Tag: diplomatie

  • Crisis India-Canada: Ottawa en New Delhi zetten verschillende diplomaten uit

    Crisis India-Canada: Ottawa en New Delhi zetten verschillende diplomaten uit

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nobelprijs voor Economie gaat naar onderzoek over ongelijkheid tussen landen

    » NASA-sonde gaat onderzoek doen naar leven op een maan van Jupiter

    Aanleiding is de moord op een Canadees staatsburger

    ‘De betrekkingen tussen India en Canada zijn maandag ernstig verzuurd’, schrijft het Canadese dagblad Le Devoir. De twee landen hebben elk hun ambassadeur en vijf andere hooggeplaatste diplomaten uitgewezen nadat New Delhi had gezegd dat hun gezant was genoemd als een ‘persoon van belang’ in een onderzoek naar de moord op de Sikh-separatistenleider Hardeep Singh Nijjar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In 2023 leidde de dood van de Canadese staatsburger, die campagne voerde voor de oprichting van een onafhankelijke Sikh-staat in het noorden van India genaamd Khalistan, tot een ernstige verstoring van de betrekkingen tussen de twee landen. De Canadese premier Justin Trudeau verklaarde dat er ‘geloofwaardige beschuldigingen’ waren die de Indiase geheime diensten in verband brachten met de misdaad. Op maandag zei Trudeau dat India ‘een monumentale fout’ had gemaakt door te besluiten om ‘Canadezen aan te vallen’.

    Sinds de beschuldigingen van Ottawa zijn India en Canada verwikkeld in een escalatie van diplomatieke represailles. Vorig jaar beperkte India tijdelijk de visa voor Canadezen en dwong het Canada om een aantal van zijn diplomaten te repatriëren.

  • Turkije schort handelsbetrekkingen met Israël op

    Turkije schort handelsbetrekkingen met Israël op

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaans museum moet oud-Grieks standbeeld teruggeven aan Italië

    » Noodweer in Brazilië: tientallen doden en vermisten

    Export- en importtransacties met betrekking tot Israël zijn stopgezet

    Turkije heeft alle handel met Israël stopgezet naar aanleiding van de ’verslechterende humanitaire tragedie’ in de Palestijnse gebieden, wat leidde tot felle kritiek van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken. Dat schrijft The Guardian.

    ’Export- en importtransacties met betrekking tot Israël zijn stopgezet, voor alle producten’, zei het Turkse ministerie van Handel donderdag laat. ’Turkije zal deze nieuwe maatregelen strikt en vastberaden uitvoeren totdat de Israëlische regering een ononderbroken en toereikende stroom van humanitaire hulp naar Gaza toestaat.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Israëls minister van Buitenlandse Zaken, Israël Katz, beschuldigde de president van Turkije, Recep Tayyip Erdoğan, ervan zich te gedragen als een ’dictator’ nadat de opschorting voor het eerst werd gemeld. De ruzie zal waarschijnlijk de spanningen tussen de twee voorheen nauwe bondgenoten vergroten, die zijn verslechterd sinds het begin van de crisis in Gaza.

    Het Turkse ministerie van Handel kondigde begin april voor het eerst beperkingen aan op de export naar Israël, waarbij de export van ijzer- en staalproducten en bouwapparatuur werd stopgezet. De twee landen hadden een handelsvolume van 6,8 miljard dollar in 2023.

  • Het Westen opende de deur, Venezuela sluit hem weer

    Het Westen opende de deur, Venezuela sluit hem weer

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Vandaag kijken we naar Venezuela. De EU, de VS en Zuid-Amerikaanse landen zochten toenadering tot het geïsoleerde land, in de hoop de situatie daar te verbeteren. Venezuela lijkt echter niet op verandering uit te zijn.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Welke landen zoeken weer toenadering tot Venezuela?

    Venezuela is onder huidig president Nicolás Maduro afgegleden tot het zorgenkindje van Zuid-Amerika. Een doortrapte verkiezing in 2018, enorme protesten die gewelddadig werden onderdrukt, een massale exodus van Venezolanen, mensenrechtenschendingen, onderdrukte oppositie: het land raakte steeds verder geïsoleerd, onder meer door sancties van de Europese Unie en de Verenigde Staten.

    Dit jaar is dat anders. The New York Times spreekt van ‘de belangrijkste verbetering van de betrekkingen tussen Venezuela en de Verenigde Staten in jaren’. De krant wijst op een akkoord dat afgelopen maand werd gesloten tussen beide landen. ‘In een paar dagen tijd heeft de autoritaire regering van Venezuela ermee ingestemd om Venezolaanse migranten die uit de Verenigde Staten zijn gedeporteerd toe te laten en een overeenkomst getekend met oppositieleiders om te komen tot vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in 2024. In ruil daarvoor hebben de Verenigde Staten ingestemd met het opheffen van enkele economische sancties tegen Venezuela’s olie-industrie, een vitale bron van inkomsten voor de regering van Maduro.’

    Een historisch akkoord, noemden sommigen het. Americas Quarterly ging verder in op de deal. ‘Onder de versoepelde sancties mag Venezuela de komende zes maanden olie en gas exporteren naar de VS en andere landen. Tegelijkertijd kunnen internationale bedrijven nieuwe investeringen doen in de koolwaterstofsector. Maar de ruime versoepeling komt met een kritisch voorbehoud: vóór eind november moet de regering van Venezuela “een specifieke tijdslijn en procedure definiëren voor de versnelde herinvoering” van iedereen die zich volgend jaar kandidaat willen stellen voor het presidentschap.’

    ANP 482197527

    Ook Zuid-Amerikaanse landen proberen de banden met Venezuela aan te halen, nadat die onder het regime van Maduro flink waren bekoeld. Onder de nieuwe president van Colombia, Gustavo Petro, is de grens met Venezuela heropend, en landen als Chili en Argentinië hebben weer ambassadeurs in Venezuela, nadat die eerder waren teruggeroepen. ‘Diplomatieke toenadering is gemeengoed geworden’, schrijft denktank ASCOA. ‘Naast de verkiezing van meer linkse politici in de regio, zoals Luiz Inácio Lula da Silva uit Brazilië en Xiomara Castro uit Honduras, heeft dit ertoe geleid dat een aanzienlijk aantal Latijns-Amerikaanse landen ambassadeurs heeft teruggestuurd naar Caracas.’

    Maduro werd zelfs uitgenodigd op een Zuid-Amerika-top, die werd gehouden in Brazilië. ‘Tijdens de top in Brazilië vond de eerste persoonlijke ontmoeting van Maduro plaats met andere Zuid-Amerikaanse leiders in negen jaar’, schrijft Foreign Policy. ‘Terwijl Maduro’s terugkeer op het regionale diplomatieke podium werd gevierd, bleef de situatie in Venezuela niet onbesproken. Zowel de linkse president van Chili, Gabriel Boric, als de rechtse leider van Uruguay, Luis Lacalle Pou, bekritiseerden Maduro – in respectvolle bewoordingen – vanwege de crisis in Venezuela.’

    Naast de VS en Zuid-Amerika kijkt ook de EU naar een versoepeling van het beleid ten aanzien van Venezuela, hoewel daar tussen EU-lidstaten onderling nog geen consensus over bestaat. ‘Spanje is van mening dat het tijd is dat de EU haar sancties tegen Venezuela herziet en overweegt om ten minste enkele ervan op te heffen, zoals de Verenigde Staten al gedeeltelijk hebben gedaan’, schrijft El País. ‘Vanwege de recente dialoog tussen de regering van Nicolás Maduro en de oppositie, die zijn overeengekomen om volgend jaar presidentsverkiezingen te houden, zou het goed zijn als de EU-27 een tegengebaar maakt.’

    Wat eisen de genoemde landen van Venezuela?

    Verkiezingen, migratie; de landen die weer toenadering zoeken tot Venezuela hebben hun eigen redenen. Maar volgens Forbes speelt er nog een gemeenschappelijke factor mee. ‘De Europese Unie en energiebedrijven uit het continent zijn ambitieuze projecten gestart om de aardgassector van Venezuela te ontwikkelen. Naast de economische voordelen is er ook een essentieel milieuaspect. De verouderde infrastructuur op het gebied van energie, heeft het Latijns-Amerikaanse land veranderd in een topvervuiler wat betreft de uitstoot van broeikasgassen en de aantasting van ecosystemen.’

    De Venezolaanse columnist Jorge Jraissati schrijft in National Interest daat de VS soortgelijke redenen hebben. ‘Het lijkt erop dat Bidens oproep voorsal te maken heeft met die grote bedrijven die geld willen verdienen aan Venezuela’s olievelden en goudmijnen. Het is haast alsof hun winsten in het middelpunt van de belangstelling staan en Amerika’s geopolitieke behoeften en strategisch denken overschaduwen; een zorgwekkende ontwikkeling, vooral nu de wereld steeds gevaarlijker, radicaler en autoritairder wordt.’ Jraissati doelt daarbij op de invloed van China op Latijns-Amerika, de oorlogen in Oekraïne en Israël, en de autoritaire regeringen in Nigaracua, El Salvador en Cuba.

    Ook Euronews ziet de grote gas- en olievoorraden van Venezuela als een van de factoren die de EU en de VS warm laten lopen voor een versoepeling van hun respectievelijke beleid. ‘Vorig jaar kreeg energiegigant Chevron groen licht om zijn activiteiten in Venezuela uit te breiden en in januari verleenden de VS een vergunning aan Trinidad en Tobago om een groot gasveld in Venezolaanse wateren te ontwikkelen. Het is waarschijnlijk dat de invasie van Rusland in Oekraïne deze concessies van de VS deels heeft gemotiveerd.’ Na de oorlog in Oekraïne werd Rusland geraakt door sancties en werd de export van olie en gas aan banden gelegd. Rusland besloot zelf ook om olie en gas in mindere mate naar Europa te laten gaan, waardoor landen op zoek lijken te gaan naar alternatieven.

    De vraag is of Maduro bereid is te luisteren naar de VS, de EU en andere gesprekspartners

    Naast de olie spelen ook de verkiezingen van volgend jaar een rol. Voor veel landen vormen die hét moment voor eventuele veranderingen in Venezuela, om Maduro van het podium te laten verdwijnen middels eerlijke verkiezingen, om een prowesters regime te installeren – zeker omdat Venezuela door de isolatie van de afgelopen jaren steeds meer richting China, Rusland en Iran is gegroeid. Maar er zijn twijfels over het akkoord.

    ‘Of de heer Maduro nu ruimte maakt voor een echt competitief politiek proces, of alleen olie-inkomsten int, hangt in de eerste plaats af van de heer Maduro, maar in de tweede plaats van de vraag of de oppositie, het Venezolaanse maatschappelijk middenveld en de Verenigde Staten hem aan zijn beloften houden. Anders zal de gok de situatie nog slechter hebben gemaakt dan voorheen’, schrijft de Washington Post. De vraag is of Maduro bereid is te luisteren naar de VS, de EU en andere gesprekspartners. 

    Is verandering in Venezuela echt mogelijk? 

    Toenadering van de EU, VS en Zuid-Amerika is mooi, versoepeling van sancties klinkt veelbelovend, net als een akkoord voor vrije verkiezingen, maar hoe realistisch is dat, met Nicolás Maduro als leider?

    ‘De regering van de Venezolaanse president Nicolas Maduro blijft willekeurige detentie gebruiken om politiek tegenstanders hard aan te pakken’, schreef Al Jazeera eerder dit jaar. ‘In een rapport documenteerde Amnesty International gevallen van mensen die tussen 2018 en 2022 “slachtoffer waren van politiek gemotiveerde willekeurige detenties”, waaronder leraren, vakbondsleden en mensenrechtenverdedigers.’

    Critici van de toenadering tot Maduro zeggen volgens The Wall Street Journal hetzelfde. ‘Zijn regering toont weinig interesse om een einde te maken aan de schendingen van mensenrechten. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties meldde vorige maand dat de staatsveiligheidsdiensten steeds harder optreden tegen dissidenten. De commissie noteerde van januari 2020 tot augustus 2023 ten minste 58 willekeurige opsluitingen en 28 gevallen van marteling van gevangenen.’

    ANP 478742335

    De verkiezingen volgend jaar brengen een nieuw probleem aan het licht. Afgelopen maand hield de oppositie van Venezuela voorverkiezingen om te besluiten wie het volgend jaar tegen Maduro opneemt in de presidentsverkiezingen. De winnaar is María Corina Machado, en volgens The Financial Times is dat problematisch voor Maduro.

    ‘In tegenstelling tot sommige andere oppositieleden weigert deze politicus te onderhandelen met de regering. Ze wil dat Maduro berecht wordt voor misdaden tegen de menselijkheid en heeft ze in het verleden gepleit voor een buitenlandse militaire interventie in Venezuela. De regering-Maduro heeft haar vijftien jaar lang verboden zich verkiesbaar te stellen’, aldus de krant. ‘Machado’s stijgende populariteit vormt een obstakel voor de overeenkomst tussen de VS en Venezuela, die tot stand kwam na achttien maanden van intensieve geheime diplomatie, onder andere tijdens ontmoetingen in Qatar en Italië.’

    Machado leek goed te beseffen wat een verenigde oppositie teweeg kan brengen in Venezuela. ‘Ik heb een mandaat gekregen om Nicolás Maduro te verslaan’, zei ze na haar verkiezingswinst. ‘We zijn al begonnen met die campagne.’

    ‘Het doel is om de oppositie te ontmoedigen en te verdelen, om conflicten daarbinnen te creëren, om haar aanhang te demoraliseren’

    Deze week kwam het Hooggerechtshof van Venezuela bovendien met een uitspraak waarmee het akkoord tussen de VS en Venezuela op losse schroeven kwam te staan. Dit Hooggerechtshof, vol Maduro-loyalisten, zei dat er sprake was van financiële onregelmatigheden bij de voorverkiezingen van de oppositie, en de uitslag werd volgens persbureau Reuters opgeschort ‘ondanks een verkiezingsakkoord tussen de regering en de oppositie dat elke partij toestaat haar eigen kandidaat te kiezen’.

    De Verenigde Staten en Zuid-Amerikaanse landen reageerden met waarschuwingen, teleurstelling en ook woede. Voorlopig lijkt Maduro niet open te staan voor een democratisering van het land en alleen versoepeling van sancties te zoeken om zo meer olie-inkomsten voor zijn regering te genereren. De stap van het Hooggerechtshof is pas een eerste stap, zegt de Venezolaanse politiek analist Pedro Benítez tegen The New York Times. ‘Het doel is om de oppositie te ontmoedigen en te verdelen, om conflicten in de oppositie te creëren, om haar aanhang te demoraliseren. Dat is fase een. Dan komt de volgende fase; een direct offensief tegen het verkiezingsproces.’

  • ‘Is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’

    ‘Is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’

    Door internationale onverschilligheid eindigde het conflict in Nagorno-Karabach niet met onderhandelingen, maar met een gewelddadig slotoffensief van Azerbeidzjan. Duizenden Armeniërs zijn de regio ontvlucht, maar het ziet er niet naar uit dat Azerbeidzjan ze ooit nog terug wil hebben.

    Het waren amper tieners, maar ze hoestten als echte volwassenen. In het pension – met te veel bedden in een te kleine ruimte – stonden ze als eersten op. Nog voor hun trainer. Dan staken ze het fornuis aan met lucifers uit een doosje met het opschrift ‘Trojka’. Op het ene vuur kookten ze water voor thee, boven het andere hielden ze met een vork hun sokken, die vochtig waren geworden tijdens de nacht in Stepanakert. Met het resterende vlammetje van de lucifer staken ze hun eerste sigaret van de ochtend aan en begonnen meteen te hoesten.

    Hun voetbalteam, afkomstig uit een vallei waar de helft van de huizen door oorlog was verwoest, deed mee aan een toernooi in de hoofdstad van een land dat niet op landkaarten voorkomt. Ze streden om een trofee die niets voorstelt in de wereld en waar niemand van wakker ligt. Maar die ondanks alles de moeite waard was om voor te strijden. Ze verdroegen de koude ochtenden in dit gammele pension, de springveren van de bedden die in hun ruggen prikten, de toiletten die altijd naar stront roken, de stroomstoringen… Ze regelden alles zonder op instructies van de trainer te wachten. Ze verdeelden de kleding en maakten die zo goed mogelijk droog. Daarna zorgden ze voor het ontbijt: volkoren macaroni, gekookte aardappelen en brood dat ze in een pittige saus doopten. Als kleine volwassenen. 

    Maar als ze spraken, klonken ze als de kinderen die ze nog steeds waren. En ze droomden ervan te worden als hun idolen van Real Madrid: Cristiano Ronaldo, Kaká, Casillas.

