officieren uit Damascus een eind aan het verbond met Egypte. Slechts twee jaar later bracht Assads militaire comité samen met overtuigde nasseristen de ‘secessionisten’ weer ten val, waarbij Assad de taak had om Dumair, het steunpunt van de luchtmacht ten oosten van Damascus, onder zijn controle te brengen.

    Een paar weken voor de coup in Damascus had de Iraakse tak van de Baath-partij in februari 1963 de macht overgenomen in Bagdad. Het idee van een pan-Arabische unie tussen Syrië, Irak en Egypte werd serieus besproken, er was zelfs een ontwerp voor een grondwet. Maar Assad en zijn Baath-officieren wensten een Arabische federatie met Egypte op voet van gelijkheid. Omdat dat voor de machtsbewuste Nasser onbespreekbaar was, lanceerde de Egyptische president een propagandacampagne tegen de Baath-partij. Dat was het einde van de pan-Arabische illusies in Damascus: Assads Militair Comité zuiverde het officierskorps van het leger van nasseristen en dwong pro-Egyptische ministers tot aftreden.

    Voor de Baath-officieren leek het nu duidelijk dat ze het leger volledig onder controle moesten hebben om hun regime te stabiliseren. De strijdkrachten moesten niet meer een afspiegeling zijn van het partijenlandschap waarin verschillende fracties met elkaar rivaliseerden, maar een exclusief instrument in dienst van één partij: de Baath. In opdracht van het Militair Comité organiseerde de pas 33-jarige luchtmachtcommandant Assad een hiërarchische partijstructuur binnen het leger en zorgde ervoor dat de sleutelposities werden bezet door loyalisten.

    Terwijl hij zich op de achtergrond geduldig bezighield met de strategische personeelspolitiek, liet Assad de regeringsposten over aan andere leden van het Militair Comité. De alawiet Mohammed Umran werd plaatsvervangend regeringsleider, Salah Jadid – ook een alawiet – klom op tot chef van de generale staf [andere bronnen vermelden dat Salah Jadid een druus was, en niet een alawiet-red]. De rol van staatshoofd werd overgedragen aan de soenniet Amin al-Hafiz, die algauw gold als Syriës sterke man. Later zei Assad echter: ‘Zonder onze toestemming kon hij geen soldaat overplaatsen.’

    Geëlimineerd

    Maar nauwelijks was de Baath aan de macht en had ze haar rivalen geëlimineerd of er ontstonden scheuren tussen de partij en haar militaire vleugel, en ook binnen het Militair Comité. Umran was het niet eens met de meedogenloze manier waarop Hafiz, Jadid en Assad in 1964 een gewapende opstand van de door de lokale zakenwereld gesteunde Moslimbroeders neersloegen. Umran wendde zich daarom tot Michel Aflak, de oprichter en jarenlange secretaris-generaal van de Baath, en verried hem de geheime structuren van het Militair Comité. Om tegen het Militair Comité op te treden verbond de civiele partij-elite zich met generaal Hafiz, die onafhankelijk wilde zijn.

    In februari 1966 kwam het tot een confrontatie tussen de oude Baath-garde rondom de oud-student van de Sorbonne Michel Aflak en het door Jadid aangevoerde Militair Comité. Zwaarbewapende eenheden – waarbij Assads jongere broer Rifaat een van de commandanten was – vielen de residentie van het staatshoofd Hafiz aan, die na lange gevechten moest capituleren. Hafiz, Aflak en andere wegbereiders van het Baathisme gingen in ballingschap. Umran werd in 1972 in het Libanese Tripoli vermoord, kort voor zijn geplande terugkeer naar Syrië.

     Anwar Sadat (links), Muammar Khadaffi (midden), en Hafez al-Assad (rechts), de leiders van respectievelijk Egypte, Libië, en Syrië, zetten hun handtekening onder de oprichting van een gezamenlijke federatie in 1971. - © Bettmann / Getty
    Anwar Sadat (links), Muammar Khadaffi (midden), en Hafez al-Assad (rechts), de leiders van respectievelijk Egypte, Libië, en Syrië, zetten hun handtekening onder de oprichting van een gezamenlijke federatie in 1971. – © Bettmann / Getty

    Defensieminister

    Na de coup werd Assad minister van Defensie, maar al gauw beleefde hij een paar van zijn zwartste en leerzaamste dagen. Verzwakt door de eindeloze interne machtsstrijd had het Syrische leger in de Zesdaagse oorlog van 1967 op de Golanhoogten niets in te brengen tegen Israël. In de nasleep liep de spanning met Jadid op. ‘Assad was bereid samen te werken met alle Arabische staten, ook de zogenaamd reactionaire monarchieën Jordanië en Saoedi-Arabië, om een sterke positie tegenover Israël te verwerven,’ verklaart Syrië-expert Nikolaos van Dam. Voor Jadid kon daar geen sprake van zijn: ‘Zijn mensen wilden zich concentreren op de opbouw van een socialistische staat in Syrië.’

