Gisteren maakte de oppositie in Zuid-Soedan bekend dat het vredesakkoord van 2018 is verbroken. Deze fragiele vredesovereenkomst werd door verschillende partijen ondertekend na de burgeroorlog in Zuid-Soedan waarbij 400.000 mensen omkwamen en 4 miljoen mensen ontheemd raakten. De afkondiging van de oppositie volgt op de arrestatie van vicepresident Riek Machar, bericht Internazionale. ‘Op de avond van 26 maart bestormde een konvooi van militaire voertuigen, geleid door de minister van Defensie en het hoofd van de nationale veiligheid, de residentie van de vicepresident in Juba en arresteerde hem’, meldt de Sudan People’s Liberation Movement-In Opposition (SPLM-IO), de partij van Machar.
Op basis van een fragiele vredesovereenkomst leiden president Silva Kiir en eerste vicepresident Kier Machar, een voormalig rebellenleider, een eenheidsregering. Machar wordt beschuldigd van het steunen van de White Army-militie. Deze rebellengroep kwam vorige maand in aanvaring met het Zuid-Soedanese leger. Hoewel de White Army-militie en de SPLM-IO zij aan zij vochten tijdens de burgeroorlog, beweert de SPLM-IO geen connectie te hebben met de groep, meldt Africanews.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens politieke analisten probeert Kiir al maandenlang zijn opvolging veilig te stellen door Machar te isoleren, merkt Internazionale op. Sinds februari zijn er meer dan twintig bondgenoten van de vicepresident gearresteerd. Eind maart voerden veiligheidstroepen van Kiir een aanval uit op twee trainingscentra nabij Juba. De trainingscentra werden opgericht met als doel de verschillende milities in een nationaal leger te integreren. Verder meldde het hoofd van de VN-vredesmissie in Zuid-Soedan dat er op 24 maart luchtaanvallen waren op burgers in het noordoosten van het land.
De VN en vele anderen veroordelen de arrestatie van Machar en de Afrikaanse Unie heeft aangekondigd dat er een team naar Juba gestuurd wordt ‘in een poging om de situatie te de-escaleren’, meldt Africanews.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de Democratische Republiek Congo, waar een humanitaire crisis van enorme proporties dreigt door aanhoudend geweld tussen milities, wat voor een enorme vluchtelingenstroom zorgt. Wat is er aan de hand, en wat moet er gebeuren om het tij te keren?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Wat is er aan de hand in de Democratische Republiek Congo?
Hoewel het al lange tijd onrustig is in de Democratische Republiek Congo (DRC), met een binnenlandse oorlog tussen enerzijds regeringstroepen, milities loyaal aan de regering, buitenlandse milities, andere Afrikaanse landen en anderzijds de rebellenbeweging M23, lijkt de crisis nu tot een kookpunt te komen. Op dinsdag kwam de door de Verenigde Naties gerunde website UN News met een update over de DRC. Het agentschap presenteerde harde cijfers, die een somber beeld schetsen van een groeiende crisis.
‘Door de recente gevechten tussen regeringstroepen en de M23-rebellengroep, in combinatie met willekeurige bombardementen, zijn de toch al beperkte middelen voor de opvang van 800.000 binnenlandse ontheemden in de regio en 2,5 miljoen andere ontheemden in de provincie Noord-Kivu flink onder druk komen te staan’.
Volgens de Verenigde Naties zijn de afgelopen weken in de provincie Ituri in het oosten van de DRC ruim tweehonderd burgers gedood en ontvluchtten de afgelopen weken ruim 52.000 mensen gedwongen hun huis. De nieuwe escalatie van het geweld heeft meer dan 2000 huizen verwoest en zeker 80 scholen zijn gesloten of gesloopt.
‘De situatie is uiterst zorgwekkend,’ zei Çaglar Tahiroglu, projectcoördinator bij Artsen zonder Grenzen van het Mweso General Hospital, tegen journalisten van ABC News. ‘Het ziekenhuis is overweldigd. Samen met het ministerie van Volksgezondheid doen we ons best om iedereen te helpen, maar we hebben niet genoeg middelen, waaronder voedsel.’
Ook The Guardian toog naar het Afrikaanse land, om precies te zijn naar hoofdstad Goma. ‘Volgens het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken van de VN wonen alleen al in de buitenwijken van Goma ongeveer een half miljoen mensen in smerige kampen. En er komen steeds meer mensen bij. Alleen al tussen 2 en 7 februari trokken ongeveer 135.000 mensen naar Goma, voornamelijk vanuit de hooglanden rond de stad Saké,’ aldus de humanitaire organisatie, En dan is er ook nog politieke onrust. ‘Jean-Michel Sama Lukonde, de premier van de DRC, heeft dinsdag ontslag genomen, waardoor zijn regering automatisch wordt ontbonden, schrijftNation.‘Lukonde diende zijn ontslag in bij president Felix Tshisekedi.’ De precieze reden achter het vertrek is onduidelijk, maar de beslissing draagt niet bij aan een stabiele regio.
Bovendien zijn er protesten in het land, die voornamelijk gericht zijn tegen westelijke ambassades, omdat die symbool zouden staan voor de houding van het Westen in dit conflict. Ze zijn ‘een aanklacht tegen het gebrek aan wereldwijde aandacht voor de Congolese crisis. De vergelijking met zowel Oekraïne als Israël-Palestina wordt binnen het land zelf vaak gemaakt: waar blijft de aandacht voor de Congolese crisis?’ schrijft The Conversation.
Welke partijen spelen een rol in dit conflict?
De speler die we het meest horen in het conflict in de DRC is M23. De naam M23 verwijst naar de datum van 23 maart 2009, schrijft The East African, ‘toen een einde kwam aan een eerdere opstand onder leiding van de Tutsi’s in Oost-Congo. De groep beschuldigt de regering van de DRC ervan afspraken om de Congolese Tutsi’s volledig in het leger en de regering te integreren, niet na te komen. De groepering zegt alle Tutsi-belangen te verdedigen, vooral tegen etnische Hutu-milities zoals de Democratische Krachten voor de Bevrijding van Rwanda (FDLR), opgericht door Hutu’s die Rwanda ontvluchtten na deelname aan de genocide van 1994 op meer dan 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s.’
M23 zelf werd opgericht in 2012, veroverde zelfs korte tijd de stad Goma en werd vervolgens in 2013 verslagen. Eind 2021 kwam de groep opnieuw op, gevoed door langdurige geopolitieke spanningen tussen de DRC en Rwanda. Sindsdien heeft M23 controle gekregen over grote delen van het land. De rebellenbeweging controleert op het moment van schrijven de toegang tot Goma, een stad die symbolisch en strategisch belangrijk is als grootste stad van Kivu, een mineraalrijke provincie die grenst aan Rwanda.
Rwanda wordt al langere tijd door de Congolese autoriteiten beschuldigd van steun aan M23. Ook westerse landen, zoals Frankrijk, de Verenigde Staten en België, riepen het land deze week nog op hun troepen en raketsystemen uit Congo terug te trekken. Rwanda reageerde daar dinsdag op en zei volgens Africa News dat het zich verdedigt tegen een ‘dramatische militaire opbouw’ door Congo vlakbij de grens. Het Rwandese ministerie van Buitenlandse Zaken sprak in een verklaring over bedreigingen voor de Rwandese nationale veiligheid, die zouden voortkomen uit de aanwezigheid van een gewapende groepering in Congo, waarvan onder meer vermoedelijke daders van de genocide van 1994 deel uitmaken.Deze rebellengroep, bekend onder de initialen FDLR, ‘is volledig geïntegreerd in het Congolese leger’, schreef de Rwandese regering.
De spanningen tussen Congo enerzijds en Rwanda en bovendien Oeganda anderzijds, gaan zo’n dertig jaar terug, schrijftpersbureau AP. ‘Rwanda en Oeganda kennen een lange geschiedenis van militaire interventies in Congo. De twee landen vielen Congo in 1996 en 1998 binnen en beweerden dat ze zichzelf verdedigden tegen lokale milities.Honderdduizenden Rwandese Hutu-vluchtelingen vluchtten in de nasleep van de Rwandese genocide van 1994 naar Congo en vervolgens naar Zaïre. Onder hen bevonden zich soldaten en militieleden die verantwoordelijk waren voor de slachting van de 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s’.
Om die vermeende genocideplegers aan te pakken, vielen Rwanda en Oeganda jaren later Congo binnen. De spanningen tussen Congo en Rwanda escaleerden in 2021 toen M23 aanvallen pleegde op Congolese soldaten. Van een vredesakkoord uit 2013, dat tien jaar voor relatieve rust had gezorgd, was niets meer over. Inmiddels beschuldigen mensenrechtenorganisaties Rwanda ervan munitie, wapens, militairen en zelfs directe gevechtssteun te leveren aan M23. Zo zou Rwanda raketten hebben ingezet op burgerdoelen in Congo.
Er nemen nog veel meer partijen deel in het conflict in de DRC: volgens rapporten die Deutsche Welle publiceerdezo’n 250 lokale en 14 buitenlandse gewapende groepen, en daarnaast regeringslegers, Afrikaanse vredesmissies en huurlingenlegers. In de eerste plaats het Congolese leger: dat wordt gesteund door loyalistische milities die bekendstaan als Wazalendo – of ‘patriotten’.
Daarnaast zijn in Congo sinds eind vorig jaar troepen uit Zuid-Afrika, Malawi en Tanzania aanwezig, onder een missie van de Southern African Development Community (SADC). Vorige week zei de Zuid-Afrikaanse regering dat er nog eens 2900 soldaten zouden worden gemobiliseerd voor de SADC-missie, die een mandaat heeft tot december 2024. Ook bevinden zich militairen van de VN in het land.
Los van de missies zijn in het land ook troepen van verschillende Afrikaanse regeringen aanwezig voor andere gevechten. Naar verluidt zijn ongeveer duizend Burundese troepen in Noord- en Zuid-Kivu aanwezig als onderdeel van een geheime operatie. Deze militairen zouden in Congolese legeruniformen vechten. De troepen van Burundi vechten naar verluidt vooral tegen in Congo gevestigde gewapende rebellengroepen die zich verzetten tegen de Burundese regering. Een voorbeeld is de RED-Tabara-militie, die verantwoordelijk is voor aanvallen op burgerdoelen in Burundi.
Oegandese troepen vechten sinds 2021 in het oosten van de DRC als onderdeel van een gezamenlijke operatie om de Allied Democratic Forces (ADF) te ontmantelen, een militante groepering die banden heeft met ISIS. De ADF, door de Verenigde Staten en Oeganda bestempeld tot terreurgroep, ontstond in de jaren negentig in Oeganda, maar opereert nu vanuit Noord-Kivu en voert zowel in Oeganda als in Congo aanslagen uit.
