Tag: geweld

  • Controverse: ‘Beleid Israël is staatsterreur’

    Controverse: ‘Beleid Israël is staatsterreur’

    Sinds het aantreden van de meest rechtse regering in de geschiedenis van Israël, is het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen opgelaaid. Opmerkelijk gebruiken beide partijen hetzelfde argument om hun gewelddadigheden te rechtvaardigen: zelfverdediging.

    Volgens Richard Silverstein, zelf joods maar zeer kritisch op het Israëlische beleid, moet het aanhoudende geweld door Israël als terreur worden gezien en moet het land dan ook de status ‘terroristisch’ krijgen. ‘Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme’, schrijft hij.

    Volgens Orly Goldschmidt, woordvoerder van de Israëlische ambassade in het Verenigd Koninkrijk, moet Israël zich wel verdedigen tegen de Palestijnse terreur. Zonder het antiterrorisme-apparaat van Israël ‘zou het totaal van vijfduizend [terreurslachtoffers] naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten’, schrijft hij.

    Lees hieronder hun betogen:

    Waarom Israël als terroristische staat aangemerkt moet worden

    Sinds de Nakba [de gedwongen emigratie van Arabische Palestijnen uit het Israëlisch grondgebied in 1947-1949, de tijd waarin de staat Israël ontstond] heeft Israël de Palestijnen onderdrukt met staatsterreur die goedgepraat werd als ‘zelfverdediging’, terwijl Palestijnen die zich verzetten weggezet worden als terroristen. Het geweld dat Israël gepleegd heeft op de Al-Aqsamoskee laat echter de waarheid zien, schrijft Richard Silverstein. 

    In mei 2021 leidde de onderdrukking van de islamitische eredienst in de Al-Aqsamoskee door Israël tot woede en verzet bij de Palestijnen. Vorig jaar april lokte de Likoed-regering tijdens de ramadan rellen uit in Oost-Jeruzalem door gelovigen de toegang tot de Damascuspoort te weigeren, waar zij na het gebed altijd bijeenkwamen voor de sociale contacten. De Israëlische grenspolitie, berucht om haar wreedheid, reageerde met een uitbarsting van geweld.

    De woede van de Palestijnen sloeg al snel over naar alle Palestijnse gemeenschappen in Israël. Zo’n nationaal verzet was nog niet eerder voorgekomen in de geschiedenis van dit conflict dat, op een paar zeldzame momenten na, beperkt is gebleven tot de bezette gebieden.

    Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking

    De Israëlische joden werden gealarmeerd. De ultrarechtse bendes van de Kahanisten begonnen sociale media in te zetten om groeperingen te organiseren die voor eigen rechter speelden. Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking.

    Hamas reageerde, in zijn rol als beschermer van de heilige islamitische plaatsen in Jeruzalem, door raketten op Israël af te vuren. Daarop lanceerde Israël een grootscheepse luchtaanval die elf dagen duurde en 250 slachtoffers maakte, van wie de meesten vrouwen en kinderen waren.

    Dit jaar is de ramadan hard op weg om op net zo’n vechtpartij uit te lopen. Na vier Palestijnse terreuraanslagen binnen twee weken, waarbij elf Israëliërs omkwamen, zijn duizenden Israëlische troepen de Palestijnse dorpen binnengedrongen. Daarbij werden honderden gearresteerd en zijn bijna twintig mensen om het leven gekomen.

    Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar

    De reactie van de Israëlische grenspolitie, die op een dag in april 2022 vroeg in de morgen vijfhonderd kolonisten overbracht naar de binnenplaats recht tegenover de Al-Aqsamoskee, was nog schadelijker voor de stabiliteit van het land. De kolonisten stonden onder leiding van Itamar Ben Gvir, de meest gehate extremist van de Knesset [het Israëlisch parlement]. De aanval stond gepland voor de vroege morgen, het moment waarop gelovigen samenkwamen voor het dagelijks gebed. De politie viel het heiligdom binnen en gebruikte flitsgranaten, traangas en knuppels om de moskee onder controle te krijgen en iedere vorm van verzet de kop in te drukken. Bijna vierhonderd mensen werden gearresteerd en honderdvijftig raakten gewond.

    Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar. Uit de geschiedenis blijkt dat de ijver van twee groepen gelovigen die tegen elkaar strijden snel kan escaleren.

    De traditionele internationale reactie op gewapend Palestijns verzet was onvoorwaardelijke veroordeling ervan, terwijl men sympathie had voor de daden van Israël, dat handelde uit ‘zelfverdediging’. Maar de wereld begint de opruiing door de Israëliërs steeds meer te zien als een primaire aanstichter van het geweld.

    Lees ook:

    Nu de kritiek op de Israëlische agressie toeneemt, is het tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme.

    Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme. Het Palestijnse geweld is dus niet langer het werk van ‘terroristen’, zoals Israël hen heeft bestempeld, maar een legitieme politieke reactie op de Israëlische apartheid en het massale geweld, waaronder de moord op tienduizenden Palestijnen sinds de oprichting van de staat in 1948.

    Het is tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme

    Ter ondersteuning van dit standpunt heeft Israël sinds zijn oprichting terreur gebruikt om de Palestijnen te controleren, te overheersen en te onderdrukken. Zelfs vóór de oprichting van de staat riep David Ben Goerion al vaak ertoe op de ‘Arabieren’ uit Palestina te verdrijven om te zorgen voor een natie waar een Joodse meerderheid het voor het zeggen zou hebben.

    De Joodse terreurmilities waren rivalen van het zionistische Yishuv-bestuur. Zij toonden hun minachting door terreuraanslagen te plegen om zo duidelijk te maken dat de Joden de overmacht hadden. Bij een van hun gezamenlijke militie-operaties in april 1948, die geleid werd door de toekomstige premier Menahem Begin en Yitzhak Shamir, werd het dorp Deir Yassin verwoest, waarbij honderd doden vielen, waaronder vrouwen en kinderen.

    Joodse schutters onder leiding van Shamir vermoordden graaf Folke von Bernadotte, een VN-vredesonderhandelaar, omdat hij een territoriaal compromis voorstelde dat nadelig was voor de Joodse belangen. Tenslotte bombardeerden de troepen van Begin, als de meest gruwelijke terreurdaad van allemaal, het King David Hotel, het hoofdkwartier van het Britse Mandaatbestuur, waarbij meer dan negentig slachtoffers vielen.

    Hoewel de Joodse ondergrondse terroristische beweging het meeste geweld gebruikte, deed de Yishuv dat nog systematischer: Plan Dalet verdreef een miljoen Palestijnen uit hun huizen in Gaza en voerde ze weg naar Syrië in ballingschap door ze als vluchtelingen in kampen op te sluiten. De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur.

    De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur

    In het licht van deze geschiedenis moet het huidige Israëlische beleid opnieuw onder de loep worden genomen: de herhaalde aanvallen op Gaza (2009, 2014, 2021) die de dood van duizenden en de vernietiging van tienduizenden huizen tot gevolg hadden, moeten ook worden gezien als terreurdaden. In 2018 stonden Israëlische sluipschutters oog in oog met tienduizenden vreedzame demonstranten tijdens de Grote Mars van de Terugkeer. Ze maaiden hen zonder pardon neer, alsof het niets was. Honderden ongewapende demonstranten werden vermoord en duizenden werden voor het leven verminkt.

    Het inpikken van Palestijns land, de ontworteling van hele gemeenschappen, de onderdrukking van religieuze erediensten, de eindeloze cycli van gewelddadige invallen in huizen in het holst van de nacht, de arrestatie van duizenden mensen, waaronder kinderen: al die gebeurtenissen moeten worden gezien als nog meer gewelddadigheden van de staat.

    Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen. Hoe gruwelijk het aantal doden ook is, het gaat om eenmansaanvallen of gewelddaden met een beperkte impact.

    Het terrorisme van Israël daarentegen is een alomvattend beleid waarbij alle macht van het veiligheidsapparaat wordt ingezet ten behoeve van het staatsbelang. Het houdt veel meer in dan een schutter die door een straat in Tel Aviv rent. Het omvat een complete nationale politiemacht die wordt ingezet tegen aanhangers van een enkele religie. Het omvat honderden grenspolitieagenten die een heilige plaats bezoedelen door er een slagveld van te maken; en dat alles ten behoeve van messiaanse joden die de heilige plaatsen van de moslims willen vernietigen om de joodse tempel te herbouwen.

    Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen

    Het Internationaal Strafhof deelt veel van deze zorgen en heeft een onderzoek ingesteld naar mogelijke Israëlische oorlogsmisdaden. Dit garandeert niet dat het Israël schuldig zal bevinden. Maar voor een juiste beoordeling is het van cruciaal belang dat ons begrip van het Israëlische beleid wordt veranderd. Dit beleid is niet alleen onrechtvaardig. Zelfs de term apartheid, hoe juist die definitie ook is, doet geen recht aan de zeventig jaar waarin Israël systematisch Palestijnse rechten onderdrukt. Het is eenvoudigweg een alomvattend beleid van staatsterreur.

    Tegenwoordig ziet de wereld een verband tussen de Russische invasie in Oekraïne, de doelbewuste aanvallen op burgerdoelen, de uitroeiing van de hele stad Marioepol en de executie van vastgebonden burgers enerzijds en de wreedheden van de nazi-Wehrmacht en de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog anderzijds. De wereld schreeuwt nu om verantwoording, eist dat Poetin en zijn generaals worden berecht voor oorlogsmisdaden.

    Het terrorisme van Israël heeft veel langer geduurd en meer slachtoffers gemaakt dan dat van Rusland. Als we moreel consequent willen zijn, dan moeten de misdaden van de Israëlische staat hetzelfde worden behandeld als de misdaden van Rusland. De wereld kan niet langer aanvaarden dat Israël zich als slachtoffer of zelfverdediger beroept op zijn misdadig gedrag.

    Terrorisme in de Israëlische context moet opnieuw worden gedefinieerd. De eeuwigdurende oorlogszuchtige verhouding van Israël tot zijn buren aan de frontlinie (Syrië, Libanon, Iran, enz.) en de Palestijnen destabiliseert de regio en schendt het internationaal recht. De wereld mag Israël niet langer het voordeel van de twijfel geven. Zij moet al die argumenten waarmee ze massaal geweld goedpraat verwerpen. We moeten Israël noemen zoals het is: een terreurstaat.

    Richard SilversteinThe New Arab

    Lees ook:


    De staat Israël moet zichzelf verdedigen tegen Palestijnse terreur

    Ik ben bang dat het totale dodental nog heel wat meer nullen zou tellen als Israël niet over een anti-terrorismeapparaat zou beschikken.

    Het artikel van Jalal Abukhater van 7 februari, dat gepubliceerd werd enkele dagen nadat een Palestijnse terrorist op de herdenkingsdag van de Holocaust zeven onschuldige mensen vermoordde in een synagoge in Jeruzalem, onderwaardeert het leven van Israëliërs.

    Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn. Dat is precies de reden waarom dit artikel ingaat op een probleem dat in de bredere discussie over dit onderwerp speelt: de ontkenning en de weigering om te erkennen dat Israëliërs lijden.

    Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn

    In 2022 werden Israëliërs getroffen door ruim vijfduizend Palestijnse terreuraanslagen; onschuldige mannen, vrouwen en kinderen werden op de straten van Israël doodgereden, doodgestoken of doodgeschoten, of ze kwamen door bombardementen om het leven. Zo is het leven op de grond.

    Op 10 februari reed een Palestijn bijvoorbeeld met zijn auto in op een overvolle bushalte, met drie doden tot gevolg, waaronder twee broers van zes en acht jaar oud. Stel je eens voor dat jij of je dierbaren het slachtoffer worden van zo’n weerzinwekkende terreuraanslag terwijl je op weg bent naar je werk. Dit is precies de reden waarom Israël beschikt over een anti-terrorismeapparaat: als het land dat niet had, zou het totaal van vijfduizend naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten.

    Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen

    Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen. Zo heeft het land in 1993, 2000, 2008 en 2014 geprobeerd om vredesakkoorden te sluiten en streven we nog altijd de vrede na. Geweld is echter aan de orde van de dag. Deze maand nog pleegden drie Palestijnse tieners drie terreuraanslagen op Israëlische burgers.

    Deze aanslag staat niet op zichzelf. Helaas krijgen mensen in de Palestijnse samenleving de afkeer van Israël met de paplepel ingegoten. Schoolboeken, sociale media en het beleid van de Palestijnse Autoriteit zijn allemaal toegespitst op geweld tegen onschuldige Israëliërs. Ik hoop dat er vrede zal komen. Om dat te bereiken, zullen de Palestijnse leiders moeten erkennen dat er een eind moet komen aan het opruien van de bevolking en het geweld.

    Orly GoldschmidtThe Guardian

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/netanyahu-houdt-zichzelf-voor-de-gek-als-hij-denkt-dat-hij-de-extreemrechtse-meute-kan-temmen/
  • Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Het Brusselse stadsdeel Molenbeek wordt beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Maar de Molenbekenaars zijn niet allemaal aanslagplegers en willen het ook graag eens over iets anders hebben. Theatermaker Ben Hamidou geeft hun een stem.

    Othello hoeft niet te doden. Othello heeft de keuze. Hij is aan relatietherapie begonnen, samen met zijn geliefde Desdemona, om zijn jaloezie onder controle te krijgen. In lange discussies met vrienden en bekenden heeft hij geleerd om zijn rol in het stuk te bevragen: is hij, als zwarte man in een witte samenleving, voorbestemd om te doden? Hij kan nu zelfs van gender wisselen. En zo houdt hij Desdemona aan het einde weliswaar bevend van jaloezie en haat met beide handen bij haar keel vast, het lukt hem op het laatste moment toch om haar los te laten. Applaus, bravo’s, algemene ontroering in de theaterzaal. Ben Hamidou staat applaudiserend naast het podium, terzijde, en toch in het middelpunt. Hij straalt.

    In het kort

    • Theatermaker Ben Hamidou is opgegroeid in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject.

    • Volgens schattingen heeft ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels.

    • De Marokkaanse gemeenschap wordt buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Ben Hamidou is zesenvijftig jaar, film- en tv-acteur, komediant, theatermaker, opgegroeid in Molenbeek. Hij heeft het stuk ingestudeerd met een stuk of twaalf jonge vrouwen en mannen uit de wijk. Het heet ‘À peu près Othello d’ à peu près Shakespeare’, ‘Ongeveer Othello, van ongeveer Shakespeare’, en is vooral gericht tegen racisme en femicide. Hamidous hele artistieke carrière is geworteld in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject. Door de pandemie hebben de repetities voor de uitvoering van Othello vertraging opgelopen; twee jaar lang hebben ze eraan gewerkt. Nu gunt hij het slotapplaus aan de jongelui. Iedereen op de volle tribune in het sociaal-cultureel centrum van Molenbeek – ouders, grootouders, broers en zusters, bekenden, mensen uit de wijk – is ontroerd en ook hij vindt het moeilijk om het droog te houden. Pas helemaal op het laatst komt Hamidou het toneel op en voegt zich bij Anass, Matteo, Lina, Jawad, Jeremy, Steve, Julie, Maya, Jihan en de anderen. Het is een jong, divers gezelschap waarvoor hier geapplaudisseerd wordt: zwart en wit en alle tinten daartussenin, typisch Molenbeek met zijn 100.000 inwoners en honderden nationaliteiten. Samen buigen ze voor het laatste open doekje, met achter hen het omgewoelde huwelijksbed van Othello en Desdemona, een liefdesnest, niet bevlekt door dodelijk geweld.

    Zo mooi kan het zijn in ‘Molem’, zoals ze hun wijk hier noemen. Maar ook heel anders.

    In België wordt Molenbeek gebruikt als een politiek begrip, het Brusselse stadsdeel wordt door velen beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Toen Marokko tijdens het WK voetbal won van België trokken jonge moslims de binnenstad in en schopten rellen. Er brandden auto’s, ruiten van politie- en brandweerauto’s gingen aan diggelen, straatmeubilair werd vernield. Zulke uitbarstingen van haat tegen de Belgische samenleving en van vernielzucht maakt Brussel keer op keer mee. En hoewel de woedende jongeren niets te maken hebben met islamistische terroristen, roepen ze toch herinneringen op aan Molenbeeks donkerste momenten.

