Tag: democratie

  • Redactioneel

    Redactioneel

    Voorspellen, waarom zou je? En dan weer naspellen? Niet echt de taak van de journalistiek – die moet juist beschrijven wat er speelt. Toch kan de actualiteit enorme gevolgen hebben voor de nabije toekomst en kunnen we het niet laten ook daar een gooi naar te doen. Als was het maar ter bezwering.

    Bij dezen.

    Donald Trump haalt het Witte Huis niet en het vluchtelingenprobleem wordt de toetssteen voor de Europese samenwerking.

    Het nieuwe jaar begint voor Europa niet best, nu ook in Duitsland openlijk wordt betwijfeld of Merkels moedige 
mantra ‘Wir schaffen das’ wel zal standhouden. Aan Nederland
valt de twijfelachtige eer te beurt als wisselend voorzitter 
het wankelende Europese project in het eerste halfjaar te stabiliseren. Daarbij zal veel afhangen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, zowel met betrekking tot de burgeroorlog in Syrië als ten aanzien van het vermogen van Islamitische Staat om als stokebrand te blijven optreden.

    Ook dat heeft zijn weerslag op Nederland, waar de dreiging van terreur paradoxaal genoeg voor meer politieke stabiliteit zorgt. De efemere successen van de PVV in de peilingen bieden voor de andere partijen nauwelijks aantrekkelijke vooruitzichten op het smeden van een nieuwe regeringscoalitie, zodat de huidige combinatie de voorziene periode tot maart 2017 wel zal moeten uitzitten.

    De Amerikanen beginnen over drie weken in Iowa en New Hampshire aan de prelude op de presidentsverkiezingen 
van 8 november. Kenners voorspellen dat voor het eerst in 
de Amerikaanse geschiedenis een vrouw het land zal gaan leiden.

    Mag ook wel eens, na 240 jaar.

    (Wie wordt na 204 jaar koninkrijk de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland?)

    De wereldeconomie zal dit jaar volgens het orgaan dat het weten kan, de Financial Times, geen grote schokken ondergaan. De olieprijs stijgt enigszins, de groei van de Chinese economie stabiliseert zich op een wat lager niveau en de dollar blijft de toonaangevende munt.

    Volgens dezelfde bron, kennelijk ook op een geheel ander 
vlak welingelicht, maken de Belgen een goede kans op het winnen van het Europees kampioenschap voetbal in Frankrijk, met een supertrio dat volgens de Londense cijferaars 
op dit moment al zo’n 200 miljoen euro op de transfermarkt doet. Een troost voor Nederland. Om het broederschap 
met onze buren meteen aan te trekken, verwelkomen wij 
van harte onze Vlaamse lezers die zich vanaf deze week op 
de Vlaamse editie van 360 kunnen abonneren.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 5. Democratie is geen sta-in-de-weg

    5. Democratie is geen sta-in-de-weg

    Klimaatwetenschappers krijgen genoeg van parlementen en regeringen die geen besluiten (kunnen) nemen. Maar het gevecht tegen de opwarming van de aarde mag de democratie niet uithollen, waarschuwt cultuurwetenschapper Nico Stehr.

    De democratie wordt momenteel van vele kanten bedreigd. Niet in het minst door het wijdverbreide gevoel dat politici niet luisteren. Dergelijke onvrede is te bespeuren aan de uiterste rechterzijde van het politieke spectrum: bij de 
Tea Party in de Verenigde Staten, de Independence Party in het Verenigd Koninkrijk, de demonstranten van Pegida (Patriottische Europeanen tegen de Islamisering van het Westen) in Duitsland en het Front National in Frankrijk.

    Verbazingwekkender is dat ook de wetenschappelijke gemeenschap haar geduld met de politieke elite begint te verliezen. Onderzoekers maken zich steeds meer zorgen over de onwil om te luisteren naar hun diagnose van 
de gevaren van de door mensen veroorzaakte klimaatverandering en de gevolgen daarvan op de lange termijn, ook al bestaat daarover in wetenschappelijke kringen een brede consensus. Hoe langer het duurt voordat regeringen met de noodzakelijke politieke maatregelen komen, des te meer begint de democratische bestuursvorm een sta-in-de-weg te lijken. Er is een tendens om de politici en het publiek hun beslissingsbevoegdheid te ontnemen en die, gezien de ‘uitzonderlijke omstandigheden’, in handen te leggen van de wetenschappers zelf.

    Deze wetenschappelijke onvrede met de democratie is onder de radar van veel sociale wetenschappers en commentatoren door geglipt. Aandacht 
is dringend vereist: het hardnekkige, ‘vermaledijde probleem’ van de globale opwarming kan alleen worden opgelost door de democratie te versterken, niet door haar overboord te gooien.

    Chinese toeristen in een beachresort in Dalian City. – © HH
    Chinese toeristen in een beachresort in Dalian City. – © HH

    Academici wijzen steeds vaker de democratie aan als schuldige voor deze mislukking. The Guardian citeerde in 2009 klimaatonderzoeker James Hansen van de NASA, die zei: ‘Het democratische proces lijkt niet helemaal te werken.’ In een speciale uitgave van het blad Environmental Politics uit 2010 betoogde politicoloog Mark Beeson dat ‘vormen van “goed autoritair bestuur” misschien niet alleen verdedigbaar worden, maar zelfs van wezenlijk belang voor het overleven van de mensheid in een enigermate beschaafde vorm’. De titel van een opiniestuk dat eerder dit jaar verscheen in The Conversation, een onlinetijdschrift dat gefinancierd wordt door universiteiten in verschillende landen, vat de kwestie samen: ‘Verborgen crisis van de liberale democratie verlamt aanpak van klimaatverandering’.

    De reden om de huidige democratie af te schilderen als een bestuursvorm die slecht is toegerust voor de aanpak van de klimaatverandering wordt ingegeven door een aantal vooronderstellingen. Daartoe behoort een diepgeworteld pessimisme over de psychologie van de mens; over het feit dat mensen weinig geneigd zijn op te komen voor zaken die ver van hun bed zijn; en over het idee dat mensen intellectueel niet in staat zouden zijn complexe kwesties te doorgronden. Daarbovenop komt nog de veronderstelling dat de meeste politici en het electoraat natuurwetenschappelijk slecht onderlegd zijn; dat regeringen te strak in het harnas van korte verkiezingscycli zitten om langetermijnproblemen te kunnen aanpakken; dat politieke agenda’s worden beïnvloed door gevestigde belangen; de verslaving aan fossiele brandstoffen; en het gevoel van klimaatwetenschappers dat hun boodschap bij politici aan dovemansoren is gericht.

    Alternatief

    Zulke ideeën vallen tot in de hoogste kringen van de klimaatwetenschap 
te beluisteren. Hans Joachim Schellnhuber, oprichter en directeur van het Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung en voorzitter van de Duitse Adviesraad voor Globale Verandering, zei tijdens een interview met Der Spiegel in 2011 over het gebrek aan actiebereidheid: ‘Gemakzucht en onwetendheid zijn de zwakste plekken van het menselijk karakter. Het kan een dodelijke combinatie zijn.’

