Tag: handel

  • 4. China, de andere wereldkampioen

    4. China, de andere wereldkampioen

    Nu Trump de protectionistische kaart trekt, profileert China zich als voorvechter van de open economie. Maar wil het land echt een voorbeeld worden, dan zal het eerst moeten hervormen, schrijft men in Hongkong.

    Op 17 januari heeft Xi Jinping tijdens het Economische Wereldforum in Davos de economische globalisering vurig verdedigd. Natuurlijk was het enigszins ironisch om een communistische leider tijdens een kapitalistisch forum de vrijhandel te horen bezingen. Toch is deze man ook de leider van de tweede economie en de eerste handelsmacht van de wereld, en als zodanig is het niet meer dan logisch dat hij wil opkomen voor de economische globalisering en de voordelen van de vrijhandel prijst. Volgens voorspellingen van het IMF zal China in 2016 1,2 procentpunt hebben bijgedragen aan de mondiale economische groei, waar de VS blijft steken op 0,3 procentpunt en Europa op 0,2. De Chinese bijdrage stijgt ruimschoots uit boven die van de gezamenlijke ontwikkelde landen. De woorden van Xi Jinping klinken als muziek in de oren van de elite van de mondiale financiële wereld, als tegenwicht tegen een verontrustend isolationistische Donald Trump die zijn problemen op anderen afwentelt.

    Tijdens zijn twee toespraken heeft Xi Jinping de naam van de Amerikaanse president niet één keer genoemd

    Tijdens zijn twee toespraken heeft Xi Jinping de naam van de Amerikaanse president niet één keer genoemd. Maar toen hij verklaarde dat ‘protectionisme een doodlopende weg is’, dat ‘we ons aan onze beloften moeten houden en de regels moeten respecteren; we kunnen niet maar van alles accepteren of verwerpen naar het ons goeddunkt’, of toen hij naar aanleiding van het akkoord van Parijs zei dat ‘we daar niet te luchtig over mogen doen’, richtte hij zich duidelijk tot Donald Trump. ‘In China zal de deur altijd wijd open staan voor de hele wereld en nooit dichtgaan,’ vervolgde de Chinese leider.

    Diezelfde dag publiceerde zijn regering decreten ten gunste van meer openheid. Ook buitenlandse ondernemingen kunnen voortaan een notering krijgen op de beurs voor A-aandelen (uitgedrukt in yuans), op de beurs voor kleine en middelgrote ondernemingen, op de GEM-beurs (Growth Enterprise Market) in Hongkong en op de New OTC-beurs, die zich vooral op opkomende mkb-bedrijven richt; om kapitaal op te halen kunnen ze ook obligaties uitgeven en leningen afsluiten bij niet-financiële instellingen. Ook zijn de regels voor de hoogte van buitenlandse investeringen in banken en bedrijven versoepeld en zijn de sectoren waar die zijn toegestaan uitgebreid met accountancy, boekhouding en architectuur, evenals met ratingbureaus. Daarmee wordt de kapitaalvlucht afgeremd en wordt aan de rest van de wereld getoond dat China zich echt wil openstellen.

    Daar moet wel bij worden gezegd dat Xi Jinping zijn veelvuldig gebruikte ‘globalisering’ steevast vergezeld liet gaan van het adjectief ‘economische’. Want voor universalisme is China nooit warmgelopen. Wat de internationale politiek betreft, houdt het land strikt vast aan de soevereiniteit en waardigheid van individuele staten en aan het principe dat nooit mag worden ingegrepen in binnenlandse aangelegenheden.

    China produceert goedkoop speelgoed voor de hele wereld. – © HH
    China produceert goedkoop speelgoed voor de hele wereld. – © HH

    Donald Trump wil zich ontdoen van het juk van de huidige wereldorde, maar ook Xi Jinping wil die niet ongemoeid laten. In Davos zei hij het te betreuren dat het mondiale governancesysteem nog altijd geen weerspiegeling is van de ingrijpende ontwikkelingen die het internationale economische krachtenveld de laatste decennia heeft doorgemaakt, en dus niet representatief genoeg is. De noodzaak om dit systeem te hervormen neemt met de dag toe, vervolgde hij: de internationale gemeenschap streeft ernaar dat landen met opkomende markten ook een stem krijgen en zich beter vertegenwoordigd zien.

    De Chinese president heeft bovendien willen tonen dat China zijn verantwoordelijkheid als grootmacht neemt door aan te kondigen dat zijn land 200 miljoen yuan [ca. 27 miljoen euro] extra zal bijdragen aan de hulp aan Syrische vluchtelingen en zal deelnemen aan VN-programma’s op dit terrein.

    Donald Trump predikt ‘America first’: koop Amerikaanse waar, neem Amerikanen in dienst. Xi Jinping spreekt van een ‘menselijke lotsgemeenschap’ en van ‘een wereld waarin het beter zal gaan naargelang het China beter gaat’ – ideeën waaruit een diametraal tegenovergesteld wereldbeeld spreekt. In de VS is een nieuwe, onvoorspelbare en huiveringwekkende president aangetreden; Europa dreigt uiteen te vallen door het opkomende populisme, dat het gevolg is van de enorme toestroom van vluchtelingen en de economische neergang. De oplossing die Xi Jinping aan de hele wereld voorstelt is een uitstekende gelegenheid om de Chinese ‘soft power’ te etaleren; toch zullen de Chinese leiders moeten begrijpen dat ze daarvoor niet alleen op hun economische en militaire macht kunnen steunen. Om het Chinese model en de Chinese oplossing aantrekkelijk te maken voor de planeet en vooral voor de wereldbevolking, zal het land eerst zijn eigen instituties moeten vernieuwen en zich toleranter en welwillender moeten opstellen tegenover de mensheid.

    Vertaler: Peter Bergsma

    Ming Pao
    China | dagblad | oplage 338.000

    Ondanks een duidelijke affiniteit met de Chinese machthebbers, blijft Ming Pao trouw aan de gewoonte om in de commentaren af en toe zeer kritisch te zijn over Peking. Onderdeel van de grootste Chineestalige persgroep buiten China.

    CONTEXT – Mexico: Woedend gegrom

    De frontale aanvallen van Donald Trump op Mexico hebben al geleid 
tot het afzeggen van het bezoek van president Enrique Peña Nieto aan Washington, dat voor 31 januari op 
de agenda stond. Ze hebben ook 
snel geleid tot massale oproepen op 
de sociale media in Mexico om 
Amerikaanse producten te boycotten. Met hashtags als #AdiósStarbucks en #AdiósCocaCola, zo schrijft de krant Milenio, roepen de gebruikers van 
de sociale media op om ‘lokaal te 
consumeren’ en hebben het daarbij voorzien op de pareltjes van de 
Amerikaanse consumptiemaatschappij, die een sterke positie hebben op de Mexicaanse markt, ‘maar die voor het merendeel franchiseondernemingen in Mexicaanse handen zijn’, aldus de krant.

    De regering van Peña Nieto probeert – nog schuchter, zo merken de media op – van deze stemming te profiteren om de Mexicaanse economie te 
ondersteunen. Begin februari, zo schrijft de krant Excélsior, kondigde de regering een ‘modernisering’ aan van de vermelding Hecho en Mexico (‘Geproduceerd in Mexico’) om nationale producten onder de aandacht 
te brengen. Zij bekrachtigde tevens 
het oprichten van een orgaan dat de uitvoer van Mexicaanse producten moet bevorderen, met name door het verlagen van de douanetarieven.

  • 1. Kan Europa het ook zonder Amerika?

    1. Kan Europa het ook zonder Amerika?

    De nieuwe protectionistische koers van de Verenigde Staten kan enorme gevolgen hebben voor de Europese export. In Duitsland maakt vooral de autoindustrie zich zorgen.

    Op 27 januari 1867, vrijwel exact honderdvijftig jaar geleden, neemt in het Zwabische stadje Heidenheim handwerksman Friedrich Voith de smederij over van zijn vader Johann Matthäus. Het duurt niet lang of hij werkt zich op tot fabrikant. Hij levert papiermachines aan het Russische tsarenrijk, bouwt in China de eerste waterkrachtcentrale en verscheept turbines naar de Amerikaanse Niagarawatervallen. In 1903 wordt in de waterkrachtcentrale daar de grootste turbine ter wereld in werking gesteld, gefabriceerd in het Zuid-Duitse heuvelland.

    Tegenwoordig is Voith een trots familiebedrijf met 19.000 medewerkers in zestig landen. Het bedrijf maakte Heidenheim en omgeving welvarend en getuigt tot op de dag van vandaag van de zegeningen van de globalisering. Dankzij de ingenieurs valt Duitsland als wereldkampioen export bovendien maar moeilijk te onttronen. Op het jubileum vraagt de bij Voith aangestelde topman Hubert Lienhard zich bezorgd af hoe het met de vrije handel verder moet, nu er in het Witte Huis een man zit die het rad van de globalisering terug wil draaien.

    Nu kunnen we ons afvragen of we niet onder een teveel aan Trump-hysterie gebukt gaan. Jullie doemdenkers moeten niet zo overdrijven, wat is nou 10 procent export meer of minder? Zo erg is dat toch niet?