    Stille belegering

    Dat was in 2010. Een deel van hen leeft waarschijnlijk niet meer. Want toen zij dienstplichtig werden, is hun land Nagorno-Karabach, dat in feite een enclave op Azerbeidzjaans grondgebied is maar onder Armeens gezag valt, verwikkeld geraakt in schermutselingen en oorlogen. In april 2016 vochten het Azerbeidzjaanse leger en Armeense strijdkrachten uit Karabach vier dagen lang om de controle over een aantal hooggelegen gebieden. Daarbij vielen aan beide kanten meer dan tweehonderd doden, waaronder veel jonge dienstplichtigen. 

    In september 2020 begon Azerbeidzjan, goed bewapend door zijn bondgenoten Turkije en Israël en geholpen door Syrische huurlingen, een grootschalig offensief. Daarbij heroverde het een groot deel van de gebieden die sinds de jaren negentig door Armeniërs werden gecontroleerd. Het grondgebied van de zelfverklaarde Republiek van Artsach (zo noemen de Armeniërs de enclave) werd tot een minimum gereduceerd. De strijdkrachten van de naburige Republiek Armenië – tot dan toe de belangrijkste steun voor de Karabachis – werden gedwongen zich terug te trekken naar hun land. Ongeveer zevenduizend mensen werden gedood en meer dan twintigduizend raakten gewond.

    Vorige week lanceerde Azerbeidzjan zijn slotoffensief: na een etmaal bombarderen besloten Armeense troepen zich over te geven, zich bewust van hun militaire inferioriteit en het gebrek aan internationale steun. Het Russische leger, dat na de oorlog van 2020 als vredesmacht in Nagorno-Karabach was gestationeerd, stak geen vinger uit om het conflict te voorkomen en de VS en de EU deden niet veel meer dan hun bezorgdheid uitspreken en oproepen tot het staken van de vijandelijkheden.

    Deze laatste aanval kwam na negen maanden van stille belegering. In december blokkeerden vermeende Azerbeidzjaanse milieuactivisten – in werkelijkheid mensen die banden hebben met de regering in Bakoe, waaronder zelfs enkele leden van de veiligheidsdiensten – de Lachin-corridor. Na de oorlog van drie jaar geleden was deze kronkelige weg de enige verbinding van Nagorno-Karabach met de buitenwereld: 90 procent van het voedsel voor de Armeense enclave kwam via deze weg, en zieke mensen die niet in de ziekenhuizen van de enclave konden worden behandeld, gebruikten hem om naar Armenië te gaan.

    ‘Genocide kan ook gepleegd worden door omstandigheden te creëren die tot fysieke vernietiging van een groep leiden’

    Later, in april, toonde de Azerbeidzjaanse regering haar ware gezicht door een controlepost op te zetten in Lachin. Dat deed ze ondanks het feit dat de corridor volgens de wapenstilstandsovereenkomst van 2020 onder toezicht van het Russische contingent moest blijven. Zelfs de doorgang van humanitaire konvooien – van Rusland en het Rode Kruis – werd belemmerd. Zonder materialen, reserveonderdelen of voorraden kwam de economie in de enclave tot stilstand. Zonder brandstof vielen transporten stil. Scholen zaten zonder verwarming. Ook de elektriciteit viel uit, doordat de kabels naar Armenië werden gesaboteerd. Medicijnen werden schaars. Voedselvoorraden raakten op. In augustus werd de eerste hongerdode geregistreerd.

    Sinds december onderhoud ik contact met verschillende mensen in Stepanakert, de hoofdstad van Karabach. Nona Poghosián is een Karabachse lerares met twee kinderen. Eind vorig jaar wilde ze zich voorbereiden op de Armeense kerstviering die op 6 januari valt, maar dat bleek onmogelijk. Na een blokkade van bijna drie weken werden veel producten schaars. ‘Vandaag zijn we twee uur lang van winkel naar winkel gegaan. Er was alleen mayonaise en chocolade. Geen olie, geen suiker, geen groenten… zelfs geen aardappelen’, schreef ze in een bericht aan mij. Macaroni werd het belangrijkste voedsel. ‘Als mijn kinderen hun moeder een appel zien schillen alsof het de laatste is die ze ooit zullen eten, dan beseffen ze dat er iets mis is.’

    In februari werd het nog erger. De lokale overheid greep in om voedsel te rantsoeneren. ‘We hebben vouchers gekregen voor basisproducten, waaronder groenten en fruit. Maar het zijn waardeloze stukjes papier, je kunt er niets mee kopen’, schreef Poghosián. Als er met een humanitair konvooi een zending wortelen arriveerde, dan was die al binnen een paar minuten verdwenen. De prijs van de eerste aardappelen van het seizoen verdrievoudigde. Russische vredeshandhavers werden ervan beschuldigd een deel van de uit Armenië meegebrachte producten te verkopen op de zwarte markt.

    Toen de lente kwam en alles weer ging groeien, verbeterde de situatie enigszins. ‘We kunnen tenminste wilde kruiden verzamelen en die eten met eieren,’ aldus Poghosián. Maar in de zomer, toen Azerbeidzjan Russische konvooien en konvooien van het Rode Kruis tegenhield, werd de situatie nijpend. Bij het krieken van de dag stonden de inwoners van Stepanakert uren in de rij voor een brood, niet wetend of ze die dag aan de beurt zouden komen. ‘Genocide kan ook gepleegd worden door omstandigheden te creëren die tot fysieke vernietiging van een groep leiden. Daar hoeven geen crematoria voor gebouwd te worden, of aanvallen met machetes voor te worden uitgevoerd; honger is een onzichtbaar genocidaal wapen. Zonder substantiële verandering zal deze groep Armeniërs binnen enkele weken zijn vernietigd’, schreef Luis Moreno Ocampo, Argentijns jurist en voormalig aanklager bij het Internationaal Strafhof in een rapport van 7 augustus.

    Zes weken later begon Azerbeidzjan zijn laatste offensief tegen de uitgehongerde en uitgeputte enclave.

    De sirenes in Stepanakert begonnen te loeien op dinsdag 19 september om één uur ’s middags. In de hoofdstad waren schoten en artillerievuur uit de nabijgelegen valleien te horen. Tegen de tijd dat de kinderen van Nona Poghosián terugkwamen van school, bereikten de gevechten Stepanakert. Haar man was niet thuis. Een paar uur lang waren ze allemaal van elkaar gescheiden, opgesloten in verschillende kelders en schuilkelders, niet wetend hoe het de anderen verging.

    ‘Hoe we ons voelen? We zijn omsingeld, en we zijn heel erg bang.’ 

    De clichévragen van journalisten klinken dan heel dom. Hoe voelt een moeder zich, gescheiden van haar kinderen terwijl er bommen vallen?

    Amnestie

    Precies vierentwintig uur nadat de Azerbeidzjaanse aanval begon, capituleerden de Armeense troepen. De volgende dag kwamen afgezanten van beide partijen bijeen. De eerste eis van de Azerbeidzjaanse autoriteiten na het staakt-het-vuren was ontwapening van de Karabachse milities; de eerste eis van de Karabachse autoriteiten was levering van brandstof en brood.

    Beide partijen hebben hieraan voldaan. De Armeniërs in Nagorno-Karabach droegen hun arsenaal in het weekend van 23 september over aan de Azerbeidzjaanse strijdkrachten: tanks, granaatwerpers, raketten. Toen konden humanitaire konvooien met tonnen voedsel Stepanakert weer binnenrijden. 

    De Azerbeidzjaanse regering heeft amnestie beloofd voor alle Armeense strijders die de wapens neerleggen (behalve voor degenen die oorlogsmisdaden hebben begaan tijdens het conflict in 1990). Zij verzekert dat de ‘culturele, religieuze en democratische’ rechten van de Armeense bevolking van Karabach zullen worden gerespecteerd tijdens het proces van ‘re-integratie’ van de enclave in de bestuurlijke structuur van Azerbeidzjan.

    Maar de meesten zijn op hun hoede.

    In de straten van Stepanakert lopen honderden bange mensen die niet weten wat ze moeten doen – ze hebben al hun bezittingen in een tas gepropt. Velen koken op straat en schuilen waar ze maar kunnen. Zo’n tienduizend mensen zijn geëvacueerd uit de dorpen die het dichtst bij de frontlinie liggen. Sommigen hebben het contact met hun familie verloren. Internet is beperkt en het is niet bekend wat er is gebeurd in sommige van de dorpen die zijn omsingeld door Azerbeidzjaanse troepen.

    Bulldozers graven in de verse aarde om plaats te maken voor de doden. Het meest recente officiële dodenaantal van de gevechten van 19 september – tweehonderd – is al dagen niet meer bijgewerkt door de autoriteiten van de enclave. Aangenomen wordt dat het inmiddels veel hoger ligt. Elke dag zijn er nieuwe begrafenissen, groepsgewijs. Sommigen vragen zich af wat ze moeten doen: de doden begraven of hun lichamen meenemen? Want het enige waar ze aan kunnen denken is vluchten naar Armenië.

    Anderen verwijderen openbare foto’s en posters met de namen van ‘martelaren’ – zij die sneuvelden bij de verdediging van Nagorno-Karabach tijdens eerdere oorlogen. Het is onduidelijk wat er zal gebeuren als Azerbeidzjaanse troepen Stepanakert binnenvallen.

    Het enige vliegveld in Nagorno-Karabach ligt naast Khoyali, een dorp met een bloederige geschiedenis. De grootste slachting van de Eerste Karabachoorlog (1991-1993) vond er plaats, toen Armeense troepen een genocide aanrichtten onder Azeri’s die het belegerde dorp probeerden te ontvluchten: 613 burgers werden gedood, waaronder 106 vrouwen en 63 kinderen.

    Het vliegveld is klaar: er is een nieuwe terminal gebouwd en in 2009 is er personeel aangenomen. Maar het is nooit in gebruik genomen, aangezien Azerbeidzjan dreigde elk vliegtuig neer te schieten dat er zou landen of opstijgen. Wel is het de belangrijkste basis voor Russische vredeshandhavers. Nu hebben duizenden mensen er hun toevlucht gezocht, op zoek naar bescherming.

    99,9 procent van de 120.000 Armeniërs die nog in de enclave wonen, wil vertrekken

    Op zondag 24 september, na opnieuw een ontmoeting tussen vertegenwoordigers van Karabach en Azerbeidzjan, ging Samvel Shahramanian, president van de zelfverklaarde Republiek Artsach, naar het vliegveld en verzekerde zijn medeburgers ervan dat de evacuaties zouden beginnen: eerst van degenen die door de gevechten ontheemd waren geraakt, daarna van alle anderen die wilden vertrekken. Diezelfde dag staken duizend mensen de grens over naar Armenië. Vroeg in de ochtend die maandag waren het er al drieduizend. Woensdagnacht naderde het aantal de vijftigduizend.

    ‘Natuurlijk wil ik weg. Er zijn duizenden mensen in mijn omgeving die wachten op de opening van een corridor naar Armenië,’ zegt Poghosián. ‘Hoe zouden we moeten leven met de Azeri’s? Mensen vertrouwen Azerbeidzjan niet, want het zou niet de eerste keer zijn dat het ons afsluit, uithongert en bombardeert.’

    In de tuin bij de familie Poghosián staat een moerbeiboom. Een grote, wijdvertakte boom die zo hoog reikt dat hij het licht wegneemt. De man van Nona wilde hem begin maart snoeien. ‘Zondag begin ik eraan,’ zei hij nog. Maar op vrijdag kregen ze een telefoontje: de auto waarin haar zwager David, een agent van de douane, naar zijn werk reed, was beschoten door Azerbeidzjaanse troepen. Hij en twee andere agenten werden gedood. Volgens de Azerbeidzjaanse pers waren het ‘saboteurs’.

    ‘Ik weet niet hoe ik zijn drie kinderen in de ogen moet kijken’, schreef Poghosián op haar Facebook-account. ‘Ik weet niet hoe ik zijn dappere twaalfjarige zoon moet kalmeren, die huilt onder de dekens om zijn zussen niet ongerust te maken. Ik weet niet wat ik moet zeggen tegen zijn achtjarige dochter die vraagt hoe lang haar vader nog wegblijft. Hoe moet Eteri haar drie kinderen opvoeden zonder David?’

    De moerbeiboom blijft zoals hij was: met ongesnoeide takken. Hoewel de internationale gemeenschap en het buurland Armenië erop hebben aangedrongen dat Azerbeidzjan voorwaarden schept voor Armeniërs om in Karabach te kunnen blijven, hebben die na een eeuwenlang verblijf de moed opgegeven. Een van de adviseurs van Shahramanián vertelde aan Reuters dat 99,9 procent van de 120.000 Armeniërs die nog in de enclave wonen, wil vertrekken.

    ‘Geen wonder dat de haat na twee oorlogen en dertig jaar conflict wortel heeft geschoten,’ zegt Zaur Shiriyev, analist bij de International Crisis Group in Bakoe. ‘Armeense en Azerbeidzjaanse ontheemden die terugkeren naar het gebied zijn getraumatiseerd. Sinds 2020 is er geen echte poging meer gedaan om beide partijen te verzoenen. Eerst en vooral moet het gebied gestabiliseerd worden en de meest acute humanitaire problemen worden opgelost. Daarna moet het vooral gaan om coëxistentie. Dat is een lang proces dat een sterke politieke wil vereist, vooral van de kant van Azerbeidzjan.’

    Verlangen naar wraak

    De eerste jaren van het conflict en de oorlog in de jaren negentig hebben zo’n dertigduizend mensen het leven gekost. Het conflict leidde daarnaast tot etnische zuiveringen op grote schaal, zeker als je bedenkt dat Azerbeidzjan en Armenië samen nauwelijks tien miljoen inwoners telden: 350.000 Armeniërs werden verdreven uit Azerbeidzjan en nog eens 150.000 Azeri’s uit Armenië. En een half miljoen Azeri’s moesten Karabach en de omliggende door Armeniërs bezette provincies ontvluchten.

    ‘Mijn vroegste herinneringen hebben met oorlog en verwoesting te maken’, schreef advocaat Rauf Azimov op X, het vroegere Twitter. Hij werd geboren in een gebied in de buurt van Karabach. Zijn familie – half Azeri, half Koerdisch – werd verdreven uit door Armenië veroverde gebieden, met als gevolg dat ze jarenlang in tenten en pakhuizen leefden. ‘Mijn oom stierf tijdens de oorlog toen hij op een mijn stapte. Ik viel altijd in slaap met geweerschoten. Ik stikte ooit bijna in mijn eten toen er vlakbij een bom ontplofte. Tijdens mijn jeugd keek ik verlangend naar het spectaculaire Murovgebergte, en ik vroeg me af waarom mijn vader er wel heen kon en ik niet. Ik wenste dat ik op bezoek kon in het land van mijn voorouders in Lachin. En dat de huizen van mijn grootouders niet vol zaten met kogelgaten en granaten. Ik wenste dat het dorp van mijn vader geen kunstmatige heuvel langs de weg moest opwerpen om te voorkomen dat sluipschutters op burgers zouden schieten. Maar bovenal wenste ik dat iemand onze pijn zou erkennen. In plaats daarvan ontmoette ik meestal mensen die lachten om onze tragedie, die deze rechtvaardigden of negeerden.’

    ‘Ik kijk nu met afschuw naar wat er gebeurt met de Armeniërs van Nagorno-Karabach,’ zegt Azimov. ‘Elke Azeri die getuige is geweest van oorlog, of die heeft geleden onder etnische zuiveringen moet hiertegen in opstand komen, ook al vertellen onze meest elementaire instincten ons iets anders. Zo niet, dan zal de geschiedenis ons niet vergeven.’ Hij kan dit eervolle standpunt uitdragen omdat hij in Canada woont. De weinige activisten in Azerbeidzjan die zich tegen de oorlog hebben uitgesproken, zijn gearresteerd.

    Veel Azerbeidzjaanse vluchtelingen daarentegen koesteren een verlangen naar wraak. ‘Ik wil dat ze evenveel lijden als wij,’ zei een Azeri vluchteling tegen mij in 2020, toen veel Armeniërs de door Azerbeidzjan heroverde gebieden ontvluchtten, terwijl zij ervan droomde om na dertig jaar ontheemding terug te kunnen keren naar haar geboortestad.

    ‘Coëxistentie tussen de twee gemeenschappen in de nabije toekomst is ingewikkeld. Er moeten speciale maatregelen komen voor verzoening en voor interetnische communicatie,’ stelt de Azeri mensenrechtenactivist Anar Mammadli. Analist Shiriyev is optimistischer en verwacht dat de vlucht van de Armeniërs een ‘tijdelijke’ oplossing is en dat ze, als Bakoe de juiste maatregelen neemt, geleidelijk terug kunnen keren naar Karabach.

    ‘Maar is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’ vraagt Azimov zich af. ‘Decennialang werden ze afgeschilderd als de vijand, de schurk die verantwoordelijk is voor al onze ellende. Hun geschiedenis is uitgewist en hun tragedies werden ontkend, inclusief onze verantwoordelijkheid ervoor.’ Hoe kan Azerbeidzjan de mensenrechten van Armeniërs garanderen, vragen velen zich af, als het niet eens de rechten van zijn eigen bevolking respecteert?