    Broeinest van terreur

    Sinds een paar weken loopt het proces over de terreuraanslagen van 22 maart 2016 in Brussel. Er kwamen toen 32 mensen om het leven. De aanslag werd gepleegd door dezelfde terreurcel die op 13 november 2015 in Parijs toesloeg. In de beklaagdenbank zitten mannen als Salah Abdeslam en Mohamed Abrini, opgegroeid in Molenbeek, tot het laatst toe geholpen door vrienden uit Molenbeek. De krantenkoppen over Molenbeek als broeinest van terreur gingen de wereld over. De inwoners werden heen en weer geslingerd tussen schuldgevoel en koppigheid. Hoe meer ze van Molem houden, hoe meer ze er ook onder lijden.

    Nee, zegt Ben Hamidou als hij ons uitnodigt een rondgang door Molenbeek te maken, hij gaat het niet over terrorisme hebben. Hij wil de mooie kanten van de wijk laten zien. Op het eerste gezicht wekt die de indruk een buurt in Rabat te zijn: mannen in theehuizen, gesluierde vrouwen op de markt, de koran in de etalages van boekhandels. Maar ook studenten bepalen het beeld; zij vinden hier betaalbare woonruimte. Toch verrijzen op de braakliggende industrieterreinen langs het kanaal al luxewoningen; de laatste tijd klinken er protesten tegen gentrificatie.

    Voor hem als kind was het je reinste paradijs, zegt Ben Hamidou, terwijl hij midden in de winkelstraat Chaussée de Gand, tussen supermarkt Tanger en bakkerij Hassan een keer om zijn as draait. Het is zijn podium.

    Hij kwam halverwege de jaren zestig met zijn familie naar hier. België wierf arbeidskrachten in Noord-Afrika. Zijn ouders zijn van Marokkaanse origine, maar woonden in Algerije. Ze spraken vloeiend Frans. Zulke mensen wilden ze graag hebben, vooral in Molenbeek, dat indertijd het centrum was van de industriële bloei in België. De wijk ligt langs het kanaal van Brussel. Vanuit het zuiden, uit Wallonië, werden via het kanaal kolen aangevoerd; richting Noordzee vonden de waren hun weg naar de wereld. Ben Hamidou loopt nu La Fonderie binnen. Deze voormalige gieterij is het symbool van Molenbeeks bloeitijd, en is inmiddels omgetoverd tot een industriemuseum. Hier vind je Sultan de leeuw, een pleisteren gietmodel voor de vervaardiging van een bronzen beeld – mogelijk het beroemdste exportproduct uit Molenbeek. 

    Berberleeuw

    Hij is gemaakt naar voorbeeld van een berberleeuw die aan het begin van de negentiende eeuw de bezoekers van de dierentuin in de Bronx fascineerde. Daar siert het bronzen beeld tot op heden de toegangspoort, samen met twintig andere dierenbeelden die in Molenbeek werden gegoten. Ook de jonge Lincoln begon als bronzen beeld in Molenbeek zijn reis naar de VS.  Zelfs de Belgische koning Leopold II ligt als model nog ergens in het bakstenen gebouw. Hij ging de geschiedenis in als schepper van het moderne België – en als een meedogenloze kolonialist, wiens honger naar rubber en ivoor volgens schattingen van historici 10 miljoen mensen het leven  heeft gekost.  

    Ben Hamidou was als kind al bekend in Molenbeek, als begeleider van zijn grootmoeder, een getatoeëerde Berbervrouw. Ze werd ‘Geronimo’ genoemd omdat ze eruitzag als een Apache-krijger. ‘Stel je voor,’ zegt Hamidou, ‘je bent tien jaar oud en loopt met Geronimo over het schoolplein.’ Wat kon hij anders worden dan een podiumbeest?

    Een paar jongemannen hebben met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam bezorgd

    Hamidou heeft een monument voor zijn grootmoeder opgericht in de vorm van het soloprogramma Sainte Fatima van Molem, dat hij voor het eerst opvoerde in 2010 in Molenbeek. Daarin schetst hij het beeld van een immigrantengemeenschap die met grote nieuwsgierigheid en de beste bedoelingen toenadering zoekt tot de Belgische samenleving. Hamidou werd ervoor geprezen in Molenbeek.

    Ben Hamidou YouTube
    Film- en tv-acteur, komediant, theatermaker Ben Hamidou. – © YouTube

    In 2016, een paar maanden na de aanslagen in Parijs en Brussel, werd Hamidou in Molenbeek ineens geboycot. Met een collega bracht hij Les enfants de Dom Juan, de kinderen van Don Juan, op de planken. Hamidou, de voorbeeldige Belgische moslim, maakt zich vertrouwd met de ongelovige losbol Don Juan. Het is een kleine liefdesgeschiedenis, een voorzichtige provocatie voor de moslimgemeente en hun waarden. Maar in Molenbeek werden affiches verscheurd en uitvoeringen afgelast wegens gebrek aan belangstelling. Na de aanslagen betreurde Hamidou het ‘communitarisme’ in Molenbeek, de terugtrekking van de moslimgemeenschap in zichzelf en in haar religie. Molenbeek zou een ghetto zijn geworden. Hij noemde de situatie een ‘catastrofe’.

    Nee, zegt Ben Hamidou dus nog eens, geen woord over terrorisme, wat zou hij ook moeten zeggen, behalve dat een paar jongemannen met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam hebben bezorgd. De gemeenschap is nog steeds getraumatiseerd door de storm in de media, die toen op iedere straathoek een jihadist vermoedden. Nog steeds wordt iedereen die op straat een camera tevoorschijn haalt om een foto te maken wantrouwig bekeken. Hamidou wil in geen geval als kroongetuige tegen zijn wijk optreden. Hij wil zijn kunst laten spreken. Ooit, zegt hij, heeft hij getrouwde moslimvrouwen samen laten optreden in een stuk, dat was een heel bijzonder avontuur geweest, vooral voor hun echtgenoten.

    Horrorverhaal

    Maar natuurlijk is het onmogelijk om bij een rondgang door Molenbeek niet te praten over terrorisme. Op het Place communale, het plein voor het gemeentehuis, sta je midden in het horrorverhaal. ‘Daar,’ wijst Ben Hamidou, ‘is Salah Abdeslam opgegroeid.’

    Salahs broer Brahim blies zich op 13 november 2015 namens de Islamitische Staat op bij de aanslagen in Parijs. Salah besloot op het laatste moment anders. Hij vluchtte terug naar Brussel. In de Vierwindenstraat, slechts een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis, werd hij op 18 maart 2016 door de politie opgepakt in een kelder waar hij zich verstopte. Ben Hamidou herinnert zich die middag nog goed. Hij voerde in de buurt een stuk op met een theatergroep. Ze schrokken allemaal toen er schoten vielen.

    14119424629 1c9f5e3830 o kopie 2
    Molenbeek is meer dan alleen het proces over de aanslagen. – © Flickr

    Vier dagen later stierven er in Brussel 32 mensen bij zelfmoordaanslagen in het metrostation Maalbeek en op de luchthaven Zaventem. Salah Abdeslam had meegewerkt aan de voorbereiding daarvan. Daarom zit hij, terug uit Parijs, waar hij al tot levenslang werd veroordeeld, nu in Brussel in de beklaagdenbank. Naast hem zit zijn schoolvriend Mohamed Abrini, die opgroeide in de Graaf van Vlaanderenstraat, hier om de hoek. Hij zou zich op de luchthaven opblazen, maar maakte rechtsomkeert.

    Veel van hun strijdmakkers uit Molenbeek zitten in de gevangenis, velen zijn omgekomen. Bijvoorbeeld Abdelhamid Abaaoud, die als IS-strijder in Syrië gedode vijanden met een jeep door de woestijn sleepte. Op 13 november 2015 ging hij in Parijs met een kalasjnikov op mensenjacht en blies zich enkele dagen later op na een vuurgevecht met de politie. Zijn ouderlijk huis staat op vijf minuten lopen van het gemeenteplein, in de Darimonstraat.

    Het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden

    Het waren maar een paar mannen, het is meer dan zes jaar geleden, en velen vragen zich hier af: wat heeft dat nog met ons te maken? Natuurlijk willen veel mensen de gebeurtenissen verdringen en vergeten. Maar het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden.

    Een van de tweeëndertig slachtoffers van 22 maart 2016 in Brussel heette Loubna Lafquiri.  Zij was 34 jaar oud en woonde in Molenbeek. Haar echtgenoot Mohamed El Bachiri groeide op in Molenbeek en woont hier nog steeds. Als hem naar zijn identiteit gevraagd wordt, zegt hij: ‘Ik ben een product van Molenbeek.’

    Halfuur te laat

    El Bachiri, 42 jaar, heeft als ontmoetingsplek een café voorgesteld aan het kanaal dat het toeristische centrum van Brussel van Molenbeek scheidt. Hij komt een halfuur te laat. Een kaal voorhoofd, zorgvuldig getrimde baard, witte coltrui. Een uiterst vriendelijke man. Hij verontschuldigt zich: hij moest nog met een lerares spreken, zijn middelste zoon zorgt voor problemen op school. Hij heeft drie zonen, van zestien, veertien en acht jaar oud. Sinds 22 maart 2016 voedt hij ze alleen op. El Bachiri werkte toen als metrobestuurder. Die dag had hij vrij en was thuis. Zijn echtgenote Loubna Lafquiri, een gymlerares, was met de metro onderweg naar haar werk. Ze stond vlak naast de zelfmoordterrorist. Duizenden mensen kwamen naar de rouwplechtigheid, Loubna Lafquiri was bekend als een moderne moslima en pedagoge die jonge vrouwen wilde helpen een zelfstandig leven te leiden. 

    Mohamed El Bachiri heeft een boek geschreven over de tragedie van zijn leven: Jihad van liefde. Er werden ruim honderdduizend exemplaren van verkocht en het werd in 2019 onderscheiden met de Konstanzer Konzilspreis. Hij heeft zijn woede in liefde veranderd, zegt hij, en er is veel wat hij de verdachten uit het boek zou kunnen voorlezen. Vooral dat haat niet thuishoort in de religie. Hij zou als civiele partij als getuige kunnen optreden, maar dat durft hij niet. 

    Slachtoffers en hun nabestaanden spelen slechts bijrollen in het terreurproces

    Wat er tot dusver in het proces is gebeurd, ervaart hij als theater. De verdachten en hun advocaten hebben voor elkaar gekregen dat de rechtszaal werd verbouwd omdat ze niet in aparte cabines geplaatst wilden worden. Abdeslam en Abrini klagen over het isolement in de gevangenis, over vermeende onmenselijke behandeling bij het transport naar de rechtbank. Ze weigeren verklaringen af te leggen. Tot dusver spelen de slachtoffers en hun nabestaanden slechts bijrollen in het terreurproces.

    In een vitrine voor de balie waarachter de rechters zitten, liggen bewijsmiddelen. Een geweer, een pistool, spuiten die gebruikt werden voor het mengen van de springstof, spijkers en schroeven die door de springstof gemengd werden. De afgerukte handgreep van een bagagekar. Het gedeukte blik van een metrostel.

    Lang merkte men weinig van de verschrikking van de misdaden in deze rechtszaal, die eruitziet als een grote kantoorruimte. Dat veranderde pas toen de officieren van justitie de aanklachten voorlazen en de 32 overleden slachtoffers bij name noemden.

    Loubna Lafquiri, in stukken gereten in het metrostation Maalbeek. Zij was het enige moslimslachtoffer. Haar moeder zat in de rechtszaal toen haar naam werd genoemd.  Daarna heeft ze vier dagen lang gehuild, zegt Mohamed El Bachiri, haar schoonzoon.

    Dat wil hij zichzelf niet aandoen. Hij heeft zijn energie nodig voor zijn kinderen en zijn werk, dat vooral met Molenbeek te maken heeft. Hij houdt voordrachten op scholen en in kerken om te strijden tegen de haat die mensenlevens verwoest.

    Stigmatiseren

    Meteen na de aanslag wilde hij met de kinderen alleen maar weg uit Molenbeek, naar Marokko, het vaderland van zijn ouders. Toch is hij gebleven. ‘Het is mijn gemeenschap, waar ik van houd. Ze mogen niet iedereen stigmatiseren vanwege een paar criminelen,’ zegt hij. Niemand uit de familie van de daders heeft zich bij hem verontschuldigd. ‘Veel mensen schamen zich, ze verstoppen zich,’ zegt hij. ‘Op een andere manier dan ik zijn ook zij slachtoffers van deze daden.’ Maar een jongeman die van Molenbeek naar Syrië was afgereisd om voor IS te vechten, heeft zich wel verontschuldigd. Hij dacht dat hij voor het goede vocht, maar hij had zich vergist.

    Om te verklaren wat er in Molenbeek misgegaan is, vertelt Mohamed El Bachiri het verhaal van zijn jeugd. Dat gaat niet over een hoopvolle generatie migranten zoals die van Ben Hamidou, maar over de industriële neergang die leidde tot werkeloosheid, hopeloosheid en criminaliteit.

    Wie de postcode van het stadsdeel in zijn identiteitsbewijs heeft staan, had het altijd al moeilijk

    Toen hij begon uit te gaan met meisjes van buiten Molenbeek, stelde hij zich aan hun ouders altijd voor als een Siciliaan. Hij noemde zich Antonio en zei dat hij in het stadsdeel Jette woonde. Mohamed, een Marokkaanse moslim uit Molenbeek: dat was niet te verkopen aan potentiële schoonouders. Het was ook onmogelijk om met zijn identiteitsbewijs buiten de grenzen van de wijk een disco binnen te komen. Zodra de portiers het postcodenummer 1080 zagen, zeiden ze dat het hun speet, maar dat de baas geen jongelui uit Molenbeek in zijn zaak wilde hebben. 1080, dat was toen al een code voor vechtersbazen en dieven. 

    YOUTUBEMohamed El Bachiri
    Mohamed El Bachiri werd in 2018 weggepest van de kieslijst voor de gemeenteraad. – © YouTube

    Als men dus nu de moslimgemeenschap in Molenbeek verwijt dat ze zichzelf geïsoleerd heeft, dan was dat een ‘opgedrongen communitarisme’, zegt Mohamed El Bachiri. Hij en zijn vrienden voelden zich buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Monsters

    Het is verre van hem om deze haat te accepteren als verklaring van en rechtvaardiging voor de weg naar de militante islam en het terrorisme. Hij noemt de mensen die zijn vrouw hebben gedood monsters. Maar hij ziet deze haat van het merkteken 1080 nu ook weer bij de jongeren die de straat op gaan om te rellen als Marokko van België wint. Er zijn nu meer maatschappelijk werkers in Molenbeek, de staat houdt de moskeeën strenger in de gaten, maar de jeugdwerkloosheid ligt nog altijd op 30 procent. ‘De jongeren voelen zich niet Belgisch,’ zegt Mohamed El Bachiri, ‘ze voelen zich hier niet thuis. Als dit probleem niet wordt opgelost, riskeert men steeds weer nieuwe drama’s.’

    En ja, ook hij was vurig voor Marokko tijdens de WK-wedstrijd tegen België, zegt hij. ‘Het Marokkaanse deel van mijn identiteit wordt normaal gesproken niet gewaardeerd.’ 

    Mohamed El Bachiri zou bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 op de kieslijst staan van de liberale burgemeesterskandidaat, maar hij werd weggepest door het establishment van de partij, zegt hij.

    Er zijn schattingen volgens welke ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels heeft, maar nog nooit heeft iemand van hen het in de gemeente voor het zeggen gehad. De vrouwelijke burgemeester is de socialiste Catherine Moureaux. Zij heeft het ambt overgenomen van haar vader Philippe, die door velen nu nog verantwoordelijk gehouden wordt voor het drama in Molenbeek. Hij zou te weinig nadruk gelegd hebben op het belang van integratie, waardoor de islamgemeenschap zichzelf isoleerde onder het mom van multiculturaliteit. ‘Als ik door Molenbeek rijd, heb ik niet het gevoel in België te zijn,’ zei een Vlaamse socialist onlangs.

    Ik zit nog heel lang met Mohamed El Bachiri te praten. Hij heeft een bijna kinderlijk plezier in discussiëren en filosoferen. Na de voordelen van de klassiek-Griekse politiek en de dwaalwegen van het salafisme komen we ten slotte nog te spreken over de Franse laïcité. Een gevaarlijk dogma, vindt hij, dat moslims wil dwingen tot assimilatie. De spotprent van de profeet met een bom op zijn hoofd in het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo was volgens hem ‘aanzetten tot haat’, wat natuurlijk geen rechtvaardiging van het geweld is. Twee van de door de jihadisten gedode tekenaars, Charb en Cabu, waren in zijn jeugd zijn helden. ‘Ook zij,’ zegt hij, ‘zijn voor niets gestorven.’

