Tag: handel

  • India en de EU sluiten een ‘historisch’ vrijhandelsakkoord

    India en de EU sluiten een ‘historisch’ vrijhandelsakkoord

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: dodental door sneeuwstorm loopt op tot minstens 22 doden

    » Wikipedia ziet daling in aantal bezoekers, mede als gevolg van AI

    Er is meer dan twintig jaar over het verdrag onderhandeld

    De Indiase en Europese onderhandelaars vormen een ‘ambitieus, evenwichtig, toekomstgericht en wederzijds voordelig’ handelspartnerschap, aldus Hindustan Times. Een hoge functionaris van het Indiase ministerie van Handel kondigde maandagavond aan dat het akkoord dinsdag officieel zal worden bekendgemaakt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Beide partijen hebben meer dan twintig jaar over dit verdrag onderhandeld, en de handelsoorlog die door de Amerikaanse president Donald Trump werd ontketend en de Chinese concurrentie hebben de totstandkoming ervan versneld.

    ‘Voor de Europese Unie vertegenwoordigt India een stabiele markt met aanhoudende groei’, aldus Hindustan Times. New Delhi ziet Europa als een belangrijke bron van de technologie en investeringen die nodig zijn om de modernisering te versnellen en miljoenen banen voor de bevolking te creëren.

  • Wat is de winst van het EU-Mercosur-akkoord?

    Wat is de winst van het EU-Mercosur-akkoord?

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar het Mercosur-akkoord. Na meer dan een kwart eeuw onderhandelen hebben de Europese Unie en het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur een omvangrijk vrijhandelsakkoord ondertekend. De overeenkomst belooft nieuwe markten, maar roept felle tegenstand op van Europese boeren en krijgt bovendien een geopolitieke lading in een wereld die steeds verder polariseert. Wat betekent het EU-Mercosur-akkoord nu echt?

    Wat is het?

    De Europese Unie en het Mercosur-blok hebben zaterdag hun langverwachte handelsovereenkomst ondertekend, waarmee na meer dan vijfentwintig jaar onderhandelen een van ’s werelds grootste vrijhandelsakkoorden werd bezegeld. De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, en de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, woonden de ceremonie bij in Asunción, Paraguay, samen met de leiders van Mercosur uit Argentinië, Uruguay en gastland Paraguay. De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva, een belangrijke voorstander van het pact, was niet aanwezig en liet zich vertegenwoordigen door zijn minister van Buitenlandse Zaken.

    ‘Deze overeenkomst geeft een sterk signaal af aan de wereld,’ zei Von der Leyen tijdens de ceremonie, geciteerd door Politico. ‘Het akkoord weerspiegelt een duidelijke en weloverwogen keuze. We kiezen voor eerlijke handel in plaats van invoerheffingen. We kiezen voor een productief, langdurig partnerschap.’ De overeenkomst moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de nationale wetgevende instanties aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.

    Als de overeenkomst wordt geratificeerd, ontstaat een vrijhandelszone die meer dan 700 miljoen mensen in Europa en Latijns-Amerika omvat. Meer dan 90 procent van de invoerrechten op EU-exportproducten wordt geleidelijk afgeschaft, wat nieuwe markten opent voor Europese fabrikanten, met name in industriële sectoren. De Mercosur-landen zouden op hun beurt meer toegang krijgen tot de EU-markt voor landbouwproducten.

    In totaal genereren de landen van de EU en Mercosur een vijfde van het totale bruto binnenlands product (bbp) van de wereld. Op papier is dit een aanzienlijke markt, maar de twee blokken hebben onderling weinig handelsverkeer, merkt Le Monde op. ‘Mercosur is goed voor slechts 2,1 procent van de EU-uitvoer, ver achter Turkije, Noorwegen of zelfs Zuid-Korea.’

    ANP 547847355
    Leiders en vertegenwoordigers van de Europese Unie en Mercosur poseren na de ondertekening van het handelsakkoord. Asunción, 17 januari 2026. – © Luis Robayo / AFP

    De overeenkomst heeft dan ook het doel de handel tussen beide partijen te bevorderen. Brussel schat dat dankzij de verlaging van de douanebarrières tussen beide blokken het bbp van de EU tegen 2040 met 77,6 miljard euro (0,05 procent) en dat van Mercosur met 9,4 miljard euro (0,25 procent) zou kunnen stijgen. Maar volgens het Franse dagblad plaatsen veel economen hun vraagtekens bij deze cijfers, die zij als een overschatting beschouwen. 

    Waarom duurde het zo lang?

    De onderhandelingen tussen de EU en Mercosur begonnen in 1999, maar liepen vast door het aantreden van een reeks linkse leiders in Zuid-Amerika in de jaren 2000 en begin jaren 2010. Met de komst van meer marktgerichte presidenten in Argentinië in 2015 en Brazilië in 2016 vorderden de onderhandelingen en werd in 2019 een principeakkoord bereikt. Deze keer liep de ratificatie echter vast door tegenstand van Europese protectionisten.

    De overeenkomst leek ten dode opgeschreven toen de voormalige Braziliaanse president Jair Bolsonaro – een extreemrechtse ontkenner van klimaatverandering – tijdens zijn ambtstermijn van 2019-2023 in heel Europa een persona non grata werd. Uit bezorgdheid dat het pact ontbossing in het Amazonegebied zou aanwakkeren of klimaatnormen zou verzwakken, voegde de EU in 2023 strengere groene kaders toe. Die stap bracht de onderhandelingen bijna tot stilstand; de leiders van Mercosur reageerden verontwaardigd op wat zij zagen als Europese bemoeizucht, maar bereikten later een compromis, aldus Foreign Policy

    De landbouwlobby maakte zich echter veel zorgen. In Frankrijk blokkeerden boeren met hun tractoren snelwegen ten zuiden van Toulouse en de toegang tot de grootste containerhaven van het land in Le Havre. Ook in Ierland vonden nieuwe tractorkonvooien plaats uit protest tegen het pact. ‘Omdat boeren twee jaar geleden enig succes boekten met hun protesten tegen het EU-landbouwbeleid, kwamen ze nu opnieuw in opstand,’ constateert Süddeutsche Zeitung.

    De Commissie beloofde 45 miljard euro extra steun voor EU-boeren en temperde zo het verzet van landbouwsectoren en regeringen die bezorgd waren over goedkope import. ‘De Franse president Emmanuel Macron kwam als een van de grootste verliezers uit de bus. Ondanks aanhoudende pogingen om de overeenkomst te blokkeren of uit te stellen – onder druk vanuit de Franse landbouwsector – slaagde Parijs er niet in het akkoord van tafel te vegen’, aldus Foreign Policy. Italië steunde de overeenkomst uiteindelijk nadat het garanties en financieringsverplichtingen voor zijn eigen boeren had bedongen.

    ANP 547587209 1
    Boeren demonstreren met honderden tractoren tijdens een landelijke actiedag tegen het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Mercosur. Lyon, 15 januari 2026. – © Konrad K. / SIPA

    ‘De EU heeft dus opnieuw gereageerd op de protesten van de boeren en ingestemd met aanvullende beschermingsbepalingen. Als de markten instabiel worden door import uit Zuid-Amerika, zullen de hogere tarieven opnieuw worden ingevoerd. Deze beslissing heeft de Zuid-Amerikaanse landbouworganisaties ongetwijfeld ontstemd’, schrijft Süddeutsche Zeitung.

    Wat levert het uiteindelijk op?

    Deze vraag is moeilijk te beantwoorden, concludeert Le Monde, aangezien de overeenkomst waarschijnlijk veel onderling verweven ecologische, geopolitieke en economische gevolgen zal hebben, ‘waardoor het onmogelijk is om de impact van elk afzonderlijk element nauwkeurig in te schatten’.

    Vanuit economisch oogpunt zou de Europese industriële sector de meeste baat hebben bij de overeenkomst, aangezien deze een einde maakt aan de hoge invoerrechten op onder andere auto’s, machines en chemische producten. 

    Volgens El Mundo biedt de overeenkomst tussen Mercosur en de EU daarnaast handelsmogelijkheden die kunnen leiden tot meer industrie en hoogwaardige banen in de regio. ‘Het is ook een bron van handels- en investeringsmogelijkheden voor Europa, dat volgend jaar al meer dan 4 miljard euro aan invoerrechten zal besparen.’ In The Conversation schrijft Sergi Basco, universitair hoofddocent economie aan de Universiteit van Barcelona, echter dat ‘deze handelsovereenkomst geen grote economische effecten zal hebben’.

    Voor de Mercosur-landen gaat de overeenkomst met de EU minder over een plotselinge exportboom en meer over geopolitieke invloed. ‘De sterkere banden met Europa vormen een aanvulling op de banden met de Verenigde Staten en China; Zuid-Amerikaanse regeringen zullen niet gedwongen worden om een keuze te maken tussen de druk van Washington en de aantrekkingskracht van Beijing,’ analyseert Foreign Policy. Door Mercosur via een formeel pact aan de EU te binden, krijgt Mercosur bovendien weer een gezamenlijk doel en cohesie. ‘De overeenkomst versterkt ook de diplomatieke geloofwaardigheid van Brazilië, dat zichzelf als regionale leider ziet.’

    Voor Europa biedt de overeenkomst een gedeeltelijke bescherming in de wereldwijde strijd om zeldzame aardmetalen en andere cruciale grondstoffen. Brazilië alleen al controleert meer dan 20 procent van de wereldwijde reserves aan cruciale mineralen, waaronder zeldzame aardmetalen die essentieel zijn voor geavanceerde productie, schone energietechnologieën en militaire toepassingen. Argentinië en Bolivia beschikken over belangrijke lithiumreserves, die onder andere gebruikt kunnen worden voor het ontwikkelen van batterijen van elektrische voertuigen en eveneens belangrijk zijn voor de energietransitie. ‘Nu regeringen wereldwijd hun afhankelijkheid van China voor kritieke mineralen willen verminderen, is het vastleggen van de toegang tot Zuid-Amerikaanse toeleveringsketens niet alleen een commerciële, maar ook een strategische troef geworden’, schrijft het Amerikaanse tijdschrift.

    ANP 488660500 1
    Donald Trump geeft een toespraak tijdens een bijeenkomst van de Republikeinse voorverkiezingen in Des Moines, Iowa, op 15 januari 2024 – © Jim Watson / AFP

    ‘Op dit moment is de overeenkomst met Mercosur het beste antwoord op de uitgebreide versie van de Monroe-doctrine die Trump in de regio toepast’, schrijft El Mundo. Het akkoord creëert de grootste vrijhandelszone ter wereld, die door dezelfde waarden en normen zal worden geregeerd. 

    De overeenkomst is daarmee veel meer geworden dan alleen een handelsakkoord: het is een teken dat Europa en een groot deel van Zuid-Amerika strategieën nastreven om hun economische en strategische autonomie te vergroten in het licht van het protectionisme en de militaire dreigingen van de VS.

    Sterker nog, volgens El País was Donald Trump zelfs onmisbaar bij het nieuw leven inblazen van het handelsakkoord tussen de EU en Mercosur. ‘De Republikein was nog niet eens aangetreden toen EC-voorzitter Ursula von der Leyen in december 2024 op het vliegtuig stapte en naar Montevideo vloog om een principeakkoord te ondertekenen – het tweede – na onderhandelingen die al het hele decennium hadden geduurd.’ Het uitbreiden van handelsallianties met voorspelbare partners is een grote stap om de handelsafhankelijkheid van Europa van zijn voormalige grote partner te verminderen. 

