Tag: buitenlandse media

  • Dit klooster geeft kunstenaars de ruimte om te rebelleren

    Dit klooster geeft kunstenaars de ruimte om te rebelleren

    In het betoverende zestiende-eeuwse Chiostro del Bramante in Rome werden eenentwintig internationale kunstenaars uitgenodigd om vrij van welke aardse beperking dan ook een werk te maken voor de tentoonstelling Crazy: Madness in Contemporary Art.

    Curator en kunstcriticus Danilo Eccher stelde een tentoonstelling samen geïnspireerd door en vernoemd naar een boek van een van de meest toonaangevende psychiaters in Italië, Eugenio Borgna. Crazy: Madness in Contemporary Art verkent de scheidslijn tussen verbazingwekkende creativiteit en ‘waanzin’ of gekte, zonder meteen met het afgesneden oor van Van Gogh op de proppen te komen. Als kunst bij uitstek in staat is om de menselijke conditie te verbeelden of te verwoorden, dan is het niet verwonderlijk dat kunst en gekte dicht naast elkaar liggen. In het Chiostro del Bramante, een museum in een oud klooster in Rome, kregen eenentwintig internationale kunstenaars de mogelijkheid om een installatie te ontwerpen die ‘rebelleert tegen de norm’, zich niet houdt aan gevestigde schema’s en wars is van elk rigide kader.

    Ian Davenport laat pigment de buitentrap afstromen om een andere ruimtelijke ervaring af te dwingen. Het neon van de maatschappelijke betrokken Chileense Alfredo Jaar is van buitenaf zichtbaar. Levensechte mannequins van Sun Yuang & Peng Yu poseren op manieren die wij niet van hen gewend zijn en ook de zwarte motten van de Mexicaanse kunstenaar Carlos Amorales hebben hun weg gevonden naar het betoverende renaissancegebouw dat rond 1500 door Donato Bramante werd ontworpen. Alfredo Pirri daagt de bezoeker uit zich niet te beperken tot een reflectie op het oppervlak van zijn werk, maar zich te verliezen in de duizeling ervan en fysiek een voetafdruk achter te laten op de gebroken vloer.

    Crazy: Madness in Contemporary Art is t/m 8 januari 2023 te zien in Chiostro del Bramante, Rome.

    10 Crazy Shoplifter 1
    Shoplifter / Hrafnhildur Arnadottir, Hypermania (2022). – © Hrafnhildur Arnadottir
    04 Crazy Amorales
    Black Cloud Fashion van Carlos Amorales. – © Carlos Amorales

    01 Crazy SunYuanPengYu
    Sun Yuan & Peng Yu, Teenager Teenager (2011). – © Sun Yuan & Peng Yu / Galleria Continua
  • Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    De Maleisische kunstenaar Red Hong Yi raakte geïnspireerd door centrale banken die overal ter wereld geld bijdrukken. Ze maakte haar eigen bankbiljetten met behulp van geëtste koperplaten en opende een heuse bank: Memebank.

    Met een vriendelijk gezicht kijkt Red Hong Yi in de camera alsof ze een persoonlijke bekentenis voor Instagram gaat opnemen. ‘Ik heb besloten niet langer kunstenaar te zijn’, zegt ze ernstig. Maar dan klaart haar gezicht op. Een lach ontbloot haar tanden – boven en onder voorzien van een beugeltje – en ze vervolgt uitbundig: ‘Want ik ben geïnspireerd door centrale banken. En hoe ze gewoon geld kunnen drukken als het op is. Op een dag was mijn geld op en toen dacht ik: Waarom druk ik niet mijn eigen geld? En dat ben ik gaan doen.’ En zo ontstond Memebank, een parodie op het geldsysteem van centrale banken overal in de wereld, met de 36-jarige Maleisische kunstenaar Hong Yi, beter bekend als ‘Red’, als oprichter en directeur. 

    George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen

    Inspiratie voor de door haar ontworpen bankbiljetten komt van de Amerikaanse dollar, de Maleisische ringgit, de Japanse yen, het Britse pond en de Singaporese dollar. George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen. Op het aan de ringgit ontleende biljet staat de tekst ‘2 seconds after buying crypto’ en heeft koning Tuanku Abdul Rahman plaatsgemaakt voor drie orang-oetans, waarvan er een vraagt: ‘Where Lambo?’ Oftewel: waar is de Lamborghini, want met crypto word je toch schathemeltjerijk? Op het aan de yen ontleende papiergeld staat Satoshi Nakamoto, die ontkent dat hij de bedenker is van de bitcoin en daarom een zonnebril op heeft.

    Red opende eind januari het eerste filiaal van haar Memebank in Kuala Lumpur. Het gebouw van een voormalige drukkerij werd omgetoverd in een heuse bank, voorzien van geldautomaten bij de entree en overal tapijt in de knalrode bedrijfskleur. Aan het plafond hingen duizenden biljetten van het Memebank-geld, ‘speciale’ klanten werden ontvangen in een vipruimte en ondertussen waren medewerkers van het team bezig met het drukken van nieuw geld. Geheel in de geest van het project vond de financiering plaats volgens de laatste ontwikkelingen in de financiële kunstwereld: Red Hong Yi vergaarde de benodigde financiën door zes koperen printplaten waarmee ze haar geld drukt te verkopen als NFT, als non-fungible token, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’.

    Het is allemaal meer dan simpelweg een parodie, vindt Red. Ze hoopt mensen bewust te maken van de economische systematiek die schuilgaat achter het geld waarvan ze dagelijks afhankelijk zijn, en hoopt dat ze zich vragen gaan stellen over de afkomst en de betekenis ervan. Over inflatie bijvoorbeeld, die ontstaat door maar geld bij te blijven drukken. 

    Het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven

    Daarom komt ook de modernisering van het financiële systeem met vindingen zoals cryptocurrency’s aan de orde. Daarover zegt Joe, voormalig bankier en nu adviseur van Memebank: ‘De opkomst van alternatieve investeringen zoals crypto is de afgelopen jaren een uitdaging geworden voor het bestaande monetaire systeem. Grote groepen mensen zien de efficiëntere en transparantere technologie erachter en beschouwen die als een afdekking tegen inflatie.’ Waarmee Memebank maar wil zeggen: het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven.

  • Hoe Beijing buitenlandse influencers beïnvloedt

    Hoe Beijing buitenlandse influencers beïnvloedt

    Volgens gegevens uit een groot internationaal onderzoek krijgen buitenlandse influencers in China betaald om positieve berichten over het land te verspreiden, waarbij gevoelige onderwerpen worden vermeden. Zelf zeggen de youtubers uit eigen beweging te handelen.

    De YouTube-filmpjes van Lee en Oli Barrett over hun uitstapjes in China trekken miljoenen kijkers. Vader en zoon Barrett logeren in hotels op exotische locaties, bezichtigen afgelegen dorpjes, proeven plaatselijke lekkernijen op drukke inheemse markten of laten daar op traditionele wijze hun oorsmeer verwijderen. Dit zijn exponenten van een nieuwe generatie socialemediasterren die een opgeruimd beeld schetsen van het leven als buitenlander in China – en ondertussen ook weerwoord bieden aan de kritiek op het autoritaire beleid, de behandeling van etnische minderheden en de aanpak van corona in het land.

    Het zijn filmpjes die er ongedwongen en zelfgemaakt uitzien. Maar wat er vaak achter zit, is een heel apparaat van ambtelijke coördinatoren, staatsmedia en andere steun vanuit de overheid, allemaal in het kader van het groeiende streven van Beijing om pro-Chinese boodschappen de wereld in te helpen. Staatsmedia en lokale overheden organiseren en financieren de reizen van pro-Chinese influencers, zo blijkt uit documenten van de overheid en uitlatingen van de influencers zelf. De overheid biedt aan om voor de filmpjes te betalen en krikt de kijkcijfers op door ze met miljoenen volgers te delen op YouTube, Twitter en Facebook. Met de steun van officiële staatsmedia kunnen de makers bovendien filmen in regio’s van China waar de autoriteiten buitenlandse journalisten het werk juist onmogelijk maken. 

    ‘De mensen zijn heel aardig en doen gewoon hun werk, leiden hun leven’ 

    De meeste van deze youyubers wonen al jaren in China en zeggen dat ze tegenwicht willen bieden aan de steeds negatievere westerse beeldvorming over het land. En de Communistische Partij dicteert hun niet waar ze filmpjes over moeten maken, zeggen ze, dat bepalen ze zelf. Maar ook al zien deze influencers zichzelf niet als onderdeel van een propagandacampagne, ze worden door Beijing wel zo gebruikt. Chinese diplomaten en andere officiële vertegenwoordigers vertonen deze filmpjes op nieuwsconferenties en promoten ze op sociale media. Zes van de populairste van deze influencers hebben op YouTube bij elkaar al meer dan 130 miljoen views en meer dan 1,1 miljoen abonnees verzameld.

    Het YouTube-kanaal van Lee en Oli Barret.

    Welwillende buitenlandse stemmen zijn een onderdeel van Beijings steeds ambitieuzere pogingen om het debat over China wereldwijd te beïnvloeden. De Communistische Partij schakelt diplomaten en staatsmedia in om haar eigen verhaal te brengen en kritiek te smoren, vaak geholpen door een heel legertje aan schimmige accounts die het bereik van deze berichten op sociale media vergroten. Podia als Twitter en YouTube, door China in eigen land geblokkeerd om de verspreiding van ongewenste informatie tegen te gaan, worden door Beijing zo in feite als megafoon gebruikt om Chinese propaganda de wereld in te sturen. 

    ‘China is de nieuwe supermisbruiker van de mondiale sociale media,’ zegt Eric Liu, een voormalig Chinese internetmoderator. ‘Het doel is daarbij niet om een debat te winnen, maar om chaos en achterdocht te zaaien, tot er van echte waarheid geen sprake meer is.’

    Een date met China

    Raz Gal-Or begon met het maken van grappige filmpjes toen hij in Beijing studeerde. Inmiddels kijken miljoenen abonnees met de jonge Israëliër mee wanneer hij zowel gewone Chinezen als landgenoten interviewt over hun leven in China. Afgelopen voorjaar bracht hij een bezoek aan de katoenvelden in Xinjiang om beschuldigingen over dwangarbeid in die regio te ontkrachten. ‘Het gaat er hier heel alledaags aan toe,’ zegt hij in zijn reisverslag, nadat hij met een paar van de arbeiders een grote vleesspies heeft gegeten. ‘De mensen zijn heel aardig en doen gewoon hun werk, leiden hun leven.’ Hij rept met geen woord over de interne overheidsdocumenten, getuigenverklaringen en verslagen van journalisten waaruit blijkt dat in Xinjiang honderdduizenden moslims door de autoriteiten in heropvoedingskampen zijn opgesloten.

    Het YouTube-kanaal van Raz Gal-Or.

    En hij zegt ook niets over de zakelijke banden van hem en zijn familie met de Chinese staat. Want de bestuursvoorzitter van Gal-Ors videobedrijf YChina is zijn vader Amir, een investeerder wiens beleggingsfonds volgens zijn eigen website gegarandeerd wordt door de China Development Bank, een staatsbank. En volgens de website van het door Amir Gal-Or opgerichte Innonation behoren twee Chinese staatsmedia tot de klanten van Ychina. Het hoofdkantoor van YChina bevindt zich in het gebouw van Innonation in Beijing. In e-mails aan ons laat Raz Gal-Or weten dat YChina geen ‘zakelijke contracten’ met staatsmedia heeft en dat de informatie op de website van Innonation ‘onjuist’ is. Hij zegt dat hij in Xinjiang niet door overheidsinstanties is betaald of rondgeleid. De reisverslagen die hij daar maakte gaan volgens hem over ‘het leven, het welzijn en de dromen van gewone mensen’. En ‘wie daar iets politieks in ziet, heeft ongetwijfeld zijn eigen agenda’, voegt hij eraan toe.

    ‘Ze betalen de reis, de accommodatie, het eten. Maar ze dicteren absoluut niet wat wij moeten zeggen’ 

    Andere influencers geven wel toe dat ze financiële steun van de staat hebben gekregen, al zijn ze daarmee naar hun mening nog geen spreekbuis van Beijing. De in China woonachtige Canadees Kirk Apesland noemt zijn YouTube-kanaal Gweilo 60. (Gweilo is een Kantonees woord voor buitenlander.) Hij weerspreekt daar berichten over de repressie in Xinjiang en voert zijn eigen positieve ervaringen aan als tegenvoorbeeld voor de bewering dat de Chinezen worden onderdrukt. Nadat wij contact met Apesland hadden gezocht, plaatste hij een filmpje getiteld ‘New York Times vs Gweilo 60’. Daarin erkent hij dat hij gratis hotelovernachtingen en geld van gemeentelijke en provinciale overheden accepteert. Hij vergelijkt het met het werk van een promotor. ‘Krijg ik geld voor wat ik doe? Natuurlijk,’ zegt hij. ‘Dit is werk. Ik bereik honderdduizenden mensen met deze video.’ Ook Lee Barrett erkende zoiets in een van zijn video’s. ‘Ze betalen de reis, de accommodatie, het eten,’ zegt hij. ‘Maar ze dicteren absoluut niet wat wij moeten zeggen.’ Oli Barrett heeft niet op onze vragen gereageerd.

    Volgens een document waarnaar verwezen wordt in een nieuw rapport van het Australian Strategic Policy Institute (ASPI) heeft de Chinese internetwaakhond circa 30.000 dollar betaald aan een mediabedrijf in het kader van een campagne getiteld ‘Een date met China’, waarin met behulp van ‘buitenlandse internetsterren’ het succes van Beijings armoedebestrijding wordt geprezen. ASPI, dat gefinancierd wordt door onder meer de Australische en Amerikaanse overheid en diverse bedrijven, waaronder leveranciers van militair materieel, heeft al verschillende rapporten over China’s repressieve beleid in Xinjiang gepubliceerd.

    Iets complimenteus

    Wanneer de YouTubers op kosten van de staat reizen, bepalen hun reisleiders wat ze te zien en te doen krijgen. Lee Barrett en een andere influencer, Matt Galat, voerden onlangs een gelivestreamd gesprek met twee YouTubers uit Mexico over hun stedentrip naar Xi’an voor de staatsomroep China Radio International. De organisatoren van de reis hadden Galat gevraagd iets complimenteus te zeggen over een plek die hij nog niet gezien had, zo vertelde hij in dat gesprek. Dat had hij geweigerd. En tijdens een ander onderdeel van de reis was hij teleurgesteld dat het bezoek aan een heilige berg uit het programma was geschrapt. ‘Ze moesten ruimte maken voor meer propagandabezoekjes,’ zei hij. Galat heeft de stream van het gesprek later weer van zijn kanaal verwijderd. Hij wil niet zeggen waarom.

    Het is onduidelijk hoeveel inkomsten dit de makers oplevert. Maar naast geld hebben de Chinese overheidsinstanties ook iets te bieden dat voor een sociale mediaster minstens zo belangrijk is: bezoekersverkeer. De advertentie-inkomsten op YouTube hangen af van het aantal kijkers. En hoe meer kijkers, hoe meer kans de influencers maken op sponsorcontracten van grote merken, zoals een aantal van deze pro-Chinese YouTubers die al in de wacht hebben gesleept.

    ‘Dictatoriale landen kunnen hun inzichten in het algoritme bundelen en aanwenden om al hun kanalen te promoten’

    Gal-Or zette zijn video over de katoenvelden in Xinjiang op 8 april op YouTube, kort nadat Nike, H&M en andere merken in China onder vuur kwamen te liggen omdat ze hun zorg hadden uitgesproken over berichten omtrent Chinese dwangarbeid. Luttele dagen later werd zijn filmpje met Italiaanse ondertitels op Facebook gezet door de Chinese ambassade in Italië, die op Facebook bijna 180.000 volgers heeft. In de weken daarna werden dit filmpje en andere clips van Gal-Or in Xinjiang door minstens vijfendertig accounts van Chinese ambassades en officiële nieuwsdiensten op Facebook en Twitter gedeeld, zo blijkt uit door ASPI verzamelde gegevens die door ons zijn geverifieerd. In totaal hebben al die accounts bij elkaar zo’n vierhonderd miljoen volgers. En de algoritmes van YouTube en Google geven meer gewicht aan video’s die op sociale media breed worden gedeeld.

    ‘Dictatoriale landen kunnen hun inzichten in het algoritme bundelen en aanwenden om al hun kanalen te promoten,’ zegt Guillaume Chaslot, een oud-medewerker van Google die daar heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van het aanbevelingsalgoritme van YouTube. Volgens Darren Linvill, die aan Clemson University onderzoek doet naar desinformatie in de sociale media, werd de video van Gal-Or op Twitter gedeeld door heel veel accounts met een verdacht kaal profiel. Dat is volgens hem kenmerkend voor een gecoördineerde actie om de verspreiding te bevorderen. Van de 534 accounts die het filmpje van april tot eind juni retweetten, had twee vijfde hooguit tien volgers, zag Linvill. Een op de negen had er nul. En voor negen accounts was dit de allereerste tweet. Op deze manier wordt de digitale voetafdruk van Gal-Or en andere makers vergroot.

    Joshua Lam en Libby Lange, studenten aan de universiteit van Yale, hebben een analyse uitgevoerd op een steekproef van bijna 290.000 tweets uit de eerste helft van 2021 waarin Xinjiang werd genoemd. Zo zagen ze dat zes van de tien meest gedeelde YouTube-video’s in de tweets afkomstig waren van de pro-Chinese influencers. YouTube laat ons weten dat het geen aanwijzingen heeft dat deze makers ‘betrokken waren bij gecoördineerde beïnvloedingsoperaties’. YouTube is onderdeel van Google en haalt geregeld kanalen uit de lucht als die op repetitieve of gecoördineerde wijze een bepaalde boodschap uitdragen. Maar daarnaast eist YouTube dat de kanalen voor hun kijkers duidelijk maken welke sponsorcontracten of andere commerciële banden ze met bedrijven hebben. Gevraagd hoe het dan zit met gratis reisjes en betalingen door Chinese staatsmedia laat YouTube weten dat het deze makers op hun verplichtingen zal wijzen.

    Transparantie

    YouTube probeert de transparantie ook te bevorderen door kanalen van door overheden gefinancierde nieuwsorganisaties als zodanig aan te merken. Maar, zo laat YouTube weten, dat geldt niet voor privékanalen van de werknemers van zo’n organisatie. Zo kunnen sommige YouTubers verhullen dat ze voor Chinese staatsmedia werken. Li Jingjing neemt haar abonnees bijvoorbeeld mee naar de koraalriffen in de Zuid-Chinese Zee en bespreekt de westerse pogingen om China daar een halt toe te roepen. Maar op haar kanaal staat niet vermeld dat ze voor de staatsomroep China Global Television Network (CGTN) werkt.

    Net zoals op The China Traveler, het YouTube-kanaal van Stuart Wiggin, nergens te lezen staat dat hij een medewerker is van de Chinese krant People’s Daily. Toch werd hij door een andere Chinese staatskrant, China Daily, als zodanig benoemd in hun reportage over de ‘Date met China’-campagne. In zijn filmpjes uit Xinjiang is Wiggin lyrisch over de regionale keuken en interviewt hij bewoners over de mate waarin hun leven erop vooruit is gegaan. Onderwerpen zoals de heropvoedingskampen komen niet ter sprake. Li en Wiggin hebben geen van beiden op onze vragen gereageerd.

    Het YouTube-kanaal van Stuart Wiggin

    Galat was een van de populairste pro-Chinese YouTubers, maar heeft het land dit jaar verlaten om op zijn kanaal over andere landen te kunnen berichten. Momenteel doet hij verslag van zijn reizen in de Verenigde Staten. Hij zegt desgevraagd geen spijt te hebben van zijn Chinese filmpjes. Al voor de coronapandemie had de uit Detroit afkomstige Galat vanuit zijn Chinese woonplaats Ningbo een aardige schare kijkers opgebouwd met zijn opgewekte reisverslagen. Toen de piek van de pandemie in China voorbij was, begon hij van allerlei lokale overheden en staatsmedia uitnodigingen voor reisjes te krijgen. Het land probeerde in die tijd de westerse kritiek op de Chinese reactie op de pandemie te pareren. Galat zegt zich ook aan die kritiek te hebben geërgerd.

    ‘Mensen ervaren graag dramatische en agressieve gevoelens over dingen, en veel van die content trok meer kijkers dan mijn gewone reisverslagen’

    Zijn YouTube-filmpjes begonnen politieker te worden. Hij vroeg zich hardop af of het virus misschien uit de Verenigde Staten kwam. Hij trad op als gespreksleider in een discussie over de westerse campagne tegen de Chinese techgigant Huawei. ‘Mensen ervaren graag dramatische en agressieve gevoelens over dingen, en veel van die content trok meer kijkers dan mijn gewone reisverslagen,’ zegt hij. Hij kreeg steeds meer volgers, dit jaar zat hij al ruim over de honderdduizend. Hij erkent dat de hulp van de Chinese staatsmedia heeft bijgedragen aan die groei. En toen zijn reizen voor die media langer werden, kreeg hij er ook voor betaald, zegt hij. Hij wil niet zeggen hoeveel.