    America first, luidt het parool. Globalisering is alleen goed als het de VS ten goede komt, dus als het zorgt voor Amerikaanse arbeidsplaatsen en Amerikaanse winsten. Zo niet, dan trekt de president muren op. ‘Strafheffingen en handelsbeperkingen passen niet in de eenentwintigste eeuw,’ windt de topman van Voith, tevens voorzitter van de afdeling Azië-Stille Oceaan van het Duitse bedrijfsleven, zich op. En hij vraagt zich af wat velen zich dezer dagen afvragen: hoe zwaar kan Donald Trump de Duitse industrie schaden? Kunnen we het desnoods ook zonder Amerika af? En wat betekent dit alles voor onze welvaart?

    Eerst maar eens de kale cijfers, en die zijn onheilspellend genoeg: Amerika is Duitslands belangrijkste handelspartner, elk jaar goed voor bijna 10 procent van de export. Trump heeft uit de grote aantallen fraaie Duitse limousines op straat de juiste conclusies getrokken: de Amerikanen zijn dol op Duitse producten, en niet zo’n beetje ook. Dat is geen nepnieuws en ook geen alternatief feit. De export naar de VS groeide de afgelopen tien jaar met 64 procent, gewild zijn Duitslands klassiek sterke kanten: auto’s, chemie, machinebouw – de bedrijfstakken die het land al tientallen jaren lang werk en welvaart garanderen.

    Twee miljoen arbeidsplaatsen zijn alleen al van de auto-industrie afhankelijk. Die is goed voor 8 procent van Duitslands totale toegevoegde waarde. In geen enkel ander land is deze bedrijfstak zo dominant, een gevolg van de wereldwijde faam van de Duitse merken: driekwart van de productie is bestemd voor de export, en weer gaat Amerika aan kop. ‘Met alleen al de uitvoer van auto’s naar Amerika zijn 200.000 arbeidsplaatsen gemoeid’, rekent het Institut für Weltwirtschaft in Kiel voor. Maar als de exportindustrie lijdt, lijden ook de werknemers. Dan verdienen ze minder geld, geven ze minder uit, neemt de binnenlandse vraag af en komt er een neerwaartse spiraal op gang, waarschuwt Marcel Fratzscher, directeur van het Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung (DIW).

    BMW’s staan te wachten op transport in de haven van Charleston, South Carolina. – © Luke Sharrett / Getty Images
    BMW’s staan te wachten op transport in de haven van Charleston, South Carolina. – © Luke Sharrett / Getty Images

    Geen twijfel mogelijk, de Duitse economen zijn zeer bezorgd over wat de machtigste man ter wereld elke dag aan hatelijkheden over de wereldhandel twittert. ‘Onder president Trump dreigen we in een handelsoorlog met Amerika te belanden,’ zegt Fratzscher. Duitsland werkt op Trump als een rode lap, omdat het zo veel meer naar Amerika exporteert dan omgekeerd. De door Trump aangekondigde strafheffingen moeten eerst alleen voor Mexico gelden, maar daarna ook voor landen die een positief handelssaldo met Amerika hebben, China en Duitsland voorop.

    Voor de schade die dat tot gevolg heeft, heeft Clemens Fuest, directeur van het IFO-Institut (IFO staat voor Information und Forschung), de cijfers paraat. In zijn somberste scenario lopen 1 miljoen arbeidsplaatsen in de Duitse exportindustrie gevaar, en verder 600.000 banen bij Amerikaanse bedrijven in Duitsland. ‘In geval van een escalatie met tegenmaatregelen vanuit Europa zijn die ook niet zeker,’ zegt Fuest. ‘Al met al worden 1,6 miljoen arbeidsplaatsen bedreigd wanneer de economische relaties met Amerika tot nul worden gereduceerd – voor Duitsland een horrorscenario.’

    Het roept bij Dennis Snower, directeur van het Kielse Institut für Weltwirtschaft, zelfs herinneringen op aan de jaren twintig, toen handelsoorlogen de wereldeconomie in een afgrond stortten – met fatale gevolgen: ‘Uit deze bittere ervaring hebben we allemaal ons lesje geleerd – behalve Donald Trump,’ zegt Snower. ‘We leven in een tijd waarin de liberale wereldorde onder vuur ligt.’

    Nu kunnen we ons afvragen of we niet onder een teveel aan Trump-hysterie gebukt gaan. Jullie doemdenkers moeten niet zo overdrijven, wat is nou 10 procent export meer of minder? Zo erg is dat toch niet?

    ‘Het is nog erger,’ antwoorden de experts. Feit is dat we met alleen de exportcijfers het Amerikaanse belang voor de Duitse economie fors onderschatten; in de handelsstatistieken komt maar een fractie naar voren van wat er op het spel staat. Zo’n 3500 Duitse ondernemingen hebben dochtermaatschappijen in Amerika, waar ze aan meer dan 620.000 mensen werk verschaffen. Die komen niet voor in de handelsbalans, maar het geld dat ze verdienen komt wel terecht bij het moederbedrijf in Duitsland – en bij de biotoop eromheen: adviseurs en juristen, bakkers, slagers, burgemeesters.

    De wereld één fabriek

    Traditiegetrouw onderhouden Duitsland en Amerika nauwe relaties, gegroeid in de afgelopen honderdvijftig jaar sinds beide landen Engeland als leidende wereldmacht begonnen uit te dagen. Johann August Roebling, een Thüringse ingenieur, ontwierp de Brooklyn Bridge in New York. Carl Laemmle, zoon van een joodse veehandelaar die niet ver van de Voiths opgroeide, stond mede aan de wieg van de filmindustrie in Hollywood. En omgekeerd stond autopionier Henry Ford keverbouwer Ferdinand Porsche al bij met raad en ingenieurs om de Volkswagenfabriek in Wolfsburg van de grond te tillen.

    Vandaag de dag is elke onderneming van enig belang in Amerika aanwezig, zowel het beursgenoteerde bedrijf als de hidden champion uit de provincie. En om Trump te kalmeren, praten alle bestuurders van ondernemingen nu net als Voith-chef Lienhard: ‘In Amerika zijn we een zo goed als Amerikaans bedrijf.’ De Duitsers doen meer dan het meebrengen van hun producten, ze produceren ook ter plekke en doen er onderzoek. Voith alleen al op twintig plaatsen.

    Hoe sterker de arbeidsdeling in de wereld is, hoe moeilijker het wordt om etiketjes op producten te plakken, zegt DIW-directeur Fratzscher: ‘Een Duits product dat voor honderd procent Duits is bestaat niet, zoals er ook geen echt Amerikaanse producten bestaan.’

    In een geglobaliseerde wereld stuit het nationalisme op zijn grenzen, de zaak wordt snel absurd. ‘Tegenwoordig is de hele wereld één enkele fabriek, dan is het geen goed idee om muren op te trekken,’ zegt Dennis Snower, de Oostenrijks-Amerikaanse econoom uit Kiel. ‘Als het om economie gaat, dan is die vervlochten,’ wist Kurt Tucholsky al. Dan wordt het lastig uitwijken: waar moet die 10 procent export dan naartoe? Het gaat per slot van rekening om producten ter waarde van 114 miljard euro, die iemand anders moet betalen. Toen tijdens de financiële crisis de afzet aan auto’s in Zuid-Europa in een mum van tijd stagneerde, schakelde de industrie vliegensvlug om richting China. Dat zal met Trump moeilijk worden, als die tegelijkertijd de Chinese economie aanvalt. Naarmate hij daarin slaagt, treft hij ook de Duitse industrie.

    Wanneer de exportinkomsten van China dalen – waar Trump onbetwist op uit is, ‘hebben Duitse concerns en middenstanders hier ook onder te lijden,’ zegt IFO-directeur Fuest. Het verband is simpel: ‘Als China in zijn fabrieken minder goederen voor Amerika produceert, heeft China ook minder behoefte aan machines uit Duitsland.’ Deze indirecte gevolgen van Trumps antivrijhandelspolitiek schatten economen nog ernstiger in dan de directe effecten. Wat overblijft is de hoop dat Trump zich inhoudt – in eigen Amerikaans belang.

    Auteur: Georg Meck
    Vertaler: Marten de Vries

    Frankfurter Allgemeine Sonnatsgzeitung
    Duitsland, dagblad, oplage 382.000

    Zondagseditie van een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.

    schermafbeelding 2017 02 22 om 11 13 40

    CONTEXT: Vaarwel, verdragen

    Donald Trump had tijdens de campagne zijn protectionistische voornemens duidelijk aangekondigd – en hij houdt woord. Nauwelijks had hij zich gevestigd in het Witte Huis, of de president, die trots het ‘America first’ verkondigt, haastte zich om op 23 januari de terugtrekking van de VS uit het Trans-Pacific Partnership (TPP) te ondertekenen, een vrijhandelsverdrag waarvan de tekst toch al in 2015 na harde onderhandelingen was ondertekend door twaalf landen in Azië en rond de Stille Oceaan.

    Het nieuwe staatshoofd heeft trouwens ook al enkele malen zijn voornemen aangekondigd de onderhandelingen te heropenen over het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord NAFTA, met Canada en Mexico, dat sinds 1994 van kracht is.

    Trump heeft het Amerikaanse bedrijfsleven tevens een drastische inperking van de regelgeving beloofd, naast een massale belastingverlaging. Hij spoort de Amerikaanse ondernemers aan hun activiteiten in het buitenland te repatriëren naar het eigen land en wil daartoe de importen vanuit Mexico met 20 procent gaan belasten. Die aankondiging kwam op dezelfde dag dat de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto liet weten af te zien van zijn bezoek aan Washington, onderstreept Business Insider, een Duits-Amerikaanse website, gevestigd in New York.

