Tag: democratie

  • Is de politieke islam te verenigen met de moderne wereld?

    Is de politieke islam te verenigen met de moderne wereld?

    Volgens critici zijn islamistische bewegingen per definitie ondemocratisch. Maar, schrijft The Economist, de politieke islam is geen homogene beweging, en wordt in ieder land óók gevormd door de lokale context.

    ‘Dood, stervend of achter de tralies.’ Zo omschreef een lid van de Moslimbroederschap in Egypte de situatie van zijn kameraden in wat eens ’s werelds meest vooraanstaande islamistische beweging was. Na de Arabische Lente van 2011 won de Broederschap de eerste vrije verkiezingen in Egypte; begin 2012 was de Broederschap de baas in het land. Maar het leger, geleid door Abdul Fattah al-Sisi en gesteund door massademonstraties, ontzette hen al snel uit de macht. Vier jaar geleden drukte Sisi, de huidige president, de beweging op het Rabaa al-Adawiya-plein de kop in. Vandaag zijn degenen die niet dood zijn en niet achter de tralies zitten gevlucht, of ze houden zich schuil.

    Toch boezemt de Broederschap, een internationale beweging die in de regio al vele andere islamistische partijen heeft voortgebracht, Arabische autocraten nog steeds angst in. Kijk alleen al naar de impasse inzake Qatar. Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein hebben de diplomatieke betrekkingen verbroken met het kleine olierijke sjeikdom en een economische blokkade afgekondigd, en eisen dat het land zijn steun aan de Broederschap intrekt, Al Jazeera, een Broederschap-vriendelijke zender, sluit, en Turkse troepen het land uitzet, omdat Turkije wordt geleid door een op de Broederschap geïnspireerde partij, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP). Ze betogen dat de Broederschap een terroristische organisatie is die de gevestigde orde omver wil gooien.

    Het lijdt geen twijfel dat de Broederschap heeft aangezet tot geweld en dat leden ervan aanslagen hebben uitgevoerd, maar of de beweging wezenlijk gewelddadig is valt moeilijker vast te stellen. Hassan al-Banna, die de beweging in 1928 in Ismaïlia in het noordoosten van Egypte heeft gesticht, wilde geleidelijke hervormingen. Said Qutb, een leidend figuur in de Broederschap in de jaren vijftig en zestig, pleitte voor het opnemen van de wapens tegen goddeloze heersers. Het moderne islamisme – waarvan ruwweg de definitie luidt: het streven naar een staat die wordt bestuurd vanuit islamitische principes – heeft zich vanuit deze discussie in allerlei richtingen ontwikkeld.

    De huidige beweging omvat uiteenlopende groeperingen zoals Ennahda, een vreedzame Tunesische politieke partij, en Islamitische Staat (IS), een gewelddadige jihadistische groepering, die de Broederschap een afvallige organisatie noemt. De huidige Egyptische Broederschap is gesplitst in een groep die de confrontatietactiek omarmt, onder wie enkelen die geweld goedkeuren, en zij die liever een benadering van verzoening voorstaan.

    Erfelijke kalifaten, waarbij de religieuze en de seculiere macht in één persoon waren verenigd, waren langer dan duizend jaar het bestuursmodel voor islamitische staten

    De Saoedi’s en de andere landen die Qatar onder druk zetten beweren dat het hele islamisme een stap te ver is. (Hoewel sommige landen uit tactische overwegingen gemene zaak hebben gemaakt met islamisten in de Palestijnse Staat, Jemen en Syrië.) Andere landen – zoals de westerse landen die geen gehoor hebben gegeven aan oproepen om de Broederschap als een terroristische organisatie te brandmerken – vinden dat er onderscheid moet worden gemaakt. Dat is niet zo makkelijk. Als ogenschijnlijk gematigde en democratische islamisten eenmaal gekozen zijn, ontpoppen ze zich vaak als het tegendeel van die kwalificaties en blijkt die democratische gezindheid van zeer tijdelijke aard te zijn geweest. Maar sommige islamisten bedrijven een gematigde en effectieve politiek, en staan zelfs aan het hoofd van een regering.

    Islamisten zijn echt niet de enigen die proberen de maatschappij te doordrenken met religie. In India hangt de heersende BJP een specifiek hindoeïstisch nationalisme aan. In Israël streeft een aantal partijen ernaar om van het land meer een echt joodse staat te maken. In Europa zijn er veel christendemocratische partijen die beide onderdelen van die term serieus nemen.

    Maar in één opzicht is de islam uniek. Terwijl Mozes een leider zonder land was en Jezus een dissident die door een land ter dood was veroordeeld, was de profeet Mohammed een politiek leider die een staat stichtte, en de heilige schrift van de islam is daar een weerspiegeling van. ‘In de Koran staan in de tekst duidelijke, directe geboden, variërend van de toepassing van hoedoedstraffen (voor vergrijpen zoals diefstal) tot specifieke regels met betrekking tot het erven’, schrijft Shadi Hamid van het Brookings Instituut, een denktank op het gebied van ‘het islamitisch exceptionalisme’. Vandaar dat de Broederschap met trots beweert dat de Koran hun grondwet is.

    Maar ook al zegt de Koran specifieke dingen over het erven en andere zaken, het heilige boek blijft vager over hoe je het landsbestuur moet organiseren. In de ene soera wordt Mohammed opgedragen leden van de gemeenschap te raadplegen en in een andere krijgt hij de absolute macht over hen toebedeeld. Onmiddellijk na de dood van de profeet begonnen al de geschillen. Zijn trouwste volgelingen konden niet beslissen of de rol van kalief – de veronderstelde opvolger van Mohammed als leider – nu een gekozen of een erfelijke functie was, een geschil dat uiteindelijk leidde tot het schisma tussen respectievelijk de soennieten en de sjiieten.

    Het kalifaat zelf wordt niet voorgeschreven door de Koran. Maar ‘in het traditionele islamitische denken wordt het beschouwd als een intrinsiek onderdeel van de islam, dat onbedoeld het geloof eeuwenlang heeft gepolitiseerd’, schrijft Mustafa Akyol, auteur van Islam without Extremes. Erfelijke kalifaten, waarbij de religieuze en de seculiere macht in één persoon waren verenigd, waren langer dan duizend jaar het bestuursmodel voor islamitische staten.

    De ondergang van het Ottomaanse Rijk en de afschaffing van het kalifaat door de republiek Turkije hebben uiteindelijk geleid tot de huidige islamistische beweging. Moslims die waren vernederd door het kolonialisme en het falen van het socialisme en het nationalisme, waarbij binnenlandse autocraten hadden geprobeerd de islam ten eigen voordele te annexeren, verlangden naar een alternatief dat thuishoorde in een wereld van natiestaten en verkiezingen. De Broederschap verschafte hun er een.

    Islamisme lite

    De democratie stond niet vermeld in Mohammeds richtlijnen, dus Banna keurde die staatsvorm af, net als politieke partijen en zelfs de moderne Arabische staat. Maar hij zag de ontwikkeling naar de islamitische staat als een proces in fasen, en iedere fase vereiste een andere tactiek. Dus islamisten verhulden hun religieuze doel in het begin en namen zelfs deel aan verkiezingen, als dat op de lange termijn hun positie verstevigde. Sommigen van zijn volgelingen accepteerden uiteindelijk de democratie als onderdeel van alle fasen van het proces, maar critici vonden dat de meeste islamisten in wezen antidemocratisch waren en dat nog steeds zijn.

    Dat is één manier om naar de AKP en zijn imponerende leider, Recep Tayyip Erdogan, te kijken. Toen Erdogan in 2001 de AKP oprichtte, bleek hij de vertegenwoordiger te zijn van een nieuw soort islamisme, dat door sommigen ‘islamisme-lite’ werd genoemd, en dat zich richtte op vrijheid en de vrije markt. Toen de AKP in 2002 voor het eerst de verkiezingen had gewonnen, voerde de partij democratische hervormingen door, perkte de macht van het leger in en zorgde ervoor dat de mensenrechten beter werden gerespecteerd. Het werd gezien als een hoopvol voorbeeld voor andere islamistische partijen.

    Maar geleidelijk trok Erdogan steeds meer macht naar zich toe. De staatsmedia kwamen volledig in zijn handen en critici zette hij uit de regering, het leger en de rechterlijke macht. Liberalere leden van de AKP, zoals Abdullah Gül, een voormalige president, werden aan de kant gezet. Een mislukte coup in juli 2016 leidde tot een algehele zuivering. Tienduizenden vijanden, echte of vermeende, werden gearresteerd, onder wie ook journalisten. Maatschappelijke organisaties werden opgeheven, ambtenaren werden ontslagen, de toegang tot het internet werd deels geblokkeerd. In april kreeg de president na een referendum over de grondwet (waarbij volgens critici was gefraudeerd) nog meer macht.


    Moskee in Isfahan, Iran. – © EyeEm
    Moskee in Isfahan, Iran. – © EyeEm

    Turkije is het tweede bewijsstuk voor hen die een zaak voorbereiden tegen schijnbaar gematigde islamisten. Egypte is het eerste bewijsstuk. Mohamed Morsi, de man van de Broederschap die president werd, bleek vanaf het begin tweedracht te zaaien. Aan het eind van het eerste jaar had hij verordonneerd dat hij niet gebonden was aan de rechtstaat. Hij drukte er een grondwet door die bij seculiere politici op veel weerstand stuitte en nam heel veel islamisten op in zijn regering. Tegen de tijd dat het leger een coup pleegde, stond het volk aan de kant van de militairen.

    Sommige mensen betogen dat deze resultaten – het succes van de onverdraagzaamheid in Turkije, het falen van de onverdraagzaamheid in Egypte – voorspelbaar waren, onvermijdelijk zelfs. Maar het loont om naar de context te kijken. Voordat de AKP in Turkije ten tonele verscheen, waren al eerder vier islamistische partijen opgeheven ten gevolge van een coup of een gerechtelijk bevel. Toen de AKP aan de macht kwam, bleef die dreiging bestaan. Secularisten in het leger – onderdeel van de deep state, de staat binnen de staat – probeerden in 2007 de verkiezing van de presidentskandidaat van de partij te dwarsbomen. De hoofdaanklager van Turkije beschuldigde de AKP ervan antiseculier te zijn en het scheelde niet veel of hij had de partij verboden. Er volgden een heleboel andere politiek gemotiveerde aanvallen – en toen kwam de couppoging.

    In Egypte zag de Broederschap zich geconfronteerd met een vergelijkbare deep state van militairen, rechters en bureaucraten. De politie weigerde op straat te patrouilleren, wat leidde tot een misdaadgolf. Werknemers van benzine- en elektriciteitsmaatschappijen zorgden ervoor dat de stroom uitviel en dat er een tekort aan brandstof was. Rechters die waren aangesteld door Morsi’s voorganger verklaarden de uitslag van een verkiezing ongeldig.

    Die uitdagingen zijn geen excuus voor het autoritaire gedrag van Morsi en Erdogan. Maar misschien vormen ze wel een betere verklaring voor dat gedrag dan het veronderstelde onverdraagzame karakter van hun ideologie. ‘Islamistische partijen hebben de neiging zich aan te passen aan hun politieke omgeving’, legt Marc Lynch van The George Washington University uit. De angst dat secularisten zouden proberen hun regering te ondermijnen overtuigde islamisten ervan dat ze zo veel mogelijk macht naar zich toe moesten zien te trekken; het gebrek aan diepgewortelde democratische tradities maakte het er niet beter op. Volgens Akyol ligt het probleem van de AKP niet bij het feit dat de partij te islamistisch is, maar te Turks.

    De toename van op de sharia gebaseerde verordeningen is grotendeels het resultaat van lokale politici die in ruil voor stemmen toegaven aan de eisen van conservatieve moslimgroepen

    Elders nemen islamistische partijen nog steeds deel aan verkiezingen. De afdelingen van de Broederschap in Jordanië en Koeweit hebben het vorig jaar bij de parlementsverkiezingen na jaren van repressie relatief goed gedaan. Een spin-off van de Broederschap, de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (PJD), heeft de laatste twee parlementsverkiezingen in Marokko gewonnen en leidt de huidige regering. Buiten de regio van de Broederschap zijn islamistische partijen actief in Indonesië, Maleisië en Pakistan. Het idee dat al die partijen Banna’s langetermijnplanning uitvoeren kan niet echt weerlegd worden, maar het is in elk geval ook mogelijk dat het in een omgeving die autoritair leiderschap niet stimuleert, geen noodzakelijke ontwikkeling is. Op bijna alle plekken waar islamisten politiek actief zijn, is er een grens aan hoeveel macht ze kunnen vergaren. De monarch is uiteindelijk de baas in Marokko, Jordanië en Koeweit.

    Aan de andere kant hoeven islamisten niet per se nationale verkiezingen te winnen om een onverdraagzame impact te hebben. In Indonesië, een seculiere democratie, is bij de nationale parlementsverkiezingen op geen enkele zuiver religieuze partij meer dan acht procent van de stemmen uitgebracht, ook al is de meerderheid van het land islamitisch. Maar lokaal gekozen islamisten hebben meer dan vierhonderd op het islamitische recht gebaseerde verordeningen uitgevaardigd sinds de regio’s van het land in 1999 meer autonomie hadden gekregen. In de provincie Atjeh is alcohol verboden, bestaan er kledingvoorschriften voor de vrouw en worden overspel en homoseksualiteit bestraft met zweepslagen.

    Het misschien wel meest verontrustende blijk van de macht van de islamistische minderheid deed zich voor in april, toen een populaire christelijke ambtsdrager, Basuki Tjahaja Purnama, beter bekend als Ahok, de strijd om het gouverneurschap in Jakarta verloor.

    Islamistische aanhangers van zijn opponent, Anies Baswedan, hielden islamitische kiezers voor dat het haram (verboden door de islam) was om op een christen te stemmen. Toen Ahok die bewering met een citaat uit de Koran probeerde te weerleggen, hadden islamisten een filmpje gemaakt waarin het net leek alsof hij het heilige boek beledigde. Hij werd aangeklaagd wegens blasfemie, verloor de verkiezingen en zit nu in de gevangenis.

     © EyeEm
    © EyeEm

    De situatie in Indonesië laat zien dat democratische processen de macht van een onverdraagzame minderheid kunnen vergroten. Een onderzoek uitgevoerd door het Centre for the Study of Islam and Society, een denktank in Jakarta, toonde aan dat de toename van op de sharia gebaseerde verordeningen grotendeels het resultaat was van lokale politici die in ruil voor stemmen toegaven aan de eisen van conservatieve moslimgroepen.

    Steun aan islamistische wetten, ongeacht welke partij die opstelt, is wijdverspreid in islamitische landen. In Egypte laten opiniepeilingen zien dat een meerderheid achter wetten staat die gebaseerd zijn op de sharia, achter straffen uit de Koran en de bevoegdheid van geestelijken om wetten op te stellen. Maar dat is niet echt een kenmerk van de regeringspolitiek van de AKP in Turkije. De partij heeft meer moskeeën gebouwd en religieuze scholen geopend, de verkoop van alcohol aan banden gelegd en het verbod op de hidjab opgeheven. Maar de AKP heeft alcohol niet verboden en geen kledingvoorschriften ingevoerd. Eigenlijk lijkt de partij vaker de islam te gebruiken ten dienste van de politiek dan andersom.

    Het is voor liberalen een verontrustende gedachte dat islamisten ook vanuit een minderheid bepalingen kunnen doordrukken. Maar dat is uiteindelijk een gevaar dat alle democratieën bedreigt en dat in een sterke democratie bestreden kan worden. Vandaar de overtuiging van sommige analytici dat verkiezingen en niet het liberalisme het belangrijkst zijn: een onvrije democratie is de voorloper van een vrije democratie. In voorheen autoritaire landen moet democratie de tijd krijgen om te wortelen en sterker te worden. De secularisten die in 2013 hebben geprobeerd de Broederschap uit de macht te ontzetten hebben dergelijke argumenten vaak gehoord. Alles wat Morsi deed, zo luidde het pleidooi, zou in de toekomst door seculierdere regeringen ongedaan gemaakt kunnen worden.

    Tunesië

    Als je dat serieus neemt, vertrouw je erop dat islamisten verkiezingen zullen houden als ze aan de macht zijn. Het schoolvoorbeeld hiervan is Tunesië. Veel leden van de Ennahda dromen van het stichten van een islamitische staat in het land, met sharia en al. Maar in het algemeen heeft de beweging, die is gesticht en nog steeds wordt geleid door Rashid Al-Ghannushi, zich gematigd opgesteld en een zeldzame bereidheid tot het sluiten van compromissen aan de dag gelegd.

    Ennahda had geleden onder tientallen jaren dictatuur van Zine El Abidine Ben Ali, die de beweging had verboden. Toen Ben Ali in 2011 ten val was gebracht, kreeg een partij die door de beweging was opgericht bij de eerste vrije verkiezingen van Tunesië een meerderheid in het parlement. Maar in de regering hadden ze minder succes, de partij wist de bevolking van zich te vervreemden en velen stonden sceptisch tegenover de islamisten. Het deed er ook geen goed aan dat in 2013 ultraconservatieve moslims twee linkse politici vermoordden.

    Het verzet tegen de Ennahda-regering mondde uit in heftige demonstraties die het fragiele democratische proces dreigden te verstoren. Maar in plaats van zich in te graven, zoals de Broederschap deed in Egypte, koos Ennahda ervoor om wat terrein prijs te geven (vooral na de coup in Egypte). Bij onderhandelingen over een nieuwe grondwet nam de partij liberale adviezen over, zoals de vrijheid van godsdienst. Ennahda droeg in januari 2014 de macht over aan een regering van technocraten. Ennahda verloor de volgende verkiezingen van Nidaa Tounes, een secularistische partij die speciaal was opgericht om de islamisten te verslaan. Ghannushi sloot meteen een verbond (en vriendschap) met Beji Caid Essebsi, de oprichter van de nieuwe partij. Sindsdien is Nidaa Tounes verdeeld, maar Ennahda heeft haar voordeel als grootste partij in het parlement niet uitgebuit. ‘In deze overgangssituatie hebben we behoefte aan een brede consensus,’ aldus Ghannushi.

    Moslimdemocraten

    Volgens Ghannushi is Ennahda geen islamistische partij, maar een partij van ‘moslimdemocraten’, vergelijkbaar met Europese christendemocratische partijen. De beweging heeft de politieke partij gesplitst van de religieuze tak, die nu enkel verantwoordelijk is voor dawah (bekeren en prediken). De politici mogen geen toespraken houden in een moskee; geestelijken mogen de partij niet leiden.

    ‘Ennahda put nog steeds haar inspiratie uit de islam,’ zegt Ghannushi, ‘maar de aanwezigheid van religie in de maatschappij is niet iets waar de staat over beslist of wat de staat regelt.’ Het moet een verschijnsel zijn dat van onderaf komt, en met een gekozen parlement vormt de plaats van religie in het parlement een afspiegeling van de mate waarin deze in de maatschappij een rol speelt. Secularisten en liberalen hebben lange tijd gehoopt dat het merendeel van de islamisten dat pad zouden volgen. In wezen hopen ze dat islamisten, die lang een protestbeweging waren, minder islamistisch worden als ze worden geconfronteerd met de werkelijkheid van de macht. Dat werpt andere vragen op. ‘Als islamistische partijen hun islamisme moeten opgeven zodra ze zijn gekozen (…) dan staat dat haaks op het wezen van de democratie: de idee dat regeringen ontvankelijk zijn voor, of zich ten minste aanpassen aan de wensen van het volk’, schrijft Hamid.