En zoals in veel mineraalrijke gebieden bevinden zich in DRC ook Europese huurlingen. Zo ondersteunt het in Bulgarije geregistreerde huurlingenleger Agemira, dat voornamelijk bestaat uit gepensioneerd Frans militair personeel, het Congolese leger. Een tweede groep, Congo Protection, wordt beheerd door een Roemeens ex-lid van het Franse Vreemdelingenlegioen en heeft voornamelijk voormalige soldaten uit Oost-Europa in dienst. Hoewel Congo Protection is gecontracteerd om Congolese legereenheden op te leiden, worden de militairen ook ingezet in rechtstreekse gevechten tegen rebellen.
Wat moet er gebeuren om een verdere crisis te voorkomen?
Een decennia-oud conflict, buitenlandse spelers, een mineraalrijk gebied, armoede en vluchtelingen: de situatie in de DRC ziet er vrij uitzichtloos uit. Wat kan men doen om erger te voorkomen?
De situatie overlaten aan de leiders van de DRC en Rwanda lijkt geen optie. The Africa Report schrijft dat de Congolese president Félix Tshisekedi en de Rwandese president Paul Kagame elkaar onlangs nog, bij een top van de Afrikaanse Unie, publiekelijk in de haren vlogen.
Vanwege de aanhoudende spanningen en het oplopende geweld zit er voor mensenrechtenorganisaties en buitenlandse regeringen weinig anders op dan binnen de regio oproepen tot kalmte en respect voor mensenrechten.
‘Nu meer dan een miljoen binnenlandse ontheemden in en rond Goma opeengepakt zitten en gebrek hebben aan onderdak, voedsel, sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg, moeten de internationale partners van DRC hun inspanningen opvoeren om waardige humanitaire hulp te garanderen aan iedereen in nood’, zo zei Tigere Chagutah, regionaal directeur van Amnesty International voor Oost- en Zuidelijk Afrika, deze week. ‘Staten en intergouvernementele organisaties, zowel in de regio als internationaal, moeten hun reactie op deze crisis heroverwegen.’
De Verenigde Staten waarschuwden Rwanda en de Democratische Republiek Congo dinsdag bij de Verenigde Naties dat ze ‘terug moeten stappen van de rand van oorlog’ waar de twee landen op zouden staan, zo meldt Voice of America, alvorens Robert Wood, een Amerikaanse gezant bij de VN, te citeren. ‘Partijen die bij het conflict betrokken zijn en regionale actoren moeten onmiddellijk het vredesproces hervatten – diplomatieke inspanningen, en geen militaire conflicten, zijn de enige weg naar duurzame vrede.’
Eerdere inspanningen van de VS om vrede te bewerkstelligen, hadden weinig succes. In december presenteerden de VS volgens Politico ‘een gedetailleerd voorstel aan de leiders van Congo en Rwanda voor een pact om de gevechten in Oost-Congo te verminderen’. Volgens de nieuwssite stemden de leiders zelfs in met het plan ‘dat Rwanda zijn strijdkrachten tegen 1 januari zou terugtrekken en Congo zijn drones aan de grond zou houden’.
Maar inmiddels is het eind februari, en wordt er heviger dan ooit gevochten. Als de politieke en diplomatieke weg blijkbaar zo moeilijk is, is er dan wellicht een andere oplossing?
Er zijn veel militaire missies in het land, die echter maar weinig succes hebben gehad. Een eerdere missie van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC), waar de DRC deel van uitmaakt, werd in juli 2022 ingezet, onder leiding van Kenia, met zo’n 12.000 man. Het ging echter om een defensieve missie, terwijl de DRC hoopte op meer offensieve acties tegen M23. Een jaar later werd de missie dan ook de deur gewezen door de Congolese regering. De VN-vredesmacht in het land lijkt ook ‘geen potten te kunnen breken’, schrijft Al Jazeera.
‘Congolezen vragen zich af waarom de troepenmacht van de VN hen niet heeft beschermd tegen M23 en andere gewelddadige rebellengroepen, en hun frustratie heeft het afgelopen jaar geleid tot rellen en gewelddadige protesten. De Congolese regering zelf heeft de VN-troepen uiteindelijk verzocht het land te verlaten’.
Dan is er nog Zuid-Afrika, dat samen met troepen uit Malawi en Tanzania een interventiemacht vormt. Zij hebben tien jaar geleden wel succes geboekt in de DRC, maar de vraag is of dat nu weer zal lukken. Voorlopig lijkt het verhaal van de DRC op dat van gewapende conflicten elders in de wereld: de strijdende partijen geven geen haarbreed toe, het leed van onschuldige burgers kan alleen maar groter worden en buitenlandse actoren doen te weinig om het geweld te stoppen. Een uitzichtloze situatie voor een land dat in zijn geschiedenis maar weinig vrede heeft gekend.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Myanmar, waar de militaire junta al enkele jaren een bloedige burgeroorlog uitvecht met gewapende verzetsgroepen. Dit verzet lijkt nu bezig aan een tegenoffensief. Hoe succesvol is dat?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Hoe kwam de militaire junta in Myanmar aan de macht?
Om te begrijpen wat er op dit moment in Myanmar gebeurt, moeten we terug naar 2021. In februari van dat jaar pleegt het leger van het Aziatische land een staatsgreep, nadat het heeft besloten de resultaten van de parlementsverkiezingen niet te accepteren. In die verkiezingen heeft de Nationale Liga voor Democratie, geleid door Aung San Suu Kyi, overweldigend gewonnen met 83 procent van de stemmen.
De generaals van de Tatmadaw, zoals het leger in Myanmar heet, weigeren de uitslag te accepteren en zeggen dat er fraude is gepleegd. Als het parlement in februari bijeenkomt om de uitslag te ratificeren, komt het leger in actie. Regeringsleden, waaronder Aung San Suu Kyi en president U Win Myint, worden opgepakt. De noodtoestand wordt afgekondigd. Het vliegverkeer wordt stilgelegd. Internet en telefoonverbindingen komen stil te liggen en banken gaan dicht. Het leger neemt de macht over.
Vreedzame demonstraties worden hardhandig neergeslagen en veel activisten, politici en andere betogers vluchten naar afgelegen delen van het land, waar ze zich aansluiten bij reeds bestaande rebellengroepen, en de People’s Defense Force vormen, dat zo’n 60.000 leden telt.
‘In april 2021 vormden etnische leiders en gekozen functionarissen die aan het militaire sleepnet ontsnapten de zogenaamde regering van nationale eenheid. De leiders zeggen dat ze een revolutionaire oorlog voeren om het leger uit de macht te zetten en een echt democratisch systeem te vormen’, schrijft The New York Times.
Ook zijn er etnische rebellengroepen opgestaan die meer autonomie zoeken, en zo is het verzet tegen de Tatmadaw anno 2023 een bont gezelschap van gewapende groeperingen die vechten tegen het gezag.
‘Het leger, dat in februari 2021 de macht greep, heeft moeite om de wijdverspreide oppositie tegen zijn bewind in bedwang te houden, waaronder een gewapend verzet van prodemocratische activisten’, schrijft The Guardian. Inmiddels lijken de groeperingen steeds meer samen te werken tegen het leger.
‘In de deelstaat Kayah, ten zuiden van de deelstaat Shan langs de grens met Thailand, vielen etnische Karenni-opstandelingen, die al een groot deel van de deelstaat in handen hebben, de belangrijkste stad Loikaw aan en hebben ze de universiteit in de buitenwijken al veroverd’, aldus deBBC.‘Verder naar het zuiden heeft het Arakan Army, een van de best bewapende etnische opstandelingen, zijn staakt-het-vuren opgezegd en is het begonnen met aanvallen op leger- en politieposten.’
Een andere grote etnische groep, de Karen National Union in het zuidoosten van Myanmar, voert bovendien de aanvallen op militaire posities langs de vitale handelsroute naar de Thaise grens op. En er vinden nu zelfs regelmatig aanvallen plaats op het leger in Tanintharyi, de meest zuidelijke staat.
Hoe ziet de burgeroorlog er nu uit?
Zoals gezegd is het aantal aanvallen in verschillende staten in Myanmar en door verschillende groeperingen toegenomen. Eind oktober begon een offensief onder de naam ‘Operatie 1027’, en het lijkt erop dat het gaat om een groots gecoördineerde aanval tussen verschillende rebellenbewegingen die steeds meer samenwerken. ‘Drie gewapende groepen – het Ta’ang National Liberation Army (TNLA), het Arakan Army (AA) en het Myanmar National Democratic Alliance Army (MNDAA) – hebben hun krachten gebundeld onder de naam Three Brotherhood Alliance’, meldt South Morning China Post.
Het offensief verloopt voortvarend, schrijft Radio Free Asia. ‘Drie weken nadat de Three Brotherhood Alliance een offensief lanceerde, hebben de rebellen opmerkelijke overwinningen geboekt op het leger in verschillende belangrijke steden in de deelstaat Shan, in het noordoosten van het land. In het kielzog van de operatie viel het Arakan Army deze week het leger van de junta aan in de westelijke deelstaat Rakhine, waarmee een einde kwam aan een staakt-het-vuren dat een jaar geleden op humanitaire gronden was overeengekomen.’
Naast de staten Shan, Kachin en Rakhine worden ook bases in de regio’s Mandalay en Sagaing aangevallen, schrijft The Dhaka Tribune. Daarbij zou worden samengewerkt met andere groepen. ‘Gecoördineerde inspanningen van de People’s Defense Force en andere etnische gewapende groepen hebben geresulteerd in de verovering van 161 junta bases en negen steden.’
Dat al deze groepen, die individueel te klein zijn om het leger ten val te brengen, samenwerken, is ongekend, zegt Zachary Abuza, een professor aan het National War College in Washington, tegen The Washington Post. ‘Ze nemen nota van elkaar en werken samen. Dat is het interessante hier.’ Hij schrijft dat het tegenoffensief van de Three Brotherhood Alliance een mogelijke gamechangeris. ‘De groepen in de alliantie hebben nauwe banden met China en behoren tot de machtigste gewapende actoren in het gebied langs de grens met Myanmar. In tegenstelling tot sommige andere rebellengroeperingen heeft de alliantie zich na de staatsgreep niet onmiddellijk aangesloten bij het verzet en heeft ze, althans in het openbaar, een neutrale positie ingenomen tussen de prodemocratiebeweging en het leger.’
Wat moet er met Myanmar gebeuren als de junta verdwijnt?
