Marc Tessier-Lavigne heeft zijn aftreden aangekondigd als voorzitter van de prestigieuze Stanford-universiteit in Californië, schrijft The New York Times. Een onafhankelijke evaluatie bracht grote gebreken aan het licht in studies die hij in het verleden heeft begeleid. Het onderzoek, uitgevoerd door een extern panel van wetenschappers, weerlegt weliswaar dat Tessier-Lavigne geprobeerd zou hebben te verdoezelen dat een belangrijk Alzheimer-onderzoek uit 2009 vervalste gegevens bevatte.
Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit
Er is geen bewijs van vervalsing, noch heeft Tessier-Lavigne zich op andere manieren schuldig gemaakt aan fraude. Maar de evaluatie stelt ook dat dit onderzoek, uitgevoerd toen hij leidinggevende was bij biotechbedrijf Genentech, niet ‘de gebruikelijke normen van wetenschappelijke nauwkeurigheid en methode’ haalt. Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit.
De eerste persoon die moest terechtstaan op grond van de zogenoemde ‘Volksliedwet’ in Hongkong heeft drie maanden gevangenisstraf gekregen, aldus South China Morning Post. Fotograaf Cheng Wing-chun gebruikte het lied ‘Glorie aan Hongkong’ – dat wordt beschouwd als een protestlied tegen de invloed van Beijing op de stadstaat – in een videoclip waarin schermer Edgar Cheung Ka-long tijdens de Olympische Spelen van Tokio in 2021 een gouden medaille in ontvangst neemt. Het filmpje van anderhalve minuut op YouTube doet volgens de rechtbank voorkomen alsof toeschouwers applaudisseren voor het protestlied als het wordt afgespeeld tijdens de medaille-uitreiking.
Het lied werd geschreven tijdens de protesten in 2019 en roept mensen op te vechten voor vrijheid en ‘Hongkong te bevrijden’ tijdens de ‘revolutie van onze tijd’. De autoriteiten vallen vooral over die laatste zinssnede, die zou oproepen tot afscheiding van het Chinese regime.
Microkosmos
Iets New Yorkser dan de metro van New York is er niet te vinden, volgens de Zwitserse fotograaf Willy Spiller, wiens boek en tentoonstelling Hell on Wheels deze maand worden gepresenteerd in de Hazenstraat in Amsterdam. Galerie Bildhalle geeft daar een overzicht van foto’s uit de periode 1977-1984, toen de metro’s nog onder de graffiti zaten en de stations niet waren aangeharkt. Spiller fotografeerde de microkosmos van New York gedurende acht jaar. Hij was er tijdens het spitsuur en zag tienermeisjes in hun witte schooluniform over de stoelen hangen. De mobiele telefoon die nu het beeld zou bepalen, bestond nog niet.
Rijke Chinezen trekken weg
Australië was de eerste helft van dit jaar de belangrijkste overzeese bestemming voor Chinese vastgoedbeleggers, meer dan populaire plekken als Canada, het Verenigd Koninkrijk en de VS, zo blijkt uit de jaarlijkse ranglijst van vastgoedbedrijf Juwai IQI. Met vier plekken in de top 10 blijkt Zuidoost-Azië een hotspot voor vermogende Chinezen, meldt Sydney Morning Herald. Het streven van president Xi Jinping naar ‘gemeenschappelijke welvaart’ en de strenge coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat rijke Chinezen massaal naar plekken als Singapore trekken. Ze parkeren hun geld in het buitenland, uit angst voor maatregelen in eigen land. Naar verwacht loopt de Chinese kapitaalvlucht dit jaar op tot 135 miljard euro.
Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren
De komende jaren wordt een aanhoudende stroom van Chinese vastgoedinvesteringen in het buitenland verwacht. Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren.
Tien maanden na de dood van Mahsa Amini is de moraalpolitie van Iran weer op straat verschenen om vrouwen te dwingen te voldoen aan de strikte islamitische kledingvoorschriften. Dat zegt een woordvoerder van Faraja, de Iraanse instantie voor wetshandhaving. Agenten zullen vrouwen eerst waarschuwen als ze zich niet aan de regels houden; degenen die ‘de normen blijven overtreden’ kunnen rekenen op juridische stappen, aldus CNN.
De moraalpolitie werd september vorig jaar het mikpunt van (inter)nationale verontwaardiging, toen de 22-jarige Amini, die was opgepakt omdat ze haar hoofddoek verkeerd zou hebben gedragen, naar een ‘heropvoedingscentrum’ werd gestuurd, waar ze drie dagen later stierf. Het leidde tot protesten die maandenlang aanhielden en een van de grootste binnenlandse bedreigingen in meer dan tien jaar vormden voor het heersende regime. Terwijl de autoriteiten met veel geweld reageerden, verdween de moraalpolitie nagenoeg uit de straten van Teheran.
Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021
De moraalpolitie – die onder sancties van de VS en de EU valt – is machtig en goed bewapend en controleert de gevangenissen en de heropvoedingscentra. Daar krijgen gedetineerden lessen over de islam en het belang van de hijab. Voordat ze worden vrijgelaten moeten ze een belofte ondertekenen dat ze zich zullen houden aan de kledingvoorschriften.
Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021. Volgens mensenrechtenorganisaties toont die stijging aan dat Teheran demonstranten tegen het regime angst wil aanjagen.
Massastaking UPS op komst
De 340.000 chauffeurs en andere werknemers van UPS, de grootste bij een vakbond aangesloten werkgever in de Verenigde Staten, voeren momenteel onderhandelingen met het bedrijf, meldt Grist. Klimaatverandering en extreme hitte zijn daarbij enkele van de belangrijkste kwesties. Als er op 31 juli geen bevredigend contract ligt, beginnen de werknemers aan de grootste staking bij één werkgever in de Amerikaanse geschiedenis.
Deze zomer worden weer allerlei temperatuurrecords gebroken en de nood bij de medewerkers is hoog: op zomerse dagen kan de temperatuur achter in hun bestelwagen oplopen tot bijna 50 graden. Sinds 2015 meldde UPS zeker 143 hitte-gerelateerde incidenten bij de federale dienst voor veiligheid op de werkvloer.
Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitteberoerte in zijn bestelwagen
‘Als ik maar niet flauwval,’ denkt een bezorger in Los Angeles vaak als ze de laadruimte van haar vrachtwagen in gaat. ‘Wie weet dat ik achter in die truck zit? Ik ben als alleenstaande moeder als enige verantwoordelijk voor mijn zoon.’ Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitteberoerte in zijn bestelwagen.
Hoewel de klimaatverandering de zomers heter en gevaarlijker maakt voor de bezorgers, rekent UPS op dezelfde ‘onrealistische’ productiviteitscijfers van zijn medewerkers. Chauffeurs en magazijnmedewerkers worden geacht zes dagen per week en meer dan twaalf uur per dag te werken in de hitte. Aangezien productiviteit wordt gemeten door middel van bewakingscamera’s en sensoren in de vrachtwagens, is het voor chauffeurs lastiger om pauzes te nemen. Daarom zijn de eisen van de UPS-werknemers inzake hitteveiligheid gekoppeld aan andere zaken zoals hogere lonen, meer voltijdbanen en een einde aan gedwongen overuren.
‘Deze werknemers zijn overwegend vrouwen, mensen van kleur of immigranten. Ze kunnen het zich niet veroorloven om pauzes te nemen of tijd te verliezen door zich om hun gezondheid te bekommeren,’ aldus een expert arbeidsrecht. ‘Het is hoog tijd dat UPS de hitte voelt, zoals wij die de hele tijd ervaren,’ zegt een strijdvaardige chauffeur.
Smokkelaars en lokale distilleerders doen goede zaken in Iran, terwijl alcohol streng verboden is, op straffe van zweepslagen of zelfs de strop. Maar het ‘gelukzaligheidswater’ kruipt waar het niet gaan kan – en of dat ‘bezoedelend’ is, willen de Iraniërs zelf beslissen.
Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2018 nuttigen Iraniërs die regelmatig drinken per persoon gemiddeld 28,4 liter alcohol per jaar.
Roesverwekkende dranken – door sommigen najesi (‘bezoedeling’) genoemd, door anderen ab shangouli (‘gelukzaligheidswater’) – waren lange tijd een geliefkoosd onderwerp in de Perzische literatuur, en dan vooral de klassieke poëzie, die er tal van woorden voor kent.
Daarentegen is alcohol de Islamitische Republiek altijd een gruwel geweest. Wie op het gebruik ervan wordt betrapt, moet vrezen voor tachtig zweepslagen, en na een vierde arrestatie wegens dronkenschap wacht mogelijk de strop.
Toch is het bewind er in de vierenveertig jaar van zijn bestaan niet in geslaagd Koning Alcohol een beslissende slag toe te brengen. Velen weten de wet te omzeilen en willen leven zoals het hun goeddunkt, met alle risico’s van dien.
En zo heeft de handel in alcohol een waarde van 110 biljoen toman [ongeveer 2 miljard euro] bereikt, volgens schattingen van de Iraanse krant Farhikhtegan. Maar hoe komen mensen eraan? De rijksten kunnen diverse merken kopen bij de saqi (‘alcoholverkoper’ in het Perzisch). Sociale media spelen een faciliterende rol, maar nopen ook tot voorzichtigheid om de valstrikken van de politie te omzeilen, iets wat de saqi overigens is toevertrouwd.