    Conservatievere leden van Ennahda zijn niet gelukkig met de weg die de beweging heeft ingeslagen. Anderen twijfelen aan de oprechtheid van Ennahda, omdat ze menen dat angst voor repressie en opstand het belangrijkste motief voor hun matiging is – met andere woorden, dat hun handelen zuiver tactisch is. ‘We krijgen van alle kanten ervan langs,’ aldus Ghannushi.

    Net als de ondergang van het islamisme in Egypte wordt de positievere ontwikkeling van het islamisme in Tunesië grotendeels bepaald door de context. Anders dan Egypte en Turkije heeft Tunesië geen sterk en gepolitiseerd leger. En waar de staatsrepressie in het Egypte van voor de revolutie de Broederschap lijkt te hebben verhard, zorgde die in Tunesië ervoor dat leden van Ennahda, die een cel deelden met andere oppositieleiders, een liberaler wereldbeeld ontwikkelden. De unieke uitdagingen waar het islamisme in ieder land mee werd geconfronteerd bepaalden ontegenzeggelijk de ontwikkeling ervan.

    Vertaler: Paul Bruijn

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • West-Afrika ruimt zijn fossielen op

    West-Afrika ruimt zijn fossielen op

    In West-Afrika nemen ze in rap tempo afscheid van dictators en andere langzittende machthebbers. Alleen de Togolese president Faure Gnassingbé houdt hardnekkig vast aan het pluche.

    Twee jaar geleden kwamen de leiders van vijftien West-Afrikaanse landen in de Ghanese hoofdstad Accra samen om de politieke toekomst van de regio te bespreken. Het was een bijeenkomst van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas), maar het was bepaald geen gewone top. Op de agenda stond een voorstel dat, indien geaccepteerd, de politiek in de regio – en uiteindelijk het hele continent – radicaal zou veranderen.

    Dat voorstel was simpel: alle Ecowas-leiders zouden onder alle omstandigheden niet meer dan twee ambtstermijnen aan de macht blijven. Geen dictators meer. Geen presidenten voor het leven meer. Gewoon regelmatige machtswisselingen, regelmatige verversing van het bewind, regelmatige cycli van politieke vernieuwing.

    Op een continent dat berucht is om machthebbers die hardnekkig aan het pluche kleven, was dit een revolutionair voorstel.

    En bijna werd het aangenomen.

    In het debat stemden dertien landen voor de motie: Benin, Burkina Faso, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Ivoorkust, Kaapverdië, Liberia, Mali, Niger, Nigeria, Senegal en Sierra Leone – vrijwel allemaal landen waar in de afgelopen tien jaar een vredige machtsoverdracht is geweest, na geloofwaardige verkiezingen. Van de staatshoofden van deze landen was Ernest Bai Koroma, de president van Sierra Leone, het langst aan de macht. Hij regeerde destijds pas acht jaar, en in maart 2018 treedt hij af. Geleidelijk aan, zonder veel ophef, is West-Afrika een democratisch bastion op het continent geworden. Maar er resten nog een paar politieke fossielen.

    Dwarsliggers Togo en Gambia

    Twee landen waren tegen het plan van maximaal twee ambtstermijnen: Gambia en Togo. Dat mag nauwelijks een verrassing heten. Yahya Jammeh, de toenmalige president van Gambia, kwam in 1994 door een militaire coup aan de macht en weigerde categorisch de scepter uit handen te geven. Faure Gnassingbé ‘erfde’ het presidentschap van Togo in 2005 na de dood van zijn vader – die al sinds de onafhankelijkheid in 1967 in het zadel zat.

    Evenals de Afrikaanse Unie werkt Ecowas op basis van consensus. Door de tegenstemmen van Gambia en Togo vond de motie geen doorgang. Hoewel ze een kleine minderheid vormden, hadden de fossiele regimes deze ronde gewonnen. Maar de rest van Ecowas zou zich wreken.

    In december 2016 leed Jammeh een verrassende verkiezingsnederlaag, maar hij weigerde zijn functie neer te leggen. Zonder de massale opstand van de bevolking en het kordate optreden van Ecowas was hij er misschien zelfs mee weggekomen. Verscheidene Afrikaanse staatshoofden vlogen naar Banjul om Jammeh over te halen het veld te ruimen. Senegal, het land dat Gambia aan drie kanten omsluit, sloot zijn grenzen. In alle haast werd een regionale interventiemacht opgetrommeld – een paar duizend militairen uit Senegal, Nigeria en Ghana, om hem tot aftreden te dwingen. Op 21 januari vertrok Jammeh in het holst van de nacht met een privévliegtuig, verslagen en weggebonjourd. Niet langer president voor het leven. Weer een fossiel geruimd.

    Demonstranten in Togo eisen om hervormingen en blokkeren de straat met brandende banden, 8 september 2017. – © Alphonse Logo / Anadolu Agency
    Demonstranten in Togo eisen om hervormingen en blokkeren de straat met brandende banden, 8 september 2017. – © Alphonse Logo / Anadolu Agency

    Wat ons bij Togo brengt, de laatste dwarsligger. Togolezen zijn niet doof voor de roep om meer democratie die in de regio weerklinkt. Ze hebben gezien hoe Gambia zich van Jammeh heeft ontdaan. Ze hebben ook gezien hoe hun noordelijke buur, Burkina Faso, in opstand kwam tegen de dictator Blaise Compaore, die na een golf van protesten in 2014 uit het land werd verdreven, waarna een nieuw democratisch bestel werd ingeluid. Kan Togo hetzelfde doen?

    In september organiseerde de snel groeiende protestbeweging betogingen in een aantal steden. Niet afgeschrikt door de oproeppolitie, gingen tienduizenden Togolezen de straat op, gehuld in de oppositiekleuren rood, oranje en roze. ‘Vijftig jaar is te lang,’ scandeerden ze, doelend op de Gnassingbé-dynastie.

    ‘We zullen weer de straat op gaan,’ zegt de onvermoeibare oppositieleider Jean-Pierre Fabre. ‘Faure moet met ons in gesprek gaan over de voorwaarden van zijn vertrek.’ Bij zijn inspanningen om Gnassingbé uit het zadel te lichten wordt Fabre inmiddels bijgestaan door Tikpi Atchadan, leider van de Pan-Afrikaanse Nationale Partij (PNP), die zich aan de zijde van de oppositie heeft geschaard. In tegenstelling tot Fabre is Atchadan afkomstig uit het noorden van het land, van oudsher een stevig bolwerk van aanhangers van de president. Door deze aanwinst krijgt het protest in één klap meer gewicht.

    ‘Wij hielden een demonstratie. Enorme opkomst! Jullie hielden een tegendemonstratie. Niemand. Wij hielden een tegendemonstratie. Massa’s mensen! Jullie werden boos, haalden internet uit de lucht en sloegen ons neer’

    In een poging de demonstraties, die grotendeels via de sociale media worden georganiseerd, de kop in te drukken, legde de regering het internet plat, zodat het merendeel van de Togolezen geen toegang had tot Facebook of WhatsApp en het bijna onmogelijk werd om betogingen op poten te zetten. ‘Wij hielden een demonstratie. Enorme opkomst! Jullie hielden een tegendemonstratie. Niemand. Wij hielden een tegendemonstratie. Massa’s mensen! Jullie werden boos, haalden internet uit de lucht en sloegen ons neer,’ twitterde mensenrechtenactiviste Farida Nabourema.

    Een aantal voormalige leiders van buurlanden heeft er bij de Togolese president op aangedrongen de boodschap van de demonstranten ter harte te nemen. De Nigeriaanse oud-president Olusun Obasanjo zei dat Togo zijn grondwet moet herschrijven en opperde dat het misschien tijd werd voor een nieuw gezicht in het presidentiële paleis. ‘Gnassingbé heeft alle mogelijkheden om zijn land vooruit te helpen inmiddels uitgeput – of hij moet buiten ons medeweten iets nieuws achter de hand hebben.’

    Maar de West-Afrikaanse leiders hielden zich opvallend stil. Wellicht omdat Gnassingbé, ondanks al zijn tekortkomingen, eerder dit jaar tot voorzitter van Ecowas is verkozen, een ceremoniële positie. Maar dit zal hem niet beschermen als de protesten verder aanzwellen.

    ‘De positie van de president is erg wankel, en als het uit de hand loopt, zal geen van de bevriende regeringsleiders uit Ecowas of Europa hem te hulp schieten,’ zegt Francois Conradie, politiek analist in een interview met Al Jazeera.

    Kortom, Gnassingbé staat alleen. Dit in sterk contrast met andere regio’s in Afrika, waar langzittende machthebbers kunnen rekenen op de onbetwiste steun van collega-staatshoofden. Denk alleen al aan het stilzwijgen van het regionale samenwerkingsverband SADC over de talloze misstappen van Robert Mugabe, president van Zimbabwe, of de oogluikende instemming van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap met de derde ambtstermijn van zowel Burundi’s president Pierre Nkurunziza als Rwanda’s president Paul Kagama.

    Nee, dan West-Afrika, dat er ondanks alle gebreken in slaagt vreedzame machtswisselingen af te dwingen. Gnassingbé is de laatste antidemocratische fossiel die nog over is. De vraag is voor hoe lang.

    Auteur: Simon Allison
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

  • Een sprankje hoop in de Syrische chaos

    Een sprankje hoop in de Syrische chaos

    In de Noord-Syrische regio Rojava hebben bewoners een democratische confederatie in het leven geroepen, gebaseerd op lokaal zelfbestuur. Ze streven naar een egalitaire samenleving waarin de rechten van vrouwen en minderheden worden gerespecteerd.

    Ondanks de nacht heerst er 
nog een verstikkende hitte in Kamishli. Nadat we snel zijn vertrokken van de kleine luchthaven die nog altijd wordt gecontroleerd door enkele tientallen politiemannen en soldaten van het regime van Bashar al-Assad, komen we onmiddellijk op het grondgebied van de Democratische Federatie van Noord-Syrië, vaak ‘Rojava’ genoemd (Koerdisch voor ‘west’). In dit gebied langs de Turkse grens tussen de Eufraat en Irak, dat is terugveroverd op de jihadisten van Islamitische Staat, wonen minstens twee miljoen mensen, van wie 60 procent Koerden. Sinds 2014 waait in dit deel van Noord-Syrië een politieke wind die is geïnspireerd door Abdullah Öcalan, de oprichter van de Koerdische Arbeiderspartij PKK, die al vanaf 1999 gevangenzit in Turkije. De PKK en haar Syrische bondgenoot PYD (Democratische Uniepartij) hebben het marxistisch-leninisme vaarwel gezegd en zich bekeerd tot het anarchosyndicalisme van de Amerikaanse ecoloog Murray Bookchin (1912-2006).
    Hun beginselverklaring, het in 2014 aangenomen Sociaal Contract van de Democratische Federatie van Noord-Syrië, verwerpt nationalisme en staat een egalitaire samenleving voor waarin alle bevolkingsgroepen gelijkelijk zijn vertegenwoordigd en de rechten van minderheden worden gerespecteerd.

    Rojava is de facto autonoom. Behalve de enclave Hasakah en de luchthaven van Kamishli, die onder het gezag van Damascus vallen, wordt de regio gecontroleerd door de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), waarin de Koerdische strijders en strijdsters van de Volksbeschermingseenheden (YPG), de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden (YPJ) en leden van de soennitische, yezidische en christelijke milities zich hebben verenigd.

    Reusachtige YPG-vlaggen wapperen boven de talrijke wegversperringen in Kamishli, waar de politie van de autonome regering ieder voertuig minutieus inspecteert. Zelfmoordaanslagen door jihadisten vormen een permanente dreiging. Iedereen herinnert zich die van 2016, waarbij 44 doden en 140 gewonden vielen. De duisternis in de straten contrasteert met de verlichting van Nusaybin en Mardin, twee steden aan de andere kant van de Turkse grens. In een regio die wemelt van de natuurlijke hulpbronnen illustreert het energieprobleem de uitdagingen waarvoor het nieuwe bewind zich gesteld ziet. In Rumeilan, op honderd kilometer van Kamishli, langs de weg naar Irak, vormen zich lange wachtrijen bij de pompstations. Voor het begin van de oorlog, in 2011, leverde deze regio 380.000 vaten ruwe olie per dag, eenderde van de productie van het land. Door de strijd is de oliewinning met 70 procent gedaald en is er een schreeuwend gebrek aan benzine. Omdat er geen raffinaderijen zijn, ziet de autonome regering zich gedwongen een deel van de ruwe olie aan het Syrische bewind te verkopen, dat voor een forse prijs brandstof teruglevert: 80 eurocent per liter.

    Bovendien schieten de kleine ambachtelijke raffinaderijen die benzine voor 20 eurocent per liter verkopen als paddenstoelen uit de grond, maar hun aanslag op het milieu begint zorgwekkend te worden. De rook kleurt het landschap zwart; huidziekten en ademhalingsproblemen nemen hand over hand toe. ‘We hebben voorlopig geen andere oplossing,’ erkent Samer Hussein, de vrouwelijke adjunct-directeur van de energiecommissie die in Rumeilan zetelt. ‘Zodra we kunnen, zullen we moderne raffinaderijen bouwen en de regio schoonmaken. En we zullen al die arbeiders natuurlijk 
in de nieuwe fabrieken tewerkstellen.’

    Excuus

    In andere regio’s van Rojava, zoals Manbij, is het verbod op ambachtelijke raffinaderijen in het verkeerde keelgat geschoten van het deel van de bevolking waarvoor elektriciteit al op rantsoen is gesteld, hoewel de SDF de drie grootste stuwmeren langs de Eufraat heeft veroverd. Volgens internationale afspraken moet Turkije, dat het stroomopwaartse deel van de rivier benut, de doorstroming van 600 
kubieke meter water per seconde garanderen. ‘Toen IS de stuwmeren controleerde, liet Turkije een groter volume door,’ bevestigt Ziad Rustem, ingenieur en adjunct-directeur van de energiecommissie van het kanton Jazira. ‘Maar sinds de Syrische Democratische Strijdkrachten het gebied hebben bevrijd, zijn de Turken het watervolume gaan verminderen. Momenteel stroomt er nog geen 200 kubieke meter per seconde door.’

    Sherwan Youssef, journalist bij de Koerdische tv-zender Ronahi in Kamishli, onderstreept de onvrede bij de bevolking. ‘In Kamishli hebben enkele honderden mensen een protestbetoging gehouden. Ze geven de autonome regering de schuld, maar niet Turkije. Toch vind ik die betogingen terecht. Oorlog kan niet altijd een excuus zijn voor het gebrek aan geleverde diensten.’

    Ook al speelt milieubescherming een prominente rol in het Sociaal Contract, er zijn ook mensen die benadrukken dat de context daarvan de bouw van raffinaderijen, de modernisering van stuwmeren en de ontwikkeling van duurzame energie verhindert. Turkije heeft een blokkade in de regio opgeworpen, net als zijn bondgenoten van de Democratische Partij van Koerdistan (PDK), die het noorden van Irak bezet houden en met een scheef oog naar het succes van de PKK en de PYD kijken.

    Koerdische vrouwen in traditionele kleding vieren het voorjaarsfeest Noroez in de Noord-Syrische stad Kamishli in maart 2017. © Rodi Said / Reuters
    Koerdische vrouwen in traditionele kleding vieren het voorjaarsfeest Noroez in de Noord-Syrische stad Kamishli in maart 2017. © Rodi Said / Reuters

    De dringende behoeften en de onderlinge strijd hebben niet kunnen verhinderen dat er een democratische confederatie in het leven is geroepen, gebaseerd op het principe van lokaal zelfbestuur. De gemeenten hebben zich gehergroepeerd tot drie kantons – Jazira, Kobani en Afrin – die alle drie over een parlement en een kantonnale regering beschikken. Een Syrische Democratische Raad moet de drie kantons, die hun beleid al op elkaar afstemmen, op termijn overkoepelen. De eerste verkiezingen hebben plaatsgevonden in maart 2015, en andere 
zijn voorzien voor eind dit jaar, terwijl de parlementen begin 2018 moeten worden gekozen. De eerste stemmingsronde is geboycot door de Syrische Koerden, die nauwe banden hebben met de PDK, zoals Narin Matini, bestuurslid van de Koerdische Toekomstbeweging en de Koerdische Nationale Raad (CNK), die wordt geleid door 
Massoud Barzani, de president van 
de regionale regering van Iraaks-Koerdistan.

    Mevrouw Matini ontvangt ons in haar huis in de volkswijk van Kamishli: ‘Wij zetten ons in voor een onafhankelijk Koerdistan,’ zegt ze. ‘We zijn geen voorstanders van een Democratische Federatie van Noord-Syrië. De autoriteiten hebben onze kantoren gesloten en onze leiders gearresteerd en daarna weer vrijgelaten. De autonome regering zegt dat we ons moeten registreren om te mogen functioneren. Maar dat zou betekenen dat we hen steunen.’

    Het parlement van Jazira zetelt in Amuda, op een twintigtal kilometers van Kamishli. Het gebouw wordt zwaar bewaakt en is alleen te voet bereikbaar; bezoekers worden zorgvuldig gefouilleerd en geïdentificeerd. 99 van de 101 leden, waarvan de helft vrouwen, zijn vertegenwoordigers van politieke partijen die het Sociaal Contract hebben ondertekend. Daarnaast hebben er twee vertegenwoordigers van organisaties uit de burgermaatschappij zitting, volgens de regels een man en een vrouw. Zij worden naar voren geschoven door hun gemeenschap of vereniging en benoemd door het parlement. Ten slotte heeft een tiental Koerdische en Arabische politieke organisaties de bevoegdheid en middelen om in het parlement te functioneren zonder er daadwerkelijk deel van uit te maken.

    De stichting van een Koerdische natiestaat was geen doelstelling van Abdullah Öcalan, die zijn beweging als antinationalistisch bestempelt. ‘Ik wil dat de bevolkingsgroepen het recht op zelfverdediging krijgen en dat ze bijdragen aan de democratisering van alle partijen van Koerdistan, zonder de bestaande politieke grenzen ter discussie te stellen’, schrijft hij vanuit zijn gevangenis. ‘Wij willen niet gescheiden worden van ander Syrisch grondgebied,’ licht Siham Queyro toe, de vrouwelijke medevoorzitter van het comité van Buitenlandse Zaken van 
de autonome regering van het kanton Jazira. ‘De Koerden, de Arabieren en de Syriërs hebben in 2013 afgesproken om een autonome regering te vormen.’ Als lid van de christelijke gemeenschap, die voornamelijk uit Syriërs, Assyriërs en Chaldeeërs bestaat, herinnert ze er en passant aan dat de godsdienstvrijheid gegarandeerd is en dat er geen staatsreligie bestaat.

