Hondervijfentachtig lesbische, homoseksuele, biseksuele, queer, non-binaire en trans acteurs komen in SZ-Magazine uit voor hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit, ‘en eisen meer erkenning en diversiteit in theater, film en televisie’.
‘Tot nu toe konden we niet open zijn over ons privéleven zonder te vrezen voor professionele gevolgen’, schrijven de acteurs in het manifest #ActOut. Enkele bekende namen zijn Ulrich Matthes (Der Untergang), Godehard Giese (Transit) en Mark Waschke (Dark).
185 Schauspieler*innen outen sich im neuen SZ-Magazin als lesbisch, schwul, bi, queer, nicht-binär, trans*. Was sie mit #actout erreichen wollen – am Freitag im neuen Heft in der @SZ und jetzt digital unter https://t.co/GYWsgfjudBpic.twitter.com/Ej84a9W8EQ
‘Mij is altijd verteld dat ik niet publiekelijk uit de kast moet komen,’ zegt Tatort-actrice Karin Hanczewski tegen SZ-Magazin. ‘Er zijn bijvoorbeeld castingdirectors die zeggen: als je uit de kast komt, kan ik je geen rollen meer geven.’
Ook heerst er volgens Hanczewski angst onder lesbische actrices om overgeslagen te worden voor rollen waarbij ze een begeerlijke vrouw moeten spelen. ‘Dat is precies de grote angst voor lesbische actrices: dat ze niet meer als sexy gezien worden en daarom niet zullen worden gecast.’
De groep ageert hier nu tegen in hun manifest: ‘Alsof we bepaalde personages en relaties niet zouden kunnen spelen als we uitkomen voor onze seksuele oriëntatie en genderidentiteit. (…) Wij zijn acteurs. Wij hoeven niet samen te vallen met de personages die we spelen. We doen alsof – dat is de essentie van ons werk.’
De ondertekenaars van het manifest roepen de Duitse film-, televisie- en theaterwereld op eindelijk meer diversiteit te omarmen. ‘De [Duitse] maatschappij is er allang klaar voor. De kijkers zijn er klaar voor.’ Nu de industrie nog.
Bekentenis in Spaans corruptieschandaal raakt oud-premier Rajoy
Spanje is opgeschrikt door een nieuwe ontwikkeling in de al jaren voortslepende corruptiezaak rondom de rechtse Partido Popular. Volgens een bekentenis van de voormalig penningmeester van de PP, Luis Bárcenas, heeft toenmalig partijleider en oud-minister president Mariano Rajoy bewijs van illegale financiering van de partij vernietigd en was Rajoy op de hoogte van een zwarte boekhouding, bericht El País.
Bárcenas staat op 8 februari voor de rechter in een zaak over de illegale financiering van de partij van oud-premiers José María Aznar en Rajoy, die plaatsvond van 1990 tot 2009. In de verklaring die de oud-penningmeester naar de rechtbank heeft gestuurd, belooft hij met justitie samen te werken in de nog lopende onderzoeken, aldus El País.
Mogelijk leidt dit tot verdere aanklachten tegen de partijtop van de PP, waarvan al meerderen, waaronder Bárcenas zelf, veroordeeld zijn in corrupties- en fraudeschandalen met publieke aanbestedingen.
‘Dit is de erfenis van Rajoy. Bij hem moet jullie zijn’
Het Spaanse Openbaar Ministerie twijfelt alleen aan de woorden van Bárcenas, meldt het Spaanse dagblad El Mundo. Het OM is van mening dat zijn bekentenis rijkelijk laat is en eist bewijzen die zijn beweringen ondersteunen. De bekentenis van Bárcenas is ‘weinig geloofwaardig’ gezien hij al meerdere keren zijn verhaal heeft gewijzigd, aldus het OM.
Bárcenas stelt dat hij bandopnames heeft waarop een andere voormalig penningmeester, Álvaro Lapuerta, vertelt dat hij zwarte betalingen in contant geld deed aan PP-kopstukken, waaronder Rajoy, aldus El Mundo in een ander artikel.
De huidige partijleiding van de PP verklaart tegen El Mundoin een derde artikel, dat zij niets meer te maken hebben met de illegale praktijken uit het verleden. ‘Bárcenas heeft geen enkel lid van de huidige partijleiding genoemd omdat hij dat niet kan. We kennen hem niet, we weten niet wie die meneer is en we hebben niets met hem te maken. Dit is de erfenis van Rajoy. Bij hem moet jullie zijn.’
Myanmarezen protesteren online en offline tegen staatsgreep
Donderdag werden de Myanmarezen wakker zonder toegang tot Facebook. De nieuwe regering die na de staatsgreep van 1 februari door het leger is geïnstalleerd, had ’s nachts de belangrijkste internetproviders gevraagd het sociale netwerk te blokkeren. Facebook was een belangrijk kanaal voor verzet tegen de door het leger gepleegde coup, die weigerde de uitslag te erkennen van de verkiezingen die Aung San Suu Kyi in november 2020 een verpletterende overwinning opleverden, schrijft Courrier International.
Sinds maandag kleuren veel Myanmarezen hun Facebookprofielfoto zwart en rood als steunbetuiging aan de Nationale Liga voor Democratie (NLD) en haar gearresteerde leider.
Het protest tegen de militaire coup werd gecoördineerd via internet. Campagnes die opriepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, aanvankelijk gelanceerd door gezondheidswerkers, hebben zich als een lopend vuurtje via sociale media verspreid, meldt Frontier Myanmar.
Democratiekliniek
‘Werknemers van honderd ziekenhuizen kwamen woensdag niet opdagen op het werk,’ aldus het nieuws- en zakenblad. Studenten geneeskunde in Yangon en Mandalay volgenden hun voorbeeld. Een Facebook-pagina die was gelanceerd om hun campagne te steunen, verzamelde in de loop van de dag meer dan 170.000 volgers.
‘Om de continuïteit van de zorg te waarborgen, hebben de gezondheidswerkers een “democratiekliniek” opgezet waar online consulten worden gegeven’, aldus Frontier.
Ook professoren, studenten en ingenieurs die voor de aan het leger gelieerde mobiele operator Mytel werken, weigerden woensdag naar hun werk te gaan. Donderdag circuleerden op Twitter beelden van ambtenaren van het ministerie van Landbouw die zich bij de beweging aansloten.
Het sluiten van Facebook betekent dat de militairen niet de duizenden video’s en beelden hoeven te zien van de lawaaiprotesten die de Myanmarezen sinds dinsdag elke avond om acht uur organiseren. Op balkons en voor hun huizen komen families en buren samen, terwijl ze op potten en pannen slaan. Een gezamenlijk gebaar om nee te zeggen tegen een terugkeer naar de dictatuur, aldus CI.
Google dreigt zijn zoekmachine terug te trekken uit Australië als een wetsvoorstel in werking treedt dat Google zou verplichten nieuwsuitgevers te betalen voor hun inhoud, meldt techwebsite The Verge.
‘Als deze versie van de mediacode wet wordt, hebben wij geen andere keuze dan Google Search niet langer beschikbaar te stellen in Australië’, verklaarde Melanie Silva, vicevoorzitter van Google Australië en Nieuw-Zeeland, gisteren aan een Australische Senaatscommissie die de impact van de mediacode onderzoekt.
Ook Facebook dreigt links naar nieuwsartikelen uit de feeds van Australische gebruikers te verwijderen als de nieuwe mediacode wordt ingevoerd, bericht The Guardian. ‘Dat zou betekenen dat de 19 miljoen Australiërs die maandelijks Google gebruiken, niet langer toegang hebben tot Google Search, en dat de 17 miljoen Australiërs die maandelijks inloggen op Facebook, geen nieuwsartikelen meer kunnen zien of plaatsen op de socialemediasite’, schrijft het Britse dagblad.
Een reportage van het Australische 7 News over het dreigement van Google.
Google is bang dat de Australische mediacode een voorbeeld voor de rest van de wereld wordt, aldus The Sydney Morning Herald. ‘Google verliest liever Australië (een relatief klein gedeelte van de wereldmarkt) dan een precedent te scheppen voor grotere markten.’
Het dreigement van Google kwam op dezelfde dag dat het bedrijf een overeenkomst tekende met driehonderd Franse nieuwsbedrijven om hen te betalen voor hun inhoud die in zoekresultaten verschijnt, meldt The Guardian. Deze regeling heeft te maken met een EU-hervorming van het auteursrecht waarover in 2019 overeenstemming is bereikt.
Ook in dit geval probeerde de techgigant te voorkomen dat het Franse uitgevers moest betalen voor hergebruik van fragmenten van hun inhoud, maar in april vorig jaar slaagde de Franse mededingingswaakhond (FCA) erin hard te maken dat het gebruik van nieuwsfragmenten door Google oneerlijk en schadelijk is voor de perssector, en waarschijnlijk ook misbruik van een dominante marktpositie, schrijft Tech Crunch.
De Australische wet werd in december in het Huis van Afgevaardigden ingediend, op een moment dat over de hele wereld regeringen proberen de macht van digitale monopolisten in te perken.
‘We reageren niet op bedreigingen’
De Australische minister-president Scott Morrison reageerde fel op Googles en Facebooks dreigementen: ‘In Australië maken we onze eigen regels voor hoe we het hier doen. Dat gebeurt in ons parlement en wordt gedaan door onze regering. Dat is hoe het hier in Australië werkt’, tekende het Australische dagblad op uit de mond van de premier. ‘We reageren niet op bedreigingen.’
Het linken naar nieuws heeft voor de techgiganten geen ‘commerciële waarde’, aldus een woordvoerder van Facebook. Maar Australische mediabedrijven betwistten die bewering en dringen er bij de regering op aan onmiddellijk met wetgeving te komen, aldus The Sidney Morning Herald. De leiders van News Corp Australia, Nine Entertainment Co (eigenaar van SMH) en Guardian Australia waren het tijdens de hoorzitting grotendeels met elkaar eens. Zij voerden aan dat de code zou bijdragen aan de duurzaamheid van de lokale journalistiek op lange termijn.
Volgens de uitgever van Nine Entertainment, zou het niet invoeren van de code ertoe leiden dat de techgiganten ‘blijven weigeren te betalen voor de inhoud die ze gebruiken om hun monopoliepositie veilig te stellen en de verantwoordelijkheden op zich te nemen die bij een dergelijke macht horen’, aldus het Australische dagblad.
In Honduras is weg naar legalisering abortus haast onmogelijk
Donderdag (22 januari) heeft het Hondurese parlement een grondwetswijziging goedgekeurd die alle vormen van abortus verbiedt in Honduras, bericht het Hondurese dagblad El Heraldo. Een weg naar legale abortus is vanaf nu dus alleen mogelijk met een drie vierde meerderheid van het parlement.
Het artikel stelt dat het is ‘verboden en illegaal om een ongeboren leven, dat op elk moment moet worden gerespecteerd, op welke manier dan ook te beëindigen. Andersluidende wettelijke bepalingen zijn nietig en ongeldig.’
Abortus was in Honduras al strafbaar volgens de grondwet, schrijft El Heraldo in een ander artikel. Er staat een gevangenisstraf van zes tot acht jaar voor. Ook zijn gezondheidsmedewerkers verplicht om een melding te maken bij vermoedens van een illegale abortus. Op assistentie bieden bij een abortus, op welke manier ook, staat een boete van 15.000 tot 30.000 lempiras (500 tot 1000 euro).
‘Strafbaarstelling en de verplichting van gezondheidsmedewerkers om onveilige abortus te melden hebben geleid tot opsluiting van vrouwen’
De vicepresident van het Hondurese parlement verklaart tegenover BBC Mundo dat ‘deze hervorming voortvloeit uit de golf van grondwetshervormingen in Latijns-Amerikaanse landen, aangedreven door linkse regeringen die abortus willen legaliseren, zoals onlangs in Argentinië is gebeurd. Dat kan in Honduras niet worden toegestaan’.
De Verenigde Naties schreven in een reactie: ‘Strafbaarstelling en de verplichting van gezondheidsmedewerkers om mogelijke gevallen van onveilige abortus te melden hebben geleid tot opsluiting van vrouwen en weerhouden velen ervan medische hulp te zoeken als zij een miskraam krijgen.’
EP eist stopzetting van Nord Stream 2 wegens arrestatie Navalny
Het Europees Parlement heeft een resolutie aangenomen waarin de Europese Unie wordt opgeroepen om ‘onmiddellijk’ te stoppen met de voltooiing van de Nord Stream 2-pijplijn, die Russisch aardgas naar Duitsland moet brengen. Dit als reactie op de arrestatie van Kremlin-criticus Aleksei Navalny, meldt Radio Free Europe/Radio Liberty.
De resolutie om Nord Stream 2 een halt toe te roepen, werd met een grote meerderheid in Brussel aangenomen – afgezien van het grootste deel van Europarlementariërs van de Duitse CDU/CSU, alle SPD-leden, alsmede de AfD en Die Linke. De Duitse Grünen steunde echter de resolutie, net als de FDP, schrijft Die Süddeutsche Zeitung.
In de niet-bindende resolutie worden de lidstaten opgeroepen om een actief standpunt in te nemen over de arrestatie van Navalny
In de niet-bindende resolutie worden de lidstaten opgeroepen om een actief standpunt in te nemen over de arrestatie van Navalny en om de beperkende maatregelen van de EU ten aanzien van Rusland ‘aanzienlijk aan te scherpen’, aldus RFE/RL
Ook ‘Russische oligarchen’ en ‘de inner circle van president Vladimir Poetin’ moeten volgens de resolutie het doelwit van de sancties worden, meldt RFE/RL.
De door Amerikanen gefinancierde nieuwsorganisatie Radio Free Europe/Radio Liberty wordt zelf door Rusland bedreigd met boetes van vele miljoenen dollars en mogelijke strafrechtelijke vervolging van haar medewerkers, bericht The New York Times. Ze zouden zich niet houden aan de regels voor ‘buitenlandse agenten’. Volgens nieuwe regelgeving moeten buitenlandse media in Rusland bij al hun berichten een waarschuwing plaatsen dat het geproduceerd is door een ‘buitenlandse agent’.
U denkt dat rechts in Amerika is doorgeschoten? Lees dan Cas Mudde in The Guardian. Verder: Perspective Daily over waarom we alle voorspellingen voor 2021 meteen uit het raam kunnen gooien & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Verontrustende analyse
‘In de stroom van artikelen, commentaren en analyses rond de bestorming van Capitol Hill deze week, vielen me twee dingen op’, schrijft redacteur IJsbrand van Veelen. ‘Allereerst de verontrustende analyse van de Nederlandse politieke wetenschapper Cas Mudde in The Guardian.
Onder de kop ‘What happened in Washington DC is happening around the World’ schrijft Mudde onder meer: ‘Ik bestudeer nu bijna dertig jaar internationaal extreemrechts en heb ze nog nooit zo gesterkt gezien als in de afgelopen jaren. Voor alle duidelijkheid: dit gaat niet alleen over Donald Trump of de VS.’
Hij haalt onder meer de boerenprotesten in Nederland en anticoronaprotesten in Duitsland aan om zijn punt te maken dat centrumrechtse partijen te ver naar rechts zijn opgeschoven: ‘Het is daarom de hoogste tijd dat liberaal-democratische journalisten, politici en experts eindelijk extreemrechts gaan zien voor wat het is: een bedreiging voor de liberale democratie.’
Van Veelen heeft ook een kijktip: ‘Reflecterend op de gebeurtenissen in Washington presenteert het internationale, in Amsterdam gevestigde, Cartoon Movement 24 cartoons van kunstenaars uit de hele wereld.’
Wat weten we?
Redacteur Han Langeslag van Perspective Daily bladerde begin dit jaar de voorspellingen van 2020 nog eens door, die natuurlijk geenszins de werkelijke gang van zaken in 2020 voorspelden. Geïnspireerd door een uitspraak van Donald Rumsfeld, waarin deze onderscheid maakt tussen wat we weten, wat we weten niet te weten en wat we niet weten niet te weten, stelt hij vervolgens de matrix van Rumsfeld op.
‘Zelfs al is de nalatenschap van Donald Rumsfeld omstreden, zijn matrix helpt ons om onze eigen kennis beter te classificeren. En dat is best handig in deze dagen en weken rond de jaarwisseling, waarin de meest kleurrijke voorspellingen voor het komende jaar weer op ons neerstromen’, aldus Langeslag.
In de matrix neemt hij een extra gebied in onze kennis op: dat wat we niet weten te weten (unbekanntes Bekanntes of unknown knowns).
‘Via onder andere het verhaal van Henry Molaison, die een mislukte hersenoperatie onderging en steeds opnieuw verborgen talenten bij zichzelf ontdekte, Isaac Asimov over het Eurekemoment en Prof. Alexander Fleming die per toeval het antibioticum penicilline in zijn laboratorium in St. Mary’s Hospital ontdekte, komt hij tot de conclusie dat we alle voorspellingen die ook nu weer op ons neerstromen (bekijk vooral ook onze eigen selectie) met een korrel zout moeten nemen.’ Een tip van hoofdredacteur Laura Weeda.
Als de kunst terugvecht
360 publiceerde onlangs al een artikel van binnenuit de San Isidro-beweging toen verschillende Cubaanse kunstenaars in hongerstaking waren voor de vrijheid van meningsuiting. Periodismo Situado, een platform voor jonge Latijns-Amerikaanse journalisten, publiceerde een dossier over de Cubaanse protestbeweging die wordt geleid door mensen uit de kunstwereld en onafhankelijke journalisten, dat u wordt aangeraden door redacteur Joep Harmsen.
‘Een van de hoogtepunten van het protest was toen eind november meer dan honderd kunstenaars en journalisten zich bij het ministerie van Cultuur in Havana verzamelde om een einde te eisen aan de repressie en vrijlating van de politieke gevangen af te dwingen. Lees voor een gedetailleerde kroniek van het protest het artikel van Jesús Jank Curbelo.
De bekendste kunstenaar die meedeed aan het protest was Tania Bruguera, die in 2008 de Prins Claus Prijs won. Over haar rol en die van haar kunstinstituut schrijft Marialina Ramos in haar stuk als “een plek waar op vurige en enthousiasmerende manier uiting wordt gegeven aan verzet en waar nieuwe ideeën worden bedacht om in te grijpen in de publieke ruimte en invloed uit te oefenen op het debat op Cuba.”’
Walhalla van schoonheid en vermaak
Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Op zoek naar schoonheid en vermaak is Open Culture werkelijk een walhalla in het coronatijdperk. Geblinddoekt, om niet te hoeven kiezen tussen al die verleidelijkheden, kwam mijn wijsvinger al scrollend terecht bij Moby Dick. Met als dubbele traktatie: Moby Dick voorgelezen door de geweldige stemmen van Tilda Swinton, John Waters, Stephen Fry en zelfs David Cameron.
Het zee-epos over een gedoemd schip, klinkt als een avonturenroman, maar het zou net zo goed een Griekse tragedie kunnen zijn, of een aanklacht tegen het kapitalisme, tegen het klimaatbeleid waarmee de mensheid zichzelf aan het vernietigen zou zijn. Toen al. Honderd-en-zestig jaar geleden.’
Beeldentuin
‘Door het nieuws benieuwd naar Washington en andere hangouts dan het Capitool? Neem dan een kijkje in de beeldentuin van het Hirschhorn Museum’, tipt art director Majel van der Meulen.
Hoewel het museum gesloten is, kunnen bezoekers nog steeds rondwandelen door de eigenaardige tuin. Een van de topstukken is ‘We Come in Peace’ van Huma Bahbha, uit 2018. ‘Bhabha’s felle vrouwenfiguur is een reactie op de vele monumenten voor mannen in de stad’, legt museumdirecteur Melissa Chiu uit aan The Washington Post. ‘We zien haar graag als een schildwacht die mensen begroet’, aldus Chiu.
Het ontwerp en de titel van het beeld verwijzen naar een sciencefictionfilm uit 1951 over een buitenaardse landing in Washington.
Haar rede over de staat van de Unie en hoe ze denkt de grote vragen van deze tijd op te lossen, was op z’n minst indrukwekkend te noemen. Nu maar afwachten of Europeanen over drie jaar echt het idee hebben dat deze nieuwe machthebber herstel heeft bewerkstelligd. En wie is Ursula von der Leyen eigenlijk, behalve voorzitter van de Europese Commissie?
Het eerste wat opvalt als je Ursula von der Leyen ontmoet, is dat er iets mist – iets aan deze onberispelijke politica lijkt gemaakt of onoprecht: maar wat precies is opmerkelijk lastig te benoemen. Cryptisch en ondoorzichtig, als de glazen gevel van het Berlaymontgebouw, haar hoofdkwartier, dat openheid uitstraalt maar ondertussen niets prijsgeeft.
Het zou een vergissing zijn om dwars door haar heen te kijken. Wie Europa wil begrijpen, moet eerst Ursula von der Leyen begrijpen. Deze Eurocraat van de tweede generatie is geboren in Brussel en belichaamt de klasse wier beslissingen bepalend zullen zijn voor de vraag of de Unie zal uitgroeien tot een Verenigde Staten van Europa of langzaam uit elkaar zal vallen. Haar politiek is de Steen van Rosetta die laat zien hoe het Merkel-mechanisme in elkaar steekt. Haar leven toont ons de Duitse reis in Europa, en geeft antwoord op de vraag of die route nog ergens naartoe leidt. Van Brussel, waar ze is geboren, naar Berlijn en nu weer terug naar Berlaymont, van vader op dochter – dit is een reis van smeekbede naar macht, van idealisme naar angst.
Duitse ministers hebben de neiging altijd in beweging te zijn: ministerconferenties in Brussel, weekenden in de Länder, eindeloze gezamenlijke kabinetsvergaderingen met tientallen bondgenoten. Het zijn mensen van hazenslaapjes in vliegtuigen, mensen die voortdurend uitgeput zijn. In 2009, in Warschau, nam Jacek Rostowski, de Poolse minister van Financiën, tijdens de tweejaarlijkse Pools-Duitse kabinetsbespreking plaats naast een ‘niet al te grote, tamelijk aantrekkelijke vrouw’. Rostowski keek haar even aan. Hij had deze minister niet eerder ontmoet. ‘Maar op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik haar kende.’ Ze stelde zich aan hem voor: Ursula von der Leyen, minister van Landbouw en Sociale Zaken. Nog altijd niets. De naam deed geen belletje rinkelen.
Conferenties. Paneldiscussies. Kringen. De elite die aan het hoofd staat van Europa komt elkaar altijd weer tegen. Zo’n maand of zes later, in Davos, zat de Poolse minister weer naast dezelfde Duitse minister. Ze schudden elkaar de hand, zeiden dat het leuk was om elkaar weer te zien. Rostowski vloog terug naar Warschau. ‘Toen, drie dagen later, daalde ineens het besef over me neer, als een schok.’ Alles kwam weer boven.
Londen
Earls Court, Londen, 1978. Nog altijd het sombere Londen van de film Tinker Tailor Soldier Spy, kleine eenkamerwoninkjes en her en der nog gaten van bominslagen; de straat waar Rostowski, een jonge docent en de zoon van Poolse vluchtelingen, in een huis woonde dat zijn moeder had opgedeeld in appartementen. Ze had de bovenste verdieping verhuurd aan Erich Stromeyer, een Duitse bankier die net was gescheiden. Op een dag vertelde Stromeyer dat zijn zwager een vooraanstaand Duits politicus was en dat de Baader-Meinhof-Groep had gedreigd zijn dochter te ontvoeren en te vermoorden. De situatie was nogal ernstig: zouden de Rostowski’s het erg vinden als die dochter bij hem introk, om aan de London School of Economics te gaan studeren, totdat de crisis was overgewaaid?
Ze trok bij hem in onder een schuilnaam: Rose Ladson. ‘Ze had nog wat babyvet,’ herinnert Rostowski zich. ‘Ze was heel levendig, heel aardig en altijd de hort op.’ Haar echte naam was Ursula Gertrud Albrecht, en de Rostowski’s merkten al snel dat ze vaak tot laat de deur uit was, dat ze vaak pas ’s nachts na enen weer terugkwam in Philbeach Gardens. ‘Ze vergat geregeld bij thuiskomst de deur goed op slot te doen. Dat vond ik nogal lichtzinnig, gezien het feit dat er mensen zouden zijn die haar wilden ontvoeren en vermoorden.’
De London School of Economics was in die tijd nog niet de springplank naar the City die hij zou worden – allemaal internationale studenten met weinig esprit de corps – maar nog de school van Ralf Dahrendorf, van de studentenbezettingen, waar de geest van Sidney en Beatrice Webb nog rondwaarden en het politieke klimaat bepaalden. Al zal ‘Rose Ladson’ dat allemaal nauwelijks hebben meegekregen, aangezien ze er bijna nooit was.
Ze was gegrepen door de punkbeweging en woonde in een stad waar The Clash optrad in Hammersmith Palais, en ze hing vaker rond in de pubs van Soho en in de platenzaken in Camden dan in de bibliotheek van de London School of Economics. Ze kreeg al snel de reputatie dat ze iemand was ‘die in de disco helemaal uit haar dak ging’. Zelf heeft ze over die periode gezegd: ‘Ik leefde meer dan dat ik studeerde.’
Londen was alles wat het Duitse platteland niet was. ‘Londen,’ zei ze tegen Die Zeit, ‘was voor mij de belichaming van moderniteit: vrijheid, de vreugde van het bestaan, experimenteren.’ Deze liefde voor Londen verklaart de verbittering en de pijn van een groot deel van Europa’s elite, die zich tot aan de dag van vandaag blijft identificeren met de Britse Remain-campagne – of in ieder geval hun berichten retweet. Acht voormalige EU-ministers zijn alumni van de London School of Economics; en Jacek Rostowski zou later voor het Europees Parlement staan met het opmerkelijke Change UK [pro-Europese partij], een partij die een kort leven was beschoren. Londen, en niet Parijs, is de stad waar deze mensen ‘Europeaan’ zijn geworden.
Vader Albrecht
‘Europa is het verhaal van generaties,’ zei Ursula von der Leyen voor het Europees Parlement. Net zoals dat geldt voor George W. Bush of Justin Trudeau, kan men de voorzitter van de commissie niet begrijpen zonder haar vader te begrijpen. En zelfs hij was niet alleen een mens maar ook een grote naam. De twintigjarige Ursula schepte er een speciaal genoegen in om door het leven te gaan als Rose Ladson omdat ze gebukt ging onder de naam Albrecht.
De voorname connecties van de bewoners van de bovenste verdieping van het huis aan Philbeach Gardens waren niet toevallig. Twaalf generaties zeer vooraanstaande burgers – geestelijken, hoog aangeschreven artsen, hoge ambtenaren, kooplieden – keken via die naam op haar neer, vanuit de hanzeatische handelselites van Bremen, het koninkrijk Hannover en het keurvorstendom Keulen. De familie Albrecht had zelfs een eigen lemma in het Deutsches Geschlechterbuch, misschien nog het beste te vergelijken met Burke’s Landed Gentry.In de negentiende eeuw waren de Albrechts handelsmagnaten in Bremen, katoenimporteurs die huwelijken sloten met leden van de familie Ladson, slavenhouders en plantage-eigenaren uit South Carolina (vandaar Ursula’s Londense achternaam).
Dergelijke Duitse handelshuizen hebben veel meer gedaan om onder de Britse of Amerikaanse vlag een koloniaal imperium op te bouwen dan velen zich realiseren. Dit soort mannen hekelde Thomas Mann, zelf afkomstig uit de oude Hanzestad Lübeck, in De Toverberg als ‘hardnekkig overtuigd van het recht van de aristocratie om te heersen’. In 1945 kwam Ernst Albrecht tevoorschijn uit de puinhopen van twee wereldoorlogen. Bremen was vrijwel volledig verwoest. Maar Ernst was verliefd en hij was intelligent en ambitieus. Hij wilde de hoogste cijfers halen en hij wilde trouwen met de dochter van het bevriende stel bij wie hij zich had schuilgehouden voor de RAF: Heidi Alele Stromeyer.
Hij ging filosofie en theologie studeren in Tübingen, in de Amerikaanse bezettingszone, en sleepte daarna een beurs voor Cornell in de VS in de wacht. Er werd een nieuwe Duitse elite gevormd, gekneed door Amerikaanse handen, en hij was vastbesloten daar deel van uit te maken.
Kweekvijver
Toen Ernst terugkeerde naar Europa, wilde hij graag naar Bonn, de nieuwe hoofdstad van Konrad Adenauer. De universiteit van Bonn groeide in rap tempo uit tot de kweekvijver van politici voor de opkomende staat. Ernsts afstudeerscriptie was getiteld: Is een monetaire unie een noodzakelijke voorwaarde voor een economische unie? Het zou een slimme keuze blijken, en dat realiseerde hij zich maar al te goed.