    Dan neemt Mohamed El Bachiri afscheid. Hij gaat via de brug over het kanaal terug naar Molenbeek, zijn thuis, naar zijn drie zonen, uit wier leven hij de haat wil weren. De jongste, heeft hij verteld, houdt van toneel-spelen. Misschien zal hij ooit bij Ben Hamidou terechtkomen, op het podium van het sociaal-cultureel centrum in Molenbeek, met zijn moeder in zijn hart en de rest van de familie in het publiek. Op die magische plek, waar zelfs Othello een keus heeft.

  • ‘Afghanen zijn vernederd, ik ben vernederd’

    ‘Afghanen zijn vernederd, ik ben vernederd’

    Het leven onder de last van onderdrukking, verstikking, tirannie en gebrek aan menselijke en morele waarden is een ramp, schrijft de Afghaanse dichter en vrouwenrechtenactivist Somaia Ramish.

    Vrijheid is altijd trots en gevangenschap is altijd vernederend. Het leven onder de last van onderdrukking, verstikking, tirannie en gebrek aan menselijke en morele waarden is een ramp. Leven in afwezigheid van vrijheid, of op zijn minst van het kunnen oefenen voor vrijheid, geeft niets anders dan frustratie. Op dit moment is er in Afghanistan een volstrekt gebrek aan visie, actie en denken in de richting van vrijheid. Van Afghanistan is niets meer over dan een geografisch gebied dat zo wordt genoemd. Wat op 15 augustus 2021 gebeurde, was de bitterste ervaring van een land dat toch al in de muil van menselijke tirannie en barbaarsheid was gevallen. De omvang van de ramp is enorm en verwoestend.

    Beschaving

    Ik maakte deel uit van een samenleving die ruim twintig jaar lang probeerde na te denken over beschaving, over menselijke waarden en het vorm geven aan burgerrechten. Ik leidde de stichting Moderne Denkers in Herat en was medeoprichter van Radio Shahrzad. Ik stelde me verkiesbaar voor de provinciale burgerraad. Die samenleving werd op 15 augustus 2021 vernederd, de hoop van een generatie die was toe gaan leven naar een betere toekomst werd vernederd. Onze gedachten, onze hoop op gerechtigheid en gelijkheid, onze taal, onze cultuur en onze hele beschaving werden vernederd.

    Afghanistan werd toevertrouwd aan een groepering die verstoken is van waarden. De taliban zijn een gewelddadige, versteende, extreem extreme, achterlijke en onderdrukkende beweging. Uiteindelijk zijn Afghanen vanuit menselijk oogpunt zo vernederd dat zelfs met de mond beleden vijandigheden tegen de taliban vernederend zijn voor Afghanen.

    Als ik aan de taliban denk, is het eerste dat in me opkomt het instorten van de boeddhabeelden

    Als ik aan de taliban denk, is het eerste dat in me opkomt het instorten van de boeddhabeelden. Denk nog eens aan die vernietiging! Of aan de kapotte poort van Ghazna, de vernielde schilderijen van Behzad in Herat, de kapotgemaakte instrumenten van artiesten, de met bloed doordrenkte haat die zangers ten deel viel, de aanval op de citadel van Herat. Weten mensen dat de straatnamen een voor een werden veranderd? Dat de kleur van de kleding van mensen veranderde, dat de angst en schrik op het gezicht van mensen op straat meegroeide met het aantal ongeschoren baarden? Dat ze mijn zus eigenhandig in een hijab staken en zo haar vrouwelijkheid ten grave droegen? Dat zelfs de lijken met stenen werden bekogeld?  

    Ik voelde me vernederd, alle dagen van het afgelopen jaar. 

    Waar ter wereld Afghanen het afgelopen jaar ook waren, ze voelden de vernedering met iedere hap eten in hun kwetsbare botten. Als we bleven, werden we vernederd. Door de voor de ogen van tienermeisjes gesloten poorten van scholen, de ogen van een moeder die haar zoon verloor in de oorlog met de taliban, de media met die zwartbedekte gezichten van vrouwelijke verslaggevers, de bakkerij die niet voor iedereen brood heeft, de straten met achtergebleven bloedvlekken en de anonieme graven van soldaten van het nationale leger.

    Niet langer vrij

    Als we het land verlieten werden we ook vernederd. Grenzen vernederden ons, zeeën, prikkeldraad, half kapotte boten, de grenswachten van Turkije en Iran, de hardvochtige politie van Pakistan, de gesloten poorten van India, migrantenkampen in New Jersey en Washington, afgelegen huizen in Kosovo, wetten, immigratie, vliegtickets, lange rijen voor brood en water, vermoeidheid achter de dichte deuren van ambassades, onbeantwoorde e-mails, de tijd en de lucht waarin we hingen en de aarde die geen plaats voor ons had. Alles in dit afgelopen jaar van ‘Het Heengaan’ was vernederend. 

    Ik ervaar de pijn van verpletterd en vernederd worden, en ik geloof nu dat vernedering alleen maar tot vernietiging kan leiden. De vernietiging van het hart van de Afghaanse samenleving kan niet worden ontkend. De gevolgen van deze onvermijdelijkheid zijn angstaanjagend. In elke uithoek van de wereld zitten we gevangen in ons eigen hart, omdat ons land niet langer vrij is. 

    Schermafbeelding 2022 11 20 om 21.43.25 1
    Een vergadering bij de stichting Moderne Denkers (Naw Andishan). Rechts vooraan: Somaia Ramish. © Elaha Sahel

    Voor mij blijft het woord ‘vrijheid’ een uitzinnige illusie, nu Afghanistan is ondergedompeld in deze brute en zwarte ervaring. Ik denk minder aan vrijheid. Iemand die voor de ogen van de wereld is vernederd heeft nog een lange weg te gaan om weer een essentie in zichzelf te vinden, die te polijsten en de roest te verwijderen die vanuit een andere eeuw naar onze eigen tijd blijkt te zijn gekomen. Ik ben verbitterd en teleurgesteld. Ik ben geworden als een lam dat de dood al voelt voordat het wordt geofferd. Nog bitterder stemt het mij als Afghaanse burger dat het onderwerp genaamd ‘Afghanistan’ in het internationale discours steeds minder interesse wekt, al hebben de etnische en tribale relaties, een dynastieke kijk op interne kwesties en het vermijden van elke vorm van nationalisme ook meegewerkt aan de vernietiging van de Afghaanse vrijheid. Het wantrouwen en de onderlinge onverenigbaarheid van bewegingen tegen de taliban hebben Afghanistan kwetsbaarder en beklagenswaardiger gemaakt. 

    Feit is dat ook wij de val nog steeds niet kunnen reconstrueren

    En helaas zijn wij, het geïsoleerde en over de hele wereld verspreide volk van Afghanistan, nog niet in het reine gekomen met het walgelijke, vernederende en krenkende verhaal van de val. Feit is dat ook wij de val nog steeds niet kunnen reconstrueren. We zijn nog niet ontsnapt aan het verhaal en worden zelf ook heen en weer geslingerd tussen de verhalen die loskomen, de ijzingwekkende en oncontroleerbare verhalen.

    Uit vele relaties is de charme verdwenen en het is alsof het vreedzaam naast elkaar bestaan van nationaliteiten en intellectuele minderheden, het leiden van een fatsoenlijk leven en het denken over vrijheid een jaar later nog meer een illusie zijn geworden.

    Somaia Ramish was vrouwenrechtenactivist in Afghanistan en is dichter en auteur. Na de val van Afghanistan vluchtte ze naar Nederland. Ze woont met haar man en twee kinderen in Rotterdam.

  • Artsen Zonder Grenzen schaalt activiteiten in Haïti verder af

    Artsen Zonder Grenzen schaalt activiteiten in Haïti verder af

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Georgië trekt omstreden ‘Russisch’ wetsvoorstel in na grote protesten

    » Primeur in Zwitserland: eerste gevangene beëindigt leven onder begeleiding

    De organisatie sluit voor de tweede keer dit jaar een ziekenhuis

    Aanhoudend bendegeweld in Haïti heeft ervoor gezorgd dat de internationale hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) voor de tweede keer dit jaar een ziekenhuis sluit, schrijft persbureau AFP. Volgens de organisatie is de situatie rondom het ziekenhuis dermate gevaarlijk dat de veiligheid van ziekenhuispersoneel en patiënten niet gegarandeerd kan worden. Activiteiten van de organisatie bij een medische post in een buitenwijk worden flink teruggeschroefd.

    Haïti wordt al maandenlang geteisterd door bendes die elkaar naar het leven staan en proberen hun territorium uit te breiden. Daarnaast worden er op het eiland grote protesten gehouden door de bevolking, die betere levensomstandigheden eist, en door politieagenten, die het geweld zat zijn.

    In het ziekenhuis dat nu sluit zijn patiënten overleden omdat ze moesten schuilen voor kogels

    In alle opzichten kent het land zware crises. In juli 2021 werd de president van het land, Jovenel Moïse, omgebracht in zijn privéwoning door een groep grotendeels Colombiaanse huurlingen. Daar kwam een zware aardbeving bovenop die het eiland in 2021 trof.

    Hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen trekken ook steeds vaker de stekker uit hun activiteiten. Hoewel AzG zegt actief te blijven in het land, en met name vrouwen en kinderen ondersteunt, worden ziekenhuizen en hulpposten gesloten. Eerder dit jaar werd een patiënt doodgeschoten toen hij net van de eerste hulp kwam. In het ziekenhuis dat nu sluit zijn patiënten overleden omdat ze moesten schuilen voor kogels.

    Lees ook:

  • ‘Breng jezelf in veiligheid’

    ‘Breng jezelf in veiligheid’

    Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.

    ‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.

    Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.

    Forbidden Stories

    Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?

    Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.

    Lastercampagnes

    Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.

    Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.

    Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.

    Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’

    Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.

    De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.

    Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)

    Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.

    Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.

    Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.

    Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.

    Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’

    Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.

    Telegram-kanaal

    Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’

    Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.

    Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.

    Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

    Maria Ressa, 59 (Filipijnen)

    Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.

    Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.

    ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’

    Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’

    Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.

    Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)

    Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.

    Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.

    Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’

    Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.

    Maandenlang

    Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’

    Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?

    Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.

    ANP 425609280
    Politie patrouilleert in Belfast, Noord-Ierland waar reporter Patricia Devlin verschillende doodsbedreigingen heeft ontvangen. – © AFP/Paul Faith

    Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.

    Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.

    Marion Reimers, 37 (Mexico)

    Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.

    Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’

    Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen

    Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’

    Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.

    Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.

    Zwijgen over aanvallen

    Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.

    De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.

    Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.

    Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.

    Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.

    Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.

  • Zeker tien Palestijnen omgekomen bij inval Israëlische leger

    Zeker tien Palestijnen omgekomen bij inval Israëlische leger

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Primeur in VS: stadsbestuur Seattle verbiedt discriminatie op grond van kaste

    » Poetin ontvangt Chinese topdiplomaat en maakt nieuwe afspraken

    De inval vond plaats op de Westelijke Jordaanoever

    Bij een inval door Israëlische militairen in de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever zijn woensdag zeker tien Palestijnen om het leven gekomen. Volgens Al Jazeera gaat het onder meer om een veertienjarige jongen. Ruim honderd mensen zijn gewond geraakt bij de gewelddadigheden.

    De Israëlische operatie was gericht op een huis waar Palestijnse militante strijders zich zouden verschuilen. Er ontstond een vuurgevecht, waarbij drie Palestijnen omkwamen. Vervolgens kwamen er Palestijnen op het tumult af die de Israëlische militairen bestookten met stenen en explosieven. De meeste doden en gewonden vielen door rondvliegende kogels.

    Sinds de nieuwe, zeer nationalistische regering is aangetreden in Israël is het geweld in de Palestijnse gebieden toegenomen. Militaire operaties en invallen komen steeds meer voor, vaak met dodelijk geweld. Zo zijn dit jaar al zestig Palestijnen, waaronder dertien kinderen, vermoord door Israëlische militairen. De aanvallen door Israël worden vaak beantwoord met nieuwe aanslagen door Palestijnse groeperingen.

    Lees ook:

  • Aanvallen in Spaanse kerken, mogelijk terrorisme

    Aanvallen in Spaanse kerken, mogelijk terrorisme

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Google aangeklaagd wegens adverteermonopolie

    » Definitief: VS en Europa sturen tanks naar Oekraïne

    In zeker twee kerken in Zuid-Spanje vonden aanvallen plaats

    Een man heeft in het zuiden van Spanje in verschillende kerken mensen aangevallen met een steekwapen. Volgens Spaanse media, waaronder de krant El Pais, gaat het om een Marokkaanse man die gebruik maakte van een machete. Zeker een van de slachtoffers van zijn steekaanvallen is om het leven gekomen. Het zou gaat om een koster.

    De aanvallen vonden plaats in de havenstad Algeciras, een belangrijke verbindingsstad voor tochten naar Marokko en de exclaves Ceuta en Melilla. De man zou in zeker twee katholieke kerken mensen hebben aangevallen. De Spaanse politie onderzoekt of de dader een terroristisch motief had voor het geweld.

    Naast het dodelijke slachtoffer raakten vier mensen gewond bij de aanvallen. In Algeciras kampt men al lange tijd met problemen door drugs- en mensensmokkel, maar religieus geweld zou, ondanks de verschillende religies in de stad, maar weinig voorkomen.

    Lees ook:

  • 3. Belachelijke beschuldigingen & meer

    3. Belachelijke beschuldigingen & meer

    Belachelijke beschuldigingen

    Wegens het verspreiden van ‘valse informatie’ over het leger riskeert kunstenaar Aleksandra Skotsjilenko tien jaar gevangenisstraf. Het nieuwe gezicht van de Russische dissidenten zit in voorlopige hechtenis. Onlangs verlengd tot april 2023.

    Aleksandra Skotsjilenko is het nieuwe gezicht van de Russische dissidenten. Deze kunstenaar uit Sint-Petersburg had in een supermarkt prijsstickers vervangen door etiketjes met informatie over de oorlog in Oekraïne. Wegens het verspreiden van ‘valse informatie’ over het leger riskeert ze tien jaar gevangenisstraf. Aleksandra (Sasja) Skotsjilenko zit sinds april in voorlopige hechtenis en kampt met duizeligheid, buikpijn en hartproblemen, meldde haar advocaat Jana Nepovinnova op 17 november op Telegram. Hoewel een Russische rechter haar voorlopige hechtenis in september heeft verlengd tot april 2023, moeten de twee vrouwen toch af en toe lachen als ze de aanklacht tegen Sasja doorbladeren, ‘zo belachelijk zijn de beschuldigingen die erin staan’, aldus de advocaat.

    RUSLAND

    ALEKSANDRA SKOTSJILENKO

    Deze Russische musicus en kunstschilder heeft zich in het openbaar tegen de oorlog in Oekraïne gekeerd. Op 31 maart heeft ze in een supermarkt in Sint-Petersburg prijsstickers op producten vervangen door papieren etiketjes met informatie over de Russische invasie in Oekraïne.

    Elf dagen later werd Aleksandra Skotsjilenko aangehouden door de politie en, op grond van een artikel dat pas enkele dagen eerder in het Russische wetboek van strafrecht was opgenomen om critici de mond te snoeren, beschuldigd van het ‘opzettelijk verspreiden van onjuiste informatie over de inzet van de Russische strijdkrachten’. Nu wacht ze onder erbarmelijke omstandigheden haar proces af en riskeert ze tot tien jaar gevangenisstraf.

    WAT EIST AMNESTY?

    Intrekking van alle aanklachten en onmiddellijke invrijheidstelling.

    De 32-jarige Sasja werd op 11 april gearresteerd nadat er – volgens de officiële lezing – een klacht was ingediend door een gepensioneerde vrouw die in dezelfde supermarkt in Sint-Petersburg boodschappen deed als zij. Deze vrouw had papieren etiketjes aangetroffen met informatie over de Russische invasie in Oekraïne die door Sasja op artikelen waren geplakt. Er was informatie op te lezen die bijeen was gesprokkeld door onafhankelijke media in Rusland, zoals het bombarderen van het theater in Marioepol door het Russische leger terwijl zich daar kinderen bevonden, of het aantal Russische soldaten dat sinds het begin van de oorlog gesneuveld was. Deze informatie week inderdaad volstrekt af van het officiële verhaal, en de bejaarde dame was dan ook ‘uiterst verbolgen’. In haar aangifte legde ze uit dat ze sterk meeleefde met het lot van de Russische soldaten in Oekraïne zoals dat door de staatstelevisie werd getoond en dat ze het onverdraaglijk vond om zulke leugens te moeten lezen, aldus Radio Svoboda, de Russische tak van Radio Free Europe/Radio Liberty die door het Amerikaanse Congres wordt gefinancierd.

