Tag: geweld

  • ¡Viva Francia! Colombia’s toekomstige vicepresident is zwart en feminist

    ¡Viva Francia! Colombia’s toekomstige vicepresident is zwart en feminist

    Alles wijst erop dat Francia Márquez binnenkort verkozen gaat worden. Haar leven als zwarte vrouw in een door geweld verscheurd land was allesbehalve gemakkelijk. Toch zijn haar ambities groot. ‘President, zeker, maar eerst vicepresident.’

    Op het podium spreekt de ene man na de andere zonder dat iemand er aandacht aan besteedt. De menigte op het centrale plein van Santander de Quilichao, in het Colombiaanse departement Cauca, kijkt afwezig toe hoe de zon ondergaat. Ze zijn niet voor deze mannen gekomen.

    Als de hoofdrolspeler op het podium arriveert, verandert de stemming. Het publiek brult: ‘Viva Francia Márquez, goddomme, het volk geeft niet op, goddomme!’ Ze lacht zonder haar tanden te ontbloten. Ze is gekleed in een gele jurk, over haar schouder hangt een gebreide tas. Als ze begint te spreken, slaat de sfeer in een keer om: ‘Ze zeggen dat mannen geen abortus plegen, maar ik zeg van wel. In Colombia plegen ze elke keer abortus als ze hun kinderen verlaten. Ze aborteren hun ouderlijke verantwoordelijkheid!’

    Op het podium trekt ze een pokerface, terwijl in de menigte het applaus losbarst. Haar gezicht verandert niet. Hier staat een veertigjarige zwarte vrouw die als kind met een witte man wilde trouwen. Die met de dood werd bedreigd en haar huis moest verlaten omdat ze opkwam voor haar gemeenschap. Die in haar eentje twee kinderen opvoedde omdat hun vaders verdwenen en die andermans huizen schoonmaakte om te kunnen eten. Een Colombiaanse vrouw die nooit had verwacht op daar op dat podium terecht te komen. Die de helft van haar leven in angst heeft geleefd. Die op zestienjarige leeftijd moeder werd. Daarom zegt ze nu wat ze wil en hoe ze het wil.

    ‘Hier staat je dochter. Hier staat je vicepresident‘

    ‘Ik heb er niet om gevraagd de politiek in te gaan. Maar de politiek bemoeide zich met mij en nu bemoeien wij ons met de politiek. Niet omdat we daarvoor worden betaald, maar omdat we het willen. Hier staat je dochter. Hier staat je vicepresident.’

    Francia Márquez heeft alle machtspatronen in Colombia doorbroken. Ze staat op het punt de eerste zwarte vrouwelijke vicepresident te worden. En dan ook nog als linkse Afro-Colombiaanse vrouw in een land waar links nog nooit geregeerd heeft. Bij de voorverkiezingen in maart verwierven slechts twee coalities die aan de verkiezingen deelnamen meer stemmen dan zij. Ze kreeg er bijna 800.000. Het resultaat dwong Gustavo Petro, die de meeste kans maakt om de volgende president te worden, haar als zijn nummer twee te kiezen. Het is geen geheim dat dit niet zijn bedoeling was. Hun relatie is nooit gemakkelijk geweest. Maar toch staat ze er.

    Had Petro de deur voor haar dichtgehouden, dan zou Lina Alegría aanstaande zondag niet op hem stemmen. Omdat niemand zich ooit om de mensen uit Cauca heeft bekommerd, zegt ze. En al helemaal niet om de vrouwen. ‘De alternatieven, allemaal mannen, waren net zo macho als die mannen van rechts. Zij vertegenwoordigt vrouwen, dat is haar territorium. Dat geeft ze door aan Petro. Daarom stemden wij voor Francia,’ zegt de jonge vrouw.

    Hoop op een waardig leven

    Ze is eenentwintig en maakt deel uit van de feministische groep Insurrectas. Die werd hier opgericht aan de Colombiaanse Stille Oceaan, in het departement dat het zwaarst getroffen is door geweld, wordt geteisterd door armoede, gebruikt als doorvoerhaven voor drugs, uitgebuit voor illegale mijnbouw. Een bakermat van ellende waar de staat net zo onvindbaar is als de duizenden kinderen waarnaar duizenden moeders in de dorpen naar zoeken. Er zijn veel vrouwen zoals zij, die mooi uitgedost onder een tentzeil als beschutting tegen de brandende zon staan te wachten op degene die zij niet alleen zien als een zwarte vrouw, maar als ’hun hoop op een waardig leven’. Het is misschien de eerste keer in hun leven dat ze hoop hebben. Iemand die ze begrijpen wanneer ze zegt: ’Het doet pijn om een kind te baren, borstvoeding te geven en het dan te moeten begraven. Omdat bepaalde groepen onze kinderen weghalen, vermoorden, of laten verdwijnen. Daar maken we een einde aan!’

    Márquez reisde dit weekend af naar haar regio, al zijn er ook bepaalde ‘no-gogebieden’. Zo kan ze niet in de buurt komen van La Toma, haar gemeenschap in het dorp Yolombó, in Suárez, waar ze vier decennia geleden werd geboren. Doodsbedreigingen dwongen haar in 2014 te verhuizen met haar twee jonge kinderen, nadat ze in haar gemeenschap de confrontatie met mijnbouwbedrijven was aangegaan. Haar status is sindsdien gegroeid, evenals het aantal bedreigingen.

    ‘Ook al vermoorden ze me, ik zal me blijven verzetten’

    Bij de circa tweehonderd vrouwen die in Santander op haar wachten, roept de activiste een mengeling op van angst en ontroering. Ze beschouwen haar als een wonder. ‘De beveiliging hier is niet erg goed, weet je. Maar we beschermen haar met z’n allen,’ lacht Yisel Carabali. Ze draagt een spectaculaire, kleurrijke jurk en heeft zelf ook een angstaanjagend verhaal. Carabali heeft sinds afgelopen december geen voet meer in haar streek gezet; ze is gevlucht vanwege bedreigingen en de moord op haar broer. Ze doet aan voorouderlijke geneeskunde. ‘Ik ben een heks met een verkeerde naam,’ zegt zij lachend. Maar dan wordt ze ernstig: ‘Ook al vermoorden ze me, ik zal me blijven verzetten.’

    De enige mannen die deze ochtend te zien zijn, doen hun best onopgemerkt te blijven. Deze dag is er niet voor hen; ze zijn onderdeel van beveiliging. Legersoldaten met zware wapens, politie met pistolen en bewakers met houten knuppels als symbool van hun gezag. Een politieagent houdt een zwaar schild voor Francia terwijl ze uit een van de zeven voertuigen in haar colonne stapt. Andere mannen vormen een beschermende corridor terwijl de aanwezige vrouwen zingen en dansen, omgeven door een sterke geur van wierook.

    Sommige critici zijn ronduit racistisch. Een zangeres noemde haar King Kong

    ‘Verzet je tegen de macht, totdat de waardigheid overwint,’ begint Francia. Haar directe, kritische en scherpe betoog slaat hier even goed aan als in andere delen van het land. Haar opkomst in de politiek veroorzaakte een golf van kritiek. In een sterk centralistisch land als Colombia is het moeilijk voor mensen buiten Bogotá om bij de macht te komen. Het is zo goed als onmogelijk om vanuit Cauca op dat vlak iets te kunnen bereiken. De meeste van Francia’s critici wijzen op haar ‘gebrek aan voorbereiding’. Sommige, de luidruchtigsten, zijn ronduit racistisch. Een zangeres noemde haar King Kong, waarop Márquez reageerde door haar ‘een voorouderlijke omhelzing te sturen zodat ze zal genezen’. Journalist Daniel Samper Pizano schreef over haar: ‘Ik bewonder haar als moedige vrouw, een volksleider, een voorvechter voor het milieu en een strijder die in staat is de hindernissen te beslechten die zwarten, armen en vrouwen in Colombia tegenwerken. Haar leven en haar strijd zijn inspirerend. Ze staat voor trouw, eer en moed, maar het ontbreekt haar aan voorbereiding, ervaring en wijsheid. Ze is niet in staat om een natie te leiden. Ze heeft niet wat nodig is om te regeren. Zeker niet in een land dat zo ingewikkeld is als Colombia.’

    ‘Al die opmerkingen over “Je weet het niet, je begrijpt het niet?” Jullie zijn mijn ouders niet. We vragen niet om toestemming. Jullie hebben de geschiedenis geschreven en nu hebben wij de kans om de grondslagen te leggen voor een nieuwe geschiedenis, die onze kinderen in staat stelt op een betere plek te leven.’

    Márquez studeerde rechten in Cali als voorbereiding op haar strijd als milieuactiviste. ‘Ik heb er zeven jaar over gedaan; niet omdat ik de capaciteit niet had, maar omdat ik de middelen niet had.’ In 2018 won ze de Goldman Environmental Prize, de meest prestigieuze prijs voor een milieuactivist. Twee jaar later kondigde ze aan dat ze president van Colombia wilde worden. Die intentie is er nog steeds en klinkt soms door in haar toespraken. ‘President, zeker, maar eerst vicepresident,’ geeft ze lachend toe.

    Het Cali van Márquez

    De tocht van Santander de Quilichao naar Cali duurt anderhalf uur. Deze route nam Márquez toen ze op een nacht met haar kinderen vluchtte. Buurt 21 van de salsahoofdstad van de wereld werd haar tweede thuis. Op deze plek, waar taxichauffeurs bezoekers voor de gevaren waarschuwen, arriveert de kandidaat op een zondag tussen honderden mensen die al uren op haar staan te wachten terwijl ze naar muziekgroepen en dansers op het podium kijken. ‘Zijn jullie klaar voor een heerlijk leven?’ is haar begroeting.

    ‘Politici komen hier naartoe om ons geweten te kopen. Maar ik hoefde hier niet naartoe te komen, want ik woon hier, dit is mijn tweede thuis.’

    ‘Dit is je thuis, Francia’, schreeuwt de menigte. Cali was vorig jaar het epicentrum van massale protesten die duizenden mensen in het hele land op de been brachten. Stakingen legden de op twee na grootste stad van Colombia meer dan twee maanden lang plat, en botsingen tussen betogers, inwoners en ordehandhavers kostten het leven aan meer dan veertig mensen, vooral jongeren. Via de loopgraven die de wijk Siloé in Cali afschermden, een gebied waar wekenlang noch de politie noch het leger binnen wist te komen, zocht Márquez er, zonder bewakers, de jongeren op. ‘Ik ben degene die hen moet verdedigen,’ legde ze uit.

    ‘We kregen te horen dat politiek niets voor ons is, dat onze taak als zwarte vrouw die van werkster is’

    In ditzelfde Cali moedigt de kandidaat de mensen nu aan om aanstaande zondag ‘het verzet naar de stembus te brengen’. Het was ook hier dat de jonge Márquez huizen schoonmaakte. Dat is de herinnering die ze het vaakst oproept als ze in het openbaar spreekt. Een herinnering die hier zorgt voor verbintenis met haar aanhang, en waar het publiek in Bogotá zich ongemakkelijk bij voelt.

    ‘We kregen te horen dat politiek niets voor ons is, dat onze taak als zwarte vrouw die van werkster is. Hun huizen schoon en mooi maken, hun kinderen opvoeden. Om vervolgens hier terug te keren om onze eigen mensen te begraven. Die ketenen van onderdrukking moeten we verbreken.’

    In alle peilingen gaan Petro en Márquez in de eerste ronde aan de leiding, en ze hebben een enorme voorsprong in de tweede ronde. Hij, een man die zijn hele leven al in de politiek zit; zij, een nieuwkomer die de volle pleinen trekt. Hun relatie is niet gemakkelijk geweest, maar ze hebben een manier gevonden om elkaar aan te vullen. Ze passen bij elkaar. Márquez verzoent Petro met het feminisme waarmee hij zo heeft geschipperd. Zij brengt hem dichter bij Cauca, Valle, Chocó en de andere regio’s waar de meerderheid van de Afro-Colombiaanse bevolking woont. Petro geeft Francia een boost met zijn nichekiezers. Ze surft mee op die golf, als eerste aanzet, en heeft aspiraties om het daarna in haar eentje te doen.

    Lees ook:

  • Zo schuift Nayib Bukele de mensenrechten in El Salvador aan de kant

    Zo schuift Nayib Bukele de mensenrechten in El Salvador aan de kant

    Carlos Pérez Ricart van het CIDE, de Commissie voor Waarheidsvinding en Historische Opheldering, vraagt zich hardop af hoe ver de staat mag gaan om de geweldscrisis het hoofd te bieden. ‘Is Bukele het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur?’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werd Nayib Bukele met duidelijke cijfers herkozen als president van El Salvador. Hij is in eigen land uiterst populair vanwege zijn meedogenloze strijd tegen de bendes die de bevolking voorheen terroriseerden. Buiten El Salvador is zijn imago wat minder rooskleurig: sinds hij in maart 2022 de noodtoestand heeft uitgeroepen om het bendegeweld aan te pakken, zijn willekeurige arrestaties, martelingen en het doden van gevangenen aan de orde van de dag.

    In dit artikel van Sinembargo van april 2022 legt Carlos Pérez Ricart van het CIDE, de Commissie voor Waarheidsvinding en Historische Opheldering, uit wat de opkomst van leiders zoals Bukele betekent. ‘Wat er in El Salvador gebeurt, lijkt niet zozeer een erfenis van het verleden, maar een beeld van wat ons in de toekomst te wachten staat.’ 

    Op het Twitteraccount van de president is een fotoverzameling te vinden: honderden afbeeldingen van getatoeëerde mannen. Allemaal zonder hemd en met vastgebonden handen; niemand die lacht. Sommigen staan met hun gezicht naar de muur, anderen kijken strak in de camera. Van de meesten zien we amper hoe hun rug zich ongemakkelijk kromt naar de knieën. Het zijn gevangenen; ze zijn zojuist gearresteerd. Op hun lichaam zie je de sporen van de klappen en zweepslagen die hun zijn toegediend: door het leven en door de politie.

    De video’s op het Twitteraccount van de president zijn nog schokkender: personen die lange tijd gehurkt moeten staan in afwachting van hun beurt om te worden kaalgeschoren, kennelijke oproerkraaiers, in een kleine ruimte opeengepakt. Er staan summiere aanduidingen bij de beelden, 280 lettertekens, die niet voldoende zijn om de vreselijke hitte, de strontlucht en het zweet waarmee de opsluiting gepaard gaan te beschrijven. 

    Op het Twitteraccount wordt ‘de oorlog verklaard aan de gangsters’

    Het gaat hier om het Twitteraccount van de populairste president van Latijns-Amerika, Nayib Bukele, de opperbevelhebber van het leger van El Salvador. Op het account wordt ‘de oorlog verklaard aan de gangsters’ en de ‘noodtoestand’ uitgeroepen in het kleinste land van Midden-Amerika. Het gaat hier om het drukst bezochte account over Latijns-Amerikaanse politiek, waar honderden aspirant-tirannen op het hele continent zich met bewondering aan vergapen. 

    De tweets van de laatste week geven een inkijkje in de relatie tussen Bukele en de bendes in zijn land. Niet dat ze het hele verhaal vertellen, daarvoor is een bezoek aan het kranten- en tijdschriftenarchief nodig. Nauwelijks kwam Bukele in juni 2019 aan de macht of hij begon een reeks geheime onderhandelingen met drie van de belangrijkste straatbendes (maras) van het land, de Mara Salvatrucha-1, Barrio 18 Revolucionario en Barrio 18 Sureños, berucht om hun tatoeëringen. Bukele beloofde verbetering van de gevangenisomstandigheden van de bendeleiders in ruil voor de toezegging dat hun criminele cellen het aantal moorden terug zouden brengen en dat ze de partij van de president electoraal zouden steunen. 

    De regering heeft het bestaan van zulke onderhandelingen altijd ten stelligste ontkend; niettemin is er een flink aantal door de nieuwssite El Faro opgeduikelde geluidsopnames, foto’s, geschriften en getuigenissen die onze bewering staven.

    Akkoorden

    Het werkte. De akkoorden tussen de regering van El Salvador en de straatbendes vormen de meest voor de hand liggende verklaring voor de daling van het aantal moorden in het land. Werden er voor de wapenstilstand gemiddeld tien mensen per dag vermoord, de laatste maanden staat het cijfer op iets minder dan drie. Een enorm succes voor een land dat tot voor kort werd beschouwd als het gewelddadigste ter wereld.

    Zoals dat meestal gaat met dit soort experimenten functioneerde het pact… tot het ophield te functioneren.

    Op zaterdag 26 maart werden er zestig moorden gepleegd in El Salvador. Volgens de eerste artikelen die hierover beginnen te verschijnen bereikte duizenden gangstergroeperingen in alle hoeken en gaten van El Salvador hetzelfde bevel. De boodschap bestond uit één enkel woord: ‘Adelante’ (Voorwaarts). Het was het begin van wat uiteindelijk zal worden aangeduid als de gewelddadigste dag uit de moderne geschiedenis van het land (en dat wil wat zeggen).

    Wat ging er mis? Was de regering een van haar beloftes niet nagekomen? Werd de wapenstilstand opgeheven en is wat wij het weekend van 26 maart hebben gezien slechts een voorproefje van een criminele explosie zonder weerga? We weten het niet. Uit de eerste berichten valt in ieder geval op te maken dat de meeste slachtoffers toevallige passanten waren: bakkers, kooplieden, surfers. De stop die een poos op de moorden had gezeten is er weer af. 

    Nayib Bukele

    President Nayib Bukele van El Salvador is een spektakelpoliticus die graag zijn toevlucht zoekt tot ophef en grilligheden. Dat zie je wel vaker bij naar autocratie neigende leiders: veel aandacht voor het imago.

    Presidente Bukele cropped

    In dat licht moet waarschijnlijk ook de videoboodschap worden gezien die hij op 5 juni 2021 overbracht tijdens een conferentie in Miami over cryptocurrencies en bitcoin. ‘Mijn naam is Nayib Bukele, ik ben de president van El Salvador,’ begon hij. Vervolgens legde hij in het Engels uit dat mensen vaker hun lot in eigen hand moeten nemen en dat hij daarom bitcoin tot officiële munteenheid van zijn land zou maken. ‘Welkom in de toekomst.’ 

    El Salvador, het armste land van Latijns-Amerika, bekend om zijn koffie en de hoogste moordcijfers ter wereld. Een land waar zeventig procent van de inwoners niet eens een bankrekening heeft. Dat zou opeens voorop gaan lopen in de financiële revolutie? 

    Bukele liet er echter geen gras over groeien. Kort na zijn videotoespraak nam het Salvadoraanse parlement met een versnelde procedure een nieuwe wet aan, en sinds een half jaar is bitcoin nu het officiële betaalmiddel, naast de Amerikaanse dollar, die in 2001 als nationale munt werd ingevoerd. 

    Iedereen die dat wil, zou zijn boodschappen of belastingen nu moeten kunnen betalen met bitcoin. De regering belooft zoveel nieuwe banen en investeringen dat er een aparte stad voor gebouwd zal moeten worden: Bitcoin City. En ze gaan natuurlijk zelf ook cryptomunten minen, met computers die worden aangedreven door groene geothermische energie, afkomstig uit vulkanen.

    Maar het slaat allemaal nog niet echt aan. Veel Salvadoranen zijn ontevreden over de bitcoinwet en ze beschuldigen Bukele van gokken met staatsmiddelen. Toen de overheid geldautomaten liet neerzetten waar je dollars en bitcoins kunt wisselen, staken demonstranten ze in brand. Sindsdien staan er zwaarbewapende soldaten naast. Digitaal betalen in het land lukt vooralsnog bijna nergens.

    Noodtoestand

    Bukele’s reactie – een mengeling van geschiedschrijving via de media en harde hand – liet niet op zich wachten. Diezelfde 26 maart nog, om acht uur ’s avonds, gaf hij op eigen gezag de Nationale Assemblee bevel in het hele land de noodtoestand af te kondigen. Een paar uur later al waren de eerste individuele basisrechten (het recht op vrijheid van meningsuiting en op samenscholing) opgeschort. De dagen erna werd een reeks hervormingen goedgekeurd die de politie de bevoegdheid gaven om zonder gerechtelijke toestemming telefoons af te tappen en de termijn dat iemand zonder voor de rechter te zijn geleid kan worden vastgehouden te verlengen van drie naar vijftien dagen. Andere maatregelen waren het instellen van gevangenisstraffen tot wel zestig jaar voor bendeleden en de mogelijkheid minderjarigen tot wel tien jaar van hun vrijheid te beroven. Er werd een raad van anonieme rechters ingesteld om deze gevallen af te handelen, een constructie die de weg vrijmaakt voor allerhande vormen van misbruik. 

    Alle nieuwe maatregelen gingen vergezeld van dreigementen aan het adres van rechters die ‘delinquenten bevoordelen’ met hun vonnissen en die de politie ‘niet hun werk laten doen’. Slachtoffers van de theatrale vertoning van Bukele waren ook de ngo’s die ‘angelitos’ (engeltjes) ‘beschermen’ en ‘romantisch afschilderen’ en zelfs het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten, een orgaan dat ‘bendeleden verdedigt’ en waaruit Bukele nu heeft gedreigd zich terug te trekken.

