Tag: European Press Prize

  • Oekraïne als wereldwijde doorvoerhaven voor sigarettensmokkel

    Oekraïne als wereldwijde doorvoerhaven voor sigarettensmokkel

    Volgens politie en justitie maken Oekraïense bedrijven deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld.’

    Vier jaar geleden reed een vrachtwagen met 12,5 miljoen sigaretten de Oekraïense havenstad Odessa binnen. Het leek een doodgewone lading tabak die vanuit Europa werd ingevoerd in Oekraïne, een van de landen met de hoogste aantallen rokers ter wereld. Maar een aantal dingen klopte niet. De sigaretten, van de merken Regina Blue en Regina Red waren niet voorzien van een accijnszegel. De waarschuwende teksten op de pakjes waren niet in het Oekraïens. En op de zijkant stond in kleine lettertjes: ‘For Duty Free Sale Only’. De autoriteiten vermoedden dat deze sigaretten voor de smokkel waren bedoeld.

    In het kort

    • Regina is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden.

    • China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, maar houdt zich daar niet aan.

    • ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld.’

    • Het overgrote deel van de geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen.

    Regina, herkenbaar aan de grote witte R met een gouden of zilveren kroontje, is lang niet zo’n bekend merk als Marlboro of Lucky Strike, maar het is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden. Het is een product van de China National Tobacco Corporation, kortweg China Tobacco of CNTC genoemd, een Chinees staatsbedrijf dat bijna de helft van alle sigaretten ter wereld produceert. Het heeft zich jarenlang alleen op de binnenlandse markt gericht, maar is de laatste tijd begonnen zijn sigaretten ook elders in de wereld nadrukkelijk aan de man te brengen. En die nieuwe markten zijn niet altijd legale markten, zo blijkt uit onderzoek van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP) en de Kyiv Post.

    Vanuit de enige Europese fabriek van China Tobacco, op een paar uur rijden ten noorden van Boekarest, is Oekraïne de afgelopen zeven jaar overspoeld met minstens een half miljard sigaretten. Volgens de fiscus en de vakvereniging van de grootste tabaksproducenten van Oekraïne worden de Chinese merken nergens legaal aangeboden. Uit aan het OCCRP gelekte Roemeense overheidsgegevens blijkt dat de fabriek beweerde de tabak legaal te exporteren naar veertien verschillende bedrijven in Oekraïne. Maar naar ten minste drie van deze bedrijven loopt een onderzoek wegens grootschalige sigarettensmokkel, zo werd door journalisten geconstateerd. Volgens politie en justitie maken ze deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld,’ zegt Luk Joossens, deskundige op het gebied van tabaksontmoediging. ‘Internationale bedrijven die exporteren naar plaatsen waar de markt niet lijkt aan te sluiten op de vraag.’ 

    Oekraïne als doorvoerhaven voor de smokkel naar Europa

    Oekraïne heeft al langer een slechte naam als doorvoerhaven voor illegale sigaretten, en het is nog steeds een van de grootste bronnen van sigarettensmokkel naar de EU.

    Door zijn ligging aan de oostelijke rand van het handelsblok en zijn tabaksprijzen, die veel lager zijn dan in de EU, is het land een paradijs voor smokkelaars.

    Daar komt bij dat de smokkel van tabak in Oekraïne wel verboden is, maar geen zwaar misdrijf. Onder jarenlange druk van de EU om de straffen te verhogen heeft president Volodymyr Zelensky in april eindelijk een wetsvoorstel ingediend om smokkel te bestraffen met maximaal twaalf jaar cel en een fikse boete.

    Het International Consortium of Investigative Journalists onthulde in 2009 dat grote sigarettenfabrikanten het jaar daarvoor bijna 130 miljard sigaretten hadden geproduceerd en ingevoerd: dertig procent meer dan in Oekraïne zelf kan worden geconsumeerd. Al die miljarden sigaretten zijn verdwenen op de markt, en dus mogelijk via illegale handel in de EU terechtgekomen.

    Protocol

    China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, waarin is vastgelegd wat overheden moeten doen om de smokkel en namaak van tabak tegen te gaan. Volgens dat protocol mogen tabaksproducenten bijvoorbeeld pas exporteren als ze hebben bewezen dat er op een bepaalde markt werkelijk vraag naar hun product bestaat. Verder moeten ze hun afnemers aan een achtergrondcheck onderwerpen en controleren of ze over de nodige registraties en vergunningen beschikken. China Tobacco lijkt dit allemaal niet te doen. Het heeft niet gereageerd op vragen. Maar de Roemeense dochteronderneming China Tobacco International Europe Company zegt zich wel aan alle relevante Roemeense en Europese wetgeving te houden en ‘onze risicobeheersingsmaatregelen te verbeteren’, bijvoorbeeld met een in 2019 ingevoerd track-and-tracesysteem om smokkel tegen te gaan. Het bedrijf gaat niet in op vragen over zijn Oekraïense afnemers en de aantijgingen daartegen.

    Het Oekraïense justitieonderzoek tegen de tabakssmokkel liep van 2017 tot eind december 2020, toen het werd afgesloten omdat fiscus en justitie geen verdachten hadden die ze konden vervolgen. Het onderzoek werd op 29 april [2021] heropend, een week nadat journalisten er vragen over hadden gesteld aan het OM. Hoewel de opsporingsdiensten vier jaar lang hebben geprobeerd klaarheid in de zaak te brengen, lijkt het erop dat ze belangrijke verbanden over het hoofd hebben gezien. Het is ook nooit gelukt hun onderzoek te coördineren met dat van de Roemeense politie, die aan haar kant van de grens de smokkel van sigaretten uit deze fabriek onderzocht.

    Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat

    Na de vondst in Odessa in mei 2017 bezwoer een directeur van Duty Free Odessa, het bedrijf dat de lading illegale Regina’s had gekocht, dat zij nog nooit eerder Chinese sigaretten had ingevoerd. Dat is niet waar. Uit Roemeense exportgegevens blijkt dat Duty Free Odessa een maand eerder, in april 2017, 12,5 miljoen Regina-sigaretten in Oekraïne had ingevoerd – een lading die blijkbaar aan de aandacht van de autoriteiten was ontsnapt. En een bedrijf met dezelfde eigenaar en directeur, Travel Retail Ukraine, importeerde in juli 2015 bijna 15,5 miljoen Chinese sigaretten. Maar justitie lijkt naar dat bedrijf helemaal geen onderzoek te hebben ingesteld, of zelfs maar te hebben opgemerkt dat een en dezelfde persoon eigenaar is van twee bedrijven die allebei grote hoeveelheden Chinese sigaretten hebben ingevoerd zonder daarvoor een importvergunning te hebben.

    Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat. Opsporingsdiensten noemen Chinese sigaretten vaak ‘cheap whites’ (een aanduiding voor illegaal in kleinere fabrieken gemaakte en voor de illegale export bedoelde sigaretten), zonder te erkennen dat ze geproduceerd worden door de grootste sigarettenfabrikant ter wereld, in een periode waarin die zijn internationale afzet probeert te vergroten.

    ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld’

    ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld,’ zegt Allen Gallagher van de Tobacco Control Research Group aan de universiteit van Bath. ‘Uit onderzoek blijkt dat dit mede komt doordat grote internationale tabaksbedrijven het land overspoelen met een overmaat aan producten, die dan doorsijpelen naar de EU. Door de verfijnde methoden waarmee de smokkelaars illegale producten verbergen, kan het voor de autoriteiten lastig zijn om daar paal en perk aan te stellen.’

    Zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine is ten dele eigendom van Vadym Sljoesarjev, een invloedrijke oud-medewerker van de grenswacht die nauwe banden onderhoudt met de huidige president van het land. Daarnaast heeft hij ook een naam opgebouwd met minder frisse praktijken. In april werd hij door de voormalige Georgische president Micheil Saakasjvili betiteld als ‘de grootste smokkelaar van de regio Charkiv’ – de noordoostelijke grensregio die een van de belangrijkste smokkelroutes van het land is. ‘Waarom staat hij niet op de lijst?’ vroeg hij zich op de Oekraïense tv af. (Sinds 2015 is Saakasjvili Oekraïens staatsburger en hij is korte tijd gouverneur van Odessa geweest.) Daarmee doelde hij op de aankondiging van sancties tegen vermeende smokkelaars. Wellicht, opperde hij, genoot Sljoesarjev ‘een zekere mate van immuniteit vanwege zijn politieke sympathieën’.

    Vadym Sljoesarjev, dienaar van het volk?

    Sljoesarjev werd in 2019 campagnemedewerker voor Zelensky, de voormalige tv-ster die eerst een president speelde in een tv-serie, om vervolgens echt president te worden.

    Om onduidelijke redenen werd Sljoesarjevs betrokkenheid bij de partij aanvankelijk stilgehouden. Lokale media kwamen erachter en noemden hem een ‘schaduworganisator’ van Zelenky’s team in de regio Charkiv, waar hij stemmen ronselde voor de verkiezingen van 2019. Het Oekraïense programma Schemes van Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) legde verbanden bloot tussen zijn bedrijven en vier parlementskandidaten van Zelensky’s partij. De website Censor.Net onthulde verder dat Sljoesarjev twee hotels zou bezitten op de Krim en daar via Rusland naartoe zou zijn gevlogen, ondanks het Oekraïense verbod.

    Dit lijkt zijn politieke carrière allemaal niet te hebben gehinderd. Zelensky bevestigde uiteindelijk aan journalisten van RFE/RL dat Sljoesarjev had samengewerkt met Pavlo Soesjko, het hoofd van zijn campagneteam in Charkiv. Sljoesarjev en Soesjko hebben allebei gewerkt bij het Oekraïense grenswachtagentschap. Na de verkiezingen trad Sljoesarjev uit de schaduw. Eerst werd hij freelance-adviseur voor Serhi Trofimov, adjunct-hoofd van Zelensky’s staf. Momenteel werkt Sljoesarjev niet meer voor Zelensky, aldus de voorlichters van de president. Sinds maart zit hij wel in een nieuwe politieke raad die de politieke strategie voor Zelensky’s partij Dienaar van het Volk moet uitstippelen. De partij heeft niet gereageerd op vragen.

    Nauwe banden met Zelensky

    Sljoesarjev heeft nauwe banden met president Zelensky, voor wie hij werkt sinds hij in 2015 opstapte als hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van het Oekraïense grenswachtagentschap. Tot die tijd had hij voor verschillende afdelingen van dat agentschap in de regio Charkiv gewerkt. Bij navraag door een journalist benadrukten opsporingsambtenaren dat ze geen bewijs hebben dat Sljoesarjev persoonlijk weet heeft van de smokkel, ook al zijn er bedrijven van hem bij betrokken. Hij is in 2017-2018 mede-eigenaar geworden van beide bedrijven, en hun betrokkenheid bij sigarettensmokkel dateert van voor die tijd. De andere mede-eigenaar, Ksenia Jabloekovska, verwierf al aandelen in beide bedrijven in 2015 of 2016, toen ze Chinese sigaretten in Oekraïne importeerden. Sljoesarjevs bedrijven hebben niet op vragen gereageerd. Ook pogingen om contact met hem te krijgen via de regeringspartij Dienaar van het Volk zijn op niets uitgelopen.

    Cig2
    De enige fabriek van China Tobacco in Europa bevindt zich op enkele uren rijden van de Roemeense hoofdstad Boekarest.

    Sljoesarjev werd officieel pas mede-eigenaar van de bedrijven nadat ze zich met smokkel hadden ingelaten, maar hun opkomst in de sigarettensmokkel valt wel samen met zijn loopbaan bij de Oekraïense grenswacht. Travel Retail Ukraine opende in 2012 een taxfreewinkel bij de douanepost in Hoptivka, aan de grens met Rusland. Sljoesarjev was destijds hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van de regio oost in het grenswachtagentschap, dat meer dan veertig van zulke grensovergangen naar Rusland beheert. In 2017, na zijn ontslag bij de grenswacht, werd hij mede-eigenaar van Travel Retail Ukraine. Datzelfde jaar kocht hij ook het bedrijf Frontera, eigenaar van het gebouw bij de grensovergang dat door de grenswacht van Charkiv wordt geleased, zo bleek uit onderzoek van het radioprogramma Schemes van de radiozender Radio Free Europe/Radio Liberty. Volgens de verslaggevers bezit dit bedrijf van Sljoesarjev ook panden bij de grensovergang van Hoptivka, waarin nu supermarkten en verzekeringsloketten zijn gevestigd. 

    ‘Het is veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen’

    Het OCCRP en de Kyiv Post hebben geen bewijs gevonden dat Sljoesarjev deze winkels voor smokkelpraktijken gebruikt, maar de sigaretten die bij de inval in Odessa in beslag zijn genomen, waren wel aangemerkt als bestemd voor taxfreeverkoop. Dat is een veelgebruikte list om verboden sigaretten het land in te smokkelen, volgens een rapport uit 2020 van consultancybureau Kantar. Volgens een rechercheur die de lading heeft onderzocht, waren die sigaretten duidelijk niet voor de verkoop in taxfreewinkels bedoeld. Hij sprak met de Kyiv Post en het OCCRP op voorwaarde van anonimiteit, omdat hij de media eigenlijk niet te woord mag staan. ‘Taxfreewinkels verkopen zulke sigaretten niet,’ legt hij uit, want de klanten van zulke winkels willen duurdere merken. ‘Waarom taxfree? Omdat je dan geen invoerheffing betaalt. Zo van: we slaan dit in voor onszelf. Maar ze verkopen die sigaretten niet zelf.’

    Kostjantyn Krasovsky, hoofd van de afdeling tabakscontrole van het Instituut voor Strategische Studies van het Oekraïense ministerie van Volksgezondheid, zegt dat het officiële toezicht op taxfreewinkels in Oekraïne ‘heel, heel zwak is’. Ze zijn daarom een ideaal kanaal voor de tabakssmokkel. ‘Op papier worden die sigaretten wel verkocht, zo komen ze in de boeken,’ legt hij uit. ‘Maar in werkelijkheid is het veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen. Die rijden er dan mee naar Polen, Hongarije, Roemenië enzovoort.’ 

    Rivera Grand en Motor Sich

    Een van de aandeelhouders van Rivera Grand, Oleh Polisjtsjoek, is betrokken bij een bedrijf dat verwikkeld is in een van de grootste Oekraïense controverses rond de invloed van China in het land.

    Hij is mede-eigenaar van Motor Sich Trade, een dochter van Motor Sich, een van de grootste strategischedefensiebedrijven van Oekraïne. In 2015 sloot een Chinees luchtvaartbedrijf met Motor Sich een samenwerkingsovereenkomst die onder meer de overdracht van Oekraïense technologie aan China behelsde. Dat werd een hele rel. Pogingen om een meerderheidsbelang in het bedrijf aan de Chinezen te verkopen zijn uiteindelijk verhinderd door de Oekraïense staatsveiligheidsdienst. In maart is de leiding van Motor Sich overgenomen door de regering, die zegt het bedrijf te willen nationaliseren. Motor Sich heeft niet gereageerd op vragen naar eventuele banden met Polisjtsjoek.

    Zwarte markt

    Of ze worden in Oekraïne op de zwarte markt verkocht. Verslaggevers hebben online en bij tabakshandelaren in Oekraïne tal van pakjes Regina-sigaretten kunnen kopen waarop stond dat ze ‘For Duty Free Sale Only’ waren. Ze leken allemaal te zijn geïmporteerd door een man die al in mei 2017 samenwerkte met Duty Free Odessa, de in Odessa woonachtige Georgische zakenman Turki Khalaf. 

    Khalafs bedrijf Global Tobac Co was de leverancier van de in 2017 in Odessa onderschepte lading. Ene Maksym Khalaf, die hetzelfde adres gebruikt als Turki, is eigenaar van weer een ander bedrijf dat tabak importeert, Empire Tobacco, dat in 2019 en 2020 meer dan 66 ton ruwe tabak kocht van China Tobacco’s Roemeense dochter. Op sommige illegale sigaretten troffen verslaggevers het logo van Empire Tobacco aan, met op de zijkant van het pakje een klein etiket met de tekst: ‘Made under authority of Global Tobac Co., Ltd Hong Kong.’ Khalaf wilde geen vragen beantwoorden.

    Cig4
    Hoptivka-checkpoint aan de grens van Oekraïne en Rusland. © dutyfreeunite.com

    Het is niet duidelijk wat Duty Free Odessa met de in 2017 onderschepte Regina’s van plan was, maar het bedrijf lijkt over de douane-inval te zijn getipt. Toen de agenten van de fiscale opsporingsdienst in mei met hun huiszoekingsbevel bij de grenspost aankwamen, had de directeur van het bedrijf, Joelja Tymosjenko, op het nippertje een manier gevonden om zelf de dans te ontspringen. Ze had per mail een brief verstuurd waarin ze de sigaretten weigerde aan te nemen en de lading doorverwees naar een Canadees bedrijf. Dat bedrijf zou de sigaretten naar de Georgische havenstad Batoemi hebben willen importeren, zo blijkt uit gerechtelijke stukken. Zo stuurde ze de opsporingsdiensten met een kluitje in het riet. Het Canadese bedrijf zei van niets te weten. En zonder duidelijke ontvanger kon er niemand voor deze contrabande worden vervolgd. ‘We hadden geen verdachten,’ zegt de betrokken rechercheur Jan Streljoek. 

    De fiscale rechercheurs werden ook gehinderd door collega’s van de staatsveiligheidsdienst. Op het moment dat ze de vrachtwagen wilden openmaken, kwamen zij vragen waar ze mee bezig waren, aldus een rechercheur die niet wil worden genoemd. Vervolgens weigerde de douane in Odessa de voor het onderzoek benodigde documenten af te staan, zodat de rechercheurs daarvoor eerst een gerechtelijk bevel moesten aanvragen. (De rechter stelde ze in het gelijk en beval de douane de documenten te overhandigen.) De staatsveiligheidsdienst ontkent deze aantijgingen.

    Toen de rechercheurs de documenten dan eindelijk in handen hadden, bleek Tymosjenko’s handtekening op de brief waarin ze de lading afwijst te zijn vervalst. Tymosjenko ‘zou een overeenkomst hebben gesloten met een directeur van China Tobacco, hun contract met de Chinezen. Maar de handtekening op de afwijzingsbrief verschilde van die op dat contract,’ zegt de rechercheur die anoniem wil blijven.

    Verslaggevers zijn afgereisd naar Dnipro, de Oekraïense stad op de centrale steppen waar zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine geregistreerd staat. Bij het flatgebouw waar ze officieel staan ingeschreven, was van enige bedrijfsactiviteiten niets te bespeuren – nog geen naambordje. De man die de deur opendeed, wilde de journalisten niet te woord te staan. Joelja Tymosjenko en mede-eigenaar Ksenia Jabloekovska waren allebei niet thuis toen journalisten van de Kyiv Post bij hen langsgingen. Op herhaalde vragen hebben ze niet gereageerd. Ook de staatsveiligheidsdienst wilde geen commentaar geven.

    Geneeskunde is androcentrisch

    ‘In Spanje zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen, vóór borstkanker. Vrouwen hebben twee keer zoveel kans om aan een hartaanval te overlijden: het sterftecijfer aan hartinfarcten is 9% bij mannen en 18% bij vrouwen. Daar zijn verschillende redenen voor. Vrouwen wachten langer voordat ze naar het ziekenhuis gaan en hun symptomen worden vaak verward met angsten.’ 

    Dit schrijven Lara Bonilla, Ricard Marfà en Idoia Longan in Woman’s body, man’s medicine, het opmerkelijke artikel waarmee ze dit jaar The Special Award van The European Press Prize wonnen.

    Geneeskunde is androcentrisch, ofwel: de man staat centraal. Dat betekent dat de resultaten van onderzoek naar verschijnselen bij mannen, worden geëxtrapoleerd naar vrouwen. Gaandeweg wordt echter steeds meer duidelijk dat dat op z’n zachtst gezegd een rare gang van zaken is, want symptomen, behandelingen en genezing voor eenzelfde ziekte zijn voor mannen en vrouwen misschien niet hetzelfde. Niet alleen hart- en vaatziekten en voortplantingsorganen verschillen, maar bijvoorbeeld ook mentale gezondheid, luchtwegaandoeningen, gewrichten en auto-immuunziekten.

    Het is een artikel dat je met stijgende verbazing leest: Huh? Was dit niet al veel langer bekend? Of, zoals een vroedvrouw stelt: ‘De mate van onwetendheid over het lichaam van de vrouw is ontstellend, zelfs bij sommige praktiserend artsen.’

    Honderden miljoenen sigaretten

    De onderschepte lading Regina’s is uiteindelijk vernietigd. Maar dat was maar een druppel in de zee aan Chinese sigaretten die Oekraïne voortdurend overspoelt. Van 2014 tot 2020 zijn honderden miljoenen sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao, afkomstig uit de Europese fabriek van China Tobacco, verscheept naar twee Oekraïense bedrijven die geen vergunning voor de import of distributie van tabak hebben. Naar beide bedrijven werd onderzoek gedaan in het kader van dezelfde grote smokkelzaak waarvoor Duty Free Odessa werd onderzocht. De onderzoekers verdenken ze ervan te worden ‘gebruikt als kopers of vervoerders’ van Chinese sigaretten voor andere landen.

    Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken

    Het is moeilijk na te gaan wat er met deze sigaretten na de invoer in Oekraïne is gebeurd, omdat ze niet via legale kanalen zijn verkocht. Maar sinds 2016 is het aantal inbeslagnames van sigaretten van merken van China Tobacco in Italië explosief gestegen – en veel van die sigaretten waren afkomstig uit Oekraïne. Volgens aan het OCCRP verstrekte gegevens van de Italiaanse opsporingsdiensten werd in Italië tussen 2017 en 2019 zo’n 41 ton aan gesmokkelde sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao in beslag genomen, waarvan 17 procent afkomstig uit Oekraïne. Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken, maar daarna is de situatie verder verslechterd, met name in de bezette gebieden, waar beide verdachte afnemers van China Tobacco gevestigd waren.

    Cig7
    De grenswacht bij de doorlaatpost Novotroitsk, zo’n 45 kilometer ten zuiden van het door Rusland bezette Donetsk. – © Yevgen Honcharenko

    De grootste afnemer, het bedrijf Rivera Grand Ltd., is gevestigd op de Krim. Het overgrote deel van de door Rivera Grand geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen. Sommige waren voorzien van het etiket ‘For Duty Free Sale Only’. De andere afnemer, Doninvest-99, is gevestigd in Donetsk, de grootste stad in de opstandige Donbas, waar al sinds maart 2014 een gewapend conflict woedt tussen door Rusland gesteunde separatisten en Kyiv-gezinde loyalisten. Bedrijven die op de Krim of in de Donbas waren geregistreerd werden het jaar daarna door Oekraïne verplicht te verhuizen naar gebied dat in handen was van de regering, om hun activiteiten daar wettelijk voort te zetten en belasting te betalen. Dat hebben Rivera Grand en Doninvest-99 niet gedaan. Beide bedrijven waren niet bereikbaar voor commentaar.

  • Wat Guantánamo met hen deed. De gevangene en zijn beul

    Wat Guantánamo met hen deed. De gevangene en zijn beul

    In de strijd tegen terreur moest een folteraar, mister X, de gevangene Mohamedou Ould Slahi breken. Elke nacht probeerde hij een nieuwe wreedheid uit. Op verzoek van Slahi hebben ze elkaar gesproken; de zwakke, aan zichzelf twijfelende dader en het sterke slachtoffer.

    De man die zich in Guantánamo ‘mister X’ noemde droeg, wanneer hij folterde, een masker en een spiegelende zonnebril. De man die hij kwelde mocht zijn gezicht niet zien. Nu, zeventien jaar later, staat mister X in zijn garage, ergens in Amerika, aan een pottenbakkersschijf. Een man met een kaal hoofd en een grijzende baard, getatoeëerd in de nek. Zijn handen, groot en sterk, vormen een grauwbruine klomp klei. Het potje zal niet bijzonder mooi worden, dat is al te zien. Hij zegt dat zijn kunst nu eenmaal zo is: hij voelt zich meer aangetrokken tot het lelijke.

    Mister X heeft lang nagedacht over de vraag of hij journalisten wil ontvangen om te praten over wat er toen gebeurd is. Het zou de eerste keer zijn dat een folteraar uit Guantánamo zich openlijk uitlaat over zijn daden. Aan de ontmoeting op deze dag in oktober 2020 zijn heel wat mailtjes voorafgegaan. Nu zijn we eindelijk bij hem. We hebben al een interview van meerdere uren achter de rug, waarin mister X ons over zijn wrede werk heeft verteld. We hebben hem verteld dat ook de man die hij indertijd mishandelde graag met hem wil spreken. Mister X antwoordde dat hij op zijn beurt zeventien jaar lang naar zo’n gesprek had verlangd, en dat hij er anderzijds ook zeventien jaar lang bang voor is geweest. Hij vroeg een half uur bedenktijd. Bij het potten draaien zou hij goed na kunnen denken.

    De man die graag met hem zou willen spreken heet Mohamedou Ould Slahi en gold in de zomer van 2003 als de belangrijkste gevangene in het kamp van Guantánamo Bay. Van de bijna achthonderd gevangenen daar werd, voor zover bekend, niemand zo zwaar gefolterd als hij.

    Sommige gebeurtenissen zijn bepalend voor een levensloop. Al duren ze, gemeten aan een heel leven, helemaal niet zo lang, in dit geval net acht weken, ze maken zo’n indruk dat ze alles wat voorafging doen vergeten en hun stempel drukken op alles daarna.

    Special Projects Team

    Destijds, in de zomer van 2003, was mister X halverwege de dertig en ondervrager in het Amerikaanse leger. Hij behoorde tot het zogenaamde Special Projects Team, dat als opdracht had om Slahi te breken. De gevangene had tot dusver hardnekkig gezwegen, maar de geheime diensten waren ervan overtuigd dat hij over belangrijke informatie beschikte. Informatie die misschien zelfs de volgende grote aanslag zou kunnen voorkomen of zou kunnen leiden naar Osama Bin Laden, die toen de meest gezochte terrorist ter wereld was: de leider van Al Qaida en hoofdverantwoordelijke voor de aanslagen van 11 september 2001.

    De opdracht van het team was om het kwaad te overwinnen. Om dat te bereiken zette het er een ander kwaad tegenover.

    Mister X folterde hem ’s nachts. Elke nacht dat Slahi’s zwijgen langer duurde probeerde hij een nieuwe wreedheid uit. Hij zegt dat martelen uiteindelijk een creatief proces is. Als we mister X horen beschrijven wat hij gedaan heeft, is het bij vlagen ademstokkend, en dat lijkt mister X zelf soms ook zo te ervaren tijdens het vertellen. Dan schudt hij zijn hoofd. Stopt even, strijkt door zijn baard, vecht tegen zijn tranen. ‘Man, ik kan het zelf niet geloven,’ zegt hij.

    adver artikel 1 1
    Klik op de afbeelding of scan de QR-code om van de aanbieding gebruik te maken.

    Als hij zo praat, krijg je niet de indruk dat dat alles lang geleden is gebeurd. Het is ook inderdaad nog niet voorbij. Mister X zegt dat er nauwelijks een dag voorbijgaat waarop hij niet over Slahi nadenkt of waarop die hem niet in zijn dromen opzoekt. Slahi was het ongeluk van zijn leven, in de ergste betekenis van het woord.

    Er is een moment geweest dat zich niet alleen in zijn geheugen gebrand heeft, maar ook zijn ziel heeft vergiftigd, zegt mister X. Die nacht ging hij de verhoorruimte in, waar Slahi, klein en vermagerd, in zijn oranje overall op een stoel zat, vastgeketend aan een ring in de vloer. Mister X, groot en gespierd, had weer iets nieuws bedacht. Deze keer deed hij alsof hij razend was. Hij schreeuwde wild, slingerde stoelen door de ruimte, sloeg met de vuisten tegen de muur en smeet Slahi papieren in het gezicht. Slahi beefde over zijn hele lichaam.

    De reden waarom hij dit moment nooit meer kwijtraakt, zegt mister X, is niet dat hij de angst gezien had in de ogen van Slahi, maar dat hij, mister X, ervan genoten had die angst te zien. Slahi zo te zien sidderen, zegt hij, voelde als een orgasme.

    Mohamedou Slahi is nu vijftig jaar oud. In december 2020, twee maanden na ons bezoek bij mister X, staat hij aan het Atlantische strand. Voor hem breken de golven op de Mauretaanse kust, niet ver achter hem begint de eindeloze uitgestrektheid van de Sahara. Slahi draagt een Mauretaans gewaad en een tulband die zich aftekenen tegen de stralend blauwe hemel boven hem. Met samengeknepen ogen kijkt hij uit over de zee en zegt hij dat hij, als hij hier met een een aanhoudend westelijke koers zou wegzeilen, aan zou komen waar hij veertien jaar lang werd vastgehouden, aan de zuidoostelijke punt van Cuba. 

    Als hij ’s avonds de ogen sluit en in slaap valt, zegt hij, dan komt ook vaak de gemaskerde man weer terug

    Sinds vijf jaar is Slahi weer vrij. Maar ook hij kan de tijd in Guantánamo niet van zich afschudden, evenmin als mister X. Hij woont nu weer in Nouakchott, de hoofdstad van Mauretanië, aan de rand van de woestijn, de plek vanwaar de VS hem enkele weken na 11 september 2001 lieten ontvoeren. Anders dan toen is hij tegenwoordig een beroemdheid. Hij wordt op straat aangesproken, vanuit zijn huis verschijnt hij via Zoom aan universiteiten en op podia over de hele wereld om mensenrechtenschendingen in de VS aan de kaak te stellen. Als hij ’s avonds de ogen sluit en in slaap valt, zegt hij, dan komt ook vaak de gemaskerde man weer terug.

    Toen een van de auteurs van dit artikel hem in 2017 voor het eerst bezocht, uitte Slahi een wens – hij zou zijn folteraars graag terugvinden. Hij had toen al een boek geschreven over zijn tijd in Guantánamo. In de laatste zin nodigt hij de mensen die hem hadden gekweld uit om thee met hem te drinken. ‘Mijn huis staat open.’

    Bij deze eerste ontmoeting, en ook nu weer, in december 2020, zegt hij dat hij in de tijd van de martelingen in Guantánamo vooral één ding heeft gevoeld: haat. Keer op keer had hij zich voorgesteld op welke wrede manier hij mister X zou ombrengen. Hem, zijn familie en iedereen die iets voor hem betekende. Maar toen had hij in de eenzaamheid van zijn cel, door na te denken, te bidden en te schrijven, ingezien dat wraak geen oplossing is. Dus besloot hij iets anders te proberen: vergeving.

    Kracht van het collectief

    Wat dit jaar opvalt aan de nominaties voor de Innovation Award van de European Press Prize, is de kracht van het collectief.

    Zo werkte een groep van achttien journalisten samen aan Sneakerhunt, een crossmediaproject van Die Zeit en mediapartners FLIP en NDR, waarin middels gps-trackers die werden verstopt in weggegooide schoenen, antwoord wordt gezocht op de vraag: Wat gebeurt er met onze oude schoenen?

    Ook van Die Zeit en even fraai gevisualiseerd is Hier sind wir. Een softwareprogramma plukte 49 individuen uit 30.000 aanmeldingen; ze vormen een prachtige statistische doorsnede van de Duitse bevolking: rijk en arm, oud en jong, West en Oost, hoog- en laagopgeleid, gezinnen en alleenstaanden. Wat zijn hun gedachten over Duitsland in dit verkiezingsjaar?

    Maar liefst 38 redacteuren en 16 Europese redacties, waaronder die van Follow The Money, werkten aan ‘Steden te huur: onderzoek naar zakelijke verhuurders in heel Europa’, gecoördineerd door Arena for Journalism in Europe. Met vragen als ‘Wie zijn de bedrijven en investeerders die in heel Europa zoveel woningen kopen?’ en ‘Hoe beïnvloedt dit fenomeen het leven van mensen in Europese steden?’, wordt duidelijk hoezeer huisjesmelkers een Europees probleem zijn.

    Lola García-Ajofrín was dan weliswaar individueel verantwoordelijk voor tekst, foto’s en video-interviews voor Inside Elephant Territory: How Sri Lankans Are Trying to Mitigate the World’s Deadliest Human-Elephant Conflict , gepubliceerd door het Poolse Outriders, maar ook zij had uiteindelijk een heel team nodig voor het realiseren van deze prachtige multimediale reportage.

    In de stilte van zijn cel dwong hij zich tot de gedachte dat deze grote, sterke man, mister X, in werkelijkheid een klein, zwak kind was. Een kind dat hij, Mohamedou Slahi, over het hoofd zou strelen, waarbij hij zou zeggen: wat jij gedaan hebt is erg, maar ik vergeef het je. Het proces van de heropvoeding van zichzelf duurde meerdere jaren, maar op een zeker moment, hij zat nog altijd in zijn cel in Guantánamo, was het hem gelukt zich zozeer te overtuigen van de oprechtheid van deze gedachte, dat hij werkelijk de behoefte voelde om te vergeven.

    Toen Slahi de wens uitsprak mister X te spreken, zei hij dat hij hoopte daardoor rust te vinden voor zijn nog altijd rusteloze ziel. In het gunstigste geval zou hij de oude, pijnlijke herinneringen van toen kunnen vervangen door nieuwe, goede herinneringen.

    Zo begon onze zoektocht naar mister X

    Hoe moet je je een man voorstellen die een andere man martelt? In Amerikaanse documenten, bijvoorbeeld in een onderzoeksrapport van de senaat, staat beschreven wat mister X gedaan heeft. Het zijn beschrijvingen van het grofste psychische en soms ook fysieke geweld.

    Kom je hem nu tegen, dan gebeurt er iets bijzonders. Je kunt het beeld dat zich uit al die berichten in je hoofd heeft gevormd, niet rijmen met de man die voor je zit. We weten met zekerheid dat hij mister X is. Vroegere collega’s van hem hebben ons zijn identiteit bevestigd. Maar de mister X die wij leren kennen is een fijnzinnige kunstliefhebber. Een ontwikkelde, in geschiedenis geïnteresseerde man. Al met al een tamelijk sympathieke vent. Na verscheidene dagen die we met hem doorgebracht hebben, kun je je niet aan de indruk onttrekken dat hij blijkbaar ook een heel empathisch mens is.

    Juist omdat hij zo meevoelend was, was hij zo goed als ondervrager, als folteraar

    Mister X vertelt dat hij af en toe daklozen in een restaurant uitnodigt, en ook dat het voorkomt dat hij moet huilen voor de tv als hij nieuws ziet uit rampgebieden. Juist omdat hij zo meevoelend was, was hij zo goed als ondervrager, als folteraar. Je moet je in de man tegenover je kunnen verplaatsen. Wat zal hem nog meer pijn doen? Wat zou hem nog onzekerder kunnen maken? Waar zit zijn zwakke plek? Maar vanwege die empathie is hij ook kapotgegaan aan wat hij toen gedaan heeft.

    Kort nadat hij in de winter van 2003 Guantánamo had verlaten, begon mister X te drinken. Niet zelden drie flessen rode wijn op een avond. Hij bracht meer en meer tijd door in bed en sprak steeds minder met zijn vrouw en zijn kinderen. Slapen kon hij nauwelijks meer. Hij speelde met de gedachte om zelfmoord te plegen, vertelt hij. Een arts stelde de diagnose PTSS (posttraumatische stressstoornis). De folteraar had het trauma opgelopen dat je eerder bij zijn slachtoffer zou verwachten.

    Er bestaan veel studies over het psychisch lijden van slachtoffers van marteling. Oorlogsvluchtelingen uit Syrië, ontsnapte mensen uit Libische kampen waar ze mishandeld werden, Oeigoerse gevangenen uit China – bij zulke mensen worden vaker depressies, verslavingen, concentratieproblemen, slaapproblemen en zelfmoordgedachten vastgesteld.

    Mister X leed aan al deze symptomen.

    Je zou de ontdane mister X kunnen zien als de verpersoonlijking van het trauma dat de hele VS sinds 11 september 2001 heeft opgelopen. Na die oergebeurtenis heeft het land, dat in de strijd tegen terreur de waarden van het Westen wilde verdedigen, precies die waarden verraden. Rechtsstatelijkheid. Gerechtigheid. Democratie. En sinds die oergebeurtenis wordt het land sterker dan ooit tevoren verscheurd door een alomtegenwoordig geweld, dat gepleegd wordt door kapotte mensen. Rellen, aanslagen, haatmisdaden. Lijdt de VS als geheel misschien aan een soort PTSS?

    ‘Het zou fatsoenlijk zijn om Slahi oog in oog te zeggen dat ik spijt heb van wat ik hem heb aangedaan’

    Sinds zeventien jaar, zegt mister X, gaat hij gebukt onder de schuld die hij op zich geladen heeft. Hij heeft medicijnen geslikt, is in therapie geweest en heeft een nieuwe baan gezocht. Al zeventien jaar probeert hij zijn fout goed te maken. Een paar dingen zouden hem geholpen hebben. Een beetje. Maar niet echt. Misschien ook omdat hij in al die jaren stiekem wel wist dat hij, om echt met zichzelf in het reine te komen, dringend één ding zou moeten doen. ‘Het zou fatsoenlijk zijn om Slahi oog in oog te zeggen dat ik spijt heb van wat ik hem heb aangedaan. Dat het fout was.’

    Geschenk uit de hemel

    Zo gezien is Slahi’s aanbod om te komen praten, dat wij journalisten hem voorleggen, een geschenk uit de hemel. De mogelijkheid om er definitief een streep onder te zetten. Maar er is een gedachte die mister X achtervolgt en die het hem moeilijk maakt het aanbod aan te nemen.

    Mister X beschouwt Slahi nog altijd als een terrorist. En wel een van de geniaalste van de recente geschiedenis. Een charismatisch man, een manipulator, een begenadigd communicator, die indertijd al vier talen beheerste: Arabisch, Frans, Duits en Engels, en er in Guantánamo nog een vijfde bij leerde: Spaans.

    Slahi was waarschijnlijk de sluwste mens die hij ooit is tegengekomen, zegt mister X. Zo sluw dat het Slahi gelukt is zijn ondervragers te misleiden, net zoals het hem nu lukt om miljoenen mensen op de wereld te doen geloven dat hij onschuldig is. Mister X zegt dat hij de psyche van deze mens beter kent dan die van zijn eigen vrouw. Wekenlang heeft hij niets anders gedaan dan zich in deze man verplaatsen en één ding is hem duidelijk: Slahi is een briljante leugenaar.

    In het jaar 2010 oordeelt een Amerikaanse rechter dat Slahi vrijgelaten moet worden, omdat de vermeende bewijzen van de federale regering tegen hem niet deugen als bewijs. De regering gaat in hoger beroep.

    In het jaar 2015 verschijnt het boek dat Slahi in de gevangenis heeft geschreven: Guantánamo dagboek. Het is zwaar gecensureerd maar de boodschap is duidelijk: de VS hebben een onschuldige gemarteld. Het boek wordt een bestseller.

    In Mauretanië wordt hij ontvangen als een held

    In het jaar 2016 komt Slahi vrij, na veertien jaar zonder aanklacht. In Mauretanië wordt hij ontvangen als een held.

    In het jaar 2019 wordt bekend dat Guantánamo dagboek verfilmd zal worden. Jodie Foster en Benedict Cumberbatch zullen erin spelen. De Oscarwinnaar Kevin Macdonald zal de regie voeren.

    In het jaar 2020 wordt op de site van The Guardian de trailer gepubliceerd van een documentaire waarin een van Slahi’s bewakers naar Mauretanië reist en voormalige vijanden vrienden worden.

    Zogenaamde vrienden, zegt mister X. Hij gelooft niets van dat ‘geklets over vergeving’ van Slahi. De filmscènes – de wandeling in het Saharazand, Slahi die zijn bewaker lachend in een Mauretaans gewaad helpt – heeft Slahi allemaal echt meesterlijk in scène gezet: Slahi, die grootmoedig vergiffenis schenkt, de fatsoenlijke David die zich ver verheft boven de verdorven Goliath – het verhaal van een held.

    Dat is wat mister X zo lang doet aarzelen: Slahi, vreest hij, zou ook hem voor zijn toneelstukjes kunnen gebruiken. Hij zou de hele wereld kunnen laten zien: kijk dan, nu verontschuldigt zich niet zomaar een onbeduidende bewaker, maar ook mijn folteraar, en ik vergeef ook hem! Slahi zou een nog grotere held worden.

    Is de behoefte van mister X om zijn slachtoffer te ontmoeten groter dan zijn vrees om door hem gebruikt te worden?

    Mister X heeft een klein, lelijk potje gedraaid. Het moet nu drogen. Hij zet het opzij, droogt zijn handen af aan een handdoek en kijkt ernstig. Lang zwijgt hij. Dan zegt hij: ‘Ik ga het nu tot een goed einde brengen. O mijn God.’

    Het beeld bibbert, het geluid is slecht, en heel even staat in het gezicht van mister X de hoop te lezen dat de techniek hem zal redden. Dan verschijnt op het computerscherm voor hem het gezicht dat hij zo goed kent – even smal als toen, maar verouderd. De man op het beeldscherm heeft, anders dan Slahi in 2003, nauwelijks nog haar. En Slahi draagt nu een bril met een zwart montuur.

    Bijna middernacht

    In Mauretanië is het laat geworden, bijna middernacht, maar Mohamedou Slahi is wakker gebleven. Ook hij heeft bezoek van een lid van ons team. Per telefoon hebben we de afgelopen uren Slahi vanuit de VS op de hoogte gehouden: er is een beetje vertraging; mister X heeft nog even tijd nodig.

    Nu vormt zich ook op de monitor in Mauretanië een beeld. De grijze baard, het kale hoofd, de tatoeages in de nek.

    Mohamedou kijkt zijn pijniger in het gezicht. Geen masker, geen zonnebril.

    Mister X: Meneer Slahi. Hoe gaat het met u?

    Mohamedou Slahi: Hoe maakt u het, meneer?

    Mister X: Niet slecht, en u?

    Mohamedou Slahi: Met mij gaat het heel goed.

    Mister X: Dat is mooi.

    Mohamedou: Dank u, dat u ernaar vraagt.

    Mister X: Ja meneer. Ik heb heel erg geaarzeld om dit te doen. Maar ik wil u toch een paar dingen zeggen.

    Ja meneer. Ik heb heel erg geaarzeld om dit te doen. Maar ik wil u toch een paar dingen zeggen

    Mister X zag hem voor het eerst op 22 mei 2003. Hij stond in Guantánamo in een obervatieruimte en keek door een onewayscreen. Daar, in de verhoorruimte, werd Slahi op dat moment ondervraagd door twee FBI-agenten. Een half jaar lang hadden ze bijna elke dag met hem gesproken – zonder het geringste succes. Over enkele dagen, dat was al beslist, zou het leger het overnemen: mister X en zijn collega’s.

    Midden in de ruimte stond een tafel, aan de ene kant de agenten, aan de andere Slahi. De FBI had koeken meegebracht. Een van beide agenten, blond en groot, blijkbaar de baas, bladerde in de Koran en zei iets over een passage. Toen stond Slahi op. Hij droeg geen handboeien, geen ketens. Hij liep om de tafel heen, nam de Koran uit handen van de agent en zei: Nee, nee, dat begreep hij verkeerd. Hij moest dat zo en zo begrijpen. Ten slotte nam mister X waar hoe de agenten Slahi omhelsden als een vriend. ‘Daar begreep ik niks van!’ zegt hij.

    De FBI-agent die in de Koran bladerde, heet Rob Zydlow. Ook met hem hebben we gesproken. Hij woont in Californië; sinds een paar maanden is hij met pensioen. Mislukken vindt hij een groot woord, maar inderdaad, bij Slahi heeft zijn plan niet gewerkt. Hij heeft het op de nette manier geprobeerd, maar of hij nu zelfgebakken koeken meebracht, zoals op die dag, of een hamburger van McDonald’s, of hij nu natuurdocumentaires bekeek met Slahi of zich door hem Arabisch liet leren, Slahi liet simpelweg niets los. Hij zei steeds alleen maar: ‘Ik ben onschuldig.’

    Slahi op zijn beurt zegt vandaag dat de koek van de FBI goed gesmaakt heeft; het fijnst vond hij de documentaire over de Australische woestijn, en de poging van Rob Zydlow om Arabisch te leren sloeg helemaal nergens op. Het klopte dat de mensen van de FBI maandenlang min of meer fatsoenlijk met hem omgingen, maar hij was deze agenten geen antwoorden schuldig. Het was andersom: zij waren hem antwoorden schuldig. Waarom hadden de VS hem laten ontvoeren?

    Pentagon

    Slahi wist niet dat op die dag achter de spiegel een man toekeek die hij niet veel later zou leren kennen als mister X. Hij wist niet dat in het Pentagon op dat moment een document van het ene bureau naar het volgende verhuisde om te worden ondertekend, tot aan minister van Defensie Donald Rumsfeld. Een document waarin voorbeelden werden genoemd van methoden die deze man mocht inzetten om gevangene Mohamedou Slahi aan het praten te krijgen. Een stuk dat een kader aangaf, maar dat het folterteam nog veel ruimte liet voor eigen ideeën.

    Robert Zydlow vertelt dat hij bij de legerlui die het overnamen een regelrechte jachtkoorts bespeurde.

    Mister X vertelt dat hij naar de legerwinkel was gereden en een blauwe overall had gekocht. Slahi was een mensenvanger, dat had zijn omgang met de FBI-agenten bewezen. Dus nu, zo was de logica, zou Slahi niet met een mens te maken krijgen, maar met een figuur uit een horrorfilm.

    Op de middelbare school zat mister X in de toneelclub. Nog steeds speelt hij Dungeons & Dragons, een gezelschapsspel met elfen, orks en draken, hij leest strips en houdt van sciencefiction. Terwijl een paar van zijn collega’s indertijd altijd maar weer hetzelfde deden – vragen, vragen, vragen – leefde hij zich in in rollen, hij ging er helemaal in op.