    Sasja blijft achter haar actie staan en houdt vol dat de informatie die zij heeft doorgegeven niet op leugens berust

    De rechercheurs hoefden alleen artikel 207.3 van het Russische wetboek van strafrecht maar van stal te halen dat begin maart, kort na de invasie in Oekraïne, via een wetswijziging in allerijl was ingevoerd. Ingevolge dit artikel staat op het ‘opzettelijk verspreiden van desinformatie over het Russische leger’ maximaal tien jaar gevangenisstraf. Het is inmiddels bijna tweeduizend keer toegepast tegen Russen die het optreden van hun leger in Rusland hebben bekritiseerd: bekende oppositieleden, studenten, docenten of pacifisten die door de politie in de gaten worden gehouden.

    FRANKRIJK

    ZINEB REDOUANE

    Op 1 december 2018, terwijl ze haar raam wilde sluiten, werd Zineb Redouane in het gezicht geraakt door een traangasgranaat die was afgevuurd door de politie om betogers uiteen te jagen. Ze overleed de volgende dag in het ziekenhuis. Bijna vier jaar later is het onderzoek naar haar dood nog steeds niet afgerond. Niemand is vanwege deze doodslag in staat van beschuldiging gesteld of geschorst.

    WAT EIST AMNESTY?

    Dat de Franse autoriteiten deze zaak ophelderen en dat er tegen degenen die er verantwoordelijk voor zijn een gerechtelijke procedure wordt aangespannen

    In het geval van Sasja was de tenlastelegging dat de informatie die op de door haar opgeplakte etiketten stond ‘onjuist’ was. De rechtbank gelastte een merkwaardig ‘linguïstisch onderzoek’ naar deze etiketten, uitgevoerd door twee vrouwelijke onderzoekers die bekendstaan als Kremlin-sympathisanten, aldus de in Litouwen gevestigde onlinekrant Meduza. Hun conclusie, waarin regelmatig de loftrompet werd gestoken over de ‘zeer humane houding van het Russische leger jegens de inwoners van Oekraïne’, luidde dat deze informatie onjuist was omdat ze niet overeenkwam met die welke door het Russische ministerie van Defensie werd verspreid. ‘Dit onderzoek is van nul en generlei waarde omdat de onderzoekers geen enkele kennis van de materie hebben,’ sneert advocaat Jana Nepovinnova. Sasja blijft achter haar actie staan en houdt vol dat de informatie die zij heeft doorgegeven niet op leugens berust.

    Zwakke gezondheid

    Het idee om de prijsstickers in Russische supermarkten te vervangen door etiketten over de oorlog was half maart gelanceerd door een organisatie die zich ‘Feministisch verzet tegen de oorlog’ noemt, aldus de Russische nieuwsdienst van de BBC. Op Telegram was zelfs al een opmaak gepost die klaar was om gedrukt te worden, vergezeld door enkele veiligheidsadviezen voor de activisten: mijd bewakingscamera’s en betaal alleen maar contant. ‘Maar al snel bleek dat deze maatregelen de anonimiteit van de activisten niet konden garanderen,’ vervolgde de BBC, die vermoedt dat in navolging van Sasja nog een tiental andere etikettenplakkers door de politie is geïdentificeerd en aan-gehouden.

    Op basis van getuigenissen van familie en goede bekenden kwam de BBC met een uitvoerig portret van deze veelzijdige jonge vrouw, die over een complexe en fragiele persoonlijkheid beschikt. Als kunstschilder, musicus en gelegenheidsjournalist (voor het onafhankelijke digitale blad Boemaga) was Sasja een bekende in het artistieke wereldje van Sint-Petersburg. Ze gaf toneel- en filmles aan Oekraïense kinderen, publiceerde een voor kinderen bedoeld boekje over ‘depressie’, speelde in toneelgroepen en deed al op haar tiende mee aan een komisch televisieprogramma. In een interview met Meduza vertelt haar partner Sonja dat Sasja al sinds haar kinderjaren met diverse gezondheidsproblemen kampt, waaronder een bipolaire stoornis en een glutenintolerantie, wat haar verblijf in de gevangenis extra zwaar maakt. 

    mikhail volkov yswsY2if JM unsplash
    Oekraïense troepen heroverden Boetsja, een stad vlak bij Kyiv.– © Unsplash

    Paul Biya slaat elke vorm van oppositie keihard neer

    De president, die al veertig jaar de absolute macht heeft, onderdrukt iedere vorm van oppositie, verlamt het land en schendt mensenrechten aan een stuk door.

    In februari 2017 eisten 27 Kameroense en internationale organisaties dat er een eind zou komen aan de willekeurige en illegale gevangennemingen in Kameroen, aldus Centrifuge Hebdo. Ook meldde het Kameroense weekblad dat er door deze organisaties een open brief was gestuurd aan Paul Biya, de president van de Republiek Kameroen.

    Naast Dorgelesse Nguessan, die gevangenzit nadat ze had deelgenomen aan een betoging, werden er nog talloze andere namen genoemd in dit openbare beroep dat op het staatshoofd werd gedaan. De open brief klonk als een lange opsomming van oppositieleden of gewone betogers die in het Kameroen van Paul Biya zijn gearresteerd en mishandeld. Zoals Penn Terence Khan: gearresteerd, gemarteld, beschuldigd van terrorisme en door een militaire rechtbank tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij T-shirts met politieke slogans had vervaardigd. En ook de onafhankelijke journalist Tsi Conrad, die door de militaire rechtbank tot vijftien jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.

    KAMEROEN

    DORGELESSE NGUESSAN

    Dorgelesse Nguessan was kapster van beroep toen haar leven op zijn kop werd gezet. Op 22 september 2020 nam ze voor de eerste keer deel aan een vreedzame betoging in Douala, waarbij meer dan vijfhonderd mensen werden gearresteerd, onder wie Dorgelesse. Zij werd beschuldigd van rebellie, samenscholing en deelname aan een openbare betoging en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

    WAT EIST AMNESTY?

    Onmiddellijke en onvoorwaardelijke invrijheidstelling.

    Een aantal van de mensen die werden genoemd had deelgenomen aan de mars op 22 september 2020, georganiseerd door partijen die oppositie voeren tegen het regime van Paul Biya en diens aftreden eisen. Volgens Human Rights Watch zetten de veiligheidstroepen vervolgens traangas en waterkanonnen in om overal in het land vreedzame betogingen uiteen te jagen. Bovendien zouden er meer dan vijfhonderd mensen zijn gearresteerd, voornamelijk leden en aanhangers van oppositiepartijen. De autoriteiten hebben bij zowel deze arrestaties als tijdens hun gevangenschap talloze mensen afgeranseld. Ook werden sommige betogers beschuldigd van bedreiging van de staatsveiligheid en tot lange gevangenis-straffen veroordeeld, aldus de website Cameroun1, die ook zelf met een lijst veroordeelden kwam. Op 8 december 2021 meldde de site dat minstens 154 activisten van de MRC [Beweging voor de weder-geboorte van Kameroen] en vijf andere van Stand Up for Cameroon, twee oppositiepartijen, creperen in de gevangenis.

    Paul Biya leidt Kameroen al sinds 1982 met ijzeren vuist. Bij de politieke crisis voegt zich inmiddels ook een ‘Engelstaligencrisis’, waarin de regering en separatistische groeperingen in Engelstalige regio’s in het westen van het land tegenover elkaar staan. Ook staat de veiligheid van Kameroen voortdurend onder druk door herhaaldelijke aanslagen van jihadistische groeperingen. Gevolg van deze spanningen is dat de veiligheidstroepen in het land de mensenrechten regelmatig schenden.

    285539 3 scaled 1
    Dorgelesse Nguessan’s zoon (l) en haar neefje voor hun huis. © Amnesty International

    Broer geëxecuteerde Nafid Afkari vreest voor zijn leven

    Na zijn arrestatie in 2018 op verdenking van moord werd deze tegenstander van het regime in de gevangenis met de dood bedreigd. Zijn geval illustreert de talloze ontsporingen van de Iraanse justitie, die wordt gecontroleerd door de machthebbers.

    Vahid Afkari was een eenvoudige stukadoor in Chiraz, een grote stad in het zuidwesten van Iran, toen hij op 17 september 2018 werd gearresteerd samen met zijn broer Navid, eveneens stukadoor maar ook een in Iran en het buitenland befaamde worstelaar. De autoriteiten beschuldigden de twee broers ervan in augustus 2018, tijdens een betoging vanwege de economische achteruitgang en de grote droogte, een man te hebben gedood die nu eens werd voorgesteld als een lid van de Iraanse inlichtingendienst en dan weer als een werknemer van het waterbedrijf van Chiraz.

    IRAN

    VAHID AFKARI

    Vahid Afkari en zijn twee broers hadden deelgenomen aan vreedzame betogingen in hun stad Chiraz, die waren gericht tegen de ongelijkheid en de politieke onderdrukking. Wegens die deelname werden ze thuis gearresteerd. Terwijl ze in afzondering werden gehouden en werden gemarteld, werden ze gedwongen overtredingen te ‘bekennen’ waaraan ze zich eerder herhaaldelijk onschuldig hadden verklaard. Een van de broers werd geëxecuteerd en de andere werd uiteindelijk vrijgelaten. Vahid zit sinds september 2020 in een isoleercel.

    WAT EIST AMNESTY?

    Een eind aan deze afschuwelijke mishandeling en intrekking van alle aanklachten.

    Navid Afkari werd ter dood veroordeeld en in september 2020 geëxecuteerd, ondanks internationale campagnes waarin het onrechtvaardige proces en de door marteling afgedwongen bekentenissen aan de kaak werden gesteld. Ook veroordeelde de rechter de broers van de worstelaar, Vahid en Habib Afkari, tot respectievelijk vierenvijftig en zevenentwintig jaar gevangenisstraf.

    Met de dood bedreigd

    Sindsdien crepeert Vahid in een isoleercel in de Adel Abad-gevangenis in Chiraz – zijn broer Habib is in maart 2022 vrijgelaten. In de context van de huidige, ongekende opstand tegen het regime van de moellahs zijn familie, goede bekenden en medestanders van Vahid beducht voor wraakacties en vrezen ze voor zijn leven, terwijl hij volgens diverse Iraanse media ook al aan mensonwaardige behandelingen wordt blootgesteld. Afgelopen augustus bevestigde zijn broer Saeed al op social media dat hij met de dood werd bedreigd en dat ‘de directeur van de Adel Abad-gevangenis weer een bewakingscamera in de isoleercel van Vahid wilde laten plaatsen voor zijn eigen veiligheid’, aldus Iran International, een in Londen gevestigde televisie-zender die tegen het Iraanse regime is gekant. Deze beslissing zou zijn ingegeven door het gerucht dat ‘bepaalde personen’ van de afwezigheid van een camera zouden willen profiteren om Vahid in de gevangenis te vermoorden, aldus zijn broer.

    IranWire, een andere oppositiesite, komt gedetailleerd terug op de arrestatie van de broers Afkari en citeert diverse getuigen die het officiële feitenrelaas ontkrachten en op talrijke juridische onregelmatigheden wijzen.

    Marteling

    Om te beginnen de plaats waar Vahid Afkari zich bevond toen de agent van de inlichtingendienst door de broers Afkari in Chiraz zou zijn gedood. Volgens een door de site geciteerd familielid was Vahid helemaal niet op de plek waar de moord plaatsvond. Toen hij werd gearresteerd ‘wilde justitie geen tussenkomst van onze advocaten in deze zaak zolang het onderzoek niet was afgerond’, zegt het familielid. ‘In de praktijk kwam het erop neer dat onze advocaten Vahid niet konden bijstaan voordat er (via marteling) een bekentenis was afgedwongen.’

    In augustus 2021 maakte Saïd Dehghan, de advocaat van de familie, bekend dat het verzoek om een nieuw proces door het hooggerechtshof was afgewezen, aldus BBC Persian. De advocaat maakte melding van ‘vierentwintig leugens en drie onwaarheden’ in het vonnis en noemde de vierenvijftig jaar gevangenisstraf waartoe was besloten ‘in strijd met het wetboek van strafrecht’. In een getuigenverklaring die in september 2020 in zijn gevangenis is opgenomen ging Vahid gedetailleerd in op de martelingen die hij tijdens zijn verhoren had moeten ondergaan. ‘Terwijl ik was vastgeketend hebben ze me over mijn hele lichaam geslagen en me elektrische schokken toegediend. Ze drukten me languit tegen de grond en sloegen met een knuppel tegen mijn voetzolen, waarna ze me dwongen om te lopen.’

    Begin april verklaarde Saeed Afkari op Twitter dat de gevangenisautoriteiten Vahid hadden geslagen en zijn hand hadden gebroken. ‘Wij zijn heel erg ongerust over onze broer maar onze weg blijft die van Navid en we zijn niet bang voor de dood,’ lichtte hij toe. 

    GettyImages 1229629333 kopie
    Maryam Rajavi, voorzitter van het National Council of Resistance of Iran (NCRI), betuigt haar respect aan de moeder van worstelkampioen Navid Afkari, die in 2020 werd geëxecuteerd. – © Siavosh Hosseini / SOPA Images / LightRocket via Getty Images

    Democratie opeisen is geen misdaad

    Twee gevangenisstraffen, dat is de prijs die Chow Hang-tung, een 37-jarige advocaat, moet betalen voor het verdedigen van democratische waarden. Ze was in Hongkong vicevoorzitter van het Verbond voor Steun aan Patriottistische Democratische Bewegingen in China.

    Omdat ze weigert te erkennen dat ze ergens schuldig aan is, zit Chow Hang-tung nog altijd achter de tralies. Haar twee veroordelingen houden verband met de herdenking van de massamoord op het Tiananmenplein in Beijing in juni 1989. Op 4 januari 2022 werd Chow tot vijftien maanden gevangenisstraf veroordeeld nadat ze drie weken eerder al een straf van een jaar opgelegd had gekregen.

    Tijdens een zitting van de rechtbank van West Kowloon op 2 september 2022 antwoordde Chow op de vraag van een rechterlijk ambtenaar of ze ‘de misdaad van het oproepen tot ondermijning van de staatsmacht’ erkende: ‘Het streven naar democratie is geen misdaad,’ aldus het nieuwsportaal Hong Kong 01. ‘In het Victoriapark hebben de inwoners van Hongkong zich van hun beste kant laten zien,’ verklaarde ze ontroerd tijdens dezelfde zitting. In haar jaren op de basisschool vergezelde ze haar moeder al naar het Victoriapark om de herdenking van Tiananmen bij te wonen. Nadat ze in 2010 haar doctorsgraad in de natuurkunde had behaald in Oxford, keerde Chow terug naar haar geboorteplaats om rechten te studeren. Tegelijkertijd werd ze vrijwilliger bij het in 1989 opgerichte Verbond voor Steun aan Patriottistische Democratische Bewegingen in China. Het Verbond – waarvan ze zes jaar later vicevoorzitter werd – ijvert voor ‘de invrijheidstelling van prodemocratische activisten’ en streeft naar een einde aan de eenpartijdictatuur. 

    HONGKONG

    CHOW HANG-TUNG

    Chow is een advocaat gespecialiseerd in mensenrechten. Op 4 juni 2021 heeft ze op social media mensen aangemoedigd de repressie op het Tiananmenplein te herdenken door middel van het aansteken van kaarsjes. Ze werd nog diezelfde dag gearresteerd wegens het ‘bevorderen van of ruchtbaarheid geven aan een niet-toegestane bijeenkomst’. Ze zit momenteel een gevangenisstraf van tweeëntwintig maanden uit wegens‘ongeoorloofde samenscholing’.

    WAT EIST AMNESTY?

    Intrekking van alle aanklachten en onmiddellijke invrijheidstelling.

    Elk jaar werd er op de avond van 4 juni een herdenking gehouden, zelfs na de overdracht van Hongkong aan de Volksrepubliek China in 1997, aldus de Singaporese krant Lianhe Zaobao, die eraan toevoegt dat zelfs in 2020, het jaar waarin de nationale veiligheidswet voor Hongkong werd aangenomen en de politie de bijeenkomst niet langer toestond, talrijke inwoners van Hongkong desondanks met kaarsen in de hand naar het park zijn blijven komen.