  • ‘Made in Germany’ wordt ‘made in Russia’

    ‘Made in Germany’ wordt ‘made in Russia’

    Het protectionisme is weer helemaal terug in de wereldeconomie. Duitse bedrijven die voor een groot deel afhankelijk zijn van de export, reageren door hun productie te verplaatsen naar het buitenland.

    In 1834 vond Sebastian Staedtler in Neurenberg het moderne kleurpotlood uit. Hij was erin geslaagd, zo verkondigde hij trots, ‘roodkrijtpotloden te maken die wat kwaliteit betreft alle andere potloden ver achter zich laten’. Staedtler presenteerde zijn nouveauté op de wereldtentoonstelling in New York, en al snel leverde zijn bedrijf potloden tot in het Verre Oosten toe; een global player in de late biedermeierperiode.

    Vandaag de dag is Staedtler in meer dan honderdvijftig landen vertegenwoordigd, rond de 80 procent van de productie is bestemd voor de export. ‘Wij zijn in grote mate aangewezen op vrije toegang tot buitenlandse markten,’ zegt de directeur van het bedrijf, Axel Marx. En die positie vindt hij zorgelijk, want sinds een tijdje stuiten Marx en zijn collega’s bij het zakendoen over de grens op muren, barrières en belemmeringen.

    Hij ziet op veel plekken in de wereld dat regeringen hun nationale industrie beschermen tegen buitenlandse concurrentie: ‘In de laatste vier, vijf jaar is het klimaat erg verslechterd.’ En het zijn niet alleen invoerrechten − die de laatste tijd ook weer omhoog gaan − of leveringsbeperkingen door contingentering die problemen veroorzaken; aan zulke handelsbelemmeringen is Marx allang gewend. Landen doen het tegenwoordig steeds subtieler.

    ‘Het voelt alsof we aan het einde van een economisch tijdperk zijn aangeland’

    Staedtler levert bijvoorbeeld passers aan Zuid-Korea. Dat was nooit een probleem. Maar van de ene dag op de andere werden passers door de instantie die over de invoer gaat op een andere manier geklasseerd. Voorheen werden ze door de ambtenaren als tekenmateriaal beschouwd, maar nu vallen ze opeens in de categorie ‘speelgoed’. Met verstrekkende gevolgen, want in Zuid-Korea mag in speelgoed praktisch geen lood zitten. Maar omdat in de messinglegering van de passers sporen van lood werden aangetroffen, staat de nieuwe classificering gelijk aan een importverbod. ‘Alsof kinderen op passers sabbelen,’ schampert Marx.

    Door dergelijke grillige ingrepen in de internationale handel wordt veel Duitse exporteurs het leven zuur gemaakt. Tegenwoordig schrijven de autoriteiten tot in detail voor aan welke eisen ingevoerde goederen moeten voldoen: hoe ze verpakt moeten zijn, aan welke veiligheidsvoorschriften ze moeten voldoen. Ze bepalen bijvoorbeeld dat de brandbaarheid in een binnenlands laboratorium moet worden getest, ook als dat in Duitsland al is gebeurd. Dergelijke verplichtingen zijn irritant, vaak is het gewoon pesterij. Het zijn de nieuwe varianten van het protectionisme. En ze passen in een patroon.

    De vrije invoer van goederen en diensten is al jaren op zijn retour. De wereldhandel verliest aan dynamiek en groeit intussen langzamer dan de economie zelf. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft de groeiprognose voor 2017 bijgesteld van 2,8 procent naar 1,7 procent. ‘De vooruitzichten zijn aan zienlijk verslechterd’, zegt WTO-directeur Roberto Azevêdo.

    Het politieke tumult van de afgelopen tijd heeft de neergaande trend versterkt. De presidentsverkiezingen in de VS, de Brexit in Engeland, het Italiaanse referendum, de coup in Turkije en, bijna vergeten, de Russische oorlog in Oekraïne: alles wijst op afscherming van markten.

    Exemplaren van de New Beetle staan klaar voor een laatste inspectie in de fabriek in Puebla, Mexico. – © Photothek via Getty Images
    Exemplaren van de New Beetle staan klaar voor een laatste inspectie in de fabriek in Puebla, Mexico. – © Photothek via Getty Images

    ‘Het voelt alsof we aan het einde van een economisch tijdperk zijn aangeland,’ zo beschrijven topstrategen van Deutsche Bank in een studie de naderende kentering. Dat tijdperk begon in de jaren zeventig, toen door de komst van China de globalisering op gang kwam. Deze turbofase loopt nu op zijn eind en zal worden afgelost door een soort mercantilisme.

    In het mercantilisme, uitgevonden ten tijde van het absolutisme in de zeventiende eeuw, doet de nationale staat er alles aan om de binnenlandse economie te versterken: de staat bevordert de export van eindproducten en brengt de import terug met behulp van beschermende maatregelen. En deze bekrompenheid zal naar het zich laat aanzien kenmerkend zijn voor het presidentschap van Donald Trump.

    Trump wil alles bestrijden wat met de binnenlandse economie zou kunnen concurreren. Hij kondigt hogere invoerrechten aan en is van plan een aantal handelsakkoorden op te zeggen, want ‘die zuigen onze economie leeg’. Deze even xenofobe als arrogante houding maakt veel mensen die in de VS actief zijn of daar actief willen worden zeer onzeker.

    Maren Handwerk uit Bremen had eigenlijk gepland om een dependance van haar bedrijf te openen in Atlanta. Maar sinds de verkiezing van Trump aarzelt ze. ‘We denken nu drie keer na of we die stap wel moeten zetten,’ zegt ze.

    Haar ingenieursbureau CE-Con is gespecialiseerd in onderzoek naar de bedrijfszekerheid van machines. Met deze dienst doet ze goede zaken, vertelt ze, vooral in de VS. Maar nu vreest Handwerk dat daar allerlei problemen kunnen gaan ontstaan: het aantrekken van personeel bijvoorbeeld, of het verkrijgen van werkvisa. Daarom heeft ze het idee van een Amerikaanse vestiging voorlopig opgegeven. ‘Het veroveren van een buitenlandse markt is toch al niet eenvoudig,’ zegt ze.

    Pure pesterij

    De Verenigde Staten waren in 2015 Duitslands belangrijkste handelspartner, nog vóór Frankrijk. Duitsland exporteerde goederen ter waarde van 114 miljard euro naar Amerika, vijf keer zo veel als in 1980, vooral auto’s, machines, elektrotechnische producten en farmaceutica. Voor de Duitse economie is er dus een heleboel te verliezen.

    ‘Wat we bereikt hebben, mogen we niet lichtvaardig op het spel zetten door het speelveld aan de populisten over te laten,’ waarschuwt Carl Martin Welcker, de nieuwe voorzitter van de federatie van Duitse machine- en installatiebouwers. De machinebouwers verkopen driekwart van hun producten in het buitenland. ‘Om een geglobaliseerde wereld weer vol te zetten met handelsbarrières is de verkeerde weg, waarbij uiteindelijk iedereen verliest,’ zegt Welcker. Zijn appèl klinkt bijna als een smeekbede.

    Duitse autofabrikanten en hun toeleveranciers hebben grote vestigingen in de VS, maar ook in Mexico. De onderdelen worden in het ene land gemaakt, en de auto’s worden in het andere land in elkaar gezet. Deze uitwisseling verliep dankzij het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag Nafta tot nog toe zonder problemen en zonder invoerrechten.

    Maar nu komt deze winstgevende werkverdeling in gevaar. Vóór de verkiezingen noemde Trump Nafta ‘het slechtste handelsverdrag dat de VS ooit hebben ondertekend’. Als de nieuwe president het lidmaatschap zou opzeggen, dan zou het Mexicaanse rekensommetje voor de Duitse bedrijven in Mexico niet meer opgaan. Volgens een enquête onder de leden van de buitenlandse Kamer van Koophandel aldaar verwacht 83 procent van de ondernemers dat de keuze voor Trump negatieve gevolgen voor henzelf zal hebben.

    Ook in China, die andere essentiële markt buiten de EU, voelt het Duitse bedrijfsleven zich niet meer zo welkom. Ondernemingen klagen dat ze niet op wet en recht kunnen vertrouwen en voelen zich benadeeld. Aan de nieuwe quota’s voor elektrische auto’s, die al in 2018 van kracht worden, kunnen de Duitse fabrikanten zo snel nauwelijks voldoen. En buitenlandse bedrijven mogen de winst die ze in hun Chinese vestigingen behalen nog maar beperkt meenemen naar huis. Ook dat is pure pesterij. Geen wonder dat de investeringsbereidheid afneemt.

    Sinds de financiële crisis zijn ondernemingen terughoudend met het uitbreiden van hun internationale betrekkingen. Het wereldhandelsklimaat is ruwer geworden, de toon scherper, soms zelfs vijandig. En de regeringen bevorderen die nieuwe hardheid behoorlijk.

    ‘We zullen de historische fout van het protectionisme niet herhalen.’ Deze belofte van de G20-landen op hun bijeenkomst in Londen in 2009 is al lang vergeten. De ideeën van destijds om een economische wereldraad te installeren als controlegremium en om een ‘Handvest van het gezamenlijk ondernemen’ te formuleren zijn nooit gerealiseerd. Voorstellen die van bondskanselier Angela Merkel kwamen.

    In plaats daarvan zijn de protectionistische tendensen sterk toegenomen. Een team economen uit Sankt Gallen en Londen registreert in de Global Trade Alert (GTA) nauwgezet alle acties waarmee regeringen de binnenlandse economie proberen te beschermen: met invoerrechten of quota’s, subsidies, premies of uitzonderingsmaatregelen. In de eerste acht maanden van 2016 telden de GTA-statistici in de G20-landen al 350 van dergelijke maatregelen; twee jaar geleden was dat nog maar de helft. En landen worden steeds inventiever bij de keuze van hun instrumenten.