    De afgelopen zomer heeft hij een reis gemaakt naar Xinjiang die georganiseerd was door de staatsomroep CGTN. ‘Even voor de mensen die China met nazi-Duitsland willen vergelijken,’ zegt hij in een videoverslag van een bezoek aan een museum over de cultuur van de Oeigoerse minderheid. ‘Dacht je dat er in Duitsland voor de oorlog ook musea over de Joodse cultuur waren?’

    De kijkcijfers voor zijn filmpjes zijn gedaald sinds ze niet meer over China gaan. Dat vindt hij niet erg, zegt hij. Zijn kanaal zal in de toekomst waarschijnlijk niet meer zo politiek zijn. ‘Ik voel me er niet echt goed bij,’ zegt hij, ‘om een spreekbuis voor grote thema’s te worden.’

    Lees ook:

  • Poolse organisatie voor ‘traditionele familiewaarden’ struikelt over seksschandaal

    Poolse organisatie voor ‘traditionele familiewaarden’ struikelt over seksschandaal

    Ordo Iuris, een ultraconservatieve Poolse katholieke organisatie die juridische procedures voert om abortus en echtscheidingen te verbieden, en lhbtq-rechten in te perken, dreigt uiteen te vallen. Poolse media onthulden dat twee van haar topleden betrokken waren bij een buitenechtelijke affaire.

    Balkan Insight schreef in juni vorig jaar: ‘Polen heeft onlangs de krantenkoppen gehaald door abortus vrijwel te verbieden, gemeentelijke anti-lhbtq-resoluties aan te nemen en zelfs door te proberen de regionale oppositie tegen vrouwenrechten te coördineren. De ngo Ordo Iuris speelde een belangrijke rol in deze recente conservatieve blitzkrieg. De mensen die de organisatie leiden zijn jong en activistisch. Ze behoren tot de generatie die is geboren in de jaren negentig.’

    Balkan Insight sprak zelfs van een symbiose tussen de conservatief-nationalistische regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) en Ordo Iuris. ‘Onder PiS-politici heeft Ordo Iuris een luisterend oor gevonden voor haar ideeën. Haar conservatieve pleidoeien heeft de Poolse regering geholpen een verhaal van “verzet tegen het Westen” te construeren, waar Warschau ruimschoots gebruik van maakt in zijn voortdurende confrontatie met de EU.’

    De moederorganisatie van Ordo Iuris wordt er in verschillende landen van beschuldigd een religieuze sekte te zijn

    ‘Ordo Iuris heeft een belangrijke rol gespeeld bij het bijna totale abortusverbod in Polen en invloed gehad op de totstandkoming van “lhbtq-vrijezones”. Nu heeft Ordo Iuris zijn zinnen gezet op het moeilijker maken voor echtparen om te scheiden’, schreef Vice enkele maanden later.

    De organisatie is niet alleen Pools, maar maakt deel uit van een veel groter ultraconservatief netwerk, zo blijkt uit het boek This Is War – Women, Fundamentalists and the New Middle Ages uit 2020, van de Poolse journaliste Klementyna Suchanow. Ze beschrijft hoe Ordo Iuris werd opgericht door leden van de Piotr Skarga-vereniging, de Poolse tak van het ultrakatholieke netwerk Tradition, Family, Property (TFP), dat ontstond in Brazilië en dat er in verschillende landen van wordt beschuldigd een religieuze sekte te zijn.

    ANP 431805346 3
    Een groep TFP-leden heeft zich verzameld voor de kerk van het Heilig Kruis in Warschau in een homofobe religieuze bijeenkomst. – © Piotr Lapinski / NurPhoto / Shutterstock

    Vorig jaar publiceerden wij een artikel over de wereldwijde tentakels van TFP. Volgens Suchanow gebruiken zowel Ordo Iuris als de Piotr Skarga-vereniging het logo met een gouden leeuw van TFP, werken ze gezamenlijk aan acties en zijn enkele individuen actief in beide groepen.

    Hypocrisie

    Polen is inmiddels in de ban van een seksschandaal dat Ordo Iuris op stelten heeft gezet, volgens berichtgeving in de gezaghebbende Poolse krant Gazeta Wyborcza. Gezien de nauwe banden die katholieke fundamentalistische organisatie onderhoudt met toppolitici van de regeringspartij PiS, zullen ook in regeringsgebouwen de wenkbrauwen gefronst worden.

    Volgens de krant vond een paar maanden geleden een stille breuk plaats binnen Ordo Iuris, maar is nu duidelijk geworden dat de belangrijkste reden hiervoor een seksschandaal is. Daarbij zouden de voormalige vicepresident van de organisatie, Tymoteusz Zych en Karolina Pawłowska, de directeur van het Ordo Iuris International Law Centre, betrokken zijn. Als gevolg van het schandaal hebben meer dan een dozijn mensen Ordo Iuris verlaten, waaronder Zych en Pawłowska. Op een persconferentie maakten ze plannen bekend om een nieuwe organisatie te lanceren: The Logos Institute. Ondertussen ontploften sociale media in Polen met grappen, memes en felle discussie over het schandaal.

    Gazeta Wyborcza sprak met een aantal betrokkenen die in de loop der jaren door de mangel zijn gehaald door Ordo Iuris.

    ‘Deze organisatie is medeverantwoordelijk voor de hel die Poolse vrouwen doormaken’

    ‘Hypocrisie is één ding, maar de totale zelfingenomenheid en domheid van deze jonge mensen die menen het recht te hebben om het leven van anderen te regelen, is iets heel anders. Ik hoop dat hun geweten tot hen zal spreken, dat ze bepaalde dingen zullen overdenken. Ze betalen nu de prijs voor hun overmoed. Ik heb er geen enkele moeite mee om ze te veroordelen. Ik heb geen enkele sympathie voor hen. Ze waren het gezicht van Ordo Iuris‘, zegt Klementyna Suchanow tegen Gazeta Wyborcza over Zych en Pawłowska. Ordo Iuris spande een rechtszaak tegen haar aan vanwege haar boek This is War.

    Parlementslid Hanna Gill-Piątek werd vorig jaar aangeklaagd door Zych omdat ze had gewezen op mogelijke belangenverstrengeling. Een van de organisaties onder leiding van Zych had 200.000 zloty, zo’n 45.000 euro, aan subsidies ontvangen van een overheidsinstantie. Zych bleek in de toekennende raad van die instantie te zitten.

    Over de berichtgeving rond het schandaal zegt ze: ‘In dit geval is het moeilijk om van een inbreuk op de privacy te spreken. Ordo Iuris dringt aan op een verbod op echtscheiding en nu blijken ze er zelf mee te maken te hebben: dit is belangrijke informatie voor het algemeen belang want deze mensen beïnvloeden en vormen het recht in Polen.’

    Conventie van Istanboel

    ‘Zych vindt dat het doen van concessies aan lhbtq-gemeenschappen een bedreiging is voor het huwelijk en het traditionele gezinsmodel. Naar mijn mening moet deze hypocrisie openbaar worden gemaakt. Het publiek heeft het recht er kennis van te nemen. Deze organisatie is medeverantwoordelijk voor de hel die Poolse vrouwen doormaken’, zegt activist Bart Staszewski. Hij moest de afgelopen tijd 3,2 duizend kilometer door het land reizen om bij de hoorzittingen te verschijnen voor zaken die Ordo Iuris valselijk tegen hem had aangespannen. Alle zaken werden geseponeerd. ‘Ik hoop dat dit schandaal Ordo Iuris ernstig zal verzwakken. Het zijn gevaarlijke radicalen’, aldus Staszewski.

    ‘Ze zijn in hun eigen val gelopen’, vindt parlementslid Hanna Gill-Piątek. Ik weet niet welke effecten dit op lange termijn zal hebben. In het begin barstte het internet van de grappen over dit hele schandaal, maar het gaat om meer dan alleen memes. Iedereen heeft het er inmiddels over. Het lijkt mij dat Ordo Iuris aan geloofwaardigheid zal inboeten. Misschien moeten ze zelfs hun naam veranderen, omdat dit hen zal blijven aankleven. Dit is hoe je eindigt als je de slaapkamers van mensen probeert binnen te dringen, concludeert ze, verwijzend naar wetgeving die onder invloed van Ordo Iuris is ontstaan.

    ‘Pr-technish is dit een ramp en hun geloofwaardigheid is vrijwel nihil’

    ‘Leden van deze conservatieve netwerken zijn vaak erg jong en onervaren’, zegt Klementyna Suchanow. ‘Ze werden aangeworven tijdens hun studententijd. Ze meenden te weten hoe het leven eruit hoort te zien, maar in de loop der jaren bleek dat ze niet per se gelijk hadden. Ze zijn in de val gelopen van hun eigen makelij. Zo was mevrouw Pawłowska een tegenstander van de Conventie van Istanboel [Het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld]. Nu gaat ze scheiden. Laat haar zich nu maar even die vrouwen voorstellen die zich in een veel moeilijkere situatie bevinden dan zij en vertel hen dan nog eens dat ze getrouwd moeten blijven.’

    Volgens Klementyna Suchanow is dit niet het einde van de ultraconservatieve beweging: ‘Dit is misschien het begin van het einde, maar het zijn slimme mensen. Ze maken deel uit van een sterk internationaal netwerk. Een plaatselijk schandaal is niet genoeg om ze ten val te brengen. Al zal deze echtscheidingskwestie zeker terugkomen, want pr-technish is dit een ramp en hun geloofwaardigheid is vrijwel nihil.’

    Lees ook:

  • Maartnummer | Grondeigendom

    Maartnummer | Grondeigendom

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Ivan Krastev over culturele misverstanden, Russische twijfels en de angst van Europeanen om te verdwijnen

    » Maffiosi verlaten cum laude de cel

    » Waarom mogen we eigenlijk grond bezitten?

    » Zijn we door corona betere mensen geworden?

    Betere mensen

    Redactioneel

    Van wie is grond en waarom? Die vraag wordt gesteld in een special van het Zwitserse Neue Zürcher Zeitung en is sinds een week weer extra relevant. Want grondbezit vergroot niet alleen ongelijkheid, het vormt ook een aanleiding voor de meeste oorlogen. In feite is het absurd om een vlag te planten en te zeggen: ‘Dit is van mij’, of om een streep door een land te trekken en te bepalen wie wat krijgt. Hadden we dat ingezien toen de eerste persoon in de geschiedenis beweerde dat grond van hem was, schreef Jean-Jacques Rousseau, dan had dat ons veel nood en ellende bespaard. Ook Adam Smith, die wel de vader van het kapitalisme wordt genoemd, wilde de handel in land niet aan de vrije markt overlaten. Maar het gebeurde, en de gevolgen kennen we allemaal.

    Net als die van erfenissen. Als de Duitse journalist Barbara Vorsamer een groot bedrag als verjaardagscadeau van haar vader krijgt, realiseert ze zich dat hij ‘geld te veel’ heeft en gaat ze op onderzoek uit. Wat betekent dit voor mij? Wat betekent het voor de samenleving? Tijdens haar queeste ontdekt ze onder andere dat vrijwel niemand zichzelf rijk vindt. Iedereen noemt wel de een of andere reden waarom hij dat niet zou zijn: je werkt er toch hard voor? Of: dat huis is lang geleden gekocht, toen het nog niet zo duur was. Blijkbaar gaat met rijkdom grote schaamte gepaard, maar er zijn niet veel mensen die daarnaar handelen.

    Aan intelligentie en ambitie blijkbaar geen gebrek; waar het aan ontbrak, was het juiste milieu

    Een van de gevolgen van ongelijkheid komt naar voren in het vrolijke artikel uit de nieuwe Italiaanse krant Domani, over maffiosi die hun celtijd benutten om te studeren en cum laude de gevangenis verlaten, terwijl ze daarvoor soms niet eens konden schrijven. Aan intelligentie en ambitie blijkbaar geen gebrek; waar het aan ontbrak, was het juiste milieu.

    Tekenend voor dat verguisde kapitalisme is ook dat een op de vijf Noord-Koreanen overweegt de grens over te gaan, terug ‘hun land’ in. Los van de voorstelbare heimwee naar het vertrouwde, zijn ze gedesillusioneerd door de arrogantie en het individualisme die ze tegenkomen in Zuid-Korea. ‘Zij hebben hun leven gewaagd om hierheen te komen en riskeren het vervolgens om weer weg te gaan. Dat zou een teken aan de wand moeten zijn’, schrijft Victoria Kim – en een zoveelste teken van hoe schadelijk de verdeling van land kan zijn.

    Nu de coronarestricties in veel Europese landen zijn opgeheven, worden we alweer geconfronteerd met de volgende crisis. Hebben we van de gebeurtenissen de afgelopen twee jaar dan in ieder geval iets geleerd? Zijn we misschien zelfs betere mensen geworden? Over die vragen laat de Mexicaanse arts en auteur Arnoldo Kraus zijn licht schijnen.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Cover LR

  • Afgedankte Nederlandse fietsen krijgen  nieuw leven in Spanje

    Afgedankte Nederlandse fietsen krijgen nieuw leven in Spanje

    Door de coronamaatregelen ontstond in Spanje een tekort aan goedkope fietsen, terwijl de vraag juist toenam. Dat bleek eenvoudig op te lossen.

    De Nederlandse steden krioelen van die typisch Hollandse fietsen zonder versnellingen die heel geschikt zijn voor vlak terrein. Niet alleen zie je ze rijden, maar je ziet ze ook overal geparkeerd staan. De keerzijde van dit succesverhaal – en een groot probleem voor de gemeenten – is dat er ook veel achtergelaten fietsen, weesfietsen, tussen staan. David Saiz en Ana Castán, twee Spaanse tweewielerfanaten, zagen daarin een oplossing voor het probleem van het tekort aan goedkope fietsen dat door de pandemie in Spanje was ontstaan. Dus zetten ze een samenwerkingsverband op om de Nederlandse weesfietsen een tweede leven in hun land te gunnen. Vorig jaar oktober laadden ze honderddertig tweedehands fietsen in een vrachtwagen en inmiddels zijn ze bezig met de voorbereidingen voor een tweede vracht deze zomer.

    ‘In de lockdown,’ legt Saiz uit, ‘zagen we dat de fiets in Spanje een boom beleefde en dat de verkoop enorm steeg. Maar tegelijk was er een tekort aan fietsen in het land, vooral goedkope fietsen. We overlegden hoe we de steden vol konden krijgen met fietsen, want we wisten dat Spanje in Europa qua duurzaam vervoer nog steeds achterloopt. We wilden ons steentje bijdragen.’

    Ana Castán, die in Amsterdam woont, waar ze rondleidingen op de fiets organiseert, voegt eraan toe: ‘We vonden het vreselijk dat de mensen graag op de fiets wilden, uitgerekend toen er geen fietsen te krijgen waren en de winkels door hun voorraden heen waren. In Amsterdam is een gigantisch aanbod van tweedehands fietsen, dus toen ging me een licht op.’

    Tweede leven

    Castán informeerde bij bekenden en ontdekte dat gemeenten achtergelaten fietsen weghalen en naar een depot brengen, waar ze vervolgens, als ze niet worden opgehaald, worden doorverkocht aan groothandelaars. Waarom zouden we die niet meenemen naar Spanje? dachten beide vrienden. Zo ontstond het initiatief ‘quierounabici.eu’ (‘ikwileenfiets.eu’) en besloten ze die typisch Hollandse fietsen naar verschillende Spaanse steden te brengen.

    De eerste stappen waren een webpagina bouwen en minstens honderd afnemers zien te vinden, want dat is het minimum aantal fietsen dat de depots verkopen. In oktober gingen ze daar al overheen: honderddertig belangstellenden hadden voor 30 euro een fiets gereserveerd. Ze haalden de partij op en brachten die met een vrachtwagen naar Spanje, waar ze de fietsen over verschillende steden verdeelden. Ze kostten 165 euro per stuk, inclusief transport. Volgens Castán is dat een zeer schappelijke prijs, want in Amsterdam ‘kosten zulke fietsen meestal zo’n 190 euro’.

    David Saiz legt uit dat het project verschillende kanten heeft. ‘Aan de ene kant willen we het gebruik van de fiets in Spanje stimuleren, want we lopen in Europa in dat opzicht nog erg achter. Iedereen vindt het heel mooi dat in Nederland de mensen zich op de fiets verplaatsen. Maar daar is het koud en regent het veel; hier zou het veel makkelijker moeten kunnen. Ons project heeft daarnaast ook een recyclekant: in plaats van fietsen die niet meer worden gebruikt weg te gooien, krijgen ze een tweede leven.’

    ‘We willen de steden vullen met fietsen en op die manier menselijker, mooier en bewoonbaarder maken’

    ‘Een bijkomstig idee,’ zegt Saiz, ‘is dat van een gemeenschap: de mensen hebben vertrouwen in ons, ze betalen 30 euro voor een optie op een fiets, hoewel ze vervolgens nog van de koop kunnen afzien.’ De mensen die eind vorig jaar hun fiets kregen zijn er volgens hem dik tevreden mee. ‘We hebben zelfs bijeenkomsten met ze georganiseerd, de laatste keer in Burgos,’ zegt hij.

    Castán belicht nog een ander aspect. ‘We willen dat fietsen gezien wordt als een manier om je te verplaatsen en niet als een sport. De Nederlandse fiets is daarvoor het perfecte instrument, want rechtop zitten is beter voor je rug en dan heb je ook meer zicht op het overige verkeer. Bovendien is hij, omdat hij geen versnellingen heeft, ook makkelijk te onderhouden, je hoeft eigenlijk alleen maar een lekke band te kunnen plakken. En qua uiterlijk trekt hij ook niet veel aandacht, zodat je van fietsendieven minder te duchten hebt en hem makkelijk overal kunt parkeren, wat je niet gauw zult doen met een fiets van duizend euro. Die stal je liever in je huis.’

    Een fiets zonder versnellingen is alleen doelmatig op vlak terrein. De eerste lading ging dan ook naar steden als Valladolid, Burgos, Valencia en Madrid (de laatste heeft iets meer hellingen), en nu zijn ze bezig de tweede lading voor te bereiden, die deze zomer verdeeld zal worden over de vier eerder genoemde steden plus, als nieuwkomer, de stad Logroño. ‘We willen de steden vullen met fietsen en op die manier menselijker, mooier en bewoonbaarder maken. Bovendien vind ik het hele mooie fietsen, ik heb er zelf twee gekocht,’ zegt Saiz.

  • Wordt Rusland de grootste producent van digitaal goud?

    Wordt Rusland de grootste producent van digitaal goud?

    Lage elektriciteitskosten en een koud klimaat: sommige Russische regio’s verenigen deze twee gunstige vestigingsvoorwaarden voor rendabele miningboerderijen. De wetgeving past zich stukje bij beetje aan.

    Siberië en het Russische Verre Oosten, twee regio’s die bij uitstek mensvijandig zijn, blijken zich perfect te lenen voor de productie van bitcoins, het ‘digitale goud’. Hoe komt dat? Wat is het verband met de infrastructuur uit het Sovjettijdperk en de elektriciteitsprijs? En wat verhindert dat de Russische bitcoinminers zich nog verder kunnen verrijken?

    De snelle vlucht van de koers van de bitcoin en andere cryptovaluta’s heeft de productie ervan, het ‘minen’, bijzonder aantrekkelijk gemaakt, niet alleen voor een handjevol handige jongens en bedrijven, maar ook voor staten. Toegang tot goedkope elektriciteit is een van de belangrijkste voorwaarden voor succes in deze branche, vandaar dat deskundigen op het gebied van cryptovaluta’s bloeiende perspectieven voorspellen voor bepaalde regio’s in Rusland, met name Siberië.

    Gezien de industriële schaal waarop het minen van cryptovaluta’s inmiddels plaatsvindt hebben miners met toegang tot belangrijke hoeveelheden goedkope elektriciteit een doorslaggevend voordeel ten opzichte van concurrenten. Vandaar dat Rusland een van de landen is waar deze activiteit uiterst rendabel kan zijn. Het minen is aantrekkelijk in regio’s waar het elektriciteitsnet was berekend op militaire bases en belangrijke industriecomplexen uit de Sovjettijd die inmiddels verdwenen zijn of op een lager pitje functioneren, zegt Nikolaj Korinets, analist voor het platform TradingView Inc. Het Russische Verre Oosten en de regio Krasnojarsk bieden in die zin mooie perspectieven met elektriciteitskosten die 25 procent lager zijn dan het Russische gemiddelde en een klimaat dat geschikt is voor het koelen van de installaties.

    ANP 355936549 2
    Het cryptomuntenbedrijf Genesis Mining heeft overal ter wereld enorme hallen met computers staan die digitale valuta ‘delven’. Het Datacenter Mjoelnir ligt in Fitjar, IJsland. De Svartsengi energiecentrale produceert elektriciteit met behulp van geothermische energie. – © EPA/Hanna Andres Dottir.