    Handlanger van het buitenland

    In augustus 2021 beschuldigde de politie van Hongkong het Verbond ervan ‘een handlanger van het buitenland’ te zijn en werden de gegevens van de leden opgeëist. Volgens de Amerikaanse zender Voice of America was dat de eerste keer dat de politie op grond van een artikel uit de nationale veiligheidswet inzake buitenlandse handlangers van een niet-gouvernementele organisatie eiste dat ze haar gegevens prijsgaf. Een maand later maakte het Verbond zijn opheffing bekend.

    PARAGUAY

    YREN ROTELA ET MARIANA SEPULVEDA

    Deze twee Paraguayaanse transgendervrouwen mogen hun voornaam niet veranderen en kunnen geen identiteitsbewijzen krijgen die stroken met hun genderidentiteit. Zij zetten zich in voor verandering. De overheid en conservatieve groeperingen in Paraguay staan vijandig tegenover de lhbtiq-gemeenschap en proberen haar onzichtbaar te maken. Betogingen, die vaak verboden zijn, vormen soms het mikpunt van aanslagen.

    WAT EIST AMNESTY?

    Dat het gender van transpersonen juridisch wordt erkend door de Paraguayaanse overheid zodat zij hun grondrechten kunnen
    uitoefenen.

    Op 29 mei 2022 postte Chow Hang-tung op Facebook: ‘Een kaarsje branden is geen misdaad.’ In haar post zei ze het te betreuren dat gezien de juridische context haar verbond geen herdenking meer kon organiseren. ‘De regering kan bijeenkomsten op een bepaalde plek verbieden, maar ze kan niet verbieden dat overal in Hongkong kaarsjes worden aangestoken.’ Chow’s advocaat zei tegen het blad Ming Pao, dat de kaars het gewicht van het geweten draagt en dat de inwoners van Hongkong de waarheid blijven spreken.’ Ze benadrukte dat ‘het aan hen te danken is die, goedschiks of kwaadschiks, een ruimte in dit land hebben weten te behouden waar de waarheid kan worden gesproken’. 

    Chow werd ervan beschuldigd ‘anderen aan te zetten tot deelname aan een verboden bijeenkomst’, meldde Ming Pao een maand later. De website van de krant schrapte Chows artikel, waarna het door de Chinees-Amerikaanse site China Digital Times werd overgenomen.

    Op 26 mei 2021 publiceerde Apple Daily, een andere toonaangevende krant in Hongkong, een portret van Chow: ‘Laat de angst zich niet verspreiden’, schreef het blad, eraan toevoegend dat ‘de angst als een aangekondigde plaag in alle hoeken van Hongkong om zich heen grijpt’. 

    Het portret eindigde met de vraag of er in het huidige Hongkong nog plaats is voor burgers zoals Chow. Uit angst voor represailles is Apple Daily een maand later dichtgegaan na eerst al zijn archieven te hebben geruimd. Het portret van Chow is bewaard door de site Wenku, een platform dat de geschiedenis van Hongkong ‘veilig wil stellen’.

    GettyImages 1233394082 kopie
    Chow Hang-tung spreekt met de pers voordat de rechtszitting begint tegen twintig prodemocratische activisten. © Hsiuwen Liu/SOPA Images / LightRocket via Getty Images

    Tot wel tien jaar celstraf voor post op Facebook

    Omdat hij zijn bezorgdheid over de plannen om een kolencentrale te bouwen in Banshkhali met jongeren had gedeeld, heeft milieuactivist Shahnewaz Chowdhury tachtig dagen gevangengezeten en riskeert nog eens tien jaar opsluiting.

    ‘Milieuactivist Shahnewaz Chowdhury is momenteel voorwaardelijk vrij,’ meldt Al-Jazeera op zijn website. Maar hij riskeert tien jaar gevangenisstraf vanwege een post op Facebook. Shahnewaz Chowdhury, die zich in Bangladesh actief inzet voor het milieu, was in mei 2021 gearresteerd omdat hij zijn bezorgdheid had uitgesproken over de plannen om een kolencentrale te bouwen in Banshkhali, een stad in het zuidwesten van Bangladesh.

    BANGLADESH

    SHAHNEWAZ CHOWDHURY

    Deze ingenieur heeft op social media zijn zorgen geuit over de bouw van een nieuwe kolencentrale in zijn dorp. Verder heeft hij de jongeren in zijn land aangemoedigd om luid en duidelijk in het geweer te komen. In mei 2021 is Shahnewaz vanwege zijn post op Facebook door de politie gearresteerd. Hij werd tachtig dagen vastgehouden onder onmenselijke omstandigheden, zonder veroor- deeld te zijn. Hij werd in augustus 2021 voorwaardelijk vrijgelaten maar riskeert tien jaar gevangenisstraf.

    WAT EIST AMNESTY?

    Intrekking van alle aanklachten tegen hem.

    In een ‘moedige boodschap’ had hij jongeren opgeroepen om ‘in opstand te komen tegen onrechtvaardigheid’ en hen deelgenoot gemaakt van zijn zorgen over een centrale die ‘het milieu verpest’. Dat kwam hem, ingevolge de wet op de digitale veiligheid, op een beschuldiging van het verspreiden van ‘onjuiste en beledigende’ informatie te staan en van het creëren van ‘chaos’.

    De 37-jarige man heeft tachtig dagen in de gevangenis gezeten en riskeert nog eens tien jaar opsluiting. De maximumstraf onder deze wet, die door critici als ‘draconisch’ wordt bestempeld, is veertien jaar gevangenis. Het plan om een kolencentrale in Banshkhali te bouwen is uitermate controversieel: meer dan twaalf mensen zijn geveld door politiekogels toen ze in april 2021 tegen de komst van de centrale protesteerden. ‘Het inzetten van de wet op de digitale veiligheid [tegen Shahnewaz Chowdhury] is niet te rechtvaardigen en een flagrant voorbeeld van wetsmisbruik,’ zegt C.R. Abrar, een Bengalese academicus, in de krant Daily Star.

    Zwijgen opleggen

    Mensenrechtenorganisaties beschul-digen de regering ervan de wet te misbruiken om milieuactivisten en andere critici het zwijgen op te leggen. ‘De arrestatie van Shahnewaz Chowdhury zal een ontmoedigende uitwerking hebben op mensen die de corruptie en de onrechtmatigheden aan de kaak stellen die gepaard gaan met het plan voor de kolencentrale,’ zegt Abrar, die oproept om de beschuldigingen aan het adres van de milieuactivist in te trekken. 


    Symbolen die worden gevangengezet

    Op 25 juni viel het vonnis, na een haastig proces achter gesloten deuren: de 34-jarige Luis Manuel Otero Alcántara werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

    Hij zat al sinds 11 juli 2021 in voorlopige hechtenis omdat hij wilde deelnemen aan de grote betogingen die Cuba die dag op zijn kop zetten. Als lid en medeoprichter van de Movimiento San Isidro, waarin Cubaanse kunstenaars en ontwerpers zich in 2018 hebben verenigd om in het geweer te komen tegen de censuur en de dictatuur op het eiland, was hij al diverse keren in de gevangenis beland. Otero Alcántara, die door het Amerikaanse blad Time tot een van de honderd invloedrijkste figuren van 2021 is uitgeroepen, werd veroordeeld vanwege ‘het beledigen van symbolen van het vaderland, het beledigen van de autoriteiten en het verstoren van de openbare orde’, schreef de Nuevo Herald in Miami de dag na het vonnis.

    De krant citeerde Julie Trébault, directeur van de Artist at Risk Connection van PEN America, een ngo die opkomt voor de vrijheid van meningsuiting, die zei dat ‘het gaat om een aanslag op de artistieke vrijheid op Cuba, op Cubaanse kunstenaars en activisten die strijden voor het recht om zich uit te spreken. Maar hoe de Cubaanse regering ook haar best doet om de vrijheid van meningsuiting met wortel en tak uit te roeien, ze zal daar niet in slagen.’

    Luis Manuel Otero Alcántara verscheen in een clip die in januari 2021 op YouTube werd gepost door een groep bekende funk- en rapartiesten op het eiland en werd daarmee een symbool van het Cubaanse protest. Zijn hit ‘Patria y Vida’, het tegenovergestelde van de favoriete slogan ‘Het vaderland of de dood’ van het castristische regime, bevat teksten als: ‘Geen leugens meer. Het volk eist vrijheid, geen doctrines meer. Wij roepen niet meer “Het vaderland of de dood” maar “Het vaderland en het leven”.’ Een van de schrijvers van het nummer, rapper Maykel ‘Osorbo’ Castillo, die nog op het eiland woont – de andere auteurs leven in ballingschap in Miami – werd tot negen jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens ‘belediging van de autoriteiten, verstoring van de openbare orde en smaad jegens instituties en helden en martelaars van de Cubaanse revolutie.’

    Luis Manuel Otero Alcántara ging afgelopen oktober een week in hongerstaking omdat hij niet mocht telefoneren noch bezoek mocht ontvangen.

    Dit artikel werd samengesteld in samenwerking met Courrier International en Amnesty International.

  • Militieleider Michigan veroordeeld tot 16 jaar

    Militieleider Michigan veroordeeld tot 16 jaar

    » Hooggerechtshof houdt anti-immigratiewet in stand

    » Ghanese politie wil geen negatieve nieuwjaarsvoorspellingen

    De man wilde in 2020 de gouverneur van de staat ontvoeren

    Een extreemrechtse militieleider uit Michigan is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien jaar omdat hij van plan was in 2020 de gouverneur van de Amerikaanse staat te ontvoeren. Dat schrijft de Detroit Free Press. Het openbaar ministerie had aanvankelijk levenslang geëist, omdat de man met de ontvoering een burgeropstand had willen ontketenen.

    De Amerikaanse regering noemde de rechtszaak een van de grootste zaken van binnenlands terrorisme in de recente Amerikaanse geschiedenis. Een andere leider van de extremistische beweging hoort later deze week zijn gevangenisstraf. Andere leden van de militie kregen aanzienlijk lagere straffen omdat zij meewerkten aan het proces en getuigden tegen de leiders.

    De groep, bestaande uit dertien leden, werd in 2020 aangehouden door de FBI na maandenlange infiltraties. Naar eigen zeggen waren de leden het niet eens met de strenge coronamaatregelen van de gouverneur van Michigan, maar volgens de autoriteiten wilden zij al langere tijd een staatsgreep plegen en hadden zij daar ruim genoeg vuurwapens en explosieven voor verzameld.

    Lees ook:

  • Zorgen om geweld in aanloop naar inauguratie Lula

    Zorgen om geweld in aanloop naar inauguratie Lula

    » Zeker 50 doden in VS door winterweer

    » Drones vliegen Zuid-Koreaans luchtruim binnen

    Een man werd opgepakt met een explosief en vuurwapens

    Autoriteiten in de Braziliaanse hoofdstad Brasilia zijn in de hoogste staat van paraatheid gebracht nu de inauguratie van de nieuw verkozen president Lula nadert. Gewelddadige aanhangers van de huidige president Jair Bolsonaro spreken zich online uit over aanvallen op overheidsgebouwen die dag. Dit weekend werd een man gearresteerd die een bomaanslag wilde plegen nabij de luchthaven van Brasilia.

    Volgens persbureau Reuters was de man geïnspireerd door eerdere uitlatingen van Bolsonaro, die had gezegd dat zich wilde aansluiten bij een op handen zijnde staatsgreep tegen Lula en wilde helpen het communisme in het Zuid-Amerikaanse land uit te roeien. Naast en explosief droeg hij drie geweren en vijf pistolen bij zich bij zijn arrestatie.

    De man zou zijn explosief hebben gekregen in een van de kampen die Bolsonaro-aanhangers in de nasleep van de verkiezingen hebben opgezet vlak bij overheidsgebouwen. Zij roepen het leger en politie om in te grijpen en Lula af te zetten. Eerder deze maand vielen deze extremistische aanhangers het hoofdkwartier van de federale politie binnen, omdat deze politie een prominente leder van de protestbeweging gearresteerd had.

    Lees ook:

  • Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Hoe een uitgeverij in Pennsylvania een belangrijke bron werd voor journalistiek onderzoek naar de repressieve middelen die Beijing gebruikt tegen de Oeigoeren.

    Achter Heights Market & Deli en naast sportschool Finishers Mixed Martial Arts, in een buurt met nette gazons versierd met spiegelbollen, staat een doodgewoon pakhuis dat het hoofdkwartier is van een onduidelijke nieuwsorganisatie met een al even doodgewone naam: Internet Protocol Video Market (IPVM). De onopvallende locatie biedt weinig inzicht in wat voor soort journalistieke activiteiten hier plaatsvinden.

    Het kantoor van IPVM heeft geen redactiekamer met op toetsenborden tikkende verslaggevers en schermen die continu nieuws tonen. In plaats daarvan worden bewakingscamera’s en andere beveiligingsapparaten door technici onderworpen aan een reeks testen. Een aantal journalisten verricht wat gebruikelijker werk, door onderzoek te doen naar bedrijfsdossiers en financiële documenten waarvan de resultaten uiteindelijk als rapport verschijnen op de website van IPVM.

    Scoops

    Het grootste deel van de veertien jaar dat de onderneming publiceert, was het een nichebedrijf, gericht op professionals en technici die voornamelijk in de commerciële bewaking werken. Maar de afgelopen jaren leverde IPVM ook een reeks zeer indrukwekkende scoops, vaak in samenwerking met grote nieuwsorganisaties zoals The New York Times, The Wall Street Journal en de Los Angeles Times, waarin de sinistere en alarmerende aspecten werden onthuld van de handel en wandel van Chinese bewakingsbedrijven.

    Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei

    In een reportage van The Washington Post uit december 2020, gebaseerd op een door IPVM aan het licht gebracht document, worden de pogingen beschreven van de Chinese technologiegigant Huawei om een systeem voor gezichtsscans te ontwikkelen dat een ‘Oeigoeren-alarm’ zou kunnen activeren – verwijzend naar de voornamelijk islamitische etnische groep in het noordwesten van China die zwaar wordt onderdrukt door de staat. Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei, en zich in februari 2021 uit te spreken over de technologie van het bedrijf.

    Diezelfde maand publiceerde de Los Angeles Times een artikel op basis van een gebruikershandleiding, door IPVM gevonden, waarin het Chinese bedrijf Dahua beweert dat zijn cameratechnologie Oeigoeren kan identificeren en de autoriteiten hierover automatisch een seintje kan geven. Die onthulling was voor een groep Amerikaanse senatoren aanleiding om Amazon schriftelijke vragen te stellen over de miljoenendeal die het Amerikaanse bedrijf met Dahua had gesloten. 

    Deze staat van dienst heeft IPVM veel lezers opgeleverd: mensen die geïnteresseerd zijn in bewakingstechnologie, maar ook mensen die de geopolitieke ambities van Beijing en de gespannen betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China willen begrijpen – misschien wel de belangrijkste bilaterale relatie ter wereld.

    John Honovich

    IPVM werd in 2008 opgericht door John Honovich, die destijds ontevreden was vertrokken uit de beveiligings-industrie na enkele onaangename ervaringen bij beveiligingsbedrijven die te veel beloofden en te weinig leverden. Honovich, nu 46, vertelde me recentelijk dat hij verrast was door het aantal ‘misleidingen en leugens die heel gewoon waren’, waarbij het vaak ging om ‘fake-it-‘til-you-make-it-achtige zaken’. Deze ervaringen deden hem beseffen dat ‘onethisch zijn een groot concurrentievoordeel oplevert’.

    Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees

    Aanvankelijk richtte de site zich op het verzamelen van nieuws uit de wereld van de bewakings- en beveiligingstechnologie. Later voegde hij commentaar en analyses toe, en al snel begon hij zijn eigen, rudimentaire tests met camera-apparatuur uit te voeren. ‘Hij maakte testopnames op parkeerplaatsen en vanaf zijn balkon,’ vertelt Ethan Ace, een van de eerste werknemers van het bedrijf. ‘Maar hij was de enige die onafhankelijke testen deed.’ Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees.

