Yoweri Museveni, die al 35 jaar president van Oeganda is, neemt het op 14 januari op tegen Bobi Wine, de voormalige popster die een populair politicus werd. Tijdens de campagne heeft Facebook gebruikers die dicht bij de president staan geblokkeerd. Enkele dagen voor de verkiezingen slaat de regering terug.
Het is decennia geleden dat Oeganda zulke gespannen presidentsverkiezingen meemaakte. Een paar dagen voor de verkiezingen van 14 januari, waarin de 76-jarige Yoweri Museveni, de president, het zal opnemen tegen de 38-jarige reggaezanger Bobi Wine, heeft Facebook zich gemengd in de campagne. ’s Werelds grootste socialemediaplatform heeft de accounts van verschillende overheidsfunctionarissen verwijderd, bericht de New Vision.
‘We hebben een netwerk van Oegandese accounts en pagina’s verwijderd die zich schuldig maakten aan “ongepast gedrag”, met als doel het debat in de aanloop naar deze verkiezingen te beïnvloeden’, legt Kezia Anim-Addo, hoofd communicatie van Facebook voor Sub-Sahara-Afrika, uit aan het Oegandese dagblad. ‘Gezien de naderende verkiezingen in Oeganda, zijn we snel overgegaan tot onderzoek en ontmanteling van dit netwerk’, voegt Anim-Addo eraan toe.
Dit optreden van het Amerikaanse bedrijf heeft tot woede geleid bij de regerende partij, de NRM (National Resistance Movement). ‘De buitenlandse krachten die denken dat ze een marionet aan de macht kunnen helpen door de accounts van NRM-sympathisanten te deactiveren moeten zijn schamen’, schreef de persvoorlichter van de Oegandese president zaterdag op Twitter.
Gisteravond (12 januari) heeft de Oegandese president Yoweri Museveni in een toespraak verklaard dat zijn regering tot en met verkiezingsdag de toegang tot sociale media in het hele land gaat afsluiten. Ook beschuldigt hij Facebook van ‘arrogantie’, bericht Al Jazeera.
‘Dat sociale kanaal waar je het over hebt (…) moet eerlijk kunnen worden gebruikt door iedereen die het wil gebruiken’, aldus Museveni. ‘Als je partij kiest tegen ons, dan zal je niet in Oeganda opereren.’
Ook de toegang tot Twitter, WhatsApp, Signal en Viber wordt afgesloten tot en met verkiezingsdag, aldus Al Jazeera.
Wine verklaart dat hij tijdens zijn opsluiting werd gemarteld door het leger
‘De blokkade van Facebook komt aan het einde van een verkiezingsperiode die wordt gekenmerkt door hardhandig optreden tegen de politieke oppositie, het lastigvallen van journalisten en landelijke protesten die hebben geleid tot ten minste 54 doden en honderden arrestaties’, aldus The New York Times.
Bobi Wine, wiens echte naam Robert Kyagulanyi is, is tijdens de campagne door de politie geslagen, besproeid met traangas en voor het gerecht gedaagd vanwege het negeren van de coronaregels. Vorige week diende Wine een klacht in bij het Internationaal Strafhof, waarin hij Museveni en andere huidige en voormalige topambtenaren uit de veiligheidsdienst ervan beschuldigde een golf van geweld en mensenrechtenschendingen tegen burgers, politici en mensenrechtenadvocaten te hebben georkestreerd, bericht The New York Times.
Wine, die opgroeide in een sloppenwijk in de hoofdstad Kampala, werd bekend als de ‘Ghetto President’ van het land vanwege zijn activisme en muziek, schrijft Foreign Policy (lees ook het portret van hem in Time Magazine, getipt op 360 Online). Hij won een zetel in het parlement in 2017 en beloofde de corruptie te bestrijden. Een jaar later werd hij gearresteerd, beschuldigd van verraad. Wine verklaart dat hij tijdens zijn opsluiting werd gemarteld door het leger.
Weerklank
De boodschap van Wine heeft weerklank gevonden bij de jonge bevolking van Oeganda (< 30), die twee derde van de geregistreerde kiezers uitmaken. De meesten van hen zijn werkloos of afhankelijk van informeel werk. Maar de gegevens uit peilingen zijn schaars en het is nog onduidelijk of Wine kan opboksen tegen Museveni’s belofte van stabiliteit, aldus FP. Eerdere Oegandese presidentsverkiezingen zijn ontsierd door beschuldigingen van fraude.
Museveni kwam in 1986 aan de macht na het leiden van een gewapende opstand die het regime van zijn voorganger ten val bracht. Hoewel hij decennialang een meerpartijenstelsel afwees, hielp Museveni de bevolking van het land uit de armoede en luidde hij een tijdperk van relatieve stabiliteit in. ‘Oeganda heeft in de afgelopen decennia geen vreedzame machtsoverdracht gekend en de kans op instabiliteit na de verkiezingen is groot’, schat FP de situatie in.
Ook de Nigeriaanse toneelschrijver en Nobelprijswinnaar Wole Soyinka, die erg betrokken is bij Afrikaanse democratiseringsbewegingen (lees ook ‘Niet commanderen maar praten’ op 360 Online), waarschuwt in een interview metThe Guardian voor geweld na de verkiezingen: ‘Museveni blijft vechten tot het bittere einde, en hij vecht vals aangezien hij gelooft dat macht zijn natuurlijk geboorterecht is.’
Wel is Soyinka hoopvol over de opkomst van Bobi Wine: ‘Voor mij vertegenwoordigt hij de geest van de toekomst van Afrika. Mensen van mijn generatie zouden moeten begrijpen wanneer het tijd voor ons is om plaats te maken voor nieuw bloed, nieuw denken, dat meer afgestemd is op de hedendaagse samenleving’, aldus de 86-jarige schrijver geciteerd door de Britse krant.
Hoe een politiek satirische site de draak steekt met extremistische ideeën en maandelijks zes miljoen bezoekers trekt die denken dat ze waar zijn.
Keuze uit het 360-archief
Hoe makkelijk het is om miljoenen lezers je meest bizarre verzinsels te doen geloven, bewees Christopher Blair al in 2016 met zijn satirische Facebookpagina. Ondanks de disclaimer ‘Niets op deze pagina is waar’ bracht wat voor Blair als één grote grap begon, iets sinisters aan het licht waarmee we de afgelopen jaren maar al te vertrouwd zijn geraakt.
North Waterboro, Maine. Het enige licht in het huis was de gloed van drie computerschermen. Christopher Blair (46) ging achter zijn toetsenbord zitten en begon te typen. Zijn vrouw was naar haar werk en zijn kinderen waren onderweg naar school, maar online wachtte zijn andere community, een virtuele, waar niets was wat het leek. Hij logde in op zijn website en verzon zijn eerste nieuwsbericht van die dag.
‘BREAKING’, schreef hij, met zijn wijsvingers de ene na de andere letter kiezend terwijl hij verschillende opties overwoog. Hij kon melden dat Hillary Clinton was overleden tijdens een geheime buitenlandse missie met als doel vluchtelingen Amerika binnen te smokkelen. Of hij kon president Trump de Nobelprijs voor de Vrede toekennen omdat hij het had aangedurfd de klimaatverandering te ontkennen. Op Blairs scherm verscheen een mailtje van een vriend die hem met zijn site hielp. ‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’ schreef hij. ‘Hoe extremer we worden, hoe meer mensen erin trappen’, antwoordde Blair.
Bij wijze van grap was hij hier tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap van 2016 mee begonnen: een politiek satirische site op Facebook waarop hij samen met andere linkse bloggers de draak stak met de extremistische ideeën die zich volgens hen onder ultrarechts verspreidden. In het tweejarige bestaan van zijn Facebookpagina, genaamd America’s Last Line of Defense, had Blair verhalen verzonnen over de invoering van de sharia in Californië, over Bill Clinton die een seriemoordenaar was gebleken, over illegale immigranten die Mount Rushmore hadden beschadigd en over Barack Obama, die op zijn negende, tijdens de Vietnamoorlog, een oproep voor militaire dienst had ontdoken.
‘Deel dit als ook jij woedend bent!’ stond er meestal boven zijn berichten, en duizenden mensen op Facebook hadden ze geliket en gedeeld, van wie de meesten niet doorhadden dat het om satire ging. Sterker nog: Blairs Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55.
‘Niets op deze pagina is waar’, luidt een van de veertien disclaimers op Blairs site, maar anno 2018 worden de verhalen die erop staan in Amerika werkelijkheid, versterken ze de vooroordelen van mensen, komen ze terecht op Macedonische en Russische sites met nepnieuws en bereiken ze maandelijks maar liefst zes miljoen bezoekers die denken dat ze waar zijn. Wat voor Blair als één grote grap begon, brengt iets sinisters aan het licht.
‘Hoe racistisch, bekrompen, aanstootgevend of “nep” we het ook maken, de mensen blijven maar terugkomen’, schreef hij een keer op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Waar ligt de grens? Komt er ooit een punt waarop mensen beseffen dat ze alleen maar rotzooi voorgeschoteld krijgen en besluiten terug te keren naar de werkelijkheid?’
Schreeuwende hoofdletters
Blairs eigen werkelijkheid lag buiten, achter de gesloten gordijnen van zijn kantoor, een driekamerwoning in de bossen van Maine, waar de verharde weg overging in grind; niet zijn huis, maar een huurhuis. De afgelopen tien jaar was hij een keer of vijf, zes met zijn gezin verhuisd, het hele land door op zoek naar vast werk, terwijl hij intussen baantjes in de bouw en de horeca met elkaar afwisselde. Soms leefden ze noodgedwongen van voedselbonnen. Tijdens de economische crisis van 2008 was hij voor [fastfoodketen] Wendy’s gaan werken om de schuld op hun creditcard af te lossen.
Ook begon Blair, die al zijn hele leven Democraat was, online zijn politieke gal te spuwen. Hij kreeg het aan de stok met onbekenden op een internetforum genaamd Brawl Hall [to brawl betekent ‘knokken’]. Soms deed hij zich op Facebook voor als iemand van de extreemrechtse Tea Party, om beheerder van een besloten groep te kunnen worden en hun site met linkse ideeën te bestoken alvorens hem op zwart te zetten.
De afgelopen jaren had hij meer dan tien onlineprofielen aangemaakt. Soms deed hij zich op de bijbehorende foto’s voor als een aantrekkelijk blondine uit een zuidelijke staat of als een bandana dragende conservatief die luisterde naar de naam Flagg Eagleton. Zo verleidde hij mensen ertoe racistische of seksistische opmerkingen te maken, om hen vervolgens openlijk aan de schandpaal te nagelen. Blairs lange stukken waren bot en geestig tegelijk. Geleidelijk aan verwierf hij een linkse aanhang op het internet en werd hij fulltime politiek blogger. Nergens kon hij beter zeggen wat hij dacht en zich voordoen als wie hij maar wilde.
‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’
Nu hing hij over zijn bureau, tussen een loopband en twee terraria, en browste langs conservatieve forums op Facebook, op zoek naar inspiratie voor zijn volgende bericht. Hij was 1 meter 98, woog bijna 150 kilo en typte elke dag duizenden woorden in schreeuwende hoofdletters. Hij zag een foto van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Achter de president stonden verschillende hoogwaardigheidsbekleders, onder wie een witte en een zwarte vrouw. Blair kopieerde de foto, zette een rode kring om de twee vrouwen en typte het eerste wat in hem opkwam.
‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, schreef Blair. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’ Blair hield op met typen en keek nog eens naar de foto. De witte vrouw was Chelsea Clinton helemaal niet, het was Hope Hicks, de voormalige communicatieadviseur van het Witte Huis.
De zwarte vrouw was niet Michelle Obama, maar voormalig Trump-medewerker Omarosa Newman. Obama noch Clinton was voor de ceremonie uitgenodigd. Niemand had een middelvinger naar de president opgestoken. Het hele idee was volslagen belachelijk, en dat was precies het punt dat Blair wilde maken.
‘We leven in een idiocratie’, stond ergens in een lijstje op Blairs bureau, en hij voer er wel bij. In een goede maand leverden de advertenties op zijn site hem maar liefst 15.000 dollar op, en hij had een schare trouwe online fans. Honderden mensen bezochten America’s Last Line of Defense om conservatieven te vernederen die Blairs nepverhalen deelden omdat ze dachten dat ze echt waren. Op Blairs eigen Facebookpagina maakte hij in zijn contacten met linkse aanhangers de conservatieve lezers uit voor ‘schapen’, ‘boerenpummels’, ‘STrumperds’, ‘aardappelkoppen’ en ‘leeghoofden.’
‘Hoe kan een weldenkend mens al die flauwekul geloven?’ schreef hij. Hij drukte op ‘verzenden’ en keek toe terwijl zijn leugen zich begon te verspreiden.
Shirley Chapian
De zon was nog maar net op in Pahrump, Nevada, toen Shirley Chapian (76) op Facebook inlogde voor haar eerste potje Criminal Case van die ochtend. Een vriendin had haar op het Facebookspelletje met 65 miljoen spelers gewezen. Een uur lang was ze een detective uit de jaren dertig; ze verhoorde getuigen en probeerde feit van fictie te onderscheiden totdat ze zaak nr. 48 uiteindelijk oploste en haar Facebook-newsfeed aanklikte. ‘Goedemorgen, Shirley! Fijn dat je er weer bent’, luidde het automatisch gegenereerde bericht bovenaan haar pagina.
Ze legde haar vinger op de muis en begon naar beneden te scrollen. Het huis was leeg en stil, op het geklik van de muis na. Ze woonde in haar eentje en had soms dagenlang alleen hier contact, op Facebook. In haar newsfeed van die ochtend zaten ook foto’s en berichtjes van haar ongeveer driehonderd vrienden, maar de meeste posts kwamen van politieke groeperingen die Chapian volgde: ‘Patriotten voor vrije meningsuiting’, ‘Verbied de islam’, ‘Trump 2020’ en ‘Rebel Life’. Elke politieke pagina postte dagelijks verschillende berichten, waarvan vele onder het kopje ‘BREAKING NEWS’. Op haar computer lag Amerika permanent onder vuur.
Links beperkte de vrije meningsuiting, immigranten bestormden de grens en brachten illegaal hun stem uit, politici smeedden plannen om iedereen zijn wapens af te pakken. ‘Je let even niet op of er gebeurt weer iets bezopens in dit land’, had Chapian een keer op haar Facebook-pagina geschreven. Vandaar dat ze had besloten altijd op te letten en soms uren achtereen scrolde en berichten deelde.
‘BREAKING: Democratische megadonor beschuldigd van seksueel misbruik!!!’
‘Heeft Michelle Obama echt iets met Bruce Springsteen?’
‘Boer uit Iowa beweert dat Bill Clinton seks had met koe op “cokefeestje”’
Boven Chapians scherm hingen borduurwerkjes die ooit een groot deel van haar tijd hadden opgeslokt, kunststukjes waar ze honderden uren in had gestoken. Maar nu kon ze er het geduld niet meer voor opbrengen. Buiten lag een doodlopende weg met identiek beigebruine rotstuintjes rond dubbele, vaste stacaravans, dezelfde als de hare, de meeste met buren die ze nog nooit had ontmoet. Daarachter alleen maar cactussen, zo ver het oog reikte, en hitte.
Shirley Chapian, 76. Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief. – Jabin Botsford / Getty
Nadat haar moeder was overleden, had Chapian besloten te stoppen met werken en was ze naar Las Vegas verhuisd om bij een vriendin te gaan wonen. Toen Las Vegas te duur werd, vertelde een makelaar haar over Pahrump. Ze kocht een stacaravan met drie kamers voor nog geen 100.000 dollar en schilderde hem paars. Ze maakte een paar vrienden in het plaatselijke ouderencentrum en ging vaak uit eten in het Thaise restaurant in de stad. In 2009, een paar jaar nadat ze in Pahrump was komen wonen, kocht ze een nieuw computerscherm en werd lid van Facebook. Haar profielfoto was er een van haar kat. ‘Kom graag in contact met vrienden en gelijkgestemden’, had ze destijds geschreven.
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief. In de maanden nadat Obama was gekozen, begon ze hem te wantrouwen. Ze vond hem arrogant en onervaren, en op Facebook stuitte ze op een stortvloed aan informatie die haar ergste vermoedens bevestigde, zonder dat ze besefte dat een deel van al die berichten onwaar was. Obama was niet alleen links, las ze, hij was zelfs een socialist. Zijn politieke verdiensten waren niet alleen schamel, hij had ze uit zijn duim gezogen, net als zijn bul van de universiteit en wie weet zelfs zijn geboorteakte.
Deelgenoot
Chapian had jarenlang naar de grote tv-zenders gekeken, maar ze verbaasde zich voortdurend over de steeds grotere kloof tussen wat ze op internet las en wat ze op die zenders zag. ‘Wat houden ze nog meer voor ons achter?’ schreef ze een keer op Facebook. En als zij vond dat de media tekortschoten of bevooroordeeld waren, dan was het haar eigen verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar alternatieven.
Ze abonneerde zich op zo’n tien conservatieve nieuwsbrieven en begon naar Alex Jones op InfoWars te kijken. De ene ultrarechtse Facebookgroep leidde haar met gerichte advertenties naar de andere, en voordat ze het wist volgde Chapian ruim 2500 conservatieve pagina’s, een ideologische echokamer die grossierde in scepsis. Klimaat- verandering was nep. De media waren gecensureerd of voorgekookt. De politiek in Washington was in de greep van een ‘deep state’.
Chapian geloofde niet alles wat ze online las, maar vertrouwde factcheckers en de verslaggeving van de media evenmin. Ze dacht weleens dat de harde feiten niet te achterhalen waren, dat de waarheid ergens in het midden lag. Het meest vertrouwde ze op haar vermogen kritisch te denken en de waarheid te onderscheiden, en haar eerste ingevingen vielen steeds vaker samen met die van de onlinecommunity, waar ze het grootste deel van haar tijd rondhing.
Het aantal keren dat ze iets op Facebook likete of deelde nam elk jaar toe, en ze reageerde soms tot midden in de nacht op de tientallen berichten die dagelijks binnenkwamen. Ze had het idee dat ze deelgenoot werd gemaakt van allerlei duistere geheimen en dat het haar plicht was die te doorzien en te delen.
‘Hoe overduidelijk nep ook, ze klikken nog steeds op “like”’
‘Ik ben niet van de samenzwerings-theorieën, maar…’ schreef ze voordat ze een link deelde over een uit de lucht gegrepen verhaal waarin de Democratische geldschieter George Soros een fanatieke nazi was geweest en een overlevende van de schietpartij in Parkland een betaalde acteur bleek.
Nu kwam er weer een bericht binnen, afkomstig van de Facebookpagina America’s Last Line of Defense, die Chapian al ruim een jaar volgde. Er stond een foto in van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Twee vrouwen op de achtergrond, een zwarte en een witte, waren omcirkeld.
‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, luidde het bericht. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’
Chapian keek naar de foto. Het verbaasde haar niets. Natuurlijk had Trump Clinton en Obama op het Witte Huis uitgenodigd: een ruimhartige, vaderlandslievende daad. Natuurlijk hadden de Democraten – of ‘Demonrats’, zoals Chapian ze weleens noemde – zich slecht gedragen en geen respect voor Amerika getoond. Het was hetzelfde verhaal dat ze elke dag honderden keren op het scherm voorbij zag komen, en deze keer besloot ze te liken en een bericht achter te laten. ‘Ach, ze hadden toch al geen klasse’, schreef ze.
Nu-heb-ik-je
Blair had de afgelopen jaren duizenden van dit soort verhalen verzonnen, altijd met dezelfde stereotyperingen om dezelfde mensen uit de tent te lokken, maar hij kreeg er nooit genoeg van om een bericht te zien rondzingen: acht keer gedeeld in de eerste minuut, 160 keer binnen een kwartier, meer dan duizend naar een uur.
‘En… we gaan viral!’ schreef hij in een bericht aan zijn aanhangers op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Zo langzamerhand heb ik de absurditeit van de dingen die ik post niet meer in de hand. Hoe belachelijk ook, hoe overduidelijk nep ook, en hoe vaak je het ook tegen die leeghoofden zegt, ze klikken nog steeds op “like” en ze blijven die berichten maar delen.’ Honderden of misschien wel duizenden mensen in het hele land geloofden werkelijk dat Obama en Clinton hun middelvinger naar de president hadden opgestoken.
‘Walgelijk. Het ontbreekt die vrouwen totaal aan zelfrespect’, schreef een vrouw in Fort Washakie, Wyoming. ‘Ze verdienen het om publiekelijk te schande te worden gemaakt’, zei een man in Gainesville, Florida. ‘Geen verrassing met zulk brutaal uitschot.’
Blair had ze voor de gek gehouden. Nu kwam zijn favoriete deel, het ‘nu-heb-ik-je’, wanneer hij zijn slachtoffers liet zien dat het een grap was. ‘Oké, stomkoppen, wakker worden’, schreef hij op America’s Last Line of Defense, zijn eigen reactie prominent naast het oorspronkelijke bericht. ‘Dat zijn Omarosa en Hope Hicks, niet Michelle Obama en Chelsea Clinton. Ze zouden niet dood op de foto gevonden willen worden met dit stelletje pseudopatriottistische, nationalistische geteisem.’
Behalve geld verdienen met zijn site, was dit wat hij wilde: in contact komen met mensen die onware, extremistische verhalen verspreidden en laten zien dat die nep waren. Als zulke mensen publiekelijk voor paal werden gezet, zouden ze misschien kritischer worden over wat ze online deelden. Blair had geen tijd om op ieder van zijn honderdduizenden conservatieve volgers te reageren, en daarom beschikte hij over een community met meer dan honderd geestverwanten die zijn pagina samen met hem onderhielden.
Ze hielden de reacties in de gaten, zetten conservatieven in hun hemd, maakten hen belachelijk en verleidden hen ertoe racistische opmerkingen te maken zodat ze bij Facebook konden worden aangeven. Volgens Blair hadden ze honderden mensen van Facebook weten te weren en waren sommigen zelfs ontslagen of in functie teruggezet vanwege opruiend onlinegedrag.
Ook had hij Facebook gedwongen 22 sites met nepnieuws te sluiten omdat ze zijn content hadden geplagieerd, waaronder veel Macedonische sites, die zijn verhalen overnamen zonder erbij te vermelden dat het satire betrof. Blair wist niet of hij ooit iemand op andere gedachten had gebracht. Hij had nóg meer disclaimers in koeienletters boven zijn berichten gezet en woorden opzettelijk verkeerd gespeld om te laten zien dat het allemaal maar flauwekul was, maar er bleven almaar meer reacties komen.
Chapian las de reacties op haar bericht en vroeg zich af, zoals zo vaak wanneer ze werd aangevallen: wie zijn die mensen, waar hebben ze het over? Natuurlijk hadden Michelle Obama en Chelsea Clinton de president geschoffeerd. Het was waar, op grond van wat ze van hen wist. In plaats van rechtstreeks te reageren op America’s Last Line of Defense, schreef Chapian iets op haar eigen Facebookpagina.
‘Vervelende linkse lui’, typte ze, waarna ze weer terugkeerde naar haar eigen newsfeed. Een islamitische vrouw in een brandende boerka: like. Een politieman die met een stok op een gemaskerde antifascistische demonstrant inslaat: like. Een zorgelijke, pipse Hillary Clinton: like. Een legerhelikopter met machinegeweren onderweg naar de vluchtelingenkaravaan: like.
Op een middag had ze uren zitten scrollen, toen ze buiten een geluid hoorde. Ze draaide zich om en keek naar buiten. Een buurman veegde de witte steentjes op zijn stoep terug de rotstuin in. De lucht was strak blauw. Een postbode deed zijn ronde in de verder lege straat. Geen tekenen van een dreigende sharia. De migranten-karavaan was nog steeds honderden kilometers ver van de grens met Mexico. Antifascistische demonstranten moesten Pahrump nog ontdekken.
Chapian kneep haar ogen toe tegen het zonlicht, deed het rolgordijn omlaag en richtte zich weer op het scherm. Een foto van illegale immigranten, lachend in een stemhokje: like. Ze scrolde naar nog een bericht van America’s Last Line of Defense, niet bewust van de waarschuwingen dat het satire betrof. Een groepje kinderen op gebedskleedjes in een klas. ‘Leerlingen in Californië gedwongen tot sharia’, stond er. ‘Ze eten geen bacon meer. Twee roepen Allah al aan. Laat kinderen geen nepgoden aanbidden!!’
Chapian deinsde terug van het scherm. ‘Nee, toch!’ zei ze. ‘Als mijn kind op zo’n school zat, zou ik het er meteen vanaf halen.’ Ze had op Facebook honderden verhalen gelezen over de dreiging van de sharia en dit bevestigde bijna alles wat ze geloofde. Het zag er echt genoeg uit. ‘Weten de mensen wel dat er zulke dingen in dit land gebeuren?’ schreef ze. Ze klikte het bericht aan, wat werd opgemerkt achter een computer in Maine, waar Blair alweer een verhaal viral zag gaan en zich afvroeg of zijn lezers de grap doorhadden.
De Italiaanse romancier Alessandro Baricco waande zich een tamelijk onwetende archeoloog die onderzoek ging doen naar alle grote digitale bolwerken alsof het ruïnes zijn van een geheimzinnige verdwenen beschaving. Op het Forum spreekt hij over zijn nieuwe creatie. In La Repubblica schreef hij er alvast over.
De vraag of ons met de digitale revolutie nou eigenlijk een oor wordt aangenaaid bleef me bezighouden. Bovendien was er intussen heel veel nieuws te melden en was alles een stuk duidelijker geworden. In 2006, toen ik De Barbaren schreef, tastten we nog in het duister, zogezegd. De iPhone bestond nog niet eens. En ook Youporn niet, en van twitteren had nog nooit iemand gehoord. Kortom, hoog tijd voor een update.
Dus heb ik me in de materie verdiept en her en der mijn licht opgestoken. En nu ben ik bezig met de laatste bladzijden. Enigszins uitgeput, maar op de manier van iemand die in zijn eentje rond de wereld is gereisd en zich helemaal top voelt, afgezien van een vreemde trilling in zijn oog en terugkerende nachtmerries. Voor het schrijven van de laatste bladzijden van De Barbaren ben ik indertijd afgereisd naar de Chinese Muur: toen wilde ik trachten duidelijk te maken dat het optrekken van muren tegen de digitale vloedgolf net zo’n schitterend en stompzinnig idee was als dat van die muur, die er in de geschiedenis nooit in was geslaagd een invasie van volkeren uit het noorden tegen te houden. En dus zat ik eerst urenlang in een vliegtuig en liep vervolgens zeven uur lang over de Chinese Muur. Op een gegeven moment kruiste ik twee Amerikanen die hem helemaal rennend aflegden. Wat voor idiote dingen je ook doet, er is altijd iemand die nog idioter is dan jij.
Dit keer ben ik naar Silicon Valley gegaan. Een mythische plek, maar van een heel ander kaliber, dat moge duidelijk zijn. Ik heb het gedaan omdat een van de dingen die ik me de afgelopen twee jaar tijdens mijn onderzoek heb gerealiseerd is dat het echt allemaal dáár is begonnen, binnen een straal van luttele kilometers, en dat het nog steeds allemaal daar gebeurt, binnen diezelfde straal van luttele kilometers. De navel van de wereld. Een soort Florence in de renaissance, of Parijs in de jaren twintig.
