Catalonië voert al jarenlang actie voor het Catalaans
In Catalonië is er een campagne gaande om het exclusieve gebruik van het Catalaans te promoten. De stichting Òmnium Cultural heeft op internet een handleiding gepubliceerd met argumenten die de Catalanen moeten overhalen alleen het Catalaans te gebruiken. De organisatie, die belast is met de bevordering en normalisering van de Catalaanse taal en cultuur, zou op deze manier van iedere Catalaan een taalactivist willen maken die het Spaans zo veel mogelijk links laat liggen en in iedere situatie het Catalaans gebruikt, aldus El Mundo.
De handleiding bevat argumenten zoals ‘Catalaans is de taal van de plaats waar je woont’, ‘het gebruik van het Catalaans bevordert maatschappelijke integratie en participatie’ en ‘het getuigt van aanpassingsvermogen als je de taal spreekt van je woonplaats’. ‘Je wilt immers niet gezien worden als iemand die de taal niet kent of zich niet aan wil passen’, schrijft Òmnium Cultural.
In Catalonië woedt al jarenlang een strijd om het Catalaans een voorrangsstatus te geven
Misschien wel de meest controversiële uitspraak van het document, aldus El Mundo, is dat je niet naar een andere taal hoeft te switchen wanneer de ander het Catalaans niet verstaat. ‘Als ik op een andere taal overga, ontzeg ik de ander de mogelijkheid om de taal [het Catalaans] te leren’, valt te lezen in het document.
Deze actie staat niet op zichzelf. In Catalonië woedt al jarenlang een strijd om het Catalaans een voorrangsstatus te geven ten koste van het Spaans. Vorige week nog bracht El Mundoeen verhaal naar buiten over een vragenlijst die docenten aan sommige Catalaanse onderwijsinstellingen moesten invullen. Ze werden onder andere ondervraagd over de taal die ze het meest gebruikten en waarin ze thuis, met vrienden en op hun mobiel communiceerden. De enquête stuitte op flinke kritiek. Ze werd gezien als een schending van de privacy van de docenten.
Het land zou de grondwet voorrang geven boven het EU-recht
De Europese Commissie heeft gisteren aangekondigd Polen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens twee omstreden vonnissen van het Poolse Constitutioneel Hof. In de uitspraken van die rechtbank wordt de Poolse grondwet boven het EU-recht gesteld. Deze stap betekent een verdere escalatie van het langdurige conflict tussen Brussel en Warschau over het Poolse rechtssysteem, aldus Politico.
‘Het Constitutioneel Hof heeft met deze uitspraken de algemene beginselen van autonomie, primaat, doelmatigheid en uniforme toepassing van het Europees recht en de bindende kracht van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie geschonden,’ aldus de Europese Commissie in een verklaring.
Volgens de Commissie voldoet het Constitutioneel Hof niet langer aan de eisen van een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank
Het uitvoerend orgaan van de EU zei dat het de kwestie had proberen op te lossen in een gesprek met Polen vorig jaar, maar Warschau ging niet in op de bezwaren. ‘Daarom heeft de Commissie vandaag besloten Polen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen’, luidt de verklaring.
De Commissie trok tevens de status van het Poolse hof in twijfel, aangezien verschillende rechters daarvan in strijd met de Poolse grondwet zijn benoemd. ‘De Commissie is ook van mening dat het Constitutioneel Hof niet langer voldoet aan de eisen van een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank die eerder in de wet zijn vastgelegd,’ aldus de Commissie.
Duitsland staat er plotseling behoorlijk alleen voor
‘Diepe scheuren in de Panzer-coalitie’, kopt Die Welt. Volgens het Duitse dagblad gaan de regeringen van Nederland en Denemarken geen Leopard 2-tanks leveren. Premier Mark Rutte zei dat de enige tanks die Nederland in theorie kon leveren, achttien Leopard 2-tanks waren die het land van Duitsland had geleased. Beide landen besloten dat deze tanks niet beschikbaar waren voor Oekraïne.
De Deense regering, die vierenveertig tanks in haar arsenaal heeft, zei tegen Die Welt dat zij niet zou deelnemen aan de tankcoalitie van Duitsland. Zowel Nederland als Denemarken hebben echter financiële middelen toegezegd voor het opknappen van honderd Leopard 1-tanks in Duitse magazijnen.
Zo is ‘binnen een paar weken de rol van Duitsland drastisch veranderd’, aldus Die Welt. Voor bondskanselier Olaf Scholz is het altijd belangrijk geweest dat hij genoeg medestanders had als het aankwam op tankleveringen en die dacht hij ook te hebben toen hij eind januari zijn grote Europese Leopard 2-coalitie aankondigde. Berlijn kan echter niet meer in de buurt komen van een alliantie op de oorspronkelijk beoogde schaal.
Het Europees Parlement heeft dinsdag een nieuwe verordening aangenomen om de CO2-uitstoot van nieuwe auto’s in Europa vanaf 2035 tot nul te reduceren. Dit betekent feitelijk het einde van de verkoop van benzine- en dieselauto’s in de EU tegen die datum, evenals van hybriden (benzine-elektrisch), ten gunste van volledig elektrische voertuigen, aldus Le Temps.
De auto, Europa’s belangrijkste vervoermiddel, is op het moment verantwoordelijk voor iets minder dan 15 procent van de CO2-uitstoot van het continent. Deze nieuwe maatregel is daarmee een belangrijke stap in het bereiken van de klimaatdoelen van de EU: een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 55 procent in 2030 ten opzichte van 1990 en klimaatneutraal in 2050.
‘We hebben een historisch akkoord bereikt, dat de auto-industrie en het klimaat met elkaar verzoent’
‘We hebben een historisch akkoord bereikt, dat de auto-industrie en het klimaat, twee gezworen vijanden, met elkaar verzoent,’ zei het groene parlementslid Karima Delli, voorzitter van de vervoerscommissie van het Europees Parlement. De Europese regeringsleiders moeten nog formeel groen licht geven om het voorstel in werking te laten treden, maar hebben al in een eerder stadium ingestemd met de maatregelen.
Zoals het Zwitserse dagblad opmerkt, heeft de Europese Commissie ‘toevallig’ kort na de stemming in het Europees Parlement haar voorstellen bekendgemaakt voor de regulering van zware voertuigen (onder andere vrachtwagens en bussen). Die categorie veroorzaakt 6 procent van de uitstoot van broeikasgassen. Vanaf 2030 moet hun uitstoot ‘gemiddeld’ met ten minste 45 procent dalen ten opzichte van het niveau van 2019, vervolgens vanaf 2035 met 65 procent en vanaf 2040 met 90 procent, aldus het voorstel waarover de lidstaten en de leden van het Europees Parlement zullen onderhandelen.
Rusland zou pro-Europese regering willen omverwerpen
De president van Moldavië, Maia Sandu, heeft Rusland ervan beschuldigd dat het de nieuwe Moldavische pro-Europese regering met harde hand wil omverwerpen en zelf de macht in Moldavië wil overnemen. Dat het land dit van plan is, zou blijken uit een document van de Russische inlichtingendienst dat door de Oekraïense president Zelensky werd onderschept, bericht The Guardian.
Door Moldavië in zijn macht te krijgen, kan Rusland de pro-Europese regering afzetten en een nieuwe regering instellen die naar de pijpen van Moskou danst. Zo kan het de integratie van Moldavië in de EU tegenhouden en het land inzetten in de oorlog tegen Oekraïne. Sinds de invasie van Oekraïne heeft Moldavië te kampen met een groot aantal vluchtelingen, stijgende inflatie, stroomuitval en instabiliteit in de regio Transnistrië, waar Russische separatisten het voor het zeggen hebben.
Moldavië zit als gevolg van de Russische aanvallen op de Oekraïense stroomvoorziening geregeld zonder stroom
Het plan van Rusland kwam boven water in dezelfde week waarin de Moldavische regering aftrad. De nieuwe regering zal de pro-Europese koers voortzetten, zo heeft de kersverse premier Dorin Recean laten weten. Een van de uitdagingen waar hij voor staat is de energiecrisis; sterke prijsstijgingen van stroom en gas leidden afgelopen jaar tot straatprotesten die de val van de vorige regering inluidden. De regering beschouwt deze protesten als een door het Kremlin gesponsorde campagne om het land te destabiliseren.