    ‘Van zowel de oorlog van 2020 als van de recente aanvallen is de les hetzelfde: de verleiding om geweld te gebruiken in plaats van diplomatie is groot. Dat komt door de afwezigheid van mechanismen ter afschrikking. En dat schept een gevaarlijk precedent,’ stelt Richard Giragosian van het Centrum voor Regionale Studies in Jerevan, de hoofdstad van Armenië.

    Het risico van bevroren conflicten is dat ze er ogenschijnlijk niet meer zijn. Al die jaren van winterslaap zijn er niet genoeg doden gevallen om de voorpagina’s te halen. Het gevolg is dat onderhandelingen over een oplossing worden uitgesteld, totdat een van de partijen sterk genoeg is om haar eigen voorwaarden op te leggen.

  • Buitenlandse Zakenministers VS en China ontmoeten elkaar

    Buitenlandse Zakenministers VS en China ontmoeten elkaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » BBC: Griekse kustwacht liegt over toedracht migrantenramp

    » Mondkapjesplicht heringevoerd in Chili na golf besmettingen

    Blinken en Qin Gang ontmoetten elkaar voor het eerst in jaren

    Voor het eerst in vijf jaar heeft een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken China bezocht. Volgens The Washington Post hadden Anthony Blinken en zijn collega Qin Wang constructieve gesprekken, op een moment dat de relaties tussen de VS en China op een historisch dieptepunt zijn. De ministers spraken af elkaar binnenkort weer te spreken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens Qin zouden er aan Chinese kant zorgen zijn over de manier waarop de VS zich proberen in te mengen in Chinese aangelegenheden, zoals de kwestie-Taiwan. Het land, dat door de VS als een onafhankelijk land wordt gezien, wordt door China gezien als afvallige provincie die onder het één-Chinaprincipe onder de Chinese vlag valt. Ook de kwestie Noord-Korea blijft een splijtzwam tussen de twee landen.

    Op het gebied van Oekraïne zijn er ook nog steeds conflicten, met name omdat China Rusland blijft steunen. Daarnaast zijn er technologische en economische meningsverschillen. Een eerdere ontmoeting tussen Blinken en Qin in februari werd afgeblazen omdat een Chinese spionageballon in het Amerikaanse luchtruim zou hebben gevlogen.

    Lees ook:

  • Hoe overleef je als niet-gebonden land een spagaat tussen supermachten

    Hoe overleef je als niet-gebonden land een spagaat tussen supermachten

    Verreweg de meeste landen ter wereld nemen een pragmatisch neutraal standpunt in en willen vooral uit politieke en economische overwegingen geen partij kiezen tussen de VS, China en Rusland. Een analyse van de zogeheten niet-gebonden landen.

    Veel landen die gevangen zitten tussen Amerika, China en Rusland willen in geen geval partij kiezen. Nu de naoorlogse, door de VS geleide wereldorde uiteenvalt en economieën almaar verder losgekoppeld raken, proberen ze deals te sluiten die scheidslijnen overstijgen. Een transactiegerichte aanpak die de geopolitiek een nieuw aanzien geeft.

    Wil je de niet-gebonden machten goed in kaart brengen, bekijk je ze dan eens door een Russische lens. Onze zusterorganisatie EIU [Economist Intelligence Unit, een organisatie die ontstaan is uit The Economist en analyses uitvoert voor het bedrijfsleven] heeft landen geanalyseerd op basis van hun economische en militaire banden met Moskou, hun diplomatieke standpunten zoals die blijken uit hun stemgedrag in de VN en hun steun aan en uitvoering van sancties. Er zijn 52 landen, goed voor 15 procent van de wereldbevolking, die het optreden van Rusland hekelen: het Westen en zijn bondgenoten. Slechts 12 landen staan achter Rusland. Dit betekent dat de overige 127 staten niet duidelijk voor een van beide kampen kiest.

    Wat niet-gebonden landen gemeen hebben is een nietsontziend pragmatisme 

    Om een idee te krijgen van wat niet-gebondenheid precies inhoudt, heeft The Economist ook gekeken naar de 25 grootste economieën (t25) die de kat uit de boom hebben gekeken bij de Oekraïense oorlog, of die neutraal willen blijven in de Chinees-Amerikaanse confrontatie, of beide. Deze ‘transactiegerichte’ groep is in termen van welvaart en politieke organisatie buitengewoon gevarieerd van samenstelling: zowel het reusachtige India als dwergstaat Qatar behoren ertoe. Wat ze gemeen hebben is een nietsontziend pragmatisme. 

    Ze vertegenwoordigen nu 45 procent van de wereldbevolking. Hun aandeel in het mondiale bbp is gestegen van 11 procent in 1992 naar 18 procent in 2023, en is daarmee hoger dan dat van de EU. Hun strategie van neutraliteit brengt ernstige risico’s met zich mee, maar biedt ook grote kansen. Hun succes of falen zal de wereldorde tientallen jaren beïnvloeden. En zowel de VS als China zullen proberen deze landen voor zich te winnen.

    Kloof

    In de twintigste eeuw had niet-gebondenheid verschillende betekenissen voor verschillende landen op verschillende momenten. Tijdens conferenties in Bandung in Indonesië (1955) en Belgrado in Joegoslavië (1961) presenteerden leiders een ‘derde wereld’, naast het Westen en het Sovjetblok. Vanaf het einde van de jaren zestig richtten deze landen hun pijlen steeds meer op economische ongelijkheid tussen het ‘mondiale zuiden’ (een minder beladen term voor ‘derde wereld’) en het industriële noorden. De niet-gebonden beweging was een formele instelling waarvan bijna elke Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse staat lid werd. Toen de Koude Oorlog ten einde kwam werd ze, in de woorden van een Indiase academicus, ‘een zieltogende organisatie, die een waardige begrafenis behoefde’.

    De niet-gebonden landen van nu zijn niet te herkennen aan lidmaatschap van een instelling, maar aan gedrag. Middelgrote machten zijn het, die zich laten leiden door pragmatisme en opportunisme. In een recent boek betoogt de voormalige Chileense diplomaat Jorge Heine dat landen in de twintigste eeuw vaak per toeval in een van de invloedssferen van de supermachten terechtkwamen. Tegenwoordig is het meer zo dat ze mogelijkheden ‘actief’ evalueren om bepaalde doelen te bereiken, zo stelt hij. Sommigen noemen dit ‘minilateralisme’ (in tegenstelling tot multilateralisme) – het aansturen van discrete allianties of groeperingen, in plaats van je lot in handen van één blok te leggen.

    ‘Europa moet zich bevrijden van de mentaliteit dat de problemen van Europa de problemen van de wereld zijn, maar dat de problemen van de wereld niet de problemen van Europa zijn’

    Niet-gebonden landen vinden westerse leiders meestal hypocriet. In het eerste jaar van de oorlog werd ongeveer 170 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Oekraïne – ongeveer 90 procent van wat de ontwikkelingscommissie van de OESO, een groep van 31 westerse donoren, in 2021 aan mondiale hulp uitgaf. Voor het Westen is deze vrijgevigheid een uiting van solidariteit met een mededemocratie; voor anderen toont ze aan dat rijke landen vooral geld ophoesten als dit hun belangen dient. ‘Europa moet zich bevrijden van de mentaliteit dat de problemen van Europa de problemen van de wereld zijn, maar dat de problemen van de wereld niet de problemen van Europa zijn,’ zo stelde Subrahmanyam Jaishankar, de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, vorig jaar.

    Deze stellingname komt in grote lijnen overeen met de publieke opinie. Uit een rapport van Cambridge University van vorig jaar bleek dat in liberale democratieën 75 procent een negatief beeld heeft van China en 87 procent ongunstig over Rusland oordeelt. Onder de 6 miljard mensen die elders wonen is het beeld nagenoeg omgekeerd. Er is dus een kloof tussen hoe het Westen de wereld ziet en hoe de rest van de wereld die ziet. In een opiniepeiling, eerder dit jaar gepubliceerd door de Europese Raad voor Buitenlandse betrekkingen (een denktank), stelde 48 procent van de Indiërs en 51 procent van de Turken dat multipolariteit of niet-westerse dominantie de toekomstige wereldorde zal bepalen. Slechts 37 procent van de Amerikanen, 31 procent van de EU-bevolking en 29 procent van de Britten waren het hiermee eens. Het Westen denkt dat het naar een vervolgaflevering van de Koude Oorlog kijkt, de rest van de wereld ziet een geheel nieuwe film.

    Gemeenschappelijk doel

    Wie zitten er dan allemaal in die t25? Het is, zoals gezegd, een diverse groep die bestaat uit landen met bevolkingen die tot de grootste ter wereld behoren, waarvan er twee – India en Indonesië – de grootste democratieën ter wereld zijn. Je hebt ook Vietnam, Saoedi-Arabië en Egypte, alle bestuurd door autocraten van uiteenlopende snit. Er zijn grote verschillen wat welvaartsniveau betreft. In Saoedi-Arabië is het bbp per persoon ruim 24.000 euro, ongeveer evenveel als dat van een aantal Europese landen, terwijl het in Pakistan op zo’n 1440 euro blijft steken.

    Naarmate de globalisering zich uitbreidde, zijn de t25 een handel in vele richtingen gaan drijven. Zo’n 43 procent geschiedt met het westerse blok, 19 procent met het Chinees-Russische blok en 30 procent met landen uit geen van beide kampen. Misschien is het gezien de ligging van Mexico niet verrassend dat 77 procent van de totale handel van dat land met het Westen is, en dat ook Israël en Algerije voor meer dan 60 procent handel daarmee drijven. Geen ander t25-land kent zo’n intensief handelsverkeer met China als Chili (meer dan een derde), maar tegelijkertijd betreft 40 procent van dat handelsverkeer het Westen. Meer dan de helft van de Argentijnse handel, en bijna de helft van die van India, wordt met andere niet-gebonden landen gedreven.

    De wapeninvoer toont ook een complex netwerk van loyaliteiten. India dekt zich slim in. Tussen 2018 en 2022 was Rusland de belangrijkste leverancier, die India voor 45 procent van zijn wapens voorzag, maar het land ontving van Europa nog eens 29 procent en waarschijnlijk zal het zich nog zelfredzamer maken met Amerikaanse hulp. Met het rivaliserende China, dat levert aan India’s aartsvijand Pakistan, kan geen sprake zijn van handel. Israël, Marokko, Saoedi-Arabië en Zuid-Afrika verlaten zich voor het overgrote deel op de Verenigde Staten als het om wapenimport gaat.

    Geopolitieke allianties zijn sinds 2018 almaar belangrijker geworden bij het bepalen van directe buitenlandse investeringen

    Er is geen bestuursorgaan dat niet-gebonden landen en hun belangen vertegenwoordigt. En dat zal er waarschijnlijk ook niet komen. In plaats daarvan zijn er uiteenlopende organisaties, zoals de G20, die platforms bieden die grote niet-gebonden landen in meer of mindere mate van nut zijn. De BRICS-groep – Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika – is een forum voor middelgrote machten die expansie nastreven: er is een discussie gaande over of Iran en Saoedi-Arabië mogen toetreden. Tijdens klimaatgesprekken in VN-verband is een brede groep van meer dan honderddertig landen, waaronder China, rond de tafel gaan zitten.

    Ondanks hun verschillen hebben de niet-gebonden landen een gemeenschappelijk doel: gunstige overeenkomsten sluiten in een veranderlijke omgeving. Twintig jaar lang konden velen relaties opbouwen met zowel het Westen en China als Rusland. Dat is verleden tijd. Het Westen legt Rusland sancties op en beperkt China’s toegang tot technologie.

    Voor veel landen betekent dit nu een ernstige bedreiging. Door de sancties tegen Rusland stegen de energie- en voedselprijzen wereldwijd, met ernstige gevolgen voor de niet-westerse wereld. Onlangs heeft Janet Yellen, de Amerikaanse minister van Financiën, Amerikaanse bedrijven aangespoord om hun toeleveringsketens naar bevriende staten over te hevelen. Ook investeringen verplaatsen zich. En ondertussen bloeit er iets moois op tussen Beijing en Moskou. Recent onderzoek van het IMF heeft uitgewezen dat geopolitieke allianties, zoals die blijken uit stemgedrag in de VN, sinds 2018 almaar belangrijker zijn geworden bij het bepalen van directe buitenlandse investeringen. De scenario’s van het IMF ten aanzien van gefragmenteerde handel voorspellen dat de impact in opkomende markten meer dan twee keer zo slecht kan zijn als in ontwikkelde markten.

    Geen ‘automatische allianties’

    Maar velen in de niet-gebonden wereld gokken er ook op dat ze voordeel kunnen putten uit deze economische en politieke fragmentatie door hun relaties met diverse grootmachten af te palen en zelf andere landen te beïnvloeden. Om deze transactiestrategie te begrijpen, is het goed te kijken naar de aanpak van enkele grote landen die tussen twee vuren zitten. Neem Brazilië. Dat verzet zich tegen wat Mauro Vieira, minister van Buitenlandse Zaken, ‘automatische allianties’ noemt. Luiz Inácio Lula da Silva, die in januari aan zijn tweede leven als president van Brazilië begon, ziet ambtsgenoot Biden als een bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering; op hun bijeenkomst in Washington DC in februari werden gezamenlijke milieu-instellingen, die door de vorige president Bolsonaro waren opgedoekt, in ere hersteld. De VS zien Brazilië als een ‘grote niet-NAVO-bondgenoot’, en die status geeft recht op robuustere samenwerking met de Amerikaanse strijdkrachten.

    Maar ook Brazilië laveert tussen de supermachten. Net als andere landen in de regio heeft het afwijzend gereageerd op westerse voorstellen om oud materieel van Russische makelij aan Oekraïne te leveren in ruil voor nieuwe wapens. Het bezoek van Lula aan Beijing in april onderstreept het economische belang van China. De handel tussen Brazilië en China bedroeg in 2022 een kleine 140 miljard euro, wat 37 keer zo veel is als twintig jaar geleden. Dit is onder meer te danken aan de wijze waarop Brazilië gebruik heeft gemaakt van de tarievenoorlog tussen China en de VS. Ten koste van Washington voerde het de export van landbouwproducten naar China op.

    De angst van India voor China heeft in een aantal opzichten gezorgd voor toenadering tot het Westen

    Brazilië gaat ook zelf op avontuur. Lula bezoekt binnenkort Afrika om de invloed van Brazilië daar nieuw leven in te blazen. Tijdens zijn eerste periode als president steeg de handel met Afrika van een kleine 5,5 miljard euro in 2003 naar ruim 23 miljard euro in 2012, en Zuid-Afrika mocht toetreden tot het brics-blok. Lula’s voorganger begaf zich niet naar Afrika. Hijzelf vindt duidelijk wel dat het de moeite loont.

    De angst van India voor China heeft in een aantal opzichten gezorgd voor toenadering tot het Westen. In maart bracht de premier van Japan – dat net als India, de VS en Australië tot het ‘quadrilaterale’ Indo-Pacifische veiligheidsforum Quad behoort – een historisch bezoek aan Delhi. In het financiële jaar 2021-22 overtrof de handel van India met de VS die met China. Toch koopt India nog steeds wapens en goedkope olie van Rusland en is het onwaarschijnlijk dat het zijn jarenlange banden met dit land zal verbreken, tenzij het regime van Poetin kernwapens gaat inzetten.

    Praktisch, niet partijdig

    Net als Brazilië profileert India zich in het buitenland: alleen China zit dieper in de import en export met Afrika bezuiden de Sahara. Het gemiddelde jaarlijkse totaal aan directe buitenlandse investeringen van India bedroeg van 2004 tot 2008 0,7 miljard euro (minder dan de helft van die van Zweden), maar een decennium later 28 miljard (meer dan die van Duitsland en Japan samen). Vorige maand nodigde India vertegenwoordigers van 31 Afrikaanse landen uit voor war games. En India heeft beloofd zijn voorzitterschap van de G20 dit jaar te gebruiken om de ‘stem van het mondiale zuiden’ te laten horen.