    Mexicaanse Volkswagen-medewerkers rijden een chassis door de fabriekshal in Puebla; Een fabriek van Siemens in Berlijn; Het farmaceutische bedrijf B. Brau Melsungen plant een productiefaciliteit in Rusland. – © Bloomberg (1&2) en Photothek via Getty
    Mexicaanse Volkswagen-medewerkers rijden een chassis door de fabriekshal in Puebla; Een fabriek van Siemens in Berlijn; Het farmaceutische bedrijf B. Brau Melsungen plant een productiefaciliteit in Rusland. – © Bloomberg (1&2) en Photothek via Getty

    Wie bijvoorbeeld textiel invoert in de VS, moet rekening houden met invoerrechten die heel verschillend uitpakken al naargelang het materiaal, de toepassing ervan en het gewicht. Voor een anorak geldt een invoerrecht van 9,4 procent voor het deel dat uit katoen bestaat. Als hetzelfde model van kunstvezel is vervaardigd, is het invoerrecht 27,7 procent, dus bijna drie keer zo hoog. Daarom moeten textielhandelaren de polyester anorak eigenlijk voor een veel hogere prijs verkopen, maar leg dat de klanten maar eens uit. Aan de andere kant belasten de Amerikanen katoenen producten onder andere met een extra cotton fee, een ander invoerrecht. En uitgerekend met de opbrengst daarvan betaalt de Amerikaanse katoenindustrie haar reclamecampagnes.

    Het Amerikaanse systeem van invoerrechten is ‘in hoge mate gefragmenteerd en complex’, zegt Felix Ebner, de Brusselse chef van de algemene bond van de Duitse textiel- en mode-industrie. Omdat andere landen in hun regelgeving − bij certificering of technische standaards − bovendien eigen richtlijnen gebruiken, ter bescherming van consumenten, is er tot verdriet van Ebner internationaal ‘een grote lappendeken’ ontstaan.

    Maar degelijke bureaucratische belemmeringen zijn altijd nog makkelijker te overkomen dan de moeilijkheden waarmee de Duitse textielindustrie in Rusland te kampen heeft. Die markt is, vergeleken met het topjaar, ingestort: de omvang is nu 40 procent lager. De EU-sancties sinds maart 2014 en de Russische reacties daarop hebben een bijzonder nadelige invloed op de export van beide landen. Rusland streeft in veel branches naar autarkie, bijvoorbeeld bij de productie van medicinale hulpmiddelen als injectiespuiten, canules en infusen.

    Het ministerie van Handel en Industrie in Moskou publiceerde eind maart 2015 een lijst van 111 artikelen die Russische ziekenhuizen, indien enigszins mogelijk, dienen te kopen bij lokale producenten, in plaats van ze te importeren uit het buitenland. Voor katheters is de eis dat in 2020 nog maar 25 procent wordt geïmporteerd, in plaats van de huidige 90 procent. En als dat niet lukt moeten ze in elk geval uit landen afkomstig zijn die zich niet bij de sancties hebben aangesloten, zoals China of Turkije.

    ‘Als er lokale producenten zijn, vis je als global player altijd achter het net’

    Ook aanbieders van Duitse medische technologie, zoals B. Braun Melsungen, hebben het moeilijk. Het concern, dat al meer dan twintig jaar in Rusland actief is met verkoop- en productieactiviteiten, constateerde dat buitenlandse bedrijven bij het verlenen van opdrachten inmiddels vaak worden uitgesloten. ‘Als er lokale producenten zijn, vis je als global player altijd achter het net,’ zegt Jörg Griesel, regionaal directeur voor Noordoost-Europa van Sparte Hospital Care. Het Hessische concern heeft daar de volgende consequentie uit getrokken: het brengt zijn activiteiten in Rusland niet terug, integendeel, juist uitbreiding van de productiefaciliteiten in Rusland staat op de planning. Als waardecreatie lokaal gebeurt, gelden de producten als ‘made in Russia’, zo beredeneren ze, en dan is er uit handelspolitiek oogpunt geen probleem.

    Deze pacificerende strategie wordt door economen ‘lokalisering’ genoemd. ‘Op het ogenblik is dit de beste manier om met protectionistische tendensen om te gaan,’ zegt Christian Rödl, directeur van het Neurenbergse adviesbureau Rödl & Partner. ‘Met een eigen productiebedrijf heb je meestal de minste problemen.’

    Dat goedlopende ondernemingen wereldwijd fabrieken neerzetten, is natuurlijk al tientallen jaren gangbare praktijk. Ze gaan onder buitenlandse vlag varen om te kunnen profiteren van de lagere personeels- en energiekosten, om valutarisico’s te vermijden en vooral omdat ze in de buurt van de markt en de klant willen zitten. Dat ze het doen uit handelspolitiek oogpunt is een nieuw aspect.

    Ook potloodfabrikant Staedtler volgt deze strategie. Staedtler-chef Marx was recent in Ecuador. ‘Daar groeit uitstekend hout voor de potloodfabricage,’ zegt hij. In plaats van afhankelijk te zijn van toeleveranciers, zoals tot nu toe het geval was, wil Marx binnenkort hout gebruiken van zijn eigen plantage en het ruwe materiaal verwerken in een eigen zagerij waar er plankjes van worden gemaakt.

    Op het moment laat Marx doorrekenen of het zinvol is een productiebedrijf in de Verenigde Staten op te zetten: Amerika is voor Staedtler de belangrijkste afzetmarkt. Hij loopt al jaren met dat idee rond, en door recente uitspraken van Trump is hij gesterkt om dat plan ook ten uitvoer te brengen. ‘Dan zijn we op alle omstandigheden voorbereid.’

    Duidelijk is dat Duitse exportbedrijven ook op deze manier proberen aan protectionisme te ontkomen. De vraag is alleen of dit op een of andere manier ten koste gaat van de werknemers in Duitsland. Dat zou het oude vestigingsplaatsendebat uit de jaren negentig opnieuw doen opvlammen.

    Auteur: Alexander Jung
    Vertaler: Izaak Hilhorst

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • Rijst verkopen via Facebook

    Rijst verkopen via Facebook

    Boeren in het noorden van Thailand verdienen bijna niets aan hun hoogwaardige Hom Mali-rijst, omdat de rijstprijzen laag zijn en veel geld bij 
tussenpersonen blijft hangen. Daarom verkopen ze hun waar nu rechtstreeks via Facebook.

    Maytar Kochai (52) is geboren en getogen in het centrum van het Thaise district Surin, waar rijst wordt verbouwd. Er zijn twee dingen waar hij heel veel van afweet: de veelgeprezen Hom Mali-rijst [jasmijnrijst] en armoede.

    Maytar, die vroeger in Bangkok woonde maar op aandringen van zijn ouders naar huis terugkeerde, werd onlangs aangesteld als hoofdadministrateur van de Sakad Subdistrict Administrative Organisation (SAO). Hij is het beu dat rijstboeren het zo zwaar te verduren hebben én hij heeft oog voor de macht van sociale media. Daarom begon hij onlangs een Facebookpagina om boeren te helpen hun Hom Mali-rijst direct aan hun klanten te verkopen.

    Zijn pagina heeft een simpele, overtuigende boodschap: boeren hebben er genoeg van om onder druk te worden gezet door de marktprijzen. Met een beetje hulp van lokale media werd zijn posting door veel mensen bekeken en begon hij telefonisch honderden bestellingen te ontvangen. ‘Om eerlijk te zijn waren we absoluut niet voorbereid op al deze reacties,’ zei hij. ‘We hadden niemand om de rijst te verpakken. Sterker, we hadden niet eens zakken om de rijst in te doen. Ik blijf maar gebeld worden vanuit heel Thailand. Het is ongelooflijk dat zo veel mensen belangstelling hebben voor ons product.’

    Redelijke bedragen

    De kwestie van subsidie voor rijst en welke rol de regering moet spelen in de steun aan boeren die het moeilijk hebben, is weer terug in het nieuws. Onlangs ging het kabinet akkoord met een subsidie van 13.000 baht [ca. 350 euro] per ton Hom Mali-rijst om boeren in het noorden en noordoosten te helpen, aangezien de prijzen voor rijst op de wereldmarkt laag waren. Die subsidie gaat door tot eind februari 2017. Om de prijzen te verhogen kondigde het leger ook aan dat het soldaten zou inzetten om alle rijstpellerijen ‘om medewerking te vragen’ om boeren ‘redelijke’ bedragen te betalen voor hun rijst.

    Lokale politici zoals Maytar zijn zich bewust van de benarde situatie van de boeren en nemen een proactief standpunt in. Omdat Maytar nauw samenwerkt met boeren, snapt hij waarom ze niet genoeg verdienen aan hun kwaliteitsproducten. Hij vertelt dat hij een maand eerder een boer terug zag komen van een rijstpeller met grote zakken Hom Mali-rijst. De boer had hem de rijst aangeboden, maar de peller zei dat die niet voldeed aan de vereiste kwaliteit. Maytar vroeg de boer de rijst achter te laten op zijn kantoor en verzamelde alle rijstboeren uit zestien dorpen op een vergadering.

