Tag: handel

  • Hoe overleef je als niet-gebonden land een spagaat tussen supermachten

    Hoe overleef je als niet-gebonden land een spagaat tussen supermachten

    Verreweg de meeste landen ter wereld nemen een pragmatisch neutraal standpunt in en willen vooral uit politieke en economische overwegingen geen partij kiezen tussen de VS, China en Rusland. Een analyse van de zogeheten niet-gebonden landen.

    Veel landen die gevangen zitten tussen Amerika, China en Rusland willen in geen geval partij kiezen. Nu de naoorlogse, door de VS geleide wereldorde uiteenvalt en economieën almaar verder losgekoppeld raken, proberen ze deals te sluiten die scheidslijnen overstijgen. Een transactiegerichte aanpak die de geopolitiek een nieuw aanzien geeft.

    Wil je de niet-gebonden machten goed in kaart brengen, bekijk je ze dan eens door een Russische lens. Onze zusterorganisatie EIU [Economist Intelligence Unit, een organisatie die ontstaan is uit The Economist en analyses uitvoert voor het bedrijfsleven] heeft landen geanalyseerd op basis van hun economische en militaire banden met Moskou, hun diplomatieke standpunten zoals die blijken uit hun stemgedrag in de VN en hun steun aan en uitvoering van sancties. Er zijn 52 landen, goed voor 15 procent van de wereldbevolking, die het optreden van Rusland hekelen: het Westen en zijn bondgenoten. Slechts 12 landen staan achter Rusland. Dit betekent dat de overige 127 staten niet duidelijk voor een van beide kampen kiest.

    Wat niet-gebonden landen gemeen hebben is een nietsontziend pragmatisme 

    Om een idee te krijgen van wat niet-gebondenheid precies inhoudt, heeft The Economist ook gekeken naar de 25 grootste economieën (t25) die de kat uit de boom hebben gekeken bij de Oekraïense oorlog, of die neutraal willen blijven in de Chinees-Amerikaanse confrontatie, of beide. Deze ‘transactiegerichte’ groep is in termen van welvaart en politieke organisatie buitengewoon gevarieerd van samenstelling: zowel het reusachtige India als dwergstaat Qatar behoren ertoe. Wat ze gemeen hebben is een nietsontziend pragmatisme. 

    Ze vertegenwoordigen nu 45 procent van de wereldbevolking. Hun aandeel in het mondiale bbp is gestegen van 11 procent in 1992 naar 18 procent in 2023, en is daarmee hoger dan dat van de EU. Hun strategie van neutraliteit brengt ernstige risico’s met zich mee, maar biedt ook grote kansen. Hun succes of falen zal de wereldorde tientallen jaren beïnvloeden. En zowel de VS als China zullen proberen deze landen voor zich te winnen.

    Kloof

    In de twintigste eeuw had niet-gebondenheid verschillende betekenissen voor verschillende landen op verschillende momenten. Tijdens conferenties in Bandung in Indonesië (1955) en Belgrado in Joegoslavië (1961) presenteerden leiders een ‘derde wereld’, naast het Westen en het Sovjetblok. Vanaf het einde van de jaren zestig richtten deze landen hun pijlen steeds meer op economische ongelijkheid tussen het ‘mondiale zuiden’ (een minder beladen term voor ‘derde wereld’) en het industriële noorden. De niet-gebonden beweging was een formele instelling waarvan bijna elke Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse staat lid werd. Toen de Koude Oorlog ten einde kwam werd ze, in de woorden van een Indiase academicus, ‘een zieltogende organisatie, die een waardige begrafenis behoefde’.

    De niet-gebonden landen van nu zijn niet te herkennen aan lidmaatschap van een instelling, maar aan gedrag. Middelgrote machten zijn het, die zich laten leiden door pragmatisme en opportunisme. In een recent boek betoogt de voormalige Chileense diplomaat Jorge Heine dat landen in de twintigste eeuw vaak per toeval in een van de invloedssferen van de supermachten terechtkwamen. Tegenwoordig is het meer zo dat ze mogelijkheden ‘actief’ evalueren om bepaalde doelen te bereiken, zo stelt hij. Sommigen noemen dit ‘minilateralisme’ (in tegenstelling tot multilateralisme) – het aansturen van discrete allianties of groeperingen, in plaats van je lot in handen van één blok te leggen.

    ‘Europa moet zich bevrijden van de mentaliteit dat de problemen van Europa de problemen van de wereld zijn, maar dat de problemen van de wereld niet de problemen van Europa zijn’

    Niet-gebonden landen vinden westerse leiders meestal hypocriet. In het eerste jaar van de oorlog werd ongeveer 170 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Oekraïne – ongeveer 90 procent van wat de ontwikkelingscommissie van de OESO, een groep van 31 westerse donoren, in 2021 aan mondiale hulp uitgaf. Voor het Westen is deze vrijgevigheid een uiting van solidariteit met een mededemocratie; voor anderen toont ze aan dat rijke landen vooral geld ophoesten als dit hun belangen dient. ‘Europa moet zich bevrijden van de mentaliteit dat de problemen van Europa de problemen van de wereld zijn, maar dat de problemen van de wereld niet de problemen van Europa zijn,’ zo stelde Subrahmanyam Jaishankar, de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, vorig jaar.

    Deze stellingname komt in grote lijnen overeen met de publieke opinie. Uit een rapport van Cambridge University van vorig jaar bleek dat in liberale democratieën 75 procent een negatief beeld heeft van China en 87 procent ongunstig over Rusland oordeelt. Onder de 6 miljard mensen die elders wonen is het beeld nagenoeg omgekeerd. Er is dus een kloof tussen hoe het Westen de wereld ziet en hoe de rest van de wereld die ziet. In een opiniepeiling, eerder dit jaar gepubliceerd door de Europese Raad voor Buitenlandse betrekkingen (een denktank), stelde 48 procent van de Indiërs en 51 procent van de Turken dat multipolariteit of niet-westerse dominantie de toekomstige wereldorde zal bepalen. Slechts 37 procent van de Amerikanen, 31 procent van de EU-bevolking en 29 procent van de Britten waren het hiermee eens. Het Westen denkt dat het naar een vervolgaflevering van de Koude Oorlog kijkt, de rest van de wereld ziet een geheel nieuwe film.

    Gemeenschappelijk doel

    Wie zitten er dan allemaal in die t25? Het is, zoals gezegd, een diverse groep die bestaat uit landen met bevolkingen die tot de grootste ter wereld behoren, waarvan er twee – India en Indonesië – de grootste democratieën ter wereld zijn. Je hebt ook Vietnam, Saoedi-Arabië en Egypte, alle bestuurd door autocraten van uiteenlopende snit. Er zijn grote verschillen wat welvaartsniveau betreft. In Saoedi-Arabië is het bbp per persoon ruim 24.000 euro, ongeveer evenveel als dat van een aantal Europese landen, terwijl het in Pakistan op zo’n 1440 euro blijft steken.

    Naarmate de globalisering zich uitbreidde, zijn de t25 een handel in vele richtingen gaan drijven. Zo’n 43 procent geschiedt met het westerse blok, 19 procent met het Chinees-Russische blok en 30 procent met landen uit geen van beide kampen. Misschien is het gezien de ligging van Mexico niet verrassend dat 77 procent van de totale handel van dat land met het Westen is, en dat ook Israël en Algerije voor meer dan 60 procent handel daarmee drijven. Geen ander t25-land kent zo’n intensief handelsverkeer met China als Chili (meer dan een derde), maar tegelijkertijd betreft 40 procent van dat handelsverkeer het Westen. Meer dan de helft van de Argentijnse handel, en bijna de helft van die van India, wordt met andere niet-gebonden landen gedreven.

    De wapeninvoer toont ook een complex netwerk van loyaliteiten. India dekt zich slim in. Tussen 2018 en 2022 was Rusland de belangrijkste leverancier, die India voor 45 procent van zijn wapens voorzag, maar het land ontving van Europa nog eens 29 procent en waarschijnlijk zal het zich nog zelfredzamer maken met Amerikaanse hulp. Met het rivaliserende China, dat levert aan India’s aartsvijand Pakistan, kan geen sprake zijn van handel. Israël, Marokko, Saoedi-Arabië en Zuid-Afrika verlaten zich voor het overgrote deel op de Verenigde Staten als het om wapenimport gaat.

    Geopolitieke allianties zijn sinds 2018 almaar belangrijker geworden bij het bepalen van directe buitenlandse investeringen

    Er is geen bestuursorgaan dat niet-gebonden landen en hun belangen vertegenwoordigt. En dat zal er waarschijnlijk ook niet komen. In plaats daarvan zijn er uiteenlopende organisaties, zoals de G20, die platforms bieden die grote niet-gebonden landen in meer of mindere mate van nut zijn. De BRICS-groep – Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika – is een forum voor middelgrote machten die expansie nastreven: er is een discussie gaande over of Iran en Saoedi-Arabië mogen toetreden. Tijdens klimaatgesprekken in VN-verband is een brede groep van meer dan honderddertig landen, waaronder China, rond de tafel gaan zitten.

    Ondanks hun verschillen hebben de niet-gebonden landen een gemeenschappelijk doel: gunstige overeenkomsten sluiten in een veranderlijke omgeving. Twintig jaar lang konden velen relaties opbouwen met zowel het Westen en China als Rusland. Dat is verleden tijd. Het Westen legt Rusland sancties op en beperkt China’s toegang tot technologie.

    Voor veel landen betekent dit nu een ernstige bedreiging. Door de sancties tegen Rusland stegen de energie- en voedselprijzen wereldwijd, met ernstige gevolgen voor de niet-westerse wereld. Onlangs heeft Janet Yellen, de Amerikaanse minister van Financiën, Amerikaanse bedrijven aangespoord om hun toeleveringsketens naar bevriende staten over te hevelen. Ook investeringen verplaatsen zich. En ondertussen bloeit er iets moois op tussen Beijing en Moskou. Recent onderzoek van het IMF heeft uitgewezen dat geopolitieke allianties, zoals die blijken uit stemgedrag in de VN, sinds 2018 almaar belangrijker zijn geworden bij het bepalen van directe buitenlandse investeringen. De scenario’s van het IMF ten aanzien van gefragmenteerde handel voorspellen dat de impact in opkomende markten meer dan twee keer zo slecht kan zijn als in ontwikkelde markten.

    Geen ‘automatische allianties’

    Maar velen in de niet-gebonden wereld gokken er ook op dat ze voordeel kunnen putten uit deze economische en politieke fragmentatie door hun relaties met diverse grootmachten af te palen en zelf andere landen te beïnvloeden. Om deze transactiestrategie te begrijpen, is het goed te kijken naar de aanpak van enkele grote landen die tussen twee vuren zitten. Neem Brazilië. Dat verzet zich tegen wat Mauro Vieira, minister van Buitenlandse Zaken, ‘automatische allianties’ noemt. Luiz Inácio Lula da Silva, die in januari aan zijn tweede leven als president van Brazilië begon, ziet ambtsgenoot Biden als een bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering; op hun bijeenkomst in Washington DC in februari werden gezamenlijke milieu-instellingen, die door de vorige president Bolsonaro waren opgedoekt, in ere hersteld. De VS zien Brazilië als een ‘grote niet-NAVO-bondgenoot’, en die status geeft recht op robuustere samenwerking met de Amerikaanse strijdkrachten.

    Maar ook Brazilië laveert tussen de supermachten. Net als andere landen in de regio heeft het afwijzend gereageerd op westerse voorstellen om oud materieel van Russische makelij aan Oekraïne te leveren in ruil voor nieuwe wapens. Het bezoek van Lula aan Beijing in april onderstreept het economische belang van China. De handel tussen Brazilië en China bedroeg in 2022 een kleine 140 miljard euro, wat 37 keer zo veel is als twintig jaar geleden. Dit is onder meer te danken aan de wijze waarop Brazilië gebruik heeft gemaakt van de tarievenoorlog tussen China en de VS. Ten koste van Washington voerde het de export van landbouwproducten naar China op.

    De angst van India voor China heeft in een aantal opzichten gezorgd voor toenadering tot het Westen

    Brazilië gaat ook zelf op avontuur. Lula bezoekt binnenkort Afrika om de invloed van Brazilië daar nieuw leven in te blazen. Tijdens zijn eerste periode als president steeg de handel met Afrika van een kleine 5,5 miljard euro in 2003 naar ruim 23 miljard euro in 2012, en Zuid-Afrika mocht toetreden tot het brics-blok. Lula’s voorganger begaf zich niet naar Afrika. Hijzelf vindt duidelijk wel dat het de moeite loont.

    De angst van India voor China heeft in een aantal opzichten gezorgd voor toenadering tot het Westen. In maart bracht de premier van Japan – dat net als India, de VS en Australië tot het ‘quadrilaterale’ Indo-Pacifische veiligheidsforum Quad behoort – een historisch bezoek aan Delhi. In het financiële jaar 2021-22 overtrof de handel van India met de VS die met China. Toch koopt India nog steeds wapens en goedkope olie van Rusland en is het onwaarschijnlijk dat het zijn jarenlange banden met dit land zal verbreken, tenzij het regime van Poetin kernwapens gaat inzetten.

    Praktisch, niet partijdig

    Net als Brazilië profileert India zich in het buitenland: alleen China zit dieper in de import en export met Afrika bezuiden de Sahara. Het gemiddelde jaarlijkse totaal aan directe buitenlandse investeringen van India bedroeg van 2004 tot 2008 0,7 miljard euro (minder dan de helft van die van Zweden), maar een decennium later 28 miljard (meer dan die van Duitsland en Japan samen). Vorige maand nodigde India vertegenwoordigers van 31 Afrikaanse landen uit voor war games. En India heeft beloofd zijn voorzitterschap van de G20 dit jaar te gebruiken om de ‘stem van het mondiale zuiden’ te laten horen.

    Turkije wil zijn invloed in het mondiale zuiden eveneens vergroten. Het heeft veiligheidsovereenkomsten met dertig Afrikaanse staten gesloten. De militaire export naar Afrika vervijfvoudigde tussen 2020 en 2021. Adviseurs van de Turkse president Erdogan zeggen dat het ‘nieuwe Turkije’ zijn eigen partners kan uitkiezen. Dat kan verklaren waarom Turkije zich neutraal opstelt ten aanzien van de oorlog in Oekraïne. Ankara heeft zijn banden met Moskou recent aangehaald. De Turkse export naar Rusland kwam in 2022 uit op bijna 7 miljard euro, een stijging van 45 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

    Saoedi-Arabië verkleint zijn afhankelijkheid van zijn historische bondgenoot, de VS, door tegen China aan te schurken, dat nu de grootste handelspartner van het koninkrijk is. Kijk naar de besluiten, deze maand, en in oktober, door de OPEC, waarin Saoedi-Arabië het hoogste woord voert, om de olieproductie terug te dringen. Vorige maand ondertekende Saoedi-Arabië een overeenkomst met Iran, waarbij China had bemiddeld, en sloot het zich aan bij de Shanghai Co-operation Organization, een Euraziatische praatclub. China zegt zo snel mogelijk een vrijhandelsovereenkomst met de Golf te willen sluiten.

    De betrekkingen van de Golfstaten met Afrika bleven ooit beperkt tot energie, landbouw en de politiek van de Hoorn van Afrika. Nu willen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten contracten voor de winning van delfstoffen in de wacht slepen; DP World, een havenexploitant uit Dubai, is bezig uit te groeien tot een cruciaal bedrijf op het Afrikaanse continent, en Qatar manifesteert zich op uiteenlopende manieren op het diplomatieke toneel. Vorige maand was het betrokken bij onderhandelingen over de vrijlating van Paul Rusesabagina, een gedetineerde Rwandese dissident (en inspirator voor de film ‘Hotel Rwanda’).

    Zelden klonken westerse beloften om de veiligheid te garanderen in sommige delen van Afrika zo hol

    Afrikaanse landen hebben zich lange tijd naar beide grootmachten gericht. Het Westen is door de bank genomen hun belangrijkste voorziener in ‘zachte‘ behoeften geweest: onderwijs, gezondheid en, mocht een regering dat willen, mensenrechten. China biedt ‘hardware’: bruggen, wegen, havens, en de leningen om die te bouwen. Voor infrastructuurprojecten ten zuiden van de Sahara bedroegen de leningen van het belangrijkste Amerikaanse ontwikkelingsbureau tussen 2007 en 2020 minder dan een tiende van de leningen die de twee grote ontwikkelingsbanken van China verstrekten (1,7 miljard tegen ruim 20 miljard euro).

    Zelden klonken westerse beloften om de veiligheid te garanderen in sommige delen van Afrika zo hol. ‘De Amerikaanse troepen en agenten moeten ergens slapen. Maar de veiligheidsrelatie komt onze economische ontwikkeling helemaal niet ten goede,’ legt een voormalig adviseur van een Afrikaanse president uit. ‘Daarvoor hebben we China nodig.’ In augustus verlieten, na negen jaar, de laatste Franse troepen Mali; de Wagner-groep, bestaande uit Russische huurlingen, houdt de regerende junta nu overeind.

    De niet-gebonden landen kiezen liever geen partij. Maar de grootmachten VS en China willen ze graag in hun invloedssfeer trekken. Beijing ziet zijn leiderschap over het mondiale zuiden als een manier om beter weerwerk te kunnen bieden aan de VS. Het positioneert zich als rolmodel binnen een brede familie van ontwikkelingslanden. Het zet zich af tegen het Westen, dat volgens Beijing meer waarde hecht aan exclusiever gezelschap, zoals dat van de G7. ‘China laat zich zien waar en wanneer het Westen dat niet doet,’ zegt Yemi Osinbajo, de vertrekkende vicepresident van Nigeria.

    Oosterse vrienden, westerse vrienden

    China is de belangrijkste handelspartner van ongeveer 120 landen en voor velen de geldschieter in eerste en laatste instantie. Tussen 2007 en 2020 stopte het meer geld in infrastructuur ten zuiden van de Sahara dan de volgende acht grootste geldschieters tezamen. Dit is van cruciaal belang voor het oplossen van staatsschuldcrises. Uit een analyse van 73 ontwikkelingslanden door het IMF blijkt dat China in 2006 slechts 2 procent van de externe schulden van deze groep bezat, waar de ‘club van Parijs’ – een groep grotendeels westerse crediteuren – 28 procent voor zijn rekening nam. In 2020 bedroegen deze percentages respectievelijk 18 en 10.

    Westerlingen mogen hier terecht hun wenkbrauwen bij fronsen. China’s ‘win-win’-retoriek verdonkeremaant de meedogenloze houding van Beijing. In het boek Banking on Beijing (2022), van onder anderen Bradley Parks van AidData (een onderzoeksinstelling), valt te lezen hoe China zijn economische instrumenten gebruikt voor politieke doeleinden. Geldstromen worden vaak naar de thuisdistricten van zittende leiders omgebogen, en ook is China meer dan westerse landen bereid geld te lenen aan corrupte en autocratische landen. AidData ontdekte ook dat als een land 10 procent vaker met Beijing meestemt bij de VN, het ook meer Chinese projecten in dat land tegemoet mag zien. Chinese leningen gaan vergezeld van ongewoon strikte clausules betreffende vertrouwelijkheid en onderpand. Chinese ontwikkelingsprojecten zouden echter wel tot een verhoging van het bbp per persoon leiden, merkt Parks op.

    De VS bedrijft nu diplomatie op plekken die het eerder heeft verwaarloosd

    De VS en bondgenoten proberen de Chinese inspanningen te ondervangen door hun boodschap aan de niet-gebonden wereld te verfijnen. Washington erkent dat de internationale orde die het leidt alleen legitiem is als andere landen er vrijwillig mee instemmen. ‘Landen willen niet gedwongen worden te kiezen, en dat willen wij ook niet,’ aldus Jake Sullivan, nationale veiligheidsadviseur van president Biden, eerder dit jaar in The Washington Post. De VS bedrijft nu diplomatie op plekken die het eerder heeft verwaarloosd. Kamala Harris, de Amerikaanse vicepresident, Janet Yellen en Antony Blinken, minister van Buitenlandse Zaken – allemaal hebben ze Afrika in 2023 bezocht. Biden volgt binnenkort.

    De VS hebben ook de veiligheidssamenwerking met invloedrijke niet-gebonden landen versterkt. In november ontmoette minister van Defensie Lloyd Austin zijn Indonesische collega voor de vierde keer; in januari kwamen Amerikaanse en Indiase functionarissen overeen de samenwerking op het gebied van geavanceerde defensietechnologieën verder uit te bouwen. In totaal onderhoudt de VS 88 ‘defensiepartnerschappen’ (uitgezonderd formele allianties zoals die met de NAVO), al is een aantal vrij beperkt van aard. 

    Hoewel de VS en de EU de afgelopen jaren de Belt and Road Initiative, ofwel de door China geïnstigeerde Nieuwe Zijderoute, probeerden te pareren met concurrerende plannen, blijft de indruk bestaan dat je nog altijd beter bij Beijing kunt aankloppen voor geld om je infrastructuur te verbeteren en daarmee je economie te transformeren. Nadat Kamala Harris een soundtrack met Afrikaanse artiesten had uitgebracht om haar recente bezoek aan het continent luister bij te zetten, merkte een hoge Afrikaanse functionaris droogjes op dat de Chinezen met leningen en ingenieurs komen aanzetten en de Amerikanen met playlists.

    Een politieke paradox

    Alom wordt ervan uitgegaan dat de regering-Biden een buitenlands beleid op twee niveaus voert: op de eerste plaats komen de betrekkingen met de belangrijkste democratische bondgenoten in Europa en Azië (met de hoop dat India daarvan ooit deel zal uitmaken) – en daarna met rammelende mondiale instituties. Aan de bemiddelende rol van die instituties heeft een brede groep landen, waaronder de meeste niet-gebonden landen, behoefte, of het nu gaat om ontwikkeling, schuldverlichting, veiligheid of financiën.

    Dat brengt drie uitdagingen met zich mee. In de eerste plaats moet de westerse eenheid standhouden. Dat is niet vanzelfsprekend. Tijdens zijn recente bezoek aan China zei de Franse president Emmanuel Macron dat de Europese staten het Amerikaanse beleid ten aanzien van Taiwan niet zomaar moeten volgen, noch een boodschap hoeven te hebben aan het Amerikaanse ‘ritme’.

    Het risico van deze bundeling van krachten is dat het mondiale zuiden verder vervreemd raakt van de internationale orde

    De tweede uitdaging is de mogelijkheid dat China de mondiale instellingen ondermijnt door bijvoorbeeld te kiezen voor bilaterale schuldenverlichting in plaats van zich volledig in te zetten voor gecoördineerde inspanningen op dat gebied. De halsstarrige houding van Chinese crediteuren bij het IMF vermindert de flexibiliteit die het kan bieden aan landen die met schulden worstelen.

    De laatste uitdaging betreft het wantrouwen jegens het Westen vanwege al zijn verbroken beloften. Neem de klimaatfinanciering. In 2009 zeiden rijke landen dat ze in 2020 ruim 90 miljard euro per jaar naar arme landen zouden sluizen; het jaarlijkse totaal is nooit hoger geweest dan 77 miljard.

    Op grond van hun gedeelde liberale waarden en geschiedenis schaarden westerse landen zich achter Oekraïne na de Russische invasie. Zij hebben ook hernieuwde vastberadenheid aan de dag gelegd jegens een autoritair China. Het risico van deze bundeling van krachten is evenwel dat het mondiale zuiden verder vervreemd raakt van de internationale orde. Het zou tragisch zijn als de VS, door het Westen te verenigen, het contact met de rest van de wereld verliest.

    Lees ook:

  • De westerse relaties met Afrika en Azië staan op instorten en daar profiteert Rusland van

    De westerse relaties met Afrika en Azië staan op instorten en daar profiteert Rusland van

    Supermachten willen dat de landen in Afrika en Azië een kant kiezen, maar daar kunnen ze niet zo makkelijk toe worden gedwongen. Moskou begrijpt dat, het Westen niet, aldus de Congolese politicus Jérémy Lissouba. ‘Ontwikkelingslanden pikken de paternalistische houden van het Westen niet meer.’