Saqi
Na de Islamitische Revolutie van 1979 gaven de meeste saqi zichzelf een Armeense (en dus christelijke) naam. Iran voorziet namelijk in een wettelijke uitzondering op het alcoholverbod: het geldt niet voor niet-moslims. De saqi surfen dus op de wet: ze zijn sjiiet in het dagelijks leven, maar Armeens of joods wanneer ze hun handel bedrijven.
Een van de bekendste en goedkopere varianten is de aragh sagi (‘arak van de hond’), een verwijzing naar het beeld van een jachthond die de flessen van het bedrijf Meykadeh sierde. De productie werd na de stichting van de Islamitische Republiek gestaakt, maar het merk had zo’n bekendheid verworven dat onder deze naam nog volop wordt gestookt – in uiteenlopende alcoholpercentages, die kunnen oplopen tot 90 procent.
Er zijn verschillende manieren om deze huisgestookte arak (alcoholhoudende anijsdrank) te maken. Met methanol bijvoorbeeld, dat goedkoop is en dus borg staat voor hoge winsten. Minpuntje: het spul kan blind maken en zelfs leiden tot de dood. De lokale Iraanse pers heeft uitgebreid bericht over groepsvergiftiging op besloten feesten.
Daar komt bij dat mensen die ziek worden na een verkeerd drankje vaak bang zijn om naar het ziekenhuis te gaan, uit angst voor arrestatie. Een klacht bij de politie indienen tegen de fabrikanten is al helemaal netelig, omdat dit immers een overtreding van het alcoholverbod door de klager inhoudt.
De strijd voor meer individuele vrijheid die veel Iraniërs voeren tegen het regime heeft de alcoholconsumptie doen toenemen
Door de toename van smokkel uit Iraaks-Koerdistan komen er steeds grotere hoeveelheden wodka’s, whisky’s en ma’a alshaïr (‘gerstwater’, oftewel bier) op de markt. De prijzen stijgen echter snel, omdat de Iraanse munt maar in waarde blijft dalen ten opzichte van de dollar.
Maar ook hierbij spinnen de saqi’s garen, en wel door smaakeigenschappen van buitenlandse merken door de eigen brouwsels te mengen en deze tegen scherpe prijzen aan te bieden. Hoewel deze clandestiene productie alle reeds genoemde gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, is ze een groot succes.
De saqi’s zijn bovendien zulke vaklieden dat hun surrogaat vaak moeilijk van het origineel is te onderscheiden. Opgemerkt moet worden dat het procedé lijkt op de vervaardiging van rozenwater, een kunst waarin Iraniërs sinds mensenheugenis zeer bedreven zijn. Sommigen mijmeren zelfs over export en concurrentie met producten uit andere landen.
Er zijn ook grootverbruikers die zelf over distillatieapparatuur beschikken. Op sociale media zijn veel artikelen en video’s te vinden met uitleg over het productieproces. Volgens niet-officiële cijfers wordt de helft van de alcoholische drank die verkrijgbaar is op de Iraanse markt clandestien gestookt in huizen of werkplaatsen.
Toename
De afgelopen jaren was er een toename waarneembaar van het aantal verkooppunten voor distillatieapparatuur, en zelfs voor gist en filters; die worden onder onschuldige namen verkocht, om de schijn te wekken dat er geen drank in het spel is.
Evenzo puilen de markten elke zomer uit van de shani, een beroemde zwarte druif uit Iraans-Koerdistan. Die is nauwelijks eetbaar, maar leent zich goed voor het maken van wijn. Daarnaast bestaat er een zwarte druif die ook geschikt is voor wijnproductie maar bovendien goed smaakt. Deze vrucht wordt op de stoep voor de winkels geperst om er een wrang drankje van te maken.
Vorig jaar voerde de politie een razzia uit op een van de markten in Teheran en nam ze alle spullen in beslag waarmee druiven worden geperst.
Het zogeheten Bureau 21 van het Revolutionaire Hof van Teheran bestaat nog steeds. Dagelijks worden tientallen mensen veroordeeld voor het drinken van alcohol. Verder confisqueert de politie geregeld duizenden blikjes (en flessen) uit auto’s, huizen en geheime opslagplaatsen, of op particuliere feesten.
De regering publiceert geen officiële cijfers over alcoholconsumptie, maar er zijn aanwijzingen dat deze de afgelopen jaren is toegenomen. En dat zal te maken hebben met de strijd voor meer individuele vrijheid die veel Iraniërs voeren tegen het regime.
De Iraanse politie hervat de controversiële patrouilles om ervoor te zorgen dat vrouwen zich aan de kledingvoorschriften houden en hun haar bedekken in het openbaar, zo melden staatsmedia. De ‘moraalpolitie’ gaat weer de straat op om de Iraanse hijabwetten te handhaven, zei een woordvoerder zondag, meldt de BBC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De aankondiging komt tien maanden nadat een jonge vrouw, Mahsa Amini, overleed als gevolg van haar arrestatie in Teheran. Ze was opgepakt omdat ze de kledingvoorschriften zou hebben overtreden. ‘Haar dood leidde tot massale protesten in het hele land en de patrouilles werden stopgezet’, aldus de BBC. Islamitische hardliners eisten echter al enige tijd dat de controles zouden worden hervat. Vrouwen die de regels overtreden, kunnen worden gearresteerd en naar heropvoedingscentra van de politie worden gebracht.
Als NAVO-land met een hoogwaardige technologiesector en banden met Afrika staat Portugal in de belangstelling van onder meer de Iraanse, Chinese en Russische geheime dienst. Die interesse dateert niet van gisteren.
Een vierdaagse reis in juni 2014 naar Isfahan, de derde stad van Iran, bracht João F. op het netvlies van de Amerikaanse geheime dienst. In gezelschap van een Turkse ondernemer had de ingenieur uit Lissabon een ontmoeting met ene Reza. Het doel was zakelijk: de installatie in Iran van twee grote Duitse machines voor het slijpen van lenzen. Het betrof het eerste in een reeks Europese en Noord-Amerikaanse contracten voor de levering van hoogwaardige technologie – technologie die in de ogen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken geschikt was voor militaire toepassingen.
Het Amerikaanse wantrouwen groeide toen de Portugees ten westen van Lissabon een kleine hangar huurde om de machines tussentijds in op te slaan, alvorens ze via ‘complexe zeeroutes’, over Turkije en China, naar Isfahan te verschepen. Twee jaar later werd een machine die het bedrijf van João F. van New York naar Lissabon moest overbrengen, onderschept op JFK Airport. De angst bestond dat het apparaat in Iraanse handen zou vallen. Een paar maanden later werd João F. in de Verenigde Staten gearresteerd op verdenking van ‘criminele samenzwering’. Hij kwam weer vrij, zijn huidige verblijfplaats is onbekend.
Verspieders te huur in het Verenigd Koninkrijk
In een langetermijnonderzoek dat in maart werd gepubliceerd, besteedt The Sunday Times hernieuwde aandacht aan een zorgwekkende trend in het Verenigd Koninkrijk: het overlopen van militairen en geheime agenten naar de privésector.
‘Op kosten van de belastingbetaler zijn deze spionnen, militairen en agenten door de Britse staat opgeleid in het uitvoeren van clandestiene operaties,’ schrijft de zondagskrant. ‘Eenmaal in de privésector beland slaan ze munt uit deze vaardigheden door ze in te zetten ten behoeve van autocratische staten, oligarchen en rijke bedrijven. Ze schaduwen auto’s, regelen nepsollicitatiegesprekken, stelen privédocumenten uit prullenbakken en kopen getuigen om – allemaal extreme methoden om peperdure gerechtelijke procedures te doen omslaan in het voordeel van de opdrachtgever.
‘De rechtbanken van Londen zijn het epicentrum van de industriële spionagesector,’ stelt het conservatieve weekblad. ‘Die vormen tegenwoordig een internationaal centrum van juridische geschillen. De klanten van deze detectivebedrijven zijn machtige buitenlandse actoren, van bedrijven tot staten, die zich het volledige arsenaal aan moderne gerechtelijke procedures kunnen veroorloven.’ Het enige doel: koste wat het kost winnen. ‘Zo kan het gebeuren dat Britse rechtbanken stukken accepteren die onder dubieuze omstandigheden zijn verkregen,’ stelt The Sunday Times vast.
Bezorgde Britse parlementsleden zijn nu van plan de sector aan banden te leggen door middel van een wetsvoorstel dat in januari is ingediend.
Een document dat dit jaar door de Portugese geheime dienst werd gepubliceerd, verwijst indirect naar deze zaak: ‘Er zijn verdenkingen van aankopen op het nationaal grondgebied die verband houden met programma’s voor massavernietigingswapens.’ Aankoop van materiaal dus dat kan worden gebruikt voor nucleaire doeleinden. Bepaalde landen, zo gaat het verder, verwerven op discrete wijze ‘materiaal, apparatuur en technologieën voor duale toepassing, en van gevoelige aard, die ook kunnen worden gebruikt voor clandestiene militaire projecten’. Lege vennootschappen in Iran, Syrië en Pakistan zouden een rol spelen in deze transacties, aldus het document, alsook ‘diverse tussenpersonen in het buitenland’ die ‘risicovolle zaken’ afhandelen.