De relaties tussen de twee landen zijn erg gespannen. Vorige week nog beschuldigde Moldavië Rusland ervan dat een Russische raket op weg naar Oekraïne het Moldavische luchtruim had geschonden. Daarnaast zit Moldavië als gevolg van de Russische aanvallen op de Oekraïense stroomvoorziening geregeld zonder stroom en het kost het land een hoop moeite om zijn gasvoorraden elders vandaan te halen.
Oekraïne wil zo snel mogelijk lid worden van de EU
Volodymyr Zelensky was gisteren in Brussel om een toespraak te houden voor het Europees Parlement. Daarin voerde hij onder andere een vurig pleidooi voor de toetreding van Oekraïne tot de EU. ‘Dit is ons Europa, dit zijn onze regels, onze manier van leven, en er is maar één manier voor Oekraïeners om weer naar huis te kunnen: de EU,’ citeert Politicode Oekraïense president. ‘Wij delen niet alleen fundamentele waarden, maar ook een toekomst met elkaar.’
Het was de eerste keer sinds de Russische invasie dat Zelensky in levenden lijve in Brussel een toespraak hield. Het doel van het bezoek was de banden van Oekraïne met de EU en Europa te verstevigen en de wederzijdse verbondenheid te benadrukken, aldus Politico. Daarbij werd Rusland neergezet als de gemeenschappelijke vijand. ‘We verdedigen onszelf tegen de meest anti-Europese macht van de wereld op dit moment, wij Oekraïners op het slagveld, samen met jullie,’ aldus Zelensky.
‘We hebben artillerie, munitie, moderne tanks, langeafstandsraketten en moderne gevechtsvliegtuigen nodig’
Hij nam ook meteen de gelegenheid te baat om de Europese landen nog eens op te roepen meer wapens aan Oekraïne te leveren. ‘We hebben artillerie, munitie, moderne tanks, langeafstandsraketten en moderne gevechtsvliegtuigen nodig,’ sprak de president. Ook riep hij de EU-leiders op om Rusland sancties te blijven opleggen. ‘Dit is nog maar het begin. We moeten proactiever zijn,’ benadrukte Zelensky.
Aan het einde van de bijeenkomst werd nogmaals gezinspeeld op de toetreding van Oekraïne tot de EU: EP-voorzitter Roberta Metsola ontvouwde een EU-vlag en overhandigde die aan Zelensky, onder luid applaus en gejuich van de aanwezige parlementariërs. ‘Oekraïne zal lid worden van de EU,’ herhaalde Zelensky.
Polen is hard op weg om het grootste leger van Europa op te bouwen. Het land heeft nu al meer tanks en houwitsers dan Duitsland. Maar leidt dat ook tot meer politieke invloed?
Toen eind november een afgezwaaide raket neerkwam op een Pools grensplaatsje en twee mensen de dood vonden, maakten sommige Europese regeringsleiders zich net zoveel zorgen over de mogelijke reactie van de Poolse regering als over de mogelijkheid dat Rusland achter de aanval zat. Vanwege het diepgewortelde Poolse wantrouwen jegens al wat Russisch is en de hartgrondige afkeer van Moskou die de huidige rechtse Poolse regering koestert, leefde van Brussel tot Berlijn de vrees voor onbesuisde stappen van Warschau.
Maar niets van dit alles: Warschau bewaarde de kalmte en bracht weliswaar zijn troepen in verhoogde staat van paraatheid, maar hield zijn kruit droog tot de exacte toedracht was opgehelderd. (De conclusie is dat het een afgezwaaide Oekraïense luchtverdedigingsraket betrof, afgevuurd tijdens een Russische aanval.) Die kalmte berustte op een simpele realiteit waarvan het grootste deel van Europa zich niet bewust is: dat Polen misschien wel het beste leger van Europa heeft. En dat leger wordt alleen maar sterker.
Een uitdijend leger
Door zijn paranoia inzake Rusland heeft Polen zich altijd onttrokken aan de tijdgeest van bijna alle Europese landen: de gedachte dat conventionele oorlogvoering tot het verleden behoort. Polen is altijd blijven bouwen aan wat stilaan de grootste landmacht van de EU begint te worden. ‘Het Poolse leger moet zo sterk zijn dat het louter op basis van zijn kracht niet hoeft te vechten,’ zei premier Mateusz Morawiecki dit jaar aan de vooravond van de Poolse onafhankelijkheidsdag. Een standpunt dat de belangrijkste bondgenoot van het land als muziek in de oren klinkt.
‘Polen is onze belangrijkste partner op het Europese vasteland geworden,’ zegt een hoge Amerikaanse militair in Europa, die wijst op de cruciale rol van Polen bij de steun aan Oekraïne en de versterking van de NAVO-defensie in de Baltische staten. Duitsland, traditioneel de belangrijkste Amerikaanse bondgenoot in de regio, blijft van cruciaal belang als logistiek knooppunt, maar door het eindeloze Duitse gesoebat over of het weer een leger moet opbouwen en het gebrek aan een cultuur van strategisch denken is Berlijn een minder effectieve partner, zegt dezelfde militair. De Duitsers blijven maar debatteren over de precieze gevolgen van wat zij de Zeitenwende noemen, het door de Russische inval in Oekraïne geforceerde strategische keerpunt, terwijl Polen ondertussen al flink in zijn leger aan het investeren is.
Warschau heeft gezegd de defensie-uitgaven te willen verhogen van 2,4 naar 5 procent van het bbp. Ondertussen betwijfelt Duitsland, dat vorig jaar circa 1,5 procent van zijn bbp aan defensie uitgaf, of het zich aan de NAVO-doelstelling van 2 procent moet blijven houden als de eerder dit jaar daarvoor gereserveerde pot van 100 miljard euro leeg raakt.
De Poolse minister van Defensie heeft beloofd dat zijn land ‘de krachtigste landmacht in Europa’ zou krijgen
De Poolse minister van Defensie Mariusz Błaszczak heeft in juli beloofd dat zijn land ‘de krachtigste landmacht in Europa’ zou krijgen. En het is goed op weg die belofte waar te maken. Polen heeft nu al meer tanks en houwitsers dan Duitsland en ligt op koers om straks ook een veel groter leger te hebben, met een beoogde 300.000 manschappen in 2035 – veel meer dan de huidige 170.000 van Duitsland. Op dit moment is het Poolse leger zo’n 150.000 man sterk, waarvan er 30.000 behoren tot een nieuwe, in 2017 opgezette territoriale verdedigingsmacht. Dat zijn reservisten die na een training van zestien dagen af en toe opfriscursussen krijgen. Het werd aanvankelijk een beetje afgedaan als een schertsleger, maar na het succes dat Oekraïne heeft geboekt met mobiele milities die zijn uitgerust met antitank- en luchtdoelraketten lijkt het idee nu zo gek nog niet. ‘Die twijfels zijn nu wel verdwenen,’ zei Błaszczak onlangs bij een beëdigingsceremonie voor nieuwe rekruten van dit krijgsonderdeel.
En waar Duitsland moeite heeft om nieuwe militairen te werven, trekt Polen de aandacht met zijn rekruteringscampagnes. ‘De Polen staan veel positiever tegenover hun strijdkrachten dan de Duitsers, omdat ze voor hun vrijheid hebben moeten vechten,’ zegt Gustav Gressel, een Oostenrijkse oud-officier die nu beleidsadviseur is bij de Europese Raad voor Buitenlandse Betrekkingen. ‘In militaire kringen twijfelt niemand aan de kwaliteit van het Poolse leger.’
Moeizame internationale verhoudingen
Of die militaire kracht zich ook zal vertalen in politieke invloed in Europa is een ander verhaal. Voorlopig komt daar nog niet veel van, vooral omdat de middenpartijen die in Europa de toon aangeven niet zoveel vertrouwen hebben in de Poolse regering, die gedomineerd wordt door de nationalistische PiS, de partij voor Recht en Rechtvaardigheid. Het aanhoudende conflict over wat Brussel ziet als Poolse minachting voor de democratische rechtsstaat heeft de reputatie van het land in de hele EU geen goed gedaan. ‘Polen heeft minder invloed dan het toekomt, als gevolg van zijn interne conflicten,’ zegt Gressel, waarmee hij doelt op de onenigheid die zelfs binnen de PiS bestaat over de koers die het land moet varen en in hoeverre het Brussel tegemoet moet komen.