    ‘Ik zweer bij God dat ze geen hap rijst meer krijgen, en dan eens kijken hoelang ze het volhouden’

    Wat volgde was het verbale geweld op Twitter: dreigementen om de maaltijden in de gevangenissen te schrappen (‘Ik zweer bij God dat ze geen hap rijst meer krijgen, en dan eens kijken hoelang ze het volhouden’), geen sanitaire benodigdheden meer te verstrekken, de opdracht om leden van vijandige bendes in dezelfde cel te stoppen. ‘Ze zullen op de grond slapen en ze zullen zelf het leed ondergaan dat zij het volk hebben aangedaan,’ aldus Bukele. Toen de noodtoestand negen dagen van kracht was meldde de regering de arrestatie van bijna zesduizend vermeende bendeleden. Het gaat om massa-arrestaties, waarbij het er niet toe doet of er belastend bewijs is. 

    Het is moeilijk te voorspellen hoe dit zal aflopen. Zoals meestal het geval is met dit soort ontwikkelingen die in het teken staan van improvisatie en machtsmisbruik, roepen ze meer vragen dan antwoorden op.

    Voorbeeldfunctie  

    Mag de staat zijn voorbeeldfunctie opgeven om een crisis van deze omvang het hoofd te bieden? Stel dat de middelen effectief zijn, dan nog kun je je afvragen wat de prijs is als staatsinstellingen de gewelddadige praktijken van degenen die zij vervolgen overnemen. Hoeveel jaar achteruitgang betekent dit voorstel van de president van El Salvador wel niet? Wat kunnen de pers, de oppositie en de rest van de bevolking van de staat verwachten als met zo veel gemak de individuele vrijheden opzij worden geschoven? 

    Vanuit een ruimer perspectief bezien: loopt El Salvador voorop met een politiek programma dat de mensenrechten negeert en een beleid bepleit waarin de onafhankelijkheid van de rechtspraak met voeten wordt getreden? Is dat niet – met wat kleine veranderingen – dezelfde weg die Guatemala nu gaat?

    Hebben we hier te maken met het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur?

    Tot slot moeten we serieus stilstaan bij de vraag wat het leiderschap van Bukele inhoudt. Hebben we hier te maken met het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur? In hoeverre is het onvermogen van de regeringen in deze regio om een structurele oplossing te vinden voor de geweldsproblematiek de reden van het echec? Er is geen keus: of we beginnen eindelijk te zoeken naar een samenhangend antwoord op deze vragen, of we zijn gedoemd op dit heilloze pad verder te gaan.

    Het is de hoogste tijd om het te hebben over wat nu in El Salvador aan de hand is. We moeten dat kleine land goed onder de loep nemen, want wat daar gebeurt lijkt niet zozeer een erfenis van het verleden – een typisch teken van onderontwikkeling –, maar een beeld van wat ons in de toekomst te wachten staat. Een heel somber beeld. 

    Lees ook:

  • Wereldbeeld: Bodypainting in Ouagadougou

    Wereldbeeld: Bodypainting in Ouagadougou

    Mannen gaan in geverfde militaire uniformen de straat op om hun steun te tonen voor de machtsovername in Burkina Faso.

    De democratisch verkozen president Roch Kaboré werd door legerofficieren afgezet; onvrede over zijn onmacht om de geweldspiraal in het land op te lossen leidde op 23 januari tot muiterij binnen het leger, die een dag later uitliep op een coup. In de hoofdstad Ouagadougou steunen veel inwoners de coupplegers, in de hoop dat zij het land uit de crisis kunnen loodsen. Frankrijk en de VN hebben de staatsgreep van het West-Afrikaanse land veroordeeld.

    ANP 444396030
    © Olympia de Maismont / AFP

  • Merkel zegt sorry | Executiekoploper Virginia schaft doodstraf af

    Merkel zegt sorry | Executiekoploper Virginia schaft doodstraf af

    ‘Angela Merkel heeft haar geloofwaardigheid verloren’

    Woensdag 24 maart is een dag om te onthouden, aldus de Duitse pers. ‘Op één dag heeft de bondskanselier zich drie keer verontschuldigd: een keer voor de burgers, een andere keer voor de minister-presidenten [van de deelstaten] en ten slotte in de Bondsdag’, schrijft de krant Die Welt over de nasleep van Merkels plotselinge ommekeer in haar coronabeleid. ‘We waren getuige van een dag waarop de chaos, de ontevredenheid en het wanbeleid van de coronacrisis hun hoogtepunt bereikten.’

    De bondskanselier heeft woensdag de vijf dagen durende strenge lockdown, die een dag eerder was afgekondigd voor Pasen, weer geannuleerd. Na felle kritiek zag Merkel zich gedwongen de maatregel in te trekken.

    ‘Is dit nog serieuze politiek of een komedieshow?’

    Merkel gaf haar fout toe en verontschuldigde zich. Maar deze vergissing is eerder ‘een symbool van de grote hulpeloosheid, wanorde en het gebrek aan structuur in het hele overleg tussen deelstaatleiders’, merkt de Süddeutsche Zeitung op. De bondskanselier heeft dit besluit niet alleen genomen, zoals de Beierse minister-president Marküs Söder al snel opmerkte, en ook hij heeft zijn verontschuldigingen aangeboden aan het Duitse volk. De leider van de Christelijk-Sociale Unie (CSU) staat momenteel zeer hoog in de peilingen om Angela Merkel op te volgen als kanselier.

    ‘Is dit nog serieuze politiek of een komedieshow?’ opent het commentaar van Die Tageszeitung. ‘Misschien zijn wij getuige van een crisis van het federalisme? Een federalisme dat te log zou zijn om lange crises doeltreffend te beheren.’ Feit blijft dat ‘een regering die haar besluiten niet meer op een plausibele manier kan uitleggen, het vertrouwen van haar burgers verliest’, aldus het alternatieve linkse dagblad, en ‘de huidige regering is bezig haar gezag tot het nulpunt te reduceren’.

    Angela Merkel heeft volgens de krant haar geloofwaardigheid verloren. Het is waar dat een verontschuldiging een goede indruk maakt, maar ‘het publiek ziet vooral dat de tovenares niet meer kan toveren’. ‘Vanaf nu is Merkel een lame duck’, ‘het einde van Merkel nadert’, aldus Die Tageszeitung.

    De parlementsleden van de oppositie (AfD, Die Linke en FDP) aarzelden woensdag niet om de vertrouwenskwestie aan de orde te stellen.


    Myanmar houdt ‘stille staking’ nadat militairen kind doodden

    De dood van de zevenjarige Khin Myo Chit, die tijdens een militaire inval in het huis van haar ouders in de buik werd geschoten, heeft in Myanmar een schokgolf teweeggebracht. Als eerbetoon aan het meisje waren de steden op woensdag 24 maart uitgestorven.

    Ze is het jongste slachtoffer van de militairen die op 1 februari een staatsgreep pleegden: Khin Myo Chit, zeven jaar oud, werd op dinsdag 23 maart in haar huis doodgeschoten tijdens een militaire razzia in de stad Mandalay. Het meisje ‘werd in de buik geschoten terwijl ze op de schoot van haar vader zat’, meldt Myanmar Now.

    Lees ook:

    De oudere zus van het slachtoffer, Aye Nyein San, vertelde aan de Myanmarese nieuwssite dat de militairen de deur van hun huis openbraken en alle familieleden dwongen te gaan zitten, alvorens te vragen of zich verder nog iemand in het huis schuilhield: ‘Hun vader herhaalde dat de zes familieleden in de kamer de enige mensen in het huis waren. Een soldaat zei dat hij loog en schoot hem neer, voegde Aye Nyein San eraan toe. Maar de kogel raakte Khin Myo Chit in plaats van hem.’

    De begrafenis van het meisje vond reeds plaats op woensdag 24 maart, zoals te zien is op een video van de South China Morning Post. Haar vader, Hashin Bai, sprak tijdens de ceremonie in tranen: ‘Ze schoten haar in mijn armen neer. Ik droeg haar en rende weg.’

    De soldaten sloegen vervolgens de negentienjarige broer van het slachtoffer ‘met de kolf van hun geweer’ en namen hem mee, vervolgt Myanmar Now. ‘We konden niet voorkomen dat ze hem meenamen’, getuigde de oudere zus. ‘Ze zeiden: “Willen jullie dat we weer gaan schieten?”’

    Volgens de zus vroegen de soldaten haar vader hen het lichaam van het meisje te geven, wat hij weigerde. De volgende dag, woensdagavond 24 maart, deden de soldaten een tweede inval in hun huis, zo schrijft Myanmar Now in een ander artikel, in een poging het stoffelijk overschot van het kind terug te vinden. Daarom had de familie besloten haar begrafenis die ochtend in allerijl te houden.

    ‘De wrede moord op dit kleine meisje in de armen van haar vader’, schrijft CNN, ‘is er een in een lange reeks van mishandelingen en willekeurig geweld door de Myanmarese veiligheidstroepen, die niet alleen ongewapende demonstranten treffen, maar ook omstanders, burgers in hun huizen, en kinderen’. Sinds de militaire staatsgreep van 1 februari zijn naar verluidt ten minste 275 mensen door Myanmarese troepen gedood.

    In de nasleep van de dood van Khin Myo Chit riepen prodemocratieactivisten op woensdag 24 maart op tot ‘een stil protest, waarbij mensen worden aangespoord thuis te blijven en bedrijven en winkels worden opgeroepen de rolluiken neer te laten’, aldus de Amerikaanse zender, ‘met als doel hele dorpen en steden plat te leggen’.


    De Amerikaanse staat Virginia schaft de doodstraf af

    De staat met het hoogste aantal executies in de Verenigde Staten heeft op woensdag 24 maart de doodstraf afgeschaft. Volgens de Democratische gouverneur Ralph Northam is de ultieme straf, die ten onrechte tegen zwarten wordt gebruikt, in Virginia ‘een vorm van een door de staat gesponsorde lynchpartij’ geweest.

    ‘Na ongeveer 1400 executies in meer dan 400 jaar, is de doodstraf dood in Virginia’, schrijft The Virginian-Pilot. Op woensdag 24 maart ondertekende de Democratische gouverneur Ralph Northam een wetsvoorstel tot afschaffing van de doodstraf in de staat, ‘die meer mensen heeft geëxecuteerd dan enige andere’ in de Verenigde Staten.

    Northam tekende de nieuwe wet tijdens een ceremonie in het Greensville Correctional Center in Jarratt, tachtig kilometer ten zuiden van Richmond, waar de afgelopen dertig jaar dodelijke injecties en elektrocuties zijn uitgevoerd. Hij verklaarde daarbij: ‘De doodstraf is een fundamentele fout. Het is moreel juist dat er een eind aan wordt gemaakt.’

    ‘De jongste ter dood veroordeelde was 12, de oudste 83’

    Virginia is de drieëntwintigste staat die de doodstraf afschaft, en ‘de eerste in het Zuiden’, schrijft The Virginian-Pilot. De eerste geregistreerde executie in wat later de Verenigde Staten zouden worden, vond plaats in de voormalige koloniale nederzetting Jamestown in Virginia, in 1608. Sindsdien zijn er bijna 1400 mensen geëxecuteerd in de staat. ‘De jongste ter dood veroordeelde was 12, de oudste 83’, aldus de The Richmond Times-Dispatch.

    296 van de 377 mensen die in de twintigste eeuw in Virginia zijn geëxecuteerd waren Afro-Amerikanen

    Volgens The Virginian-Pilot wees Ralph Northam er onder meer op dat de doodstraf ten onrechte is gebruikt tegen zwarte mensen, waarbij hij zelfs verwees naar ‘een vorm van door de staat gesponsorde lynchpartijen’. De gouverneur haalde statistieken aan waaruit blijkt dat 296 van de 377 mensen die in de twintigste eeuw in Virginia zijn geëxecuteerd Afro-Amerikanen waren en dat een beklaagde drie keer meer kans heeft de doodstraf te krijgen als het slachtoffer wit is in plaats van zwart. ‘Het is gewoon niet te rechtvaardigen,’ aldus Northam.

    Lees ook:

    Volgens het wetsvoorstel dat in februari door leden van het Huis en de Senaat van Virginia werd aangenomen, zullen de twee overgebleven terdoodveroordelingen worden omgezet in levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating, zo meldt The Richmond Times-Dispatch.

    De afschaffing van de doodstraf in Virginia komt op het moment dat Joe Biden onder druk staat binnen de Democratische Partij om de straffen van de overgebleven federale terdoodveroordeelden om te zetten naar levenslang, schrijft ook The New York Times.

    Tegen het einde van de ambtstermijn van Donald Trump had de Amerikaanse regering dertien gevangenen geëxecuteerd, meer dan een vijfde van de gevangenen die in afwachting waren van de doodstraf. Volgens het dagblad in New York heeft de inauguratie van Joe Biden een einde gemaakt aan deze golf van executies, maar blijft er onzekerheid bestaan over het lot van de resterende veroordeelde gevangenen.

  • Facebook blokkeert nieuws in Australië | Schildpadden in Texas verlamd door kou

    Facebook blokkeert nieuws in Australië | Schildpadden in Texas verlamd door kou

    Facebook blokkeert nieuwsartikelen in Australië

    Eerder berichtten we al over Googles dreigement om Australië te verlaten, vanwege een wetsvoorstel van de regering dat eist dat nieuwsuitgevers voor hun inhoud worden betaald. Sindsdien, meldt Sydney Morning Herald, sloot het bedrijf miljoenencontracten met grote Australische uitgevers.

    Zo niet Facebook. Als reactie op het voorstel verhindert het bedrijf persgroepen en gebruikers om nieuwsartikelen op het sociale netwerk in het land te delen of te bekijken. De Australische regering noemt de blokkade ‘autoritair’, de Sydney Morning Herald ‘onthutsend’.  

    De officiële reactie van Facebook luidt als volgt:

    ‘We staan ​​voor een onaangename keuze: proberen te voldoen aan een wet die de realiteit van de relatie [tussen het netwerk en de uitgevers] negeert, of stoppen met het toestaan ​​van nieuwsinhoud op onze diensten in Australië. Met een bezwaard hart kiezen we voor de tweede optie.’

    Fakebook

    Afgezien van de afname van het verkeer naar hun sites die de maatregel tot gevolg zal hebben, maken veel Australische media, zoals The Australian Financial Review, zich zorgen over het verdwijnen van betrouwbare informatie op het netwerk. De krant is van mening dat ‘Facebook de Australische waarheid opoffert (…) om te voorkomen dat er een duur wereldwijd precedent wordt geschapen’.

    Volgens een rapport van de Universiteit van Canberra over digitaal nieuws in 2020 gebruikt 39 procent van de Australiërs Facebook om het nieuws te raadplegen en 49 procent om informatie over de covid-19-epidemie te verkrijgen. 

    ‘Terwijl Australië zich voorbereidt op de lancering van het belangrijkste vaccinatieprogramma van ons leven, zullen de antivaxers, die zoals we hebben gezien verkeerde informatie op Facebook verspreiden, niet langer worden weersproken door een persbericht van lokale gezagsdragers’, aldus Financial Review.

    Met al dit nepnieuws, waarschuwt ook The Australian, ‘wordt Facebook “Fakebook”’ en zorgt Mark Zuckerberg ervoor dat zijn ‘Australische gebruikers machteloos staan ​​tegenover gevaarlijk nepnieuws’. 

    Lees ook ons bericht van 22 januari:


    ‘Vrijheid voor Pablo Hasél. Weg met Franco’s rechtssysteem’

    Meer dan veertig mensen zijn gearresteerd na gewelddadige protesten in Madrid, Barcelona en Granada tegen de opsluiting van Pablo Hasél, meldde El Mundo woensdag (17 februari). In de Spaanse hoofdstad verzamelden honderden mensen zich ’s middags bij Puerta del Sol om de rapper te steunen, na zijn veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf vanwege tweets waarin hij de politie en de monarchie aanvalt. De ‘ongeoorloofde maar vreedzame’ demonstratie ontmondde tegen de avond in ‘een veldslag’.

    In Barcelona verzamelden honderden mensen zich voor de tweede dag op rij, wat uitliep op ‘het verbranden van containers en het opzetten van barricades’.

    El País sprak met enkele demonstranten. Jorge Gómez, 24, licht toe: ‘Er is een gebrek aan vrijheid van meningsuiting, alleen omdat Hasél vanzelfsprekende dingen heeft gezegd.’ [Hasél noemde voormalig koning Juan Carlos I een maffiabaas.] Gómez noemt de wetten die de rapper hebben veroordeeld ‘middeleeuws’. Julia Castro, 22, voert aan dat: ‘veel reggaetonliedjes denigrerende boodschappen over vrouwen bevatten en toch door miljoenen mensen worden gehoord, terwijl slechts een minderheid naar Hasél luistert.’

    De kreet die het meest is gehoord op het centrale plein van Madrid is ‘Nazi’s overdag en politie ’s nachts’ en ‘Hier zijn de antifascisten’. Op spandoeken staat de slogan ‘Ontvoerd door de staat, iedereen op straat! Laten we zijn vrijheid heroveren!’ en ‘Vrijheid voor Pablo Hasél. Weg met Franco’s rechtssysteem’. Volgens het Spaanse dagblad begonnen de bijeenkomsten in feestelijke sfeer, met liedjes waarin de vrijlating van de Catalaanse rapper wordt geëist.

    Ook Amnesty International veroordeelt de opsluiting van de rapper.


    In het VK worden vrijwilligers ingeënt met het coronavirus

    De Britse regering heeft besloten een experiment te financieren dat van plan is om ongeveer negentig vrijwilligers te ‘infecteren’ met covid-19 om informatie te verzamelen over de reactie van het immuunsysteem. De ethische instantie voor klinische proeven heeft groen licht gegeven voor het experiment. Over een paar weken zullen gezonde mensen tussen de 18 en 30 jaar door middel van druppels in de neus met het virus worden besmet.

    Deze wereldprimeur roept enkele vragen op. Zoals: wat is een gepaste beloning als je ermee instemt te worden geïnjecteerd met een virus dat wereldwijd al 2,4 miljoen mensen heeft gedood? Het antwoord is volgens The Times 4000 pond (4600 euro).  In het project is in totaal 33 miljoen pond geïnvesteerd.

    Op middellange termijn hopen de onderzoekers de tests te kunnen voortzetten om nog ambitieuzere doelen te bereiken, legt professor Peter Openshaw van Imperial College London uit in The Guardian. ‘Deze onderzoeken zijn uniek en kunnen ons in staat stellen om sneller vooruitgang te boeken, niet alleen bij het begrijpen van de ziekte, maar ook bij het vinden van geschikte behandelingen en vaccins’, aldus de wetenschapper. Deze hulp zou meer dan welkom zijn in een tijd waarin de verspreiding van nieuwe varianten de internationale wetenschappelijke gemeenschap zorgen baart.

    Balans

    Het wetenschappelijke Nature stelde al aan het begin van de pandemie de vraag of dergelijke ‘tests op mensen’ acceptabel zouden zijn. De media bevestigden vervolgens dat het noodzakelijk was ‘een redelijk evenwicht te vinden tussen de risico’s die deze mensen lopen en het belang dat deze inspanning vormt voor de gemeenschap. De onderzoeken brengen risico’s met zich mee, maar nemen ze ook weg.’


    Zeeschildpadden worden in Texas gered van de kou

    In Texas is een congrescentrum ingericht om de ‘laatste slachtoffers van het strenge winterweer op te vangen’, schrijft NBC News. Het gaat om duizenden door de kou verdoofde zeeschildpadden, die op het strand zijn aangespoeld.

    De verdoving houdt in dat de schildpadden hun flippers niet meer kunnen bewegen en vanzelf komen bovendrijven. Ze weten dat ze moeten bewegen om te kunnen overleven, maar zijn niet in staat om hun lichaam daartoe aan te zetten, legt een medewerker van het centrum uit in een filmpje op CNN. Als gevolg daarvan worden ze levenloos.

    Bewoners, van wie sommigen zelf geen warmte of basisvoorzieningen in hun eigen huis hebben vanwege het ongewoon koude weer, hebben de zeeschildpadden gered en naar het congrescentrum in een vakantieoord in het zuiden van Texas gebracht.

    ‘Zo ongeveer om de vijftien minuten komt er weer een pick-uptruck of SUV aanrijden’, zegt Ed Caum, uitvoerend directeur van de South Padre Island Convention and Visitors Bureau, geciteert door The Guardian.

    Hij vertelt dat mensen soms een of twee zeeschildpadden meebrengen, soms meer. ‘Gisteren kwamen er soms ook aanhangwagens vol met vijftig tot honderd stuks.’ Tot nu toe zijn er meer dan 3500 zeeschildpadden ‘verzameld’; Caum is terughoudend met de term gered, want ‘we weten dat we er enkele gaan verliezen’.

    Nu er opnieuw een koufront nadert, is niet bekend wanneer de zeeschildpadden weer het water in kunnen. De temperatuur in het gebied was op woensdagmiddag ongeveer 4 graden Celsius. De schildpadden kunnen pas teruggeplaatst worden in de Golf van Mexico als het kwik boven de 15 graden uitstijgt.

    Eerder beschreef The Guardian al hoe de winterstorm de ongelijkheid in toegang tot elektriciteit vergroot onder Texanen; hoewel de staat de meeste elektriciteit produceert in de VS, ‘bevonden miljoenen kansarme inwoners zich de afgelopen weken in kou en duisternis’.