    De afgelopen jaren heeft een golf van populisme en protectionisme – van de brexit tot de invoerheffingen van Trump – twijfel gezaaid over de toekomst van open markten. Veel analisten vreesden dat de wereld afstevende op ontkoppeling en rivaliserende economische blokken. De overeenkomst tussen de EU en Mercosur biedt een tegenwicht. ‘Ze toont aan dat zelfs in 2026 het mondiale noorden en het mondiale zuiden kunnen kiezen voor samenwerking in plaats van confrontatie’, schrijft Foreign Policy. ‘Het akkoord laat zien dat de onvoorspelbaarheid van Washington onbedoelde positieve effecten kan hebben: het stimuleert andere mogendheden om nieuwe allianties te smeden en te investeren in diplomatie.’ 

  • Na 26 jaar onderhandelen tekenen Mercosur en de EU een vrijhandelsakkoord

    Na 26 jaar onderhandelen tekenen Mercosur en de EU een vrijhandelsakkoord

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Minstens 39 doden en meerdere gewonden bij treincrash in Andalusië

    » Het Syrische regime erkent de nationale rechten van de Koerden

    De lidstaten moeten het verdrag nog goedkeuren

    De Mercosur-landen en de Europese Unie hebben zaterdag in Paraguay een vrijhandelsovereenkomst getekend, na zesentwintig jaar van ‘intensieve onderhandelingen en bij gebrek aan Europese consensus’, meldt Folha de São Paulo. Met deze overeenkomst streeft Mercosur (Brazilië, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Bolivia) naar ‘bevoorrechte toegang tot de Europese markt, terwijl de EU haar positie wil versterken in sectoren waarin zij concurrerend is, zoals industrie, technologie en farmaceutica’, aldus de krant.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De lidstaten van deze nieuwe vrijhandelszone, een van de grootste ter wereld, vertegenwoordigen ongeveer 30 procent van het wereldwijde bbp en hebben een bevolking van meer dan 700 miljoen. Naast het economische aspect heeft de overeenkomst de afgelopen maanden ‘een geopolitieke dimensie gekregen’ na ‘Trumps offensief tegen de internationale handel’ door middel van strafheffingen, merkt de Braziliaanse krant op.

    Het verdrag moet nog worden goedgekeurd door elke Mercosur-lidstaat en door het Europees Parlement, waar de goedkeuring nog niet gegarandeerd is wegens verzet van Frankrijk, aldus de krant uit São Paulo.

  • VS en China zeggen akkoord te hebben bereikt over een ‘algemeen handelskader’

    VS en China zeggen akkoord te hebben bereikt over een ‘algemeen handelskader’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia: zeven doden bij gecoördineerde aanslagen in het zuidwesten

    » Noord-Ierland: anti-immigratiedemonstranten raken slaags met politie

    China wil dat de exportbeperkingen worden versoepeld

    ‘Beide partijen zullen verslag uitbrengen over dit algemene kader aan hun respectieve leiders’, verklaarde de Chinese vertegenwoordiger voor internationale handel Li Chenggang in de nacht van dinsdag op woensdag aan de pers. Dit is het slotakkoord van een tweedaagse bijeenkomst in Londen, die tot doel had de handelsgeschillen tussen de VS en China glad te strijken.

    De Amerikaanse minister van Handel Howard Lutnick zei op zijn beurt ervan overtuigd te zijn dat de spanningen rond de Chinese export van zeldzame aardmetalen, een belangrijk punt van onderhandeling, in het kader van deze overeenkomst zullen worden ‘opgelost’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het Chinese team, onder leiding van vicepremier He Lifeng, een naaste medewerker van leider Xi Jinping, heeft harde onderhandelingen gevoerd en de Verenigde Staten gevraagd de beperkingen op de verkoop van technologieën en andere producten aan China aanzienlijk te versoepelen’, aldus bronnen die dicht bij het dossier staan tegenover The Wall Street Journal.

    De Amerikaanse krant merkt op dat de onderhandelaars niet precies hebben onthuld wat er in het kader van de overeenkomst is overeengekomen. ‘Het uitblijven van details zou erop kunnen wijzen dat de Amerikaanse partij de goedkeuring van Donald Trump nodig heeft voor de opheffing van bepaalde beperkingen die door de vertegenwoordigers van Peking wordt geëist’, aldus de WSJ.

  • Trump: ‘De VS en China zijn in onderhandeling over handelstarieven’

    Trump: ‘De VS en China zijn in onderhandeling over handelstarieven’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland haalt de taliban van de lijst met terroristische organisaties af

    » Israël voert luchtaanvallen uit op Palestijns tentenkamp: minstens 37 doden

    De tarieven bedreigen de handel tussen de twee landen

    De Amerikaanse president Donald Trump onthulde donderdag dat de Verenigde Staten en China ‘een overeenkomst over tarieven bespreken’ en dat zo’n overeenkomst ‘in de komende drie tot vier weken’ kan worden bereikt, meldt ABC News. ‘Ze hebben verschillende keren contact met ons opgenomen,’ aldus Trump, waarmee hij doelde op de Chinese leiders. Na de escalatie van de afgelopen weken passen de Verenigde Staten nu een minimum van 145 procent aan heffingen toe op Chinese producten, terwijl Peking Amerikaanse producten belast tot 125 procent. Als deze situatie blijft voortduren, zal dit vrijwel alle handel tussen de twee landen bedreigen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Eerder op de dag ontving de miljardair de Italiaanse premier Giorgia Meloni in het Witte Huis, met wie hij ook de tarieven besprak. Hij zei er ‘100 procent’ zeker van te zijn dat er een handelsovereenkomst met de Europese Unie (EU) zou worden bereikt. Europese producten worden momenteel belast tegen een tarief van 10 procent wanneer ze de Verenigde Staten binnenkomen. Het dreigement om dit tarief te verhogen tot 20 procent werd op 9 april door Washington voor negentig dagen opgeschort. Tegelijkertijd schortte de EU voor dezelfde periode de tegenmaatregelen op die zij van plan was half april op te leggen.

  • Canada: vicepremier stapt op wegens onenigheid met premier Trudeau

    Canada: vicepremier stapt op wegens onenigheid met premier Trudeau

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Witte Huis: mysterieuze drones in New Jersey vliegen daar legaal

    » VS: tienermeisje neemt school in Wisconsin onder vuur

    Het geschil betrof de omgang met Amerikaanse importtarieven

    Vicepremier Chrystia Freeland ‘heeft zojuist de pin uit een granaat getrokken’, vat The Globe and Mail het samen. Ottawa bevindt zich ‘in een totale crisis’ nadat Freeland maandag ontslag nam vanwege meningsverschillen met premier Justin Trudeau over hoe om te gaan met de dreigende handelsoorlog met de Verenigde Staten, meldt het Canadese dagblad.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In een brief aan de premier verwijst Freeland naar de mogelijke ‘tarievenoorlog’ van Trump – hij heeft aangekondigd dat hij de tarieven met Canada wil verhogen tot 25 procent – en zegt ze dat ‘we dure politieke trucs moeten vermijden die we ons niet kunnen veroorloven’. Dit is waarschijnlijk een toespeling op de belastingvoordelen die de Canadese regering onlangs aan particulieren heeft toegekend.

    Net als Freeland hebben ‘de conservatieve oppositie en ontevreden Canadezen’ kritiek op Trudeau ‘omdat hij vooral bezig is met zijn politieke overleving op korte termijn’, schrijft The Globe and Mail. ‘In Mar-a-Lago zal Trump in zijn handen wrijven als hij de premier zo zichtbaar ziet aftakelen en hij zal zichzelf vast en zeker wijsmaken dat hij gehakt zal maken van zo’n slecht bestuurd land,’ concludeert Le Devoir.

  • Door de oorlog heeft Oekraïne zijn Roemeense buur herontdekt

    Door de oorlog heeft Oekraïne zijn Roemeense buur herontdekt

    Na jarenlang elkaar de rug toegekeerd te hebben, heeft de oorlog Roemenië en Oekraïne gedwongen hun meningsverschillen te begraven en te investeren in hun onderlinge infrastructuur.

    Door de Russische invasie herontdekte Oekraïne een buurland dat het vergeten was: Roemenië. Na de sluiting van de Oekraïense Zwarte Zeehavens op 24 februari 2022 werden de Oekraïense export en import, inclusief militaire hulp, afhankelijker dan ooit van handelsroutes via Polen en Roemenië.

    De [Roemeense] haven van Constanta is zo een knooppunt geworden dat qua belang vergelijkbaar is met Jasionka, bij Rzeszów [een Poolse stad dicht bij Oekraïne met een internationale luchthaven]. Hetzelfde geldt voor de Donau en de Roemeense landroutes.

    Roemenië wordt niet gespaard door Russische drones. Een van de Roemeense mijnenvegers werd beschadigd door een mijn.

    ‘Van alle NAVO-landen staat Roemenië het dichtst bij oorlog. Lviv [dicht bij de Poolse grens] wordt zelden gebombardeerd. Odessa, vlak bij de Roemeense grens, is daarentegen een van de belangrijkste doelwitten van Russische aanvallen’, merkt de Oekraïense commentator en politicoloog Oleh Saakian op.

    Verbeterde betrekkingen

    Vóór 2022 keerden Roemenen en Oekraïners elkaar de rug toe. Vanuit Kyiv gezien lijkt de Roemeense grens afgelegen en oninteressant. De grens loopt langs de oblast Odessa, waar al jaren geen fatsoenlijke weg meer naartoe leidt, en de vrijwel onbewoonde Donaudelta heeft geen brug. Transkarpatië en de Boekovina [regio’s op de grens tussen de twee landen] staan synoniem voor verlaten gehuchten. Vanuit Boekarest gezien zijn de Oekraïners veel minder belangrijke buren dan de Moldaviërs, die dezelfde taal spreken.

    De bilaterale betrekkingen werden ook getekend door het geschil over Slangeneiland. Dan was er nog de omstreden afbakening van het continentaal plateau van de Zwarte Zee, de uitbreiding van het Bystroe-kanaal in de Donaudelta, dat concurreert met Roemeense wegen, en het onderwijs van de Roemeense taal in Oekraïne.

    Terwijl de Oekraïners argwanend keken naar de Roemeense minderheid in de Boekovina die Roemeense paspoorten kreeg, nam Boekarest het Kyiv kwalijk dat het Moldavisch als een aparte taal erkende. Van alle buren was Boekarest de laatste die de onafhankelijkheid van Oekraïne erkende, op 8 januari 1992, een maand na Polen. Kyiv onderhield ook goede betrekkingen met de Transnistrische separatisten in Moldavië, wat Roemenië irriteerde. Pas na de Russische invasie sloot het land zijn grens met deze zelfbenoemde staat en veranderde het volledig van retoriek.

    Het geschil over de zeegrens eindigde in 2009 met een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, dat 80 procent van de betwiste wateren toekende aan de Roemenen. De rest van de controverse werd na 24 februari 2022 in de doofpot gestopt, wat de weg vrijmaakte voor verbeterde betrekkingen. ‘In het begin waren de Oekraïners bang om voor de oorlog naar Roemenië te vluchten. Ze dachten echt dat de zigeuners hen zouden beroven. Dat veranderde allemaal binnen veertien dagen, toen duidelijk werd dat Roemenië een normaal land was, met mensen die bereid waren om te helpen. In totaal passeerden 2 miljoen vluchtelingen Roemenië,’ legt Alexandru Greceniuc uit.