    Turkije wil zijn invloed in het mondiale zuiden eveneens vergroten. Het heeft veiligheidsovereenkomsten met dertig Afrikaanse staten gesloten. De militaire export naar Afrika vervijfvoudigde tussen 2020 en 2021. Adviseurs van de Turkse president Erdogan zeggen dat het ‘nieuwe Turkije’ zijn eigen partners kan uitkiezen. Dat kan verklaren waarom Turkije zich neutraal opstelt ten aanzien van de oorlog in Oekraïne. Ankara heeft zijn banden met Moskou recent aangehaald. De Turkse export naar Rusland kwam in 2022 uit op bijna 7 miljard euro, een stijging van 45 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

    Saoedi-Arabië verkleint zijn afhankelijkheid van zijn historische bondgenoot, de VS, door tegen China aan te schurken, dat nu de grootste handelspartner van het koninkrijk is. Kijk naar de besluiten, deze maand, en in oktober, door de OPEC, waarin Saoedi-Arabië het hoogste woord voert, om de olieproductie terug te dringen. Vorige maand ondertekende Saoedi-Arabië een overeenkomst met Iran, waarbij China had bemiddeld, en sloot het zich aan bij de Shanghai Co-operation Organization, een Euraziatische praatclub. China zegt zo snel mogelijk een vrijhandelsovereenkomst met de Golf te willen sluiten.

    De betrekkingen van de Golfstaten met Afrika bleven ooit beperkt tot energie, landbouw en de politiek van de Hoorn van Afrika. Nu willen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten contracten voor de winning van delfstoffen in de wacht slepen; DP World, een havenexploitant uit Dubai, is bezig uit te groeien tot een cruciaal bedrijf op het Afrikaanse continent, en Qatar manifesteert zich op uiteenlopende manieren op het diplomatieke toneel. Vorige maand was het betrokken bij onderhandelingen over de vrijlating van Paul Rusesabagina, een gedetineerde Rwandese dissident (en inspirator voor de film ‘Hotel Rwanda’).

    Zelden klonken westerse beloften om de veiligheid te garanderen in sommige delen van Afrika zo hol

    Afrikaanse landen hebben zich lange tijd naar beide grootmachten gericht. Het Westen is door de bank genomen hun belangrijkste voorziener in ‘zachte‘ behoeften geweest: onderwijs, gezondheid en, mocht een regering dat willen, mensenrechten. China biedt ‘hardware’: bruggen, wegen, havens, en de leningen om die te bouwen. Voor infrastructuurprojecten ten zuiden van de Sahara bedroegen de leningen van het belangrijkste Amerikaanse ontwikkelingsbureau tussen 2007 en 2020 minder dan een tiende van de leningen die de twee grote ontwikkelingsbanken van China verstrekten (1,7 miljard tegen ruim 20 miljard euro).

    Zelden klonken westerse beloften om de veiligheid te garanderen in sommige delen van Afrika zo hol. ‘De Amerikaanse troepen en agenten moeten ergens slapen. Maar de veiligheidsrelatie komt onze economische ontwikkeling helemaal niet ten goede,’ legt een voormalig adviseur van een Afrikaanse president uit. ‘Daarvoor hebben we China nodig.’ In augustus verlieten, na negen jaar, de laatste Franse troepen Mali; de Wagner-groep, bestaande uit Russische huurlingen, houdt de regerende junta nu overeind.

    De niet-gebonden landen kiezen liever geen partij. Maar de grootmachten VS en China willen ze graag in hun invloedssfeer trekken. Beijing ziet zijn leiderschap over het mondiale zuiden als een manier om beter weerwerk te kunnen bieden aan de VS. Het positioneert zich als rolmodel binnen een brede familie van ontwikkelingslanden. Het zet zich af tegen het Westen, dat volgens Beijing meer waarde hecht aan exclusiever gezelschap, zoals dat van de G7. ‘China laat zich zien waar en wanneer het Westen dat niet doet,’ zegt Yemi Osinbajo, de vertrekkende vicepresident van Nigeria.

    Oosterse vrienden, westerse vrienden

    China is de belangrijkste handelspartner van ongeveer 120 landen en voor velen de geldschieter in eerste en laatste instantie. Tussen 2007 en 2020 stopte het meer geld in infrastructuur ten zuiden van de Sahara dan de volgende acht grootste geldschieters tezamen. Dit is van cruciaal belang voor het oplossen van staatsschuldcrises. Uit een analyse van 73 ontwikkelingslanden door het IMF blijkt dat China in 2006 slechts 2 procent van de externe schulden van deze groep bezat, waar de ‘club van Parijs’ – een groep grotendeels westerse crediteuren – 28 procent voor zijn rekening nam. In 2020 bedroegen deze percentages respectievelijk 18 en 10.

    Westerlingen mogen hier terecht hun wenkbrauwen bij fronsen. China’s ‘win-win’-retoriek verdonkeremaant de meedogenloze houding van Beijing. In het boek Banking on Beijing (2022), van onder anderen Bradley Parks van AidData (een onderzoeksinstelling), valt te lezen hoe China zijn economische instrumenten gebruikt voor politieke doeleinden. Geldstromen worden vaak naar de thuisdistricten van zittende leiders omgebogen, en ook is China meer dan westerse landen bereid geld te lenen aan corrupte en autocratische landen. AidData ontdekte ook dat als een land 10 procent vaker met Beijing meestemt bij de VN, het ook meer Chinese projecten in dat land tegemoet mag zien. Chinese leningen gaan vergezeld van ongewoon strikte clausules betreffende vertrouwelijkheid en onderpand. Chinese ontwikkelingsprojecten zouden echter wel tot een verhoging van het bbp per persoon leiden, merkt Parks op.

    De VS bedrijft nu diplomatie op plekken die het eerder heeft verwaarloosd

    De VS en bondgenoten proberen de Chinese inspanningen te ondervangen door hun boodschap aan de niet-gebonden wereld te verfijnen. Washington erkent dat de internationale orde die het leidt alleen legitiem is als andere landen er vrijwillig mee instemmen. ‘Landen willen niet gedwongen worden te kiezen, en dat willen wij ook niet,’ aldus Jake Sullivan, nationale veiligheidsadviseur van president Biden, eerder dit jaar in The Washington Post. De VS bedrijft nu diplomatie op plekken die het eerder heeft verwaarloosd. Kamala Harris, de Amerikaanse vicepresident, Janet Yellen en Antony Blinken, minister van Buitenlandse Zaken – allemaal hebben ze Afrika in 2023 bezocht. Biden volgt binnenkort.

    De VS hebben ook de veiligheidssamenwerking met invloedrijke niet-gebonden landen versterkt. In november ontmoette minister van Defensie Lloyd Austin zijn Indonesische collega voor de vierde keer; in januari kwamen Amerikaanse en Indiase functionarissen overeen de samenwerking op het gebied van geavanceerde defensietechnologieën verder uit te bouwen. In totaal onderhoudt de VS 88 ‘defensiepartnerschappen’ (uitgezonderd formele allianties zoals die met de NAVO), al is een aantal vrij beperkt van aard. 

    Hoewel de VS en de EU de afgelopen jaren de Belt and Road Initiative, ofwel de door China geïnstigeerde Nieuwe Zijderoute, probeerden te pareren met concurrerende plannen, blijft de indruk bestaan dat je nog altijd beter bij Beijing kunt aankloppen voor geld om je infrastructuur te verbeteren en daarmee je economie te transformeren. Nadat Kamala Harris een soundtrack met Afrikaanse artiesten had uitgebracht om haar recente bezoek aan het continent luister bij te zetten, merkte een hoge Afrikaanse functionaris droogjes op dat de Chinezen met leningen en ingenieurs komen aanzetten en de Amerikanen met playlists.

    Een politieke paradox

    Alom wordt ervan uitgegaan dat de regering-Biden een buitenlands beleid op twee niveaus voert: op de eerste plaats komen de betrekkingen met de belangrijkste democratische bondgenoten in Europa en Azië (met de hoop dat India daarvan ooit deel zal uitmaken) – en daarna met rammelende mondiale instituties. Aan de bemiddelende rol van die instituties heeft een brede groep landen, waaronder de meeste niet-gebonden landen, behoefte, of het nu gaat om ontwikkeling, schuldverlichting, veiligheid of financiën.

    Dat brengt drie uitdagingen met zich mee. In de eerste plaats moet de westerse eenheid standhouden. Dat is niet vanzelfsprekend. Tijdens zijn recente bezoek aan China zei de Franse president Emmanuel Macron dat de Europese staten het Amerikaanse beleid ten aanzien van Taiwan niet zomaar moeten volgen, noch een boodschap hoeven te hebben aan het Amerikaanse ‘ritme’.

    Het risico van deze bundeling van krachten is dat het mondiale zuiden verder vervreemd raakt van de internationale orde

    De tweede uitdaging is de mogelijkheid dat China de mondiale instellingen ondermijnt door bijvoorbeeld te kiezen voor bilaterale schuldenverlichting in plaats van zich volledig in te zetten voor gecoördineerde inspanningen op dat gebied. De halsstarrige houding van Chinese crediteuren bij het IMF vermindert de flexibiliteit die het kan bieden aan landen die met schulden worstelen.

    De laatste uitdaging betreft het wantrouwen jegens het Westen vanwege al zijn verbroken beloften. Neem de klimaatfinanciering. In 2009 zeiden rijke landen dat ze in 2020 ruim 90 miljard euro per jaar naar arme landen zouden sluizen; het jaarlijkse totaal is nooit hoger geweest dan 77 miljard.

    Op grond van hun gedeelde liberale waarden en geschiedenis schaarden westerse landen zich achter Oekraïne na de Russische invasie. Zij hebben ook hernieuwde vastberadenheid aan de dag gelegd jegens een autoritair China. Het risico van deze bundeling van krachten is evenwel dat het mondiale zuiden verder vervreemd raakt van de internationale orde. Het zou tragisch zijn als de VS, door het Westen te verenigen, het contact met de rest van de wereld verliest.

    Lees ook:

  • Het geheime plan van het Kremlin: nepprotesten tegen Erdogan en Turkije

    Het geheime plan van het Kremlin: nepprotesten tegen Erdogan en Turkije

    Uitgelekte documenten laten zien dat Russische agenten nepprotesten organiseerden in Europese steden, waaronder Den Haag, om Erdogan te beledigen en Oekraïne daarvan de schuld te geven. Op die manier wil Rusland verdeling zaaien in Europa, zo blijkt uit een onderzoek van verschillende Europese media.

    Een koranverbranding voor de Turkse ambassade in Stockholm in januari zette de toch al gespannen betrekkingen tussen Turkije en Zweden op scherp en leidde uiteindelijk tot opschorting van het Zweedse NAVO-lidmaatschap. Het incident inspireerde Russische inlichtingendiensten; ze zagen een kans om het conflict tussen EU-landen en Turkije aan te wakkeren en ontwikkelden een plan om Erdogan in enkele grote Europese steden te beledigen. Dit blijkt uit uitgelekte documenten die werden verkregen door de journalistenorganisatie Dossier Center in Londen en gedeeld met een groep Europese media, waaronder de Zweedse krant Expressen. Tot het samenwerkingsverband behoren ook Danmarks Radio, Le Monde, Süddeutsche Zeitung, NRK, SVT, Delfi en WDR/NRD.

    In de documenten wordt de achterliggende gedachte van het plan beschreven: ‘Vandaag de dag zijn er aanzienlijke spanningen tussen Turkije en EU-landen. Dat betreft niet alleen de moeizame diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Zweden en uitstel van het toetredingsproces van Scandinavische landen tot de NAVO. In heel Europa is er sprake van een algehele toename van islamofobe sentimenten.’ Om de bron te beschermen zal deze niet worden gepubliceerd. De documenten zijn oorspronkelijk afkomstig van een officier van een van de Russische inlichtingendiensten, wiens identiteit bij de redactie bekend is.

    Het protest van Ankara

    De verbranding van de koran in Zweden door de Zweeds-Deense rechtsextremist Rasmus Paludan sloeg over naar Nederland; de leider van de antimoslimbeweging Pegida scheurde tijdens een demonstratie pagina’s uit een koran. Dat was voor Ankara aanleiding om de Nederlandse ambassadeur te ontbieden en protest aan te tekenen.

    De Russische documenten verwijzen naar dat incident en stellen voor dat demonstranten in Den Haag de Turkse vlag zullen vertrappen en portretten van de Turkse president in brand zullen steken. Ze beschrijven ook een uitgebreide graffiticampagne met ‘beledigingen aan het adres van Erdogan in alle grote Europese steden’. Daarnaast bevatten de documenten beknopte beschrijvingen van hoe de demonstraties kunnen worden georganiseerd: ‘Vijf mensen (lokale bewoners en migranten) met maskers vertrappen de Turkse vlag en verbranden een portret van Erdogan. Een van de deelnemers neemt dat op met een mobiele telefoon. De locatie is een iconische plek in Den Haag. De video wordt vervolgens naar Turkse media en organisaties gestuurd. De video wordt gepubliceerd op sociale netwerken, etc.’

    Behalve Den Haag zijn beoogde plekken voor zulke acties Parijs, Brussel en Frankfurt. Uit een van de gelekte documenten van de Russische inlichtingendienst blijkt dat deze acties ook al zijn uitgevoerd; een actie in Parijs met ingehuurde ‘demonstranten’ is omschreven door de Russische inlichtingendienst. ‘Op 5 maart om acht uur ’s ochtends ontvouwden leden van de Oekraïense gemeenschap een groot en een klein anti-Turkijespandoek in het centrum van Parijs, op een bekende plek, namelijk bij de toegang tot Place Saint-Pierre. Bij het spandoek stonden twee activisten, die salueerden en naar de camera riepen: STOP ERDOGAN!’

    Volgens plan werd de actie gepost op Facebook en op YouTube werden clips van de gebeurtenis geplaatst. Uit de documenten blijkt dat de actie niet al te lang duurde omdat voorbijgangers de politie belden: ‘Helaas werden de spandoeken al binnen 40 minuten van het hek gehaald’, aldus het document. Het doel van de Russische actie was vooral om Oekraïne de schuld in de schoenen te schuiven. Dat wordt expliciet beschreven: ‘Het belangrijkste doel van de actie: toon de ondankbaarheid en de provocerende reacties van Oekraïense zijde op de tragedie in Turkije (aardbeving). Benadruk het destructieve nazikarakter van pro-Oekraïense activisten en de Oekraïense samenleving onder het bewind van V. Zelensky in het algemeen.’

    Dezelfde mensen duiken op bij de ene demonstratie na de andere en hun berichten op sociale media zijn terug te voeren op drie accounts

    Uit een analyse van foto’s en socialemedia-accounts door het Deense Danmarks Radio en het Franse Le Monde blijkt dat de man die op 5 maart beweerde een pro-Oekraïense demonstrant te zijn, aan verschillende eerdere demonstraties heeft deelgenomen, maar dan in een heel andere hoedanigheid. Zo was er op 11 februari in Parijs een grote demonstratie over de pensioenhervorming in Frankrijk, waar de man een bord droeg tegen Oekraïne, de NAVO en de VS.

    Tien van zulke acties zijn getraceerd in steden als Den Haag, Brussel, Parijs en Madrid. De aanpak is steeds hetzelfde: drie mannen gaan naar demonstraties die niets met de oorlog in Oekraïne te maken hebben en fotograferen zichzelf in de menigte terwijl ze borden omhooghouden met boodschappen als ‘NAVO, stop met het bombarderen van Donetsk’ en ‘Stuur geen wapens meer naar Oekraïne!’ Deze zelfde mensen duiken op bij de ene demonstratie na de andere en hun berichten op sociale media zijn terug te voeren op drie accounts.

    Met behulp van informatie uit Russische databases van luchtvaartmaatschappijen heeft Dossier Center de man achter het meest actieve profiel kunnen traceren in Sint-Petersburg. Hij is Algerijns staatsburger en voormalig student aan de Elektrotechnische Universiteit van Sint-Petersburg. Eind december vorig jaar, vlak voordat de beïnvloedingsoperatie begon, werd hij lid van verschillende Franse Facebookgroepen. Daar plaatste hij advertenties die bijverdiensten beloofden van zo’n 80 tot 100 euro per dag voor het maken van foto’s.

    Als de man achter het Facebook-profiel telefonisch wordt benaderd, ontkent hij elke betrokkenheid en beweert hij dat zijn account enige tijd geleden is gehackt. Kort na het telefoontje worden zijn socialemedia-accounts echter opgeheven, net als enkele andere accounts die eraan gelieerd zijn. Verschillende andere mensen die deelnamen aan de demonstraties zijn geïdentificeerd, maar geen van hen wilde antwoorden op onze vraag of ze werden betaald voor hun deelname.

    Verdeeldheid

    Expressen heeft geen acties in Zweden kunnen vinden die verband houden met het Russische plan, maar het is duidelijk dat gebeurtenissen in Zweden de operatie hebben geïnspireerd. ‘Deze campagne is geïnspireerd door de koranverbranding van Paludan in januari in Zweden,’ laat Valentyna Shapovalova weten aan Danmarks Radio. Zij doet onderzoek naar Russische desinformatie en propaganda aan de Universiteit van Kopenhagen.

    Rasmus Paludan zegt tegen Danmarks Radio dat hij geen banden heeft met Rusland. ‘Ik ben niet direct of indirect door Rusland of Russische agenten beïnvloed om welke actie dan ook te ondernemen of om wat dan ook te uiten,’ zegt hij.