    Op de avond van 8 juli 2003 trok mister X zijn overall aan, zwarte legerlaarzen, zwarte handschoenen en een zwart masker, met daarbij een spiegelende zonnebril. Hij liet Slahi in de verhoorruimte brengen en aan de ring in de vloer vastmaken. De ketting was zo kort dat Slahi alleen gebukt kon staan. Toen zette mister X een cd-speler aan en vulde heavymetalmuziek de ruimte, oorverdovend hard.

    Let the bodies hit the floor

    Let the bodies hit the floor

    Let the bodies hit the floor

    Let the bodies hit the floor

    Mister X zette het lied op repeat, deed het licht uit, schakelde een stroboscooplamp in, die schelle witte lichtflitsen uitzond en verliet de ruimte. Een tijdlang, zegt hij, heeft hij uit de naastgelegen kamer toegekeken. Maar de muziek was zo luid dat hij niet kon denken. Dus ging hij naar buiten om een sigaret te roken.

    Slahi vertelt dat hij probeerde te bidden, zich terug te trekken in zijn eigen gedachten. Hij heeft niet gepraat.

    Mister X probeerde nieuwe songs uit. Het Amerikaanse volkslied, een reclameclip voor kattenvoer die alleen uit het woord ‘miauw’ bestond. Mister X zette de airco hard aan, tot Slahi over zijn hele lichaam rilde. Mister X zette de verwarming zo hoog dat Slahi’s kleren drijfnat werden van het zweet. Mister X legde zijn voeten voor Slahi op tafel en vertelde hem dat hij een droom had gehad. Daarin was een lijkkist van pijnboomhout in de aarde van Guantánamo neergelaten. Op de kist stond een nummer. 760, het gevangenennummer van Slahi. En dan die woede-uitbarsting, die hij later niet meer kon vergeten.

    Maar wat hij ook deed, Slahi zweeg.

    ‘Het valt me zwaar dit gesprek te voeren, omdat ik niet van uw onschuld overtuigd ben’

    Mister X: Het valt me zwaar dit gesprek te voeren, omdat ik niet van uw onschuld overtuigd ben. Ik geloof nog altijd dat u een vijand van de Verenigde Staten bent. Maar wat we u aangedaan hebben was verkeerd. Dat staat vast. Zoiets verdient niemand. 

    Mohamedou Slahi: Ik kan u verzekeren dat ik nooit een vijand van uw land was. Ik heb nooit een Amerikaan kwaad gedaan. Feitelijk heb ik überhaupt nooit iemand iets aangedaan. Nooit.

    Of Mohamedou Slahi een terrorist was, zoals mister X meent, of volledig onschuldig, zoals Slahi zelf verklaart, zal waarschijnlijk nooit worden opgehelderd. Misschien was hij iets daartussenin, een sympathisant. In onze speurtocht naar concrete strafbare daden, naar terroristische acties van Mohamedou Slahi, hebben wij met veel mensen gesproken uit zijn naaste omgeving of die zijn geval goed kenden. Daarbij waren mensen van de veiligheidsdienst in Duitsland, waar Slahi elf jaar lang woonde, mensen van geheime diensten in Mauretanië en de VS, rechercheurs en meerdere leden van het Special Projects Team. We hebben Duitse en Amerikaanse documenten gelezen. Na jaren van onderzoek vonden we… niets.

    Sahara

    Twee uur rijden van Nouakchott is Mohamedou Slahi opgegroeid, in de zanderige uitlopers van de Sahara. Zijn vader zorgde voor de kamelen, zijn moeder voor de twaalf kinderen. Hij was een buitengewoon goede leerling op school – net als zijn even oude neef Mahfouz. Als tiener, midden in de jaren tachtig, deelden de neven een kamer. Tot laat in de nacht lazen ze boeken over de islam, en verlangden ernaar om net als duizenden jongemannen uit de hele islamitische wereld naar Afghanistan te reizen om tegen de ongelovige Sovjetbezetter te vechten. Maar voor zo’n reis waren ze te arm. Toen kreeg Slahi een stipendium om in Duitsland te studeren.

    In 1990, negentien jaar oud, schreef hij zich in om in Duisburg elektrotechniek te gaan studeren. Vijf jaar later kreeg hij als gediplomeerd ingenieur een baan bij het Fraunhofer Institut für Mikroelektronik. Hij bouwde nu microchips voor de gerenommeerde Duitse onderzoeksinstelling en verdiende 4000 mark per maand. 

    Dat was het ene leven van Mohamed Slahi. Het andere was tijdens zijn studie begonnen

    Dat was het ene leven van Mohamed Slahi. Het andere was tijdens zijn studie begonnen.

    1990: verblijf in een opleidingskamp van Al Qaida in Afghanistan. Wapentraining. Eed van trouw gezworen aan de emir Osama bin Laden.

    1992: tweede reis naar Afghanistan, waar de islamisten op het punt stonden de Afghaanse regering ten val te brengen. Slahi was ingezet in een artillerie-eenheid. Na twee maanden keerde hij terug naar Duitsland, zogenaamd, zoals hij later zou zeggen, omdat de islamisten hem met hun onderlinge gevechten hadden teleurgesteld – dat had helemaal niet geleken op de paradijselijke heerschappij van God op aarde zoals hij zich die had voorgesteld.

    Rond die tijd hadden Al Qaida en het Westen nog een soort gemeenschappelijk belang, tenslotte hadden de mensen van Bin Laden geholpen om een eind te maken aan de Sovjetbezetting van Afghanistan.

    Als we Slahi vragen hoe zijn relatie met Al Qaida was in 1992, na zijn terugkeer naar Duitsland, dan zegt hij: ‘Dit hoofdstuk van mijn leven was afgesloten. Ik verbrak alle verbindingen. Ik las de tijdschriften niet meer, stelde me niet meer op de hoogte van de activiteiten van Al Qaida, had geen vrienden meer in de organisatie, geen contacten meer, met niemand, ook niet telefonisch, helemaal niets.’ 

    Als dat klopte, had Slahi de organisatie de rug toegekeerd voordat ze zich tegen de VS keerde.

    Maar het klopt niet. Slahi hield contact: met zijn neef, met wie hij vroeger een kamer gedeeld had en die intussen onder de naam Abu Hafs al-Mauritani een vertrouweling van Osama bin Laden was geworden. Die neef belde hem zelfs een keer op met de satelliettelefoon van Bin Laden; met een vriend in Duisburg, die betrokken was bij de aanslag op de synagoge op Djerba in april 2002; met een andere vriend die later veroordeeld werd omdat hij een aanslag op La Réunion had voorbereid. En in oktober 1999 had Slahi in Duisburg drie gasten te logeren, van wie een Ramzi Binalshibh was, die later een van de belangrijkste voorbereiders zou worden van de aanslagen op 11 september. Die Binalshibh zei later tegen zijn Amerikaanse ondervragers dat de twee andere gasten twee van de vliegtuigkapers waren. Bij die ontmoeting in Duisburg zou Slahi hun aangeraden hebben om naar Afghanistan te reizen.

    Slahi’s betrekkingen met Al Qaida

    Slahi verbrak niet alle contacten. Integendeel, de lijst van zijn vrienden en bekenden leest als een hoofdstuk uit Al Qaida’s Who’s who.

    Als we Slahi vragen naar die contacten, dan bevestigt hij alles, maar doet hij alsof het een belediging is dat we deze kleinigheden überhaupt ter sprake brengen. Dat waren gewoon zijn vrienden, en wat zijn vrienden geloofd of gedaan hebben, had niets met hem te maken. 

    Al die contacten en vriendschappen – het is niet zo moeilijk je voor te stellen dat mister X en zijn collega’s daar jachtkoorts van kregen. Niet te geloven wat Slahi allemaal zou kunnen weten, ook al zou hij er zelf misschien nauwelijks bij betrokken zijn.

    Misschien zou hij de ondervragers naar zijn neef leiden, de vertrouweling van Bin Laden. Men vermoedde dat de neef en Bin Laden samen voortvluchtig waren.

    Hoeveel mensenlevens zouden ze kunnen redden als hij eindelijk eens zou gaan praten?

    Hoeveel mensenlevens zouden ze kunnen redden als hij eindelijk eens zou gaan praten?

    Mister X zegt dat hij en zijn team het gevoel hadden in de voorste linies te vechten van de oorlog tegen terreur. Hij was zich ervan bewust geweest dat president Bush persoonlijk op de hoogte gesteld zou worden als hij iets belangrijks uit Slahi wist los te krijgen.

    Wekenlang sloofde mister X zich uit met Slahi. Zonder succes. Toen kreeg hij een nieuwe baas, een man die Richard Zuley heette, roepnaam Dick.

    Mister X zegt nu over hem: ‘Dick is een duivelse motherfucker.’

    Richard Zuley zelf zegt: ‘Alles wat mister X uit Slahi kreeg, was flauwekul. Slahi had alles onder controle. Dat moesten wij veranderen.’

    Zuley woont tegenwoordig in een rijtjeshuis in het noorden van Chicago. Hij heeft hier jarenlang bij de politie gewerkt. Nu, met pensioen, brengt hij veel tijd door op het vliegveld, waar zijn kleine vliegtuigje staat. Als Zuley vertelt hoe hij de verhoren van Slahi overnam, glimlacht hij: ‘Toen was het geen vraag meer wie het voor het zeggen had.’

    Zuley suggereerde aan Slahi dat zijn moeder zou verkracht worden als hij bleef zwijgen. En onder zijn commando werd Slahi halfdood geslagen. Dat was op een dag in eind augustus 2003. Toen mister X Slahi’s bloedige en opgezwollen gezicht zag, zegt hij, was hij geshockeerd. Dit grove lichamelijke geweld was voor hem ver over de grens van het toelaatbare en was ook niet in overeenstemming met de lijst van Rumsfeld. Mister X sprak zijn chef erop aan – en werd nog op dezelfde dag van de zaak afgehaald.

    Als we Zuley vragen waarom, antwoordt hij: ‘Ik zette mensen in die effectief waren.’ Geen spoor van enig besef van onrecht, alleen maar trots dat het hem gelukt was Slahi te breken.

    Slahi werd die avond naar een nieuwe cel gebracht. ‘In die cel was niets,’ herinnert Slahi zich. ‘Geen raam. Geen klok. Niets aan de wand waar ik naar had kunnen kijken. Het was pure eenzaamheid. Ik weet niet hoelang het duurde, ik wist niet eens of het dag of nacht was, maar op een gegeven moment klopte ik en zei dat ik bereid was te praten.’

    Pen en papier

    Na maanden van zwijgen praatte Slahi nu zoveel dat Zuley hem pen en papier liet brengen, en later een computer. Slahi schreef dat hij een aanslag op de CN Tower in Toronto had voorbereid. Hij somde medeplichtigen op. Hij tekende organogrammen van terreurcellen in Europa. Slahi zegt dat dat allemaal verzonnen was.

    De geheime diensten meldden inderdaad algauw twijfels aan de juistheid van de informatie die Zuley’s team aan hen doorgaf. In november 2003 liet Zuley Mohamedou Slahi een test ondergaan met een leugendetector. Die herriep zijn bekentenis, en het apparaat sloeg niet aan.

    Mohamedou Slahi: U weet zo weinig over mij. Blijkbaar heeft uw regering u maar heel weinig informatie verschaft…

    Mister X: Laat me u iets duidelijk maken.

    Mohamedou Slahi: Mag ik mijn zin afmaken alstublieft?

    Mister X: Pardon. Gaat u verder.

    Mohamedou Slahi: De militaire officier die mij aan moest klagen, Stuart Couch, wilde in het begin de doodstraf eisen, maar toen realiseerde hij zich dat ik onschuldig was. 

    Stuart Couch is nu 56 jaar oud en rechter. Een correct geklede man met een kortgeknipt militair kapsel en een zwaar zuidelijk accent. Op een zondagmorgen in januari 2021 hebben we afgesproken in een hotel in Charlottesville, Virginia. Couch vertelt over zijn christelijke familie en over zijn tijd als soldaat bij de marine die hem heeft gevormd. Hij schetst van zichzelf het beeld van een man die is opgevoed met een sterk geloof in waarden en regels. Regels die iets van hem vergden toen hij in het voorjaar van 2004 de zwaarste beslissing van zijn carrière moest nemen.

    Doodstraf

    De regering van de VS had hem, de militair aanklager, de opdracht gegeven om de belangrijkste gevangene in Guantánamo Bay, Mohamedou Slahi, aan te klagen. Dat was vanzelfsprekend potentieel een geval van doodstraf, zegt Couch. Tenslotte moest men ervan uitgaan dat Slahi de latere vliegtuigkapers voor Al Qaida had gerekruteerd – bij die ontmoeting in zijn woning in Duisburg.

    Er waren veel aanwijzingen voor Slahi’s connecties met Al Qaida, namelijk de vele vriendschappen en contacten. Couch ging ervan uit dat het bij zoveel rook een kwestie van tijd was voor men op het vuur zou stuiten. ‘Mijn grootvader zei altijd: als je bij de honden gaat liggen, krijg je vlooien. En o man, die Slahi moest bij veel honden gelegen hebben.’

    Maar Couch vond geen vuur – geen enkel bewijs. In plaats daarvan vond hij iets anders. Bij een gerechtelijk bezoek ter plaatse in Guantánamo hoorde hij op een verdieping luide muziek uit een verhoorruimte schallen. Let the bodies hit the floor. Door de kier van de deur zag hij helle lichtflitsen. Binnen zat een gevangene voor twee luidsprekers aan de vloer geketend.

    ‘Wat ik gedaan heb was marteling. Zonder twijfel’

    Dat tafereel stuitte hem als mens en als christen tegen de borst, zegt hij. Als aanklager begreep hij meteen: als ze dat ook met Slahi deden, had hij een groot probleem. Wat die gezegd had, of nog zou zeggen, zou voor de rechter geen enkele betekenis hebben. ‘Onder marteling vertellen mensen alles, of het nu klopt of niet. Als het martelen maar ophoudt,’ zegt Couch.

    Hij begon uit te zoeken wat er op Guantánamo allemaal gebeurde. Kort nadat hij Slahi’s bekentenis ontving, kreeg hij zekerheid: die was niets waard.

    Stuart Couch vertelt dat hij dagenlang in tweestrijd had verkeerd. Als hij geen aanklacht zou indienen, zou dat betekenen dat ze mogelijk een terrorist lieten ontsnappen. Hij consulteerde een priester. Daarna deelde hij zijn meerdere mee dat hij zich van de zaak terugtrok.

    Het kwam nooit tot een proces. Desondanks bleef Slahi nog twaalf jaar in gevangenschap. Pas in oktober 2016 werd hij vrijgelaten; het was een van de laatste besluiten van de regering-Obama.

    Als we Stuart Couch nu vragen of hij meent dat Slahi destijds een terrorist was, antwoordt hij: ‘Ik weet het niet.’

    Je hoeft alleen maar te letten op hoe Slahi communiceert. Hij speelt spelletjes – dat doet een onschuldige niet

    Mister X zegt dat hij er zeker van is. Je hoeft alleen maar te letten op hoe Slahi communiceert. Hij speelt spelletjes – dat doet een onschuldige niet.

    Gewiekste politicus

    Inderdaad krijgen we, als we Slahi in het gesprek met mister X observeren, soms de indruk naar een gewiekste politicus te kijken. In totaal zes keer zegt mister X dat de marteling niet had mogen gebeuren. Geen enkele keer gaat Slahi daarop in. In plaats daarvan spreekt hij over andere dingen – zijn onschuld en kritiek op Amerika. Eén keer begint hij over Khalid Sjeik Mohammed, de belangrijkste planner van 9/11, die nog altijd in Guantánamo vastzit. Een andere keer over de Amerikaanse oorlog in Afghanistan.

    Mister X: Ik ga niets over Khalid Sjeik Mohammed zeggen, ook niets over politiek. Ik kan alleen praten over de technieken die ik gebruikt heb. Dat die verkeerd waren en dat ik het nooit had moeten doen. U had nooit mishandeld mogen worden. U had nooit geslagen mogen worden. Zo zijn wij niet. Zo ben ik niet.

    Mister X vertelt Slahi dat hij hem heeft geschilderd, zes jaar na die augustusdag in 2003. De bloedende Slahi met een kapotte lip en dichtgeslagen oog. Nu, tijdens het gesprek, verzoekt hij ons journalisten per WhatsApp een foto van het schilderij naar Mauretanië te sturen.

    Mohamedou Slahi: Ah, wow! Deze gevangene op het schilderij ziet er veel beter uit dan de werkelijke gevangene destijds. (Hij lacht.)

    Mister X: U zag er inderdaad niet erg goed uit op die dag. En dit schilderij moet u niet… het was bedoeld om te bevatten wat er die dag met u is gebeurd.

    Zijn PTSS was zo erg geworden dat hij niet meer kon werken. De alcohol hielp niet meer, de medicijnen werkten ook niet meer

    Mister X schilderde het toen hij net ontslag had genomen uit het leger. Zijn PTSS was zo erg geworden dat hij niet meer kon werken. De alcohol hielp niet meer, de medicijnen werkten ook niet meer. Dan maar schilderen. Hij zegt dat hij hoopte dat de artistieke confrontatie een catharsis zou brengen. Maar het deed alleen maar meer pijn. Dus heeft hij het schilderij weer vernietigd. Alleen de foto bestaat nog.

    Mister X: Ik moet met deze schaamte leven. Misschien is dat een kleine overwinning voor u, dat ik met mijn gedrag moet leven.

    Mohamedou Slahi: Uhm, dat weet ik niet… Ik had altijd de indruk dat u een intelligent mens bent. En ik kon moeilijk begrijpen hoe u mij zoiets aan kon doen.

    Slahi stelt precies de vraag die het leven van mister X beheerst. Nadat de kunst hem geen antwoord kon bieden, probeerde hij het met de wetenschap. Hij schreef zich aan de universiteit in voor het vak Creative Studies. Hij bestudeerde hoe creativiteit voor kwade doeleinden wordt ingezet: voor sigarettenreclames, massavernietigingswapens, marteling. Hij las studie na studie op zoek naar een verklaring waarom hij tot zoveel wreedheid in staat was. Uit al die lectuur heeft hij meegenomen dat de hang naar wreedheid in alle mensen schuilt. Die komt naar boven als de omstandigheden het toestaan. De omstandigheden in zijn geval waren: een land dat om wraak schreeuwde. Een president die successen eiste. Een meerdere die de ondervragers aanspoorde.

    Mister X: ‘Mijn land heeft een paar behoorlijk rottige dingen van mij verlangd, en ik heb ze gedaan. Daar haat ik mezelf om, en ik haat mijn land dat het zo’n monster van mij gemaakt heeft.’ Hij spreekt het uit: ‘Wat ik gedaan heb was marteling. Honderd procent. Zonder twijfel.’

    De weinige studies die bestaan over mensen die gemarteld hebben, maken aannemelijk dat er twee typen folteraars bestaan. Een soort die daarna verder leeft alsof er niets is gebeurd, en de soort die eraan onderdoor gaat. Wetenschappers vermoeden dat het wereldbeeld van de folteraar beslissend is voor de categorie waarin hij zal passen.

    Als een mens, zoals Richard Zuley, martelt in de overtuiging dat het moreel juist is een enkeling te kwellen om mogelijk duizenden anderen te redden, dan zal hij er waarschijnlijk onbeschadigd van afkomen.

    Martelt hij, zoals mister X, in weerwil van zijn eigen humanisme, dan zullen schaamte en schuld waarschijnlijk een trauma veroorzaken. De symptomen lijken dan vaak op die van de slachtoffers van marteling. Maar één ding komt er vaak nog bij: een diep wantrouwen tegen instituties. Wanneer iemand in naam van een systeem, een ideologie of een land tot zoiets afgrondelijks wordt gedwongen, wordt diens vertrouwen in dat systeem, die ideologie of dat land ook aangetast. 

    Is verzoening ooit mogelijk?

    Mohamedou Slahi, het slachtoffer, is daarentegen iets gelukt wat therapeuten heel zelden zien. Vaak blijven de slachtoffers in een situatie van hulpeloosheid en uitzichtloosheid vastzitten. Slahi heeft zich uit die hulpeloosheid bevrijd. Hij heeft zichzelf tot acteur gemaakt.

    Op het internet zijn talrijke video’s van Slahi’s optredens te zien. Het publiek is vaak zichtbaar ontroerd als hij vertelt hoe hij zijn bewaker in Mauretanië heeft ontvangen. Actrice Jodie Foster, die voor haar rol als Slahi’s advocaat in de film De Mauretaniër een Golden Globe heeft gewonnen, zegt in een verklaring bij de prijsuitreiking over hem: ‘Jij hebt ons zoveel geleerd: wat het betekent om mens te zijn. Levenslustig. Liefdevol. Vergevensgezind. Wij houden van je, Mohamedou Slahi!’

    Het is altijd dat ene wat de mensen ontroert, en waarom ze hem bewonderen: dat hij de wil heeft, en in staat is, om te vergeven.

    In zekere zin, zegt Slahi in een van onze interviews in Mauretanië, is vergeving voor hem ook een vorm van wraak. Hij wreekt zich op zijn folteraars en alle mensen die twinitig jaar lang de Amerikaanse War on terror vochten: voor de ogen van de wereld ontmaskert hij degenen die zich voor de good guys hielden als de bad guys. En zichzelf, de vermeende boosdoener, stileert hij tot de goede mens.

    Mohamedou Slahi: Ik wil u zeggen: ik vergeef u, zoals ik allen vergeef die me pijn gedaan hebben. Ik vergeef de Amerikanen…

    Mister X: Ja ja…

    Mohamedou Slahi: … van ganser harte. Ik wil in vrede met u leven.

    Voor mister X werkt het niet, hij wijst Slahi af. De twee vinden elkaar niet. Nog een laatste poging: Slahi probeert het met een ander onderwerp.

    Mohamedou Slahi: Hoe gaat het nu met u? Bent u getrouwd? Heeft u kinderen?

    Mister X: Ik ga niet over mijn familie praten of over waar ik woon, wat ik doe of niet doe. Zo zit dat, makker.

    Het gesprek duurt 18 minuten en 46 seconden en eindigt met frustratie aan beide kanten.

    Mohamedou Slahi: Hoe dan ook, ik wens u het beste.

    Mister X: Ik u ook.

    Mohamedou Slahi: Ik denk dat je bent wat je doet. Ik vergeef u met heel mijn hart, ook als u mij daar niet om vraagt.

    Mister X: Okay. Ik heb niets meer te zeggen. Dag meneer Slahi.

    Mohamedou Slahi: Dag.

    Als de videoverbinding is verbroken, blijven beiden onverzoend achter, de zwakke, aan zichzelf twijfelende dader en het sterke slachtoffer.

    Wanneer een mens een ander mens martelt, is dat behoorlijk intiem. Tranen, schreeuwen, pijn. Angst. Naaktheid. Een folteraar ziet dingen die anders alleen iemands partner ziet, áls die ze al te zien krijgt. Mister X en Mohamedou Slahi zijn elkaar vreemd en vertrouwd tegelijk. Ze weten alles over de ander – en niets. In dit gesprek, waarin schijnbaar niets gemeenschappelijks zit, wordt duidelijk dat ze toch één ding met elkaar delen: die acht weken Guantánamo in de zomer van 2003 hebben hen gemaakt tot wie ze nu zijn.

    Zijn lijden heeft hem niet alleen pijn en nachtmerries gebracht, maar ook welstand en aanzien

    Mohamedou Slahi leeft voornamelijk van zijn geschiedenis, van dat wat hem werd aangedaan. Zijn lijden heeft hem niet alleen pijn en nachtmerries gebracht, maar ook welstand en aanzien. Hij is getrouwd met een mensenrechtenadvocate die in Guantánamo werkte en heeft met haar een kind. Hij heeft zijn lot gekanteld.

    In het leven van mister X is bijna alles omgekeerd. Hij stemt niet langer op de Republikeinen, maar op de Democraten. Hij is niet meer voor de doodstraf, maar ertegen. Hij twijfelt of hij nog langer in de VS wil wonen, en denkt over emigratie.

    Sinds enkele jaren geeft mister X les aan jonge soldaten en FBI-agenten in verhoortechnieken. Altijd zijn er bij het begin van de cursus mensen die vinden dat martelen geoorloofd zou moeten zijn. Hij zegt dan: nee, in geen geval. Martelen vergt een hoge prijs. Niet alleen van degene die het ondergaat, maar ook van degene die het doet. Soms vertelt hij dan over zichzelf.

    John Goetz is onderzoeksjournalist bij de Duitse publieke omroep NDR. Nadat Slahi in 2016 werd vrijgelaten uit Guantanamo, bezocht Goetz hem in Mauritanië, waar Slahi de wens uitsprak om zijn folteraars te ontmoeten. Goetz ging naar hen op zoek en vond onder anderen de man die Slahi als hoofddader noemde: mister X.

    Zeit-redacteur Bastian Berbner sloot zich een jaar geleden aan bij het onderzoek. Daarna volgden reizen naar Slahi en naar Mister X en interviews met rechercheurs, mensen van de geheime dienst en leden van het martelteam. Er is ook een documentaire gemaakt: Slahi und seine Folterer.

  • Jonge lhbt’ers worden in Polen vermorzeld door de jeugdpsychiatrie

    Jonge lhbt’ers worden in Polen vermorzeld door de jeugdpsychiatrie

    Twee Poolse tieners ontmoeten elkaar op de psychiatrische afdeling van het kinderziekenhuis en sluiten een innige vriendschap. In een lhbti-vijandige omgeving vinden ze steun bij elkaar. Een verhaal over het falende Poolse jeugdzorgbeleid, en hoe lhbti-jongeren tot wanhoop worden gedreven in een intolerant klimaat.

    Janusz Schwertner ontving voor dit artikel de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize 2021.

    De erfenis van Wiktor

    Janusz Schwertner vertelt het verhaal van Wiktor, een 14-jarige transgender jongen die, onder invloed van vervolging, transfobie, homofobie en de ineenstorting van de Poolse kinderpsychiatrie, zelfmoord pleegde. Het artikel veroorzaakte een storm in Polen. Het bracht een debat op gang over kinderpsychiatrie, verschrikkelijke statistieken over zelfmoord door kinderen in Polen en homofobie. Gedurende enkele weken werd het onderwerp door alle media in Polen opgepakt. Wiktor werd een van de symbolen van de slachtoffers van de anti-lhbti-campagne in Polen.

    Deze reportage vormde de inspiratie voor het boek Littekens. Hoe de jeugdpsychiatrie onze kinderen vernielt.

    De keuze van eindredacteur Joep Harmsen

    ‘Het verhaal van Wiktor is aangrijpend en Janusz Schwertner heeft het op een invoelende manier opgeschreven, waardoor het een van de stukken is dat mij dit jaar het meest heeft geraakt. Geen wonder dat Janusz Schwertner voor dit artikel de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize 2021 ontving. Het is geen lichte kost of feel good, maar een weergave van de harde realiteit waarmee lhbti-jongeren in Polen, een land met “lhbti-vrije zones”, mee te maken hebben.’

    Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl

    17 april 2019

    Warschau, metrohalte Centrum. Bewakingscamera’s volgen alle bewegingen van de metropassagiers.

    Op de beelden is te zien hoe een jongen zorgvuldig de veters van zijn ene schoen strikt, dan die van de andere, om zich heen kijkt, tot hij een naderende metro ziet waarna hij rustig voor de aanstormende wagon springt.

    De wielen van de metro verbrijzelen zijn halswervels, bekken, milt, onderkaak, verscheuren zijn longen.

    Daarop verzamelt zich een menigte kijkers, komt er een ambulance die hem naar het ziekenhuis brengt, politie en andere hulpdiensten. Na twee uur is de situatie op het station weer onder controle. In het ziekenhuis vecht de jongen voor zijn leven.

    Hij heet Wiktor.

    14 mei 2019

    Nog geen maand later registreren de bewakingscamera’s het vreemde gedrag van een andere jongen.

    Kacper loopt op sokken door metrostation Wilanowska. Overeenkomstig hun instructies moeten de metrobestuurders uiterst voorzichtig zijn en alle stations in Warschau zeer langzaam binnenrijden. Ze weten dat de jongen Wiktor kende en dat hij ook voor de metro kan springen.

    Uiteindelijk vinden politieagenten de wandelende jongen. Ze lopen op hem af en verlaten samen het metrostation.

    ‘Hoe hebben die twee elkaar leren kennen?’

    ‘In het Żwirki, enkele maanden eerder,’ zegt de moeder van Kacper. ‘Daar trokken ze erg met elkaar op. En toen ze eruit kwamen, waren ze al onafscheidelijk.’

    Het Żwirki is het kinderziekenhuis bij de Żwirki i Wigurystraat in Warschau.

    September 2017 – Wiktoria

    Twee jaar eerder was Wiktor nog Wiktoria, ze is 13 jaar en is net begonnen op haar nieuwe school. Ze moet wel, na een reorganisatie op haar vroegere basisschool is er geen klas 7 en 8 meer [in Polen gaan kinderen vanaf zevende naar de basisschool die in totaal acht jaar duurt].

    Wiktoria is het gevoelige type, ze is artistiek aangelegd. In de pauzes maakt ze geen snapchats en kliert ze niet met andere kinderen, maar leest ze boeken. Onder de les tekent ze manga’s. In haar vrije tijd monteert ze anime. Van jongs af aan hoort ze ‘Hoe is ‘t, mangamuts?’. Om de haverklap ziet ze spottende lachjes.

    Tegen haar moeder zegt ze dat ze niet weer van school wil veranderen en het op de een of andere manier wel volhoudt. Maar tegen een vriendin zegt ze aan het eind van het schooljaar dat ze zelfmoord wil plegen.

    September 2017 – Kacper

    Kacper heeft dezelfde eigenschappen als Wiktor, die niet erg in zwang zijn in deze tijden: breekbaar en gevoelig. Dat vertelt zijn moeder Agnieszka tenminste later over hem.

    Hij is ook dol op manga’s. Hij houdt niet van voetbal, maar van knutselen. Hij heeft lang haar, lange wimpers, blauwe ogen en beweegt zich anders dan de meeste jongens. Voor zijn klasgenoten is hij de ideale pispaal. Temeer daar de klassenleraar volstrekt het tegendeel is: krachtig, behendig, doelgericht. Hij houdt ervan om de zwakheden van zijn leerlingen belachelijk te maken. Hier is geen plaats voor een jongen die niet van sport houdt.

    ‘Waarom kan uw zoon zich niet gewoon aanpassen aan de anderen?’

    Agnieszka weet nog nog goed het moment dat ze de verandering in zijn gedrag merkte. Ze was bang. Als ze vroeg hoe het ging op school, reageerde hij kortaf. Hij zei dat de kinderen van zijn klas hem uitlachten en hem treiterden. Wat er precies gebeurde vertelt hij haar pas enkele maanden later.

    Zelf gaat ze in die tijd regelmatig langs bij de klassenleraar. Ze vraagt hem om een reactie. Hij is verbaast. Hij klaagt dat Kacper niet met de jongens wil voetballen. Een keer vraagt hij haar ronduit: ‘Waarom kan uw zoon zich niet gewoon aanpassen aan de anderen?’

    Juni 2018 – Wiktoria

    Het ziekenhuis in Józefów, bij Warschau. Op het beddengoed zijn nog de sporen te zien van de vorige patiënt. Het is helemaal bezweet, zichtbaar vies, maar het ergst zijn toch de opgedroogde bloedvlekken, waardoor je geen moment kunt vergeten waar je bent.

    In dat bed moet je gaan liggen, in slaap vallen en weer wakker worden en op de een of andere manier je walging onderdrukken.

    Daglicht, je bent net wakker, je kunt de wanden van je kamer bekijken. Ze zijn volgekliederd met de meest uiteenlopende viltstiften. Er zijn opschriften te lezen als: ‘Morgen maak ik er een eind aan’, ‘Fuck life’, maar ook tekeningen, meestal pikken en galgen. En overal bloedsporen: oud en uitgesmeerd tot op het plafond.

    Uit enkele bedden steken stangen, waaraan je je gemakkelijk kunt verwonden. Ze zijn vuil, zitten vol ziektekiemen. Veel patiënten gebruiken ze om hun huid open te halen, op hun armen, hun benen, hun kuiten. Vandaar die met bloed bevlekte lakens en wanden.

    Het komt voor dat er twee of drie kinderen per bed zijn

    Eerst kom je langs de kamer van de verpleegsters. Het is net de receptie van een spoedafdeling. Ouders vullen formulieren in, kinderen geven hun spullen af. Wiktoria laat haar kettinkje, armbandje en horloge achter. Vandaar loopt ze via de gang naar haar kamer.

    Maar zo gaat het niet altijd. De afdeling is meestal overbezet. Het komt voor dat er twee of drie kinderen per bed zijn. Dan worden de kinderen – die na een zelfmoordpoging worden opgevangen – op matrassen gelegd. De matrassen liggen op de gang, zijn oud, vuil, vol scheuren en gaten. Met grijs tape worden ze bij elkaar gehouden. Sommige zijn te kort, er zijn kinderen die met hun benen op de vloer liggen.

    Als je verder loopt zie je afgekrabde muren, wrakke meubels en kasten met kapotte deurtjes. Het ruikt er muf. Kinderen dolen doelloos rond, vaak met verse snijwonden op hun armen of op andere plaatsen.

    Aan het eind van de gang is de badkamer, die jongens en meisjes delen. Je komt er via een nis, waarin zich deurloze douchecabines bevinden. Die worden amper bedekt door loshangende douchegordijnen. Om naar het toilet te gaan, moet je langs de douchecabines. Zelfs als kinderen elkaar niet onder de douche willen bekijken, doen ze dat onwillekeurig toch. Als ze zich wilde wassen, wachtte Wiktoria altijd tot haar moeder kwam. Die lette erop dat als zij onder de douche stond er geen andere kinderen keken.

    Zo ziet de afdeling jeugdpsychiatrie in Józefów bij Warschau eruit.

    Wiktoria is hier voor het eerst. Julka – de vriendin aan wie zij haar zelfmoordgedachten toevertrouwde – vertelde het aan de klasselerares. Die stelde de moeder van Wiktoria op de hoogte, en de schoolpsycholoog adviseerde een gesprek met een psychiater. Zo kwam Wiktoria in Józefów terecht.

    ‘Ik herinner me de eerste nacht. Ik was zo overstuur dat ik haar daar moest achterlaten, dat ik begon te huilen toen ik bij de auto kwam,’ vertelt Justyna, haar moeder.

    Juni 2018 – Kacper

    De klas vindt Kacper maar een ‘nicht’, ‘mangagek’, ‘Japanse homo’. Op een keer omsingelen ze hem, slepen hem naar de toiletten en duwen zijn hoofd in de wc-pot. Een andere keer trekken ze zijn broek uit waar andere kinderen bij zijn. Iedere dag gaat hij door een hel.

    Op een dag roepen de kinderen van zijn klas dat hij ‘bi’ is. Hij begrijpt het niet. Hij gaat naar zijn moeder en vraagt wat het betekent.

    In de loop der tijd begrijpt hij het steeds beter en verzet hij zich steeds heviger. Hij haalt wit-roze kleren uit de kast. Hij speldt zijn lange pony op, doet roze diadeems om zijn nek. Op een keer neemt hij een regenboogvlag mee naar huis. Hij begint zich te identificeren met de lhbt-beweging. Of hij zelf homo is, weet hij niet.

    Juni 2018 – Wiktoria

    Na een directe confrontatie met het ziekenhuis in Józefów zijn ouders vaak bang dat dat de situatie van hun kind alleen maar zal verergeren. Maar ze brengen hun kinderen er naartoe omdat ze geen andere keus hebben.

    Justyna haalt haar dochter na vier dagen op uit Józefów.

    Vlak daarvoor had Wiktoria haar opgebiecht dat ze bang was voor een van de jongens. De jongen rende over de hele afdeling, beukte met zijn hoofd tegen de wand, liep luid te vloeken. Hij sloeg andere kinderen met zijn vuist op de rug, schopte ze, schold de patiënten en de verpleegsters uit. Niemand deed er iets aan. Wiktoria durfde niet alleen niet naar de badkamer te gaan, maar ook niet naar de gemeenschapsruimte.

    ‘De kinderen renden over de gangen, sloegen elkaar, spuugden naar elkaar’

    ‘De omstandigheden waren onmenselijk. Het leek wel een horrorfilm,’ zegt Justyna. ‘De artsen hadden geen tijd, dus van hen kreeg ik niets te horen. Er waren alleen verpleegsters die zich nergens aan stoorden. De kinderen renden over de gangen, sloegen elkaar, spuugden naar elkaar,’ herinnert ze zich.

    Wiktoria had maar één gesprek met een psycholoog. Voor meer consultaties hadden de overwerkte artsen geen tijd. Ten slotte smeekte het meisje haar moeder haar mee te nemen naar huis. De arts vond het goed, hij beval psychotherapie aan buiten de afdeling.

    September 2018 – Kacper

    In het begin van de zevende klas maakt Kacper de eerste, voor anderen onzichtbare, sneetjes in zijn lichaam. Met een scheermesje snijdt hij zich in zijn liezen, de wonden maakt hij schoon met water. Hij trekt een broek aan, en gaat door met zijn leven.

    Op school snijdt hij zichzelf in de pauze op de wc met een opengeschroefde puntenslijper. De leraren laten een ambulance komen. Met zijn moeder gaat hij voor de eerste keer naar de psychiatrische afdeling van het Żwirki.

    Ze komen er om twaalf uur ’s middags aan en moeten acht uur wachten voor ze aan de beurt zijn. Daar verwondt Kacper zich opnieuw, nu in het toilet van het ziekenhuis. Agnieszka weet door te dringen tot de dienstdoende arts. Die spreidt machteloos zijn armen, hij heeft geen tijd voor een consult. Ze keren terug naar huis. Twee dagen later constateert een psychiater bij de jongen actieve zelfmoordgedachten, en dringt hij er bij hen op aan onmiddellijk naar Józefów te gaan.

    ‘Toen ik daar binnenkwam, bedacht ik dat je daar wel een film kon opnemen over psychiatrische inrichtingen in Belarus of Oekraïne in de jaren zestig van de vorige eeuw,’ zegt Agnieszka. Ze ziet er wat Justyna en Wiktor eerder zagen: uit elkaar vallende bedden, meubels, vieze lakens. Op veel plaatsen ziet ze wandluizen.

    Haar aandacht wordt getrokken door een jongen. Zo op het oog een jaar of negen, hij rent door de gangen in een dwangbuis en een zachte helm op het hoofd. Hij schreeuwt en om de zoveel tijd miauwt hij als een kat. Hij beukt hard met zijn hoofd tegen de wand. De verpleegsters staan er onverschillig bij.

    ‘Kacper was daar anderhalve maand. Ik zal er de rest van mijn leven spijt van hebben’

    ‘Voor een moeder is het een dubbele shock. Je ziet die afschuwelijke plek, en tegelijkertijd denk je er aan dat je kind de hele tijd een eind aan zijn leven wil maken. Je slikt je speeksel weg, je houdt je tranen in,’ zegt Agnieszka. ‘Kacper was daar anderhalve maand. Ik zal er de rest van mijn leven spijt van hebben.’

    Over wat ze daar gezien heeft kan ze uren vertellen. Een keer kwam ze op de afdeling toen een hele groep kinderen zich verwondde met scherpe voorwerpen. In de recreatieruimte houdt niemand hen in de gaten. Ze hebben allemaal bloed op hun armen. Ze gaat naar de verpleegsters. Ze krijgt te horen: ‘Je kunt ze niet allemaal in de gaten houden, mevrouw, zo zijn die etterjes nou eenmaal.’

    In Józefów noemen ze kinderen ‘ettertjes’. Dreigementen zijn populair. Agnieszka herinnert zich een situatie: een meisje staat bij het loket van een verpleegster en huilt omdat ze haar moeder wil bellen. Ze negeren haar. Op een gegeven moment kan een van de verpleegsters zich niet beheersen en vraagt het meisje: ‘Wil je in de riemen?’

    ‘Wil je in de riemen?’ dat is het meest gehoorde dreigement op de kinderafdeling.

    Een andere keer: op de afdeling is een verpleger in de weer. Een vreemde figuur op het eerste gezicht. Hij heeft zijn oog laten vallen op een 15-jarig meisje en geeft haar complimentjes. Waar de verpleegsters en andere kinderen bij zijn. Kacper weet nog dat ze steeds van hem hoorde dat ze mooi en knap is, ze werd overal voorgetrokken. Alle kinderen fluisterden dat die twee iets met elkaar zouden kunnen hebben.

    Een andere keer, onder de douche – dezelfde waar Wiktor zich niet durfde te douchen tijdens zijn verblijf in Józefów – wordt een van de meisjes op brute wijze mishandeld. Twee andere patiëntes sloegen haar in elkaar . De politie kwam, de ambulance, eerder reageerde er niemand op tijd.

    November 2018 – Wiktoria

    In november zegt Wiktoria tegen haar moeder dat ze van geslacht wil veranderen. Haar moeder herinnert het zich als volgt:

    ‘Ze kwam gewoon naar me toe en zei het tegen me. Dat ze zich geen meisje voelde, maar een jongen. Ik drukte haar tegen me aan. Ik verzekerde haar dat het enige dat voor mij telde was dat ze gelukkig was. Maar ik maakte me de hele tijd grote zorgen. Niet over het besluit dat ze genomen had, maar over hoeveel ellende haar nog te wachten stond.’

    De eerste fase van de metamorfose van meisje naar jongen vindt plaats op twee niveaus.

    Eerst vroeg Wiktoria haar moeder om jongenskleren en ondergoed te kopen. Ze ging zelf naar de kapper en liet haar haar kort knippen. Ze liet het in een moeite door in een donkere kleur verven. Even later zag ze er al meteen uit als een jongen.

    En daarna vroeg ze haar of ze haar bij de mannelijke vorm van haar voornaam wilde noemen. Zo werd ze Wiktor.

    Over de geslachtscorrigerende operatie had ze zelf al eerder op internet gelezen. Lange tijd had ze daar al over nagedacht. In een meisjeslichaam voelde ze zich niet op haar gemak. Ze wist dat ze te jong was voor een operatie. Maar dat was niet erg. Ze kon wachten.

    De vader van Wiktoria, die het gezin kort na haar geboorte had verlaten, schreef toen hij achter het besluit van zijn dochter kwam: ‘Is ze helemaal besodemieterd?’

    November 2018 – Wiktor

    Wiktor zit al in de achtste klas. Hij komt naar school in zijn nieuwe gedaante.

    Voor de kinderen in zijn klas is hij nog steeds ‘die mangamuts’, maar nu ook een ‘flikker’ en een ‘nicht’. In de klassengroep op Facebook wordt hij vooral uitgelachen. Binnenkort zal de officier van justitie toegang proberen te krijgen tot die posts om bewijs te vinden voor aanhoudende intimidatie van de jongen. Voorlopig verlaat Wiktor zelf de groep, maar eerst vraagt hij zijn klasgenoten nog wanhopig of ze zelf zo behandeld zouden willen worden als ze hem behandelen.

    Julka blijft lid van de groep. Op haar maakt de verandering van Wiktoria in Wiktor weinig indruk. Ze zegt hem dat hij zich niet druk moet maken, want de andere kinderen zijn dom en begrijpen niks. Maar Julka laat hem zien dat er steeds meer posts komen, en dat ze steeds erger worden. Hij trekt het zich steeds meer aan. Op school vraagt hij of ze hem willen aanspreken met ‘Wiktor’ maar de leraren blijven in het klassenboek consequent zijn oude naam oplezen. Hij heeft er genoeg van.

    Op oudejaarsavond doet hij een zelfmoordpoging. Hij snijdt zijn polsen door. De ambulance komt. Zijn moeder rijdt mee naar het ziekenhuis in de Szaserówstraat om de wonden te laten hechten en daarna naar de psychiatrische afdeling van het Żwirki i Wigury-ziekenhuis.

    Daar leert hij Kacper kennen.

    November 2018 – Kacper

    Kacper verlaat Józefów. Hij wordt ontslagen met de diagnose ‘afwijkende persoonlijkheidsopbouw’. Hij keert terug naar huis, maar na vijf dagen doet hij opnieuw een zelfmoordpoging. Hij neemt de hele voorraad antidepressiva in, vervolgens de maandelijkse voorraad diabetespillen die hij thuis vindt. De ambulance brengt hem naar het Żwirki i Wigury. Het ziet er slecht uit, maar het lukt wonderwel om hem te redden.

    December 2018 – Wiktor

    Wiktor is uitgeput door het onophoudelijke getreiter op school.

    Hij komt terecht in het Żwirki en leert Kacper kennen, bezoekt enkele artsen. Hij is dol op een psychologe, en al gauw zitten ze op dezelfde golflengte. Maar op een dag roept die Justyna bij zich en vertelt haar dat haar zoon tijdens de gesprekken aangeeft dat hij zelfmoordplannen heeft. In die situatie – zo legt zij haar uit – moet Wiktor, voor de therapie begint, zo snel mogelijk naar het psychiatrisch centrum en enkele maanden worden geobserveerd.

    De psychiater, dr. Andrzej Towalski, bevalt hem niet vanaf het begin. Bij de eerste keer stelt hij als diagnose ‘depressie’ en laat hem medicijnen slikken. Ze hebben een kort gesprek, en dat gaat oké.

    Bij de tweede keer, wanneer Wiktor al sterk op een jongen lijkt, kijkt dr. Towalski naar hem als een zonderling. Hij zegt dat zij ‘sowieso geen geslachtsoperatie kan ondergaan omdat zij nog minderjarig is’. En dat het goed zou zijn als zij het eens zou proberen met een man, want dat is echt heel fijn. Ten slotte spreekt hij de hoop uit dat ze nog eens van gedachten verandert, want ze is zo’n mooi en gevoelig meisje.

    Op de patiëntenkaart van Wiktor schrijft hij een nieuwe diagnose: ‘(Wiktoria) geeft de voorkeur aan meisjes’. Onder die diagnose zet hij een stempeltje. Hij schrijft een nieuwe dosis medicijnen voor.

    December 2018-januari 2019 – Wiktor en Kacper

    Na zijn overdosis medicijnen blijft Kacper in het Żwirki – daar waar zich na zijn vorige zelfmoordpoging acht uur lang niemand voor hem interesseerde. Nu komt hij in deze extreme toestand terecht op de psychiatrische afdeling.