De vraag is eigenlijk vooral óf de junta wel gaat verdwijnen. ‘Nu haar reputatie op het spel staat, is het onwaarschijnlijk dat de junta zich gemakkelijk gewonnen geeft’, schrijft persbureau Reuters. ‘Langdurige gevechten zullen het uithoudingsvermogen en de arsenalen van beide partijen op de proef stellen. Een voor de hand liggend scenario is dat de junta de controle over sommige grensregio’s verliest, maar centraal aan de macht blijft, een uitkomst die gunstig zou zijn voor buurlanden India, Thailand en China, die zich zorgen maken over de instabiliteit in het land en het vooruitzicht van een vluchtelingencrisis.’
Die laatste zin is belangrijk. Hoewel het hier een binnenlands conflict betreft, worden veel van de huidige gevechten uitgevochten in grensregio’s. Honderdduizenden mensen zijn inmiddels op de vlucht geslagen voor het conflict. ‘India heeft donderdag opgeroepen tot het staken van de gevechten tussen het leger van Myanmar en anti-juntagroepen in de buurt van de grens tussen India en Myanmar’, schrijft Indian Express.‘De gevechten tussen de anti-juntagroepen van Myanmar en de regeringstroepen in verschillende belangrijke steden en regio’s in de buurt van de grens met India zijn de afgelopen weken toegenomen.’
Ook China, een ander buurland, zou de ontwikkelingen in zijn buurland nauw in de gaten houden. Volgens de militaire junta in Myanmar zorgt juist China voor destabilisatie, door steun te geven aan rebellen. ‘Ze beschuldigden China ervan een etnische alliantie te steunen die zware nederlagen heeft toegebracht aan de troepen van het regime in het noorden van de deelstaat Shan’, schrijft The Irawaddy, een medium van Myanmarese journalisten in ballingschap. Zo zou China wapens hebben gestuurd en bewegingen hebben gefinancierd. China zelf heeft niet gereageerd op deze aantijgingen.
China zelf heeft nauwelijks gereageerd op de beschuldigingen, maar dat is volgens analist Thomas Kean bij France Presse een kwestie van tijd. ‘Beijing heeft veel meer invloed op de gebeurtenissen aan de andere kant van zijn grens dan welke andere internationale actor ook. China kan net zo gemakkelijk druk uitoefenen op etnische groepen als op de junta om een einde te maken aan de gevechten en het conflict te laten verzanden in een status quo’, zegt hij. Kean benadrukt dat China geen voorkeur geeft aan wie de leiding heeft in Myanmar, zolang het maar rustig is bij het buurland.
Analisten en experts geloven ook dat China op de hoogte was van en groen licht gaf voor het tegenoffensief van de rebellen, zo schrijft The Diplomat. ‘De houding en acties van China kunnen het verloop van het conflict en het bredere geopolitieke landschap in de regio aanzienlijk beïnvloeden’, aldus de website. ‘Velen koesteren de hoop dat deze gebeurtenissen (het tegenoffensief van het verzet, red.) een belangrijke nationale verandering teweeg kunnen brengen. Dat gevoel wordt niet alleen gedeeld door etnische bewegingen (…), maar vindt ook weerklank bij de bredere Myanmarese bevolking, die naar een positieve verandering verlangt.’ Na jaren van oppressie is er weinig steun in Myanmar voor de militaire junta.
China en India kunnen dus een rol spelen in hoe de burgeroorlog in Myanmar zich in de komende maanden ontwikkelt, maar, zo schrijft denktank USIP, het gewapende verzet verdient de steun van een veel groter deel van de internationale gemeenschap, omdat ‘dit een nationale opstand is die gericht is op het opbouwen van een nieuwe natie, met de bijbehorende hoop dat stabiliteit zal volgen’.
Hoewel de internationale gemeenschap volgens de denktank beweert dat de militairen niet verslagen kunnen worden, wint het verzet aan kracht. ‘Ondanks het feit dat ze weinig tastbare hulp krijgen, hebben de tegenstanders van het regime volgehouden. Nu de verzetsbeweging een nieuwe fase ingaat, moeten de deelnemers hun eigen toekomst kunnen kiezen.’ De denktank roept buurlanden en de rest van de gemeenschap op het verzet te steunen en helpen hen de instrumenten te geven om daadwerkelijk een nieuw land op te bouwen.
Sinds april woedt er in Soedan een machtsstrijd tussen het regeringsleger van generaal Al-Burhan en de milities van de RSF onder leiding van generaal Dagalo. Raga Makawi vertelt over de angstaanjagende tocht die ze met haar vriendin in het door geweld verscheurde Khartoem maakte.
De nacht voordat op straat de oorlog uitbrak in Khartoem, was ik in een cultureel centrum in het noorden van de stad om te luisteren naar een panel met feministische sprekers. Een evenement als dit zou ondenkbaar zijn geweest onder Omar al-Bashir, de dictator die vier jaar geleden door een volksopstand werd verdreven. Onder Bashir was Soedan voor vrouwen een van de meest repressieve plekken ter wereld, en het waren vrouwen die de protesten tegen hem leidden.
De panelleden spraken die avond over strategieën om juridische hervormingen af te dwingen (nog steeds kunnen Soedanese rechtbanken vrouwen voor overspel veroordelen tot steniging). Na afloop zette het publiek, dat zowel uit mannen als vrouwen bestond, de discussie voort onder het genot van thee, koffie en Schwarzwalder Kirschtorte. Sinds in 2021 de revolutie werd gekaapt door een militaire junta, zijn dit soort burgerbijeenkomsten onze beste kans op verandering. De sfeer was geweldig. We wisten allemaal dat er spanning in de straten hing omdat de twee belangrijkste generaals van de junta, Abdel Fattah al-Burhan en Muhammad Hamdan Dagalo, in een impasse terechtgekomen waren. Maar we hadden nooit gedacht dat de situatie echt zou exploderen.
Geweerschoten
Ik was de week ervoor teruggekeerd naar Soedan om academisch onderzoek te doen, nadat ik enkele jaren eerder mijn huis had verlaten om in Groot-Brittannië te studeren. In Soedan verbleef ik bij mijn vriendin Kholood. Ik had nog maar een paar uur geslapen toen ze me wakker maakte. ‘Ik hoor geweerschoten,’ zei ze. We luisterden. Het geluid van geweerschoten maakte plaats voor het gedreun van explosies. In de woonkamer zetten we de tv aan en we keken even naar het nieuws. Toen hoorden we het geronk van een bommenwerper boven ons hoofd en drong tot ons door hoe dichtbij de gevechten waren. We verhuisden naar een raamloze bijkeuken naast de keuken, waar amper voldoende ruimte was voor twee personen. Toen viel de elektriciteit uit.
We wisten niet dat we daar voor onbepaalde tijd vast zouden zitten. Het stelde me gerust dat mijn powerbank zes uur stroom voor onze telefoons kon leveren, maar de waterpomp viel uit, we konden ons niet wassen en het water in onze drinkflessen werd warm. Na ongeveer twaalf uur besloten we de bijkeuken te verlaten om te proberen te slapen. Het leek ons veiliger om bij elkaar in bed te liggen, zodat we het zouden merken als de ander door een verdwaalde kogel zou worden geraakt. Versuft lag ik op mijn zij door een kier in de deuropening naar de ochtendlucht te kijken.
Uit angst dat de batterij van onze telefoon leeg zou raken keken we geen videobeelden – via Twitter probeerden we aan nieuws te komen
De volgende dag was het duidelijk dat onze situatie niet zou verbeteren. Uit angst dat de batterij van onze telefoon leeg zou raken keken we geen videobeelden – via Twitter probeerden we aan nieuws te komen. Kholood was voortdurend op zoek naar informatie: hoe wijdverspreid waren de gevechten? Zat iedereen in Khartoem zonder elektriciteit? Weer ging een dag voorbij terwijl we in de bijkeuken zaten en luisterden naar het geweervuur, de mortieren en raketten. We konden niets doen. Ik raakte in paniek. ‘We moeten een plan maken,’ zei ik, terwijl ik naar voren leunde om de aandacht van Kholood te trekken. Ze bleef maar door haar telefoon scrollen. Ik stond op om haar wat ruimte te geven en herhaalde toen zachtjes: ‘We moeten een plan maken.’
We probeerden uit te zoeken of er straten waren die misschien rustig genoeg waren om doorheen te rijden, de zogenaamde safe passages. Mensen appten elkaar daar voortdurend updates over; iemand had er zelfs speciaal een app voor gemaakt. Op de vierde dag kreeg ik om twee uur ’s middags een gehaast telefoontje van een vriend in het oosten van de stad die had gehoord over een veilige doorgang naar een rustiger wijk. ‘Het is nu of nooit,’ zei hij.
We vertrokken een kwartier later, met alleen het meest noodzakelijke: schone kleren, geld en onze identiteitspapieren. We wilden naar mijn ouders, als we dat zouden redden. De vorige dag had ik gehoord over een man die was beschoten toen hij probeerde te ontsnappen via dezelfde route; hij bloedde dood in zijn auto. Toen we wegreden kon ik het beeld van ons bloed op de stoelen maar niet uit mijn hoofd krijgen. Ik besloot de getinte ramen die ons beschermden tegen de felle zon naar beneden te doen, zodat iedereen kon zien dat we vrouwen waren.
Thelma en Louise
De straten waren verlaten. Na tien minuten kwamen we bij een controlepost. Ik vertraagde en boog voorover om te zien van welke partij de soldaten waren. De man die onderuitgezakt bij de controlepost zat, droeg een donkergroen uniform en een oude AK-47, wat deed vermoeden dat hij behoorde tot de strijdkrachten van Burhan, het feitelijke hoofd van de junta. Ik glimlachte en zei met zachte, smekende stem: ‘Goedendag, officier, mogen we erlangs?’ Hij nam niet de moeite om op te staan, maar vroeg kortaf waar we heen gingen. Andere soldaten kwamen nu ook onze kant op.
We hadden een verhaal bedacht voor deze situatie – iets waardoor we zo onschuldig mogelijk zouden overkomen. ‘Mijn moeder is een oudere vrouw en ze is alleen,’ zei ik. ‘Ik moet naar haar toe want ze zit al dagen zonder eten of drinken. Deze dame die met me meerijdt is mijn zus.’ Er viel een stilte, waarna de soldaat vroeg hoe ik van plan was daar te komen. Ik vroeg of hij zo vriendelijk wilde zijn om ons de weg te wijzen, maar hij wuifde alleen maar met zijn hand om aan te geven dat we bij het kruispunt verderop rechtsaf moesten slaan.