    Deze mogelijkheden worden al op grote schaal benut. Het Amerikaanse financiële dienstverleningsbureau Bloomberg publiceerde kortgeleden een artikel over de eerste bitcoinminingboerderij in de in het noordpoolgebied gelegen stad Norilsk, in oktober 2020 in gebruik genomen door het in Zwitserland gevestigde BitCluster. De installatie zou maximaal zes bitcoins per dag moeten kunnen produceren, met name dankzij de goedkope stroom die wordt geleverd door de elektriciteitscentrale van het Russische bedrijf Norilsk Nickel. 

    Vooral de regio Irkoetsk, waarvan de elektrische infrastructuur is berekend op levering aan bauxietmijnen, heeft een groot energieoverschot en kent daarom veel miningactiviteit. Volgens het Russische dagblad Kommersant zijn er in die regio kortgeleden bijna 24.000 miningunits met een totale waarde van tussen de veertig en zestig miljoen dollar geïmporteerd.

    Het zijn vooral de illegale miningboerderijen die vanuit energieoogpunt bezien een risico vormen

    Het energieoverschot van het stuwmeer van Bratsk, het op drie na grootste van Rusland met een lengte van 4417 meter en gelegen in de regio Irkoetsk, heeft de vestiging mogelijk gemaakt van een van de grootste miningcentra op het hele post-Sovjetgrondgebied, waarvan de capaciteit aan miners op alle continenten wordt aangeboden. Twee jaar geleden maakte Bloomberg melding van het plan van miljardair Oleg Deripaska, CEO van Rusal, de op twee na grootste aluminiumproducent ter wereld, om een datacentrum te vestigen in de buurt van de aluminiumfabriek in Bratsk; een idee dat waarschijnlijk wel gerealiseerd zal worden na de recente afkondiging van federale wetgeving inzake digitale financiële activa.

    Nu al valt overal waar goedkope elektriciteit is een concentratie van mininginstallaties waar te nemen, vooral in de buurt van elektriciteitscentrales, zegt Vjatsjeslav Oetoesjkin, directeur van betalingsplatform TTM Bank. Volgens hem kun je tegenwoordig moeiteloos plekken vinden met een volledig legale aansluiting op het elektriciteitsnetwerk voor 3,3 roebel oftewel 3,6 eurocent per kilowattuur. Een prijs die een stuk beneden het gemiddelde wereldniveau ligt; zelfs in China, waar het wemelt van de elektricieitscentrales, liggen de tarieven rond de 5 eurocent per kilowattuur.

    Tatjana Maksimenko, woordvoerder van cryptobeurs Garantex, bevestigt dat Rusland een van de aantrekkelijkste elektriciteitstarieven ter wereld aanbiedt. Volgens haar zou het minen geen elektriciteitstekort opleveren, noch in Rusland, noch op wereldschaal. ‘We zien steeds energiezuiniger installaties verschijnen die betere prestaties leveren bij een gelijkblijvend verbruik,’ licht ze toe. ‘Mining is een volstrekt open markt. Het zijn vooral de illegale miningboerderijen die vanuit energieoogpunt bezien een risico vormen, omdat ze het elektriciteitsnet te zwaar belasten en de normale levering bedreigen, met name aan huishoudens. Maar als een miner in alle openheid de vestiging van een databehandelingscentrum in een bepaalde sector aankondigt en het lokale netwerk in zijn reële energiebehoefte kan voorzien, dan is er geen enkel probleem.’

    Niet helemaal legaal

    Voorlopig is Rusland nog lang geen wereldleider op het gebied van de productie van cryptovaluta’s. Volgens Denis Badjanov, analist bij Alfa Capital Management, wordt 65 procent van de bitcoins in China gemined en wordt de tweede plaats ingenomen door de Verenigde Staten, waar zich het merendeel van de grootste miningpools bevindt, zoals Bitmain, dat in 2020 goed was voor 23 procent van de wereldwijde bitcoinproductie. Daarna komen qua productievolume Georgië, Koeweit, IJsland, Estland, Canada en Venezuela.

    Momenteel is de status van de bitcoin en aanverwante cryptoactiva niet helemaal legaal in Rusland. De federale wet op digitale financiële activa, die na langdurige discussies eindelijk in werking is getreden op 1 januari jongstleden, definieert een cryptovaluta als een digitale code die als betaal- of spaarmiddel kan worden gebruikt, en ook als investeringsvehikel, maar verbiedt het gebruik ervan in Rusland voor de betaling van goederen en diensten. In andere landen wordt een soortgelijke benadering gehanteerd: de nationale monetaire instituties waken angstvallig over hun monopolie op het in omloop brengen van valuta’s.

    ‘De elektriciteitstarieven in Rusland zijn zeker lager dan in de meeste andere ontwikkelde landen,’ zegt Ivan Kladov, medeoprichter van beleggingsfonds Aravana Capital Management. ‘Maar de miners lopen nog tegen heel wat problemen op die te maken hebben met het gebrekkige juridische kader voor hun activiteiten: het is toegestaan om je bezig te houden met mining, maar verboden om de geproduceerde cryptovaluta’s te verkopen. Miners opereren vaak in een grijze zone, wat in een aantal landen al tot problemen met de autoriteiten heeft geleid.

  • Waarom onzekerheid een zegen is

    Waarom onzekerheid een zegen is

    Wie terugschrikt voor het onzekere is geneigd rigide te denken, voorbarige conclusies te trekken en naar een duidelijk en voorspelbaar leven te verlangen. Daartegenover staan flexibele, nieuwsgierige denkers die beter in staat zijn met diversiteit, complexiteit en verandering om te gaan. Waarom het – juist in deze tijden – loont om onze onzekerheid toe te laten.

    Lexi Walker had al een verwarrend jaar achter de rug toen de pandemie uitbrak. Hoewel ze een gewoontedier is – ‘Als ik geen zekerheid heb, ga ik door het lint,’ zegt ze – had ze halverwege 2019 haar carrière als advocaat ingeruild voor een baan als fiduciair adviseur in haar woonplaats Taylors in South-Carolina. Toen overleed haar vader, en ze had hem nog niet begraven of de pandemie gooide alles overhoop. ‘Er is nu zoveel onzekerheid, en er is geen ontkomen aan,’ zegt ze. ‘Je leven kan morgen fundamenteel veranderen, je weet het gewoon niet. Je ziet algauw geen uitweg meer.’

    Walker maakt zich nog steeds zorgen, maar de laatste tijd is ze zich een nieuwe vraag gaan stellen: ‘De dingen die ik altijd deed, ga ik die nu weer doen?’ Een onnodige impulsaankoop dwingt tot bezinning. En ze kijkt vooruit als nooit tevoren en maakt haar eerste vijfjarenplan. ‘Je doet in feite minder op de automatische piloot,’ zegt ze. ‘Dit is een kans om een heleboel dingen te heroverwegen die ik anders zonder nadenken zou zijn gaan doen.’ Juist in de onzekerheid die ze zo vreesde ziet ze bijna onwillekeurig een mogelijkheid.

    Mensen vinden het van nature ongemakkelijk om dingen niet te weten. Om te overleven zijn we tot zoekers naar antwoorden geëvolueerd. Kennis helpt ons een oplossing te vinden. Onze afkeer van onzekerheid is zo hevig dat deelnemers aan een reeks psychologische experimenten veel gestresster bleken als ze niet wisten óf ze een elektrische schok zouden krijgen dan als ze daar zeker van waren.

    ‘Het voelen en ervaren van onzekerheid stelt ons in staat ons aan te passen’

    Momenteel stuwt een stortvloed aan onbekende factoren – aangejaagd door onrust, recessie, branden, overstromingen en plagen – de jammerklachten over ‘deze onzekere tijden’ tot koortsachtige hoogte op. Toch zou het onverstandig zijn om op dit kritische moment voor die onzekerheid terug te schrikken. Een nieuwe golf van onderzoeken toont aan dat deze gemoedstoestand lange tijd verkeerd is begrepen maar ons denken in veranderende tijden naar een hoger plan helpt te tillen. Wanneer een probleem ondoorzichtig of nieuw is, zet onzekerheid ons ertoe aan ons oordeel uit te stellen, een eerste en vaak onjuiste overtuiging nog eens nader te bekijken en naar een béter antwoord te zoeken.

    ‘Het voelen en ervaren van onzekerheid stelt ons in staat ons aan te passen,’ zegt dr. Paul K.J. Han, verbonden aan het Amerikaanse National Cancer Institute en leider van een recente studie naar de mechanismen van onzekerheid. ‘We moeten haar niet onderdrukken. Maar aan de andere kant zijn we er in de meeste omstandigheden niet blij mee.’ Het paradoxale pluspunt van onzekerheid is dat we erdoor van ons stuk worden gebracht.

    Op dit moment worden we met enorme uitdagingen geconfronteerd, van de verwoestende klimaatverandering en aanslagen op de democratie tot een hardnekkige pandemie. Maar deze complexe problemen kunnen alleen goed worden aangepakt als we onze voorkeur voor schijnzekerheid biedende noodoplossingen laten varen en kiezen voor de letterlijk tot nadenken stemmende gemoedsgesteldheid van het níét weten. Studies tonen aan dat de vrees voor onzekerheid ons vatbaar maakt voor starheid, bekrompenheid en angst, precies de gemoedsgesteldheden die in roerige tijden een handicap zijn.

    Misvatting

    Wie is de beste kandidaat? Welk vaccin is het veiligst? We weten allemaal hoe het is om onzeker te zijn, om het gevoel te hebben dat je kennis tekortschiet en dat er meer te weten valt. Maar opmerkelijk genoeg werd een onzekere gemoedsgesteldheid tot voor kort vaak als studieobject over het hoofd gezien. Psychologen zagen het als iets wat mensen zo snel mogelijk de kop in moesten drukken.

    Maar de misvatting dat niet-weten een cognitief niemandsland is verliest snel terrein. Gezondheidszorg bijvoorbeeld is een discipline die vanaf diagnose tot behandeling naar zekerheid streeft. Maar dat heeft zijn prijs. Geneeskundestudenten die ambiguïteit mijden tonen zich minder geïnteresseerd in het behandelen van kansarme patiënten met vaak complexe aandoeningen. De moeite die artsen met onzekerheid hebben, is in verband gebracht met excessief testen, met het voorschrijven van te veel antibiotica en met de burn-outs en depressies die ook al voor de pandemie tot een alarmerend niveau waren gestegen. Het is absoluut noodzakelijk ‘om de ongezonde reactie van de geneeskunde op onzekerheid’ aan te pakken, schreef dr. Arabella Simpkin, wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Harvard Medical School, afgelopen april in het Britse medisch tijdschrift The BMJ. En sommigen in het vakgebied zijn daar al mee begonnen.

    Een paar jaar geleden ontdekte de faculteit huisartsengeneeskunde van het Central Medical Center in Maine dat hun jonge artsen steeds meer moeite hadden met het behandelen van poliklinische patiënten met complexe en ambigue gezondheidsproblemen. Het duurde even voordat hun opleiders het probleem onderkenden: de artsen in opleiding konden slecht overweg met de onzekerheid die inherent is aan hun beroep. In 2015 voegde de faculteit een extra maand toe waarin men de poliklinische patiënten liet roteren, meer tijd uittrok voor begeleiding van de studenten, colleges over medische fouten inlaste en nieuwe nadruk legde op het idee dat ‘er niet maar één juiste manier is om een patiënt te behandelen’, zegt programmadirecteur dr. Bethany Picker. ‘We hebben het lesprogramma zodanig omgegooid dat mensen openstonden voor het niet-weten, zich daar niet langer tegen verzetten maar het juist opzochten. Toen zagen we dat er opeens lampjes gingen branden.’

    Het niet-weten bleek een wezenlijke voorwaarde voor goed nadenken

    Een pilotstudie uit 2018 door Picker, psycholoog Deborah Taylor, dr. Donald Woolever en anderen toonde aan dat nadat het nieuwe curriculum was toegevoegd, artsen in opleiding ambiguïteit minder snel als een dreiging ervoeren. Voordat men de poliklinische patiënten liet roteren waren de studenten het er over het algemeen van harte mee eens dat ‘een deskundige die niet met een duidelijk antwoord komt waarschijnlijk niet zoveel weet’. Naderhand, en ook nog zes maanden later, waren ze het daar sterk mee oneens. Het nieuwe curriculum had hun professionele identiteit veranderd.

    ‘We werden er bij herhaling op gewezen dat het oké is om te zeggen dat je het antwoord niet meteen weet of iets moet opzoeken, iets wat trouwens bijzonder moeilijk is om toe te geven,’ herinnert Nupur Nagrare zich, die in 2017 in Maine is afgestudeerd en nu praktiseert in het noorden van de staat New York. De opleiding heeft haar zelfvertrouwen – en zelfs moed – gegeven tijdens de pandemie. ‘Als je openstaat voor ambiguïteit, heb je geen tunnelvisie meer en is alles niet zo in steen gehouwen,’ zegt ze. 

    In het dagelijks leven varen mensen wel bij intuïtieve cognitie, het trekken van snelle conclusies op basis van eerdere ervaringen. Daardoor vermoedt een ervaren arts bijvoorbeeld dat pijn op de borst bij een patiënt op een hartaanval duidt. Maar als iets anders loopt dan verwacht of misgaat, moet onze geest de automatische piloot uitzetten en een nieuwe inschatting maken. Een fout, een tegenstrijdigheid, een discrepantie – een vals-positieve medische test, een bewustwording van sociale ongelijkheid – creëert een verwarrende kortsluiting tussen oude verwachtingen en een nieuwe realiteit.

    Wat er op dat moment in ons hoofd gebeurt is een van de belangrijkste aandachtspunten in de cognitieve wetenschap. Op dat moment verbreedt de onzekerheid onze focus en versterkt het werkgeheugen. Het noodt tot het ‘trage’ denken dat nodig is om het nu ontoereikende begrip van de wereld te updaten. Onzeker zijn is zowel een signaal van gevaar als een uitdaging om te onderzoeken wat er anders is, ontbreekt of niet klopt, een proces dat ‘conflictbeheersing’ wordt genoemd. ‘Onzekerheid kan informatief zijn, en dat lijken mensen zich vaak niet te realiseren,’ zegt Sander van der Linden, die leiding geeft aan een laboratorium van de University of Cambridge dat onderzoek doet naar het nemen van sociale beslissingen. ‘Het stuurt ons in de richting van wat we níét weten.’

    Niet binair

    Neem een baanbrekend onderzoek dat Nils Plambeck van de HEC Paris Business School en Klaus Weber van Northwestern University deden naar 104 Duitse CEO’s die in 2004 werden geconfronteerd met een dramatische uitbreiding van de Europese Unie, met onder andere een groot aantal voormalige communistische landen. Enkele maanden voor die verandering voorspelden sommige CEO’s dat hun bedrijf daar sterker uit zou komen, terwijl anderen zeiden dat het hun vooruitzichten zou schaden. Maar volgens een derde groep kon de uitbreiding van het Europese blok zowel positief als negatief uitpakken; ze waren niet zeker van de uiteindelijke afloop.

    Toen de onderzoekers meer dan een jaar later terugkeerden om te zien hoe het de CEO’s was vergaan, merkten ze tot hun verbazing dat de sterke ambivalentie niet verlammend had gewerkt maar juist het tegengestelde effect had gehad. Degenen die in tweestrijd hadden gestaan hielden rekening met een groter scala aan reacties, lieten meer uiteenlopende stemmen meewegen in hun beslissingen en namen meer innovatieve en gedurfde initiatieven. Ze beseften dat ‘er daarbuiten een realiteit bestaat die niet binair is’, aldus Weber. Maar degenen die hun vooruitzichten als goed of slecht hadden ingeschat of de situatie beter in de hand meenden te hebben, waren geneigd hun bedrijfsvoering op de oude voet voort te zetten; sommigen deden vrijwel niets.

    Onzekerheid is een horzel voor de geest die ons opschrikt uit onze zelf-genoegzaamheid, als we bereid zijn de handschoen op te pakken.

    ‘Onzeker zijn betekent dat het me aan zelfvertrouwen ontbreekt.’ ‘Er bestaat eigenlijk geen probleem dat niet kan worden opgelost.’ Dit zijn maatstaven die worden gehanteerd bij twee psychologische tests, ‘Intolerantie voor Onzekerheid’ en ‘Tolerantie voor Ambiguïteit’, die zich in nieuwe belangstelling mogen verheugen van de geneeskunde, de klinische psychologie en de zakenwereld als instrumenten om mensen te helpen de positieve kanten van het niet-weten te ontdekken. In wezen meten de tests de mate waarin mensen onzekerheid als een uitdaging of een dreiging ervaren, een schijnbaar onschuldig verschil in houding dat desondanks van invloed is op de manier waarop we leren, argumenteren en problemen oplossen.

    ‘Er bestaat eigenlijk geen probleem dat niet kan worden opgelost’

    Mensen die terugschrikken voor het onzekere zijn geneigd rigide te denken, voorbarige conclusies te trekken en naar een duidelijk en voorspelbaar leven te verlangen; zij zien kennis als een rots om je aan vast te klampen en te verdedigen. Aan de tegenovergelegen kant van het spectrum vinden we flexibele, nieuwsgierige denkers die beter in staat zijn met diversiteit, complexiteit en verandering om te gaan en daar zelfs naar streven. De implicaties zijn helder: tolerantie voor onzekerheid is de springplank naar cognitieve bloei.

    Het vermogen om steeds beter om te gaan met onzekerheid wordt niet alleen als een voorwaarde voor kritisch denken beschouwd, maar ook voor mentaal welzijn. Veel vooraanstaande klinisch psychologen geloven dat angst voor het onbekende een belangrijke oorzaak is voor, of een ‘transdiagnostische factor’ achter, tal van geestes ziekten zoals angsten, depressies en posttraumatische stressstoornissen. Angst komt in dit licht bezien voort uit excessieve of onnodige pogingen onzekerheid op te lossen door haar uit de weg te gaan of door via piekeren de illusie te wekken dat men de zaken onder controle heeft.

    Nieuwe behandelingen leren mensen met angststoornissen bijvoorbeeld meer te delegeren op hun werk, of beslissingen te nemen zonder eerst uitentreuren het internet te raadplegen. Ze leren in feite om te gaan met hun ernstigste angst, zoals iemand die bang is voor honden eerst een puppy kan leren benaderen en daarna een hond aan een riem. ‘Mensen zijn bang om kapot te gaan aan hun onzekerheid,’ zegt Kevin Alschuler, psycholoog bij de University of Washington. ‘Wij helpen hen in te zien dat ze ermee om kunnen gaan.’

    Kans op een reset

    In weerwil van wijdverbreide angst, wanhoop en uitputting gelooft meer dan de helft van de Amerikanen dat ‘we covid-19 moeten aangrijpen als een kans om belangrijke veranderingen in ons land door te voeren’, volgens een onderzoek van het onafhankelijke non-profitbureau More in Common. Een andere raciale benadering stimuleert de verbeeldingskracht, zei mensenrechtenactivist Opal Tometi tegen het blad The New Yorker. Leidinggevenden worden als minder competent beschouwd als ze in het openbaar een paar seconden pauzeren om na te denken. Het tempo en de visie van het technologische milieu kweekt de impliciete overtuiging dat ‘weten’ downloadbaar is, keurig en snel; na een paar minuten online zoeken zijn mensen geneigd te denken dat ze meer weten dan in feite het geval is. Het versterken van polarisering tast de persoonlijke onzekerheid aan die van wezenlijk belang is voor een compromis.

    Het grootste obstakel voor een weloverwogen verandering die ons verenigt is niet het ongelijk van de andere kant of de behoefte aan een beter algoritme, maar de intolerantie voor onzekerheid die ons op gevaarlijke afstand plaatst van een genuanceerd, veelzijdig, zich ontwikkelend begrip van de werkelijkheid.

    We kunnen lachen om het idee uit vervlogen tijden dat sterren en aarde aan een vaste plaats waren gebonden en dat de hersenen en de persoonlijkheid van volwassenen onveranderlijk waren. In plaats daarvan moeten we ons afvragen: welke sluier van zekerheden laat ons nu in het duister tasten over onszelf, onze wereld en elkaar? De grote, door de Verlichting geïnspireerde strijd om het niet-weten uit te roeien – wat John Dewey ‘het zoeken naar zekerheid’ noemde – loopt ten einde. Het is tijd om de ‘vijand’ te betrekken bij het oplossen van onze hedendaagse problemen.

    Niet lang geleden waren mijn man en ik betrokken bij de pijnlijke ontmanteling van een huis van een familielid. Eerder was afgesproken dat de inhoud zou worden verdeeld aan de hand van keuzen van de betrokkenen en daarna door het gooien van een dobbelsteen. Alles ging goed totdat wij iets wonnen waar een andere verwant zijn zinnen op had gezet en uitgeputte familieleden begonnen te eisen dat we afstand deden van het erfstuk.