Maar één punt waarop alle politieke kemphanen in Polen elkaar wel kunnen vinden, is de noodzaak om het leger te versterken. Wantrouwen jegens Rusland is de grootste drijfveer, maar Warschau vraagt zich ook af in hoeverre het kan bouwen op Washington. Anders dan in de andere EU-landen is de grootste angst hier echter niet dat Donald Trump weer president wordt, maar juist dat hij het niet wordt. Hoewel Amerika en Polen hun militaire samenwerking bij de hulp aan Oekraïne geïntensiveerd hebben, blijft Warschau wantrouwig tegenover Biden, die de Poolse regering in zijn verkiezingscampagne ‘totalitair’ heeft genoemd.
Polen heeft in Amerika dit voorjaar een order van 4,9 miljard euro geplaatst voor 250 Abrams-tanks
En al verwelkomt Washington de beloften over de verhoging van het Poolse defensiebudget, er heerst ook twijfel of Warschau ze echt zal nakomen, en teleurstelling dat het land enkele van zijn grootste aankopen in Zuid-Korea doet. Polen heeft in Amerika dit voorjaar een order van 4,9 miljard euro geplaatst voor 250 Abrams-tanks, ter vervanging van de 240 tanks uit de Sovjettijd die het aan Oekraïne heeft overgedaan. De Poolse luchtmacht, nu nog uitgerust met F-16’s, heeft in 2020 een order van 4,6 miljard dollar geplaatst voor 32 nieuwe JSF-toestellen. Maar de bulk van de recente defensie-uitgaven gaat naar Zuid-Korea, waar Polen een hele reeks tanks, vliegtuigen en ander wapentuig heeft besteld.
Het heeft daar nu tussen de tien en twaalf miljard dollar aan wapens besteld, zegt Mariusz Cielma, redacteur en analist bij een website over militaire technologie. Die orders omvatten honderdtachtig K2 Black Panther-tanks, tweehonderd K9 Thunder-houwitsers, 48 aanvalsvliegtuigen van het type FA-50 en 218 K239 Chunmoo-raketwerpers. En dat is alleen nog maar het tweedehandsmaterieel. Nieuw materieel wordt door Polen op nog grotere schaal ingeslagen. Bovenop alles wat meteen geleverd kan worden, moet Korea in de tweede helft van dit decennium ook nog eens in totaal duizend K2-tanks en zeshonderd K9-houwitsers leveren. ‘Er is geen ander westers land dat zijn leger zo sterk en zo snel wil uitbreiden. En als je die Poolse orders binnensleept, kun je daar nog decennia aan blijven verdienen, want dat materieel vergt onderhoud en reparaties,’ zegt Cielma.
‘We willen best wapens kopen in andere EU-landen, maar ze moeten ophouden met hun oorlog tegen Polen’
De Koreanen zijn aantrekkelijke leveranciers omdat hun materieel over het algemeen goedkoper is dan de Amerikaanse en Europese alternatieven en ze snel kunnen leveren. Deze aankopen zijn natuurlijk een klap in het gezicht van de Franse president Macron en zijn droom van ‘strategische autonomie’, een Europa dat zichzelf kan verdedigen met wapens die het zelf (en dan vooral in Frankrijk) produceert.
De Poolse leiders maken er geen geheim van dat de Europese kritiek op hun omstreden hervorming van de rechtspraak en andere kwesties ook een rol heeft gespeeld in het besluit om in Seoul te gaan shoppen. ‘We willen best wapens kopen in andere EU-landen, maar ze moeten ophouden met hun oorlog tegen Polen,’ zei Jarosław Kaczyński, de leider van de regeringspartij eerder deze maand. ‘We willen wel orders plaatsen en geld uitgeven, maar niet als we te horen krijgen dat Polen geen rechtsstaat is.’ Warschau heeft voor 1,7 miljoen euro aan Italiaanse Leonardo-helikopters besteld, maar volgens het contract moeten die in Polen worden geproduceerd.
Niemand twijfelt aan de ambitie van de Polen, maar sommigen vragen zich wel af hoe haalbaar die is en wat de politieke motieven erachter zijn. In 2035 wil het land ruim 110 miljard euro aan defensie hebben uitgegeven. ‘Oké, we hebben tanks en houwitsers nodig, maar hebben we er vanuit strategisch en operationeel oogpunt echt zoveel nodig? Het is niet duidelijk waarom het ministerie ineens al deze orders heeft aangekondigd,’ zegt generaal b.d. Stanisław Koziej, voormalig hoofd van het Nationale Veiligheidsbureau van de Poolse president. Gezien het belang van het thema veiligheid voor de Poolse kiezer denken velen dat de PiS deze defensie-uitgaven doet met het oog op de landelijke verkiezingen volgend jaar, omdat de partij het momenteel wat minder goed doet in de peilingen.
Als er een andere regering komt, krijgt die te maken met een aantal lastige vragen over de mate waarin Polen die enorme militaire uitbreiding financieel kan dragen, zegt Koziej. De Poolse economie was de afgelopen jaren robuust, maar de hoogte van deze defensie-uitgaven is zonder weerga en zal zwaar op de begroting gaan drukken. ‘De militaire uitgaven en de algehele economische ontwikkeling van het land moeten met elkaar in evenwicht zijn,’ zegt Koziej. ‘Wat de plannen ook zijn, ze moeten een strategische analyse maken van de Poolse veiligheid na de oorlog in Oekraïne.’
Ondertussen lijkt Duitsland de militaire uitbreiding van Polen toe te juichen, ondanks de moeizame onderlinge relatie en de beladen geschiedenis van de twee landen. Berlijn ziet Polen als een buffer tegen de Russische invloedssfeer. Hoe meer tanks en troepen in Polen, hoe veiliger Duitsland. ‘Ik krijg de indruk dat de Duitsers alweer een hangmat zien lonken,’ zegt Gressel, doelend op de reputatie van Berlijn om achterover te leunen terwijl de bondgenoten, met name de VS, op defensiegebied het zware werk opknappen.
Als mensen niet kunnen reizen maar elkaar wel willen bereiken, sturen ze spullen. In Kosovo gaat dat via een informeel postnetwerk opgezet door burgers.
Het is nog donker als ik naar de Petrakija-straat ga, in de richting van de Muziekacademie, gedesoriënteerd en verward door de realiteit van de vroege ochtend in Sarajevo. De klok in de toren van de kathedraal, iets verderop om de hoek, slaat zes uur.
Bij de laatste slag van de kerkklok dringt het irritante geluid van een Viber-oproep door tot mijn slaperige geest. Wat nu weer? Ik neem de telefoon op.
‘Hé, waar ben je?’
Ze klinkt boos.
Ik werp een blik op mijn telefoon: 6:02 uur. Klotekathedraal. Heeft God zich vanochtend misschien ook verslapen?
‘Wat is er aan de hand? Ik ben maar twee minuten te laat!’ zeg ik, nu zelf ook boos. ‘We zijn niet in Zwitserland!’
Op dat moment zie ik haar – precies op de hoek van Štadler en Pehlivanuša, waar we hebben afgesproken – gehurkt voor haar auto. Ze ziet mij ook. We hangen allebei op. ‘Hajde, schiet op!’ roept ze naar me.
Rada houdt er niet van als passagiers te laat komen. Niet omdat ze geen geduld kan opbrengen. Als haar werk geduld vereist wacht ze, zelfs urenlang als het moet. Maar vandaag niet. Rada heeft een strak schema. Om 6:05 uur halen we iets boven Parkuša een pakketje op. Dobrinja, 6:25 uur, een jonge kerel wacht op ons, hij gaat werken in een hotel aan de Albanese kust. Dan, om 6:30 uur, in de wijk Mojmilo, tegenover de Koning Fahd-moskee – de grootste in Sarajevo, een geschenk van Saoedi-Arabië – halen we een dokter op; een gerespecteerde dame, die deze rit vaak maakt. En dan richting Pale, vanwaar Ivana, een programmeur, op weg gaat naar Belgrado voor een werkvergadering en familiebezoek.
Rada weet dat als ik twee, drie of vijf minuten te laat ben, alle anderen minstens even lang moeten wachten, en misschien nog wel langer als we ook voor een stoplicht komen te staan. En Rada haat het als haar passagiers moeten wachten. Ook degenen die op haar passagiers wachten en degenen die op de pakjes wachten die Rada bij zich heeft en die meestal al minstens zo belangrijk zijn, hebben een hekel aan wachten. Bovenal wil Rada dat we de rivier de Drina bereiken en de grens oversteken voordat het verkeer drukker wordt, zo rond half negen ’s ochtends. Als dat niet lukt, zullen al deze mensen nog veel langer moeten wachten.
Ik schaam me een beetje.