  • Inwoners van Rio worden per app beschermd tegen verdwaalde kogels

    Inwoners van Rio worden per app beschermd tegen verdwaalde kogels

    In de steden van Brazilië zijn schietpartijen van alledag. Vandaar dat er apps werden ontworpen die bewoners waarschuwen waar ze veilig over straat kunnen. Een belangrijke extra functie is dat er zo politieke druk wordt uitgeoefend.

    Julia Borges was op het verjaardagsfeest van haar twaalfjarige neefje toen ze werd neergeschoten. De zeventienjarige stond op een balkon op de derde verdieping ​​toen een verdwaalde kogel haar in de rug raakte en zich nestelde in de spier tussen haar longen en aorta.

    Dat was 8 november 2020. Gelukkig kon Borges snel naar het ziekenhuis worden gebracht en herstelde ze. Dat geldt zeker niet voor iedereen wie dit overkomt. Tot dusver zijn er in 2020 in Rio minstens 106 mensen gedood door verdwaalde kogels.

    Een van de gevaarlijkste plekken zijn de smalle straatjes van de favela’s van de stad, waar momenteel meer dan een miljoen mensen wonen. Hier zijn de huizen op elkaar gestapeld en de steegjes die ertussen kronkelen zijn bezaaid met kleine pleintjes. In die steegjes weerklinken regelmatig de geluiden van geweervuur: dagelijks zijn er schietpartijen tussen politie en drugshandelaars, rivaliserende groepen mensenhandelaars of zelfs door de politie gesteunde milities.

    Vaak moeten bewoners op de grond gaan liggen of barricades zoeken om zich voor verdwaalde kogels te verbergen, tot het vuren voorbij is. In 2019 waren er in Rio gemiddeld twintig schietpartijen per dag [ter vergelijking: in Nederland zijn dat er twee, red.]. Sinds het begin van de pandemie is het iets rustiger geworden, maar tot eind juni waren er dagelijks nog steeds gemiddeld veertien schietpartijen. Elk jaar worden in het grootstedelijk gebied van Rio ongeveer vijftienhonderd mensen doodgeschoten.

    Gijzelaar van geweld

    Wie in Rio woont is een ‘gijzelaar van geweld’, zegt Rafael César, die in Cordovil, een buurt ten westen van het centrum, woont. 

    screenshot of FogoCruzado app

    Een screenshot van Fogo Cruzado. – © Fogocruzado via Google Play

    Zoals veel inwoners is César apps gaan gebruiken om zichzelf te beschermen. Op deze crowdsourced-apps kunnen gebruikers gevaarlijke zones op weg naar huis opzoeken en elkaar waarschuwen welke gebieden ze moeten vermijden. 

    Een van de populairste apps, Fogo Cruzado (kruisvuur), is opgezet door journalist Cecília Olliveira. Ze was van plan een verhaal te schrijven over slachtoffers van verdwaalde kogels in de stad, maar de informatie die ze nodig had, was niet beschikbaar. Daarom begon ze in 2016 een Google Doc-spreadsheet bij te houden met informatie over schietpartijen: waar en wanneer ze plaatsvonden, hoeveel slachtoffers er waren en meer. Nog datzelfde jaar werd de spreadsheet met hulp van Amnesty International omgezet in een app en een database voor degenen die gewapend geweld in de gaten hielden en erover rapporteerden. De app is meer dan 250.000 keer gedownload en heeft behalve voor Rio ook een versie voor Recife.

    Als een gebruiker geweerschoten hoort, kan deze het incident in de app registreren. De informatie wordt geverifieerd en gecontroleerd door het Fogo Cruzado-team, met hulp van een netwerk van activisten en vrijwilligers, en vervolgens geüpload naar het platform, waarmee een melding voor gebruikers wordt gegenereerd. Fogo Cruzado heeft ook een team samengesteld van vertrouwde medewerkers die direct informatie kunnen uploaden, zonder dat eerst een controle hoeft plaats te vinden. Gebruikers kunnen zich aanmelden voor het ontvangen van updates wanneer ze op weg zijn naar een zone die als gevaarlijk wordt beschouwd, zoals een favela waar recentelijk is geschoten of waar een strijd plaatsvindt tussen verschillende bendes. 

    Fogo Cruzado wordt gebruikt door lokale bewoners die willen controleren of ze veilig naar hun werk kunnen en weer terug, zegt Olliveira. 

    Zoals velen in de stad is ook hij wel eens te dicht in de buurt van een vuurgevecht gekomen

    ‘Ik ben Fogo Cruzado gaan gebruiken omdat er regelmatig door de politie werd ingegrepen in een wijk waar ik elke dag doorheen kwam,’ zegt journalist Bruno De Blasi. Omdat in WhatsApp-groepen veel valse berichten over schietpartijen verschenen, besloot hij de app te gebruiken om ‘onnodige angst te vermijden’.  

    Zoals velen in de stad is ook hij wel eens te dicht in de buurt van een vuurgevecht gekomen. Hij herinnert er zich een in de straat waar hij woont. 

    ‘Het gevoel was vreselijk, vooral omdat die straat werd beschouwd als een van de veiligste en rustigste in de buurt, waar ook het politiebataljon zich bevindt,’ vertelt hij. ‘Ineens moest ik wegblijven bij het raam van mijn eigen kamer vanwege het risico op een verdwaalde kogel.’

    Samen met een aantal andere organisaties werkte Fogo Cruzado ook aan een ​​nieuwe kaart van gewapende groepen in Rio de Janeiro. De kaart, die in oktober 2020 werd gelanceerd, is bedoeld om de inwoners van de stad op de hoogte te houden van de gebieden waar criminele groepen of politiemilities actief zijn.

    Er zijn nog meer apps die gegevens over schietpartijen verzamelen, maar Fogo Cruzado is een van de weinige die door het publiek wordt bijgewerkt, vertelt Rene Silva, redacteur van de website Voz das Comunidades (stem van de gemeenschappen) die is gewijd aan het Complexo do Alemão, een grote groep favela’s in Rio. ‘Soms registreert de app bijvoorbeeld schietpartijen die niet in de media komen,’ zegt hij.

    De app Onde Tem Tiroteio (waar is de schietpartij) werkt op een vergelijkbare manier. Deze werd oorspronkelijk in januari 2016 door vier vrienden gemaakt als Facebook-pagina. Terwijl Fogo Cruzado zich concentreert op de regio Rio, bestrijkt Onde Tem Tiroteio (OTT) de hele staat – en sinds 2018 ook de staat São Paulo. Een verschil met Fogo Cruzado is dat gebruikers de juistheid van schietrapporten kunnen controleren.

    Politieke invalshoek

    Als je de OTT-app downloadt, kun je kiezen waarover je meldingen wilt ontvangen, of dat nou schietpartijen, overstromingen of demonstraties zijn. Elke anonieme melding wordt beoordeeld door een netwerk van meer dan 7000 vrijwilligers ter plaatse. Pas na bevestiging wordt de melding geüpload naar de app. Ook worden wekelijkse rapporten aan de pers vrijgegeven. Volgens Dennis Coli, een van de medeoprichters van OTT, werd de app vorig jaar door meer dan 4,7 miljoen mensen gebruikt.

    ‘De belangrijkste missie van OTT-Brasil is om alle burgers uit de buurt te houden van georganiseerde bendes, valse politieacties en verdwaalde kogels,’ zegt hij. Maar de apps hebben ook een politieke invalshoek. Ze houden niet alleen de inwoners van Rio veilig, ook helpen ze onderzoekers en openbare instellingen om patronen van geweld te begrijpen – en om de politici onder druk te zetten.

    Ze ‘dienen in de eerste plaats om de aandacht te vestigen op de omvang van het probleem’, zegt Pablo Ortellado, hoogleraar openbaar beleid aan de Universiteit van São Paulo. Voor hem hebben dergelijke apps ‘een heel specifieke sleutelfunctie: het verhogen van de druk op de autoriteiten’.

    Dat Recife als de tweede stad voor de Fogo Cruzado-app werd gekozen, was inderdaad niet alleen vanwege de hoge mate van geweld, maar ook omdat, zegt Olliveira, de deelstaatregering was gestopt met het vrijgeven van gegevens en was begonnen met het censureren van journalisten. ‘Vroeger was er uitstekende toegang tot gegevens over de openbare veiligheid, maar de gegevens werden geleidelijk schaarser en het werk van de pers werd steeds moeilijker,’ zegt ze.

    Op deze manier kunnen dergelijke apps bijdragen aan het controleren van informatie die overheden verschaffen, zegt Yasodara Córdova, onderzoeker aan de Harvard Kennedy School in Massachusetts.

    In het verleden had de staat het monopolie op officiële informatie, maar sindsdien is er het een en ander veranderd, zegt ze. ‘Het is verstandiger om ook databases te onderhouden die worden bijgehouden door actieve gemeenschappen, zodat gegevens worden gecontroleerd en de openbare ruimte transparant blijft.’

    Felipe Luciano, een OTT-gebruiker uit São Gonçalo, een stad in de buurt van Rio, beaamt dit. ‘De sleutel is vertrouwen,’ zegt hij. ‘Wat mij motiveerde om OTT te gebruiken is de geloofwaardigheid van de informatie die daar wordt gepost. Het maakt dat ik me veiliger voel.’

  • Wereldbeeld: Liggende opstand

    Wereldbeeld: Liggende opstand

    Argentijnse vrouwen zijn massaal op de breedste boulevard ter wereld gaan liggen, de Avenida 9 de Julio in Buenos Aires, uit protest tegen machismo en geweld.

    © Tomas Cuesta / AP / HH
    © Tomas Cuesta / AP / HH

    Argentijnse vrouwen zijn massaal op de breedste boulevard ter wereld gaan liggen, de Avenida 9 de Julio in Buenos Aires, uit protest tegen machismo en geweld. De demonstranten zijn ontzet over het vonnis van de rechtbank in de moord op de 16-jarige Lucía Pérez. Zij werd in 2016 gedrogeerd, verkracht en om het leven gebracht door twee mannen, die ervanaf kwamen met een lichte straf omdat het volgens de rechtbank ging om ‘seks met wederzijdse toestemming’.

  • Wereldbeeld: Vóór Bolsonaro 
en vóór geweld

    Wereldbeeld: Vóór Bolsonaro 
en vóór geweld

    Niet alle Braziliaanse vrouwen deden onlangs mee in een massale demonstratie tegen de kandidatuur van Jair Messias Bolsonaro, gewapend met bordjes met ‘#EleNão’ [NietHij]. 


     
© Silvia Izquierdo / ANP
    
© Silvia Izquierdo / ANP

    De op 28 oktober verkozen president van Brazilië heeft onder de 55 procent van de Brazilianen die voor hem hebben gestemd in iedere geval één vrouw: deze sympathisant van de voormalig militair en van buitensporig grote wapens.

  • Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Volgens president Trump leidt de huidige drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’. Maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Het gebruik van illegale verdovende middelen in de Verenigde Staten varieert met de jaren, maar volgens velen – onder wie de president – is het drugsgebruik in het land nog nooit zo groot geweest.

    Methamfetamine- en heroïnevangsten aan de Mexicaanse grens hebben een hoogtepunt bereikt. Het cocaïnegebruik neemt weer hand over hand toe. De opioïde-epidemie heeft tot meer dan 60.000 sterfgevallen door overdoses per jaar geleid, een record.

    ‘Vroeger hadden we de “Age of Aquarius”, waarin het drugsgebruik volgens iedereen de pan uitrees,’ zei president Trump afgelopen januari, verwijzend naar de tegencultuur uit de jaren zestig. ‘Dat was niks 
vergeleken bij wat er nu gebeurt.’

    Minister van Justitie Jeff Sessions bereed diezelfde maand tijdens een toespraak in Pittsburgh twee van zijn stokpaardjes: geweldsmisdrijven en de opioïde-epidemie. Hij heeft strengere wetgeving ingevoerd, die officieren van justitie dwingt het geweld met alle beschikbare middelen in te perken. En eind vorig jaar maakte hij bekend dat iedereen die illegaal fentanyl – een krachtige synthetische opioïde – bezit of het middel importeert, distribueert of produceert, gerechtelijke vervolging tegemoet kan zien.

    De president en zijn minister van Justitie zeggen dat de drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’ leidt, maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Grote steden lijken veiliger

    In Atlanta, Houston, Los Angeles en andere centra voor drugshandel is het dodental vorig jaar gedaald. Grote Amerikaanse steden lijken veiliger te worden, ook al worden ze overspoeld door drugs.

    Nergens is deze trend duidelijker dan in New York City. In 2016 telde de stad bijna 1400 sterfgevallen door overdoses heroïne en fentanyl, een record. Maar vorig jaar meldde de politie slechts 290 sterfgevallen, het laagste aantal sinds 1951 en een daling van 87 procent ten opzichte van 1990, toen er 2245 doden vielen.

    De kans om in New York City om te komen als gevolg van drugs is ongeveer even groot als in Montana of Wyoming, zelfs in een tijd dat drugsvangsten tot recordhoogte stijgen.

    In Los Angeles, het grootste heroïne-, cocaïne- en fentanylcentrum aan de Westkust, daalde het aantal levensdelicten in 2017 met 6 procent; in Los Angeles County met 20 procent. Ook in Houston, Washington en zelfs Chicago, waar het geweld een jaar geleden zo erg was dat Trump de FBI dreigde te sturen, daalde het aantal levensdelicten vorig jaar met dubbele cijfers.

    Deze cijfers lijken te duiden op een wijdvertakte, duurzame ontkoppeling tussen het aantal levensdelicten en de illegale drugshandel in veel Amerikaanse steden, een trend die in tegenspraak is met de gangbare verhalen over de oorsprong van stedelijk geweld.

    screenshot 2018 05 31 11 14 58

    Criminologen zien veel mogelijke oorzaken, maar één daarvan speelt misschien wel de belangrijkste rol in de afname van het aantal drugsdoden: smartphones.

    Zoals de mobiele technologie de gebruikelijke handel heeft veranderd, heeft ze ook een revolutie ontketend op de illegale markten door de drugshandel voorspelbaarder en minder dodelijk te maken. gps-navigatie, versleutelde communicatie en messaging-apps hebben de noodzaak voor drugsdealers om fysieke controle over stedelijke gebieden uit te oefenen en die desnoods met dodelijk geweld te verdedigen enorm verkleind, zeggen deskundigen.

    ‘De technologie voor de kleinhandel in drugs is radicaal veranderd, vooral de afgelopen tien jaar,’ zegt Mark Kleiman, criminoloog bij New York University. ‘Er staan geen mensen meer op straathoeken. Nu vinden de transacties plaats via de mobiele telefoon, wat de betrokkenen veel minder kwetsbaar maakt.’ Bovendien is het voor de politie, veel moeilijker om in te grijpen, voegt Kleiman eraan toe.

    Er zijn veel Amerikaanse steden waar de drugshandel nog grotendeels via de traditionele kanalen verloopt, waaronder Baltimore, waar vorig jaar een recordaantal van 343 doden viel. De drugshandel in de openlucht blijft een aanjager van geweld in St. Louis, 
New Orleans en andere steden waar het aantal levensdelicten is opgelopen. Maar dat businessmodel is niet overal meer dominant, en zeker niet in steden met grote aantallen drugsgebruikers uit de hogere middenklasse die het zich kunnen permitteren hun spul via hun iPhone te bestellen in plaats van naar uiterst misdadige buurten te rijden.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt’

    In Houston, waar het moordcijfer in 2017 met 11 
procent daalde, heeft de narcoticabrigade geleerd 
de online-handel in de gaten te houden, zoals op 
de handelssite EC21. Als je op die site naar ‘fentanyl’ zoekt komen er geen hits. Maar als je het als ‘fentanyll’ spelt, krijg je een fotootje van wit poeder te zien met een telefoonnummer en e-mailadres, mogelijk van een handelaar in China.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt,’ zegt inspecteur Stephen Casko van de narcoticabrigade in Houston. ‘Nu kun je je drugs gewoon via e-mail bestellen en hoef je geen dealer te zien.’

    Postinspecteurs op John F. Kennedy International Airport in New York hebben vorig jaar bijna tachtig fentanylzendingen onderschept, drie keer zoveel als in 2016. FBI-agenten in Atlanta arresteerden afgelopen zomer zestien postmedewerkers op verdenking van het aannemen van steekpenningen om zendingen van een kilo cocaïne af te leveren met hun bestelbusje.

    Sanho Tree, verbonden aan de afdeling Drugsdecriminalisering van het Institute for Policy Studies in Washington, zegt dat er geen ‘organisch verband’ bestaat tussen drugs en geweld. ‘Maar er is wel een verband tussen illegale drugshandel en geweld,’ zegt hij.

    In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw verliep het dealen betrekkelijk geweldloos, zegt Tree. ‘Gewoonlijk was er een dealer met een rugzak die van deur tot deur ging om bestellingen af te leveren.’

    Dat veranderde met de invoering van minimumstraffen, zegt hij, toen straatdealers lange gevangenisstraffen riskeerden. ‘Daardoor werd het te gevaarlijk om met een rugzak vol drugs rond te lopen, wat aanleiding was om minderjarigen in te schakelen 
bij de drugshandel in de openlucht – als uitkijkpost, runner enzovoort – die niet dezelfde strenge straffen riskeerden.’

    screenshot 2018 05 31 11 15 07

    Het domineren en verdedigen van de fysieke ruimte was onmisbaar voor grote winsten. ‘Daarom werden straathoeken zo waardevol,’ zegt Tree.

    Geweldsmisdrijven in de Verenigde Staten – met name moord – bereikten een hoogtepunt in de jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw, toen steden werden bedolven onder de crack. Maar toen het cocaïne- en heroïnegebruik afnam, daalde ook het aantal levensdelicten. Vandaag de dag is het aantal levensdelicten in Amerika per hoofd van de bevolking ongeveer de helft van dat in 1985. Criminologen schrijven de daling toe aan een reeks van factoren, waaronder beter politietoezicht, meer kansen op werk en mogelijk zelfs verminderde blootstelling aan lood.

    Na het bereikten van een historisch laagtepunt in 2014 namen de moordcijfers in Amerikaanse steden in 2015 en 2016 abrupt toe. Deskundigen merken op dat ondanks deze stijging het aantal geweldsmisdrijven veel lager is dan een kwart eeuw geleden, maar de plotselinge opleving was voor de regering-Trump reden om de wetshandhaving te intensiveren. ‘De geweldsmisdrijven rijzen de pan uit als nooit tevoren,’ verklaarde Sessions, en hij beloofde daartegen op te treden met strengere gevangenisstraffen, harde maatregelen tegen illegale immigratie en het verstrekken van meer militair materieel aan politiebureaus.

    Landelijk steeg het aantal levensdelicten in de eerste zes maanden van 2017 met 1,5 procent ten opzichte van diezelfde periode in 2016, terwijl het totale aantal geweldsmisdrijven – waaronder verkrachting, beroving en ernstige mishandeling – lichtelijk daalde, zo blijkt uit cijfers die de FBI afgelopen januari heeft vrijgegeven. In het zuiden en middenwesten steeg het aantal levensdelicten. In het noordoosten daalde het sterk, en in geringe mate ook in het westen.

    In een artikel in USA Today voerde Sessions de nieuwe gegevens aan als bewijs van het snelle succes van de regering. ‘Toen president Trump werd ingehuldigd, deed hij het Amerikaanse volk een belofte: “Dit Amerikaanse bloedbad stopt hier en nu,”’ schreef Sessions, citerend uit Trumps inaugurele toespraak. ‘En die belofte heeft hij gehouden.’ Maar in veel Amerikaanse steden is het geweld maar in beperkte mate teruggekomen. In sommige steden met de hoogste uitschieters, zoals Chicago en Washington, blijft het aantal levensdelicten teruglopen.

    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images
    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images

    De psychotische effecten van narcotica kunnen daarbij ook een rol spelen, zeggen criminologen. Waar een crackroes vaak gepaard gaat met een golf van manische energie en extreem zelfvertrouwen, brengen opioïden de gebruikers tot rust zodat ze misschien minder geneigd zijn tot gewelddadig gedrag.

    Anders dan de crack-epidemie van de jaren tachtig, die vooral arme zwarte Amerikanen trof, trekt de opioïdecrisis zich niets aan van geografische of sociale scheidslijnen. ‘Veel huidige verslaafden behoren tot de hogere middenklasse en wonen niet in buurten die worden geteisterd door geweld,’ zegt Volkan Topalli, hoogleraar Strafrecht aan Georgia State 
University.

    ‘In de buurten waar zij wonen bestaat geen hoog geweldsniveau,’ zegt hij, ‘en zijn de distributienetwerken niet primair in handen van grote bendes.’

    Richard Rosenfeld, criminoloog bij de University 
of Missouri-St. Louis, zegt dat de opioïdecrisis sinds 2014 de belangrijkste reden lijkt voor het gestegen aantal levensdelicten onder blanke Amerikanen. Maar hij zegt dat de stijging waarschijnlijk nog veel sterker zou zijn ‘als de straathandel nog even wijdverbreid was als vijfentwintig jaar geleden’.

    Mexicaanse drugskartels

    Er lijkt nog een factor te zijn in het nieuwe tijdperk van de Amerikaanse drugshandel die het dalende moordcijfer kan verklaren: een doelbewuste poging van Mexicaanse drugskartels om het gebruik van geweld aan de Amerikaanse kant van de grens tot een minimum te beperken.