    Voor de Oekraïners in Roemenië is deze dertigjarige inwoner van Cluj, de hoofdstad van Transsylvanië, een instituut. Greceniuc is activist voor de Oekraïense minderheid, voorzitter van het Wereldcongres van Oekraïense jongerenorganisaties, lid van de Jeugdraad van president Volodymyr Zelensky en vertegenwoordiger van de Oekraïense Kamer van Koophandel en Industrie in Roemenië. Hij werkt ook als architect. Greceniuc studeerde in Cluj, maar komt oorspronkelijk uit een klein stadje dat afgescheiden raakte als gevolg van het Molotov-Ribbentroppact. In 1940 trokken Sovjettroepen Boudjak binnen, in Boekovina en Moldavië, en de stad bleef na het einde van de Tweede Wereldoorlog van de Sovjets.

    Orthodoxie is het enige dat de twee naties verbindt en religie speelt een steeds kleinere rol in beide samenlevingen

    Bocicoiu Mare-Velykyi Bytsjkiv is een ander voorbeeld van een stad die in tweeën gedeeld is: het Roemeense deel van het dorp is tien keer kleiner dan het Oekraïense deel, en de bruggen over de rivier de Tisza werden na de oorlog niet herbouwd. Vandaag de dag is het Oekraïense deel van het dorp in wezen mono-etnisch. Aan de Roemeense kant bestaat 40 procent van de bevolking uit Oekraïners en de rest heeft een Roemeense of Hongaarse identiteit. Voor de oorlog was er ook een grote Joodse gemeenschap, die werd vermoord. 

    Juist in Boekovina woont de grootste Roemeense minderheid. Terwijl we door de oude stad wandelen, die rijk is aan Oostenrijks-Hongaarse cultuur, blijven we overblijfselen van de Roemeense identiteit tegenkomen. Zoals de posters voor Martisor, een volksfeest dat Roemenen in het voorjaar vieren, op 1 maart. Op het centrale plein, vlak bij het stadhuis, staat het Roemeense Volkshuis. In de buurt van Tsjernivtsi bevinden zich volledig Roemeense dorpen. Volgens de laatste volkstelling in 2001 woonden er 150.000 Roemenen in Oekraïne, samen met 258.000 Moldaviërs, die door Boekarest als landgenoten worden beschouwd. De Roemeense volkstelling van 2021 telde 46.000 Oekraïners.

    Pavlyuk verklaart dat de samenwerking uitstekend is en dat het conflict over het onderwijs van minderheidstalen een afgesloten hoofdstuk is. ‘In tegenstelling tot Transkarpatië,’ vervolgt hij, ‘dat vaak in het middelpunt van de belangstelling heeft gestaan vanwege de wrijvingen tussen Hongarije en Oekraïne, is de Boekovina een regio die wordt bewoond door mensen die vooral op zoek zijn naar vrede en rust.’ 

    In Kyiv hoor ik van Saakian dat deze rust grotendeels kunstmatig is en dat Roemenen en Oekraïners vooral naast elkaar leven. ‘Boedapest probeert zijn kaart uit te spelen in het onderwijsconflict, terwijl Boekarest ziet dat de realiteit veel beter is dan de wettelijke bepalingen. Niemand bemoeit zich met het onderwijs in het Roemeens en Roemenië blijft scholen financieren en beurzen toekennen aan jongeren,’ zegt Greceniuc.

    Pragmatisme

    Toen Rusland op 24 februari [2022] Oekraïne binnenviel, werden de conflicten in de ijskast gezet. Boekarest verzette zich niet langer tegen het uitdiepen van het Bystroe-kanaal, omdat een beter beheer van de Donau cruciaal was geworden voor het behoud van de Oekraïense export. Kyiv schrapte het Moldavisch van de lijst van erkende talen. Oekraïne trekt de wettelijke grenswijziging in 1940 niet meer in twijfel en heeft niets meer te zeggen over de dubbele nationaliteit, die onder Roemenen in Oekraïne heel gewoon is (het betreft enkele tienduizenden mensen). Roemenië dringt niet langer aan op onderwijs.

    Pragmatisme overheerst in de bilaterale betrekkingen. Dit is deels te wijten aan de culturele en historische afstand tussen de twee landen. Orthodoxie is het enige dat de twee naties verbindt en religie speelt een steeds kleinere rol in de geseculariseerde samenlevingen van beide landen.

    ‘De afwezigheid van een relatie maakt het gemakkelijker om emoties te beheersen,’ merkt Saakian op. De situatie rond de graanconflicten getuigt hiervan. Toen de Europese Unie (EU) ermee instemde om haar markt in 2022 open te stellen voor Oekraïense granen, overspoelden deze zowel Roemenië als Polen. Boekarest steunde de acties van Warschau om de import vanaf 2023 te beperken en lokale boeren organiseerden demonstraties en wegblokkades.

    Roemenië kwam echter al snel met Oekraïne overeen om de graanhandel te reguleren op basis van vergunningen die worden aangepast aan de mate van marktverzadiging voor een bepaald product. ‘Het geheim van het succes? Een bureaucratische benadering van de kwestie en het hoofd koel houden,’ zegt Saakian.

    Toen [de Poolse premier] Donald Tusk in januari 2024 Kyiv bezocht, werd de overeenkomst aangehaald als een voorbeeld voor Polen en Oekraïne. Hoewel Boekarest Polen blijft steunen, dat de vrije handel met Oekraïne wil beperken, probeert het ook het beste uit de situatie te halen op een moment dat de doorvoer en zijn bilaterale handel [met Oekraïne] gestaag toenemen. In 2021 importeerde Roemenië goederen ter waarde van 1,5 miljard dollar [1,38 miljard euro] uit Oekraïne. In 2023 was dit bedrag al gestegen tot 3,8 miljard dollar [3,5 miljard euro]. Maar ook de export naar Oekraïne is verdubbeld, van 800 miljoen dollar [737 miljoen euro] naar 1,6 miljard dollar [1,47 miljard euro]. In tegenstelling tot Polen blijft de handelsbalans van Kyiv gunstig.

    ‘Roemenië zal Polen niet vervangen. Er is niet dezelfde culturele verbondenheid tussen ons en de Roemenen en ons en de Polen’

    Om de doorvoercapaciteit te vergroten, hebben de autoriteiten EU-financiering gekregen voor de aanleg van een snelweg die de rivier de Seret, die grenst aan Oekraïne, verbindt met de ringweg rond Boekarest, vanwaar de haven van Constanta bereikbaar is. De weg, die de ruggengraat van het vervoer in Roemeens Moldavië moet worden, wordt in een gestaag tempo aangelegd en moet later dit jaar gebruiksklaar zijn.

    De spoorlijn naar de haven van Galati is hersteld en buitenlandse schepen hebben gemakkelijker toegang tot de haven van Kilia. Het Sulina-kanaal [dat de Donau met de Zwarte Zee verbindt] is verdiept met steun van de EU. ‘Roemenië begrijpt dat het kan profiteren van de stimulans van de Oekraïense export. Ook voor Polen en Oekraïners werkt het het beste om problemen niet te politiseren’, vertelde Oleksiy Gontsjarenko, parlementslid voor de Europese Solidariteitspartij in de regio Odessa, aan Gazeta Prawna.

    Roemenië is discreet over zijn militaire steun. Officieel heeft het materiaal ter waarde van enkele miljoenen euro’s overgedragen. De steun van Roemenië heeft ook een andere dimensie: in Fetesti trainen Oekraïense piloten op F-16’s en in Satu Mare repareren Duitsers militair materieel.

    De Roemenen willen graag Oekraïnes belangrijkste partner in de regio worden. Naast het graanconflict tussen Polen en Oekraïne helpen de Slowaakse en Hongaarse regeringen, die zich terughoudend opstellen ten opzichte van Kyiv, om de balans in het voordeel van Roemenië te doen doorslaan. Roemenië wil echter geen buitensporige controverse veroorzaken. ‘Roemenië zal Polen niet vervangen. Er is niet dezelfde culturele verbondenheid tussen ons en de Roemenen en ons en de Polen,’ zegt Saakian.

    De Roemenen staan op hun beurt voor een dilemma: Polen beconcurreren als de belangrijkste staat in Centraal-Europa, of het land negeren in naam van goede betrekkingen en het gemeenschappelijk belang. Vóór de Russische invasie in Oekraïne werd in sommige artikelen beweerd dat vanwege de conflicten over de rechtsstaat in Polen, onder het bewind van de partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), Boekarest de rol van Warschau zou overnemen in de betrekkingen met de Verenigde Staten en West-Europa.

    Per slot van rekening ligt de NAVO-luchtmachtbasis Mihail-Kogalniceanu in de buurt van Constanta en zouden de banden tussen Roemenië en Frankrijk, die zelfs door het communisme niet werden verbroken, moeten dienen als hefboom in de intra-Europese politiek. Jarenlang gokte Boekarest op een toenadering tot de Frans-Duitse kern van de EU.

    Vandaag is het het graandispuut dat van Roemenië het belangrijkste commerciële venster van Oekraïne op de wereld zou maken. Maar Boekarest is niet van plan om eerlijk toe te geven dat Warschau zijn rivaal is. ‘We zouden een samenwerkingsverband tussen Moldavië, Polen, Roemenië en Oekraïne moeten creëren en ontwikkelen,’ zegt Valentin Naumescu, voormalig onderminister van Buitenlandse Zaken [van Roemenië] en hoogleraar internationale betrekkingen aan de Babes-Bolyai Universiteit in Cluj.

    Toen de Roemeense president Klaus Iohannis, wiens laatste ambtstermijn dit jaar afloopt, aankondigde dat hij de Nederlander Mark Rutte wilde uitdagen voor de meest begeerde post in de NAVO, stuurde Rutte mij een bericht: ‘Ik hoop dat Polen Iohannis zal steunen. Vandaag de dag richt het bondgenootschap zich vooral op de oostflank. Daar moet de nieuwe secretaris-generaal vandaan komen. Willen jullie hem steunen?’ 

  • Turkije schort handelsbetrekkingen met Israël op

    Turkije schort handelsbetrekkingen met Israël op

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaans museum moet oud-Grieks standbeeld teruggeven aan Italië

    » Noodweer in Brazilië: tientallen doden en vermisten

    Export- en importtransacties met betrekking tot Israël zijn stopgezet

    Turkije heeft alle handel met Israël stopgezet naar aanleiding van de ’verslechterende humanitaire tragedie’ in de Palestijnse gebieden, wat leidde tot felle kritiek van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken. Dat schrijft The Guardian.

    ’Export- en importtransacties met betrekking tot Israël zijn stopgezet, voor alle producten’, zei het Turkse ministerie van Handel donderdag laat. ’Turkije zal deze nieuwe maatregelen strikt en vastberaden uitvoeren totdat de Israëlische regering een ononderbroken en toereikende stroom van humanitaire hulp naar Gaza toestaat.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Israëls minister van Buitenlandse Zaken, Israël Katz, beschuldigde de president van Turkije, Recep Tayyip Erdoğan, ervan zich te gedragen als een ’dictator’ nadat de opschorting voor het eerst werd gemeld. De ruzie zal waarschijnlijk de spanningen tussen de twee voorheen nauwe bondgenoten vergroten, die zijn verslechterd sinds het begin van de crisis in Gaza.