    Op oudejaarsavond sluit Wiktor zich bij hem aan, korte tijd nadat hij zijn polsen heeft doorgesneden. Dan leren ze elkaar kennen. Het is januari 2019, vier maanden voor het incident op het metrostation.

    Januari 2019 – Wiktor

    In het Żwirki trekt de arts die Wiktor begeleidt de diagnose van dr. Towalski in twijfel. Zij is van mening dat Wiktor geen depressie heeft. Hij heeft aanpassingsstoornissen en een afwijkende persoonlijkheidsopbouw.

    Desondanks schrijft ze hem Seronil voor, een antidepressivum en nog wel in een verhoogde dosis. De moeder van Wiktor weet hier niets van, zij komt daar pas enkele weken later achter, wanneer haar zoon uit het ziekenhuis is ontslagen. Waarom kreeg hij een antidepressivum, als hij geen depressie had? Dat zal ze nooit te weten komen.

    Ook Kacper slikt Seronil tijdens zijn verblijf in Józefów. En daarnaast nog het medicijn Ketrel. De arts laat hem beide medicijnen innemen. Vijf dagen nadat hij de afdeling heeft verlaten, doet de jongen een zelfmoordpoging. Wiktor – voordat het tot het incident bij de metro komt – krijgt ook Ketrel voorgeschreven in een privékliniek.

    Beiden worden enkele weken volgestouwd met deze twee medicijnen.

    Wanneer Seronil wordt verstrekt aan iemand die niet lijdt aan een depressie, verdubbelt het risico op zelfmoord

    Ketrel is een krachtig medicijn dat uitsluitend wordt voorgeschreven aan volwassenen. Het wordt gebruikt bij schizofrenie en het genezen van bipolaire affectieve stoornissen. Wanneer dit middel op ongecontroleerde wijze wordt verstrekt aan kinderen – in strijd met het advies van het Europees Geneesmiddelenbureau – kan dit ernstige en levenslange gevolgen hebben. Als je dit slikt gedraag je je als een robot, krijg je concentratieproblemen zelfs bij het verrichten van de meest simpele handelingen.

    De toepassing van Seronil mag alleen worden overwogen voor de behandeling van een depressie. Wiktor was niet gediagnosticeerd als depressief. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat wanneer het middel wordt verstrekt aan volwassenen die niet lijden aan een depressie, het risico op zelfmoord verdubbelt. En hoe zou dat dan voor kinderen zijn!

    ‘De arts vertelde me alleen dat hij beter zou slapen van die Ketrel,’ herinnert Justyna zich.

    Ketrel en Seronil zijn medicijnen die standaard worden voorgeschreven in de psychiatrische ziekenhuizen en privéklinieken in Warschau. Wanneer ze worden verstrekt aan jonge patiënten die niet gediagnosticeerd of niet depressief zijn, is dat spelen met hun leven.

    Januari 2019 – Wiktor

    Op de afdeling heeft Wiktor het niet gemakkelijk. De verpleegsters willen hem niet bij zijn jongensnaam noemen. Ze leggen uit dat ze het te druk hebben om zich met zulke onzin bezig te houden. Hij heeft er opnieuw genoeg van.

    Agnieszka, die in diezelfde tijd net als Justyna vaak naar de afdeling kwam, herinnert zich een voorval: ze komt de kamer van haar zoon uit en loopt over de gang, waar zoveel kinderen liggen dat ze erover kan struikelen. Een van hen is Wiktor. Plotseling hoor Agnieszka een gil: ‘Wiktoria, hier komen!’. Ze kijkt naar Wiktor en ziet dat de jongen overstuur raakt. Vervolgens kijkt ze verontwaardigd naar de verpleegster en wijst haar terecht: ‘Misschien moet je Wiktor zeggen en niet Wiktoria’. Waarop de verpleegster geïrriteerd roept: ‘Wiktor, Wiktoria, het is haar naar het hoofd gestegen.’

    En in het voorbijgaan: ‘Het is een meisje, hoor, dat ettertje!’

    Januari-maart 2019 – Wiktor en Kacper

    Aan het begin van het jaar worden de jongens ontslagen van de afdeling. Er begint een nieuw hoofdstuk in hun leven – ze zijn samen.

    Er is geen dag die ze niet samen doorbrengen. Wiktor is verliefd op Kacper, Kacper is nog te jong om dat helemaal te begrijpen. Voorlopig is Wiktor zijn beste vriend en dat is fijn.

    Wiktor vertelt ook over zijn grootste droom: trouwen met Kacper

    In de Warschause bioscoop Świt worden anime vertoond waar ze eindelijk samen naartoe kunnen. Ze gaan ook schaatsen, en met Justyna en Agnieszka gaan ze wandelen bij de Wisla. Meestal treffen ze elkaar bij Kacper thuis. Ze stoeien, ze kijken samen naar filmpjes. Op een keer vinden ze een pop van een tekenfilmfiguur, geven hem de naam Zenek en lachen dat hij hun zoon is. Ze zijn onafscheidelijk en liggen voortdurend in een deuk. Zoals kinderen dat doen.

    Bij bezoeken aan de psycholoog noemt Wiktor Kacper zijn vriendje. Hij zegt dat hij voor hem zal proberen zich niet te verwonden. Hij vertelt ook over zijn grootste droom: trouwen met Kacper, ooit op een dag, ergens in het buitenland.

    Februari 2019 – Wiktor

    School is het ergste. Nadat hij uit het ziekenhuis is ontslagen, gaat hij er twee keer heen. Daarna hoeft hij daar dankzij zijn moeder nooit meer naar terug. Iedere keer dat hij daar vandaan komt heeft hij zelfmoordgedachten.

    Justyna regelt voor hem privélessen. Bij de eerste les vraagt de aardrijkskundeleraar hem of hij hem moet aanspreken met zijn jongensnaam. Wiktor knikt ja, is dankbaar en aangenaam verrast, want het is de eerste keer dat iemand van buiten respect heeft voor zijn keus.

    Op de afdeling ging het heel anders. Zelfs de psychologe noemde hem ‘Wiktoria’. En de artsen en verpleegsters ook. Maar de aardrijkskundeleraar is een uitzondering. Voor de overige leraren blijft hij een meisje.

    Met Valentijn houdt hij het niet meer uit. Hij snijdt zich in zijn onderarm en gaat weer naar het Żwirki. Deze keer wordt hij niet opgenomen omdat er geen plaats is. Als hij aankomt is de afdeling voor 180 procent bezet.

    Justyna is in paniek. Ze neemt Wiktor mee naar de psychologe met wie hij enkele maanden eerder zo’n goed contact had. Die vraagt verbaasd waarom ze opnieuw naar haar toe gekomen zijn. Ze legt opnieuw uit dat het voor therapie nog te vroeg is, Wiktor moet zo spoedig mogelijk ter observatie worden opgenomen in het ziekenhuis. Want hij is er nu zo aan toe dat zelfs de kleinste crisis, een ruzie met zijn moeder of met Kacper, als gevolg kan hebben dat er ongelukken gebeuren.

    Er is echter geen enkele afdeling in Warschau die Wiktor wil opnemen.

    Maart 2019 – Wiktor en Kacper

    Op een dag, ’s avonds laat, brengt Kacper Wiktor weg naar de metro. Het duurt lang voor hij terugkeert, dus begint Agnieszka zich zorgen te maken. Ze belt hem, hij zegt haar alleen dat hij Wiktor helemaal thuis moet brengen. Dan verbreekt hij de verbinding. Wiktor doet hetzelfde. Er is geen enkel contact meer met hen.

    Agnieszka en Justyna schrikken. Beide springen in hun auto en rijden naar de bushalte in de buurt van het huis van Wiktor. Daar vinden ze hen uiteindelijk. Kacper is op van de zenuwen en huilt. Hij zegt dat Wiktor voor de metro wilde springen.

    ‘Voor een moeder is het een nachtmerrie als je hoort dat je kind zelfmoord wil plegen. Dat is iedere keer een dreun,’ zegt Justyna.

    Het is eind maart, en weer gaan ze naar Józefów. Justyna vertelt de artsen dat haar zoon voor de metro wilde springen. Maar opnieuw krijgen ze geen toestemming voor opname op de afdeling.

    Volgens de arts ging Wiktor ‘op een constructieve’ wijze om met zijn zelfmoordgedachten

    Ter motivering van hun besluit benadrukken de artsen dat er maar één zelfmoordgedachte is geweest en dat hij tijdens de consultatie had ontkend dat hij zich in de toekomst van het leven wilde beroven. Afgezien daarvan ging hij tot nu toe ‘op een constructieve’ wijze om met zijn zelfmoordgedachten, en de laatste zelfverminking dateerde van februari, bijna een maand geleden.

    Met andere woorden, er was geen reden om hem ter observatie op te nemen.

    Justyna verzoekt wanhopig om opname op de afdeling. Ze herinnert eraan dat de psychologe waar Wiktor heenging, therapie weigerde en juist aandrong op opname. De arts stelt voor in dat geval van psycholoog te veranderen omdat dit probleem ‘haar boven de pet gaat’.

    Op de patiëntenkaart schrijft hij: ‘er is geen levensbedreigende situatie en geen gevaar voor de gezondheid’. Hij ondertekent, zet een stempeltje en bedankt voor het bezoek. Hij beveelt verdere psychotherapie aan.

    Voor zover er een arts gevonden wordt die die wil geven.

    Justyna heeft een slecht voorgevoel. Op korte termijn een afspraak maken voor een kind bij een psychotherapeut in een openbare zorginstelling in Polen is niet mogelijk. Maar ook bij een privékliniek is het praktisch onmogelijk.

    Uiteindelijk komt ze terecht bij een privékliniek in Warschau. De arts onderzoekt Wiktor, waarna hij Justyna bij zich roept. Hij spreidt machteloos zijn armen en zegt dat Wiktor tijdens het gesprek zo gesloten was als een oester. Hij wilde niet praten, gaf op geen enkele vraag antwoord. In deze omstandigheden is hij genoodzaakt therapie te weigeren.

    Tegen Justyna zegt Wiktor dat hij alleen naar de vorige psychologe wil, en naar geen enkele andere, want alleen in haar heeft hij vertrouwen.

    April 2019 – Wiktor

    Drie weken later maakt hij met een scheermes een snee in zijn keel. In het ziekenhuis stelt hij de artsen gerust. Hij zegt dat hij de situatie onder controle had.

    Hij legt uit dat het geen zelfmoordpoging was, hij weet perfect waar de aders zitten, biologie is zijn lievelingsvak. Hij had het gedaan omdat hij ruzie had gehad met zijn vriendje, en later was hij verdrietig toen Kacper lange tijd niet reageerde op zijn berichtjes. Maar hij is alweer rustig, want hij weet dat Kacpers woede snel weer over zal zijn. Hij heeft er spijt van. ‘Ik heb al lang geen zelfmoordgedachten meer,’ zegt hij tegen de artsen.

    Justyna herinnert zich de woorden van de psychologe: ‘Zelfs de kleinste ruzie kan als gevolg hebben dat er ongelukken gebeuren’. 

    Tot het incident met de doorgesneden keel, in het trappenhuis van het flatgebouw van Kacper, net nadat hij de woning had verlaten. Ze hadden inderdaad ergens ruzie over gehad. Alleen had Kacper die dag plotseling een ander probleem aan zijn hoofd: onverwacht sterft zijn tante, de zus van Agnieszka. Hij rijdt met zijn moeder naar het ziekenhuis. De artsen stellen het overlijden van zijn tante vast, terwijl chirurgen de grote wond in de hals van Wiktor hechten.

    ‘In het ziekenhuis werd Wiktor doorverwezen naar Józefów,’ zegt Justyna. ‘Eerst vroegen ze me nog: “Waarom zit hij daar niet al een tijd?”’

    Ze komen er voor de derde en laatste keer terecht. Na een kort gesprek met Wiktor komen de artsen tot de conclusie dat de verminking veroorzaakt was door de ruzie met zijn vriend. Ze zien geen reden voor opname op de afdeling.

    ‘Ik was wanhopig,’ zegt Justyna. ‘Ik wist dat het verblijf in Józefów iets vreselijks was, maar het ging er gewoon om dat hij veilig was totdat we een nieuwe oplossing hadden bedacht. Ik maakte me zorgen om hem, ik was bang dat er iets ergs zou gebeuren.’

    ‘En toen stemden ze ermee in om hem op te nemen?’ vraag ik.

    ‘Nee. De dokter beweerde dat ik overgevoelig was en dat ik om meer tijd aan mezelf te besteden, op aerobics moest of naar een fitnessclub moest gaan. Om “me niet meer zo druk te maken om mijn dochter”.’

    April 2019 – Justyna, de moeder van Wiktor

    ‘Hoe kun je de angst beschrijven die je voelt als je kind rondloopt met zelfmoordplannen?’ vraag ik Justyna.

    ‘Er is zoiets als je moederinstinct. Ik maakte me zorgen om hem, op elk uur van de dag, elke seconde.’

    In april is ze zelfs bang om naar haar werk te gaan. In huis verstopt ze alle messen, pillen, scherpe voorwerpen. Om het half uur belt ze Wiktor. Over elk wissewasje, om te vragen of er nog melk in de koelkast staat, om gewoon maar even te kletsen. ’s Nachts staat ze op en gaat in zijn slaapkamer kijken. Ze controleert of hij slaapt, of hij ademhaalt. Ze kijkt naar zijn armen of hij zich niet gesneden heeft.

    17 april 2019 – Wiktor en Kacper

    Dit wordt geen gemakkelijke dag. Noch voor Wiktor, noch voor Kacper. Wiktor heeft een examen Engels ter afsluiting van de lagere school, en Kacper gaat met zijn moeder naar de begrafenis van zijn tante.

    Het examen begint om 9 uur ‘s ochtends. Zijn moeder brengt Wiktor naar school. Meteen na het examen stuurt hij haar een sms. Hij schrijft dat hij misschien wel een tien heeft gehaald. Hij vergist zich, maar minimaal. Enige tijd later worden de resultaten bekendgemaakt. Wiktor haalt een 9,8 voor Engels.

    Kacper is dan al met zijn moeder op weg naar de begrafenis. Plotseling krijgt de jongen tranen in zijn ogen. Hij kijkt naar zijn telefoon, op het scherm ziet hij een berichtje van Wiktor. Die schreef hem ‘dat hij ergens ging springen’. Hij probeert hem te bellen, maar de telefoon wordt niet opgenomen. Hij trekt zijn moeder aan haar arm, dat ze Wiktors moeder zo gauw mogelijk moet bellen.

    Agnieszka belt Justyna, en Justyna belt de politie.

    17 april 2019 – Wiktor.

    Politieagenten gaan langs bij Justyna. Ze vragen om een foto van Wiktor en sturen een melding naar heel Warschau. Ze zijn overal in de stad op zoek, willen alle metrostations omsingelen. Ze verwachten dat ze hem daar kunnen vinden, voordat er ongelukken gebeuren.

    Justyna belt Wiktor. Geen signaal.

    Ze brengen haar naar de eindhalte Mlociny. Ze stellen haar voor op eigen gelegenheid naar het centrum te gaan en zelf ook te proberen haar zoon te vinden. Ze stemt ermee in, het is een goed idee. Ze huilt.

    Ze zit in de metro. Plotseling klinkt er uit de luidsprekers een mededeling: ‘In verband met een ongeval bij halte Centrum rijdt de metro alleen tot halte Dworzec Gdański’. Ze beeft, stopt met ademen, sluit haar ogen.

    Uit de overvolle metro stapt ze uit bij Stare Bielany. Ze rent naar het flatgebouw van Kacper. De politie komt daar ook net aan, om na te gaan of Wiktor niet van gedachte is veranderd en niet naar huis is gegaan. Voor het flatgebouw ziet ze politieagenten. Ze vertelt hun van de mededeling in de metro.

    Het was Wiktor: ‘U hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Tot ziens :)’

    Ze bevestigen het: even daarvoor is een jonge vrouw voor de metro gesprongen. De ambulance heeft haar naar het ziekenhuis in de Szaserówstraat gebracht. Justyna moet daar onmiddellijk naar toe.

    Kacper is op de begrafenis van zijn tante. Hij weet nog van niets. In de kerk kan hij zijn gedachten er niet bij houden, hij is op het ergste voorbereid.

    Op de begrafenis komen veel mensen te laat. Veel mensen verontschuldigen zich, leggen uit dat er in Warschau een ongeluk was gebeurd, en dat de metro een tijd heeft stilgestaan. En dat ze daarom niet op tijd waren. Tijdens de mis ontvangt Agnieszka een sms. Ze hoort het niet, ze leest het bericht pas later. Het was Wiktor: ‘U hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Tot ziens :)’

    19 april 2019 – Wiktor

    Wiktor is op 17 april voor de metro gesprongen.

    Om 10.06 uur schreef hij nog een berichtje. Aan Kai, een internetvriendin die hij nooit heeft gezien, maar met wie hij erg bevriend was. Hij schreef: ‘Ik ga zelfmoord plegen. Sorry. Bedankt voor alles, maar ik kom er niet uit.’

    Om 10.52 uur stuurde hij haar een foto van de metrorails. Even later springt hij.

    Ondanks de ernstige verwondingen vecht hij twee dagen voor zijn leven.

    De arts die hem onmiddellijk na het ongeval opereerde, beweerde dat het moeilijk te verklaren is hoe Wiktor erin geslaagd was zijn zelfmoordpoging te overleven. In het ziekenhuis werd hij aangesloten op de kunstmatige beademing, opereerden ze zijn milt, maakten ze zich op om hem aan de stabilisator te leggen. Justyna geloofde in een wonder. Tijdens een volgende operatie kreeg hij een ernstige bloeding. Hij overleed op 19 april, twee weken voor zijn vijftiende verjaardag.

    April 2019 – Justyna, moeder van Wiktor

    Aan het eind van de maand haalt Justyna een brief uit de brievenbus. Afzender: de districtsrechtbank. Ze opent de envelop en gelooft haar ogen niet: het is een besluit om haar in verband met de zelfmoordpoging van Wiktor onder toezicht te stellen. Een curator zal naar haar huis komen en nagaan of zij goed voor haar zoon zorgt.

    Justyna leest de brief en huilt. Enkele maanden heeft ze er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat iemand zich het lot aantrekt van haar kind. En nu ze haar kind kwijt is, krijgt ze plotseling zo’n brief.

    Ze gaat naar de rechtbank met de overlijdensakte van haar zoon. Al snel ontvangt ze het besluit om de procedure te seponeren.

    In juni ontvangt ze weer een brief. Weer van de rechtbank. Deze keer veel gedetailleerder: met de specifieke gegevens van de curator en de data waarop deze voortaan naar haar huis zal komen om na te gaan hoe Justyna voor haar kind zorgt.

    Ze heeft geen puf meer om het uit te gaan leggen: ze kunnen de klere krijgen.

    Mei-december 2019 – Kacper

    ‘Ik durfde het niet tegen Kacper te zeggen,’ zegt Agnieszka. ‘Ik was bang dat hij hetzelfde zou kunnen doen. Zijn wandeling op het metrostation, een maand na Wiktors dood, dat was echt omdat hij hem miste.

    Kacper is nog niet naar het graf van Wiktor geweest. Hij verdringt zijn dood en kapt het onderwerp af. Hoewel hij de laatste tijd soms over hem begint te praten. Agnieszka weet nog niet of dat een moment van zwakte is of juist het tegenovergestelde. Dan biecht Kacper aan zijn moeder op dat hij hem heel erg mist en de hele tijd aan hem denkt. Op een keer zegt hij dat Wiktor zelfmoord zijn schuld was.

    Een andere keer zegt hij dat hij er een hekel aan heeft alleen thuis te blijven. Want dan haalt hij alle tekeningen van Wiktor uit zijn kast. Omdat hij alleen is kan hij zich niet inhouden. Hij bekijkt ze en huilt. Hij lijdt – zoals je lijdt wanneer je een teerbeminde verliest.

    Juli 2019 – Dr. Towalski

    In de zomer vindt het onderzoek naar de dood van Wiktor plaats. Bij de officier van justitie meldt dr. Towalski zich, dezelfde die eerder schreef dat ‘Wiktoria de voorkeur geeft aan meisjes’ en die van mening was dat zij voor haar geslachtsverandering het maar eens met een man moest proberen.

    Hij verklaart dat zijn zelfmoord het resultaat is van de invoering op school van ‘genderideologie’.

    In het najaar belt Justyna om een afspraak te maken met een psychiater. Ze heeft kalmeringsmiddelen nodig. In de hoorn hoort ze de vriendelijke stem van de receptioniste. Die legt haar uit dat de arts de praktijk heeft verlaten en dat alle patiënten zijn overgenomen door de nieuwe psychiater.

    Ze stelt Justyna voor om een afspraak te maken in maart 2020.

    Bij dr. Towalski.

    Officier van justitie

    Officier van justitie Jerzy Mierzewski rookte, toen we elkaar de laatste keer voor publicatie spraken, de ene na de andere sigaret. Als hij de ene uitdrukte, greep hij meteen naar een volgende, alsof hij bang was dat zijn longen het contact met de nicotine zouden verliezen.

    Voor journalisten is hij een echte expert op het gebied van het kwaad. Hij sloot de gangsters uit Pruszków op, hij zat achter de moordenaars van de hoofdcommandant van de politie Marek Papala aan en hij bracht aan het licht dat er in Polen in opdracht van de Amerikanen gevangenissen waren waar mensen werden gemarteld. En nu leidt hij het onderzoek naar de dood van Wiktor.

    ‘Wij, volwassenen. Wij zijn niet in staat in een kind een klein mens te zien’

    We ontmoeten elkaar in een Warschaus café. Er is geen plaats in de rokerszone. De officier maakt een gebaar met zijn hand en houdt het wel vol.

    ‘Ik kan me geen zaak herinneren die me menselijk gesproken meer heeft geraakt,’ zegt hij aan het begin. ‘Wij zijn verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. Wij, volwassenen. Wij zijn niet in staat in een kind een klein mens te zien. We hebben geen zorgsysteem voor kinderen. We kunnen zelfs geen discussie over dat onderwerp beginnen! En zelfs de grootste inzet zou zinloos zijn als er in de ziekenhuizen geen plek is op de gang, en zelfs geen artsen.’

    De procedure zal waarschijnlijk moeten worden geseponeerd. De bepalingen zijn ontoereikend om de artsen die Wiktor niet op de afdeling hebben opgenomen ter verantwoording te roepen. Ze hebben hem niet opgenomen omdat er geen plaats was. De officier van justitie zou de hele jeugdpsychiatrie in staat van beschuldiging moeten stellen of de hele Poolse overheid. En voor homofobie kun je niemand vervolgen.

    ‘Het ontbreekt ons aan tolerantie, respect voor andersheid en andere mensen, en dan die toenemende krachtcultus. Dat alles neemt op een gegeven moment angstaanjagende technologische trekken aan. En wel zodanig dat het een klein mens zelfs kan aanzetten tot de dood,’ aldus de officier van justitie.

    En hij voegt eraan toe: ‘En wij zijn allemaal schuldig.’

    Plaag

    In 2019 verspreidde een van de Poolse kranten voor zijn lezers stickers met de tekst: ‘lhbt-vrije zone’. Agnieszka en Justyna zagen het met lede ogen aan. In de tijd dat Justyna in de rouw was, herhaalde aartsbisschop Marek Jedraszewski onophoudelijk zijn mantra over de regenboogplaag.

    Wiktor leeft niet meer. Justyna is haar kind kwijt. Kacper is veertien en heeft de donkerste zijde van het leven al leren kennen – hij heeft liefde in tijden van de plaag meegemaakt.


    Polen staat in Europa op de tweede plaats als het gaat om het aantal zelfmoorden onder kinderen. Duitsland staat iets hoger op de lijst – maar alleen omdat het land twee keer zo groot is.

    Uit de gegevens blijkt dat bijna 70 procent van de lhbt-tieners in Polen rondloopt met zelfmoordgedachten.

    ‘We moeten de toestand in de jeugdpsychiatrie aan de kaak stellen,’ zei ombudsman Adam Bodnar.

    Dr. Towalski weigerde een gesprek met Onet. De afdeling in Józefów reageerde niet op onze mail met vragen.

    Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl

  • De echte reden waarom Remain verloren heeft

    De echte reden waarom Remain verloren heeft

    Nu het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten, maakt gevierd columnist Fintan O’Toole de balans op. Hoe kon het dat een stel witte mannen van middelbare leeftijd meer stemmen trok dan een jong en divers team?

    Aan de vooravond van de laatste campagnedag voor het brexitreferendum van juni 2016 bracht BBC het Grote Debat, live vanuit de Wembley Arena. De twee campagnes hadden elk drie sprekers afgevaardigd. De ene kant had een trio parlementsleden uit de gevestigde partijen: allemaal boven de vijftig, geen van drieën vertegenwoordigde een kiesdistrict buiten het zuiden en midden van Engeland. Hun tegenstanders schoven geen parlementsleden naar voren, maar kozen voor een jonger, diverser team dat veel meer overeenkomst vertoonde met het hedendaagse Groot-Brittannië.

    Als je niet beter wist en je had begrepen dat er in het land ontevredenheid over de status quo heerste, had je uit dit rijtje sprekers makkelijk kunnen afleiden wie over twee dagen de meeste stemmen zou krijgen. Natuurlijk zouden de middelbare establishment-types verliezen.

    Alleen: dat gebeurde niet. De drie witte, middelbare parlementsleden waren Gisela Stuart, Andrea Leadsom en Boris Johnson. Hun tegenstanders waren Ruth Davidson, Sadiq Khan en Frances O’Grady.

    Je kunt je goed voorstellen hoe ingenomen de Remain-campagne moet zijn geweest met de samenstelling van haar trio: een Schotse die ook lesbienne, ex-militair en lid van de Conservatieve Partij is, een Londenaar uit de arbeidersklasse met Brits-Pakistaanse wortels en de eerste vrouw ooit in de top van de Britse vakbondsbeweging. Het plaatje dat zij samen lieten zien had nauwelijks inclusiever kunnen zijn of beter afgestemd op de complexe werkelijkheid van Groot-Brittannië in 2016.

    Remainers werden bezield door veel verschillende dingen. Leavers werden gedefinieerd door één groot ding

    Het was natuurlijk ook tamelijk zinloos. Complexiteit en variatie leidden Remain in 2016 niet naar de overwinning. Ook in de strijd om een zeer harde brexit te voorkomen bleken deze kwaliteiten niet alleen ineffectief, maar zelfs duidelijk contraproductief.

    In normale tijden lijkt het duidelijk dat een brede alliantie in een democratie altijd beter is dan een smalle beweging. Het probleem voor Remain was dat het geen normale tijden waren. Wanneer nationale identiteit het overheersende onderwerp wordt, verstoort dat de vertrouwde melodie. Het wordt veel gemakkelijker om op één noot te blijven hameren dan om een orkest met te veel instrumenten te willen dirigeren.

    Je kunt bijna niet anders dan met het oude (en ja, clichématige) Griekse beeld komen van de vos die veel dingen weet en de egel die één belangrijk ding weet. Remainers werden bezield door veel verschillende dingen. Leavers werden gedefinieerd door één groot ding.

    Weggaan uit de Europese Unie was eruit zijn. Blijven was erin zijn. Maar wáárin precies? Er waren veel te veel antwoorden op die vraag en de meeste botsten met elkaar.

    Wat voor staatsvorm, wat voor plek, wat voor imaginaire gemeenschap konden Nicola Sturgeon en Keir Starmer, Gerry Adams en Dominic Grieve, Caroline Lucas en David Cameron met zijn allen bedenken? Die was er niet, omdat die er niet kon zijn. De Remainers hadden over vrijwel alles behalve over de wenselijkheid om niet uit de EU te vertrekken, diepgaand verschillende opvattingen van wat het Verenigd Koninkrijk zou moeten zijn en ze verschilden zelfs hevig van mening over de vraag of dat Verenigd Koninkrijk überhaupt zou moeten bestaan.

    Het is ook heel moeilijk om een overtuigend idee van het hedendaagse Groot-Brittannië te belichamen. Is Ruth Davidson het soort Tory met wie de meeste Engelse conservatieven zich kunnen identificeren? Roept de arbeidersklasse-achtergrond van Sadiq Khan een gevoel van solidariteit op onder kiezers uit de arbeidersklasse in de Midlands? Hoeveel politiek gewicht legt de vakbeweging van Frances O’Grady werkelijk nog in de schaal?

    In elk land is het lastig om een collectieve identiteit te definiëren, maar het is nog veel moeilijker in een multinationaal koninkrijk met verschuivende en onzekere opvattingen over zijn eigen verleden, zijn plaats in de wereld, de relaties tussen de verschillende delen waaruit het bestaat, sociale politiek en houding tegenover migratie en globalisering.

    Collectieve identiteit

    De grote ironie van brexit is dat die voor Remainers wel degelijk een soort collectieve identiteit genereerde. Maar alleen als reactie op de nederlaag. Remain verloor omdat zijn enige echte verbindende factor een gevoel van verlies was. Het moest eerst verslagen worden voordat het een collectief zelf kon vinden. Dat was per definitie te laat.

    Natuurlijk is het zo dat Leavers het niet met elkaar eens waren over wat de brexit echt betekende. Maar het cruciale verschil is dat zij dat ook niet hoefden te zijn. Want het enige belangrijke dat nationalistische bewegingen weten is niet wie ‘wij’ zijn. Het is wie we níet zijn. Leavers hadden een diepgeworteld besef van hun Ander: hun afkeer van en wantrouwen tegen de EU. Voor Remainers waren alleen de Leavers de Ander. Als, zoals W.B. Yeats beweerde, er ‘meer substantie zit in onze vijandschappen dan in onze liefde’, dan hadden de Leavers het grote voordeel dat de substantie van hun vijandschappen in eeuwen was gevormd en niet in enkele jaren.

    Voor een Ier, zoals ik, was het heel grappig om te zien dat de brexiteers Engeland (en het was heel erg Engeland) neerzetten als een onderdrukte natie, een gekoloniseerd land dat nu de kans kreeg om zijn imperialistische overheersers omver te werpen. (De afbeelding op de deur van Nigel Farages kantoor in het Europees Parlement was geen portret van hemzelf, maar van de negentiende-eeuwse Ierse nationalist Charles Stewart Parnell.)

    Ik weet nog dat ik hardop moest lachen toen Johnson bij zijn laatste woord in dat Grote Debat zei dat ‘donderdag de onafhankelijkheidsdag van ons land kan worden’, een bewering die Farage dan ook herhaalde toen de uitslag van het referendum binnenkwam. Dit beeld van Engeland als Kenia of Ierland of India aan het eind van het Britse koloniale rijk leek mij een te overdreven vertoon van slachtofferschap om de kiezers te kunnen aanspreken.

    Ik had het mis. Blijkbaar was het idee van brexit als de opstand van een geknechte natie voor veel kiezers wel heel reëel. En is dat eenmaal het geval, dan zit je in een heel andere wedstrijd. Want als Ier weet je ook dat nationale opstanden een groot voordeel hebben. Ze presenteren het idee van vrijheid als doel op zich – ze hoeven niet te zeggen wat je dan vrij zult zijn om te doen.

    Eerst worden we onafhankelijk. Daarna besluiten we wat we met onze vrijheid gaan doen

    Is eenmaal het geloof gewekt dat we ons op een weg naar onafhankelijkheid bevinden, dan ontstaat er een volgorde in tijd. Eerst worden we onafhankelijk. Daarna besluiten we wat we met onze vrijheid gaan doen. Er kunnen verschillende beloften worden gedaan over de dingen die we willen doen als we ons van onze onderdrukker hebben bevrijd, maar die bestaan in een andere tijdzone, de tijd die pas duidelijk wordt nadat we onze ketenen hebben verbroken.

    Remainers, verward door de absurditeit die besloten lag in het idee van een tot slaaf gemaakt Groot-Brittannië, hebben dit nooit helemaal begrepen. Zij hielden vast aan twee aannames die niet langer opgingen toen het de Leavers eenmaal gelukt was het idee van de brexit als nationalistische revolutie te scheppen. De ene was dat het toch zeker van het grootste belang moest zijn dat de brexiteers hun beloftes verbraken. De andere was dat het iets uitmaakte dat ook de brexiteers geen eensluitend idee hadden over de vorm die Groot-Brittannië moest krijgen.

    Dus toen de brexiteers heel snel de beruchte belofte op de zijkant van de bus – 350 miljoen pond per week voor de National Health Service – lieten vallen, verwachtten de Remainers woede bij de kiezers die zo cynisch waren misleid. Die kwam niet, omdat de belofte over het leven erna ging, de tijd aan de andere kant van het grote bepalende moment van onafhankelijkheid. Die had zich toch altijd al in een andere categorie van de werkelijkheid bevonden.

    Hetzelfde geldt trouwens voor alle dreigementen van de Remain-kant, zelfs als die goed onderbouwd waren, in tegenstelling tot het Project Fear-visioen van een onmiddellijk enkeltje naar de hel. Ook die bestonden voor de Leavers alleen in dat vage Land van Ooit van de toekomst, een ander land, een land waar ze de dingen anders doen.

    De brexiteers beloofde herwonnen soevereiniteit, gouden tijden, zonnige verten

    Het brexitproject werd ook niet werkelijk verzwakt door de dingen waardoor het in een ander politiek discours tot mislukken gedoemd zou zijn geweest. De diepe interne verdeeldheid over de vraag of het VK binnen, of tenminste nauw verbonden met de Europese interne markt moest blijven, wekte de schijn dat het Leave-kamp onder de druk van zijn eigen tegenstellingen zou imploderen. Het leek niet zo gek om dit te geloven terwijl de onhandigheid van Theresa May verlamming werd, die overging in anarchie.

    Maar in feite vormde zelfs deze wanorde een soort kracht voor de Leave-kant. Dankzij de totale onzekerheid over wat vertrekken in werkelijkheid zou betekenen, kon de brexit blijven wat hij was: een gebaar, een idee, een eenmalige bevrijdingsactie. Daardoor kon hij op het niveau blijven waar hij het meest onkwetsbaar was, niet gehinderd door nuchtere details: herwonnen soevereiniteit, gouden tijden, zonnige verten.

    Vaagheid

    Denk daarentegen eens aan de vraag waarom de SNP in 2014 het referendum over de Schotse onafhankelijkheid verloor. De partij leverde de details: 900 pagina’s waarin beschreven stond hoe een onafhankelijk Schotland eruit zou zien. Dit was een makkelijke schietschijf en unionisten konden alle zwakke plekken zien waarop ze hun pijlen konden richten. Juist de vaagheid van de brexit redde hem van zijn ondergang. Remainers wisten tot aan het eindspel toe nooit wat de deal zou worden. Ze joegen op een schaduw.

    Wat hadden de Remainers anders kunnen doen? Nou, zoals we in Ierland zeggen: je zou niet hier beginnen. Als er een echt groot debat kwam over de vraag hoe de volkeren van het VK zichzelf zien, dan zou je niet beginnen met David Camerons gladde belofte van een referendum over Europa om zijn interne strubbelingen te sussen. Je zou niet beginnen met een arrogante aanname dat identiteitskwesties wel de kop ingedrukt konden worden met dreigende waarschuwingen over handel.

    Je zou begonnen zijn met de erkenning dat na het Akkoord van Belfast in 1998 en de instelling van de decentrale regeringen in Wales in Schotland het jaar daarop, het gevoel ergens bij te horen binnen het VK zwaar verstoord was. Je zou je vooral ook hebben beziggehouden met de groeiende tekenen sinds de eeuwwisseling van een opkomend maar ongevormd Engels nationalisme en erover nagedacht hebben hoe dat vorm kon krijgen, niet alleen maar als ‘niet zij’, maar als een positief ‘wij’.

    Leave bood een soort antwoord – al was het een heel slecht antwoord. Remain snapte de vraag nauwelijks

    De Leavers hadden het over identiteit, ook al was dat voornamelijk op een reactionaire en vaak absurde manier. Remainers wezen dat soort gepraat meestal minachtend af als verwerpelijk. Maar een identiteitscrisis verdwijnt niet als je haar negeert. Leave bood een soort antwoord – al was het een heel slecht antwoord. Remain snapte de vraag nauwelijks.

    Kijkend vanaf de andere kant van de vijver heb ik de indruk dat de werkelijke reden waarom Remain verloor was dat de Remainers nooit hun best hebben gedaan om een tegenargument te bieden tegen de echte motivatie voor Leave: de soevereine macht weghalen bij de onverkozen bureaucraten in Brussel en teruggeven aan het verkozen parlement in Westminster. Er kwam geen erkenning dat er soevereiniteit verloren was gegaan in ruil voor de voordelen van het EU-lidmaatschap, zo geformuleerd dat dat werd gepresenteerd als voordelige ruil voor de gemiddelde burger van het VK. In plaats daarvan was het tegenargument (en nogmaals, dit is hoe het er vanuit de verte uitzag) dat de enige mogelijke motivaties om Leave te steunen vooroordelen tegen Oost-Europeanen en een romantische nostalgie naar het Empire zouden zijn en beide verdacht te maken. Niet echt een argument waar je mee wint.

    Openingsbeeld: Drie pro-brexitdemonstranten voor het Britse parlement op 29 maart 2019, de dag dat het VK de EU in eerste instantie zou verlaten. De deadline werd uiteindelijk uitgesteld naar 31 januari 2020 om 11 uur ’s avonds.

    Over de auteur

    Fintan O’Toole (Dublin, 1958) is auteur en politiek commentator voor onder andere The Irish Times, waarvoor hij sinds 1988 scherpe columns schrijft. Voor zijn bijdragen over brexit ontving hij de European Press Prize. O’Toole is ook toneelcriticus en schrijft regelmatig voor The New York Review of Books.

    fintan zw 1
  • De vrouw die haar verhandelaar voor de rechter sleepte

    De vrouw die haar verhandelaar voor de rechter sleepte

    Duizenden jonge vrouwen verlaten elk jaar Nigeria vanwege de belofte op een goede baan in Europa, waar ze vervolgens in de prostitutie worden gedwongen om hun schulden af te betalen. In 2016 bundelde een groepje vrouwen de krachten met rechercheurs en hulpverleners in Italië en brachten de mensenhandelaars voor het gerecht.

    Dit artikel ontving de tweede prijs in de categorie Distinguished Reporting van de European Press Prize 2021.

    Susan bevond zich net drie dagen op Italiaanse bodem toen ze op 23 juli 2015 met tientallen andere nieuwkomers werd afgevoerd naar een lawaaiig, overvol detentiecentrum in Rome, waar ze te horen kreeg dat ze teruggestuurd zou worden naar Nigeria. Sommige vrouwen schreeuwden van woede, anderen begonnen te huilen. Susan deed er het zwijgen toe. Teruggaan was geen optie.

    Susan had zich dat voorjaar laten overhalen de reis naar Italië te maken door een Nigeriaanse vrouw, Ivie, die ze had ontmoet in haar dorp in Edo, een zuidelijke deelstaat van Nigeria. Ivie wilde de kosten van haar reis naar Europa wel voorschieten en stelde haar daar normaal werk in het vooruitzicht. In een traditionele juju-ceremonie bij een priester had Susan gezworen de vrouw terug te betalen en haar trouw te zijn. En eenmaal aangekomen in Italië wist Susan dat het vreselijke gevolgen zou hebben als ze haar schuld niet afloste.

    Een advocaat van een hulporganisatie hielp Susan met het indienen van een asielaanvraag, zodat ze voorlopig in het land kon blijven, en na enkele weken detentie werd ze overgebracht naar een asielzoekerscentrum in Midden-Italië om de behandeling van haar aanvraag af te wachten. Korte tijd later werd ze daar opgehaald door Ivie, die haar meenam naar een appartement in Prato, buiten Florence. Daar woonden al vier andere Nigeriaanse vrouwen. Een van hen gaf Susan een paar hooggehakte schoenen en een kort rokje. ‘Kom mee,’ zei ze, ‘we moeten aan het werk.’

    DO 2.1 1 1

    Susan dacht dat het een grapje was. Er was haar werk beloofd als babysitter of caissière in een Italiaanse supermarkt. ‘Ze hadden niet gezegd dat ik hier de prostitutie in moest,’ zegt Susan. Maar de andere vrouwen lachten niet. Toen ze tegensputterde, herinnerde Ivie haar eraan dat zij voor de reis had betaald, en of ze wel wist hoeveel geld ze haar schuldig was. Als ze dat niet terugbetaalde of iemand erover vertelde, zouden haar moeder en haar broers thuis gevaar lopen. ‘Ik moest huilen,’ zegt Susan. ‘De andere meiden zeiden: Het went wel. Maar ik zei: Ik zal hier nooit aan wennen.’

    Susans overlevingsstrategie was om de mannen op zoek naar seks te ontlopen en zo weinig mogelijk te werken

    Vrije dagen had ze niet. Susan werd geen moment alleen gelaten, maar voelde zich wel heel alleen. Ivie had een hiërarchie ingevoerd die verhinderde dat de meisjes een band met elkaar kregen. Hillary, een andere jonge vrouw uit Edo, had tot taak om de meisjes in de gaten te houden en aan het eind van de nacht hun geld op te halen. Susans overlevingsstrategie was om de mannen op zoek naar seks te ontlopen en zo weinig mogelijk te werken. In januari verdiende ze maar 420 euro. Uit woede over die lage opbrengst sloeg Ivie haar zo hard dat Susan bang was in één oog het zicht te verliezen.

    Eind januari, vijf weken nadat Susan in Prato was aangekomen, werd ze op een dag naar een andere stad in het noorden van Italië gebracht. Ivie hield toezicht op afstand, ze belde haar vaak, en haar nieuwe madam wilde meer geld zien. ‘Ik kon zo niet doorgaan. Elke nacht daar in de regen, elke dag opnieuw,’ zegt Susan. En het ergste was nog wel dat haar familie in Nigeria niet eens geholpen was met het offer dat zij bracht. ‘Ik mocht geen geld naar huis sturen.’

    Altijd een stap voor

    Sinds 2015 zijn er ongeveer 21.000 Nigeriaanse vrouwen en meisjes in Italië aangekomen. De Internationale Organisatie voor Migratie van de VN meldde in 2017 dat 80 procent daarvan mogelijk slachtoffer was van vrouwenhandel, maar die cijfers zijn lastig te verifiëren. Italië is het toneel van een brute cyclus van uitbuiting waarbij voormalige slachtoffers van vrouwenhandel na jaren van gedwongen prostitutie zelf vrouwenhandelaars zijn geworden, de zogeheten madams. Ze halen soms zelf nieuwe vrouwen naar Italië om hun schuld aan vrouwenhandelaars af te betalen en zelf niet meer te hoeven tippelen, of zijn al zo lang uitgebuit dat ze in het uitbuiten van anderen de enige mogelijkheid op een beter leven zien.

    De slachtoffers durven meestal niet naar buiten te treden en de vrouwenhandelaars blijven meestal buiten beeld. In het VN-Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, een cruciaal juridisch instrument in de strijd tegen mensenhandelaars en de bescherming van hun slachtoffers, staat dat slachtoffers van mensenhandel een tijdelijke of permanente verblijfsstatus moet worden aangeboden. Italië was een drijvende kracht achter dit verdrag, dat in december 2000 in Palermo werd ondertekend. Maar door de komst van steeds meer migranten waait er inmiddels een nieuwe politieke wind in het land.

    In 2009 werd het in Italië strafbaar om zonder visum het land in te komen, en uit vrees om te worden opgepakt gaan illegale migranten nu ondergronds. Slachtoffers van mensenhandel worden bij immigratiecontroles zelden als zodanig herkend. En als ze er al worden uitgepikt als potentieel slachtoffer, dan kunnen de meeste vrouwen bij ondervraging nauwelijks informatie geven over hun reis. ‘Ze weten niet meer wat de naam is van de stad waarnaar ze werden overgebracht, dus wordt hun verhaal niet geloofwaardig geacht,’ zegt Carla Quinto, een advocaat die voor hulporganisatie Be Free werkt.

    En als er wel geloof wordt gehecht aan hun verhaal, is het nog lastig om voor de drie hoofdelementen van mensenhandel – ronseling, verplaatsing en uitbuiting – voldoende bewijs te verzamelen: door moeizame internationale samenwerking met de politie uit de landen van herkomst, door het gebrek aan medeleven en steun bij veel medewerkers van politie en justitie in Italië, en doordat de Nigeriaanse misdaadgroeperingen die de smokkel organiseren zich soms door de lokale maffia laten beschermen. Het justitieel onderzoek is complex en vaak traag, terwijl de vrouwenhandelaars snel handelen, hun slachtoffers vaak laten verkassen en hun geregeld nieuwe telefoonnummers geven. ‘De misdaadorganisaties zijn ons altijd een stap voor,’ zegt Quinto.

    Be Free

    Maar in februari 2016 startte de in georganiseerde misdaad gespecialiseerde magistraat Angela Pietroiusti een onderzoek dat wars was van vooroordelen en waarbij de expertise van de anti-maffia-eenheden werd ingezet tegen de vrouwenhandel. In een bestek van één jaar legde ze een geraffineerd netwerk bloot van mensenhandelaars die Afrikaanse meisjes en jonge vrouwen ronselden en naar Europa brachten en die actief waren in Nigeria, Libië, Italië, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

    Doorslaggevend voor dit onderzoek waren de gedetailleerde aantekeningen en foto’s die één vrouw stiekem had verzameld, uit woede dat ze tot prostitutie werd gedwongen. Die vrouw was Susan.

    Francesca De Masi brengt al sinds 2008 elke week een bezoek aan het detentiecentrum voor vrouwen in Ponte Galeria, in het zuidwesten van Rome. Zij moet onder de gedetineerden de slachtoffers van mensenhandel proberen te vinden, om hun advies en juridische hulp aan te bieden en te zorgen dat ze naar een opvanghuis kunnen. Elke woensdag installeert ze zich er met haar team van Be Free in de bibliotheek, een donkere ruimte met weinig boeken en veel muggen. Soms spreken ze zelf vrouwen aan in de gangen van het detentiecentrum, soms komen de vrouwen op eigen houtje naar de bibliotheek om een praatje te maken. De eerste minuten van elk gesprek zijn cruciaal. Vrouwelijke mensenhandelaars kunnen er samen met hun slachtoffer in detentie zitten. ‘We kunnen niet openlijk zeggen dat we van een organisatie tegen mensenhandel zijn,’ zegt De Masi.

