Volgens de organisatie zijn vorig jaar 853 mensen geëxecuteerd
Iran heeft zijn gevangenissen veranderd in ‘killing fields’. Dat schrijft mensenrechtenorganisatie Amnesty International donderdag, zo citeert Voice of America. Volgens Amnesty zijn in 2023 minstens 853 mensen geëxecuteerd, waarvan meer dan de helft op grond van drugsgerelateerde aanklachten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Amnesty riep op tot sterkere internationale druk, om de stijging van het aantal executies een halt toe te roepen, anders zouden ‘duizenden’ mensen de komende jaren kunnen worden opgehangen. Het cijfer voor 2023 lag 48 procent hoger dan het jaar. Twee andere NGO’s, Iran Human Rights (IHR) en Together Against the Death Penalty (ECPM), publiceerden vorige maand een rapport waarin het iets lagere aantal van 834 geëxecuteerde mensen in 2023 werd vermeld.
De stijging van het aantal executies volgt op de protesten die in september 2022 uitbraken in Iran. Negen mensen zijn ter dood gebracht in zaken die verband houden met de protesten. Amnesty zei dat dit jaar niets is veranderd: tot 20 maart zijn er al minstens 95 executies geregistreerd.
Regionale milities zoals Hamas hebben Teheran voor een dilemma gesteld: is het nog wel mogelijk om aan de zijlijn te blijven staan, zodat de oorlog tussen Israël en Gaza niet uitmondt in een regionaal conflict?
Enkele weken nadat Israël Gaza was binnengevallen als reactie op de dodelijke aanval van Hamas op 7 oktober, riep ayatollah Ali Khamenei, de Iraanse opperste leider, op tot een bijeenkomst van militieleiders van een alliantie die Teheran de ‘as van verzet’ noemt. De aanval, die Khamenei publiekelijk had geprezen als een ‘epische overwinning’, markeerde een hoogtepunt in vier decennia aan Iraanse inspanningen om een netwerk van niet-gouvernementele militante groepen te trainen en te bewapenen, om zo zijn vijanden af te schrikken en zijn invloed in het Midden-Oosten uit te breiden.
Maar achter gesloten deuren vertelde de Iraanse leider aan vooraanstaande Hamas-vertegenwoordigers, alsook aan Libanese, Iraakse, Jemenitische en andere Palestijnse militieleiders, dat Teheran niet van plan was om zich rechtstreeks in het conflict te mengen en de oorlog uit te breiden, aldus twee hooggeplaatste functionarissen van Hamas en twee van Hezbollah. Aanvullende gevechten, zo vertelde hij de afgevaardigden, zouden de wereld kunnen afleiden van de verwoestende invallen van Israël in Gaza. Met andere woorden: Hamas stond er alleen voor.
De as staat voor een beslissend moment. Nu Irans bondgenoten nog meer brand stichten in de regio – van aanvallen op schepen in de Rode Zee tot de droneaanval waarbij drie Amerikaanse soldaten omkwamen in Jordanië – brengen ze hun weldoener dichter bij de rand van een direct conflict met Washington dat het al zo lang probeert te vermijden.
De militaire en financiële macht van Iran vormt de ruggengraat van de alliantie, waar Teheran evenwel geen volledig commando en controle over uitvoert. Niet elk lid hangt de sjiitische ideologie van Iran aan en de verschillende groepen hebben binnenlandse agenda’s die soms in strijd zijn met die van Teheran. Sommige opereren in geografisch geïsoleerde gebieden, waardoor het voor Iran lastig is om wapens, adviseurs en training te leveren. Dat geldt ook voor Hamas, een soennitische beweging, of voor de Houthi’s in Jemen, die met hun aanvallen op schepen de wereldwijde handelsstromen hebben verstoord en tegenaanvallen van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben uitgelokt.
Kracht van de as
Amerikaanse functionarissen gaven een door Iran gesteunde groep de schuld van de droneaanval en het Witte Huis zei te geloven dat de daders werden gesteund door Kataib Hezbollah, een Iraanse militie in Irak met troepen in Syrië. Iran wees alle mogelijke betrokkenheid van de hand.
Voor Teheran ligt de kracht van de as in het feit dat elk lid operationele en territoriale autonomie geniet, wat een plausibele ontkenning mogelijk maakt. Iran kan zich distantiëren van de milities, ook al dienen die de strategische belangen van Iran door de macht van de VS en Israël in de regio tegen te gaan.
Deze aanpak heeft Teheran in staat gesteld vergeldingsacties van Israël en de VS te voorkomen die het geestelijke bewind zouden kunnen destabiliseren, aldus Norman Roule, een voormalig Midden-Oostenexpert van de CIA. Iraanse agressie, zei hij, ‘omvat nu steevast acties die kunnen worden toegeschreven aan Teheran, maar die Iran voldoende kan ontkennen’.