    ‘De beste manier om te voorkomen dat we opnieuw een dictator in Damascus krijgen, is de macht verdelen tussen de regio’s’

    In de ogen van de Nationale Syrische Coalitie, die geacht wordt de oppositie te verenigen maar nauwe banden onderhoudt met de Moslimbroeders, zijn de PYD en de daarmee verbonden militaire groeperingen zonder uitzondering ‘terroristische organisaties’ die gelieerd zijn aan de PKK. Veel leden van de Syrische oppositie beschuldigen de Coalitie ervan onder één hoedje te spelen met het regime. Maar anderen zijn van standpunt veranderd, zoals Bassam Ishak, voormalig directeur van een mensenrechtenorganisatie in Hasakah. Hij had zich in het begin aangesloten bij de Syrische Nationale Raad (SNR), die deelneemt aan de Coalitie en eerst in Istanboel gevestigd was alvorens te verhuizen naar Rojava: ‘Toen de revolutie van vreedzame betogingen in gewapende opstand ontaardde, werd duidelijk dat de SNR een ander doel voor ogen had dan ik. Ze willen Bashar al-Assad verdrijven en een machtsmonopolie verwerven. Ik had dus de keus tussen de religieuze staat die de Syrische Nationale Raad voor ogen heeft, die van een Arabisch nationalistisch Syrië en die van een pluralistische staat. De beste manier om te voorkomen dat we opnieuw een dictator in Damascus krijgen, is de macht verdelen tussen de regio’s.’

    Veel Koerden die we ontmoeten ontkennen de beschuldiging dat Rojava met Damascus heult; ze komen telkens weer terug op wat ze als strategische fouten van het regime beschouwen. Leraar Muslim Nabo heeft aan de Universiteit van Latakia gestudeerd. Zijn vrienden en hij publiceerden daar in het geheim een tijdschrift in het Koerdisch. Nadat ze in 2007 waren gearresteerd en overgebracht naar Damascus, werden ze in een minuscule cel gepropt en drie maanden lang geslagen. ‘Sommigen zeggen dat wij het regime van Bashar al-Assad steunen. Dat is een leugen,’ zegt hij. Na een jaar en een week werd hij vrijgelaten, het maximum voor administratieve hechtenis zonder proces. ‘We hebben veel geleden onder dit regime, dat sommige van onze politieke leiders heeft gemarteld en vermoord. Aan de andere kant wilden de Koerdische partijen geen gemilitariseerde revolutie die afhankelijk is van Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar. De steun van deze landen aan jihadistische groeperingen is catastrofaal geweest voor de Syrische revolutie.’ Wat de Amerikaanse hulp betreft, ‘dat is militaire steun en geen politieke of economische,’ zegt commandant Nashrin Abdallah. ‘Een tijdelijke, transparante en tactische overeenkomst’, volgens diverse Koerdische leidinggevenden die we hebben gesproken.

    In 2014 en 2015 hebben twee internationale rapporten onenigheid gezaaid over het werkelijke beleid van de PYD in de op IS terugveroverde zones, met name in Tal Abyad: ‘Door opzettelijk woningen van burgers te verwoesten, in sommige gevallen door hele dorpen met de grond gelijk te maken en in brand te steken en door de bewoners zonder enige militaire reden te verplaatsen, misbruikt het autonome bestuur zijn gezag en maakt het schaamteloos inbreuk op de internationale mensenrechten door middel van aanslagen die oorlogsmisdaden vormen,’ zei Lama Fakih, crisisadviseur bij Amnesty International, in oktober 2015. Een jaar eerder stelde een rapport van Human Rights Watch hetzelfde.

    Je kunt niet spreken van een etnische zuivering onder Arabieren, verdedigt mevrouw Queryo zich. ‘Toen er gevechten dreigden uit te breken, heeft de YPG de bevolking verzocht haar huizen tijdelijk te verlaten. Na de gevechten heb ik zelf veel dorpen rond Tal Abyad en Raqqa bezocht. De mensen hebben me allemaal verzekerd dat het zo is gegaan. Na twee weken zijn ze teruggekeerd.’ Ook het rapport van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, gepubliceerd in maart 2017, weerspreekt de beschuldigingen van etnische zuivering: ‘De commissie heeft geen enkel bewijs gevonden dat de strijdkrachten van 
de YPG of SDF zich om etnische redenen tegen de Arabische bevolking hebben gekeerd, noch dat het kantonnale YPG-bestuur systematisch heeft geprobeerd de demografische samenstelling van de gebieden die onder hun gezag vielen vanuit etnisch oogpunt te 
veranderen.’ Hoewel de commissie opmerkte dat de verborgen bommen van IS de verplaatsingen rechtvaardigden, had ze kritiek op het gebrek aan ‘adequate’ humanitaire hulp aan de verplaatste gemeenschappen en de ‘gedwongen rekrutering’ door de YPG voor de militaire dienst.

    Kobani

    We verlaten Amuda en gaan naar Kobani, in het westen van Rojava. De weg loopt langs een eindeloze muur 
van 500 kilometer lang, gebouwd door Turkije dat daarmee het Syrische grondgebied is binnengedrongen. Dit betonnen bouwwerk, afgezet met prikkeldraad, versterkt het gevoel van isolement van deze gebieden die altijd de graanschuur van het land zijn geweest. Begin juli is het graan van de immense graanvelden geoogst en nu scharrelen er kuddes schapen hun kostje bij elkaar. De heuvels zijn bedekt met keurige rijen olijfbomen – een recente cultuur in de regio. De vaak zeer jonge landarbeiders beginnen vroeg te werken om voor de ergste hitte klaar te zijn. In de buurt van Tal Abyad loopt de weg over een sterk stromende rivier. Dit was kort geleden nog maar een onbeduidend stroompje, maar doordat Turkije het water uit de Eufraat grotendeels voor zichzelf houdt heeft men zich in allerijl op secundaire rivieren gericht, waarvan de irrigatie profiteert.

    Bij het binnenrijden van Kobani zien we in de middenberm foto’s van ‘martelaren’, onder wie veel vrouwen. Ook het portret van Öcalan is alom aanwezig. De stad, die nog maar twee jaar geleden grotendeels was verwoest, bruist van energie en activiteit. Door raketten en granaten verwoeste huizenblokken worden afgewisseld door hijskranen en panden in aanbouw. ‘We willen de stad zo snel mogelijk weer opbouwen, zodat de mensen terugkomen,’ zegt Hawzin Azeez, die bij een organisatie voor stedelijke ontwikkeling werkt. Volgens haar voldoet de humanitaire hulp niet aan de verwachtingen en de beloftes. ‘De herbouw komt hoofdzakelijk op onszelf neer.’

    De strijd om Kobani, die plaatsvond tussen september 2014 en januari 2015, vormde een beslissend keerpunt in de strijd tegen IS. Na de verovering van Mosul in Irak en Raqqa in Syrië is de uitbreiding van het ‘kalifaat’ hier voor het eerst een halt toegeroepen.

    Door de strijd heeft de wereld ook kunnen ontdekken dat de situatie voor vrouwen in het Midden-Oosten aan het veranderen is. Kongra Star is de naam die aan het vrouwenopvanghuis in de stad is gegeven. Dit enorme gebouw, gelegen in een rustig straatje, ontvangt voornamelijk vrouwen die een klacht hebben ingediend wegens geweld binnen het huwelijk. Een grote vergaderzaal komt uit op de tuin, met aan de muur een reproductie van een schilderij van een kunstenaar uit Gaza: een jonge vrouw die oprijst uit de ruïnes, een symbool van toekomst en hoop. Aan weerskanten van dit schilderij hangen portretten van vrouwen die zijn gedood in de strijd om Kobani. Een ander deel van het huis, dat van een aparte, discrete ingang is voorzien, is bedoeld voor de opvang van vrouwen in nood.

    De vrouwen met wie we spreken benadrukken dat seksegelijkheid de belangrijkste pijler van het Sociaal Contract van Rojava is. ‘Volgens de nieuwe wetten die door de autonome regering zijn aangenomen, erven een zoon en een dochter een gelijk deel, terwijl de islamitische wet maar in een half deel voor de dochter voorziet,’ geeft Sara al-Khali, een van de medewerkers van Kongra Star, als voorbeeld. ‘Het valt niet mee om deze nieuwe wetten aan een traditionele samenleving op te leggen, maar geleidelijk beginnen de mensen het te accepteren.’ De autonome regering verbiedt ook polygamie, al bestaat er een uitzondering op de regel. De ‘schaarste aan jongemannen’ dwingt sommige vrouwen ertoe om met een man te trouwen die al getrouwd is, vertelt mevrouw Azeez. ‘Als alle betrokken partijen ermee instemmen, kan de rechter ontheffing van het verbod verlenen.’

    © Courrier International
    © Courrier International

    ‘In deze regio bestaat een verschrikkelijke gewoonte, de eerwraak,’ zegt mevrouw Al-Khali, die er trots op is een bijdrage te leveren aan de uitroeiing daarvan. ‘Als iemand mijn broer doodt, moet mijn familie zich wreken door een lid van de andere familie te doden. Kongra Star heeft een comité gevormd om een verzoening tussen vertegenwoordigers van beide families te bewerkstelligen en daarmee een vendetta te voorkomen. Als er in een wijk een probleem ontstaat, komt een comité van vrouwen tussenbeide om een oplossing te vinden. Lukt dat niet, dan komen de vrouwen hier. Als het vrouwenopvanghuis geen oplossing vindt, wordt het conflict voor de rechter beslecht.’

    Hier zien we een rechtstreekse toepassing van de anarchosyndicalistische beginselen van Murray Bookchin. ‘Elke straat, elke wijk hier kan een deelraad vormen,’ bevestigt Ibrahim Moussa, inwoner van Kobani. ‘Dat is een soort basisbestuur, gekozen door de bewoners en afzetbaar. Vorig jaar zijn er 2300 deelraden geregistreerd in het kanton Kobani. Die hebben 9700 klachten kunnen behandelen, en maar vijfhonderd daarvan zijn voor de rechter gekomen. Ander voorbeeld: de bewoners controleren of de antimonopoliewet in elke wijk wel goed wordt nageleefd, zodat de winkeliers niet van het embargo profiteren door hun prijzen te verhogen.’

    De situatie in Kobani illustreert ook de uitdaging waarvoor de coalitie van diverse gemeenschappen zich geplaatst ziet: ze strijden zij aan zij tegen IS, maar zijn het niet per se eens over de rest. Onder het regime van Assad werd onderwijs alleen maar in het Arabisch gegeven. Niet zonder problemen heeft een hervorming van het schoolsysteem de drie officiële talen, Syrisch, Arabisch en Koerdisch, als gelijkwaardig aangemerkt, vertelt Dildar Kobani, lid van de directie Onderwijs van het kanton. ‘Sommigen beschuldigen ons van “koerdisering”. Dat is absurd. De helft van onze twintigduizend docenten is Arabisch. In Kobani is het grootste deel van het bestuur Koerdisch, net als de bevolking. Maar in Tal Abyad, een gemengde regio, is het bestuur half Koerdisch, half Arabisch.’

    Volledig gesluierde vrouwen doen hun boodschappen naast vrouwen met een onbedekt hoofd

    Onze voorlaatste tussenstop is Manbij, een stad die in augustus 2016 van het juk van IS is bevrijd door de SDF, na een heftige strijd waaraan ook Turkse troepen en het Vrije Syrische Leger deelnamen. In de soek valt meteen de culturele diversiteit op. Volledig gesluierde vrouwen doen hun boodschappen naast vrouwen met een onbedekt hoofd. Arabieren verkopen fruit naast Koerdische slagers en bakkers. Ahmed, een Turkmeen, bereidt pizza’s en verwerpt het idee van een Turkse interventie. ‘We leven hier samen, als broeders. De relatie tussen de Turkmeense, Koerdische, Arabische en Tsjetsjeense gemeenschappen is heel goed. Er zijn zelfs gemengde huwelijken. Wat zou Turkije hier dan te zoeken hebben?’

    Abeer al-Aboud, die een sluier draagt, behoort tot de grote Arabische stam Beni Sultan. Haar naam wordt genoemd voor een plek in de burgerregering van Manbij, en ook zij maakt zich kwaad over de bedoelingen die aan Turkije worden toegeschreven: ‘Wij verzetten ons fel tegen de Turkse beschuldigingen dat de Koerden de Arabische, Turkmeense, Tsjetsjeense of Tsjerkessische burgers zouden overheersen. De vijf gemeenschappen zijn vertegenwoordigd in de grote raad, en in alle andere zijn de Arabieren in de meerderheid. Turkije probeert onze reputatie te besmeuren. Als het onder dat voorwendsel tegen de Koerden wil strijden, zullen wij, de Arabieren, achter de Koerden staan om ons mozaïek van volkeren te verdedigen.’

    Niet ver van de markt komen we Ali Hatem tegen, een Arabier die zijn hele leven in de bouw heeft gewerkt. Nu verkoopt hij sigaretten, waarop onder IS de doodstraf stond. ‘Toen het Vrije Syrische Leger en het al-Nusrafront hier kwamen, werd de situatie heel slecht. Ze bemoeiden zich overal mee. Bovendien bestalen ze ons en vochten ze met elkaar. Onder IS was het nog erger. Je was bang om te praten, je dacht dat de muren oren hadden. Als we nu een probleem hebben, hebben we een deelraad.’

    De lokale autoriteiten doen er alles 
aan nieuwe haatuitbarstingen te voorkomen. Abeer Mahmoud, lid van de Raad voor Verzoening en Integratie, heeft al drie jaar niets van haar man gehoord, die door IS werd gearresteerd. Toch dringt ze aan op verzoeningsmaatregelen. ‘Toen Manbij werd bevrijd, zijn veel mensen naar de SDF gelopen om collaborateurs aan te geven. Die werden door de militaire raad gearresteerd om te voorkomen dat er wraak werd genomen zonder proces. Na onze verzoeningsinspanningen zijn 250 mannen die geen bloed aan hun handen hadden bevrijd. De doodstraf bestaat hier niet.’ Jihadisten die verdacht worden van halsmisdrijven of daarvoor zijn veroordeeld, worden vastgehouden in gevangenissen die naar men zegt de Conventie van Genève respecteren, die is ondertekend door de YPG.

    Ain Issa

    Op de weg naar Raqqa stoppen we in Ain Issa, het militaire hoofdkwartier van de SDF. Een dienstplichtige is bezig ‘Syrische Democratische Strijdkrachten’ op een muur te schilderen, in het Arabisch, Koerdisch en Syrisch. De autonome regering legt een militaire dienstplicht van negen maanden op. Maar de overgrote meerderheid van 
de soldaten aan het front zijn vrijwilligers, onder wie enkele buitenlanders; een van hen was Robert Grodt, vroeger actief in Occupy Wall Street, die op 6 juli werd gedood toen de YPG de buitenwijken van Raqqa binnenviel. Konvooien lichte Amerikaanse pantservoertuigen rijden over de 
weggetjes van de sector. Na twee uur rijden, door een landschap dat bezaaid is met verwoeste gebouwen en verbrande voertuigen, doemt de stad op. De scherpschutters en de jihadistische aanslagen remmen de opmars van de SDF. Aan het begin van de stad biedt een eerstehulppost de mogelijkheid om lichtgewonden te behandelen. 
Een stukje verder, in een ander pand, maakt een groep jonge vrouwelijke dienstplichtigen met een yezidische achtergrond zich op om naar het front te vertrekken. Een van hen zegt dat ze alle vrouwen wil wreken die slachtoffer zijn geworden van IS. ‘Het kan me weinig schelen of de gevangen gehouden vrouwen yezidisch, Arabisch of Turkmeens zijn, we zijn gekomen om ze te bevrijden. Daarna gaan we weer naar huis, we zijn geen bezetters.’

    Vanaf het terras van het gebouw waar de strijders op verhaal kunnen komen is het uitzicht op deze agglomeratie, die vroeger tweehonderdduizend inwoners telde, indrukwekkend. De straten tussen de verwoeste en nog overeind staande gebouwen zijn uitgestorven. Alle bewoners van de wijk zijn geëvacueerd; af en toe hoor je schieten of 
een explosie. Op een lagere verdieping doen strijders zich tegoed aan een grote schaal rijst, groenten en kip. De insignes op hun uniform zijn verschillend.

    Sommige zijn Arabisch, andere Koerdisch of yezidisch, maar allemaal luisteren ze aandachtig naar een gesprek over de radiotelefoon tussen een lid van de groep en iemand van het hoofdkwartier van de SDF, die hem instructies geeft. IS blijft zich verzetten, en hoewel men voorspelt dat hun ondergang onafwendbaar is, zal er nog heel wat strijd moeten worden geleverd voordat Rojava of de Democratische Federatie van Noord-Syrië met naam en toenaam op de kaart prijken.

    Auteur: Mireille Court

    Le Monde Diplomatique
    Frankrijk | maandblad | oplage 300.000

    ‘Le Diplo’ heeft een linkse blik op de internationale politiek en cultuur. Kritisch op de wereldwijde effecten van het neoliberalisme. Met tien buitenlandse edities komt het lezersaantal op 1 miljoen.

  • Nieuw goud

    Nieuw goud

    Data zijn het nieuwe goud. En naar big data wordt dan ook gretig geboord.

    Het verzamelen van zo veel mogelijk gegevens over ons heet niet voor niets in newspeak ‘data mining’, data delven, naar gegevens graven. Met veel tijd, dus veel geld, en een enorme computercapaciteit kan men heel veel aan de weet komen, over van alles en iedereen.

    Dat kan nuttig zijn. Zo lopen er omvangrijke medische 
onderzoeken waarin gebruik wordt gemaakt van big data. Uit de zorgvuldige analyse van gegevensbestanden hoopt men oorzaken en gevolgen te kunnen opmaken, om langs 
die weg het ontstaan van ziekten en andere ongewenste verschijnselen te kunnen begrijpen en zo mogelijk voorkomen. Deze onderzoeken, mogen we aannemen, worden verricht vanuit wetenschappelijke en (of) filantropische motieven. Alles (vrijwel alles) kent helaas ook zijn smerige keerzijde. Want er zullen altijd anderen zijn, met minder intellectuele en menslievende doeleinden, die voor veel geld iets af willen dwingen wat zonder die verzamelde data nooit gelukt zou zijn. Beïnvloeding is van alle tijden, denkt u misschien. En dat is ook zo. Een campagne beïnvloedt. Reclame beïnvloedt. Media beïnvloedt. Alles kan beïnvloeden. Zelfs 
als je denkt dat jij daar niet vatbaar voor bent. Maar dat een verkiezingsuitslag door andere krachten dan politieke wordt gestuurd, is een recent en verwerpelijk fenomeen. Het zou zich hebben voorgedaan bij twee recente volksraadplegingen: het Britse referendum over het beëindigen van het lidmaatschap van de Europese Unie, en de Amerikaanse verkiezingen voor het presidentschap.

    Brexit en Trump, we hebben ze te danken aan hetzelfde groepje superrijken dat met schimmige bedrijven democratisch geachte processen heeft geïntervenieerd om de uitkomsten naar hun hand te zetten

    Brexit en Trump, we hebben ze te danken aan hetzelfde groepje superrijken dat met schimmige bedrijven democratisch geachte processen heeft geïntervenieerd om de uitkomsten naar hun hand te zetten. Niet omdat ze zo politiek geëngageerd zijn, welnee, puur en alleen om allerlei financiële deals 
te waarborgen. Dat ze daarbij niet geheel conform de wet 
of de geest van de wet handelden, gebruikmaakten van overheidsinstellingen waartoe de gewone burger geen toegang heeft, kortom, dat ze zich geen fluit aantrokken van de democratische spelregels: het is te lezen in het bijna hypnotiserend benauwende rapport dat Carole Cadwalladr schreef voor 
de Britse zondagskrant The Observer. En wellicht het meest onthutsend van dit alles: wij, internetgebruikers, 
wij twitteraars, wij consumenten verstrekken zelf de data waarmee we om de tuin worden geleid.

    Arme superrijken: verzamel liever alle werken van Yuval Noah Harari, dan heb je geen big data meer nodig. Weten jullie dan niet dat macht helemaal niet gelukkig maakt?