    Om de andere week is ook Quinto van de partij, de strafpleiter van Be Free, om vrouwen te helpen die aangifte willen doen tegen een mensenhandelaar. Quinto en De Masi zijn allebei fervente rokers en vertonen in hun omgang met elkaar de aanhankelijke, nietsontziende vertrouwelijkheid van twee zussen. Quinto praat alsof ze altijd haast heeft. ‘Soms geef ik haar onder tafel een schop,’ lacht De Masi. Dan weet Quinto dat ze even rustig aan moet doen. ‘Sommige vrouwen hebben wat tijd nodig om zich bloot te geven.’

    Toen De Masi in juli 2015 hoorde over zesenzestig jonge Nigeriaanse vrouwen die al binnen enkele dagen nadat ze per boot in Zuid-Italië waren aangekomen naar dit detentiecentrum in Rome waren overgebracht, had ze haar autosleutels van tafel gegrist en was de deur uit gesneld. Het werd een dag zoals ze nog nooit had meegemaakt. De vrouwen waren doodsbang. Susan was een van hen, ze was uitgeput maar vastbesloten om zich niet het land te laten uitzetten. Ze zaten met veel te veel vrouwen in een veel te warme ruimte. Om zich verstaanbaar te maken boven het paniekerige rumoer, klommen De Masi en andere hulpverleners op een tafel en vroegen luid roepend om aandacht. Ze legden uit dat ze alle vrouwen afzonderlijk wilden spreken.

    Toen Susan aan de beurt was, vroeg De Masi: ‘Wie heeft je hier gebracht?’

    ‘Niemand,’ zei Susan beslist. Ze had trouw gezworen aan Ivie, de vrouw die ze in Edo had ontmoet. Ze wist toen nog niet wat Ivie voor haar in petto had. Susan was er vooral op gebrand in Italië te blijven en haar beschermvrouw buiten schot te houden.

    Nadat ze vergeefs had geprobeerd meer over Susan te weten te komen, hielpen De Masi en de immigratieadvocaat haar een asielaanvraag in te dienen. Dat behoedde Susan voor uitzetting, maar omdat ze niet wilde toegeven dat ze in Nigeria door mensenhandelaars was geronseld, moest ze in het detentiecentrum blijven tot ze een maand later voor de asielcommissie zou verschijnen. Daarna zou ze worden overgebracht naar een asielzoekerscentrum.

    De Masi was bang dat ze in dat asielzoekerscentrum zou worden opgehaald door haar mensenhandelaar. Opvangcentra voor volwassen asielzoekers zijn trefpunten geworden voor mensenhandelaars en hun slachtoffers. Er zijn zelfs gevallen bekend van vermeende mensenhandelaars die er doodgemoedereerd binnenlopen om iemand op te halen.

    GettyImages 75462155 klein 1
    Nigeriaanse vrouw praten buiten een van de zes Via Anelli-flatgebouwen in Padua, Noord-Italië. Het vervallen landgoed Via Anelli is na rellen tussen rivaliserende bendes en criminele activiteiten met drugs en prostitutie omringd met een stalen muur. De hoogbouwflats werden in de jaren tachtig gebouwd voor studentenhuisvesting, maar huisvesten nu enkele honderden immigranten, voornamelijk Afrikaanse. – © Giuseppe Cacace / Getty Images

    De vrees van De Masi werd bewaarheid. Eenmaal in het opvangcentrum bemachtigde Susan een telefoon en nam contact op met Ivie. Na twee maanden haalde Ivie haar daar met de auto op. En toen verdween Susan van de radar.

    In Prato belandde Susan in een nachtmerrie. Ivie was woedend dat ze zo weinig geld in het laatje bracht en brulde: ‘Je bent geen serieus meisje.’ Ze moest elke dag van vijf uur ’s middags tot drie uur ’s nachts de straat op, in de kou en de regen. Vrije dagen had ze niet. Koorts of ongesteldheid waren geen excuus, werken moest ze.

    Uit woede dat ze zo was voorgelogen besloot Susan haar nieuwe leven in Italië vast te leggen. Ze begon met haar telefoon foto’s te maken van het appartement waar ze werd vastgehouden en ze maakte zelfs stiekem een paar foto’s van Ivie. Ze hield telefoonnummers bij en maakte aantekeningen over wat haar overkwam. Ze wist nog niet of ze er ooit iets mee zou kunnen, maar ze wilde bewijs verzamelen van wat ze te verduren had. Ivie had haar een notitieboekje gegeven waarin ze moest opschrijven hoeveel geld ze elke week aan Ivie gaf en wat ze haar nog schuldig was. Dat boekje was bedoeld als een bewijs van Susans schuldslavernij en om haar eraan te herinneren dat hoe meer klanten ze afwerkte en hoe meer geld ze verdiende, des te sneller ze zogenaamd haar vrijheid zou herwinnen. Maar Susan gebruikte het om haar ervaringen vast te leggen. Elke transactie die ze erin noteerde was een bewijs van wat ze te verduren had.

    Er vandoor

    Toen Susan in januari 2016 naar een andere stad in Noord-Italië was gebracht, bleef ze zoveel mogelijk details vastleggen. Aanvankelijk stond ze daar onder streng toezicht van een nieuwe madam, maar toen die na een week op reis ging naar Nigeria, kreeg ze te maken met een vrouw die minder strikt was. ‘Toen besloot ik er vandoor te gaan,’ zegt Susan.

    Begin februari stopte ze op een ochtend haar telefoon en notitieboekje in een handtas en zei dat ze een afspraak met een klant in een naburig stadje had. In plaats daarvan liep ze naar het station met het plan om de trein naar Rome te nemen. Ze had de contactgegevens nog van de immigratieadvocaat die ze in juli 2015 had gesproken in het detentiecentrum in Ponte Galeria. Bij het station deed Susan haar best om niet op te vallen, doodsbang dat iemand haar zou herkennen. Maar ze had geen geld en moest bij vreemden bedelen om een kaartje te kunnen kopen.

    Toen ze eindelijk in de trein zat, ging haar telefoon over. Zowel Ivie als de nieuwe madam probeerde haar te bereiken. Als ze hen bleef wegdrukken, zouden ze beseffen dat er iets niet in de haak was, wist Susan. Ze was vooral bang dat ze wraak zouden nemen op haar moeder. Ze moest een goed excuus bedenken. Toen ze uiteindelijk opnam, zei ze tegen Ivie dat ze niet kon praten omdat ze was opgepakt door de politie. Toen de madam belde, zei ze hetzelfde. Toen gooide ze haar simkaart weg en hoopte maar dat ze haar geloofden en haar en haar familie verder met rust zouden laten.

    ‘Susan is terug.’ De immigratieadvocaat hing aan de lijn met De Masi. Susan was in Rome aangekomen en had nog voor het vallen van de avond bij haar kantoor aangeklopt. ‘Ze kan nergens heen.’ Binnen een uur was De Masi op het kantoor van de advocaat. Er waren vijf maanden verstreken en ze zagen hier een heel andere Susan dan het stroeve en gesloten meisje dat De Masi in het detentiecentrum had gesproken. ‘Ze was woedend dat ze in gevaar was gebracht door iemand op wie ze had vertrouwd,’ zegt De Masi. Nu wilde Susan wel praten. Ze wilde gerechtigheid. ‘Ze was ziedend,’ zegt De Masi.

    Ze nam Susan mee en bracht haar onder in een opvanghuis. In de weken daarna begon ze haar verklaring af te nemen. Susans informatie was gedetailleerd, betrouwbaar en goed gedocumenteerd. ‘Ze had een kopie van haar notitieboekje, foto’s, namen en persoonlijke informatie over haar vrouwenhandelaars,’ zegt De Masi. Aangifte doen kan slachtoffers van vrouwenhandel een beetje het gevoel geven dat ze hun leven weer in eigen hand hebben, aldus De Masi. Carla Quinto wijst erop dat het ook bescherming biedt: als een vrouw aangifte heeft gedaan, zal de politie sneller ingrijpen tegen een mensenhandelaar die haar bedreigt.

    Van de zeventig zaken waar Be Free zich elk jaar over buigt, komt het in hooguit drie gevallen tot een rechtszaak, en dan nog bijna nooit voor mensenhandel of slavernij

    Maar zelfs met het door Susan verzamelde bewijsmateriaal zou het nog moeilijk worden om haar uitbuiters te vervolgen, wisten De Masi en Quinto. Van de zeventig zaken waar Be Free zich elk jaar over buigt, komt het in hooguit drie gevallen tot een rechtszaak, en dan nog bijna nooit voor mensenhandel of slavernij. De aanklacht wordt meestal geseponeerd of afgezwakt tot uitbuiting of prostitutie, een veel lichter vergrijp. ‘De meeste verdachten worden uiteindelijk berecht voor lichtere vergrijpen die makkelijker te bewijzen zijn,’ legt Quinto uit.

    Dat het zo moeilijk is om mensenhandelaars te vervolgen is een wereldwijd probleem. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie telt de wereld momenteel zo’n veertig miljoen slachtoffers van moderne slavernij – meer dan de bevolking van Canada. Maar wereldwijd komen er jaarlijks nog geen twaalfduizend gevallen van mensenhandel voor de rechter, met nog geen tienduizend veroordelingen tot gevolg.

    Een van de redenen waarom het zo moeilijk is om mensenhandelaars veroordeeld te krijgen, is dat het bij deze misdaad doorgaans om grote aantallen criminelen gaat die actief zijn in verschillende rechtsgebieden. Op elke fase van haar reis naar Europa was Susan vervoerd door weer een andere groep tussenpersonen die hun operaties telefonisch afstemden met Ivie, haar madam in Italië. In Libië had Susan twee weken opgesloten gezeten in een provisorische gevangenis vol mensen die zaten te wachten op de oversteek naar Europa. De madam belde regelmatig met de Nigeriaanse en Arabische mannen door wie ze daar werden bewaakt. Door de gebrekkige samenwerking met autoriteiten in Nigeria, Niger en Libië is het onmogelijk om onderzoek in te stellen, laat staan tot vervolging over te gaan van de tussenpersonen die bij de smokkel van Susan waren betrokken.

    Vanaf 2014 is het aantal politieonderzoeken naar vrouwenhandel in Italië scherp gedaald, terwijl het aantal Nigeriaanse vrouwen en meisjes dat er zonder visum aankomt juist omhoog schoot. Volgens een rapport dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in juni 2020 publiceerde, zijn er in Italië in 2019 nog maar 135 onderzoeken naar iemand ingesteld wegens mensenhandel, tegen 314 in 2018 en 482 in 2017. In het rapport wordt gesteld dat de Italiaanse autoriteiten ‘niet voldeden aan de minimumeisen voor het uitbannen van mensenhandel’. Een van de problemen is het tekort aan West-Afrikaanse tolken die afgeluisterde telefoongesprekken kunnen vertalen. Maar hulpverleners die met de slachtoffers werken, denken dat er bij justitie ook weinig interesse bestaat voor de vervolging van mensenhandelaars, mede omdat de slachtoffers merendeels zwarte vrouwen zijn.

    De Masi werkt al meer dan twintig jaar voor Be Free en denkt dat die hardvochtige houding van de autoriteiten tegen migranten niet alleen iets van de laatste tijd is. Toen na de Balkanoorlog de georganiseerde misdaad in het postcommunistische Oost-Europa in opkomst was, zagen De Masi en haar collega’s ook een toename van de handel in vrouwen. Juist de politie haalde toen vaak vrouwen van de straat en bracht ze naar het opvanghuis. Maar in 2009 kwam de rechtse regering van Berlusconi met strengere wetgeving tegen illegale migranten en begon de politie zich anders op te stellen tegen slachtoffers van vrouwenhandel. ‘Voor de politie had het geen prioriteit meer om slachtoffers hulp te bieden en naar een hulporganisatie of opvanghuis te brengen,’ zegt De Masi. ‘Alles was er toen op gericht om te controleren of de vrouwen een verblijfsvergunning hadden. De criminalisering van migratie werd hun prioriteit.’

    Averechts

    Hoe gevaarlijk het voor getuigen en hun familie ook is, in het Italiaanse systeem is het aan de slachtoffers zelf om aangifte te doen tegen de mensenhandelaar. Dat kan hun familie in het thuisland blootstellen aan vergelding. Italië en Nigeria hebben wel een overeenkomst gesloten waardoor de Italiaanse politie de Nigeriaanse autoriteiten kan inseinen, zodat zij bescherming kunnen bieden aan de familie van een slachtoffer dat aangifte heeft gedaan, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. Alle keren dat De Masi zo’n verzoek tot bescherming indiende, werd er door de betreffende Nigeriaanse instantie niets mee gedaan. Van Quinto’s cliënten zijn al verschillende familieleden belaagd, en van één vrouw is de moeder vermoord.

    In maart 2016, ongeveer een maand nadat Susan naar Rome was gevlucht, stuurde Ivie een paar mannen langs bij het huis van haar moeder in Nigeria. Die sloegen haar in elkaar en gaven haar een boodschap voor Susan: ‘Ga terug naar je madam.’ Maar daarmee bereikten ze precies het tegenovergestelde. Toen Susan het van haar moeder hoorde, sterkte het haar alleen maar in haar voornemen. Ze zag aangifte als de enige manier om terug te slaan en haar familie te beschermen.

    In mei van dat jaar werd er namens Susan aangifte gedaan tegen Ivie. De Masi en Quinto wisten dat de kans klein was dat Susan gerechtigheid zou krijgen. De uitkomst hangt volgens Quinto vaak af van de houding van de aanklager op wiens bureau de zaak toevallig belandt. Eerdere aangiftes waren al weggewuifd door politieagenten, onderzoeksrechters en openbaar aanklagers die de verhalen van de vrouwen niet serieus namen of de zaak lieten aanslepen omdat het zo moeilijk is genoeg bewijs te verzamelen voor een veroordeling. Maar ditmaal hadden ze geluk.

    Haar dossier belandde op de burelen van de antimaffia-afdeling in Florence, niet ver van de plek waar Susan voor het eerst tot prostitutie was gedwongen. Omdat zaken met mensenhandel zo complex zijn, ressorteren ze in Italië onder de lokale antimaffia-afdelingen – speciale eenheden die het Openbaar Ministerie begin jaren negentig in het leven heeft geroepen om justitiële onderzoeken naar de georganiseerde misdaad in Italië te coördineren.

    De vrouw die zich over haar dossier boog, was een ervaren aanklager, Angela Pietroiusti. Zij had vijf maanden eerder net een onderzoek naar vrouwenhandel in Toscane ingesteld en daarbij opdracht gegeven het appartement in Prato te observeren waar Ivie haar meisjes onderbracht. Ze legde een dossier aan door de activiteiten van de vrouwen in kaart te brengen, maar ze had inzicht nodig in de communicatie tussen de mensenhandelaars.

    ‘De informatie uit Susans aangifte strookte volledig met wat wij in ons onderzoek vaststelden,’ zegt Pietroiusti. ‘Ze was enorm betrouwbaar. Ze gaf ons het telefoonnummer van haar madam en de namen van de andere meisjes.’ Als een van de weinige aanklagers die zich met vrouwenhandel bezighouden, kon Pietroiusti de link leggen tussen Susans aangifte en het onderzoek dat ze al had opgestart. Dankzij Susans gedetailleerde informatie kreeg Pietroiusti in juni 2016 toestemming om telefoons af te luisteren.

    ‘Mensenhandelzaken zijn net zo complex als maffiazaken’

    ‘Mensenhandelzaken zijn net zo complex als maffiazaken,’ zegt Pietroiusti als ik haar spreek in haar werkkamer met uitzicht op Florence, waar ik in de verte de koepel van Brunelleschi en de Toscaanse heuvels kan zien. Pietroiusti is begin zestig en draagt een vrolijk blauw topje met glitters – een schril contrast met de metaaldetectors bij de ingang van het gebouw en de beveiligers bij haar deur, kille verwijzingen naar de gevaren van haar werk. Ze kent nog alle namen van de slachtoffers in de zaken waaraan ze gewerkt heeft, en die van hun uitbuiters.

    Nadat de taps waren gezet, heeft Pietroiusti samen met de rechercheurs en vertalers honderden uren gestopt in het verzamelen van de bewijslast. Het was moeilijk om mensen te vinden die van het Igbo in het Italiaans konden vertalen. De Nigeriaanse gemeenschap in Italië is niet zo groot en de meeste nieuwe migranten willen zichzelf en hun verwanten geen problemen op de hals halen. ‘Maar we hebben er toch een paar gevonden,’ zegt Pietroiusti glimlachend.

    Uit telefoontaps en observatie van de verdachten kwam naar voren dat Ivie deel uitmaakte van een internationaal netwerk. Samen met andere madams stuurde ze jonge, soms zelfs minderjarige vrouwen naar verschillende Europese landen. Uit het onderzoek bleek ook dat Ivie zelf eerst een paar jaar als sekswerker op straat had gewerkt voordat ze madam werd. Ze had een bloeiend bedrijf opgezet en haar dochter van vierentwintig geleerd om het voor haar te runnen, om dus vrouwen van haar eigen leeftijd en jonger uit te buiten. Bij het onderzoek kwamen zes tot tien verdachten in beeld, maar in januari 2017 werden slechts vier madams, onder wie de dochter van Ivie, in staat van beschuldiging gesteld wegens het van Nigeria naar Italië smokkelen van zeventien jonge vrouwen en meisjes.

    Het had Pietroiusti een jaar gekost om genoeg bewijs te verzamelen voor een verzoek tot een arrestatiebevel, en het zou nog eens twee jaar duren voordat de rechter dat ondertekende. Toen de vier madams eenmaal werden opgepakt, waren er al drie jaar verstreken sinds Susans aangifte. Complexe zaken zoals mensenhandel laten rechters vaak liggen, verzucht Pietroiusti, omdat het zoveel tijd en moeite kost om ze te beoordelen. In Susans zaak ging het om duizenden pagina’s belgegevens en uitgeschreven gesprekken. ‘Ik ben ook niet vrij van zonden,’ zegt Pietroiusti. ‘Maar bij alle verzoeken die ik krijg, probeer ik voorrang te geven aan zaken waarbij de menselijke waardigheid in het geding is.’

    De getuigen in dit soort zaken hebben behoefte aan zowel fysieke bescherming – ze wonen vaak in opvanghuizen op geheime adressen – als emotionele ondersteuning. Sommige slachtoffers zijn zo bang voor hun uitbuiters dat ze ontkennen dat ze zijn verhandeld en tot prostitutie gedwongen, zelfs als ze met hun neus op de bewijzen worden gedrukt. Hun verhoor vergt tact en een uitgekiende strategie. Om het voor hen minder traumatisch te maken legt Pietroiusti soms grote afstanden af om ze te kunnen spreken op hun geheime opvangadres, waar ze zich veiliger voelen. En ze heeft als vuistregel: alleen vragen stellen als dat strikt noodzakelijk is. ‘Hoe minder het op een verhoor lijkt hoe beter,’ zegt ze. ‘Het is zwaar voor ze.’ Volstrekte geheimhouding is ook geboden. ‘Je kunt ze nog zo op het hart drukken om er niet over te praten, het blijven meisjes – ze kunnen iets laten vallen tegen een vriendin, en dan gaat het rondzingen dat er een onderzoek loopt.’

    Dat de slachtoffers illegaal in Italië zijn en de politie niet vertrouwen, maakt ze des te afhankelijker van hun uitbuiters

    Behalve uit de getuigenverklaringen bleek ook uit de telefoontaps met hoeveel geweld de slachtoffers dagelijks te maken krijgen. Eén minderjarig meisje, Marianne, werd onder bedreiging van een vuurwapen verkracht door een klant – een man die zich had voorgedaan als rechercheur – en vervolgens gedwongen een abortus te ondergaan. Ze was in 2016 naar Italië gesmokkeld door dezelfde vrouw die Susan had gehaald. En haar madam was kwaad dat Marianne zo weinig verdiende: ‘Je bent niet naar Europa gekomen om te spelen!’ beet ze haar toe in een door de politie opgenomen telefoongesprek.

    Toen Pietroiusti besefte dat Marianne minderjarig was, liet ze haar in augustus 2016 aanhouden door de politie en overbrengen naar een opvangcentrum voor minderjarigen, terwijl het onderzoek naar de andere vrouwen doorliep. Maar Marianne, bang en alleen, liep weg uit de opvang en ging terug naar haar madam, de enige volwassene die zij in Italië kende. Dat de slachtoffers illegaal in Italië zijn en de politie niet vertrouwen, maakt ze des te afhankelijker van hun uitbuiters.

    Marianne werd een tweede keer aangehouden en weer naar een opvanghuis gebracht, maar sloeg ook nu weer op de vlucht. Hierna stuurde de madam haar naar Frankrijk, samen met een ander minderjarig meisje – ze had het over ‘de kleintjes’, zegt Pietroiusti. Toen er eenmaal een arrestatiebevel tegen de vier Nigeriaanse vrouwenhandelaars werd uitgevaardigd, waren die meisjes al spoorloos.

    Zulke zaken gaan je niet in de koude kleren zitten, zegt Pietroiusti. ‘Je ligt er wakker van.’

    De Masi keek ervan op toen ze hoorde dat Susans bewijsmateriaal uiteindelijk tot arrestaties had geleid. ‘Het was alweer zo lang geleden, ik dacht dat de zaak geseponeerd was,’ zegt ze. In juli zou een eerste hoorzitting plaatsvinden en Susan nam de trein naar Florence. Ze was nerveus maar vastberaden. Het was een opluchting om op het station te worden opgewacht door De Masi en Quinto.

    Be Free huurde een appartement waar Quinto haar kon helpen zich op het getuigenverhoor voor te bereiden. De advocaat regelde het belangrijkste: dat de vrouw door wie Susan was uitgebuit haar niet te zien zou krijgen. De rechter zou de getuigen in de rechtszaal ondervragen, maar de verdachten zouden de zitting via een videoverbinding volgen vanuit een andere ruimte in de rechtbank. De getuigen zouden alleen op de rug worden gefilmd.

    ‘Jij verdient de prinsessenkamer,’ zei De Masi tegen Susan, en ze gaf haar de grootste kamer in het appartement, met een groot tweepersoonsbed en tv. Susan moest lachen, blij met de privacy en het comfort van het appartement. Ze had jaren in een opvangtehuis gezeten, waar ze haar kamer, de badkamer en de keuken met andere vrouwen moest delen. Voordat ze ging slapen, nam ze nog een paar selfies met De Masi en Quinto. ‘Het was leuk om daar met hen tweeën te zitten, ze zijn zo grappig,’ zegt Susan lachend, en dat doet me denken aan iets wat ik Quinto, met haar kortgeknipte grijszwarte haren en haar eeuwige spijkerbroek en gympen, vaak hoor zeggen: ‘Cliënten mogen mij wel omdat ik er niet uitzie als een advocaat.’

    ‘Ik moet succesvol zijn’

    Op de ochtend van de hoorzitting droeg Susan een fleurig T-shirt met de tekst: ‘Ik moet succesvol zijn.’ Negen slachtoffers zouden op de zitting verklaringen afleggen. Om te voorkomen dat ze hun uitbuiters zouden tegenkomen, liet Pietroiusti hen de zitting afwachten in haar werkkamer. Toen de andere slachtoffers arriveerden, werd Susan in gedachten teruggevoerd naar haar eenzame, hopeloze tijd bij die meisjes in huis. Vooral bij het zien van Hillary raakte ze van slag. ‘Zij is slecht,’ zei ze tegen De Masi, terugdenkend aan hoe Hillary haar en de andere meisjes onder de duim hield. De Masi zei tegen Susan dat Hillary volgens haar net zo goed een slachtoffer was.

    Hillary had als enige haar schuld van dertigduizend euro afbetaald. Haar madam had de laatste aflossing gevierd met een verzoek om nog tweeduizend euro, als ‘gift’, en het aanbod dat Hillary daarna zelf madam kon worden. Hillary’s vader, die in Nigeria woonde, had met Ivie samengespannen en zowel zijn dochter als andere meisjes voor haar geronseld. Uit het onderzoek kwam naar voren dat hij Hillary onder druk had gezet om overuren te maken, zodat ze haar schuld kon afbetalen en zelf madam kon worden – een stap die ze nooit heeft gezet.

    Terwijl Susan zat te wachten tot ze aan de beurt was om een verklaring af te leggen, liep de spanning in de kamer op. Een van de slachtoffers kreeg enorme hoofdpijn. ‘Het is de juju!’ schreeuwde ze. Ze was ervan overtuigd dat ze gestraft werd omdat ze op het punt stond haar madam te verraden, aan wie ze in Nigeria trouw had gezworen. Het traditionele juju-ritueel is angstaanjagend en houdt de meisjes nog lang nadat ze uit hun land zijn vertrokken in de ban. ‘Het gebruik van deze oeroude, van generatie op generatie overgeleverde geloofssystemen is een vorm van psychische dwang die veel sterker is dan geweld,’ tekende The Guardian in 2017 op uit de mond van prinses Inyang Okokon, hoofd van de hulporganisatie PIAM Onlus.

    De andere vrouwen begonnen ook bang te worden en De Masi haalde haar telefoon tevoorschijn. In 2018 had ze in de Nigeriaanse deelstaat Edo twee maanden onderzoek gedaan naar de strijd die in het land zelf tegen mensenhandel werd gevoerd. In het kader daarvan had Oba Ewuare II, de spirituele leider van het koninkrijk Benin, dat jaar een gewijde ceremonie uitgevoerd om alle vervloekingen waarmee de schuldslavernij was bezegeld te verbreken en de slachtoffers van hun eed te verlossen. De Masi had dat gefilmd en liet haar opname van de ceremonie aan de meisjes zien. ‘Toen kwam iedereen tot bedaren,’ zegt ze.

    Susan beefde toen ze aan de beurt was om voor de rechter te verschijnen, maar ze was snel over haar zenuwen heen. ‘Ik begon de waarheid te vertellen, daar werd ik zo ontspannen van,’ zegt ze. Het was alsof er een last van haar afviel.

    ‘Het voelde alsof dit niet alleen gerechtigheid was voor Susan, maar voor alle vrouwen met wie we hadden gewerkt’

    Het proces zou vijf maanden later plaatsvinden, op 13 december 2019. De verdachten hadden gekozen voor een snelrechtproces — een instrument om de rechtsgang te versnellen, waarbij de verdachte in geval van een veroordeling kans maakt op strafvermindering. Het hele proces zou maar één dag duren. De slachtoffers hoefden de zitting niet bij te wonen, maar De Masi en Quinto gingen wel kijken hoe de vrouwenhandelaars die zoveel leed hadden aangericht hier werden berecht. ‘Dat wilde ik echt voor geen goud missen,’ zegt De Masi.

    Na de slotpleidooien werden ze door Angela Pietroiusti uitgenodigd om de uitspraak van de rechter in haar werkkamer af te wachten. Ze kletsten wat en staken de ene sigaret na de andere op.

    Om zeven uur die avond ging Pietroiusti’s telefoon. De vier verdachten waren veroordeeld tot in totaal vijfenveertig jaar cel voor het verhandelen en in slavernij houden van tien meisjes. De Masi moest huilen toen ze het hoorde. ‘Het voelde alsof dit niet alleen gerechtigheid was voor Susan, maar voor alle vrouwen met wie we hadden gewerkt,’ zegt ze. De Masi en Quinto kochten een fles wijn om het in de trein terug naar Rome te vieren. Toen hun trein vertrok, belden ze Susan om te vertellen dat Ivie tot zestien jaar en acht maanden was veroordeeld. ‘O Jezus!’ gilde een dolblije Susan.

    De rechter veroordeelde de vrouwenhandelaar ook tot het betalen van tachtigduizend euro compensatie aan Susan en tienduizend euro voor gemaakte kosten aan Be Free. Maar dat geld zullen ze waarschijnlijk nooit zien. Mensenhandelaars sluizen hun winsten meestal door naar hun thuisland (in de afgeluisterde gesprekken had Susans madam gepocht dat ze meerdere huizen in Nigeria bezat) en houden geen bezittingen aan in Italië.

    Niet iedereen die een rol in Susans uitbuiting heeft gespeeld, is door justitie vervolgd. De madam in Noord-Italië waar ze naartoe was gestuurd, is nooit gevonden, evenmin als de smokkelaars met wie ze van Nigeria naar Italië is gereisd. Justitie gaat meestal achter de madams aan, maar Quinto wijst erop dat 90 procent van hen ooit zelf onder dwang in de prostitutie is beland. De mannen die in Libië, Europa en Nigeria aan de touwtjes trekken, blijven buiten schot.

    Voor Susan was de veroordeling van Ivie meer dan ze had durven hopen. Maar haar eigen situatie werd er niet gemakkelijker op. In het najaar van 2018 is met het zogeheten Salvini-decreet – vernoemd naar de radicaal-rechtse politicus die toen vicepremier was – een serie maatregelen ingevoerd die het voor slachtoffers van mensenhandel zoals Susan moeilijker maakt om hun verblijfsstatus te verlengen en een nieuw leven op te bouwen.

    Vier jaar nadat ze aan haar uitbuiters wist te ontsnappen en de aangifte deed die uiteindelijk een internationaal netwerk van vrouwenhandel heeft blootgelegd, verkeert ze zelf nog steeds in onzekerheid. Ze heeft geen werkvergunning. Ze zou graag weer naar school gaan, maar ze wil bovenal werk vinden om haar familie thuis te kunnen helpen. ‘Ik wil alles doen,’ zegt ze. ‘Als ik kon kiezen, zou ik het liefst oude vrouwen helpen.’ Ze is nu in afwachting van een beslissing van de Italiaanse asielcommissie, die moet beoordelen of haar verblijfsvergunning kan worden verlengd.

    De Masi staat haar bij in haar strijd om in Italië te blijven en een nieuw leven op te bouwen. Als een van de kroongetuigen in een proces over vrouwenhandel zou ze bij een terugkeer naar Nigeria veel te veel gevaar lopen. ‘We moeten eigenlijk de rode loper uitrollen voor slachtoffers van mensenhandel,’ zegt De Masi. ‘Van de immigratiedienst tot het OM, overal zou voor hen de deur wijd open moeten staan. Maar het blijft allemaal zo moeilijk.’

  • Liefde, lucratieve deals en offshore bedrijven. De voordelen van een huwelijk met Poetins dochter

    Liefde, lucratieve deals en offshore bedrijven. De voordelen van een huwelijk met Poetins dochter

    Duizenden mails die zijn onderschept uit de inbox van Kirill Sjamalov, de voormalige schoonzoon van de Russische president, laten haarscherp zien hoeveel macht en rijkdom het oplevert om deel uit te maken van Poetins inner circle.

    Winnaar van de The Investigative Reporting Award 2021 van de European Press Prize.

    Er zijn maar weinig geheimen in Rusland waarover zo wantrouwig wordt gewaakt als over de meest basale gegevens aangaande de familie van Vladimir Poetin. In de officiële biografie van de president wordt het alom bekende gegeven bevestigd dat hij en zijn voormalige echtgenote twee dochters hebben, Maria en Katerina. Maar Poetin noch zijn persvoorlichters hebben ooit de volledige namen van die dochters prijsgegeven, of iets losgelaten over hun privéleven of werk. Geen van beide dochters gebruikt in het openbaar haar achternaam.

    Een van de weinige gegevens die journalisten boven tafel hebben weten te krijgen, is dat Poetins jongste dochter, Katerina, getrouwd is geweest met ene Kirill Sjamalov. Sjamalov is een vermogend man, die op zijn tweeëndertigste de jongste miljardair van Rusland was. Hij genoot echter weinig bekendheid en er waren maar weinig details openbaar over de manier waarop hij zijn ongekende vermogen had vergaard.

    Maar nu komen er voor het eerst wat meer gegevens naar buiten over deze Sjamalov. Eerder dit jaar hebben journalisten van IStories, het Russische onderzoekscentrum van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP), via een anonieme bron toegang gekregen tot een uitgelekt mailarchief van Sjamalov. Het lek omvat meer dan tienduizend berichten uit de periode 2003-2020 en verschaft uitzonderlijke informatie in de man die als geen ander toegang heeft tot de machinaties binnen de Russische politiek.

    Collection No. 1

    De anonieme bron heeft niet onthuld hoe hij of zij aan Sjamalovs e-mails is gekomen, maar de berichten zelf wijzen in een bepaalde richting.

    In juni 2019 stuurde het Hasso-Plattner-Institut van de Universiteit van Potsdam, dat zich bezighoudt met cybersecurity, Sjamalov een waarschuwing: zijn inloggegevens waren aangetroffen in ‘Collection No. 1’, een archief van miljoenen wachtwoorden en e-mailadressen die een hacker uit Oekraïne had verzameld en te koop aangeboden. Sjamalov leek het bericht niet helemaal te begrijpen, want hij stuurde de mail door naar zijn assistent met de vraag: ‘Wat heeft dit te betekenen?’

    Gelekte informatie van een anonieme bron al dan niet publiceren is een lastige journalistieke beslissing. Om te beginnen kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij de authenticiteit van documenten van een anonieme partij. Om het Sjamalov-archief te verifiëren, werden de mails eerst gestructureerd en geïndexeerd door data-analisten van het OCCRP. Vervolgens zijn journalisten van IStories bijna een jaar bezig geweest alles uit te pluizen: ze hebben onderwerpregels van e-mails nagetrokken, met afzenders gesproken en informatie vergeleken met bedrijfsgegevens, databases van makelaars, sociale netwerken en andere openbaar toegankelijke bronnen. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de mails authentiek zijn.

    kirill and katya
    © Shamalovs emailarchief.

    Een andere kwestie is de privacy. De bron heeft toegang gegeven tot het materiaal, maar heeft daarbij de journalisten verzocht geen medische gegevens openbaar te maken. Dat verzoek is gehonoreerd. IStories en het OCCRP hebben ook besloten niet het hele archief vrij te geven. De informatie die in dit onderzoek wordt gebruikt, is precies voldoende om een verhaal te vertellen dat het publieke belang dient.

    Sjamalov is een schoolvoorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en het zakenleven die het moderne Rusland typeert

    Niet alleen toont het archief onomstotelijk aan dat Sjamalov getrouwd is geweest met Poetins dochter Katerina, die de achternaam Tichonova gebruikt, ook bevat het enkele andere onthullingen over de financiële voordelen die dit huwelijk hem heeft opgeleverd, en de invloed die hij wist te vergaren door in de presidentiële familie te trouwen. Hij is duidelijk in staat geweest bronnen binnen de regering te gebruiken en heeft persoonlijke banden aangewend voor zijn eigen gewin en dat van zijn vrienden en zakenpartners – een schoolvoorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en het zakenleven die het moderne Rusland typeert.

    Kirill Sjamalov noch Katerina Tichonova wilde reageren op dit verhaal. Poetins woordvoerder, Dmitri Peskov, reageerde met één zin: ‘We hebben dergelijke vragen al veel vaker onbeantwoord gelaten.’

    Sjamalov senior

    Kirill Sjamalov is de zoon van Nikolai Sjamalov, een van Poetins oudste en beste vrienden. Halverwege de jaren negentig maakten Poetin en Sjamalov senior deel uit van een groep vrienden die investeerden in Ozero, een privégemeenschap van zomerhuizen in de buurt van Sint-Petersburg. Toen Poetin president werd, kregen zijn buren uit Ozero hoge posities binnen de regering of kwamen aan het hoofd te staan van staatsbedrijven. Drie Ozero-oprichters kregen in 2014 te maken met sancties van de Verenigde Staten in verband met de Russische inval in Oekraïne.

    Sjamalovs naam werd in brede kring bekend toen zijn voormalige zakenpartner Sergej Kolesnikov in 2010 een open brief publiceerde, gericht aan de toenmalige premier Dmitri Medvedev. De brief ging over de vermeende corruptie bij de bouw van een vorstelijk onderkomen aan de Zwarte Zee ter waarde van 1 miljard dollar voor Poetin, die toen president was.

    Belangrijkste feiten:

    Sjamalov en Poetins dochter spendeerden miljoenen aan luxueuze onderkomens in Rusland en Frankrijk, terwijl Poetin had bepaald dat de Russische elite geen buitenlandse bezittingen meer mocht hebben.

    • Niet lang na zijn huwelijk met Poetins dochter kocht Sjamalov voor het verbijsterend lage bedrag van 100 dollar een aandeel in de grootste petrochemische fabriek van Rusland, een bedrijf met een waarde van 380 miljoen dollar. 
    • Later kocht Sjamalov een nog veel groter aandeel in dit bedrijf. Met deze deal, die bepaald niet onopgemerkt bleef, werd hij in één klap miljardair. Uit zijn mailwisseling blijkt dat dit slechts een van de vele lucratieve deals was die hem werden aangeboden, en de mails werpen licht op de vraag hoe een en ander mogelijk in elkaar stak. 
    • Omdat Sjamalov zo dicht op de macht zat, was hij een zeer begeerde zakenpartner. In één geval kreeg hij een gratis aandeel in een groot bedrijf aangeboden in ruil voor zijn toegang tot ‘bronnen binnen de regering’. Een duidelijk voorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en zakenleven die het moderne Rusland typeert.

    Volgens Kolesnikov vervulde Sjamalov een sleutelrol binnen deze constructie, geïnstigeerd door Poetin, waarbij een medisch bedrijf lucratieve gezondheidszorgcontracten kreeg aangeboden. Deze werden gefinancierd door rijke oligarchen, in ruil voor de belofte eenderde van het geld over te maken naar buitenlandse banken. Het geld werd gebruikt voor de bouw van ‘Poetins paleis’ in de buurt van Gelendzjik.

    Nadat hij ruzie had gekregen met Sjamalov, verliet Kolesnikov het land en publiceerde hij zijn brief aan Medvedev. Hoewel het verhaal leidde tot een sensationeel schandaal en de inhoud van de brief werd gestaafd door documenten en geheime opnamen die Kolesnikov later aan de pers zou overhandigen, volgde er geen enkele officiële reactie.

    De heersende elite van Rusland bestaat voor een groot deel uit oude compagnons van Poetin

    Volgens een bekende heeft Nikolai Sjamalov, die dit jaar zeventig is geworden, zich teruggetrokken uit zowel het zakelijke als het publieke leven, en besteedt hij nu een groot deel van zijn tijd aan jagen. Zijn oudste zoon, Kirills broer Joeri, staat al sinds 2003 aan het hoofd van een van de grootste private pensioenfondsen van Rusland.

    De heersende elite van Rusland bestaat voor een groot deel uit oude compagnons van Poetin, die hem zijn gevolgd naar Moskou en die sinds Poetin president is geworden allerlei sleutelposities binnen de regering vervullen. Deze datsja-buren, judokameraden, massagetherapeuten en voormalige stadsbestuurbureaucraten worden ook wel de Piterskie genoemd, naar Sint-Petersburg, waar ze vandaan komen. Om de term Piterskie hangt een sterke geur van georganiseerde misdaad – denk maar aan andere geografisch gewortelde epitafen als de Tambovskie of de Izmailovskie.

    De meeste van deze mannen zijn nog niet van het toneel verdwenen. Maar in de twee decennia sinds Poetin aan de macht is, hebben hun kinderen en kleinkinderen hun eigen macht en vermogen vergaard en klimmen ze geleidelijk op naar de topposities. Je zou hen de ‘nieuwe Piterskie’ kunnen noemen.

    Sjamalovs e-mailarchief biedt een opmerkelijk beeld van deze groep. Velen van hen hebben, net als Sjamalov zelf, rechten gestudeerd aan de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg. Ze praten over posities binnen de regering, bij staatsbedrijven en grote ondernemingen, en ze merken op dat als zij naar Moskou komen, de stad er heel anders zal uitzien dan de stad die hun voorouders ooit hebben veroverd.

    Kirill katya2
    Illustratie: © Natalia Yamshchikova.

    Maar sommige dingen veranderen nooit. Net als in de wereld van hun ouders zijn persoonlijke connecties van cruciaal belang voor de nieuwe Piterskie. In juni 2004 ontving Sjamalov, in het laatste jaar van zijn studie, een mail van een jaargenoot, Jan Piskoenov:

    ‘Makker, we zullen alles zo goed mogelijk regelen. Het wordt geweldig. Het belangrijkste is dat we het over de organisatie hebben. Ik stuur je dinsdagochtend de speech. Ik haal vandaag of maandag de beoordeling op, en gedurende de week bereiden we de antwoorden voor op de vragen en opmerkingen van de beoordelaars. Ik vond het fijn om je eindelijk te zien. Rust wat uit en neem de tijd.’

    Gezien de context gaat dit bericht over hulp bij het voorbereiden van Sjamalovs verdediging van zijn scriptie – en een vooraf geschreven presentatie voor de examencommissie.

    Een paar dagen later was de speech klaar. ‘Hallo Sjamalov : ) !’ schreef Piskoenov. ‘Eerste versie speech… in de bijlage.’ En inderdaad, in de bijlage zit een presentatie bij een scriptie over vastgoedrecht.

    Toeval of niet, maar Sjamalovs oudere broer, Joeri, zit in de raad van bestuur van zowel de mediaholding als de bank

    De enthousiaste Piskoenov had een carrièreperspectief waar menig Russisch student jaloers op zou zijn. Niet lang na zijn afstuderen kreeg hij, op zijn vijfentwintigste, een hoge positie bij Gazprom-Media, de grootste mediaholding van Rusland, waar hij Deputy General Director werd en aan het hoofd kwam te staan van de juridische afdeling. Deze groep, met populaire kanalen als de tv-zenders NTV en TNT en de radiozender Echo of Moscow, is eigendom van Gazprombank. Toeval of niet, maar Sjamalovs oudere broer, Joeri, zit in de raad van bestuur van zowel de mediaholding als de bank. Hij heeft niet gereageerd op onze verzoeken om een reactie.

    In september 2009 dook Piskoenov weer op in Sjamalovs correspondentie, toen een kennis hem benaderde met een ongebruikelijk en nogal onomwonden verzoek: ‘Vraag: is het mogelijk om de standpunten van Piskoenov en Plesjkov ten aanzien van vliegveld Vnukovo te veranderen, of hun activiteiten te neutraliseren?’

    Een aangehecht memo levert de benodigde context: twee van de belangrijkste luchthavens van Moskou, Vnukovo en Domodedovo, waren verwikkeld geraakt in een commercieel geschil, waarbij Domodedovo uiteindelijk aan het langste eind trok. Als gevolg daarvan moest Vnukovo zo’n 350 miljoen roebel [4 miljoen euro] betalen. Volgens de afzender was de rechtbank ‘onder druk’ gezet door Dmitri Plesjkov, destijds ‘hoofd van het secretariaat van de voorzitter van het hooggerechtshof van arbitrage’, die zelf naar verluidt optrad ‘namens Jan Borisovitsj Piskoenov (…) van Gazprom-Media’. Hij vroeg of deze twee mannen konden worden beïnvloed op een manier waar vliegveld Vnukovo baat bij zou hebben.

    Er zijn geen bewijzen dat Sjamalov aan Piskoenov of Plesjkov zou hebben gevraagd zich te mengen in het vliegveldgeschil. Maar een maand later verwierp het federale arbitragehof van het district Moskou de eerdere beslissing van de rechtbank, wat Vnukovo miljoenen scheelde. Het was precies zo gelopen als de kennis van Sjamalov had gevraagd.

    Hoewel Sjamalov destijds nog maar 27 was, had hij al een indrukwekkend cv opgebouwd: hij had gewerkt voor Gazprom, Gazprombank, de Russische overheid en Rosoboronexport, de belangrijkste wapenexporteur van het land. Op het moment zelf was hij Vice President for Administrative Business Support bij Siboer, de grootste petrochemische fabriek van Rusland. Maar er stonden nog veel grootsere dingen op stapel.

    Renovatie

    In 2013 meldden verschillende media, waaronder Reuters, dat Sjamalov was getrouwd met ene Katerina Tichonova, van wie werd gezegd dat ze een dochter van Poetin was. Het Kremlin weigerde dat te bevestigen. Maar Sjamalovs mailarchief laat hier geen enkele twijfel over bestaan en maakt ook duidelijk dat Tichonova en Sjamalov in februari 2013 zijn getrouwd. Wanneer het stel elkaar heeft leren kennen wordt niet duidelijk vermeld. Maar uit het bewijsmateriaal, waaronder het volgende bericht van een van de organisatoren van hun bruiloft, blijkt dat hij haar al een groot deel van zijn leven kende:

    ‘Kirill, Katerina, tijdens de ijsshow zal achter het podium een scherm worden geplaatst om videobeelden te tonen, ter begeleiding van de optredens op het ijs. Tijdens sommige nummers zal er live worden uitgezonden wat op het podium te zien is (bijvoorbeeld tijdens jullie dans). Voor die videobeelden hebben we het volgende materiaal nodig:

    1. Foto’s van jullie samen uit 2012-2013 (‘recent’)

    2. Jeugdfoto’s – afzonderlijk, samen…

    3. Teksten uit berichten, zowel van Katerina als van Kirill… alleen de tekst… het is leuk om iets herkenbaars te tonen… wat jullie met elkaar uitwisselden…

    4. Kirill, een foto in uniform? Misschien met vrienden, of als je de eed aflegt, er is vast wel iets…

    5. Kirill, wat was je telefoonnummer in 2003/2004 – toen je Katerina belde?

    6. Katerina, we willen graag wat videoclips van je optredens. Misschien heb je foto’s van dat legendarische wereldkampioenschap in München, toen Kirill elf uur samen met jou heeft doorgebracht? Of wat je maar wilt laten zien (als ik het goed heb zitten er concurrenten in het publiek).’