Teheran is voor groot dilemma gesteld
Dat model wordt als nooit tevoren op de proef gesteld door de aanslag van 7 oktober. Door Israël de grootste klap aller tijden uit te delen – met meer dan 1200 slachtoffers, veelal burgers – is er een reusachtige Israëlische militaire campagne op gang gebracht die is gericht op het uitroeien van Hamas. Israël heeft grote delen van de Gazastrook verwoest en heeft het gemunt op Hamas-leiders, wat het duidelijk liet zien bij de luchtaanval in Beiroet in januari; daarbij kwam Saleh al-Arouri om het leven, de politieke adjunct van de groep, die enkele weken daarvoor had deelgenomen aan de ontmoeting met Khamenei in Teheran.
Dat heeft Teheran voor een groot dilemma gesteld: zijn Palestijnse bondgenoot verdedigen, met het risico op een regionale oorlog waarin het zou kunnen worden meegesleept, of aan de kant blijven staan en toezien hoe een cruciale partner in de alliantie wordt gedecimeerd?
De aanval van 7 oktober was in het belang van Teheran, omdat een diplomatieke toenadering tussen Israël en Saoedi-Arabië – een andere regionale rivaal – hierdoor werd onderbroken en Iran de kans kreeg zich op te werpen als voorvechter van de Palestijnse zaak. De leiding van Iran probeerde vergelding door Israël of de VS te voorkomen door snel elke betrokkenheid bij de planning of uitvoering van de aanval te ontkennen. Functionarissen van Hamas en Hezbollah gaven tegenstrijdige verklaringen over de mogelijke voorkennis van Iran. The Wall Street Journal meldde dat sommigen van hen zeiden dat Iraanse veiligheidsfunctionarissen groen licht hadden gegeven voor de aanval, terwijl anderen dat verhaal in twijfel trokken.
De aanval had niet kunnen plaatsvinden zonder jarenlange Iraanse steun aan Hamas in de vorm van wapens, geld en training
Hoe dan ook, de aanval had niet kunnen plaatsvinden zonder jarenlange Iraanse steun aan Hamas in de vorm van wapens, geld en training, aldus Afshon Ostovar, universitair docent aan de Naval Postgraduate School in Monterey (Californië), die gespecialiseerd is in de militaire ondernemingen van Iran in het Midden-Oosten. ‘Of ze nu in de pas lopen met deze of gene actie is minder belangrijk dan hoe ze collectief bewegen in de loop van de tijd,’ stelt Ostovar. ‘Iran gaf hun de wapens om de oorlog naar Israël te brengen op een manier waarop Iran dat zelf niet kon.’
De as van verzet is ontstaan uit de zoektocht van Iran om na de Islamitische Revolutie van 1979 zijn militaire en ideologische invloed in het Midden-Oosten uit te breiden. Het door Iran opgebouwde netwerk van extremistische militante groeperingen heeft door de jaren heen gebruikgemaakt van zwakke staten en instabiliteit om militaire en vaak ook politieke macht te verwerven. De alliantie, van Irak, Syrië en Jemen tot Libanon en de Palestijnse gebieden, gaf Iran relatieve bewegingsvrijheid van Teheran tot aan de Middellandse en de Rode Zee.
Vergelding VS
Als reactie op de drone-aanval van een door Iran gesteunde militie op 28 januari in Jordanië, waarbij drie Amerikaanse militairen omkwamen, hebben de VS op 2 februari bombardementen uitgevoerd in Irak en Syrië. Daarbij zijn meer dan 85 doelen geraakt op 7 locaties die werden gebruikt door Iraanse troepen en door Iran gesteunde milities.
Het zou gaan om commando- en controleoperaties, inlichtingencentra, wapenfaciliteiten en bunkers die worden gebruikt door de Iraanse Revolutionaire Garde en aanverwante milities. Er zijn naast militairen en strijders ook burgers omgekomen.
Na de aanval van 28 januari zijn er geen Amerikaanse militairen meer omgekomen bij het conflict in het Midden-Oosten.
In 1982 begon de Quds-brigade, een tak van de Iraanse Revolutionaire Garde, tijdens de chaos van de Libanese burgeroorlog betrekkingen aan te knopen met jonge Libanese militanten, die werden getraind en bewapend om Israëlische soldaten lastig te vallen en guerrillaoorlogen te voeren. De militie die daaruit ontstond, Hezbollah, werd de machtigste bondgenoot van Iran; ze trainde Palestijnse groepen, waaronder Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad, terwijl Iran financiële hulp en wapens naar hen doorsluisde.
Qassem Soleimani, een charismatische Iraanse commandant, nam eind jaren negentig de Quds-brigade over. Hij sluisde geld, wapens en militaire adviseurs door naar een reeks sjiitische milities in Irak, nadat de VS dat land in 2003 waren binnengevallen. De milities doodden volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie meer dan zeshonderd Amerikaanse soldaten. Soleimani werd in de hele regio bekend als het brein achter de Iraanse schaduwoorlogen.