    Al meer dan een jaar, sinds het begin van de oorlog in Oekraïne, bevindt de wereld zich tussen twee vuren. En tegen een achtergrond van hoge energie- en voedselprijzen, een verwoestende inflatie, sociale onrust en angst voor een nieuwe wereldwijde recessie, wedijveren het westerse en het Russische blok opnieuw om de steun van de ontwikkelingslanden.

    Leiders als de Franse president Emmanuel Macron, de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov, de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Qin Gang, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken en de Amerikaanse vicepresident Kamala Harris zijn maar enkele van de namen die het afgelopen jaar een spraakmakend bezoek aan Afrika hebben gebracht, waarbij het centrale thema keer op keer samenwerking en handel was. Toch ademde elk bezoek een soort nieuwe Koude Oorlogssfeer, met Oekraïne als een van de belangrijkste symptomen.

    Allemaal proberen deze supermachten op hun eigen manier – en gewapend met hun eigen propaganda – de landen in Afrika en Azië partij te laten kiezen. Maar anders dan in de vorige eeuw kunnen deze landen ditmaal niet meer zo makkelijk tot een keus worden gedwongen, en is dat ook niet nodig. Rusland begrijpt dat. Het Westen niet.

    Het is geen geheim dat Afrika aarzelt om de Russische acties in Oekraïne openlijk te veroordelen, of deel te nemen aan westerse sancties tegen de Russische agressor of pogingen om die te isoleren. In plaats daarvan blijven deze landen hun jarenlange partner met open armen ontvangen en veroordelen ze weliswaar in brede kring de oorlog, maar niet Rusland zelf.

    Faux pas

    In Malawi bijvoorbeeld wordt de Russische levering van tienduizenden tonnen kunstmest, op een moment dat er een wereldwijd tekort is, door ploeterende boeren als een geschenk uit de hemel beschouwd en heeft de minister van Landbouw Rusland dankbaar ‘een echte vriend’ genoemd. En de door Moskou aangekondigde plannen om 260.000 ton kunstmest naar andere landen op het Afrikaanse continent te sturen zullen daar zeker soortgelijke gevoelens losmaken.

    In mijn eigen land, Congo-Brazzaville, heeft de regering ondanks de oorlog in Oekraïne vijf grote samenwerkingscontracten met Rusland getekend, bijvoorbeeld voor de bouw van een nieuwe oliepijplijn en intensivering van de militaire samenwerking.

    Dit charmeoffensief – prominent geleid door minister Lavrov, die sinds afgelopen januari op bezoek is geweest in Zuid-Afrika, Swaziland, Angola, Eritrea, Mali, Soedan en Mauritanië – bevordert overal op het continent de pro-Russische houding en staat in schril contrast met het jammerlijk mislukte recente Afrikaanse avontuur van Emmanuel Macron.

    Macron bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid

    Misschien wel de meest toondove faux pas van zijn hele reis beging Macron door, hoewel hem dat tijdens een persconferentie in de Democratische Republiek Congo (DRC) herhaaldelijk werd verzocht, te weigeren de Rwandese steun voor M23-rebellen te veroordelen die zo veel schade aanrichten in de DRC, een situatie die sterke overeenkomsten vertoont met de semiheimelijke steun die Moskou de afgelopen jaren aan de separatisten in de Donbas-regio heeft verleend. Hij bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid.

    Ondanks de omstandige retoriek van de Franse president over ‘nieuwe relaties’ en ‘een nieuw begin’ was zijn uitbarsting de zoveelste bittere herinnering aan de langdurige paternalistische en oneigenlijke houding van Europa jegens Afrika, dezelfde houding die ervoor heeft gezorgd dat decennia van Europese en militaire invloed op het Afrikaanse continent geen noemenswaardig resultaat hebben opgeleverd en waardoor die invloed misschien zelfs wel daadwerkelijk is ondermijnd.

    Afrikanen zijn zich hiervan bewust en pikken het niet langer, getuige het groeiende anti-Franse sentiment in westelijk Afrika. Rusland, China en anderen grijpen alleen maar de kansen die zich voordoen, al valt ook hun het nodige te verwijten.

    Korreltje zout

    Ondertussen, terwijl het Europese aandeel in de hulp aan Afrika aanzienlijk is afgenomen, krijgt de Europese Unie in Azië met soortgelijke problemen te maken. Met uitzondering van China is het EU-aandeel in de export naar Zuidoost-Aziatische landen de afgelopen twee decennia met een derde afgenomen en was in 2021 minder dan een tiende van de Maleisische, Singaporese, Zuid-Koreaanse en Taiwanese export voor West-Europa bestemd.

    Ook hier is Rusland als de wiedeweerga in het gat gesprongen door China als zijn belangrijkste handelspartner te bestempelen en consequent olie en gas naar gretige Aziatische kopers te exporteren. En toen Rusland half maart zijn verdragen ter voorkoming van dubbele belasting opschortte in het geval van tal van ‘onvriendelijke landen’ overal op de wereld, werden de meeste Zuidoost-Aziatische landen van deze maatregel uitgezonderd.

    Bovendien is Rusland het afgelopen decennium ook de grootste wapenleverancier in de regio geworden en heeft het recentelijk gezamenlijke marine-oefeningen gehouden met de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties. Indonesië, de Filippijnen en Maleisië hebben allemaal geweigerd Moskou sancties op te leggen, en Maleisië heeft eerder dit jaar een memorandum van overeenstemming met Rusland getekend ter verbetering van de agrarische handelsbetrekkingen.

    We kunnen het deze landen niet kwalijk nemen dat ze samenwerken met internationale partners om hun dringendste maatschappelijke prioriteiten aan te pakken. Evenmin kunnen we ze kwalijk nemen dat ze het Europese discours over internationale waarden en verandering met een korreltje zout nemen wanneer deze veronderstelde verandering niet voortkomt uit de erkenning van huidige tekortkomingen, maar wordt ingegeven door opkomende mondiale trends.

    Zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen blijven de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen

    Wat voor lessen vallen er te geven over territoriale integriteit en rechtvaardigheid wanneer de gebeurtenissen van 2011 in Libië, en de blijvende gevolgen daarvan, een open wond blijven in de Afrikaanse ziel? Of wanneer de houding van deze landen ten opzichte van de oorlog in Oekraïne bijna identiek is aan die van Europa ten opzichte van het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo?

    Wat voor lessen vallen er te trekken uit de procedures van Europese rechtbanken om Maleisische activa en eigendommen ter waarde van 15 miljard dollar in beslag te nemen op grond van een twijfelachtige arbitrage-uitspraak van een Spaanse arbiter die zelf strafrechtelijk vervolgd dreigt te worden? En wie zal daar werkelijk van profiteren als je bedenkt dat deze aanspraak op soeverein grondgebied, die voortvloeit uit een halverwege de negentiende eeuw gemaakte afspraak tussen een allang verdwenen sultanaat en een Brits bedrijf uit de koloniale tijd, wordt gefinancierd door onbekende externe investeerders?

    Wat het antwoord op deze vragen ook is, het is duidelijk dat de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen zullen blijven zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen.

    Nieuwe leest

    Wat we specifiek nodig hebben is een verandering in het denken, en een besef bij het Westen dat ontwikkelingslanden niet blind zijn voor de vele retorische en praktische contradicties die kenmerkend zijn voor de wereld zoals we haar kennen, of het nu gaat om een hulp- en handelssysteem dat de onbalans en de misstanden die het beweert aan te pakken alleen maar versterkt, of om een discours over internationale wetten en waarden waar overtredingen uit het verleden en de huidige hervormingsdrang niets van overlaten, of zelfs om onderhandelingen over klimaatfinanciering waarvan de urgentie staat of valt met westerse economische belangen.

    De westerse wereld kan deze gang van zaken alleen omdraaien als ze haar relaties met de Afrikaanse en Aziatische landen werkelijk op een nieuwe leest schoeit en haar kijk op een respectvol partnerschap tussen landen met een gelijkwaardige legitimiteit grondig herziet.

    Het gaat er niet om dat het moeite kost om op een overtuigende manier lippendienst aan idealen te bewijzen, en evenmin dat deze idealen op het altaar van het economisch pragmatisme moeten worden geofferd. Het gaat erom dat er voldoende verantwoordelijkheid wordt genomen voor de huidige stand van zaken, dat toekomstverwachtingen worden begrepen, dat er echte concessies worden gedaan en dat het discours gepaard gaat met dollars en daadkracht.

    Alleen dan zal de westerse wereld ons ervan overtuigen dat de beloften van het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens niet alleen maar voorwendsels waren om te voorkomen dat de westerse hegemonie in haar bestaan werd bedreigd, maar in plaats daarvan een blijvend perspectief bieden op een betere wereld die het alleszins waard is om voor te vechten.

    Jérémy Lissouba is parlementslid voor de belangrijkste oppositiepartij in de Republiek Congo. Hij is ook plaatsvervangend rechter in het Hooggerechtshof van het land en een alumnus van het 2018 Africa Leaders Program van de Obama Foundation.

    Lees ook:

  • Zuid-Korea zet compensatiefonds op voor dwangarbeiders uit WO II

    Zuid-Korea zet compensatiefonds op voor dwangarbeiders uit WO II

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China presenteert plannen op Volkscongres

    » VN-landen komen na jaren tot historisch oceaanakkoord

    Het land probeert zo de relatie met Japan te verbeteren

    Zuid-Korea heeft vandaag aangekondigd dat het Koreaanse arbeiders gaat compenseren die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Japanse bedrijven dwangarbeid moesten verrichten. Op deze manier probeert het land een oplossing te vinden voor een netelige historische kwestie in de relatie met Japan, schrijft Nikkei Asia.

    De minister van Buitenlandse Zaken Park Jin zei dat een overheidsstichting vijftien slachtoffers zal compenseren die in 2018 rechtszaken wonnen tegen Mitsubishi Heavy Industries en Nippon Steel. Het compensatiefonds zal worden opgezet met behulp van donaties uit de particuliere sector. ‘De regering hoopt dat zowel Zuid-Korea als Japan samenwerken om toekomstgerichte betrekkingen te ontwikkelen op basis van verzoening en vriendschappelijke samenwerking en daarbij de nare gebeurtenissen uit het verleden te boven te komen,’ zei Park tijdens een persconferentie.

    In 2019 legde Japan beperkingen op aan de uitvoer van belangrijke producten naar Zuid-Korea

    De buurlanden, beide Amerikaanse bondgenoten, liggen al tientallen jaren met elkaar overhoop over verschillende kwesties die hun oorsprong vinden in de periode van vijfendertig jaar (1910-1945) waarin het Koreaanse schiereiland bezet was door Japan. De twee landen zijn ook verwikkeld in een territoriaal geschil en zijn er niet in geslaagd de kwestie van de zogenaamde troostmeisjes, die tijdens de oorlog in Japanse militaire bordelen werkten, op te lossen.

    De betrekkingen tussen de landen bereikten in 2019 een dieptepunt toen Japan beperkingen oplegde aan de uitvoer van belangrijke producten naar Zuid-Korea en daarbij beweerde dat het Zuid-Korea niet vertrouwde en zich zorgen maakte over de nationale veiligheid. Zuid-Korea zei dat de maatregel van Japan in werkelijkheid een vergelding was voor de gerechtelijke uitspraak uit 2018 over compensatie voor dwangarbeid in oorlogstijd.

    Lees ook:

  • Oekraïne als wereldwijde doorvoerhaven voor sigarettensmokkel

    Oekraïne als wereldwijde doorvoerhaven voor sigarettensmokkel

    Volgens politie en justitie maken Oekraïense bedrijven deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld.’

    Vier jaar geleden reed een vrachtwagen met 12,5 miljoen sigaretten de Oekraïense havenstad Odessa binnen. Het leek een doodgewone lading tabak die vanuit Europa werd ingevoerd in Oekraïne, een van de landen met de hoogste aantallen rokers ter wereld. Maar een aantal dingen klopte niet. De sigaretten, van de merken Regina Blue en Regina Red waren niet voorzien van een accijnszegel. De waarschuwende teksten op de pakjes waren niet in het Oekraïens. En op de zijkant stond in kleine lettertjes: ‘For Duty Free Sale Only’. De autoriteiten vermoedden dat deze sigaretten voor de smokkel waren bedoeld.

    In het kort

    • Regina is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden.

    • China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, maar houdt zich daar niet aan.

    • ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld.’

    • Het overgrote deel van de geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen.

    Regina, herkenbaar aan de grote witte R met een gouden of zilveren kroontje, is lang niet zo’n bekend merk als Marlboro of Lucky Strike, maar het is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden. Het is een product van de China National Tobacco Corporation, kortweg China Tobacco of CNTC genoemd, een Chinees staatsbedrijf dat bijna de helft van alle sigaretten ter wereld produceert. Het heeft zich jarenlang alleen op de binnenlandse markt gericht, maar is de laatste tijd begonnen zijn sigaretten ook elders in de wereld nadrukkelijk aan de man te brengen. En die nieuwe markten zijn niet altijd legale markten, zo blijkt uit onderzoek van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP) en de Kyiv Post.

    Vanuit de enige Europese fabriek van China Tobacco, op een paar uur rijden ten noorden van Boekarest, is Oekraïne de afgelopen zeven jaar overspoeld met minstens een half miljard sigaretten. Volgens de fiscus en de vakvereniging van de grootste tabaksproducenten van Oekraïne worden de Chinese merken nergens legaal aangeboden. Uit aan het OCCRP gelekte Roemeense overheidsgegevens blijkt dat de fabriek beweerde de tabak legaal te exporteren naar veertien verschillende bedrijven in Oekraïne. Maar naar ten minste drie van deze bedrijven loopt een onderzoek wegens grootschalige sigarettensmokkel, zo werd door journalisten geconstateerd. Volgens politie en justitie maken ze deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld,’ zegt Luk Joossens, deskundige op het gebied van tabaksontmoediging. ‘Internationale bedrijven die exporteren naar plaatsen waar de markt niet lijkt aan te sluiten op de vraag.’ 

    Oekraïne als doorvoerhaven voor de smokkel naar Europa

    Oekraïne heeft al langer een slechte naam als doorvoerhaven voor illegale sigaretten, en het is nog steeds een van de grootste bronnen van sigarettensmokkel naar de EU.

    Door zijn ligging aan de oostelijke rand van het handelsblok en zijn tabaksprijzen, die veel lager zijn dan in de EU, is het land een paradijs voor smokkelaars.

    Daar komt bij dat de smokkel van tabak in Oekraïne wel verboden is, maar geen zwaar misdrijf. Onder jarenlange druk van de EU om de straffen te verhogen heeft president Volodymyr Zelensky in april eindelijk een wetsvoorstel ingediend om smokkel te bestraffen met maximaal twaalf jaar cel en een fikse boete.

    Het International Consortium of Investigative Journalists onthulde in 2009 dat grote sigarettenfabrikanten het jaar daarvoor bijna 130 miljard sigaretten hadden geproduceerd en ingevoerd: dertig procent meer dan in Oekraïne zelf kan worden geconsumeerd. Al die miljarden sigaretten zijn verdwenen op de markt, en dus mogelijk via illegale handel in de EU terechtgekomen.

    Protocol

    China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, waarin is vastgelegd wat overheden moeten doen om de smokkel en namaak van tabak tegen te gaan. Volgens dat protocol mogen tabaksproducenten bijvoorbeeld pas exporteren als ze hebben bewezen dat er op een bepaalde markt werkelijk vraag naar hun product bestaat. Verder moeten ze hun afnemers aan een achtergrondcheck onderwerpen en controleren of ze over de nodige registraties en vergunningen beschikken. China Tobacco lijkt dit allemaal niet te doen. Het heeft niet gereageerd op vragen. Maar de Roemeense dochteronderneming China Tobacco International Europe Company zegt zich wel aan alle relevante Roemeense en Europese wetgeving te houden en ‘onze risicobeheersingsmaatregelen te verbeteren’, bijvoorbeeld met een in 2019 ingevoerd track-and-tracesysteem om smokkel tegen te gaan. Het bedrijf gaat niet in op vragen over zijn Oekraïense afnemers en de aantijgingen daartegen.

    Het Oekraïense justitieonderzoek tegen de tabakssmokkel liep van 2017 tot eind december 2020, toen het werd afgesloten omdat fiscus en justitie geen verdachten hadden die ze konden vervolgen. Het onderzoek werd op 29 april [2021] heropend, een week nadat journalisten er vragen over hadden gesteld aan het OM. Hoewel de opsporingsdiensten vier jaar lang hebben geprobeerd klaarheid in de zaak te brengen, lijkt het erop dat ze belangrijke verbanden over het hoofd hebben gezien. Het is ook nooit gelukt hun onderzoek te coördineren met dat van de Roemeense politie, die aan haar kant van de grens de smokkel van sigaretten uit deze fabriek onderzocht.

    Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat

    Na de vondst in Odessa in mei 2017 bezwoer een directeur van Duty Free Odessa, het bedrijf dat de lading illegale Regina’s had gekocht, dat zij nog nooit eerder Chinese sigaretten had ingevoerd. Dat is niet waar. Uit Roemeense exportgegevens blijkt dat Duty Free Odessa een maand eerder, in april 2017, 12,5 miljoen Regina-sigaretten in Oekraïne had ingevoerd – een lading die blijkbaar aan de aandacht van de autoriteiten was ontsnapt. En een bedrijf met dezelfde eigenaar en directeur, Travel Retail Ukraine, importeerde in juli 2015 bijna 15,5 miljoen Chinese sigaretten. Maar justitie lijkt naar dat bedrijf helemaal geen onderzoek te hebben ingesteld, of zelfs maar te hebben opgemerkt dat een en dezelfde persoon eigenaar is van twee bedrijven die allebei grote hoeveelheden Chinese sigaretten hebben ingevoerd zonder daarvoor een importvergunning te hebben.

    Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat. Opsporingsdiensten noemen Chinese sigaretten vaak ‘cheap whites’ (een aanduiding voor illegaal in kleinere fabrieken gemaakte en voor de illegale export bedoelde sigaretten), zonder te erkennen dat ze geproduceerd worden door de grootste sigarettenfabrikant ter wereld, in een periode waarin die zijn internationale afzet probeert te vergroten.

    ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld’

    ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld,’ zegt Allen Gallagher van de Tobacco Control Research Group aan de universiteit van Bath. ‘Uit onderzoek blijkt dat dit mede komt doordat grote internationale tabaksbedrijven het land overspoelen met een overmaat aan producten, die dan doorsijpelen naar de EU. Door de verfijnde methoden waarmee de smokkelaars illegale producten verbergen, kan het voor de autoriteiten lastig zijn om daar paal en perk aan te stellen.’

    Zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine is ten dele eigendom van Vadym Sljoesarjev, een invloedrijke oud-medewerker van de grenswacht die nauwe banden onderhoudt met de huidige president van het land. Daarnaast heeft hij ook een naam opgebouwd met minder frisse praktijken. In april werd hij door de voormalige Georgische president Micheil Saakasjvili betiteld als ‘de grootste smokkelaar van de regio Charkiv’ – de noordoostelijke grensregio die een van de belangrijkste smokkelroutes van het land is. ‘Waarom staat hij niet op de lijst?’ vroeg hij zich op de Oekraïense tv af. (Sinds 2015 is Saakasjvili Oekraïens staatsburger en hij is korte tijd gouverneur van Odessa geweest.) Daarmee doelde hij op de aankondiging van sancties tegen vermeende smokkelaars. Wellicht, opperde hij, genoot Sljoesarjev ‘een zekere mate van immuniteit vanwege zijn politieke sympathieën’.

    Vadym Sljoesarjev, dienaar van het volk?

    Sljoesarjev werd in 2019 campagnemedewerker voor Zelensky, de voormalige tv-ster die eerst een president speelde in een tv-serie, om vervolgens echt president te worden.

    Om onduidelijke redenen werd Sljoesarjevs betrokkenheid bij de partij aanvankelijk stilgehouden. Lokale media kwamen erachter en noemden hem een ‘schaduworganisator’ van Zelenky’s team in de regio Charkiv, waar hij stemmen ronselde voor de verkiezingen van 2019. Het Oekraïense programma Schemes van Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) legde verbanden bloot tussen zijn bedrijven en vier parlementskandidaten van Zelensky’s partij. De website Censor.Net onthulde verder dat Sljoesarjev twee hotels zou bezitten op de Krim en daar via Rusland naartoe zou zijn gevlogen, ondanks het Oekraïense verbod.

    Dit lijkt zijn politieke carrière allemaal niet te hebben gehinderd. Zelensky bevestigde uiteindelijk aan journalisten van RFE/RL dat Sljoesarjev had samengewerkt met Pavlo Soesjko, het hoofd van zijn campagneteam in Charkiv. Sljoesarjev en Soesjko hebben allebei gewerkt bij het Oekraïense grenswachtagentschap. Na de verkiezingen trad Sljoesarjev uit de schaduw. Eerst werd hij freelance-adviseur voor Serhi Trofimov, adjunct-hoofd van Zelensky’s staf. Momenteel werkt Sljoesarjev niet meer voor Zelensky, aldus de voorlichters van de president. Sinds maart zit hij wel in een nieuwe politieke raad die de politieke strategie voor Zelensky’s partij Dienaar van het Volk moet uitstippelen. De partij heeft niet gereageerd op vragen.

    Nauwe banden met Zelensky

    Sljoesarjev heeft nauwe banden met president Zelensky, voor wie hij werkt sinds hij in 2015 opstapte als hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van het Oekraïense grenswachtagentschap. Tot die tijd had hij voor verschillende afdelingen van dat agentschap in de regio Charkiv gewerkt. Bij navraag door een journalist benadrukten opsporingsambtenaren dat ze geen bewijs hebben dat Sljoesarjev persoonlijk weet heeft van de smokkel, ook al zijn er bedrijven van hem bij betrokken. Hij is in 2017-2018 mede-eigenaar geworden van beide bedrijven, en hun betrokkenheid bij sigarettensmokkel dateert van voor die tijd. De andere mede-eigenaar, Ksenia Jabloekovska, verwierf al aandelen in beide bedrijven in 2015 of 2016, toen ze Chinese sigaretten in Oekraïne importeerden. Sljoesarjevs bedrijven hebben niet op vragen gereageerd. Ook pogingen om contact met hem te krijgen via de regeringspartij Dienaar van het Volk zijn op niets uitgelopen.

    Cig2
    De enige fabriek van China Tobacco in Europa bevindt zich op enkele uren rijden van de Roemeense hoofdstad Boekarest.

    Sljoesarjev werd officieel pas mede-eigenaar van de bedrijven nadat ze zich met smokkel hadden ingelaten, maar hun opkomst in de sigarettensmokkel valt wel samen met zijn loopbaan bij de Oekraïense grenswacht. Travel Retail Ukraine opende in 2012 een taxfreewinkel bij de douanepost in Hoptivka, aan de grens met Rusland. Sljoesarjev was destijds hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van de regio oost in het grenswachtagentschap, dat meer dan veertig van zulke grensovergangen naar Rusland beheert. In 2017, na zijn ontslag bij de grenswacht, werd hij mede-eigenaar van Travel Retail Ukraine. Datzelfde jaar kocht hij ook het bedrijf Frontera, eigenaar van het gebouw bij de grensovergang dat door de grenswacht van Charkiv wordt geleased, zo bleek uit onderzoek van het radioprogramma Schemes van de radiozender Radio Free Europe/Radio Liberty. Volgens de verslaggevers bezit dit bedrijf van Sljoesarjev ook panden bij de grensovergang van Hoptivka, waarin nu supermarkten en verzekeringsloketten zijn gevestigd. 

