Tag: gevangenis

  • Wanneer je enige broer een bloedbad aanricht. Het verhaal van Zach Cruz

    Wanneer je enige broer een bloedbad aanricht. Het verhaal van Zach Cruz

    Zijn broer heeft bekend veertien leerlingen en drie stafleden te hebben doodgeschoten op Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, Florida. Maar het is de enige familie die Zach Cruz nog heeft.

    Keuze uit het archief

    De Verenigde Staten werden vorige week maandag voor de zoveelste keer opgeschrikt door een school shooting. Ditmaal was de Abundant Life Christian School in Madison in de staat Wisconsin de klos. Een 15-jarig meisje opende het vuur, doodde een leraar en een leerling en verwondde zes andere mensen. Daarna pleegde ze zelfmoord.
    Dit artikel van The Washington Post uit 2019 vertelt het ontroerende verhaal van Zach Cruz. Hij is de enige broer van Nikolas Cruz, de schutter die op 14 februari 2018 een bloedbad aanrichtte op een hogeschool in Parkland. De schietpartij ging de boeken in als de dodelijkste school shooting in de geschiedenis van de VS.

    Hij houdt zijn blik omlaag gericht als hij het gerechtsgebouw in loopt, want hij weet dat mensen hem zullen aanstaren als ze hem zien. Hij maakt zijn zakken leeg bij de beveiliging en haast zich de lift in. Hij trekt aan de stropdas, die hij heeft geleend omdat hij zijn pak is vergeten. Hij heeft een bloedhekel aan pakken. Hij heeft een bloedhekel aan dit allemaal. Maar voor zijn broer komt hij telkens weer opdagen.

    De lift uit, de gang af, langs de verslaggevers en naar de deuren met politiemensen ervoor. Die doen een stap opzij en hij gaat de rechtszaal binnen.

    Daar, in een rode overall, zit zijn broer Nikolas Cruz, die heeft bekend dat hij op zijn vroegere middelbare school een bloedbad heeft aangericht.

    Veertien leerlingen en drie stafleden vonden de dood op die Valentijnsdag op Marjory Stoneman Douglas High in de stad Parkland. Zeventien anderen raakten gewond en hebben blijvende littekens overgehouden, fysiek en mentaal. Het leven van nog eens honderden mensen is totaal overhoop gegooid: ouders die opeens hun kinderen misten, leerlingen die overdag actie voerden voor beheersing van de wapenverkoop en ’s nachts kampten met paniekaanvallen, beveiligers die tijdens de schietpartij in de buurt waren en zware kritiek hebben gekregen vanwege de keuzes die ze in de chaos maakten.

    Verstoten

    Sommige van die mensen zitten hier in de rechtszaal, en naast hen in een bank schuift nu iemand wiens leven op die dag ook is ontspoord. Zachary Cruz was 17 jaar toen zijn oudere broer een van de dodelijkste schoolschutters in de Amerikaanse geschiedenis werd.

    In de maanden na de schietpartij is Zach verstoten door zijn gemeenschap, onvrijwillig opgesloten in een psychiatrische instelling, twee keer gearresteerd, uit het huis van zijn pleegmoeder geschopt, opgevangen door vreemden die hem mee hebben genomen naar Virginia, 1600 kilometer ten noorden van hier, en van medeplichtigheid beschuldigd, niet zozeer door anderen, maar door zichzelf.

    Hij rekt zijn nek om zijn broer beter te kunnen zien. Nik heeft een nieuwe bril op. Zach ziet dat zijn haar weer kort geschoren is.

    Zach blijft proberen oogcontact te maken. Maar Nik houdt zijn hoofd naar opzij gekeerd en kijkt van hem weg.

    ‘We willen graag een datum voor de rechtszaak hebben om naartoe te werken,’ zegt een aanklager tegen de rechter. Het openbaar ministerie van Florida, berucht om zijn terdoodveroordelingen, wil die ook voor de twintigjarige Nik eisen. ‘Het is nu bijna een jaar geleden dat dit incident plaatsvond.’

    Zach kijkt weer omlaag naar zijn skateboardschoenen. Hij en Nik hebben hun biologische ouders nooit gekend, en hun adoptieouders zijn dood. Zach is in zijn eentje deel gaan uitmaken van de groeiende groep mensen van wie een broer of een zoon massamoordenaar is geworden. Maar toch ligt het voor hem iets anders dan voor de familieleden van de Colombine-, Virginia Tech- en Sandy Hook-schutters: zijn broer leeft nog, voorlopig.

    En dat houdt in dat Zach heeft moeten kiezen. Als hij Nik steunde, verbond hij zichzelf voorgoed met de gruwelijke misdaad die zijn broer heeft begaan. Als hij afstand nam, liet hij de enige echte familie die hij bezat in de steek.

    ‘Ik draag het altijd met me mee. Elke dag. Het valt niet te vergeten,’ zegt Zach nu. ‘Ik zit klem tussen mijn liefde voor hem en mijn haat om wat hij heeft gedaan.

    De openbaar aanklager praat maar door. De rechter knikt mee. En Zach kijkt om de paar minuten op, in de hoop dat zijn broer merkt dat hij er nog is.

    Nikolas Cruz wordt de rechtszaal in begeleid voor een zitting over de vraag of hij onder toezicht moet blijven staan van een officier die hem naar zijn zeggen mishandeld heeft. – John McCall / South Florida Sun-Sentinel via AP / HH
    Nikolas Cruz wordt de rechtszaal in begeleid voor een zitting over de vraag of hij onder toezicht moet blijven staan van een officier die hem naar zijn zeggen mishandeld heeft. – John McCall / South Florida Sun-Sentinel via AP / HH

    Die middag van 14 februari 2018 is Zach op de plek waar hij bijna altijd te vinden is. Hij kent de kromming van elke daling en stijging in het skatepark, het geluid dat zijn board maakt als het langs het metaal schuurt, de prikkeling van een val die betekent dat hij zijn trick bijna heeft volbracht.

    Skaten is al Zachs manier om aan alles te ontsnappen sinds de dag dat zijn moeder, Lynda Cruz, op een rommelmarkt haar hand over haar hart streek en zijn eerste skateboard voor hem kocht. Hij nam het mee naar het huis met vijf slaapkamers in Parkland waar de jongens zijn grootgebracht, en spoot het goudkleurig.

    Lynda en Rogers Cruz hebben eerst Nik geadopteerd, als baby. Zeventien maanden later, als ze horen dat Niks biologische moeder weer een kind heeft gekregen, nemen ze ook Zachary in huis.

    De twee broers lijken nauwelijks op elkaar. Nik heeft een bleke huid, lichtbruine ogen en steil haar. Zach heeft een karamelkleurige huid en dikke krullen en neemt daarom aan dat zijn vader zwart was. Lynda weigert het te vertellen.

    Ze vertelt de jongens pas dat ze geadopteerd waren als ze al in de bovenbouw van de lagere school zitten, lang nadat Roger in 2004 is overleden aan een hartaanval. Zach is pas vier als hij sterft en hun gezin achterblijft zonder zijn inkomen en zijn stabiliserende aanwezigheid. Het enige dat Zach zich nog van zijn vader herinnert is hoe die hem altijd optilde, Zachs voetjes bovenop die van hemzelf zette en dan met hem de kamer rond danste.

    Kleine, liefdevolle gebaren

    Hun jongste jaren zitten vol met zulke kleine, liefdevolle gebaren. Als de jongens nog peuters zijn, fotografeert Lynda hen in bad, Nik met zijn armen om Zach heen.

    Als ze groter worden, zeuren ze altijd net zo lang tot Lynda met hen maar Liberty Park gaat, waar een groot houten klimtoestel staat en waar in het hek de namen staan gekerfd van buurtbewoners die geld voor het park hebben gedoneerd. Dan rennen de jongens daarheen om hun eigen namen op te zoeken, die naast elkaar geschreven staan.

    Ze leren verantwoordelijkheid dragen door zelf voor hun honden te zorgen, de aanhalige retriever-kruising Maisey en de energieke terriër Kobe.

    Dan komen de dagen waarop ze samen naar de bushalte lopen, urenlang Halo spelen op de Xbox, eendrachtig kreunen als Lynda die uit het stopcontact trekt, omdat ze volgens haar energie verspillen.

    Ze hebben geen idee hoe ziek ze is als zij in het najaar van 2017 naar een CVS-kliniek gaat omdat ze denkt dat ze griep heeft. De kliniek belt een ambulance en stuurt haar door naar het ziekenhuis, waar ze sterft aan longontsteking. Zach is degene die Nik moet vertellen dat ze is overleden.

    De jongens komen in huis bij een vriendin van hun moeder, Rocxanne Deschamps, die drie kwartier van hun oude huis woont, dichter bij het strand. Nik trekt al binnen een paar weken bij een vriend in. Zach blijft, en schrijft zich in bij een online school om zijn eindexamenjaar af te maken. Maar de meeste dagen trekt hij erop uit met zijn skateboard.

    Geen grap

    Dan, op die februarimiddag, verschijnt Deschamps bij het skatepark, rolt bijna de auto uit en holt naar hem toe.

    ‘Ze was totaal hysterisch,’ herinnert Zach zich. ‘Ze bleef maar zeggen: “Weet je wat er is gebeurd?”’

    Ze duwt hem haar telefoon in handen. Op het scherm staat een foto van Nik, met daarbij de kop: ‘Schietpartij op school.’

    ‘Eerst dacht ik dat het een grap was,’ zegt Zach nu. Maar er verschijnen nog tientallen artikelen waarin zijn broer als de vermoedelijke schutter wordt genoemd.

    Zachs lichaam brengt hem naar de auto, terug naar de stacaravan van Deschamps en naar het politiebureau, terwijl zijn geest wordt bestookt door herinneringen die het hele verhaal van hun jeugd vertellen: Hoe Nik, als de jongens bij de bushalte aankomen, altijd naar de overkant van de straat sluipt, omdat hij niet bij de andere kinderen wil staan, en Zach dan niet met hem mee gaat. Hoe Nik na hun Halo-games soms begint te schreeuwen, tegen deuren te rammen en met een mes in stoelkussens te steken, tot hun moeder de politie belt. Ze belt soms ook de politie voor Zach, als die zonder toestemming laat van huis wegblijft. Hoe hij soms, als hij thuiskomt, Nik met zijn geweer door het huis ziet lopen terwijl hij doet of hij onzichtbare mensen neermaait, al blèrend: ‘Pumped Up Kicks’, een liedje over een jongen die fantaseert dat hij schoolschutter wordt.

    Eén keer heeft Zach stiekem in Niks telefoon gekeken en daar berichten gevonden die zijn broer blijkbaar aan zichzelf heeft gestuurd. ‘Ik ga naar die school toe,’ heeft Nik geschreven. ‘Ik ga ze allemaal doodschieten.’ Zach heeft het aan niemand verteld.

    Op dat moment lijkt het alleen maar stom – gênant eigenlijk: gewoon Nik die probeert mensen op stang te jagen.

    Maar nu zit er een rechercheur tegenover Zach, die vraagt of hij geweten heeft wat Nik van plan was. In een transcript van hun gesprek, dat later door het openbaar ministerie wordt vrijgegeven, waarschuwt de rechercheur Zach dat de autoriteiten Niks telefoon gaan uitkammen.

    ‘Staat er niks op zijn telefoon waaruit blijkt dat jij wist dat hij dit vandaag zou gaan doen?’ vraagt de rechercheur.

    ‘Nee,’ antwoordt Zach. ‘Dat garandeer ik.’

    Bijna twee uur lang zit Zach te stotteren en te stamelen, in kringetjes te praten, te proberen dingen uit te leggen.

    ‘U moet begrijpen dat hij, nou ja, dat besef ik nu, dat hij niet echt slecht is,’ zegt Zach. ‘Ik heb gewoon – ik weet het niet. Ik voel me ellendig omdat ik het idee heb dat ik, nou ja, geen echte broer voor hem ben geweest. Ik heb het idee dat ik min of meer heb toegelaten dat mensen hem uitlachten. Dat ik mensen hem – dat ik niet voor hem op ben gekomen.’

    ‘Tja, achteraf wordt er altijd van alles duidelijk,’ zegt de rechercheur. ‘Je kunt jezelf niet de schuld geven voor zoiets als dit.’

    ‘Ik bedoel,’ zegt Zach, ‘dat ik het tegen iemand had kunnen zeggen, nou ja… toen ik vond… toen ik zag…’

    Hij vertelt de rechercheur over het geweer, het liedje, de tekstberichten.

    ‘Krijgt hij de doodsstraf?’ vraagt Zach.

    Daar geeft de rechercheur geen antwoord op.

    Aan het eind van hun gesprek heeft Zach nog één vraag: ‘Ik kan zeker niks doen om hem uit deze toestand te krijgen, hè?’

    ‘Nee,’ zegt de rechercheur. ‘Helaas niet.’

    Maar wat hij wel kan doen, is met zijn broer gaan praten. Nu. Nik is in een andere ruimte urenlang verhoord, heeft beschreven wat hij heeft gedaan en maar door geëtterd over een demon in zijn hoofd die zei: ‘Burn. Kill. Destroy’; hij heeft zichzelf tegen zijn eigen hoofd geslagen en gefluisterd: ‘Ik wil nu alleen maar dood.’

    Daarna heeft hij om een advocaat gevraagd, en dat betekent dat de rechercheur hem geen vragen meer mag stellen, voordat die erbij is. Maar hij kan wel Zach bij zijn broer laten, en meekijken om te zien wat Nik tegen hem zegt. Een videocamera in de kamer registreert alles, en later worden deze beelden – bewerkt door het OM – vrijgegeven aan de media.

    ‘Oké, Zach, ga daar maar zitten,’ zegt de rechercheur terwijl hij naar de plastic stoel tegenover Nik wijst. Zach gaat zitten en kijkt naar zijn broer. Nik heeft een lichtblauw ziekenhuishemd aan. Zijn handen zijn achter zijn rug geboeid. Zijn linkervoet is aan de vloer geketend.

    ‘Wat zou mama nu wel niet denken,’ zegt Zach op verdrietige toon. ‘Als ze nog…’

    ‘Dan zou ze huilen,’ zegt Nik meteen.

    ‘Mensen vinden je nu een monster,’ zegt Zach.’

    ‘Een monster?’ vraagt Nik.

    ‘Je gedraagt je helemaal niet als jezelf,’ zegt Zach, nu zichtbaar boos. ‘Waarom? Alsof wij… Zo ben jij niet. Alsof… Kom op. Waarom heb je dit gedaan?’

    ‘Het spijt me,’ fluistert Nik.

    Zach kijkt omhoog naar het plafond. ‘Dit is echt geen spel hoor. Het is heus niet zo dat je straks wakker wordt en dat je hier dan uit bent,’ zegt hij. En dan komt er een andere herinnering aan Nik bij hem op. ‘Weet je nog, toen mam doodging? Weet je nog wat ik tegen je zei toen we door die gang liepen?’

    Nik schudt zijn hoofd.

    ‘Je weet het natuurlijk niet meer omdat je alleen maar liep te vloeken,’ zegt Zach. ‘Ik zei tegen je toen we door die gang liepen dat we nu nog maar met zijn tweeën waren en dat ik je zou steunen.’

    Zach buigt zich voorover. ‘Ik ken je, jij dacht natuurlijk dat je niemand had, maar ik, ik geef wél om je… Ik weet dat ik het, toen we nog op school zaten, liet lijken of ik de pest aan je had… maar eigenlijk deed ik maar alsof… ik wilde geen slappeling lijken. Ik hou echt heel veel van je.’

    Nik begint te trillen.

    ‘Ik weet wat je vandaag hebt gedaan,’ zegt Zach. ‘Andere mensen kijken me aan of ik gek ben, alleen al omdat ik… en dat is niet zo, het kan me niet schelen wat andere mensen denken. Je bent mijn broer. Ik hou van je. Ik wil… ik wil dat je…’

    Nik zit nu onbedaarlijk te huilen, met onbeheerste, gierende uithalen. Zach grijpt naar zijn hoofd. Hij slaat met zijn hand op de tafel en wendt zich tot de rechercheur.

    ‘Mag ik hem omhelzen?’ vraagt hij.

    Hij staat op, gaat naar Nik toe en slaat allebei zijn armen om zijn broer heen.

    Van 25 tot 500.000 dollar

    Een maand later zitten er handboeien om die armen, vastgemaakt achter Zachs rug. Een agent leidt hem een patrouillewagen in, terwijl een tweede agent een pet van zijn hoofd rukt.

    Iemand heeft Zach op zijn skateboard over de parkeerplaats van Stoneman Douglas High School zien rijden en de politie gebeld.

    ‘Ik wilde het alleen maar eens voor mezelf zien,’ heeft Zach tegen de agenten gezegd, maar ze hebben hem hem toch aangehouden wegens het ongeoorloofd betreden van het schoolterrein.

    Zijn borgsom wordt vastgesteld op 25 dollar, het gewone bedrag in dit district voor een overtreding. Iemand betaalt diezelfde avond nog de borg uit naam van Zach. Maar het politiekorps van Broward County laat hem niet gaan.

    De volgende dag staat Zach voor een rechter met achter hem drie agenten. Hij krijgt het gevoel dat ze denken dat hij gevaarlijk is. Dan hoort Zach de officier zeggen: ‘Je kunt bij hem precies dezelfde waarschuwingssignalen zien als bij zijn broer.’ Ze heeft het over zijn strafblad als jongere – hij is ooit met zijn skateboard over een politieauto gereden en heeft een keer iets bij Target gepikt. Ze zegt dat hij een bedreiging van ‘intimidatie en gevaar’ vormt voor de slachtoffers van Stoneman Douglas High.

    De rechter verhoogt zijn borgsom tot 500.000 dollar.

    Zach blijft tien dagen vastzitten – grotendeels in een psychiatrische instelling, gevolgd door eenzame opsluiting waarbij hij onder surveillance wordt geplaatst in verband met mogelijke zelfmoord, ook al houdt Zach zelf vol dat hij niet suïcidaal is.

    ‘Hij was bang, maar hij vormde absoluut geen gevaar voor zichzelf of anderen,’ zegt Joseph Kimok, die in die periode optrad als Zachs pro deo-advocaat.

    Kimok zit in zijn kantoor aan Zachs zaak te werken, als hij onverwacht bezoek krijgt van twee advocaten van Nexus Services, een firma waarvan hij nog nooit heeft gehoord.

    ‘Ik kreeg het gevoel dat ze graag geïntroduceerd wilden worden bij Zach,’ vertelt Kimok nu. Nexus, zo ontdekt hij op internet, runt een bedrijf dat borgtochten betaalt en zo illegale vreemdelingen een uitweg uit de gevangenis biedt. Zij moeten dan bereid zijn een GPS-enkelband te dragen, die hen meer dan 400 dollar per maand kost. Actiegroepen en ook immigranten zelf vinden dat Nexus zo van deze illegalen profiteert – een beschuldiging die mede-oprichter en CEO van het bedrijf Mike Donovan als belachelijk en ongefundeerd van de hand wijst.

    Terwijl Donovan te kampen heeft met rechtszaken van immigranten en onderzoeken door staats- en federale instanties, gebruikt hij de juridische pro deo-divisie van Nexus om in het hele land veelbesproken burgerrechtenzaken op zich te nemen.

    ‘We hebben de avond met Zach doorgebracht, om hem beter te leren kennen en om erachter te komen dat hij niet de boeman was die mensen van hem hadden gemaakt’

    Nadat extreemrechtse ‘white supremacists’ in 2017 naar Charlottesville waren gekomen voor een protestdemonstratie die een dodelijke afloop kreeg, begon Nexus een rechtszaak tegen de gemeente en het hoofd van de politie omdat die de botsingen niet wisten te voorkomen. Toen de regering-Trump vorig jaar begon met het scheiden van immigrantengezinnen bij de Amerikaanse grens, stelde Nexus dit beleid aan de orde bij de rechter en nodigde hij journalisten uit om getuige te zijn van het emotionele weerzien tussen ouders en hun kinderen.

    Nu wil Donovan Zach helpen. Als Zach een voorwaardelijke vrijlating krijgt aangeboden in ruil voor een schuldbekentenis, neemt Nexus contact op met Rocxanne Deschamps, de voogd bij wie Zach en zijn honden dan nog steeds wonen. Ze spreken een tijd af waarop Zach een ontmoeting heeft met Donovan, die zelf, voor hij zijn bedrijf begon, ook in de gevangenis heeft gezeten, wegens het uitschrijven van ongedekte cheques. Donovan wil dat Zach het district Broward aanklaagt, omdat hij die eerste keer, toen zijn borgtocht was betaald, niet is vrijgelaten.

    Op de dag in mei dat Donovan naar Florida zal vliegen, krijgt hij een telefoontje van een van zijn juristen. ‘Dit geloof je nooit,’ zegt de jurist. ‘Maar Zach is weer gearresteerd.’

    Deschamps heeft de politie gebeld omdat Zach zonder rijbewijs in de oude Kia van zijn moeder rondreed. In een e-mail van haar advocaat zegt Deschamps dat ze Zach nog heeft gewaarschuwd: als hij die auto niet liet staan, zou zij hem aangeven wegens het schenden van de voorwaarden van zijn proeftijd – en dat heeft ze gedaan.

    Snel schakelt Donovan een plaatselijke advocaat in om Zach vrij te krijgen. Hij reist alsnog naar Florida, samen met zijn echtgenoot en medeoprichter van het bedrijf Richard Moore en hun dan veertienjarige zoon Sam.

    Voor de poort van de Fort Lauderdale gevangenis waar Zach en Nik vastzitten legt hij een verklaring voor de pers af, waarin hij aankondigt dat hij de directeur van de gevangenis, de minister van Justitie van de staat en de rechter gaat aanklagen. ‘Wij hebben een gratis telefoonlijn die 24-uur per dag, 7 dagen per week bemand is,’ zegt Donovan vanachter een spreekgestoelte met Lexus-logo. ‘Iedereen, waar ook in het land, kan met die hulplijn contact opnemen als hij vindt dat zijn burgerrechten worden geschonden.’

    Die middag komt Zach de gevangenis uit met een GPS-band om zijn enkel. Hij loopt achter Donovan aan langs de verslaggevers, een SUV in. Ze rijden naar het Conradhotel, waar Zach wordt uitgenodigd om naar de suite van het gezin te komen: een penthouse-suite met uitzicht op de oceaan, van het type dat meer dan 1200 dollar per nacht kost.

    Daarna neemt Donovan Zach mee naar de winkel van het hotel.

    ‘Hij begon spijkerbroeken en T-shirts voor me te kopen,’ vertelt Zach. ‘Ik had iets van: verdomd, krijg ik nou gewoon kleren toegeworpen?’

    Donovan zegt dat hij voor de jongen werd ingenomen door zijn zachtaardige manier van doen en doordat het meteen klikte tussen hem en Sam.

    ‘We hebben de avond met Zach doorgebracht, om hem beter te leren kennen en om erachter te komen dat hij niet de boeman was die mensen van hem hadden gemaakt,’ herinnert Donovan zich. ‘Uiteindelijk zei ik tegen Richard, weet je, hij heeft eigenlijk geen plek om naartoe te gaan… En Richard keek me aan en zei: ‘Hij mag met ons mee naar Virginia.’

    Ze vragen het aan Zach.

    ‘Eerst wist ik niet goed wat ik ervan moest denken,’ zegt Zach. Hij wil in de buurt van Nik blijven, om zich aan de belofte te kunnen houden die hij zijn broer heeft gedaan. Maar hij voelt zich niet meer op zijn gemak in zuidelijk Florida – en hij heeft geen plek om te wonen. De week daarop koopt Donovan voor Zach een pak van Men’s Warehouse en gaat hij met hem mee terug naar de rechtbank. Zach is inmiddels achttien geworden, maar hij zit nog steeds in zijn proeftijd, wat inhoudt dat hij toestemming van een rechter nodig heeft om Florida te mogen verlaten. Een medewerker van Nexus verklaart dat het bedrijf Zach een baan zal geven op de onderhoudsafdeling van zijn vastgoed-tak, en een gratis appartement in de buurt van het Nexus-hoofdkantoor in Augusta County, een plattelandsgebied even ten westen van Charlottesville.

    De rechter wijst zijn verzoek toe.

    ‘Ik kijk er naar uit om daar een nieuw leven te beginnen,’ zegt Zach na afloop tegen verslaggevers.

    Hij haalt Kobe en Maisey op bij het asiel waar ze zolang hebben gezeten. Hij brengt een bezoek aan het graf van zijn moeder en pakt haar miniatuurolifantjes in.

    Voordat ze aan de veertien uur durende rit naar Virginia beginnen, vraagt hij Donovan of ze nog even stil kunnen houden bij Liberty Park. Zach heeft al gehoord wat de gemeente daar heeft gedaan, maar hij wil het met eigen ogen zien. Hij loopt langs het houten klimtoestel naar het hek.

    Zijn naam staat nog op een van de palen van het hek. Niks naam daarnaast is weg, vervangen door een leeg stukje hout.

    Nieuw leven

    In zijn nieuwe staat, in zijn nieuwe leven, is Zach meestal te vinden in een kamer op de bovenverdieping van het huis van Donovan en Moore, samen met de vijftienjarige Sam. Het leeftijdsverschil stoort Zach niet, hij vindt het prettig om iemand te hebben met wie hij muziekvideo’s kan kijken. Urenlang zitten ze voor de Xbox de teksten en ritmes van hun favoriete rapnummers te ontleden.

    ‘Dit is een goeie, hè?’ vraagt Sam, terwijl hij op de controller van de Xbox tikt. Zach knikt, luistert een tijdje, maar dan onderbreekt hij het nummer en zegt: ‘Zet “Hope” eens op.’

    Sam kijkt hem aan. Ze hebben dat nummer al tientallen keren beluisterd. Te vaak. Toch typt Sam het in de zoekregel van YouTube in.
    Ze kennen de openingsklanken, de eerste woorden die XXXTentacio zal zeggen: ‘Rest in peace to all the kids that lost their lives in the Parkland Shooting. This song is dedicated to you’.

    Sam kijkt toe hoe Zach mee knikt, dan ophoudt met knikken, en vervolgens uitdrukkingsloos voor zich uit blijft staren. Sam heeft een uitdrukking voor dit soort momenten: ‘Zach duikt voor iedereen onder.’

    Sinds zijn verhuizing heeft Zach zijn vrienden in Florida – de weinige vrienden die nog met hem wilden praten – niet meer gesproken. Hij gaat minder vaak skaten en vervolgens helemaal niet meer. ‘De skateparken hier zijn net kinderspeelplaatsen,’ zegt hij. ‘Met kinderen op een step en hun moeder die op hen past. Er hangt niet dezelfde energie.’

    Hij moet afscheid nemen van zijn hond Maisey: ze is zo oud dat haar poten het begeven. Als hij haar laat inslapen is het alsof hij opnieuw een familielid verliest.

    Hij houdt niet meer van Halo of van andere videogames waar vuurwapens in voorkomen. Of van films waarin vuurwapens voorkomen, of van muziek waarin schoten klinken. Bij al die dingen ziet hij alleen maar Nik voor zich in de gangen van Stoneman Douglas High met een semiautomatisch geweer in zijn handen.

    Hij heeft een tijdje in zijn eigen appartement gewoond maar besluit dat hij zich toch veiliger, beter voelt in het ruime huis van Donovan en Moore, aan het eind van een doodlopend straatje in een buitenwijk.

    Buiten staat altijd een gewapende beveiliger. Donovan wil voor de grap wel eens zeggen dat hij de bewakers heeft ingehuurd vanwege de rechtszaken tegen zijn bedrijf, maar hij houdt ze aan voor de twee jongens.

    Donovan vindt het goed dat Zach twee middagen in Virginia en twee in Florida met een journalist doorbrengt. Maar Zach mag geen moment praten zonder dat er mensen van Nexus bij zijn. In Donovans huis loopt een Nexus-voorlichter achter Zach aan naar de speelkamer boven. Op het Nexus-hoofdkantoor staat er continu een medewerker achter hem, die hem influistert wat hij moet zeggen als hij iemand aan de telefoon heeft. In Florida, waar Zach een kijkje wil nemen bij de parken waar hij vroeger altijd ging skaten, gaan een bewapende beveiliger en nog vijf andere Nexus-medewerkers met hem mee om een oogje in het zeil te houden. Later zal Donovan toegeven dat zijn mensen de gesprekken tussen Zach en de journalist hebben opgenomen en gefotografeerd. Behalve dat hij af en toe even omkijkt om te vragen of hij een vraag mag beantwoorden, besteedt Zach weinig aandacht aan dat hele begeleidende gevolg.

    Hij toont alleen maar waardering voor Donovan en Moore, die hem een eigen slaapkamer hebben gegeven, hem de sleutels van een Ford Expedition hebben overhandigd nadat hij zijn rijbewijs heeft gehaald, en die elke keer zijn vliegtickets naar Florida betalen als er een zitting in Niks zaak is. Het stel heeft het erover gehad of ze Zach officieel zullen adopteren, ook al is hij nu volwassen.

    ‘Zij hebben mij letterlijk gered. Als ik Mike en Richard niet had ontmoet, weet ik niet wat er gebeurd zou zijn,’ zegt Zach zelf. ‘Het zijn net ouders voor me… Als ik wegging zou ik dat nergens anders meer vinden.’

    Uiteindelijk begint hij nooit aan de beloofde onderhoudsbaan, maar gaat hij vaak met Donovan en Moore mee op zakenreizen door het hele land. Vervolgens krijgt hij zelf een kantoor om zijn eigen nieuwe loot aan de stam van het merk Nexus te runnen: een antipestorganisatie – geïnspireerd op Nik: ‘We Isolate No-one’, oftewel WIN. De kern daarvan wordt gevormd door een hulplijn die 24-uur bemand is en waarheen leerlingen kunnen bellen om te melden dat ze gepest worden. Aan de telefoon zitten Nexus-medewerkers in een van de bestaande callcenters van het bedrijf. Nexus licht vervolgens de school van de beller in. Wordt het probleem niet opgelost, dan onderneemt Nexus juridische stappen tegen de school.

    Tikkende tijdbommen

    In juli organiseert Nexus een persconferentie om de lancering van WIN aan te kondigen. Weer vindt Zach zichzelf terug in een pak, nu achter een spreekgestoelte van de National Press Club in Washington. Hij leest een van te voren opgeschreven toespraak voor, waarin hij zegt dat WIN straks vertegenwoordigingen zal hebben op middelbare scholen in het hele land.

    ‘Ik kan hier vandaag niet staan om mijn broer te verdedigen of excuses voor hem te aan te voeren,’ zegt Zach tegen een zaal vol journalisten. ‘Maar ik kan wel heel duidelijk zeggen dat er op onze scholen in het hele land tikkende tijdbommen zitten…’

    ‘Elke dag en elke avond denk ik erover na hoe dit voorkomen had kunnen worden,’ zegt hij. ‘En het blijft me achtervolgen.’

    Als de journalisten weg zijn en hij ’s avonds, alleen in zijn slaapkamer, het jasje van zijn pak heeft uitgetrokken, blijft Zach op om nogmaals de beelden van telefoons en beveiligingscamera’s te bekijken.

    ‘In slaap vallen is voor mij het moeilijkst,’ zei hij.

    Soms komt hij met songteksten om zijn gevoelens uit te drukken. Zijn jeugddroom om professioneel skater te worden is verdrongen door het vage idee dat hij wel graag in de muziekindustrie zou willen werken. Eerst wil hij zijn middelbareschooldiploma halen. Maar hij heeft zich nog nergens ingeschreven voor een cursus.

    Als hij niet thuis in de speelkamer is of op zakenreis voor Nexus, zit hij op het hoofdkantoor van het bedrijf, waar de medewerkers hem bij naam kennen. Hij leest verslagen van de WIN-hulplijn. In de eerste zes maanden zijn er 414 telefoontjes binnengekomen. Sommige bellers klonken of ze echt hulp nodig hadden. Bij anderen had het er alle schijn van dat ze alleen belden omdat ze Zach wilden spreken.

    In de duistere uithoeken van het internet zijn nu ook de ‘Cruzers’, opgekomen: mensen met een fascinatie voor Nik en daarmee ook voor Zach

    In de duistere uithoeken van het internet waar eerder al mensen met een obsessie voor Columbine en andere massaschietpartijen elkaar hebben getroffen, zijn nu ook de ‘Cruzers’, opgekomen: mensen met een fascinatie voor Nik en daarmee ook voor Zach. Ze maken fan-kunst met de portretten van de twee broers, bespreken hun jeugdfoto’s en seinen elkaar in wanneer Zach iets nieuws op zijn Instagrampagina heeft gepost. Zach zegt dat hij hen en de boodschappen die ze hem sturen negeert.

    Als de Miami Herald in september met een verhaal komt waarin voor het eerst de biologische moeder van Nik en Zach bekend wordt, probeert hij ook dat te negeren. Donovan en Moore vertellen hem wat er in het artikel staat over de 62-jarige Brenda Woodard, die 28 keer is gearresteerd wegens drugsgebruik en gewelddadige uitbarstingen, waaronder het mishandelen van een partner met een krik. Zach weigert het verhaal te lezen.

    ‘Ik zie die vrouw niet als mijn moeder,’ zegt hij. ‘Mijn moeder was mijn adoptiemoeder. Het verandert niets.’

    Het enige dat hem interesseert is wat er met Nik gaat gebeuren en daarom komt hij voor elke procedurele zitting in de zaak terug naar Broward County. Op de dag van Niks hoorzitting in januari, probeert Zach zinnen te onderscheiden die hij begrijpt. De advocaten bekvechten met elkaar over de vraag wiens schuld het is dat er nog steeds geen datum voor de rechtszitting is vastgesteld, bijna een jaar nadat er zeventien mensen zijn doodgeschoten.

    ‘Ik begrijp dat de staat Florida vindt dat de schuldvraag nogal eenvoudig en helder ligt,’ zegt Niks verdediger Melisa McNeill. ‘Maar zodra ze aangeeft de doodstraf te willen eisen om meneer Cruz te doden, wordt het een heel andere zaak.’

    Ze herinnert de rechtbank eraan dat Nik bereid was schuld te bekennen in ruil voor een levenslange gevangenisstraf.

    ‘Ik moet opkomen voor de rechten van mijn cliënt,’ zegt ze. Terwijl hij naar haar kijkt krijgt Zach het gevoel dat ze inderdaad het leven van Nik wil redden. Uiteindelijk hoeft ze maar één jurylid ervan te overtuigen dat hij niet de doodstraf verdient.

    Maar als hij de rechtszaal weer verlaat en langs de mensen loopt van wie het leven, net als het zijne, door Niks daden voorgoed is veranderd, denkt Zach dat hij wel weet wat zijn broer te wachten staat: ‘Hij heeft niet veel tijd meer op deze aarde.’

    Zach Cruz betreedt de rechtszaal voor de hoorzitting van zijn broer. – © Amy Beth AP / HH
    Zach Cruz betreedt de rechtszaal voor de hoorzitting van zijn broer. – © Amy Beth AP / HH

    ‘Verheug je je erop om hem te zien, Zach?’ vraagt Donovan, terwijl ze samen haastig de treden van de gevangenis op lopen.

    ‘Jawel,’ zegt Zach, al vindt hij eigenlijk dat wat ze nu gaan doen niet echt telt als zijn broer zien.

    Ze stoppen hun telefoon in een kluisje bij de ingang en legen weer hun zakken voor de beveiliging. Een bewaker begeleidt hen over de trap naar een ruimte met rijen computerschermen. Zoals Zach later vertelt, gaat hij bij een scherm rechts achter in de hoek zitten. Hij pakt de telefoon die ernaast hangt.

    Het scherm gaat aan. Zijn broer zit klaar om met hem te praten.

    De dag hiervoor in de rechtbank heeft Nik nooit oogcontact met hem gemaakt, en nu kan Zach, door de hoek van de camera die in Niks cel is geplaatst, eigenlijk alleen de bovenkant van Niks hoofd zien.

    ‘Hoe gaat het?’ vraagt Zach, en dan heeft hij een uur om er voor zijn broer te zijn, voordat het scherm weer op zwart gaat.

    Hij hoorde dat Nik ervan is beschuldigd dat hij een bewaker heeft aangevallen en dat hij daarom 23 uur per dag in eenzame opsluiting zit, een straf waardoor hij zich nog erger verveelt dan hiervoor. Hij zegt dat hij voor de grap af en toe zijn hoofd in het water steekt.

    ‘In het toilet?’ vraagt Zach.

    ‘Nee,’ antwoordt Nik, ‘in de wasbak.’

    Ze hebben het over de shutdown van de regering-Trump, en hoe koud het nu wordt in Virginia. Nik zegt dat het in de gevangenis altijd koud is.

    ‘Hoe gaat het met Kobe?’ vraagt Nik dan, en als Zach begint te vertellen dat het goed gaat met de hond, vraagt Nik nog eens naar Maisey, de hond die hij heeft laten inslapen.

    Ze hebben het er al eerder over gehad. Zach herinnert zijn broer eraan dat Maisey’s poten het hadden begeven. Dat het haar tijd was. Nik lijkt hierdoor gebiologeerd.

    ‘Maar waarom heb je het gedaan?’ vraagt hij.

    Zach vertelt het nog een keer.

    ‘Waarom heb je het gedaan?’ vraagt Nik weer.

    ‘Kunnen we niet…’ stamelt Zach. ‘Kunnen we het nu gewoon even níét over de dood hebben?’

    Nik laat het rusten. Zach probeert iets anders te bedenken om over te praten. Hij weet niet precies hoeveel tijd ze nog hebben.

    ‘Voor het geval het uit gaat: ik hou van je,’ zegt hij.

    ‘Ik hou ook van jou,’ zegt Nik, en meteen wordt het scherm zwart.



    Met dank aan Julie Tate en Mark Berman

  • In de cel vanwege een tweet

    In de cel vanwege een tweet

    President Xi Jinping is een nieuwe campagne gestart tegen onlinekritiek van Chinese burgers. Vooral Twitteraars worden opgepakt, bedreigd en zelfs gevangengezet. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken.’

    Sjanghai. Eén man zat vijftien dagen in de cel. De familie van een ander werd door de politie bedreigd. Een derde zat acht uur vastgeketend in de verhoorkamer. Hun misdaad: iets op Twitter zetten. In 
een fikse aanscherping van de Chinese internetcensuur wordt een groeiend aantal twitteraars door de politie opgepakt voor verhoor. Ook al is Twitter in China geblokkeerd en voor de overgrote meerderheid van de internetters daar dus onzichtbaar. Deze harde politieaanpak is de nieuwste uiting van Xi Jinpings campagne tegen ongewenste internetactiviteiten. De autoriteiten verstevigen hun greep op het onlineleven van de Chinese burgers, ook als de berichten die zij posten in het land zelf nauwelijks te zien zijn. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken,’ zegt mensenrechtenactivist Wang 
Aizhong, die zegt dat de politie hem opdroeg berichten met kritiek op de Chinese overheid te verwijderen.

    Als de regering de activisten er niet 
toe kan bewegen zelf de tweets te verwijderen, wordt het wel door anderen gedaan. Zo weigerde Wang zijn tweets te wissen, maar toen hij vorige maand een boek zat te lezen, meldde zijn 
telefoon ineens dat hij berichten binnenkreeg met backupcodes voor zijn Twitter-account. Een uur later waren drieduizend van zijn tweets gewist, zegt hij. Hij ziet er de hand in van aan de overheid gelieerde hackers, al valt dat niet te verifiëren. Een woordvoerder van Twitter wilde geen commentaar geven op de nieuwe overheidscampagne.

    China oefent natuurlijk al sinds jaar en dag strenge controle uit op wat zijn burgers mogen zien en zeggen, ook online. Maar uit dit nieuwe offensief blijkt dat de regering wereldwijd toezicht op sociale media wil houden. Tekstberichten op het in China eveneens geblokkeerde WhatsApp beginnen nu gebruikt te worden als bewijsmateriaal in rechtszaken. Steeds vaker eist de Chinese overheid dat Google en Facebook bepaalde inhoud offline halen, ook al zijn de sites van beide bedrijven op het Chinese internet niet te vinden. Toen de verbannen Chinese miljardair Guo Wengui op internet hooggeplaatste Chinese politici begon te beschuldigen van corruptie, werden zijn accounts op Facebook en Twitter tijdelijk afgesloten. Volgens de bedrijven gebeurde dit naar aanleiding van klachten van gebruikers en omdat hij persoonlijke informatie over anderen had verspreid.

    Debat

    Ondanks het Chinese verbod op Twitter speelt het platform een belangrijke rol in het politieke en maatschappelijke debat van het land. Een kleine maar actieve gemeenschap van internetters gebruikt speciale software om de overheidsrestricties te omzeilen en Twitter toch te kunnen bereiken. Op basis van een enquête onder 1627 
Chinese internetters schat Daniela Stockmann, hoogleraar aan de Berlijnse Hertie School of Governance, dat slechts 0,4 procent van de Chinese internetters gebruikmaakt van Twitter, oftewel zo’n 3,2 miljoen mensen.

    En Twitter mag voor normale burgers dan verboden zijn, officiële media zoals de partijkrant People’s Daily en persbureau Xinhua maken er wel gebruik van om de beeldvorming over China in het buitenland te beïnvloeden. ‘Aan de ene kant benutten de staatsmedia alle mogelijkheden van die platforms om miljoenen mensen te bereiken,’ zegt Sarah Cook, Oost-Azië-analist van Freedom House, een Amerikaanse onderzoeksgroep die ijvert voor de democratie in de wereld. ‘En aan de andere kant riskeren gewone Chinezen arrestatie en een gevangenisstraf als 
ze diezelfde platforms gebruiken om met elkaar en de buitenwereld te 
communiceren.’

    Het zakelijke netwerk LinkedIn, een van de weinige Amerikaanse sociale media die in China zijn toegestaan, schikt zich al lang naar de censor. Zo sloot het vorige maand korte tijd de account af van Peter Humphrey, een Britse bedrijfsrechercheur die ooit in China in de cel heeft gezeten, en deze maand die van Zhou Fengsuo, een mensenrechtenactivist. De mails waarin ze dit van LinkedIn te horen kregen, leken sterk op de mail die gebruikers krijgen als berichten worden verwijderd op grond van de Chinese censuurwetgeving. ‘Wat we 
de laatste weken zien, is een drastische verscherping van de censuur op sociale media door de autoriteiten,’ zegt Humphrey. ‘Ik vind het verbluffend dat LinkedIn aan dat achterbakse muilkorven van burgers meewerkt en probeert te voorkomen dat hun berichten in China gelezen kunnen worden.’ Beide accounts zijn inmiddels weer hersteld en LinkedIn heeft een verklaring uitgestuurd waarin het bedrijf excuses aanbiedt en zegt dat de accounts per ongeluk waren afgesloten. ‘Ons Trust and Safety Team buigt zich over de interne processen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen,’ stelde de 
verklaring.

    Met Twitter richten de Chinese autoriteiten zich nu op een vitaal medium voor Chinese activisten. Uit gesprekken met negen door de politie verhoorde twitteraars en een vier uur durende geluidsopname van één zo’n verhoor komt een bepaald patroon naar voren: de politie legt de gebruikers een print met tweets voor en spoort ze aan die specifieke berichten of zelfs hun hele account te deleten. Dat betreft vaak berichten met kritiek op de Chinese overheid of op president Xi. De opgepakte twitteraars zeggen door de politie bedreigd of zelfs vastgeketend te zijn. Huang Chengcheng, een activist met meer dan achtduizend volgers op Twitter, zegt dat hij tijdens zijn verhoor in Chongqing acht uur lang met handen en voeten aan zijn stoel geketend zat. Na afloop heeft hij een schriftelijke toezegging getekend dat hij niet meer zal twitteren.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest

    De nieuwe aanpak is een initiatief van het machtige ministerie van Openbare Veiligheid, dat toeziet op justitie en de politieke veiligheid. Volgens diverse twitteraars werd in de verhoren expliciet verwezen naar de internetpolitie, de tak van het ministerie die het internetverkeer controleert. Die internetpolitie, die dit soort lokale acties omschrijft als ‘acties in het veld’, staat sinds afgelopen zomer onder leiding van een hardliner die bekend is geworden met zijn harde aanpak van telecomfraude in de zuidoostelijke kuststad Xiamen. Het ministerie en de Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, hebben niet op onze gefaxte vragen gereageerd.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest. Een twitteraar met een klein aantal volgers die online over milieuvervuiling had geklaagd, kreeg na een verhoor van vier uur een dringend advies van een politieagent. Deze twitteraar, die uit angst voor represailles niet bij naam genoemd wil worden, had een opname van het verhoor gemaakt, die hij ons liet horen.

    ‘Verwijder al je tweets en sluit je account af,’ zei de agent. ‘Alles op internet kan worden gevolgd, zelfs ongepaste opmerkingen in WeChat-groepen.’ WeChat is een populaire Chinese berichtendienst. ‘Ik geef je dit welgemeende advies,’ zei de agent. ‘Als 
dit nog een keer gebeurt, zullen de gevolgen ernstiger zijn. Dan krijgen je ouders er ook mee te maken. Je bent nog zo jong. Als je later trouwt en 
kinderen krijgt, houden die er ook 
last van.’

    Deze harde aanpak zet een domper op het Chinese debat op Twitter, zegt Yaqiu Wang van Human Rights Watch, die in november over het offensief berichtte. Maar nog niet alle gebruikers laten zich het zwijgen opleggen. ‘Veel activisten willen vrijheid van meningsuiting,’ zegt Wang. ‘Ook al worden ze lastiggevallen en geïntimideerd, ze blijven dapper tweeten. Als daad van verzet tegen censuur en onderdrukking.’

    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images
    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images

    Het zijn niet alleen de twitteraars met de meeste volgers die voor verhoor worden opgepakt. Pan Xidian, een 47-jarige werknemer van een bouwbedrijf in Xiamen, heeft er zo’n vierduizend. Hij tweette een strip van de dissidente cartoonist Rebel Pepper met kritiek op het mensenrechtenbeleid. 
In november werd hij door de politie twintig uur lang verhoord. Na enkele tweets te hebben verwijderd mocht hij naar huis en dacht hij dat de kous af was. Maar kort daarna werd hij op zijn werk bezocht door agenten die hem in een auto smeten. Ze vroegen hem een document te ondertekenen waarin hij bekende dat hij de maatschappelijke orde had verstoord. Dat deed hij. Toen toonden ze hem een ander document op basis waarvan hij werd aangehouden. Hij heeft twee weken in een cel gezeten met tien anderen, waar ze 
propagandafilmpjes te zien kregen.

    
‘In deze tijd zijn we wel bang, maar ik kan mezelf niet bedwingen,’ zei een huilende Pan na zijn vrijlating over de telefoon. ‘We leven in onderdrukking.’ En hij voegde eraan toe: ‘We zijn net lammetjes. De een na de ander wordt opgepakt. We kunnen ons niet verweren.’

    De handhavingscampagne is buitengemeen breed en hard. Bij het censureren van binnenlandse sociale media namen de autoriteiten in het verleden vooral prominente gebruikers op de korrel. Slechts sporadisch werden gewone burgers opgepakt en ondervraagd. Bij het huidige offensief lijken de inspanningen van lokale en nationale opsporingsinstanties ook goed 
op elkaar afgestemd, zegt Xiao Qiang, hoogleraar aan de University of California. ‘Zo’n landelijke actie, waarbij zo veel mensen echt worden opgepakt, dat hebben we nog nooit gezien,’ zegt hij.

    Auteur: Paul Mozur

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 570.000

    Verreweg de grootste en meest gezaghebbende krant van Amerika, met 1300 journalisten, 13 buitenlandredacties en reeds 125 Pulitzer-prijzen op zijn naam. Opgericht in 1851 en sinds 1896 in handen van de familie Ochs Sulzberger. De krant 
is links van het midden georiënteerd.

  • 5. Brief uit de Silivri-gevangenis

    5. Brief uit de Silivri-gevangenis

    Zo’n honderdvijftig Turkse journalisten zijn gevangengezet. Akin Atalay van Cumhuriyet vertelt over de erbarmelijke omstandigheden waaronder hij vastzit en een procureur die hem aan de inquisitie doet denken.

    De mooie dagen liggen voor ons, vrienden, de dagen vol zon.* Vandaag is het mijn honderdste dag. De honderdste dag dat ik samen met mijn collega’s achter de tralies zit. Gevangenschap tijdens de noodtoestand betekent slechtere omstandigheden, meer beperkingen, meer onrechtvaardigheid, meer problemen. Een week telt 168 uur. Een van deze uren breng ik door in gezelschap van mijn advocaten, onder het toeziend oog van een bewaarder. En ander is gewijd aan onze familie, met wie we communiceren via een telefoon, gescheiden door een dik raam. De resterende 166 uur zitten we in de cel in gezelschap van onze twee medegevangenen. Ieder contact met de buitenwereld is verboden.

    Toch zijn de mensen van Cumhuriyet beter af dan heel wat anderen. Sinds het begin van onze gevangenschap worden we onvoorwaardelijk gesteund door de krant. We hebben onze familie en onze vrienden. We hebben onze vrienden van de [sociaaldemocratische] CHP die ons bezoeken wanneer ze maar kunnen, en honderden advocaten die wachten tot het bezoekuur aanbreekt. We mogen ook de post lezen die onze naasten ons sturen en de artikelen die de krant publiceert. Woorden om onze dankbaarheid te betuigen schieten tekort. We willen onze familie bedanken, onze vrienden, onze krant, voor hun onvoorwaardelijke steun tijdens deze beproeving.

    Zo is het nu gesteld met de rechtvaardigheid en het recht in ons land. Maar dat is maar tijdelijk

    We hebben onszelf niets te verwijten. We hebben nooit iets misdaan, wettelijk noch moreel. We zijn nooit betrokken geweest bij enige criminele activiteit en hebben ons door niemand laten misbruiken, ook niet door Gülen. We zijn aangeklaagd door een procureur, Murat Inam, die de taak van procureur verwart met die van inquisiteur, terwijl hij er zelf van wordt verdacht bij de gülenistische beweging te behoren. We volharden in onze strijd, die niet tegen de rechterlijke macht is gericht maar tegen de apathie van de rechterlijke macht.

    De rechterlijke macht en het recht zijn in dienst van de machthebbers gesteld. Wij zijn opgesloten vanwege onze journalistieke activiteiten, omdat we onze plicht hebben gedaan door onze mening te geven en kritiek te uiten. Een rechter en een procureur die geen respect hebben voor recht of menselijkheid zijn even funest voor de samenleving als een gelovige die niet in God gelooft funest is voor zijn religie. Zo is het nu gesteld met de rechtvaardigheid en het recht in ons land. Maar dat is maar tijdelijk. Wij gevangenen zijn de hand zand die men op de doodskist van deze onrechtvaardige periode zal gooien. De mooie dagen liggen voor ons, vrienden, de dagen vol zon. Een broederlijke groet aan allen.

    Akin Atalay, Blok No. 9 van het strafgevangenis Silivri

    • Citaat van een beroemd gedicht van Nazim Hikmet

    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Op de arrestaties bij Cumhuriyet volgden protesten, die door de politie met geweld werden onderdrukt. – © Joris van Gennip / Hollandse Hoogte

  • Tunesië lacht niet om een jointje

    Tunesië lacht niet om een jointje

    In Tunesië draai je zomaar een jaar de gevangenis in voor het roken van een joint. Een nieuwe wet, bedoeld om de situatie te verbeteren, maakt deze volgens activisten juist erger.

    ‘Ik werd op straat besprongen door tien agenten, nadat ik vloeitjes had gekocht,’ zegt de 27-jarige gitarist Matmati in een café in Tunis. Hij vertelt hoe zijn leven op die avond in december 2014 tot stilstand kwam. De politie fouilleerde hem, vond de vloeitjes en arresteerde hem, waarna er op het politiebureau cannabis in zijn portemonnee werd gevonden.

    Matmati had die dag niet gerookt, maar gebruikte wel geregeld marihuana. Hij besloot zich niet te verzetten tegen een urinetest. ‘Die viel positief uit.’ Matmati werd veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf.

    Onder ‘Wet 52’ worden Tunesische drugsgebruikers veroordeeld tot een gevangenisstraf van een tot vijf jaar en een boete die kan oplopen tot 1250 euro. In 2016 zaten er meer dan zesduizend mensen vast wegens drugsgebruik. Matmati zat acht maanden van zijn straf uit en kwam na een presidentieel pardon vrij.

    Daarna viel het hem moeilijk om zijn leven weer op te bouwen. Muziek was zijn passie en hij hoopte ermee zijn brood te kunnen verdienen. Maar na zijn arrestatie kon hij geen vergunning krijgen als professioneel musicus, en die heb je nodig om te mogen optreden.

    ‘Het is een middel om de bevolking te pesten, vooral de jongeren’

    Wet 52 werd in 1992 aangenomen onder dictator Zine el-Abidine Ben Ali. Voor die tijd konden drugsgebruikers alleen veroordeeld worden als ze op heterdaad werden betrapt, legt Ghazi Mrabet uit. Hij is advocaat en oprichter van Al Sajin 52 (Gevangene 52), een groep activisten die zich inzetten voor de hervorming van Wet 52.

    Onder de nieuwe wet mocht de politie urinetesten uitvoeren om drugsgebruik te bewijzen, en dat leidde tot veel arrestaties die alleen op vermoedens waren gebaseerd.

    ‘Het is een middel om de bevolking te pesten, vooral de jongeren,’ zegt Mrabet. ‘Er werden veel artiesten gearresteerd, vooral rappers, omdat rap een boodschap van bevrijding en verandering uitdraagt.’ Hij hamert erop dat de wet inefficiënt is en komt met cijfers van het ministerie van Justitie die aantonen dat 54 procent van de veroordeelden blijven gebruiken. 
Volgens het ministerie van Volksgezondheid rookt 13,6 procent van de mannen en 0,4 procent van de vrouwen in Tunesië cannabis.

    Al Sajin 52 en organisaties als Human Rights Watch pleiten ervoor gevangenisstraffen voor drugsgebruikers te vervangen door soepeler alternatieven als boetes en taakstraffen. Het debat over de drugswetten begon na de revolutie in 2011 toen Slim Amamou, toentertijd staatssecretaris voor Jeugdzaken, opriep de repressieve wet af te schaffen. In 2012 eisten demonstranten de hervorming van Wet 52 nadat drie rappers waren gearresteerd wegens marihuanagebruik. Tijdens zijn verkiezingscampagne in 2014 beloofde president Beji Caid Essebsi Wet 52 te hervormen om ‘de toekomst van verdachten, vooral diegenen die nog studeren en bij hun families wonen, te beschermen’.

    In december 2015 werd er een nieuwe wet opgesteld. Op 3 januari 2017 begonnen de discussies erover in het parlement. Maar het debat nam een onverwachte wending waardoor de parlementsleden, volgens mensenrechtenorganisaties, uiteindelijk voor een wet konden stemmen die juist nog repressiever is. ‘Het ministerie van Justitie kwam met een gewijzigde versie waarin sommige potentiële verbeteringen in het oorspronkelijke concept zijn herzien,’ zei Human Rights Watch op 19 januari. Bovendien zouden drugstesten onder de verbeterde wet nog steeds blijven bestaan, maar met een onverwacht nieuwigheidje: een half jaar gevangenisstraf voor iedereen die de test weigert.

    Een groep jongemannen in een café in Sidi Bouzid, de stad waar de Arabische Lente begon. – © MadsNissen / HH
    Een groep jongemannen in een café in Sidi Bouzid, de stad waar de Arabische Lente begon. – © MadsNissen / HH

    Een van die wijzigingen is de introductie van de overtreding ‘aanzetting tot gebruik’. Amna Guellali, directeur van Human Rights Watch Tunesië, verklaarde dat deze maatregel de vrijheid van meningsuiting kan ondermijnen. Ze is teleurgesteld in de nieuwe wetsversie. Volgens haar is die een achteruitgang en zal ze niet helpen om het drugsgebruik terug te dringen. ‘In deze wet komt preventie nauwelijks aan de orde.’

    Dr. Abdelmajid Zahaf, hoofd van de Tunesische vereniging die strijdt tegen soa’s, aids en drugsmisbruik, vertelde dat er op dit moment geen afkickcentra in het land bestaan. Maar zijn vereniging opent binnenkort dagcentra om verslaafden in de steden Gabes en Djerba te helpen.

    Intussen verklaarde Hassouna Nasfi, vicevoorzitter van de parlementaire commissie voor algemene wetgeving, dat het nog minstens een maand zal duren voor er over de wet zal worden gestemd. Sommige parlementsleden vinden dat drugsgebruik alleen kan worden tegengegaan door strafmaatregelen; anderen zijn het daar niet mee eens. Guellali van Human Rights Watch, die een rapport publiceerde over misstanden met betrekking tot Wet 52, zei dat de gevangenen in ellendige omstandigheden leven. ‘Het is een hel.’

    Overvol en smerig

    Isam Absy (31) is uitsmijter in nachtclubs en rapt in het cultuurcollectief Gam7. Na een vechtpartij in een club werd hij gearresteerd. Er werd meteen maar een drugstest gedaan, waarna hij werd veroordeeld tot een jaar in de gevangenis. Daar was het overvol en smerig. ‘Soms zaten we met 125 mensen in de cel. Er waren bedwantsen, ratten en ander ongedierte…’

    Mensenrechtenadvocaten en -activisten zeggen dat ze zich zullen blijven verzetten. ‘Ik hoop dat we binnenkort een nieuwe, moderne wet zullen krijgen die de menselijke waardigheid respecteert,’ zegt advocaat Mrabet. ‘Als we naar de ontwikkeling van de wetgeving in de grote democratieën kijken, dan zien we dat die meer en meer de kant op gaat van lichtere straffen voor drugsgebruikers.’

    Auteur: Timothee Vinchon
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Middle East Eye
    Ver.-Kon. | middleeasteye.net

    Gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’, o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.
  • Nederland creatief met lege cellen

    Nederland creatief met lege cellen

    Het nieuws over het Nederlandse cellenoverschot heeft nu ook Amerika bereikt. The New York Times verbaast zich vooral over het inventieve hergebruik van gevangenissen.

    Nederland kampt met een probleem waar andere landen slechts van kunnen dromen: een gevangenentekort. Terwijl landen als België, Engeland, Haïti, Italië, de VS en Venezuela worstelen met overbevolkte gevangenissen, heeft Nederland een dusdanig cellenoverschot dat het een aantal penitentiaire inrichtingen aan België en Noorwegen heeft verhuurd. Andere gevangenissen zijn tot asielzoekerscentra omgedoopt.

    Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie staat ongeveer eenderde van het totale aantal cellen leeg. Criminologen schrijven deze situatie toe aan de teruglopende criminaliteit van de afgelopen twee decennia en een penitentiair systeem dat de nadruk legt op rehabilitatie in plaats van opsluiting. ‘Nederlanders hebben een van oudsher pragmatische kijk op wetshandhaving,’ zegt René van Swaaningen, hoogleraar Criminologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, doelend op de Nederlandse liberale opvattingen op het gebied van softdrugs en prostitutie. ‘Gevangenissen zijn erg duur. In tegenstelling tot de VS, waar men geneigd is te focussen op de morele argumenten om iemand op te sluiten, is Nederland meer gefocust op effectiviteit.’

    Herbestemming

    Volgens het Nederlandse CBS is de geregistreerde criminaliteit in de afgelopen negen jaar met ongeveer een kwart afgenomen, wat in 2021 naar verwachting drieduizend leegstaande cellen tot gevolg zal hebben. De regering heeft in de afgelopen drie jaar negentien van de zestig gevangenissen gesloten, en vorig jaar bleek uit een uitgelekt rapport dat er meer sluitingen ophanden zijn.

    Het zogenoemde gebrek aan gedetineerden heeft in Nederland tot het bedenken van creatieve oplossingen geleid. In gevangenissen die dienstdoen als asielzoekerscentra zijn voormalige cellen als gezinskamers ingericht – sommige zelfs nog met de originele celdeuren. In de voormalige Koepelgevangenis in Haarlem voetballen vluchtelingen op de grote overdekte binnenplaats. Een deel van de nieuwe opvanglocaties beschikt ook over sportzalen, keukenfaciliteiten en tuinen. In de voormalige gevangenis van Hoogeveen, in het noordoosten van het land, hebben de autoriteiten de hoge buitenmuren en het prikkeldraad laten weghalen en de celdeuren zo aangepast dat ze van binnenuit kunnen worden geopend, zodat de vluchtelingen zich er beter thuis voelen.

    Woordvoerder Jan Anholts van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers zegt dat de overheidsinstelling erop toeziet dat er geen voormalige politieke gevangenen in de cellen worden gehuisvest, behalve als ze er zelf geen bezwaar tegen hebben. ‘We willen dat mensen zich veilig voelen.’

    In de voormalige Bijlmerbajes komen asielzoekers. – © Berlinda van Dam / HH
    In de voormalige Bijlmerbajes komen asielzoekers. – © Berlinda van Dam / HH

    De regering is er in deze krappe tijden zelfs in geslaagd de leegstand te gelde te maken door lege gevangenissen te verhuren aan landen die kampen met overvolle detentiecentra. Voor gevangenis Norgerhaven in het Drentse Veenhuizen sloot Nederland twee jaar geleden een driejarige huurovereenkomst met Noorwegen, dat de Nederlandse staat jaarlijks een slordige 25 miljoen euro, oftewel 27 miljoen dollar volgens de huidige wisselkoersen, aan huur betaalt. Noorwegen heeft 242 gedetineerden in de extra beveiligde penitentiaire inrichting ondergebracht. Eerder had België al rond de vijfhonderd gedetineerden de grens over gestuurd. In Norgerhaven, waar gevangenen kippen kunnen houden en groenten verbouwen, leven de Noorse gedetineerden onder het toeziend oog van een Noorse gevangenisdirecteur en Nederlandse bewaarders. Om ruimte te maken voor de Noren moesten enkele Nederlandse langgestraften – die een exclusief clubje vormen in een land dat maar 35 levenslanggestraften zonder kans op vervroegde vrijlating kent – hun comfortabele cellen, voorzien van werkplekken en tv’s, verlaten. Ze spanden, tevergeefs, een rechtszaak aan om overplaatsing te voorkomen.

    Volgens criminologen is de herbestemming van de gevangenissen toe te schrijven aan de bouwwoede uit de jaren negentig, die resulteerde in een overvloed aan penitentiaire inrichtingen in een tijd van vergrijzing en dalende criminaliteit. Professor Van Swaaningen voert ook aan dat steeds meer twaalf- tot achttienjarigen – de groep die het meeste risico loopt ten prooi te vallen aan straatcriminaliteit – in het huidige digitale tijdperk aan de computer zitten vastgekluisterd en zo van de straat worden gehouden, en op die manier potentieel de criminaliteit terugdringen. Ook is er sprake van leegloop, zegt Van Swaaningen, omdat er vaker gebruik wordt gemaakt van andere surveillancemethoden, zoals elektronische detentie.

    Een aantal wetshandhavers stelt dat het enorme cellenoverschot niet zozeer voortvloeit uit krachtdadige misdaadbestrijding, maar eerder een symptoom is van een haperend rechtsapparaat en het feit dat er minder criminaliteit wordt gemeld

    In de jaren negentig waren de gevangenissen nog goed bezet. Inmiddels telt Nederland 61 gedetineerden per 100.000 inwoners, een verhouding die overeenkomt met die van Scandinavië, blijkt uit recente cijfers die zijn verzameld door het Institute for Criminal Policy Research, een onderzoeksinstituut van de Universiteit van Londen. In de VS ligt het aantal op 666, een van de hoogste ter wereld. In Europa zijn Albanië, België, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Macedonië en Spanje de landen met de dichtstbevolkte gevangenissen, volgens een recent rapport van de Raad van Europa.

    Toch staat in Nederland niet iedereen te juichen over de grootschalige leegstand. Naar schatting 2600 gevangenenbewaarders kunnen de komende jaren hun baan verliezen als meer gevangenissen hun deuren zullen sluiten. Bovendien stelt een aantal wetshandhavers dat het enorme cellenoverschot niet zozeer voortvloeit uit krachtdadige misdaadbestrijding, maar eerder een symptoom is van een haperend rechtsapparaat en het feit dat er minder criminaliteit wordt gemeld. FNV-bestuurder Frans Carbo zegt dat het sluiten van de gevangenissen het resultaat is van kostenbesparing en niet van een effectief beleid. ‘Als je nu gevangenissen sluit, zul je ze over een paar jaar weer moeten openen.’

    Nu het centrum-rechtse kabinet van premier Mark Rutte voor een lastige verkiezingsstrijd staat, waken rechterlijke ambtenaren ervoor het cellenoverschot te bejubelen. ‘Onze voornaamste zorg was vanaf het begin om niet te veel banen te verliezen,’ zegt Jaap Oosterveer, woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie, die het gevangeniswezen in zijn portefeuille heeft. ‘Het grote aantal lege cellen is zowel goed als slecht nieuws.’

    Auteur: Dan Bilefsky
    Vertaler: Astrid Staartjes

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Amerika’s meest gehate exportproduct: de supergevangenis

    Amerika’s meest gehate exportproduct: de supergevangenis

    De Amerikaanse supergevangenis – de supermax – 
wordt over de hele wereld gekopieerd. De ironie is dat men er in de VS juist van terugkomt.

    De gevangenisbewaarder in een Braziliaanse gevangenis kwam naar me toe. ‘Je geeft toch wel een goed cijfer, hè?’ zei hij lachend, met een blik op mijn aantekenboekje. ‘In Amerika heb je veel extra beveiligde gevangenissen. Heeft ons veel studiereisjes daarheen gekost om deze te bouwen.’ Hij wees naar het prikkeldraad en vertelde hoeveel reisjes ze naar Amerika hadden gemaakt en wanneer. ‘En nu kom je de onze bekijken. Grappig.’

    Ik vond er niets grappig aan. Ik was in de Penitenciária Federal de Catanduvas, Braziliës eerste federale extra beveiligde inrichting. Deze in 2007 geopende ‘supermax’, zoals zo’n maximum security gevangenis wel wordt genoemd, bevat 208 eenpersoonscellen. Zo’n supermax wordt gekenmerkt door een gebrek aan activiteiten en gemeenschappelijke ruimten, een directie met veel bevoegdheden en geen extern toezicht en – het grootste verschil met gewone gevangenissen – eenzame opsluiting voor alle gedetineerden. De bouw van dit indrukwekkende complex heeft 18 miljoen dollar gekost. En daarna zijn er nog vier gebouwd, wat voor Brazilië een ongekende grote investering in detentie is. Het gebouw lijkt zo uit de Verenigde Staten te zijn overgeplant. Toen ik het voor het eerst zag, vergat ik bijna in welk land ik was.

    Dat is niks nieuws. De afgelopen twee jaar heb ik in een tiental landen gevangenissen bezocht. Meestal leverde dat een sterk déjà vu op: ander land, zelfde afschrikwekkende gebouw. Neem de Gasabo-gevangenis in Rwanda, een statig gebouw van roze baksteen met prikkeldraad op de muren en een wachttoren die op een geschutkoepel lijkt: het deed me denken aan de gevangenissen in New York, waar ik doceer. En die lijken weer op het Tower Street Adult Correctional Centre in het Jamaicaanse Kingston: een kolos van baksteen en beton met een elegante wachttoren en muren van zeven meter hoog. In 1845 gebouwd om 650 gedetineerden te huisvesten, nu zitten er zo’n 1700. En die Jamaicaanse gevangenis verschilt weer weinig van de nor in het Australische Fremantle, in 1850 door dwangarbeiders gebouwd en destijds de grootste koloniale gevangenis in de regio.

    Het gevangeniscomplex in Catanduvas kostte 18 miljoen dollar, en bevat 208 eenpersoonscellen. Er zitten vooral zwaardergestraften. – © Jammil Bittar / Reuters
    Het gevangeniscomplex in Catanduvas kostte 18 miljoen dollar, en bevat 208 eenpersoonscellen. Er zitten vooral zwaardergestraften. – © Jammil Bittar / Reuters

    Die overeenkomsten zijn geen toeval. Ze zijn het gevolg van een akelige vorm van na-aperij die in de VS is begonnen. Gevangenissen zijn niet alleen het rampzaligste sociale experiment van de VS, ze zijn ook een van de akeligste exportproducten van dit land. Het op-
vallendste symptoom daarvan is de supermax, het type gevangenis dat ik in Brazilië bezichtigde. Amerika heeft dat model uitgevonden. De Quakers begonnen in 1787 met eenzame opsluiting te experimenteren in de Walnut Street Jail in Philadelphia. In 1829 werd daar vlakbij een gevangenis geopend waar alle gedetineerden in eenzame opsluiting zaten, de Eastern State Penitentiary, gemodelleerd naar een klooster (de gedetineerden droegen kappen die aan een monnikspij deden denken en kregen allemaal een bijbel). In een strafinrichting in Marion, Illinois, werd in 1983 de eerste isolatie-afdeling opgezet waar gedetineerden 23 uur per dag op cel zitten. Doordat in de jaren daarna het aantal gedetineerden bleef stijgen en de roep om een harde aanpak steeds luider werd, begonnen andere staten dat voorbeeld te volgen. Californië bouwde Pelican Bay, waar vorig jaar een dikke tweehonderd gedetineerden al meer dan tien jaar in eenzame opsluiting zaten. In het zogenaamde Alcatraz van de Rockies in Colorado, ADX Florence, zit één man al 32 jaar in eenzame opsluiting, waarbij hij het grootste deel van de tijd zelfs geen direct contact met gevangenispersoneel mocht hebben. In 1999 telde Amerika 57 supermax-gevangenissen, verdeeld over 34 staten.

    Hardvochtig

    In minstens negen andere landen, van Australië tot Mexico, vind je nu kopieën van dit type gevangenis. In Brazilië, een land met een van de snelst groeiende gevangenispopulaties ter wereld (momenteel 550.000 mensen), kosten ze de belastingbetaler veel geld. Volgens de directeur van Catanduvas kosten zijn gevangenen de staat 120.000 dollar per persoon per jaar. Vergelijk dat eens met de 36 dollar per jaar in Braziliës verwaarloosde reguliere gevangenissen, waar de gedetineerden vaak zelf voor eten en kleding moeten zorgen.

    Ook aan de bouwplannen voor Auckland Prison in Nieuw-Zeeland kun je zien dat de extra beveiligde afdeling gemodelleerd is naar die van Marion. En de twee extra beveiligde inrichtingen die Zuid-Afrika kort na het einde van de apartheid opende, waren het resultaat van een studiebezoek aan ADX Florence en Marion door adviseurs van de toenmalige minister Sipo Mzimela. De Amerikaanse vereniging van detentiecentra heeft zelfs een handleiding uitgegeven voor het opzetten van een zwaarbeveiligde inrichting: Supermax Prisons: Beyond the Rock.

    Je kunt ruwweg zeggen dat dit type inrichtingen een omslag in het denken markeert: van de progressieve, op maatschappelijke reïntegratie gerichte benadering van begin twintigste eeuw naar de op straffen gerichte aanpak die sinds de jaren zeventig de boventoon voert in de vs – en in navolging daarvan in vele andere landen. En dat terwijl er volgens een rapport van het Urban Institute uit 2006 weinig bewijs voor is dat het isoleren van gevangenen bijdraagt aan terugdringing van de misdaadcijfers, gevangenisgeweld of recidive. Het rapport riep op tot meer onderzoek naar de financiële én menselijke kosten van dit inmiddels wereldwijd toegepaste, hardvochtige detentieregime.


    Een regime dat al sinds het ontstaan door de VS naar het buitenland wordt geëxporteerd. In de achttiende eeuw, toen lijfstraffen nog de norm waren, begon onder Europese denkers het idee te leven dat je criminelen beter voor hun misdaden kon laten boeten met een periode van eenzame opsluiting. Die strafvorm leek hun netter, beheerster en rationeler, beter passend bij het zogenaamde Tijdperk van de Rede dan onthoofding of verbanning. Het jonge Amerika, dat net zijn onafhankelijkheid had bevochten en zich graag progressiever wilde betonen dan het koloniale moederland, bracht deze ideeën halverwege de negentiende eeuw in de praktijk in twee baanbrekende nieuwe gevangenissen: de Eastern State Penitentiary in Philadelphia, met zijn regime van eenzame opsluiting, en de Auburn Correctional Facility in New York, waar het accent vooral lag op dwangarbeid.

    De Amerikaanse prototypes vonden 
al snel internationale navolging, want een bezoek aan deze inrichtingen was vaste prik op de Amerika-reis van Europese machthebbers en intellectuelen. Frederik Willem IV van Pruisen kwam er een kijkje nemen, en daarna vorsten uit Saksen, Rusland en Nederland en ambtenaren uit Frankrijk, Oostenrijk, Denemarken en Zweden. Alexis de Tocqueville en Charles Dickens beschreven in geuren en kleuren welke gruwelijkheden ze er aantroffen. John Daughtrey, van 1841 tot 1861 inspecteur-generaal van het gevangeniswezen op Jamaica, modelleerde Tower Street naar de Eastern Penitentiary. 
‘Er klinkt geen ander geluid dan van hamer, bijl en zaag,’ schreef hij in een rapport in 1844. Zo drong dit type gevangenissen door in alle culturen van Europa, en via de Europese koloniën ook in landen als Colombia, China, Japan en India. Afrikaanse gevangenissen uit het begin van de twintigste eeuw zijn een tastbare uitdrukking van de koloniale hiërarchie, alleen al door hoe ze eruitzien: ordentelijke, westerse gebouwen die de ‘roerige’ inboorlingen discipline moesten bijbrengen.


    De nieuwste ‘innovatie’ die vanuit de VS nu de wereld verovert, is de privatisering van gevangenissen. Vooral in Australië is dat aangeslagen: nergens is het aantal gevangenen in particuliere gevangenissen groter (ongeveer 
19 procent van de circa 33.000 gedetineerden), en de detentiecentra voor immigranten zijn allemaal geprivatiseerd. En overal waar ik kwam, hoorde ik hetzelfde liedje. Van Thailand, waar ik vrouwengevangenissen bezocht die onder toezicht staan van een door de prinses van Thailand zelf geleide NGO, tot Brazilië en zelfs het progressieve Noorwegen, waar ik een jonge gedetineerde sprak die zestien jaar had gekregen wegens heroïnegebruik: overal zitten de gevangenissen stampvol als gevolg van een draconisch antidrugsbeleid Amerikaanse stijl, hoge minimumstraffen en een ongedifferentieerd, niet op het individu toegesneden strafsysteem. Resultaat: in 78 procent van alle landen op de World Prison Population List van het International Centre for Prison Studies is de gevangenispopulatie tussen 2008 en 2011 gegroeid. In 2013 zaten zo’n 10,2 miljoen mensen achter de tralies, vaak nog zonder veroordeling, jarenlang wachtend op een proces en verstoken van juridische bijstand.

    Bewakers in de supermax in Catanduvas, in de Braziliaanse staat Parana. 
– © Jammil Bittar / Reuters
    Bewakers in de supermax in Catanduvas, in de Braziliaanse staat Parana. 
– © Jammil Bittar / Reuters

    Ironisch genoeg lijkt het in de Verenigde Staten juist de andere kant op te gaan. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat zij zich eindelijk willen ontdoen van deze detentieplaag. Iedereen spreekt zich uit tegen Amerika’s dure verslaving aan gevangenissen, van Bill en Hillary Clinton tot de conservatieve Right On Crime-beweging. Obama’s toespraak over hervorming van het gevangeniswezen en zijn bezoek aan een federale gevangenis in juli waren echte keerpunten. Maar Amerika mag dan misschien met dit monster willen afrekenen, de tentakels ervan reiken nog diep in de samenleving van vele andere landen. Massale criminalisering van armen en minderheden, supermax-gevangenissen en eenzame opsluiting, het hele penitentiair-industriële complex: het is niet alleen een mondiale realiteit, het is een groeiende mondiale realiteit. Een Amerikaanse nachtmerrie waaruit de wereld voorlopig nog niet is ontwaakt.

    Auteur: Baz Dreisinger
    Vertaler: Frank Lekens

    The Atlantic
    Verenigde Staten, maandblad, oplage 430.000
    Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.