Eigen agenda
Irans bondgenoten waren weliswaar afhankelijk van Teheran, maar hadden allemaal hun eigen agenda, die de as van Soleimani soms uit zijn voegen deed barsten. Jemenitische Houthi-rebellen namen de hoofdstad Sana’a in, tegen Iraans advies. De Iraakse militieleider Qais al-Khazali sloeg Iraanse bevelen om de Amerikaanse troepen niet aan te vallen in de wind met de woorden ‘de Amerikanen bezetten ons land, niet dat van jullie’. Toen Hezbollah een van de grootste politieke partijen van Libanon werd, werd het gedwongen de eisen van de Libanese kiezers in evenwicht te brengen met de plannen van Soleimani voor de milities in het buitenland.
Tijdens de burgeroorlog in Syrië zette Soleimani Hezbollah in, samen met milities van Irakezen, Afghanen en anderen, om een opstand tegen president Bashar al-Assad te helpen verslaan. Dat bracht Soleimani’s strijdkrachten in conflict met Hamas, dat de voornamelijk soennitische opstanden van de Arabische Lente steunde. Hamas trainde Syrische rebellen in guerrilla-oorlogstactieken en veel van haar leden verdwenen in de gevangenissen van Assad.
Onder Qaani begon Iran steeds meer het idee te promoten van een verenigd front met zijn militiebondgenoten
Nadat Yahya Sinwar, een hooggeplaatste Hamas-functionaris, in 2017 het roer had overgenomen in Gaza, na te zijn vrijgelaten uit de Israëlische gevangenis tijdens een gevangenenruil in 2011, werden de verschillen gladgestreken. Begin 2020 werd Soleimani gedood bij een Amerikaanse droneaanval in de buurt van de internationale luchthaven van Bagdad. De VS en Israël hoopten dat de dood van Soleimani, die een bijna mythische status had verworven onder zijn volgelingen, de regionale macht van de Quds-brigade zou inperken. Dat gebeurde niet. Soleimani’s opvolger en jarenlange plaatsvervanger Esmail Qaani was minder bekend bij het publiek, maar hij nam al snel de rol over. ‘De Quds-brigade is een onderneming, en hij is de CEO. Uiteindelijk is hij degene die hun salarissen betaalt,’ zegt Afshon Ostovar.
Onder Qaani begon Iran steeds meer het idee te promoten van een verenigd front met zijn militiebondgenoten. Ook de Palestijnse groepen kwamen intern meer op één lijn te staan. Onder leiding van Hamas begonnen zo’n twaalf Palestijnse groeperingen oorlogsoefeningen te houden, die gepubliceerd werden op een kanaal op de berichtenapp Telegram. De Israëlische inlichtingendienst merkte de oefeningen op, maar nam ze niet serieus, zeggen huidige en voormalige Israëlische veiligheidsfunctionarissen.
In mei 2021 bestormden Israëlische politietroepen het terrein van de Al-Aqsamoskee in Jeruzalem, waarbij ze traangas en stungranaten afvuurden na confrontaties met Palestijnen die protesteerden tegen de uitzetting van bewoners in het oostelijke deel van de stad. De brand bij de moskee, die voor zowel sjiitische als soennitische moslims een centrale plaats inneemt, leidde tot een brede regionale veroordeling van Israël.
Eind 2021 ontmoetten Hamas-functionarissen Hezbollah-leider Nasrallah en zijn plaatsvervanger Naim Qassem in Beiroet om te bespreken hoe ze wraak zouden kunnen nemen op Israël, zeggen de twee functionarissen van Hamas en de twee van Hezbollah. Iraanse veiligheidsfunctionarissen namen volgens hen niet deel aan de bijeenkomst.
Diplomatieke herschikking
In de zomer van 2022 kwamen functionarissen van Hamas, de Quds-brigade en Hezbollah regelmatig bijeen om scenario’s op te stellen voor een aanval op Israël, onder meer vanuit Gaza, Zuid-Libanon en Syrië. Dat laatste scenario werd al snel uitgesloten, volgens de twee Hamas- en twee Hezbollah-functionarissen. Een vierde optie omvatte volgens hen een gelijktijdige infiltratie vanuit Zuid-Libanon, Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Volgens een andere hoge Hamas-functionaris werden er algemene plannen voor een actie tegen Israël besproken, maar er werd geen tijdschema afgesproken voor een aanval.
Hezbollah was een centrale rol gaan spelen in de coördinatie van de activiteiten binnen de alliantie, vooral sinds de moord op Soleimani. Het hielp de Iraanse Revolutionaire Garde bij het trainen van milities om Islamitische Staat te bestrijden in Irak en Syrië, waar militaire bases doorgaans op de ene verdieping Iraniërs huisvesten en op de andere Hezbollah-strijders, aldus een veiligheidsinsider van Hezbollah. Het stelde Palestijnse militanten ook in staat om Israël te beschieten vanaf door Hezbollah gecontroleerd grondgebied in het zuiden van Libanon.
Toch bleef Israël ervan overtuigd dat de echte dreiging aan zijn noordgrens lag
Iran maakte zich afgelopen jaar steeds meer zorgen over een bredere diplomatieke herschikking in het Midden-Oosten, nadat Israël in 2020 al een belangrijke overeenkomst had ondertekend met de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein, bekend als de Abraham-akkoorden, om de diplomatieke betrekkingen te normaliseren. De overeenkomst was bedoeld om de regionale machtsdynamiek te herstellen en Teheran buitenspel te zetten. Er werd nu gewerkt aan een nog grotere overeenkomst tussen Israël en Saoedi-Arabië, in wat het meest gedenkwaardige vredesakkoord voor het Midden-Oosten in jaren zou worden.
