Tag: cultuur

  • Leven, hopen, vrezen en sterven in de kleuren van Gilbert & George

    Leven, hopen, vrezen en sterven in de kleuren van Gilbert & George

    Vrolijk en dubbelzinnig zoekt het Britse echtpaar Gilbert & George al sinds de jaren zeventig de grenzen van de kunst op. In hun succesvolle, vijftig jaar lange carrière zijn ze zelf tot hun belangrijkste werk uitgegroeid.

    In het hart van Oost-Londen, in het bescheiden privémuseum van het kunstenaarsduo Gilbert & George dat geheel aan hun eigen werk is gewijd, opende het tweetal een tentoonstelling die de essentie van het bestaan benoemt: DEATH HOPE LIFE FEAR. Wat het betekent om te leven, te hopen, te vrezen en te sterven in een wereld die voortdurend verandert, maar waarin de menselijke natuur dezelfde blijft.

    HOPE
    HOPE – © the artist Courtesy The Gilbert & George Centre

    Gilbert Prousch (81) en George Passmore (83), zoals hun namen officieel luiden, laten in hun Gilbert & George Centre achttien monumentale werken zien, gemaakt tussen 1984 en 1998. Hoogtepunt van de tentoonstelling vormt het gelijknamige vierluik uit 1984, van bijna twintig meter breed, dat sinds 2007 niet meer in het Verenigd Koninkrijk te zien is geweest.

    Eveneens te zien is een selectie uit de serie NEW DEMOCRATIC PICTURES en RUDIMENTARY PICTURES. Het uitgangspunt van deze serie is helder, schrijven de kunstenaars: jeugd, natuur, Gilbert & George zelf, en kleur. Het tweetal werd wereldberoemd met hun metersgrote fotocollages in de kleuren van moderne glas-in-loodramen, met scènes uit de natuur en het eigentijdse stadsleven, maar toch vooral met de afbeeldingen van de heren zelf, die al sinds de jaren zeventig de hoofdrol in vrijwel al hun werk spelen. In 1969 stonden ze urenlang op de trap van het Stedelijk Museum in Amsterdam als ‘levende standbeelden’, van top tot teen metaalkleurig geschminkt. In de serie NEW DEMOCRATIC PICTURES, die in 1992 voor het eerst in Londen werd getoond, verschenen beiden voor het eerst naakt.

    LIFE
    LIFE – © the artist Courtesy The Gilbert & George Centre

    Ook in RUDIMENTARY PICTURES zijn Gilbert & George ontdaan van het hun kenmerkende uniform – altijd tot in de puntjes gekleed in een tweedelig dennengroen, of baksteenrood. Ze verschijnen als verbaasde reizigers, die door mysterieuze landschappen trekken, opgebouwd uit vergrote beelden van lichaamsvloeistoffen.

    Trouw aan hun streven proberen ze in deze serie opnieuw de grens tussen kunstenaar en kunstwerk op te heffen. Deden ze dat in de jaren zeventig nog als melancholische observatoren van stedelijke vervreemding, later presenteerden ze zichzelf steeds vaker als visionaire figuren met profetische allure.

    1998 BLOOD CITY
    BLOOD CITY – © the artist Courtesy The Gilbert & George Centre

    Kleur is bij Gilbert & George nooit een simpele versiering, maar een drager van betekenis, emotie, en soms zelfs moraal. Rood kan liefde betekenen, of bloed, of gevaar, of vuur, als het maar het innerlijke tumult van de moderne mens weerspiegelt.

    DEATH HOPE LIFE FEAR, tot februari 2026 in het Gilbert & George Centre, Londen.

  • Boycot Israëlische cultuur – en dan?

    Boycot Israëlische cultuur – en dan?

    Als woordvoerder van een brede culturele beweging riep onder andere de Ierse auteur Sally Rooney in oktober op tot een boycot van Israëlische culturele instellingen, bedoeld als solidariteitsactie met de Palestijnen. Maar is het niet juist van het grootste belang om elkaars boeken te lezen? vragen twee literair agenten zich af.

    Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in The New York Times op 31 oktober 2024.

    Joden staan bekend als het volk van het boek. Wat niet veel mensen weten, is dat deze benaming haar oorsprong heeft in de islam en verwijst naar degenen die het goddelijke woord van Allah in schriftvorm hebben ontvangen. Onder Joden is dit een geuzennaam geworden, die de herinnering oproept aan een volk dat met zijn neus in de boeken zit terwijl de wereld aan hen voorbijtrekt, dan wel hen vervolgt. Het is des te verontrustender dat een groep auteurs, onder wie Sally Rooney, Jhumpa Lahiri en Jonathan Lethem, een open brief heeft ondertekend die oproept tot een boycot van Israëlische culturele uitingen en instellingen zoals uitgeverijen, festivals, literaire agentschappen en publicaties, die ‘medeplichtig [zouden] zijn aan het schenden van de Palestijnse rechten’. Wij zien dit als een contraproductieve en misleidende afwijzing door mensen die wij beschouwden als onze medestanders in een heilige missie: boeken voortbrengen.

    Deze aanval op de cultuur verdeelt juist die mensen die een directe dialoog zouden moeten voeren en elkaars boeken zouden moeten lezen. De oplossing voor het conflict kan onmogelijk liggen in minder lezen in plaats van meer. Wat hopen deze auteurs, die normaal gesproken fel tegen boekverboden en ‘zuiveringsacties’ op bibliotheken zijn, met deze boycot te bereiken?

    We leven in angst over wat deze oorlog heeft veroorzaakt, hier, in Gaza en in Libanon

    Als literair agenten in Jeruzalem hebben wij de afgelopen vijfendertig jaar een klein, onafhankelijk bureau opgebouwd, met partnerschappen in meer dan vijftig landen. Onze missie is om de Israëlische literatuur internationale bekendheid te geven. Onder onze klanten bevond zich David Grossman, winnaar van de Man Booker International Prize 2017. Yuval Noah Harari’s Sapiens werd in meer dan zestig talen vertaald. Onze schrijvers verdiepen zich in de complexe structuur van het Israëlische leven en hebben daar een internationale reputatie mee opgebouwd en vele lezers mee geïnspireerd. Meir Shalev, Yehuda Amichai, Tom Segev, Zeruya Shalev, Matti Friedman en Hila Blum staan bekend om hun scherpe blik waarmee ze de gevestigde orde uitdagen.

    Sommige lezers beschouwen deze column misschien als een klacht van de bevoorrechte Israëlische creatieve klasse. Maar als ze denken dat wij de oorlog in Gaza goedkeuren, dat wij hier comfortabel en stilzwijgend zitten toe te kijken, dan zien ze blijkbaar niet in hoe wanhopig veel Israëliërs verlangen naar een einde aan deze oorlog. We zijn getraumatiseerd, begraven onze doden en leven in angst over wat deze oorlog heeft veroorzaakt, hier, in Gaza en in Libanon. Als zij deze dingen niet weten, lezen de schrijvers die deze brief hebben ondertekend dan überhaupt?

    Kou neergedaald

    Hoe urgent deze open brief ook is, het is nu al meer dan tien jaar geleden dat er een kou neerdaalde over de wereld van de Israëlische literatuur. Wij hebben het geweten. Onze boeken werden op beurzen en bij onderhandelingen afgewezen. Onze inboxen vulden zich met e-mails van redacteurs die openlijk minachting toonden voor al wat Israëlisch was. De poorten werden al lang voor deze laatste oorlog gesloten.

    Deze afwijzing zal enkel voordeel opleveren aan nationalistische partijen, die zulke boycots misbruiken voor hun eigen politieke gewin. Wanneer Israël geïsoleerd raakt, worden de extremisten in het land alleen maar sterker.

    In boekwinkels over de hele wereld staat bij de ingang vaak een ‘Israëlisch-Palestijnse tafel’. De oorlog houdt iedereen bezig, dus waarom zouden winkeliers daar geen slaatje uit slaan? Maar de selectie op deze tafel onthult vaak de gevaarlijke kortzichtigheid van boekverkopers die in naam van de Palestijnen denken te handelen.

    Op de meeste van die tafels is met name het Palestijnse verhaal vertegenwoordigd. Deze boeken moeten gepubliceerd worden; sterker nog, wij hebben enkele van deze auteurs zelf vertegenwoordigd. Maar de weinige Israëlische boeken die de tafels halen, beslaan slechts een klein hoekje: geschiedenis, politiek, actualiteit, romans en verhalen – een schamel aanbod dat een volk en zijn cultuur vertegenwoordigt, hun verhalen, hun geheimen en getuigenissen. En dat aanbod krimpt. Joodse en Israëlische schrijvers hebben moeite om nog een uitgever te vinden.

    Je kunt de vreselijke tragedie van dit land niet begrijpen als je alleen de literatuur van één kant leest

    De meest recente bestseller van Sally Rooney heet Intermezzo, een woord dat een onderbreking beschrijft tussen twee delen van een muziekstuk. Het gaat over de wisselwerking tussen twee broers en de verbondenheid die er ondanks de afstand tussen hen bestaat.

    Je kunt een probleem niet oplossen door slechts één kant van de vergelijking te bekijken. Je kunt de vreselijke tragedie van dit land niet begrijpen als je alleen de literatuur van één kant leest. Je kunt de Palestijnse rechten niet bepleiten door degenen die voor hen willen vechten uit te sluiten van het enige slagveld waar die rechten kunnen worden verworven.

    Deze aanval op de Israëlische uitgeverswereld is een uiting van dwaze wrok die haaks staat op de essentie van literatuur – alsof wij de mogelijkheid hebben om over een staakt-het-vuren te onderhandelen of premier Benjamin Netanyahu af te zetten. Als je echt gelooft dat boeken de kracht hebben om hart en ziel te beroeren, waarom zou je, in plaats van een boycot te steunen, dan niet proberen die kracht op een constructieve manier in te zetten en die culturele instellingen te gebruiken om namens de Palestijnen je zaak te bepleiten?

    Bestaansrecht

    Aan de auteurs die niet willen dat hun boeken in het Hebreeuws worden vertaald, die niet willen dat Israëli’s lezen wat zij te zeggen hebben, en aan de auteurs die niet willen dat de internationale gemeenschap de Israëli’s leest die, in de kern, hun bondgenoten zijn: je handelt niet alleen in strijd met je eigen belangen, maar ook in strijd met je idealen.

    Je kunt alleen een culturele boycot van Israëlische literaire instellingen voeren als je gelooft dat wij sowieso geen bestaansrecht hebben. En als dat je standpunt is, is het niet je intentie om dit conflict op te lossen, het lijden te verlichten en een onafhankelijk Palestina in te luiden. In dat geval pleit je ervoor de andere inheemse bevolking van deze plek te verdrijven, de mensen over wie je blijkbaar heel weinig leest. 

    Deborah Harris is oprichter en directeur van de in Jeruzalem gevestigde Deborah Harris Agency. 

    Jessica Kasmer-Jacobs is in Jeruzalem werkzaam als literair agent.

  • Deze wetenschapper probeert de kleuren van Vermeer te doorgronden

    Deze wetenschapper probeert de kleuren van Vermeer te doorgronden

    Als chemicus in de kunstwereld doet Frederik Vanmeert onderzoek naar het kleurgebruik van de zeventiende-eeuwse meester Johannes Vermeer. Hij zoekt hierbij naar antwoorden die kunnen leiden tot een beter begrip van zowel de meester als zijn kunst.

    Frederik Vanmeert, onderzoeker bij het Rijksmuseum in Amsterdam, kan en mag wat veel bezoekers het liefst zouden doen: heel dicht bij een schilderij komen zonder te worden tegengehouden door een beveiligingsmedewerker. Vanmeert kan het object van zijn studie, het kleurgebruik van de Hollandse meester Johannes Vermeer, zelfs tot op de millimeter bekijken. Hij heeft veel werk in detail gezien, op microscopisch niveau, tot aan het ‘kristalrooster’ van de pigmenten die de taal vormen van de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilder. Hij wil begrijpen wat Vermeer echt bedoelde. Het donkere deel van de jurk van de vrouw in ‘Het straatje’ bijvoorbeeld. Het is moeilijk te achterhalen welk type stof Vermeer hier wilde afbeelden, en of het wel de oorspronkelijke kleur is. 

    Vanmeert heeft als chemicus in de kunstwereld een professionele obsessie ontwikkeld over de echtheid van kleur. Hoe wordt die geproduceerd, hoe verandert kleur in de loop van de tijd en met welke gedachten hebben kunstenaars de poeders en substraten bereid waarmee ze hun doeken tot het publiek willen laten spreken? Als kleur de taal van de kunst is, is Vanmeert de taalkundige, schrijft het Canadese tijdschrift The Walrus

    Intentie

    De afgelopen jaren is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar kunst, van chemische analyses voor authenticatie en het opsporen van vervalsingen tot technieken voor restauratie en conservering. De daaruit voortvloeiende discussies over de intenties van de kunstenaar en of die relevant zijn, interesseren Vanmeert minder. Wat hij bedoelt met ‘intentie’, is kleur. Is de kleur die destijds op het canvas werd aangebracht bijvoorbeeld dezelfde als de kleur die wij vandaag de dag waarnemen? Hoe creëerde Vermeer het satijnen effect van de jurk in ‘Het meisje met het wijnglas’? Waarom koos hij voor ultramarijn, een duur pigment gemaakt van lapis lazuli, terwijl goedkopere materialen ook hadden volstaan? 

    Vanmeert zoekt naar antwoorden die kunnen leiden tot een beter begrip van zowel de meester als zijn kunst. Zijn  gebruik van ultramarijn kan volgens Vanmeert bijvoorbeeld wijzen op de ­stabiliteit van het pigment. 

    Hij schilderde uit ‘innerlijke drang’ en wilde iets uitdrukken dat de tand des tijds zou doorstaan

    Vermeer zou in tegenstelling tot zijn tijdgenoten weinig belangstelling hebben gehad voor de kunstmarkt of de verkoop van zijn werk. Hij schilderde uit ‘innerlijke drang’ en wilde iets uitdrukken dat de tand des tijds zou doorstaan. De keuze van materialen was daarom essentieel. 