    In de zomer voorafgaand aan hun huwelijk was het stel druk bezig een luxeleventje op touw te zetten in zowel Rusland als Frankrijk. Op 2 juni 2012 kreeg Sjamalov een mail van de vrouw die was belast met het renoveren en inrichten van een huis voor het jonge stel in Usovo, een dorp in een dure streek vlak bij Moskou, en niet ver van de Novo-Ogarevo-residentie van de president:

    ‘Beste Kirill, ik stuur je de foto’s van alles wat Katja heeft uitgekozen voor jullie tuin. Alles is op voorraad in Italië (dat is bevestigd). Om de levering in gang te zetten, moet je een aanbetaling doen van 60 procent van het begrote bedrag.’

    Er zat een bijlage bij met een lijst aankopen voor de inrichting van een kleine tent – een tafel, een bank, een paar leunstoelen, een stoffen gordijn – bij elkaar 53.000 euro. Sjamalov stuurde alles door aan zijn aanstaande. ‘Ik vind het prima, geen bezwaar. Wat denk jij?’

    Twee dagen later stuurde Tichonova hem een lijst van Japanse boeken voor hun thuisbibliotheek, ter waarde van dik 6300 euro. Dat was nog niets vergeleken bij het tapijt dat het stel kocht voor in die bibliotheek: 54.300 euro.

    Sjamalov kreeg met enige regelmaat updates over de voortgang van de inrichting van het huis, en aan de hand daarvan is het mogelijk een inschatting te maken van de totale kosten. De renovatie, de meubels en de verdere inrichting kwamen in totaal op een kleine 8 miljoen euro. Tel daar de geschatte kosten bij op van het land en het huis zelf, en het totale bedrag voor het onderkomen ligt ergens tussen de 15 en 17 miljoen euro.

    Aankopen voor het huis in Usovo

    Omschrijving – prijs in euro’s:

    Inrichting spa: 321.400

    Inloopkast: 102.500

    Sierconiferen voor de tuin: 91.200

    Stof voor banken in de woonkamer: 59.200

    Kleed voor de bibliotheek: 54.300

    Kleedkamer in het boudoir: 48.400

    Gordijnen: 20.000

    Muurkandelaars voor de eetkamer: 17.500

    Kroonluchter in de eetkamer: 15.500

    Shampoos, badstoffen accessoires voor de spa: 15.000

    Maar het huis in Usovo was niet het enige dure bezit van het stel. In oktober 2012 kocht Sjamalov, via tussenkomst van Alta Mira, een in Monaco gevestigd bedrijf, een groot huis in de Franse badplaats Biarritz. Het huis had toebehoord aan de familie van Gennadi Timtsjenko, een oude vriend van Poetin en een multimiljardair met belangen in energie, transport en infrastructuur. Afgaande op documenten in Sjamalovs mailarchief, kostte het huis in Biarritz 4,5 miljoen euro.

    Ook bij de inrichting van dit huis bleek dat het stel een dure smaak had. In juli 2014 vroeg een ontwerpster Sjamalovs goedkeuring voor de aanschaf van tuin- en terrasmeubilair ter waarde van 19.000 euro. Hij stuurde het bericht door aan Tichonova, die twee dagen later antwoordde: ‘Zo werkt het niet. Zeg dat ze foto’s moet sturen; of in ieder geval een link naar een site waarop foto’s te zien zijn.’

    In Sjamalovs mailarchief zijn ook details te vinden over de bruiloft van het stel, in februari 2013, in het skiresort Igora, niet ver van Leningrad. Vanaf eind januari verstuurt Sjamalov uitnodigingen, met daarin een gedetailleerde beschrijving van de uitgebreide dresscode voor drie dagen en nachten feest, zoals ‘cocktail dress,’ ‘creative black tie,’ en ‘casual chic’, alles ‘in Russische stijl’.

    Het jonge paar nodigt zo’n honderd gasten uit, onder wie zes officieren van de presidentiële geheime dienst, die in verband met de beveiliging in de buurt moeten blijven. Merkwaardig genoeg ontbreken op deze lijst de ouders van Tichonova: Poetin en zijn vrouw (het echtpaar had hun scheiding nog niet bekendgemaakt). Het is niet uitgesloten dat deze omissie verband houdt met de veiligheidsmaatregelen.

    Op 1 februari ontvangt Sjamalov het definitieve schema. Voor de eerste dag staat een ‘Russische tea party’ gepland, met een samowar, traditionele zoetigheden en koffiebroodjes, gevolgd door een diner. Op de ochtend van de tweede dag volgen het huwelijk zelf, in de kerk, gevolgd door festiviteiten op straat, ‘Russische vakantie op het plein’ genaamd, en een huwelijksdiner. Op de derde dag komen de gasten samen voor een afscheidsdiner, waarbij ze worden toegezongen door de Tichonova’s favoriete zangeres: Margarita Pozojan.

    Enveloppen

    Zoals gebruikelijk in Rusland vraagt het pasgetrouwde stel de gasten om een bijdrage voor een cadeau. ‘We zijn van plan een speciaal gemaakt bruiloftstheeservies voor 24 personen te bestellen bij de Imperial Porcelain Factory. Er zijn een speciaal moment en een speciale plek ingeruimd in het programma om enveloppen met geld in te zamelen,’ staat er op de kaart. Het pasgetrouwde stel brengt de huwelijksreis door op Mauritius.

    Na het huwelijk stijgt Sjamalovs rijkdom tot ongekende hoogten. Uit zijn mails blijkt dat Sjamalov al een heel netwerk aan offshorebedrijven had toen hij trouwde. Het merendeel van die bedrijven, bestierd door juristen uit verschillende landen, staat op naam van een gevolmachtigde. De belangrijkste hoeder van Sjamalovs offshoregeheimen is Dario Item, de ambassadeur van het Caribische staatje Antigua en Barbuda in Spanje, Monaco en Liechtenstein.

    In juni 2013 koopt Sjamalovs offshorebedrijf in Belize, Kylsyth Investments Limited, 38.000 aandelen van een in Guernsey geregistreerde offshore, Themis Holdings Limited, van weer een andere offshore, Volyn Portfolio Corp, dat is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Op dat moment is Themis Holding het moederbedrijf van Siboer. Met andere woorden: met de aandelen Themis heeft Sjamalov 3,8 procent van het grootste petrochemische bedrijf van Rusland in handen gekregen. Hij heeft er het verbijsterend lage bedrag van 100 dollar voor neergeteld. Sjamalov schat de waarde later op zo’n 10 miljard dollar, wat betekent dat zijn deel zo’n 38 miljoen dollar waard is. Hij heeft voor bijna niets een ongekend vermogen verkregen.

    In een later interview met Kommersant zegt Sjamalov de aandelen Siboer te hebben verkregen door middel van een optieprogramma. Dergelijke programma’s zijn bedoeld om werknemers te belonen door ze in staat te stellen met korting aandelen in het bedrijf te kopen.

    In reactie op vragen van journalisten komt de persvoorlichter van Siboer met een verklaring van Dmitri Konov, de voorzitter van de raad van bestuur, waarin wordt bevestigd dat Sjamalov zijn aandelen op deze manier in bezit heeft gekregen. Hij zou hebben gehandeld als elke andere manager. ‘De voorwaarden van de aankoop (…) verschilden niet van de voorwaarden van aankopen van andere managers,’ aldus de persvoorlichter. ‘Er golden geen exclusieve voorwaarden voor Sjamalov.’

    Journalisten van IStories hebben gekeken naar de contracten van elf hoge managers bij Siboer die in dezelfde periode als Sjamalov deelnamen aan dit programma en het blijkt dat zij allemaal echt hebben betaald voor hun aandelen, met kortingen van zo’n 15 procent ten opzichte van de marktprijs. Zo heeft Sergej Komisjan, de executive director van het bedrijf, volgens zijn contract 21,6 miljoen dollar betaald voor een aandelenpakket dat 0,26 procent van het bedrijf vertegenwoordigde. De vicepresident, Alexei Filippovski, betaalde 12,7 miljoen dollar voor zijn 0,15 procent. (De bestuursvoorzitter van Siboer weerlegt deze getallen, maar komt niet met andere informatie.)

    De schoonzoon van de president is de enige die via dit programma voor een schijntje zo veel rijkdom heeft weten te vergaren. En dat is nog maar het begin van zijn huwelijkse voorspoed.

    Sjamalov kan kiezen uit geweldige aanbiedingen ter waarden van miljarden, zoals wij in de winkel kunnen kiezen tussen verschillende merken melk

    Terwijl zijn carrière bij Siboer gestalte krijgt, trekt Sjamalov hordes adviseurs en assistenten aan, die projecten zoeken waarin hij kan investeren, die samenvattingen schrijven voor zijn toespraken en die hem zelfs de antwoorden aanleveren voor vragen die uit het publiek kunnen komen – net als in zijn studententijd. Na zijn huwelijk met Tichonova gaan zijn assistenten op zoek naar financiële projecten voor hun baas. Sjamalov krijgt de ene na de andere mail met geweldige aanbiedingen ter waarden van miljarden, waaruit hij kan kiezen zoals wij in de winkel kunnen kiezen tussen verschillende merken melk.

    In mei 2013 stuurt Sjamalovs assistent Denis Nikienko hem een voorstel om gelijktijdig aandelen te kopen in drie verschillende bedrijven – Rostelecom, Tele2-Russia en Tricolor TV – en die vervolgens samen te voegen tot ‘een nationale telecommunicatieleider.’ De totale kosten van deze deal bedragen zo’n 9 miljard dollar. Nikienko oppert dat niet te financieren met eigen middelen, maar met geld van ‘bevriende financiële instellingen’ zoals Gazprombank of Gazfond, waar Sjamalovs broer de scepter zwaait.

    Kirill katya3
    Een petrochemische fabriek in Sibur in de regio Nizhni Novgorodrod. – © ITAR-TASS / Vladimir Smirnov

    De knapste koppen van Rusland stonden kennelijk te popelen om in zee te gaan met de jonge zakenman. In augustus en september 2013 stuurde Nikienko zijn baas enkele voorstellen van Sergej Kotljarenko, de assetmanager van voormalig vicepremier Igor Sjoevalov. In zijn eerste mail oppert Kotljarenko dat Sjamalov voor 1,3 miljard dollar een hele toren en een zakencentrum koopt in het zakendistrict van Moskou. Kotljarenko’s tweede idee is om een ‘wereldleider in oilfield services’ op te zetten, door RN-Bureniya op te kopen, een dochteronderneming van het staatsoliebedrijf Rosneft. ‘De baten van het bedrijf over 2014-2015 komen neer op zo’n 4,5 miljard per jaar,’ schrijft Kotljarenko. (Hij wilde niet ingaan op onze verzoeken om te reageren.)

    In april 2014 stuurt Nikienko nog enkele voorstellen aan Sjamalov. Een daarvan is om 51 procent op te kopen van VSMPO-Avisma, de grootste titaniumproducent ter wereld. Een dergelijk belang is op dat moment meer dan een miljard dollar waard. Hij licht de voordelen van deze deal toe:

    ‘Waarom 51 procent? Als iemand op een sanctielijst wordt geplaatst, kunnen Amerikaanse burgers en bedrijven niet langer zakendoen met bedrijven waarin de gesanctioneerde een belang heeft van meer dan 50 procent. Aangezien de VS er belang bij hebben samen te werken met VSMPO-Avisma, zullen ze niet snel sancties uitvaardigen tegen dit bedrijf of de aandeelhouders.’ 

    Een ander voorstel was dat Sjamalov een extra belang in Siboer zou kopen:

    ‘Het feit dat GNT [Gennadi Nikolajevits Timtsjenko] aandeelhouder in het bedrijf is, brengt bepaalde beperkingen met zich mee voor de bedrijfsvoering. Er zijn al gevallen bekend van banken en zakenpartners die hebben geweigerd zaken te doen met Siboer [omdat Timtsjenko op de sanctielijst staat]. Om dat probleem op te lossen is het voorstel om GNT’s aandeel uit te kopen. De koop kan door twee van de managers van het bedrijf worden geregeld en vervolgens kan het aandeel worden geconsolideerd (er is een aanpak uitgewerkt waarbij een kunstmatige lening wordt gecreëerd die wordt afbetaald met een tweede aandelenpakket).’

    Zoals blijkt uit het vervolg is dit het voorstel waarvoor Sjamalov uiteindelijk zal kiezen.

    De jongste miljardair in Rusland

    Op 1 augustus 2014 registreert Sjamalov een bedrijf, Yauza 12, op zijn adres in Moskou. Nog geen zes dagen later, zoals blijkt uit zijn mails, krijgt zijn bedrijf via Timtsjenko 17 procent van Siboer in handen, waarmee zijn aandeel in de petrochemische gigant op net iets meer dan 21 procent uitkomt – en zijn vermogen met 2 miljard is toegenomen. Dankzij deze transactie is Sjamalov de jongste miljardair in Rusland en de op een na grootste aandeelhouder in de grootste petrochemische holding van het land. Hij trekt daarmee behoorlijk wat aandacht, en het jaar erop vindt het gemoedelijke interview met Kommersant plaats.

    De schoonzoon van de president vertelt aan de krant dat hij geld had geleend voor de acquisitie van Gazprombank (waar zijn broer Joeri in de raad van bestuur zit), met zijn eigen bezittingen als onderpand. Hij licht niet toe wat die bezittingen zijn. Door te speculeren met de 3,8 procent van Siboer die hij al in bezit heeft, kan Sjamalov in theorie zo’n 500 miljoen dollar binnenhalen. Maar waar moet de jonge zakenman het resterende bedrag vandaan halen? 

    Sjamalovs mails geven geen antwoord op deze vraag, maar de gefingeerde lening waaraan Nikienko refereert is een prikkelende hint. Gefingeerde schulden gebruiken als legaal excuus om middelen over te hevelen als ‘terugbetaling’ is in de Russische juridische literatuur beschreven als een populaire manier om voor weinig tot geen geld bedrijven over te nemen.

    Maar die techniek hoeft niet beperkt te blijven tot vijandige overnames. Als er in dit geval een dergelijke methode zou zijn gebruikt, waarbij de Siboer-aandelen zouden worden overgeschreven als ‘terugbetaling’ van een schuld die eigenlijk niet bestaat, dan zouden er geen aanvullende fondsen nodig zijn. Afgezien van Nikienko’s suggestie in een mail is er geen bewijs dat het zo is gegaan, en het hele verhaal blijft onopgehelderd.

    Het is onbekend wanneer en hoe Sjamalovs bedrijf Yauza 12 de enorme lening heeft afbetaald. De meest recente beschikbare financiële gegevens, over 2016, vermelden 80 miljard roebel [ruim 9 miljoen euro] aan geleende gelden. Het bedrijf is in december 2017 geliquideerd.

    Sjamalov eindigt zijn interview in Kommersant met een patriottische uitspraak: ‘Ik ben in Rusland geboren en getogen, en ik woon er. En mijn ondernemingen zijn ook hier gevestigd. En ze vallen allemaal onder de jurisdictie van Rusland, niet onder buitenlandse jurisdictie. Het is niets voor mij om een uitwijkmogelijkheid te creëren, om zaken op te zetten in het buitenland.’

    Natuurlijk doet hij wel veel zaken in het buitenland: zijn transacties in Belize, zijn Franse villa (voorheen eigendom van een bedrijf uit Monaco) en verschillende bankrekeningen die hij dat jaar in Zwitserland heeft geopend. Maar in 2017, als steeds meer van Poetins bekenden op de sanctielijst belanden, schroeven Sjalomovs juristen zijn financiële activiteiten bij Europese banken terug en zetten een speciaal fonds voor hem op, het Centurion International Fund, op Labuan, een eiland voor de kust van Maleisië.

    Zelfs vóór zijn huwelijk kon Sjamalov worden beschouwd als een van de invloedrijkste mensen van Rusland, dankzij de vriendschap tussen zijn vader en de president, en dankzij zijn vrienden en bekenden van de ‘nieuwe Piterskie’. Maar na zijn huwelijk maakt hij deel uit van de familie – en dat brengt allerlei voorrechten met zich mee.

    Een van de gasten op zijn huwelijk, op de gastenlijst vermeld als een gast van de bruid, was Kirill Dmitriëv, hoofd van het Russian Direct Investment Fund (RDIF), het soevereine vermogensfonds van het Kremlin en een van de belangrijkste overheidsspelers in de Russische economie. Het fonds, dat is opgericht in 2011, heeft tot taak om te investeren in vooraanstaande Russische bedrijven en om buitenlandse investeerders aan te trekken.

    Dmitriëvs vrouw, Natalja Popova, was de rechterhand van Tichonova in haar non-profitorganisatie, en de twee jonge stellen zijn bevriend en een aantal keer samen op vakantie geweest. Sjamalov en Dmitriëv mailden elkaar geregeld, stuurden elkaar links en wisselden meningen uit over economische kwesties. In enkele gevallen stuurde Dmitriëv vertrouwelijke RDIF-documenten aan Sjamalov.

    Kirill katya
    llustratie: – © Natalia Yamshchikova.

    Op 7 december 2012 stuurt Dmitriëv Sjamalov een RDIF-presentatie die is aangemerkt als ‘strikt vertrouwelijk’. Er staat een voorgenomen transactie in beschreven om aandelen te kopen in Rostelecom, een van Ruslands grootste telecombedrijven. Op dat moment is deze deal nog niet bekend, en de baas van het RDIF is zich er terdege van bewust dat hij geheime informatie deelt:

    ‘Ik stuur je dit – maar alles is extreem vertrouwelijk – als je dit materiaal wilt gebruiken en aan anderen wilt laten zien – zeg het dan vooral – ik kan je uitleggen hoe je dat het beste kunt doen – want veel in deze bijlage is vertrouwelijk en alleen voor jou bestemd.’

    Bij een andere gelegenheid, in juli 2013, stuurt Dmitriëv een bericht door aan Sjamalov dat hij eerder had gestuurd aan Ksenia Joedaeva, die op dat moment aan het hoofd staat van het Expert Department van de Russische president. De bijlage bevat de notulen van een bespreking tussen RDIF-functionarissen en Nikolai Nikiforov, de minister van Communicatie, over het in het leven roepen van een postbank.

    Het is niet ongebruikelijk dat staatsinstellingen zoals het RDIF clausules hebben om handelsgeheimen te beschermen. Journalisten hebben niets van dien aard kunnen ontdekken op de RDIF-website, en het RDIF wilde niet ingaan op verzoeken om een reactie. Maar op de website van andere overheidsbedrijven zijn wel vergelijkbare documenten aangetroffen. Zo kan een werknemer van een dergelijk bedrijf alleen vertrouwelijke informatie doorsturen aan derden op basis van een overeenkomst. Bij het schenden van deze standaard is men wettelijk aansprakelijk, ook in strafrechtelijke zin.

    Meer dan alleen geld

    Het is niet bekend of Sjamalov baat heeft gehad bij de vertrouwelijke informatie die Dmitriëv hem heeft gestuurd, maar in theorie kan dergelijke informatie een vermogen waard zijn. Dat geldt met name waar het beursgenoteerde bedrijven als Rostelecom betreft. In 2013 krijgt het RDIF, samen met Deutsche Bank, 2,7 procent van het telecombedrijf in handen voor 7,7 miljard roebel [88 miljoen euro], zes maanden nadat Sjamalov deze plannen in handen heeft gekregen. Zodra dat bekend wordt, stijgen de aandelen Rostelecom met bijna 30 procent tussen augustus, wanneer het nieuws over een mogelijke deal naar buiten komt, en oktober, het moment waarop de deal wordt gesloten. Iemand die voorkennis had van deze plannen, zou daar een aardig slaatje uit hebben kunnen slaan. 

    Het RDIF blijkt Sjamalov ook van dienst te kunnen zijn in puur materiële zin. In januari 2015 stuurt Dmitriëv Sjamalov een artikel uit de krant Vedomosti met als kop: ‘RDIF schiet Siboer te hulp’. Het artikel gaat over de voorgenomen RDIF-investering in een Siboer-project om een petrochemische fabriek, ZapSibNeftekhim genaamd, neer te zetten in Tobolsk.

    ‘Beetje bij beetje begint het plan vorm te krijgen : )’, schrijft Dmitriëv.

    ‘Super!’ antwoordt Sjamalov, de op een na grootste aandeelhouder van Siboer.

    ZapSibNeftekhim, het grootste petrochemische complex in Rusland, is in mei dat jaar in bedrijf genomen, na een investering van 9,5 miljard dollar. Eind mei 2015 kondigt het RDIF op de website aan dat ze, samen met andere geldschieters, verantwoordelijk zijn voor meer dan eenderde van de investering.

    Om een dergelijk immens project van de grond te krijgen, is een staatsfonds ontoereikend, dus schiet Sjamalovs schoonvader te hulp. In oktober 2015 stemt Poetin in met de toewijzing van 1,75 miljard dollar uit het National Wealth Fund voor het ZapSibNeftekhim-project. Het National Wealth Fund is bedoeld om de pensioenspaartegoeden van de burgers te co-financieren en om tekorten van het pensioenfonds aan te vullen.

    Ook Dmitriëv spint garen bij zijn vriendschap met Sjamalov. Zo heeft het RDIF de Siboer-terminal aangekocht, voor het overschepen van lpg in de zeehandelshaven Ust-Luga. Uit Sjamalovs mail valt af te leiden dat niet iedereen in de Siboer-top even enthousiast was over het idee om de terminal te verkopen. De voormalige financieel directeur, Pavel Maly, schreef dat deze deal Siboer meer dan 250 miljoen dollar zou kosten:

    ‘Ik begrijp dat bij deze transactie andere zaken een rol kunnen spelen, waarvan ik niet op de hoogte ben. Misschien is het heel belangrijk voor ons om een samenwerking met het RDIF te bewerkstelligen (…) Deze informatie zou ik graag vernemen. Maar als er geen andere overwegingen meespelen, lijkt het mij het verstandigst om “de stekker eruit te trekken”.’

    Op de een of andere manier krijgt Dmitriëv deze vertrouwelijke notitie in handen en hij zet er in rood opmerkingen bij voor Sjamalov, waaruit blijkt dat hij het oneens is met Maly’s inschatting. Uiteindelijk gaat Siboer akkoord met de deal. Met een consortium van andere investeerders koopt het RDIF de terminal Ust-Luga voor 700 miljoen dollar.

    Dmitriëv heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar te geven op dit verhaal.

    Sjamalov was een ongekend geliefde zakenpartner

    Sjamalov was een ongekend geliefde zakenpartner. Zakenmannen stonden voor hem in de rij, met de aanlokkelijkste voorstellen, en hij kreeg gratis aandelen aangeboden in verschillende ondernemingen, duidelijk vanuit de veronderstelling dat de schoonzoon van de premier meer waardevols had te bieden dan alleen geld.

    In 2017 bood Sjamalovs voormalige jaargenoot Dimitri Utevski hem een aandeel in een groot afvalverwerkingsbedrijf in de regio Leningrad. Utevski beloofde zijn compagnon een ‘vast jaarinkomen’ en in ruil daarvoor vroeg hij letterlijk om ‘een bestuurlijke bron (minimaal op het niveau van het hoofd van een regio)’. In Rusland is dat de gebruikelijke omschrijving voor ambtenaren die hun macht aanwenden voor persoonlijk gewin. We weten niet hoe Sjamalov op dit voorstel heeft gereageerd, maar in zijn mailarchief komen we meerdere voorbeelden tegen waarbij hij zijn compagnons te hulp is geschoten via zijn contacten in de hoge echelons van de regering.

    Samen met zijn vader was Sjamalov vele jaren mede-eigenaar van de Russian Cement Company en de Siberian Cement Holding. In 2016 bevond Oleg Sjarikin, de belangrijkste eigenaar van deze bedrijven, zich in een netelige situatie. Op 7 april werden zijn huis en kantoor doorzocht door medewerkers van het onderzoekscomité en agenten van de Federale Veiligheidsdienst (FSB).

    Vier dagen later kreeg Sjamalov een mail van Valery Bodrenkov, de vicevoorzitter van Siberian Cement, met als onderwerp: ‘Voor de garantsteller, een “soft” versie’. Bijgevoegd was een bericht van Sjarikin aan Poetin. De eigenaar schreef dat de huiszoeking was geïnstigeerd door een ‘concurrent’, namelijk de voormalige bestuursvoorzitter van Siberian Cement. Hij sloot af met een klemmend beroep:

    ‘Ik verzoek u, beste Vladimir Vladimirovitsj, om u persoonlijk met deze kwestie bezig te houden, om de leiding van het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wetmatigheid van het handelen van de FSB en het onderzoekscomité van de Russische Federatie aangaande de huiszoekingen in mijn verblijf.’

    Nog diezelfde dag stuurde Sjamalov dit bericht door naar zijn secretaresse, met het verzoek het te printen. Het is niet bekend of Sjamalov het heeft overhandigd aan zijn schoonvader, maar dit was niet de enige keer dat Sjarikin hem om hulp vroeg – en er zijn bewijzen dat Sjamalov op zijn verzoeken is ingegaan.

    Een jaar later, in april 2017, stuurde Sjarikin Sjamalov nog twee berichten die bestemd waren voor de president. In het eerste bericht beklaagde hij zich dat zijn bedrijf, Ceramic Technologies (waarvan Sjamalovs vader ook enkele jaren mede-eigenaar was geweest) een innovatieve methode had ontwikkeld om radioactief afval te begraven, maar dat Rosatom had geweigerd medewerking te verlenen. ‘Ik verzoek u Likhatjsev A.V., het hoofd van de State Atomic Energy Corporation “Rosatom”, te gelasten een samenwerkingsprogramma op te zetten en te implementeren’, schreef Sjarikin.

    In zijn tweede bericht beklaagde Sjamalovs partner zich erover dat hetzelfde bedrijf, Ceramic Technologies, lenzen ontwikkelde voor telescopen, zowel in de ruimte als op aarde, maar dat het staatsbedrijf Roscosmos ze niet wilde kopen. ‘Ik verzoek u de directeur-generaal van de State Corporation for Space Activities ‘Roscosmos’, I.A. Komarov, te gelasten een samenwerkingsprogramma op te zetten voor het implementeren van bestaande technologieën’, schreef Sjarikin.

    Kennelijk was Sjamalov in staat om te helpen, of in ieder geval ten dele. Twee weken later, op 12 mei 2017, kreeg hij nog een mail van Sjarikin:

    ‘Goedemorgen Kirill, hierbij stuur ik je de protocollen. De bespreking met KSV is goed verlopen, hij is nauwgezet in alle kwesties gedoken. Hartelijke groet.’

    De afkorting KSV komt overeen met de initialen van Sergej Vladilenovitsj Kirijenko, niet alleen het voormalige hoofd van Rosatom, maar ook waarnemend premier van Rusland. Bijgesloten waren notulen van een bespreking tussen managers van Rosatom en Ceramic Technologies. Sjarikin wilde niet reageren.

    In een ander geval kwam er een verzoek om hulp via de organisatie van Tichinova, Innopraktika. Het bericht is zo typerend voor de wijze waarop de Russische economie functioneert, dat het de moeite waard is er uitgebreid uit te citeren. Op 12 november 2014 ontving Alexander Veresov, het hoofd van de stichting die samenwerkt met de wetenschappelijke wereld, een mail van de algemeen directeur van een bedrijf dat diergeneeskundige medicijnen ontwikkelt. Zijn bedrijf had moeite een bepaald geneesmiddel geregistreerd te krijgen. De pogingen liepen stuk op de monopolisering van de diergeneesmiddelenindustrie en op de algehele corruptie. Dus verzocht hij Veresov de hulp in te schakelen van de dochter van de president:

    ‘Om te beginnen moeten we serieuze problemen in de toekomst zien te vermijden, snap je, dus vraag Katerina deze informatie te gebruiken zonder dat er iets naar mij te herleiden is (…) De toegang tot de markt voor diergeneesmiddelen zit min of meer op slot voor de “verkeerde” bedrijven, die de concurrentie zouden kunnen aangaan met enkele van de grotere bedrijven, en degenen die daar uiteindelijk baat bij hebben zijn de functionarissen van de Rosselkhoznadzor [de federale dienst die toezicht houdt op de dier- en plantengeneeskunde].

    (…)

    ‘Het probleem is dat de “verkeerde” bedrijven aan alle voorwaarden moeten voldoen, waardoor het vrijwel onmogelijk is een geneesmiddel te registreren, terwijl dat voor de “goede” bedrijven meestal niet het geval is. Kort gezegd zou ik Katerina dan ook als eerste vragen om de kameraden die “dwarsliggen” een directe en heldere boodschap te sturen (zonder al te veel druk uit te oefenen) dat binnenlandse innovatieve ontwikkelingen een kans moeten krijgen. Want hun acties druisen in tegen de belangen en de veiligheid van de staat. Dit baart niet alleen mij zorgen, maar ook tientallen andere aanvragers die geen eerlijke kans krijgen. Maar ik zou Katerina wel willen vragen een duidelijk signaal af te geven dat we hun handelwijze voortaan aandachtig zullen MONITOREN (…) Als er van haar kant wordt gemonitord en gecontroleerd, zullen ze het wel uit hun hoofd laten te doen wat ze normaal gesproken doen.’

    We weten niet wat Sjamalov en Tichonova al dan niet hebben gedaan om te helpen, maar in 2016 werd het geneesmiddel geregistreerd.

    De scheiding

    Begin 2018 maakte Bloomberg bekend dat Sjamalov en Tichonova na vijf jaar huwelijk uit elkaar gingen. Zes maanden daarvoor had Sjamalov het aandeel Siboer verkocht, dat hij in 2013 van Timtsjenko had gekocht. Zijn mails werpen geen licht op de vraag of hij er iets voor heeft gekregen, en zo ja, hoeveel. Timtsjenko wilde niet reageren.

    Nadat hij was gescheiden van Tichonova, kreeg Sjamalov een nieuwe partner, Zhanna Volkova, een bekende socialite. In 2019 leek hun relatie officieel: in oktober van dat jaar stuurde Volkova documenten naar Sjamalov over de registratie van een offshorebedrijf op de Britse Maagdeneilanden, Kenaston Properties Ltd, waarvan zij de begunstigde werd. In de documenten staat haar achternaam vermeld als Sjamalova.

    In 2018 werd Sjamalov door de Verenigde Staten op een sanctielijst geplaatst, omdat hij na zijn huwelijk deel uitmaakte van ‘een selecte kring van miljardairs in de entourage van Vladimir Poetin’. De Amerikanen waren betrekkelijk laat: de laatste mail in het archief van Sjamalov en Tichonova dateert van 15 juni 2017. Sjamalov had een mail doorgestuurd van een beroemde architect uit Sint-Petersburg, met ontwerpvoorstellen voor een landhuis.

    Door: Roman Anin, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Dmitry Velikovsky, Roman Shleynov, Sonya Savina, Olesya Shmagun, Denis Dmitriev

  • ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    Een op de vier vrouwen die in de tweede helft van de jaren zeventig zijn geboren, wordt geen moeder. Niet omdat ze dat niet wil, maar omdat ze het niet kan. De pijn die dit bij betrokkenen veroorzaakt, wordt vergroot door het taboe dat op het onderwerp rust. ‘Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs.’

    Onvruchtbaarheid

    ‘Niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen ook al kun je wel zwanger worden.’ De begrippen steriliteit en onvruchtbaarheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn medisch gezien niet hetzelfde. Dit is een van de vele voorbeelden van het gebrek aan kennis over vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. De meeste mensen zien vruchtbaarheid als iets vanzelfsprekends, tot er opeens belemmeringen opduiken. En naast de emotionele en financiële belasting brengt onvruchtbaarheid ook andere problemen met zich mee: de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen en de geheimzinnigheid waarmee vruchtbaarheidsproblemen worden omgeven. Zes vrouwen en een man praten openhartig over het onderwerp, dat in hun ogen bij het moederschap hoort, ook als die zo gewenste ‘wonderbaby’ aan het eind van de rit niet komt.

    Dit artikel werd genomineerd voor de shortlist van de Innovation Award van de European Press Prize 2021.

    infertilityl persona1 b
    © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    ‘De eerste paar jaar heb ik er niet over gepraat, uit schaamte. Ik voelde me ellendig dat ik de enige vrouw in mijn omgeving was die niet zwanger kon worden of een kind kon krijgen. Alsof dat mijn eigen schuld was. Soms dacht ik zelfs: Misschien wil ik het niet graag genoeg? Wil ik soms niet echt moeder worden? Ik had het idee dat mijn lichaam anders was dan dat van andere vrouwen. Dat is niet zo: onvruchtbaarheid is iets natuurlijks, het hoort ook bij het moederschap.’

    De Míriam van nu is niet dezelfde als de Míriam van tien jaar geleden, die zich ervoor schaamde om over haar onvruchtbaarheidsproblemen te praten. Nu is ze een vrouw die de dingen bij de naam noemt. Ze heeft genoeg van dat ‘wonderbaby’-verhaal, over vrouwen die na jaren worstelen met onvruchtbaarheid en allerlei medische behandelingen uiteindelijk dat zo gewenste kind krijgen. Ze vindt dat er in dat verhaal nog een ander personage thuishoort: dat van de kinderloze vrouw.

    ‘Want dat is onvruchtbaarheid óók,’ zegt zij. ‘Het eindigt niet altijd met een baby in je armen.’ Vier op haar arm getatoeëerde stipjes, voor elk niet-geboren kind één, vormen het zichtbare aandenken aan de vier miskramen die ze heeft gehad. Voor haar lag de grens bij het moment dat ze aangewezen zouden zijn op een medisch geassisteerde bevruchting. ‘Dat wilden we niet: het leek zo zakelijk en ik had het gevoel dat we daarmee ingingen tegen wat mijn lichaam me vertelde. Bovendien kostte het veel geld om op die manier een kind te krijgen en zag ik ook op tegen de druk van de angst dat het toch weer mis zou gaan.’

    ‘Maar toen de tijd daar was en we beseften dat we via de natuurlijke weg geen kind zouden krijgen, dacht ik dat ik misschien een belemmering opwierp tegen zwanger worden via andere methode die niet beter of slechter was.’ Uiteindelijk besloten haar partner en zij om één poging te doen en probeerden ze eiceldonatie, maar zonder succes. En na tien jaar leven met onvruchtbaarheid, besloten ze het niet langer te proberen. Ze was toen 41. Eén jaar verwijderd van 42, de leeftijd die ze voor zichzelf als grens om moeder te worden had gesteld.

    1. Wanneer zeg je: het is genoeg?

    Míriam Aguilar
    ‘Het is heel belangrijk om voor jezelf een grens te bepalen, want de samenleving oefent druk op je uit om het te blijven proberen: “Je zult het zien: de volgende keer gaat het vast goed!” Waarom horen vrouwen die het blijven proberen toch altijd dat ze zo dapper zijn? Terwijl degenen die besluiten te stoppen worden beschouwd als zielenpieten die het niet gered hebben. Hoe lang had ik het moeten blijven proberen? En wie weet zou ik dan nu uiteindelijk wel een kind hebben en me realiseren dat ik niet gelukkiger was dan daarvóór. De dag waarop we besloten dat het klaar was, voelde ik me bevrijd. Ik had gedaan wat ik kon en moest accepteren wat mijn lichaam niet kon.’

    15-20 procent van de paren in de vruchtbare leeftijd hebben last van vruchtbaarheidsproblemen

    Ariana Ruglio

    ‘Waar je de grens trekt is heel persoonlijk. Ik heb al een dochter. Als ik nog helemaal geen kinderen had, zou ik het misschien wel blijven proberen. Of misschien niet. Ik denk dat je de grens moet trekken bij het moment dat je er zelf niet meer tegen kunt. Hou dan op en kijk eens goed naar je leven. Ik vind het een verschrikkelijk idee om dit allemaal continu te moeten doormaken. Het is ook moedig om te zeggen: “Dit was het.” Want het leven is veel meer dat dat. Voor ons was de grens dat ik meer wilde dan alleen moeder zijn.’

    Sandra Arolas

    ‘Dit was echt de laatste poging. Dat klinkt vreemd, omdat we zo lang zijn doorgegaan, maar het was ook de laatste om economische redenen. Want die behandelingen zijn niet gratis. En ook: je krijgt heel sterke hormoonbehandelingen en ik kan niet mijn hele leven hormonen blijven slikken. We gingen met een superdik dossier naar de arts en zeiden: “Dit is het dossier van alle behandelingen die ik heb gehad, dit hebben we allemaal al gedaan en dit is het laatste dat we willen doen.”’

    Ona Campillo

    ‘Ik blijf het niet eeuwig proberen. Er is een grens aan: we zijn ons ervan bewust dat we het nu al twee jaar proberen, we hebben vier miskramen gehad, en nu doen we in vitro-fertilisatie. Op een bepaald moment is het geld op. Dat zal een behoorlijk bepalende factor zijn.’

    Sandra Albert

    ‘Als ik de loterij had gewonnen, was ik het wel blijven proberen, maar het kostte veel geld en we besloten uit financiële overwegingen om niet door te gaan.

    Ze zeiden tegen ons: “Blijf het proberen en wie weet heb je geluk”. Hoeveel miskramen moet ik krijgen voordat ik een keer geluk heb? Elke keer als je een miskraam hebt, is het lichamelijk heel zwaar, en psychologisch ook. Voor mij was het een verschrikkelijke teleurstelling. Het was een mislukking. Ik bleef maar huilen en mijn partner zei dan tegen me: “Niet huilen.” Ik had het nodig om te huilen, ik had het recht om boos te zijn en ik moest rouwen. En dat veroorzaakte ook veel spanningen.’

    Na drie vroege miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een medische pelgrimstocht beseften Sandra en haar man dat hun zwangerschappen nooit levensvatbaar zouden zijn. Het was het gevolg van een genetische afwijking bij hem. Het was een opluchting om de oorzaak te weten en vooral om de schuldgevoelens uit hun hoofd te kunnen zetten. Ze wendden zich tot geassisteerde voortplanting en na drie vergeefse ivf-pogingen, waarover ze hun omgeving niet vertelden, legde Sandra Albert zich erbij neer dat ze nooit kinderen zou krijgen. Hun relatie had zwaar onder dit alles geleden en zelf kon ze zich eindelijk herstellen van de emotionele en lichamelijke uitputting van zoveel jaren mislukte pogingen. Al die tijd had ze het voor zich gehouden, maar nu hielp het haar dat ze een groep vrouwen vond die hetzelfde hadden meegemaakt, zodat ze zich begrepen voelde en ook andere vrouwen kon helpen. 

    infertilityl persona5 a
    ‘En wie bekommert zich om de onvruchtbare vrouwen?’ – Glòria Labay, 54 jaar, verloskundige. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    2. Relaties en seks

    Sandra Albert

    ‘We beleefden het ieder op onze eigen manier. Hij trok zich terug in zijn wereld en ik in de mijne. We groeiden uit elkaar. We konden geen manier vinden om hier samen doorheen te komen en onze relatie sterker te maken in plaats van zwakker. Uiteindelijk zijn we uit elkaar gegaan. Ons onvermogen om kinderen te krijgen heeft daarin een grote rol gespeeld, want hij weigerde om adoptie te overwegen. Ik kon me geen leven zonder kind voorstellen. En het was voor mij heel moeilijk te zien dat hij daar niets aan wilde doen.’

    Míriam

    ‘Je kunt niet zeggen dat het een negatieve invloed op onze relatie heeft gehad, sommige dingen maken de band juist sterker. Misschien heeft het wel invloed op ons seksleven: het is vreselijk om jarenlang op het moment van de ovulatie te moeten vrijen! Het wordt heel machinaal, wanneer je als stel zoiets natuurlijks gebruikt voor een bepaald doel. Bij seks moet het om de seks gaan, niet om kinderen krijgen.’

    Ona

    ‘Ik werd af en toe wel gespannen, want het is heel frustrerend om je seksleven zo te moeten plannen. Die druk ben je tenminste kwijt als je een ivf-traject ingaat.’

    Ariana

    ‘Mijn seksualiteit is anders dan vijf jaar geleden, maar dat geld ook voor mijn kijk op kinderen krijgen. Nu ben ik juist bang dat ik zwanger word: de arts heeft me verteld dat 99 procent van mijn zwangerschappen in een miskraam zal eindigen en dus moet je altijd ‘oppassen’.

    We hebben elkaar veel steun gegeven. Hij wilde meer kinderen en als het aan hem had gelegen zouden we het nog eens hebben geprobeerd, maar dat wilde ik niet. Je moet veel met elkaar praten en heel eerlijk zijn over hoe je je voelt en waar je bang voor bent, want een relatie kan gemakkelijk bezwijken onder al dat gedoe.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij hadden het geluk dat we elkaar goed begrepen, we konden elkaar steunen en ik denk dat het onze relatie sterker heeft gemaakt; onze pech heeft ons dichter bij elkaar gebracht.’

    E: ‘Soms wist ik niet of ik wel de juiste ondersteuning bood. Maar ik probeerde er voor haar te zijn, haar te begrijpen. Natuurlijk hoef je niet altijd sterk te zijn. Dankzij dit alles hebben wij geleerd dat er momenten zijn waarop je elkaar moet opvangen. Op sommige dagen ben ik heel negatief en op andere dagen is zij dat.

    Op dit moment hebben we drie of vier zwangerschappen in onze omgeving en we zouden liegen als we zeiden dat dat geen pijn doet. Uiteindelijk leer je het te aanvaarden, want je bent natuurlijk ook blij, het zijn je vrienden. Tegelijkertijd denk je: “Waarom overkomt mij dit?” Maar uiteindelijk leg je je erbij neer. Hoe lang het ook doorgaat, het zal altijd moeilijk voor ons blijven. Je moet accepteren dat je boos wordt. Verdriet en boosheid moeten er nu eenmaal uit.’

    Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’

    Zij begonnen drie jaar geleden voor het eerst te proberen in verwachting te raken. Ze dachten dat dat ‘een eitje’ zou zijn, net als in de meeste tv-series en films. Vanwege een menstruatie die uitbleef, gingen ze naar een dokter, die bevestigde dat Ona zwanger was geworden… en de vrucht had verloren. In de maanden daarna gaf de Predictor nog drie keer een positieve uitslag, die ofwel in een miskraam of in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigde.

    Het gevaarlijkste moment kwam toen Ona, zwaar bloedend, met spoed geopereerd moest worden vanwege een geperforeerde eileider. ‘Op zo’n moment ben je er niet mee bezig of je vader wordt of niet, want je loopt kans je partner te verliezen,’ zegt Edu. Nu weten ze dat ze niet langer kunnen proberen om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Ze zijn al te vaak op de Eerste Hulp beland. Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’. Volgens de artsen zijn zij een ‘heel duidelijk’ geval van onvruchtbaarheid en ze staan op de wachtlijst voor ivf in de reguliere gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn ze ook aan het traject in de particuliere sector begonnen. Daar zitten ze nu middenin. We interviewden hen een paar dagen voor de terugplaatsing van het enige levensvatbare embryo dat hun eerste ivf had opgeleverd, en die hun zo’n 10.000 euro heeft gekost. Ze beleven het, zeggen ze ‘met de handrem erop’.

    infertilityl persona2 a
    ‘Na hoeveel miskramen zal ik eens geluk hebben?‘ – Sandra Albert, 48 jaar, werkloze administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    3. Sociale druk

    Ona

    ‘Het is een zware tijd, het schudt je emotioneel door elkaar en je hebt momenten waarop je er spijt van hebt en tegen jezelf zegt dat het jouw schuld is. Je ziet vriendinnen in verwachting raken terwijl jij al tweeënhalf jaar aan het proberen bent. En dan zeggen mensen dingen tegen je als: “Hou er gewoon mee op, en je zult zien dat je zwanger wordt. Je moet er gewoon niet meer zo over nadenken.”’

    Sandra Albert

    ‘Wij kregen steeds de vraag: ‘En, wanneer komen de kinderen?’ En als je op dat gebied problemen hebt, is dat ingewikkeld. Elk stel heeft zijn eigen tempo en eigen problemen. Deze vragen zouden niet gesteld moeten worden. Als een stel al lang bij elkaar is en geen kinderen heeft, is dat omdat ze het niet willen of omdat ze het niet kunnen.’

    Míriam

    ‘Er is een moment geweest waarop ik me afvroeg: “Als ik die druk niet voelde, zou ik dan doorgaan?” Je vraagt je af of je dit allemaal doet omdat je moeder wilt worden of omdat je moeder moet zijn om in het plaatje te passen van hoe de samenleving is ingericht. Ik begreep dat ik moeder wilde zijn, maar het was ook zo dat ik veel druk voelde.’

    Glòria Labay

    ‘Wij leven in een wereld die is gericht op kinderen krijgen, maar mijn partner en ik vormen nu ook een gezin, ook al hebben we geen kinderen samen.’

    Ariana

    ‘Het lijkt wel of het moederschap voor een vrouw het hoogste doel is. Dat is een patriarchale instelling. Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs; het maakt niet uit of je lichaam volgestopt wordt met hormonen en medicijnen, het maakt niet uit of je kinderen doodgaan tijdens de zwangerschap, je moet het blijven proberen en dat heeft veel te maken met het idee dat vrouw zijn betekent moeder zijn.’

    4. De gevolgen: lichamelijk…

    Míriam

    ‘Het verlies van mijn baby’s was heel pijnlijk en de eerste miskraam was het ergst. Op dat moment dacht ik: ‘Wat is dit? Wat gebeurt er? Niemand bereidt je op zoiets voor en ik ging naar de Eerste Hulp. Op dat moment voelde ik me niet slecht behandeld, maar ook niet echt goed. Ik verloor bijna alles op het toilet van het ziekenhuis. Ik had het gevoel dat me iets verschrikkelijks was overkomen en dat zij het niet zo belangrijk vonden.’

    Sandra Albert

    ‘Na de behandelingen was ik vijftien of zestien kilo zwaarder. Bij elke zwangerschap en ivf kwam ik twee kilo aan en die bleven eraan.’

    5. … en emotioneel

    Sandra Arolas

    ‘Na de eerste drie miskramen had ik het een tijdlang heel zwaar. Het kostte me zelfs moeite om langs een kinderspeelplaats te lopen. Ik geloof niet dat het een obsessie werd, al had dat wel kunnen gebeuren, want we hebben veel behandelingen achter elkaar gedaan. En zo kwam er een moment waarop we zeiden dat het genoeg was geweest en zijn we een jaar lang gestopt, voordat we de laatste ivf deden.