    ‘Het is veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen’

    Het OCCRP en de Kyiv Post hebben geen bewijs gevonden dat Sljoesarjev deze winkels voor smokkelpraktijken gebruikt, maar de sigaretten die bij de inval in Odessa in beslag zijn genomen, waren wel aangemerkt als bestemd voor taxfreeverkoop. Dat is een veelgebruikte list om verboden sigaretten het land in te smokkelen, volgens een rapport uit 2020 van consultancybureau Kantar. Volgens een rechercheur die de lading heeft onderzocht, waren die sigaretten duidelijk niet voor de verkoop in taxfreewinkels bedoeld. Hij sprak met de Kyiv Post en het OCCRP op voorwaarde van anonimiteit, omdat hij de media eigenlijk niet te woord mag staan. ‘Taxfreewinkels verkopen zulke sigaretten niet,’ legt hij uit, want de klanten van zulke winkels willen duurdere merken. ‘Waarom taxfree? Omdat je dan geen invoerheffing betaalt. Zo van: we slaan dit in voor onszelf. Maar ze verkopen die sigaretten niet zelf.’

    Kostjantyn Krasovsky, hoofd van de afdeling tabakscontrole van het Instituut voor Strategische Studies van het Oekraïense ministerie van Volksgezondheid, zegt dat het officiële toezicht op taxfreewinkels in Oekraïne ‘heel, heel zwak is’. Ze zijn daarom een ideaal kanaal voor de tabakssmokkel. ‘Op papier worden die sigaretten wel verkocht, zo komen ze in de boeken,’ legt hij uit. ‘Maar in werkelijkheid is het veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen. Die rijden er dan mee naar Polen, Hongarije, Roemenië enzovoort.’ 

    Rivera Grand en Motor Sich

    Een van de aandeelhouders van Rivera Grand, Oleh Polisjtsjoek, is betrokken bij een bedrijf dat verwikkeld is in een van de grootste Oekraïense controverses rond de invloed van China in het land.

    Hij is mede-eigenaar van Motor Sich Trade, een dochter van Motor Sich, een van de grootste strategischedefensiebedrijven van Oekraïne. In 2015 sloot een Chinees luchtvaartbedrijf met Motor Sich een samenwerkingsovereenkomst die onder meer de overdracht van Oekraïense technologie aan China behelsde. Dat werd een hele rel. Pogingen om een meerderheidsbelang in het bedrijf aan de Chinezen te verkopen zijn uiteindelijk verhinderd door de Oekraïense staatsveiligheidsdienst. In maart is de leiding van Motor Sich overgenomen door de regering, die zegt het bedrijf te willen nationaliseren. Motor Sich heeft niet gereageerd op vragen naar eventuele banden met Polisjtsjoek.

    Zwarte markt

    Of ze worden in Oekraïne op de zwarte markt verkocht. Verslaggevers hebben online en bij tabakshandelaren in Oekraïne tal van pakjes Regina-sigaretten kunnen kopen waarop stond dat ze ‘For Duty Free Sale Only’ waren. Ze leken allemaal te zijn geïmporteerd door een man die al in mei 2017 samenwerkte met Duty Free Odessa, de in Odessa woonachtige Georgische zakenman Turki Khalaf. 

    Khalafs bedrijf Global Tobac Co was de leverancier van de in 2017 in Odessa onderschepte lading. Ene Maksym Khalaf, die hetzelfde adres gebruikt als Turki, is eigenaar van weer een ander bedrijf dat tabak importeert, Empire Tobacco, dat in 2019 en 2020 meer dan 66 ton ruwe tabak kocht van China Tobacco’s Roemeense dochter. Op sommige illegale sigaretten troffen verslaggevers het logo van Empire Tobacco aan, met op de zijkant van het pakje een klein etiket met de tekst: ‘Made under authority of Global Tobac Co., Ltd Hong Kong.’ Khalaf wilde geen vragen beantwoorden.

    Cig4
    Hoptivka-checkpoint aan de grens van Oekraïne en Rusland. © dutyfreeunite.com

    Het is niet duidelijk wat Duty Free Odessa met de in 2017 onderschepte Regina’s van plan was, maar het bedrijf lijkt over de douane-inval te zijn getipt. Toen de agenten van de fiscale opsporingsdienst in mei met hun huiszoekingsbevel bij de grenspost aankwamen, had de directeur van het bedrijf, Joelja Tymosjenko, op het nippertje een manier gevonden om zelf de dans te ontspringen. Ze had per mail een brief verstuurd waarin ze de sigaretten weigerde aan te nemen en de lading doorverwees naar een Canadees bedrijf. Dat bedrijf zou de sigaretten naar de Georgische havenstad Batoemi hebben willen importeren, zo blijkt uit gerechtelijke stukken. Zo stuurde ze de opsporingsdiensten met een kluitje in het riet. Het Canadese bedrijf zei van niets te weten. En zonder duidelijke ontvanger kon er niemand voor deze contrabande worden vervolgd. ‘We hadden geen verdachten,’ zegt de betrokken rechercheur Jan Streljoek. 

    De fiscale rechercheurs werden ook gehinderd door collega’s van de staatsveiligheidsdienst. Op het moment dat ze de vrachtwagen wilden openmaken, kwamen zij vragen waar ze mee bezig waren, aldus een rechercheur die niet wil worden genoemd. Vervolgens weigerde de douane in Odessa de voor het onderzoek benodigde documenten af te staan, zodat de rechercheurs daarvoor eerst een gerechtelijk bevel moesten aanvragen. (De rechter stelde ze in het gelijk en beval de douane de documenten te overhandigen.) De staatsveiligheidsdienst ontkent deze aantijgingen.

    Toen de rechercheurs de documenten dan eindelijk in handen hadden, bleek Tymosjenko’s handtekening op de brief waarin ze de lading afwijst te zijn vervalst. Tymosjenko ‘zou een overeenkomst hebben gesloten met een directeur van China Tobacco, hun contract met de Chinezen. Maar de handtekening op de afwijzingsbrief verschilde van die op dat contract,’ zegt de rechercheur die anoniem wil blijven.

    Verslaggevers zijn afgereisd naar Dnipro, de Oekraïense stad op de centrale steppen waar zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine geregistreerd staat. Bij het flatgebouw waar ze officieel staan ingeschreven, was van enige bedrijfsactiviteiten niets te bespeuren – nog geen naambordje. De man die de deur opendeed, wilde de journalisten niet te woord te staan. Joelja Tymosjenko en mede-eigenaar Ksenia Jabloekovska waren allebei niet thuis toen journalisten van de Kyiv Post bij hen langsgingen. Op herhaalde vragen hebben ze niet gereageerd. Ook de staatsveiligheidsdienst wilde geen commentaar geven.

    Geneeskunde is androcentrisch

    ‘In Spanje zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen, vóór borstkanker. Vrouwen hebben twee keer zoveel kans om aan een hartaanval te overlijden: het sterftecijfer aan hartinfarcten is 9% bij mannen en 18% bij vrouwen. Daar zijn verschillende redenen voor. Vrouwen wachten langer voordat ze naar het ziekenhuis gaan en hun symptomen worden vaak verward met angsten.’ 

    Dit schrijven Lara Bonilla, Ricard Marfà en Idoia Longan in Woman’s body, man’s medicine, het opmerkelijke artikel waarmee ze dit jaar The Special Award van The European Press Prize wonnen.

    Geneeskunde is androcentrisch, ofwel: de man staat centraal. Dat betekent dat de resultaten van onderzoek naar verschijnselen bij mannen, worden geëxtrapoleerd naar vrouwen. Gaandeweg wordt echter steeds meer duidelijk dat dat op z’n zachtst gezegd een rare gang van zaken is, want symptomen, behandelingen en genezing voor eenzelfde ziekte zijn voor mannen en vrouwen misschien niet hetzelfde. Niet alleen hart- en vaatziekten en voortplantingsorganen verschillen, maar bijvoorbeeld ook mentale gezondheid, luchtwegaandoeningen, gewrichten en auto-immuunziekten.

    Het is een artikel dat je met stijgende verbazing leest: Huh? Was dit niet al veel langer bekend? Of, zoals een vroedvrouw stelt: ‘De mate van onwetendheid over het lichaam van de vrouw is ontstellend, zelfs bij sommige praktiserend artsen.’

    Honderden miljoenen sigaretten

    De onderschepte lading Regina’s is uiteindelijk vernietigd. Maar dat was maar een druppel in de zee aan Chinese sigaretten die Oekraïne voortdurend overspoelt. Van 2014 tot 2020 zijn honderden miljoenen sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao, afkomstig uit de Europese fabriek van China Tobacco, verscheept naar twee Oekraïense bedrijven die geen vergunning voor de import of distributie van tabak hebben. Naar beide bedrijven werd onderzoek gedaan in het kader van dezelfde grote smokkelzaak waarvoor Duty Free Odessa werd onderzocht. De onderzoekers verdenken ze ervan te worden ‘gebruikt als kopers of vervoerders’ van Chinese sigaretten voor andere landen.

    Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken

    Het is moeilijk na te gaan wat er met deze sigaretten na de invoer in Oekraïne is gebeurd, omdat ze niet via legale kanalen zijn verkocht. Maar sinds 2016 is het aantal inbeslagnames van sigaretten van merken van China Tobacco in Italië explosief gestegen – en veel van die sigaretten waren afkomstig uit Oekraïne. Volgens aan het OCCRP verstrekte gegevens van de Italiaanse opsporingsdiensten werd in Italië tussen 2017 en 2019 zo’n 41 ton aan gesmokkelde sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao in beslag genomen, waarvan 17 procent afkomstig uit Oekraïne. Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken, maar daarna is de situatie verder verslechterd, met name in de bezette gebieden, waar beide verdachte afnemers van China Tobacco gevestigd waren.

    Cig7
    De grenswacht bij de doorlaatpost Novotroitsk, zo’n 45 kilometer ten zuiden van het door Rusland bezette Donetsk. – © Yevgen Honcharenko

    De grootste afnemer, het bedrijf Rivera Grand Ltd., is gevestigd op de Krim. Het overgrote deel van de door Rivera Grand geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen. Sommige waren voorzien van het etiket ‘For Duty Free Sale Only’. De andere afnemer, Doninvest-99, is gevestigd in Donetsk, de grootste stad in de opstandige Donbas, waar al sinds maart 2014 een gewapend conflict woedt tussen door Rusland gesteunde separatisten en Kyiv-gezinde loyalisten. Bedrijven die op de Krim of in de Donbas waren geregistreerd werden het jaar daarna door Oekraïne verplicht te verhuizen naar gebied dat in handen was van de regering, om hun activiteiten daar wettelijk voort te zetten en belasting te betalen. Dat hebben Rivera Grand en Doninvest-99 niet gedaan. Beide bedrijven waren niet bereikbaar voor commentaar.

  • Erdogan heeft grote expansieplannen in Afrika

    Erdogan heeft grote expansieplannen in Afrika

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    » Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Turkije versterkt zijn positie in Afrika

    In de Somalische hoofdstad Mogadishu staat het Recep Tayyip Erdogan-ziekenhuis, vernoemd naar de Turkse president. Dat is opmerkelijk, want gezien het geweld trekt Mogadishu weinig buitenlanders aan. Behalve Turken dus. Een Turks bedrijf renoveerde de haven en exploiteert die nu. Een ander Turks bedrijf runt een hotel en de internationale luchthaven. Met Turks ontwikkelingsgeld hebben Turkse bedrijven het parlementsgebouw en verkeersaders in de stad hersteld. Turkse officieren hebben meer dan 5000 Somalische soldaten en politiecommando’s opgeleid en uitgerust. Het zijn allemaal voorbeelden van de expansieplannen van Erdogan, meldt The Economist

    Turkse bedrijven hebben naar schatting voor 78 miljard dollar aan projecten in Afrika voltooid

    In 2009 had Turkije slechts enkele diplomatieke missies in Afrika. Nu zijn het er 43. Turkish Airlines vloog in 2004 op vier Afrikaanse steden, nu zijn dat er ruim 40. De handel met het continent steeg tot 29 miljard dollar vorig jaar, waarvan 11 miljard dollar met Afrika bezuiden de Sahara: een bijna achtvoudige toename sinds 2003. Hetzelfde geldt voor de bouwsector, waar Turkse bedrijven knabbelen aan de dominante positie van Chinese bedrijven. Turkse bedrijven hebben naar schatting voor 78 miljard dollar aan projecten in Afrika voltooid, waaronder luchthavens, stadions en moskeeën. Vorig jaar verwierf een Turks bedrijf een contract van 1,9 miljard dollar van Tanzania voor de aanleg van een spoorlijn.

    Twee decennia geleden keek Turkije amper naar dat continent en droomde het van toetreding tot de Europese Unie. Naarmate de betrekkingen met het Westen bekoelden, is Turkije zich steeds meer gaan richten op Afrika. 

    Lees ook:

  • Waarom de Verenigde Arabische Emiraten massaal wapens inkopen

    Waarom de Verenigde Arabische Emiraten massaal wapens inkopen

    Abu Dhabi breidt zijn militaire capaciteit uit en versterkt zijn macht in het Midden-Oosten door historische contracten te sluiten met Frankrijk en Zuid-Korea, en te onderhandelen met Israël.

    De recente aanvallen op de VAE door raketten en drones van de sjiitische Houthi-rebellen uit Jemen toonden weer aan hoe kwetsbaar deze stadstatenfederatie in de Golf van Perzië is. Haar economie steunt op een uitgebreide energie-infrastructuur, internationale knooppunten in de vorm van enorme luchthavens en grotendeels buitenlandse arbeidskrachten.

    De VAE zitten in de door Saudi-Arabië geleide militaire coalitie die vecht tegen de Houthi’s in Jemen. Ze hebben een van de krachtigste luchtverdedigingssystemen in de regio. Deze bestaat voornamelijk uit Amerikaanse wapens, zoals de wat oudere HAWK-raket, de effectievere Patriot PAC-3-raket en het THAAD-luchtverdedigingssysteem dat voor het eerst dit jaar in gevechtshandelingen werd gebruikt en een Houthi-raket vernietigde. Deze raketbatterijen beschermen luchthavens, olie- en gasinstallaties en militaire bases. Hoewel dit een prima verdedigingssysteem is, lukt het de Houthi’s nog steeds om er bressen in te slaan, zoals in Abu Dhabi, waar ze de luchthaven en een brandstofdepot beschadigden, waarbij drie mensen om het leven kwamen.

    Van de VN naar het voorzitterschap van Interpol

    Als teken van hun toenemende invloed op het internationale toneel, bezetten de Verenigde Arabische Emiraten sinds begin dit jaar als niet-permanent lid een zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die ze zullen behouden tot eind 2023. Het land heeft zich in 1971 aangesloten bij de VN en ook al een Veiligheidsraadszetel bezet in de periode 1986-1987, aldus de Saoedische krant Arab News. In oktober 2021 waren de Emiraten al in de Mensenrechtencommissie van de VN gekozen. En in november van datzelfde jaar haalde het land het voorzitterschap binnen van Interpol. Dat wordt sindsdien bekleed door Ahmed Naser Al-Raisi. De benoeming van deze voormalige inspecteur-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Emiraten leidde tot nogal wat polemiek vanwege verdenkingen van marteling. Sinds vorige week wordt er in Parijs onderzoek naar hem gedaan inzake ‘marteling’ en ‘barbaarse praktijken’.

    Oorlog in Jemen

    De VAE kunnen meer van dergelijke aanvallen verwachten, gezien hun hernieuwde betrokkenheid bij de oorlog in Jemen, waarbij volgens schattingen van de Verenigde Naties al zo’n 377.000 doden vielen. De door Iran gesteunde Houthi’s verliezen weliswaar terrein op milities die steun krijgen van de VAE, maar de tegenaanvallen van de Houthi’s noodzaken de VAE hun gelaagde luchtverdedigingssysteem te versterken met nieuwe en zeer effectieve wapens van uiteenlopende leveranciers. Zo hopen ze de bevoorradingsproblemen waar Saoedi-Arabië momenteel mee kampt te vermijden. Het koninkrijk heeft het afgelopen jaar zo veel Houthi-raketaanvallen afgeweerd dat het nu een nijpend tekort heeft aan Patriot-raketten. Versnelde leveringen uit de Verenigde Staten zijn mogelijk niet voldoende om deze leemte op te vullen. 

    Koorddansersdiplomatie

    Sinds 2011 spelen de Verenigde Arabische Emiraten ‘al een krachtpatsersrol in het Midden-Oosten, waarbij ze niet aarzelden krachtige militaire middelen in te zetten om de gevolgen van de Arabische Lente de kop in te drukken’, meldt Mohammed Barhouma op de site Sada. Maar tegenwoordig lijken ze vastbesloten ‘communicatie, diplomatie en bemiddeling te laten prevaleren om problemen met hun regionale rivalen en tegenstanders te vermijden’. Ze liggen niet openlijk meer overhoop met Qatar en hebben zich verzoend met Turkije door middel van een bezoek van Mohammed bin Zayed aan Ankara in november 2021, gevolgd door een bezoek van de Turkse president aan Abu Dhabi in februari 2022. Maar vooral bemiddelen ze als ware ‘koorddansers’ tussen twee landen die elkaars gezworen vijanden zijn, namelijk Israël en Iran. Ze cultiveren hun vriendschaps- en partnerschapsbanden met Israël en werken tegelijkertijd aan een minder gespannen relatie met Iran. Aan het met name door de Amerikanen gedecreteerde embargo tegen Iran hebben ze toch al nooit echt meegedaan, aangezien dat land hun op vier na grootste exportmarkt is voor niet-aardolieproducten.

    Wapendeals

    In hun streven naar een gelaagde luchtverdediging hebben de VAE gekozen voor de aankoop van voornamelijk Zuid-Koreaanse en Israëlische raketten, al is het grootste deel van de wapens nog steeds van Amerikaanse makelij. De HAWK-raket, die stamt uit 1959, is na een groot aantal upgrades nu vrijwel definitief verouderd. Hij ruimt het veld voor Zuid-Koreaanse luchtdoelraketten voor de middellange afstand (Cheongung 2) evenals bestaande Patriot-batterijen.

    De verkoop aan de VAE van deze geavanceerde raketten, inclusief bijbehorende radars, levert Zuid-Korea 3,5 miljard dollar op

    De verkoop aan de VAE van deze geavanceerde raketten, inclusief bijbehorende radars, levert Zuid-Korea 3,5 miljard dollar op. Nooit eerder sloot het land zo’n grote wapendeal. Beloften van nauwe samenwerking bij de ontwikkeling van raketten maken deel uit van de overeenkomst. De Cheongung 2-raket is gedeeltelijk afgeleid van de zeer effectieve Russische S-400, heeft een bereik van veertig kilometer en kan meerdere doelen tegelijk aanvallen. Hij is bovendien zeer goed bestand tegen elektronische storing.

    Ondanks de omvang van de Zuid-Koreaanse deal, zou Israël het meest kunnen profiteren van de wapenbehoefte van de VAE. De Emiraten voeren besprekingen met Israël over de aankoop van de Barak 8- of van de Spyder-luchtverdedigingsraketsystemen. De eerste Zuid-Koreaanse wapens komen pas in 2024; de VAE zien de Israëlische systemen als een tussenoplossing.

    Een beeld scheppen van een modern land 

    ‘Het mooiste gebouw op aarde opent zijn deuren,’ juichte de VAE-site Al-Ain op 22 februari jongstleden. Het betreft het Museum van de Toekomst, ‘een architectonisch icoon dat laat zien dat de Verenigde Arabische Emiraten klaar zijn voor de uitdagingen van de toekomst’. Het voegt zich bij andere ‘toonaangevende gebouwen’ van de hand van sterarchitecten, zoals het Louvre in Abu Dhabi van de Fransman Jean Nouvel, het Nationaal Museum van de Brit Norman Foster of een toekomstig Guggenheim-filiaal van de Amerikaan Frank Gehry. De VAE herbergen ook enkele gerenommeerde buitenlandse universiteiten, zoals de Sorbonne, American University en de London Business School. Om hun soft power te consolideren en een beeld te scheppen van een modern land hebben ze het burgerlijk huwelijk voor niet-moslims ingevoerd en het weekend, dat in de meeste moslimlanden op vrijdag begint, naar zaterdag en zondag verplaatst.

    Barak 8

    De geavanceerde Barak 8 is ook gekocht door het Indiase leger. Azerbeidzjan zou een Barak 8 hebben gebruikt om een ​​geavanceerde Iskander-raket neer te schieten, die door Armenië was afgevuurd in de oorlog die in 2020 tussen de twee landen woedde. De raket heeft een groter bereik dan zijn Zuid-Koreaanse tegenhanger en kan meerdere doelen tegelijk vernietigen.

    De VAE zijn in gesprek met Israël om de Iron Dome te kopen

    De meeste ballistische raketten van de Houthi’s zijn succesvol onderschept, maar met hun met explosieven volgeladen drones lukt het hen nog wel vaak om doel te treffen. Om dit gat in hun luchtverdediging te dichten, zijn de VAE ook in gesprek met Israël om de Iron Dome te kopen. Dit systeem, dat Israël zelf gebruikt om projectielen uit de Gazastrook te neutraliseren, biedt een extra verdediging tegen langzamere, laagvliegende drones en kruisraketten. Daarnaast betekent een verdieping van de veiligheidssamenwerking dat de twee landen steeds meer inlichtingen met elkaar zullen delen. De VAE, met hun nieuwe, geavanceerde, gelaagde raketverdediging, zouden een waarschuwingssysteem voor mogelijke raketaanvallen vanuit Iran op Israël kunnen opzetten. Israël wint dan kostbare tijd voor de lancering van zijn eigen onderscheppingsraketten.

    De VAE wenden zich niet alleen tot andere landen om hun honger naar wapens te stillen. Door miljarden te spenderen aan onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s heeft de federatie van stadstaten haar eigen defensie-industrie een oppepper gegeven. 

    In 2021 lanceerde Halcon, een leverancier van precisiegeleide wapens in Abu Dhabi, zijn nieuwe luchtverdedigingssysteem SkyKnight. Het is ontworpen om helikopters, onbemande luchtvaartuigen (UAV’s, Unmanned Aerial Vehicles) en raketten te vernietigen. Het is gemaakt om doelen op korte afstand (tot tien kilometer) te onderscheppen. Samen met de Iron Dome en het bestaande Russische Pantsir-luchtverdedigingssysteem, levert het een indrukwekkend gelaagd verdedigingsnetwerk op.

    Een militaire industrie

    De Verenigde Arabische Emiraten ‘gaan over op plaatselijke wapenproductie om hun nu nog grotendeels van koolwaterstof afhankelijke economie te diversifiëren en minder aangewezen te zijn op buitenlandse leveranciers’, meldt financieel persbureau Bloomberg. Daartoe hebben de VAE enkele miljarden euro’s in hun defensie-industrie geïnvesteerd, met opmerkelijk resultaat.

    Het in 2019 opgerichte bedrijf Edge, gespecialiseerd in ‘autonome technologie’ en ‘slimme projectielen’, is een van de paradepaardjes van de defensie-industrie van de VAE. In 2020 was de holding, die is gevestigd in Abu Dhabi en vijfentwintig ondernemingen telt, goed voor 1,3 procent van de mondiale wapenverkoop en bezette daarmee de tweeëntwintigste plaats op de wereldranglijst van defensieondernemingen, aldus Bloomberg. Edge heeft zich razendsnel ontwikkeld tot een succesvolle exporteur. Het dochterbedrijf Halcon heeft in 2021 een nieuw luchtafweersysteem voor de korte afstand (10 kilometer) gelanceerd, SkyKnight geheten, dat is bedoeld voor het onderscheppen van helikopters, drones en raketten. En het heeft bevestigd projectielen voor het afweersysteem SkyKnight te hebben verkocht aan het Duitse defensiebedrijf Rheinmetall AG.

    Geavanceerd systeem

    De Emiraten beschikken over een van de meest geavanceerde luchtverdedigingssystemen in de Golfregio. Met deze nieuwe moderne wapens zullen ze elke beschermingslaag verbeteren en hiaten in vorige systemen dichten, waardoor groepen of landen er veel moeilijker doorheen kunnen breken. En door een intensiever gebruik van Saoedische en Amerikaanse sensorinformatie zijn inkomende raketten en drones sneller te herkennen en te vernietigen.