Al snel volgden afspraken en promoties. Op zijn 24ste werd hij attaché van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in Luxemburg: het nakende Europese project in de kinderschoenen. Hij klom verder op. Op een foto genomen in een palazzo in Rome, in 1957 – vergeeld, een beetje wazig aan de randen – zien we een lange rij leiders een document ondertekenen. Achter hen hangen renaissancistische schilderijen. Dit zijn de mannen (het zijn allemaal mannen) achter het Verdrag van Rome, het verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap werd gevestigd en het belangrijkste verdrag in Europa sinds de vredesverdragen van Westfalen. Achter Adenauer zien we Ernst Albrecht.
Terwijl Duitse ambtenaren openlijk hun best deden de Italianen en de Fransen tegemoet te komen, had Ernst weinig last van schuldgevoelens over de oorlog. ‘Beste mensen,’ zei hij, ‘ofwel jullie willen met ons een Europa opbouwen, ofwel jullie willen het niet. Wij zijn een nieuwe generatie. De gebeurtenissen uit het verleden behoren tot het verleden. Ik ben net zo’n neutrale vertegenwoordiger van mijn land als de Fransen.’
Albrechts Europa was een doel op zich, maar het diende ook een nationaal belang. Zijn uiteindelijke baas, Walter Hallstein, de eerste voorzitter van de Commissie, leek op het eerste gezicht een tegenstelling te belichamen. Als ‘vergeten Europeaan’, net als Adenauer zelf, weigerde hij de Oder-Neissegrens te accepteren als nieuwe westgrens van Polen, en gaf hij zijn naam aan de zogeheten Hallsteindoctrine: Bonn zou geen diplomatieke banden opbouwen of onderhouden met landen die Oost-Duitsland erkenden, met uitzondering van de Sovjet-Unie. West-Duitsland was niet sterk genoeg om zich zelfstandig staande te houden op geopolitiek vlak. Adenauer en Hallstein hadden een sterker Europa nodig.
Het Brussel waar de Albrechts naartoe verhuisden na het Verdrag van Rome was een heel ander Brussel dan de Eurostar-stad van vandaag de dag. Ernst werd benoemd tot chef de cabinet van de eerste Duitse commissaris. Er werd nauwelijks Engels gesproken. De voertaal was Frans en de bescheiden onderkomens van de Zes hadden iets karolingisch. Het was een wereld van enkel mannen, die tot laat werkten en tot nog later doorzakten, drinkend of politiek bedrijvend.
Toen Heidi Adele wist dat ze zwanger was van hun derde kind, zette ze een kinderstoeltje voor de deur van Ernsts werkkamer om hem met het nieuws te verrassen. Ursula Gertrud werd geboren op 8 oktober 1958 in Brussel, anderhalf jaar na het Verdrag van Rome. ‘Je bent een ongelooflijke baby,’ schreef haar moeder in haar dagboek. ‘De eerste die niet krijsend ter wereld komt.’
Haar koosnaampje was Röschen, een verkleinwoord van Rose [roos]. Van haar vader heeft Ursula haar gevoel voor politiek geërfd; van haar moeder haar vastberadenheid binnen de politiek. Heidi Adele maakte deel uit van de generatie vrouwen die werd verstikt: de opleidingen waren opengesteld voor vrouwen, maar de banen waren nog niet voor hen beschikbaar. Ze had gestudeerd in Heidelberg, was gepromoveerd in Freiburg en had, zo gaat het verhaal binnen de familie, een begenadigd schrijver of beroemd journalist kunnen worden. Maar in werkelijkheid bleef ze altijd in de schaduw staan van haar man en stak ze haar energie in het schrijven van theatrale passages in haar dagboek.
De kleine Röschen was altijd al Ernsts oogappeltje: ‘Het pronkstuk hier in huis is Ursula Gertrud, amper twee jaar oud,’ schreef haar moeder in haar dagboek. Haar zes kinderen groeiden op als Europeanen: Ursula ging naar de nieuwe Europese School, waar de kinderen van het ambtelijk apparaat dat in Brussel neerstreek – de EEG, de NATO, Euratom – drietalig werden opgevoed, zich bewust van het feit dat ze tot de elite behoorden. Het was dezelfde school, in de voorstad Ukkel, waar Boris Johnson een tijdje op heeft gezeten, toen Johnsons vader er een paar jaar later werkte als een soort Eurocratische klusjesman.
Ambitie
Ze hadden alles wat ze zich maar konden wensen, een aangenaam, rijk leven. Maar hoe langer de Albrechts in Brussel woonden, hoe ongelukkiger ze werden. Al sinds zijn twintigste speelde Ernst een belangrijke rol op de achtergrond voor de grote mannen van de CDU, en inmiddels wilde hij daar zelf een van worden. ‘Ik was 37 en op het hoogtepunt van een carrière als Europees ambtenaar. Wilde ik tot mijn 65ste directeur-generaal blijven voor de concurrentie? Dat kon ik me niet voorstellen.’ De jaren zestig van de vorige eeuw waren niet de leukste tijd om een Duitse Eurocraat te zijn. De Gaulle zei nee: zijn sterke Frankrijk zou niet toelaten dat een meer federale, presidentiële commissie het land zou overschaduwen. En Ernst begon actief politici te benaderen.
Een klein eindje lopen van het Karel de Grotegebouw in het Brussel van vandaag de dag, zeggen de vlaggen en de plaquettes boven de deur net zoveel over Duitsland als over Europa. Beieren. Baden-Württemberg. Elke Duitse deelstaat heeft zijn eigen EU-delegatie: beter geoutilleerd en ruimer gehuisvest dan veel armoedige lidstaten. Het schitterende interieur maakt duidelijk waarom Duitsland, dat constant met zichzelf in onderhandeling is en dat gedurende een groot deel van haar politieke geschiedenis deel heeft uitgemaakt van het Heilige Romeinse Rijk met zijn dambordtactiek, zich binnen de Europese Unie als een vis in het water voelt. Federalisme is Duitslands natuurlijke staat van zijn.
Albrechts thuisland was Nedersaksen, aan de Noordzee: grof gezegd het Koninkrijk Hannover, waar zijn vader de scepter zwaaide over de douanediensten. Ernst had zijn zinnen gezet op de hoofdprijs: de partij had een sinecure voor hem geregeld bij een koekjesfabriek in Hannover terwijl hij een positie probeerde te verkrijgen. Hij vertrok in 1970, met achterlating van zijn gezin, dat pas later volgde, nadat in 1971 dochter Benita was overleden aan ruggenmergkanker. Ze was elf jaar oud. Vanaf dat moment was Ursula de enige dochter.
Van haar moeder heeft Ursula haar vastberadenheid geërfd
De familie ging niet mee op de in ’68 in gang gezette golven van het veranderende Duitsland – je zou zelfs kunnen zeggen dat ze ertegen ingingen. Voor het eten werd er gebeden. Huize Albrecht, een oude boerderij in Ilten, net buiten Hannover, was omgeven door reusachtige braamstruiken en was ingericht in ambachtelijke stijl. Het familieleven was rijk aan paarden, huisconcerten en zware, leerzame en lijvige boekwerken uit de bibliotheek: Oorlog en vrede en Dokter Zjivago.
In dit huis vormde zich Ursula’s persoonlijkheid: haar liefde voor muziek en dieren, en bovenal haar verlangen naar aandacht. Haar voornaamste activiteiten waren paardrijden en dan vooral springen, en het keurig begroeten van de vele beroemde gasten die haar vader op bezoek kreeg. In tegenstelling tot sommige van haar broers vond zij het leuk om naar buiten te treden. Maar toch, zo merken haar biografen Ulrike Demmer en Daniel Goffart op, nam haar vader haar nooit echt serieus. ‘De conservatieve Albrecht stond voorzichtig afwerend tegenover de vrouwenkwestie,’ herinnert Rolf Zick zich, een journalist uit diezelfde tijd.
Getalenteerde dochter
Na een onverwachte verkiezingsoverwinning, op de rug van drie afvalligen uit de regerende coalitie, werd Ernst Albrecht in 1976 minister-president van Nedersaksen. Destijds was dat een hogere positie dan gouverneur van een deelstaat. De rechterkant van het politieke spectrum was in de jaren zeventig het toneel van kleine koningen, regionale machthebbers en haarden van oerconservatieve, reactionaire relikwieën, die nog altijd niet overtuigd waren van de westerse roeping. Hij had Nedersaksen in handen.
Het leven van zijn kinderen veranderde nog ingrijpender. Van gewone leden van het CDU in Nedersaksen werd verwacht dat ze bewondering koesterden voor de getalenteerde dochter van de minister-president. Hans-Gert Pöttering, de latere voorzitter van het Europese Parlement, herinnert zich dat er over de eerste dochter werd gepraat als een jeugdige activiste: ‘Als lid van de partij, maar zonder haar persoonlijk te kennen, hoorden we dat ze een bijzonder meisje was, en de politici refereerden aan haar als “Röschen”… het was van meet af aan duidelijk dat ze niet zomaar iemand was.’
“Het was van meet af aan duidelijk dat ze niet zomaar iemand was”
Haar moeder, de first lady van Nedersaksen, ensceneerde het geheel. Als een scène uit de victoriaanse tijd, of uit Little Women, voerden de kinderen tijdens familiebijeenkomsten stukken op die mevrouw Albrecht had geschreven. Met Kerstmis of Pasen werd de cast uitgebreid: ook kinderen uit het dorp kregen een rol. Het familietoneelstuk, of beter gezegd het toneelstuk van een familie, was voor Ernst Albrecht onlosmakelijk verbonden met zijn politiek. Als een kruising tussen een Joseph Kennedy van het platteland en de familie Von Trapp nodigde hij niet alleen cameramensen uit op zijn pastorale landgoed, maar liet hij ook zijn vrouw en kinderen als familiekoor optreden bij een plaatselijke televisiezender.
Terwijl David Bowie in 1978 ‘Heroes’ zong in West-Berlijn, waar twee geliefden, uit Oost en West ‘can beat them, just for one day’, bracht de familie Albrecht zelfs een single uit: ‘Wohlauf in Gottes schöne Welt’. Maar de realiteit was harder: gepolariseerd, verdeeld, geconfronteerd met terreur, haar broers die in politiewagens naar school werden gebracht dit was het donkere Duitsland waarvan Ursula zich zo bevrijd voelde in Camden Market.
Het dieptepunt van Ursula’s leven was in Stanford. Het was begin jaren negentig en ze was een gefrustreerde huisvrouw. De geschiedenis herhaalde zich: niet die van haar vader, maar die van haar moeder. Na zes semesters in Londen was men van mening dat de Baader-Meinhofdreiging was geluwd en moest Rose Ladson weer Ursula Albrecht worden. Ze voelde zich geïsoleerd en ongelukkig aan de universiteit van Göttingen, totdat ze in het universiteitskoor Heiko von der Leyen leerde kennen. Ze was 24. Hij was wetenschapper, een telg uit een familie van vooraanstaande zijdehandelaren; ze ging met hem mee naar China.
Ze behoorde tot de gefrustreerde generatie: vrouwen voor wie een opleiding en een beroep binnen de mogelijkheden lagen. Maar ondertussen was er niets gedaan om de combinatie met een gezin mogelijk te maken, er was niet echt veel veranderd aan de houding van mannen. Ursula had het gevoel dat ze stuitte op ‘statische machtshiërarchieën’. Nadat ze in 1991 was afgestudeerd in Hannover ging ze aan het werk als arts, maar toen ze zwanger werd, kreeg ze van een meerdere te horen dat ze ‘te lui om te werken’ was. Volgens haar biografen was Heiko ‘niet in staat’ haar te helpen met de dagelijkse zorg voor de kinderen. In plaats daarvan moest ze zelf maar zien hoe ze alle bordjes in de lucht hield – zoals zovele vrouwen. Toen Heiko een baan kreeg aan Stanford, hield zij helemaal op met werken. ‘Zo ging het in die tijd,’ herinnert haar vriendin Sabine Cramer zich. ‘Als een man carrière wilde maken, gingen wij niet moeilijk doen.’
Vijftien jaar later zag alles er anders uit. ‘Ik had nooit kunnen denken dat het einde van het patriarchaat deze vorm zou aannemen,’ zegt Rebecca Harms, die destijds kamerlid was voor Die Grünen in Nedersaksen. ‘Ik had nooit gedacht dat het patriarchaat door het CDU ontmanteld zou worden.’ In 2005 was Angela Merkel gekozen tot bondskanselier en Von der Leyen was uit de regering van Nedersaksen geplukt om haar minister van Gezin en Sociale Zaken te worden. Harms wist niet wat ze hoorde: de dochter van de reactionair ‘die mij voor een belangrijk deel de politiek in heeft gedreven’ was ineens het gezicht van gendergelijkheid binnen de partij.
Terug naar Duitsland, 1996, waar Von der Leyen in de voetstappen van haar vader was getreden. De meeste politieke loopbanen worden gevormd door één beslissende ontmoeting: die van haar was met Christian Wulff, in 1999, toen ze ruiter was op een paardenveiling. De toekomstige minister-president van Nedersaksen was onder de indruk: niet alleen was ze een fantastische ruiter, ze was ook nog eens zes maanden zwanger van haar zevende kind. Hij zag ambitie en vastberadenheid. Hij zag lef.
Talkshowgezicht
Talkshows met zware fauteuils en comfortabele banken maken een belangrijk deel uit van het politieke leven in Duitsland. Ze hebben een belangrijke rol gespeeld bij de opkomst van Von der Leyen, om te beginnen als het gezicht van Wulffs regering in Nedersaksen, waar ze de aandacht trok van niemand minder dan Angela Merkel, de Mutti van Duitsland. Hier blonk Von der Leyen uit: avond na avond droeg ze de boodschap uit, was ze de spreekbuis van Angela, van een CDU dat het gezin hoog in het vaandel heeft staan.
Ursula deed het zo goed op tv omdat iedereen in Duitsland twee dingen van haar wist: dat ze de dochter was van Ernst Albrecht en dat ze zeven kinderen had. In feite was Von der Leyen ook een alias. En wat het voor de kijker alleen nog maar mooier maakte: dit was niet langer de seksistische partij van haar vader, maar een partij waar de stedelijke bourgeoisie zich bij thuis kon voelen. Het was Von der Leyen op haar best, eerst als minister voor Jeugd en Familiezaken, later als minister van Sociale Zaken en Arbeid – ze maakte zich sterk voor kinderopvang, voor betaald ouderschapsverlof, maakte zich zelfs sterk voor die zaken toen haar partij ertegen was. ‘Het is geen geheim dat ze zich daarmee niet populair maakte binnen haar eigen partij,’ aldus een bron binnen het CDU.
Dit is het Merkelmechanisme in actie: altijd buitenstaanders inzetten, moeite doen om het midden mee te krijgen, calculeren, dan intomen, zorgen dat niemand ooit te veel macht vergaart. ‘Een knieschot voor wie zijn plek niet kent,’ om een bron te citeren. Merkel is een te nauwgezet politicus om mensen valse verwachtingen te laten koesteren. Maar tijdens een paar roerige dagen in 2010 liet ze Ursula in de waan dat zij de volgende bondspresident zou worden, zozeer zelfs dat er een artikel in de pers verscheen waarin Heiko werd aangeduid als ‘the first man’. Maar uiteindelijk koos Merkel voor haar oude baas, Christian Wulff. Ursula, die dacht dat Merkel en zij een speciale band hadden, was er kapot van.
Later legde Mutti uit: dit is het politieke spel. Merkel, een Thomas Cromwell-achtige figuur, een in Oost-Duitsland geboren buitenstaander, een natuurkundige uit de DDR, met een portret van Catharina de Grote op haar bureau, is al vijftien jaar lang heer en meester binnen de Duitse politiek. Nu de hereniging, de historische uitdaging van haar generatie, is voltooid, benadert Merkel haar taak als een wetenschapper, niet als een idealist, en ze schept er genoegen in om, voor Duitsland, voor zichzelf, een koers uit te zetten en te laveren tussen verschillende botsende en zwalkende krachten, zonder programmatisch een bepaald doel na te streven. Ursula von der Leyen: de naam, geen vriendin maar een werktuig om de centre quo te handhaven.
“Ik had nooit gedacht dat het patriarchaat door het CDU ontmanteld zou worden”
De lounge van een vliegveld in Brussel. Engelse politici zien Brussel als een Eurostar-stad maar de meeste Europeanen gaan er met het vliegtuig heen. Duitsers en Italianen; Duitsers en Zweden; Duitsers en Polen: in deze lounge wordt veel van de discrete Europese politiek bedreven. In 2011, ten tijde van de Griekse schuldencrisis, zat Jacek Rostowski ineens met Ursula von der Leyen in die lounge om over de eurocrisis te praten. ‘Ik zei tegen haar dat het geen Griekse crisis was, maar een crisis van de hele eurozone,’ herinnert hij zich. ‘Ze had geen idee.’ Het is een veelzeggende anekdote over Von der Leyen. Maar het maakt ook duidelijk dat de Duitse reis door Europa in 2011 niet langer voor de hand lag.
In 2013 stapte Von der Leyen over naar het ministerie van Defensie. Waar het Duitsland van haar vader – het land van Willy Brandt en de Rote Armee Fraktion – gepolariseerd was geweest en gebukt was gegaan onder schuldgevoelens, was Ursula’s Duitsland een land van consensus en morele overtuiging – haast zelfingenomen. Berlijn was uitgegroeid tot wat Londen in de jaren zeventig van de vorige eeuw was geweest: een stad van grungy clubs, kunstenaars en excentriekelingen.
Maar binnen de ministeries was er iets van de Europese bezieling verloren gegaan. In Bonn was men nog programmatisch geweest, in Berlijn liet men de dingen meer op hun beloop. De hereniging was voltooid, strategisch stond alles goed op de rails, de handel met China floreerde; er waren geen geopolitieke doelen waar Duitsland de hulp van een sterkere Europese Commissie voor nodig had. De logica van het nationaal belang, waardoor Bonn de euro had geaccepteerd – hereniging – ontbrak in het geval van de eurobonds die noodzakelijk waren om de euro tot een succes te maken.
De Duitse heersende klasse hield zich niet langer bezig met investeren in een diepere verbintenis. Ursula had ingezet op de post van minister van Defensie, in het klassieke mannenbolwerk, misschien wel de meest mannelijke baan die er was, misschien zelfs wel de moeilijkste baan in heel Berlijn, een baan waar veel Duitse ministers op waren stukgelopen. Het nieuws werd breed uitgemeten op de voorpagina’s. Maar wat volgde was Von der Leyen op haar slechtst.
Flop
Het leger, dat vele decennia was verwaarloosd, was er slecht aan toe, was niet eens in staat de meest elementaire internationale verplichtingen na te komen. Het was een moeras van corruptie, aanbestedingsschandalen, mismanagement en in de barakken zelf woekerende haarden van extreemrechtse sentimenten. Von der Leyen was vastbesloten hier iets aan te veranderen en nam haar toevlucht tot de oplossing die tegenwoordig erg in zwang is: de revolutie die wordt beloofd door managementconsultants en McKinsey-contracten. ‘Ze leidde het ministerie met een klein team van buitenstaanders,’ zegt Carlo Masala, hoogleraar internationale politiek aan de Universität der Bundeswehr, die veelvuldig voor het ministerie heeft gewerkt. ‘Ze schepte er genoegen in bestaande structuren te ontwrichten,’ aldus een voormalig consultant.
Het resultaat was geen succes. Net als Merkels soberheidsdecennium van Duits leiderschap in Europa was het een en al gelikte uitspraken, schandalen, ongelukkige officieren en weinig concrete resultaten. Op het ministerie van Defensie groeide Von der Leyen uit tot de belichaming van dit Duitse probleem: er gaapte een diepe kloof tussen haar slogans, zoals steun voor ‘een Europees leger’, en concrete investeringen in de Europese defensie. ‘Het ministerie sloopte haar,’ aldus een bron. In 2019 was de minister van Defensie, die in de titel van haar biografie nog was aangeprezen als De reserve-bondskanselier, echt geflopt. Haar carrière leek ten einde.
In de Bundestag doet een grapje de ronde. Wat is de afkorting van Von der Leyen? I-C-H, oftewel ich – ik. Maar wat zijn de overtuigingen van Von der Leyen? Op die vraag weet vrijwel geen enkele Europese topambtenaar het antwoord. Slechts weinigen zijn in staat haar visie te schetsen. Haar reputatie in Berlijn, zeker onder journalisten, is dat ze voornamelijk een pr-functie vervult. Maar niet iedereen is zo zuinig in zijn oordeel. ‘Ze gelooft heel sterk in gelijkheid voor vrouwen, ze is een groot voorstander van Europa en trans-Atlantische betrekkingen,’ aldus een insider. Dat de Duitse minister van Defensie de Europeaan binnen het kabinet was, wat teruggrijpt op het partij-idealisme van haar vader, bleef niet onopgemerkt in Parijs.
Merkel liet Ursula in de waan dat zij de volgende bondspresident zou worden
Toen Emmanuel Macron in juli 2019 terugkeerde uit Brussel, had hij een idee. De onderhandelingen over een nieuwe voorzitter van de Commissie waren vastgelopen. Het systeem van zogeheten Spitzenkandidaten, waarbij de blokken binnen het Europese Parlement hun eigen campagne voeren om een voorzitter voor de Commissie naar voren te schuiven, was naar zijn idee onwerkbaar. De Europese Volkspartij, in feite het CDU met haar bondgenoten, had Manfred Weber naar voren geschoven, in Macrons ogen een politiek lichtgewicht uit Beieren, beter geschikt voor de politieke arena van München, en simpelweg onacceptabel. De Europese Volkspartij op haar beurt blokkeerde de benoeming van Frans Timmermans, de man van de sociaaldemocraten en een vooraanstaand Nederlands politicus. Het proces zat muurvast.
Op dat moment kwam de naam Von der Leyen bovendrijven. Merkel had haar naam al eens eerder laten vallen bij de Franse functionarissen: aanvankelijk alweer enige tijd geleden, als mogelijke secretaris-generaal van de NAVO, later als een mogelijke hoge functionaris binnen de EU, bij Buitenlandse Zaken in Brussel, als topvrouw van het blok. Macron zag haar wel zitten, hij wist dat Merkel haar graag mocht en hij wist dat ze van het CDU was. ‘Zo kwam er uiteindelijk iets uit wat nooit zou zijn gelukt als we het zelf hadden voorgesteld,’ aldus een topambtenaar. Niet alleen was Von der Leyen er volkomen door verrast, feitelijk heeft Macron haar carrière gered.
Merkelmechanisme
Nu sturen Merkel en Von der Leyen elkaar elke dag berichtjes, de bondskanselier houdt de voorzitter op de hoogte van wat er in Berlijn gebeurt, Ursula brieft Angela over Brussel. Ze hebben veelvuldig telefonisch contact: het is alsof Von der Leyen nog altijd in het kabinet zit. Ze vormen een politieke generatie, dit cohort van Europese vrouwen voor wie macht niet langer de uitzondering is, maar ook nog niet echt de norm. Dit heen-en weren tussen twee Duitse vrouwen is Macrons plan in actie. Frankrijk, dat al zo’n tien jaar een wankele economie heeft en dat de export naar Azië heeft zien inzakken, heeft behoefte aan een sterkere Commissie om te kunnen steunen op de macht van Duitsland.
Maar Duitsland, dat zich dat bewust is, heeft Franse voorstellen geblokkeerd en lijkt de Commissie meer en meer te zien als een raadsman voor de debiteurenstaten. Door het Merkelmechanisme naar Berlaymont te halen, gokte Macron, zou Berlijn meer vertrouwen krijgen in de instituties, waardoor Frankrijk meer macht zou krijgen.
Hij gokte dat de bondskanselier het ook wel prettig zou vinden om een Duitser in de Commissie te hebben: al zeker een decennium werd er een strategie gehanteerd om meer Duitse topambtenaren naar voren te schuiven zodat de Commissie de Duitse belangen goed voor ogen zou houden. Von der Leyen zou de culminatie zijn van deze strategie.
Maar het was geen gelukkige terugkeer naar Brussel. De intieme, francofone Commissie van haar vader was niet meer. Het Berlaymontgebouw van vandaag de dag is een plek van wereld-Engels, een soort internationaals, een taal die De Gaulle ooit grappend ‘een soort Esperanto of Volapük’ heeft genoemd. De sfeer viel Von der Leyen en haar twee topadviseurs, of spindoctors, die ze had meegenomen uit Berlijn, koud op haar dak. ‘Ze leunt te veel op de Duitsers,’ aldus een bron. ‘Ze is paranoïde,’ zei een ander. Dit alles weerspiegelde een consensus: dat Von der Leyen, die nog altijd haar opwachting maakte in Duitse talkshows, het niet had gered.
Maar datzelfde, zo wil de conventionele Brusselse wijsheid, gold voor de Commissie. ‘Juncker is van mening dat Von der Leyen de Commissie omvormt tot een directoraat-generaal voor de Raad,’ aldus een voormalig ambtenaar – geen supranationale regering in wording maar voornamelijk een ambtelijk apparaat. De Commissie, zo wordt gezegd, speelde een steeds kleinere rol, ten koste van de nationale leiders in de Europese Raad, sinds Frankrijk en Nederland zich in 2005 uitspraken tegen de Europese Grondwet. Niemand verwachtte dat de nieuwe voorzitter veel meer zou doen dan de bescheiden verwachtingen managen.
Met het coronavirus veranderde alles. Aanvankelijk leek het alsof het virus Von der Leyen, en misschien zelfs de hele Europese Unie, noodlottig zou worden. Toen de maatregelen werden ingevoerd, mensen afstand moesten houden, drones patrouilleerden in de straten van Brussel en de Eurocraten het Berlaymontgebouw verlieten, sloeg de angst iedereen om het hart, thuiswerkend achter de laptop. Dit was niet alleen een medische crisis. Het coronavirus was ook een politieke crisis en onvermijdelijk ook een eurocrisis. Toen duidelijk werd dat de kosten van de lockdown Italië in een diepe vicieuze cirkel konden storten van schulden, soberte en populisme, wakkerde dat de woede jegens de EU aan, te beginnen in de zwakkere zuidelijke economieën. ‘Ik heb niet eerder zo’n gevaarlijke opkomst van eurosceptische sentimenten gezien,’ zegt een EU-minister.
Toen meerdere peilingen lieten zien dat grofweg de helft van de Italianen uit de EU wilde stappen, waar dat twee jaar terug nog minder dan een derde was, begon er een ingewikkeld spel tussen Parijs en Berlijn, over de vraag hoe de crisis moest worden bekostigd.
Eurobonds
Het was duidelijk dat het enige antwoord een ongekende verhoging van de schulden was. Maar zou er sprake zijn van de bundeling van Europese schulden, de zogeheten eurobonds? Zou met het opkopen van obligaties door de Europese Centrale Bank de verkapte schuldbundeling worden voortgezet of zou de bank door het Duitse grondwettelijke hof n Karlsruhe een halt worden toegeroepen? Slechts weinigen verwachtten oplossingen van Von der Leyen.
Macron had haar precies waar hij haar wilde hebben. Maar aanvankelijk dreigde zijn plan te mislukken. Terwijl de pandemie huishield in Frankrijk, Italië en Spanje riep het Élysée tot stomme verbazing van Berlijn op tot het instellen van een gemeenschappelijk schuldinstrument om de crisis te bekostigen, samen met Rome, Madrid en zes andere landen in de eurozone. Anders, zo maakten ze duidelijk achter gesloten deuren in Brussel, riskeerden verschillende lidstaten insolventie. Merkel weigerde ronduit. Zoals altijd trok Duitsland de grens bij gedeelde schulden.
Maar terwijl Duitsland gespaard leek te blijven voor de allerergste gevolgen van het coronavirus, veranderde er iets. Een voorstel, dat werd bedacht in het Berlaymontgebouw, als we de aanhangers mogen geloven, werd opgepikt door zowel ministers van Financiën als ambtenaren, zowel in Spanje als in Frankrijk. Het idee was om de Commissie massaal op eigen naam leningen te laten afsluiten en vervolgens pakketten van leningen en subsidies te verstrekken aan de zwaarst getroffen lidstaten. Ineens zag Berlijn het zitten. De gok van het Élysée betaalde zich uit. Dit was een Commissie waar Merkel wel zaken mee kon doen: in tegenstelling tot Juncker of Prodi was Von der Leyen iemand die ze kon vertrouwen.