Tegen september begonnen de Israëlische inlichtingendiensten een toename in vijandigheid te bespeuren van Palestijnse militanten, waaronder Hamas, dat een video plaatste met een oefening voor een commando-operatie met onder meer een amfibische aanval met duikers. Het bouwde zelfs een replica van een Israëlische kibboets en bestormde die tijdens trainingen in het volle zicht van Israëlische veiligheidstroepen – een scenario dat griezelig veel leek op wat er op 7 oktober zou gebeuren. Toch bleef Israël ervan overtuigd dat de echte dreiging aan zijn noordgrens lag. In een toespraak op 3 oktober waarschuwde Khamenei, de opperste leider van Iran, Arabische regeringen die proberen de banden met Israël aan te halen dat ze verkeerd bezig waren. Op een islamitische eenheidsconferentie in Teheran zei hij dat ‘verzetskrachten uit de hele regio’ Israël zouden uitroeien: ‘Hun wacht een nederlaag.’
In de vroege ochtend van 7 oktober regende er in een tijdsbestek van ongeveer twintig minuten een spervuur van ruim drieduizend raketten over Israël. Bijna drieduizend Palestijnse militanten, overwegend leden van Hamas, doorbraken vanuit Gaza op pick-uptrucks, motoren en in paragliders de grens. Zwaar bewapend en in zwarte uniformen drongen ze kibboetsen in het zuiden van Israël binnen en schoten ongewapende burgers neer, terwijl ze de gruweldaden vastlegden met bodycams. Ze staken Israëlische militaire voertuigen in brand en hielden auto’s aan op snelwegen, waarna ze de inzittenden executeerden. Op een muziekfestival in de buurt van Re’em richtten militanten een bloedbad aan en doodden minstens 360 bezoekers. Toen ze vertrokken, namen de leden van Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad meer dan tweehonderd gijzelaars mee naar Gaza. Het was de ernstigste schending van de Israëlische grenzen sinds de Jom Kippoeroorlog van 1973.
De omvang en de schaal van de aanval riepen bij regeringen over de hele wereld de vraag op hoe Hamas erin was geslaagd om door de verdediging van een van de machtigste legers van het Midden-Oosten te breken, hoewel het al bijna twee decennia zucht onder een strenge blokkade.
Buitengewone actie
‘Iedereen was zich bewust van de noodzaak een buitengewone actie uit te voeren,’ zei Husam Badran, een hooggeplaatst lid van de politieke vleugel van Hamas in Doha, in een interview. Maar ‘de details van de militaire operatie werden overgelaten aan de Qassam Brigades’, zei hij, verwijzend naar de militaire vleugel.
Sommige partijen in de alliantie hebben er belang bij om de oorlog uit te breiden door Iran erbij te betrekken, terwijl anderen, waaronder Iran zelf, verdere escalatie willen voorkomen. Door de gefragmenteerde aard van het contact tussen de leden van de alliantie hebben zelfs hoge functionarissen niet altijd een volledig beeld van de gebeurtenissen.
Hoewel Iran de aanval van 7 oktober aanvankelijk begroette als een enorme overwinning voor zijn as van verzet, distantieerden de leiders van het land zich al snel van elke suggestie dat ze erbij betrokken zouden zijn. Ook andere bondgenoten ontkenden voorkennis te hebben gehad. Hezbollah-chef Nasrallah was woedend over het nieuws van de aanslag, aldus een westerse functionaris die contact heeft met hooggeplaatste Hezbollah-figuren. Na bijna een maand te hebben gezwegen hield Nasrallah een toespraak waarin hij benadrukte dat Hezbollah niet had meegedaan. Hij zei dat de tijd nog niet rijp was voor een totale oorlog van Hezbollah tegen Israël, maar waarschuwde dat dat wel zou kunnen veranderen.
Ze raakten bevolkte gebieden, waarmee ze Israël dwongen om steden te evacueren en tienduizenden mensen uit het grensgebied ontheemd raakten
Commandant Qaani van de Quds-brigade pendelde tussen Iran, Syrië en Libanon om te voorkomen dat de acties van Iraanse bondgenoten uit de hand zouden lopen, vertellen een westerse veiligheidsfunctionaris, een hoge Libanese functionaris en de adviseur van de Revolutionaire Garde. Vanuit Libanon beschoten Palestijnse groepen en Hezbollah het noorden van Israël met raketten en handvuurwapens. Ze raakten bevolkte gebieden, waarmee ze Israël dwongen om steden te evacueren en tienduizenden mensen uit het grensgebied ontheemd raakten.