‘Maar goed. We komen er wel,’ zegt ze. ‘Hoe is het met je? Nog nieuws? Hoe is het met je moeder?’
Raar poeder
Sinds ze twintig jaar geleden begon met het vervoeren van passagiers tussen Sarajevo en Belgrado, heeft Rada een extra – maar niet minder belangrijke – transportfunctie, als onderdeel van een informeel postnetwerk. Ze vervoert alles wat mensen maar willen verzenden, zolang het legaal is en in haar auto past. Wat meestal het geval is.
‘In Belgrado kwam er een vrouw naar me toe. Ze had echt alles gekocht wat je je maar kunt voorstellen – die liep gewoon winkels binnen en begon haar tassen te vullen. Doe dit maar, doe dat maar. Ze kwam met twee enorme tassen en vroeg of er genoeg ruimte was in de kofferbak. Ik keek en zag boven op een van de tassen een enorme zak popcorn liggen. Nou mevrouw, dacht ik bij mezelf, moet u die popcorn echt ook opsturen? Er is toch popcorn in Sarajevo? Maar wat kon ik doen, ze stuurde het naar haar moeder. We vinden de ruimte wel, zei ik.’
Dit keer is niet alleen Rada aan het werk. Ook mijn tas zit vol pakketjes. Ik neem een doosje sigaretten van het merk Drina uit Sarajevo mee voor een vriend en de avond ervoor heb ik een enveloppe met documenten gekregen – wat of voor wie ze zijn weet ik niet, maar het is belangrijk dat ze zo snel mogelijk in Belgrado aankomen – en een zakje gevuld met een vreemd poeder met grote brokken en een grove textuur. De man die me het zakje overhandigde noemde de naam van het spul, maar ik begreep niet wat hij zei. Hij herhaalde het. Ik begreep hem nog steeds niet, maar besloot te doen alsof ik het wel begreep. Nu vraag ik me af of het legaal is. Ik hoop van wel. Hij zag er betrouwbaar uit. Ook de persoon die het contact tussen ons legde leek in orde. Hoe dan ook, het is beter om dit niet aan Rada te vertellen. Maar als er ruimte is voor de popcorn, moet er ook ruimte zijn voor mijn rare poeder.
Een paar maanden later, 300 kilometer verderop, op een bruisende lentemiddag op het busstation van Belgrado.
Ik ben een postbode op een belangrijke missie en ik heb geen tijd te verspillen aan beleefdheden
Met grote passen loop ik naar de hal met loketten. Dan worden mijn stappen korter: de smalle gang tussen de loketten en de vertrekplatforms is ramvol met passagiers, koffers, geschreeuw, gehaast, verwarde blikken, omhelzingen en kussen.
Te midden van de drukte wordt mijn blik getroffen door een oude analoge stationsklok. De lange witte wijzers bieden een rustgevend beeld: het is 15:49 uur. Ik hou ervan als ik te vroeg ben, al is het maar één minuut.
Dan gaat mijn telefoon. ‘Waar ben je?’
We ontmoeten elkaar bij de toegang tot het busplatform. We kennen elkaar niet, maar herkennen elkaar gemakkelijk. Hij houdt een grote doos vast met daarin een synthesizer. Het is een pakket dat ik bij een gezamenlijke vriend moet afleveren.
Ik neem de doos aan. ‘Oké, dat was het,’ en we gaan weer uit elkaar. Ik ben een postbode op een belangrijke missie en ik heb geen tijd te verspillen aan beleefdheden. Ik ren naar een loket en koop een kaartje.
Buiten, op perron 4, stroomt de bus naar Pristina vol.
Lievelingspop
Ik begon mijn ‘baan’ als postbode in de herfst van 2020, toen ik zo vaak tussen Belgrado en Pristina op en neer reisde dat het mensen begon op te vallen. (Om op te vallen is het eigenlijk al voldoende dat je vaker reist dan, nou ja, nooit.)
En dus kreeg ik op een dag een telefoontje van een vriend die ik al een tijdje niet had gesproken, maar die op de een of andere manier van mijn reisgedrag op de hoogte was. Een gezin uit Pristina was op vakantie in Belgrado, en toen ze weer thuiskwamen bleek dat hun dochter haar pop had laten liggen. Hoewel Pristina op de weerkaart van Radio Televisie Servië staat aangegeven als onderdeel van Servië, bestaat deze stad wat de Servische postdienst betreft niet, en hetzelfde geldt voor andere plaatsen in Kosovo waar Serviërs niet de meerderheid vormen. Particuliere bezorgdiensten zijn veel te duur. De enige manier waarop de pop Pristina kon bereiken was als iemand hem meenam.
Zou je dat willen doen? Het is niet dringend. Maar eigenlijk wel. Het is haar lievelingspop.
De keer daarop kwam er een verzoek van de andere kant: hé, hebben ze dat Skenderbeg-drankje nog? Neem er alsjeblieft twee voor me mee, ik mis het echt! Vervolgens, in Pristina: het is niet makkelijk om filmrolletjes te vinden voor analoge camera’s, en er is een winkel in Belgrado waar ze niet zo duur zijn. Kun je er een aantal voor me meebrengen? Een paar maanden later stonden op mijn lijstje met succesvolle opdrachten: vinylplaten van de Belgradose new wave, een kilo gedroogde worst, de sleutels van iemands appartement en boeken van Petrit Imami over de gemeenschappelijke geschiedenis van Serviërs en Albanezen (gelukkig, maar ironisch genoeg, waren die in Belgrado meteen uitverkocht).
En toen begon het me te dagen dat bijna al het persoonlijke verkeer tussen Kosovo en Servië – tussen naaste familieleden, neven en vrienden, tussen degenen die zijn vertrokken, degenen die zijn gevlucht, degenen die zijn gebleven en degenen die ergens tussenin vastzitten – afhankelijk is van drie bussen die dag en nacht rijden tussen Belgrado, Pristina en Prizren, en van de kleine groep mensen die met deze bussen reist.
Terwijl de chauffeurs in keurige witte shirts haastig bagage inladen, wordt mijn aandacht getrokken door een oudere dame in het zwart die naast een enorme geruite tas staat. Het is me niet duidelijk hoe ze die hier heeft gekregen. Ze wacht geduldig in de rij. Ze glimlacht naar me, en we raken aan de praat.
‘Waar gaat u heen in Kosovo?’
‘Ik ga niet op reis, jongen. Ik stuur dingen naar mijn familie.’
Ik wil haar vragen wat ze hun stuurt, maar één blik op de enorme Chinese tas beantwoordt mijn vraag. Hij zit vol zelfgemaakt eten, zorgvuldig verpakt in plastic ijsdozen en grote glazen potten. Is dat sarma [gevulde wijnbladeren]? Ik zie ook een oude plastic doos van een kaasmerk uit Sombor, bijeengehouden door dikke elastieken zodat wat er ook in zit, misschien een salade, er tijdens de reis in blijft zitten.
‘Stuurt u vaak dingen?’
‘Niet zo vaak. Ze hebben daar eten, het is niet zo dat ze niets hebben. Maar ze vinden het heerlijk als ik voor ze kook. Onlangs vierde mijn kleindochter haar verjaardag. Dus maakte ik taart. Het is handig zo, ik zet het gewoon op de bus. Anders zou het onmogelijk zijn.’
Ik bedenk hoe het zou gaan als je aan de balie in een postkantoor zelfgemaakt eten verstuurt
Ik sta er even bij stil en bedenk hoe het zou gaan als je aan de balie in een postkantoor zelfgemaakt eten zou versturen. Het serieuze gezicht van de bediende die je aankijkt door het glas. Wat zit er in de doos? Een aardbeientaart en sarma met gedroogde ribbetjes. Hoe snel wilt u het laten bezorgen? Onmiddellijk, zodat het niet bederft, u weet hoe warm het de afgelopen dagen is geweest! De waarde? Onbetaalbaar.
Geen politieagent
Zoals ik zal ontdekken tijdens verschillende reizen en tientallen gesprekken met mensen die dwars door de Balkan dingen versturen en ontvangen, gaat het niet alleen om voedsel en de mogelijkheid dat het zal bederven.
Oom Pera keert terug naar Lipjan, waar hij al meer dan zestig jaar woont. Hij was op bezoek in Belgrado. We zitten samen in een bus. Ergens rond de tolweg bij Bubanj Potok bied ik hem een paar Plazma-koekjes aan. In ruil geeft hij me, als we bij een tankstation ergens rond Pojate stoppen, een sigaret. Ik vraag hem of hij per post iets uit Servië verstuurt of ontvangt.