Ik bestudeerde ze al twee jaar op afstand, die vaders van de digitale revolutie. Allemaal Amerikanen, allemaal wit, allemaal man, bijna allemaal ingenieur. Ik had inmiddels het idee dat ik hen begreep: ik kende hun tics, hun mythen, wat ze deden toen ze jong waren en hoe hun geest werkte. Het enige wat ik niet wist was wat ze zagen als ze uit het raam keken en hoe de plekken eruitzagen waar ze ontbeten. En daarom ging ik erheen. Het stelt niet veel voor. Wat ze zien als ze uit het raam kijken, bedoel ik. Het stelt niet veel voor. Silicon Valley is zo’n plek in Amerika die overal in Amerika zou kunnen zijn. Het is het soort plek waar je de snelweg neemt om naar de kapper te gaan. Anders raak je verdwaald in gigantische, als kruiswoordraadsels ontworpen woonwijken.
Tekenen van een mensheid
De namen van de steden zijn inmiddels legendarisch: Palo Alto, Mountain View, Cupertino, Menlo Park. Je stelt je daar megahippe plekken bij voor, maar uiteindelijk vind je er, naast bungalows en villa’s, niet veel meer dan een aardige hoofdstraat, downtown, waar de restaurants er aantrekkelijk uitzien maar de meubelwinkels bijvoorbeeld een aanfluiting zijn, met interieurs die zelfs in de provincie diep in de vorige eeuw al volstrekt gedateerd waren. Het valt moeilijk te begrijpen: je zoekt naar tekenen van een mensheid die jaren op de rest voor zou moeten lopen en vindt jezelf uiteindelijk terug tussen de divans in gothic country style. Tja… Ook kwam ik door een geestig misverstand terecht in een motel in indianenstijl, in die zin dat ze er lederen schemerlampen hadden, nachtkastjes met houten vossen erop en portretten van Pawnee-indianen aan de muur: maar geen etnisch of politiek correct spul, nee, echt van die goedkope namaakrommel die je in de jaren vijftig wel bij vrouwen met krulspelden in de zitkamer aantrof. In de hal hing een foto van de opening, uit 1959 inderdaad, iedereen in zwart-wit lachend naar de fotograaf. Ook nu hangt er nog steeds een zweem van trots in de lucht, net als er koeienhuiden aan de muren hangen en nep-Comanchetapijten op de vloer liggen. Het zette me aan het denken, want tien minuten verderop bevindt zich het hoofdkwartier van Apple, om maar iets te noemen, en dus kwam ik tot de volgende overweging: als deze mensen, die op steenworp afstand wonen van Google, Apple, Facebook, en van duizenden digitale startups, als deze mensen nog steeds in huizen wonen met een lederen schemerlamp, pijl en boog aan de muur en houten minibizons als snuisterij, waarom maken we er ons op duizenden kilometers afstand dan zorgen over dat ze er met onze Vlaamse primitieven en de muziek van Schubert vandoor zullen gaan? Nee, ik meen het, die paranoia van ons zal toch niet onterecht zijn?
Want paranoïde zijn we, dat lijkt me duidelijk, en daarom heb ik dit boek ook geschreven: in zekere zin is het een vervolg op De Barbaren, maar toch ook weer niet. Dit keer ben ik namelijk verder gegaan, of dichterbij gebleven, dat hangt ervan af hoe je het bekijkt – het resultaat had een betrouwbare en voor zover mogelijk mooie atlas moeten worden van de aarde die we zijn gaan bewonen nadat we de rampzalige twintigste eeuw achter ons hadden gelaten. En inderdaad zag ik na een tijdje dat er onder mijn ogen een kaart ontstond, onnauwkeurig, zeker, maar tamelijk geloofwaardig, vol met dingen die ik niet wist, met continenten waarvan ik het bestaan vermoedde maar waar ik nooit een goed beeld van had gehad, of met oceanen waarvan ik niet wist dat ze bestonden maar die er opeens waren. En naarmate die kaart groeide – en me af en toe verbaasd deed staan, door bepaalde combinaties van gebeurtenissen, of wonderen van mental design – naarmate die groeide zag ik ergens, ik weet niet waarvandaan, een naam opduiken die volstrekt niet van zins was weer te verdwijnen, zodat ik uit-eindelijk tot de slotsom kwam dat het waarschijnlijk de naam is van de maatschappij waarin we leven.
Hoe het ook zij, toeval bestaat niet: als The Game daar is ontstaan, in Silicon Valley, dan was daar een reden voor. In een straal van enkele kilometers had je er militairen, de ruimtevaartindustrie, een stortvloed aan producenten van microchips, een universiteit als Stanford, Hollywood (zonder dromen kom je nergens), de pioniers van de science computer (Hewlett-Packard), en bovenal een groot aantal gestoorde hippies: de Californische tegencultuur. Stop dat allemaal bij elkaar, even goed schudden en je krijgt Steve Jobs. Het heeft even geduurd voordat ik het doorhad: ik dacht dat het een revolutie was die geheel werd geleid door ingenieurs en technocraten, maar ik had geen rekening gehouden met de afwijkende Californische manier van leven. Bij ons was het in de jaren zeventig zo dat als je een zwager had die informatica had gestudeerd, je niet avond aan avond joints met hem zat te roken, en je ook niet dacht dat hij misschien wel van plan was het systeem omver te werpen. Het was al heel wat als hij niet naar de kerk ging. Maar daar, in Californië, had een informatica-zwager vaak lang haar, waste zich zelden, had nerdachtige neigingen, noemde zichzelf hacker, bracht al zijn tijd door in duistere computerlabs en had een elementaire opvatting over de wereld: die moest vernieuwd. Echt, in die tijd had je op dat soort plekken tien twintigers die walgden van de way of life van hun ouders, vijf die demonstreerden tegen de Vietnamoorlog, drie die de vrije liefde praktiseerden in een Volkswagenbusje en twee die in een lab videogames aan het programmeren waren. Het is goed te beseffen dat we in een beschaving leven die door die laatste twee is verbeeld.
Ze wilden de wereld veranderen, zo werd me duidelijk, en dat deden ze met behulp van een door ingenieurs bedacht systeem, waarvan ik uit- eindelijk veel heb geleerd. Het werd het duidelijkst samengevat in een interview met Stewart Brand, een man van wie ik tot een paar maanden geleden niets wist. Hij was (is) een soort profeet, heel bekend in Silicon Valley, een beatnik die rondliep in een leren jack met franje, de effecten van lsd bestudeerde en ondertussen rondhing in de beste computerlabs. Welnu, op een keer zei hij dit in een interview: ‘Je kunt proberen het hoofd van de mensen te veranderen, maar daar verdoe je alleen maar je tijd mee. Wat je wél kunt doen is de instrumenten veranderen die ze gebruiken. Doe het en je zult de beschaving veranderen.’ Laat dat tot je doordringen en opeens begrijp je veel beter wat er de laatste dertig jaar is gebeurd.
Stewart Brand is ook de eerste mens die het idee zwart op wit heeft gezet dat ieder mens een eigen computer op zijn bureau moest hebben staan. Hij zei het toen dat nog klonk als ‘over twintig jaar kan iedereen thuis voor de televisie met zijn blote handen zijn eigen amandelen knippen’.
Een paar jaar later, op een congres voor designers, werd Steve Jobs gevraagd een speech te houden. Hij was toen nog niet Steve Jobs, hij ging gewoon omdat ze hem betaalden. Toen hij de zaal betrad, realiseerde hij zich dat niemand, maar dan ook niemand wist wat software was. Oké, ik zal het proberen uit te leggen, zei hij. En welk voorbeeld gebruikte hij om het uit te leggen? Pong, een videogame, je weet wel, dat gekmakende spel met die twee rackets die omhoog en omlaag gingen en dat ellendige balletje. O ja, wie herinnert zich nog ‘Stay hungry, stay foolish’, de beroemde zin die bij alle afbeeldingen van Steve Jobs staat? Nou, die kwam niet van hem. Hij gaf het zelf toe. Van wie die wel was? Stewart Brand.
The Game is het verhaal van een tamelijk onwetende archeoloog geworden die onderzoek gaat doen naar alle grote digitale bolwerken – van Google tot Apple, van Facebook tot YouTube – alsof het ruïnes zijn van een geheimzinnige verdwenen beschaving. Hij graaft, onderzoekt, bestudeert, brengt aan de oppervlakte, tart eeuwenoude vloeken, stoft fossielen af, zet zijn leven op het spel, en dat alles om te proberen erachter te komen wie die mensen waren, op wat voor manier ze dachten, waar ze bang voor waren, wat ze wilden en hoe het met ze af is gelopen. Het interessante is dat wíj die mensen zijn, die beschaving is de onze, en die geschiedenis is onze geschiedenis.
Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD). Uitte gedurende Berlusconi’s laatste termijn steeds meer kritiek op de regering. Qua oplage concurrent van Corriere della Sera.
Suggesties voor een ander sociaal netwerk, en meer.
Belastingen: Brussel komt in actie
Op 21 maart presenteerde de Europese Commissie een plan om de internetreuzen zwaarder te gaan belasten. Een dergelijke belasting zou de Europese Unie bij een tarief van 3 procent jaarlijks 5 miljard euro kunnen opleveren, zo bericht de Financial Times.
Brussel probeert door deze maatregelen de grote internetbedrijven, die van belastingontduiking worden beschuldigd en inderdaad weinig aan de fiscus in Europa afdragen, alsnog te laten dokken. Het plan maakt deel uit van een veel breder initiatief, geleid door de OESO, om de belastingwetgeving te hervormen in een sector waarvan de activiteiten nu veelal nog tussen de mazen van het net van nationale belastingwetgevingen door glippen.
De Commissie wil met name ‘de regels met betrekking tot het belasten van ondernemingen zodanig aanpassen dat de winsten worden geregistreerd en belast daar waar de ondernemingen een belangrijke interactie hebben met de gebruikers’.
Voorlopige belasting
De Europese Commissie is overigens van plan een voorlopige belasting te gaan opleggen voor activiteiten op het internet die vandaag de dag nog onbelast zijn. Dat betreft dan de opbrengsten uit reclame, de kosten die door gebruikers voor diensten worden betaald zoals bij Apple en Spotify het geval is, en ook het geld dat de verkoop van persoonsgegevens aan derden oplevert. De belasting zou alleen gelden voor ondernemingen met een bruto jaaromzet van ten minste 750 miljoen euro wereldwijd, en 50 miljoen euro binnen de EU.
‘Wij nemen absoluut niet speciaal Amerikaanse ondernemingen op de korrel,’ bezwoer de Eurocommissaris voor Economische Zaken en Financiën, de Fransman Pierre Moscovici, bij de presentatie van de nieuwe belastingmaatregelen. In dezelfde week onderhandelden de Europeanen met de Amerikanen over een uitzonderingspositie bij de heffing van invoerrechten op staal en aluminium, die door Donald Trump in het leven zijn geroepen. Maar Brussel moet toegeven dat van de 120 tot 150 ondernemingen die te maken krijgen met de gevolgen als de voorstellen van de Commissie worden aangenomen, de helft Amerikaans is en eenderde Europees.
Geen hamerstuk
Onder de grote namen uit Silicon Valley bevinden zich bijvoorbeeld Google en Facebook, maar van Europese kant alleen het Zweedse Spotify. De internethandel – dus Amazon – zou in eerste instantie deels worden gevrijwaard van de nieuwe belasting, meldt de Financial Times.
Het aanvaarden van de maatregelen die de Commissie voorstelt, wordt overigens geen hamerstuk. Alle 28 lidstaten van de EU moeten hun akkoord geven. Maar de landen die tot dusverre een fiscale politiek hebben gevoerd die zeer gunstig is voor het bedrijfsleven, zoals met name Ierland en Luxemburg, zouden wel eens dwars kunnen gaan liggen.
Mark Zuckerberg, oprichter en hoogste baas van Facebook, ligt zwaar onder vuur sinds het aan het licht treden van de affaire- Cambridge Analytica.
Maar al op 17 maart verwierp hij categorisch het idee om terug te treden. ‘Ik heb dit bedrijf opgezet. Ik heb de leiding. En ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt,’ verklaarde hij. ‘Ik probeer niet de schuld te leggen bij wie dan ook.’
Het sociale netwerk wilde een paar dagen later, op 4 april, ternauwernood toegeven dat de gegevens van mogelijk wel 87 miljoen Facebookgebruikers terecht waren gekomen bij Cambridge Analytica, een adviesbureau dat in 2016 had gewerkt voor de campagne van Donald Trump. Aanzienlijk meer dus dan de 50 miljoen die waren genoemd door The New York Times en The Observer, de Amerikaanse krant en het Britse weekblad die op 17 maart de affaire hadden onthuld.
De nummer twee van Facebook, Sheryl Sandberg, die zoals de Financial Times in herinnering roept, bij Google en voor het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft gewerkt, erkende dat het bedrijf ‘vergissingen’ heeft begaan en te lang heeft gewacht met een reactie op de onthullingen. Terwijl op de beurs de aandelen Facebook omlaag denderden en de politiek uitleg eiste, wachtten Zuckerberg en Sandberg vijf dagen eer ze iets van zich lieten horen.
Als gevolg van de onthullingen heeft Facebook maatregelen genomen om de toegang van ontwikkelaars van apps tot gebruikersgegevens te beperken. Een instrument voor adverteerders is eveneens geblokkeerd en de onderneming heeft haar beleid op het punt van vertrouwelijkheid herzien.
Suggesties voor een ander sociaal netwerk
Nationalisatie
Facebook vaarwel zeggen is een luxe die niet iedereen zich kan permitteren, betoogt Blayne Haggart, hoogleraar Politicologie aan Brock University in St. Catharines (Canada) op de website The Conversation. Of het nu om persoonlijke of professionele redenen is, sommige mensen hebben bijna een levensbehoefte aan de sociale media. Maar ‘een organisatie die voortdurend problemen schept en waarvan de verdwijning de maatschappij in een chaos zou storten, is duidelijk geen normale onderneming. Facebook is een essentieel onderdeel geworden van onze communicatieve infrastructuur, en als zodanig zullen we het verschijnsel moeten behandelen.’
Haggart vindt dat Facebook daarom genationaliseerd moet worden. Wie anders, zo luidt zijn argument, dan de democratische staat heeft de legitimiteit om regels vast te stellen inzake expressiviteit en gegevensbeheer voor de maatschappij als geheel?
Maar, zo moet Haggart toegeven, het is een voorstel dat in de Verenigde Staten moeilijk serieus zal worden genomen. ‘Daar staat ingrijpen door de staat in een kwade reuk.’ In het merendeel van de overige landen daarentegen meent men ‘dat het staatstoezicht meer rechtvaardigheid en gelijkheid garandeert op gebieden waar de sociale stabiliteit belangrijker is dat het monopolistische streven naar geldelijk gewin’.
Een organisatie zonder winstoogmerk
‘Facebook in in wezen een controleapparaat, en hopen dat dit verandert, getuigt van een misplaatst optimisme’, schrijft Tim Wu in een column in The New York Times. Volgens deze advocaat en hoogleraar Rechten aan de Columbia-universiteit in New York, een erkend specialist op het gebied van internet en schrijver van het boek The Attention Merchants (in Nederland verschenen onder de titel Aandacht is het nieuwe goud) is het onbegonnen werk Facebook te willen ‘repareren’: het moet vervangen worden. Maar door wat?
Om te kunnen concurreren met de schepping van Mark Zuckerberg en die vervolgens te overvleugelen, zal het nieuwe sociale netwerk een kritische massa gebruikers moeten zien aan te trekken. Volgens Wu zou dat nieuwe netwerk op poten kunnen worden gezet door oud-medewerkers van Facebook – van wie velen zich hebben aangesloten bij het Center for Humane Technology, een beweging die tot doel heeft de cultuur van Silicon Valley te veranderen – in de vorm van een organisatie zonder winstoogmerk.
Wikipedia, dat evenveel gebruikers – ‘traffic’ in vaktermen – trekt als Facebook, kan daarbij als model dienen. En het project zou gefinancierd kunnen worden door de Corporation for Public Broadcasting, een niet-gouvernementele organisatie in de Verenigde Staten die tot doel heeft de Amerikaanse publieke media te ondersteunen.
De gebruikers aan de macht
Het zal Mark Zuckerberg, die zo ‘hard gevochten heeft om de controle over Facebook te behouden’, allerminst bevallen, maar waarom niet gedacht aan een sociaal netwerk dat wordt beheerd door de gebruikers zelf, stelt columnist Kevin Roose in The New York Times voor.
Nathan Schneider, hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Colorado, opperde in 2016 al dat de gebruikers van Twitter het platform zouden moeten opkopen om het verder zelf te gaan beheren, een manier om te laten zien dat het sociale netwerk ‘de democratie serieus neemt’.
Het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven
Een federatie
In plaats van ‘een dik, vet Facebook’ zou het ook een idee kunnen zijn een federatie van sociale netwerken in het leven te roepen die ‘een gemeenschappelijk protocol’ overeenkomen, volgens het model dat ook gebruik wordt voor e-mail, zo luidt een ander idee van Kevin Roose. Dan zou bijvoorbeeld Mammabook kunnen ontstaan, en Sportbook of Gamebook, die onafhankelijk zouden opereren en zich zouden aanpassen aan de behoeften van hun gebruikers. En als een van die netwerken ‘zich verkeerd zou ontwikkelen’, zou het uit de federatie gezet kunnen worden ‘zonder dat men genoodzaakt zou zijn het hele netwerk te sluiten’.
Een resetknop
Nog een suggestie van Kevin Roose, en wel de meest radicale: bied de gebruikers van sociale netwerken de mogelijkheid hun sporen uit te wissen, een soort ‘zelfreinigingsoptie’, zodat iedereen zijn profiel kan wissen, of applicaties die niet meer worden gebruikt, ‘vrienden’ kan verwijderen die geen vrienden meer zijn of bestanden kan wissen waaraan de gebruiker geen behoefte meer heeft. Of het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven.
De valstrik
‘Nog niet zo heel lang geleden stonden de sociale media bekend als fantastische wapens voor het verspreiden van liberale waarden,’ schrijft het Duitse weekblad Der Spiegel. De baas van Facebook, Mark Zuckerberg, bleef maar uitventen dat zijn onderneming als ‘missie’ had ‘de wereld open te breken’ en ‘de mensen tot elkaar te brengen’.
Maar nu blijkt het een valluik te zijn dat zich boven ons sluit, aldus het blad op 24 maart, enkele dagen na de onthulling van het schandaal rond Cambridge Analytica. Facebook is ‘een gevaar voor de democratie geworden’. ‘Iedere gebruiker moet zelf beslissen of hij dit systeem wil blijven voeden met zijn eigen gegevens’, aldus het blad, dat blijft aandringen op de noodzaak om regels voor de sociale media op te stellen.
Het monopolie van de titanen
‘Hoe temmen we de titanen van de technologie?’ vroeg The Economist zich op 20 januari af. Het Britse weekblad komt tot de bittere constatering dat de overheersing door giganten als Google, Facebook en Amazon niet goed is voor de consument, noch voor de concurrentie, en dat er geen eenvoudige oplossingen voorhanden zijn om aan die hegemonie een einde te maken.
‘Het ontbreken van een eenvoudige oplossing berooft politici van gemakkelijke slogans, maar niet in die mate dat de tegenstanders van de monopolisten nu alle wapens uit handen geslagen zijn’, schrijft het blad, dat meent dat een beter gebruik van het concurrentiebeding Facebook bijvoorbeeld had kunnen beletten Instagram op te slokken, of Google om de navigatie-app GPS Waze op te kopen.
Misschien denkt Mark Zuckerberg dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar hij heeft het mis, schrijft journalist Franklin Foer.
Het wordt smullen als het wonderkind er straks van langs krijgt. Al die politici die Mark Zuckerberg de volle laag gaan geven – ironisch genoeg in de hoop daarmee zelf viraal te gaan. Ze zullen de oprichter van Facebook het vuur aan de schenen leggen en hem allerlei vreselijke wandaden proberen aan te wrijven [Zuckerberg getuigde intussen op 10 en 11 april]. Heerlijk spektakel wordt dat. Maar met spektakel heb je nog geen goed beleid.
Na de laatste schandalen rond Facebook is de stemming rond de grote techbedrijven razendsnel omgeslagen. We horen alleen meer boze klachten dan doordachte plannen. Het best uitgewerkte voorstel dat in het Congres circuleert en op enthousiaste steun kan rekenen, behelst regels voor politieke advertenties op het internetplatform. Die zullen de macht en de omzet van het bedrijf nauwelijks aantasten. En het wetsvoorstel pakt de kern van het probleem niet aan: het ontbreken van goede regelgeving om onze persoonsgegevens te beschermen.
Ons digitale leven wordt gedomineerd door het feit dat het internet een massamedium werd in de jaren negentig, toen het vrijemarktdenken hoogtij vierde. Toen we het privatiseerden, om het uit handen te trekken van de onderwijsinstellingen en overheidsinstanties die er aanvankelijk als enigen gebruik van maakten, hebben we onze maatschappelijke neiging tot regulering bedwongen. Anders dan voorheen met het bankenstelsel, de luchtvaart of de landbouw hebben we voor het internet geen strenge regelgeving opgesteld om onze veiligheid en grondwettelijke waarden te beschermen.
Van de zijlijnen van het debat roepen internetactivisten dit al langer, en ergens waren misschien ook de meeste Facebookgebruikers zich wel van de gevaren bewust. Maar een abstract besef van de grootscheepse exploitatie van onze persoonlijke data is iets anders dan een scherpe illustratie van de manier waarop die data tegen je kunnen worden gebruikt – zoals de onthullingen over de bijdrage van Facebook aan het fiasco van de presidentsverkiezingen. Dat Facebook de eigen rol nog steeds niet lijkt te willen erkennen, verhoogt het wantrouwen over de methoden en motieven van het bedrijf. En naarmate er meer wantoestanden aan het licht komen, kan het grote publiek weleens tot het inzicht komen dat het succes van Facebook van meet af aan gebaseerd was op leemtes in onze wetgeving.
Als je er even rustig over nadenkt, is dat onmiskenbaar: het hele verdienmodel van Facebook berust op het uitkleden van onze privacy. Het bedrijf wil gebruikers ertoe aanzetten zo veel mogelijk persoonlijke gegevens te delen – wat ze zelf ‘radicale transparantie’ noemen – en ze nauwlettend volgen, zodat ze bij de site ‘betrokken’ blijven en met gerichte advertenties kunnen worden bestookt. Af en toe maakt Mark Zuckerberg wel een gebaar in de richting van privacybescherming, maar het is altijd heel duidelijk hoe hij er echt over denkt. In 2010 zei hij bijvoorbeeld dat privacy geen ‘sociale norm’ meer is. (In een bui van puberale overmoed noemde hij zijn gebruikers ook al eens ‘domme eikels’, omdat ze hem zomaar al hun persoonsgegevens toevertrouwen.) Ook leidinggevenden in het bedrijf lijken zich bewust van de reikwijdte van hun systeem. Iemand van Facebook met wie ik onlangs in een gesprekspanel zat, gaf toe dat hij de site al jaren niet meer gebruikt, om zijn eigen privacy te beschermen.
We moeten ons goed bewust zijn van die ideologische onverschilligheid over privacy. Dan is er niets schokkends aan de nonchalance die spreekt uit de hele affaire rond Cambridge Analytica. Blijkbaar zag Facebook er geen been in om jouw data aan de charlatans van Cambridge Analytica te overhandigen – zonder die lui na te trekken of zich ook maar even af te vragen wat hun achterliggende reden voor het verzamelen van zo veel privacygevoelige informatie kon zijn. En dit incident stond niet op zichzelf. Facebook gaf die dataverzamelaars toegang tot onze gegevens, omdat het een duivels pact heeft gesloten met ontwikkelaars van externe apps. Het bedrijf had die ontwikkelaars nodig om gebruikers te verleiden steeds meer tijd op Facebook door te brengen. Zoals mijn collega Alexis Madrigal eerder al beschreef, stelde Facebook nauwelijks eisen aan het verzamelen van gegevens, ondanks de felle kritiek die het daarop kreeg.
Misschien denkt Mark Zuckerberg inderdaad dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar nu worden we geconfronteerd met de nadelige gevolgen van die opvatting
Misschien denkt Mark Zuckerberg inderdaad dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar nu worden we geconfronteerd met de nadelige gevolgen van die opvatting. Onze intieme gegevens werden vrijelijk gedeeld met kwaadwillende personen die onze politieke overtuiging, ons denken en ons consumptiepatroon willen manipuleren. Allemaal kinderspel voor de eigenaren van Cambridge Analytica. Onze data, in feite een röntgenfoto van ons innerlijk, werden buiten ons medeweten door Facebook als koopwaar verhandeld.
In het verleden hebben Amerikanen altijd verlangd dat de overheid hen tegen al te machtige marktpartijen beschermde. Tegen banken die onze menselijke zwakheden en kennisachterstand willen uitbuiten, beschermt de wet ons met een verbod op de verhandeling van onze financiële gegevens. Omdat voedselfabrikanten soms vreselijke ingrediënten in hun producten stoppen, worden ze door de overheid verplicht alle ingrediënten op het etiket te vermelden. In het verkeer heeft de overheid snelheidslimieten vastgesteld en gebruik van de veiligheidsgordel verplicht. Er zitten mazen in al die wetten, maar er heerst een zwaarwegende consensus dat dit allemaal beter is dan wetteloosheid. Dat historische model moeten we nu ook gaan toepassen op onze nieuwe wereld.
Gelukkig hoeven we niet zelf het wiel uit te vinden. In mei wordt in de EU de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. Verschillende Europese landen hebben in de loop der tijd ieder hun eigen regels en toezichthouders voor de technologiesector ontwikkeld. Met deze nieuwe verordening komt er één standaard voor de hele EU – een enorme en grotendeels prijzenswaardige poging om techbedrijven te dwingen helder uit te leggen wat zij van plan zijn met de persoonsgegevens die ze verzamelen. Het geeft burgers ook meer mogelijkheden om de exploitatie daarvan aan banden te leggen, onder meer via het recht op het wissen van persoonlijke data.
Amerikaanse toezichthouder
Het wordt tijd dat we in de VS onze eigen toezichthouder krijgen, in overeenstemming met onze eigen waarden en tradities – een Data Protection Authority. Die naam is, zoals ik in mijn boek World Without Mind al schreef, een doelbewuste verwijzing naar de overheidsinstantie (de Environmental Protection Authority) die op de naleving van onze milieuwetgeving toeziet. Er zijn overeenkomsten tussen het milieu en onze privacy. Het zijn allebei zaken waarvoor een volledig vrije marktwerking fataal zou zijn. We laten weliswaar toe dat het bedrijfsleven de lucht, het water en de bossen vervuilt, maar we leggen toch belangrijke beperkingen op aan de commerciële exploitatie van onze leefomgeving. Dat moeten we met onze privacy ook gaan doen. Onze burgers zouden net als in Europa het recht moeten krijgen hun gegevens van servers te wissen. Bedrijven moeten worden verplicht standaardinstellingen zo in te richten dat het voortaan een actieve keuze van gebruikers is om zich te laten bespioneren, in plaats van dat ze zonder iets te doen automatisch hun privacy prijsgeven.
De oprichting van zo’n Data Protection Authority werpt natuurlijk allerlei lastige vragen op. Er is een reële angst dat het grote geld nieuwe regels zal willen aanwenden om onwelgevallige journalistiek het zwijgen op te leggen. Gelukkig is onze jurisprudentie op het gebied van persvrijheid een stuk sterker dan in Europa, en we kunnen ervoor zorgen dat bescherming van de persvrijheid stevig in die nieuwe regelgeving wordt verankerd. Bovendien is niets doen een veel grotere bedreiging voor onze democratie. Als onze privacy eenmaal is verdwenen, krijgen we die nooit meer terug. En als demagogen de zwakheden in ons systeem gaan uitbuiten, kan dat de genadeklap voor onze politieke normen en waarden betekenen.