    Wat is dan het alternatief? De oplossing waarnaar door veel mensen wordt gewezen gaat in de richting van een technocratie, waarin de beslissingen worden genomen door mensen met technische kennis. Dit blijkt onder andere uit de veranderende rol van enkele medeauteurs van de rapporten van het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering, die de politiek steeds vaker de wet voorschrijven in plaats van haar alleen maar van advies te dienen.

    We moeten voorzichtig zijn met wat we willen. Landen die de weg van ‘autoritaire modernisering’ hebben gevolgd, zoals China en Rusland, hebben op milieugebied weinig gepresteerd. De Chinezen hebben zich de afgelopen twee of drie jaar ontwikkeld tot wereldleiders op het gebied van duurzame energie (meer dan een kwart van de wereldwijde investeringen in dergelijke energie komt voor hun rekening). Desondanks heeft het land moeite zijn ambitieuze milieudoelstellingen te halen en zal het ook nog wel enige tijd wereldleider blijven wat de uitstoot van broeikasgassen betreft. Naarmate de Chinese burgers rijker en beter opgeleid worden, zullen ze ongetwijfeld sterker gaan aandringen op meer democratische invloed op het milieubeleid.

    Democratieën leren van hun fouten; autocratieën missen het vermogen zich aan te passen

    Dat men zich in brede kring zorgen over het milieu is gaan maken en daaruit voortvloeiende maatregelen heeft getroffen, is te danken aan een open, democratische discussie over de waarde van de natuur voor de mens. Democratieën leren van hun fouten; autocratieën missen flexibiliteit en het vermogen zich aan te passen. De effectiefste internationale afspraken, zoals het Montrealprotocol voor de bescherming van de ozonlaag, zijn erdoor gedrukt door democratische landen.

    Ongeduldige wetenschappers hebben vaak een voorkeur voor hegemonistische spelers, zoals wereldmachten, staten en multinationals. Ze hebben liever wereldwijde milieumaatregelen dan een veel onoverzichtelijker lokale benadering; voor hen is globale kennis superieur aan plaatselijke knowhow. Maar de maatschappelijke trends bewegen zich in tegengestelde richting. Grote instellingen zijn steeds minder in staat burgers hun wil op te leggen. Plaatselijke belangen en inspanningen spelen een steeds grotere rol.

    De pessimistische kijk op het vermogen van democratieën om uitzonderlijke omstandigheden aan te pakken en te beheersen houdt verband met een optimistisch kijk op de mogelijkheden van grootschalige sociale en economische planning. De onzekerheden van sociale, politieke en economische gebeurtenissen worden als onbeduidende obstakels beschouwd die gemakkelijk uit de weg kunnen worden geruimd met het beleid dat deskundigen voorschrijven. Maar het vermogen van de mens om effectieve toekomstplannen te maken is beperkt. Het idee van gecentraliseerde sociale en economische planning, dat decennia geleden in brede kring is bediscussieerd, is terecht in diskrediet geraakt.

    Onderzoekers van het Scripps Institution of Oceanography nemen watermonsters in de Tsjoektsjenzee. – © NASA/Kathryn Hansen
    Onderzoekers van het Scripps Institution of Oceanography nemen watermonsters in de Tsjoektsjenzee. – © NASA/Kathryn Hansen

    Pleidooi

    Het pleidooi voor een autoritaire politieke benadering spitst zich toe op één enkel doel dat bereikt zou moeten worden: een reductie van de uitstoot van broeikasgas. Door zich eerder op dat doel te richten dan op de economische en sociale voorwaarden die ermee gepaard gaan, wordt het klimaatbeleid beperkt tot wetenschappelijke of technische kwesties. Maar dat zijn niet de enige aspecten ervan. Milieuzorgen houden nauw verband met andere politieke, economische en culturele factoren die de onderhavige kwesties niet alleen verbreden, maar ook mogelijkheden bieden voor een nieuwe benadering. Wetenschappelijke kennis is nooit onmiddellijk doeltreffend, en zal evenmin onmiddellijk iedereen overtuigen.

    Er is maar één politiek systeem dat 
op een rationele en legitieme manier kan omgaan met de uiteenlopende politieke belangen die door de klimaatverandering getroffen worden, en dat is de democratie. Alleen een democratisch systeem kan de conflicten binnen en tussen landen en gemeenschappen op een invoelende manier tegemoet treden, een keuze maken uit verschillende vormen van beleid en de verlangens van verschillende bevolkingsgroepen dienen. De ultieme en ur-
gente uitdaging is het versterken van de democratie, bijvoorbeeld door de sociale ongelijkheid te verminderen.
    Zo niet, dan zal de bedreiging van onze beschaving zich lang niet alleen beperken tot veranderingen in onze fysieke omgeving. De erosie van de democratie is een nodeloze inbreuk op sociale complexiteiten en rechten.

    De filosoof Friedrich Hayek, die halverwege de twintigste eeuw het verzet tegen de sociale en economische planning leidde, legde de vinger op een paradox die ook vandaag nog geldt. Naarmate de wetenschap voortschrijdt, lijkt ze het idee te versterken dat we ‘ernaar moeten streven alle menselijke activiteiten op een doelbewustere, veelomvattender manier onder controle te krijgen’. Hayek voegde er pessimistisch aan toe: ‘Het is om deze reden dat degenen die bedwelmd zijn door het voortschrijden van de wetenschap zo dikwijls de vijanden van de vrijheid worden.’ We moeten zijn waarschuwing ter harte nemen. Het is gevaarlijk om blind te geloven dat alleen de wetenschap en de wetenschappers ons kunnen zeggen wat we moeten doen.

    Auteur: Nico Stehr
    Vertaler: Peter Bergsma

    Nico Stehr is cultuurdocent en oprichter van het Europese Center for Sustainability Research. Hij was redacteur van het Canadese Journal of Sociology en is verbonden aan verschillende Canadese universiteiten.

    Nature
    Verenigd Koninkrijk | oplage 53.000

    Sinds 1869 heeft dit natuurwetenschappelijke tijdschrift een enorme prestige opgebouwd. Opgericht door amateurastronoom Norman Lockyer ontwikkelde Nature zich van een eenvoudige publicatie voor amateurwetenschappers tot een van de meest gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften.

  • Handvol families financiert Amerikaanse verkiezingen

    Handvol families financiert Amerikaanse verkiezingen

    Ooit werd Frankrijk bestierd door tweehonderd families. In de VS gebeurt nu iets soortgelijks: uit onderzoek van The New York Times blijkt dat 158 superrijke families bijna de helft van al het campagnegeld bijeen hebben gebracht.