    Aanvankelijk leek de keuze duidelijk: het erfstuk houden en familieleden boos maken of de vrede herstellen ten koste van de eerlijkheid. Maar toen realiseerde ik me dat we in onze collectieve haast om de zaak af te ronden verborgen aspecten van het probleem over het hoofd zagen. Misschien was het minder een win-verliessituatie dan we hadden gedacht. Misschien waren de herinneringen niet zo’n nulsomspel. Een moment van besluiteloosheid inspireerde me tot het bedenken van een derde optie: een transactie waarmee alle partijen konden leven. Het niet-weten bleek een wezenlijke voorwaarde voor goed nadenken, en niet de cognitieve nederlaag die we maar al te vaak vrezen.

  • Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Bekend is dat op sociale media in exotische, meestal illegale (huis)dieren wordt gehandeld. Bellingcat onderzocht hoe beroemdheden en influencers een gevaarlijke miljoenenindustrie in stand houden door op Instagram met een tijgerwelpje te poseren.

    Het aapje kronkelt terwijl een vrouw het met één hand zonder commentaar ophoudt naar de camera. De korte TikTokvideo heeft geen beschrijving; het enige geluid is het gekir van het babyaapje. Andere filmpjes op sociale media tonen jonge tijgers, leeuwen, cheeta’s en poema’s, maar ook aapjes, luiaards en stokstaartjes, allemaal zonder commentaar.

    ANP 422074224
    Toen afgewerkte dierenhuiden nog onomstreden waren, hulden actrices en modellen zich graag in bont. Marcelle Ranson (l) en Marie Daëms poseren met een chinchilla en een babytijger voor de lancering van een nieuwe creatie van bontwerker Fredy Weil. – © AFP

    Steeds vaker worden deze jonge dieren door influencers en beroemdheden gebruikt om hun socialemediapagina’s mee op te leuken. Rappers, filmsterren, grote ondernemers, tv-presentatoren, modellen, vloggers en zelfs een voortvluchtige crimineel posten beelden waarop ze met de dieren poseren. Onderzoek laat zien dat de individuele dieren te herleiden zijn tot een kleine groep van anonieme personen die exotische dieren illegaal verhuren en mogelijk zelfs verhandelen.

    De handel in exotische dieren is een miljoenenindustrie. Net als auto’s en horloges doen exotische dieren het goed als statussymbool, vooral in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Schijnbaar geeft niemand erom dat het niet goed is voor leeuwen, tijgers en andere wilde dieren om als ‘huisdier’ te fungeren: erger nog, het brengt ze fysieke en mentale schade toe.

    Bovendien is het verboden en werkt het stroperij en georganiseerde misdaad in de hand. In 2017 werd in de VAE een wet van kracht die het verbiedt om gevaarlijke of exotische dieren als apen en grote katten te bezitten, te verhandelen of te transporteren. Sindsdien hebben dierentuinen en fokbedrijven met sterke beperkingen te maken gekregen.

    Ondanks deze nieuwe wet gaat de handel gestaag door. Nog steeds laten socialemediasterren hun miljoenen volgers foto’s en filmpjes van tijgers, cheeta’s en apen zien. Daarmee maken ze gratis reclame voor illegale handelaars – met als enige voordeel dat ze onderzoeksjournalisten de kans bieden om met opensourcetechnieken meer te weten te komen over deze duistere handel.

    Vooral foto’s met leeuwen- of tijgerwelpjes doen het goed. Meestal vinden de fotosessies plaats als zo’n welpje pas een paar maanden oud is. Tijgerwelpjes zijn niet alleen peperduur om aan te schaffen, maar ook om te verzorgen. Wanneer ze wat ouder zijn, worden ze al snel gevaarlijk.

    Het meest gewild zijn misschien wel witte tijgers. Eigenlijk zijn dit Bengaalse tijgers met een pigmentaandoening die extreem zeldzaam is in het wild. Ze zijn dan ook het product van inteelt in gevangenschap, waardoor ze niet zelden ernstige genetische aandoeningen hebben.

    In augustus 2019 trakteerde de Indiase filmactrice en fotomodel Esha Gupta haar 5 miljoen Instagramvolgers op een foto waarop ze een witte tijgerwelp in de armen houdt. De foto is inmiddels alweer gewist maar is nog terug te vinden in Google’s cache en op Pinterest.

    Diezelfde maand postte Moe Money, een socialemediamanager die veel beroemdheden bijstaat en zelf ook 400.000 Instagramvolgers heeft (@moemoneyofficial), een aantal beeldverhalen waarin een tijgerwelp figureert.

    En op 1 september 2019 zette MoVlogs, die wel 10 miljoen abonnees heeft op YouTube, een video op het platform met als titel ‘Swimming with babytigers’. Er zijn een witte tijger met welpje in te zien en hij is opgenomen bij hem thuis.

    Strepen van tijgers veranderen hun hele leven niet. We konden daarom vrij eenvoudig nagaan of het één en hetzelfde welpje is dat in deze drie video’s voorkomt. Verschillen in belichting, resolutie en camerahoek daargelaten, zouden de strepen en vlekken, naast de kleur van de ogen en de snorhaarstippen, identiek moeten zijn.

    En dat zijn ze. Het patroon van alle strepen, hoe vaag ook, komt duidelijk overeen, net als dat van de snorhaarstippen en het vlekje op de neus.

    MBE.777

    Behalve het feit dat hetzelfde welpje erin voorkomt, hebben deze drie filmpjes nog iets met elkaar gemeen. Bij alle drie stond MBE.777 getagd in de posts, het verhaal of de beschrijving. MBE.777 is de naam van een privé-Instagramaccount waar ook veel naar wordt verwezen in andere posts en verhalen van beroemdheden over tijgers, leeuwen en cheeta’s.

    Zo poseerden de Britse rapper Fredo (1,1 miljoen volgers), de Saoedische beroemdheid Dyler (2,7 miljoen volgers) en de Egyptische tv-presentator Sara Khalifa (738.000 volgers) allemaal in november 2019 met weer een andere witte tijgerwelp. Deze Instagramposts zijn gemarkeerd met MBE.777, wat feitelijk neerkomt op gratis reclame voor dit account bij de vele volgers van deze beroemdheden. De witte tijgerwelp is in alle drie de Instagramposts dezelfde.

    Niet alleen beroemdheden verwijzen naar dit account, ook fotografen doen dat, schijnbaar huren zij exotische dieren in om hun fotosessies mee op te fleuren.

    Wereldwijd leverbaar, tegen contante betaling bij ontvangst

    In dezelfde maand dat deze beelden van een tweede witte tijgerwelp op Instagram verschenen, schreef de Britse krant de Birmingham Mail dat de Britse voortvluchtige crimineel Zahid Khan, terwijl hij zich schuilhield in Dubai, met een witte tijgerwelp poseerde. Khan was in Groot-Brittannië wegens fraude bij verstek veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf; de Britse autoriteiten hebben de Verenigde Arabische Emiraten om zijn uitlevering gevraagd.

    En al noemt Khan MBE.777 niet in zijn post, aan het uiterlijk van de welp is duidelijk te zien dat het om hetzelfde dier gaat dat eerder op de foto’s van de drie beroemdheden te zien was.

    Deze twee welpen bezorgden deze beroemdheden duizenden – voor hen zeer welkome – views. Maar waar komen ze eigenlijk vandaan?

    Over MBE.777 is weinig bekend – en dat wil hij blijkbaar graag zo houden. Op zijn Instagramposts is nooit zijn gezicht te zien of zijn stem te horen. Deze zorgvuldig in stand gehouden anonimiteit suggereert dat hij de wetten in de Verenigde Arabische Emiraten over het houden van exotische en gevaarlijke dieren maar al te goed kent.

    Ondanks dat het om een besloten account gaat, heeft MBE.777 bijna 15.000 Instagramvolgers. Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat.

    image20
    Op foto’s met exotische dieren worden illegale dierenhandelaars getaggd, zoals MBE.777.
    image11
    De tijger die Humaid Albuqaish in zijn privédierentuin houdt.

    Continue aanvoer

    MBE.777 houdt al zeker sinds oktober 2019 dieren: er is een continue aanvoer van leeuwen- en tijgerwelpen en andere exotische dieren. Foto’s en filmpjes die MBE.777 op sociale media zet zijn steeds opgenomen in dezelfde kamers. Ondanks MBE.777’s hang naar privacy verraden andere personen in zijn netwerk toch details over hem. Soms staan deze mensen samen met hem getagd, ze posten vanaf dezelfde locatie of zijn op de achtergrond te zien, soms alleen in een ruit of een spiegel.

    Alhoewel MBE.777 alleen binnenshuis te zien is, kunnen we deze ruimtes toch lokaliseren dankzij de socialemediapost van een Russische vrouw die schijnbaar tot zijn intimi behoort. De foto’s die zij op sociale media zet zijn genomen in dezelfde kamers, met exact dezelfde meubels erin.

    Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat

    Op een van de foto’s is door het raam een blauw reclamebord op het gebouw ernaast te zien. Het laat zich herkennen als een twintig verdiepingen hoge flat op Jumeirah Beach Residence in Dubai.

    De meubels en de tags van MBE.777 maken het ook mogelijk om gebruikers te identificeren die dit appartement bezochten om met tijger- en leeuwenwelpen te poseren. Dezelfde bank en hetzelfde model televisie zijn, opnieuw getagd met MBE.777, te zien op foto’s van de Indiase beroemdheid Adnaan Shaikh (13.4 miljoen Tiktokvolgers), de Duitse ondernemer Saygin Yalcin (717.000 Instagramvolgers) en de Indiase ‘mode-influencer’ Shadan Farooqui (4.2 miljoen Instagramvolgers). Uit de overeenkomstige locatie en de tijdspanne tussen de posts valt af te leiden dat MBE.777 de jonge dieren weken achtereen in het Dubaise appartement moet hebben gehouden. Daarnaast blijken de dieren ook geregeld naar andere locaties of huizen te worden getransporteerd voor fotosessies met beroemdheden.

    Wereldwijd leverbaar

    MBE.777 organiseert niet alleen fotosessies maar lijkt de dieren die hij in zijn Dubaise appartement houdt ook te verkopen. Een Instagramaccount met de toepasselijke naam Exotic Pets Dubai [Exotische Huisdieren Dubai] helpt MBE.777 zo te zien bij de verkoop. In de beschrijving van het account lezen we dat de dieren die in de post voorkomen wereldwijd leverbaar zijn, tegen contante betaling bij ontvangst. Het account valt aan MBE.777 te koppelen doordat er in de post afbeeldingen en filmpjes te zien zijn van dieren die ook figureren in afbeeldingen en filmpjes van MBE.777. Ze zitten of liggen op dezelfde meubels.

    ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie’

    Ook op andere accounts in MBE.777’s netwerk is sprake van handel. De Russische vrouw die MBE.777 goed lijkt te kennen deelt afbeeldingen van dezelfde dieren, maar geeft er meer informatie bij. Zo deelde zij op VKontakte [een Russische socialemediasite] een foto van een cheetawelp. Cheeta’s staan als kwetsbaar aangemerkt op de rode lijst van de IUCN [International Union for the Conservation of Nature]. Naar schatting leven er nog maar achtduizend in het wild, een aantal dat door de dierenhandel aanzienlijk daalt. Net als leeuwen gelden ze in de Golfstaten en in Saoedi-Arabië als statussymbool.

    Toen een gebruiker haar vroeg of de cheeta van haar was, antwoordde ze: ‘Was van mij, maar is nu verkocht.’ Op Instagram deelde ze een video van dezelfde welp en schreef ze erbij dat ze zat te wachten op een oudere cheeta.

    Een andere gebruiker vroeg haar of een anderhalve maand oude welp op een foto haar huisdier was. Zij antwoordde dat het welpje de nacht bij hen had doorgebracht en nu naar een ander land was gevlogen. De vraagsteller zei te hopen dat ‘de kat het goed maakt’, waarop zij antwoordde met een verdrietig biddende emoji.

    Ze kan bidden wat ze wil, maar met deze dieren gaat het absoluut niet goed. Tijgers hebben in gevangenschap veel ruimte, specialistische zorg en een gebalanceerde voeding nodig.

    MBE.777 wordt gevolgd door een Saoedische man die zelf ook in exotische dieren handelt. Ruim een jaar geleden postte hij een foto van dode dieren, waaronder een witte tijgerwelp en een leeuwenwelp, die op plastic zakken lagen. ‘Van de hitte,’ schreef hij erbij.

    Iemand anders uit de omgeving van MBE.777, die vaak dezelfde dieren toont, deelde een filmpje van twee leeuwen. Een van de twee zit in een kleine kooi, de ander is vastgeketend en lijdt aan lensluxatie. Deze medische aandoening, waar honden ook vaak aan lijden, is op zich geen teken van slechte behandeling, maar er moet wel door een arts naar worden gekeken.

    Andere exotische dieren die eerder in het netwerk van MBE.777 te zien waren, doken later als huisdieren op bij andere instagrammers.

    Op 27 maart 2020 postte MBE.777 een video van een servalwelp. De serval is een bedreigde wilde katachtige die in de recente wet van de Verenigde Arabische Emiraten ook expliciet als ‘gevaarlijk’ wordt vermeld, een dier dat je niet mag verhandelen en niet als huisdier mag houden. Toch vraagt een van de gebruikers in het commentaar naar de prijs. Drie dagen later, op 30 maart, verschijnen op het Instagramaccount van ene Dubai_Serval, een volger van MBE.777, video’s van een dier dat er precies zo uitziet.

    image15 1
    Een (bedreigde) serval op het account van MBE.777. Onder: dezelfde serval op het account van iemand die door de handelaar wordt gevolgd.
    image1
    De welp in handen van MoVlogs, Esha Gupta en MoeMoney. Omdat strepen van tijgers hun leven lang niet veranderen, is het eenvoudig aan te tonen dat het om steeds hetzelfde welpje gaat.

    Tijger- en leeuwenwelp

    Is het inderdaad dezelfde serval? Verschillen qua resolutie, camerahoek en belichting daargelaten, lijkt het vlekkenpatroon identiek. Ook de stippen bij de snorharen komen overeen. Nog voordat hij twee maanden oud was, werd deze serval schijnbaar vanuit MBE.777’s appartement overgebracht naar het huis van iemand anders en leeft hij daar nu al tien maanden als huisdier.

    Dit is maar één voorbeeld; een ander geval betreft een Chinese vrouw die MBE.777 volgde en later een tijger- en een leeuwenwelp als huisdier nam.

    Zo te zien is het dezelfde tijgerwelp als op de eerdere foto’s van de Russische vrouw uit MBE.777’s naaste omgeving. In de beschrijving schreef ze: ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie.’ Een nauwgezette vergelijking van het strepenpatroon en de snorhaarstippen laat zien dat het dier op de foto’s inderdaad hetzelfde is.

    Ergens moeten ook de moederdieren aanwezig zijn. Volwassen cheeta’s en tijgers kun je moeilijk in een appartement houden, dus er moet een ruimere faciliteit bestaan waar die worden gehouden. Alhoewel MBE. 777 zijn gezicht zorgvuldig verborgen houdt, is zijn contactenlijst niet geheim. Veel van deze personen staan geregeld naast MBE.777 getagd. Zo postte een van zijn contacten, die ook het appartement bezocht, een Instagramverhaal waarin een andere man getagd is die een welpje vasthoudt. Zou dit soms MBE.777 zijn? Het zou dezelfde man kunnen zijn die op de achtergrond in een video van MoVlog te zien is wanneer de welpen arriveren. Op beide foto’s had hij de zuigfles in de hand die ook op het profiel van MBE.777 te zien is.

    Ook een andere man komt vaak in de fotosessies voor. In een video van MoVlog draait de camera opeens weg als de tijger wegloopt, waardoor onbedoeld de mensen achter de schermen te zien zijn.

    Op een fotosessie van Rohit Roy (@doncasanova), een autoverzamelaar die zeer actief is op Instagram, zijn dezelfde twee personen te zien. Een gaat schuil achter het account Safari_Dubai, waarop, naast veel selfies, foto’s staan van jonge dieren. Volgens zijn Instagramprofiel is zijn voornaam Abdulla.

    Abdulla’s digitale voetafdruk is veel groter dan die van MBE.777. Ten eerste werd zijn Instagrampseudoniem ooit in de Daily Mail genoemd, in een artikel uit augustus 2019 waarin een beroemdheid beschuldigd werd van dierenmishandeling nadat hij geposeerd had met een leeuwenwelp. Ten tweede tagden gebruikers soms MBE.777 en Safari_Dubai in dezelfde Instagramverhalen.

    Wie is Safari_Dubai?

    Anders dan zijn naam doet vermoeden, heeft Abdulla niets met safari’s van doen. Wel hield hij openlijk jonge dieren in kooien in een vrij kleine tuin, dieren die elkaar snel opvolgden. Op 3 maart 2002 merkte een verslaggever in een kort televisie-interview met hem op dat het een dure hobby is om dieren groot te brengen. Hij vroeg of Abdulla van plan was om bezoekers en toeristen toe te laten. Abdullah antwoordde dat hij dat niet nodig heeft, dat het zijn huis is en hij gewoon graag dieren fokt en traint.

    In een interview met de krant Al-Ittihad op 22 januari van dit jaar vertelt Abdulla, die zegt voluit Abdulla bin Sabd te heten, dat zijn hobby dieren fokken is, wat volgens de wet uit 2017 nog gewoon mag. Op dit moment houdt hij twee jonge volwassen leeuwen; de ouders van de welpen die hij eerder hield (waaronder tijgers, witte tijgers en witte leeuwen) zijn nergens te zien.

    In een van zijn Instagramposts vermeldt Abdulla zijn mobiele nummer. Dit nummer uit de Verenigde Arabische Emiraten is ook terug te vinden op onlinemarktplaatsen waar dieren worden verhandeld. In een van deze advertenties staan jonge hyena’s te koop voor iets meer dan negenhonderd euro. De foto bij deze advertentie is identiek aan het openingsshot van een filmpje dat hij op dezelfde dag op zijn Instagrampagina plaatste, maar waarop zijn hoofd onherkenbaar is gemaakt.

    Ook hyena’s gelden volgens de wet uit 2017 als gevaarlijke dieren. De gestreepte hyena, waar Abdulla er een van vasthoudt, is een bijna-bedreigde diersoort die steeds zeldzamer wordt.

    In andere Instagramposts waarop leeuwenwelpen te zien zijn, vragen volgers herhaaldelijk naar de prijs van de dieren. Net als MBE.777 antwoordt Abdulla steevast door een privéchat voor te stellen. Uit andere berichten op sociale media blijkt dat Abdulla in contact staat met privédierentuinen die een vergunning hebben voor het houden van exotische dieren.

    Herinner je je die eerste witte tijgerwelp die in augustus 2019 door meerdere beroemdheden werd geknuffeld, allemaal getagd met MBE.777? Dezelfde welpen verschenen in juli 2019 op Safari_Dubai’s Instagramaccount.

    In mei 2020 was dezelfde tijger te zien in de privédierentuin van ene Humaid Albuqaish, een Instagraminfluencer uit de Emiraten die bekendstaat om zijn weelderige levensstijl. Albuqaish zette meerdere foto’s van hemzelf op sociale media met de tijger aan een lijn, staand naast zijn huis, auto’s en boot. Opnieuw valt uit de vlekken en strepen op te maken dat het dezelfde tijger is die wederom van hand is gewisseld.

    Safari_Dubai houdt ook leeuwen, individuen die figureren op socialemediaposts van beroemdheden. Weliswaar hebben leeuwen geen strepen, maar je kunt ze heel goed identificeren aan de hand van hun snorhaarstippen. Dit unieke stippenpatroon blijft het hele leven van een leeuw onveranderd. Gebruikmakend van een door Living with Lions ontwikkelde methode, kunnen we nagaan of sommige beroemdheden wellicht dieren van Safari_Dubai en MBE.777 gebruikten zonder ze te taggen.

    Memphis Depay

    Zo kreeg de Nederlandse voetbalster Memphis Depay kritiek omdat hij op sociale media en in zijn muziekvideo Dubai Freestyle had geposeerd met een leeuwenwelp. We kunnen de welp die in deze muziekvideo voorkomt vergelijken met een jonge leeuw die Safari_Dubai in juli 2020 filmde. Gezien de algehele gelijkenis (naast de vlek op de neus en de kleur van de ogen), lijkt het om dezelfde leeuw te gaan – eentje die Depay huurde van Safari_Dubai.

    Volgens de Nederlandse website Voetbal Primeur liet Depay op Instagram weten dat hij de welp van een ‘privédierentuin’ geleend had. Schijnbaar was hij er zich niet van bewust waar deze welpen en leeuwen eerder waren geweest.

    Een jonge hyena is te koop voor iets meer dan negenhonderd euro

    Beroemdheden en rijke mensen poseren met tijger- en leeuwenwelpen en taggen MBE.777 en Safari_Dubai in hun posts. MBE.777 houdt al geruime tijd welpen in zijn appartement in een torenflat en het lijkt erop dat hij ze online verkoopt en verhuurt.

    Safari_Dubai, zo blijkt, fokt openlijk wilde dieren. Het is goed mogelijk dat hij dit legaal doet en dat tenminste een van zijn tijgers in een privédierentuin is beland. Wel kunnen we vraagtekens zetten bij de onlineadvertenties waarin exotische dieren te koop worden aangeboden en waarin hij te zien is. Bovendien suggereert zijn aanwezigheid op de achtergrond van meerdere foto’s dat Safari_Dubai samenwerkt met MBE.777. De twee mannen hebben dezelfde welpen in handen gehad.