Bij de ontwikkeling van hun app om Facebookgebruikers over te halen hun gegevens prijs te geven, maakte Cambridge Analytica een duivelse grap. Ze gaven dat Trojaanse paard een naam die leek aan te kondigen hoe ver hun plannen reikten: ze doopten hun app thisisyourdigitallife. Als we alle boze woorden nu eens omzetten in daden, hoeft dit niet ons digitale leven te worden.
De auteur van dit artikel, journalist bij The Atlantic, publiceerde in september vorig jaar het boek World Without Mind(360 publiceerde voor uit de Nederlandse vertaling, Ontzielde wereld (bekijk de voorpublicatie hier). Daarin levert hij kritiek op de macht van grote technologische bedrijven als Google, Amazon, Facebook en Apple. ‘Dat deze bedrijven fantastische dingen voor ons hebben ontwikkeld en dat wij dat kunnen beschouwen als geweldige innovaties, wil nog niet zeggen dat we hun duistere kanten buiten beschouwing moeten laten,’ zei Foer onlangs in een interview met het blad Wired. Als men zich een ranglijst zou kunnen voorstellen van ‘de meest diabolische bedrijven’ ter wereld, dan zou Facebook volgens hem bovenaan staan, gevolgd door Amazon, Google en Apple.
The Atlantic
Verenigde Staten | weekblad | oplage 494.000
Anticipatievermogen is altijd een van de sterke kanten geweest van The Atlantic sinds het blad in 1857 voor het eerst verscheen. De eerbiedwaardige publicatie, waaraan de meest prestigieuze pennen van hun tijd bijdragen hebben geleverd, heeft beter dan welk ander Amerikaans tijdschrift de overgang naar het internettijdperk weten te maken. De website is een zeer dynamische plek voor reflectie en debat.
Als maar genoeg mensen Facebook de rug toekeren, begrijpt het concern wel dat het zich niet langer zo onwetend kan opstellen. Of zorgt de koersval er vanzelf voor dat Facebook zijn lesje leert?
JA
Het is welletjes. Ik ben weg. Mijn Facebookaccount heb ik verwijderd. Dag beste 348 ‘vrienden’, ik vind jullie nog altijd aardig, maar we zien elkaar wel ergens anders. Waarom nu? Tegenvraag: waarom nu pas? Het is immers bekend dat Facebook een mondiaal opererend bewakingssysteem en een reusachtig datamonster is. En we weten al jaren dat het concern nagenoeg een monopolist is en zich ook als zodanig opstelt, onbuigzaam naar concurrenten, ondoorzichtig in eigen zaken, arrogant tegenover de politiek.
Dus wat is er veranderd? Te veel is er de laatste tijd samengekomen: in het debat over lastercampagnes op internet deed Facebook telkens weer de belofte actie te zullen ondernemen. Maar er gebeurde pas iets toen de [Duitse] Bondsregering ingreep. Sindsdien ben ik het vertrouwen in de beloften van het concern kwijtgeraakt.
Vervolgens de kwestie met de Amerikaanse verkiezingsstrijd (en naar het zich laat aanzien ook met de Brexit): Facebook is kennelijk misbruikt voor propaganda, voor leugens, voor nepnieuws. Of de Russen erachter zitten, of de verkiezingen zo werden beslist – het doet er niet toe. Duidelijk is dat Facebook zelf geen vat meer heeft op wat er op het platform gebeurt.
Ten slotte het schandaal rond Cambridge Analytica. Veel is nog onduidelijk, maar vaststaat dat Facebook al twee jaar van het datamisbruik afwist en niet heeft ingegrepen. Facebookoprichter Mark Zuckerberg heeft daar een heel juiste verklaring over afgegeven: ‘Wij hebben de verantwoordelijkheid om jullie informatie te beschermen. Als we dat niet kunnen, verdienen we jullie niet.’ Dat vind ik nou ook.
Ik mis: niets. Een foto van bekenden hier, een like daar. Niets daarvan is belangrijk. In werkelijkheid is Facebook een tijddodingsmachine
Om Facebook te verlaten moet je alleen je eigen gemakzucht overwinnen. Het is niet heel eenvoudig om je af te melden en dat is waarschijnlijk geen toeval. Ook wie bij Facebook vertrekt maar bij WhatsApp of Instagram blijft, is nog altijd toeleverancier van Zuckerbergs computers, want beide ondernemingen maken deel uit van zijn concern. Maar is dat een argument tegen stap één? Integendeel.
Zal Facebook veranderen, enkel omdat ik me afmeld? Het is evident dat alleen met overheidsregulering echt iets te bereiken valt, maar als er maar genoeg gebruikers vertrekken en adverteerders wegblijven, dan snapt zelfs een wereldmacht als Facebook dat het de regels niet zelf kan bepalen. En er zijn tamelijk veel mensen die Facebook vaarwel zeggen. Zoals Elon Musk van elektrische-autofabriek Tesla en Brian Acton, medeoprichter van WhatsApp. Jim Snabe, voorzitter van de raad van toezicht bij Siemens. En Tim Cook, de baas van Apple, zegt: ‘Ik heb geen kinderen, maar wel een neefje en ik wil niet dat hij gebruikmaakt van sociale netwerken.’
Uiteindelijk is het een persoonlijke kwestie: wat heb ik aan Facebook, hoe belangrijk vind ik de berichtenstroom, hoezeer heb ik het medium nodig? De antwoorden kunnen bij een onderneming anders uitpakken dan bij mij (ook Die Zeit zit op Facebook).
In het recentste schandaal rond Facebook moeten twee zaken worden onderscheiden. Ten eerste Facebook zelf. Buiten kijf staat dat gegevens van miljoenen gebruikers in verkeerde handen zijn gevallen. Het sociale netwerk wist dat al vanaf 2015, heeft het verdoezeld en daarmee het vertrouwen van zijn gebruikers misbruikt. Door deze en andere gebeurtenissen ontstaat de indruk dat Facebook zijn gebruikers niet afdoende beschermt en een probleem heeft met de kwaliteit van zijn software.
De tweede speler in dit schandaal Cambridge Analytica, een bedrijf voor politieke marketing uit Groot-Brittannië. Een oud-medewerker heeft onthuld dat het bedrijf zich de genoemde gegevens van de Facebookgebruikers heeft toegeëigend en die later voor de Amerikaanse verkiezingsstrijd wilde gaan gebruiken. In 2016 werkte Cambridge Analytica namelijk voor Donald Trump. Onduidelijk is nog of de gegevens daadwerkelijk zijn gebruikt.
Tijddodingsmachine
Vlak nadat Trump tot president was gekozen, deden evenwel beweringen de ronde dat Cambridge Analytica een buitengewoon effectieve methode had ontwikkeld om aan de angsten van potentiële kiezers te appelleren. Dat zou hebben bijgedragen aan de overwinning van Trump. Managers van het bedrijf weerspraken dat niet. Als basis dienden onderzoeken aan de Universiteit van Cambridge. Wetenschappers hadden daar een persoonlijkheidsanalyse ontwikkeld die sterk steunde op de likes die een Facebookgebruiker geeft. Het lag dus voor de hand dat Cambridge Analytica geïnteresseerd was in dergelijke gegevens. Een Britse onderzoeker die de gegevens van miljoenen gebruikers van Facebook had verzameld, speelde deze door aan het bedrijf. IT-experts van de Britse privacyautoriteiten proberen momenteel deze gang van zaken met bewijzen te staven.
Ik was al een tijdje nauwelijks meer actief op Facebook en had de app al verwijderd. Ik mis: niets. Een foto van bekenden hier, een like daar. Niets daarvan is belangrijk. In werkelijkheid is Facebook een tijddodingsmachine. Ik ben daar nu weg.
NEE
De koersval zorgt ervoor dat Facebook zijn lesje leert. Wie zich nu afmeldt, benadeelt zichzelf.
Natuurlijk zeg ik Facebook niet vaarwel. Oké, ik geef toe dat ik het even heb overwogen toen bekend werd dat de gegevens van vijftig miljoen gebruikers illegaal aan het obscure bedrijf Cambridge Analytica zijn doorgespeeld, dat daarmee op zijn beurt de Amerikaanse presidentsverkiezingen zou hebben beïnvloed. Maar ik heb besloten het niet te doen, om drie redenen.
Ten eerste is Facebook nu gewaarschuwd. Een daling van de aandelenkoers met bijna 20 procent in één week laat zelfs het meest cynische management niet koud. Het concern zal na de opwinding rond Cambridge Analytica proberen het in het toekomst moeilijker te maken om op een legale manier verkregen gegevens illegaal aan anderen door te spelen. Of om toegang te krijgen tot gegevens van gebruikers die daar niet mee hebben ingestemd. Tot nog toe staat ook niet vast dat zoiets vaker of zelfs doorlopend gebeurt. Facebook zou de drempel voor dergelijk wangedrag nog kunnen verhogen. Bijvoorbeeld door de veroorzakers van het schandaal consequent en standvastig gerechtelijk te vervolgen. Ook op technisch vlak zijn er waarschijnlijk nog mogelijkheden.
Ten tweede geloof ik de beweringen over de Amerikaanse verkiezingen niet. Wie laat zich bij het invullen van een stembiljet nou beïnvloeden door posts op Facebook? Ik in elk geval niet. En als iemand dat toch doet, zouden heel gewone verkiezingsspotjes (die er in Amerika bij bosjes zijn) dan niet hetzelfde bewerkstelligen? Tot nog toe is niet duidelijk wat Cambridge Analytica precies heeft gedaan met de Facebookgegevens. Maar wat zou dat meer moeten zijn geweest dan mensen een beetje doelgerichter aanspreken? Dat is geen magie. Het verhaal dat het bedrijf de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft beslist is zeer waarschijnlijk vooral een geslaagde marketingstunt.
Eergisteren nog kreeg ik via Facebook een bericht van een vrouw die ik voor het laatst heb gesproken toen ik zeventien was. Zij was destijds mijn gastmoeder in Nieuw-Zeeland
Niettemin zou natuurlijk niemand illegaal aan Facebookgegevens mogen komen. En het is een gotspe dat het management van het netwerk pas zo laat publiekelijk heeft toegegeven dat dat is gebeurd. Zolang echter niet duidelijk is of privégegevens herhaaldelijk zonder instemming van de gebruikers zijn overgeheveld, is dat allemaal voor mij niet erg genoeg om Facebook te verlaten.
Dat komt door de derde en belangrijkste reden die ik heb om bij Facebook te blijven: de voordelen van het netwerk. Die winnen het voor mij tot nog toe simpelweg van de nadelen. Ik zit al meer dan tien jaar op Facebook. In die tijd heb ik veel geleerd. Bijvoorbeeld om voorzichtig om te gaan met mijn gegevens, want wie weet wie er meeleest (dat kan behalve Cambridge Analytica ook gewoon mijn baas zijn). Desondanks zit ik nog altijd om dezelfde reden op Facebook als destijds toen ik mijn profiel aanmaakte: om in contact te blijven met mensen die ik weliswaar ken, maar niet vaak zie omdat ze te ver weg wonen. Eergisteren nog kreeg ik via Facebook een bericht van een vrouw die ik voor het laatst heb gesproken toen ik zeventien was. Zij was destijds mijn gastmoeder in Nieuw-Zeeland; ze woont op een schapenboerderij, met in de wijde omgeving alleen maar bergen. Daar werd ik gewoon blij van. De kans dat ze me in plaats daarvan een kaartje had gestuurd, is bijna nul.
Ze zijn jong, ongetrouwd en boos. De Ethiopische Qeerroo-beweging wist met stakingen en protestacties de premier van een van Afrika’s meest dictatoriale regimes ten val te brengen.
Tegenwoordig is Desalegne bankier. Maar ooit was hij een Qeerroo: een jonge, energieke, ongetrouwde man afkomstig uit Ethiopiës grootste etnische groep, de Oromo, en gebonden aan wat hij noemt ‘een verantwoordelijkheid om het volk te verdedigen’.
Twaalf jaar geleden hielp hij mee om massaprotesten te organiseren tegen een verkiezingsuitslag die volgens velen gemanipuleerd was door het regerende Ethiopian Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF). Hierdoor belandde hij in de gevangenis wegens terrorisme.
Sindsdien is hij getrouwd en heeft hij, zoals velen van zijn generatie, de politiek grotendeels gemeden. Tot 12 februari, toen hij samen met vele anderen in Adama en de regio Oromia meedeed aan een staking voor de vrijlating van oppositieleiders en de beëindiging van het autoritaire regime.
De boycot, die drie dagen duurde en een groot deel van Centraal-Ethiopië stillegde, resulteerde op 13 februari in de vrijlating van Bekele Gerba, een prominente Oromo-politicus die in Adama woont, en binnen 48 uur in het aftreden van Ethiopiës veel bekritiseerde premier, Haile Mariam Desalegne. De geschokte regering riep daarna op 15 februari voor de tweede keer in twee jaar de noodtoestand uit.
‘Alles lag plat,’ zegt Desalegne over de staking in Adama. ‘Bijna iedereen deed mee – zelfs ambtenaren.’ Voor hem en veel andere inwoners van Adama is er maar één verklaring waarom deze normaal zo rustige stad zich aansloot bij de opstand die zich sinds 2014 over delen van Ethiopië heeft verspreid: de Qeerroo.
Jonge vrijgezellen
Wie de Qeerroo precies zijn, en hoe ze hebben geholpen om een van Afrika’s sterkste en meest autocratische regeringen op de knieën te krijgen, is niet zo eenvoudig te begrijpen. In de traditionele Oromo-cultuur staat de term voor een jonge vrijgezel. Maar tegenwoordig staan de Qeerroo symbool voor zowel de Oromo-beweging – een strijd om meer politieke vrijheid en een grotere, etnische vertegenwoordiging in landelijke structuren – als voor een hele generatie Ethiopische jongeren die de laatste tijd assertiever is geworden.
‘Zij zijn de stem van het volk,’ verklaart Debela, een tweeëndertigjarige taxichauffeur in Adama. Hij zegt dat hij te oud is om een van hen te zijn, maar dat hij hun protest begrijpt. ‘Zij zijn de voorhoede van de Oromo-revolutie.’
De identiteit van de Oromo is veel sterker geworden sinds het EPRDF in 1994 een model van etnisch gebaseerd federalisme instelde. ‘In het verleden was het een schande om als Oromo te worden beschouwd,’ zegt Desalegne, wijzend op de etnische assimilatiepolitiek van de twee voorgaande Ethiopische regimes, keizerlijk en communistisch. ‘Maar nu zijn mensen er trots op om Oromo te zijn. Dat heeft de Qeerroo aangemoedigd.’
Naarmate de Oromo-beweging de afgelopen jaren een groter zelfvertrouwen kreeg, trok de rol van de Qeerroo in het organiseren van onrust steeds meer de aandacht van de staat. Begin dit jaar kondigde de politie plannen aan om hard op te treden tegen de Qeerroo, met het argument dat het een clandestiene groep was die het land wilde destabiliseren en controle wilde krijgen over lokale overheidskantoren. Ze werden zelfs beschuldigd van terrorisme. Hoewel veel mensen dat tegenspreken, twijfelen weinigen aan de huidige kracht van de Qeerroo als undergroundgroep.
Sinds de vorige noodtoestand in augustus 2017 werd opgeheven, organiseerden Qeerroo-netwerken stakingen en protestacties in verschillende delen van Oromia. Dit ondanks het feit dat de overheid vanaf eind vorig jaar het complete mobiele internet heeft platgelegd in alle regio’s behalve de hoofdstad.
Bekele Gerba, de oppositieleider, schrijft zijn vrijlating uit de gevangenis toe aan de Qeerroo. Zij stuurden ook honderden mensen naar zijn huis in Adama om hem geluk te wensen. Maar net als vele oudere activisten bekent hij dat hij maar weinig weet van hoe ze zich organiseren. ‘We weten niet wie de leiders zijn en we weten niet of ze een centraal commando hebben.’
Maar in een recent interview met The Guardian lichtten twee lokale leiders in Adama, Haile en Abiy (niet hun echte namen), hun methoden toe. Volgens de twee mannen, beiden achter in de twintig, heeft elk district van de stad één Qeerroo-leider met minstens twintig ondergeschikten die allemaal verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van boodschappen en informatie over komende stakingen. Ze zeggen dat hun netwerken de afgelopen maanden beter georganiseerd zijn. Er is nu een hiërarchische commandostructuur en zelfs één enkele leider voor het hele Oromia. ‘Dat zorgt voor discipline en stelt ons in staat met één stem te spreken,’ zegt Abiy.
Hun taak is moeilijker geworden door de afwezigheid van internet. ‘Via sociale media kun je een boodschap in enkele seconden verspreiden,’ zegt Abiy. ‘Nu kan het wel twee weken duren omdat we van deur tot deur moeten gaan.’ In plaats van WhatsApp en Facebook te gebruiken, distribueren ze nu papieren flyers, vooral op universiteitscampussen.
‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam. Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers’
De rol van Oromo-activisten in de diaspora, vooral die in de VS, blijft eveneens van cruciaal belang, ondanks de stillegging van internet. Zecharias Zelalem, een in Canada wonende Ethiopische journalist, zegt dat de Qeerroo dankzij prominente socialemedia-activisten het politieke gewicht hebben gekregen waaraan het jeugdbewegingen in andere delen van het land nog steeds ontbreekt. Vooral het werk van Jawar Mohammed, de controversiële stichter van het in Minnesota gebaseerde Oromia Media Network (in Ethiopië verboden), heeft volgens hem de stem van de Qeerroo versterkt.
‘Jawar geeft ons politieke analyses en advies,’ legt Haile uit. ‘Hij kan toegang krijgen tot informatie, zelfs van binnen de regering, die hij deelt met de Qeerroo. Wij evalueren die informatie en beslissen dan of we er iets mee gaan doen.’
Hij en Abiy ontkennen allebei dat Jawar vanuit het buitenland de protesten zou leiden, een vermoeden dat in Ethiopië wijdverbreid is. ‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam,’ reageert Haile. ‘Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers.’
De herinstelling van de noodtoestand heeft kwaad bloed gezet bij veel Qeerroo in Adama en elders in Oromia. Die stap wordt algemeen beschouwd als een tactloze poging om het protest te stoppen.
Sommige analisten vrezen dat de leden van een nu nog voornamelijk vreedzame, politieke beweging door nog meer repressie hun toevlucht zullen nemen tot geweld en extremisme.
Veel mensen binnen de regering, en ook elders in het land, maken zich zorgen over een toename van etnisch gemotiveerde aanvallen op mensen en gebouwen, en speciaal op etnische Tigray die zo’n zes procent van de bevolking vormen, maar toch de politiek en het zakenleven zouden domineren.
Eind vorig jaar werden er staatstroepen naar universiteitscampussen gestuurd vanwege het escalerende etnische geweld waarbij meerdere doden vielen. Soortgelijke incidenten werden gemeld tijdens protesten in de afgelopen maand.
Jibril Ummar, een plaatselijke zakenman en activist, zegt dat hij en anderen hebben geprobeerd de protesten in Adama vreedzaam te laten verlopen. Ze kalmeerden de verhitte jongeren die gebouwen wilden vernielen en mensen die geen Oromo’s waren wilden aanvallen. ‘Het baart me zorgen,’ geeft hij toe. ‘Die jongens zijn nog niet volwassen. Als je emotioneel bent, breng je de strijd in gevaar.’
Ook Gerba zegt ongerust te zijn over geweld, inclusief dat van de etnische soort. ‘We weten met zekerheid dat Tigrays door het hele land het vaakst op de korrel worden genomen. Dat verontrust me zeer en daar moet iets aan gedaan worden.’
In de komende tijd zal de EPRDF beslissen wie de nieuwe premier wordt, en velen hopen dat het iemand uit de Oromo Volksdemocratische Organisatie (OPDO) zal zijn, de Oromo-vleugel van de heersende coalitie. Dat zou sommige Qeerroo gunstiger stemmen, op de korte termijn tenminste. Maar waarschijnlijk is dat op zich niet genoeg om de woede te temperen.
‘Als we getrouwd zijn, trekken we ons terug uit de Qeerroo,’ zegt Haile. ‘Maar als we onze vrijheid niet krijgen, zal dat nooit gebeuren.’
Auteur: Tom Gardner
Vertaler: Astrid Staartjes
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.
In deze categorie wordt journalistieke vernieuwing bekroond. Denk aan nieuwe vertelvormen, grensoverschrijdende samenwerkingen, maar ook aan ideeën die de financiële basis van kwaliteitsjournalistiek zelf versterken.
Jailed for a Like ( Gevangen voor een Like)
De ‘Gevangen voor een Like’-videoreeks vertelt de indrukwekkende verhalen van gewone Russen die vervolgd worden of zelfs gevangen gezet zijn voor hun socialemediagebruik. De video’s, waarin beeld en kunst worden gecombineerd, laten zien hoe het Kremlin probeert de vrije meningsuiting online te onderdrukken.
Enslaved Land (Onderworpen land)
‘Enslaved Land’ onthult de schadelijke praktijken achter de productie van vijf verschillende gewassen die in Europa op grote schaal worden geconsumeerd – palmolie, suiker, koffie, cacao en bananen. Een belangrijk project dat laat zien wat de consequenties zijn van het eten op ons bord.
Finding Bana; Proving the existence of a 7-year-old girl in Eastern Aleppo (Op zoek naar Bana: het bestaan bewijzen van een zeven jaar oud meisje in Aleppo)
Te midden van de fysieke oorlog in Syrië ontstond een informatieoorlog over het Twitteraccount @AlabedBana. Het account beweerde te tweeten namens Bana, een zevenjarig meisje in belegerd Oost-Aleppo. Kan het echt waar zijn dat Bana bestaat?
The Smuggling Game (Het smokkelspel)
Miljoenen mensen ontvluchten conflicten en armoede. Ze leggen hun lot in de handen van mensensmokkelaars die gevaarlijke kat-en-muisspelletjes spelen met grensautoriteiten, bekend als ‘het spel’. ‘Het smokkelspel’ onthult het proces achter de gevaarlijke reis die ondernomen wordt door mensen op zoek naar een veilig leven, en diegenen die daarvan profiteren.
Elke dag worden wereldwijd meer dan 1 miljoen Facebook-berichten aangemeld als ontoelaatbaar. Alle meldingen, ongeveer duizend per dag per persoon, worden beoordeeld door content-moderators aan de hand van complexe communitystandards. Veel van de ‘wisarbeiders’ zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten. Anderen lopen ernstige trauma’s op. Sz-magazin verdiepte zich in de arbeidsomstandigheden voor dit nieuwe beroep en sprak met een aantal ex-medewerkers.
In de zomer van 2015 verschijnt op internet een personeelsadvertentie: ‘Medewerkers Service Center gezocht. Wilt u deel uitmaken van een internationaal team met goede carrièreperspectieven?’ Gevraagd worden: kennis van vreemde talen, flexibiliteit en betrouwbaarheid. Standplaats: Berlijn.
Toen ik de advertentie las, dacht ik: Helemaal te gek. Ik was al maanden op zoek naar een baan in Berlijn waarvoor ik geen Duits hoefde te kennen.
De vrouw die dit zegt, wil anoniem blijven. De baan waarop ze solliciteerde, bestaat pas zo kort dat er niet eens een naam voor is. De advertentie doet eerder een callcenter vermoeden dan wat de sollicitanten in werkelijkheid te wachten staat. Sommigen noemen het content-moderation, anderen hebben het over ‘digitale vuilafvoer’. De taak van deze mensen: het schoonhouden van de sites van hun opdrachtgevers. Ze klikken zich door alle haat en horror heen, die gebruikers via internet verspreiden. En moeten beslissen: wissen of niet? Het is een baan waarover maar weinig bekend is. Veel mensen weten niet eens dat zulke banen bestaan.
Lang werd gedacht dat dit soort werk vooral gedaan werd door dienstverlenende bedrijven in opkomende economieën zoals India en de Filipijnen. Een van de grootste opdrachtgevers van deze bedrijven is Facebook. Het sociale netwerk, met in Duitsland 28 miljoen en wereldwijd 1,8 miljard gebruikers, laat vrijwel niets los over het wissen van gevaarlijke berichten die iedere dag in grote aantallen geüpload worden.
Pas in januari van dit jaar werd bekend dat er ook in Berlijn ruim honderd mensen via dienstverlener Arvato, een dochterbedrijf van Bertelsmann, als content-moderator voor Facebook werken. Hoeveel Facebook Arvato voor dit werk betaalt of op basis van welke criteria de medewerkers worden aangetrokken – daarover doet het bedrijf in principe geen mededelingen.
Gedurende enkele maanden heeft sz-magazin gesprekken gevoerd met veel (ex-)medewerkers van Arvato. Hoewel zij van hun leidinggevenden niet met journalisten mochten praten, wilden ze toch hun verhaal kwijt. Veel van hen voelen zich door hun werkgever slecht behandeld, ze lijden onder de beelden die ze elke dag onder ogen krijgen, klagen over stress en uitputting en vinden dat hun arbeidsomstandigheden publiekgemaakt moeten worden. Sommigen staan onderaan in de hiërarchie, anderen hoger, ze komen uit verschillende landen en spreken verschillende talen.
Soms waren ze zelfs bereid om met hun echte naam naar buiten te treden, omdat ze al ontslag hadden genomen of van plan waren dat te doen. We hebben besloten om alle bronnen te anonimiseren. Want alle medewerkers hebben contracten getekend waarin een geheimhoudingsplicht is opgenomen. Hun woorden drukken we cursief af. De gesprekken werden face-to-face in Berlijn, via Skype of via versleutelde internetcommunicatie, gevoerd.
Schokkende beelden
De meeste sollicitanten zijn jonge mensen die op de een of andere manier in Berlijn zijn beland: vanwege studie, liefde, avontuur. Er zitten ook Syrische vluchtelingen tussen. Allemaal worden ze aangetrokken door het vooruitzicht op een baan bij een grote Duitse onderneming, in vaste dienst, voor bepaalde tijd weliswaar, maar toch. Het sollicitatiegesprek stelt doorgaans weinig voor, gevraagd wordt naar kennis van vreemde talen en ervaring met computers. Maar één vraag verbaast de sollicitanten wel: ‘Kunt u tegen schokkende beelden?’
Op onze eerste werkdag kregen we een introductietraining. We zaten met ongeveer dertig man in een collegezaal, mensen uit alle mogelijke landen: Turkije, Zweden, Italië, Puerto Rico, ook veel Syriërs.
De trainer kwam met een stralende lach de zaal binnen en zei: jullie hebben een lot uit de loterij getrokken, jullie gaan werken voor Facebook! Iedereen was opgetogen.
Bij de introductie kregen de medewerkers de regels uitgelegd waaraan zij zich dienen te houden. Om te beginnen: niemand mag weten wie onze opdrachtgever is. De naam Facebook mogen ze niet in hun cv of LinkedIn-profiel vermelden. Niet eens hun familie mag weten wat ze doen.
Hun taak wordt door de trainer als volgt uitgelegd: ‘jullie zuiveren Facebook van alle inhoud die anders ook kinderen onder ogen zou komen. En omdat jullie die wissen, ontnemen jullie aan haat en terreur een podium.’