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

    Beeld: Uit de serie Self-reflected microetching. – © Gregg A Dunn

  • De grote Britse Brexitroof

    De grote Britse Brexitroof

    Onlangs kon u in 360 het verhaal lezen van datamiljardair Steve Mercer, die de campagnes van Trump en de Brexit probeerde te beïnvloeden. De auteur van dat verhaal, Carole Cadwalladr, spitte verder en ontdekte dat Mercers rol bij het Brexitreferendum misschien wel beslissend was. Met de verkiezingen voor de deur roept dat de vraag op: voldoet het Britse kiesstelsel nog wel? 

    In juni 2013 liep Sophie, een jonge Amerikaanse promovenda, door Londen, en belde de baas van een bedrijf waar ze ooit stage had gelopen. Dat bedrijf, SCL Elections, was inmiddels overgenomen door Robert Mercer, een eenzelvige hedgefundmiljardair, die het bedrijf had omgedoopt tot Cambridge Analytica. Het bedrijf zou naam maken als hét data-analysebedrijf dat een belangrijke rol speelde tijdens de campagnes van Trump en die van de Brexit. Maar zover was het allemaal nog niet. In 2013 was Londen nog aan het nagenieten van de Olympische Spelen. Er was nog geen sprake van een Brexit. De wereld stond nog niet op zijn kop.

    ‘Dat was voordat we uitgroeiden tot dit duistere, dystopische databedrijf dat de wereld heeft opgezadeld met Trump,’ zegt een voormalig Cambridge Analytica-medewerker. Ik noem hem Paul. ‘Het was de tijd dat we alleen nog in psychologische oorlogsvoering deden.’

    Noemden jullie het echt zo, wil ik weten. Psychologische oorlogsvoering? ‘Reken maar. Dat is het ook. Psyops. Pschychological operations – dezelfde methoden die het leger gebruikt om de emoties van grote groepen mensen te beïnvloeden. Dat is wat er onder het winnen van de hearts and minds wordt verstaan. We zetten het vooral in om verkiezingen te winnen in ontwikkelingslanden waar maar weinig regels golden.’

    Waarom zou iemand stage willen lopen bij een bedrijf dat zich specialiseert in psychologische oorlogsvoering, vraag ik hem. Hij kijkt me aan of ik gek ben. ‘Het was alsof je voor de Britse geheime dienst werkte. Maar dan met veel meer vrijheid. Het was heel deftig allemaal, heel Brits, met iemand van Eton aan het hoofd, en we deden allemaal te gekke dingen. Je vloog de hele wereld over. Je werkte samen met de president van landen als Kenia of Ghana. Het is heel anders dan verkiezingscampagnes in het Westen. Je moet allerlei waanzinnige dingen doen.’

    Palantir

    Op die dag in juni 2013 had Sophie een afspraak met de chief executive van SCL, Alexander Nix, en ze reikte hem de kiem aan van een idee. ‘Je zou echt iets met data moeten doen,’ zei ze. ‘Zij heeft Alexander daar echt van doordrongen. Ze opperde dat hij een keer moest gaan praten met een bedrijf van iemand die zij weer via haar vader kende.’

    Wie is haar vader?

    ‘Eric Schmidt.’

    Eric Schmidt – de topman van Google?

    ‘Ja. Ze opperde ook dat Alexander eens moest gaan praten met een ander bedrijf, Palantir.’

    Ik voerde al maanden gesprekken met voormalig medewerkers van Cambridge Analytica en ik had verhalen gehoord die je de haren te berge doen rijzen, maar toch kon ik mijn oren nauwelijks geloven. Voor iedereen die zich met surveillance bezighoudt, is Palantir een begrip. Het dataminingbedrijf heeft contracten met regeringen over de hele wereld – zoals GCHQ, het Engelse Government Communications Headquarters, en de NSA. Het bedrijf is eigendom van Peter Thiel, de miljardair die medeoprichter is van eBay en PayPal, de eerste in Silicon Valley die openlijk zijn steun voor Trump uitsprak.

    In zekere zin is het feit dat de dochter van Eric Schmidt voor de link met Palantir zorgt een van de vele krankzinnige details in het meest krankzinnige verhaal waar ik ooit in ben gedoken.

    Een krankzinnig maar veelzeggend detail. Omdat het raakt aan de essentie – waarom het verhaal van Cambridge Analytica een van de meest verontrustende verhalen van dit moment is. Sophie Schmidt werkt inmiddels voor een ander megabedrijf in Silicon Valley: Uber. Het is duidelijk dat de macht en de dominantie van Silicon Valley – Google en Facebook en nog een handjevol andere bedrijven – de stuwende kracht is achter de wereldwijde tektonische verschuiving waarvan we momenteel getuige zijn.

    Het toont tevens een cruciale, levensgrote lacune in het politieke debat in Engeland. Want de gebeurtenissen in Amerika en die in Engeland zijn verstrengeld. De banden van de regering-Trump met Rusland en Engeland zijn verstrengeld. En Cambridge Analytica is een van de gezichtspunten van waaruit we kunnen zien hoe al die banden in elkaar grijpen; dat maakt ook het probleem duidelijk waarvoor we het liefst de ogen sluiten terwijl we op verkiezingen afstevenen: Engeland verbindt zijn toekomst aan een Amerika dat onder Trump een – radicale en ingrijpende – metamorfose ondergaat.

    Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: “SCL Canada”. Een dag later was die online verwijzing verdwenen

    Er lopen drie lijnen door dit verhaal. Dat in de Verenigde Staten de fundamenten worden gelegd voor een surveillancemaatschappij. Dat de Britse democratie is uitgehold door een heimelijk, verstrekkend plan tot coördinatie, mogelijk gemaakt door een Amerikaanse miljardair. En dat er een verwoede strijd gaande is tussen miljardairs, met onze data als inzet. Data die in alle stilte worden verzameld, vergaard en opgeslagen. Wie die data in handen heeft, heeft de toekomst in handen.

    Zoals het zo vaak gaat, kwam ik dit verhaal op het spoor via een avondje googelen. Vorig jaar december kwam ik via ‘automatische aanvullen’ van Google toevallig terecht op de zoekopdracht: ‘Heeft de Holocaust echt plaatsgevonden?’ En ik ontdekte dat er een hele pagina vol zoekresultaten was die beweerden van niet.

    Googles algoritme was gemanipuleerd door extremistische sites. Jonathan Albright, professor communicatie aan Elon-universiteit, in North Carolina, hielp me om mijn bevindingen te duiden. Hij was de eerste die een compleet ‘alt-right’nieuws en informatie-ecosysteem blootlegde en in kaart bracht, en hij was degene die me op het spoor zette van Cambridge Analytica.

    Hij noemde het bedrijf een spil in de ‘propagandamachine’ van rechts, een term die ik ook heb gebruikt in relatie tot de werkzaamheden die ze verrichten voor de verkiezingscampagne van Trump en het Britse Leave-kamp. Dat leidde tot een tweede artikel over Cambridge Analytica – als spil in het nepnieuws- en informatienetwerk dat volgens mij is opgezet door Robert Mercer en Steve Bannon, een van Trumps naaste medewerkers die het zelfs tot chief strategist heeft weten te schoppen. Ik stuitte op bewijzen dat het bedrijf bezig was met een strategische operatie om de mainstream media een kopje kleiner te maken en te vervangen door een systeem dat alternatieve feiten, gefingeerde geschiedkundige informatie en rechtse propaganda zou verspreiden.

    Mercer is een briljant computerkundige, een pionier op het gebied van artificiële intelligentie, en mede-eigenaar van een van de meest succesvolle hedge funds ter wereld (met een jaarlijks rendement van 71,8 procent, wat alle economische wetten lijkt te tarten). Ik kwam tot de ontdekking dat hij tevens goed is bevriend met Nigel Farage.

    Andy Wigmore, hoofd communicatie van Leave.EU, wist me te vertellen dat Mercer ervoor had gezorgd dat het bedrijf, Cambridge Analytica, het Leave-kamp zou ‘helpen’.

    Dit tweede artikel zette twee onderzoeken in gang, die allebei nog lopen: een onderzoek van het Information Commissioner’s Office naar het mogelijk illegale gebruik van data. En een tweede onderzoek, van de kiesraad, dat zich ‘richt op de vraag of een of meerdere donaties – waaronder diensten – die zijn aangenomen door Leave.EU “ontoelaatbaar” waren.’

    Ukip-leder Nigel Farage, aanjager van de Brexit en een goede bekende van Robert Mercer en Steve Bannon. – © Gareth Fuller
    Ukip-leder Nigel Farage, aanjager van de Brexit en een goede bekende van Robert Mercer en Steve Bannon. – © Gareth Fuller

    Wat ik toen ontdekte was dat Mercers rol bij het referendum nog veel verder ging. Veel verder dan de jurisdictie van welke Engelse wet dan ook. De sleutel om te begrijpen hoe een gedreven en vastberaden miljardair onze verkiezingswetten kan omzeilen, is te vinden bij AggregateIQ, een duister webanalysebedrijfje dat is gevestigd boven een winkel in Victoria, in Brits-Columbia.

    Vote Leave (de officiële Leave-campagne) besloot 3,9 miljoen te spenderen aan AggregateIQ, dus meer dan de helft van het officiële campagnebudget van 7 miljoen. Hetzelfde geldt voor drie andere aangesloten Leave-campagnes: BeLeave, Veterans for Britain en de Democratic Unionist Party, die nog eens 757.750 pond uitgaven. ‘Coördinatie’ tussen verschillende campagnes is verboden binnen de Engelse kieswet, tenzij de campagnekosten gezamenlijk worden opgegeven. Dat was niet het geval. Volgens Vote Leave heeft de kiesraad ‘de zaak bekeken’ en een ‘gezondheidsverklaring’ afgegeven.

    Hoe kan een duister Canadees bedrijf zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij de Brexit? Met die vraag worstelde ook Martin Moore, hoofd van het centrum voor onderzoek naar communicatie, media en macht aan King’s College, in Londen. ‘Ik heb alle facturen bekeken van de Leave-campagne, toen die in februari door de kiesraad online zijn gezet. En ik stuitte steeds maar weer op gigantische bedragen die werden overgemaakt aan een bedrijf waarvan ik niet alleen nog nooit had gehoord, maar waarvan ook op internet vrijwel niets was te vinden. Er werd meer geld betaald aan AggregateIQ dan aan welk ander bedrijf ook, of welke campagne ook, tijdens de aanloop naar het referendum. Het enige wat ik destijds kon vinden was een website van één pagina. Meer niet. Het was een groot raadsel.’

    Moore leverde een bijdrage aan een rapport dat in april werd gepubliceerd, en waarin werd geconcludeerd dat de Engelse kieswet ‘krachteloos en machteloos’ was, met alle nieuwe vormen van digitaal campagnevoeren. Offshorebedrijven, geld dat in databases wordt gestoken, ongebonden derde partijen… de geldstromen waren niet zo duidelijk meer gemarkeerd. De wetten die sinds jaar en dag de Britse kieswet hadden geschraagd, waren niet langer toereikend. Wetten, zo stond te lezen in het rapport, die ‘nodig moeten worden herzien’ door het parlement.

    AggregateIQ is ook de sleutel om een ander complex netwerk van invloedssferen te ontrafelen dat door Mercer in het leven is geroepen. Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: ‘SCL Canada’. Een dag later was die onlineverwijzing verdwenen.

    Er moest een verband zijn tussen de twee bedrijven. Tussen de verschillende Leave-campagnes. Tussen het referendum en Mercer. Het was gewoon té toevallig. Maar iedereen – AggregateIQ, leave.EU, Vote Leave – ontkende. AggregateIQ had gewoon een kortlopende opdracht gedaan voor Cambridge Analytica. Daar was niets op tegen. Wij publiceerden de feiten. Op 29 maart trad artikel 50 in werking.

    Gestoord

    Dan ontmoet ik Paul, de eerste van twee bronnen die in het verleden bij Cambridge Analytica hebben gewerkt. Hij is ergens eind twintig, en getekend door zijn ervaringen bij het bedrijf. ‘Ik heb bijna posttraumatische stress. Het was zo… gestoord. Het ging allemaal zo snel. Van de ene op de andere dag bleken we te zijn veranderd in de Republikeinse fascistenpartij. Ik kan het nog altijd nauwelijks geloven.’

    Hij moet lachen wanneer ik hem vertel over het frustrerende mysterie van AggregateIQ. ‘Kijk of je Chris Wylie kunt vinden,’ zegt hij.

    Wie is Chris Wylie?

    ‘Hij is degene die Cambridge Analytica op het spoor heeft gezet van data en microtargeting [op maat gesneden politieke boodschappen]. Hij komt uit het westen van Canada. Zonder hem zou AggregateIQ niet eens hebben bestaan. Het zijn zijn vriendjes. Hij heeft ze erbij gehaald.’

    Er was niet zomaar een terloopse link tussen Cambridge Analytica en AggregateIQ, vertelt Paul me. Ze waren innig verstrengeld, vervulden sleutelposities binnen Robert Mercers uitgestrekte rijk. ‘De Canadezen waren ons backoffice. Zij beheerden onze database. Als AggregateIQ erbij betrokken is, dan is Cambridge Analytica er ook bij betrokken. En als Cambridge Analytica erbij betrokken is, dan zijn Robert Mercer en Steven Bannon erbij betrokken. Kijk of je Chris Wylie kunt vinden.’

    Ik wist Chris Wylie op te sporen. Hij weigerde me te woord te staan.

    Om te begrijpen hoe data een bedrijf kunnen veranderen, moet je weten waar ze vandaan komen. Ik werd daarbij geholpen door een brief van de ‘Director of Defence Operations, SCL Group’. Hij is afkomstig van ‘commandant Steve Tatham, PhD, MPhil, Royal Navy (buiten dienst)’ die zijn beklag doet over het gebruik van het woord ‘desinformatie’ in mijn artikel over Mercer.

    Ik schreef hem terug en wees hem erop dat hij in bepaalde artikelen zelf had geschreven over ‘misleiding’ en ‘propaganda’, wat naar mijn idee ‘min of meer hetzelfde’ was als desinformatie. Pas later dringt tot me door hoe vreemd het is dat ik correspondeer met een gepensioneerde marinecommandant, over militaire strategieën die al dan niet zouden zijn gebruikt tijdens Britse en Amerikaanse verkiezingen.

    Wat uit beeld is verdwenen in de Amerikaanse kijk op dit ‘data-analyse’-bedrijf is de achtergrond van het bedrijf: het is diepgeworteld in de militair-industriële wereld. Een opmerkelijk hoekje binnen deze wereld wordt bevolkt door Tories van de oude stempel, zoals dat ook geldt voor het militaire establishment in Engeland. Geoffrey Pattie, een voormalig parlementslid dat een hoge positie bekleedde bij Defensie en dat aan het hoofd stond van Marconi Defence Systems, zat in de raad van bestuur, net als Lord Marland, David Camerons voormalige handelsgezant die pro-Brexit is, en die aandeelhouder was.

    Steve Tatham stond aan het hoofd van de psychologische operaties van de Britse strijdkrachten in Afghanistan. The Observer beschikt over brieven waarin hij wordt aanbevolen door het Engelse ministerie van Defensie, Buitenlandse Zaken en de NAVO.

    SCL/Cambridge Analytica is niet een of andere start-up van een stel jongens met een Mac Powerbook. Het maakt echt deel uit van het Britse defensiesysteem. En nu dus ook van het Amerikaanse defensiesysteem. Dit is meer dan een verhaal over sociale psychologie en data-analyse. Het moet gezien worden in het kader van een militaire aannemer die militaire strategieën loslaat op een burgerbevolking. David Miller, hoogleraar sociologie aan Bath-universiteit en een autoriteit op het gebied van psyops en propaganda, noemt het ‘een ongehoord schandaal dat dit mogelijk is binnen een democratie. De kiezers behoren te weten waar bepaalde informatie vandaan komt, en als dat niet helder en transparant is, moeten we ons de vraag stellen of we daadwerkelijk in een democratie leven.’

    Paul en David, een andere voormalig medewerker van Cambridge Analytica, werkten bij het bedrijf in de tijd dat het op grote schaal vergaren van data deel ging uitmaken van de psychologische-oorlogsvoeringstrategie. ‘Het was een nieuwe, krachtige synergie van psychologie, propaganda en techniek,’ zegt David.

    © Courrier International
    © Courrier International

    En dat alles werd mogelijk gemaakt door Facebook. Cambridge Analytica kreeg zijn immense hoeveelheid data in eerste instantie van Facebook. Al eerder hadden psychologen van Cambridge Analytica (legaal) gegevens van Facebook geanalyseerd voor onderzoeksdoeleinden, en ze hadden peer-reviewed artikelen gepubliceerd over Facebook-‘likes’, en wat daaruit valt af te leiden over iemands karaktereigenschappen, politieke voorkeuren, seksualiteit en nog veel meer. SCL/Cambridge Analytica huurde een hoogleraar in, dr Aleksandr Kogan, om nog meer Facebookdata te vergaren. Hij deed dat door mensen tegen betaling een persoonlijkheidstest te laten maken, waarbij niet alleen hun Facebookprofiel boven tafel kwam, maar ook dat van hun vrienden – ook dat maakte het sociale netwerk destijds mogelijk.

    Facebook was de bron van de psychologische inzichten die het Cambridge Analytica mogelijk maakte zich specifiek te richten op individuen. Het was ook het mechanisme dat het Cambridge Analytica mogelijk maakte hier op grote schaal in te handelen.

    Het bedrijf kocht ook (volkomen legaal) consumentendata – gegevens over van alles en nog wat, van tijdschriftabonnementen tot aangeschafte vliegtickets – en combineerde deze voor het eerst met psychologische gegevens en lijsten van kiesgerechtigden. Al deze informatie werd vervolgens gekoppeld aan het adres en telefoonnummer van mensen, en vaak ook aan hun e-mailadres. ‘Het doel was om alle gegevens in kaart te brengen van de informatieomgeving van alle stemgerechtigden,’ zegt David. ‘Met die persoonlijkheidsgegevens kon Cambridge Analytica op maat gesneden berichten sturen.’

    De zoektocht naar ‘beïnvloedbare’ kiezers is de sleutel tot elke campagne en met zijn schat aan data was Cambridge Analytica bijvoorbeeld in staat mensen die tamelijk angstig waren aangelegd te benaderen met beelden van immigranten die het land ‘overspoelden’. De truc is om bij elke individuele kiezer de emotionele trigger te vinden.
    Cambridge Analytica werkte aan campagnes voor een Republikeins actiecomité, in verschillende staten. Het voornaamste doel, blijkt uit een memo dat in handen is van The Observer, was ‘desinteressse kweken’ en ‘Democratische kiesgerechtigden zo ver zien te krijgen dat ze thuis blijven’: een ongekend verontrustende tactiek. Er is al eerder gezegd dat er ontmoedigingstechnieken werden gebruikt in de campagne, maar dit document levert de eerste echte bewijzen.

    Maar werkt zo’n aanpak ook echt? Een van de kritiekpunten op de artikelen van mij en anderen, is dat de ‘specialiteit’ van Cambridge Analytica te veel is opgeblazen. De meeste politieke consultancy’s gaan toch niet zo heel anders te werk?