    Voorafgaand aan publicatie gaf Expressen de Zweedse veiligheidsdienst (Säpo) inzage in de Russische documenten met het verzoek om commentaar. ‘Dit is interessante informatie die overeenkomt met wat we eerder hebben gezien van de Russische invloed op Zweden en andere westerse landen,’ zegt Gabriel Wernstedt, woordvoerder van de Zweedse veiligheidsdienst.

    Verschillende westerse veiligheidsdiensten waren naar verluidt op de hoogte van het plan. Säpo wil geen commentaar geven op wat zij wist, maar zegt dat Russische beïnvloedingscampagnes Rusland in een gunstig daglicht willen stellen, en ‘een gebruikelijke manier om dat te doen is verdeeldheid zaaien in de samenleving’.

    ‘We weten dat Rusland op verschillende manieren agenten of proxies gebruikt voor destabilisatie’

    ‘Daarbij wordt gebruikgemaakt van strategieën die voor verdeeldheid zorgen. Ze creëren  gemeenschappen of allianties om landen uit elkaar te drijven en het vertrouwen in het liberaal-democratische regeringsstelsel van het Westen op verschillende manieren te schaden,’ zegt Wernstedt. ‘Dat gebeurt vooral binnen het kader van bestaande internationale organisaties, zoals de EU en niet in de laatste plaats de NAVO – organisaties dus die Zweden beschouwen als onderdeel van het collectieve Westen. We maken al deel uit van de EU en we zijn op weg om lid te worden van de NAVO.’

    Zulke acties van de Russische inlichtingendiensten zijn niet verrassend, vindt Indrek Kannik, directeur van het International Center for Defence and Security, die de documenten onderzocht op verzoek van het Estse Delfi. ‘Ze vormen een klassiek onderdeel van hun gedragspatroon. De Russen begrijpen dat ze geen vrienden kunnen worden met sommige landen, maar weten dat ze wel verdeeldheid tussen landen kunnen zaaien. Rusland doet dat om het Westen te verzwakken en uit elkaar te drijven.’

    In eerdere onderzoeken heeft Expressen laten zien hoe de Russische regering plannen maakte om Zweedse milieuactivisten en zelfs een afdeling van de Universiteit van Stockholm te gebruiken om pleidooien tegen de NAVO te verspreiden. Het zijn pogingen waar Säpo goed van op de hoogte is. ‘We weten dat Rusland op verschillende manieren agenten of proxies gebruikt voor destabilisatie, maar ook om platforms op te zetten voor beïnvloedingsactiviteiten of sabotage,’ zegt Gabriel Wernstedt. ‘En ze maken gebruik van bedrijven die zich legaal gezien in een grijs gebied bevinden.’

    Russische beïnvloedingsactiviteiten in Zweden zijn vaak gericht op de Russische diaspora. Volgens Wernstedt gaat het zowel om mensen van Russische afkomst als om mensen die uiteenlopende banden met Rusland hebben. ‘Maar er wordt ook op verschillende manieren invloed uitgeoefend op andere groepen in Zweden, niet in de laatste plaats op politici en ambtenaren die beslissingen nemen. Daarnaast wordt desinformatie verspreid om het imago van Rusland te verbeteren en Zweden zwart te maken.’

    Op vragen van Expressen aan de Russische regering en het Russische ministerie van Defensie werd niet gereageerd.

    Lees ook:

  • Waarom wereldmachten zich bemoeien met Soedan: goud, handel en huurlingen

    Waarom wereldmachten zich bemoeien met Soedan: goud, handel en huurlingen

    Bij het conflict in Soedan zijn niet alleen de twee binnenlandse legers SAF en RSF betrokken. Door de strategische ligging van het land mengen ook andere landen zich erin, zoals Egypte en Rusland. Zal dit leiden tot een escalatie?

    Vier dagen na het begin van de oorlog in Khartoem, de hoofdstad van Soedan, het huis van Mohammed. De soldaten droegen de zakenman (wiens naam we om veiligheidsredenen hebben aangepast) en zijn familie op te vertrekken en plaatsten luchtafweergeschut op het dak van zijn appartement. Mohammeds gezin trok bij familie in, in een rustigere buurt. Maar ook daar werd het al snel onveilig: de gevechten breidden zich uit en de straten raakten bezaaid met lichamen.

    De strijd begon enkel als een machtsstrijd tussen het officiële leger, ofwel de Soedanese Armed Forces (SAF), en de Rapid Support Forces (RSF), een militie die is uitgegroeid tot een paramilitaire organisatie. Maar het geopolitieke belang van Soedan brengt hier mogelijk verandering in. Hoe langer het conflict voortduurt, hoe groter de kans dat ook buitenstaanders zich ermee gaan bemoeien.

    Streng toezicht

    Soedan ligt aan de Nijl, de levensader van Egypte. Het land heeft bovendien havens in de buurt van de Hoorn van Afrika, het zuidelijke knooppunt van de Rode Zee, niet ver van de Perzische Golf; allemaal essentiële pijlers voor de wereldeconomie. De VS, China en Frankrijk houden dan ook streng toezicht op de regio: alle drie de landen hebben een militaire basis in Djibouti. ‘De Hoorn is van groot strategisch belang en een microkosmos van andere internationale geschillen,’ zegt Comfort Ero, voorzitter van de International Crisis Group, een denktank die zich richt op conflicten. Het is een plek waar ‘het Westen en het Oosten samenkomen, waar de Golf en Europa bijeenkomen’.

    Voorlopig lijken de twee Soedanese partijen aan elkaar gewaagd. De SAF staat onder bevel van generaal Abdel Fattah al-Burhan, die in 2019 en 2021 met staatsgrepen de macht overnam. Vervolgens consolideerde hij deze macht, waardoor hij in feite de leider van Soedan werd. Aan het begin van het conflict had de SAF een aanzienlijke, traditionele, militaire macht, met onder andere tanks en gevechtsvliegtuigen. De RSF lijkt op het eerste gezicht de underdog. Maar bevelvoerder Muhammad Hamdan Dagalo (beter bekend als Hemedti) beschikt over grote particuliere rijkdom, omdat de RSF naar verluidt delen van de Soedanese goudhandel in handen heeft. Hij leidt tienduizenden trouwe soldaten.

    De omverwerping van het islamistische regime van dictator Omar al-Bashir in 2019 maakte de weg vrij voor Dagalo. Zijn vermogen stelde hem vervolgens in staat om met generaal Burhan te wedijveren om de macht. Uiteindelijk schopte Dagalo het zelfs tot vicepresident. Wapens en geld hebben de afgelopen jaren wellicht ook een rol gespeeld in zijn ontwikkeling tot semiautonome figuur op het internationale toneel en tot iemand die deals sluit met buitenlandse mogendheden. De RSF is niet zomaar een ‘opstandige militie’, zegt Sharath Srinivasan, Soedan-deskundige aan de universiteit van Cambridge. ‘Het is een speler met nationale invloed.’

    Al drie weken lang woeden er gevechten in Khartoem en elders, met name in West-Darfoer, maar nog geen van beide partijen heeft een beslissend voordeel weten te behalen. De RSF mist tanks en een luchtmacht, maar compenseert dat gebrek door zich te verschansen in woonwijken in de hoofdstad. Volgens een Soedanese vrouw wier vier nichtjes via een ventilatierooster ontsnapten nadat de RSF hun huis had bezet, verkrachten mannen van de RSF vrouwen en worden ze gedwongen voor hen te koken.

    Dagalo wordt in Khartoem gehaat door inwoners, die hem verantwoordelijk houden voor een massaslachting onder honderden demonstranten

    Inwoners van Khartoem hebben verder te kampen met luchtaanvallen door de SAF. Op 1 mei stierven drie vrouwen die tegenover een ziekenhuis thee verkochten doordat een bom explodeerde. Volgens de VN zijn bij de gevechten al meer dan vijfhonderd burgers gedood en nog veel meer gewond geraakt (het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk veel hoger). Naar verwachting zullen de komende weken en maanden maar liefst achthonderdduizend vluchtelingen de Soedanese grenzen oversteken.

    De troepen van de RSF worden beter betaald en hebben meer recente gevechtservaring dan die van de SAF. Onlangs zijn ze erin geslaagd belangrijke delen van de hoofdstad in beslag te nemen, waaronder de internationale luchthaven en de grootste olieraffinaderij van het land. Ze lijken bovendien de controle te hebben over het presidentiële paleis en de staatsomroep. ‘De afgelopen twee weken gedroegen ze zich alsof ze het hier voor het zeggen hadden,’ zegt Waleed Adem, inwoner van een wijk in Oost-Khartoem die door de RSF is bezet.

    De RSF overheerst ook in Darfoer, de thuisregio van Dagalo, waar het de macht heeft over twee van de drie aanwezige luchtmachtbases. In el-Geneina braken bloedige gevechten uit toen tribale Arabische milities, gelieerd aan de RSF, niet-Arabieren in de stad aanvielen. Inmiddels zijn die weer gestaakt.

    Verder is vrijwel overal het leger de baas. Duizenden Soedanezen en buitenlanders zijn geëvacueerd uit Port Soedan, aan de Rode Zee in het onrustige oosten van het land. Die stad werd aan het begin van de oorlog door de SAF bezet. Ook op het platteland rond Khartoem is het min of meer rustig. ‘Het leven gaat hier gewoon zijn gangetje,’ meldt een universitair professor. Hij ontvluchtte onlangs met zijn gezin de stad.

    ‘Khartoem zal lang een bloedbad blijven’

    De RSF voert een guerrillacampagne, met aanvallen op legereenheden en faciliteiten in de hoofdstad, maar langzaam begint de controle van de SAF over het luchtruim zijn tol te eisen. ‘We hebben al hun voorraden rond Khartoem aangevallen,’ zegt een soldaat van de SAF. Verschillende konvooien met versterkingen voor de RSF uit Darfoer zijn naar verluidt vernietigd door luchtaanvallen.

    De vraag is of de twee partijen de impasse snel kunnen doorbreken. De SAF heeft tientallen jaren ervaring met het neerslaan van opstanden in afgelegen gebieden, maar nooit eerder deden ze dat in de hoofdstad. De SAF kan in Khartoem simpelweg niet winnen door alles plat te bombarderen, zoals het dat elders heeft geprobeerd. ‘Khartoem zal lang een bloedbad blijven,’ voorspelt een westerse veiligheidsanalist. Hij voegt eraan toe dat de SAF door interne verdeeldheid binnen het leiderschap mogelijk te weinig voordeel behaalt uit zijn aanzienlijke voorsprong op zware wapens.

    Ook de RSF bevindt zich in een lastig parket. De organisatie zal moeite hebben haar troepen te bevoorraden en te herbewapenen terwijl de gevechten voortduren. Zelfs in het geval van een overwinning, wat onwaarschijnlijk is, zal Dagalo moeite hebben om Soedan te leiden. Hij wordt in Khartoem gehaat door inwoners, die hem namelijk verantwoordelijk houden voor een massaslachting die troepen van de RSF, de politie en de inlichtingendienst in 2019 verrichtten onder honderden demonstranten. Het huidige gedrag van zijn troepen heeft ze alleen maar minder populair gemaakt. ‘Het volk staat achter het leger,’ aldus Adem.

    Strategisch waardevol

    Of er inderdaad een langdurige oorlog op komst is, hangt af van hoe de buurlanden van Soedan op de situatie zullen reageren. Soedan geldt door zijn omvang en strategische ligging aan de Rode Zee al langer als strategisch waardevol – zowel voor de landen in de regio als voor China, Rusland en het Westen – vanwege de scheepvaart naar de zeestraat Bab al-Mandab. Ongeveer 10 procent van de wereldhandel over zee gaat hierdoorheen.

    De economische belangen van de Golfstaten, met name de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Saoedi-Arabië, lopen gevaar. Een bedrijf uit de Emiraten sloot in december een deal ter waarde van zes miljard dollar om aan de Rode Zeekust van Soedan een haven en een economische zone te ontwikkelen. De Saoedi’s en de Emiraten steunden Burhan en Dagalo na hun gezamenlijke staatsgreep en boden zo’n drie miljard dollar aan noodhulp. Geen van beide landen heeft er belang bij het conflict aan te wakkeren. Saoedi-Arabië heeft al duizenden Soedanezen geëvacueerd die probeerden te vluchten via Port Soedan. Net als Europa vreest het een plotselinge toestroom van vluchtelingen.

    Maar de zaken worden ingewikkelder door de schimmige relatie die Dagalo heeft met de VAE. Hij nam in 2017 geld en wapens aan van de VAE, in ruil waarvoor de RSF de Emiraten bijstonden bij hun oorlog in Jemen. Sindsdien heeft hij banden opgebouwd in Abu Dhabi en Dubai, de twee belangrijkste deelstaten van de Emiraten. Toch hebben de Emiraten ‘geen bijzondere affiniteit met Hemedti’, aldus Harry Verhoeven van Columbia-universiteit. Sinds het begin van de oorlog zijn er geen aanwijzingen dat de VAE RSF-troepen zijn blijven bevoorraden. De Golfstaten kunnen zich dus ‘afzijdig houden en zich indekken om te zien welke kant het opgaat’, aldus Comfort Ero.

    ‘Hoe langer het conflict voortduurt, hoe meer externe partijen zich ermee zullen bemoeien’

    De positie van Rusland is minder duidelijk. Een Russische huurlingenorganisatie, de schimmige Wagner Group, is naar verluidt betrokken bij de goudwinning in Soedan en zou de RSF van wapens voorzien. Het Kremlin wil vooral ‘voorkomen dat er in Soedan een democratische machtswisseling plaatsvindt’, aldus Samuel Ramani, auteur van Russia in Africa. De Russische regering wil aan de Rode Zee een marinebasis bouwen en is daarom beter af met een militaire regering in Khartoem dan met de prille democratische regering die door de coups van de junta in de kiem is gesmoord.

    De burgeroorlog in Soedan is nog geen echte proxy-oorlog, zoals de conflicten in Libië, Syrië en Jemen zijn. Maar het land deelt lange en instabiele grenzen met buurlanden die eveneens door conflicten worden geteisterd, waaronder de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Libië en Zuid-Soedan. In elk van deze landen zijn grote, uiteenlopende groepen van milities en rebellenorganisaties te vinden, waarvan vele etnische of zakelijke banden hebben met de RSF of zijn rivalen. Sommige wachten af tot het moment waarop ze van de chaos in Soedan kunnen profiteren. ‘Hoe langer het conflict voortduurt, hoe meer externe partijen zich ermee zullen bemoeien,’ waarschuwt Suliman Baldo, hoofd van de Sudan Transparency and Policy Tracker, een groep die toezicht houdt op het conflict.

    Issaias Afwerki, de president van Eritrea, zal zich misschien ook in het conflict willen mengen. Hij heeft banden met Dagalo en verleende in het verleden steun aan Soedanese rebellen. Een andere kandidaat is Khalifa Haftar, een Libische krijgsheer die banden met de Wagner Group heeft en naar verluidt al brandstof en wapens naar de RSF heeft gestuurd.

    De RSF van Dagalo en het Libische Nationale Leger (LNA) van Haftar, dat de macht heeft over een groot deel van Oost-Libië, hebben in het verleden samengewerkt. De RSF-troepen steunden in 2019 het LNA – dat ook door de VAE werd gesteund – bij een aanval op Tripoli, de hoofdstad van Libië. De oudste zoon van Haftar was twee dagen voordat de burgeroorlog in Soedan uitbrak in Khartoem om Dagalo te ontmoeten.

    Haftar zou de RSF dus kunnen steunen, maar moet ook zijn goede relatie met Egypte, een van zijn andere buitenlandse sponsors, behouden. Egypte, dat al lange tijd het meest invloedrijke buurland van Soedan is, is een vurig voorstander van de SAF van Burhan. Egypte beschouwt de situatie in Soedan als een essentiële factor voor zijn eigen nationale veiligheid en ziet noch een burgerregering, noch Dagalo graag de leiding nemen.

    Grootschaliger conflict

    Vroeg in de oorlog zou een Egyptisch vliegtuig een RSF-munitieopslagplaats hebben geraakt. Op 1 mei beschuldigde Dagalo de Egyptische luchtmacht ervan doelwitten in Khartoem te hebben beschoten. Het is onbekend in hoeverre Egypte militair bij het conflict betrokken is, maar het is waarschijnlijk dat Egypte zijn steun zal opvoeren als de SAF verzwakt. ‘Egypte is de belangrijkste factor,’ zegt Magdi el-Gizouli van het Rift Valley Institute. ‘Het doel van Egypte is nu om de centrale macht in Soedan te handhaven.’

    Een grootschaliger conflict kan nog worden voorkomen. Ondanks etnische botsingen in Darfoer is het conflict tot nu toe over het algemeen beperkt gebleven tot gevechten tussen de twee gewapende facties. Na bemiddeling door de president van Zuid-Soedan stemden beide partijen op 2 mei in met een staakt-het-vuren van zeven dagen, dat inging op 4 mei. Vredesbesprekingen gaan mogelijk binnenkort van start.