    We hadden dat liever allemaal niet hoeven doen, dan was de lichamelijke, emotionele en financiële prijs veel lager geweest. Met die behandelingen moet je wel heel zeker weten dat je het echt wilt. En wij wisten dat heel zeker, maar toch komen er soms nog steeds twijfels op.’

    Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan

    Glòria

    ‘Ik werd wel zwanger en vervolgens verloor ik het telkens rond de acht weken. Hoeveel miskramen kan ik aan? Het was schadelijk voor me. Daarom heb ik het opgegeven. Zwangerschapsbehandelingen lijken het tovermiddel, maar dat zijn ze helemaal niet. Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan.’

    6. De financiële prijs

    Sandra Albert

    ‘We hebben er heel veel geld aan uitgegeven. Alles ging op aan de behandelingen, er bleef niets over voor reizen of iets anders, het was allemaal voor dat ene doel. We werkten alleen maar om dat te kunnen betalen.’

    Sandra Arolas

    ‘Wij hebben geld geleend en we probeerden niet eens meer om een huis te kopen of een andere auto. In het begin hadden we spaargeld en nu hebben we leningen – en twee kinderen, natuurlijk! En dat is fantastisch. Maar we moeten ook leningen terugbetalen voor behandelingen die niet werkten. Dat is zwaar, want op de een of andere manier kun je toch blijkbaar niet vergeten wat er niet goed ging.’

    Tussen de 35000 en 8000 euro

    Dat kost een ivf-behandeling, exclusief medicatie (rond de 700 euro) en extra technieken zoals pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) (4000 euro). 

    Nederland: De kosten van ivf verschillen per kliniek, maar over het algemeen kost een ivf-traject gemiddeld 3.000 euro. Een ivf/ICSI-behandeling in combinatie met PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek – waarmee kan worden gezocht op ernstige genetische aandoeningen), kost per poging ongeveer 7000 euro. De eerste drie behandelingen worden (tot je 43e) door vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Wel geldt het eigen risico en het eventuele vrijwillige eigen risico. Het is mogelijk om extra ivf-behandelingen aanvullend te laten verzekeren.

    Ona

    ‘Wij hebben financiële steun gekregen: we hebben zelf de helft betaald en onze ouders hielpen ons met de andere helft, want ook al bieden ze veel mogelijkheden om het te financieren, vruchtbaarheid is nog steeds een commerciële aangelegenheid. Er spelen veel belangen mee en er is geen garantie dat het de eerste keer goed gaat.

    Op een bepaald moment moest ik elke maand in de gaten houden of ik wel of niet ongesteld werd, of ik een injectie moest gaan halen, of ik pleisters moest dragen, of ik naar de dokter moest… het was heel vermoeiend. Maar toch keken we er echt naar uit en daarom hebben we deze hele reeks behandelingen uiteindelijk gedaan. Ik had het gevoel dat ik niet meer in de maat liep. Het zijn zoveel hormonen dat je op een gegeven moment het contact met je lichaam een beetje verliest.’

    Na zes miskramen, bijna tien jaar behandelingen, ivf’s en twaalf embryoterugplaatsingen is Sandra Arolas in verwachting van haar tweede kind. Het oudste kind kwam vijf jaar geleden via de eerste ivf, na drie natuurlijke zwangerschappen die in een miskraam eindigden. De oorzaak van de onvruchtbaarheid was een genetisch probleem van haar partner.

    Sandra is gewend aan puncties, injectiespuiten en hormonen. Maar voor de laatste ivf, waarmee ze eindelijk de tweede zwangerschap kreeg waar ze zo lang op had gehoopt, moest ze een jaar stoppen en rust nemen. ‘Omdat ik wilde leven zonder te hoeven nadenken over of ik mijn medicijnen wel had genomen. Wanneer ik ongesteld moest worden. Ik wilde dat alles normaal was.’

    Nu telt ze de dagen af tot ze haar baby in haar armen heeft. Deze zwangerschap is niet gemakkelijk geweest: ‘Ik zie vrouwen die erg van hun zwangerschap genieten en die benijd ik wel. Ik kan er niet van genieten, omdat ik zo gespannen ben. Het is heel moeilijk voor me geweest om een band met dit kind te vormen. Ik weet inmiddels dat de statistieken voor mij niet gunstig zijn. Dus het is vreemd dat het goed gaat.’

    infertilityl persona6 b
    ‘Ik had behoefte dat iemand me zou vertellen: “Wat er met jou gebeurt, gebeurt met veel mensen.”’ – Ariana Ruglio, 36 jaar, administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    7. Verwachtingsmanagement

    Sandra Arolas

    ‘Wij wilden altijd kinderen, een stuk of wat. Ik wist zeker dat ik er drie wilde en dat er twee al voor mijn dertigste zouden komen. Maar dan ineens besef je dat het niet zo makkelijk gaat als je dacht. Ik dacht dat de eerste er wel zou zijn als ik 26 was, maar het duurde tot ik 32 was. En als de tweede komt ben ik 38. Je hebt bepaalde verwachtingen, maar je hebt het niet in de hand, het hangt niet van jou af.’

    Gemiddeld aantal kinderen

    Gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Catalonië: 1,31; in de EU ligt het gemiddelde op 1,59 in Nederland op 1,57 (in 2019, CBS).

    Ona

    ‘Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik zwanger zou worden. Mijn moeder raakte moeiteloos in verwachting, van een tweeling. Ik twijfelde er niet aan dat het bij mij ook zo zou gaan. Iedereen zei tegen ons dat we nog heel jong waren en dat ik heus wel in verwachting zou raken. En dan komen de obstakels, die niet passen in het plaatje dat je verwachtte. Ouders die besluiten om pas laat aan kinderen te beginnen, moet je dan ook nooit veroordelen, want het is niet alleen een kwestie van vruchtbaarheid. We hebben een probleem als samenleving. We worden pas later in ons leven economisch onafhankelijk. Toen ik 24 of 25 was, vond ik mezelf nog te jong om een kind te krijgen.’

    Glòria

    ‘Al je vruchtbare jaren besteed je aan je werk en dan merk je ineens dat als je kinderen wilt, het niet lukt. Ik wist dat de vruchtbaarheid vanaf je vijfendertigste begint af te nemen, maar je denkt altijd dat statistieken iets anders zijn dan individuele gevallen. Voor mij was het heel belangrijk om naar de universiteit te gaan, bijvoorbeeld. Ik zag het krijgen van kinderen als een vanzelfsprekendheid. Maar dat bleek niet terecht. Je moet er zelf actief in zijn.’

    8. Gebrek aan informatie

    Glòria

    ‘Als vrouw ben je een groot deel van je leven bezig met zorgen dat je niet zwanger wordt. Ik had anticonceptiemiddelen gebruikt, ik had een spiraaltje… Je hebt in je hoofd dat het heel gemakkelijk is om zwanger te worden en daarom gebruik je al die anticonceptiemethoden – maar dan blijkt dat het helemaal niet zo gemakkelijk gaat. In het begin denk je dat je best een paar jaar kunt wachten.’

    Ona

    ‘Ik heb nu geleerd hoe de vrouwelijke voortplanting werkt en ik heb mezelf ook leren kennen. Je denkt er nooit aan dat je maar twee of drie dagen per maand zwanger kunt raken. Je ziet zoveel films en tv-series waarin het al bij de allereerste keer raak is…

    Het verhaal van de “wonderbaby” is overal, maar waar zijn al die mensen bij wie het niet lukt? Waar zijn ze? Wat doen ze? Er is niets geregeld voor mensen bij wie het niet lukt. Tijdens de behandelingen is er psychologische ondersteuning, maar als het allemaal klaar is, ben je gewoon een mislukte vruchtbaarheidsbehandeling. Zo noemen ze het. Ik voel het niet als een mislukking. Soms zijn woorden ook belangrijk.’

    Ze wilde altijd moeder worden, maar bij geen van haar relaties was het ervan gekomen. Op haar achtendertigste zei ze tegen zichzelf: ‘Het is nu of nooit.’ Twee zwangerschappen met haar toenmalige partner eindigden in een miskraam en ze wendde zich in haar eentje tot geholpen voortplanting: inseminaties, ivf en uiteindelijk eiceldonatie. Dat laatste deed ze samen met haar huidige partner. Het lukte niet. Net zo min als het adoptietraject waaraan ze begon. Uiteindelijk besloot ze dat haar relatie met het moederschap, dat haar altijd heeft ‘gefascineerd’, professioneel zou blijven.

    Ze is vroedvrouw en helpt al meer dan twintig jaar baby’s op de wereld. ‘Ik heb geen ziekteverlof hoeven nemen omdat ik niet meer tegen het beroep kon, maar ik heb op bepaalde momenten wel vrij moeten nemen. Ik denk dat mijn ervaring me heeft geholpen om vrouwen te ondersteunen die een verlies hebben geleden, want niet alles in het moederschap is een roze wolk.’

    Nu begint ze een gezondheidszorgproject om andere vrouwen en stellen te helpen leven met onvruchtbaarheid, en ze is ook de drijvende kracht achter ‘La vida sin hijos’ (Leven zonder kinderen), een door haar bijeengebrachte groep vrouwen die taboes willen doorbreken.

    ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken’

    9. Nog steeds een taboe

    Glòria

    ‘Ik wilde niet meedoen aan dit taboe, dit complot van stilzwijgen. Het is net als vijftig jaar geleden, toen mensen altijd zeiden dat iemand die kanker had, een “lang ziekbed” had. Ik wil niet dat er eufemismen worden gebruikt als het over onvruchtbaarheid gaat.

    Ik ben er gewoon voor uitgekomen. Het probleem is dat er geen normale voorbeelden zijn van kinderloze vrouwen. Het gaat altijd om stereotypen, zoals de verbitterde vrouw of de stiefmoeder. Nu veel mensen besluiten hierover te praten, zal het taboe verdwijnen.’

    Sandra Arolas

    ‘Veel mensen vroegen of wij kinderen wilden. Maar als ik dan vertelde wat er speelde, begonnen ze vaak over hun eigen ervaring, die wel succesvol was. Zo krijg je uiteindelijk het gevoel dat je alleen staat, dat dit kennelijk alleen jou overkomt. Terwijl het juist heel veel mensen blijkt te overkomen. Het is niet waar dat het er maar weinig zijn. Er wordt gewoon niet over gepraat.’

    Míriam

    ‘Naar mijn idee werd iedereen uiteindelijk zwanger. Of dat nou natuurlijk ging of via behandelingen. Dus ik dacht: Wat gebeurt er? Waarom overkomt dit alleen mij? Terwijl er natuurlijk veel vrouwen zijn die niet zwanger worden of miskramen krijgen. Waarom praten mensen daar dan niet over?

    Over menstruatie wordt ook niet gepraat. Mensen praten niet over de postnatale periode of de moeilijke kanten van het moederschap of de borstvoeding. Niemand praat over wat dan ook dat vrouwen meemaken. En dit is óók iets dat wij meemaken.’

    infertilityl persona1 a
    ‘De dag dat ik besloot dat het klaar was, voelde ik me bevrijd.’ – Miriam Aguilar, 42 jaar, accessoireontwerper. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ariana

    ‘Er hangt een groot taboe rond reproductieve gezondheid en de geestelijke gezondheid van vrouwen. Niemand vertelt je dat een op de vier zwangerschappen niet wordt voldragen. Niemand vertelt je dat als je kind binnenin je sterft, je misschien toch een bevalling door moet. Niemand vertelt het je omdat we het niet willen horen. Als mannen in deze positie verkeerden, zouden zij er dan meer over praten? Dit zijn gebeurtenissen die je niet kunt voorkomen, maar je kunt mensen die ze moeten doormaken wel helpen om ermee om te gaan.’

    Glòria

    ‘Het is heel belangrijk om erover te praten. De meeste mensen dragen onvruchtbaarheid in stilte. Veel onderwerpen die voor vrouwen belangrijk zijn, blijven onzichtbaar. Erover praten is zogenaamd feminisme.

    Als je niet vruchtbaar bent, is het alsof je een lichamelijk defect hebt. Maar dat gaat gewoon niet meer op. Dat vrouwen zijn waar we nu zijn, komt doordat we besloten méér te willen dan alleen moeder zijn. Maar het patriarchaat heeft bepaald dat de belangrijkste rol van vrouwen is om kinderen te krijgen. Een vrouw die geen moeder is, past daar gewoon niet in. Wat voor rol heeft een volwassen vrouw als ze niet voldoet aan wat er van haar wordt verwacht? Veel dingen zijn ineens buiten je bereik, je verwachting van hoe je leven zou zijn verdwijnt.’

    Sandra Arolas

    ‘Het idee dat je nutteloos bent als je geen kinderen kunt krijgen, bestaat nog steeds. Alsof mensen met een baarmoeder verplicht zijn nieuw leven op de wereld te zetten. Of het nu je eigen beslissing is of niet, het feit dat je geen kinderen hebt maakt je tot een uitzondering.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij vrouwen zijn opgevoed met de gedachte dat het onze missie in het leven is om moeder te worden. Als je dat doel niet bereikt, kun je nog zo’n vrije, zelfstandige vrouw zijn, maar toch besef je ergens dat jij ook zo bent, dat je nog steeds vastzit aan de regels van het patriarchaat. En dat is frustrerend.’

    E: ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken.’

    Sandra Albert

    ‘Toen de dokter ons vertelde dat onze enige mogelijkheid het gebruik van donorsperma was, zei mijn partner dat hij niet wilde dat iemand dat wist. Wat maakt het uit of het je eigen bloed is of niet?’

    Míriam

    ‘Ik zat er niet mee dat de eitjes niet van mezelf zouden zijn. Het maakte me niet uit, want wat ik wilde was een kind. Ik had niet dat bezitterige gevoel dat het van mij moest zijn.

    Ik heb me echt overweldigd gevoeld door het moederschap, maar ook erg in de steek gelaten bij mijn miskramen, omdat ik geen ruimte kreeg om te praten. Er hangt een enorm taboe rond de geestelijke gezondheid van vrouwen. Het is alsof je nergens last van mag hebben, alsof je gewoon moet vergeten en verder gaan.’

    Zij wilde altijd moeder worden. Maar haar eerste zwangerschap was niet wat ze zich ervan had voorgesteld en ook het moederschap was niet het sprookje dat haar was verteld. Bij haar is sprake van een secundaire onvruchtbaarheid. Haar eerste dochter werd met 41 weken geboren na een lange en zware, maar normale zwangerschap. De problemen kwamen later, toen ze probeerden een tweede kind te krijgen. Ze raakte in verwachting van Pol en Gala, maar die zwangerschappen eindigden abrupt na dertien en zestien weken. Uit onderzoeken bleek dat Ariana een immuunziekte had en dat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat haar zwangerschappen mis liepen. Met behandeling was er een kans om het opnieuw te proberen, maar Ariana en haar man besloten ermee op te houden en te aanvaarden dat hun gezin een ongebruikelijke grootte had. ‘We besloten dat het klaar was. Ik wilde dat niet nog een derde keer meemaken. Er was misschien wel een oplossing voor mijn onvruchtbaarheid, maar ik besloot die niet aan te grijpen. Dat begrijpen veel mensen niet. Het lijkt zelfzuchtig als je je dochter geen broertje of zusje wilt geven. Mijn dochter heeft al een broertje en zusje, maar die zijn er niet. Wij hebben een ander gezin.’

    Op haar Instagramaccount ‘Temps de dol’ (Tijd van rouw) maakte ze de verschillende vormen van moederschap zichtbaar waarover je nooit hoort, met name verdriet rond geboortes. ‘Voor mij is onvruchtbaarheid moederschap. De dood van een kind in de baarmoeder maakt deel uit van het moederschap, de dood van je kind bij de geboorte maakt deel uit van het moederschap en het beëindigen van een zwangerschap is ook deel van het moederschap.’

    10. Wat mij geholpen heeft

    ‘Ik heb een Instagramaccount aangemaakt om het verhaal te vertellen, als een dagboek. Ik had behoefte aan iemand die tegen me zei: “Wat jou overkomt, overkomt velen van ons, je stelt je niet aan.” En ik begon te schrijven. Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik besefte dat ik er alleen niet uit zou komen. Beide dingen hebben me geholpen om me geen misbaksel te voelen.’

    Sandra Arola

    ‘De mensen die ons het meest na staan hebben ons er doorheen gesleept en nooit vraagtekens geplaatst bij onze keuzes: “Als je je goed voelt en je vindt dat je het moet doen, doe het dan.” En het is goed om mensen te hebben die naast je staan, want het is niet gemakkelijk.’

    infertilityl persona3 a
    ‘We zien overal om ons zwangerschappen, en het zou een leugen zijn om te zeggen dat dat geen pijn doet.’ – Ona Campillo en Eduard Pi, 31 en 32 jaar, communicatie technici. – – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ona en Edu

    O: ‘Erover praten helpt me om ermee in het reine te komen, de scherpe kantjes eraf te halen en niet boos op het leven te worden. En het heeft me geholpen om met andere vrouwen te praten die net zulke dingen hebben meegemaakt.’

    E: Wij zijn er heel open over en maken zelfs grapjes over onze situatie, want dat helpt ons om ons beter te voelen. Iedereen moet zijn of haar eigen manier vinden.’

    Sandra Albert

    ‘In mijn omgeving was het niet iets waarover je praatte. Ik heb mijn moeder uitgelegd dat ik de eerste behandeling zou ondergaan, maar daarna heb ik er met haar niet meer over gesproken. Want als je er niet over praat, bestaat het probleem niet. En ook om de druk te ontwijken en vragen als “En? Hoe ging het? Nu wel gelukt?”’

    11. Aanvaarding, een leven zonder kinderen

    Sandra Albert

    ‘Toen de laatste ivf ook niet lukte, was het tijd om eens goed over mijn leven na te denken, want ik was heel verdrietig. En ik zei tegen mezelf: “Ofwel je gaat op zoek naar iets om naar uit te kijken in je leven, of je wordt een verbitterd mens.” Nu kan ik er beter mee omgaan, maar ik heb een hele tijd in een vacuüm geleefd. Het is nu een paar jaar geleden en ik heb tijd gehad om het te verwerken. Op mijn leeftijd is het sowieso een gepasseerd station. Ik kan er nu goed mee omgaan. Het is moeilijk geweest om een balans te vinden, maar het gaat nu prima. Ik ben gegroeid als persoon.’

    Glòria

    ‘Ik lijd er niet meer onder: ik ben eroverheen gekomen. Als je maar praat, word je sterker. Dit is niet bepalend voor mij. Het is me overkomen, maar er is me heel veel meer overkomen.

    Als je geen kinderen blijkt te krijgen, komt alles een beetje op losse schroeven te staan, je waarden, wat je nalaat… En ik denk na over ouder worden. Ik denk dat mensen zonder kinderen daar meer mee bezig zijn dan mensen met kinderen, omdat ze ervan uitgaan dat die wel voor hen zullen zorgen.’

    Míriam

    ‘Ik dacht dat ik het nodig had om moeder te zijn. Ik weet nog hoe ik vroeger dacht over een meisje dat geen kinderen kon krijgen: “Ik zou doodgaan als mij dat zou gebeuren.” Nu weet ik dat je niet doodgaat omdat je geen kinderen hebt. Het zou normaal moeten zijn dat vrouwen zonder kinderen even gelukkig kunnen zijn. We moeten een eind maken aan die sociale druk. En mensen informeren, zodat ze niet van die pijnlijke vragen stellen. En we moeten realiseren dat een ivf-behandeling lang niet altijd werkt.’

    Ona en Edu

    E: ‘Natuurlijk moeten we ons erop voorbereiden dat we geen kinderen krijgen. Maar dat blijft toch een beetje doen alsof, want we willen nog steeds graag ouders zijn. Als het niet kan, kan het niet en moeten we naar andere manieren zoeken. Je kunt geen mogelijkheid najagen die er niet is, daar word je alleen maar ongelukkig van. Wat mij misschien nog het meest zou frustreren is dat ik mijn ouders dan ook geen grootouders kan maken. Dat zal voor mij misschien het moeilijkst te aanvaarden zijn.’

    Míriam

    ‘Dat ik mijn verhaal zo vaak vertel is ook bedoeld voor de vrouwen die dit doormaken of gaan doormaken. Zodat zij zich niet zo hoeven te voelen als ik me voelde: alleen. En ik denk ook aan mijn nichtje. Ik wil niet dat zij zich, als ze volwassen wordt, onder druk gezet voelt om kinderen te krijgen. Als zij dat niet wil of kan hoop ik dat ze de middelen en informatie heeft die ik niet had.’

  • De wedergeboorte van de taliban

    De wedergeboorte van de taliban

    Ze worden gevreesd – en vereerd. In Afghanistan staan ze op het punt de macht weer over te nemen. Verslaggevers van Die Zeit reisden met toestemming van lokale leiders dagenlang door het land van de taliban. 

    De 9e editie van de European Press Prize

    Voor de vijfde keer op rij maakte 360 een selectie uit de shortlist van European Press Prize.
    Dit verhaal uit Die Zeit is een van de vijf genomineerden voor de Distinguished Reporting Award.

    De European Press Prize werd in 2013 opgericht vanuit de overtuiging ‘dat journalistiek een van de grote verbinders is in een Europa dat leert en groeit dankzij de verhalen van verslaggevers’. Dit jaar was er een recordaantal inzendingen, met meer dan duizend deel-nemers uit bijna alle 47 landen van de Raad van Europa en ook daarbuiten. Journalisten uit achttien verschillende landen – van Spanje tot Wit-Rusland, van Denemarken tot Griekenland – zijn geselecteerd voor de shortlist.

    De finalisten kozen belangrijke Europese thema’s, waaronder de gevolgen van de pandemie; de Black Lives Matter-beweging; migratie en mensenhandel; vrouwenrechten in de sport en vele andere.

    Onze selectie uit deze shortlistverhalen leest u de komende weken op onze site. Voor het magazine kozen wij dit uitzonderlijke verhaal, voorzien van uitzonderlijk mooi beeld, over degenen die vochten tegen het machtigste leger ter wereld en een land creëerden dat officieel niet op de kaart staat: het land van de taliban.

    Op 3 juni is bekendgemaakt dat ‘Love in the time of plague’ van Janusz Schwertner, gepubliceerd door de Poolse Nieuwssite Onet, de winnaar is geworden van de Distinguished Reporting Award.

    Kijk voor meer informatie op europeanpressprize.com.

    De keuze van art director Majel van der Meulen

    ‘Het indrukwekkendste stuk van dit jaar vond ik “De wedergeboorte van de taliban”, waarin twee Die Zeit-redacteuren reizen door talibangebied in de periode dat Afghanistan nog niet volledig in handen was gevallen van de islamistische rebellen. Het geeft een verrassend eerlijke inkijk in de wereld van theehuizen, madrassa’s en shariarechtbanken.’

    Dit artikel, door European Press Prize genomineerd voor de Distinguished Reporting Award, had in ons juninummer nog de ondertitel “Een reis door een land dat officieel niet bestaat”, maar sinds de machtsovername is die inmiddels achterhaald.’

    Het eerste contact. Een stem uit de telefoon. De speaker kraakt. De stem klinkt gedecideerd, maar ook jong, kwetsbaar bijna. Onderweg geeft de stem ons de laatste aanwijzingen. Vier uur rijden van Kaboel, de provincie Ghazni, midden in Afghanistan. Op de grote weg zijn we langs de ruïnes van verwoeste legerbases gekomen, langs wrakken van uitgebrande militaire voertuigen. Op hele stukken van de weg zit elke honderd meter een diepe krater. Dan zegt de stem dat we moeten afslaan, ze loodst ons steeds verder van de grote weg, steeds verder het land in, waar nauwelijks wegen zijn, alleen geitenpaadjes. De wielen van de Toyota slippen in het zand, dan komt de auto weer op de rotsige bodem terecht. Even later, na de laatste post van de regeringssoldaten, ligt op een heuvel een vesting waar de Afghaanse vlag wappert. Dan valt de verbinding weg.

    ‘Is dit wel de goede plek?’ vraagt onze chauffeur even later. Op een dorpsplein staan we gespannen te wachten, het plein is leeg, het dorp lijkt verlaten. De chauffeur kijkt op de telefoon, nog steeds geen verbinding. De plaats waar we elkaar zouden ontmoeten is het eerste dorp voorbij de grens van het regeringsgebied. Een paar armzalige lemen hutten. Al jaren geleden zijn de mensen hier uit angst gevlucht. Niemandsland. ‘Ik weet niet of we hier wel goed zijn,’ zegt de chauffeur nog een keer. Net als we overwegen om terug te keren verschijnen er opeens zeven gewapende mannen op het plein. ‘Vrede zij met u,’ zegt degene met de jongensachtige stem, die we al kennen van de telefoon.

    Hij glimlacht, maar zijn lachje verdwijnt snel weer. Nisar, stelt hij zich voor, een naam waarvan hij weet dat wij weten dat het niet zijn echte naam is. Hij zal ons de komende dagen begeleiden. Wij, verslaggevers van Die Zeit, hebben maanden aan de voorbereiding van deze reis gewerkt. Toch zijn we nerveus. We begeven ons in handen van degenen van wie we tot nu toe vreesden dat ze ons zouden kunnen ontvoeren.

    Om veiligheidsredenen blijven westerse journalisten tot nu hoogstens een paar uur achtereen bij de taliban. Wij zijn de eersten in jaren die zich een paar dagen lang aan hen toevertrouwen. We willen een reportage maken over de mannen die het machtigste land ter wereld militair murw hebben gemaakt en die een land hebben gecreëerd dat officieel op geen enkele kaart staat, het land van de taliban. Veel mensen vrezen de taliban. Toch worden ze ook bewonderd, mensen laten zich voor hen de dood in jagen, laten zich voor de beweging folteren en opsluiten. De taliban, de hoop voor velen.

    Restanten

    De religieuze strijders controleren in de herfst van 2020 weer 80 procent van Afghanistan. De regering van president Ashraf Ghani is teruggedreven naar de provinciecentra en de hoofdstad Kaboel. De restanten van een staat die steeds verder krimpt. De taliban staan al in de buitenwijken van Kaboel. De vluchtelingen die de laatste jaren hun toevlucht in de hoofdstad hebben gezocht, moeten het met steeds minder ruimte doen. Na twee decennia trekken de Amerikanen binnenkort hun troepen terug. De corruptie onder de autoriteiten neemt hand over hand toe. Iedereen probeert voor hij in ballingschap gaat zoveel mogelijk geld naar het buitenland te brengen. Een staatsapparaat kort voor de algehele instorting. Gevreesd wordt dat binnenkort de eerste legereenheden zullen overlopen. In Doha onderhandelen delegaties van de regering en de taliban al sinds midden september over een wapenstilstand; of, zoals veel mensen denken, over een capitulatie.

    De jonge talib Nisar, in het zwart gekleed, zwarte tulband, met een kalasjnikov over zijn schouder, rijdt op een motor voor ons uit. De weg voert naar het gebergte, wordt steeds steiler, we passeren de laatste groene velden, om ons heen alleen nog naakte witte rotsen. De weg, voor zover er van een weg sprake is, is smal, uitgehouwen in de rotswand. Aan de andere kant een afgrond. De stenen die door de wielen worden losgeslagen, vallen honderden meters omlaag. Bij elke haarspeldbocht wacht Nisar ons op, een tenger silhouet in het zwart, bocht na bocht, tot aan de pas op bijna 3000 meter hoogte.

    Tot vlak voor ons vertrek dreigden de afspraken met de taliban te mislukken. Contact opnemen is riskant. Het wederzijds wantrouwen is groot. Enkele journalisten die dachten op het woord van een talibancommandant te kunnen vertrouwen, zijn ontvoerd. Als we het gebied verlaten waar de regering aan de macht is, voelt dat als volledig controleverlies. Alsof je vanuit een ruimteschip de gewichtloosheid van het heelal in zweeft. Onze enige garantie dat we niet in deze steenwoestijn verloren zullen gaan, is een gesproken WhatsAppbericht. Onze reddingslijn: een andere stem, een oudere nu. De stem van de woordvoerder van de hoogste taliban. Een audioberichtje als vrijgeleide.

    De mannen die meestal westerlingen als wij ontvoeren, moeten ons nu beschermen. Dat hopen we tenminste. Rond het middaguur bereiken we de vallei aan de andere kant van het bergmassief. Hier zijn de taliban al bijna tien jaar ongehinderd aan de macht. Het district heet Rashidan en is betrekkelijk klein, maar strategisch belangrijk omdat het grenst aan Ghazni, de hoofdstad van de provincie. Ingebed in de groene strook akkers en bosjes langs de rivier ligt een tiental dorpen. Verder alleen schrale grond, stof en stenen. Nisar wil ons naar het districtscentrum brengen in het dorp Hussein Chel. Hier bevindt zich ook de markt, waar de sporen van de oorlog nog duidelijk zichtbaar zijn. De scholieren van de middelbare school waar Nisar stopt, kijken nieuwsgierig uit het raam. Voor de ingang worden we opgewacht door een gesloten front van twintig mannen met zwarte tulbanden.

    ‘Hartelijk welkom in de Islamitische Emiraten,’ zegt Mawlawi Nasrat, de talibancommandant van Rashidan. Hij geeft een slap handje, naar Afghaans gebruik omhelst hij ons, maar aarzelend. ‘De Amerikanen en u, hun bondgenoten, hebben ons land aangevallen,’ zegt hij. ‘Wij hebben ons land alleen verdedigd. U hebt ons deze oorlog opgedrongen.’ Nasrat vraagt ons binnen te komen. De taliban en wij gaan in de lerarenkamer op de grond zitten. Ze hebben nooit eerder westerse journalisten ontmoet. Sommigen kijken ons vol haat aan, de meesten zijn, zo te zien, nieuwsgierig.

    Het leek alsof de taliban het verscheurde land na vijfentwintig jaar oorlog vrede konden brengen

    In de kamer hebben zich leden van de Provinciale Raad, rechters van verschillende rechtbanken en een paar afgevaardigden van de zedenpolitie verzameld, die in de dorpen de islamitische kledingvoorschriften en de lengte van de baarden controleert. Verder zijn de gevolmachtigde voor het onderwijs, die toezicht houdt op de scholen, en een belastingontvanger aanwezig. Een doorsnee van het ambtelijk apparaat dat de taliban de afgelopen jaren ontwikkeld heeft. De regering in Kaboel is hier in Rashidan allang geschiedenis. ‘Kijk eens rond in ons district!’ zegt Nasrat, de commandant, begin dertig. ‘Praat met de mensen. Ze zijn gelukkig, omdat wij ons aan de Koran en de sharia houden. De regering in Kaboel die door jullie buitenlanders is neergezet, is een corrupte bende. Ze is moreel verdorven. Bij ons bestaat geen corruptie. Wij zijn hier om Allah te dienen en de problemen van de mensen op te lossen.’

    Met de taliban had niemand in Afghanistan meer rekening gehouden. Ze waren verpletterend verslagen. Het leger van de Verenigde Staten had ze na de aanslagen in New York van 2001 in een paar weken tijd naar de vergetelheid gebombardeerd. Naar schatting twintig procent van alle talibanstrijders zijn toen om het leven gekomen. De rest vluchtte naar Pakistan of dook onder. Om te voorkomen dat Afghanistan opnieuw door radicale groeperingen zou worden overheerst, heeft de wereldgemeenschap daarna een enorme operatie op touw gezet. Vijftig landen hebben soldaten en ontwikkelingswerkers gestuurd. Alleen al de VS hebben 1000 miljard dollar geïnvesteerd. In Afghanistan moest worden bewezen dat het mogelijk is de situatie in een land ten goede te keren en er het kwaad uit te roeien. Het kwaad, dat zijn de taliban.

    Hun oorsprong is duister. Hun oprichter, moellah Mohammed Omar, die in de jaren tachtig tijdens de oorlog tegen de Russen een oog verloor, is een mythisch figuur. Tot zijn dood in 2013 bestond van hem maar één enkele foto. Na de ineenstorting van het communistische regime in 1992 was hij leraar in een moskee in de buurt van Kandahar. Het land was in handen van honderden warlords en hun strijders, de moedjahedien, en georganiseerd in tientallen verschillende, elkaar bestrijdende allianties. Het waren de bloedigste jaren van de burgeroorlog. Afghanistan verzonk in anarchie. Begin 1994 ontvoerde een plaatselijke warlord twee meisjes, liet hun hoofd kaalscheren en hield hen vast in zijn legerbasis, waar ze werden verkracht. Omar riep dertig leerlingen van zijn Koranschool bij elkaar, ‘taliban’  –  talib, meervoud taliban, betekent gewoon ‘leerling’. Ze bewapenden zich met zestien geweren, trokken naar het huis van de warlord, bevrijdden de meisjes en knoopten de warlord op aan de loop van een tank.

    De geschiedenis van de taliban, die de wereld later zou leren kennen als de groepering die de vrouwen in het land onderdrukte, begon met de bevrijding van twee vrouwen. Daarna zochten steeds meer mensen moellah Omar op om zijn hulp in te roepen bij overvallen van de warlords. Leerlingen van andere Koranscholen sloten zich bij hem aan. Maanden later controleerden ze hele provincies en aan het eind van het jaar had moellah Omar twaalfduizend aanhangers. Al snel noemde hij zichzelf Almir-al Mu’min: leider der gelovigen. Spoedig stroomde ook het geld binnen. Fracties van de moedjahedien gaven hem geld in de hoop de taliban ook tegen hun tegenstanders te kunnen inzetten. Pakistan, dat de moedjahedien steunde in hun strijd tegen de Russen, gaf geld om hen beter te kunnen controleren. De taliban begonnen in Afghanistan als verlossers. Het leek alsof zij het verscheurde land na 25 jaar oorlog vrede konden brengen. Maar ze brachten alleen nog meer bloedige strijd. Al meer dan 42 jaar is er in Afghanistan geen vrede.

    ‘We hebben van de fouten in het verleden geleerd,’ zegt Nasrat, de commandant van Rashidan. ‘Vroeger zouden ze na de verovering van een district een van de strijders tot gouverneur hebben benoemd. Die wisten niet hoe ze met de bevolking moesten omgaan,’ zegt hij. ‘Dat is nu anders, we hebben allerlei deskundigen.’ Hij kijkt steeds ongemakkelijk in de richting van Nisar, die naast hem is gaan zitten. De jonge talib die ons heeft opgehaald, is door de shura, de centrale raad van de taliban in Pakistan, afgevaardigd om ons te begeleiden. Hij heeft kohl om zijn ogen, wat hem volgens de Pasjtoense cultuur tegen het boze oog beschermt. Hij is pas drieëntwintig en heeft nog geen volle baard. Nasrat, een kop groter en tien jaar ouder, heeft ruwe handen en is gewend aan zwaar werk, een boer die revolutionair is geworden. ‘We hebben zoveel deskundigen dat we heel Afghanistan kunnen besturen,’ zegt Nasrat, de commandant. ‘We weten nu hoe dat moet.’

    ‘Vertel hun,’ spoort Nisar hem aan, ‘dat we beter naar de bevolking luisteren.’ ‘We luisteren nu beter naar wat de mensen willen,’ zegt Nasrat. ‘Wat dacht je ervan,’ stelt Nisar voor, ‘als je zegt dat er vrede zal komen als alle buitenlandse troepen zijn vertrokken?’ Nisar zegt openlijk voor wat Nasrat moet zeggen. Hij is van de media-afdeling van de taliban. In de meeste provincies runnen ze een radiozender, geven ze kranten uit en opereren ze op socialemediaplatforms. Mannen als Nisar vormen de jonge elite van de taliban. Technologisch zijn ze vaardiger, en ze maken filmpjes van jonge zelfmoordaanslagplegers voordat die zich in een mensenmenigte opblazen.

    Het symbool van hun overwinning ligt op een hooggelegen plek van waar je uitkijkt over het dorp. Nasrat en Nisar verlaten de school en lopen over de markt. Officieel is die van de regering, maar de handelaars betalen hun marktgeld allang aan de taliban. Er zijn drie apotheken, verscheidene werkplaatsen waar vooral de motoren van de taliban worden onderhouden, levensmiddelenwinkels en een paar kleermakers. Van de 250 winkels zijn er vijftig geopend. Er zijn maar weinig mannen die het zonder volle baard durven te stellen en maar een enkeling draagt geen tulband. De nieuwe dresscode van de taliban is eigenlijk de oude. De baard niet langer en niet korter dan een handbreedte, net zoals de profeet hem droeg. Handelaars en klanten kijken ons na. Ze weten niet of we gijzelaars of gasten zijn.

    Dan staan we voor de aarden wal van het districtshoofdkwartier, een vesting hoog boven het dal. ‘Dit was mijn grootste overwinning,’ zegt Nasrat, terwijl hij door de poort loopt. Er is alleen een ruïne overgebleven. Op de binnenplaats groeit gras. De muur is op enkele plaatsen ingestort, de twee hoofdgebouwen zijn opgeblazen. Acht jaar geleden bestormde de groep van Nasrat de basis, waarbij ze drie tanks hebben vernietigd en 46 politieagenten gedood. De sporen van hun laatste wanhoop: de ramen van de gebouwen zijn met leem dichtgesmeerd, de ingestorte muren versterkt met zand. ‘Moet je zien hoe ze hun gevangenen behandelden,’ zegt Nasrat terwijl hij ons op de binnenplaats een betonnen gat in de grond aanwijst. Daar beneden lieten de agenten verdachte dorpelingen creperen. ‘In strijd met de mensenrechten,’ zegt Nasrat, maar hij verzwijgt dat ook de taliban hun gevangenen in holen en koeienstallen opsluiten. De overwinnaar bepaalt hoe je het verleden interpreteert. Op het dak wappert de vlag van de taliban, wit met in het zwart het opschrift ‘Er is geen God naast Allah, en Mohammed is zijn Profeet’.

    Altijd haast

    Slechts één vertrek is intact gebleven. Een kale kamer met matten van boombast op de grond. ‘Dit is tegenwoordig ons hoofdkwartier,’ zegt Nasrat. Maar dat is niet juist. Uit angst voor drone-aanvallen houden de taliban zich maar zelden lang in hetzelfde gebouw op. Op onze reis is dat niet anders. De bijeenkomsten zijn kort. Ze hebben altijd haast. Ze arriveren op een tiental motoren, alleen Nasrat als commandant heeft een auto, dan gaat de groep weer uiteen en rijdt iedereen een andere kant op, zonder af te spreken waar en wanneer precies we elkaar weer zien. ’s Nachts worden we alleen gelaten. Niemand die ons bewaakt. Desondanks, dat weten we zeker, wordt Nasrat over al onze bewegingen geïnformeerd. ’s Nachts is het in het dal aardedonker. De dichtstbijzijnde openbare stroomvoorziening is in de hoofdstad van de provincie Ghazni, 88 kilometer verder. Onze eerste gastheer, die iets welvarender is dan zijn buren, heeft als enige stroombron een auto-accu, die hij oplaadt met een zonnepaneel op zijn dak. Er kunnen twee gloeilampen tegelijk op branden.

    In de beschutting van de avond praten we met inwoners van de dorpen. Om hen niet in gevaar te brengen, ontmoeten we andere na deze reis in de veiligheid van Kaboel. Wat we willen weten is: hoe is het leven onder de nieuwe taliban echt?

    Een man van rond de veertig, goed opgeleid, geboren in Rashidan:

    ‘De eerste jaren na de val van de regering van de taliban dacht niemand dat er opnieuw oorlog zou komen. We waren optimistisch. Iedereen was zo moe, zelfs onze plaatselijke taliban waren moe. Ze waren teruggekeerd naar hun gezinnen en weer boer geworden. Ze vochten niet tegen de regering. In het begin waren de taliban ook niet tegen de internationale hulporganisaties, die bij ons in het dal bruggen en irrigatiekanalen aanlegden. Maar nu zijn ze bijna allemaal tegen de regering. De regering heeft het geweld weer onder ons gebracht. Ze zijn naar ons dal gekomen om op voormalige taliban te jagen. Daarna kwamen de buitenlanders, ’s avonds met hun helikopters, en haalden de mensen uit hun eigen huis. Ze hebben veel onschuldigen opgepakt.’

    ‘De regering en de buitenlanders luisterden alleen naar commandant Chalil. In de jaren negentig was hij hier als warlord aan de macht, tot hij moest vluchten voor de taliban. Nu kwam hij terug met de Amerikanen. Chalil is geen goed mens, dat was hij vroeger niet en dat is hij nog steeds niet. Hij heeft heel veel land gestolen. Hij hoefde iemand er maar van te beschuldigen dat hij bij de taliban had gezeten of diegene moest met zijn hele gezin vluchten, waarna Chalil zijn land inpikte. In een van de dorpen wilde hij zoveel land stelen dat de inwoners naar de wapens grepen om zich tegen de dief te verdedigen. Daarbij zijn vijftien mensen omgekomen. De regering heeft niet de dief gearresteerd, maar de mensen die zich tegen hem verdedigden. Daarom zijn de meeste mensen hier voor de taliban. De regering heeft ons hulporganisaties gestuurd, maar met Chalil hebben ze ons van ons land beroofd.’

    De wedergeboorte van de taliban verliep bijna overal volgens hetzelfde patroon. Het Westen bracht de oude, door de bevolking vaak gehate warlords terug. Mannen die hun hele leven niets anders hadden gedaan dan vechten, die verruwd waren door tientallen jaren oorlog met bij elkaar anderhalf miljoen doden. Ze waren de steunpilaren van de nieuwe regering van Hamid Karzai, die door het Westen met miljarden dollars werd gesteund. Terwijl de warlords in de provincies de macht overnamen, bleef de centrale regering te zwak om hen te controleren. De warlords lieten zich in het parlement kiezen, kochten politieke benoemingen, werden gouverneur, minister of generaal in het nieuwe leger. Hun zoons richtten ondernemingen op en kregen lucratieve opdrachten van het Amerikaanse leger, de NAVO en veel ontwikkelingshulporganisaties. Ze betaalden geen belasting, onderdrukten hun binnenlandse concurrenten met geweld en corruptie en staken hun geld in onroerend goed in het buitenland.

    Al in 2002 probeerden de taliban zich opnieuw te organiseren, maar dat mislukte. De meeste Afghanen moesten niets van hen hebben. In de hoop op een betere toekomst onder Karzai verrieden ze hen aan de Amerikanen en de regeringstroepen. In hun ballingschap in de grote vluchtelingenkampen in Pakistan vielen de taliban uiteen in drie fracties: drie shura’s. Een shura, geleid door een deel van de oude elite van de taliban, werd opgericht in Quetta. Een tweede werd gevormd in Pesjawar en een derde, de meest radicale, ontstond in Miranshah. Hier werd het beleid gedicteerd door de familieclan van de Hakkani, een naam die al snel gevreesd werd, omdat de Hakkani’s de grootste trainingskampen voor zelfmoordaanslagplegers in Afghanistan onderhielden. Er wordt verteld dat tot 2015 de Hakkani’s 1160 zelfmoordaanslagplegers hebben ingezet, van wie er 843 hun missie ‘succesvol’ zouden hebben afgerond.

    ‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren’

    Naarmate de teleurstelling over de regering onder de bevolking toenam, werden de taliban weer sterker. De eerste jaren domineerde de shura in Quetta, daarna die in Pesjawar, maar ten slotte, en nog steeds, weer die in Quetta. Soms bestreden de strijders van de drie shura’s elkaar en roofden ze gebieden van elkaar. Volgens de analyse van internationale conflictonderzoekers begon Pakistan in 2004 weer met betalingen aan de opstandelingen: 20 miljoen dollar per jaar. Dat bedrag liep op tot 500 miljoen dollar per jaar. Pakistan is in de regio in een hopeloze situatie verzeild geraakt. Het land is nergens zo bang voor als voor een verbond tussen zijn buren India en Afghanistan. Afghanistan eist de Pasjtoengebieden in het westen van Pakistan op, die indertijd door de Engelsen aan Pakistan zijn toebedeeld. India maakt aanspraak op een deel van Kasjmir in het noorden. Pakistan dreigt al sinds de oprichting van het land in 1947 uiteen te vallen. Een door de taliban geregeerd Afghanistan, waarvan geen gevaar uitgaat omdat het geheel onafhankelijk is, zou een eind maken aan Pakistans existentiële angst.

    Nasrat en Nisar wachten ons de volgende ochtend weer op bij het door hen veroverde districtshoofdkwartier. ‘We zullen u laten zien hoe we hier vrede brengen,’ zegt Nisar. In het enige vertrek dat intact is, heeft zich deze ochtend een groep mannen verzameld. De districtsrechtbank van de taliban. Voorzitter Mawlawi Shaker zit aan het hoofd van de groep. Ook hij is pas 26. ‘Niet Pakistan zeggen,’ fluistert Nisar hem desondanks duidelijk hoorbaar toe, als Shaker wil vertellen aan welke Koranschool hij heeft gestudeerd. ‘Ik heb in Ghazni gestudeerd, ’zegt hij dan, ook hij heeft zwarte kohl om zijn ogen. Voor hem zitten twee handelaren van wie de een de ander geld heeft geleend. De schuldeiser beweert dat hij omgerekend 800 euro heeft uitgeleend, de ander zegt dat het maar 520 euro was. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt Shaker. Die heeft hij niet. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt hij aan de ander. Die ook niet. De schuldenaar haalt whatsappjes tevoorschijn waarin de schuldeiser hem bedreigt. Ze zitten tegen elkaar te schreeuwen, tot Shaker zegt: ‘Genoeg.’

    Hij rommelt wat in de plastic zak met documenten die hij op zijn kalasjnikov heeft gelegd en haalt een formulier tevoorschijn. Een stuk papier met het logo van de taliban en het briefhoofd: ‘Provincie Ghazni, District Rashidan, Burgerlijk Bestuur’. Hij schrijft er een paar regels op en verwijst de zaak door naar de provinciale rechtbank. Die zullen wel een oplossing vinden, zegt hij als de twee mannen de ruïne hebben verlaten. Vermoedelijk zal de hogere instantie een compromis tussen de twee bewerkstelligen. ‘Zelfs mensen uit de regeringsgebieden komen met hun geschillen naar ons toe. Daar moeten ze een hoop geld betalen, maar krijgen ze toch hun recht niet. Daar wordt geen enkel geval opgelost. Hier lossen we alle kwesties op.’ Wat in Afghanistan nog belangrijker is dan elders, omdat een ruzie hier snel in een bloedvete ontaardt.