Een ex-medewerker noemt de introductie tegenover sz-magazin ‘indoctrinatie’: de mensen moeten het idee krijgen dat dit in zijn eigen woorden ‘stupide en suffe werk’ vooral dient om de samenleving te beschermen – en niet in de eerste plaats het belang van miljardenconcern Facebook, dat mensen zolang mogelijk op zijn site wil houden en er daarom voor moet zorgen dat ze daar niet al te veel schokkende zaken zien.
Op de training kregen we beelden te zien die niet zo erg waren: penissen in alle vormen en maten. We deden er wat lacherig over. Wel gek om voor je werk naar dit soort dingen te moeten kijken. Nou ja, die moesten we dan ook wissen. En blote tieten.
Op een avond gingen we een keertje wat drinken met mensen die dit werk al langer deden. Na een paar biertjes zei een van hen: als ik jullie een tip mag geven, geef die baan er zo snel mogelijk aan, je gaat eraan kapot.
De medewerkers krijgen op de introductie documenten waarin behalve geheimhoudingsclausules ook mogelijke gezondheidsrisico’s staan opgesomd: rugpijn, oogschade door een te lang staren naar het beeldscherm. Over mogelijke psychische risico’s, bijvoorbeeld als gevolg van een constante confrontatie met gewelddaden, wordt met geen woord gerept. Wel krijgen de nieuwe Arvato-werknemers een plattegrondje van het Berlijnse S-Bahn-net met daarop de mededeling ‘have a good time in Berlin’!
Een lijst die Gawker in 2012 in handen kreeg. Kort na publicatie werden enkele regels gewijzigd.
De werkruimtes aan de Wohlrabedamm in de Berlijnse Siemensstadt zijn zakelijk gehouden. Voormalige fabrieksgebouwen, baksteen, binnen witte, smalle eenpersoonsbureaus in rijen achter elkaar, daarop een zwarte computer met een wit toetsenbord. Ergonomische bureaustoelen, grijs kantoortapijt. Plek voor enkele tientallen mensen. De arbeidsovereenkomst verbiedt het gebruik van mobiele telefoons tijdens werktijd. Op de begane grond staat een automaat voor snacks en een voor koffie en warme chocolade. Voor de rokers is er een grote binnenplaats. In het gebouw zitten ook andere bedrijven.
Je logt in en gaat naar een wachtrij met duizenden aangemelde berichten, je klikt om erin te komen en het werk begint.
Er bestaan machinale filters die er automatisch berichten uithalen, vertelt een ex-medewerker. Maar juist bij beelden of video’s is het voor een computer moeilijk om bijvoorbeeld een beeld van een medische operatie te onderscheiden van dat van een terechtstelling. Daarom komt het merendeel van alle berichten die het Berlijnse team moet doornemen van Facebook-gebruikers die deze als aanstootgevend hebben aangemeld via de functie: ‘Deze bijdrage aanmelden – hij zou naar mijn mening niet op Facebook moeten staan’.
Ik heb zaken gezien die me ernstig doen twijfelen aan het goede in de mens. Martelingen en seks met dieren.
De aangemelde berichten komen terecht bij de medewerkers die helemaal onderaan de hiërarchie staan. Hun team heeft de naam FNRP, wat staat voor Fake Not Real Person. Zij moeten de teksten, foto’s of video’s die door gebruikers als problematisch zijn aangemeld, uitfilteren op strijdigheid met de zogeheten communitystandards van Facebook. Eerste stap: nagaan of het bericht afkomstig is van het profiel van een werkelijk bestaande persoon. Zo niet, dan ontvangt het gevonden profiel een waarschuwing dat het zal worden gewist – vandaar de aanduiding Fake Not Real Person. Wanneer de gebruiker zich vervolgens niet overtuigend kan identificeren, wordt het hele account verwijderd. Zo wordt opgetreden tegen profielen die specifiek werden aangemaakt om verboden inhoud te verspreiden.
Het FNRP-team werkt 40 uur per week, in 2 ploegen van 8.30 uur tot 22 uur. Het maandsalaris bedraagt ongeveer € 1500 bruto, niet veel meer dan het minimumuurloon van € 8,50.
De content-moderators zitten een trapje hoger in de hiërarchie, zij onderzoeken ook video’s. Heel moeilijke gevallen belanden bij de subject matter experts. Daarboven staan dan weer de teamleiders. Hun baan geldt als minder belastend: zij krijgen nauwelijks schokkende berichten onder ogen.
Werk voor 70.000 mensen
Arvato is een gigant. Een bedrijf dat taken overneemt die door andere bedrijven worden uitbesteed. De onderneming neemt heel verschillende zaken voor zijn rekening, bijvoorbeeld callcenters, frequentflyerprogramma’s en verzendcentra. In meer dan veertig landen verschaft deze dienstverlener werk aan ongeveer zeventigduizend mensen. Arvato is een van de steunpilaren onder mediagigant Bertelsmann. Meer dan de helft van alle Bertelsmann-werknemers staat op de loonlijst van Arvato. Op de website van het bedrijf staat het motto: ‘Hoe kunnen wij u van dienst zijn?’
Een van de oorzaken voor zo’n Facebook-wiscentrum in Berlijn is vermoedelijk ook de sterker wordende druk van de Duitse autoriteiten. Minister van Justitie Heiko Maas verlangt van Duitse aanspreekpunten bij Facebook dat ze kritisch kijken naar Duitstalige teksten en dat twijfelachtige postings snel worden verwijderd. Op dit moment doet het Openbaar Ministerie in München een gerechtelijk onderzoek naar verdenking van medeplichtigheid van Facebook aan volksopruiing.
In de vroege zomer van 2015 werd een kleine Arvato-delegatie uitgenodigd op het Europese hoofdkwartier van Facebook. Beide bedrijven hadden besloten om samen te werken: het grootste sociale netwerk ter wereld had hulp nodig bij het schoonmaken van zijn site; de managers van Arvato moesten leren hoe je daarvoor een team opbouwt. In het najaar van 2015 gingen de werkzaamheden van start. Aanvankelijk bleef de zaak geheim.
Wat is er in het contract tussen Facebook en Arvato afgesproken over de looptijd? Hoe worden medewerkers op hun werk voorbereid? Heeft Arvato tevoren een risicoanalyse t.a.v. de psychische belasting van content-moderation gemaakt? sz-magazin heeft het bedrijf schriftelijk negentien vragen gesteld. Maar Arvato zegt alleen: ‘Onze opdrachtgever Facebook heeft zich het recht voorbehouden om alle persvragen over samenwerking met Arvato zelf af te handelen.’
Ook Facebook Duitsland antwoordt op diverse schriftelijke vragen van sz-magazin om informatie meestal alleen in vage bewoordingen of met de zinsnede: ‘Hierover doen wij geen mededelingen.’ Op sommige punten zit er licht tussen de weergave van Facebook en het verhaal van de (ex-)medewerkers van Arvato. Zo schrijft Facebook dat elke werknemer in het Facebook-team van Arvato voor aanvang van zijn werkzaamheden verplicht is een ‘training van zes weken en een mentorprogramma van vier weken’ te volgen. De door sz-magazin gesproken medewerkers hebben het meestal over een beduidend kortere voorbereidingsperiode: twee weken.
De wisteams bij Arvato zijn ingedeeld naar taal. Op de gangen wordt Engels gesproken, binnen de teams de taal van het betreffende team: Arabisch, Spaans, Frans, Turks, Italiaans, Zweeds. En natuurlijk Duits. De teams doorzoeken de berichten uit het eigen taalgebied. Maar eigenlijk is er geen wezenlijk verschil qua inhoud.
Er komt van alles en nog wat uit de beelden in de wachtrij. Dierenmishandeling, hakenkruisen, penissen.
De teams hebben allemaal een verschillende manier om met heftige beelden om te gaan: de Spanjaarden praten er hardop over, de Arabieren trekken zich eerder terug, terwijl de Fransen vaak alleen maar stilletjes voor hun beeldscherm zitten.
In het begin maakten we in de middagpauzes nog grappen over de vele porno’s. Maar op een gegeven moment werden we er allemaal steeds gedeprimeerder van.
Na enkele dagen zag ik mijn eerste lijk, veel bloed, ik schrok me kapot. Ik heb het beeld onmiddellijk gewist. Mijn leidinggevende kwam toen naar me toe. Hij zei: “Dat was fout, dat beeld was niet strijdig met de communitystandards van Facebook.” De volgende keer moest ik zorgvuldiger te werk gaan.
Wissen of niet? Wanneer de beslissing is gevallen, verschijnt de volgende opdracht op het scherm. Het aantal zaken – tickets geheten – kan via een teller op het beeldscherm worden bijgehouden.
De beelden werden steeds erger, veel grover dan op de training. Maar vaak ook alleen dingen die je in mijn eigen land gewoon in de krant kunt aantreffen. Geweld, soms misvormde lijken.
Steeds weer gebeurt het dat mensen op springen. De zaal uit rennen. Huilen.
De medewerkers hebben sz-magazin details verteld die te gruwelijk zijn om te vermelden. De volgende beschrijvingen zijn al moeilijk te verdragen.
Een hond zat vastgebonden. Een naakte Aziatische vrouw kwelde het dier met een heet ijzer. Daarna gooide ze kokend water over hem heen. Het was als fetisj bedoeld voor mensen die daar geil van worden.
Kinderpornografie was het ergste. Zo’n klein meisje, hooguit zes jaar, dat op een bed ligt, bovenlichaam ontbloot en daarop zit dan een dikke man haar te misbruiken. En dat in close-up.
Wie dit soort inhoud moet bestuderen, is een combinatie van portier en lopende-bandarbeider: dit mag blijven staan, klik, dat niet, klik. In het begin moest ieder van de FNRP-ers dagelijks ongeveer duizend tickets doen: duizend beslissingen of iets strijdig is met het complexe regelwerk van Facebook, de zogeheten communitystandards die bepalen wat er op de site gepubliceerd mag worden en wat er moet worden gewist.
Vroeg of laat komt er een onthoofding voorbij, terreur, heel veel bloot. De ene pik na de andere. Eindeloos veel pikken. En altijd weer iets bijzonder gruwelijks. Hoe vaak valt lastig te zeggen, het hangt ervan af, maar zeker één, twee keer per uur. Elke dag overkomt je iets verschrikkelijks.
Na enkele dagen zag ik mijn eerste lijk, veel bloed, ik schrok me kapot. Ik heb het beeld onmiddellijk gewist. Mijn leidinggevende kwam toen naar me toe. Hij zei: ‘Dat was fout, dat beeld was niet strijdig met de communitystandards van Facebook.’ De volgende keer moest ik zorgvuldiger te werk gaan.
Ook al klinkt het woord communitystandard al even onschuldig als het poetsschema van een studentenhuis, achter dit regelwerk gaat een goedbewaard geheim van de socialemediabedrijven schuil. Daarin wordt tot in detail vastgelegd welke informatie mag worden geüpload en gedeeld en welke moet worden gewist. Het is een soort parallelwet waarin de grenzen van meningsvrijheid vastgelegd worden door concerns met een enorme invloed op wat mensen elke dag zien – en wat niet. Daarbij gaat het om meer dan alleen de vraag of blote tieten nu wel of niet aanstoot geven. Facebook is een belangrijk middel voor politieke vorming en beïnvloeding. De informatie die erop gedeeld wordt, bepaalt in belangrijke mate mede ons beeld van de samenleving. De manier waarop we rampen, revoluties of demonstraties ervaren is mede afhankelijk van de beelden die hiervan in de tijdlijnen op Facebook terechtkomen. Toch zijn verreweg de meeste details van dit regelwerk niet openbaar en heeft de wetgever geen inzicht in de precieze criteria op basis waarvan berichten worden gecensureerd of juist vrij mogen circuleren.
Socialemediabedrijven maken meestal maar een klein stukje van dit regelwerk openbaar, en dat ook nog vaak in vage bewoordingen. Bij Facebook staan dan bijvoorbeeld zinnen als: ‘Wij accepteren in geen geval gedragspatronen waardoor mensen aan gevaar worden blootgesteld.’ Hoe dat niet geaccepteerde gedrag er dan precies uitziet, wordt niet verder toegelicht. Een ex-werknemer geeft als verklaring voor die geheimzinnigheid dat Facebook mensen niet op het idee wil brengen hoe zij met handig formuleren van postings de wisregels kunnen omzeilen. Een absurde logica: alsof een staat zijn wetgeving achter slot en grendel houdt, uit angst dat mensen anders hun criminele methoden zouden kunnen verfijnen.
Hoewel Facebook zichzelf presenteert als een open onderneming die mensen alleen een platform biedt voor het delen van informatie, toont het bedrijf zich gesloten wanneer het om de eigen praktijk gaat. Gerd Billen, staatssecretaris op het ministerie van Justitie en voorzitter van de taskforce voor ‘omgang met onwettige haatboodschappen op het internet’, zegt: ‘Helaas zie ik op dit moment onvoldoende bereidheid bij Facebook om transparant en inzichtelijk uiteen te zetten hoe wordt omgegaan met strafbare inhoud.’ Zelfs hij, bewindspersoon op het ministerie van Justitie, was tot op heden niet welkom bij Arvato. ‘Ik heb meer dan eens transparantie verlangd met betrekking tot de omgang met schokkende boodschappen, zoals de exacte wisregels of het aantal hierbij betrokken medewerkers en de eisen die aan hen worden gesteld. Maar tot nu toe bleef het bij lippendienst,’ zegt Billen. Momenteel werkt zijn ministerie aan een wetsvoorstel dat Facebook tot meer transparantie moet verplichten.
sz-magazin heeft grote stukken van de geheime Facebook-regels in handen. Het is de eerste keer dat ze in deze omvang openbaar worden. De laatste keer dat er iets publiek werd, was begin 2012 toen op de Amerikaanse website Gawker een leidraad van zeventien pagina’s opdook met wiscriteria van een bedrijf dat eveneens voor Facebook werkte.
De interne documenten waarover sz-magazin beschikt, bevatten honderden regeltjes die allemaal door Facebook zijn vastgelegd. Heel interessant zijn de verschillende voorbeelden van gevallen waarbij inhoud gewist moet worden of juist niet.
Gewist moeten onder meer worden:
Een beeld van een vrouw die in het openbaar overgeeft – hierbij als commentaar: ‘Jezus, ben jij volwassen? Dit is walgelijk’ (reden: commentaar wordt gezien als psychische terreur vanwege het uiten van afschuw voor lichamelijke functies).
Een foto zonder verder commentaar van een meisje naast de foto van een chimpansee met eenzelfde gezichtsuitdrukking (reden: vernederende fotobewerking, niet mis te verstane vergelijking van een mens met een dier).
Een video waarop een mens wordt mishandeld, maar alleen als deze voorzien is van commentaar in de trant van: ‘Genieten om te zien hoeveel pijn hij heeft’.
Niet gewist moeten bijvoorbeeld worden:
De video van een abortus (behalve wanneer die naaktopnamen bevat).
De foto van een man die opgehangen is, met als commentaar ‘Hang die hoerenzoon’ (wordt gezien als toegestaan pleidooi voor de doodstraf; wordt wel verboden als het specifiek om een ‘beschermde mensengroep’ gaat en er bijvoorbeeld zou staan: ‘Hang die flikker op’).
Foto’s van een vrouw met extreme anorexia, zonder enig commentaar (het tonen van zelfverminking zonder verdere context is toegestaan).
Zo is de omgang met extreem geweld bijvoorbeeld geregeld in hoofdstuk 15.2, dat gewijd is aan het verheerlijken van geweld: ‘We staan niet toe dat mensen beelden of video’s delen waarin mensen of dieren sterven of zwaar verwond worden, waarbij deze vorm van geweld tegelijkertijd wordt toegejuicht.’ Wat op de beelden te zien valt, is dus niet relevant; het gaat alleen om de combinatie van beeld en tekst. Bij wijze van voorbeeld volgt een reeks commentaren die als verheerlijking van geweld worden gezien. Wanneer iemand onder een foto van een stervend mens schrijft: ‘Moet je zien – wat cool’ of ‘Fuck yeah’ – alleen in zo’n geval moeten zulke beelden conform dit voorschrift worden gewist.
De regels waren nogal onbegrijpelijk. Ik zei tegen mijn teamleider: dat kan toch niet, dat beeld is hartstikke bloederig en gewelddadig, dat zou geen mens moeten zien. Maar hij vond alleen: dat is jouw mening, maar je moet proberen te denken zoals Facebook dat wil. We moesten denken als machines.
Vanuit het hoofdkwartier van Facebook komen er voortdurend aanpassingen van de communitystandards. Bij Arvato is er iemand die deze wijzigingen in de gaten moet houden. Voor Facebook is dat heel belangrijk. Uiteindelijk gaat het om zaken waardoor gebruikers het platform links kunnen laten liggen – en het hoogste doel van Facebook is precies tegenovergesteld: zo veel mogelijk mensen zolang mogelijk op het platform houden, zodat ze zo veel mogelijk reclame zien en Facebook zo veel mogelijk geld verdient.
Hun psychische gezondheid is van grote invloed op de berichten die tot in de tijdlijnen weten door te dringen. Want veel van hen zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten
Het is geen eenvoudige taak waar Facebook voor staat: de haat en de waanzin van mensen in toom houden en tegelijkertijd veiligstellen dat belangrijke gebeurtenissen niet gewoon onzichtbaar blijven. Besluiten om te wissen kunnen even verrijkende consequenties hebben als besluiten over journalistieke berichtgeving.
Voor honderden miljoenen mensen op aarde is Facebook de belangrijkste nieuwsbron. Ook al wordt het bedrijf niet als mediaconcern gezien omdat het zelf geen nieuws produceert, het kan niet om journalistiek-ethische vragen heen: zijn beelden van geweld in bijvoorbeeld het kader van oorlogsverslaggeving wel gerechtvaardigd, omdat ze dan een hoger doel dienen? Daarover denken wetenschappers al tientallen jaren na, maar op sociale media moeten zulke vragen snel een antwoord krijgen. Ruim zeven jaar geleden was een video van de stervende Neda Agha-Soltan, een jonge vrouw uit Teheran die bij protesten werd doodgeschoten, de eerste vuurproef voor Facebooks concurrent YouTube. Wissen of niet? Een YouTube-team besloot: de film is een politiek document, hij blijft ondanks de schokkende beelden online. Al geruime tijd proberen bedrijven voor zulke complexe besluiten simpele regels op te stellen. In de geheime Facebook-documenten staat: ‘Video’s waarop de dood van mensen te zien is, zijn schokkend maar kunnen wel bewust maken van zelfverminking, psychische ziektes, oorlogsmisdaden of andere belangrijke thema’s.’ In geval van twijfel moeten de medewerkers bij Arvato deze video’s voorleggen aan hun leidinggevenden. Over heel gecompliceerde gevallen wordt, naar verluidt, beslist op het Europese hoofdkwartier in Dublin.
Heel sterk was dat bij de terreuraanslagen in Parijs van afgelopen jaar. Daarvoor werden speciale vergaderingen georganiseerd over wat er met de livebeelden gebeuren moest. Toen zijn de schokkendste dingen bij ons terechtgekomen, zo goed als in real time. Uiteindelijk werd ons verteld dat we de meeste berichten gewoon moesten doorsturen naar het Arabische of het Franse team. Wat er verder mee gebeurd is, weet ik niet.
Toen de aanslagen in Parijs begonnen moesten wij content-moderators van de teamleiders onmiddellijk naar kantoor komen, hoewel het weekend was. Ik kreeg telefoontjes en sms-berichten van ze. Ik heb het hele weekend moeten doorwerken.
Betrouwbare cijfers over de aantallen mensen die wereldwijd hun beroep hebben gemaakt van het wissen van Facebook-content, ontbreken vrijwel geheel. Het hoofd van de internationale Facebook-afdeling policy, Monika Bickert, verklapte vorig jaar maart op een conferentie dat gebruikers elke dag wereldwijd meer dan 1 miljoen Facebook-berichten aanmelden als ontoelaatbaar. Hoeveel mensen zich met het wissen van die berichten bezighouden, vertelde ze niet. Mediawetenschapper Sarah Roberts van California University in Los Angeles doet al jaren onderzoek naar dit nieuwe beroep. Ze schat dat er over de hele wereld zo’n honderdduizend mensen dit soort werk doen, vrijwel allemaal bij dienstverlenende bedrijven, en niet alleen voor Facebook. Roberts heeft veel van die mensen in verschillende landen geïnterviewd. Veel van hen omschrijft ze als getraumatiseerd. Hun psychische gezondheid is van grote invloed op de berichten die tot in de tijdlijnen weten door te dringen. Want veel van hen zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten. Daar komt nog bij dat de tijd om secuur te werken vaak ontbreekt.
Sommige video’s moet je van begin tot eind bekijken. Ze laten ons er niet doorheen skippen en alleen screenshots bekijken. Het ergste is het geluid. Dat moet je ook aanhoren omdat juist in het geluidsspoor iets kan zitten wat niet is toegestaan. Haatpreken bijvoorbeeld of sadisme. Sommige video’s zijn hele films die langer dan een uur kunnen duren.
Veel content-moderators krijgen de beelden ook thuis niet uit hun hoofd. En dan komt er vaak ook nog een berichtje van de teamleiders. Dat je achterloopt! Of je niet een extra dienst kunt draaien? De werklast valt voor de medewerkers niet bij te benen, vertelt een man die inmiddels ontslag genomen heeft.
Acht seconden per taak
Flexibel moeten zijn, daar weten ze in Berlijn alles van, zeker als je uit een ander land komt en geen Duits spreekt. Want de stad trekt allang niet meer alleen mensen aan uit Beieren en Zwaben, maar ook veel mensen uit de wereldwijde middenklasse: Indiërs, Mexicanen, Zuid-Afrikanen, jonge, vaak goed opgeleide mensen – die er in Berlijn vervolgens achter moeten komen dat zij met al hun opleiding vrijwel nergens aan de slag kunnen. Ongeveer dertig procent van de in Berlijn wonende buitenlanders loopt het risico in armoe te vervallen. Een ex-werknemer meent:
Je kunt Arvato alleen maar feliciteren met het commerciële inzicht om dit werk in Berlijn te laten doen. De stad is een smeltkroes van talen en culturen, waar elders vind je Zweden, Noren, Syriërs, Turken, Fransen, Spanjaarden die dringend op zoek zijn naar werk?
De meeste van die immigranten zijn vertwijfeld, ze willen per se in de stad wonen en nemen daarvoor op de koop toe een baan waarvoor ze ver overgekwalificeerd zijn, die hun psychische gezondheid aantast en velen van hen steeds verder doet afstompen.
Zo komt het dat er tussen de wisarbeiders van Arvato ook kwantumfysici zitten of zaten, mensen met een doctorstitel, een hoogleraar, vaak vluchtelingen met beroepskwalificaties die in Duitsland niet erkend worden. Een ex-medewerker vertelt dat het moeilijk was om mensen tot zulk afstompend werk te motiveren. Of te bevorderen. Want wie het tot content-moderator schopt, moet ook video’s onderzoeken.
Eén video kon voldoende zijn om mijn leven te ruïneren. Dat wist ik. Ik wilde in geen geval content-moderator worden. Ik was bang voor wat dat psychisch met mij zou doen. Content-moderators zien de meest afschuwelijke dingen die je je maar kunt voorstellen. Op beelden en in video’s.
Content-moderators moeten nog sneller werken dan de FNRP-ers die helemaal onder in de hiërarchie staan. Per zaak hebben ze gemiddeld acht seconden – hoewel ze steeds weer hele films moeten doorkijken die veel langer duren. Zijn dagelijkse target was meer dan drieduizend gevallen, vertelt een content-moderator. Dat komt ongeveer overeen met de aantallen die de Amerikaanse National Public Radio in november hoorde van content-moderators uit andere landen – en die Facebook overigens tegenover de zender ontkent. Volgens een ex-medewerker loopt al het werk van de wisteams via een intern Facebook-platform, zodat het bedrijf volgens hem op de hoogte moet zijn van de actuele cijfers.
Tegelijkertijd was het onmogelijk om elke video echt af te kijken en te onderzoeken. Ze zijn zo grof dat je gewoonweg wilt schakelen, hoewel dat niet mag. Bovendien moet je op veel dingen letten – vaak is niet duidelijk welke regel er precies wordt overtreden.
Je moet je dagelijkse target halen, anders krijg je mot met je leidinggevende. De druk was immens.
In het voorjaar van 2016 schrijft het Spaanstalige wisteam een brief aan de Arvato-directie over overbelasting en slechte arbeidsomstandigheden. Het schrijven gaat al snel rond bij alle medewerkers: ‘Wegens overbelasting hebben we gevraagd om pauzes van vijf minuten (…) Aan deze wens is tot op heden helaas nog niet tegemoetgekomen. Verder dient vermeld te worden dat bij alle hierboven genoemde moeilijkheden ook nog eens de psychische belasting komt, veroorzaakt door het verwerken van tickets met een soms schokkende inhoud.’
Veranderd is er sindsdien niks, zeggen de medewerkers. Velen laten weten dat er inmiddels in plaats van duizend bijna tweeduizend tickets per dag van de FNRP-ers worden verwacht. Op navraag van sz-magazin laat Facebook weten hierover geen mededelingen te verstrekken.
Mijn teamleidster vond: als de job je niet bevalt, dan kun je toch ontslag nemen.
Momenteel zijn er bij Arvato in Berlijn ruim zeshonderd mensen bezig met het wissen van Facebook-berichten, zegt een medewerker. En het worden er almaar meer. In maart 2016 werd op geringe loopafstand een tweede gebouw betrokken. De medewerkers hingen op kantoor een enorme Facebook-banner op.
Het is zo tegenstrijdig: natuurlijk vonden we het cool om voor Facebook te werken, een bedrijf dat iedereen kent en dat populair is. Je probeert gewoon het kwaad uit te wissen.
Hoewel het werk verschrikkelijk is, zouden maar verbazend weinig medewerkers ontslag willen nemen, vertelt een van onze bronnen. Misschien omdat ze het geld nodig hebben, misschien omdat ze afgestompt zijn. Een medewerker van het Arabische team zegt:
Het is erg, maar zo kan ik tenminste voorkomen dat verschrikkelijke geweldvideo’s uit Syrië verder worden verspreid.
Maar altijd weer komen er video’s voorbij waardoor medewerkers het niet langer volhouden.
Er was een man met een kind. Ongeveer drie jaar oud. Die vent schakelt de camera in. Hij pakt het kind. En een slagersmes. Ik heb zelf een kind. Precies zo een. Dat kind zou mijn kind kunnen zijn. Ik hoef me niet gek te laten maken vanwege dit kutbaantje. Ik heb de zaak erbij neergegooid en ben gewoon weggelopen. Ik heb mijn tas gepakt, de hele weg naar de tram heb ik lopen huilen.
Wetenschappers definiëren een psychisch trauma als een belastende gebeurtenis die niet zonder meer verwerkt kan worden. Het is vaak het resultaat van lichamelijk of geestelijk geweld en leidt niet zelden tot een posttraumatische stressstoornis. Harald Gründel, als hoogleraar psychosomatische geneeskunde verbonden aan het academische ziekenhuis van Ulm en lid van het presidium van de Duitse traumastichting, heeft een aantal door sz-magazin van interviews met Arvato-werknemers gemaakte verslagen gelezen. Voor Gründel wijzen hun beschrijvingen mogelijk op klassieke kentekenen van een posttraumatische stressstoornis: belastende foto’s en video-opnames die ook buiten het werk steeds weer voor het geestesoog opduiken; terugkerende nachtmerries; overdreven schrikachtige reacties in situaties die vaag wat met de inhoud van de video’s van doen hebben; pijnen waarvoor geen fysieke verklaring is; teruggetrokken sociaal gedrag; uitputting en afstomping; verlies aan seksuele belangstelling.
Toen ik die video’s met kinderporno had gezien, kon ik net zo goed non worden – aan seks viel niet meer te denken. Al meer dan jaar kan ik niet meer intiem worden met mijn partner. Zodra hij me aanraakt, begin ik te trillen.
Ineens viel mijn haar bij bosjes uit, na het douchen of zelfs op het werk. Mijn arts zei: je moet daar weg bij die baan.
Altijd waren er weer mensen die opsprongen vanachter hun bureau, naar de keuken renden en het raam openrukten om na een onthoofdingsvideo wat frisse lucht te krijgen.
Velen gingen zuipen of stevig blowen om ermee om te kunnen gaan.
Op navraag van sz-magazin zegt Facebook: ‘We geven elke medewerker de gelegenheid voor psychologische begeleiding. Dat gebeurt op verzoek van de medewerker en is te allen tijde mogelijk.’ De door ons gesproken medewerkers laten ons echter zonder enige uitzondering weten dat ze zich met hun psychische problemen door Arvato in de steek gelaten voelen. Voldoende begeleiding was er niet en ook geen gerichte voorbereiding op de psychische belasting van het werken met verschrikkelijke beelden en video’s.
We moesten ervoor tekenen dat Arvato psychologische hulp aanbiedt, maar in de praktijk was het onmogelijk om begeleiding te krijgen. Ze hebben niets voor ons gedaan.
Een medewerkster had steeds weer geprobeerd een privéafspraak met de sociaal-pedagoog te maken. Daar moest ze lang op wachten. Uiteindelijk gaf ze het maar op
Dat werknemers ook tegen psychische belasting beschermd moeten worden, is sinds 2013 geregeld in de paragrafen 4 en 5 van de Duitse Arbeitsschutzgesetz (wet op de bescherming van arbeid): ‘Het gaat erom dat niet wordt afgewacht tot er gezondheidsschade optreedt, maar dat de risico’s al preventief zo veel mogelijk geminimaliseerd worden,’ vertelt Raphaél Callson, arbeidsrechtadvocaat bij advocatenkantoor DKA in Berlijn. Hij meent dat er mogelijk sprake is van overtreding van het arbeidsrecht wanneer content-moderators niet professioneel door medici worden begeleid: ‘De werkgever moet echt beschermingsmaatregelen nemen. Werknemers zouden bij een video of beeld dat schokkende voor hen is, het werk moeten mogen onderbreken en hierover met een altijd ter beschikking staand aanspreekpunt in gesprek gaan. Bij voorkeur met een aan een medisch beroepsgeheim gebonden arts.’ Geen van de Arvato-medewerkers weet van het bestaan van zo’n arts. Onze bronnen hebben het over een open groepsspreekuur waar zonder verdere vooraanmelding over problemen gesproken kon worden. Onder leiding van een sociaal-pedagoog, geen psycholoog, zeggen ze allemaal. Geen van de door ons gesproken werknemers is er ooit naar toe gegaan. Ze schrokken ervoor terug om in gezelschap van onbekende collega’s over hun intiemste problemen te praten.
Een medewerkster had steeds weer geprobeerd een privéafspraak met de sociaalpedagoog te maken. Daar moest ze lang op wachten. Uiteindelijk gaf ze het maar op. Op navraag van sz-magazin doet Facebook geen verdere mededelingen over de kwalificaties van de psychologische begeleiders – of over de vraag of deze aan een beroepsgeheim gebonden zijn.
Daar waar ik vandaan kom, zou zo’n sociaal werkster alles wat ik haar zou vertellen onmiddellijk doorbrieven aan mijn baas. En die zou me daarna ontslaan. Niemand in mijn team had ook maar enig vertrouwen in die lui – waarom zouden we hun dan onze zorgen toevertrouwen?
En dat terwijl er zeker goede voorbeelden zijn van omgang met mensen die in hun werk te maken hebben met gruwelijke mediaberichten. Bij de Duitse keuringsdienst van media die gevaar opleveren voor de jeugd worden ook schokkende video’s bekeken. De dienst geeft nieuwe medewerkers regelmatig scholing over de omgang met belastende inhoud. ‘Niemand hoeft dit soort films aan een stuk door aan te zien,’ zegt directeur Martina Hannak-Meinke. ‘Iedereen kan elk moment zijn werk onderbreken, iets anders gaan doen en later verdergaan.’ Er zijn privéafspraken mogelijk met sociaal medewerkers. Psychologen en traumaexperts zijn elk moment beschikbaar. Ook andere instanties waar medewerkers zeer belastend materiaal onderzoeken, hanteren strenge regels: zulke films mogen bijvoorbeeld maximaal acht uur per week bekeken worden of alleen in duo’s, zodat het effect direct besproken kan worden. Sommige stellen voor zulk werk uitsluitend speciaal opgeleide juristen aan.
Ik zat in mijn eigen land in het leger. Beelden van oorlog en dood doen mij niets. Wat mij nekt is de onvoorspelbaarheid. Eén video krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Een seksfetisjvideo, waarin een vrouw op hoge hakken een klein poesje doodtrapt. Ik had nooit gedacht dat mensen tot zo iets in staat waren.
Deze kattenvideo moest gewist worden, het is een duidelijke overtreding van paragraaf 15.1 van de interne documenten die sz-magazin in handen heeft: ‘Seksueel sadisme is het erotische genot dat gevoeld wordt bij pijn van een levend wezen’ – bij Facebook dus niet toegestaan.
Het in praktijk toepassen van zulke regels vraagt te veel van de medewerkers. Sommigen vertellen dat ze op trainingen niet mee mochten schrijven, een voorzorgsmaatregel die moet voorkomen dat de geheime voorschriften openbaar worden.
De community-standards worden ook voortdurend gewijzigd. Vroeger was een foto van een afgesneden hoofd oké, zolang de snee maar recht liep. Wat is dat voor zinloze regel? En wie bepaalt dat?
In de communitystandards zit een hoofdstuk over haatboodschappen, waarin exact is vastgelegd welke beledigingen toegestaan zijn. Daar staat: ‘Oorspronkelijk wiste Facebook geen berichten waarin migranten doelwit waren, aangezien ze geen deel uitmaken van een beschermde categorie. Dat leidde tot negatieve berichtgeving over de richtlijnen van Facebook, waardoor de Duitse regering dreigde het werk van Facebook in Duitsland te stoppen. Dus hebben we de communitystandards aangepast, zodat ook migranten nu een zekere bescherming genieten.’ Aan de ene kant wordt hieruit duidelijk dat politiek en publieke druk van invloed zijn op de regels die Facebook hanteert. Aan de andere kant is dit bij uitstek een voorbeeld van wat het probleem is met bedrijven als Facebook: wat of wie in de samenleving bijzondere bescherming geniet, dient in Duitsland in de allereerste plaats te worden bepaald in de grondwet – en niet in het regelwerk van een bedrijf dat snel aangepast kan worden wanneer er imagoschade dreigt. Puur theoretisch: wat zou er gebeuren als de maatschappelijke opvattingen in de VS omslaan en de islam bij Facebook ineens minder bescherming geniet? Wanneer hetze tegen moslims minder streng vervolgd wordt dan tegen de in de geheime Facebook-documenten beschermde christenen, joden of mormonen? Het publiek zou het misschien nooit te weten komen. Zelfs de kleinste verandering in de communitystandards heeft een grote uitwerking op wat miljarden mensen op aarde elke dag te zien krijgen.
We zien zo veel leed – maar komen nooit te weten wat er met de mensen gebeurt die daar zijn afgebeeld. Hoe gaat het nu met die kinderen? En worden de daders opgepakt?
De door de Arvato-medewerkers onderzochte berichten zijn niet alleen strijdig met morele opvattingen, maar vaak ook met het Duitse recht. Hoe Facebook ten aanzien van onwettige bijdragen moet handelen, is complex. Naar Duits recht dient een platformaanbieder, zodra deze kennis neemt van of informatie heeft over een concrete onwettige handeling, deze onmiddellijk te wissen of de toegang daartoe te blokkeren, vertelt advocaat media- en IT-recht Bernhard Buchner. Anders lopen bedrijven als Facebook risico om zelf aansprakelijk te worden gesteld. Maar dat is nog niet alles: paragraaf 138 van het wetboek van strafrecht verplicht iedereen die op de hoogte is van een serieuze voorbereiding op een aantal genoemde strafbare feiten, dit aan te geven. Een bericht op Facebook waarin iemand overtuigend laat weten dat hij zijn klasgenoten dood wil schieten, moet dus niet alleen gewist, maar ook gemeld worden – bij de politie of bij de mensen die gevaar lopen.
Wat we wel weten is dat Facebook kinderporno’s doorstuurt naar het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children (NCMEC). Alle bij de NCMEC binnenkomende tips worden daar geordend en doorgeleid aan de voor verder strafrechtelijk onderzoek verantwoordelijke autoriteiten in de VS of daarbuiten, deelt het Bundeskriminalamt (Duitse Openbaar Ministerie) op navraag van sz-magazin mee. Indien duidelijk is dat deze strafbare handelingen op Duits grondgebied zijn gepleegd, wordt de beschikbare informatie toegestuurd aan het Bundeskriminalamt.’ Of er naast kinderpornografie ook andere strafbare feiten via Facebook bij de Duitse autoriteiten terechtkomen? Dat vertelt Facebook niet.
Een van de foto’s die The Guardian in 2017 publiceerde over Facebooks criteria.
Er zijn bij Arvato vast mensen die bezorgd zijn over de manier waarop met de content-moderators wordt omgesprongen. Zij worden door Facebook met een toekomstvisie gepaaid: ooit zullen computers door kunstmatige intelligentie boodschappen kunnen identificeren die indruisen tegen de gebruiksvoorwaarden. Facebook, Google en Microsoft lieten onlangs weten dat ze terreurpropaganda van hun sites voortaan willen opslaan in een gemeenschappelijke databank en voorzien van een digitale vingerafdruk – zo kan een beeld dat bij Twitter werd gewist ook automatisch door Facebook worden verwijderd. Enerzijds is dit een denkbeeld dat hoopvol stemt: dan hoeven mensen niet langer blootgesteld te worden aan dit soort horror. Maar het is ook angstaanjagend: algoritmes beslissen over postings die miljarden mensen bij Facebook te zien krijgen. Een computer beslist over wat bruut is en wat niet, waar satire eindigt en waar terreur begint.
Ik weet dat iemand dit werk moet doen. Maar het moeten mensen zijn die daarop getraind worden en daarbij geholpen worden, die men niet zoals ons naar de klote laat gaan.
Steeds weer heb ik de volgende droom: mensen springen uit een brandend huis. Ze slaan te pletter tegen de grond. De een na de ander belandt in een plas van bloed. Ik sta beneden en probeer de mensen op te vangen, maar het zijn er te veel en ze zijn te zwaar, ik moet opzij springen zodat ze mij niet dodelijk verwonden. Om mij heen staan mensen, een heleboel mensen, die niet helpen. Maar alleen met hun mobieltjes aan het filmen zijn.
Tijdens ons onderzoek hebben we onze bronnen steeds weer gevraagd hoe het met hen ging. Eén man heeft zijn nachtmerries overwonnen, alleen overdag komen de beelden soms weer boven. Toen hij laatst op een trapje stond om een gloeilamp te verwisselen, keek hij omlaag – en zag plotseling voor zijn geestesoog de grond waartegen de vermeende homoseksuelen te pletter sloegen die door de beulen van is van het dak van een huis waren geduwd. Eén vrouw heeft Duitsland de rug toegekeerd en woont hier ver vandaan. Een andere vrouw kampt met de gedachte dat ze overal op het strand kinderverkrachters en in het park dierenschenders ziet. Ze werkt niet langer bij Arvato en heeft nu traumatherapie. Een andere man gaat op Duitse les en wil met het vak dat hij ooit geleerd heeft, iets opbouwen in Duitsland.
Niemand van degenen die nog bij Arvato werken, is van plan er te blijven.
Till Krause is hoofdredacteur van de Süddeutsche Zeitung, Hannes Grassegger is naast journalist ook schrijver van een boek dat in 2014 werd gepubliceerd: Das Kapital bin ich.
Beide auteurs hebben hun bronnen ook gevraagd of ze na al hun ervaringen in het wisteam privé nog op Facebook zitten. Vrijwel iedereen doet dat. ‘Het is gewoon een verslaving,’ zegt een van hen.
Het vrijdagsupplement van de SZ, en daarmee een van de grootste tijdschriften van Duitsland, samen met dat van Die Zeit. Veel interviews en veel (populaire) cultuur.
De Palestijnse feministe Samah Salaime vond op het sociale netwerk tal van getuigenissen van vrouwen die zich langzaam ontworstelen aan tradities.
Onlangs heeft een van mijn Facebook-vriendinnen me toegevoegd aan een groep Arabische vrouwen. ‘O nee! Weer zo’n suf groepje!’ dacht ik meteen. Maar goede feministe als ik ben, kon ik uiteraard de verleiding niet weerstaan er een blik op te werpen.
Ik vond op deze pagina getuigenissen van Arabische vrouwen van alle leeftijden en uit alle uithoeken van Israël: moslima’s, druzen en christenen, meer of minder belijdend, getrouwd of vrijgezel. Zowel ontroerende verhaaltjes als pretentieloze anekdotes, confidenties over grote liefdes en al even grote teleurstellingen, verhalen over existentiële crises en een nieuw begin.
Veerkracht
De afgelopen jaren hebben tienduizenden vrouwen op Facebook een podium gevonden om zich te uiten. Het zijn leraressen, sociaal werksters, verpleegkundigen, zakenvrouwen en zelfstandig privécoaches die praktisch alle onderwerpen op hun pagina’s aansnijden.
Zo stuitte ik op het verhaal van een jonge vrouw, Lamis, wier moeder tijdens de bevalling is overleden en die vanaf haar geboorte de naam draagt van een moeder die ze nooit heeft gekend of in de ogen gekeken. Lamis, te vroeg geboren met een lichamelijke handicap, beschrijft de moeilijkheden waarmee ze sinds haar kinderjaren kampt en weidt uit over de verschillende fases van haar leven. Momenteel geeft ze leiding aan een re-integratieprogramma voor jonge gehandicapten uit de Arabische gemeenschap. De naam van haar programma is ‘I can’.
Hanan, een heel bijzondere vrouw van dertig, heeft haar getuigenis geïllustreerd met een foto van een tatoeage op haar arm: een esculaap, het symbool van de geneeskunde, met het onderschrift ‘Ik beloof dat ik het weer oppak’. Nadat ze geneeskunde was gaan studeren kreeg ze een ernstig ongeluk waardoor ze eenzijdig verlamd raakte. Ze zwoer dat ze als ze erbovenop zou komen haar studie weer zou oppakken, en maakte haar droom waar. Na een periode als EHBO’er te hebben gewerkt vatte ze de moed om terug te keren naar de medische faculteit, zoals ze zichzelf had beloofd, waar ze momenteel afstudeert als medisch onderzoeker. De vrouwen uit deze Facebook-groep hebben comfortabele posities opgegeven om hun kinderdroom te verwezenlijken. Fitnessinstructrices en gezondheidscoaches, leidsters van vrouwelijke wielrenploegen, een vrouw die haar baan bij een vrouwenorganisatie vaarwel zegde om styliste en modeontwerpster te worden.
“Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren”, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe
Marianna, moeder van vier kinderen, verloofde zich op haar vijftiende en was zwanger toen ze eindexamen deed. ‘Een vroeg huwelijk’: dat was genoeg om meteen alle rode lampjes bij mij te doen branden. Toch heb ik niet te snel geoordeeld en ben ik door blijven lezen. Daarna nam ik contact met haar op om haar beter te kunnen begrijpen. Ze vertelde me over haar man, die haar niet alleen ‘toestemming’ had gegeven om te studeren en werken, maar haar ook echt steunde en haar dromen en ambities deelde. Geheel in tegenstelling met de in zijn milieu geldende normen zorgde hij voor de baby, en daarna voor het broertje dat anderhalf jaar later kwam, en stelde hij alles in het werk om zijn vrouw haar vleugels te laten uitslaan. ‘Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren’, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe. ‘Ik kolfde voordat ik naar college ging, het huis was een puinhoop en het kwam voor dat de gootsteen vol vuile vaat stond en dat er niet één schoon lepeltje meer te vinden was. Maar hoewel ik daarna nog twee kinderen kreeg, lukte het me om af te studeren. Nu ga ik op zoek naar een baan en gaat mijn man door met zijn islam- en shariastudie. Want hij is imam in een moskee.’
Imam? Ik wist niet wat ik hoorde. ‘Ja, hij is heel gelovig, en hij is heel oprecht en eerlijk. Hij behandelt me met alle egards die zijn geloof en zijn religieuze wet voorschrijven. De islam heeft niets tegen ambitie, en mijn man steunt me volledig bij mijn pogingen gelukkig te worden en me te ontplooien. Hij is aanwezig geweest bij mijn drie diploma-uitreikingen: mijn eindexamen, mijn bachelor en mijn master. Dat is inderdaad iets wat je niet vaak hoort,’ voegt ze eraan toe.
Ik had misschien liever gehad dat ze niet in haar eindexamenjaar was getrouwd, maar wie ben ik om te oordelen over het hart van een meisje dat weet wat ze met haar leven wil?
Steeds meer vrouwen laten zich op het internet met ontroerende eerlijkheid van hun feministische kant zien. Het zijn geen verhalen die de voorpagina’s van kranten zullen halen, maar ze geven de lezeressen een gevoel van macht, helpen hen steviger in hun schoenen te staan en laten ze zien dat ze niet alleen zijn.
In het veelsoortige ecosysteem van Facebook vind je vrouwen die op allerlei gebieden werkzaam zijn en hun dromen najagen, daarin slagen en zich ontplooien. Waarom zou je naar een Hollywoodfilm als Wonder Woman gaan om een vrouw te zoeken die haar lot in eigen hand neemt, obstakels uit de weg ruimt en met hetzelfde gemak plafonds van glas en beton doorbreekt, als je op Facebook zulke vrouwen kunt vinden die veel dichter staan bij de Arabische meisjes die hun eerste stappen in het leven zetten?
Ik werk al twintig jaar met Arabische vrouwen. En elke keer weer ben ik getuige van de stille revolutie die deze vrouwen dag in dag uit in hun natuurlijke omgeving ontketenen. Met kleine stapjes leiden ze ons en onze samenleving naar een betere en inspirerendere toekomst.
Sommigen van ons hebben het geluk gehad dat ze door hun ouders gemotiveerd en aangemoedigd zijn. Anderen hebben hun ouders nooit gekend en zijn slachtoffer geworden van geweld, onrechtvaardigheid en traumatische ervaringen. Er zijn vrouwen bij die fysieke, seksuele of psychologische mishandeling hebben ondergaan. Sommigen slaan zich er helemaal in hun eentje doorheen, maar de meesten van ons hebben in elk geval iemand die in ons gelooft. Om in het leven te slagen hebben Arabische vrouwen, zoals alle vrouwen ter wereld, soms maar één iemand nodig die hen begrijpt, plus de onbedwingbare wil om vooruit te komen.
Met vreemde ogen
Ik heb me afgevraagd waarom dit fenomeen me zo ontroerde en begeesterde. Zijn die tienduizenden sterke, actieve, onafhankelijke vrouwen een uitzondering? En zo ja, door wie worden de regels waarop ze een uitzondering vormen dan opgelegd?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat mijn enthousiasme zich deels laat verklaren door het ongelooflijk grote aantal getuigenissen van vrouwen die erin zijn geslaagd zich te ontplooien, wat me alleen maar sterkt in mijn feministische overtuiging. Aan de andere kant benadrukt mijn enthousiasme dat zelfs iemand zoals ik, die doorgaat voor een ‘verlichte Palestijnse’, het leven van de vrouwen uit haar gemeenschap met vreemde ogen blijft bezien. Het wordt hoog tijd daar verandering in aan te brengen.
De ‘normale’ ontwikkeling van vrouwen in de Arabische samenleving verloopt volgens een westers patroon dat een onveranderlijke volgorde van de verschillende levensfases van de vrouw impliceert: schooltijd, jongens, werk, huwelijk, carrière en de ontplooiing van haar mogelijkheden. Daarom is elk verhaal dat ook maar enigszins afwijkt van deze normale sequens in mijn ogen een ‘indrukwekkende’ uitzondering. Vooral als het goed afloopt. Ze is immers tegen alle verwachtingen in geslaagd; ondanks dat ze een Arabische vrouw is, uit een dorp in het noorden of een stam in het zuiden komt, een hidjab draagt, is opgegroeid in een traditionele gelovige familie, jong is getrouwd, veel kinderen heeft gekregen, en heel wat andere obstakels heeft overwonnen – die vooral in onze gedachten bestaan.
Van alle vrouwen die hun verhaal vertelden hebben vele niet het westerse persoonlijke ontwikkelingspatroon gevolgd. Zij hadden gewoon een ander uitgangspunt, of ze nou uit vrije wil handelden, of omdat ze geen andere keus hadden. In plaats van hun school af te maken, een vervolgopleiding te doen, te werken en daarna een gezin te stichten, heeft de overgrote meerderheid van de Arabische vrouwen een enigszins ander parcours gevolgd, waarbij liefdesbetrekkingen en seksualiteit onverbrekelijk verbonden zijn met het gezin en het instituut huwelijk. Ze proberen niet zozeer aan deze voorwaarden te tornen, maar gaan stug hun eigen gang ondanks de geldende omstandigheden. Het verlangen de regels te schenden en te normale gang van zaken te trotseren komen van binnenuit en met de jaren.
We durven nog niet van de “verantwoordelijkheid” van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We durven nog niet hardop ”Ik heb het allemaal zelf gedaan” te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten
Ik ben zelf op mijn twintigste getrouwd en kreeg op mijn eenentwintigste mijn eerste kind, zonder ook maar een moment stil te staan bij de gevolgen die dat zou hebben voor mijn studie en mijn carrière. Het heeft me enkele jaren gekost om te begrijpen dat ik voor een andere weg had kunnen kiezen. Maar één ding is zeker: in de Arabische samenleving zijn de sociale normen voortdurend in ontwikkeling, vooral dankzij de tienduizenden vrouwen die het er niet bij laten zitten.
De vrouwen die zich uitspreken in deze verschillende Facebook-groepen hebben ook een partner: de nieuwe Arabische man.
Het merendeel van de actieve vrouwen is getrouwd, en ook bij hun echtgenoot voltrekt zich een langzame, radicale en soms pijnlijke revolutie. De bevoorrechte status van de man die de scepter over het gezin zwaait omdat hij nu eenmaal een man is (iets wat men in feministische termen het patriarchaat noemt) wordt steeds meer ter discussie gesteld in het licht van nieuwe sociaaleconomische ontwikkelingen.
De vrouw van tegenwoordig werkt, studeert, beslist mee en deelt de economische en familiale verantwoordelijkheden met haar echtgenoot. De man neemt niet meer dezelfde plaats in als vijftig jaar geleden.
De meeste vrouwen met wie ik contact heb gehad prezen hun geweldige partner, die hen had gesteund en aangemoedigd en dankzij wie ze waren geslaagd in wat ze hadden ondernomen. We durven nog niet van de ‘verantwoordelijkheid’ van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We durven nog niet hardop ‘Ik heb het allemaal zelf gedaan’ te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten. Maar ik zou niets willen afdoen aan het ideaalbeeld dat deze vrouwen wensen voor te spiegelen, en een goede verstandhouding binnen het huwelijk kan alleen maar op waarde worden geschat.
Toch is de gelijkheid tussen man en vrouw nog heel ver weg en heeft de feministische revolutie nog een lange weg te gaan.
De Arabische man begint getuige te worden van de langzame en moeizame bewustwording van de vrouwen in zijn omgeving, die zich nog in een beginfase bevindt. Ik ben ervan overtuigd dat er een moment zal komen dat onze mannen, vaders, broers en zoons zich wel zullen moeten schikken in deze veranderingen en in de revolutie die tot een moderne Arabische man zal leiden, tot een nieuw idee over viriliteit. Er zullen natuurlijk altijd mannen blijven zijn die, omdat ze zich niet in de veranderingen kunnen vinden, hun vrouw weer onder de duim zullen proberen te krijgen en voorwendsels zullen zoeken om geweld, onderdrukking en andere vormen van dominantie te rechtvaardigen.
Daarom, dames en heren, ontdoe ik mij hier en nu van een van die dikke lagen van westers feministisch bewustzijn die zich op mijn lichaam hebben afgezet en vervang ik die door de zachte, tere, onvolmaakte maar authentieke sluier van het Arabische feminisme. Ik zal de bevrijding van de Arabische vrouw niet langer als een vorm van eenrichtingsverkeer beschouwen, ik zal niet langer van mening zijn dat de enige legitieme weg de weg is die ons wordt opgelegd door de Israëlische samenleving of het westers feminisme. Het Arabische bevrijdingsproces is valide op zich, zonder dat we het ritme van onze veranderingen hoeven te vergelijken met dat van andere samenlevingen. De ‘sociologische gps’ moet gewoon de Arabische kaart leren lezen en zich aanpassen.
Samah Salaime (te zien in het openingsbeeld) werd geboren in het noorden van Israël in een gezin van Palestijnse vluchtelingen. Ze behaalde een master Maatschappelijk Werk aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 2009 richtte ze de ngo Arab Women in the Center (AWC) op, die vrouwen aanmoedigt voor zichzelf op te komen. Deze ngo strijdt vooral tegen het geweld waaraan vrouwen in de Arabische gemeenschap worden blootgesteld. AWC spoort vrouwen en meisjes ook aan om een actieve rol te spelen in het protest tegen de verwoesting van Palestijnse huizen door het Israëlische leger.
Bij het beeld van de twee vrouwen:
De Bahreinse fotograaf Ali Al-Shehabi (23) putte voor zijn serie Freej Sisterhood uit zijn jeugdherinneringen aan de wijk Al Karama in Dubai. Als kleine jongen ontmoette hij vaak gesluierde vrouwen die hun inkopen kwamen doen in de buurt. Dit leidde tot de serie Freej Sisterhood (Freej betekent buurt in het Arabisch van de Golf).
Fake News is de schuld van het internet, de Russen en Donald Trump, toch? Zo simpel is het niet, zegt de Britse journalist Matthew d’Ancona, die er een boek over schreef. ‘De mondialisering heeft de aard van ons bestaan veranderd.’
Er is momenteel zo veel te doen over fake news dat het wel een moeras lijkt. Hoe vinden we daarin onze weg?
‘Allereerst moet je, zoals altijd, de term definiëren. Voor mij betekent “fake news” het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie voor politieke of commerciële doeleinden. Het slaat zeker niet op nieuws dat me niet bevalt of waarmee ik het niet eens ben, of analyses die me ergeren. Maar in een heel interessant voorbeeld van wat psychologen het “spiegeleffect” noemen heeft Trump de term vrijwel geannexeerd om de media aan te duiden die kritiek op hem hebben. En de mensen zijn de term “fake news” gaan gebruiken om media aan te duiden waarvan de artikelen hun niet bevallen of waarmee ze het niet eens zijn.
Je kunt het ook “post-waarheid” noemen, de mantel die alles bedekt. De post-waarheid begint op het moment dat leugens niet belangrijk meer zijn of wanneer de consumenten van die leugens ermee onder één hoedje spelen, wanneer de emotionele weerklank van die beweringen belangrijker is dan hun feitelijke juistheid. Ik denk dat de term “post-waarheid” het afgelopen jaar zo veel succes heeft gehad vanwege twee specifieke en overweldigende gebeurtenissen, de Brexit en de verkiezing van Trump. Die hebben een zeer sterke emotionele weerklank gevonden, die belangrijker lijkt dan het steekspel van feitelijke beweringen.’
Het is fascinerend om de resultaten te zien die je krijgt als je de term ‘fake news’ googelt. Of het nu om de gebeurtenissen in Myanmar gaat of om het Equifax-schandaal, het is bijna choquerend. Het is alsof zowel links als rechts zich ervan bedient om hun respectievelijke identiteit te bewaren. Zou het kunnen dat als je maar lang genoeg beweert dat iets fake news is, het vanzelf fake news wordt?
‘Tja, dat is me nogal een vraag. Het eerste wat we moeten benadrukken is dat het rampzalig zou zijn als we dit probleem aan de politiek overlieten en als politici de termen “fake news” en “post-waarheid” zouden gaan gebruiken om hun eigen programma erdoor te drukken. Daarvoor staat er veel te veel op het spel. Het is in een liberale maatschappij oneindig veel belangrijker de waarde en het primaat van de waarheid te beschermen dan te weten of we een linkse of rechtse regering hebben. Dat is fundamenteel. Daarom denk ik dat we een stapje terug moeten doen en ons moeten afvragen waarom de informationele ecosfeer veranderd is. Dat heeft niet echt te maken met rechts of links. Natuurlijk is er een groot debat gaande over de relatie tussen de opkomst van populistisch rechts en dit probleem, maar naar mijn mening zijn de oorzaken veel algemener. Er spelen talrijke factoren mee, maar ik denk dat er twee hoofdfactoren zijn.
De eerste is dat we een afnemend vertrouwen zien in de bestaande instituties. Het eclatantste voorbeeld was de financiële crisis van 2008/2009, waardoor wereldwijd het vertrouwen verdween in de banken die sinds het einde van de Koude Oorlog de wereldorde hadden ondersteund. Die schokgolf is momenteel in de hele wereld voelbaar. Maar er bestaat in de media en elders een tendens om te denken dat, omdat het acht of negen jaar geleden is gebeurd, de crisis ten einde is en de recessie verleden tijd. Het wordt tijd voor iets anders. Maar het was zo’n ingrijpende gebeurtenis dat de gevolgen naar mijn mening nog altijd enorm zijn.
We zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander
De tweede factor is de digitale revolutie. In het begin, toen rond 2004 het zogeheten “Web 2.0” zijn intrede deed en steeds meer mensen supersnel internet kregen, werd gedacht dat de tweede fase van de internetrevolutie wereldwijd een verbindende factor zou vormen. En dat is natuurlijk ook gebeurd: de obstakels bij het verspreiden van informatie zijn weggenomen, mensen kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, we hebben een ongeëvenaarde toegang tot informatie. Maar deze revolutie heeft ook een tegengesteld effect gehad: ze heeft mensen in hokjes geduwd waarin iedereen dezelfde overtuigingen is toegedaan. Er treedt een soort balkaniseringseffect op. Mensen kruipen bijeen in sociale of ideologische bubbels. En essentieel daarbij is dat dit fenomeen niet te wijten is aan een onvolkomenheid in het web. In feite zijn de algoritmen van de sociale netwerken juist voor dat doel ontworpen: om ons altijd meer te geven van wat we willen, waarvan we houden, en ons in contact te brengen met mensen die we aardig vinden. Dat is een erg plat voorbeeld, maar uiterst belangrijk voor de manier waarop de geloofssystemen zich momenteel vermengen en groeien.’
Een van de dingen die me fascineren in het fakenewsprobleem is dat de indruk wordt gewekt dat links de waarheid in pacht heeft – we moeten die waarheid absoluut terugveroveren, wij zijn er de bewakers van en als we haar laten ontsnappen zullen de rechtse en conservatieve krachten ermee doen wat ze willen.
‘Nou, om terug te echoën wat u zegt, ik denk dat rechts gelijk heeft wanneer het betoogt dat echokamers als Antifa en SJW (Social Justice Warriors) even venijnig zijn. Probeer bijvoorbeeld maar eens op de sociale media een zinnig gesprek te beginnen over transgenders en zie hoe je bestookt wordt met stompzinnige opmerkingen als: “Geen enkele mannelijke cisgender heeft het recht een mening te verkondigen over transgenderisme.” Dat is de keerzijde van de medaille: we zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander. Ik kan me moeiteloos een links populisme voorstellen dat de precieze tegenhanger is van het fenomeen-Trump.
Ik zie heel goed dat sommige mensen ons proberen wijs te maken dat de progressieve elite het begrip waarheid weer in haar macht probeert te krijgen, maar het gaat om een veel groter fenomeen. De vraag is in feite de volgende: willen we doorgaan met een systeem van informatie-uitwisseling, diepgaande analyse en feitenonderzoek, of willen we ons in een onmetelijk emotioneel moeras storten waar we zullen worden gebombardeerd met digitale beweringen en waar we bijeen schuilen in defensieve bubbels waarin het democratisch discours geen enkele betekenis meer heeft? Dat laatste lijkt me nog veel angstaanjagender.
Een van de dingen waar degenen die echt betrokken zijn bij dit fundamentele debat over de post-waarheid naar mijn mening voortdurend op moeten blijven hameren om het in het hoofd van de mensen te laten doordringen, is precies wat u betoogt: we kunnen niet simpelweg zeggen dat de progressieve elite iedereen de mond probeert te snoeren. We kunnen het fenomeen niet afdoen als een poging om de fabuleuze vrijheid en variëteit die het internet ons biedt te verstikken. Dat zou rampzalig zijn.
Om te beginnen is er geen enkele kans dat zoiets gebeurt; daar is het veel te laat voor. Zelfs als je veronderstelt dat een progressieve elite daarop uit zou zijn, zou het haar niet lukken. En we zijn dat stadium in elk geval allang voorbij.
De vraag die we ons nu moeten stellen, is de volgende: is het, in het licht van de technologische en institutionele werkelijkheid van dit moment, nog mogelijk de waarheid als het belangrijkste uitgangspunt te beschouwen?’
Ik vind het fascinerend hoe sommige regeringen, zoals die van Rusland, hun voordeel doen met fake news. Zal dit fenomeen om zich heen grijpen, als dat al niet is gebeurd?
‘De precieze omvang van het fenomeen kennen we niet. Er spelen duidelijk twee belangrijke factoren mee: allereerst de uiterst geraffineerde strategieën waarmee Rusland informatie manipuleert, zowel langs menselijke als langs geautomatiseerde weg, maar ook het ontstaan van bedrijven die in staat zijn fenomenale hoeveelheden informatie aan de sociale netwerken te onttrekken, informatie die vervolgens verkocht wordt om tijdens verkiezingscampagnes te worden gebruikt. Je hoeft maar naar Cambridge Analytica te kijken, een bedrijf dat is gespecialiseerd in electoraatsprofielen en is opgericht door miljardair Robert Mercer, een goede vriend van Steve Bannon, om te zien wat voor rol zulke bedrijven hebben gespeeld bij het Brexit-referendum en bij de verkiezingen in Amerika en andere landen.
We beginnen nu pas doordrongen te raken van de ernst van het probleem, van het feit dat er enorm veel universitair en journalistiek onderzoek nodig is en dat dat er snel moet komen omdat dit alles zich nu, op dit moment afspeelt. We moeten eerst de manier analyseren waarop het zich voltrekt, de omvang van het probleem bepalen en daarna een beetje gas terugnemen en bedenken hoe we dit fenomeen aan regels kunnen onderwerpen zonder inbreuk te maken op de vrijheid van meningsuiting. Dat wordt een bijzonder hachelijke onderneming, want het ergste resultaat zou een ministerie van Waarheid zijn. Dat zou nog erger zijn dan de huidige status quo. Het idee dat een overheidsinstantie voor ons zou gaan bepalen wat waar is en wat niet is precies het tegengestelde van wat een moderne democratische orde zou moeten zijn.
Als het doemdenken en de morele afkeer ons tot overregulering zouden dwingen, zouden we met een ongelooflijk verkrampt systeem komen te zitten waarin alle energie van het web teniet zou worden gedaan door een paniekerige autoritaire reactie. We moeten tussen deze twee klippen door zien te manoeuvreren.’
Dus het is allemaal de schuld van het web?
‘Nee, helemaal niet, want het web is alleen maar een doorgeefluik. De technologie heeft een dominante rol gespeeld, maar alleen omdat de aard van het menselijk bestaan is veranderd. We leven in een gemondialiseerd bestel en hoezeer de mensen zich daar ook tegen proberen te verzetten, onze grenzen worden steeds poreuzer. We vermengen ons als soort en worden economisch en cultureel steeds afhankelijker van elkaar. Natuurlijk, als je de internetkabels zou weghalen zou er geen Twitter of Facebook meer zijn waarmee informatie met de snelheid van het licht kan worden verspreid. Maar er is een bepaalde soort-zoekt-soorttendens: op momenten van extreme spanning en grote veranderingen zoeken mensen het gezelschap van anderen met dezelfde denkbeelden. Op die manier vinden ze andere uitdrukkingsvormen die misschien minder heftig zijn, maar die wel bestaan. Daarom wijs ik ouderwetse reacties op dit probleem af: ik denk dat het internet een positieve uitwerking heeft gehad en dat als het niet zou bestaan, er aan het eind van de Koude Oorlog wel iets overeenkomstigs zou zijn uitgevonden. Het ontstaan van een wereld die niet langer in de ban zou zijn van wederzijdse angst voor vernietiging zou in elk geval een enorme invloed hebben gehad op de manier waarop we ons gedragen als soort. En dat is ook gebeurd. Een van de gevolgen is dat alles ter discussie wordt gesteld, en dat is absoluut essentieel.
We hebben een stadium bereikt waarin iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft – en dan niet alleen maar in het domein van de politiek. Ik denk dat de opkomst van pseudowetenschappen, het herleven van complottheorieën en het ontkennen van de holocaust en dergelijke daar allemaal verband mee houden. Die moet je als één geheel zien. Een van de dingen die ik in mijn boek duidelijk heb willen maken is dat mijn standpunt absoluut niet politiek gemotiveerd is, of in elk geval niet ingegeven door politieke hokjesdenkerij: het is een epistemologisch standpunt over de manier waarop we omgaan met kennis en informatie en waarop we de waarheid beoordelen. Dat heeft niets te maken met links of rechts.’
Mensen zijn niet alleen sterker geneigd zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar menen ook recht te hebben op een op maat gemaakte waarheid
Ik heb de indruk dat door het fenomeen van desinformatie het belang van het individu toeneemt. Vroeger had je alleen maar de staat en jijzelf, en tegen de staat kon je niets terugzeggen, terwijl we nu dankzij het internet en de technologie in staat zijn om ons uit te drukken, waarbij we niet alleen de waarheid verkondigen, maar om het even wat.
‘U legt de vinger op de zere plek. Ik ben het honderd procent met u eens. Toen ik in 1991 journalist werd, moest je over een eigen drukkerij of zender beschikken om je standpunt kenbaar te maken. De enigen die het systeem tartten waren piratenzenders en radioprogramma’s op cd. Maar tegenwoordig kan iedereen zijn standpunt bijna voor niets over het voetlicht brengen. Dat is een goede zaak als je in de vrijheid van de mens gelooft, maar het betekent ook dat mensen niet alleen sterker geneigd zijn zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar ook recht menen hebben op een op maat gemaakte waarheid. Dat is begrijpelijk, maar tegelijkertijd is het een sociale onmogelijkheid omdat de waarheid een verbindende kracht bezit. Het is uiteindelijk de erkenning van onveranderbare feiten die een samenleving mogelijk maakt. Als we allemaal solipsisten zouden zijn, zouden we niet kunnen functioneren. Nu begeven we ons op het terrein van de sciencefiction, maar als iedereen in “alternative facts” zou geloven, om de onsterfelijke formule van Trumps woordvoerder Kellyanne Conway te citeren, of in een volledig alternatief universum, zou iedere sociale interactie onmogelijk zijn.
Dus u heeft gelijk, we hebben nu de mogelijkheid om een volstrekt persoonlijke werkelijkheid te creëren, en we moeten realistisch zijn over de gevolgen die dat kan hebben.’
Dit gesprek doet denken aan beelden uit Mad Max. Bent u een aanhanger van de dystopie? Hoe zal het er volgens u over tien jaar uitzien?
‘Nee, ik ben niet dystopisch. Ik denk dat alles op zijn pootjes terechtkomt. Laten we zeggen dat ik dit boek heb willen schrijven om iedereen wakker te schudden, omdat ik me zorgen maakte over wat ik als de ernstigste weerslag van Brexit en Trump beschouwde. Volgens velen vormden die twee gebeurtenissen alleen maar een verstoring van de natuurlijke orde en zou die natuurlijke orde zich uiteindelijk weer herstellen, anders zouden we in uw woestenij van Mad Max belanden. Maar ik denk dat het zo helemaal niet werkt. Ik denk dat het in de geschiedenis vaak is voorgekomen dat mensen voor dezelfde extreme uitdagingen werden gesteld als wij nu, en dat je daarvoor niet moet terugdeinzen.
Ik ben een optimist: we zullen spectaculaire veranderingen meemaken in de manier waarop we omgaan met de technologische reuzen, in de manier waarop we het manipuleren van informatie doorzien, bijvoorbeeld door Rusland, zoals u noemde, maar ook door mensen als Robert Mercer. Ik denk dat er veranderingen komen die afzonderlijk misschien onbeduidend lijken, maar die als je ze bij elkaar optelt belangrijke gevolgen zullen hebben.’
Welke concrete stappen kunnen we zetten?
‘Sommige stappen zijn heel eenvoudig, maar desondanks nog niet gezet. Waarom geven we kinderen vanaf vijf jaar geen digitaal onderwijs, als volwaardig schoolvak? Ik heb het niet over internetveiligheid, maar over de manier waarop je het web op een intelligente en kundige manier kunt gebruiken. Dat zou echt een stap vooruit zijn. Ik denk dat tech-giganten aan strengere regelgeving zullen worden gebonden. Wanneer we meer van hen weten, zullen er maatregelen worden genomen tegen figuren als Mercer en zal de internationale diplomatie die ter harte nemen. Voorlopig staan we nog maar aan het begin. De kranten schrijven erover, de veiligheidsdiensten doen onderzoek maar het probleem heeft in het internationale discours nog niet het belang dat het naar mijn mening uiteindelijk zal krijgen.
Er is tenslotte geen oplossing die van bovenaf kan worden opgelegd. Dat is de kern van het probleem en niemand weet of de mensen bereid zijn te accepteren dat democratie een recht is dat ook plichten met zich meebrengt. Hoe zullen de mensen, nu we hun de krachtigste informatietools uit de geschiedenis ter beschikking hebben gesteld, die tools willen gebruiken? Meestal gebruiken ze die voor doeleinden die niets te maken hebben met waar we hier over spreken: om te weten wat er vanavond op de televisie komt, of om iets te kopen op Amazon. Maar wat hun informatieconsumptie op het gebied van de belangrijke dingen des levens betreft, zullen ze moeten besluiten of die hun aan het hart gaan. Het gevaarlijkste van deze hele geschiedenis is in mijn ogen de infantilisering van de burger. Wil de burger zich al dan niet als volwassene gedragen? Op die vraag bestaat geen eenvoudig antwoord.’
We hebben niet echt rolmodellen op dit gebied.
‘Nee, daar heeft u gelijk in. Alle grote retoriek uit het verleden betekende een uitdaging voor de burger. Of je nu naar Lincoln en Martin Luther King kijkt of naar John F. Kennedy en zelfs homoactivist Harvey Milk, al die grote verdedigers van de burgerrechten hadden met elkaar gemeen dat ze betrokkenheid eisten van degenen tot wie ze zich richtten.
Op dit moment lijkt onze voorkeur naar amusement uit te gaan – het verontrustendste aan Trump is mijns inziens dat hij in wezen een entertainer is die politiek tot entertainment heeft gedegradeerd. Wat in zijn ogen het belangrijkst is zijn de kijkcijfers – u heeft gezien hoe hij de Emmy Awards neersabelde omdat ze geen goede kijkcijfers hadden, hij heeft Arnold Schwarzenegger bekritiseerd omdat die lagere kijkcijfers had dan hijzelf met zijn The Celebrity Apprentice. Wat hem het meest heeft dwarsgezeten sinds hij president is, is volgens mij het idee dat er bij de inauguratie van Barack Obama in 2009 meer mensen aanwezig waren dan bij die van hem. De politiek dreigt op dit moment eenvoudigweg een tak van de showbusiness te worden, en dat is angstaanjagend.
Maar het is niet onontkoombaar. Als we de afgelopen achttien maanden iets hebben geleerd, dan is het dat niets onvermijdelijk is. We leven in roerige tijden, en daar moeten we gebruik van maken. Dit is een geweldige kans voor mensen met goede bedoelingen om gezamenlijk actie te ondernemen, maar dan moeten ze dat wel doen. Er is geen hogere macht die dit probleem zal oplossen – de mensen moeten het zelf doen.’
Uw opmerking dat ‘iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft’ laat me nog steeds niet los.
‘Toch is dat zo. De vraag is, om uw gedachtegang over te nemen, of mensen meer bereid zijn zich aan hun ofwel tribale ofwel geïndividualiseerde idee van de waarheid vast te klampen of dat ze de waarde erkennen van dingen die waar zijn omdat ze nu eenmaal waar zijn. En dat hoeft niet per se een offer te zijn, omdat je geen beleid op het gebied van gezondheidszorg of welke vorm van sociale organisatie dan ook kunt ontwikkelen zonder een algemeen aanvaard idee van de waarheid. Dat bestaat niet. Dus hoe aantrekkelijk het ook mag lijken om te zeggen: “Ze kunnen de pot op, ze mogen geloven wat ze willen maar wij hebben tenminste onze eigen versie van de waarheid”, die vlieger gaat gewoon niet op.’
Vertaler: Peter Bergsma
Het kudde-instinct
Als bepaalde informatie maar vaak genoeg gelezen en gedeeld wordt op de sociale netwerken, hoef je niet te controleren of die klopt, want dat heeft vast iemand anders al gedaan, toch? Zo denken velen van ons erover, volgens een studie die is verschenen in Proceeding of the National Academy of Sciences (PNAS). Met andere woorden, ‘als groep zijn we minder geneigd de feiten te verifiëren’, schrijft de Harvard Business Review. ‘Zoals dieren in de natuur zich veilig voelen in een kudde, zo voelen wij ons veilig in een menigte,’ zegt Gita Johar van Columbia University, die het onderzoek heeft geleid, tegen Science. ‘Als je datzelfde instinct toepast op de informatie die we tot ons nemen via de sociale netwerken, leidt het tot het minder checken van feiten.’ Daarom heeft fake news de neiging online om zich heen te grijpen, aldus de studie.
De website 52 Insights werd in 2015 opgericht en wil mensen informeren over de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in de wereld. Dit doet men door het wekelijks publiceren van interviews met schrijvers, onderzoekers, creatieven, uitvinders en anderen die ons leven veranderen.
ResearchGate is een sociaal netwerk voor wetenschappers, opgericht door de Duitse viroloog Ijad Madisch. Het in Berlijn gevestigde bedrijf heeft inmiddels 87 miljoen euro opgehaald en mag Bill Gates en Matt Cohler tot zijn investeerders rekenen.
Heb ik!’ roept Ijad Madisch. Hij trekt een sprintje, maar weet de bal net niet te achterhalen. Hij geeft zijn medespeler een tik op de schouder, maakt hem een compliment (‘mooie pass’), kiest met een sprongetje weer positie, focust zich op de bal en slaat die dit keer in het zand op de helft van de tegenpartij. Het is negen uur ’s ochtends en Madisch heeft al zeven sets beachvolleybal achter de rug. Hij is ontevreden, want de laatste twee sets heeft hij verloren. ‘Ijad kijkt altijd naar de cijfertjes,’ zegt zijn trainer.
Madisch is arts, gepromoveerd viroloog en oprichter van ResearchGate, een soort Facebook voor wetenschappers. Sommigen denken dat hij midden in Berlijn de droom van Silicon Valley aan het verwezenlijken is. Madisch zegt: ‘Misschien ben ik een goede verkoper. Dat is mijn Arabische bloed.’ Hij lacht. Natuurlijk is dat gekoketteer. Kenners zien het bedrijf van Madisch als de hoop van de Berlijnse start-upscene, de langverwachte innovatie met mondiale uitstraling, een soort Google uit Duitsland. Madisch heeft bondskanselier Angela Merkel al eens op bezoek gehad en mag Bill Gates en Matt Cohler, ooit de man achter Mark Zuckerberg bij Facebook, tot zijn investeerders rekenen. In de afgelopen jaren heeft Madisch 87 miljoen euro opgehaald.
Soms gaat de wekker om drie uur ’s nachts, waarna hij snel een paar e-mails checkt en weer gaat slapen
Het businessplan van Madisch is simpel: hij wil een wereldwijd netwerk van wetenschappers opbouwen die hun onderzoeksresultaten met elkaar delen, ook hun fouten. Tien jaar geleden kwam hij op het idee, toen hij nog geneeskunde studeerde aan de Universiteit van Hannover en onderzoek deed aan Harvard. Daar liep hij vast bij een experiment en wist zich geen raad. Juist dat zou wetenschappers dankzij ResearchGate niet meer mogen gebeuren.
‘We publiceren momenteel maar 5 procent van alle onderzoeken,’ zegt Madisch. Slechts een klein, succesvol deel wordt in de wetenschapstijdschriften gepubliceerd. Maar waarom zou die overige 95 procent interessant zijn? ‘Wij proberen alles realtime te tonen, ruwe data, veldonderzoek, mislukte experimenten, analyses, secundaire gegevens, definitieve gegevens, gedachte-experimenten, want ook dat is research.’ Madisch wil dat onderzoekers leren van de fouten van andere onderzoekers en die niet opnieuw maken. De geüploade publicaties hebben een tijdstempel, zodat niemand kan beweren dat hij al eerder op het idee was gekomen. Het wetenschappelijk publiceren is een enorm werkterrein, waarin Madisch verandering wil aanbrengen.
Madisch is klaar met sporten. Fris gedoucht, houthakkershemd en sneakers aan, stapt hij in zijn antracietkleurige Tesla. De muziek begint te spelen. Uit de boxen klinkt rap, The Notorious B.I.G. Madisch trekt aan zijn Superman-baseballpet, zodat die niet meer helemaal recht zit. Een laatste blik op zijn smartphone en dan rijdt hij weg richting centrum. Voor hem liggen tien uur werk. ’s Avonds gaat hij nog een keer volleyballen.
Madisch werkt veel. Soms gaat de wekker om drie uur ’s nachts, waarna hij snel een paar e-mails checkt en weer gaat slapen. Wanneer hij voor het laatst naar de film is geweest, kan hij zich niet herinneren. Hij leeft voor zijn bedrijf. Alleen de sport kan hem losrukken. Op het veld hoeft hij geen leiding te geven, daar gelden andere regels. Dat ontspant hem. Maar zelfs sport beoefent hij inmiddels op topniveau. Zijn volleybalpartner en zijn trainer hebben ooit in het nationale team gespeeld.
De Tesla rijdt een parkeergarage in de Invalidenstraβe in, niet ver van het Nordbahnhof. Hier zetelt ResearchGate, op vier etages van een fabriek. Er vlak achter wordt gebouwd aan nog een kantoor van acht verdiepingen. Madisch loopt over de gangen en groet her en der met ‘Hi, how are you?’ Iedereen spreekt hier Engels. Hij wijst naar een paar collega’s. ‘Dat is het people team,’ zegt hij, ‘ik heb een hekel aan de term human resources. Het is onze belangrijkste unit, de mensen die doorslaggevend zijn voor het succes.’ Madisch let erop dat hij ook wetenschappers in dienst neemt; de afdeling personeelszaken staat onder leiding van een voormalige kinderarts. Hij loopt een stukje verder en steekt zijn hand op. De collega’s zwaaien terug. ‘Zij werken aan growth,’ zegt hij, aan de groei van het platform. Ook zij zijn ‘het belangrijkste team’.
Michael Peter Manns
Madisch doet de deur van een vergaderzaal open en fluistert: ‘Dit doe ik het liefst, onverwachts mijn hoofd om de deur steken.’ In de ruimte zitten drie mannen met baard en Birkenstocks; ze horen bij het growth-team. Dat team, aldus Madisch, probeert ‘de activiteit hoog te houden’. De mannen moeten ervoor zorgen dat wetenschappers die de site van ResearchGate bezoeken zo vaak mogelijk terugkomen, hun resultaten delen en nieuwe collega’s uitnodigen, zodat het platform kan groeien. De man met de langste baard is ‘head of growth’. Hij schakelt snel zijn beeldscherm uit zodra hij in de gaten heeft dat Ijad Madisch in het gezelschap is van een journalist.
De vergaderzalen in het bedrijf zijn genoemd naar wetenschappers, onder wie de biologe Rachel Carson, de natuurkundige Galileo Galilei en de primatologe Jane Goodall. De laatste ruimte is versierd met boompjes in potten en knuffelaapjes. De Birkenstock-mannen zitten in de Michael Peter Manns-zaal. De muren zijn beschilderd met menselijke organen. ‘Dit is onze kleinste en lelijkste vergaderzaal,’ zegt Madisch. De anekdote over professor Manns behoort inmiddels tot de legende rond de oprichting van ResearchGate.
Na zijn studie geneeskunde kreeg de 27-jarige Madisch van de gerenommeerde lever-, maag- en darmonderzoeker Michael Peter Manns een baan aangeboden als klinisch wetenschapper in de universiteitskliniek in Hannover. Madisch vroeg hem om een halve baan om meer tijd te hebben voor het opzetten van ResearchGate, maar Manns was weinig enthousiast. ‘Ik heb hele kerels nodig, geen halve,’ was zijn reactie. Hij verlangde volledige concentratie op de toch al tweesporige loopbaan als praktiserend arts en wetenschapper, hij had hoge verwachtingen van Madisch. Met Manns deed Madisch onderzoek naar darmkanker en begeleidde hij patiënten die een levertransplantatie hadden ondergaan.
Een tijdlang deed Madisch alles naast elkaar. Overdag werkte hij in de kliniek in Hannover. ’s Avonds vloog hij voor een lezing naar een andere stad, bijvoorbeeld naar Oxford. Op een gegeven moment stond hij zo oververmoeid in de kliniek dat het hoofd van de afdeling hem naar huis stuurde. Professor Manns bleef de halve baan echter weigeren, waarna hem duidelijk werd: ‘Ik moet voor het een of het ander kiezen.’ Madisch koos voor zijn bedrijf.
Er zijn niet veel Duitse grondleggers die bereid zijn zo’n groot risico te nemen, althans niet vanuit Silicon Valley beschouwd. Volgens Madisch zou hij zijn ondernemingszin wel eens van zijn ouders kunnen hebben, die decennia geleden uit Syrië naar Duitsland kwamen. Vader bouwde een eigen praktijk op als plattelandsdokter in Nedersaksen.
Madisch, die in 1980 in Wolfsburg werd geboren, wist al vroeg dat ook hij dokter wilde worden, ook al zat hij als kind al stiekem achter de computer van zijn vader en sprak hij later met hem af dat hij bij zes tienen op zijn rapport een eigen computer zou krijgen. Die 386SX-16 staat nog altijd bij zijn ouders, vertelt Madisch. Na zijn eindexamen begon hij met zijn studie geneeskunde. En omdat hij goed kon leren, sloeg al in het tweede semester de verveling toe en koos hij er een tweede vak bij: informatica.
In mei 2008 richtte Madisch samen met twee vrienden en oud-studiegenoten, arts Sören Hofmayer en informaticus Horst Fickenscher, de onderzoekersportal ResearchGate op. Een van zijn eerste financiers was investeerder Christian Vollmann. ‘De website was toen nog niet eens live,’ herinnert Madisch zich. Twintig andere investeerders hadden al bedankt. Ook Vollmann had aanvankelijk getwijfeld: ‘Mijn ene hersenhelft juichte: eindelijk iemand uit Duitsland met een echte visie. De andere dacht: hoogleraren die plotseling fouten transparant gaan maken, hoe gaat dat gebeuren?’ Hij besloot toch te investeren, omdat hij de passie van Ijad Madisch had opgemerkt, zegt hij. Hij gelooft niet dat Madisch zijn bedrijf zou verkopen, hoewel zo veel oprichters dat juist wel doen. ‘Dat zou voor hem aanvoelen als een nederlaag, alsof hij zijn doel om de wetenschap te veranderen niet heeft bereikt.’
Hij is koppig, maar ook heel erg ijverig. Ijad Madisch is een geboren netwerker
Ijad Madisch kan verhalen verkopen. Ook daar draait het om in het start-upwereldje. ‘Ik zou met ResearchGate graag de Nobelprijs willen winnen,’ zegt hij vaak in interviews. Dat klinkt arrogant en is het misschien ook wel. Maar van iemand die als visionair wordt beschouwd, verwacht je ook uitspraken die voorbehouden zijn aan mensen die toch al aan een inhaalactie bezig zijn.
De aanmelding op ResearchGate is momenteel gratis voor de researchers. Eenmaal aangemeld krijgen de gebruikers een internationale vacaturebank te zien. ‘Als de NASA researchers bij ons zoekt, moeten ze ervoor betalen,’ zegt Madisch. Bovendien wordt er reclame gemaakt voor conferenties of producten, zoals voor laboratoriumproducten. Madisch geeft een voorbeeld: ‘Je begrijpt dat de onderzoeker een DNA-test wil doen en wijst hem op de nieuwste kit van een biotechbedrijf.’
Radioloog en Harvard-professor Rajiv Gupta, de mentor van Madisch en de man die hem destijds een halve baan in een laboratorium in Boston bezorgde, vindt dat Madisch twee slechte eigenschappen heeft: zijn overdreven competitiegeest en zijn tomeloze idealisme. Hij is koppig, zegt Gupta, maar ook heel erg ijverig. Nooit eerder heeft hij zo’n sociale wetenschapper ontmoet. Hij vindt Ijad Madisch een geboren netwerker.
Madisch praat even snel als hij denkt en is allang bij het volgende onderwerp: automatic science, de poging om onderzoeksgegevens automatisch te koppelen met behulp van algoritmen. ‘Als je bijvoorbeeld onderzoek doet naar Alzheimer, kun je niet alles behappen wat er over dat thema beschikbaar is. Wij willen de gegevens zo combineren dat ze tot nieuwe doorbraken in het onderzoek leiden,’ zegt hij. ‘Nu gaat het pas echt beginnen.’
De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.
CONTEXT: Het businessmodel
ResearchGate verkoopt personeels- en reclameadvertenties. Oprichter Ijad Madisch streeft naar winstgevendheid van het bedrijf in 2019. Het is een alternatief
model voor dat van klassieke wetenschapsuitgeverijen zoals Springer en Reed Elsevier. Hun totale omzet bedraagt wereldwijd ruim 20 miljard euro. Critici verwijten hen hoge private winsten te realiseren met door de overheid gefinancierd onderzoek. Uitgeverij Reed Elsevier nam in 2013 Mendeley over, een concurrent van ResearchGate.
De kritiek op Facebook zwelt aan. Uitgevers, politici en antitrustwaakhonden vinden dat het sociale netwerk te veel macht krijgt. Oprichter Mark Zuckerberg reageerde met een zesduizend woorden tellend manifest. Maar misschien is zijn kindje hem wel boven het hoofd gegroeid, schrijft New York Magazine. ‘Facebook is zo groot en veelomvattend geworden dat we er met ons verstand niet meer bij kunnen.’
Mark Zuckerberg was net terug van vaderschapsverlof en wilde iets zeggen over Facebook, democratie en verkiezingen, en over wat zijn geesteskind terug kon doen voor de hegemonie die de wereld het had geschonken. Een paar weken eerder, begin september, had zijn chef veiligheid toegegeven dat Facebook voor 100.000 dollar aan advertenties had verkocht aan trollen gelieerd aan het Kremlin die de Amerikaanse verkiezingen probeerden te beïnvloeden. Op 21 september sprak Zuckerberg zijn volgers live toe in een videoboodschap waarvan de tekst ook op zijn Facebookpagina werd geplaatst. Hij beloofde meer middelen uit te trekken voor de Facebookteams die verantwoordelijk zijn voor de beveiliging en voor het eerlijke verloop van verkiezingen, om zo ‘het democratische proces proactief te versterken’.
Als concrete maatregel kondigde hij aan dat ‘politieke reclame transparanter moet zijn’. Binnenkort moet op Facebook bij elke politieke advertentie vermeld worden ‘welke pagina’ ervoor betaalt (‘Ik ben Epic Fail Memes en ik sta achter deze boodschap’). Ook zal elke advertentie voor iedereen te zien zijn, waarmee feitelijk een eind komt aan wat wel dark advertising wordt genoemd: ‘gesponsorde’ Facebookberichten die alleen bij specifieke doelgroepen op de tijdlijn verschijnen. Zuckerberg trok een vergelijking met oude media als radio en tv, waar ook altijd wordt vermeld wie er voor een politiek spotje heeft betaald. ‘We gaan de lat voor transparantie op Facebook nog hoger leggen’, schreef hij.
Die belofte was tot op zekere hoogte strijdig met de aankondiging eerder die dag van een aantal nieuwe instrumenten waarmee bedrijven hun advertenties specifiek kunnen richten op Facebookgebruikers die een winkel hebben bezocht. We zijn het al gewend om na één bezoekje aan een schoenensite wekenlang te worden bestookt met advertenties voor schoenen; datzelfde kan je voortaan overkomen als je gewoon naar de schoenwinkel om de hoek bent geweest. Dus terwijl Facebook de offlinewereld nog verder in zijn netten wil verstrikken, probeert Zuckerberg met zijn belofte van transparantie iedereen gerust te stellen dat het bedrijf zich wel aan de offline- politieke orde onderwerpt.
Dat is een lovenswaardig streven. Maar toen ik de verklaring las, bleef ik haken aan één zinnetje: ‘We hebben ons ingezet voor een eerlijk verloop van de Duitse verkiezingen dit weekend.’ Een geruststellende mededeling die duidelijk maakt dat Zuckerberg en Facebook het vertrouwen in het systeem willen herstellen. Maar… het is geen taal die je verwacht van een mediaorganisatie, zelfs niet van een heel grote. Dit is de taal van regeringen of politieke partijen of ngo’s. Een particulier bedrijf dat zich eenzijdig inzet voor een eerlijk verloop van verkiezingen in een land waar het niet eens gevestigd is? Ik kan eigenlijk maar twee andere bedrijven bedenken van wie je zo’n mededeling zou kunnen verwachten: Diebold, de verguisde fabrikant van ondeugdelijke elektronische stembussen, en Academi, voorheen Blackwater, het huurlingenbedrijf waarvan de oprichter maar blijft zeggen dat hij Afghanistan zo graag zou runnen. Geen respectabel gezelschap.
Duizelingwekkende omvang
Wat is Facebook? Je kunt het over de omvang hebben. Het aantal gebruikers is groter dan de bevolking van welk land dan ook, groter zelfs dan van ieder werelddeel, op Azië na. De groep ‘maandelijks actieve Facebookgebruikers’ is met twee miljard mensen zelfs de op een na grootste deelverzameling mensen op aarde (afgezien van indelingen naar biologische kenmerken): alleen de verzameling christenen is groter. En met zijn gestage groei, die al jaren 17 procent bedraagt, kan Facebook nog voor het eind van dit jaar ook die groep in omvang voorbijstreven en volgend najaar twee derde van de hele wereldbevolking omvatten. Buiten China, waar de site sinds 2009 verboden is, wordt er van elke vijf minuten op internet één doorgebracht op Facebook. In landen waar pas sinds kort grote aantallen mensen op internet zijn aangesloten, zoals Myanmar en Kenia, is internet min of meer synoniem met Facebook.
Maar net als bij het internet zelf is de duizelingwekkende omvang van Facebook eigenlijk niet te bevatten – niet alleen het aantal gebruikers, maar ook de onafzienbare verscheidenheid aan activiteiten en functies, van simpele herinneringen aan verjaardagen tot de bescherming van de liberale democratie. Als ik door de berichten scrol en overweeg om me aan te sluiten bij een discussiegroep voor mensen die denken dat de aarde plat is, is het bijna onbegrijpelijk dat dit dezelfde site is waarvan het Congres de directie wil horen over hun rol in de presidentverkiezingen. Of dat de site die ik gebruik om vrienden voor een feestje uit te nodigen ook de inzet is van een internationale rel over het verdoezelen van de etnische zuivering van de Rohingya in Myanmar.
Facebook is zo groot en alomvattend geworden dat we er met ons verstand niet meer bij kunnen. Het is net een vierdimensionaal lichaam waarvan we alleen iets ontwaren als het onze driedimensionale wereld doorsnijdt. In de ene context lijkt het net een tv-zender, in de andere een ngo. John Lanchester schreef onlangs in de London Review of Books dat het bedrijf wel pretendeert de wereld te verbinden, maar in feite vooral bestaat om gebruikersdata te verzamelen die het aan adverteerders kan verkopen. Dat mag zo zijn, maar het verdienmodel zegt niet alles over de wijze waarop Facebook de wereld vormgeeft. Het afgelopen jaar heb ik vergelijkingen met de meest uiteenlopende verschijnselen gehoord, en ik had vaak het gevoel dat er nog tientallen andere parallellen te trekken zijn. Ik hoorde bestuurlijke metaforen (Facebook is als een staat, de EU, de katholieke kerk, de Verenigde Federatie van Planeten uit Star Trek) en zakelijke metaforen (een spoorbedrijf, een winkelcentrum), materiële metaforen (een dorpsplein, een snelweg, een elektriciteitsnet) en economische (een Speciale Economische Zone, een Gosplan). En tegenover elk helder en concreet beeld stond ook weer een vage en vergezochte vergelijking: een onzichtbare Oude God. Een eskader aliens dat de wereld verovert.
Dat we niet goed snappen wat Facebook is, heeft reële gevolgen. Koning-keizer-kardinaal Zuckerberg lijkt zelf ook te zijn overrompeld door de rol die Facebook het afgelopen jaar in de wereldpolitiek kreeg. Hoe kunnen wij er dan gerust op zijn dat Facebook inderdaad de democratie zal beschermen? Moeten wij niet eerder de democratie beschermen tegen Facebook?
Als je iets in het leven hebt geroepen dat een kruising is van staat, kerk, spoormaatschappij, winkelcentrum en kolonie van aliens, en je wilt die nieuwe entiteit doorgronden en uitbreiden, dan moet je met je burgers/gelovigen/passagiers/klanten/onderdanen gaan praten
Het duidelijkste symptoom van deze verwarring over de maatschappelijke rol van Facebook, en daarmee van Zuckerberg, was het gerucht dat hij een gooi naar het presidentschap wil doen. Zuckerberg stelt zich elk jaar een ‘persoonlijke uitdaging’, een soort nieuwjaarsvoornemen in miljardairsstijl, waarover hij in de loop van het jaar updates op zijn Facebookpagina plaatst. Die nauwkeurig uitgedachte en uitgevoerde voornemens zijn het enige wat zijn volgers ooit van zijn zorgvuldig afgeschermde privéleven zullen zien. In de commentaren onder zijn statusupdates verdringen ze zich als de massa’s bij Buckingham Palace om de baas van Facebook te prijzen, aan te moedigen en tekeningen van hem te uploaden.
Dit jaar heeft Zuckerberg zichzelf de uitdaging gesteld om te gaan praten met mensen in alle staten van de VS waar hij nog nooit is geweest. De eerste staat waar hij kwam was Texas, in januari. Sindsdien heeft hij nog 24 andere staten bezocht. Hij blijft categorisch ontkennen dat hij warmdraait voor een verkiezingscampagne. En afgaande op wat ik hoor van diverse mensen die hij op deze uitstapjes heeft ontmoet, en van strenge Facebookvorsers, neig ik ertoe om hem te geloven. Hij beperkt zich tot gesprekken in kleine kring of onaangekondigde bezoekjes. Geen toespraken, geen grote zalen, geen kusjes voor kinderen. Hij doet geen beleidsvoorstellen en mengt zich hoogst zelden en op bescheiden toonhoogte in politieke discussies.
Toch hebben die uitstapjes wel iets weg van een campagne – in ieder geval van het soort ‘luistercampagnes’ die politici soms organiseren om, voordat ze zich kandidaat stellen, kiezers ervan te overtuigen dat ze het hart op de juiste plaats hebben.
Tot op zekere hoogte is die speculatie in de media natuurlijk zijn eigen schuld. Hij koos er zelf voor om zich te laten fotograferen terwijl hij zat te eten of naar machines stond te staren. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat die onophoudelijke speculatie ook een symptoom is van ons onvermogen om Facebook te doorgronden. Als Zuckerberg zichzelf klaarstoomt voor het presidentschap, is Facebook gewoon een groot en bekend bedrijf met een directeur die politieke ambities heeft binnen het herkenbare politieke kader van de Amerikaanse democratie. Maar als Facebook groter, nieuwer en ondoorgrondelijker is dan een gewoon bedrijf, is deze tournee ook groter, nieuwer en ondoorgrondelijker dan een gewone presidentscampagne. Misschien is het een vorm van onderzoek en ontwikkeling, komt hij kijken hoe onze menselijke verhoudingen in elkaar steken, zodat Facebook daar beter op kan inspringen. Misschien is Facebook een kerk en komt Zuckerberg de mensen zijn zegen geven. Misschien is Facebook een staat binnen de staat en is Zuckerberg zijn grenzen aan het inspecteren. Misschien is Facebook een opkomende politieke gemeenschap en wil Zuckerberg de banden met zijn achterban aanhalen. Misschien is Facebook een politiestaat en Zuckerberg een dictator op een propagandatournee. Misschien is Facebook een parallelle macht, een netwerk dat naast de Amerikaanse overheid zijn werk doet en die overheid beconcurreert, en wil Zuckerberg zijn greep op die macht verstevigen. Misschien is Facebook een eskader buitenaardse ruimteschepen dat de wereld gekoloniseerd heeft en wil onderkoning Zuckerberg zijn onderdanen voor zich winnen.
Of misschien is het allemaal veel simpeler: als je een bedrijf hebt en je wilt dat verbeteren, moet je met je klanten gaan praten. Als je iets in het leven hebt geroepen dat een kruising is van staat, kerk, spoormaatschappij, winkelcentrum en kolonie van aliens, en je wilt die nieuwe entiteit doorgronden en uitbreiden, dan moet je met je burgers/gelovigen/passagiers/klanten/onderdanen gaan praten.
Zuckerbergs tournee was het meest in het oog springende onderdeel van een bedrijfsbreed zelfonderzoek dat al snel na de presidentsverkiezingen op gang kwam. Facebook ging bij zichzelf te rade na de felle kritiek in de media op de lakse manier waarop het met de stortvloed aan ‘nepnieuws’ was omgesprongen. Aanvankelijk vond Zuckerberg niet dat het bedrijf hierin een eigen verantwoordelijkheid droeg. Twee dagen na de verkiezingen zei hij op een conferentie tegen een volle zaal: ‘De gedachte dat nepnieuws op Facebook, een miniem deel van de totale content, de verkiezingen op enige wijze zou hebben beïnvloed, vind ik persoonlijk nogal belachelijk.’ Enkele dagen later legde hij op Facebook uit waarom er geen drastische maatregelen tegen desinformatie werden genomen: ‘Op dit vlak moeten we volgens mij heel voorzichtig zijn. Het is altijd lastig om te zeggen wat “de waarheid” is.’ Facebook heeft van oudsher altijd geweigerd het waarheidsgehalte van gebruikersberichten te beoordelen. Het wilde zichzelf graag zien als een liberaal instituut in de klassieke zin, dat alle ruimte geeft aan een open en vrij debat – zolang je maar geen foto’s plaatst waarop een tepel te zien is.
Die bewust liberale houding kon kritiek niet voorkomen. Facebook heeft onmiskenbaar een rol gespeeld in de verkiezingen. Tussen 23 maart 2015 (toen Ted Cruz zich kandidaat stelde) en november 2016 hebben 128 miljoen Amerikaanse gebruikers bijna tien miljard statusupdates, gedeelde berichten, likes en commentaren over de verkiezingen geproduceerd. Ter vergelijking: er gingen in totaal 137 miljoen mensen naar de stembus. Maar wat gepresenteerd werd als een democratisch platform, zo open als een dorpsplein, bleek in feite een hecht weefsel van parallelle media-ecosystemen en politieke infrastructuren, waarop de reguliere media noch de politieke partijen enige greep hadden en dat als een sloopkogel door het politieke landschap raasde.
Zuckerbergs toer door de VS. 1. Januari: Dallas, Texas, 2. April: Blachardville, Wisconsin, 3. April: Dearborn, Michigan, 4. Juli: Piedmont, South Dakota, 5. Williston, North Dakota, 6. Juli: Alaska, 7. September: Philadelphia, Pennsylvania.
Niet alleen het geschrokken media-establishment stoorde zich aan de schijnneutraliteit van Facebook. Ook binnen Facebook zelf begon het te gisten. Eind november vorig jaar maakte BuzzFeed melding van een geheime ‘taakgroep’ die binnen het bedrijf op eigen initiatief probeerde het probleem van desinformatie aan te pakken. Minstens zo opzienbarend als het bestaan van die taakgroep was het feit dat BuzzFeed er lucht van kreeg. Onenigheid binnen Facebook is zeldzaam, het lekken van kritische geluiden is er helemaal ongehoord. Maar het mantra van de neutraliteit volstond duidelijk niet meer. Al snel plaatste Zuckerberg een statusupdate waarin hij maatregelen tegen desinformatie beloofde, en een maand later volgde de eerste van een reeks updates die daarvoor moesten zorgen.
‘Facebook is een nieuw soort platform. Het is geen traditioneel technologiebedrijf. Het is geen traditioneel mediabedrijf,’ zei hij in een videochat met zijn directeur Sheryl Sandberg. ‘We voelen ons verantwoordelijk voor de manier waarop het wordt gebruikt.’ En toen lanceerde hij in januari zijn ‘persoonlijke uitdaging’. Daarbij sprak hij van het ‘tumultueuze jaar’ 2016. Dat was het eerste teken dat hij zelf ook was geschrokken van de verkiezingsuitslag. Hij gaf zijn eigen analyse van de wereldwijde politieke situatie. ‘Al decennialang maken technologie en globalisering de wereld productiever en hechter verbonden’, schreef hij. ‘Dat heeft veel voordelen opgeleverd, maar heeft het leven voor veel mensen ook moeilijker gemaakt. Het heeft geleid tot een grotere verdeeldheid dan ik ooit in mijn leven heb ervaren.’
Een opmerkelijke bekentenis van de baas van Facebook: jarenlang heeft Zuckerberg betoogd dat Facebook ‘meer openheid en verbinding in de wereld’ wilde brengen, zoals hij bij de beursgang in 2012 nog aan beleggers schreef. Nu liet hij doorschemeren dat de door Facebook gefaciliteerde ‘openheid en verbinding’ ook vreemde en gevaarlijke gevolgen kon hebben. In dat bericht in januari legde Zuckerberg de schuld nog steeds niet bij Facebook, maar hij erkende wel dat er schade was toegebracht aan de liberale politieke orde én aan Facebooks imago. Zijn tournee moest deze griezelig grote nieuwe macht in het Amerikaanse leven een menselijk gezicht geven. En Zuckerberg aan ideeën helpen over de wijze waarop Facebook zijn macht het best kon inzetten.
Bomen planten
Op 16 januari, Martin Luther Kingdag, waren leerlingen van de Talented and Gifted Magnet School in Dallas bezig een volkstuin aan te leggen toen Zuckerberg langskwam. De man die het internet en daarmee de wereld had veranderd, was naar Texas gekomen om bomen te helpen planten. (Nou ja, strikt genomen was hij in Dallas om een verklaring af te leggen in een rechtszaak tegen dochterbedrijf Oculus. Maar je wordt geen miljardair als je niet leert om met zo’n reisje twee vliegen in één klap te slaan.) ‘Wij hadden allemaal zoiets van: wat doet die hier? Het is Martin Luther Kingdag,’ grapte een van de kinderen later. Maar hij heeft drie uur samen met de scholieren in de aarde gewroet. ‘Hij trok zijn handschoen uit en stak zijn hand uit en zei: “Hallo, ik ben Mark”, alsof ik dat niet wist. Hij was heel spontaan en bescheiden, dat vond ik wel fijn,’ zei een andere leerling. Zuckerberg ging ook voor het eerst van zijn leven naar de rodeo, met burgemeester Betsy Price van Fort Worth, die hem een cowboyhoed gaf (ook de eerste van zijn leven), en hij sprak met politieagenten. Op de avond van zijn vertrek plaatste hij een statusupdate waarin hij, bijna als een koloniale socioloog, probeerde te formuleren wat hij had gezien: ‘In veel opzichten heb ik nog steeds geen helder beeld van Texas. Dit is een complexe staat, en alle mensen hier zijn veelgelaagd – als Amerikaan, als Texaan, als lid van hun lokale gemeenschap en gewoon als individu.’
Maar al had hij geen helder beeld gekregen, hij was blijkbaar toch geïnspireerd geraakt, want een maand later plaatste hij een essay van zesduizend woorden op zijn Facebookpagina. Dat stuk, ‘Building Global Community’, is de uitgebreidste formulering van zijn kijk op de huidige politieke situatie, en de duidelijkste uitleg van wat in zijn ogen het doel van Facebook moet zijn. Net als het Communistisch Manifest begint zijn tekst met een theorie van de geschiedenis, ofwel ‘het verhaal van hoe we in steeds groteren getale bij elkaar komen – van stammen tot steden en naties’. Die groeiende schaal van menselijke interactie blijft zich verder ontwikkelen en ‘nu zijn we’, aldus Zuckerberg, ‘dicht bij de volgende stap’. Hij is niet zo dom om te zeggen dat Facebook de ‘volgende stap’ is die op de Vrede van Westfalen moet volgen. Nee, hij schrijft dat ‘de vooruitgang’ dicteert dat we ‘een wereldgemeenschap’ vormen, een global community. En goh, dat is nou grappig: toevallig bestáát er al zo’n wereldgemeenschap, namelijk Facebook.
Rond die tijd begon Facebook de leiders van de ‘meest betrokken’ gebruikersgroepen op dezelfde manier te paaien als het met adverteerders en app-ontwikkelaars doet: door ze uit te nodigen voor maandelijks topoverleg en middelen voor hen beschikbaar te stellen. En in juni, vijf maanden na de publicatie van zijn manifest (dat hij nu, misschien bang om ergens op te worden vastgepind, ‘die lap tekst’ noemt), maakte Zuckerberg bekend dat de missie van Facebook werd bijgesteld. Die luidt nu officieel dat het ‘de wereld in staat wil stellen een gemeenschap te vormen en mensen nader tot elkaar te brengen.’ Volgens Kate Losse, een Facebookmedewerker van het eerste uur en Zuckerbergs voormalige tekstschrijver, is dat een drastische koersverandering. ‘In de begindagen was het bedrijf zo neutraal dat het bijna eng was,’ zei ze. De eerste doelstelling die ze zich kon herinneren was iets wat Zuckerberg in vergaderingen vaak zei: ‘Ik wil gewoon een informatiestroom.’ Nu had hij het over ‘collectieve waarden van wat wel en niet door de beugel kan’. ‘Heel interessant dat het idee van een gemeenschap nu een rol speelt,’ zegt Losse. ‘Een gemeenschap, dat is bijna een kerk – een sociale structuur met normen en waarden.’
Twee dagen na het manifest verschenen Zuckerberg en zijn vrouw Priscilla Chan onaangekondigd in The Haberdasher, een cocktailbar in Mobile, Alabama. De eigenaar bood aan om ze af te schermen van de stamgasten, maar dat hoefde niet. ‘Wij werken met mensen,’ zei Zuckerberg. ‘Geen probleem.’ Ze kletsten en dronken wat met de andere klanten – een stout voor Zuckerberg en een mocktail voor Chan, die twee weken later bekendmaakte dat ze zwanger was. Ook een glaasje lokale whisky met de eigenaars sloeg Zuckerberg niet af (‘alles behalve tequila,’ zei hij erbij). Ze vertrokken tegen middernacht: ze moesten de volgende dag weer vroeg op om naar de kerk te gaan. In bijna elke staat die Zuckerberg bezocht, heeft hij ook een kerkdienst bijgewoond of met geestelijken gesproken. In Texas dronk hij koffie met predikanten, in Minnesota schoof hij aan bij de iftar van Somalische vluchtelingen, in Charleston bij een diner met notabelen. De dag daarop bracht hij een bezoek aan de kerk waar een racist in 2015 acht parochianen en de predikant doodschoot.
Op de vraag of hij een atheïst is, antwoordde Zuckerberg vorig jaar op Facebook: ‘Nee. Ik ben joods opgevoed en heb een periode gehad dat ik met vragen zat, maar nu vind ik religie heel belangrijk.’ Zijn formulering is veelzeggend. In het openbaar lijkt zijn belangstelling voor godsdienst eerder sociologisch dan existentieel van aard. Na zijn bezoek aan een kerk in Mobile schreef hij op Facebook dat ‘de kerk een belangrijke rol speelt in de sociale cohesie van de gemeenschap’. Dat was het terugkerende thema van zijn uitstapjes: hoe werkt dat hele gemeenschapsgedoe eigenlijk? En als je een voorbeeld zoekt voor een sterke en duurzame gemeenschapsvorm die geografische, etnische en sociale grenzen overstijgt, bieden religies fascinerend vergelijkingsmateriaal.
Facebook is goed omdat het een gemeenschap vormt; zo’n gemeenschap is goed omdat die Facebook mogelijk maakt. De waarden van Facebook zijn Facebook
Maar welke gedeelde waarden kan Facebook uitdragen? Zuckerbergs eigen waarden, zoals zijn lovenswaardige steun voor migranten, vallen vaak samen met wat goed is voor Facebook. Geen idealer boegbeeld van het door Breitbart en andere hypernationalistische media zo verguisde globalisme dan Zuckerberg. Terwijl zijn platform voor die media ook het ideale instrument was om hun boodschap te verspreiden. Zuckerbergs geloof in liberalisme – en in de noodzaak om geen grote groepen gebruikers tegen zich in het harnas te jagen – gaat zo diep dat hij, na beschuldigingen van het ‘achterhouden’ van conservatieve berichten op Facebook, conservatieve kopstukken uitnodigde voor een persoonlijk gesprek om ze te verzekeren dat Facebook ook hun een stem wil geven.
Misschien is het daarom dat hij in ‘Building Global Community’ aarzelt om de basiswaarden te schetsen van de gemeenschap die hij hoopt te bouwen. ‘Het leidende beginsel moet zijn’, schrijft hij, ‘dat onze Community Standards een afspiegeling vormen van de culturele normen van onze gemeenschap, dat iedereen zo weinig mogelijk aanstootgevende content onder ogen komt en mensen kunnen delen wat ze willen, en niet te horen krijgen dat ze iets niet mogen delen.’ Met andere woorden: het beginsel is alles wat mensen stimuleert om nog meer berichten te plaatsen. Facebooks waardensysteem lijkt niet zozeer positief alswel circulair. Facebook is goed omdat het een gemeenschap vormt; zo’n gemeenschap is goed omdat die Facebook mogelijk maakt. De waarden van Facebook zijn Facebook.
Eind september verontschuldigde Zuckerberg zich dat hij het probleem van nepnieuws al te makkelijk had weggewuifd, maar hij bleef volhouden dat de ‘bredere impact’ van Facebook op de hele politiek toch belangrijker was. Ik vermoed dat hij gelijk heeft, maar ik weet niet of hij daar blij mee moet zijn. Wat staat de politiek te wachten als dat wat hij onze ‘sociale infrastructuur’ noemt door de molen van Facebook gaat? De afgelopen presidentsverkiezingen geven een indicatie. In februari 2016 schreef internetdeskundige Clay Shirky: ‘Het bereiken en overtuigen van zelfs maar een fractie van het electoraat was vroeger zo’n moeilijke opgave dat slechts twee nationale organisaties daartoe in staat waren [de twee grote politieke partijen]. Nu zijn er tientallen organisaties die het kunnen.’ Om honderden miljoenen rechtse kiezers te bereiken had je vroeger het establishment van de Republikeinse Partij nodig. Maar het aantal geregistreerde Republikeinse kiezers bedroeg in 2016 maar een fractie van het aantal Amerikanen dat dagelijks Facebook gebruikt, en die zijn voor een habbekrats te bereiken. Trump kon een politieke coalitie van ontevreden Democraten en radicaal-rechtse Republikeinen smeden omdat hij dankzij de parallelle sociale infrastructuur van sociale media, met name Facebook, geen lippendienst hoefde te bewijzen aan de Republikeinse orthodoxie.
Of neem de mate waarin de hele infrastructuur van politieke advertenties op zijn kop is gezet, met aan het Kremlin gelieerde nepaccounts die voor 100.000 dollar aan advertenties hebben gekocht. Daarmee konden ze verdeeldheid zaaien en kansloze maar voor Democraten lastige kandidaten als Jill Stein promoten. Hoeveel effect dat op de verkiezingen heeft gehad, blijft onduidelijk. Het bedrag en het aantal gekochte advertenties (‘circa drieduizend’) kan duiden op een potentieel bereik van enkele honderdduizenden tot tientallen miljoenen. In het beste geval was het weinig meer dan een frivool experiment – een manier voor het ‘Internet Onderzoeksagentschap’, de beruchte troll farm van het Kremlin, om de effectiviteit van hun methoden te testen. In het ergste geval was het een strategische poging om zwevende kiezers in doorslaggevende kiesdistricten te beïnvloeden – bijvoorbeeld blanke arbeiders in Michigan die op Obama hadden gestemd maar lid waren van anti-immigratiegroepen op Facebook. Die zouden dan met opruiende berichten zijn bestookt om een bepaald stemgedrag te stimuleren.
Weinig mensen weten hoe en waar dat geld is ingezet, want Facebook wil nog steeds niet zeggen om welke ‘nepaccounts’ het gaat en op wie die het gemunt hadden. Voordat Zuckerberg in september zijn verklaring online zette, had Facebook steeds volgehouden dat het openbaren of aan het Congres verstrekken van die gegevens in strijd is met de privacywetgeving. (Wel heeft Facebook, naar verluidt op last van de rechter, gegevens aan de federale opsporingsdiensten overhandigd in verband met het onderzoek naar banden tussen Trumps campagneteam en de Russen.)
Vertrouw ons maar
De in september aangekondigde beleidswijziging van Facebook is een poging tot zelfregulering. Facebook zegt daarmee in feite: vertrouw ons nu maar, wij gedragen ons wel. Maar dat is niet zo’n denderend verkooppraatje. Facebook heeft al zo vaak misgekleund. Het grootste deel van het jaar hield het stug vol dat het geen advertenties aan Russische trollen had verkocht. Het afgelopen jaar heeft het tweemaal toegegeven misleidende cijfers aan zijn adverteerders te hebben verstrekt. Begin september werd ontdekt dat je advertenties kunt kopen die specifiek gericht zijn op mensen die zichzelf omschrijven als ‘jodenhater’. En misschien nog het belangrijkste: het is volstrekt niet duidelijk waarom we ervan kunnen uitgaan dat de belangen van Facebook samenvallen met die van de Amerikaanse overheid.
Dit was juist zo verontrustend aan die aankondiging van Zuckerberg in september. Zoals altijd bij Facebook was de verklaring vatbaar voor verschillende interpretaties. Het is maar net welke draai je eraan geeft: van één kant gezien is het een bewonderenswaardige en hoognodige uiting van betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel van een machtige maar uiteindelijk welwillende onderneming. Van een andere kant gezien is het een geruststelling voor staatshoofden dat Facebook, al is hun netwerk nog zo wereldwijd, de soevereiniteit van afzonderlijke landen blijft eerbiedigen. (‘Rustig nu maar, meneer de premier, we snappen best dat die grenzen heel belangrijk voor u zijn.’) Van weer een andere kant bezien schrijft Facebook zichzelf hiermee een macht toe die gelijkstaat aan of zelfs groter is dan die van de staat – als een soevereine, zelfregulerende, supranationale instantie waarbinnen gewone staten opereren.
David Banks, hoogleraar aan de State University of New York en gespecialiseerd in grote technische systemen, zegt dat wereldomspannende technische systemen zoals Facebook ‘niet in een [natuurlijke, juridische, politieke of sociale] omgeving willen verkeren, maar die omgeving willen zíjn’. De implicatie van Zuckerbergs aankondiging leek inderdaad te zijn dat Facebook een omgeving is waarbínnen de democratie kan bestaan. Een ‘natuurkracht’, net als de democratie zelf.
Het is niet dat de macht van Facebook niet aan banden kan worden gelegd. Het probleem van de Russische advertenties kan vrij eenvoudig worden opgelost met regelgeving. ‘Het moet strafbaar zijn als buitenlandse overheden hier politieke advertenties kopen,’ zegt Tim Wu, hoogleraar aan de rechtenfaculteit van Columbia en auteur van The Attention Merchants. ‘Je moet Facebook verplichten om bij te houden waarvoor geadverteerd wordt en inzage te geven in hoeveel mensen ervoor betalen en of iedereen evenveel betaalt.’ Democraten in het Congres ijveren al voor strengere regelgeving over politieke onlineadvertenties.
Maar de omvang van bedrijven als Facebook leidt ook tot zorgen over monopolievorming. Facebook stuit nog niet op zo veel wantrouwen als Google. Dat komt deels doordat hun monopolie moeilijker te bewijzen is, zeker binnen de Amerikaanse antimonopoliewetgeving, die de laatste jaren meer gericht is op bescherming van de consument dan op bescherming van de vrije concurrentie. Bovendien zou een rechtszaak op dit vlak pas effect sorteren als Facebook eronder zou lijden – en met een beurswaarde van 500 miljard dollar kunnen zelfs boetes van enkele tientallen miljarden het bedrijf nauwelijks pijn doen. Er zijn nog geen voorstellen gedaan om het bedrijf op te splitsen, ongetwijfeld mede omdat we zo moeilijk kunnen doorgronden wat het allemaal omvat. Wu vergelijkt Facebook met NBC, CBS en ABC in de jaren vijftig, destijds de enige drie landelijke Amerikaanse tv-zenders, die toen elke avond tientallen miljoenen mensen bereikten. Maar die tv-zenders waren van meet af aan onderworpen aan strenge regelgeving. Facebook is zonder overheidsbemoeienis tot in het diepst van ons dagelijks leven doorgedrongen door zich voor te doen als niet meer dan een doorgeefluik van informatie. ‘Facebook heeft evenveel macht om de aandacht van mensen vast te houden, maar er is geen gevoel van verantwoordelijkheid,’ zegt Wu. ‘Er zijn geen beperkingen. Geen regelgeving. Geen toezicht. Er is niets. Alleen een stel algoritmen die erop ontworpen zijn om de mensen te geven wat ze willen horen.’
Dertien jaar herinneringen
Dat is eigenlijk het grootste probleem voor de overheid. Enerzijds maakt die ongrijpbaarheid van Facebook me doodsbang. Anderzijds is het een hulpmiddel waarmee ik een nauwe en zelfs liefdevolle band heb. Ik heb dertien jaar aan herinneringen op Facebook staan. De eerste foto die ooit van mij en mijn partner is genomen staat erop, ergens diep verstopt in een album van iemand die ik in geen jaren heb gesproken. Facebook geeft me wat ik wil, zowel op de manier van een graankorrel voor de hamster in zijn tredmolentje, als op een dieper en bevredigender niveau.
En wat vaak vergeten wordt: Facebook is een tijdje heel democratisch gerund. Van 2009 tot 2012 mochten gebruikers meestemmen over het sitebeleid. Die mogelijkheid werd maar door een miniem aantal gebruikers benut, en Facebook concludeerde uiteindelijk dat het systeem ‘eerder de kwantiteit dan de kwaliteit van bijdragen stimuleert’. In 2012 werd die vorm van inspraak verruild voor ‘een systeem dat zinvollere feedback en betrokkenheid oplevert’. Facebook was zo groot geworden, en zijn gebruikers zo lui, dat democratie niet meer werkbaar was.
Nieuws over de sterren, de mode en het nachtleven van New York. Altijd op jacht naar schandalen en politieke crises. Deze concurrent van The Village Voice is eigendom van Rupert Murdoch.
Het is alomtegenwoordig. Minstens veertien keer per dag loggen we in. Elke blik, post, click, hik of tsjilp draagt bij aan de onpeilbare rijkdom van Zijn priesterschap. We vervloeken Hem met evenveel hartstocht als we door Zijn schepping gefascineerd zijn.
We voelen ons er modern door, verbonden en geïnformeerd. Met andere woorden, we zijn allemaal lid van Zijn Digitale Technologiekerk. In deze editie van 360 verscheen – toen de pagina’s in wording eenmaal aan de muur hingen – Zijn onzichtbare rode draad: millennials waarvan nog niet alle neuzen dezelfde kerkelijke kant op staan.
Altijd huiverig voor zaken die jongeren bij de hechte geloofsgemeenschap doen wegdrijven, hebben zelfs de amish de deur op een kier gezet voor digitale invloeden uit de buitenwereld. Eenvoudigweg omdat het niet meer is tegen te houden en zij bovendien het gemak van die welvaart inzien. Bang zijn ze nu voor de sociale netwerken die hun zonen en dochters in een schijngemeenschap drijven – die ‘mondiale’, waar Mark Zuckerberg hard aan werkt. Want, redeneren zij, hoe meer mensen zich op technologie verlaten, hoe meer ze achter een bureau willen zitten. ‘Maar achter een bureau leer je niet een huis te bouwen.’
Vroeger vond men in China dat je rijkdom moest verwerven door te werken. De nieuwe idolen zijn Bill Gates en Mark Zuckerberg
In China maakt men zich eveneens zorgen om de mentaliteitsverandering wat betreft de arbeidsethos van de generatie Y. Chinese jongeren die na 1992 werden geboren, groeiden op in het digitale tijdperk en geven met hun virtuele consumptie, ‘die hun psychologische voldoening geeft’, het China van de toekomst mede vorm. En dat heeft volgens hoogleraar Zhang Yiwu rechtstreeks invloed op hun kijk op geld. Vroeger vond men in China dat je rijkdom moest verwerven door te werken, zegt hij, maar nu zien jongeren niets meer in dat idee. Hun nieuwe idolen zijn Bill Gates en Mark Zuckerberg, in plaats van mensen die op een traditionele manier fortuin hebben gemaakt – hun vroegere voorbeelden.
Minder gematigd zijn de zogenaamde ‘yimby’s’ (yes, in my backyard), een snelgroeiende beweging van boze millennials die zich inzet voor de schaarste aan betaalbare huisvesting. Er bestaat al een Yimby Town in Oakland (Californië), een Yimby Festival in Toronto en in de Finse hoofdstad Helsinki wordt zelfs een Yimby Con georganiseerd.
Maar er is altijd nog een weg terug als je de kerk, het netwerk of de gemeenschap wilt verlaten. De nieuwste trend op het gebied van relaties heet namelijk ‘sologamie’. Vier de band met de enige persoon ter wereld die echt de investering waard is: je eigen kostbare zelf.
De Deense eurocommissaris van mededinging Margrethe Vestager geldt als de schrik van Silicon Valley sinds ze megaboetes uitdeelde aan Apple en Google. De Financial Times strikte haar voor een lunchinterview.
Margrethe Vestager schuift over de leren bank aan het hoektafeltje naar me toe en gaat naast me zitten. Onze knieën raken elkaar bijna in een rechte hoek. Ze glimlacht. Ik kijk naar het mes met de vork en het aquavitglas er keurig tegenover, en naar de houten stoel waar ze niet op is gaan zitten. Onze tafel, in een knus restaurant in Kopenhagen, biedt ruim plaats aan vier personen; wij nemen slechts plaats in voor anderhalf. Zo moet het voelen, denk ik, om door ’s werelds sluwste antitrusthandhaver klem te worden gezet.
Met die ervaring bevind ik me in goed gezelschap. Nog geen drie jaar geleden stapte de 49-jarige Vestager van de Deense politiek over naar de Europese Commissie. Toch heeft ze nu al de EU-records verpulverd voor het onttakelen van kartels, het uitdelen van boetes en het innen van achterstallige belasting. Waarschijnlijk heeft niemand in de democratische wereld zo veel macht – en is niemand er zozeer toe bereid die te gebruiken – als de eurocommissaris voor mededinging. Vraag het maar aan Tim Cook van Apple (dat Ierland 13 miljard pond aan achterstallige belasting moest betalen), aan Sundar Pichai van Google (dat een boete van 2,4 miljard pond kreeg voor misbruik van zijn marktpositie) of aan de vrachtwagenfabrikanten, farmaceuten en financiële topmannen die het met Vestager aan de stok kregen. Haar besluiten kunnen eventueel pas jaren later door de rechtbank worden teruggedraaid.
Haar legendarische onverzettelijkheid gaat gepaard met huiselijke persoonlijke trekjes. Het levert krantenprofielen van Vestager op die lezen als de sage van Vikingkoningin Margrethe III, bedwingster van Silicon Valley, gesel van belastingontduikers, temster van superego’s uit het bedrijfsleven, breister van olifanten (die ze aan regeringsmedewerkers geeft en die soms grote oren hebben als aansporing om beter te luisteren) en vermaard kaneelbroodjesbakster.
Het is allang duidelijk dat Vestager zich als politicus aan de zwaartekracht onttrekt. Ze is afkomstig uit een kleine partij uit een klein land en voerde ooit campagne onder de lekker antipopulistische slogan: ‘Luister naar de economen. Dat doen wij ook.’ Vestager, scherp en hoffelijk, vormde de inspiratie voor de populaire Deense tv-serie Borgen, die volgens haar bewonderaars bleek afstak tegen de werkelijkheid. Maar in de Verenigde Staten geldt ze als belichaming van de politieke tegenwind die Silicon Valley bedreigt. Daar beschouwen velen haar als de laatste in een lange reeks Europese bemoeials die het goede oude Amerikaanse bedrijfsleven de voet dwars zetten. Vorig jaar vatte Cook die andere kijk op haar werk fijntjes samen: ‘Alleen maar politiek gelul.’
Smørrebrød
We zitten in de Kronborg, een tot restaurant omgetoverde kelder, bekend om zijn smørrebrød: sneeën roggebrood die rijkelijk zijn belegd. Het is een prima plek om op een regenachtige middag in Kopenhagen te schuilen. De balken aan het plafond zijn donker, de muren wit, op lichtgroene versieringen na.
Vestager is er op haar gemak. Ze heeft een bordeauxrode jurk en een zwart gebreid vestje aan en een gouden halsketting om. Haar staalgrijze haar zit keurig in model. Het personeel is er maar wat trots op de voormalige vicepremier te mogen ontvangen. Een dertigtal vrouwen die aan de tafeI tegenover ons een verjaardag vieren, werpen steeds nieuwsgieriger blikken. Waarschijnlijk kennen ze haar nog van de coalitieregering uit 2011-2015 van Helle Thorning-Schmidt, een sociaaldemocrate die het niet aan flair ontbrak. Thorning-Schmidt vervreemdde haar kiezers bijna onmiddellijk van zich door zich te laten gelden als een belastinghavik. De belangrijkste oorzaak: Vestager, een kleine coalitiepartner met een flinke vinger in de pap van het beleid. Ze wist wat ze wilde en harkte het grotendeels binnen. De relatie verzuurde op slag. Vestager zegt dat ze tegenwoordig op veel betere voet staat met de ‘geweldige’ Thorning-Schmidt. ‘Maar de rúzies die we hebben gehad…’
Het was een onwaarschijnlijk machtige positie voor de leider van een sociaalliberale nichepartij – liefkozend de caffè-lattepartij genoemd – met als electoraal hoogtepunt 15 procent van de stemmen… in 1968. Maar tijdens de coalitiegesprekken ging Vestager er met de winst vandoor. Ik breng het verschil ter sprake tussen de situatie nu en Vestagers eerste lunch met Thorning-Schmidt, een jaar of twintig geleden in een café verderop. Bij het afscheid gaf Vestager Thorning-Schmidt haar telefoonnummer: ‘Misschien komt het nog een keer van pas.’ Thorning-Schmidt noteerde het, maar gaf het hare niet. Vestager was zeker niet belangrijk genoeg? ‘O ja!’ zegt Vestager. ‘Dat was ik helemaal vergeten. Dat is wel heel lang geleden.’
Ik kijk op de kaart in de hoop dat een van de negen haringvariaties er beter op is geworden sinds ik voor het laatst heb gekeken. Ik ben geen liefhebber. We nemen allebei de dagschotel: ‘Sol over Gudhjem’, gerookte haring met rauwe eidooier.
Vestager groeide op in het stationsplaatsje Ølgod (‘Biergoed’), niet ver van de vlakke, door weer en wind geteisterde westkust van Jutland. Haar ouders waren lutherse predikanten en politiek actief. Die kerkelijke achtergrond deelt ze met de Duitse Angela Merkel, de Britse Theresa May en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, en ik vraag of er sprake is van een patroon.
‘In Denemarken zeggen ze dat predikantenkinderen de ergste zijn,’ zegt ze met een lach. ‘Die moeten zich wel afzetten. Omdat het er bij ons thuis helemaal niet zo religieus aan toeging, had ik weinig om me tegen af te zetten. Als er één ding belangrijk is – ik weet niet veel van de verschillende gezindten – dan is het dat je je voor anderen inzet.’
Volgens Vestager struikelde ze zowat de politiek binnen. ‘Eind jaren tachtig stelde ik me verkiesbaar voor het parlement, alleen maar omdat ik wist dat ik toch geen kans maakte om te worden gekozen,’ zegt ze. Het betrof een zetel waar haar moeder zich ooit kandidaat voor had gesteld. ‘Ik was erg verlegen toen ik jong was, maar nieuwsgierig naar wat het inhield.’
Op haar vijfentwintigste deelde Vestager het partijvoorzitterschap terwijl ze een baan had op het ministerie van Financiën. Op haar negentwintigste werd ze, zonder te zijn gekozen, minister van Onderwijs en Godsdienstige Zaken. ‘Ik besefte niet dat ik jong was, ik dacht er niet over na, dus was er niet bang voor,’ zeg ze. ‘Had ik het wel beseft, dan zou ik doodsbenauwd zijn geweest. Het was ontzettend zwaar. Als ik het over mocht doen, dan zou ik het heel anders aanpakken.’
Vestagers politieke persoonlijkheid heeft ze tot op zekere hoogte te danken aan de dieptepunten die ze aan de top beleefde. Haar eerste jaren als partijleider waren verschrikkelijk, met slechte peilingen omdat ze zo gereserveerd en afstandelijk overkwam. ‘Ze is als volwassene geboren!’ riep een collega destijds denigrerend uit. Vestager besloot dat het tijd werd zich aan te passen. Ze besefte dat als ze het toch anders moest aanpakken, ze net zo goed kon gaan staan voor waar ze in geloofde. Na een hap haring legt ze uit dat ze ‘andere kanten van zichzelf naar voren schoof, en weer andere misschien een beetje terugdrong’. Het was een vorm van beheerste authenticiteit die haar voormalige spindoctor de vergelijking met een oester ontlokte: verleidelijk en eerlijk, maar zo open als ze zelf wil zijn.
Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om “rechtvaardigheid” te prediken
Iedereen die Vestagers kantoor in Brussel bezoekt snapt wat dat betekent. Het is een meesterlijk ingerichte kamer vol curiosa en snuisterijen. Je vindt er een gipsen middelvinger (gekregen van een vakbond die tegen bezuinigingen protesteerde), een straatnaambordje met ‘Vestervej’ erop en foto’s van het winderige vlakke land van Jutland waar ze opgroeide. Aan elk voorwerp kleeft een bijzonder verhaal, maar ze lijken weinig prijs te geven over Vestager.
Vestager is vermaard om de ‘vergadertechniek’ waarmee ze de grote ego’s der aarde met beide benen op de grond zet. Ze weet wat ze wil en gaat zonder aantekeningen de bijeenkomst in. Ze schenkt koffie voor haar gasten in. Ze vertrok geen spier toen Cook in 2016 tekeerging tegen haar belastingonderzoek, dat hij met steeds grotere stemverheffing vergeleek met de Venezolaanse rechtspraak. Directeuren van Gazprom kregen te horen dat ze hun entourage moesten inkrimpen zodat iedereen aan tafel paste, met als gevolg dat driekwart van de delegatie op de gang moest blijven. Een aanwezige beweert dat Vestager de bijeenkomst ondanks herhaalde seintjes een kwartier liet uitlopen. Bij het naar buiten gaan zag het gezelschap dat Jack Lew, destijds de Amerikaanse minister van Financiën, zich in de wachtkamer zat op te vreten.
Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om ‘rechtvaardigheid’ te prediken. In een bekend geworden toespraak verwees ze naar Luther, Adam en Eva en de hebzucht die aan de basis ligt van monopolistisch gedrag. Ze vindt de kritiek duidelijk misplaatst. ‘Ik heb de 95 stellingen van Luther niet aan mijn deur genageld; ik werk met het Europese mededingingsrecht. Maar wie je ook bent en wat je ook doet, je kunt altijd nadenken over hoe je het doet.’
Wat dat betreft tekent het haar dat ze de reuzen van Silicon Valley uitdaagde: Google, Apple, Facebook en Amazon. Alle vier hebben ze openlijke aanvaringen met Vestager gehad, en ze is van Berlijn tot Washington geprezen omdat ze ze heeft aangepakt. Maar ze krijgt ook het verwijt dat haar interventies (vooral op belastinggebied) niet zozeer juridisch als wel politiek zijn gemotiveerd. Sommigen kunnen het niet uitstaan dat ze zo overtuigd is van haar gelijk. Ik vraag haar of haar welhaast koninklijke voorrecht – als aanklager, rechter, jury én beul – niet te groot is. Ze wuift mijn bezwaar weg en zegt dat de rechtbanken, juristen en media er zijn ‘om haar eerlijk te houden’. ‘En ik heb sterk het gevoel dat ze dat ook doen,’ voegt ze eraan toe.
Het rumoer in het restaurant wordt een tikje minder. Naast ons worden cadeautjes uitgepakt, onze borden worden weggehaald. Ik kies een andere aanpak. Er woedt een academische discussie over de vraag of de aloude antitrustmiddelen – en de orthodoxie van de Chicago School, met de nadruk op nadelige prijseffecten voor consumenten – de spectaculaire veranderingen in maatschappij en economie kunnen bijbenen. Met andere woorden: goedkope producten vragen misschien een hoge prijs, terwijl door concurrentie ingegeven fusies (bijvoorbeeld in de landbouwwereld) om milieuredenen wellicht een slecht idee zijn. Ik vraag of ze, idealiter, geen bredere opdracht zou willen om zich sterk te maken voor een bredere opvatting van consumentenwelzijn.
Haar antwoord is diplomatiek: de principes van het Europese recht zijn breed genoeg. ‘Ook de consument moet zich realiseren dat hij uiteindelijk altijd betaalt. Je betaalt hoe dan ook, zonder dat je alle cijfers van je creditcard intoetst,’ zegt ze. ‘Tot op zekere hoogte zijn sommige firma’s ouderwetse reclamebedrijven in een nieuw jasje. Ze doen fantastische dingen. Hun innovaties hebben onze samenleving veranderd. Dat neemt niet weg dat ze nog steeds een verantwoordelijkheid hebben. Als je dominant bent in de markt, heb je een speciale verantwoordelijkheid.’
Het is een verwijzing naar Google, een bedrijf dat ze op het matje riep omdat het zijn dominante positie misbruikte om zijn eigen zoekresultaten te bevoordelen. Als Google straks geen onderscheid meer maakt, maar de klantbeleving er slechter op wordt, is ze dan nog steeds tevreden? ‘Wie ben ik om daarover te oordelen?’ antwoordt ze. ‘Op zichzelf is het goed als je iets te kiezen hebt.’
Vrachtwagenkartel
De zaken die ze tegen technologiereuzen aanspande trokken de aandacht, maar louter vanuit het oogpunt van consumentenwelzijn bezien vallen ze in het niet bij haar ontmanteling van het vrachtwagenkartel. Dat hanteerde niet alleen vaste prijzen, maar dwarsboomde ook de technologie om de uitstoot te verminderen. Een klokkenluider heeft vergelijkbare aantijgingen gedaan jegens autofabrikanten die onder één hoedje spelen. Had de commissie eerder moeten ingrijpen? Ze noemt de auto-onderdelenkartels die het afgelopen decennium zijn bestraft.
‘Het houdt maar niet op,’ zegt ze met opgetrokken wenkbrauwen. ‘In dat opzicht staat het al tijden bij ons op de agenda, maar het emissieschandaal is niet echt een antitrustkwestie. Misschien is het milieufraude, zoiets… We zien misschien een autokartel door de vingers waarin schijnbaar hecht wordt samengewerkt. We gaan ernaar kijken, maar hebben al heel wat middelen in die sector gestoken.’
Aan haar termijn komt een einde op het hoogtepunt van haar loopbaan. Volgens sommige collega’s zou ze dolgraag directeur van het Internationaal Monetair Fonds worden. Anderen zien graag dat ze de nieuwe commissievoorzitter wordt. Maar liberalen krijgen bijna nooit een topfunctie, en zij komt ook nog eens uit een land zonder euro dat in Europees verband vaak zijn eigen weg kiest. ‘In een andere wereld wordt een sociaalliberaal misschien ergens de baas van,’ schertst ze. Het klinkt althans als een grap, maar helemaal zeker ben ik er niet van.
Ze werpt een laatste blik op het roggebrood en daar gaat ze, alleen de motregen in. Ik kijk naar haar halfopgedronken koffie en haar keurig opgevouwen servet, en denk na over wat een klein land groot maakt.
Auteur: Alex Barker
Vertaling: Nico Groen
Financial Times
Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 448.000
Gezaghebbende krant voor de Londense City en de rest van de zakenwereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. Het in 1888 opgerichte dagblad wordt inmiddels in 23 landen gedrukt en heeft naast de Britse ook drie Europese, een Amerikaanse en een Aziatische editie.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.