    Dezelfde smokkelorganisaties die het moordcijfer 
in Mexico tot ongekende hoogte hebben opgejaagd gaan in de Verenigde Staten volgens een andere logica te werk, net als de grote bedrijven die profiteren van de economische voordelen van het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord NAFTA.

    De verschillende geweldsniveaus langs de grens tussen de VS en Mexico onderschrijven dit patroon. Steden als El Paso en San Diego hebben de laagste moordcijfers in de Verenigde Staten, ook al liggen 
ze recht tegenover Ciudad Juárez en Tijuana, twee van de moordzuchtigste plekken van Mexico.

    Het ontbreken van een ‘overloopeffect’ wordt in elk geval ten dele toegeschreven aan een gedisciplineerde bedrijfsstrategie die erop gericht is zo min mogelijk aandacht te trekken van de Amerikaanse rechtshandhavingsinstanties, zegt Sam Quinones, auteur van Dreamland: The True Tale of America’s Opiate Epidemic.

    Anders dan de Colombiaanse kartels, wier pogingen om de drugsmarkt in Miami, New York en andere Amerikaanse steden over te nemen een generatie geleden tot een vloedgolf van moorden leidden, schuwt het merendeel van de moderne Mexicaanse handelaren het gebruik van geweld aan Amerikaanse kant.

    ‘Ze hebben een scherp oog voor het enorme verschil tussen het strafrecht in Mexico en dat in de Verenigde Staten,’ zegt hij. Uit vrees voor een lange straf in een strenge Amerikaanse gevangenis vechten de gangsters hun geschillen met rivalen liever in Mexico uit, waar minder dan 5 procent van de misdrijven tot een veroordeling leidt. In zijn boek beschrijft Quinones een groep Mexicaanse heroïnedealers in Denver en omgeving, de ‘Xalisco Boys’, wier koeriers de drugs in ballonnetjes afleverden. Ze hielden die ballonnetjes in hun mond en hadden flesjes water bij zich om ze door te slikken als ze werden aangehouden door de politie.

    De heroïnedealers bleven zelden lang in één Amerikaanse stad en reden vaak op hun motorfiets op en neer naar Mexico. Ze trokken zich zo weinig aan van hun straatreputatie dat ze ook aan klanten verkochten die hen hadden bestolen of bedrogen, waarbij ze het verlies eerder als een bedrijfsrisico beschouwden dan als een persoonlijke belediging die gewroken moest worden. Ze meden gebieden met veel misdaad en waren ongewapend.

    ‘Veel van die kerels waren verlegen boerenjongens,’ zegt Quinones. ‘Ze waren geïntimideerd door de VS en beslist niet geïnteresseerd in een bloedige onderlinge oorlog.’

    En als de dealers zich bedreigd voelden door politiemensen of concurrerende handelaren verplaatsten ze hun mobiele heroïnehandel gewoon naar een andere Amerikaanse stad. Ze vonden geweld het risico niet waard, zegt Quinones, ‘en de markt in 
de VS was groot genoeg voor iedereen’.

    Grootschalige Mexicaanse handelaren lijken op dezelfde manier te opereren. Toen narcotica-agenten in New York vorig jaar een inval deden in een appartement in Queens en 63 kilo pure fentanyl aantroffen, arresteerden ze een echtpaar van middelbare leeftijd dat een paar weken eerder uit Mexico was gekomen.

    Het was de grootste fentanylvangst in de Amerikaanse geschiedenis, met een waarde van tientallen miljoenen dollars. Maar het echtpaar had niet eens een wapen.

    Auteur: Nick Miroff
    Vertaler: Peter Bergsma

    Met een bijdrage van Mark Berman en Sari Horwitz.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). 
Een van de invloedrijkste kranten ter wereld. Eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • Wissen, of niet?

    Wissen, of niet?

    Elke dag worden wereldwijd meer dan 1 miljoen Facebook-berichten aangemeld als ontoelaatbaar. Alle meldingen, ongeveer duizend per dag per persoon, worden beoordeeld door content-moderators aan de hand van complexe communitystandards. Veel van de ‘wisarbeiders’ zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten. Anderen lopen ernstige trauma’s op. Sz-magazin verdiepte zich in de arbeidsomstandigheden voor dit nieuwe beroep en sprak met een aantal ex-medewerkers.

    In de zomer van 2015 verschijnt op internet een personeelsadvertentie: ‘Medewerkers Service Center gezocht. Wilt u deel uitmaken van een internationaal team met goede carrièreperspectieven?’ Gevraagd worden: kennis van vreemde talen, flexibiliteit en betrouwbaarheid. Standplaats: Berlijn.

    Toen ik de advertentie las, dacht ik: Helemaal te gek. Ik was al maanden op zoek naar een baan in Berlijn waarvoor ik geen Duits hoefde te kennen.

    De vrouw die dit zegt, wil anoniem blijven. De baan waarop ze solliciteerde, bestaat pas zo kort dat er niet eens een naam voor is. De advertentie doet eerder een callcenter vermoeden dan wat de sollicitanten in werkelijkheid te wachten staat. Sommigen noemen het content-moderation, anderen hebben het over ‘digitale vuilafvoer’. De taak van deze mensen: het schoonhouden van de sites van hun opdrachtgevers. Ze klikken zich door alle haat en horror heen, die gebruikers via internet verspreiden. En moeten beslissen: wissen of niet? Het is een baan waarover maar weinig bekend is. Veel mensen weten niet eens dat zulke banen bestaan.

    Lang werd gedacht dat dit soort werk vooral gedaan werd door dienstverlenende bedrijven in opkomende economieën zoals India en de Filipijnen. Een van de grootste opdrachtgevers van deze bedrijven is Facebook. Het sociale netwerk, met in Duitsland 28 miljoen en wereldwijd 1,8 miljard gebruikers, laat vrijwel niets los over het wissen van gevaarlijke berichten die iedere dag in grote aantallen geüpload worden.

    Pas in januari van dit jaar werd bekend dat er ook in Berlijn ruim honderd mensen via dienstverlener Arvato, een dochterbedrijf van Bertelsmann, als content-moderator voor Facebook werken. Hoeveel Facebook Arvato voor dit werk betaalt of op basis van welke criteria de medewerkers worden aangetrokken – daarover doet het bedrijf in principe geen mededelingen.

    Gedurende enkele maanden heeft sz-magazin gesprekken gevoerd met veel (ex-)medewerkers van Arvato. Hoewel zij van hun leidinggevenden niet met journalisten mochten praten, wilden ze toch hun verhaal kwijt. Veel van hen voelen zich door hun werkgever slecht behandeld, ze lijden onder de beelden die ze elke dag onder ogen krijgen, klagen over stress en uitputting en vinden dat hun arbeidsomstandigheden publiekgemaakt moeten worden. Sommigen staan onderaan in de hiërarchie, anderen hoger, ze komen uit verschillende landen en spreken verschillende talen.

    Soms waren ze zelfs bereid om met hun echte naam naar buiten te treden, omdat ze al ontslag hadden genomen of van plan waren dat te doen. We hebben besloten om alle bronnen te anonimiseren. Want alle medewerkers hebben contracten getekend waarin een geheimhoudingsplicht is opgenomen. Hun woorden drukken we cursief af. De gesprekken werden face-to-face in Berlijn, via Skype of via versleutelde internetcommunicatie, gevoerd.

    Schokkende beelden

    De meeste sollicitanten zijn jonge mensen die op de een of andere manier in Berlijn zijn beland: vanwege studie, liefde, avontuur. Er zitten ook Syrische vluchtelingen tussen. Allemaal worden ze aangetrokken door het vooruitzicht op een baan bij een grote Duitse onderneming, in vaste dienst, voor bepaalde tijd weliswaar, maar toch. Het sollicitatiegesprek stelt doorgaans weinig voor, gevraagd wordt naar kennis van vreemde talen en ervaring met computers. Maar één vraag verbaast de sollicitanten wel: ‘Kunt u tegen schokkende beelden?’

    Op onze eerste werkdag kregen we een introductietraining. We zaten met ongeveer dertig man in een collegezaal, mensen uit alle mogelijke landen: Turkije, Zweden, Italië, Puerto Rico, ook veel Syriërs.

    De trainer kwam met een stralende lach de zaal binnen en zei: jullie hebben een lot uit de loterij getrokken, jullie gaan werken voor Facebook! Iedereen was opgetogen.

    Bij de introductie kregen de medewerkers de regels uitgelegd waaraan zij zich dienen te houden. Om te beginnen: niemand mag weten wie onze opdrachtgever is. De naam Facebook mogen ze niet in hun cv of LinkedIn-profiel vermelden. Niet eens hun familie mag weten wat ze doen.

    Hun taak wordt door de trainer als volgt uitgelegd: ‘jullie zuiveren Facebook van alle inhoud die anders ook kinderen onder ogen zou komen. En omdat jullie die wissen, ontnemen jullie aan haat en terreur een podium.’

    Een ex-medewerker noemt de introductie tegenover sz-magazin ‘indoctrinatie’: de mensen moeten het idee krijgen dat dit in zijn eigen woorden ‘stupide en suffe werk’ vooral dient om de samenleving te beschermen – en niet in de eerste plaats het belang van miljardenconcern Facebook, dat mensen zolang mogelijk op zijn site wil houden en er daarom voor moet zorgen dat ze daar niet al te veel schokkende zaken zien.

    Op de training kregen we beelden te zien die niet zo erg waren: penissen in alle vormen en maten. We deden er wat lacherig over. Wel gek om voor je werk naar dit soort dingen te moeten kijken. Nou ja, die moesten we dan ook wissen. En blote tieten.

    Op een avond gingen we een keertje wat drinken met mensen die dit werk al langer deden. Na een paar biertjes zei een van hen: als ik jullie een tip mag geven, geef die baan er zo snel mogelijk aan, je gaat eraan kapot.

    De medewerkers krijgen op de introductie documenten waarin behalve geheimhoudingsclausules ook mogelijke gezondheidsrisico’s staan opgesomd: rugpijn, oogschade door een te lang staren naar het beeldscherm. Over mogelijke psychische risico’s, bijvoorbeeld als gevolg van een constante confrontatie met gewelddaden, wordt met geen woord gerept. Wel krijgen de nieuwe Arvato-werknemers een plattegrondje van het Berlijnse S-Bahn-net met daarop de mededeling ‘have a good time in Berlin’!

    Een lijst die Gawker in 2012 in handen kreeg. Kort na publicatie werden enkele regels gewijzigd.
    Een lijst die Gawker in 2012 in handen kreeg. Kort na publicatie werden enkele regels gewijzigd.

    De werkruimtes aan de Wohlrabedamm in de Berlijnse Siemensstadt zijn zakelijk gehouden. Voormalige fabrieksgebouwen, baksteen, binnen witte, smalle eenpersoonsbureaus in rijen achter elkaar, daarop een zwarte computer met een wit toetsenbord. Ergonomische bureaustoelen, grijs kantoortapijt. Plek voor enkele tientallen mensen. De arbeidsovereenkomst verbiedt het gebruik van mobiele telefoons tijdens werktijd. Op de begane grond staat een automaat voor snacks en een voor koffie en warme chocolade. Voor de rokers is er een grote binnenplaats. In het gebouw zitten ook andere bedrijven.

    Je logt in en gaat naar een wachtrij met duizenden aangemelde berichten, je klikt om erin te komen en het werk begint.

    Er bestaan machinale filters die er automatisch berichten uithalen, vertelt een ex-medewerker. Maar juist bij beelden of video’s is het voor een computer moeilijk om bijvoorbeeld een beeld van een medische operatie te onderscheiden van dat van een terechtstelling. Daarom komt het merendeel van alle berichten die het Berlijnse team moet doornemen van Facebook-gebruikers die deze als aanstootgevend hebben aangemeld via de functie: ‘Deze bijdrage aanmelden – hij zou naar mijn mening niet op Facebook moeten staan’.

    Ik heb zaken gezien die me ernstig doen twijfelen aan het goede in de mens. Martelingen en seks met dieren.

    De aangemelde berichten komen terecht bij de medewerkers die helemaal onderaan de hiërarchie staan. Hun team heeft de naam FNRP, wat staat voor Fake Not Real Person. Zij moeten de teksten, foto’s of video’s die door gebruikers als problematisch zijn aangemeld, uitfilteren op strijdigheid met de zogeheten communitystandards van Facebook. Eerste stap: nagaan of het bericht afkomstig is van het profiel van een werkelijk bestaande persoon. Zo niet, dan ontvangt het gevonden profiel een waarschuwing dat het zal worden gewist – vandaar de aanduiding Fake Not Real Person. Wanneer de gebruiker zich vervolgens niet overtuigend kan identificeren, wordt het hele account verwijderd. Zo wordt opgetreden tegen profielen die specifiek werden aangemaakt om verboden inhoud te verspreiden.

    Het FNRP-team werkt 40 uur per week, in 2 ploegen van 8.30 uur tot 22 uur. Het maandsalaris bedraagt ongeveer € 1500 bruto, niet veel meer dan het minimumuurloon van € 8,50.

    De content-moderators zitten een trapje hoger in de hiërarchie, zij onderzoeken ook video’s. Heel moeilijke gevallen belanden bij de subject matter experts. Daarboven staan dan weer de teamleiders. Hun baan geldt als minder belastend: zij krijgen nauwelijks schokkende berichten onder ogen.

    Werk voor 70.000 mensen

    Arvato is een gigant. Een bedrijf dat taken overneemt die door andere bedrijven worden uitbesteed. De onderneming neemt heel verschillende zaken voor zijn rekening, bijvoorbeeld callcenters, frequentflyerprogramma’s en verzendcentra. In meer dan veertig landen verschaft deze dienstverlener werk aan ongeveer zeventigduizend mensen. Arvato is een van de steunpilaren onder mediagigant Bertelsmann. Meer dan de helft van alle Bertelsmann-werknemers staat op de loonlijst van Arvato. Op de website van het bedrijf staat het motto: ‘Hoe kunnen wij u van dienst zijn?’

    Een van de oorzaken voor zo’n Facebook-wiscentrum in Berlijn is vermoedelijk ook de sterker wordende druk van de Duitse autoriteiten. Minister van Justitie Heiko Maas verlangt van Duitse aanspreekpunten bij Facebook dat ze kritisch kijken naar Duitstalige teksten en dat twijfelachtige postings snel worden verwijderd. Op dit moment doet het Openbaar Ministerie in München een gerechtelijk onderzoek naar verdenking van medeplichtigheid van Facebook aan volksopruiing.

    In de vroege zomer van 2015 werd een kleine Arvato-delegatie uitgenodigd op het Europese hoofdkwartier van Facebook. Beide bedrijven hadden besloten om samen te werken: het grootste sociale netwerk ter wereld had hulp nodig bij het schoonmaken van zijn site; de managers van Arvato moesten leren hoe je daarvoor een team opbouwt. In het najaar van 2015 gingen de werkzaamheden van start. Aanvankelijk bleef de zaak geheim.

    Wat is er in het contract tussen Facebook en Arvato afgesproken over de looptijd? Hoe worden medewerkers op hun werk voorbereid? Heeft Arvato tevoren een risicoanalyse t.a.v. de psychische belasting van content-moderation gemaakt? sz-magazin heeft het bedrijf schriftelijk negentien vragen gesteld. Maar Arvato zegt alleen: ‘Onze opdrachtgever Facebook heeft zich het recht voorbehouden om alle persvragen over samenwerking met Arvato zelf af te handelen.’

    Ook Facebook Duitsland antwoordt op diverse schriftelijke vragen van sz-magazin om informatie meestal alleen in vage bewoordingen of met de zinsnede: ‘Hierover doen wij geen mededelingen.’ Op sommige punten zit er licht tussen de weergave van Facebook en het verhaal van de (ex-)medewerkers van Arvato. Zo schrijft Facebook dat elke werknemer in het Facebook-team van Arvato voor aanvang van zijn werkzaamheden verplicht is een ‘training van zes weken en een mentorprogramma van vier weken’ te volgen. De door sz-magazin gesproken medewerkers hebben het meestal over een beduidend kortere voorbereidingsperiode: twee weken.

    De wisteams bij Arvato zijn ingedeeld naar taal. Op de gangen wordt Engels gesproken, binnen de teams de taal van het betreffende team: Arabisch, Spaans, Frans, Turks, Italiaans, Zweeds. En natuurlijk Duits. De teams doorzoeken de berichten uit het eigen taalgebied. Maar eigenlijk is er geen wezenlijk verschil qua inhoud.

    Er komt van alles en nog wat uit de beelden in de wachtrij. Dierenmishandeling, hakenkruisen, penissen.

    De teams hebben allemaal een verschillende manier om met heftige beelden om te gaan: de Spanjaarden praten er hardop over, de Arabieren trekken zich eerder terug, terwijl de Fransen vaak alleen maar stilletjes voor hun beeldscherm zitten.

    In het begin maakten we in de middagpauzes nog grappen over de vele porno’s. Maar op een gegeven moment werden we er allemaal steeds gedeprimeerder van.

    Na enkele dagen zag ik mijn eerste lijk, veel bloed, ik schrok me kapot. Ik heb het beeld onmiddellijk gewist. Mijn leidinggevende kwam toen naar me toe. Hij zei: “Dat was fout, dat beeld was niet strijdig met de communitystandards van Facebook.” De volgende keer moest ik zorgvuldiger te werk gaan.

    Wissen of niet? Wanneer de beslissing is gevallen, verschijnt de volgende opdracht op het scherm. Het aantal zaken – tickets geheten – kan via een teller op het beeldscherm worden bijgehouden.

    De beelden werden steeds erger, veel grover dan op de training. Maar vaak ook alleen dingen die je in mijn eigen land gewoon in de krant kunt aantreffen. Geweld, soms misvormde lijken.

    Steeds weer gebeurt het dat mensen op springen. De zaal uit rennen. Huilen.

    De medewerkers hebben sz-magazin details verteld die te gruwelijk zijn om te vermelden. De volgende beschrijvingen zijn al moeilijk te verdragen.

    Een hond zat vastgebonden. Een naakte Aziatische vrouw kwelde het dier met een heet ijzer. Daarna gooide ze kokend water over hem heen. Het was als fetisj bedoeld voor mensen die daar geil van worden.

    Kinderpornografie was het ergste. Zo’n klein meisje, hooguit zes jaar, dat op een bed ligt, bovenlichaam ontbloot en daarop zit dan een dikke man haar te misbruiken. En dat in close-up.

    Wie dit soort inhoud moet bestuderen, is een combinatie van portier en lopende-bandarbeider: dit mag blijven staan, klik, dat niet, klik. In het begin moest ieder van de FNRP-ers dagelijks ongeveer duizend tickets doen: duizend beslissingen of iets strijdig is met het complexe regelwerk van Facebook, de zogeheten communitystandards die bepalen wat er op de site gepubliceerd mag worden en wat er moet worden gewist.

    Vroeg of laat komt er een onthoofding voorbij, terreur, heel veel bloot. De ene pik na de andere. Eindeloos veel pikken. En altijd weer iets bijzonder gruwelijks. Hoe vaak valt lastig te zeggen, het hangt ervan af, maar zeker één, twee keer per uur. Elke dag overkomt je iets verschrikkelijks.

    Na enkele dagen zag ik mijn eerste lijk, veel bloed, ik schrok me kapot. Ik heb het beeld onmiddellijk gewist. Mijn leidinggevende kwam toen naar me toe. Hij zei: ‘Dat was fout, dat beeld was niet strijdig met de communitystandards van Facebook.’ De volgende keer moest ik zorgvuldiger te werk gaan.

    Ook al klinkt het woord communitystandard al even onschuldig als het poetsschema van een studentenhuis, achter dit regelwerk gaat een goedbewaard geheim van de socialemediabedrijven schuil. Daarin wordt tot in detail vastgelegd welke informatie mag worden geüpload en gedeeld en welke moet worden gewist. Het is een soort parallelwet waarin de grenzen van meningsvrijheid vastgelegd worden door concerns met een enorme invloed op wat mensen elke dag zien – en wat niet. Daarbij gaat het om meer dan alleen de vraag of blote tieten nu wel of niet aanstoot geven. Facebook is een belangrijk middel voor politieke vorming en beïnvloeding. De informatie die erop gedeeld wordt, bepaalt in belangrijke mate mede ons beeld van de samenleving. De manier waarop we rampen, revoluties of demonstraties ervaren is mede afhankelijk van de beelden die hiervan in de tijdlijnen op Facebook terechtkomen. Toch zijn verreweg de meeste details van dit regelwerk niet openbaar en heeft de wetgever geen inzicht in de precieze criteria op basis waarvan berichten worden gecensureerd of juist vrij mogen circuleren.

    Socialemediabedrijven maken meestal maar een klein stukje van dit regelwerk openbaar, en dat ook nog vaak in vage bewoordingen. Bij Facebook staan dan bijvoorbeeld zinnen als: ‘Wij accepteren in geen geval gedragspatronen waardoor mensen aan gevaar worden blootgesteld.’ Hoe dat niet geaccepteerde gedrag er dan precies uitziet, wordt niet verder toegelicht. Een ex-werknemer geeft als verklaring voor die geheimzinnigheid dat Facebook mensen niet op het idee wil brengen hoe zij met handig formuleren van postings de wisregels kunnen omzeilen. Een absurde logica: alsof een staat zijn wetgeving achter slot en grendel houdt, uit angst dat mensen anders hun criminele methoden zouden kunnen verfijnen.