    ‘Het is geen politiek consultancybureau,’ zegt David. ‘Wat je goed moet begrijpen, is dat dit op geen enkele manier een normaal bedrijf is. Volgens mij kan het Mercer niet eens schelen of er ook maar een cent winst wordt gemaakt. Het is het product van een miljardair die een vermogen heeft gespendeerd om een experimenteel wetenschappelijk lab op te zetten, waarin hij kan kijken wat aanslaat, waarin hij op zoek kan gaan naar minieme vormen van beïnvloeding die een verkiezingsuitslag kunnen bepalen. Robert Mercer heeft pas geld in het bedrijf gestoken na een aantal pilotprojecten – gecontroleerde experimenten. We hebben het hier over een van de slimste computerkundigen ter wereld. Die gooit echt geen vijftien miljoen over de balk.’

    ‘Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen’

    Tasmin Shawn, universitair docent filosofie aan New York-universiteit, schetst een breder kader voor me. Ze heeft onderzoek gedaan naar de financiering van het Amerikaanse leger en naar het gebruik van psychologisch onderzoek bij martelingen. ‘Het is wel aangetoond dat deze wetenschap ingezet kan worden om emoties te manipuleren. Het gaat hier om technologie die oorspronkelijk afkomstig is van het leger en die nu is ingelijfd door een mondiale plutocratie, en die wordt gebruikt om verkiezingen te beïnvloeden op een manier waar mensen geen enkel zicht op hebben, en zelfs geen weet van hebben,’ zegt ze. ‘Het gaat hier om het exploiteren van bestaande fenomenen die vervolgens worden gebruikt om mensen in de marge te manipuleren. Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen. We zitten midden in een informatieoorlog en deze bedrijven worden opgekocht door miljardairs, die vervolgens worden binnengehaald in het hart van de overheid. Dat is een zeer zorgwekkende situatie.’

    In 2013 heeft Cambridge Analytica een project uitgevoerd in Trinidad, waarin alle verhaallijnen bij elkaar komen. Net op het moment dat Robert Mercer ging onderhandelen met Alexander Nix, de baas van SCL, werd SCL in de arm genomen door verschillende ministers in Trinidad en Tobago. De opdracht was onder meer het ontwikkelen van een zogeheten microtargetingprogramma voor de partij die op dat moment aan de macht was. En AggregateIQ – hetzelfde bedrijf dat zich voor Vote Leave had ingezet bij de Brexit – werd ingehuurd om het targetingplatform te bouwen.

    David zegt hierover: ‘De standaardaanpak van SCL/CA is dat je een overheidscontract sluit met de regerende partij. Daarmee is het politieke werk gedekt. Het is vaak een of ander onzinnig gezondheidsproject, dat slechts dient als dekmantel om te zorgen dat de minister wordt herverkozen. Maar in dit geval werden de contracten niet gesloten met de overheid, maar met de nationale veiligheidsraad van Trinidad.’

    Het werk voor de informatiedienst was de prijs voor het politieke werk. The Observer heeft documenten in handen waaruit blijkt dat het ging om een voorstel om de zoekgeschiedenis van de gehele bevolking te achterhalen, om telefoongesprekken vast te leggen en spraaksoftware los te laten op de verkregen data teneinde een landelijke politiedatabase aan te leggen, compleet met een inschatting per individuele burger van de waarschijnlijkheid dat hij of zij een misdaad zou plegen.

    ‘Het plan dat aan de minister is voorgelegd heette Minority Report. Het was Pre-Crime. En het feit dat Cambridge Analytica nu werkzaam is binnen het Pentagon, is zonder meer beangstigend, als je het mij vraagt,’ zegt David.

    Datamiljardair Robert Mercer met zijn dochter Rebekah. – © Patrick McMullan / Getty Images
    Datamiljardair Robert Mercer met zijn dochter Rebekah. – © Patrick McMullan / Getty Images

    Deze documenten werpen licht op een belangrijk en onderbelicht aspect van de regering-Trump. Het bedrijf dat Trump in eerste instantie aan de macht heeft geholpen, is beloond met contracten binnen het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken. De voormalige vicepresident van dat bedrijf zit nu in het Witte Huis. Naar verluidt speelt het bedrijf ook een rol in gesprekken over ‘militaire aangelegenheden en binnenlandse veiligheid’.

    In Amerika is de overheid gebonden aan strenge wetten waar het gaat om het verzamelen van gegevens van individuele burgers. Maar particuliere bedrijven kunnen doen en laten wat ze willen. Is het irrationeel om hierin de mogelijke fundamenten te zien van een autoritaire surveillancestaat?

    Een regering die bedrijfsbelangen binnenhaalt en aan de borst drukt. Er zijn documenten waaruit blijkt dat Cambridge Analytica banden heeft met vele andere miljardairs met rechtse sympathieën, onder wie Rupert Murdoch. Uit een memo blijkt dat Cambridge Analytica heeft geprobeerd een artikel geplaatst te krijgen in Murdochs Wall Street Journal. ‘RM heeft het via een andere weg aangeboden en contact gelegd met Jamie McCauley van Robert Thomson News Corp’, staat er te lezen.

    Dat doet mij weer denken aan het verhaal waarin Sophie Schmidt, Cambridge Analytica en Palantir een rol spelen. Is het een veelzeggend detail, of is het een aanwijzing dat er nog iets anders speelt? Cambridge Analytica noch Palantir wilde ingaan op de vraag, in verband met dit artikel, of er sprake is van onderlinge banden. Maar getuigenverklaringen en mails bevestigen dat er in 2013 besprekingen hebben plaatsgevonden tussen Cambridge Analytica en Palantir. Een mogelijke samenwerking is in ieder geval aan de orde geweest.

    The Observer beschikt ook nog over andere documenten, die bevestigen dat tenminste één senior medewerker van Palantir gesprekken heeft gevoerd met Cambridge Analytica in verband met het Trinidad-project en latere politieke werkzaamheden in de Verenigde Staten. Maar destijds heeft Palantir besloten, zo wordt me verteld, dat de kans op imagoschade te groot werd geacht om echt met elkaar in zee te gaan. Er stond te weinig tegenover. Palantir is een bedrijf dat wordt vertrouwd met grote hoeveelheden data van Engelse en Amerikaanse burgers, in dienst van zowel GCHQ en NSA, en vele andere landen.

    Maar nu zijn beide bedrijven in handen van ideologisch gedreven miljardairs: Robert Mercer en Peter Thiel. De Trump-campagne heeft gezegd dat Thiel heeft geholpen met data. Een campagne die werd geleid door Steve Bannon, die destijds bij Cambridge Analytica zat.

    Een hooggeplaatst iemand van QC, die veel tijd heeft doorgebracht bij het Britse onderzoekstribunaal IPT, zegt dat het grootste probleem bij deze technologie is dat het er vooral om gaat wíé de gegevens in handen heeft.

    ‘Aan de ene kant gaat het om bedrijven en overheden die zeggen “vertrouw ons nou maar, we hebben het hart op de goede plaats en we zijn democratisch en in het weekend bakken we gezellig koekjes”. Maar dezelfde technologie kan worden verkocht aan willekeurig welk repressief regime.’

    In Engeland hebben we nog altijd vertrouwen in de overheid. We gaan ervan uit dat de autoriteiten zich aan de wet houden. We hebben vertrouwen in de wet. We geloven dat we in een vrij en democratisch land leven. En juist daarom is naar mijn gevoel het laatste deel van dit verhaal zo ongekend verontrustend.

    Dominic Cummings

    De details van het Trinidad-project ontsloten eindelijk het mysterie van AggregateIQ. Trinidad was het eerste project van SCL waarbij gebruik werd gemaakt van big data voor microtargeting, voordat het bedrijf werd overgenomen door Mercer. Om dit model was het Mercer te doen. Alle partijen kwamen hier samen: Aleksandr Kogan, de psycholoog van Cambridge, AggregateIQ, Chris Wylie, en de twee andere mensen die een rol zouden spelen in dit verhaal: Mark Gettleson, een focusgroupspecialist die in het verleden voor de liberalen had gewerkt, en Thomas Borwick, de zoon van Victoria Borwick, het conservatieve parlementslid uit Kensington.

    Toen in februari mijn artikel verscheen waarin ik Mercer en Leuve.EU met elkaar in verband bracht, was niemand zo boos als voormalig Tory-adviseur Dominic Cummings, de campagnestrateeg van Vote Leave. Hij ging flink tekeer op Twitter. Het artikel stond ‘vol fouten & verspreidt zelf desinformatie’. Of: ‘CA speelde ~0% rol in Brexit-referendum.’

    Een week later toonde The Observer het vermoedelijke verband aan tussen AggregateIQ en Cambridge Analytica. Cummings Twitteraccount zweeg in alle talen. Hij reageerde niet op mijn berichten of mijn mails.

    Er speelden al langer vragen over een mogelijke coördinatie tussen de verschillende Leave-campagnes. In de week voorafgaand aan het referendum doneerde Vote Leave geld aan twee andere Leave-groeperingen – 625 duizend pond aan BeLeave, een initiatief van modestudent Darren Grimes, en 100 duizend pond aan Veterans for Britain. Beide campagnes hebben dit geld besteed aan AggregateIQ.

    De kiesraad heeft AggregateIQ aangeschreven. Een bron dicht bij het onderzoek heeft gezegd dat AggregateIQ heeft gereageerd met de mededeling een geheimhoudingsverklaring te hebben getekend. En aangezien het niet onder de Engelse jurisdictie valt, was de zaak daarmee afgedaan. Dit is waar Vote Leave naar verwijst wanneer ze zeggen dat de kiesraad ‘een gezondheidsverklaring’ heeft afgegeven.

    Dominic Cummings heeft op zijn blog duizenden woorden gewijd aan de referendumcampagne. Wat ontbreekt zijn details over zijn data-analisten. Het enige wat hij daarover zegt is dat hij ‘specialisten heeft ingehuurd’.

    Eindelijk, na weken van berichten, krijg ik een mail van hem. We bleken het over één ding eens te zijn. Hij schreef: ‘De wetgeving/handhavende instanties zijn een lachertje, en de werkelijkheid is dat iedereen die een loopje met de wet wil nemen dat kan doen zonder dat ook maar iemand het doorheeft.’ Maar, zegt hij: ‘door de aandacht te vestigen op onzinnige verhalen als de denkbeeldige rol van Mercer bij het referendum, leid je de aandacht af van deze belangrijke kwesties’.

    En om dan eindelijk antwoord te geven op de vraag hoe Vote Leave terecht is gekomen bij deze duistere firma aan de andere kant van de aardbol, schrijft hij: ‘Iemand stuitte op internet op AIQ [AggregateIQ] en belde hen op, en zei vervolgens tegen mij – laten we met die lui in zee gaan. Ze waren duidelijk veel competenter dan de mensen die we in Londen hadden gesproken.’

    Het ongelukkige aan dit verhaal – voor Dominic Cummings – is dat het ongeloofwaardig is. Het is een paar minuten werk om een datumfilter in Google search te installeren en te zien dat ‘AggregateIQ’ eind 2015 of begin 2016 helemaal geen hits opleverde. Er is niets over geschreven in de media. Het bedrijf wordt nergens genoemd. De website verschijnt niet eens op mijn scherm. Ik heb Dominic Cummings betrapt op wat een alternatief feit lijkt te zijn.

    Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als “te overreden”, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen

    Een controleerbaar feit is dat Gettleson en Borwick, die voorheen werkzaam waren als consultant voor SCL en Cambridge Analytica, beiden een spilfunctie bekleedden in het Vote Leave-team. Ze staan beiden vermeld in de officiële Vote Leave-documenten die zijn gedeponeerd bij de kiesraad, al omschrijven ze hun eerdere werkzaamheden heel bescheiden als ‘microtargeting in Antigua en Trinidad’ en ‘direct communications voor verschillende politie-actiecomités, senaats- en gouverneurscampagnes’.

    En Borwick was niet zomaar een medewerker. Hij was het hoofd technologie van Vote Leave.

    Dit verhaal omvat een complex netwerk van verbinding, met als spin in het web Cambridge Analytica. Alle lijntjes komen uit bij Mercer. Want de banden moeten overduidelijk zijn geweest. ‘Misschien was AggregateIQ niet van Mercer, maar het speelde zich wel allemaal af binnen zijn domein,’ zegt David. ‘Bijna al hun contracten waren afkomstig van Cambridge Analytica of van Mercer. Zonder hen hadden ze geen bestaansrecht. Gedurende de hele aanloop naar het referendum werkten zij elke dag met Mercer en Cambridge Analytica aan de campagne van [Ted] Cruz. AggregateIQ bouwde en beheerde de databaseplatforms van Cambridge Analytica.’

    Cummings wil niet zeggen wie voor hem de websites bouwde. Maar op facturen die zijn overhandigd aan de kiesraad zien we betalingen aan een bedrijf dat luistert naar de naam Advanced Skills Institute. Het duurt weken voordat ik het belang daarvan inzie, aangezien het bedrijf meestal wordt aangeduid als ASI Data Science, een bedrijf waar steeds roulerende data-analisten werkzaam zijn, die vervolgens aan de slag gaan bij Cambridge Analytica, en omgekeerd. Er is beeldmateriaal van ASI data-analisten die persoonlijkheidsmodellen van Cambridge Analytica presenteren, en er zijn documenten over evenementen die de twee bedrijven samen hebben georganiseerd. ASI heeft tegen The Observer gezegd geen officiële banden te onderhouden met Cambridge Analytica.

    Waar het om gaat is het volgende: tijdens de Amerikaanse voorverkiezingen heeft AggregateIQ contractueel afstand gedaan van het intellectueel eigendom (IE). Het bedrijf was echter geen eigenaar van dat IE: dat was Robert Mercer. Om met een ander bedrijf in Engeland te kunnen samenwerken, moest AggregateIQ expliciet toestemming hebben van Mercer. Op de vraag of hij commentaar wil geven op de financiële of zakelijke banden tussen ‘Cambridge Analytica, Robert Mercer, Steve Bannon, AggregateIQ, Leave.EU en Vote Leave’, zegt een woordvoerder van Cambridge Analytica: ‘Cambridge Analytica heeft geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden verricht voor Leave.EU.’

     Witte Huis-adviseur Steve Bannon. – © Jonathan Ernst / Reuters
    Witte Huis-adviseur Steve Bannon. – © Jonathan Ernst / Reuters

    Dit verhaal gaat niet over de geslepen Dominic Cummings die een paar mazen heeft ontdekt in de regels van de kiesraad. Die her en der een paar miljoen heeft weggezet. Dit verhaal gaat ook nog niet eens om wat een heimelijke coördinatie lijkt te zijn tussen Vote Leave en Leave.EU bij het inhuren van AggregateIQ en Cambridge Analytica. Dit verhaal gaat over gedreven Amerikaanse miljardairs – Mercer en zijn voornaamste ideoloog, Bannon – die medeverantwoordelijk zijn voor de grootste constitutionele verandering in Engeland van de afgelopen eeuw.

    Wie wil begrijpen hoe, en in welke mate, de Brexit is verbonden met Trump, is hier op het goede spoor. Deze lijnen, die dwars door Cambridge Analytica lopen, zijn het resultaat van een trans-Atlantisch partnerschap dat vele jaren teruggaat. Nigel Farage en Bannon werken nauw samen, zeker al sinds 2012. Bannon heeft in 2014 de Londense poot van zijn nieuwswebsite Breitbart geopend om Ukip te steunen – het nieuwste front ‘in de culturele en politieke oorlog die momenteel wordt gevoerd’, zei hij tegen The New York Times.

    Engeland was altijd al een cruciaal onderdeel geweest van Bannons plannen, hoor ik van een andere ex-Cambridge-medewerker, die anoniem wil blijven. Het was een speerpunt van zijn strategie om de hele wereldorde te veranderen.

    ‘Hij is ervan overtuigd dat je eerst de cultuur moet omvormen voordat je de politiek kunt omvormen. En daarin speelde Engeland een sleutelrol. Hij meende dat Amerika het voorbeeld van Engeland zou volgen. De Brexit was voor hem van enorme symbolische waarde.’

    Op 29 maart, de dag dat artikel 50 in werking trad, belde ik een van de kleinere campagnes, Veterans for Britain. Cummings strategie was om in de laatste dagen van de campagne mensen gericht te benaderen en de kleinere groep kreeg in de laatste week honderdduizend pond van Vote Leave. Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als ‘te overreden’, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen.

    Ik vraag David Banks, het hoofd communicatie van Veterans for Britain, waarom ze dat geld aan AggregateIQ hebben uitgegeven.

    ‘Ik ben niet op AggregateIQ afgestapt, zij zijn op ons afgestapt. Ze hebben ons gebeld en een pitch gehouden. Er is geen sprake van een complot. Het was gewoon een Canadees bedrijf dat een vestiging opende in Londen, om binnen de Britse politiek te gaan werken, en zij deden dingen die geen enkel Engels bedrijf ons kon bieden. Hun targeting was gebaseerd op een aantal technologieën die nog niet tot Engeland waren doorgedrongen. Ze hadden een manier gevonden om mensen te targeten op grond van inzicht in hun gedrag. Zij benaderden ons.’

    Naar mijn idee was David Banks zich er niet van bewust dat er iets niet helemaal in de haak was. Het is een vaderlandslievende man, die gelooft in de Britse soevereiniteit, Britse waarden en de Britse wetgeving. Ik denk dat hij niet wist dat er overlap was tussen de verschillende campagnes. Ik kan alleen maar concluderen dat hij om de tuin is geleid.

    En dat wij, het Britse volk, om de tuin zijn geleid. In zijn blog schrijft Dominic Cummings dat de Brexit op het conto komt van ‘zo’n 600 duizend mensen – net iets meer dan 1 procent van alle geregistreerde kiezers’. Het is niet zo’n heel grote stap om te denken dat een lid van de mondiale 1 procent een manier heeft gevonden om deze beslissende 1 procent van de Britse kiezers te beïnvloeden.

    Rusland

    Het referendum was een open doel, onweerstaanbaar voor de Amerikaanse miljardairs. Of moet ik zeggen: de Amerikaanse miljardairs en andere geïnteresseerde spelers? Want als we inzien dat Engeland en Amerika, Brexit en Trump, nauw zijn verbonden door trans-Atlantische connecties, dan moeten we ook inzien dat Rusland een plek heeft binnen deze innige verstrengeling.

    De afgelopen tijd heb ik geschreven over de banden tussen rechts in Engeland, de regering-Trump en rechts in Europa. En deze lijnen lopen op een of andere manier allemaal richting Rusland. Vanuit Nigel Farage en Donald Trump en Cambridge Analytica.

    The Observer heeft een kaart te zien gekregen met daarop de vele plekken op de wereld waar SCL en Cambridge Analytica werkzaam zijn geweest: onder meer in Rusland, Litouwen, Letland, Oekraïne, Iran en Moldavië. Verschillende bronnen binnen Cambridge Analytica hebben andere banden met Rusland aan het licht gebracht, zoals reisjes naar Rusland, besprekingen met topmannen van Russische staatsbedrijven, en verklaringen van SCL-medewerkers dat ze voor Russische rechtspersonen hebben gewerkt.

    Artikel 50 is in werking getreden. AggregateIQ valt niet onder de Engelse jurisdictie. De kiesraad staat machteloos. Een volgende verkiezing, met dezelfde regels, staat voor de deur. Het is niet zo dat de autoriteiten zich niet realiseren dat er reden is tot zorg. The Observer heeft gehoord dat het openbaar ministerie een speciale aanklager heeft aangesteld om vast te stellen of er grond is om over te gaan tot vervolging omdat er campagnefinancieringswetten zijn overtreden. Het openbaar ministerie heeft de zaak terugverwezen naar de kiesraad. Iemand dicht bij de commissie, die zich bezighoudt met de veiligheidsdiensten, weet me te vertellen dat ‘er wordt gewerkt’ aan een mogelijke inmenging van Rusland bij het referendum.