    Terwijl het regime de klassenstrijd streed, rijke families onteigende en hun leden ontsloeg uit overheidsdienst, installeerde Assad als defensieminister zijn mensen op de sleutelposities in het leger. Onder invloed van Jadid onthief het partijcongres Assad van zijn functie. Maar kort daarop, op 13 november 1970, liet de toen 40-jarige Assad zijn tegenspeler bij een vreedzame coup arresteren. Tot zijn dood in 1993 zat Jadid in een gevangenis in Damascus. ‘Dat was het einde van degenen die meenden dat de partij machtiger was dan het leger,’ aldus Van Dam.

    Als Hafez nog had geleefd was het mogelijk niet eens tot een burgeroorlog gekomen in Syrië

    Assad voelde zich sterk genoeg om af te zien van een soennitische stroman voor het hoogste ambt in de staat. In 1973 liet hij zich door een volksraadpleging tot president kiezen. De alleenheerschappij van Assad en zijn door alawieten gecontroleerde veiligheidsdienst verzekerden Syrië decennialang van een voordien onvoorstelbare politieke stabiliteit. Dat hij zich verzoende met de (soennitische) hogere en middenklasse in de steden doordat hij een liberalere economische politiek voerde, droeg daar ook aan bij. ‘Assad was pragmatischer dan alle andere Baath-leiders, geen marxist of leninist,’ zegt de Syrische publicist en activist Ayman Abdel Nur. ‘Hij begreep de gelaagdheid van de samenleving en gaf elke groep iets wat ze graag wilden.’

    Ook in de buitenlandse politiek toonde Assad zich flexibel. Met Sovjet-Russische wapenhulp bouwde hij een leger van 400.000 man op zonder zich aan de communistische doctrine of het dictaat van Moskou te onderwerpen. Hoewel hij zichzelf beschouwde als Arabisch nationalist en reïncarnatie van de intussen gestorven Nasser, ging Assad na de islamitische revolutie van 1979 in Iran een alliantie aan met het anti-Israëlische moellahregime en later met de sjiitische Hezbollah-militie in Libanon. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, zocht Assad toenadering tot het Westen en nam in de Golfoorlog van 1990 deel aan de coalitie tegen de Iraakse dictator Saddam Hoessein.

     Reis van Hafez al-Assad naar Frankrijk in 1976 waar hij wordt verwelkomt door de Franse president Valéry Giscard d'Estaing in aanwezigheid van de echtgenoten van beide mannen. - © Alain Mingam / Getty
    Reis van Hafez al-Assad naar Frankrijk in 1976 waar hij wordt verwelkomt door de Franse president Valéry Giscard d’Estaing in aanwezigheid van de echtgenoten van beide mannen. – © Alain Mingam / Getty

    Burgeroorlog

    Toen Hafez al-Assad in het jaar 2000 stierf, nam zijn jongere zoon Bashar de leiding over. De door Hafez opgebouwde ‘sjiitische as’ van Iran tot Libanon bleek na het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 van levensbelang voor het overleven van het alawitische regime. Maar als Hafez nog had geleefd was het mogelijk niet eens tot een burgeroorlog gekomen, meent Abdel Nur. Het netwerk van de vader was veel uitgebreider dan dat van zijn zoon Bashar. Het omvatte alle religieuze groeperingen en alle belangrijke zakenlieden, in het bijzonder die van Damascus en Aleppo. Ieder kreeg wat hem toekwam. Alleen met hun steun zou het Assad senior in 1982 gelukt zijn de hernieuwde opstand van de Moslimbroeders in Hama neer te slaan. Die slachting kostte wel zo’n 20.000 doden.

    In tegenstelling tot zijn vader kreeg Bashar de macht in de schoot geworpen. De oogarts werd in het jaar 2000 alleen maar opvolger omdat zijn oudere broer Bassel – een parachutist en commandant in de republikeinse garde – bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen. Bashar heeft de erfenis verspeeld, zoals zonen van rijke ouders meestal doen, volgens Abdel Nur: ‘Hij werd te begerig.’ De hele economie werd onder controle gebracht van zijn neef Rami Makhlouf. ‘Daarom zijn de Syriërs geflipt.’

    Maar ondanks alle goede eigenschappen geldt ook voor Hafez al-Assad: ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon. Maar hij had politieke ervaring.’

    Christian Weisflog

    Neue Zürcher Zeitung
    Zwitserland | dagblad | oplage 111.000

    Een van de oudste kranten ter wereld, opgericht in 1780. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

    Kader: Misdaden tegen de menselijkheid

    Duitse federale aanklagers onderzoeken sinds november of er voldoende bewijzen bestaan om het regime van president Bashar al-Assad aan te klagen voor misdaden tegen de menselijkheid.