    Hoewel Facebook zichzelf presenteert als een open onderneming die mensen alleen een platform biedt voor het delen van informatie, toont het bedrijf zich gesloten wanneer het om de eigen praktijk gaat. Gerd Billen, staatssecretaris op het ministerie van Justitie en voorzitter van de taskforce voor ‘omgang met onwettige haatboodschappen op het internet’, zegt: ‘Helaas zie ik op dit moment onvoldoende bereidheid bij Facebook om transparant en inzichtelijk uiteen te zetten hoe wordt omgegaan met strafbare inhoud.’ Zelfs hij, bewindspersoon op het ministerie van Justitie, was tot op heden niet welkom bij Arvato. ‘Ik heb meer dan eens transparantie verlangd met betrekking tot de omgang met schokkende boodschappen, zoals de exacte wisregels of het aantal hierbij betrokken medewerkers en de eisen die aan hen worden gesteld. Maar tot nu toe bleef het bij lippendienst,’ zegt Billen. Momenteel werkt zijn ministerie aan een wetsvoorstel dat Facebook tot meer transparantie moet verplichten.

    sz-magazin heeft grote stukken van de geheime Facebook-regels in handen. Het is de eerste keer dat ze in deze omvang openbaar worden. De laatste keer dat er iets publiek werd, was begin 2012 toen op de Amerikaanse website Gawker een leidraad van zeventien pagina’s opdook met wiscriteria van een bedrijf dat eveneens voor Facebook werkte.

    De interne documenten waarover sz-magazin beschikt, bevatten honderden regeltjes die allemaal door Facebook zijn vastgelegd. Heel interessant zijn de verschillende voorbeelden van gevallen waarbij inhoud gewist moet worden of juist niet.


    Gewist moeten onder meer worden:

    Een beeld van een vrouw die in het openbaar overgeeft – hierbij als commentaar: ‘Jezus, ben jij volwassen? Dit is walgelijk’ (reden: commentaar wordt gezien als psychische terreur vanwege het uiten van afschuw voor lichamelijke functies).

    Een foto zonder verder commentaar van een meisje naast de foto van een chimpansee met eenzelfde gezichtsuitdrukking (reden: vernederende fotobewerking, niet mis te verstane vergelijking van een mens met een dier).

    Een video waarop een mens wordt mishandeld, maar alleen als deze voorzien is van commentaar in de trant van: ‘Genieten om te zien hoeveel pijn hij heeft’.

    Niet gewist moeten bijvoorbeeld worden:

    De video van een abortus (behalve wanneer die naaktopnamen bevat).

    De foto van een man die opgehangen is, met als commentaar ‘Hang die hoerenzoon’ (wordt gezien als toegestaan pleidooi voor de doodstraf; wordt wel verboden als het specifiek om een ‘beschermde mensengroep’ gaat en er bijvoorbeeld zou staan: ‘Hang die flikker op’).

    Foto’s van een vrouw met extreme anorexia, zonder enig commentaar (het tonen van zelfverminking zonder verdere context is toegestaan).

    Zo is de omgang met extreem geweld bijvoorbeeld geregeld in hoofdstuk 15.2, dat gewijd is aan het verheerlijken van geweld: ‘We staan niet toe dat mensen beelden of video’s delen waarin mensen of dieren sterven of zwaar verwond worden, waarbij deze vorm van geweld tegelijkertijd wordt toegejuicht.’ Wat op de beelden te zien valt, is dus niet relevant; het gaat alleen om de combinatie van beeld en tekst. Bij wijze van voorbeeld volgt een reeks commentaren die als verheerlijking van geweld worden gezien. Wanneer iemand onder een foto van een stervend mens schrijft: ‘Moet je zien – wat cool’ of ‘Fuck yeah’ – alleen in zo’n geval moeten zulke beelden conform dit voorschrift worden gewist.

    De regels waren nogal onbegrijpelijk. Ik zei tegen mijn teamleider: dat kan toch niet, dat beeld is hartstikke bloederig en gewelddadig, dat zou geen mens moeten zien. Maar hij vond alleen: dat is jouw mening, maar je moet proberen te denken zoals Facebook dat wil. We moesten denken als machines.

    Vanuit het hoofdkwartier van Facebook komen er voortdurend aanpassingen van de communitystandards. Bij Arvato is er iemand die deze wijzigingen in de gaten moet houden. Voor Facebook is dat heel belangrijk. Uiteindelijk gaat het om zaken waardoor gebruikers het platform links kunnen laten liggen – en het hoogste doel van Facebook is precies tegenovergesteld: zo veel mogelijk mensen zolang mogelijk op het platform houden, zodat ze zo veel mogelijk reclame zien en Facebook zo veel mogelijk geld verdient.

    Hun psychische gezondheid is van grote invloed op de berichten die tot in de tijdlijnen weten door te dringen. Want veel van hen zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten

    Het is geen eenvoudige taak waar Facebook voor staat: de haat en de waanzin van mensen in toom houden en tegelijkertijd veiligstellen dat belangrijke gebeurtenissen niet gewoon onzichtbaar blijven. Besluiten om te wissen kunnen even verrijkende consequenties hebben als besluiten over journalistieke berichtgeving.

    Voor honderden miljoenen mensen op aarde is Facebook de belangrijkste nieuwsbron. Ook al wordt het bedrijf niet als mediaconcern gezien omdat het zelf geen nieuws produceert, het kan niet om journalistiek-ethische vragen heen: zijn beelden van geweld in bijvoorbeeld het kader van oorlogsverslaggeving wel gerechtvaardigd, omdat ze dan een hoger doel dienen? Daarover denken wetenschappers al tientallen jaren na, maar op sociale media moeten zulke vragen snel een antwoord krijgen. Ruim zeven jaar geleden was een video van de stervende Neda Agha-Soltan, een jonge vrouw uit Teheran die bij protesten werd doodgeschoten, de eerste vuurproef voor Facebooks concurrent YouTube. Wissen of niet? Een YouTube-team besloot: de film is een politiek document, hij blijft ondanks de schokkende beelden online. Al geruime tijd proberen bedrijven voor zulke complexe besluiten simpele regels op te stellen. In de geheime Facebook-documenten staat: ‘Video’s waarop de dood van mensen te zien is, zijn schokkend maar kunnen wel bewust maken van zelfverminking, psychische ziektes, oorlogsmisdaden of andere belangrijke thema’s.’ In geval van twijfel moeten de medewerkers bij Arvato deze video’s voorleggen aan hun leidinggevenden. Over heel gecompliceerde gevallen wordt, naar verluidt, beslist op het Europese hoofdkwartier in Dublin.

    Heel sterk was dat bij de terreuraanslagen in Parijs van afgelopen jaar. Daarvoor werden speciale vergaderingen georganiseerd over wat er met de livebeelden gebeuren moest. Toen zijn de schokkendste dingen bij ons terechtgekomen, zo goed als in real time. Uiteindelijk werd ons verteld dat we de meeste berichten gewoon moesten doorsturen naar het Arabische of het Franse team. Wat er verder mee gebeurd is, weet ik niet.

    Toen de aanslagen in Parijs begonnen moesten wij content-moderators van de teamleiders onmiddellijk naar kantoor komen, hoewel het weekend was. Ik kreeg telefoontjes en sms-berichten van ze. Ik heb het hele weekend moeten doorwerken.

    Betrouwbare cijfers over de aantallen mensen die wereldwijd hun beroep hebben gemaakt van het wissen van Facebook-content, ontbreken vrijwel geheel. Het hoofd van de internationale Facebook-afdeling policy, Monika Bickert, verklapte vorig jaar maart op een conferentie dat gebruikers elke dag wereldwijd meer dan 1 miljoen Facebook-berichten aanmelden als ontoelaatbaar. Hoeveel mensen zich met het wissen van die berichten bezighouden, vertelde ze niet. Mediawetenschapper Sarah Roberts van California University in Los Angeles doet al jaren onderzoek naar dit nieuwe beroep. Ze schat dat er over de hele wereld zo’n honderdduizend mensen dit soort werk doen, vrijwel allemaal bij dienstverlenende bedrijven, en niet alleen voor Facebook. Roberts heeft veel van die mensen in verschillende landen geïnterviewd. Veel van hen omschrijft ze als getraumatiseerd. Hun psychische gezondheid is van grote invloed op de berichten die tot in de tijdlijnen weten door te dringen. Want veel van hen zijn na het maandenlang uitfilteren van haat, seks en geweld zo murw dat ze vrijwel alles doorlaten. Daar komt nog bij dat de tijd om secuur te werken vaak ontbreekt.

    Sommige video’s moet je van begin tot eind bekijken. Ze laten ons er niet doorheen skippen en alleen screenshots bekijken. Het ergste is het geluid. Dat moet je ook aanhoren omdat juist in het geluidsspoor iets kan zitten wat niet is toegestaan. Haatpreken bijvoorbeeld of sadisme. Sommige video’s zijn hele films die langer dan een uur kunnen duren.

    Veel content-moderators krijgen de beelden ook thuis niet uit hun hoofd. En dan komt er vaak ook nog een berichtje van de teamleiders. Dat je achterloopt! Of je niet een extra dienst kunt draaien? De werklast valt voor de medewerkers niet bij te benen, vertelt een man die inmiddels ontslag genomen heeft.

    Acht seconden per taak

    Flexibel moeten zijn, daar weten ze in Berlijn alles van, zeker als je uit een ander land komt en geen Duits spreekt. Want de stad trekt allang niet meer alleen mensen aan uit Beieren en Zwaben, maar ook veel mensen uit de wereldwijde middenklasse: Indiërs, Mexicanen, Zuid-Afrikanen, jonge, vaak goed opgeleide mensen – die er in Berlijn vervolgens achter moeten komen dat zij met al hun opleiding vrijwel nergens aan de slag kunnen. Ongeveer dertig procent van de in Berlijn wonende buitenlanders loopt het risico in armoe te vervallen. Een ex-werknemer meent:

    Je kunt Arvato alleen maar feliciteren met het commerciële inzicht om dit werk in Berlijn te laten doen. De stad is een smeltkroes van talen en culturen, waar elders vind je Zweden, Noren, Syriërs, Turken, Fransen, Spanjaarden die dringend op zoek zijn naar werk?

    De meeste van die immigranten zijn vertwijfeld, ze willen per se in de stad wonen en nemen daarvoor op de koop toe een baan waarvoor ze ver overgekwalificeerd zijn, die hun psychische gezondheid aantast en velen van hen steeds verder doet afstompen.

    Zo komt het dat er tussen de wisarbeiders van Arvato ook kwantumfysici zitten of zaten, mensen met een doctorstitel, een hoogleraar, vaak vluchtelingen met beroepskwalificaties die in Duitsland niet erkend worden. Een ex-medewerker vertelt dat het moeilijk was om mensen tot zulk afstompend werk te motiveren. Of te bevorderen. Want wie het tot content-moderator schopt, moet ook video’s onderzoeken.

    Eén video kon voldoende zijn om mijn leven te ruïneren. Dat wist ik. Ik wilde in geen geval content-moderator worden. Ik was bang voor wat dat psychisch met mij zou doen. Content-moderators zien de meest afschuwelijke dingen die je je maar kunt voorstellen. Op beelden en in video’s.

    Content-moderators moeten nog sneller werken dan de FNRP-ers die helemaal onder in de hiërarchie staan. Per zaak hebben ze gemiddeld acht seconden – hoewel ze steeds weer hele films moeten doorkijken die veel langer duren. Zijn dagelijkse target was meer dan drieduizend gevallen, vertelt een content-moderator. Dat komt ongeveer overeen met de aantallen die de Amerikaanse National Public Radio in november hoorde van content-moderators uit andere landen – en die Facebook overigens tegenover de zender ontkent. Volgens een ex-medewerker loopt al het werk van de wisteams via een intern Facebook-platform, zodat het bedrijf volgens hem op de hoogte moet zijn van de actuele cijfers.

    Tegelijkertijd was het onmogelijk om elke video echt af te kijken en te onderzoeken. Ze zijn zo grof dat je gewoonweg wilt schakelen, hoewel dat niet mag. Bovendien moet je op veel dingen letten – vaak is niet duidelijk welke regel er precies wordt overtreden.

    Je moet je dagelijkse target halen, anders krijg je mot met je leidinggevende. De druk was immens.


    In het voorjaar van 2016 schrijft het Spaanstalige wisteam een brief aan de Arvato-directie over overbelasting en slechte arbeidsomstandigheden. Het schrijven gaat al snel rond bij alle medewerkers: ‘Wegens overbelasting hebben we gevraagd om pauzes van vijf minuten (…) Aan deze wens is tot op heden helaas nog niet tegemoetgekomen. Verder dient vermeld te worden dat bij alle hierboven genoemde moeilijkheden ook nog eens de psychische belasting komt, veroorzaakt door het verwerken van tickets met een soms schokkende inhoud.’

    Veranderd is er sindsdien niks, zeggen de medewerkers. Velen laten weten dat er inmiddels in plaats van duizend bijna tweeduizend tickets per dag van de FNRP-ers worden verwacht. Op navraag van sz-magazin laat Facebook weten hierover geen mededelingen te verstrekken.

    Mijn teamleidster vond: als de job je niet bevalt, dan kun je toch ontslag nemen.

    Momenteel zijn er bij Arvato in Berlijn ruim zeshonderd mensen bezig met het wissen van Facebook-berichten, zegt een medewerker. En het worden er almaar meer. In maart 2016 werd op geringe loopafstand een tweede gebouw betrokken. De medewerkers hingen op kantoor een enorme Facebook-banner op.

    Het is zo tegenstrijdig: natuurlijk vonden we het cool om voor Facebook te werken, een bedrijf dat iedereen kent en dat populair is. Je probeert gewoon het kwaad uit te wissen.

    Hoewel het werk verschrikkelijk is, zouden maar verbazend weinig medewerkers ontslag willen nemen, vertelt een van onze bronnen. Misschien omdat ze het geld nodig hebben, misschien omdat ze afgestompt zijn. Een medewerker van het Arabische team zegt:

    Het is erg, maar zo kan ik tenminste voorkomen dat verschrikkelijke geweldvideo’s uit Syrië verder worden verspreid.

    Maar altijd weer komen er video’s voorbij waardoor medewerkers het niet langer volhouden.

    Er was een man met een kind. Ongeveer drie jaar oud. Die vent schakelt de camera in. Hij pakt het kind. En een slagersmes. Ik heb zelf een kind. Precies zo een. Dat kind zou mijn kind kunnen zijn. Ik hoef me niet gek te laten maken vanwege dit kutbaantje. Ik heb de zaak erbij neergegooid en ben gewoon weggelopen. Ik heb mijn tas gepakt, de hele weg naar de tram heb ik lopen huilen.

    Wetenschappers definiëren een psychisch trauma als een belastende gebeurtenis die niet zonder meer verwerkt kan worden. Het is vaak het resultaat van lichamelijk of geestelijk geweld en leidt niet zelden tot een posttraumatische stressstoornis. Harald Gründel, als hoogleraar psychosomatische geneeskunde verbonden aan het academische ziekenhuis van Ulm en lid van het presidium van de Duitse traumastichting, heeft een aantal door sz-magazin van interviews met Arvato-werknemers gemaakte verslagen gelezen. Voor Gründel wijzen hun beschrijvingen mogelijk op klassieke kentekenen van een posttraumatische stressstoornis: belastende foto’s en video-opnames die ook buiten het werk steeds weer voor het geestesoog opduiken; terugkerende nachtmerries; overdreven schrikachtige reacties in situaties die vaag wat met de inhoud van de video’s van doen hebben; pijnen waarvoor geen fysieke verklaring is; teruggetrokken sociaal gedrag; uitputting en afstomping; verlies aan seksuele belangstelling.

    Toen ik die video’s met kinderporno had gezien, kon ik net zo goed non worden – aan seks viel niet meer te denken. Al meer dan jaar kan ik niet meer intiem worden met mijn partner. Zodra hij me aanraakt, begin ik te trillen.

    Ineens viel mijn haar bij bosjes uit, na het douchen of zelfs op het werk. Mijn arts zei: je moet daar weg bij die baan.

    Altijd waren er weer mensen die opsprongen vanachter hun bureau, naar de keuken renden en het raam openrukten om na een onthoofdingsvideo wat frisse lucht te krijgen.

    Velen gingen zuipen of stevig blowen om ermee om te kunnen gaan.

    Op navraag van sz-magazin zegt Facebook: ‘We geven elke medewerker de gelegenheid voor psychologische begeleiding. Dat gebeurt op verzoek van de medewerker en is te allen tijde mogelijk.’ De door ons gesproken medewerkers laten ons echter zonder enige uitzondering weten dat ze zich met hun psychische problemen door Arvato in de steek gelaten voelen. Voldoende begeleiding was er niet en ook geen gerichte voorbereiding op de psychische belasting van het werken met verschrikkelijke beelden en video’s.

    We moesten ervoor tekenen dat Arvato psychologische hulp aanbiedt, maar in de praktijk was het onmogelijk om begeleiding te krijgen. Ze hebben niets voor ons gedaan.

    Een medewerkster had steeds weer geprobeerd een privéafspraak met de sociaal-pedagoog te maken. Daar moest ze lang op wachten. Uiteindelijk gaf ze het maar op

    Dat werknemers ook tegen psychische belasting beschermd moeten worden, is sinds 2013 geregeld in de paragrafen 4 en 5 van de Duitse Arbeitsschutzgesetz (wet op de bescherming van arbeid): ‘Het gaat erom dat niet wordt afgewacht tot er gezondheidsschade optreedt, maar dat de risico’s al preventief zo veel mogelijk geminimaliseerd worden,’ vertelt Raphaél Callson, arbeidsrechtadvocaat bij advocatenkantoor DKA in Berlijn. Hij meent dat er mogelijk sprake is van overtreding van het arbeidsrecht wanneer content-moderators niet professioneel door medici worden begeleid: ‘De werkgever moet echt beschermingsmaatregelen nemen. Werknemers zouden bij een video of beeld dat schokkende voor hen is, het werk moeten mogen onderbreken en hierover met een altijd ter beschikking staand aanspreekpunt in gesprek gaan. Bij voorkeur met een aan een medisch beroepsgeheim gebonden arts.’ Geen van de Arvato-medewerkers weet van het bestaan van zo’n arts. Onze bronnen hebben het over een open groepsspreekuur waar zonder verdere vooraanmelding over problemen gesproken kon worden. Onder leiding van een sociaal-pedagoog, geen psycholoog, zeggen ze allemaal. Geen van de door ons gesproken werknemers is er ooit naar toe gegaan. Ze schrokken ervoor terug om in gezelschap van onbekende collega’s over hun intiemste problemen te praten.

    Een medewerkster had steeds weer geprobeerd een privéafspraak met de sociaalpedagoog te maken. Daar moest ze lang op wachten. Uiteindelijk gaf ze het maar op. Op navraag van sz-magazin doet Facebook geen verdere mededelingen over de kwalificaties van de psychologische begeleiders – of over de vraag of deze aan een beroepsgeheim gebonden zijn.

    Daar waar ik vandaan kom, zou zo’n sociaal werkster alles wat ik haar zou vertellen onmiddellijk doorbrieven aan mijn baas. En die zou me daarna ontslaan. Niemand in mijn team had ook maar enig vertrouwen in die lui – waarom zouden we hun dan onze zorgen toevertrouwen?

    En dat terwijl er zeker goede voorbeelden zijn van omgang met mensen die in hun werk te maken hebben met gruwelijke mediaberichten. Bij de Duitse keuringsdienst van media die gevaar opleveren voor de jeugd worden ook schokkende video’s bekeken. De dienst geeft nieuwe medewerkers regelmatig scholing over de omgang met belastende inhoud. ‘Niemand hoeft dit soort films aan een stuk door aan te zien,’ zegt directeur Martina Hannak-Meinke. ‘Iedereen kan elk moment zijn werk onderbreken, iets anders gaan doen en later verdergaan.’ Er zijn privéafspraken mogelijk met sociaal medewerkers. Psychologen en traumaexperts zijn elk moment beschikbaar. Ook andere instanties waar medewerkers zeer belastend materiaal onderzoeken, hanteren strenge regels: zulke films mogen bijvoorbeeld maximaal acht uur per week bekeken worden of alleen in duo’s, zodat het effect direct besproken kan worden. Sommige stellen voor zulk werk uitsluitend speciaal opgeleide juristen aan.

    Ik zat in mijn eigen land in het leger. Beelden van oorlog en dood doen mij niets. Wat mij nekt is de onvoorspelbaarheid. Eén video krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Een seksfetisjvideo, waarin een vrouw op hoge hakken een klein poesje doodtrapt. Ik had nooit gedacht dat mensen tot zo iets in staat waren.

    Deze kattenvideo moest gewist worden, het is een duidelijke overtreding van paragraaf 15.1 van de interne documenten die sz-magazin in handen heeft: ‘Seksueel sadisme is het erotische genot dat gevoeld wordt bij pijn van een levend wezen’ – bij Facebook dus niet toegestaan.