    De VAE streven niet alleen naar versterking van hun luchtverdediging. De kleine maar goed opgeleide luchtmacht krijgt een enorme impuls, getuige de in december aangekondigde aankoop van tachtig geavanceerde Franse multifunctionele Rafale-gevechtsvliegtuigen. Kosten: 18 miljard dollar, waarmee de grootste Franse wapendeal ooit een feit is.

    Volgens het International Institute for Strategic Studies (IISS) bezitten de Emiraten 156 gevechtsvliegtuigen. Als daar 80 zeer effectieve Rafales bij komen, neemt de gevechtskracht van de VAE aanzienlijk toe, waardoor de machtsverhoudingen in de regio nog verder in hun voordeel uitvallen. Hierdoor zullen de Emiraten hun robuuste buitenlandse beleid en de oorlog in Jemen kunnen voortzetten, in de wetenschap dat hun kwetsbaarste plekken, steden en luchthavens een stuk beter beschermd zijn tegen aanvallen van Houthi’s.

  • Kazachse handelsmissie in Afghanistan moet hongersnood afwenden

    Kazachse handelsmissie in Afghanistan moet hongersnood afwenden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Steeds meer vrouwen en Amerikanen van kleur schaffen wapens aan

    » Drie doden bij Soedanese protesten tegen het militair bewind

    Kazachse missie in Afghanistan

    Bachyt Soeltanov, de Kazachse minister van Handel, bracht onlangs een bezoek aan Kaboel, bericht Euractiv. Eerder voerde een speciale vertegenwoordiger van de president van Kazachstan ook al besprekingen met de Taliban. Diplomaten beschouwen de bezoeken aan Afghanistan als pogingen om een humanitaire catastrofe en massale migratie te voorkomen die de bredere regio, inclusief Europa, zou kunnen treffen. Volgens de VN lijden 23 miljoen mensen, ongeveer 55 procent van de bevolking, extreme honger, en riskeren bijna 9 miljoen mensen hongersnood nu de winter is aangebroken.

    Ruim de helft van alle export van Kazachs meel en meer dan 10 procent van de graanexport gaat naar Afghanistan

    Soeltanov verklaarde dat Kazachstan zal vasthouden aan het beleid van niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Afghanistan. ‘We staan traditioneel voor een vreedzaam, verenigd, onafhankelijk en welvarend Afghanistan, vrij van terrorisme en drugsgerelateerde misdaad. Het Afghaanse volk heeft het recht om zijn eigen toekomst te bepalen op zoek naar duurzame vrede en ontwikkeling.’

    Ruim de helft van alle export van Kazachs meel en meer dan 10 procent van de graanexport gaat naar Afghanistan.

    Lees ook:

  • ‘Sommigen geloven dat je door een tijger te eten, zelf een tijger wordt’

    ‘Sommigen geloven dat je door een tijger te eten, zelf een tijger wordt’

    Na een pandemie van meer dan een jaar die waarschijnlijk veroorzaakt is door de illegale handel in wilde dieren, lijkt deze handel nog steeds in blakende gezondheid te zijn. Niet alleen levende, ook dode tijgers en soortgenoten zijn zeer gewild.

    De inbeslagname van goederen die onderweg waren van Nigeria naar Vietnam was alleen wat omvang betreft al schrikbarend. De Nigeriaanse douane onderschepte, in samenwerking met de Britse grenswacht, een lading van 10 ton slagtanden, botten en schubben die naar schatting afkomstig waren van 709 olifanten, 11 leeuwen en 10.658 schubdieren.

    Na een pandemie van meer dan een jaar die waarschijnlijk veroorzaakt is door de illegale handel in wilde dieren – en die meer dan twee miljoen gemelde doden en biljoenen dollars heeft gekost – lijkt die handel nog steeds in blakende gezondheid te zijn.

    Het opmerkelijkst aan de inbeslagname in januari 2021, afgezien van de onthutsende aantallen bedreigde dieren met een marktwaarde van meer dan 16 miljoen dollar, is de aanwezigheid van de leeuw. Natuurexperts denken dat Afrikaanse leeuwen slachtoffer zijn geworden van de schimmige handel in tijgers.

    Gestimuleerd door de schijnbaar onverzadigbare vraag uit Vietnam en China en geleid door criminelen uit Laos en Thailand, is de druk op tijgerpopulaties zo ernstig dat delen van leeuwen, die in Afrika relatief makkelijker te krijgen zijn, gebruikt worden als vervanging om de markt te bedienen.

    Zwakke rechtshandhaving en corruptie

    Freeland, een antismokkel-ngo en partner van The Independent in de campagne ‘Stop de illegale handel in wilde dieren’, denkt dat de handel in tijgers, waarvan er nu wereldwijd minder dan vierduizend in het wild leven, geleid wordt door ‘Tiger Queens’ in heel Zuidoost-Azië.

    Net als in de Netflix-serie Tiger King fokken die dealers hun eigen tijgers, zogenaamd voor toerisme en instandhouding, wat in Thailand en Laos is toegestaan. Maar veel van die fokkerijen, die geregistreerd staan en ‘dierentuinen’ worden genoemd, laten in werkelijkheid geen toeristen toe of doen dat alleen om hun echte winstoogmerk te verdoezelen: de verkoop en heling van tijgerdelen.

    Volgens het Environmental Investigation Agency (EIA) zijn zo’n half dozijn onderkomens waar tijgers gevangenzitten betrokken bij de handel in tijgerproducten. Multinationale, criminele syndicaten maken misbruik van de zwakke rechtshandhaving en corruptie, terwijl ze profiteren van de hoge prijzen die betaald worden voor zeldzame en bedreigde dieren.

    Steve Galster, de oprichter van Freeland, zei: ‘Vanwege het strengere toezicht en omdat er meer aandacht is voor de handel, besloten de tussenpersonen in Laos hun eigen infrastructuur voor het fokken van wilde dieren te ontwikkelen. Daarmee willen ze ten eerste witwaskanalen opzetten – van elk dier dat van Thailand naar Laos werd gesmokkeld, kon op papier worden aangetoond dat het afkomstig was uit fokkerijen in Laos. Ten tweede willen ze hun eigen dieren fokken en minder afhankelijk zijn van onbetrouwbare Thaise leveranciers, die óf als smokkelaars gepakt werden óf hun prijzen verhoogden als compensatie voor duurdere maatregelen om het verscherpte toezicht te omzeilen.’

    Bij een politie-inval in december 2020 werden ter plekke zes tijgerkarkassen en een afgehakte tijgerkop aangetroffen

    Volgens Freeland is de Mukda Tiger Park Farm, in Noordoost-Thailand aan de grens met Laos, zo’n tijgerfokkerij. Uit onderzoek dat Freeland aan The Independent heeft laten zien, blijkt dat de ‘dierentuin’ in de zomer van 2020 zo’n dertig tijgers bevatte en levende welpen en volwassen tijgers de grens over bracht. Bij een politie-inval in december 2020 werden ter plekke zes tijgerkarkassen en een afgehakte tijgerkop aangetroffen. Een DNA-analyse van de levende tijgers wees uit dat ze genetisch niet verwant waren aan de andere, wat erop duidt dat ze van elders het land in waren gesmokkeld.

    Volgens Galster beweerden de eigenaren van de fokkerij dat ze de zes skeletten wilden opzetten, wat volgens de Thaise wet nog steeds legaal is. Dr. Mark Jones van de organisatie Born Free schat dat er in Zuidoost- en Oost-Azië meer dan 8300 tijgers in gevangenschap leven, vergeleken met 5000 in de VS.

    Een andere organisatie, Vannaseng, is in verband gebracht met een tijgerfokkerij en een apenfokkerij in de buurt van Vientiane, de hoofdstad van Laos. Freeland meent dat de directeur ervan, Viengnasone Ounalom, de schoondochter is van de directeur-generaal van de Laotiaanse douane.

    The Guardian schreef dat het bedrijf in 2014 van de Laotiaanse regering toestemming kreeg om 20 ton tijgervellen, botten en klauwen te verhandelen ter waarde van 1,2 miljoen dollar, in een land waarin 80 procent van de bevolking van minder dat 2,50 dollar per dag leeft. Vannaseng reageerde niet op een verzoek van The Independent om commentaar te geven op de activiteiten van het bedrijf en de staat van de dierenvoorzieningen.

    De Convention on International Trade in Endangered Species (CITES), waar alle Aziatische landen behalve Noord-Korea en Turkmenistan aan deelnemen, roept al sinds 2007 op een eind te maken aan het fokken van tijgers om handel mee te drijven. Sommige leden van de pro-fokkerijlobby betogen dat het fokken van tijgers de druk op in het wild levende tijgerpopulaties vermindert, maar dat wordt gelogenstraft door het almaar afnemende aantal wilde tijgers.

    Mazen in de wetten

    Volgens het World Wildlife Fund ondermijnen de tijgerfokkerijen de pogingen om het verbod op de handel in tijgerproducten af te dwingen. Het meent ook dat tijgerfokkerijen ertoe bijdragen om ‘de vraag ernaar te laten voortduren en toenemen’, omdat hun bestaan ‘die producten legitimeert en normaliseert in een gebied dat momenteel een grote en duurzame groei van consumentenklassen doormaakt’.

    In Laos en Thailand bestaan wetten die de landen dwingen zich te houden aan hun CITES-verplichtingen, maar veel mensen zeggen dat er onaanvaardbare mazen in die wetten zitten. Een rapport van de Environmental Investigation Agency uit 2019 wijst erop dat vergunningen om tijgers te fokken en te vervoeren vrij eenvoudig te krijgen zijn, en dat er ‘geen voorschrift’ bestaat om de handel in producten die delen van tijgers bevatten tegen te houden. Het rapport Op het slagersblok – de Mekong-route van de tijgerhandel richt zich vooral op de rol van de Speciale Economische Zones in de regio, zoals de Golden Triangle Speciale Economische Zone (GTSEZ), die in Laos ligt, maar feitelijk bestuurd wordt door een Chinees bedrijf.

    De GTSEZ wordt, met een leaseovereenkomst van negenennegentig jaar met de Laotiaanse regering, bestuurd door het in Hong Kong geregistreerde bedrijf de Kings Roman Group, dat op de sanctielijst van het Amerikaanse ministerie van Financiën staat wegens betrokkenheid bij illegale activiteiten zoals het smokkelen van drugs, mensen en dierlijke producten.

    Het ministerie verklaart dat miljardair Zhao Wei, die de controle heeft over de regio, en zijn vrouw Su Guiqin, directeur van het bedrijf die in een artikel in de South China Morning Post de ‘Koningin van de Speciale Economische Zone Golden Triangle’ wordt genoemd, ‘de GTSEZ uitbuiten om deel te nemen aan de smokkel van bedreigde en kwetsbare dieren, waaronder Aziatische zwarte beren, schubdieren, tijgers, neushoorns en olifanten’.

    Het kroonjuweel van het gebied van 100.000 hectare is het Kings Roman Casino, dat zeer in trek is bij Vietnamese en Chinese bezoekers. De muntsoort die er wordt gebruikt, is de Renminbi en buiten patrouilleren vaak Chinese agenten.

    Debbie Banks van de EIA noemt wat zich afspeelt in die speciale economische zones ‘door Chinezen geleide activiteiten die wetteloze gebieden opleveren waar misdaden tegen dieren kunnen worden gepleegd’. Ze suggereert ook dat er in het gebied minstens twee faciliteiten zijn met tientallen tijgers, waar producten als tijgerbotwijn makkelijk verkrijgbaar zijn.

    Tijgerfokkerijen maken deel uit van een bredere tijgerhandel die al eeuwen bestaat en gevoed wordt door de vraag naar delen van tijgers in Zuidoost- en Oost-Azië. Die delen worden voornamelijk gebruikt voor medicijnen die gebaseerd zijn op de traditionele Chinese geneeskunde.

    Debbie Banks legt uit: ‘Tijgerbotten worden in Vietnam tot een lijmachtige substantie gekookt waar ze tijgerlijm van maken. In China worden ze op twee manieren gebruikt: vermalen tot een poeder dat als ingrediënt wordt gebruikt binnen de traditionele geneeskunde of geweekt in rijstwijn om tijgerbotwijn te maken, die op de markt wordt gebracht als een gezondheidsproduct of als een prestigieus cadeau.’

    Het eten van tijgervlees wordt door sommigen als luxueus beschouwd, net zoiets als een goede champagne, en de botten als een geneesmiddel

    De groei van de middenklasse in die twee landen verklaart voor een groot deel de aanhoudende vraag naar tijgerproducten: het eten van tijgervlees wordt door sommigen als luxueus beschouwd, net zoiets als een goede champagne, en de botten als een geneesmiddel. ‘Sommigen geloven dat ze door een tijger te eten net als een tijger worden,’ zei Steve Galster.

    Waar illegale handel wordt gedreven, komt onvermijdelijk fraude voor. Toen het moeilijker werd om tijgers te stropen, en landen als Thailand en China strengere beperkingen op de handel legden, begonnen natuurbeschermers delen van leeuwen te ontdekken in geconfisqueerde vrachten. Ze veronderstelden dat het substituten voor zeldzamer delen waren.

    Leeuwenskeletten zijn in grote aantallen beschikbaar in Zuid-Afrika, vanwege de populariteit van de jacht op grote dieren aldaar. In een rapport uit 2017 van Born Free met als titel ‘Cash Before Conservation’ staat dat Zuid-Afrika de grootste exporteur van leeuwenbotten en -skeletten naar het Verre Oosten is. Het land heeft tussen 2008 en 2015 98 procent van de leeuwenkarkassen naar Vietnam of Laos gestuurd.

    En dus hebben de Tiger Queens hun blik nu grotendeels op Afrika gericht. Freeland wijst erop dat er een onderzoek loopt naar een Laotiaanse tijgerfokkerij die een dochteronderneming in Zuid-Afrika heeft geopend. Intussen zijn mensen zoals Vixay Keosavang, een inwoner van Laos, nog op vrije voeten, ondanks het feit dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in 2013 een beloning van een miljoen dollar heeft uitgeloofd voor informatie over zijn netwerk voor het smokkelen van wilde dieren van Afrika naar Azië.

    Monster in de hoek

    Freeland heeft diverse autoriteiten ingelicht over Keosavangs netwerk, en dat leidde tot elf arrestaties, vier vervolgingen en miljoenen in beslag genomen dollars. Het lijkt er dus op dat Keosavangs netwerk niet meer bestaat, maar zelf blijft hij onvindbaar en de Tiger Queens zorgen dat de zaken doorgaan.

    Galster legt uit: ‘De syndicaten die wilde dieren smokkelen en verbonden zijn met de fokkerijen in Laos en Thailand, sturen tussenpersonen naar Zuid-Afrika om voor duizend dollar leeuwenkarkassen te kopen, die ongeveer vijfentwintig keer goedkoper zijn dan karkassen van volwassen tijgers. Diezelfde personen zijn uiteindelijk overgestapt op hoorns van rhinocerossen.’ Natuurbeschermers luiden nu de noodklok over leeuwenpopulaties in Afrika, die sinds 1994 met de helft zouden zijn gekrompen.

    Debbie Banks van de EIA vertelt nog dat verkopers en consumenten het verschil tussen tijger- en leeuwenbotten zonder een DNA-test niet kunnen zien. En vanwege de pandemie vindt de handel nu bijna helemaal online plaats.

    De EIA ontdekte onlangs een Chinees bedrijf in Vientiane dat adverteerde met producten van tijgerbotten op WeChat, een berichten-app van het Chinese Tencent, dat vorig jaar een blog vrijgaf met als titel ‘Het is belangrijker dan ooit om een eind te maken aan de illegale handel in bedreigde diersoorten’.

    Steve Galster: ‘Het is een grote, etterende wond, een monster dat we in een hoek hebben geplaatst. En het probleem is moeilijk aan te pakken omdat de fokkerijen geleid worden door zeer invloedrijke mensen en omdat het om grote hoeveelheden dieren gaat.’

  • Deze heilige man verdient miljoenen. De CEO van Patanjali Ayurved Ltd.

    Deze heilige man verdient miljoenen. De CEO van Patanjali Ayurved Ltd.

    Ramdev vergaart als yogagoeroe en succesvol entrepreneur meer macht dan welke zakenman in India dan ook, misschien zelfs wel meer dan de premier. Hij lijkt wel een Indiase versie van Donald Trump. Een zakenman met entertainmentkarakter en een hoogst flexibele relatie tot de waarheid. ‘Sommige bedrijven gaan aan controverses ten onder,’ zei hij ooit in een interview, ‘wij bloeien daardoor pas echt op.’

    De CEO neemt de houding aan die zijn handelsmerk is geworden. Hij trekt zijn naakte, behaarde buik zover in dat er een holte ontstaat, zijn borstpieren zwellen op. Hij ademt in, secondenlang gaat de lucht naar binnen en dan ademt hij, langzaam en diep, weer uit. De CEO zit met zijn benen gekruist op een podium, in het verblindend felle licht van spotlights, zijn lichaam en voorhoofd glimmen van het zweet. Hij heeft een oranjerode lap om zijn heupen, een zwartgrijze stoppelbaard en een paardenstaart. Zijn naam: Baba Ramdev.

    Het podium staat aan de korte kant van een lange, hoge hal. Het is er schemerig en koel, een graad of tien misschien, en het ruikt er naar allerlei soorten zweet. Op de vloer, in rijen van de ene kant van de hal naar de andere, zitten jonge mannen en vrouwen op dunne matjes, hun benen gekruist, handpalmen omhoog, ogen gesloten. De vrouwen hebben doeken en dekentjes om hun hoofd en lichaam en vaak dikke wollen sokken aan. De mannen zijn blootsvoets en hebben een oranje lap omgeslagen, hun bovenlichaam is naakt. ‘Oeeeem’ roept de CEO in zijn headset. ‘Oeeeem’ echoot de hal en ademt diep uit, secondenlang, en weer in, langzaam en diep.

    Op het buitensporig grote filmdoek achter het podium is nu eens een close-up van Ramdev, dan weer een van iemand uit de zaal te zien. Vier mannen staan, als in een televisiestudio, achter grote, verrijdbare camera’s te filmen. ‘Op deze manier bereiken we de allesomvattende verandering, de revolutie, de ultieme goddelijke transformatie van het zelf,’ roept Ramdev. Hij spreekt Hindi doorspekt met Engels: change, revolution, divine self, transformation, een paar keer boert hij, zijn woorden worden begeleid door een zachte melodie, naast het podium zit een jonge panfluitspeler.

    Zelfbenoemde heilige

    Ramdev is een van de meest vooraanstaande yogagoeroes van India met zijn 1,3 miljard inwoners. Zijn naam staat voor de eenheid van lichaam en geest, voor spirituele zuiverheid en verlichting, voor het moeizame streven naar moksha, de bevrijding uit de kringloop van de eeuwige reïncarnatie, het hoogste levensdoel van het hindoeïsme. Ramdev is een baba, een zelfbenoemde heilige man.

    En Ramdev is een prominent ondernemer, mede-eigenaar van Patanjali Ayurved Ltd., omzet meer dan een miljard dollar, ruim 30.000 werknemers, meer dan 2500 producten. Tandpasta, geneeskrachtige kruidenmoes, linzenmeel, geklaarde boter, haarolie, tabletten voor de spijsvertering – Patanjali fabriceert alles wat Indiase huishoudens voor hun dagelijks gebruik nodig hebben.

    Naast de internationale consumptieartikelgiganten Hindustan Unilever, Nestlé en Procter & Gamble, die de Indiase markt domineren, is Patanjali weliswaar een dwerg en zijn omzet een fractie van die van de grote jongens, maar de dwerg ontwikkelt zich bliksemsnel. Patanjali is een van de snelst groeiende fabrikanten van consumptieartikelen in het land, de Indiase industrie- en handelsvereniging beschouwt de onderneming van yogagoeroe Ramdev als ‘de meest disruptieve kracht in de markt’.

    Een heilige man die als ondernemer miljoenen verdient, dat klinkt tegenstrijdig

    Een heilige man die als ondernemer miljoenen verdient, dat klinkt tegenstrijdig. Goeroes leven als monniken, zien af van iedere vorm van bezit en ontzeggen zich alle aardse goederen, zo wil de religieuze traditie. Althans officieel. Ramdev is niet de eerste Indiase goeroe die spiritualiteit en kapitalisme weet te verenigen. Al in de jaren tachtig hielp Bhagwan Shree Rajneesh niet alleen miljoenen mensen op de hele wereld bij hun zoektocht naar zingeving, hij hielp vooral zichzelf aan een luxeleven met een verzameling Rolexen en Rolls-Royces. Zijn aanhangers maakten hun hele vermogen aan hem over en richtten overal ter wereld bedrijven voor hem op.

    Het gaat Ramdev om meer dan geld alleen. ‘Dit is nog maar het begin,’ galmt het door de zaal. ‘Eerst halen we Unilever in. Dan worden we de grootste producent van consumentenartikelen ter wereld. Meer dan tweehonderd jaar hebben vreemde machten onze Moeder India leeggeplunderd. Tegenwoordig buiten internationale concerns ons land uit door ons producten vol chemische stoffen te verkopen die schadelijk en gevaarlijk zijn. Wees voorzichtig en verzet je. Wees Indiërs. Eet en drink als een Indiër. Draag Indiase kleding! Spreek Indiase talen!’

    Patanjali Ayurved Ltd

    Het hoofdkantoor van Patanjali ligt in de staat Uttarakhand, in de buurt van Haridwar, wat ‘Poort naar God’ betekent, een van de zeven heiligste steden van de hindoes, ruim 200 kilometer ten noordoosten van New Delhi aan de voet van de Himalaya. Haridwar bestaat uit twee delen waar de Ganges tussendoor stroomt, het water is ijskoud en kristalhelder, in de avondschemering wassen gelovigen zich in de heilige rivier, ze zingen, zetten houten bordjes met bloesems, kaarsen en wierookstaafjes op het water, bij zonsopgang zitten er vissers langs de oever, die grote vissen uit het water halen.

    De tweebaansweg NH 334 loopt vanuit de stad richting Delhi. Langs met mos begroeide tempels, gigantische godenbeelden, oranje-rood schitterende bloemenstalletjes, langs reclameborden voor bioscoopfilms en telefoonaanbieders, benzinepompen, langs reclames voor melkpoeder, meel en mangosap. Op de verpakking van de levensmiddelen staat een foto van Ramdev met zijn linkerarm om de schouders van een wat kleinere man, gekleed in een witte lap, allebei lachen ze naar de camera.

    Gewetenloos

    Het klinkt als een slechte grap: in juni 2020 brengt Patanjali een nieuw product op de markt dat Coronil Kit heet.

    Volgens Acharya Balkrishna is het een 100 procent werkzame en streng wetenschappelijk geteste medicijnkit voor de behandeling van covid-19. Terwijl er op de hele wereld geen enkel werkzaam therapeutisch middel bestaat waarmee covid-19 kan worden genezen. Weliswaar mag Patanjali het product op bevel van de regering niet meer als medicijn tegen corona aanprijzen en verkopen, maar onder het label ‘immuunbooster’ is het in december 2020 nog steeds verkrijgbaar, gewoon via Amazon. Een kit kost omgerekend vier euro.

    Een halfuur met de auto, ruim twintig kilometer verder, neemt de taxichauffeur een afrit. De smalle weg loopt langs een hoge muur, de taxi stopt voor een brede toegangspoort met dubbele slagbomen, beveiligers met donkere zonnebrillen willen onze paspoorten zien, bewakingscamera’s zoomen in op de taxi. Het hoofdkantoor van Patanjali Ayurved Ltd. is gevestigd in een zachtroze geverfd gebouwencomplex, verspreid over een terrein zo groot als een kleine stad. In de uitgestrekte perken bloeien oranje en gele bloemen, fonteinen spuiten water omhoog, banners met ‘Sale’ erop maken reclame voor dameskleding, ‘Department of Yoga Science’ staat boven de toegangsdeur van het grootste gebouw, waarvoor ziekenauto’s geparkeerd staan.