In een zeldzame actie tegen Israël vuurden de Houthi’s in Jemen raketten af op de Zuid-Israëlische stad Eilat en vielen ze aan Israël gelinkte schepen aan in de Rode Zee. In de afgelopen weken hebben de Houthi’s nieuwe aanvallen uitgevoerd op commerciële schepen rond Jemen. De VS en het Verenigd Koninkrijk hebben gereageerd met luchtaanvallen op Houthi-bases in Jemen. De regering-Biden zei dat ze de Houthi’s opnieuw zou aanmerken als een terroristische organisatie, na jarenlange afwezigheid op de terreurlijst.
Deze acties over en weer hebben wereldwijd markten door elkaar geschud en internationale scheepvaartroutes overhoop gehaald, en hebben de regering-Biden betrokken bij een breder conflict dat de spanningen in de regio dreigt te vergroten. Toch zijn de schermutselingen niet uitgelopen op een directe confrontatie tussen Iran en de VS en is een grote regionale oorlog op het nippertje voorkomen.
Laag pitje
Analisten zeggen dat de aanval van Hamas inging tegen de manier waarop Iran al vier decennia lang het conflict met zijn vijanden op een laag pitje houdt, om een vergelding te voorkomen die de Islamitische Republiek ten val zou kunnen brengen. ‘Iran heeft zo lang overleefd, in tegenstelling tot Saddam Hoessein en andere autoritaire regimes, omdat het land het machtsevenwicht in de regio begrijpt,’ aldus Hage Ali van denktank Carnegie in Beiroet. Hij noemde de strategie van Iran er een van ‘langdurige uitputting’.
Toen de politiek leider van Hamas, Ismail Haniyeh, en zijn plaatsvervanger Saleh al-Arouri in november naar Teheran reisden voor een ontmoeting met Khamenei, werd hun verteld dat Iran Hamas steunde, maar geen rol speelde in de verrassingsaanval van de militanten op Israël, zo meldden Iraanse staatsmedia. Haniyeh en Arouri verlieten de ontmoeting teleurgesteld, maar gaven Iran een lijst met wapens, waaronder antitankraketten en draagbare luchtdoelraketten, die ze nodig zouden kunnen hebben als de oorlog langer dan zes maanden zou duren, aldus Hamas-functionarissen.
Kort na dit bezoek vond volgens hoge Hamas- en Hezbollah-functionarissen een grotere bijeenkomst van Iraanse bondgenoten plaats in Teheran. Onder de aanwezigen bevonden zich Haniyeh en Arouri, evenals Quds-brigadecommandant Qaani, de hooggeplaatste Hezbollah-functionaris Hashem Safi al-Din, Houthi-ambassadeur in Teheran Ibrahim al-Dulaimi en de leider van de Palestijnse Islamitische Jihad, Ziyad al-Nakhalah. Tijdens de vergadering deelde Khamenei de groep mee dat hij zich bewust was van de groeiende ontevredenheid over de toespraak waarin Nasrallah had gezegd dat de tijd niet rijp was voor een breder conflict, aldus de functionarissen van Hamas en Hezbollah. Volgens hen verdedigde Khamenei de strategie om een totale oorlog te vermijden door te zeggen dat hij de aandacht niet wilde afleiden van de Palestijnse strijd, die volgens hem in het voordeel van Hamas zou zijn, ondanks de aanhoudende verliezen in Gaza.
Iran had zijn as van verzet opgebouwd om zijn eigen voortbestaan te garanderen, niet dat van Hamas. Hoewel de Palestijnse groep een belangrijke bondgenoot is, zou Iran de vernietiging van zijn sterkste partner, Hezbollah, niet riskeren om Hamas te redden, stelt Emile Hokayem, een expert op het gebied van veiligheid en non-gouvernementele actoren in het Midden-Oosten bij het International Institute for Strategic Studies. ‘Ze gaan Hezbollah niet inzetten in een oorlog die de Iraniërs niet als existentieel zien,’ luidde zijn commentaar.
Dov Lieber, Max Colchester, Adam Chamseddine en Fatima Abdul Karim hebben bijgedragen aan dit artikel.
De opkomst bij de parlementsverkiezingen in Iran is met ongeveer veertig procent de laagste in decennia. Dat meldt Al Jazeera onder verwijzing naar de Iraanse minister van Binnenlandse Zaken. Het is de laagste deelname aan verkiezingen sinds de islamitische revolutie van 1979 in Iran.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De verkiezingen van vrijdag werden gezien als een test voor de geestelijke leiders van Iran, dat kampt met toenemende economische problemen en een overwegend jonge bevolking die klaar is met de politieke en sociale beperkingen die het huidige regime hun oplegt. De autoriteiten noemden de opkomst echter ‘een teken van het vertrouwen van het volk in het heilige systeem van de islamitische Republiek’.
In sommige kiesdistricten, waar kandidaten er niet in slaagden het vereiste minimum van 20 procent van de uitgebrachte stemmen te behalen, zal er in april een tweede verkiezing plaatsvinden. In Teheran, dat goed is voor 30 zetels in het parlement, wordt bijvoorbeeld een tweede ronde gehouden vanwege het gebrek aan belangstelling van de kant van de kiezers.