‘Nee,’ zegt hij beslist. ‘Je weet het nooit met hen. Twee maanden geleden was mijn zoon op zoek naar autopapieren van een vriend in Kraljevo. Die zijn nog steeds niet aangekomen.’
Oom Pera vertrouwt de instituties duidelijk niet. En te oordelen naar het aantal dingen dat dagelijks met de bus meereist, is hij niet de enige.
In gezelschap van de chauffeurs in een halfdonker café langs de weg dat de hoopvolle naam ‘Evropa’ draagt, probeer ik te achterhalen wat er zoal wordt verstuurd. De meeste reizigers zitten buiten te wachten op het teken voor vertrek.
‘Probeer je uit te vissen of we drugs bij ons hebben?’ vraagt een man me nors, terwijl hij me een stuk kip aanbiedt dat hij net uit aluminiumfolie heeft gehaald.
Hij bood me de kip aan uit beleefdheid. De vraag stelde hij uit openlijk wantrouwen. ‘Maak je geen zorgen, ik ben geen politieagent,’ zeg ik tegen hem. Ik haal mijn perskaart tevoorschijn. Afrim veegt zijn vingers af en bekijkt hem met oprechte nieuwsgierigheid. De gedachte komt bij me op dat mensen in dit café waarschijnlijk al veel dingen uit hun zak hebben gehaald, maar dat dit vast en zeker de eerste keer was dat het om een kaart van de Internationale Federatie van Journalisten ging. Het lijkt enig effect te sorteren.
‘Wat de mensen sturen? Nou, van alles. Documenten vooral,’ zegt Afrim. ‘Papieren voor pensioenen in het noorden, in Belgrado, voor degenen die vóór de oorlog in bedrijven werkten, voor onroerend goed, als iemand iets verkoopt in Kosovo. Medicijnen. Mensen sturen ook geld. Mobiele telefoons, kleren. Van alles en nog wat.’
‘Hebben jullie weleens problemen?’ vraag ik. Afrim werpt me een scherpe blik toe. Weer die achterdocht. Zijn collega Edin voegt zich bij het gesprek: ‘Het gebeurt weleens dat mensen niet komen opdagen om hun spullen op te halen. Of ze vragen ons ergens anders op hen te wachten… Maar hoe kan ik in godsnaam wachten?’
‘Wat gebeurt er dan met die pakjes?’
‘We brengen ze terug naar het bureau en de afzender haalt ze daar dan weer op.’
‘Komt het weleens voor dat niemand ze ophaalt?’ Terwijl ik die vraag stel, zie ik ineens een magische antiekwinkel voor me, met her en der allerlei voorwerpen die mensen in de loop der jaren zijn vergeten, elk met zijn eigen geschiedenis, zijn gewone en ongewone verhaal…
In die halve of hele minuut lijk je meer vertrouwen op te bouwen dan ooit mogelijk zou zijn met een postmedewerker
Mijn gedachtespinsels worden ruw onderbroken door Afrim: ‘Nee, nooit. Er komt altijd iemand. Kom, laten we gaan.’
Het versturen van pakjes per bus of taxi, per chauffeur, vriend of kennis, is een van de meest functionele sociale uitvindingen op de Balkan. Het gaat net zo snel als een auto of bus. En voor een plek waar treinverbindingen zijn vernield en vliegverbindingen domweg zijn opgeheven, is het de snelste manier om dingen te versturen en te ontvangen.
Eén specifieke persoon – de chauffeur, vriend of kennis – zorgt voor de levering. Het is iemand die je kent of die je op z’n minst een keer hebt ontmoet, iemand die je ooit een hand hebt gegeven en met wie je een paar woorden hebt gewisseld. In die halve of hele minuut lijk je meer vertrouwen op te bouwen dan ooit mogelijk zou zijn met een postmedewerker achter een loket met reclamefoto’s van gele busjes die altijd op tijd zijn.
Wie vertrouwt u meer, een bedrijf met een slogan die garandeert dat uw zending binnen 48 uur wordt geleverd, en die u de mogelijkheid biedt uw zending te volgen via een speciale code? Of een chauffeur die op de vraag ‘Wanneer komt het ongeveer aan?’ – die u voorzichtig uitspreekt, om maar niet de indruk te wekken dat u hem opjaagt, hij heeft tenslotte alle recht om zijn eigen schema aan te houden – eerst in de verte kijkt, dan een trek van zijn sigaret neemt en ten slotte rook uitblazend zegt: ‘Dat hangt van de spits af, maar niet voor negen uur’? En dan noemt zo iemand altijd een te vroeg tijdstip; beter dat jij moet wachten dan de hele bus.
Op een of andere manier kiezen verbazingwekkend veel mensen in de Balkan voor optie 2.
Regels
En dan is er nog de kwestie van de prijs.
Wanneer je iets per post verstuurt, zijn er een aantal relevante criteria: het gewicht van het voorwerp, de waarde ervan en de afstand en snelheid van de bezorging. Websites en apps van de post staan vol gedetailleerde tabellen en berekeningen waarmee je de prijs tot op de cent kunt berekenen. Maar hoe dan ook is die prijs meestal vrij hoog. Als je een pakket van een halve kilo van Servië naar Bosnië wilt sturen, zonder retourformulier, speciale bezorging of luchttransport, kost dat je ongeveer 18 euro. Wil je dat pakket via DHL in Kosovo krijgen, dan is de prijs ongeveer 50 euro.
Verstuur je het op de informele manier, dan stap je het domein binnen van een magisch Balkanritueel dat wordt begrensd door duidelijke regels waarbinnen absoluut niets duidelijk is. Wanneer een vriend of kennis een pakje meeneemt, staat het aanbieden van geld voor die dienst ongeveer gelijk aan het vervloeken van hun moeder. Er is een ongeschreven regel dat je de helper uitnodigt voor een glas vruchtensap of een kop koffie, maar wel tactvol. Het moet lijken alsof je hem niet alleen maar uitnodigt omdat hij je heeft geholpen, maar omdat je echt graag iets met hem wilt drinken.
Tegelijkertijd wordt haast verwacht dat de ander het aanbod zal afslaan, omdat geen van jullie tijd of zin heeft om iets te gaan drinken. Als jullie samen een drankje hadden gewild, zouden jullie dat wel hebben gedaan, ook zonder pakjesbezorging. Maar zonder dat drankje sta je wel in het krijt bij de helper. Mocht je ooit iets doen wat de persoon in kwestie niet zou bevallen, dan zal die overal rondbazuinen hoe dwaas het was om jou te helpen!
Bij buschauffeurs liggen de zaken iets anders. Elke dag, soms twee keer per dag, vervoeren zij pakketten over de grens, waarmee ze een risico nemen (hoewel: ze controleren vaak wat erin zit, en als het er illegaal of gevaarlijk uitziet of gemakkelijk kan breken, zullen ze het weigeren, ongeacht hoeveel geld ze aangeboden krijgen). Ze houden zorgvuldig bij wat ze meenemen, voor wie, en waar mensen hen opwachten. Ze schrijven namen en telefoonnummers op, bellen afzenders vanaf slecht verlichte haltes langs de snelweg en maken ruzie met mensen die te laat zijn of gewoon vergeten zijn hun pakje op te halen.
Kol’ko daš
Sommigen rekenen het equivalent van een volledig buskaartje, anderen de helft. Bij weer anderen mag je zelf de prijs van de dienst bepalen.
En zo komen we bij de waardevolle sociale regel kol’ko daš: zoveel als je kunt geven. Zoals met alles in deze regio is deze regel niet wat hij lijkt. Op het eerste gezicht staat het je vrij om de waarde van de dienst zelf te beoordelen. Maar eigenlijk maak je vooral een inschatting van de andere kant van de transactie, namelijk: met welk bedrag kun je voorkomen dat de ander zich beledigd voelt? Daarom betaal je vaak meer dan de dienst werkelijk waard is.
Maar toch is het nog altijd goedkoper dan de post, en oneindig veel leuker.
We hebben een strak schema, maar Rada staat een snelle pauze toe bij het tankstation, omdat iemand naar het toilet moet. Ik maak van de gelegenheid gebruik om een sigaret te pakken, of liever gezegd, dat was mijn plan, maar ik realiseer me dat mijn sigaretten op zijn. Gelukkig heb ik een slof Drina-sigaretten meegenomen om aan mijn vriend Bojan uit Belgrado te overhandigen. Hij vindt het vast niet erg.