Tevens maakt het rapport melding van een nieuw fenomeen: de belangstelling van studenten en wetenschappers uit ‘prolifererende landen’ (met een nucleair programma) voor allerlei universitaire en wetenschappelijke cursussen en evenementen in Portugal, wat ‘een risico’ zou kunnen betekenen op ‘overdracht van gevoelige kennis’.
Sinds de publicatie van het rapport is dit fenomeen toegenomen, volgens bronnen rondom de inlichtingendiensten. Iran heeft een vinger in de pap gekregen op technische universiteiten en manipuleert onderzoekers, zegt een van hen. Onder een diplomatieke of academische dekmantel benaderen Iraanse geheim agenten Portugese docenten en studenten die betrokken zijn bij projecten op het gebied van nanotechnologie, ruimtevaarttechniek en kernfusie. Veel van deze docenten en studenten onderhouden contacten met Noord-Amerikaanse, Engelse, Spaanse en Franse universiteiten. De Iraniërs proberen hen te lokken met wetenschappelijke samenwerkingsprojecten. Hun missie is om zeer gespecialiseerde knowhow binnen te halen, die het nucleaire programma van het regime in Teheran nog gevaarlijker kan maken.
Kans van slagen
De kwetsbaarste en minst scrupuleuze wetenschappers gaan uiteindelijk in op deze voorstellen en delen voor ze het weten gevoelige wetenschappelijke informatie. ‘Die contacten zijn echter niet altijd succesvol. Ze hebben de meeste kans van slagen bij mensen die in een lastige fase in hun leven zitten, bijvoorbeeld door een scheiding of een schuld. Ronselaars proberen zo veel mogelijk persoonlijke informatie over hun doelwitten te vergaren en hun zwakke punten te benutten,’ aldus een bron die in de binnenlandse veiligheid heeft gewerkt en anoniem wil blijven.
Portugal beschikt over geavanceerde technologie die ‘erg interessant is voor vijandelijke machten’. Die technologie is misschien niet van hetzelfde niveau als die van de Noord-Amerikanen, maar is wel ‘makkelijk toegankelijk’, zo stelt een voormalige functionaris die banden heeft met de inlichtingendiensten.
Iraanse gevaar
Eén zaak illustreert hoezeer westerse mogendheden het Iraanse gevaar serieus nemen: dat van een particuliere luchtvaartmaatschappij die er door de Verenigde Staten van wordt verdacht terroristen uit Syrië en Libanon naar Venezuela te hebben gebracht voor een training. In tegenovergestelde richting zou deze maatschappij goud en wapens van Latijns-Amerika naar het Midden-Oosten overbrengen om Hezbollah en de Iraanse Revolutionaire Garde te financieren, in ruil voor Iraanse olie. De regering van Donald Trump riep in april 2020 diverse landen op om dit bedrijf uit hun luchtruim te weren. Sommige van deze vliegtuigen konden desondanks over het Iberisch Schiereiland vliegen en zo de gebruikelijke routes omzeilen.
Anders dan de Iraniërs, die solistisch opereren, doen de Chinese inlichtingendiensten op Portugese bodem een beroep op culturele instellingen die onder auspiciën van Beijing staan. Vorig jaar besprak het tijdschrift Sábado de rol van het Confucius Instituut: dat verspreidt niet alleen propaganda, het treedt ook op als rekruteringscentrum voor agenten die gevoelige informatie moeten verzamelen. De Portugese inlichtingendiensten houden de activiteiten van de Chinese ambassade in Lissabon in de gaten, zo meldt het weekblad.
Veilgheidsdiensten verdenken Portugese academici ervan de belangen van Beijing te dienen
De lijn tussen lobbyen en spionage is dun; de veiligheidsdiensten verdenken diverse Portugese academici ervan de belangen van Beijing te dienen, soms de wet te omzeilen en staatsgeheimen te schenden. ‘De geheime diensten weten heel goed wie er in Portugal voor de vijand werkt, maar het is moeilijk te bewijzen. Je moet de geldroute volgen,’ zegt beveiligingsspecialist Luiz Tomé.
Portugal kent een vrij grote Chinese gemeenschap, en de veiligheidsdiensten en de gerechtelijke politie vermoeden dat China een discrete maar reële macht uitoefent over de leden ervan. Safeguard Defenders, een in Madrid gevestigde ngo, onthulde eind vorig jaar het bestaan van 102 Chinese ‘politiebureaus’ in 53 landen, die Chinese staatsburgers vervolgen op verdenking van diefstal, illegaal gokken of zelfs kritiek op het regime. De bureaus hebben geen officiële bevoegdheid en informeren het gastland niet over hun activiteiten. De Madrileense ngo beschuldigt Beijing bovendien van gedwongen repatriëringen.
Beijing probeert daarnaast toegang te krijgen tot ‘gevoelige’ informatie door politieke leiders te bewerken met soft power. Daar begint de soms ingewikkelde dans van economische en politieke macht. ‘China wordt een steeds machtigere reus. Al tien jaar tracht het land Portugese bedrijven in de belangrijkste sectoren binnen zijn invloedssfeer te krijgen, en het flirt ook weleens met de politieke macht,’ zo weet Hugo Costeira, voorzitter van het Observatorium voor interne veiligheid.
De Sovjetspionage was vooral actief in Portugal in de jaren die volgden op de val van de dictatuur
De politici in kwestie dienen vooral om ‘deuren te openen’ naar nieuwe partnerschappen tussen ondernemers uit beide landen, maar de veiligheidsdiensten bezien dergelijke initiatieven met wantrouwen. Ze vrezen dat Beijing op deze manier vertrouwelijke overheidsdossiers in handen krijgt. Eén ding is zeker: de stormachtige entree van Huawei in Portugal en de miljoenen euro’s die grote Chinese aandeelhouders in Portugese beursgenoteerde bedrijven hebben gestoken, zijn de Noord-Amerikaanse diplomatie een doorn in het oog.
Epicentrum
Ook al is er sprake van internationale spionage in Portugal, op mondiaal niveau neemt het land op dat gebied nog lang geen belangrijke strategische positie in. Lissabon was ooit wél het epicentrum van wereldwijde spionage. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam dictator António Salazar een neutrale positie in. Dat gegeven, en de gunstige geografische positie van het land als vertrekhaven voor Amerika, trok velen aan die het oorlogsgeweld wilden ontvluchten, van leden van Europese koningshuizen tot diplomaten, bankiers, zakenlieden en voormalige heersers van landen die door de nazi’s waren bezet. De Portugese hoofdstad werd zodoende een belangrijke locatie voor grote spionagenetwerken. In de stad en langs de kust naar het noorden verscholen zich tal van geheim agenten, zowel geallieerden – vooral Britten en Amerikanen – als Duitsers.
‘Ze werkten meestal voor hun ambassades, maar je had ook dubbelspionnen die voor zichzelf klusten en beide partijen dienden,’ zegt historica Irene Pimentel. Garbo, de codenaam van de Catalaan Juan Pujol García, was een van de belangrijkste dubbelspionnen van Lissabon. Hij had grote invloed op de afloop van de oorlog. Aanvankelijk stond hij in dienst van de Duitsers, maar uiteindelijk werkte hij voor de Britse geheime dienst MI5, zonder dat Berlijn er lucht van kreeg. Hij maakte Hitler wijs dat de geallieerden in Pas-de-Calais zouden landen en niet in Normandië, waardoor de Duitsers een groot deel van hun troepen naar de verkeerde plek dirigeerden. De bekwame dubbelspion speelde het klaar om in de loop van de oorlog zowel door de Führer als door Churchill te worden onderscheiden.
Een andere dubbelagent die voor de Britse geheime dienst werkte en valse informatie doorgaf aan de Duitsers, was de Serviër Dusko Popov. Hij stond model voor het door Ian Fleming gecreëerde karakter van James Bond. Popov, die de reputatie van een playboy had en buitengewoon moedig was, verbleef in die dagen in hotel Palácio in Estoril. Daar ontmoette hij Fleming, een Britse marineofficier die in Portugal diende. Talloze thrillers uit die tijd gaan over het gekuip en gekonkel dat destijds schering en inslag was in Portugal. Geen wonder, ‘het land vormde een waar nest van spionnen van alle gezindten,’ lacht Pimentel.
Het Hongaarse perspectief
Muren met oren
Honderden Russische en Chinese spionnen zijn actief in de Belgische hoofdstad, stelt het Hongaarse weekblad HVG. En deze buitenlandse agenten zouden niet alleen uit vijandige staten zoals Rusland, China of Iran komen, maar ook uit bevriende landen, waaronder leden van de EU.
De Belgische Staatsveiligheidsdienst heeft onvoldoende personeel om deze situatie het hoofd te bieden, en de lokale contraspionage werd pas alert na de Russische invasie van de Krim in 2014, de aanslagen in Parijs in 2015 en die in Brussel in 2016. Brussel is de zetel van de Europese Raad, de Commissie, het Europees Parlement en de NAVO, maar ‘er is nog geen Europese CIA of een organisatie die de diensten van de 27 lidstaten kan samenbrengen,’ schrijft HVG.
Salazar hield iedereen scherp in de gaten, maar had aanvankelijk meer op met de Duitsers. Hij beval de geheime politie om de activiteiten van de Britse diensten de kop in te drukken. Later maakte hij hun het leven juist gemakkelijker, vooral vanaf 1943, toen de geallieerden de strijdkrachten van de asmogendheden in Noord-Afrika versloegen en het duidelijk werd dat ze aan de winnende hand waren in de oorlog. De Russen speelden een beslissende rol in de eindoverwinning: ze dwongen Duitsland in 1945 tot capituleren, terwijl de macht van hun geheime diensten zich pas na de oorlog begon af te tekenen, met de oprichting van de KGB in de jaren vijftig.