    Die Deutsche Welle en Der Spiegel kregen exclusieve toegang tot getuigenissen en documenten diedeel uitmaken van wat omschreven wordt als ‘baanbrekend onderzoek’.

    Het Duitse federale parket ontving begin oktober een beroep van drie ngo’s over de vermeende sarinaanvallen in 2013 en 2017, naar aanleiding van het in 2002 in Duitsland geïntroduceerde principe van universele jurisdictie over internationale misdrijven. Daarmee werd de rechtsmacht uitgebreid om tot vervolging van een internationale macht over te kunnen gaan, zelfs als de misdaden niet op het grondgebied van de aanklagende partij zijn gepleegd. Dat kan sinds 2002 maar is nauwelijks eerder gebruik van gemaakt.

    Het Internationaal Strafhof in Den Haag kan geen recht spreken over het conflict in Syrië omdat Assads bondgenoot Rusland in de Veiligheidsraad een vetorecht heeft.

    Dit was voor het consortium van ngo’s aanleiding om gezamenlijk beroep aan te tekenen bij het federale parket van Karlsruhe, waar een speciale eenheid voor oorlogsmisdaden al een informeel onderzoek was gestart naar de oorlog in Syrië in 2011.

    De president werd eerder door het OPCW, de waakhond van de Verenigde Naties voor chemische wapens, al verantwoordelijk gesteld voor drie chemi- sche aanvallen in maart 2017 in de stad Al-Lataminah, in het westen van Syrië.

    Het rapport van de VN was gebaseerd op inter- views met ooggetuigen die bij de aanval aanwezig waren, onderzoek dat ter plaatse werd uitgevoerd, het oordeel van artsen en experts, en de analysevan beelden. Minstens 106 mensen zouden bij de chemische aanvallen met het zenuwgas sarin en met chloorgas door de Syrische luchtmacht om het leven zijn gekomen. ‘Mensen waren als insecten die worden gedood door insecticiden. Ze lagen op straat, auto’s stopten, je kon de lijken binnen opgestapeld zien liggen,’ vertelde een verpleegster. Het is een van de weerzinwekkende verhalen, in handen van de Duitse pers, van mensen die de aanslagen overleefd hebben.

    De huidige demissionaire minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag slaagde er destijds in als Nederlandse speciale coördinator van de vernietigingsmissie van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), 96 procent van de voorraad dodelijke gassen te ontmantelen. Of dat daadwerkelijk gebeurd is, kon de Veiligheidsraad van de VN niet met zekerheid zeggen omdat er afwijkingen in de oorspronkelijke opgave van de voorraad wapens werden vastgesteld. Sarin is reukloos en onzichtbaar en leidt tot vrijwel onmiddellijke verlamming van de luchtwegen. Overlevenden van de aanval wijzen het regime van Bashar al-Assad unaniem als schuldig aan.

    Bewijs komt voornamelijk van ooggetuigen, hoog- geplaatst militair personeel en onderzoekers van het Syrische Centrum voor Wetenschappelijke Studies en Onderzoek, dat verantwoordelijk is voor het chemische wapenprogramma van het land. Er wordt beweerd dat de jongere broer van president Assad, Maher al-Assad, toen de militaire commandant was die in 2013 opdracht gaf voor het gebruik van zenuwgas. Volgens getuigenverklaringen is het vrijwel onmogelijk dat het dodelijke sarin zonder de goedkeuring van president Bashar al-Assad gebruikt zou zijn. Volgens documenten in het bezit van Deutsche Welle is het niet onwaarschijnlijk dat president Assad zijn broer toestemming heeft gegeven om de aanval uit te voeren.

    De vraag is of er voldoende informatie is voor het federaal parket. Volgens deskundigen op het gebied van internationaal recht, meldt Der Spiegel, worden oorlogsmisdaden vaak gepleegd in een systeem van strijdkrachten, waarin het bestaan van een hiërarchie een dergelijke willekeur toelaat. Volgens Robert Haynes, universitair hoofddocent internationaal recht aan de Universiteit van Leiden, kan iedereen
    die bevelen geeft voor aanslagen verantwoordelijk gesteld worden. Zelfs als het bevel niet persoonlijk werd gegeven, maar van hogerhand kwam.

    In Duitsland is de wet over universele rechtsmacht nog maar één keer toegepast, op de veroordeling van de Rwandese Hutu-rebellenleider Ignace Murwhanashyaka en zijn medeplichtige. Beiden werden veroordeeld voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Het vonnis werd drie jaar later vernietigd en de Hutuleider stierf in de gevangenis voordat een nieuw proces van start kon gaan. In Koblenz werd een strafrechtelijke procedure ingesteld tegen een hooggeplaatst lid van het Assad-regime wegens vermeende systematische foltering.

    Of de Duitse aanklagers meer succes hebben inhun missie tegen de oorlogsvoering van het Syrische regime is uiteraard nog de vraag.

    (360, Die Welle)