De termen Drina en Sarajevo spelen een belangrijke rol in zijn leven, en niet alleen vanwege de sigaretten. Bojan behoort tot een kleine groep journalisten in Servië die consequent blijven schrijven over de Servische oorlogsmisdaden in Bosnië in de jaren negentig. Elke week ontvang ik links naar artikelen die, vrees ik, bijna niemand leest.
Maar Bojan geeft niet op. Hij werkt momenteel aan een documentaire over de Belgrado-kring, een groep liberale intellectuelen en vredesactivisten die begin jaren negentig in opstand kwamen tegen het regime, de oorlogen en de misdaden van Milošević. Dertig jaar later is er zelfs geen verre echo van hun stemmen meer te horen in de Servische politiek. De groep is nu slechts een herinnering in het hoofd van een kleine kring van toegewijden.
Als we door Romanija rijden, heb ik het gevoel dat we een van zijn verhalen betreden. We begeven ons in de prachtige natuur van Oost-Bosnië. Op verkeersborden staan plaatsnamen die herinneren aan de gruwelijkste episoden uit de oorlog, plekken waarover velen in Servië alleen maar hebben gehoord via de getuigenissen in Den Haag. Ze staan symbool voor bloed-baden, verkrachtingen en etnische zuiveringen. Hier, vlak voor Sokolac, vinden we de afslag naar Rogatica. Je reist omhoog tot Han Pijesak, dan ga je naar Vlasenica, Milići en Zvornik, en als je vanuit Zvornik naar het zuiden zou reizen, zou je Srebrenica bereiken.
Uiteindelijk bereiken we de Drina.
‘Vroeger rookte ik Yorks uit Rovinj,’ vertelt Bojan, ‘maar toen werden in 1991 alle banden met Kroatië verbroken. Dus stapte ik over op Drina’s.’
Slechte beslissing, Bojan, want de banden met Bosnië duurden ook niet veel langer. Begin deze eeuw begon hij ze weer te roken in Sarajevo. Bojan houdt van Sarajevo; soms verdwijnt hij daar gewoon, en dan komt hij levendiger dan ooit terug.
En waarom breng ik hem Drina’s, zijn die er dan niet in Belgrado? In maart 2022 sloot de honderdveertig jaar oude tabaksfabriek van Sarajevo, in een land waar bijna een derde van de volwassen bevolking bestaat uit hartstochtelijke rokers. Er zijn echter nog steeds voorraden oude Drina’s, en Bojan wil ze roken zolang ze er nog zijn.
Zou je ongeveer hetzelfde kunnen zeggen over de Belgrado-kring? De anti-oorlogsgedachte in Servië is verdwenen en we roken al jaren de voorraden op. Maar ook die slinken.
Einde van de wereld
De tijd dat het oversteken van de grens bij Merdare spannend was – zowel voor Serviërs bij de Kosovaarse controlepost als voor Albanezen bij de Servische controlepost – is voorbij. Toch wordt het op de een of andere manier altijd wat stiller in de bus als deze Kuršumlija nadert; de sfeer wordt grimmig en gespannen. Een duister voorgevoel. Misschien draagt het verlaten landschap om ons heen daaraan bij. Lege velden, lege straten, lege huizen. En een volledig verlaten weg, die naar het einde van de wereld lijkt te leiden.
Hier en daar zie je op borden langs de weg Albanese plaatsnamen: Kastrat, Ljuša. Ook het dorp Arbanaška ligt in de buurt. Maar hier wonen al lang geen Albanezen meer. Op een heuvel bij Degrmen, op twee kilometer van Merdare, verrijzen de donkere ruïnes van de kerk van Beć, die vanaf 1912 werd gebouwd met geld van Servische immigranten uit de Sandžak, Montenegro en Zubin Potok. Die vestigden zich op het land van de Albanezen en Turken die na de Servisch-Ottomaanse oorlog van 1876 naar Kosovo waren gevlucht. Door de armoede na de Eerste Wereldoorlog werd de bouw van de kerk uitgesteld tot betere tijden, die nooit kwamen. Er zijn hier ook niet veel Serviërs meer; de beschadigde weg naar het mythische Kosovo voert door een van de armste gemeenten van Servië.
In doodse stilte verzamelt hij onze ID-kaarten en sorteert ze zorgvuldig in zijn handpalm, en gaat dan naar buiten
Een oproep in het Servisch en Albanees galmt door de bus: ‘Houd uw identificatiebewijs gereed!’ Omdat Servië en Kosovo elkaar niet erkennen, zijn paspoorten voor Kosovaarse en Servische burgers hier ongeldig. Eerst komt de Servische politieagent binnen. In doodse stilte verzamelt hij onze ID-kaarten en sorteert ze zorgvuldig in zijn handpalm, en gaat dan naar buiten. Na de controle geeft de chauffeur onze kaarten terug, maar algauw komt de Kosovaarse politieagent binnen en begint de hele procedure opnieuw.
Plots is er een probleem. De douane-beambte blijft rond de achterbak hangen. Hij maakt ruzie met de bestuurder en laat hem iets zien. De passagiers aan de rechterkant van de bus staren naar hem, de passagiers aan de linkerkant staren aandachtig naar die aan de rechterkant, omdat ze de douane-beambte niet kunnen zien. Wat heeft hij gevonden? Zullen ze ons doorlaten? Diep weggestopte angsten komen boven. Plotseling weten we dat alles mogelijk is.
De chauffeur schudt zijn hoofd. De douanier schudt ook zijn hoofd. Het is alsof hij hier niets mee te maken wil hebben. Hij slaat de deur van de kofferbak dicht. Ik heb het gevoel dat we allemaal weer kunnen ademen.
We rijden Kosovo binnen. Nu zien we borden met Servische plaatsnamen, maar geen Serviërs.
Belgrado, eind mei.
Lula begroet me op de binnenplaats van een oude villa in het centrum van de stad. Op straat heerst een helse middagdrukte. Op de binnenplaats, vol tere rode en gele bloemen, is het volledig stil.
Lula lijkt in veel opzichten op die villa: elegant, triest en naar binnen gekeerd. ‘Ik ben al lang niet meer buiten geweest,’ zegt ze tegen me. ‘Dit is mijn stad niet meer.’
De brief en de tas zijn netjes en op tijd bij haar afgeleverd. Ik besluit niet te informeren naar de inhoud van de enveloppe. Ik neem aan dat er een reden voor was dat hij verzegeld was. Maar ik kan het niet laten om te vragen naar de zak met het mysterieuze poeder.
Mix voor soep
‘Tarhana,’ lacht Lula. ‘Een mix voor soep. Mijn tante Ešrefa uit Travnik bereidt dit voor me, en stuurt het via mijn neef. Ze bereiden het anders in Servië. Ook lekker, maar die van haar vind ik lekkerder. In Servië zeggen ze meestal “tarana”, omdat ze hier niet van die “h” houden – die is overgenomen uit het Turks. Net als in Bosnië begonnen ze hem in te voegen op plaatsen waar hij niet thuishoort.’
We zitten in restaurant Kraljevo, niet ver van een grote parkeerplaats aan de Sarajevska-straat in Belgrado, waar Rada normaal gesproken passagiers oppikt en afzet. Waar anders?
Ze heeft de hele dag in de auto gezeten en is erg moe, maar ze heeft tijd om te praten. Ze vertelt me dat ze de laatste tijd vaak flauwvalt. Laatst kwam ze amper de auto in, maar ze gaf niet op.
Aan Marko, die de vrouw bij wie hij mocht onderduiken in de oorlog maar spullen blijft sturen – bonen, paprika’s, walnoten, kajmak [een soort zure room], een pot honing en 50 of 100 euro – vroeg Rada eens of het niet veel makkelijker zou zijn om haar het geld te sturen, zodat ze het eten zelf kan kopen? ‘Ja,’ antwoordde hij, ‘dat heb ik geprobeerd, maar ze is blij als ze die doos kajmak ontvangt en dan kan zeggen: “Kijk eens wat mijn lieve Marko me heeft gestuurd.”’
En toen begreep ik het eindelijk. Spullen reizen niet, mensen wel. Als mensen niet kunnen reizen, sturen ze spullen. Maar zelfs dan zijn het eigenlijk niet de spullen die reizen, maar de gevoelens van die mensen.
‘De Europese eenheid staat niet zozeer onder druk door Poetins dreigementen, als wel door de uiteenlopende opvattingen over hoe de oorlog moet eindigen’, schrijft Ivan Krastev. Volgens de Bulgaarse politicoloog moet Europa een gemeenschappelijk standpunt formuleren, wil het escalatie voorkomen.