Anjerrevolutie
De Sovjetspionage was vooral actief in Portugal in de jaren die volgden op de val van de dictatuur in 1974 [Salazar trad in 1968 om gezondheidsredenen af als minister-president en overleed in 1970, maar zijn partij bleef tot de Anjerrevolutie van 1974 aan de macht]. Russische agenten opereerden destijds in Lissabon. Aan deze pogingen om invloed uit te oefenen kwam geen eind na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Nog maar zes jaar geleden werd een functionaris van de SIS (de Portugese binnenlandse veiligheidsdienst) veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor het doorgeven van staatsgeheimen aan de Russische geheime dienst. De activiteiten van de Russische inlichtingendiensten zijn sindsdien alleen maar geïntensiveerd, vooral tijdens de pandemie.
Nieuwe mogelijkheden
Covid-19 heeft niet alleen doden en lockdowns tot gevolg gehad, maar ook Chinese en Russische agenten nieuwe mogelijkheden geboden. De pandemie noopte universiteiten, openbare instellingen en laboratoria tot het elektronisch delen van gevoelige informatie over vaccins, PCR-testen en persoonsgegevens, wat allerlei hackers in dienst van NAVO- en EU-vijandige regimes aantrok. Volgens een overheidsbron is er de laatste tijd ‘aardig wat’ informatie uitgewisseld over de gevoelige kwestie van Russische cyberaanvallen tijdens de twee jaar van de pandemie.
uit onze archieven
Australië zegt dat het een spionnennest heeft schoongeveegd. In februari zei Mike Burgess, hoofd van de Australische inlichtingendiensten, dat zijn land in de greep was geweest van ‘een ongekend aantal spionageactiviteiten’. Een netwerk van agenten, van wie sommigen jarenlang undercover hadden gewerkt, is volgens hem in 2022 ontmanteld. De spionnen zouden zijn uitgezet.
Cybercriminelen uit Moskouse koker hebben hun illegale activiteiten sinds de oorlog in Oekraïne verveelvoudigd. In januari en februari was er een grootschalig cyberoffensief tegen Europese landen die Oekraïne steunen. Doelwit in Portugal waren het directoraat-generaal Gezondheid, de farmaciefaculteit van de Universiteit van Lissabon en de servers van het ziekenhuis van Amadora-Sintra.
Covid-19 heeft ook Chinese en Russische agenten nieuwe mogelijkheden geboden
Bruno Castro, ceo van cybersecuritybedrijf VisionWare, vermoedt dat het Kremlin achter deze aanvallen zit. ‘Zo kan het westerse landen aanvallen en tegelijkertijd represailles vermijden die tot een oorlog kunnen leiden.’ Dat wil zeggen: de Russen huren de allerbeste hackers in, die hun werk doen onder verkapte bescherming van de FSB (de opvolger van de KGB), de GROe (de militaire inlichtingendienst) en de SVR (de externe inlichtingendienst).
Het Tsjechische perspectief
Russische diplomaten ontmaskerd
In april 2021 zette Praag een grote groep Russische diplomaten uit. Het ging om achttien ambassademedewerkers die werden verdacht van betrokkenheid bij de explosie van een munitiedepot, een paar jaar eerder, waarbij meerdere doden waren gevallen. Tsjechië is een van de eerste Europese landen die zo veel Russische diplomaten in één keer uitwees.
Het dagblad Deník N wijst erop dat sinds het begin van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne ruim vierhonderd vermeende agenten door EU-landen zijn ontmaskerd en uitgezet. De Russische spionage heeft volgens de krant de zwaarste klap sinds het einde van de Koude Oorlog te verwerken gekregen. ‘De EU, de VS en hun westerse bondgenoten steunen Oekraïne niet alleen heel zichtbaar. Ze werken er ook intensief aan om dit netwerk plat te leggen.’
Deze cyberspionnen hebben het ook op Portugal gemunt. De aanval van vorig jaar tegen servers van de militaire staf is een van de ernstigste voorbeelden. De hackers verkochten uiteindelijk de NAVO-documenten die ze hadden buitgemaakt. De veiligheidsdiensten wisten zich echter al voordat het conflict tussen Moskou en Kiev uitbrak bedreigd door Rusland.
De oorlog in Oekraïne en de zwarte lijst van Russische oligarchen die door de EU en de Verenigde Staten is opgesteld, hebben de Russische aanwezigheid in Portugal onder spanning gezet. De oorlog was twee maanden aan de gang toen het ministerie van Buitenlandse Zaken twee functionarissen van de Russische ambassade in Lissabon uitzette vanwege ‘activiteiten die in strijd zijn met de nationale veiligheid’. Een maand later stuurde het Kremlin vijf in Moskou gestationeerde Portugese diplomaten naar huis.
NAVO en EU
Het is duidelijk dat de vijand zich aangetrokken voelt door de academische en wetenschappelijke knowhow en de economische en politieke banden van een land dat, zij het enigszins in de periferie, deel uitmaakt van twee van de belangrijkste militaire en economische allianties: de NAVO en de EU. Maar wat betekent Portugal voor zijn bondgenoten? ‘We zijn nog steeds van waarde voor onze bondgenoten, omdat Lissabon dominant blijft wat het inlichtingenwerk in Afrika betreft,’ zegt Hugo Costeira. ‘Vooral de Fransen, de Britten en de Amerikanen hebben nogal wat belangen op dat continent. Ze zijn happig op de gevoelige informatie die wij bezitten, vooral in Afrikaanse landen waar Portugees de officiële taal is.’
Oekraïne
Geheime diensten op ramkoers
De Russische invasie in Oekraïne heeft ook de relatie tussen de geheime diensten van de twee landen op ramkoers gezet. Sinds 24 februari 2022 zijn de FSB en zijn Oekraïense equivalent, de SBU, op alle niveaus met elkaar in botsing gekomen, zo stelt de onlinekrant Oekraïnska Pravda in een lang artikel over dit onderwerp.
Het conflict had geen openlijke oorlog nodig om te beginnen; het zou zelfs dateren van vóór de Maidan-revolutie van februari 2014. Waaruit bestaat het werk van de Federale Veiligheidsdienst van de Russische Federatie (FSB) in Oekraïne? Antwoord: ‘Rekrutering van agenten, moorden, terreurdaden, cyberaanvallen’, maar ook ‘het aanstellen van marionetten op sleutelposities’ en ‘de strijd tegen de pro-Oekraïense publieke opinie’.
Russische agenten, schrijft het onlinedagblad, zijn tot in de meest gesloten staatsstructuren van het land doorgedrongen. Ze beschikten over agenten binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en binnen de rechterlijke macht, in de geestelijkheid en onder afgevaardigden en gewone burgers, die bereid waren de belangen van Oekraïne te verraden.
De SBU zelf wordt niet gespaard. In februari begon in Kiev het proces tegen Oleg Koelinitsj, voormalig hoofd van het bureau van de SBU op de Krim. Hij wordt verdacht van hoogverraad; hij zou in opdracht van zijn Russische contacten informatie hebben achtergehouden over het Russische invasieplan.
Volgens SBU-diensten dateren de activiteiten van de FSB in Oekraïne van voor 2014. Uit onderzoek zou zijn gebleken dat ten tijde van president Viktor Janoekovitsj de FSB al was geïnfiltreerd in de Raad van nationale veiligheid en defensie (RNBO), en wel in de persoon van plaatsvervangend secretaris Volodymyr Sivkovytsj, zelf een voormalig lid van de KGB, wiens naam in verband wordt gebracht met de moorden op Maidan in februari 2014.
De FSB heeft ook nieuwe taken gekregen in de bezette gebieden, waar zijn vertegenwoordigers onbeperkte bevoegdheden genieten. Zij benoemen nieuwe lokale gezagsdragers, verbieden pro-Oekraïense demonstraties, kiezen ‘journalisten’ uit voor het verspreiden van propaganda en oefenen druk uit op ceo’s en ambtenaren die weigeren mee te werken. Ze houden vertegenwoordigers van de Oekraïense diensten in de gaten. Ook de politie staat onder toezicht van de FSB. ‘Yakuza’s’, zo noemen soldaten van het Russische leger de vertegenwoordigers van de FSB in de bezette gebieden die ‘druk uitoefenen op de werknemers van de kerncentrale Zaporizja om samen te werken met het Russische nucleaire agentschap Rosatom’.
Met dit inlichtingen- en veiligheidsapparaat, zo concludeert Oekraïnska Pravda, waren de Russen van plan om Kiev binnen drie dagen in te nemen. ‘Ze hebben gefaald, maar de kwestie van mollen en verraders binnen de SBU en andere staatsstructuren, zowel militair als civiel, blijft cruciaal. Met name omdat er FSB-agenten in de hoogste kringen zitten. Die kunnen de inspanningen van de Oekraïense strijdkrachten tenietdoen.’