Bij een aanval van Iran gesteunde milities in Jordanië zijn drie Amerikaanse soldaten om het leven gekomen en vierentwintig soldaten gewond geraakt. Dat schrijft The New York Times. Volgens de krant zal president Joe Biden nu moeten beslissen op welke manier hij wil terugslaan, met het risico op een bredere oorlog, die hij tot nu toe heeft proberen te vermijden sinds het uitbreken van de oorlog in Gaza.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Tot op heden reageerde Biden niet op de aanvallen van door Iran gesteunde milities op Amerikaanse troepen. Die aanvallen werden allemaal met succes onderschept of richtten weinig schade aan. De president stond wel Amerikaanse aanvallen toe, onder andere tegen de Houthi’s in Jemen.
Amerikaanse functionarissen stellen dat nu er voor het eerst dodelijke slachtoffers onder Amerikaanse troepen zijn gevallen, Biden een andere reactie moet overwegen. De president sprak over de kwestie tijdens een bezoek aan West Columbia in South Carolina: ‘We hebben drie dappere zielen verloren tijdens een aanval op een van onze bases.’ Na een moment van stilte voegde hij eraan toe: ‘En we zullen reageren.’ Het is nog onduidelijk of hij doelwitten in Iran zelf zal aanvallen.
Iran voerde dinsdag een aanval uit op Pakistaans grondgebied
Pakistan heeft donderdagochtend terroristische schuilplaatsen in de Iraanse provincie Sistan en Beloetsjistan aangevallen. De operatie werd donderdagochtend bevestigd door het Pakistaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, aldus het Pakistaanse dagblad Dawn.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Vanochtend voerde Pakistan een reeks zeer gecoördineerde en specifiek gerichte precisieaanvallen uit op terroristische schuilplaatsen in de provincie Sistan en Beloetsjistan’, zei een Pakistaanse woordvoerder. Volgens Iraanse media zijn zeven ‘niet-Iraanse onderdanen‘, waaronder vier kinderen, gedood bij de aanval op een dorp in de buurt van de stad Saravan.
De Pakistaanse aanval vond minder dan 48 uur plaats na een aanval van Teheran op Pakistaans grondgebied tegen een terroristische groepering, waarbij twee kinderen om het leven kwamen. In de nasleep van de Iraanse aanval van dinsdag heeft Pakistan zijn ambassadeur teruggeroepen en de Iraanse gezant in Islamabad uitgewezen.
De Iraanse aanval maakte deel uit van een reeks aanvallen die Iran de afgelopen dagen heeft uitgevoerd in Syrië en Irak als reactie op recente terroristische aanslagen op zijn grondgebied. De acties van Teheran ‘hebben de bezorgdheid over de regionale stabiliteit vergroot, vooral door de aanhoudende conflicten in het Midden-Oosten’, schrijft Dawn.
Bij de aanslag kwamen zeker 84 mensen om het leven
Islamitische Staat heeft donderdag de verantwoordelijkheid opgeëist voor de twee explosies in Iran waarbij woensdag bijna honderd mensen omkwamen. Dat meldt CNN. De aanslag vond plaats bij een herdenkingsdienst voor de Iraanse commandant Qassem Soleimani, die in 2020 in Irak werd gedood door een Amerikaanse drone.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In een verklaring op Telegram zei IS dat twee IS-leden de bommen lieten afgaan in een menigte die zich woensdag had verzameld op de begraafplaats in de zuidoostelijke Iraanse stad Kerman voor de sterfdag van Soleimani. Het waren de bloedigste aanslagen in Iran sinds de Islamitische Revolutie van 1979. De grenzen met Afghanistan en Pakistan, waar IS zeer actief is, zijn na de aanslag gesloten.
Iraanse autoriteiten hebben opgeroepen tot massale protesten op vrijdag, wanneer de begrafenissen van de slachtoffers van de twee ontploffingen zullen worden gehouden, meldden staatsmedia. Ook is er een dag van nationale rouw afgekondigd. De Revolutionaire Garde heeft gezegd wraak te zullen nemen op de daders.
Aanslag vindt plaats tijdens moment van grote spanning in de regio
Bij een dubbele bomaanslag zijn woensdag meer dan 103 mensen gedood in de Iraanse stad Kerman. Het bloedbad vond plaats tijdens de herdenking van de dood van de Iraanse militair leider Qassem Soleimani, die op 3 januari 2020 werd vermoord door een Amerikaanse aanval in Bagdad, schrijft de Libanese krant L’Orient-Le Jour.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens het Iraanse Tasnim News Agency, dat dicht bij de Revolutionaire Garde staat, ontploften er twee zakken gevuld met explosieven, die respectievelijk 700 meter en 1 km van de ingang van de begraafplaats Gulzar Shahadai, waar de voormalige commandant begraven ligt, zijn geplaatst om veiligheidscontroles te omzeilen. De explosieven zouden op afstand tot ontploffing zijn gebracht.
Nog geen enkele groep heeft de verantwoordelijkheid voor de aanval opgeëist. De plaatsvervangend parlementsvoorzitter Mojtaba Zulnouri beschuldigde Israël. De opvolger van Qassem Soleimani, Esmail Qaani, suggereerde woensdagavond dat de aanval werd gesteund door Israël en de Verenigde Staten.