    Het Turkse ministerie van Handel kondigde begin april voor het eerst beperkingen aan op de export naar Israël, waarbij de export van ijzer- en staalproducten en bouwapparatuur werd stopgezet. De twee landen hadden een handelsvolume van 6,8 miljard dollar in 2023.

  • Weinig resultaten bij top tussen Europa en China

    Weinig resultaten bij top tussen Europa en China

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS begint militaire oefeningen met Guyana

    » Denemarken keurt Koranwet goed, tegen koranverbrandingen

    Er werd over Oekraïne en het handelstekort gesproken

    China en de Europese Unie hebben donderdag tijdens hun eerste top in vier jaar tijd afgesproken dat de huidige handelsbetrekkingen evenwichtiger moeten worden, meldt Politico. Het is een magere stap en verder leek niets erop te wijzen dat meningsverschillen over andere kwesties worden opgelost.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er waren geen tekenen dat de EU enige vooruitgang had geboekt bij het overtuigen van China om zijn invloed op Rusland te gebruiken om een einde te maken aan de oorlog in Oekraïne, een onderwerp dat al langer voor spanningen tussen de EU en China zorgt. Over het handelstekort van China leken ook geen vorderingen te zijn gemaakt.

    De voorzitter van de Europese Raad, Ursula von der Leyen, zei dat de partijen hun onevenwichtige handelsbetrekkingen hebben besproken, van een gebrek aan toegang tot de Chinese markt en een voorkeursbehandeling voor Chinese bedrijven tot overcapaciteit in de Chinese productie. ‘Politiek gezien zullen de Europese leiders niet kunnen tolereren dat onze industriële basis wordt ondermijnd door oneerlijke concurrentie,’ zei ze.

    Lees ook:

  • Het Westen opende de deur, Venezuela sluit hem weer

    Het Westen opende de deur, Venezuela sluit hem weer

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Vandaag kijken we naar Venezuela. De EU, de VS en Zuid-Amerikaanse landen zochten toenadering tot het geïsoleerde land, in de hoop de situatie daar te verbeteren. Venezuela lijkt echter niet op verandering uit te zijn.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Welke landen zoeken weer toenadering tot Venezuela?

    Venezuela is onder huidig president Nicolás Maduro afgegleden tot het zorgenkindje van Zuid-Amerika. Een doortrapte verkiezing in 2018, enorme protesten die gewelddadig werden onderdrukt, een massale exodus van Venezolanen, mensenrechtenschendingen, onderdrukte oppositie: het land raakte steeds verder geïsoleerd, onder meer door sancties van de Europese Unie en de Verenigde Staten.

    Dit jaar is dat anders. The New York Times spreekt van ‘de belangrijkste verbetering van de betrekkingen tussen Venezuela en de Verenigde Staten in jaren’. De krant wijst op een akkoord dat afgelopen maand werd gesloten tussen beide landen. ‘In een paar dagen tijd heeft de autoritaire regering van Venezuela ermee ingestemd om Venezolaanse migranten die uit de Verenigde Staten zijn gedeporteerd toe te laten en een overeenkomst getekend met oppositieleiders om te komen tot vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in 2024. In ruil daarvoor hebben de Verenigde Staten ingestemd met het opheffen van enkele economische sancties tegen Venezuela’s olie-industrie, een vitale bron van inkomsten voor de regering van Maduro.’

    Een historisch akkoord, noemden sommigen het. Americas Quarterly ging verder in op de deal. ‘Onder de versoepelde sancties mag Venezuela de komende zes maanden olie en gas exporteren naar de VS en andere landen. Tegelijkertijd kunnen internationale bedrijven nieuwe investeringen doen in de koolwaterstofsector. Maar de ruime versoepeling komt met een kritisch voorbehoud: vóór eind november moet de regering van Venezuela “een specifieke tijdslijn en procedure definiëren voor de versnelde herinvoering” van iedereen die zich volgend jaar kandidaat willen stellen voor het presidentschap.’

    ANP 482197527

    Ook Zuid-Amerikaanse landen proberen de banden met Venezuela aan te halen, nadat die onder het regime van Maduro flink waren bekoeld. Onder de nieuwe president van Colombia, Gustavo Petro, is de grens met Venezuela heropend, en landen als Chili en Argentinië hebben weer ambassadeurs in Venezuela, nadat die eerder waren teruggeroepen. ‘Diplomatieke toenadering is gemeengoed geworden’, schrijft denktank ASCOA. ‘Naast de verkiezing van meer linkse politici in de regio, zoals Luiz Inácio Lula da Silva uit Brazilië en Xiomara Castro uit Honduras, heeft dit ertoe geleid dat een aanzienlijk aantal Latijns-Amerikaanse landen ambassadeurs heeft teruggestuurd naar Caracas.’

    Maduro werd zelfs uitgenodigd op een Zuid-Amerika-top, die werd gehouden in Brazilië. ‘Tijdens de top in Brazilië vond de eerste persoonlijke ontmoeting van Maduro plaats met andere Zuid-Amerikaanse leiders in negen jaar’, schrijft Foreign Policy. ‘Terwijl Maduro’s terugkeer op het regionale diplomatieke podium werd gevierd, bleef de situatie in Venezuela niet onbesproken. Zowel de linkse president van Chili, Gabriel Boric, als de rechtse leider van Uruguay, Luis Lacalle Pou, bekritiseerden Maduro – in respectvolle bewoordingen – vanwege de crisis in Venezuela.’

    Naast de VS en Zuid-Amerika kijkt ook de EU naar een versoepeling van het beleid ten aanzien van Venezuela, hoewel daar tussen EU-lidstaten onderling nog geen consensus over bestaat. ‘Spanje is van mening dat het tijd is dat de EU haar sancties tegen Venezuela herziet en overweegt om ten minste enkele ervan op te heffen, zoals de Verenigde Staten al gedeeltelijk hebben gedaan’, schrijft El País. ‘Vanwege de recente dialoog tussen de regering van Nicolás Maduro en de oppositie, die zijn overeengekomen om volgend jaar presidentsverkiezingen te houden, zou het goed zijn als de EU-27 een tegengebaar maakt.’

    Wat eisen de genoemde landen van Venezuela?

    Verkiezingen, migratie; de landen die weer toenadering zoeken tot Venezuela hebben hun eigen redenen. Maar volgens Forbes speelt er nog een gemeenschappelijke factor mee. ‘De Europese Unie en energiebedrijven uit het continent zijn ambitieuze projecten gestart om de aardgassector van Venezuela te ontwikkelen. Naast de economische voordelen is er ook een essentieel milieuaspect. De verouderde infrastructuur op het gebied van energie, heeft het Latijns-Amerikaanse land veranderd in een topvervuiler wat betreft de uitstoot van broeikasgassen en de aantasting van ecosystemen.’

    De Venezolaanse columnist Jorge Jraissati schrijft in National Interest daat de VS soortgelijke redenen hebben. ‘Het lijkt erop dat Bidens oproep voorsal te maken heeft met die grote bedrijven die geld willen verdienen aan Venezuela’s olievelden en goudmijnen. Het is haast alsof hun winsten in het middelpunt van de belangstelling staan en Amerika’s geopolitieke behoeften en strategisch denken overschaduwen; een zorgwekkende ontwikkeling, vooral nu de wereld steeds gevaarlijker, radicaler en autoritairder wordt.’ Jraissati doelt daarbij op de invloed van China op Latijns-Amerika, de oorlogen in Oekraïne en Israël, en de autoritaire regeringen in Nigaracua, El Salvador en Cuba.

    Ook Euronews ziet de grote gas- en olievoorraden van Venezuela als een van de factoren die de EU en de VS warm laten lopen voor een versoepeling van hun respectievelijke beleid. ‘Vorig jaar kreeg energiegigant Chevron groen licht om zijn activiteiten in Venezuela uit te breiden en in januari verleenden de VS een vergunning aan Trinidad en Tobago om een groot gasveld in Venezolaanse wateren te ontwikkelen. Het is waarschijnlijk dat de invasie van Rusland in Oekraïne deze concessies van de VS deels heeft gemotiveerd.’ Na de oorlog in Oekraïne werd Rusland geraakt door sancties en werd de export van olie en gas aan banden gelegd. Rusland besloot zelf ook om olie en gas in mindere mate naar Europa te laten gaan, waardoor landen op zoek lijken te gaan naar alternatieven.

    De vraag is of Maduro bereid is te luisteren naar de VS, de EU en andere gesprekspartners

    Naast de olie spelen ook de verkiezingen van volgend jaar een rol. Voor veel landen vormen die hét moment voor eventuele veranderingen in Venezuela, om Maduro van het podium te laten verdwijnen middels eerlijke verkiezingen, om een prowesters regime te installeren – zeker omdat Venezuela door de isolatie van de afgelopen jaren steeds meer richting China, Rusland en Iran is gegroeid. Maar er zijn twijfels over het akkoord.

    ‘Of de heer Maduro nu ruimte maakt voor een echt competitief politiek proces, of alleen olie-inkomsten int, hangt in de eerste plaats af van de heer Maduro, maar in de tweede plaats van de vraag of de oppositie, het Venezolaanse maatschappelijk middenveld en de Verenigde Staten hem aan zijn beloften houden. Anders zal de gok de situatie nog slechter hebben gemaakt dan voorheen’, schrijft de Washington Post. De vraag is of Maduro bereid is te luisteren naar de VS, de EU en andere gesprekspartners. 

    Is verandering in Venezuela echt mogelijk? 

    Toenadering van de EU, VS en Zuid-Amerika is mooi, versoepeling van sancties klinkt veelbelovend, net als een akkoord voor vrije verkiezingen, maar hoe realistisch is dat, met Nicolás Maduro als leider?

    ‘De regering van de Venezolaanse president Nicolas Maduro blijft willekeurige detentie gebruiken om politiek tegenstanders hard aan te pakken’, schreef Al Jazeera eerder dit jaar. ‘In een rapport documenteerde Amnesty International gevallen van mensen die tussen 2018 en 2022 “slachtoffer waren van politiek gemotiveerde willekeurige detenties”, waaronder leraren, vakbondsleden en mensenrechtenverdedigers.’

    Critici van de toenadering tot Maduro zeggen volgens The Wall Street Journal hetzelfde. ‘Zijn regering toont weinig interesse om een einde te maken aan de schendingen van mensenrechten. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties meldde vorige maand dat de staatsveiligheidsdiensten steeds harder optreden tegen dissidenten. De commissie noteerde van januari 2020 tot augustus 2023 ten minste 58 willekeurige opsluitingen en 28 gevallen van marteling van gevangenen.’

    ANP 478742335

    De verkiezingen volgend jaar brengen een nieuw probleem aan het licht. Afgelopen maand hield de oppositie van Venezuela voorverkiezingen om te besluiten wie het volgend jaar tegen Maduro opneemt in de presidentsverkiezingen. De winnaar is María Corina Machado, en volgens The Financial Times is dat problematisch voor Maduro.

    ‘In tegenstelling tot sommige andere oppositieleden weigert deze politicus te onderhandelen met de regering. Ze wil dat Maduro berecht wordt voor misdaden tegen de menselijkheid en heeft ze in het verleden gepleit voor een buitenlandse militaire interventie in Venezuela. De regering-Maduro heeft haar vijftien jaar lang verboden zich verkiesbaar te stellen’, aldus de krant. ‘Machado’s stijgende populariteit vormt een obstakel voor de overeenkomst tussen de VS en Venezuela, die tot stand kwam na achttien maanden van intensieve geheime diplomatie, onder andere tijdens ontmoetingen in Qatar en Italië.’