Europa doet dezer dagen denken aan de eerste weken van de pandemie: we hebben het gevoel dat het einde van de wereld nabij is. Alleen is de angst voor Russische kernwapens in de plaats gekomen van discussies over het virus.
De Europese media grossieren in grimmige koppen over energietekorten, storingen, stroomuitval. Analisten zijn het erover eens dat de inflatie en de stijgende kosten van levensonderhoud zomaar miljoenen betogers op de been zouden kunnen brengen. Het aantal migranten dat in 2022 naar de Europese Unie kwam, is al veel groter dan het aantal Syriërs dat in 2015 naar de EU uitweek. En de oorlogsmachine van het Kremlin zal deze aantallen verder doen oplopen naarmate de vernietiging van de Oekraïense infrastructuur de mensen daar berooft van elektriciteit en water.
Poetins winter lijkt echter geen einde te zullen maken aan de betrokkenheid van Europa bij Oekraïne. Geallieerde regeringen kunnen van samenstelling veranderen, maar de sancties blijven van kracht. Kijk maar naar Italië, waar de nieuwe extreemrechtse regering zich heeft gevoegd naar de Europese consensus.
Niet Europa maar de VS is de zwakke schakel als het gaat om duurzame steun voor Kyiv
De meeste Europeanen voelen diepe morele verontwaardiging over het brute Russische optreden. Door de recente Oekraïense militaire successen is er behalve verontwaardiging nu ook hoop. Nu de Oekraïners oprukken op het slagveld, neemt de steun voor hen alleen maar toe. Belangrijker is evenwel wat er aan de overzijde van de Atlantische Oceaan gebeurt. Toen premier Orbán van Hongarije, de naaste bondgenoot van Poetin in de EU, onlangs zei dat ‘de hoop op vrede Donald Trump heet’, raakte hij een snaar bij alle Europese bondgenoten van Poetin. Zij beseffen dat alleen een verandering in Amerikaans beleid het westerse standpunt op het gebied van Oekraïne kan wijzigen. Niet Europa maar de VS is de zwakke schakel als het gaat om duurzame steun voor Kyiv.
Maar ook aan deze oorlog komt ooit een eind. En dan zullen de spanningen in Europa pas echt aan het licht komen.
Drie kampen
Hoe moet deze oorlog eigenlijk eindigen? Over die kwestie heerst verdeeldheid. Er zijn drie kampen: de realisten, de optimisten en de revisionisten. In vrijwel elk Europees land vind je politici en kiezers uit alle drie de categorieën, maar niet altijd in dezelfde verhouding: in West- en Zuid-Europa woedt er vooral een debat tussen realisten en optimisten. In Oekraïne en sommige Oost-Europese landen voeren optimisten en revisionisten de boventoon. Die verschillen zijn het best te verklaren door te kijken naar geografische en historische factoren. West-Europeanen zijn vooral bang voor een kernoorlog. Oost-Europeanen vrezen dat hun landen weer in de Russische invloedssfeer verzeild raken als Oekraïne de oorlog verliest.
De zogeheten realisten vinden dat Europa ernaar moet streven dat Rusland niet wint, Oekraïne niet verliest en de oorlog zich niet uitbreidt. Gezien zijn uitspraken is de Franse president Macron een aanhanger van deze opvatting. Die komt erop neer dat Oekraïne hulp moet krijgen om een zo groot mogelijk deel van zijn grondgebied te bevrijden, maar dat een Oekraïense overwinning begrensd dient te zijn, omdat het risico dat Rusland tactische kernwapens inzet anders te groot wordt. In deze visie ligt het voor de hand dat Oekraïne niet moet proberen de Krim, die in 2014 door Rusland werd geannexeerd, te heroveren.
Terecht beschouwen de realisten het huidige conflict als gevaarlijker dan de confrontatie tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog. Beide krachten geloofden destijds dat de geschiedenis aan hun kant stond. Het Westen heeft nu te maken met een door apocalyptische visioenen geplaagde leider, een man geobsedeerd door het spookbeeld van een wereld zonder Rusland.
Duurzame vrede
Het tweede kamp bestaat uit optimisten. Oekraïne moet niet alleen de eindoverwinning behalen, de oorlog dient ook het einde van Vladimir Poetin te bezegelen. Zij stellen dat de militaire nederlaag van Rusland en de aanhoudende gevolgen van de sancties – die steeds verwoestender worden – duidelijke tekenen zijn dat de dagen van de Russische president geteld zijn. Zij steunen daarom president Volodymyr Zelensky in diens weigering om met Poetin te onderhandelen. De aanhangers van dit standpunt, onder wie de Duitse Groenen en de meeste Oost-Europeanen, stellen dat alleen ongelimiteerde steun aan Oekraïne een duurzame vrede kan bewerkstelligen. Rusland moet niet alleen worden tegengehouden, maar ook verslagen.
Voor revisionisten is de oorlog in Oekraïne niet de oorlog van Poetin, maar die van de Russen. Voor hen is de enige garantie voor vrede en stabiliteit in Europa een onomkeerbare verzwakking van Rusland. Het zou zelfs wenselijk zijn als de Russische Federatie uiteenvalt. De revisionisten willen separatistische bewegingen steunen en de Russen ver van Europa houden, ongeacht politieke veranderingen in het land. Volgens hen moet de oorlog, die begon met Poetins bewering dat Oekraïne geen natie is, eindigen met de definitieve ontbinding van het Russische rijk. Haast nodeloos te vermelden dat deze strategie het meeste gehoor vindt in landen die hebben geleden onder het bewind van Moskou: Polen, de Baltische republieken en natuurlijk Oekraïne zelf.
Het optimisme van de ‘magisch realisten’ dat de dagen van Poetin geteld zijn, lijkt voorbarig
Critici van de realistische benadering wijzen er terecht op dat het realisme in 2015 al op de proef is gesteld nadat Rusland Oost-Oekraïne was binnengevallen. Dat heeft dus niet gewerkt. Het optimisme van de ‘magisch realisten’ dat de dagen van Poetin geteld zijn, lijkt voorbarig. Bovendien is de gewenste regimeverandering in de praktijk moeilijker te verwezenlijken: hoe kun je onderhandelen met een regime als je expliciete doel is dat het weg moet? De oproepen van revisionisten om Rusland te ontmantelen of te verminken hebben mogelijk als onbedoeld en ongewenst effect dat de Russen nu wél vinden dat ze een reden hebben om te vechten. Tot op heden heeft Poetin ze niet van die reden weten te overtuigen.
Toen de Russische troepen zich aan de rand van Kyiv bevonden, waren de verschillen tussen realisten, optimisten en revisionisten relatief. Oekraïne mocht niet onder de voet worden gelopen, dat was het voornaamste. Poetin mocht niet winnen. De triomfen van het Oekraïense leger gedurende de afgelopen maanden hebben deze verschillen echter dichter bij de kern van het debat over Europa gebracht. De Europese eenheid staat niet zozeer onder druk door Poetins dreigementen, als wel door de uiteenlopende opvattingen over hoe de oorlog moet eindigen. Dit zal voelbaar zijn wanneer de publieke druk om te onderhandelen met Moskou toeneemt.
De uiteenlopende narratieven en visies inzake het gewenste einde van de oorlog zijn zo emotioneel en moreel geladen dat elk vergelijk pijnlijk ingewikkeld zal zijn. Toch is zo’n gemeenschappelijk kader dringend gewenst. Anders zullen de angst van de Oekraïners dat zij door het Westen worden verraden en de angst van Poetin voor militaire vernedering tot maximale escalatie leiden.
Een superjacht stoot gemiddeld 725 ton CO2 per jaar uit
De EU heeft overeenstemming bereikt over een uitbreiding van de emissiehandel, waarbij ook de scheepvaart zal moeten betalen voor de CO2 die zij uitstoot. Er zijn echter nog steeds uitzonderingen, bericht Tagesschau in een artikel: grote luxejachten.
‘350 liter, 500 liter of zelfs meer dan 1000 liter diesel per uur. Jachten verbruiken enorme hoeveelheden brandstof – en in de regel geldt: hoe groter het schip, hoe meer diesel en navenant grote hoeveelheden broeikasgassen. In één uur varen blazen veel van de grotere jachten meer dan een ton CO2 en andere klimaatschadelijke gassen de lucht in. De meeste zogenaamde superjachten stoten duizenden tonnen per jaar uit’, schrijft het tv-programma op zijn website. ‘Ter vergelijking: een persoon in Duitsland produceert gemiddeld ongeveer elf ton broeikasgassen per jaar.’
Niettemin blijven eigenaars of huurders van jachten profiteren van een vrijstellingsregel in de CO2-emissiehandel. Naast grote industriële bedrijven en luchtvaartmaatschappijen zullen vanaf 2024 ook het wegverkeer en de gebouwde omgeving vallen onder het emissiehandelssysteem, evenals passagiers- en vrachtschepen met een bruto geregistreerd tonnage van 5000 of meer. Dit geldt echter niet voor ‘niet-commerciële exploitanten of zuivere recreatievaartuigen’, liet de Europese Commissie aan Tagesschau weten.
Volgens een analyse van de ngo Transport & Environment zijn er ongeveer 1500 grotere jachten in Europa die gemiddeld ongeveer 725 ton CO2 per jaar uitstoten. Zij blijven vrijgesteld van de emissiehandel.
EU reageert positief op hervorming rechterlijke macht
Het Poolse parlement heeft gestemd voor een amendement op de wet over de bevoegdheden van het Poolse Hooggerechtshof, zo berichtte het Poolse weekblad Tysolafgelopen vrijdag. Dit onder de aanhoudende druk van de EU, waarmee Polen al een tijdlang in de clinch ligt vanwege de omstreden justitiële hervormingen die het land heeft doorgevoerd. Sinds de ultraconservatieve partij Recht en Gerechtigheid (PiS) er aan de macht is, is de onafhankelijkheid van rechters namelijk drastisch ingeperkt, tot ongenoegen van de EU, die dit beschouwt als een schending van democratische beginselen.
Na de stevige en verhitte debatten van de afgelopen dagen werd het amendement met 203 stemmen voor, 52 tegen en 189 stemonthoudingen uiteindelijk aangenomen. 198 van de 203 stemmen voor waren afkomstig van de regeringspartij PiS, terwijl van de partij Solidarna Polska, coalitiepartner in de regering, iedereen tegenstemde. De oppositie bracht helemaal geen stem uit.
Europa zal het verloop van de wetswijzigingsprocedure nauwlettend in de gaten houden
Het aangenomen amendement houdt in dat rechtszaken over tucht en rechterlijke onschendbaarheid niet meer door het Hooggerechtshof, maar door de Hoogste Administratieve Rechtbank worden afgehandeld. Ook krijgt deze rechtbank nu zelf de bevoegdheid om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van een rechter te toetsen, terwijl daarvoor eerst een rechtszaak gestart moest worden.
Hoewel het aangenomen amendement tot vreugde stemt bij de Europese Commissie, die al lange tijd ernaar uitzag dat Polen stappen zou ondernemen om de rechterlijke onafhankelijkheid te waarborgen, is de kous hiermee nog niet af, zo meldde Tysoleven later. Europa zal het verloop van de wetswijzigingsprocedure nauwlettend in de gaten houden en, wanneer de wetswijziging in Polen eenmaal doorgevoerd is, nagaan in hoeverre de gewijzigde wet voldoet aan de Europese normen inzake rechterlijke onafhankelijkheid, aldus de woordvoerder van de Europese Commissie, Christian Wigand.
De mineralen kunnen worden gebruikt voor elektrische auto’s
Het Zweedse staatsmijnbouwbedrijf LKAB heeft in het noorden van het land een grote hoeveelheid zeldzame aardmetalen gevonden, schrijft The Local. Het gaat naar eigen zeggen om de grootste hoeveelheid aardmetalen in Europa. De mineralen worden onder meer gebruikt bij de productie van elektrische auto’s.
De vondst komt als geroepen voor de EU, dat vanaf 2035 alleen nog maar elektrische auto’s wil produceren en hard op zoek is naar materialen om deze klimaatdoelstellingen mee te behalen. De afgelopen maanden heeft de Europese Unie met meerdere landen die rijk zijn aan dergelijke materialen, zoals Chili, handelsakkoorden gesloten, mede om afhankelijkheid van China te verminderen. Desondanks zal het, mede door extra onderzoek en het verkrijgen van vergunningen, nog tot vijftien jaar kunnen duren voordat de mineralen daadwerkelijk uit de grond worden gehaald.
Het staatsmijnbouwbedrijf zegt dat de ontdekking, die ruim 1 miljoen ton zeldzame mineralen betreft, goed nieuws betekent voor heel Europa. Het komt zelden voor de dergelijke metalen zich in zulke grote hoeveelheden op één plek bevinden. Met name in Europa zijn er weinig plekken waar deze mineralen gedolven worden, waardoor men nu nog kijkt naar China en Rusland voor samenwerkingen.
Kroaten klagen dat sinds de invoering het leven duurder is
Kroatië is sinds dit nieuwe jaar officieel het twintigste euroland in de Europese Unie. Het land was tien jaar geleden al lid geworden van de EU, maar om ook daadwerkelijk de euro in te kunnen voeren, moesten nog verschillende stappen worden gezet, schrijft Euronews. Kroatië is daarnaast ook toegetreden tot de Schengenzone, wat betekent dat de douanecontroles voorbij zijn.
Toch gaat de invoering van de euro in het land niet zonder slag of stoot. Volgens veel Kroaten is het dagelijkse leven in hun land fors duurder geworden sinds de Europese munt gebruikt wordt. Met name in de horeca zouden prijzen fors hoger komen te liggen.
De Kroatische minister van Financiën Davor Filipovic heeft naar aanleiding van de klachten gezegd een onderzoek te willen gaan doen of horecaondernemers de invoering van de euro gebruiken om hun prijzen op te drijven. In Kroatië is het nog twee weken mogelijk om te betalen met de oude munt, daarna moet iedereen met euro’s betalen.
De ex-vicevoorzitter van het EP wordt verdacht van gesjoemel
Het omkoopschandaal in het Europees Parlement blijft zich uitdijen. Een van de kopstukken van het schandaal, dat ‘Qatargate’ wordt genoemd vanwege de prominente rol van Qatarees geld in de affaire, wordt verdacht van fraude met personeelsvergoedingen. Het gaat om Eva Kaili, een van de vicevoorzitters in het EP, die inmiddels vastzit in een Belgische cel.
Bij Kaili en haar vader thuis zijn honderdduizenden euro’s aan cash geld ontdekt, die volgens autoriteiten afkomstig waren uit Qatar en Marokko, die er invloed in het EP mee wilden kopen. De Belgische politie, schrijft de site van Eppo, wil dat de politieke onschendbaarheid van Kaili wordt opgeheven, om haar zo te kunnen vervolgen. Zelf ontkent Kaili alle betrokkenheid, zowel bij ‘Qatargate’ als bij het gesjoemel met de vergoedingen.
Om te voorkomen dat dergelijke schandalen zich weer voordoen, gaat het Europees Parlement vriendschapscommissies met andere landen verbieden en klokkenluiders beter beschermen. Daarnaast mogen vertegenwoordigers van Qatar niet langer het EP in en worden visumverdragen voorlopig opgeschort.
De groep maakte deel uit van de extreemrechte Reichsbürger
De Duitse politie heeft woensdag bij een grootschalige antiterreuractie 25 mensen aangehouden die verdacht worden van het beramen van een coup tegen de Duitse staat, schrijft Die Welt. Bij de operatie waren drieduizend agenten betrokken, die verspreid over elf deelstaten tientallen woningen, kantoren en bedrijven binnenvielen.
De 25 gearresteerden maakten deel uit van de extreemrechte Reichsbürger, een beweging die de Duitse staat niet accepteert. Onder de aangehouden mensen was Heinrich XIII Reuss (een achterneef van prinses Beatrix) een oud-legercommandant en een oud-politica van de extreemrechtse AfD. De Reichsbürger wordt door de Duitse autoriteiten al langere tijd gezien als terroristische beweging, maar het is voor het eerst dat er zo een grootscheepse politieactie tegen hen wordt uitgevoerd.
De groep had verregaande plannen om het Duitse parlement te bestormen en vervolgens te ontheffen, om vervolgens een nieuwe regering en een nieuw leger op te richten. Heinrich XIII Reuss moest die regering voorzitten. Volgens de Duitse autoriteiten is met de aanhoudingen aangetoond dat de afkeer van de Duitse democratische rechtstaat en de extreemrechtse sympathieën in Duitsland dieper geworteld zitten dan voorheen werd gedacht.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.