    Gavin Miller, werkzaam bij QC en gespecialiseerd in kieswetgeving, noemt de situatie ‘hoogst verontrustend’. Hij denkt dat de waarheid alleen valt te achterhalen door een openbaar onderzoek. Maar daar moet de regering opdracht toe geven. Een regering die net verkiezingen heeft uitgeschreven om haar machtsbasis te versterken. Verkiezingen die zijn bedoeld om meer op één lijn te komen met Trumps Amerika.

    Martin Moore van King’s College in Londen wijst erop dat verkiezingen tegenwoordig meer en meer worden gebruikt als middel om een autoritair bewind in het zadel te helpen. ‘Kijk naar Erdogan in Turkije. Wat Theresa May doet is in zekere zin heel antidemocratisch. Ze is doelbewust bezig haar macht te vergroten. Het gaat niet om een verschil in beleid tussen twee politieke partijen.’

    Dit in Engeland in 2017. Een Engeland dat steeds meer wegheeft van een democratie die wordt ‘gemanaged’. Bekostigd door een Amerikaanse miljardair. Gebruikmakend van militaristische technologie. In kaart gebracht door Facebook. En mogelijk gemaakt door ons. Als we de uitslag van het referendum honoreren, stemmen we daar impliciet mee in. Het gaat hier niet over Remain of Leave. Dit overstijgt partijpolitiek. Het gaat over de eerste stap in een brave new world, die steeds minder democratisch is.

    Auteur: Carole Cadwalladr
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty Images

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.

  • De populistische geest in de fles

    De populistische geest in de fles

    Wie had kunnen denken dat de democratische planeet zich op 15 maart 2017 zo druk zou maken om verkiezingen in een plat en welvarend landje met zeventien miljoen inwoners?

    Heel Europa keek ademloos toe. Zelfs aan de andere kant van de Atlantische Oceaan was de nieuwsgierigheid gewekt: zou een overwinning van Geert Wilders, ‘de Nederlandse Trump’, de zegetocht van het populistische offensief bevestigen?

    Dat was de inzet van de strijd in Nederland, in een wereldoorlog die, in meer of mindere mate, al twee jaar aan de gang is. Een oorlog van ideeën, idealen en ideologieën. Een oorlog over cultuur, over erfgoed, over een manier van leven. Een oorlog over de verwezenlijking van de democratie en de visie van de politiek. Voorlopig is deze oorlog nog lang niet gewonnen – of verloren. Hij woedt volop. In deze strijd hoef je niet naar een denkbeeldige Maginotlinie te zoeken: we weten wat die waard is. We bevinden ons in het stadium dat de militair theoreticus Clausewitz in zijn verhandeling Vom Kriege ‘de mist van de oorlog’ noemde. ‘Oorlog’, schreef hij, ‘is het koninkrijk van de onzekerheid.’ We bevinden ons in het stadium waarin de tegenstander bekend is, waarin de mogelijkheden om hem te bestrijden zich aftekenen, maar waarin de traditionele troepen, die aan het eind van hun Latijn zijn, op versterking wachten; de uitkomst van de strijd is nog onzeker.

    In toom gehouden

    Daaraan ontleent de strijd in Nederland zijn belang. In Polen en in de Verenigde Staten heeft de tegenstander gewonnen door middel van een soort verrassingsaanval: de partij die aan de macht was, en overtuigd van haar overwinning, heeft die niet zien aankomen. Ze was totaal gechoqueerd. In Oostenrijk had het verrassingseffect minder succes, al waren daar wel twee verkiezingsrondes voor nodig. Toen ze de strijd in Nederland aangingen, wisten de twee kampen min of meer wat hun te doen stond. Ze hadden goed naar de Brexitcampagne in het Verenigd Koninkrijk gekeken, en naar de Amerikaanse presidentscampagne, en daaruit lering getrokken.

    Na de veldslag is het Nederlandse landschap sterk verdeeld: de populistische leider is ontegenzeglijk in toom gehouden, maar niet weggevaagd; hij heeft zelfs terrein gewonnen. Honend heeft hij zijn tegenstanders uitgedaagd ‘de geest weer in de fles te stoppen’. De winnaar, de centrum-rechtse premier Mark Rutte, heeft steken laten vallen tijdens het gevecht, vooral doordat hij dezelfde wapens gebruikte als zijn tegenstander: Rutte heeft het anti-immigratiesentiment soms net zo hard uitgebuit als Wilders, in plaats van het frontaal aan te vallen. En als hij het over de nederlaag van ‘slecht populisme’ heeft, impliceert hij dat er ook ‘goed populisme’ bestaat, het zijne.
    In de rest van het democratische Nederlandse kamp zijn nieuwe en veelbelovende krachten verrezen op de ruïnes van de Partij van de Arbeid, die door conflicten werd verdeeld. GroenLinks en D66 hebben spectaculaire winst geboekt door zich fel tegen extreem-rechts te keren en vóór Europa en diversiteit te pleiten. Deze onderling sterk verschillende partijen zullen een coalitie moeten vormen om de dreiging van Wilders af te wenden.

    De kloof die men elders heeft zien ontstaan tussen de voorstanders van nationale soevereiniteit en de “Europeanen”, kan de kloof tussen links en rechts overbruggen

    Wat kunnen de Franse strategen leren van de Nederlandse verkiezingen? Beide landen hebben in 2005 via een referendum tegen het verdrag over de Europese grondwet gestemd. Beide landen kampen al lange tijd met een extreem-rechtse beweging, met kwesties die verband houden met de islam en het anti-immigratiesentiment. Zowel in Frankrijk als Nederland bezwijkt de rechtse kandidaat soms voor de populistische verleiding en lijdt de socialistische partij schipbreuk.

    De Nederlandse campagne en de populistische geest in de fles hebben enkele nuttige breukvlakken onthuld. De kloof die men elders heeft zien ontstaan tussen de voorstanders van nationale soevereiniteit en de ‘Europeanen’, of tussen de nationalisten en de globalisten, kan de kloof tussen links en rechts overbruggen. Over immigratiekwesties en de houding tegenover de islam wordt in progressieve kringen inmiddels realistischer gedacht: de scheidslijn tussen de elite en het volk, waarvan de zorgen als die van ‘blanke boze mannen’ werden afgedaan, heeft de rampzalige opkomst van het populisme tot gevolg gehad. Steeds meer progressieve Europeanen, zoals de Nederlanders Luuk van Middelaar en Paul Scheffer, geven toe hoe belangrijk het is om de Europese burger in bescherming te nemen. Wat we van deze verkiezingen hebben geleerd, is dat degenen die overleven in een politiek landschap dat bezig is uit elkaar te vallen, niet degenen zijn die teruggrijpen op het verleden noch degenen die de status-quo verdedigen, maar degenen die een nieuwe toekomst willen opbouwen.

    Auteur: Sylvie Kaufmann
    Vertaler: Peter Bergsma

    Sylvie Kauffmann is de eerste vrouwelijke journalist die – kortstondig (2010-2011) – 
hoofdredacteur van Le Monde was. Ze schrijft nog altijd voor ‘de krant die nooit slaapt’ en voor de NYT over Europa, Azië en de VS.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • 3. Stem nee bij het referendum

    3. Stem nee bij het referendum

    Wanneer het volk de autoritaire volmacht van president Erdogan legitimeert, betekent dat een afscheid van de Turkse rechtsstaat, aldus intellectueel Ahmet Insel.

    In de nieuwe grondwetstekst die de regering op 16 april via een referendum [zie kader beneden] wil laten bekrachtigen, krijgt de president van de republiek drie petten op, die van staatshoofd, die van regeringsleider en die van leider van de meerderheidspartij, zodat er een autocratisch regime zal ontstaan waarin de belangen van de meerderheidspartij en de staat op één hoop worden gegooid. De uitkomst van dit referendum hangt af van de stem van de kiezers van de AKP en haar belangrijkste bondgenoot, de extreemrechtse, anti-Koerdische MHP.

    Beseffen deze kiezers wel welke dreiging deze grondwetsherziening inhoudt? Er wordt gediscussieerd over de vraag of die alleen maar afschaffing van het parlementaire stelsel betekent of een verandering van het politieke systeem, maar daar gaat het niet om. Door al onze politieke macht en instellingen in de handen van één man te leggen, Recep Tayyip Erdogan, brengen we niet alleen de politieke en culturele toekomst van ons land in gevaar, maar ook de economische, wat de onzekerheid en instabiliteit die gepaard gaan met een despotisch en arbitrair bewind ernstig zal doen toenemen. Daar kunnen we in de maanden die ons nog scheiden van het referendum niet genoeg op hameren.

    Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen?

    De discussie gaat veel verder dan de intenties of kwaliteiten van de man aan wie we alle teugels van de macht in handen gaan geven. Iedereen, zowel voor- als tegenstanders, zou zijn overgeleverd aan de genade van een regering met steeds meer despotische, gecentraliseerde en arbitraire trekken. Rechtszekerheid en vrijheid zouden op losse schroeven komen te staan. Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen? Welke garanties biedt een systeem dat het nationale parlement tot een rompparlement degradeert?

    Turkije heeft al heel wat bittere ervaringen opgedaan met extreme machtsconcentraties en de gevolgen daarvan voor de publieke vrijheid, lees de dissidenten, of het nu gaat om de nadagen van een staatsgreep, een eenpartijstaat of een regerende meerderheidspartij. Allemaal formuleren ze hun grieven op grond van hun ideologische voorkeuren, zodat het scenario altijd hetzelfde blijft: een steeds autoritairder regime dat berust op onrechtvaardigheid en onderdrukking. Elke keer wordt alle macht in de handen van één enkele persoon gelegd. Dat deze ontwikkeling de zegen van het volk heeft maakt haar niet minder rampzalig; de tekst die in het referendum wordt voorgelegd is het zoveelste voorbeeld van deze autoritaire ontsporing die onze geschiedenis kenmerkt.

    Demonstranten bij een bijeenkomst in Keulen van Erdogans AKP, begin maart. Herhaaldelijk probeerden Turkse politici de meer dan een miljoen in Duitsland wonende Turken ervan te overtuigen 'ja' te stemmen op het referendum. –  © Lukas Schulze / Getty
    Demonstranten bij een bijeenkomst in Keulen van Erdogans AKP, begin maart. Herhaaldelijk probeerden Turkse politici de meer dan een miljoen in Duitsland wonende Turken ervan te overtuigen ‘ja’ te stemmen op het referendum. – © Lukas Schulze / Getty

    Dat de AKP bij de verkiezingen op 7 juni 2015 haar absolute meerderheid verloor kwam doordat een deel van het electoraat, verontrust door de manier waarop Erdogan de partij naar zijn hand zette en de campagne inzet maakte van de regimeverandering die hij voorstond, liever op een andere partij stemde of zich van stemming onthield. De oproep om te voorkomen dat Erdogan de absolute leider werd vond gehoor. We kennen het vervolg: door vijf maanden later vervroegde verkiezingen uit te schrijven is de AKP erin geslaagd de verloren stemmen terug te winnen.

    De huidige situatie in Turkije is veel erger dan die tijdens de lente en zomer van 2015, te meer omdat de noodtoestand de regering de macht geeft rechten en vrijheden naar hartenlust in te perken. Het zal dan ook veel moeilijker zijn om AKP– of MHP-kiezers ervan te overtuigen dat ze tegen de grondwetsherziening moeten stemmen. Op de schouders van de nee-stemmers rust een zware verantwoordelijkheid. Ze moeten de aanhangers van de AKP en de MHP duidelijk maken dat zelfs degenen die in een goed blaadje bij de machthebbers staan onder de overwinning van het ja zullen lijden. Laten we niet bang zijn om een les uit onze gemeenschappelijke geschiedenis te trekken.

    Auteur: Ahmet Insel
    Vertaler: Peter Bergsma

    CONTEXT: Wat staat er op het spel op 16 april?

    Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog is Turkije altijd bestuurd door een parlementair stelsel. De echte macht berustte bij de premier, de leider van de parlementaire meerderheid. De president had een symbolische rol als hoeder van de instituties. Maar sinds Erdogan, premier van 2003 tot 2014, zich tot president heeft laten verkiezen dringt zijn partij AKP aan op een herziening van dit systeem, zodat het staatshoofd een grotere rol krijgt.

    Op 16 april wordt er een referendum gehouden over een tekst waarin een grondwetsherziening wordt voorgesteld. Doel is om het land onder presidentieel bestuur te brengen. Voorstanders van de nieuwe grondwet, die de rol van de premier inperkt en de president de uitvoerende macht geeft, hopen dat daarmee in de toekomst de institutionele impasses worden voorkomen die het land tijdens de coalitieregeringen heeft gekend, met name aan het eind van de jaren negentig. Tegenstanders vrezen dat het plan, waarin de rol van het parlement wordt gemarginaliseerd en de president alle uitvoerende macht krijgt en kan ingrijpen in juridische aangelegenheden, zal uitdraaien op een totalitair regime.

  • 2. Het einde van een utopie

    2. Het einde van een utopie

    Journalist Marc Saghié van Courrier International schetst de opmerkelijke ontwikkeling die Recep Tayyip Erdogan het afgelopen decennium doormaakte.

    In 2003 ontdekte de wereld tot haar verbijstering dat Recep Tayyip Erdogan, de nieuwe premier van Turkije, afkomstig was uit de islamistische beweging die sinds 11 september 2001 zo veel onrust had gebaard. Maar waar Osama bin Laden het Westen deed trillen door het zaaien van terreur, leek Erdogan een vredelievende islam voor te staan en de breuk tussen de twee werelden te kunnen helen. Want ook al lieten beide mannen zich inspireren door de islam, ze waren in alles elkaars tegendeel.

    De een was de zoon van een Saoedische miljardair, de ander verkocht op zijn dertiende broodjes in de straten van Istanboel. Bin Laden werd gespekt met oliedollars, Erdogan had als burgemeester van Istanboel in 1994 naam gemaakt als bestrijder van corruptie. Bin Laden was een vijand van burgerlijke vrijheden, Erdogan werd in 1998 tot tien maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens het voordragen van een gedicht. En waar Bin Laden uit was op de vernietiging van het Westen, steunde Erdogan de integratie van Turkije in de Europese Unie en nam hij een voorbeeld aan de christelijke democratie. Want het was in naam van de Europese integratie dat de Turkse pers, die nauwe banden onderhield met de nieuwe machthebbers, kritiek leverde op de verheerlijking van Atatürk en diens duizenden standbeelden overal in het land, op de alomtegenwoordigheid van het leger in het politieke leven en op het schenden van de rechten van de Koerden. De eerste maatregelen die Erdogan nam waren liberaal getint: vermindering van de gevangenisstraffen wegens belediging van het leger, culturele en politieke rechten voor de Koerden.

    Plotseling zag de premier zich gesteund door westerse ambassades en door verlichte moslims die zich sterk maakten voor een nieuw imago en nieuwe leiders. En de economische bloei van Turkije stond in schril contrast met de stagnatie in talrijke Europese landen. De Turkse stemmen die dit idyllische portret wilden nuanceren en wezen op de autoritaire trekken van Erdogan, op zijn wens het land te islamiseren en zijn afkeer van de kemalistische erfenis, werden niet langer gehoord.

    Klucht

    Maar binnen enkele jaren liep het plan om de politieke islam te verzoenen met de democratie, de mensenrechten en de moderniteit uit op een klucht. Nadat hij in 2014 president was geworden zag Erdogan zichzelf eerder als een nieuwe Ottomaanse sultan die de orde zou herstellen in een chaotische moslimwereld dan als leider van een Europese staat. In naam van de godsdienstvrijheid stond hij het dragen van religieuze symbolen – uitsluitend moslimsymbolen – toe in openbare functies en verklaarde hij dat het de taak van vrouwen was om kinderen te baren, terwijl zijn vrouw de lof zong van de harem.

    In 2008 stelde hij, in strijd met zijn Europese afspraken, dat de assimilatie van Turken in Duitsland een ‘misdaad tegen de menselijkheid’ was. De mislukte staatsgreep van 2016 leidde tot een nog autoritairder regime en tot een onderdrukking van alle maatschappelijke lagen die Turkije al decennia niet meer had meegemaakt. Het Turkije van Erdogan ontpopte zich als een vriend van Poetin en wonderlijk genoeg ook van Trump en nam steeds meer afstand van Europa, het oude continent dat nog maar weinigen kan bekoren. Mooie puinhoop.

    Auteur: Marc Saghié
    Vertaler: Peter Bergsma

    Beeld: Erdogan in 1994, in gesprek met activisten. – © Antoine Gyori / Sygma via Getty Images

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 205.000

    Courrier international, zusterblad van 360, is een begrip in Frankrijk. Het weekblad brengt al ruim twintig jaar ‘het beste uit de internationale pers’. In die twee decennia wisselde Courrier meerdere keren van eigenaar, om zich ten slotte in de armen te laten sluiten door de Groupe Le Monde, van het gelijknamige dagblad. Het Franse publiek blijft belangstelling houden voor het (verre) buitenland, maar net als alle printmedia worstelt Courrier met de overstap naar het digitale tijdperk en teruglopende advertentieinkomsten. Naast 360 heeft Courrier zusterbladen in Japan en Portugal.

  • Red de Zuid-Koreaanse democratie

    Red de Zuid-Koreaanse democratie

    De massale volkswoede die Zuid-Korea al maanden in zijn greep houdt, draait om meer dan president Park Geun-hye alleen. Dertig jaar nadat de democratie in het land werd ingevoerd, maken aristocraten er als vanouds de dienst uit.

    De massale demonstraties die sinds november 2016 in Zuid-Korea worden gehouden, hebben als belangrijkste doel de president af te zetten. Er doen mensen aan mee van alle politieke overtuigingen; lang niet altijd denken zij hetzelfde over zaken als het minimumloon, het chronisch tekort aan banen of de stationering in het land van Amerikaanse thaad-antiraketsystemen [aangekondigd voor juli 2017].

    Logisch gezien zou er aan deze demonstraties een einde moeten komen zodra het Constitutioneel Hof de afzetting van president Park Geun-hye [waar het parlement op 9 december toe besloot] bevestigt.

    Toch moet het volk de pleinen na deze eerste overwinning niet verlaten. Wordt deze beweging niet voortgezet, dan zal op den duur toch onvermijdelijk een nederlaag volgen. Er zijn miljoenen mensen naar de demonstraties gekomen, wat zich alleen laat verklaren vanuit een breed gedeelde overtuiging dat het land in crisis is. De angst is groot onder de bevolking dat de democratische republiek, voortgekomen uit de strijd van juni 1987, in gevaar is en in een oligarchie met erfopvolging zal veranderen. Natuurlijk zijn we nog lang niet terug bij de dictaturen van Park Chung-hee [1963-1979, vader van de huidige president] of Chun Doo-hwan [1980-1988], maar alle betogers delen een verontwaardiging over het feit dat het land door slechts enkele families wordt geregeerd.

    Kliek

    Neem het geval van Choi Soon-sil, door de internationale pers ook wel schertsend een ‘vrouwelijke Raspoetin’ genoemd. Zonder ooit aan verkiezingen deel te nemen heeft zij veel macht naar zich toe kunnen trekken. Hoe meer kiezers haar marionet Park Geun-hye steunen, des te machtiger Choi Soon-sil wordt. Zonder dat de burgers er iets van merkten, is artikel 1, lid 2 van de grondwet (‘de nationale soevereiniteit komt het volk toe en alle macht komt van het volk’) hiermee aanzienlijk aangetast. Het fundamentele principe van een democratische republiek is met voeten getreden.