    Machado leek goed te beseffen wat een verenigde oppositie teweeg kan brengen in Venezuela. ‘Ik heb een mandaat gekregen om Nicolás Maduro te verslaan’, zei ze na haar verkiezingswinst. ‘We zijn al begonnen met die campagne.’

    ‘Het doel is om de oppositie te ontmoedigen en te verdelen, om conflicten daarbinnen te creëren, om haar aanhang te demoraliseren’

    Deze week kwam het Hooggerechtshof van Venezuela bovendien met een uitspraak waarmee het akkoord tussen de VS en Venezuela op losse schroeven kwam te staan. Dit Hooggerechtshof, vol Maduro-loyalisten, zei dat er sprake was van financiële onregelmatigheden bij de voorverkiezingen van de oppositie, en de uitslag werd volgens persbureau Reuters opgeschort ‘ondanks een verkiezingsakkoord tussen de regering en de oppositie dat elke partij toestaat haar eigen kandidaat te kiezen’.

    De Verenigde Staten en Zuid-Amerikaanse landen reageerden met waarschuwingen, teleurstelling en ook woede. Voorlopig lijkt Maduro niet open te staan voor een democratisering van het land en alleen versoepeling van sancties te zoeken om zo meer olie-inkomsten voor zijn regering te genereren. De stap van het Hooggerechtshof is pas een eerste stap, zegt de Venezolaanse politiek analist Pedro Benítez tegen The New York Times. ‘Het doel is om de oppositie te ontmoedigen en te verdelen, om conflicten in de oppositie te creëren, om haar aanhang te demoraliseren. Dat is fase een. Dan komt de volgende fase; een direct offensief tegen het verkiezingsproces.’

  • Het sprookje van wereldwijde graantekorten

    Het sprookje van wereldwijde graantekorten

    In tegenstelling tot wat vaak wordt gezegd, heeft de oorlog in Oekraïne niet geleid tot een wereldwijd graantekort. Wel is de honger in de wereld de afgelopen jaren toegenomen, maar de echte oorzaken van deze voedselcrisis zijn vooral financieel van aard, aldus hoogleraar economie Jayati Ghosh.

    Stijgende voedselprijzen en steeds meer en hevigere overstromingen, droogteperiodes en andere vormen van extreem weer hebben de afgelopen jaren geleid tot waarschuwingen over een dreigend graantekort. Dat kan een ramp zijn voor de armste en kwetsbaarste bevolkingsgroepen. Hoewel klimaatverandering op de middellange tot lange termijn de grootste bedreiging vormt voor mondiale voedselzekerheid, wordt de Russische invasie van Oekraïne vaak genoemd als directe oorzaak van de huidige voedselcrisis, maar dat is een wassen neus.

    Zeker, de oorlog heeft de tarwe-export uit zowel Rusland als Oekraïne – twee van ’s werelds grootste producenten – verstoord en daarmee ook cruciale handelsrelaties in het ongerede gebracht. Aangezien Oekraïne en Rusland eerder goed waren voor meer dan een kwart van mondiale tarwe-export, hebben beleidsmakers en commentatoren de prijsstijging begin 2022 grotendeels toegeschreven aan schaarste als gevolg van het conflict.

    Inderdaad steeg de wereldwijde tarweprijsindex in de maanden na de Russische invasie met ongeveer 23 procent, maar in juni 2022 daalde die alweer. In december was de index weer op vooroorlogs niveau. Deze ontwikkeling wordt dan weer toegeschreven aan het succes van het Black Sea Grain Initiative (BSGI), een door de Verenigde Naties gesteunde regeling die de Russische blokkade van de Oekraïense graanexport ophief. Andersom heeft het recente Russische besluit zich uit deze ‘graandeal’ terug te trekken geleid tot zorgen over gevolgen voor de wereldwijde graanhandel.

    De mondiale tarwevoorraad is stabiel gebleven sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne

    Deze zorgen snijden geen hout. Ten eerste is de mondiale tarwevoorraad (de totale productie én de verhandelde hoeveelheid) stabiel gebleven sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. In het Agricultural Market Information System, waarover de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties het beheer voert, zijn gegevens van de International Grains Council verwerkt, waardoor er schattingen van aanbod, gebruik en handel te maken zijn. Tussen juli 2021 en juni 2022 – toen de tarweprijzen piekten – steeg de wereldproductie met 5 miljoen ton en de handelsvolumes met 3 miljoen ton. Tegelijkertijd stegen de voorraden enigszins (met 3 miljoen ton).

    Overschot

    Het meest opvallend was dat de totale tarwevoorraad (ofwel: productie plus beginvoorraden) het gebruik met maar liefst 275 miljoen ton overtrof. Dit overschot staat op gespannen voet met het heersende verhaal van een wereldwijd tekort. Daar komt bij dat het aanbod tussen juli 2022 en juni 2023 de vraag volgens schattingen heeft overtroffen, wat op een consistente ontwikkeling duidt.

    Ten tweede leggen regeringen en media doorgaans de nadruk op specifieke regionale tekorten. De toename van productie en handel in andere delen van de wereld wordt over het hoofd gezien. Tarwe wordt wereldwijd geproduceerd, wat betekent dat een verhoogde productie in een regio tekorten in een andere kan compenseren. 

    Vanwaar dan die stijging van de tarweprijzen? Volg het geldspoor. De graanmarkt werkt als een oligopolie, waarbij de vier grootste graanhandelaren – Archer-Daniels-Midland, Bunge (onlangs gefuseerd met Viterra), Cargill en Louis Dreyfus – ruim 70 procent van de markt in handen hebben en Glencore nog eens 10 procent.

    Tien hedgefondsen verdienden naar verluidt 1,9 miljard dollar door te profiteren van gestegen voedselprijzen vanwege de Russische aanval op Oekraïne

    Toen de oorlog in Oekraïne nog niet zo lang aan de gang was, boekten de vier grote graanhandelaren vooral tussen maart en juni 2022 recordwinsten en -inkomsten. De jaaromzet van Cargill steeg met 23 procent tot 165 miljard dollar, de winst van Louis Dreyfus met 80 procent. De prijsstijgingen die uit deze winsten voortvloeiden, hielden geen verband met de werkelijke ontwikkeling van vraag en aanbod.

    Bovendien waren de graantermijnmarkten tussen april en juni 2022 buitengewoon levendig. Beleggingsmaatschappijen, zoals pensioenfondsen, verhoogden hun aandeel in longposities op de Parijse tarwetermijnmarkt van 23 procent in mei 2018 tot 72 procent in april 2022. Tien door het momentum gedreven hedgefondsen verdienden naar verluidt 1,9 miljard dollar door te profiteren van gestegen voedselprijzen vanwege de Russische aanval op Oekraïne. Regelgevers in de Verenigde Staten en de Europese Unie stonden rustig toe dat deze financiële manoeuvres onverminderd doorgingen.

    Armste landen

    Opvallend genoeg bleven de armste landen grotendeels verstoken van Oekraïens graan. In plaats daarvan ging 81 procent van de onder het BSGI geëxporteerde 32,9 miljoen ton naar landen met hoge en bovengemiddelde inkomens: voornamelijk Europese landen zoals Spanje, Italië en Nederland, én China en Turkije. Landen met lage inkomens ontvingen 3 procent van het Oekraïense graan en 9 procent van zijn tarwe (Bangladesh was de voornaamste begunstigde). Aangezien voedselimporterende Afrikaanse landen slechts een fractie van deze export ontvingen, lijkt de vrees dat het mislukken van de graandeal tot massale hongersnood in Afrika zal leiden schromelijk overdreven.

    Het BSGI lijkt meer te gaan over facilitering van de Oekraïense export – op zich lofwaardig – dan over de bestrijding van hongersnood in de wereld. Naast de Russische blokkade van zeeroutes zijn de routes over land van Oekraïne aangetast door de impliciete invoerbeperkingen die Midden- en Oost-Europese landen als Polen, Bulgarije, Hongarije, Slowakije en Roemenië hebben opgelegd om noodlijdende lokale boeren te beschermen tegen scherp geprijsd Oekraïens graan. Waar het uiteindelijk op neerkomt is dat het BSGI vooral de belangen dient van de agribusinessreuzen die in Oekraïens graan handelen, en hun financiers.

    We kunnen de strijd tegen wereldwijde voedseltekorten alleen winnen als we de werkelijke oorzaken van die tekorten onderkennen

    Hoewel de mondiale voedselzekerheid de afgelopen jaren sterk is afgenomen, komt dat niet door een tekort aan graan. Waardoor dan wel? Door dalende export, slinkende deviezeninkomsten, kapitaalvlucht en hogere schuldenlasten. Als gevolg daarvan kunnen veel landen minder levensmiddelen importeren.

    Om deze problemen het hoofd te bieden, moeten we onze prioriteiten verleggen. In plaats van graan uit te delen als gebaar van liefdadigheid, moeten mondiale beleidsmakers de kwetsbaarheid van wisselkoersen in verarmde landen verminderen. En ze moeten een beleid voeren dat de binnenlandse en regionale productie van essentiële voedselproducten stimuleert. We kunnen de strijd tegen wereldwijde voedseltekorten nog steeds winnen, maar alleen als we de werkelijke oorzaken van die tekorten onderkennen.

    Lees ook:

  • De nazaten van 15e-eeuwse Chinese zeelui in Kenia houden hun geschiedenis in leven

    De nazaten van 15e-eeuwse Chinese zeelui in Kenia houden hun geschiedenis in leven

    Terwijl China zijn invloed in Afrika met het ene na het andere infrastructuurproject blijft uitbreiden, zijn er maar weinig culturele banden tussen Beijing en het continent. Toch lijken ontdekkingsreiziger Zheng He en zijn zeelui uit de vijftiende eeuw hun sporen in Kenia te hebben achtergelaten.

    Het huis van Mama Baraka, met zijn gebarsten lemen muren en slecht verlichte kamers met muggennetten aan het plafond, verscholen in een labyrint van smalle steegjes in het dorpje Siyu op het eiland Pate, is zelf niet opzienbarend. Maar één object in dit traditionele huis op het piepkleine eilandje voor de kust van Kenia heeft nieuwsgierige bezoekers van ver getrokken: een porseleinen kom die van generatie op generatie is doorgegeven, een artefact dat volgens Baraka bewijst dat haar voorouders honderden jaren geleden uit China kwamen.

    ‘We hebben de kom generatieslang als een familieschat bewaard,’ vertelt de 75-jarige Baraka. ‘Mijn grootouders hebben me van jongs af aan verteld dat we Chinees bloed hebben en dat we onze afkomst nooit moeten vergeten.’

    ‘Moeder heette Safina, het Arabische woord voor “schip”,’ vertelt Baraka, die in de schaduw van de overhangende dakrand wat verkoeling zoekt in de zinderende hitte. ‘Mijn oma wilde dat ze niet zou vergeten dat haar voorouders met een schip helemaal vanuit China hierheen waren gekomen.’

    Volgens de historische consensus ondernam de Chinese ontdekkingsreiziger Zheng He tussen 1405 en 1433 zeven zeereizen, waarbij hij meer dan dertig landen bezocht. Zheng keerde terug naar China, zo is opgetekend, met ‘ontelbare schatten met onbekende namen’.

