Tag: democratie

  • Hoe wen je aan de democratie?

    Hoe wen je aan de democratie?

    ‘David’ vluchtte in 2012 op negentienjarige leeftijd naar Zuid-Korea. Daar maakte hij voor het eerst mee dat burgers door te stemmen zelf een president konden kiezen. Ook andere democratische vanzelfsprekendheden bleven hem verrassen. ‘Als Noord-Koreaanse vluchteling was ik diep geschokt toen ik ontdekte dat de president hier niet alle macht heeft – dat niemand absolute macht kan bezitten.’

    De tijd vliegt: het is al dertien jaar geleden dat ik in Zuid-Korea aankwam. Ik herinner me nog levendig het verbijsterde gezicht van de ondervrager van de Gukjeongwon, de inlichtingendienst. Tijdens mijn verhoor hoorde hij mij eretitels gebruiken voor de leden van de familie Kim, die sinds 1948 Noord-Korea leidt. Hij legde uit dat ik nu in een land leefde waar ik, dankzij de vrijheid van meningsuiting, mocht zeggen wat ik wilde. Zelfs de president bekritiseren was toegestaan.

    Ik arriveerde in december 2012 en kon toen voor het eerst met eigen ogen zien hoe een democratische presidentsverkiezing verliep; tot dan toe had ik er alleen vaag over gehoord. Als nieuwkomer had ik nog geen stemrecht. Ik moest wachten tot ik het volledige staatsburgerschap had verkregen. Daardoor kon ik het hele proces als buitenstaander observeren.

    Op 19 december 2012 werd voor het eerst een vrouw tot president van Zuid-Korea verkozen. Ik herinner me nog goed hoe ik die avond de uitslag volgde op de televisie in Hanawon, het opvangcentrum voor Noord-Koreaanse vluchtelingen. Mijn verbazing was groot, ik was diep onder de indruk. En ik was niet de enige, ook de andere Noord-Koreanen in het centrum waren uitzinnig van vreugde.

    Dat burgers door te stemmen een president konden kiezen, was in mijn geboorteland ondenkbaar. Ik heb er nooit kunnen stemmen. Al zou het juister zijn te zeggen dat ik nooit aan de voorwaarden voldeed om te mogen stemmen.

    ‘Iedereen stemt ja’

    In Noord-Korea heb je stemrecht vanaf je achttiende. Ik ging echter op mijn achttiende meteen het leger in, en heb dus nooit als burger kunnen stemmen.

    Toch weet iedereen die in Noord-Korea op school heeft gezeten hoe het eraan toegaat: vóór de verkiezingen moeten alle scholieren de wijken in met spandoeken met daarop de tekst ‘Iedereen stemt ja’. We moeten die leus luidkeels herhalen en de mensen tegelijkertijd oproepen om hun stem uit te brengen.

    Destijds vond ik dat volkomen normaal. Het was geen activiteit waar je naar uitkeek, maar een collectieve taak waaraan iedereen moest deelnemen. Er viel niet aan te ontkomen.

    Bij Noord-Koreaanse verkiezingen was er maar één kandidaat, op wie je verplicht was te stemmen. Stemde je tegen, dan werd je bestempeld als ‘ideologisch problematisch’ en liep je het risico op allerlei sancties.

    AZ Korea compressed edited scaled
    Ambtenaren van het Zuid-Koreaanse Centrale Verkiezingscomité tellen stemmen tijdens de presidentsverkiezingen in juni 2025, Seoel. – © Getty Images

    Vrijwel niemand haalde dat dan ook in zijn hoofd, en de kandidaat behaalde steevast honderd procent van de stemmen. Ook dat vond ik als kind volkomen normaal. Wanneer mijn ouders gingen stemmen dacht ik altijd dat ik later hun voorbeeld zou volgen..

    Na mijn schooltijd ging ik het leger in. Daar hoorde ik geruchten over de aanstaande presidentsverkiezingen in Zuid-Korea en de favoriete kandidaat, Park Geun-hye. Zij ontving destijds felle kritiek van de Noord-Koreaanse autoriteiten.

    In datzelfde jaar verliet ik het land. En toevalligerwijs zag ik op televisie hoe diezelfde, door het regime zo gehate kandidaat president werd. Het was een wonder, een droom die uitkwam: leven in een land waar de president rechtstreeks wordt gekozen!

    Maar de verrassingen hielden niet op. Je kon de president bekritiseren en zelfs demonstreren als hij zijn werk niet goed deed. Een paradijs op aarde!

    Een president afzetten, kon dat echt?

    Terwijl ik me volledig richtte op mijn integratie in Zuid-Korea, had ik geen idee dat de werkelijkheid nog wonderlijker kon zijn. Op een dag hoorde ik dat de president zou worden afgezet en dat er nieuwe verkiezingen zouden komen. Dat was voor mij volstrekt onvoorstelbaar.

    Een president afzetten, kon dat echt? Als jonge Noord-Koreaanse vluchteling zonder enige interesse in politiek, vond ik het fenomeen fascinerend. Ik dacht dat ik droomde, maar het was mijn nieuwe realiteit. En dankzij die afzettingsprocedure mocht ik voor het eerst stemmen – eerder dan verwacht!

    De afzetting van Park Geun-hye gaf me de kans om voor het eerst in mijn leven mijn stem uit te brengen. Sindsdien heb ik aan nog twee presidentsverkiezingen deelgenomen. Dat deze verkiezingen zo’n diepe indruk op me hebben gemaakt, komt misschien doordat ze volgden op twee afzettingsprocedures. [De mislukte impeachment van Roh Moo-hyun in 2004 en de succesvolle afzetting van Park Geun-hye in 2017.]

    De Zuid-Koreaanse president moet zich aan de wet houden. Voor u klinkt dat misschien volkomen normaal, maar in Noord-Korea staat de leider boven de wet. Als Noord-Koreaanse vluchteling was ik dan ook diep geschokt toen ik ontdekte dat de president hier niet alle macht heeft – dat niemand absolute macht kan bezitten. Dat principe verwerd voor mij tot de kern van de democratie.

    Zonder oordeel

    De verkiezingen na de afzetting van Yoon Suk-yeol brachten een nieuwe president aan de macht [Lee Jae-myung, gekozen in juni 2025]. Vanzelfsprekend ontbrandde er een publiek debat tussen voor- en tegenstanders van de afzettingsprocedure. Maar dat deze uiteenlopende meningen zo vrij geuit konden worden, was voor mij niet minder dan een wonder.

    De democratie is voor mij het systeem waarin de meest uiteenlopende meningen naast elkaar kunnen bestaan, zonder een oordeel over wie er gelijk heeft. In de dertien jaar dat ik als Noord-Koreaanse vluchteling in Zuid-Korea verblijf, heb ik vier verkiezingen meegemaakt. Tegenwoordig studeer ik politicologie en ik blijf leren van de reizen die ik naar vele landen maak. Nog altijd vervult de Zuid-Koreaanse democratie me met vreugde, maar ook met een beetje bitterheid; ze moet wat mij betreft nog volwassen worden.

    Maar bovenal moet de Noord-Koreaanse dictatuur zo snel mogelijk ten val komen. Ik kijk reikhalzend uit naar de dag dat de vlag van de vrijheid wappert boven de pleinen van Pyongyang. Pas dan kan ik herenigd worden met mijn familie en vrienden. En kunnen we in alle vrijheid een president kiezen die deze titel verdient.

  • ‘Met elke concessie worden autocraten brutaler en wordt terugdraaien moeilijker’

    ‘Met elke concessie worden autocraten brutaler en wordt terugdraaien moeilijker’

    De democratie verliest aan kracht in landen als Hongarije, India, Turkije en de VS. De geschiedenis van de Weimarrepubliek herinnert ons eraan dat de afbrokkeling vaak geleidelijk gaat, door de stapsgewijze overgave van degenen die haar zouden moeten verdedigen.

    Op 23 maart 1933, in een schemerige kamer die blauw stond van de sigarenrook, probeerde Ludwig Kaas zichzelf ervan te overtuigen dat hij de juiste beslissing nam. De katholieke priester en leider van de Duitse Centrumpartij stond op een keerpunt. Al enkele jaren probeerde zijn partij de opkomst van Adolf Hitler tegen te gaan, maar in 1932 waren Hitlers nationaalsocialisten (NSDAP; de nazi’s) uitgegroeid tot de grootste partij in het parlement, en in januari 1933 werd Hitler zelf kanselier. De Centrumpartij was het laatste obstakel op Hitlers weg naar totale macht in Duitsland.

    Hij had de Machtigingswet geïntroduceerd, die hem en zijn kabinet verstrekkende bevoegdheden zou geven om per decreet te regeren en daarmee de democratie in haar kern af te breken. De wet had een tweederdemeerderheid nodig om te slagen. De sociaaldemocraten – de enige andere belangrijke groep parlementariërs die de democratie nog steeds fundamenteel steunden – waren te klein om de maatregel in hun eentje te stoppen. Alleen als de Centrumpartij zich ook verzette, kon deze worden voorkomen.

    Maar Kaas aarzelde. Hij vreesde wat er zou gebeuren als zijn partij de nazi’s zou trotseren. Zou ze het overleven? Kon de democratie standhouden als zijn partij zich verzette? Hitlers stormtroepen waren al begonnen politieke tegenstanders te arresteren. Kaas overtuigde zichzelf ervan dat zijn beste optie was om samen te werken – om binnen de nieuwe realiteit te werken in plaats van zich erdoor te laten verpletteren. ‘We moeten onszelf trouw blijven,’ zei hij tegen zijn collega’s, ‘maar een verwerping van de Machtigingswet zal resulteren in onaangename gevolgen voor onze partij.’ De wet werd aangenomen met 444 tegen 94 stemmen, waarmee de weg naar Hitlers dictatuur was geëffend.

    Met elke concessie worden autocraten brutaler, verdedigingen zwakker en wordt terugdraaien moeilijker

    Deze episode illustreert de gevaarlijke logica van overgave: het geloof dat, wanneer de democratie wordt bedreigd, toegeven de beste strategie is, dat je met een autocraat moet samenwerken om te overleven en dat het vermijden van onmiddellijke consequenties voor de eigen partij belangrijker is dan het afwenden van langdurige autoritaire heerschappij. Kaas stond niet alleen in dit soort denken. In de jaren die aan het moment voorafgingen, effenden drie rampzalige misrekeningen – elk geworteld in kortetermijndenken en zelfrechtvaardiging – het pad voor Hitlers opkomst.

    Vandaag de dag zou dit hoofdstuk uit de geschiedenis van de Weimarrepubliek opnieuw moeten worden bekeken. Op een moment dat de democratie aan kracht verliest op uiteenlopende plekken als Hongarije, India, Turkije en de Verenigde Staten, herinneren deze gebeurtenissen ons eraan dat de afbrokkeling vaak geleidelijk gaat, door de stapsgewijze overgave van degenen die haar zouden moeten verdedigen. Met elke concessie worden autocraten brutaler, verdedigingen zwakker en wordt terugdraaien moeilijker. Reacties die in een vroeg stadium nog pragmatisch kunnen lijken – afwachten, zwijgen, een compromis sluiten – werken in het voordeel van de autocraten en leiden uiteindelijk tot de algehele ondergang van de democratie.

    Fatale misrekeningen

    De noodlottige beslissingen waaraan de Weimarrepubliek ten onder ging, werden genomen na de Eerste Wereldoorlog, kort na de geboorte van een nieuwe democratie in Duitsland. De Weimar-grondwet, opgesteld in 1919 onder invloed van vooraanstaande personen zoals de rechtsgeleerde Hugo Preuss en socioloog Max Weber, verankerde burgerlijke vrijheden, breidde de rechten voor vrouwen uit en introduceerde bescherming voor arbeiders. Dankzij de steun van een al stevig maatschappelijk middenveld kon een brede, zelfverzekerde coalitie van progressieven, liberalen, sociaaldemocraten en de katholieke Centrumpartij na de Eerste Wereldoorlog de Duitse republiek oprichten. Maar die republiek was nog kwetsbaar. Ze werd geteisterd door wijdverspreid politiek geweld, frequente politieke moorden en straatgevechten tussen communisten en fascisten, die beide het nieuwe regime afwezen. Pas na drie turbulente jaren van hyperinflatie en onrust brak in 1924 in de Weimarrepubliek een periode aan van relatieve stabiliteit.

    Maar vanaf 1929 kwam daar weer verandering in, toen de Amerikaanse beurscrash een catastrofale economische neergang en massale werkloosheid veroorzaakte. De Communistische Partij en de nazi’s wonnen terrein bij de verkiezingen zodat het voor het Duitse parlement moeilijk werd om regeringen te vormen, en de president moest zijn toevlucht nemen tot het benoemen van kanseliers zonder parlementaire steun – een buitengewone maatregel. De daaruit voortvloeiende politieke impasse vergrootte de aantrekkingskracht van de nazi’s. 

    Maar het was niet de Grote Depressie alleen die de ondergang van de Weimarrepubliek inluidde. Veel andere geteisterde staten in Europa en Noord-Amerika wisten deze periode van economische en politieke onrust te doorstaan, waaronder jonge democratieën als Tsjechoslowakije en Finland. Het ging niet zozeer om de tegenslagen zelf, het waren de reacties van de Duitse leiders daarop die het lot van de republiek bepaalden.

    Hij bedacht een plan – niet om Hitler te stoppen, maar om hem te gebruiken

    De conservatieve bovenlaag beging de eerste fout. Eind jaren twintig had de grote rechtse partij, de Duitse Nationale Volkspartij, het zwaar. Hun leider, Alfred Hugenberg, was een machtige zakenman en mediamagnaat, maar hij miste charisma en aantrekkingskracht. Toen Hugenberg zag hoe Hitlers nazibeweging in de staat en bij de nationale verkiezingen eind jaren twintig aan populariteit won, bedacht hij een plan – niet om Hitler te stoppen, maar om hem te gebruiken.

    Hugenberg betrok de nazi’s bij een campagne om de Duitse verplichting tot het betalen van herstelbetalingen voor de Eerste Wereldoorlog ongedaan te maken. Hij hoopte dat hun gedrevenheid de conservatieve zaak nieuw leven zou inblazen.

    Een referendum in 1929 dat de Duitse bevolking moest mobiliseren om de schuld ongedaan te maken – en politici die met betaling instemden als verraders te bestempelen – mislukte, maar het partnerschap veranderde alles. Het verhief de nazi’s van een groep marginale extremisten tot een politieke kracht die door een van de invloedrijkste politieke figuren van Duitsland was erkend.

    En daar hielden Hugenbergs misrekeningen niet op. In 1931 organiseerde hij een grote rechtse manifestatie in kuuroord Bad Harzburg, waar Hitler werd uitgenodigd om zich aan de zijde van de nationalistische elite van Duitsland te scharen. Het idee was om een ​​verenigd conservatief front te presenteren, in plaats daarvan stal Hitler de show. Terwijl zijn paramilitaire troepen door de straten marcheerden als vertoon van discipline en macht, verdween Hugenberg naar de achtergrond. In 1933 realiseerde laatstgenoemde zich de volledige omvang van zijn fout. Hij zou tegen een conservatieve collega hebben gezegd: ‘Ik heb de grootste dwaasheid van mijn leven begaan; ik heb me verbonden aan de grootste demagoog uit de menselijke geschiedenis.’ Maar tegen die tijd was het al veel te laat. Op een cruciaal moment had Hugenberg Hitler gegeven wat hij het hardst nodig had: aanzien.

    Een vermijdelijke dood

    De volgende misrekening van het Duitse politieke establishment was nog ernstiger: Hitler rechtstreeks aan de macht brengen. In 1932 was het Duitse parlement nog steeds verlamd. Het lukte niet een regerende meerderheid te vormen. Conservatieven waren wanhopig op zoek naar een stabiele regering die de sociaaldemocraten en communisten uitsloot, maar ze hadden te weinig stemmen om zonder hen te kunnen regeren. President Paul von Hindenburg, een wat oudere oorlogsheld, bleef maar kanseliers vervangen omdat hij niemand kon vinden die de steun van een meerderheid van de parlementariërs genoot of de steeds dieper wordende economische crisis in Duitsland kon indammen. 

    De toenmalige voormalige bondskanselier Franz von Papen deed een gewaagde suggestie: bied Hitler het kanselierschap aan, maar omring hem met conservatieve ministers om hem te controleren.

    Von Papen had er vertrouwen in dat Hitler in het gareel kon worden gehouden. ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij tegen zijn rechtse collega’s. ‘Binnen twee maanden hebben we Hitler zo ver in het nauw gedreven dat hij gaat piepen.’ In januari 1933 tekende Hindenburg het plan, in de overtuiging dat Hitler slechts een boegbeeld zou blijven.

    Het tegenovergestelde gebeurde. Hitler begon onmiddellijk de macht te consolideren, zette zijn beschermheren buitenspel en schakelde de oppositie uit door leidende figuren te arresteren, onder wie de voormalige Pruisische minister van Binnenlandse Zaken en andere sociaaldemocratische en communistische parlementsleden. De nazipartij was geen keuze van de meerderheid: bij de verkiezingen van 1932 stemde zo’n twee derde van de Duitsers tegen, en Hitlers gewelddadige pogingen om zijn macht uit te breiden veroorzaakten een nieuwe golf van angst in het land. Het idee dat antidemocraten onder controle gehouden konden worden als ze eenmaal macht hadden, pakte desastreus uit.

    De meesten vreesden de gevolgen van verzet

    De Rijksdagbrand van februari 1933, die zo veel schade aan het parlementsgebouw veroorzaakte dat de volksvertegenwoordiging tijdelijk moest uitwijken naar het Kroll-operahuis enkele straten verderop, bood het perfecte voorwendsel voor repressie. Hitlers nieuwe regering gaf de communisten de schuld van de brand en beweerde ook bewijs te hebben dat ze explosieven opsloegen. De naziregering verrichtte massaal arrestaties, waarna Hitler de Rijksdagbrandverordening afkondigde: een draconische wet die de persvrijheid en het recht op vergadering inperkte en de politie machtigde verdachten voor onbepaalde tijd en zonder proces vast te houden.