    Het is gevoeglijk bekend dat op sociale-media in exotische dieren gehandeld wordt en hoe gevaarlijk deze industrie is. Nauwelijks bekend echter is de rol die beroemdheden en influencers hierin spelen. Door te poseren met leeuwen- en tijgerwelpen en deze accounts te taggen, maken socialemediasterren onder hun miljoenen volgers reclame voor een netwerk dat online exotische dieren verhandelt. Sommige van deze dieren worden meerdere keren per maand gebruikt voor fotosessies en eindigen vaak als huisdier bij privépersonen.

    Dit heeft niet alleen juridische consequenties en bedreigt het welzijn van deze dieren, maar maakt ook wilde populaties kwetsbaarder voor stroperij. Experts waarschuwen dat zelfs als deze dieren gefokt worden en niet gevangen, hun rol als statussymbool de handel een impuls geeft. Fans en volgers kunnen dat tegengaan door de relatie tussen Instagramfoto’s en deze handel te benoemen. Dit maakt de posts verdacht en dat kan indirect een positief effect hebben op populaties wilde dieren.

    ‘Ons team heeft gemerkt dat zich online een gedragsverandering voltrekt: steeds meer mensen spreken zich uit tegen de eigenaars van exotische huisdieren. Ze zijn zich bewuster van de negatieve gevolgen van het houden van een wild dier, voor de eigenaar, de mensen om hem heen en ook voor het natuurlijk leefmilieu van het dier,’ vertelt Elsayed Mohamed van het IFAW, het Internationale Fonds voor Dierenwelzijn. Mohamed prijst daarom de Verenigde Arabische Emiraten voor de nieuwe, strenge wetgeving op dit gebied.

    Bellingcat vroeg MBE.777 en Safari_Dubai of zij zich bewust waren van de wet uit 2017, of zij de dieren die te zien zijn op hun foto’s verkopen en waar ze vandaan komen. Geen van beiden heeft geantwoord.

    In januari 2021 veranderde MBE.777 zijn Instagrampseudoniem naar_79797_ en wiste een flink aantal volgers. Niet lang na ons verzoek om commentaar verwijderde MBE.777 ook de laatste van zijn foto’s op Instagram. Safari_Dubai blokkeerde ons op meerdere kanalen.

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    De enige zekerheid die er momenteel is in Nicaragua is dat Ortega en zijn vrouw, tevens vicepresident, herkozen willen worden. Dit betekent dat ze de totale macht houden over de overheid, de economie, de politie en het leger.

    Onlangs sprak ik via Zoom met mijn vriend de Canadese schrijver John Ralston Saul, oud-voorzitter van PEN International, die een paar jaar geleden in Nicaragua was geweest. De PEN, vroeger de PEN CLUB, werd in 1921 in Londen opgericht met niemand minder dan Joseph Conrad, George Bernard Shaw en H.G. Wells als leden van het eerste uur. De schrijversorganisatie verenigt nu schrijvers van over de hele wereld en houdt zich vooral bezig met het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten. 

    John belde me omdat hij benieuwd was hoe het in Nicaragua is, waar de Nicaraguaanse PEN-afdeling onder voorzitterschap van schrijfster Gioconda Belli onlangs haar deuren moest sluiten. We spraken lang over Nicaragua en haalden herinneringen op aan toen ik hem een keer meenam om een kijkje te nemen in de krater van de actieve vulkaan Masaya. Een voor toeristen angstaanjagende diepte waaruit dikke zwaveldampen opstijgen, alsof we in dit land wonen in de bek van de hel, zoals kroniekschrijver Fernández de Oviedo de vulkaankrater omschreef.  

    Om te beginnen zei ik dat de ene gekozen regering van Latijns-Amerika het beter doet dan de andere en dat de ene democratischer is dan de andere maar dat de democratieën de afgelopen decennia zich hebben kunnen wortelen omdat de kiessystemen vertrouwen wekken en verhalen over fraude, stembussen vol valse stembiljetten – met name van dode mensen – en klunzig vervalste bewijsstukken tot het verleden behoren. 

    ANP 360036887
    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, ballen hun vuisten tijdens de herdenking van de eenenvijftigste verjaardag van de guerrillacampagne Pancasan in Managua, op 29 augustus 2018. – © AFP

    Niemand zal de legitimiteit van de overweldigende verkiezingszege van president Nayib Bukele in El Salvador in twijfel trekken. Of hij die absolute meerderheid die hem de totale controle over het land geeft, zal gebruiken om de democratie te bestendigen of om zeep te helpen, zal moeten blijken. De stemmen die hij heeft gekregen zijn eerlijk geteld. En als in Peru het vertrouwen in de politiek in een voortdurende crisis verkeert, komt dat niet door verkiezingsfraude maar doordat de verkozen leiders keer op keer corrupt blijken te zijn. 

    Anders is het in Nicaragua waar de grondwet dicteert dat er in november van dit jaar presidentsverkiezingen en parlementaire verkiezingen worden gehouden. Over een paar maanden dus, maar er worden geen voorbereidingen getroffen die de indruk wekken van een eerlijk electoraal proces om een democratische transitie mogelijk te maken.  

    In een resolutie van de Algemene Vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van november vorig jaar staan de basisvoorwaarden waaraan onze verkiezingen moeten voldoen om eerlijk te verlopen: ‘deugdelijke’ onderhandelingen tussen de regering en de oppositie ‘waarvan niemand wordt uitgesloten’; ‘grondige’ electorale hervormingen die voldoen aan internationale normen; herstructurering en modernisering van de Verkiezingsraad zodat onafhankelijk, transparant en verantwoord optreden is gewaarborgd; actualiseren van het register kiesgerechtigden; aanwezigheid van nationale en internationale waarnemers. 

    Voorwaarden

    Daarnaast staat er in de resolutie dat er sprake moet zijn van een pluriform politiek proces ‘ter waarborging van de burgerlijke en politieke rechten, inclusief de vrijheid van vreedzame vergadering en samenscholing, het recht op vrijheid van meningsuiting. Tevens moeten nieuwe politieke partijen zich kunnen registreren in het kiesregister’.

    Aan deze voorwaarden had eind mei voldaan moeten zijn, maar tot nu toe heeft de regering geen vinger uitgestoken. Voorlopig weten we alleen dat Ortega en zijn vrouw, de vicepresident, zich klaarmaken om te worden herkozen, wat betekent dat ze, zoals al vijftien jaar het geval is, de totale controle houden over de burgers, de economie, de politie en het leger. Vooralsnog wijst niets erop dat er ook maar de minste politieke wil bestaat om die totale macht te onderwerpen aan vrije verkiezingen. 

    De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties die dit jaar in Genève vergaderde, liet weten ‘zeer bezorgd te zijn over het feit dat Nicaragua geen pogingen doet om het kiessysteem en de instituties zodanig te hervormen dat er eerlijke en transparante verkiezingen kunnen plaatsvinden’.    

    Hoe kun je in dit klimaat verkiezingscampagnes houden?

    Ook eist de Mensenrechtenraad dat men ‘stopt met het opjagen en belagen van de oppositie‘; ‘met arbitraire arrestaties, bedreigingen en andere vormen van intimidatie om critici te onderdrukken’; ‘de gearresteerden vrijlaat die illegaal en arbitrair zijn opgepakt’. Daarnaast eist de Raad dat de wetten die een schending zijn van de mensenrechten worden ingetrokken. Denk alleen maar de wet Cybercriminaliteit, de ‘Buitenlandse Agentenwet’ (organisaties die geld krijgen uit het buitenland moeten zich laten registreren en zeggen wat ze met het geld gaan doen; ze worden uitgesloten van politieke activiteiten) en de levenslange gevangenisstraf voor ‘haat zaaien’. 

    Kun je een acceptabele politieke situatie creëren in een land met meer dan 120 politieke gevangenen, voornamelijk jonge mensen, en met duizenden jonge ballingen, die zijn gevlucht toen er vanaf 18 april 2018 sprake was van ongebreidelde repressie? 

    Hoe kun je in dit politieke klimaat verkiezingscampagnes houden? De politie patrouilleert op straat en slaat elke poging tot vreedzame manifestatie neer, sluit zonder daartoe gerechtigd te zijn oppositieleden op in hun huis en verbiedt hen naar buiten te gaan, en valt zaaltjes binnen waar politieke bijeenkomsten worden gehouden. 

    Van diverse media en televisiestations is de apparatuur in beslag genomen en andere media, zoals Radio Darío in León hangt hetzelfde boven het hoofd. 

    We staren nog steeds in de krater van de actieve vulkaan, zeg ik tegen John. Het zal heel lastig zijn om de weg te vinden die ons weg leidt van de bek van de hel, maar we houden hoop.

  • Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    De Amerikanen zijn weg uit de Filipijnen, maar ‘de brandwonden van hun overheersing’ zijn er nog. Jill Damatac ‘kookte’ een schrijnend en poëtisch essay over haar familie die ‘ver van onze barrio’s, bergen en eilanden oefent in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed’.

    Tinola is een bescheiden gerecht. Het trekt niet de aandacht van foodies, met zijn uiterlijk dat bleek en waterig is, of zijn geur, van gemberachtige gekookte kip, of zijn smaak, die pas bij de tweede hap tot bloei komt, zacht en mild op de tong.

    Toen ik klein was, voordat ik de zonnige, Pacifische chaos van onze wereld verruilde voor de kille, Atlantische stilte van de nieuwe wereld, aten we tinola op zondagmiddag thuis bij lolo en lola [opa en oma], waar ik vaak in het weekend was. Vroeg in de morgen wandelden Lolo en ik dan door de straten van de barrio om bij de plaatselijke bakker verse pandesalte kopen, ik huppelend in gemompelde samenzang met de hanen, hij in de lucht stompend met atletische vuisten, net zoals hij dat in de oorlog met de Amerikaanse GI’s had gedaan. In Pennsylvania, waarheen hij ons een jaar na ons vertrek gevolgd was, liep hij altijd met me mee naar en van school en dan snoepten we samen uit een zak kleverige, zure tamarinde waarvan we de gladde, glanzende pitten in onze handpalm spuugden. Hij droeg altijd smetteloos witte Reeboks en had soms een grote cowboyhoed op. Ik herinner me nog mijn schaamte op de dagen dat hij met die hoed op kwam aanzetten. 

    Screenshot 2021 03 31 at 16.13.42

    Tinola

    (Gember-kippensoep)
    Voor 4 personen
    1 kilo kippendijen met vel en bot
    Kippenklauwen, nekken, hart, lever, spiermaag, als je die wilt gebruiken
    1 chayote, geschild, de zaden verwijderd, in blokjes gesneden
    1 kop moringabladeren
    5 tenen knoflook, geplet
    stuk (ongeveer 4 cm) geschilde gemberwortel, in lucifertjes gesneden
    1 rode ui, gesnipperd
    8 koppen ongezouten kippenbouillon
    Patis (vissaus) naar smaak

    Het was in die eerste jaren in het land of the free en home of the brave dat ik last had van schaamte, wat honger naar trots is, en van eenzaamheid, wat honger naar ergens bij horen is.

    De bescheiden, heldere, met gember doortrokken omhelzing van tinola hielp die honger te stillen, terwijl mijn tong de smaak van eigen bodem opnam.

    Fruit de knoflook, gember en ui in een grote pan en roerbak tot ze zacht zijn.

    Lola Rosing had een moringaboom in haar voortuin, verwilderd en stakerig, gevoed door de ochtendzon van Manila. Altijd als ze tinola maakte, moest ik verse bladeren van de boom plukken en dan drukte ze me op het hart om alleen de zoete, jonge twijgen te kiezen. Moringa is veel werk: de bladeren zijn een sterrenstelsel van individuele blaadjes die uit de hoofdtak het oneindige in groeien. In de dirty kitchen, waar in Filipijnse huizen het echte kookwerk plaatsvindt, plukten we bladeren tot zij tevreden was met de hoogte van de donkergroene stapel. Met een woordloze glimlach gaf ze me dan toestemming om buiten te gaan spelen.

    Eens, op een warme middag rende ik hun huis binnen, kermend om een bloedende knie van het fietsen. Lola trok een handvol bladeren van haar boom en spuugde in haar vijzel. Ze plette de moringabladeren met haar stamper en smeerde de pasta op mijn knie. Het bloeden hield meteen op.

    Soms zag ik haar slokjes nemen uit een kop heet water met moringabladeren en dan wist ik dat ze hoofdpijn had. Bij mijn geboorte was ik slecht toegerust voor deze wereld: mijn ledematen waren fragiel, mijn kreten langgerekt en hol. Lola maakte kommen moringasoep voor mijn moeder, die daar gretig van dronk. Al snel zwollen mama’s kleine, bleke borsten op, zodat ze mij kon voeden en de van moringa doortrokken melk versterkte mijn zachte babybotjes.

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht

    Maar ondanks al haar zorg en ijver bleef lola onbereikbaar. Het leek of haar ogen met die zware oogleden heen en weer schoten tussen werelden, haar blik bleef nooit echt hier op Pugao, ons aardrijk, hangen. Mijn grootmoeders gedachten waren altijd ergens anders, misschien in Kabunian, het hemelrijk waar we vandaan komen, of in Dalom, de onderwereld waar haar jongere broers en zussen en haar twee verloren baby’s wachtten. Toch vulde haar aanwezigheid, rustig en warm, het huis aan Aranga Street. Ze wikkelde haar moeder in dekens, waste de kleren van mijn grootvader en gaf mij te eten terwijl ik op de verwaarloosde oude piano van mijn vader speelde, die in de loop der tijd vals geworden was. Het grootste deel van haar leven hield lola haar woorden binnen; pas na de dood van lolo liet ze ze vrij. En toen zij stierf, ging niet lang daarna ook haar moringaboom dood.

    Leg de kip op de knoflook, gember en uien in de pan.

    De boom reikte hoger dan lola’s acht zoons, van wie er zes tot mannen opgroeiden. Een van hen was mijn vader, geboren tussen twee broers die deze wereld verlieten voor ze kind werden. 

    Dit verlaten-zijn heeft hem afgezonderd. Zijn dagen worden doorgebracht in eenzaamheid, een halve wereld verwijderd van zijn vijf overgebleven broers, oceanen van zijn twee dochters. Angstig en hooghartig onthouden we hem onze dankbaarheid en vergeving zodat we hem niet alleen zijn fouten kunnen verwijten, maar ook de onze.

    eryka raton m4mHucyUBdo unsplash
    Straatverkoper maakt mango’s en chayotes schoon in Manila, de hoofdstad van de Filipijnen. – © Eryka Raton / Unsplash

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht. Hij heeft door tijd en ruimte gereisd en bracht in zijn inheemse vlees en bloed het verzet van onze voorouders naar de straten van Manila in de jaren zeventig, protesterend tegen het noodtoestandregime van Marcos, de Grote Amerikaanse Marionet. Hij is over werelddelen en oceanen gereisd, terwijl hij met één hand achteruit, naar zijn vrouw en kinderen reikte en met de andere vooruit, naar de ivoren toetsen van zijn melodieën. Door ons onze dromen te geven en de zijne opzij te zetten is papa een heel eind afgedwaald van zijn jongenstijd in de bergen van Tadian.

    Dat bergleven was door de goden omlaaggebracht vanuit het hemelrijk. Speels hadden zij de groene toppen van de Cordilleras – hoger dan de Appalachen – gebeeldhouwd met daaronder de ruisende, bruine rivier de Chico, nieuwsgierig wat er zou gebeuren als ze met één deel van de aarde dít deden en met een ander deel dát. Via onze mama-o en onze mumbaki leerden de goden ons de aardse gaven te gebruiken en weer aan te vullen. De grootmoeders van mijn vader gebruikten planten zoals moringa als medicijn, om buikpijn te verzachten, dieper te kunnen ademen en de bloedstroom te verdikken.

    Doe de nekken, klauwen, hart, lever en maag erbij, als je die gebruikt. 

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd, tegen de wil van onze inheemse volken in. Om onze trotse bergen te kunnen ontdoen van hun gordels van goud, mineralen en koper worden families uit de dorpen en van het land van hun voorouders verdreven, en zelfs de stromingen van de Chico en de wortels van elke boom worden aan de hoogste internationale bieder verkocht. Onze moringaboom, die steunpilaar van vele generaties, is nu een winstgevend exportproduct. Zijn twijgen en bladeren worden vermalen, als poeder verkocht, door wellness-influencers aangeprezen, tot smoothies gemixt, als capsules geslikt.

    En wanneer in het tyfoonseizoen modderige aardverschuivingen van onze kaalgeslagen hellingen stromen, blijft geen mens, huis of dorp onbestraft door de goden. Om aan hun toorn te ontkomen, vluchten onze mensen naar Baguio of naar Manila, of naar de air-bridged harbor, met zijn lamp beside the golden door [verwijzing naar het gedicht The New Colossus van Emma Lazarus, dat vaak wordt aangehaald als het om het verwelkomen van immigranten in Amerika gaat.].

    Schenk de kippenbouillon over het vlees en de rest, breng aan de kook en laat dan drie kwartier zachtjes sudderen.

    In het voorstedelijk Amerika van de jaren negentig was het onmogelijk om aan moringablad te komen. Mama verving het door wat ze maar had, spinazie of paksoi, afhankelijk van wat er die week bij de supermarkt te koop was. Als ze bij de plaatselijke Aziatische winkel peperbladeren kon kopen, was het mijn taak om het keiharde pakket uit de vriezer op te graven en het in een kom warm water naast de gootsteen te ontdooien terwijl ik mijn huiswerk maakte. Ik schreef opstellen over Columbus, Pizarro en Cortés en hun aanspraken op land dat nooit van hen was. Ik vergat waar ik geboren was.

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd

    Chayote was een geschenk van onze Nahuatl-sprekende broeders en zusters, overgebracht tijdens onze gedeelde kolonisatie. Ten noorden van hun landen van oorsprong, in het gebied dat nu de Verenigde Staten heet, komt de vrucht zelden voor. Het doorschijnende vruchtvlees van de chayote geeft de tinola iets stevigs, een moment van groene zoetheid tegen het zachte zout van de met patis gekruide soep. We misten hem in het allegaartje van de Amerikaanse migrantentinola, smakten tussen de happen door en deden alsof papaja uit Florida even lekker was als chayote uit Benguet.

    Laat de chayote tien minuten meesudderen, tot hij zacht en doorschijnend is.

    Gember, gedomesticeerd door onze Austronesische voorouders, was in de nieuwe wereld gemakkelijker te vinden, naar het Westen gebracht door de handelsschepen van de Chinezen, die lang voordat Mao en zijn opvolgers met onze eilanden handel dreven, met ons leefden, vochten, trouwden. Hun kinderen, onze kinderen, werden opgenomen in het Spaanse kastensysteem, ingedeeld onder witte huid, maar boven bruin en zwart. Als kind viste ik naarstig de tot lucifertjes gesneden stukjes uit mijn tinola en legde ze zorgvuldig op de verste rand van mijn bord, anders zouden ze al het andere bederven. Als volwassene snijd ik gemberwortel in dunne plakjes, geslepen staal tegen blote handen, en buig me voorover om zijn pittige zoetheid op te snuiven. Het heeft me al mijn zevenendertig jaren gekost om van gember te gaan houden.

    Kippenhartjes, maagjes, levertjes, een nek en een of twee stel klauwen: die ongewenste onderdelen geven het gerecht een gelaagde smaak. Lola’s tinola bleef trouw aan zijn onbedwongen noordelijke bergmanieren, net als onze I-pugao-, Bontoc- en Benguet-volken tot aan de vorige eeuw. De kippenklauwen waren alleen voor mijn lolo Pedring. Hij pakte de rubberige, beige klauwen een voor een uit de soep en kloof er dan zichtbaar genietend het krakerige, geribbelde vlees af.

    ‘Hier, neem er ook een,’ zei hij dan met een grijns tegen mij, terwijl hij met een kippenklauw zwaaide, wetend hoe afschuwelijk ik die vond. ‘Het is goed voor je artritis.’

    Laten sudderen tot het vlees van het bot begint te vallen.

    Dat herinner ik me nu en ik wou maar dat lolo toen méér kippenklauwen had gegeten: tientallen, honderden, duizenden bij elke maaltijd, want zijn reumatische artritis heeft hem tot zijn laatste dag gepijnigd. Een aandoening geboren uit capitulatie, diepe pijn die naar zijn veteranenbotten uitstraalde vanuit de gebroken beloften van Dwight D. Eisenhower en zijn Rescission Act uit de Tweede Wereldoorlog, want de ontzegging van staatsburgerschap en vrijheid treft ook de bewegingen van het lichaam, die stijf worden van pijn en verlangen [De wet – door Harry Truman ondertekend – bepaalde dat Filipijnse veteranen de voorrechten werden ontnomen die hen waren beloofd toen zij mee moesten vechten tegen Japan in WO II].