De dubbele bomaanslag vindt plaats op een moment dat de spanning tussen de ‘as van verzet’ (Iran en zijn bondgenoten) en Israël de laatste tijd op alle fronten is toegenomen, schrijft de Libanese krant. Sinds het begin van de oorlog in Gaza, die werd uitgelokt door de verrassingsaanval op 7 oktober door de Palestijnse islamistische beweging Hamas, gesteund door Teheran, nemen de aanvallen toe vanuit Libanon, Jemen, Irak en Syrië. Zowel de Verenigde Staten als Iran willen een regionale uitbarsting van het conflict voorkomen.
Volgens Vidal-Quadras is hij slachtoffer van een aanslag door Iran
De Spaanse politie heeft drie mensen gearresteerd in verband met het neerschieten van Alejandro Vidal-Quadras, een extreemrechtse politicus, eerder deze maand. Dat meldt El País. Die aanslag wordt onderzocht als ‘terrorisme’. Volgens Vidal-Quadras zit Iran achter de moordpoging.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Vidal-Quadras, een medeoprichter van de Spaanse partij Vox, werd op 9 november in een straat in Madrid in zijn gezicht geschoten. De 78-jarige voormalig politiek leider overleefde de aanval en herstelt in een ziekenhuis met een dubbele kaakfractuur. De politie arresteerde dinsdag twee Spaanse mannen en een Britse vrouw.
Vidal-Quadras, al lange tijd sympathisant van de Iraanse politieke oppositie, zou zelf hebben gezegd dat hij het regime in Teheran verdenkt van de aanval. Ook de in Parijs gevestigde Iraanse oppositiegroep Comité van de Nationale Raad van Verzet van Iran geeft de Iraanse regering de schuld van de schietpartij. De politie onderzoekt of de gearresteerde verdachten banden hebben met Iran. De schutter zou niet tot de drie arrestanten behoren.
Iran is de afgelopen maanden doorgegaan met het uitbreiden van zijn nucleaire programma, inclusief de voorraad verrijkt uranium die mogelijk in wapens zou kunnen worden gebruikt, schrijft The Wall Street Journal. In het vertrouwelijke kwartaalrapport van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat door de zakenkrant is ingezien, wordt het ‘gebrek aan medewerking’ van Iran bij het toezicht op zijn nucleaire programma veroordeeld en wordt bezorgd gereageerd op ‘de toename van zijn voorraden verrijkt uranium’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het VN-agentschap bekritiseerde Teheran ook omdat het ‘de toestemming van verschillende Europese inspecteurs om te werken’ in de nucleaire faciliteiten van het land had ingetrokken. Volgens diplomatieke bronnen zijn acht experts het doelwit van het verbod.
Amerikaanse functionarissen hebben tegen WSJ gezegd dat Iran waarschijnlijk minder dan twee weken nodig heeft om genoeg materiaal voor een kernwapen te produceren. Het land zou echter nog niet de kennis bezitten om een atoombom te kunnen bouwen.
De twee journalisten kregen straffen tot dertien jaar
Een Iraanse rechtbank heeft twee journalisten veroordeeld tot jarenlange gevangenisstraffen vanwege hun verslaggeving van de dood van Mahsa Amini. Dat meldt Al Jazeera. Niloofar Hamedi en Elaheh Mohammadi kregen 13 en 12 jaar gevangenisstraf, en werden beschuldigd van samenwerking met de Amerikaanse overheid en handelen tegen de nationale veiligheid.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Beide journalisten zitten vast sinds september vorig jaar. Hamedi werd gearresteerd nadat ze een foto had genomen van Amini’s ouders, die elkaar omhelsden in een ziekenhuis in Teheran waar hun dochter in coma lag, en Mohammadi nadat ze verslag had gedaan van Amini’s begrafenis in haar Koerdische woonplaats Saqez, waar de protesten begonnen.
De dood van de 22-jarige Amini, die in coma raakte nadat ze was aangevallen door de zedenpolitie omdat ze de islamitische kledingvoorschriften zou hebben overtreden, zorgde voor maanden van massaprotesten in heel Iran.
De dood van Amini zorgde voor een golf van protesten in Iran
Mahsa Amini, de 22-jarige Koerdisch-Iraanse vrouw wiens dood een golf van protesten in Iran op gang bracht, heeft de Sacharovprijs, de hoogste mensenrechtenprijs van de Europese Unie, gekregen. Dat meldt Deutsche Welle. Volgens de voorzitter van het Europees Parlement, Roberta Metsola, verdedigde zij ‘mensenrechten en fundamentele vrijheden’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘De wereld heeft het gezang ‘Vrouwen, Leven, Vrijheid’ gehoord. Drie woorden die een verzamelnaam zijn geworden voor iedereen die opkomt voor gelijkheid, waardigheid en vrijheid in Iran,’ zei Metsola. Amini werd vorig jaar in Teheran gearresteerd door de Iraanse zedenpolitie, omdat ze zich niet aan de hijab-regels van het land zou hebben gehouden. Drie dagen later overleed ze.
Ooggetuigen zeiden dat Amini werd geslagen werd toen ze een politiebusje instapte. Ze raakte daarna in coma. De Iraanse autoriteiten hebben altijd alle de verantwoordelijkheid ontkend en schreven Amini’s dood toe aan een hartaanval.
De Verenigde Staten gaan duizenden in beslag genomen wapens uit Iran overdragen aan Oekraïne. Het betreft ammunitie en wapentuig die vanuit Iran waren gestuurd naar Houthi-rebellen in Jemen en zijn onderschept door de Amerikaanse marine, bericht CNN. ‘Een maatregel die de kritieke tekorten van het Oekraïense leger zou kunnen verlichten‘, schrijft het Amerikaanse nieuwskanaal.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Woensdag kondigden de VS aan dat ze maandag al ‘meer dan 1 miljoen kogels’ hadden overgedragen aan de Oekraïense strijdkrachten. De Amerikaanse marine heeft in het afgelopen jaar duizenden Iraanse geweren en meer dan een miljoen patronen in beslag genomen op schepen die door Iran werden gebruikt om wapens naar Jemen te verschepen. De inbeslagnames zijn gericht op kleine staatloze schepen op routes die van oudsher worden gebruikt om wapens naar de Houthi’s in Jemen te smokkelen.
‘Al meer dan een jaar worden Iraanse drones in handen van het Russische leger gebruikt om Oekraïense burgers aan te vallen en te vermoorden,‘ zegt Jonathan Lord, senior fellow en directeur van het veiligheidsprogramma voor het Midden-Oosten bij het Center for a New American Security, tegen CNN. ‘Het voelt als gerechtigheid als Oekraïne in beslag genomen Iraanse wapens gebruikt om zijn volk te verdedigen tegen de criminele invasie van Rusland.’
Johan Floderus wordt beschuldigd van spionage door Iran
De Iraanse autoriteiten houden al zeker anderhalf jaar een Zweedse ambtenaar, die in Brussel voor de Europese Unie werkte, vast in een beruchte gevangenis. Dat schrijft The New York Times in een nieuw onderzoek. De 33-jarige Johan Floderus werd in april van vorig jaar aangehouden in Teheran op verdenking van spionage.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Sinds de arrestatie hebben zowel Iran, Zweden als de EU niets losgelaten over de identiteit van Floderus. Na het artikel van de Amerikaanse krant is daar echter verandering in gekomen. Zweden heeft er publiekelijk bij Iran op aangedrongen de man vrij te laten. Volgens het land is Floderus slachtoffer van wat ook wel ‘gijzeldiplomatie’ wordt genoemd, waarbij iemand wordt aangehouden om vervolgens te worden geruild voor een Iraanse gevangene.
EU-buitenlandchef Josep Borrell heeft gezegd dat de EU probeert de Zweed vrij te krijgen. De Evin-gevangenis in Iran, waar Floderus vast zou zitten, is berucht vanwege martelingen en andere misstanden die er plaatsvinden. Na het artikel is er veel kritiek gekomen op de manier waarop zowel de EU als Zweden de gevangenneming aanpakken.
Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’
In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.
In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.
Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.
Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte
Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.
Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld: ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’
In brand
In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.
‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’
Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.
De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.
Krediet
Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.
Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.
Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.
Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr
Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.
Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.
Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.
Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.
Pinapparaat
Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.
De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.
We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden
In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’
De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.
Leraar worden
Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.
‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’
Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’
Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’
Tien maanden na de dood van Mahsa Amini is de moraalpolitie van Iran weer op straat verschenen om vrouwen te dwingen te voldoen aan de strikte islamitische kledingvoorschriften. Dat zegt een woordvoerder van Faraja, de Iraanse instantie voor wetshandhaving. Agenten zullen vrouwen eerst waarschuwen als ze zich niet aan de regels houden; degenen die ‘de normen blijven overtreden’ kunnen rekenen op juridische stappen, aldus CNN.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De moraalpolitie werd september vorig jaar het mikpunt van (inter)nationale verontwaardiging, toen de 22-jarige Amini, die was opgepakt omdat ze haar hoofddoek verkeerd zou hebben gedragen, naar een ‘heropvoedingscentrum’ werd gestuurd, waar ze drie dagen later stierf. Het leidde tot protesten die maandenlang aanhielden en een van de grootste binnenlandse bedreigingen in meer dan tien jaar vormden voor het heersende regime. Terwijl de autoriteiten met veel geweld reageerden, verdween de moraalpolitie nagenoeg uit de straten van Teheran.
Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021
De moraalpolitie – die onder sancties van de VS en de EU valt – is machtig, goed bewapend en controleert de gevangenissen en de heropvoedingscentra. Daar krijgen gedetineerden lessen over de islam en het belang van de hijab. Voordat ze worden vrijgelaten moeten ze een belofte ondertekenen dat ze zich zullen houden aan de kledingvoorschriften.
Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021. Volgens mensenrechtenorganisaties toont die stijging aan dat Teheran demonstranten tegen het regime angst wil aanjagen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.