    Het was dit klimaat van noodtoestand na de Rijksdagbrand dat Hitler in staat stelde de Machtigingswet in te dienen. Kaas en zijn collega-leiders van de Centrumpartij debatteerden er urenlang over, verscheurd tussen principe en zelfbehoud. Sommigen riepen op tot verzet en waarschuwden dat Hitlers macht gecontroleerd moest worden. Maar de meesten vreesden de gevolgen van verzet. Weer anderen hielden vast aan de hoop dat ze Hitler van binnenuit konden beïnvloeden, bijvoorbeeld door hun sociaaldemocratische rivalen te verzwakken of door garanties voor de Centrumpartij en katholieke leiders veilig te stellen. Bij de uiteindelijke stemming gaven alle 73 parlementsleden van de Centrumpartij zich gewonnen en rechtvaardigden ze hun overgave als een noodzakelijk kwaad om de partij te redden. Zoals Kaas zelf tegen zijn collega’s zei: ‘Als er geen tweederdemeerderheid wordt bereikt, zal de regering haar plannen op andere manieren doorvoeren.’

    Maar de gekozen strategie werkte averechts. Net als alle andere oppositiepartijen in Duitsland werd de Centrumpartij binnen enkele maanden ontbonden. Haar steun voor de nieuwe wet remde Hitler niet af, maar gaf hem volledige macht. Dit was de laatste, fatale misrekening: het idee dat de democratie kon overleven terwijl haar beschermingsmechanismen werden wegonderhandeld.

    Gevaarlijke gok

    Geen enkele democratische grondwet handhaaft zichzelf, ook niet als deze veel ouder is dan de Weimarrepubliek begin jaren dertig. Burgers en leiders moeten voor democratische instituties opkomen zodra ze worden bedreigd – hoe groot of klein die dreiging ook is.

    De ineenstorting van de Weimarrepubliek was niet onvermijdelijk. De NSDAP verwierf nooit de steun van een meerderheid van het Duitse electoraat; ze haalde net iets meer dan 30 procent van de stemmen bij de laatste vrije en eerlijke nationale verkiezingen van de republiek. Voor de gevestigde politieke leiders waren er vele kansen om terug te slaan. Maar Hugenberg dacht dat hij Hitler kon inzetten om zijn conservatieve beweging nieuw leven in te blazen. Von Papen dacht dat hij Hitler kon controleren door hem tot kanselier te maken. Kaas dacht dat toegeven aan Hitlers wensen zijn partij zou beschermen en tijd zou kopen voor een groter verzet. Ze hadden het allemaal mis.

    Een democratie gaat zelden van de ene dag op de andere ten onder

    Een democratie gaat zelden van de ene dag op de andere ten onder. Ze wordt geleidelijk uitgehold door overgave: rationalisaties en compromissen van machthebbers die zichzelf wijsmaken dat een klein beetje toegeven veiligheid biedt, of dat meebewegen met een ontwrichter praktischer is dan hem te weerstaan. Dit is de blijvende les van Weimar: extremisme triomfeert nooit op eigen kracht. Het slaagt doordat anderen het mogelijk maken – vanuit ambitie, angst of een verkeerde inschatting van de gevaren van een kleine concessie. Uiteindelijk verliezen degenen die een autocraat macht geven niet alleen hun democratie, maar ook juist de invloed die ze dachten veilig te stellen.

    Daniel Ziblatt is hoogleraar politicologie en directeur van het Minda de Gunzburg Centrum voor Europese Studies aan Harvard University. Hij is auteur van Conservative Parties and the Birth of Democracy en co-auteur van How Democracies Die.

  • Een autocratie wordt niet verslagen vanaf de zijlijn

    Een autocratie wordt niet verslagen vanaf de zijlijn

    Als kritiek of verzet door de autoriteiten wordt afgestraft, is de stap naar een autocratie al gezet. Ook al is het regime democratisch aan de macht gekomen.

    Autocratische regeringen zijn tegenwoordig moeilijker te herkennen dan vroeger. De meeste autocraten van deze eeuw zijn gekozen. In plaats van oppositie met geweld de kop in te drukken, zoals Castro en Pinochet deden, maken zij de openbare instituties tot een wapen en gebruiken ze politie en justitie, de fiscus en andere instanties om tegenstanders af te straffen en de media en maatschappelijke organisaties te intimideren. Wij noemen dit ‘concurrerend autoritarisme’, een systeem waarin partijen het wel tegen elkaar opnemen in verkiezingen, maar de oppositie geen kans meer maakt vanwege systematisch machtsmisbruik door de zittende regering. Zo blijven autocraten aan de macht in Hongarije, India, Servië en Turkije, en zo deed Hugo Chávez het in Venezuela.

    Bij het afglijden naar deze vorm van autoritarisme gaan de alarmbellen niet altijd af. Doordat regeringen gebruikmaken van op zichzelf wettige instrumenten zoals politiek gemotiveerde smaadprocessen, belastingcontroles en strafrechtelijke onderzoeken, hebben burgers niet meteen door dat ze zich aan een autoritair regime onderwerpen. Na ruim tien jaar onder Chávez dachten de meeste Venezolanen nog steeds dat ze in een democratie leefden.

    Grens overschreden

    Hoe kunnen wij dan bepalen of de VS de grens tussen democratie en autoritair regime hebben overschreden? Ons criterium is simpel: de prijs van verzet tegen de overheid. In een democratie wordt vreedzaam verzet tegen de zittende macht niet bestraft. Burgers kunnen met een gerust hart kritiek uiten, een oppositiekandidaat steunen of meedoen aan vreedzame betogingen, omdat ze weten dat de overheid hun dit niet betaald zal zetten. De hele gedachte van legitieme oppositie is een grondbeginsel van de democratie.

    Maar onder een autoritair bewind kleeft er een prijs aan oppositie. Wie dan met de regering botst, wordt slachtoffer van een keur aan strafmaatregelen. Politici kunnen worden vervolgd voor onbenullige of onbewezen feiten, media krijgen te maken met vergezochte smaadzaken of strenge toezichthouders, bedrijven met belastinginspecties en het verlies van opdrachten of vergunningen, universiteiten met het dichtdraaien van de geldkraan of het wegvallen van belastingvrijstellingen, en journalisten, activisten en andere critici met intimidatie, bedreiging of zelfs fysieke mishandeling door regeringsaanhangers. Als burgers moeten oppassen omdat hun kritiek of verzet door de autoriteiten kan worden afgestraft, leven ze niet langer in een volwaardige democratie. Volgens dat criterium heeft Amerika de stap naar een autocratie al gezet. Met de inzet van overheidsinstanties tegen burgers en een hoos aan sancties tegen critici heeft de regering-Trump de tol van oppositie verhoogd. Zo worden politie en justitie nu selectief ingezet tegen critici, worden grote advocatenkantoren geboycot en gedwarsboomd en moeten ook donateurs van de Democratische Partij en andere progressieve organisaties het ontgelden. Daarnaast richt de regering, zoals zo veel autocratische regimes, haar pijlen op de media. Trump heeft rechtszaken aangespannen tegen ABC News, CBS News, Meta, uitgeverij Simon & Schuster en regionale krant The Des Moines Register. Bovendien is de mediatoezichthouder gepolitiseerd om vooral onafhankelijke media op de korrel te nemen. En opmerkelijk genoeg zijn deze aanvallen op de media en politieke tegenstanders sneller en harder uitgevoerd dan vergelijkbare maatregelen in de eerste jaren van het bewind van verkozen autocraten in Hongarije, India, Turkije en Venezuela.

    Ook in zijn aanval op universiteiten volgt Trump het draaiboek van andere autocraten. Zoals Jonathan Friedman van non-profitorganisatie PEN America zegt: ‘Het is alsof op alle universiteiten bij de geringste misstap de geldkraan kan worden dichtgedraaid.’ Tot slot worden zelfs Republikeinse politici fysiek bedreigd als ze zich tegen Trump uitspreken. De Republikeinse senator Thom Tillis zegt dat hij door de FBI werd gewaarschuwd over ‘serieus te nemen doodsbedreigingen’ toen hij overwoog om tegen de benoeming van Pete Hegseth als minister van Defensie te stemmen. Voor veel Amerikaanse burgers en organisaties is de prijs van oppositie dus sterk gestegen. Het is nog niet zo erg als in een dictatuur zoals Rusland, waar critici simpelweg in de cel belanden of worden verbannen of vermoord, maar de VS zijn met verbluffende snelheid afgegleden naar een situatie waarin tegenstanders van de regering moeten vrezen voor strafvervolging, civiele rechtszaken, belastingcontroles en andere sancties.

    Het is niet de eerste keer dat critici van de regering te maken krijgen met intimidatie, dreigementen en strafmaatregelen

    Het is niet de eerste keer dat critici van de Amerikaanse regering te maken krijgen met intimidatie, dreigementen en strafmaatregelen. In de communistenjacht van vlak na de Eerste Wereldoorlog en tijdens het McCarthy-tijdperk werden kopstukken van de burgerrechtenbeweging en linkse activisten decennialang door de FBI op de huid gezeten, en ook Nixon zette de fiscus en andere instanties in tegen politieke tegenstanders. Dat was natuurlijk ondemocratisch, maar het ging niet zo ver als wat we nu zien. En Nixons pogingen om het staatsapparaat voor zijn politieke karretje te spannen leidden uiteindelijk tot zijn aftreden en tot een reeks hervormingen die zulk machtsmisbruik na 1974 aan banden legde.

    Na Watergate kende Amerika de meest democratische halve eeuw van zijn bestaan. Met het aantreden van Trump kwam er niet alleen een abrupt einde aan dat tijdperk: het is ook de eerste keer – althans sinds de vervolging van de Jefferson-Democraten onder president Adams, eind achttiende eeuw – dat de regering niet alleen de rivaliserende politieke partij, maar een heel segment van de samenleving op de korrel neemt.

    Want het autoritair offensief sorteert duidelijk effect. Burgers denken nu wel twee keer na voordat ze gebruikmaken van hun grondwettelijke recht op het voeren van oppositie. Veel politici en maatschappelijke organisaties die als waakhond en controleur van de zittende macht zouden moeten fungeren, doen er het zwijgen toe. De angst voor vergelding zet een rem op donaties aan de Democratische Partij en andere progressieve organisaties. En na Trumps aanval op prominente advocatenkantoren is het voor critici van de regering moeilijker om een advocaat te vinden, want de rijke en gerenommeerde kantoren die vroeger de strijd met de regering wel aandurfden, zijn nu huiverig om Trumps toorn over zich af te roepen. De Columbia-universiteit is gezwicht voor de eis om de vrije meningsuiting van studenten in te perken.

    Zelfcensuur

    Bij de media zie je verontrustende signalen van zelfcensuur. Paramount, het moederbedrijf van CBS, heeft het journalistieke programma 60 Minutes onder verscherpt toezicht gesteld. En ook Republikeinse politici verzaken hun taak als controleur van de macht. In de woorden van senator Lisa Murkowski: ‘We zijn allemaal bang. Dat is nogal een statement, maar we zitten in een situatie die voor mij ongekend is. En ik moet zeggen dat ik vaak bang ben om me uit te spreken, want het wordt echt afgestraft. En dat is niet goed.’

    Wij Amerikanen leven dus onder een nieuw bewind. Nu is de vraag of we toelaten dat dit ook wortel schiet. De reactie van de samenleving houdt nog niet over – het blijft angstwekkend stil. Maatschappelijke kopstukken komen moeilijk tot collectief optreden. De overgrote meerderheid leeft liever in een democratie en zou graag een eind maken aan dit machtsmisbruik. Maar op individueel niveau hebben ze eerder reden om de regering-Trump tegemoet te komen dan er de strijd mee aan te binden.

    Ze willen hun eigen organisatie immers beschermen tegen aanvallen van de overheid. Ze zien ook wel in dat iedereen beter af zou zijn als iemand vooropging in de strijd tegen Trump, maar slechts weinigen zijn bereid daarvoor zelf de tol te betalen. Met als gevolg dat enkele van de meest invloedrijke Amerikanen aan de zijlijn blijven staan en hopen dat iemand anders de kastanjes uit het vuur haalt. Een klein beetje meewerken uit zelfbehoud lijkt hen het beste. Maar dat is de fatale fout van het appeasement-denken: het geloof dat stilletjes meebuigen op ondergeschikte, ogenschijnlijk tijdelijke punten uiteindelijk minder schade op de lange termijn zal opleveren.

    Individuele meegaandheid verzwakt de weerbaarheid van de Amerikaanse democratie als geheel

    Meestal werkt het niet zo. En daden van individueel zelfbehoud hebben een hoge collectieve prijs. Meebuigen zal de regering waarschijnlijk alleen maar moed geven en stimuleren haar aanvallen te verhevigen. Autocraten bestendigen hun macht meestal niet alleen met geweld: ze worden geholpen door de meegaandheid en passiviteit van mensen die verzet hadden kunnen bieden.

    Individuele meegaandheid verzwakt ook de weerbaarheid van de Amerikaanse democratie als geheel. Als één partijdonateur of één advocatenkantoor zich drukt, maakt dat misschien niet veel verschil, maar als ze zich collectief terugtrekken, ontbreekt het tegenstanders van de regering straks aan afdoende financiële en juridische middelen om zich te verweren. Alle nieuwsberichten die niet gepubliceerd worden, alle toespraken of preken die niet gehouden worden en alle persconferenties die niet gegeven worden, kunnen bij elkaar een aanzienlijk cumulatief effect hebben op de publieke opinie. Zolang de oppositie stommetje speelt, trekt de regering aan het langste eind.

    Demoraliserend signaal

    Het meebuigen van vooraanstaande burgers geeft een intens demoraliserend signaal af aan de samenleving. De boodschap die eruit spreekt, is dat de Amerikaanse democratie het verdedigen niet waard is, of dat verzet zinloos is. Als de meest bevoorrechte mensen en organisaties niet willen of kunnen opkomen voor de democratie, wat verwachten we dan van de gewone burger?

    De tol van verzet is wel te dragen. En het afglijden naar autoritarisme is niet onomkeerbaar. In Brazilië, Polen, Slowakije, Zuid-Korea en elders hebben democratische krachten het tij van de democratische neergang weten te keren. De Amerikaanse rechtspraak is nog steeds onafhankelijk en zal ongetwijfeld een aantal van de meest onrechtmatige regeringsmaatregelen tegenhouden. Maar rechters – nu ook zelf doelwit van dreigementen, intimidatie en zelfs arrestatie – kunnen de democratie niet in hun eentje redden. Bredere maatschappelijke oppositie is geboden.

    De meest uitgesproken oppositie komt momenteel niet van prominenten, maar van gewone burgers

    Ons maatschappelijk middenveld heeft genoeg financiële en organisatorische slagkracht om Trumps autoritaire offensief te weerstaan. Het telt honderden miljardairs, tientallen advocatenkantoren met een jaaromzet van een miljard dollar, ruim zeventienhonderd universiteiten en hogescholen, een enorm netwerk van kerken, vakbonden, particuliere stichtingen en non-profitorganisaties en een goed georganiseerde en goed gefinancierde oppositiepartij. Maar dan moeten die wel samen optrekken. Als ze zich samen inzetten voor de collectieve verdediging van de democratische rechtsstaat, dragen ze ook samen de tol van hun verzet. De regering kan niet iedereen tegelijk aanvallen.

    De meest uitgesproken oppositie komt momenteel niet van prominenten, maar van gewone burgers die zich roeren op bijeenkomsten van hun volksvertegenwoordigers. Onze leiders moeten hun voorbeeld volgen. De collectieve verdediging van de democratie heeft de meeste kans van slagen als prominente en bemiddelde mensen en organisaties, zij die het best bestand zijn tegen de klappen van de regering, ook meedoen aan de strijd.

    Er zijn tekenen dat ze wakker worden. Harvard weigert te voldoen aan eisen die de academische vrijheid ondermijnen. Microsoft heeft gebroken met een advocatenkantoor dat aan de regering toegeeft en in plaats daarvan een kantoor in de arm genomen dat het er juist tegen opneemt. Als de invloedrijkste leden van een samenleving in verzet komen, geven zij anderen politieke rugdekking. En dat stimuleert gewone burgers ook weer om mee te vechten. Het afglijden van de VS naar autoritarisme is niet onomkeerbaar. Maar niemand heeft ooit een autocratie verslagen vanaf de zijlijn.

  • Waar ligt in de VS de grens tussen democratie en autocratie?

    Waar ligt in de VS de grens tussen democratie en autocratie?

    De Amerikaanse democratie takelt langzaam af terwijl mensen zich niet individueel tegen autoritarisme durven uit te spreken. De democratie is nog niet verloren, vinden politicologen Daniel Ziblatt, Lucan Way en Steven Levitsky. Er is echter wel collectieve actie nodig.

    Autocratische regeringen zijn tegenwoordig moeilijker te herkennen dan vroeger. De meeste autocraten van deze eeuw zijn gekozen. In plaats van oppositie met geweld de kop in te drukken, zoals Castro en Pinochet deden, maken zij de openbare instituties tot een wapen en gebruiken ze politie en justitie, de fiscus en andere instanties om tegenstanders af te straffen en de media en maatschappelijke organisaties te intimideren. Wij noemen dit ‘concurrerend autoritarisme’, een systeem waarin partijen het wel tegen elkaar opnemen in verkiezingen, maar de oppositie geen kans meer maakt vanwege systematisch machtsmisbruik door de zittende regering. Zo blijven autocraten aan de macht in Hongarije, India, Servië en Turkije, en zo deed Hugo Chávez het al die tijd in Venezuela.

    Bij het afglijden naar deze vorm van autoritarisme gaan de alarmbellen niet altijd af. Doordat regeringen gebruikmaken van op zichzelf wettige instrumenten zoals politiek gemotiveerde smaadprocessen, belastingcontroles en strafrechtelijke onderzoeken, hebben burgers niet meteen door dat ze zich aan een autoritair regime onderwerpen. Na ruim tien jaar onder Chávez dachten de meeste Venezolanen nog steeds dat ze in een democratie leefden.

    Hoe kunnen wij dan bepalen of Amerika de grens tussen democratie en autoritair regime heeft overschreden? Ons criterium is simpel: de prijs van verzet tegen de overheid. In een democratie wordt vreedzaam verzet tegen de zittende macht niet bestraft. Burgers kunnen met een gerust hart kritiek uiten, een oppositiekandidaat steunen of meedoen aan vreedzame betogingen, omdat ze weten dat de overheid hun dit niet betaald zal zetten. De hele gedachte van legitieme oppositie – dat burgers het recht hebben om kritiek te leveren, oppositie te voeren en de regering via verkiezingen naar huis te sturen – is een grondbeginsel van de democratie.

    Na ruim tien jaar onder Chávez dachten de meeste Venezolanen nog steeds dat ze in een democratie leefden

    Maar onder een autoritair bewind kleeft er een prijs aan oppositie. Wie dan met de regering botst, wordt slachtoffer van een keur aan strafmaatregelen. Politici kunnen worden vervolgd voor onbenullige of onbewezen feiten, media krijgen te maken met vergezochte smaadzaken of strenge toezichthouders, bedrijven met belastinginspecties en het verlies van opdrachten of vergunningen, universiteiten met het dichtdraaien van de geldkraan of het wegvallen van belastingvrijstellingen, en journalisten, activisten en andere critici met intimidatie, bedreiging of zelfs fysieke mishandeling door regeringsaanhangers. 

    Als burgers moeten oppassen omdat hun kritiek of verzet door de autoriteiten kan worden afgestraft, leven ze niet langer in een volwaardige democratie. Volgens dat criterium heeft Amerika de stap naar autocratie al gezet. Met de inzet van overheidsinstanties tegen burgers en een hoos aan sancties tegen critici heeft de regering-Trump de tol van oppositie verhoogd. Zo worden politie en justitie nu selectief ingezet tegen critici, worden grote advocatenkantoren geboycot en gedwarsboomd en moeten ook donateurs van de Democratische partij en andere progressieve organisaties het ontgelden. Daarnaast richt de regering, zoals zoveel autocratische regimes, haar pijlen op de media. Trump heeft rechtszaken aangespannen tegen ABC News, CBS News, Meta, uitgeverij Simon & Schuster en de regionale krant The Des Moines Register. Bovendien is de mediatoezichthouder gepolitiseerd om vooral onafhankelijke media op de korrel te nemen. En opmerkelijk genoeg zijn deze aanvallen op de media en politieke tegenstanders sneller en harder uitgevoerd dan vergelijkbare maatregelen in de eerste jaren van het bewind van verkozen autocraten in Hongarije, India, Turkije en Venezuela. 

    Ook in zijn aanval op universiteiten volgt Trump het draaiboek van andere autocraten. Zoals Jonathan Friedman van PEN Amerika zegt: ‘Het is alsof op alle universiteiten bij de geringste misstap de geldkraan kan worden dichtgedraaid.’ Tot slot worden zelfs Republikeinse politici fysiek bedreigd als ze zich tegen Trump uitspreken. De Republikeinse senator Thom Tillis zegt dat hij door de FBI is gewaarschuwd over ‘serieus te nemen doodsbedreigingen’ toen hij overwoog om tegen de benoeming van Pete Hegseth als minister van Defensie te stemmen. Voor veel Amerikaanse burgers en organisaties is de prijs van oppositie dus sterk gestegen. Het is nog niet zo erg als in een dictatuur zoals Rusland, waar critici simpelweg in de cel belanden of worden verbannen of vermoord, maar Amerika is met verbluffende snelheid afgegleden naar een situatie waarin tegenstanders van de regering moeten vrezen voor strafvervolging, civiele rechtszaken, belastingcontroles en andere sancties.

    ‘Het is alsof op alle universiteiten bij de geringste misstap de geldkraan kan worden dichtgedraaid’

    Het is niet de eerste keer dat critici van de Amerikaanse regering te maken krijgen met intimidatie, dreigementen en strafmaatregelen. In de communistenjacht van vlak na de Eerste Wereldoorlog en tijdens het McCarthy-tijdperk werden kopstukken van de burgerrechtenbeweging en linkse activisten decennialang door de FBI op de huid gezeten, en ook Nixon zette de fiscus en andere instanties in tegen politieke tegenstanders. Dat was natuurlijk ondemocratisch, maar het ging niet zover als wat we nu zien. En Nixons pogingen om het staatsapparaat voor zijn politieke karretje te spannen leidden uiteindelijk tot zijn aftreden en tot een reeks hervormingen die zulk machtsmisbruik na 1974 aan banden legde.

    Na Watergate kende Amerika de meest democratische halve eeuw van zijn bestaan. Met het aantreden van Trump kwam er niet alleen een abrupt einde aan dat tijdperk: het is ook de eerste keer – althans sinds de vervolging van de Jefferson-Democraten onder president Adams eind achttiende eeuw – dat de regering niet alleen de rivaliserende politieke partij, maar een heel segment van de samenleving op de korrel neemt.

    Want het autoritair offensief sorteert duidelijk effect. Burgers denken nu wel twee keer na voordat ze gebruikmaken van hun grondwettelijke recht op het voeren van oppositie. Veel politici en maatschappelijke organisaties die als waakhond en controleur van de zittende macht zouden moeten fungeren, doen er het zwijgen toe. De angst voor vergelding zet een rem op donaties aan de Democratische partij en andere progressieve organisaties. En na Trumps aanval op prominente advocatenkantoren is het voor critici van de regering moeilijker om een advocaat te vinden, want de rijke en gerenommeerde kantoren die vroeger de strijd met de regering wel aandurfden, zijn nu huiverig om Trumps toorn over zich af te roepen. Columbia University is gezwicht voor de eis om de vrije meningsuiting van studenten in te perken. Zoals Trump zei: ‘Je ziet wat we met de universiteiten doen, en ze buigen allemaal en zeggen: Dank u wel, meneer.’ 

    Bij de media zie je verontrustende signalen van zelfcensuur. Paramount, het moederbedrijf van CBS, dat toestemming van de overheid wil voor een fusie met Skydance Media, heeft het journalistieke programma 60 Minutes onder verscherpt toezicht gesteld. En ook Republikeinse politici verzaken hun taak als controleur van de macht. In de woorden van senator Lisa Murkowski: ‘We zijn allemaal bang. Dat is nogal een statement. Maar we zitten nu in een situatie die voor mij ongekend is. En ik moet zeggen dat ik vaak bang ben om me uit te spreken, want het wordt echt afgestraft. En dat is niet goed.’

    Wij Amerikanen leven dus onder een nieuw bewind. Nu is de vraag of we toelaten dat dit ook wortel schiet.

    De onmacht van het individu

    De reactie van de samenleving houdt nog niet over – het blijft angstwekkend stil. Maatschappelijke kopstukken komen moeilijk tot collectief optreden. De overgrote meerderheid leeft liever in een democratie en zou graag een eind maken aan dit machtsmisbruik. Maar op individueel niveau hebben ze eerder reden om de regering-Trump tegemoet te komen dan er de strijd mee aan te binden.

    Ze willen hun eigen organisatie immers tegen aanvallen van de overheid beschermen. Voor ieder afzonderlijk kan de tol van verzet te hoog lijken. Ze zien ook wel in dat iedereen beter af zou zijn als iemand vooropging in de strijd tegen Trump, maar slechts weinigen zijn bereid daarvoor zelf de prijs te betalen. Met als gevolg dat enkele van de meest invloedrijke Amerikanen aan de zijlijn blijven staan en hopen dat iemand anders de kastanjes uit het vuur haalt. Een klein beetje meewerken uit zelfbehoud lijkt hen het beste. Maar dat is de fatale fout van het appeasement-denken: het geloof dat stilletjes meebuigen op ondergeschikte, ogenschijnlijk tijdelijke punten uiteindelijk minder schade op de lange termijn zal opleveren.

    Meestal werkt het niet zo. En daden van individueel zelfbehoud hebben een hoge collectieve prijs. Meebuigen zal de regering waarschijnlijk alleen maar moed geven en stimuleren haar aanvallen te verhevigen. Autocraten bestendigen hun macht meestal niet alleen met geweld: ze worden geholpen door de meegaandheid en passiviteit van mensen die verzet hadden kunnen bieden. De neiging om de lieve vrede te bewaren is, zoals Churchill al waarschuwde, als het voeren van een krokodil in de hoop dat hij jou als laatste opvreet.

    [Autocraten] worden geholpen door de meegaandheid en passiviteit van mensen die verzet hadden kunnen bieden

    Individuele meegaandheid verzwakt ook de weerbaarheid van de Amerikaanse democratie als geheel. Als één partijdonateur of één advocatenkantoor zich drukt maakt dat misschien niet veel verschil, maar als ze zich collectief terugtrekken, ontbreekt het tegenstanders van de regering straks aan afdoende financiële en juridische middelen om zich te verweren. Alle nieuwsberichten die niet gepubliceerd worden, alle toespraken of preken die niet gehouden worden en alle persconferenties die niet gegeven worden, kunnen bij elkaar een aanzienlijk cumulatief effect hebben op de publieke opinie. Zolang de oppositie stommetje speelt, trekt de regering aan het langste eind.

    Het meebuigen van vooraanstaande burgers geeft een intens demoraliserend signaal af aan de samenleving. De boodschap die eruit spreekt, is dat de Amerikaanse democratie het verdedigen niet waard is, of dat verzet zinloos is. Als de meest bevoorrechte mensen en organisaties niet willen of kunnen opkomen voor de democratie, wat verwachten we dan van de gewone burger?

    Maatschappelijke oppositie

    De tol van verzet is wel te dragen. En het afglijden naar autoritarisme is niet onomkeerbaar. In Brazilië, Polen, Slowakije, Zuid-Korea en elders hebben democratische krachten het tij van de democratische neergang weten te keren. De Amerikaanse rechtspraak is nog steeds onafhankelijk en zal ongetwijfeld een aantal van de meest onrechtmatige regeringsmaatregelen tegenhouden. Maar rechters – nu ook zelf doelwit van dreigementen, intimidatie en zelfs arrestatie – kunnen de democratie niet in hun eentje redden. Bredere maatschappelijke oppositie is geboden.

    Ons maatschappelijk middenveld heeft genoeg financiële en organisatorische slagkracht om Trumps autoritaire offensief te weerstaan. Het telt honderden miljardairs, tientallen advocatenkantoren met een jaaromzet van een miljard, meer dan zeventienhonderd universiteiten en hogescholen, een enorm netwerk van kerken, vakbonden, particuliere stichtingen en non-profitorganisaties en een goed georganiseerde en goed gefinancierde oppositiepartij. 

    Maar dan moeten die wel samen optrekken. Als ze zich samen inzetten voor de collectieve verdediging van de democratische rechtsstaat, dragen ze ook samen de tol van hun verzet. De regering kan niet iedereen tegelijk aanvallen. Als de tol van het verzet wordt verdeeld over het collectief, is de last makkelijker te dragen voor het individu.

    De regering kan niet iedereen tegelijk aanvallen

    De meest uitgesproken oppositie komt momenteel niet van prominenten, maar van gewone burgers die zich roeren op bijeenkomsten van hun volksvertegenwoordigers of op de Hands Off-demonstraties die overal in het land plaatsvinden. Onze leiders moeten hun voorbeeld volgen. De collectieve verdediging van de democratie heeft de meeste kans van slagen als prominente en bemiddelde mensen en organisaties, zij die het best bestand zijn tegen de klappen van de regering, ook meedoen aan de strijd.

    Er zijn tekenen dat ze wakker worden. Harvard weigert te voldoen aan eisen die de academische vrijheid ondermijnen. Microsoft heeft gebroken met een advocatenkantoor dat aan de regering toegeeft en in plaats daarvan een kantoor in de arm genomen dat het er juist tegen opneemt. En een nieuw advocatenkantoor in Washington zegt te willen opkomen voor burgers die onterecht slachtoffer zijn geworden van het regeringsbeleid. Als de invloedrijkste leden van een samenleving in verzet komen, geven zij anderen politieke rugdekking. En dat stimuleert gewone burgers ook weer om mee te vechten.

    Het afglijden van Amerika naar autoritarisme is niet onomkeerbaar. Maar niemand heeft ooit een autocratie verslagen vanaf de zijlijn.

  • Hoe moet Zuid-Korea verder na de mislukte staatsgreep van Yoon Suk Yeol?

    Hoe moet Zuid-Korea verder na de mislukte staatsgreep van Yoon Suk Yeol?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Zuid-Korea, waar oud-president Yoon Suk Yeol ongeveer vier maanden geleden een mislukte staatsgreep pleegde. Wat is er sindsdien gebeurd in het land? En wat heeft de toekomst in petto?

    Op 3 december om half elf ’s nachts kondigde de toenmalige Zuid-Koreaanse president Yoon Suk Yeol een staat van beleg aan. Met dit decreet stopte hij alle politieke activiteiten in het land en beperkte hij de persvrijheid. Het leger en de politie werden de straten opgestuurd, maar binnen de kortste keren trokken grote massa’s Zuid-Koreanen ook de straat op om tegen Yoons decreet te demonstreren, meldt The Economist.

    Voor parlementariërs volgde er een race tegen de klok, beschrijft The New York Times. Zuid-Koreaanse politici renden, gesteund door de mensen op straat, naar het parlementsgebouw en klommen over de hekken om binnen te komen. Ze barricadeerden de deuren om in veiligheid over het decreet te kunnen stemmen. Veiligheidsdiensten bestormden het parlement en andere gebouwen om politieke tegenstanders te arresteren en alle activiteiten stil te leggen. Rond twee uur ’s nachts stemde het parlement tegen Yoons beslissing en trokken de veiligheidsdiensten weg.

    Parlementariërs gebruiken een blusapparaat om de soldaten die het parlement bestormen op afstand te houden
    Parlementariërs gebruiken een blusapparaat om de soldaten die het parlement bestormen op afstand te houden. – © Jo Da-un / AP

    Iets na vier uur in de ochtend sprak de president het volk toe op televisie en zei dat hij de stemming van het parlement zou gehoorzamen en het decreet zou intrekken. Zijn staatsgreep was mislukt. Het was de eerste keer dat er opnieuw een staat van beleg werd aangekondigd sinds het land in 1980 een democratie werd, aldus The Economist.

    Waarom wilde Yoon Suk Yeol een staatsgreep plegen?

    Yoon is een bekende officier van justitie die meerdere hoge ambtenaren en zakenmannen heeft veroordeeld. In de verkiezingen van 2022 leidde hij de People Power Party (PPP) naar de overwinning, ondanks dat hij geen politieke ervaring had. Maar tijdens zijn presidentschap werd zijn agenda meermaals geblokkeerd door de oppositie, de Democratic Party of Korea (DPK), die een meerderheid heeft in het parlement. Daarbij werd hij achtervolgd door schandalen rond hem en zijn partij, bericht Al Jazeera.

    De Japanse columnist Aoki Yoshiyuki van NHK World werkte in het NHK-kantoor in Seoel dicht in de buurt van het bestormde parlementsgebouw. ‘Ik was geschokt toen ik hoorde dat er een staat van beleg was ingevoerd vanwege een binnenlands politiek conflict [in plaats van een aanval uit het buitenland].’ Ongeveer een week na de staatsgreep gaf Yoon een speech waarin hij in twee minuten zijn excuses aanbood en vervolgens een half uur spendeerde aan het legitimeren van zijn staatsgreep.

    Hij zei dat de DPK ‘de nationale politiek onmogelijk had gemaakt’. Als hoge autoriteit had hij daarom de beslissing genomen om het land te redden en de politie en het leger te gebruiken om de situatie te normaliseren. Volgens Yoshiyuki lijkt het erop dat de voormalige president zich liet inspireren door extreemrechtse complotdenkers die hem hadden aangemoedigd om drastische maatregelen te nemen. In augustus 2024 voorspelde een lid van de Democratische Partij dat Yoon op een dag de staat van beleg zou afkondigen, maar volgens de columnist wilde niemand dit destijds geloven.

    ‘Ik wilde niet dat mijn manschappen criminelen werden en ik wilde ook niet dat mensen gewond zouden raken’

    The New York Times wijst op twee inschattingsfouten die Yoon maakte bij het uitvoeren van zijn staatsgreep. Ten eerste onderschatte hij de reactie van het Zuid-Koreaanse volk. Yoon had de directe demonstraties die volgden op zijn beslissing niet zien aankomen. Ten tweede misrekende hij zich in de steun die hij kreeg van het leger en de politie. Veel soldaten en agenten gingen tegen hun wil de straat op of schaamden zich toen ze ‘s nachts geconfronteerd werden met demonstraties. ‘We vroegen ons af: Wat zijn we hier aan het doen? en schaamden ons,’ zei kolonel Kim Hyeon-tae, die met zijn troepen door de ramen van het parlementsgebouw naar binnen klom. ‘Ik wilde niet dat mijn manschappen criminelen werden en ook niet dat mensen gewond zouden raken,’ zei luitenant-generaal Kwak, die uiteindelijk zijn eenheden beval om terug te trekken.

    Wat gebeurde er na Yoon Suk Yeols gefaalde poging tot een staatsgreep?

    Kort na zijn poging tot een staatsgreep werd Yoon door het parlement uit zijn ambt gezet. Begin januari werd er een arrestatiebevel voor Yoon uitgevaardigd door het Departement van Corruptieonderzoek voor Hooggeplaatste Functionarissen (CIO), dat hem vervolgens beschuldigde van meerdere strafbare feiten, waaronder poging tot een staatsgreep, meldt Al Jazeera. Yoon liet zich echter niet gevangen nemen en verschool zich in zijn woning, waar hij beschermd werd door zijn bodyguards.Twee weken en twee confrontaties met de politie later werd Yoon uiteindelijk gearresteerd. Bij de tweede arrestatiepoging werd zijn huis belegerd door drieduizend agenten die barricades met prikkeldraad en ingehuurde knokploegen moesten trotseren om de oud-president te kunnen oppakken.

    Ongeveer drieduizend politieagenten beginnen aan de tweede poging om Yoon te arresteren.
    Ongeveer drieduizend politieagenten beginnen aan de tweede poging om Yoon te arresteren. – © Yonhap / EPA

    Gedurende het eerste verhoor, dat vierentachtig uur duurde, werkte Yoon niet mee met de autoriteiten. Als gevolg daarvan veroordeelde de rechter hem tot nog eens twintig dagen in hechtenis. De onderzoekers waren bang dat Yoon ‘bewijsmateriaal zou vernietigen’. Buiten de rechtbank hadden supporters van Yoon zich verzameld. Op het moment van de uitspraak werd de aanwezige politie overweldigd en bestormden pro-Yoon-demonstranten de rechtbank, meldt The Guardian. Het interieur van de rechtbank werd vernietigd en verschillende leden van het CIO-onderzoeksteam werden aangevallen door de boze menigte. Na vier uur had de politie de situatie weer onder controle.

    Intussen waren er ook conflicten binnen het Zuid-Koreaanse parlement ontstaan. Han Duck-soo, de vicepresident die Yoon opvolgde als uitvoerend president na zijn afzetting, werd op 27 december uit zijn ambt gezet door een motie van het parlement. Al in de eerste weken botste Han met het parlement omdat hij weigerde de drie lege zetels in het hooggerechtshof op te vullen. In het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof zijn er negen zetels, maar slechts zes ervan waren bezet, legt Associated Press uit. Als de drie lege zetels gevuld werden, was er meer kans voor het hooggerechtshof om Yoon Suk Yeol schuldig te bevinden. Het parlement besliste daarom dat Hans weigering een obstructie van justitie was en zette hem uit zijn ambt. Hij werd ook beschuldigd van medeplichtigheid aan Yoons staatsgreep.

    Terwijl Han in hechtenis werd gehouden, werd de minister van Financiën, Choi Sang-mok van de PPP, aangesteld als uitvoerend president. Hij wees twee nieuwe rechters aan voor het hooggerechtshof, maar kon het niet eens worden met het parlement over een progressieve negende rechter. Intussen organiseerde hij een reeks gesprekken met wereldleiders om hen te verzekeren dat de politieke situatie in Zuid-Korea stabiel was. Op 24 maart besloot het hooggerechtshof dat Hans afzetting ongegrond was en werd hij direct hersteld in zijn ambt als uitvoerende president. Het is nooit bewezen dat Han medeplichtig was aan de staatsgreep.

    Yoon Suk Yeol is veroordeeld. Wat brengt de toekomst?

    Op 4 april oordeelden de rechters van het hooggerechtshof unaniem dat Yoon Suk Yeol uit zijn ambt gezet moest worden. Het oordeel kwam 122 dagen nadat het parlement voor de motie had gestemd. Het hof van justitie bevestigde dat de staat van beleg niet was afgekondigd volgens de constitutie. Yoon werd ook schuldig bevonden aan een reeks andere feiten, zoals het inzetten van het leger tegen de bevolking en obstructie van de werking van het parlement. ‘Door noodprocedures te misbruiken en de constitutie te ondermijnen, heeft Yoon de historische trauma’s van autoritaire onderdrukking weer opgehaald,’ aldus het gerecht. Zijn acties hebben ernstige maatschappelijke, economische, politieke en diplomatieke gevolgen, aldus The Chosun Daily.

    Touw, hamers, blinddoeken en knuppels werden later in het onderzoek naar voren gebracht als bewijsmateriaal

    Inmiddels is aan het licht gekomen dat Yoons staatsgreep al zes maanden voor de uitvoering ervan in het diepste geheim werd samengesteld door een kleine groep mensen, waaronder zijn grootste aanhanger, de minister van Defensie Kim Yong-hyun en een klein aantal generaals en ambtenaren, die allen zijn gearresteerd voor het plegen van een staatsgreep en landverraad. Het plan hield onder meer de bezetting in van meerdere mediaorganisaties en overheidsinstellingen, waarbij ook het water en de elektriciteit van die gebouwen zouden worden afgesloten. Politieagenten zouden de oppositie arresteren en sommigen hadden zelfs de opdracht gekregen om ambtenaren te martelen om valse verklaringen af te dwingen. Touw, hamers, blinddoeken en knuppels werden later in het onderzoek naar voren gebracht als bewijsmateriaal, meldt The New York Times.

    Volgens de Zuid-Koreaanse grondwet moet er na een afzetting van een president binnen zestig dagen een nieuwe president gekozen worden. Dit betekent dat de volgende presidentsverkiezingen zullen plaatsvinden op 3 juni, waarmee de regering het laatst mogelijke moment voor verkiezingen heeft uitgekozen. Tot die tijd zal Han Duck-soo aangesteld blijven als uitvoerende president. Leden van de regering die zich kandidaat willen stellen, moeten hun dagelijkse functies stopzetten voor 4 mei. Op 11 mei zullen alle kandidaten geregistreerd worden en van 12 mei tot 2 juni zijn de officiële campagnes gepland, legt The Korea Times uit. Nadat de overwinning van de nieuwe president is bekrachtigd, zal hij of zij direct in functie treden zonder overgangsperiode. De DPK en de PPP zijn beiden begonnen met voorbereidingen voor de verkiezingen.

    Kweon Seong-dong van de PPP heeft tijdens een spoedvergadering van de partij gezegd dat de DPK nooit verantwoordelijkheid heeft genomen voor de politieke chaos die ze teweegbracht. Hoewel de rechtbank Yoons acties onconstitutioneel had verklaard, zou het ook de DPK hebben bekritiseerd voor het creëren van een politieke blokkade. De DPK had een reeks moties tegen regeringsleden ingediend die voor veel spanning zorgden tussen de twee partijen. De Democratische Partij reageerde dat de PPP verantwoordelijkheid moet nemen voor de politieke crisis die hun partij heeft veroorzaakt en daarom geen kandidaat naar voren moet brengen voor de verkiezingen.

    ‘Zuid-Korea behoort tot een groeiend aantal landen die te maken hebben met de ontmanteling van democratische instituties’

    Hoewel Yoon is veroordeeld en de rust lijkt teruggekeerd, is opinieschrijver Lee Kyong-hee nog steeds bezorgd en vindt ze dat we niet te vroeg mogen juichen. Volgens haar is Yoons afzetting door het hooggerechtshof de eerste stap naar het repareren van de beschadigde Zuid-Koreaanse democratie. Hoewel Yoons staatsgreep uiteindelijk werd tegengehouden door het Zuid-Koreaanse volk en haar autoriteiten, heeft deze een verdeelde maatschappij achtergelaten, vertelt ze in The Korea Herald.

    Een demonstratie tegen de afzetting van president Yoon Suk Yeol
    Een demonstratie tegen de afzetting van president Yoon Suk Yeol. – © Pedro Pardo / AFP

    Lee wijst op Yoons propaganda en complottheorieën. Terwijl hij in hechtenis zat bleef hij zijn volgers aansporen om ‘te vechten tot het einde’. Dit leidde tot een groeiend aantal supporters die elementen overnemen van de Amerikaanse MAGA-beweging. Ze liepen rond met bordjes met daarop ‘Stop the steal’ en ‘Make Korea great again’ en zwaaiden zelfs met Amerikaanse vlaggen. Lee trekt ook een parallel met de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 en de bestorming van de rechtbank door de Yoon-aanhangers. Aan de andere kant waren er in de koude wintermaanden ook mensen op straat om te demonstreren tegen Yoons acties en het trage verloop van zijn proces. ‘Het lijkt erop dat Zuid-Korea tot een groeiend aantal landen behoort die te maken hebben met civiele intolerantie en de ontmanteling van democratische instituties. Met de VS onder Trump als het ultieme voorbeeld,’ merkt Lee op.

    De aankomende verkiezingen zullen een grote uitdaging vormen voor het land. De hoogste prioriteit is om de ideologische split in de maatschappij te overbruggen, economische hervormingen door te voeren en diplomatieke betrekkingen te herstellen. De PPP moet zichzelf volledig distantiëren van Yoon en zijn extreemrechts gedachtegoed om een geloofwaardige partij te blijven, iets wat tot nu toe nog niet is gebeurd. Daarbij komt dat Yoon Suk Yeol, hoewel afgezet, niet zomaar verdwijnt. Hij en zijn handlangers zullen eventueel de verkiezingen proberen te beïnvloeden. De DPK heeft echter ook enkele uitdagingen in het vooruitzicht, omdat ook zij door delen van de maatschappij wordt gewantrouwd. ‘Wie de volgende president ook wordt, hij zal over een buitengewoon vermogen moeten beschikken om de diepgewortelde politiek van haat en wraak omver te werpen, en zo het volk te verenigen en een stabiele en welvarende toekomst te scheppen,’ concludeert Lee.

  • Hillary Clinton over de regering-Trump. ‘Hoe dom wil je het hebben?’

    Hillary Clinton over de regering-Trump. ‘Hoe dom wil je het hebben?’

    De recent gelekte berichten uit een Signal-groepschat tussen hooggeplaatste Amerikaanse functionarissen hebben velen verstomd achtergelaten, waaronder Hillary Clinton. In deze column uit The New York Times deelt de voormalige minister van Buitenlandse Zaken en First Lady haar ergernissen en zorgen over het beleid van de regering-Trump.

    Het is niet eens de hypocrisie die me zo stoort, maar de domheid. We zijn allemaal geschokt – geschokt! – dat president Trump en zijn team zich niets gelegen laten liggen aan het beschermen van geheime informatie of het naleven van federale dataretentiewetten. Maar dat is niets nieuws. Wat veel erger is, is dat hooggeplaatste functionarissen binnen de regering-Trump onze troepen in gevaar hebben gebracht door militaire aanvalsplannen te delen op een commerciële berichtendienst en per ongeluk een journalist hebben uitgenodigd voor de groepschat. Dat is gevaarlijk. En het is oerstom.

    Dit is het nieuwste incident in een hele reeks zelf aangebrachte wonden die de kracht van Amerika ondermijnen en onze nationale veiligheid in gevaar brengen. Honderden mensen ontslaan die zijn belast met de bescherming van onze kernwapens is ook dom. Net als het stopzetten van alle inspanningen om pandemieën te bestrijden, net nu in Afrika een dodelijke ebola-uitbraak om zich heen grijpt. Het is gespeend van elke logica om zuiveringsacties uit te voeren onder getalenteerde generaals, diplomaten en spionnen in een tijd waarin rivalen als China en Rusland hun mondiale invloedssfeer proberen te vergroten.

    In een gevaarlijke en complexe wereld voldoet het niet om sterk te zijn. Je moet ook slim zijn. Als minister van Buitenlandse Zaken in de regering-Obama heb ik me sterk gemaakt voor slimme kracht, voor het samenbrengen van de harde kracht van ons leger en de zachte krachten van onze diplomatie, ontwikkelingshulp, economische macht en culturele invloed. Geen van deze elementen afzonderlijk is in staat de klus te klaren. Samen maken ze het Amerika van nu tot een supermacht. De Trumpaanpak is die van de domme kracht. In plaats van een sterk Amerika dat al onze krachten gebruikt om een wereldleider te zijn en onze vijanden het hoofd te bieden, zal het Amerika van Trump in toenemende mate blind en blunderend te werk gaan, ontdaan van macht en vrienden.

    Massaontslagen

    Laten we beginnen met het leger, waarvan Trump beweert dat hij het hoog in het vaandel heeft staan. Laat u niet misleiden door zijn bravoure. Trump en zijn minister van Defensie, Pete Hegseth (bekend van de groepschat), hebben duidelijk meer affiniteit met hun strijd voor de bühne tegen woke dan met de voorbereidingen voor de echte strijd met Amerika’s tegenstanders. Is er werkelijk iemand die gelooft dat ons land veiliger wordt door elk eerbetoon aan de Tuskegee Airmen [een groep voornamelijk Afro-Amerikaanse piloten uit de tweede Wereldoorlog] te verwijderen? Het Trump-Pentagon heeft beelden verwijderd van het vliegtuig dat de atoombom afwierp, waarmee een einde werd gemaakt aan de Tweede Wereldoorlog, enkel en alleen omdat het vliegtuig Enola Gay heette. Dom.

    In plaats van samen te werken met het Congres om het defensiebudget te moderniseren zodat het aansluit op de veranderende dreigingen, ontslaat de president zonder geloofwaardige argumentatie hooggeplaatste generaals. Vijf voormalige ministers van Defensie, zowel Republikeinen als Democraten, hebben terecht gewaarschuwd dat dit onze ‘geheel vrijwillige krijgsmacht ondermijnt en onze nationale veiligheid in gevaar brengt’. Ook inlichtingendiensten hebben te maken gekregen met massaontslagen. Om de woorden van een voormalig spion te gebruiken: ‘We schieten onszelf door het hoofd, niet in de voet.’ Ook niet slim.

    ‘We schieten onszelf door het hoofd, niet in de voet’

    Als er al zo roekeloos wordt omgegaan met Amerika’s hard power, zal het geen verbazing wekken dat ook onze soft power het moet ontgelden. Als voormalig minister van Buitenlandse Zaken maak ik me met name zorgen over de plannen van de regering om ambassades en consulaten te sluiten, diplomaten te ontslaan en USAID te ontmantelen. Ik zal uitleggen waarom dat ertoe doet, want het belang hiervan wordt vaak minder goed begrepen dan dat van tanks en straaljagers.

    Als Amerikaanse topdiplomaat heb ik 112 landen bezocht en bijna anderhalf miljoen kilometer gereisd, en ik heb gezien hoe belangrijk het voor ons land is om in afgelegen gebieden te worden vertegenwoordigd. Het Amerikaanse leger is zich er al heel lang van bewust dat onze troepen proactief moeten worden ingezet om de Amerikaanse macht te beschermen en om snel te kunnen reageren in het geval van een crisis. Hetzelfde geldt voor onze diplomaten. Onze ambassades zijn onze ogen en oren, en ze leveren informatie voor de beleidsbeslissingen die in Washington worden genomen. Ze fungeren als uitvalsbases voor de operaties die onze veiligheid en welvaart borgen, variërend van het trainen van buitenlandse antiterrorisme-eenheden tot het helpen van Amerikaanse bedrijven bij het aanboren van nieuwe markten.

    China begrijpt de waarde van diplomatie ter plaatse en heeft dan ook overal ter wereld nieuwe ambassades en consulaten geopend, waardoor het er inmiddels meer heeft dan Amerika. Als de regering-Trump zich terugtrekt, laat ze het speelveld open voor Beijing, dat ongehinderd haar invloedssfeer verder kan uitbreiden.

    Diplomatie

    Diplomaten sluiten vriendschappen waardoor Amerika er niet alleen voor staat in deze competitieve wereld. Zo waren mijn collega’s en ik in staat om zware sancties op te leggen aan het nucleaire programma van Iran, waardoor we Teheran uiteindelijk wisten te dwingen de ontwikkeling van een bom te staken – iets wat Trump met zijn stoere praat niet is gelukt. (Sterker nog, hij heeft de financiering stopgezet van de inspecteurs die toezicht hielden op Iraanse onderzoeksfaciliteiten. Dom.)

    Diplomatie is betrekkelijk goedkoop, zeker in vergelijking met militair ingrijpen. Het is goedkoper om oorlogen te voorkomen dan om ze uit te vechten. Trumps eigen voormalige minister van Defensie, Jim Mattis, een gepensioneerde viersterrengeneraal van het Korps Mariniers, heeft tegen het Congres gezegd: ‘Als u het ministerie van Buitenlandse Zaken niet volledig financiert, zal ik meer munitie moeten kopen.’

    Onze ontwikkelingshulp, die nooit meer dan een klein deel heeft uitgemaakt van het federale budget, heeft een ongekende invloed gehad op de internationale stabiliteit, zeker in combinatie met effectieve diplomatie. Wanneer Amerikaanse hulpgelden een hongersnood of een uitbraak weten te voorkomen, wanneer we te hulp schieten bij een natuurramp of wanneer we scholen openen, winnen we de hearts and minds van de bevolking, van wie de loyaliteit anders misschien zou uitgaan naar terroristen of rivalen als China. We zorgen voor een vermindering van het aantal migranten en vluchtelingen. We versterken bevriende regeringen die anders wellicht omvergeworpen zouden worden.

    We zouden moeten investeren in de patriotten die ons land dienen, in plaats van hen te beledigen

    Ik zal niet beweren dat het allemaal makkelijk is, of dat het Amerikaanse buitenlandbeleid niet gebukt is gegaan onder verkeerde inschattingen. Leiderschap is bepaald niet eenvoudig. Maar we maken de meeste kans om het goed te doen, en om ons land sterker te maken, door onze overheid te versterken in plaats van te verzwakken. We zouden moeten investeren in de patriotten die ons land dienen, in plaats van hen te beledigen.

    Door slimme hervormingen kunnen federale instanties, waaronder het Ministerie van Buitenlandse Zaken en USAID, efficiënter en effectiever worden. Tijdens de regering-Clinton is met het Reinventing Government Initiative van mijn man, onder leiding van vicepresident Al Gore, in samenwerking met het Congres op doordachte wijze de bureaucratie gestroomlijnd en het personeelsbestand gemoderniseerd, waardoor er miljarden dollars zijn bespaard. In meerdere opzichten was dit het tegenovergestelde van de sloophameraanpak van de regering-Trump. Het overheidsapparaat wordt nu niet hervormd; het wordt met de grond gelijk gemaakt.

    Politiek gokspelletje

    Dit alles is zowel dom als gevaarlijk. En dan heb ik het nog niet eens over de schade die Trump aanricht door aan te pappen met dictators zoals de Russische Vladimir Poetin, door onze bondgenootschappen op te blazen – samenwerkingsverbanden die onze invloedsfeer vergroten en onze lasten verlichten – en door met het ondergraven van de Amerikaanse rechtsstaat onze morele invloed te verkwanselen. Of kijk hoe hij onze economie ondermijnt en onze staatsschuld laat oplopen. Propagandisten in Beijing en Moskou weten dat er wereldwijd een debat op gang is gekomen over verschillende staatsvormen.

    Over de hele wereld kijken mensen en leiders toe, benieuwd of democratie nog altijd vrede en voorspoed kan garanderen, of überhaupt nog kan functioneren. Als Amerika wordt bestuurd als een bananenrepubliek, met een stuitende corruptie en een leider die zichzelf boven de wet plaatst, verliezen we die discussie. Dan verliezen we ook de kwaliteiten die Amerika uniek en onmisbaar maken.

    Als er al sprake mocht zijn van een alomvattende strategie, dan zou ik niet weten wat die is. Misschien hoopt Trump terug te keren naar negentiende-eeuwse invloedssferen. Misschien wordt hij enkel gedreven door persoonlijke rancune en groeit het hem allemaal boven het hoofd. Als zakenman heeft hij zijn casino’s in Atlantic City failliet laten gaan. Nu heeft hij de veiligheid van de Verenigde Staten als inzet genomen. Als dit zo doorgaat, is een stommiteit met een groepschat wel het minste wat ons zorgen moet baren en zullen alle vuist- en vlagemoji’s ter wereld ons niet kunnen redden.

  • Zuid-Koreaanse president Yoon definitief uit ambt gezet door hooggerechtshof

    Zuid-Koreaanse president Yoon definitief uit ambt gezet door hooggerechtshof

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël bestookt als schuilplaats gebruikte scholen in Gaza: ruim honderd doden

    » Aqel Nazir uit Afghanistan beweert 140 jaar te zijn

    Nieuwe presidentsverkiezingen vinden al binnen twee maanden plaats

    ‘Lang leve de democratie,’ riepen de miljoenen Koreanen die zich hadden verzameld voor het hooggerechtshof in Seoel. Deze ochtend heeft het hoofd van justitie Moon Hyung-bae de directe afzetting van de huidige president Yoon Suk Yeol bekendgemaakt. Het vonnis komt 111 dagen nadat het parlement ervoor had gestemd om het afzettingsproces op te starten naar aanleiding van president Yoons poging tot een staatsgreep in december, meldt The Korea Times.

    Volgens de Zuid-Koreaanse grondwet moeten er presidentsverkiezingen worden gehouden binnen de zestig dagen die volgen op een afzetting. Dit betekent dat de verkiezingen ten laatste op 3 juni kunnen plaatsvinden, merkt The Korea Herald op. Burgers en politici moeten nu snel in actie komen om zich voor te bereiden op de komende verkiezingen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naar aanleiding van de afzetting van president Roh Moo-hyun in 2004 verbraken de heersende partijen al het onderlinge informele contact. Dit heeft ook een impact gehad op de Zuid-Koreaanse maatschappij en leidde tot politieke verdeeldheid. Lim Seong-ho, professor politieke wetenschappen aan de Kyung Hee University, vreest dat de polarisatie enkel zal toenemen. ‘Al jaren zijn de partijen hun oppositie aan het demoniseren en hebben ze gematigde standpunten als hypocriet bestempeld. Het resultaat is een politiek landschap waar centrumpartijen volledig zijn verdwenen,’ zegt hij. ‘Als onze democratie deze polarisatie heeft gecreëerd, is het ook aan ons om deze te hervormen.’

  • Een gezonde democratie vraagt om aandacht

    Een gezonde democratie vraagt om aandacht

    Onze aandachtsspanne bedraagt inmiddels een armzalige 47 seconden. Maar sommige verhalen, zoals het postkantoorschandaal (een Britse versie van het toeslagenschandaal), weten nog steeds onze aandacht te trekken en onze woede aan te wakkeren.

    Het kost gemiddeld vierenhalve minuut om deze column te lezen, dus je moet een paar pauzes incalculeren om je erdoorheen te slaan.

    Dit is een column over… Sorry, waar was ik gebleven?

    O ja, dit is een column over onze aandach… wacht even…

    Sorry, ik kreeg een appje. Zo grappig.

    Maar goed, aandacht, en hoe dat in het komende jaar…

    Shit, weer een mailtje. Moment.

    Dat filmpje dat ik net zag over een auto-ongeluk op Insta, je gelooft je ogen niet. Iemand die in zo’n knoert van een SUV achter het stuur in slaap sukkelt… Maar ik dwaal af.

    Als we de sociale wetenschappers mogen geloven, bedroeg onze gemiddelde aandachtsspanne twintig jaar geleden tweeënhalve minuut. En nu nog maar 47 seconden. In 47 seconden kun je pakweg 120 woorden lezen, ongeveer zoveel als ik er nu geschreven heb, en dan… Hè nee toch, gaat het nou regenen als ik straks naar huis moet? Sorry, toch even kijken.

    Ik heb deze cijfers gehoord – gehoord, ja, luisterend naar een podcast, niet starend naar een schermpje – in de voortreffelijke Ezra Klein Show van The New York Times. Klein sprak daarin met Gloria Mark, een hoogleraar aan de University of California, Irvine, die zich gespecialiseerd heeft in onderzoek naar het hoe en wat van ons concentratievermogen.

    Omdat mensen zichzelf wijsmaken dat het wel meevalt met hun aandachtsspanne, heeft haar team dat door slimme software laten meten, en zo kwamen ze uit op dat vrij dodelijke getal van 47 seconden. Daarmee scoren we wel hoger dan een mug of een goudvis, maar misschien is het toch niet helemaal wat we hadden gehoopt na een slordige vier miljoen jaar evolutie.

    Klein omschrijft onze huidige wereld als een ‘aandachtsgestoorde maatschappij. We hebben tig dingen ontwikkeld die om onze aandacht schreeuwen en ons steeds meer opjagen, van tv tot TikTok.’ Daar kan hij weleens gelijk in hebben. En dan het verschijnsel van nieuws mijden.

    Ben je daar nog? Want als je even wilt checken wanneer je pakjes nou bezorgd gaan worden, geen punt hoor

    Het aantal mensen dat gestopt is met het lezen van of kijken naar bepaalde soorten nieuws is in het Verenigd Koninkrijk in vijf jaar tijd verdubbeld. Zo’n 40 procent van ons zegt het nieuws nu soms of zelfs vaak te mijden. Gevraagd naar het waarom zeggen de respondenten dat het nieuws te negatief is, te deprimerend. Sommigen vertrouwen het niet, anderen trekken het niet. Een flinke minderheid klaagt dat ze er niets mee kunnen. Ze voelen zich machteloos.

    Ik moest aan deze cijfers denken toen ik de verbluffende impact zag van ITV’s dramaserie over het Britse postkantoorschandaal. Binnen enkele dagen was de publieke verontwaardiging zo aangezwollen dat de autoriteiten als de wiedeweerga op hun schreden moesten terugkeren en alsnog met één pennenstreek honderden onterechte veroordelingen van postkantoorhouders hebben vernietigd.

    Het is niet zo dat dit verhaal in de jaren daarvoor geen aandacht kreeg van journalisten. Speciale vermelding verdienen wat dat betreft onder meer Computer Weekly, de Daily Mail, The Times, de BBC en het blad Private Eye. Maar om de een of andere reden kreeg het niet de aandacht van de massa. Die klikte op een grappig plaatje of keek de andere kant op.

    Zullen we hier even pauzeren zodat je, weet ik veel, een koekje kunt eten of zo?

    In de jaren twintig van de vorige eeuw voerden twee politieke denkers, John Dewey en Walter Lippmann, een lang en beroemd geworden debat over de relatie tussen media en democratie. Dat was honderd jaar geleden, dus dat debat had de vorm van dikke turven met stofomslag. Lippmann schreef een boek. Dan snoof Dewey misnoegd en zette hij zich aan het schrijven van een weerwoord. En het publiek lustte er wel pap van. Grote aandachtsspanne toen nog, weet je wel.

    Lang verhaal kort – want ik weet dat je op het punt staat even je banksaldo te checken –, Dewey vond het een essentiële bestaansvoorwaarde voor een gezonde democratie dat we nieuws tot ons nemen. Als kiezers hebben we een soort burgerplicht om geïnformeerd te blijven, want dan kiezen we vanzelf de beste mensen om ons te vertegenwoordigen.

    Leuk bedacht, wierp Lippmann tegen. Maar in zijn ogen was de grote massa gedoemd om buitenstaander te blijven, terwijl veel van wat de overheid doet, gedaan wordt en gedaan moet worden door insiders en deskundigen. En hij was ook van mening dat de pers nooit in staat zou zijn om de kiezers naar behoren te informeren.

    Aanhaken

    Ik heb mezelf altijd tot het Dewey-kamp gerekend, zoals waarschijnlijk de meeste journalisten. Maar ik geef toe dat zijn theorie spaak loopt als de kiezers afhaken of… Ach wat, ik moet echt even kijken waar dat pakje nou blijft.

    Maar bij het treurige verhaal van het postkantoorschandaal is het beeld veel genuanceerder. De makers van de tv-serie zullen de eersten zijn om toe te geven dat hun serie niet gemaakt had kunnen worden zonder het harde onderzoekswerk dat journalisten al bijna vijftien jaar in de zaak hadden gestoken. Zij stelden de vragen, verzamelden de cijfers, zetten vraagtekens bij de officiële verklaringen en schetsten zo stilaan de contouren van een groot schandaal. Daarna was er nog wat briljant scenarioschrijfwerk, regie en spel voor nodig om een versie van het verhaal neer te zetten die eindelijk breed aansloeg en publieke verontwaardiging wekte. 

    Dus misschien had Dewey toch gelijk. We kunnen het niet overlaten aan de ‘deskundigen’, zoals Lippmann wilde. De publieke opinie kan wel degelijk gemobiliseerd worden en een orkaan van protest veroorzaken die geen politicus meer kan negeren. Maar dan moeten we juist aanhaken, niet afhaken. Zoals we deden met Mr Bates vs The Post Office, vier afleveringen lang.

    Dus stop met dat nieuws mijden en hou je kop erbij. Onze democratie hangt ervan af.

  • Waarom jongeren steeds minder vertrouwen hebben in de democratie

    Waarom jongeren steeds minder vertrouwen hebben in de democratie

    Het fascisme uit de jaren dertig veroorzaakte een genocidale oorlog. Inmiddels zijn de herinneringen vervaagd, net als het stigma dat aan extreemrechts kleeft. En dat is gevaarlijk voor de democratie.

    Overal ter wereld sterft de democratie uit. Dit klinkt misschien als paniekzaaierij, en roept op zijn minst een aantal vragen op. Want wat betekent dat eigenlijk? Komen er dan geen verkiezingen meer? Wordt de oppositie als crimineel afgespiegeld? Als dat de maatstaven zijn, is het Rusland van Vladimir Poetin nog altijd een democratie. Er zijn namelijk zes politieke partijen vertegenwoordigd in de Doema, het federale parlement, en er zijn in Rusland meer dan twintig geregistreerde politieke partijen. Maar zoals je waarschijnlijk begrijpt, is Rusland geen democratie: het is een natie die van een autoritair naar een totalitair regime afglijdt. Sinds Stalins tijd werden er niet zo veel Russen om politieke redenen vervolgd.

    Het geloof in de democratie is onmiskenbaar op zijn retour. Uit nieuw onderzoek blijkt dat een vijfde van de Britten onder de vijfenveertig gelooft dat het land het best kan worden bestuurd door ‘een sterke leider die zich niet druk hoeft te maken over verkiezingen’, terwijl dit onder hun oudere landgenoten 8 procent is. Deze cijfers weerspiegelen wereldwijde trends.

    Uit een onderzoek van Cambridge-onderzoekers in 2020, uitgevoerd in honderdzestig landen, bleek dat jongere generaties steeds minder vertrouwen hebben in de democratie. Daarnaast toonde een analyse van het Pew Research Center aan dat in 2024 bijna twee derde van de burgers in twaalf hoge-inkomenslanden ontevreden was over de democratie, een aanzienlijke stijging ten opzichte van net onder de helft in 2017.

    Economische uitsluiting

    Waar komt dit vandaan? Het Cambridge-onderzoek concludeerde dat economische uitsluiting een belangrijke reden was voor ontevredenheid onder jongeren. We kunnen een wijze les trekken uit het geval van Rusland. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, verklaarde de nieuwe Russische president, Boris Jeltsin, in 1990: ‘We zorgen ervoor dat de levensstandaard van de mensen niet daalt, en in feite moet die op den duur kunnen stijgen.’

    Binnen vier jaar werd het reële inkomen van Russen gehalveerd, en door de schoktherapie-beleidsmaatregelen belandden 32 miljoen Russen in armoede. In 2021 sprak nog slechts 16 procent van de Russen zich uit voor ‘het westerse model van democratie’. De chaos van het vrijemarktkapitalisme werd gepresenteerd als democratie, wat leidde tot een diep gevoel van desillusie – iets waar Poetin handig op inspeelde.

    Jonge Britten zijn het slachtoffer geworden van een beleid waar de meesten van hen nooit voor hebben gekozen

    Groot-Brittannië heeft niet geleden onder de verschrikkingen van het Rusland van de jaren negentig. Toch vormde de giftige combinatie van neoliberaal economisch beleid en bezuinigingen een zware last voor de jongeren. Het thatcherisme beloofde vrijheid, maar leverde in plaats daarvan onzekerheid op. Stabiele banen zijn verdwenen, huurprijzen zijn gestegen, lonen gedaald, de jeugdzorg is gedecimeerd en afgestudeerden worden geconfronteerd met torenhoge schulden voor het volgen van een universitaire studie.

    Jonge Britten zijn het slachtoffer geworden van een beleid waar de meesten van hen nooit voor hebben gekozen. Het is geen wonder dat democratie steeds meer aan aantrekkingskracht verliest voor hen en voor hun leeftijdsgenoten in andere landen die evengoed lijden onder het neoliberalisme. In Frankrijk bijvoorbeeld zegt bijna een derde van de jongeren het vertrouwen in de democratie te hebben verloren.

    Maar er is nog iets anders aan de hand. Neem de Verenigde Staten. De jaren zestig en zeventig vormden de ideale voedingsbodem voor de opkomst en triomf van een Trump-achtig figuur. De economie zat in een crisis: een giftige mix van hoge inflatie en stagnerende groei. Er vonden agressieve racistische protesten plaats tegen de burgerrechtenbeweging en er waren rellen door heel de VS. Er was ook veel meer criminaliteit en geweld, met een verdubbeling van het aantal moorden tussen het midden van de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig.

    Nadat bijna zestigduizend Amerikaanse soldaten omkwamen in de oorlog in Vietnam, eindigde het conflict in een pijnlijke nederlaag en ontstond het gevoel dat de macht van de VS aan het afbrokkelen was. Het verzet tegen links was veel wijdverspreider, zoals blijkt uit de Hard Hat Riot van 8 mei 1970, toen in New York antioorlogsdemonstranten door honderden bouwvakkers werden belaagd. 

    Een vervaagd verleden

    De persoon die in die tijd het dichtst in de buurt van Trump nu kwam was George Wallace, een racist en aanhanger van segregatie, zij het nog altijd minder grof en leugenachtig dan de huidige gekozen president. Hij haalde 13,5 procent in de presidentsverkiezingen van 1968, en de VS kregen uiteindelijk Richard Nixon als president en daarna Ronald Reagan, een rechtse rakker van een heel ander soort. 

    Toch vertoonden de VS van de jaren zestig en zeventig veel minder ontvankelijkheid voor fascistische sympathieën dan in de jaren dertig. Charles Coughlin, een priester met nazisympathieën, had 30 miljoen luisteraars voor zijn radioshow op een Amerikaanse bevolking van minder dan 130 miljoen. Uit één opiniepeiling leek naar voren te komen dat hij wat populariteit en invloed betreft enkel voor president Franklin D. Roosevelt onderdeed.

    Het stigma dat kleeft aan dictatuur en extreemrechts is verminderd

    Wat is er dan veranderd? De schaduw van het fascisme uit de jaren dertig, dat resulteerde in een genocidale vernietigingsoorlog, verliest aan kracht. Het stigma dat kleeft aan dictatuur en extreemrechts is verminderd. Amerikaanse kiezers uit de jaren zeventig waren misschien diep gedesillusioneerd, maar een Trump zouden ze te veel naar Mussolini vinden neigen, of zelfs een Hitler. Van deze angst is nu geen sprake meer.

    De democratie onder het kapitalisme wordt altijd al sterk ingeperkt door bedrijfsbelangen en plutocraten die veel meer macht hebben dan de gemiddelde kiezer. Wanneer het kapitalisme in een crisis belandt, zoals in 2008, wekken de fundamentele tekortkomingen ervan de woede op van het volk. Het gaat erom wie hiervan profiteert. Extreemrechts heeft een verbijsterend succesvolle sociale mediastrategie ontwikkeld die steeds meer volgelingen radicaliseert, terwijl links lichtjaren achterloopt.

    Mensen hebben alle reden om woedend te zijn, maar hun woede is verkeerd gericht. Het geloof in de democratie brokkelt af als gevolg van een falend economisch systeem, en als er geen overtuigende antwoorden op deze crisis komen, kan dat fataal blijken te zijn.

  • De democratie zit in een neerwaartse spiraal, maar is nog niet verloren

    De democratie zit in een neerwaartse spiraal, maar is nog niet verloren

    Volgens politiek wetenschapper Cas Mudde is de rechts-extremis­tische golf geen politieke omwenteling, maar het resultaat van een transformatie die al aan het begin van deze eeuw is ingezet.

    ‘We hebben grootse plannen voor de ­toekomst!’ twitterde de Hongaarse premier Viktor Orbán na zijn eerste telefoontje met Donald Trump, enkele uren nadat die tot winnaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen was uitgeroepen. In andere landen, van Argentinië en Israël tot het het Verenigd Koninkrijk, waren radicaal-rechtse politici al even opgetogen. Maar eigenlijk waren leiders van alle politieke kleuren er als de kippen bij om Trump te feliciteren en de nauwe banden van hun land met de Amerikanen te benadrukken. ‘Als zeer hechte bondgenoten staan we schouder aan schouder voor de verdediging van onze gedeelde waarden van vrijheid, democratie en ondernemingsgeest,’ zei de Britse premier Keir Starmer.

    Het is duidelijk dat 2024 een goed jaar was voor ­radicaal-rechts, een heel slecht jaar voor zittende regeringen en wereldwijd een zorgelijk jaar voor de democratie. Hoe dat komt is even simpel als bedroevend: er is al lange tijd een proces gaande waarin radicaal-rechts steeds breder wordt geaccepteerd en genormaliseerd. Wat er het afgelopen jaar is gebeurd was geen politieke omwenteling, maar het resultaat van de politieke transformatie die al aan het begin van deze eeuw is ingezet.

    Er bestaan veel verschillende opvattingen over het onderscheid tussen links en rechts, maar ik definieer rechtse ideologieën als het gedachtegoed waarin maatschappelijke ongelijkheid goed en natuurlijk is en staten niet moeten proberen een egalitairdere samenleving te scheppen. Binnen deze brede groep ondersteunt centrumrechts de kerninstituties en de waarden van de liberale democratie. Uiterst rechts doet dat niet; het wezen daarvan zijn nativisme, een xenofobe vorm van nationalisme, en autoritarisme, een fundamenteel geloof in orde en gezag. 

    Binnen uiterst rechts verwerpt extreemrechts de democratie, het idee dat mensen bij meerderheid hun eigen leiders kiezen (denk aan het fascisme uit het verleden), terwijl radicaal rechts alleen tegen bepaalde elementen van de liberale democratie is, met name tegen rechten voor minderheden en de scheiding der machten. De afgelopen jaren is een deel van deze groep echter geradicaliseerd, bijvoorbeeld door het democratische stelsel te ondermijnen (zoals Orbán) of door verkiezingsuitslagen te verwerpen (zoals Trump), zonder openlijk een niet-democratisch stelsel voor te staan. 

    Garen spinnen

    John Burn-Murdoch, datajournalist van Financial Times, typeerde het afgelopen jaar zo: ‘Economische beroering + sociale onrust = verkiezings­uitslagen 2024.’ Deze beknopte uitleg weerspiegelt in grote lijnen de kennis die inmiddels bestaat over het succes van radicaal-rechts in de afgelopen vier tot vijf decennia. Maar al is duidelijk dat radicaal-rechts baat heeft bij economische en politieke ‘crises’ die economische zorgen en culturele achteruitgang veroorzaken, de vraag waarom radicaal-rechts de enige politieke familie is die daarvan profiteert wordt minder vaak gesteld. Zeker: het is logisch dat zij degenen zijn die garen spinnen bij de zogenaamde ‘vluchtelingencrisis’ of zelfs bij terroristische aanslagen, gezien de islamofobe reactie daarop, maar het is minder duidelijk waarom juist radicaal-rechts voordeel heeft van de andere grote crises van de eenentwintigste eeuw: de grote recessie, de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. Geen daarvan houdt rechtstreeks verband met het wezen van radicaal-rechts: nativisme, of xenofoob nationalisme. Deze crises hadden net zo goed tot een toename van steun voor (centrum- en radicaal) links kunnen leiden, omdat ze alle drie het falen en de beperkingen van het neoliberale stelsel blootlegden. 

    De politieke schokken van 2016 hebben een golf van politieke doemliteratuur op gang gebracht. In 2024 werden boeken over de ondergang van de democratie en het liberalisme bestsellers, terwijl de media in vette letters een ‘wereldwijde democratie-crisis’ uitriepen. 

    Verkeert de democratie inderdaad in crisis? En zo ja, zal ze overleven wat er nu komen gaat? Zoals zo vaak hangt het antwoord op die vraag gedeeltelijk af van hoe je ‘democratie’ definieert. In electorale democratieën kunnen de burgers via vrije en eerlijke verkiezingen hun vertegenwoordigers kiezen, maar ontbreekt het aan liberale bescherming zoals rechten voor individuen en minderheden, die alleen in liberale democratieën gegarandeerd zijn. Meer in het algemeen hebben mensen zowel in democratieën als in autocratieën te maken met ‘autocratisering’. En dat is het echte verhaal van de eenentwintigste eeuw: dat liberale democratieën aan het eroderen zijn. 

    Radicaal-rechts beleefde zijn electorale doorbraak nog voordat het een krachtige media-infrastructuur kon opbouwen

    Zo had het niet hoeven gaan. De opkomst van radicaal-rechts en de crisis van de democratie zijn de gevolgen van politieke keuzes, voornamelijk gemaakt door de meest bevoorrechte mensen en de politieke en media-elites. Op microniveau zijn deze keuzes vooral te verklaren als arrogantie, onwetendheid en eigenbelang. Maar op macroniveau leggen ze een structurele kwestie bloot die problematischer is: het beperkte draagvlak voor en de inherente kwetsbaarheid van de liberale democratie.

    Radicaal-rechts beleefde zijn electorale doorbraak nog voordat het een krachtige media-infrastructuur kon opbouwen. Jarenlang waren radicaal-rechts en de media elkaars favoriete vijanden geweest. Naarmate radicaal-rechts breder geaccepteerd raakte, vooral via samenwerkingen en zelfs fusies met ­centrumrechts, gingen steeds meer rechtse media openlijk steun geven aan radicaal-rechtse partijen en politici. Zo werd Jair Bolsonaro door veel grote mediabedrijven in Brazilië gesteund, en ook door The Wall Street Journal in de VS, terwijl Fox News en een groot aantal nieuwere, extreemrechtse media als spreekbuis voor Trump en de geradicaliseerde Republikeinse Partij gingen dienen. 

    Natuurlijk spelen sociale media ook een rol, al is die niet zo groot als algemeen wordt aangenomen. Het is waar dat sociale media de rol van de traditionele ‘poortwachters’ verder hebben verzwakt en dat ze door sommige spelers op radicaal-rechts handig zijn gebruikt.

    Uit veel onderzoeken is bovendien gebleken hoe radicaal-rechts profiteert van ‘algoritmische radicalisering’, met andere woorden het proces waarmee sociale­mediaplatforms mensen in digitale ‘rabbit holes’ duwen door hen steeds radicalere dingen voor te schotelen. Toch is uit onderzoeken ook gebleken dat het effect van sociale media op kiesgedrag betrekkelijk klein is. Zo wijzen de eerste tekenen er ook op dat de invloed van kunstmatige intelligentie op verkiezingen tot nu toe veel kleiner is dan werd gevreesd.

    Politieke elites

    Van veel groter belang is het gedrag van politieke elites, voornamelijk, maar niet alleen, van rechts. Net als in het Europa van begin twintigste eeuw hebben politieke elites een cruciale rol gespeeld in de acceptatie en normalisering van radicaal-rechts. Nadat ze de beweging eerst grotendeels hadden genegeerd of buitengesloten, zouden centrumrechtse partijen na de electorale doorbraak van radicaal-rechts de boodschap daarvan overnemen. En doordat zij die beeldvorming en standpunten overnamen, met name over immigratie, werd radicaal-rechts steeds meer een logische coalitiepartner. Dit is in vrijwel alle Europese landen zichtbaar.

    Had in de jaren negentig nog maar een handvol landen een regering met radicaal-rechts erin, inmiddels heeft radicaal-rechts in de meeste EU-staten op dit moment of in het recente verleden op lokaal of landelijk niveau regeringsverantwoordelijkheid gekregen, net als in een toenemend aantal landen in Azië en de Amerika’s. 

    Politieke elites zijn nooit gedwongen om radicaal-rechts te omarmen. Ze kozen er zelf voor om dat te doen, vaak meer om strategische dan om ideologische redenen, vanuit de gedachte dat het uiteindelijk in hun voordeel zou zijn. In de meeste gevallen hebben de elites van het midden de radicaal-rechtse partijen ook onderschat, denkend dat ze die wel in de hand konden houden.

    Journalisten en politici denken vaak dat ‘het volk’ veel rechtser is dan het in werkelijkheid is

    De politieke en media-elites beweren geregeld dat centrumconservatieven simpelweg doen wat ‘het volk’ wil. Maar al hebben ze de geluiden en voorkeuren van radicaal-rechts inderdaad lang genegeerd, journalisten en politici denken vaak dat ‘het volk’ veel rechtser is dan het in werkelijkheid is. Ze denken ook dat bevolkingen de afgelopen jaren rechtser zijn geworden, wat aantoonbaar niet waar is. De Amerikaanse politicoloog Larry Bartels ontdekte dat de mensen in de EU en de VS niet naar rechts zijn opgeschoven. Ze zijn eerder iets inclusiever geworden dan exclusiever. En terwijl rechtse elites protesten tegen de ‘Latijns-Amerikaanse homorechtenrevolutie’ hebben ontketend, zijn er onder de bevolking in het algemeen ‘geen aanwijzingen voor verzet’ tegen die rechten. Ook op het gebied van homorechten zijn mensen eerder toleranter geworden. Dat komt niet zozeer doordat ze van standpunt zijn veranderd, maar doordat inclusievere jonge mensen de plaats innemen van exclusievere ouderen (die doodgaan).

    Toch is onder kiezers de focus veranderd. Ging politiek in de twintigste eeuw altijd over sociaal-economische onderwerpen, deze eeuw wordt het debat steeds meer gedomineerd door sociaal-culturele kwesties. Simpel gezegd: cultuuroorlogen hebben de plaats van de klassenstrijd ingenomen. En ook dat is geen proces dat zich van onderop voltrekt. Mensen volgen de elites, die de mogelijkheid hebben om de agenda te bepalen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat wanneer de media veel aandacht besteden aan een specifieke kwestie, zoals immigratie, mensen zo’n kwestie ook belangrijker gaan vinden.

    Huisvesting

    Maar zelfs wanneer immigratie niet de belangrijkste zorg van het electoraat is, zoals in de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waar het onderwerp voor de kiezers gemiddeld pas op de zesde plaats kwam, kan nativisme gedrag sturen. Dat gebeurt wanneer andere politieke onderwerpen, ook sociaal-economische, geradicaliseerd raken. Neem bijvoorbeeld het debat over huisvesting dat zowel in Nederland als in de VS speelt. In Nederland was huisvesting tijdens de campagne van 2023 een van de belangrijkste onderwerpen, maar de discussie richtte zich voor een groot deel op de druk die vluchtelingen op de huizenmarkt zouden leggen, terwijl in werkelijkheid maar 5 tot 10 procent van het totale sociale­woningbestand in het land naar vluchtelingen gaat.

    ‘Verkiezingen zijn geen democratie’

    Algemene verkiezingen zijn een aanfluiting voor de democratie, zegt de Engelse bioloog en denker George Monbiot in een pleidooi voor de heroverweging van het huidige verkiezingssysteem.

    Het oorspronkelijke artikel uit The Guardian publiceerde 360 in editie 235. Monbiot betoogt daarin dat verkiezingen niet de werkelijke democratie bevorderen, maar eerder de macht van elites in stand houden. Politieke partijen zaaien verdeeldheid om stemmen te winnen, terwijl belangrijke kwesties zoals de klimaatcrisis of ongelijkheid vaak onbesproken blijven. Hij benadrukt dat de meeste problemen na verkiezingen onopgelost blijven. ‘Zoals in het openbare debat zo vaak gebeurt, worden er concepten met elkaar verward. Verkiezingen zijn geen democratie en democratie is geen verkiezingen.’

    Monbiot haalt voorbeelden aan van alternatieve vormen van besturing, zoals participatiedemocratie en loting, die effectief blijken in andere samenlevingen, bijvoorbeeld in Rojava (de Autonome Regio Noord- en Oost-Syrië) en de Braziliaanse stad Porto Alegre. Loten, zoals in het oude Athene en in Venetië gebeurde, kan een representatiever en eerlijker systeem teweegbrengen, waarbij ‘gewone burgers’ beslissingen nemen die vaak inclusiever en duurzamer zijn dan die van verkozen volksvertegen­woordigers. Monbiot ziet geen gevaar in de tegenwerping dat onervaren of corrupte mensen zo in machtige posities zouden kunnen komen en benadrukt dat lobbyen en geld op deze manier minder invloed zullen hebben.

    Bovendien zijn er indrukwekkende resultaten mee gehaald. ‘Ierland gebruikte burgergroepen om de debatten over het homohuwelijk en abortus op te lossen en doorbrak daarmee de schijnbaar hardnekkige verdeeldheid in een grotendeels katholieke natie. Frankrijk heeft een burgervergadering ingesteld om zich een weg te banen door de complexe en politiek gevoelige kwestie van stervenshulp.’

    De komende jaren komt er ongetwijfeld een nieuwe golf aan democratische doemliteratuur en zullen veel mensen naar het verleden kijken om antwoorden voor de toekomst te vinden. Geen van beide zal erg nuttig zijn. Om radicaal-rechts te bestrijden en de liberale democratie te versterken moeten we zorgen dat we de juiste lessen leren. We hebben niet te maken met het radicaal-rechts van de jaren tachtig of de jaren dertig van de vorige eeuw. Zowel de dreiging vanuit die hoek als de politieke context zijn nu fundamenteel anders. Dat betekent dat de politieke oplossingen ook fundamenteel anders moeten zijn. 

    Hedendaags radicaal-rechts is in de eerste plaats een electorale dreiging, wat het fascisme uit het verleden nooit is geweest. Afgezien van enkele uitzonderingen, met name de nazipartij van Hitler, waren fascisten bij verkiezingen in de minderheid en kwamen ze alleen aan de macht via een semistaatsgreep (Mussolini’s mars op Rome) of dankzij een buitenlandse bezetter, met name nazi-Duitsland. Ook de politieke context is fundamenteel veranderd. In de jaren dertig was de democratie ten diepste impopulair en nog nauwelijks op de proef gesteld. Vandaag de dag heeft de democratie nog steeds sterk de voorkeur, ook al neemt het draagvlak ervoor wel af.

    Zowel onder de elites als bij de massa is radicaal-rechts nu breed geaccepteerd en genormaliseerd

    Ook van de jaren tachtig valt niet veel nuttigs te leren. Radicaal-rechtse partijen hadden toen in grote lijnen dezelfde ideologie als nu, zij het minder openlijk extreem, maar ze waren over het algemeen slecht georganiseerd, afhankelijk van één leider en kregen nooit veel steun van de kiezers. Bovendien hadden ze te maken met een cordon sanitaire: de meeste gevestigde partijen weigerden met hen samen te werken. 

    De enige manier om de democratie tegen hedendaags radicaal-rechts te beschermen is door radicaal-rechts en de democratie te zien zoals ze nu zijn. Zowel onder de elites als bij de massa is radicaal-rechts nu breed geaccepteerd en genormaliseerd. 

    Het gevecht tegen radicaal-rechts is belangrijk, maar daar zou het niet bij moeten blijven. Dat gevecht moet ook, zelfs in de eerste plaats, een strijd vóór de liberale democratie zijn. Het moet positief zijn in plaats van negatief, proactief in plaats van reactief. Het moet ook die delen van de elite en van de massa die de liberale democratie niet aanhangen of begrijpen, voor zich weten te winnen.

    Pluralisme

    Liberaal-democratische elites zouden radicaal-rechtse figuren en hun ideeën niet acceptabel en normaal moeten maken. Dat betekent niet dat de leiders, het gedachtegoed en de aanhangers van radicaal-rechts genegeerd moeten worden. Maar omdat radicaal-rechts de democratie bedreigt, moet er anders mee omgegaan worden dan met centrumpartijen die wel achter de liberale democratie staan. De meeste radicaal-rechtse figuren hebben zich onbetrouwbaar getoond door samenzweringstheorieën en leugens te verspreiden; de liberaal-democratische media kunnen hen niet zomaar op hun woord geloven. In plaats van opinie­artikelen of kritiekloze interviews te publiceren, moeten de media beweringen van radicaal-rechts kritischer analyseren en dan de ideologische aannames en de feitelijke onjuistheden laten zien.

    Politieke elites moeten op hun beurt radicaal-rechts als de stem van de luidruchtige minderheid gaan behandelen en niet meer als die van de zwijgende meerderheid. Dat wil niet zeggen dat ze de onderwerpen en standpunten van radicaal-rechts moeten negeren, maar ze moeten ook niet beweren dat die de belangrijkste of enige zorgen van ‘het volk’ zijn. Het fundament van de liberale democratie is pluralisme, dat erkent dat samenlevingen bestaan uit verschillende individuen en groepen met een scala aan belangen en waarden. Al die verschillende belangen en waarden zijn legitiem en het is aan politici om de compromissen te zoeken die recht doen aan de belangen en ­waarden van een meerderheid van de bevolking. Beweren dat er één oplossing bestaat die voor iedereen het beste is, zoals het neoliberalisme en het populisme doen, verzwakt niet alleen de ­liberale democratie. Het versterkt ook radicaal-rechts. 

    Cas Mudde is universitair hoofddocent aan de school voor publieke en internationale betrekkingen van de Universiteit van Georgia. Hij is auteur van o.a. The Far Right Today (2019) en Populism, A Very Short Introduction (2017, samen met Cristóbal Rovira Kaltwasser).

  • Februarinummer | Democratie op de helling

    Februarinummer | Democratie op de helling

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Was vroeger echt alles beter? Helemaal niet!

    » Heeft de democratie de wereldwijde verkiezingsmarathon van 2024 overleefd?