    Om de werken te kunnen analyseren maakte Vanmeert gebruik van zogeheten Macroscopic X-Ray Powder Diffraction scanning op moleculair niveau. Hiermee kan duidelijker worden vastgesteld hoe een kunstenaar zijn pigmenten over een werk verdeelt. Met deze techniek konden Vanmeert en zijn collega’s bijna de helft van Vermeers oeuvre decoderen.  In ‘Meisje met de parel’ vonden ze voornamelijk hydrocerussiet, een kristallijn loodcarbonaat met grote hexagonale kristallen. Dit pigment werd gebruikt in het gezicht, de hoofddoek en de kraag, evenals in de onderlagen, gemengd met krijt. De uitlijning van de kristallen zorgde voor een levendige witte reflectie, essentieel voor Vermeers lichteffecten. Daarnaast gebruikte de schilder een fijner, doorzichtiger type loodwit, cerussiet, in de subtiele overgangen tussen licht en schaduw. Hoewel hij de exacte chemische eigenschappen niet kende, begreep Vermeer blijkbaar intuïtief hoe hij deze pigmenten moest gebruiken om zijn tijdloze effecten te bereiken. Tegen The Walrus zei Vanmeert dat op microscopisch niveau duidelijk wordt dat Vermeer datgene wat hij wilde maken met extreme precisie overbracht op het doek, met een bijna obsessieve aandacht voor details, die ‘bijna grenst aan waanzin’.

    Het hedendaagse gebruik van verf is uiteraard heel anders; tegenwoordig worden er veel kant-en-klare producten gebruikt. Maar voor Vermeer waren pigmenten de grammatica van zijn artistieke taal. Niemand weet zeker wat zijn bedoeling was, maar volgens Vanmeert lijkt de schilder ons aan te moedigen om kleuren en texturen te voelen en het afgebeelde in al zijn kwetsbaarheid te koesteren. 

  • Wars van beperkende conventies

    Wars van beperkende conventies

    I am So Happy You Are Here – een tentoonstelling in het Fotomuseum Den Haag – geeft een podium aan Japanse vrouwelijke fotografen, die lange tijd onderbelicht zijn gebleven.

    De vrouwelijke invloed op de Japanse fotografie is grondig onderschat, staat in de begeleidende tekst op de site van het Fotomuseum Den Haag, dat ‘deze misvatting wil rechtzetten’. Volgens de curator van de tentoonstelling is de grotere erkenning van Japanse mannelijke collega’s door de westerse culturele wereld zowel cultureel als historisch bepaald en is het de hoogste tijd om dat te herstellen. Dat deden de vrouwen zelf al in in de jaren vijftig, toen Japan zich na de Tweede Wereldoorlog opnieuw moest neerzetten. Voor vrouwen had de aanwezigheid van Amerikaanse militairen, die de westerse cultuur meebrachten, grote gevolgen, om te beginnen door de vraag naar sekswerkers. 

    Destijds werd al weerstand geboden tegen de beperkingen die vrouwen werden opgelegd. Bijvoorbeeld door Eiko Yamazawa (1899-1995), die bekendstond om haar autonome houding in een door mannen gedomineerde kunstwereld. Na haar studie fotografie in de Verenigde Staten opende ze in 1931 een eigen fotostudio in Osaka, met alleen maar vrouwelijke medewerkers. Haar studio had groot succes, maar toen ze in 1986 (!) werd uitgenodigd voor een tentoonstelling voor experimentele fotografie, dreigden mannelijke fotografen zich terug te trekken toen ze erachter kwamen dat er een vrouw zou deelnemen. Yamazawa liet zich hierdoor niet ontmoedigen en bleef haar werk tot haar zesennegentigste vastberaden voortzetten.

    Die vaak geïsoleerde positie van vrouwen gaf hun ook de vrijheid om conventies naast zich neer te leggen

    Die vaak geïsoleerde positie van vrouwen gaf hun ook de vrijheid om conventies naast zich neer te leggen of daar juist mee te experimenteren. 

    Schijnbaar alledaagse momenten laten iets zien van het persoonlijke leven van vrouwen in het Japan van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zoals een omhelzing of een lippenstift die toebehoorde aan een pas overleden moeder. 

    Sterk is de foto van Yurie Nagashima (1973), die speelt met traditionele beeldvorming door een hoogzwangere vrouw te portretteren op de bank, sigaret in de mond, en een opgestoken middelvinger. Schaamhaar krult net iets uit haar onderbroek. 

    Of Mari Katayama (1987), die zich liet fotograferen met geamputeerde benen en prothesen. Op een van haar foto’s houdt ze een stoel omhoog. Zou dat een uitnodiging zijn voor de volgende generaties? Neem mijn zitplaats over en geef die als het even kan ook weer door.  

    I’m so happy you’re here is samengesteld door Lesley A. Martin, Mariko Takeuchi en Pauline Vermare en geproduceerd door Aperture. Nog te zien tot en met 5 mei in het Fotomuseum Den Haag. 

    yurie nagashima full figured
    © Nagashima Yurie
    tamiko nishimura my journey zoku
    © Nishimura Tamiko
    lieko shiga mothers gentle hands
    © Shiga Liekof
    miyako ishiuchi mothers 39
    © Ishiuchi Miyako
    asako narahashi kawaguchikko half awake half asleep
    © Narahashi Asako
    miwa yanagi elevator girl house 1f
    © Yanagi Miwa
    eiko yamazawa what i am doing 77
    © Yamazawa Eiko
    mikiko hara small myths
    © Hara Mikiko
    momo okabe ilmatar
    © Okabe Momo
    sakiko nomura hiroki
    © Nomura Sakiko

  • De Algerijnse schrijver Kamel Daoud ‘wil het Westen behagen’

    De Algerijnse schrijver Kamel Daoud ‘wil het Westen behagen’

    Kamel Daoud is de eerste Algerijn die Frankrijks meest prestigieuze literaire onderscheiding in ontvangst mocht nemen. Maar in Algerije lijkt niemand dat erg te interesseren.

    Slechts één grote Algerijnse krant zette de prestatie in een klein hoekje op de voorpagina en slechts een handjevol van zijn collega’s feliciteerde hem publiekelijk op social media. De meeste Algerijnen lijkt het nieuws niet veel te doen. Ik zou niet kunnen zeggen of Kamel Daoud de meest prestigieuze literaire onderscheiding van Frankrijk, de Prix Goncourt, verdient. Ik heb zijn laatste boek niet gelezen en zoals veel van mijn Algerijnse leeftijdsgenoten van Generatie Y ben ik dat ook niet echt van plan. Zoals ook geldt voor de Frans-Algerijnse immigratieakkoorden van 1968 [die speciale rechten verlenen aan Algerijnse staatsburgers, een regeling die Frankrijk momenteel heroverweegt] of de recente erkenning van Macron dat het Franse leger schuldig is aan de moord op Larbi Ben M’Hidi [de moord op deze leider van de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging in 1957 door Franse militairen werd eerder door Franse politici ontkend], lijkt Kamel Daoud veel relevanter in Frankrijk dan in zijn thuisland.

    Vanwaar deze onverschilligheid voor zo’n getalenteerde schrijver?

    Ik herinner me dat ik zelf ook nooit erg bereid was sympathie voor Daoud op te brengen. Ik had vluchtig enkele van zijn columns gelezen en vond zijn perspectief vrijwel altijd overdreven of eenzijdig.

    In een artikel in The New York Times uit 2016 getiteld The Sexual Misery of the Arab World [de seksuele ellende van de Arabische wereld] schreef hij: ‘Tijdens de zomer in Algerije trekken brigades salafisten en lokale jongeren, opgehitst door de toespraken van radicale imams en islamistische tv-predikers, eropuit om de lichamen van vrouwen te controleren, vooral op het strand. De politie jaagt stelletjes op in openbare ruimtes, zelfs getrouwde koppels. Tuinen zijn verboden terrein voor verliefden. Banken worden doormidden gezaagd om te voorkomen dat mensen dicht bij elkaar gaan zitten.’

    Hirak-protesten

    De Algerijnse Hirak-protesten – Hirak betekent ‘beweging’ – begonnen op 16 februari 2019, zes dagen nadat Abdelaziz Bouteflika in een ondertekende verklaring zijn kandidatuur voor een vijfde presidentiële termijn had aangekondigd. De protesten verliepen vreedzaam en zorgden ervoor dat het leger aandrong op het onmiddellijke aftreden van Bouteflika, dat plaatsvond op 2 april 2019. Begin mei was een aanzienlijk aantal machthebbers die dicht bij de afgezette regering stonden gearresteerd, waaronder de jongere broer van de voormalige president.

    De oplopende spanningen binnen het Algerijnse regime kunnen worden teruggevoerd tot het begin van Bouteflika’s bewind, dat werd gekenmerkt door het monopolie van de staat op inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen, die werden gebruikt om het cliëntelistische systeem van de regering te financieren en de stabiliteit ervan te waarborgen. Van februari tot december 2019 vonden er grote demonstraties plaats in de grootste stedelijke centra van Algerije. Door hun aanzienlijke omvang trokken de protesten internationale media-aandacht en lokten ze reacties uit van verschillende staatshoofden en deskundigen.

    Het Algerije dat hij beschrijft herken ik misschien uit enkele verhalen, die ook hier ronduit veroordeeld en belachelijk gemaakt worden. Maar met de manier waarop Daoud ze brengt lijkt hij het rechtse publiek in het Westen te willen behagen.

    ‘Ik sta achter u’

    In maart 2022 ontmoette ik hem. Ik werkte als tussenpersoon voor een Japanse journalist die naar Algerije zou vliegen om Daoud te interviewen over zijn volgende boek. We spraken af in een viersterrenhotel met uitzicht op de Middellandse Zee in Oran. Daoud was punctueel, langer dan ik had verwacht en beleefd. Hij liep met snelle passen en zijn tenen een beetje naar binnen gekeerd. We schudden elkaar de hand, gingen zitten en bestelden koffie en bruiswater.

    ‘Ik wilde u even complimenteren met alles wat u doet. Veel succes’

    We werden al snel onderbroken door een onberispelijk geklede dame die me aan een van mijn tantes deed denken. ‘Het spijt me dat ik stoor. Ik wilde alleen maar zeggen dat ik het vervelend vind dat mensen u aanvallen, en dat ik volledig aan uw kant sta. Ook al lees ik niet veel, ik sta achter u. Ga zo door,’ sprak ze bijna emotioneel.

    Een paar minuten later werd ons gesprek opnieuw onderbroken, ditmaal door een man in de lobby. ‘Ik wilde u even complimenteren met alles wat u doet. Veel succes,’ zei hij terwijl hij langsliep. Ik weet nog hoe verbaasd ik was. Niet alleen vanwege de oprechte emoties van zijn fans, maar ook omdat ik de man zelf steeds aardiger begon te vinden. Hij was verfrissend scherpzinnig.

    Algerijnse Burgeroorlog

    De Algerijnse Burgeroorlog, in Algerije bekend als het Zwarte Decennium, was een burgeroorlog die duurde van 11 januari 1992 tot 8 februari 2002.

    De oorlog begon eind 1991, toen de regering naar aanleiding van de uitslag van de eerste verkiezingsronde de tweede stemronde prompt annuleerde. Op die manier wilde ze een overwinning van het Islamitische Reddingsfront (FIS) voorkomen, aangezien de uitslag van de eerste ronde deed vermoeden dat deze fundamentalistische politieke partij de verkiezingen zou winnen. De regering was bang dat het FIS een einde zou maken aan de democratie en de sharia zou invoeren.

    De oorlog werd uitgevochten tussen de Algerijnse regering en verschillende islamitische rebellengroepen. Aanvankelijk leek het erop dat de regering de islamitische beweging met succes had verpletterd, maar daarna doken er gewapende groepen op die de jihad uitriepen, en in 1994 was het geweld zo hoog opgelopen dat het erop leek dat de regering het onderspit zou delven. Uiteindelijk wist ze de rebellen toch te verslaan.

    De oorlog wordt ook wel la sale guerre (de vuile oorlog) genoemd, vanwege het extreme geweld en de wreedheden tegen burgers. Er werden meer dan zeventig journalisten en meer dan honderd buitenlanders gedood. Kinderen werden op grote schaal ingezet, met name door de rebellengroepen. Schattingen van het totale aantal dodelijke slachtoffers lopen uiteen van 44.000 tot tussen de 100.000 en 200.000.

    Het interview ging over de covid-19-pandemie in Algerije en de parallellen tussen ons tijdperk en De Pest van Albert Camus, dat zich ook in Oran afspeelt. Gevraagd naar zijn belangrijkste observaties tijdens de lockdownperiode, zei hij dat hij ‘de stilte had herontdekt’. ‘Stilte stelt je in staat om jezelf en de wereld te horen. In tegenstelling tot wat we denken, zijn stilte en de nacht niet langer vanzelfsprekend met elkaar verbonden. We moesten worden opgesloten om haar terug te vinden.’

    Het gesprek kwam op een van de belangrijkste dilemma’s in Camus’ roman, namelijk op een gevaarlijke plek verblijven óf dierbaren achterlaten. Opnieuw had Daoud een weloverwogen antwoord: ‘Voor mij is het vanzelfsprekend dat ik in Algerije blijf wonen, omdat ik de vrijheid heb om te reizen. Als je vrij bent, zie je je leven anders. Mensen die weggaan, doen dat omdat ze geen andere keuze hebben. Kijk eens naar deze zee.’ Hij wees over zijn schouder naar de Middellandse Zee. ‘Voor een toerist is het uitzicht rustgevend, maar als je er niet overheen kunt reizen, is het een muur.’

    Na het interview maakten we samen een wandeling door de stad en liet hij ons zien waar in Oran Camus verbleef. Hij was zelfs zo vriendelijk om ons bij hem thuis uit te nodigen om het gesprek voort te zetten. Maar toen de Algerijnse samenleving ter sprake kwam, dook de Daoud van zijn columns weer op, waarbij hij ingewikkelde kwesties reduceerde tot seksuele frustratie en religieuze onderdrukking.