Ik reed langzaam verder en sloeg de hoek om. Zo’n veertig meter verderop in de straat zag ik nog een controlepost met nog meer soldaten in donkergroene uniformen. Ik ging ervan uit dat we toestemming hadden om door het gebied te rijden dat door de mannen van Burhan werd gecontroleerd, dus reed ik verder. Maar toen hoorde ik soldaten schreeuwen en zag ik in mijn achteruitkijkspiegel dat vier van hen hun wapens op ons richtten. Angstig stopte ik en stak ik mijn armen uit het raam, als een gebaar van overgave. Nadat ze onze papieren hadden gecontroleerd en de auto hadden doorzocht, lieten ze ons gaan.
Toen we de wijk van mijn ouders inreden en de soldaten in licht kaki met hun geavanceerde wapens zagen, verloor ik de moed
De volgende anderhalf uur reden we door de buitenwijken van Khartoem. Toen we de wijk van mijn ouders inreden en de soldaten in licht kaki met hun geavanceerde wapens zagen, verloor ik de moed. Dit waren de Rapid Support Forces (RSF) van Dagalo. De RSF is voortgekomen uit de Janjaweed, een door de staat gesteunde militie die begin jaren 2000 werd beschuldigd van genocide in de regio Darfur. Het was de bedoeling dat de RSF zou fuseren met het leger als een stap op weg naar een burgerregering, maar commandant Dagalo lijkt van niemand bevelen aan te willen nemen. Ik had vreselijke dingen gehoord over de wreedheden van de Janjaweed, waaronder massaverkrachtingen. Maar toen we bij de controlepost aankwamen, riep de jonge militieofficier alleen maar ‘Ga!’ en wuifde ons haastig door.
Ik verliet de hoofdweg zo snel mogelijk en reed door achterafstraatjes naar het huis van mijn ouders. We kwamen langs een bakkerij die open was en stopten om wat eten te kopen. De mensen stonden te dringen om geholpen te worden en de bakker leek de hoeveelheid brood per klant te rantsoeneren. Ik hoorde een man roepen: ‘Het is niet aan jou om te bepalen hoeveel brood je me geeft!’
Kort daarna reden we de garage van mijn ouders binnen. Toen ik de motor uitzette, gaven we elkaar een high five. Het voelde als een moment uit Thelma and Louise. We hadden ons een weg weten te banen door de dodelijke en giftige wereld van mannen en hun wapens. Voor nu waren we veilig.
Bij het conflict in Soedan zijn niet alleen de twee binnenlandse legers SAF en RSF betrokken. Door de strategische ligging van het land mengen ook andere landen zich erin, zoals Egypte en Rusland. Zal dit leiden tot een escalatie?
Vier dagen na het begin van de oorlog in Khartoem, de hoofdstad van Soedan, het huis van Mohammed. De soldaten droegen de zakenman (wiens naam we om veiligheidsredenen hebben aangepast) en zijn familie op te vertrekken en plaatsten luchtafweergeschut op het dak van zijn appartement. Mohammeds gezin trok bij familie in, in een rustigere buurt. Maar ook daar werd het al snel onveilig: de gevechten breidden zich uit en de straten raakten bezaaid met lichamen.
De strijd begon enkel als een machtsstrijd tussen het officiële leger, ofwel de Soedanese Armed Forces (SAF), en de Rapid Support Forces (RSF), een militie die is uitgegroeid tot een paramilitaire organisatie. Maar het geopolitieke belang van Soedan brengt hier mogelijk verandering in. Hoe langer het conflict voortduurt, hoe groter de kans dat ook buitenstaanders zich ermee gaan bemoeien.
Streng toezicht
Soedan ligt aan de Nijl, de levensader van Egypte. Het land heeft bovendien havens in de buurt van de Hoorn van Afrika, het zuidelijke knooppunt van de Rode Zee, niet ver van de Perzische Golf; allemaal essentiële pijlers voor de wereldeconomie. De VS, China en Frankrijk houden dan ook streng toezicht op de regio: alle drie de landen hebben een militaire basis in Djibouti. ‘De Hoorn is van groot strategisch belang en een microkosmos van andere internationale geschillen,’ zegt Comfort Ero, voorzitter van de International Crisis Group, een denktank die zich richt op conflicten. Het is een plek waar ‘het Westen en het Oosten samenkomen, waar de Golf en Europa bijeenkomen’.
Voorlopig lijken de twee Soedanese partijen aan elkaar gewaagd. De SAF staat onder bevel van generaal Abdel Fattah al-Burhan, die in 2019 en 2021 met staatsgrepen de macht overnam. Vervolgens consolideerde hij deze macht, waardoor hij in feite de leider van Soedan werd. Aan het begin van het conflict had de SAF een aanzienlijke, traditionele, militaire macht, met onder andere tanks en gevechtsvliegtuigen. De RSF lijkt op het eerste gezicht de underdog. Maar bevelvoerder Muhammad Hamdan Dagalo (beter bekend als Hemedti) beschikt over grote particuliere rijkdom, omdat de RSF naar verluidt delen van de Soedanese goudhandel in handen heeft. Hij leidt tienduizenden trouwe soldaten.
De omverwerping van het islamistische regime van dictator Omar al-Bashir in 2019 maakte de weg vrij voor Dagalo. Zijn vermogen stelde hem vervolgens in staat om met generaal Burhan te wedijveren om de macht. Uiteindelijk schopte Dagalo het zelfs tot vicepresident. Wapens en geld hebben de afgelopen jaren wellicht ook een rol gespeeld in zijn ontwikkeling tot semiautonome figuur op het internationale toneel en tot iemand die deals sluit met buitenlandse mogendheden. De RSF is niet zomaar een ‘opstandige militie’, zegt Sharath Srinivasan, Soedan-deskundige aan de universiteit van Cambridge. ‘Het is een speler met nationale invloed.’
Al drie weken lang woeden er gevechten in Khartoem en elders, met name in West-Darfoer, maar nog geen van beide partijen heeft een beslissend voordeel weten te behalen. De RSF mist tanks en een luchtmacht, maar compenseert dat gebrek door zich te verschansen in woonwijken in de hoofdstad. Volgens een Soedanese vrouw wier vier nichtjes via een ventilatierooster ontsnapten nadat de RSF hun huis had bezet, verkrachten mannen van de RSF vrouwen en worden ze gedwongen voor hen te koken.
Dagalo wordt in Khartoem gehaat door inwoners, die hem verantwoordelijk houden voor een massaslachting onder honderden demonstranten
Inwoners van Khartoem hebben verder te kampen met luchtaanvallen door de SAF. Op 1 mei stierven drie vrouwen die tegenover een ziekenhuis thee verkochten doordat een bom explodeerde. Volgens de VN zijn bij de gevechten al meer dan vijfhonderd burgers gedood en nog veel meer gewond geraakt (het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk veel hoger). Naar verwachting zullen de komende weken en maanden maar liefst achthonderdduizend vluchtelingen de Soedanese grenzen oversteken.
De troepen van de RSF worden beter betaald en hebben meer recente gevechtservaring dan die van de SAF. Onlangs zijn ze erin geslaagd belangrijke delen van de hoofdstad in beslag te nemen, waaronder de internationale luchthaven en de grootste olieraffinaderij van het land. Ze lijken bovendien de controle te hebben over het presidentiële paleis en de staatsomroep. ‘De afgelopen twee weken gedroegen ze zich alsof ze het hier voor het zeggen hadden,’ zegt Waleed Adem, inwoner van een wijk in Oost-Khartoem die door de RSF is bezet.
De RSF overheerst ook in Darfoer, de thuisregio van Dagalo, waar het de macht heeft over twee van de drie aanwezige luchtmachtbases. In el-Geneina braken bloedige gevechten uit toen tribale Arabische milities, gelieerd aan de RSF, niet-Arabieren in de stad aanvielen. Inmiddels zijn die weer gestaakt.
Verder is vrijwel overal het leger de baas. Duizenden Soedanezen en buitenlanders zijn geëvacueerd uit Port Soedan, aan de Rode Zee in het onrustige oosten van het land. Die stad werd aan het begin van de oorlog door de SAF bezet. Ook op het platteland rond Khartoem is het min of meer rustig. ‘Het leven gaat hier gewoon zijn gangetje,’ meldt een universitair professor. Hij ontvluchtte onlangs met zijn gezin de stad.
‘Khartoem zal lang een bloedbad blijven’
De RSF voert een guerrillacampagne, met aanvallen op legereenheden en faciliteiten in de hoofdstad, maar langzaam begint de controle van de SAF over het luchtruim zijn tol te eisen. ‘We hebben al hun voorraden rond Khartoem aangevallen,’ zegt een soldaat van de SAF. Verschillende konvooien met versterkingen voor de RSF uit Darfoer zijn naar verluidt vernietigd door luchtaanvallen.
De vraag is of de twee partijen de impasse snel kunnen doorbreken. De SAF heeft tientallen jaren ervaring met het neerslaan van opstanden in afgelegen gebieden, maar nooit eerder deden ze dat in de hoofdstad. De SAF kan in Khartoem simpelweg niet winnen door alles plat te bombarderen, zoals het dat elders heeft geprobeerd. ‘Khartoem zal lang een bloedbad blijven,’ voorspelt een westerse veiligheidsanalist. Hij voegt eraan toe dat de SAF door interne verdeeldheid binnen het leiderschap mogelijk te weinig voordeel behaalt uit zijn aanzienlijke voorsprong op zware wapens.
Ook de RSF bevindt zich in een lastig parket. De organisatie zal moeite hebben haar troepen te bevoorraden en te herbewapenen terwijl de gevechten voortduren. Zelfs in het geval van een overwinning, wat onwaarschijnlijk is, zal Dagalo moeite hebben om Soedan te leiden. Hij wordt in Khartoem gehaat door inwoners, die hem namelijk verantwoordelijk houden voor een massaslachting die troepen van de RSF, de politie en de inlichtingendienst in 2019 verrichtten onder honderden demonstranten. Het huidige gedrag van zijn troepen heeft ze alleen maar minder populair gemaakt. ‘Het volk staat achter het leger,’ aldus Adem.
Strategisch waardevol
Of er inderdaad een langdurige oorlog op komst is, hangt af van hoe de buurlanden van Soedan op de situatie zullen reageren. Soedan geldt door zijn omvang en strategische ligging aan de Rode Zee al langer als strategisch waardevol – zowel voor de landen in de regio als voor China, Rusland en het Westen – vanwege de scheepvaart naar de zeestraat Bab al-Mandab. Ongeveer 10 procent van de wereldhandel over zee gaat hierdoorheen.
De economische belangen van de Golfstaten, met name de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Saoedi-Arabië, lopen gevaar. Een bedrijf uit de Emiraten sloot in december een deal ter waarde van zes miljard dollar om aan de Rode Zeekust van Soedan een haven en een economische zone te ontwikkelen. De Saoedi’s en de Emiraten steunden Burhan en Dagalo na hun gezamenlijke staatsgreep en boden zo’n drie miljard dollar aan noodhulp. Geen van beide landen heeft er belang bij het conflict aan te wakkeren. Saoedi-Arabië heeft al duizenden Soedanezen geëvacueerd die probeerden te vluchten via Port Soedan. Net als Europa vreest het een plotselinge toestroom van vluchtelingen.