    » Hoe Europa slaapwandelt richting de vergetelheid

    Titivillus

    Bij de selectie van artikelen voor 360 nemen we liever niet te veel voorspellingen mee. Iedereen lijkt ineens de toekomst te kennen. In die zin is ChatGPT een goede parallel voor de tegenwoordige mens. Op alles heeft de software een antwoord, relatief vaak door iets te verzinnen op basis van al dan niet beschikbare bronnen. ‘Ik weet het niet’ lijkt niet te zijn geprogrammeerd. Wel een leuke eigenschap vind ik het grote vermogen om eigen fouten toe te geven.

    We baseren ons allemaal op de voor ons beschikbare bronnen, maar geven niet altijd toe dat die niet de volledige waarheid weergeven. Al die toekomstbeelden, vaak somber, gaan zo een eigen leven leiden, met tot gevolg het sterke gevoel dat ‘de dingen vroeger beter waren’. Geen goede ontwikkeling, legt Marc Tribelhorn uit in de Neue Zürcher Zeitung. ‘Wie niets positiefs meer in de toekomst ziet, wordt bang.’ Nostalgie werd niet voor niets gezien als pathologische aandoening, waarbij patiënten verlangden ‘naar een tijd die nooit heeft bestaan’. Ze trekken zich terug, ‘terwijl hun inzet juist is vereist’. Jongeren durven volgens El Confidencial nauwelijks nog een relatie aan te gaan zonder vooraf de (materiële) voorwaarden te bespreken, als in een zelfgearrangeerd huwelijk. 

    Monniken waren in de middeleeuwen al bang voor Titivillus, de demon van de afleiding

    Zullen we eens terugkijken, in plaats van vooruit? Een jaar geleden, begin van ‘het verkiezingsjaar’, werd er volop gesproken over het einde van de democratie en de winst van rechts. Maar ‘met de kennis van nu kan 2024 (…) worden herinnerd als een jaar waarin kiezers hun stem gebruikten om zittende presidenten te straffen’, schreef Cas Mudde voor Prospect Magazine. ‘Uit de uitslagen zijn geen wereldwijde trends ter linker- of rechterzijde op te maken; het was eerder zo dat degene die op dat moment aan de macht was, (…) verloor.’ Op veel plaatsen deden verkiezingen wat ze moesten doen, aldus een andere bijdrage in ons dossier.

    We doen onszelf tekort als we te eenzijdig kijken, laat ook Marion Thain zien in de controverse over de invloed van sociale media. Aan het eind van de 19de eeuw kregen Londenaren tot wel twaalf keer per dag post. Monniken waren in de middeleeuwen al bang voor Titivillus, de demon van de afleiding. En misschien kunnen we zelfs wel iets leren van al die nieuwe vormen van aandacht? Niet nieuw zijn Titivillus’ egocentrische trekjes. De golf van geweld op het Afrikaanse continent wordt overstemd door de oorlogen dichterbij, waardoor veel te weinig geld gaat naar humanitaire hulpprogramma’s, met vele doden tot gevolg. Daar besteden we graag aandacht aan. Want, zoals te lezen in ‘Europa’: we hebben hervormingen nodig, geen drama.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Screenshot 2025 02 03 at 10.49.07

  • Autoritaire regimes komen vroeg of laat ten val

    Autoritaire regimes komen vroeg of laat ten val

    Dit jaar vielen de autoritaire regimes in Syrië en Bangladesh. Het zijn onverwachte nederlagen in een wereld waarin het autoritarisme in opmars is.

    In Syrië rukten rebellen op naar Damascus om een einde te maken aan de 24 jaar durende dictatuur van Bashar al-Assad, waarvan de ineenstorting voor de meeste mensen een verrassing was. In augustus brachten studentenprotesten in Bangladesh het bewind van Sheikh Hasina na vijftien jaar ten val. En ook andere autoritaire leiders en hun regering kwamen in 2024 onder druk te staan, van het ijzeren regime van Nicolás Maduro in Venezuela tot de moellahs van Iran en de militaire junta van Myanmar.

    In een wereld die volgens president Biden verdeeld is tussen democratieën en een groeiende stroom aan autocratieën, kregen autoritaire regeringen in 2024 te maken met onverwachte tegenslagen die hun zwakheden blootlegden, aldus geopolitieke analisten en historici. ‘Er vonden enkele positieve ontwikkelingen plaats, zoals het wankelen of soms zelfs omvallen van autocratieën,’ aldus Larry Diamond, een wetenschapper aan de Stanford-universiteit die diverse boeken heeft geschreven over autoritarisme en de uitdagingen waar democratieën voor staan. ‘Veel autocratieën zijn zwak, of een beetje versuft.’ 

    Geen makkelijke opgave

    Een machtswisseling kan voor een bevolking een reden zijn tot opluchting, maar voor de nieuwe leiders in Bangladesh en Syrië wordt het een grote uitdaging om een duurzame, inclusieve regering te vormen. Het verleden heeft uitgewezen dat dat bepaald geen makkelijke opgave is.

    De Syrische rebellen, die deels voortkomen uit IS en Al-Qaida, beloven minderheden te respecteren, maar het is onduidelijk of ze hun radicale opvattingen daadwerkelijk hebben losgelaten. Demonstranten vullen de straten van Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Er doen verhalen de ronde dat mensen die banden hebben met Hasina’s politieke partij zijn gelyncht. En het machtige buurland India beschuldigt de nieuwe regering ervan dat die de hindoe­minderheid niet beschermt. ‘De verwachtingen zijn hoog,’ zegt Muhammad Yunus, Nobelprijswinnaar en momenteel interim-leider van Bangladesh, ‘en het is erg moeilijk om daaraan te ­voldoen.’

    De meeste despotische regeringen zitten nog stevig op hun plek, van Miguel Díaz-Canel in Havana tot ­Vladimir Poetin in Moskou. Rusland heeft – met de hulp van Iraanse wapens, Noord-Koreaanse troepen en de verkoop van olie aan China – op het slagveld winst geboekt tegen Oekraïne. De samenwerking tussen China, Rusland, Iran en Noord-Korea, door sommige analisten ‘Crink’ genoemd, is sterker geworden. China loopt voor op het Westen met een aantal belangrijke technologieën en heeft sterke banden opgebouwd met zuiderburen van de VS in Latijns-Amerika.

    De problemen die alleenheersers dit jaar hadden, hebben oppositiegroepen een duwtje in de rug gegeven

    Hoe de verkozen president Donald Trump tegen autocraten aankijkt, zal duidelijker worden wanneer hij zal proberen de gevechten tussen Rusland en Oekraïne een halt toe te roepen, Iran ervan te weerhouden een kern­wapen te bemachtigen en de gevolgen te ondervangen van de omstreden verkiezingsoverwinning van de Venezolaanse machthebber Maduro. 

    De problemen die alleenheersers dit jaar hadden, hebben oppositiegroepen over de hele wereld een duwtje in de rug gegeven. De oppositie in Venezuela stelt dat de val van Assad laat zien hoe onoverwinnelijk ogende dictatoriale regimes wel degelijk kunnen instorten als de juiste druk wordt uitgeoefend. Politiek analisten die democratieën en autocratieën bestuderen, waarschuwen dat het moeilijk te voorspellen is wanneer een autoritair regime in een bepaald land zal instorten.

    Zuid-Korea toont veerkracht

    Nadat de Zuid-Koreaanse president Yoon Suk-yeol de noodtoestand had uitgeroepen, raakte het ogenschijnlijk stabiele Zuid-Korea in een totale chaos verwikkeld. De democratie verkeert in een ernstige crisis, schrijft dagblad Hankyoreh, maar toont ook veerkracht. Geschokt door de couppoging van Yoon kwamen mensen massaal samen op pleinen en raasde er een golf van solidariteit door het hele land.

    Om die eensgezindheid te behouden en de door haat en polarisatie gekenmerkte politieke structuur te doorbreken, is een grondige herziening van de kieswet, de wet op politieke partijen en de wet op lokale autonomie noodzakelijk, schrijft de krant. De politiek moet manieren vinden om diegenen die sinds 1987 systematisch zijn buitengesloten, hun plaats in het politieke systeem te geven.

    De rol van politieke partijen als vertegenwoordigers, aldus de auteur van het artikel, socioloog Cho Hyeong-geun, werd vooral gebruikt om de haat en woede van hun aanhangers vast te leggen. Maar een staatsvorm die zich niet verbindt met de meest gemarginaliseerden, riskeert zijn eigen ondergang, doordat de woede van het volk het democratische systeem zelf in gevaar kan brengen.

    De Duitse politicoloog Marcel Dirsus, auteur van How Tyrants Fall, een boek over dictaturen, zegt dat autocratische regeringen overheidsmiddelen naar een kleine kring van aanhangers sturen om aan de macht te blijven. Deze praktijk beloont loyaliteit, maar leidt ook tot verontwaardiging over vriendjespolitiek en corruptie onder de bredere bevolking. ‘In dictaturen is de lijn tussen stabiliteit en chaos heel dun,’ aldus Dirsus. ‘Om aan de macht te blijven moeten dit soort ­regimes elke dag moeilijke beslissingen nemen.’

    De val van Assad heeft deels weerklank gevonden omdat het de broosheid van diens banden met andere autoritaire regimes liet zien. Bijna een decennium lang profiteerde Assad van zijn relaties met Rusland, Iran en een groep milities die Israël vijandig gezind waren en vaak de ‘As van Verzet’ werden genoemd. De groep vormde een strategisch tegenwicht voor de VS en Israël in het Midden-Oosten en leek vorig jaar sterker te worden toen de Arabische wereld Syrië en Iran diplomatiek begon te erkennen, na ze jarenlang te hebben geïsoleerd. 

    Maar de alliantie werd op de proef gesteld toen Hamas, de militante Palestijnse groepering in de Gazastrook, op 7 oktober 2023 de aanval opende op Israël. En in iets meer dan een jaar tijd viel ze uiteen; Rusland en Iran hadden niet de macht om de val van Assad te voorkomen. 

    De grootste verliezer van de val van Assad was de theocratische regering van Iran

    De grootste verliezer van de val van Assad was de theocratische regering van Iran. Die had voor miljarden dollars aan olie op krediet verkocht aan Syrië, hoopte een nieuw zakenimperium in het land op te bouwen en gebruikte het als uitvalsbasis om Israël te bedreigen.

    Dit jaar verloren de bondgenoten van Iran niet alleen Assad, maar ook Gaza en Libanon. Israël sloeg ook voor het eerst toe op Iraans grondgebied, bombardeerde de luchtafweersystemen van het land en voerde moordaanslagen uit binnen de landsgrenzen. De raket­aanvallen van Iran op Israël hebben daarentegen weinig schade aangericht. ‘Iran is het symbool van het falen van autocratieën,’ concludeert Moises Naim, een vooraanstaand medewerker van de Carnegie Endowment for International Peace, die veel heeft geschreven over het afglijden van democratieën.

    Gewone mensen

    Maar degenen die het meest te lijden hebben wanneer autoritaire regimes in zwaar weer terechtkomen, zijn vaak de gewone mensen. Zo is de Iraanse munt flink gekelderd en is de ontevredenheid in het land alom aanwezig. De regering van Iran heeft ook te kampen met een nijpend energietekort dat heeft geleid tot stroomuitval, ondanks het feit dat het land over een van de grootste aardgas- en aardoliereserves ter wereld beschikt. Nu Trump heeft gezegd dat hij het beleid van maximale druk ten aanzien van Iran zal hervatten, kunnen deze problemen verergeren. 

    In Rusland keldert de roebel en stijgt de inflatie. Het besluit van de regering-Biden om de sancties tegen de Russische Gazprombank op te voeren kan de toch al beperkte handel van Moskou met handelspartners belemmeren. Het land heeft 750.000 soldaten verloren in de oorlog in Oekraïne, schat het Verenigd Koninkrijk. ‘Poetins hand is nu zwakker,’ zegt Thomas A. Shannon jr., die van 2016 tot 2018 als staatssecretaris voor politieke zaken namens het ministerie van Buitenlandse Zaken onderhandelde met Russische diplomaten.

    De problemen strekken zich uit tot Azië, waar de Chinese Communistische Partij worstelt met teruglopende groei en een krimpende vastgoedmarkt. De Chinese leiders bereiden zich alvast voor op hoge invoertarieven van Trump, die de economische malaise in het land zouden kunnen verergeren en de belofte van de partij om in het hele land voor welvaart te zorgen op losse schroeven kunnen zetten. 

    ‘Op veel plaatsen deden verkiezingen dus wat ze moesten doen’  

    De militaire junta van Myanmar, die zwaar leunt op de commerciële en diplomatieke steun van Beijing, heeft bases en uitgestrekte gebieden verloren aan verschillende rebellengroepen. Sommige analisten vragen zich nu af of het leger, dat sinds de onafhankelijkheid van het land in 1948 een dominante kracht is en bij een staatsgreep in 2021 de macht overnam, op zijn laatste benen loopt. ‘Het algemene patroon is er een van ernstige achteruitgang,’ zegt Morgan Michaels, een Myanmar-expert bij de denktank International Institute for Strategic ­Studies. Wel merkt hij op dat de soldaten van het regime op cruciale momenten hun vechtlust hebben getoond.

    Larry Diamond van Stanford zegt dat een aantal semiautoritaire partijen, waarvan sommige al jaren aan de macht zijn, dit jaar die macht heeft verloren of tegenslagen heeft geïncasseerd die hun gezag hebben ingeperkt. In Botswana verloor de Democratische Partij, die sinds 1966 aan de macht is, de presidentsverkiezingen. De Turkse oppositie won in maart bij de lokale verkiezingen in verschillende grote steden, waarmee ze een klap uitdeelde aan de regerende partij van president Erdogan. ‘Op veel plaatsen,’ aldus Diamond, ‘deden verkiezingen dus wat ze moesten doen.’  

  • Dossier Democratie op de helling

    Dossier Democratie op de helling

    Sinds Kleisthenes van Athene rond 508 voor Christus de democratie invoerde, is deze staatsvorm geëvolueerd met burgerrechten, vrijheden en de scheiding der machten. Nu wankelen de grondvesten van wat een rechtvaardige samenleving zou waarborgen.

    In het dossier Democratie op de helling

    1. Heeft de democratie de wereldwijde verkiezingsmarathon van 2024 overleefd?
    2. Economische beroering + sociale onrust = verkiezingsuitslagen 
    3. Autoritaire regimes komen vroeg of laat ten val

  • Joe Biden in afscheidsspeech: ‘Verenigde Staten dreigen oligarchie te worden’

    Joe Biden in afscheidsspeech: ‘Verenigde Staten dreigen oligarchie te worden’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël en Hamas komen tot een staakt-het-vuren

    » Onderzoek: Keltische stammen in de ijzertijd waren georganiseerd rond vrouwen

    Hij maakt zich zorgen over de staat van de democratie

    Joe Biden waarschuwde woensdag in zijn laatste toespraak tot de natie voor de groeiende macht van Amerika’s ultrarijken. ‘Vandaag de dag ontstaat er in Amerika een oligarchie van extreme rijkdom, macht en invloed die letterlijk een bedreiging vormt voor onze hele democratie, onze grondrechten en vrijheden, en een eerlijke kans voor iedereen om vooruit te komen,’ citeert The Guardian.

    De president noemde een aantal dingen die hem de meeste zorgen baren, zoals een afbrokkelende vrije pers, de buitensporige invloed van het militair-industrieel complex, toenemende desinformatie en de inzet van zwart geld in de politiek. Hij riep ook op tot grondwetswijzigingen om presidentiële aansprakelijkheid te garanderen, met het argument dat geen enkele president gevrijwaard zou mogen blijven van vervolging voor misdaden die tijdens zijn ambtstermijn zijn begaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ondanks de lage populariteitscijfers in zijn laatste maanden probeerde Biden in zijn speech belangrijke prestaties van zijn regering uit te lichten op het gebied van wetgeving, zoals investeringen in infrastructuur en schone energie, maatregelen om de kosten van medicijnen op recept te verlagen en het land door de nasleep van de pandemie te loodsen. Zijn regering hield ook toezicht op grote inspanningen voor natuurbehoud en werkte aan de wederopbouw van de Amerikaanse productie.

    Eerder op woensdag kondigde Biden een doorbraak aan in het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas, waarmee hij de laatste diplomatieke overwinning van zijn presidentschap veilig stelde. De deal, die hij afgelopen voorjaar voor het eerst voorstelde en waarvoor hij samenwerkte met Trumps team, kan een einde maken aan een vijftien maanden durend conflict dat Gaza heeft verpulverd, de VS steeds meer isoleert op het wereldtoneel en wijdverspreide protesten heeft ontketend op universiteitscampussen en daarbuiten.

  • Heeft de democratie de wereldwijde verkiezingsmarathon van 2024 overleefd?

    Heeft de democratie de wereldwijde verkiezingsmarathon van 2024 overleefd?

    Van India tot Venezuela en van Senegal tot de VS, overal werd in 2024 de democratie op de proef gesteld. Er gingen dit jaar meer mensen naar de stembus dan ooit tevoren.

    In januari, toen het verkiezingsjaar 2024 net was begonnen, verschenen er talloze opiniestukken en redactionelen die benadrukten dat er nog nooit zo veel op het spel had gestaan. Time Magazine noemde het een ‘jaar van de waarheid voor de democratie’, terwijl anderen 2024 aanduidden als ‘de ultieme vuurproef voor de democratie’ en zich afvroegen of die het einde van het jaar überhaupt nog wel zou halen.

    In 2024 brachten miljarden mensen in meer dan tachtig landen hun stem uit, onder meer in enkele van de grootste, autoritairste en kwetsbaarste landen ter wereld. In Rusland werden de verkiezingen gekenmerkt door repressie, terwijl in Senegal een poging van de zittende president om de verkiezingen uit te stellen resulteerde in een politieke nederlaag. De president van El Salvador slaagde erin zijn herverkiezing veilig te stellen door streng op te treden tegen bendes, terwijl in Tunesië, het land waar ooit de Arabische Lente begon, een kortstondig experiment met democratie leek te worden beëindigd. Gedurende het jaar stond de kracht of zwakte van de democratie wereldwijd op het spel, en daarbij vormden de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten aan het einde van het jaar een soort zwaard van Damocles.