    Ace staat nu aan het hoofd van de testen bij IPVM, met faciliteiten die zijn gegroeid van ‘de laadruimte van mijn Volvo’ tot een enorme hal van ruim 1100 vierkante meter, met kastjes waarin zo’n zeshonderd camera’s zijn opgeslagen die zijn getest en uit elkaar gehaald. Tijdens een bezoek in augustus viel mijn oog op een verzameling bowiemessen. Don Maye, hoofd bedrijfsvoering bij IPVM, legde uit dat deze dienden om de effectiviteit te testen van AI-scantechnologie die verborgen wapens zou kunnen detecteren. Sinds de schietpartij in mei op een school in Uvalde, Texas, is er veel belangstelling voor dergelijke hulpmiddelen. Ace en Maye zijn zeer sceptisch over de beweringen die over deze technologie worden gedaan.

    Ace, die zichzelf omschrijft als ‘het meest trotse lid van de ACLU [American Civil Liberties Union – een grote Amerikaanse organisatie voor burgerrechten] in de beveiligingsindustrie’, liet me ook een ruimte zien waar een thermische camera van een Chinese firma werd getest. Dit was een voorbeeld van technologie die zich tijdens de pandemie verspreidde, in wat Ace de ‘koortscameragekte’ noemde.

    Hausse

    Rampzalige gebeurtenissen zoals massale schietpartijen en terroristische aanslagen creëren een hausse voor de beveiligingsindustrie. Corona was geen uitzondering. ‘Onze industrie richt zich specifiek op de angsten van mensen,’ zegt Ace. ‘Dat is de aard van het beestje.’

    Op een scherm werden onze vermeende lichaamstemperaturen weergegeven. Droeg Ace zijn bril, dan was alles in orde. Maar als hij hem afzette, gaf een alarm aan dat zijn temperatuur te hoog zou zijn. Dit was slechts een geïmproviseerd experiment, maar het liet zien hoe onbetrouwbaar metingen kunnen zijn. 

    Honovich is het publieke gezicht van IPVM, waardoor hij doelwit is geworden van anonieme blogs en Twitter-accounts. Sommige beschuldigen hem ervan dat hij aan zelfpromotie doet of een bullebak is die IPVM gebruikt om bedrijven waar hij een hekel aan heeft te besmeuren. 

    Volgens Honovich maakte zijn site niet bewust de keus om zich op China te concentreren. Als er al een ‘slechterik’ was die IPVM in de gaten wilde houden, ‘dan was dat Silicon Valley en niet de Volksrepubliek China’, zegt hij. Maar toen Chinese bedrijven hun intrede deden op de Amerikaanse markt en goedkope hardware aanboden die voortdurend werd voorzien van updates, kon de site hen niet negeren. Ace: ‘Het aanbod uit China was veel groter dan we ons realiseerden.’

    ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking’

    Dit begreep hij pas toen hij in 2015 de enorme China Public Security Expo-beurs bezocht. En toen hij de kantoren bezocht van bedrijven als Hikvision, ’s werelds grootste fabrikant van bewakingsapparatuur, kreeg Ace een glimp van wat Josh Chin en Liza Lin van The Wall Street Journal omschreven als een van de ‘grootste ambities’ van de Chinese president Xi Jinping: ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking en op wereldschaal wedijvert met de democratie.’

    Onderzoeksjournalistiek met behulp van IPVM’s resultaten bracht aan het licht dat enkele van de meest verontrustende en dystopische elementen van dit plan plaatsvonden in Xinjiang, de regio waar Oeigoeren en leden van andere grotendeels islamitische groepen worden geconfronteerd met een ‘consistent patroon van invasieve elektronische surveillance‘, volgens een vorige maand gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties. De acties van China in de regio, zo concludeerde de VN, ‘zijn mogelijk internationale misdaden, in het bijzonder misdaden tegen de menselijkheid’.

    De aandacht van IPVM voor Chinese observatietechnologie komt op een moment dat de spanningen – militair, economisch en ideologisch – tussen de VS en China toenemen. Naast de mensenrechtensituatie in Xinjiang hebben ook de oorlogszuchtige houding van Beijing tegenover Taiwan – dat als deel van China wordt beschouwd hoewel de Chinese Communistische Partij er nooit controle over had – en het neerslaan van de prodemocratische beweging in Hongkong de betrekkingen tussen de twee mogendheden verslechterd. In Washington zijn het wantrouwen jegens Beijing en de wens om China agressiever te benaderen zeldzame voorbeelden van een con-sensus onder Republikeinen en Democraten.

    ‘Elke zakelijke relatie met China behoeft serieus onderzoek. Vooral als het om technologie gaat,’ liet Marco Rubio, de Republikeinse senator uit Florida, in een e-mail weten. Hij heeft van deze kwestie een persoonlijke zaak gemaakt. ‘Onderzoek door bedrijven als IPVM is essentieel om media, beleidsmakers en het Amerikaanse volk te helpen begrijpen welke bedreiging de Chinese Communistische Partij vormt en hoe ver sommige bedrijven gaan om Amerikaanse wetten te omzeilen.’ Hikvision en Dahua werden in 2019 door het Amerikaanse ministerie van Handel op de zwarte lijst gezet, vanwege de behandeling van Oeigoeren en andere minderheden door Beijing.

    ‘Verdachte personen’

    Xinjiang is niet de enige focus van het onderzoekswerk van IPVM. Documenten die het bedrijf verkreeg vormden de basis voor een reportage van Reuters in 2021 over hoe de autoriteiten in Henan, een van China’s grootste provincies, een bewakingssysteem in gebruik hadden genomen waarmee ze hoopten journalisten, internationale studenten en andere ‘verdachte personen’ te kunnen opsporen. The New York Times onderzocht afgelopen juni hoe China surveillance gebruikt om sociale en politieke controle te vergroten en baseerde zich daarbij deels op gegevens die door IPVM waren verkregen.

    De afgelopen jaren heeft Beijing het werk van buitenlandse journalisten aan banden gelegd, vaak onder het mom van volksgezondheid in samenhang met het zerocovidbeleid – het aantal verslaggevers dat ter plaatse mag werken werd zo beperkt. Vervolgens begonnen ondernemende researchers het internet af te speuren, waar berichten op sociale media, satellietbeelden en technische documenten een nieuwe kijk boden op de coronakwestie. Maar zelfs die werkwijze wordt nu een moeilijke opgave.

    ‘Het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld’

    ‘Er is nog steeds informatie aanwezig,’ zegt Dahlia Peterson, een onderzoeksanalist van het Center for Security and Emerging Technology van Georgetown University die zich richt op China, ‘maar het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld.’

    In overeenstemming met Honovichs belofte van onafhankelijkheid accepteert IPVM geen reclame, sponsoring of vergoedingen voor advies aan fabrikanten. ‘Ze zouden gewoon een bedrijf kunnen zijn dat objectieve tests uitvoert op videobewakingstechnologie en zich niet bemoeit met de ethische kant,’ zegt Peterson. ‘Maar ze nemen een moreel standpunt in tegen het misbruik van bewakingstechnologieën en hun bijdragen zijn van onschatbare waarde.’

    Ovalbek Turdakun

    Dat ethos was vorig jaar duidelijk te zien toen Conor Healy, die voor IPVM onderzoek doet naar de manier waarop overheden bewakingstechnologieën gebruiken, afreisde naar Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizië, om een man te ontmoeten met de naam Ovalbek Turdakun. Turdakun, een christelijke Chinees die tien maanden in een detentiekamp in Xinjiang had door-gebracht, kreeg het voor elkaar naar Kirgizië te reizen, maar vreesde dat hij zou worden teruggestuurd naar China en daar opnieuw in hechtenis zou worden genomen. Healy regelde samen met een vriend en contacten in Kirgizië dat Turdakun en zijn familie naar Turkije konden vliegen. Healy en zijn vriend begeleidden hen op die reis. Van daaruit kreeg de familie toestemming om naar de VS te reizen, en in april van dit jaar kwam de familie Turdakun aan in Washington D.C.

    Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn

    Healy beschouwt IPVM niet als een belangenorganisatie, vertelt hij me, maar Honovich steunde de actie. ‘Wat hebben de mensen in Xinjiang hier nou echt aan?’ zegt Healy. ‘Waarschijnlijk niet veel, en daar word ik verdrietig van.’ Toch waren ze het erover eens dat het goed was om te doen.

    De Chinese reactie op het werk van IPVM is voorspelbaar. In 2018 werd de site van IPVM in China geblokkeerd, net als veel andere westerse nieuwssites. Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn. Een andere Chinese krant nam een commentaar van een techforum over waarin de IPVM-site werd vergeleken met een blog van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, die door China werd gesanctioneerd en die nog steeds bombastische waarschuwingen doet over de gevaren van het land.

    Ethisch standpunt

    Hikvision, dat weliswaar in meerderheid in handen is van een Chinees staatsbedrijf, reageerde op de berichtgeving van IPVM op een nogal Amerikaanse manier: door zijn aanzienlijke lobby in Washington te gebruiken om de onpartijdigheid en geloofwaardigheid van IPVM in twijfel te trekken. In januari meldde de Amerikaanse nieuwssite Axios dat Hikvision de regering heeft gevraagd om IPVM te onderzoeken op mogelijke schendingen van de openbaarmaking van lobbyactiviteiten.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat dergelijke druk de journalistieke aanpak van IPVM zal veranderen. Honovich vindt dat het gebruik van bewakingstechnologieën in Xinjiang, of enig ander onderwerp met ethische implicaties, niet ‘van beide kanten’ kan worden bekeken. ‘Soms moeten er ethische standpunten worden ingenomen, en daar moet je dan ook duidelijk in zijn,’ aldus Honovich. 

  • ‘Vrouwen, leven, vrijheid’

    ‘Vrouwen, leven, vrijheid’

    Opening dossier – Protesten in Iran

    De moord op de 22-jarige Mahsa Amini leidde in de afgelopen weken tot massale demonstraties tegen het hardvochtige regime van ayatollah Ali Khamenei, dat het protest met geweld uit elkaar probeert te slaan. Wat moet er gebeuren om deze revolutie te laten slagen?

    ANP 456146374 1
    Een billboard in Teheran, opgehangen in opdracht van de Islamitische Revolutionaire Garde, met ongeveer vijftig gesluierde ‘Vrouwen van mijn land’, moest heel snel worden weggehaald nadat drie vrouwen bezwaar maakten tegen misbruik van hun afbeelding. Actrice Fatemeh Motamed- Arya, was de eerste die protesteerde. In een video (zonder hijab), zei ze: ‘Ik ben Mahsa’s moeder, ik ben Sarina’s moeder. Ik ben de moeder van alle kinderen die in dit land zijn vermoord. Ik ben de moeder van het hele land Iran, maar geen vrouw in het land van moordenaars.’ – © STR / AFP
  • In Guerrero zijn 5565 mensen vermist. Zo wordt hun herinnering in leven gehouden

    In Guerrero zijn 5565 mensen vermist. Zo wordt hun herinnering in leven gehouden

    Familieleden van slachtoffers van verdwijning in de Mexicaanse staat Guerrero doen er alles aan om hun vermiste dierbaren te eren en hun verhaal te vertellen. ‘Door over hun vermiste kinderen te vertellen wordt hun pijn omgezet in actie.’

    Het was op een zaterdag. Emma Mora was samen met haar collega Sergio Cevallos onderweg. Ze reden langs de kustweg van Chilpancingo langs de Avenida Costera Miguel Alemán, een drukke verkeersroute richting de toeristische stranden van Acapulco. Die dag waren er geen met zonnebrandcrème ingezeepte toeristen te bekennen. De gebruikelijke horde met bierflessen gewapende toeristen was afwezig. De wind en de striemende regen van orkaan Agatha had de stranden met woest schuimende golven leeggeveegd. Terwijl Emma haar blik over de verlaten kust liet gaan, zag ze het. ’Sergio,’ riep ze uit, ’kijk daar! De verf komt eraf!’

    Verantwoording

    Dit artikel kwam tot stand naar aanleiding van een rapport dat is opgesteld door IDHEAS in samenwerking met de onafhankelijke journalist Roberto González. Het project is mogelijk gemaakt door financiering van de Europese Unie.

    IDHEAS is een Mexicaanse ngo die zich inzet voor mensenrechten en slachtoffers van mensenrechtenschendingen juridische bijstand verleend. Daarnaast probeert IDHEAS aandacht te vragen voor de grote schaal waarop mensenrechtenschendingen plaatsvinden in Mexico.

    Emma en Sergio bleven ademloos toekijken hoe de regen langzaam maar zeker tweeënvijftig gezichten tevoorschijn spoelde. Het witte kalkkrijt bleek niet opgewassen tegen de orkaan en spierwit regenwater sijpelde van de muur naar het zand, zo de zee in. Eerst waren de gezichten nog vaag, alsof ze schuilgingen achter een witte vitrage. Vervolgens verschenen ze één voor één, helder en scherp, totdat ze alle tweeënvijftig het daglicht zagen.

    Die dag bracht orkaan Agatha die tweeënvijftig gezichten opnieuw aan het licht. Het uitwissen was zeven maanden daarvoor gebeurd. De gezichten vormen samen de muurschildering El mural del la esperanza (de muurschildering van hoop) en kwam tot stand op initiatief van het zogenaamde collectief Familias de Acapulco en Busca de sus Desaparecidos (Families van Acapulco op zoek naar hun verdwenen familieleden). Kort nadat de muurschildering was onthuld, hadden onbekenden de tweeënvijftig geschilderde gezichten van familieleden witgekalkt. Emma Mora, woordvoerster van de vereniging van familieleden, verduidelijkt dat de muurschildering echt niet alle slachtoffers afbeeldt: ‘De muurschildering toont tweeënvijftig gezichten, terwijl er alleen al in Acapulco bijna driehonderd mensen zijn verdwenen.’

    Heroïsch verhaal

    De zondag die volgde werd Emma bedolven onder felicitaties en berichten met foto’s van de schoongespoelde gezichten die opnieuw waren verschenen. Emma voelde zich even onderdeel van een heroïsch verhaal, waar het kwaad de strijd verliest van grillige en onstuitbare kracht: verslagen door de hand van een orkaan.

    ’Maar al op maandag waren ze weer weggewist,’ zegt Emma, ‘diezelfde avond zagen we dat iemand de moeite had genomen om opnieuw een laag wit krijt over de gezichten te smeren.’

    Mural
    De muurschildering wordt overgeschilderd door onbekenden. – © IDHEAS

    De eerste keer kalklaag dateert uit december 2021, zegt Emma. Die actie kwam krap twee maanden nadat El mural de la esperanza, op de achtermuur van het restaurant Los Anafres, gelegen aan de populaire toeristische boulevard van de kust, was voltooid. Deze locatie was bewust gekozen: het is een plek waar veel lokale en internationale bezoekers komen.

    Dat mensen verdwijnen is in Mexico een zich voortdurend herhalend nieuwsbericht

    Het was niet eens zozeer de bedoeling van de vereniging van familieleden om de plaatselijke voorbijgangers te alarmeren. De nabestaanden van verdwenen familieleden in Guerrero zijn er al lang aan gewend dat ze zichzelf moeten beschermen en dat er altijd voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen als zij aandacht vragen voor hun verdwenen geliefden. Dat mensen verdwijnen is in Mexico een zich voortdurend herhalend nieuwsbericht. Familieleden die zich inzetten om de waarheid te achterhalen, zijn eraan gewend dat zij niet ’s nachts op pad moeten gaan, dat zij hun geld nooit op één plek moeten bewaren en ze weten dat zij doelwit kunnen zijn tijdens wegblokkades. De leden van het collectief weten ook dat zodra een slachtoffer verdwijnt, het niet onmogelijk is dat ze ergen anders in het uitgestrekte land weer opduiken. Jarenlange ervaring heeft hen geleerd dat degenen die verdwijnen uit Guerrero net zo gemakkelijk gevonden kunnen worden aan de andere kant van het land, in Morelos of Veracruz, als in een clandestien graf of in een gevangenis.

    Met de grote muurschildering wilde de vereniging van familieleden in Guerrero de aandacht vestigen op de wijdverbreide aard van het probleem. ’We wilden dat de gezichten van onze verdwenen dierbaren openbaar zouden zijn. Om ze zichtbaar te maken voor toeristen, zodat die ons zouden kunnen waarschuwen als ze één van de vermisten in een andere staat zouden zien. We willen iedereen bereiken die ons kan zeggen of onze dierbaren in andere delen van het land of zelfs in andere landen zijn gezien,’ legt Emma Mora uit. Voor Emma is de muurschildering een nieuwe poging om de niet-aflatende zoektocht voort te zetten. ‘Het is geen passieve herdenkingsoefening,’ zegt ze. ‘Het is de bevestiging van de vernedering en de pijn van een open wond.’ Voor de achterblijvers is het herinneren niet iets statisch, zegt Emma, het is een proces. De moeders van de verdwenen mensen van Guerrero weigeren net zoals degenen die verdwenen om met krijt te worden weggekalkt en te worden vergeten, zegt ze. ’Niet vergeven, niet vergeten!’ is de leus van de leden van de vereniging. Het is een taak die nooit klaar is: ze delen hun gezamenlijke inspanningen, hun zoektocht, hun protesten en ook hun herinneringen. 

    MUral2
    © IDHEAS

    Collectief geheugen

    De Iers-Nederlandse expert op het gebied van collectieve herinnering Ann Rigney (Universiteit Utrecht) vergelijkt de constructie van een collectief geheugen met zwemmen: ‘om te blijven drijven, moet een lichaam ook in beweging blijven’. Het is construeren van een collectief geheugen is volgens haar per definitie een handeling met een open einde, aangezien het op verschillende plaatsen moet gebeuren en er door de tijd heen herhaalde herdenkingsacties moeten zijn. Dat kan van alles zijn: een schilderij, een monument of een mars. Samen herinneren impliceert volgens Rigney bezig zijn met constante vernieuwing. Achterblijvers houden nooit op met over de verdwenen mensen te praten en vertellen hun verhalen keer op keer. ‘Ze ontlasten zichzelf door te vertellen hoe ze waren, hoe hun leven was vóór hun verdwijning en over hoe ze zichzelf voelen. Ze kunnen er onderling wel duizend keer over praten. Door onvermoeibaar te blijven vertellen, construeren ze een verhaal dat echt van hen is,’ zegt Rigney. ’Het is een mondelinge geschiedenis die hardop wordt geschreeuwd, wordt verteld en opnieuw verteld, omdat hun pijn altijd het risico loopt stil te worden gehouden.’ Zo ontstaat volgens haar een collectieve culturele herinnering. Eén waarheid die tegelijkertijd uit vele waarheden bestaat. ’Collectieve herinneringen dragen een transformerend potentieel in zich, tegen de pijn die in het dagelijks leven wordt beleefd,’ aldus Rigney.

    Op 10 oktober 2021 plaatste schilder Alexis Godínez zijn laatste penseelstreek. Vlak voordat de jaarlijkse kerstgolf van toeristen de stranden van Acapulco zou overspoelen was de muurschildering klaar. Emma Mora en haar collega’s zagen hun plan werkelijkheid worden. Sinds de oprichting van het collectief in 2016 werkten ze naar dit moment toe. ‘Onze situatie is vergelijkbaar met die in Colombia,’ zegt Emma Mora. ‘Ook daar maakten verenigingen van achtergeblevenen muurschilderingen, maar dan met de afbeeldingen van gezichten van militaire functionarissen. Die muurschilderingen suggereerden hun betrokkenheid en wierpen de vraag op: “Wie gaf hiervoor het bevel?”’

    Het werk van lokale gemeenschappen en collectieven is van onschatbare waarde om de natie te confronteren met waarheden die ze niet langer kunnen negeren

    De Mexicaanse mensenrechtenorganisatie IDHEAS legde contact met de Waarheidscommissie die de mensenrechtenschendingen onderzoekt die tijdens het gewapende conflict in Colombia plaatsvonden. In Colombia gebeurde hetzelfde, legt Yolvi Lena Padilla van die Waarheidscommissie uit: ‘ook hier werden dergelijke muurschilderingen uitgewist’. Geconfronteerd met een regering die de slachtoffers het zwijgen oplegt, constateert Yolvi Lena dat het werk van lokale gemeenschappen en collectieven van onschatbare waarde is om de natie te confronteren met waarheden die ze niet langer kunnen negeren. ’Als voor het onthullen van de waarheid, of een halve waarheid, of het verzwijgen van de waarheid de staat niet langer de enige bron is, dan pas worden de dingen onthuld zoals ze werkelijk zijn,’ zegt Yolvi Lena. Volgens haar is het openbaar maken van de waarheid van slachtoffers van onschatbaar belang. Desondanks blijft de traagheid en de neiging van de staat om te blijven ontkennen bestaan. Het handelen van de staat levert herhaaldelijk vormen van hervictimisatie op, waardoor slachtoffers in wezen opnieuw tot slachtoffer worden gemaakt. De wortels van dergelijke vormen van herhaald slachtofferschap liggen regelmatig in de manier waarop justitiële instituties handelen.

    Dat overkwam ook Cleotilde Juárez Adame – in Guerrero bekend als Doña Coti. Toen zij de verdwijning van haar zoon, Julio Alberto Salgado Juárez, aan de kaak stelde, was het de eerste impuls van de autoriteiten om de ernst van de situatie te bagateliseren. ’Men beweerde dat mijn zoon het aan zichzelf te danken had omdat hij foute vrienden had, te veel uitging en daardoor in moeilijkheden zou zijn geraakt. Ik antwoordde dat mijn zoon, nooit uitging, niet rookte of dronk. Hij werd nooit betrapt op welke misstap dan ook.’

    Een muurschildering overschilderen of beweren dat iemand zijn verdwijning te danken heeft aan zelfverkozen slecht gezelschap zijn indicatoren van de manieren waarop de staat het grotere verhaal naar de eigen hand wil zetten. Onderdeel van de staatsreacties is twijfel zaaien over de verhalen van slachtoffers en hun verhalen in diskrediet brengen. Onderzoekster Simona Mitroiu, gepromoveerd in de sociale wetenschappen, ziet deze houding als onderdeel van politieke macht. ’Inherent aan politieke macht is de noodzaak om het verleden opnieuw vorm te geven en gebeurtenissen opnieuw te interpreteren. Daarbij bezwijken controversiële materiële objecten – zoals gebouwen, standbeelden, plekken – en zelfs de herinneringen van burgers aan vernietiging en uitwissing.’

    ‘We moeten in actie blijven om het collectieve geheugen aan al deze verdwijningen in leven te houden’

    Het tot stand komen van een collectief geheugen is geen direct gevolg van de verdwijningen, maar het ontstaat wel vanaf het allereerste moment dat de staat slachtoffers het recht ontzegt op de waarheid. Het collectieve geheugen voedt zich met de details die door de autoriteiten worden achtergehouden en door degenen die er niet naar willen luisteren. Hartverscheurende verhalen worden verteld. Onbeantwoorde vragen blijven. De tweeënvijftig geschilderde gezichten vertegenwoordigen zij die weigeren te worden verborgen, en die voortleven in de hoofden van degenen die onophoudelijk naar hen blijven vragen en hun verhaal keer op keer doorgeven.

    Las Familias de Acapulco en Busca de sus Desaparecidos hebben besloten om hun werk aan El mural de la esperanza voorlopig stop te zetten. Toch is er volgens Emma Mora geen gebrek aan plannen voor de toekomst. Onlangs werd ze benaderd door iemand die een plek aanbood om een nieuwe muurschildering op te tuigen. Dat gaan ze doen en deze keer verwacht Emma dat er nog veel meer gezichten op zullen passen. In december 2021 stelde de burgemeester van de stad Acapulco, Brenda Hernández Marino, aan de gemeenteraad voor om een antimonument op te richten voor degenen die vermist worden uit de gemeente. En inmiddels herbergt het lokale Papagayo-park El Arbol del recuerdo y la memoria (een herinneringsboom). Dit is een voorbeeld van een plek die de families van de verdwenen personen zich openlijk hebben toegeëigend.

    Herinneringsboom
    De herinneringsboom in het Papagayopark in Acapulco. – © IDHEAS

    Emma Mora vertelt dit alles terwijl ze op bed ligt. Ze is inmiddels geïmmobiliseerd door chronische pijn haar benen. Ze wijt haar blessure aan de vele jaren die ze met zoeken heeft doorgebracht. Toch is ze volgens zichzelf altijd nog beter af dan de moeders en vaders die zijn overleden zonder hun kinderen terug te vinden. Ook dat knaagt aan haar. Ook voor hen willen Emma en haar collega’s hun werk niet opgeven. ‘De herinnering moet levend blijven,’ zegt ze. ‘Daarom gaan we voor de nieuwe muurschildering en het monument in Acapulco. Of de autoriteiten het nu willen weten of niet, wij blijven ons laten gelden, net zoals de Ayotzinapa normalistas [dit is een referentie naar de verdwijning in 2014 van vierenveertig studenten van het Ayotzinapa-college in de stad Iguala in Guerrero waarvan een aantal vermoord is teruggevonden]. We moeten eenvoudigweg in actie blijven om het collectieve geheugen aan al deze verdwijningen in leven te houden.’

    Van de vuile oorlog tot nu

    In 2022 kwam de Colombiaanse Yolvi Lena op uitnodiging van de ngo IDHEAS naar Mexico om haar ervaringen te delen met de moeders van het Colectivo de Madres Igualtecas (collectief van moeders uit Iguala), een groep uit Iguala in Guerrero met dezelfde doelstelling. De Colombiaanse deelde haar ervaringen met het werken met de slachtoffers van het gewapende conflict in haar land en organiseerde bijeenkomsten waarop ze vertelde over de slachtoffers die zij interviewde in Colombiaanse gemeenschappen. Yolvi Lena legt uit waarom ze werkt voor de Colombiaanse Waarheidscommissie. Natuurlijk om te streven naar gerechtigheid en om ervoor te zorgen dat gebeurtenissen zich niet herhalen, maar ‘het verhaal van een verdwijning begint meestal alledaags. Ik sprak bijvoorbeeld een vrouw uit een Afro-Colombiaanse gemeenschap die vertelde dat het begon op de dag dat haar man hun huis verliet. Ze namen afscheid en met een alledaagse groet: ‘tot later, fijne dag’. En hij kwam nooit meer terug. Vrouwen zoals zij zijn nog steeds op zoek,’ vertelt Yolvi Lena. En dat is de reden waarom slachtoffers getuigen voor de Waarheidscommissie, omdat alleen op die manier de collectieve herinnering ontstaat die helpt de pijn om te zetten naar actie.

    Yolvi Lena benadrukt de cruciale rol die de collectieven in de regio hebben, die er ook aan bijdraagt dat de mensenrechtenschendingen stoppen. Al behoren ze niet tot het verleden. Want ondanks deze initiatieven van burgers, stapelen de verborgen waarheden zich nog altijd op en vult het collectieve geheugen zich steeds opnieuw met de verse verdwijningen, die zich nog altijd blijven voordoen.

    Het nationale register van vermiste personen houdt de gegevens over Guerrero’s lange geschiedenis van verdwijningen bij. Het bijhouden hiervan begon in 1967 en het register omvat volgens een recente rapportage vandaag de dag in totaal 5565 vermiste personen in de Mexicaanse deelstaat. Het kantoor van de speciale aanklager voor Sociale en Politieke bewegingen in het verleden (FEMOSPP), kan worden geraadpleegd via het Amerikaanse U.S. National Security Archive. Die instantie begon op 1 mei 1968 met het verzamelen van data. Daar is ook de allereerste verdwijning in Mexico geregistreerd. Dat was Santiago García, die lid was van Asociación Cívica Nacional Revolucionaria, één van de toonaangevende guerrillabewegingen in Guerrero destijds. Zijn verdwijning vond plaats gebeurde tijdens de periode waarin Lucio Cabañas en Genaro Vázquez met politieke bijeenkomsten en activisme protesteerden tegen onteigening, guerrillaoorlogvoering en vooral de onderdrukkende represailles van het bestuur van Guerrero en de regering Mexicaanse staat. Tijdens Mexico’s Vuile Oorlog zaten achter minstens negentig verdwijningen politieagenten of militaire regeringsfunctionarissen en was sprake van betrokkenheid van de Mexicaanse veiligheidstroepen (RNPDNO). In die jaren verdwenen in totaal 537 mensen (FEMOSPP) in de staat Guerrero; 205 alleen in de stad Atoyac, destijds een belangrijke basis van de guerrilla. 

    Terwijl de opeenvolgende regeringen naar buiten toe het bestaan van de interne oorlog ontkenden, vonden sinds 1967 slachtpartijen plaats

    Deze cijfers zijn inmiddels mijlenver verwijderd van het duizelingwekkende aantal van meer dan honderdduizend Mexicanen die anno 2022 vermist zijn. Het aantal is enorm toegenomen sinds de voormalige president Felipe Calderón Hinojosa de oorlog van het land tegen de drugshandel lanceerde.

    Madres 1
    Leden van Colectivo de Madres Igualtecas. – © IDHEAS

    De afgelopen jaren staken de opeenvolgende Mexicaanse machthebbers veel energie in het neerzetten van een beeld van vooruitgang, dat begon al tijdens de Olympische Spelen van 1968. Toen in een groot deel van Latijns-Amerika landen leden onder de regeringen van repressieve rechtse militaire dictaturen, presenteerden de regeringen van Adolfo López Matos, Gustavo Díaz Ordaz, Luis Echeverría Álvarez, José López Portillo, Miguel de la Madrid en Carlos Salinas de Gotari zichzelf als toppunt van democratie, vrede en ontwikkeling. Terwijl de opeenvolgende regeringen naar buiten toe het bestaan van de interne oorlog ontkenden, vonden sinds 1967 slachtpartijen plaats, zoals die van Atoyac in Jalisco, waar het protest van de sociale beweging in bloed werd gesmoord. Deze opstand tegen onderdrukking werd alleen maar met meer onderdrukking beantwoordt.

    Volgens professor María Teresa Flores Solana, een wetenschapper die zich inzet voor onderzoek naar de gepleegde misdaden, is dat een van de grote problemen: ‘zodra een land zichzelf begint af te schilderen als een democratische staat, verschaft het zich als het ware vrijstelling van verantwoording voor eerdere misdaden’. Om beter te begrijpen wat er tijdens de Mexicaanse Vuile Oorlog is gebeurd, onderzocht ze het werk van de collectieven in het land. Ze publiceerde over het werk van ¡Eureka! en H.IJ.O.S. México, gevestigde organisaties die gerechtigheid eisen voor verdwenen Mexicanen. Hun recentste wapenfeit is de oprichting van de Commissie voor Toegang tot Waarheid en Rechtvaardigheid voor Ernstige Mensenrechtenschendingen tijdens de Vuile Oorlog. Deze Waarheidscommissie richt zich op het berechten van de verantwoordelijken, het realiseren van het recht op waarheid en herinnering en zet zich in voor herstelbetalingen.

    Herinneringsquilt

    Soms overvalt de herinnering de slachtoffers onverhoeds. ‘Ik kan er niet over praten. Het is te pijnlijk,’ roept Antonia uit, terwijl ze in handen een lap stof heeft met de namen van haar twee zonen en haar man. Ze wordt omringd door lotgenoten, die haar aankijken, terwijl ze hun eigen stukje stof vasthebben. Elk van de deelnemers aan de bijeenkomst met Yolvi Lena vertelt iets over hun vermiste familielid, of ze schrijven hun namen op. Samen maken ze een grote quilt van alle meegebrachte lapjes. Het is een van de activiteiten die in Guerrero worden georganiseerd, waarbij de Colombiaanse Yolvi Lena meehelpt. Ze luistert aandachtig naar elke getuigenis.

    Quilt 1
    © IDHEAS

    Tijdens deze door IDHEAS geïnitieerde bijeenkomsten kwamen de leden van het collectief Colectivo de Madres Igualtecas bij elkaar. Ze aten samen, lachten en huilden. Ze hielpen elkaar met vertellen. Wat de een niet precies wist, kon de ander aanvullen. Zoals het verhaal van Jovita over hoe een officier van het ministerieel politiepersoneel haar 10.000 Mexicaanse peso’s probeerde af te troggelen, om alleen maar een onderzoek op te starten. Of de getuigenis van Esperanza, die vertelde hoe functionarissen van politie en leger haar zoon en een andere jongen afvoerden. ’Geloof me als ik zeg dat ik oneindig dankbaar ben dat ik dit moment samen met jullie kan doorbrengen,’ zegt Sandra Luz, moeder van Ivette Melissa Flores Román, die sinds 19 oktober 2012 vermist is. Haar moeder is inmiddels de vertegenwoordigster van het Colectivo de Madres Igualtecas. Dit zijn voor haar momenten waarop de slachtoffers zich verenigd voelen en verlichting vinden voor hun verdriet. ’Al is het maar een beetje,’ voegt ze eraan toe.

    ‘Het is voor mij niet gezond om stil te blijven zitten en ieder jaar opnieuw geconfronteerd te worden met de datum van de verdwijning van mijn dochter’

    Terwijl de moeders zich concentreren op de activiteiten met Yolvi Lena, krijgt Sandra Luz het ene telefoontje na het andere. Ze staat telkens op om ze buiten gehoorsafstand allemaal te beantwoorden. Daarna keert ze weer terug naar haar stoel. Ze geeft anderen suggesties over hoe ze verder kunnen komen met hun zaak. Dan komt er weer een telefoontje binnen en ze weer staat ze op. Over een paar dagen keert Sandra Luz terug naar de velden om ze af te graven op zoek naar lijken. ‘Het is voor mij niet gezond om stil te blijven zitten en ieder jaar opnieuw geconfronteerd te worden met de datum van de verdwijning van mijn dochter,’ legt ze uit. ’De pijn is te groot. En ik heb er geen controle over. Kijk,’ zegt Sandra Luz en ze steekt haar handen uit. Ze toont haar vingernagels. Ze zijn bijna tot aan de wortel afgebeten. Nu, bijna tien jaar na de verdwijning van Ivette heeft haar moeder het tegengif gevonden voor nagelbijten. Telkens wanneer ze het gevoel heeft dat een depressie de kop opsteekt, pakt Sandra Luz de doos met nagelkits waarmee haar dochter vroeger werkte. Ze laat ze zien: tien sets van tien nagels, vijf nagels per hand, één set voor elk jaar dat ze haar dochter niet heeft gezien. Ze bergt de nagelsets weer netjes op. ’Tot de volgende keer dat ik ze misschien nodig heb.’

    Een bijeenkomst als deze toont hoe een collectief geheugen wordt gemaakt: zeker ook door het vertellen van de verhalen van alledag, door het beschrijven van de personen zoals ze waren vóór hun verdwijning: wat ze graag aten, hun favoriete sneakers, hun zorgen op het werk, de muziek waarnaar ze luisterden als het tegenzat, hun persoonlijke mantra’s om angsten te bezweren. Door bijeenkomsten als deze worden de verdwenen mensen tot leven gewekt, terwijl de voortgaande zoektocht een doorleefde realiteit wordt.

    Om het eerste decennium sinds de verdwijning van Ivette te markeren, hoopt Sandra Luz een gedenkplaat te kunnen oprichten in Iguala. Hoewel ze niet van plan is het snel op te geven, weet ze dat er een dag komt dat ze niet langer de kracht zal vinden om de strijd voort te zetten. Haar jarenlange zoektocht heeft haar ook tot doelwit gemaakt van constante doodsbedreigingen, tot het punt waarop ze uit angst voor haar leven haar huis moest ontvluchten. Ook het zoeken naar resten van verdwenen personen op heuvels en velden is een aanslag op haar eigen lichaam geworden. Toch blijft ze doorgaan. Een paar dagen na de bijeenkomsten met de Colombiaanse Yolvi Lena vertrekt ze weer, naar een expeditie in de velden. Sandra Luz zegt dat het ook voorkomt dat mensen direct contact met haar zoeken nadat een familielid is verdwenen. Ondanks dat het haar iedere keer naar de keel grijpt, onderneemt ze direct actie. Ze heeft het geluk geproefd om mensen op tijd terug te kunnen brengen naar hun dierbaren. Dat is waarom ze deze rol op zich neemt. Ze wil de erfenis nalaten en bewijzen dat de inspanningen van de collectieven niet voor niets zijn. Elke keer dat ze zich inzet voor iets dat haar mogelijk zelf in gevaar brengt, praat Sandra Luz inwendig tegen haar dochter: ‘Jij bent mijn oogappel, mijn drive, de reden dat ik dit alles doe.’

    Hoe herinner jij jouw vermiste dierbare?

    Ivette Melissa Flores Román

    ‘Ze is geboren op 5 januari, dus we vierden Día de Reyes (Drie Koningen) altijd tegelijk met haar verjaardag. Tot op heden maak ik op 5 januari een koningstaart voor tijdens het familiediner. We houden een stoel vrij voor haar, bewaren voor haar een stukje van de taart en we doen alsof Ivette erbij is.’

    ‘En ik weet niet waar ik die zou kunnen krijgen, maar ik zou graag een kartonnen afbeelding van haar willen hebben. Van haar silhouet, met haar foto. Dan zou ik die neerzetten, in plaats van haar lege stoel.’

    ‘Ik heb op allerlei manieren contact met mijn dochter. Wanneer ik bijvoorbeeld met mijn kleinkinderen ben. Dan pak ik soms de kleren van mijn dochter en vraag aan mijn kleindochter om ze aan te doen. Al zijn er ook momenten dat ik dat liever niet wil, omdat het overweldigend is. Dan zie ik haar te veel voor me.’

    ’En ja, haar kunstnagels. Daar grijp ik naar als ik het te kwaad krijg. En weer zou willen nagelbijten. Dan vul ik mijn tafel met al haar nagels. Paar na paar. Het is een oefening die ik voor mezelf heb bedacht en waar ik me aan houd.’

    –Sandra Luz Román, moeder van Ivette Melissa Flores Román. Colectivo de Madres Igualtecas.

    Afbeelding1 3
    Sandra Luz Román met een foto van haar dochter Ivette Melissa Flores Román. – © IDHEAS

    Julio Alberto Salgado Juárez

    ‘Ik herinner me de momenten waarop hij tegen me zei: “Dit moeten we doen!” Dat zijn dingen ik nog steeds doe. Zodra ik eraan denk, zeg ik tegen mezelf: “Ik ga dit doen, omdat mijn zoon het leuk vond.” Ik doe altijd dingen die hij graag deed.’

    ‘Als ik tegen mijn andere zoon zeg: “Kijk, papi [koosnaampje], je broer was hier dol op,” zal hij ook zeggen: “O ja, mama. Laten we dat doen.” Als ik tegen hem zeg: “Je broer tekende graag.” Dan zegt hij: “Nou, dan gaan wij tekenen.” Hij tekent mij, en ik hem. En daarna tekenen we allebei zijn broer, mijn zoon.’

    ‘Ook over eten vraagt mijn zoon: “Mam, weet je nog of Julio dit lekker vond? Zou je het voor me willen maken?” Dat doe ik dan.’

    ‘Ik blijf alles herhalen wat mijn zoon graag deed. Julio vond bijvoorbeeld dat ik zijn jongere broertje moest vragen hoe zijn dag was op school, wat hij had uitgespookt. En nu zit die andere zoon op de universiteit. Nog steeds, als hij thuiskomt, zal ik het hem vragen: “Wat heb je uitgespookt, papi? Hoe was je dag?” En hij vertelt dan over zijn opleiding voedingsleer, de bomen die hij plant en de kaas die hij leert maken.’ 

    ‘Ik zal mijn zoon nooit vergeten. Ik zal mijn zoon altijd herinneren, in alles waar hij van hield.’

    –Clotilde Juárez Adame, Moeder van Julio Alberto Salgado Juárez. Colectivo de Madres Igualtecas. 

    Dit artikel kwam mede tot stand dankzij financiering van de Europese Unie.

    Lees ook:

  • Nigeria: nieuwe aanslag leidt tot 32 doden

    Nigeria: nieuwe aanslag leidt tot 32 doden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran ondermijnt atoomakkoord door camera’s toezichthouder te verwijderen

    » China: onderminister BZ wordt hoogste mediabaas van het land

    Gewapende bendes bestormen verschillende dorpen

    Bij een nieuwe aanslag in Nigeria zijn minstens tweeëndertig doden gevallen. Gewapende bendes op motoren hebben verschillende dorpen bestormd in de deelstaat Kaduna, ten noorden van de hoofdstad Abuja, zo meldt The Nigerian Guardian. Volgens de autoriteiten duurde de aanval afgelopen zondag van twaalf tot zes uur ‘s middags. Ook een kerk was het doelwit.

    Er gingen geruchten rond dat de terroristen gebruik zouden hebben gemaakt van helikopters. De commissaris van Binnenlandse Veiligheid en Binnenlandse Zaken, Samuel Aruwan, ontkracht dat verhaal. Hij verklaarde dat de helikopter in kwestie tot de Nigeriaanse luchtmacht behoorde en was gestuurd om de bendes af te weren, meldt Punch.

    In 2021 zijn 2600 burgers bij dit soort aanvallen in Nigeria omgekomen, aldus ACLED, een wereldwijde organisatie die data verzamelt over conflictgebieden.

    Lees ook:

  • Waar is die god die mijn moeder elke avond  aanroept?

    Waar is die god die mijn moeder elke avond aanroept?

    De eindeloze oorlog in naam van Allah en de verschrikkelijke humanitaire crisis hebben sommige jonge mensen in Jemen ertoe gebracht het geloof af te zweren. Het atheïsme wint terrein in dit zwaar religieuze en conservatieve land.

    ‘Bij mij staat Allah voor de bloemen, maar bij de bloemen zelf staat hij voor het graf.’ Dit zijn de woorden van Omar Batawil, een Jemenitische jongen van zeventien die in april 2016 werd vermoord vanwege uitlatingen op Facebook die hem op beschuldigingen van atheïsme kwamen te staan. Omar bekritiseerde degenen die hij ‘de handelaren in religie’ noemde en heeft zwaar voor die mening moeten boeten: met zijn leven. Omar is niet de enige die is gedood vanwege zijn kritiek op het religieuze bestel of zijn mening over geloofskwesties; hij is een van de jongeren, merendeels onder de twintig, die zijn geliquideerd omdat ze openlijk hebben gezegd hoe ze over het geloof in Allah denken.

    Religie is een onderwerp waarover door talrijke groepen jongeren in Jemen enorm veel wordt gediscussieerd, maar heel zelden in de openbare sfeer. Het geloof en de alomtegenwoordigheid van religieuze teksten zijn thema’s geworden die veel mensen op sociale media aansnijden. Sommigen komen zelfs in het openbaar voor hun mening uit, ondanks het gevaar dat dat oplevert in een land dat ten prooi is aan oorlog, aan een algehele crisis en aan gewapende religieuze partijen. Ik heb contact opgenomen met diverse van deze jongeren die aan het hoofd staan van ‘atheïstische’ groepen op sociale media, om te begrijpen waarom ze de religie hebben afgezworen.

    ‘Ik hoop te kunnen emigreren om alles te vergeten wat ik hier heb geleerd’

    ‘Ik word verscheurd door tegenstrijdige gevoelens over wat ik lees en op de wereld zie, en wat er in mijn stad gebeurt,’ zegt Mohsen (19). ‘Ik word niet meer overtuigd door wat ik in de moskee hoor, of het nu gaat om de gebeden over onze ellende of de vergeving die we moeten schenken aan mensen die niet denken of bidden zoals wij. Waarom wordt er niet opgeroepen tot verzoening? Ik woon zelf in Jemen, maar via internet heb ik vrienden in een heleboel landen met wie ik meningen uitwissel. In Jemen zie ik overal verwoesting om me heen. Ik kan hier niet mezelf zijn. Ik ben bang om te worden gedood. Weet u dat een ander kapsel nemen genoeg is om gevangenisstraf te riskeren? Ik hoop te kunnen emigreren om alles te vergeten wat ik hier heb geleerd.’

    Religieuze mythe

    De Jemenitische politicus Ali al-Bakhiti, die zich liever schrijver en blogger noemt, heeft talrijke jonge volgers op Twitter, waar hij vrijuit spreekt over het feit dat hij niet gelovig is. Veel jongeren reageren op zijn tweets, maar durven niet hun naam te noemen. ‘Mij gaat het er in de eerste plaats om gedachten te verspreiden die ik niet kon verspreiden toen ik nog in het Midden-Oosten woonde,’ zegt Al-Bakhiti. ‘Ik heb het gevoel dat Jemen is vernietigd door de religieuze mythe en dat het land daardoor al meer dan veertienhonderd jaar gebukt gaat onder etnische en sektarische conflicten. En de religieuze groeperingen die met elkaar botsen in Jemen doen dat vanwege deze mythe. Om die reden zet ik me in voor de ontmanteling ervan, om te voorkomen dat de jeugd op de bres gaat staan voor een mythisch paradijs.’

    ‘Je kunt nog beter dood zijn dan zo’n ellendig leven te moeten leiden’

    ‘Ik ben atheïst,’ verklaart Salwa F. ‘Ik gebruik een vals account om mijn mening op Twitter te geven, te meer omdat wij, de jonge vrouwen en mannen in Jemen, de laatste tijd steeds meer onder druk komen te staan. We hebben geen enkele hoop meer. Je kunt nog beter dood zijn dan zo’n ellendig leven te moeten leiden. Waar is de god die mijn moeder elke avond aanroept? Waarom laat hij ons zo lijden? Waarom verdedigt hij de onschuldige kinderen niet die in Jemen worden gedood?’

    Abdel Aziz l-Assali, hoogleraar islamitische filosofie, vertelt dat er zich bijna drie jaar geleden een discussie ontspon tijdens een van zijn colleges. ‘Toen de jongeren zagen hoe vrouwen en kinderen omkwamen door granaten in de belegerde stad Taïz en met het gebrek aan medische zuurstof werden geconfronteerd, begonnen ze zich dingen af te vragen: hoe kan het dat Allah in al zijn goedertierenheid accepteert dat kinderen, vrouwen en bejaarden onschuldig worden gemarteld, gedood en verwond? Aan het eind van de discussie heb ik gevraagd of deze gebeurtenissen mensen ertoe konden brengen het geloof vaarwel te zeggen. Ik heb het volgende tegen mijn studenten gezegd: het religieuze discours dat op gevoelswaarde berust, gaat ten koste van het rationeel denken en de logica, die genegeerd en veronachtzaamd worden terwijl ze centraal staan in de religieuze tekst.’

    ‘De religie in onze samenlevingen wordt opgelegd door wet en overheid’

    ‘De eerste keer dat ik aan de religie begon te twijfelen was toen ik nog maar negen jaar was en een Koranlerares me sloeg,’ vertelt Salem. ‘Op dat moment vroeg ik me af hoe iemand die elke dag de Koran leest, die geacht wordt dicht bij Allah te staan, zo gemeen kon worden. Toen de oorlog in Jemen begon en allerhande religieuze groeperingen meer macht kregen, raakte ik er des te sterker van overtuigd dat staat en religie gescheiden moeten worden als we voor iedereen een heilzame en rechtvaardige samenleving willen.’

    ‘De burgers zien met eigen ogen hoe gewelddadig deze groeperingen zijn wanneer ze aan de macht komen. Ze hebben al hun krediet verspeeld,’ voegt Ali al-Bakhiti er nog aan toe. ‘Het percentage atheïsten en agnostici neemt spectaculair toe, maar die mensen kunnen zich niet vrijelijk uitspreken, dus het is moeilijk te meten. Bovendien wordt de religie in onze samenlevingen opgelegd door wet en overheid.’

    Mooie kanten

    Mohamed al-Mansouri (33) heeft een wat andere kijk op de zaak; hij is ervan overtuigd dat religie onontbeerlijk kan zijn voor sommige bevolkingsgroepen. ‘Ik heb het geloof twee jaar geleden vaarwel gezegd,’ bekent hij, ‘maar voor veel mensen is het volgens mij een noodzaak. Ik ben voor de scheiding van geloof en staat, en ik hoop dat de religieuze groeperingen die momenteel in Jemen aan de macht zijn zullen vertrekken. Toch hoop ik tegelijkertijd niet dat het afgelopen zal zijn met de religie. Religie is in veel gevallen belangrijk en de islam heeft ondanks alles veel mooie kanten, al valt er ook het nodige op aan te merken.’

    ‘Wat heb ik als vrouw voor toekomst in dit land?’

    Salwa besluit het gesprek met een vraag die onbeantwoord blijft. ‘Wat heb ik als vrouw voor toekomst in dit land? Met een man trouwen die ten strijde zal trekken in naam van de religie, omdat hij daarmee in het paradijs hoopt te komen, en eindigen als weduwe? De maatschappij zal me niet toestaan mijn toekomst zelf vorm te geven. En ik zal mijn manier van leven niet kunnen veranderen. Wij jongeren zijn niet afgesloten van de wereld en we weten dat de religieuze groeperingen die ons besturen het leed alleen maar verergeren. We hebben geen recht op een normaal leven, zoals de rest van de wereld.’