Tag: censuur

  • Nieuwe journalistiek

    Nieuwe journalistiek

    In deze categorie wordt journalistieke vernieuwing bekroond. Denk aan nieuwe vertelvormen, grensoverschrijdende samenwerkingen, maar ook aan ideeën die de financiële basis van kwaliteitsjournalistiek zelf versterken.


    Jailed for a Like ( Gevangen voor een Like)

    De ‘Gevangen voor een Like’-videoreeks vertelt de indrukwekkende verhalen van gewone Russen die vervolgd worden of zelfs gevangen gezet zijn voor hun socialemediagebruik. De video’s, waarin beeld en kunst worden gecombineerd, laten zien hoe het Kremlin probeert de vrije meningsuiting online te onderdrukken.


    Enslaved Land (Onderworpen land)

    ‘Enslaved Land’ onthult de schadelijke praktijken achter de productie van vijf verschillende gewassen die in Europa op grote schaal worden geconsumeerd – palmolie, suiker, koffie, cacao en bananen. Een belangrijk project dat laat zien wat de consequenties zijn van het eten op ons bord.


    Finding Bana; Proving the existence of a 7-year-old girl in Eastern Aleppo (Op zoek naar Bana: het bestaan bewijzen van een zeven jaar oud meisje in Aleppo)

    Te midden van de fysieke oorlog in Syrië ontstond een informatieoorlog over het Twitteraccount @AlabedBana. Het account beweerde te tweeten namens Bana, een zevenjarig meisje in belegerd Oost-Aleppo. Kan het echt waar zijn dat Bana bestaat?


    The Smuggling Game (Het smokkelspel)

    Miljoenen mensen ontvluchten conflicten en armoede. Ze leggen hun lot in de handen van mensensmokkelaars die gevaarlijke kat-en-muisspelletjes spelen met grensautoriteiten, bekend als ‘het spel’. ‘Het smokkelspel’ onthult het proces achter de gevaarlijke reis die ondernomen wordt door mensen op zoek naar een veilig leven, en diegenen die daarvan profiteren.

  • Wissen, of niet?

    Wissen, of niet?

    Elke dag worden wereldwijd meer dan 1 miljoen Facebook-berichten aangemeld als ontoelaatbaar. Alle meldingen, ongeveer duizend per dag per persoon, worden beoordeeld door content-moderators aan de hand van complexe communitystandards. Veel van de ‘wisarbeiders’ zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten. Anderen lopen ernstige trauma’s op. Sz-magazin verdiepte zich in de arbeidsomstandigheden voor dit nieuwe beroep en sprak met een aantal ex-medewerkers.

    In de zomer van 2015 verschijnt op internet een personeelsadvertentie: ‘Medewerkers Service Center gezocht. Wilt u deel uitmaken van een internationaal team met goede carrièreperspectieven?’ Gevraagd worden: kennis van vreemde talen, flexibiliteit en betrouwbaarheid. Standplaats: Berlijn.

    Toen ik de advertentie las, dacht ik: Helemaal te gek. Ik was al maanden op zoek naar een baan in Berlijn waarvoor ik geen Duits hoefde te kennen.

    De vrouw die dit zegt, wil anoniem blijven. De baan waarop ze solliciteerde, bestaat pas zo kort dat er niet eens een naam voor is. De advertentie doet eerder een callcenter vermoeden dan wat de sollicitanten in werkelijkheid te wachten staat. Sommigen noemen het content-moderation, anderen hebben het over ‘digitale vuilafvoer’. De taak van deze mensen: het schoonhouden van de sites van hun opdrachtgevers. Ze klikken zich door alle haat en horror heen, die gebruikers via internet verspreiden. En moeten beslissen: wissen of niet? Het is een baan waarover maar weinig bekend is. Veel mensen weten niet eens dat zulke banen bestaan.

    Lang werd gedacht dat dit soort werk vooral gedaan werd door dienstverlenende bedrijven in opkomende economieën zoals India en de Filipijnen. Een van de grootste opdrachtgevers van deze bedrijven is Facebook. Het sociale netwerk, met in Duitsland 28 miljoen en wereldwijd 1,8 miljard gebruikers, laat vrijwel niets los over het wissen van gevaarlijke berichten die iedere dag in grote aantallen geüpload worden.

    Pas in januari van dit jaar werd bekend dat er ook in Berlijn ruim honderd mensen via dienstverlener Arvato, een dochterbedrijf van Bertelsmann, als content-moderator voor Facebook werken. Hoeveel Facebook Arvato voor dit werk betaalt of op basis van welke criteria de medewerkers worden aangetrokken – daarover doet het bedrijf in principe geen mededelingen.

    Gedurende enkele maanden heeft sz-magazin gesprekken gevoerd met veel (ex-)medewerkers van Arvato. Hoewel zij van hun leidinggevenden niet met journalisten mochten praten, wilden ze toch hun verhaal kwijt. Veel van hen voelen zich door hun werkgever slecht behandeld, ze lijden onder de beelden die ze elke dag onder ogen krijgen, klagen over stress en uitputting en vinden dat hun arbeidsomstandigheden publiekgemaakt moeten worden. Sommigen staan onderaan in de hiërarchie, anderen hoger, ze komen uit verschillende landen en spreken verschillende talen.

    Soms waren ze zelfs bereid om met hun echte naam naar buiten te treden, omdat ze al ontslag hadden genomen of van plan waren dat te doen. We hebben besloten om alle bronnen te anonimiseren. Want alle medewerkers hebben contracten getekend waarin een geheimhoudingsplicht is opgenomen. Hun woorden drukken we cursief af. De gesprekken werden face-to-face in Berlijn, via Skype of via versleutelde internetcommunicatie, gevoerd.

    Schokkende beelden

    De meeste sollicitanten zijn jonge mensen die op de een of andere manier in Berlijn zijn beland: vanwege studie, liefde, avontuur. Er zitten ook Syrische vluchtelingen tussen. Allemaal worden ze aangetrokken door het vooruitzicht op een baan bij een grote Duitse onderneming, in vaste dienst, voor bepaalde tijd weliswaar, maar toch. Het sollicitatiegesprek stelt doorgaans weinig voor, gevraagd wordt naar kennis van vreemde talen en ervaring met computers. Maar één vraag verbaast de sollicitanten wel: ‘Kunt u tegen schokkende beelden?’

    Op onze eerste werkdag kregen we een introductietraining. We zaten met ongeveer dertig man in een collegezaal, mensen uit alle mogelijke landen: Turkije, Zweden, Italië, Puerto Rico, ook veel Syriërs.

    De trainer kwam met een stralende lach de zaal binnen en zei: jullie hebben een lot uit de loterij getrokken, jullie gaan werken voor Facebook! Iedereen was opgetogen.

    Bij de introductie kregen de medewerkers de regels uitgelegd waaraan zij zich dienen te houden. Om te beginnen: niemand mag weten wie onze opdrachtgever is. De naam Facebook mogen ze niet in hun cv of LinkedIn-profiel vermelden. Niet eens hun familie mag weten wat ze doen.

    Hun taak wordt door de trainer als volgt uitgelegd: ‘jullie zuiveren Facebook van alle inhoud die anders ook kinderen onder ogen zou komen. En omdat jullie die wissen, ontnemen jullie aan haat en terreur een podium.’

    Een ex-medewerker noemt de introductie tegenover sz-magazin ‘indoctrinatie’: de mensen moeten het idee krijgen dat dit in zijn eigen woorden ‘stupide en suffe werk’ vooral dient om de samenleving te beschermen – en niet in de eerste plaats het belang van miljardenconcern Facebook, dat mensen zolang mogelijk op zijn site wil houden en er daarom voor moet zorgen dat ze daar niet al te veel schokkende zaken zien.

    Op de training kregen we beelden te zien die niet zo erg waren: penissen in alle vormen en maten. We deden er wat lacherig over. Wel gek om voor je werk naar dit soort dingen te moeten kijken. Nou ja, die moesten we dan ook wissen. En blote tieten.

    Op een avond gingen we een keertje wat drinken met mensen die dit werk al langer deden. Na een paar biertjes zei een van hen: als ik jullie een tip mag geven, geef die baan er zo snel mogelijk aan, je gaat eraan kapot.

    De medewerkers krijgen op de introductie documenten waarin behalve geheimhoudingsclausules ook mogelijke gezondheidsrisico’s staan opgesomd: rugpijn, oogschade door een te lang staren naar het beeldscherm. Over mogelijke psychische risico’s, bijvoorbeeld als gevolg van een constante confrontatie met gewelddaden, wordt met geen woord gerept. Wel krijgen de nieuwe Arvato-werknemers een plattegrondje van het Berlijnse S-Bahn-net met daarop de mededeling ‘have a good time in Berlin’!

    Een lijst die Gawker in 2012 in handen kreeg. Kort na publicatie werden enkele regels gewijzigd.
    Een lijst die Gawker in 2012 in handen kreeg. Kort na publicatie werden enkele regels gewijzigd.

    De werkruimtes aan de Wohlrabedamm in de Berlijnse Siemensstadt zijn zakelijk gehouden. Voormalige fabrieksgebouwen, baksteen, binnen witte, smalle eenpersoonsbureaus in rijen achter elkaar, daarop een zwarte computer met een wit toetsenbord. Ergonomische bureaustoelen, grijs kantoortapijt. Plek voor enkele tientallen mensen. De arbeidsovereenkomst verbiedt het gebruik van mobiele telefoons tijdens werktijd. Op de begane grond staat een automaat voor snacks en een voor koffie en warme chocolade. Voor de rokers is er een grote binnenplaats. In het gebouw zitten ook andere bedrijven.

    Je logt in en gaat naar een wachtrij met duizenden aangemelde berichten, je klikt om erin te komen en het werk begint.

    Er bestaan machinale filters die er automatisch berichten uithalen, vertelt een ex-medewerker. Maar juist bij beelden of video’s is het voor een computer moeilijk om bijvoorbeeld een beeld van een medische operatie te onderscheiden van dat van een terechtstelling. Daarom komt het merendeel van alle berichten die het Berlijnse team moet doornemen van Facebook-gebruikers die deze als aanstootgevend hebben aangemeld via de functie: ‘Deze bijdrage aanmelden – hij zou naar mijn mening niet op Facebook moeten staan’.

    Ik heb zaken gezien die me ernstig doen twijfelen aan het goede in de mens. Martelingen en seks met dieren.

    De aangemelde berichten komen terecht bij de medewerkers die helemaal onderaan de hiërarchie staan. Hun team heeft de naam FNRP, wat staat voor Fake Not Real Person. Zij moeten de teksten, foto’s of video’s die door gebruikers als problematisch zijn aangemeld, uitfilteren op strijdigheid met de zogeheten communitystandards van Facebook. Eerste stap: nagaan of het bericht afkomstig is van het profiel van een werkelijk bestaande persoon. Zo niet, dan ontvangt het gevonden profiel een waarschuwing dat het zal worden gewist – vandaar de aanduiding Fake Not Real Person. Wanneer de gebruiker zich vervolgens niet overtuigend kan identificeren, wordt het hele account verwijderd. Zo wordt opgetreden tegen profielen die specifiek werden aangemaakt om verboden inhoud te verspreiden.

    Het FNRP-team werkt 40 uur per week, in 2 ploegen van 8.30 uur tot 22 uur. Het maandsalaris bedraagt ongeveer € 1500 bruto, niet veel meer dan het minimumuurloon van € 8,50.

    De content-moderators zitten een trapje hoger in de hiërarchie, zij onderzoeken ook video’s. Heel moeilijke gevallen belanden bij de subject matter experts. Daarboven staan dan weer de teamleiders. Hun baan geldt als minder belastend: zij krijgen nauwelijks schokkende berichten onder ogen.

    Werk voor 70.000 mensen

    Arvato is een gigant. Een bedrijf dat taken overneemt die door andere bedrijven worden uitbesteed. De onderneming neemt heel verschillende zaken voor zijn rekening, bijvoorbeeld callcenters, frequentflyerprogramma’s en verzendcentra. In meer dan veertig landen verschaft deze dienstverlener werk aan ongeveer zeventigduizend mensen. Arvato is een van de steunpilaren onder mediagigant Bertelsmann. Meer dan de helft van alle Bertelsmann-werknemers staat op de loonlijst van Arvato. Op de website van het bedrijf staat het motto: ‘Hoe kunnen wij u van dienst zijn?’

    Een van de oorzaken voor zo’n Facebook-wiscentrum in Berlijn is vermoedelijk ook de sterker wordende druk van de Duitse autoriteiten. Minister van Justitie Heiko Maas verlangt van Duitse aanspreekpunten bij Facebook dat ze kritisch kijken naar Duitstalige teksten en dat twijfelachtige postings snel worden verwijderd. Op dit moment doet het Openbaar Ministerie in München een gerechtelijk onderzoek naar verdenking van medeplichtigheid van Facebook aan volksopruiing.

    In de vroege zomer van 2015 werd een kleine Arvato-delegatie uitgenodigd op het Europese hoofdkwartier van Facebook. Beide bedrijven hadden besloten om samen te werken: het grootste sociale netwerk ter wereld had hulp nodig bij het schoonmaken van zijn site; de managers van Arvato moesten leren hoe je daarvoor een team opbouwt. In het najaar van 2015 gingen de werkzaamheden van start. Aanvankelijk bleef de zaak geheim.

    Wat is er in het contract tussen Facebook en Arvato afgesproken over de looptijd? Hoe worden medewerkers op hun werk voorbereid? Heeft Arvato tevoren een risicoanalyse t.a.v. de psychische belasting van content-moderation gemaakt? sz-magazin heeft het bedrijf schriftelijk negentien vragen gesteld. Maar Arvato zegt alleen: ‘Onze opdrachtgever Facebook heeft zich het recht voorbehouden om alle persvragen over samenwerking met Arvato zelf af te handelen.’

    Ook Facebook Duitsland antwoordt op diverse schriftelijke vragen van sz-magazin om informatie meestal alleen in vage bewoordingen of met de zinsnede: ‘Hierover doen wij geen mededelingen.’ Op sommige punten zit er licht tussen de weergave van Facebook en het verhaal van de (ex-)medewerkers van Arvato. Zo schrijft Facebook dat elke werknemer in het Facebook-team van Arvato voor aanvang van zijn werkzaamheden verplicht is een ‘training van zes weken en een mentorprogramma van vier weken’ te volgen. De door sz-magazin gesproken medewerkers hebben het meestal over een beduidend kortere voorbereidingsperiode: twee weken.

    De wisteams bij Arvato zijn ingedeeld naar taal. Op de gangen wordt Engels gesproken, binnen de teams de taal van het betreffende team: Arabisch, Spaans, Frans, Turks, Italiaans, Zweeds. En natuurlijk Duits. De teams doorzoeken de berichten uit het eigen taalgebied. Maar eigenlijk is er geen wezenlijk verschil qua inhoud.

    Er komt van alles en nog wat uit de beelden in de wachtrij. Dierenmishandeling, hakenkruisen, penissen.

    De teams hebben allemaal een verschillende manier om met heftige beelden om te gaan: de Spanjaarden praten er hardop over, de Arabieren trekken zich eerder terug, terwijl de Fransen vaak alleen maar stilletjes voor hun beeldscherm zitten.

    In het begin maakten we in de middagpauzes nog grappen over de vele porno’s. Maar op een gegeven moment werden we er allemaal steeds gedeprimeerder van.

    Na enkele dagen zag ik mijn eerste lijk, veel bloed, ik schrok me kapot. Ik heb het beeld onmiddellijk gewist. Mijn leidinggevende kwam toen naar me toe. Hij zei: “Dat was fout, dat beeld was niet strijdig met de communitystandards van Facebook.” De volgende keer moest ik zorgvuldiger te werk gaan.

    Wissen of niet? Wanneer de beslissing is gevallen, verschijnt de volgende opdracht op het scherm. Het aantal zaken – tickets geheten – kan via een teller op het beeldscherm worden bijgehouden.

    De beelden werden steeds erger, veel grover dan op de training. Maar vaak ook alleen dingen die je in mijn eigen land gewoon in de krant kunt aantreffen. Geweld, soms misvormde lijken.

    Steeds weer gebeurt het dat mensen op springen. De zaal uit rennen. Huilen.

    De medewerkers hebben sz-magazin details verteld die te gruwelijk zijn om te vermelden. De volgende beschrijvingen zijn al moeilijk te verdragen.

    Een hond zat vastgebonden. Een naakte Aziatische vrouw kwelde het dier met een heet ijzer. Daarna gooide ze kokend water over hem heen. Het was als fetisj bedoeld voor mensen die daar geil van worden.

    Kinderpornografie was het ergste. Zo’n klein meisje, hooguit zes jaar, dat op een bed ligt, bovenlichaam ontbloot en daarop zit dan een dikke man haar te misbruiken. En dat in close-up.

    Wie dit soort inhoud moet bestuderen, is een combinatie van portier en lopende-bandarbeider: dit mag blijven staan, klik, dat niet, klik. In het begin moest ieder van de FNRP-ers dagelijks ongeveer duizend tickets doen: duizend beslissingen of iets strijdig is met het complexe regelwerk van Facebook, de zogeheten communitystandards die bepalen wat er op de site gepubliceerd mag worden en wat er moet worden gewist.

    Vroeg of laat komt er een onthoofding voorbij, terreur, heel veel bloot. De ene pik na de andere. Eindeloos veel pikken. En altijd weer iets bijzonder gruwelijks. Hoe vaak valt lastig te zeggen, het hangt ervan af, maar zeker één, twee keer per uur. Elke dag overkomt je iets verschrikkelijks.

    Na enkele dagen zag ik mijn eerste lijk, veel bloed, ik schrok me kapot. Ik heb het beeld onmiddellijk gewist. Mijn leidinggevende kwam toen naar me toe. Hij zei: ‘Dat was fout, dat beeld was niet strijdig met de communitystandards van Facebook.’ De volgende keer moest ik zorgvuldiger te werk gaan.

    Ook al klinkt het woord communitystandard al even onschuldig als het poetsschema van een studentenhuis, achter dit regelwerk gaat een goedbewaard geheim van de socialemediabedrijven schuil. Daarin wordt tot in detail vastgelegd welke informatie mag worden geüpload en gedeeld en welke moet worden gewist. Het is een soort parallelwet waarin de grenzen van meningsvrijheid vastgelegd worden door concerns met een enorme invloed op wat mensen elke dag zien – en wat niet. Daarbij gaat het om meer dan alleen de vraag of blote tieten nu wel of niet aanstoot geven. Facebook is een belangrijk middel voor politieke vorming en beïnvloeding. De informatie die erop gedeeld wordt, bepaalt in belangrijke mate mede ons beeld van de samenleving. De manier waarop we rampen, revoluties of demonstraties ervaren is mede afhankelijk van de beelden die hiervan in de tijdlijnen op Facebook terechtkomen. Toch zijn verreweg de meeste details van dit regelwerk niet openbaar en heeft de wetgever geen inzicht in de precieze criteria op basis waarvan berichten worden gecensureerd of juist vrij mogen circuleren.

    Socialemediabedrijven maken meestal maar een klein stukje van dit regelwerk openbaar, en dat ook nog vaak in vage bewoordingen. Bij Facebook staan dan bijvoorbeeld zinnen als: ‘Wij accepteren in geen geval gedragspatronen waardoor mensen aan gevaar worden blootgesteld.’ Hoe dat niet geaccepteerde gedrag er dan precies uitziet, wordt niet verder toegelicht. Een ex-werknemer geeft als verklaring voor die geheimzinnigheid dat Facebook mensen niet op het idee wil brengen hoe zij met handig formuleren van postings de wisregels kunnen omzeilen. Een absurde logica: alsof een staat zijn wetgeving achter slot en grendel houdt, uit angst dat mensen anders hun criminele methoden zouden kunnen verfijnen.

    Hoewel Facebook zichzelf presenteert als een open onderneming die mensen alleen een platform biedt voor het delen van informatie, toont het bedrijf zich gesloten wanneer het om de eigen praktijk gaat. Gerd Billen, staatssecretaris op het ministerie van Justitie en voorzitter van de taskforce voor ‘omgang met onwettige haatboodschappen op het internet’, zegt: ‘Helaas zie ik op dit moment onvoldoende bereidheid bij Facebook om transparant en inzichtelijk uiteen te zetten hoe wordt omgegaan met strafbare inhoud.’ Zelfs hij, bewindspersoon op het ministerie van Justitie, was tot op heden niet welkom bij Arvato. ‘Ik heb meer dan eens transparantie verlangd met betrekking tot de omgang met schokkende boodschappen, zoals de exacte wisregels of het aantal hierbij betrokken medewerkers en de eisen die aan hen worden gesteld. Maar tot nu toe bleef het bij lippendienst,’ zegt Billen. Momenteel werkt zijn ministerie aan een wetsvoorstel dat Facebook tot meer transparantie moet verplichten.

    sz-magazin heeft grote stukken van de geheime Facebook-regels in handen. Het is de eerste keer dat ze in deze omvang openbaar worden. De laatste keer dat er iets publiek werd, was begin 2012 toen op de Amerikaanse website Gawker een leidraad van zeventien pagina’s opdook met wiscriteria van een bedrijf dat eveneens voor Facebook werkte.

    De interne documenten waarover sz-magazin beschikt, bevatten honderden regeltjes die allemaal door Facebook zijn vastgelegd. Heel interessant zijn de verschillende voorbeelden van gevallen waarbij inhoud gewist moet worden of juist niet.


    Gewist moeten onder meer worden:

    Een beeld van een vrouw die in het openbaar overgeeft – hierbij als commentaar: ‘Jezus, ben jij volwassen? Dit is walgelijk’ (reden: commentaar wordt gezien als psychische terreur vanwege het uiten van afschuw voor lichamelijke functies).

    Een foto zonder verder commentaar van een meisje naast de foto van een chimpansee met eenzelfde gezichtsuitdrukking (reden: vernederende fotobewerking, niet mis te verstane vergelijking van een mens met een dier).

    Een video waarop een mens wordt mishandeld, maar alleen als deze voorzien is van commentaar in de trant van: ‘Genieten om te zien hoeveel pijn hij heeft’.

    Niet gewist moeten bijvoorbeeld worden:

    De video van een abortus (behalve wanneer die naaktopnamen bevat).

    De foto van een man die opgehangen is, met als commentaar ‘Hang die hoerenzoon’ (wordt gezien als toegestaan pleidooi voor de doodstraf; wordt wel verboden als het specifiek om een ‘beschermde mensengroep’ gaat en er bijvoorbeeld zou staan: ‘Hang die flikker op’).

    Foto’s van een vrouw met extreme anorexia, zonder enig commentaar (het tonen van zelfverminking zonder verdere context is toegestaan).

    Zo is de omgang met extreem geweld bijvoorbeeld geregeld in hoofdstuk 15.2, dat gewijd is aan het verheerlijken van geweld: ‘We staan niet toe dat mensen beelden of video’s delen waarin mensen of dieren sterven of zwaar verwond worden, waarbij deze vorm van geweld tegelijkertijd wordt toegejuicht.’ Wat op de beelden te zien valt, is dus niet relevant; het gaat alleen om de combinatie van beeld en tekst. Bij wijze van voorbeeld volgt een reeks commentaren die als verheerlijking van geweld worden gezien. Wanneer iemand onder een foto van een stervend mens schrijft: ‘Moet je zien – wat cool’ of ‘Fuck yeah’ – alleen in zo’n geval moeten zulke beelden conform dit voorschrift worden gewist.

    De regels waren nogal onbegrijpelijk. Ik zei tegen mijn teamleider: dat kan toch niet, dat beeld is hartstikke bloederig en gewelddadig, dat zou geen mens moeten zien. Maar hij vond alleen: dat is jouw mening, maar je moet proberen te denken zoals Facebook dat wil. We moesten denken als machines.

    Vanuit het hoofdkwartier van Facebook komen er voortdurend aanpassingen van de communitystandards. Bij Arvato is er iemand die deze wijzigingen in de gaten moet houden. Voor Facebook is dat heel belangrijk. Uiteindelijk gaat het om zaken waardoor gebruikers het platform links kunnen laten liggen – en het hoogste doel van Facebook is precies tegenovergesteld: zo veel mogelijk mensen zolang mogelijk op het platform houden, zodat ze zo veel mogelijk reclame zien en Facebook zo veel mogelijk geld verdient.

    Hun psychische gezondheid is van grote invloed op de berichten die tot in de tijdlijnen weten door te dringen. Want veel van hen zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten

    Het is geen eenvoudige taak waar Facebook voor staat: de haat en de waanzin van mensen in toom houden en tegelijkertijd veiligstellen dat belangrijke gebeurtenissen niet gewoon onzichtbaar blijven. Besluiten om te wissen kunnen even verrijkende consequenties hebben als besluiten over journalistieke berichtgeving.

    Voor honderden miljoenen mensen op aarde is Facebook de belangrijkste nieuwsbron. Ook al wordt het bedrijf niet als mediaconcern gezien omdat het zelf geen nieuws produceert, het kan niet om journalistiek-ethische vragen heen: zijn beelden van geweld in bijvoorbeeld het kader van oorlogsverslaggeving wel gerechtvaardigd, omdat ze dan een hoger doel dienen? Daarover denken wetenschappers al tientallen jaren na, maar op sociale media moeten zulke vragen snel een antwoord krijgen. Ruim zeven jaar geleden was een video van de stervende Neda Agha-Soltan, een jonge vrouw uit Teheran die bij protesten werd doodgeschoten, de eerste vuurproef voor Facebooks concurrent YouTube. Wissen of niet? Een YouTube-team besloot: de film is een politiek document, hij blijft ondanks de schokkende beelden online. Al geruime tijd proberen bedrijven voor zulke complexe besluiten simpele regels op te stellen. In de geheime Facebook-documenten staat: ‘Video’s waarop de dood van mensen te zien is, zijn schokkend maar kunnen wel bewust maken van zelfverminking, psychische ziektes, oorlogsmisdaden of andere belangrijke thema’s.’ In geval van twijfel moeten de medewerkers bij Arvato deze video’s voorleggen aan hun leidinggevenden. Over heel gecompliceerde gevallen wordt, naar verluidt, beslist op het Europese hoofdkwartier in Dublin.

    Heel sterk was dat bij de terreuraanslagen in Parijs van afgelopen jaar. Daarvoor werden speciale vergaderingen georganiseerd over wat er met de livebeelden gebeuren moest. Toen zijn de schokkendste dingen bij ons terechtgekomen, zo goed als in real time. Uiteindelijk werd ons verteld dat we de meeste berichten gewoon moesten doorsturen naar het Arabische of het Franse team. Wat er verder mee gebeurd is, weet ik niet.

    Toen de aanslagen in Parijs begonnen moesten wij content-moderators van de teamleiders onmiddellijk naar kantoor komen, hoewel het weekend was. Ik kreeg telefoontjes en sms-berichten van ze. Ik heb het hele weekend moeten doorwerken.

    Betrouwbare cijfers over de aantallen mensen die wereldwijd hun beroep hebben gemaakt van het wissen van Facebook-content, ontbreken vrijwel geheel. Het hoofd van de internationale Facebook-afdeling policy, Monika Bickert, verklapte vorig jaar maart op een conferentie dat gebruikers elke dag wereldwijd meer dan 1 miljoen Facebook-berichten aanmelden als ontoelaatbaar. Hoeveel mensen zich met het wissen van die berichten bezighouden, vertelde ze niet. Mediawetenschapper Sarah Roberts van California University in Los Angeles doet al jaren onderzoek naar dit nieuwe beroep. Ze schat dat er over de hele wereld zo’n honderdduizend mensen dit soort werk doen, vrijwel allemaal bij dienstverlenende bedrijven, en niet alleen voor Facebook. Roberts heeft veel van die mensen in verschillende landen geïnterviewd. Veel van hen omschrijft ze als getraumatiseerd. Hun psychische gezondheid is van grote invloed op de berichten die tot in de tijdlijnen weten door te dringen. Want veel van hen zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten. Daar komt nog bij dat de tijd om secuur te werken vaak ontbreekt.

    Sommige video’s moet je van begin tot eind bekijken. Ze laten ons er niet doorheen skippen en alleen screenshots bekijken. Het ergste is het geluid. Dat moet je ook aanhoren omdat juist in het geluidsspoor iets kan zitten wat niet is toegestaan. Haatpreken bijvoorbeeld of sadisme. Sommige video’s zijn hele films die langer dan een uur kunnen duren.

    Veel content-moderators krijgen de beelden ook thuis niet uit hun hoofd. En dan komt er vaak ook nog een berichtje van de teamleiders. Dat je achterloopt! Of je niet een extra dienst kunt draaien? De werklast valt voor de medewerkers niet bij te benen, vertelt een man die inmiddels ontslag genomen heeft.

    Acht seconden per taak

    Flexibel moeten zijn, daar weten ze in Berlijn alles van, zeker als je uit een ander land komt en geen Duits spreekt. Want de stad trekt allang niet meer alleen mensen aan uit Beieren en Zwaben, maar ook veel mensen uit de wereldwijde middenklasse: Indiërs, Mexicanen, Zuid-Afrikanen, jonge, vaak goed opgeleide mensen – die er in Berlijn vervolgens achter moeten komen dat zij met al hun opleiding vrijwel nergens aan de slag kunnen. Ongeveer dertig procent van de in Berlijn wonende buitenlanders loopt het risico in armoe te vervallen. Een ex-werknemer meent:

    Je kunt Arvato alleen maar feliciteren met het commerciële inzicht om dit werk in Berlijn te laten doen. De stad is een smeltkroes van talen en culturen, waar elders vind je Zweden, Noren, Syriërs, Turken, Fransen, Spanjaarden die dringend op zoek zijn naar werk?

    De meeste van die immigranten zijn vertwijfeld, ze willen per se in de stad wonen en nemen daarvoor op de koop toe een baan waarvoor ze ver overgekwalificeerd zijn, die hun psychische gezondheid aantast en velen van hen steeds verder doet afstompen.

    Zo komt het dat er tussen de wisarbeiders van Arvato ook kwantumfysici zitten of zaten, mensen met een doctorstitel, een hoogleraar, vaak vluchtelingen met beroepskwalificaties die in Duitsland niet erkend worden. Een ex-medewerker vertelt dat het moeilijk was om mensen tot zulk afstompend werk te motiveren. Of te bevorderen. Want wie het tot content-moderator schopt, moet ook video’s onderzoeken.

    Eén video kon voldoende zijn om mijn leven te ruïneren. Dat wist ik. Ik wilde in geen geval content-moderator worden. Ik was bang voor wat dat psychisch met mij zou doen. Content-moderators zien de meest afschuwelijke dingen die je je maar kunt voorstellen. Op beelden en in video’s.

    Content-moderators moeten nog sneller werken dan de FNRP-ers die helemaal onder in de hiërarchie staan. Per zaak hebben ze gemiddeld acht seconden – hoewel ze steeds weer hele films moeten doorkijken die veel langer duren. Zijn dagelijkse target was meer dan drieduizend gevallen, vertelt een content-moderator. Dat komt ongeveer overeen met de aantallen die de Amerikaanse National Public Radio in november hoorde van content-moderators uit andere landen – en die Facebook overigens tegenover de zender ontkent. Volgens een ex-medewerker loopt al het werk van de wisteams via een intern Facebook-platform, zodat het bedrijf volgens hem op de hoogte moet zijn van de actuele cijfers.

    Tegelijkertijd was het onmogelijk om elke video echt af te kijken en te onderzoeken. Ze zijn zo grof dat je gewoonweg wilt schakelen, hoewel dat niet mag. Bovendien moet je op veel dingen letten – vaak is niet duidelijk welke regel er precies wordt overtreden.

    Je moet je dagelijkse target halen, anders krijg je mot met je leidinggevende. De druk was immens.


    In het voorjaar van 2016 schrijft het Spaanstalige wisteam een brief aan de Arvato-directie over overbelasting en slechte arbeidsomstandigheden. Het schrijven gaat al snel rond bij alle medewerkers: ‘Wegens overbelasting hebben we gevraagd om pauzes van vijf minuten (…) Aan deze wens is tot op heden helaas nog niet tegemoetgekomen. Verder dient vermeld te worden dat bij alle hierboven genoemde moeilijkheden ook nog eens de psychische belasting komt, veroorzaakt door het verwerken van tickets met een soms schokkende inhoud.’

    Veranderd is er sindsdien niks, zeggen de medewerkers. Velen laten weten dat er inmiddels in plaats van duizend bijna tweeduizend tickets per dag van de FNRP-ers worden verwacht. Op navraag van sz-magazin laat Facebook weten hierover geen mededelingen te verstrekken.

    Mijn teamleidster vond: als de job je niet bevalt, dan kun je toch ontslag nemen.

    Momenteel zijn er bij Arvato in Berlijn ruim zeshonderd mensen bezig met het wissen van Facebook-berichten, zegt een medewerker. En het worden er almaar meer. In maart 2016 werd op geringe loopafstand een tweede gebouw betrokken. De medewerkers hingen op kantoor een enorme Facebook-banner op.

    Het is zo tegenstrijdig: natuurlijk vonden we het cool om voor Facebook te werken, een bedrijf dat iedereen kent en dat populair is. Je probeert gewoon het kwaad uit te wissen.

    Hoewel het werk verschrikkelijk is, zouden maar verbazend weinig medewerkers ontslag willen nemen, vertelt een van onze bronnen. Misschien omdat ze het geld nodig hebben, misschien omdat ze afgestompt zijn. Een medewerker van het Arabische team zegt:

    Het is erg, maar zo kan ik tenminste voorkomen dat verschrikkelijke geweldvideo’s uit Syrië verder worden verspreid.

    Maar altijd weer komen er video’s voorbij waardoor medewerkers het niet langer volhouden.

    Er was een man met een kind. Ongeveer drie jaar oud. Die vent schakelt de camera in. Hij pakt het kind. En een slagersmes. Ik heb zelf een kind. Precies zo een. Dat kind zou mijn kind kunnen zijn. Ik hoef me niet gek te laten maken vanwege dit kutbaantje. Ik heb de zaak erbij neergegooid en ben gewoon weggelopen. Ik heb mijn tas gepakt, de hele weg naar de tram heb ik lopen huilen.

    Wetenschappers definiëren een psychisch trauma als een belastende gebeurtenis die niet zonder meer verwerkt kan worden. Het is vaak het resultaat van lichamelijk of geestelijk geweld en leidt niet zelden tot een posttraumatische stressstoornis. Harald Gründel, als hoogleraar psychosomatische geneeskunde verbonden aan het academische ziekenhuis van Ulm en lid van het presidium van de Duitse traumastichting, heeft een aantal door sz-magazin van interviews met Arvato-werknemers gemaakte verslagen gelezen. Voor Gründel wijzen hun beschrijvingen mogelijk op klassieke kentekenen van een posttraumatische stressstoornis: belastende foto’s en video-opnames die ook buiten het werk steeds weer voor het geestesoog opduiken; terugkerende nachtmerries; overdreven schrikachtige reacties in situaties die vaag wat met de inhoud van de video’s van doen hebben; pijnen waarvoor geen fysieke verklaring is; teruggetrokken sociaal gedrag; uitputting en afstomping; verlies aan seksuele belangstelling.

    Toen ik die video’s met kinderporno had gezien, kon ik net zo goed non worden – aan seks viel niet meer te denken. Al meer dan jaar kan ik niet meer intiem worden met mijn partner. Zodra hij me aanraakt, begin ik te trillen.

    Ineens viel mijn haar bij bosjes uit, na het douchen of zelfs op het werk. Mijn arts zei: je moet daar weg bij die baan.

    Altijd waren er weer mensen die opsprongen vanachter hun bureau, naar de keuken renden en het raam openrukten om na een onthoofdingsvideo wat frisse lucht te krijgen.

    Velen gingen zuipen of stevig blowen om ermee om te kunnen gaan.

    Op navraag van sz-magazin zegt Facebook: ‘We geven elke medewerker de gelegenheid voor psychologische begeleiding. Dat gebeurt op verzoek van de medewerker en is te allen tijde mogelijk.’ De door ons gesproken medewerkers laten ons echter zonder enige uitzondering weten dat ze zich met hun psychische problemen door Arvato in de steek gelaten voelen. Voldoende begeleiding was er niet en ook geen gerichte voorbereiding op de psychische belasting van het werken met verschrikkelijke beelden en video’s.

    We moesten ervoor tekenen dat Arvato psychologische hulp aanbiedt, maar in de praktijk was het onmogelijk om begeleiding te krijgen. Ze hebben niets voor ons gedaan.

    Een medewerkster had steeds weer geprobeerd een privéafspraak met de sociaal-pedagoog te maken. Daar moest ze lang op wachten. Uiteindelijk gaf ze het maar op

    Dat werknemers ook tegen psychische belasting beschermd moeten worden, is sinds 2013 geregeld in de paragrafen 4 en 5 van de Duitse Arbeitsschutzgesetz (wet op de bescherming van arbeid): ‘Het gaat erom dat niet wordt afgewacht tot er gezondheidsschade optreedt, maar dat de risico’s al preventief zo veel mogelijk geminimaliseerd worden,’ vertelt Raphaél Callson, arbeidsrechtadvocaat bij advocatenkantoor DKA in Berlijn. Hij meent dat er mogelijk sprake is van overtreding van het arbeidsrecht wanneer content-moderators niet professioneel door medici worden begeleid: ‘De werkgever moet echt beschermingsmaatregelen nemen. Werknemers zouden bij een video of beeld dat schokkende voor hen is, het werk moeten mogen onderbreken en hierover met een altijd ter beschikking staand aanspreekpunt in gesprek gaan. Bij voorkeur met een aan een medisch beroepsgeheim gebonden arts.’ Geen van de Arvato-medewerkers weet van het bestaan van zo’n arts. Onze bronnen hebben het over een open groepsspreekuur waar zonder verdere vooraanmelding over problemen gesproken kon worden. Onder leiding van een sociaal-pedagoog, geen psycholoog, zeggen ze allemaal. Geen van de door ons gesproken werknemers is er ooit naar toe gegaan. Ze schrokken ervoor terug om in gezelschap van onbekende collega’s over hun intiemste problemen te praten.

    Een medewerkster had steeds weer geprobeerd een privéafspraak met de sociaalpedagoog te maken. Daar moest ze lang op wachten. Uiteindelijk gaf ze het maar op. Op navraag van sz-magazin doet Facebook geen verdere mededelingen over de kwalificaties van de psychologische begeleiders – of over de vraag of deze aan een beroepsgeheim gebonden zijn.

    Daar waar ik vandaan kom, zou zo’n sociaal werkster alles wat ik haar zou vertellen onmiddellijk doorbrieven aan mijn baas. En die zou me daarna ontslaan. Niemand in mijn team had ook maar enig vertrouwen in die lui – waarom zouden we hun dan onze zorgen toevertrouwen?

    En dat terwijl er zeker goede voorbeelden zijn van omgang met mensen die in hun werk te maken hebben met gruwelijke mediaberichten. Bij de Duitse keuringsdienst van media die gevaar opleveren voor de jeugd worden ook schokkende video’s bekeken. De dienst geeft nieuwe medewerkers regelmatig scholing over de omgang met belastende inhoud. ‘Niemand hoeft dit soort films aan een stuk door aan te zien,’ zegt directeur Martina Hannak-Meinke. ‘Iedereen kan elk moment zijn werk onderbreken, iets anders gaan doen en later verdergaan.’ Er zijn privéafspraken mogelijk met sociaal medewerkers. Psychologen en traumaexperts zijn elk moment beschikbaar. Ook andere instanties waar medewerkers zeer belastend materiaal onderzoeken, hanteren strenge regels: zulke films mogen bijvoorbeeld maximaal acht uur per week bekeken worden of alleen in duo’s, zodat het effect direct besproken kan worden. Sommige stellen voor zulk werk uitsluitend speciaal opgeleide juristen aan.

    Ik zat in mijn eigen land in het leger. Beelden van oorlog en dood doen mij niets. Wat mij nekt is de onvoorspelbaarheid. Eén video krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Een seksfetisjvideo, waarin een vrouw op hoge hakken een klein poesje doodtrapt. Ik had nooit gedacht dat mensen tot zo iets in staat waren.

    Deze kattenvideo moest gewist worden, het is een duidelijke overtreding van paragraaf 15.1 van de interne documenten die sz-magazin in handen heeft: ‘Seksueel sadisme is het erotische genot dat gevoeld wordt bij pijn van een levend wezen’ – bij Facebook dus niet toegestaan.

    Het in praktijk toepassen van zulke regels vraagt te veel van de medewerkers. Sommigen vertellen dat ze op trainingen niet mee mochten schrijven, een voorzorgsmaatregel die moet voorkomen dat de geheime voorschriften openbaar worden.

    De community-standards worden ook voortdurend gewijzigd. Vroeger was een foto van een afgesneden hoofd oké, zolang de snee maar recht liep. Wat is dat voor zinloze regel? En wie bepaalt dat?


    In de communitystandards zit een hoofdstuk over haatboodschappen, waarin exact is vastgelegd welke beledigingen toegestaan zijn. Daar staat: ‘Oorspronkelijk wiste Facebook geen berichten waarin migranten doelwit waren, aangezien ze geen deel uitmaken van een beschermde categorie. Dat leidde tot negatieve berichtgeving over de richtlijnen van Facebook, waardoor de Duitse regering dreigde het werk van Facebook in Duitsland te stoppen. Dus hebben we de communitystandards aangepast, zodat ook migranten nu een zekere bescherming genieten.’ Aan de ene kant wordt hieruit duidelijk dat politiek en publieke druk van invloed zijn op de regels die Facebook hanteert. Aan de andere kant is dit bij uitstek een voorbeeld van wat het probleem is met bedrijven als Facebook: wat of wie in de samenleving bijzondere bescherming geniet, dient in Duitsland in de allereerste plaats te worden bepaald in de grondwet – en niet in het regelwerk van een bedrijf dat snel aangepast kan worden wanneer er imagoschade dreigt. Puur theoretisch: wat zou er gebeuren als de maatschappelijke opvattingen in de VS omslaan en de islam bij Facebook ineens minder bescherming geniet? Wanneer hetze tegen moslims minder streng vervolgd wordt dan tegen de in de geheime Facebook-documenten beschermde christenen, joden of mormonen? Het publiek zou het misschien nooit te weten komen. Zelfs de kleinste verandering in de communitystandards heeft een grote uitwerking op wat miljarden mensen op aarde elke dag te zien krijgen.

    We zien zo veel leed – maar komen nooit te weten wat er met de mensen gebeurt die daar zijn afgebeeld. Hoe gaat het nu met die kinderen? En worden de daders opgepakt?

    De door de Arvato-medewerkers onderzochte berichten zijn niet alleen strijdig met morele opvattingen, maar vaak ook met het Duitse recht. Hoe Facebook ten aanzien van onwettige bijdragen moet handelen, is complex. Naar Duits recht dient een platformaanbieder, zodra deze kennis neemt van of informatie heeft over een concrete onwettige handeling, deze onmiddellijk te wissen of de toegang daartoe te blokkeren, vertelt advocaat media- en IT-recht Bernhard Buchner. Anders lopen bedrijven als Facebook risico om zelf aansprakelijk te worden gesteld. Maar dat is nog niet alles: paragraaf 138 van het wetboek van strafrecht verplicht iedereen die op de hoogte is van een serieuze voorbereiding op een aantal genoemde strafbare feiten, dit aan te geven. Een bericht op Facebook waarin iemand overtuigend laat weten dat hij zijn klasgenoten dood wil schieten, moet dus niet alleen gewist, maar ook gemeld worden – bij de politie of bij de mensen die gevaar lopen.

    Wat we wel weten is dat Facebook kinderporno’s doorstuurt naar het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children (NCMEC). Alle bij de NCMEC binnenkomende tips worden daar geordend en doorgeleid aan de voor verder strafrechtelijk onderzoek verantwoordelijke autoriteiten in de VS of daarbuiten, deelt het Bundeskriminalamt (Duitse Openbaar Ministerie) op navraag van sz-magazin mee. Indien duidelijk is dat deze strafbare handelingen op Duits grondgebied zijn gepleegd, wordt de beschikbare informatie toegestuurd aan het Bundeskriminalamt.’ Of er naast kinderpornografie ook andere strafbare feiten via Facebook bij de Duitse autoriteiten terechtkomen? Dat vertelt Facebook niet.

    Een van de foto’s die The Guardian in 2017 publiceerde over Facebooks criteria.
    Een van de foto’s die The Guardian in 2017 publiceerde over Facebooks criteria.

    Er zijn bij Arvato vast mensen die bezorgd zijn over de manier waarop met de content-moderators wordt omgesprongen. Zij worden door Facebook met een toekomstvisie gepaaid: ooit zullen computers door kunstmatige intelligentie boodschappen kunnen identificeren die indruisen tegen de gebruiksvoorwaarden. Facebook, Google en Microsoft lieten onlangs weten dat ze terreurpropaganda van hun sites voortaan willen opslaan in een gemeenschappelijke databank en voorzien van een digitale vingerafdruk – zo kan een beeld dat bij Twitter werd gewist ook automatisch door Facebook worden verwijderd. Enerzijds is dit een denkbeeld dat hoopvol stemt: dan hoeven mensen niet langer blootgesteld te worden aan dit soort horror. Maar het is ook angstaanjagend: algoritmes beslissen over postings die miljarden mensen bij Facebook te zien krijgen. Een computer beslist over wat bruut is en wat niet, waar satire eindigt en waar terreur begint.

    Ik weet dat iemand dit werk moet doen. Maar het moeten mensen zijn die daarop getraind worden en daarbij geholpen worden, die men niet zoals ons naar de klote laat gaan.

    Steeds weer heb ik de volgende droom: mensen springen uit een brandend huis. Ze slaan te pletter tegen de grond. De een na de ander belandt in een plas van bloed. Ik sta beneden en probeer de mensen op te vangen, maar het zijn er te veel en ze zijn te zwaar, ik moet opzij springen zodat ze mij niet dodelijk verwonden. Om mij heen staan mensen, een heleboel mensen, die niet helpen. Maar alleen met hun mobieltjes aan het filmen zijn.

    Tijdens ons onderzoek hebben we onze bronnen steeds weer gevraagd hoe het met hen ging. Eén man heeft zijn nachtmerries overwonnen, alleen overdag komen de beelden soms weer boven. Toen hij laatst op een trapje stond om een gloeilamp te verwisselen, keek hij omlaag – en zag plotseling voor zijn geestesoog de grond waartegen de vermeende homoseksuelen te pletter sloegen die door de beulen van is van het dak van een huis waren geduwd. Eén vrouw heeft Duitsland de rug toegekeerd en woont hier ver vandaan. Een andere vrouw kampt met de gedachte dat ze overal op het strand kinderverkrachters en in het park dierenschenders ziet. Ze werkt niet langer bij Arvato en heeft nu traumatherapie. Een andere man gaat op Duitse les en wil met het vak dat hij ooit geleerd heeft, iets opbouwen in Duitsland.

    Niemand van degenen die nog bij Arvato werken, is van plan er te blijven.

    Auteurs: Hannes Grassegger en Till Krause
    Vertaler: Marten de Vries

    Till Krause is hoofdredacteur van de Süddeutsche Zeitung, Hannes Grassegger is naast journalist ook schrijver van een boek dat in 2014 werd gepubliceerd: Das Kapital bin ich.

    Beide auteurs hebben hun bronnen ook gevraagd of ze na al hun ervaringen in het wisteam privé nog op Facebook zitten. Vrijwel iedereen doet dat. ‘Het is gewoon een verslaving,’ zegt een van hen.

    Openingsbeeld: Screenshot uit The Richard Fowler Show. – © YouTube

    Süddeutsche Zeitung Magazin
    Duitsland | weekblad | oplage 445.000

    Het vrijdagsupplement van de SZ, en daarmee een van de grootste tijdschriften van Duitsland, samen met dat van Die Zeit. Veel interviews en veel (populaire) cultuur.

    Relevante artikelen uit 360:

    1. 68: Dit zijn de mensen die Facebook vrijhouden van porno en onthoofdingen
  • 5. Allen, Atwood, Shitty Men en meer

    5. Allen, Atwood, Shitty Men en meer

    Gaat Woody Allen alsnog voor de bijl? Is Margaret Atwood een slecht feminist? En wat is de lijst van verdorven mannen precies?

    De ‘Roze Golf’

    ‘Een jaar geleden marcheerden ze, vandaag de dag zijn ze in volle 
politieke wedloop,’ typeert het Amerikaanse weekblad Time in zijn openingsverhaal de situatie onder de titel ‘The Avengers’ (‘De wrekers’). ‘In 2016 waren het nog simpele vrouwelijke kiezers. In 2017 zijn het politieke voorvechtsters geworden, als reactie op de nederlaag van Hillary Clinton. Vandaag de dag storten die vrouwen, in leidinggevende functies, artsen, leraressen of huisvrouwen, zich volop in het politieke strijdgewoel.’

    Het weekblad verstrekt wat cijfers over de aanstaande tussentijdse verkiezingen in november van dit jaar: 79 vrouwen gaan de strijd aan – of overwegen dat – voor het gouverneurschap in de deelstaten – en daarmee wordt het vorige record uit 1994 volledig verpletterd.

    screenshot 2018 02 08 12 27 50

    Gaat Woody Allen alsnog voor de bijl?

    Dylan Farrow heeft in een interview met de Amerikaanse tv-zender CBS haar adoptievader Woody Allen er opnieuw van beschuldigd dat hij haar zou hebben aangerand toen ze zeven jaar was. ‘Waarom zou ik het recht niet hebben om hem voor de bijl te laten gaan? Waarom zou ik het recht niet hebben om kwaad te zijn, na al die jaren waarin men mij heeft genegeerd, mijn beweringen in twijfel getrokken, mij heeft afgewezen?’

    Terwijl de cineast druk is met een promotietour voor zijn jongste 
film Wonder Wheel winden de Amerikaanse media zich meer op over de oude affaire dan over de nieuwe productie. ‘De #MeToo-beweging achterhaalt Woody Allen,’ luidt een kop in Vice News. ‘Gaat Hollywood zich alsnog tegen Woody Allen keren?’ vraagt Esquire zich af. En 
de website Quartz twijfelt niet: ‘Woody Allen wordt op zijn beurt een uitgestotene.’

    Russinnen dromen van 
‘echt betrouwbare mannen’

    Volgens de wet hebben vrouwen en mannen in Rusland sinds de Revolutie, dat wil dus zeggen al zo’n honderd jaar, gelijke rechten, schrijft de site Vzglyad. Maar, zoals ook de regering onlangs heeft toegegeven, ligt het gemiddelde salaris van vrouwen een kwart lager dan dat van mannen. Toch, meent de site, denken Russische vrouwen 
er niet aan, in tegenstelling tot Amerikaanse of Zweedse vrouwen, bewegingen op te zetten om de concurrentie met mannen aan te gaan. ‘De Russische Vrouwenpartij, die in de jaren negentig van de vorige eeuw werd opgericht, is in het vergeetboek geraakt en is tot op de dag van vandaag door geen enkele feministische beweging van 
enige betekenis vervangen. De reden is wellicht dat in talrijke gezinnen de vrouwen 
al van oudsher de dienst uitmaken.’

    Inderdaad is het vaderschap in Rusland al ‘een instituut 
in crisis’. ‘Mannen zijn vaak onverantwoordelijk, dat is bekend, men hoeft alleen maar naar het percentage gescheiden vaders te kijken dat weigert alimentatie te betalen en het aantal vaders dat zich volstrekt niet bezighoudt met de opvoeding van de kinderen.’

    ‘Op dit moment houdt mij het meest bezig hoe vrouwen in leven blijven’

    En als het niet door een scheiding komt, dan is het alcoholisme onder mannen er wel debet aan dat vrouwen de 
leiding in het huishouden 
op zich moeten nemen. Zoals een Russisch spreekwoord zegt: ‘Een echtgenoot die drinkt, betekent een huis dat voor de helft in brand staat, als een vrouw drinkt, brandt het hele huis af.’

    Als gevolg daarvan voelt een vrouw zich in het gezin niet alleen niet onderdrukt, maar integendeel, ‘ze droomt van een echt solide kerel’.

    Desondanks is huiselijk geweld epidemisch, en de recente wet op ‘decriminalisering’ van het delict vormt een probleem dat een voorname plaats inneemt in de feministische strijd, verklaart de auteur en betrokken feminist Maria Arbatova. ‘Op dit moment houdt mij het meest bezig hoe vrouwen in leven blijven,’ zegt ze.

    De Russische activistes kunnen maar moeilijk vaststellen hoeveel vrouwen achter hun beweging staan. De feminist en politicoloog Anna Flodorova schat het op enkele tienduizenden, die zich vooral roeren op internet. Flodorova meent evenwel dat ‘veel vrouwen het begrip feminisme niet kennen, 
maar zonder het te weten toch denken en handelen 
als feministes’.

    Bovendien zegt ze: ‘Het land heeft al problemen genoeg met de mensenrechten, dus ook met de vrouwenrechten.’

    aziz ansari and david chang at the great googamooga festival

    Het geval Aziz Ansari

    De maker van de televisieserie Master of None, Aziz Ansari, wordt er door een jonge vrouw op de Amerikaanse website Babe van beschuldigd dat hij zich geen rekenschap heeft gegeven van haar terughoudendheid tijdens een eerste kennismaking. Auteur Caitlin Flanagan schrijft in The Atlantic dat de #MeToo-beweging daarmee toch wel te ver gaat in het aan de kaak stellen van misstanden, en dat Ansari een zoenoffer is geworden. ‘Beroepsmatig is de man dood, afgemaakt door het verhaal van een anonieme vrouw.’ Flanagan ziet er een voorbeeld in van ‘wraakporno’; het publiceren van pikante bijzonderheden of foto’s met betrekking tot een intieme relatie, puur uit wraakgevoelens.

    kevin spacey

    ‘Noodzakelijke beweging, maar kwetsbaar’

    ‘De ommekeer heeft zich aangediend’ merkt het Amerikaanse onlinetijdschrift Ozy op nadat in Frankrijk een open brief was gepubliceerd waarin ‘de uitwassen’ van de #MeToo-beweging aan de kaak werden gesteld. Ozy meent dat deze reactie in samenhang moet worden gezien met de vraag van een deel van de openbare mening in de VS wat er gebeurt met de beroemdheden die het doelwit 
zijn van de beschuldigingen van seksueel hinderlijk gedrag, zoals 
de acteur Kevin Spacey of de Democratische senator Al Franken, die 
in januari aftrad.

    ‘Kan men en moet men deze mensen nu werkelijk verder buitensluiten – of het nu politici betreft, of journalisten, zakenlieden of acteurs – zonder dat een van hen schuldig is bevonden door een rechter?’ vraagt Ozy zich af. Het is immers in de westerse cultuur ‘heel moeilijk om het onderscheid te maken tussen een kunstenaar, zeker als het een man betreft, en het werk, zeker als de man ook nog eens als een genie wordt gezien’.

    Degenen die strijden tegen seksuele opdringerigheid moeten er zorg voor dragen dat zij ‘rechtvaardig en redelijk’ blijven in hun beschuldigingen, concludeert de website. ‘Het publiek afleiden van de juiste doelstellingen van de beweging, terwijl belangrijke veranderingen buiten Hollywood nog moeten worden bewerkstelligd, zou op 
de lange duur schadelijke effecten kunnen hebben voor vrouwen op hun werkplek in het algemeen, vooral voor degenen die niet beroemd zijn.’

    margaret atwood 2015

    Is Margaret Atwood 
een slecht 
feminist?

    ‘De #MeToo-beweging is het symbool van een rechtssysteem dat slecht functioneert’, meent de auteur Margaret Atwood in een ingezonden stuk dat half januari werd gepubliceerd in de Canadese krant Globe and Mail. Atwood legt daarin uit dat als vrouwen hun 
toevlucht nemen tot internet en 
de sociale media om het misbruik aan de kaak te stellen waarvan zij het slachtoffer zijn, dit vooral wordt veroorzaakt doordat zij langs officiële kanalen niet aan het woord komen.

    Het is volgens Atwood dus zaak 
om eerst ‘de instituties aan een schoonmaakbeurt te onderwerpen, de grote bedrijven en alle werkomgevingen’, met voorbijgaan aan 
een beweging als #MeToo, die het rechtssysteem omzeilt en ruimte schept voor een heksenjacht.

    ‘Ben ik een slecht feminist als ik 
zo denk?’ vraagt ze zich af, en komt dan tot de conclusie, om de kritiek voor te zijn, dat ‘een oorlog onder vrouwen altijd de voorkeur verdient boven een oorlog tegen vrouwen, 
in de opvattingen van degenen die vrouwen niet erg welgezind zijn’.

    Maar die uitleg kon niet verhinderen dat er in de sociale media een polemiek ontstond. ‘Deneuve en Margaret Atwood: één pot nat’ stond er boven een stuk in Journal de Montréal, waarin werd betreurd dat de schrijfster ‘door het slijk wordt gehaald door dolle feministes’.

    ‘Als het debat niet mogelijk is, 
als men geen andere keuze wordt 
gelaten dan te applaudisseren voor de buitenissigste opvattingen, dan wordt de heksenjacht onvermijdelijk,’ schreef de krant, die zich erover verbaasde dat ‘zelfs een 
zo erkend feminist als Margaret Atwood niet ontkomt aan de 
wraakzucht van de activisten’.

    screenshot 2018 02 08 12 39 13

    Censuur in de kunst

    ‘Is #MeToo te ver gegaan? Het geval van de censuur in de kunst’ luidde een kop boven een artikel in Newsweek in december naar aanleiding van een petitie die door twee jonge vrouwen in New York was opgezet en waarin aan het Metropolitan Museum of Art (MoMa) werd verzocht een schilderij uit de collectie te halen dat zij als ‘voyeuristisch’ beoordeelden. Het betrof het werk Thérèse rêvant van de Frans-Poolse schilder Balthus, waarop een jong meisje is afgebeeld van wie het onderbroekje zichtbaar is. ‘Gelukkig hebben ze [de vrouwen achter de petitie] hun doel niet bereikt,’ schrijft journaliste Daphne Merkin in The New York Times. Merkin noemt het een geval ‘van censuur zoals die in extreem-religieuze kringen wordt gehanteerd’. Haar mening wordt gedeeld door de kunstrecensent van _
The Guardian_ in Londen, Jonathan Jones, die vindt dat ‘een debat over een kunstwerk een goede zaak is, maar het vragen om een verbod van een kunstwerk naar fascisme riekt’.

    De vreemde lijst van 
‘verdorven mannen’

    ‘In de nasleep van de affaire-Weinstein maakten tal van Amerikaanse media gewag van het bestaan van een anoniem verspreide lijst onder de titel ‘Shitty Media Men’, waarop de namen zouden prijken van meer dan 70 mannen die 
zich ongepast zouden gedragen ten opzichte van hun vrouwelijke collega’s of medewerkers. De lijst werd op slag ‘het symbool van alles wat mis kan gaan’ met een beweging als #MeToo, aldus het Amerikaanse onlinemagazine Vox.

    Nadat de samensteller van de lijst, Moira Donegan, zich bekend had gemaakt, kwam Vox terug op de problematische kanten aan haar boodschap. Was het niet onverantwoord om dit soort onbevestigde geruchten vast te leggen in een document dat aan jan en alleman kon worden toegezonden? Temeer omdat de lijst beschuldigingen van verkrachting bevatten naast tamelijk onschuldige sms’jes. Donegan antwoordde nogal cynisch dat ze niet het idee had ‘dat iemand met macht zich veel zorgen over de lijst zou maken’.

    Samengesteld door Lambiek Berends

  • Het verzwegen verhaal van de Oekraïense hongersnood in 1932-1933

    Het verzwegen verhaal van de Oekraïense hongersnood in 1932-1933

    In 1932 en 1933 stierven in de Sovjet-Unie ruim vijf miljoen mensen van de honger. De buitenlandse pers in Moskou hield het nieuws onder de pet, op één dappere freelancer na.

    Uit het archief

    Net zoals de oorlog in Oekraïne in Rusland momenteel niet bestaat (het is slechts een ‘speciale militaire operatie’), zo bestond de hongersnood in 1932-1933 in Oekraïne niet in de Sovjet-Unie. Er werd door geen krant of journalist over gerept, zelfs niet in het buitenland, behalve door de Brit Gareth Jones. Zijn verhaal laat zien hoe belangrijk onafhankelijke media is.

    In 1932 en 1933 werd de Sovjet-Unie getroffen door een rampzalige hongersnood. Deze vond zijn oorsprong in de chaos van de collectivisatie, waarbij miljoenen boeren gedwongen hun land moesten opgeven om te gaan werken op een collectieve staatsboerderij. De algehele situatie in het land verslechterde alleen nog maar toen, in de herfst van 1932, het politbureau, het elitecomité binnen de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, een aantal besluiten nam waardoor de hongersnood op het platteland in de Oekraïne nog schrijnender werd. Ondanks de schaarste vorderde de staat niet alleen graan, maar al het beschikbare voedsel.

    Op het dieptepunt van de crisis drongen georganiseerde groepen van politieagenten en lokale partijactivisten, gedreven door honger, angst en een decennium van haatpropaganda, de huizen van de boeren binnen en namen al het eetbare mee wat ze maar konden vinden: aardappelen, bieten, pompoenen, bonen, erwten en vee. Tegelijkertijd werd er een kordon om Oekraïne getrokken om te voorkomen dat mensen zouden ontsnappen. De gevolgen waren rampzalig: in de hele Sovjet-Unie kwamen meer dan vijf miljoen mensen om van de honger. Onder de slachtoffers waren bijna vier miljoen Oekraïners, die niet stierven omdat ze hun akkers hadden verwaarloosd of omdat de oogst was mislukt, maar omdat hun bewust voedsel was onthouden.

    De USSR heeft noch de hongersnood in de Oekraïne noch de hongersnood in de Sovjet-Unie als geheel op enig moment officieel erkend. Er heerste zo’n nietsontziende terreur dat er sprake was van een totaal zwijgen. Buiten de Sovjet-Unie waren er echter andere, meer subtiele tactieken vereist om dit stil te houden. Die tactieken worden op schitterende wijze blootgelegd door de parallelle verhalen van Walter Duranty en Gareth Jones.

    In de jaren dertig leidden alle leden van de pers in Moskou een hachelijk bestaan. Correspondenten hadden toestemming van de staat nodig om er te wonen én om hun artikelen te kunnen doorseinen. Journalisten onderhandelden vaak met censoren van het ministerie van Buitenlandse Zaken om toestemming te krijgen over welke woorden ze mochten gebruiken, en ze hadden een goede relatie met Konstantin Oemanski, de Sovjetfunctionaris die verantwoordelijk was voor de buitenlandse persdienst. William Henry Chamberlin, die toen correspondent in Moskou was voor de Christian Science Monitor, schreef dat de buitenlandse correspondent die weigerde zijn berichtgeving af te zwakken, ‘onder een zwaard van Damocles werkt: het risico het land uit te worden gezet of de geweigerde toestemming om terug te keren, wat vanzelfsprekend op hetzelfde neerkomt’.

    Er waren extra beloningen beschikbaar voor diegenen die het spel zeer kundig speelden, zoals Walter Duranty. Hij was tussen 1922 en 1936 de correspondent voor The New York Times in Moskou, een positie die hem enige tijd betrekkelijk rijk en beroemd maakte. Duranty, een Brit van geboorte, had geen banden met ideologisch links, maar nam het standpunt in van een zakelijke en sceptische ‘realist’ die zijn best deed om beide kanten van het verhaal te laten zien. ‘Men kan tegenwerpen dat vivisectie op levende dieren iets treurigs en vreselijks is, en het is waar dat het lot van de koelakken en anderen die zich verzet hebben tegen het Sovjetexperiment niet gelukkig is,’ schreef hij in 1935. Maar ‘in beide gevallen wordt het leed aangedaan met een nobel doel’.

    Toestemming

    Dit standpunt zorgde ervoor dat Duranty heel nuttig was voor het regime, dat er alles aan deed om hem het bestaan in Moskou aangenaam te maken. Hij had een groot appartement, een auto en een maîtresse, hij had van alle correspondenten de meeste toegang tot bronnen, en twee keer kreeg hij een begeerd interview met Stalin. Maar de aandacht die hij kreeg dankzij zijn artikelen lijkt de primaire beweegreden te zijn geweest voor Duranty’s vleiende verslaggeving over de Sovjet-Unie. In 1932 kreeg hij de Pulitzer Prize voor zijn artikelen over de successen van de collectivisatie en het vijfjarenplan. Korte tijd later nodigde Roosevelt, die toen gouverneur van New York was, Duranty uit in de gouverneursresidentie in Albany. Maar naarmate de hongersnood verhevigde, werd de controle nog scherper. Vanaf 1933 eisten de pr-mensen van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat correspondenten toestemming vroegen en voor een reis een routebeschrijving indienden. Elk verzoek om een bezoek te brengen aan Oekraïne of de Noordelijke Kaukasus werd afgewezen. De censuur controleerde ook berichten op heimelijke reportages over de hongersnood. Eind 1932 kwamen Sovjetfunctionarissen zelfs bij Duranty thuis, waar hij zenuwachtig van werd.

    Weinig correspondenten waren in zo’n sfeer geneigd om over de hongersnood te schrijven, hoewel ze er allemaal van op de hoogte waren. ‘Formeel was er geen hongersnood,’ schreef Chamberlin. Maar ‘voor iedereen die in 1933 in Rusland woonde en die zijn ogen en oren openhield, valt er gewoon niet te twijfelen aan het bestaan van de hongersnood’. Duranty zelf besprak eind 1932 de hongersnood met William Strang, een diplomaat op de Britse ambassade. Strang rapporteerde laconiek dat de correspondent van The New York Times zich ‘al enige tijd bewust was van de waarheid’, al had hij ‘het grote Amerikaanse publiek niet op de hoogte gebracht van het geheim’. Duranty vertelde Strang ook dat hij het goed mogelijk [achtte] dat maar liefst 10 miljoen mensen direct of indirect door gebrek aan voedsel omgekomen waren’, al werd dat cijfer nooit in een van zijn artikelen genoemd. Duranty stond daarin niet alleen. Eugene Lyons, de correspondent van United Press in Moskou en ooit een enthousiast marxist, schreef jaren later dat alle buitenlanders in de stad zich terdege bewust waren van wat er speelde in Oekraïne én in Kazachstan en de Wolgaregio:

    In werkelijkheid zochten we niet naar bevestiging om de doodeenvoudige reden dat we niet twijfelden over het onderwerp. Er zijn feiten die zo immens zijn dat ze geen bevestiging van ooggetuigen nodig hebben (…) Er was net zomin een noodzaak om onderzoek te doen naar het bestaan van de Russische hongersnood als er een reden was om onderzoek te doen naar het bestaan van de Amerikaanse Grote Depressie. Binnen Rusland werd de zaak niet betwist.

    Het lichaam van een jonge vrouw tijdens de Oekraïense hongersnood, in het voorjaar van 1934. – © Daily Express / Hulton Archive/ Getty Images
    Het lichaam van een jonge vrouw tijdens de Oekraïense hongersnood, in het voorjaar van 1934. – © Daily Express / Hulton Archive/ Getty Images

    Iedereen wist het, maar niemand meldde het. Dat verklaart de uitzonderlijke reactie van zowel het Sovjetestablishment als de persdienst in Moskou op de journalistieke escapade van Gareth Jones. Jones was een jonge Welshman van nog maar zevenentwintig jaar toen hij in 1933 een reis maakte naar de Sovjet-Unie. Jones studeerde Russisch én Frans en Duits in Cambridge. Vervolgens kreeg hij een aanstelling als privésecretaris van de voormalige Britse premier David Lloyd George. In dezelfde tijd begon hij als freelancer te schrijven over Europese en Sovjetpolitiek en maakte hij korte uitstapjes naar de Sovjet-Unie, waardoor hij in een andere positie verkeerde dan de correspondenten in Moskou, die de goedkeuring van het regime nodig hadden om hun verblijfsvergunning te behouden.

    Tijdens een van die reizen, begin 1932, voor het reisverbod werd ingevoerd, trok Jones naar het platteland (in gezelschap van Jack Heinz ii, telg uit het ketchupimperium) waar hij in Sovjetdorpen op ‘vloeren vol ongedierte’ sliep en getuige was van het begin van de hongersnood. Jones keerde in het voorjaar van 1933 terug in Moskou, dit keer met een visum dat aan hem was verleend op grond van het feit dat hij voor Lloyd George werkte. De Sovjetambassadeur in Londen, Ivan Majski, wilde heel graag indruk maken op Lloyd George en had voor Jones gelobbyd. Jones maakte na aankomst eerst een rondgang door de Sovjethoofdstad en ontmoette andere buitenlandse correspondenten en functionarissen. Lyons herinnerde zich hem als ‘een serieus en nauwgezet mannetje, […] het type dat een aantekenboekje bij zich heeft en tijdens het gesprek zonder blikken of blozen opschrijft wat je zegt’. Jones had een ontmoeting met Oemanski, liet hem een uitnodiging voor een bezoek aan de Duitse consul-generaal in Charkov zien, schetste een plan om een Duitse tractorfabriek te bezoeken en vroeg of hij naar Oekraïne mocht. Oemanski ging akkoord. Met die officiële stempel van goedkeuring vertrok Jones naar het zuiden.

    Hij nam op 10 maart in Moskou de trein. In plaats van door te reizen naar Charkov, stapte Jones echter ruim 60 kilometer ten noorden van de stad uit de trein. Bepakt met een rugzak met ‘vele witte broden, met boter, kaas, vlees en chocola aangeschaft met buitenlands geld in de Torgsin-warenhuizen’ liep hij langs het spoor in de richting van de Oekraïense hoofdstad. Zonder officiële oppasser of begeleider passeerde hij gedurende drie dagen ruim twintig dorpen en collectieve boerderijen; hij zag Oekraïne op het moment dat de hongersnood op z’n ergst was, en noteerde zijn gedachten en impressies in aantekenboekjes die later bewaard werden door zijn zus:

    Ik ging de grens over van Groot-Rusland naar Oekraïne. Overal sprak ik met boeren die ik tegenkwam. Ze vertelden allemaal hetzelfde verhaal. ‘Er is geen brood. We hebben al twee maanden geen brood meer gehad. Heel veel mensen sterven.’ In het eerste dorp waren geen aardappels meer en de winkel voor boerjak [suikerbiet] raakte leeg. Ze zeiden allemaal: ‘Het vee gaat dood, netsjem kormit [er is niets om ze te voeren]. Vroeger voedden wij de wereld en nu hebben wij honger. Hoe kunnen we zaaien als we nog maar een paar paarden hebben? Hoe kunnen we de grond bewerken als we verzwakt zijn door voedselgebrek?’

    Jones sliep in boerenhutten op de grond. Hij deelde zijn eten met anderen en luisterde naar hun verhalen. ‘Ze probeerden mijn iconen weg te halen, maar ik zei dat ik een boer was, geen hond,’ vertelde iemand. ‘Toen we in God geloofden, waren we gelukkig en hadden we een goed leven. Toen ze probeerden God weg te nemen, kregen we honger.’ Een andere man vertelde hem dat hij al een jaar geen vlees had gegeten.

    ‘We stonden dit individu op allerlei manieren bij, en hij blijkt een bedrieger te zijn’

    Jones zag een vrouw die stof spon om kleren van te maken, en een dorp waar de inwoners paardenvlees aten. Uiteindelijk werd hij aangesproken door een ‘militieman’ die zijn papieren wilde zien, waarna politiemensen in burger erop stonden hem te begeleiden op de volgende trein naar Charkov en hem naar de ingang van het Duitse consulaat brachten.

    Hij bleef aantekeningen maken terwijl hij in Charkov was. Hij zag duizenden mensen in broodrijen staan: ‘Ze vormen om drie à vier uur ’s middags een rij om de volgende ochtend om zeven uur brood te krijgen. Het is ijskoud: enkele graden onder nul.’ Jones bezocht op een avond het theater – ‘Publiek: Heel veel lippenstift maar geen brood’ – en sprak met mensen over de politieke repressie en de massale arrestatiegolven die tegelijk met de hongersnood over Oekraïne neerdaalden. Hij schijnt te hebben geprobeerd in contact te komen met Oemanski’s collega in Charkov, maar die kreeg hij niet te pakken. Stilletjes verliet Jones de Sovjet-Unie. Enkele dagen later dook hij in Berlijn op bij een persconferentie die waarschijnlijk georganiseerd was door Paul Scheffer, de journalist van het Berliner Tageblatt die in 1929 uit de Sovjet-Unie was verbannen. Jones verkondigde dat in de Sovjet-Unie een grote hongersnood aan de gang was en legde een verklaring af:

    Overal hoorde je de kreet: ‘Er is geen brood. We gaan dood.’ Deze kreet hoorde je in elke uithoek van Rusland, in het Wolgagebied, Siberië, Wit-Rusland, de Noordelijke Kaukasus, Centraal-Azië (…)

    ‘We wachten tot we dood zijn,’ luidde mijn welkom. ‘Kijk, wij hebben ons veevoer nog. Ga maar een eindje verder naar het zuiden. Daar hebben ze niets. Veel huizen zijn leeg omdat de bewoners al dood zijn,’ riepen ze.

    Twee ervaren Amerikaanse journalisten in Berlijn namen Jones’ persconferentie op in hun krant, in de New York Evening Post (‘Rusland in de greep van hongersnood, miljoenen komen om, stijgende werkloosheid aldus Brit’) en de Chicago Daily News (‘Russische hongersnood nu even erg als uithongering in 1921 aldus secretaris van lloyd george’). Een breed scala aan Britse publicaties volgde. In de artikelen werd uitgelegd dat Jones een ‘lange wandeltocht door Oekraïne’ had gemaakt, zijn perscommuniqué werd geciteerd en er werden details toegevoegd over de grootschalige verhongering.

    Ze merkten op, net als Jones zelf, dat hij de regels had geschonden die andere journalisten aan banden legden: ‘Ik trok door het zwarte-aardegebied omdat dat ooit de vruchtbaarste landbouwgrond van Rusland was en omdat de correspondenten daar niet heen mogen om met hun eigen ogen te zien wat er gebeurt’, schreef hij. Jones publiceerde erna nog een tiental artikelen in de London Evening Standard en Daily Express, maar ook in de Cardiff Western Mail.De autoriteiten die Jones met gunsten hadden overladen waren woedend. Maksim Litvinov, de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie, klaagde boos tegen ambassadeur Majski. ‘We stonden dit individu op allerlei manieren bij, hielpen hem bij zijn werk, ik stemde zelfs in met een ontmoeting, en hij blijkt een bedrieger te zijn.’

    Een vrouw wandelt langs stervende mensen tijdens de grote Oekraïense hongersnood. – © Getty Images

    Een vrouw wandelt langs stervende mensen tijdens de grote Oekraïense hongersnood. – © Getty Images

    Direct na Jones’ persconferentie kondigde Litvinov een nog strenger verbod op reizen buiten Moskou door journalisten af. Majski beklaagde zich later bij Lloyd George, die zich distantieerde van Jones, verklaarde dat hij de reis niet gesteund en Jones niet als zijn vertegenwoordiger gestuurd had. Het is niet bekend wat hij echt dacht, maar Lloyd George zag Jones nooit meer terug. De persafdeling in Moskou was zelfs nog bozer. Haar leden wisten vanzelfsprekend allemaal dat het waar was wat Jones had verkondigd, en enkelen zaten al te vlassen op manieren om hetzelfde verhaal te vertellen. Malcolm Muggeridge, die toen de correspondent was voor The Manchester Guardian – in de plaats van Chamberlin, die het land uit was – had net via de diplomatieke post drie artikelen het land uit gesmokkeld.

    The Guardian publiceerde ze anoniem, met veel inkortingen die waren uitgevoerd door redacteuren die het niet eens waren met zijn kritiek op de Sovjet-Unie, en daar werd haast geen aandacht aan geschonken: ze botsten met grotere verhalen over Hitler en Duitsland. Maar de rest van de persdienst, die afhankelijk was van de welwillendheid van Oemanski en Litvinov, sloot de gelederen tegen Jones. Lyons beschreef nauwgezet wat er gebeurde:

    De vernedering van Jones was de meest onaangename taak die ons wachtte in jaren van gejongleer met feiten om dictatoriale regimes te behagen – maar we vernederden hem wel degelijk, unaniem en in haast identieke ambigue formuleringen. De arme Jones moet de meest verbaasde mens op aarde geweest zijn toen de feiten die hij zo nauwgezet uit onze mond verzameld had, ondergesneeuwd werden door onze ontkenningen (…) In een sfeer van beschaafd geven en nemen werd er onder de schittering van Oemanski’s vergulde glimlach stevig gemarchandeerd, voor een formele ontkenning was uitgewerkt. We gaven voldoende toe om ons geweten te sussen, maar in omslachtige bewoordingen die Jones veroordeelden als een leugenaar. Toen het vuile zaakje was volbracht, bestelde iemand wodka en zakoeski.

    Of die bijeenkomst nu wel of niet werkelijk plaatsvond, dit vat metaforisch gezien wel samen wat er vervolgens gebeurde. Op 31 maart, slechts een dag nadat Jones in Berlijn zijn uitspraken gedaan had, reageerde Duranty zelf. ‘Russen lijden honger maar verhongeren niet’ luidde de kop in The New York Times. In het artikel deed Duranty zijn uiterste best om Jones belachelijk te maken. Uit Britse bron verschijnt een enorm griezelverhaal in de Amerikaanse pers over hongersnood in de Sovjet-Unie, met ‘al duizenden doden en nog eens miljoenen voor wie dood en uithongering dreigen’.

    De auteur ervan is Gareth Jones, een voormalig secretaris van David Lloyd George die onlangs drie weken in de Sovjet-Unie doorbracht en tot de slotsom kwam dat het land ‘aan de rand van een verschrikkelijke ineenstorting’ stond, zoals hij aan onze verslaggever vertelde. Meneer Jones heeft een scherp en levendig verstand, en hij heeft de moeite genomen om Russisch te leren, dat hij bijna vloeiend spreekt, maar onze verslaggever was van mening dat meneer Jones nogal snel een oordeel geveld had en vroeg hem waar het op gebaseerd was. Hij bleek een wandeling van ruim 60 kilometer te hebben gemaakt langs dorpen in de buurt van Charkov en treurige omstandigheden te hebben gezien. Ik opperde dat dat een nogal gebrekkige dwarsdoorsnede was van een groot land, maar niets kon zijn overtuiging van een naderende ondergang aan het wankelen brengen.

    Duranty vervolgde met een uitdrukking die later berucht zou worden: ‘Om het cru te zeggen: waar gehakt wordt vallen spaanders.’

    Vervolgens legde hij uit dat hij ‘uitputtend onderzoek’ gedaan had en tot de conclusie gekomen was dat de ‘omstandigheden slecht zijn, maar er geen hongersnood heerst’. Jones schreef een verontwaardigde brief aan de hoofdredacteur van The Times, waarin hij geduldig zijn bronnen opsomde en de persafdeling in Moskou aanviel:

    De censuur heeft meesters in eufemismen en understatements van ze gemaakt. Vandaar dat ze ‘hongersnood’ braaf ‘voedseltekort’ noemen en dat ‘omkomen van de honger’ verzacht wordt tot ‘wijdverbreide sterfte door ziekten als gevolg van ondervoeding’.

    “Russen lijden honger maar verhongeren niet” werd de algemeen aanvaarde wijsheid

    En daar bleef het bij. Duranty overschaduwde Jones: hij was beroemder, werd meer gelezen, was geloofwaardiger. Hij werd ook niet tegengesproken. Lyons en Chamberlin uitten later spijt dat ze hem niet harder bestreden hadden. Maar op het moment zelf schoot niemand Jones te hulp. Wat Jones zelf betreft: hij werd toen hij in 1935 verslag deed vanuit Mongolië ontvoerd en vermoord door Chinese bandieten.

    ‘Russen lijden honger maar verhongeren niet’ werd de algemeen aanvaarde wijsheid. Ze viel ook mooi samen met de actuele harde politieke en diplomatieke overwegingen. Europeanen gingen zich in 1934 en 1935 nog meer zorgen maken over Hitler. De nieuwe regering-Roosevelt zocht eind 1933 actief naar redenen om slecht nieuws over de Sovjet-Unie te negeren. Het team rond de president was tot de conclusie gekomen dat het door de ontwikkelingen in Duitsland en de noodzaak om de Japanners in toom te houden tijd werd dat de VS eindelijk volwaardige diplomatieke betrekkingen aangingen met Moskou. Roosevelt werd door zijn belangstelling voor centrale planning en voor de in zijn ogen grote economische successen van de Sovjet-Unie – de president las de verslagen van Duranty zorgvuldig – aangemoedigd te geloven dat er ook een lucratieve commerciële relatie mogelijk was.

    Uiteindelijk sloten de twee landen een overeenkomst. Litvinov arriveerde in New York om deze te ondertekenen – vergezeld door Duranty. Duranty werd tijdens een overvloedig banket voor de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie in het Waldorf Astoria voorgesteld aan de 1500 gasten. Hij stond op en maakte een buiging. Dit werd gevolgd door een luid applaus. Duranty’s naam, schreef The New Yorker later, veroorzaakte ‘het enige echt langdurige pandemonium’ van de avond. ‘Je kreeg bijna de indruk dat Amerika, in een aanval van scherpzinnigheid, zowel Rusland als Walter Duranty erkende.’ Daarmee leek de doofpotpolitiek voltooid.

    Dit is een voorpublicatie uit Rode hongersnood van Anne Applebaum, dat op 25 januari 2018 verscheen bij AmboAnthos.

  • Xiongan: een nieuwe stad voor het Xi Jinping-tijdperk

    Xiongan: een nieuwe stad voor het Xi Jinping-tijdperk

    Net zoals zijn voorgangers laat de Chinese leider Xi Jinping een modelstad bouwen. Met één belangrijk verschil: Xiongan – vlak bij Beijing – wordt niet zozeer een centrum van economische, maar van politieke macht.

    Hervormingsgezinde Chinese leiders hebben altijd graag modelsteden gebouwd. Deng Xiaoping drukte zijn stempel op Shenzhens groei van vissersdorp tot machtig productiecentrum. Jian Zeming zal voor altijd worden herinnerd om de ontwikkeling van het district Pudong in Shanghai tot het belangrijkste financiële centrum van China. En nu wil Xi Jinping zijn naam verbinden aan Xiongan, een duurzame en ‘slim’ geplande zusterstad vlak bij Beijing.

    Xi is een leider die de macht opnieuw heeft gecentraliseerd en de politieke controle over de Chinese economie en samenleving heeft aangescherpt. In dat licht lijkt het logisch dat zijn stedenbouwkundige ambities zich richten op de hoofdstad van het land. In een officiële verklaring wordt Xiongan ‘een nieuwe zone van nationaal belang’ genoemd, na Shenzhen en Pudong.

    En toch is Xiongan in veel opzichten een tegenpool van Shenzhen en Pudong. De laatste twee begonnen als vrijemarktexperimenten, de plannen voor Xiongan – vrij vertaald: ‘schitterende vrede’ – worden strikt volgens staatsvoorschrift verwezenlijkt. De moderne zusterstad van de voormalige keizerlijke zetel Beijing is niet bedoeld als symbool van economische ontwikkeling, maar van politieke macht.

    Het Baiyang-meer bij Xiongan. Het gebied zal de komende jaren in snel tempo worden ontwikkeld. – © HH
    Het Baiyang-meer bij Xiongan. Het gebied zal de komende jaren in snel tempo worden ontwikkeld. – © HH

    In 1984 kon iedereen met een ondernemende geest zijn of haar geluk beproeven in Shenzhen. In het geval van Xiongan beslist de Chinese overheid welke bedrijven en instellingen zich daar mogen vestigen. Ze zal zelfs bepalen wie er in de nieuwe stad mogen wonen. Van nu af aan hebben buitenstaanders geen recht meer op een verblijfsvergunning (hukou) in Xiongan, zelfs niet via een huwelijk met een lokale inwoner. Private vastgoedtransacties zijn verboden en bedrijven uit andere delen van China hebben geen toegang tot de lokale markt.

    Xiongan markeert een breuk tussen Xi en voorgaande staatshoofden en partijleiders sinds de jaren tachtig. Deng schudde veel ideologische veren af toen hij na het Mao-tijdperk de Chinese economie in een stroomversnelling wilde brengen. In de begintijd van China’s hervormingen en openstelling naar het buitenland, begon Shenzhen als een experiment aan de periferie van het land. Het was een laboratorium voor markthervormingen en de opbouw van een exportindustrie. Door de nabijheid van Hongkong bood het China een ‘venster op de wereld’.

    Jiang ging door met de integratie van China in de wereldeconomie, waarbij ruimte werd gelaten voor binnenlandse experimenten. In de jaren negentig werd de wijk Pudong in Shanghai ontwikkeld als financieel centrum om de snelle economische groei van China te ondersteunen. Daarnaast was Shanghai altijd al internationaal georiënteerd geweest en wilde Jiang zijn thuisstad in oude luister herstellen.

    Beijing mag dan het historische, culturele en politieke centrum van China zijn, de aantrekkelijkheid van de hoofdstad is aangetast door een opeenstapeling van problemen: overbevolking, verkeersopstoppingen, stijgende vastgoedprijzen en vervuiling

    Xi heeft de macht opnieuw gecentraliseerd en de politieke controle over de Chinese economie en samenleving aangescherpt. Het plan om naast Beijing een nieuwe grootstedelijke regio te bouwen, is een van hogerhand opgelegd politiek experiment zonder weerga. Voor zover af te leiden uit officiële documenten en verklaringen, zal Xiongan fungeren als back-upsysteem voor de hoofdstad van het land en biedt het een alternatief ontwikkelingsmodel. Financiële markten en het publiek hebben hoge verwachtingen van de ‘groene’ en ‘slimme’ stad, die het Chinese leiderschap ziet als een hightech hub en een laboratorium voor intelligente stadsplanning.

    Beijing mag dan het historische, culturele en politieke centrum van China zijn, de aantrekkelijkheid van de hoofdstad is aangetast door een opeenstapeling van problemen: overbevolking, verkeersopstoppingen, stijgende vastgoedprijzen en vervuiling. Daarnaast zijn er sociale spanningen, ontstaan door de groeiende inkomenskloof tussen de bevoorrechte en goed opgeleide stedelijke bevolking en het arme achterland. Anders dan bij Shanghai is het succes van Beijing nooit naar dat achterland doorgesijpeld.

    Risico’s

    De leiders hopen dat Xiongan een deel van de druk op Beijing zal wegnemen en de omliggende landelijke gebieden van armoede zal bevrijden. Het project heeft ook duidelijke veiligheidsimplicaties: Noord-China kampt met waterschaarste, en Xiongan zou dit probleem kunnen verlichten met het nabijgelegen Baiyang-meer, het grootste zoetwaterreservoir in Noord-China.

    Er schuilt ook een militaire gedachte achter een herverdeling van de hoofdstedelijke hulpbronnen. Zoals de historicus Luo Tianhao opmerkte had overconcentratie een rampzalig effect op de voormalige Chinese hoofdstad Nanjing, toen die in de jaren dertig van de vorige eeuw werd aangevallen en bezet door Japan. En die economische verlamming had weer ernstige gevolgen voor regio’s die van Nanjing afhankelijk waren. Vandaar waarschijnlijk de speculaties dat een aantal hoog geconcentreerde technologische en culturele troeven van Beijing naar Xiongan zullen verhuizen, zoals technologiebedrijven in Zhongguancun en de wetenschappelijke en technische afdelingen van de Tsinghua-universiteit.

    Xi neemt nogal wat risico in zijn pogingen een dergelijke ambitieuze visie te realiseren. De kosten zijn enorm en als het project mislukt, legt Xiongan de beperkingen bloot van de huidige top-downbenadering, van de invloed die het politiek leiderschap heeft op economische ontwikkeling.

    Lukt het wel, dan kan het project uitgroeien tot symbool van Xi’s ‘Chinese droom’. Een florerend Xiongan zal een bewijs zijn dat het succes van China niet afhangt van ‘westerse’ economische, politieke of sociale ideeën, maar dat China de moderniteit op eigen wijze kan vormgeven.

    Auteur: George G. Chen

    George G. Chen is onderzoeksmedewerker bij het Mercator Institute for China Studies (MERICS) en expert op het gebied van gerechtelijk en juridisch beleid van China.

    The Diplomat
    Japan | the-diplomat.com

    The Diplomat werd in 2002 opgericht als tweemaandelijks tijdschrift in Australië, maar verhuisde al snel naar Tokio en is sinds 2009 alleen nog online verkrijgbaar. Biedt analyses door academici en journalisten van het nieuws uit Azië en Oceanië, ingedeeld per geografisch gebied en thema. De focus ligt op politiek.

  • Waarom China geen droompartner is voor Europa

    Waarom China geen droompartner is voor Europa

    Sinds de verkiezing van Donald Trump schuift China zichzelf naar voren als alternatieve partner voor Europa. Maar op de Chinezen valt heel wat aan te merken, betoogt Steffen Wurzel.

    Bij zijn bezoeken aan Berlijn en Brussel verkocht de Chinese premier Li Keqiang zijn land als nieuwe droompartner voor Europa. Vrijhandel, globalisering, klimaatbescherming: waar de Amerikaanse president Donald Trump het laat afweten, presenteert China zich als voorvechter.

    Maar zo simpel is het niet.

    1. Klimaatbescherming

    De afgelopen jaren heeft China zijn achterstand ingelopen en heeft het grootscheeps geïnvesteerd in hernieuwbare energiebronnen. Nergens op aarde draaien meer windmolens, worden meer zonnepanelen gefabriceerd en meer elektrische auto’s verkocht dan in China. Maar nog altijd stoot het land de meeste CO2 uit en verbruikt het de meeste kolen ter wereld.

    De stroom voor elektrische auto’s produceren de Chinezen vooral in smerige kolencentrales. Energie-efficiëntie kent het land zo goed als niet. En vanwege het vaak verouderde elektriciteitsnet draaien veel van de uiterst geavanceerde windkrachtinstallaties in het noorden en het westen van het land volkomen zinloos omdat de opgewekte stroom niet kan worden afgevoerd.

    In China gelden deze waarden uitsluitend “binnen Chinese kaders”, wat gewoon betekent dat ze niet bestaan

    2. Economie

    Al over enkele jaren zal China de grootste economie ter wereld zijn. Om dat doel te bereiken gaat het land vaak nietsontziend te werk. Het protectionisme is de afgelopen jaren alsmaar toegenomen. Begin deze maand heeft de Europese Handelskamer in Beijng weer eens geklaagd dat veel buitenlandse ondernemingen zich ten opzichte van Chinese bedrijven steeds vaker onrechtvaardig behandeld voelen. En hieraan lijkt vooralsnog geen eind te komen.

    Met hun ambitieuze Made in China 2025-programma zal het regime in Beijing de reusachtige staatsondernemingen nog eens van vele miljarden subsidies voorzien. Tegenover zulk financieel geweld maken buitenlandse bedrijven geen enkele kans.

    Chinese politici benadrukken graag in mooie bewoordingen de win-winsituatie van een nauwe samenwerking tussen Europeanen en Chinezen. Daar mag veel van waar zijn, maar de Europeanen moeten wel oppassen dat deze win-winsituatie niet slechts ten gunste van één kant uitvalt, naar het motto: win-win wil zeggen dat de Chinees tweemaal wint.

    3. Westerse waarden

    In de derde plaats is er in zijn algemeenheid nog de vraag of Europa in plaats van op de VS wel sterker op China moet inzetten. Ik wil zeker niet ontkennen dat een verdere toenadering tussen Europa en China goed is en belangrijk. Beide hebben elkaar nodig.

    Maar China heeft Europa vooral economisch nodig. Maatschappelijk gezien staan de Amerikanen – ondanks Trump – nog altijd veel dichter bij ons dan de Chinezen. En laten we hopen dat dit zo blijft. Vrijheid, democratie, medezeggenschap, rechtsstatelijkheid en individuele mensenrechten – deze grootse waarden zijn door ons Europeanen en Amerikanen moeizaam bevochten. In China gelden deze waarden uitsluitend ‘binnen Chinese kaders’, zoals de leiders in Beijing steeds weer eufemistisch benadrukken.

    Hetgeen gewoon betekent dat deze waarden, zoals wij die begrijpen, in China niet bestaan. En vermoedelijk wordt dit ook niet heel snel anders. Integendeel. De druk op alles wat naar vrijheid ademt, neemt in China verder toe. De perscensuur wordt alsmaar scherper. Sinds begin deze maand is een nieuwe cyberwet in werking getreden, waardoor de Chinese staat nog meedogenlozer controle kan uitoefenen op het internet. En op 5 juni werd de 28e verjaardag van het bloedig neergeslagen protest op het Tiananmenplein ook dit jaar weer doodgezwegen. Elke vorm van herdenking zou door de staat verhinderd zijn, zo nodig met geweld.

    Wie in China de nieuwe droompartner voor Europa meent te zien, is dus overduidelijk te snel met zijn conclusies.

    Steffen Wurzel is correspondent in Sjanghai voor de Duitse radiozender ARD. Hij doet verslag over China, Hongkong en Macau.

    Auteur: Steffen Wurzel
    Vertaler: Marten de Vries

    Openingsbeeld: Jean-Claude Juncker en de Chinese premier Li Keqiang. – © EC / Audiovisual

    Tagesschau
    Duitsland | Tagesschau.de

    Journaal van de ARD-omroepen dat wordt uitgezonden op Das Erste. De eerste uitzending was op 26 december 1952 te zien bij de NWDR (Nordwestdeutscher Rundfunk).

  • Bedreigt China de vrijheid van Hollywood?

    Bedreigt China de vrijheid van Hollywood?

    Chinese bedrijven kopen steeds meer Amerikaanse filmbedrijven op. En Hollywood doet er op zijn beurt alles aan het China naar de zin te maken. Komen hiermee Amerikaanse vrijheden in het gedrang?

    JA

    Het verbaast de meeste Amerikanen misschien te horen dat meer dan 140 Tibetanen zichzelf in de afgelopen vijf jaar in brand hebben gestoken om te protesteren tegen het toenemende misbruik van hun volk. In de meeste gevallen stierven deze mensen in een poging de wereld bewust te maken van Beijings doelgerichte onderdrukking, die de Dalai Lama ‘culturele genocide’ heeft genoemd.

    Maar de Chinese regering heeft vergaande maatregelen getroffen om controle uit te oefenen op het geschreven en gesproken woord in China, en kon daardoor de berichtgeving over deze en soortgelijke zaken op eigen bodem grotendeels tegengaan.

    Er heerst ongerustheid dat de invloed van de Chinese regering op westerse mediaorganisaties zal leiden tot aanpassing aan Beijing via directe censuur of druk om zelfcensuur toe te passen. Die ongerustheid zal alleen maar toenemen na de golf van Chinese investeringen in de VS. In de afgelopen vijf jaar zijn die gestegen van twee miljard dollar per jaar naar een geschatte twintig miljard dit jaar. Het hoeft niet te verbazen dat China’s investeringen in de VS vooral gericht zijn op mediabedrijven. Eén Chinees bedrijf, Dalian Wanda, heeft voor 3,5 miljard dollar Hollywood-filmstudio Legendary Entertainment gekocht, en probeert nu een aandeel in Paramount Pictures te bemachtigen. Bovendien heeft het de twee grootste bioscoopketens in Amerika gekocht: AMC en Carmike Cinemas.

    We hebben al voorbeelden gezien van studio’s die de inhoud van films bewerken om de Chinese censuur tevreden te stellen

    Waarom moeten we ons zorgen maken? Door controle te verkrijgen over de financiering en de distributie van Amerikaanse films, en die te onderwerpen aan censuur om toegang te krijgen tot de Chinese markt, zou Beijing kunnen dicteren wat wel of niet wordt gemaakt. We hebben al voorbeelden gezien van studio’s die de inhoud van films bewerken om de Chinese censuur tevreden te stellen, zoals Mission: Impossible III, Skyfall, World War Z en de remakes van The Karate Kid en Red Dawn.

    Wat zal het effect zijn als meer westerse media in handen komen van door de staat gecontroleerde, Chinese bedrijven? Zouden films als Seven Years in Tibet in de ijskast worden gezet, uit angst om eigenaren van grote studio’s te grieven?

    Er zijn diverse stappen die de VS nu zouden kunnen ondernemen zonder onze concurrentiepositie te ondermijnen. Allereerst moet de Commissie Buitenlandse Investeringen in de VS in staat worden gesteld om opnieuw te bekijken hoe buitenlands eigendom van autocratische regimes de creatieve vrijheid zou kunnen beperken. Ten tweede zou de Registratiewet voor buitenlandse agenten uit 1939 van toepassing moeten worden op buitenlandse censuur en invloed op Amerikaanse mediabedrijven.

    En ten slotte moet het toezicht op buitenlandse propaganda en desinformatie verruimd worden, zodat autoritaire buitenlandse eigenaren van Amerikaanse media er ook onder vallen.

    Auteur: Editorial Board

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

    John Pomfret (NEE) was onder veel meer Chinacorrespondent voor persbureau AP. Hij spreekt Mandarijn en schreef verschillende boeken over het land.
    John Pomfret (NEE) was onder veel meer Chinacorrespondent voor persbureau AP. Hij spreekt Mandarijn en schreef verschillende boeken over het land.

    NEE

    Staat China op het punt Hollywood over te nemen? De afgelopen jaren hebben de Chinezen enorm geïnvesteerd in de filmindustrie, en het is alweer jaren geleden dat Hollywood een film maakte waarin China in een negatief licht werd gesteld. Hollywoods lafhartige poging om bij de Chinezen in de smaak te vallen in ruil voor een deel van hun markt, valt alleen te vergelijken met de manoeuvres van Mark Zuckerberg om de blokkade van Facebook in China op te heffen.

    Dat gezegd hebbende is het belangrijk om twee dingen in gedachten te houden: de Chinese filmindustrie blijft artistiek gezien hopeloos, en ze begint financieel te wankelen.

    Allereerst de cijfers. In 2016 produceerde China’s veelgeprezen filmindustrie duizend films. Gemiddeld brachten die films in China ongeveer twee miljoen dollar op, terwijl een doorsnee westerse film daar zeventig miljoen oplevert. Hollywood tekende afgelopen jaar voor 42 procent van China’s omzet, hoewel er niet meer dan 34 westerse films mochten worden uitgebracht in China.

    Bovendien zit bijna elk Chinees filmbedrijf in de financiële problemen, en daalde de kaartverkoop in 2016. De voornaamste reden voor deze daling is simpel: de censuur in China. Chinese films zullen slecht blijven zolang de regering zich bemoeit met de totstandkoming.

    Gravity zou kansloos zijn, omdat het over een ramp in de ruimte gaat, iets wat de Chinese ruimtevaartorganisatie nooit zou toestaan

    Neem bijvoorbeeld het meest ambitieuze Westers-Chinese project dat ooit is ondernomen: The Great Wall, met Matt Damon in de hoofdrol. Het verhaal was door en door conservatief: Damon en anderen verdedigden de Chinese staat tegen een bende monsters. Het enige wat goed was aan deze draak waren de special effects. Er wordt gefluisterd dat The Great Wall een verlies leed van 75 miljoen dollar.

    Onlangs somde een Chinese reclameman de redenen op waarom er in China geen kaskrakers kunnen worden gemaakt. Een film als The Hunger Games zou nooit werken, merkte hij op, omdat ‘het om een groep arme mensen ging die zich verzetten tegen een dictator’. Gravity zou kansloos zijn, omdat het over een ramp in de ruimte gaat, iets wat de Chinese ruimtevaartorganisatie nooit zou toestaan. Voor The Fast and the Furious zou de hulp van de Chinese verkeerspolitie nodig zijn. En wat The Lord of the Rings betreft, vergeet het maar. In 2009 verkondigde de filmautoriteit van China dat er een ‘overvloed’ aan fantasyfilms was. Ze beval producers om toekomstige scripts louter en alleen op Chinese sprookjes te baseren.

    Is het een probleem dat Hollywood zich in allerlei bochten wringt om de Rode Mandarijnen in Beijing te behagen? Beslist. Maar de dreiging moet niet overdreven worden. Vóór China Hollywood zo ver kan krijgen om hun verhaal te vertellen, moet het allereerst een fatsóénlijk verhaal te vertellen hebben.

    Auteur: John Pomfret
    Vertaler (beide stukken): Tineke Funhoff

    Los Angeles Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.

  • Interpol wordt het hulpje van China

    Interpol wordt het hulpje van China

    Er zijn sterke aanwijzingen dat China zijn sterke positie binnen de internationale politieorganisatie gebruikt om politieke tegenstanders te criminaliseren.

    In november 2016 kwam voor het eerst een Chinees, Meng Hongwei, aan het hoofd te staan van Interpol. Dat was niet zo vreemd: China is een gerespecteerd lid van de organisatie en Meng, die eerder onderminister van Openbare Veiligheid was geweest in Beijing, werd volgens de regels gekozen. Maar Mengs benoeming wekte ook argwaan, vanwege China’s reputatie als land waar de politiek zich nadrukkelijk bemoeit met het werk van de politie – een patroon waarvan wordt gevreesd dat het zich ook zal voordoen bij het werk van Interpol.

    Die sluimerende argwaan rispte recent weer op. Toen een Chinese miljardair die zich buiten China had gevestigd corruptiepraktijken in zijn vaderland dreigde te onthullen, vroeg Beijing meteen bij Interpol om een internationaal aanhoudingsbevel, en dat verzoek werd ook ingewilligd. Dat betekent dat door de intergouvernementele organisatie – een samenwerkingsverband van politiediensten uit 190 landen – officieel zijn arrestatie en uitlevering wordt gelast. De timing ervan wekt het vermoeden dat China dat puur uit politieke motieven heeft gedaan en dat Interpol de toch al steeds langere arm van de Chinese staat nog langer dreigt te maken.

    Intimidatie

    Guo Wengui is een charismatische vastgoedmagnaat die twee jaar geleden China verliet om zich in de VS te vestigen. In maart gaf hij twee interviews aan een vanuit Amerika opererend mediabedrijf dat in het Chinees publiceert, waarin hij stelt dat een van China’s machtigste families zich heeft verrijkt door politieke connecties om te kopen, om zo invloed te krijgen in grote bedrijven.

    Guo vertelde dat hij er via zakelijke transacties achter was gekomen dat de familie van He Guoqiang, een voormalig lid van het politbureau, in het geheim een groot belang had in een van China’s grootste makelaarskantoren; hij dreigde nadere details te onthullen over de rijkdom van de familie He. Zijn beschuldigingen waren waarschijnlijk onopgemerkt gebleven als The New York Times op 15 april niet een eigen onderzoek had gepubliceerd waarin ze de belangen van het familiebedrijf van He waren nagegaan en enkele van Guo’s beweringen hadden gestaafd.

    Drie dagen later vaardigde Interpol een internationaal arrestatiebevel uit tegen Guo, omdat hij smeergeld zou hebben betaald aan een voormalige Chinese topambtenaar die wordt verdacht van corruptie. Volgens anonieme bronnen die de South China Morning Post heeft gesproken, zou Beijing om dat arrestatiebevel hebben gevraagd. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het nieuws wel bevestigd, maar maakte geen melding van betrokkenheid van het ministerie. Hij zei alleen: ‘We hebben vernomen dat Interpol een internationaal arrestatiebevel heeft uitgevaardigd met betrekking tot Guo Wengui.’

    Omdat Guo tegenwoordig vanuit de VS opereert, kan de Communistische Partij van China hem niets maken, maar hij kan wel worden geïntimideerd via het eenvoudig te misbruiken systeem van Interpol. Internationale aanhoudingsbevelen zijn in wezen een manier om informatie over gezochte criminelen uit te wisselen tussen politiediensten in de aangesloten landen. Die aanhoudingsbevelen zijn juridisch niet bindend, en daar wordt in elk land op verschillende wijze – of helemaal niet – uitvoering aan gegeven.

    Maar sommige landen – Rusland, landen in Centraal-Azië, Turkije, Venezuela en China – vaardigen politiek gemotiveerde aanhoudingsbevelen uit tegen dissidenten, activisten en journalisten. Zo’n bevel kan, ook als dat niet tot een arrestatie leidt, iemands reputatie beschadigen, normale financiële praktijken opeens als crimineel bestempelen en het iemand lastig maken om een gewoon leven te leiden. Voorheen weigerde Interpol om dergelijke aanhoudingsbevelen uit te vaardigen vanwege de politieke beladenheid, zoals bij de poging van de Russische overheid om de in Amerika geboren klokkenluider Bill Browder te intimideren.

    Een staaltje Chinees machtsvertoon: de gevluchte politicus Yang Xiuzhu wordt onder politiebegeleiding terug het land binnengebracht. – 
© Yin Gang / HH
    Een staaltje Chinees machtsvertoon: de gevluchte politicus Yang Xiuzhu wordt onder politiebegeleiding terug het land binnengebracht. – 
© Yin Gang / HH

    Het is geen verrassing dat China elk middel aangrijpt om Guo te pakken te nemen. Corruptie in de hoogste gelederen van de overheid is een gevoelig onderwerp in China. President Xi Jinping leidt een radicale anticorruptiecampagne en een politieke zuiveringsactie, waarvan enkele zeer machtige politieke kopstukken het slachtoffer zijn geworden. Xi’s eigen machtsbasis is versterkt door de anticorruptiecampagne die zijn tegenstanders op een zijspoor heeft gezet en hem zo de invloedrijkste Chinese leider van de afgelopen tientallen jaren heeft gemaakt.

    He Guoqiang is nog niet officieel in staat van beschuldiging gesteld; hij was de belangrijkste anticorruptieambtenaar onder de voormalige Chinese president Hu Jintao. Alleen de Communistische Partij heeft het recht om te bepalen wie van haar leden zuiver is en wie niet. Beschuldigingen van corruptie afkomstig van buiten de partij worden zelden geduld. Chinese deskundigen en mensenrechtenorganisaties vermoeden dan ook dat de ware reden voor het aanhoudingsbevel van Interpol was om onwelgevallige critici de mond te snoeren. ‘Het Negentiende Partijcongres is al over een halfjaar,’ merkte Bill Bishop op in zijn Sinocism China Newsletter. Hij volgt al jaren de politiek van de Chinese elite. ‘Xi wil de controle over het proces niet verliezen. Iedere geloofwaardige onthulling over een machtsstrijd of over corruptie door de familie van Wang Qishan’ – een andere hoge ambtenaar die Guo in zijn interview noemde – ‘zou genoeg ophef kunnen veroorzaken om Xi’s favoriete benoemingen van personen op het Partijcongres te dwarsbomen.’

    De afgelopen jaren heeft China gebruikgemaakt van internationale aanhoudingsbevelen omdat het land zijn anticorruptiecampagne heeft uitgebreid tot over de eigen grenzen. In 2015 zag China honderd verzoeken om een internationaal aanhoudingsbevel voor economische vluchtelingen gehonoreerd. In de Chinese media wordt herhaaldelijk gewezen op het vermogen van de Chinese overheid om overal ter wereld haar macht te doen gelden; die media laten dan beelden zien van voortvluchtige landgenoten, zoals voormalig ambtenaar Yang Xiuzhu, die onder begeleiding van de politie op de luchthaven van Beijing het land binnenkomt.

    ‘Interpols systeem van internationale aanhoudingsbevelen kan door regimes worden misbruikt omdat die daarmee dissidenten, journalisten, mensenrechtenactivisten en anderen die voor vervolging zijn gevlucht, criminaliseren,’ aldus Rebecca Shaeffer, juridisch en politiek adviseur bij Fair Trials, een in Brussel en Londen gevestigd advocatenkantoor.

    Internationale aanhoudingsbevelen zijn maar één instrument dat de Chinese staat tot zijn beschikking heeft om zijn invloed op afvallige burgers in het buitenland verder uit te breiden. Andere instrumenten zijn bedreigingen, dwang en ontvoeringen

    Interpol heeft verscheidene zwakke plekken in de organisatie waardoor de dienst kwetsbaar is voor misbruik. Net zoals de politiediensten waaruit Interpol is opgebouwd, is de ondoorzichtige organisatie weinig geneigd om informatie openbaar te maken. De meeste internationale aanhoudingsbevelen worden niet bekendgemaakt, en er is geen openbare database waarin je de meer dan honderdduizend uitstaande aanhoudingsbevelen kunt onderzoeken. De bewijzen die dergelijke bevelen moeten onderbouwen worden vaak ook geheim gehouden, waardoor het moeilijk te achterhalen is of zo’n aanhoudingsbevel nu terecht is of niet. Vóór de recente aanscherping van de procedures binnen de organisatie was het vaak lastig en tijdrovend om politiek gemotiveerde aanhoudingsbevelen van de rol te halen. ‘De timing roept wel sterkte twijfels op over de integriteit van de interne onderzoeksprocedures bij het uitvaardigen van een internationaal aanhoudingsbevel,’ zegt Nicolas Bequelin, directeur bij Amnesty International voor de regio Oost-Azië.

    De overgrote meerderheid van die aanhoudingsbevelen is niet politiek gemotiveerd. Maar de aanhoudingsbevelen die dat wel zijn, laten zich er moeilijk tussenuit halen. ‘Meestal is het zo dat als iemand wordt gezocht voor een legitiem aanhoudingsbevel, hij of zij zich schuilhoudt. Ze weten dan dat het een gegrond arrestatiebevel is,’ zegt Michelle Estlund, een gespecialiseerde advocate in Florida. ‘De mensen die onze hulp inroepen om met Interpol te onderhandelen weten dat de aanhoudingsbevelen die tegen hen zijn uitgevaardigd niet deugdelijk zijn.’

    Estlund legt uit dat het bij een verzoek om zo’n internationaal aanhoudingsbevel niet de taak van Interpol is om vast te stellen of iemand schuldig of onschuldig is. De dienst stelt alleen vast of het verzoekende land de juiste juridische procedure heeft gevolgd bij de aanvraag. ‘En daarin schuilt juist het probleem voor Interpol: dat kunnen ze niet weten,’ zegt Estlund. ‘Er is een aantal criteria waaraan Interpol zo’n aanvraag moet toetsen, en er is een beoordelingsprocedure, maar het is voor Interpol ondoenlijk om iedere aanvraag op die manier te beoordelen.’

    Met andere woorden, het systeem is vooral gebaseerd op vertrouwen – een vertrouwen dat door politiek gemotiveerde aanhoudingsbevelen wordt geschonden. ‘China en Rusland zijn niet de enige die het systeem hebben misbruikt, maar zij hebben ook het vertrouwen misbruikt waarop het systeem berust,’ zegt Bequelin. ‘Interpol speelt een rol in de bestrijding van de internationale misdaad. Als de organisatie wordt gezien als een politiek instrument, zal dat wereldwijd het politiewerk schaden.’

    Internationale aanhoudingsbevelen zijn maar één instrument dat de Chinese staat tot zijn beschikking heeft om zijn invloed op afvallige burgers in het buitenland verder uit te breiden – en ze zijn hoogst effectief, resulteren vaak in bevroren banktegoeden en reisbeperkingen. Andere instrumenten zijn bedreigingen, dwang en ontvoeringen.

    In 2015 raakten vier boekhandelaren in Hongkong en een in Taiwan vermist. Al deze in China geboren mannen hadden boeken gepubliceerd die voor Beijing onwelgevallige informatie bevatten. 
Achteraf bleken de vier gevangen te zitten in China. Na zijn vrijlating beschreef een van hen hoe hij was ontvoerd en heimelijk over de grens naar China was gebracht. De ontvoeringen hebben de sfeer verkild in Hongkong, waar men zich buiten bereik van de Chinese politieke onderdrukking waande.

    Buitengewoon ernstig

    De verkiezing van Meng heeft internationale mensenrechtenadvocaten, onder wie Bequelin, dan ook verontrust. ‘Dit is buitengewoon ernstig, aangezien China al jarenlang probeert om Interpol te gebruiken voor de arrestatie van dissidenten en vluchtelingen in het buitenland,’ vertelde Bequelin destijds. ‘Anders dan de meeste politiediensten in de wereld heeft de Chinese politie boven op het klassieke law-and-ordermandaat ook het politieke mandaat om de macht van de Communistische Partij te beschermen.’

    De grootste zorg is dat onwettelijke methodes en politieke motieven internationale regels en instituties binnensluipen, en dat met een Chinese openbareveiligheidsambtenaar op een invloedrijke positie Interpol langzaam wegdrijft van het hoofddoel, namelijk legitiem onderzoekswerk. Volgens Estlung is Mengs verkiezing voornamelijk zorgwekkend vanwege het falende rechtssysteem en de onvoldoende 
bescherming van de mensenrechten 
in China. ‘Altijd als de leider van een internationale politiedienst als Interpol uit een land komt waar ernstige problemen met de mensenrechten 
zijn, baart dat natuurlijk veel zorgen,’ zegt ze. ‘Ik zou dergelijke zorgen hebben bij iedere directeur die afkomstig is uit een van de landen waar systematisch de mensenrechten worden geschonden.’

    Chinese staatsmedia hebben gesuggereerd dat Mengs verkiezing een zegen zal zijn voor de internationale uitbreiding van China’s eigen anticorruptiecampagne. In een in november 2016 gepubliceerd artikel in de aan de partij gelieerde Beijing Youth Daily werd Interpol geprezen als het succesvolste platform voor de strijd tegen de internationale misdaad en de opsporing van gestolen goederen. Ook werd benadrukt hoe goed dat paste binnen China’s eigen inzet om de corruptie te bestrijden en goederen en gelden die door corruptie verloren waren gegaan weer terug te krijgen. 
‘Tegen deze achtergrond is een Chinees verkozen als hoofd van Interpol’, ging het artikel verder, ‘wat onmiskenbaar aangeeft dat Interpol en de internationale gemeenschap het Chinese rechtssysteem positief beoordelen.’

    Een ander teken van de Chinese invloed op de internationale misdaadbestrijdingsorganisatie is dat Taiwan nog steeds uitgesloten wordt. China heeft gestaag getracht de deelname van dat eiland aan internationale organisaties te dwarsbomen, omdat een eventueel lidmaatschap gezien kon worden als blijk van zijn bestaansrecht als natie. Interpol wees Taiwans verzoek af 
om deel te mogen nemen aan de algemene vergadering van november 2016, waarin Meng werd gekozen.

    Klokkenluider Guo Wengui. – © Twitter
    Klokkenluider Guo Wengui. – © Twitter

    Rebecca Shaeffer is minder bezorgd over een directe invloed van China op Interpol. Volgens haar is de directeurspositie van Interpol vooral een ceremoniële. ‘Een directeur van 
Interpol heeft niet de bevoegdheid om aanhoudingsbevelen uit te vaardigen. Die rol is weggelegd voor het secretariaat van Interpol, dat gehouden is aan de regels en statuten van de organisatie, die eind vorig jaar zijn aangescherpt om misbruik te voorkomen.’

    Volgens Shaeffer is het probleem 
dat ieder land een politiek gemotiveerd internationaal aanhoudingsbevel kan laten uitvaardigen als het dat wil. ‘De aangescherpte regels moeten nu worden geïmplementeerd en gehandhaafd, om landen zoals China ervan te weerhouden deze mondiale misdaadbestrijdingsorganisatie te misbruiken.’

    Die regels hebben Guo nog niet kunnen beschermen. Maar het aanhoudingsbevel heeft hem niet tot zwijgen gebracht. Op 19 april gaf hij een interview aan Voice of America, waarin hij weer verscheidene hoge Chinese ambtenaren en hun familieleden beschuldigde van corruptie en wangedrag. Of hij dergelijke beschuldigingen kan blijven uiten, en welke andere middelen Beijing tegen hem zal inzetten, is een andere vraag.

    Auteur: Bethany Allen-Ebrahimian
    Vertaler: Paul Bruijn

    Foreign Policy
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • Zelf de predikant gaat nu de bak in

    Zelf de predikant gaat nu de bak in

    Geconfronteerd met tal van politieke bedreigingen, valt de Zimbabwaanse regering terug op een beproefde strategie: het arresteren van critici. Maar de oppositie zegt zich niet te laten intimideren.

    Toen predikant Evan Mawarire begin februari terugkeerde naar Zimbabwe, hoopte hij zijn omzwervingen probleemloos te mogen afsluiten. Na zes maanden zelfopgelegde ballingschap in de VS, wilde de activist die de aanzet gaf tot de oppositiebeweging #ThisFlag snel en geruisloos naar huis.

    Het mocht niet zo zijn. Op de luchthaven van Harare werd hij onmiddellijk ingerekend door negen agenten van de centrale inlichtingendienst. Hij moet nu voor de rechter komen wegens ‘ondermijning van een grondwettelijk gekozen regering’, een vergrijp waarop minimaal twintig jaar gevangenisstraf staat. En dat is maar een van de aanklachten.

    Aan Mawarires geval is uitgebreid aandacht besteed, maar het is geen incident. Een hele reeks activisten is in staat van beschuldiging gesteld nadat zij zich hadden uitgesproken tegen president Robert Mugabe en diens ZANU-PF-regering.

    De afgelopen maanden werden steeds meer mensen opgepakt die hun mening niet voor zich hadden gehouden, en met de verkiezingen van 2018 in aantocht waarschuwen mensenrechtengroepen voor een verergering van de repressie.

    Mugabe beleeft in veel opzichten een van de meest precaire momenten in zijn 37-jarige bewind. Ga maar na: de economie verkeert in een vrije val. De regerende partij ZANU-PF is intern verdeeld. Een energieke verkiezingscampagne is niet weggelegd voor de 93-jarige leider, vanwege zijn leeftijd en gezondheid. En voormalig vicepresident Joice Mujuru voert momenteel coalitiebesprekingen met Morgan Tsvangirai, een veteraan van de oppositie.

    Het regime staat al enige tijd onder druk. Vorig jaar waren er in Zimbabwe wijdverbreide protesten tegen de regering, gedeeltelijk geïnspireerd door Mawarires activisme.

    Een andere predikant, Phillip Mugadza, werd in januari gearresteerd, op wel heel bijzondere gronden: hij had voorspeld dat Mugabe in oktober van dit jaar zou sterven

    Geconfronteerd met al deze bedreigingen is de regering van Mugabe teruggevallen op een beproefde strategie: het opsluiten van critici. Dit is een methode die bij dit bewind hoort en die meestal van stal wordt gehaald wanneer de verkiezingen naderen.

    ‘Zimbabwe heeft sinds 2000 deze cyclus gekend van mensenrechtenschendingen,’ zegt Fortune Gwaze, een politiek onderzoeker van het Zimbabwe Democracy Institute. ‘We hebben te maken met een tweeslachtig regime dat democratie onderschrijft, maar niet gelooft in eerlijke verkiezingen.’

    Behalve Mawarire hebben ook mensen als Linda Masarira, Acie Lumumba, Denford Ngadziore, Whatmore Makokoba, Promise Mkwananzi en Stan Zvorwadza kort geleden een cel van binnen gezien.

    Een andere predikant, Phillip Mugadza, werd in januari gearresteerd, op wel heel bijzondere gronden: hij had voorspeld dat Mugabe in oktober van dit jaar zou sterven. In eerste instantie luidde de beschuldiging dat hij het gezag van de president had ondermijnd, later heette het dat hij ‘mensen van een bepaald ras’ had ‘gegriefd’. Door iemands dood te voorspellen zou hij namelijk een taboe hebben geschonden en daarmee zowel het christelijke geloof als Afrikaanse tradities hebben beledigd.

    Supa Mandiwanzira, de minister van Informatie, Communicatie en Technologie, verdedigde de arrestaties door te wijzen op het belang van rechtshandhaving: ‘De wereld moet goed begrijpen dat Zimbabwe veel waarde hecht aan de rechtsstaat. Het maakt niet uit of iemand een politicus is of een traditionele leider, een zakenman of een kerkelijk leider. Het recht zal zijn loop hebben voor wie onrechtmatig handelt.’ Veel Zimbabwaanse mensenrechtengroepen vinden juist de arrestaties van activisten indruisen tegen de rechtsorde.

    ‘De regering van Zimbabwe bezoedelt op onnodige wijze haar al twijfelachtige staat van dienst op het gebied van mensenrechten door burgers gevangen te houden, uitsluitend vanwege de politieke meningen die ze hebben geuit,’ zegt Jestina Mukoko, directeur van het Zimbabwe Peace Project (ZPP), een orgaan dat mensenrechtenschendingen volgt.

    Robert Mugabe en zijn vrouw Grace. – © Tsvangirayi Mukwazhi / HH
    Robert Mugabe en zijn vrouw Grace. – © Tsvangirayi Mukwazhi / HH

    Muleya Mwananyanda, plaatsvervangend directeur van Amnesty International voor zuidelijk Afrika, noemt de situatie zorgwekkend. ‘Deze aanklachten zijn geconstrueerd om het mensenrechtenactivisme een halt toe te roepen en om mensen te straffen die zich uitspreken over de verslechterende mensenrechtensituatie.’

    Na de arrestaties van Mawarire en Mugadza heeft de Amerikaanse ambassade in Harare verklaard te vrezen ‘dat deze recente acties een verdere inperking zullen inhouden van het recht van de Zimbabwanen om hun grondwettelijk beschermde vrijheid van meningsuiting en van vreedzame vergadering te genieten.’

    Sommige activisten die voor de rechter komen, onder wie Promise Mkwananzi van de jongerenbeweging #Tajamuka, hopen dat hun zaak tijdens het proces zal instorten wegens een gebrek aan onderbouwing. Anderen bereiden zich juist voor op het ergste. Mawarire, die op borgtocht vrij is, heeft laten weten dat hij bezig is mensen te werven die hem kunnen vervangen, die in staat zijn om zijn ‘droom’ van rechtvaardigheid voort te zetten door protesten te organiseren, mocht hij voor lange tijd de gevangenis ingaan.

    Waarnemers als de eerdergenoemde politiek onderzoeker Fortune Gwaze houden er rekening mee dat de overheidsrepressie zich zal uitbreiden naarmate de verkiezingen dichterbij komen: ‘Binnenkort, wanneer de politieke temperatuur verder is gestegen, zal een aantal sleutelfiguren van de oppositie worden gearresteerd en komt er een verbod op hun bijeenkomsten.’

    Vintage ZANU-PF

    Desondanks verkondigen veel activisten en oppositieleiders dat zij niet zullen terugdeinzen voor de dreigementen van de regering. Ze zullen blijven protesteren, hun krachten blijven bundelen en zich blijven uitspreken, zolang als het nodig is.

    ‘Dit is vintage ZANU-PF,’ zegt oppositieleider Morgan Tsvangirai, die al twee decennia overheidsrepressie heeft doorstaan. ‘De boodschap luidt dat ze in de campagne vóór de volgende verkiezingen alles op alles zullen zetten. We moeten ons allemaal voorbereiden op straffeloosheid en geweld tegen onschuldige burgers van ons land. Maar ze kunnen niet iedereen arresteren. Wij blijven vechten voor rechtvaardigheid.’

    Auteur: Problem Masau
    Vertaler: Carl Stellweg

    African Arguments
    Verenigd Koninkrijk | africanarguments.org

    Dit onlinetijdschrift is gewijd aan analyses over al wat speelt in hedendaags Afrika, en dient tevens als platform voor discussies daaromtrent. De site werd in 2007 gelanceerd door de Royal African Society, een Britse stichting die zich inzet voor een beter begrip van het continent.

  • 6. De apen die we zullen worden

    6. De apen die we zullen worden

    De hervorming van het schoolprogramma door de regering-Erdogan voorziet in meer godsdienstlessen, afschaffing van lessen over de evolutietheorie en minder aandacht voor de daden van Atatürk.

    Neem het ministerie van Onderwijs en maak er het ministerie van Islamitisch Onderwijs van. Verwijder iedere verwijzing naar de republiek uit de schoolboeken en herschrijf de geschiedenis van het moderne Turkije van A tot Z. Doof het revolutionaire vuur en neem wraak door de Ottomaanse ster te laten stralen. Steek de loftrompet over de sultans en hemel het kalifaat op. Doe natuurwetenschap en filosofie in de ban, opdat onze kinderen nooit zullen twijfelen, redeneren of vragen stellen. Opdat zij gelovig en gehoorzaam zijn. Opdat zij de deugden van het dogma kennen en niet van de rede. Opdat zij atheïsme gelijkstellen aan satanisme en ongelovigen voor dolende geesten houden. Praat onophoudelijk over de islam en zijn profeet. Bereid hen voor op de jihad en misleid hen door middel van gebed. Laat hen de vlammen van de hel vrezen en verlangen naar de beloften van het paradijs.

    Pas dan zal geen kind de vlakte van Cilicië meer verlaten om zich vol hoop in de stad te vestigen, zoals destijds de romanschrijver Yasar Kemal. Pas dan zal het nooit journalist willen worden, of schrijver, of kunstenaar, of een geëngageerd filosoof, een vrije geest die verankerd is in zijn tijd. Pas dan zal geen enkel kind zich meer laven aan deze sfeer en de Turkse taal op een dag verrijken met de mooiste teksten en de mooiste heldendichten. Pas dan zal een schrijfster als Latif Tekin nooit meer het licht zien. Pas dan zal niemand meer vertellen zoals zij, door zich op haar eigen wortels te storten met haar anarchistische verhalen die zelfs schitterend en magisch zijn wanneer ze over armoede gaan. Pas dan zal geen enkel kind zo’n jeugd meer hebben dat het een nieuwe Nuri Bilge Ceylan wordt, die vele buitenlandse prijzen heeft gekregen voor zijn films die zijn gewijd aan het ‘mooie en eenzame’ land dat Turkije is. Geen schrijver als Aziz Nesin, geen dichter als Nazim Hikmet, geen journalist als Ugur Mumcu, geen pianist als Fazil Say.

    De Fatih-universiteit in Istanboel. De universiteit is opgericht door de Gülen-beweging, die in tegenstelling tot Erdogans AKP de wetenschap hoog in het vaandel heeft staan. – © Monique Jaques / Corbis via Getty
    De Fatih-universiteit in Istanboel. De universiteit is opgericht door de Gülen-beweging, die in tegenstelling tot Erdogans AKP de wetenschap hoog in het vaandel heeft staan. – © Monique Jaques / Corbis via Getty

    Denk maar niet dat er een nieuwe Asli Erdogan zal opstaan of een nieuwe Kücük Iskender. Vergeet cartoonisten als Oguz Aral of Yigit Özgür, actrices als Gonca Vuslateri, vrouwelijke rockers als Sebnem Ferah. Vaarwel gemengde rockgroepen. Vaarwel vrouwelijke atleten die volgens internationale normen zijn gekleed. Opdat kunstacademiestudenten blozen bij het zien van hun modellen en onze kinderen, afgestompt door de school, niet eens meer in staat zijn zich een progressieve toekomst voor te stellen, zelfs als geen wet dat verbiedt. Als het zo doorgaat zullen onze kinderen een totaal andere jeugd hebben dan wijzelf. Wij zijn groot geworden met het beeld van de kleine Mustafa Kemal Atatürk met zijn hemelsblauwe ogen die de kraaien achterna zat in een veld. Maar we hebben ook kritisch genoeg leren denken om sarcastisch te doen over dit naïeve pastorale tafereel.

    De machthebbers proberen de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd in het keurslijf van hun eigen overtuigingen te dwingen. Voor rede en zelfvertrouwen is geen plaats meer, aan persoonlijke voorkeuren en een kritische geest wordt geen ruimte meer geboden. Onze kinderen zijn als vogels in een kooi, gedoemd om een beperkt repertoire te zingen en met hun vleugels te slaan zonder dat ze ooit een vrije vlucht wordt gegund. Als we de nieuwe schoolprogramma’s mogen geloven, stammen we niet af van de aap. Maar dat we er een dreigen te worden is wel zeker!

    Auteur: Mine Söğüt
    Vertaler: Peter Bergsma

  • 5. Brief uit de Silivri-gevangenis

    5. Brief uit de Silivri-gevangenis

    Zo’n honderdvijftig Turkse journalisten zijn gevangengezet. Akin Atalay van Cumhuriyet vertelt over de erbarmelijke omstandigheden waaronder hij vastzit en een procureur die hem aan de inquisitie doet denken.

    De mooie dagen liggen voor ons, vrienden, de dagen vol zon.* Vandaag is het mijn honderdste dag. De honderdste dag dat ik samen met mijn collega’s achter de tralies zit. Gevangenschap tijdens de noodtoestand betekent slechtere omstandigheden, meer beperkingen, meer onrechtvaardigheid, meer problemen. Een week telt 168 uur. Een van deze uren breng ik door in gezelschap van mijn advocaten, onder het toeziend oog van een bewaarder. En ander is gewijd aan onze familie, met wie we communiceren via een telefoon, gescheiden door een dik raam. De resterende 166 uur zitten we in de cel in gezelschap van onze twee medegevangenen. Ieder contact met de buitenwereld is verboden.

    Toch zijn de mensen van Cumhuriyet beter af dan heel wat anderen. Sinds het begin van onze gevangenschap worden we onvoorwaardelijk gesteund door de krant. We hebben onze familie en onze vrienden. We hebben onze vrienden van de [sociaaldemocratische] CHP die ons bezoeken wanneer ze maar kunnen, en honderden advocaten die wachten tot het bezoekuur aanbreekt. We mogen ook de post lezen die onze naasten ons sturen en de artikelen die de krant publiceert. Woorden om onze dankbaarheid te betuigen schieten tekort. We willen onze familie bedanken, onze vrienden, onze krant, voor hun onvoorwaardelijke steun tijdens deze beproeving.

    Zo is het nu gesteld met de rechtvaardigheid en het recht in ons land. Maar dat is maar tijdelijk

    We hebben onszelf niets te verwijten. We hebben nooit iets misdaan, wettelijk noch moreel. We zijn nooit betrokken geweest bij enige criminele activiteit en hebben ons door niemand laten misbruiken, ook niet door Gülen. We zijn aangeklaagd door een procureur, Murat Inam, die de taak van procureur verwart met die van inquisiteur, terwijl hij er zelf van wordt verdacht bij de gülenistische beweging te behoren. We volharden in onze strijd, die niet tegen de rechterlijke macht is gericht maar tegen de apathie van de rechterlijke macht.

    De rechterlijke macht en het recht zijn in dienst van de machthebbers gesteld. Wij zijn opgesloten vanwege onze journalistieke activiteiten, omdat we onze plicht hebben gedaan door onze mening te geven en kritiek te uiten. Een rechter en een procureur die geen respect hebben voor recht of menselijkheid zijn even funest voor de samenleving als een gelovige die niet in God gelooft funest is voor zijn religie. Zo is het nu gesteld met de rechtvaardigheid en het recht in ons land. Maar dat is maar tijdelijk. Wij gevangenen zijn de hand zand die men op de doodskist van deze onrechtvaardige periode zal gooien. De mooie dagen liggen voor ons, vrienden, de dagen vol zon. Een broederlijke groet aan allen.

    Akin Atalay, Blok No. 9 van het strafgevangenis Silivri

    • Citaat van een beroemd gedicht van Nazim Hikmet

    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Op de arrestaties bij Cumhuriyet volgden protesten, die door de politie met geweld werden onderdrukt. – © Joris van Gennip / Hollandse Hoogte

  • 1. Hoe moeilijk het is om geen ‘pinguïnmedia’ te worden

    1. Hoe moeilijk het is om geen ‘pinguïnmedia’ te worden

    Aydan Engin, commentator van Cumhuriyet, beschrijft de deplorabele staat van de Turkse media onder de noodtoestand.

    Er is me gevraagd de situatie van de Turkse media uit de doeken te doen en iets te vertellen over de journalistiek tijdens de noodtoestand. Dat zal niet meevallen. Wat ik vertel zal Noord-Koreanen of Chilenen die het tijdperk-Pinochet hebben meegemaakt vertrouwd in de oren klinken, maar ik vrees dat het voor Europeanen moeilijker te begrijpen is. Maar laten we het toch maar proberen.

    Het is gemeengoed geworden in Turkije, en elders op wereld, dat staten of grote concerns op bestelling artikelen over bepaalde onderwerpen laten schrijven door ‘journalisten’ die zich daartoe lenen. Maar deze aanpak rent achter elke mug aan in de hoop de malaria uit te roeien. In Turkije heeft het regime van Erdogan een veel doeltreffender manier gevonden: het simpelweg laten opkopen van kranten en televisiezenders. De grote bouwbedrijven, rijk geworden in de publieke sector, hebben de onafhankelijke media in handen gekregen om ze om te vormen tot propagandainstrumenten.

    Inmiddels zijn deze media gespecialiseerd in het verspreiden van allerlei leugenachtige en tendentieuze informatie. Journalisten die zich daartegen verzetten zijn eruit gegooid. Naar schatting hebben in drie jaar tijd 2600 journalisten hun baan verloren. De media en persgroepen die niet zijn opgekocht en tot de orde geroepen, zijn onschadelijk gemaakt. Tijdens het Gezi-protest van 2013, gericht tegen de sloop van het Taksim Gezi-park, koos een bepaalde informatiezender ervoor een documentaire over pinguïns uit te zenden in plaats van verslag te doen van de gebeurtenissen. Sindsdien worden dit soort media aangeduid met de spotnaam ‘pinguïnmedia’.

    Ook al zitten onze collega’s achter de tralies, toch zullen we geen duimbreed afwijken van onze redactionele koers

    Op dit moment bestaan er simpelweg geen oppositiekranten meer, met uitzondering van Cumhuriyet en twee andere dagbladen met een relatief beperkte oplage, Birgün en Evrensel. Bij de televisie is de situatie nog beroerder. Buiten enkele slecht bekeken web-tv-zenders hebben alle televisiezenders zich aan de kant van het regime geschaard. Pro-Koerdische kranten en televisiezenders zijn verboden. Wat rest is een immense mediawoestijn. De enige die nog niet het loodje hebben gelegd zijn enkele informatiesites. Maar hoe lang nog?

    Zelfs in de nog vrije pers is het erg moeilijk geworden je vak van journalist uit te oefenen. Sinds het uitroepen van de noodtoestand is het zelfs vrijwel onmogelijk. Als gevolg van zelfcensuur zijn we ware schrijfacrobaten geworden, die elk woord wegen om niet voor de rechter gesleept en gevangengezet te worden. Sommigen van ons zijn hier inmiddels meesters in. Anderen zijn in een proces verwikkeld of zitten achter de tralies.


    Ik wil van deze gelegenheid gebruikmaken om enkele woorden over onze krant te zeggen. Cumhuriyet is de oudste krant van Turkije, even oud als de republiek waarnaar hij is vernoemd, en geldt als een belangrijke informatiebron waarvan de invloed de dagelijkse oplage ruimschoots overstijgt. Cumhuriyet heeft de democratie, de scheiding der machten en de vrijheid van geweten en vergadering altijd hoog in het vaandel gehad. Daarom willen de politieke islamisten die momenteel aan de macht zijn ons het zwijgen opleggen. Elf journalisten die onmisbaar zijn voor het administratieve en redactionele functioneren van de krant zitten op dit moment gevangen zonder dat we weten wanneer ze zullen worden vrijgelaten of zelfs maar voor de rechter gebracht. Maar ook al zitten onze collega’s achter de tralies, toch zullen we de krant dagelijks laten verschijnen zonder ook maar een duimbreed af te wijken van onze redactionele koers. Als Cumhuriyet binnenkort slachtoffer wordt van nieuwe aanvallen, zullen we daar niet van opkijken.

    Auteur: Aydan Engin
    Vertaler: Peter Bergsma

    Aydan Engin (76), commentator van Cumhuriyet, is gearresteerd en daarna in beperkte vrijheid gesteld met het verbod om het land te verlaten.

    Beeld: Na de couppoging in juli vorig jaar staan bij de Bosporusbrug mensen en aan de regering trouwe politieagenten op de door het leger verlaten tanks. In de nacht van 15 op 16 juli vielen 90 doden en raakten 1154 mensen gewond in Istanboel en Ankara. Op de coup volgden vele arrestaties en ontslagen. – © Burak Kara / Getty

  • Een speciaal nummer

    Een speciaal nummer

    Zoals u weet gebruiken we bij 360 Magazine het liefst zo veel mogelijk bronnen. Hoe veelzijdiger het perspectief, hoe beter. Maar in deze eerste digitale editie van 2017 maken we een uitzondering. De eerste zeven artikelen in deze Reader zijn gewijd aan slechts één krant: het Turkse Cumhuriyet.

    Dat we onze kolommen zo ruimhartig openstellen voor deze publicatie heeft – het zal u niet verbazen – alles met de politieke situatie in Turkije te maken. Sinds de mislukte coup in juli vorig jaar heeft president Erdogan de oorlog verklaard aan hem onwelgevallige journalisten. Veel van hen zijn ontslagen, zo’n honderdvijftig van hen gevangengezet. Een halfjaar na het begin van de zuiveringscampagne is Cumhuriyet nog de enige overgebleven oppositiekrant van formaat.

    Ook Cumhuriyet – oplage 51.000, gevestigd in Istanboel – kwam er niet zonder kleerscheuren vanaf. De krant werd bedreigd en geïntimideerd, en elf medewerkers zitten intussen vast. Maar het oudste dagblad van Turkije blijft trouw aan zijn missie, die al beschreven stond in het allereerste nummer: het verdedigen de democratie en het bestrijden van degenen die haar bedreigen.

    Onder hoofdredacteur Can Dündar, die begin 2015 aantrad, werd de krant een speerpunt van het centrumlinkse verzet tegen Erdogan

    Al sinds de oprichting in 1924 vertolkt Cumhuriyet in Turkije de stem van de seculiere kemalisten, die staan voor de erfenis van de grondlegger van de Turkse Republiek: Kemal Atatürk. De krant is pro-Koerdisch en pro-Armeens, en wordt – uniek in Turkije – uitgegeven door een onafhankelijke stichting. Onder hoofdredacteur Can Dündar, die begin 2015 aantrad, werd de krant een speerpunt van het centrumlinkse verzet tegen Erdogan.

    Maar Dündar werd in november 2015 gearresteerd nadat hij foto’s had gepubliceerd van wapens die naar Syrië werden getransporteerd. Nadat hij in 2016 werd vrijgelaten, nam hij ontslag en vluchtte naar Duitsland, waar hij onlangs de nieuwe site Özgürüz (‘Wij zijn vrij’) oprichtte (waarvan een van de eerste artikelen verscheen in 360 Magazine in # 115).

    Negen van de Cumhuriyet-journalisten die werden opgepakt.
    Negen van de Cumhuriyet-journalisten die werden opgepakt.

    Terwijl Erdogan-gezinde Turkse politici hun Nederlandse aanhang oproepen om ‘ja’ te stemmen bij het komende referendum op 16 april, roepen de journalisten van Cumhuriyet krachtig op om dat niet te doen. Als Erdogan nog meer macht krijgt, waarschuwen zij, zal in Turkije ‘een autocratisch regime ontstaan dat de politieke, culturele en economische toekomst van het land in gevaar brengt, en waar rechtszekerheid en vrijheid op losse schroeven komen te staan’.

    Dat leek ons wel een boodschap om even bij stil te staan voor de (Turks-)Nederlandse lezer.

    Verder vindt u in deze goedgevulde Reader zoals altijd prachtige verhalen uit alle werelddelen. Tot in de volgende papieren editie op 23 maart.

    Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

  • Bloggen in Vietnam doe je op eigen risico

    Bloggen in Vietnam doe je op eigen risico

    De Vietnamese regering vervolgt haar critici met harde hand, en aarzelt niet om dissidente journalisten op te sluiten. De Thaise website Khaosod sprak in Ho Chi Minhstad met twee activistische Vietnamese bloggers.

    Het was halverwege de ochtend toen twintig politieagenten van de Veiligheidsdienst van de Volksrepubliek Vietnam een kleuterschool in het centrum van Saigon binnenvielen op zoek naar Pham Chi Dung. Voor de ogen van de geschrokken ouders, leraren en kinderen, onder wie zijn driejarige zoon, werd hij weggevoerd.

    Dit was een van de drie keer in 2015 dat Dung, vijftig, zomaar werd gearresteerd door de politie in Ho Chi Minhstad. Hij werd in hechtenis genomen en onderworpen aan een urenlange ondervraging waarbij psychologische druk op hem werd uitgeoefend. Dit alles in de hoop dat hij toe zou geven of bewijs zou leveren dat hij een misdaad had gepleegd die in de meeste landen wordt beschouwd als een mensenrecht.

    ‘Ze deden alsof ik een terrorist was,’ zegt hij.

    ‘Op dit moment zitten er drie politieagenten in de coffeeshop naast mijn huis die mijn doen en laten in de gaten houden en me volgen’

    Dung is een dissidente blogger die het aandurft om de staatscontrole op de media te tarten, en de draconische wetten inzake kritiek op de regering te trotseren. Hij en nog een activistische blogger gaven recentelijk, na een reeks acties tegen Vietnamese bloggers, een aantal interviews om hun strijd toe te lichten, de Vietnamese censuur te vergelijken met die van Thailand en de rol van de internationale gemeenschap in hun strijd voor een vrije pers uiteen te zetten.

    Dung was dertig jaar lid van de Vietnamese Communistische Partij, maar viel uit de gratie wegens zijn onomwonden uitspraken. Maar hij liet zich niet het zwijgen opleggen. Toen hij werd vrijgelaten, bleef hij onregelmatigheden van de regering aan de kaak stellen. Hij hielp bij de oprichting van de Vietnamese Onafhankelijke Journalistenvereniging, waarvan hij nu voorzitter is en die tot doel heeft mensenrechtenschendingen van de Communistische Partij aan het licht te brengen.

    De vereniging heeft opmerkelijke partijschandalen geopenbaard waarbij nepotisme, landtoe-eigening en corruptie een rol spelen. Hun website, de Vietnam Times, veroordeelde onlangs de aanhouding van twee activistische dissidente bloggers: Nguyen Ngoc Nhu Quynh, alias ‘Me Nam’, en Ho Van Hai. Zij werden in oktober gearresteerd en op 2 november aangeklaagd wegens propaganda tegen de staat onder Artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht. Daarvoor zouden ze een gevangenisstraf van twintig jaar kunnen krijgen.

    ‘Dat is normaal,’ zegt Dung, omdat er volgens hem tegen het eind van het jaar meer mensen werden gearresteerd. ‘De politie wil het jaar afsluiten met een “prestatie”, dus volgen er arrestaties.’

    Toch heeft Dung het gevoel dat er verandering op komst is in het land. Volgens hem treden de autoriteiten ook zo streng op tegen critici omdat ze bang zijn voor een opstand. Maar strafexpedities tegen dissidenten, zegt hij, werken alleen maar averechts. ‘Het moedigt anderen aan tot acties. Het verlangen naar meer democratie is heel sterk. Het gaat slecht met de economie, er is veel corruptie en de mensen leven al heel lang in een dictatuur. De vijf procent aan de top gaan over de economie en mensen haten de regering, maar ze zwijgen. Ze kunnen zich niet uiten omdat ze bang zijn vervolgd te worden.’

    Met die vervolging levert Dung dagelijks strijd. Voor de mensen die hem steunen zijn hij en zijn kameraden vrijheidsstrijders, maar de regering ziet hen als een bedreiging voor de stabiliteit van het land. ‘Op dit moment zitten er drie politieagenten in de coffeeshop naast mijn huis die mijn doen en laten in de gaten houden en me volgen,’ zegt Dung, die bijna klinkt alsof hij een leven waarin hij constant in de gaten wordt gehouden heeft geaccepteerd.

    Dit soort situaties maken dat Vietnam slecht scoort op het gebied van transparantie, en dat het wordt beschouwd als een van de slechtste landen om journalist te zijn. ‘Ze willen de invloed van de Journalistenvereniging verminderen om te vermijden dat mensen geïnformeerd worden over wat er zich in werkelijkheid afspeelt in dit land,’ zegt Dung.

    Blogger en activist Pham Chi Dung.
    Blogger en activist Pham Chi Dung.

    Dinh Cong Le (48) is een medestander van Dung in de strijd om de vrijheid van meningsuiting. Deze voormalige advocaat stelde al in 2003 mensenrechtenschendingen aan de kaak. Hij werd gearresteerd, en in 2009 werd zijn licentie als advocaat ingetrokken nadat hij en vier andere activisten beschuldigd werden van propaganda voeren tegen de staat. Een van hen kreeg een straf van zestien jaar en zit nog steeds in de gevangenis. ‘Ik kreeg vijf jaar, maar dankzij druk van de internationale gemeenschap werd ik een jaar eerder vrijgelaten. Wel kreeg ik nog drie jaar huisarrest opgelegd,’ vertelt Le.

    Le is ook een vooraanstaande blogger die de persvrijheid verdedigt. Hij wordt veel gevolgd door internetgebruikers binnen en buiten Vietnam, en zijn kritische Facebook-posts krijgen binnen enkele uren duizenden likes.

    Maar zo veel roem heeft een prijs. Le heeft te kampen met dezelfde problemen als Dung. ‘Ik word overal gevolgd. Als ik naar andere regio reis, zoals naar het noorden van Saigon, volgen ze me. Vandaag ben ik vrij, maar morgen kan ik weer in de gevangenis zitten.’

    Een tijdje geleden was hij op weg naar de havenstad Vung Tau om een conferentie te bezoeken. ‘Plotseling verschenen meer dan honderd agenten om onze groep van dertig mensen te arresteren,’ vertel hij. Le en zijn mensen werden herhaaldelijk geslagen, gearresteerd en tien uur lang in hechtenis gehouden. Na te zijn onderworpen aan een slopend verhoor was hij de laatste die werd vrijgelaten. Het was na middernacht. ‘Ze lieten ons om één uur ’s nachts vrij midden op een donkere snelweg. Ik wist niet hoe ik terug moest komen naar Vung Tau omdat ze me mijn telefoon en bagage hadden afgenomen. Ik moest een halfuur over de donkere weg lopen voor ik een taxi vond.’

    Internationale steun

    Gevraagd om de censuur in Vietnam te vergelijken met die in de rest van Zuidoost-Azië, en in het bijzonder Thailand, zegt Dung dat Artikel 88 minder abstract is dan Thailands Artikel 112, waarin het beledigen van een lid van de koninklijke familie bestraft kan worden met maximaal vijftien jaar gevangenisstraf per vergrijp. Die wet op majesteitsschennis wordt in Thailand al ruimer toegepast, maar in Vietnam heeft hij betrekking op de hele regering. ‘Thailand heeft ten minste een geschiedenis van een meerpartijendemocratie. Hier mogen we geen kritiek hebben op de Communistische Partij. Kritiek op die partij in Vietnam staat gelijk aan kritiek op de koning in Thailand,’ zei Le. Volgens hem is het fundamentele verschil dat de ene wet toezicht uitoefent op het hele politieke systeem, terwijl de andere apolitiek is.

    Le en zijn collega’s moeten vanuit huis opkomen voor hun zaak; de regering vindt hen namelijk bedreigend genoeg om ze te verbieden te reizen. ‘Afgelopen augustus was ik uitgenodigd voor een conferentie over de burgermaatschappij in Oost-Timor. Ik stond op het punt in het vliegtuig te stappen, toen ik te horen kreeg dat ik geen toestemming had om te vertrekken.’

    Le meent dat er in zoverre vooruitgang is geboekt dat er nu druk op de regering wordt uitgeoefend om in elk geval naar andere opinies te luisteren. Hij vertelt over de onderdrukte woede van de Vietnamezen over schandalen die onbestraft zijn gebleven, zoals het dumpen van zwaar giftig afval, en beschrijft het politieke systeem als zwak en op het punt van instorten.

    Politiemensen voor het gerechtsgebouw in Ho Chi Minhstad waar blogger Dinh Cong Le werd veroordeeld tot vijf jaar cel. – © Reuters
    Politiemensen voor het gerechtsgebouw in Ho Chi Minhstad waar blogger Dinh Cong Le werd veroordeeld tot vijf jaar cel. – © Reuters

    Le: ‘De regering is bang dat we onze stemmen blijven verheffen. Op 22 oktober waren er protesten tegen de Formosa Plastic Group [een bedrijf dat uiteindelijk 500 miljoen dollar schadevergoeding moest betalen wegens het veroorzaken van een milieuramp] die de regering niet onder controle kon krijgen. Ze willen niet dat dit nog verder escaleert. We zijn een blok aan hun been omdat we de kwestie niet laten rusten. Het fenomeen mag zich niet verspreiden naar andere regio’s of steden.’

    Le zegt dat hij niet bang is voor een nieuwe arrestatie omdat hij al eens een gevangenisstraf heeft uitgezeten en niets te verliezen heeft. ‘Niemand wil gearresteerd worden. Maar als ik weer in hechtenis wordt genomen voor het verspreiden van mijn ideeën, dan bewijst dat dat de regering niet van plan is te veranderen. Ik ben bezorgd over mensen die nog nooit in de gevangenis hebben gezeten, want zij zijn wel bang. Ze kijken altijd om zich heen als ze iets willen zeggen.’

    Ondanks het huidige klimaat zien beide bloggers redenen om optimistisch te zijn. Dung denkt dat zijn organisatie uiteindelijk erkend zal worden door de regering en openlijk te werk zal kunnen gaan. ‘Misschien in 2017,’ zei hij met een hoopvolle blik. ‘We willen een centrum zijn voor de strijd om vrijheid van meningsuiting als voorwaarde voor een burgermaatschappij in het toekomstige Vietnam.’

    Le, overtuigd van het belang van zijn actiegroep voor een vrije pers, vertelt dat de bloggersgemeenschap telkens groter wordt en vergelijkt zijn inspanningen met het ontkiemen van een zaadje, dat hopelijk ooit tot bloei zal komen. ‘Op de dag dat onze ideeën zullen floreren, zal de Vietnamese maatschappij veranderen. Bloggers en activisten zoals ik hebben een wankele toekomst. We weten nooit wanneer we gearresteerd zullen worden. Maar onze ideeën zijn onwankelbaar. Ooit zullen ze werkelijkheid worden.’

    Auteur: Lobsang Dundup Sherpa Subirana
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Khaosod
    Thailand | dagblad | oplage 300.000

    Opgericht in 1991. ‘Vers nieuws’ is een nationale Thaise krant. Gematigd, liberaal. Breed georiënteerd en ‘upcountry-focused’.

  • Waarom niemand zich tegen Erdogan verzet

    Waarom niemand zich tegen Erdogan verzet

    Met de recente arrestaties van journalisten en parlementariërs verhardt de Turkse president Recep Tayyip Erdogan zijn repressieve beleid. De burgermaatschappij heeft daar geen antwoord op, schrijft columnist Nuray Mert.

    Keuze uit het archief

    De Turkse president Erdogan heeft deze week opzien gebaard door de burgemeester van Istanboel, Ekrem Imamoglu, zijn grootste politieke rivaal, te arresteren op verdenking van corruptie en banden met een terreurorganisatie. Imamoglu is de favoriete kandidaat voor het presidentschap van de oppositiepartij CHP, die sinds de winst bij de lokale verkiezingen vorig jaar de wind in de zeilen heeft.
    De arrestatie doet sterk denken aan een heksenjacht op politici die een gevaar voor Erdogans positie vormen en past dan ook in een jarenlang patroon. Dat blijkt uit deze column die Nuray Mert eind 2016 schreef voor de Turkse krant Hürriyet. Volgens Mert legt het repressieve beleid van Erdogan dat volgde op de mislukte staatsgreep in 2016 de machteloosheid van de democratische oppositie pijnlijk bloot.

    Mijn land lijkt de weg kwijt zoals nooit tevoren. De crises die wij meemaken vinden hun oorsprong in het niet-aangekondigde einde van het oude bestel en de niet-aangekondigde komst van de ‘nieuwe republiek’. In feite droomden wij, de linksgezinde democraten, ook van een nieuwe republiek, veroordeelden we de autoritaire houding van de oude machthebbers en brandden 
we van verlangen naar een democratischer regime. Het oude regime heeft de nieuwe eisen van een aanzienlijk deel van de samenleving, namelijk de conservatieven en de Koerden, niet overleefd. Het idee van een kemalistische 
natiestaat, dat berustte op een rigide opvatting van laïciteit en nationale eenheid, was gedoemd om op enig moment te mislukken. De uitdaging was om het te vervangen door een democratischer republiek, maar ook die droom is niet uitgekomen, omdat er door de verdwijning van het oude bestel een gat viel dat is opgevuld door de stijgende macht van het rechtse nationalisme en het islamisme, of beter gezegd het islamitische nationalisme.

    Het is niet langer mogelijk om van je afkeuring blijk te geven zonder je leven te riskeren en gearresteerd te worden

    De nieuwe republiek berust op autoritair conservatisme en Turks nationalisme, maar de overgang naar de nieuwe orde is bepaald niet zachtzinnig en eensgezind verlopen. Op 31 oktober jongstleden werden de journalisten en redacteuren van het dagblad Cumhuriyet (De Republiek) aangehouden; negen van hen werden gearresteerd 
op verdenking van steun aan het gülenistische en Koerdische terrorisme. Tegelijkertijd werden diverse Koerdische politici, onder wie de leider van 
de Democratische Volkspartij en de burgemeester van Diyarbakir, de Koerdische ‘hoofdstad’ in Zuidwest-Turkije, uit hun functie ontheven en gearresteerd. Dat is de slechtste manier om ‘het Koerdische probleem’ op te lossen. Het kan alleen maar tot meer problemen leiden en de kans op sociale rust en een politiek compromis in gevaar brengen.

    Ons land verkeert in een noodtoestand sinds de mislukte staatsgreep van 15 juli, en elke dag worden er harde decreten uitgevaardigd om het gezag van de huidige regering te versterken. Turkije kent de facto een presidentieel systeem met eigenaardige trekjes, waarin alleen de macht van president Recep Tayyip Erdogan geldt. De nieuwe republiek staat in het teken van de persoonlijkheidscultus van president Erdogan. Voor zijn aanhangers belichaamt die laatste niet alleen de nationale wil, maar ook een historische en religieuze missie. Of iemand een vriend of een vijand van de staat is, wordt dus bepaald door de vraag of hij Erdogans wensen accepteert dan wel verwerpt. Van onafhankelijke rechtspraak of een scheiding der machten is geen sprake meer, omdat de wetten volgens deze nieuwe definitie van misdaad en straf worden toegepast.

    Een journalist van de Turkse Zaman Media Group protesteert bij het hoofdkantoor van het bedrijf in Istanbul. – © Murad Sezer / Reuters
    Een journalist van de Turkse Zaman Media Group protesteert bij het hoofdkantoor van het bedrijf in Istanbul. – © Murad Sezer / Reuters

    Er bestaat geen sterke democratische oppositie om deze autoritaire tendens af te remmen, en het oude bestel is er niet in geslaagd democratische instituties en een publieke opinie te grondvesten. Toch komt het ook doordat Turkije tot nu toe volstrekt autoritair 
is geweest, met een gematigde burgermaatschappij, dat degenen die tegen de huidige koers zijn gekant niet in staat zijn op de verheviging van de politieke druk te reageren.

    Dat is niet als kritiek bedoeld. Het is maar goed dat de mensen niet makkelijk de straat op gaan om te protesteren en te betogen, want het is niet langer mogelijk om van je afkeuring blijk te geven zonder je leven te riskeren en gearresteerd te worden. De uiteenlopende democratische krachten kunnen alleen maar op een democratische manier op politieke druk reageren, en een redelijke samenleving die de wet respecteert mag niet toegeven aan provocatie of haar toevlucht nemen tot methodes die tot een burgeroorlog kunnen leiden.

    Het is paradoxaal dat de democraten zich niet kunnen verdedigen in een ondemocratische politieke sfeer en dat een gezonde en redelijke oppositie zich niet tegen het politieke extremisme kan keren. Om diezelfde reden hoedt onze burgermaatschappij zich ervoor haar leven en veiligheid op het spel te zetten in naam van politieke oppositie, maar het ontbreken van een vastberaden oppositie zal er onvermijdelijk toe leiden dat het leven en de veiligheid van het hele land worden bedreigd.