    Het in praktijk toepassen van zulke regels vraagt te veel van de medewerkers. Sommigen vertellen dat ze op trainingen niet mee mochten schrijven, een voorzorgsmaatregel die moet voorkomen dat de geheime voorschriften openbaar worden.

    De community-standards worden ook voortdurend gewijzigd. Vroeger was een foto van een afgesneden hoofd oké, zolang de snee maar recht liep. Wat is dat voor zinloze regel? En wie bepaalt dat?


    In de communitystandards zit een hoofdstuk over haatboodschappen, waarin exact is vastgelegd welke beledigingen toegestaan zijn. Daar staat: ‘Oorspronkelijk wiste Facebook geen berichten waarin migranten doelwit waren, aangezien ze geen deel uitmaken van een beschermde categorie. Dat leidde tot negatieve berichtgeving over de richtlijnen van Facebook, waardoor de Duitse regering dreigde het werk van Facebook in Duitsland te stoppen. Dus hebben we de communitystandards aangepast, zodat ook migranten nu een zekere bescherming genieten.’ Aan de ene kant wordt hieruit duidelijk dat politiek en publieke druk van invloed zijn op de regels die Facebook hanteert. Aan de andere kant is dit bij uitstek een voorbeeld van wat het probleem is met bedrijven als Facebook: wat of wie in de samenleving bijzondere bescherming geniet, dient in Duitsland in de allereerste plaats te worden bepaald in de grondwet – en niet in het regelwerk van een bedrijf dat snel aangepast kan worden wanneer er imagoschade dreigt. Puur theoretisch: wat zou er gebeuren als de maatschappelijke opvattingen in de VS omslaan en de islam bij Facebook ineens minder bescherming geniet? Wanneer hetze tegen moslims minder streng vervolgd wordt dan tegen de in de geheime Facebook-documenten beschermde christenen, joden of mormonen? Het publiek zou het misschien nooit te weten komen. Zelfs de kleinste verandering in de communitystandards heeft een grote uitwerking op wat miljarden mensen op aarde elke dag te zien krijgen.

    We zien zo veel leed – maar komen nooit te weten wat er met de mensen gebeurt die daar zijn afgebeeld. Hoe gaat het nu met die kinderen? En worden de daders opgepakt?

    De door de Arvato-medewerkers onderzochte berichten zijn niet alleen strijdig met morele opvattingen, maar vaak ook met het Duitse recht. Hoe Facebook ten aanzien van onwettige bijdragen moet handelen, is complex. Naar Duits recht dient een platformaanbieder, zodra deze kennis neemt van of informatie heeft over een concrete onwettige handeling, deze onmiddellijk te wissen of de toegang daartoe te blokkeren, vertelt advocaat media- en IT-recht Bernhard Buchner. Anders lopen bedrijven als Facebook risico om zelf aansprakelijk te worden gesteld. Maar dat is nog niet alles: paragraaf 138 van het wetboek van strafrecht verplicht iedereen die op de hoogte is van een serieuze voorbereiding op een aantal genoemde strafbare feiten, dit aan te geven. Een bericht op Facebook waarin iemand overtuigend laat weten dat hij zijn klasgenoten dood wil schieten, moet dus niet alleen gewist, maar ook gemeld worden – bij de politie of bij de mensen die gevaar lopen.

    Wat we wel weten is dat Facebook kinderporno’s doorstuurt naar het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children (NCMEC). Alle bij de NCMEC binnenkomende tips worden daar geordend en doorgeleid aan de voor verder strafrechtelijk onderzoek verantwoordelijke autoriteiten in de VS of daarbuiten, deelt het Bundeskriminalamt (Duitse Openbaar Ministerie) op navraag van sz-magazin mee. Indien duidelijk is dat deze strafbare handelingen op Duits grondgebied zijn gepleegd, wordt de beschikbare informatie toegestuurd aan het Bundeskriminalamt.’ Of er naast kinderpornografie ook andere strafbare feiten via Facebook bij de Duitse autoriteiten terechtkomen? Dat vertelt Facebook niet.

    Een van de foto’s die The Guardian in 2017 publiceerde over Facebooks criteria.
    Een van de foto’s die The Guardian in 2017 publiceerde over Facebooks criteria.

    Er zijn bij Arvato vast mensen die bezorgd zijn over de manier waarop met de content-moderators wordt omgesprongen. Zij worden door Facebook met een toekomstvisie gepaaid: ooit zullen computers door kunstmatige intelligentie boodschappen kunnen identificeren die indruisen tegen de gebruiksvoorwaarden. Facebook, Google en Microsoft lieten onlangs weten dat ze terreurpropaganda van hun sites voortaan willen opslaan in een gemeenschappelijke databank en voorzien van een digitale vingerafdruk – zo kan een beeld dat bij Twitter werd gewist ook automatisch door Facebook worden verwijderd. Enerzijds is dit een denkbeeld dat hoopvol stemt: dan hoeven mensen niet langer blootgesteld te worden aan dit soort horror. Maar het is ook angstaanjagend: algoritmes beslissen over postings die miljarden mensen bij Facebook te zien krijgen. Een computer beslist over wat bruut is en wat niet, waar satire eindigt en waar terreur begint.

    Ik weet dat iemand dit werk moet doen. Maar het moeten mensen zijn die daarop getraind worden en daarbij geholpen worden, die men niet zoals ons naar de klote laat gaan.

    Steeds weer heb ik de volgende droom: mensen springen uit een brandend huis. Ze slaan te pletter tegen de grond. De een na de ander belandt in een plas van bloed. Ik sta beneden en probeer de mensen op te vangen, maar het zijn er te veel en ze zijn te zwaar, ik moet opzij springen zodat ze mij niet dodelijk verwonden. Om mij heen staan mensen, een heleboel mensen, die niet helpen. Maar alleen met hun mobieltjes aan het filmen zijn.

    Tijdens ons onderzoek hebben we onze bronnen steeds weer gevraagd hoe het met hen ging. Eén man heeft zijn nachtmerries overwonnen, alleen overdag komen de beelden soms weer boven. Toen hij laatst op een trapje stond om een gloeilamp te verwisselen, keek hij omlaag – en zag plotseling voor zijn geestesoog de grond waartegen de vermeende homoseksuelen te pletter sloegen die door de beulen van is van het dak van een huis waren geduwd. Eén vrouw heeft Duitsland de rug toegekeerd en woont hier ver vandaan. Een andere vrouw kampt met de gedachte dat ze overal op het strand kinderverkrachters en in het park dierenschenders ziet. Ze werkt niet langer bij Arvato en heeft nu traumatherapie. Een andere man gaat op Duitse les en wil met het vak dat hij ooit geleerd heeft, iets opbouwen in Duitsland.

    Niemand van degenen die nog bij Arvato werken, is van plan er te blijven.

    Auteurs: Hannes Grassegger en Till Krause
    Vertaler: Marten de Vries

    Till Krause is hoofdredacteur van de Süddeutsche Zeitung, Hannes Grassegger is naast journalist ook schrijver van een boek dat in 2014 werd gepubliceerd: Das Kapital bin ich.

    Beide auteurs hebben hun bronnen ook gevraagd of ze na al hun ervaringen in het wisteam privé nog op Facebook zitten. Vrijwel iedereen doet dat. ‘Het is gewoon een verslaving,’ zegt een van hen.

    Openingsbeeld: Screenshot uit The Richard Fowler Show. – © YouTube

    Süddeutsche Zeitung Magazin
    Duitsland | weekblad | oplage 445.000

    Het vrijdagsupplement van de SZ, en daarmee een van de grootste tijdschriften van Duitsland, samen met dat van Die Zeit. Veel interviews en veel (populaire) cultuur.

    Relevante artikelen uit 360:

    1. 68: Dit zijn de mensen die Facebook vrijhouden van porno en onthoofdingen
  • Vreemdelingenlegioen 
is nu elitekorps

    Vreemdelingenlegioen 
is nu elitekorps

    Het Franse Vreemdelingenlegioen is allang geen toevluchtsoord meer voor staatloze criminelen en verdwaalde huurlingen. Er wordt nog wel druk gemarcheerd, maar nu door elitecommando’s, vergelijkbaar met de Britse SAS of de Amerikaanse Navy Seals.

    Waar denk je aan bij het Franse Vreemdelingenlegioen? Waarschijnlijk aan mannen met een zware blauwe uniformjas en witte pet die moeizaam door de woestijn ploegen. Mannen die dienst hebben genomen na een leven in de misdaad en dapper doorvechten tot ze ofwel het Legioen weer verlaten om hun achtergrond te gelde te maken als keiharde, anonieme huurling, of anders sterven in de modder van Dien Bien Phu, terwijl de laatste helikopters naar La Belle France vertrekken.

    De werkelijkheid is anders. De eerste versie van het Legioen werd gezien als een ruw stel huurlingen, 
een toevluchtsoord voor misdadigers die er konden ontkomen aan vervolging en een nieuw leven konden beginnen om uiteindelijk Frans staatsburger te worden. In zijn tweede incarnatie werd het Legioen een soort surrogaatfamilie. En nu, in zijn derde fase, presenteert het zich als elitecommando, vergelijkbaar met de Britse SAS of de Amerikaanse Navy Seals. De legionairs van nu zijn veel meer dan een bende ‘wegwerpsoldaten’.

    Toch vertoont ook het moderne Legioen nog de sporen van die vroegere incarnaties. Nog steeds is er die nadruk op marcheren (om erbij te mogen moet je eerst verschillende marsen van afstanden tussen de 50 en 120 kilometer afleggen, met volle bepakking) en nog steeds nemen mannen er dienst omdat ze graag willen vechten. Maar het salaris is tegenwoordig goed, zeker als je in gevechtsgebied dient. Zelfs een beginnend rekruut verdient nu 1205 euro per maand, terwijl hij geen vaste lasten heeft of eten hoeft te betalen, en dat is heel iets anders dan de 5 centimes per dag uit de negentiende eeuw. In die tijd kon een legionair zich wijn óf tabak veroorloven, niet allebei, en zeker geen andere luxeartikelen.

    Nog steeds staan jonge mannen in de rij om dienst 
te nemen. Elk jaar melden enkele duizenden zich aan, en zo’n 80 procent van hen wordt afgewezen. Het moderne Legioen telt rond de achtduizend man en heeft per jaar maar duizend nieuwe rekruten nodig om op sterkte te blijven. De nieuwelingen zijn gemiddeld 23 jaar oud. De laatste jaren is 42 procent van de rekruten afkomstig uit Oost- en Midden-Europa, 14 procent uit West-Europa en de VS en rond de 10 procent uit Frankrijk. Zo’n 10 procent komt uit Latijns-Amerika en nog eens 10 procent uit Azië. Deze jonge mannen zonder vaste wortels zweren geen trouw aan Frankrijk, maar aan het Legioen zelf. Dat is de enige loyaliteit die ze kennen.

    Helse training

    Het Legioen heeft verschillende onderdelen: genietroepen, parachutisten, gewapende cavalerie, infanterie en de zogenaamde pioniers. De parachutisten zijn gelegerd in Calvi op het eiland Corsica (sinds een couppoging in 1961 worden ze nog steeds niet betrouwbaar genoeg geacht om op het vasteland te mogen verblijven). Andere onderdelen hebben kazernes in Frans-Guyana en in de Verenigde Arabische Emiraten. De laatste keer dat het Legioen in actie kwam was in Mali, waar het de regering ondersteunde in de strijd tegen opstandige Al-Qaidastrijders.

    Zijn ze eenmaal door de strenge selectie, dan tekenen rekruten een vijfjarig contract en worden ze naar 
‘de boerderij’ in de Pyreneeën gestuurd voor een helse training van zes weken, waarin het kaf nog verder van het koren wordt gescheiden. Dit is waarschijnlijk minder zwaar dan de selectie voor de Britse SAS, maar er komt zeker meer poetsen, marcheren, zingen en discipline bij kijken – veel meer. Algemeen heerst de overtuiging dat keiharde discipline de enige manier is om mannen van zo’n verschillende achtergrond samen te smeden tot één hechte gevechtseenheid. Officieren die hun ondergeschikten slaan zijn een normaal verschijnsel in het 
Legioen. De methode is simpel en al zo oud als de wereld: breek de man, ontdoe hem van zijn oude loyaliteiten en geef hem dan een nieuwe familie. 
In die nieuwe familie mogen rekruten een nieuwe naam kiezen – de naam die ze vanaf dat moment voorgoed zullen dragen. En zo zijn ze uiteindelijk 
een nieuw persoon geworden, met een nieuw land en een nieuwe identiteit. En dit is dan ook voor veel mannen de grootste aantrekkingskracht van het Legioen: een nieuw leven. Maar wel een leven in 
een wereld waarin de dood heilig is.

    De redenen van de moderne rekruten zelf om bij het Vreemdelingenlegioen te gaan, kunnen prozaïsch klinken. Gareth Carins, een voormalige bestekmaker in de bouw, wees een aanbod van het Britse leger af en koos voor het Legioen. ‘Ik hield gewoon van dat leger’, schrijft hij in Diary of a Legionnaire (Dagboek van een legionair, 2007). ‘Ik maakte graag bergtochten, 
ik hield van reizen en ik was op zoek naar avontuur.’ Hij vertelt dat mensen hem meestal aankijken met ‘een blik vol ongeloof en zelfs teleurstelling’ als hij 
dit zegt – en dat is niet zo vreemd, want de mystiek van het legioen is niet gemakkelijk te begrijpen. 
Het enige wat Carins niet noemt is de dood, terwijl die toch een belangrijke rol speelt in de aantrekkingskracht van het Legioen.

    poster under two flags 1936

    Hierin verschilt het van de reguliere legers van 
andere moderne landen. Als je bij het Britse of Amerikaanse leger gaat, krijg je te maken met zwaarden en saluutschoten op het exercitieterrein, maar bij 
de inwijdingsceremonie van het Legioen in Aubagne wordt overduidelijk ingespeeld op de doodswens van velen. In het hoofdkwartier, dat sterk doet denken aan een graftombe, bevindt zich een monument: 
een houten kunsthand die ooit heeft toebehoord aan legioenskapitein Jean Danjou, die in 1863 in Mexico sneuvelde bij de verdediging van een weg voor een al lang vergeten militaire noodzaak. De plek is afgezet met een koord en rond de kunsthand hangen plaquettes waarin heel precies de namen van de doden zijn gegraveerd – alle 40.000 gesneuvelden sinds de oprichting van het Legioen in 1831. De boodschap is duidelijk. Opoffering hoort erbij, maar je zult niet worden vergeten.

    Natuurlijk is deze nihilistische liefde voor de dood niet de enige motivatie om bij het Legioen te gaan. Kameraadschap, avontuur, gevaar, het verlangen om jezelf te bewijzen spelen ook allemaal een rol, zoals in elk leger. En vaker misschien dan bij de meeste reguliere legers is het een ongelukkige liefde die iemand in de armen van het Legioen drijft. Toen 
de Britse schrijver Douglas Boyd in Guyana aan een instructeur in jungle-oorlogsvoering vroeg waarom hij bij het legioen was gegaan, was het antwoord: ‘Histoire de nana, le plus souvent’ (liefdesperikelen, vooral). Romantici die een romantische oplossing zoeken door zich te offeren aan de mannelijke fantasie van het Legioen.

    De pet die legionairs dragen, de zogenaamde kepie, 
is zo wit als de botten van een kameel in de Sahara. Het is een symbolische verwijzing naar Algerije, het geboorteland van het Legioen. Na de Franse invasie van Algerije in 1830 was er een krijgsmacht nodig om het land onder de duim te houden. Er waren al eerder buitenlandse huurlingen in het Franse leger ingezet, maar die waren georganiseerd naar nationaliteit. 
De enige uitzondering was het Hohenlohe-regiment, waarin wel voornamelijk Duitsers zaten, maar ook mannen van andere nationaliteiten. Deze strijdmacht was in 1815 op de been gebracht na de nederlaag van Napoleon, toen Frankrijk in chaos verkeerde. In 1831 was het regiment weer ontbonden en in datzelfde jaar werden de buitenlandse manschappen opgenomen in het nieuw gevormde Franse Vreemdelingenlegioen. Daarmee kreeg het Legioen een zekere hoeveelheid Duits DNA mee, en nog leeft er onder de legionairs een stiekeme eerbied voor Duitse militaire moed. Na de Eerste Wereldoorlog en ook na de Tweede vormden Duitsers zelfs de meerderheid 
in het Legioen.

    Als een man tijdens een mars flauwviel, werd hij vastgebonden aan een paal die opzij uit 
een wagen stak

    De langzame en wrede kolonisatie van Algerije in de negentiende eeuw bezorgde het Legioen zijn reputatie van keiharde strijdmacht die goed uit de voeten kon in de woestijn. Hier kwam het mooi uit dat het Legioen gewend was aan marsen van 40 kilometer: het kon zich sneller verplaatsen dan welke andere strijdmacht tot dan toe ook. Het Legioen was innovatief op militair gebied en beschikte over het snelste systeem om infanterie te verplaatsen vóór de introductie van gemotoriseerd vervoer. Het hield in dat twee mannen samen een muildier deelden dat hun uitrusting droeg. De een liep snel naast het dier mee, terwijl de ander erop reed. Om de paar kilometer ruilden ze van plaats. Zo konden de legionairs 70 
tot 80 kilometer per dag reizen met volle bepakking, even snel als de bedoeïenenstrijders met hun kamelen.

    Toen Frankrijk in 1881 Tunesië binnentrok en in 1911 Marokko, kwam het Legioen met zijn woestijnervaring mee. De periode in de Sahara heeft het 
Legioen gevormd. De romantiek van de woestijn versmolt met die van de ontsnapte-boef-die-huurling-werd, en zo ontstond een westerse tegenhanger van het verhaal van die andere woestijnnomaden, de Toeareg. Deze romantiek trok niet alleen voormalige criminelen aan, maar ook veel mannen uit hogere kringen, onder wie koning Peter I van Servië, prins Aage van Denemarken, kroonprins Bao van Vietnam, prins Louis Napoléon VI en prins Louis van Monaco. Ook kunstenaars hebben tot de gelederen van het Legioen behoord, onder wie schrijver Arthur Koestler, Eerste Wereldoorlogsdichter Alan Seeger, componist Cole Porter en filmregisseur William Wellman.

    Het Legioen van nu is veel meer dan een bende ‘wegwerpsoldaten’ Legionairs zijn vergelijkbaar met de Britse SAS of  de Amerikaanse Navy Seals. 
 – © Jonathan Alpeyrie / Polaris
    Het Legioen van nu is veel meer dan een bende ‘wegwerpsoldaten’ Legionairs zijn vergelijkbaar met de Britse SAS of de Amerikaanse Navy Seals. 
 – © Jonathan Alpeyrie / Polaris

    In het verleden leidde de strenge discipline tot zware straffen. Als een man tijdens een mars flauwviel, werd hij vastgebonden aan een paal die opzij uit 
een wagen stak. Zijn armen werden ondersteund, maar als zijn benen geen lopende beweging konden maken, werd hij meegesleurd, zodat er gaten in zijn laarzen en voeten brandden. Deze wrede behandeling vond men niet onrechtvaardig, want een man die het tempo niet kon bijhouden zou anders toch worden gedood door de Arabische troepen die vaak het spoor van de expeditie volgden.

    Tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin een op de drie Franse mannen in de soldatenleeftijd omkwam, werd het Legioen aan veel fronten ingezet om tegen de Duitsers en Oostenrijk-Hongaren te vechten. Duitsers van het Legioen werden in Algerije gehouden, uit vrees dat ze zouden deserteren. De rest vocht mee. In de oorlog van 1914-1918 was het Legioen samen met de Marokkaanse divisie de meest gedecoreerde Franse eenheid. Het Legioen vocht aan elk front, ook in Gallipoli, maar aan het eind van de 
oorlog waren er nog maar zo weinig manschappen over dat men overwoog om het op te heffen, 
ondanks al die betoonde moed.

    Dit was een cruciaal moment: het Legioen moest zichzelf opnieuw uitvinden, of ten onder gaan (als een echo van het eigen mantra ‘marcheer of sterf’), en een zekere kolonel Paul-Frédéric Rollet bracht redding. Hij was een kleine, tengere man met een volle baard, die liever op espadrilles met touwzolen marcheerde dan op soldatenlaarzen, en hij begreep dat het Legioen zijn reputatie als toevluchtsoord voor ontsnapte misdadigers moest vervangen door een nieuwe mythe van erbij horen en zelfopoffering. Het Legioen heeft sinds zijn oprichting veel gevechten gewonnen, maar is eigenlijk vooral beroemd om zijn schitterende nederlagen: die bij Camarón in 1863 en die bij het Vietnamese Dien Bien Phu in 1954 
(waar een eenarmige officier, kolonel Charles Piroth, opperste moed vertoonde voordat hij zichzelf ombracht met een granaat).