    Ik wou maar dat we meer tijd samen hadden gehad op deze wereld. De nacht waarin hij het aardrijk verliet, bezocht lolo me voor één laatste geesteswandeling. Op die wandeling, het was een warme middag in Manila, sloeg de regen de gevallen herfstbladeren tot een glibberige bruine smurrie. Ik had moeten zien dat die bladeren niet klopten, maar ik was eenentwintig en ik had hem bijna tien jaar niet gezien. Ik had zijn leeftijdloosheid moeten zien, zijn haar dat even gitzwart was en zijn gezicht dat even Gregory Peck-knap was als toen ik een kind was. We wandelden over de grond waar hij begraven zou worden, in gelijke pas, naast elkaar, mijn blote voeten die houvast vonden op gladde bladeren, Lolo’s witte Reeboks onaangetast door de regen die ik niet op mijn huid voelde. Wat ik wel voelde was zijn begrip: voor mijn mislukkingen, voor afstand en voor de onvermijdelijkheid van de tijd.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden

    We kwamen bij het eind van het pad. Hij keerde zich naar me toe, legde zijn handen op mijn schouders en gaf er een zacht kneepje in.

    ‘Wees niet bang,’ zei hij. ‘Het zit in je.’

    Toen keerde lolo Pedring me de rug toe, stapte het gras op waar ik hem nog niet kon volgen, liep weg, zonder pijn, en verdween in de mist. En op dat moment, terwijl mijn lichaam in voorstedelijk New Jersey sliep, kromp oceanen ver weg het lichaam van mijn grootvader in elkaar van pijn en bloedde dood.

    Doe op het laatst de bladeren erin. Laat twee minuten op laag vuur zacht worden.

    Nu maak ik tinola en sluit mijn ogen, roerend in de moringabladeren die me over oceanen heen zijn gebracht door dezelfde multinationale krachten die van onze eilanden stelen. Achter mijn oogleden zie ik nog steeds lola Rosings knokige vingers de bladeren van de stengels plukken. Terwijl ik een heldere lepel tinola in de kom van mijn man schep, adem ik in en open mijn longen voor de damp van die warme middagmalen in Manila, met lolo Pedring aan mijn linkerzijde. Ik schuif een bergje zachte kip en luchtige rijst op mijn tong en overdenk waar ik verse kippennekken, harten, magen, levers en klauwen zou kunnen bestellen op internet.

    Giet de soep in kommen. Serveer de kip, chayote en moringa op gestoomde witte rijst. Zet patis op tafel.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden. Ik zie voor me hoe de Yorkshire-puddings van hun vader als schepen in hun kommen tinola drijven, hun bord omkranst door stukjes groene chayote en gele gember, die ze opzij hebben gelegd zoals hun moeder ooit deed. Met gekrulde tong neem ik een hap hete soep, slurpend om mijn gehemelte koelte toe te blazen, en ik stel me gasten uit andere werelden aan tafel voor. Ik slik de brok zoute tranen in mijn keel door en schraap mijn bord schoon.

    Sisig na Kambing

    Sisig

    (Varkensvlees op drie manieren)
    Voor 4 personen
    1 kilo varkensbuik
    120 g varkensoren
    120 g varkenssnuit
    120 g kippenlevertjes, in blokjes
    4 eieren
    5 laurierblaadjes
    1 el zwarte peperkorrels
    1 rode ui, gesnipperd
    6 rawit-pepertjes, gesneden
    10 knoflooktenen, gehakt
    60 ml suikerrietazijn
    2 el calamansi-sap
    Zeezout en gemalen
    zwarte peper

    Groene mango, knoflook, zout, chilipepers, azijn: sisig was in zijn oorspronkelijke vorm vleesloos, vegetarisch, rauw. Het gerecht komt van het volk van mijn moeder, de Kapampangan. Zij waren nakomelingen van Indonesische stammen en vestigden zich in ons centrale laagland, naast onze echte oorspronkelijke bevolking, de Aeta met hun amberkleurige huid. Oorlogvoerende goden vormden al vechtend hun eilanden, een voortdurende krachtmeting tussen ziedende vulkanen en de woedende zee. Geboren op vruchtbare lavagrond waren de Kapampangans vertrouwd met levenschenkende verwoesting, of die nu van de goden kwam of van missionarissen met bijbels. In naam van hun eenzame god stalen de christenen onze zachte, handgeweven zijdes in ruil voor hun ruwe slavenkatoen.

    Snij de varkensbuik in blokjes van 1 cm.

    Sisig is een geheugensteun. Als het in zijn gietijzeren pan sist, herinnert het je aan transformatie die alleen door vuur wordt gebracht. Terwijl je tanden op het knapperige, knarsende en zachte varkensvlees kauwen, herinnert het je aan alles waarvan het is gemaakt. Als zijn citruszure, gepeperde hitte op je tong blijft hangen, herinnert het je eraan hoe je onaangename waarheden moet doorslikken.

    Bak met plantaardige olie goudbruin in een grote koekenpan. Leg apart op een groot bord.

    Het volk van mijn moeder was gezegend door zijn goden, die vuur ademden, lava bloedden en het land voedden; in ruil daarvoor eisten ze elke maan een offer. Ze gaven ons sisig, een middel tegen acute verstoringen van het evenwicht: een kater, buikklachten, een scheepslading ongenode conquistadores. En terwijl de collectieve buikpijn van de kolonisatie postvatte, onderging sisig zijn eigen heilige gedaanteverwisseling: van sporadisch gebruikt geneesmiddel werd het dagelijks onderdeel van het door Jezus gezegende familiemaal. Met hun vingers en duim als schepje en hun elleboog steunend op een opgetrokken knie pakten Kapampangans een klompje rijst, wat vlees en een groene brok sisig en de bijtende, zure pittigheid hardde hun maag en gaf tegenwicht aan de bitterheid die, zwijgend, in hun bloed groeide.

    Mama’s lievelingssnack komt van dat voorouderlijke geneesmiddel: groene mango’s, wrange azijn, zoute patis. Het is ook mijn lievelingssnack, een versterkend tonicum als je opgroeit in de zoete overvloed van Amerika of je draai moet vinden in de clotted cream van Engeland.

    Veeg de koekenpan schoon. Verhit olie 
    op halfhoog vuur en bak daarin de 
    gehakte knoflook, het grootste deel van 
    de gesnipperde rode ui en het grootste deel 
    van de gesneden rawit-pepertjes.

    Ik was achtentwintig toen ik voor het eerst varkenssisig at in Amerika. Het was bij Maharlika, in de East Village. De maaltijd was mijn manier om te vieren dat het leven net vier jaar daarvoor was begonnen. Ik was laat op de avond met de bus vanuit New Jersey in Manhattan aangekomen met alleen een halfvolle reistas om de naderende winter mee door te komen. Ik vond onderdak in een opvanghuis voor vrouwen die lijden onder de handen van mannen (die zelf ook weer lijden onder de handen van andere mannen). Ik deed zalf op mijn gebutste gezicht, pleisters op mijn ellebogen en knieën en zette in het inschrijfboek van het opvanghuis een naam die niet de mijne was – een van de weinige kleine voordelen van geen papieren hebben. Mijn rug deed wekenlang pijn op de plek waar hij geschopt was, maar na een tijdje kon ik rechtop staan en lopen.

    Geregeld roeren, koken tot alles zacht is. Laat de rauwe geur eruit trekken.

    New York is het soort plek waar je kunt beginnen met telefoons beantwoorden in een receptie en je onopgeleide, papierloze, onwiskundige zelf uiteindelijk met cijfers kan goochelen op Wall Street. Met prestatiebonussen, hoeveel ook, zul je nooit je staatsburgerschap kunnen kopen (zelfs trouw betaalde belastingen niet), maar nou ja. Eindelijk had ik geld om te eten.

    Doe dan de gesneden kippenlevertjes erbij. Roer drie of vier minuten tot het geheel gaar en romig is.

    Aan dat eenpersoonstafeltje bestelde ik een gietijzeren schotel sissende sisig met knoflooksinangág. Instinctief had ik besteld wat mijn voorouders, wat onze goden vroegen, want wij vieren, rouwen en eren met varkensvlees. Terwijl ik at bekeek ik mezelf vanuit een andere wereld. Ik zag dat er meer pelgrimages zouden komen, meer aanpassingen.

    lyman gerona aGkU9NyRwf4 unsplash
    Bananen in gesmolten suiker, een lekkernij van straatverkopers in Manila. – © Lyman Gerona / Unsplash

    Ook sisig heeft zich aangepast. Het brengt niet langer evenwicht of genezing. Het is nu een lokmiddel. Verleiding. Aas. Witte mannen en cameraploegen – Anthony Bourdain, Andrew Zimmern, de foodie-zoon van de hertogin van Cornwall – daalden neer op Jackson Heights of Queens of bij Aling Lucing in Pampanga, riepen onze sisig uit tot hot en nieuw voor foodies over de hele wereld en vonden zo weer een manier om te verkopen wat hun niet toebehoort.

    Voeg dan de gesneden varkensoren, snuit en buik toe. Blijf roeren, schenk de azijn en het calamansi-sap erbij. Haal van het vuur.

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren’

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren,’ heeft Bourdain een keer gezegd. Dat was voor #foodies en #reizigers met hun koloniserende #wanderlust het sein om tickets te kopen en koffers te pakken. Filipino’s juichten bij deze lof van de witte man, maar ik weet dat onze altijd waakzame goden, die eeuwenoude grieven koesteren, wraakzuchtiger ideeën hebben.

    ‘Als je te veel sisig eet, ga je dood,’ zei mijn tito Arnold een keer tegen me. Het zal je aderen opvullen, je bloed zwaar maken, je hart laten stoppen. Ooit dankten we de goden door een dier te slachten, maar nu zijn varkens voor de pulutandie tot in de vroege ochtend wordt gegeten door zwetende tito’s in hun hemd. Ze spoelen het weg met bier en Frank Sinatra-karaoke, treurend om alles wat we hadden kunnen zijn. Onze goden kijken van bovenaf toe en treuren ook.

    Verhit twee eetlepels olie in een gietijzeren pan tot de olie een beetje begint te roken.

    Het is toepasselijk dat sisig voor het eerst op een Amerikaanse luchtmachtbasis op Kapampangan-grond in vergif veranderde. Het was in de tijd van Marcos, lang nadat de Amerikanen onze eilanden hadden onderworpen. De zongebruinde GI’s streken neer in Angeles City met hun wapens, hun muziek en hun trek, ook in jonge vrouwen en meisjes, maar niet in varkenspoten, snuiten of oren.

    Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten

    Niets verspillend, altijd behoeftig namen de koks van Clark Air Base, plaatselijke Kapampangans, deze versmade delen mee naar huis, die delen zonder welke het varken niet had kunnen horen, ruiken of lopen. Ze roerden deze ongewenstheden in medicinale brouwsels van zure groene mango, stopten er lepels vol van in hun mond en slikten het met gepeperde moeite door. Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten.

    Het duurde niet lang voordat sisig alleen nog maar van varkensvlees werd gemaakt, op drie verschillende manieren bereid, als om zichzelf ervan te overtuigen dat het de moeite waard was om te eten. De zure groentensisig van de goden, ons gegeven als geschenk, was snel vergeten. Wat zullen de goden op Arayat en Pinatubo hier boos om geworden zijn, te moeten toezien hoe de Amerikanen zich tegoed deden aan varkensbuik en -lende, terwijl wij weggegooide kraakbeen en pezen kauwden. Deze offers waren niet bedoeld om er varkenskarbonadediners of baconontbijten of worstjespicknicks van te maken.

    Verdeel de varkenssisig zorgvuldig gelijkmatig over de pan.

    De wraak van de goden openbaarde zich snel, hun belangen gingen samen met die van Marcos. Vlak na de Tweede Koloniale Oorlog bezaten onze eilanden, met hun hulpbronnen, infrastructuur en goed opgeleide mensen, meer rijkdom en economisch potentieel dan Japan. Niet lang nadat hij dictator was geworden, stortte Marcos met hulp van de Wereldbank en het IMF onze eilanden in schuld en narigheid. Banen werden schaars, van de economie bleef slechts het geraamte van contract-arbeid over. Net als andere Kapampangans leidden mijn grootouders, mijn moeder en haar broers en zussen al snel een moeizaam bestaan in Manila. Ze hadden losse baantjes, woonden onder een afdak dat aan het huis van de broer van mijn grootvader was gebouwd, hun zes ongewenste lichamen dicht tegen elkaar aan gepropt.

    ‘Soms keken we door het raam naar de tv,’ vertelde mama me een keer. ‘Soms deden ze dan de gordijnen dicht.’

    Als het varkensvlees in de hete pan sist, breek er dan de eieren over.

    Tito Arnold, de oudste broer van mijn moeder, zal deze herinnering achter zijn gesloten ogen hebben gezien, terwijl hij scheepsdekken schrobde onder de voeten van Britse officieren en Duitse technici. Die herinnering moet een bezwering en een talisman zijn geweest, die hem door die eenzame jaren op zee heen hielp. Zoals velen van onze eilanden was hij door honger en noodzaak uitgestoten, zijn economische ballingschap tot wet getekend door Marcos’ laatste greep naar de macht. Wij waren door onze goden verlaten, want we waren met de punt van een pen, de loop van een geweer gedwongen om hen te verlaten.

    Met zijn zuurverdiende overzeese geld bouwde tito Arnold een huis voor zijn vader en moeder. Hij richtte dit huis zo in dat zij binnen konden eten en tv-kijken. Hij trouwde met de vrouw van zijn door zee omsloten dromen, die al zijn brieven bewaarde en op hem wachtte en ze kregen drie kinderen. Hij gaf zijn dromen aan mijn moeder, zodat zij naar de universiteit kon gaan. En toen bouwde hij een restaurant in Quezon City, een hutjemutjezaak die helemaal van hem was. Hij maakte zijn geliefde gerecht in al zijn knapperige, heetzure, vette Kapampagnan-glorie, waar de verkoolde geur van geroosterd varken en de geesten van Angeles City de nevelige lucht verzadigden. Hij vroeg mijn vader en zijn band om te komen spelen, hun liedjes vermengden zich met rook en herinnering.

    Strooi de achtergehouden ui en pepertjes erover.

    ‘Wil je weten waarom mijn sisig zo bijzonder is?’ vroeg Tito me laatst boven een sissende schotel. We zaten samen te eten naast de vulkaan, Taal. Ik was onlangs naar de eilanden teruggekomen, na tweeëntwintig jaar Amerikaanse ballingschap zonder papieren.

    ‘Omdat ik het met varkensbuik maak. Meestal wordt het met de goedkope delen van het varken gemaakt, ha. Waarom zouden wij alleen goedkope delen eten? En liefde. Ik kook met liefde.’

    Sisig wordt niet meer alleen bereid met de ongewilde restjes, maar zijn giftige werking blijft. De Amerikanen zijn weg, maar de brandwonden van hun overheersing zijn er nog. Niet langer gevangen door onze kolonisatoren, houden we onszelf gevangen. We veranderen om te overleven, maar we dragen de gekookte, verkoolde, krakerige overblijfselen van ons verleden nog met ons mee. Ik zal blijven bestaan in een hongerige ruimte tussen verlangen en erbij horen, want mijn lichaam, weggevoerd uit zijn geboorteland, gedeporteerd uit het land van zijn groei, heeft nu alleen maar gevoel en herinnering die het thuis kan noemen.

    Roer met twee spatels tot de eieren gestold zijn en dien onmiddellijk op. Lekker met gebakken knoflookrijst.

    Ver van onze barrio’s, bergen en eilanden koken we, zodat we kunnen oefenen in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed. Net als onze eilanden wordt sisig op drie manieren bereid en wij, die afstammen van goden en zijn opgegroeid in dirty kitchens, moeten ze alle drie leren klaarmaken.

    Dirty Kitchen, zal in 2023 door Astra House worden uitgegeven. Dit is een uittreksel van deze memoires over voedsel, gezin, migratie en identiteit, dat werd genomineerd voor de 2021 Pushcart Prize.

  • Okere City: van verwoest dorp tot bloeiende, duurzame stad

    Okere City: van verwoest dorp tot bloeiende, duurzame stad

    Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie. En dan zijn er ook nog de sheabomen.

    Na meer dan tien jaar oorlog in het noorden van Oeganda lag het dorp Okere Mom-Kok volledig in puin. En nu joelen vlak voor de deur van Ojok Okello de kleuters bij hun opvang en komen een markt en de plaatselijke bierbrouwerij met veel kabaal op gang: Okere City, zoals het dorp inmiddels heet, begint aan een nieuwe dag.

    ‘Ik denk dat ik hier bezig ben met een radicale omwenteling,’ zegt Okello, de drijvende kracht achter een ambitieus project om van het verwoeste dorp met vierduizend inwoners een bloeiende en duurzame stad te maken.

    Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie – een zeldzaamheid in de regio – en aan de veelvuldige cholera-uitbraken van weleer is een einde gekomen dankzij schoon water uit een boorput.

    Leerlingen betalen hun schoolgeld half in contanten en de rest in de vorm van maïs, bonen, suiker en brandhout. De kliniek laat mensen hun rekeningen in termijnen voldoen. De plaatselijke veiligheidsbeambte loopt rond met een speer, een ongebruikelijk schouwspel op een plek waar veel mannen maar wat rondhangen terwijl het meeste betaalde en onbetaalde werk door vrouwen wordt verricht.

    ‘Ik wil niet dat dit project afhankelijk is van de goedgezindheid van een paar witte mensen’

    Okello betaalt het project uit eigen zak. Vorig jaar was hij er tweehonderd miljoen Oegandese shilling aan kwijt, zo’n 45.000 euro. Hij is afgestudeerd aan de London School of Economics en heeft als ontwikkelingsexpert voor diverse internationale hulporganisaties en ngo’s gewerkt, maar hij zegt gedesillusioneerd te zijn geraakt doordat hij projecten heeft zien mislukken omdat lokale gemeenschappen niet bij beslissingen over hun eigen toekomst werden betrokken.

    Toen hij een paar jaar geleden terugkeerde naar Okere Mom-Kok, in de hoop nog verre familie aan te treffen in het dorp dat hij had verlaten toen zijn vader, die ambtenaar was, werd gedood tijdens de jungleoorlogen van de jaren tachtig, besloot hij datgene wat hij had geleerd in praktijk te brengen. Hij wilde een project opzetten dat echt werd geleid door de plaatselijke bevolking.

    ​Sociale onderneming

    Nu heeft Okere eigen inkomsten. Elk project, van de school tot het plaatselijke café, kan zichzelf bedruipen, wat mogelijk is omdat het project niet als een vorm van liefdadigheid is opgezet maar als een sociale onderneming, aldus Okello.

    ‘Ik wil niet dat dit project afhankelijk is van de goedgunstigheid van een paar witte mensen,’ zegt hij. ‘Ik wil dat we zakelijke gesprekken voeren met partners. Ik wil dat we zelf verantwoordelijk zijn voor de koers en de toekomst van het project.’

    Vertaald uit het Lango, de taal van Oeganda, betekent Okere Mom-Kok ‘een baby moet niet huilen’, en het logo van het project is een glimlachend babygezichtje. Maar Okello grapt dat de opbouw van de stad lang niet altijd met een glimlach gepaard gaat.

    Volgens Amina Yasin, een stedebouwkundige die in het Canadese Vancouver werkt, is Okere in wezen het tegendeel van Akon City, de futuristische ‘smart city’ met zijn eigen valuta die in Senegal wordt gebouwd door R&B-ster Akon. ‘Akon wordt een gesloten rijkeluisstad,’ zegt ze. ‘Een poging om het kapitalisme vaste voet aan de grond te laten krijgen op het Afrikaanse continent. Er zullen helaas vooral niet-inheemse Afrikanen van profiteren.’

    Okere City zal een pionier worden op het gebied van groene energie, maar het belangrijkste pluspunt van de stad zijn de sheabomen. Volgens Okello kwam hij op het idee via de succesfilm Black Panther, toen hij op een middag begin 2020 onder een sheaboom voor zijn huis zat. ‘Ik keek naar die boom en realiseerde me opeens dat we een belangrijke energiebron hebben die we helemaal niet benutten,’ zegt Okello. ‘En ik dacht aan Wakanda en Black Panther, die vibranium hadden: deze sheaboom zou ons vibranium kunnen zijn. Dus ik besloot zoveel als ik kon in het aanboren en beschermen van deze energiebron te investeren en de opbrengst te gebruiken voor de verdere opbouw van mijn gemeenschap.’

    Afgelopen augustus kwam de sheaboter uit Okere op de markt. De hele stad ruikt ernaar en Okello heeft gepleit voor de bescherming en herplanting van sheabomen, die officieel te boek staan als een met uitsterving bedreigde soort.

    credit AxelFassio Cifor 3 2
    © Axel Fassio / CIFOR

    Eenmaal per week komt er een investeerdersclub bijeen in het wijkcentrum. Als de zon ondergaat boven de stad, verzamelen de leden zich in een kring. De meer dan honderd leden zijn voor het merendeel vrouwen; de meesten hebben een boerderij, maar er zitten ook kleine ondernemers op ander gebied tussen. ‘Ik heb een lening van de club gekregen om sheazaad te kopen, dat ik met winst heb doorverkocht,’ zegt lid Acen Oka.