    ‘Vergeet de marktprijzen en reken niet op hulp van de centrale regering,’ zei hij tegen hen. ‘Ik neem alle rijst af die jullie deze oogst binnenhalen en verkoop het zonder dat jullie naar rijstpellerijen of tussenpersonen hoeven te gaan. Wie doet er mee?’

    Alle boeren gingen akkoord, ondanks het feit dat de marktprijs van rijst in tien jaar niet zo laag was geweest. Ze brachten hun ongepelde rijst naar het kantoor van Sakad SAO en hoopten dat het plan van Maytar zou werken. Als deze boeren hun rijst rechtstreeks aan de peller hadden verkocht, zouden ze er 17 cent per kilo voor hebben gekregen, of 170 euro per ton, na aftrek van het vochtigheidspercentage. Maar als de boeren hun ongepelde rijst naar Sakad SAO brengen, ontvangen ze een gegarandeerde prijs van 32 tot 34 cent per kilo, of 320 tot 340 euro per ton. Er is geen vochtigheidspercentage en ze krijgen het geld nadat de rijst is verkocht.

    Sinds hij zijn toevlucht heeft gezocht bij de sociale media, wordt Maytar van zes uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds gebeld voor bestellingen

    Sinds hij zijn toevlucht heeft gezocht bij de sociale media, wordt Maytar van zes uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds gebeld voor bestellingen. Sakad SAO heeft ook een afspraak gemaakt met een peller om drie ton rijst per dag te pellen, maar dagelijks arriveert er minstens vier ton. Ooit was Sakad een rustig subdistrict; nu is het een agrarisch centrum geworden voor boeren uit Surin.

    Wisut Sarapee, coördinator van het project, zei dat ze vaak aanvragen krijgen uit andere regio’s, maar geen budget hebben om de rijst te bezorgen. ‘We willen het proces niet nog kostbaarder maken,’ zei hij. ‘Als iemand geïnteresseerd is in onze rijst, dan moeten ze die voorlopig zelf komen afhalen.’ Er komen ook uitnodigingen binnen om hun rijst te verkopen op lokale handelsbeurzen.

    Na de rijst een week lang direct op de markt te hebben gebracht, leek het Maytar al een goed idee om volgend jaar zo door te gaan. Omdat boeren in het noordoosten maar één oogst per jaar kunnen verbouwen, denkt hij genoeg tijd te hebben om iets duurzamers te kunnen ontwikkelen.

    Rittikrai Deerob, wetenschapper en onderzoeker voor Sakad SAO, heeft voorgesteld een eigen rijstmerk te gaan opbouwen. Volgens hem is dat de beste manier om te profiteren van het succes op de sociale media, en zo een blijvend proces te kunnen opzetten. De rijst wordt nu verkocht onder de merknaam Sakad Kwan Kao. Omdat ze genoeg bestellingen hebben om het programma draaiende te houden, heeft Maytar een aantal gehandicapten ingehuurd om te helpen met het verpakken van de rijst.

    Die rijst wordt verkocht voor 71 cent per kilo en verpakt in zakken van één en vijf kilo. De boer ontvangt 53 cent per kilo, terwijl Sakad SAO 18 cent inhoudt voor de zakken en de inpakkers. Als er aan het eind nog iets over is van die 18 cent, betalen ze 2 cent per kilo terug aan de boeren.

    Rijstboeren worden uitbetaald door een rijstpeller in de Samrong-regio in het noordoosten van Thailand. – © Getty Images
    Rijstboeren worden uitbetaald door een rijstpeller in de Samrong-regio in het noordoosten van Thailand. – © Getty Images

    Sangwan Sankla (39), eigenares van een stuk land van iets meer dan een hectare, is heel tevreden met het plan. ‘Ik ben zo blij dat de heer Maytar dit project heeft opgezet om ons te helpen. Tot nu toe had ik nog nooit geld overgehouden als ik mijn rijst had verkocht. Welke regering er ook aan de macht was, zoiets als dit hebben ze ons nooit gegeven.’

    Udomsak ‘Peter’ Udomdee (34) werkt als pr-man voor de afdeling Ziektebestrijding van het ministerie van Volksgezondheid in Surin. Toen hij nog in Bangkok woonde, kon hij daar wel dure Hom Mali-rijst kopen, maar de smaak kon niet tippen aan de echte Hom Mali van thuis. Hij nam een zak rijst mee terug uit Surin om aan zijn collega’s te verkopen en kreeg enthousiaste reacties. Ze bestelden meer rijst en hij raakte ervan overtuigd dat dit de beste manier was om rijst zonder tussenkomst van anderen te verkopen. Sindsdien beheert Peter een Facebookpagina waarop hij de rijst van zijn familie verkoopt.

    De eerste twee jaar nam hij honderd kilo rijst mee naar Bangkok, nu neemt hij elke keer dat hij teruggaat minstens driehonderd kilo mee. Als zijn familie ongepelde rijst van hun drie hectare land aan een peller zou verkopen, zouden ze daar zo’n 1000 euro voor krijgen, na 1450 euro te hebben geïnvesteerd voor de hele oogst. Maar als Peter die laat pellen bij een naburige pellerij en de rijst direct verkoopt, kunnen ze dertien ton afzetten voor 2900 euro na een investering van 845 euro.

    Ik wil dat dit een simpele procedure blijft die iedereen thuis kan regelen

    Directe verkoop is het gesprek van de dag geworden in Sakad, en de bestellingen blijven binnenstromen. Toch heeft Maytar geen plannen om de productie op te voeren. ‘Ik wil dat dit een simpele procedure blijft die iedereen thuis kan regelen. De rijstprijzen zijn tegenwoordig zo laag omdat de verkoop in verschillende stadia verloopt, die allemaal eigen kosten met zich meebrengen. Als die ervan afgetrokken worden, blijft er vrijwel niets over voor de boer.’

    Zijn werkelijk doel, de stabilisatie van de prijs van Hom Mali-rijst uit Surin, is dichterbij aan het komen. In Thailand kan Hom Mali van hoge kwaliteit alleen in Surin, Buri Ram en Si Sa Kat worden verbouwd. Maytar vindt het oneerlijk dat de prijs van die hoogwaardige rijst wordt gedrukt door de algemene marktprijs.

    Als het merk Sakad Kwan Kao van de grond komt, wil hij dat gebruiken om het imago van Hom Mali uit Surin op te bouwen. Hij verwacht dat andere districten in de provincie hetzelfde gaan doen en hun rijst ook gaan onderbrengen bij het Kwan Kao-merk. ‘Ik ben nooit van plan geweest om een bedrijf op te zetten. Ik wilde alleen een nieuw bestaan mogelijk maken voor rijstboeren.’

    Auteur: Chaiyot Yongcharoenchai

    Bangkok Post
    Thailand | dagblad | oplage 55.000

    In 1946 opgericht onafhankelijk, Engelstalig dagblad dat wordt gemaakt door een team internationale redacteuren. Het richt zich op de stedelijke elite en expats.

  • Eindelijk: Italiaanse mozzarella

    Eindelijk: Italiaanse mozzarella

    Veel Italiaanse zuivelproducten bevatten buitenlandse grondstoffen, zoals melkpoeder, waarvan de herkomst niet duidelijk is. Een nieuw, transparant etiket moet daar een eind aan maken.

    Eindelijk is het zover. Over een paar maanden, waarschijnlijk per 1 januari 2017, zullen we aan tafel echte Italiaanse mozzarella kunnen serveren. Dat zou opmerkelijk zijn, want vandaag de dag komt het symbool van onze nationale keuken 
in de helft van de gevallen uit een ver buitenland.

    De Europese Commissie heeft dit weekend groen licht gegeven voor het decreet inzake de oorsprong van grondstoffen voor zuivelproducten, dat wordt gesteund door de minister van Landbouw, Maurizio Martina, en gesponsord door de Italiaanse melkveehouders. Als de overheid geen tijd gaat rekken, onder druk van de industrie bijvoorbeeld, moet de tekst binnen een week worden gepubliceerd in het Staatsblad en wordt zestig dagen daarna de wet van kracht.

    Een ware revolutie

    Dit nieuws betekent voor ons consumenten een ware revolutie. Ga maar na: we consumeren in Italië jaarlijks 53 liter melk per persoon, waarvan een groot deel lang houdbaar is. In drie van de vier gevallen betreft het buitenlandse melk, vaak gemaakt uit melkpoeder, maar op het etiket wordt daar geen informatie over gegeven. Ook eten we maar liefst 20,7 kilo kaas per persoon per jaar, waarmee we ons al sinds mensenheugenis in de mondiale top tien van zuivelliefhebbers bevinden.

    Aan deze voorliefde geven we 20 miljard euro per jaar uit, zonder dat we op een bewuste manier kunnen kiezen wat we kopen. We zijn weliswaar koploper als het gaat om de productie van streekgebonden lekkernijen, met 487 soorten traditionele kazen en 49 keurmerken, maar we importeren een enorme hoeveelheid buitenlandse grondstoffen: 8,5 miljoen ton aan melk, gecondenseerde melk, kwark, wrongel en melkpoeder. Dat is meer dan 40 procent van wat er wordt geconsumeerd en gebruikt door de zuivelverwerkende industrie. En eenmaal beland in de schappen van de supermarkt of in vestigingen van Italiaanse zuivelverwerkende bedrijven worden die producten vermengd met het echte Made in Italy.