    Ondertussen voltrekt zich een humanitaire ramp. De voedsel- en watervoorraden in Khartoem slinken. Bijna geen enkel ziekenhuis in de hoofdstad functioneert nog. Zwangere vrouwen overlijden onderweg naar het ziekenhuis. ‘Als het staakt-het-vuren niet serieus wordt genomen,’ waarschuwt Mohamed Lemine, het hoofd van de VN-organisatie voor seksuele en reproductieve gezondheid in Soedan, ‘zal alles instorten.’

    Lees ook:

  • Canada en Saoedi-Arabië knopen de diplomatieke banden weer aan

    Canada en Saoedi-Arabië knopen de diplomatieke banden weer aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland sleept buitenlanders voor de rechter die voor Oekraïne zouden hebben gevochten

    » Zwitserland beboet klimaatactivisten die luchtverkeer verstoorden

    Diplomatieke breuk ontstond na tweet Canadese minister

    Saoedi-Arabië en Canada hebben aangekondigd dat ze hun diplomatieke betrekkingen hervatten, waarmee een einde komt aan een bitter geschil uit 2018 over mensenrechten. In afzonderlijke verklaringen zeggen de twee landen dat ze ‘het niveau van diplomatieke betrekkingen’ zullen herstellen dat vóór de ruzie van 2018 bestond, schrijft Al Jazeera.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De diplomatieke banden werden in 2018 verbroken nadat Saoedi-Arabië verschillende prominente vrouwelijke mensenrechtenactivisten arresteerde. De Canadese minister van Buitenlandse Zaken riep op Twitter op tot de vrijlating van de activisten. Dit schoot in het verkeerde keelgat van de Saoedi’s, die het Noord-Amerikaanse land beschuldigde van bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden, waarop het Saoedi-Arabië de banden verbrak.

    De aanleiding voor het opnieuw aanknopen van de diplomatieke betrekkingen waren gesprekken tussen de Canadese premier Justin Trudeau en de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman tijdens het Asia-Pacific Economic Cooperation (APEC) Forum in november. Canada noemde ‘wederzijds respect en gemeenschappelijke belangen’ als motivatie voor de hernieuwde banden.

    Lees ook:

  • De onbegrijpelijke normalisering van de Syrisch-Arabische betrekkingen

    De onbegrijpelijke normalisering van de Syrisch-Arabische betrekkingen

    Met welke logica Arabische landen diplomatieke betrekkingen met Bashar al-Assad willen herstellen is moeilijk te volgen. Het Syrische regime – aan de macht gekomen via een staatsgreep – heeft inmiddels een half miljoen moorden op zijn geweten en zeven miljoen ontheemden.

    De versnelde normalisering van de diplomatieke betrekkingen tussen een toenemend aantal Arabische regimes en dat van Bashar al-Assad heeft iets onbegrijpelijks: na het bezoek van de Syrische dictator aan de Omaanse hoofdstad Masqat en daarna aan Abu Dhabi afgelopen februari en maart, en na dat van de Egyptische minister van Buitenlandse zaken aan Damascus, eveneens afgelopen februari, ontving Riyad op 14 april jongstleden nieuwe afgevaardigden uit de regio om over de terugkeer van Syrië in de Arabische Liga te praten, na twaalf jaar schorsing. Ook al worden er door bepaalde analisten rationele verklaringen voor deze kentering aangedragen, er blijft reden voor verwarring. Laten we desondanks proberen hun logica te volgen.

    Iraanse invloed

    Deze toenadering wordt ingegeven door de wens om Iran uit Syrië te verjagen of in elk geval de Iraanse invloed op het land te verminderen, aldus enkele commentatoren uit de Emiraten en Saoedi-Arabië. Dit oogmerk lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Daarvoor is Iran veel te goed ingebed in Syrië en is de relatie tussen de twee regimes veel te organisch en hecht. Assad is niet alleen niet bij machte om zijn banden met Teheran te verbreken of zelfs maar te verzwakken, hij wil dat ook helemaal niet. Waarom zou hij? Iran heeft zijn regime gered en het een bestaansreden gegeven: de strijd tegen het ‘Takfiri-terrorisme’ en het lidmaatschap van ‘Verzetsas’, twee elementen die stroken met de sociaal-culturele aard van Syrië. Het eerste element strookt met het beleid van de regimes van Mohammed bin Zayed van de Verenigde Arabische Emiraten en Mohammed bin Salman van Saoedi-Arabië (maar ook met dat van de Verenigde Staten, Rusland en andere landen), het tweede verschaft een ideologische dekmantel aan een regionaal bondgenootschap op confessionele basis dat organisch tegen bepaalde Arabische landen is gekant – met name Saoedi-Arabië – en waarvan het centrum zich in Teheran bevindt.

    In Libanon, Irak, Jemen en Syrië gaat Teheran tot het uiterste om de dominantie te behouden

    De Arabische Liga is veel minder belangrijk voor Syrië. Die wordt door Bashar al Assad alleen maar als een ‘spel’ gezien, net als de VN, zoals hij in 2011 zelf op de Amerikaanse televisiezender ABC verklaarde. De aanwezigheid van Syrië in deze twee organisaties is altijd mooi meegenomen, maar het gaat Assad er vooral om de absolute en permanente macht te behouden, en daarvoor staat Iran om geostrategische en culturele redenen garant. In Libanon, Irak, Jemen en Syrië zelf heeft Teheran bewezen tot het uiterste te gaan om de dominantie te behouden. Het gevolg is dat als de leiders van de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, evenals die van Jordanië, Algerije en Egypte, werkelijk denken dat ze afstand moeten nemen van Teheran om hun betrekkingen met Damascus te normaliseren, ze zich deerlijk vergissen en als verliezers van het ‘spel’ uit de bus zullen komen.

    Intrinsiek oorlogszuchtig regime

    Zou deze toenadering misschien vooral worden ingegeven door de wens om de interne strijd in de regio te beteugelen? De Verenigde Arabische Emiraten normaliseren hun betrekkingen met Israël en Saoedi-Arabië heeft datzelfde gedaan met Iran en zendt positieve signalen uit naar Tel Aviv, terwijl beide landen meer afstand nemen van Jemen. Maar behalve dat daarmee een regime wordt geaccepteerd dat een half miljoen van zijn burgers heeft vermoord, zeven miljoen heeft ontheemd en een groot deel van zijn steden heeft verwoest, is de wezenlijke vraag de volgende: wil het Syrische regime de regio stabiliseren? De geschiedenis van de afgelopen halve eeuw – niet alleen in Syrië, maar ook in Libanon, Irak en Turkije – maakt zo’n hypothese weinig aannemelijk. Oorlogszuchtigheid is een van de duidelijkste karaktertrekken van het Syrische familieregime, met de bedoeling voor altijd aan de macht te blijven in een land dat vroeger een republiek was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Golfstaten waar de dynastieën en naties zich in samenspraak hebben gevormd. Het regime van Assad is via een staatsgreep aan de macht gekomen, en er is in feite sprake van een permanentte staatsgreep tegen de Syrische staat en maatschappij. Een staatsgreep die meedogenloosheid tot een vorm van regeren heeft verheven. En de mislukte revolutie van twaalf jaar geleden heeft dit oorlogszuchtige karakter alleen nog maar bestendigd.

    Gaat het dan om het bieden van hulp aan het Syrische volk dat sinds maart 2011 zoveel heeft geleden? Het lijkt er helaas op dat de voorstanders van normalisering niet de moeite hebben genomen ook maar een woord vuil te maken aan het onbekende lot dat meer dan 111 duizend Syriërs heeft getroffen; of aan het recht op een veilige terugkeer van bijna twee miljoen Syriërs die onder erbarmelijke omstandigheden in Libanon en Jordanië leven; of aan de toekomst van de 3,7 miljoen Syriërs in Turkije van wie de situatie allengs verslechtert; of aan het half miljoen Syriërs in Irak en Egypte. Daar komt bij dat het familieregime in Syrië niet alleen corrupt is, maar ook nog eens maffioos en misdadig, en dat van alle steun van de kant van regionale en internationale kapitaalverschaffers maar een miniem deel zal doordruppelen naar de verlichting van het menselijk leed in het land.

    Uitruil

    Laat de normalisering van de betrekkingen met dit ‘chemische’ regime zich misschien verklaren door een soort bewustwording van de gevolgen van de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Midden-Oosten en van de risico’s die verbonden zijn met de opkomst van zich steeds uitbreidende regionale machtscentra die goede banden onderhouden met Rusland, China en de bondgenoten daarvan? Is vanuit dit perspectief bezien de normalisering van de betrekkingen met het moordzuchtige regime van Assad misschien een stok om de Amerikanen te slaan die hun Saoedische bondgenoten ten tijde van Barack Obama op een in Saoedische ogen respectloze manier hebben behandeld en die niet erg happig zijn op onderhandelingen met Mohammed bin Salman? Ook al kunnen we onze ogen niet sluiten voor de onmiskenbare politieke emoties en rancune, vooral wanneer die leven bij niet verkozen en onverantwoordelijke elites, toch lijkt de normalisering van de betrekkingen met Iran en zijn Syrische protegé op ‘het zoeken van verkoeling in het vuur bij extreme hitte’, om een oud Arabisch spreekwoord te citeren.

    Of is er misschien sprake van een soort uitruil van Jemen tegen Syrië? Dat de Iraniërs hun vooruitgeschoven Houthi-post in Jemen inkrimpen en de Saoedi’s hun vooruitgeschoven post in Damascus normaliseren, waarmee de dominantie van Iran over Syrië (om van Irak en Libanon nog maar te zwijgen) in de hele Arabische wereld legitimiteit verkrijgt? Als dat het geval is, kan dat nauwelijks een rationele keuze worden genoemd.

    Is het nieuwe Arabische bestel erop gericht iedere volksbeweging de kop in te drukken?

    Het is in elk geval onvoorstelbaar dat de betrekkingen met het Syrische regime worden genormaliseerd omdat Bashar al-Assad de Arabische staten chanteert met het feit dat hij erin is geslaagd van Syrië een narcostaat te maken en op grote schaal Captagon-pillen naar de Golfstaten laat smokkelen. Te meer omdat het drugsimperium, dat wordt geleid door Bashars broer Maher, die onlangs nog in Saoedi-Arabië schijnt te zijn geweest, door het Syrische regime vermoedelijk niet alleen maar als een geldbron wordt beschouwd, maar ook als een oorlog die tot doel heeft de Saoedische maatschappij van binnenuit te vernietigen, zoals dat ook in Syrië zelf is gebeurd.

    De normalisering van de betrekkingen van de Emiraten en Saoedi-Arabië met het regime van Assad mist dus rationeel gesproken iedere basis. Maar misschien kan er een enigszins ‘rationele’ verklaring worden gevonden door de zaak vanuit een irrationeel oogpunt te bezien. Die verklaring moet naar mijn mening worden gezocht in een extreem ideaal dat in toenemende mate door de Arabische ‘elites’ wordt gedeeld: een politiek zonder politiek, zonder rechten, zonder discussie, en zelfs zonder maatschappij, een dynamiek van ‘Dubaïsering’ van talrijke Arabische landen. Dit ideaal behelst een strikt materialistische moderniteit, een universum dat wordt bestierd door superrijke oligarchen en een half tot slaaf gemaakte meerderheid van de samenleving. Dat is de bedoeling van het Neom- en het ‘The Line’-project van Mohammed bin Salman, van Sissi City, de toekomstige bestuurlijke hoofdstad van het Egyptische regime, en van de door de narco-elite in Damascus gekoesterde droom van een nieuw te bouwen Marota City. Wie op elkaar lijkt verenigt zich, en deze elites mogen dan afkomstig zijn uit zeer uiteenlopende milieus, ze delen een modernistische en fascinerende utopie. Termen als rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en zelfs sociale interactie komen niet voor in het woordenboek van deze roofzuchtige en misdadige aristocratieën. Vanuit dit perspectief is massamoord geen obstakel voor normalisering. Integendeel, het kan indien nodig een laatste toevlucht zijn.

    Het ziet ernaar uit dat er een nieuw Arabisch bestel aan het ontstaan is, een bestel dat uitermate reactionair en meedogenloos is en gericht op het de kop indrukken van iedere volksbeweging. Er wachten ons moeilijke tijden…

    Lees ook:

  • De westerse relaties met Afrika en Azië staan op instorten en daar profiteert Rusland van

    De westerse relaties met Afrika en Azië staan op instorten en daar profiteert Rusland van

    Supermachten willen dat de landen in Afrika en Azië een kant kiezen, maar daar kunnen ze niet zo makkelijk toe worden gedwongen. Moskou begrijpt dat, het Westen niet, aldus de Congolese politicus Jérémy Lissouba. ‘Ontwikkelingslanden pikken de paternalistische houden van het Westen niet meer.’

    Al meer dan een jaar, sinds het begin van de oorlog in Oekraïne, bevindt de wereld zich tussen twee vuren. En tegen een achtergrond van hoge energie- en voedselprijzen, een verwoestende inflatie, sociale onrust en angst voor een nieuwe wereldwijde recessie, wedijveren het westerse en het Russische blok opnieuw om de steun van de ontwikkelingslanden.

    Leiders als de Franse president Emmanuel Macron, de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov, de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Qin Gang, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken en de Amerikaanse vicepresident Kamala Harris zijn maar enkele van de namen die het afgelopen jaar een spraakmakend bezoek aan Afrika hebben gebracht, waarbij het centrale thema keer op keer samenwerking en handel was. Toch ademde elk bezoek een soort nieuwe Koude Oorlogssfeer, met Oekraïne als een van de belangrijkste symptomen.

    Allemaal proberen deze supermachten op hun eigen manier – en gewapend met hun eigen propaganda – de landen in Afrika en Azië partij te laten kiezen. Maar anders dan in de vorige eeuw kunnen deze landen ditmaal niet meer zo makkelijk tot een keus worden gedwongen, en is dat ook niet nodig. Rusland begrijpt dat. Het Westen niet.

    Het is geen geheim dat Afrika aarzelt om de Russische acties in Oekraïne openlijk te veroordelen, of deel te nemen aan westerse sancties tegen de Russische agressor of pogingen om die te isoleren. In plaats daarvan blijven deze landen hun jarenlange partner met open armen ontvangen en veroordelen ze weliswaar in brede kring de oorlog, maar niet Rusland zelf.

    Faux pas

    In Malawi bijvoorbeeld wordt de Russische levering van tienduizenden tonnen kunstmest, op een moment dat er een wereldwijd tekort is, door ploeterende boeren als een geschenk uit de hemel beschouwd en heeft de minister van Landbouw Rusland dankbaar ‘een echte vriend’ genoemd. En de door Moskou aangekondigde plannen om 260.000 ton kunstmest naar andere landen op het Afrikaanse continent te sturen zullen daar zeker soortgelijke gevoelens losmaken.

    In mijn eigen land, Congo-Brazzaville, heeft de regering ondanks de oorlog in Oekraïne vijf grote samenwerkingscontracten met Rusland getekend, bijvoorbeeld voor de bouw van een nieuwe oliepijplijn en intensivering van de militaire samenwerking.

    Dit charmeoffensief – prominent geleid door minister Lavrov, die sinds afgelopen januari op bezoek is geweest in Zuid-Afrika, Swaziland, Angola, Eritrea, Mali, Soedan en Mauritanië – bevordert overal op het continent de pro-Russische houding en staat in schril contrast met het jammerlijk mislukte recente Afrikaanse avontuur van Emmanuel Macron.

    Macron bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid

    Misschien wel de meest toondove faux pas van zijn hele reis beging Macron door, hoewel hem dat tijdens een persconferentie in de Democratische Republiek Congo (DRC) herhaaldelijk werd verzocht, te weigeren de Rwandese steun voor M23-rebellen te veroordelen die zo veel schade aanrichten in de DRC, een situatie die sterke overeenkomsten vertoont met de semiheimelijke steun die Moskou de afgelopen jaren aan de separatisten in de Donbas-regio heeft verleend. Hij bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid.

    Ondanks de omstandige retoriek van de Franse president over ‘nieuwe relaties’ en ‘een nieuw begin’ was zijn uitbarsting de zoveelste bittere herinnering aan de langdurige paternalistische en oneigenlijke houding van Europa jegens Afrika, dezelfde houding die ervoor heeft gezorgd dat decennia van Europese en militaire invloed op het Afrikaanse continent geen noemenswaardig resultaat hebben opgeleverd en waardoor die invloed misschien zelfs wel daadwerkelijk is ondermijnd.

    Afrikanen zijn zich hiervan bewust en pikken het niet langer, getuige het groeiende anti-Franse sentiment in westelijk Afrika. Rusland, China en anderen grijpen alleen maar de kansen die zich voordoen, al valt ook hun het nodige te verwijten.