Een andere bron die bij inlichtingendiensten heeft gewerkt volgt een soortgelijke redenering: ‘Portugal dient als platform voor alle bevriende en vijandelijke inlichtingendiensten vanwege zijn strategische geografische ligging, zijn verbondenheid met Afrika en omdat hier tal van culturen vertegenwoordigd zijn, zodat geheim agenten niet zo snel de aandacht trekken.’ Lissabon is net zo open als Londen of Parijs, maar wordt minder bewaakt. ‘Men komt naar Lissabon en Porto om inlichtingen uit te wisselen met agenten uit andere landen. We sluiten de ogen een beetje voor die activiteiten, omdat ze ons veel voordelen opleveren.’ Wat hen, kortom, aantrekt is dat Portugal ‘een NAVO-land is dat institutionele betrekkingen heeft met Afrika’.
De Iraanse president bezocht Cuba, Venezuela en Nicaragua
Tijdens een officieel bezoek aan Havana op donderdag ondertekende de Iraanse president Ebrahim Raisi zes overeenkomsten met zijn Cubaanse ambtgenoot Miguel Díaz-Canel ‘over wereldwijde politieke samenwerking, douane en telecommunicatie’, meldt The Tehran Times. Raisi was in Cuba na een bezoek aan Venezuela en Nicaragua. Zowel Iran als de drie Latijns-Amerikaanse landen vallen onder sancties van Washington en zijn bondgenoten van Moskou.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Voordat hij maandagochtend aan zijn tournee door Latijns-Amerika begon, verklaarde Raisi ‘dat Iran, Venezuela, Nicaragua en Cuba zich verzetten tegen hegemonie en unilateralisme in de wereld’, aldus de Iraanse krant. Tijdens het bezoek van de Venezolaanse president Nicolas Maduro aan Teheran in juni 2022 ondertekende Iran een partnerschapsovereenkomst met een looptijd van twintig jaar met Venezuela.
Opgegroeid in verschillende culturen met verschillende normen, raakte de Iraanse Dina Nayeri (1979) vaak in conflict met haar moeder. Nu haar dochter ouder wordt, begint ze hun relatie in een ander licht te zien.
We woonden in 2020, toen mijn dochter Elena vier was, korte tijd in Frankrijk. Op onze eerste dag, toen onze keuken nog vol stond met dozen, gingen we samen naar de McDonald’s. Ik vertelde haar dat die in Frankrijk ‘Le Macdo’ genoemd wordt. Ik zette haar op de toonbank en las haar de Franse menukaart voor, terwijl ze giechelend tegen me aan leunde. ‘Mama, de Fransen zijn zo grappig!’ Een paar weken later kwamen we een jongen van haar school tegen. ‘Coucou, Elena!’ zei hij. Ze zwaaide koeltjes naar hem en grijnsde toen naar mij. ‘Vind je dat niet grappig?’
Haar slinkse lach deed me denken aan de eerste keer dat ik zag hoe westerse families met elkaar omgingen. Ik was negen en we waren net gevlucht uit Iran, omdat mijn moeder zich tot het christendom had bekeerd – en dus een afvallige was. Mijn moeder, broer en ik hadden tot dan toe zonder verblijfsvergunning in onzekerheid in Dubai gewoond. Toen ons migrantenhostel onverwacht sloot, werden we opgenomen door een gezin van Australische missionarissen. We trokken ons op onze eerste avond in hun huis gedrieën terug in onze slaapkamer om het over hun gewoontes te hebben. We giechelden. We waren dankbaar dat we een comfortabele kamer en een bed hadden, maar de familie was in onze ogen zo vreemd.
Het was ook spannend om het gedrag van witte mensen onder de loep te nemen; die kans kregen we niet vaak. Mijn moeders ogen werden zo groot als schoteltjes toen het eten werd opgediend: we kregen plakken ham, koude groenten en wat restjes. Hun zoon Nathan, een jongen van mijn leeftijd, kreeg elke avond eerst even tijd voor zichzelf om daarna met veel omhaal door zijn beide ouders te worden toegestopt. We vonden het een bizar ritueel.
Ik had nog nooit tijd voor mezelf gekregen. Mijn moeder bemoeide zich altijd met mijn zaken. Ze had in het hostel in mijn bed geslapen. Dat de deur van Nathans slaapkamer dichtging, vond ik zo theatraal. Zo onnodig. Deden moeders in andere landen ook de deuren van hun kinderen dicht? Wachten ze ook geduldig af tot het heilige speelkwartier afgelopen was? Mijn moeder, mijn broer en ik verkeerden toen we net geëmigreerd waren in een permanente staat van verwondering en verbijstering. Alles wat die Engelsen deden vonden we vreemd. We klampten ons ’s avonds aan elkaar vast en giechelden erom tot ons lachen overging in huilen. Dan vielen we in elkaars armen in slaap. We wensten dat we hun humor op een dag zouden begrijpen, zodat we ontspannen bij ze aan tafel konden zitten.
Psychische grenzen
Vandaag de dag moet ik vaak weer aan Nathans gesloten slaapkamerdeur denken. Mijn moeder, mijn broer en ik leefden zo’n twintig jaar lang diep binnen elkaars psychische grenzen, we deelden matrassen en borden eten en spraken een hybride geheimtaal. We leerden om van elkaar te houden in tijden van crisis, maar we werden slecht in alleen zijn, gemoedsrust voelen en elkaars privacy waarborgen. Er was haast geen ruimte voor individualiteit. Waar we ook waren – of we nu vastzaten in een vluchtelingenkamp, een luchthaven of een smerig appartement in Oklahoma – het was alsof we samenleefden in een oude, vertrouwde kamer, die volhing met wandtapijten en rook naar de maaltijden van thuis.
We grapten en huilden en vochten in die warme bunker. We schreeuwden dingen naar elkaar die we nooit tegen iemand anders zouden zeggen. We brachten ons trauma op lelijke manieren tot uiting en wisten dat we vergeven zouden worden. Onze bloedband zorgde ervoor dat geen enkele uitbarsting te ver zou gaan. Terwijl daarbuiten oorlog, chaos en ontheemding op ons wachtten, vulden we onze kamer met gezellige familiedrama’s. Het rumoer om ons heen ging met de jaren liggen en het werd vanbinnen donkerder en onrustiger. We werden groter, de lucht werd ranzig en mijn broer en ik vertrokken, de een na de ander, op zoek naar een nieuwe horizon en een nieuw gezin.
We kwamen enkele maanden nadat mijn partner, mijn dochter en ik in Frankrijk waren aangekomen een andere jongen van Elena’s school tegen. ‘Coucou, Benjamin!’ Deze keer initieerde Elena het contact en ze sprak zijn naam zo nasaal uit dat ik moest lachen. ‘Bah-Jamah.’ Het was alsof haar neustussenschot opeens scheef was gaan staan. Ze staarde me boos aan. ‘Houd op, mama!’ fluisterde ze. Ik kromp ineen. Elena’s francofonie werd steeds overtuigender. Iets wat ik nooit zou bereiken, omdat ik het verschil tussen ‘en’ en ‘an’ niet kon horen. Binnen de kortste keren zou ik de enige zijn die vond dat de Fransen zo dom, zo grappig zijn. ‘Houd op!’ fluisterde Elena telkens als ik Frans probeerde te spreken met haar vrienden.
We leefden diep binnen elkaars psychische grenzen, we deelden matrassen en borden eten en spraken een hybride geheimtaal
‘Lach jij maar, jongedame,’ zei ik tegen haar, ‘maar dit is wel mijn derde taal.’ Die woorden brachten me plotseling weer terug naar mijn eerste huis in het zuiden van de Verenigde Staten. Een klein appartement waar mijn moeder, mijn broer en ik begonnen aan een lange klus: Amerikaans worden. Ik maakte grapjes over het Engels van mijn moeder en ze zei dan: ‘Lach maar, Khanom (jongedame), maar vergeet niet dat ik een Perzisch doktersdiploma heb.’ Ik dacht altijd dat ik tien jaar lang met mijn moeder in die warme, denkbeeldige kamer verbleef. Maar misschien heb ik haar daar al een jaar of twee na onze aankomst in Oklahoma achtergelaten, toen ik snel en doelbewust assimileerde en mijn accent op honderd subtiele manieren aanpaste die mijn moeder niet kon waarnemen.
Ik weet inmiddels dat de lekker ruikende kamer, die denkbeeldige, veilige ruimte die ik deelde met mijn broer en moeder, nooit echt veilig was voor een meisje. Het is niet de bedoeling dat een Iraanse dochter ooit vertrekt. Van een zoon wordt verwacht dat hij uiteindelijk het huis uitgaat, maar een dochter moet daarbinnen wegrotten. Ze mag nooit breken met haar moeders waarden, nooit trots zijn op een prestatie waarvoor haar moeder zich zou schamen. Ik realiseerde me dit in 2013. Ik was drie maanden ervoor gescheiden, voelde me eindelijk vrij in mijn mooie studio in de Lower East Side in New York. Twee mannelijke familieleden stelden toen voor dat mijn moeder en ik zouden gaan samenwonen, omdat we nu allebei alleen waren. Het kwam niet eens in hen op dat we privacy nodig zouden hebben.