Macron en Merkel bezegelden het met een handdruk: Von der Leyen staat niet op de foto. Maar dat gaf niet, want het ging niet om haar. Frankrijk en Duitsland hadden besloten dat een financieel sterke Commissie in hun voordeel was. ‘Nu hebben we een kans om meer te bereiken dan ooit sinds Jacques Delors,’ aldus een lid van de Commissie. Het Duitse leiderschap binnen Europa heeft ineens weer een vorm gevonden doordat het ‘de zuinige landen’ aan boord heeft weten te krijgen. Ineens is Von der Leyen, die een team vormt met Marcron, Merkel en de blunderende Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, het onverwachte gezicht van deze aanpak.
De doorbraak is historisch te noemen, maar tot nog toe vooral vanwege de gebeurtenissen die hij in gang zou kunnen zetten. De lijst van successen die de pandemie voor de Commissie mogelijk heeft gemaakt – miljarden aan gezamenlijke leningen, gezamenlijke uitgaven en een voorzichtige opening naar gezamenlijke belastingen – waren een paar maanden geleden allemaal ondenkbaar. Maar hoewel het EU-budget grofweg is verdubbeld, zijn de bedragen nog altijd onvoldoende: de subsidies voor Italië zullen de komende drie jaar misschien maar 0,6 procent van het bnp uitmaken.
Dat komt omdat uiteindelijk niet altruïsme maar landsbelang de doorslag heeft gegeven: om de Europese exportmarkten van Duitsland veilig te stellen koos Merkel weer voor wat noodzakelijk was om de euro overeind te houden, maar niet voor het maximale om de euro te herstellen. Ondanks al het gekibbel met ‘de zuinige landen’ zijn dit geen volwaardige eurobonds. Er is alleen een deel van de kosten van de crisis gebundeld, in plaats van de volledige Europese schuld, waarmee het zuiden enigszins ontlast zou worden.
Triomf
In Brussel heerst nu een triomfantelijke stemming. Er wordt enthousiast gesproken over Von der Leyen, heel anders dan in maart. ‘Ze luistert,’ zegt iemand uit de Commissie. ‘Ze besteedt heel veel aandacht aan speeches,’ zegt een ander. ‘In vier maanden hebben we haar vaker gezien dan Juncker in vier jaar,’ zegt weer een ander. Met haar slaapkamer in het Berlaymontgebouw, als een napoleontisch veldbed vlak naast haar werkkamer gesitueerd, zodat ze binnen enkele minuten aan het werk kan zijn, wordt niet langer de spot gedreven.
Deze opgetogenheid is niet te danken aan de fiscale cijfers op zich. Het heeft te maken met een toekomstbeeld: dat de Macrons en Merkels kunnen komen en gaan, maar dat de nieuwe super-Commissie, momenteel de beheerder van het laatste redmiddel, blijft. Nu de Rubicon eenmaal is overgestoken, zo is de veronderstelling, zal tijdens crisisberaad steeds vaker op de noodknop van een gezamenlijke schuld worden gedrukt, totdat het Berlaymontgebouw zich uiteindelijk in het hart bevindt van een fiscale unie.
Maar zal dat ook echt zo gaan? Zullen Europeanen over drie jaar echt het idee hebben dat deze nieuwe macht hun herstel heeft bewerkstelligd?Nadat Von der Leyen was benoemd door het Europees Parlement barstte de kamer uit in luid applaus, nog voor de parlementsleden kans kregen hun nieuwe voorzitter de hand te drukken. Ineens stond een stralende David McAllister, de voormalig minister-president van Nedersaksen voor haar. Hij omhelsde haar en zei: ‘Zal ik je eens wat zeggen? Je vader ziet je nu!’
Er wordt sinds de coronacrisis enthousiast gesproken over Von der Leyen
Von der Leyen glimlachte. Tegen het einde van zijn leven was Ernst Albrecht de vraag gesteld of hij ergens in was tekortgeschoten. De oude man had geantwoord: ‘Ieder mens schiet ergens in zijn leven tekort. Ik heb me zeventien jaar lang met hart en ziel ingezet voor de eenwording van Europa. Als u het me nu vraagt, ben ik daarin tekortgeschoten.’
Ursula is haar hele leven de dochter geweest, de opvolger, de reserve-bondskanselier – nooit iemand met eigen bestaansrecht. Haar hele politieke leven had Europa vastgezeten, in crisis verkeerd, dreigde al het werk van de generatie van haar vader teniet te worden gedaan. Maar nu lijkt het rad van de geschiedenis gekeerd: voor haar, voor de commissie die ze voorzit is dit hét moment om kansen te grijpen die zich misschien niet nogmaals zullen voordoen.
Frankrijk en Duitsland hebben allebei ja gezegd: de Europese Raad, de rivaal in het Europese gebouw, wordt aangevoerd door een potsierlijke Vlaming; als Von der Leyen het corona-reddingspakket erdoor weet te krijgen, kan dat het Berlaymont weer iets van de macht verlenen die sinds Delors lijkt te zijn weggesijpeld; maar alleen als ze die macht weet vast te houden. Ineens is er geen Mutti meer, en geen Vati, om haar de weg te wijzen. Ze zal het nu allemaal zelf moeten doen. Als zij faalt, als de Commissie faalt, komt dat op haar conto. Er zijn maar weinig momenten in de politiek zo opwindend, zo beangstigend.
Rechts-extremisme schijnt te zijn doorgedrongen in alle geledingen van de Duitse maatschappij, de overheid geeft toe het probleem jarenlang te hebben onderschat. Misschien wel omdat de motivatie van de extremisten vrij bizar is; ze bereiden zich voor op ‘Dag X’: een mythisch moment waarop de hele maatschappelijke orde in Duitsland zal instorten.
Keuze uit het archief
Deze week werden 25 Duitsers opgepakt op verdenking van het beramen van een coup tegen de Duitse staat. Ze wilden het parlement bestormen en een nieuwe regering installeren. Ook wilden ze een nieuw leger oprichten. Hun plannen tonen aan hoe diepgeworteld het rechts-extremisme nog steeds is in Duitsland. Twee jaar geleden schreef The New York Times daar dit artikel over.
Het plan van de groep klonk akelig concreet. Politieke vijanden en voorvechters van vluchtelingen en migranten zouden worden opgepakt, in een vrachtwagen geladen en afgevoerd naar een geheime locatie – om daar te worden vermoord. Een van de leden van deze groepering in het Oost-Duitse Güstrow had al dertig lijkzakken ingeslagen. Op een lijst van nog te kopen spullen stonden volgens justitie nog meer lijkzakken en ongebluste kalk, om de geur van begraven lijken te maskeren.
Het waren op het oog eerbiedwaardige burgers die dit plan bespraken. Een van hen was advocaat; hij was actief in de lokale politiek, maar had een grote hekel aan immigranten. Er zaten twee reservisten bij. En twee politieagenten, zoals Marko Gross (49): voormalig parachutist in het leger, nu scherpschutter bij de politie en hun officieuze leider.
De groep kwam voort uit een Duits chatnetwerk voor militairen en oud-militairen met rechts-extremistische sympathieën, dat was opgezet door een lid van het Kommando Spezialkräfte (KSK), de elitetroepen van het Duitse leger. Na verloop van tijd vormde zich onder leiding van Gross deze lokale onderafdeling, die onder meer een arts, een ingenieur, een interieurbouwer, een sportschooleigenaar en zelfs een visser onder haar leden telde. Nordkreuz noemden ze zich, Noorderkruis.
‘Allemaal bij elkaar waren we een compleet dorp,’ zei Gross in een van de gesprekken die ik dit jaar met een aantal Nordkreuz-leden voerde over het ontstaan en de plannen van hun groep. Ze ontkennen dat ze de dood van anderen beraamden. Maar uit de informatie van politie en justitie en uit een verklaring van één lid van de groep (waarvan wij een transcriptie konden inzien) blijkt dat hun plannen wel degelijk een duistere inslag hadden.
Duitsland is bezig met een inhaalslag wat betreft de aanpak van rechts-extremistische netwerken, waarvan de autoriteiten nu zeggen dat die wijder vertakt zijn dan ze hadden beseft. Juist voor een land dat zich van de last van zijn naziverleden en de gruwelen van de Holocaust heeft moeten bevrijden, is het verontrustend dat het rechts-extremisme zelfs tot in de strijdkrachten lijkt te zijn doorgedrongen. In juli dit jaar is een complete eenheid van het Kommando Spezialkräfte ontbonden, omdat die door extremisten bleek te zijn geïnfiltreerd.
De zaak van de Nordkreuz-groep, meer dan drie jaar geleden aan het licht gebracht maar pas sinds kort onder de rechter gekomen, laat zien dat het probleem van rechts-extremistische infiltratie niet nieuw is en zich ook niet beperkt tot het KSK of zelfs het leger. Rechts-extremisme, zo geven politici en autoriteiten nu toe, is doorgedrongen in alle geledingen van de Duitse maatschappij, doordat de overheid het probleem jarenlang heeft onderschat of niet onder ogen heeft willen zien. En nu kost het de autoriteiten grote moeite om het uit te roeien.
Dag X
De extremisten worden in belangrijke mate gemotiveerd door een idee dat zo bizar en vergezocht lijkt dat de instanties het simpelweg niet serieus namen, terwijl het in extreemrechtse kringen wel degelijk opgang maakte. Neonazi’s en andere extremisten noemen het ‘Dag X’: een mythisch moment waarop de hele maatschappelijke orde in Duitsland zal instorten. Overtuigde rechts-extremisten moeten zich daarop voorbereiden om dan – in hun ogen – het land te redden. Onder deze Dag X-preppers bevinden zich inmiddels respectabele mensen, met serieuze vaardigheden en ambities. En de Duitse autoriteiten beschouwen dat hele verhaal steeds meer als een excuus van rechts-extremisten om terroristische aanslagen of zelfs een staatsgreep te beramen.
‘Ik ben bang dat we nog maar het topje van de ijsberg hebben gezien,’ zegt Dirk Friedriszik, parlementslid in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, waar Nordkreuz werd opgericht. ‘Het is niet alleen het KSK. Het grote probleem is: deze cellen zitten overal. In het leger, in de politie, onder reservisten.’
Nordkreuz was zo’n clubje dat zich intensief voorbereidde op Dag X. Eind 2016 kreeg de Duitse inlichtingendienst een tip en in de zomer van 2017 stelde justitie een onderzoek in. Maar het heeft jaren geduurd voordat dit netwerk, of althans een klein stukje ervan, voor de rechter werd gebracht. En nog steeds is maar één lid van de groep, Marko Gross, veroordeeld – niet wegens samenzwering, maar voor illegaal wapenbezit. Eind vorig jaar kreeg hij daarvoor 21 maanden voorwaardelijk – zo’n lage straf dat het OM dit jaar in beroep is gegaan.
Van de circa dertig leden van de Nordkreuz-groep zijn er maar twee, een andere politieagent en een advocaat, tegen wie momenteel nog een onderzoek loopt wegens het beramen van terroristische aanslagen.
Volgens kenners van rechts-extremisme is het typerend voor de manier waarop de autoriteiten hiermee omgaan. De lichtheid van de vergrijpen waarvoor extremisten worden vervolgd staat in geen verhouding tot de verreikende plannen die justitie zo wil bestraffen en voorkomen. De aanklachten zijn bijna altijd gericht tegen individuen, niet tegen de netwerken als zodanig.
Infiltratie
Maar dat het zo veel moeite kost om die te vervolgen, wijst op een ander probleem dat de Duitse autoriteiten steeds meer zorgen baart: de extreemrechtse infiltratie in juist die instanties die er onderzoek naar moeten doen, zoals het politieapparaat. In juli trad de hoofdcommissaris van politie in de deelstaat Hessen af, omdat neonazi’s doodsbedreigingen hadden verstuurd met gebruik van persoonsgegevens die van politiecomputers waren gehaald. En in datzelfde Hessen werd vorige zomer een regionale politicus vermoord door een man die als neonazi bekendstond – een moordaanslag die veel Duitsers de ogen heeft geopend voor het gevaar van extreemrechts terrorisme.
Sommige Nordkreuz-leden namen hun plannen zo serieus dat ze al een lijst met politieke vijanden hadden opgesteld. Heiko Böhringer, politiek actief in hun regio, kreeg doodsbedreigingen. ‘Ik dacht over preppers altijd: dat zijn ongevaarlijke gekken die te veel griezelfilms hebben gezien,’ zegt hij. ‘Maar daar denk ik nu anders over.’
In juli is een KSK-eenheid ontbonden wegens extreemrechtse infiltratie
Friedriszik, die in de lokale politiek al jaren aandacht vraagt voor het groeiende gevaar van extreemrechts, was lange tijd een roepende in de woestijn. ‘Het is een beweging die op heel veel plaatsen invloed heeft,’ zegt hij. ‘Die verhalen over Dag X klinken misschien als een dagdroom. Maar als je goed kijkt, zie je hoe snel zoiets kan omslaan in serieuzere voornemens – en concrete plannen.’
De schietbaan in Güstrow, een klein stadje in het noordoosten van het land, bevindt zich aan het einde van een lange onverharde oprijlaan met een stevig hek ervoor. Het terrein is afgezet met prikkeldraad. Er wappert een Duitse vlag.
‘Hier is het allemaal begonnen,’ zei Alex Moll, interieurbouwer, lid van Nordkreuz en in het bezit van een jachtvergunning en een kast vol geweren, toen ik eerder dit jaar rondkeek in de regio. Marko Gross, de politieman, was een vaste bezoeker van de schietbaan. Hij had als parachutist en verkenner in het Duitse leger gezeten, in een bataljon dat later opging in de elitetroepen van het KSK. Toen was hij al afgezwaaid, maar hij kent meerdere militairen die wel in het KSK hebben gediend. Een andere vaste klant was Frank Thiel, die als pistoolschutter prijzen won en in heel Duitsland een veelgevraagd schietinstructeur was voor leger en politie.
Het vervulde de mannen met ontzetting dat in het najaar van 2015 honderdduizenden asielzoekers uit de oorlogen in Syrië, Irak en Afghanistan naar Duitsland kwamen. Zij zagen daarin een invasie van potentiële terroristen, die tot het failliet van de Duitse verzorgingsstaat en misschien zelfs tot maatschappelijke chaos zou leiden. En hun eigen regering ontving die vluchtelingen met open armen. ‘We maakten ons zorgen,’ zei Gross in een van de gesprekken die ik in de loop van dit jaar met hem had.
Tijdens een schiettraining die Thiel eind 2015 in het zuiden van Duitsland aan militairen van het KSK had gegeven, had hij gehoord over een landelijk netwerk waarin je met versleutelde berichten van gedachten kon wisselen over de veiligheid in Duitsland en de beste manier om je op een crisis voor te bereiden. Het werd beheerd door een militair; die heette André Schmitt, maar iedereen kende hem als Hannibal. Wie wilde meedoen?
Zo’n dertig mensen, veelal vaste bezoekers van de schietbaan in Güstrow, werden binnen de kortste keren lid van dit netwerk en begonnen gretig de updates van Schmitt te volgen. En al snel zette Gross een aparte groep op met leden uit zijn regio. Ze woonden allemaal in de streek rond Güstrow, hadden extreemrechtse sympathieën en beschouwden zichzelf als bezorgde burgers. In januari 2016 was Nordkreuz gevormd. Voor toelating golden twee criteria, zei Moll: ‘De juiste vaardigheden en de juiste mentaliteit.’
Gross en een andere politieman in de groep waren lid van wat toen nog een politieke partij in opkomst was, maar inmiddels de derde partij in de Bondsdag: Alternative für Deutschland. Minstens twee andere leden van de groep hadden weleens een bijeenkomst bijgewoond van het Thule-Seminar, een organisatie waarvan de leiders Hitler-portretten aan de muur hebben en de dominantie van het blanke ras prediken.
Om de paar weken kwam Nordkreuz bijeen boven de sportschool van een van de leden of in de showroom van Alex Moll, waar ik hem ook sprak. Soms hielden ze een barbecue, of lieten ze een gastspreker komen. Zo herinnerde Moll zich dat er eens een oud-militair kwam praten over crisismanagement. En ze hadden ook eens een lid van de zogenaamde Reichsbürger-beweging op bezoek, die het naoorlogse Duitse staatsbestel niet erkent. Zoals de leden het vertellen, werd hun groep allengs een hecht clubje met één gezamenlijk streven dat hun leven ging beheersen: de voorbereiding op Dag X.
H. begon over “de mensen in het dossier” die moesten worden “opgeruimd”
Safehouse
Ze legden voorraden aan om het honderd dagen te kunnen uitzingen: voedsel, benzine, toiletbenodigdheden, walkietalkies, geneesmiddelen en munitie. Marko Gross haalde daarvoor het geld op: 600 euro per lid. Zo legde hij een voorraad van in totaal meer dan 55.000 patronen aan. En ze kozen een ‘safehouse’ waar de leden zich op Dag X met hun gezin zouden verzamelen: een voormalig vakantiedorp uit de communistische tijd, diep in de bossen. Een ‘ideale’ plek, zegt Moll, met een beekje voor schoon drinkwater, een meertje om in te baden en kleren te wassen, in het bos genoeg wild om op te jagen en genoeg hout om mee te bouwen, en zelfs een oude septic tank.
Ik vroeg of het hunzelf allemaal ook niet een beetje vergezocht leek. Mijn ‘westelijke naïviteit’ ontlokte Moll een glimlach. Hun deelstaat lag vroeger ingeklemd tussen het IJzeren Gordijn en de Poolse grens. De leden van Nordkreuz zijn nog opgegroeid in de oude DDR. ‘Onder het communisme moest je creatief zijn en de juiste kanalen kennen om aan sommige dingen te komen,’ legde Moll uit. ‘Je zou kunnen zeggen dat ons het preppen met de paplepel is ingegoten.’ En ze hebben dus ook al eens meegemaakt dat een staatsbestel volledig instortte, zei hij. ‘Zo leer je tussen de regels te lezen. Dat is een voordeel.’
In de loop van 2016, toen de migranten nog steeds met honderdduizenden naar Duitsland kwamen en Europa werd getroffen door enkele aanslagen van moslimterroristen, namen de voorbereidingen serieuzere vormen aan. Gross ging dat najaar met enkele andere Nordkreuz-leden naar een wapenbeurs in Neurenberg en sprak daar in eigen persoon met Schmitt, de commando die het landelijke netwerk beheerde. Op de toren van een afgedankte brandweerkazerne leerde de groep abseilen. Ze spraken twee verzamelpunten af voor Dag X. Er werden twee complete operatiekamers ingericht bij wijze van veldhospitaal, één in een kelder en één in een camper.
‘Het idee was dat er iets vreselijks op til was,’ vertelde Gross me. ‘We dachten bij onszelf: waarop willen we ons voorbereiden? En we zeiden: als we dit doen, dan gaan we er ook helemaal voor.’ Gross hield vol dat ze zich alleen voorbereidden op wat zij zagen als de dag waarop het hele maatschappelijke bestel zou instorten – op Dag X. Hij zei dat ze nooit van plan waren geweest om mensen te vermoorden of kwaad te doen.
Maar minstens één lid van de groep schetst een veel grimmiger beeld. ‘Bepaalde mensen moesten bijeengedreven en doodgeschoten worden,’ vertelde Horst Schelski in 2017 aan justitie, in een verklaring waarvan The New York Times een kopie heeft. Schelski is een voormalig luchtmachtofficier en zijn verhaal wordt door de anderen betwist. Het draait allemaal om een bijeenkomst die volgens hem eind 2016 plaatsvond op een parkeerplaats aan de provinciale weg bij Sternberg, een dorpje op zo’n drie kwartier rijden ten westen van Güstrow. Gross had daar afgesproken met een handvol andere mannen die inmiddels de harde kern binnen Nordkreuz vormden.
Mehmet Turgut-trofee
Onder de andere aanwezigen bevonden zich de twee mannen tegen wie nog een onderzoek loopt wegens het beramen van terreuraanslagen. Volgens de Duitse wetgeving mogen zij niet met hun volledige naam worden vermeld. Een van de twee was Haik J., net als Marko Gross een politieagent. De ander was de advocaat en lokale politicus Jan Henrik H. Zij wilden mij allebei niet te woord staan.
Jan Henrik H. wordt door andere leden van de groep beschreven als bijzonder fanatiek in zijn vreemdelingenhaat. Ze vertelden dat hij op zijn verjaardag altijd een schietwedstrijd hield in een wei achter zijn huis, in de noordelijke kuststad Rostock. De winnaar kreeg dan een trofee die vernoemd was naar Mehmet Turgut, de Turkse snackbarmedewerker die in 2004 in Rostock werd vermoord door leden van de rechts extremistische Nationalsozialistischer Untergrund. De laatste man die met de trofee naar huis ging, was Marko Gross.
‘Ze wilden niet alleen Dag X overleven. Ze wilden hun vijanden vermoorden’
Schelski vertelde de politie dat H. in zijn garage een dikke map bewaarde met namen, adressen en foto’s van lokale politici en activisten die hij als politieke vijanden beschouwde. Tot die laatsten rekende hij bijvoorbeeld mensen die vluchtelingen probeerden te helpen door vastgoed te zoeken dat geschikt was voor asielopvang. Veel van de informatie in dat dossier was afkomstig uit openbare bronnen. Maar er zaten ook handgeschreven briefjes bij met informatie afkomstig uit een politiecomputer.
Toen ze op die parkeerplaats koffie zaten te drinken, begon H. over ‘de mensen in het dossier’ die volgens hem ‘schadelijk’ waren voor de staat en moesten worden ‘opgeruimd’, zo verklaarde Schelski later tegen de politie. H. vroeg zich af hoe ze de gevangenen, als ze die eenmaal hadden opgepakt, het best konden vervoeren. Hij vroeg Schelski, majoor bij de reservisten, hoe ze zo’n transport konden loodsen langs de checkpoints, die er in een tijd van maatschappelijke onrust misschien zouden komen. Hadden ze dan uniformen nodig? Legertrucks? Schelski zei dat hij na dat gesprek afstand begon te nemen van de groep.
Maar die was toen al in het vizier van de inlichtingendienst. Zo’n acht maanden na die bespreking op de parkeerplaats voerde de politie de eerste van een reeks invallen uit in de huizen van verschillende Nordkreuz-leden.
In de loop van twee jaar hebben die invallen en verdere naspeuringen geresulteerd in de vondst van wapens, munitie en zwarte lijsten, alsook dat handgeschreven boodschappenlijstje voor Dag X, met daarop lijkzakken en ongebluste kalk. Toen ik Marko Gross naar die lijkzakken vroeg, zei hij dat die ‘multifunctioneel inzetbaar’ zijn, bijvoorbeeld als goedkope waterdichte slaapzakhoes of om grote voorwerpen in te dragen.
De lokale politicus Heiko Böhringer schrok enorm van het nieuws dat de groepering een lijst van politieke vijanden had opgesteld. Toen hij in 2015 doodsbedreigingen begon te ontvangen, kreeg hij bezoek van twee agenten die een schets van zijn huis kwamen maken. ‘We willen weten waar men binnen kan komen en waar u slaapt, zodat we u kunnen beschermen,’ zeiden ze. Hij zei dat hij zich toen nog geen grote zorgen maakte. Maar in juni 2018 werd hij uitgenodigd op het bureau. Er waren invallen gedaan bij twee leden van Nordkreuz, onder wie een politieman uit zijn eigen gemeente: Haik J., die ook bij het gesprek op de parkeerplaats was geweest.
‘Ze lieten een schets van mijn huis zien,’ zegt Böhringer. ‘Het was de schets die de twee agenten bij mij thuis hadden gemaakt,’ zegt hij. ‘Juist de mensen die hadden gezegd dat ze mij wilden beschermen, hadden die schets daarna doorgegeven aan de mensen die het op mij hadden gemunt.’ En hij concludeert: ‘Ze wilden meer dan alleen Dag X overleven. Ze wilden hun vijanden vermoorden. Daarvoor maakten ze concrete plannen.’
De eerste keer dat ik aanklopte bij Marko Gross, in het dorpje Banzkow, een uur rijden van de schietbaan, heb ik bijna twee uur buiten met hem staan praten. De tweede keer begon het te regenen en noodde hij me binnen in zijn bakstenen boerenhuis in de Strasse der Befreiung, vernoemd naar de bevrijding van de nazi’s aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het halletje zag ik zijn oude uniform en insigne hangen. Een grote kaart van Duitsland in 1937 prijkte prominent aan de muur. En overal afbeeldingen van vuurwapens: op koelkastmagneten, op koffiemokken, op een kalender.
Gestolen munitie
Dat was het huis waar de politie in augustus 2017 bij een inval meer dan twintig vuurwapens en 23.800 patronen had gevonden, deels ontvreemd uit arsenalen van leger en politie. Bij een tweede inval in juni 2019 trof de politie weer 31.500 patronen en een uzi aan. Toen werd hij ook aangehouden. Het voorlezen van de volledige lijst van alle in zijn huis gevonden patronen, vuurwapens, explosieven en messen kostte de aanklagers in de rechtszaal bijna drie kwartier. Gross is alleen vervolgd wegens illegaal wapenbezit. In het lopende onderzoek naar terrorisme is hij getuige, geen verdachte.
‘Iemand die zo veel munitie in huis heeft, tegen het rechts-extremisme aanschurkt en in chats ook extremistische opmerkingen maakt, is geen ongevaarlijke prepper,’ zegt de minister van Binnenlandse Zaken van de deelstaat, Lorenz Caffier. Nee, zegt hij, ‘Marko G. speelt een hoofdrol.’
De gestolen munitie in zijn huis bleek afkomstig uit meer dan tien wapenarsenalen van politie- en legereenheden in het hele land, wat kan wijzen op medestanders binnen die organisaties. Verschillende van die eenheden deden schiettrainingen in Güstrow. Tegen drie andere politieagenten loopt een onderzoek naar mogelijke hulp aan Gross. Tijdens de rechtszaak verklaarde Gross dat hij niet meer wist hoe hij aan de munitie was gekomen. Toen ik hem sprak, bleef hij dat volhouden.
Maar verder had hij geen moeite om zijn mening te spuien. Angela Merkel moest ‘voor de rechter worden gesleept’, zei hij. De multiculturele steden in West-Duitsland zijn ‘het kalifaat’. En wie aan de sluipende migratie wil ontsnappen, kan maar beter verhuizen naar het Oost-Duitse platteland, ‘waar de mensen nog steeds Schmidt, Schneider en Müller heten’. In een kast lag een exemplaar van het prominente radicaal-rechtse tijdschrift Compact, met een foto van Trump op de cover.
‘Ik mag Trump wel,’ zei Gross.
In 2009 hadden collega’s bij de politie al hun zorg uitgesproken over zijn extreemrechtse denkbeelden. Ze hadden erop gewezen dat hij met boeken over de nazi’s naar het werk kwam. Maar daar werd niets mee gedaan.
‘Extreemrechts is geen gevaar,’ beweerde hij. ‘Ik ken geen enkele neonazi.’ Militairen en agenten zijn ‘gefrustreerd’, zei hij in ons derde gesprek, en hij somde een hele lijst klachten op over migranten, misdaad en de reguliere media. Hij vergelijkt de berichtgeving over corona nu met de staatscensuur van het communisme. Daarom volgt hij het YouTube-kanaal van RT, de Russische staatszender, en andere alternatieve media.
In dat parallelle universum van desinformatie hoort hij dat de overheid asielzoekers ’s nachts stiekem het land in vliegt. Dat corona een list is om burgers van hun rechten te beroven.
En dat Merkel werkt voor wat hij de ‘deep state’ noemt. ‘Die deep state is wereldwijd,’ zegt Gross. ‘Dat is het grootkapitaal, de grote banken, Bill Gates.’ Hij verwacht nog steeds dat ons vroeg of laat Dag X te wachten staat. Onlusten na een economische meltdown. Of grootschalige stroomuitval, want de Duitse overheid doekt alle kolencentrales op.
De Nordkreuz-leden en de autoriteiten hebben me nooit verteld waar zich nu precies dat safehouse bevindt. Het is er nog steeds, zegt Gross, die in de actieve dagen van Nordkreuz tegen een van de leden had gepocht dat zijn netwerk wel tweeduizend geestverwanten in Duitsland en daarbuiten omvatte. ‘Het netwerk bestaat nog steeds,’ zegt hij.
Sophie Hingst was een veelbelovende jonge Duitse vrouw woonachtig in Dublin met een succesvol, prijswinnend blog. Maar een artikel uit Der Spiegel onthulde dat achter de talentvolle schrijver een tragisch verhaal schuilging van pathologische leugens en psychische ziekte.
Bijna zeven weken geleden ontmoette ik Sophie Hingst voor het eerst en voor het laatst, op een zoele zondagmiddag in Berlijn.
Terwijl ik stond te wachten op het station tegenover de Wannsee, dook ze opeens achter me op, als een kat. Ze groette niet en haar bruine ogen, uilachtig achter een grote ronde bril, ontweken mijn blik. Haar gezicht was rood en haar lange haar, van oorsprong bruin maar nu grijzend en vaal bij de wortels, zat strak naar achteren in een staart.
In zichzelf mompelend begon ze voor me uit te lopen. Ik volgde haar, probeerde wat over koetjes en kalfjes te praten en vroeg me af waar dit heen ging. Nu weet ik het eindelijk.
Drie uur hebben we die dag gezeten, gewandeld en gepraat. De 31-jarige vertelde me over haar kindertijd in Oost-Duitsland, haar studies in Berlijn, Lyon, Los Angeles en Dublin, en haar liefde voor literatuur – vooral voor de literaire grootmeester Heinrich von Kleist.
En ze legde uit hoe de week daarvoor het nieuwe thuis dat ze voor zichzelf in Ierland had opgebouwd, ondersteboven was gegooid door een artikel in het Duitse tijdschrift Der Spiegel.
‘Zo gaat het dus, als je levend wordt gevild,’ zei ze, terwijl we uit zaten te kijken over de kabbelende golven van rivier de Havel, die in de Wannsee uitstroomt. ‘Zo kan een tijdschrift iemand aan de schandpaal nagelen.’
Holocaustslachtoffers
Het echte verhaal is niet zo eenvoudig. Negen dagen eerder, op 31 mei, had ik vooraf bericht gekregen dat Der Spiegel de volgende dag een artikel zou brengen over een blogger met een doctoraat in de geschiedenis van Trinity College Dublin (TCD). Het blad beweerde dat Sophie 22 Holocaustslachtoffers had verzonnen, van wie velen familie van haar zouden zijn, en documenten ter herinnering aan hen had ingediend bij het Israëlische Holocaustmonument Yad Vashem.
Der Spiegel -journalist Martin Doerry, die ik ooit kort had ontmoet, vertelde me aan de telefoon over de weken werk die hij had besteed aan het uitpluizen van Sophies blog Read On, my Dear, Read On. In dat blog, grotendeels journalistiek met literaire ambities, schreef een figuur die Sophie ‘Fräulein Read On’ noemde, over haar leven in Ierland en in Duitsland, maar ook over haar Joodse identiteit en familie. Een geregeld terugkerende figuur was haar geliefde oma, overlevende van Auschwitz, die jaarlijkse bijeenkomsten hield voor de bejaarde overlevenden. Ze beschreef hoe haar grootouders elk jaar op 9 november de Kristallnacht herdachten – de door de nazi’s georganiseerde pogrom in 1938 tegen Joden. Dan zetten ze de klokken stil en zaten ze in de invallende duisternis, zo schreef ze, te wachten op familieleden die nooit terugkwamen.
Toen onderzoekers, en later lezers, haar aanspraken op aperte onjuistheden en twijfelachtige details in haar blog, wees Sophie hun vragen woedend van de hand, in één geval als ‘schandelijke laster’. Afgelopen december had een onderzoeker contact opgenomen met Der Spiegel en langzaam tekende zich een gecompliceerd verhaal af.
Vanaf september 2013 had Sophie naar het Israëlische Yad Vashem-monument 22 ‘getuigenisbladen’ gestuurd, meestal met de hand ingevuld, waarin mensen werden beschreven die in de Holocaust waren omgekomen. De meeste mensen op de formulieren hadden Joods klinkende namen: Cohen, Rosenwasser, Zilberlicht – maar van de meeste waren er geen gegevens waaruit bleek dat ze ooit hadden bestaan.
‘Het verzinnen van Holocaustslachtoffers is in wezen de spot drijven met al degenen die werkelijk door de nazi’s zijn gemarteld en vermoord’
Door de Yad Vashem-documenten te combineren met wat Sophie zelf in haar blog had geschreven, stelde Doerry haar omstreden en tegenstrijdige verhaal en gebrekkige familiestamboom samen. Zij beweerde dat veel familieleden van haar waren vermoord in Auschwitz en slechts een handjevol had overleefd, maar geen van hen werd vermeld in enig bevolkings- of Holocaustregister. En het handjevol dat nog leefde was niet joods, zoals zij beweerde, maar luthers.
‘Dit type bedrog is misschien niet per se een misdaad, maar het is toch schandelijk,’ schreef Doerry in Der Spiegel. ‘Het verzinnen van Holocaustslachtoffers is in wezen de spot drijven met al degenen die werkelijk door de nazi’s zijn gemarteld en vermoord.’
Dat was ook precies hoe Tomi Reichental het zag toen ik hem de dag voordat het verhaal in Der Spiegel verscheen, in Dublin belde om commentaar voor mijn eigen artikel. Reichental komt oorspronkelijk uit Tsjecho-Slowakije, overleefde het concentratiekamp Bergen-Belsen, maar is veel familieleden verloren. Hij heeft zijn latere jaren in zijn nieuwe vaderland gewijd aan het bezoeken van scholen, als levende getuige van de verschrikkingen van de Holocaust.
‘Mensen zoals ik zijn echt, maar dit schaadt ons,’ zei hij die vrijdagmiddag, de laatste dag van mei, tegen me, ‘omdat mensen onmiddellijk gaan denken: “Vertelt hij de waarheid?”’
Terwijl ik die middag aan mijn artikel werkte, zag ik dat het blog snel van het internet verdween. Ik sloeg op wat ik kon en stuurde Sophie een e-mail om haar commentaar te vragen. Haar online antwoord: ‘Ik ontken alle beschuldigingen van Der Spiegel en zal juridische informatie inwinnen over die kwestie.’
Laat op die avond besloot The Irish Times mijn stuk niet te plaatsen en ik stuurde haar opnieuw een e-mail met het voorstel om in plaats daarvan een afspraak te maken.
Ook al hielden wij het verhaal vast, het deed al snel de ronde in Dublin. De website van de Russische propagandazender RT (Russia Today) wijdde er een item aan en studentenpublicaties van TCD hadden het verhaal te pakken gekregen. Uiteindelijk vertaalde Der Spiegel het artikel in zijn geheel in het Engels en maakte het beschikbaar op zijn website.
Een paar dagen later zaten wij op een stoffige rivieroever en zei ze dat haar vertrouwde leven de afgelopen zes dagen in rook was opgegaan.
Met verwijtende blik daagde ze me uit om haar vragen te stellen. Maar ik zei niets, in de hoop dat mijn zwijgen haar aan het praten zou brengen.
Ze vertelde me over haar moeder, Rachel, een ‘gestoorde’ vrouw uit een Frans-Israëlische familie in de Languedoc, die voor Artsen zonder Grenzen werkte. Samen hadden ze de wereld over gereisd, tot Sophie zestien jaar was.
‘Toen vond ik mijn moeder in bad met een kogel in haar hoofd,’ zei de. ‘Mijn moeder heeft zich het leven benomen.’
Haar vader was hertrouwd, zei ze, en ze was opgegroeid bij haar oma van vaderskant, Helga Brandl. Zij was een lutherse tandarts, maar Sophie hield vol dat ze Auschwitz-overlevende was met een getatoeëerd nummer op haar arm.
Wat was het nummer, vroeg ik.
Ze aarzelde even voor ze antwoordde: 6140.
Onverwacht haalde ze een imitatieleren portefeuille uit haar zak, ritste die open en haalde er iets uit dat ze mij in de hand duwde. Ik vouwde een ster van gele stof open met ‘Jude’ in het midden: het soort gele ster dat alle Joden onder de Neurenberger wetten moesten dragen.
‘Deze ster en een kapotte bril waren het enige dat mijn oma nog bezat na Auschwitz,’ zei ze zacht. ‘Voel er maar aan en vraag me dan alsjeblieft nog eens of ik dingen verzin. Dat is wat je me aandoet, als je me dwingt dit te zeggen.’
Ik voelde hoe ze naar me keek en op een reactie wachtte. Ik dacht eerst aan de Holocaust, daarna aan eBay. Maar ik hield mijn uitdrukking neutraal terwijl ik de ster aan haar teruggaf.
‘Het was als een soort tv-serie waarin de schuldige partij de bewijzen tegen zich onder de neus gewreven krijgt’
Al snel vertelde ze over haar confrontatie met Doerry van Der Spiegel drie weken eerder. Ze hadden afgesproken in het Merrion-hotel in Dublin om te praten over een kunstboek dat ze had geschreven. Doerry had van tevoren laten weten dat hij haar vragen zou stellen over haar blog en haar Joodse familie, maar zij had nadrukkelijk gezegd dat ze dat niet wilde.
Tijdens hun gesprek had hij toch doorgezet, zei ze, en had hij haar vijf pagina’s gegeven met vragen over details en inconsequenties in haar blog. Na een uur was ze woedend uit het interview weggelopen.
‘Hij maakte er een soort detectiveverhaal van… het is zo sappig en hij doet het zo goed,’ zei ze tegen me. ‘Hij praatte tegen me als een premiejager, hij had helemaal geen vragen… hij wilde alleen maar een overzicht geven van zijn bevindingen. Het was als een soort tv-serie waarin de schuldige partij de bewijzen tegen zich onder de neus gewreven krijgt.
Ze beschreef hoe ze zich in de hoek gedreven voelde door Der Spiegel: gedwongen na dat artikel om te bewijzen dat ze een Duitse Jood was – van de derde generatie na Auschwitz – door met haar oma’s ster uit de nazitijd te komen.
Het volgende moment ontkende ze dat ze de Yad Vashem-documenten over haar omgekomen familieleden had ingediend, ook al waren die in haar handschrift ingevuld en had ze er beelden van op haar Twitterfeed gezet. Ze beweerde ook dat iemand zich voor haar uitgaf, dat ze een advocaat in de arm had genomen en een aanklacht bij de politie had ingediend.
Verwarde vrouw
Twee uur werd drie uur en ik merkte dat ik niet meer zozeer naar haar verhaal luisterde, maar meer naar haar lichaamstaal en andere signalen keek. Nu eens klonk ze als een speels meisje dan weer als een boze volwassene en vice versa, en tussendoor lachte ze zonder reden. Haar gezicht werd rood, daarna bleek. Haar handen fladderden als twee rusteloze vogels rond in haar schoot.
Aan het eind van onze wandeling wist ik niets meer te zeggen, en ik besefte dat ik me op onbekend terrein bevond. Dit was geen krantenartikel. Dit was een zeer verwarde vrouw die hulp nodig had – en in de wetenschap dat we nu snel uiteen zouden gaan was ik bang dat ik misschien wel de laatste was die haar in leven zou zien.
Bij het afscheid herhaalde ik een paar zinnen die een bevriende therapeut me had gegeven. Ik zei dat ik niet zeker wist wat er gebeurd was, wat het echte verhaal was, maar dat ik hoopte dat ze iemand had met wie ze hierover kon praten, en iemand bij wie ze vanavond kon zijn: een vriendin of haar familie. Ze zei dat ze die wel had en liep weg.
Later belde ik ik twee mensen op. Eerst Cornelia Hingst, die in het Duitse telefoonboek stond als tandarts in Wittenberg. Toen ik naar Rachel Hingst vroeg, Sophies Joodse moeder, zuchtte ze hoorbaar. Er was geen Rachel, zei ze. Zij, Cornelia, was Sophies echte moeder en niet, zoals Sophie zei, haar stiefmoeder.
‘Mijn dochter heeft veel realiteiten en ik heb maar tot één daarvan toegang,’ zei ze. Ze vertelde over de jarenlange worsteling van haar dochter met geestesziekte, de therapieën die ze telkens weer had geprobeerd en de nieuwe stabiliteit die ze in Ierland had gevonden.
Cornelia was bang dat de onthullingen slecht zouden vallen bij Sophies werkgever in Ierland, chipmaker Intel, en dat het verlies van haar baan Sophie nog verder uit haar evenwicht zou brengen. Ik drong er bij haar op aan dat ze contact opnam met haar dochter en haar in haar verwarde toestand niet alleen zou laten.
‘Dat arme meisje heeft hulp nodig. Als het in de krant kwam zou het alleen maar nog meer pijn veroorzaken’
Daarna belde ik rabbi Zalman Lent in Dublin. Hij had geruchten over het verhaal gehoord, maar zei dat hij Sophie nooit had ontmoet, en haar ook niet herkende van gebiedsdiensten.
‘Het is een kleine gemeenschap, dus ik zou haar wel kennen als ze hier was geweest,’ zei hij.
Mijn contact met Yad Vashem leverde een schriftelijke verklaring op waarin stond dat er bij het instituut in Jeruzalem 4,8 miljoen namen staan geregistreerd. Documenten zoals Sophie had ingediend ‘ondergaan een korte controleprocedure om basisgegevens na te trekken’, maar ‘die procedure is niet waterdicht en we zijn af en toe gewezen op onjuiste informatie.’
‘Wij gaan ervan uit dat de getuigenispagina’s te goeder trouw worden ingediend, en vragen om de handtekening van de indiener, die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de geleverde informatie,’ ging de verklaring verder. ‘De door Sophie Hingst ingediende formulieren zijn voor nader onderzoek overgedragen aan wetenschappers van Yad Vashem.’
Ik had me al tot twee vrienden gewend, een therapeut en een arts. Beiden waren er huiverig voor om op afstand een diagnose te stellen, maar ze zeiden allebei, onafhankelijk van elkaar, dat Sophie – op basis van haar verwarde verhaal maar ook van haar lichamelijke signalen – een psychische stoornis leek te hebben. Dat soort stoornissen waren uitstekend te behandelen, volgens de bevriende therapeut; hij zei ook dat het vaker voorkomt dat Duitsers beweren afkomstig te zijn uit een Joodse familie die onder de Holocaust heeft geleden. De drang om in deze context liever bij de slachtoffers te willen horen dan bij de daders had volgens hem vaak te maken met een ander trauma in iemands leven.
Vijf dagen na mijn ontmoeting met Sophie ging ik naar Hamburg voor een afspraak met Doerry, de schrijver van het artikel in Der Spiegel. Lopend van het station naar het glazen gebouw van het tijdschrift, belde ik Reichental nog een keer.
Ik beschreef hem de gejaagde vrouw die ik had ontmoet en vertelde over de kennelijke psychische problemen van Sophie. Met het oog hierop had ik besloten dat dit geen verhaal voor The Irish Times was. Kon hij zich daarin vinden?
‘Natuurlijk,’ zei hij. ‘Dat arme meisje heeft hulp nodig. Als het in de krant kwam zou het alleen maar nog meer pijn veroorzaken.’
Falsificaties
Een paar minuten later, onder het glazen dak van het café in het Hamburgse hoofdkwartier van Der Spiegel, legde Doerry uit waarom hij toch doorging met het verhaal.
Vorig jaar oktober had Doerry eenzelfde geval aan de hand gehad van een man die zich presenteerde als hoofd van een Joodse gemeenschap in de buurt van Hamburg, ondanks het feit dat hij Duits protestant was. Doerry is ook de kleinzoon van een Holocaustslachtoffer. En afgelopen december heeft Der Spiegel moeten erkennen dat een van zijn topjournalisten ‘op grote schaal artikelen had gefalsifieerd.’
In minstens veertien overtuigende artikelen had de 33-jarige Claas Reloitius personages, plaatsen en ontmoetingen gefingeerd. De volle omvang van het bedrog stortte het tijdschrift in een van de diepste crises uit zijn 72-jarige bestaan.
Doerry is historicus en voormalig adjunct-hoofdredacteur van het blad, en er was hem veel aan gelegen om Sophie te laten ophouden, omdat die steeds verder ging met haar leugens. Ze was uitgeroepen tot blogger van het jaar 2017 voor haar online werk en had in 2018 in Dublin een prijs voor beste jonge schrijver van The Financial Times aanvaard met een toespraak waarin ze over haar ‘Joodse’ familie sprak. Eerdere pogingen om haar aan de tand te voelen waren op niets uitgelopen. Dus de manier waarop hij haar in Dublin had benaderd was bedoeld om haar met de feiten te confronteren.
Cornelia, de moeder van Sophie Hingst, belde me een paar keer om te vertellen hoe het met haar dochter ging. Intel, haar Ierse werkgever was bereid geweest om haar in dienst te houden, op voorwaarde dat ze gesprekken aanging met een therapeut van het bedrijf. Haar dochter was gaan inzien dat ze hulp nodig had, zei ze, maar werd achtervolgd door haar reputatie online. Er was een Wikipedia-onderwerp op haar naam aangemaakt, waarin ze ‘blogger en bedrieger’ werd genoemd. Het artikel van Der Spiegel stond nog steeds online in het Duits en in het Engels, en die laatste versie was gratis beschikbaar.
In Wittenberg zei Cornelia dat ze zich verheugde op een nieuw leven na haar pensionering van de tandartsenpraktijk.
Vorige week belde Cornelia me, terwijl ze op vakantie was aan de Baltische kust, om te zeggen dat de politie contact met haar had opgenomen. Haar dochter was de dag daarvoor, woensdag 17 juli, dood aangetroffen in haar bed in Dublin. Cornelia nam meteen aan dat haar dochter zelfmoord had gepleegd. Dit is nog niet bevestigd door de lijkschouwing; volgens de politie zijn er geen aanwijzingen voor betrokkenheid van een derde partij.
Getroubleerde geest
Terwijl ik naar de stem van de moeder luisterde, die verstikt klonk van verwarring en verdriet, ging ik in gedachten terug naar de vrouw die ik zeven weken eerder had ontmoet: gejaagd en gekwetst, maar ook intelligent en zelfs humoristisch. Een getroebleerde geest en een getalenteerd schrijver, maar ook iemand die – weken van tevoren – Doerry had aangevallen omdat hij haar verzinsels over voorouders die Holocaust-overlevenden of -slachtoffers waren in twijfel trok.
Voor het artikel verscheen en onder druk van haar moeder, had Sophie Doerry gebeld om haar verontschuldigingen aan te bieden. Ze had toegegeven dat ze fouten had gemaakt, maar hield vol dat ze alleen maar herhaalde wat ze van haar moeder had gehoord. In Der Spiegel suggereerde Doerry dat ze nu ‘probeerde haar overleden protestantse oma tot zondebok te maken’.
Voor de publicatie van het artikel had Sophie een advocaat in de arm genomen; ze benadrukte dat haar schrijfsels literair van aard waren en een verklaring van dezelfde strekking verscheen op haar blog.
Achteraf gezien lijkt het erop dat beide kanten – de Hingsts en Doerry – vonden dat de andere kant zich agressief opstelde. Cornelia beschuldigt Doerry ervan dat hij de persoon achter de feiten over het hoofd heeft gezien.
Na haar dood gaf Doerry uitgebreid commentaar aan The Irish Times, maar hij wilde niet dat zijn opmerkingen werden gepubliceerd. In plaats daarvan dicteerde hij een eenregelige verklaring: ‘Der Spiegel geeft geen commentaar op het artikel en betreurt haar dood.’
In Duitsland kreeg de familie Hingst kritiek omdat ze niet de verantwoordelijkheid had genomen om in te grijpen en te voorkomen dat Sophie Holocaustleugens verspreidde of andere artikelen scheef waarin ze beweerde dat ze een kliniek voor seksuele voorlichting had gesticht in een sloppenwijk van New Delhi.
Cornelia houdt vol dat ze geen idee had hoe ver haar dochter was gegaan met haar bedrog, niet had geweten dat haar dochter die documenten bij Yad Vashem had ingediend of dat wat Sophie online schreef was doorgesijpeld naar haar dagelijks leven en haar publieke persoon.
‘Toen ik Sophie hier een keer naar vroeg, zei ze dat ze geen geheel was,’ vertelt Cornelia, ‘en dat ze uit heel veel stukken bestond.’
‘Hij leefde en zong en leed / in een vreugdeloze, zware tijd / hier zocht hij de dood / en vond onsterfelijkheid’
Cornelia en Doerry hadden allebei te maken met een complexe, verwarde persoon met veel gezichten die voor hen nooit tegelijk zichtbaar waren. Het tragische van dit verhaal is dat Sophie, de enige die haar motieven en haar stukken zou kunnen verklaren, nu dood is. Ze is op 31 juli begraven in haar geboortestad Wittenberg.
Cornelia heeft de manier waarop Intel met haar dochter is omgegaan ‘voorbeeldig’ genoemd, omdat het bedrijf haar in dienst hield en zorgde dat ze bij een therapeut in behandeling ging. ‘De Ieren zijn de enigen die ons hebben gesteund,’ zei ze.
Het bericht over Sophies dood was een grote schok voor haar vrienden en vroegere collega’s aan Trinity College en bij Intel. Vroegere TCD-collega’s treuren om een talentvolle en aardige persoon die vrijwilligerswerk deed voor het Ierse Rode Kruis.
Aan het begin van onze wandeling vorige maand wilde Sophie per se dat we naar een lommerrijke plek gingen waar het Duitse literaire genie Heinrich von Kleist in november 1811 eerst zijn vriendin en daarna zichzelf doodschoot, en waar zij beiden nu begraven liggen. De schrijver was pas vierendertig toen hij stierf. Sophie was drie jaar jonger.
De originele inscriptie, die door de nazi’s werd verwijderd omdat hij van een Joodse schrijver was, is gerestaureerd. Naast elkaar stonden we de tekst te lezen:
‘Hij leefde en zong en leed / in een vreugdeloze, zware tijd / hier zocht hij de dood / en vond onsterfelijkheid.’
Het grootste deel van wat Sophie heeft geschreven is met haar verdwenen blog verloren gegaan. Als ik onze e-mailcorrespondentie doorlees, zie ik een vrouw die van woorden hield – ook al lieten die haar greep op de realiteit soms in de steek.
‘Ik ben een beetje jaloers op alle mensen die wisten wat ze wilden doen, die wisten dat woorden hen toebehoren,’ schreef ze. ‘Ik ben altijd alleen maar een hebzuchtige dief, hongerig naar woorden. En zoals jij en de rest van de wereld kunnen zien, is het niet goed afgelopen.’
Gerenommeerde krant die in 1859 is opgericht door protestanten, maar onafhankelijk is in politiek en religieus opzicht. Staat bekend om de journalistieke kwaliteit, wint regelmatig prijzen. Vooral de zaterdagkrant is populair onder een breed publiek.
De nazi’s hadden haar vader vermoord. Vervolgens werd ze verliefd op een van hen. En nu moeten haar steenrijke nakomelingen, die in het bezit zijn van Douwe Egberts, Krispy Kreme en andere merken, in het reine zien te komen met het onuitsprekelijke geheim dat aan het licht is gekomen.
Keuze uit het archief
Na ruim 75 jaar spreekt de Tweede Wereldoorlog onverminderd tot de verbeelding, en nieuwe verhalen blijven komen. Daarbij is steeds meer oog voor de niet zwart-witte kanten van de oorlog. Zo bleek de verrader van Anne Frank (het verhaal werd later ingetrokken) ‘gewoon’ iemand te zijn die zijn eigen dochters moest beschermen – vanuit de Joodse gemeenschap klonk teleurstelling omdat zo’n handeling weinig te maken had met goed en kwaad.
Dat ook de liefde blind is voor dergelijke grote begrippen, blijkt maar weer eens uit dit ongelooflijke en ontroerende verhaal over de half-Joodse vrouw die voor een nazi viel.
Emilie Landecker was negentien toen ze ging werken voor Benckiser, een Duits bedrijf dat industriële reinigingsmiddelen produceerde en dat er prat op ging het personeelsbestand te hebben gezuiverd van niet-Arische elementen.
We schrijven 1941. Emilie Landecker was half-Joods en als de dood om te worden gedeporteerd. Albert Reimann junior was een vroege aanhanger van Hitler en omschreef zichzelf als een ‘overtuigd aanhanger’ van de rassentheorie van de nazi’s.
Op de een of andere manier, haast onverklaarbaar, werden ze verliefd.
Het verhaal van de liefde tussen Emilie Landecker, wier Joodse vader was vermoord door de nazi’s, en Albert Reimann, wiens fanatieke nazistische denkbeelden en zijn inzet van dwangarbeiders de familie er niet van weerhield om na de oorlog een ongekend vermogen te vergaren, is een vertelling van dood en toewijding, van menselijke tegenstrijdigheden. Het is ook een verhaal van bedrijfsmatige boetedoening in onze moderne maatschappij.
Een gruwelijke geschiedenis
Tientallen jaren na de Tweede Wereldoorlog groeide Benckiser uit tot een van grootste consumentengoederenconglomeraten ter wereld. Het bedrijf, dat tegenwoordig bekendstaat als de JAB Holding Company en dat nog altijd wordt geleid door de familie Reimann, is meer dan twintig miljard dollar waard en omvat onder meer Krispy Kreme Doughnuts, Peet’s Coffee, Einstein Brothers Bagels, Stumptown Coffee Roasters, Pret A Manger, Keurig en andere ontbijtmerken.
De relatie van Reimann en Landecker is vele jaren geheim gebleven. Hij was getrouwd maar had geen kinderen met zijn vrouw. Reiman en Landecker hadden samen drie kinderen, die hij in de jaren zestig adopteerde; momenteel hebben twee van die kinderen samen ongeveer vijfveertig procent van de JAB-aandelen in handen. Ze zeggen tientallen jaren niets te hebben geweten van hun vaders nazistische denkbeelden, noch van de misstanden in het bedrijf dat ze hebben geërfd: de vrouwelijke dwangarbeiders die naakt buiten voor hun barakken moesten staan. Een krijgsgevangen die uit een schuilkelder was gestuurd en om het leven kwam.
In het tijdperk van Trump, Brexit en Matteo Salvini kunnen bedrijven niet langer voorwenden in een “waardenvrije ruimte” te opereren
Reimann en Landecker, die respectievelijk in 1984 en 2017 zijn overleden, spraken nooit over die tijd. Belastende documenten werden vernietigd of weggestopt in een kluis. In een tweedelig boekwerk over de geschiedenis van het bedrijf wordt de naziperiode in een paar pagina’s afgedaan. Maar naarmate Benckiser aan de weg timmerde en uiteindelijk uitgroeide tot het wereldwijde JAB, werd het steeds ondoenlijker het verleden te negeren. Peter Harf, die in 1981 bij het bedrijf kwam werken en sinds dit jaar aan het hoofd staat van de raad van bestuur, en wiens eigen vader een nazi was, zegt er nooit echt in te hebben geloofd dat het bedrijf niets te verbergen zou hebben. ‘Ik kende de verhalen die werden verteld,’ zei hij. ‘Daar zat een luchtje aan.’
Rond 2012, toen JAB wereldwijd de aandacht trok met de overname van enkele belangrijke koffiemerken, drong Harf erop aan dat de familie een onafhankelijke partij zou inschakelen om de familiearchieven uit te pluizen. In 2016 nam Paul Erker, een geschiedkundig econoom verbonden aan de universiteit van München, die taak op zich.
Pas nu, vierenzeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, proberen zowel de familie als het bedrijf in het reine te komen met de duistere en ingewikkelde geschiedenis. In maart lekten de eerste bevindingen uit in een Duitse tabloid, over de manier waarop het bedrijf misbruik had gemaakt van dwangarbeiders. Nazi-activiteiten binnen bedrijven waren niet ongebruikelijk in de geschiedenis van het Duitse bedrijfsleven en de misdaden van de Reimanns waren minder erg dan die van veel grotere bedrijven, die banden hadden met de dodenkampen en direct betrokken ware bij de onteigening van Joodse ondernemingen. Maar doordat in JAB’s portfolio veel zonnige koffie- en donutmerken uit de Verenigde Staten zitten, haalden de onthullingen wereldwijd de voorpagina’s.
De medewerkers van JAB – wereldwijd zo’n honderdtachtigduizend mensen – hebben laten weten dat klanten hen voor de voeten werpen dat ze ‘voor de nazi’s werken’. Er is gedreigd met boycots; onlangs stond er nog een vlammend artikel in The Boston Globe, met als titel: ‘Ik ben tot de ontdekking gekomen dat mijn lievelingskoffie wordt gefinancierd met nazigeld. Kan ik het nog wel drinken?’
De verontwaardiging is opgelaaid zonder dat men precies weet wat de nazisympathieën van Reimann in de praktijk behelsden – en zonder dat men het hele verhaal kent, inclusief de hartverscheurende twist aan het einde: uiteindelijk was de familie Reimann zowel dader als slachtoffer. De erfgenamen dragen beide kanten met zich mee. In een reeks interviews met The New York Times hebben leden van de familie Reimann zich voor het eerst in het openbaar uitgelaten over het nazischandaal. Ze hebben het verhaal naar buiten gebracht van Alfred, de Joodse vader van Emilie Landecker, en verteld hoe de moord op Alfred de familie ertoe heeft gedwongen niet alleen het verleden onder ogen te zien, maar ook de toekomst.
“Reimann sr. en Reimann jr. waren niet zomaar opportunistische volgelingen van het regime,” zegt Harf. “Ze waren het naziproject met hart en ziel toegedaan”
De familie Reimann zegt er een deel van hun privévermogen voor te willen uittrekken om eer te bewijzen aan de nagedachtenis van Alfred Landecker. Ze willen een eenmalige schenking doen van tien miljoen euro aan instellingen die steun bieden aan voormalig dwangarbeiders en hun gezin. De Reimanns willen ook de Reimann Foundation vernoemen naar Alfred Landecker en het budget verhogen tot vijfentwintig miljoen euro, terwijl ze de leiding willen overdragen aan een onafhankelijk bestuurslichaam.
De stichting zal projecten financieren die ‘eer bewijzen aan de slachtoffers van de Holocaust en de naziterreur’. Ook zijn er plannen om tenminste één leerstoel in Duitsland op te richten in naam van de heer Landecker.
Op de nieuwe website van de Alfred Landecker Foundation staat te lezen dat de stichting als doelstelling heeft om onderricht te geven ‘over de Holocaust en de verschrikkelijke prijs die wordt betaald wanneer onverdraagzaamheid en fanatisme de overhand krijgen’. Even verderop staat: ‘Het uitgangspunt is ons kritisch vermogen aan te scherpen zodat we de wortels van een dergelijke haat leren herkennen en kunnen voorkomen dat dergelijke verschrikkelijke gebeurtenissen zich herhalen.’
In een interview merkt Harf op dat hij op drie plekken woont – New York, Londen en Milaan – waar nationalisme en etnische tegenstellingen om zich heen grijpen. Het grootste deel van zijn lange carrière, zegt hij, is hij van mening geweest dat het aandeelhouderskapitalisme waardenvrij zou zijn. Dat idee heeft hij inmiddels losgelaten. In het tijdperk van Trump, Brexit en Matteo Salvini, zegt hij, kunnen bedrijven niet langer voorwenden in een ‘waardenvrije ruimte’ te opereren.Ook nu weer leven we in een tijd waarin mensen stelling moeten nemen, aldus Harf. ‘Ik ben heel bang voor wat ons te wachten staat.’
In juli 1937 schreef Albert Reimann jr. een brief aan Heinrich Himmler, het hoofd van de SS, die later de leiding zou hebben over de Holocaust.
‘We zijn een zuiver Arisch bedrijf van meer dan honderd jaar oud,’ schreef Reimann, die destijds negenendertig jaar oud was, en senior executive in het bedrijf van zijn vader. ‘De eigenaars zijn overtuigd aanhanger van de rassentheorie.’De familie Reimann had zich lang voordat de nazi’s de macht grepen al achter het nationaalsocialisme en het antisemitisme geschaard, zo valt te lezen in een tussentijdse rapportage van Erker, de historicus. De jongere Reimann had Hitler in 1923 in München horen spreken en was een van zijn eerste aanhangers.
Zijn vader, Albert Reimann senior, die destijds aan het hoofd stond van Benckiser, hoorde Hitler vier jaar later spreken in Mannheim, niet ver van het Zuid-Duitse hoofdkwartier van het bedrijf. Reimann sr. sloot zich in 1931 aan bij de nazipartij. Een jaar later volgde zijn zoon zijn voorbeeld.
In 1943 bestond een derde van het personeelsbestand uit dwangarbeiders: 175 mensen, van wie de meesten afkomstig uit Frankrijk en Oost-Europa
Rond die tijd reorganiseerden de mannen het bedrijf, in overeenstemming met de nazi-richtlijnen.
Tegen de tijd dat Hitler aan de macht kwam, was er bij Benckiser al een nationaalsocialistische bedrijfsorganisatie opgericht – een soort ondernemingsraad die probeerde de nazi-ideologie door te voeren.
Later zou Benckiser ‘een nationaalsocialistisch modelbedrijf’ worden.‘Reimann sr. en Reimann jr. waren niet zomaar opportunistische volgelingen van het regime,’ zegt Harf. ‘Ze waren het naziproject met hart en ziel toegedaan.’Benckiser was destijds een gemiddeld groot chemisch bedrijf, waar onder meer citroenzuur werd vervaardigd, een chemisch middel om water te verzachten, maar ook supplementen voor babyvoeding en fosfaten die werden gebruikt voor de fabricage van worst. In 1933 had het bedrijf 181 mensen in dienst. Benckiser was een belangrijke leverancier voor de voedselindustrie en gedijde uitstekend onder het nazibewind: in tien jaar verdriedubbelde de winst. Albert sr. stond aan het hoofd van de regionale kamer van koophandel, die hielp bij de Arische zuivering binnen het bedrijfsleven en bij het verdrijven en onteigenen van Joodse bedrijven.
Benckiser heeft zelf niet geprofiteerd van de bedrijven die werden overgenomen van Joodse eigenaren, en ook heeft Benckiser geen gebruik gemaakt van arbeidskrachten uit de concentratiekampen, wat wel gebruikelijk was binnen veel grotere bedrijven, zoals Messerschmitt, een voorloper van Airbus, of IG Farben, dat later is opgesplitst in bedrijven als BASF en Bayer. Maar vanaf eind 1940 hebben de Reimanns wel structureel hun voordeel gedaan met dwangarbeid: mannen en vrouwen die uit hun huis waren gehaald in door nazi’s bezet gebied, of krijgsgevangenen die door de nazi’s werden tewerkgesteld op boerenbedrijven en fabrieken verspreid over heel Duitsland.
Ergens in deze periode begon Emilie Landecker op de boekhoudafdeling van het bedrijf. Er is maar weinig bekend over Landeckers tijd bij Benckiser tijdens die oorlogsjaren, behalve dat ze onder de jongere heer Reimann werkte. Volgens Harf nam het gebruik van dwangarbeid al snel zo’n omvang aan dat het niet anders kan of ze moet op de hoogte zijn geweest van deze wantoestand.
In 1943 bestond een derde van het personeelsbestand uit dwangarbeiders: 175 mensen, van wie de meesten afkomstig uit Frankrijk en Oost-Europa.
Benckiser had twee werkkampen. In een daarvan zwaaide Paul Werneburg de scepter, een wrede voorman die al sinds 1910 bij het bedrijf in dienst was. Tijdens zijn bewind werden vrouwelijke arbeidskrachten gedwongen om naakt voor hun barakken in het gelid te staan, en wie dat weigerde riskeerde nog meer seksueel misbruik. Arbeidskrachten werden geschopt en geslagen, zoals een Oekraïense vrouw die ook schoonmaakte in de privévilla van de Reimanns.
“Mijn lieve kind”, schreef hij in december 1938, een maand nadat tijdens de Kristalnacht in heel Duitsland synagogen en Joodse huizen waren geplunderd en in de as gelegd. “De tijden zijn veranderd en daarmee ook de mensen”
Tijdens een bombardement op 7 januari 1945 joeg Werneburg tientallen arbeiders de schuilkelder uit. Dertig mensen raakten gewond en een iemand vond de dood. De verhalen over de wreedheid van Werneburg deden de ronde en zelfs de plaatselijke nazi-officier die was belast met de toewijzing van dwangarbeiders sprak de Reimanns aan op de manier waarop hun arbeidskrachten werden behandeld.
Emilie Landecker zou hier allemaal getuige van zijn geweest, schrijft haar zoon, Wolfgang Reimann, in een mail. ‘Ze heeft zich staande gehouden in het gruweltheater binnen ons eigen bedrijf,’ zei hij.‘
Waarschijnlijk zat zij ook in die bunker toen Werneburg de arbeiders naar buiten joeg.’
De Reimanns bleven fervent aanhanger van de nazi-ideologie, blijkt uit het onderzoek van Erker. Zelfs eind februari 1945 geloofde de jonge Reimann nog in de ‘Endsieg’, Hitlers eindoverwinning. Datzelfde jaar in mei werd de oorlog beslecht; een maand later werd Reimann opgepakt en geïnterneerd door de geallieerden, als onderdeel van het de-nazificeringsproces. Albert jr., die in blok A van kamp 73 werd vastgehouden, met als gevangenennummer 2228, schreef op 22 september een brief aan de officier die de leiding had over het kamp, waarin hij de aantijging dat hij ‘al van begin af aan een fervent nazi was geweest’ van de hand wees als ‘niet meer dan verdachtmakingen’, en waarin hij stelde zelf slachtoffer te zijn geweest van de nazi’s.‘In deze omstandigheden tast ik in het duister omtrent de oorsprong van bovengenoemde aantijging,’ schreef hij. ‘Ik ben geneigd te geloven dat ik zelf scherp in de gaten werd gehouden door de Gestapo.’
Het werkte. Terwijl de Fransen Reimann jr. aanvankelijk hadden verboden zijn bedrijf voort te zetten, draaiden de Amerikanen die beslissing terug en registreerden hem niet als nazi, maar als meeloper van de nazi’s.In 1947 bedroeg het vermogen van de familie Reimann 686.000 Rijksmark, wat vandaag de dag zou neerkomen op zo’n 2,4 miljoen dollar. Het vermogen groeide mee met Benckiser en haar dochterondernemingen, en momenteel wordt het familievermogen geschat op zo’n 33 miljard euro. Op een lijst van de rijkste families in Duitsland, die onlangs is uitgebracht, staan de Reimanns op de tweede plaats.
Volgens Wolfgang Reimann heeft zijn vader de kinderen nooit veel over de oorlog verteld, behalve dat de dwangarbeiders zo aan het bedrijf waren gehecht dat ze moesten huilen toen de strijd was beslecht en ze weg moesten.‘
Hij beweerde dat de Franse arbeidskrachten op zaterdag meestal een glas rode wijn kregen,’ vertelt Wolfgang, ‘en dat mensen die waren overgeplaatst uit andere kampen zeiden dat Benckiser het beste kamp was waar ze ooit hadden gezeten of van hadden gehoord.’ ‘Nonsens,’ zegt hij en vloekt.
Laatste brief uit het getto
Emilie Landecker was bij Benckiser aan het werk toen de Gestapo haar vader kwam ophalen. Dat was op 24 april 1942. Rond het middaguur stonden er twee agenten op de stoep van het appartement waar het gezin woonde.
Haar jongere broer, Wilhelm, die dit moment later beschrijft in nooit gepubliceerde memoires, deed open. ‘Is de Jood Alfred Israel Landecker thuis?’ vroeg een van de agenten.
Wilhelm bracht de agenten naar hun vader, die al klaar zat. Hij had eerder die maand een brief gekregen met daarin de datum van zijn deportatie. Met de Duitse precisie was hem opgedragen één stel kleren in te pakken, wat ondergoed en een jas met een gele jodenster. Hij mocht geen geld of waardevolle spullen meenemen.
‘Zo, vuile Jood,’ zei de agent. ‘Ben je klaar voor de reis?’ Alfred Landecker deed zijn koffer dicht en trok zijn jas aan. Toen omhelsde hij voor de laatste keer zijn zoon en gaf hem een kus. ‘Willi, blijf binnen, zodat niemand mijn davidsster met jou in verband brengt,’ zei Landecker, waarna hij hem vroeg zijn liefde over te brengen aan zijn zussen. ‘Neem namens mij afscheid van Emmi en Gerdele. Gedraag je, en wees gehoorzaam aan God.’
Een paar weken later arriveerde er een laatste brief van Landecker, maar daarvan is alleen de envelop overgebleven. Uit de envelop blijkt dat hij in blok III 416/2 zat, in Izbica, een getto dat dienstdeed als doorgangsstation voor de deportatie van Joden naar de dodenkampen Belzec en Sobibor in het door de nazi’s bezette Polen.
Bijna elk Duits bedrijf dat al een tijdje meedraait, heeft wel een verhaal over het naziverleden
Landecker, een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog en een geslaagd accountant, was een liefdevolle vader geweest. Nadat zijn vrouw, een katholiek, in 1928 was overleden had hij in zijn eentje voor hun drie kinderen gezorgd.
Emilie, de oudste, was destijds zes geweest. In 1933 kregen de nazi’s de macht in handen. Twee jaar later werd met de Neurenberger-wetten de rassenleer van de nazi’s geïnstitutionaliseerd en werd de Joden hun burgerrechten ontnomen. Rond die tijd deed Alfred Landecker twee dingen die van een vooruitziende blik getuigden. Hij zorgde ervoor dat zijn kinderen in de katholieke kerk werden gedoopt, zoals ook zijn overleden echtgenote was gedoopt. En hij zette al zijn bezittingen, ook het appartement waar het gezin woonde, officieel op hun naam, zodat ze niet onteigend konden worden.
Maar Landecker kon zijn kinderen niet beschermen tegen een algehele vijandigheid die in hoog tempo escaleerde, van dreigend naar levensbedreigend – een verschuiving die hij vastlegde in een reeks brieven aan zijn jongste dochter, die problemen had met haar gezondheid en destijds bij de zus van zijn vrouw verbleef, op het Beierse platteland.‘
Mijn lieve kind,’ schreef hij in december 1938, een maand nadat tijdens de Kristalnacht in heel Duitsland synagogen en Joodse huizen waren geplunderd en in de as gelegd. ‘De tijden zijn veranderd en daarmee ook de mensen.’
‘We hebben vijf jaar gestreden en kijk in wat voor tijd we nu leven,’ schreef hij, doelend op de Eerste Wereldoorlog. ‘Ik hoop dat jullie, mijn dierbare kinderen, jullie goed zullen blijven gedragen en mij in jullie hart zullen meedragen, al zullen jullie het zwaar krijgen vanwege mij.’ Landecker was op zoek naar een manier om te ontsnappen uit Duitsland – misschien naar Amerika, waar hij een broer en een schoonzus had wonen. ‘Tante Pauline heeft ons geschreven vanuit Amerika,’ schreef hij dat jaar december. ‘Ze doet haar uiterste best voor ons, misschien komt het allemaal goed.’ Maar er was niet genoeg geld. Alfred Landecker mocht niet werken, wat betekende dat Emilie, destijds nog een puber, de kostwinner werd.
Toen Alfred Landecker in april 1942 bericht ontving dat hij gedeporteerd zou worden, deed het gezin nog een laatste wanhopige poging om dat te voorkomen. Ze namen de trein naar Berlijn, om naar het hoofdkantoor van Joodse zaken te gaan, waar de kinderen van Landecker hun katholieke papieren toonden. Ze werden weggestuurd.
‘Huilend gingen we terug naar het hotel, waar onze vader zat te wachten,’ schreef Wilhelm Landecker later. Ondanks de teleurstelling had hun vader theaterkaartjes gekocht voor het hele gezin, die avond in Berlijn. Een paar dagen later schreef hij zijn laatste brief naar Beieren.
‘Lieve Gerdele,’ schreef hij. ‘Zoals je kunt zien, ben ik nog hier, maar dat zal niet lang meer duren. Ik heb vandaag bericht gekregen dat ik op de 24e van deze maand wordt gedeporteerd – dus over twee dagen. Dit is dus de laatste brief die je van mij zult ontvangen vanuit hier, of misschien wel de laatste brief ooit. We weten niet wat ons te wachten staat. Ik wens jullie het allerbeste voor de toekomst. Zorg dat jullie gezond blijven en uitgroeien tot fatsoenlijke mensen,’ drukte hij haar op het hart. ‘Als het kan, schrijf ik zo snel mogelijk weer en ik hoop dat jullie me nooit helemaal zullen vergeten.’
‘Hier in Duitsland zul je niet kunnen trouwen,’ vervolgde hij. ‘Leer andere talen!! Je hebt je hele toekomst nog voor je – maak er iets moois van.’‘Vergeet niet, mijn liefste kind, om God te gehoorzamen, en geef iedereen veel liefs van mij. Een heel warme groet van je papa.’
Nadat haar vader was gedeporteerd bleef Emilie Landecker bij Benckiser werken en groeide uit tot een gewaardeerde werkneemster. Toen de oorlog was afgelopen, ging Emilie Landecker geregeld met papieren die Albert jr. moest tekenen naar Heidelberg – een gevaarlijke tocht door platgebombardeerde gebieden en via een noodbrug over de Rijn.Niemand weet precies hoe hun verhouding is begonnen. Maar in 1951 werd hun eerste kind geboren. Er zouden er nog twee volgen. Twee keer per week, op zondag en woensdag, liet Reimann jr. zijn vrouw alleen om naar Emilie Landecker te gaan.
“Het gaat er niet alleen om dat we onderzoek doen en zorgen dat we het verleden niet vergeten. Het gaat er ook om dat we onze huidige democratie stabiliseren en overeind houden”
Ze werkte voor Benckiser tot 1965. In dat jaar adopteerde Albert jr. officieel hun kinderen. (Zijn vrouw, Paula, was al een tijdje op de hoogte van de verhouding.) De Duitse autoriteiten hadden Emilie Landecker lange tijd onder druk gezet om de naam prijs te geven van de vader van haar kinderen, maar dat had zij altijd geweigerd. Jaren later biechtte ze in een brief aan de jongere Reimann op dat ze het zo erg had gevonden dat ze nooit zijn vrouw had kunnen zijn – en dat ze nooit een gewoon gezin waren geweest.
‘En nu wil ik ook graag iets zeggen over onze relatie,’ schreef Emilie Landecker. ‘Ik denk dat ik jou veel meer nodig heb dan jij mij, aangezien ik slechts een klein deel van jouw leven uitmaak.’
‘Ondanks alles ben ik een vrouw,’ schreef ze. ‘Jij was en bent de enige met wie ik kan praten.’‘Inmiddels weet ik natuurlijk dat het geen onwil was van jouw kant, maar desondanks heb ik het gemist. Ik wilde geen eisen stellen die in de gegeven omstandigheden onmogelijk konden worden ingewilligd.’
Emilie Landecker was een stille vrouw. Ze zei maar weinig. Maar als we haar kinderen mogen geloven, hield ze van hun vader, ondanks alles.
‘Ik heb nooit goed begrepen waarom,’ zegt Wolfgang Reimann. ‘Voor zover ik hem heb meegemaakt, was het niet echt een man om van te houden.’
De kinderen wisten tientallen jaren niet beter dan dat de ouders elkaar hadden ontmoet ‘op het werk’. Ze wisten dat hun opa van moederskant, Alfred, door de nazi’s was vermoord. Maar ze zijn er pas dit jaar achter gekomen dat hun vader een fervent nazi was. Wanneer de kinderen informeerden naar de Joodse wortels van de familie, zo vertelt Wolfgang, draaide Emilie Landecker om de hete brei heen, zei dat ze was opgegroeid in ‘een Joodse omgeving’ en drukte de kinderen op het hart geen ‘oude koeien’ uit de sloot te halen.
‘Mijn moeder zei nooit veel,’ aldus Wolfgang Reimann. ‘Ik heb heel lang gedacht dat ze gewoon zo in elkaar zat.’ Maar inmiddels kijkt hij er anders tegenaan: ‘Als ik met mijn grote liefde zou moeten leven zoals mijn moeder dat heeft gedaan, en diegene was ook nog eens verantwoordelijk voor de verschrikkingen van de oorlog, zou ik denk ik ook niet zo veel zeggen.’
Bijna elk Duits bedrijf dat al een tijdje meedraait, heeft wel een verhaal over het naziverleden. Veel van die verhalen zijn verteld. Maar niet allemaal. Bahlsen, de koekjesfabrikant, heeft eerder dit jaar een onderzoek aangekondigd naar de oorlogsjaren van het bedrijf, nadat een jonge erfgename zich nogal laconiek had uitgelaten over de inzet van dwangarbeiders.
Internationale uitbreiding is voor Duitse bedrijven geregeld de aanleiding om het verleden onder ogen te zien. Zo is het ook gegaan met het vermogen van Reimann. In de loop der jaren zijn er bij Benckiser verschillende overnames geweest en nieuwe vestigingen gekomen; Benckiser is met een ander bedrijf in zee gegaan, waardoor het megaconcern Reckitt Benckiser is ontstaan, dat bekend is van merken als Lysol en Durex. En uiteindelijk hebben de Reimanns een groot deel van hun vermogen in JAB gestoken. De afgelopen jaren heeft de holding miljarden geïnvesteerd om de strijd aan te binden met bedrijven als Starbucks en Nestlé door ketens op te kopen zoals Panera Bread, Krispy Kreme en Pret A Manger. Vorig jaar hebben ze ook Keurig Green Mountain geholpen om Dr Pepper Snapple over te nemen voor een kleine negentien miljard. JAB heeft ook cosmeticagigant Coty in handen, de eigenaar van de Calvin Klein-geuren.
Toen het bedrijf steeds meer onder vuur kwam te liggen heeft Harf er bij de familie Reimann op aangedrongen om zelf het voortouw te nemen en onderzoek te doen naar het verleden – voordat iemand anders hen voor zou zijn.
De nazi-onthullingen hebben veel teweeggebracht bij de jongste Reimanns. ‘Ik moest bijna overgeven toen ik hoorde en las over de gruweldaden die, met medeweten van mijn grootvader, hebben plaatsgevonden bij Benckiser,’ zegt Martin Reimann (30), een kleinzoon van Emilie Landecker en Albert Reinmann junior. ‘Tot die tijd hield ik me eerlijk gezegd maar weinig met politiek bezig. Maar door wat er is gebeurd, is dat allemaal veranderd. Ik moet iets doen. In ons familieberaad heeft de jonge generatie voor een soort opstand gezorgd.’
Bij elke beslissing die belangrijke industriëlen nemen, moeten ze zich volgens hem afvragen: “Wat betekent dit voor onze kinderen? Wat betekent het voor onze toekomst?”
Door de stichting te vernoemen herstelt de familie Reimann de naam in ere van Alfed Landecker – een van de miljoenen mensen die door de nazi’s zijn omgebracht. Maar ook wordt er een expliciete link gelegd tussen de misdrijven uit het verleden en de strijd van vandaag de dag om de liberale, democratische waarden hoog te houden.
‘Welke lessen we kunnen trekken uit het verleden, en hóé, die vraag ligt ten grondslag aan deze stichting,’ zegt Norbert Frei, de voorzitter van de wetenschappelijke raad van de stichting. Frei is een gerespecteerd historicus verbonden aan de universiteit van Jena, en hij heeft onderzoeken geleid naar het naziverleden van andere bedrijven, zoals Bertelsmann. ‘Het gaat er niet alleen om dat we onderzoek doen en zorgen dat we het verleden niet vergeten,’ voegt hij eraan toe. ‘Het gaat er ook om dat we onze huidige democratie stabiliseren en overeind houden.’
Harf, de directeur van JAB, is het met hem eens. Hij zegt dat hij onlangs De orde van de dag heeft gelezen, een historische roman van Éric Vuillard die speelt in de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. Een van de scènes in het boek is gesitueerd in februari 1933, toen Hitler samen met de voorzitter van de Rijksdag vierentwintig industriëlen wist over te halen geld te doneren aan de nazipartij. De zakenlieden – die bedrijven vertegenwoordigden die nog altijd grote spelers zijn op de markt, zoals Siemens, Bayer en Allianz – trokken braaf de portemonnee.
Harf zegt dat hij zich daardoor realiseerde dat in het zakenleven onvoldoende mensen zich uitspreken tegen de opkomst van het nationalisme en het populisme, zoals we dat momenteel zien in Europa en de Verenigde Staten. Bij elke beslissing die belangrijke industriëlen nemen, moeten ze zich volgens hem afvragen: ‘Wat betekent dit voor onze kinderen? Wat betekent het voor onze toekomst?’
‘In het verleden heeft de industrie populisten ruim baan gegeven,’ voegt hij eraan toe. ‘Die vergissing moeten we nu niet weer maken.’ Vervolgens citeert hij Holocaust-overlevende Simon Wiesenthal: ‘Om het kwaad te laten gedijen, volstaat het dat goede mensen niets doen.’
Daar voegt hij aan toe: ‘Als opvolgers en afstammelingen van mensen die verschrikkelijke daden hebben gepleegd, is het van wezenlijk belang dat onze generatie accepteert wat er is gebeurd en dat we al het mogelijke in het werk stellen om te zorgen voor verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid in de gemeenschappen waarin we leven, dat we ons ervan verzekeren dat de daden van Albert Reimann sr. en Albert Reimann jr. deel uitmaken van een geschiedenis die zich nooit meer zal herhalen.’
Benjamin Frey (niet zijn echte naam) was kroongetuige in een grootschalige dividendroof, waarnaar verschillende Europese kranten onderzoek deden. Hij vertelt hoe hij verzeild raakte in deze ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘We keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’
Keuze uit ons archief
De belastingschandalen blijven elkaar opvolgen. Zo deden in 2018 een aantal Europese media, waaronder Follow the Money, onderzoek naar de grootste dividendroof ooit: in verschillende landen van Europa werden middels uitgekookte financiële trucs miljoenen en miljarden aan de staatskas onttrokken. Voor het eerst werd ook een belastingrover bereid gevonden als kroongetuige op te treden. Deze ‘Benjamin Frey’ verlinkt uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders en zaait daarmee paniek in de bankenwereld. ‘Zelfs onder belastingrovers bestaan er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele.’
De verhoorruimte in het kantoor van de recherche in Düsseldorf is ongeveer 8 vierkante meter groot. Voor de ramen zitten tralies, het glas is zo ondoorzichtig dat je niet naar buiten kunt kijken. In het midden van de ruimte staat een grote tafel. Daar wachten twee hoofdcommissarissen en drie officieren van justitie op Benjamin Frey. Het vijftal doet gerechtelijk onderzoek naar de grootste belastingroof aller tijden, een coup van de eeuw die alleen de Duitse staat al vele miljarden euro’s heeft gekost.
De hoogintelligente maar nogal ingetogen Frey [niet zijn echte naam] is een van de kroongetuigen. Hij behoorde tot de inner circle van de belastingrovers en heeft aan de transacties ten koste van de Duitse gemeenschap ongeveer 50 miljoen euro verdiend. De staat, zo zegt hij, was de vijand. Nu zit hij in de verhoorruimte tegenover degenen die hem vervolgen.
Het is 7 november 2016. ‘Goed dat we elkaar persoonlijk leren kennen’, zegt Anne Brorhilker, de officier van justitie die het onderzoek leidt. Zo zal Frey het zich later herinneren. Brorhilker is begin veertig, maar ziet er jonger uit. Stel je een soort vrouwelijke Columbo voor: makkelijk te onderschatten, maar moeilijk af te schudden. Al jaren onderzoekt de officier van justitie het omstreden dividendstrippen, ofwel de zogenoemde CumEx-transacties – waarbij dividendbelasting (soms meermalen) wordt teruggevorderd, terwijl die niet is betaald.
Zij jaagt nu op de bankiers, advocaten en adviseurs die vermoedelijk een steentje bijdroegen. Over de hele wereld heeft ze kantoren en woningen laten doorzoeken, ook die van Benjamin Frey. Gemeten aan het aantal verdachten zijn haar onderzoekingen uitgegroeid tot wat wellicht het grootste gerechtelijk onderzoek aller tijden is op het gebied van belastingrecht.
De kroongetuige
Wat Brorhilker tot dan toe ontbreekt, is een kroongetuige die zich uit de orde van de belastingrovers losmaakt. Alleen als ze Frey aan het praten krijgt, kan ze de schuld van de anderen overtuigend bewijzen. Frey, wiens hele leven in het teken van geld heeft gestaan, weet dat hij zich dit keer niet kan vrijkopen. Er hangt hem een gevangenisstraf van minstens zeven jaar boven het hoofd.
Telkens weer wordt hij opnieuw verhoord, dagenlang, meer dan twaalf keer. Later zal hij zeggen dat dit de ergste tijd van zijn leven is geweest. Eerst geeft hij alleen toe wat hij wel moet toegeven, maar na een half jaar breekt hij en legt hij een volledige bekentenis af. Frey is de eerste belastingrover die uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders verlinkt en daarmee paniek in de bankenwereld zaait. Met als voordeel dat meerdere andere belastingrovers ook kroongetuige bij Brorhilker willen worden.
Vorig jaar berichtten Die Zeit, Zeit Online en het ARD-programma Panorama al over CumEx- en CumCum-transacties. Ze beschreven hoe bankiers, adviseurs en advocaten decennialang de Duitse staatskas plunderden. En hoe de overheid een andere kant opkeek, totdat een onverzettelijke vrouwelijke ambtenaar op het hoofdkantoor van Belastingen weigerde het geld uit te betalen.
Toen ging het balletje rollen. Journalisten uit Denemarken zeiden dat hun land iets soortgelijks was overkomen, dé opmaat tot een internationale samenwerking waaruit bleek dat de financiële goochelaars zich niet alleen aan de Duitse staat tegoed deden, maar de staatshuishouding van half Europa hebben afgetapt.
Onder leiding van het onderzoekscentrum Correctiv hebben negentien media uit twaalf landen de handen ineengeslagen om gezamenlijk de volledige omvang van deze belastingroof te onderzoeken. Naast Die Zeit, Zeit Online en Panorama doen ook persbureau Reuters, de Franse krant Le Monde, de Italiaanse krant La Repubblica en het Spaanse onlinemagazine El Confidencial {en het Nederlandse journalistencollectief Follow the Money] mee, evenals de publieke tv-kanalen uit Denemarken, Zweden en Finland.
Samen hebben ze meer dan 180.000 pagina’s aan vertrouwelijke documenten, interne rapporten van banken en advocatenkantoren en e-mails doorgespit. Er werden talloze interviews met insiders gemaakt en eindeloos undercoveronderzoek gedaan in de financiële sector. De resultaten zijn vorige maand gepubliceerd onder de naam ‘The CumEx-Files’.
‘Mijn hebzucht was zo groot dat ik me niet met moraal kon bezig houden’
In nog minstens tien andere Europese landen hebben de financiële oplichters hun slag kunnen slaan. Enkele gevallen zijn nog niet publiekelijk bekend. Maar de schade als gevolg van CumEx- en CumCum-transacties bedraagt nu al minstens 55,2 miljard euro. ‘Het gaat om de grootste belastingroof in de Europese geschiedenis’, zegt professor fiscaal recht Christoph Spengel van de Universiteit van Mannheim.
Hoe is het mogelijk dat de belastingrovers het ene land na het andere plunderen zonder dat iemand hun een halt toeroept? En wat zijn dat voor transacties, waarbij binnen enkele dagen voor miljarden euro’s aan aandelen heen en weer wordt geschoven?
De wereld van de belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn die je daar tegenkomt.
De daders zijn als roofvissen die maar één keer toehappen en dan voorlopig verzadigd zijn. Verder naar beneden kom je bijzonder agressieve schepsels tegen die uitgekookte CumEx-transacties sluiten en blijven happen. Daar in de diepte, in duistere wateren, weten ze zich razendsnel te vermenigvuldigen. Intussen zijn er ook mengvormen ontstaan, agressieve mutaties, waarvoor de naam nog moet worden uitgevonden. Wat al deze constructies gemeen hebben, is dat ze een collectief doel nastreven: belastinggeld uit de staatskas sluizen.
Om Benjamin Frey aan het praten te krijgen, maakt officier van justitie Brorhilker gebruik van een methode die vooral geliefd is bij de Amerikaanse FBI: onderzoekers verzamelen belastend materiaal tegen individuele deelnemers en zetten hem of haar daarmee onder druk. De keuze is dan aan hen: of ze worden kroongetuige en komen er redelijk van af als ze alles bekennen, onder de voorwaarden dat ze hun buit teruggeven en hun mededaders verklikken, of ze worden zelf aangeklaagd.
Al op de tweede verhoordag krijgt Frey met deze methode te maken. Meteen bij het begin confronteren Brorhilker en haar collega’s hem met documenten die zijn uitspraken van de vorige dag in twijfel trekken. Ze hebben hem ‘flink bang gemaakt’, zal Frey later zeggen. In februari 2017 vliegt hij zelfs voor drie dagen naar Dubai om andere deelnemers aan de illegale transacties over te halen te gaan praten.
Uit Freys verklaringen blijkt dat Duitsland slechts een van de vele slachtoffers is. Voor Brorhilker ligt de focus van haar onderzoek echter alleen op dat land, ze is tenslotte een Duitse officier van justitie. Maar de journalisten van het gezamenlijke onderzoeksteam willen Frey graag spreken om te horen of hij wellicht meer weet. Na lange onderhandelingen komt het tot een ontmoeting. Op voorwaarde dat zijn echte naam niet wordt genoemd.
Europese rooftocht
In een Keulse loft geeft Benjamin Frey het eerste uitgebreide interview aan Die Zeit. We zitten tegenover een 47-jarige man: haar in een scheiding, glad geschoren, hoog voorhoofd, volle lippen, bril. Maar het gezicht waarnaar we kijken is niet het zijne. Frey draagt een masker dat speciaal voor het interview, dat op camera wordt vastgelegd, is gemaakt door twee maskermakers. De mimiek, zijn lach, is echt, de rest onherkenbaar.
Frey zegt dat hij bang is voor zijn vroegere handlangers. Daarom wil hij niet herkend worden. Belangrijker nog is dat hij een nieuw bestaan probeert op te bouwen als – bonafide – advocaat. Zijn verleden mag dat niet bezoedelen. Het interview duurt twee volle dagen. Frey zal daarin ook verklaren hoe het zover kwam dat niet alleen Duitsland maar heel Europa werd geplunderd. En hij zal namen noemen: van belastingdieven die nog altijd op vrije voeten zijn.
Freys verhaal begint in de provincie. Daar waar hij opgroeide, was men ‘arbeider, boer of werkloze’. Maar de jonge Frey wil daar geen genoegen mee nemen. Hij gaat rechten studeren en haalt zijn bul cum laude. Dan vliegt hij naar Londen, op uitnodiging van een groot advocatenkantoor, naar het schitterende Victoria en Albertmuseum waar ze hun jaarvergadering houden. Ze willen Frey contracteren. Bijna tweeduizend advocaten uit de hele wereld zitten aan lange tafels te midden van de schatten van het museum. Als Frey naar boven kijkt, ziet hij de sterren stralen door de grote koepel. Het is 2001.
Kort daarop gaat hij aan de slag bij het kantoor, werkt iedere dag twaalf, soms wel veertien uur. Vaak gaat het erom de belastingdruk van rijke klanten te verminderen. ‘We hadden allemaal dit beeld voor ogen: de staat is de vijand’, zegt Frey. Als hij op een bepaald moment bedenkt dat de staat wel zijn opleiding heeft gefinancierd, drukt hij die gedachte weg. Twijfels zouden zijn carrière alleen maar schaden. ‘Mijn hebzucht was zo groot’, zegt hij, ‘dat ik me niet met moraal kon bezighouden.’
Dan, in 2004, leert Frey Hanno Berger kennen. Berger geldt als de begaafdste belastingtiller van Duitsland. Frey, de jongen uit de provincie, bewondert hem om zijn intellect, zijn humanistische vorming, hij is immers zoon van een dominee, en om zijn kennis van het Grieks en Latijn. Frey was, volgens een gerechtelijk onderzoek in 2006, vanaf het begin betrokken bij CumEx-transacties die Berger op touw zette.
Samen werkten ze op de tweeëndertigste verdieping van de Skyper, een glazen toren in het bankendistrict van Frankfurt. ‘Als je naar beneden kijkt, naar de straat, naar het Taunuspark, zie je alleen maar kleine mensjes’, zegt Frey. ‘Dat was de wereld, de gewone wereld, waar wij niet meer bij hoorden. Wij zaten ver daarboven. Wij keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’
CumEx is in hun ogen een geniale zet. Het gaat er niet meer om belasting te ontduiken, tot nul te reduceren, maar om geld binnen te halen van mensen die zo stom zijn wel belasting te betalen. Aanvankelijk valt het de Duitse staat niet eens op dat de belastingkas wordt leeggehaald. In 2007 wordt pas de eerste poging ondernomen een roof te verhinderen, maar Berger en Frey zijn die te slim af, ze vinden een nieuwe route om de staat op te lichten. De constructies worden steeds ingewikkelder. Vanaf 2011 schrapen ze vele miljoenen bij elkaar met Amerikaanse eenmanspensioenfondsen, die handelen in aandelenpakketten ter waarde van miljarden euro’s. Het is een krankzinnig spel.
De CumEx-files
De CumEx-Files is de naam van het onderzoek van een samenwerkingsverband van negentien mediaorganisaties in twaalf landen, waaronder het Nederlandse onlinejournalistencollectief Follow the Money. Net zoals bij de Panama Papers blijven er verhalen gepubliceerd worden uit een gelekt dossier, in dit geval een van 180.000 pagina’s, waaruit valt op te maken hoe een samenzwering van financiële whizzkids, bankiers en andere financiële experts Europese overheden tussen 2001 en 2016 van tientallen miljarden euro’s beroofde. De Duitse overheid was met bijna 32 miljard euro het grootste slachtoffer, Frankrijk zag 17 miljard in rook opgaan, Italië 4,5 miljard en Denemarken 1,7 miljard.
Er is één bron van ergernis: CumEx-transacties zijn in Duitsland maar één keer per jaar mogelijk, rondom de dag waarop aandeelhouders hun dividenden ontvangen; in Duitsland is dat meestal begin van het jaar. ‘We hadden een duivelse machine uitgevonden’, zegt Frey, ‘maar die werkte altijd alleen maar in het voorjaar.’ En dat was te weinig. ‘Dus kwamen we op het idee een machine te creëren die het hele jaar door werkte, en dat kon alleen met aandelen uit landen waar dividenden tot wel vier keer per jaar worden uitgekeerd’.
Daarmee werd, volgens het samenwerkingsverband van mediaorganisaties, het begin gemarkeerd van een grote Europese rooftocht. België, Denemarken, Oostenrijk, Noorwegen en Zwitserland bevestigen officieel, of in achterkamertjes, op de hoogte te zijn van geplande en uitgevoerde CumEx-transacties in eigen land. Ook Spanje en Finland vinden documenten waaruit duidelijk wordt dat CumEx-transacties op stapel stonden. In Spanje willen de autoriteiten bevestigen noch ontkennen dat het ook daadwerkelijk tot dubbele teruggaven is gekomen. De Finse autoriteiten gaan ervan uit dat CumEx bij hen geen probleem vormt. Enkelvoudige teruggaven (CumCum) komen in beide landen voor.
Enkelvoudige teruggaven – dat klinkt ongevaarlijk, maar is het niet. Ook in Frankrijk, Italië en Nederland richtten dat soort teruggaven enorme schade aan. Het spel functioneert in de kern zo: binnenlandse aandeelhouders hebben recht op een belastingteruggave, buitenlandse aandeelhouders niet. Banken hebben daar een verdienmodel van gemaakt. Ze kopen de aandelen van buitenlandse klanten kort voor de uitbetaling van de dividenden op en verkopen ze direct daarna terug.
De zodoende mogelijk gemaakte belastingteruggave wordt met de klant gedeeld en de staat heeft het nakijken. CumCum-transacties zijn op zich niet illegaal. Maar als een belastingvoordeel het enige doel is, geldt dat toch als een vorm van misbruik. Duitse, Franse en Italiaanse autoriteiten zijn het daarover eens.
Twee varianten
Voor professor Spengel zijn CumEx en CumCum twee varianten van zuiver fiscaal gemotiveerde transacties. ‘De bankiers, handelaren en juristen hebben de belastingsystemen van de afzonderlijke landen geanalyseerd, gekeken wat mogelijk is en vervolgens de daarbij passende structuren opgezet.’ Afgelopen jaar berekende Spengel dat het de Duitse fiscus tussen 2001 en 2016 minstens 31,8 miljard euro heeft gekost. Frankrijk zag ten minste 17 miljard in rook opgaan, Italië liep 4,5 miljard mis, Denemarken 1,7 miljard en België 201 miljoen euro. Voor de andere getroffen landen zijn er geen officiële cijfers beschikbaar.
Hoe en wanneer de transacties zich over Europa hebben uitgebreid, is niet eenvoudig te reconstrueren. CumCum-transacties werden in Duitsland, Frankrijk en Italië al in de jaren negentig uitgevoerd. CumEx-transacties kwamen al vanaf 2001 voor in Duitsland en een paar jaar later ook in Zwitserland (2006) en Denemarken (2012). Zwitserland zorgde er in 2008 voor dat het onmogelijk werd CumEx-transacties uit te voeren. In Duitsland lukte dat pas in 2012. In Denemarken gaan de onderzochte gevallen door tot in 2017.
Bijna alle banken deden op de een of andere manier mee aan de transacties, onder meer Deutsche Bank en Commerzbank, evenals grote Amerikaanse investeringsbanken. Veel banken hadden afdelingen waarvan de medewerkers intern tax traders werden genoemd. Het fenomeen kwam in de hele branche voor.
Frey, de kroongetuige, noemt de transacties ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘Iedereen die krediet leverde, die als aandelenhandelaar meewerkte, die als depotbank alleen maar aandelen in bewaring had, iedere belegger die geld ter beschikking stelde, wist in feite dat de opbrengsten uit de belastingpot werden gehaald.’
Centraal in de Europese rooftocht staat een groep Londense aandelenhandelaars. Een van hen is Salim Mohamed. Eerst werkte hij voor investeringsbank Goldman Sachs, later trad hij in dienst bij een hedgefonds. Mohamed werkte ook samen met Berger en Frey. In het begin kunnen ze het goed met elkaar vinden. Maar als Mohamed in 2009 op eigen houtje verdergaat en volgens Frey aanspraak maakt op het grootste deel van de winsten, raken ze gebrouilleerd. Berger noemt Mohamed daarna alleen nog maar ‘die smerige Indiër’. Dat staat in een verklaring van Frey tegenover Brorhilker. Berger ontkent dat, net als de samenwerking met Mohamed. Er zouden slechts ‘een of twee gesprekken’ zijn geweest.
Met zijn firma EQI handelde Mohamed niet alleen in Duitse, maar ook in Spaanse, Oostenrijkse, Belgische en Finse aandelen, blijkt uit het onderzoek. In 2010 bijvoorbeeld kocht hij via een firma in Malta 6,9 miljoen aandelen van het Spaanse energiebedrijf Endesa en een jaar later via een Iers fonds 10,6 miljoen aandelen van Telekom Austria AG. In alle vijf landen verzocht het Ierse fonds in het jaar 2011 om belastingteruggaven. Waarom zou je maar één land beroven als het ook in andere lukt?
De wereld van belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn
Als we bij de Europese Commissie informeren of CumEx-, CumCum- of verwante transacties op Europees niveau zijn besproken, luidt het antwoord: ‘Dat valt onder de bevoegdheid van de nationale staten.’ Maar hun fiscale instanties denken vooral aan zichzelf en communiceren nauwelijks met elkaar. Het principe is: wie iets weet, vertelt het niet verder. Wie er niet naar vraagt, krijgt niets te horen.
De Bondsregering ziet CumEx tot op heden als een Duits probleem. Michael Sell, die deze zomer, op het moment dat hij een gesprek voerde met de journalisten, nog de leiding had over de afdeling Belastingen van het ministerie van Financiën, maar inmiddels met pensioen is, acht de transacties zonder meer illegaal; hij heeft het zelfs over ‘georganiseerde criminaliteit’. Maar in zijn ogen is het probleem na een wetswijziging in 2012 opgelost. Het systeem van afdracht van de couponbelasting werd destijds zodanig veranderd dat CumEx niet meer mogelijk zou zijn.
In Sells kantoor hangt een grote wereldkaart waarop alle landen waarmee Duitsland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft oranje gekleurd zijn. Dat veel van die landen ook getroffen zouden kunnen zijn, is nooit in hem opgekomen. Later zal het ministerie citaten uit het gesprek met Sell niet autoriseren. Duidelijk wordt dat vrijwel niemand de Europese dimensies van CumEx inschatte.
De enige organisatie die zich inspant voor een systematische internationale uitwisseling is de OESO. Sinds 2007 houdt de organisatie van industrielanden een ‘Aggressive Tax Planning Directory’ bij. Via deze databank kunnen de lidstaten belastingtrucs melden aan alle andere OESO-landen. Maar, zegt Achim Pross, chef van de betreffende afdeling, dat functioneert alleen als die databank ook regelmatig gelezen en aangevuld wordt. Als je nu zoekt op ‘CumEx’, komt er maar één match uit Duitsland naar voren en die dateert van 2015.
Het ministerie van Financiën weet inmiddels al dertien jaar van CumEx-praktijken en heeft er sinds drie jaar een stokje voor gestoken. Het ministerie ontkent desgevraagd niet dat het pas in 2015 aan de bel heeft getrokken, maar deelt in algemene bewoordingen mee dat men ‘in het verleden diverse staten, onder andere op hun verzoek, over het procedé bij CumEx-transacties heeft geïnformeerd’. Voor de Europese partners komt de waarschuwing veel te laat. De buit is dan al geïncasseerd.
Steeds nieuwe creaties
Er komen ook meldingen uit andere landen: Ierland, Spanje en zelfs het verre Australië. Verwarrend is dat men daar vaak met andere begrippen of varianten werkt, wat het lastig maakt de transacties te herkennen en te verhinderen. Er ontstaan steeds nieuwe creaties. In de verhoren van Brorhilker komt Frey te weten welke methode Salim Mohamed gebruikte. Daar was hij, naar eigen zeggen, ‘wel vijf minuten sprakeloos van. Ik was gewoon verbluft’.
CumEx-deals werken over het algemeen zoals goud zoeken: er moeten enorme hoeveelheden worden omgezet om iets substantieels over te houden. Er is dus enorm veel kapitaal nodig, er moeten miljoenen of zelfs miljarden euro’s van banken worden geleend. Salim Mohamed vond een andere weg: looping. Simpel gezegd worden aandelen daarbij zo snel verhandeld in een kringloop, dat het lijkt alsof er veel meer zijn dan in werkelijkheid het geval is. Met één aandeel kun je op die manier drie, vijf of soms wel tien belasting-bewijzen genereren. Een van de verdachten verklaart tegenover Brorhilker dat looping vanaf 2009 is ingezet bij transacties op kosten van Duitsland.
Mohamed zelf laat niets van zich horen en reageert op geen enkele poging om met hem in contact te komen. Het schijnt hem goed te gaan. In 2015 zette hij een respectabele tijd neer in een hardloop- en wielrenwedstrijd. Hij is ook te traceren op de website van de Esher Church School, een kerkelijke school in het graafschap Surrey, iets ten zuidwesten van Londen. Mohamed, de belastingrover, is er een van de stafleden.
Niet een van de verdachten zit tot dusver in de gevangenis. De bedoeling is dat daar verandering in komt. Brorhilkers gerechtelijke onderzoeken betreffen meer dan honderd personen, onder wie Salim Mohamed. Nog dit jaar kan Brorhilker de eerste aanklachten indienen.
De officier van justitie heeft echter een tegenspeler. Vanuit een Zwitsers bergdorp werkt deze aan de juridische verdedigingsstrategie die haar uiterst nauwkeurige, jarenlange arbeid met één grote klap kan vernietigen. Het is Hanno Berger, de vroegere mentor van kroongetuige Frey. Na een doorzoeking van zijn kantoor, eind 2012, heeft hij zich teruggetrokken in Zwitserland.
Samen met zijn vrouw en een kleinkind woont hij pal tegenover een skilift en hij straalt uit dat hij volledig in zijn recht staat. Aan de houten eettafel doceert Berger eindeloos over de vraag waarom de CumEx-transacties legaal waren. Die waren niet het probleem, dat was de staat die mensen als hij ten onrechte wil vervolgen. Een ‘vernietigingsveldslag’ volgens hem. Ook naar Berger loopt al jaren een gerechtelijk onderzoek.
Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren de Denen misschien helemaal niet beroofd
Hij maakt een vermoeide indruk. De verdedigingsveldslag is zijn levenswerk geworden. In eerste instantie draait deze om een van die zeldzame Amerikaanse eenmanspensioenfondsen die voor CumEx-transacties werden gebruikt, het zogenaamde KK Law Firm Retirement Plan Trust. In 2011 werd belastingteruggave gevraagd bij het centrale belastingkantoor in Bonn (BZST). Daar bestond algauw de verdenking dat het mogelijk om bedrog ging. De aanvraag werd afgewezen. Maar KK Law liet het er niet bij zitten en eiste een teruggave van 28 miljoen euro. Volgens BZST werd dat bedrag nooit afgedragen. Die rechtsvordering is niet alleen hondsbrutaal, het is zelfs een poging het hele strafrechtelijke onderzoek van Brorhilker om zeep te helpen.
Berger wilde meerdere eigenaars van eenmanspensioenfondsen ertoe bewegen dergelijke vorderingen in te stellen. De meesten zagen daar niets in. Een van hen noemde Berger (in een afgeluisterd telefoongesprek) een ‘klootzak’. Maar KK Law gaat door. Het proces loopt enorm in de papieren, er moeten topadvocaten worden ingehuurd. Een ander fonds, dat over miljoenen beschikt, wordt in het leven geroepen om de verdediging mee te financieren.
Volgens insiders hebben meerdere belastingrovers daaraan meebetaald. Als KK Law zou winnen, zo ziet Berger het, dan zou CumEx door een rechtbank legaal worden verklaard en zou iedereen vrijuit gaan. Zo ziet ook professor fiscaal recht Spengel het: ‘Als KK Law inderdaad gelijk zou krijgen, betekent dat een bittere tegenslag voor de strafrechtelijke vervolging van CumEx-transacties.’
De uitspraak wordt waarschijnlijk begin volgend jaar gedaan. Dan is de strijd gestreden voor de oude CumEx-garde. Maar wat is er van hun leerlingen geworden? Doen zij nog altijd zulke zaken?
Young gun
Om dat uit te vinden, veranderen twee van de journalisten in Felix en Otto. Felix, zo luidt het verhaal, is de arrogante telg uit een Duitse miljardairs-familie, die om fiscale redenen in Zwitserland woont. Hij is wat in die kringen een young gun heet: hij wil zijn familie bewijzen dat hij zaken kan doen, miljoenentransacties met fabelachtige rendementen. Zijn oudere halfbroer Otto is altijd sceptisch, hij waakt met argusogen over het vermogen van de familie.
Met CumEx en CumCum hebben Felix en Otto een paar jaar geleden goed verdiend. Nu willen ze weer gaan meedoen en een miljoenenbedrag van drie cijfers investeren. Via een brievenbusfirma en een tip uit Dubai nemen ze contact op met een handelaar. Ze spreken af elkaar in Londen te ontmoeten.
Voor 2500 euro huren ze een suite op de zevenen-dertigste verdieping van wolkenkrabber The Shard. Door het raam, dat tot de vloer doorloopt, kun je de Tower Bridge en St Paul’s Cathedral zien. Felix draagt een Breitling-horloge. Otto heeft zich bij een peperdure herenmodezaak in het pak gestoken. Alles voor de geloofwaardigheid.
De afspraak is om 14:00 uur. Om 13:51 uur gaat de telefoon. De handelaar is te vroeg. Felix en Otto laten hem wachten. Ze laten hem vijftien minuten later ophalen door hun assistente, die in werkelijkheid de echtgenote van een collega is. De man die beneden wacht, is een leerling van Sanjay Shah, de koning van de belastingrovers. Shah heeft iedereen overtroffen en met zijn CumEx-transacties bijzonder veel schade berokkend. Denemarken heeft door toedoen van Shah 1,3 miljard euro verloren. Dat is zelfs voor Frey nauwelijks te bevatten.
Hij spreekt bijna eerbiedig over de Brit. Met hem samenwerken hebben Frey en Berger niet eens overwogen: ‘te dubieus’. Zelfs onder belastingrovers bestaan er er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele. Shah kende geen grenzen. Frey vindt dat hij ‘autistische trekken’ heeft.
Niets delen
In 2011 komt Shah op het idee om van zijn hedgefonds Solo Capital een soort algemene onderneming voor CumEx-transacties te maken. Dat blijkt uit een veertien pagina’s tellend levensverhaal dat Shah voor zijn raadslieden heeft opgeschreven. Normaal heb je voor CumEx-transacties meerdere partners nodig: bankiers, handelaars, makelaars. Maar Shah wil alles onder één dak bijeenbrengen en niets delen. Hij wordt mede-eigenaar van de Hamburgse bank Varengold. Shah kon, beweert Frey, de belastingbewijzen bijna voor zichzelf uitschrijven.
Shahs aanval op Denemarken begint in 2012, het jaar waarin CumEx in Duitsland onmogelijk wordt gemaakt. Denemarken komt pas drie jaar later in actie, als het door de Britse autoriteiten op de aanval wordt geattendeerd. Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren de Denen misschien helemaal niet beroofd. Shah woont dan allang in Dubai, op de kunstmatig aangelegde eilandengroep Palm Jumeirah. Hij bezit er meerdere huizen, viert feesten op zijn luxejacht en laat popsterren als Lenny Kravitz en Snoop Dogg invliegen voor liefdadigheidsevenementen. ‘De CumEx-aandelenhandelaars zagen hem als een dolle hond’, zegt Frey.
Shah kan Dubai sindsdien niet meer verlaten. Er lopen in Europa tal van gerechtelijke onderzoeken: in Noorwegen, België, Groot-Brittannië en Duitsland. Maar als Frey hem in februari 2017 probeert te bewegen een verklaring af te leggen, begrijpt Shah helemaal niet wat de Duitsers eigenlijk van hem willen. ‘Ik heb toch maar 50 miljoen?’ zegt hij. Tenminste, zo herinnert Frey het zich. Op schriftelijke vragen van journalisten antwoordt Shah niet.
Corporate action trading
In de Londense wolkenkrabber loopt een van Shahs leerlingen de suite binnen. Hij is begin dertig, donker getint, draagt een wit overhemd met manchetknopen. Hij heeft een gebonden presentatieboekwerk bij zich. Felix, de arrogante miljardairstelg, negeert hem eerst maar eens. Hij doet net alsof hij een medewerker aan de telefoon de mantel uitveegt. Later zullen Felix en Otto de leerling van Shah uithoren.
Direct na de universiteit, vertelt de dertiger, was hij begonnen bij de Maple Bank, de bank die de staat door middel van CumEx-transacties honderden miljoenen lichter had gemaakt. Bij het hedgefonds van Shah had hij ‘de fijne kneepjes van het vak’ geleerd en een netwerk opgebouwd. Net voordat hij in beeld zou kunnen komen bij het justitieel onderzoek, was hij eruit gestapt. En nu stond hij op het punt iets nieuws te te beginnen.
Felix ziet het wel zitten met hem. Zijn familie heeft goede ervaringen opgedaan met CumEx-transacties en is op zoek naar mogelijkheden om die markt opnieuw te betreden. Hij vraagt wat de leerling te bieden heeft. De jongeman bladert door zijn presentatie. ‘Ik zou het geen CumEx of CumCum willen noemen’, begint hij. Maar wat hij beschrijft, klinkt verdacht veel naar de bekende, puur fiscaal gemotiveerde aandelenhandel rondom de dag waarop de dividenden worden uitgekeerd.
Ook Gerhard Schick, afgevaardigde in de Bondsdag en financieel expert van de Groenen, interpreteert de presentatie zo: ‘Het is een rechtstreekse voortzetting van CumEx en CumCum.’ Shahs leerling zelf gebruikt liever een andere naam. ‘Wij noemen het corporate action trading.’ De drie belangrijkste markten zijn Frankrijk, Italië en Spanje. Noorwegen, Finland, Polen en Tsjechië zijn al getest en vormen ook geen probleem. De leerling heeft uitstekende contacten met grote investeringsbanken. Die doen nog altijd mee.
Hoe zit het dan met Duitsland, vragen Otto en Felix. ‘Zoals het er nu in Duitsland voor staat’, zegt de leerling, ‘zou ik nog minstens een jaar wachten. Iedereen kan rustig zaken in Duitsland blijven doen, begrijpt u me niet verkeerd, en dat gebeurt ook. Maar ik zou nog een jaar wachten.’
Maar CumEx- en CumCum-transacties waren in Duitsland toch wettelijk onmogelijk gemaakt?’ De leerling van Shah grijnst. ‘Er zijn altijd mogelijkheden om dat te omzeilen.’
Dan wordt er nog een beetje met vaktermen gesmeten. Het gaat over counterparties en trading levels. Tot Otto zegt: ‘Kom, laten we niet om te hete brei heen draaien, het geld komt van de belastingen.’
‘Natuurlijk’, zegt de handelaar.
Auteurs: Manuel Daubenberger, Karsten Polke-Majewski, Felix Rohrbeck, Christian Salewski en Oliver Schröm
Angela Merkel heeft het partijvoorzitterschap neergelegd maar blijft nog enkele maanden bondskanselier. Waarschijnlijker is dat ze al eerder plaats zal (moeten) maken voor haar opvolging. Geen van beide varianten stemt Die Zeit tot vrolijkheid.
Het was nogal bevreemdend nieuws toen Angela Merkel aankondigde dat ze na deze kabinetsperiode stopt als bondskanselier en zich ook niet meer verkiesbaar stelt voor de Bondsdag. Alsof een kandidatuur als bondskanselier in 2021 hoe dan ook nog denkbaar was. Alsof niet allang duidelijk is dat Angela Merkel er na deze periode mee ophoudt.
Het echte nieuws was natuurlijk dat ze het partijvoorzitterschap nu al neerlegt. Dat betekent dat ze naar alle waarschijnlijkheid ook niet al te lang meer bondskanselier blijft. Want een bondskanselier die deze functie al dertien jaar vervult en vanwege haar afnemende gezag moet afzien van het partijvoorzitterschap, zal haar macht nog sneller verliezen. Iedereen weet dat haar dagen geteld zijn.
Ondenkbaar
Laten we eens aannemen dat Jens Spahn de strijd om het voorzitterschap van de CDU wint. Eigenlijk is het ondenkbaar dat Merkel dan nog een dag langer bondskanselier kan blijven van een CDU/CSU-coalitie die zich heeft uitgesproken voor het tegenovergestelde van alles waar Merkel voor staat. Maar ook als Annegret Kramp-Karrenbauer de strijd in haar voordeel zou beslechten, neemt het gezag van de bonds-kanselier verder af. Een regeringsleider die algemeen wordt gezien als een lame duck, kan deze Grote Coalitie niet blijven leiden. Tenslotte waren de verhoudingen daarvóór ook al moeilijk.
En wat gaat er gebeuren als de interne controverses haar partij zo ver splijten dat iemand als Armin Laschet in de bres moet springen als verzoeningskandidaat? Dan ligt het pas echt voor de hand dat hij van begin af aan aan de slag gaat als partijvoorzitter én bondskanselier om de boel in goede banen te leiden.
Hoe je het ook wendt of keert: Angela Merkel blijft nog een paar maanden of zelfs een jaar of twee een bondskanselier zonder gezag. Of ze wordt al veel sneller van haar plaats gedrongen. Het laatste is het meest waarschijnlijke. Geen van beide varianten stemt tot vrolijkheid.
Neem alleen al de Europese Unie: het autoritaire nationalisme wordt sterker. Steeds vaker zien we politiek waarin grove middelen worden gebruikt. Van Boedapest tot Warschau, van Wenen tot Rome wordt een toon aangeslagen en een politiek bedreven die we tot voor kort voor onmogelijk hielden. Angela Merkel, de Duitse bondskanselier, vormt daar een bolwerk tegen. Ze is een van de centrale figuren in de Europese politiek, die nog voor het gezonde verstand staan, voor fatsoen te midden van de lasterpraat, voor stilte bij al het geschreeuw.
Het is niet zonder ironie, zelfs bijna een mislukte grap van de geschiedenis dat het vooral de midden- en uiterst rechtse partijen en maatschappelijke organisaties zijn die opgelucht ademhalen nu Merkel binnenkort politiek gezien historie is. En het zijn degenen links van het midden die geschrokken de adem inhouden of al met vooruitwerkende kracht heimwee hebben naar Merkel. Wie had dat gedacht: een CDU/CSU-kanselier als stiekeme pilaarheilige voor links en vijandbeeld voor rechts.
Natuurlijk heeft dat met haar vluchtelingenpolitiek te maken, maar ook met het feit dat je van haar geen anti-Europese escapades hoeft te verwachten. En dat ze niet bezweek voor antiliberale verleidingen. Dat zijn zaken die tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend zijn.
Merkel, door progressieven gewaardeerd en door conservatieven verwenst? Nog een paar jaar geleden was er erg weinig dat daarop wees, in elk geval niet heel duidelijk. Toen was ze het gezicht van de neoliberale harde opstelling in de eurozone. Als gevolg van de financiële crisis die in een staatsschuldencrisis veranderde, was zij degene die haar heil zocht bij een politiek van bezuinigingen. Degene die banken, investeerders en welgestelden verregaand buiten schot hield en gewone mensen voor de kosten van de crisis liet opdraaien – vooral de allerarmsten in de zogenaamde crisislanden.
Het Merkel-pakket
Destijds heeft Merkel de Europese Unie aan een vuurproef onderworpen, onder andere door zich te bedienen van het narratief van de ijverige noordelijke en de luie zuidelijke landen. Een andere Merkel leek er toen al doorheen te schemeren: tot in de hoogste regeringskringen, in onder andere Griekenland, ging het hardnekkige gerucht dat de echte booswicht Wolfgang Schäuble (CDU) was en dat aan het eind de bondskanselier zich als verzoener zou ontpoppen. Maar die illusie werd nooit werkelijkheid. En ook het verhaal van de twee Merkels klopt mogelijkerwijs niet: de kanselier van voor en van na de vluchtelingencrisis.
Vaststaat dat Merkel het conservatisme heeft gemoderniseerd. Ze heeft het bevrijd van de sektarische fratsen, de hardheid van de Alfred Dregger-mensen en de arrogantie van de jaren onder Helmut Kohl, de eigenaardigheden en de neiging om terug te kijken. Je kunt ook zeggen: ze heeft het conservatisme van zijn identiteit beroofd.
Merkel heeft het conservatisme gemoderniseerd. Of liever: ze heeft het van zijn identiteit beroofd
Eigenlijk heeft ze niet veel meer gedaan dan wat de sociaaldemocraten in de periode van de Derde Weg deden, alleen met minder kabaal. In de wetenschap dat je zonder de moderne stedelijke middenlaag geen meerderheid meer kunt krijgen, heeft ze het conservatisme alles afgeleerd wat die middenlaag zou kunnen afschrikken.
Daar heeft ze groot succes mee gehad. Maar ze heeft ook de kern van conservatieven gefrustreerd, net zoals de sociaaldemocraten dat op een andere manier met hun eigen kernclientèle hadden gedaan en bleven doen.
In wezen verklaart dat pas echt de regelrechte haat die rechtse milieus sinds de vluchtelingencrisis van zomer 2015 richting Merkel ventileren. Die haat had zich al voor die tijd langzaam maar zeker opgebouwd, maar kwam pas echt voor de dag toen de bondskanselier zich plotseling van een menselijke kant liet zien. Wie ‘Merkel moet weg’ riep, bedoelde eigenlijk niet alleen de vluchtelingenpolitiek van de bondskanselier, maar de hele moderniserings-Merkel. De vrouwen-Merkel. De maatschappelijk-liberalisme-Merkel. De ont-ideologiserings-Merkel. Het hele pakket.
Uiteindelijk is Merkel aan haar succes ten onder gegaan. Haar politiek was gerechtvaardigd, ze had haar overwinningen, maar ze heeft haar beste tijd gehad. Als je te lang op een positie als de hare zit, stel je je eigen aanhangers bloot aan een identiteitscrisis. Als iedereen naar het midden dringt, gaan mensen klagen dat alles te veel op elkaar lijkt. In die zin is Merkels tijd inderdaad voorbij. En dat is vermoedelijk geen goed nieuws: het is onwaarschijnlijk dat er iets beters voor in de plaats komt.
De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt grote politieke analyses. Die Zeit heeft vanaf de oprichting een liberale koers gevaren, met soms een lichtelijk rechtse, maar vaker een wat linkse inslag.
De Duitse kiezer is uitgekeken op partijen en ‘Koalitionspolitik’ die groezelige resultaten oplevert. Het presidentiële systeem en het sterk gepersonaliseerde districtenstelsel zijn veel beter voorbereid op dit ontwrichtende tijdperk.
Door tegenstrijdige verwachtingen van SPD, CDU en nu ook de CSU bij hun voormalige kiezers zijn de volkspartijen vrijwel opgebrand. Bij de SPD wilde het Neue Mitte sociale hervormingen, terwijl de oude kameraden het systeem van werkloosheidsuitkeringen juist helemaal niet pruimden. Bij CDU/CSU waren sommigen blij met de liberalisering, zelfs sociaaldemocratisering onder Merkel, maar raakten anderen door de open grenzen van de partij vervreemd.
Zo hebben de conservatieven van rechts voor de AfD en die van links voor Die Linke gekozen, terwijl de succesvolle, progressieve Duitsers een moderne ‘beweging van het midden’ willen. Ze voelen zich meer thuis bij de FDP en de Grünen, wier posterboys de vervelende generatie X voorbij zijn gestreefd. Christian Lindner (FDP) rijdt in een vintage Porsche, Robert Habeck (Grünen) gaat in een nonchalante outfit de verkiezingsstrijd in.
Door hun persoonlijkheid radicaal voorop te stellen, doen ze de kiezer de spruitjeslucht van de partij vergeten. Daarentegen lijkt Alexander Dobrindt (CSU) met zijn gouden sneakers een mislukte hipster en maakt Dorothee Bär (CSU) met haar interview over hoge hakken ook een heel merkwaardige indruk. Wie vraagt zich nog af hoe het komt dat de niet zo glamoureuze conservatieven met hun toekomstangst zich tot de AfD of Die Linke aangetrokken voelen?
Bij de SPD begon de neergang met de hervormingen van Agenda 2010 (een SPD-plan voor hervorming van de arbeidsmarkt en het systeem van sociale verzekeringen) en het vertrek van Gerhard Schröder. Terwijl hij de partij met zijn charme en brutaliteit nog bij elkaar wist te houden, stortte die na zijn vertrek in.
Wat Agenda 2010 voor de SPD was, is de vluchtelingencrisis voor de CDU. In beide gevallen kwam het tot een strijd tussen zeer tegengestelde richtingen, die uitpakte in het voordeel van de liberalen en de voorstanders van globalisering, maar de andere kant ging daar niet in mee. Zo hebben de twee volkspartijen zichzelf opgeblazen.
De partijen zelf hebben deze ontwikkeling verdrongen. In de eerste plaats konden ze na de Bondsdagverkiezingen van 2005 geen klassieke tweepartijencoalitie vormen, zoals zwart-geel, rood-groen of rood-geel. Toch kwam er ook geen driepartijencoalitie tot stand. Het voelt alsof we ons vandaag de dag al dertien jaar in een eeuwige Grote Coalitie bevinden. De kiezers constateren dat – hoe ze ook stemmen – ze toch altijd dezelfde regering krijgen. Dat schokt niet alleen hun geloof in democratische zelfbeschikking, ze verliezen ook het vertrouwen in de partijen en daarmee – ten onrechte – in de democratie.
Technologische ontwrichting
Zolang de economie groeit en de werkloosheid daalt, kan de politieke en technologische ontwrichting worden verdrongen. Dat is in Duitsland gebeurd. Duitsers hebben een ingenieursmentaliteit. Des te sceptischer staan ze tegenover de nieuwe en radicale veranderingslogica die de uitdagers van de liberale democratie hun opdringen: in de media door Facebook, Twitter en Instagram, politiek door de nationalistische neochauvinisten in Rusland, Hongarije, Italië en de VS.
De geglobaliseerde en gedigitaliseerde nieuwe wereld waarin we nu leven is in alles het tegengestelde van waar Duitsland tot voor kort voor stond: vaste banen in de industrie, alom betrouwbare certificering en een door de werkende meerderheid gefinancierde welvaartsstaat. Dat wordt door de onvoorstelbare opkomst van Apple, Amazon en Alibaba allemaal ter discussie gesteld. In plaats van de trotse, innovatieve NV Duitsland is het land nu alleen nog maar een afzetmarkt voor deze winner-takes-it-all-platforms.
De kiezers constateren dat ze toch altijd dezelfde regering krijgen
De politiek reageert hulpeloos op de eisen van de tijd. De retoriek tegen de AfD en andere vijanden van de liberale democratie is oudbakken en moraliserend en maakt totaal geen indruk. Voor straf is de EU invoerrecht gaan heffen op spijkerbroeken en whiskey made in USA, in plaats van eindelijk de techgiganten aan te pakken die zo goed als geen belasting betalen en ongereguleerd hun cultuurbepalende monopolie in Europa uitrollen.
De Duitse politiek zit gevangen in de logica van het verleden. En dat wil zeggen: de logica van de partijen. Hoewel de partijenstaat onder verwijzing naar de Republiek van Weimar in de gangbare opvatting binnen de politieke wetenschap tot nu toe gold als een betrouwbaar, democratisch integratiesysteem, wordt die staat nu opeens een gevaar.
Want zoals Maassen-gate (de rel rond Hans-Georg Maassen, hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst, wiens promotie door Merkel tot staatssecretaris van Binnenlandse Zaken op grote weerstand stuitte) heeft laten zien, maakt de partijlogica groezelige compromissen noodzakelijk. Daardoor neemt de boosheid op de politiek toe. Besluitvormingsprocessen in partijen zijn vanwege de gecompliceerde machtsverhoudingen nu eenmaal taai. De partijen reageren veel te langzaam op uitdagingen waar de moderne tijd hen mee confronteert. En dat schrikt het dringend noodzakelijke politieke talent af.
De versplintering van het partijensysteem, met in de toekomst zes of meer partijen die alle ongeveer even groot zijn, verscherpt deze situatie nog eens. Regeringscoalities van drie partijen moeten meer compromissen sluiten dan wanneer er twee partijen meedoen. Tegelijkertijd nemen door het echo chamber effect op de sociale netwerken (denkbeelden worden versterkt en uitvergroot door ze binnen een gesloten systeem te communiceren en steeds te blijven herhalen) de willekeur en het egoïsme binnen het politieke milieu toe. Ze zijn steeds ontevredener over hun eigen compromissen.
Macron
In Frankrijk heeft Emmanuel Macron met zijn La République En Marche een frisse beweging op poten gezet. Donald Trump agiteert tegen het establishment, hoewel hij als republikein daar juist een vertegenwoordiger van is.
Terwijl in een presidentiële democratie en in een districtenstelsel mensen rechtstreeks moeten kiezen tussen twee kandidaten (Macron of Le Pen), waardoor de zelfwerkzaamheid van de burger wordt gemaximaliseerd, is in een partijenstaat het compromis gedelegeerd aan de partijen. Niet de verkiezingsuitslag bepaalt wat voor regering er komt, maar een coalitie van partijen. Daarbij geldt: hoe meer partijen, hoe meer opties er zijn om een coalitie te vormen. En aan het eind van het proces is het aantal teleurgestelde kiezers des te groter.
Dat verlamt de politiek. In staten als Duitsland, Spanje en Italië heeft men dit vanwege de ervaring met een dictatuur ooit echt zo gewild. Maar nu is het een nadeel. Het presidentiële systeem en het sterk gepersonaliseerde districtenstelsel zijn veel beter voorbereid op dit ontwrichtende tijdperk. Ze maken het politieke proces directer en eenvoudiger dan bij coalitieregeringen met een toenemend aantal partijen. Gecompliceerde veelpartijensystemen blokkeren zichzelf. De toekomst ligt bij flexibele, mobiele digitale platforms als En Marche.
Zo ziet de Piratenpartij het ook. Maar technerds op sandalen maken weinig kans om door het midden van de samenleving gehoord te worden. In dat midden wachten de voormalige kiezers van de volkspartijen op nieuw politiek aanbod en nieuwe politieke participatieformats. Wie het systeem ‘democratie’ wil behouden, moet het besturingssysteem ‘partijenstaat’ ter discussie stellen. De politiek van de toekomst is digitaal.
Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, ook aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.
De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU) lag de laatste weken op ramkoers met bondskanselier Merkel over immigratie. Maar voor het herstellen van blunders uit het verleden is het te laat, schrijft columnist Jakob Augstein.
‘Er is a mentsch,’ zeg je in het Jiddisch wanneer je iemand een compliment wilt maken. ‘A mentsch’ is een fijne vent, eentje die doet wat hij zegt. Misschien is Seehofer, Horst zo ‘a mentsch’? Eentje die bij belangrijke politieke vraagstukken geen slappe knieën krijgt. Maar misschien is Seehofer ook gewoon maar een mens bij wie op enig moment, zoals bij ieder van ons, de stoppen doorslaan. In elk geval treden de menselijke zwakheden bij Seehofer op een voor een politicus heel ongewone manier aan de dag. Sprakeloos kijkt de rest van de wereld zijn menselijke zwakheden aan, niet goed wetend of ze erom moeten lachen of huilen.
Maar ongeacht of de titanenstrijd tussen de Pruisische ijzeren kanselier en de hardhouten Beier op een tragedie of een farce uitloopt – de schok van dit weekend zal de Unie van CSU en CDU niet zo gauw te boven komen en de Bondskanselier al helemaal niet.
Het is voor leken – en voor ieder ander ook – niet meer zo heel gemakkelijk te begrijpen waarover de ruzie tussen beide Uniepartijen eigenlijk gaat. Eén ding is zeker: van vluchtelingen en migranten hebben beide evenzeer de buik vol. In de wereld van het politieke christendom betekent elke slechtere behandeling van migranten ‘vooruitgang’. Bij voorkeur moet de buitenlander in zijn eigen land blijven. En als dat niet gaat, dan weg naar een kamp, liefst in Afrika, desnoods in Beieren, in elk geval – laten we zeggen – geconcentreerd op één plaats.
Te laat
Het gaat bij de strijd binnen de Unie dus niet om buitenlanders. Het gaat om Angela Merkel. De CSU heeft geen probleem met buitenlanders. Ze heeft een probleem met Angela. Seehofer wil niet de prijs betalen die Merkels politiek zijn CSU kost. Maar het is te laat, veel te laat. Daar komt paniekvoetbal van.
De Unie heeft met het onderschatten van de AfD een zware strategische fout gemaakt. Eind 2014 herinnerde Wolfgang Schäuble nog aan de korte bruine bloeitijd van Die Republikaner en hij voorspelde: ‘Ik denk dat het ook de AfD zo zal vergaan.’ Een gigantische misrekening. Het ontbrak de Unie op dat moment aan radicaal realisme. Op de oprichting van de AfD had ze moeten reageren met het uitbreiden van de CSU over de hele Bondsrepubliek.
Wat Franz Josef Strauß in 1976 niet durfde – uit zorg voor de conservatieve kern van de Unie tegenover vernieuwer Helmut Kohl de sprong naar het noorden wagen – had Seehofer onder de druk van de aanstormende AfD- horden tegenover vernieuwer Angela Merkel wel moeten durven.
Nu is de AfD uitgegroeid tot de legendarische ‘vierde partij’. Zo noemde men in een ver verleden, toen er drie televisiezenders waren en drie partijen in de Bondsdag, de visie van een landelijke CSU, een burgerlijk-conservatieve partij rechts van de CDU.
De Beierse politieke cultuur zou hebben gezegevierd. Obscure racisten zoals Björn Höcke hebben ze niet in de CSU. En ook uit enquêtes bleek telkens weer dat de AfD-aanhang meer vertrouwen had in Horst Seehofer dan in de top van haar eigen partij.
Je kunt aan de commentaren over de Unie-troebelen zien dat er ten noorden van de Main maar weinig begrip bestaat voor de Beierse gemoedstoestand. Vanaf 1957 levert de CSU de minister-president van Beieren. Vanaf 1962 regeert de partij er alleen met een absolute meerderheid – die in 2008 korte tijd verloren ging maar in 2013 heroverd kon worden. De CSU speelt – helaas is dat zo – in een heel andere competitie dan Angela Merkel. De kanselier hoeft zich niet te bekommeren om de aantasting van het Duitse partijensysteem. Het belangrijkste is dat een door haar geleide regering altijd een stem meer heeft dan de anderen. Voor de CSU ligt dat anders.
Het zou een heel andere politieke wereld zijn geweest: de CDU de ene grote volkspartij in het midden, rechts geflankeerd door het kleine zusje CSU, links door de Grünen. De AfD zou gemarginaliseerd zijn of dood, Die Linke zou tot in de eeuwigheid in het oosten zitten kniezen en de SPD, tja de SPD – voor hen zou er helemaal geen zinnige plek meer zijn. Met een blik op Bebel en Brandt zou dat wel treurig zijn, natuurlijk.
Dat het zo niet is geworden, is een historische blunder. Maar nu is het te laat. De AfD is in het gat gesprongen dat CDU en CSU bereidwillig aan haar overlieten.
En nu, nu hem dit alles duidelijk wordt, nu hem de schellen van de ogen vallen, nu draait Horst Seehofer aan het stuur, hij treedt terug, treedt van zijn terugtreden terug, en probeert in alle paniek aan iets vast te houden wat niet meer te houden is.
Daarbij is die houding eigenlijk helemaal niet Beiers, dat iets voor altijd is. ‘Wat is een mens nou helemaal? ‘Naakt is hij, naakt,’ zei de moeder van Oskar Maria Graf, de nationale schrijver van Beieren die zelfs als balling in New York altijd zijn lederhose bleef dragen. ‘En wanneer hij dood is, is hij een hoop drek.’
Als eerste Duitse gemeente weert Hamburg sinds eind mei vervuilende dieselauto’s uit een deel van de stad. Een opmerkelijke stap in een land dat zichzelf graag als groen ziet, maar ook verweven is met de auto-industrie.
De Stresemannstrasse is een straat als zovele: lelijk, lawaaiig en vol auto’s en vrachtwagens die dag en nacht giftige dampen uitbraken. Maar per 31 mei wordt deze belangrijke verkeersader in de welvarende en progressieve havenstad Hamburg een proeftuin: hier gaan de autominnende Duitsers kijken wat er gebeurt als je zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit de stad bant. Voor Duitsers is een verbod op diesel – in de negentiende eeuw uitgevonden door een Duitse ingenieur en tot op de dag van vandaag zwaar gepromoot door hun geliefde auto-industrie – bijna even onvoorstelbaar als een verbod op bier of Bratwurst. Maar het land kampt met een gespleten persoonlijkheid: voortrekker op het gebied van groen beleid én de grootste producent van alles wat vroem-vroem doet.
Het dieselverbod in Hamburg blijft beperkt tot een gedeelte van twee straten en geldt niet voor nieuwe, schonere dieselauto’s. Maar voor milieuactivisten en groen georiënteerde politici is het een doorbraak in de strijd voor schonere lucht in de stad. Een zeldzame overwinning op een industrie die in eigen land bijna niet lijkt te worden bestraft voor het grootscheepse gesjoemel met de uitstoot van haar auto’s. ‘Symbolisch is het een grote stap,’ zegt Manfred Braasch, de lokale leider van milieuorganisatie Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland (BUND). ‘Dit is van oudsher een dieselland.’
Het verbod in Hamburg, de op een na grootste stad van het land, vindt waarschijnlijk snel navolging in andere steden. In februari heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat steden het recht hebben vervuilende dieselwagens uit stadskernen te weren. En gemeenten zijn bezig hun regelgeving af te stemmen op de strikte EU-richtlijnen voor uitstoot van vervuilende stoffen, voordat ze daartoe gedwongen worden via de Europese rechter. Ondertussen heeft de Bondsregering moeite om tot landelijk beleid te komen. In theorie wil de overheid dat de zwaarste vervuilers onder de 15 miljoen Duitse dieselwagens door de autofabrikanten schoner worden gemaakt middels het plaatsen van roetfilters, zoals ook in de VS is gebeurd. ‘We geloven in het principe dat de vervuiler betaalt,’ zegt Nikolai Fichtner, woordvoerder van het ministerie van Milieu. ‘Wie is er verantwoordelijk voor het probleem? De auto-industrie. Die heeft auto’s verkocht waarvan de consument dacht dat ze schoon waren. En dat zijn ze ook in het laboratorium – maar niet op de weg.’
Vanwege haar voortrekkersrol bij de wereldwijde strijd tegen broeikasgassen mag Angela Merkel dan bekendstaan als ‘de klimaatkanselier’, als het om diesel gaat aarzelt ze. Vorige week zei ze dat de auto-industrie verantwoordelijkheid moet nemen voor haar fouten, doelend op het schandaal met de sjoemelsoftware van Volkswagen in 2015.
Maar ze liet ook merken dat ze het niet billijk vindt om alleen de autofabrikanten – in Duitsland goed voor 800.000 banen – te laten opdraaien voor de kosten van die roetfilters, die naar schatting in de miljarden zullen lopen. En ze heeft zich uitgesproken tegen een verbod. Daarmee loopt Duitsland uit de pas met andere grote Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. Die hebben allebei aangekondigd de verkoop van nieuwe diesel- en benzine-auto’s vanaf 2040 te verbieden, als onderdeel van een beoogde transitie naar hybride en elektrische auto’s.
Maar Hamburg laat zien dat de Duitse steden Merkels zegen niet afwachten. En het vooruitzicht van een lappendeken aan lokale dieselverboden blijkt, bovenop de gevolgen van het Volkswagen-schandaal, nu al catastrofaal uit te pakken voor de Duitse dieselmarkt. De verkoop van nieuwe dieselwagens is gekelderd en tweedehands diesels staan weg te roesten bij de dealers. In 2015 reed de helft van alle in Duitsland verkochte auto’s nog op diesel. Begin dit jaar was dat nog maar eenderde, en de verkoop daalt nog steeds. Een dramatische daling voor een brandstof die in Europa lange tijd een veel grotere rol speelde dan in de VS en Azië.
Nietsdoen geen optie
In de jaren negentig begonnen Europese fabrikanten diesel aan de man te brengen als een schoner alternatief voor benzine, vanwege de lagere CO2-uitstoot. Omdat CO2 als de belangrijkste menselijke factor in de klimaatverandering wordt beschouwd, werd dieselgebruik door overheden gestimuleerd middels accijnsverlagingen. Maar diesel is ook een belangrijke bron van lokale luchtvervuiling. De populariteit van diesel heeft de gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling in alle Europese steden omhooggedreven. De door dieselmotoren uitgestoten stikstof- en fijnstofdeeltjes zijn medeverantwoordelijk voor veel luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten, die bijdragen aan het vroegtijdig overlijden van naar schatting zo’n 400.000 Europeanen per jaar, waaronder 75.000 Duitsers.
In zo’n zeventig Duitse steden voldoet de luchtkwaliteit niet aan de EU-normen voor stikstof. Hamburg is een van die steden. De politici die het verbod nu hebben ingevoerd, zeggen dat met tegenzin te hebben gedaan, nadat was gebleken dat andere maatregelen tegen luchtvervuiling niet hielpen. ‘Ik had het fijner gevonden als we hier niet toe gedwongen waren geweest,’ zegt Jens Kerstan, wethouder Milieu in Hamburg. ‘Maar we nemen de maatregelen die nodig zijn om de gezondheid van onze burgers te beschermen.’
Kerstan is van de Groenen, en persoonlijk lijkt een dieselverbod voor het hele centrum hem zinvoller. Maar hij zegt te hopen dat de beperkte nieuwe maatregel in ieder geval de aandacht trekt van de Bondsregering en de auto-industrie. Want die laatste heeft volgens hem ‘geen zin om roetfilters in bestaande auto’s te zetten en voelt niets voor dieselverboden. Maar ze kunnen niet ontkennen dat steden een probleem hebben. Nietsdoen is geen optie.’
“Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek”
Volgens critici is het middel erger dan de kwaal: een inrijverbod voor dieselauto’s in sommige straten zou contraproductief zijn, de tijd verspillen van de agenten die moeten toezien op de naleving en de vervuiling simpelweg doorschuiven naar naburige straten. ‘Het is heel ondoelmatig,’ zegt Roland Heintze, de lokale leider van Merkels conservatieve CDU. En het is ook ‘heel oneerlijk’ voor autobezitters, zegt hij: ‘Als je een dieselauto hebt, word je hier niet vrolijk van.’ Veli Fistikci is zo’n dieselbezitter. De taxi waarin hij voor zijn werk rijdt, valt als relatief nieuwe en schone Mercedes buiten het verbod. Maar met zijn eigen auto, een oude Ford, mag hij straks bepaalde delen van de Stresemannstrasse en de aangrenzende Max-Brauer-Allee niet meer in – cruciale verkeersaders in Hamburg. Daarom heeft hij zijn auto maar verkocht, tegen een verlies van 1500 euro. Nu heeft hij geen eigen auto meer voor zijn gezin, terwijl ze volgende maand een kind verwachten. ‘Niemand wil nog een diesel,’ zegt hij. ‘Ik zou wel een hybride auto willen, maar die zijn zo duur.’
Duitse autofabrikanten blijven volhouden dat diesel ten onrechte is verguisd. Bernhard Mattes, voorzitter van de autofabrikantenkoepel VDA, zei vorige maand dat de nieuwste modellen dieselmotoren significant minder stikstof uitstoten en dat hun relatief lage CO2-uitstoot van cruciaal belang is voor het halen van Duitslands ambitieuze klimaatdoelen.
Op de lange termijn zal Duitsland van zowel diesel- als benzineauto’s af moeten, zegt Volker Matthias van het Helmholtz-instituut voor materiaal- en kustonderzoek: ‘We moeten veel meer vaart maken met de transitie naar elektrische auto’s, bussen en fietsen.’ Een verbod zoals in Hamburg helpt volgens hem nauwelijks. ‘Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek,’ zegt hij.
Maar voor mensen als Stefan Recknagel, een 47-jarige medewerker in een opslagcentrum, doet het verbod er wel degelijk toe. Hij woont al 25 jaar in de Stresemannstrasse en schrijft zijn chronische hoest toe aan het verkeer dat daar dagelijks doorheen raast. ‘In de zomer merk je het echt. Je ruikt het gewoon,’ zegt Recknagel. ‘Nu proberen ze tenminste iets te doen.’
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de invloedrijkste dagbladen ter wereld. Sinds 2013 eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.
Xia Ming, hoogleraar politieke wetenschappen in New York, schetst een portret van zijn voormalige studiegenoot Wang Huning, de belangrijkste adviseur van de Chinese president.
Hij heeft zich weten te onderscheiden in een vijver van 1,4 miljard mensen, en dat verdient op zichzelf al respect! Of je nu met de prins of de tijger optrekt, het is één pot nat. Wang Huning heeft zich aangepast aan de politieke zeden van Zhongnanhai, de zetel van de Chinese regering, om er drie generaties monarchen te dienen. Dankzij zijn grote kennis van het raderwerk van de staat is hij steeds verder opgeklommen, een onmiskenbaar teken van zijn opmerkelijke intellectuele en emotionele kwaliteiten. Maar weinig mensen zullen die kwaliteiten betwisten: hij is een innemende man die in staat is om een missie tot een goed einde te brengen en problemen op te lossen, en hij loopt niet met zijn talenten te koop. Toch gaan we hier proberen zijn profiel wat verder uit te diepen.
Ik heb Wang Huning veelvuldig meegemaakt tussen 1981 en 1991 op de faculteit voor Internationale politiek van de Fudan-universiteit in Shanghai. In die tijd verkeerde hij nog niet in de hoogste kringen, zodat het mogelijk was zijn ware gezicht en zijn werkelijke karakter te zien. En ook al heb ik een jaar of twintig geen direct contact meer met hem gehad, ook daarna heb ik zijn levensloop kunnen volgen aangezien onderzoek naar de Chinese politiek mijn vakgebied is.
Hervormingstendensen
We zaten op dezelfde faculteit en woonden beiden in gebouw nr. 7 op de campus van Fudan. In 1981, toen ik aan mijn bachelor begon, was Wang, die tien jaar ouder is dan ik, bezig met zijn master. Na zijn afstuderen werd hij docent op Fudan en in het studiejaar 1982-1983 heb ik colleges geschiedenis van het westerse politieke denken bij hem gevolgd. In die tijd volgde hij als docent nog het voetspoor van zijn eigen leermeester Chen Qiren, hoogleraar politieke economie en een orthodoxe marxistisch leninist.
Maar naarmate de belangstelling voor het westerse denken en de hang naar politieke hervormingen toenamen, wist Wang Huning zijn vergelijkend onderzoek naar politieke regimes steeds verder uit te breiden. In de jaren tachtig kwamen onze interessesferen dichter bij elkaar te liggen. Hij en mijn scriptiebegeleider waren in 1987 samen verantwoordelijk voor het ‘Politieke verslag van het dertiende Partijcongres van de Communistische Partij van China’. De tekst van Wang is getiteld ‘Scheiding van partij en staat’ en ik heb meegeschreven aan het hoofdstuk ‘Deconcentratie van machten’, twee typerende thema’s voor de hervormingstendensen in de jaren tachtig, waartoe Deng Xiaoping in 1979 de aanzet had gegeven.
We zijn allebei in 1984 lid geworden van de Communistische Partij van China en ik heb lange tijd tot dezelfde cel behoord als hij. Onze werkkamers waren trouwens maar een paar stappen van elkaar verwijderd. Tijdens mijn master hebben we vaak samengewerkt; ik heb bijvoorbeeld meegewerkt aan de redactie van enkele van zijn boeken, waaronder aan Fubai he fan fubai (‘Corruptie en strijd tegen corruptie’).
Maar in 1989 werden we ongewild tegenstanders. In februari van dat jaar liet de universiteit haar studenten ‘de beste jonge docent’ kiezen, en ik eindigde volgens een van mijn studenten, de vicevoorzitter van de studentenvereniging, op de eerste plaats. Maar als gevolg van een ‘democratische centralisering’ van de uitslagen, een ironische verwijzing naar de handelwijze van de Communistische Partij, was het Wang Huning die won. Kort daarna spatte de democratische studentenbeweging van 1989, bekend van het bloedig onderdrukte Tiananmenprotest, uit elkaar.
Wang had zonder aarzelen de kant van Partij en regering gekozen, terwijl ik de kant van de studenten koos. Van toen af aan hebben onze wegen zich gescheiden. Na deze gebeurtenissen besloot ik naar de Verenigde Staten te gaan om te promoveren, terwijl Wang aan zijn beklimming van de machtsladder begon.
In de ogen van de meeste mensen is Wang Huning een gevierde geleerde, maar in werkelijkheid draagt hij de littekens van zijn tijd met zich mee. Hij heeft proefschriften begeleid, maar zelf heeft hij nooit een bachelor gedaan en is hij nooit gepromoveerd [zie de bio onder aan de tekst].
Omdat Wang Huning geen klassieke opleiding heeft genoten, vertoont zijn onderzoek grote methodologische tekortkomingen en een gebrek aan conceptualisering. Wanneer hij bijvoorbeeld een historische ‘balans’ opmaakt van de corruptie in China, volstaat hij met een gedetailleerde en subjectieve beschrijving, zonder zich ooit (of vrijwel nooit) in oorzaak en gevolg te verdiepen. Dat heeft hem uiteindelijk vatbaar gemaakt voor de theorieën van de Chinese ‘nationale specificiteit’, al in zwang sinds het begin van de eenentwintigste eeuw, en van het ‘cultuurrelativisme’.
Desondanks heeft Wang Huning ontdekt hoe hij moet slagen. In zijn boek over corruptie onderkent hij de ‘alomvattende, allesoverheersende aard van de Chinese overheid’, die systematisch tot uitdrukking komt op elke positie binnen een complex hiërarchisch systeem. Gedurende zijn hele carrière heeft hij zijn ellebogen gebruikt om een begeerde positie te bereiken, om vervolgens de aan die positie verbonden voordelen te monopoliseren en de weg naar een nog hogere functie te vinden.
In 1986, toen hij betrokken werd bij het schrijven van het politieke verslag van het dertiende Partijcongres, begon Wang Huning een sterke neiging tot “neo-autoritarisme” te vertonen
Wang is een typische apparatsjik. Hij is geboren in Shanghai in een familie van middelhoge ambtenaren en trouwde met een van zijn medestudenten, Zhou Qi, wier vader hoogleraar-onderzoeker was aan het Instituut voor Contemporain Internationaal Onderzoek in Beijing. Daarna begon een carrière die nauw verbonden was met het Partijapparaat.
Begin jaren tachtig behoorden de briljantste jonge onderzoekers op de campus van Fudan bijna allemaal tot het liberale kamp, dat economische en sociale hervormingen voorstond, en in mindere mate politieke hervormingen. Maar nadat tijdens een seminar van de filosofische faculteit van Fudan het marxistisch leninisme ter discussie was gesteld, werden ze het doelwit van een ‘campagne tegen geestelijke vervuiling’ die werd gelanceerd in 1983.
Toen Wang Huning in 1984 lid werd van de Partij, werd Wang Bangguo, hoofd van het onderzoekslaboratorium en de politicologische faculteit van Fudan, zijn mentor, met de bedoeling het liberale tij te keren. Met steun van hogerhand maakt Wang Huning daarna een bliksemcarrière. Hij werd de jongste universitair hoofddocent van Fudan. Dat was slechts de voorbode van talrijke andere roemrijke titels. Volgens sommigen is hij ‘gesmeed door de Partij’. Waarschijnlijk is in elk geval dat hij in die tijd de aandacht trok van Zeng Qinghong, destijds adviseur van Jiang Zemin in het stadhuis van Shanghai.
In 1986, toen hij betrokken werd bij het schrijven van het politieke verslag van het dertiende Partijcongres, begon Wang Huning een sterke neiging tot ‘neo-autoritarisme’ te vertonen, een stroming die zowel economisch liberalisme als een moderne dictatoriale macht voorstond en het liberaal-democratische gedachtegoed een halt wilde toeroepen. Toen de democratische beweging in 1989 uit elkaar spatte, nam hij het op voor Jiang Zemin, die door de liberale intellectuelen werd bekritiseerd omdat hij in mei van dat jaar de Shijie Jingji Daobao (World Economic Herald) had gesloten, een van de eerste liberale kranten van China, met als motief dat deze de democratische beweging ‘begunstigd’ zou hebben. Na het bloedbad van 4 juni 1989 op het Tiananmenplein in Beijing is het aantal liberalen in universitaire en politieke kringen in China vrijwel gedecimeerd, door middel van repressie of verbanning.
Chinese Hegel
Voor een vertegenwoordiger van het neo-autoritarisme als Wang Huning openden zich nieuwe horizonten. Hij werd de architect en goochelaar van een steeds reactionairder politiek regime.
Wang was tamelijk sterk beïnvloed door het marxistisch leninisme en andere Europese politieke theorieën. Ik herinner me dat in zijn colleges over de geschiedenis van het westerse politieke denken zijn bewondering voor Plato doorklonk, de ‘koning van de filosofie’, en voor boeken als De vorst van Niccolò Machiavelli en Leviathan van Thomas Hobbes. Zijn masterscriptie ging over nationale soevereiniteit, een geliefd onderwerp van de Franse politiek filosoof Jean Bodin (1529-1596), die manieren bestudeerde om de koning te helpen zijn absolute macht te consolideren en een eind te maken aan het feodalisme van de middeleeuwen.
Hij was in zekere zin een Chinese Hegel, die het bestaan van een dictatoriaal regime verdedigde en van mening was dat ‘de staat zijn bestaan dankt aan de komst van God naar de wereld’ (Hegel, Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie, 1820). Maar hij was ook een Chinese Heidegger, de beroemde filosoof die de denker van het fascistische regime werd. En als je in het politieke verslag van het negentiende Congres van de Communistische Partij van China, gepubliceerd in november 2017, de passage over de grote strijd, de grote werken en de grote dromen leest, te verwezenlijken door de Partij, moet je onwillekeurig ook aan een andere Duitse nazifilosoof denken, Carl Schmitt (1888-1985), voor wie ‘het specifieke politieke onderscheid het verschil tussen vriend en vijand is’. Met andere woorden, het belangrijkste van alles is om te weten wie er aan jouw kant staat en wie tot degenen behoort die bestreden moeten worden. Zonder deze potentieel dodelijke strijd zou de politiek niets voorstellen.
Het is niet zo abnormaal om te denken dat de weg naar “een sterk leger voor een sterk land” uiteindelijk tot hetzelfde historische lot zullen leiden dat Duitsland en Japan was beschoren
In zijn boek Meiguo fandui meiguo (Amerika tegen Amerika) uit 1991 poneert Wang Huning duidelijk voor welke uitdaging Azië naar zijn idee staat: dat Japan, het Land van de Rijzende Zon, de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog zware militaire klappen heeft toegebracht, en zware economische klappen in de jaren tachtig van de vorige eeuw, komt volgens hem doordat het individualisme, het hedonisme en de democratie zijn overwonnen door collectivisme, zelfopoffering en autoritarisme. Ziedaar de waarden en de historische ontknoping van de droom van een ‘rood Rijk van de Rijzende Zon’ dat hij samen met Xi Jinping wil realiseren.
Momenteel is het niet zo abnormaal om te denken dat de weg naar ‘een sterk leger voor een sterk land’, waarvoor het politieke verslag van het negentiende Congres onder de bezielende leiding van Wang Huning pleit, en het idee dat ‘de Partij almachtig is in het hele land’, uiteindelijk tot hetzelfde historische lot zullen leiden dat Duitsland en Japan was beschoren. Toch schrijft Wang Huning in zijn boek Zhengzhi di rensheng (Een politiek leven) uit 1994: ‘Het is verschrikkelijk dat wij meestal niet in staat zijn lering te trekken uit de gruwelen van het verleden.’ Volgens sommigen is Wang Huning het prototype van een geleerde in regeringskringen die liever in de schaduw vertoeft. Hij heeft misschien ongefundeerde verwachtingen gewekt, maar hij heeft zich nooit de ideeën van Socrates toegeëigend, die een ‘paardenvlieg voor Athene’ wilde zijn en een ‘wereldburger’ (Plato, Apologie van Socrates). Zijn kritische geest is slechts op één ding gericht: het door het slijk halen van de westerse mogendheden. Wellicht zal hij er ooit in slagen herboren te worden en zichzelf te overstijgen door een eind te maken aan de symbiotische relatie die hij met de totalitaire machthebbers onderhoudt en China in een meer liberale en democratische richting kunnen stuwen.
Toen ik in 1991 toestemming vroeg om Fudan te verlaten en in de Verenigde Staten te gaan studeren, zei Wang Huning me drie dingen: ten eerste dat hij zich niet tegen mijn vertrek zou verzetten; ten tweede dat de VS een grote machine was waarvan je absoluut het ritme diende te volgen om niet vermorzeld te worden; en ten derde dat zolang hij invloed had op Fudan, hij me altijd zou terugnemen als ik dat zou willen. Het eerste punt betrof een gunst aan mijn adres, het tweede was een nuttig advies en het derde zal me naar ik hoop nog eens van pas komen.
In ‘Een politiek leven’ schrijft Wang Huning: ‘De politieke belofte is een begrip dat nadere uitwerking verdient; het is misschien het logische beginpunt voor het creëren van een politieke filosofie in China.’ Maar dit voornemen mag geen pact van Faust met de duivel worden. Noch op persoonlijk vlak, noch wat het land betreft.
Duanchuanmei is een Chinese website, opgezet in 2015 door de advocaat Will Cai, die in Hongkong de kritiek kreeg dat hij op al te goede voet zou staan met Xi Jinping.
Om het aantal verkeersdoden terug te dringen wil de Franse regering de snelheid op provinciale wegen terugbrengen van 90 naar 80 kilometer per uur. Moet het land van de Autobahn dit voorbeeld volgen?
JA
Gemiddeld komen elke dag bij een verkeersongeluk op provinciale wegen in Duitsland vijf mensen om het leven. In 2016 waren het er 1853, dat is meer dan de helft van alle doden in het verkeer. Doorgaans is dit te wijten aan mensen die riskant inhalen of te hard rijden.
De Franse regering wil het groeiende aantal verkeersdoden niet langer voor lief nemen: per 1 juli verlaagt ze de maximumsnelheid op provinciale wegen van 90 naar 80 km/u. Franse automobielclubs lopen storm tegen de maatregel. Ook 59 procent van de Fransen is volgens een enquête tegen. Maar minister-president Édouard Philippe trekt zich daar niets van aan. Hij denkt jaarlijks 400 mensenlevens te kunnen redden.
Ook in Duitsland woedt een discussie of de snelheidslimiet van 100 km/u voor provinciale wegen wel adequaat is. ‘De Duitse Verkeersveiligheidsraad (DVR) eiste al in 2014 dat de maximumsnelheid op smalle provinciale wegen naar 80 km/u zou worden teruggebracht,’ vertelt Julia Fohmann van de DVR. Dat betreft de meeste provinciale wegen in Duitsland.
Gevaarlijke kruisingen kunnen worden veranderd in rotondes of veiliger gemaakt door voorsorteerstroken of stoplichten
De vraag is alleen: hoeveel levert zo’n maatregel op – worden er echt levens door gered? Studies naar de exacte effecten zijn er niet, geeft ook Fohmann toe. ‘Maar het is niet onwaarschijnlijk dat het aantal verkeersdoden daalt, tenslotte blijkt uit de statistieken dat veel mensen als gevolg van een te hoge snelheid om het leven komen.’ Bovendien is het natuurkundig gezien gewoon zo dat bij een lagere snelheid de remweg korter is, waardoor ongelukken vermijdbaar of in elk geval minder ernstig zijn. Maar de concrete aantallen zoals de Franse minister-president die noemt, kan Siegfried Brockmann, hoofd ongevallenonderzoek bij het Verbond van Verzekeraars (UDV) onmogelijk serieus nemen: ‘Dat zijn schijncijfers.’
Verlaging van de maximumsnelheid leidt niet tot het grote tijdverlies dat velen vrezen. Wie de hele tijd 100 km/u rijdt, legt een afstand van 50 km af in 30 minuten. Bij 90 km is dit 3 minuten en 20 seconden meer, bij 80 km duurt het 37,5 minuut. Een hogere veiligheid is die wat langere duur van de rit wel waard.
Brockmann waarschuwt wel voor een al te grote focus op snelheid. ‘Voorkomen dat er botsingen tegen bomen plaatsvinden, bijvoorbeeld door het aanbrengen van vangrails, heeft op het aantal verkeersdoden een veel groter effect.’
Ook de DVR ziet in aanpassing van de maximumsnelheid niet het enige middel om de wegen veiliger te maken. De slogan van de DVR luidt: de weg moet fouten voorkomen. Daaronder valt behalve het aanbrengen van vangrails bijvoorbeeld ook het regelmatig snoeien van struiken.
Gevaarlijke kruisingen kunnen worden veranderd in rotondes of veiliger gemaakt door voorsorteerstroken of stoplichten. Zulke aanpassingen zijn waarschijnlijk doeltreffender dan alleen het vervangen van de borden met de maximumsnelheid.
Matthias Breitinger is redacteur van Die Zeit. Eerder werkte hij voor Netzeitung, de Berliner Zeitung en Die Welt. Ook schreef hij een boek over het Eurovisiesongfestival: Europe, 12 points.
1. Matthias Breitinger; 2. Ulf Poschardt.
NEE
Opnieuw klinkt in Duitsland de roep om aanscherping van de maximumsnelheid – terwijl het aantal verkeersdoden daalt en vertragen geen oplossing is. Rijden betekent vrijheid. En dat moet zo blijven.
Duitsland is een overgereguleerd land, waar mensen die elke vrijheidsdrang verloren hebben zich geroepen voelen om nieuwe verboden te bepleiten. Bij voorkeur ook voor dat verstopte vrijheidspaadje, de autobaan.
In Frankrijk heeft Emmanuel Macron de maximumsnelheid op provinciale wegen verlaagd van 90 naar 80 km/u en onmiddellijk zet een koor vrienden van de snelheidsbeperking het Hooglied van vertragen in – hoewel het aantal verkeersdoden afneemt en het aantal verkeersongevallen als gevolg van mobiel telefoneren en alcohol- of drugsgebruik groeit. Vaak genoeg gaat het om dezelfde figuren die belastingverhoging voor grootverdieners willen, terwijl de staat zwemt in zijn geld.
Vaak draait het bij mensen die luidkeels snelheidsbeperkingen eisen niet zozeer om een effectieve oplossing als wel om agressie
Vaak draait het bij mensen die luidkeels snelheidsbeperkingen eisen niet zozeer om een effectieve oplossing als wel om agressie. Herverdelen en afremmen zijn één pot nat: de woede richt zich tegen degenen die er een hoog levenstempo op nahouden en zich snel wensen voort te bewegen.
Wie langzaam is mist immers ook niets: hij hoeft niet af te remmen en ook niet meer belasting te betalen. Hij is voorstander omdat het hem niet aangaat. Hij houdt verveling voor ontspanning. Het goede nieuws voor zulke mensen is: binnenkort zijn er auto’s die hen heel ontspannen van A naar B brengen, volautomatisch.
De mondigheid van de verkeersdeelnemer moet net zo serieus genomen worden als die van de burger. Afgezien van verkeerscriminelen zoals de veroordeelde snelheidsmaniakken van de Kudamm [Hamdi H. en Marvin N. hielden een straatrace waarbij ze met 170 km/u over de Kurfürstendamm scheurden. Hamdi H. kwam in botsing met een 69-jarige man, die overleed. Beiden werden wegens moord tot levenslang veroordeeld] valt van zedenverval weinig te bespeuren. Niettemin blijft de openbare weg een plek waar verschillen in sociale en mentale positie elkaar tegenkomen. Daarbij hebben we burgerdeugden nodig als oog hebben voor anderen en gevoel voor stijl.
Dit appèl is gericht aan beide partijen: zwakke en langzame mensen verdienen solidariteit, maar dat geldt ook voor de mensen die sneller willen en hierin zo graag door onbezoldigde verkeersopvoeders met dwang worden afgeremd. Onze provinciale wegen kennen snelheidsbeperkingen op plekken waar dat zinvol is. Om dat overal terug te brengen tot 80 km/u heeft weinig zin. Camera’s op gevaarlijke punten waar een snelheidsbeperking geldt, kunnen helpen. Want berouwvolle verkeerszondaren leren hoe snel en hard de reactie op snelheidsovertredingen is.
Ulf Poschardt is hoofdredacteur van Die Welt. Voorheen was hij chef van het magazine van de Süddeutsche Zeitung, van Welt am Sontag, en van de Duitse edities van Vanity Fair en Rolling Stone.
Toen Ivan Krastev onlangs door Duitsland reisde, trof hij een welvarend, tolerant en democratisch land aan. Maar onder de oppervlakte proefde hij bezorgdheid over de toekomst.
Keuze uit het archief
In Duitsland vonden afgelopen zondag verkiezingen plaats. De conservatieve CDU/CSU van Friedrich Merz kwam als grote winnaar uit de bus, met 28,6 procent van de stemmen. De extreemrechtse AfD eindigde als tweede met 20,8 procent, een recordpercentage in de jonge geschiedenis van de partij.
In dit artikel uit The New York Times doet analist Ivan Krastev verslag van zijn rondreis door Duitsland vlak voor de verkiezingen van 2017. Hij legt uit hoe de scheidslijn tussen Oost- en West-Duitsland tot op de dag van vandaag voelbaar is en verklaart hoe deze tweedeling van invloed is op het stemgedrag van de kiezers.
De Duitsers hebben lang vakantie van de geschiedenis gehad, maar het ziet ernaar uit dat die nu voorbij is. Dat was mijn indruk toen ik onlangs voor de parlementsverkiezingen door Duitsland reisde. Het trof me hoe abnormaal normaal het land leek: welvarend, democratisch en tolerant. Terwijl andere Europese maatschappijen verscheurd worden door onrust en woede is in Duitsland de grote meerderheid van de inwoners tevreden met hun economische situatie. De regering heeft meer euro’s te besteden dan ooit, werkloosheid komt bijna niet voor en de toon van de verkiezingscampagne verschilde van de laatste Amerikaanse verkiezingen zoals een familiedrama verschilt van een horrorfilm.
Maar onder deze abnormale normaliteit ligt iets verontrustends. Hoewel de meeste Duitsers zouden beamen dat hun land een periode van welvaart doormaakt, durven maar zeer weinigen te beweren dat het morgen beter zal zijn dan vandaag, of zelfs maar even goed. In plaats daarvan voel je dat er vlak onder het oppervlak bezorgdheid heerst.
De 9/11 van Europa
De Duitse verkiezingen illustreerden dat de vluchtelingencrisis, van alle crises die de Europese Unie de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt (de eurocrisis, de Brexit, de oorlog in Oekraïne), de grootste invloed zal hebben op de toekomst van de EU. Dit keer is het niet de economie, stupid. De instroom van vluchtelingen en de culturele en demografische paniek die dat heeft opgewekt, verklaart boven alles de onrust in de gevestigde Europese politiek. Die crisis is, in zekere zin, de 9/11 van Europa geworden, omdat ze de manier waarop burgers naar de wereld kijken fundamenteel heeft veranderd.
De Duitse verkiezingen lieten eveneens zien dat de Oost-West-scheidslijn niet simpelweg tussen Duitsland en zijn postcommunistische buren loopt, maar soms ook in het Westen zelf. In de oostelijke deelstaten van Duitsland, die vroeger de DDR vormden en waar zich minder vluchtelingen hebben gevestigd dan in andere delen van het land, behaalde het ultrarechtse Alternative für Deutschland zijn beste resultaten. En hoewel de Oost-West-scheidslijn oppervlakkig gezien misschien over migratie gaat, heeft de vluchtelingencrisis in werkelijkheid de toenemende verontwaardiging van de voormalige Oost-Duitsers over de erfenis van de val van het communisme zichtbaar gemaakt.
Een lokale politicus in het oosten van Duitsland legde het me aldus uit: ‘De regering wil dat wij de vluchtelingen als gelijkwaardig beschouwen, maar waarom beschouwen ze ons niet eerst als gelijkwaardig?’ Meer dan 25 jaar na de Duitse hereniging voelen veel voormalige Oost-Duitsers zich nog steeds tweederangsburgers wier salarissen en pensioenen lager zijn dan die in het westelijke deel van het land.
Het is een perverse ironie dat juist AfD de wrevel van de verliezers van de hereniging succesvol heeft gemobiliseerd, en niet de postcommunistische Die Linke. De DDR heeft zichzelf altijd afgeschilderd als de belichaming van het Duitse antifascisme. Nu maakt heimwee naar de DDR, of ten minste de wrok over de manier waarop Duitsland met zijn erfenis is omgegaan, het mogelijk dat een fascistisch angehauchte partij een stem in het parlement krijgt.
De crisis in het politieke centrum, veroorzaakt door het verzet tegen de pro-vluchtelingenpolitiek van de Duitse regering, zou het makkelijker kunnen maken om een gemeenschappelijk beleid inzake migratie in Europa te ontwikkelen. Daar is men het er nu algemeen over eens dat grenzen gesloten moeten worden of op zijn minst slechts voorzichtig mogen worden geopend.
Maar tegelijkertijd heeft de convergentie tussen Oost en West inzake migratie het wantrouwen tussen het Europese Oosten en Westen alleen maar aangewakkerd. De coalitie die naar verwachting in Duitsland zal gaan regeren – gevormd door christen-democraten, liberalen en groenen – zal waarschijnlijk kritischer staan tegenover Oost-Europese regeringen dan de vertrekkende coalitie. De nieuwe Duitse regering is misschien wel bereid om enkele anti-migratiemaatregelen aan te nemen die de Oost-Europeanen voorstaan, maar zal ook meer druk uitoefenen op de regeringen die oorspronkelijk pleitbezorger waren van dat beleid.
Mensen met wortels gingen wrok koesteren jegens mensen met benen. Het zijn dan ook de inwoners van de ontvolkte gebieden in Europa die het meest enthousiast op populisten stemden
Vreemdelingenangst lijkt ten grondslag te liggen aan het conflict tussen Europa’s Oosten en Westen, maar dat het Oosten zich nu verwijdert van het Europese project lijkt eerder geworteld in het trauma van diegenen die vertrokken zijn. Beschouw het als een uitgestelde reactie op de gevolgen van het feit dat in de afgelopen 25 jaar miljoenen Oost-Europeanen naar het Westen zijn geëmigreerd.
In de periode tussen 1990 en 2015 verloor de voormalige DDR 15 procent van haar inwoners. Die massamigratie vanuit het postcommunistische Europa was niet alleen schadelijk voor de economische concurrentie en de politieke dynamiek, maar zorgde er ook voor dat diegenen die besloten thuis te blijven het gevoel kregen de verliezers te zijn. Mensen met wortels gingen wrok koesteren jegens mensen met benen. Het zijn dan ook de inwoners van de ontvolkte gebieden in Europa die het meest enthousiast op populisten stemden.
En hoewel er zowel in het oosten als het westen van Duitsland en in het oosten en westen van Europa politieke woede is, zien we een duidelijk patroon: als westerlingen ontevreden zijn over de status quo, zoeken ze over het algemeen alternatieven binnen of rondom de gevestigde politiek – veel van de mensen die teleurgesteld waren in Merkels christen-democraten in West-Duitsland stemden op de liberalen – maar in het oosten zoeken kiezers alternatieven in extreem-links of -rechts.
De centrale rol van Duitsland voor de toekomst van Europa wordt niet alleen bepaald door zijn economische en politieke kracht, maar ook door het feit dat Duitsland als geen ander Europees land de Oost-West-scheidslijn niet zozeer ervaart als een botsing tussen lidstaten, maar als een splitsing in de eigen maatschappij.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.