    De grootste vloot ter wereld

    Met meer dan 26.000 zeelieden aan boord van 300 of meer schepen, waaronder zich 63 zogeheten ‘schatschepen’ bevonden en waarvan het grootste meer dan 120 meter lang was, was dit tot de Eerste Wereldoorlog de grootste vloot ter wereld. (De vloot van Christoffel Columbus aan het einde van de vijftiende eeuw bestond uit drie schepen waarvan het grootste, de Santa María, ongeveer 36 meter lang was.)

    Volgens de Mao Kun-kaart, ook wel bekend als Zheng He’s navigatiekaart en ’s werelds oudste zeeatlas, zeilden de vijfde, zesde en zevende expeditie door de Straat Malakka, via het zuidelijkste puntje van het Indiase schiereiland naar de Swahili-kust, helemaal tot aan het zuiden van het huidige Mozambique.

    ‘We waren wel een erg gesloten gemeenschap, dus ze werden misschien niet meteen met open armen ontvangen’

    Steden als Mombassa, de oudste zeehaven van Kenia, stonden op de kaart gemarkeerd. De lokale legende wil dat een van Zhengs schepen voor de kust van Pate in een storm belandde, op een rots liep en naar de bodem van de Indische Oceaan zonk. Dit zou tussen 1417 en 1433 moeten zijn gebeurd, de enige periode waarin Zheng He en zijn zeelieden volgens de meeste kenners de Oost-Afrikaanse kust bereikten.

    Baraka’s gezicht licht op als ze over de zeemannen vertelt die bij het plaatsje Shanga op Pate aanspoelden. ‘Daar is onze familiegeschiedenis begonnen.’ Maar, voegt ze eraan toe, ‘we waren wel een erg gesloten gemeenschap, dus ze werden misschien niet meteen met open armen ontvangen.’

    Pythons

    ‘Destijds bezorgden een paar pythons de dorpelingen een hoop last, dus als de Chinese zeelui dat probleem konden verhelpen, werd hun verteld, dan mochten ze blijven. En inderdaad slaagden ze erin de pythons te doden, en zo werden ze alsnog verwelkomd. Ze bekeerden zich tot de islam, trouwden met lokale vrouwen en stichtten gezinnen.’

    De overlevering vermeldt niet hoeveel zeemannen gezinnen vormden in Shanga, en Baraka weet niet hoeveel er die dag zijn aangespoeld, maar ‘we wonen al eeuwenlang in dit huis; ik ben hier opgegroeid en heb mijn kinderen hier grootgebracht’.

    GettyImages 1291392250
    Historische graftombes op het eiland Pate, Kenia. © Getty Images

    Met de publicatie van het boek When China Ruled the Seas, geschreven door Louise Levathes, bereikte dit verhaal in 1994 voor het eerst een groter publiek. De auteur noemt de vermeende nazaten van de Chinese zeelui op Pate in haar epiloog. Het verhaal vergaarde nog meer bekendheid door een artikel in The New York Times van journalist Nicholas Kristof, die het eiland naar aanleiding van Levathes’ boek in 1999 bezocht. In China haalde deze mogelijke geschiedenis pas in 2003 het nieuws, toen Li Xinfeng, verslaggever voor het Volksdagblad, naar Pate afreisde en het verhaal toegankelijk maakte voor het Chinese publiek.

    Een van de doelen was absoluut om een oude schakel te vinden

    Dit wakkerde de Chinese aandacht aan en al snel volgden bezoeken van staatsomroep CCTV, China Daily en staatspersbureau Xinhua, die allemaal op zoek waren naar een Chinese link met Kenia die ouder was dan de door China aangelegde spoorweg van Nairobi naar Mombassa (waar op het eindpunt aan de kust een buste van Zheng He prijkt met de inscriptie: ‘Zhengs vloot bracht vier bezoeken aan Mombassa, wat heeft bijgedragen aan het wederzijdse begrip tussen China en Kenia en de vriendschappelijke uitwisselingen tussen beide landen heeft bevorderd’).

    Een van de doelen was absoluut om een oude schakel te vinden, een aanknopingspunt dat Afrika tot een van de hoofdbestemmingen zou verheffen voor het Belt and Road Initiative, het Chinese megaproject waar president Xi Jinping in 2013 het startsein voor gaf.

    China heeft gigantische sommen geld in de infrastructuurontwikkeling gepompt, van de spoorweg tussen Tanzania en Zambia tot Entebbe International Airport in Oeganda. Op zee introduceerde China de maritieme zijderoute, die kustlanden van Zuidoost-Azië tot aan de Afrikaanse kust met elkaar verbindt, om zo de economische samenwerking tussen deze landen te stimuleren. Deze zeebrug overlapt grotendeels de route die Zheng zeshonderd jaar geleden bevoer.

    Porselein

    ‘Ik had een paar vrienden, helaas inmiddels allemaal overleden, die een lichte huidskleur en kleinere ogen hadden,’ vertelt Walid Bihala, een tachtigjarige inwoner van Siyu. ‘We waren er allemaal van overtuigd dat ze van de Chinezen afstamden, en dat was ook wat er in hun familie werd gezegd.’

    Sinds vijftiger Manour Ile, een andere dorpeling, een paar decennia terug voor het eerst van de Chinese schipbreuk hoorde, heeft hij langs de kust struinen en aangespoelde porselein jutten tot hobby verheven. Hij zegt dat hij nog altijd dingen vindt. Vol trots laat hij zijn verzameling scherven en brokstukken zien, die inderdaad afkomstig lijken van traditionele Chinese porseleinen kommen.

    ‘Door die rots is het Chinese schip gezonken. Net zoals die ijsberg bij de Titanic

    ‘Professor Mark Horton uit het Verenigd Koninkrijk is bij me thuis geweest toen hij hier onderzoek deed,’ vertelt Ile. ‘Hij heeft me geholpen een aantal brokstukken te identificeren.’ Hij pakt een scherf op en zegt: ‘Deze, bijvoorbeeld, komt uit Europa.’ Hij pakt er nog een op, stoft hem af en zegt: ‘Deze komt uit China, maar ik weet niet precies van welke dynastie. Mijn buren zeggen alsmaar dat ik ze moet verkopen, misschien kan ik er wel een fortuin mee verdienen, maar ik peins er niet over. Dit is deel van ons erfgoed.’

    Ile stelt voor een bezoek te brengen aan het verlaten, volledig overwoekerde dorp Shanga, een brommerritje van een halfuur. Gezeten onder een flinke baobab, uitkijkend op twee vissersboten die op het zand zijn getrokken, wijst hij naar de punt van wat een grote rots lijkt, die honderden meters verderop boven het water uitsteekt. ‘Door die rots is het Chinese schip gezonken,’ zegt hij. ‘Net zoals die ijsberg bij de Titanic.’

    Pate werd na de eerste nieuwsberichten niet alleen bezocht door nieuwsgierige toeristen; in december 2002 stuurde de Chinese ambassade twee diplomaten op hun eerste officiële bezoek naar de Lamu-archipel, en vanaf 2010 volgden Chinese archeologen.

    Archeologische missies

    ‘Onze grootouders hebben ons dit verhaal verteld,’ zegt Baraka, die nog goed weet hoe opgetogen ze was om haar verhaal te kunnen doen tegen zowel Keniaanse als Chinese archeologen. ‘Het was heel bijzonder om van Chinezen te horen dat het klopt.’

    In december 2005 tekenden de Chinese Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Keniaanse regering een memorandum om de handen ineen te slaan voor archeologische missies op de Lamu-archipel. In 2010 stuurde China een team van archeologen van het Nationale Museum van China, de Provinciale Dienst voor het Cultureel Erfgoed van Henan en de Universiteit van Beijing naar Kenia om opgravingen te doen met lokale experts, waaronder die van de Nationale Musea van Kenia. Het was de eerste keer dat China een opgravingsteam over de landsgrenzen zond.

    Van 2010 tot 2013 werden drie archeologische missies uitgevoerd om te kijken of de zeelieden van Zheng He hier inderdaad waren geweest. Professor Herman Kiriama, voormalig hoofd kustarcheologie van de Nationale Musea van Kenia, gaf leiding aan de Keniaanse archeologen die in 2010 met hun Chinese collega’s samenwerkten bij een onderwatermissie.

    ‘Het zou best kunnen dat er een schip ligt, maar wij hebben het niet gevonden’

    ‘Zelfs na jaren zoeken zijn we niet op scheepsresten van Zheng He’s vloot gestuit,’ vertelt Kiriama in een telefoongesprek. ‘Er zijn sterke stromingen en de oppervlakte van de zeebodem is in de loop der tijd drastisch veranderd. Het zou best kunnen dat er een schip ligt, maar wij hebben het niet gevonden.’

    Toch leverde de expeditie een aantal veelbelovende vondsten op voor de kust van Malindi, een kustplaats die tussen de negende en vijftiende eeuw het hart vormde van het koninkrijk Malindi, een Bantoe-beschaving die op de navigatiekaart van Zheng He staat vermeld. Er werd intensief handelgedreven met de Arabieren. De teams vonden verschillende Chinese relikwieën, waaronder porselein, afkomstig van het Portugese fregat Santo Antonio de Tanna, ook wel bekend als het Mombassa-wrak, dat is gezonken in 1697 – meer dan tweehonderd jaar na Zhengs reis – tijdens het bewind van keizer Kangxi, de tweede heerser van de Qing-dynastie die over China regeerde.

    Vondsten

    Aan land deden archeologen van de Universiteit van Beijing en de Nationale Musea van Kenia opgravingen in Mambrui, vlak bij Malindi. Twee vondsten sprongen eruit: een aantal Yongle Tongbao, Chinese geldmunten uit de Ming-dynastie ten tijde van keizer Yongle, en blauw-wit porselein dat in de vroege Ming-dynastie uitsluitend voor keizerlijk gebruik was bedoeld.

    ‘Dit suggereert dat de site een van Zhengs landingsplaatsen was in de vroege Ming-dynastie,’ aldus een verklaring van het Instituut voor Archeologie van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, ‘en het biedt een aanknopingspunt voor verder onderzoek naar Zheng He’s reis en zijn contact met Oost-Afrika.’

    Maar deze theorie is niet waterdicht. De Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama was in 1498 om de Kaap de Goede Hoop via de Oost-Afrikaanse kust naar India gevaren. Nadat deze zeeroute in gebruik was genomen, bloeide de handel tussen Azië en Oost-Afrika op, en het is heel goed mogelijk dat de relikwieën die van Zheng He’s vloot afkomstig zouden zijn, pas nadien, tijdens de Portugese uitwisseling van goederen, in Kenia zijn beland.

    Mwamaka Sharifu, Mama Baraka’s dochter, weet nog goed dat mensen uit China haar moeder in 2002 bezochten om DNA te verzamelen. In opdracht van wie herinnert ze zich niet meer. ‘We waren benieuwd naar de uitslag, maar toen ik ernaar vroeg kreeg ik alleen te horen: “Het is in orde.” Het waren niet echt overheidsfunctionarissen, dus het zal wel alleen voor de documentaire zijn geweest,’ zegt Sharifu, waarmee ze doelt op 1405. The Voyages of Zheng He, die in 2002 in opdracht van CCTV en de provinciale overheid van Jiangsu werd gemaakt.

    Bloedlijn

    Moeder en dochter vernamen geen van beiden de uitslag, die ook nergens is gedocumenteerd. Het feit dat er een DNA-test was uitgevoerd, was voor sommige Chinese media voldoende om ermee aan de haal te gaan. De Nanjing Morning Post schreef in 2005 dat Baraka zou hebben gezegd dat ze de uitslag had ontvangen en dat ‘onomstotelijk’ vaststond dat ‘de bloedlijn van haar moeder Chinese genen bevat’.

    Volgens Mingqing Yuan, fellow aan de Internationale Postdoctorale Opleiding voor Afrikaanse Studies in Bayreuth, Duitsland, lijkt de DNA-test misschien een wetenschappelijk bewijs van bloedverwantschap, maar is die ‘niet echt wetenschappelijk verantwoord, of zelfs plausibel, gezien de heterogeniteit en ambiguïteit van Chinees DNA’.

    Afrika kaart

    Tot zover de wetenschap. Maar aan anekdotes geen gebrek. In de ruïnes van het overwoekerde dorp wijst Ile op de gelijkenis tussen de naam Shanga en Shangai, die inwoners van Siyu ook al was opgevallen.

    Andere dorpelingen, zoals Walid Bihala, beweren dat de tombes die over het eiland verspreid liggen, waaronder een oud uitziende koepel tussen Siyu en Shanga, van Chinese makelij zijn. ‘Kijk,’ zegt Ile terwijl hij van zijn brommer springt en uitsparingen op de koepel aanwijst. ‘Hier zat porselein, maar dat is gestolen omdat het geld waard is.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Ze zijn gebouwd door de Chinezen.’ Volgens professor Qin Dashu, een van de archeologen verbonden aan de Universiteit van Beijing, zouden de uitsparingen waar het porselein zou hebben gezeten voor een Chinees kenmerk kunnen doorgaan, maar de inscripties op de grafmonumenten zijn grotendeels weggevaagd en er zijn maar drie stenen platen die nog tekst bevatten, allemaal in het Arabisch.

    De meeste mensen in de kustregio van Kenia en Tanzania zijn nog altijd soennitische moslims

    De Arabische invloed langs de Swahili-kust, van Somalië tot Mozambique, is goed gedocumenteerd. Moslimhandelaren, voornamelijk Arabieren, vestigden zich vanaf de achtste eeuw in de regio, in de twaalfde eeuw gevolgd door Perzen – een mogelijke verklaring voor de ‘lichtere huid’ en de ‘kleinere ogen’ van de inwoners van Pate. De meeste mensen in de kustregio van Kenia en Tanzania zijn nog altijd soennitische moslims.

    Behalve dit teleurstellende nieuws over de tombes vertelt Dashu ook dat de kom van Baraka ‘niets te maken heeft’ met de expeditie van Zheng He. Afgaande op de patronen en de technieken die bij het bakken van het porselein zijn gebruikt, is de kom op zijn vroegst in de late Qing-dynastie gemaakt, een paar eeuwen later.

    Maar dit gebrek aan bewijs stond een softpowerinitiatief niet in de weg. Dankzij de legendes die hier al eeuwenlang voortleefden werd Sharifu het middelpunt van het Chinese mediaoffensief van halverwege de jaren 2000. Met directe steun van de Chinese ambassade in Nairobi reisde ze af naar China.

    Staatssponsors

    ‘Ik was altijd de spraakzaamste van de familie, dus toen Chinese verslaggevers bij ons aanklopten, stond ik ze altijd vriendelijk te woord,’ vertelt ze. En al die door de staat gesponsorde berichtgeving kwam ook de staatssponsors zelf onder ogen, zodat Sharifu in 2005 werd uitgenodigd in Taicang, een stad in de provincie Jiangsu, ‘om de viering bij te wonen van de zeshonderdste verjaardag van Zheng He’s verkenningstochten’.

    Na de festiviteiten in de stad van waaruit de ontdekkingsreiziger zijn reizen had ondernomen, mocht ze als onverwachte beroemdheid haar opwachting maken in de Grote Hal van het Volk, in Beijing, als ‘levend bewijs’ van de lange, vriendschappelijke geschiedenis tussen China en Afrika – zelfs al viel dit helemaal niet te staven. In 2017 werd Zheng He door president Jinping geroemd als ‘vriendelijke afgezant’ die een brug ‘voor vrede en samenwerking tussen Oost en West’ had gebouwd – een mythe die volgens fellow Yuan is gecreëerd ‘door selectieve herinnering vanuit politieke en economische bedoelingen’.

    ‘Wo hui jia je’[‘Ik ben thuisgekomen’] waren de eerste woorden die Sharifu tijdens de viering in Taicang leerde schrijven

    Yuan zegt dat de Chinese overheid deze mythe over Zheng voortdurend aangrijpt om zichzelf ‘neer te zetten als de rechtmatige erfgenaam van de historische erfenis van Zheng He’ en als ‘woordvoerder van de Chinese etniciteit’. ‘Wo hui jia je’[‘Ik ben thuisgekomen’] waren de eerste woorden die Sharifu tijdens de viering in Taicang leerde schrijven en vervolgens omhooghield voor de camerahaag.

    ‘Wij zijn nazaten van Zheng He, en aangezien jij hier geen familie hebt en jij ook van Zheng He afstamt, ben je een van ons,’ zo zei het gezin dat het lokale bestuur als logeeradres voor haar had geregeld. ‘Vind je het leuk om in Kenia “China Girl” te worden genoemd?’ vroeg de presentator van Guests in juli 2005 op CCTV. ‘Jazeker,’ antwoordde Sharifu.

    ‘Hoe voelt het om thuis te komen?’ vroeg een verslaggever van staatspersbureau Xinhua toen Sharifu in Taicang was. ‘Het voelt goed,’ luidde haar antwoord.

    Gecastreerd

    Nog lang nadat de initiële media-aandacht was verslapt, bleven er artikelen over Sharifu’s reis naar China verschijnen. In 2017 publiceerde de site Overseas Chinese Network een verhaal over Sharifu’s etniciteit, waarin opnieuw werd beweerd dat een DNA-uitslag haar Chinese afkomst had bevestigd. Sharifu zegt dat ze tijdens haar Guests-interview heeft verteld dat zij de uitslag zelf nooit heeft gezien, maar dat deel was in de uitzending weggeknipt. In een artikel op nieuwsportaal 163 legde een journalist haar de woorden in de mond dat ze ‘altijd al naar China wilde omdat ze werd gepest omdat ze er anders uitzag’.

    ‘Dat klopt helemaal niet,’ zegt Sharifu lachend, terwijl ze in haar flat in Nairobi haar éénjarige zoontje wiegt. ‘Niemand deed lelijk tegen me, maar kennelijk wilden ze een beeld schetsen dat ik alleen maar in China terecht kon.’

    Maar na alle heisa en de manier waarop het verhaal is opgeklopt om een verband te leggen met de legendarische Zheng He staat één ding als een paal boven water: Zheng was op jonge leeftijd gecastreerd. Er zal geen directe afstamming van onze tot de verbeelding sprekende avonturier zijn, want de goede man was een eunuch. En hoewel Zheng He in China een begrip is, maakt hij zelden indruk in Kenia, zelfs niet op Pate.

    ‘Ja, ik heb gehoord dat een Keniaans meisje in China is gaan studeren omdat ze Chinees bloed heeft,’ zegt de bejaarde Bihala, ‘maar zij was een uitzondering, want volgens mij is er verder niemand meer gegaan.’

    En hoe graag Mama Baraka ook over haar Chinese geschiedenis praat, ze wuift elke suggestie dat ze zelf de pelgrimstocht zou willen maken weg. ‘Natuurlijk wil ik niet naar China,’ zegt ze lachend. ‘Ik wil niet eens naar Nairobi.’ 

    Lees ook:

  • Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel stand houdt, ook al is dat schadelijk voor planeet. De markt wil maar geen afscheid van de de vervuilende brandstof nemen.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    In 2020 meende het IEA nog dat de steenkoolconsumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Geoliede handelsmachine

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    De crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Blijvende vraag naar steenkool

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn). Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Transport

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Inconsequent beleid

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    Hardnekkige grondstof

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’

    Lees ook:

  • In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.

    In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.

    Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.

    Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte

    Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.

    Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld:  ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’

    In brand 

    In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.

    ‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.

    De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.

    Krediet

    Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.

    Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr

    Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.

    Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.

    Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.

    Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.

    Pinapparaat

    Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.

    De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.

    We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden

    In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’

    De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.

    Leraar worden

    Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.

    ‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’

    Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’

    Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’  

  • Generatie Z, ingeklemd tussen fast fashion en duurzaamheid

    Generatie Z, ingeklemd tussen fast fashion en duurzaamheid

    Ze hebben het over duurzaamheid én dromen van privéjets. Er is geen klantengroep die ondernemingen meer hoofdbrekens bezorgt dan Generatie Z. Waar geven jongeren hun geld aan uit? En hoe kun je ze bereiken zonder dat ze het cringe vinden?

    Als Sally Özcan, een influencer van 34 jaar, uitlegt hoe haar wereld eruitziet, komen zelfs keukenbedrijven als Miele, Vitra en Bosch naar haar luisteren. Ook managers van andere traditionele bedrijven zijn naar München gekomen om iets van haar op te steken. Het gaat erom hip en aantrekkelijk te worden voor een jonge doelgroep, wier wensen niet meer worden begrepen. Ze heeft een hand-out meegenomen, een to-do-list voor de nieuwe tijd. Het allerbelangrijkste is volgens haar de app die je gebruikt. 

    Facebook? De mensen daar zijn ‘oud en koopkrachtig’ en die zijn het gemakkelijkst te bereiken met nostalgie, met slogans in de trant van ‘Vroeger was alles beter’. Generatie Z moet je elders zoeken, vertelt Özcan. Op feelgoodsite Pinterest bijvoorbeeld (‘veel geld, veel vraag’) of op TikTok (‘laag inkomen, korte aandachtsspanne’). Om de heel jonge consumenten te bereiken moet de bedrijfstak in elk geval zijn oude reclamespotjes overboord gooien. Wat voor hen telt, is geloofwaardigheid. ‘Dat is wat Generatie Z zoekt. Ze willen geen reclame, ze willen transparantie.’

    Geloofwaardigheid

    Via haar website Sallys Welt (shop, blogs, filmpjes) bereikt Özcan miljoenen kijkers. Op YouTube bakt ze Schwarzwälder Kirschtorte, op TikTok legt ze uit hoe een spuitzak werkt, op Facebook post ze foto’s van haar boekhouding. Ook al hoort ze daar zelf niet bij, voor Generatie Z – de mensen die geboren zijn tussen 1995 en 2010 – is Özcan een ster. Zij weet hoe je de ‘zoomers’ moet aanspreken.

    ‘Fabrikanten kopen bij ons geloofwaardigheid’

    Om de maand maakt ze een ‘grote keukeninrichtingsvideo’ voor het dure merk Nobilia. Ze werkt samen met KitchenAid en Bosch, waarvan ze producten gebruikt om taarten en quiches te bakken. Sallycon Valley, dat ze samen met haar man runt in Waghäusel in Baden, heeft een miljoenenomzet en bijna honderdvijftig werknemers. Haar simpele formule: ‘Fabrikanten kopen bij ons geloofwaardigheid,’ zegt Özcan. En dat mag wat kosten.

    Inmiddels proberen bijna alle ondernemingen de jonge klanten aan zich te binden, maar de manier waarop ze dat doen komt vaak nogal hulpeloos over. Meubelfabrikant XXXLutz gebruikt jongerentaal in zijn reclamespots. Deutsche Telekom probeert met behulp van een jonge vrouwelijke rapper van zijn dure imago af te komen. Ryanair gooit het over een andere boeg en steekt op de sociale netwerken de draak met ontevreden klanten.