    Shariarechtbanken

    In de strijd van de taliban tegen de regeringscoalitie zijn de shariarechtbanken hun belangrijkste wapen. Ook die geven niet altijd degene gelijk die gelijk heeft, maar er wordt recht gesproken, vonnissen geveld, en ze winnen terrein. Heel anders dan in het gebied van de regering. Daar vragen rechters vaak van beide partijen grote sommen geld, en hebben beide partijen het gevoel dat ze in een moeras van corruptie en bedrog zijn terechtgekomen. Na verkregen gunsten veranderen rechters hun vonnis, schuiven een oordeel op de lange baan en zijn vervolgens niet in staat dat vonnis uit te voeren.

    Als we het hooggelegen voormalige districtscentrum verlaten, horen we boven ons opeens een snorrend geluid. Het is een drone, die het dal doorkruist op zoek naar een doel. Verreweg de meeste talibancommandanten die de afgelopen jaren zijn gedood, waren slachtoffer van aanvallen met drones. Nasrat en Nisar kijken omhoog maar zien de drone niet. Door zijn schutkleuren is de drone tegen de hemel vrijwel onzichtbaar. Even blijft iedereen staan, dan sterft het geluid weg.

    Bij de bazaar laten de taliban ons een kleine kliniek zien, de enige kliniek in het district, waar 42.000 mensen op zijn aangewezen. Het blok van ruwe natuursteen is zestien jaar geleden gebouwd door USAID, zoals aan een verbleekt bord bij de ingang te zien is. De directeur die ons begroet, kijkt bij elke zin naar Nisar. ‘We hebben niets om de mensen te beschermen tegen corona. We hebben geen mondkapjes en handschoenen.’ Gelukkig is het district tot nu toe niet getroffen, op één geval na. Het ergste is hier de cholera. ‘Van de honderd mensen hebben er twintig cholera.’ Het water is slecht. Wassen gaat hier nog traditioneel. De lemen huizen hebben slechts één woonlaag, waar bad en toilet naast elkaar liggen. De bronnen in de dorpen geven de laatste tijd steeds minder water. Riolering is er niet.

    ‘Ik weet het niet,’ antwoordt Nasrat op de vraag hoe hij de armoede in het dal wil verlichten als ze de oorlog eenmaal hebben gewonnen. Hij wil eerst een nieuwe moskee en een nieuwe Koranschool bouwen. Maar dan? Nasrat denkt lang na, dan zegt hij: ‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren.’

    Vandaag gaan Nasrat en zijn staf al vroeg in de middag weg. Later horen we dat ze zich moeten voorbereiden op een aanval op een politiebureau in het centrum van Ghazni. De operatie betekent de zoveelste vernedering voor de regering. Drie politieagenten komen om. De taliban bestormen het bureau, maken geweren en antitankgranaten buit en ontkomen zonder verliezen.

    ’s Avonds horen we explosies. We gaan naar het dak van ons huis en luisteren in het donker. Ver weg, aan het eind van het dal, slaan granaten in. De volgende ochtend krijgen we te horen dat de artillerie van de regering kennelijk uit wraak lukraak granaten afvuurt op dorpen waar ze vermoeden dat de taliban zitten.

    Ook deze avond praten we met inwoners. Dit keer met een oudere man, die ook uit Rashidan komt.

    ‘De taliban zeggen dat ze hier alles onder controle hebben, maar dat is niet zo. Begin augustus is een leraar vermoord. Onbekenden hebben hem op klaarlichte dag uit zijn huis gehaald en in de velden doodgeschoten. Sommigen zeggen dat het om een familieruzie ging. Anderen zeggen dat het de taliban waren. Ook bij de taliban zitten slechte mensen. Maar al met al is het veel veiliger dan in het gebied van de regering. We zijn allemaal blij dat de taliban het hoofdkwartier van het district veroverd hebben. We hebben erg geleden onder de politieagenten, die zomaar schoten. Ze hebben op boeren geschoten die vanwege de droogte ’s nachts op hun akkers aan het werk waren om die te bevloeien. Ze hebben twee kinderen doodgeschoten die schapen hoedden. De regering had Oezbeekse en Hazara politieagenten hiernaartoe gestuurd. Die hebben een afschuwelijke hekel aan ons. Het was zo erg, dat iedereen met een grote boog om het districtscentrum heen reed, ook de markt was helemaal verlaten. Sinds de taliban terug zijn, wordt er niet meer gevochten. De handelaars komen terug en het leven is weer iets beter.’

    ‘Maar de meesten van ons steunen de taliban nog steeds niet. Ze houden hun mond en wachten af. De jonge mannen van hier die bij de taliban zijn gegaan, hebben op een madrassa, de Koranschool, in Pakistan gezeten. Bij ons in het dal zijn vier madrassa’s waarvan de leraren ook allemaal in Pakistan zijn opgeleid. De ouders bij ons zijn gelukkig als hun zoon naar de madrassa kan. De taliban selecteren alleen de besten. Jongens gaan naar de madrassa als ze zeven zijn. Ze slapen daar ook. We hebben ook staatsscholen. Onlangs heeft de middelbare school laptops gekregen, maar de taliban hebben die allemaal naar hun madrassa gebracht. De Koranscholen hebben nu betere leermiddelen dan de staatsscholen. Ook het eten is er beter. Op de staatsscholen leren ze bijna niets. De leraren daar zijn te slecht. Maar wie naar de madrassa gaat, kan al snel heel goed lezen en schrijven.’

    Van de honderd mensen hebben er twintig cholera

    De volgende dag lijkt de hemel vrij van drones. Sinds de VS hun legerbases afbouwen, is het aantal luchtaanvallen duidelijk minder geworden. De Afghaanse luchtmacht is door de jaren heen zwak gebleven. De militaire hulp uit het Westen heeft de luchtmacht klein gehouden en met weinig vliegtuigen en munitie uitgerust. Blijkbaar uit voorzorg, om te voorkomen dat Afghaanse generaals ze op een dag ongehinderd kunnen inzetten. Nisar belt en vraagt of we het gesprek tijdens het middageten kunnen voortzetten. Plaats: het huis van een iets welgesteldere boer. Nasrat en zijn staf van 25 man zitten in het gastenverblijf, een van stukken leem opgetrokken gewelf. Het eten is voor deze streek overvloedig, met veel vlees. Nasrat en zijn mannen logeren altijd kosteloos. De dorpsbevolking moet in hun onderhoud voorzien.

    ‘Wat zal ik verder nog vertellen?’ vraagt Nasrat terwijl hij zich naar Nisar toe buigt. ‘Vertel dat we nu verenigd zijn en dat we alle etnische groepen vertegenwoordigen.’ ‘We hebben uit alle stammen mensen in onze rangen,’ zegt Nasrat. ‘We hebben met die stammen geen enkel probleem.’ Afghanistan is een poly-etnische staat met negen nationaliteiten. Dat is de oorsprong van al het geweld. De Afghaanse burgeroorlog is telkens opnieuw uitgebroken door conflicten tussen de etnische groepen. En in tegenstelling tot hun eigen propaganda maken alle taliban die we op onze reis tegenkomen allemaal deel uit van een van die groepen, de Pasjtoen.

    Het dal van Rashidan markeert de grens tussen twee volken die al eeuwen in vijandschap leven. Beneden, in de weiden langs de rivier waar de bodem het vruchtbaarst is, wonen de Pasjtoen. Een volk dat eeuwenlang de koningen van Afghanistan leverde. Op de schrale hellingen boven het dal en tot ver in de bergen wonen Hazara. Ze stammen af van de Mongolen. De Pasjtoen zijn soennieten, de Hazara, net als de Iraniërs, sjiieten. Reeds de Pasjtoense koningen voerden veldtochten tegen de Hazara, plunderden hun dorpen, legden hun zware belastingen op, lieten hen verarmen, doodden tienduizenden van hen. Nooit zijn Hazara en Pasjtoen in één staat samengekomen. De taliban zijn in de jaren negentig doorgegaan met het onderdrukken van de Hazara. Geen groep in de bevolking heeft de val van de taliban in 2001 zo toegejuicht als de Hazara.

    Dreigt er, nu de troepen van de VS zich terugtrekken, voor beide volken een nieuwe tragedie? We hopen een antwoord te vinden in het naastgelegen district Nawur, dat bijna uitsluitend door Hazara wordt bewoond en al jaren door de taliban wordt overheerst.

    De wegen worden nog slechter, de hoofdweg dwars door Nawur is niet meer dan een stoffig pad, in de loop der jaren door de wielen van zware vrachtwagens uitgesleten in de witte kalksteen. De dorpen zien er onbewoond uit. Meer dan tachtig procent van de bevolking is de afgelopen jaren naar het buitenland gevlucht, vooral naar Iran, vertelt men ons, de meesten om te werken. Daar zouden inmiddels drie miljoen Afghanen wonen. De mensen die gevlucht zijn, stuurden geld naar de achtergeblevenen, maar dat is de laatste jaren steeds minder geworden. Iran heeft het in de huidige economische crisis zwaar te verduren.

    Vlak voordat de weg in een kloof verdwijnt, zien we een school die tegen de helling is gebouwd. Een school die er in het rijk van de taliban eigenlijk niet mag zijn. ‘Komt u binnen,’ begroet de rector ons na een kort gesprek. De Bibi Zainab Highschool. Er zitten honderdvijftig meisjes, in zes klaslokalen. De taliban staan toe dat ze tot de twaalfde klas les krijgen, omdat de leerlingen Hazara zijn. In het Pasjtoense Rashidan mogen meisjes maar tot de zesde klas naar school, omdat, zeggen de taliban, hun ouders dat zo willen. Voor veel Pasjtoense ouders is een opleiding voor meisjes verdacht. Vrouwen moeten thuis meehelpen en vroeg trouwen. Jonge vrouwen brengen een hogere bruidsschat op.

    Hier in Nawur dragen de leerlingen geen boerka, alleen een hoofddoek. ‘Twintig procent van onze leerlingen gaat naar de universiteit,’ vertelt de rector trots. De meeste gaan in Ghazni medicijnen studeren of een verpleegstersopleiding volgen. De school heeft geen verwarming, in veel vensters zit geen glas, daarom vallen de lessen ’s winters uit. Vaak is er maar één schoolboek voor drie meisjes. De rector, die de school een paar maanden na de val van de taliban heeft opgericht, is een oude man met dikke brillenglazen en een kromme rug, toch straalt hij als hij over zijn school praat.

    Tot nu toe hebben de taliban er alleen kritiek op dat het gebouw te dicht bij de hoofdweg staat en niet ommuurd is. Zo staan de meisjes bloot aan de blikken van passerende mannen. Bovendien wordt op school de helft van de vakken gegeven door mannen en niet door vrouwen. In de jaren negentig zijn bijna alle meisjesscholen om die reden gesloten. Of hij zich geen zorgen maakt over wat er van zijn school terechtkomt als de taliban de macht helemaal overnemen, vragen we. De rector kijkt naar de grond, dan weer op, en zegt: ‘De wereld is ons vergeten.’

    De weg die we volgen, voert ons door een nauwe kloof, aan weerszijden rijzen de rotswanden hoog op. De hemel wordt smal. De talibancommandant van Nawur, Mawlawi Ahmadi, heeft ons ontboden. Eigenlijk had hij ons bij Nasrat in Rashidan willen ontmoeten, maar daar kwam hij niet opdagen. We hoorden dat hij Nisar, de afgezant van Quetta, mijdt. De vraag die niet alleen wij willen stellen, luidt: hoe verenigd zijn de taliban werkelijk?

    Een moeilijk district

    Als trefpunt heeft Ahmadi een dorp in een afgelegen, door hoge bergen ingesloten dal gekozen. De weg erheen is half vernield door de zware regenval die afgelopen zomer in heel Afghanistan enorme aardverschuivingen heeft veroorzaakt. ‘Het dal van de waterval’ heet het dorp. De lucht is ijl. Een stuk of tien lemen huizen, verscholen onder aan een 700 meter hoge, steile rotswand. De toppen boven het dorp zijn bijna 4000 meer hoog.

    Een klein jongetje zit gehurkt in de schaduw van een huis. Verder is in het dorp geen mens te zien. De jongen groet niet en blijft ernstig naar ons kijken. Een uur later verschijnt Ahmadi, begeleid door twee lijfwachten. ‘Kijk eens hoe mooi ons land is,’ zegt hij ter begroeting joviaal. Ahmadi, midden dertig, witte tulband, een volle, zwarte baard, heeft niets van het boerse van Nasrat of het ambitieuze van Nisar. Zijn vader, die moellah (islamitische geestelijke) is geweest in Rashidan, heeft hem als kind al vroeg naar de madrassa gestuurd. Ahmadi spreekt zacht, weegt zijn woorden. Zijn stem blijft fluweelzacht, zelfs als hij harde uitspraken doet. Het ideaaltype van de islamitische geleerde, zoals ook Osama bin Laden ze graag zag.

    Hij leidt ons naar de kleine moskee van het bergdorpje. Een kale ruimte met een tapijt. Vier, vijf dorpsoudsten, Hazara, laten zich nu ook zien, aarzelend komen ze erbij zitten. Hun lichamen zijn uitgeteerd, hun wangen hol. Een heel moeilijk district, zegt Ahmadi, die als Pasjtoen over alleen maar Hazara heerst. Hij rekent uit: in totaal 125.000 inwoners, waarvan 75.000 onder zijn controle. De regering heeft alleen nog het districtscentrum in handen, hier zes uur vandaan. ‘Maar we werken eraan om daar verandering in te brengen,’ zegt hij. Kortgeleden heeft hij de gipssteengroeve veroverd, de belangrijkste bron van inkomsten in het district. De eigenaar van de mijn betaalt nu belasting aan de taliban.

    Het ziet ernaar uit dat de taliban de oorlog bijna hebben gewonnen, maar hoe willen ze vrede brengen? De armoede in Afghanistan zal op den duur iedere orde tenietdoen. Ahmadi weet dat ook. Hij heeft plannen voor zijn district. ‘We moeten de mijnen moderniseren,’ zegt hij. Om meer akkers te kunnen irrigeren, wil hij in het dal een dam bouwen. Hij wil wegen aanleggen, maar moet toegeven dat hij daar geen geld voor heeft. ‘We willen graag dat de buitenlandse ngo’s terugkomen. We garanderen hun veiligheid. We zullen nog een hele tijd van hen afhankelijk zijn,’ zegt hij. ‘Ze mogen terugkomen, maar we gaan er niet om smeken.’

    Tijdens een pauze in het gesprek, als Ahmadi de ruimte even heeft verlaten, vragen de oudsten ons hem aan te spreken over de armoede waarin ze leven. ‘Zeg tegen hem dat ze ons moeten helpen. De wegen zijn door de regen verwoest. Veel akkers zijn weggespoeld. Onze oogst is vernietigd.’ Ahmadi, die tot nu toe geen woord met de oudsten heeft gewisseld, doet een paar keer of hij onze vraag niet heeft gehoord, dan zegt hij: ‘We hebben geen geld. Alles wat we kunnen doen, is de hulporganisaties aansporen.’

    Ook verwacht Ahmadi hulp van vluchtelingen in Duitsland. ‘Er zit veel deskundigheid bij hen. We hebben ze nodig om ons land weer op te bouwen.’ Er zal hun niets gebeuren. Maar degenen die ernstige misdrijven aan de kant van de regering hebben gepleegd, staan zware straffen te wachten. ‘Die kan ik geen Afghanen meer noemen.’ Als een echte staatsman bedankt hij Duitsland, omdat het de vluchtelingen heeft opgenomen, maar hij verwijt de Duitsers ook dat hun leger in Afghanistan veel ellende heeft veroorzaakt. De soldaten hebben onschuldige mensen gedood. Het is nog te vroeg om die soldaten te kunnen vergeven. ‘Ik voel nog haat tegen hen. Ja, ik haat ze.’

    ‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter’

    Het is middag geworden, en de oudsten vragen Ahmadi om de tien gasten voor het eten twee aan twee over verschillende gezinnen te verdelen om de last voor iedere gastheer draaglijk te houden. ‘Nee,’ Ahmadi verwerpt hun voorstel, ‘we eten in de moskee.’ Nu moeten de oudsten ondanks hun armoede de gasten alleen van eten en drinken voorzien. De komende weken zullen hun gezinnen nauwelijks te eten hebben, omdat hun voorraden door deze ontvangst zijn uitgeput. Zwijgend kijken ze toe hoe de taliban en wij de maaltijd gebruiken.

    Ten afscheid nodigt Ahmadi ons uit voor een schietoefening aan de andere kant van het dorp. We wijzen het beleefd af, maar Ahmadi wil een beetje ontspanning. Hij gaat met ons naar de waterval, waar een heilige bron ontspringt die geesteszieken geneest. Een van zijn lijfwachten vuurt met zijn Amerikaanse M16, een halfautomatisch geweer, dat hij anderhalf jaar geleden op een Amerikaanse soldaat heeft buitgemaakt. ‘Ik heb hem eerst doodgeschoten en toen zijn geweer afgepakt,’ vertelt hij met een grijns. De andere lijfwacht vertelt dat ze een paar dagen geleden de vrijlating van een van hun strijders hebben gevierd. De Afghaanse regering moest dit jaar, onder druk van de VS en zwakker dan ooit, 5000 gevangen taliban vrijlaten. Een van hen kwam uit deze streek, vertelt de lijfwacht. Hij werd in 2004 gearresteerd omdat hij in Ghazni een 29-jarige Française had vermoord, Bettina Goislard, een medewerkster van het VN-vluchtelingenwerk. ‘Tot diep in de nacht hebben we gevierd dat hij weer terug was.’

    Het strookje gras hoog op een rots dat ze als doelwit kiezen, weet geen van de drie te raken.

    We brengen de nacht weer door in Rashidan. Weer luisteren we naar de verhalen van de dorpelingen.

    ‘Tot twee jaar terug waren de taliban hier erg streng. Ze hielden ons op straat aan en fouilleerden ons om naar smartphones te zoeken. Je mag alleen een gewoon mobieltje hebben. Als je een van hen bent, mag je een smartphone hebben voor het internet. Nu zijn ze wat relaxter geworden. Maar het komt er altijd op aan wie hun commandant is. Ahmadi was vroeger erg streng, met Nasrat viel altijd wel te praten. Het ergste is als er taliban van buiten komen. Dan halen we onze satellietschotels van het dak en zetten die in de tuin. Anders slaan ze ons en vernielen ze de satellietschotels met knuppels. “Waarom kijken jullie naar de kanalen van de ongelovigen,” zeggen ze.’

    Nieuwe bromfiets

    ‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter. Sinds kort hebben ze allemaal een nieuwe bromfiets. Veel van hen hebben twee of drie vrouwen en sturen hun gezin naar Ghazni of Kaboel. Mensen die het dichtst bij de moskee wonen, hebben het meest te lijden. Daar overnachten grote groepen taliban, en de buren moeten dan voor eten en drinken zorgen. Ze zeggen: “wij vechten tegen de ongelovigen, en wat doen jullie? Willen jullie ons niet eens te eten geven?” Ook gedwongen huwelijken vormen een groot probleem. Als een leider van de taliban met hun dochter wil trouwen, kan een gezin dat niet weigeren. Ze maken misbruik van onze ellende. Dat is een taboe hier, daar praten de mensen niet over.’

    ‘We lijden steeds meer gebrek. De laatste jaren heeft het weinig geregend. We konden maar een derde van de akkers irrigeren. In Iran is geen werk meer. Onze verwanten sturen ons daarom nog maar weinig geld. Veel gezinnen kunnen geen bruidsschat meer betalen. Er zijn 90 procent minder bruiloften dan twee jaar geleden. De vaders van de meisjes vragen te veel geld. Ze zijn te inhalig. Vroeger vroegen ze in deze streek gemiddeld 10.000 euro. We hebben met de taliban gesproken, en anderhalf jaar terug hebben ze in de moskeeën afgekondigd dat een bruidsschat ten hoogste 3500 euro mag zijn. Maar dat is nog steeds te veel. De taliban weigeren het bedrag verder te verlagen. Er zijn hier zo veel stellen die weglopen en naar Kaboel gaan.’

    ‘De taliban zijn niet echt in ons geïnteresseerd, alleen in zichzelf. Het is met hen al bijna net als met de warlords. We zijn verloren. We weten niet meer wat beter is, de regering van de warlords of van de taliban.’

    In Afghanistan leek vele jaren lang geen van de kampen een doorslaggevend militair voordeel te kunnen behalen. De drie shura’s van de taliban begonnen elkaar te bestrijden. In Pakistan werd de leider van de Quetta-shura, moellah Baradar, gearresteerd, blijkbaar omdat hij vredesonderhandelingen met Kaboel wilde; dat wilde Pakistan niet. Zijn opvolger, Akhtar Mohammed Mansour, ging op zoek naar nieuwe geldbronnen. Talrijke onderzoeken tonen aan dat hij die ook vond, namelijk in de drugssmokkel. Onder zijn leiding ontwikkelde Afghanistan zich weer tot een van de wereldwijd belangrijkste arealen voor de productie van opium. In 2014-2015 heeft de Quetta-shura meer dan 285 miljoen dollar verdiend met drugshandel. De situatie voor de regering in Kaboel werd precair toen behalve Pakistan ook Iran de taliban ging ondersteunen. Hoe dreigender Amerika zich tegenover Iran opstelde, hoe meer dat land in Afghanistan intervenieerde. In 2012 werd in het Iraanse Mashad een eigen shura opgericht, de Mashhad-shura. Met hulp van Iran waren de taliban in staat grote delen van het noorden van Afghanistan te veroveren. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat Iran zijn bijdrage aan de taliban van 30 miljoen dollar in 2006 heeft verhoogd tot 190 miljoen in 2013, wat echter niet uitsluit dat Iran tegelijkertijd de regering in Kaboel met miljoenen ondersteunt. Ook daar wil het zijn invloed niet verliezen.

    De taliban brandmerken de regering in Kaboel als een verzameling buitenlandse marionetten. Maar feitelijk zitten ze in eenzelfde situatie. Aan alle kanten wordt aan hen getrokken. Vroeger werkten die krachten in verschillende richtingen, nu hebben ze allemaal hetzelfde doel, namelijk het minimaliseren van de westerse invloed in Afghanistan. Nu de hulp beter gecoördineerd wordt, kunnen de taliban zich ook intern strakker organiseren. Bij de vredesonderhandelingen in Doha presenteerden ze zich als één front. Maar niemand weet hoelang die eenheid blijft duren. Er deserteren al groepen naar een nog radicalere organisatie, die zal blijven oorlogvoeren en niet zal stoppen bij de grenzen van Afghanistan: Islamitische Staat.

    Op de ochtend van de vijfde dag vertrekken we kort na zonsopgang uit Rashidan. ‘Wees voorzichtig,’ zegt Nisar, die ons tot aan de grens van het territorium van de taliban begeleidt. ‘De regering heeft veel spionnen.’ We willen vermijden dat we op de terugweg door overijverige Afghaanse veiligheidstroepen worden gearresteerd omdat we de taliban zouden steunen. Nisar rijdt vooruit op zijn motor en kiest wegen waarvan hij weet dat ze niet worden gecontroleerd. Hij smokkelt ons in de voorsteden van Ghazni moeiteloos langs alle wegversperringen, zoals de taliban ook doen als ze de stad aanvallen. We zwaaien, dan is hij in het stof van de weg verdwenen.

    De toekomst van Afghanistan ligt weer helemaal open. De meeste waarnemers houden rekening met het snel mislukken van de vredesgesprekken. Na jaren van oorlog zijn de wonden aan beide zijden nog te diep. Veel talibancommandanten willen geen deel van hun macht opgeven als ze nog al hun macht kunnen behouden. Maar ook zij dreigen zich te misrekenen. Het innemen van de miljoenenstad Kaboel zou heel wat bloediger kunnen worden dan de strijd in de dorpen. En Kaboel houden kon wel eens nog veel lastiger worden. De Afghaanse samenleving is wat haar ideeën over waarden betreft te ver uiteengedreven. Wat hen verbindt, is wat hen scheidt. De wonden. Het verdriet. De haat. Het zal tijd kosten om de Afghanen zich met zichzelf te laten verzoenen, tijd die het land niet heeft.

    Op de terugweg naar Kaboel zien we opnieuw de restanten van een bijna verslagen leger, het leger van een regering die tot voor kort de hoop van het westen was. Een schier eindeloze reeks uitgebrande wrakken en overvallen militaire bases. Een puinhoop van 170 kilometer lang. De dorpsbewoners zijn begonnen het leem van de oude vestingwallen met vrachtwagens af te voeren om het als bouwmateriaal te verkopen.

    ‘Hoe heeft het zo ver kunnen komen?’ vraagt een hooggeplaatste Afghaanse diplomaat in Kaboel aan een van ons. Het is een prachtige, zachte avond. Hij heeft een gezelschap afdelingshoofden van verschillende ministeries op zijn terras uitgenodigd. Het buffet staat vol allerlei heerlijks. Met een glas rode wijn in de hand staan de gasten gespannen in het donker te luisteren. Ergens in de omgeving wordt zwaar gevochten. De schietpartij duurt uren. Steeds weer komen er helikopters overvliegen. De ambtenaren telefoneren druk met hun contacten bij de veiligheidsdiensten. Maar die zeggen dat het een schietoefening is. Ze willen geen paniek. ‘We moeten gaan,’ zegt een van de gasten, ‘ik ben bang dat straks alle uitvalswegen geblokkeerd zijn.’ Maar het is nog lang geen tijd, klaagt onze gastheer. ‘Blijf toch nog even.’ Het is nog veel te vroeg om weg te gaan.’

  • Deze journalisten zitten vast omdat ze de moord op Rohingya’s onderzochten

    Deze journalisten zitten vast omdat ze de moord op Rohingya’s onderzochten

    Twee Reuters-journalisten uit Myanmar onderzoeken een geheime tip over een tienvoudige moord op Rohingya’s. Het resultaat is baanbrekende onderzoeksjournalistiek, maar door hun eigen volk werden ze als verraders gezien.

    Dit artikel werd geselecteerd voor The Investigative Reporting Award van European Press Prize, en verscheen eerder in onze Reader #18.

    Over de auteurs

    Wa Lone werkt sinds 2016 voor Reuters en schreef een reeks diepgaande verhalen in Myanmar, inclusief landroof door het machtige leger en de moord op de prominente politicus Ko Ni, evenals het blootleggen van bewijs van moordpartijen door soldaten in het noordoosten. Zijn rapportage over de crisis die uitbrak in de noordwestelijke staat Rakhine in oktober 2016, bezorgde hem een ​​gezamenlijke eervolle vermelding van de Society of Publishers in Azië in zijn jaarlijkse prijzen. Eerder werkte hij voor Myanmar Times.

    Kyaw Soe Oo, zelf boeddhistisch en afkomstig uit Rakhine, werkt sinds september 2017 samen met Reuters uit Myanmar. Hij heeft de impact van de aanslagen van 25 augustus op politie- en legerplaatsen in de noordelijke Rakhine besproken en gerapporteerd vanuit het centrale deel van de staat waar lokale boeddhisten segregatie hebben afgedwongen tussen Rohingya en Rakhine gemeenschappen. Hij werkte eerder voor Root Investigation Agency, een lokaal nieuwscentrum gericht op Rakhine-kwesties. Kyaw Soe Oo begon zijn rapporteringscarrière met het online Rakhine Development News.

    Laat in de middag van 12 december 2017 gaat de mobiele telefoon van Wa Lone. Het is een zekere Naing Lin, vicekorporaal bij het 8ste bataljon van de veiligheidspolitie van Myanmar.

    De politieman wil Wa Lone op korte termijn persoonlijk ontmoeten en met hem afspreken bij de bataljonskazerne in een buitenwijk van Yangon. In de voormalige hoofdstad begint de avond al te vallen over de gouden pagodespitsen. ‘Hij zei dat als ik niet meteen kwam,’ zou Wa Lone naderhand vertellen in de rechtszaal, ‘ik hem misschien niet meer zou kunnen spreken omdat hij binnenkort werd overgeplaatst naar een andere regio.’

    Wa Lone – rond gezicht met een grote bril – heeft wekenlang onderzoek gedaan naar het 8ste bataljon. Hij werkt aan een artikel over de moord op tien leden van de islamitische Rohingya-minderheid tijdens een militaire operatie in de westelijke deelstaat Rakhine. Hij heeft de hand weten te leggen op explosief materiaal: foto’s van de tien mannen voordat en nadat ze zijn vermoord.

    Lees ook:

    Op één foto zijn de lijken van de mannen te zien, doodgestoken en doodgeschoten, in een ondiep graf. Op een andere foto, genomen toen ze nog in leven waren, zitten ze op hun knieën. Op de achtergrond veel leden van het 8ste bataljon met automatische geweren.

    Voordat hij naar zijn afspraak met de vicekorporaal gaat, neemt hij contact op met de bureauchef van Reuters, Antoni Slodkowski, die zegt dat hij nog een journalist mee moet nemen. Deze journalist, Kyaw Soe Oo (27), komt uit Rakhine en werkt nog maar kort voor het nieuwsagentschap.

    Onbereikbare wereld

    De twee mannen vertrekken om 18.00 uur in de witte Nissan-SUV van de zaak. Ze rijden over een viaduct vanwaar je uitzicht hebt op het Inyameer, waaromheen de villa’s van de elite van Myanmar liggen, zoals de woning van de feitelijke leider van het land, Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi. Het is een onbereikbare wereld voor Wa Lone, zoon van een rijstboer uit een dorpje van een paar honderd inwoners.

    Halverwege de route naar de kazerne komt de SUV vast te zitten in het verkeer. Wa Lone voelt zich ongemakkelijk: waarom heeft de politieman er zo op aangedrongen dat hij meteen naar hem toe kwam? De journalisten overleggen of ze zullen omkeren, maar ze besluiten door te rijden.

    Om ongeveer 20.00 uur komen ze aan bij de ingang van de kazerne. Nadat ze hebben kennisgemaakt met Naing Lin en nog een politieman, gaan ze met de agenten mee naar een biertuin verderop in de straat. De mannen bestellen bier en viscrackers. Ze spreken over Rakhine, verklaart Naing Lin later voor de rechter. Hij vertelt de journalisten dat op 25 augustus 2017 Rohingya-rebellen een aantal politiebureaus hebben aangevallen.

    Screen Shot 2021 02 05 at 12.39.44 PM 1
    Wa Lone en Kyaw Soe Oo.

    Als het tijd is om te gaan, aldus Wa Lone, geeft Naing Lin hem een exemplaar van de Myanmar Alin, een door de staat gerunde krant, waarin enkele documenten zitten opgerold. Als de journalisten het restaurant verlaten, worden ze omsingeld door mannen in burger. ‘Dat zijn geheime documenten!’ roept een van hen. Wa Lone krijgt handboeien om, net als Kyaw Soe Oo. Ze worden in twee geparkeerde auto’s geduwd.

    Naing Lin herinnert zich die ontmoeting anders. Hij verklaart later voor de rechter dat Wa Lone hem op 12 december heeft opgebeld om een afspraak te maken, en dat hij tijdens zijn ontmoeting alleen met de twee journalisten in de biertuin was. Ook ontkent hij dat hij Wa Lone documenten heeft gegeven.

    Met hun arrestatie kwamen de twee journalisten terecht in het schemergebied tussen militair bestuur en burgerbestuur in dit etnisch verscheurde land met vijftig miljoen inwoners. Voor leiders in westerse hoofdsteden, van paus Franciscus tot de voormalige president van de VS Bill Clinton, zou hun opsluiting een test worden voor de persvrijheid in Myanmar en zou hun procesgang ook laten zien in hoeverre het land al op weg was een opener samenleving te worden. Op 9 juli 2018 bepaalde een rechter dat ze de Wet op de Staatsgeheimen hadden overtreden, en daarop staat een maximumstraf van veertien jaar.

    Hoop op vrijheid

    Rond 2010 gloorde er in Myanmar hoop voor het democratische proces in Zuidoost-Azië, een regio die al lange tijd werd gekenmerkt door regimes van autocratische leiders. In 2010 werd Aung San Suu Kyi vrijgelaten na vijftien jaar huisarrest onder militair bewind. In 2015 won haar partij met grote overmacht de verkiezingen.

    Voor de jongeren van Myanmar, zoals Wa Lone, zorgde die ommekeer na tientallen jaren meedogenloos militair bewind voor een plotselinge en historisch gezien nogal onwaarschijnlijke hoop op vrijheid. Maar het leger heeft de macht nooit helemaal losgelaten: in 2008 werd een grondwet van kracht waarin voor de militairen veel macht en de controle over enkele sleutelministeries was vastgelegd.

    Maar er kwam geen vrede in Myanmar. Dodelijke etnische conflicten, verborgen voor de rest van de wereld, maar zeer wreed aanwezig in het eigen land, woekeren nog altijd voort.

    Velen van de boeddhistische meerderheid minachten de Rohingya, ze zien ze als buitenlandse indringers uit Zuid-Azië

    In 2017 gaf de wijdverbreide haat jegens de bekendste minderheid van het land, de islamitische Rohingya, aanleiding tot een meedogenloze militaire campagne waardoor zo’n zevenhonderdduizend mensen moesten vluchten naar Bangladesh. Nu wordt Myanmar door de VN beschuldigd van veel moordpartijen, verkrachtingen en etnische zuiveringen. Ondanks deze beschuldigingen heeft Suu Kyi geen openlijke kritiek geuit op de militairen.

    Een woordvoerder van Aung San Suu Kyi, Zaw Htay, en een legerwoordvoerder reageerden niet op verzoeken om commentaar op deze reportage. Volgens Zaw Htay zijn de rechters in Myanmar onafhankelijk en krijgen de journalisten een eerlijk proces. De militairen hebben ontkend dat hun troepen in 2017 hebben deelgenomen aan etnische zuiveringen in de deelstaat Rakhine.

    Het verslag van Wa Lone en Kyaw Soe Oo over de moord op tien Rohingya-mannen werd in februari 2018 door Reuters gepubliceerd. Het artikel wekte misnoegen op bij de boeddhistische meerderheid waartoe de journalisten, Aung San Suu Kyi en de hoogste militaire leiders behoren. Velen van die meerderheid minachten de Rohingya, ze zien ze als buitenlandse indringers uit Zuid-Azië.

    Het was baanbrekende onderzoeksjournalistiek in Myanmar. Maar voor hun eigen volk was de zoektocht naar de waarheid van de journalisten een vorm van verraad. De dag na hun arrestatie werd de politie door de toenmalige president opgedragen de twee journalisten in staat van beschuldiging te stellen. Vervolgens verdwenen Wa Lone en Kyaw Soe Oo twee weken compleet van de radar.

    De twee kregen gevangenisstraf en zaten voornamelijk in de Insein-gevangenis in Yangon, een kolossaal, negentiende-eeuws gebouw uit de Engelse koloniale tijd waar duizenden politieke gevangenen opgesloten hebben gezeten, onder wie Aung San Suu Kyi voor een korte periode. Sinds januari 2017 hebben de twee journalisten al meer dan dertig keer voor de rechter moeten verschijnen.

    Het verhaal van de twee mannen en hun rol in het experiment met de persvrijheid in Myanmar is gereconstrueerd uit hun verklaringen en die van de politie in de rechtbank. Het is ook gebaseerd op andere verslagen van Wa Lone en Kyaw Soe Oo en op interviews met collega’s, familieleden en vrienden van de twee.

    Over deze reeks: ‘Myanmar Burning‘

    Deze intro maakt onderdeel uit van de reeks ‘Myanmar Burning’ van Reuters International, over de massamoorden op Rohingya in Myanmar en de gevangenname van de twee journalisten die hierover geschreven. De serie bestaat uit tien verhalen die steeds een ander aspect van deze zaak belichten. Wij publiceren in deze Reader het artikel Hatebook. De andere artikelen leest u hier. (in het Engels).

    Het vervolg op dit introductieverhaal kunt u hier lezen.

    Voor deze reeks won Reuters de Pulitzer Prize, vanwege de ‘scherpe weergave van de militaire eenheden en boeddhistische dorpsbewoners die verantwoordelijk zijn voor de systematische uitwijzing en moorden op Rohingya-moslims, uit Myanmar en de moedige verslaggeving die de verslaggevers in de gevangenis deed belanden’.

  • Brief uit de toekomst aan de Maldiviërs. ‘Iedereen wist dat jullie land ten dode was opgeschreven’

    Brief uit de toekomst aan de Maldiviërs. ‘Iedereen wist dat jullie land ten dode was opgeschreven’

    In 2009 vergaderde de regering van de Maldiven onder water, in duikerspak. Daarmee wilde zij de aandacht vestigen op de stijging van de zeespiegel, die een groot gevaar vormt voor de eilandengroep. De Ierse auteur en VN-adviseur Robert Templer richt zich tot de Maldiviër in ballingschap, als het land al lang verzwolgen is door de Indische Oceaan.

    Beste Maldiviër in ballingschap,

    Ik weet niet waar ik deze brief naartoe moet sturen, omdat ik geen idee heb waar je je bevindt. Misschien woon je ergens in de krap bemeten hoogbouw op een van de kunstmatige eilanden voor de kust van Nieuw-Zeeland, als je een van de gelukkigen bent. Of misschien woon je in een drijfnat vluchtelingenkamp buiten Thiruvananthapuram, als je pech hebt. Ik weet in elk geval waar je niet bent: Shanghai, New York, Mumbai, Singapore, Ho Chi Minhstad, Rangoon. Die grote handelscentra, door de koloniale machten riskant aan het water gebouwd, zullen slechts enkele decennia na de Maldiven onder water zijn komen te staan.

    Denk je vaak terug aan je oude huis? Voordat de golven je eilanden verzwolgen waren het prachtige oorden. Ze lagen zo plat in zee dat de hemel een enorm blauw gewelf was, dat zich bij zonsondergang vulde met torenhoge roze wolken. Het witte koraalzand was er zo puur dat zelfs het diepste water blauwtinten vertoonde die je nergens anders zag. Glinsterende zilverblauwe scholen vis zwommen over de riffen waaruit de eilanden in de loop van duizenden jaren waren verrezen.

    Elk jaar zwermden reuzenmanta’s met een spanwijdte van ruim een meter de lagunes binnen om zich tegoed te doen aan de overvloed aan micro-organismen, waarbij het leek alsof ze van pure vreugde uit het water sprongen. Het koraal ging enkele tientallen jaren nadat ik dit schreef dood; het was zo kwetsbaar dat het de stijgende temperaturen en de zuurtegraad van het water niet overleefde.

    Waterschaarste

    Toen ik in 2019 een tijdje op jullie eilanden verbleef, waren de voortekenen al zichtbaar. In de stad Addu zag je waterplassen op straat, brakke witte poelen die maar niet opdroogden. Er was geen zoet water meer, want dat was verdrongen door het stijgende zeewater en vervuild geraakt.

    Er viel steeds minder regen, waardoor het dunne laagje zoet water niet langer werd aangevuld. In de twintigste eeuw kon je nog bijna overal een put slaan en je had drinkwater. In Malé, ooit jullie hoofdstad, vestigden de mensen hun hoop op een ontziltingsinstallatie. Toen die door een brand werd uitgeschakeld, moesten er vanuit India flessen water worden ingevlogen. Er braken gevechten uit toen de mensen dachten dat de flessen opraakten.

    Nu je door toedoen van het klimaat in ballingschap verkeert, heb je misschien Carbon Ideologies van William T. Vollmann gelezen, een tweedelige, 1500 pagina’s tellende brief voor iedere toekomstige aardbewoner over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen met de aarde. Je hebt je er misschien doorheen geworsteld, niet alleen vanwege de dikte, de ondoorgrondelijke tabellen en de oeverloosheid, maar ook omdat het zo pijnlijk moet zijn om te lezen.

    Het laat zien dat we dom en zelfzuchtig waren, dat we weigerden te zien wat zich pal voor onze neus afspeelde, dat we de wetenschap afwezen en achter charlatans aanliepen. Het veroordeelde jullie tot dagen met temperaturen van in de 50 graden en elk jaar zware buien die anders eens in de duizend jaar voorkwamen. De meeste mensen hebben nog een land, een verbrand, geslonken land dat wordt geteisterd door branden en overstromingen, maar jij hebt er geen. Jullie zullen je eilanden op een gegeven moment hebben verlaten, met alleen nog een paar mensen op drijvende platforms die verankerd waren aan het dode koraal. 

    Heb jij nog steeds een paspoort? Bestaat je land nog in enigerlei vorm? Bestaat jullie grondgebied alleen nog uit ambassades? Wetenschappers begonnen al dat soort vragen te stellen. Zouden de Maldiven nog een land zijn met een zetel in de Verenigde Naties, een landnummer en een vlag, zodra ze geen grondgebied meer hadden en de bevolking niet meer in één gebied woonde? Wanneer hield een land eigenlijk op te bestaan?

    Volgens de zogeheten Montevideo-conventie beschikt een staat over grondgebied waar het merendeel van de bevolking woont. Wanneer een staat iemand weigert te erkennen, wordt diegene stateloos burger, een categorie waar de wereld al mee worstelde lang voordat jouw land verdween. Maar wanneer je staat verdwijnt, ben je niet officieel stateloos, je bestaat alleen niet meer volgens het internationaal recht. Toen ik dit schreef, hadden we nog geen antwoord op de vraag wat jij bent. We waren er zelfs niet eens naar op zoek.

    Vervullend toerisme

    Aan het begin van de eenentwintigste eeuw nam jouw land een gewaagde gok. De Maldiven omarmden een vorm van toerisme die waarschijnlijk tot de meest kooldioxide uitstotende behoorde. Vliegtuigen van de allergrootste typen voerden bezoekers aan vanaf bestemmingen op gemiddeld zo’n tien uur vliegen. De toeristen werden met krachtige motorsloepen of draagvleugelboten naar resorts gebracht waar 24 uur per dag ontziltingsinstallaties en generatoren draaiden.

    Al het eten werd geïmporteerd, grotendeels via de lucht. In het hoogseizoen waren er zo veel privévliegtuigen dat ze naar Colombo moesten uitwijken om te worden gestald. Het droeg allemaal bij aan de uitstoot van broeikasgassen die de oceaan opwarmden en deden uitzetten. De ongeveer honderd resorts, stuk voor stuk op een eigen eiland, boden elk een eigen mate van luxe om de gasten zich op een ongerept, verlaten eiland te laten wanen, tegen bakken geld én de hoge prijs van een enorme uitstoot aan broeikasgassen. Door villa’s à 65.000 dollar per nacht en onderwatersuites aan Russische oligarchen en Saoedische prinsen te verhuren, hoopte de bevolking genoeg geld binnen te halen om de eilanden op de een of andere manier te laten voortbestaan.

    Het mislukte. Niet omdat er niet genoeg geld was, maar omdat het ontbrak aan de wil om het op een zinnige manier te besteden. Jullie land was het rijkste van Zuid-Azië, een soort gedroomd ontwikkelingsland, gemeten naar de groei van het bruto binnenlands product. Maar jullie hadden te veel corrupte politici, te veel inhalige oligarchen en te veel gewelddadige bendes, terwijl jullie inwoners eronder gebukt gingen dat ze in een van de drukste, volste landen ter wereld leefden. Het was alsof Malé elk moment tot stilstand zou kunnen komen doordat het overal zó druk was op straat dat brommers, mensen en bestelbusjes elkaar nauwelijks meer konden passeren. De Malediviërs, geduldig en terughoudend als altijd, zouden simpelweg voor altijd stil blijven staan.

    Het ontbrak ons niet aan kennis; het kon ons gewoon niets schelen

    De Maldiven, een land van vissers, boeren, koop- en zeelui die verspreid leven over 180 eilandjes (van de ongeveer duizend in totaal), kwamen razendsnel in aanraking met de moderniteit. In nog geen vijftig jaar werd het van een afgelegen, bijna onbekend land een oord waar toeristen met vier tegen een in de meerderheid waren tegenover de plaatselijke bevolking. De tsunami van Kerst 2004 spoelde over de eilanden heen, een waarschuwing van wat komen zou.

    Velen zochten troost in het geloof. Steeds meer vrouwen bedekten het hoofd, steeds meer mannen bezochten de moskee. Pas in 2008 deed de democratie haar intrede, maar na tientallen jaren dictatuur bleek ze broos en weerspannig. De eerste door het volk gekozen president werd afgezet. Die erna manipuleerde de verkiezingen, bracht de vriendjes van de dictator opnieuw aan de macht en plunderde de staatskas. Door zijn inhaligheid en incompetentie leed hij algauw een verkiezingsnederlaag, waarna degenen die voor een opener, tolerantere samenleving waren weer aan de macht kwamen.

    Corruptie

    Maar het kwaad was al geschied. De corruptie had wortel geschoten. Degenen die economisch gezien de touwtjes in handen hadden, zaten ook achter de bendes, de drugs, de rechtspraak, de tv-zenders, de religieuze leiders en het parlement. De machinerie van het landsbestuur beschikte over alle tandwielen die nodig waren voor een moderne samenleving, maar ze grepen niet in elkaar en er gebeurde niets. Het bleek een onhaalbare kaart om tegelijkertijd het land te hervormen en de steeds grotere schuld aan China af te lossen.

    En zo kwam het dat de Maldiven geen plan hadden om zich aan te passen aan de stijgende zeespiegel. Degenen aan de top kochten een uitwijkmogelijkheid in Londen, Colombo, Parijs of Sydney. Er verdween steeds meer geld naar het buitenland. Er werden enorme toeristenresorts gebouwd, die onder de aandacht werden gebracht van een wereldwijde elite die een vakantie wilde in schitterende afzondering, ver weg van de giftige dampen van Beijing of New Delhi. Malé werd een stad van eilanden en torens, de riffen van de Faafu-atol werden een kring van bruggen en steeds vollere eilanden.

    Screen Shot 2021 01 15 at 4.12.32 PM

    Jullie religieuze leiders wuifden de milieuproblemen weg. God zou ze verhoeden. ‘Er zijn altijd evenveel vissen in zee geweest als er regendruppels op het water vallen,’ zei een van hen. Het land verbruikte elk jaar meer olie, de uitstoot nam toe, maar stelde nog altijd niets voor vergeleken bij de wereldwijde uitstoot. Jullie land was niet de oorzaak van de klimaatverandering. Dat was vooral het Westen, hoewel jullie leven aan het begin van de eenentwintigste eeuw werd gedicteerd door India, jullie beschermheer en naaste buur, en door China, jullie donorland, eigenaar van de resorts en goed voor de meeste toeristen.

    Zeventig jaar voordat jullie eilanden onder water kwamen te staan, wisten we dat de klimaatverandering een verwoestende uitwerking zou hebben. In 1990 bracht het klimaatpanel van de Verenigde Naties zijn eerste rapport over de verandering uit, een behoedzaam geformuleerd wetenschappelijk compendium dat er bij alle landen op aandrong de uitstoot van kooldioxide te beperken. Sommige landen troffen ingrijpende maatregelen, maar door de mondiale stijging van de welvaart was de uitstoot in 2014 alsnog 60 procent hoger dan een kwarteeuw eerder.

    Te abstract

    Het ontbrak ons niet aan kennis; het kon ons gewoon niets schelen, of we beseften de gevolgen van onze daden niet. De communicatie was onderdeel van het probleem, naast de beperkingen van ons denken en de wens om maar niet over het onbekende te hoeven nadenken. Klimaatverandering werd wel een ‘hyperobject’ genoemd: een onderwerp dat te groot en te ingewikkeld was om te bevatten. Het zorgde allemaal voor een gevoel van machteloosheid dat leidde tot lusteloosheid. Vollmanns uitputtende opsomming van feiten over koolstof en de dodelijke gevolgen ervan waren een afspiegeling van de klimaatverandering zelf: te groot en te deprimerend om te overzien, te overweldigend en te angstaanjagend om je ermee bezig te kunnen blijven houden.

    Maar zelfs het dunnere De onbewoonbare aarde van journalist David Wallace-Wells, een overzicht van de meest geavanceerde kennis over wat er tot 2019 allemaal was gebeurd, inclusief betrouwbare voorspellingen van wat ons nog te wachten stond, riep het verlangen op de ogen te sluiten voor de verschrikkingen. Halverwege het boek vroeg Wallace-Wells zich zelfs af of zijn lezers niet al waren afgehaakt.

    Het ging ons op een abstracte manier aan het hart, maar niet genoeg om de reële problemen aan te pakken. We waren geobsedeerd door de stijging van de zeespiegel: iedereen wist dat jullie land ten dode was opgeschreven. Alleen al in 2017 verdween er op Antarctica 200 miljard ton ijs. Maar we hadden veel minder aandacht voor andere problemen die aan klimaatverandering werden toegeschreven: de steeds vaker voorkomende hittegolven die aan jong én oud het leven kostten, de slinkende oogsten en alarmerend lage voedingswaarde van gewassen, de stijgende temperaturen en steeds langere droogte die het aantal zelfmoorden onder Indiase boeren met elke graad verder opstuwden, de watertekorten die steden overal ter wereld troffen doordat het grondwaterpeil daalde en de 28.000 Chinese rivieren die in slechts tien jaar tijd zouden zijn verdwenen.

    Het probleem was in zekere zin een gebrek aan verbeelding. Verschillende schrijvers wezen daarop, onder wie vooral Amitav Ghosh in zijn The Great Derangement. Hij beklaagde zich erover dat geen enkele fictieauteur zich succesvol met klimaatverandering bezighield. Maar zoals Wallace Wells opmerkte, barstte het in films en op tv van beelden over een grimmige toekomst: de ‘Winter Is Coming’-voorspelling uit Game of Thrones en de veel realistischer droogte van de vervolgen op Mad Max en Blade Runner. Maar die deden eerder dienst als afleiding dan als waarschuwing.

    Geen film of roman kon de schaal van de klimaatverandering bevatten, die bovendien niet paste bij de conventies van de roman. Er was geen eenzame held en geen kans op verlossing, geen beweging die de wereld veranderde, geen duidelijke spanningsboog, geen pakkend verhaal over een betere toekomst. Een roman die uitweidde over het gegeven dat we al zo veel koolstof de atmosfeer in hadden gepompt dat we de aarde onherroepelijk veranderden, zou de aandacht van de lezers maar moeilijk kunnen vasthouden. Zelfs toen de wetenschap nog preciezer werd – de computermodellen werden in de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw veel beter – wendden we onze blik af.

    Elk jaar leidden bitcoins tot evenveel uitstoot als een miljoen trans-Atlantische vluchten

    Dus we wisten wat jullie te wachten stond, maar we konden ons er op de een of andere manier niet toe zetten om zelfs maar de schade te beperken. Al in 2018 was het waarschijnlijk te laat om de stijging van de temperatuur met 2 graden tegen te houden, want kooldioxide en methaan kunnen eeuwenlang in de atmosfeer blijven. Maar we hadden de rampzalige verdere stijging kunnen voorkomen. In plaats daarvan strompelden we onnadenkend voort als klimaatzombies die niet in staat waren de toekomst die we schiepen te overdenken.

    Als we in 2000 waren begonnen, dan hadden we de uitstoot van kooldioxide kunnen beperken met een hanteerbare 3 procent per jaar om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. Als we in 2019 waren begonnen, zou dat 10 procent per jaar zijn geweest. Dat zou ons jaarlijks ongeveer 3 biljoen dollar aan investeringen in schone energie hebben gekost, zodat we de opwarming tot 1,5 graad zouden beperken. Dat is een enorm bedrag, maar nog altijd minder dan de ongeveer 5 biljoen per jaar aan subsidies voor fossiele brandstoffen.

    Wallace-Wells becijferde dat de wereldwijde kooldioxide-uitstoot met 35 procent had kunnen worden beperkt, als de rijkste 10 procent van de wereldbevolking zijn uitstoot zou hebben beperkt tot het gemiddelde niveau in de Europese Unie. Ons gebrek aan politieke wil, in combinatie met leiders die publiekelijk elke poging om het probleem ook maar enigszins in te dammen belachelijk maakten, maakte dat onmogelijk. Als we op de weg zouden blijven die we waren ingeslagen, dan zou het vierhonderd jaar duren om de groene-energierevolutie tot stand te brengen die een einde zou maken aan fossiele brandstoffen, iets dat we binnen dertig jaar hadden moeten doen.

    Niet alleen kleunden we politiek mis en waren we bevooroordeeld, we geloofden ook, heel dom, dat het dankzij de technologie wel goed zou komen. (‘Elon Musk zal ons redden, en zo niet, dan brengt hij ons met een raket naar een andere planeet!’) Terwijl we op onze techmessias zaten te wachten, begonnen we paradoxaal genoeg de wetenschap te wantrouwen. ‘Deskundigen’ wilden vlees eten verbieden en onze SUV’s vervangen door veel kleinere autootjes: koekblikken.

    Bitcoins

    We waren dommer dan dom. We waren roekeloos en vergoelijkend op een manier die je stuitend zult vinden. Iemand vond een nieuwe munteenheid voor speculanten en witwassers uit, de bitcoin. Om die te produceren, moesten hallen vol energievretende computers codes kraken, iets wat mining heet, ‘delven’, maar in feite een volledig kunstmatig proces was dat kon worden beheerst door het algoritme enigszins te herschrijven. De hoeveelheid energie die het kostte was verbijsterend: een munteenheid maken die geen enkel publiek doel diende, kostte evenveel energie als werd verkregen uit alle zonnepanelen die tot 2018 wereldwijd waren geïnstalleerd. Elk jaar leidden bitcoins tot de uitstoot van evenveel kooldioxide als een miljoen trans-Atlantische vluchten.

    Met een verspilling op een dergelijke schaal leek het niet langer de moeite om de veranderingen in gang te zetten die we moesten doorvoeren. We zouden allemaal in elektrische autootjes kunnen gaan rijden en vegaburgers kunnen gaan eten, maar de voordelen zouden bij lange na niet opwegen tegen de uitbreiding van alleen al de kolenindustrie van India. China stortte aan het begin van de eenentwintigste eeuw in drie jaar tijd evenveel beton als de Verenigde Staten in de hele eeuw daarvoor. En dat gebeurde vooral om ervoor te zorgen dat de Communistische Partij de groei kon volhouden die ze nodig achtte om in het zadel te blijven. Alles wat we als individu hadden kunnen doen, werd totaal nutteloos door de beslissingen van het Politburo.

    Elke poging om de uitstoot te verminderen of de opwarming tegen te gaan bracht kosten met zich mee die we niet konden opbrengen. Biobrandstof betekende dat er meer bos werd gekapt, waardoor de koolstof vrijkwam die erin lag opgeslagen. Zwaveldioxide in de atmosfeer brengen om de aarde te laten afkoelen, zoals dat bij vulkaanuitbarstingen gebeurt, betekende zure regen en nog meer verstoringen van het weer. Kooldioxide van kolencentrales afvangen zou betaalbaar zijn geweest als we een belasting op uitstoot hadden kunnen opleggen; het scheen politici iets nagenoeg onmogelijks toe.

    Maar kooldioxide daadwerkelijk uit de atmosfeer halen met behulp van zogeheten negatieve-emissietechnologie klonk als toekomstmuziek: het kostte zo’n 1000 dollar per ton kooldioxide [in Nederland werd in 2017 zo’n 163 miljoen ton kooldioxide uitgestoten]. Door ons vermogen tot magisch denken zagen we over het hoofd wat Howard Herzog in zijn korte gids over koolstofopslag schreef: ‘De beste manier om CO₂ uit de lucht te halen is ervoor te zorgen dat die er niet in komt.’

    Laatste generatie

    Ik zat op een breed strand op het eiland Kinolhas, onderdeel van de Raa-atol, een gebied in het noorden van de Maldiven dat door de Verenigde Naties is uitgeroepen tot World Biosphere Reserve, naar bleek een zinloze aanduiding. Het was vroeg in de avond, de zon ging onder en gezinnen zaten op het witte zand. Op de Maldiven werd de warmte rond de evenaar altijd getemperd door de zee en de wind.

    De temperatuur van lucht en water was perfect. Een catamaran lag zo’n honderd meter voor anker uit de kust, bij het onbewoonde ‘picknickeiland’ naast Kinolhas, waar de plaatselijke bewoners palmbladeren en kokosnoten vandaan haalden. Het Nederlandse gezin dat het schip had gehuurd was er gebakken rijst met tonijn komen eten en gaan snorkelen boven het rif. In de loop van duizenden jaren hadden papegaaivissen zich een weg door het koraal gevreten en het vermalen tot het talkachtige zand waaruit het eiland bestond; elke vis was goed voor zo’n half pond zand per dag.

    Waarschijnlijk denk je met weemoed aan je oude vaderland terug. De Maldiven van vroeger waren zeker geen paradijs. Je had er werkloosheid, heroïneverslaving, corruptie en bekrompenheid. Saoedische geestelijken legden hun harde normen op aan mensen die hadden geleerd dat compromissen sluiten van groot belang was wanneer je op een eilandje op elkaars lip leefde. Maar laat in de middag op Kinolhas was het leven onweerstaanbaar loom en vredig.

    Palmen en grote moringastruiken onttrokken de huizen op het eiland aan het zicht, waarvan de meeste een eind van het strand af waren gebouwd. De muren van koraal die de binnenplaatsen en de huizen tegen de wereld beschermden, waren fuchsiapaars en wit geschilderd. Een jongetje hielp zijn moeder de bougainvilles water te geven die in potten rond het huis stonden en werd natter dan de planten. Terwijl hun moeders stonden te praten, zaten de kinderen elkaar tussen de palmen achterna. Die kinderen zouden de laatste generatie zijn die deze wereld zou kennen.

    In #117 publiceerden wij een voor de European Press Prize genomineerd artikel van oorlogsverslaggeefster Francesca Borri. Borri schreef dat de Maldiven minder paradijselijk zijn dan ze lijken. Het eilandenrijk telt het hoogste aantal Syriëgangers per hoofd van de bevolking, de doodstraf is heringevoerd, de sharia geformaliseerd en op het stelen van een mango staat een lange celstraf.

  • Dossier: European Press Prize

    Dossier: European Press Prize

    Voor de vierde keer maakt 360 Magazine een selectie uit de shortlist van de European Press Prize.

    We kozen de volgende verhalen: het verontrustende ‘Trigger Warning’, over wat honderden Noorse meisjes aan diepe psychische problemen met elkaar delen op een geheim Instagram-account. Waarom de actualiteit de werkelijkheid vaak overtoept, van de onvolprezen Oliver Burkeman. En om te laten zien dat verweer tegen afpersing en discriminatie loont, een menswaardig slotstuk over winkeliers in Palermo.

    EPP

    De European Press Prize (EPP) bekroont jaarlijks de beste journalistiek en is bestemd voor journalisten uit alle 47 landen van de Raad van Europa.

    Dus ook voor landen van buiten de EU, zoals Zwitserland en Noorwegen. De EPP werd in 2012 opgericht en is inmiddels toe aan zijn achtste editie. Doel van de prijs is om kwaliteitsjournalistiek te stimuleren en de beste journalisten van Europa een podium te geven.

    Er zijn vier vaste categorieën: onderzoeksjournalistiek, opinie, reportages en innovatie. Die laatste categorie is bedoeld voor journalistieke vernieuwingen in gedrukte vorm of digitaal, die een belangrijke bijdrage leveren aan de toekomst van de journalistiek. Daarnaast mag de jury jaarlijks een speciale juryprijs uit te reiken. Winnaars ontvangen 10.000 euro, te besteden aan een journalistiek project naar keuze.

    De oprichters van EPP zijn Vereniging Veronica, Stichting Democratie en Media, The Guardian Foundation, MIDF, Thomson Reuters Foundation, Politiken en Jyllands Posten. De jury staat onder voorzitterschap van Sylvie Kauffmann, voormalig hoofdredacteur van Le Monde.

    DE WINNAARS VAN DIT JAAR
    ▪ Distinguished Reporting Award: ‘The Uyghur women fighting China’s surveillance state’ – Isobel Cockerell
    ▪ Opinion Award: ‘How we stopped being comrades’ – Beata Balogová
    ▪ Investigative Reporting Award: ‘Trigger Warning’ – Annemarte Moland, Even Kjølleberg, Ruben Solvang
    ▪ Innovation Award: ‘How DoR organized an all-team pop-up newsroom in Transylvania’ – Decât o Revistă
    ▪ Special Award: Balkan Investigative Reporting Network

  • Alomtegenwoordig nieuws

    Alomtegenwoordig nieuws

    Dat we elke dag nieuw nieuws hebben, betekent niet dat het oude nieuws geen nieuws meer is. Integendeel, soms is het oude nieuws zelfs nieuwer of in ieder geval actueler dan het nieuwe.

    Bij elke wereldschokkende gebeurtenis richten de media zich in alle volledigheid op wat het zwaartepunt van de werkelijkheid lijkt te zijn. Nu, we kunnen er moeilijk omheen, gaat het vooral over het vleugellam leggen van het coronavirus, maar, moeilijk voor te stellen, straks in de toekomst kaapt een andere bom onze volledige aandacht.

    Welke impact de aandachtseconomie heeft op de consument die het als morele plicht van goed burgerschap ziet om geïnformeerd te zijn, beschreef de Britse journalist Oliver Burkeman een jaar geleden in The Guardian. Zijn analyse werd genomineerd voor de European Press Prize en komt via die omweg alsnog terecht in 360.

    Burkeman signaleert op zich geen nieuwe ontwikkelingen wat het nieuwsaanbod betreft. Al sinds 1980 draait wat als nieuws beschouwd of getorpedeerd wordt met de klok mee. De vergroeiing met apparaten die ons oorspronkelijk alleen met elkaar zouden moeten verbinden, is al lang gaande, maar de mate waarin nieuwsconsumptie al het andere kan overschaduwen is de laatste jaren behoorlijk toegenomen.

    Alsof de hiërarchie daarin is weggevallen.

    Alsof we er niet onderuit kunnen.

    Alsof nieuws alomtegenwoordig is.

    Hoe actiever de inzet, hoe meer recht jouw perspectief op de werkelijkheid aan gezag wint. Tenminste, zo voelt het

    Een ‘sluipende kolonisering van onze persoonlijke werkelijkheidsbeleving door de actualiteit’, zoals Burkeman het noemt. Een soort nieuwe moraal waarin wegkijken kwalijk is en iedereen die weigert mee te doen aan de dagelijkse mediaconsumptie een deserteur wordt. Want als de democratische mogelijkheden er zijn, dien je er gebruik van te maken.

    Bij elke piek kan iedere consument dus een reactie plaatsen, wat in de meeste gevallen een verongelijkte zal zijn waarin hij of zij altijd bijval oogst, zodat de woede aan het einde van de rit legitiem voelt. Het cruciale verschil ligt volgens Burkeman in die illusie: dat je door actief deel te nemen automatisch invloed op de uitkomst zult hebben (uitzonderingen daargelaten). Hoe actiever de inzet, hoe meer recht jouw perspectief op de werkelijkheid aan gezag wint. Tenminste, zo voelt het.

    Die ‘sluipende kolonisering van onze persoonlijke werkelijkheidsbeleving door de actualiteit’ leidt ons wellicht op tot geïnformeerde burgers die hun mond weten te roeren, maar het drukt ons ook met de neus op een ander jammerlijk feit: we kunnen er in ons eentje weinig aan veranderen.

    Daarom is samenwerken de sleutel tot verandering, en niet samenzweren.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 1. Land uit zicht

    1. Land uit zicht

    In 2009 vergaderde de regering van de Maldiven onder water, in duikerspak. Daarmee wilde zij de aandacht vestigen op de stijging van de zeespiegel, die een groot gevaar vormt voor de eilandengroep. De Ierse auteur en VN-adviseur Robert Templer richt zich tot de Maldiviër in ballingschap, als het land al lang verzwolgen is door de Indische Oceaan.

    Waterschaarste

    Toen ik in 2019 een tijdje op jullie eilanden verbleef, waren de voortekenen al zichtbaar. In de stad Addu zag je waterplassen op straat, brakke witte poelen die maar niet opdroogden. Er was geen zoet water meer, want dat was verdrongen door het stijgende zeewater en vervuild geraakt.

    Er viel steeds minder regen, waardoor het dunne laagje zoet water niet langer werd aangevuld. In de twintigste eeuw kon je nog bijna overal een put slaan en je had drinkwater. In Malé, ooit jullie hoofdstad, vestigden de mensen hun hoop op een ontziltingsinstallatie. Toen die door een brand werd uitgeschakeld, moesten er vanuit India flessen water worden ingevlogen. Er braken gevechten uit toen de mensen dachten dat de flessen opraakten.

    Nu je door toedoen van het klimaat in ballingschap verkeert, heb je misschien Carbon Ideologies van William T. Vollmann gelezen, een tweedelige, 1500 pagina’s tellende brief voor iedere toekomstige aardbewoner over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen met de aarde. Je hebt je er misschien doorheen geworsteld, niet alleen vanwege de dikte, de ondoorgrondelijke tabellen en de oeverloosheid, maar ook omdat het zo pijnlijk moet zijn om te lezen.

    © Mohamed Nashah / Unsplash
    © Mohamed Nashah / Unsplash

    Het laat zien dat we dom en zelfzuchtig waren, dat we weigerden te zien wat zich pal voor onze neus afspeelde, dat we de wetenschap afwezen en achter charlatans aanliepen. Het veroordeelde jullie tot dagen met temperaturen van in de 50 graden en elk jaar zware buien die anders eens in de duizend jaar voorkwamen. De meeste mensen hebben nog een land, een verbrand, geslonken land dat wordt geteisterd door branden en overstromingen, maar jij hebt er geen. Jullie zullen je eilanden op een gegeven moment hebben verlaten, met alleen nog een paar mensen op drijvende platforms die verankerd waren aan het dode koraal. 

    Heb jij nog steeds een paspoort? Bestaat je land nog in enigerlei vorm? Bestaat jullie grondgebied alleen nog uit ambassades? Wetenschappers begonnen al dat soort vragen te stellen. Zouden de Maldiven nog een land zijn met een zetel in de Verenigde Naties, een landnummer en een vlag, zodra ze geen grondgebied meer hadden en de bevolking niet meer in één gebied woonde? Wanneer hield een land eigenlijk op te bestaan?

    Volgens de zogeheten Montevideo-conventie beschikt een staat over grondgebied waar het merendeel van de bevolking woont. Wanneer een staat iemand weigert te erkennen, wordt diegene stateloos burger, een categorie waar de wereld al mee worstelde lang voordat jouw land verdween. Maar wanneer je staat verdwijnt, ben je niet officieel stateloos, je bestaat alleen niet meer volgens het internationaal recht. Toen ik dit schreef, hadden we nog geen antwoord op de vraag wat jij bent. We waren er zelfs niet eens naar op zoek.

    Vervuilend toerisme

    Aan het begin van de eenentwintigste eeuw nam jouw land een gewaagde gok. De Maldiven omarmden een vorm van toerisme die waarschijnlijk tot de meest kooldioxide uitstotende behoorde. Vliegtuigen van de allergrootste typen voerden bezoekers aan vanaf bestemmingen op gemiddeld zo’n tien uur vliegen. De toeristen werden met krachtige motorsloepen of draagvleugelboten naar resorts gebracht waar 24 uur per dag ontziltingsinstallaties en generatoren draaiden.

    Al het eten werd geïmporteerd, grotendeels via de lucht. In het hoogseizoen waren er zo veel privévliegtuigen dat ze naar Colombo moesten uitwijken om te worden gestald. Het droeg allemaal bij aan de uitstoot van broeikasgassen die de oceaan opwarmden en deden uitzetten. De ongeveer honderd resorts, stuk voor stuk op een eigen eiland, boden elk een eigen mate van luxe om de gasten zich op een ongerept, verlaten eiland te laten wanen, tegen bakken geld én de hoge prijs van een enorme uitstoot aan broeikasgassen. Door villa’s à 65.000 dollar per nacht en onderwatersuites aan Russische oligarchen en Saoedische prinsen te verhuren, hoopte de bevolking genoeg geld binnen te halen om de eilanden op de een of andere manier te laten voortbestaan.

    Het mislukte. Niet omdat er niet genoeg geld was, maar omdat het ontbrak aan de wil om het op een zinnige manier te besteden. Jullie land was het rijkste van Zuid-Azië, een soort gedroomd ontwikkelingsland, gemeten naar de groei van het bruto binnenlands product. Maar jullie hadden te veel corrupte politici, te veel inhalige oligarchen en te veel gewelddadige bendes, terwijl jullie inwoners eronder gebukt gingen dat ze in een van de drukste, volste landen ter wereld leefden. Het was alsof Malé elk moment tot stilstand zou kunnen komen doordat het overal zó druk was op straat dat brommers, mensen en bestelbusjes elkaar nauwelijks meer konden passeren. De Malediviërs, geduldig en terughoudend als altijd, zouden simpelweg voor altijd stil blijven staan.

    Het ontbrak ons niet aan kennis; het kon ons gewoon niets schelen

    De Maldiven, een land van vissers, boeren, koop- en zeelui die verspreid leven over 180 eilandjes (van de ongeveer duizend in totaal), kwamen razendsnel in aanraking met de moderniteit. In nog geen vijftig jaar werd het van een afgelegen, bijna onbekend land een oord waar toeristen met vier tegen een in de meerderheid waren tegenover de plaatselijke bevolking. De tsunami van Kerst 2004 spoelde over de eilanden heen, een waarschuwing van wat komen zou.

    Velen zochten troost in het geloof. Steeds meer vrouwen bedekten het hoofd, steeds meer mannen bezochten de moskee. Pas in 2008 deed de democratie haar intrede, maar na tientallen jaren dictatuur bleek ze broos en weerspannig. De eerste door het volk gekozen president werd afgezet. Die erna manipuleerde de verkiezingen, bracht de vriendjes van de dictator opnieuw aan de macht en plunderde de staatskas. Door zijn inhaligheid en incompetentie leed hij algauw een verkiezingsnederlaag, waarna degenen die voor een opener, tolerantere samen-leving waren weer aan de macht kwamen.

    Corruptie

    Maar het kwaad was al geschied. De corruptie had wortel geschoten. Degenen die economisch gezien de touwtjes in handen hadden, zaten ook achter de bendes, de drugs, de rechtspraak, de tv-zenders, de religieuze leiders en het parlement. De machinerie van het landsbestuur beschikte over alle tandwielen die nodig waren voor een moderne samenleving, maar ze grepen niet in elkaar en er gebeurde niets. Het bleek een onhaalbare kaart om tegelijkertijd het land te hervormen en de steeds grotere schuld aan China af te lossen.

    En zo kwam het dat de Maldiven geen plan hadden om zich aan te passen aan de stijgende zeespiegel. Degenen aan de top kochten een uitwijkmogelijkheid in Londen, Colombo, Parijs of Sydney. Er verdween steeds meer geld naar het buitenland. Er werden enorme toeristenresorts gebouwd, die onder de aandacht werden gebracht van een wereldwijde elite die een vakantie wilde in schitterende afzondering, ver weg van de giftige dampen van Beijing of New Delhi. Malé werd een stad van eilanden en torens, de riffen van de Faafu-atol werden een kring van bruggen en steeds vollere eilanden.

    kaart

    Jullie religieuze leiders wuifden de milieuproblemen weg. God zou ze verhoeden. ‘Er zijn altijd evenveel vissen in zee geweest als er regendruppels op het water vallen,’ zei een van hen. Het land verbruikte elk jaar meer olie, de uitstoot nam toe, maar stelde nog altijd niets voor ver-geleken bij de wereldwijde uitstoot. Jullie land was niet de oorzaak van de klimaatverandering. Dat was vooral het Westen, hoewel jullie leven aan het begin van de eenentwintigste eeuw werd gedicteerd door India, jullie beschermheer en naaste buur, en door China, jullie donorland, eigenaar van de resorts en goed voor de meeste toeristen.

    Zeventig jaar voordat jullie eilanden onder water kwamen te staan, wisten we dat de klimaatverandering een verwoestende uitwerking zou hebben. In 1990 bracht het klimaatpanel van de Verenigde Naties zijn eerste rapport over de verandering uit, een behoedzaam geformuleerd wetenschappelijk compendium dat er bij alle landen op aandrong de uitstoot van kooldioxide te beperken. Sommige landen troffen ingrijpende maatregelen, maar door de mondiale stijging van de welvaart was de uitstoot in 2014 alsnog 60 procent hoger dan een kwarteeuw eerder.

    Te abstract

    Het ontbrak ons niet aan kennis; het kon ons gewoon niets schelen, of we beseften de gevolgen van onze daden niet. De communicatie was onderdeel van het probleem, naast de beperkingen van ons denken en de wens om maar niet over het onbekende te hoeven nadenken. Klimaatverandering werd wel een ‘hyperobject’ genoemd: een onderwerp dat te groot en te ingewikkeld was om te bevatten. Het zorgde allemaal voor een gevoel van machteloosheid dat leidde tot lusteloosheid. Vollmanns uitputtende opsomming van feiten over koolstof en de dodelijke gevolgen ervan waren een afspiegeling van de klimaat-verandering zelf: te groot en te deprimerend om te overzien, te overweldigend en te angstaanjagend om je ermee bezig te kunnen blijven houden.

    Maar zelfs het dunnere De onbewoonbare aarde van journalist David Wallace-Wells, een overzicht van de meest geavanceerde kennis over wat er tot 2019 allemaal was gebeurd, inclusief betrouwbare voorspellingen van wat ons nog te wachten stond, riep het verlangen op de ogen te sluiten voor de verschrikkingen. Halverwege het boek vroeg Wallace-Wells zich zelfs af of zijn lezers niet al waren afgehaakt.

    Het ging ons op een abstracte manier aan het hart, maar niet genoeg om de reële problemen aan te pakken. We waren geobsedeerd door de stijging van de zeespiegel: iedereen wist dat jullie land ten dode was opgeschreven. Alleen al in 2017 verdween er op Antarctica 200 miljard ton ijs. Maar we hadden veel minder aandacht voor andere problemen die aan klimaatverandering werden toegeschreven: de steeds vaker voorkomende hittegolven die aan jong én oud het leven kostten, de slinkende oogsten en alarmerend lage voedingswaarde van gewassen, de stijgende temperaturen en steeds langere droogte die het aantal zelfmoorden onder Indiase boeren met elke graad verder opstuwden, de watertekorten die steden overal ter wereld troffen doordat het grondwaterpeil daalde en de 28.000 Chinese rivieren die in slechts tien jaar tijd zouden zijn verdwenen.

    Het probleem was in zekere zin een gebrek aan verbeelding. Verschillende schrijvers wezen daarop, onder wie vooral Amitav Ghosh in zijn The Great Derangement. Hij beklaagde zich erover dat geen enkele fictieauteur zich succesvol met klimaatverandering bezighield. Maar zoals Wallace Wells opmerkte, barstte het in films en op tv van beelden over een grimmige toekomst: de ‘Winter Is Coming’-voorspelling uit Game of Thrones en de veel realistischer droogte van de vervolgen op Mad Max en Blade Runner. Maar die deden eerder dienst als afleiding dan als waarschuwing.

    Geen film of roman kon de schaal van de klimaatverandering bevatten, die bovendien niet paste bij de conventies van de roman. Er was geen eenzame held en geen kans op verlossing, geen beweging die de wereld veranderde, geen duidelijke spanningsboog, geen pakkend verhaal over een betere toekomst. Een roman die uitweidde over het gegeven dat we al zo veel koolstof de atmosfeer in hadden gepompt dat we de aarde onherroepelijk veranderden, zou de aandacht van de lezers maar moeilijk kunnen vasthouden. Zelfs toen de wetenschap nog preciezer werd – de computermodellen werden in de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw veel beter – wendden we onze blik af.

    Elk jaar leidden bitcoins tot evenveel uitstoot als een miljoen trans-Atlantische vluchten

    Dus we wisten wat jullie te wachten stond, maar we konden ons er op de een of andere manier niet toe zetten om zelfs maar de schade te beperken. Al in 2018 was het waarschijnlijk te laat om de stijging van de temperatuur met 2 graden tegen te houden, want kooldioxide en methaan kunnen eeuwenlang in de atmosfeer blijven. Maar we hadden de rampzalige verdere stijging kunnen voorkomen. In plaats daarvan strompelden we onnadenkend voort als klimaatzombies die niet in staat waren de toekomst die we schiepen te overdenken.

    Als we in 2000 waren begonnen, dan hadden we de uitstoot van kooldioxide kunnen beperken met een hanteerbare 3 procent per jaar om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. Als we in 2019 waren begonnen, zou dat 10 procent per jaar zijn geweest. Dat zou ons jaarlijks ongeveer 3 biljoen dollar aan investeringen in schone energie hebben gekost, zodat we de opwarming tot 1,5 graad zouden beperken. Dat is een enorm bedrag, maar nog altijd minder dan de ongeveer 5 biljoen per jaar aan subsidies voor fossiele brandstoffen.

    Wallace-Wells becijferde dat de wereldwijde kooldioxide-uitstoot met 35 procent had kunnen worden beperkt, als de rijkste 10 procent van de wereldbevolking zijn uitstoot zou hebben beperkt tot het gemiddelde niveau in de Europese Unie. Ons gebrek aan politieke wil, in combinatie met leiders die publiekelijk elke poging om het probleem ook maar enigszins in te dammen belachelijk maakten, maakte dat onmogelijk. Als we op de weg zouden blijven die we waren ingeslagen, dan zou het vierhonderd jaar duren om de groene-energierevolutie tot stand te brengen die een einde zou maken aan fossiele brandstoffen, iets dat we binnen dertig jaar hadden moeten doen.

    Niet alleen kleunden we politiek mis en waren we bevooroordeeld, we geloofden ook, heel dom, dat het dankzij de technologie wel goed zou komen. (‘Elon Musk zal ons redden, en zo niet, dan brengt hij ons met een raket naar een andere planeet!’) Terwijl we op onze techmessias zaten te wachten, begonnen we paradoxaal genoeg de wetenschap te wantrouwen. ‘Deskundigen’ wilden vlees eten verbieden en onze SUV’s vervangen door veel kleinere autootjes: koekblikken.

    Bitcoins

    We waren dommer dan dom. We waren roekeloos en vergoelijkend op een manier die je stuitend zult vinden. Iemand vond een nieuwe munteenheid voor speculanten en witwassers uit, de bitcoin. Om die te produceren, moesten hallen vol energievretende computers codes kraken, iets wat mining heet, ‘delven’, maar in feite een volledig kunstmatig proces was dat kon worden beheerst door het algoritme enigszins te herschrijven. De hoeveelheid energie die het kostte was verbijsterend: een munteenheid maken die geen enkel publiek doel diende, kostte evenveel energie als werd verkregen uit alle zonnepanelen die tot 2018 wereldwijd waren geïnstalleerd. Elk jaar leidden bitcoins tot de uitstoot van evenveel kooldioxide als een miljoen trans-Atlantische vluchten.

    Met een verspilling op een dergelijke schaal leek het niet langer de moeite om de veranderingen in gang te zetten die we moesten doorvoeren. We zouden allemaal in elektrische autootjes kunnen gaan rijden en vegaburgers kunnen gaan eten, maar de voordelen zouden bij lange na niet opwegen tegen de uitbreiding van alleen al de kolenindustrie van India. China stortte aan het begin van de eenentwintigste eeuw in drie jaar tijd evenveel beton als de Verenigde Staten in de hele eeuw daarvoor. En dat gebeurde vooral om ervoor te zorgen dat de Communistische Partij de groei kon volhouden die ze nodig achtte om in het zadel te blijven. Alles wat we als individu hadden kunnen doen, werd totaal nutteloos door de beslissingen van het Politburo.

    Elke poging om de uitstoot te verminderen of de opwarming tegen te gaan bracht kosten met zich mee die we niet konden opbrengen. Biobrandstof betekende dat er meer bos werd gekapt, waardoor de koolstof vrijkwam die erin lag opgeslagen. Zwaveldioxide in de atmosfeer brengen om de aarde te laten afkoelen, zoals dat bij vulkaanuitbarstingen gebeurt, betekende zure regen en nog meer verstoringen van het weer. Kooldioxide van kolencentrales afvangen zou betaalbaar zijn geweest als we een belasting op uitstoot hadden kunnen opleggen; het scheen politici iets nagenoeg onmogelijks toe.

    Maar kooldioxide daadwerkelijk uit de atmosfeer halen met behulp van zogeheten negatieve-emissietechnologie klonk als toekomstmuziek: het kostte zo’n 1000 dollar per ton kooldioxide [in Nederland werd in 2017 zo’n 163 miljoen ton kooldioxide uitgestoten]. Door ons vermogen tot magisch denken zagen we over het hoofd wat Howard Herzog in zijn korte gids over koolstofopslag schreef: ‘De beste manier om CO₂ uit de lucht te halen is ervoor te zorgen dat die er niet in komt.’

    Laatste generatie

    Ik zat op een breed strand op het eiland Kinolhas, onderdeel van de Raa-atol, een gebied in het noorden van de Maldiven dat door de Verenigde Naties is uitgeroepen tot World Biosphere Reserve, naar bleek een zinloze aanduiding. Het was vroeg in de avond, de zon ging onder en gezinnen zaten op het witte zand. Op de Maldiven werd de warmte rond de evenaar altijd getemperd door de zee en de wind.

    De temperatuur van lucht en water was perfect. Een catamaran lag zo’n honderd meter voor anker uit de kust, bij het onbewoonde ‘picknickeiland’ naast Kinolhas, waar de plaatselijke bewoners palmbladeren en kokosnoten vandaan haalden. Het Nederlandse gezin dat het schip had gehuurd was er gebakken rijst met tonijn komen eten en gaan snorkelen boven het rif. In de loop van duizenden jaren hadden papegaaivissen zich een weg door het koraal gevreten en het vermalen tot het talkachtige zand waaruit het eiland bestond; elke vis was goed voor zo’n half pond zand per dag.

    Waarschijnlijk denk je met weemoed aan je oude vaderland terug. De Maldiven van vroeger waren zeker geen paradijs. Je had er werkloosheid, heroïneverslaving, corruptie en bekrompenheid. Saoedische geestelijken legden hun harde normen op aan mensen die hadden geleerd dat compromissen sluiten van groot belang was wanneer je op een eilandje op elkaars lip leefde. Maar laat in de middag op Kinolhas was het leven onweerstaanbaar loom en vredig.

    Palmen en grote moringastruiken onttrokken de huizen op het eiland aan het zicht, waarvan de meeste een eind van het strand af waren gebouwd. De muren van koraal die de binnenplaatsen en de huizen tegen de wereld beschermden, waren fuchsiapaars en wit geschilderd. Een jongetje hielp zijn moeder de bougainvilles water te geven die in potten rond het huis stonden en werd natter dan de planten. Terwijl hun moeders stonden te praten, zaten de kinderen elkaar tussen de palmen achterna. Die kinderen zouden de laatste generatie zijn die deze wereld zou kennen.

    Auteur: Robert Templer

    Robert Templer is een Ierse auteur en adviseur op het gebied van veiligheid voor de Verenigde Naties. Als voormalig AFP-correspondent schreef hij ook voor de New York Times, The Wall Street Journal en The Telegraph. Hij behaalde een master met een scriptie over de gevolgen van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. Een probleem waarvan hij de effecten zelf kon meten tijdens een verblijf van vier maanden op de Malediven.

    In editie 117 van 360 Magazine publiceerde wij een voor de European Press Prize genomineerd artikel van oorlogsverslaggeefster Francesca Borri. Borri schreef dat de Maldiven minder paradijselijk zijn dan ze lijken. Het eilandenrijk telt het hoogste aantal Syriëgangers per hoofd van de bevolking, de doodstraf is heringevoerd, de sharia geformaliseerd en op het stelen van een mango staat een lange celstraf.

    Mekong Review
    Australië | vier keer per jaar

    Tijdschrift met hoogwaardige fictie, poëzie en longreads. ‘Een manier om het literaire en intellectuele leven van Cambodja, Myanmar, Thailand, Laos en Vietnam in de verf te zetten.’

  • Palmyra, de andere kant

    Palmyra, de andere kant

    Eeuwenlang bevochten, verwoest door Islamitische Staat, onder controle van Rusland; geen plek in het Midden-Oosten omvat zoveel symboliek als de oude Syrische stad Palmyra. Journalist Guillermo Abril en fotograaf Carlos Spottorno gingen op onderzoek en kwamen terug met ‘Palmyra, the other side’, een reportage in de vorm van een graphic novel die op originele en intrigerende wijze inzicht geeft in het huidige Syrië, na zeven jaar oorlog.

    Ze wonnen er de European Press Prize mee in de categorie Innovatie. De reportage werd eerder gepubliceerd in Süddeutsche Zeitung Magazin en in de bijlage van_ El País._ 360 maakte een selectie uit het origineel dat 24 pagina’s beslaat en in zijn geheel te vinden is op de site van deEuropean Press Prize.

    kaartje

    Palmyra ligt midden in de woestijn, halverwege de Middellandse Zee en de Eufraat. De archeologische stad is al sinds de tiende eeuw voor onze jaartelling een strategisch belangrijke plek geweest. De troepen van de grote vorsten uit het Oosten en het Westen, van Nebukadnezar tot Alexander de Grote, hebben de stad bezocht of belegerd. Palmyra kwam onder Romeins bewind en haar gouden eeuw viel samen met het hoogtepunt van het Romeinse rijk. De stad was een verplichte stop voor de handelsreizigers op de Zijderoute en een militair steunpunt in de grensregio, niet ver verwijderd van de Perzische vijand.

    In 1980 voegde de stad toe aan de Werelderfgoedlijst, in 2013 op de lijst van bedreigd cultureel erfgoed.

    pag3

    Pagina 3. Sinds de oorlog bleven de toeristen in Palmyra weg. Nadat Assad de stad had heroverd, stond een Syrische delegatie op de toerismebeurs in Madrid met de slogan ‘Wij zijn terug’.

    pag4

    Pagina 4. In mei 2018 komen we aan in Damascus. Overal zijn militairen en posters van gesneuvelde soldaten, maar de mensen lijken een normaal leven te leiden. Toch ligt het front op maar vijf kilometer afstand. Van tijd tot tijd horen we de echo van een bominslag.

    pag5

    Pagina 5. Op het ministerie van Voorlichting ontvangt de heer Alaa ons. Hij stemt toe met ons verblijf, maar wil dat we ons beperken tot het onderwerp archeologie. Syrië is de oorlog aan het winnen, aldus officiële berichten. ‘Maar helaas verliezen we de slag tegen de media.’

    pag6

    Pagina 6. In het ontruimde Nationaal Museum van Damascus ontmoetten we conservator Nazir Awad. Zijn mensen slaagden erin bijna alle kunstschatten veilig te stellen, maar de jihadisten hebben de hoofden van veel beeldhouwwerken bewerkt of afgehakt.

    pag7

    Pagina 7. Een klein team is begonnen met de restauratie. Toen Assad zich in de oorlog ontpopte tot tiran, stopte alle samenwerking met het buitenland. Om toch steun te bieden moet Unesco zich vindingrijk betonen. Het zal jaren duren eer alle schade is hersteld.

    pag8

    Pagina 8. Al-Hariri, museumdirecteur, denkt dat IS door de VS en Israël is gestuurd. Hetzelfde zegt de christelijke Ramia Almansour: ‘Ze willen de grondstoffen én de Syriërs verdelen.’

    pag10

    Pagina 10. Op weg naar Homs zien we de sporen van de oorlog. Voor het eerst zien we ook de Russen. Die kwamen in september 2015 naar Syrië op verzoek van de Syrische regering, toen Assads regime al afgeschreven leek. Poetins ervaren troepen hebben het verloop van de oorlog gewijzigd.

    pag13

    Pagina 13. We ontmoeten twee zoons van Khaled Asaad, de beroemde archeoloog uit Palmyra, die door IS werd vermoord. De fanatici martelden hem, onthoofden hem op straat. Een omstander nam het hoofd mee en verborg het thuis, een ander begroef het lichaam.

    pag15

    Pagina 15. We komen langs een vliegbasis die een maand eerder door Israël werd gebombardeerd. Een aantal Iraanse soldaten kwam daarbij om. Bij de controlepost hangteen affiche met de ‘usual suspects’ – de lokale bondgenoten, vanuit Westers standpunt.

    pag15

    Pagina 18. We worden gegidst door Jumma, een pientere, bikkelharde 15-jarige. Hij spreekt vloeiend Russisch en is tevens onze huisbaas. De meeste klanten vindt hij onder de militairen. Het wemelt er van de Russen, alsof de stad één grote Russische basis is.

    screenshot 2019 06 18 11 55 25

    Pagina 21. Toen Assad zijn vader Hafiz opvolgde, wilde hij als wapen tegen het islamisme een seculiere staat vormen. Wij bezoeken het enige operationele ziekenhuis in de buurt. Het is overvol met Syrische soldaten die gewond zijn geraakt bij een aanval van jihadisten.

    pag24

    Pagina 24. Uiteindelijk komen we aan bij de ruïnes van Palmyra. De officier legt ons de techniek uit waarmee IS de monumenten heeft opgeblazen. De rijen antieke zuilen zijn volgeklad met teksten van de jihadisten – en van de milities die deze plek hebben bevrijd.

    Makers: Carlos Spottorno, Guillermo Abril

    Met dank aan Julie Donders en Jennifer Athanasiou Prins van European Press Prize

  • Op de barricaden

    Op de barricaden

    Net als het overgrote deel van de bevolking heeft de vrouw van Viktor Orbán de pest aan Pancho Arena, een van de voetbalstadia die de Hongaarse premier voor vele miljoenen in zijn land liet bouwen.

    Niet omdat de bouw ten koste gaat van onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur, zoals het bezwaar van veel landgenoten luidt, maar ‘het ontneemt haar het uitzicht vanuit de keuken’, verklaart Orbán in een opvallend openhartig gesprek dat twee Guardian -journalisten hem in zijn geliefde stadion wisten te ontlokken.

    Het werd genomineerd voor de European Press Prize -shortlist 2019, waar 360 ook dit jaar een eigen selectie uit samenstelde. Hoewel de focus in deze zevende editie van de prijs op Oost-Europa ligt, komt ook Orbán-bewonderaar Trump regelmatig voorbij. Zo legt de Ierse Fintan O’Toole met zwartgallige humor uit waarom Trumps aanpak een perfecte voorbereiding is voor het fascisme en zet Nina Horaczek in zeven stappen uiteen hoe je publieke media kunt beïnvloeden en manipuleren. In het hartverscheurende verhaal over Levis en Samir worden moeder en zevenjarige zoon gevolgd nadat ze vanuit Honduras naar de VS trokken. Ze leefden 56 dagen in gedwongen afzondering van elkaar, een procedure die aan de Texaanse grens heel normaal schijnt te zijn.

    Al vermoord je de boodschap, de boodschap zelf leeft voort

    Terug in Oost-Europa pleit een Roemeense journalist tegen stemrecht in zijn land en richtte een Turkse politiek verslaggever een site op die (eindelijk eens) heldere informatie geeft over de partijen die eind maart aan de verkiezingen meededen; het project werd genomineerd in de Innovatie-rubriek. Het werk van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, twee jaar geleden vermoord omdat ze o.a. corruptie in haar land aan de kaak stelde, wordt voortgezet en geëerd met The Daphne Projects. Oprichter is Laurent Richard, ‘kantoorbuur’ van Charlie Hebdo tijdens de aanslag. Al vermoord je de boodschap, zegt hij, de boodschap zelf leeft voort.

    Dat en meer leest u in deze Reader. De indeling van EPP bestaat als gewoonlijk uit vier categorieën, die in onze keuze alle aan bod komen: Distinghuised Reporting, Innovation, Investigation en Opinion. Ook het in #148 door 360 gepubliceerde artikel ‘Op de barricaden voor Moldavië’ van Are We Europe werd genomineerd. Hier leest u het terug.

    De vijf winnaars worden op 23 mei in Warschau bekendgemaakt. Wilt u meer genomineerde verhalen lezen, dan kan dat op de site van EPP (in de oorspronkelijke taal).

    Op 30 mei verschijnt ons volgende nummer.

    Tot dan,

    Laura Weeda
    weeda@360international.nl