Engelse therapeut
Mijn moeder en ik zitten nu, tien jaar later en met een oceaan tussen ons in, in onze keukens – ik in mijn Europese huurappartement, zij op haar Amerikaanse boerderij – en we praten via onze schermen, vergezeld door een Engelse therapeut. Het idee van alleen zijn met mijn moeder is beangstigend geworden, dus ik heb een compromis voorgesteld. ‘Dit is niet normaal,’ protesteert mijn moeder tegen mijn nieuwe grenzen: dat ik niet meer wil praten over wat ik schrijf, dat ik niet op religieuze preken zit te wachten, dat ik geen nachtmerries en paranoia meer accepteer (zoals familieleden ervan verdenken samen te zweren en bij elk beetje jeuk meteen bang zijn dat ze een hersenvliesontsteking heeft).
Maar wat is voor moeders en dochters normaal? Ik wil dat een sociaal wetenschapper mij dat vertelt, en niet een Iraanse moeder. In Iran zorgen dochters ervoor dat er tussen hen en hun moeders een illusie van hechtheid blijft bestaan, ook al is dat voor henzelf een last. Moeders hebben kritiek. Dochters luisteren. Dat is liefde, denk ik dan maar.
Mijn moeder heeft zich in de loop der jaren duizenden keren uitgesloofd om overheerlijke maaltijden voor me te maken. Ze heeft mijn spijkerbroeken ingenomen, mijn wenkbrauwen geëpileerd en me aan het lachen gemaakt. Maar ze heeft ook mijn expertise niet serieus genomen, me opgedragen mijn diploma onder dat van mijn ex-man te hangen, mijn partners zwartgemaakt en rivaliserende moederfiguren ervan beschuldigd me te hersenspoelen. Voor haar weegt dat allemaal bij lange na niet op tegen de maaltijden en het epileren. Het komt nooit in haar op dat ik recht heb op mijn eigen normen en waarden, of dat ik het beledigend vind dat ze me niet in staat acht om mijn eigen mening te vormen. Ik ben in haar ogen gewoon een dom kind dat gemanipuleerd wordt door slimmere mensen: door sluwe mannen of heksachtige, rivaliserende moeders.
Ze kunnen er niets aan doen, die overbezorgde, getraumatiseerde moeders
Wanneer ontheemde kinderen volwassen worden, verlangen ze ernaar weer normaal te zijn. We willen niet de hele tijd alles zorgvuldig hoeven af te wegen, niet alles fout doen. We willen dikke zware deuren die onze mentale kamers scheiden van die van onze ouders – enige afstand en tastbare grenzen tussen het heden en het verleden. Soms wordt dat verleden belichaamd door een ontroostbare, buitenlandse moeder, die altijd maar aanklopt en ons blijft uitnodigen.
Telkens als ik een harde grens afdwing, betrekt mijn moeders gezicht. Ze blijft terugkeren naar ons denkbeeldige toevluchtsoord, waar we gedrieën opgekruld tegen elkaar aan zaten. Ze wil dat haar kinderen ook weer een keer naar die bunker komen, om er samen een kopje thee te drinken en te lachen. Als ik een grap maak, denkt ze dat de deur misschien op een kiertje gaat. Haar ogen lichten op. Ik wil haar die warmte blijven geven, maar ik trek me, omdat ik gevaar bespeur, achter mijn eigen deur terug. Dus blijft ze weer alleen en verward achter.
Mijn moeder en ik hebben vaak last van culturele botsingen. Maar ons grootste conflict gaat hierover: mijn moeder heeft zich toen ik een puber was voortdurend beziggehouden met het bedekken van mijn lichaam en het corrigeren van mijn manieren. Ze maakte dat ik me ervoor schaamde vrouw te worden. Mijn beklemmende, religieuze opvoeding heeft een enorme invloed gehad op wat voor ouder ik wil zijn: ik doe er alles aan om ervoor te zorgen dat Elena zich niet veroordeeld voelt.
‘Weirdos, geen perfectos’
Mijn dochter, die nu zeven is, zei laatst tijdens het tv-kijken: ‘Nu gaan ze lekker zoenen.’ Ik wilde de vier seconden doorspoelen waarin er redelijk braaf gezoend werd, maar hield me in. Omdat ik haar deze vrijheid geef, deelt ze al haar diepste geheimen met me. Mijn moeder kromp toen ik een kind was ineen als televisiepersonages begonnen te flirten. Ze veranderde zelfs van zender. Als er in een programma gezoend werd, bestempelde mijn moeder het als verdorven en verbood ze ons ernaar te kijken. Ze zei dingen als: ‘Als je naar onchristelijke dingen kijkt, vertrouw ik je niet meer met de tv.’ Eerlijk is eerlijk: zij zou als kind geslagen en uit huis gezet zijn als ze romantische tv-series zou hebben gekeken.
Eén keer, toen ik twaalf was, snauwde mijn moeder me af omdat ik een smakeloze grap had gemaakt. Mijn borstkas verkrampte, waardoor ik me in mijn maaltijd verslikte. Ze vertelde later, om mijn schaamte te verzachten, iets wat haar als jong meisje in het Teheran van voor de revolutie was overkomen. Terwijl ze haar huiswerk aan het doen was, mompelde ze achteloos drie interessante woorden die ze op de televisie had gehoord. ‘Maria, Maagdelijke Moeder.’ Dat mantra leent zich in het Farsi, met de vele zachte m-klanken, goed voor gezang. Haar vader liep langs, hoorde haar mompelen, besefte wat ze zei en gaf haar een harde klap in haar gezicht. Een jongen was dat in deze situatie niet overkomen, in geen van onze generaties, en dat maakt me boos. Maar het verhaal doet me ook grinniken: mijn moeder hield zich als kind al bezig met de moeder van alle martelaren.
‘Laten we weirdos zijn, mama,’ zegt Elena soms terwijl ze vrolijk danst, ‘geen perfectos!’ Ze roept in het openbaar dingen als: ‘Mama, waar eindigt mijn vagina?’ Als een vreemde ons dan afkeurend aankijkt, staar ik terug en antwoord ik luid: ‘Je vagina is via je baarmoederhals verbonden aan je baarmoeder.’ Soms laat ik op mijn telefoon een medische tekening zien. En dan, wanneer ik denk dat ik me daardoor op de een of andere manier afzet tegen mijn moeder, bedenk ik me plotseling dat zij in Iran gynaecoloog is geweest. Dat ze me ditzelfde diagram heeft laten zien. Ze heeft dan wel geprobeerd om me af te zonderen en me voor de wereld te verstoppen, zoals Iraanse moeders dat doen, maar ze is ook een rationele, wetenschappelijke volwassene geweest, een dokter in een witte jas die voor haar plezier ingewikkelde wiskundige puzzels oploste. Mijn moeder deed aan magisch denken en hing religieuze dogma’s aan, maar ze had ook sterke armen en grote hersenen, en ik aanbad haar.
Goede Aziatische dochters glippen gemakkelijk hun fantasiewerelden in en uit
‘Normaal’ betekent in Iran dat er ruimte wordt overgelaten voor die tweeledigheid. Goede Aziatische dochters glippen gemakkelijk hun fantasiewerelden in en uit. Ze zijn loyaal en ze voeren een soort van toneelstukjes op voor hun moeders. Ze blijven in hun denkbeeldige kamers zitten, blijven doen alsof het logisch is dat westerlingen zo dom en zo grappig zijn. Ik ben blijkbaar geen goede Aziatische dochter meer.
Mijn moeder en ik hadden een aantal maanden geleden – voordat we de Engelse therapeut hadden gevonden – een uitputtend gesprek van twee uur lang. Mijn moeder noemde me toen terloops een concubine, omdat ik niet getrouwd ben. Ons hele project, onze poging tot verzoening, viel meteen in duigen. Ik sms’te een vriendin van me, die ook immigrant en schrijver is, om mijn beklag erover te doen.
‘Ze kunnen er niets aan doen! Die overbezorgde, getraumatiseerde moeders… Het is dus echt waar, we hebben allemaal dezelfde moeder!’ Mijn vriendin vindt dat we mild moeten zijn. Dat we voor onze moeders moeten doen alsof we trouwe Aziatische dochters zijn, steeds in gedachten houdend dat we daarna weer terug kunnen naar onze eigen veilige, feministische huizen. ‘De manier waarop zij zijn opgevoed was zoveel erger,’ benadrukt ze. ‘Besef wat voor culturele bullshit zij van hun moeders hebben meegekregen. Daarvan geven ze zo weinig door aan ons… zoveel minder dan wat zij hebben gekregen.’ Het is waar, onze moeders hebben een opvoeding gehad die wij ons niet kunnen voorstellen. Pakken slaag en lange stiltes, body shaming, schaamte rondom seksualiteit, slopende werkzaamheden.
Mijn moeder heeft koude nachten in de gevangenis moeten doorbrengen. Ze heeft haar twee kinderen mee uit huis gesleurd en een nieuw leven opgebouwd. De moeder van mijn moeder, die vorig jaar in Londen overleed, was een kindbruid in Teheran. Ze was dertien toen ze trouwde met een volwassen man – hij was gelukkig niet zestig, maar negentien, maar dat was een schrale troost voor een meisje dat geen enkele seksuele voorlichting had gehad toen ze het zelf moest ondergaan. Mijn grootmoeder wilde sindsdien niets meer weten van de Iraanse cultuur. Tot aan haar dood trok ze voor zichzelf harde, westerse grenzen. Ze wantrouwde Iraniërs in Londen.
Wat is voor moeders en dochters normaal? Ik wil dat een sociaal wetenschapper mij dat vertelt, en niet een Iraanse moeder
Ik vraag mijn vriendin, die zachtaardiger is dan ik, wat die Aziatische moeders toch van ons willen, waarom ze ons niet met rust kunnen laten. Ze antwoordt: ‘Ze willen dochters die hen, wanneer ze oud zijn, kunnen begrijpen en beschermen en vertalen.’ Want de wereld verandert. De regels van onze moeders leken misschien wat burgerlijk in de jaren negentig – typisch iets waar een cabaretier grappen over zou maken. Maar inmiddels zijn ze voor jongere generaties ondoorgrondelijk geworden.
Toch ben ik daar niet zo zeker van. Ik denk dat onze gebroken moeders, hoewel ze hun dochters onder de duim houden, voor hun kleinkinderen kunnen veranderen in de gezellige grootmoeders die je in films ziet. In grootmoeders die vreselijk misplaatste dingen zeggen, maar niet bedreigend zijn, zoals een dronken oom op een familiefeest. Mijn moeder en dochter giechelen samen over lippenstift en tekeningen van vogels. Wanneer Elena net zo danst als Lizzo, geniet mijn moeder met volle teugen. Het komt niet in haar op om Elena erop aan te spreken. We zijn alleen brutaal tegen de generaties direct boven en onder ons. Er is met een generatie die verder van ons verwijderd is genoeg afstand voor verwantschap, voor gelach, zelfs voor begrip.
‘De slechte situatie’
Ik geloofde mijn grootmoeder toen ze mijn grootvader een verkrachter noemde. Misschien kwam dat doordat ik zelf geen nauwe band met mijn grootvader had gehad. Ik woonde in de zomer waarin ik eenentwintig werd bij mijn oma in haar appartement in Londen. Als ik menstruatiepijn had – wat ze omschreef als ‘de slechte situatie’ – gaf ze me Kahlua en pistachenoten. Haar familie heeft altijd geweigerd de verkrachting te erkennen. Maar cijfers liegen niet. Mijn tante en moeder waren elf en negen jaar oud toen hun moeder vijfentwintig werd.
Mijn moeder en tante wisten dat ik, direct na mijn grootmoeders dood, haar verkrachting openlijk de wereld in zou slingeren. Dus braken ze vlak nadat ze overleden was bij haar thuis in. Ze verwijderden al haar digitale bestanden en verbrandden al haar papieren, met uitzondering van een paar van haar gedichten en zeven pagina’s onschuldige, maar geweldig rare, christelijke sciencefiction die ze had geschreven. Schreef ze die verhalen om terug te keren naar de kindertijd die haar ontnomen was? Mijn oma’s laatste woorden aan mij waren: ‘Ik ben mijn autobiografie aan het schrijven. Wil je me helpen?’ Zij had de eerste regel al geschreven: ‘Ik heb een heel korte jeugd gehad.’ Die eerste regel is alles wat er van haar over is.
Mijn moeder en ik trapten tot vorig jaar, toen mijn grootmoeder stierf en haar appartement geplunderd werd en haar nalatenschap vernietigd, nog wel eens lol samen. We assimileerden in de loop der jaren, wat ertoe leidde dat onze grappen vaker over de vreemde gewoontes van Iraniërs gingen dan over die van Amerikanen. Tijdens de pandemie was ik een kort verhaal aan het schrijven. Mijn moeder vertelde me verhalen uit haar jeugd. ‘We epileerden onze wenkbrauwen en zeiden tegen mensen dat ons haar was uitgevallen door een te traag werkende schildklier,’ vertelde ze, terwijl ze in haar vuistje lachte. ‘Alleen bij je wenkbrauwen?’ vroeg ik, giechelend. ‘Dus door een te traag werkende schildklier vielen zeker alleen de extra haren rondom jullie wenkbrauwen uit? Verder nergens?’ ‘Onze beenharen verdwenen daardoor ook,’ zei ze, en ik barstte in lachen uit. Een schildklierprobleem dat alleen ongewenst lichaamshaar aantast… Iraanser dan dat wordt het niet. ‘De grootmoeders geloofden het!’ Of ze lieten het maar voor wat het was. Of ze deden eraan mee.
Heel even, terwijl we theedronken en grappen maakten over de vrouwen van het Iraanse platteland, waande ik me weer in de veilige bunker die we met ons meedroegen toen we net gemigreerd waren. Die heilige ruimte van waaruit we andere mensen uitlachten om hun ijdelheid, om hun persoonlijke grenzen, om hun borden met vleeswaren.
Zorgen alle moeders ervoor dat hun dochters doodsangsten uitstaan?
‘Ik denk dat er hier sprake is van intergenerationeel trauma,’ zei de therapeut tijdens onze tweede sessie. Er was dus meer aan de hand dan alleen een culturele kloof. Het is waar dat de vrouwen in onze familie gemigreerd zijn, mishandeld door mannen en een diepe, smeulende pijn voelen. Iedereen in mijn familie doet een beetje ongemakkelijk over seks. Nu denk ik dat dat niet alleen door de cultuur of de theocratie komt, maar ook door de verkrachtingen die mijn grootmoeder in haar kindertijd herhaaldelijk moest doorstaan en die door de gemeenschap werd goedgekeurd. Die misdaad is de reden dat wij allemaal ter wereld zijn gekomen.
Elena gilde het uit toen ik een keer rond bedtijd zei dat de deuren ’s nachts op slot moeten. ‘Vertel me geen enge dingen! Vertel me die pas als ik twintig ben!’ Zorgen alle moeders ervoor dat hun dochters doodsangsten uitstaan? Of ben ik begonnen iets aan haar door te geven dat diepgeworteld en onvermijdelijk is?
Mijn moeder houdt echter vol dat onze problemen volledig te wijten zijn aan cultuurverschillen en botsende opvattingen over wat normaal is. ‘In mijn cultuur,’ zegt ze, ‘respecteer je je moeder. Je stelt niet zoveel muren op tussen jezelf en je moeder.’ Soms zegt ze precies wat ik denk: ‘We hadden toch een hechte band?’ Dan krijg ik een steen in mijn maag, omdat ik weet dat ik op een dag de privéruimte die ik met Elena deel zal kwijtraken. ‘Leg me eens uit,’ gaat mijn moeder verder, ‘op welke leeftijd moeders ophouden moeder te zijn.’ Ik heb geen idee, maar ik weet dat het onvermijdelijk is, dat mijn hart zal breken als ik ertegen vecht. Ik kan soms urenlang aan Elena’s nek ruiken. Ik gaf mijn moeder op de begrafenis van mijn oma met tegenzin een knuffel, en ze snoof hongerig aan mijn nek. Ik voelde me geschonden en verbijsterd, maar ik had ook met haar te doen. Ik rukte me snel los. Hoe meer ze me nodig had, hoe groter de kwelling. Ik begon na te denken over mezelf, over hoe ik over twintig jaar zou zijn. Zou ik me ook te stevig vastklampen aan mijn dochter?
‘Zien jullie twee wat jullie me nu aandoen?’ onderbreekt de Engelse therapeut ons, met de handen in het haar. Mijn moeder en ik hebben al een tijdje tegen elkaar zitten schreeuwen. We vallen stil. We hebben onszelf voor schut gezet ten overstaan van een witte vrouw. We hebben de gewoonte om terug te keren naar die chaotische dagen waarin elke uitbarsting vergeeflijk was. Nu hebben we het gezelschap van een Engelse vrouw nodig om ons netjes te gedragen. Hoewel we midden in een ruzie zitten, voel ik de drang om mijn moeder te vertalen tegenover de Europeaanse vrouw, want dat is mijn werk. Ik doe het al sinds ik klein ben, maar het is ook letterlijk mijn werk – ik schrijf over Iraniërs voor westerse lezers. Mijn moeder haat het dat ik openhartig schrijf over mijn onzekerheden of mislukkingen: ik onthul volgens haar te veel en doe af aan ons geromantiseerde vluchtelingenverhaal.
Interpretaties
De schrijver Matthew Salesses benadrukt in zijn werk vaak dat verhalen in verschillende culturen anders geïnterpreteerd worden. Hij schrijft dat een zin afhankelijk van de lezer anders begrepen wordt. ‘Ze wist honderd procent zeker dat ze hem haatte,’ kan bijvoorbeeld verschillende betekenissen hebben. Een westerse lezer zal ervan uitgaan dat de vrouw in kwestie tegen het einde van het verhaal van de man zal houden, of dat ze dat al doet. Diezelfde zin kan voor mijn grootmoeder betekenen dat de vrouw binnenkort gedwongen wordt met de man te trouwen. Dit is precies het soort zin waar mijn moeder en ik ruzie over maken. Als ik schrijf dat een fictieve Iraanse moeder een tekortkoming heeft, die later in het verhaal zou kunnen zorgen voor begrip of verbondenheid, zoekt mijn moeder er een belediging in. ‘Je vindt me gewoon een domme immigrant,’ zegt ze dan. Ik leg uit dat het saai is om alleen maar weerbaarheid en kracht te tonen, dat je op een andere plek moet beginnen dan waar je wilt eindigen. Imperfecte verhalen zijn interessanter, belonen meer dan mythische heldenverhalen. Falende personages zijn geliefder. Ze wuift het allemaal weg. Het is Amerikaanse onzin.