    Het zijn in overgrote meerderheid rijke, oudere blanke mannen in een natie die in toenemende mate wordt gevormd door jonge kiezers, vrouwelijke kiezers en kiezers met een kleurtje. In dit onmetelijk grote land wonen zij vooral in een kleine archipel van exclusieve rijke wijken verspreid over een handjevol steden. En in een economie waarin miljardairs van oudsher fortuin maakten in een onafzienbare reeks verschillende industrieën, danken zij hun rijkdom grotendeels aan slechts twee sectoren: financiële dienstverlening en energie. Met hun enorme rijkdom hebben ze nu de politieke arena betreden. Bijna de helft van al het campagnegeld van de Democratische en Republikeinse kandidaten is van hen afkomstig. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat 158 families, deels via bedrijven die geheel of gedeeltelijk in hun handen zijn, nu al 176 miljoen dollar aan de campagnes hebben bijgedragen. Sinds Watergate is het niet meer gebeurd dat zo’n klein aantal mensen en bedrijven in zo’n vroeg stadium van de verkiezingen zo veel geld heeft ingebracht. Overwegend via kanalen die pas wettelijk zijn toegestaan sinds het Hooggerechtshof met het Citizens United-arrest vijf jaar geleden de weg vrijmaakte voor super-PAC’s [zie kader onderaan dit artikel]

    De samenstelling van deze groep donateurs weerspiegelt de veranderende samenstelling van Amerika’s economische elite. Er zitten betrekkelijk weinig mensen bij met oud geld of uit het traditionele bedrijfsleven. De meesten hebben zelf een bedrijf opgebouwd en zijn rijk geworden met een combinatie van lef en talent: door het oprichten van een hedgefonds in New York, door het opkopen van onderschatte olievelden in Texas of door kassuccessen in Hollywood. Meer dan een dozijn van deze donateurs is niet geboren in de 
VS maar in Cuba, de voormalige Sovjet-Unie, Pakistan, India of Israël.
    Maar hoe ze hun geld ook hebben 
verdiend, in hun politieke voorkeur neigen de grootste donateurs aan de verkiezingscampagnes naar rechts. 
Ze hebben al tientallen miljoenen gedoneerd aan Republikeinse kandidaten die paal en perk beloven te stellen aan regelgeving en overheidstoezicht, aan de belastingtarieven op inkomen, vermogenswinst en erfenissen en aan subsidies en sociale voorzieningen. Allemaal beleidskeuzes die hun eigen rijkdom beschermen, maar die ze om andere redenen zeggen te omarmen: volgens hen leidt dit tot economische groei en behoud van een stelsel dat ook anderen in staat stelt rijk te worden.
    ‘Veel families die op eigen kracht rijk zijn geworden, vinden dat kleine ondernemingen last hebben van het woud aan regelgeving,’ zegt Doug Deason, een belegger uit Dallas die vijf miljoen in de campagne van de Texaanse 
gouverneur Rick Perry had gestoken. (Nu Perry zich heeft teruggetrokken, dingen veel andere kandidaten naar zijn gunsten.) ‘Zij hebben goed geboerd. En ze gunnen het andere mensen om ook goed te boeren.’

    Een fundraiser voor Donald Trump in het huis van autohandelaar Ernie Boch Jr. in Norwood, Massachusetts. – © Brian Snyder / Reuters
    Een fundraiser voor Donald Trump in het huis van autohandelaar Ernie Boch Jr. in Norwood, Massachusetts. – © Brian Snyder / Reuters
    Het zijn razend succesvolle ondernemers die gewend zijn bergen te verzetten, en graag tegen de stroom inroeien

    Tegenwicht voor demografie

    Met al dat geld voor Republikeinse kandidaten bieden deze rijke donateurs financieel tegenwicht aan de demografische ontwikkeling. Die levert juist steeds meer electorale steun op voor 
de Democraten en hun economische beleid. Uit een peiling van The New York Times en CBS News bleek in juni dat twee derde van alle Amerikanen voorstander is van een hoger belastingtarief voor wie meer dan een miljoen per jaar verdient. Zes op de tien is voorstander van actiever overheidsbeleid om de kloof tussen arm en rijk te dichten. 
En volgens het Pew Research Center 
is bijna zeven op de tien Amerikanen voor behoud van ons huidige uitkeringen- en ziektekostenstelsel.
    Republikeinse kandidaten hebben moeite om stemmen te winnen onder latino’s, vrouwen en zwarte kiezers. Maar in deze campagne blijken de Republikeinen een grote voorsprong op de Democraten te hebben in de wereld van de zogenaamde super-PAC’s. Voor donaties aan het campagneteam van een kandidaat geldt een strikte limiet, maar aan zo’n ‘onafhankelijk’ political action committee mag iedereen zo veel geven als hij wil. De meeste donaties vloeien dan ook daarheen. Tot 30 juni hadden de 158 grootste donateurs in de campagne ieder al minstens 250.000 dollar bijgedragen, zo blijkt uit gegevens van de Federale kiescommissie 
en andere bronnen. En nog eens 200 andere families gaven ieder meer dan 100.000 dollar. Bij elkaar opgeteld waren deze twee groepen verantwoordelijk voor meer dan de helft van al het campagnegeld tot nu toe, en het leeuwendeel daarvan ging naar Republikeinen. ‘Het stelsel voor campagnefinanciering werkt nu als tegenkracht tegen de feitelijke ontwikkeling van het electoraat en het beleid dat kiezers willen,’ zegt Ruy Teixeira, een politicoloog van het linkse Center for American Progress.

    In hun politieke voorkeur neigen de grootste donateurs naar rechts

    Eigen klasse

    Zoals de meeste superrijken treden de nieuwe donateurs niet graag naar buiten. De meeste families die wij benaderden, wilden ons niet te woord staan over hun campagnebijdragen of hun politieke denkbeelden. Veel donaties waren afkomstig van bedrijfsadressen of postbusnummers, of ze liepen via brievenbusfirma’s of trustfondsen. Allemaal nieuwe methoden die mogelijk zijn gemaakt door het Citizens United-arrest, dat bedrijven veel meer speelruimte geeft om verkiezingscampagnes te financieren. Sommige donateurs staan vanwege hun privacy of om belastingtechnische redenen niet ingeschreven als eigenaar van het huis waar ze wonen. Dat maakt het nog moeilijker de sociale verwevenheid en de familiebanden van deze kleine groep te achterhalen.
    Maar uit interviews en onderzoek in openbare bronnen – zoals kiezersregistraties, bedrijfsgegevens en data van de federale kiescommissie – komt een beeld naar voren van een heel eigen klasse die geografisch, sociaal en economisch sterk samenklit. De wijken waar ze wonen, zouden samen bijna allemaal binnen de stadsgrenzen van New Orleans passen. Maar nog geen vijfde van de totale bevolking van die wijken bestaat uit minderheden, en praktisch niemand is zwart. De bewoners verdienen er vierenhalf keer zo veel als de gemiddelde Amerikaan en de kans dat ze een universitaire opleiding hebben genoten is tweemaal zo hoog. De meeste families wonen in slechts negen steden, vaak vlak bij elkaar in buurten zoals het chique Bel Air en Brentwood in Los Angeles of River Oaks in Houston, een wijk die vooral in trek is bij topmannen van energiebedrijven. Of Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met een eigen beveiligingsdienst, 35 villa’s en een 18 holes-golfbaan. Soms zijn ze, Republikeinen zowel als Democraten, donateur van dezelfde musea, symfonieorkesten of hulpprogramma’s voor achterstandskinderen. Ze doen samen zaken, ze trouwen met elkaar en zitten soms in hetzelfde pokerclubje. Meer dan vijftig leden van deze families staan in de Forbes 400-lijst van de rijkste miljardairs van het land. Ze zijn zo rijk dat zelfs een campagnebijdrage van een miljoen dollar voor hen een kleinigheid is.
    Neem hedgefondsmiljardair Kenneth C. Griffin uit Chicago: volgens de gegevens die zijn vrouw indiende in hun echtscheidingszaak, bedraagt zijn besteedbaar inkomen 68,5 miljoen dollar per maand. Hij heeft in totaal 300.000 dollar aan lobbygroepen van Republikeinse presidentskandidaten gegeven. Dat lijkt een enorm bedrag, maar gemeten naar zijn jaarinkomen is het evenveel als 21,17 dollar voor een gemiddeld Amerikaans huishouden (uitgaande van cijfers over het gemiddeld besteedbaar inkomen van het Congressional Budget Office [de Amerikaanse rekenkamer]).
    De rijkdom van deze families is deels een gevolg van de enorme groei van de financiële dienstverlening en de hausse in de olie- en gasindustrie, twee ontwikkelingen die de Amerikaanse economie in de afgelopen decennia ingrijpend hebben veranderd. De families profiteren bovendien van de politieke en economische ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan de groeiende kloof tussen arm en rijk. Terwijl het aandeel van de middenklasse in het nationaal vermogen en het nationaal inkomen is gekrompen, is dat van deze families juist gegroeid.

    Zoals de meeste superrijken treden de nieuwe donateurs niet graag naar buiten
    Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met ruim tachtig supperrijke bewoners, onder wie veel politieke donateurs. – © Scott Morgan / Reuters
    Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met ruim tachtig supperrijke bewoners, onder wie veel politieke donateurs. – © Scott Morgan / Reuters

    Financiën en energie

    De vermogensgroei is vooral hard gegaan in de hogere echelons op Wall Street. Waar beleggers voorheen vooral het geld van anderen beheerden, werden ze steeds vaker zelf schatrijk. Eén tiende procent van de Amerikaanse belastingbetalers werkt in de financiële sector, en volgens één onderzoek is hun aandeel in het nationaal inkomen sinds 1979 vervijfvoudigd. Van de hier besproken families zijn er 64 rijk geworden in de financiële sector. Dat is de grootste subgroep onder de superdonateurs in deze verkiezingsrace. De meeste hebben zich daarbij niet omhooggewerkt binnen een gevestigd bedrijf als Goldman Sachs of Exxon. Ze hebben, al dan niet in samenwerking met anderen, eigen ondernemingen opgezet. In de financiële sector beheerden ze hedgefondsen en andere risicovolle beleggingsfondsen die profiteerden van het gunstige belastingklimaat voor schulden en beleggingen, en van de aantrekkende beurzen en lage rentetarieven van de laatste tijd. In de energiesector gaat het onder meer om avonturiers die als eersten profiteerden van de nieuwe boortechnieken en de hoge energieprijzen die de winning van schaliegas in North Dakota, Ohio, Pennsylvania en Texas rendabel maakten. Anderen maakten fortuin door die pioniers te voorzien van pijpleidingen, vrachtwagens en apparatuur om te ‘fracken’.
    In beide sectoren kan een succesvol 
bedrijf in korte tijd enorme winsten opleveren – in tegenstelling tot sectoren waar het kapitaal vastzit in investeringen. En als ze niet worden gehinderd door aandeelhouders of een raad van bestuur, hebben deze ondernemers alle vrijheid om met dat geld hun politieke passie uit te leven. Meer dan de helft van het geld van de 158 grootste donateurs komt uit deze twee sectoren. ‘Als ik die families zie: dat zijn razend succesvolle ondernemers die gewend zijn om bergen te verzetten, en die graag tegen de stroom in roeien,’ zegt David McCurdy, vroeger Congreslid voor Oklahoma en nu voorzitter van de Vereniging van Amerikaanse Aardgasbedrijven.
    Grote beursgenoteerde bedrijven laten zich doorgaans niet in met super-PAC’s, vanwege de negatieve publiciteit over de invloed van het grote geld op de campagnes. Maar deze zelfstandige ondernemers stoppen er rustig miljoenen in. En ze zetten hun geld soms op kandidaten waar het partijestablishment en traditionele donateurs de neus voor ophalen. Neem de drie families die tot nu toe de grootste campagnebijdragen hebben gedoneerd: de familie Wilks uit Texas, die miljarden heeft verdiend met vrachtwagens en boorapparatuur voor de schaliegasvelden; de familie Mercer uit New York, van hedgefondsbelegger Robert Mercer; en Toby Neugebauer, een private equity-belegger uit Texas. Allemaal steunen zij de Texaanse senator Ted Cruz, de uiterst conservatieve Tea Party-hardliner die slecht ligt bij de Republikeinse partijtop.
    ‘Veel geld inzetten op iets waar 
anderen nog niets in zien. Dat is de overeenkomst tussen het succes in 
die twee sectoren, energie en beleggingen,’ zegt Tim Phillips. Hij is de voorzitter van Americans for Prosperity, een conservatieve lobbygroep gelieerd aan de Republikeinse geldschieters Charles G. en David H. Koch.
    Sommige families zitten in netwerken van ideologisch gedreven partijdonateurs die, zowel op links als op rechts, fundamentele invloed proberen uit 
te oefenen op de koers van hun partij. Zo zijn meer dan een dozijn donateurs of hun familieleden ook betrokken bij Koch Seminars, de tweejaarlijkse conferentie van de gebroeders Koch, die 
via diverse lobbygroepen onder meer ijveren voor afschaffing van de Export-Import Bank [een bank van de federale overheid, die kredieten verstrekt om 
de export van Amerikaanse goederen te bevorderen. Het rendement hiervan is omstreden en rechts-conservatieven zoals de gebroeders Koch beschouwen dit als een ongewenste vorm van staatsinmenging in de economie]. Dat geldt bijvoorbeeld voor bovengenoemde Deason en zijn vrouw, voor beleggingspionier Charles Schwab, wiens vrouw Helen veel aan de partij doneert, en voor Karen Buchwald Wright, van de familie die compressoren voor de 
winning en het transport van aardgas maakt. ‘De meeste deelnemers aan de conferentie zijn ondernemers die hun bedrijf helemaal zelf, van de grond af, hebben opgebouwd,’ zegt Deason, die alle vormen van subsidies en sociale uitkeringen wil afschaffen, ook als zijn eigen investeringen ervan profiteren.
    Anderen, zoals hedgefondsbelegger George Soros en zijn zoon Jonathan, hebben juist banden met de Democracy Alliance, een netwerk van linkse partijdonateurs die willen dat de Democratische partij veel meer doet aan klimaatbeleid en een progressief belasting-
stelsel. Deze groep geldschieters, die hun rijkdom veelal te danken hebben aan Hollywood of Wall Street, hebben miljoenen in de campagne van Hillary Clinton gestoken.


    Veel op het spel

    Tot op zekere hoogte doneren deze families geld omdat ze persoonlijke, regionale of professionele banden 
hebben met de kandidaten die ze steunen. De vader van Jeb Bush heeft zijn geld verdiend in de olie en Jeb Bush heeft zelf miljoenen verdiend op Wall Street. Sommige kandidaten die door de superrijken worden gesteund, 
hebben een politiek ambt bekleed in Florida of Texas, de twee staten waar de meeste families op de lijst van 158 wonen. Maar dat deze families de mogelijkheden van het Citizens United-arrest ten volle uitbuiten, is vooral een teken dat er voor hen ook veel op het spel staat, juist in de financiële dienstverlening en de energiesector. De regering Obama, de Democraten 
in het Congres en zelfs Jeb Bush zijn voorstander van regelgeving en belastingmaatregelen die een fikse lastenverhoging voor durfkapitaal- en private equity-fondsen kunnen betekenen. Hedgefondsen kenden van oudsher weinig regelgeving, maar zijn sinds 2010 gebonden aan de regels van de Dodd-Frank-wet [848 pagina’s aan financiële regulering die in juli 2010 werden doorgevoerd ter bestrijding van de financiële crisis]: verschillende Republikeinse kandidaten hebben beloofd om die terug te draaien, terwijl Clinton hem juist wil handhaven.
    En de schaliegashausse heeft in korte tijd weliswaar heel veel geld opgeleverd, maar ook geleid tot overproductie van olie, waardoor de prijzen nu dalen. Binnen de industrie bestaat brede steun voor opheffing van het veertig jaar oude verbod op de export van olie, om Amerikaanse olieproducenten een nieuwe afzetmarkt te geven, en voor de aanleg van de omstreden Keystone XL-oliepijpleiding [vanuit Canada 
naar de VS. Olie-raffinaderijen, milieuactivisten en enkele leden van het Amerikaanse Congres spanden rechtszaken aan die de bouw moesten dwarsbomen]. ‘Ze vragen geen hulp van de overheid, ze willen alleen graag olie exporteren, en de meesten willen ook de Keystone-pijpleiding,’ zegt T. Boone Pickens, belegger en voorstander van aardgaswinning, over zijn collega’s in de energiesector. ‘De olie- en gasindustrie heeft wonderen verricht voor dit land. Ze betalen zich krom aan belasting, en toch blijven de mensen je aanvallen,’ vervolgt Pickens, die 125.000 dollar heeft gedoneerd aan steuncomités voor Jeb Bush of Carly Fiorina. ‘Het zijn ondernemers, en ze hebben overal een mening over.’

    Nicholas Confessore, Sarah Cohen en Karen Yourish

    Kader: Wat zijn super-PAC’s?

    Amerikaanse presidentskandidaten krijgen in hun campagnes vaak bijval van zogenaamde political action committees (PAC’s), lobbygroepen die in naam onafhankelijk zijn, maar in feite actie voeren voor (en vooral ook tegen) specifieke kandidaten. Net als de financiering van campagneteams is die van PAC’s aan strikte regels gebonden: donaties mogen niet anoniem plaatsvinden en niet meer bedragen dan 5000 dollar per persoon. 
Maar twee uitspraken van het Hooggerechtshof in 2010, waaronder het Citizens United-arrest, hebben de weg vrijgemaakt voor zogenaamde super-PAC’s. Daaraan mogen particulieren en bedrijven zo veel geld doneren als ze willen. Officieel mogen de super-PAC’s niet met een kandidaat of zijn campagneteam overleggen over de te volgen koers, maar in de praktijk spelen hun publiciteitscampagnes al sinds 2012 een grote rol in de verkiezingen.

  • Leopoldo López: martelaar of samenzweerder?

    Leopoldo López: martelaar of samenzweerder?

    De Venezolaanse oppositieleider Leopoldo López werd op 11 september jl. veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol tijdens antiregeringsprotesten in 2014. In het Westen geldt hij als een verdediger van de vrijheid, maar in eigen land is zijn positie omstreden.

    Na de demonstraties die Caracas in februari 2014 op zijn kop zetten, oordeelde de Amerikaanse pers vooral gunstig over Leopoldo López, de Venezolaanse oppositieleider die sinds 18 februari 2014 gevangenzit. Het blad Newsweek noemde hem ‘een revolutionair die alles mee heeft’ en refereerde daarbij aan ‘zijn fonkelende chocoladebruine ogen en zijn hoge jukbeenderen’. The New York Times publiceerde een foto van de leider terwijl hij met opgeheven vuist tegenover een uitzinnige menigte stond en bood hem een forum in de krant. Op zijn vierenveertigste is Leopoldo López overal ter wereld de personificatie van vrijheid en democratie geworden.

    Maar in Venezuela is dit beeld complexer. Leopoldo López is gevangengenomen wegens brandstichting, ordeverstoring en samenzwering. Zijn gevangenneming volgde op de eerste grote betoging tegen de regering op 12 februari 2014, die drie mensen het leven kostte en tot wekenlange manifestaties, barricades en geweldsuitbarstingen leidde. De aanklachten tegen hem – volgens Amnesty International ‘ingegeven door politieke overwegingen’ – hebben hem ruim dertien jaar gevangenisstraf opgeleverd. Maar er blijft een felle discussie woeden tussen degenen die Leopoldo López als een verdediger van de vrijheid zien die het slachtoffer is geworden van verzonnen beschuldigingen, en degenen die in hem een gewelddadige fascist zien die zich tegen de regering van Nicolas Maduro keert.

    Vergeleken bij het geweld van de betogingen – waarbij 43 doden vielen, zowel onder de betogers van beide kanten als bij de nationale politie – is het proces tegen Leopoldo López betrekkelijk rustig verlopen.

    Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten
    Lilian Tintori (tweede van links), de echtgenote van Leopoldo López, met een afbeelding van haar gevangen gehouden man in 2014. © Manuel Hernandez / Xinhua
    Lilian Tintori (tweede van links), de echtgenote van Leopoldo López, met een afbeelding van haar gevangen gehouden man in 2014. © Manuel Hernandez / Xinhua

    Voorbeeld voor de jeugd

    Meestal werd het publiek in de rechtszaal gevormd door kleine groepjes sympathisanten onder aanvoering 
van Lilian Tintori, de vrouw van López. Andere leden van de oppositie pleitten weliswaar regelmatig voor zijn vrijlating, maar hielden zich verder op de vlakte. Toen de partij van Leopoldo López, Voluntad Popular, onlangs campagne voerde om de grondwet te herschrijven en de regering te reorganiseren, drong de leider van een rivaliserende oppositiepartij erop aan dat hij ‘zijn verantwoordelijkheid’ nam en zich ‘volwassen’ gedroeg. Een andere oppositieleider eiste ‘een eind aan de anarchie en de guarimbas’, de barricades die door de betogers waren opgeworpen.

    Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten. ‘Leopoldo is een man die zeer sterk aan democratische en katholieke waarden hecht,’ bevestigt Alejandro Aguirre, lid van Javu (Juventud Activa Venezuela Unida), een van de belangrijkste studentengroeperingen die 
de aanzet gaven tot de betogingen in februari 2014. ‘Hij is een voorbeeld voor de jeugd.’

    In mei 2014 nam Lilian Tintori, een voormalige mannequin, kitesurfkampioene en reality-tv-ster, deel aan een sympathiebetoging voor politieke gevangenen in Chacao in het district Caracas, waar haar man burgemeester en leider van de oppositie tegen de 
regering was. Chacao is ook een van 
de rijkste gemeenten van Venezuela.

    Deze dag bood een inkijkje in het 
mediapopulisme waardoor Leopoldo López en zijn partij aan invloed wonnen terwijl de traditionele oppositie, geleid door de coalitie MUD (Mesa de 
la Unidad Democrática) het onderspit moest delven. De diepe kloof tussen MUD, geleid door Henrique Capriles, 
en de jongere en radicalere gelederen van de oppositie, geleid door Leopoldo López, is hartstochtelijk uit de doeken gedaan door de Venezolaanse media. ‘Alleen Hugo Chávez wordt door de oppositie nog meer veracht dan Leopoldo López,’ verklaarde Mary Ponte van de centrum-rechtse partij Primero Justicia in 2009 volgens een Amerikaans diplomatiek kabeltelegram. ‘Het enige verschil tussen de twee is dat Leopoldo López veel knapper is.’ In ditzelfde document, ‘Het probleem-López’ getiteld, wordt de leider beschreven als ‘bron van de verdeeldheid binnen de oppositie’ en een man die ‘vaak als arrogant, wraakzuchtig en machtsbelust wordt omschreven, ook al erkent de partij zijn blijvende populariteit, zijn charisma 
en zijn organisatietalent’.

    Leopoldo López tijdens de protesten in 2014. – © Corbis
    Leopoldo López tijdens de protesten in 2014. – © Corbis

    Progressief

    Geen enkele Venezolaanse oppositieleider was er tot dan toe in geslaagd zich zo op het internationale podium te manifesteren als Leopoldo López. Zijn opkomst is met name te danken aan de afstand die hij heeft genomen van de bijzonder impopulaire staatsgreep van april 2002, toen militairen en grote zakenlieden Hugo Chávez voor 47 uur uit zijn functie onthieven. De twee advocaten die López en zijn familie vertegenwoordigen bevestigen dat ‘Leopoldo López de staatsgreep niet heeft gesteund en [dat] hij niet zijn handtekening heeft gezet onder het Carmona-decreet dat de vorming van een democratische overgangsregering van nationale eenheid, het afzetten van de president en het ontbinden van het parlement en het hooggerechtshof beoogde. Hij had evenmin banden met degenen die de staatsgreep pleegden.’
    De waarheid lijkt echter complexer, te oordelen naar gesprekken met belangrijke hoofdrolspelers in de staatsgreep van 2002, het profiel dat intimi van 
Leopoldo López schetsen, de artikelen in de Venezolaanse pers en de beelden en documenten uit Amerika.

    Leopoldo López werd geboren in 1971 als telg van een familie die tot de Venezolaanse elite behoort. Zijn moeder, Antonieta Mendoza, bekleedt een hoge functie in de groep Cisernos, een mondiaal mediaconglomeraat. Zijn vader, Leopoldo López Gil, is zakenman en lid van de redactieraad van het grote dagblad El Nacional.

    ‘Het enige verschil tussen Hugo Chávez en Leopoldo López is dat López veel knapper is’

    Op de Hun School van de Amerikaanse Princeton University, die onder zijn oud-leerlingen Saoedische prinsen, de zoon van een Amerikaanse president en die van een grote zakenman uit de Fortune 500 telt, zegt Leopoldo López zich bewust te zijn geworden van zijn verantwoordelijkheid tegenover het volk van zijn vaderland. Hij studeerde vervolgens aan Kenyon College in Ohio, waar hij in contact kwam met mensen die belangrijk zouden worden voor zijn toekomst, zoals Rob Gluck, politiek consultant en een van de oprichters van Friends of a Free Venezuela, een groepering die in de Verenigde Staten een felle mediacampagne voert voor de vrijlating van de oppositieleider.

    Volgens Rob Gluck, die ook zijn steentje heeft bijgedragen aan de verkiezing van Arnold Schwarzenegger tot Republikeins gouverneur van Californië in 2003, is Leopoldo López ‘altijd progressief geweest’ en zou hij zich in de Verenigde Staten op het centrum-linkse politieke vlak bevinden. Rob Gluck 
leidt de Friends of a Free Venezuela 
op vrijwillige basis, maar wel stuurt zijn kantoor rekeningen aan de familie van de oppositieleider voor, zoals hij het noemt, ‘het geven van ruchtbaarheid aan de situatie van Leopoldo’.

    Na Kenyon College ontmoette López op de Harvard Kennedy School een andere invloedrijke figuur die een van zijn belangrijkste medestanders is geworden: de Venezolaanse staatsburger Pedro Burelli, voormalig bestuurslid van de 
JP Morgan Bank en lid van de raad van bestuur van PDVSA, de nationale oliemaatschappij van Venezuela, totdat in 1999 Hugo Chávez aan de macht kwam.

    Een mislukte coup

    Pedro Burelli noemt zichzelf een ‘zeer goede vriend’ van Leopoldo López die, legt hij uit, medeoprichter van Primero Justicia was toen hij van 1996 tot 1999 bij PDVSA werkte. Primero Justicia zou in 2000 een oppositiepartij worden.
    In 1998 bleek uit onderzoek van het 
Venezolaanse ministerie van Financiën dat de moeder van Leopoldo López een bedrag van 120.000 dollar van 
de rekening van PDVSA naar die van Primero Justicia had overgemaakt, 
in de tijd dat Leopoldo en zijzelf bij 
de oliemaatschappij werkten – een transactie die in strijd was met de 
anticorruptiewet. De advocaten van López voerden aan dat Primero Justicia op dat moment een organisatie zonder winstoogmerk was, en hij is nooit voor deze aanklacht veroordeeld. Desondanks verklaarde Financiën hem onverkiesbaar voor enige publieke functie tussen 2008 en 2014.

    López verliet Primero Justicia in 2007 en zwalkte van de ene partij naar de andere tot aan zijn onrealistische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2012 namens zijn huidige partij Voluntad Popular. Hij speelde in die jaren een belangrijke rol bij de opkomst van de studentenbeweging binnen de Venezolaanse oppositie.

    López stelde zijn basis veilig maar bleef in de schaduw van zijn oude bondgenoot Henrique Capriles, leider van Primero Justicia en tweemaal kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Maar Capriles leed een verpletterende nederlaag tijdens de presidentsverkiezingen van 2012, wat mede leidde tot het debacle van de oppositie tijdens de gouverneursverkiezingen van datzelfde jaar. In 2013, toen er nieuwe verkiezingen werden gehouden na de dood van 
Hugo Chávez, verloor Henrique Capriles opnieuw, ditmaal van Nicolas Maduro. Deze nederlagen brachten Leopoldo López en de met hem sympathiseren-
de studentenbeweging ertoe om in 
februari 2014 de straat op te gaan en het aftreden van Nicolas Maduro 
te eisen onder het scanderen van 
‘¡Libertad!’ en ‘¡Democracia!’

    Deze eis zou onmogelijk zijn geweest als de charismatische leider niet behendig afstand had genomen van een open wond van de Venezolaanse politiek: de korte poging tot een staatsgreep in 2002.

    Half april 2002, tijdens een algemene staking tegen PDVSA die werd gesteund door de oppositie en massale betogingen tegen (maar ook voor) Hugo Chávez, arresteerde een groep militairen en toplieden uit het bedrijfsleven de president. Pedro Carmona, de toenmalige voorzitter van de Federatie van Kamers van Koophandel van het land, werd als tijdelijke plaatsvervanger benoemd. Een door de samenzweerders opgesteld document werd ondertekend in Miraflores, het presidentieel paleis, op 12 april 2012, de dag waarop Hugo Chávez werd gearresteerd. Dit document, bekend onder de naam ‘Carmona-decreet’, ontbond het parlement en het hooggerechtshof en blies de verkiezingen van 1999 af.
    Hoge militairen hadden er al enkele dagen bij Hugo Chávez op aangedrongen om af te treden. De coupplegers hadden vervolgens – ten onrechte – bevestigd dat hij dat had gedaan. 
De krachten die Chávez gunstig gezind waren organiseerden op hun beurt massale betogingen en dreigden Pedro Carmona af te zetten, die daar onder 
de grote druk gehoor aan gaf. Hugo Chávez werd teruggebracht naar het presidentieel paleis.

    Deze poging tot een staatsgreep is 
nog altijd erg impopulair in Venezuela, vooral vanwege het besluit van Carmona om de grondwet ongeldig te verklaren, die door een verpletterende meerderheid van de Venezolanen was aangenomen, met inbegrip van talrijke sympathisanten met de oppositie. De impopulariteit van deze listige zet werd bevestigd door de opzienbarende overwinning van Chávez toen er later over gestemd werd.

    Leopoldo López heeft er voortdurend aan herinnerd dat hij het Carmona-decreet nooit heeft ondertekend – en niets wijst erop dat hij dat wel heeft gedaan – en dat hij op geen enkele manier betrokken was bij de organisatie van de staatsgreep. Toch stond hij niet zo ver van de coup en de samenzweerders af als hij wilde doen geloven. Onder de verantwoordelijken daarvoor en de ondertekenaars van het Carmona-decreet treffen we diverse intimi van López aan. Zoals Leopoldo Martínez, die samen met hem Primero Justicia leidde en korte tijd minister van Financiën was van de ‘regering’-Carmona, en María Corina Machado, zijn nauwste bondgenoot, die het 
decreet wel ondertekende, evenals 
Manuel Rosales, de voormalige leider van Un Nuevo Tiempo, de partij die López in 2007 had helpen opbouwen tot hij er in 2009 werd uitgezet. En 
tot de vierhonderd toplieden uit het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van het leger, de media en de politiek die het decreet in Miraflores ondertekenden bevond zich ten slotte ook de vader van Leopoldo López.
    ‘Ik heb niets ondertekend,’ verzekerde deze me in mei 2015, ‘niemand onder de aanwezigen heeft ook maar iets ondertekend wat op een “decreet” leek. 
Er ging een presentielijst rond die vervolgens voor andere doelen is aangewend. Hoe zouden we iets hebben 
zkunnen ondertekenen wat we niet eens hadden gezien?’

    Videobeelden van de ondertekening van het Carmona-decreet op 12 april 2002 die pas kortgeleden zijn opgedoken geven echter een ander idee van wat er gebeurd is: een zaal vol mannen in pak applaudisseert verwoed tijdens de voorlezing van delen van het decreet waarin alle regeringsinstanties worden afgeschaft.

    In die tijd was Leopoldo López dertig en burgemeester van Chacao. Hij had de algemene staking en de grote mars van de oppositie gesteund die in april 2002 onmiddellijk aan de arrestatie van Hugo Chávez waren voorafgegaan. Twee gebeurtenissen die een beslissende bijdrage leverden aan het kortstondige succes van de coup.

    De politie zet een waterkanon in tijdens de protesten in 2014. – © Cristian Hernandez / Getty
    De politie zet een waterkanon in tijdens de protesten in 2014. – © Cristian Hernandez / Getty

    Misbruik

    Een opname van het televisieprogramma 24 Horas laat een Leopoldo López zien die, tijdens de parlementaire enquête die enkele maanden na de staatsgreep werd gehouden, duidelijk verheugd was over het afzetten van Chávez. ‘Die dag is voor mij altijd het begin van een onomkeerbare ontwikkeling geweest,’ verklaarde hij, ‘de dag waarop we aankondigden dat het masker van de dictatuur zou vallen en waarop we ons daarvoor uit alle macht hebben ingezet.’

    In een andere uitzending zien we Leopoldo López op 9 april de tribune beklimmen om tienduizenden op te zwepen door te roepen: ‘We blijven hier de hele nacht en morgen de hele dag, net zo lang tot de president vertrekt!’ (Volgens zijn advocaat ‘waren de betogingen geen poging tot een staatsgreep’.)

    Leopoldo López gebruikt herhaaldelijk de woorden renuncia (aftreden) en salida (vertrek) tijdens een interview op 11 april in Napoleon Bravo, het populaire ochtendprogramma van de zender Venevision. Hij geeft een korte beschrijving van hoe een ‘overgangsregering’ eruit zou kunnen zien en ziet slechts twee manieren om uit de crisis te geraken: een staatsgreep of de ontbinding van de regering.

    Natuurlijk is Hugo Chávez nooit afgetreden. Hij is gearresteerd. In zijn boek over de gebeurtenissen, Mi testimonio ante la Historia [Mijn getuigenis tegenover de geschiedenis] getiteld, merkt Pedro Carmona op dat de mars van 11 april zich in de richting van het hoofdkantoor van PDVSA begaf, maar dat hij werd omgeleid naar het presidentieel paleis, waar zich de pro-Chávez-betogers hadden verzameld. De confrontatie tussen de twee kampen liep uit de hand en negentien betogers (van beide kanten) werden gedood door kogels. Voor de fatale omleiding van de mars was ‘toestemming gegeven door burgemeester Leopoldo López’, schrijft Carmona.

    De meest controversiële affaire rond Leopoldo López blijft de arrestatie en gevangenzetting, op 12 april 2002, van Ramón Rodríguez Chacín, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken.