    De financiële ledenbijdragen worden nauwkeurig genoteerd voordat ze 
    worden herverdeeld als leningen aan leden die daaraan behoefte hebben. Wanneer leners de lening terugbetalen, begint de cyclus opnieuw. Deze manier van bankieren is volgens Yasin vooral belangrijk omdat hij aansluit bij de Afrikaanse gewoonte. ‘Het betalingsverkeer van inheemse continentale Afrikanen voltrekt zich altijd buiten het centrale banksysteem om,’ zegt ze. ‘Het draait meer om gemeenschapszin en geduld en langetermijninvesteringen. We wisten al veel eerder dan de westerse wereld en andere zogenaamd ontwikkelde landen dat geld uit de mode is en niet voor een duurzame manier van leven staat.’

    Verbeterd

    Op maar enkele meters van de club, voorbij de gezondheidskliniek, is het een drukte van belang in de supermarkt en klinkt gelach van de klanten van het aangrenzende café. Voordat de supermarkt openging moesten de dorpelingen acht kilometer lopen om boodschappen te doen.

    ‘Er is een hoop verbeterd,’ zegt Wilfred Omodo (25), lid van het kickboksteam van Okere City dat afgelopen november is opgericht. ‘We hebben nu meer gebouwen en zelfs het inwonertal stijgt.’

    Omodo begon met kickboksen toen hij in een kamp verbleef voor mensen die aan het eind van de vorige en het begin van de huidige eeuw voor de gevechten waren gevlucht. Hij is een van de ongeveer tachtig leden van het kickboksteam van Okere, van wie de meesten tijdens het conflict met de sport begonnen zijn bij wijze van zelfverdediging. Een ander lid is de veertigjarige Nickson Akaca, die het team coördineert. Ook hij ervaart de vorderingen van het project tot nu toe als inspirerend. ‘Het was hier in feite een wildernis; er was helemaal niets,’ zegt hij. ‘En binnen de kortste keren is er een heleboel veranderd en verbeterd. Dat geeft ons hoop dat onze kickbokspassie misschien niet tevergeefs zal zijn.’

    Maar projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van rurale naar stedelijke samenlevingen slagen alleen als de gemeenschap die ze willen dienen er actief bij betrokken is, zegt Yasin. ‘Okere City wordt nadrukkelijk ontwikkeld met de gemeenschap voor ogen,’ zegt ze. ‘Terwijl je elders op de wereld waar iets soortgelijks gebeurt vaak ziet dat de mensen die het voortouw nemen uit grotere steden zijn gevlucht en zich in gemeenschappen vestigen waar ze voorheen geen deel van uitmaakten.’

    Volgens Yasin krijgen zulke steden daardoor een exclusief karakter, zoals Auroville, de experimentele utopische stad in India. ‘Hoe zal het zijn als deze utopische steden gesloten steden worden?’ vraagt Yasin. ‘Geen gesloten gemeenschappen meer, geen gesloten wijken, maar gesloten steden die worden omringd door kleinere, armere inheemse dorpen.’

    Terwijl de avond valt, klinkt het laatste fluitsignaal van de voetbalwedstrijd |die te zien was op het grote scherm in het wijkcentrum van Okere en wordt de zaal omgetoverd tot een gezelligheidsclub, met een dansvloer en een kleine bar.

    Morgenochtend zal dezelfde zaal dienstdoen als kerk.

    Openingsbeeld: ‘Deze sheaboom zou ons vibranium kunnen zijn’. De sheanoten in Oeganda worden in het wild geplukt door vrouwen die samenwerken in coöperaties. De boom op deze foto staat in Chiana, Ghana waar het wetenschappelijk instituut CIFOR onderzoek uit voert en de productie van shea mede helpt ontwikkelen.  © Axel Fassio / CIFOR

  • Het honderd dagen durende project om rouw te verwerken

    Het honderd dagen durende project om rouw te verwerken

    Auteur Traci Brimhall wordt in het hospice waar ze vrijwilligerswerk doet gegrepen door iemand die uit de boeketten van haar moeders begrafenis nieuw leven tovert.

    Ik scheur de harten in stukken en laat ze snipper voor snipper in de blender vallen. Soms trek ik het papier rond bepaalde woorden los en andere keren scheur ik zomaar wat en zie de geometrische vormen kleiner worden. Ik doe er water bij. Dan het harde zoemen van het mes dat de oude liefdesbrieven vol aanbidding en verontschuldigingen tot verse pulp vermaalt.

    Jaren geleden kwamen de briefjes, met viltstift beschreven roze harten, uit een prentenboek gevallen. Ik had voor mijn zoon een verhaal over een panda met een gestreept broekje en een rode parasol gekocht en toen ik de glanzende pagina’s opensloeg, vielen daar zowaar veertig harten van tekenpapier in verschillenden tinten roze uit.

    De kleinste zijn slechts gekleurd en hebben die klassieke vorm. Op de iets grotere staan stukjes tekst, met de verering die daaruit spreekt: ‘jouw stem’, ‘jouw haar’, ‘jouw geluk’. Hoe groter het hart hoe uitgebreider de boodschap. De verliefde vertelt de geliefde hoeveel hij of zij van hem of haar houdt. De verliefde bedankt de geliefde voor alle zorgzaamheid en omdat die ook zo graag Animal Crossing speelt. De verliefde zegt zich altijd te zullen verheugen op netflixen in ondergoed en met bloody mary’s.

    Ik geniet meer van de specifieke dingen van hun relatie dan van de algemene liefdesbetuigingen, maar op het moment dat de harten in mijn schoot dwarrelen, weet ik: deze vondst in een verkocht boek betekent dat de liefde voorbij is. De stem van de beminde fluistert nu lieve woordjes tegen iemand anders. In het haar woelen nu de vingers van een ander. Of misschien niet. Misschien giet de geliefde nu tomatensap en wodka in een thermosfles en rijdt naar de bergen om alleen van de zonsopkomst te gaan genieten.

    Zo lagen oude briefjes van andermans liefde over mijn benen verspreid, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze weg te gooien en daarom legde ik ze boven in de kast van mijn zoon. Het geschenk tussen verliefde en geliefde was voor een paar dollar verkocht, de boodschappen erop waren vergeten. Natuurlijk vond ik dat ik geen recht had op de intieme zielenroerselen van een ander, maar deze onbekenden hadden ooit hoopvol liefgehad en ik wilde dit deel van hun verhaal tot een ander einde brengen.

    Catalogus van rouw

    Iemand in mijn hospice-vrijwilligersgroep stuurt een artikel over bloemen als rouwritueel door en zo ontdek ik Janet. In het stuk lees ik hoe Janet de gedroogde bloemen van haar moeders begrafenis gebruikt om honderd dagen lang elke dag een nieuwe compositie te maken. Elke dag creëert ze met de bloemblaadjes en stengels een nieuwe vorm, maakt daar een foto van, haalt het dan allemaal uit elkaar en bergt de gedroogde stukjes bloem weer op.

    Ik begin haar Instagramaccount te volgen en verlang telkens weer naar de schok van oude rozen die tot vogels zijn gemaakt of geplette anjers die zijn veranderd in de segmenten van een rups die zich van een tak verheft. Je ziet vaak vogels en insecten als verschijningsvormen van de doden. Alles wat vliegt, van monarchvlinders tot Emily Dickinsons bromvlieg is wel eens met de dood geassocieerd, maar het mooie van Janets werk is dat die verschijningen als het ware iets oproepen: een nieuw leven uit een gedroogd bloemblad.

    Ik vind het prachtig dat er niets wordt verspild. Alles is rijp voor transformatie

    Haar honderd dagen voelen als een catalogus van rouw. Het werk lijkt zo snel te veranderen: op sommige dagen speelt ze met de schaduwen die de verschillende gedroogde bloemen werpen; op andere maakt ze abstracte vormen. Tegen het eind van haar project worden haar creaties figuratiever. Sommige natuurmaterialen kiest ze vaker, zoals een blad dat ze net zo lang gebruikt tot het in stukken breekt. Sommige kapotte stukken worden opzijgeschoven, andere krijgen een nieuwe toepassing: een blad dat zo is verkruimeld dat alleen de harde nerven overblijven, wordt opeens een vogelklauw. Ik vind het prachtig dat er niets wordt verspild. Alles is rijp voor transformatie. 

    Janets beelden zijn privé en teder, al weet ik niet of ik zou hebben begrepen dat ze over rouw gingen als ik dat niet in het artikel had gelezen. Ze zijn zo teer en vol humor dat ik ze misschien wel mooi had gevonden, maar niet verder had gekeken en niet hun vragen had gezien, hun onmiskenbare verlangen.

    Ik lees de commentaren van andere mensen op haar posts. Iedereen is zo geraakt door Janets verdriet en hoe ze daar iets moois van heeft gemaakt. De beelden zijn schitterend, dat is waar, net als het verhaal erachter, maar ik het verbaast me dat in een cultuur waarin zo weinig plaats is voor rouw, haar account met de dag meer volgers krijgt.

    Heel veel mensen willen op een foto reageren, hun eigen interpretatie eraan geven, hun eigen verdriet in haar bladeren en dode bloemknoppen zien. Iemand vraagt zelfs of de foto’s geen boek kunnen worden en veel anderen betuigen met een hartje hun steun voor zo’n einde aan deze periode van verlies.

    Ik vind het mooi dat vreemden de rouw van iemand anders herkennen en zich erbij betrokken willen voelen, maar ik krijg ook de neiging tot beschermen, want ik wil niet dat mensen veranderingen voorstellen aan wat Janet doet. Haar rouw gaat niet over wat zíj willen. Maar wat ik ook vind van anderen die iets van Janet willen, ik maak me er zelf ook schuldig aan. Ik schrijf haar. Ik vraag of ik in haar verdriet mag delen.

    adrianna geo JWlZS708L1Y unsplash kopie

    Groeiende deken

    Mijn moeder is al vier jaar dood wanneer ik besluit om een jaar lang dekens voor een hospiceorganisatie te gaan maken. Ik heb nooit eerder een deken gemaakt, maar ik haal het in mijn hoofd om twaalf maanden lang elke maand een plaid te haken, telkens met een nieuw patroon.

    Op dat moment zie ik geen verband met mijn moeder, die zo plotseling stierf dat ze nooit hospicezorg heeft gekregen. Ik zie niet, misschien wíl ik niet zien hoe symbolisch het is voor haar en de handwerkwinkel die ze ooit vanuit onze garage dreef dat ik nu een nieuwe handwerktechniek ga leren.

    Ik zie niet waarom het belangrijk is dat de zak garen die ik uit de kast vis van mijn ex-schoonmoeder is geweest, die me probeerde te leren breien: al die strengen weggeborgen garen als getuigen van mijn mislukkingen. Ik trek bollen bontgekleurd garen uit de zak die me ooit mooi leken voor mutsen, dikke blauwgroene wol, ooit bedoeld voor sokken, en pastelkleurig garen waarvan ik ooit niet-verwelkende bloemen heb geprobeerd te 
    maken. Ik neem een donkerblauwe bol waarvan ik de herkomst niet meer weet en ik begin.

    Alles wat vliegt, van monarchvlinders tot Emily Dickinsons bromvlieg, is wel eens met de dood geassocieerd

    Ik scrol door tutorials op YouTube die laten zien hoe je een ‘restjesdeken’ maakt. Elk onlinefilmpje verzekert me dat dat heel makkelijk is, maar ik maak een ketting en haal hem weer uit. Ik tel mijn steken en raak het spoor bijster, ik haak dubbel, ik sla er een over, ik keer mijn werk om.

    Elke avond neem ik mijn groeiende deken mee naar boven en haak de ene toer na de andere terwijl mijn zoon in bad zit. Als het bedtijd is, houdt hij zijn boek open zodat ik hem kan voorlezen terwijl mijn handen bezig blijven. Ik zit in de schommelstoel te wachten tot hij in slaap valt en kies een nieuwe kleur uit de zak. De deken wordt zwaar en ondanks mijn pogingen om wat vrolijker kleuren toe te voegen, de onafgemaakte bloemensjaals van hun bloemblaadjes te ontdoen en de nooit gedragen mutsen van hun bovenkant, zit de tas vol blauwtinten. Gênant, deze eerste poging.

    De deken is ongelijkmatig en saai geworden, maar ik maak er in de wachtkamer van het ziekenhuis toch een foto van. Als ik hem naar boven breng, is de hospicecoördinator vol lof; ze benadrukt hoeveel de deken zal betekenen voor de familie die hem op een dag zal krijgen. Zij noemt het een ‘geschenk’ en legt hem in een kast tot hij nodig is.

    Instincten

    Het lichaam heeft instincten voor rouw, maar ik heb die nooit goed begrepen. Als ik een vriendin vertel dat mijn ex-man onze zoon aan zijn nieuwe vriendin gaat voorstellen, vraagt ze hoe ik me voel. Ik zeg dat ik moet gaan hardlopen om daar achter te komen en dat is waar. Blijkbaar kan ik alleen als ik in beweging ben bij mijn rauwe emoties, ongefilterd door redelijkheid of de zeef van de objectiviteit, eerlijkheid en empathie.

    Als ik hardloop heb ik medelijden met mezelf en kan ik huilen. Dan kan ik treuren om de toekomst die ik voor me dacht te hebben, om het gezin dat ik opbouwde. Zonder de vermoeiende lichaamsbeweging kan ik de signalen die mijn lichaam me stuurt vrijwel nooit goed interpreteren.

    Na mijn scheiding vertelt mijn vriendin me dat de vlinders in je buik bij een nieuw iemand misschien niet op de opwinding van de aantrekkingskracht duiden, maar op een flits van angst: je lichaam waarschuwt je dat je op het punt staat een verkeerd patroon te herhalen. 

    De eerste paar maanden dat ik dekens maak, krijg ik kramp in mijn handen en dat vind ik eigenlijk wel prettig: het fysieke bewijs van mijn inspanningen. Dat overkomt me nooit als ik schrijf; misschien zijn die polsbewegingen te goed geoefend. Maar door het nieuwe van het haken voel ik de doffe pijn van het scheppen.

    Op de een of andere manier vormt de pijn een gang, een rij deurtjes en zo kan ik gemakkelijker bij mijn herinneringen. Mijn werkpijn wordt beloond met iets tastbaars, iets van troost, van warmte. Ik weet dat het dwaas is, dat fysiek lijden niet nodig is, maar ik ben blij met dit bewijs dat ik iets heb gemaakt. 

    Door het nieuwe van het haken voel ik de doffe pijn van het scheppen

    In mijn eerste zoektocht naar de wetenschap van het rouwen vind ik alleen kwantitatieve data uit dierenonderzoek bij ratten, honden en apen. De meeste onderzoeken gaan over de scheiding tussen moeder en kind. Ik wil denken dat ik iets universeels heb ontdekt, maar ik weet dat dit over jonge nakomelingen gaat, niet over volwassenen die volwassen ouders verliezen. Maar de onderzoeken verzekeren me dat verlies invloed heeft op de hormonen, het immuunsysteem en het autonome zenuwstelsel.

    Ik weet niet precies welke conclusie ik zoek, of waarom ik denk dat ik, als ik het biologische effect van rouw begrijp, zal leren hoe ik ervan kan herstellen. 

    Primatoloog Edwin van Leeuwen van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek zegt: ‘De dood is een van de zwaarste sociale gebeurtenissen bij een sociale soort’, en het is gemakkelijk om het daarmee eens te zijn, ook al heb ik me nooit in het gedrag van primaten verdiept. Zwaar is wel het woord dat ik voor mijn lijden wil.

    Wil ik gemakkelijke conclusies, een beproefd ritueel om weer blijheid te mogen voelen?

    Ik lees dat hartziekten het grootste bewijs vormen voor de biologische gevolgen van verlies. Zelf dacht ik dat al, maar hier zeggen de data het ook: verlies zet het hart onder druk. Voor het eerst bedenk ik dat mijn moeder aan hartritmestoornissen, hartinfarct en hartfalen leed, de kwalen die het meest met rouw worden geassocieerd. Het is ook de eerste keer dat ik nadenk over het feit dat mijn moeder in het jaar voor ze stierf haar eigen moeder had verloren.

    De neiging in mij om meer in wetenschappelijk onderzoek te geloven dan in kunst, amuseert me, alsof de wetenschap een goede methodologie zou kunnen leveren om van dood of scheiding te herstellen. Wil ik gemakkelijke conclusies, een beproefd ritueel om weer blijheid te mogen voelen? Of ben ik misschien op zoek naar de bevestiging van wat ik al weet: dat verlies zijn tol van een lichaam eist.

    Zwaartekracht

    Voor het fatale einde van de missie van het ruimteveer Columbia had de bemanning dagenlang in het gezelschap van austronaut Ken Bowersox in het internationaal ruimtestation (ISS) experimenten uitgevoerd, vol blijdschap dat zij tot de weinigen behoorden die een zwaartekrachtloos bestaan meemaakten en de aarde vanuit de verte konden zien. Toen het veer in de aardeatmosfeer terugkeerde, viel het uiteen en alle zes de bemanningsleden kwamen om.

    In een documentaire zegt Bowersox: het moeilijkst was het fysieke deel van het verdriet. Het duurt een tijd voor je alles hebt verwerkt dat je moet verwerken.’ Ik ben opgetogen over zijn antwoord en zie het als bewijs dat gewicht en kracht invloed hebben op de manier waarop je rouwt. Ik denk aan hem daarboven in het ISS nadat hij het nieuws te horen had gekregen, terwijl de zwaartekracht op geen van de normale manieren op zijn lichaam inwerkte.

    Ik wil weten of iemand in de ruimte kan huilen. Astronaut Chris Hayfield zegt dat je ogen er wel tranen kunnen vormen, maar die niet kunnen laten vloeien, dus als je ze niet wegveegt vormen je tranen een bolletje dat aan je oog blijft kleven. Hij waarschuwt dat zo’n bolletje prikt, maar ik vraag me af of dit misschien geheime voordelen kan hebben: dat je zo je verdriet buiten je lichaam kunt zien, het van je oog kunt plukken en weg kunt zien drijven?

    Creativiteit en verdriet plaatsen je buiten zelfbewustzijn en tijd

    Ik vraag Ken Bowersox in een brief of ik zijn citaat goed heb begrepen. Bedoelt hij dat een van de voordelen van de zwaartekracht voor ons lichaam is dat die het verdriet eruit helpt komen? Hij schrijft niet terug.

    Verloren toekomsten

    Janet wil wel met me praten over haar honderd dagen durende project met de bloemen van haar moeders begrafenis. Voor ze haar verhaal vertelt, vraagt ze naar het mijne en ik vertel haar over mijn moeder, alle sterfgevallen waarvoor ik er niet was, waarom ik nu vrijwilligerswerk in een hospicezorg, dat ik getrouwd ben geweest met iemand die dezelfde psychische ziekte had als mijn moeder en hoe ik nu om twee verloren toekomsten treur.

    Ze laat me praten en dat doe ik, al schaam ik me wel dat ik even openhartig ben als mijn moeder en veel te veel ontboezemingen doe aan iemand die me niet kent. Maar Janet luistert en vertelt dan over de diagnose, behandeling en achteruitgang van haar eigen moeder. Het is een ongewone ervaring, maar ik vind het wel prettig om iemand eerst te leren kennen via haar verliezen.

    Als Janet me deze details over haar moeder vertelt, ben ik geschokt. Ik had dan wel haar artistieke proces gevolgd en het artikel over haar honderddagenproject gelezen, maar er is zo veel dat ik niet wist, zo veel dat anders klinkt nu ze het zelf vertelt dan toen ik het las in de woorden van een journalist.

    Het fijnst vind ik dat ik meer te weten kom over het achtergrondverhaal van het project. Janet en haar zussen besloten dat ze iets met de bloemstukken van hun moeders begrafenis moesten doen. Ze wisten niet wat ze wilden doen of hoe je bloemen moest drogen, maar ze ruimden de eettafel leeg en installeerden een pers. Ik denk graag aan dat werk, dat gedeeltelijk uit catalogiseren bestaat en gedeeltelijk uit fysieke inspanning.

    Ze zijn drie weken bezig geweest de boeketten te conserveren en zorgvuldig in bakken op te bergen, waar ze maanden in zouden blijven liggen. Ik knik aan mijn kant van de telefoon: soms moet je wachten.

    Emoties

    Na dit proces begon Janets honderd dagen durende project. Elke dag trok ze wat tijd uit om iets te creëren met de geperste bloemen en dat werd voor haar een soort moment voor zichzelf, een kans om tevreden te zijn met wat eruit kwam en hoe ze zich voelde. Elke morgen begon ze zonder plan aan haar proces en elke dag maakte ze de foto en postte die op Instagram, voordat ze zich echt realiseerde wat ze had gemaakt.