    Het Vijfde Regiment van het Legioen traint op hun basis bij Djibouti.  – © Marc Charuel / Rue des Archives
    Het Vijfde Regiment van het Legioen traint op hun basis bij Djibouti. – © Marc Charuel / Rue des Archives

    Rollet was een militair genie en begreep de symbolische waarde van heroïsche nederlagen, vreemde uniformen en verloren ledematen – denk aan Sir Adrian Carton de Wiart, een van de meest 
gedecoreerde officieren van Groot-Brittannië, José Millán-Astray, oprichter van het Spaanse Vreemdelingenlegioen, en ook admiraal Horatio Nelson: zij misten allemaal een hand of arm. Paul Rollet ging dan ook niet voor niets slechts gewapend met een opgerolde paraplu de strijd in. Volgens hem toonde een commandant een gebrek aan vertrouwen in 
zijn manschappen als hij het nodig vond om zich te bewapenen en trouwens, dat leidde maar af van zijn eigenlijke taak: zijn soldaten inspireren om te vechten. Dat Rollet teruggreep op de heroïsche nederlaag bij Camarón is niet toevallig: mannen die zijn getraind om dood en verminking te aanvaarden als de prijs voor het nooit vergeten worden door hun superfamilie (het Legioen), zijn sterker dan soldaten die zijn gelokt met de troostrijke beelden van overwinning en roem. Rollet wist dat een leger niet op zijn voeten marcheert, en zelfs niet op zijn maag. 
Het marcheert op de verhalen die het zichzelf vertelt. Dus zorgde hij ervoor dat het Legioen allerhande tradities, verhalen en rituelen kreeg. Hij vormde enkele marcheerliedjes om tot complete hymnes. Hoe gehard ze ook waren, de legionairs moesten leren om uit volle borst de liederen over vroegere strijders te zingen. Eens per jaar (natuurlijk op Camarón-dag) brengen de officieren de mannen hun ontbijt. Dat alleen al is een nabootsing van een zorgzame familie. Elke Legioen-autobiografie (en daarvan zijn er veel) beschrijft, naast alle klaagzangen over pesterijen of incompetentie, ook altijd met diepe dankbaarheid de liederen en tradities die met de gedwongen dagmarsen zijn opgezogen.

    Rollet had in de Eerste Wereldoorlog gevochten en 
de gemechaniseerde toekomst van het oorlogsbedrijf gezien. Hij besefte dat mannen er niet goed tegen kunnen om behandeld te worden als machines. Hij had in 1917 de muiterij in het Franse leger gezien en zelfs zijn eigen legionairs gebruikt om zo’n opstand neer te slaan. Dit was een Frans leger dat was behandeld als kanonnenvoer voor de grote doodsmachine van het Westelijke Front. Rollet besloot een andere koers te varen. Op de honderdste verjaardag van het Legioen in 1931, en de eerste Camarón-dag, liet hij de infanterie voorafgaan door bebaarde pioniers die een enorme bijl over hun schouder droegen.

    Het was een eigenzinnige weigering om met wapens te pronken, maar hij wist dat discipline en moreel belangrijker waren dan vuurkracht alleen. Niet dat ze die niet óók hadden. Rollet breidde het Legioen uit met een infanterie, cavalerie en genietroepen. Te veel Franse jongens waren in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld, dus van nu af aan moesten buitenlanders de Franse kolonies verdedigen. Hij posteerde hen in de Marokkaanse steden Fez en Marrakesh, in het Algerijnse Sidi-bel-Abbès en ook in Tunesië, Syrië en Indochina. Tussen de twee Wereldoorlogen in bereikte het Legioen zijn grootste omvang, van zo’n 33.000 man.

    De legionair zoals we hem kennen, drinkend uit z'n veldfles middenin 
de woestijn in 1942.  
– © Everett Collection
    De legionair zoals we hem kennen, drinkend uit z’n veldfles middenin 
de woestijn in 1942. 
– © Everett Collection

    Heel slim greep Rollet terug op de Duitse wortels van het Legioen door het langzame marstempo van het oude Hohenlohe-regiment – 88 stappen per minuut – uit te roepen tot het officiële tempo. 
Hij hield de woestijntraditie levend via het officiële hoofddeksel, de witte kepie met de nekflap als bescherming tegen de zon. En misschien wel de belangrijkste erfenis die Rollet achterliet was dat 
hij het Legioen elementen gaf waarmee het later 
van een gewoon koloniaal huurlingenleger kon 
veranderen in een elitegevechtseenheid.

    Maar in de tijd van Rollet zou het nog wel wat jaren duren voor die elitekwaliteit ontstond. Het Legioen van het interbellum en de superfamilie is misschien nog wel het bekendst vanwege de spelletjes die er werden bedacht. Van nieuwe Russische collega‘s leerden de verveelde legionairs het spel ‘koekoek’. Twee mannen met geladen revolver gaan een kelder of een verduisterde kamer binnen. Een van hen roept ‘koekoek!’ en duikt weg. De ander schiet. Dan roept 
de ander ‘koekoek’ en is het aan de eerste om te schieten. Het spel is afgelopen als er ofwel een dode of zwaargewonde is gevallen, of als beide revolvers leeg zijn. Een ander spelletje heette ‘buffel’; daarbij drinkt elke deelnemer een fles vermout en stormt vervolgens met zijn handen vastgebonden op zijn rug en zijn hoofd vooruit op zijn tegenstander af, zodat de koppen letterlijk tegen elkaar knallen. Als beiden daarna nog overeind staan, wordt er opnieuw een fles soldaat gemaakt, en weer een kop-tegen-kopcharge uitgevoerd. Meestal duurde het twee flessen, soms drie, per man voordat een kapotte schedel of een 
ernstige hersenschudding het duel besliste.

    Auteur: Robert Twigger

    Openingsbeeld: Legionairs in oorspronkelijke outfit tijdens een herdenkingsceremonie van de Slag bij Camarón, een gevecht tussen het Frans Vreemdelingenlegioen en Mexicaanse troepen op 30 april 1863 in Camarón de Tejeda (Mexico.) – © AP

    Aeon
    Verenigd Koninkrijk | aeon.co/magazine

    Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.

  • Slaap Egypte slaap

    Slaap Egypte slaap

    Twee geliefden vertellen elkaar in de slaapkamer verhalen. Op basis van dit klassieke gegeven schreef de Egyptische auteur Ezzedine Chroukri Fishere een ophefmakende roman over de sluimerende Egyptische revolutie.

    Sinds het verschijnen van The Yacoubian Building (2002) van Alaa al-Aswany heeft geen boek in Egypte tot zo veel ophef geleid als de zesde roman van Ezzedine Choukri Fishere – het dystopische Exit Door, waarin een lid van de Moslimbroederschap president wordt, om vervolgens door zijn minister van Defensie ten val te worden gebracht. Het boek verscheen in 2012, nog voor de verkiezing en de uiteindelijke val van president Mohamed Morsi, een Moslimbroeder.

    Fishere had het vervolg – waarnaar reikhalzend werd uitgekeken, en dat een paar dagen geleden is verschenen bij Al-Karma – ‘Post-revolutionary bed-time stories from Egypt’ kunnen noemen, of ‘The most dangerous tales of Shahrazad’. Maar dat heeft hij niet gedaan, het boek heet Kol Hasa al-Haraa (‘Al die onzin’), en net als in het rauwe Exit Door spaart hij zichzelf noch de lezer. Het is een ambitieuze roman, een wilde verzameling van alle belangrijke revolutionaire gebeurtenissen die de afgelopen zes jaar in Egypte hebben plaatsgevonden, met thema’s zoals de buitenlandse financiering van activisten, seksueel geweld, politiegeweld, homoseksualiteit, corruptie en terrorisme. Alle protagonisten zijn betrokken bij gebeurtenissen als de revolutie van 25 januari, de rellen in Mohamed Mahmoud Street of de bloedbaden van Maspero, Port Said of Rabea al-Adaweya.

    Ze leveren zich over aan een koortsachtige stroom van verhalen, slechts onderbroken door slaap, seks of eten

    Zo’n aanpak kan al snel doorschieten, maar de vijftigjarige Fishere heeft met schijnbaar gemak een kleverig spinnenweb gesponnen dat de lezer al snel inkapselt. Al meteen vanaf de openingsscène – waarin Omar en Amal, die elkaar niet lijken te kennen, in hetzelfde bed ontwaken, kort nadat Amal is vrijgekomen uit de gevangenis – was deze lezer in ieder geval 324 pagina’s lang nauwelijks meer in staat het boek weg te leggen.

    Amal is een negenentwintigjarige Egyptisch-Amerikaanse jurist die gevangen is gezet omdat ze werkte voor een organisatie die illegaal door het buitenland werd gefinancierd (er wordt een impliciete parallel getrokken met de ngo’s die in 2011 keihard werden aangepakt). Ze heeft afstand gedaan van haar Egyptische staatsburgerschap zodat ze maar één jaar de gevangenis in hoefde (een detail dat ontleend zou kunnen zijn aan het lot van de Al Jazeera English -producer Mohamed Fahmy) en moet nu binnen 48 uur het land verlaten. Omars situatie is volkomen anders: hij is tweeëntwintig, van arme komaf, en hij werkt als taxichauffeur. Hij gaat ermee akkoord om tot Amals vertrek bij haar te blijven, in haar appartement in Zamalek, en haar verhalen te vertellen om haar op die manier bij te praten over wat er allemaal is gebeurd in het jaar dat zij heeft vastgezeten. Ze leveren zich over aan een koortsachtige stroom van verhalen, slechts onderbroken door slaap, seks of eten.

    De roman bestrijkt de 48 uur die ze in haar appartement doorbrengen en is opgedeeld in acht hoofdstukken. In zes van die hoofdstukken vertelt Omar verhalen over vrienden of familieleden, en de andere twee hoofdstukken zijn gewijd aan Amal en hem, die elkaar over zichzelf vertellen. Omars verhalen worden zo nu en dan onderbroken door Amal, met vragen of cynische opmerkingen, waarmee ze Omars sombere kijk op de wereld probeert te doorbreken. Haar Egyptische Arabisch is niet al te best, dus zij praat in het Engels, dat omwille van de lezer wordt omgezet in klassiek Arabisch, en niet in spreektalig Arabisch – behalve wanneer ze vloekt. Hun grappige gesprekken en Fishere zelf die af en toe als verteller tussenbeide komt met een ironische opmerking, bieden enig tegenwicht aan de zwaarte van Omars verhalen – de meeste van zijn vrienden zijn vermoord, gevangengezet of verbannen. In de vele dampende seksscènes tussen de twee verwijst Fishere naar geslachtsdelen als ‘lichaamsdelen waarvoor een rechter je gevangen kan zetten als je ze hardop benoemt’, alsof hij op die manier de zelfingenomen moraalridders onder zijn lezers – van de soort die Naji voor de rechter hebben gesleept – wil tarten.

    ‘Hoe is het mogelijk dat een taal die door driehonderd miljoen mensen wordt gesproken geen algemeen aanvaarde synoniemen kent voor de helft van de lichaamsdelen die ze herhaaldelijk en dagelijks aanraken, of voor de handelingen die ze verrichten?’ vraagt Omar zich af in het eerste hoofdstuk. ‘Alsof een of andere gezaghebber de Arabieren heeft veroordeeld tot een totaal stilzwijgen, waardoor ze al deze dingen doen, al deze lichaamsdelen aanraken en zien, zonder erbij te praten, zonder ook maar een woord te zeggen. Wat is dat voor vorm van onderdrukking?’

    Ezzedine Choukri Fishere.
    Ezzedine Choukri Fishere.

    Soms zegt Amal spottend Mawlay (mijn heer) tegen Omar, een omkering van het Sheherazade-motief. Misschien vertelt Omar de verhalen domweg om in de buurt te kunnen zijn van Amal, op wie hij verliefd begint te worden. Maar anders dan in De vertellingen van Duizend-en-een-nacht, waarin Shererazade Sjahriaar het ene na het andere verhaal vertelt zodat de koning haar zal sparen, wijst Fishere er in het voorwoord op dat zowel hijzelf als zijn fictionele protagonisten door deze verhalen in de gevangenis kunnen belanden. Fishere dreigt spottend degenen die het op hem hebben voorzien in zijn volgende boek op te voeren en zo wraak te nemen.

    Herdenken is natuurlijk ook een motief in dit werk. Misschien wil Fishere ons domweg herinneren aan iets wat de afgelopen drie jaar systematisch naar de achtergrond is gedrongen: de revolutie van 25 januari en alle gruwelijkheden die zijn begaan in de strijd tegen de revolutionairen. Het lijkt niet toevallig dat zijn boek is verschenen vlak na de zesde herdenkingsdag van de revolutie.

    All That Rubbish is, net als Exit Door, een politieke roman waarin fictie en realiteit in elkaar overlopen. In het vierde hoofdstuk haalt Fishere een artikel aan van Mada Masr, uit 2014, over veiligheidstroepen die op gruwelijke wijze een activiste hebben verkracht. Fishere voert haar ten tonele als een van zijn gekwelde personages en laat zien wat voor effect de verkrachting op haar leven heeft. Door het in een literaire vorm te gieten helpt hij ons eraan herinneren welk lot leden van de oppositie kan treffen. Een goed boek kan eeuwig meegaan, terwijl nieuwsfeiten vaak gedoemd zijn om in de vergetelheid te raken – al helemaal wanneer niemand verantwoordelijk wordt gehouden voor de misdaden. Omdat Amal herhaaldelijk Omars geloofwaardigheid in twijfel trekt, en hem ervan beschuldigt het allemaal te verzinnen, worden we er juist aan herinnerd dat de misdaden maar al te reëel zijn, doordat zijn verhalen van geen wijken weten.

    Niet alle verhalen zijn echter even sterk. In het derde hoofdstuk vertelt Omar over het lot van drie ‘ultra’s’ van Ahly Football Club, van wie er twee zijn omgekomen tijdens het bloedbad van Port Said in 2012. Maar hier romantiseert Fishere te zeer – de mannen worden enkel afgeschilderd als hardwerkende, heldhaftige en onschuldige jongens. Het is zelfs zo erg dat ik die stukken bijna heb overgeslagen. Het is duidelijk dat de verteller sympathie wil kweken, aangezien de ultra’s door de staatsmedia herhaaldelijk zijn weggezet als tuig en herrieschoppers, maar hier slaat Fishere door.

    Het zette mij ertoe aan me een voorstelling te maken van zijn lezerspubliek. All That Rubbish is een roman die uitgesproken pro-revolutie is, een boek dat vermoedelijk zal worden gelezen door gelijkgestemden. Afhankelijk van de reacties die het oproept, zullen misschien meer mensen geneigd zijn in dit boek te duiken – een boek dat meerdere thema’s kent, zoals overspel, huwelijksproblemen en het groeiende zelfinzicht van twee jonge geliefden.

    Er zijn ook hoofdstukken die een oorspronkelijke kijk bieden op de sociale mechanismen die onze perceptie vormgeven. Een voorbeeld daarvan is de pijnlijke coming out van een homostel, een ander voorbeeld is de tragische liefdesgeschiedenis van een sympathisante van de Broederschap en haar vriendje. Dit zijn momenten waarop Fishere met het vergrootglas van de schrijver inzoomt op de microvezels waaruit onze dagelijkse opvattingen en gedragingen bestaan.

    Ander pad

    All That Rubbish heeft alles in zich om een bestseller te worden, wat hopelijk weer andere schrijvers aanmoedigt om ook een ander pad in te slaan dan in de meeste romans die tot nog toe over de revolutie zijn verschenen, en die vooral dystopisch van aard zijn – van Basma Abdel Aziz’ The Queue tot Mohamed Rabies Otared — wellicht omdat er een soort consensus bestond dat het nog te vroeg was om onverbloemd te schrijven over iets wat nog altijd gaande was.

    Uit Exit Door sprak een optimistische toekomstvisie, ondanks alle politieke onrust. All That Rubbish is veel soberder. De roman begint met een wijs gezegde: ‘Je kunt maar beter slapen op de ellendige dagen.’ Omar en Amal lijken te hebben besloten dat ze zich maar het beste gedeisd kunnen houden en domweg moeten proberen te overleven zonder al te zware persoonlijke verliezen. Zeven van de acht hoofdstukken beginnen ermee dat de een de ander vraagt of hij al wakker is, waarmee Fishere lijkt te willen zeggen dat we, om het einde te halen van deze winterslaap waaraan geen einde lijkt te komen, best af en toe even wakker mogen worden om te eten, te vrijen en verhalen te vertellen, zolang we maar niet vergeten. Maar Amal en Omar lijken geen moment in staat zich echt over te geven aan de slaap.

    Auteur: Sherif Abdel Samad
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Marco Bulgarelli / Gamma-Rapho via Getty

    Mada Masr
    Egypte | madamasr.com

    Een Egyptisch blog dat onder auspiciën staat van de journalisten van de Egypt Independent (de Engelse versie van Al Masry al-Youm). ‘Mada Masr’ betekent: over Egypte.

  • 3. Turkije biedt stilzwijgend steun aan IS

    3. Turkije biedt stilzwijgend steun aan IS

    Als de Turken Koerdische strijdkrachten hun gang lieten gaan, zou IS kunnen worden uitgeschakeld.

    Na de terreuraanslagen in Parijs kon men van de westerse staatshoofden verwachten dat zij, zoals gebruikelijk, de oorlog zouden verklaren aan degenen die ervoor verantwoordelijk waren. Dat deden ze ook, maar ze meenden het eigenlijk niet. Terwijl ze tijdens de G20 in Antalya, twee dagen na ‘Parijs’, hun vastberaden uitspraken deden, babbelden diezelfde leiders met de Turkse president Erdogan, de man wiens stilzwijgende politieke, economische en zelfs militaire steun bijdraagt aan het vermogen van IS om diezelfde aanslagen in Parijs te plegen – nog afgezien van de eindeloze stroom van wandaden in het Midden-Oosten zelf.

    Een Iraaks meisje wacht met haar zusje op hun moeder (r) die hen voedsel komt brengen tijdens gevechten om Basra in 2003. – © Jerry Lampen / Reuters)
    Een Iraaks meisje wacht met haar zusje op hun moeder (r) die hen voedsel komt brengen tijdens gevechten om Basra in 2003. – © Jerry Lampen / Reuters)

    Hoe kan IS worden uitgeschakeld? In de regio weet iedereen dat: door de goeddeels Koerdische strijdkrachten van de YPG (Democratische Unie) in Syrië en de PKK in Irak en Turkije erop los te laten. Zij hebben bewezen uitermate effectief te zijn. Tegen de gebieden in Syrië die door de YPG worden gecontroleerd, heeft Turkije evenwel een embargo afgekondigd, en de PKK-eenheden worden door de Turkse luchtmacht gebombardeerd. Daarentegen steunt Turkije Jabhat al-Nusra, de Syrische tak van Al-Qaida.

    Vertaler: Lambiek Berends

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • 1. De mierenhandel: hoe Europese (IS-)terroristen hun wapens kopen

    1. De mierenhandel: hoe Europese (IS-)terroristen hun wapens kopen

    Door het wegvallen van de grenscontroles binnen de Schengenzone kunnen wapensmokkelaars en terroristen als mieren door Europa trekken. Wapens aanschaffen om een aanslag mee te plegen wordt zo een koud kunstje.

    Toen hij op de Duitse snelweg werd aangehouden voor een routinecontrole, zag de Beierse politie aanvankelijk niets bijzonders aan de 51-jarige man in de gehuurde Volkswagen Golf. Hij kwam uit Montenegro en zei dat hij op weg was naar Parijs, waar hij de Eiffeltoren wilde beklimmen. Pas toen ze zijn auto 
doorzochten – wat ze konden doen op basis van een nieuwe wet tegen illegale migratie – zagen ze dat hij geen toerist was. In verborgen bergruimtes vonden ze een angstaanjagend wapenarsenaal, met onder meer diverse kalasjnikovs, handgranaten, een pistool en 200 gram dynamiet.

    De wapenleverancier van een gangster verwikkeld in een extreem gewelddadige vete? Of een kwartiermeester van het terreurnetwerk dat in de Franse hoofdstad onlangs een vreselijk bloedbad aanrichtte? Vooralsnog blijven de bedoelingen van deze Vlatko V., die acht dagen voor de Parijse aanslagen werd opgepakt, in nevelen gehuld. De verdachte zit in verzekerde bewaring en justitie doet, aldus het Beierse ministerie van Binnenlandse Zaken, ‘intensief onderzoek naar eventuele banden met de gebeurtenissen in Parijs’. Maar wat hij ook van plan was, de aanhouding geeft een verontrustend beeld van wat deskundigen de ‘mierenhandel’ noemen: wapensmokkelaars, en tegenwoordig ook terroristen, die met wapens door heel Europa trekken. ‘We noemen dat mierenhandel omdat je in Europa heel veel kleine partijen wapens van individuele handelaren ziet rondgaan, in plaats van grote vrachtladingen,’ aldus An Vranckx van de Belgische Group for Research and Information on Peace and Security, die de wereldwijde handel in handvuurwapens onderzoekt. ‘Maar als er een hele colonne mieren op pad is, tikt dat toch aan.’

    Bloedig

    In Groot-Brittannië bleek twee jaar geleden hoe bloedig de gevolgen van die mierenhandel kunnen zijn. Dale Creegan, een crimineel uit Manchester, pleegde toen een aanslag met een handgranaat die twee politieagentes het leven kostte. Die granaat was afkomstig uit een partij van honderden granaten uit voormalig Joegoslavië die waarschijnlijk al door allerlei criminele elementen zijn gebruikt, van Noord-Ierse protestante paramilitairen tot drugsdealers in het noordwesten van Engeland. En zoals de Britse vuurwapen‑
deskundige David Dyson vorige week tegen deze krant zei: ‘Als een gast in Manchester aan zulke spullen kan komen, kunnen aanhangers van IS 
dat misschien ook.’