    GettyImages 477236780
    Zelfbenoemde heilige Ramdev geeft leiding aan het yogatrainingskamp in Panchkula georganiseerd door zijn miljoenenbedrijf Patanjali. Op 21 juni wordt verwacht dat 45.000 mensen een record zullen vestigen als ze hun asana’s beoefenen op het gazon bij de triomfboog India Gate. –
    © Sonu Mehta / Hindustan Times / Getty

    In de hal waar we binnenkomen is het halfdonker, op een verhoging troont een standbeeld van Baba Ramdev in kleermakerszit, schijnwerpers dompelen het in een fel licht. Op de eerste verdieping een gang met kantoren. In het laatste kantoor links, achter een massief bureau vol stapels papier, voor kasten vol boeken, foto’s en godenbeelden zit de in een witte doek gehulde man van het aanplakbiljet: Acharya Balkrishna, 55, de directeur van de onderneming.

    ‘Omzet en winst zijn voor ons nooit belangrijk geweest,’ zegt Balkrishna. ‘En juist dat is het succes van Patanjali. Wij richten ons uitsluitend op de behoeften van de mensen. We ontwikkelen producten die hen helpen een beter leven te leiden.’ Balkrishna praat snel en glimlacht vaak, zijn gezicht is rond met een flinke overbeet, hij heeft een hoge stem. Een jongeman brengt een blad met pakjes en potjes. Balkrishna scheurt en schroeft open, biedt koekjes aan –  ‘zo lekker, die heeft geen enkele andere producent’ – en geeft ons een lepel met een donkerbruine, taaie, kleverige pasta – ‘ons allereerste product, chyawanprash, een geneeskrachtige kruidenmoes, heel erg gezond’. Uit een la van zijn bureau haalt hij een ketting van houten parels – ‘voor het dagelijkse gebed, een eeuwig aandenken aan Patanjali’.

    Yogaleraar

    Het verhaal begint in 1965. Ramdev wordt geboren als zoon van een boer in Saidalipur, een stoffig dorp in de noordelijke staat Haryana. Als kleine jongen is hij voortdurend ziek, zijn gezicht is vervormd door kinderverlamming, sindsdien loenst hij met zijn linkeroog.

    Al vroeg leert hij yoga uit een boek, hij woont jarenlang in de eenzaamheid van het Himalayagebergte, daarna bij een yogagoeroe. Daar leert hij Balkrishna kennen. Ze bestuderen de oude geschriften van het hindoeïsme, discussiëren over de zin van het leven, verzamelen geneeskrachtige kruiden waarvan ze traditionele Indiase ayurvedamedicijnen maken en exploiteren een combinatie van apotheek en miniziekenhuis, vier kamers in een golfplaten loods. Ramdev reist als yogaleraar door het land en verkoopt zijn zelfgemaakte middeltjes. In 2006 richten ze hun eigen bedrijf op, dat ze noemen naar de oervader van de yoga, de wijze Patanjali, die vermoedelijk heeft geleefd in de vierde of derde eeuw voor Christus en een combinatie van mens en slang moet zijn geweest.

    Bij volle bewustzijn

    ‘De seculaire wereld zit vol gaten,’ schreef de Brits-Zwitserse filosoof Alain de Botton. Wat hij daarmee bedoelde: als ze niet meer tot een vaste religie behoren, houden veel mensen toch een verlangen naar spiritualiteit.

    Zo gaf in een enquête van het Amerikaanse onderzoeksinstituut Pew Research Centre in 2018 11 procent van de West-Europeanen aan ‘spiritueel, maar niet religieus’ te zijn. Dat kan een van de redenen zijn dat yoga en ayurveda in de westerse wereld de laatste jaren steeds populairder zijn geworden. Veel mensen zien daarin een weg naar een gezonder leven, waarin waakzaamheid, beweging en bewuste voeding een plaats vinden. Het woord ‘ayurveda’ komt uit het Sanskriet en betekent ‘kennis van leven’.

    Twintig kilometer van het hoofdkantoor van Patanjali, Laksar Road, Padartha. Op een oppervlak ter grootte van 54 voetbalvelden staat een complex van fabrieks- en kantoorgebouwen, het Patanjali Food and Herbal Park. De onderneming heeft vijftig productielocaties in India, de fabriek bij Haridwar is tot nu toe de grootste, daar werken zestienduizend mensen, ’s morgens vroeg rijden Patanjalibussen door de dorpen in de regio om de arbeiders op te halen, ’s avonds brengen ze hen weer terug.

    Onder een zinken dak stoken arbeiders met hout de ovens gloeiend heet, ze vermalen glanzende stenen tot stof of roeren in ketels met een zilverachtige vloeistof. ‘Onze afdeling ayurvedamedicijnen,’ legt de fabrieksdirecteur uit. Binnen een doolhof van installaties, lopende banden, hoge kasten, computers. Machines vullen flessen, zakjes, tubes, mannen drukken op knoppen van machines, vrouwen pakken dozen vol met flessen, zakjes en tubes. ‘Op dit moment werken we aan meer dan vijftig nieuwe producten,’ vertelt het afdelingshoofd, een ex-Unileverman.

    Verkoophits

    Levensmiddelen, lichaamsverzorging, schoonmaak- en wasmiddelen, medicijnen: geen enkele andere Indiase fabrikant heeft zo’n breed scala aan producten als Patanjali; elke maand komt er in elke categorie iets nieuws bij. Het bekendste product is ghee, geklaarde boter, een must in de Indiase keuken. Verkoophit nummer twee is: Dant Kanti, een tandpasta, modderkleurig met kruidnagelsmaak, volgens Patanjali een echt ayurvedaproduct. Indiase gebruikers zijn dol op het merk en hebben er vertrouwen in, er zijn geen officiële standaarden maar alles rond de traditionele geneeskunde is booming. Met deze tandpasta veroverde Patanjali in no time een marktaandeel van vier procent ten koste van het marktaandeel van Colgate-Palmolive, waarop de analisten de rating van deze reus in de branche meteen verlaagden. Kort daarop kwam het megaconcern met een tandpasta met ayurvedakruiden, concurrent Unilever lanceerde ayurvedische shampoo en haarolie en ook Indiase producenten vergrootten hun aanbod van natuurlijke producten.

    Patanjali verklaarde de globale concurrentie de oorlog. ‘Ab tak Colgate ka toh gate khul gaya,’ verkondigde Baba Ramdev op een persconferentie met ogen die vuur schoten, zijn rechterhand tot een vuist gebald. ‘De poort van Colgate zal dichtvallen. Het Nestlévogeltje vliegt weg. Pantene doet het in zijn broek. De macht van Unilever wordt gebroken.’

    Ayurvedaproducten vormen bij Patanjali maar een fractie van het assortiment. Het grootste deel is cornflakes, muesli, jam, ketchup, pasta, koekjes, mineraalwater, wasmiddelen, haargel, frisdrank, luiers, kant-en-klaargerechten. Klassieke consumentenartikelen zoals ze over de hele wereld worden gekocht. Patanjali prijst alles aan als natuurproduct. Sinds kort doen ze ook in mode, een paar traditionele Indiase spullen, maar voor het grootste deel T-shirts, sportkleding, jeans, alles ruim gesneden, niets dat het figuur benadrukt. ‘Dat ik een heilige man ben, betekent niet dat ik modern leven en spiritualiteit als tegenstellingen beschouw,’ zo kondigde Ramdev de modelijn aan. ‘Jeans zijn een westers concept,’ vulde Balkrishna aan, ‘dus zijn er twee opties. De ene optie is boycotten. De betere optie: aanpassen aan de Indiase mentaliteit.’

    Verkoudheid, kanker, diabetes, hartkwalen, overgewicht, onvruchtbaarheid, grauwe staar: volgens Ramdev is er niets dat zijn yoga niet binnen een paar weken, voorgoed geneest

    Tegenover de marktmacht van de grote concerns zetten Ramdev en Balkrishna hun eigen strategie. Succesfactor nummer een: de prijs. Patanjali is zo’n veertig procent goedkoper dan zijn grote concurrenten. Nummer twee: hun presentie op de markt. Patanjali is aanwezig op de megamarkten van de metropolen, in piepkleine dorpswinkeltjes, bij de Indiase onlinewinkels Bigbasket en Flipkart, bij Amazon. En er zijn Patanjali chikitsalays, franchisewinkels met uitsluitend producten van Patanjali. Verspreid over het hele land zijn er meer dan vijfduizend chikitsalays; ze liggen midden in woonwijken, de eigenaars kennen hun klanten persoonlijk. Een Indiaas miniwinkelformat waarover geen enkele andere producent van consumentenartikelen beschikt.

    Succesfactor nummer drie: de baas, Baba Ramdev. Toen hij met zijn yogacursussen door het land toerde, werd zijn aandacht getrokken door een religieuze televisiezender, Sanskar TV. Ramdev kreeg een eigen show, iedere ochtend van 6.45 tot 7.05 uur liet hij de kijkers eenvoudige yoga-oefeningen zien, zoals de voorvaders van de yoga die al praktiseerden. Later werd zijn show overgenomen door een concurrerende zender; nu bezit Patanjali beide zenders. Lotuszit, arendhouding, vispositie, bewust ademhalen: in heel India doen de mensen mee aan de ochtendshow van Ramdev, rijk en arm, jong en oud, man en vrouw, een fitnessprogramma voor de massa, perfect voor de officieel grootste democratie ter wereld.

    ‘Oeeeem!’ Ramdev begroet zijn kijkers in kopstand, na twintig minuten live yoga doceert hij over de genezende kracht van zijn methode. ‘Geen ingewikkelde filosofie, geen ideologie, mijn yoga is simpel en werkt meteen.’ Verkoudheid, kanker, diabetes, hartkwalen, overgewicht, onvruchtbaarheid, grauwe staar: volgens Ramdev is er niets dat zijn yoga niet binnen een paar weken, en vaak al binnen een paar dagen, voorgoed geneest. ‘Het is allemaal niet alleen wetenschappelijk bewezen,’ doceert hij in zijn shows, ‘het is zelf allemaal wetenschap in haar zuiverste vorm.’

    Gecombineerd met de producten van Patanjali werkt zijn yoga volgens hem het best

    Gecombineerd met de producten van Patanjali werkt zijn yoga volgens hem het best. ‘Herbal Power Vita versterkt het lichaam en de hersenen en verbetert het gezichtsvermogen,’ zegt hij in een reclame voor een nieuw vitaminedrankje. ‘Laat je niet misleiden door reclame van de internationale concerns, maar koop wetenschappelijk erkende ayurvedaproducten.’

    Ramdev doceert zijn filosofie ook live in crashcourses, waar inmiddels ongeveer 70 miljoen mensen aan hebben deelgenomen. De trainingskampen vinden plaats in een hal bij het hoofdkantoor van de firma, er kunnen tienduizend mensen met hun yogamatjes in. Bovendien reist hij de wereld over om massa-yoga te geven in Nepal, Japan en de VS. Ramdev, het podiumbeest.

    De heilige man vult voetbalstadions, is een vrolijke en gevatte vaste gast in tv-talkshows en won in 2017 een wrestlingwedstrijd op tv tegen een Oekraïense Olympisch medaillewinnaar. Hij heeft miljoenen volgers op de sociale netwerken, zijn leven is verfilmd in een vijfentachtigdelig epos. Er zijn biografieën en populairwetenschappelijke boeken over hem verschenen: The Baba Ramdev Phenomenon, From godman to tycoon, Patanjalize your brand. Topmanagers van concurrerende concerns vinden Baba ‘een ongelooflijk sterk merk’.

    In de consumentenmarkt betekent een succesvol merk identiteit, imago, vertrouwen. Producenten moeten van consumenten gelovigen maken. Ramdev maakt gelovigen tot consumenten.  ‘Wat we ook doen, we volgen geen strategie, we hebben geen plan,’ zegt Ramdev. Hij trekt zijn omslagdoek recht en slaat zijn rechterbeen over het linker, aan zijn voet bungelt een houten sandaal met dikke zolen.

    In de verte ruist een kunstmatige waterval

    Ramdev zit op iets dat het midden houdt tussen een enorme sofa en een schommel, boven zijn hoofd hangt een ingelijst olieverfschilderij van hemzelf. De sofaschommel staat op het terras van zijn huis, dat ligt in een park met een knalgroen grasveld, weelderige bloembedden, vogels, bijen, bloemen. In de verte ruist een kunstmatige waterval, pauwhanen zetten hun veren op, op bankjes onder de bomen zitten jonge vrouwen te lezen.

    Het enorme huis is een kopie van het huis van waaruit Indiaas vrijheidsstrijder Mahatma Gandhi ruim honderd jaar geleden het geweldloze verzet tegen de Britse koloniale macht propageerde. ‘Shant Kutir’ heet Ramdevs huis, ‘Het rustige huisje’, het wordt vierentwintig uur per dag bewaakt door veiligheidsmensen.

    ‘Het geheim van het succes van Patanjali?’ Ramdev moet lachen. ‘Heel eenvoudig! De mensen vertrouwen ons. Meer dan een miljard mensen in dit land kennen me. Ach, wat zeg ik, de hele wereld kent me!’

    Khadi

    Uitsluitend producten kopen die afkomstig zijn uit je eigen land en het zo economisch onafhankelijk maken van andere landen is een gedachte die oorspronkelijk van Gandhi komt. Het produceren en dragen van een simpel katoentje, de khadi, moest de Indiërs werk geven en hen onafhankelijk maken van importen van de Britse koloniale heersers. Swadeshi, ‘Het eigen land’, heette de beweging, waarin de khadi symbool stond voor verzet en verandering. Maar economisch succes heeft het India niet gebracht.

    Ramdev en Balkrishna pakken het anders aan. ‘Nationalisme, ayurveda en yoga, dat zijn onze zuilen,’ verkondigen ze op de ondernemingswebsite. In onze moderne consumptiegoederen is het patriottisme geïntegreerd, beloven ze. Indiase economen denken dat deze slimme, nieuwe swadeshi-interpretatie Patanjali’s succesfactor nummer vier is.

    Make India great again

    Het is dezelfde koers die de rechts-conservatieve regering van premier Narendra Modi vaart. Nog maar een paar jaar geleden wilde Modi internationale ondernemingen overhalen zich in India te vestigen, maar dat plan is van tafel. Sindsdien is het doel dat India onafhankelijk moet worden van import, het moet net zo sterk en zelfstandig worden als in de eeuwen voordat de Britten het enorme land als kolonie exploiteerden. Make India great again.

    En Modi wil meer: ‘Made in India’-producten moeten de wereldmarkt veroveren, het land moet na China en de VS de op twee na grootste economie ter wereld worden. De weg is lang, de economische uitdagingen zijn groot, en dat geldt ook voor de droom om een supermacht te worden.

    Ramdev springt op van de sofa. ‘Laten we mijn huisje bekijken,’ roept hij terwijl hij in zijn handen klapt. Op een binnenplaats klatert een fontein, uit miniluidsprekers klinkt hemelse muziek. Ramdev laat ons zijn werkkamer zien. ‘Aan mijn bureau zit ik nooit, daar heb ik geen tijd voor.’ Zijn yogakamer. ‘Om halfvier sta ik op, ik begin mijn dag altijd met een glas bessensap voor het immuunsysteem.’ Zijn slaapkamer. ‘Ik slaap nooit op het bed, een yogi rust alleen goed uit op een matje.’

    Verdere vragen negeert hij, hij stelt tegenvragen, maakt grapjes. Over Ramdevs privéleven is niets bekend, blijkbaar woont zijn moeder bij hem. Homoseksualiteit heeft hij meermaals aangeduid als ‘immoreel en onnatuurlijk’, een ziekte die door zijn yoga genezen kan worden. Er gaat een telefoon, Ramdev vist een iPhone uit zijn gewaad. ‘Goedemorgen Balkrishna,’ zegt hij in het Hindi, dan gaat hij over op het Sanskriet, de oude taal van de geleerden, het Latijn van India. De tolk haalt haar schouders op en maakt een verontschuldigend gebaar.

    De dag daarna, een hoge, lichte hal in het Patanjali-hoofdkwartier. In een laboratorium staan mannen in witte jassen aan microscopen, overal staan schalen met bladeren, wortels en takjes. ‘We werken aan een nieuwe druk van mijn ayurvedaencyclopedie,’ zegt Balkrishna. Hij strijkt liefkozend over de rug van een boek en glimlacht. ‘Vanaf volgende maand houd ik hier kantoor.’

    Achter het gebouw ligt een tuin met kruiden, struiken, bomen. Balkrishna straalt. ‘Mijn plantenverzameling.’ Bij het park hoort ook een labyrint van kunstmatige grotten met levensgrote gouden diorama’s, ayurvedadokters uit voorouderlijke tijden die patiënten behandelen. Spotjes verlichten de donkere taferelen, een mix van openluchtmuseum en Disney.

    Balkrishna klimt op de bijrijdersstoel van een witte terreinwagen, we gaan het land op. Te midden van grasland en akkers bevindt zich een complex van stallen en weiden, Patanjali’s proefboerderij voor akkerbouw en veeteelt. Balkrishna loopt door de stal, aait kalfjes, voert koeien, hij heeft witte plastic sandalen aan met tennissokken, achter op zijn hoofd wipt zijn staartje, een religieus kenmerk van mannelijke hindoes. ‘Daar buiten staat onze biogasinstallatie, die produceert nu twaalf kilowatt en die gaan we vergroten.’

    Balkrishna loopt dwars door het veld, plukt hier en daar wat, trekt onkruid uit, snijdt een stukje suikerriet af waar hij vervolgens smakkend op loopt te kauwen, legt uit, gebaart, lacht. Achter de velden gaat de zon gloeiend oranjerood onder, het stinkt naar koeienstront. ‘Balkrishnaji en Swamiji zijn goden,’ zegt de manager van de boerderij zachtjes, hij gebruikt het in India gebruikelijke woord voor yogagoeroes, swami, en de eerbiedsvorm van Indische namen, het achtervoegsel -ji. ‘Alles wat zij doen, doen ze ten dienste van de hele wereld. Ze zijn niet alleen goden voor alle Indiërs, ze zijn goden voor alle mensen.’

    Balkrishna kwam in 1972 als zoon van een Nepalese boer ter wereld. Toen hij nog klein was emigreerde zijn familie naar India, later werd hij een ayurvedageleerde. Nu is hij eigenaar van 98,5 procent van de aandelen Patanjali en staat hij in de top honderd van rijkste Indiërs, met een geschat vermogen van 2,2 miljard dollar. Ramdev bezit officieel niets, in India zijn heilige mannen verplicht te leven als monniken, in kuisheid en ascese. Yogi Ramdev is de marketingmachine, het gezicht van de onderneming. Onderzoeker Balkrishna is het verstand, de getallenmens en strateeg. Moksha, de bevrijding van het wereldlijke, samen met het vrijemarktmechanisme resulteren in spiritueel kapitalisme. Twee tegengestelde karakters, een perfect power couple.

    ‘We leggen alles vast, iedere stap in het arbeidsproces. Als er iets niet klopt, als de regels niet worden gevolgd, heeft dat onmiddellijk consequenties,’ zegt de leider van het controleteam, een man van midden dertig in een oranje wikkeldoek. Hij zit voor een wand met tientallen monitors, de camera’s zenden live uit vanuit de fabrieken. ‘Elke avond stuur ik Acharyaji een uitgebreid rapport.’

    Het hoofd van de controle drukt op een knop, de camera zoomt in op een lopende band, op gezichten en handen. ‘Onze ondernemingscultuur is uniek,’ zegt hij. ‘Onze medewerkers krijgen workshops, yogales, les in de oude geschriften, goede voeding, natuurlijk zonder vlees of alcohol. We leren ze alles wat voor goede Indiërs belangrijk is.’ Ramdev en Balkrishna gelden als autocratische micromanagers. Het ontwerp van een shampoofles, een nieuwe advertentie, de grootte van een nieuwe koestal, ze bemoeien zich overal mee en beslissen alles zelf. De lonen bij Patanjali zijn laag, tot wel vijftig procent lager dan bij de concurrentie, wat de dertigduizend medewerkers presteren, geldt niet als werk. Ramdev noemt het sewa, een spirituele dienst.

    Dubieus web

    De twee directeuren geven ook leiding aan ziekenhuizen, yogacentra, scholen, een universiteit, een mediabedrijf met twee eigen tv-zenders, binnenkort gaan ze bovendien in onroerend goed; bij het hoofdkwartier ontstaat een luxe appartementencomplex met golfbaan, zwembad en een winkelcentrum. In Nepal, Engeland, Canada, op Mauritius en binnenkort ook in de VS en Schotland zijn Patanjali-instituten ‘die zich dag en nacht inzetten voor de verspreiding van de nobele en verheven aspecten van de Indiase cultuur’, zo staat het in ‘Patanjali, In the Service of Mankind’, een van de tig brochures van het bedrijf.

    Indiase journalisten berichtten over schijnfirma’s, mysterieuze sponsors, stromannen, illegale geldzaken. Balkrishna en een jongere broer van Ramdev kregen, zo wordt beweerd, door een firma miljoenen aan winstaandeel uitgekeerd, in een jaar tijd bijna zestig procent van de omzet. Al met al is het een hoogst dubieus web van ondernemingen, vinden Indiase deskundigen; Patanjali is ‘volkomen ondoorzichtig’. Omdat Ramdev en Balkrishna bewust niet naar de beurs gaan, hoeven ze geen inzicht te geven in de cijfers van hun onderneming.

    GettyImages 541219070

    Business bij Patanjali is een permanent schandaal. Soms gaat het om hun producten en verschijnen er krantenkoppen over het ontbreken van vergunningen van de warenautoriteiten, ingrediënten die de gezondheid in gevaar brengen, geknoei met ingrediënten, ongeoorloofde chemische conserveringsmiddelen. Een laboratorium ontdekte menselijk DNA in een medisch product. Steeds weer duikt het verwijt op dat ze alleen succesvol zijn omdat ze handig zijn in het kopiëren van de concurrentie.

    De koekjes die Balkrishna in zijn kantoor serveert, zien er net zo uit en smaken precies hetzelfde als de koekjes van een andere Indiase producent. In 2015 moest Nestlé zijn in India razend populaire instantnoedels uit de schappen halen omdat beweerd werd dat er lood in zat. Prompt kwam Ramdev met een eigen kant-en-klaarversie. Patanjali bracht ook een eigen chat-app voor mobiele telefoons op de markt, ‘India’s aanval op WhatsApp’, zoals Balkrishna aankondigde. Dezelfde dag nog werd de app door IT-experts ontmaskerd als een kopie van een Amerikaanse startup. ‘Dilettantistisch plagiaat!’ grinnikte het net.

    ‘Schijnfirma’s? Schandalen? Allemaal geruchten, het werk van westerse belangen!’

    ‘Schijnfirma’s?’ Ramdev moet lachen. ‘Schandalen?’ Hij schudt het hoofd, buigt naar voren en vormt met zijn vingertoppen een driehoek, trekt zijn borstelige wenkbrauwen samen. ‘Allemaal geruchten, het werk van westerse belangen!’ roept hij uit. ‘Een samenzwering die duidelijk als doel heeft ons te beschadigen. Patanjali staat synoniem voor de tradities en de cultuur van onze Moeder India. Wie ons aanvalt, valt onze natie aan.’

    Een teflonattitude en het in een kwaad daglicht stellen van zijn critici is Ramdevs typische verdedigingslijn. Negatieve berichten in de media doet hij op Twitter af als ‘allemaal fake nieuws’, een kritisch boek over zichzelf liet hij door de rechter verbieden en mocht in India niet verkocht worden, de schrijfster mocht niet in het openbaar over haar boek spreken. Ramdev maakt de indruk van een Indiase versie van Donald Trump. Een zakenman met entertainmentkarakter en een hoogst flexibele relatie tot de waarheid. ‘Sommige bedrijven gaan door controverses ten onder,’ zei Ramdev ooit in een interview, ‘wij bloeien daardoor pas echt op!’

    In de bar van een hotel in een grote stad in het noorden van India, in een hoekje ver weg van de andere gasten, zit een voormalig Patanjali-manager aan het ontbijt met croissants en cappuccino. ‘Wat ze ook produceren, nooit is er iemand die zegt: “Wat een shit!” Iedereen kijkt alsof die producten door de hemel zijn gezonden.’

    Hij roert in zijn koffie, tikt op het schermpje van zijn telefoon en scrolt door nieuwsberichten van analisten. Patanjali’s omzet krimpt. ‘Het bedrijf is een dubbeltje op zijn kant,’ zegt de manager. ‘Hun voornaamste probleem is dat ze veel te veel producten in veel te veel categorieën hebben. Groei is voor Ramdev en Balkrishna het enige wat telt.’ Hij roert nog meer suiker door zijn cappuccino en neemt een slokje. ‘Vanuit ondernemingsoogpunt hebben hun keuzes vaak weinig zin. Maar ze passen bij hun politieke agenda.’

    Chhatrasal Stadium, New Delhi, maart 2014. Waar zich anders wrestling-sterren uit de hele wereld in het zweet werken, zitten twee oudere mannen glimlachend in kleermakerszit naast elkaar. Baba Ramdev en Narendra Modi. Modi fluistert Ramdev iets in het oor, die pakt een microfoon. ‘Zullen jullie ook andere mensen overtuigen?’ roept hij. ‘Ja!’ roepen de duizenden mensen in het stadion. ‘Blijven jullie niet thuis zitten?’ vraagt Ramdev. ‘Nee!’ antwoordt de massa. Twee maanden later wint de Bharatiya-Janata-partij de verkiezingen en wordt Modi premier, het regeringstijdperk van de sociaalliberale Congrespartij is ten einde. ‘Ik heb de eerste steen gelegd voor de grote politieke veranderingen in dit land,’ zegt Ramdev na Modi’s overwinning.

    Natie van hindoes

    Modi heeft de kiezer ingrijpende economische hervormingen en het uitroeien van de alomtegenwoordige corruptie beloofd. Tegelijk heeft hij zijn visie op het nieuwe India verkondigd. Niet seculair meer, maar religieus, en in plaats van eenheid in verscheidenheid een natie van hindoes. Ramdev zit op dezelfde fundamentalistische lijn. Hij treedt niet op als religieus prediker, wat hem van andere goeroes onderscheidt. Hij propageert de cultuur en de waarden van het hindoeïsme. Yoga, ayurveda, de oeroude geschriften, een traditioneel opleidingssysteem, dat is voor hem het wezen van India. Ramdevs ideologie is niet altijd even subtiel. Als een moslimpoliticus weigert om een nationalistische slogan te roepen, reageert de baas van Patanjali met de uitspraak dat alleen zijn eerbied voor de wet hem ervan weerhoudt om ‘honderdduizenden van dat soort te laten onthoofden.’

    Sinds Modi aan de macht is, heeft Patanjali bouwgrond kunnen kopen voor afbraakprijzen, legt de staat de toegangswegen naar hun nieuwe fabrieken aan, bewaakt een antiterreureenheid van de politie de vestigingen van het bedrijf en wordt in de kantines van het Indiase leger gekookt met Patanjali-producten. Het ministerie van Financiën heeft yoga de status van liefdadigheidsdienst toegekend, yogacentra hoeven nu minder belasting te betalen. Modi heeft een ministerie voor Ayurveda en Yoga opgericht, het legt de basis voor het gebruik van deze traditionele methoden in het gezondheidssysteem van de overheid en beslist over het toelaten van nieuwe ayurvedaproducten. Patanjali creëert de dringend benodigde banen, bouwt scholen en gezondheidscentra en ondersteunt lokale overheden met voedsel en medicijnen. Modi en zijn partijvrienden strijken kritiek op Patanjali en Ramdev glad, Ramdev prijst de regeringspolitiek.

    ‘Geld is de motor van elke missie,’ zegt Ramdev. Hij zit in een enorme leren fauteuil in een kamertje naast zijn yogahal, over twee minuten moet hij het toneel op voor de vroege-ochtendyogashow. Hij knipt met zijn vingers, er komt een jongeman binnen die zijn oranje gewaad vastmaakt, Ramdev schopt zijn sandalen in een hoek. ‘Onze financiële basis is belangrijk om het soort revolutie voor te bereiden waar ik het over heb.’

    Als Ramdev op het podium zit, komt een van zijn leerlingen naast hem staan. ‘Ooit was er een tijd dat ons land in duisternis lag,’ roept ze naar de zaal. ‘Er was veel corruptie, met de jeugd ging het de verkeerde kant op. Toen kwam er iemand die het licht bracht. Iemand die ons leert van ons land te houden. Swamiji inspireert ons, hij is onze hoop. Hij wil voor iedereen in onze maatschappij het goede doen, zo leidt hij ons op de goede weg.’

    Ramdev gaat staan, glimlacht en klapt, het meisje knielt voor hem neer en raakt met haar voorhoofd en vingertoppen zijn voeten aan. ‘Bharat mata ki jai! Bharat mata ki jai!’ roept Ramdev terwijl hij zijn rechterhand tot een vuist balt en zijn arm omhoogsteekt. ‘Bharat mata ki jai! Bharat mata ki jai!’ echoot de zaal, rechtervuist in de lucht. ‘Leve Moeder India. Leve Moeder India.’ 

    Daniela Schröder

    Daniela Schröder was freelance correspondent voor de Associated Press (AP) voor Noord-Beieren en werd opgeleid tot verslaggever en nieuwsredacteur bij een regionaal dagblad in Bremen.

    Schröder heeft weinig op met ayurveda en yoga. ‘Ik ben geen spiritueel iemand,’ zegt ze van zichzelf, ‘ik heb wel eens een proefcursus yoga gedaan, maar voor mij werkte dat niet.’ In het kader van de research voor dit artikel heeft ze een paar Patanjali-producten geprobeerd, twee soorten zeep en een tandpasta, maar een fan is ze niet geworden. ‘De zeep rook erg chemisch en de tandpasta smaakte mij te weinig naar mint.’

    Wat haar fascineert aan het verhaal over Patanjali zijn de twee drijvende krachten achter het bedrijf. Aan de ene kant de goeroe, aan de andere kant de ayurvedaexpert. ‘Ze staan allebei met hun huidige identiteit voor wat ze propageren en verkopen,’ zegt Daniela Schröder, ‘maar het gaat hun niet in de eerste plaats om geld en macht. Ze gebruiken beide om hun politieke missie verder te brengen.’

  • Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie

    Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie


    Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie

    Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.

    Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.

    Handelaars vs. producenten

    Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’

    Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet. 

    Lees ook:

    Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.

    Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite ObservAlgérie. De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.


    De zingende meisjes van Afghanistan

    Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een ​​landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.

    In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.

    De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.

    Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.

    ‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.

    https://twitter.com/MurtazaIbrahimi/status/1370769708924944385

    ‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’

    Het idee is om een ​​eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.

    Lees ook:

    Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.

    Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.


    Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in

    In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’

    De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.

    De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.

    Lees ook:

    De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.

    Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.

    Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.

    Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.

    In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.

  • Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Welke lessen voor de toekomst kunnen we trekken uit 2020? De Israëlische denker en historicus Yuval Noah Harari zet ze op een rijtje en komt tot een heldere conclusie: de enige reden waarom deze pandemie uit de hand is gelopen, is de politiek.

    Keuze uit het archief

    Na het rampjaar 2020 dacht de wereld dat 2021 het jaar zou worden dat we ‘samen corona onder controle zouden krijgen’ (dixit de Rijksoverheid). Er was immers een keur aan uitstekend werkende vaccins ontwikkeld. Niets bleek minder waar, er zijn nieuwe, besmettelijkere, varianten als delta en omikron opgekomen en het coronabeleid heeft geen een derde, vierde en zoveelste golf kunnen voorkomen.

    Had de politiek maar Yuval Noah Harari geluisterd. Lees zijn profetische woorden en oplossingen voor de coronacrisis.

    Door velen wordt de vreselijke tol die het coronavirus heeft geëist gezien als bewijs van de hulpeloosheid van de mens ten opzichte van de natuur. Maar in feite heeft 2020 aangetoond dat de mensheid verre van hulpeloos is. Epidemieën zijn niet langer onbedwingbare natuurkrachten. Dankzij de wetenschap zijn ze nu tot op zekere hoogte te controleren.

    Waarom zijn er dan zoveel sterfte- en ziektegevallen geweest? Vanwege slechte politieke beslissingen.

    Vroeger hadden mensen als ze met een plaag als de Zwarte Dood werden geconfronteerd, geen idee wat de oorzaak was of wat ertegen kon worden gedaan. Toen de griep van 1918 toesloeg, slaagden de beste wetenschappers ter wereld er niet in het dodelijke virus te identificeren, waren veel maatregelen die werden genomen nutteloos en liepen pogingen om een ​​effectief vaccin te ontwikkelen op niets uit.

    Met covid-19 was dat heel anders. De eerste alarmbellen over een mogelijke nieuwe epidemie klonken eind december 2019. Op 10 januari 2020 hadden wetenschappers niet alleen het verantwoordelijke virus geïsoleerd, maar ook het genoom ervan gesequenced en de informatie online gepubliceerd. Binnen enkele maanden werd duidelijk welke maatregelen de infectieketens konden vertragen en stoppen. Binnen minder dan een jaar waren er verschillende effectieve vaccins in massaproductie. In de oorlog tussen mens en ziekteverwekker is eerstgenoemde nog nooit zo machtig geweest.

    Het leven naar online verplaatst

    Naast de ongekende prestaties van de biotechnologie, heeft het coronajaar ook de kracht van informatietechnologie onderstreept. Vroeger kon de mensheid epidemieën zelden stoppen, omdat de infectieketens niet in realtime konden worden gevolgd en omdat de economische kosten van langdurige lockdowns te hoog waren. In 1918 kon je mensen die de gevreesde griep kregen in quarantaine plaatsen, maar je kon de presymptomatische of asymptomatische dragers niet traceren. En als je de hele bevolking van een land destijds zou hebben bevolen enkele weken binnen te blijven, zou dat hebben geleid tot economische ondergang, sociale instorting en massale hongersnood.

    In 2020 daarentegen maakte digitale surveillance het veel gemakkelijker om de verspreiding te volgen en te lokaliseren, wat quarantaine zowel selectiever als effectiever maakt. Belangrijker is nog dat automatisering en het internet langdurige lockdowns mogelijk maakten, althans in ontwikkelde landen. Hoewel de ervaring in sommige delen van de wereld deed denken aan plagen uit het verleden, heeft de digitale revolutie in een groot deel van de ontwikkelde wereld alles veranderd.

    Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden

    Neem de landbouw. Duizenden jaren lang was de voedselproductie afhankelijk van menselijke arbeid, en ongeveer 90 procent van de mensen werkte in de landbouw. Tegenwoordig is dit in ontwikkelde landen niet langer het geval. In de VS werkt slechts ongeveer 1,5 procent van de mensen op boerderijen, en dat is niet alleen genoeg om iedereen in e igen land te voeden, maar ook om van de VS een belangrijke voedselexporteur te maken. Bijna al het werk op de boerderij wordt gedaan door machines, die immuun zijn voor ziekten. Lockdowns hebben dus maar een kleine impact op de landbouw.

    Stel u een tarweveld voor tijdens het hoogtepunt van de Zwarte Dood. Als je de landarbeiders zou vragen om in de oogsttijd thuis te blijven, komt er honger. Als je ze vraagt om te komen oogsten, kunnen ze elkaar besmetten. Wat te doen?

    forest simon ZzOtl6FSpLs unsplash 1 1
    © Unsplash

    Stelt u zich nu hetzelfde tarweveld voor in 2020. Een enkele maaidorser met GPS-besturing kan het hele veld veel efficiënter oogsten – en zonder kans op infectie. Terwijl in 1349 een gemiddelde boerenknecht ongeveer vijf bushel per dag oogstte [ca. 35 liter], vestigde een maaidorser in 2014 een recordoogst door dertigduizend bushels per dag te oogsten. Bijgevolg had covid-19 geen significante invloed op de wereldwijde productie van basisvoedsel zoals tarwe, maïs en rijst. 

    Om mensen te voeden, is het niet voldoende om graan te oogsten. Je moet het ook vervoeren, soms over duizenden kilometers. Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis was handel een van de grootste boosdoeners in tijden van epidemieën. Dodelijke ziekteverwekkers trokken de wereld over op koopvaardijschepen en karavanen. De Zwarte Dood liftte bijvoorbeeld van Oost-Azië naar het Midden-Oosten langs de Zijderoute, en het waren Genuese koopvaardijschepen die de ziekte vervolgens naar Europa brachten. Het grote risico met de handel was dat elke wagen een bestuurder nodig had, tientallen zeelieden nodig waren om zelfs kleine zeeschepen te besturen, en overvolle schepen en herbergen broeinesten van ziekten waren.

    In 2020 kon de wereldhandel min of meer vlot doorlopen, doordat er maar heel weinig mensen bij betrokken waren. Een grotendeels geautomatiseerd hedendaags containerschip kan meer ton vervoeren dan de koopvaardijvloot van een heel vroegmodern koninkrijk. In 1582 had de Engelse koopvaardijvloot een totaal laadvermogen van 68.000 ton en waren er ongeveer 16.000 bemanningsleden nodig. Het containerschip OOCL Hong Kong, gedoopt in 2017, kan zo’n 200.000 ton vervoeren met een bemanning van slechts 22 personen. 

    Cruiseschepen met honderden toeristen en vliegtuigen vol passagiers hebben weliswaar een grote rol gespeeld in de verspreiding van covid-19. Maar toerisme en reizigers zijn niet essentieel voor de handel. Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden. Terwijl het internationale toerisme in 2020 kelderde, daalde het volume van de wereldwijde maritieme handel met slechts 4 procent.

    Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele

    Automatisering en digitalisering hebben een nog grotere impact gehad op de dienstverlening. In 1918 was het ondenkbaar dat kantoren, scholen, rechtbanken of kerken konden blijven functioneren als ze gesloten waren. Hoe kun je lesgeven als leerlingen en docenten thuis zitten? Nu weten we het antwoord. De overschakeling op online kende veel nadelen, niet in de laatste plaats de immense mentale tol die deze eiste. En het heeft ook tot voorheen onvoorstelbare problemen geleid, zoals advocaten die als kat voor de rechtbank verschenen. Maar het feit dat het überhaupt kan, is verbazingwekkend.

    In 1918 bewoonde de mensheid alleen de fysieke wereld, en toen het dodelijke griepvirus hierdoorheen trok, konden we nergens heen vluchten. Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele. Toen het coronavirus door de fysieke wereld circuleerde, verlegden velen een groot deel van hun leven naar de virtuele wereld, waar ze veilig waren voor het virus.

    Mensen zijn natuurlijk nog steeds fysieke wezens en niet alles kan worden gedigitaliseerd. Het covid-jaar heeft de cruciale rol benadrukt die vaak slechtbetaalde beroepen spelen bij het in stand houden van de menselijke beschaving: verplegers, sanitairwerkers, vrachtwagenchauffeurs, kassiers, bezorgers. Er wordt vaak beweerd dat elke beschaving slechts drie maaltijden verwijderd is van barbarij. In 2020 vormden bezorgers de dunne rode lijn die de beschaving bij elkaar hield. Ze werden onze belangrijkste verbinding met de fysieke wereld. 

    Het internet houdt stand

    Wanneer we activiteiten online automatiseren, digitaliseren en verschuiven, stelt dat ons bloot aan nieuwe gevaren. Een van de meest opmerkelijke gegevens van het covid-jaar is dat het internet niet kapot ging. Als we plotseling de hoeveelheid verkeer op een fysieke brug vergroten, kunnen we verkeersopstoppingen verwachten, misschien dat hij zelfs instort. In 2020 verschoven scholen, kantoren en kerken bijna van de ene op de andere dag naar online, maar het internet hield stand.

    We staan ​​hier nauwelijks bij stil, maar dat moeten we wel doen. 2020 heeft ons geleerd dat het leven kan doorgaan, zelfs als een heel land fysiek op slot zit. 

    manuel peris unsplash 1 1
    © Unsplash

    Probeer je nu eens voor te stellen wat er gebeurt als onze digitale infrastructuur crasht.

    Informatietechnologie heeft ons veerkrachtiger gemaakt tegenover organische virussen, maar het heeft ons ook veel kwetsbaarder gemaakt voor malware en cyberoorlogvoering. Mensen vragen vaak: ‘Wat is de volgende pandemie?’ Een aanval op onze digitale infrastructuur is een vooraanstaande kandidaat. Het duurde enkele maanden voordat het coronavirus zich over de wereld verspreidde en miljoenen mensen besmette. Onze digitale infrastructuur kan in één dag instorten. En scholen en kantoren konden snel naar online verschuiven. Maar hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om van e-mail terug te schakelen naar snailmail? 

    Wat telt?

    Het coronajaar heeft een nog belangrijkere beperking van onze wetenschappelijke en technologische kracht blootgelegd. Wetenschap kan de politiek niet vervangen. Bij beleidsbeslissingen moeten we rekening houden met veel belangen en waarden, en aangezien er geen wetenschappelijke manier is om te bepalen welke belangen en waarden het zwaarst wegen, is er geen wetenschappelijke manier om te beslissen wat we moeten doen.

    Bij de beslissing om een ​​lockdown af te kondigen, is het bijvoorbeeld niet voldoende om te vragen: ‘Hoeveel mensen zullen worden besmet met covid-19 als we geen lockdown opleggen?’ We moeten ook de vraag stellen: ‘Hoeveel mensen zullen in een depressie belanden als we wel een lockdown opleggen? Hoeveel mensen zullen te lijden hebben onder slechte voeding? Hoeveel van ons zullen school missen of hun baan verliezen? Hoevelen zullen worden mishandeld of vermoord door hun echtgenoten?’

    Zelfs als al onze gegevens nauwkeurig en betrouwbaar zijn, moeten we ons altijd afvragen: ‘Wat tellen we? Wie beslist wat er moet worden geteld? Hoe beoordelen we de cijfers ten opzichte van elkaar?’ Dit is meer een taak van de politiek dan van de wetenschap. Het zijn politici die de medische, economische en sociale afwegingen in evenwicht moeten brengen en met een alomvattend beleid moeten komen.

    Net zo creëren ingenieurs nieuwe digitale platforms die ons helpen te functioneren tijdens een lockdown, en nieuwe bewakingstools die ons helpen beschermen tegen virussen. Maar digitalisering en toezicht brengen onze privacy in gevaar en openen de weg voor de opkomst van ongekende totalitaire regimes. In 2020 is massasurveillance zowel legitiemer als gebruikelijker geworden. Het bestrijden van de epidemie is belangrijk, maar zijn we bereid onze vrijheid ervoor op te geven? Het is de taak van politici en niet van de ingenieurs om de juiste balans te vinden tussen nuttige bewaking en dystopische nachtmerries.

    Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​monitoringsysteem op te zetten om uitgaven te controleren, geloof het dan niet

    Drie basisregels kunnen ons een eind op weg helpen in de bescherming tegen digitale dictaturen, zelfs in tijden van een pandemie. Ten eerste, wanneer u gegevens over mensen verzamelt – vooral over wat er in hun eigen lichaam gebeurt – moeten deze gegevens worden gebruikt om deze mensen te helpen in plaats van hen te manipuleren, te controleren of te schaden. Mijn persoonlijke arts weet veel zeer persoonlijke dingen over mij. Dat vind ik prima, want ik vertrouw erop dat mijn arts deze gegevens in mijn voordeel gebruikt. Mijn arts mag deze gegevens niet aan een bedrijf of politieke partij verkopen. Zo zou het ook moeten zijn met elke vorm van een ‘pandemische toezichthoudende autoriteit’ die we eventueel instellen.

    Ten tweede moet toezicht altijd twee richtingen op bewegen. Als het toezicht alleen van boven naar beneden gaat, stevenen we af op een dictatuur. Dus wanneer het toezicht op individuen wordt vergroot, moet tegelijkertijd het toezicht op de overheid en grote bedrijven groter worden. 

    Screen Shot 2021 03 19 at 1.06.41 PM

    In de huidige crisis verdelen regeringen enorme bedragen. Het proces van toewijzing van middelen moet transparanter worden gemaakt. Als burger wil ik gemakkelijk kunnen inzien wie wat krijgt en wie beslist waar het geld naartoe gaat. Ik wil ervoor zorgen dat het geld naar bedrijven gaat die het echt nodig hebben, in plaats van naar een grote concern waarvan de eigenaren bevriend zijn met de een of andere minister. Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​dergelijk monitoringsysteem op te zetten, geloof het dan niet. Als het niet te ingewikkeld is om te monitoren wat jij doet, is het ook niet te ingewikkeld om te monitoren wat de overheid doet.

    Ten derde: sta nooit toe dat te veel gegevens op één plaats worden geconcentreerd. Niet tijdens de epidemie, en ook niet daarna. Een datamonopolie is een recept voor dictatuur. Dus als we biometrische gegevens over mensen verzamelen om de pandemie te stoppen, moet dit worden gedaan door een onafhankelijke gezondheidsautoriteit in plaats van door de politie. De resulterende gegevens moeten gescheiden worden gehouden van andere grote dataopslagplaatsen van ministeries en grote bedrijven. 

    Zeker, dit zal tot extra werk en inefficiëntie leiden. Maar inefficiëntie is een kenmerk, geen bug. U wilt de opkomst van digitale dictatuur voorkomen? Houd de dingen dan altijd een beetje inefficiënt.

    Verantwoordelijkheid

    De ongekende wetenschappelijke en technologische successen van 2020 hebben de coronacrisis niet kunnen oplossen. Ze veranderden de epidemie van een natuurramp in een politiek dilemma. Toen de Zwarte Dood miljoenen slachtoffers maakte, verwachtte niemand veel van de koningen en keizers. Ongeveer een derde van alle Engelsen stierf tijdens de eerste golf van de Zwarte Dood [en naar schattingen geldt dat gemiddelde voor alle landen van Europa], maar dit zorgde er niet voor dat koning Edward III van Engeland zijn troon verloor. Het lag duidelijk buiten de macht van heersers om de epidemie te stoppen, dus niemand gaf hen de schuld van een mislukking.

    Maar vandaag heeft de mensheid de wetenschappelijke instrumenten om covid-19 te stoppen. Verschillende landen, van Vietnam tot Australië, hebben bewezen dat de beschikbare instrumenten de epidemie zelfs zonder vaccin kunnen stoppen. Deze tools hebben echter een hoge economische en sociale prijs. We kunnen het virus verslaan, maar we weten niet zeker of we bereid zijn de kosten van de overwinning te betalen. De wetenschappelijke verworvenheden hebben dus een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van politici gelegd.

    De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden

    Helaas zijn te veel politici deze verantwoordelijkheid niet nagekomen. De populistische presidenten van de VS en Brazilië bijvoorbeeld bagatelliseerden het gevaar, weigerden gehoor te geven aan experts en voedden in plaats daarvan samenzweringstheorieën. Ze kwamen niet met een degelijk federaal actieplan en saboteerden pogingen van staats- en gemeentelijke autoriteiten om de epidemie een halt toe te roepen. De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden.

    In het VK lijkt de regering aanvankelijk meer bezig te zijn geweest met de brexit dan met covid-19. Ondanks al haar isolationistische beleid, slaagde de regering-Johnson er niet in Groot-Brittannië te isoleren van het enige wat er echt toe deed: het virus. Mijn thuisland Israël heeft ook geleden onder politiek wanbeheer. Net als Taiwan, Nieuw-Zeeland en Cyprus is Israël in feite een ‘eilandland’, met gesloten grenzen en slechts één hoofdtoegangspoort – Ben Gurion Airport. Op het hoogtepunt van de pandemie heeft de regering van Netanyahu echter toegestaan ​​dat reizigers de luchthaven passeren zonder quarantaine of zelfs maar een behoorlijke screening, en nagelaten een eigen lockdownbeleid af te dwingen.

    Zowel Israël als het VK hebben vervolgens een voortrekkersrol gespeeld bij het uitrollen van de vaccins, maar hun eerdere verkeerde inschattingen hebben een grote tol geëist. In Groot-Brittannië heeft de pandemie het leven gekost aan 120.000 mensen, waarmee het op de zesde plaats in de wereld staat qua gemiddelde sterftecijfers. Ondertussen heeft Israël het zevende hoogste gemiddelde aantal bevestigde gevallen, en nam het om de ramp het hoofd te bieden zijn toevlucht tot een ‘vaccins for data’-deal met het Amerikaanse bedrijf Pfizer. Pfizer stemde ermee in om Israël te voorzien van voldoende vaccins voor de hele bevolking, in ruil voor enorme hoeveelheden waardevolle gegevens, wat bezorgdheid opwekte over privacy en datamonopolie. De transactie toonde maar weer eens aan dat de gegevens van burgers nu een van de meest waardevolle staatsbezittingen zijn. 

    Hoewel sommige landen veel beter presteerden, is de mensheid als geheel er tot dusver niet in geslaagd de pandemie in te dammen of een wereldwijd plan te bedenken om het virus te verslaan. De eerste maanden van 2020 waren alsof we een ongeluk in slow motion zagen gebeuren. Moderne communicatie maakte het voor mensen over de hele wereld mogelijk om in realtime de beelden te zien, eerst uit Wuhan, vervolgens uit Italië en daarna uit steeds meer landen – zonder dat daar wereldwijd leiderschap op volgde om te voorkomen dat een catastrofe de wereld zou overspoelen. De tools waren er, maar politieke wijsheid ontbrak maar al te vaak.

    Vaccinatienationalisme

    Een van de redenen voor de kloof tussen wetenschappelijk succes en politiek falen is dat wetenschappers wereldwijd samenwerkten, terwijl politici de neiging hadden om ruzie te maken. Terwijl ze onder veel stress en in grote onzekerheid werkten, deelden wetenschappers over de hele wereld vrijelijk informatie en vertrouwden ze op elkaars bevindingen en inzichten. Veel belangrijke onderzoeksprojecten werden uitgevoerd door internationale teams. Een grootschalig onderzoek dat de doeltreffendheid van lockdownmaatregelen aantoonde, werd bijvoorbeeld uitgevoerd door onderzoekers van negen instellingen: één in het VK, drie in China en vijf in de VS.

    Daarentegen zijn politici er niet in geslaagd een internationale alliantie tegen het virus te vormen en overeenstemming te bereiken over een mondiaal plan. De twee grootste grootmachten ter wereld, de VS en China, hebben elkaar beschuldigd van het achterhouden van essentiële informatie, het verspreiden van desinformatie en complottheorieën, en zelfs van het opzettelijk verspreiden van het virus. Talrijke andere landen hebben naar het schijnt gegevens over de voortgang van de pandemie vervalst of achtergehouden.

    ‘In deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang’

    Het gebrek aan wereldwijde samenwerking manifesteert zich niet alleen in deze informatieoorlogen, maar nog meer in conflicten over de schaarse medische apparatuur. Hoewel er zeker gevallen van samenwerking en vrijgevigheid zijn geweest, is er geen serieuze poging gedaan om alle beschikbare middelen te bundelen, de wereldwijde productie te stroomlijnen en een rechtvaardige distributie van voorraden te garanderen. In het bijzonder vaccinnationalisme creëert een nieuw soort wereldwijde ongelijkheid tussen landen die hun bevolking kunnen vaccineren, en landen die dat niet kunnen.

    Het is triest om te zien dat velen een simpel feit over deze pandemie niet begrijpen: zolang het virus zich overal blijft verspreiden, kan geen enkel land zich echt veilig voelen. Stel dat Israël of het VK erin slaagt het virus binnen zijn eigen grenzen uit te roeien, maar het blijft zich verspreiden onder honderden miljoenen mensen in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Een nieuwe mutatie in een afgelegen Braziliaanse stad zou het vaccin ineffectief kunnen maken en kunnen resulteren in een nieuwe golf van infectie.

    In de huidige noodsituatie zal een beroep op louter altruïsme waarschijnlijk niet prevaleren boven nationale belangen. Maar in deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking echter geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang.

    Antivirus voor de wereld

    Dscussies over wat er in 2020 is gebeurd, zullen jarenlang worden gevoerd. Maar mensen van alle politieke kampen zouden het eens moeten zijn over ten minste drie hoofdlessen.

    Ten eerste moeten we onze digitale infrastructuur beschermen. Die is onze redding geweest tijdens deze pandemie, maar kan omslaan in de bron van een nog veel grotere ramp.

    Ten tweede zou elk land meer moeten investeren in zijn volksgezondheidssysteem. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar politici en kiezers slagen er soms in de meest voor de hand liggende les te negeren.

    Ten derde moeten we een krachtig wereldwijd systeem opzetten om pandemieën te controleren en te voorkomen. In de eeuwenoude oorlog tussen mensen en ziekteverwekkers vormt het lichaam van ieder mens de frontlinie. Als die linie ergens op de planeet wordt doorbroken, brengt dat ons allemaal in gevaar. Zelfs de rijkste mensen in de meest ontwikkelde landen hebben er persoonlijk belang bij de armste mensen in de minst ontwikkelde landen te beschermen. Als een nieuw virus van een vleermuis naar een mens springt in een arm dorp in een afgelegen jungle, kan de ziekte binnen een paar dagen op Wall Street rond woekeren.

    Het geraamte van zo’n wereldwijd antivirussysteem bestaat al in de vorm van de Wereldgezondheidsorganisatie en verschillende andere instellingen. Maar de budgetten die dit systeem ondersteunen zijn beperkt, en het heeft nauwelijks politieke macht. We moeten dit systeem politieke invloed geven en veel meer geld, zodat het niet volledig afhankelijk zal zijn van de grillen van zelfzuchtige politici. 

    Als bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen

    Zoals eerder opgemerkt, vind ik niet dat experts die daar niet voor zijn gekozen de taak moeten krijgen cruciale beleidsbeslissingen te nemen. Die taak moet voorbehouden blijven aan politici. Maar een onafhankelijke wereldwijde gezondheidsautoriteit zou het ideale platform zijn om medische gegevens te verzamelen, mogelijke gevaren in de gaten te houden, alarm te slaan en onderzoek en ontwikkeling te sturen.

    Veel mensen zijn bang dat covid-19 het begin markeert van een golf van nieuwe pandemieën. Maar als de bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen. De mensheid kan het ontstaan van nieuwe ziektes niet voorkomen; dit is een natuurlijk evolutieproces dat al miljarden jaren aan de gang is en ook in de toekomst zal doorgaan. Maar vandaag de dag beschikt de mensheid over de kennis en instrumenten die nodig zijn om te voorkomen dat een nieuwe ziekteverwekker zich verspreidt en omslaat in een pandemie.

    Als covid-19 zich in 2021 desondanks blijft verspreiden en miljoenen slachtoffers maakt, of als een nog dodelijkere pandemie de mensheid treft in 2030, zal dit noch een oncontroleerbare natuurramp zijn, noch een straf van God. Het zal een menselijk falen zijn, en om precies te zijn een falen van de politiek.

    In #179, april 2020, publiceerden wij ‘Lakmoesproef van burgerschap’, Harari’s voorspellingen voor het jaar waarop hij hier terugblikt. U leest het hier.

  • Luchthaven Changi concentreert zich nu op inwoners van Singapore | Clooney wil terugave roofkunst

    Luchthaven Changi concentreert zich nu op inwoners van Singapore | Clooney wil terugave roofkunst

    Corona vergroot armoede Latijns-Amerika aanzienlijk

    Door corona zijn in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied ruim 20 miljoen mensen tot armoede vervallen, zo blijkt uit cijfers van de Economische Commissie van de VN voor de regio, weergegeven door het Venezolaanse Mercopress. Van de bevolking leeft 12,5%, 78 miljoen mensen, inmiddels in extreme armoede. Dat is het hoogste percentage in 20 jaar.


    Clooney wil teruggave roofkunst

    De druk op Groot-Brittannië om geroofde kunstschatten te retourneren wordt steeds groter. Acteur George Clooney heeft nu in een brief opgeroepen om de zogenoemde Elgin Marbles terug te geven aan Griekenland.

    ‘Veel objecten van historische waarde moeten terug naar hun oorspronkelijke eigenaren’, aldus Clooney in ArtNews, ‘maar het belangrijkste is het marmer van het Parthenon.’ Hij verwijst daarmee naar de oorspronkelijke locatie van de sculpturen in het Parthenon op de Akropolis van Athene. Ze werden door Thomas Bruce, graaf van Elgin, verwijderd en in 1816 aan de Britse regering verkocht. 

    Britse betrokkenen hebben altijd betoogd dat Athene de schatten niet goed genoeg kon tentoonstellen

    Al ruim veertig jaar wordt opgeroepen tot repatriëring van de sculpturen, maar Britse betrokkenen hebben altijd betoogd dat Athene de schatten niet goed genoeg kon tentoonstellen. Athene heeft sinds 2009 echter een tentoonstellingsruimte van wereldklasse tegenover de Akropolis.

    Clooney regisseerde en speelde in de film Monuments Men uit 2014, waarin een groep geallieerde experts de taak heeft om kunstwerken en andere culturele schatten te redden van de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog.


    China wilde Fins vliegveld

    Het Chinese Polar Research Institute, gefinancierd door de Chinese overheid, probeerde in 2018 de luchthaven van Kemijärvi in Fins Lapland te kopen of te leasen, schrijft het Brusselse Euractiv. Dat aanbod is destijds door Finland afgewezen, zo blijkt uit berichtgeving van de Finse publieke zender YLE.

    Een Chinese delegatie van onderzoekers, met daarbij een militaire afgevaardigde van de ambassade, stelde januari 2018 voor om 40 miljoen euro te investeren in de landingsbaan van het vliegveld, zodat die zou kunnen worden gebruikt voor onderzoeks- en observatievluchten boven de Noordelijke IJszee, de Noordpool en de Noordoostpassage. Ook werd gesproken over mogelijke financiering van een nieuw onderzoekslaboratorium. Volgens het Finse leger ligt de luchthaven echter te dicht bij een strategisch belangrijke oefenbaan, waardoor uitbreiding van het vliegveld onmogelijk is. Latere EU-wetgeving, die dergelijke buitenlandse investeringen aan banden legt, zou realisatie van het plan verhinderd hebben. 

    China heeft momenteel onderzoekscentra in Groenland, IJsland en de Svalbard-archipel.


    VK verliest marktaandeel

    Volgens een onderzoek dat maandag is gepubliceerd, heeft het Verenigd Koninkrijk tijdens de coronapandemie marktaandeel verloren in de Verenigde Staten, Duitsland en China. Dit is het gevolg van chaotische wereldwijde handel, brexit en slechte productiviteit.

    Volgens het rapport van Lloyd‘s Banking Group presteerde het Verenigd Koninkrijk vooral slecht door een langdurige stagnatie van de productiviteitsgroei. ‘In een aantal belangrijke exportbestemmingen, zoals Duitsland, de VS en China, lijkt het VK een sterkere achteruitgang dan anderen door te maken, zich trager te herstellen en het wereldwijde concurrentievermogen te zien afnemen’, aldus het rapport, gepubliceerd door Reuters. ‘De exportdaling van het VK naar de VS is in zowel absolute als relatieve termen de meest langdurige van de grote Europese landen, met uitzondering van Frankrijk.’

    Tussen 2017 en 2019 wist het VK de totale export nog te verhogen, naar Duitsland met 8,5 procent en naar Italië met 12 procent, Nederland (14 procent), Spanje (20 procent) en de Verenigde Staten (24 procent).


    Changi Airport is nu flexkantoor

    Twee jaar geleden was er voor Changi Airport in Singapore geen vuiltje aan de lucht. De luchthaven opende een winkel- en entertainmentcomplex van 1,3 miljard dollar, circa 1,1 miljard euro, compleet met bioscoop en ’s werelds hoogste overdekte waterval, volgens cijfers van The New York Times. Voor het zevende jaar achtereen werd Changi uitgeroepen tot ’s werelds beste luchthaven en er werd een recordaantal van 63,8 miljoen passagiers verwerkt.

    Al vóór de pandemie kwamen veel lokale bewoners naar Changi om te eten, te winkelen en te studeren

    Dat aantal daalde vorig jaar met bijna 83 procent. Van de 33.000 vluchten in januari 2020 waren er een jaar later nog slechts 7500 over. De nettowinst daalde met 36 procent tot ongeveer 327 miljoen dollar en de bouw van een vijfde terminal werd stopgezet.

    De luchthaven concentreert zich nu op inwoners van Singapore. Al vóór de pandemie kwamen veel lokale bewoners naar Changi om te eten, te winkelen en te studeren. Inmiddels worden ook ‘glamping’ en karten aangeboden en de lounge is omgebouwd tot flexkantoor. Een werkplek kost 170 euro voor drie maanden.


    Schimmige handel 

    Bangladesh heeft zeker 280.000 euro uitgegeven aan UFED, een product van het Israëlische bedrijf Cellebrite waarmee telefoons kunnen worden gehackt. Dit blijkt uit onderzoek door Al Jazeera en de Israëlische krant Haaretz. De aanschaf is saillant, want Bangladesh erkent de staat Israël niet, verbiedt handel ermee en verbiedt Bengalezen erheen reizen. Vermoed wordt dat de regering van Bangladesh UFED inzet om opponenten te bespioneren.

    UFED biedt toegang tot een breed scala van mobiele telefoons en kan er privégegevens aan onttrekken. Het hacken van versleutelde telefoongegevens baart burgerrechtenactivisten al langer zorgen en ze roepen dan ook op tot striktere regels voor het gebruik ervan.


    Rusland richt pijlen op Duitsland

    Volgens een onderzoek van de EU vormt Duitsland het middelpunt van Russische desinformatiecampagnes, meldt het Duitse Freie Presse. Russische media hebben sinds eind 2015 meer dan 700 keer valse informatie over Duitsland verspreid, tegenover 300 keer over Frankrijk, 170 keer over Italië en 40 keer over Spanje.

    ‘Geen enkele andere EU-lidstaat wordt feller aangevallen dan Duitsland’, aldus het rapport van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), dat deze week in Brussel werd gepubliceerd. Het gaat daarbij om door het Kremlin aangestuurde systematische campagnes op politiek niveau en om mediacampagnes. De regering in Moskou heeft de aantijgingen ‘belachelijk’ genoemd, maar verwierp ze niet direct.

  • Een kommetje van een half miljoen | Roken in Milaan verboden

    Een kommetje van een half miljoen | Roken in Milaan verboden

    Groeiende Koreaanse online voedselmarkt

    Door de coronapandemie is de onlinemarkt voor voedselbezorging in Zuid-Korea vorig jaar met bijna 80 procent gegroeid ten opzichte van 2019, zo blijkt uit cijfers van Statistics Korea, die Korea Herald publiceerde. De Koreaanse onlinemarkt voor voedselbestellingen bedroeg in 2020 17,4 biljoen won, € 12,88 miljard, een stijging van 78,6 procent ten opzichte van het jaar daarvoor.


    Singapore klimt uit het dal

    DBS, de grootste bank van Singapore, deed onderzoek naar geanonimiseerde klantaccounts en uit dinsdag gepubliceerde resultaten blijkt dat de stadstaat langzaam uit de door corona veroorzaakte recessie komt, schrijft South China Morning Post. Vorig jaar daalde de Singaporese economie met 5,4 procent, de ergste recessie sinds het eiland onafhankelijk werd in 1965. 

    Uit het onderzoek van DBS blijkt dat in de tweede helft van vorig jaar sprake was van inkomensverbetering en van een opleving van consumptieve bestedingen, vergeleken met april en mei 2020, toen in Singapore een lockdown gold.

    In mei noteerde ongeveer een kwart van de 1,2 miljoen DBS-klanten op hun salarisrekening een loonsverlaging van meer dan 10 procent, maar in december gold dat nog slechts voor een vijfde. Volgens Irivin Seah, econoom bij DBS, bereikte de arbeidsmarkt in oktober vorig jaar een dieptepunt met een werkloosheidspercentage van 4,8 procent. In december verbeterde dat tot 4,4 procent. In diezelfde periode verbeterde de verhouding tussen vacatures en werklozen voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2018.


    Kommetje van een half miljoen

    Een blauw en wit kommetje van porselein dat voor slechts $35 werd gekocht op een rommelmarkt in het Amerikaanse Connecticut, gaat een fortuin opleveren. Het wordt over twee weken geveild door Sotheby’s New York. Geschatte opbrengst: tussen de $300.000 en $500.000.

    Het kommetje uit de Chinese Mingdynastie heeft een doorsnede van slechts 16 centimeter, stamt uit het vijftiende-eeuwse Yongle-tijdperk en is uiterst zeldzaam, aldus ArtNews. Er zijn wereldwijd slechts zes vergelijkbare stukken bekend en die bevinden zich allemaal in de collecties van musea als het Victoria & Albert Museum, het British Museum, het National Palace Museum in Taipei en het National Museum of Iran. 

    Regina Krahl, specialist in keramiek uit het Verre Oosten, noemt de kom in de veilingcatalogus ‘in alle opzichten een typisch Yongle-product, gemaakt voor het hof, met een opvallende, onovertroffen combinatie van schitterend materiaal en schilderkunst met een licht exotisch ontwerp, kenmerkend voor keizerlijk porselein uit deze periode’.


    AstraZeneca stapt uit Moderna

    Met een aandelenpakket van 7,7 procent was het Brits-Zweedse farmaceutische bedrijf AstraZeneca de op een na grootste investeerder in het Amerikaanse biotechbedrijf Moderna. Maar volgens de Britse krant The Times heeft AstraZeneca dat belang nu verkocht voor meer dan een miljard dollar. Volgens de krant zetten de twee bedrijven hun samenwerking op andere gebieden gewoon voort. 

    Aangenomen wordt dat AstraZeneca met de verkoop zijn financiële positie wil versterken vanwege zijn beoogde grootste acquisitie ooit

    De waarde van Moderna-aandelen is in korte tijd fors gestegen vanwege de doorbraak in de ontwikkeling van het vaccin tegen corona. In tegenstelling tot het coronavaccin dat AstraZeneca in samenwerking met de Universiteit van Oxford produceert, verkoopt Moderna zijn vaccin tijdens de pandemie met winstoogmerk en het bedrijf verwacht in 2021 een omzet van $18,4 miljard te behalen door de verkoop van het vaccin. 

    Aangenomen wordt dat AstraZeneca met de verkoop zijn financiële positie wil versterken vanwege zijn beoogde grootste acquisitie ooit: de overname van Alexion, gespecialiseerd in zeldzame ziekten, voor $39 miljard. 


    Britten kopen Grieks vastgoed

    Volgens een recente studie van het Britse Astons, dat adviseert over investeringen in combinatie met verblijfsvergunningen, is Griekenland het meest populaire land voor Britten met een vermogen van meer dan £1 miljoen, €1,16 miljoen, meldt Ekathimerini. Van deze vermogende investeerders zegt 79 procent niet te zijn getroffen door brexit. Voor 68 procent is verbetering van de levenskwaliteit de primaire motivatie om te investeren in buitenlands onroerend goed.

    Een Griekse verblijfsvergunning garandeert visumvrij reizen naar alle Schengenlanden

    De populariteit van Griekenland berust volgens Astons op verschillende factoren. Investeren in Griekse vastgoed is betaalbaarder en veelbelovender dan in het VK. Bovendien kan met een relatief lage minimuminvestering van zo’n €250.000 binnen twee maanden al een verblijfsvergunning voor Griekenland worden geregeld. Bijkomend post-brexitvoordeel voor Britten: een Griekse verblijfsvergunning garandeert visumvrij reizen naar alle Schengenlanden. 

    Spanje en Antigua en Barbuda staan met 11 procent van de stemmen tweede op de wensenlijst van investeerders, gevolgd door Ierland met 8 procent en Italië, Portugal, Malta en Zwitserland met 6 procent.


    Rookverbod in Milaan

    Roken in parken en op veel andere openbare plekken in Milaan is voortaan verboden, schrijft de Romeinse nieuwssite ANSA. Op grond van nieuwe normen voor de luchtkwaliteit die in november werden goedgekeurd, is het ook verboden te roken bij onder meer bushaltes, in stadions, andere sportfaciliteiten en op begraafplaatsen. Roken is op deze plekken overigens nog wel toegestaan als rokers zich op minstens 10 meter afstand bevinden van anderen. Op 1 januari 2025 zal het verbod worden uitgebreid naar alle openbare ruimtes. 

    Van de geïndustrialiseerde steden in Noord-Italië heeft Milaan het meest te lijden van slechte luchtkwaliteit. Daarom worden er ook regelmatig autovrije zondagen afgekondigd.


    Peru staat eenmalig euthanasie toe

    Het Hooggerechtshof van Peru verleent de 43-jarige Ana Estrada toestemming om haar leven te beëindigen en heeft medische autoriteiten opgedragen daartoe een protocol op te stellen, meldt MercoPress. Het Hof zegt dat degene die Estrada helpt te sterven, niet de wettelijke gevangenisstraf van drie jaar zal krijgen. Overigens geldt het besluit alleen in deze zaak.

    Estrada, psychologe en activiste voor een waardige dood, lijdt al meer dan dertig jaar aan een ongeneeslijke ziekte waardoor bijna al haar spieren zijn verlamd. Ze kon haar beroep uitoefenen tot vier jaar geleden, sindsdien dwong de ziekte haar het grootste deel van de dag in bed te blijven.

  • De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

    De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

    Vorige week werd de 66-jarige ontwikkelingseconome Ngozi Okonjo-Iweala uit Nigeria aangesteld als directeur van de Wereldhandelsorganisatie WHO. Wereldwijd stonden politici, waarnemers en de pers te juichen omdat er eindelijk een zwarte, Afrikaanse vrouw aan het hoofd staat van een grote internationale instelling. Niet iedereen vindt die staande ovatie terecht.

    ‘Ngozi Okonjo-Iweala schrijft geschiedenis’, aldus France24 in een video-verslag over haar aanstelling. ‘Een goed gekwalificeerde nieuwe leider voor de WHO’, vindt Council on Foreign Relations. ‘Nigeriaanse krachtpatser wordt hoofd WHO’, aldus Financial Times. ‘Vrouw’, ‘zwart’, ‘Afrikaans’, ‘dapper’, ‘briljant’, ‘spijkerhard’: de aanprijzingen waren niet aan te slepen nadat bekend werd dat Okonjo-Iweala naar Genève kan vertrekken met de opdracht om de stroperige WHO vlot te trekken. 

    Kritiek moment

    ‘Zelfs voor een econoom komen er veel zeer grote getallen voor in het leven van Ngozi Okonjo-Iweala’, schrijft The Guardian in een portret. ‘Als voorzitter van Gavi, de alliantie voor vaccinatie van kinderen tegen dodelijke en slopende infectieziekten, zag ze toe op de jaarlijkse vaccinatie van miljoenen kinderen. Als algemeen directeur van de Wereldbank hield ze toezicht op $ 81 miljard (€ 66,8 miljard) aan activiteiten. Als minister van Financiën van Nigeria pakte ze de $ 30 miljard schuld van het meest bevolkte land van Afrika aan. En ze heeft 1,5 miljoen volgers op Twitter.’ 

    The Guardian somt ook nog een reeks van kleinere getallen op die ertoe doen, zoals ‘de twintig non-profitorganisaties die haar hebben benoemd in hun adviesraden; de grote banken en bedrijven die ze heeft geadviseerd; de tien eredoctoraten naast haar eigen doctoraat; een twintigtal onderscheidingen; tientallen belangrijke rapporten en boeken.’ En dan zijn er natuurlijk nog de prestigieuze lijsten waarop haar naam prijkt, zoals die van ’s werelds honderd machtigste vrouwen; ’s werelds honderd meest invloedrijke mensen en de tien meest invloedrijke vrouwen van Afrika, om maar enkele te noemen. 

    Haar aanstelling tot Directeur-Generaal van de WHO, ‘een positie die nog nooit eerder werd bekleed door een Afrikaan, noch door een vrouw’, geeft haar de leiding over een organisatie met een begroting van $ 220 miljoen en 650 personeelsleden en komt op een kritiek moment. Hervormingen zijn namelijk broodnodig, schrijft de krant. ‘Dit is het moment om alle ervaring aan te spreken die ze heeft opgedaan gedurende haar veertigjarige carrière. Gaat Okonjo-Iweala de klus klaren?’  

    Burgeroorlog

    Okonjo-Iweala was zes jaar oud toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, aldus The Guardian. ‘Ze groeide op in een klein dorpje in Delta, de zuidelijke staat van het land. Haar ouders, beiden vooraanstaande academici, hadden beurzen gekregen om in Europa te studeren, dus zij en haar zes broers en zussen werden opgevoed door hun grootmoeder. Het leven was niet gemakkelijk. Tegen de tijd dat ze negen was, had Okonjo-Iweala leren koken en hout halen en verrichtte ze veel huishoudelijke taken.’

    Doordat er een burgeroorlog uitbrak tussen de separatistische staat Biafra en de Nigeriaanse centrale regering werd haar opleiding onderbroken en werd ze geconfronteerd met nieuwe ontberingen. Toen haar driejarige zusje chronisch ziek werd van malaria, was het Okonjo-Iweala die haar naar een dokterspraktijk vijf kilometer verderop droeg, waar ze zich door een menigte van zeshonderd mensen heen wurmde en door een raam klom om de behandeling te vragen die het leven van haar zusje zou redden. 

    ‘Ik at één maaltijd per dag. Er stierven kinderen. Daardoor heb ik heb geleerd heel zuinig te leven. Ik zeg vaak dat ik me zowel op een moddervloer als onder een donzen dekbed comfortabel kan voelen. Door wat we hebben meegemaakt, ben ik tot iemand geworden die het zonder spullen kan stellen.’

    Probleemvrouw

    Nadat de burgeroorlog tussen Nigeria en Biafra in 1970 eindigde, vertrok Okonjo-Iweala naar de VS om economie te studeren aan Harvard en MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Ze trouwde met haar jeugdliefde en ging in 1979 op vijfentwintigjarige leeftijd aan de slag bij de Wereldbank, waar ze gestaag opklom in de hiërarchie. Ze schopte het tot tweede in de rangorde en reisde de wereld over.

    Uiteindelijk vertrok ze in 2003 na vijfentwintig jaar bij de Wereldbank omdat ze werd gevraagd minister van Financiën van Nigeria te worden. Die functie vervulde ze twee keer en ze was korte tijd ook nog minister van Buitenlandse Zaken. Als minister van Financiën werd Okonjo-Iweala geconfronteerd met de enorme schulden van Nigeria en wachtte haar een keiharde strijd om economische hervormingen door te voeren. 

    ‘Toen ik minister van Financiën werd, noemden ze me Okonjo-Wahala, ofwel: Probleemvrouw’, zei ze in een interview met The Guardian in 2005. ‘Het betekent letterlijk zoiets als: Ik ben de hel. Maar het kan me niet schelen hoe ik genoemd wordt. Ik ben een vechter. Ik ben erg gefocust op wat ik doe en ik ben meedogenloos in wat ik wil bereiken, tot in het extreme. Als je me voor de voeten loopt, krijg je een schop.’

    Okonjo-Iweala pakte de schuldenberg van Nigeria aan door sceptische westerse mogendheden ervan te overtuigen hulp te verlenen. Gordon Brown, destijds premier van Groot-Brittannië, noemde haar ‘een briljante hervormer’, volgens The Guardian, ‘hoewel anderen minder waardering hadden voor de afspraken die ze met schuldeisers maakte. Sommige commentatoren wijzen erop dat ze veel van de beloften die ze aan Nigerianen deed over economische groei en het scheppen van banen niet is nagekomen.’

    ‘Ze kan heel vastberaden en brutaal zijn, misschien zelfs angstaanjagend voor sommige mensen, maar tegelijkertijd is ze altijd zichzelf. Het is een vrouw die ons aan het lachen maakt’, citeert The Guardian Ada Osakwe, een econome die in de Nigeriaanse regering met Okonjo-Iweala samenwerkte.

    Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen

    Nu met het aftreden van de regering-Trump de weerstand tegen haar benoeming is weggevallen, krijgt ze de leiding over de WHO. Daarmee komt ze onder een vergrootglas te liggen, want deze functie is niet alleen veel invloedrijker maar ook veel zichtbaarder dan alle andere posities die Okonjo-Iweala ooit bekleedde, aldus The Guardian.

    ‘De in Genève gevestigde organisatie heeft al decennialang te maken met bittere kritiek van alle kanten. De WHO was het primaire doelwit van de beweging die protesteerde tegen de schandelijkste gevolgen van het kapitalisme en globalisering, omdat ze daar als representant van wordt gezien. Meer recentelijk werd de WHO aangevallen door de VS omdat ze de problematiek van het Chinese staatskapitalisme niet heeft weten aan te pakken.’

    Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen en tegen hun relatieve gebrek aan invloed op de besluitvorming, vergeleken met rijkere staten. Vooral landbouwsubsidies zijn een specifiek twistpunt. ‘De WHO wist al jaren geen grote multilaterale handelsovereenkomst meer te sluiten en de hoop is tanende dat de organisatie overbevissing weet te beperken of de wildwest-praktijken rond e-commerce kan intomen.’ En dan is er volgens The Guardian natuurlijk ook nog eens de coronapandemie, die leidt tot worstelende economieën en groeiend protectionisme wereldwijd.

    ‘De WHO heeft een frisse blik nodig, een fris gezicht, een buitenstaander, iemand die in staat is om hervormingen door te voeren en die met de leden kan samenwerken’, zo zei Okonjo-Iweala onlangs in een interview met CNN. ‘Die ervoor kan zorgen dat de WHO uit haar gedeeltelijke verlamming geraakt.’

    De benoeming van Okonjo-Iweala is een ‘grote stap voor Afrika en een grote stap voor de wereld’, vindt Osakwe, de eerder geciteerde econome die met haar samenwerkte. ‘Zo’n opmerkelijk talentvolle vrouw die het roer overneemt van een instelling die opgeschud moet worden. Kijk maar naar wat er met de handel in de wereld gebeurt, zoals de strijd tussen de VS en China.’ Okonjo-Iweala, zo zegt Osakwe, ‘is in de loopgraven geweest’.

    Uiterste voorzichtigheid

    Ondanks al deze lof slaat Francisco Perez een andere toon aan op de website Africa is a Country. Perez noemt zichzelf activist voor een solidaire economie, is docent en onderzoeker en bezig zijn studie economie aan de Universiteit van Massachusetts in Amherst af te ronden. Hij is de directeur van het Centre for Popular Economics, dat pleit voor ‘economie gericht op mensen, niet op winsten’. Het is een non-profitcollectief van politieke economen die ‘economie van haar mystiek willen ontdoen en die bruikbare economische instrumenten ontwikkelen voor mensen die vechten voor sociale en economische rechtvaardigheid’. 

    In zijn artikel ‘Black faces in high places’ voor Africa is a Country, roept Perez links in Afrika op de benoeming van Ngozi Okonjo-Iweala met ‘uiterste voorzichtigheid’ te beschouwen. 

    ‘Ngozi Okonjo-Iweala, de voormalige minister van Financiën en Buitenlandse Zaken van Nigeria’, zo begint Perez, ‘was eerder in 2012 in de race om voorzitter van de Wereldbank te worden, maar de voormalige Amerikaanse president Barack Obama koos de Amerikaan Jim Yong Kim voor die functie. Gedurende haar campagne voor de Wereldbank, en later voor de WHO, onderstreepten veel commentatoren het belang van een zwarte Afrikaanse vrouw aan het hoofd van een grote internationale financiële instelling als “een bepalend moment voor Afrika, dat al lang zucht onder de laars van buitenlandse mogendheden en financiële instellingen”.’

    Maar pan-Afrikaans links moet dergelijke ‘identiteitspolitiek’ verwerpen als het louter om de representatie van identiteit gaat, vindt Perez. ‘Want als een zwarte Afrikaanse vrouw hetzelfde neoliberale beleid verdedigt dat de economische ontwikkeling van Afrika heeft belemmerd, dan is dat contraproductief.’

    ‘Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank maakt de WHO deel uit van de “Onheilige Drie-eenheid” van internationale instellingen die het wereldwijde handels- en financiële systeem besturen ten voordele van grote multinationale ondernemingen en hun aandeelhouders en ten koste van ecosystemen en arbeiders wereldwijd’, schrijft Perez. ‘De WHO werd in 1995 opgericht op het hoogtepunt van het neoliberale triomfalisme na de Koude Oorlog. Als permanente organisatie verving de WHO het lossere General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Anders dan GATT kon de WHO gemakkelijker sancties opleggen aan landen die probeerden buitenlandse handel te beperken, door een mechanisme in het leven te roepen dat geschillen tussen staten beslecht. Onder Trump werd dat mechanisme eind vorig jaar overigens gesaboteerd.

    De GATT stond regeringen van Ontwikkelingslanden toe bescheiden vormen van bescherming in te voeren voor hun prille industrie en voor handelsbeperkingen die ontwikkelingsdoeleinden ten goede kwamen. Met de WHO wilden Amerikaanse en Europese regeringen deze mogelijkheden juist afzwakken en de principes van vrijhandel uitbreiden tot diensten en intellectueel eigendom. Een wereldwijde coalitie van arbeiders- en milieugroeperingen verraste de organisatie door met protesten de jaarlijkse bijeenkomst in Seattle in 1999 te verstoren.

    Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken?

    Ondanks de aanprijzing een ‘ontwikkelingsronde’ te zijn, in naam gericht op de behoeften van de armste landen, liep de laatste reeks van wereldwijde handelsbesprekingen spaak toen regeringen uit het Zuiden, onder leiding van India en China, zich verzetten tegen het verder openstellen van hun markten voor Noord-Amerikaans, West-Europees en Japans kapitaal. Ze drongen erop aan dat regeringen in het Noorden hun markten zouden openstellen voor de export van landbouwproducten uit het Zuiden door handelsbarrières te verkleinen en vooral door de enorme subsidies voor hun eigen agro-industrie aan banden te leggen’, aldus Perez. Dat leidt tot de vraag aan wiens kant het nieuwe hoofd van de WHO staat. 

    ‘Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken? Of juist aan het gevecht van zuidelijke regeringen om internationale handel ondergeschikt te maken aan hun prioriteiten voor hun eigen binnenlandse ontwikkeling? Nigeria heeft een reputatie van protectionisme, dusdanig dat voorstanders van een Afrikaanse continentale vrijhandelszone vrezen dat die er niet komt, en Okonjo-Iweala staat bekend als een orthodoxe econoom met een decennialange carrière bij de Wereldbank. Haar kandidatuur om voorzitter van de Wereldbank te worden, werd gesteund door onder meer The Economist en The Financial Times, die nu niet bepaald bekend staan als vrienden van Afrikaanse arbeiders en boeren.’

    Impopulair besluit

    ‘Het beleid van Okonjo-Iweala in Nigeria leidde tot woede bij links. Velen waren tegen haar eerste grote daad als minister van Financiën. Die betrof afspraken met de Club van Parijs, een groepering van westerse en Japanse crediteuren, om de buitenlandse schuld van Nigeria in 2003 te herstructureren. Ze onderhandelde over een vermindering van de Nigeriaanse schuld van zo’n $ 35 miljard naar $ 17,4 miljard, inclusief een onmiddellijke afbetaling van $ 12,4 miljard. Veel Nigeriaanse progressieven betoogden dat die schuld was ontstaan door corrupte militaire dictaturen, dat geldschieters wisten dat het geld zou worden gestolen en dat de bevolking van Nigeria daarom geen dollar terug zou moeten betalen. De schuld was verfoeilijk en had moeten worden afgewezen. De miljarden aan terugbetalingen hadden ten goede kunnen komen van leraren, verpleegsters en infrastructuur.’

    Ook tijdens haar tweede periode als minister van Financiën haalde Okonjo-Iweala de woede van links op haar hals, aldus Perez. ‘Ze werd in januari 2012 het publieke gezicht van het zeer impopulaire besluit om subsidies op brandstof af te schaffen, hetgeen leidde tot een verdubbeling van de transportprijzen van de ene op de andere dag en tot een scherpe stijging van de kosten voor levensonderhoud. Miljoenen Nigerianen meenden dat de brandstofsubsidie het enige voordeel was dat ze hadden van de enorme olierijkdom van hun land en ze vertrouwden er niet op dat hun politieke leiders geld zouden overhevelen naar sociale uitgaven, zoals ze beloofden. De afschaffing van de subsidies leidde tot een nationale staking en tot protesten van Occupy Nigeria, waaraan cultuurdragers als Seun Kuti, Wole Soyinka en Chinua Achebe deelnamen.’

    Niet veel vertrouwen

    Perez betoogt dat ‘zwart’, ‘Afrikaans’ en ‘vrouw’, niet per se een belofte inhouden. ‘In de decennia sinds het einde van het formele kolonialisme hebben veel Afrikanen op harde wijze geleerd dat leiders die eruitzien zoals zij en klinken zoals zij, weinig verschil maken als ze een beleid voeren dat de meesten van hen schaadt.

    De keuze voor Okonjo-Iweala om de WHO te leiden, doet er alleen toe als dat leiderschap beleidsruimte opent voor ontwikkelingslanden om een industrieel beleid te kunnen voeren. De hoop is dat een WHO-directeur uit het Zuiden meer sympathie zal hebben voor de uitdagingen die het mondiale handelssysteem aan perifere economieën stelt, maar de staat van dienst van Okonjo-Iweala wekt in dit opzicht niet veel vertrouwen.

    Hoewel het ‘herenakkoord’ tussen Amerika en Europa, dat regelt dat het hoofd van het IMF altijd een Europeaan is en het hoofd van de Wereldbank een Amerikaan, niet te rechtvaardigen is, moet pan-Afrikaans links aandringen op een rechtvaardiger mondiale economie, en niet simpelweg op meer ‘zwarte gezichten op hoge posten’.

  • Orchideeënstroperij: hoe een bloeiende onlinehandel deze zeldzame bloemen bedreigt

    Orchideeënstroperij: hoe een bloeiende onlinehandel deze zeldzame bloemen bedreigt

    Toen een Britse plantenverzamelaar in 1818 een doos vol exotische planten vanuit Brazilië naar Engeland verscheepte, was dat het startpunt van de ‘orchideeëngekte’. Inmiddels speuren obsessieve verzamelaars overal ter wereld naar zeldzame soorten en is er een snelgroeiende en destructieve onlinehandel ontstaan.

    In zijn boek Orchid Fever: A Horticultural Tale of Love, Lust and Lunacy (2000) geeft de Amerikaanse reisauteur Erik Hansen een levendig verslag van de complexe wereld van obsessieve bloemverzamelaars, onversaagde jagers en hebberige plantensmokkelaars.

    Hansen begint zijn boek in de jungle van Borneo, een gebied dat bijzonder rijk is aan orchideeën. Hij fungeert er, samen met leden van de seminomadische Penan-stam, als gids voor twee Amerikaanse orchideeënkwekers. Het tweetal wil dolgraag de Paphiopedilum sanderianum fotograferen, een zeldzame orchideesoort die endemisch is op het eiland. Deze soort is volgens Hansen ‘de heilige graal onder de orchideeën, een bloem die slechts enkele tientallen botanici ooit in het wild hebben gezien’.

    Orchideeëngekte

    De orchideeëngekte begon in 1818 in Engeland, nadat de Britse plantenverzamelaar William Swainson een doos vol exotische planten, waaronder orchideeën, uit Brazilië naar Engeland had verscheept. Niet lang daarna trotseerden obsessieve verzamelaars aanvallen van tijgers en werden ze soms gedood of levend verbrand in de verste uithoeken van de aarde, waar de gewilde plant te vinden was.

    Twee eeuwen later is Zuidoost-Azië nog steeds een van de topbestemmingen voor orchideeënliefhebbers. In Azië heeft Indonesië er, met meer dan ruim vierduizend endemische soorten, waarschijnlijk het meest, gevolgd door Maleisië, waar meer dan drieduizend soorten vandaan komen. De Filipijnen kennen elfduizend soorten en Myanmar 1040, volgens een inventarisatie van botanisch tijdschrift PhytoKeys uit 2020.

    Destructief aspect

    Nieuw Maleisisch onderzoek werpt nu ook licht op een minder bekend, maar zeer destructief aspect van deze botanische interesse: de verborgen, snelgroeiende onlinehandel in zeldzame wilde orchideeën.

    ‘Het internet heeft het toch al dramatische verlies aan biodiversiteit nog verder versneld,’ vertelt orchideeënexpert Rexy Prakash Chacko, een van de oprichters van de organisatie Penang Hills Watch, die de ontbossing op het Maleisische eiland Penang boekstaaft. Prakash Chacko publiceerde onlangs samen met botanist Santhi Velayutham Orchids of Penang Hill, een boek over de orchideeën in het natuurpark Penang Hills op het eiland. Het tweetal wil hiermee de diversiteit tonen van de wildeorchideeënflora, maar ook alarm slaan over de illegale handel in deze planten.

    GettyImages 1215460441 1 1 2 1
    Een orchideeënboerderij in China. – © Getty

    De publicatie van het geïllustreerde boek komt precies op het moment dat Penang Hills een aanvraag deed om te worden aangemerkt als Unesco Biosphere Reserve: een natuurgebied met internationaal beschermde status. De interesse van botanici voor het gebied is overigens niet nieuw. Al in 1894 beschreven de Britten Charles Curtis en Henri Ridley in een eerste catalogus van de orchideeën in het gebied negentig verschillende soorten, een aantal dat in 2017 was opgelopen tot 144.

    ‘Omdat wij merkten dat deze lijst nog verre van compleet was, besloten we zelf een inventarisatie te gaan doen, en daaruit kwam het idee voor een geïllustreerd orchideeënboek voort,’ vertelt Velayutham.

    Het doel van de auteurs is om de natuurlijke diversiteit van Penang Hills te bevorderen, en natuurliefhebbers en wandelaars te stimuleren om de bloemen te herkennen en te beschermen. ‘Meer in het oog springende wilde orchideeën als P. barbatum, ook wel bekend als het venusschoentje, vind je al een hele tijd niet meer, dus richten verzamelaars zich nu op alle andere orchideeën die ze kunnen vinden,’ aldus Prakash Chacko. ‘Via Facebookgroepen over orchideeën vinden ze klanten uit het hele land. Regulering is er nauwelijks en tegen de bulkverkoop van planten wordt niets ondernomen.’

    laura ockel FD84EgcTFsc unsplash 1 1 1
    Een Miltassia Shelob-orchidee genaamd ‘Tolkien’. Het is een hybride van twee Zuid-Amerikaanse orchideeën. – Laura Ockel / Unsplash

    De Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, die de meeste Zuidoost-Aziatische landen respecteren, kent strenge regels ter beperking van de handel in maar liefst 35.000 soorten, waarvan ten minste 70 procent orchideeën zijn. Maar het blijkt erg moeilijk om digitale transacties op sociale media op te sporen en tegen te gaan.

    ‘In Maleisië verkopen verzamelaars op Facebook orchideeën vaak voor maar 5 ringgit (1 euro) per stuk, wat kan oplopen tot 100 ringgit voor de zeldzamere exemplaren, vertelt Prakash Chacko. Milieuorganisatie Mongabay beschreef in 2018 hoe orchideeënsmokkelaars via eBay een grote internationale groep kopers bedienen. Zo was zes maanden na de ontdekking in 2010 van de nieuwe orchideeënsoort P. canhii in Vietnam deze zeldzame soort al bijna uitgestorven door stroperij, aangejaagd door een sterke vraag op internet.

    De bedreiging die dit vormt voor orchideeën is onmiskenbaar: Ruth Kiew van het Forest Research Institute Malaysia (FRIM) vertelde vorig jaar aan nieuwswebsite The Malaysian Insight dat veel van de wilde orchideeënsoorten in het land de komende vijf tot tien jaar zullen uitsterven als de illegale oogst niet aan banden wordt gelegd. 

    Het district Noming in Putao, in Myanmar, is de enige plek ter wereld waar P. wardii groeit, beter bekend als de zwarte orchidee

    ‘Orchideeën kun je makkelijker beschermen als ze in nationale of provinciale parken groeien, of in wildreservaten. Ook helpt het om bossen alleen met toestemming vooraf toegankelijk te maken en een vergunning verplicht te stellen om levende planten te verzamelen,’ zegt orchideeënexpert Ong Poh Teck van FRIM. Volgens Teck is de kans dat de planten illegaal worden meegenomen het grootst als ze in onbeschermde gebieden groeien die te uitgestrekt zijn om te surveilleren.

    De orchideeënstroperij breidt zich nu ook uit naar minder ontwikkelde delen van Zuidoost-Azië, zoals Myanmar. In dit land is de orchideeënflora nog vrij onbekend, als gevolg van het langdurige politieke isolement.

    De meest unieke orchideeën van Myanmar zijn te vinden in de afgelegen streek Putao in de staat Kachin, 1500 kilometer ten noorden van Yangon, ingeklemd tussen de Indiase deelstaat Arunachal Pradesh, de autonome Chinese regio Tibet en de noordwestelijke provincie Yunnan. Putao ligt aan de voet van de Hkakabo Razi, met 5881 meter de hoogste bergtop van Zuidoost-Azië. Voordat het onlangs door een nieuwe weg werd ontsloten, was het gebied alleen door de lucht bereikbaar. 

    Het district Noming in Putao is de enige plek ter wereld waar P. wardii groeit, beter bekend als de zwarte orchidee, vanwege zijn kastanjebruine bloemen. Hij groeit tussen de rotsen en draagt de naam van de Britse botanicus Frank Kingdon-Ward, die in 1914 onderzoek deed naar de orchideeën van Kachin.

    alex hand VOhERUMvTMM unsplash 1 1 1 1
    © Alex Hand / Unsplash

    Hoe uniek deze plant ook is, bedreigd is hij nog niet, aangezien de lokale bevolking hem niet intensief verzamelt. Hij wordt wel gebruikt in traditionele medicijnen en zo nu en dan verkocht als souvenir aan het handjevol vasthoudende toeristen op de markten in Putao. Althans, voordat covid-19 plotsklaps een einde maakte aan het toerisme in de streek.

    Toeristengids Japha Se uit Putao, eigenaar van reisbureau Icy Myanmar, vertelt dat er op sociale media al wel een levendige handel is ontstaan in de zwarte orchidee. ‘Maar nog populairder dan orchideeën zijn medicinale planten en lichaamsdelen van dieren. Die handel is lucratiever en er is meer vraag naar bij Chinese handelaars,’ vertelt hij. ‘Maar ik ben bang dat er vroeg of laat ook veel belangstelling zal komen voor onze wilde orchideeën.’

    Wapen

    Volgens de Wildlife Conservation Society, een internationale organisatie voor natuurbehoud uit New York die samenwerkt met het Myanmarese ministerie voor Bosbeheer, zijn er in de streek meer dan tweehonderd verschillende soorten orchideeën te vinden.

    Helaas staat het plan om het Hkakabo Razi National Park op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst te krijgen sinds december 2017 door hevige lokale protesten in de ijskast. Het zou het natuurbehoud in de streek vergemakkelijken, ‘omdat het een wapen is tegen de schurken die nu de levende en niet-levende natuur van het park plunderen,’ aldus Se.

    De zeldzame orchideeën staan ook elders in Myanmar onder druk, zoals in de heuvelgebieden Chin en Naga, langs de grens met de Indiase staten Manipur en Nagaland. Daar verzamelt de lokale bevolking de planten en verkoopt die door op markten en aan kopers over de grens.

    ‘Doordat het wegennet er is verbeterd, is het veel makkelijker geworden voor handelaars om orchideeën en dierlijk materiaal over de grens te brengen,’ vertelt Se. ‘Daarom ben ik nog het meest bezorgd dat onze orchideeën daar snel zullen gaan uitsterven.’