    Korreltje zout

    Ondertussen, terwijl het Europese aandeel in de hulp aan Afrika aanzienlijk is afgenomen, krijgt de Europese Unie in Azië met soortgelijke problemen te maken. Met uitzondering van China is het EU-aandeel in de export naar Zuidoost-Aziatische landen de afgelopen twee decennia met een derde afgenomen en was in 2021 minder dan een tiende van de Maleisische, Singaporese, Zuid-Koreaanse en Taiwanese export voor West-Europa bestemd.

    Ook hier is Rusland als de wiedeweerga in het gat gesprongen door China als zijn belangrijkste handelspartner te bestempelen en consequent olie en gas naar gretige Aziatische kopers te exporteren. En toen Rusland half maart zijn verdragen ter voorkoming van dubbele belasting opschortte in het geval van tal van ‘onvriendelijke landen’ overal op de wereld, werden de meeste Zuidoost-Aziatische landen van deze maatregel uitgezonderd.

    Bovendien is Rusland het afgelopen decennium ook de grootste wapenleverancier in de regio geworden en heeft het recentelijk gezamenlijke marine-oefeningen gehouden met de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties. Indonesië, de Filippijnen en Maleisië hebben allemaal geweigerd Moskou sancties op te leggen, en Maleisië heeft eerder dit jaar een memorandum van overeenstemming met Rusland getekend ter verbetering van de agrarische handelsbetrekkingen.

    We kunnen het deze landen niet kwalijk nemen dat ze samenwerken met internationale partners om hun dringendste maatschappelijke prioriteiten aan te pakken. Evenmin kunnen we ze kwalijk nemen dat ze het Europese discours over internationale waarden en verandering met een korreltje zout nemen wanneer deze veronderstelde verandering niet voortkomt uit de erkenning van huidige tekortkomingen, maar wordt ingegeven door opkomende mondiale trends.

    Zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen blijven de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen

    Wat voor lessen vallen er te geven over territoriale integriteit en rechtvaardigheid wanneer de gebeurtenissen van 2011 in Libië, en de blijvende gevolgen daarvan, een open wond blijven in de Afrikaanse ziel? Of wanneer de houding van deze landen ten opzichte van de oorlog in Oekraïne bijna identiek is aan die van Europa ten opzichte van het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo?

    Wat voor lessen vallen er te trekken uit de procedures van Europese rechtbanken om Maleisische activa en eigendommen ter waarde van 15 miljard dollar in beslag te nemen op grond van een twijfelachtige arbitrage-uitspraak van een Spaanse arbiter die zelf strafrechtelijk vervolgd dreigt te worden? En wie zal daar werkelijk van profiteren als je bedenkt dat deze aanspraak op soeverein grondgebied, die voortvloeit uit een halverwege de negentiende eeuw gemaakte afspraak tussen een allang verdwenen sultanaat en een Brits bedrijf uit de koloniale tijd, wordt gefinancierd door onbekende externe investeerders?

    Wat het antwoord op deze vragen ook is, het is duidelijk dat de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen zullen blijven zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen.

    Nieuwe leest

    Wat we specifiek nodig hebben is een verandering in het denken, en een besef bij het Westen dat ontwikkelingslanden niet blind zijn voor de vele retorische en praktische contradicties die kenmerkend zijn voor de wereld zoals we haar kennen, of het nu gaat om een hulp- en handelssysteem dat de onbalans en de misstanden die het beweert aan te pakken alleen maar versterkt, of om een discours over internationale wetten en waarden waar overtredingen uit het verleden en de huidige hervormingsdrang niets van overlaten, of zelfs om onderhandelingen over klimaatfinanciering waarvan de urgentie staat of valt met westerse economische belangen.

    De westerse wereld kan deze gang van zaken alleen omdraaien als ze haar relaties met de Afrikaanse en Aziatische landen werkelijk op een nieuwe leest schoeit en haar kijk op een respectvol partnerschap tussen landen met een gelijkwaardige legitimiteit grondig herziet.

    Het gaat er niet om dat het moeite kost om op een overtuigende manier lippendienst aan idealen te bewijzen, en evenmin dat deze idealen op het altaar van het economisch pragmatisme moeten worden geofferd. Het gaat erom dat er voldoende verantwoordelijkheid wordt genomen voor de huidige stand van zaken, dat toekomstverwachtingen worden begrepen, dat er echte concessies worden gedaan en dat het discours gepaard gaat met dollars en daadkracht.

    Alleen dan zal de westerse wereld ons ervan overtuigen dat de beloften van het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens niet alleen maar voorwendsels waren om te voorkomen dat de westerse hegemonie in haar bestaan werd bedreigd, maar in plaats daarvan een blijvend perspectief bieden op een betere wereld die het alleszins waard is om voor te vechten.

    Jérémy Lissouba is parlementslid voor de belangrijkste oppositiepartij in de Republiek Congo. Hij is ook plaatsvervangend rechter in het Hooggerechtshof van het land en een alumnus van het 2018 Africa Leaders Program van de Obama Foundation.

    Lees ook:

  • Macron blijft bij controversiële uitspraken over Taiwan

    Macron blijft bij controversiële uitspraken over Taiwan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Japan: kort alarm voor Hokkaido na lancering Noord-Koreaanse raket

    » Trump klaagt zijn voormalige advocaat aan en eist 500 miljoen dollar

    Macron: ‘Een bondgenoot van de VS is iets anders dan een vazal’

    De Franse president ‘houdt vast aan zijn controversiële woorden over Taiwan en herhaalt dat een bondgenoot zijn van de VS wat anders is dan een “vazal” zijn’, aldus The Guardian. Aan het eind van zijn staatsbezoek aan Nederland leek Emmanuel Macron de uitspraken te bevestigen die hij zondag in een interview deed, waarin hij stelde dat Europa onafhankelijker van de VS moet optreden.

    Macron, die vorige week China bezocht, zei dat het Franse en Europese beleid inzake Taiwan ‘niet is veranderd’, ondanks de woede over zijn uitspraken met betrekking tot de strategische autonomie van Europa. ‘Frankrijk is voor de status quo in Taiwan’ en voor een ‘vreedzame oplossing van de situatie’, voegde hij eraan toe.

    Macron had gewaarschuwd dat we ons niet moeten laten meeslepen door door een ‘Amerikaans ritme en een Chinese overreactie’

    Het interview waarin hij deze uitspraken deed, gaf hij precies op het moment dat China militaire oefeningen hield voor de kust van Taiwan als reactie op een ontmoeting tussen de president van Taiwan, Tsai Ing-wen, en de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Kevin McCarthy, in Los Angeles. In het interview waarschuwde Macron dat we ons niet in een crisis over Taiwan moeten laten meeslepen door een ‘Amerikaans ritme en een Chinese overreactie’.

    Zijn oproep tot meer economische en defensieve soevereiniteit voor Europa is op zich niet nieuw en werd pas bekritiseerd toen hij in het kader van deze soevereiniteit Europa opriep zich te distantiëren van de VS in de kwestie-Taiwan. Hij voegde eraan toe dat Europa ‘niet betrokken moet raken bij wanorde in de wereld en bij crises die niet de onze zijn’.

    Lees ook:

  • China profileert zich als ‘vredestichter’

    China profileert zich als ‘vredestichter’

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de nieuwe geopolitieke rol van China. Het land profileert zich internationaal steeds meer als diplomatiek alternatief voor de Verenigde Staten.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe stelt China zich op in het Oekraïneconflict?

    China heeft zich de laatste tijd veelvuldig geprofileerd als vredestichter en gepleit voor een vreedzame oplossing voor het Oekraïneconflict. Maar het vriendschappelijke bezoek van de Chinese president aan Moskou vorige maand en de presentatie van een vredesplan voor Oekraïne dat volgens velen op de hand van Rusland is, hebben ervoor gezorgd dat westerse landen zich zorgen maken over China’s houding. 

    Om de Chinese president ‘ervan te weerhouden de inval van Rusland in Oekraïne te steunen’ is Emmanuel Macron vandaag in China gearriveerd voor een driedaags staatsbezoek, schrijft The Guardian. ‘Parijs ziet China als een mogelijke “gamechanger” in de oorlog’, vervolgt de Britse krant. Het land zou een dialoog tussen de strijdende partijen tot stand kunnen brengen die tot vrede leidt. Anderzijds wordt gevreesd dat Beijing overweegt de steun aan Rusland op te voeren en wapens te leveren.

    Op zijn beurt bracht Xi Jinping op 20 maart een bezoek aan de Russische president. Toen verzekerde hij Vladimir Poetin dat de ‘vriendschap tussen hun landen geen grenzen kent’, zoals The Wall Street Journal opmerkt. Al eerder, op 24 februari, presenteerde China een vredesplan van twaalf punten, waarin het zich uitspreekt voor onderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne.

    Maar ‘Xi Jinping [was] niet in Moskou om vrede te sluiten’, schrijft The Sunday Times. Het bezoek was volgens de Britse zondagskrant alleen bedoeld om ‘de indruk te wekken’ dat de Chinese president ‘een einde probeert te maken aan de oorlog in Oekraïne’. ‘Xi weet heel goed dat een einde aan de gevechten niet in zicht is, maar op die manier kan hij zich voordoen als een groot staatsman die geobsedeerd is door wereldvrede.’

    CgTtLvBwMCg8HFI6guuqBPbTw QNsIut2 AOPwR0WCprgJLxixvjbfD3HLoAEF9FOjmasjsg rpXu3dDuFDzKzIDJ asH4x61fQTWFRXQTonikEr6cPA8rexplVSa1fduqW7
    Xi sprak zich tijdens zijn bezoek aan Moskou uit tegen het arrestatiebevel van het ICC voor Vladimir Poetin. – © Sergei Karpukhin / Sputnik / AFP

    The Observer, een andere grote zondagskrant uit de Britse hoofdstad, is het daarmee eens: ‘Beijing probeert zich het imago van een onpartijdige bemiddelaar aan te meten.’ Gideon Rachman schrijft hierover in Financial Times: ‘Voor Xi is het belangrijk om China te presenteren als een land dat zich vooral bezighoudt met commerciële overwegingen en het streven naar gedeelde welvaart benadrukt, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, die door China worden afgeschilderd als een ideologische oorlogsstoker die de wereld verdeelt in vrienden en vijanden.’

    Maar in het geval van het Oekraïense conflict heeft Xi Jinping ‘duidelijk partij gekozen’, aldus The Observer. Dat blijkt onder meer uit China’s weigering om de Russische invasie te veroordelen en uit het ‘zeer onevenwichtige’ vredesplan voor Oekraïne. Daarin spreekt China zich onder andere uit tegen de westerse sancties. 

    In zijn hart hoopt Xi Jinping ‘vooral de nederlaag van Poetin te voorkomen’, analyseert The Sunday Times. ‘Ondanks de ups en downs in hun relatie is de bromance tussen de twee leiders oprecht, bestendigd door hun grieven met de door de VS gedomineerde wereldorde.’ Voor hun gemeenschappelijk doel, het opbouwen van een ‘alternatief model van internationale betrekkingen’, is het beter dat het Russische regime overleeft. ‘Vooral omdat een vernedering [van Rusland], gekoppeld aan een bekrachtigde eenheid van het Westen, de positie van de VS zou versterken, die vervolgens hun volledige aandacht op China zouden richten.’

    Tekenend voor die houding is dat Xi Jinping zich bij monde van een woordvoerder tijdens zijn bezoek aan Moskou uitsprak tegen het arrestatiebevel voor Vladimir Poetin van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag wegens oorlogsmisdaden. Volgens China moet het ICC de immuniteit respecteren die het internationaal recht aan staatshoofden toekent, bericht de Singaporese krant Lianhe Zaobao.

    ANP 463325067
    Op 22 februari had Vladimir Poetin een ontmoeting met Wang Yi, chef buitenlands beleid van de Chinese Communistische Partij, in Moskou. – © Anton Novoderezhkin / Sputnik / Kremlin Pool Photo via AP

    Wat wil China bereiken op het diplomatieke toneel?

    Ook buiten de oorlog in Oekraïne probeert China zich te profileren als vredestichter.  Zo bemiddelde het land met succes om tot een akkoord te komen tussen Iran en Saudi-Arabië, die lange tijd met elkaar in conflict waren. Op 10 maart kondigden de landen aan dat zij hun diplomatieke betrekkingen hervatten. ‘Soms kan geopolitieke rivaliteit [in dit geval tussen de VS en China] grootmachten ertoe aanzetten iets goeds te doen’, oordeelt Michael Schuman in The Atlantic.

    ‘De wereld mag meer van dergelijke initiatieven verwachten’, vervolgt de Amerikaanse journalist. ‘Het Iraans-Saoedische pact zou het begin kunnen zijn van een trend in het Chinese buitenlandse beleid, waarbij Beijing actievere diplomatie nastreeft in regio’s waar het beperkte macht heeft.’ Door een dergelijke rol aan te nemen probeert China voor landen buiten het Westen een alternatieve bondgenoot te zijn, in plaats van de VS. ‘De overeenkomst maakt deel uit van een intensievere campagne van Beijing om de Amerikaanse macht te ondermijnen en de wereldorde opnieuw vorm te geven.’

    In die campagne worden de VS afgeschilderd als een door oorlog geobsedeerde natie en wordt de trans-Atlantische wereldorde weggezet als onrechtvaardig, instabiel en niet in staat om de urgente problemen van de wereld op te lossen, schrijft Schuman. In een in februari door de Chinese regering uitgebracht rapport worden de VS afgeschilderd als een dominante oorlogsstoker en wordt gewezen op ‘de gevaren van het Amerikaanse handelen voor de internationale vrede en stabiliteit en het welzijn van alle volkeren’.

    China daarentegen is volgens zijn eigen propaganda een land van vrede dat betere oplossingen heeft voor onrecht in de wereld, ‘oplossingen die geworteld zijn in de Chinese wijsheid en geformuleerd zijn door Xi, de meesterfilosoof’, schetst Schuman. Die ideeën zijn vastgelegd in het Global Security Initiative dat Xi vorig jaar lanceerde, waarin het grote belang van staatssoevereiniteit wordt benadrukt en wordt opgeroepen tot niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden van landen en het beëindigen van ‘blokconflicten’, waarin landen gedwongen worden partij te kiezen. 

    Wat zijn de gevolgen van het actieve Chinese diplomatieke beleid?

    China lijkt de rol als alternatief voor de VS voor landen buiten het Westen te willen voortzetten. The Wall Street Journal bericht bijvoorbeeld dat China later dit jaar een topontmoeting wil organiseren met leiders van een aantal Arabische landen en Iran. ‘Er lijkt een strategische leegte in [het Midden-Oosten] te zijn, en de Chinezen lijken te hebben bedacht hoe ze daar munt uit kunnen slaan,’ zei Mohammed Alyahya, een Saoedische fellow bij het Belfer Center for Science and International Affairs van Harvard, tegen The New York Times. ‘China wordt de spil van de machtspolitiek in het Midden-Oosten,’ aldus een andere analist in het New Yorkse dagblad. 

    Ook in Afrika speelt China niet alleen economisch maar ook politiek een steeds grotere rol. Zo heeft Beijing zijn invloed op defensie en veiligheid in heel Afrika uitgebreid, aldus South China Morning Post. Naast het leveren van diverse wapens heeft China een netwerk ontwikkeld van particuliere militaire beveiligingsbedrijven die Chinese investeringen in de bouw, infrastructuur en mijnbouw beschermen.

    Diezelfde krant schreef vorig jaar nog dat China zich ook steeds meer laat gelden als vredestichter in de Hoorn van Afrika. Deze regio is al lange tijd het toneel van burgeroorlogen, islamistische opstanden en militaire staatsgrepen die Chinese investeringen bedreigen. Dit gebeurde het meest recent in Ethiopië, Eritrea en Somalië.

    De rol van China roept ‘ernstige vragen op over het soort “vreedzame” nieuwe wereldorde dat Beijing nastreeft’, aldus Schuman in The Atlantic. ‘Met zijn nauwe banden met Rusland en Iran en zijn langdurige steun aan Noord-Korea is China een belangrijke beschermheer van de drie meest destabiliserende staten ter wereld. Afgezien van het akkoord tussen Iran en Saoedi-Arabië zijn er weinig aanwijzingen dat Beijing van plan is zijn invloed aan te wenden om de gevaarlijkste plannen van deze landen te beteugelen. Zolang dat niet het geval is, zal China’s nieuwe orde allesbehalve vreedzaam zijn.’

    Lees ook:

  • TikTok: hoe het Westen zich tegen de favoriete app van generatie Z heeft gekeerd

    TikTok: hoe het Westen zich tegen de favoriete app van generatie Z heeft gekeerd

    Zowel in de VS als Europa wordt TikTok aan banden gelegd uit vrees voor Chinese spionage en propaganda. Het inperken van de populaire app zou weleens een nieuw tijdperk van techregulering kunnen inluiden.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen weekend won de extreemrechtse kandidaat Calin Georgescu de eerste ronde van de Roemeense presidentsverkiezingen. De winst verraste vriend en vijand, aangezien Georgescu er in de peilingen slecht voor stond. Hij zou zijn overwinning te danken hebben aan een TikTok-campagne waarin hij oproept te stoppen met de hulp aan Oekraïne. Om deze reden heeft de EU meteen na de verkiezingen een onderzoek ingesteld naar mogelijke inmenging van TikTok.
    De argwaan van de EU ten aanzien van het Chinese sociale medium is niet nieuw, zo blijkt uit dit artikel van The Guardian van begin 2023. De Chinese app zou gebruikt worden om gebruikersgegevens te verzamelen en ingezet worden voor propagandadoeleinden van de Chinese regering. De reactie van westerse regeringen op TikTok kan een beslissende stap zijn in de manier waarop technologie de komende decennia gereguleerd zal worden, aldus het artikel.

    De FBI noemde TikTok een bedreiging voor de nationale veiligheid. De Amerikaanse regering nam een wet aan die ambtenaren verplicht de app van hun telefoon te verwijderen. Senator Ted Cruz van Texas betitelde TikTok als ‘een Trojaans paard dat door de Chinese Communistische Partij kan worden gebruikt om invloed uit te oefenen op wat Amerikanen zien, horen en – uiteindelijk – denken’. En de CEO moet de app in maart verdedigen ten overstaan van het Amerikaanse Congres.

    Voor wie het debat aan de andere kant van de Atlantische Oceaan niet heeft gevolgd, komt het doelwit van deze felle retoriek misschien als een verrassing: het betreft een app die vooral bekendstaat om de dansjes die viraal gaan, het lanceren van de socialemediasterren van generatie Z en het meesleuren van tieners in een bodemloze put van filmpjes.

    Maar het vijandige debat over TikTok dat begon tijdens de regering-Trump, gaat voort onder president Biden. Behalve dat de app op alle apparaten van de federale overheid verboden is, hebben ten minste zevenentwintig staten TikTok op hun apparatuur geblokkeerd, waarmee ook een aantal publieke universiteiten wordt getroffen. Het Congres moet nog stemmen over een wetsvoorstel dat afgelopen december door Republikeinen én Democraten werd ingediend en dat beoogt het gebruik van de app door iedereen in de Verenigde Staten te verbieden.

    De scepsis over TikTok is ook naar Europa uitgewaaierd. Sommige politici beweren – in navolging van hun collega’s in Washington – dat TikTok een veiligheidsrisico inhoudt en waarschuwen dat de app mogelijk gebruikersgegevens kan doorgeven aan de Chinese autoriteiten en kan worden gebruikt als propagandamiddel van de Chinese regering. De ruim een miljard maandelijkse actieve gebruikers van TikTok zouden subtiel in een richting worden gestuurd die aansluit bij de doelstellingen van het Chinese buitenlandbeleid.

    In december werk bekend dat werknemers van TikTok de privacy van westerse journalisten hadden geschonden

    Het is tekenend voor de toenemende spanningen tussen China en het Westen. De strijd om technologie heeft niet alleen te maken met werkelijke paranoia over spionage, maar is ook een handige arena voor geopolitieke grootspraak. In dit tijdperk van het ‘splinternet’ – waarin het web dat ooit open was uiteenvalt in verschillende rechtsgebieden – neemt de bezorgdheid over gegevenssoevereiniteit en informatiestromen toe. De reactie van westerse regeringen op TikTok kan een beslissende stap zijn in de manier waarop technologie de komende decennia gereguleerd zal worden.

    Hoewel de beschuldigingen dat TikTok gebruikersgegevens overdraagt aan de Chinese overheid tot dusver niet konden worden gestaafd, kreeg de geclaimde betrouwbaarheid van de app in december een dreun. Toen werd bekend dat werknemers van ByteDance (het moederbedrijf van TikTok) zich toegang hadden verschaft tot TikTok-data, in een poging de verblijfplaats van verschillende westerse journalisten te achterhalen om achter hun bronnen te komen.

    TikTok zegt dat het bij dit incident ging om ongeoorloofde toegang tot gegevens, en dat de verantwoordelijke medewerkers zijn ontslagen. Niettemin vergrootte de overtreding de zorgen over het bedrijf en over de regels van de app met betrekking tot dataprivacy.

    In het Verenigd Koninkrijk riep het Conservatieve parlementslid Alicia Kearns – voorzitter van zowel de Foreign Affairs Select Committee als de China Research Group – TikTok eerder op om een verklaring af te leggen over de dataprivacy van Britse gebruikers. ‘In hun getuigenis zeiden ze zoiets als “dit zou nooit kunnen gebeuren”,’ zegt Kearns. ‘Nou, dat is dus duidelijk niet waar, want het is wel gebeurd.’ (Afgelopen oktober twitterde ByteDance dat ‘TikTok nooit is gebruikt om leden van de Amerikaanse overheid, activisten, publieke figuren of journalisten tot doelwit te maken’.)

    Nagel aan de doodskist

    TikTok had vorige maand een ontmoeting met Europese commissarissen om te praten over dataprivacy en het modereren van de inhoud. Dit gebeurde in de context van de vraag hoe het bedrijf van plan is te voldoen aan de nieuwe verordening van de EU voor digitale diensten. ‘Ze beginnen te beseffen dat TikTok niet zomaar een app is om mee te communiceren, om filmpjes naar elkaar te sturen, of voor ander vermaak,’ zegt het Belgische Europarlementslid Tom Vandendriessche. ‘TikTok verzamelt data van en over onze burgers.’

    Overigens is TikTok niet het enige bedrijf dat zich daarmee bezighoudt: ook Amerikaanse bedrijven, waaronder Microsoft en Uber, werden in het verleden schuldig bevonden aan het volgen van individuele gebruikers via hun producten. Maar in de VS kwam het nieuws voor TikTok op een zeer gevoelig moment. ‘Dit zou de laatste nagel aan de doodskist moeten zijn voor het idee dat de VS TikTok kunnen vertrouwen,’ twitterde Brendan Carr, lid van de Amerikaanse Federal Communications Commission.

    Ook bedrijven als Facebook en Google zijn verstrikt geraakt in de Europese privacywetgeving

    In Europa wordt het gesprek enigszins anders gevoerd. Tot dusver is men er minder geneigd om TikTok uit te sluiten op grond van de locatie van het moederbedrijf. De app ligt onder een vergrootglas vanwege bezorgdheid over de dataprivacy. De Ierse commissaris voor gegevensbescherming begon in 2021 twee onderzoeken naar het bedrijf. Het ene richt zich op de omgang met gegevens van kinderen, het andere onderzoekt of de gegevensoverdracht naar China overeenstemt met de datawetgeving van de EU. (Over het eerste onderzoek is een ontwerpbesluit ingediend.)

    Dit geldt echter niet uitsluitend TikTok. Ook bedrijven als Facebook en Google zijn verstrikt geraakt in de Europese privacywetgeving, en de EU strijdt momenteel met de VS over de vraag of EU-gegevens daarheen mogen worden verzonden, uit angst dat ze kunnen worden opgeslokt door Amerikaanse inlichtingendiensten.

    ‘Sommige vragen over TikTok en onze Chinese achtergrond zijn gepolitiseerd, maar wij nemen nationale veiligheidsbelangen zeer serieus,’ zegt Theo Bertram, vicepresident openbaar beleid en overheidsrelaties Europa van TikTok.

    Overdreven

    Ongeacht waar je je bevindt: hoe serieus moet je alle waarschuwingen nemen? Sommige technologie-experts zeggen dat de beschuldigingen enigszins overdreven zijn. Voor zowel de bedreiging van dataprivacy als de manipulatie van de inhoud, die door politici worden genoemd, ontbreekt momenteel overtuigend bewijs, zegt Graham Webster, onderzoeker en hoofdredacteur van het DigiChina Project aan het Cyber Policy Center van de Stanford-universiteit in Californië.

    ‘Ik denk dat beide mogelijk zijn, maar op dit moment is voor allebei een aanzienlijke hoeveelheid fantasie nodig om ze daadwerkelijk als een bedreiging voor de nationale veiligheid van de VS te zien,’ aldus Webster. Hij vindt niet dat het in dit stadium onredelijk is om te denken dat Chinese ambtenaren mogelijk ongeoorloofde toegang hebben tot de data van TikTok-gebruikers. ‘Maar je zult moeten beargumenteren waarom die toegang zodanig kan worden gebruikt dat hij een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid,’ zegt hij.

    De gegevens waarover TikTok beschikt zijn niet uniek. De app kan locatiegegevens verzamelen, maar moet gebruikers om toestemming vragen alvorens gedetailleerde gps-data te kunnen traceren. Als de gebruiker weigert, kan de locatie alleen grofweg worden geregistreerd. (Een woordvoerder van TikTok beweerde dat medewerkers er juist daarom niet in slaagden journalisten op te sporen.) Bovendien worden diezelfde gegevens ook verzameld door allerlei andere apps. Ze worden routinematig verkocht aan externe datamakelaars, die ze aanbieden aan potentiële kopers.

    Trojaans paard

    ‘Er zijn allerlei manieren waarop buitenlandse regeringen toegang kunnen krijgen tot data in de Verenigde Staten,’ zegt Anupam Chander, hoogleraar recht en technologie aan het Georgetown University Law Center in de stad Washington. ‘Het lijkt onwaarschijnlijk dat TikTok doelwit is van gegevensverzameling door de Chinese overheid, omdat activiteiten op de app een grotendeels openbaar karakter hebben.’

    Maar hoe zit het dan met het ‘Trojaanse paard’ van Cruz? Zorgt TikTok er stiekem voor dat generatie Z hunkert naar de Chinese Communistische Partij? In 2019 onthulde The Guardian dat de richtlijnen voor moderatoren van de app aangaande de omgang met opruiende inhoud toevalligerwijs als bijproduct opleverden dat berichten over Tiananmen, Tibetaanse onafhankelijkheid of Falun Gong – allemaal onderwerp van onderdrukking door Beijing – werden gecensureerd. Het bedrijf benadrukte destijds dat deze documenten met richtlijnen niet langer in overeenstemming waren met het beleid. Sindsdien zouden strategieën voor de beperking van de inhoud zijn ingevoerd die per regio worden afgestemd.

    Uit een studie bleek dat TikTok goed scoorde wat betreft de bestrijding van onoprechte manipulatie

    Uit een studie uit 2021/2022 van het Strategic Communications Centre of Excellence van de NAVO bleek dat TikTok gunstig afstak bij andere platforms wat betreft de bestrijding van onoprechte manipulatie (het kwam op de tweede plaats, na Twitter en voor Facebook, Instagram en YouTube). Het rapport doet de aanbeveling om meer samen te werken met externe onderzoekers om onderzoek van moderatie van de inhoud op het platform te vergemakkelijken – iets waar de app volgens een woordvoerder van TikTok voorstander van is.

    TikTok heeft herhaaldelijk gezegd dat westerse gebruikersdata niet in China worden opgeslagen, dat het nooit gebruikersdata met Chinese ambtenaren heeft gedeeld en dat ook nooit zal doen, en dat zijn mondiale strategie voor moderatie van de inhoud niet afhankelijk is van Beijing. Desondanks hebben TikTok en de Amerikaanse Commissie voor Buitenlandse Investeringen in de Verenigde Staten (CFIUS) de afgelopen zes jaar onderhandeld over een overeenkomst die de bezorgdheid van Amerikaanse politici uiteindelijk moet wegnemen.

    Datacentra in VS en Europa

    Het 1,5 miljard dollar kostende Project Texas behelst de oprichting van een datacentrum dat Amerikaanse gebruikersgegevens zal opslaan in Texas, onder toeziend oog van Oracle, de Amerikaanse softwaregigant die wordt geleid door miljardair, financier van de Republikeinse Partij en Trump-bondgenoot Larry Ellison. Om de vrees voor manipulatie van de inhoud ten dienste van de Chinese overheid weg te nemen, zal Oracle ook de broncode en de inhoudsalgoritmen van de app onderzoeken.

    TikTok wil nu iets soortgelijks in Europa. Het bedrijf zet een datacentrum op in Ierland waar de gegevens van gebruikers in het Verenigd Koninkrijk en de EU zullen worden opgeslagen.

    Door deze maatregelen liggen de datapraktijken van de app veel meer onder een vergrootglas dan die van zijn concurrenten in Silicon Valley, zegt Webster. ‘Uitgaande van de informatie over hoe Project Texas eruit gaat zien,’ zegt hij, ‘klinkt het volgens mij alsof ze het hebben over maatregelen die in principe potentiële veiligheidsrisico’s moeten beperken – zoveel als redelijk is.’ Of dat genoeg zal zijn om toezichthouders tevreden te stellen is een andere kwestie.

    Facebook heeft een lobbycampagne tegen TikTok gesteund die inspeelde op de angst voor privacy

    Een partij die de onderhandelingen met belangstelling volgt, is Facebook, dat TikTok als een existentiële bedreiging ziet. Vorig jaar onthulde The Washington Post een door Facebook gesteunde lobbycampagne tegen TikTok die specifiek inspeelde op de angst voor dataprivacy. Dat zou weleens goed besteed geld kunnen blijken, aangezien TikTok-gebruikers zeggen dat ze bij een verbod op de app waarschijnlijk zouden overstappen naar Instagram (dat eigendom is van Facebook) of andere sociale media.

    Met meer verboden wordt de kans op juridische procedures over de vrijheid van meningsuiting groter. Er zijn duidelijke overeenkomsten tussen het verbieden van apps en het strenge toezicht van de Chinese overheid op internet. En dat is vooral ironisch voor de Republikeinen, die zich de afgelopen jaren druk zeiden te maken over de vrijheid van meningsuiting.

    Maar over één ding is er overeenstemming, namelijk dat dit alles voor de VS een katalysator moet zijn om nu eindelijk eens in algemenere zin na te denken over gegevensbescherming. ‘Het idee dat buitenlands eigendom de basis is om in te grijpen bij TikTok lijkt onverstandig,’ zegt Chander. ‘We moeten naar een ruimere aanpak, waarbij we in bredere zin onderzoeken wat de nationale veiligheidsrisico’s van gegevensstromen zijn.’

    Hij is niet de enige die hoopt dat het TikTok-debat de totstandkoming van een nationale privacywetgeving bespoedigt, zodat Amerikaanse consumenten op alle apps worden beschermd, en niet alleen op TikTok.

    Lees ook:

  • Biden roept Netanyahu op democratische waarden te respecteren

    Biden roept Netanyahu op democratische waarden te respecteren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kim Jong-un voert dreigementen van nucleaire aanval op

    » Aanhoudende onrust in Frankrijk na opmerkelijke actie Franse regering

    Biden spreekt zijn zorgen uit in telefoongesprek met Netanyahu

    ‘Democratische waarden moeten een pijler blijven van de relatie tussen de VS en Israël,’ aldus president Biden zondag tijdens een telefoongesprek met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Er klinkt een verhulde waarschuwing aan Netanyahu in door vanwege zijn controversiële plan om het rechtssysteem van Israël te herzien, schrijft The Washington Post.

    Tijdens het telefoongesprek uitte Biden ‘zijn bezorgdheid’ over Netanyahu’s plan. De Amerikaanse president ‘onderstreepte zijn overtuiging dat democratische waarden altijd een kenmerk van de Amerikaans-Israëlische relatie zijn geweest en moeten blijven, dat democratische samenlevingen worden versterkt door de scheiding der machten en dat fundamentele veranderingen alleen moeten worden nagestreefd wanneer een zo breed mogelijk deel van de bevolking erachter staat’, aldus het Witte Huis in een persbericht.

    Tegenstanders waarschuwen dat de wetswijzigingen het democratische systeem van Israël zullen ondermijnen

    Met de voorgestelde wijzigingen wil Netanyahu de Knesset, het Israëlische parlement, controle geven over de benoeming van rechters. Ook wil hij de rechterlijke toetsing van wetgeving afschaffen en het parlement in staat stellen beslissingen van het Hooggerechtshof weg te stemmen.

    De voorstellen hebben geleid tot massale demonstraties. Tegenstanders waarschuwen dat de wetswijzigingen het democratische systeem van Israël zullen ondermijnen, omdat de rechterlijke macht dan niet langer beschermd zal zijn tegen de grillen van het politieke systeem.

    Biden, die gedurende zijn ruim vijftig jaar lange politieke carrière een trouwe supporter van Israël is geweest en een langdurige relatie met Netanyahu heeft, heeft de Israëlische premier opgeroepen tot een ‘compromis over de voorgestelde justitiële hervormingen dat in overeenstemming is met de genoemde democratische beginselen’, meldt het Witte Huis.

    Lees ook: