Onder meer tien bewakers overleden, mogelijk geëxecuteerd
In een federale gevangenis in de Mexicaanse stad Ciudad Juárez zijn zondag zeker veertien doden gevallen nadat de gevangenis werd bestormd door gewapende mannen. Dat schrijft het Mexicaanse El Universal. Het merendeel van de dodelijke slachtoffers was bewaker. Zij zouden volgens Mexicaanse media zijn geëxecuteerd.
Officiële lezingen van de autoriteiten ontbreken tot nog toe, en er is veel onduidelijkheid over hoe de schietpartij ontstond. Een groep mannen zou de gevangenis rond het bezoekuur hebben aangevallen met meerdere auto’s. Tientallen gevangenen wisten tijdens de bestorming te ontsnappen. Een deel van hen is weer opgepakt, andere gevangenen zijn door politieagenten doodgeschoten. Na de bestorming werden militairen naar de gevangenis gestuurd om de orde te herstellen.
In veel Mexicaanse gevangenissen, die vaak overvol zijn, maken drugsbendes de dienst uit. Regelmatig vindt er in deze inrichtingen geweld plaats tussen kartels en rivaliserende bendes. Vanwege de traagheid in het Mexicaanse juridische systeem duurt het soms jaren voordat gevangenen voorkomen en hun vonnis te horen krijgen.
Antony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, kondigde woensdag aan dat hij de Russische autoriteiten een ‘substantieel aanbod’ heeft gedaan om twee Amerikaanse gevangenen vrij te krijgen, meldt CNN. Het gaat om Brittney Griner, die was gearresteerd wegens het bezit van cannabis, en voormalig soldaat Paul Whelan, die sinds 2018 wordt vastgehouden nadat hij tot zestien jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens spionage.
Bidens steun voor de ruil verwerpt het verzet van het ministerie van Justitie
Volgens CNN is Washington bereid hen te ruilen tegen ‘Viktor Boet, een wapenhandelaar die in de Verenigde Staten een straf van vijfentwintig jaar uitzit’. De bronnen vertelden CNN dat het plan om Boet te ruilen voor Whelan en Griner de steun heeft gekregen van president Joe Biden nadat er eerder dit jaar over werd gesproken. In Bidens steun aan de ruil gaat hij voorbij aan het verzet van het ministerie van Justitie, dat over het algemeen tegen gevangenenruil is.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigde de details van de ruil niet, maar zei dat Blinken de zaak in de komende dagen zou bespreken met zijn Russische ambtgenoot, Sergej Lavrov. Dit zal hun eerste gesprek zijn sinds de oorlog in Oekraïne begon.
Drie directeuren van het dagblad zitten al in de gevangenis
De redactie van het Nicaraguaanse dagblad La Prensa wordt ‘gedwongen te vertrekken’ uit Nicaragua. Het besluit is ingegeven door ‘de vervolging die het regime-Ortega heeft geïntensiveerd tegen het personeel’, verklaarde de La Prensa op donderdag.
De afgelopen twee weken zijn journalisten, fotografen en medewerkers het land ontvlucht, soms zonder paspoort omdat de overheid weigert hun reisdocumenten te vernieuwen, meldt de krant. Drie directeuren van het dagblad en een journalist zijn al in de gevangenis beland. Twee andere werknemers werden op 6 juli gearresteerd zonder dat de aanklacht tegen hen werd toegelicht. Ook werden daarbij de huizen van andere personeelsleden doorzocht.
Sinds 2018 hebben de autoriteiten het aantal invallen in de redactiekantoren van La Prensa verhoogd
Sinds 2018 hebben de autoriteiten, op bevel van president Daniel Ortega, het aantal invallen in de redactiekantoren van La Prensa maar ook van 100% Noticias en Confidencial verhoogd. De redactie reorganiseert zich in het buitenland ‘om de Nicaraguanen te blijven informeren zoals zij dat al meer dan 95 jaar doet’.
Honderden gevangenen, waaronder ongeveer zestig jihadisten, zijn ontsnapt uit een gevangenis in de buurt van Abuja na een aanval die woensdag werd opgeëist door Islamitische Staat (IS). ’Zwaarbewapende mannen vielen dinsdagavond de gevangenis binnen’ nadat ze de muren met explosieven hadden neergehaald, meldde Voice of America(VOA).
De autoriteiten verklaren dat een gevangenbewaarder werd gedood en dat ongeveer zeshonderd gevangenen door de schutters werden bevrijd alvorens door de nationale veiligheidsdiensten te worden teruggedreven. In de gevangenis zaten commandanten van onder meer Ansaru, een aan Al-Qaida gelieerde jihadistische groepering.
President Muhammadu Buhari bezocht de plek woensdagmiddag. ‘De aanval op de gevangenis van Abuja is het recentste incident in een reeks van wijdverspreide gewelddadige aanvallen, gepleegd door gewapende bendes in Nigeria.’
De gevangenis werd woensdag zwaar bewaakt omdat de autoriteiten zijn begonnen met het zoeken naar vermiste gevangenen. Er zouden tot driehonderd ontsnapte gevangenen zijn teruggevonden.
In deze Indiase gevangenis kunnen gedetineerden twaalf uur per dag in- en uitlopen om te gaan werken of familie te bezoeken. De gedetineerde keert aan het eind van de dag vrijwel altijd terug.
In de elf jaar die Arjiram in een conventionele Indiase gevangenis doorbracht, heeft de numbardar – de man die dagelijks de aanwezigen controleert – niet één keer zijn naam genoemd. ‘Hij telde simpelweg onze hoofden,’ aldus Arjiram, die is veroordeeld voor moord. ‘Het gevoel van anonimiteit was zo extreem,’ zegt hij, ‘dat ik in de gesloten gevangenis zelfs mijn eigen naam begon te vergeten.’
Dergelijke vernederingen kenmerkten Arjirams gevangenschap, die hij beschrijft als een jarenlang proces van ontmenselijking. En zijn ervaring is typerend voor het gevangenisleven in India. Hij verbleef in krappe, vieze ruimtes, waar het ontbrak aan basisvoorzieningen. Hij sliep op overvolle vloeren en deelde van insecten krioelende dekens met andere gevangenen. ‘Om mezelf af te leiden van de nare herinneringen aan de gesloten gevangenis, ben ik op een gegeven moment tijdens het appel in de open gevangenis mieren gaan voeren. Zo had ik geen last van de verstoorde gemoedstoestand die bij mij opspeelt wanneer ik aan de gesloten gevangenis moet denken,’ zegt hij. ‘Door de mieren te voeren verdreef ik een gevoel van doelloosheid en leerde ik elk schepsel met respect te behandelen.’
In 2014 vond een grote verandering plaats in Arjirams leven als gedetineerde. Hij werd overgeplaatst naar een ander type penitentiaire inrichting: de Sanganer Open Prison.
‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden’
Hoewel de gedetineerden in de open gevangenis van Sanganer wettelijk opgesloten zitten, kunnen ze de inrichting overdag verlaten en mogen ze zich binnen de stadsgrenzen bewegen. Vrijwel direct na zijn aankomst voelde Arjiram zijn gevoel van eigenwaarde terugkeren. ‘Het voelde niet langer alsof ik in een gevangenis zat,’ vertelt hij. ‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden.’ Na meer dan tien jaar zonder naam en identiteit voelde hij zich weer een volwaardig mens.
Volgens het National Crime Records Bureau van India zijn er ongeveer 88 open gevangenissen in het land. De meeste bevinden zich in de deelstaat Rajasthan, waar het concept voor het eerst werd geprobeerd. De Indiase open gevangenissen worden minimaal beveiligd. Ze worden bestuurd en onderhouden door de staat en de gevangenen kunnen gaan en staan waar ze willen. In Sanganer is de gevangenis twaalf uur per dag geopend. Elke avond moeten de gevangenen terugkomen en worden ze tijdens het dagelijkse appel geteld.
Resocialisatie
Het systeem heeft niet straffen maar resocialisatie tot doel en is gebaseerd op de overtuiging dat vertrouwen aanstekelijk werkt. Het veronderstelt en stimuleert zelfdiscipline bij de gevangenen. En het heeft praktische voordelen: doordat gedetineerden kunnen werken, verdienen ze geld voor zichzelf en hun gezin, doen ze nieuwe vaardigheden op en onderhouden ze contacten in de buitenwereld die van nut kunnen zijn als ze vrijkomen.
Dit gevangenismodel gaat al ver terug in India. Een van de eerste open gevangenissen werd opgericht in 1953 om gevangenen te laten meewerken aan de bouw van een dam in Uttar Pradesh. In de daaropvolgende decennia ontwikkelde het concept zich tot een systeem gericht op rehabilitatie, dat in het bijzonder werd gepromoot door Sampurnanand, de gouverneur van Rajasthan in de jaren zestig.
Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het
Open gevangenissen zijn in India tot op heden niet de norm – ze huisvesten minder dan drie procent van de gevangenisbevolking. Toch neemt het aantal toe en vertegenwoordigen ze een opmerkelijk progressieve opvatting over opsluiting. India behoort tot een kleine groep landen die open gevangenissen kennen. Hiertoe behoort bijvoorbeeld ook Finland, dat vaak geroemd wordt om zijn vooruitstrevende rechtssysteem. Maar Finland is een klein, welvarend land met iets meer dan 5 miljoen inwoners en relatief weinig gewelddadige criminaliteit: er worden slechts een paar honderd moorden per jaar geregistreerd. In India daarentegen wonen 1,4 miljard mensen en vinden tienduizenden moorden, verkrachtingen en aanrandingen plaats. Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het.
Het toelatingsproces tot de open gevangenissen van India is vergelijkbaar met de voorwaardelijke vrijlating in veel andere landen. Gevangenen worden van conventionele gevangenissen overgeplaatst naar open gevangenissen als ze voldoen aan een reeks criteria, zoals goed gedrag, bereidheid te resocialiseren en lichamelijke en geestelijke gezondheid.
De open gevangenissen zijn niet alleen bedoeld voor gevangenen die lichte misdrijven hebben begaan. Hari Singh (niet zijn echte naam) was veroordeeld voor moord en werd, nadat hij zijn tijd had uitgezeten in een gesloten gevangenis, vijf jaar geleden overgebracht naar de open gevangenis van Sanganer. Vóór zijn gevangenschap werkte hij in de bouw. ‘Nu rijd ik op een e-riksja en verdien ik 600 tot 700 roepies (7,50 tot 8,50 euro) per dag,’ zegt hij. ‘Ik heb acht jaar in de gesloten gevangenis gezeten, waar we van de wereld waren afgesloten en ons voortdurend zorgen maakten. Hier leiden we een zorgeloos bestaan – kamao aur khao (verdienen en eten).’
Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien
Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien, is er minder personeel nodig en bedragen de operationele kosten maar een fractie van wat gesloten gevangenissen aan gedetineerden kwijt zijn – gemiddeld zo’n 7000 tot 10.000 roepies (87 tot 123 euro) per maand. In India zijn er weinig betrouwbare gegevens over recidive beschikbaar, maar de recidivecijfers van Scandinavische landen met open gevangenissen behoren tot de laagste ter wereld.
Menswaardige omstandigheden
Maar het meest opmerkelijk aan open gevangenissen zijn de menswaardige omstandigheden. Net als in veel andere landen is overbevolking in Indiase gevangenissen een groot probleem, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de ingezetenen. Open gevangenissen kunnen een oplossing bieden.
‘Wat we missen in een traditionele gevangenis, is kleur,’ zegt Pooja Chabra, die in 2015 vanuit een gesloten gevangenis werd overgeplaatst naar de open gevangenis van Sanganer. Zodra ze in Sanganer kwam, begon Chabra bloemen te planten. ‘Ik heb vóór mijn onderkomen in de Sanganer Open Prison wat goudsbloemen geplant,’ zegt ze. ‘Die gaven plotseling kleur aan mijn leven.’
Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen
En dat was niet het enige goede wat Chabra hier overkwam: ze ontmoette ook haar geliefde, Kishan Devagowda. ‘Er is een nieuwe fase voor me aangebroken en het zijn misschien wel de gelukkigste jaren van mijn leven,’ aldus Devagowda.
Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen, maar sommigen vinden toch een manier om te worden overgeplaatst. Soms besluit een groep alleenstaande vrouwen bijvoorbeeld een familie te zijn. ‘Vanaf het moment dat we dat besloten, veranderde ons leven,’ zegt Geeta Sharma, die samen met haar ‘familie’ naar de open gevangenis in Sanganer werd overgeplaatst.
India kent ook andere soorten open gevangenissen. De open gevangenis van Cherlapally in Hyderabad in Telangana is verspreid over 120 hectare weidegrond. De ingezetenen worden betaald om gewassen te telen, te vissen en kippen te fokken. De gevangenis in Cherlapally biedt iets minder vrijheid dan de open gevangenis van Sanganer, maar stelt gevangenen wel in staat om verschillende vaardigheden te ontwikkelen, familie te ontvangen en al met al een normaler, minder opgesloten leven te leiden.
‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee’
‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee,’ zegt een plaatsvervangend opzichter van de Cherlapally Open Prison, die anoniem wil blijven. ‘Ze leren nieuwe teelttechnieken, die na vrijlating de kans op een baan vergroten.’ Het Telangana State Prisons Department heeft op de All India Industrial Exhibition, die onlangs in Hyderabad plaatsvond, zelfs een verkooppunt opgezet met de naam My Nation. Hier worden artikelen verkocht als beddenlakens, handdoeken, deurmatten, stalen voorraadkasten, krukken, schoonmaak- en bakkerijproducten. Alle producten worden gemaakt door de gevangenen, die daarvoor betaald krijgen.
Na meer dan een decennium met gedetineerden te hebben gewerkt richtte Smita Chakraborty in 2018 Prison Aid and Action Research (PAAR) op, een organisatie die zich inzet voor gevangenishervorming. Ze is misschien wel de grootste voorvechter van de open gevangenis in India. ‘Als ze een voorwaardelijk-vrijlatingssysteem kunnen bedenken,’ zegt ze, ‘kunnen ze ook een opengevangenissysteem bedenken.’
Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen
En haar inzet heeft geloond: het aantal open gevangenissen in India neemt toe. In 2017 heeft het Indiase Hooggerechtshof de centrale regering opgedragen gesprekken te organiseren met autoriteiten in heel het land, met als doel meer open gevangenissen op te zetten. Sinds die uitspraak zijn er in het hele land dertig nieuwe open gevangenissen opgezet.
Chakraborty wijst erop dat minder dan 1 procent van de mensen in open gevangenissen van India veelplegers zijn, en dat de overgrote meerderheid niet gewelddadig is en weinig bedreiging vormt voor de samenleving. Bovendien komt het maar zelden voor dat iemand uit een open gevangenis ‘ontsnapt’. Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen.
Te conservatief
Als er al kritiek is, dan is het vooral dat het systeem juist te conservatief is – vooral waar het aankomt op de gevangenen die worden toegelaten. Volgens sommige critici zijn de toelatingscriteria onnodig streng, waardoor veel gevangenen die waarschijnlijk geen bedreiging vormen, in gesloten gevangenissen moeten blijven. In 2021 had India de capaciteit om 6213 mensen in zijn open gevangenissen te huisvesten, maar werden er slechts 3075 toegelaten.
Dat het probleem niet bovenaan de agenda staat, is misschien te wijten aan algemene onverschilligheid ten aanzien van gevangenen, die vaak als sociaal uitgerangeerd worden gezien. Maar naarmate open gevangenissen een groter aandeel vormen van het Indiase rechtssysteem, neemt de kans toe dat daar verandering in komt. ‘Dit concept zou wel eens kunnen uitgroeien tot een van de belangrijkste ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw,’ zegt Ajit Singh, voormalig directeur-generaal van de gevangenissen in Rajasthan.
Ooit waren er ‘grote verhalen’ die alles verklaarden, van het morele gedrag van staten tot aan literatuur. Met het wegvallen van overkoepelende verhaallijnen is er behoefte ontstaan aan een nieuwe manier van denken over wat ons verbindt, van Manilla tot Silicon Valley tot aan Moskou, aldus de Russisch-Britse journalist.
‘Beste Peter. Ik heb lang gewacht voor ik je schreef, maar het laatste nieuws maakt duidelijk dat het eenvoudigweg gevaarlijk is om nog langer te zwijgen.
Mijn ex-collega’s zitten in de gevangenis. Maandenlang hebben mijn vrienden en ik moeite gehad om ook maar enige aandacht van de media te krijgen. Nu is er iets gebeurd dat wel degelijk de aandacht van de belangrijkste nieuwsagentschappen heeft getrokken – maar ik vraag me af hoelang het zal duren. Is er een manier om die aandacht vast te houden? Ik heb het gevoel dat wij allemaal gijzelaars zijn hier – en het is angstaanjagend. Alles, iedere misdaad, is hier mogelijk geworden.’
Ik kreeg deze boodschap deze zomer van een vriend in Belarus, een paar dagen nadat de dictator van het land, Alexander Loekasjenka, een MIG-straaljager had ingezet om een internationale passagiersvlucht te onderscheppen bij de doorkruising van ‘zijn’ luchtruim en een journalist uit Belarus en zijn vriendin, die in vermeende veiligheid in Litouwen hadden gewoond, van boord had gehaald. Een paar dagen later verscheen de gevangengenomen journalist, Roman Protasevitsj, met duidelijke sporen van marteling op de staatstelevisie. In een setting die de showprocessen onder Stalin in herinnering roept, bekende hij verraad.
In het kort
• De stuitende ontvoering van een journalist uit Belarus en zijn vriendin door Loekasjenka is alweer in de vergetelheid geraakt.
• De reden is dat Loekasjenka’s schandelijke misdaden niet in een ruimere betekenisketen terecht zijn gekomen.
• Alles is onderdeel van één samenhangende geschiedenis.
Er was sprake van enige verontwaardiging in wat we graag de internationale gemeenschap noemen; de woorden ‘kaping’ en zelfs ‘terroristische daad’ vielen. En vervolgens raakte, zoals mijn vriend al vreesde, het voorval in vergetelheid. Loekasjenka kreeg te maken met milde represailles, zoals een verbod aan de staatsluchtvaartmaatschappij van Belarus om op Europa te vliegen. Zijn boodschap aan iedereen die het waagde hem tegen te werken was krachtiger: ik kan met je doen wat ik wil, waar je ook bent.
Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader
Het kostte me moeite het verzoek van mijn vriend te beantwoorden. Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader. Iedereen die weleens een geheugenspelletje heeft gedaan weet dat je afzonderlijke dingen onthoudt door ze in een reeks te plaatsen, zodat ze betekenis krijgen als onderdeel van een groter geheel. Zo is het ook in de media en politiek: een voorval krijgt pas zeggingskracht als onderdeel van een brede narratief.
Maar Loekasjenka’s schandelijke misdaden zijn niet in een ruimere betekenisketen terechtgekomen. En dit geldt niet alleen voor Belarus. Van Birma tot Syrië, van Jemen tot Sri Lanka hebben we meer bewijs dan ooit van misdaden jegens de menselijkheid – van marteling, chemische aanvallen, clusterbombardementen, verkrachting, repressie en willekeurige vrijheidsberoving. Maar de verhalen dwingen maar moeizaam aandacht af, laat staan consequenties. We hebben meer mogelijkheden om te publiceren dan ooit; er zijn geen geografische beperkingen; ons publiek behelst in potentie de hele wereld. Toch komt op de meeste onthullingen of onderzoeken geen respons. Hoe kan dat?
DE SELECTIE VAN 360
360 selecteerde dit jaar drie verhalen, uit de categorieën Distinguished Reporting, Public Discourse en Investigative Reporting.
In deze en in alle andere tijden hebben we een journalistiek nodig die ons informeert over wat er buiten ons blikveld gebeurt, over wat politici proberen geheim te houden, en die regeringen dwingt verantwoording af te leggen over beslissingen die de welvaart van gewone mensen bedreigen. En daar hoort geen enkel ander streven bij dan het zo gewetensvol mogelijk de werkelijkheid proberen te beschrijven. Of zoals Peter Pomerantsev het in zijn artikel beschrijft: ‘We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou.’
Instorting
De instorting van de Sovjet-Unie had moeten aanzetten tot bespiegeling en ons moeten aanmoedigen niemand uit te sluiten van het grotere mensenrechtenverhaal tegen politieke repressie. En in de jaren negentig leek dit ook even mogelijk. Toen de democratiseringsgolf zowel de pro-Sovjet- als de pro-Amerika-dictaturen over de hele wereld omverwierp; toen in 1998 het Internationaal Hof van Strafrecht in Den Haag werd opgericht; toen met succes humanitaire interventies werden uitgevoerd van in de westerse Balkanlanden tot in Oost-Afrika. Even leek het er inderdaad op dat de rechtvaardigheid eerlijker zou worden verdeeld.
Maar er gebeurde iets anders. In plaats van dat er meer deelnemers werden toegelaten in het mensenrechtenverhaal, stortte het hele verhaal in elkaar. Eerst kregen sommige slachtoffers meer aandacht dan andere, geleidelijk aan kregen geen enkele slachtoffers meer langdurige aandacht. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hadden de wereld gedwongen de Verklaringen van de Rechten van de Mens van de VN te onderschrijven, althans in principe, en de post-Koude Oorlog-rampen in Srebrenica en Rwanda hadden humanitaire interventies in de hand gewerkt en de weg geopend naar het ‘recht op bescherming’.
Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus
Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus. Van Auschwitz tot Srebrenica tot Rwanda konden leiders beweren dat ze zich ofwel niet bewust waren van de feiten, ofwel dat de feiten twijfelachtig waren of de gebeurtenissen te snel gingen om in te grijpen. Maar inmiddels hebben we toegang tot alwetende media, die vaak met overvloedig en ogenblikkelijk bewijsmateriaal komen. En toch hebben die minder effect dan ooit. Het misdaadportret bestaat nog altijd uit allemaal losse beelden.
Dat voelde in de Koude Oorlog anders. Toen leek er een verband te bestaan tussen de arrestatie van één enkele Sovjet-dissident en een bredere geopolitieke, institutionele, morele, culturele en historische strijd. In de media, boeken en films uit die tijd werden de verhalen van afzonderlijke politiek gevangenen en mensenrechtenschendingen verteld als onderdeel van een breder, overkoepelend verhaal over de algemene vrijheidsstrijd tegen dictatuur, een strijd met de ziel van de geschiedenis als inzet. En dankzij dat complete verhaal voelden inwoners van democratieën zich deel uitmaken van een identiteit: wij staan aan de kant van de vrijheid versus de tirannie. Er waren instanties die dit narratief en deze identiteit ondersteunden. Politiek gevangenen voelden zich minder kwetsbaar wanneer informatie over hun arrestatie bekend werd gemaakt op de BBC of Radio Free Europe, of opgepikt door Amnesty International, in de Verenigde Naties ter sprake kwam, naar voren werd gebracht door Amerikaanse presidenten in bilateraal topoverleg met het Sovjetleiderschap.
Hierdoor hielden we onze aandacht erbij. En toen de zonden van het Westen zelf werden onthuld, zoals het CIA-programma met Koude Oorlog-gerelateerde heimelijke moorden en coups in de jaren zeventig, ontstond er bovendien een kader om de aandacht en de verontwaardiging van het westerse publiek te kanaliseren.
Er was wat je een ‘groot verhaal’ zou kunnen noemen, dat alles omvatte: van het morele gedrag van staten tot aan literatuur en kunst en hoe de mensen zichzelf zagen. Het was verbonden met verlichtingsidealen aangaande ‘vooruitgang’ en ‘bevrijding’, waarbij feiten en bewijzen iets waren om gerespecteerd, bevestigd of verworpen te worden met redelijke argumenten of verifieerbaar bewijs. Zelfs het Sovjetregime maakte deel uit van een taal en wereldbeeld waarin rechten – de rechten van gekoloniseerde of voorheen economisch onderdrukte volken – er althans in theorie toe deden. Het zette zelfs een handtekening onder mensenrechtenbeloftes, die Sovjet-dissidenten in staat stelden van de Kremlinleiders te eisen ‘hun eigen wetten te eerbiedigen’.
In deze strijd tussen verheven ideeën, waarin beide partijen hun idealen superieur verklaarden, ontstond ruimte voor dissidenten om van de macht te eisen dat ze haar idealen na zou leven. In de periferie werden deze idealen aangeheven om steun te vragen voor vrijheidsbewegingen van een van beide kampen.
Haken en ogen
Natuurlijk zaten er haken en ogen aan die grote verhalen. Vaak werden slachtoffers van rivaliserende ideologieën bevoorrecht terwijl er continentwijde blinde vlekken bleven bestaan. Priesters die in Polen door de communisten waren vermoord kregen meer aandacht in de westerse media dan priesters die door bondgenoten van de VS waren vermoord in El Salvador. Het Rode Leger dat opstanden in Boedapest en Praag neersloeg werd oneindig intensiever gevolgd dan de neergeslagen antikoloniale opstanden in Kenia.
Vooralsnog worden ‘de cheques die in 1945 werden uitgeschreven aan de kwetsbaarste volken in de wereld – aangeduid als “internationale humanitaire wet” – niet verzilverd’, aldus David Miliband, de voormalig Britse minister van Buitenlandse Zaken en het huidige hoofd van het IRC (International Rescue Committee). Wij zijn wat hij noemt het Straffeloze Tijdperk ingegaan: ‘Een tijd waarin militairen, milities en huurlingen in conflicten over de hele wereld menen met alles weg te komen. En omdat ze met alles wegkomen, doen ze ook alles.’
Het verval kwam deels van binnenuit. De taal voor rechten en vrijheden werd uitgehold door leiders die haar misbruikten en lege hulzen achterlieten. Het Sovjetregime versjacherde de taal die bestemd was voor economische gerechtigheid en gelijkheid – tegenwoordig klinkt alleen al het woord ‘socialist’ velen in het voormalige communistische blok als een vloek in de oren. In het Westen werden verheven begrippen als vrijheid en tirannie ingezet als excuus voor niet-uitgelokte oorlogen en bezoedeld door de onvermijdelijke consequenties van de oorlog. In 2003 koppelde president George W. Bush voorafgaand aan de invasie van de Verenigde Staten in Irak doelbewust de tweespalt uit de Koude Oorlog aan zijn visie op het Midden-Oosten door beloftes te maken als ‘de democratie zal overwinnen’ en ‘vrijheid kan de toekomst zijn van ieder land’. In werkelijkheid had de invasie een burgeroorlog tot gevolg en honderdduizenden doden, werd de macht van Iran vergroot en veranderde Syrië in een vazalstaat van een nieuwe autoritaire as. Onder de bevolking in rijke democratieën leidde de invasie tot cynisme en een verbitterde zoektocht naar de eigen identiteit. Woorden die in Oost-Berlijn en Praag nog volop betekenis hadden, verloren in Bagdad hun strekking. En voor beelden gold dat net zo goed.
Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel
Dit rottingsproces van binnenuit ging gepaard met de aanval van buitenaf. Het grote leidmotief van de huidige Russische en nu ook Chinese propaganda is dat het verlangen naar vrijheid en de strijd voor mensenrechten niet leiden tot voorspoed maar tot ellende en bloedvergieten. Russische propagandakanalen koppelen graag flitsen van volksopstanden in Syrië of Oekraïne aan beelden van de daaruit voortvloeiende conflicten in die landen, alsof de oorlog het onvermijdelijke gevolg van de revoltes was en niet de reactie van dictaturen om ze neer te slaan. Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel.
Nobelprijs
De Nobelprijs voor de Vrede werd vorig jaar toegekend aan twee journalisten: Maria Ressa, de uitgever van Rappler, uit de Filippijnen, en Dmitri Moeratov, de uitgever van Novaja Gazeta, uit Rusland. Als we goed naar hun werk kijken, tekent zich iets interessants af.
Maria Ressa’s situatie had heel goed zo’n ver-van-mijn-bedshow voor de rest van de wereld kunnen zijn. Ze staat als journalist bloot aan kritiek van de Filippijnse regering, omdat ze de wederrechtelijke moorden aan de kaak stelt die onder president Rodrigo Duterte zijn gepleegd. Journalisten in de hele wereld staan dag in dag uit bloot aan kritiek en in de Filippijnen worden ze regelmatig vermoord zonder dat er veel aandacht in het buitenland voor is. Zelfs de massamoorden door proregeringbendes, waar Maria (die zitting heeft in de Raad van Commissarissen van Coda Story) verslag van deed, zijn nauwelijks goed voor een krantenkop in het buitenland. Toch wist Maria onze aandacht vast te houden. Hoe?
Toen ze zich verdiepte in wat haar overkwam, merkte Maria dat iets aan Duterte’s aanvallen – zijn gebruik van trollenlegers en cybermilitia’s om zijn tegenstanders te intimideren, bekladden en breken – zowel nieuw was als universeel. Hij paste niet alleen censuur toe, hij zorgde daarnaast voor een hoop heisa op de sociale media, zodat de waarheid werd overstemd en de werkelijkheid vervormd. Maria beperkte haar onderzoek niet tot de Filippijnen, maar breidde het uit naar Facebook, de schadelijke kanten van de sociale media, de rechteloosheid van digitale misinformatie. Haar campagne en de manier waarop ze haar verhaal vertelde voerden niet alleen naar het presidentieel paleis in Manilla maar ook naar Silicon Valley, naar iedere verkiezing waarmee online was gesjoemeld, naar ieder conflict dat werd gevoed door digitale haatcampagnes, naar iedere vrouw of minderheid die werd getiranniseerd of getreiterd op sociale media, naar iedere ouder die bezorgd was over wat hun kinderen online overkwam. Haar verhaal kreeg belang voor iedere wetgever en civiel ambtenaar die zich afvragen hoe ze deze nieuwe grens moeten trekken. Het actualiseerde ons denken over vrijheid van meningsuiting in het digitale domein en dwong technologiebedrijven om op z’n minst toe te geven dat illegaal gecoördineerde campagnes geen rechtmatige uitingsvorm waren maar een vorm van censuur. Eén bestaand persoon die iets onaangenaams zegt, alla. Maar als een handvol trollen pretendeert dat duizenden niet-bestaande personen hetzelfde zeggen, ligt dat anders.
Maria bracht in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht
Daarnaast bracht Maria in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht. Niemand had ooit Rusland en de Filippijnen op één lijn gezien. Hun dissidenten ontmoeten elkaar niet. Ze stonden in de Koude Oorlog aan verschillende kanten. Maar inmiddels zijn deze twee prominente gebieden op het gebied van online manipulatie onderdeel van een samenhangend verhaal geworden. Maria bekeek research van Russische journalisten om te begrijpen wat in haar eigen land gaande was en begon Rusland en de Filippijnen te zien als één frontlinie van digitaal autoritarisme.
Wereldomspannend narratief
In Rusland ontstond bovendien nog een andere schijnbaar lokale kwestie die uitgroeide tot een wereldomspannend narratief. Toen Russische activisten en journalisten voor het eerst, in het vroege Poetin-tijdperk, de wereld probeerden duidelijk te maken dat het regime stoelde op diefstal uit staatsbezittingen en witwaspraktijken in westerse landen, haalden de meesten hun schouders op. Wat kan het schelen? Het was misschien niet goed voor Rusland, maar Londen en New York werden er rijker van en het Kremlin zwakker. Het kostte tien jaar moeizaam argumenteren en bewijs verzamelen om te laten zien dat het bij de corruptie in Rusland en Afrika, Centraal-Azië en het Midden-Oosten niet alleen ging om een lokale tragedie. Wij werden er net zo goed door geraakt. Corruptie was ook een manier om democratieën te infiltreren en ondermijnen, onze buitenlandpolitiek in opspraak te brengen, politici om te kopen, uiterst rechtse politiek een podium te geven. Er werd een elite gecreëerd die haar invloed en macht aanwendde om oorlogen te beginnen en ermee weg te komen, omdat westerse landen inmiddels afhankelijk waren van de onrechtmatige investeringen. Er werd een wereld gecreëerd waarin de rijken der aarde er andere regels op na houden, niet geplaagd door het binnenlandse recht waar dan ook. En zo werden de ongelijkheid en woede gevoed waardoor het geloof van burgers in democratische instellingen werd ondermijnd. En de vijand zat niet alleen in het Kremlin, het betrof ook tussenpersonen en witwassers op achtenswaardige kantoren in New York en Londen.
Het was een hele klus om aan te tonen dat de tragedie van een ziekenhuis in Noord-Rusland, dat door bureaucraten was geplunderd om vastgoed in Londen te kopen, ook de mensen in het Pentagon aanging. Tegenwoordig staat corruptie (of preciezer: kleptocratie en witwasserij) centraal op de veiligheidsagenda van de nieuwe regering van de VS. Maar het heeft jaren hard werken gekost om de verbanden bloot te leggen die begraven liggen onder al het nepnieuws en de narcistische blik van de sociale media, en om van iets wat op het eerste oog een randverschijnsel leek een verhaal te maken dat in al onze levens speelt.
Dus dat is de opdracht: de als ranken ineengrijpende geschillen aan het licht brengen, de vervlochten wortels van de problemen die de wereld heviger dan ooit teisteren en waarvan de diepere betekenis nog moet worden onthuld. Vroeger bestond het grote verhaal van de democratie ergens boven ons hoofd, als een vliegtuig waar je in kon stappen vanaf een platform dat ‘mensenrechten’ heette. Nu gebruiken we schoppen. We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou. Het onverwachte raakpunt vinden tussen landen waarvan niemand ooit eerder dacht als onderdeel van een en dezelfde kaart. Want deze nieuwe lijnen bestaan. Ze hoeven niet te worden gecreëerd – ze moeten worden opgediept. En dan kan één afzonderlijk voorval staan voor vele andere en kan één krantenartikel over de grenzen resoneren. Nieuwe kijkers en lezers, die er nooit bij stilstonden dat ze iets gemeen hadden, kunnen worden bijeengebracht. En deze nieuwe journalistiek moet meer doen dan alleen nieuwe verbanden leggen en nieuwe kijkers en lezers verbinden – ze moet de contouren aangeven van de discussie die de oplossing aanreikt voor de blootgelegde kwesties en haar publiek de kans bieden om van passieve spelers te veranderen in deelnemers aan een herformulering van een toekomst.
We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was
Want hoewel het oude verhaal over ‘democratiseringsgolven’, over makkelijk gedefinieerde en herkenbare ‘mensenrechtenverklaringen’ is verbleekt, riskeren mensen nog steeds hun leven en levensonderhoud om te protesteren en te vechten voor… ja, waarvoor? We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was. Van Hongkong tot Tbilisi, van Soedan tot Chili. En in Belarus natuurlijk. Belarus dat altijd werd weggezet als tevreden met z’n ontaarde dictator, met het compromis tussen stabiliteit en eenmansbewind. En toen ineens, hoe bestaat het, kwam het hele land in opstand. Niet alleen stedelijke liberalen, maar ook gepensioneerden en fabrieksarbeiders lieten van zich horen.
Maar anders dan in 1989 denken we bij al deze protesten over de hele wereld niet aan een geheel. We zien ze niet als onderdeel van één onvermijdelijke, samenhangende Geschiedenis. De rechten waarvoor wordt opgekomen zijn erg verschillend. De regimes waartegen wordt gevochten houden zich niet per se aan de oude verschillen tussen democratieën en dictaturen. En toch kriebelt er nog steeds iets. Een soort onderliggende urgentie, een behoefte die niet kan worden bevredigd. Wat verbindt al deze uiteenlopende bewegingen? Wat zullen we aantreffen tijdens ons graafproces? Misschien houdt zich daarbeneden wel iets samenhangends schuil en leiden alle ranken naar een allesomvattend geheugen, iets levends, enorms, globaals, vreselijks – dat zich klaarmaakt om de epische bewijsschatten, de gigantische hoeveelheid data die getuigen van misbruik en misdaden jegens de menselijkheid, een doel én een betekenis te geven.
Zes jaar na de aanslagen van 13 november heeft de rechtbank in Parijs Salah Abdeslam veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf zonder kans op vervroegde vrijlating. ‘Een uitzonderlijke straf’, schrijft Le Soir, voor het enige nog levende lid van de terreurgroep die in 2015 op verschillende plaatsen in de Franse hoofdstad een bloedbad aanrichtte.
De straf is ‘een primeur voor een terroristische daad’, merkt ook Le Temps op. ‘De openbaar aanklager had deze straf geëist, de zwaarst mogelijke volgens het Franse recht.’ De uitspraak ‘onderstreept het unieke en historische karakter van deze misdaad’, schrijft Corriere della Sera.
Experts toonden aan dat Abdelsalams bomgordel niet afging omdat hij niet werkte
Justitie geloofde niet in de verklaring van Salah Abdeslam, die zei dat hij zich op het laatste moment bedacht en niet wilde dat de bomgordel afging, meldt El País. Experts toonden aan dat de bomgordel niet afging omdat hij niet werkte.
Abdeslam was niet de enige die die dag werd veroordeeld. Het speciaal samengestelde Hof gaf onder andere ook levenslang aan Mohamed Abrini, die Abdeslam vergezelde om de Clio te huren die bij de aanslagen werd gebruikt en om woonruimte te huren in Parijs. Ook was hij betrokken bij de aanslag op het Brusselse vliegveld Zaventem.
‘Er is dus een uitspraak, maar het was vanaf het begin duidelijk dat het in dit proces om meer ging dan een vonnis’, schrijft Süddeutsche Zeitung. ‘Het was een poging om alle gevolgen te beschrijven die een dergelijk misdrijf met zich meebrengt, want 13 november 2015 veranderde Frankrijk.’
Williams kreeg als jongste persoon ooit doodstraf in Pennsylvania
In de Verenigde Staten is een jonge zwarte man eenennegentig jaar na zijn executie alsnog onschuldig verklaard. Alexander McClay Williams werd op zestienjarige leeftijd veroordeeld en geëxecuteerd voor het neersteken van een witte lerares. Decennialang heeft zijn familie beweerd dat hij ten onrechte was veroordeeld. Deze week werd hij door een rechtbank in Pennsylvania vrijgesproken, aldus Philadelphia Inquirer.
‘In 1931 had een witte jury slechts vier uur nodig om Alexander McClay Williams, een zwarte tiener, te veroordelen voor het neersteken van een lerares op de Glen Mills School for Boys in Delaware County’, schrijft de lokale krant. Vijf maanden later werd Williams, zestien jaar oud, geëxecuteerd. Hij was daarmee de jongste persoon in Pennsylvania ooit die ter dood werd gebracht.
Met hulp van de achterkleinzoon van de advocaat die hem tijdens het proces vertegenwoordigde, probeerde zijn familie tientallen jaren lang zijn onschuld te bewijzen, en deze week werd Williams eindelijk postuum in het gelijk gesteld. Het nieuws werd met opluchting begroet door zijn enige overlevende zus (92), meldt Philadelphia Inquirer.
Oorlog rivaliserende drugsbendes om macht in de gevangenissen
Bij een nieuwe opstand in een gevangenis in Ecuador zijn drieënveertig mensen omgekomen, aldus El Mercurio. Het geweld vond maandag plaats in de gevangenis van Bellavista, zo’n 80 kilometer ten westen van Quito. Ongeveer honderd gevangenen ontsnapten tijdens botsingen tussen rivaliserende bendes. De politie voert momenteel controles uit in de andere gevangenissen van het land ‘om een uitbarsting van geweld te voorkomen’, meldt El Mercurio.
Conflicten, vaak met extreem geweld, zijn aan de orde van de dag in Ecuadoraanse gevangenissen, waar sinds februari 2021 bijna 350 gedetineerden zijn omgekomen. Volgens de regering voeren rivaliserende drugsbendes, die opgegaan zijn in of gecontroleerd worden door Mexicaanse kartels, een meedogenloze oorlog om de overvolle gevangenissen in handen te krijgen, een oorlog die de autoriteiten tot dusver niet hebben kunnen bedwingen.
Twee jaar cel kreeg de Koeweitse transgender Maha Al-Mutairi voor het dragen van vrouwenkleren, een straf die ze misschien in een mannengevangenis moet uitzitten. ‘Geen enkele wet vermeldt transgenders, maar ze gebruiken wetten inzake “openbaar fatsoen” om de lhbt-gemeenschap te belagen.’
Al-Mutairi is bepaald niet de enige transgender in de Arabische wereld die het juridisch en maatschappelijk zwaar heeft. Ritaj, een zevenentwintigjarige Jemenitische trans vrouw, vreesde dat haar hetzelfde lot zou treffen als Al-Mutairi, totdat de Franse overheid te hulp schoot en haar in september vorig jaar asiel verleende. ‘De angst om te worden veroordeeld voor travestie heeft me mijn leven lang achtervolgd. Het is een ware obsessie geweest. Geen wonder, ik riskeerde een levenslange gevangenisstraf of honderd zweepslagen. Ik speelde voortdurend met de gedachte zelfmoord te plegen. En dat alleen maar omdat ik geboren ben in een conservatieve familie en samenleving.’
De mensenrechtenactivist Wajih Layoun, die zichzelf ‘de eerste openlijk homoseksuele Saoedi’ noemt, zegt dat ‘de wetten in de Golfstaten transseksualiteit volledig verbieden, evenals elke indirecte steun aan de lhbt-gemeenschap’. Volgens Layoun, die is gevlucht naar de Verenigde Staten, ‘erkent de Saoedische wet geen transgenders. Ze worden vervolgd omdat ze zich als man of vrouw verkleden, of omdat men vindt dat ze de openbare zeden aantasten.’
De Saoedische rechter heeft meer dan eens mensen veroordeeld omdat ze ‘op het andere geslacht lijken’
De Saoedische wet zegt niets over de kwestie, maar de Saoedische rechter heeft meer dan eens mensen veroordeeld omdat ze ‘op het andere geslacht lijken’. Volgens de organisatie Human Rights Watch varieerden de vonnissen van gevangenisstraf tot geseling. Over ‘corrigerende’ chirurgische ingrepen merkt Layoun op dat die in Saoedi-Arabië uitsluitend zijn toegestaan als een kind met zowel mannelijke als vrouwelijke genitaliën wordt geboren. Drie artsen en psychologen buigen zich dan over de zaak en nemen een beslissing.
Bahrein is de eerste Golfstaat waar voor transgenders een wettelijke verandering van de burgerlijke staat mogelijk is. Dat gebeurde in 2005 en 2008. In beide gevallen werd de zaak bepleit door de Bahreinse advocaat en activist Fawziya Mohamed Janahi. Zij zegt dat er nog steeds geen wet is in Bahrein die geslachtsverandering of corrigerende operaties toelaat. Wel wint onder rechters de opvatting terrein dat een ingreep toch noodzakelijk kan zijn bij het optreden van ‘seksuele stoornissen’. Als dit wordt bevestigd door een medisch rapport, kan de rechter instemmen met geslachtsverandering; er is namelijk wel een wet die voorziet in geslachtsverandering bij psychische of seksuele stoornissen. Op dit moment lopen er acht zaken.
Janahi heeft ook zaken op zich genomen in buurland Saoedi-Arabië: ‘Ik volg er ongeveer veertig. Er is de hoop dat de wet transgenders accepteert wanneer een gebrek aan erkenning aantoonbaar tot aandoeningen heeft geleid.’
Deur dicht
De Verenigde Arabische Emiraten hebben de deur juist dichtgeslagen voor transgenders. Het lijkt onmogelijk om hen in dit land wettelijk erkend te krijgen. Slechts in zeldzame gevallen zijn corrigerende operaties er wettelijk toegestaan. Sinds 2016 mogen artsen intersekse personen opereren, maar een ingreep die leidt tot geslachtsverandering blijft illegaal. In december 2018 verwierp het Hooggerechtshof het verzoek van drie inwoners om hun burgerlijke staat te wijzigen na een operatie in de Verenigde Staten.
In Koeweit zijn volgens de activistische advocaat Buthayna Abdelwahid Maarafi ‘verzoeken voor geslachtsverandering en verandering van burgerlijke staat gedoemd te mislukken bij de rechtbank’. Er moet, vindt zij, dringend een wet komen ‘die zorgt draagt voor deze situatie en voor het recht om verenigingen op te richten die deze bevolkingsgroepen ondersteunen en criminalisering tegengaan’.
Koeweit volgt de sharia, net als de andere Golfstaten, en die verbiedt geslachtsverandering en travestie
Ze zegt daarnaast dat Koeweit de sharia volgt, net als de andere Golfstaten, en die verbiedt geslachtsverandering en travestie. Wet nr. 198 van het Koeweitse Wetboek van Strafrecht bepaalt dat ’iedereen die de goede zeden schendt (…) of die zich kleedt naar het andere geslacht, op welke wijze dan ook, een celstraf van ten hoogste een jaar krijgt en/of een boete van maximaal 1000 dinar’. In de Emiraten bepaalt wet nr. 359 van het Wetboek van Strafrecht dat ‘iedere man die zich vermomt als vrouw of plaatsen betreedt die aan vrouwen zijn voorbehouden, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten hoogste één jaar en/of een boete van maximaal 10.000 dirham’.
Het moeilijkst voor transgenders is het om een baan te vinden waar ze worden geaccepteerd, en niet gedwongen zijn zich te kleden in een zwarte abaja (een losse cape die het lichaam van hoofd tot voeten bedekt). Fouad, voorzitter van een vereniging die de lhbt-gemeenschap ondersteunt, benadrukt dat het in Tunesië onmogelijk is ‘om je rechten te eisen, want zodra een transgender een rechtszaal of een politiebureau betreedt, is hij of zij een verdachte. Zelfs ziekenhuizen weigeren in de meeste gevallen zorg te verlenen zodra ze merken dat ze met een transgender te maken hebben.’
Jad, een Tunesische transgender, voegt eraan toe dat ‘de Tunesische samenleving neerkijkt op transgenders’ en dat geen enkele Tunesische wet hun bestaan erkent of hen beschermt. Integendeel, wet nr. 226 legt iedereen die is veroordeeld voor ‘het ondermijnen van de goede zeden’ zes maanden gevangenisstraf op.
‘Openbaar fatsoen’
Hetzelfde geldt in Irak, aldus Amir Ashour, voorzitter van de vereniging IraQueer: ‘Geen enkele wet vermeldt transgenders, maar ze gebruiken wetten inzake “openbaar fatsoen” om de lhbt-gemeenschap te belagen.’ Volgens hem stellen mensen die uitkomen voor hun geaardheid zich bloot aan fysiek, verbaal en seksueel geweld. ‘En dan heb ik het nog niet eens gehad over hun problemen om werk te vinden zonder te worden uitgebuit. Vaak gaat het om onveilig werk, zoals danser(es) in nachtclubs of prostituee.’
Hoewel er in Libanon veel verenigingen zijn die op de bres staan voor de lhbt-gemeenschap, hebben transgenders er dezelfde juridische en sociale problemen als elders in het Midden-Oosten, vertelt Lea Zraika, die samenwerkt met de Arab Foundation for Freedoms and Equality. Ook in Libanon worden transgenders op grond van ambigue wetteksten gevangengezet. Bijvoorbeeld wegens ‘tegennatuurlijke vereniging’, travestie, prostitutie of ‘aansporing tot losbandigheid’.
In zwaar beveiligde gevangenisafdelingen volgen criminele die lange straffen uitzitten een studie om de tijd te doden. Zo ontstond de meest hoogopgeleide generatie maffiosi ooit.
Er is een maffia die in niets lijkt op de maffia zoals we die kennen, te weten onbehouwen en dom: die van Bernardo Provenzano’songrammaticale en cryptische pizzini [gecodeerde briefjes waarmee maffiosi onderling communiceren], of de boerse maffia van Totò Riina, iemand die zichzelf graag aan anderen mocht voorstellen met de mededeling dat hij slechts lagere school had gehad.
In hun schuilplaatsen hadden ze altijd wel een Bijbel, en soms troffen degenen die voortvluchtigen opspoorden in een enkele lade exemplaren aan van I Beati Paoli [een historische roman over een middeleeuwse Siciliaanse sekte die door sommigen wordt gezien als voorloper van de maffia] of Calvello il bastardo van William Galt, alias Luigi Natoli. Voor hen heilige teksten, eerder maffialiteratuur dan literatuur óver de maffia. Andere lectuur werd niet aangetroffen.
Historische roman over een middeleeuwse Siciliaanse sekte die door sommigen wordt gezien als voorloper van de maffia.
Maar de bazen die zijn opgegroeid in de schaduw van de Corleonesi hebben geen voorbeeld genomen aan diezelfde Corleonesi. In moeilijke tijden zochten ze hun toevlucht tot scholing, en in de kwarteeuw dat ze opgesloten zaten in cellen die niet veel meer dan holen zijn, bevonden ze zich uitsluitend in het gezelschap van Fjodor Dostojevski en de gebroeders Karamazov, Lev Tolstoj, Italo Svevo, Boris Pasternak, Luigi Pirandello, Duitse filosofen, protestantse theologen, Virgilius en Immanuel Kant.
En zo ontstond op de extra beveiligde gevangenisafdelingen de hoogstopgeleide generatie maffiosi ooit. Begerig naar kennis verslinden de zonen van het ‘41 bis-regime’ [‘hard gevangenisregime’ oftewel isolement, naar artikel 41 bis van de Italiaanse wet op het gevangenisbeheer], alles wat aan papier is toevertrouwd. Ze zijn frequente bezoekers van gevangenisbibliotheken en ze pressen hun advocaten dagelijks om aanklagers en rechters-commissarissen te bewegen hun verlof en gunsten te verlenen door universiteitsdiploma’s en studiepunten te overleggen.
De wet heeft de deuren van hun cellen voor altijd gesloten, maar die van het onderwijs wijd geopend
Laatste in de rij is de boss Filippo Graviano, die zijn verzoekschrift vergezeld deed gaan van zijn bul in de economie en een certificaat van deelname aan een cursus finance. Terwijl buiten steeds minder wordt gelezen, lezen ze binnen steeds meer. De mannen van de oude ‘Cupola’ [de commissie van maffiabazen] leren, verdiepen zich in de geschiedenis en de mysteries van het geloof en studeren cum laude af in de geesteswetenschappen. De wet heeft de deuren van hun cellen voor altijd gesloten, maar die van het onderwijs wijd geopend.
Onkruid
Veelzeggend is het verhaal van Giuseppe Grassonelli, opgetekend door collega Carmelo Sardo in Malerba (Onkruid), een prachtig boek over de Agrigentijnse boss van Porto Empedocle. Toen hij voor de eerste keer naar het eiland Pianosa werd gestuurd, op 15 november 1992, vond hij onder het matras van zijn brits een exemplaar van Oorlog en vrede. Hij begon het te lezen, maar begreep de woorden niet en barstte van wanhoop in tranen uit.
De memoires van Grassonelli met als titel Malerba (onkruid) als bijnaam.
Om te ontkomen aan de hel van zijn nooit eindigende straf begon hij te studeren. Na vijftien jaar isolement studeert hij af op ‘De Napolitaanse revolutionaire opstanden van 1799 en het “oproer” in de provincies van het Koninkrijk’. Na een eerste graad in de letteren zal Grassonelli binnenkort ook zijn tweede krijgen, in de filosofie. Het is de culturele revolutie van de Siciliaanse maffia.
Een ander die aanvankelijk amper in staat was zijn handtekening te zetten, is de beroemde Gaspare Spatuzza, de maffioso uit Palermo die nep-spijtoptant Vincenzo Scarantino ontmaskerde en wiens bekentenis leidde tot de herziening van het proces inzake de moordaanslag op antimaffiarechter Paolo Borsellino. Tegenwoordig kleedt hij zich altijd in het zwart, als een priester, en in zijn boekenkast staan Misdaad en straf, boeken van de Italiaanse filosofen Giovanni Reale en Dario Antiseri, en de geschriften van Joe Dispenza over kwantumfysica.
De laatste keer dat hij buiten de gevangenis werd gezien, was in de buurt van Misilmeri, een dorp in de buurt van Palermo waar hij samen met een vriend een man had laten oplossen in zoutzuur. Zijn handlanger vertelde de rechters tot in detail over de moord en zei over Spatuzza: ‘Meteen na de moord had Gaspare honger en vroeg me om iets te gaan kopen; hij zette zijn tanden in een broodje, at met één hand en roerde met de andere.’ Dus met de ene hand hield hij zijn sandwich vast en met de andere hand roerde hij met een houten pollepel in de kuip waarin het lijk aan het oplossen was. Een macaber verleden. Volgens iedereen die bekend is met de wreedheden uit zijn vroegere leven is Gaspare een ander mens geworden.
Cum laude
Calogero, een van broers van Giovanni Brusca [de maffioso die onder meer de bom tot ontploffing bracht die een einde maakte aan het leven van openbaar aanklager Giovanni Falcone], heeft zich ingeschreven bij de letterenfaculteit. Antonio Tusa, de neef van Piddu Madonia, de boss van Caltanissetta, heeft zich ingeschreven bij landbouwkunde; de maffiosi Giancarlo Giugno uit Niscemi en Carlo Marchese uit Riesi schreven zich in bij respectievelijk geneeskunde en rechten.
Tommaso Spadaro, de ‘koning van Kalsa’ (een wijk in Palermo), studeerde niet lang voor zijn dood op 72-jarige leeftijd af in de gevangenis van Spoleto, waar hij een levenslange gevangenisstraf uitzat voor de moord op een onderofficier van politie. Hij was een voormalig sigarettensmokkelaar en de bazen hadden hem bij de Porta Nuova-familie gehaald vanwege zijn schepen en zijn oude contacten met de Camorra. Don Masino, oftewel Tommaso Buscetta, studeerde op een haar na cum laude af. De titel van zijn scriptie luidde: ‘Het mensbeeld in het gedachtengoed van Gandhi’.
Levenslange gevangenisstraf of niet, de leden van de cosa nostra zijn ervan overtuigd dat ze vroeg of laat vrij zullen komen
Maar wat drijft maffiosi er, naast de beperkingen van het 41 bis-gevangenisregime, toe om zo waanzinnig hard te studeren? Deskundigen zeggen: levenslange gevangenisstraf of niet, de leden van de cosa nostra zijn ervan overtuigd dat ze vroeg of laat vrij zullen komen.
Een paar jaar geleden kwamen de kranten met het opzienbarende nieuws dat Pietro Aglieri van de Corleone-clan cum laude was geslaagd voor zijn tentamen over de geschiedenis van het christendom, en dat hij in de Rebibbia-gevangenis zelfs complimenten had gekregen van de drie professoren in de commissie. Geen al te grote opgave voor de grootste filosoof van de Siciliaanse maffia, strateeg van de ‘zachte dissociatie’ (spijtoptant zijn zonder iemand te beschuldigen) die hij de toenmalige nationale antimaffia-aanklager Pierluigi Vigna beloofde. Hij was al sinds zijn actieve leven ten prooi aan een mystieke crisis, woonde in een hol waar hij een altaar had laten bouwen en kreeg terwijl hij werd gezocht bijna dagelijks bezoek van een monnik van de Orde van Ongeschoeide Karmelieten.
Aglieri had laten weten dat hij, als hij zichzelf ooit zou aangeven, niet naar de politie zou stappen maar naar de aartsbisschop van Palermo, Salvatore De Giorgi. Wat had hij, in de tijd dat hij voortvluchtig was, beter kunnen lezen dan het complete oeuvre van Edith Stein, de Duitse karmelietes en filosofe die in 1942 stierf in Auschwitz? Een maffiose intellectueel avant la lettre.
Net als die ander, als het tenminste waar is wat hem wordt toegeschreven, de beruchte, ongrijpbare Matteo Messina Denaro, hoofdrolspeler in een indrukwekkende correspondentie met Antonino Vaccarino, voormalig burgemeester van Castelvetrano en eigenaar van een bioscoop, die werd gearresteerd voor drugshandel. In opdracht van de geheime dienst schreef burgemeester Vaccarino onder het pseudoniem Suetonius brieven aan een mysterieuze ‘Alessio’, die niemand minder was dan Matteo.
Hij citeerde de Aeneis, bediscussieerde Toni Negri, beschouwde Bettino Craxi als ‘de beste politicus die Italië heeft gekend’. En hij haalde, vanuit zijn optiek niet te onpas, in elke brief de woorden aan van [de Braziliaanse schrijver] Jorge Amado: ‘Er is niets lagers dan rechtspraak die twee handen op één buik is met de politiek.’
Het is een genuanceerde manier van denken die botst met de botheid van een Totò Riina, de primitiviteit van een Leoluca Bagarella en het groteske taalgebruik van Provenzano in zijn cryptische briefjes aan vrienden: ‘Sendi, kan jij me zeggen, jouw maat, die we in de lente ontmoet hebben, hij zal het wel weten, die groente, die we cichorei noemen, als hij kan vinden waar de aarde die cichorei draagt, kan hij dan wat zaadjes voor me bewaren, voor als het ontploft?’ Enzovoort.
Doctorandus
Die herontdekte berichten, en zijn manie – of wellicht was het noodzaak, om dreigende telefoontaps en andere afluistermethodes te omzeilen – om velletjes papier vol te kladden, kwamen Provenzano zelfs op een sneer van Riina te staan: ‘Mijn dorpsgenoot? Een beste man, al schrijft hij te veel.’
Maar een mens verandert niet altijd door scholing. Zo is Cesare Lupo, maffioso uit Brancaccio en zwager van de bazen Giuseppe en Filippo Graviano, tijdens zijn opsluiting in Catanzaro afgestudeerd aan de Magna Graecia-universiteit met een scriptie over ‘Afpersing’. Hij wilde zijn diploma met champagne vieren, de gevangenis-directeur gaf hem een cola. Lupo was zo’n grote kenner van afpersing dat hij kort na zijn vrijlating opnieuw voor eenzelfde misdaad werd gearresteerd door agenten van de recherche van Palermo.
Dertig jaar na alle bloedbaden zijn ze allemaal ‘doctorandus’
Dertig jaar na alle bloedbaden zijn ze allemaal ‘doctorandus’, de bazen van de cosa nostra. Wie weet, misschien hebben ze de oude Luciano Liggio tot voorbeeld genomen, de eerste maffiagevangene die een paar boeken in zijn cel had. Toen hij in de jaren zeventig werd gehoord door de parlementaire antimaffiacommissie, liet Liggio zich voorstaan op zijn kennis: ‘Ik heb van alles gelezen, over geschiedenis, filosofie, pedagogiek. De klassiekers. Ik heb Charles Dickens en Benedetto Croce gelezen.’ Om vervolgens, implicerend dat hij nooit een bekentenis zou ondertekenen, geheimzinnig te fluisteren: ‘Maar wie ik het meest bewonder is Socrates, iemand die nooit iets heeft geschreven, net als ik.’
Presidentieel pardon moet zorgen voor meer veiligheid
Ecuador verleent gratie aan vijfduizend gevangenen om overbevolking in de gevangenissen te verminderen. De president van Ecuador, Guillermo Lasso, zei dinsdag in een interview met plaatselijke media dat hij tegen het einde van het jaar een einde wil maken aan de overbevolking in de gevangenissen om voor een veiliger omgeving te zorgen.
Momenteel zitten in Ecuador ongeveer 39.000 gevangenen opgesloten, 30 procent meer dan de capaciteit van de gevangenissen, van wie er nog 15.000 hun proces afwachten.
Volgens El Universo zullen gevangenen die zijn veroordeeld wegens diefstal, fraude of misbruik van vertrouwen in aanmerking komen voor een presidentieel pardon. De Ecuadoraanse gevangenissen waren in 2021 het toneel van dodelijke botsingen tussen rivaliserende drugsbendes, waarbij meer dan 320 doden vielen.
De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsbezit. Vooral jongeren zijn de dupe. Ze krijgen vijftien jaar voor bezit, twintig als er sprake is van een ‘georganiseerde’ misdaad. Moeders die zich tegen de uitspraken verzetten worden tot wanhoop gedreven. ‘Geef ze straf, maar pak hun leven niet af.’
De telefoon ging: ‘Uw zoon is gearresteerd.’
Dat moet een vergissing zijn, zei Julia, want wat kan een moeder in zo’n situatie zeggen – dat Emil zeventien jaar is en over een maand eindexamen doet? Dat hij nog nooit voor problemen heeft gezorgd, dat hij op school aan alle olympiades heeft meegedaan en dat hij in Polen zou gaan studeren?
Ze greep haar tas en holde de deur uit.
Emil stond geboeid bij de tramhalte. De militieagenten hadden hem uit de tram gehaald toen hij op weg was naar zijn vriendin. ‘Als je ons alles vertelt, laten we je naar huis gaan,’ hadden ze beloofd.
Hij had kunnen antwoorden: ‘Ik wil eerst dat jullie mijn moeder waarschuwen.’ Het fouilleren van een minderjarige dient namelijk te gebeuren in aanwezigheid van een van de ouders, aldus het internationaal recht. Maar welke middelbare scholier weet zulke dingen? En wie durft in Belarus tegen militieagenten in te gaan?
Voordat ze er was, had Emil hun verteld waar hij de marihuana bewaarde (in zijn kamer, in een theeblikje). Ze vonden dertien gram.
‘Er lag een beetje op de bodem van het blikje,’ zegt Julia. ‘Ik had er geen idee van dat hij blowde. Als ze het niet hadden gezegd, had ik gedacht dat het kruidenthee was.’
‘Een beetje’ – het Belarussische recht kent dat begrip niet. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs, een hoeveelheid voor eigen gebruik of een handelsvoorraad. Hasj telt even zwaar als heroïne; elke joint telt als een zakje marihuana. Ook leeftijd doet er niet toe, een veertienjarige kan ook in de gevangenis terechtkomen, maar dat weet Julia niet. Ze gelooft dat ze haar zoon nog voor zijn eindexamen vrij kan krijgen.
‘Hij wilde economie gaan studeren in Warschau, aan de Leon Koźmiński-academie. Hij is al twee jaar Pools aan het leren bij de Poolse kerk,’ vertelt ze. ‘Hij las de biografieën van Steve Jobs en van Bill Gates, hij had het voortdurend over startups en bitcoins. Hij wilde niet naar school in een trui, maar droeg altijd een colbertje. Ik dacht dat ik een directeur had grootgebracht.’
Bij de foto’s in het schoolalbum – donkere bos haar, glimlach, glinsterende ogen – schreef hij: ‘Ik ben onsterfelijk en ongrijpbaar! Een toekomstige zakenman en trader.’
20 jaar gevangenisstraf
Borysów, een industriestad op anderhalf uur rijden van Minsk; op het centrale plein een standbeeld van Lenin, aan de rand van de stad een houtbewerkingsbedrijf (vroeger heette het Overwinning van het Proletariaat, nu Borysowdrew). In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden hier lucifers geproduceerd voor de Sovjetmarkt, tegenwoordig vezelplaten en multiplex voor de export.
Daar waar de stad eindigt staan lage huisjes tegen elkaar aan, met wat armetierige aanbouwsels, de daken zijn opgelapt met metaalplaat.
Galina Makarowa verontschuldigt zich bij mijn binnenkomst dat het zo armoedig is. ‘Mijn man is met pensioen, ik krijg een uitkering omdat ik geopereerd ben aan kanker. Ik maak zuurkool en die verkoop ik op de markt om wat roebels bij te verdienen.’
Op het fornuis in de hal worden pelmeni klaargemaakt voor het eten. Achter een gordijn staat een emmertje waar je je behoefte kunt doen, voor als je vanwege de vorst niet naar het toilet achter op het plaatsje wilt gaan. ‘Hier moest de badkamer komen, we hebben de tegels gezet, maar hebben geen geld om het af te maken. Al ons geld gaat op aan advocaten. We hebben alles verkocht, tot en met de vitrage, alleen in de kamer van Maksim is alles gebleven zoals het was.’
Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden
Een gemiddeld pensioen bedraagt in Belarus ongeveer driehonderd dollar, een consult bij een advocaat kost honderdvijftig dollar. Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden.
‘Het was een goede jongen, ijverig. Hij wilde het leger in, net als zijn vader, maar hij werd afgekeurd op zijn platvoeten, en dus ging hij naar de technische universiteit in Polatsk. Hij studeerde in het weekeinde, zodat hij ons kon helpen,’ vertelt zijn moeder.
Hij werkte in Borysowdrew, waar hij machines programmeerde. Hij had de technische school eerder afgerond.
Galina was gescheiden van de vader van Maksim toen de jongen nog klein was. Ze trouwde opnieuw, weer met een officier. Wiktor Wladimirowitsj schilt de aardappelen in de keuken en zegt niet veel.
‘Sinds ze onze zoon hebben gearresteerd, is mijn man in zichzelf gekeerd,’ legt Galina uit. ‘Hij heeft Maksim opgevoed als zijn eigen zoon, en nu mag hij hem niet eens bezoeken. En dat alles omdat wij niet op de formaliteiten hebben gelet. Ik heb zelf een boodschappentas met eten voor mijn zoon naar de gevangenis gesjouwd omdat ze mijn man voor de poort lieten wachten. Hij heeft gediend in Vietnam, Afghanistan, Tsjernobyl, hij heeft de dood in de ogen gekeken, maar hij heeft nog nooit zo gehuild als toen.’
We kijken naar foto’s: een vierjarig jongetje in een trui met een aapje; met de kat Barsik, met een speelgoedrobot die Galina uit Polen had meegebracht.
‘Vijftien jaar kom ik al in Polen voor de handel. Bij ons was er zelfs geen water met prik in de schappen, maar Maksim nodigde zijn vrienden uit en deelde alles met ze.’
Hij had drie vrienden: Ilja, Andrej en Maksim P. Ze kenden elkaar uit de buurt. Op een foto knuffelen Maksim en Ilja een pluchen Mickey Mouse, op een andere foto staan ze op een grasveld bij een flatgebouw, lachend, alsof ze zojuist een spelletje hebben onderbroken. De laatste oudejaarsnacht hadden ze ook samen doorgebracht, ze hadden hun vriendinnen uitgenodigd; de foto’s van dat feestje had hij daarna op het populaire Vkontakte gezet.
‘Ik zei tegen hem: “Ga jij maar lekker feesten, ik blijf wel bij je vader,”’ vertelt Galina. ‘Want de biologische vader van Maksim had een maand daarvoor een infarct gekregen. Hij kwam verlamd uit het ziekenhuis. Bij ons helpt de overheid je op geen enkele manier, zolang je niet bent erkend in een bepaalde invaliditeitscategorie, dus heeft Maksim hem zelf verschoond, te eten gegeven en gewassen. Hij kwam hier alleen even langs om wat te eten, en dan meteen weer naar zijn vader. Als het nodig was, belde hij Ilja, Andrej of de andere Maksim om hem af te lossen. Andrej studeerde informatica aan de Nationale Technische Universiteit van Belarus, vijfde jaar. Hij is zonder ouders opgegroeid; ze zijn beide gestorven toen hij vier jaar oud was.’
Maksim P. volgde een opleiding voor boswachter. ‘Die boompjes heb ik van hem’, ze wijst naar een rij naaldboompjes in het tuintje. ‘Hij is ook halfwees, hij is opgegroeid zonder moeder.’
Ilja deed aan boksen, hij wilde beginnen met wedstrijden.
Ze werden allemaal op 2 april 2015 gearresteerd. Maksim Makarow en Ilja werden uit hun auto getrokken door de antiterroristische troepen van de OMON, een van de wreedste militie-eenheden. Andrej en de andere Maksim werden door de militieagenten van huis gehaald. De oudste van de jongens was tweeëntwintig jaar, de jongste twintig. Tenlastelegging: handel in drugs door een georganiseerde criminele groep. Daar staat twintig jaar gevangenisstraf op.
Moeders 328
De Belarussische jeugd moet rein, gezond en gehoorzaam zijn. Sinds enkele jaren komen er synthetische drugs uit Azië het land binnen; ze zijn goedkoper dan de klassieke drugs (hasj en marihuana) en veel gevaarlijker (de samenstelling is moeilijk te bepalen, nog afgezien van de bijwerkingen). In de kranten wordt een ongeluk beschreven: drie vrienden uit Homel kopen samen synthetische drugs, een van hen wordt na een feest gevonden met uitgestoken ogen. Aleksander Loekasjenka verklaart drugs de oorlog en in december 2014 ondertekent hij presidentieel decreet nr. 6, waardoor de regels worden aangescherpt. Op de handel in drugs staat nu tot vijftien jaar gevangenisstraf: als er sprake is van een georganiseerde criminele groep twintig jaar. De veroordeelden komen terecht in speciale heropvoedingskampen: om hen te onderscheiden van andere gevangenen krijgen ze groene strepen op hun gevangeniskleding. ‘We zullen ze zo hard aanpakken dat ze zullen smeken om de dood,’ aldus Loekasjenka.
De arrestaties beginnen in de eerste maanden van 2015. Een van de eerste arrestanten, de achttienjarige Maksim, de jongste zoon van Larissa Zjigarowa uit Grodno, krijgt acht jaar omdat militieagenten bij hem thuis een hennepplant vinden.
Aleh Wolczak, oppositielid en activist van de organisatie Rechtshulp voor het Volk, denkt dat de rechter zich gewoonweg heeft vergist. Maar hoe vaak kan hij zich vergissen? Twee keer? Drie keer? Tegenwoordig worden dit soort vonnissen in heel Belarus geveld. Toen begreep hij dat het geen toeval was, dat het stelselmatig is. Alsof er van boven een order is uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat de statistieken van de militie omhooggaan.
Een oproep om drugs in Belarus te legaliseren.
De moeder van Maksim, Larissa, richt op Vkontakte de groep Moeders 328 op (naar het artikel in het wetboek van strafrecht op grond waarvan hun kinderen worden veroordeeld). In het begin zijn er tientallen leden, vervolgens honderden en nu zijn het er bijna duizend. Ze komen uit Minsk, Brest, Lida, Vitebsk en Homel. Ze ontmoeten elkaar thuis, in cafés, schrijven petities. De juristen van Rechtshulp voor het Volk helpen hen bij het invullen van aanvraagformulieren om de beweging te registreren, maar de autoriteiten weigeren. Ze krijgen ook geen vergunning om te demonstreren.
Journalisten bellen Wolczak met het verzoek om commentaar te geven. Hij is jurist, werkte vroeger als onderzoeksrechter bij het OM. ‘Ik heb in mijn carrière vijftig moordzaken meegemaakt,’ aldus Wolczak. ‘Ik herinner me dat ze acht of tien jaar kregen, evenveel als de jeugd nu voor drugs.’ Hij is er zelf van overtuigd dat deze nieuwe rechtspleging nergens toe leidt. ‘Je kunt vooral niet mensen veroordelen wegens drugsbezit voor eigen gebruik. Als iemand verslaafd is, moet hij worden behandeld. En in de gevangenis is daartoe geen enkele mogelijkheid. Het probleem daarbij is dat er in Belarus geen moderne behandelmethodes zijn, er is geen preventie. Mensen zijn bang om het over hun problemen te hebben, omdat ze niet willen worden opgenomen in het centrale register van verslaafden dat Loekasjenka in 2015 heeft opgericht.’
‘Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving’
Wolczak is van mening dat de straffen te zwaar zijn. ‘In veel gevallen kun je naar andere middelen grijpen: een ondertoezichtstelling door een curator, taakstraffen, vooral als de pleger jong is, nog geen strafblad heeft en met een geringe hoeveelheid drugs is betrapt. Wij waarschuwden de autoriteiten dat je jongeren niet eindeloos kunt veroordelen, omdat je dan eindigt zoals in het Amerika onder Reagan. Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving.’
‘De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsdelicten,’ aldus Piotr Markielow, een vierentwintigjarige activist van de beweging Legalize Belarus. ‘Massa-arrestaties lossen het probleem niet op.’
De beweging Legalize Belarus werd in 2017 opgericht door jonge mensen die verontwaardigd waren over de schaal waarop mensen werden gearresteerd op grond van artikel 328. Ze organiseren happenings en lezingen, ze sturen de veroordeelden briefkaarten, verzamelen handtekeningen voor een petitie om marihuana te legaliseren.
‘Ik heb ook wel eens een joint gerookt,’ erkent Markielow. ‘Maar niet in Belarus. Hier is het te gevaarlijk.’
Een jaar geleden is hij van de universiteit gestuurd (theoretische natuurkunde), officieel omdat hij te vaak absent was. Twee keer is hij gearresteerd – één keer hebben ze hem aangehouden bij antiregeringsbetogingen, en één keer op een rave party in een verlaten bunker bij Minsk.
Tegenwoordig zitten er wegens druggerelateerde delicten 18.000 mensen in de gevangenis. Mensenrechtenactivisten schatten dat 80 procent van hen nog geen dertig is. Onbekend is hoeveel van hen er minderjarig zijn.
Op een bijeenkomst van Moeders 328 krijg ik een lijst:
Marina Wladimirowna, haar zoon is gearresteerd op 17-jarige leeftijd. Hij kreeg 11 jaar en 7 maanden;
Olga Borysowna, haar dochter is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;
Natalja, haar dochter is gearresteerd op 15-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;
Elena Georgijewna, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 10 jaar;
Zjanna Waclawowa, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 8,5 jaar;
Enzovoorts. Vijfendertig namen. En dat zijn alleen nog maar de namen van de mensen die ermee instemden de petitie aan de parlementariërs te ondertekenen.
Striemen
Sinds haar zoon gearresteerd is, eet en slaapt Galina niet meer. Drie dagen mogen ze iemand vasthouden zonder tenlastelegging. Op de derde avond belt ze haar broer, samen rijden ze naar de vader van Maksim. Zwijgend kijken ze naar de klok. De deurbel gaat.
‘Aan zijn ogen zag ik meteen hoe laat het was. Ik hoefde niks te vragen. Ik gaf hem een handdoek toen hij onder de douche stond en zag dat zijn hele lichaam onder de blauwe striemen zat. Ze moeten hem op z’n nieren hebben geslagen. Op zijn lever. In zijn hals had hij kleine rode plekjes; later kwam ik erachter dat die van de taser [een stroomstootwapen] zijn.’ Ze besluiten geen klacht in te dienen. ‘Toen ik dat zag, huilde ik in mijn kussen, maar het belangrijkste was dat ze me mijn zoon teruggaven.’
Maar de molens draaiden, ze riepen Maksim weer op voor een verhoor.
Andrej bekent meteen – hij gebruikte ook wel eens drugs, handelde er wat in. Bij Ilja wordt een rolletje vijfroebelbiljetten gevonden en een kaartje waarop – zo tonen experts aan – sporen van alfa-PVP worden aangetroffen, een stof die een vergelijkbare werking heeft als amfetamine.
Alleen tegen de Maksims hebben de militieagenten niets, maar dat sluit voor hen nog niet uit dat zij geen verdachte zijn, tenslotte gingen zij veel met die andere twee om.
‘Andrej verklaarde dat hij alles in zijn eentje deed. Maar de onderzoeksrechter wist dat als hij van hen een georganiseerde criminele groep maakte, hij een wit voetje zou kunnen halen bij zijn superieuren.’
Soms belt Galina Maksim P., om te horen hoe het met hem gaat. Hij is per slot van rekening halfwees, hij moet het in z’n eentje zien te redden. Hij nam een keer niet op, en toen maakte ze zich zorgen of alles wel in orde was met hem.
Op die dag wachtte Maksim P. tot zijn zus naar haar werk in het winkelcentrum was gegaan, en hij alleen thuis was. Hij schreef drie brieven – aan zijn zus, aan zijn vader en aan zijn vriendin (ze waren drie maanden samen). Of hij bang was? Galina zegt dat ze hem, de jongste van het viertal, tijdens het onderzoeksverhoor opsloten in een zogenaamde press-chata (waar een nieuweling onder handen wordt genomen door recidivisten). Overdag sloegen de militieagenten hem, ’s nachts hoorde hij wat een twintigjarige als hem in de gevangenis boven het hoofd hing. Misschien had hij die beelden voor ogen, of misschien alleen de rust als hij zich van die beelden zou bevrijden.
‘Zelfmoord door het doorsnijden van de polsen,’ noteerden de militieagenten later.
Andrej, Ilja en Maksim Makarow krijgen vijftien jaar gevangenisstraf.
Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken
Ze zeggen dat ze voor de arrestatie een gewoon leven leidden: werken, boodschappen doen, ’s avonds voor de televisie. Zelfs als dat leven je een dronken man, een scheiding of een ziekte bracht, dat was allemaal je vertrouwde lot, en geen dreiging die je van je verstand berooft.
Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken – synthetische psychoactieve stoffen, in gewoon Nederlands namaakdrugs genoemd. Enkele jaren geleden konden sommige daarvan in Belarus nog legaal worden gekocht, na het presidentiële decreet nr. 6 worden ze beschouwd als drugs.
‘Dat houdt alleen maar in dat de handel erin is verplaatst naar het internet. Je hoeft maar als zoekterm in te typen: “Waar koop ik drugs in Minsk?” en meteen verschijnen er adressen van winkels,’ aldus Elena, en ze laat een prijslijst zien die ze heeft afgedrukt van het internet: stad, naam van de drug, prijs. Haar zoon Kiryl zit al twee jaar in de gevangenis (hij kreeg negen jaar).
Verstopplaats – plaats waar de bestelde waar wordt verstopt. Dat kan een uitgeholde boomwortel in het bos zijn, een kuiltje in het veld buiten de ring van Minsk. Op de site van de winkel registreert de cliënt zich in een speciaal systeem, dat de gesprekken versleutelt; als je betaalt krijg je een kaart met de verstopplaats, waar de drugs op je wachten.
Verstoppers – degenen die de handelswaar op de verstopplaats leggen. Verstoppers zijn meestal jonge mensen die op het internet afkomen op oproepen om wat bij te verdienen. Zij lopen ook het vaakst tegen de lamp.
Irina, de moeder van Wladek, vertelt: ‘We hadden het thuis niet breed, en onze zoon zat op de middelbare school, hij wilde met zijn vriendin naar de bioscoop. Eerst werkte hij voor een bakkerij in de Komarowka-markthal, zwart, maar na een paar weken betaalde de eigenaar hem zijn loon niet uit.’
De Komarowka is een van de grootste markten van Minsk, met meer dan tweehonderd kramen, het is er druk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ‘De jongen wist dat ze hem gewoon aan het lijntje hielden. Maar waar hij ook heen ging, het was overal hetzelfde liedje: werk zonder contract en een baas die allerlei smoezen verzint om niet te hoeven betalen,’ aldus Svetlana, de zus van Irina en de peetmoeder van Wladek. ‘En toen las hij dat berichtje op Vkontakte, dat een winkel in aromatische mengsels om te roken koeriers zocht. Ze zijn juist op zoek naar kinderen, doen hun rechtstreeks een aanbod om samen te werken en schrijven dat alles legaal is.’
Misschien vermoedde Wladek dat dat niet helemaal waar was, want over zijn nieuwe baantje vertelde hij niks aan zijn ouders. Twee weken na het verzorgen van de eerste zending werd hij gearresteerd. Hij liep samen met zijn vriendin, Valerija, tegen de lamp. Ze waren zeventien en kregen tien jaar, omdat de onderzoeksrechter vond dat er sprake was van een georganiseerde criminele groep.
OPG – de Belarussische afkorting van Organizowanaja prestoepnaja groepa, ofwel Georganiseerde criminele groep
‘De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes’
Loedmila legt een appel op tafel: ‘Ik zal je laten zien hoe onze kinderen een georganiseerde criminele groep vormen. Een appel is een winkel met drugs. De tweede appel is mijn zoon, die voor verstopplaatsen zorgde. Het baantje vond hij via het internet, zoals zij allemaal.’ ‘En dit’, Loedmila legt naast de eerste appel nog meer appels, ‘zijn andere kinderen, die voor dezelfde winkel voor verstopplaatsen zorgden. De militie spoort een winkel op en pakt ze allemaal op. Ze zien elkaar voor het eerst in de rechtszaal, maar voor de rechter is het een georganiseerde criminele groep. De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes.’
Haar zoon Artur, zit al vijf jaar in de gevangenis (hij kreeg dertien jaar).
‘En ik vraag dus: “Als het dan een georganiseerde criminele groep is, wie is dan de baas van deze business? Waar zijn de producenten, de laboratoria?”’ zegt Elena opgewonden. ‘De militie sluit een winkel op internet, maar onmiddellijk worden er tien andere geopend. En ze arresteren nog meer kinderen.’ De mensenrechtenactivisten stellen dat in deze oorlog die Loekasjenka heeft verklaard aan de drugs hoofdzakelijk kleine dealertjes en jongeren die voor eigen gebruik drugs kopen in de gevangenis belanden. Het recht zit zo in elkaar dat wie drugs koopt en het met vrienden deelt op een feestje, kan worden veroordeeld wegens distributie van verdovende middelen, waarop acht tot dertien jaar staat.
‘Tegen mijn zoon zeiden de militieagenten: “Je kunt nog beter iemand vermoorden,”’ aldus Alla, de moeder van Aleksander (veroordeeld tot veertien jaar).
Loedmila: ‘Het strafdossier van mijn zoon beslaat acht ordners, de rechter bladerde er nog geen uur in. Toen de advocaat opstond om een vraag te stellen, zei hij: “Zitten!”’
Julia: ‘Vóór ons was een proces van een man die zijn vrouw in elkaar had geslagen. Dat was een recidivist, hij was al twee keer veroordeeld. Nu had hij haar zo toegetakeld dat ze twee maanden in het ziekenhuis had gelegen met hoofdwonden. Hij kreeg twee jaar en zes maanden, en mijn zoon tien jaar.’
150 gevangenen in een cel
Galina brengt haar zoon iedere maand een pakket: dertig kilo, meer mag niet.
In een emmer giet ze een liter gekookt water, thee, uienringen, brengt het op smaak met zout en suiker, en op de bodem legt ze stukken rauwe vis. Na drie dagen haalt ze de vis eruit en hangt deze op boven het fornuis om te drogen. Gezouten vis is lichter dan gekookte, er past meer in het pakket. Spek zout ze ook zelf, omdat dat goedkoper is. Voor zes roebel koopt ze een kilo rauw spek op de markt. Voor gezouten spek zou ze in de winkel twaalf roebel moeten betalen.
‘Het zijn jonge kerels, ze moeten eten, en wat krijgen ze daar te eten? De hele zomer hebben ze daar alleen gort gekregen. Dat heeft mijn zoon drie tanden gekost, zoveel steentjes zaten erin,’ klaagt Galina en wikkelt het spek in papier.
‘Elke maand sturen we Maksim honderdtwintig roebel, meer mag niet. Ze werken in tweeploegendienst in een meubelfabriek, iedere maand krijgen ze dertig kopeken in de hand gedrukt. Honderdvijftig mensen slapen in een zaal. De britsen staan naast elkaar, vijfhoog, van de vloer tot het plafond. Ze hebben drie badkamers met z’n allen.’
Maksim heeft al twee keer straf gekregen wegens overtreding van het reglement. Eén keer was hij op de grond gaan liggen in plaats van op zijn brits; hij had gezegd dat hij last had van zijn rug. Een andere keer had hij zijn kraagje niet dichtgeknoopt. Toen mocht hij zijn familie niet zien.
‘Ik ben toen naar de directeur gestapt: “Ik wacht al een half jaar om mijn zoon te zien. Jullie hebben mij, zijn moeder, veroordeeld!”’
Eén keer per week mogen ze telefonisch met hun kinderen praten, niet langer dan een minuut.
‘Hij vertelt me niks, maar als hij ’s avonds in zijn kussen ligt te huilen, hoor ik dat, dat kun je niet uitleggen. Dat is je moederhart.’
Boeken
Een half jaar na de arrestatie van haar zoon heeft Julia Ostrowsko een uitgebluste blik, de wallen onder haar ogen verbergt ze met poeder. Ze is tien kilo afgevallen. Ze is gestopt met haar werk, ze heeft haar jongste dochtertje naar haar moeder in Wilejka gestuurd, honderd kilometer van Minsk. Kamila mist haar broer, vraagt waarom hij geen afscheid is komen nemen toen hij ging studeren. Voorlopig heeft ze haar niet de waarheid verteld. ‘Ze hebben mijn zoon gevangengezet, maar het hele gezin wordt gestraft,’ zegt Julia.
‘Ik weet niet hoe ik me zo in de nesten heb gewerkt, mama,’ schrijft Emil haar. ‘Zeg tegen mijn vrienden, want ik zal ze de komende tien jaar niet zien, dat ze geen stommiteiten begaan. En stuur me niks, alleen boeken.’
De militieagenten hadden bij hem thuis zijn telefoon en computer meegenomen (bij de halte had hij hun alle wachtwoorden gegeven). Ze hadden het berichtje gevonden dat hij had uitgewisseld met de internetwinkel die de namaakdrugs verkocht; daar bleek uit dat hij een pakje bij hen had opgehaald. Hij kreeg tien jaar voor de handel in drugs als lid van een georganiseerde criminele groep.
‘Het is niet bekend wat dat voor groep is, want verder hebben ze niemand opgepakt: noch een leider, noch andere leden van de groep. Ook geen enkele meerderjarige die deel uit zou maken van die groep, alleen mijn zoon.’
In de strafkolonie werkt Emil nu bij de recycling van metaal uit oude elektriciteitskabels. Volgens Julia worden die uit de zone van Tsjernobyl gehaald; geen enkel vrij persoon zou dat materiaal aanraken, maar de gevangenen halen ze uit elkaar met hun blote handen. En wie er iets van zegt, gaat de isoleercel in. Ze wonen bijna onder de grond, in de cellen is het koud en vochtig, alleen een klein raampje onder het plafond laat wat licht binnen. Ze krijgen alleen maar waterige soep met stukjes aardappel.
Eén keer in de drie maanden krijgen ze bezoek, veertig minuten. Ze praten door een telefoonhoorn, de ouders aan de ene kant van het glas, de kinderen aan de andere kant, en achter in de zaal zit een cipier die met een schakelaar beslist welke cabine hij afluistert. Eén keer per half jaar mogen ze elkaar zonder glas ertussen zien.
‘Als ik eruit kom, kan ik alleen nog straatveger worden,’ schrijft hij haar vertwijfeld.
Ze troost hem dat hij nog eindexamen kan doen. Ze neemt zijn boeken voor Engels mee. Ze schrijft naar de directeur van de gevangenis, naar de minister van Onderwijs om te vragen of haar zoon de hoogste klas mag afmaken en examen mag doen bij een commissie. Ze antwoorden dat het recht niet voorziet in de opleiding van gevangenen.
Tegenover haar zoon geeft ze niet toe dat ook zij last heeft van sombere gedachten. Als hij eruit komt, zal hij achtentwintig jaar oud zijn. Wie komt hij daar tegen, wat voor mens word je daar? Julia durft er niet over na te denken.
Hongerstaking
Galina is ervan overtuigd dat haar zoon onschuldig is. Ze heeft het over afgedwongen bekentenissen, manipulaties van de rechter, twijfelachtig bewijsmateriaal.
Er zijn ook moeders die erkennen: ‘Ja, onze kinderen hebben de wet overtreden.’ ‘Maar geef ze dan drie jaar, en geen tien. Geef ze straf, maar pak hun leven niet af,’ aldus Elena, de moeder van Kiryl.
Samen met de juridische adviseurs hadden ze een wetsvoorstel opgesteld om het wetboek van strafrecht te wijzigen. Belangrijkste eis: verlaging van de vonnissen. De parlementariërs die ze met het wetsvoorstel benaderden schudden hun hoofd: ‘We begrijpen het wel, maar er is niets aan te doen.’ Anderen zeggen ronduit: ‘In fatsoenlijke gezinnen laten kinderen zich niet in met drugs.’ Nu worden ook de moeders veroordeeld dat ze hun kinderen hebben opgevoed tot slechte mensen.
Ik vraag naar de vaders: strijden zij ook voor hun zoons?
‘Ze zijn bang,’ zegt Marina. ‘Die van mij zei: “Als vrouwen de straat op gaan krijgen ze een boete. Maar wij worden in elkaar geslagen door de militie.”’
‘Ze moeten geld verdienen,’ voegt Irina eraan toe. Zij werkt op het consultatiebureau voor autistische kinderen, haar man is chauffeur. Elke avond vraagt hij haar met vermoeide stem hoeveel ze nog nodig hebben voor de advocaat. Ze vonden het verstandiger niet allebei met de autoriteiten overhoop te liggen.
‘Maar er is er eentje,’ zegt Elena, ‘een jurist uit Grodno. Hij zit urenlang op internet en zoekt alles uit: wie richt de bedrijfjes op, waar komt het geld vandaan, hoe de banken er geld aan verdienen. We hebben een document met de resultaten van zijn onderzoek, maar helaas zijn de autoriteiten er niet in geïnteresseerd.’
In april 2018 gingen de moeders in hongerstaking. Zeven hongerden in een datsja in de buurt van Kalinkowitsje, in het district Homel, zeven bij Poechowitsje onder Minsk. ‘Ze gaven ons geen vergunning om te protesteren in de stad, maar in mijn datsja, wie zal het ons verbieden?’ zegt Elena.
De grond was nog koud: ze namen warme slaapzakken mee, zetten tenten op.
Om iets te doen te hebben, pootten ze de eerste dag aardappelen. Er zoemde iets boven hun hoofd. Een drone, de KGB? Elena haalde haar schouders op en groef verder in haar tuintje.
Er kwamen journalisten, vertegenwoordigers van ngo’s. ‘Ik werd gedwongen om de keuken uit te komen en oppositielid te worden,’ zei een moeder in Poechowitsje tegen het tv-kanaal Belsat.
‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking’
Het huisje van Elena is het laatste huis van het dorp, verder zijn er alleen velden en weilanden, er is geen mens te zien. Als iedereen weer weg is, praten de moeders over hun kinderen, dan is het gemakkelijker de honger te vergeten.
Op de tiende dag valt Loedmila flauw, de oudste van allemaal (64 jaar). Ze geven haar water met honing, dat helpt een beetje, maar dan beginnen de problemen met haar hart, dat verschrikkelijk tekeergaat in haar borst.
‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking.’
Bij Poechowitsje blijven er nog zes hongerstaaksters over; ze zeggen steeds minder, ze gaan steeds meer op het gras liggen. Ze hebben last van duizelingen, misselijkheid en problemen met hun nieren.
Op de veertiende dag gaat de telefoon: ze bellen van het kabinet van de president, dat ze bereid zijn om te praten. De groep uit Kalinkowitsje krijgt een onderhoud; Natalja Katsjanowa, chef van het kabinet van Loekasjenka, ontvangt de moeders. Ze belooft hun dat er nog dit jaar over project Moeders 328 zal worden gedebatteerd in het parlement.
‘Ze hebben ons voorgelogen,’ zegt Elena. ‘Alleen om ervoor te zorgen dat we onze hongerstaking beëindigden.’
Roosjes van crème
Op kerstavond is Galina naar de kerk gegaan, ze heeft de tafel gedekt. Dit was al het vierde jaar dat ze met Wiktor Wladimirowicz tegen de lege stoel van Maksim aankeek. Bij het laatste bezoek heeft ze iets raars aan hem gemerkt, zegt ze terwijl ze haar tranen wegslikt. Maksim zat achter het glas en krabde zich aan zijn bovenbenen, heel mechanisch, keer op keer. Zijn ogen waren heel onrustig, alsof hij iets zocht. ‘Jongen, wat is er toch met je?’ vroeg ik. ‘Toen pas drong het tot hem door, hield hij op met krabben en keek hij me met zo’n verwonderde blik aan. Ik ben bang dat hij psychisch al erg veranderd is.’
Julia organiseerde een feestje voor Emils achttiende verjaardag: er was taart met roosjes van crème, champagne, er kwamen vrienden, familie. De kaarsjes bliezen ze met z’n drieën uit: zij, haar zus Emila en zijn vriendin Palina. Ze stuurden hem in de strafkolonie een foto met de tekst: ‘We wachten op je’.
Wanneer we afscheid nemen, krijgen ze net bericht: in de strafkolonie heeft een meisje van zestien dat op grond van artikel 328 was veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, zelfmoord gepleegd.
Najla Bouden, de eerste vrouwelijke minister-president van Tunesië
De 63-jarige Najla Bouden heeft op woensdag 29 september van de Tunesische president Kais Saied de opdracht gekregen om zo snel mogelijk de regering te vormen. Het land zat al een tijdje zonder regeringsleider. President Saied had op 25 juli de voormalige minister-president ontslagen, alvorens het parlement te bevriezen en de rechterlijke macht over te nemen.
Het Tunesische online radiostation Shemsfm meldt dat er een video is gepubliceerd op de Facebook-pagina van het presidentschap. Daarin zegt Kais Saied: ‘Wij zullen samenwerken in de strijd tegen de corruptie en de chaos die de verschillende instellingen hebben geteisterd.’
‘Najla Bouden is de eerste Tunesische en Arabische vrouw is die een regering leidt‘
Het is het ‘einde van een gespannen periode die meer dan twee maanden heeft geduurd’, merkt de Tunesische nieuwssite Leaders op.
Zij zal ‘de eerste vrouw in de geschiedenis van Tunesië zijn die dit ambt [van minister-president] bekleedt‘, citeert Shemsfm de Tunesische president. Het Tunesische onlinemedium Espace Manager merkt zelfs op dat Najla Bouden de ‘eerste Tunesische en Arabische vrouw is die een regering leidt‘.
Maar, zo schrijft Espace Manager, de nieuwe minister-president is ‘weinig bekend in de politieke arena’. Bouden is momenteel hoogleraar geografie en werkte voorheen als hoge ambtenaar op het ministerie van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.
De Ecuadoraanse president Guillermo Lasso heeft woensdag de ‘noodtoestand’ afgekondigd in alle gevangenissen van het land, de dag na een ‘bloedbad’ tussen rivaliserende bendes in een gevangenis in Guayaquil, aldus de Ecuadoraanse krant El Comercio. ‘Er zijn 116 doden en bijna 80 gewonden gevallen. Het zijn allemaal gedetineerden‘, zei het staatshoofd op een persconferentie in de stad in het zuidwesten van Ecuador.
Gruwelijke beelden van moordpartijen gaan rond op het internet
‘Om de omstandigheden in de gevangenissen te verbeteren, zal een hervorming worden doorgevoerd om te voldoen aan de internationale normen op het gebied van de mensenrechten, om zo de integriteit van de gedetineerden te beschermen’, aldus het dagblad.
Gruwelijke beelden van moordpartijen gaan rond op het internet. De regering roept burgers op om geen gewelddadige beelden afkomstig uit de gevangenis te delen via sociale media.
Een arts die door corona werd getroffen, zegt dat hij een ‘tweede kans om te leven’ heeft gekregen nadat artsen in India een dubbele longtransplantatie bij hem hebben uitgevoerd, schrijft The National.
Sanath Kumar, anesthesist in een privéziekenhuis in Bangalore, liep het virus op toen hij werkte met ernstig zieke coronapatiënten tijdens de tweede coronagolf in mei. Hij liep ernstige schade aan zijn longen op waardoor zijn zuurstofgehalte snel daalde en hij dringend een transplantatie moest ondergaan. Een team van intensivecare-experts, longartsen en longtransplantatiechirurgen verrichtte in juni de dubbele longtransplantatie, een primeur voor Bangalore.
Kumar is sinds begin september thuis om te herstellen.
Golfsuperster Tiger Woods (45) heeft ‘meerdere verwondingen aan zijn benen’ opgelopen waarvoor hij op dinsdag (23 februari) is geopereerd. In de buurt van Los Angeles raakte zijn auto van de weg en sloeg hij verschillende keren over de kop, meldde de Los Angeles Times. Woods was de enige inzittende en bij het ongeluk waren geen andere betrokkenen.
Volgens The New York Times is Woods buiten levensgevaar. De golfer was bij bewustzijn en in staat om met de hulpsheriffs te praten toen ze arriveerden. Hij gaf zijn naam en leek ‘helder en kalm’, aldus hulpsheriff Carlos Gonzalez, de eerste agent ter plaatse.
Hij had ‘geluk dat hij nog leefde’, aldus sheriff Alex Villanueva van Los Angeles County. Villanueva voegde eraan toe dat Tiger Woods met een ‘hogere snelheid dan normaal’ reed.
Woods was al tijdelijk uit de running door een blessure. Hij was in Los Angeles om te herstellen van een rugoperatie, aldus LA Times. Het is de vraag of de 45-jarige golfer na dit zware ongeluk wéér een comeback kan maken.
Mohamed Bazoum wint presidentsverkiezingen in Niger
Mohamed Bazoum is zojuist met 55,75 procent verkozen tot president van de Republiek Niger, daarop wijzen de voorlopige resultaten van de onafhankelijke nationale verkiezingscommissie die dinsdag zijn bekendgemaakt, meldt de Nigerese website Niamey et les 2 jours. De voormalige minister van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken heeft voormalig president Mahamane Ousmane, die 44,25 procent van de uitgebrachte stemmen kreeg, verslagen.
‘De nieuwe president (…) zal de zware taak hebben te voorzien in de behoeften van de Nigerezen op het gebied van veiligheid en sociale voorzieningen’, aldus de website.
De huidige president Mahamadou Issoufou treedt vrijwillig terug na twee ambtstermijnen van vijf jaar en maakt zo de weg vrij voor de eerste machtsoverdracht tussen verkozen leiders in Niger sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960, schrijft Al Jazeera.
In de eerste verkiezingsronde, gehouden op 27 december, had Bazoum, de rechterhand van Issoufou, iets meer dan 39 procent van de stemmen behaald. Ousmane werd tweede, met bijna 17 procent.
Ousmane werd in 1993 de eerste democratisch verkozen president van het land, maar drie jaar later kam hij door een staatsgreep ten val. Dit was zijn vijfde poging om het presidentschap te bemachtigen sinds de coup.
Het campagneteam van Ousmane beweert dat er op grote schaal fraude is gepleegd, maar hiervoor is nog geen bewijs geleverd, aldus Al Jazeera.
75 doden bij gevangenisrellen in Ecuador
Bij rellen in gevangenissen in Ecuador zijn dinsdag op één dag 75 mensen omgekomen ‘als gevolg van geweld’ en ‘confrontaties tussen rivaliserende bendes’, aldus El Comercio, dat spreekt van een ‘nieuw recordaantal slachtoffers’.
De gevangenisautoriteit (SNAI), die eerder 62 doden had gemeld, maakte ’s avonds bekend dat er ‘nog eens 13 doden’ waren in de gevangenis in de haven van Guayaquil, de tweede stad en economische hoofdstad van het land aan de kust van de Stille Oceaan. ‘Er wordt nagegaan wat er in de gevangenissen is gebeurd (…)’ en ‘buiten bewaakt een militaire eenheid de veiligheid’, aldus de krant.
Intussen heeft president Lenín Moreno zich via zijn officiële account over de kwestie uitgesproken, meldt de Ecuadoraanse krant El Universo, en aangekondigd dat hij het ministerie van Defensie streng laat controleren wie de gevangenissen in en uit gaat om zo alle wapens te onderscheppen.
A consecuencia de los violentos amotinamientos suscitados el día de hoy entre bandas delincuenciales en tres cárceles del país, he dispuesto a @DefensaEc ejercer un estricto control de armas, municiones y explosivos en los perímetros exteriores de los centros penitenciarios.
Volgens de directeur van SNAI zijn de massale gewelddadige acties het gevolg van de moord op de leider van de bende Los Choneros, een van de grootste criminele organisaties van Ecuador, in december vorig jaar, schrijft El Universo.
Hoe moet het nu verder in Myanmar?
Drie weken na de militaire staatsgreep gaan de straatprotesten in Myanmar onverminderd door. Maandag (22 februari) vond de grootste tot nu toe plaats, met miljoenen mensen die de straat opgingen tijdens een algehele staking. Geconfronteerd met deze impasse presenteert het weekblad Frontier Myanmar de twee opties die de generaals hebben.
Volgens Frontier Myanmarhadden de Myanmarezen al geen hoge pet van het leger: ‘De vele jaren onder militair bewind [van 1962 tot 2011] waren zwaar voor het volk. Het economische wanbeleid van het leger is verwoestend geweest, en (…) het was niet in staat om de openbare voorzieningen – zoals onderwijs en gezondheidszorg – op het niveau te krijgen dat een land nodig heeft om te functioneren en op te bloeien.’
Deze afkeer voor de militairen had de Tatmadaw [het Myanmarese leger] onderschat, aldus Frontier Myanmar. ‘In ieder geval hadden de militairen deze reactie van het volk op de staatsgreep zeker niet verwacht’, aldus de analyse van het Myanmarese weekblad, die onder pseudoniem is geschreven.
‘De staatsgreep en alles wat daaruit zou voortvloeien zou hoe dan ook bedorven zijn, als een vergiftigde vrucht’
‘Miljoenen mensen in het hele land sloten zich aan bij de protesten, waaronder studenten, artsen, ambtenaren en zelfs een paar politieagenten die belast waren met het onderdrukken van de demonstranten’, gaat het artikel verder. Het brede verzet laat de generaals twee opties.
De eerste optie is een onveranderde harde koers. Maar daarvoor zou een hoge prijs betaald moeten worden, aangezien het leger ‘de repressie van zijn tegenstanders zou moeten opvoeren, zonder garantie op succes. De staatsgreep en alles wat daaruit zou voortvloeien zou hoe dan ook bedorven zijn, als een vergiftigde vrucht.’ Zowel de binnenlandse als buitenlandse druk zou dan toenemen, aldus het Myanmarese tijdschrift.
De tweede optie, schrijft Frontier Myanmar zou zijn dat het leger ‘zijn verplichtingen tegenover het Myanmarese volk nakomt door te streven naar een vreedzame oplossing met alle legitieme actoren, in het bijzonder het comité dat de Pyidaungsu Hluttaw [het Myanmarese Parlement] vertegenwoordigt’. In dit comité heeft, naast enkele partijen die minderheidsgroepen vertegenwoordigen, ook de Nationale Liga voor Democratie [de partij van voormalig regeringsleider Aung San Suu Kyi, die sinds de staatsgreep vastzit] zitting. De verwachting is dat meer partijen zich zullen aansluiten.
‘Hervormingen zijn ook nodig om te zorgen voor een betere vertegenwoordiging van etnische minderheden’
Deze oplossing zou betekenen dat de huidige grondwet radicaal moet worden veranderd: ‘Hervormingen zijn ook nodig om te zorgen voor een betere vertegenwoordiging van etnische minderheden. Alle gewapende organisaties, ook de Tatmadaw, zouden onder het gezag van gekozen burgers moeten staan’, stelt het weekblad.
‘Toegegeven, deze optie lijkt moeilijk uitvoerbaar. Maar het zou het land een kans geven om een betere toekomst op te bouwen’.
‘Het is tijd om aan de onderhandelingstafel te gaan zitten’, dringt het blad aan. ‘Hoe kunnen de leiders deze periode in de geschiedenis anders rechtvaardigen – voor zichzelf, voor hun gezinnen, en voor hun eigen gelederen?’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.