    Een mozzarellafabriek in de provincie Isernia.  – © Franco Cogoli / HH
    Een mozzarellafabriek in de provincie Isernia. – © Franco Cogoli / HH

    De overgrote meerderheid van de Italianen hecht sterk aan transparantie: een onlineonderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw wees uit dat men het in ruim negen van de tien gevallen zeer belangrijk vindt dat op het etiket van verse melk (95 procent) en zuivelproducten als yoghurt en kaas (90 resp. 84 procent) het land van oorsprong vermeld staat. Bij lang houdbare melk geldt dit voor ruim 76 procent.

    Dat na Frankrijk nu ook Italië gedurende een proefperiode van twee jaar (2017-2018) de verplichte geografische aanduiding voor lang houdbare melk en zuivelproducten mag gebruiken (voor verse melk is die er al), kunnen we dus als een overwinning beschouwen. Op het etiket komen drie verschillende keurmerken te staan: ‘Land van melken’, ‘Land van behandeling’ 
en ‘Land van verwerking’. Wanneer de melk, al dan niet gebruikt als ingrediënt in zuivelproducten, in hetzelfde land is gemolken, behandeld en verwerkt, zal de oorsprongsbenaming uit slechts één land bestaan. Als de aangeduide processen hebben plaatsgevonden op het grondgebied van verschillende landen binnen de Europese Unie, zal voor de plek van elk afzonderlijk proces de vermelding ‘EU-landen’ worden gebruikt. Voor processen die hebben plaatsgevonden buiten Europa geldt de aanduiding ‘niet-EU-landen’.

    Pas op: het transparante etiket zal niet op alle producten te zien zijn

    Naast de consument zullen met name die Italiaanse melkveehouders hier baat bij hebben die hun melk nu verkopen vanuit de stal, buiten de reguliere leveringscontracten om, voor prijzen die kunnen fluctueren van 24 cent per liter (in april), tot 41 cent per liter (begin september). Op deze manier zullen ze minder gemakkelijk kunnen worden gechanteerd door de Italiaanse zuivelindustrie. 
Volgens boerenorganisatie Coldiretti kunnen zo 120.000 banen in de melkveehouderij worden veiliggesteld.

    Maar pas op: het transparante etiket zal niet op alle producten te zien zijn. De wet geldt alleen voor Italiaanse bedrijven die op de Italiaanse markt actief zijn. Bedrijven uit andere lidstaten en landen die naar Italië exporteren, evenals Italiaanse producten die zijn bestemd voor de export, zijn dus van deze verplichting vrijgesteld.

    Auteur: Barbara Cataldi
    Vertaler: Yond Boeke

    Il Fatto Quotidiano
    Italië | dagblad | oplage 150.000

    In 2009 opgericht door Antonio Padellaro, de ex-directeur van het linkse dagblad L’Unità. De krant brengt schrijvers met uiteenlopende journalistieke achtergronden bijeen rond een eenvoudig thema: de resolute afwijzing van het ‘vernederende sultanaat’ van Silvio Berlusconi.

  • De mythe van Samsung  gaat in rook op

    De mythe van Samsung gaat in rook op

    Elektronicareus Samsung is gestopt met de productie van de Galaxy Note 7, zonder te kunnen verklaren waarom sommige apparaten vlam vatten. Waarschijnlijk, zo schrijft de Zuid-Koreaanse krant Chosun Ilbo, is de fout te wijten aan bezuiniging op de onderdelen.

    Een slechter moment is niet denkbaar. Terwijl de feestdagen in aantocht zijn, is de Galaxy Note 7, de nieuwe smartphone van Samsung met het grote scherm, waar het bedrijf zo trots op was, nog maar 
59 dagen na zijn verschijning tot 
verdwijnen gedoemd. De droom van Samsung om Apple in het stof te 
doen bijten is in rook opgegaan. Het nieuws was even schokkend als het nieuwe product veelbelovend was. 
Het is waarschijnlijk de grootste 
crisis die de telefonietak van het bedrijf in dertig jaar meemaakt.

    Het consumentenvertrouwen is tot 
het nulpunt gedaald vanwege de 
verwikkelingen: het ontploffen van smartphones, het terugroepen van apparaten, het opnieuw in de handel brengen en, uiteindelijk, een productiestop.

    Toch mikte Samsung Electronics, wereldleider op het gebied van 
smartphones, met meer dan 300 
miljoen verkochte apparaten per jaar, op kwaliteit. Iedereen herinnert zich 
de spectaculaire vernietiging van 150.000 telefoons en faxapparaten die in 1995 in het bijzijn van tweeduizend werknemers werd georganiseerd, met de belofte om ‘voortaan kwaliteitsapparaten te produceren die onze klanten zo gelukkig mogelijk maken’. De hele voorraad van de fabriek in Gumi, met een waarde van enkele tientallen miljoenen euro’s, werd massaal vermalen en vervolgens verbrand om 
het moreel op te vijzelen. Samsung overleefde op een markt waar na de verschijning van de iPhone in 2007 Motorola en daarna Nokia het loodje legden.

    Zelfkritiek

    De huidige crisis is van binnenuit gekomen, zonder enige bemoeienis van buitenaf. Wanneer is ze begonnen? En zal de Galaxy S8, waarvan de verschijning voor maart 2017 is voorzien, gespaard blijven?

    ‘Dat we ons hebben verlaten op een foutieve werkwijze en een gebrekkig systeem is het probleem van iedereen in onze draadloze telefonietak’, 
schreef een werknemer in een mea culpa op de site van het bedrijf nadat op 11 oktober de stopzetting van het model was aangekondigd. ‘Het is niet alleen de schuld van onze directeur Koh Dong-jin, maar van ons allemaal; wij zijn allemaal verantwoordelijk voor het huidige systeem’, verklaarde een andere werknemer.

    Iedereen in de branche is het erover eens dat de obsessie met resultaten, zowel in de ontwerp- als de productiefase, de oorzaak is van de kwaliteitsafname. Om de kosten te drukken 
produceert het bedrijf sinds vorig jaar zelf de essentiële onderdelen van de smartphone, zoals het aanraakscherm of de NFC (Near Field Communication), een technologie waardoor twee apparaten op korte afstand contactloos met elkaar kunnen communiceren. Zulke onderdelen werden tot die tijd door toeleveranciers werden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de metalen behuizing, die vroeger bij KH Vatec werd gekocht. Voordat de Galaxy S6 werd uitgebracht werd een complete productielijn naar de Vietnamese fabrieken van Samsung verplaatst. Aan een computergestuurde machine om het metaal te snijden werd meer dan 1000 miljard won 
(800 miljoen euro) uitgegeven.

    Deze eigenaar heeft dubbel pech: behalve zijn Galaxy Note 7 ging ook zijn jeep in vlammen op.
    Deze eigenaar heeft dubbel pech: behalve zijn Galaxy Note 7 ging ook zijn jeep in vlammen op.

    Tijdens het ontwikkelen van zijn eigen productiesysteem heeft Samsung Electronics ook gebroken met wereldwijd bekende fabrikanten van halfgeleiders, zoals Synaptics, ST Microelectronics en NXP. ‘Het probleem is dat Samsung met alle geweld de kosten wilde verlagen, terwijl het onvoldoende kennis had van de productie van chips, zodat men genoegen heeft genomen met smart-phoneonderdelen die hooguit accep-tabel waren,’ legt een Zuid-Koreaanse deskundige uit. ‘Het gerucht ging dat het bedrijf ook de technieken van zijn partners kopieerde, zodat die laatsten steeds minder zin hadden om met Samsung samen te werken.’

    De essentiële onderdelen werden door de groep zelf gefabriceerd, voor de rest werd automatisch de voordeligste offerte geaccepteerd. Sinds vorig jaar vragen de Samsungfabrieken in 
Vietnam elke drie maanden nieuwe offertes op om de onderdelen zo voordelig mogelijk te kunnen inkopen.

    Samsung Electronics had zijn bedrijfsvoering zodanig ingericht dat het zijn nieuwe modellen zo snel mogelijk kon uitbrengen om leider te kunnen blijven op een zich zeer snel ontwikkelende markt. De producten werden elk jaar vernieuwd, met gebruikmaking van 
de laatste technologische innovaties. Deze haast is waarschijnlijk de oorzaak geweest van de kwaliteitsafname.

    Het merk heeft een marge van zes maanden om met een nieuw product te komen

    De vlaggenschepen van het bedrijf 
zijn de Galaxy S8, die begin 2017 zal uitkomen, en een nieuwe Galaxy Note 8, die iets later wordt verwacht. Elk model wordt dus na een jaar vervangen, wat erg kort is voor het ontwerpen, de fabricage van onderdelen, het uittesten, het assembleren van het eindproduct en de marketing. Het merk heeft een marge van zes maanden om met een nieuw product te komen. Zodoende 
was het bedrijf op het moment dat de Galaxy Note 7 uitkwam al volop bezig met de opvolger. Van de Galaxy Note 7 moesten drie miljoen exemplaren per maand worden verkocht, oftewel twee keer zo veel als de Galaxy Note 5. Dat betekende dat de productie van onderdelen moest worden versneld.

    De complexiteit van het productieproces van onderdelen heeft vermoedelijk bijgedragen aan de kwaliteitsafname. De wens om de kosten te drukken en de productiviteit te verhogen heeft 
het bedrijf ertoe gebracht onderdelen te gebruiken die door verschillende bedrijven in verschillende landen waren geproduceerd. Samsung Electronics heeft vorig jaar 324,8 miljoen telefoons verkocht. Voor elke smartphone zijn 700 tot 1000 onderdelen nodig, dus meer dan 300 miljard onderdelen per jaar. En dat met een uiterst krap tijdsbestek en een steeds gecompliceerder fabricage- en distributieproces naarmate de apparaten grotere schermen met een hogere resolutie krijgen.

    Dat het bedrijf de radicale beslissing heeft genomen om te stoppen met 
de Galaxy Note 7 is om de schadelijke gevolgen voor de Galaxy S8 zo veel mogelijk te beperken. Het probleem met de ontploffende accu’s, dat funest was voor het imago van het merk, kon zich niet langer blijven voortslepen. Daarom heeft Samsung op eigen 
initiatief besloten met de productie te stoppen, voordat het daar door de autoriteiten toe zou worden gedwongen.

    Zolang de problemen niet zijn opgelost, blijft onzeker wat de gevolgen 
van de crisis zullen zijn. De oorzaak van de ontploffing is nog steeds 
onbekend. Het is bijna een mysterie. Als reden wordt wel de isolatie van de accu genoemd, maar het bedrijf is er 
in werkelijkheid nog niet achter. Het gaat misschien om een minieme maar fatale ontwerpfout, die kennelijk 
moeilijk te achterhalen valt. Duidelijk is in ieder geval dat de tot dusver gebruikte methode om de producten 
te testen tekort blijkt te schieten.

    Auteur: Pak Song U
    Vertaler: Frank Lekens

    Beeld bovenaan: Vietnamese werknemers van Samsung passeren een billboard met een advertentie voor de Galaxy Note 7 in de provincie Thai Nguyen, ten noorden van Hanoi. – © Reuters

    CONTEXT: Tijdslijn Galaxy Note 7

    samsungfik3 1

    Het fiasco van de Galaxy Note 7 komt Samsung duur te staan. Het terugroepen van het model zal 2,3 miljard dollar kosten, berekent het Zuid-Koreaanse bedrijf. De totale schade zal de komende zes maanden ongeveer 3 miljard dollar belopen. ‘Zuid-Koreanen zullen Samsung misschien trouw blijven, maar veel klanten in het buitenland niet,’ aldus een analist in de Financial Times. ‘Die zullen waarschijnlijk voor de iPhone 7 van Apple gaan, en de Chinezen zullen eerder voor toestellen uit eigen land kiezen.’

    augustus 2016 Lancering van de 
grote smartphone Galaxy Note 7, die moet concurreren met de iPhone7 van Apple die in september zal uitkomen. Vanaf 
24 augustus verschijnen op de sociale netwerken foto’s van beschadigde telefoons.

    begin september Nadat er 35 Galaxy Note 7’s zijn ontploft roept Samsung 
2,5 miljoen apparaten terug. Maar sommige vervangende smartphones vliegen ook in brand.

    8 september De Amerikaanse luchtvaartautoriteit vraagt passagiers 
hun Galaxy Note 7 niet aan te zetten of op te laden aan boord van het vliegtuig en niet in hun ruimbagage te stoppen.

    10-11 oktober Totale verkoop- en productiestop van de Galaxy Note 7. 
Uit veiligheidsoverwegingen vraagt het bedrijf mensen die nog een apparaat bezitten het uit te zetten.

    Chosun Ilbo
    Zuid-Korea | dagblad | oplage 2,4 miljoen chosun.com

    De grootste krant van Zuid-Korea, 
opgericht in 1920, ontleent zijn naam aan de eerste Koreaanse staat en het laatste koninkrijk van het land (Chosun). Nadat 
de linkse regering van Kim Dae-jung het blad in 2001 fiscaal heeft laten doorlichten, is het nog conservatiever, anticommunistischer en liberaler geworden.

  • Chinese horizon

    Chinese horizon

    De Grote Roerganger zelf heeft het ooit zo uitgelegd: ‘Wij denken te klein,’ zei hij. ‘Wij denken als een kikker die op de bodem van de put leeft. Kijkt de kikker omhoog, dan denkt 
hij dat de hemel even groot is als het stukje blauwe lucht dat hij vanuit zijn positie kan zien. Maar klimt hij omhoog, dan 
zal hij daar een heel ander idee van krijgen.’

    Veertig jaar na de dood van voorzitter Mao is de kikker uit de put gekropen en heeft z’n voltallige familie – geen eenkindpolitiek – meegenomen. Mao’s economische theorieën liggen nog steeds op de bodem van de put, met onmiskenbaar resultaat. In 2020, zo luidt de voorspelling, zal China qua omvang van zijn economie de Verenigde Staten dik hebben ingehaald – Rusland en de Europese Unie zien heel erg in de verte alleen nog de achterlichten van het immense Aziatische land. Met een overschot op de betalingsbalans van bijna 
400 miljard dollar in 2015 en een deviezenreserve van 
3 biljard dollar kwaakt de kikker dat het een aard heeft en ook nog vanaf alle continenten, zoals blijkt uit ons dossier ‘China koopt de wereld’ in dit nummer.

    Toch is het helemaal niet lang geleden dat de hongersnood 
15 miljoen (het officiële cijfer) tot 43 miljoen (de schatting van westerse sinologen) Chinezen het leven kostte. En nog steeds is negen procent van de bijna anderhalf miljard Chinezen ondervoed (maar niet alleen in China). De inkomensverschillen zijn enorm (maar niet alleen in China). De verdeling van de welvaart kan in de toekomst uitgroeien tot een geweldig sociaal en politiek probleem (en niet alleen in China.)

    In Brazilië is de energievoorziening vrijwel geheel 
in Chinese handen. Tot grote schrik van de Amerikanen brachten de Chinezen kortgeleden een bod uit op de Chicago Stock Exchange

    Maar vooralsnog manifesteert China zich overal en op alle fronten. Beijing is een leidende handels- en ontwikkelings-partner in Afrika. Het ANC in Zuid-Afrika spiegelt zich aan de Communistische Partij van China, waarmee de voormalige anti-apartheidspartij ‘ideologische overeenkomsten’ meent 
te hebben. In Brazilië is de energievoorziening vrijwel geheel 
in Chinese handen. Tot grote schrik van de Amerikanen brachten de Chinezen kortgeleden een bod uit op de Chicago Stock Exchange.

    En als franje aan het Chinese economische machtsvertoon dient de overname van de fine fleur van 
Europese voetbalclubs als Manchester City, AC Milan, Atlético Madrid, Inter Milan. En ADO Den Haag niet te vergeten.

    De Chinezen komen niet, ze zijn er. En ze houden allesbehalve de hand op de knip. Want wie de blik alleen nog op de 
oneindige horizon heeft, ziet geen enkele bodem.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 2. Links lullen, rechts vullen

    2. Links lullen, rechts vullen

    Het Zuid-Afrikaanse ANC onderhoudt steeds warmere ideologische banden met China, iets wat het Westen zorgen baart. Maar volgens waarnemers zullen economische belangen altijd voorgaan.

    De relatie tussen de Volksrepubliek China en Zuid-Afrika heeft zich de afgelopen jaren aanzienlijk verdiept, zoals wordt aangetoond door een aantal economische en politieke verklaringen. 2014 werd ‘het jaar van Zuid-Afrika in China’ genoemd. Dat werd vorig jaar gevolgd door ‘het jaar van China in Zuid-Afrika’. Nu is Zuid-Afrika opgewaardeerd tot China’s glorieuze ‘Alomvattende Strategische Partner’.

    Het regerende ANC maakt er geen geheim van hoe het daarover denkt. Een discussiedocument van de Nationale Algemene Raad uit 2015 repte van een nieuwe ‘Koude Oorlog’, waarin het collectieve leiderschap van de Chinese Communistische Partij een leidend lichtpunt voor onze eigen strijd moet zijn.

    Vanwege dergelijke verklaringen hebben waarnemers zich afgevraagd of de door het ANC geleide regering een geopolitieke draai naar China aan het maken is. Die gevoelens zijn versterkt doordat een bezoek van de Dalai Lama aan Zuid-Afrika tot drie keer toe vanwege bureaucratische rompslomp werd afgeblazen, en doordat de Chinese regering een ANC-opleidingsinstituut heeft gefinancierd.

    Sinds 2010 is China Zuid-Afrika’s grootste handelspartner

    De economische relatie van China met Zuid-Afrika bevestigt deze trend. Sinds 2010 is China Zuid-Afrika’s grootste handelspartner, met in 2013 een totale handelsomvang van 270 miljard rand [18 miljard euro]. De aankondiging tijdens de China-Afrika-top dat China nog eens 90 miljard rand [6 miljard euro] beschikbaar stelt voor Zuid-Afrika is opnieuw een bevestiging van de angst van sceptici dat het land zich telkens afhankelijker maakt van China.

    Maar reacties op China’s investeringsbeloften zien meestal één belangrijk feit over het hoofd. Hoewel de Zuid-Afrikaanse regering zich zo misschien ideologisch afzet tegen haar traditionele westerse partners, zijn in economisch opzicht multilaterale relaties de nieuwe werkelijkheid.

    Europa en de VS blijven belangrijke handelspartners. Directe buitenlandse investeringen uit die gebieden zijn veel groter dan die uit China. India is het enige BRICS-land – Brazilië, Rusland, India en China – dat in de top 5 van directe buitenlandse investeerders in Zuid-Afrika staat. Bovendien zijn inwoners van de VS, Groot-Brittannië en Duitsland nog altijd de belangrijkste buitenlandse bezoekers van het land.