    Leopoldo López en Henrique Capriles, die toen burgemeester was van Baruta (een andere gemeente in het district Caracas), hadden zich, zogenaamd 
gewaarschuwd door de buren, naar 
de op geen enkele manier beveiligde woning van de minister begeven om hem persoonlijk de dood van de negentien betogers ten laste te leggen en hem te arresteren. Waarom deze mensen zijn omgekomen is nooit opgehelderd.

    Er zijn ook beelden van López die tegen een journalist zegt dat ‘president Carmona op de hoogte is van deze arrestatie’, nog een aanwijzing dat hij mogelijk heeft samengewerkt met de verantwoordelijke voor de staatsgreep. (Toen Chávez weer aan de macht was, kwam er een aanklacht tegen Henrique Capriles en Leopoldo López wegens vrijheidsberoving, maar ze werden vrijgesproken in het kader van een algehele amnestie die heel wat stof heeft doen opwaaien. In een programma van een regeringsgezinde zender uit 2012 gaf López desgevraagd toe dat deze arrestatie een vergissing was.)
    In maart 2014 had ik een gesprek met Ramón Rodríguez Chacín, tegenwoordig gouverneur van de deelstaat Guárico, over de gebeurtenissen in 
april 2002. ‘Leopoldo is begonnen met de buren op te trommelen via zijn megafoon om bekend te maken dat ik een moordenaar was, dat ik verantwoordelijk was voor de doden van de vorige dag,’ aldus de voormalige minister. 
Een video toont hoe Ramón Rodríguez Chacín werd afgetuigd door de menigte.

    Hersenschimmen of waarheid? López is nooit officieel beschuldigd van het aanzetten tot een coup. Maar in zijn land is algemeen bekend dat hij een rol heeft gespeeld bij de ongeregeldheden van 2002, en deze zekerheid is ongetwijfeld van invloed geweest op de meningsvorming over zijn betrokkenheid bij de betogingen in Caracas in februari 2014.
In mei 2014 werd in een officieel regeringsrapport over de staatsgreep onthuld dat de ambassadeur van de Verenigde Staten in Colombia, Kevin Whitaker, en twee bondgenoten van Leopoldo López, María Corina Machado, tegenwoordig leider van de partij Vente Venezuela, en Pedro Burelli, zijn vriend van Harvard, betrokken waren bij een complot om Nicolas Maduro ‘uit te schakelen’ en de regering omver te werpen. Om deze beweringen te staven heeft de Venezolaanse regering onderlinge e-mails van de vermoedelijke samenzweerders gepubliceerd, evenals opgenomen gesprekken met Pedro Burelli, die tegenwoordig in McLean in Virginia woont. Deze laatste werpt alle beschuldigingen van zich af en verzekert dat de e-mails gefabriceerd zijn en dat er geen spoor van is terug te vinden op Google. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de verwijten aan het adres van zijn ambassadeur afgedaan als ‘leugenachtige aantijgingen die deel uitmaken van een stortvloed van ongefundeerde aanvallen door de Venezolaanse regering op diplomaten van de Verenigde Staten’. María Corina Machado bestempelt de beweringen als ‘hersenschimmen’.


    Vreedzame overgang

    In september 2014 werd ook Lorent Saleh, medeoprichter van Javu, gearresteerd op verdenking van terroristische handelingen. Justitie heeft video’s gepubliceerd waarin hij sprak over het laten ontploffen van bommen in discotheken en drankwinkels, het in brand steken van gebouwen en het inschakelen van scherpschutters om de leiders van de bewegingen die Nicolas Maduro gunstig gezind waren te elimineren. Tijdens de betogingen van februari 2014 was dit soort incidenten niet van de lucht: diverse leden van de veiligheidstroepen en sympathisanten met het regime kwamen door kogels om het leven.

    Ten slotte werd in februari 2015 Antonio Ledezma, de burgemeester van Caracas en naast Leopoldo López en María 
Cornia Machado een van de hoofdfiguren tijdens de rellen van februari 2014, gearresteerd wegens rebellie en samenzwering in het kader van een nieuwe vermoedelijke couppoging. Lorent Saleh en Antonia Ledezma wijzen alle beschuldigingen van de hand. De advocaat van de laatste verklaart dat de aanklachten tegen zijn cliënt zijn ‘gebaseerd op falsificaties en verdraaiing van bewijslast’.

    De arrestatie van Antonio Ledezma vond plaats nadat hij precies een week eerder, ter gelegenheid van de verjaardag van de gebeurtenissen van 2014, samen met Machado en López een Oproep tot de Venezolanen voor een nationaal overgangsakkoord had gepubliceerd. Dit document beijvert zich voor een ‘vreedzame overgang’ van de regering van Nicolas Maduro, die volgens hen ‘in haar terminale fase’ zou verkeren.

    De Venezolaanse president heeft teruggeslagen door op 4 maart 2015 een ander document te publiceren dat aan de oppositie wordt toegeschreven, waarin een gedetailleerd overgangsplan van honderd dagen is uitgewerkt dat geheel strookt met het Carmona-decreet van 2002. Nicolas Maduro liet er geen twijfel over bestaan dat dit document was opgesteld door ‘gewelddadige individuen die in de gevangenis zitten’.

    Complotten en andere intriges zijn misschien wel een constante factor 
in de huidige Venezolaanse politiek, maar ze worden inmiddels overschaduwd door de economische crisis die het land doormaakt.

    Deze context lijkt de oppositie in de kaart te spelen: volgens recente peilingen moet Nicolas Maduro het zwaarst boeten voor de huidige crisis. Zijn populariteitsscore is in januari 2015 gedaald tot 23 procent, zijn laagste tot nu toe, terwijl die van Leopoldo López en Henrique Capriles in maart 40 procent steeg. (Het populariteitscijfer van de president is inmiddels weer gestegen tot 28 procent.) De Verenigde Socialistische Partij van Venezuela, die aan de macht is, blijft het best georganiseerd en behoudt grote steun onder de achtergestelde delen van de bevolking, wier stem doorslaggevend is voor de parlementsverkiezingen die zijn voorzien voor 6 december 2015.

    Volgens Luís Vicente León van het Venezolaanse studiecentrum Datanálisis heeft Leopoldo López het meest geprofiteerd van het oproer van 2014. De gevangenis heeft zijn imago verbeterd, aldus de analist, en sommigen zien in hem ‘een moedige martelaar die onterecht is opgesloten, een politieke gevangene die tot zeldzame solidariteit inspireert’.

    Zijn rijzende ster zou de ‘breuk’ binnen de oppositie best eens kunnen verdiepen, denkt León. Rest de vraag of de publieke opinie in hem een nieuwe stem zal zien voor democratische verandering of voor een radicaal getinte beweging.

    Roberto Lovato

    Biografie

    1971 Geboren in Caracas.
    1989 Gaat studeren in de Verenigde Staten.
    2000 Treedt toe tot de Venezolaanse oppositie. Wordt verkozen tot burgemeester van Chacao, een gemeente in het district Caracas.
    2002 Neemt actief deel aan de betogingen die voorafgaan aan de mislukte staatsgreep tegen Hugo Chávez.
    2014 Wordt gearresteerd na gewelddadige betogingen in het hele land.