Maar de zaken worden ingewikkelder door de schimmige relatie die Dagalo heeft met de VAE. Hij nam in 2017 geld en wapens aan van de VAE, in ruil waarvoor de RSF de Emiraten bijstonden bij hun oorlog in Jemen. Sindsdien heeft hij banden opgebouwd in Abu Dhabi en Dubai, de twee belangrijkste deelstaten van de Emiraten. Toch hebben de Emiraten ‘geen bijzondere affiniteit met Hemedti’, aldus Harry Verhoeven van Columbia-universiteit. Sinds het begin van de oorlog zijn er geen aanwijzingen dat de VAE RSF-troepen zijn blijven bevoorraden. De Golfstaten kunnen zich dus ‘afzijdig houden en zich indekken om te zien welke kant het opgaat’, aldus Comfort Ero.
‘Hoe langer het conflict voortduurt, hoe meer externe partijen zich ermee zullen bemoeien’
De positie van Rusland is minder duidelijk. Een Russische huurlingenorganisatie, de schimmige Wagner Group, is naar verluidt betrokken bij de goudwinning in Soedan en zou de RSF van wapens voorzien. Het Kremlin wil vooral ‘voorkomen dat er in Soedan een democratische machtswisseling plaatsvindt’, aldus Samuel Ramani, auteur van Russia in Africa. De Russische regering wil aan de Rode Zee een marinebasis bouwen en is daarom beter af met een militaire regering in Khartoem dan met de prille democratische regering die door de coups van de junta in de kiem is gesmoord.
De burgeroorlog in Soedan is nog geen echte proxy-oorlog, zoals de conflicten in Libië, Syrië en Jemen zijn. Maar het land deelt lange en instabiele grenzen met buurlanden die eveneens door conflicten worden geteisterd, waaronder de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Libië en Zuid-Soedan. In elk van deze landen zijn grote, uiteenlopende groepen van milities en rebellenorganisaties te vinden, waarvan vele etnische of zakelijke banden hebben met de RSF of zijn rivalen. Sommige wachten af tot het moment waarop ze van de chaos in Soedan kunnen profiteren. ‘Hoe langer het conflict voortduurt, hoe meer externe partijen zich ermee zullen bemoeien,’ waarschuwt Suliman Baldo, hoofd van de Sudan Transparency and Policy Tracker, een groep die toezicht houdt op het conflict.
Issaias Afwerki, de president van Eritrea, zal zich misschien ook in het conflict willen mengen. Hij heeft banden met Dagalo en verleende in het verleden steun aan Soedanese rebellen. Een andere kandidaat is Khalifa Haftar, een Libische krijgsheer die banden met de Wagner Group heeft en naar verluidt al brandstof en wapens naar de RSF heeft gestuurd.
De RSF van Dagalo en het Libische Nationale Leger (LNA) van Haftar, dat de macht heeft over een groot deel van Oost-Libië, hebben in het verleden samengewerkt. De RSF-troepen steunden in 2019 het LNA – dat ook door de VAE werd gesteund – bij een aanval op Tripoli, de hoofdstad van Libië. De oudste zoon van Haftar was twee dagen voordat de burgeroorlog in Soedan uitbrak in Khartoem om Dagalo te ontmoeten.
Haftar zou de RSF dus kunnen steunen, maar moet ook zijn goede relatie met Egypte, een van zijn andere buitenlandse sponsors, behouden. Egypte, dat al lange tijd het meest invloedrijke buurland van Soedan is, is een vurig voorstander van de SAF van Burhan. Egypte beschouwt de situatie in Soedan als een essentiële factor voor zijn eigen nationale veiligheid en ziet noch een burgerregering, noch Dagalo graag de leiding nemen.
Grootschaliger conflict
Vroeg in de oorlog zou een Egyptisch vliegtuig een RSF-munitieopslagplaats hebben geraakt. Op 1 mei beschuldigde Dagalo de Egyptische luchtmacht ervan doelwitten in Khartoem te hebben beschoten. Het is onbekend in hoeverre Egypte militair bij het conflict betrokken is, maar het is waarschijnlijk dat Egypte zijn steun zal opvoeren als de SAF verzwakt. ‘Egypte is de belangrijkste factor,’ zegt Magdi el-Gizouli van het Rift Valley Institute. ‘Het doel van Egypte is nu om de centrale macht in Soedan te handhaven.’
Een grootschaliger conflict kan nog worden voorkomen. Ondanks etnische botsingen in Darfoer is het conflict tot nu toe over het algemeen beperkt gebleven tot gevechten tussen de twee gewapende facties. Na bemiddeling door de president van Zuid-Soedan stemden beide partijen op 2 mei in met een staakt-het-vuren van zeven dagen, dat inging op 4 mei. Vredesbesprekingen gaan mogelijk binnenkort van start.
Ondertussen voltrekt zich een humanitaire ramp. De voedsel- en watervoorraden in Khartoem slinken. Bijna geen enkel ziekenhuis in de hoofdstad functioneert nog. Zwangere vrouwen overlijden onderweg naar het ziekenhuis. ‘Als het staakt-het-vuren niet serieus wordt genomen,’ waarschuwt Mohamed Lemine, het hoofd van de VN-organisatie voor seksuele en reproductieve gezondheid in Soedan, ‘zal alles instorten.’
De strijdende partijen zijn in gesprek over een wapenstilstand
Ondanks gesprekken over een wapenstilstand gaan de gevechten in Soedan onverminderd door, zo meldt The Guardian. Met name in de hoofdstad Khartoem wordt nog steeds zwaar gevochten tussen het Soedanese leger en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). Beide partijen voeren nog steeds luchtaanvallen uit boven de stad.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Naast Khartoem vinden er ook in de regio Darfur, waar de RSF van oudsher een voet aan de grond heeft, veel gevechten plaats. Tegelijkertijd proberen de partijen tot een overeenkomst over een bestand en het doorlaten van humanitaire hulp te komen, met Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten als andere gesprekspartners. Door het aanhoudende geweld lijkt het moeilijk daadwerkelijk tot een akkoord te komen.
Honderden mensen zouden zijn omgekomen sinds het geweld in het Afrikaanse land begon. 700.000 mensen zijn ontheemd geraakt en als gevolg van de vele gewonden kunnen de ziekenhuizen de hoge toestroom niet aan. Het Rode Kruis probeert hulpmiddelen te leveren, maar door de burgeroorlog komen de goederen vaak niet aan op bestemming.
De ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de Arabische Liga zijn overeengekomen Syrië weer toe te laten tot het samenwerkingsverband nadat het meer dan tien jaar geleden werd geschorst, aldus Al Jazeera. Die beslissing werd zondag gemaakt tijdens een besloten bijeenkomst in Cairo.
Het besluit werd genomen voorafgaand aan de top van de Arabische Liga in Saoedi-Arabië op 19 mei en nadat verschillende landen in de regio de afgelopen weken de banden met Syrië en president Bashar al-Assad hadden aangehaald. Het herstel van de banden met Damascus kwam in een stroomversnelling na de dodelijke aardbevingen van 6 februari in Turkije en Syrië, en de normalisering van de betrekkingen tussen Saoedi-Arabië en Iran, die tegengestelde partijen in het Syrische conflict hadden gesteund, analyseert het Qatarese nieuwsmedium.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Oppositiegroepen hebben de normalisering van de banden met Damascus bekritiseerd, maar het Arabische blok wijst erop dat dit de enige weg vooruit is. Er is een ‘door de Arabische wereld geleide politieke oplossing’ nodig voor het conflict, citeert Al Jazeera een Jordaanse topdiplomaat.
De Arabische Liga rechtvaardigt haar besluit ook door te benadrukken dat ‘de crisis moet worden opgelost die is veroorzaakt door de burgeroorlog in Syrië, waaronder de komst van vluchtelingen naar buurlanden en drugshandel in de regio’, merkt Middle East Eye op.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Soedan, waar gevechten zijn uitgebroken tussen twee generaals van rivaliserende legers. Het land lijkt op het punt te staan van een burgeroorlog. Hoe heeft het zover kunnen komen?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Wat is er aan de hand in Soedan?
‘Soedan bevindt zich opnieuw in een crisis’, schrijft The Guardian naar aanleiding van het conflict in het land dat sinds zaterdag is opgelaaid. In hoofdstad Khartoem zijn gevechten uitgebroken tussen rivaliserende militaire groeperingen, na maanden van groeiende onrust over de toekomst van het land en zijn democratie.
‘Gevechtsvliegtuigen scheerden zondag over hoofdstad Khartoem en vuurden raketten af op de miljoenenstad. Het militaire hoofdkwartier werd bestookt met artillerievuur, waardoor het in een toren van vlammen veranderde. Burgervliegtuigen werden gebombardeerd op de luchthaven van de stad, waar doodsbange passagiers zich klein maakten op de vloer van de terminal.’ Zo beschrijft The New York Times de sfeer op het hoogtepunt van de gevechten op zondag.
Het is nog maar vier jaar geleden dat de dictator van het land, president Omar al-Bashir, na drie decennia van wreed bewind werd afgezet en dat de mensen euforisch de straat op gingen om een democratische regering te eisen. Die droom is niet uitgekomen.
Twee van de machtigste generaals van het land, Abdel Fattah al-Burhan en Mohamed Hamdan Dagalo (beter bekend als Hemedti of ‘Mohammedje’), grepen in 2021 samen de macht in een militaire staatsgreep. Deze alliantie bleek van korte duur: Al-Burhan, het hoofd van het leger, en Hemedti, de leider van de paramilitaire groep Rapid Support Forces (RSF), hebben zich nu tegen elkaar gekeerd.
Dat er problemen op komst waren werd vorige week duidelijk, schrijft The Guardian, toen de RSF onder leiding van Hemedti troepen begon te stationeren rond de noordelijke stad Merowe – een strategische locatie met een luchthaven en een stuwdam in de Nijl – en in andere grote steden, ondanks bezwaren van de legerleiding.
De acties van de paramilitaire groepering mondden zaterdag uit in een gewelddadige confrontatie die nog steeds voortduurt. Beide partijen wijzen naar elkaar als antwoord op de vraag wie de gevechten is begonnen.
De vijf miljoen inwoners van Khartoem werden overvallen door hevig geweervuur, luchtaanvallen en artillerie-explosies. Volgens het Soedanese ministerie van Volksgezondheid zijn tot dusver minstens 270 mensen gedood, waaronder drie mensen die voor het Wereldvoedselprogramma van de VN werkten, en meer dan tweeduizend mensen raakten gewond, bericht Al Jazeera.
Het geweld is niet beperkt gebleven tot de hoofdstad: er zijn berichten over conflicten in steden en dorpen in het hele land, ook in de door oorlog verscheurde regio Darfur en aan de grenzen met Ethiopië en Eritrea – ‘landen die hun eigen binnenlandse problemen kennen’, aldus The Guardian.
Generaal Hemedti van de RSF stelde dinsdag een wapenstilstand voor, na een telefoongesprek met Anthony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, meldt Sudan Tribune. Burgers zouden tijdens het staakt-het-vuren vierentwintig uur de kans krijgen om te evacueren. Al-Burhan zette de gevechten echter voort en beschuldigde Hemedti en de RSF ervan extra troepen te mobiliseren.
‘Het geweld dreigt de humanitaire crisis te verdiepen in een land dat het economisch toch al moeilijk heeft’, schrijft The Guardian. Door de staatsgreep van 2021 kreeg Soedan geen toegang tot miljarden dollars aan buitenlandse hulp en schuldkwijtschelding. Stijgende voedselprijzen, verwoestende overstromingen en uitbraken van ziekten hebben de burgers ongelooflijk kwetsbaar gemaakt.
Nu zitten miljoenen mensen vast in hun huizen, naar verluidt zonder water en elektriciteit in de laatste dagen van de ramadan, te bang om naar buiten te gaan om voedsel of voorraden te halen.
Burgers die in het kruisvuur terecht zijn gekomen, zijn aangewezen op de toch al zwakke gezondheidszorg in Soedan, die een nieuwe toevloed van gewonde patiënten moet verwerken. Honderden patiënten zijn geëvacueerd en de Wereldgezondheidsorganisatie heeft gezegd dat sommige ziekenhuizen al door hun kritieke voorraden heen zijn om gewonde burgers te behandelen. Zestien ziekenhuizen zijn naar verluidt buiten werking, sommige zijn getroffen door bombardementen, schrijft Sudan Tribune in een ander bericht.
Waarom is Soedan al jaren instabiel?
‘Het land is nu al vier jaar aan het koorddansen en houdt wanhopig vast aan de droom van de volksrevolutie van 2019’, schrijft The New York Times, toen wierpen demonstranten het regime van dictator Omar Hassan Al-Bashir, die al aan de macht was sinds 1989, omver.
De protestleiders en de strijdkrachten sloten vervolgens een akkoord over de verdeling van de macht, dat moest leiden tot verkiezingen en een burgerregering. ‘Maar de verdeel-en-heers tactiek van Al-Bashir liet een tijdbom achter: een bonte verzameling van milities en gewapende facties die nu om de macht strijden’, schrijft The Economist.
De militaire junta onder leiding van Al-Burhan, die tot dan toe het land leidde, pleegde vervolgens in oktober 2021 een nieuwe staatsgreep om een einde te maken aan een eerste poging tot democratische overgang. Abdallah Hamdok, in augustus 2019 gekozen als premier van de overgangsregering, werd afgezet.
‘Na de coup van oktober ging het harde optreden tegen tienduizenden demonstranten meer dan een jaar door. Ten minste 125 mensen werden gedood, terwijl anderen ernstig gewond raakten of verdwenen’, aldus The New Arab. Sindsdien houden de generaals Abdel Fattah Al-Burhan en Hemedti, die respectievelijk president en vicepresident van de Raad voor Overgangssoevereiniteit werden, het land in handen.
‘Het land is nu al vier jaar aan het koorddansen en houdt wanhopig vast aan de droom van de volksrevolutie van 2019’, schrijft The New York Times. In dat jaar wierpen demonstranten het regime omver van dictator Omar Hassan Al-Bashir, die al aan de macht was sinds 1989.
De protestleiders en de strijdkrachten sloten vervolgens een akkoord over de verdeling van de macht, dat moest leiden tot verkiezingen en een burgerregering. ‘Maar de verdeel-en-heerstactiek van Al-Bashir liet een tijdbom achter: een bonte verzameling van milities en gewapende facties die nu om de macht strijden’, schrijft The Economist.
De militaire junta onder leiding van Al-Burhan, die tot dan toe het land leidde, pleegde vervolgens in oktober 2021 een nieuwe staatsgreep om een einde te maken aan een eerste poging tot democratische overgang. Abdallah Hamdok, in augustus 2019 gekozen als premier van de overgangsregering, werd afgezet.
‘Na de coup van oktober ging het harde optreden tegen tienduizenden demonstranten meer dan een jaar door. Ten minste 125 mensen werden gedood, terwijl anderen ernstig gewond raakten of verdwenen’, aldus The New Arab. Sindsdien houden de generaals Abdel Fattah Al-Burhan en Hemedti, die respectievelijk president en vicepresident van de Raad voor Overgangssoevereiniteit werden, het land in handen.
‘Voor een land dat nog maar kort geleden uit zijn internationale isolement is getreden, is de chaos [van de afgelopen dagen] een vernietigende klap’, aldus The New York Times. Omdat Soedan op weg was naar democratie, hadden de Verenigde Staten het land van de terrorismelijst geschrapt. Er werd internationale hulp beloofd en de Russische interesse in Soedanese grondstoffen verhoogden de geostrategische waarde van het land. ‘Maar de Soedanese revolutie is net als vele andere [revoluties] vastgelopen’, schrijft het Amerikaanse dagblad.
In december ondertekenden de militaire en civiele leiders van Soedan na maandenlange onderhandelingen een voorlopig akkoord om een einde te maken aan het militaire bewind sinds oktober 2021 in het land van kracht is. Het leger had beloofd afgelopen dinsdag, vier jaar na de afzetting van de Al-Bashir, de macht over te dragen. Maar die overgang hing af van de vraag of generaal Al-Burhan en generaal Hemedti hun sudderende rivaliteiten onder controle konden houden.
De afgelopen vier maanden raakten de RSF en het leger door deze kwesties in een impasse. Centraal in deze vijandigheid stond de vraag hoe de RSF in het leger moest worden geïntegreerd – het leger had gezegd dat dit binnen twee jaar moest gebeuren terwijl de RSF een veel langere termijn verlangde: tien jaar. Hemedti beschuldigde Al-Burhan er vervolgens van te weigeren de controle uit handen te geven, waardoor de verslechterde relatie tussen de generaals nog meer onder druk kwam te staan.
Hoe gaat het conflict aflopen?
Het geweld is wereldwijd veroordeeld. Blinken zei op sociale media dat hij ‘diep bezorgd’ was en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken drong er bij beide partijen op aan om onmiddellijk te stoppen met de gevechten. ‘Het is echter niet alleen medeleven dat deze verontrusting aanwakkert – een aantal landen heeft een gevestigd belang bij de toekomst van Soedan’, schrijft The Guardian.
De Russische huurlingengroep Wagner adviseerde de wrede dictator Omar al-Bashir voordat deze ten val werd gebracht en uit een onderzoek blijkt dat de groep goudmijnen in de regio had geplunderd om Poetins oorlogsinspanningen in Oekraïne te ondersteunen. Rusland oefende ook druk uit op Soedan om Russische oorlogsschepen te laten aanmeren in havens aan de Rode Zee, schrijft The New York Times.
Daardoor is Soedan voor de Verenigde Staten van strategisch belang geworden. ‘Het kan daarbij geen kwaad dat het land ook rijk is aan grondstoffen’, merkt The Guardian op.
Er zijn weinig tekenen dat de partijen bereid zijn het geweld op te geven. Generaal Al-Burhan wordt al geruime tijd gesteund door Egypte. Hemedti wordt gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten en heeft banden met de Russische Wagner-groep, waarmee hij de Soedanese goudindustrie controleert. Saoedi-Arabië heeft ook grote belangstelling.
Als het geweld aanhoudt, is het een reëel gevaar dat een groeiend aantal binnenlandse en buitenlandse actoren erbij betrokken wordt, waardoor het moeilijker wordt een oplossing te vinden, schrijft The Guardian in een commentaar. Naast de bezorgdheid voor Soedan zelf bestaat de vrees dat de gevechten zullen overslaan naar Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek en andere delen van de regio.
‘Beëindiging van de gevechten zou de eerste stap zijn. Er is verenigde en aanhoudende internationale steun voor een staakt-het-vuren nodig’, roept The Guardian op. ‘Onder Donald Trump hebben de VS het Soedan-beleid in feite uitbesteed aan regionale spelers. Hun hernieuwde betrokkenheid is tegelijkertijd te laat en welkom. Zorgvuldig gerichte sancties kunnen een rol spelen. De door de Afrikaanse Unie toegezegde hoge delegatie kan de onderhandelingen vergemakkelijken.’
‘Opnieuw hebben inhalige en op macht beluste mannen de behoeften en wensen van het Soedanese volk met voeten getreden’, vervolgt het commentaar van het dagblad uit Londen. ‘Door deze uitbraak zijn de prodemocratieactivisten verder dan ooit van hun doel verwijderd geraakt en hebben zij hun inspanningen verlegd van de politiek naar het voorzien in de basisbehoeften van hun landgenoten en het streven naar beëindiging van het geweld.’
‘Toch is het volk politiek bewuster en beter georganiseerd dan ooit tevoren, en voor veel burgers is de afgelopen dagen een bevestiging geweest dat een oppervlakkig politiek proces in een systeem dat door twee krijgsheren wordt gedomineerd, geen vooruitgang of zelfs maar stabiliteit kan brengen. Zelfs in deze grimmige tijden zullen degenen die dapper en hardnekkig hebben gestreden om gehoord te worden, hun ambities niet opgeven’, besluit de Britse krant.
Persbureau Reuters schetst een minder hoopvol beeld: ‘Het gevaar dreigt van een langdurig conflict bovenop een aanslepende economische crisis en bestaande, grootschalige humanitaire behoeften.’
De gevechten in Soedan tussen het regeringsleger en de milities van de Rapid Support Forces (RSF) houden al meer dan vier dagen aan. Gisteren weigerde het regeringsleger van generaal Al-Burhan een staakt-het-vuren en beschuldigde het de RSF ervan extra troepen te mobiliseren, meldt Sudan Tribune.
Na een telefoongesprek met Anthony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, besloot Generaal Dagalo van de RSF dinsdag een wapenstilstand voor te stellen. Om burgers te evacueren zouden de strijdende partijen voor vierentwintig uur de wapens neerleggen. Desondanks gingen gevechten in de hoofdstad door. ‘Er is geen teken van rust in Khartoem’, aldus de VN.
Bij de gevechten zijn sinds zaterdag al bijna tweehonderd doden en achttienhonderd gewonden gevallen. Zestien ziekenhuizen zijn naar verluidt buiten werking, sommige zijn getroffen door bombardementen, schrijft Sudan Tribune in een ander bericht.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ghannouchi is de belangrijkste tegenstander van president Saied
De Tunesische autoriteiten hebben maandag Rached Ghannouchi, de leider van de op islam geïnspireerde oppositiepartij Ennahdha, gearresteerd. Ghannouchi is een van de belangrijkste tegenstanders van president Kais Saied.
De eenentachtigjarige voorman van Ennahdha was voorzitter van het parlement dat in juli 2021 door het staatshoofd werd ontbonden. Hij is het prominentste oppositielid dat sinds de staatsgreep is gearresteerd. Volgens de Tunesische nieuwswebsite Kapitalis is zijn arrestatie uitgevoerd op bevel van de antiterrorisme-eenheid van het Openbaar Ministerie.
Tegenstanders van Saied beschuldigen hem ervan een autocratisch bewind te voeren in Tunesië
Ghannouchi werd opgepakt naar aanleiding van berichten in de media dit weekend waarin hij zou hebben gezegd dat er in Tunesië een ‘burgeroorlog’ zou dreigen als de politieke islam, waaruit zijn partij voortkomt, zou worden uitgeroeid. Sinds begin februari hebben de autoriteiten meer dan twintig tegenstanders en belangrijke figuren opgepakt, waaronder voormalig ministers, zakenlieden en de eigenaar van het meest beluisterde radiostation van het land, Radio Mosaïque.
President Saied beweert dat de arrestanten ‘terroristen’ waren die betrokken waren bij een ‘samenzwering tegen de staatsveiligheid’. Tegenstanders van Saied beschuldigen hem ervan opnieuw een autocratisch bewind te voeren in Tunesië, dat meer dan tien jaar geleden als enige democratie uit de opstanden van de Arabische Lente in het Midden-Oosten is voortgekomen, schrijft The Guardian.
Ondanks vredesbesprekingen blijft de ELN aanvallen uitvoeren
Negen Colombiaanse militairen zijn omgekomen bij een aanval door de guerrillagroepering ELN in het noorden van Colombia. El País meldt dat nog eens negen militairen gewond zouden zijn geraakt. De militairen bewaakten een pijpleiding toen ze onder vuur kwamen te liggen. Ze werden onder meer bestookt met explosieven, schrijven Colombiaanse media.
De ELN is een van de guerrillabewegingen die met de Colombiaanse regering onderhandelt over vrede. Desondanks blijft de groepering aanvallen uitvoeren. De aanval op woensdag is een van de dodelijkste aanvallen sinds de vredesbesprekingen met de ELN begonnen. De ELN kent naar schatting tussen de tweeduizend en vierduizend leden die in de grensregio met Venezuela actief zijn en zich bezighouden met wapen- en drugssmokkel en illegale mijnbouw.
Eerder sloot de Colombiaanse regering al vrede met de FARC, de grootste guerrillabeweging in Colombia. Sinds dat akkoord is het geweld in Colombia alleen maar toegenomen, omdat andere groeperingen en kartels in het vacuüm zijn gesprongen dat de FARC heeft achtergelaten. De ELN pleegde vorig jaar nog een bomaanslag op een politieopleiding in Bogotá. Daarbij kwamen tweeëntwintig mensen om het leven.
Ruim twee miljoenen in Jemen hebben een tekort aan eten
Sinds het begin van de burgeroorlog in Jemen acht jaar geleden zijn zeker 11.000 kinderen gedood of gewond geraakt. De meeste slachtoffers vielen door geweld, terwijl kinderrechtenorganisatie Unicef zegt dat het aantal kinderen dat dreigt te overlijden aan ziektes of hongersnood nog vele malen groter is.
Eerder noemden de Verenigde Naties de situatie in Jemen al de grootste humanitaire crisis van het moment. Volgens Unicef hebben ruim twee miljoen kinderen in Jemen, waarvan een groot deel kinderen onder de vijf jaar, dringend eten nodig. Zij zijn onderdeel van een groep van zeker 18 miljoen Jemenieten die geen toegang hebben tot medische zorg of schoon drinkwater.
Ondanks een wapenstilstand eerder dit jaar wordt er inmiddels weer gevochten tussen Houthi-rebellen en troepen loyaal aan de Jemenitische regering. De Houthi’s krijgen daarbij steun van Iran, waar de regering van Jemen hulp krijgt van een internationale coalitie, aangevoerd door Saoedi-Arabië.
Ethiopië sloot onlangs een wapenstilstand met rebellen in de regio
Voor het eerst sinds de Ethiopische regering een staakt-het-vuren sloot met Tigrayaanse rebellen heeft een internationaal hulpkonvooi Tigray bereikt, schrijft persbureau Reuters. Het gaat om twee trucks van het Rode Kruis die de hoofdstad van de door oorlog en honger verscheurde regio bereikten. De vrachtwagens bevatten met name primaire medische voorzieningen en voedselpakketten.
Tijdens de burgeroorlog tussen het Ethiopische leger en de rebellen, waarin duizenden doden vielen, konden hulpgoederen niet altijd naar de regio komen. Ze werden tegengehouden of de situatie in het gebied was te gevaarlijk voor de reddingswerkers. Hierdoor hadden miljoenen mensen in de regio lange tijd geen toegang tot eten, drinkwater of medicijnen.
Momenteel hebben 5,5 miljoen mensen in het gebied dringend voedsel nodig. Het Rode Kruis gaat de komende tijd in kaart brengen hoe groot de omvang van de humanitaire ramp is. Ook de Ethiopische regering heeft toegezegd hulp naar het gebied te sturen.
Onlangs doorzochten FBI-agenten het huis van Donald Trump in Florida in de hoop vertrouwelijke documenten terug te vinden. In de VS wordt sindsdien op sociale media steeds vaker op de term ‘burgeroorlog’ gezocht.
Het aantal tweets waarin het woord ‘burgeroorlog’ voorkomt, stijgt binnen een paar uur tijd met bijna 3000 procent: veel aanhangers van Trump noemen de actie een provocatie. Vergelijkbare stijgingen zijn ook op Facebook, Reddit, Telegram, Parler en Gab te zien. En uiteraard op Truth Social, Trumps eigen sociale netwerk. Volgens metingen van Critical Mention, een bedrijf dat media in kaart brengt, is het gebruik van de term in radioprogramma’s en podcasts verdubbeld.
Het aantal berichten over een burgeroorlog neemt een paar weken later opnieuw toe, nadat Joe Biden Trump en de ‘MAGA-Republikeinen’ een bedreiging voor ‘de fundamenten van de Amerikaanse republiek’ heeft genoemd tijdens een toespraak over de democratie in Philadelphia.
Nu de tussentijdse verkiezingen van 8 november in zicht zijn en politieke discussies dringender en feller worden, bereiden deskundigen zich alweer voor op een toename in discussies over een burgeroorlog.
Meer dan een metafoor
Meer dan anderhalve eeuw na de daadwerkelijke Amerikaanse Burgeroorlog, de dodelijkste oorlog in de geschiedenis van het land, worden verwijzingen naar een nieuwe burgeroorlog binnen rechtse kringen steeds normaler. In veel gevallen wordt de term niet al te serieus gebruikt, eerder als een soort figuurlijke aanduiding van de toenemende verdeeldheid in het land. Toch merken onderzoekers dat de uitdrukking voor sommigen veel meer is dan alleen een metafoor.
Onderzoekers die extremisme bestuderen, trekken op basis van opiniepeilingen, analyses van socialemediagedrag en een toename van bedreigingen de conclusie dat een groeiend aantal Amerikanen aanhoudend politiek geweld mogelijk acht en in sommige gevallen zelfs verwelkomt. Wat ooit slechts in de politieke periferie een onderwerp van discussie was, wordt steeds meer mainstream.
Maar, hoewel er over het bestaan van de trend geen twijfel bestaat, bestaat onder deskundigen nog veel onenigheid over de implicaties ervan.
Sommige aanhangers van extreemrechts gebruiken de term letterlijk, als een oproep tot een georganiseerde strijd waarin controle over de regering het einddoel is. Anderen hebben een langdurige opstand voor ogen met periodieke uitbarstingen van politiek geweld, zoals de aanval in augustus op het FBI-kantoor in Cincinnati. Een derde groep verwacht dat het land een ‘koude’ burgeroorlog tegemoet gaat: in plaats van de conflicten die een zogenaamde ‘hete’ oorlog kenmerken, zouden hardnekkige polarisatie en wantrouwen hiervan de belangrijkste symptomen zijn.
Maar liefst 54 procent van de ondervraagden die zichzelf als ‘overtuigd Republikein’ beschreven, achtte een burgeroorlog in de komende tien jaar op zijn minst aannemelijk
‘De vraag is hoe een “burgeroorlog” eruitziet en wat het woord betekent,’ zo stelt Elizabeth Neumann, assistent-secretaris terrorismebestrijding bij het ministerie van Binnenlandse Veiligheid onder Trump. ‘Ik heb niet kunnen voorzien hoe snel het geweld zou escaleren. Ik ken ook niemand die dat wel kon.’
Neumann werkt inmiddels bij Moonshot, een particulier beveiligingsbedrijf dat online extremisme opspoort. In de week na Bidens toespraak van 1 september zag Moonshot het gebruik van het woord ‘burgeroorlog’ met 51 procent toenemen op de meest actieve pagina’s van 4Chan.
Maar gesprekken over politiek geweld vinden niet alleen plaats op anonieme online fora.
Op 1 oktober, bij een rally van Trump in Michigan, beweerde Marjorie Taylor Greene, een Republikein uit Georgia, dat ‘Democraten Republikeinen dood willen hebben’. Daar voegde ze nog aan toe dat ‘Joe Biden elke vrijheidslievende Amerikaan tot staatsvijand heeft verklaard’. Michael T. Flynn, die korte tijd Trumps Nationale Veiligheidsadviseur was, zei onlangs bij een benefiet dat Amerikaanse gouverneurs de macht hebben om de oorlog te verklaren en dat ‘we dat waarschijnlijk gaan zien gebeuren’.
Openbare aanklagers lieten maandag aan een jury in Washington een gecodeerd bericht zien dat Stewart Rhodes twee dagen na de presidentsverkiezingen van 2020 aan zijn kompanen stuurde. Rhodes, die de gewapende extremistische groep Oath Keepers heeft opgericht, schrijft: ‘We gaan dit niet redden zonder een burgeroorlog.’
Volgens deskundigen zorgt het aanhoudende oorlogszuchtige taalgebruik ervoor dat de verwachting van politiek geweld wordt genormaliseerd.
Eind augustus namen YouGov en The Economist onder vijftienhonderd volwassenen een enquête af. Maar liefst 54 procent van de ondervraagden die zichzelf als ‘overtuigd Republikein’ beschreven, achtte een burgeroorlog in de komende tien jaar op zijn minst aannemelijk. Slechts ongeveer een derde van alle ondervraagden achtte een dergelijke ontwikkeling onwaarschijnlijk. Uit een soortgelijke enquête die dezelfde organisaties twee jaar geleden afnamen, bleek dat bijna drie op de vijf mensen een ‘burgeroorlogachtige breuk in de VS’ enigszins of zeer onwaarschijnlijk achtten.
‘Wat je nu ziet, is dat een marginaal discours mainstream wordt,’ aldus Robert Pape, professor politicologie aan de Universiteit van Chicago en oprichter van het Chicago Project on Security and Threats.
Onderzoekers van zijn instituut hielden bij in hoeveel tweets het woord ‘burgeroorlog’ voorkwam vóór- en nadat Trump over de huiszoeking in Mar-a-Lago berichtte. In de vijf voorafgaande dagen registreerden ze gemiddeld zo’n vijfhonderd tweets per uur. Op 8 augustus, in het eerste uur nadat Trump op Truth Social had geschreven dat ‘dit donkere tijden zijn voor onze natie’, liep dat op tot zesduizend. Later die avond bereikte het aantal tweets een maximum van vijftienduizend per uur. Een week later was het aantal nog steeds zes keer zo hoog als normaal en aan het eind van de maand was ‘burgeroorlog’ op Twitter opnieuw een trending topic.
Fora
Extremistische groepen dringen al jarenlang aan op een omverwerping van de regering. De meest radicale opvattingen – die vaak gepaard gaan met witte suprematie of religieus fundamentalisme – blijven volgens Pape uitzonderingen en worden in het hele land door minder dan vijftigduizend mensen aangehangen.
Maar, zegt hij, degenen die worden beïnvloed door Trumps uitlatingen over de krachten die hem en zijn bondgenoten vanuit het ‘moeras van Washington’ en de ‘deep state’ zouden tegenwerken, vormen een veel grotere groep.
Trumps beweringen hebben samen met de complottheorieën van QAnon en de opvattingen van antivaxers en verkiezingsontkenners bijgedragen aan een groeiende aversie tegen de overheid. Bovendien is de roep om meer rechten voor individuele staten aangewakkerd. ‘Wist u dat een gouverneur de oorlog kan verklaren?’ vroeg Flynn op 18 september tijdens een benefiet voor Mark Finchem, een Republikein die zich kandidaat heeft gesteld als minister voor Arizona. ‘En waarschijnlijk, waarschijnlijk gaan we dat zien gebeuren.’
Noch Flynn noch Finchem reageerden op een verzoek om commentaar over de ronduit onjuiste uitspraken. In de Amerikaanse grondwet staat dat alleen het Congres de bevoegdheid heeft om oorlog te verklaren. Er wordt staten specifiek verboden om oorlog te voeren ‘tenzij ze daadwerkelijk worden aangevallen’.
Hoe vergezocht ook, dergelijke ideeën worden vaak aangewakkerd door een groeiende groep socialemediakanalen als het rechtse platform Gab en Truth Social, dat door Trump is opgericht. Socialemediaplatforms staan vol met groepen en fora die gewijd zijn aan discussies over een burgeroorlog. Een van die fora op Gab wordt beschreven als een plek voor ‘oorlogsreportages’, ‘gevechtsvideo’s’ en verslagen van mensen die zijn omgekomen ten gevolge van ‘de burgeroorlog die tevens een tweede Amerikaanse Revolutie lijkt te worden’.
Nog geen twee weken na Trumps tweet ‘Bevrijd Michigan!’ bezette een menigte van zwaarbewapende demonstranten het Capitool van Michigan
Volgens Cybara, een Israëlisch bedrijf dat desinformatie bijhoudt, bereikte een tweet met de tekst ‘Ik denk dat de burgeroorlog zojuist is uitgeroepen’ meer dan zeventien miljoen Twittergebruikers, hoewel hij geplaatst was door een account met minder dan veertienduizend volgers.
‘Ideeën worden verspreid in zogenaamde fabeltjesfuiken. Daar worden nooit tegenargumenten gegeven, maar alleen maar steeds opnieuw dezelfde standpunten verkondigd,’ aldus Kurt Braddock, professor aan de Amerikaanse Universiteit, waar hij radicalisering en rekrutering binnen terroristische groepen bestudeert.
Braddock gelooft niet dat deze berichten duiden op oorlogsplannen. Maar hij maakt zich zorgen over wat academici ‘stochastisch terrorisme’ noemen, waarbij schijnbaar willekeurige gewelddaden worden gepleegd die in werkelijkheid zijn aangewakkerd door ‘versleutelde boodschappen, dog whistles en andere vormen van subtekst’ in de uitspraken van publieke figuren.
Trump is volgens Braddock een expert wat dergelijke uitspraken betreft. Hij geeft als voorbeeld een tweet van Trump uit april 2020 met de tekst ‘Bevrijd Michigan!’ Nog geen twee weken daarna bezette een menigte van zwaarbewapende demonstranten in Lansing het Capitool van Michigan. Ook haalt hij de toespraak aan die Trump op 6 januari vóór de bestorming van het nationale Capitool gaf. Daarin moedigde hij duizenden supporters aan om naar het Amerikaanse Capitool te marcheren en stelde hij: ‘Als jullie niet vechten als de hel, hebben jullie straks geen land meer.’
‘Trumps uitspraken zijn geen expliciete oproepen tot actie, maar doordat hij een enorme, toegewijde aanhang heeft, is de kans groot dat een of meer mensen erdoor geactiveerd worden,’ zegt Braddock.
Een woordvoerder van Trump reageerde niet op verzoeken om commentaar.
Retoriek
Trump gebruikte het woord ‘burgeroorlog’ in 2019, toen hij in een tweet verklaarde dat ‘het tot een Burgeroorlogachtige breuk in de natie zou leiden waarvan ons land nooit zou genezen’ als hij uit zijn functie zou worden ontheven. Vorige maand zei Trump dat er ‘in dit land problemen zouden ontstaan zoals we die misschien nog nooit hebben gezien’ als hij zou worden aangeklaagd voor de manier waarop hij is omgegaan met de vertrouwelijke documenten waarnaar de FBI bij de recente huiszoeking zocht.
Andere Republikeinen wekken met hun manier van spreken de indruk dat het land aan de rand van de afgrond staat. Greene schreef in augustus aan haar bijna 900.000 volgers op Facebook en Telegram dat de huiszoeking in Mar-a-Lago een goede illustratie is van het ‘soort dingen dat gebeurt in landen ten tijde van een burgeroorlog’. Rick Scott, senator van Florida, vergeleek de FBI met de Gestapo en stelde dat ‘dit niet ons land kan zijn’.
Eind vorige maand noemde Republikeins senator Ted Cruz in een interview met The Texas Tribune immigratiewetgeving deels onwaarschijnlijk, onder andere vanwege een ‘politieke burgeroorlog’. Hij maakte eerder vergelijkbare opmerkingen, waaronder een oproep aan Texanen in november 2021 om zich van de rest van het land af te splitsen in het geval de Democraten ‘het land vernietigen’.
Nick Dyer, woordvoerder van Greene, stelt dat zij ‘fel tegen politiek geweld is’ en dat haar opmerkingen over een burgeroorlog betrekking hadden op de Democraten, die ‘zich gedragen als een regime dat een oorlog tegen de oppositie begint’.
McKinley Lewis, hoofd communicatie van Scott, zegt dat die ‘NUL tolerantie heeft voor iedere vorm van geweld’, maar voegt daaraan toe dat hij ‘antwoorden zal blijven eisen’ over het onderzoek van de FBI in Mar-a-Lago.
Republikeinen hebben vaak betoogd dat hun taalgebruik slechts een vorm van politieke retoriek is en dat de Democraten dat verdraaien om verdeeldheid te zaaien. Volgens hen zijn het juist de Democraten en aanhangers van links die geweld uitlokken, door volgers van Trump te bestempelen als aanhangers van wat Biden ‘semifascisme’ heeft genoemd.
Naar aanleiding van navraag naar de uitspraken van Cruz zegt zijn woordvoerder Maria Jeffrey dat hij de schuld geeft aan president Biden. Hij zou ‘een wig in ons land hebben gedreven’.
Na Bidens toespraak over de democratie schreef Brian Gibby, een freelance dataspecialist uit Charlotte in North Carolina, in een Substack-post dat de opmerkingen van de president ‘het begin van de Tweede Burgeroorlog’ markeerden. ‘Ik heb nog nooit een toespraak van een Amerikaanse president gezien die meer tweedracht zaaide en meer haatdragend was,’ schreef Gibby.
TheNew York Times heeft Gibby gevraagd zijn mening toe te lichten. Hij stelt dat hij gelooft dat Biden ‘een verhit conflict in Amerika laat escaleren’. Hij vreest dat er rond de verkiezingen van november iets zal gebeuren dat ‘vergelijkbaar zal zijn met 6 januari, maar dan veel gewelddadiger’. Gewapende protestgroepen van beide kanten van het politieke spectrum zullen elkaar volgens hem te lijf gaan.
‘Trek je plan, hamster spullen, wees veilig, verlaat de stad als je kunt’, aldus Gibby.
In Tigray woedt al twee jaar een bloedige burgeroorlog
De Ethiopische regering en rebellen van de Tigray People’s Liberation Front (TPLF) hebben woensdag een wapenstilstand gesloten. Volgens de BBC komt met het bestand mogelijk een einde aan een tweejarige burgeroorlog die heeft gezorgd voor een humanitaire ramp in de regio Tigray. Miljoenen mensen in de arme regio kampen met een tekort aan eten en andere basisbehoeften.
Bij het overleg tussen de twee partijen werd bemiddeld door vertegenwoordigers van de Afrikaanse Unie. De rebellen uit Tigray zouden zich open hebben gesteld voor vredesbesprekingen nadat Ethiopische regeringstroepen terreinwinst in het zwaarbevochten gebied boekten. Ook de mensonterende omstandigheden waarin inwoners uit de regio leefden zouden het vredesoverleg een extra impuls hebben gegeven.
De oorlog in Tigray begon nadat de Ethiopische regering het leger op een opstand in de regio afstuurde. De TPLF, die jarenlang de dominante kracht in zowel de regering als het leger waren, begon vervolgens een burgeroorlog, waarbij naar schatting honderdduizenden mensen om het leven kwamen. Volgens internationale waarnemers hebben beide partijen zich schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.