    Mensen zeiden altijd wel iets over de emoties in haar werkstukken, maar zij was zich terwijl ze die maakte niet bewust van wat ze voelde. Ik knik weer aan mijn kant van de lijn: creativiteit en verdriet plaatsen je buiten zelfbewustzijn en tijd.

    Ze vertelt me ook dat ik niet de enige ben die over dit project wil praten. Nadat de lokale radio een reportage over de honderd dagen had gemaakt, werd die op grote schaal gedeeld; mensen uit het hele land zochten contact met haar en vertelden haar hun eigen rouwverhaal.

    Iemand vroeg of ze een menselijke figuur wilde maken zodat haar dochter daar verhaaltjes over kon schrijven. Mensen willen haar creaties op muziek zetten. Ze willen een koffietafelboek van de foto’s hebben. Ik ben minder duidelijk over wat ik wil als ik met Janet praat, maar misschien hebben we allemaal hetzelfde eenzame verlangen: je verlies omhooghouden zodat iemand het ziet.

    ‘Ik weet niet waarom het zo veel weerklank vindt,’ zegt Janet. ‘Het was de naarste dag van mijn leven, maar ik weet dat het iets uitmaakt dat je er niet alleen in bent.’

    Met haar stem aan de andere kant van de telefoon voel ik me niet alleen. Ik maak aantekeningen. Ik kijk hoe tulpen de tuin roze kleuren.

    Voorgevoel 

    Een paar weken na mijn gesprek met Janet pak ik de hartvormige liefdesbrieven van de onbekende uit de kast van mijn zoon. Ik weet wat ik ermee wil doen. Ik lees ze nog een keer door, de kleine intieme ontboezemingen van deze liefde raken me, maar ze roepen ook een ander gevoel op. Eerder had ik niet herkend dat tussen alle liefdesbetuigingen ook verontschuldigingen staan, een van de twee heeft er spijt van ziekte of een slechte bui op de ander te hebben afgereageerd.

    Tussen de grapjes en de liefdesverklaringen zijn er ook beloften om de geliefde te behandelen zoals die verdient. Ik voel nog steeds iets van mijn vroegere verdriet om deze anonieme onbekenden, die jong en oprecht klinken in hun liefdesbetuigingen, maar nu ben ik ook opgelucht dat het voorbij is. Het boek staat nog steeds op de plank van mijn zoon en wordt nog steeds gelezen, maar het bewijs van wat die twee mensen zo graag wilden bereiken is nu roze pulp in mijn blender.

    Ik ga naar boven en haal de schoenendoos met mijn eigen oude liefdesbrieven uit mijn kast. Sinds mijn man uit ons huis is vertrokken heb ik muren geschilderd, kamers anders ingedeeld en oude meubels opgeknapt, maar de doos met zijn oude trouwdags- en verjaardagskaarten, de briefjes die hij op parkeerplaatsen onder mijn ruitenwissers stopte, heb ik niet aangeraakt.

    In kleermakerszit op de vloer vouw ik ze open en lees ze, sommige vluchtig, andere aandachtig om elk woord te kunnen zien en voelen, wetend dat dit de laatste keer is dat ze gelezen zullen worden. De brok brandt in mijn keel, maar er komen geen tranen. Mijn eigen liefdesbrieven voelen net zoals die van de onbekenden en daar treur ik ook om, om wat we ooit voor elkaar betekenden en hoe de overtuigingskracht van die woorden nu weg is, niet eens meer herkenbaar voor mij.

    Ik neem de doos mee naar beneden en gooi de brieven in de vuilnisbak, maar houd één vel achter. Daarop staat een lijstje onder de titel: ‘Dingen aan jou waar ik van hou’. Ik scheur het in gelijke strookjes en doe die ook in de blender.

    Er is geen enkele pijn, alleen concentratie en de moeite die mijn vingers doen om alle strookjes precies even groot te maken. Ik weet niet waarom mijn eigen mislukte liefdesgeschiedenis bij de harten van iemand anders hoort, maar ik vertrouw op mijn instinct en draai de knop naar de langzame stand.

    Bloemenbed

    Mijn eerste hospicedeken is gênant en blauw en mijn tweede is nog lelijker, maar de derde keer maak ik iets dat bijna mooi is. Voor Kerstmis wil ik mijn zoon geven wat mijn vader mij vroeger gaf: liever ervaringen dan dingen. Dus boek ik plaatsen voor ons in de trein van Kansas City naar Chicago, waar we een nacht in het natuurhistorisch Field Museum zullen doorbrengen.

    We kijken naar de winterse velden buiten en mijn vingers vormen het spiergeheugen van garen om een haak slaan en doorhalen. Mijn zoon wil naar de panoramawagen, dus dat doen we, we gaan zitten, we kijken naar het panorama. Ik haal cranberry, lavendel en zeewier door lussen, hecht ze af, maak een nieuwe halve vaste. Midden in de winter wordt mijn schoot een bloemenbed. Mijn zoon ligt met zijn hoofd op mijn dij en ik trek de draad zachtjes over zijn voorhoofd, hecht een nieuwe kleur aan, terwijl ik naar de witte velden kijk die voor ons raam voorbijrollen.

    Als we van ons reisje terugkomen en ik de gehaakte vierkantjes over de vloerbedekking uitspreid, zie ik bloemenpatronen verschijnen, maar ik zie ook de treinstations, de tekenfilmochtenden in hotelkamers, de nacht naast opgezette vogels, omslaand en doorhalend terwijl mijn zoon met de andere 
    kinderen op de museumvloer lag te snurken.

    Ik leer nieuwe steken om afzonderlijke lapjes aan elkaar te haken, roze en paars aan blauwgroen en geel, en zo een geheel te maken van afzonderlijke kleurige delen. Ik krijg pijn in mijn rug van het gebogen over de vierkantjes zitten, al combinerend, herschikkend. Deze wil ik niet weggeven.

    Eindelijk heb ik iets goeds gemaakt, iets waarvoor ik mijn hele lichaam heb moeten inzetten en dat mijn herinneringen bevat: het schommelen van de restauratiewagen, de opgevroren trottoirs in Chicago, het moment dat ik mijn zoon door de geschiedenis van de aarde droeg om T-Rex Sue te gaan bekijken. Hij legde zijn handen tegen mijn wangen en vroeg waarom ik niet luisterde als hij zei dat hij bang was. En ik lachte van blijdschap omdat ik deze jongen had die zijn gevoelens kende en wist dat ze belangrijk waren. 

    Mijn eigen liefdesbrieven voelen net zoals die van de onbekenden en daar treur ik ook om

    Ik droeg hem het donkere doolhof van de tijd uit en we zochten een plek op die we allebei prettiger vonden: de Plantenhal, waar alles wordt bewaard en opgesteld in verschillende groeistadia. Op het laatst haak ik een witte rand om de vierkantjes.

    Ik breng de deken naar het ziekenhuis, drapeer hem over een stoel in de wachtkamer om er een foto van te maken voordat ik hem naar de hospicecoördinator breng, die me opnieuw vertelt dat dit echt een geschenk is. En dat is het. Dat weet ik. Maar het doet nog steeds pijn om er afstand van te doen.

    Gewicht

    In zijn autobiografische werk A Grief Observed [in het Nederlands vertaald als Verdriet, dood en geloof] stelt C.S. Lewis de vraag of de doden de pijn van de scheiding net zo voelen als de levenden. Was zijn dode vrouw aan gene zijde dan ook in de rouw, zonder haar lichaam maar nog steeds met haar verdriet? Die eenzaamheid doet me pijn, ook al weet ik dat Lewis nu dood is en dus herenigd, mits de liefde die genade na de dood vergund wordt.

    Hij publiceerde zijn boek onder pseudoniem, had de naam van een onbekende nodig om met anderen te delen hoeveel verdriet hij voelde, hoe bang hij was dat zijn vrouw nog steeds pijn leed waar hij haar niet meer kon helpen. Ik stel me liever een leven na de dood voor waarin het lichaam in gras verandert, en niet een bestaan waarin je bewustzijn – ook al heeft het een andere vorm of geen vorm – nog steeds je herinneringen bevat. 

    Mijn favoriete mislukte wetenschapper, Duncan MacDougall, wilde in 1907 niet bewijzen dat zielen net als de levenden rouwen, maar dat zielen überhaupt bestonden en dat ze een gewicht hadden. Hij vond zes patiënten op het randje van de dood en woog ze op een professionele weegschaal, vóór en nadat ze waren gestorven, om te zien of hun lichaam lichter was geworden nadat de ziel het had verlaten.

    Geen kraaien

    Waar voorheen de meeste begrafenissen een uiterst plechtige en formele laatste bijeenkomst behelsden, hebben de zogenaamde ‘kraaien’ hun plaats afgestaan aan familieleden of vrienden en zijn er meerdere mogelijkheden om afscheid van iemand te nemen dan een kist of een urn.

    Ook voor het verwerkingsproces is meer aandacht gekomen. Onderzoek van de Universiteit van Brighton wijst uit dat traumatisch verlies nabestaanden zo kan overspoelen dat rouw eindeloos blijkt, wat nog meer ontmoedigt. Kunstenaars en schrijvers, kunst en literatuur, kunnen derhalve bijdragen aan de gemoeds- toestand van de treurende. Vaak geciteerd wordt de Amerikaanse essayiste Joan Didion met haar The Year of Magical Thinking, waarin zij haar dubbele persoonlijk verlies publiek maakte.

    Slechts één van de gestorvenen in MacDougalls experiment bleek iets lichter geworden, 21 gram, en het is nooit meer gelukt om dit resultaat te herhalen. Toch verklaarde MacDougall zijn onderzoek tot een succes en ik kan het hem niet kwalijk nemen. Het is verleidelijk te denken dat het lichaam bewijs levert voor wat er na de pijn gebeurt en kennelijk wilden mensen in zijn tijd zijn bevindingen maar al te graag aanvaarden. Het kleinste zuchtje bewijs vormde voor sommigen een troost en zij gaven het verhaal door als een evangelie.

    Ik denk aan de hospicezorg en hoe het lichaam al koud begint te worden, omdat het bloed zich concentreert in de vitale organen. Ik heb mijn dekens nooit gewogen, maar ik besluit ze zwaarder te maken, om warmte vast te helpen houden, zelfs als het lichaam die niet meer nodig heeft.

    Jaren na zijn experiment raakte MacDougall ervan overtuigd dat de ziel ook onderhevig moest zijn aan de zwaartekracht. Hij stelde camera’s op rond de stervenden en probeerde de ziel te fotograferen wanneer die op het moment van overlijden het lichaam verliet.

    Hij heeft nooit iets concreets in beeld gebracht, maar op zijn foto’s leek iets zichtbaar te worden dat hij ‘de interstellaire ether’ noemde, een licht rond de schedel van de patiënt. Dit sprak minder tot de verbeelding van rouwende onbekenden dan het gewichtsexperiment, maar ik heb bewondering voor zijn vasthoudendheid, zijn gebruik van verschillende meetmethoden om zichzelf en de wereld te verzekeren dat een deel van ons zonder ons lichaam verdergaat.

    Eindelijk begrijp ik dat pijn een manier is om nee te zeggen

    Nadat ik de mooie lapjesdeken vol herinneringen aan mijn zoon heb weggegeven, lukken de meeste dekens die ik maak goed. Ik maak een deken in log cabin-patroon, een in drunken granny-steek, een in ‘a-mile-a-minute’ gehaakte deken, een in veelkleurige golfjes. Elke maand probeer ik een nieuw patroon uit. Ik maak fouten. Ik word beter.

    Als ik de dekens naar het ziekenhuis breng en ze over stoelen drapeer voor de foto, begin ik complimenten te krijgen, en ik geloof wat ik hoor. Mijn creaties zijn mooi en kleurig. Ik maak er een met zonnebloemen, met een zelfbedacht patroon.

    Dat doet me eraan denken dat Janet me vertelde wat voor haar de belangrijkste dag was: dag 87. Zoals alle dagen daarvoor begon ze ook op die dag iets te maken zonder een vooropgezet plan, maar onder haar handen verschenen een moeder en een kind. Ze had niet het gevoel dat zij daar zelf een rol in speelde, maar het gebeurde gewoon, het was een boodschap.

    Pijn

    Ik haal het bijna, maar maak het jaar dat ik had gepland niet vol. Er trekt een pijn door mijn handen en mijn benen en de dokter adviseert me om geen dekens meer te maken, geen piano meer te spelen, niet meer hard te lopen. Ik weet niet wat er binnenin me wakker wordt of eruit probeert te komen.

    Na twee maanden gaat de pijn weg. Het is een opluchting om niet meer bang te zijn voor mijn eigen lichaam, maar ik mis het omslaan en doorhalen van steken waardoor herinneringen makkelijker en in kleur op konden komen.

    De dokters vinden nooit een naam voor de pijn en ik krijg het bijgelovige idee dat mijn lichaam hiermee liet merken dat het niet langer wilde rouwen via creatie. Ik heb nooit begrepen hoe het lichaam communiceert, maar ik wil graag geloven dat ik het deze keer wel snap.  Eindelijk begrijp ik dat pijn een manier is om nee te zeggen.

    ‘Dus jij zegt dat verdriet en kunst allebei een proces zijn’

    Janet haalt de honderd dagen, maar zegt dat de bloemen er nog niet aan toe zijn dat ze ermee ophoudt. Een collega vertelt haar dat haar werk geleidelijk aan vrolijker wordt en dat lijkt te kloppen. Ik vind haar vroege werk met schaduwen prachtig, maar zij zegt dat ze pas op dag 60 of 70 meer overtuigd raakte van het proces. De beelden werden gedetailleerder en verfijnder en toen de materialen begonnen te verbrokkelen, werd het werk zowel moeilijker als bevrijdender. De schaal van het werk veranderde. 

    Verdriet verbeelden

    In Edge of Grief gebruikte Jules Findley rafelig en beschadigd papier, fragmenten van portretten en tweehonderd ongebakken papieren kleifiguren. Een verwijzing naar de offers bij taoïstische begrafenissen.

    De installatie moet de symbolische breekbaarheid weerspiegelen en een erkenning dat handwerk en herhaling verdriet kunnen kanaliseren. Jane Fox wandelde na een sterfgeval in het krijtlandschap van de South Downs in Zuidoost-Engeland en vroeg zich af hoe de steen die zij opraapte kon helpen om haar verdriet te verwoorden. Haar bevindingen werden samengebracht in The Mourning Project. De lijst van kunstenaars die verlies hebben weten te verwerken, of te verzachten, vooral in de ambachtelijke totstandkoming van een project, is lang en divers.

    Tot 6 juni 2021 presenteert het New Museum ‘Grief and Grievance: Art and Mourning in America’, een tentoonstelling oorspronkelijk bedacht door Okwui Enwezor (1963-2019), die zevenendertig kunstenaars uit ver- schillende media verenigde onder het concept ‘rouw, herdenking en verlies’ in een reactie op racistisch geweld in de Verenigde Staten.

    Er verschijnt langzaam meer licht en verrukking in, een speelsheid, een vrolijkheid die zelfs tevoorschijn komt uit bloemen die doodgegaan zijn en platgeperst om het leven van hun kleuren vast te houden. Ik denk aan mijn eigen kleuren van verdriet, van de gênante blauwtinten bij mijn eerste poging tot de gouden zonnebloemen die ik als laatste heb gemaakt, en ik wil dat het waar is dat mijn werk net als dat van Janet vooruit is gegaan in kleur en vakmanschap, alsof háár creativiteit in verdriet iets kan aantonen in de mijne, alsof de zich ontwikkelende vrolijkheid een teken is dat ik echt herstel. Weer wil ik me opdringen, mezelf zien in wat zij doet.

    ‘Dus jij zegt dat verdriet en kunst allebei een proces zijn.’

    ‘Ja, en je moet de lelijke dagen ook laten bestaan,’ 
    verzekert ze me.

    In kunst en rouw zijn er dagen waar je niet trots op bent, dagen waarin de emoties lelijk worden, dagen waarop de beelden niet uitpakken zoals jij wilt. Maar dat is de mens in ons en het hoort bij het proces.

    Het lijden zelf maakt je niet per se beter. Het haalt zelfs vaak de rommelige menselijkheid naar boven, de boosheid, de niet genezen wonden. Maar, zegt Janet, ‘je moet voor jezelf uitvinden hoe je het proces gebruikt om een beter mens te worden’.

    We praten over rouwen met hoop, over de noodzaak om te erkennen, te vragen, eerlijk te zijn. Als ik de lichtroze pulp van andermans liefdesbrieven vermengd met de mijne in een schepraam giet, erken ik dat ik na al die jaren nog steeds verdrietig ben. Wat ik moet vragen weet ik niet, maar ik weet wel dat wat ik nodig heb van het proces zal komen, niet van het product.

    Beginnerskunst

    Ik haal gedroogde orchideeënbloesems tevoorschijn. Mijn man en zoon kwamen op een dag thuis met dit cadeau, een orchidee die daarna nooit meer gebloeid heeft. Ik heb altijd mooi gevonden hoe de bloemen in hun geheel gedroogd waren, maar nu trek ik ze uit elkaar en druk hun verouderde witte bloemblaadjes in het papier.

    Ik spons, ik klop, ik druk de pulp weer in de vorm, genietend van de mechanische kant van het papiermaken met zijn simpele herhalingen. Ik leg de drie velletjes voor de rest van de dag in de zon, een drieluik van hartzeer.

    Als ik er de volgende dag aan voel, zijn ze droog. Ik zie de lussen van het schuine handschrift van mijn ex-man, ik zie de ronding van een e in de viltstift van een onbekende. De orchideeën zijn niet van de brieven te onderscheiden, alles is vlekkerig en roze en rimpelig onder mijn vingertoppen. Dan zie ik wat het moet worden, wat al die tijd al voor de hand lag.

    Ik pak mijn schaar en knip uit de gerecyclede liefde drie nieuwe harten. Ik hang ze op in mijn woonkamer waar de beginnerskunst door anderen gezien kan worden, tot een vraag kan uitnodigen en een verhaal kan worden. Daar in mijn huis, verdriet als bewijsmateriaal, beter dan nieuw.

     

    Zoute tranen

    De Japanse kunstenaar Motoi Yamamoto (Hiroshima,1966) werkte tot zijn tweeëntwintigste op een scheepswerf toen hij besloot zich fulltime op de kunst te richten.

    Zes jaar later stierf zijn jongere zusje aan hersenkanker. Om haar leven en dood te herdenken en het zout van zijn eigen tranen niet te verspillen, bedacht hij een labyrintische installatie die hem zou helpen bij zijn rouwproces. Eerst liet hij het zout door zijn handpalm lopen en maakte er figuren mee als een vorm van meditatie, niet wetende dat die korrels het begin vormden van Return to the Sea: Salt Works.

    Met zeven ton keukenzout vormde hij als ode aan zijn zusje een driedimensionaal brein in honderden uren nauwgezet gieten. Als een zoutpatroon lang genoeg is tentoon- gesteld wordt bezoekers gevraagd het werk gezamenlijk te vernietigen en het zout in zakken te verpakken en terug naar zee te brengen.

    Yamamoto plant zorgvuldig en improviseert afhankelijk van de ruimte waarin hij doorgaat met zijn ‘genezing’. Zo is de vochtigheidsgraad van de lucht belangrijk en het zout zelf, dat overal anders is. Wat nooit verandert is zijn methode. Hij begint altijd in het midden en werkt naar buiten toe.

    De lange uren die hij dagelijks besteed aan zijn Salt Works, brengt hij door in kleermakerszit op een yogamatje, leunend op de hardhouten vloer. Yamamoto houdt er niet van om tijdens de eerste dagen van deze meditatieve fase gestoord te worden. Als het midden eenmaal af is en hij naar buiten begint te werken, mag het publiek de kunstenaar aan het werk zien. Zijn doel is om met deze concentratie herinneringen aan zijn zus te bewaren, als stiksels of als borduurwerk. Het doet denken aan de kunst van het quilten.

    Motoi Yamamoto 2
    © Motoi Yamomoto
  • De mijnen van het digitale tijdperk zijn helverlicht

    De mijnen van het digitale tijdperk zijn helverlicht

    De wereld in beeld.
    © Andrey Rudakov Bloomberg / Getty Images

    Ooit gingen mijnwerkers uitgerust met een hoofdlamp en een pikhouweel de donkere en gevaarlijke tunnels in op zoek naar ‘het zwarte goud’. Maar de kompels van de Russische ‘cryptomijn’ CryptoUniverse werken in helverlichte hallen vol loeiende en gloeiende servers, ingepakt in dikke gewatteerde jassen en handschoenen. Want het ‘goud’ van het digitale tijdperk, cryptovaluta zoals bitcoin, wordt gedolven door de rekenkracht van supercomputers.

    En daar is veel energie voor nodig en komt veel warmte bij vrij. En dus is er weer veel elektriciteit nodig om alle apparatuur te koelen. De hoeveelheid energie die nodig is om bitcoins te delven vertegenwoordigt zelfs 0,63 procent van het totale elektriciteitsverbruik in de wereld, volgens het Cambridge Centre for Alternative Finance. Dat is meer dan het totale energieverbruik van Zweden, en zal naar verwachting alleen maar stijgen.