    Mevrouw Choi dankt haar macht aan haar familie, met name aan haar vader Choi Tae-min [die Park Geun-hye goed kende]. Ook haar dochter Chung Yoo-ra, zus Sun-deuk en nichtje Jang Si-ho [allen meegesleept in het huidige politieke schandaal] maken deel uit van deze kliek. Het is net een aristocratische familiestamboom uit een of andere slechte televisieserie, al begon hun geschiedenis met een kleine sekte [begonnen door Choi Tae-min in de jaren zeventig; Zuid-Korea werd toen geregeerd door de families van Park en Choi, die innig met elkaar verbonden waren].

    Toen bekend werd welke privileges Chois dochter Chung Yoo-ra had genoten, waren de betogers verontwaardigder dan ooit. Het geval laat goed zien hoe de macht van deze families precies werkt. Universiteiten, bedrijven, politieke partijen, publieke instanties, de pers: allemaal werden ze geacht deze jonge vrouw te bevoordelen. Mevrouw Choi en haar dochter bewogen zich door Europa als leden van de nieuwe Koreaanse aristocratie van het mondiale tijdperk. Chung Yoo-ra liet zich er op sociale netwerken op voorstaan machtige ouders te hebben. De macht die zij geërfd heeft is wat haar betreft geen privilege, maar een bewijs van haar superioriteit. De meritocratie waar de republiek altijd zo trots op was, is verworden tot aristocratie.

    Chung Yoo-ra, dochter van Choi Soon-sil, genoot van haar privileges. – © HH
    Chung Yoo-ra, dochter van Choi Soon-sil, genoot van haar privileges. – © HH

    Toen de Koreanen duidelijk werd waar de familie van Choi zich allemaal schuldig aan had gemaakt, opende dit hun de ogen over de toestand van hun land. Ze begrepen dat ze overheerst worden door zogenaamde aristocraten en door anderen die het dolgraag willen worden. De gevallen van Kim Ki-choon en Woo Byung-woo [respectievelijk de voormalige kabinetschef van president Park en haar presidentieel secretaris voor Burgerzaken, beiden betrokken bij het schandaal] geven een beeld van het machtsmisbruik van deze bureaucraten en van de manier waarop zij hun rijkdom vergaarden. Hun kinderen maakten zich al op om hen op te volgen, dankzij hun opleiding aan elitescholen, studies in het buitenland en hun uitstekende netwerk. Voor dit soort mensen 
is het volk niet meer dan ‘vee’, zoals een hoge ambtenaar van het ministerie van Onderwijs het uitdrukte [deze man moest in juli 2016 ontslag nemen nadat hij het volk had vergeleken met honden of varkens die alleen maar te vreten hoefden te krijgen].

    De mensen vragen zich af wat er van hun land geworden is, dertig jaar na het begin van de democratisering

    In deze context wordt ook weer naar de chaebols gewezen. Het was al bekend dat de macht binnen deze industriële conglomeraten overgaat van vader op zoon, en dat daar bitter weinig tegen te doen valt. Maar nu staat het systeem van erfopvolging opnieuw in de schijnwerpers, vanwege de angst dat het hele land in handen van deze kleine groep erfgenamen zal vallen. De derde generatie chaebol-chefs, zoals Lee Jae-yong van de Samsung-groep [die recentelijk in de affaire-Park/Choi ondervraagd werd], vormt de kern van deze aristocratie. Park Geun-hye kun je er beter het symbool van noemen. Maar door het aura van haar vader Park Chung-hee, die haar aan een verkiezingsoverwinning hielp, is zij nu in de ogen van de bevolking besmet.

    De woede tegen deze aristocratie houdt het vuur onder de demonstraties brandend. Het volk eist het herstel van de democratie. De opgave waar het Koreaanse volk in de eenentwintigste eeuw voor staat, heeft veel gemeen met die van de Fransen aan het eind van de achttiende eeuw, vandaar ook het opduiken van guillotines tijdens de betogingen.

    De mensen vragen zich af wat er van hun land geworden is, dertig jaar na het begin van de democratisering. Het gaat hier niet om een eigenaardigheid van de Koreaanse democratie, zoals Park Chung-hee het noemde. Dezelfde tekenen van regressie zie je overal ter wereld. De democratische republiek moet worden gered, en dat moet de ultieme doelstelling van de betogers zijn, zelfs nadat Park Geun-hye – die alleen maar het symbool was voor de werkelijke strijd – is vertrokken. Er moeten hervormingen plaatsvinden, om te voorkomen dat het land door aristocraten geregeerd wordt.

    Auteur: Chang Sok-jun
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Beeld bovenaan: Demonstranten dragen maskers van de Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye (l.), en Choi Soon-sil, de ‘vrouwelijke Raspoetin’. – © HH

    Pressian
    Zuid-Korea | pressian.com

    Dit ‘webzine’ heeft als 
slagzin: ‘een tijdschrift met een mening’, en wordt binnen het Zuid-Koreaanse politieke landschap over het algemeen als progressief beschouwd.

  • 5. De schuldige? Ons economische model

    5. De schuldige? Ons economische model

    Wie Vladimir Poetin de schuld geeft van nepnieuws snapt het niet, aldus internet­ scepticus Evgeny Morozov. Het zijn onze eigen democratieën die volwassen moeten worden.

    Beweringen dat Rusland achter de politieke aardverschuivingen van 2016 zit, gaan voorbij aan de ondermijnende invloed van digitaal kapitalisme.

    De democratie komt om in nepnieuws. Zo luidt de nieuwste, geruststellende conclusie van de mensen die in 2016 aan het kortste eind hebben getrokken, bij de Brexit, de Amerikaanse verkiezingen of het Italiaanse referendum. Kennelijk delven al die serieuze, eerlijke en ouderwets verstandige volwassenen het onderspit bij verkiezingen dankzij een gevaarlijke epidemie van nepnieuws, internetmemes en grappige YouTube-filmpjes.

    Dat verklaart de recente golf van aangedragen oplossingen: het verbieden van internetmemes (een voorstel van de regerende partij in Spanje); commissies van experts in het leven roepen om het waarheidsgehalte van nieuws te beoordelen (een oplossing die is aangedragen door de Italiaan die de leiding heeft over de antitrustmaatregelen); centra opzetten om nepnieuws tegen te gaan, en ondertussen media als Twitter en Facebook beboeten voor het verspreiden ervan (een aanpak die is voorgesteld door de Duitse overheid).

    Deze laatste maatregel zal Facebook aangrijpen om zich krachtig uit te spreken vóór de vrijheid van meningsuiting – hetzelfde Facebook dat onlangs een foto heeft verwijderd van het standbeeld van een naakte Neptunus in Bologna, omdat het aanstootgevend zou zijn! Luidt de nepnieuwscrisis de ondergang in van de democratie? Of is het domweg het gevolg van een diepere, meer structurele malaise die al veel langer speelt?

    Beleidsmakers komen met nog meer maatregelen van het soort waarmee men de kiezers in eerste instantie van zich heeft vervreemd: meer expertise, meer centralisatie, meer regulatie

    Het valt nauwelijks te ontkennen dat er sprake is van een crisis, maar of die crisis het gevolg is van nepnieuws of van iets heel anders is een vraag die elke democratie zich zou moeten stellen. Onze elites willen er niet aan. Hun nepnieuwsverhaal is zelf nep: het is een oppervlakkige verklaring voor een complex, structureel probleem, waarvan zij het bestaan hardnekkig blijven ontkennen. Het gemak waarmee mainstream instituties, van regerende partijen tot denktanks tot media, hebben besloten dat ‘nepnieuws’ het perspectief vormt van waaruit ze de om zich heen grijpende crisis willen beschouwen, zegt veel over hun rigide wereldbeeld.

    De grootste dreiging voor de westerse samenleving van vandaag de dag is niet zozeer de opkomst van onverdraagzame democratieën in het buitenland als wel de hardnekkige onvolwassenheid van de democratie in eigen land. Deze onvolwassenheid, waarvan de elite vrijwel dagelijks getuigt, manifesteert zich in twee vormen van ontkenning: het ontkennen van het feit dat de meeste problemen waarmee we momenteel kampen een economische achtergrond hebben, en het ontkennen van het feit dat de professionele expertise ernstig is uitgehold.

    Morele paniek

    De eerste vorm manifesteert zich wanneer een fenomeen als de Brexit of de overwinning van Trump voornamelijk wordt toegeschreven aan culturele factoren als racisme of de onwetendheid van de kiezers. De tweede vorm gaat voorbij aan het feit dat de diepe frustratie van velen over de bestaande instituties niet zozeer voortkomt uit onwetendheid over hoe die functioneren, maar juist uit het feit dat men daar maar al te zeer vertrouwd mee is.

    Beleidsmakers zijn verblind door deze twee vormen van ontkenning en komen met nog meer maatregelen van het soort waarmee men de kiezers in eerste instantie van zich heeft vervreemd: meer expertise, meer centralisatie, meer regulatie. Maar omdat men niet in staat blijkt te denken in termen van politieke economie, zullen onvermijdelijk de verkeerde dingen worden gereguleerd.

    De morele paniek over nepnieuws laat zien hoe deze twee vormen van ontkenning de politiek veroordelen tot een eeuwige onvolwassenheid. Door de weigering te onderkennen dat de crisis rondom nepnieuws economische wortels heeft, richt iedereen zijn pijlen maar wat graag op het Kremlin – en niet op het businessmodel van het digitale kapitalisme, dat domweg niet levensvatbaar is.

    Maar het lijkt toch zonneklaar dat buitenlandse inmenging – of Rusland er nou achter zit of een andere regering – onmogelijk op een dergelijke schaal viraal nieuws kan verspreiden? Er zijn altijd al merkwaardige bewegingen geweest die nepnieuws hebben verspreid. Wat zij ontbeerden om hun waanzinnige theorieën te doen postvatten, was niet de politieke en financiële rugdekking van Rusland, maar de krachtige digitale infrastructuur van onze moderne tijd, die ruimhartig wordt gefinancierd door onlineadvertising.


    Het probleem schuilt niet in nepnieuws, maar in de snelheid en het gemak waarmee dat wordt verspreid. Het dankt zijn bestaan goeddeels aan het hedendaagse digitale kapitalisme, waardoor het ongekend winstgevend is om onware maar klikwaardige verhalen te verzinnen en in omloop te brengen. Om de nepnieuwscrisis echt aan te pakken zou het establishment een van de bovengenoemde vormen van ontkenning moeten afzweren en zich moeten mengen in de politieke economie van communicatie. Maar wie is bereid om onder ogen zien te dat het de afgelopen dertig jaar uitgerekend de politieke partijen zijn geweest, zowel centrumlinks als centrumrechts, die Silicon Valley hebben gekoesterd, die de telecommunicatie hebben geprivatiseerd en die zich betrekkelijk afwachtend hebben opgesteld waar het de antitrustwetgeving betreft?

    We moeten zorgen dat onlineadvertising – met zijn perverse klik-en-deelmechanisme – een minder centrale rol gaat spelen in onze manier van leven, werken en communiceren

    De enige oplossing voor het probleem van nepnieuws, waarbij het probleem op waarde wordt geschat en de elite niet te veel macht in handen krijgt, is een volledige herbezinning op de grondvesten van het digitale kapitalisme. We moeten zorgen dat onlineadvertising – met zijn perverse klik-en-deelmechanisme – een minder centrale rol gaat spelen in onze manier van leven, werken en communiceren. Tegelijkertijd moeten we meer beslissingsbevoegdheid overhevelen naar de burgers – en het weghalen bij ondernemingen en experts die eenvoudig zijn te corrumperen.

    Dat betekent dat we een wereld moeten construeren waarin Facebook en Google niet al te veel macht kunnen uitoefenen en waarin ze geen monopolie hebben op het ontwikkelen van oplossingen. Een ontzagwekkende taak die om volwassen democratieën vraagt. Helaas geven de bestaande democratieën, die gevangenzitten in verschillende vormen van ontkenning, er de voorkeur aan de schuld bij anderen te leggen en de problemen meer en meer af te wentelen op Silicon Valley.

    Auteur: Evgeny Morozov
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Hoe Venezuela onder Maduro van een democratie tot een tirannie verviel

    Hoe Venezuela onder Maduro van een democratie tot een tirannie verviel

    Het Venezuela van president Maduro is geen democratie meer, schrijft journalist Ángel Ruiz in een vlammend stuk. En het volk heeft het laten gebeuren.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen donderdag heeft het Hooggerechtshof van Venezuela de resultaten van de presidentsverkiezingen van 28 juli, die gepubliceerd zijn door de kiesraad, gevalideerd en bekrachtigd. President Nicolás Maduro werd de winnaar met 51,95 procent van de stemmen, aldus het hof.
    De oppositie verwerpt deze uitslag en beschouwt het Hooggerechtshof als een partijdige instantie die aan de leiband van Maduro meeloopt. Wie dit artikel van Ángel Ruiz van acht jaar geleden leest, begrijpt waarom de oppositie vraagtekens plaatst bij de verkiezingsuitslag. Van de drie pijlers van een democratie – scheiding van machten, vrijheid van meningsuiting en bescherming van minderheden – is in Venezuela onder Maduro zo goed als geen sprake meer, aldus Ruiz.

    Van het begin af aan heeft de zogenaamde ‘bolivariaanse revolutie’, oftewel het ‘socialisme van de eenentwintigste eeuw’, angst en haat gezaaid onder de bevolking, met als resultaat politieke discriminatie en een polarisatie die het Venezolaanse volk verdeeld houdt. Neem bijvoorbeeld de ‘lijst-Tascón’, die gebruikt werd om mensen in overheidsdienst te ontslaan of om openbare instellingen, beheerst door de PSUV (Socialistische Eenheidspartij van Venezuela), in de gelegenheid te stellen mensen te weren die geen lid waren van de regeringspartij, en meer recentelijk de vervolging die vanuit de regering door Nicolás Maduro werd ingesteld tegen mensen die een petitie hadden getekend voor een terugroepreferendum [een recht dat is verankerd in de grondwet, en dat de bevolking in staat stelt politici na de helft van hun mandaat terug te roepen].

    Een ander kenmerk van de huidige regering is machtsmisbruik. Het inzetten van de rechterlijke macht als instrument voor politieke controle, gevoegd bij vervolging van politieke dissidenten, heeft gezorgd voor een groot aantal politieke gevangenen, die wreed behandeld worden en wier rechten worden geschonden.

    Een tiran kan met geweld aan de macht komen (door een staatsgreep of een revolutie), maar ook door middel van democratische verkiezingen

    Een duidelijk voorbeeld van machtsmisbruik is ook het niet erkennen van de stembusoverwinningen van de oppositie. Het nationale parlement wordt niet erkend als politiek machtsorgaan dat brede steun onder de bevolking geniet, en in plaats daarvan hebben ze – in strijd met de grondwet – alle macht overgedragen aan de Constitutionele Kamer van het Hooggerechtshof, die gehoorzaamt aan de zogeheten ‘richtlijnen van Miraflores’ [het presidentieel paleis van Venezuela]. Bovendien heeft de regering onlangs op slinkse wijze burgemeesters van de oppositie afgezet, waarmee ze tegen de volkswil inging en apert in strijd met de grondwet handelde.

    Verder hebben de regenten, met opzet en voorbedachten rade, het productieapparaat ontregeld, wat tot grote schaarste en desintegratie heeft geleid en het Venezolaanse volk heeft verarmd. Tot overmaat van ramp hebben ze ook nog lokale comités opgericht – de zogenaamde CLAP (Lokale Bevoorradings- en Productiecomités) – om politieke controle over de voedseldistributie te houden en zo te zorgen voor afhankelijkheid van de PSUV.

    Aanhangers van president Maduro tijdens een bijeenkomst in Caracas eind oktober. – © Getty Images
    Aanhangers van president Maduro tijdens een bijeenkomst in Caracas eind oktober. – © Getty Images

    Na al die kenmerken van de regering te hebben opgesomd dienen we ons af te vragen of we in Venezuela van een democratie kunnen spreken, of dat we het een tirannie moeten noemen. Enige reflectie leidt tot een conclusie die al gemeengoed is onder de bevolking: dit is geen regering met een democratische signatuur, maar meer een tirannie. Het begrip tirannie staat gelijk aan vormen van overheersing en uitoefening van macht die we aanduiden met termen als dictatuur, absolutisme, totalitarisme en despotisme. Een tiran kan met geweld aan de macht komen (door een staatsgreep of een revolutie), maar ook door middel van democratische verkiezingen.

    De kenmerken van een tirannie zijn machtsmisbruik en het zaaien van angst onder de bevolking als middelen om haar wil op te leggen; naarmate de bevolking armer wordt en steeds minder toegang krijgt tot culturele verworvenheden, neemt de angst voor de tirannie toe.

    Niet vergeten mag worden dat democratie gekenmerkt wordt door drie fundamentele zaken: scheiding van machten, vrijheid van meningsuiting en bescherming van minderheden, dat wil zeggen dat minderheden niets in de weg mag worden gelegd om uit te groeien tot een meerderheid. Wij Venezolanen zullen niet lang aarzelen om te zeggen dat geen van die drie pijlers van de democratie in het huidige Venezuela aanwezig is.

    Nachtmerrie

    Gezien de ernst van de situatie dienen we in de eerste plaats te beseffen dat we niet net mogen doen of er niks aan de hand is en zo onze verantwoordelijkheid uit de weg gaan. En in de tweede plaats moeten we met zijn allen de handen ineen slaan om een oplossing te vinden. Niemand mag uitgesloten worden en niemand mag aan de kant blijven staan.

    Wij Venezolanen zijn voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor de nachtmerrie waarin we verkeren, omdat we niet op tijd in actie zijn gekomen om het regime in zijn machtsmisbruik de pas af te snijden, en omdat we niet op tijd de ernst inzagen van de uitspraken van het nieuwe regime – zoals ‘de koppen snellen van de tegenstanders’ en ‘socialisme of de dood’ – om maar te zwijgen van de eerste sinistere lijsten die deze regering opstelde van mensen die vervolgd dienden te worden.

  • Superelitair

    Superelitair

    Eigenlijk dachten we dat alleen zijn oranje gezicht en gele windhooskapsel al genoeg waren om zijn presidentiële 
ambities in de kiem te smoren. Want, wie liket dat nou? Maar volgens het dossier in deze editie zou dit een zeldzaam arrogante aanname zijn. Typisch iets voor de elite.

    Het blijft nogal onduidelijk over welke elite het gaat en of het wel zo is dat die elite pal tegenover de niet-elite, het volk, staat. Maar laten we voor de duidelijkheid aannemen dat 
we het over hoogopgeleiden aan de ene kant hebben en de werkende of niet-werkende klasse die complexe en moeilijk beheersbare kwesties graag teruggebracht ziet tot simpele frases aan de andere.

    Bas Heijne las er Freud nog eens op na voor de serie Nieuw Licht van Ambo|Anthos. Volgens de baanbrekende denker (Freud dus, Heijne is z’n sporen aan het verdienen) komt ‘het onbehagen in de cultuur’ voort uit twee grote verlangens van de mens: de wereld weer simpel en overzichtelijk krijgen, en de burger de illusie van zelfbeschikking teruggeven. Precies de gevoelige snaar waarop de populisten, van Trump tot en met Wilders, hun fanfare baseerden.

    Dat hun brutale versimpeling een illusie is die met de werkelijkheid aan de haal gaat, vormt uiteindelijk een gevaar voor alle klassen. Je kan tot op zekere hoogte misschien je eigen wereld naar de hand zetten, maar het idee dat die hand ook globale reikwijdte heeft, 
leidt tot overschatte begrippen als ‘mijn land‘, en ‘mijn recht’. Een bezitsvordering die direct impliceert dat het niet zomaar ook jouw land is en jouw recht. Sterker nog, wie die illusie dwarsboomt, wordt bekogeld met woede en frustratie.

    schermafbeelding 2016 09 21 om 19 27 51

    Geholpen door de populistische leiders voor wie de hoeveelheid stemmen blijkbaar belangrijker is dan de kwaliteit van een homogene sa-men-leving, is een zondebok dan snel en makkelijk aan te wijzen; iedereen die het niet met je eens is, of welke nuance dan ook wil aanbrengen. De elite dus, hoeders van het ‘juiste’ en de goede smaak, die ook nog eens aanschurkt tegen immigranten. Straatdichter Laser schreef het op een steigermuur in Amsterdam: Don’t blame Trump. Blame yourself.

    Elisabeth Raether van Die Zeit beweert hetzelfde: het is – ik zeg gemakshalve maar even – onze schuld en juist niet die van het volk dat we met Trump en co opgescheept zitten. We hebben het populisme over onszelf afgeroepen. Hadden we onze arrogantie maar niet tot 
handelsmerk moeten maken, hadden we maar niet zo prat moeten gaan op onze superioriteit, onze intelligentie, onze humor. En hadden we maar ‘de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal in de democratische en ontwikkelde 
landen niet moeten omdraaien ten gunste van het kapitaal’ (Boris Kagarlitski). Zou het? Of is het superelitair om je dat af te vragen?

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 3. Trap niet in de antidemocratische val

    3. Trap niet in de antidemocratische val

    Sinds de opmars van Donald Trump ontstaat onder de Amerikaanse elite steeds meer minachting voor de stem van het volk. Maar dat is exact de verkeerde reactie, betoogt filmmaker en activiste Astra Taylor.

    Nog niet zo lang geleden leek iedereen de onstuimige herrijzenis van de democratie toe te juichen. De sociale media werden geroemd omdat ze de mensen dichter bij de politiek betrokken. Opiniemakers prezen ‘de wijsheid van de massa’ en de creativiteit van ‘de volksgeest’. De opkomst van de Occupybeweging en de Tea Party bracht van links tot rechts een opleving van politieke protesten op gang, die Amerika tientallen jaren niet had meegemaakt. We betraden een fascinerende, maar ook chaotische, nieuwe periode van politieke strijd – van demonstranten, hackers, klokkenluiders, relschoppers en radicale veranderingen in zowel de Republikeinse en Democratische politiek.

    Maar in de afgelopen maanden blijkt het enthousiasme voor het oplaaien van het democratische vuur tanende. De massa krijgt al snel weer zijn vroegere plek terug: dat van het plebs. En zowel door links als rechts wordt de volksgeest steeds meer juist als een bedreiging van de democratie gezien.

    Degenen die geen bezit hebben, geen man zijn, en niet blank, hebben er allemaal voor moeten vechten om bij de politiek te worden betrokken

    De toenemende ongerustheid begon bij het verschrikkelijke vooruitzicht van Trump als president. Het idee van een racistisch, gedementeerd personage uit een reality-tv-serie dat ’s lands hoogste ambt bekleedt zorgde ervoor dat een toenemend aantal mensen – links, rechts en midden – de beslissingsbekwaamheid van de massa in twijfel trok. In mei uitte Andrew Sullivan in een veelgelezen coverstory in New York Magazine zijn bange vermoeden dat Amerika last had van te veel democratie. De opkomst van Trump, zo waarschuwde hij, laat zien dat Amerika ‘rijp is voor de dictatuur’. Zwaar leunend op Plato, een van scherpste critici van de democratie, betoogde Sullivan dat in een ‘hyperdemocratische’ maatschappij de belangrijke ‘schotten tussen de wil van het volk en de uitoefening van de macht’ langzaam worden afgebroken.

    Toen kwam de Brexit. Met één referendum trok de Britse kiezer die belangrijke schotten om door het Verenigd koninkrijk uit de Europese Unie te gooien. De economische chaos en de opvlammende xenofobie leken een weerspiegeling van het opkomende etno-nationalisme in Amerika. Trump had zelfs een dubbelganger met hetzelfde oranje gezicht en gele haar: de vroegere Londense burgemeester (en huidige minister van buitenlandse zaken) Boris Johnson. Impulsieve, Sullivan-achtige paniek volgde.

    Een nogal hypocriet essay van James Traub in Foreign Policy circuleerde op de social media: ‘It’s Time for the Elites to Rise Up Against the Ignorant Masses’. Op vergelijkbare wijze betreurde Felix Salmon in Fusion het ‘kapen van de technocraten door het volk’ in zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten.

    Het is nogal vergezocht om de ‘onwetende massa’ de schuld te geven van de Brexit. Het volk heeft niet gevraagd om een referendum: de elite heeft dat georganiseerd in een volkomen onjuist ingeschat machtsspel door premier David Cameron en zijn medestanders, die er abusievelijk van uitgingen dat er zeker vóór de EU zou worden gestemd en dat daardoor Camerons positie als leider der Conservatieven versterkt zou worden. Maar hoe fout de stem voor de Brexit ook mag zijn geweest en hoe beangstigend Trumps populariteit ook blijft, om aan de hand van die recente gebeurtenissen miljoenen mensen weg te zetten als idioten en de democratie ter discussie te stellen is niet alleen een overdreven, maar zelfs een gevaarlijke reactie. Het is namelijk precies de verkeerde conclusie. Het werkelijke probleem waarmee de democratie tegenwoordig worstelt is niet een overmaat aan macht voor het volk, maar juist het ontbreken daarvan.

    © Studio Odilo Girod
    © Studio Odilo Girod

    De walgelijke campagne van Trump legt iets bloot wat net zo weerzinwekkend is maar veel verraderlijker: de minachting die sommigen in de elite voelen bij het vooruitzicht de macht te moeten delen met gewone mensen. Die minachting is natuurlijk niet nieuw, maar het is frappant dat het plotseling geaccepteerd is om dergelijke antidemocratische meningen in beschaafd gezelschap te verkondigen. Net zoals Trump uitingen van onverdraagzaamheid en xenofobie omfloerst met een laagje ‘fatsoen’, laat hij oproepen om de democratie aan banden te leggen in de oren van velen als een redelijke reactie klinken.

    De elite laat zich in de kaart kijken als ze Bernie Sanders en zijn aanhang bestempelen als een kopie van de Trump-aanhang – net zo’n onbeheersbare en misleide mensenmassa, hopeloos onvolwassen en irreëel over het functioneren van het politieke bestel.

    Het argument dat Trump, Sanders en hun respectievelijke achterban twee kanten van dezelfde achterlijke medaille vormen vond deels ingang omdat de elite buiten schot blijft. Het is een manier om zich nog vaster te klampen aan een desastreuze oligarchische status quo – weg met de democratie. Maar ook hier is het de verkeerde conclusie. Protesten en populistische politieke bewegingen zijn tenslotte signalen dat het volk buiten de machtsstructuren wordt gehouden, niet dat ze succesvol het systeem hebben ‘gekaapt’. De elite pleit voor meer gezond verstand in de politiek – en wie kan daar nu tegen zijn?

    “De ontevredenheid van de massa is een ‘virus’ dat in quarantaine geplaatst moet worden” – Jonathan Rauch

    Maar hun positie is niet helemaal rationeel. In een op de social media populaire coverstory in The Atlantic riep Jonathan Rauch op om gezamenlijk de machthebbers te beschermen. ‘Ons nijpendste politieke probleem tegenwoordig is dat het land afstand heeft genomen van het establishment, niet andersom,’ klaagde hij. ‘Neurotische haat jegens de politieke klasse is de laatste toegestane vorm van onverdraagzaamheid.’ De ontevredenheid van de massa, luidde zijn conclusie, is een ‘virus’ dat in quarantaine geplaatst moet worden.

    Maar de ontevredenheid van de massa zit al in quarantaine. Daarom hebben kiezers ter linker- en ter rechterzijde er zo de pest in. De werkelijke uitdaging waar Amerika tegenwoordig voor staat is dat er in het leven van de burger bijna geen democratische kanalen zijn die verder gaan dan het sporadische bezoek aan het stemhokje of de vluchtige euforie van een demonstratie.


    Voor deze misstand bestaat geen snelle oplossing. Als Hillary Clinton wint in november, is het heel verleidelijk om de afwijzing door de kiezer van het trumpisme te zien als het herstel van het gezonde politieke verstand. Maar het presidentschap van Clinton zal niet wezenlijk de omstandigheden veranderen die miljoenen Amerikanen ertoe hebben gebracht om zich tot Trump of Sanders te wenden. Er bestaat alleen een drastische oplossing: met geduld democratische mogelijkheden creëren voor veranderingen van onderaf.

    Maar bovenal moeten we, ondanks de meldingen van politieke chaos – en ja, ook van politieke stompzinnigheid – die dagelijks via de social media bij ons binnenkomen, de oproep van de elite en de verleidingen van de antidemocratische impulsen weerstaan. De makkelijke minachting voor de democratie – het wegzetten van diegenen met wie we het oneens zijn als idioot, als incapabel of het vertrouwen van de burger en de verantwoordelijkheid onwaardig – kent een lange nare historie in dit land, waar de Founding Fathers bijna net zo wars van de democratie waren als Plato, en zeker vijandiger jegens het vooruitzicht de welvaart te moeten delen. Degenen die geen bezit hebben, geen man zijn, en niet blank, hebben er allemaal voor moeten vechten om bij de politiek te worden betrokken – en dan ook met werkelijke politieke macht –, waarbij ze even hard moesten opboksen tegen reactionaire conservatieven als tegen angstige Liberals. Aan ons is nu de taak om die democratische opmars voort te zetten in plaats van ons uit angst terug te trekken. Voordat we de democratie afschrijven, moeten we hem eerst werkelijk hebben geprobeerd.

    Auteur: Astra Taylor
    Vertaler: Paul Bruijn

    Astra Taylor is een Canadees-Amerikaanse documentairemaakster, schrijfster, activiste en muzikante. Ze schreef voor onder meer The Nation, Salon en The London Review of Books en was nauw betrokken bij de Occupybeweging.

    New Republic
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 65.000

    Links-liberaal tijdschrift voor politiek en cultuur, met een focus op de VS zelf. Becommentarieert al vanaf de oprichting in 1914 de grote sociale en economische verschuivingen in de Amerikaanse samenleving en pleit voor een liberalisme met meer betrokkenheid van de overheid.

  • Anne Applebaum: ‘Overwinning Trump is nederlaag democratie’

    Anne Applebaum: ‘Overwinning Trump is nederlaag democratie’

    Nu de Amerikaanse democratie ‘een lachwekkende demagoog zonder papieren heeft opgehoest’, wordt volgens Anne Applebaum overal ter wereld gekeken naar de voordelen van een autoritair regime.

    Keuze uit het archief

    Deze week verraste Donald Trump vriend en vijand door de Amerikaanse presidentsverkiezingen met ruime cijfers te winnen. Veel mensen vragen zich af hoe het nu verder zal gaan met de VS en wat Trumps presidentschap zal doen met het imago van de democratie in de rest van de wereld. Velen vrezen dat het land onder Trump zal afglijden naar een dictatuur, wat niet gek is gezien de uitspraken die Trump in het verleden gedaan heeft.
    Die vrees verwoordt journalist Anne Applebaum ook in dit artikel uit The Washington Post. Het stuk is geschreven naar aanleiding van de verkiezingen van acht jaar geleden, die Trump ook won. Mochten haar voorspellingen voor Trumps eerste termijn nog niet zijn uitgekomen, dan krijgt ze de komende vier jaar alsnog de kans om haar gelijk te bewijzen.

    Het is te laat. Al verslaat Hillary Clinton hem in november, al wordt de Republikeinse partij weggevaagd in de peilingen, Donald Trump heeft als presidentskandidaat van de Republikeinen de reputatie van het Amerikaanse politieke bestel nu al een enorme klap uitgedeeld, evenals de reputatie van de democratie zelf. Trumps nominatie zal talloze gevolgen hebben, zowel in de Verenigde Staten als daarbuiten. Om er meteen maar een bij de kop te pakken: de ordinaire, gemene, smerige campagne van Clinton tegen Trump die zich het komende halfjaar zal ontvouwen, gaat de positie van dictators en autocraten overal ter wereld verstevigen.

    Ik besef dat dat paradoxaal klinkt: Trump profiteert immers van de democratie. Als de Amerikaanse politiek werd bepaald door rijke geldschieters, zoals zo vaak wordt beweerd, dan zou Jeb Bush nu kandidaat voor de Republikeinen zijn en niet Trump. Als oppermachtige partijleiders stiekem de kandidaten kozen, tegen de wil van het volk in, dan zou Trump evenmin de Republikeinse genomineerde zijn geworden.

    Trump is “een zakenman die alles beschouwt als de volgende deal”. Wat uiteraard precies de manier is waarop Vladimir Poetin tegen de politiek aankijkt

    Maar de opkomst van Trump past heel goed bij het verhaal dat China, Rusland en andere landen afsteken over de voordelen van een autoritair bewind. De leiders van die landen zullen onherroepelijk van zijn kandidatuur gebruikmaken om hun eigen positie te verstevigen. Dat doen ze nu al. De Chinezen roepen al heel lang, ondanks kritiek uit buiten- en eigen land, dat hun ondemocratische bestel geschiktere leiders oplevert en de kans op instabiliteit verkleint.

    Chinese staatsmedia brengen democratie vaak in verband met chaos en geweld. Een correspondent van Xinhua, het staatspersbureau, constateerde enkele weken geleden tevreden dat Trumps kandidatuur bewijst dat de media gelijk hebben: ‘Trump, een politieke buitenstaander met een onbeschaamde persoonlijkheid en een meervoudige maatschappelijke status als onroerendgoedtycoon, baas van missverkiezingen en gokholgigant, wint aan populariteit, terwijl beroepspolitici met een schat aan politieke ervaring en een degelijke stijl terrein verliezen.’

    Een Chinese strijder voor democratie vertelde aan The Guardian dat het regime ‘het moment koesterde’, omdat Trumps kandidatuur bewijst wat al heel lang wordt beweerd: democratie is te riskant voor China omdat ze gewelddadige emoties losmaakt.

    In Rusland heeft het pleidooi tegen democratie vaak een iets andere toon. Het regime is er al lang geleden mee opgehouden zich ideologisch te rechtvaardigen en neemt in plaats daarvan zijn toevlucht tot een cynische houding ten opzichte van andere politieke stelsels. Keer op keer wordt het Russische volk voorgehouden dat democratie niet verschilt van dictatuur.

    De redenering is ongeveer als volgt: ‘Wij hebben oligarchen, zij hebben oligarchen; onze politiek draait in feite om geld, die van hen ook; Amerikanen praten over ideeën en idealen, tolerantie en democratie – dat is allemaal nep.’ Nu al wordt Trumps triomf gebruikt om die redenering te staven. Trumps openlijke gebruik van racistische emoties om mensenmassa’s op de been te brengen bevestigt de stelling, net als zijn louche zakenpraktijken en zijn reputatie van zwendelaar. Zoals een politieke bondgenoot van de Russische president het onlangs instemmend formuleerde, is Trump ‘een zakenman die alles beschouwt als de volgende deal’. Wat uiteraard precies de manier is waarop Vladimir Poetin tegen de politiek aankijkt.

    Dergelijke redeneringen zijn inmiddels al te horen in Iran, Venezuela, Turkije en overal elders waar repressieve politiek als superieur wordt beschouwd aan liberale democratie. Misschien vinden ze wel ingang in landen, zoals Brazilië, waar met weemoed naar het autoritaire verleden wordt gekeken.

    Jaloers respect

    In zekere zin is dat niets nieuws: alles wat de VS in een kwaad daglicht stelt is altijd gebruikt om autoritaire regimes fraai te doen uitkomen. Maar in het verleden viel tegen het Amerikaanse politieke bestel zelf weinig in te brengen. De aanblik van een enorm land dat vreedzaam voor een nieuwe leider stemde dwong steevast jaloers respect af; zelfs de beroerdste verkiezingen leverden op de een of andere manier iemand op met een coherent wereldbeeld en politieke ervaring.

    Nu het stelsel een lachwekkende demagoog zonder papieren heeft opgehoest, lijkt het ineens niet alleen bezoedeld, maar ook belachelijk. En dat is nog maar het begin: het ‘Trump-effect’ zal de komende jaren over de hele wereld doorwerken op manieren die we ons niet kunnen voorstellen.

  • Redactioneel

    Redactioneel

    Moeilijk te begrijpen, die Fransen. Ze zijn vol van liberté, 
égalité en fraternité, maar als het erop aankomt, leggen ze een zwak aan de dag voor sterke mannen.

    Zoals voor Napoleon, om maar iemand te noemen, die als keizer zelfs enige tijd heel Europa op stelten zette. En – er zaten een aantal koningen en keizers tussen – na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog viel Frankrijk opnieuw voor een voormalige sterke man, tegen die tijd een seniele grijsaard van 84 jaar, Philippe Pétain, die een collaboratie met de bezetter aanging.

    Vastberaden en zelfverzekerd redde vadertje De Gaulle de Franse eer, en in 1958 werd hij opnieuw te hulp geroepen 
toen de koloniale oorlog in Algerije het land op de rand van een burgeroorlog had gebracht. Nu moet de socialistische president François Hollande, 
wiens meest gebruikte spotnaam Flanby luidt – een gladde, glibberige pudding die in iedere supermarkt verkrijgbaar is – Frankrijk uit de verstikkende jihadgreep zien te halen.

    Arme Monsieur Bricolage – de klusjesman, een van zijn andere vele bijnamen, omdat hij de neiging heeft kiezers gerust te willen stellen met een metaforische ‘gereedschapskist’.

    Is Frankrijk echt in oorlog, zoals hij en premier Manuel Valls pretenderen? Of is er een andere reden waarom de autoritaire trekjes van de door de generaal opgestelde grondwet van de Vijfde Republiek hen nu opeens goed uitkomt? Moeten er spierballen worden getoond omdat de Fransen geen genoegen nemen met een Bob de Bouwer maar in benauwde tijden terugverlangen naar napoleontische streken?

    Het is makkelijk praten vanuit een land met een Jerommeke als Mark Rutte aan de knoppen, maar toch wordt in het dossier deze editie duidelijk dat het uitroepen van de noodtoestand, en die zelfs in de grondwet te verankeren, een buitengewoon gevaarlijke en autoritaire maatregel is. Daarmee wordt de facto de Grondwettelijke Raad, die alle andere wetten, dus ook uitzonderingswetten, toetst aan de bepalingen van de grondwet, buitenspel gezet. En, een teken aan de wand: van de 577 leden van de Assemblée nationale, de Franse Tweede Kamer, namen niet meer dan 129 deel aan de stemming.

    Falende democratieën en nieuwe machtsverhoudingen, daar gaat het om. Niet alleen in Frankrijk, in Rusland (sla het verhelderende artikel van Natalie Nougayrède vooral niet over), maar ook in Venezuela, Thailand en, last but not least, het Midden-Oosten.

    En garde.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl