Volgens UNESCO valt het stokbrood onder immaterieel erfgoed
UNESCO heeft het Franse stokbrood de status van werelderfgoed toegekend. Zowel de traditie van het maken van het brood en de hele cultuur eromheen kregen de status van ‘immaterieel cultureel erfgoed’. Volgens France24 worden er jaarlijks zes miljard stokbroden in Frankrijk gebakken.
Desondanks gaat het niet geweldig met het stokbrood in Frankrijk. Per jaar sluiten circa vierhond ambachtelijke bakkerijen de deuren. Met name op het platteland gaan steeds meer bakkerijen dicht, die de concurrentie van industriële bakkerijen en grote supermarkten niet langer aankunnen. Franse bakkers zien de toewijzing als een erkenning van de Franse cultuur en geschiedenis.
Stokbrood, of baguette in het Frans, moet minimaal 80 gram wegen en mag niet langer dan 40 centimeter zijn. Frankrijk diende vorig jaar het verzoek in bij de UNESCO om het tot immaterieel cultureel erfgoed te bekronen. Ook de zinken daken van Parijse huizen werden toen voorgesteld, maar de commissie koos enkel voor de wereldberoemde broden.
McFall kan de eerste mens met een handicap in de ruimte worden
Voor het eerst heeft de Europese ruimteorganisatie ESA een persoon met een handicap uitgekozen om astronaut te worden, schrijft persbureau Reuters. Het gaat om John McFall, een Brit die zijn land eerder op de Paralympische Spelen vertegenwoordigde als hardloper. McFall kan de eerste ‘parastronaut’, oftewel astronaut met een handicap, in de ruimte ooit worden.
De ESA selecteerde voor het eerst sinds 2009 nieuwe kandidaten om astronauten te worden. Uit 22 verschillende landen werden zeventien mensen geselecteerd. Bij de selectieronde werd er specifiek ook gevraagd om mensen met een handicap. De organisatie kreeg bijna 260 sollicitaties voor mensen die parastronaut wilden worden.
McFall is de gelukkige. Het been van de Brit werd op negentienjarige leeftijd geamputeerd nadat hij een motorongeluk had gehad. Hij werd atleet en won in 2008 in Beijing de bronzen medaille op de 100 meter. Daarna studeerde McFall af tot arts. In een eerste reactie zei McFall dat ‘wetenschap voor iedereen is en ruimtevaart hopelijk voor iedereen kan zijn’.
De Italiaanse filosoof Donatella di Cesare is fel tegen de rechtvaardiging van wapenleveranties aan Oekraïne ‘omdat het land ook onze Europese waarden verdedigt’. Ze vraagt zich af welke waarden dat dan zouden zijn.
Wat betekent het om pacifist te zijn? Met die vraag maakte de Italiaanse filosoof Donatella di Cesare eind maart in een veelbekeken stellingname op het YouTubekanaal van de ngo Emergency furore. Daar verklaarde ze in hoeverre je als echte pacifist moedig tegen de mentale luiheid, tegen de simplificaties en mystificaties van het militaire establishment in moet denken. Daarbij zijn er geen grijstinten: ‘Of wapens, of vrede (…) Koester nooit bewondering voor geweld, haat nooit je vijanden (…) wij volgen de handelaren in de dood niet na in hun macabere dans, anders zullen we in Europa geen rechtvaardige vrede hebben, maar zoals Kant zegt, de eeuwige vrede van de kerkhoven en de dood.’
Koester nooit bewondering voor geweld, haat nooit je vijanden
Di Cesare is professor theoretische filosofie aan de Universiteit Sapienza Rome en tegenwoordig een van de meest prominente stemmen onder de hartstochtelijke pacifisten en consequente tegenstanders van wapens. Door haar openlijke stellingname heeft ze zich – net als de vredesactivisten in Duitsland – kwetsbaar gemaakt en moest ze de vijandige reacties verdragen waarmee je te maken krijgt wanneer je van internationale bondgenootschappen, staten en politici een alternatief verlangt voor militaire bewapening, maar als idealistische denker zelf geen concrete oplossingen kan bieden tegen een brute aanvalsoorlog, behalve dan de raad om tegenover de oorlogszuchtige logica eerst een pas terug te doen, na te denken, te beraadslagen en vreedzame alter-natieven te vinden.
Europese waarde
Ook al komt deze houding tegenover de oorlog tegenwoordig wat wereldvreemd over, toch is die gebaseerd op veel uitgebreidere filosofische overwegingen, die ook terug te vinden zijn in haar definitie van pacifisme. In een centrale passage van de YouTube-video betwijfelt ze bijvoorbeeld de gangbare bewering dat men Oekraïne militair moet helpen omdat het land ook onze Europese waarden verdedigt en ze vraagt zich af welke waarden dat dan zouden zijn.
Naar haar mening gaat het hier om vrijheid en democratie, jawel, maar vooral om vaderland, nationale iden-titeit en grond. Men mag volgens Di Cesare niet vergeten dat de huidige oorlogvoerende partijen twee zeer nationalistische staten zijn in een geglobaliseerd Europa. Een gevaarlijk scenario omdat de Europese bevolkingen in een geglobaliseerde wereld steeds sterker vermengd raken en de staten (gebieden met erkende grenzen en regeringen) het concept van de natie (een gemeenschap van mensen, verbonden door een taal, cultuur, religie en geschiedenis) zouden gebruiken om hun grenzen te versterken.
Zowel de staat als de natie zijn gevaarlijke mythen uit het verleden
De naties zouden op hun beurt de staat benutten om hun vermeende integriteit en het idee van etnische zuiverheid te propageren, wat tot discriminatie van vreemdelingen zou leiden. Volgens Di Cesare zijn beide, zowel de staat als de natie, echter gevaarlijke mythen uit het verleden. Zo ook de mythe van het vaderland, oftewel de aanname dat mensen in een land geboren worden en derhalve tot dit land behoren, dat daarom ook van hen zou zijn en waardoor ze de soevereiniteit en het recht zouden bezitten om anderen de toegang te weigeren. Tegenover zo’n Europa van staten, naties en vaderlanden formuleert zij de idee van een open Europa van coëxistentie, van het vreedzaam samenleven, van het samenwonen. Voordat je het hebt over het redden van Europese waarden moet het altijd in de eerste plaats gaan om het redden van mensenlevens.
Demystificeren
De argumentatie van Di Cesare is te begrijpen, maar toch laat ze je met het oog op de actuele situatie een beetje radeloos achter. Ze is overtuigend in haar eis om concepten als staat, natie en vaderland te demystificeren omdat daarmee oorlogshandelingen worden gerechtvaardigd, maar het is onduidelijk hoe haar ideeën in de huidige situatie toegepast zouden kunnen worden, zelfs wanneer alle Europese regeringen het plotseling met haar eens zouden zijn. Nog afgezien van het feit dat de prijs voor Oekraïne heel hoog zou zijn en Poetin als stralende winnaar uit de bus zou komen.
Natuurlijk moet je altijd – en liefst zonder wapens – koel blijven nadenken, onderhandelen en naar vrede streven, maar hoe moet je reageren als een agressor en autocraat daarvan niet onder de indruk is en liever vasthoudt aan het met geweld overeind houden van zijn eigen nationale mythe? Vrede is alleen mogelijk zolang allen zich daaraan committeren. Aan de andere kant behoort het niet tot de functieomschrijving van filosofen om pragmatische oplossingen te leveren. Door vragen te blijven stellen moeten en willen ze eerder aanzetten tot reflectie en het overwegen van alternatieven.
De oorlog maakt eclatante, voor veel mensen levensbedreigende of zelfs dodelijke tegenstrijdigheden zichtbaar
Toch moeten we Di Cesares vredelievende denken ook niet kortweg als irrelevant of zelfs naïef veroordelen. Haar houding ten aanzien van de actuele situatie en haar bezwaren jegens de EU en de NAVO zijn beter te begrijpen als je haar onlangs verschenen boek Stranieri residenti. Una filosofia della migrazione hebt gelezen. Want in de huidige oorlog met al zijn militaire, sociale en economische consequenties, maar in het bijzonder in de omgang van de Europese landen met Oekraiënse vluchtelingen, worden uitdagingen zichtbaar waarop een internationale gemeenschap met haar staten en naties wel dringend een antwoord moet vinden als ze ook in de toekomst een vreedzaam samenleven voor zo veel mogelijk mensen wil garanderen.
De oorlog maakt eclatante, voor veel mensen levensbedreigende of zelfs dodelijke tegenstrijdigheden zichtbaar. Di Cesare heeft daarop ook gewezen in een gesprek met NZZ Magazin: waarom beschouwen Europese landen Oekraïne en zijn vluchtelingen als dragers van Europese waarden, die men hartelijk ontvangt met een onmiddellijke verblijfsvergunning en geprivilegieerde steunmaatregelen, terwijl mensen uit andere landen uitgewezen, aan het lijntje gehouden, afgeschoven, in afgelegen kampen vastgehouden of op de Middellandse Zee teruggeduwd worden? Welke vluchtredenen zijn legitiem om asiel te krijgen? Wie definieert de criteria waarmee mensen uit oorlogsgebieden erkend worden, maar niet degenen die slechts vluchten voor een gewapend conflict, voor terreur, armoede, honger en de gevolgen van klimaatverandering? Wie wordt gedefinieerd als een welkome vluchteling die als economisch rendabel in een samenleving kan worden opgenomen, en wie krijgt de status van een gewone migrant, een in zekere zin foute vluchteling die een land zo snel mogelijk weer moet verlaten?
‘Filosofie van de migratie’
Ook de socioloog Steffen Mau heeft in zijn laatste boek Sortiermaschinen: Die Neuerfindung der Grenze im 21. Jahrhundert de aandacht gevestigd op deze ongerijmdheden. Terwijl in tijden van globalisering de wereld steeds opener lijkt en de mobiliteit van mensen toeneemt, worden landsgrenzen op een heel nieuwe manier beveiligd en worden er zelfs ‘slimme’ virtuele controlemechanismen ingevoerd, die tot ver over de grenzen van een enkel land reiken. Volgens Di Cesare legt de migrant de tegenstrijdigheid van dit nieuwe veiligheidsregime bloot: terwijl dezelfde staten enerzijds bij elke gelegenheid pleiten voor algemeen geldige mensenrechten, treden ze in de praktijk steeds meer op als deurwachters die de nieuw aangekomenen nationale en menselijke rechten weigeren door hun de toegang tot de VIP-afdelingen van de nationale chambres séparées te ontzeggen.
Tegenover de starre perspectieven van staten en naties die op grond van grondbezit een binnen en een buiten definiëren, eist Di Cesare in haar ‘filosofie van de migratie’ met denkers als Hannah Arendt, Immanuel Kant, Martin Heidegger, Jacques Derrida of Michel Foucault een eigentijds ius migrandi, een nieuw mensenrecht voor de realiteit van de zowel fragielere als mobielere levensomstandigheden van de eenentwintigste eeuw: een Europa van coëxistentie, in het besef dat ieder mens tijdelijk een plekje op deze aarde kan bewonen, maar dat nooit kan bezitten, wetend dat we ‘in de planetaire ballingschap van de globalisering allemaal inheemse vreemdelingen zijn’.
Hij vraagt alleen om een plaats in een nieuwe gemeenschap, in de verwachting met anderen samen te kunnen wonen
Met de figuur van de ‘inheemse vreemdeling’ beschrijft Di Cesare het concept van gastvrijheid en de verhouding tussen staatsburgers en vreemdelingen op een gelijkwaardige, nieuwe manier, in het kader van een wereldgemeenschap waarin iedereen de mogelijkheid heeft te wonen waar hij wil. Daarbij gaat het echter in geen geval om een soort wereldburgerschap of een liberale flexibiliteit en mobiliteit van werknemers op een internationale markt, maar om een ruimte voorbij grenzen en tegenstellingen. Om een nieuwe wereldorde waarin het samenleven, evenals – fundamenteler – het menselijke in-de-wereld-zijn, opnieuw gedefinieerd kan worden, zonder identitaire verwortelingen in een vermeend vaderland.
‘Europa moet inderdaad verdedigd worden’, schrijft ze in het nawoord bij de Duitse uitgave van haar boek, ‘maar niet in het teken van een afwijzende en zich afsluitende behoudendheid, maar in het teken van de transformatie.’ En met deze verandering van de wereldordening en de territoria worden niet alleen de fysieke grenzen bedoeld: ‘Wie de gruwel van de oorlog heeft moeten ervaren en honger en ellende moest verdragen, verlangt er niet naar om waar dan ook vrij te verkeren; hij hoopt daarentegen daar aan te komen waar de wereld weer iets gemeenschappelijks kan zijn. Hij streeft niet naar een lege kosmopolitische gemeenschap met de andere wereldburgers en maakt ook geen aanspraak op een plekje onder de zon; hij vraagt alleen om een plaats in een nieuwe gemeenschap, in de verwachting met anderen samen te kunnen wonen.’
Het voorstel dat Di Cesare met haar ‘filosofie van de migratie’ doet, is dus niet in de laatste plaats ook te begrijpen als een migratie van het denken. En mogelijk – of in het beste geval – draagt de afschuwelijke aanvalsoorlog er ondanks al zijn wapens toe bij dat veel mensen zich geestelijk opmaken om deze weg in te slaan, om zich althans in gedachten eens in een ander, vreedzamer Europa te begeven.
Temperaturen in Europa stijgen harder dan elders in de wereld
Waar temperaturen wereldwijd omhoog gaan, zijn ze de afgelopen decennia vooral hard gestegen in Europa. Dat schrijft Deutsche Welle op basis van een rapport van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), een onderzoeksorganisatie gelieerd aan de VN. Ondanks dat Europa de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk heeft verminderd, is de temperatuur op het continent in de afgelopen dertig jaar twee keer zo hard gestegen als elders in de wereld.
Volgens de WMO stegen de temperaturen in Europa tussen 1991 en 2021 gemiddeld met 0,5 °C per decennium. Gletsjers in de Alpen zouden in dezelfde periode ruim dertig meter aan dikte hebben verloren door de opgelopen temperaturen. De organisatie wijst erop dat de extreme hittegolven van de afgelopen jaren de komende jaren nóg vaker kunnen gaan voorkomen.
Tussen 1990 en 2020 wisten EU-landen de uitstoot van broeikasgassen wél drastisch te verminderen: met 31 procent, volgens het WMO-rapport. ‘Europa kan een sleutelrol spelen om tegen het midden van de eeuw een koolstofneutrale samenleving tot stand te brengen en zo de Overeenkomst van Parijs na te leven,’ zei secretaris-generaal van de WMO Petteri Taalas bij de presentatie van het rapport.
De voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, kondigde in de nacht van donderdag 20 op vrijdag 21 oktober aan dat de regeringsleiders van de Europese Unie waren overeengekomen ‘te werken aan maatregelen’ om de stijging van de energieprijzen af te remmen. De gezamenlijke verklaring kwam na twee dagen van zware onderhandelingen in Brussel, aldus Deutsche Welle.
De besprekingen, schrijft de Duitse omroep, duurden tot donderdagavond ‘omdat de verdeeldheid tussen sommige landen niet kon worden overbrugd’ en er geen consensus werd bereikt over een maximumprijs voor gas. Ten minste vijftien van de zevenentwintig landen op de top drongen aan op een gezamenlijk prijsplafond voor gas om de kosten van levensonderhoud te beteugelen.
Duitsland en zijn traditionele partner Frankrijk stonden in het debat over de maximumprijs voor gas tegenover elkaar. Berlijn pleitte ervoor een dergelijke maatregel niet in te voeren uit vrees dat gasleveranciers hun gas naar Aziatische markten zouden sturen en dat de prikkel om energie te besparen zou worden verminderd.
Voorlopig heeft de Europese Commissie voorgesteld dat landen hun gasinkopen gaan bundelen. Ook heeft zij een compromis aangeboden waardoor in uitzonderlijke omstandigheden een prijscorrectiemechanisme in werking kan treden.
Saoedi-Arabië en Rusland, die optreden als leiders van het energiekartel OPEC+, hebben gisteren ingestemd met een productievermindering van twee miljoen vaten olie per dag. De organisatie van olie-exporterende landen doet dat om de prijzen te doen stijgen, in weerwil van pogingen van de VS en Europa om de enorme inkomsten die Moskou uit de verkoop van ruwe olie haalt, af te snijden, analyseert The New York Times. De vermindering vertegenwoordigt ongeveer 2 procent van de wereldwijde olieproductie en is de eerste in meer dan twee jaar.
De prijs van ruwe Brentolie steeg na de vergadering met 1,5 procent
Door de productie te verlagen, wilde OPEC+ ook een signaal afgeven aan de energie-importerende landen over de cohesie van de organisatie tijdens de oorlog in Oekraïne en haar bereidheid om snel te handelen om te hoge prijzen te voorkomen, aldus analisten. Het Witte Huis bekritiseerde het besluit en omschreef het in een verklaring als ‘kortzichtig’, gezien de toestand van de wereldeconomie, aldus het New Yorkse dagblad.
De prijs van ruwe Brentolie, de internationale benchmark, die tijdens de zomer was ingezakt, steeg na de vergadering met meer dan 1,5 procent, waarmee de prijsstijging van de afgelopen dagen werd doorgezet en de prijzen weer op het niveau van medio september kwamen.
Orbán noemt sancties ‘oorzaak van economische problemen’
Viktor Orbán eist dat de EU-sancties tegen Rusland uiterlijk eind dit jaar worden opgeheven. De Hongaarse premier heeft de sancties tot nu toe slechts schoorvoetend gesteund. ‘Nu neemt hij opnieuw duidelijk stelling tegen Brussel, en zijn motivatie is transparant’, schrijft Der Spiegel. De strafmaatregelen tegen Moskou na de aanval op Oekraïne zijn ’door de Brusselse bureaucraten aan de Europeanen opgedrongen’, aldus de rechtspopulist, volgens het regeringsgezinde dagblad Magyar Nemzet.
Orbán sprak woensdagavond op een bijeenkomst van de regerende Fidesz-partij in de badplaats Balatonalmadi aan het Balatonmeer. ’De sancties veroorzaken economische problemen, de energiecrisis en inflatie,’ vervolgde hij zijn toespraak.
Rusland heeft sinds 2014 heimelijk minstens 300 miljoen dollar gegeven aan politieke partijen, ambtenaren en politici in meer dan twee dozijn landen, en is van plan nog honderden miljoenen over te maken, met als doel politieke invloed uit te oefenen en verkiezingen te beïnvloeden, aldus een samenvatting van het State Department van een recent onderzoek van de Amerikaanse inlichtingendienst. Rusland heeft waarschijnlijk nog meer gegeven dat onopgemerkt is gebleven, aldus het document, bericht The New York Times.
‘Het Kremlin en zijn afgevaardigden hebben deze middelen overgemaakt in een poging het buitenlandse politieke klimaat in het voordeel van Moskou te beïnvloeden’, aldus het document. Volgens de Amerikaanse inlichtingendienst probeerde een Russische zakenman vorig jaar pro-Russische denktanks in Europa te gebruiken om extreemrechtse nationalistische partijen te steunen.
Het document waarschuwde dat Rusland de komende maanden zijn ‘instrumentarium voor heimelijke beïnvloeding’, waaronder geheime politieke financiering, in grote delen van de wereld zou kunnen gebruiken om te proberen de door de VS geleide sancties tegen Rusland te ondermijnen en om ’zijn invloed in deze regio’s te handhaven tijdens de aanhoudende oorlog in Oekraïne’, aldus The New York Times.
Stockholm in plaats van Rome? Oktober in plaats van juli? Toeristen in Europa zullen waarschijnlijk hun vakanties aanpassen vanwege de stijgende temperaturen. Het continent wordt door klimaatonderzoekers aangemerkt als een ‘hot spot’ voor ernstige zomerse hitte.
Afgelopen week vielen er in een aantal landen meerdere doden als gevolg van de extreem hoge temperaturen. Zo bezweken in Griekenland verschillende toeristen – waaronder een presentator van de BBC – aan de hitte, terwijl er bij de hadj in Mekka al minstens duizend doden gevallen zijn.
Dit artikel van The New York Times van de zomer van twee jaar geleden wijst een trend aan die onder toeristen zichtbaar begint te worden: het uitstellen van een vakantiereis of het wijzigen van een bestemming in verband met extreme hitte. Steeds vaker kiezen mensen voor een vakantie die buiten de zomermaanden valt. ‘De hitte zal een grote rol gaan spelen in het bepalen waarheen we gaan, wanneer we gaan en of we gaan,’ aldus een klimaatexpert.
Het was midden juli, hoogseizoen voor zomervakanties, en het nieuws uit Europa zag er slecht uit. Vanwege een door hitte veroorzaakt ‘defect aan het oppervlak’ was de landingsbaan op de Londense luchthaven Luton kortstondig gesloten. Treinen in heel Groot-Brittannië waren vertraagd of werden geannuleerd wegens oververhitte sporen. Meer dan twee dozijn weerstations in Frankrijk registreerden de hoogste temperaturen ooit. En natuurbranden laaiden op in toeristische gebieden in Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië en Griekenland, onder meer vlakbij Athene.
‘Als je van het centrum van de stad naar buiten keek, zag je de Acropolis en daarachter kon je in de verte een rode waas zien,’ zegt Peter Vlitas, onderdirecteur van Internova Travel Group, die in Athene was tijdens bosbranden die de brandweer inmiddels onder controle heeft.
Vlitas voegt eraan toe dat hij de rook vanuit zijn hotel kon ruiken en dat hij soms zijn deur moest sluiten om te voorkomen dat fijne as zijn kamer binnenwaaide. Maar het leven in Athene, zegt hij, ging gewoon door.
‘De tavernes zitten ’s avonds vol en de taxichauffeurs hebben het druk, wat altijd een goede indicatie is,’ zegt Vlitas, die nog steeds in Athene is. ‘Griekenland ervaart wat de rest van Europa ook ervaart: een recordaantal toeristen.’
De zomerse reiskalender van Europa begint zich uit te breiden met koelere maanden
Na meer dan twee jaar uitstel van hun vakanties, zijn reizigers niet geneigd om reizen te annuleren, ook niet vanwege weersomstandigheden die voor krantenkoppen zorgen. Maar verschillende mensen in de sector spreken van een toenemend aantal reizigers dat, rekening houdend met hoge temperaturen, van bestemming verandert, dagschema’s aanpast of hun reis voor een maand of twee uitstelt.
Gezien het tempo en de ontwikkeling van klimaatverandering, zullen dergelijke aanpassingen de komende jaren waarschijnlijk steeds vaker voorkomen – en steeds noodzakelijker worden. Dat geldt met name voor reizen naar Europa, een regio die door klimaatonderzoekers wordt omschreven als een ‘hot spot’ voor ernstige zomerse hitte, waar hittegolven volgens de voorspellingen in de toekomst langer, frequenter en heviger zullen zijn.
Ondanks de hoge toeristencijfers van deze zomer zijn er al subtiele tekenen dat de hitte veranderingen in de hand werkt die in de toekomst wel eens de norm zouden kunnen worden. De zomerse reiskalender van Europa begint zich uit te breiden met de kalmere (en koelere) maanden april, mei, september en oktober, terwijl veel reizigers hun reisroutes verleggen naar het noorden en in de richting van de kust.
Veranderde reisplannen
Karen Magee, onderdirecteur en algemeen manager van In the Know Experiences, zegt dat haar reisbureau sinds medio juli van klanten de vraag begon te krijgen of hun reisplannen konden worden aangepast, rekening houdend met de warmte.
‘Dat was nieuw,’ zegt Magee. ‘Ik kan niet herinneren dat mensen eerder belden en zeiden: “Misschien slaan we Rome over en kiezen we voor een stad die makkelijker toegang tot het strand biedt.” Of ze hebben bijvoorbeeld hun verblijf in de stad ingekort en ervoor gekozen om iets eerder naar het platteland te gaan dan ze hadden gepland.’
Dolev Azaria, de oprichter van Azaria Travel, hielp een familie die op het laatste moment besloot de eerste vijf dagen van hun vakantie in Amsterdam door te brengen in plaats van in Rome, alleen maar om de hitte te vermijden. Andere klanten schrapten hun plannen voor Toscane en boekten om naar Sicilië, waar ten minste een mediterraan briesje zou zijn.
Steden als Kopenhagen en Amsterdam komen naar voren
‘Het doel is om een klant te verplaatsen van een oververhitte stad naar een plek bij het water,’ zegt Azaria. ‘Dan komen steden als Kopenhagen en Amsterdam naar voren, bestemmingen die onze klanten oorspronkelijk misschien niet zouden hebben gekozen.’
Azaria zegt dat ze tot nu toe nog geen volledige annuleringen heeft gehad. ‘Er is zoveel opgehoopte vraag. We zijn in deze zomer eigenlijk de uitgestelde reizen van de afgelopen twee jaar aan het organiseren.’
Vooruitblikkend naar volgend jaar houdt Azaria rekening met een verlengd zomervakantieseizoen. ‘We zien al dat de zomer zich echt uitstrekt tot het einde van september, zelfs tot half oktober,’ zegt ze.
Reizigers die misschien overwegen om aanspraak te maken op hun verzekering vanwege de extreme hitte, zullen ontdekken dat annuleringsverzekeringen weinig mogelijkheden bieden tot restitutie. Zo maakten klanten van reisadviseur en oprichter van Pyxis Guides Jude Vargas zich zorgen over de hitte tijdens een aanstaande familiereis naar Portugal, maar ze gingen uiteindelijk wel.
‘Ze maakten zich zorgen over hun kinderen,’ zegt Vargas. ‘Maar ze realiseerden zich dat ze eraan vastzaten.’
Het is onwaarschijnlijk dat reisverzekeringen reizigers zullen dekken die een reis annuleren als gevolg van een hittegolf, zegt ook Dan Drennen, directeur verkoop en marketing bij Travel Insurance Center. De enige polis die in een dergelijk scenario van toepassing zou kunnen zijn, is een ‘annuleringsverzekering om welke reden dan ook’, aldus Drennen. Hij voegt eraan toe dat een dergelijke verzekering meestal zo’n veertig procent duurder is dan een normale dekking en over het algemeen maximaal 75 procent van de totale reiskosten vergoedt. Hij raadt reizigers aan om onderzoek te doen en met een adviseur te overleggen voordat ze een verzekering nemen, zodat ze weten wat er wordt gedekt en wat niet.
‘Mensen nemen aan dat deze verzekeringen in alles voorzien, maar dat doen ze dus niet,’ aldus Drennen.
Aanpassingen onderweg
Mensen met reisplannen kunnen een aantal praktische stappen doen om met de hitte om te gaan. Vargas hielp haar klanten om hun reizen in de middag te verzetten naar de koelere avonduren, maar omdat het dit reisseizoen zo druk is, kunnen lastminuteplekken moeilijk te vinden zijn. Ze beveelt ook aan om te reizen met een spuitfles met een ventilator eraan, een draagbaar apparaat dat ze omschrijft als ‘een redder in nood, zeker als je kinderen hebt’. Gebruik van een paraplu als parasol kan ook helpen. Vooruitkijkend naar volgend jaar voegt ze toe dat ze zich zal gaan richten op reizen in maanden als mei en oktober.
Héctor Coronel Gutiérrez, directeur toerisme van de gemeente Madrid, adviseert bezoekers die hoogzomer naar zijn stad komen om groene gebieden op te zoeken, waaronder het Madrid Río-park, met veel schaduwrijke plekken en een zone met fonteinen waar kinderen in het water kunnen spelen. Hij voegt eraan toe dat juli en augustus weliswaar heet zijn, maar dat de stad dan over het algemeen rustiger is dan in mei en juni, zodat het makkelijker is om mensenmassa’s te vermijden.
Het is ook gemakkelijk om in Spanje airconditioning te vinden, hoewel Amerikaanse bezoekers de gebouwen warmer zouden kunnen vinden dan ze gewend zijn. In een poging om het energieverbruik te verminderen, kondigde de Spaanse regering eerder deze week aan dat winkelcentra, bioscopen, luchthavens en andere locaties hun thermostaat niet langer op temperaturen onder 27 graden Celsius mogen instellen.
‘Oorden die gewend zijn aan absurde hitte, zoals Spanje, hebben hun levensstijl eraan aangepast’
Schrijver en touroperator Rick Steves, die onlangs terugkeerde uit Spanje, zegt dat reizigers Madrid in de zomer wel eens comfortabeler zouden kunnen vinden dan steden als Londen, Parijs of Frankfurt, waar hoge temperaturen en dus airconditioning niet de norm zijn.
‘Oorden die gewend zijn aan absurde hitte, zoals Spanje, hebben hun levensstijl eraan aangepast – ze houden een siësta, er zijn trottoirs met canvas luifels erboven zodat mensen schaduw hebben terwijl ze rondlopen en ze hebben restaurants die zo zijn ingericht dat ze mensen koelte bieden,’ aldus Steves.
Naast praktische stappen zoals het gebruik van zonnebrandcrème en veel water drinken adviseert Steves reizigers om kaartjes voor musea vooraf te boeken om te voorkomen dat ze in de hitte in de rij moeten staan. Hij sluit zich aan bij Vargas met het advies om in de toekomst voor reizen het voor- en naseizoen te overwegen: dat wordt door zijn bedrijf nu gedefinieerd als april en oktober en niet langer als mei en september.
CO2-uitstoot
‘Dit is een periode van aanpassing, waarin we ons voorbereiden op verergering van de gevolgen van klimaatverandering,’ aldus Steves, die wijst op de ironie van reizigers die klagen over hogere temperaturen terwijl ze wel op vluchten met een grote CO2-uitstoot naar Europa stappen. Hij vindt dat reisorganisaties moeten investeren in klimaatbewustzijn, klimaatvriendelijke landbouw en soortgelijke initiatieven om de uitstoot van reizen naar Europa te verminderen. CO2-compensatie is een andere optie, maar deskundigen zijn het er in het algemeen over eens dat die programma’s alleen niet voldoende zijn om de volledige CO2-kosten van onze vluchten te dekken.
Zelfs als we vandaag alle broeikasgasemissies zouden stoppen, is een bepaalde hoeveelheid extra opwarming al ingebakken in het systeem, zegt Rebecca Carter, die als hoofd klimaatadaptatie werkt bij het World Resources Institute, een denktank gevestigd in Washington D.C. Maar we zijn niet gestopt met de uitstoot van broeikasgassen: de uitstoot van kooldioxide neemt toe en de aarde warmt sneller op dan ooit tevoren.
De intense hitte van deze zomer ‘is geen toevalstreffer’, zegt Carter, ‘maar eerder het begin van een trend waarvan we meer zullen gaan zien’.
Het bewijs ervan in Europa is duidelijk: in de historische weerstatistieken van Groot-Brittannië (die teruggaan tot 1884) dateren de tien warmste jaren allemaal uit deze eeuw. In Duitsland is het gemiddelde aantal ‘warme dagen’ per jaar (dagen met temperaturen van 30 graden Celsius of meer) sinds de jaren vijftig aanzienlijk gestegen. En wetenschappers berekenden in Frankrijk dat de gemiddelde temperaturen in de noordoostelijke stad Straatsburg nu ongeveer gelijk zijn aan die in de jaren zeventig in Lyon, dat bijna vijfhonderd kilometer zuidelijker ligt.
Carter voegt eraan toe dat klimaatverandering zich zal blijven manifesteren in de vorm van hittegolven en andere extreme weersomstandigheden, die de reislogistiek zullen verstoren. Ze wijst er bijvoorbeeld op dat vliegtuigen niet gecertificeerd zijn om boven bepaalde temperaturen te vliegen en dat door die limiet in het verleden al vluchten aan de grond zijn gehouden. Maar als het aankomt op individuele reisbeslissingen zal veel neerkomen op persoonlijke tolerantie voor hitte.
‘De hitte zal een grote rol gaan spelen in het bepalen waarheen we gaan, wanneer we gaan en of we gaan,’ zegt Carter.
De oorlog met Rusland heeft ervoor gezorgd dat de EU haar vizier richt op Afrika voor olie en gas. Het continent heeft die brandstoffen evengoed nodig.
Naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne is de EU al een tijdje wanhopig op zoek naar vervangers voor steenkool, olie en gas. In het document REPowerEU stelt de Europese Commissie zich ten doel ‘Europa vóór 2030 onafhankelijk te maken van Russische fossiele brandstoffen’. Daartoe wil de EU in de eerste plaats samenwerken met ‘internationale partners om alternatieve energiebronnen te vinden’, zoals het gas dat in sommige Afrikaanse landen onder de grond is opgeslagen.
In de afgelopen maanden hebben verschillende Europese ambtenaren Algiers, Dakar, Abuja, Brazzaville en Luanda bezocht om de mogelijkheden voor grotere gasinvoer te onderzoeken. De Europese Commissie heeft een tripartiete overeenkomst ondertekend om de aankomst van Israëlisch gas via Egypte te verzekeren. Bovendien worden de investeringen van Europese ondernemingen in lng-projecten nieuw leven ingeblazen. Enkele voorbeelden: BP in Senegal en Mauritanië; ENI in Algerije, Egypte, Nigeria, Angola en de Republiek Congo; Equinor en Shell in Mozambique en Tanzania.
Afrikaanse ontwikkeling
Aardgas wordt echter niet alleen geëxporteerd, maar ook steeds meer binnen Afrikaanse landen gebruikt. Het wordt veelal gezien als een belangrijke stap richting de energietransitie, en een garantie voor ontwikkeling. Gasflessen kunnen heviger vervuilende energiebronnen als brandhout of houtskool vervangen, die nu nog op grote schaal in Afrikaanse huishoudens worden gebruikt, en die slecht zijn voor de gezondheid.
De belangrijkste toepassing van gas – vooral in een werelddeel waar maar weinig mensen toegang hebben tot stroom – is het opwekken van elektriciteit. Hiervan wordt al gebruikgemaakt in landen als Ghana, dat weliswaar het grootste deel van zijn olie naar internationale markten exporteert, maar gas gebruikt om in elektrische energie te voorzien. Bovendien kunnen zowel de nationale als de regionale markten via pijpleidingen van aardgas worden voorzien.
Momenteel doorkruist de West-Afrikaanse gaspijpleiding het grondgebied van Nigeria, Benin, Togo en Ghana en een andere pijpleiding verbindt Zuid-Afrika met Mozambique. Dat systeem wordt nog verder uitgebreid via verschillende projecten, zoals de Afrikaanse Renaissance-pijpleiding – een van de twee tussen Mozambique en Zuid-Afrika – en een initiatief dat de levering van gas vanuit Tanzania aan Oeganda mogelijk maakt. In Nigeria werkt men ten slotte aan de Trans-Sahara-gaspijpleiding, die reikt tot aan Algerije, en aan een leiding tussen Nigeria en Marokko. Belangrijk aan deze laatste twee pijpleidingen is dat ze kunnen worden aangesloten op de Europese gasnetwerken.
Export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron
Maar is dat wel mogelijk, om tegelijkertijd naar buiten toe uit te breiden en intern te optimaliseren? Zijn die twee doelen verenigbaar? Kunnen gasleveringen aan Europa worden verhoogd terwijl tegelijkertijd de Afrikaanse huishoudens en productiesector van energie worden voorzien? Hoe kunnen projecten op de buitenlandse markt worden gecombineerd met de energietransitie waar zoveel mensen in Afrika en Europa terecht om vragen?
Sommigen zijn van mening dat al deze doelstellingen samenvallen. Hun voornaamste argument is het geloof dat groeiende Europese belangstelling zal leiden tot de investeringen die nodig zijn om de energiebronnen te exploiteren. Verder wordt beweerd dat de uitvoer van gas naar Europa Afrikaanse landen aanvullende middelen zal verschaffen om in de eigen ontwikkeling te investeren. Maar er zijn factoren die stemmen tot een minder optimistische houding.
Risico’s van aardgas
De energiebehoeften van Afrika zijn veel groter dan die van Europa. Hoezeer de productie en beschikbaarheid van gas op een gegeven moment ook mogen toenemen, export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron. Zo kan een soort hypotheek ontstaan, die de middellange- en langetermijnstrategie voor de ontwikkeling van Afrikaanse energie en industrie in de weg staat.
De infrastructuur die de elektriciteitsvoorziening en de levering van gasflessen aan huishoudens op het continent mogelijk maakt, is niet geschikt voor de export van gas. Waar sprake is van gasexport, ontstaan vaak zogenaamde enclave-economieën. Er zijn talrijke verhalen over mislukte ontwikkelingsprocessen die geworteld waren in de winning en verkoop van natuurlijke hulpbronnen.
De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken
Ook vanuit andere hoek klinken tegenargumenten, namelijk van Afrikaanse milieugroeperingen: gas is een fossiele brandstof, die bijdraagt aan klimaatverandering. Investeren in gas betekent dus dat er minder geld wordt besteed aan de bevordering van hernieuwbare energiebronnen. De Europese belangstelling zou bovendien van korte duur kunnen blijken, aangezien de EU ernaar streeft haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vóór 2030 drastisch te verminderen. De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken.
Net als andere onderaardse grondstoffen leidt de aanwezigheid van gas nogal eens tot perverse, politieke situaties in landen waar het sociaal contract tussen heerser en burger op losse schroeven staat. Zo worden de opbrengsten van gasverkoop vaak ingezet om de macht en de rijkdom van machthebbers uit te breiden, en niet om openbare diensten en economische ontwikkeling te financieren.
Het spreekt voor zich dat de stabiliteit van het sociaal contract en van staatsinstellingen in verschillende Afrikaanse landen sterk uiteenloopt. Maar externe partijen maken geen onderscheid tussen meer of minder democratische regeringen. Paradoxaal genoeg kan Europa’s streven om op het gebied van energie autonoom te worden en niet langer afhankelijk te zijn van een autocraat als Vladimir Poetin, uiteindelijk een steun zijn voor andere autocraten.
Toekomstige dilemma’s
Op een moment als dit, waarop iedereen onder hoogspanning staat, zullen Afrikaanse en Europese leiders weinig interesse hebben in deze redenen, die ertegen pleiten om Europa van meer Afrikaans gas te voorzien. Gelukkig neemt dit alles niet de aandacht weg van de tweede en derde strategie van het REPowerEU-plan, waarmee enige vooruitgang kan worden geboekt, namelijk energiebesparing en versnelde overgang op hernieuwbare energiebronnen.
Ook Afrika kan een belangrijke rol spelen bij de productie van deze schone energiebronnen, zowel voor binnenlands gebruik als voor export. Maar ook dit toekomstbeeld levert dilemma’s op. We kunnen nog niet voorzien wat voor evenwicht Afrikaanse leiders vinden tussen de belangen van internationale investeerders en de behoeften van hun eigen burgers.
Voor zijn vertrek pleitte Boris Johnson voor de herinvoering van pounds en ounces in het VK. Volgens deze auteur was dat het nieuwste salvo in een onzinnige strijd die al tweehonderd jaar woedt. ‘Het metrieke stelsel werd afgekraakt als een onnatuurlijke, atheïstische uitvinding van bloeddorstige revolutionairen.’
Volgens historicus Eric Hobsbawm is ‘het metrieke stelsel het meest blijvende, universele gevolg van de Franse revolutie’. Toch lijkt het Verenigd Koninkrijk vastbesloten het metrologische tij te keren. Waar andere landen het metrieke stelsel hebben omarmd als universele wetenschaps- en handelstaal, wil de regering in ‘Global Britain’ met de herinvoering van het imperiaal stelsel weer terug naar het lokale dialect. Dat is ijdele hoop.
Vechten tegen het metrieke stelsel lijkt in eerste instantie donquichotesk
Vechten tegen het metrieke stelsel lijkt in eerste instantie donquichotesk. Wat maakt het per slot van rekening uit of je je groenten en fruit in ponden of kilo’s koopt, zolang de prijs maar gunstig is? Toch is macht over maatsystemen al millennia ongelooflijk belangrijk voor landen, en deze relatie tussen metrologie en soevereiniteit bestaat vandaag de dag nog steeds. Decreten die uniforme maatvoering voor eerlijke internationale handel veiligstellen zijn terug te vinden in ’s werelds oudste juridische documenten, van de Babylonische Codex Hammurabi tot onze eigen Magna Carta. Boris Johnson maakt – bewust of onbewust – gebruik van deze historische traditie.
Vijandigheid tegenover metrische maten en gewichten is niets nieuws, ze bestond vermoedelijk al voor het definitieve stelsel zelf. Nog voordat de Franse intellectuele elite het metrieke systeem in 1798 rond had, vreesden wetenschappers en politici dat de nieuwe eenheden de bevolking tegen zich in het harnas zouden jagen en dat de definitie van de meter – afgeleid van de meridiaan van Parijs en gedefinieerd als een tienmiljoenste van de afstand tussen de noordpool en de evenaar – te Frans was om te worden overgenomen door andere landen. Dit was inderdaad precies de reden waarom Thomas Jefferson, die het gebruik van het metrieke stelsel voor de VS overwoog, het systeem als ‘onwerkbaar’ afserveerde. Hij klaagde dat de definitie van de meter ‘ipso facto elk land op aarde uitsluit van een gemeenschappelijk maatsysteem’.
Afgekraakt
In het Verenigd Koninkrijk werden deze argumenten kracht bijgezet door een mengsel van nativistische verontwaardiging en pseudowetenschappelijke overtuigingen. Het metrieke stelsel werd niet alleen afgekraakt als een opgedrongen buitenlandse uitvinding die de eenvoudige Britten zou verwarren en ontstemmen, maar ook als een onnatuurlijke, atheïstische uitvinding van bloeddorstige revolutionairen.
De duim verwerpen, zei hij, stond gelijk aan het negeren van Gods voorzienigheid
De suggestie dat maateenheden een spirituele dimensie hebben lijkt misschien een wonderlijke, maar in de negentiende eeuw was dit idee algemeen aanvaard. De theorie dat de inch, de Engelse duim, niet louter een handige lengtemaat was met een rijke geschiedenis, maar een gift van God, raakte rond 1860 in zwang dankzij de Schotse hofastronoom Charles Piazzi Smyth. Deze beweerde, na zijn reis naar Egypte om de afmetingen van de grote piramide van Gizeh vast te leggen, dat de monumenten waren gebouwd met behulp van een ‘heilige el’ [lengte van onderarm] en ‘pyramideduim’, bedacht door de Grote Maker zelf. Deze theorie was niet noodzakelijk nieuw – Isaac Newton had zich langdurig in de heilige el verdiept – maar door de metingen van Smyth leek het idee wetenschappelijk onderbouwd. Zoals God Adam taal had geschonken, betoogde Smyth, zo was de grote piramide ‘ontworpen voor de metrologie van alle landen’. De duim verwerpen, zei hij, stond gelijk aan het negeren van Gods voorzienigheid.
Terug naar nu. Hoewel argumenten tegen de invoering van het metrieke stelsel niet zo vaak op piramidologie zijn gebaseerd, getuigen ze hier en daar van een spirituele insteek. Tijdens het onderzoek voor mijn nieuwe boek over maatstelsels maakte ik kennis met een groep die bekendstaat als Active Resistance to Metrication (ARM): guerrillastrijders in de onzichtbare metrologische oorlog in Groot-Brittannië. Hun doel? ‘Verzet bieden tegen de gedwongen overstap naar het metrieke stelsel.’ Hun methode? Nou, voornamelijk aanvallen op metrische verkeersborden en wegwijzers: ze ’s nachts losschroeven of met verf bekladden. Toen ik een ARM-actie bijwoonde in Thaxted, Essex, vertelde de leider van de groep, voormalig UKIP-kandidaat Tony Bennett, dat hij deels werd gemotiveerd door de wens om de vorming van een wereldregering tegen te gaan. God ziet namelijk het liefst dat mensen in ‘aparte landen’ leven, stelde Bennet, zoals duidelijk blijkt uit het lot van de Toren van Babel.
Utopisch project
Ondanks zulke bezwaren geloof ik dat het metrieke stelsel over het geheel genomen een waarlijk utopisch project is. Het is een bureaucratisch succes dat door de verschaffing van een gemeenschappelijke taal de wereldhandel en het wetenschappelijk onderzoek heeft doen opbloeien. De invoering van imperiale maten (als het plan meer blijkt te zijn dan een afleidingsmanoeuvre in het kader van de jubileumweek) zal dit werk niet hinderen maar slechts ongemak veroorzaken en de meerderheid van de Britten die al aan het metrieke stelsel gewend is, vijandig stemmen.
Opmerkelijk genoeg is het metrieke stelsel vaak door landen ingevoerd in tijden van politieke onrust. Kennelijk kan zoiets fundamenteels als het veranderen van maateenheden alleen worden overwogen wanneer oude zekerheden in het leven wankelen. Johnson hoopt dat dit zo’n moment is voor het Verenigd Koninkrijk. Maar laat de revolutie nou voorbij zijn: het metrieke stelsel heeft al lang gewonnen.
James Vincent, Beyond Measure: The Hidden History of Measurement
Wapens die naar Oekraïne worden gestuurd om het Oekraïense leger te helpen zich te verdedigen tegen de Russische invasie, kunnen in handen van criminelen terechtkomen, aldus Jürgen Stock, secretaris-generaal van Interpol. Stock vertelde dat de internationale markt overspoeld zou kunnen worden door wapens zodra het conflict beëindigd is, bericht Evening Standard.
‘Zodra de oorlog [in Oekraïne] stopt, zal het aantal illegale wapens toenemen. Dat zien we bij veel oorlogssituaties. Criminelen richten zich zelfs op dit moment al op deze wapens,’ zei Stock. ‘De georganiseerde misdaad probeert misbruik te maken van deze chaotische situatie en de grote beschikbaarheid van wapens.’
‘Geen enkel land in onze regio kan dit alleen aanpakken, want de criminelen waarover ik het heb, opereren wereldwijd’
‘Wij kunnen een toevloed van wapens in Europa en daarbuiten verwachten,’ vervolgde Stock. ‘De verwachting is dat deze wapens niet alleen naar buurlanden maar ook naar andere continenten worden gesmokkeld.’ Jürgen Stock drong er bij de leden van Interpol op aan om wapens te registreren bij het zogenaamde ‘track and trace’-systeem van de organisatie. Hij voegde eraan toe: ‘Geen enkel land in de regio kan dit alleen aanpakken, want de criminelen waarover ik het heb, opereren wereldwijd.’
Kyiv zal de komende dagen nog meer leveringen van westerse wapens ontvangen nu de troepen van Zelensky de Russische opmars in de Donbas proberen te stuiten.
Referendum: 67 procent voor deelname aan Europese defensie
Drie maanden nadat Rusland Oekraïne binnenviel, willen de Denen zich aansluiten bij het defensiebeleid van de EU. Tijdens een referendum woensdag stemde bijna 67 procent voor deelname aan de gemeenschappelijke Europese defensie en beveiliging, zo meldt The Guardian. Tot nu toe was Denemarken de enige EU-lidstaat die op een aantal punten vrijwillig was uitgesloten van dat beleid, maar nu wil het ‘meer Europa’, schrijft Süddeutsche Zeitung.
‘Een historisch besluit dat noodzakelijk wordt gemaakt door een historische situatie,’ zo beschreef Mette Frederiksen, leider van de Deense sociaaldemocratische regering, het referendum van woensdag, meldt Le Temps.
‘In deze onzekere tijden en met een onvoorspelbare Poetin, is het belangrijk dat Europa als een geheel optrekt’
‘Denemarken mag dan een van de meest eurosceptische leden van de EU zijn, de Russische invasie van Oekraïne heeft de situatie veranderd’, schrijft Slim Allagui, correspondent voor Le Temps in Kopenhagen. ‘In deze onzekere tijden en met een onvoorspelbare Poetin, is het belangrijk dat Europa als een geheel optrekt,’ zegt Alexander Sillehoved, directeur van een rederij in de Deense hoofdstad, aan de verslaggever op de dag van het referendum.
Denemarken, dat sinds 1973 een EU-lidstaat is, verwierp in 1992 het Verdrag van Maastricht, waarin onder andere het defensiebeleid werd vastgesteld. Concreet betekent de uitslag van woensdag dat Deense troepen weer mee mogen doen aan militaire missies van de EU en dat Denemarken in Brussel mag meebeslissen over bijvoorbeeld de ontwikkeling van wapensystemen, schrijft Süddeutsche Zeitung.
‘Mensen vertrouwen meer op de beschermende paraplu van de NAVO dan op de Europese defensie’
Op het eiland Bornholm in de Oostzee, dat 160 kilometer verwijderd ligt van Kopenhagen, heerst het grootste gevoel van angst. ‘De Russen die Bornholm bombardeerden om de Duitsers te verdrijven en het bijna een jaar bezetten, lieten pijnlijke herinneringen achter,’ vertelt historicus Jacob Bjerring-Hansen, die museumdirecteur is op Bornholm, aan Le Temps. ‘Bijna tachtig jaar later zijn de eilandbewoners nog steeds ongerust over hun onvoorspelbare buren.’ Toch relativeert Bjerring-Hansen de uitslag van het referendum ook: ‘Mensen vertrouwen meer op de beschermende paraplu van de NAVO dan op de Europese defensie.’
Europese Commissie wil 210 miljard euro extra uittrekken
De Europese Unie heeft woensdag een plan voor energieonafhankelijkheid gepresenteerd. De EU plant een ‘enorme’ toename van zonne- en windenergie, en een kortetermijnstimulans voor steenkool, om zo snel mogelijk een einde te maken aan haar afhankelijkheid van Russische olie en gas, aldus The Guardian. In het plan dat de Europese Commissie gisteren bekendmaakte, zei ze dat de EU de komende vijf jaar 210 miljard euro extra moet vrijmaken om het afbouwen van Russische fossiele brandstoffen te financieren en om de overschakeling op groene energie te versnellen.
De Europese Commissie wil dat in 2030 45 procent van de energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt
‘Opgesteld als reactie op de Russische invasie in Oekraïne en het daaropvolgende debat over Europa’s afhankelijkheid van Russisch gas, is het plan een aanscherping van de Green Deal van de EU, het vlaggenschip van het Europees beleid om de klimaatcrisis aan te pakken,’ aldus TheGuardian.
De Europese Commissie wil dat tegen 2030 45 procent van de Europese energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt, wat de Britse krant omschrijft als ‘een stap vooruit ten opzichte van de huidige doelstelling van 40 procent, die minder dan een jaar geleden werd voorgesteld’.
Europa blijft geenszins gespaard van het proces van klimaatverandering dat de hele planeet treft. In 2021 kende het meer overstromingen, droogteperioden en bosbranden dan ooit, terwijl de temperatuur tot recordhoogte steeg. Dat staat in het jaarrapport dat vrijdag werd gepubliceerd door Copernicus Climate Change Service, het klimaatprogramma van de Europese Commissie in samenwerking met de Europese ruimtevaartorganisatie, meldt El País.
Parallel aan de extreme weersomstandigheden, die zich zowel binnen als buiten Europa voordoen, groeit de ophoping van kooldioxide en methaan in de atmosfeer, de belangrijkste broeikasgassen. Om klimaatverandering te beteugelen, moet de mensheid dringend paal en perk stellen aan fossiele brandstoffen. Al eerder stond deze waarschuwing in het laatste rapport van het IPCC, de groep internationale experts die onder de paraplu van de Verenigde Naties werkt.
Bosbranden in het Middellandse Zeegebied waren heviger dan ooit, vooral in Italië, Griekenland en Turkije
‘Nauwkeurige klimaatinformatie is belangrijker dan ooit om ons te helpen weloverwogen beslissingen te nemen,’ zegt Carlo Buontempo, hoofd van Copernicus Climate Change Service. Zo houdt Copernicus toezicht op de bosbranden in het Middellandse Zeegebied, die heviger waren dan ooit, vooral in Italië, Griekenland en Turkije. Op het Italiaanse eiland Sicilië werd 48,8 graden Celsius geregistreerd, de hoogste temperatuur die in Europa is vastgesteld. In dezelfde periode waren er historische overstromingen in Midden- en West-Europa, vooral in Duitsland en België.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.