    Ziehier de dualiteit van Daoud: de schrijver die diepzinnige literaire en filosofische inzichten biedt en tegelijkertijd maatschappelijke problemen in al te simpele kaders plaatst.

    Larbi Ben M’Hidi

    Larbi Ben M’Hidi (1923-1957) was een Algerijnse revolutionair en een prominente figuur tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog.

    Hij was een van de zes oprichters van het Algerijnse Front voor Nationale Bevrijding (FLN), dat in heel Algerije een gewapende opstand tegen de Franse koloniale overheersing lanceerde en een proclamatie uitgaf waarin werd opgeroepen tot een soevereine Algerijnse staat. In februari 1957 werd hij gevangengenomen door Franse parachutisten. Zijn dood werd in maart 1957 bekendgemaakt. De gebeurtenissen rond zijn dood werden betwist en velen beweerden dat hij was gemarteld voordat hij werd geëxecuteerd. Degenen die hem kenden, sloten zelfmoord uit, zoals de media zijn dood brachten, vanwege zijn toewijding aan de islam, waarin zelfmoord verboden is.

    In 2000 gaf de Franse generaal Aussaresses toe dat Ben M’hidi geëxecuteerd was terwijl hij onder zijn toezicht stond, maar de exacte toedracht rond zijn dood blijft tot op de dag van vandaag een mysterie. Ben M’hidi wordt in Algerije beschouwd als nationale held en gezien als symbool van de revolutie die een einde maakte aan het Franse kolonialisme. Op 1 november 2024 erkende de Franse president Emmanuel Macron dat Ben M’hidi in 1957 was vermoord door Franse soldaten.

    Tijdens ons gesprek in het hotel was ik onder de indruk van zijn genuanceerde observaties over abstracte begrippen zoals ‘stilte’ en zijn menselijke kijk op migratie. Maar wanneer het op de Algerijnse samenleving aankwam, gebruikte hij keer op keer een eenvoudige lens, die geen mogelijkheid bood om in of uit te zoomen en andere factoren in overweging te nemen. 

    Ik begon me af te vragen of de rechtse Franse politieke en culturele elite hem misschien juist daarom zo waarderen: hij verkondigt standpunten die hun aannames en vooroordelen over de Algerijnse arbeidersklasse weerspiegelen. Om deze te mogen uiten hebben ze een Algerijn nodig.

    Ook nadat ik in Oran vriendelijk afscheid van hem had genomen, dacht ik nog veel na over Daoud. Ik sprak met vrienden over hem en stelde hen de vraag: Hoe kan iemand die zo intelligent is zo’n simpele kijk op de dingen hebben? Gelooft hij echt wat hij schrijft of doet hij het om politieke en economische redenen? En wat zou ik erger vinden?

    Op de plaats van het misdrijf vond hij geen intacte lichamen, enkel verspreide lichaamsdelen

    Ik moest ook denken aan een anekdote die hij ons in Oran had verteld over zijn tijd als journalist voor Le Quotidien d’Oran tijdens de Algerijnse burgeroorlog. Hij deed verslag van een bloedbad dat zou zijn aangericht door de Gewapende Islamitische Groep (GIA) in de buurt van Relizane en herinnerde zich levendig hoe hij de heuvel op rende in de richting van het dorp en mensen voorbij zag stromen in de tegenovergestelde richting. Op de plaats van het misdrijf vond hij geen intacte lichamen, enkel verspreide lichaamsdelen. Zulke gebeurtenissen kunnen je zo veel afschuw inboezemen dat je niet langer bereid bent om genuanceerd na te denken over een onderwerp als islamisme.

    Toch was de unanieme reactie van mijn vrienden dat Daoud precies wist wat hij deed wanneer hij Algerije afschilderde op een manier die de racistische rechtervleugel diende, met als doel politiek voordeel te behalen. Geleidelijk aan begon ik het ook zo te zien.

    Bloedbad bij Relizane

    30 december 1997 – de eerste dag van de ramadan – was waarschijnlijk de bloedigste dag van de Algerijnse Burgeroorlog; in de provincie Relizane werden tientallen inwoners van vier verschillende dorpjes vermoord. Bij de verkiezingen van 1997 hadden de inwoners voornamelijk op regeringsgezinde partijen gestemd, wat voor de GIA (Gewapende Islamitische Groep) een reden was om ze om te brengen. Enkele dagen later, op 4 januari 1998, werden nog eens drie dorpen in dezelfde provincie door de GIA aangevallen, met zeker 172 doden tot gevolg. Deze twee slachtpartijen zorgden ervoor dat veel mensen het gebied ontvluchtten.

    De eerste tekenen die deze conclusie ondersteunden kwamen tijdens de Algerijnse Hirak-protesten, toen Daoud de omvang van de protesten overdreef om de regering van [president Abdelmajid] Tebboune te legitimeren, wat hem exclusieve toegang tot de president opleverde. Als columnist voor Le Point kon hij zijn werk voortzetten zonder te worden gehinderd door de Algerijnse autoriteiten, in tegenstelling tot andere, objectieve journalisten, die beschuldigd werden van buitenlandse invloed. En vanwege zijn terughoudendheid in het bekritiseren van de koloniale erfenis van Frankrijk in Algerije, werd hij uitgenodigd op bijeenkomsten op de Franse ambassade en dineerde hij zelfs met president Macron in Algiers. Uiteindelijk kreeg hij het Franse staatsburgerschap.

    ‘Ik heb altijd geleerd dat ik de Jood, de Israëliër, niet mocht kennen, omdat je de vijand was van God’

    Maar wat mijn kijk op Daoud echt heeft veranderd, was zijn artikel ‘Brief aan een onbekende Israëliër’ in oktober 2023. Daarin framet hij de Algerijnse steun aan de Palestijnse zaak simpelweg als rancune: ‘Ik heb altijd geleerd dat ik de Jood, de Israëliër, niet mocht kennen, omdat je de vijand was van God, van Palestina, van gerechtigheid, van de profeet en van bijna alles. Ik verfoeide jou en droomde weleens dat je zou verdwijnen.’ 

    Als een Algerijnse intellectueel een concept als vestigingskolonialisme, dat we allemaal maar al te goed kennen, zo schromelijk verkeerd weergeeft, moet dat wel met opzet zijn.

    Mijn felicitaties aan Daoud voor de Prix Goncourt; er zal ongetwijfeld instemmend gereageerd worden op deze prijsuitreiking. Maar zolang hij minachtend schrijft over de Algerijnse samenleving, zal die waardering eerder een Franse zijn dan een Algerijnse. 

  • Palestijnse schrijvers in de schijnwerpers

    Palestijnse schrijvers in de schijnwerpers

    Arabische media publiceerden onlangs verschillende artikelen over Palestijnse auteurs. In het licht van de huidige oorlogssituatie wordt hun werk van grote waarde geacht. Hun stemmen bieden een dieper inzicht in de cultuur en de strijd van het Palestijnse volk.

    Sinds 7 oktober is Mosab Abu Toha uitgegroeid tot een van de voornaamste vertolkers en getuigen van het leed van de bevolking van Gaza. De dichter, die in december 2023 wist te ontsnappen uit de Palestijnse enclave die door Israël wordt gebombardeerd, schreef in 2022 een Engelstalige dichtbundel, die lovend werd ontvangen. Al-Ayyam, het dagblad van de Palestijnse stad Ramallah, noemt zijn werk ‘doordrenkt van een diepe menselijkheid’, ‘geïnspireerd door het opgroeien in constant isolement’.

    Deze bundel maakt deel uit van de rijke Palestijnse literatuur, die, zo benadrukken Arabische media, van grote waarde is voor een beter begrip van de Palestijnse identiteit en geschiedenis. Een kort overzicht.

    Mosab Abu Toha

    Gedichten vol puin en hoop

    Al-Ayyam beschrijft het werk van Mosab Abu Toha als volgt: ‘Net als in de Gazastrook zelf kom je in deze gedichten veel puin tegen, evenals de voortdurende dreiging van drones, die mensen bespieden die niet welkom zijn in hun eigen land. Tegelijkertijd zijn de gedichten doordrenkt met de geur van thee, bloeiende rozenstruiken en het uitzicht op de zee bij zonsondergang. Kinderen worden geboren, gezinnen zetten hun tradities voort, studenten gaan naar college, bibliotheken herrijzen uit het puin. Ondanks alle ellende weten de Palestijnen schoonheid te creëren, en ze worden steeds vindingrijker in hun overlevingsdrang.’

    De bundel Things You May Find Hidden in My Ear, geschreven vóór het begin van de Israëlische oorlog tegen Gaza, werd onderscheiden met de American Book Award en de Palestine Book Award; hiermee vestigde Mosab Abu Toha zich als een belangrijke stem in de hedendaagse Palestijnse literatuur.

    Toha werd gearresteerd tijdens de eerste maanden van het Israëlische offensief in Gaza, maar wist later te ontkomen. Sindsdien blijft hij zijn verhaal over ballingschap en pijn vertellen in gedichten en artikelen die worden gepubliceerd in zowel de Amerikaanse als de Arabische pers. Deze pijn, beschrijft Felesteen, is het gevolg van de langdurige Israëlische bezetting, die teruggaat tot de Nakba in 1948. De krant uit de Gazastrook citeert een passage uit een van zijn gedichten, geschreven ter ere van zijn vriend Raafat Al-Tanani, die samen met zijn gezin omkwam bij Israëlische bombardementen in mei 2021: ‘Het huis werd gebombardeerd. Iedereen is dood. Kinderen, ouders, speelgoed, acteurs op televisie, personages in romans en gedichten, de “ik”, de “hij”, de “zij”.’

    De gedichten van Mosab Abu Toha reflecteren op het leven in Gaza onder de Israëlische bezetting, op de belegering en de oorlog, die zijn jeugd en vrienden van hem hebben weggenomen. Ze gaan ook in op zijn band met het vluchtelingenkamp, met zijn grootvader en met de stad Jaffa, ‘waar zijn familie ontheemd raakte’ tijdens de Nakba, aldus Felesteen. De dichter vertelt de krant dat hij schrijft om zijn eigen geschiedenis te herontdekken: ‘Ik stel me een verleden voor waarin ik niet aanwezig was. Niet alleen dat van Palestina, maar ook het verleden van de families en kinderen die tijdens brute Israëlische bombardementen onder het puin van hun huizen begraven werden.’


    Karim Kattan

    Van oorlog naar liefde

    Een andere hedendaagse Palestijnse auteur die de afgelopen maanden veel aandacht kreeg, is Karim Kattan, die in het Frans schrijft. Zijn tweede roman, L’Éden à l’aube, werd in september 2023 uitgebracht door de Tunesische uitgeverij Elyzad. L’Orient-Le Jour is enthousiast over het boek, waarin werkelijkheidheid en fictie worden vermengd tot een poëtisch liefdesverhaal tussen twee Palestijnse mannen.

    De roman gaat over de relatie tussen Gabriël en Isaac, die wordt verstoord door de Israëlische bezetting. De inperking van hun vrijheid, zo schrijft het Libanese dagblad, heeft niet alleen invloed ‘op hun lichamen, maar beïnvloedt ook hun verlangens en verbeelding’. Toch blijft er, zelfs onder de bezetting, ruimte voor ‘overweldigend geluk’, dat wordt bereikt door een bijna mystieke toewijding aan elkaar.

    Het dagblad prijst de auteur voor het bereiken van ‘het krachtigste waartoe literatuur in staat is: de volledige menselijkheid tonen van diegenen aan wie de wereld slechts een gedeeltelijke en voorwaardelijke menselijkheid toekent’. In de wereld van Karim Kattan wordt de liefde overgebracht door het vertellen van verhalen, en Isaac weet Gabriël te betoveren met zijn bijzondere talent hiervoor. ‘Deze verhalen hebben een folkloristisch, Palestijns aspect, maar maken ook deel uit van een overkoepelend, wereldwijd verhaal,’ legt de schrijver uit, die zelf afkomstig is uit Jeruzalem.

    Palestijnse poëzie wordt door veel Arabische media gezien als een tegenwicht voor de absurditeit van de bloedbaden en het geweld dat de Palestijnen ondergaan, en als een middel om de strijd van het Palestijnse volk voor het behoud van hun erfgoed, identiteit en cultuur beter te begrijpen.


    Darwiesj, Kanafani en Saïd

    De klassiekers

    Sinds 7 oktober worden de grote namen uit de Palestijnse literatuur weer regelmatig aangehaald in de Arabische pers en op sociale media. Mahmoed Darwiesj (1941-2008), die lid was van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, blijft een centrale figuur in het debat over de Palestijnse kwestie. Al-Jazeera eerde hem als ‘de nationale dichter van Palestina’, wiens verzen ‘krachtig de pijn uitdrukken van een volk dat van zijn land is beroofd’. Hij wordt alom beschouwd als een dichter die de historische betekenis van het Palestijnse lijden al vroeg wist vast te leggen. L’Orient-Le Jour publiceerde een gedicht van Darwiesj uit 1973 waarin hij rouwt om het verlies van Gaza, zes jaar na het begin van de Israëlische bezetting; een tekst die binnen de huidige situatie weer zeer relevant is.

    Zijn tijdgenoot Ghassan Kanafani (1936-1972) is een andere belangrijke figuur in de Palestijnse literatuur van de twintigste eeuw. Hij werd bekend vanwege zijn activisme en zijn verhalenbundels, zoals Mannen in de zon. Kanafani werd op zesendertigjarige leeftijd vermoord door de Mossad in Beiroet, waar hij als vluchteling leefde. De site The New Arab viert hem als ‘een van de genieën van de Palestijnse en Arabische cultuur’, aan wiens ‘voor Israël gevaarlijke werk’ vroegtijdig een einde werd gemaakt. ‘Zijn betekenis voor de Palestijnse zaak is vergelijkbaar met die van Edward Saïd,’ aldus de site.

    Saïd ten slotte (1935-2003), de Amerikaans-Palestijnse auteur van Oriëntalisme, blijft van grote invloed in het huidige debat, en inspireerde ook hedendaagse schrijvers zoals Mosab Abu Toha, die de eerste Engelstalige bibliotheek in Gaza oprichtte en naar hem vernoemde. Als pionier op het gebied van postkoloniale studies blijft Saïd in de huidige context onverminderd relevant, vooral in discussies over de relatie tussen het Westen en het Oosten. Al-Quds Al-Arabi wijdde de afgelopen maanden verschillende artikelen aan hem, waaronder een stuk over hoe Saïd in de context van Gaza te lezen, en een waarin zijn blijvende invloed op jongere generaties wordt benadrukt. 

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Mavis Staples

    De Amerikaanse gospel- en r&b-zangeres Mavis Staples (1939) werd door muziekblad OOR op het Best Kept Secret Festival in 2022 getypeerd als ‘groovend en stomend als een dartel veulen’. Nu treedt ze opnieuw op in Nederland. 

    Tivoli Vredenburg, Utrecht, 15/6

    MAvis Staples


    Moore is less

    De monumentale beelden van de beroemde Britse beeldhouwer Henry Moore zijn door hem ook in miniatuur gemaakt; niet groter dan 30 centimeter. Die collectie is voor het eerst te zien en omvat werken uit elk decennium van Moores carrière: de jaren twintig tot tachtig.

    The Holburne Museum, Bath, tot 8/9

    henry moore

    Non-conformistisch en rauw

    Ophelia’s Got Talent, Florentina Holzinger

    Wie het werk van de ‘anarcho-post-feministische’ Florentina Holzinger eerder gezien heeft, gaat in het vervolg óf nooit meer, óf wil juist naar elke nieuwe voorstelling van deze Oostenrijkse choreograaf en performancekunstenaar, die allesbehalve klassiek theater maakt. Non-conformistisch en rauw. Bij haar valt van alles te verwachten waar de maag zich van om kan draaien. Het publiek wordt zelfs van tevoren gewaarschuwd voor scènes met zelfverwondingen, bloed, naalden en expliciete weergaven of beschrijvingen van fysiek of seksueel geweld. Deze keer zien we het binnenste van een degenslikker, wordt er een kind verwekt, een helikopter verkracht, een wang aan de vishaak geslagen en kon een bloedige bevalling niet uitblijven. 

    In het acrobatische en volledig naakt uitgevoerde ballet Ophelia’s Got Talent speelt water de hoofdrol

    In het acrobatische en volledig naakt uitgevoerde ballet Ophelia’s Got Talent – een parodie op een tv-talentenjacht – speelt water de hoofdrol, en dan vooral als maalstroom waarin van alles voorbijkomt, en figureren meerminnen, waternimfen en andere mythische, met het water verbonden vrouwelijke personages. Kortom, een thema waarmee Holzinger de vrije hand heeft om een beeldenstorm te veroorzaken en de toeschouwers een soort rituele ervaring te laten ondergaan, om bestaande ideeën over schoonheid op z’n kop te zetten, haar feministische kritiek en zorgen om het klimaat te uiten, en de toekomst op volstrekt eigenzinnige manier vorm te geven.  

    De Singer, Antwerpen, van 21 tot 23/6

    opening

    Rebels

    Foam, Amsterdam. Tot 8/9

    Van Joe Strummer tot de ska-meisjes uit Coventry, mensen die de bakens hebben verzet – ze zijn allemaal gefotografeerd door de vermaarde Britse fotograaf Janette Beckman, die er in elk portret in slaagt behalve het uiterlijk ook het innerlijk van haar model in beeld te brengen. Beckman (65) fotografeerde punkers in het Londen van de jaren zeventig en rappers in het New York van de jaren tachtig, en ze bleef zich interesseren voor subculturen, zoals haar foto’s van bendeleden en demonstranten goed laten zien. Ze is zelf gevormd door de punktijd, een periode van malaise en grote werkloosheid in het Engeland van de jaren zeventig. Onvrede bij jonge mensen uitte zich niet alleen muzikaal, maar werd ook creatief en extravagant vormgegeven in kleding en kapsel. Beckman was geen punker, maar heeft tegen de Volkskrant gezegd dat haar stijl er niet ver vanaf lag. ‘Ze zagen mij als een van hen, maar dan met een camera.’  

    Foam, Amsterdam. Tot 8/9

    Rebels copy

    Wombtombs

    De show van Boogaerdt/VanderSchoot en Ibelisse Guardia Ferragutti draait om de rouw van de leefbare aarde, die onherroepelijk teloor lijkt te gaan. Wat zal uit die transformatie tevoorschijn komen?

    MU Hybrid Art House in Eindhoven, tot 16/6

    wombtombs by boogaerdtvanderschoot large 63964

    100 keer één scène

    The Second Woman is een voorstelling die 24 uur duurt en waarin een vrouwelijke performer – Georgina Verbaan dit keer op het Holland Festival – honderd keer één scène herhaalt met honderd mannen, variërend in leeftijd, achtergrond en acteerkwaliteiten. Ze moet dus 24 uur achter elkaar steeds dezelfde break-up-scène spelen met steeds wisselende, haar onbekende tegenspelers. De scène gaat over een koppel dat onderhandelt over een langdurige relatie die haar creativiteit, romantiek en vitaliteit heeft verloren. Op een scherm naast de voorstelling draait een tegelijkertijd opgenomen en live gemonteerde video die close-ups laat zien van de meest minieme emotionele expressies. 

    Het Holland Festival is de afgelopen maanden op zoek gegaan naar verschillende mannelijke, queer of non-binaire tegenspelers

    Het concept van The Second Woman is bedacht door de Australische theatermakers Nat Randall en Anna Breckon en werd eerder uitgevoerd in Taiwan, New York, Londen en Toronto. Met een oproep is het Holland Festival de afgelopen maanden op zoek gegaan naar honderd verschillende mannelijke, queer of non-binaire tegenspelers – voornamelijk onbekende en in veel gevallen niet-professionele acteurs. Iedereen kon zich aanmelden.  

    ITA, Amsterdam 28 en 29/6

    100 x
  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Haar perspectief

    OPERA | Eurydice – Die Liebenden, blind, naar het verhaal van Orpheus en Eurydice, wordt dit keer verteld vanuit háár perspectief. Een reden om ernaar uit te kijken is de terugkeer als regisseur van Pierre Audi naar het operahuis. 

    Nationale Opera & Ballet, Amsterdam, 5 t/m 17/3.

    Paal boven

    Caesura

    EXPOSITIE | In de nieuwe galerie Fanny Freitag exposeert naast Aldo van den Broek en Johnny Mae Hauser, de Mexicaans-Nederlandse kunstenaar Azul Ehrenberg. In haar interdisciplinaire werk gebruikt ze zelfgemaakt papier, visuele poëzie en bewegend beeld.

    Fanny Freitag, Amsterdam, t/m 16 maart.

    paal midden

    Surrealistisch fotoalbum

    FOTOGRAFIE | De Oekraiënse fotograaf en kunstenaar Boris Mikhailov (1938) werd fotograaf, terwijl hij was opgeleid tot ingenieur. Deze tentoonstelling omvat zo’n achthonderd foto’s, die elk op eigen wijze commentaar geven op de tijd waarin ze gemaakt zijn. Wat Mikhailov aan zijn beelden toevoegde, de zogenaamde ‘extra laag’, werd later zijn signatuur. Die zit hem in scherpe contrasten en wat hij zelf ‘lelijke’ foto’s noemde, waarmee hij zijn particuliere kleine verzet pleegde tegen het perfectionisme van de Sovjet-propaganda.

    Destijds werkte Mikhailov vooral in opdracht, hij zette jonggehuwden, baby’s en matrozen op de gevoelige plaat en bewerkte de beelden daarna voor zichzelf. Hij bewerkte ze met kitscherige kleuren en bespotte met z’n eigen beeldtaal de manier waarop alledaagse gebeurtenissen werden verheerlijkt door de staat. ‘Zonnestraaltjes’, noemde hij de foto’s die een surrealistisch familiealbum vormden, waaraan hij zo’n vijftien jaar heeft gewerkt. 

    In latere series documenteert hij genadeloos de gevolgen van de westerse invloeden die voorspoed zouden moeten brengen voor iedereen

    Mikhailov anticipeerde in de jaren tachtig voorzichtig op de naderende val van de Sovjet-Unie. Ook dan ondermijnt hij de betekenis van de beelden door opzichtige kleuren te gebruiken om uiting te geven aan zijn frustratie en desillusie over de Sovjet-idealen. 

    In latere series documenteert hij genadeloos de gevolgen van de westerse invloeden die voorspoed zouden moeten brengen voor iedereen. Maar in Oekraïne ontstond een nieuwe elite van miljonairs, terwijl een aanzienlijk deel van de bevolking in armoede raakte en het aantal daklozen dramatisch toenam.  

    Boris Mikhailov, Oekraïens dagboek, Fotomuseum Den Haag, 30 maart t/m 18 augustus.

    opening 2

    Lakecia Benjamin

    MUZIEK | De bejubelde en veerkrachtige Amerikaanse saxofonist Lakecia Benjamin speelde met Stevie Wonder, Alicia Keys en Gregory Porter. Op het North Sea Jazz verrees ze als een feniks uit de as na een auto-ongeluk waarbij ze haar kaak brak.

    Vredenburg, Utrecht, 31 maart.

    paal onder

    Multitalent

    SCHILDERKUNST | Mikalojus Konstantinas Čiurlionis (1875-1911) was de belangrijkste componist én beeldend kunstenaar van Litouwen. Maar dat weten alleen de ingewijden, die waarschijnlijk ook nog op de hoogte zijn van de verdienstelijke literatuur die dit multitalent voortbracht. Kunsthistorici noemen zijn naam in één adem met die van tijdgenoten als Gustav Klimt, Edvard Munch en Wassily Kandinsky.

    Dit is de eerste keer dat zijn werk in Nederland te zien is

    Dit is de eerste keer dat zijn werk in Nederland te zien is. De man die zou uitgroeien tot nationale held maakte de onafhankelijkheid van Litouwen, in 1918, niet meer mee. Hij leidde een intens leven, rookte veel, at weinig en dronk alleen mierzoete thee. De laatste anderhalf jaar van zijn leven bracht hij door in een sanatorium, waar hij op 35-jarige leeftijd stierf aan een longontsteking. Čiurlionis liet zo’n vierhonderd muziekstukken en driehonderd schilderijen na. 

    Mikalojus Konstantinas Ciurlionis, Beyond Heaven and Earth, Museum Belvédère, Heerenveen, t/m 9 juni 2024 (oostvleugel).

    onder 3

    ‘Hallo, dit is Yoko Ono’

    BEELDENDE KUNST | De exposerende kunstenaar neemt op. ‘Hallo! Dit is Yoko,’ zegt ze en legt dan de telefoon neer. Het is een oud bericht van een antwoordapparaat, dat voorkomt in het laatste nummer van Ono’s album Fly uit 1971, en het is het eerste wat je hoort op het grote retrospectief in Londen. Bezoekers kunnen allerlei opdrachten vervullen, zoals hun eigen schaduwen tekenen of handen schudden met vreemden. 

    De in Tokio geboren kunstenaar werd bekend vanwege haar huwelijk met John Lennon maar maakte daarvoor al furore met avant-gardistische kunst. Ono is nu negentig en als kunstenaar nog steeds actief. Studenten kunnen er kennisnemen van de kunststroming Fluxus en de vroege performance. Bovendien is er veel gelegenheid tot interactie.  

    Yoko Ono: Music of the Mind, Tate Modern, Londen t/m, 1 september.

    rechts
  • Barometer van talent 

    Barometer van talent 

    Foam Talent, expositie én tijdschrift, laat al jarenlang zien wat er gaande is bij de nieuwe generatie fotografen.

    Twintig kunstenaars werden dit jaar geselecteerd uit een rijke pool van 2480 inzendingen uit 106 landen. Uiteraard omvatten de portfolio’s een breed scala aan visies en perspectieven. Centraal in de tentoonstelling staat, volgens het fotografiemuseum Foam, ‘een sterk engagement met dringende maatschappelijke thema’s’. De jaarlijkse inzendingen zijn een goeie barometer van de actuele ontwikkelingen in de fotografie, waarin deze keer de gelaagde relatie tussen het individu en het collectief een gemene deler blijkt.

    De expositie is tot 22 mei te zien bij Foam, Amsterdam. 

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Slapeloos in Fremont

    Babak Jalali stuurt niet aan op medelijden

    FILM | De stad Fremont, Californië, heeft twee bijzonderheden. Er bevindt zich ‘een pioniersdistrict in de filmgeschiedenis, Niles, dat door velen wordt beschouwd als het eerste Hollywood’, schrijft East Bay Times, een dagblad uit de regio. De stad met meer dan 230.000 inwoners vormt ook de thuisbasis van de grootste Afghaanse gemeenschap in de Verenigde Staten, die sinds 1979 golven vluchtelingen heeft verwelkomd tijdens de invasie van Afghanistan door Sovjet-troepen.

    Deze twee facetten komen terug in Fremont, de nieuwe film van de Iraanse regisseur Babak Jalali, die lange tijd in Groot-Brittannië woonde. Hij vertelt het verhaal van Donya (Anaita Wali Zada), een tweeëntwintigjarige Afghaanse vrouw die als tolk voor het Amerikaanse leger Kaboel moest ontvluchten toen de taliban in de zomer van 2021 de controle over Afghanistan herwonnen. Ze belandt in Fremont, waar ze is omringd door landgenoten, maar toch ‘voelt ze zich alleen’, aldus San Francisco Chronicle. Sommige van haar buren weigeren met haar te praten vanwege haar oude baan, en achtervolgd door wat ze in Afghanistan heeft meegemaakt lijdt ze bovendien aan slapeloosheid. ‘Ze brengt haar nachten liggend op haar bed door, starend naar het plafond.’

    ‘Dit soort films sturen vaak aan op medelijden met het personage. Ik heb vooral geprobeerd Donya als mens te laten zien’

    Toch weet Jalali dit onderwerp met lichtheid te brengen, onderstreept de krant uit San Francisco, mede dankzij de vele ironische gegevens in de film, zoals dat Donya overdag in San Francisco’s Chinatown werkt en helpt bij het maken van gelukskoekjes, met spreuken die op stukjes papier zijn geschreven. De regisseur zelf vertelt de San Francisco Chronicle dat hij het tegenovergestelde standpunt wilde innemen dan je in veel films over vluchtelingen tegenkomt. ‘Dit soort films sturen vaak aan op medelijden met het personage. Ik heb vooral geprobeerd Donya als mens te laten zien.’

    Niet iedereen vindt dit gelukt, volgens The Washington Post bijvoorbeeld werkt het lichte aburdisme enkel vervreemdend en wekt het weinig inleving op. De hoofdpersoon krijgt wel veel lof. Ze wordt gespeeld door een Afghaanse journalist die zelf in augustus 2021 haar land ontvluchtte. Ze had geen acteerervaring toen ze solliciteerde naar de rol, maar is, volgens onder meer Mercury News, ‘zo overtuigend dat zelfs een statische opname behoorlijk opvallend wordt’; ‘Haar ingetogen spel maakt de stiltes bijzonder welsprekend.’

    Door Laura Weeda

    Fremont Still 001 16x9 1

    Griekse held krijgt steun van hemelse koren

    Luisteraar wordt een armzalig hoopje

    MUZIEK | Javelin, het tiende album van de Amerikaanse singer-songwriter Sufjan Stevens, wordt juichend ontvangen door de internationale muziekpers. Éamon Sweeney doet in The Irish Times eerst een poging het muziekgenre te vangen: ‘Alternatieve folk, lo-fi, elektronica, indiepop, barokpop, kamerpop, folkpop? Alles waar je pop van kunt maken.’ Om even later een lofzang op Stevens los te laten: ‘Zijn stem klinkt als het luidste, meest geruststellende gefluister dat je ooit zult horen; vol tederheid en kwetsbaarheid. Zijn woordenstroom getuigt van unieke lyrische vindingrijkheid en behendigheid. De productie is ongerept, barst van de ideeën en onthult weelderige soundscapes. En dan heb ik het alleen over de openingstrack.’

    ‘Als gewonde held uit een Griekse tragedie gaat Stevens herhaaldelijk in virtuoze dialoog met de zangeressen’

    Op de Spaanse site Mondo Sonoro tekent Sergio Ariza op dat Stevens ‘een meesterwerk’ heeft afgeleverd. ‘Hij is de meest directe erfgenaam van Nick Drake en Elliott Smith. Ook Sufjan deelt eerst een tragedie met je om je daarna op te vrolijken en een glimlach op je gezicht te toveren.’ Voor Plattentests is Viktor Fritzenkötter ronduit lyrisch over het album: ‘Die koren! Als gewonde held uit een Griekse tragedie gaat Stevens herhaaldelijk in virtuoze dialoog met de zangeressen die hem becommentariëren, ondersteunen en opvangen.’ De muziek ‘straalt melodisch vernuft uit. Op een briljante manier versmelt hij de voornaamste elementen uit zijn muzikale carrière: van intiem naar weelderig, van verwoestend tot opbeurend.’

    Thibaut Q., recensent van de Franse muzieksite Goûte Mes Disques, vindt dat Stevens ‘een krachttoer verricht door akoestische en elektronische muziek te laten samenvloeien. Hij weet folk-ballads op te blazen tot bijna anthemische proporties.’ In Evening Standard is David Smyth met name onder de indruk van de geleidelijke opbouw van elk nummer op Javelin: ‘Laagje voor laagje opbouwen en dan laten aanzwellen. De tokkelende banjo die eerst plaatsmaakt voor sissende drums en dan weer voor hemelse stemmen.’ Tegelijkertijd kan Smyth zich niet voorstellen dat iemand ongevoelig is voor zijn teksten. Of ze nu gaan over het verdriet over zijn overleden moeder of een relatiebreuk: ‘Stevens is de beste ter wereld die een luisteraar kan veranderen in een armzalig hoopje.’

    Door Diederik Samwel

    GettyImages 927293884

    De wereld voordat er olie was

    Het betoverende werk van Monira Al Qadiri

    KUNST | Er is geen andere god dan olie en gas, luidt een van de implicaties van het werk van Monira Al Qadiri, die opgroeide in Koeweit in een tijd dat olie er nog niet allesbepalend was. Ze wijdt haar werk aan de enorme veranderingen die de winning ervan voor haar land en wereldwijd veroorzaakt heeft. Haar werk typeert kunsttijdschrift e-flux onder meer als ‘absurdistische samensmelting van prehistorische levensvormen met hedendaags comfort’. Zo creëerde ze een rubberen dinosaurus die karaoke zingt: zijn melancholische stem smeekt de mensheid om de bijdrage van zijn uitgestorven soort aan de overvloed van de consument te herdenken. In een van haar bekendste werken zweeft een camera door een opzettelijk armoedig ogende maquette van een raffinaderij, terwijl een gedicht te horen is over de schoonheid van het gebouw en de vrijwel goddelijke krachten van olie.

    E-flux noemt het werk ‘betoverend (…) mede dankzij de dubbelzinnigheid: je weet nooit zeker waar de grootsheid van de vertelling en de beelden eindigt en de ironie begint. Crude Eye nodigt de kijker uit zich voor te stellen dat de dominante politieke theologie van het huidige moment, gebaseerd op liberale overtuigingen en economische instrumenten om deze te verspreiden, is verschoven naar een meer materialistisch wereldbeeld.’ Ironisch is ook dat het kunstwerk is gemaakt in opdracht van het Cynthia Woods Mitchell Center for the Arts van de Universiteit van Houston, genoemd naar de vrouw van wijlen George P. Mitchell, hydraulisch ingenieur en miljardair, die een fortuin verdiende met het pompen van aardgas in Texas.

    ‘Ik hou van de traditie van kunstenaars uit de middeleeuwen: die waren in alles geïnteresseerd’

    De kunstenaar maakt in haar werk veel gebruik van muziek, materialen, beeld en tekst. Tegen kunsttijdschrift Lampoon zegt ze hierover: ‘Ik hou van de traditie van kunstenaars uit de middeleeuwen: die waren in alles geïnteresseerd. Ze gebruikten filosofie, wetenschap en religie en mengden dat om iets interessants te creëren. Het is idioot dat we in onze huidige tijd zo gespecialiseerd zijn. (…) Toen ik naar Libanon verhuisde, (…) experimenteerde iedereen met een miljoen dingen tegelijk, en dat was oké. In Japan, waar ik lange tijd heb gewoond, waren de mensen gefocust. (…) Terugkeren naar een alomvattend perspectief is van cruciaal belang, omdat we nu ook de middelen hebben om alles na te streven wat we willen.’

    Het werk van Monira Al Qadiri is tot 7 januari te zien in De Balie, Amsterdam.

    Door Laura Weeda

    Al Qadiri KUB.2.OG U4A6549 Tretter 2

    De invloed van mislukte revoluties

    Europa op drift halverwege de negentiende eeuw

    NON-FICTIE | Vanaf januari 1848 stond Europa twee jaar in brand. Van Palermo tot Parijs, van Berlijn tot Boedapest en Lissabon; overal ging het volk de straat op. De Australische historicus Christopher Clark schreef er met Revolutionary Spring een stevig boek over. Pat Sheil legt in Sydney Morning Herald uit dat er ‘in 1848 en 1849 onvoorstelbaar veel gebeurde en dat revoluties lang niet zoveel opleverden als wordt aangenomen. Kijk maar naar het failliet van de Franse, Russische en Amerikaanse revoluties.’

    ‘Uit een reeks complexe gebeurtenissen construeert hij een samenhangend verhaal’

    ‘Een van de beste geschiedenisboeken van de laatste tien jaar’, schrijft Jonathan Boff voor History Today: ‘Uit een reeks complexe gebeurtenissen construeert hij een samenhangend verhaal.’ Volgens hem laat Clark zien dat ‘praktische en zelfs alledaagse problemen een belangrijke rol speelden bij zowel de oorzaak als de nederlaag van revoluties. Munro Price van Financial Times geeft aan dat Clark een parallel met het huidige wereldtoneel ziet: ‘Na de Arabische Lente verspreidden regionale revoluties zich als een lopend vuur. Op korte termijn mislukten ze, op lange termijn zullen we diepgaande effecten zien.’

    Christopher Clark: Revolutionary Spring, door Brenda Mudde, Huub Stegeman, Maarten van der Werf vertaald als Europese Lente, de strijd voor een nieuwe wereld (1848-1849), verscheen bij De Bezige Bij.

    Door Diederik Samwel

    revolutionary spring
  • Gat in het gebouw

    Gat in het gebouw

    Overal ter wereld bevinden zich architectonische hoogstandjes die gezichtsbepalend zijn voor een stad. Die enorme gebouwen zijn ook op te vatten als een beperking voor licht, lucht en ruimte. Zouden er daarom zo veel gaten en doorkijkjes in zijn aangebracht?

    Het Atlantis Condominium (1982) van bureau Arquitectonica, dat vijf seizoenen langskwam in de serie Miami Vice, is volgens de annalen het eerste gebouw waarin een groot vierkant is vrijgehouden. Het heeft meerdere AIA Test of Time Awards gewonnen, en het gat kreeg veel volgelingen. Zo ontwierpen de Nederlandse architecten van MVRDV in 2018 de spectaculaire Future Towers in het Indiase Pune, met grote, kleurige openingen die verbinding maken met de centrale gang. MVRDV vernieuwde het concept van een ‘gat’ en gebruikte de openingen, van soms wel drie verdiepingen hoog, voor dwarsventilatie in de gemeenschappelijke ruimtes. Arquitectonica zou altijd trouw blijven aan het formaat van hun eerste vierkante raam zonder glas, en maakte er zijn handelsmerk van.

    Loze ruimtes

    Het nadeel van dit soort gaten, of van welke gaten in gebouwen dan ook, is dat het loze ruimtes zijn die niet tegen de kubiekemeterprijs kunnen worden verkocht, en die behalve licht geen voorzieningen toevoegen. Maar voor wie niet alles wil monetariseren kan het ook een teken van prestige zijn om ruimte in een ruimte te scheppen. 

    Hier speelt de leemte de hoofdrol, het gebouw is er slechts omheen gecreëerd

    China kent veel gebouwen met gaten, maar dat heeft vaak weer andere redenen. Zo moeten draken kunnen afdalen voor hun dagelijkse reis naar de oceaan en zich vrijelijk door gaten in gebouwen kunnen bewegen. Soms, geholpen door een reflectie, heeft het gat als doel het geluksnummer 8 af te beelden. Chinese gaten in gebouwen zijn daarmee allemaal uitzonderingen: ze symboliseren iets, in tegenstelling tot de eerdergenoemde voorbeelden, waarbij de structuur vaak bedacht is om de structuur zelf. De CCTV-toren in Beijing, van Rem Koolhaas’ bureau OMA, heeft zowel een verticaal als een horizontaal gat. Het frame lijkt op de pi-vorm, die teruggaat tot de oorsprong van China. 

    Maar het spectaculairste gat in een gebouw, of laten we het in dit geval een ‘leemte’ noemen, is dat in hotel The Opus in Dubai, van wijlen Zaha Hadid. De twee afzonderlijke torens smelten samen tot een enkelvoudig, kubusvormig geheel. De vorm die uit de kubus lijkt te zijn gesneden, geeft het hotel een bijna vloeibare vorm, alsof het kan bewegen. Hier speelt de leemte de hoofdrol, het gebouw is er slechts omheen gecreëerd. En zo richten gaten in gebouwen vaak de aandacht op zichzelf en lijsten het uitzicht in dat aan weerskanten te zien is. 

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Gabrielle ‘Coco’ Chanel

    TENTOONSTELLING | De eerste Britse tentoonstelling gewijd aan het werk van de Franse couturier Gabrielle ‘Coco’ Chanel (1883-1971) en de oprichting van het Huis Chanel. Coco’s iconische ontwerpen beïnvloeden nog steeds de manier waarop vrouwen zich kleden. 

    Gabrielle ‘Coco’ Chanel, V&A Museum, Londen, t/m 25/2

    Agenda4

    Verbonden door uitsluiting

    FOTOGRAFIE | De Peruaans-Amerikaanse kunstenaar Tarrah Krajnak wil de canon van de westerse fotografie aan de kaak stellen en een nieuw voorstel doen waarin zij zich als vrouw van kleur beter kan herkennen. Want wie en wat wordt onthouden als onderdeel van het mondiaal archief? 

    Voor de serie 1979 Contact Negatives ensceneerde ze een performance met beelden uit kranten uit haar geboortejaar. Krajnak wilde zichtbaar maken hoe herinneringen worden geconstrueerd en gearchiveerd, een interesse die voortkomt uit haar eigen persoonlijke achtergrond. 

    Maar bovenal gaat het om het verlangen om te herstellen wat verloren is gegaan

    Krajnak werd geboren in een weeshuis als dochter van een alleenstaande moeder die verdween en haar achterliet bij de nonnen. Een Slowaaks-Amerikaans stel uit een mijnstadje in het oosten van Pennsylvania adopteerde de kleine Tarrah, die vervolgens samen met een geadopteerde zwarte broer en zus werd opgevoed in een bijna volledig witte buitenwijk. De fotografie ontdekte ze op de Ohio Wesleyan-universiteit. Nu hangt haar werk in Amsterdam. Terugkerend thema is haar eigen lichaam en het ballingschap: verbonden zijn door uitsluiting. Maar bovenal gaat het om het verlangen om te herstellen wat verloren is gegaan. 

    Tarrah Krajnak: Shadowings, a Catalogue of Attitudes for Estranged Daughters, Huis Marseille, Amsterdam, 28/10 t/m 25/2

    Agenda2

    ADE: dag en nacht dance

    FESTIVAL | Het Amsterdam Dance Event (ADE) neemt weer bezit van de hoofdstad en laat werelden van muziek en publiek samenkomen. Dag en nacht bestaan even niet meer, als duizenden bezoekers verdrinken in het clubleven en honderden producers en dj’s meedoen aan workshops en masterclasses.

    ADE, 18 t/m 22/10

    Agenda6

    Put her record on

    ALBUM | De Britse singer-songwriter Corinne Bailey Rae, bekend door haar hit Put Your Records On, is met haar vierde album Black Rainbows een heel andere weg ingeslagen. Met haar bekende jazzy soulstem schreeuwt ze nu de longen uit haar lijf over zwart feminisme, racisme en onderdrukking. Punky, vernieuwend en rauw.

    Black Rainbows, Corinne Bailey Rae

    Agenda5

    Alles doordrenkt met scherpe humor

    BEELDENDE KUNST | Het schijnt de ‘biggest ever’ tentoonstelling te zijn van de flamboyante Britse kunstenaar Grayson Perry. Dat moet haast wel, want de expositie gaat over veertig jaar werk dat hem enorm veel lof en in 2003 de Turner Prize opleverde. Perry is met zijn alter ego Claire een van de grappigste en meest bewonderde kunstenaars van het Verenigd Koninkrijk. 

    Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s

    Hij is vooral bekend om zijn keramiek, een ‘beleefde kunstvorm’ waarmee hij zijn fascinatie voor onder andere seks, punk en de tegencultuur naar hartelust kon uitleven. Maar Perry maakt ook het Channel 4-programma Grayson’s Art Club, dat hij presenteert samen met zijn vrouw, schrijfster en psychotherapeut Philippa Perry. Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s, maar al zijn beeldende en audiovisuele kunst is doordrenkt met zijn scherpe humor en geëngageerde commentaar over controver-siële kwesties van onze tijd. Daar staat hij zich niet op voor; in een interview zei hij al lang geleden lid van het establishment te zijn geworden. 

    De meer dan tachtig werken – subversieve potten, ingewikkelde prints, uitgebreide sculpturen en grote wandtapijten – zijn gerangschikt op de thema’s mannelijkheid, seksualiteit, klasse, religie, politiek en identiteit. Ook het zelden getoonde, fantastische Walthamstow Tapestry (2009) van 15 meter lang is te zien, evenals het gietijzeren schip Tomb of the Unknown Craftsman (2011). Speciaal voor de tentoonstelling in Schotland maakte Perry nieuwe potten in de vorm van middeleeuwse bierkruiken, die verwijzen naar onder meer het polariserende effect van sociale media en naar heraldische iconografie.  

    Grayson Perry: Smash Hits, National Galleries of Scotland, Edinburgh, t/m 12/11

    Agenda1


    Getsjirp, gehuil, gehijg

    MUZIEK | De 80-jarige Amerikaanse Meredith Monk is componist, pianist, choreograaf, danser, filmmaker, toneelschrijver en curator. Maar haar stem is haar instrument bij uitstek. Ze kan klinken als een brabbelend kind, een sjamaan of een schelle, opera-achtige mezzosopraan. Ze integreert gegrom met getsjirp, gehuil, gehijg, gefluister, gepiep en gejodel in haar bereik van drie octaven.

    Wat Monk doet zou je kunnen omschrijven als ‘geluids-poëzie’

    Wat Monk doet zou je kunnen omschrijven als ‘geluids-poëzie’, maar het is nooit moedwillig experimenteel. Ze vertelt en brengt emoties over zonder woorden. In de Oude Kerk in Amsterdam is nu de eerste Europese overzichtstentoonstelling van haar oeuvre te zien. Als integraal onderdeel van de tentoonstelling wordt ook een serie liveconcerten georganiseerd. Die concerten geven Monks artistieke erfenis door aan een nieuwe generatie musici.  

    Meredith Monk: Calling, Oude Kerk, A’dam. 21/10 t/m 17/3

    Agenda3
  • Hiphop, de nieuwe lingua franca van de muziekwereld

    Hiphop, de nieuwe lingua franca van de muziekwereld

    Hiphop zag vijftig jaar geleden het licht op een straatfeest in de Bronx. Inmiddels is die destijds nieuwe sound uitgegroeid tot een van de populairste muziekgenres. Dj’s en rappers hebben niet alleen hun stempel gedrukt op de muziek, maar ook het verdienmodel van de sector op zijn kop gezet.

    Geen muziekgenre waarin geld verdienen zo wordt bejubeld als in hiphop. Met een liedje over hun favoriete sneakers sleepte Run-DMC in de jaren tachtig een ongekende miljoenendeal met Adidas in de wacht. Toen 50 Cent twintig jaar later in zee ging met Vitaminwater, kreeg hij niet alleen geld, maar een aandeel in het bedrijf. Jay-Z wist het fenomeen directiekamer cool te maken toen hij directeur werd van het label Def Jam.

    Vorige maand was het precies een halve eeuw geleden dat DJ Kool Herc op een straatfeest in de Bronx de aanzet gaf tot een nieuwe sound. Inmiddels is hiphop uitgegroeid tot het populairste muziekgenre van de Verenigde Staten: niet alleen qua luistercijfers, waarin het alle andere muzieksoorten achter zich laat, maar ook door zijn invloed op de sound van artiesten in andere genres.

    Hiphop heeft vooral de bedrijfsvoering van de muziekindustrie veranderd en bracht hele generaties voort van baanbrekende rappers die de popmuziek een nieuw verdienmodel hebben gegeven. Daarin staat pragmatisme hoger aangeschreven dan artistiek gedoe. En met succes: in de eerste helft van 2023 was hiphop, met inbegrip van R&B, volgens datalogger Luminate goed voor 25,9 procent van de Amerikaanse muziekconsumptie. Op de tweede plaats staat rock met 19,8 procent. ‘Ze zaten niet vast aan allerlei regeltjes,’ verklaart Lyor Cohen, de voormalige topman van het baanbrekende hiphoplabel Def Jam (in 1999 door hem verkocht) en nu hoofd muziek van YouTube en Google. Rapartiesten en platenbonzen ‘verzonnen slimme nieuwe dingen, in plaats van nooit iets in twijfel te trekken omdat de dingen nu eenmaal zo gedaan werden’.

    Eigen hand

    Anders dan hele generaties rockers hadden rappers altijd al oog voor hun verdienmodel en waren ze dus beter toegerust voor een wereld waarin het moeilijker wordt om alleen met je muziek veel geld te verdienen. Rappers kregen naast hun albums met sponsorcontracten ook andere inkomstenbronnen waarop ze terug konden vallen. Ze gingen ook voorop in de tendens om de rechten op hun muziek in eigen hand te houden. 

    GettyImages 558232781
    Met een gettoblaster naar hiphop luisteren op 42nd Street New York, 1980. – © Getty Images

    Al decennialang zoeken hiphopproducers naar goeie beats en pakkende riffs als muzikale bedding voor de woordenstroom van hun rappers. Veel mainstream popnummers zijn in hun sound tegenwoordig schatplichtig aan die methode. De invloed van hiphop gaat terug tot eind jaren zestig, toen een piepjonge DJ Hollywood op rijm over de intro van een plaat heen praatte. Zijn teksten en zijn dj-werk werden toen niet als muziek beschouwd. Die omslag kwam pas met het werk van DJ Kool Herc en Grandmaster Flash: dankzij hun technische innovaties, zoals het in een lus achter elkaar plakken van de instrumentale stukjes uit een nummer, werden dj’s zelf artiesten en componisten. Rappen, dat zijn oorsprong vindt in het Jamaicaanse ‘toasten’ op reggaenummers, verdrong uiteindelijk het dj’en als centrale activiteit van wat we nu kennen als hiphop.

    De hele popmuziek spreekt nu de taal van de hiphop

    Raps werden songs en in de jaren tachtig commerciële nummers van drie minuten. Sampelen, het gebruiken van een klein stukje uit een bestaand popnummer, vergrootte de muzikale mogelijkheden: zo maakte je weer nieuwe muziek van oude nummers. De manier waarop top-40-hits tot stand komen is door deze innovaties veranderd. Het is niet langer zo dat één iemand met een tekst komt en een ander daar een melodie bij schrijft. 

    De hele popmuziek spreekt nu – net als reggaeton, afrobeats, K-pop en zelfs sommige countrymuziek – de taal van de hiphop.

    Mixtapes bestaan al zolang dj’s cassettes uitwisselen, maar begin deze eeuw werden ze dankzij Lil Wayne iets waarmee je je carrière een boost kunt geven. Mixtapes werden toen nog niet officieel of op grote schaal verkocht en konden dus informeel worden uitgewisseld zonder juridische repercussies. Zo kon je iedereen sampelen zonder bang te hoeven zijn dat je advocaten op je dak kreeg. Maar Lil Wayne bouwde voort op wat hij 50 Cent had zien doen en gebruikte mixtapes als een middel om vraag te creëren.

    Toen het even wat minder ging met zijn carrière, stuurde hij een hele zwik mixtapes de wereld in waarop hij zijn kunnen etaleerde en rapte op beroemd geworden beats. Zo overlaadde hij zijn grootste fans met het nieuwe werk waar ze naar snakten. Die mixtapes, zoals het met DJ Drama gemaakte Dedication 2, worden tegenwoordig tot zijn beste werk gerekend. De platenbonzen waren destijds niet blij met al die buiten hun label om gemaakte albums. Maar het gaf zijn carrière wel een nieuwe boost en andere rappers namen een voorbeeld aan hem.

    Achterstelling en racisme

    En die mixtapes waren nodig omdat veel grote labels wel wisten hoe ze muziek op de radio konden krijgen, maar niet de middelen of de kennis hadden om de fans van hun rappers op straat te bereiken. Dat deden de mixtapes wel. Hiphop heeft een reputatie van grootspraak, kliekvorming en onderlinge ruzie, maar er is altijd een nog grotere gezamenlijke vijand waartegen rappers zich in de studio kunnen verenigen: die van achterstelling en racisme. ‘De overkoepelende macrowaarheid was dat we tegenover de samenleving opkwamen voor onze overtuiging, we wilden dat onze artiesten erkenning kregen,’ zegt Steve Stoute, die een boek over hiphop schreef.

    GettyImages 74305526
     Jay-Z maakte de directiekamer  ‘cool’ toen hij directeur werd van het label Def Jam. New York 1996. – © Getty Images

    Rappers werken niet alleen intensief samen, maar nemen ook veel over uit andere genres, van rock (Run-DMC) en funk (Dr. Dre) tot country (Lil Nas X) en emo (Juice WRLD). Tegenwoordig hoor je hiphopartiesten net zo veel zingen als rappen en gebruiken ze ook gitaarlijnen en elektronische riffs in hun muziek. En ook vrouwelijke rappers hebben nu eindelijk succes.

    Rappers doen vaak mee op nummers van anderen in ruil voor geld of wederdiensten

    En dan die samenwerkingscultuur. Rappers doen vaak mee op nummers van anderen in ruil voor geld of wederdiensten. Ook die praktijk is overgeslagen op andere genres. De hiphopcultuur van sampelen en gastoptredens was een voorloper van de genrevervaging die je nu zo veel in muziek tegenkomt.

    Hiphop is de afgelopen tien jaar een bindende kracht geweest in een versplinterde muziekwereld, een nieuwe lingua franca waarin verschillende genres met elkaar kunnen spreken. ‘De muziekindustrie bestaat voor een groot deel uit hiphop,’ zegt Jamie Krents, het hoofd van Verve Records, het label van Billie Holiday en Jon Batiste. ‘Dat is wat de hele popmuziek nu ademt.’   

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Baard tegen Barbie

    Saoedi-Arabië toont zich verrassend progressief 

    FILM | Terwijl Barbie is verboden in onder andere buurlanden Koeweit en Oman, en bijvoorbeeld de onafhankelijke site Tout sur l’Algérie de film ervan beschuldigt ‘homoseksualiteit in de Arabische wereld’ te bevorderen, staan bezoekers in Saoedie-Arabië, mede door het verbod elders, ervoor in de rij. In sommige zalen is de film wel vijftien keer op een dag geprogrammeerd. Een columnist van het Koeweitse dagblad Al-Rai verbaast zich erover dat de film wordt vertoond ‘in de donkere kamers van het Saoedische koninkrijk’, want ‘onze samenlevingen [zijn] even conservatief en evenzeer toegewijd aan tradities en gebruiken’. Lange tijd werd juist Koeweit beschouwd als een van de meest open samenlevingen in de Golf, en Saoedi-Arabië als een bastion van conservatisme, legt hij uit.

    Ook The Hollywood Reporter spreekt van een ‘omgekeerde’ situatie: ‘Vanuit de hele Golf reizen mensen nu naar Saoedi-Arabië om naar de bioscoop te gaan, terwijl dat jarenlang andersom was.’ Voor de Jemenitische site 26sep.net is dit reden om Saoedi-Arabië te bestempelen tot ‘de kern van de verspreiding van een cultuur van decadentie’ in het Midden-Oosten. 

    De oproep om de film te verbieden komt dan ook vooral voort uit een felle anti-lhbtq-campagne

    Hoewel de film geen personages bevat die expliciet lhbtq zijn, noemen velen Barbie ‘een ode aan queerness’. De oproep om de film te verbieden komt dan ook vooral voort uit een felle anti-lhbtq-campagne. Zo heeft in Irak de Media- en Communicatiecommissie vorige maand het gebruik van de termen ‘homoseksueel’ en ‘homoseksualiteit’ verboden in alle media, ook op socialemediaplatforms, met de suggestie deze te vervangen door ‘seksuele afwijking’, meldt CBS News

    Op het voormalige Twitter toont Kamel Daoud, een bekende Algerijnse journalist en schrijver, zich somber over de ontwikkelingen. ‘In de strijd van Baard tegen Barbie winnen de bebaarde mannen’, aldus Daoud.

    Elders in de Arabische wereld heeft ‘de stem van de rede gezegevierd’, zoals het Egyptische dagblad Al-Masry Al-Youm het verwoordt, en gaven censuurcommissies na enige aarzeling wel toestemming de film te vertonen.  

    Door Laura Weeda

    barbie movie still 071123 2cf8cca8eb1e4f8392364b78a8b46d84
    Barbie Movie

    Writers block aan de Oostzee

    Wat er schuilgaat achter het filmbeeld

    Speelfilm | In Roter Himmel, de nieuwe speelfilm van de Duitse regisseur Christian Petzold, gaat de jonge auteur Leon op vakantie naar de Oostzee, samen met zijn beste vriend, de fotograaf Felix. Leon ligt volledig overhoop met het manuscript voor zijn tweede roman, waardoor de avances van Nadja, die in hetzelfde vakantiehuis logeert, hem volledig ontgaan. De hevige bosbrand in de omgeving heeft hij evenmin in de gaten. ‘De vraag is hoe Petzold erin slaagt een natuurramp zo terloops te introduceren dat de kijker pas weet wat er aan de hand is wanneer de hoofdpersonages al diepgang en karakter hebben’, schrijft Andreas Kilb voor Frankfurter Allgemeine. ‘Een Amerikaanse film zou met een vuurzee zijn begonnen, terwijl de brand in een Franse film de hoofdpersonen had samengebracht, als katalysator voor hun opbloeiende liefde.’ Expliciete beelden van de bosbrand ontbreken, maar bij Petzold gaat het volgens Kilb om het ‘benaderen van de waarheid en werkelijkheid die schuilgaan achter hetgeen hij ons laat zien’.

    Hoe dan ook, de film is op zijn best zodra het verhaal zonder woorden wordt verteld

    Het is Carolin Ströbele opgevallen dat fotograaf Felix ‘aanmerkelijk vrijer door het leven wandelt’ dan auteur Leon, meldt ze in Die Zeit: ‘Alsof de filmmaker daarmee wil suggereren dat het geschoten beeld een lichtere discipline is dan het geschreven woord. Hoe dan ook, de film is op zijn best zodra het verhaal zonder woorden wordt verteld.’

    ‘Een film over het verlies van zorgeloosheid en de immense moed die ervoor nodig is om schoonheid te veroveren’, vindt Chloé Caye van de Franse site Culture aux Trousses. Voor Caye is duidelijk dat de hoofdpersonen in Roter Himmel gevangen zitten in hun eigen, beperkte belevingswereld: ‘Maar voortdurend schemert de urgentie erdoorheen: uiteindelijk moeten ze iets zeggen of actie ondernemen. Precies zoals de bosbrand hen eraan herinnert dat de houdbaarheidsdatum niet ver weg is.’

    Harald Mühlbeyer van Kino-Zeit typeert de film als ‘een grandioze karakterstudie, waarin het maken van kunst centraal staat’. Tegelijkertijd gaat de film in zijn ogen over het ‘onderdrukken van gevoelens en hoe die onherroepelijk aan de oppervlakte komen. Maar dan wel op het moment dat het te laat is.’ 

    Door Diederik Samwel

    still Roter Himmel Christian Petzold DE 2023 1
    Roter Himmel


    Sixto Rodriguez, de verloren held van de anti-apartheid

    In Zuid-Afrika was hij groter dan Elvis

    MUZIEK | Nadat zijn muziek in de VS flopte, werden de liedjes van Sixto Rodriguez – beter bekend als ‘Rodriguez’ – in het Zuid-Afrika van de jaren zeventig cult, schrijft The Citizen na het overlijden van de artiest vorige maand, op 81-jarige leeftijd. Buiten zijn weten om werd Rodriguez’ debuutalbum Cold Fact ‘de protestmuziek van Zuid-Afrikanen die zich verzetten tegen de onrechtvaardigheden van de apartheid, het verstikkende conservatisme van het regime en de militaire dienstplicht’, aldus de Zuid-Afrikaanse krant.

    ‘Je zult geen witte progressieveling van een bepaalde leeftijd vinden die géén exemplaar van Cold Fact bezit,’ beweert Daily Maverick. Rodriguez’ nummer I Wonder zou in Zuid-Afrika bekender zijn dan veel Rolling Stones-hits, The South African noemt hem ‘in Zuid-Afrika groter dan Elvis’. Volgens journalist Rowan Philp van de Zuid-Afrikaanse Sunday Times vond zijn muziek ook weerklank bij zwarte leiders, zoals Steve Biko. ‘Zijn rauwe thema’s raakten jonge Zuid-Afrikanen,’ analyseert de Detroit Free Press uit Rodriguez’ geboorteplaats. De zanger wordt onder andere vergeleken met Bob Dylan. 

    Pas toen in 2012 Sugar Man verscheen, werd hij alsnog ontdekt in de VS en Europa

    Pas toen in 2012 Sugar Man verscheen, werd hij alsnog ontdekt in de VS en Europa. In de documentaire over Rodriguez is te zien hoe Zuid-Afrikaanse fans probeerden hun idool op te sporen, die volgens sommigen zelfmoord zou hebben gepleegd op het podium of zou zijn bezweken aan een overdosis heroïne, vertelt The Detroit News. Volgens de Detroit Free Press, waarin na zijn dood een portret van hem verscheen, is zijn latere carrière dan ook vooral aan het internet te danken, aangezien zijn dochter Eva op een dag ontdekte dat er in Zuid-Afrika enorm succesvolle websites aan haar vader waren gewijd. Hijzelf had hier nooit iets over gehoord, ‘en er ook nooit een cent voor ontvangen’. Hierna reisde Rodriguez verschillende keren naar Zuid-Afrika, waar zijn concerten in enkele minuten waren uitverkocht. 

    ‘Er schuilt een onmiskenbaar gevoel van voldoening in het feit dat de rest van de wereld een muzikant ontdekt waarvan wij al tientallen jaren weten dat hij cool is,’ erkende Daily Maverick na verschijning van de documentaire. Ook na zijn dood uitten de Zuid-Afrikaanse media hun genoegen over het dat de zanger ‘tegen alle verwachtingen in’ eindelijk ‘een plek heeft veroverd in de muziekgeschiedenis’.  

    Door Laura Weeda

    doug seymour photography 1
    Sixto Rodriguez

    Psychobiografie met verhalende kracht van een thriller

    Genuanceerd, sober en intiem 

    Non-fictie | King, A Life over Martin Luther King van Jonathan Eig voegt genoeg toe aan het beeld van de in 1968 vermoorde dominee, concluderen internationale recensenten. Vooral omdat de biograaf gebruik heeft gemaakt van niet eerder vrijgegeven dossiers van de FBI. Zo heeft Neil Steinberg het in Chicago Sun-Times over ‘zo’n genuanceerde en gedetailleerde biografie dat hij het gevoel kreeg dat King met de ochtendkrant bij hem in de huiskamer zat’.

    Kelefa Sanneh van The New Yorker noemt het een ‘sober en intiem portret van King waarin Eig duidelijk maakt hoe dicht de FBI hem op de hielen zat. Klaarblijkelijk in de hoop hem met belastende informatie over communistische ideeën of buitenechtelijke affaires te kunnen vervolgen, intimideren of tot zelfmoord aan te zetten.’ Volgens Kenneth Mack van The Guardian heeft Eig ‘uitstekend werk geleverd, onder meer door Kings affaires grondig te documenteren’. Maar ook door hem te presenteren als ‘een onvolmaakte, opgejaagde figuur die vaak aan zichzelf twijfelde’. In The Washington Post schrijft Mark Whitaker over een ‘psychobiografie met de verhalende kracht van een thriller’. Eigs toon is volgens hem ‘mild kritisch; zo wordt Kings wetenschappelijke plagiaat allerminst vergoelijkt’. 

    Door Diederik Samwel

    WE8262
  • In de Japanse literatuur komt de maatschappijkritiek van vrouwen

    In de Japanse literatuur komt de maatschappijkritiek van vrouwen

    Lange tijd vonden vooral apolitieke romans uit Japan een internationaal publiek, maar dat is nu aan het veranderen. En wel door drie vrouwen die de literaire wereld veroveren en niet schromen de misstanden in hun thuisland aan de kaak te stellen. Een portret.

    ’s Nachts verandert de stad. Mensen roken op straat, drinken hun biertje voor de gemakswinkels en praten luidruchtig met elkaar. Hier in Shinjuku Ni-Chome, de uitgaanswijk in het westen van Tokio, stralen de neonreclames. De hoge gebouwen zitten van de kelder tot de tiende verdieping vol met partylocaties. Van de lesbobar tot de queer theesalon en de fetishclub. Op sommige straathoeken staan hier en daar groepen toeristen voor de cafés; op andere plekken krijgen ze geen toegang.

    Ook al krijg je in Shinjuku Ni-Chome een andere indruk, de drie steunpilaren van Japan zijn nog altijd kinderen, huwelijk en werk. Progressieve bewegingen hebben het moeilijk. De conservatieve regering van Fumio Kishida ruziet over de gelijkberechtiging van de queer gemeenschap. Een hoge ambtenaar heeft enkele maanden geleden nog openlijk gezegd dat hij niet naast homoseksuele of transparen wil wonen. In de koseki, het familieregister, moet iedereen opgenomen worden, maar bij gehuwde personen mag er slechts één achternaam staan – meestal die van de man. In het laatste rapport over de genderkloof van het World Economic Forum, dat onder andere analyseert hoe vrouwen betaald worden in vergelijking met mannen, stond Japan op de lijst van 145 landen op de 125ste plaats.

    De laatste jaren is er veel internationale aandacht voor het feit dat de clichés over het supermoderne Japan als een land dat cultuur, geschiedenis en vooruitgang soepeler combineert dan enig ander land, inderdaad niet meer dan clichés zijn: de sociale druk op vrouwen omdat de geboortecijfers al jaren dalen, de vele zelfmoorden, de kloof tussen arm en rijk, die in de op twee na grootste economie van de wereld steeds groter wordt.

    Vrouwen houden op een nieuwe, literaire manier vinger aan de pols van Japan

    Maar deze thema’s werden tot op heden weinig weerspiegeld in vertaalde literatuur uit Japan; de focus lag bij vertalingen op auteurs als Haruki Murakami, die zich in hun boeken vooral richten op mannelijke personages met hun innerlijke persoonlijke conflicten.

    Zo bleven er lange tijd veel blinde vlekken in de beeldvorming over de Japanse samenleving. Maar dat lijkt nu langzaam te veranderen. Op dit moment beleeft Osamu Dazai op het jonge socialmediaplatform TikTok een wedergeboorte met zijn roman Ningen Shikkaku. Daarin vertelt de auteur het levensverhaal van iemand die geen empathie kan voelen en die daardoor geen sociale relaties kan opbouwen. Het boek is een meesterwerk uit de naoorlogse tijd. Sinds enkele jaren lijken bovendien steeds meer politiek denkende schrijfsters hun weg te vinden naar een internationaal publiek; vrouwen die maatschappijkritiek in hun werk vlechten. Vrouwen die op een nieuwe, literaire manier de vinger aan de pols van Japan houden. Kunnen zij een waarachtiger, completer beeld van het huidige Japan schetsen? Een reis door Tokio – naar drie succesvolle schrijfsters.

    Internationale ster

    Een van hen is Mieko Kawakami. De 46-jarige heeft de literaire wereld op slag veranderd toen in 2008 de novelle Borsten en eitjes in Japan uitkwam, een zinderend verhaal over vrouw zijn, kinderen krijgen en familie. The New York Times bejubelde het boek en inmiddels wordt er ook een Duitse theaterversie van gemaakt.

    Sindsdien is Kawakami een internationale ster met een reclamecontract voor haarproducten en een entourage van woordvoerders en assistenten. Haar carrière is verbazingwekkend omdat ze maar weinig mogelijkheden had om zich een plek te veroveren in de literaire wereld. Kawakami werd in Osaka geboren in een gezin dat het niet breed had, en begon al op jonge leeftijd te werken. Op haar veertiende had ze een baantje in een fabriek, daarna in een bar, om haar alleenstaande moeder en haar broer te ondersteunen. Later probeerde ze het als popzangeres, maar met weinig succes. Op het internet begon ze gedichten te publiceren en ontdekte ze het schrijven. Nu woont ze in Tokio, is getrouwd met een schrijver en heeft een kind.

    Kawakami is zo populair dat haar fans haar overal opwachten, ze proberen haar posts op Instagram te decoderen om haar op te sporen

    De ontmoeting met de schrijfster vindt plaats op een plek die niet genoemd mag worden. Kawakami is zo populair dat haar fans haar overal opwachten, ze proberen haar posts op Instagram te decoderen om haar op te sporen. Kawakami zit in haar eentje te wachten in een speciaal gehuurde, afgeschermde ruimte in een café: een goedgeklede vrouw met een design handtas en een perfecte huid. ‘Ik kom van de straten van Osaka’, schrijft ze ergens, omdat ze in armoede is opgegroeid. Haar gouden polshorloge schittert.

    Ze benadrukt meer dan eens dat er moed voor nodig is om succes te hebben. Dat is een van haar grote thema’s. Moed om je eerste verhalen op te sturen naar literaire tijdschriften. Moed om te schrijven over de problemen in de Japanse maatschappij, over wat het kapitalisme kan aanrichten. Moed om de schaamte te overwinnen om te spreken over haar eigen leven. ‘Ik kan erover praten omdat ik eruit ben gekomen.’ Moed om de dingen zo op te schrijven als ze zelf voor juist houdt. ‘Dankzij het succes kan ik dat,’ zegt ze.

    Bewondering én haar kritiek

    Kawakami is inderdaad een uitzondering in de Japanse literaire wereld, omdat ze openlijk spreekt over haar verleden in onzekere omstandigheden, zonder omwegen voor haar mening uitkomt en opiniestukken publiceert. Haar gesprek uit 2017 met Haruki Murakami is intussen beroemd. Daarin uitte Kawakami heel openhartig haar bewondering én haar kritiek; ze bekritiseerde onder andere de manier waarop Murakami omging met zijn vrouwelijke personages. ‘Ik heb het over het grote aantal vrouwelijke personages dat alleen maar bestaat om een seksuele functie te vervullen,’ zei ze.

    In het café gebruikt ze begrippen als kapitalisme, lgbtq, gender en klasse met grote vanzelfsprekendheid. Ze slaagt erin daarmee een jong en vrouwelijk publiek te bereiken dat in de afgelopen jaren door #MeToo en de nieuwe feministische golf in Japan in beweging werd gebracht. Tegelijkertijd denkt ze ook altijd na over andere thema’s. Een paar dagen geleden, vertelt ze, hebben vier tieners een horlogewinkel overvallen in Ginza, een van de belangrijkste winkelwijken van de stad. Over de armoede onder de jeugd – sindsdien weer gespreksonderwerp in Japan – kan Kawakami hele betogen afsteken.

    Intussen zijn er drie romans van haar in het Duits verschenen, die thematisch en stilistisch niet méér van elkaar zouden kunnen verschillen. In Brüste und Eier [het eerder genoemde Borsten en eitjes] onderzoekt ze de waarde van de vrouw in de Japanse maatschappij en wat het betekent om als dertigjarige ongehuwde en aseksuele vrouw moeder noch dochter te zijn. In Heaven [in het Nederlands verschenen als Hemel] volgen de lezers een naamloze veertienjarige ik-verteller die door zijn medescholieren gepest wordt; en in het pas verschenen All die Liebenden in der Nacht [oorspronkelijke titel Subete mayonaka no koibito tachi, nog niet verschenen in het Nederlands] beschrijft ze het leven van een vrouwelijke freelancecorrector en kluizenares die begint te drinken. Haar zojuist in Japan verschenen roman Kiiroi Ie [zal in 2025 in het Engels verschijnen als Sisters in Yellow] vertelt over een groep vrouwen die herinneringen ophaalt aan de jaren waarin ze gewerkt hebben in een sunakku, de goedkope versie van een nachtclub. 

    Kawakami geldt voor velen als een icoon van de feministische literatuur, als iemand die kwesties van arbeid en gender in samenhang behandelt. Enige tijd geleden zei ze in een interview echter ook dat ze het beu is als feministisch schrijfster te worden aangeduid. Ze voelt zich verkeerd begrepen, zegt ze nu. Ze doelt op dat etiket, dat kan aanvoelen als een corset. Natuurlijk is het feminisme belangrijk. Maar Kawakami zegt dat ze bang is dat dat begrip verwatert tot een marketingtool en uiteindelijk nergens meer voor staat. Ze wil ook altijd opkomen voor de mensen die niet gezien worden.

    Grande dame

    Iemand die zich al lang bezighoudt met degenen die in de Japanse samenleving vergeten worden, is Banana Yoshimoto [pseudoniem van Mahoko Yoshimoto], de coole grande dame van de Japanse literatuur. Mijn afspraak met haar vindt plaats in een woonwijk op ongeveer een kwartier lopen van Shimokitazawa, een populaire, jonge wijk, waar je de ene na de andere vintagewinkel tegenkomt. Yoshimoto heeft haar kantoor in de buurt, in een oud Japans huis van twee verdiepingen, aan de gevel waarvan een dikke gele banaan prijkt. De 58-jarige ontvangt me met koude thee en koekjes. Ze zit aan haar schrijftafel naast een vitrine met haar verzameling onderscheidingen en literaire prijzen. Aan haar voeten slaapt haar geliefde Franse bulldog.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.14.32
    Mahoko Yoshimoto – © ANP

    Eind jaren tachtig verscheen Yoshimoto’s debuutroman Kitchen [in het Nederlands verschenen onder dezelfde titel], die een bestseller werd en wereldwijd een hype veroorzaakte: de ‘Bananamania’, een diepe verering door fans die haar binnen de kortste keren bijna de status van een popster bezorgde. Kitchen gaat over de vriendschap tussen de jonge Japanse vrouw Mikage, die geen familie meer heeft, en de man Yuichi. Samen met Yuichi’s moeder, een transpersoon, leven ze in een woongemeenschap. Kitchen valt stilistisch en inhoudelijk op door de onverbloemde toon en het experimentele karakter. Veel critici waren er indertijd nog niet aan toe, maar het publiek viel voor Yoshimoto.

    Is er nu, meer dan dertig jaar later, iets veranderd in de literatuur en de Japanse samenleving? ‘Indertijd zeiden ze tegen mij dat er in Japan geen queer mensen bestonden. Zoals je nu – en eigenlijk ook toen al – kunt zien, zijn die er natuurlijk wel,’ zegt ze.

    Volgens opiniepeilingen is 64 procent van de bevolking nu positief over gelijkgeslachtelijke stellen

    Volgens opiniepeilingen is 64 procent van de bevolking nu positief over gelijkgeslachtelijke stellen. Nog maar enkele weken geleden liepen tienduizend mensen in optocht door Tokio. Een paar eisen van de Pride Parade: een antidiscriminatiewet en de openstelling van het huwelijk voor queer paren. Maar de regering werkt dat tot op heden tegen, en de problemen van queer mensen verdwijnen niet van de ene op de andere dag. ‘Ik weet niet zeker of de literaire wereld zich werkelijk openstelt, maar de samenleving doet dat langzaamaan wel,’ zegt Yoshimoto.

    Haar leven buiten de boeken houdt Yoshimoto privé. Ze is getrouwd en heeft een kind. Maar op haar website geeft ze prijs op welk deel van haar lichaam ze twee tatoeages heeft – op haar rechterdijbeen een banaan en op haar linkerschouder de manga-afbeelding van de geest Obake no Q-taro, die graag kattenkwaad uithaalt.

    Mythen

    Over haar persoonlijke leven praat ze nu ook liever niet, maar er circuleren veel mythen. Op haar vijfde besloot ze schrijfster te worden, zo wil de legende, die ze nu bevestigt. Ze koos het beroep indertijd ­geïnspireerd door haar oudere zus, die tegenwoordig werkt als manga-artiest. Yoshimoto groeide op in een huishouden waar creatief werk werd aange­moedigd. Haar vader, Takaaki Yoshimoto, was ­dichter en literair criticus. Hij gold als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van nieuw links in Japan.

    Tijdens haar studie literatuurwetenschap begint Mahoko zich Banana te noemen, omdat de naam androgyn en schattig zou klinken en vanwege haar voorliefde voor de bloesems van de bananenboom, zo wil een andere legende. Wat geen legende is: ze schreef Kitchen toen ze als serveerster in het restaurant van een golfclub werkte. Dat was toen; tegenwoordig leeft ze van het schrijven en kan ze bogen op een meer dan drie decennia lange carrière, meer dan zestig in Japan gepubliceerde boeken, romans en essays en wereldwijd miljoenen verkochte boeken. De indruk dat ook in Japan op dit moment vooral schrijfsters veel meer publiceren dan een paar jaar geleden, onderschrijft ze niet. ‘De verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke auteurs is hier in Japan in de afgelopen decennia gelijk gebleven. Ze worden alleen eindelijk meer vertaald.’

    In de meer dan dertig jaar dat ze nu boeken publiceert, is Yoshimoto’s manier van schrijven veranderd; ze schrijft nu milder, zegt ze zelf. Haar stijl is dromerig, alsof ze zo onbewuste dingen aan het licht wil brengen. Yoshimoto heeft een grote voorliefde voor horrorfilms, vooral voor de Italiaanse meester Dario Argento of Don Coscarelli, met Phantasm. Haar laatste in het Duits verschenen roman, Ein seltsamer Ort [oorspronkelijke titel Mimi to Kodachi], is een hommage aan deze film uit het jaar 1979. In het boek vertrekken de tweelingzussen Mimi en Kodachi naar Tokio, nadat hun moeder na een zwaar ongeluk in coma is geraakt. Als Kodachi niet meer terugkeert van een bezoek aan haar moeder in het ziekenhuis, gaat Mimi op zoek naar haar zus. Net als in een goede horrorfilm neemt de roman dan een bovennatuurlijke wending; tegelijkertijd komen in de vertelling louter onderdrukte, akelige gevoelens naar boven.

    In het nawoord van het boek kondigt Yoshimoto min of meer haar pensionering aan: ‘Ik ben serieus van plan geleidelijk plaats te maken voor de jonge generatie die in deze moeilijke tijden verder moet.’

    Nieuwe generatie

    Een gezicht van deze nieuwe generatie is Rin Usami, die weliswaar nog aan het begin staat van haar carrière, maar toch al onder andere de Yukio Mishima-prijs heeft gewonnen, die geldt als een van de belangrijkste omdat hij wordt toegekend aan boeken die nieuwe wegen inslaan. Usami is de jongste prijswinnaar in de geschiedenis van de prijs. In een buurt niet ver van de universiteit waaraan Usami studeert, zit de 24-jarige nu in een café, begeleid door haar redacteur, een vertegenwoordiger van haar literair agentschap en iemand van de uitgeverij. Usami heeft nog niet zo veel ervaring met de pers, daarom zijn ze erbij om haar te assisteren.

    Het eerste wat Usami zegt is: ‘Ik heb speciaal een donkerroze trui aangetrokken, dezelfde kleur als het omslag van mijn boek Idol in Flammen [de Duitse vertaling van Oshi, moyu]. Een grapje dat waarschijnlijk bedoeld is om de strak geregisseerde sfeer wat losser te maken. In de roman vertelt Usami over een schoolmeisje dat bezeten is van een lid van een Japanse band. Maar dan duiken er geruchten op dat haar idool een vrouwelijke fan zou hebben aangevallen.

    De fancultus in de samenleving groeide de afgelopen jaren sterk

    Vooral door de isolatie en de beperkingen van sociale contacten tijdens de pandemie groeide de fancultus in de Japanse samenleving de afgelopen jaren sterk. Het object van verlangen kan een acteur, zanger of sporter zijn. ‘Bij de fancultuur draait het om empowerment,’ zegt Usami, ‘het lijkt controleerbaar en is daardoor vooral aantrekkelijk voor jonge mensen.’

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.14.42
    Rin Usami – © Masumi Ishida

    Vaak lijken echte relaties te spannend, en veel jonge Japanners voelen zich eenzaam, zoals onderzoeken uitwijzen. Volgens een recente overheidsenquête hebben 1,5 miljoen mensen zich zelfs volledig uit de maatschappij teruggetrokken; ze leiden een leven dat zich grotendeels alleen in de eigen woning afspeelt en dat hikikomori wordt genoemd. De politiek benoemde daarom twee jaar geleden een minister van Eenzaamheid. De sterrencultus biedt een vlucht uit een vaak trieste realiteit.

    Usami zelf achtervolgde ongeveer acht jaar lang intensief een acteur, vertelt ze openhartig; het is blijkbaar niet iets waarvoor ze zich schaamt. Maar wat ze intussen wel begrepen heeft, zegt ze, is dat betrekkingen tussen fans en idolen niet altijd eenvoudig zijn, want ze zijn verticaal. ‘Er zit een duidelijke hiërarchie in,’ zegt Usami, ‘terwijl het schrijven daarover op internet, de uitwisseling met andere fans, horizontaal is.’ Over dit verschil wilde ze in haar roman schrijven. Terwijl haar hoofdfiguur zich steeds dieper verstrikt in deze betrekkingen, voelt ze zich steeds eenzamer worden.

    Dat Usami’s roman een bestseller werd, laat zien dat ze bij veel Japanners een snaar heeft geraakt. Al in haar debuut Kaka stelt Usami maatschappelijke problemen onverbiddelijk aan de kaak; in die roman gaat het om een tienermeisje dat na de scheiding van haar ouders haar moeder niet meer kan verdragen. Ze begint te drinken en wordt gewelddadig.

    Romans die de ziel in al haar tragiek belichten, worden als literatuur gezien

    Alcoholmisbruik, eenzaamheid, horror – waarom zijn veel van de thema’s die in de romans van Usami en andere hedendaagse schrijfsters behandeld worden, zo somber? Maatschappijkritiek kan tenslotte ook op een lichte manier worden gebracht. Wanneer het woord ‘somber’ in het café valt, lijkt de sfeer in de ruimte te bevriezen. Usami zelf, de redacteur, de agent en de medewerker van de uitgeverij zijn zichtbaar geïrriteerd. Usami’s roman is serieus, niet somber, heet het na een paar seconden. Dan verklaart de medewerkster van de uitgeverij dat hoge literatuur nu eenmaal een zekere zwaarte verlangt. Net als in Duitsland verschilt lectuur in Japan niet alleen stilistisch maar ook thematisch veel van literatuur. Alleen wordt daar nog strenger op het onderscheid gelet. Liefdesgeschiedenissen met een happy end en detectiveverhalen worden automatisch tot de massacultuur gerekend; romans die de ziel in al haar tragiek belichten, worden als hoge literatuur gezien. En het begrip ‘somber’ zou eerder bij lectuur passen.

    Yukio Mishima

    Usami beschrijft het zo: ‘Als scholier heb ik vooral lectuur verslonden; later las ik de Japanse klassieken en merkte ik dat je ook over intieme gevoelens en gedachtewerelden kunt schrijven.’ Haar literaire voorbeeld is Yukio Mishima. Deze beroemde auteur werd aan het eind van zijn leven een nationalist, in 1970 probeerde hij een staatsgreep te plegen in het militaire hoofdkwartier van het land om de Japanse grondwet af te schaffen en de macht van de Japanse keizer te herstellen. Toen de putsch mislukte, pleegde Mishima, die ook een groot bewonderaar van de samoeraicultuur was, op rituele wijze zelfmoord. Hij heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten, waarin thema’s als zelfmoord, homoseksualiteit en overspel worden behandeld.

    In het café vertelt Usami nog over andere literaire klassiekers, iets over haar studie en over haar broer, tot het langzaam donker wordt en de avond valt.

    Ook in Shinjuku Ni-Chome, de luidruchtige uitgaanswijk, zal morgen de zon weer opgaan. De vuilcontainers zullen geleegd worden. Misschien verruilen de mensen hun bezwete kleding voor hemden en sokken die ze in de plaatselijke minimarkt aanschaffen. Ze zullen naar hun werk gaan en de sporen van de nacht achter zich laten. En dan? Dan beginnen ze weer van voren af aan. 

    Van Mieko Kawakami zijn in Nederland Borsten en eitjes en Hemel verschenen bij uitgeverij Podium, in vertaling van Maarten Liebregts.

    Kitchen van Babana Yoshimoto verscheen bij Das Mag, eveneens in vertaling van Maarten Liebregts.

    Rin Usami is nog niet uitgegeven in Nederland, haar roman Idol, Burning verscheen in het Engels bij HarperCollins, in vertaling van Asa Yoneda.