    Tussen 2020 en 2024 werd maar liefst een vijfde van alle verkiezingsuitslagen op de een of andere manier betwist

    Al voor het begin van het jaar waren er wereldwijd waarschuwingssignalen geweest. Tussen 2020 en 2024 werd maar liefst een vijfde van alle verkiezingsuitslagen op de een of andere manier betwist, zo bleek uit onderzoek van [de intergouvernementele organisatie] International IDEA. In diezelfde periode verwierp bij een op de vijf verkiezingen de verliezend kandidaat publiekelijk de uitslag, terwijl oppositiepartijen bij een op de tien verkiezingen kozen voor een boycot. De combinatie van deze factoren kon naar verluidt een ernstig probleem gaan vormen, aangezien kiezers de levensvatbaarheid van het verkiezingsproces in twijfel begonnen te trekken en de opkomst begon te dalen.

    De Lagerhuisverkiezingen van 2024 in het Verenigd Koninkrijk resulteerden in een bijna historische overwinning voor de Labourpartij, doordat de meerderheid die de Conservatieve Partij bezat uiteenspatte na jaren van schandalen en slecht bestuur. Tegelijkertijd bereikte de opkomst een historisch laag niveau. Net iets meer dan de helft van de Britse volwassenen ging stemmen, volgens sommige metingen de laagste opkomst sinds de invoering van het algemeen kiesrecht.

    Nu de verkiezingsresultaten wereldwijd worden geëvalueerd, zou het Verenigd Koninkrijk weleens een uitzondering kunnen blijken. Uit een analyse van International IDEA blijkt dat de gemiddelde opkomst wereldwijd voor het eerst in bijna twintig jaar is gestegen. Gedurende het jaar constateerden experts echter dat de fundamenten van succesvolle democratieën – zoals de vrijheid van meningsuiting, gelijke participatie en de pluriformiteit van media en bedrijfseigendom – zich geconfronteerd zagen met haast ongekende dreigingen. Hoewel de democratie nog niet op haar retour was, werd ze wel degelijk zwaar onder druk gezet.

    Voorspellingen

    Terwijl sommigen een verdere uitholling van de democratie voorspelden, lieten goed georganiseerde burgers en opposities zien hoe je het afglijden naar autocratie kunt tegenhouden. ‘We hebben echt een paar hoopvolle ontwikkelingen gezien,’ zegt Rachel Beatty Riedl, directeur van het Center on Global Democracy aan de Cornell-universiteit in de VS. Als voorbeeld noemt ze Senegal, een land aan de rand van de West-Afrikaanse ‘coupgordel’. In maart mislukte een poging van de zittende Senegalese president om de verkiezingen uit te stellen, waarna de jonge bevolking van het land zich massaal achter oppositiekandidaat Bassirou Diomaye Faye schaarde. ‘Burgers en instellingen dwongen de zittende president, die het democratische proces ernstig in gevaar had gebracht, om af te treden,’ aldus Riedl. ‘De democratie is in Senegal springlevend, doordat burgers eisen dat de regels van het spel worden nageleefd.’

    In andere gevallen uitte de democratische verantwoordelijkheid zich niet bij de stembus, maar op straat. In januari behaalde de zittende premier van Bangladesh, Sheikh Hasina, een vijfde termijn; bij de verkiezingen werden tienduizenden oppositieleden gearresteerd en werden protesten met zwaar geweld neergeslagen door de politie. Maar slechts enkele maanden later was Hasina het land al ontvlucht, gedwongen door studentenprotesten die waren aangewakkerd door het verzet tegen een quotasysteem voor overheidsbanen. Deze protesten groeiden al snel uit tot een massale beweging die zich richtte tegen de uitholling van de democratie die de regeringsperiode van Hasina had gekenmerkt. Een interim-regering onder leiding van Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus is nu belast met ambitieuze democratische hervormingen, om zo de belangrijkste staatsinstellingen weer op te bouwen. Volgens analisten kan dit nog jaren duren.

    ‘De beste reactie op lieden die de democratie uitdagen, is doorgaans meer democratie’, aldus het rapport van de Cornell-universiteit over de staat van de democratie wereldwijd in 2024. Het wijst daarbij op ‘een grotere participatie en vertegenwoordiging van democratische burgers binnen de bestaande institutionele kanalen’.

    In de VS meende bijna de helft van de stemmers dat de democratie er niet in slaagt het gewone volk goed te vertegenwoordigen

    Zelfs in gevallen zoals Venezuela, waar publieke protesten hun doel niet bereikten, zou het delegitimerende effect van mogelijk gemanipuleerde verkiezingen op de lange termijn desastreus kunnen zijn. Hoewel Nicolás Maduro zichzelf in augustus uitriep tot winnaar van de presidentsverkiezingen, leidden zijn weigering om de uitslag openbaar te maken en zijn harde optreden tegen oppositieleiders tot een golf van protesten, die het gezag van de president zwaar hebben ondermijnd. Zelfs landen zoals Brazilië en Colombia, die al lange tijd banden onderhouden met Maduro’s politieke beweging, weigerden de verkiezingsuitslag te erkennen. Het veto van Brazilië tegen de toetreding van Venezuela tot de BRICS-groep in oktober zou weleens een keerpunt kunnen zijn voor de onder vuur liggende Maduro.

    Maar waar volksprotest een bepalend kenmerk was van verkiezingsjaar 2024, was het tanende enthousiasme over de voordelen van een democratie voor de burger dat ook. In de VS meende bijna de helft van de stemmers dat de democratie er niet in slaagt het gewone volk goed te vertegenwoordigen. En een peiling in meer dan dertig Afrikaanse landen toonde een afname van de steun voor democratie. ‘Je moet voorzichtig zijn met het idee dat mensen de democratie hebben opgegeven, maar ik denk wel dat ze lagere verwachtingen hebben van wat deze kan opleveren,’ zegt Vedi Hadiz, directeur van het Asia Institute van de Universiteit van Melbourne.

    Bittere nasmaak

    In februari koos Indonesië Prabowo Subianto tot president, een voormalige generaal die wordt beschuldigd van mensenrechtenschendingen. Zijn tegenstanders beweerden dat de verkiezingen waren ondermijnd door onterechte wijzigingen van de regels, terwijl vertrekkend president Joko Widodo ervan werd beschuldigd zich in het verkiezingsproces te hebben gemengd om zijn eigen nalatenschap te beschermen. Het constitutionele hof van Indonesië verwierp deze argumenten, maar het hele verkiezingsproces heeft waarschijnlijk voor veel kiezers een bittere nasmaak gekregen. ‘De meeste mensen in Indonesië zullen zeggen dat het democratische proces op zichzelf in orde is,’ zegt Hadiz. ‘Maar als je wat verder doorvraagt, zullen ze ook zeggen dat het zaken als de oneerlijke verdeling van rijkdom en kansen niet oplost en dat het niets heeft gedaan om de rechten en belangen van gewone mensen te beschermen.’

    Media moeten waken voor ‘morele helderheid’

    Stop trying to safe democracy, schrijft Yasha Mounck, een Duits-Amerikaanse docent politieke wetenschappen aan Harvard. En dan heeft hij het tegen de waakhonden van de journalistiek en de verstrekkers van ‘objectieve’ informatie in een democratische samenleving, waarop burgers hun meningen en beslissingen kunnen baseren. De laatste jaren lijkt die rol te verschuiven. In hun poging de democratie te redden hebben sommige journalisten, volgens Mounck, de objectieve bril afgezet en zich bewapend met ‘morele helderheid’. Het idee dat journalisten actief moeten bijdragen aan het redden van de democratie heeft, zegt hij, geleid tot een enorme afname in het vertrouwen in de media. Burgers die doorhebben dat nieuws gekleurd wordt gebracht, haken af en zoeken hun heil bij minder betrouwbare bronnen. Het resultaat: polarisatie en een samenleving die verder afdrijft van gedeelde feiten. De kracht van de pers zit juist in haar onafhankelijkheid, in het stellen van ongemakkelijke vragen, ongeacht kleur of partij. Journalisten moeten simpelweg de waarheid vertellen zonder franje, zonder voorkeur. Alleen dan kunnen ze hun rol als fundament van een gezonde democratie waarmaken, aldus Mounck.

    Het is volgens Hadiz nog nooit zo moeilijk geweest om in Azië een voorvechter van de democratie te zijn, omdat er steeds minder succesvolle rolmodellen zijn om je aan te spiegelen. ‘Alle grote westerse democratieën hebben te maken gehad met een democratische achteruitgang door de opkomst van rechts-populisme, anti-immigratiesentimenten en het afkalven van de verzorgingsstaat.’ Autoritaire krachten kunnen dan ‘sterke leiders’ presenteren als ‘oplossing’ voor de steken die de democratie heeft laten vallen, aldus Hadiz.

    Volgens Riedl doet de achteruitgang van de democratie zich ook voor in steeds meer rijke landen waarvan ooit werd aangenomen dat ze immuun zouden zijn voor dergelijke krachten. Zulke processen verlopen geleidelijk en zijn daardoor moeilijker te herkennen, stelt Riedl in haar studie over dit onderwerp, maar ze kunnen het vertrouwen in de democratie verder ondermijnen.

    Deze trends hebben ook als een mobiliserende kracht gewerkt voor prodemocratische kandidaten om zich te verenigen

    Deze trends van ‘achteruitgang’ hebben daarentegen ook als een mobiliserende kracht gewerkt voor prodemocratische kandidaten om zich te verenigen tegenover autoritaire leiders. Dit hielp bijvoorbeeld een brede coalitie onder leiding van Donald Tusk, de voormalige voorzitter van de Europese Raad, naar de overwinning in de Poolse verkiezingen van 2023. En het zette Kamala Harris ertoe aan om de hand uit te steken naar Republikeinse kiezers die mogelijk waren afgeknapt op Donald Trump.

    Exitpolls in de avond van 5 november toonden aan dat ‘democratie’ voor Amerikaanse kiezers het belangrijkste criterium was voor hun stemkeuze. Het uiteindelijke resultaat – de verkiezing van een kandidaat die werd beschuldigd van een poging om een vorige verkiezing te ondermijnen en die beloofde om vanaf ‘dag één’ een dictator te zijn – kan voor externe waarnemers dan ook als een verrassing komen.

    In veel opzichten lopen de VS voorop in de trends die de grootste dreiging voor de democratie vormen: een verkiezingsproces dat wordt verstoord door buitenlandse invloeden, een stroom van desinformatie en de opkomst van een plutocratische klasse die zich met haar geld een weg naar de macht heeft gebaand. In 2024 zette Elon Musk, de rijkste persoon ter wereld, een nieuwe standaard als het gaat om de invloed die miljardairs kunnen uitoefenen op een democratie. Hij investeerde niet alleen 200 miljoen dollar in de campagne van Donald Trumps, maar coördineerde ook het werven van stemmers, verscheen zelf op bijeenkomsten en maakte van zijn socialemediaplatform X in een echokamer van het rechtse geluid.

    Miljardairs

    Zijn ingreep in het democratische proces lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen: Musks vermogen steeg in de week na Trumps overwinning met maar liefst 70 miljard dollar. De aankomend president benoemde hem zelfs tot het hoofd van een ‘ministerie voor overheidsefficiëntie’, waar hij advies zal moeten geven over het verminderen van regelgeving en het herstructureren van federale agentschappen – instanties die veelal direct invloed hebben op Musks eigen bedrijven.

    De sluipende invloed van miljardairs binnen regeringen en op verkiezingen werd sterk gevoeld door kiezers wereldwijd, van India tot Thailand en de Verenigde Staten, zegt Hadiz. Zulke plutocraten kunnen volgens hem de apathie bij mensen ten aanzien van de democratie versterken. ‘Als ze zo iemand zoals Elon Musk voor duizenden toehoorders op een podium op en neer zien springen alsof hij een buitenaards orgasme beleeft, dan vragen die mensen zich misschien wel af waarvoor ze überhaupt hun bed uit zijn gekomen.’

    Verschuiving van de macht: een reactie in drie fasen

    Het is duidelijk dat westerse representatieve democratieën structurele problemen ervaren, schrijft het dagblad La Stampa.

    Grote delen van de bevolking voelen zich in de steek gelaten en overgeleverd aan een steeds complexere en veranderende wereld waarin het Westen minder dominant is. Democratieën reageren hier doorgaans in drie fasen op, aldus de Italiaanse krant.

    Eerst is er afwijzing en demonisering: protestpartijen worden belachelijk gemaakt of gezien als een bedreiging voor de democratie. Vervolgens groeien deze partijen, waardoor het moeilijk wordt om ze te negeren of een cordon sanitaire in stand te houden. In de derde fase nemen protestpartijen, alleen of in een coalitie, de macht over, wat leidt tot een herstructurering van het politieke landschap.

    Traditionele partijen passen hun strategieën aan om geen kiezers kwijt te raken, en het politieke evenwicht verschuift om ruimte te maken voor de invloed van deze nieuwe machthebbers. In sommige gevallen proberen protestpartijen het systeem te hervormen, terwijl ze in andere situaties hun standpunten matigen om de complexiteit van het regeren onder de knie te krijgen.

    De derde fase is cruciaal, omdat die bepaalt of deze nieuwe krachten een blijvende plaats in het politieke systeem zullen krijgen, en omdat in deze fase moet blijken hoe goed democratieën in staat zijn om fundamentele rechten en vrijheden te beschermen.

    Hoewel dit jaar meer mensen dan ooit bij verkiezingen hun stem hebben uitbrachten, droegen politieke partijen in 2024 maar weinig vrouwen voor. Er waren geen vrouwelijke kandidaten voor de topfuncties bij de verkiezingen in Indonesië, India, het VK, Pakistan en Zuid-Afrika. In november waren er zeventien VN-lidstaten met een vrouwelijke regeringsleider; iets minder dan in 2023, toen het er negentien waren.

    Onderzoekers van de Stanford-universiteit denken dat vrouwelijke politici niet alleen worden tegengewerkt door genderstereotypen, maar ook door kiezers die besluiten om niet voor hun favoriete vrouwelijke kandidaat te stemmen omdat ze denken dat die toch niet zal winnen. In de VS kwamen er wel vrouwen naar de stembus voor Kamala Harris, maar minder dan in 2020 voor Joe Biden. Eén land zuidelijker daarentegen won de voormalige burgemeester van Mexico-Stad, Claudia Sheinbaum, het presidentschap. Het Mexicaanse parlement heeft nu een van de hoogste percentages vrouwelijke parlementsleden ter wereld, deels het gevolg van de gendergelijkheidswetten in het land.

    Uit de verkiezingsuitslagen zijn geen wereldwijde trends ter linker- of rechterzijde op te maken

    Wereldwijd is het beeld een stuk slechter: volgens de Interparlementaire Unie, een onafhankelijke organisatie, bedroeg het aandeel van vrouwen in wetgevende organen in oktober gemiddeld iets meer dan 27 procent. Dat was een stijging van slechts 0,2 procent ten opzichte van het jaar ervoor. In het huidige tempo zal het volgens de VN honderddertig jaar duren voordat er in de hoogste machtsposities gelijkheid is bereikt tussen mannen en vrouwen.

    Met de kennis van nu kan 2024 beter worden herinnerd als een jaar waarin kiezers hun stem gebruikten om zittende presidenten te straffen voor economische problemen die vaak ver buiten hun macht lagen. Uit de verkiezingsuitslagen zijn geen wereldwijde trends ter linker- of rechterzijde op te maken; het was eerder zo dat degene die op dat moment aan de macht was, de verkiezingen verloor.

    Uit onderzoek van de Financial Times blijkt dat elke regeringspartij die in 2024 in de westerse wereld deelnam aan verkiezingen, een deel van haar stemmen verloor. De krant merkt op dat het de eerste keer was in de geschiedenis van het algemeen kiesrecht dat een dergelijke uitkomst werd geregistreerd. In een aantal landen, waaronder het VK, Japan, Oostenrijk en Portugal, deelden kiezers die boos waren over de kosten van het levensonderhoud een flinke dreun uit aan de zittende partijen en politici.

    Lessen

    Uiteindelijk zullen we de lessen die we uit het jaar 2024 kunnen trekken waarschijnlijk niet leren van de politici die als overwinnaars uit de bus kwamen, maar van degenen die hun nederlaag ruiterlijk en eerlijk accepteerden. Na een gewelddadige verkiezingsstrijd in de VS, met bommeldingen bij stembureaus, een moordaanslag op Trump en scherpschutters die de stemhokjes bewaakten, betrad Harris het podium om haar nederlaag te erkennen. Ze beloofde de strijd voort te zetten ‘in het stemhokje, in de rechtbanken en in de openbare ruimte’. Het fundamentele principe van de Amerikaanse democratie, zei ze, is dat als iemand verliest, diegene het resultaat accepteert. Dit was een boodschap die een paar jaar geleden misschien wat afgezaagd zou hebben geklonken, maar die nu diep resoneert in een land waar de democratische instellingen met ongekende bedreigingen zijn geconfronteerd.

    Maar ondanks het geweld en de vergeldingsdrang die 2024 zo kenmerkten, was het een sentiment dat weerklonk bij verkiezingen over de hele wereld, van Litouwen en Taiwan tot de groene buitenwijken van Engeland. Daar sprak de voormalige Britse minister van Financiën, Jeremy Hunt, op 5 juli een menigte toe, nadat hij zijn zetel op het nippertje had behouden, terwijl hij wist dat zijn Conservatieve Partij een nederlaag van bijna historische proporties had geleden. ‘We hebben ongelooflijk veel geluk dat we in een land leven waar beslissingen als deze niet met bommen of kogels worden genomen,’ zei Hunt. ‘Dit is de magie van de democratie.’