    Generatie Z is op de consumentenmarkt inmiddels de grootste machtsfactor. Over een paar jaar zal ze de millennials als grootste kopersgroep voorbijstreven. Business Insider schat haar koopkracht in de VS nu al op 360 miljard dollar. Jonge mensen kopen meer nieuwe kleding en elektronica dan voor de pandemie en zetten trends die hun leeftijdsgroep overstijgen: recession core, bijvoorbeeld, minimalistische beige mode voor een leven in crisistijd. Met traditionele middelen zijn ze intussen nauwelijks nog te bereiken. Meer dan een derde van de Duitse Generatie Z kijkt geen tv en verdeelt reclamespotjes in twee categorieën: belachelijk of irritant.

    Is marketing ook mogelijk zonder dat het cringe, oftewel totaal gênant wordt?

    Het grootste probleem voor ondernemers is dat de vertegenwoordigers van deze generatie zo tegenstrijdig lijken. Volgens een enquête vindt bijna twee derde van hen het belangrijk zijn winkelwagen te vullen met duurzame producten. Tegelijkertijd zijn veel van de populairste producten heel schadelijk voor het milieu. Wegwerp-e-sigaretten van ELFBAR: van plastic. Fast fashion van Shein: uit China. Bontgekleurde fidget toys met plopeffect: gekocht uit verveling. Wat wil deze generatie nou echt? Hoe kunnen bedrijven zo’n ambivalente leeftijdsgroep bereiken? En is marketing ook mogelijk zonder dat het cringe wordt, dat wil zeggen: zonder het risico te lopen dat het totaal gênant wordt?

    Volgens Mathias Horsch wel. Hij is 28 – Patagoniahemd, Birkenstocks, Apple Watch – en start-up-ondernemer. Met zijn vrienden Fredi en Philipp heeft hij een paar jaar geleden Holy opgericht. In het begin maakten ze gaming boosters: energydrinks in poedervorm die de prestaties bij videogames moeten verbeteren. Highscores door cafeïne, een absolute hit bij jonge gamers. Tegenwoordig is het bedrijf in Berlijn gespecialiseerd in softdrinks in poedervorm. Horsch ziet Red Bull en Coca-Cola als zijn belangrijkste concurrenten, hij krijgt er per maand 15.000 nieuwe klanten bij. Dat kan alleen als je concessies doet.

    ‘Onze producten zijn suikervrij, maar er zit natuurlijk wel een zoetstof in omdat ze anders niet smaken,’ zegt hij; veel klanten vinden dat ongemakkelijk. De kakelbonte Holy-verpakking moet duurzaam zijn, maar er moet wel een plastic deksel op omdat het poeder anders hard wordt. Horsch zucht en bestelt een curryworst – van vlees, maar met vegan mayo.

    Concessies

    Het zijn concessies die vermoedelijk elk jong bedrijf moet doen. Maar Holy heeft ze in zijn eigen voordeel leren gebruiken. Zijn concept: radicale nabijheid. Horsch en zijn medeoprichters leggen op Instagram continu uit wat ze doen, ze rijden met een omgebouwde frietkar door het hele land en laten leden van de Holy Squad, zoals de hardcore-klanten zich noemen, stemmen over toekomstige varianten. ‘Er is zo veel oninteressant spul op de markt,’ zegt Horsch. Als je jongeren wilt bereiken, moet je eerlijk zijn. ‘Dan zijn ze ook authentiek gehypet.’

    Traditionelere producenten hebben het daar moeilijk mee. Thomas Wlazik leidt het marketingteam van TikTok voor de Duitstalige markt. Hij moet bedrijven telkens weer leren op hun apps geen klassieke tv-spots te gebruiken. Dat zou gewoon te gênant zijn.

    ‘Op spoor 11 komt binnen het Tik Tok-kanaal van Deutsche Bahn. Met drie jaar vertraging’

    Als voorbeeld van een bedrijf dat de boodschap heeft begrepen, noemt hij Deutsche Bahn. ‘Hun posts zitten vol zelfspot en laten gewoon de werkelijkheid zien,’ zegt hij. In de eerste video van DB is een aankondiging te horen: ‘Op spoor 11 komt binnen het Tik Tok-kanaal van Deutsche Bahn. Met drie jaar vertraging.’

    Merken die bij Generatie Z scoren, zijn vooral de merken die zich door een persoon laten presenteren. Meer dan de helft van de jongvolwassenen vindt influencers geloofwaardiger dan klassieke reclamespotjes.

    Zelfs het blauwe mosterdpotje van Bautz’ner wordt nu op de markt gezet via content creators die in de camera grijnzen terwijl ze mosterd naar binnen lepelen. Het doel is de mosterd neer te zetten als de ‘zelfironische love brand van Gen Z’, schrijft reclamebureau WeCreate, zonder ‘de vaste klanten (met name in Oost-Duitsland) van zich te vervreemden’.

    ‘Bedrijven moeten zijn waar wij zijn, namelijk op onze telefoon’

    Wanneer je als merk niet heel vroeg in iemands leven aanwezig bent, ben je gewoon nooit aanwezig, zegt Yaël Meier: ‘Bedrijven moeten zijn waar wij zijn, namelijk op onze telefoon.’ Meier weet waar ze het over heeft: grote concerns bellen haar als ze in verband met Generatie Z weer eens met de handen in het haar zitten. De 22-jarige Zwitserse is een soort exegeet voor gearriveerde marketingafdelingen; samen met haar levenspartner runt ze het managementadviesbureau Zeam in Zürich; ‘team’, maar dan met een z.

    Als ze met bedrijven praat, moet ze vaak vooroordelen uit de weg ruimen, zegt Meier terwijl ze van haar matchathee nipt. Bijvoorbeeld dat jonge mensen nauwelijks geld hebben om uit te geven. ‘Dat klopt niet,’ zegt ze. ‘Jongeren hebben geen vermogen, maar wel geld. En dat geven ze graag uit, liefst aan luxe zaken.’ Aan Rolexhorloges, kleren van Yves Saint Laurent of een peperdure haardroger van Dyson. Ook BMW, zegt Meier, is ongelooflijk populair bij Gen Z, ‘omdat het merk erin is geslaagd aansluiting te vinden bij de digitale wereld’. Het automerk uit München zet inmiddels inderdaad zijn logo op gamestoelen en computermuizen. Een sportwagen past nu eenmaal niet in de kinderkamer.

    First class

    Ook luxe reizen zijn bij Generatie Z ongelooflijk in opkomst, beweert Meier. ‘In mijn Instabubbel is het tegenwoordig absoluut trendy om business of first class te vliegen.’ Bedrijven als Solutions Holding, dat wereldwijd meer dan vijftig hotels exploiteert of beheert, profiteren daarvan. Ronja Gerhard (37), erfgename van het bedrijf, ontwikkelde een half virtuele, half analoge avonturenreis voor jonge vrouwelijke vakantiegangers: Sisters of Paradise.

    De kern ervan is een soort speurtocht met websitebegeleiding, waarbij je een bende meisjes helpt die op zoek gaan naar hun verdwenen broer. Op elke vakantielocatie van Gerhard wordt een nieuw hoofdstuk van de participatieroman geactiveerd. Een trip die het midden houdt tussen rollenspel en voorleesboek. Juist jonge mensen, zegt Ronja Gerhard, willen geen doorsneehotels, maar een story.

    ‘De nieuwe hardheid in de wereld drukt ook haar stempel op Generatie Z’

    Zulke trends zorgen bij veel bedrijven voor verwarring. Was het niet deze generatie die niet van straat weg te krijgen was omdat ze opkwam voor het klimaat? Hadden ze het niet zojuist nog over vliegschaamte?

    Marc Herz (41), marktonderzoeker en partner bij het strategiebureau K’UP in Berlijn, heeft begrip voor deze ambivalentie: ‘De nieuwe hardheid in de wereld drukt ook haar stempel op Generatie Z.’ Over elkaar heen buitelende crises zijn deel van het dagelijks leven van deze leeftijdsgroep, die is opgegroeid met corona, de klimaatcrisis en de Russische oorlog tegen Oekraïne. En die nu ook weleens wat anders wil. Bij een deel constateert Herz een ‘vlucht naar schoonheid’, die af en toe doorslaat naar verspilling.

    Uit onderzoek blijkt dat 20 procent van de jongeren tussen 14 en 29 jaar schulden heeft.

    Herz ziet dat deze generatie in een zingevingscrisis zit. Jongeren zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid en zouden vaak ook meer aan biologische producten willen uitgeven. En dan moeten ze voor zichzelf verantwoorden dat ze geen weerstand kunnen bieden aan snelle modetrends. ‘Dan zeggen ze dat iedereen het immers doet en dat je toch niets goed kunt doen,’ zegt Herz. Een kwart van de 18- tot 25-jarigen vindt het in eerste instantie een taak van de overheid om milieuproblemen aan te pakken, slechts 13 procent geeft zichzelf de schuld. Chinese webwinkels als AliExpress en Temu, razend populair bij Generatie Z, passen in dit beeld: hier speelt een schoon geweten dan even geen rol.

    Jongere consumenten die het anders willen doen, zie je op zaterdagochtend in Kulturkirche Altona in Hamburg. Start-up Vinokilo verkoopt er vintage kleren; de rekken hangen vol geruite overhemden, spijkerrokjes en bloemetjesjurken. De clou is dat je hier per kilo betaalt, de prijzen liggen tussen de 40 en 55 euro. Zo’n honderd jongvolwassenen verdringen zich tussen de rijen. Sehraa (20) stopt kleren in een fruitkrat die op een weegschaal staat. ‘Vijf kilo?’ zegt ze lachend en ongelovig. Ze duwt haar metgezel twee jassen in handen en weegt alle items nog eens, een voor een. Ze heeft al zo veel kleren, zegt ze. Ze koopt ze toch.

    Achter Vinokilo zit ondernemer Robin Balser (33), die al als student een soort kledingruilbeurs runde. Sinds 2017 verkoopt hij beroepsmatig tweedehands spullen en heeft hij het oude idee van verkoop per kilo voor een nieuwe generatie aantrekkelijk gemaakt. Sehraa en andere klanten hebben het evenement ontdekt op Instagram. ‘Don’t let fashion rule you,’ schrijft Vinokilo daar. Dat past bij hun levensstijl: wie vintage koopt, draagt zowel individualiteit als duurzaamheid uit.

    De influencerscultuur heeft een druk gecreëerd om ‘iedere dag iets anders aan te trekken’

    In de ogen van de kopers, zegt Robin Balser, is tweedehands kleding van een soort vodden veranderd in een premium product. De influencerscultuur heeft een druk gecreëerd om ‘iedere dag iets anders aan te trekken’. Zo’n driekwart van Generatie Z zegt wel eens tweedehands kleding te hebben gekocht. De koopzucht wordt in elk geval niet minder, ze verandert alleen. Neem Henri, negentien jaar, die met zijn vingers snel door de mannenoverhemden gaat. Minder consumeren is belangrijk voor hem, zegt hij. ‘Maar nog belangrijker is hoe dingen eruitzien.’

    Het lijkt alsof deze generatie klem zit tussen twee uitersten: fast fashion en slow vintage, verspilling en duurzaamheid. Maar er is een derde weg en ook die is allang een trend geworden. Met deinfluencing willen jonge mensen corrigeren wat influencers hebben aangericht. Ze gaan voor een camera zitten, laten allerlei producten van Amazon of Chinese webwinkels zien en zeggen wat niemand anders zegt: ‘Dit heb je helemaal niet nodig.’