    Achter het Brusselse Zuidstation kun je voor 1000 euro een kalasjnikov op de kop tikken

    Gelukkig is echt oorlogstuig in Groot-Brittannië nog zeldzaam, omdat de wapenwetgeving na de moordpartijen in Hungerford (1987) en Dunblane (1996) steeds verder is aangescherpt en omdat de grenzen van een eilandstaat nu eenmaal makkelijker te bewaken zijn. Als Scotland Yard weer eens met de vondst van een crimineel wapenarsenaal pronkt, gaat het vaak om antieke vuurwapens uit de Tweede Wereldoorlog of omgebouwde alarmpistolen. 
Een teken dat illegale wapens in Groot-Brittannië niet voor het oprapen liggen.

    Maar in de rest van Europa is het een heel ander verhaal. Door het wegvallen van de grenscontroles binnen de Schengenzone staat niets de ‘mierenhandel’ in de weg, of het moeten de afstanden zijn: de lange autorit van en naar de leveranciers in de voormalige Oostbloklanden. In de Sovjettijd bevonden zich in landen als Bulgarije en Oekraïne enorme wapendepots, voor als er oorlog zou uitbreken met de NAVO. Na de val van het IJzeren Gordijn zijn die wapens in allerlei conflict‑
regio’s beland, van West-Afrika tot de Balkan. Alleen al in Albanië zijn na de val van de regering in 1997 meer dan een half miljoen wapens uit overheidsdepots geplunderd. In Servië en Bosnië bevinden zich sinds de burgeroorlog naar schatting nog bijna twee miljoen illegale wapens in handen van particulieren.

    Zuidstation in Brussel. Foto  Amaury Henderick/Flickr Creative Commons
    Zuidstation in Brussel. Foto Amaury Henderick/Flickr Creative Commons

    Ook in buurland Montenegro, waar de in Beieren opgepakte smokkelaar vandaan kwam, stikt het van de wapens. Het is wellicht geen toeval dat Montenegro de thuishaven is van Europa’s succesvolste bende roofovervallers, de ‘Pink Panthers’, die met overvallen op juweliers in Londen en Parijs de afgelopen tien jaar voor minstens 100 miljoen euro aan sieraden hebben buitgemaakt. Zij hebben nog het aura van volkshelden – sinds november wordt er zelfs een Britse dramaserie over hen uitgezonden met John Hurt in de hoofdrol. Maar de wapenvoorraden die hun huzarenstukjes mogelijk maakten, worden nu ook aangesproken door terroristen.

    Frankrijk werd hier in 2012 op brute wijze mee geconfronteerd toen de tot jihadist bekeerde kleine crimineel Mohammed Merah moordend door Toulouse trok. Hij had het vooral gemunt op joden en militairen, en maakte zeven slachtoffers. Thuis had hij onder meer een kalasjnikov en een uzi liggen, en het dagblad Le Figaro vroeg zich af: ‘Hoe heeft hij zomaar al die wapens kunnen kopen, alsof het yoghurtjes waren?’ Het antwoord was: niet legaal. Net als in de rest van de EU zijn kalasjnikovs in Frankrijk strikt verboden. Maar Merah kon er makkelijk aan komen via zijn contacten in de Franse onderwereld. Die is erg actief in de veelal door arme immigranten bewoonde Franse banlieues. En volgens Nic Marsh, een wapendeskundige van het Peace Research Institute in Oslo, zijn alleen in die banlieues al zo’n vierduizend machinegeweren in omloop. In Marseille zijn de afgelopen vijf jaar tientallen afrekeningen tussen drugsbendes uitgevoerd met kalasjnikovs. 
In februari werd de hoofdcommissaris er zelfs mee beschoten tijdens een bezoekje aan een door criminaliteit geplaagde wijk.

    Gapend gat

    Zijn de aanslagplegers in Parijs ook 
zo aan hun kalasjnikovs gekomen? Daar willen de opsporingsdiensten 
nog niets over kwijt. Maar aangezien de hele operatie gepland was vanuit België, is het niet ondenkbaar dat ze hun aandacht nu weer richten op die schimmige markt achter het Brusselse Zuidstation, waar je al voor 1000 euro een kalasjnikov op de kop kunt tikken. Daar zouden de daders van de aanslag op Charlie Hebdo ook hun machinegeweren hebben gekocht. De politie heeft inmiddels achterhaald dat die wapens afkomstig waren van een handelaar in Slowakije.

    Daarbij kwam een gapend gat in de Europese wapenwetgeving aan het licht. De betreffende verkoper was namelijk geen louche onderwereld‑
figuur: het betrof een geregistreerde wapenhandelaar, die deze wapens 
volkomen legaal verkocht als ‘onklaar gemaakte’ vuurwapens. Die worden 
in de hele EU legaal verhandeld, als rekwisieten in films of nagespeelde historische veldslagen, of als verzamelobject. Maar de wettelijke veiligheidseisen voor het onklaar maken van wapens verschillen hopeloos van land tot land. In Groot-Brittannië is het praktisch onmogelijk om zulke wapens ooit nog te gebruiken, maar in sommige landen hoef je niet veel meer te doen dan een pen in de loop te steken, die er gemakkelijk weer uit te halen is. Pas sinds deze zomer gelden in de hele EU dezelfde veiligheidseisen, nadat Brussel vorig jaar had erkend dat er te weinig rekening was gehouden ‘met de mogelijke risico’s van hernieuwde ingebruikname’.

    In Servië en Bosnië bevinden zich nog bijna twee miljoen illegale wapens in handen van particulieren

    Maar al is die maas in de wet nu gedicht, de EU heeft nog steeds een probleem met de Balkan. Vooral met voorheen agressieve staten als Servië, dat inmiddels wil toetreden tot de EU. Servië werkt mee met het South Eastern and Eastern Europe Clearinghouse for the Control of Small Arms and Light Weapons (SEESAC), een VN-project om wapens uit de circulatie te krijgen. Maar tijdens een amnestieperiode van drie maanden werden dit jaar maar tweeduizend vuurwapens ingeleverd. En de beveiliging van staatsdepots is weliswaar verbeterd, maar volgens Ivan Zverzhanovski van SEESAC ‘blijft diefstal van wapens uit wapendepots een probleem’. Volgens hem is het 
na de verschrikkelijke aanslagen in Parijs tijd voor een ‘radicaal andere benadering’ door de EU. ‘De vraag naar wapens kwam vroeger vooral van de georganiseerde misdaad. Maar na de aanslagen op Charlie Hebdo is volgens mij wel duidelijk dat ook bij terreurgroeperingen steeds meer vraag is 
naar vuurwapens,’ verklaarde Zverzhanovski tegen deze krant. ‘Dat wijst op banden tussen de georganiseerde misdaad en terreurgroepen. We moeten zorgen dat de betreffende landen zo’n amnestieperiode serieus nemen, en dat de EU daar meer politieke en financiële steun aan geeft.’

    Beelden van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. De broers Kouachi kochten hun wapens in Brussel.
    Beelden van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. De broers Kouachi kochten hun wapens in Brussel.

    Maar ook als Zverzhanovski zijn zin krijgt, zal de wapentoevoer nooit 
helemaal stoppen. Criminelen zoeken hun toevlucht nu steeds vaker tot het ‘Dark Web’. Alleen in Frankrijk zijn vorig jaar al 57 mensen gearresteerd omdat ze hadden geprobeerd via internet wapens (waaronder kalasjnikovs) 
te kopen. En als we alle wapens in de Balkan van de markt halen, dan ontstaat er op andere plaatsen wel weer nieuwe ‘mierenhandel’ – ergens langs die ontiegelijk lange Europese grens die we nu al niet kunnen sluiten tegen illegale migratie. Er zijn al meldingen van wapens die de EU in druppelen vanuit nieuwe brandhaarden als Oekraïne en Libië. En men vermoedt dat ze via Turkije ook vanuit IS-grondgebied in Syrië en Irak hierheen komen. ‘Als je drugs daarheen kunt smokkelen, kun je ook kalasjnikovs hierheen smokkelen. En daar doe je weinig tegen, behalve met goed inlichtingenwerk,’ zegt vuurwapendeskundige Dyson.


    Het enige wat de EU verder kan doen, 
is zo hoog mogelijke straffen opleggen aan de verantwoordelijken voor die mierenhandel. Dat zegt Iain Overton, schrijver van het onlangs verschenen Gun Baby Gun, over de wereldwijde gevolgen van de handel in vuurwapens. Wrang genoeg zou juist de krankzinnige bloeddorst van IS deze branche, die niet bepaald bekendstaat om zijn scrupules, nog tot enige terughoudendheid kunnen dwingen. ‘Iedereen die willens en wetens een vuurwapen verkoopt aan een terrorist, is zelf net zo schuldig,’ zegt Overton. ‘Die wapenhandelaren moeten net zo streng worden bestraft als de daders van de aanslagen zelf.’

    Auteur: Colin Freeman
    Vertaler: Frank Lekens

    The Telegraph
    India | oplage 485.000

    Veel aandacht voor India’s buitenlandbeleid en geconcentreerd op het problematische noordoosten van het land.

  • 2. Klimaatverandering en conflict: een complexe relatie

    2. Klimaatverandering en conflict: een complexe relatie

    Het idee dat klimaatverandering automatisch tot conflicten leidt klopt niet, zeggen wetenschappers. ‘Wateroorlogen’ zoals in de Mad Max-films hoeven we op korte termijn niet te verwachten. Toch zijn er wel verbanden.

    Of drastische wijzigingen in het weerpatroon de oorzaak zijn van oorlog en geweld staat al heel lang ter discussie. Ging er begin vijftiende eeuw bijvoorbeeld een lange droogteperiode vooraf aan de ondergang van het Khmer-rijk? En was de Kleine IJstijd, halverwege de zeventiende eeuw, de voornaamste oorzaak van de hevige oorlogen in Europa, het Ottomaanse rijk en China? 

    De wereld van nu is zo complex dat zulke simplistische vergelijkingen en veronderstellingen niet opgaan, laat staan dat de toekomst valt te voorspellen. Toch waarschuwen wetenschappers dat een veel warmere aarde en rampzalige weersveranderingen de balans naar de verkeerde kant zouden kunnen laten doorslaan. Het vijfde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc) spreekt van ‘de niet onterechte zorg’ dat klimaatverandering in bepaalde gevallen de kans op gewapende conflicten zal vergroten, ‘zelfs al is de omvang van het effect onduidelijk’. 

    In de meeste onderzoeken wordt klimaatverandering niet beschouwd als een rechtstreekse oorzaak van conflicten, maar als een van de vele met elkaar verband houdende factoren die de dreiging verhevigen, zoals armoede, uitsluiting van etnische bevolkingsgroepen, verkeerd overheidsbeleid, politieke instabiliteit en maatschappelijke afbraak. ‘Het ontbreekt ons nog aan het laatste puzzelstukje dat bewijst dat klimaatverandering conflicten veroorzaakt, maar we weten dat er een verband bestaat tussen de variabelen,’ zegt Koko Warner van het Institute for Environment and Human Security van de Universiteit van de Verenigde Naties (unu). ‘We zien nog niet dat mensen de wapens tegen elkaar opnemen omdat ze een gebrek aan zoet water hebben of dat het stijgende zeewater hele volken in elkaars armen drijft.’

    Lake Nakuru National Park. – © Reuters
    Lake Nakuru National Park. – © Reuters

    Klimaatverandering zorgt onmiskenbaar voor nieuwe spanningen tussen landen. Essentiële natuurlijke grondstoffen, zoals water, nemen af in landsgrenzen overschrijdende delta’s. Ook doen zich nieuwe mogelijkheden tot exploratie en ontginning voor in gebieden die ooit met ijs bedekt waren, zoals de Noordpool. Maar volgens deskundigen hebben dat soort spanningen tot nu toe meer verdragen dan conflicten opgeleverd. En toch. Het netwerk van Amerikaanse inlichtingendiensten heeft wereldwijde trends voor 2030 voorspeld en waarschuwt dat ‘schermutselingen niet vallen uit te sluiten tussen landen die rivierdelta’s in zwaar getroffen regio’s met elkaar delen, vooral niet gezien de andere spanningen die zich tussen hen voordoen’. 
Dergelijke regio’s – Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Midden- en Zuid-Azië en Noord-China – kennen tevens de grootste bevolkingsgroei, waardoor 
de schaarse bronnen nog meer onder druk komen te staan. 

    Wie geld heeft, vertrekt als eerste, terwijl anderen zweren op eigen bodem te zullen sterven

    De unu heeft het verband onderzocht tussen de opwarming van de aarde, ‘waterconflicten’ en veiligheid, met 
elf casussen in het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en de Sahel. Uit het onderzoek, Clico genaamd, bleek dat klimaatverandering ‘geen belangrijke bron van geweld en onveiligheid’ is, niet tússen landen en niet erbinnen. Wel wees het uit dat problemen zich kunnen voordoen of kunnen verergeren door de manier waarop een land met klimaatverandering omgaat.

    Julia Kloos, een Duitse onderzoekster van Clico, vindt dat we moeten oppassen met generaliserende uitspraken over klimaatverandering enerzijds en oorlog en geweld anderzijds en daar niet zonder meer een verband tussen moeten leggen. Elke situatie is anders: ‘We moeten het van geval tot geval bekijken.’ Volgens Kloos pakt de manier waarop landen op klimaatverandering reageren negatief uit voor kwetsbare bevolkingsgroepen. Zo claimen boeren in Niger die kampen met droogte, overstromingen en hitte soms met geweld grond en water, waardoor nomadische herders in hun voortbestaan worden bedreigd. Conflicten over water zijn 
er ook in Kenia en Ethiopië en treffen vooral marginale bevolkingsgroepen.

    Van droogte naar oorlog?

    In recent onderzoek wordt de droogte in Syrië van enkele jaren geleden – en de verkeerde manier waarop de regering daarmee omging – genoemd als katalysator van de opstand die tot de burgeroorlog heeft geleid.

    Of het conflict tussen Palestina en Israël zal verergeren doordat hun gedeelde watervoorziening slinkt, is in dit verband een cruciale vraag. Klimaatverandering bedreigt de watertoevoer in de Jordaandelta, die Israël deelt met het Palestijnse gebied op de Westelijke Jordaanoever en met delen van Libanon, Syrië en Jordanië. Hoe hevig het conflict ook is, het ontziltingsproject waar Israël aan werkt wordt beschouwd als een kans op vrede en samenwerking in de regio.

    Volgens het ipcc-rapport is het risico op klimaatgerelateerde conflicten het grootst in zwakke staten, in gebieden waar eigendomsrechten in het geding zijn en daar waar de ene bevolkingsgroep de andere overheerst. Vandaar dat de manier waarop Zuid-Soedan zich aan het broeikaseffect aanpast waarschijnlijk eerder tot problemen zal leiden dan de manier waarop een land als Italië dat doet, zoals Kloos opmerkt. 

    Ook proactieve maatregelen, bijvoorbeeld meer bossen aanleggen om de kooldioxide-uitstoot te verminderen, bomen kappen voor de productie van biobrandstoffen en waterkracht gebruiken als duurzame energievoorziening, kunnen tot conflicten leiden en bestaande conflicten verhevigen doordat mensen van hun land worden verdreven of niet meer in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

    Koko Warner van het unu: ‘We weten dat klimaatverandering de kwetsbaarste groepen het hardst raakt en dat is reden tot zorg. Wanneer mensen systematisch buiten het besluitvormingsproces worden gehouden, kan dat tot botsingen leiden.’ Volgens haar zijn goede maatschappelijke banden van groot belang om te kunnen overleven. ‘Toen de droogte in India hele gemeenschappen bedreigde, trokken de mensen eerst naar elkaar toe. Maar toen de 
toestand extreem begon te worden, gingen ze voedsel hamsteren. Conflicten ontstaan als mensen niet samenwerken en alle strategieën om risico’s in te dammen in rap tempo overboord worden gezet.’

    Afrikaanse troepen in Darfur, een regio die geregeld wordt getroffen door droogte én conflicten. –   
© Michael Kamber / HH
    Afrikaanse troepen in Darfur, een regio die geregeld wordt getroffen door droogte én conflicten. – 
© Michael Kamber / HH

    Waarschijnlijk zullen conflictsituaties zich ook voordoen wanneer klimaatverandering mensen ertoe dwingt te emigreren en gastlanden geen georganiseerde opvang en integratie kennen, aldus het ipcc-rapport.

    Volgens het door de unhcr opgezette Nansen Initiative zagen tussen 2008 en 2014 184 miljoen mensen zich door overstromingen, aardbevingen, droogte en zeespiegelstijging genoodzaakt huis en haard te verlaten. ‘Sommige berekeningen wijzen uit dat door een zeespiegelstijging van één meter 150 miljoen mensen op de vlucht zullen slaan, tenzij er dammen en zeeweringen worden gebouwd of vergelijkbare maatregelen worden genomen om kwetsbare gebieden te beschermen,’ aldus de organisatie.

    Maar Walter Kaelin, werkzaam bij Nansen, verklaart tegenover irin: 
‘Ik zou voorzichtig zijn met het idee dat het broeikaseffect overal tot onrust leidt. In veel regio’s die te lijden hebben van de opwarming van de aarde is daar helemaal niets van te merken. Er is meer voor nodig.’

    De droogte in de Hoorn van Afrika gaat gepaard met een toename van het aantal handvuurwapens

    Toch wijst onderzoek volgens Kaelin uit dat de droogte in de Hoorn van Afrika gepaard gaat met een toename van het aantal handvuurwapens. Ook zullen conflicten volgens hem ‘de humanitaire crises verergeren die zijn ontstaan door natuurrampen en vluchtelingenstromen’. Als voorbeeld noemt hij de bewoners van het vluchtelingenkamp in Dadaab in Kenia. Die ontvluchtten Somalië niet vanwege het geweld – hoewel de oorlog in hun land ze onbereikbaar maakte voor hulporganisaties – maar vanwege droogte en hongersnood.


    Volgens het Nansen Initiative was er twee maanden voor de klimaattop in Parijs ‘nog steeds geen passage in het conceptverdrag over mobiliteit als resultaat van klimaatverandering’. 
En dat terwijl Doelstelling 13 voor Duurzame Ontwikkeling gaat over 
de urgentie van maatregelen tegen klimaatverandering en de gevolgen ervan. Het idee achter de doelstellingen is ‘dat niemand achterblijft’. Toch is er geen plan dat de meest kwetsbare mensen beschermt tegen de verwoestingen die de opwarming van de aarde de komende twintig jaar naar verwachting zal aanrichten. 

    De eilandstaten in het zuidelijk deel van de Grote Oceaan worden wel de ‘kanarie in de mijn’ genoemd als het gaat om zeespiegelstijging en andere klimaatproblemen, zoals vloedgolven, verzuring van zeewater en steeds heviger orkanen en cyclonen. Die 
dreigen een einde te maken aan het bestaan van zo’n half miljoen inwoners van deze laaggelegen eilanden.

    17 procent

    Recent onderzoek van de UNU in de regio laat zien dat sommigen zijn vertrokken – vooral naar de Fiji-eilanden – omdat hun levensstandaard achteruitging. Van de ondervraagden bracht slechts 17 procent de reden voor vertrek in verband met klimaatverandering. Het onderzoeksrapport wees echter op ‘mogelijke toekomstige botsingen tussen migranten en gastlanden’ en riep op tot meer onderzoek naar ‘conflicten en migratie in de gebieden in de Grote Oceaan’. Meg Taylor, secretaris-generaal van het Pacific Islands Forum, overlegde onlangs nog met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, over de risico’s van migratie als gevolg van klimaatverandering.

    Cosmin Corendea, die aan het UNU-onderzoek heeft meegewerkt, zegt dat mensen zich aanpassen aan klimaatverandering wanneer die zich sluipend voltrekt, omdat ze het idee hebben dat ze die aankunnen. ‘Wie geld heeft, vertrekt als eerste, terwijl anderen zweren op eigen bodem te zullen sterven. Je weet nooit hoe mensen reageren. Ze leren met allerlei bedreigingen te leven.’ Hij voegt eraan toe dat dat niets afdoet aan de urgentie van de effecten van klimaatverandering: er kunnen conflicten tussen landen ontstaan over de opname van vluchtelingen, en wanneer migranten niets aan een gastland bijdragen, kunnen de spanningen binnen zo’n land telkens terugkeren.

    In de concepttekst van het klimaatverdrag van Parijs wordt niets gezegd over oorlog en geweld die het gevolg zijn van klimaatverandering. Corendea zegt dat de opstellers geen woorden vuil maken aan wat niet bestaat of geen internationaal ingrijpen vereist. ‘Het is nog niet zover,’ zegt hij. ‘Wat niet wil zeggen dat we conflicten mogen uitsluiten als we niet op de juiste manier met klimaatverandering omgaan.’

    Auteur: Philippa Garson
    Vertaler: Nico Groen

    Philippa Garson werkte lange tijd als correspondent in Zuid-Afrika, o.a. voor Mail & Guardian. Tegenwoordig werkt ze in New York als journalist en schrijft vooral over georganiseerde misdaad, drugsbeleid en milieukwesties.

    IRIN News
    Nairobi | irinnews.org

    Nieuwsportaal dat zich richt op gebieden die vergeten, onbegrepen dan 
wel genegeerd worden.