    Chinese en Afrikaanse medewerkers van het bedrijf NFCA Mining in Zambia. – © Sven Torfinn / HH
    Chinese en Afrikaanse medewerkers van het bedrijf NFCA Mining in Zambia. – © Sven Torfinn / HH

    Mensen die economisch gezien pragmatisch zijn ingesteld, krabben zich misschien op het hoofd over de vraag waarom de Zuid-Afrikaanse regering zich met China moet inlaten ten koste van afspraken met westerse partners. Maar dat is eigenlijk helemaal niet aan de hand. Zuid-Afrika mag dan op ideologisch niveau een draai maken, als het gaat om internationaal economische beleid is er niets veranderd. Volgens politicoloog Patrick Bond van de universiteit van KwaZulu-Natal mag de Zuid-Afrikaanse regering dan soms ageren tegen ‘de westerse imperialistische hegemonie’, tegelijk heeft het land zich diep verplicht aan de logica van de mondiale markt.

    Trouwens, als het over internationale politieke economie gaat, is er niemand die ‘linkser lult en rechts vult’ dan de Chinezen zelf. De integratie van het land in het mondiale marktsysteem, de opkomst van een op consumptie gerichte middenklasse en de onophoudelijke jacht op buitenlandse grondstoffen om zowel de binnenlandse als de internationale consumptie op gang te houden, maken China tot een dominante speler in het wereldwijde kapitalisme. Het is ook veelzeggend dat de Chinese munteenheid, de renminbi, onlangs door het IMF is geaccepteerd als wereldmunt.

    Logisch gevolg

    China’s investeringen in Afrika zijn een logisch gevolg van dit proces, een feit dat veel Europeanen en Amerikanen, en zelfs Afrikanen, onverteerbaar schijnen te vinden. Niets maakt dit duidelijker dan de recente oprichting van de door Chinezen geleide Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB). Bij de nieuwe bank zijn de meeste grote mondiale spelers betrokken, inclusief Zuid-Afrika, maar opvallende afwezigen zijn Japan en de VS. De nieuwe bank overschaduwt nu al de BRICS Development Bank, die zich presenteerde als de grote verdediger van de belangen van het mondiale Zuiden.

    De ambities van Zuid-Afrika en China hebben veel gemeen, als we China zien als een formidabele, mondiale marktspeler in plaats van simpelweg als een autoritaire eenpartijstaat. Beide landen zijn in hoge mate geïntegreerd in wereldwijde markten, terwijl ze tegelijkertijd ideologieën aanhangen die in wezen vijandig staan tegenover die markten. In dat opzicht maken ze deel uit van een breder post-Koude Oorlog economisch pragmatisme, waarin binnenlands en zelfs buitenlands beleid – of dat nu links of rechts is – ondergeschikt is aan de eisen van de markt.

    Auteur: Ross Anthony
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Conversation
    Verenigd Koninkrijk | theconversation.com

    Het kleine Britse broertje van de Australische The Conversation, opgericht door een groep journalisten, verwierf in de drie jaar dat ze bestaat al groot aanzien. The Conversation werkt met ‘open bronnen’ en wil mede op deze manier een frisse en onafhankelijke blik op het nieuws bieden. Op de site komen vooral onderzoekers en academici aan het woord.

  • 2. Koopt Russische waar

    2. Koopt Russische waar

    Volgens het Kremlin moeten Russische producten op den duur alle import uit het Westen gaan vervangen. Ook buitenlandse films en vakanties gaan in de ban. De Russen vinden het (schijnbaar) prima.

    De Russen leven in de vaste overtuiging dat het vaderland wordt omsingeld door de 
vijand. Dit idee heeft de natie zo aaneengesmeed dat machthebbers het niet hebben kunnen nalaten om mee te surfen op deze prachtige golf van patriottisch elan.

    Dus worden we geacht te kiezen voor de Krim en Sotchi in plaats van Turkije en Egypte, voor vaderlandse producten in plaats van import, en voor Russische films in plaats van westerse.

    Toerisme

    ‘Toeristische bestemmingen moeten worden gekozen in overeenstemming met de nieuwe filosofie van het Federale Toeristenbureau (AFT). Men moet zijn vakantie in Rusland doorbrengen,’ zo verduidelijkte de onderdirecteur van het AFT, Roman Skorom. Eerder verklaarde zijn superieur Oleg Safanov al dat ‘het strand als verplichte vakantiebestemming slechts een stereotype is dat de laatste jaren aan ons is opgedrongen, en dat we ons eigen hebben gemaakt.’

    Tal van opinieonderzoeken sterken schijnbaar de autoriteiten in hun opvatting: de Russen zijn in verpletterende meerderheid bereid om af te zien van Turkije en Egypte, de meest populaire bestemmingen voor groepsreizen (maar voortaan verboden*) ten bate van de badplaatsen in de buurt van Krasnodar en op de Krim.

    Er wordt op dit moment onderzocht of er geen heffing moet komen op het vertonen van buitenlandse filmproducties

    Maar ondanks die al te mooie cijfers moeten we niet over het hoofd zien 
dat driekwart van de Russen nog nooit een voet in het buitenland heeft gezet, en dus ook geen enkele moeite heeft om af te zien van iets wat ze nooit gekend hebben.

    Op grond van de cijfers van het afgelopen jaar voorziet het AFT dat de toeristenstroom naar het buitenland met 40 tot 50 procent zal afnemen. Het binnenlands toerisme evenwel zal met niet meer dan 10 tot 15 procent stijgen. In de praktijk zullen de Russen, inmiddels gewend aan een bepaald niveau van comfort voor een bescheiden prijs, zich in meerderheid richten op andere bestemmingen rond de Middellandse Zee, zo voorziet de Russische bond van reisbureaus. En over het aanbod van betaalbare en aantrekkelijke hotels in de badplaatsen aan de Zwarte Zee hoef je je ook niet veel illusies te maken, zo blijkt uit een snelle blik op de prijslijsten. In het vorige zomerseizoen zijn die tarieven inmiddels al met 30 procent gestegen.

    ‘Waarom zou ons belastingsysteem Hollywood moeten subsidiëren? Dat is onvoorstelbaar,’ zo wond minister van Cultuur Vladimir Medinski zich op. En dus zijn er quota ingesteld om het vertonen van films van Russische makelij te stimuleren in de bioscoopketens (dit uiteraard ‘met volle instemming’ van de bioscoopexploitanten). Er wordt op dit moment zelfs serieus onderzocht of er geen heffing moet komen op het vertonen van buitenlandse filmproducties.

    Een groentenverkoopster op een markt in Kaliningrad. – © Igor Zarembo / Getty Images
    Een groentenverkoopster op een markt in Kaliningrad. – © Igor Zarembo / Getty Images

    Maar in deze bedrijfstak laten onderzoeken hetzelfde beeld zien als in het toerisme. Als je de leeftijdsgroep van 
18 tot 35 jaar niet meetelt, legt ook hier het publiek een ongebreideld enthousiasme aan de dag voor de Russische cinema (waarbij we in aanmerking moeten nemen dat de helft van de Russen nauwelijks naar de bioscoop gaat).

    Hoe zit het nu echt? Volgens de cijfers in het Bulleten Kinoprakatchika (het blad van de Russische filmdistributeurs) van 1 november 2015 trokken Russische films samen 28.501 miljoen bezoekers, een daling van 7,34 procent ten opzichte van 2014. De recettes in de bioscopen voor de Russische films beliepen in die periode 6.596 miljard roebel, een daling ten aanzien van het vorige exploitatiejaar met 7,22 procent.

    Voeding

    ‘De belangrijkste uitdaging voor de Russische landbouw wordt de versnelde vervanging van importproducten. In de komende tien jaar zal de nationale voedselproductie voor 100 procent de importen moeten vervangen, dankzij de evolutie van de sector.’ Zo sprak onze minister van Landbouw, Aleksander Tkatsjev. Laten we even afzien van die ‘evolutie van de sector’, waarvan wordt verwacht dat die de groentekraampjes van een ruime sortering zal voorzien gedurende de ban op de import van producten uit de VS, de Europese Unie en andere landen die de sancties tegen Rusland hebben ondersteund. Ik wil niet eens weten hoe we ‘voor 100 procent’ de Russische behoefte aan voedingsmiddelen gaan dekken met producten die we hier vanwege het klimaat niet eens kúnnen verbouwen.

    Mij gaat het even om iets anders. Opiniepeilingen wijzen uit dat 73 procent van de consumenten achter het embargo op voedingsmiddelen uit het buitenland blijft staan 
(bron: VCIOM, het Russische nationale centrum voor opinieonderzoek). Die publieke opinie gaat nog veel verder: 90 procent zegt zelfs dat men in het geheel niets merkt van tekorten in de aanvoer. Terwijl de harde cijfers van de centrale bank toch duidelijk zijn: het aanbod van rundvlees is met 42 procent gedaald, dat van boter met 15 procent, van verse en diepvriesvis met 14 procent en van groenten en fruit met 10 procent. Althans, zolang er geen oorlog komt.

    Auteur: Vladimir Lavitski
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    • Egypte is een verboden bestemming sinds het neerhalen van een Russische Airbus op 31 oktober boven de Sinaï, 
een aanslag opgeëist door IS, en Turkije sinds het neerhalen van een Russisch gevechtsvliegtuig door de Turkse luchtmacht nabij de grens met Syrië 
op 24 november.

    Kommersant
    Rusland | oplage 114.000
    ‘De Zakenman’ was vanaf 1997 in handen van mediamagnaat Boris Berezovski, die door toedoen van Poetin zijn positie als zakenman en politicus kwijtraakte; het is dan ook een van de weinige kranten in Rusland met een kritische kijk op de regering. In 2006 overgenomen door een dochterbedrijf van energiegigant Gazprom.