Mijn moeder vindt het angstaanjagend om in het bijzijn van westerlingen ontmaskerd te worden. Eerlijk schrijven, met mijn eigen stem, is voor mij genezend, vergelijkbaar met bidden. Mijn moeder slaat onze goede dagen op in haar geheugen. Ze maakt in haar hoofd onze kleren schoner en onze gezichten mooier; we lachen elkaar toe alsof we op een Hallmark-kaart staan. Ik sla diezelfde herinneringen op, maar dan wel met barsten en al. Wat ik het bewaren waard vind, verwerk ik in mijn schrijven. ‘Je hebt mijn dierbare herinnering verpest,’ zegt mijn moeder dan, als ze mijn werk leest. Maar waarom zouden we alleen maar misleidend geruststellende migrantenverhalen mogen vertellen? Waarom zouden we alleen maar stiekem blijven giechelen om borden vol met ham? Ik wil lezers uitnodigen om de wereld door mijn ogen te zien – het is niet mijn doel om er voor hen presentabel van af te komen.
Ik wil dat lezers inzicht krijgen in alle specifieke, schitterende manieren waarop we ons als eikels gedragen – ik vind dat dat gevierd moet worden. Laat ik eens beroep doen op het hiërarchisch denken dat in de Iraanse cultuur zo belangrijk is. Ik word door het Europese en Amerikaanse publiek betaald om over mijn gebreken te praten – geeft dat me niet juist een hogere status? Maakt dat me geen koningin, in plaats van een miserabel iemand?
Schijnvertoning
Ik heb vrienden die thuis de goede Aziatische dochter spelen. Ze veranderen in een afgevlakte versie van zichzelf, die onderdanig en lief is. Mijn moeder toonde haar respect voor haar eigen moeder, serveerde haar thee, zei ‘U’ tegen haar. Door het schrijven ben ik maar al te bewust geworden van deze schijnvertoningen. Ik heb altijd mezelf willen zijn, en als iemand van me eist dat ik een toneelstukje opvoer, ben ik gelijk weg. Ben ik mijn moeder – die veel onrecht heeft geleden – een geruststellend optreden verschuldigd, als dat ritueel voor mij schadelijk is?
We bespreken de dag dat mijn moeder me een ‘concubine’ noemde. Ze vraagt me rekening te houden met haar cultuur – te beseffen dat ze er niets aan kan doen. Ik moet denken aan hoe ik mezelf verdedig als ik mijn leerlingen niet met de juiste voornaamwoorden aanspreek. Ik wil elke keer dat ik stuntel zeggen: ‘Heb geduld met me. Ik ben het met je eens, maar zit nog vast in de gewoontes van een andere generatie. Ik doe mijn best.’ Ik wijs ze er soms op dat we in mijn moedertaal, het Farsi, überhaupt geen gendergebonden voornaamwoorden hebben. En dat ik alleen maar klungel, omdat ik veramerikaniseerd ben. Als ik mijn oorspronkelijke, Iraanse zelf was, zouden voornaamwoorden voor mij niet eens bestaan.
Mijn studenten zijn een mysterie voor me, net als ik dat voor mijn moeder ben. We stuntelen allebei in de dialecten die we hebben aangeleerd. Mijn moeder vraagt om het voordeel van de twijfel. Misschien moet ik het haar geven, omdat ik het ook verlang van mijn studenten, en omdat ik het op een dag van Elena zal moeten krijgen. We zijn allemaal op een bepaalde manier ontheemd, verdwaald in de tijd, de buitenlandse moeders van de volgende generatie.
Kinderen leren dat je intens van iemand kan houden zonder diegene te mogen
Ik denk terug aan vroeger en probeer vergevingsgezind te zijn. Ik herinner me hoe mijn moeder mijn wonden heeft verzorgd. Ze masseerde mijn spieren als ik thuiskwam van taekwondotraining. Ze belde me bijna elke avond tijdens mijn scheiding. Die telefoontjes waren voor mij een troost, omdat er toen een veilige afstand tussen ons was. Ze was in Thailand, als dappere Amerikaanse vrijwilligster van het Vredeskorps. Maar toen ze terugkeerde naar de VS verscheen ze ongevraagd aan mijn deur met zakjes thee en basmati en afgeprijsde pijnstillers, als de opdringerige Iraanse moeder die weer over mijn grenzen heen ging.
Soms, wanneer ik net enorme behoefte heb aan tijd met mijn dochter, duwt Elena me weg. Heb ik mijn moeder hetzelfde aangedaan? Ik ben vastgeroest in mijn perspectief, waardoor ik alleen nog maar kan zien wie mijn moeder in mijn tienerjaren was: een vrouw met steenkolenengels en een hooghartige houding, die erbij wilde horen, maar daar niet in slaagde. Misschien is het al genoeg om haar maar voor even te begrijpen. Om te weten dat ze (een beetje) gelijk heeft – want alles draait om taal en cultuur. Voor mij is ‘concubine’ een scheldwoord. Voor haar betekent het woord niets meer dan alle duizenden andere woorden die ze in haar leven heeft gezegd.
Nee zeggen
Mijn moeders cultuur schrijft voor dat jonge vrouwen dienstbaar zijn en zichzelf opofferen. Ik vroeg Elena een paar dagen geleden of ik een van haar frietjes mocht. Ze dacht erover na en zei toen: ‘Ik zou je graag een frietje geven, mama, maar het spijt me, ik denk dat ik ze allemaal zelf wil opeten.’ Ik lachte en probeerde te beslissen of dit het moment was om haar te leren delen, of om dankbaar te zijn dat mijn dochter weet hoe ze ‘nee’ moet zeggen.
Diep vanbinnen was ik opgelucht. Mijn god, dacht ik, het is me gelukt. Dit is mijn reactie op een generatie van opdringerige immigrantenmoeders die geloven in het dogma van een dochter die zichzelf totaal wegcijfert. Dat dogma hebben ze allemaal van hun moeders geleerd, en die op hun beurt weer van hun moeders. Mijn zachtaardige vriendin, die ook schrijft en Aziatisch is, stuurde een citaat naar me van de boeddhistische monnik Thích Nhất Hạnh. Onze talenten en onze fouten, zo schrijft Nhất Hạnh, hebben we allemaal geërfd. Ze zijn niet van ons. Mijn vriendin wil dat ik accepteer dat we niet veel van onze moeders verschillen. Ze wil dat ik door blijf vechten, beter leer vechten.
Veel kinderen leren als ze volwassen worden dat je intens van iemand kunt houden zonder diegene ook maar in de verste verte te mogen. We bereiden ons voor op het pijnlijke moment dat ook ons eigen kind dat onderscheid leert – en we hopen dat ze niet alleen van ons zullen houden, maar ons ook blijven mogen. Toch blijft de beangstigende mogelijkheid bestaan dat ze er niet eens bij zullen stilstaan en dat ze direct zullen besluiten dat alleen van ons houden meer dan genoeg is. Dus doen we hun slaapkamerdeur dicht en wachten we af. We proberen niet te luisteren naar hun speelrituelen en naar de grenzen die ze introduceren en die we op een dag zullen moeten respecteren.
Het was toen ik een kind was te veel gevraagd om aan te kloppen voordat ze mijn kamer in kwam
Ik weet nu al dat ik Elena’s waarden op een dag niet meer zal kunnen doorgronden. Maar zal ik van haar verlangen dat ze tegen me liegt, zodat ik oud kan worden in een fantasiekamer? Ik rolde toen ik jonger was met mijn ogen als ik kinderen beleefdheid of zorgzaamheid zag veinzen om iets lekkers te krijgen. ‘Weet die moeder niet dat ze gemanipuleerd wordt?’ dacht ik dan. Nu, wanneer Elena een toneelstukje opvoert, is alleen al het feit dat ze de woorden uitspreekt voor mij genoeg. Haar optreden is een geschenk. Ik stel me voor hoe mijn dochter op haar dertigste liefde en toewijding uitdraagt en een lange zucht onderdrukt terwijl ik aan haar nek snuffel. En dan denk ik: ‘Weet je wat? Daar neem ik genoegen mee.’
Soms doe ik voor Elena ook alsof – de politieke geschillen van haar My Little Pony-eenhoorntjes interesseren me bijvoorbeeld eigenlijk vrij weinig. Dan moet ik denken aan alle keren dat mijn moeder zich voor mij probeerde te houden aan westerse grenzen. (Het was toen ik een kind was te veel gevraagd om aan te kloppen voordat ze mijn kamer in kwam. Later was het te veel gevraagd om eerst op te bellen voordat ze me thuis kwam opzoeken. Maar af en toe vroeg ze me plechtig: ‘Is dit een goed moment?’) Ik veroordeelde haar, omdat ze zo stuntelig met die Amerikaanse grenzen omging. Ze hield het altijd vol tot het moment waarop iets stressvols haar deed wankelen en al haar Iraanse verwachtingen toch weer naar de oppervlakte kwamen.
‘Ze hebben zoveel meegemaakt,’ herhaalt mijn vriendin.
‘Wees aardig,’ bedoelt ze. ‘Denk aan de grappige dokter die wiskundige puzzels oploste en in een ander universum je vriendin had kunnen zijn. Stel je voor hoe ze zich als verward kind een weg moest banen door het duistere mijnenveld dat een huishouden in Teheran in het midden van de vorige eeuw moet zijn geweest. Een kind dat geslagen wordt als ze een mysterieus, nieuw woord gebruikt.’ Ik haal diep adem en stem in met een vervolgsessie met de Engelse therapeut die ons leert om ons te gedragen. Ik kijk er eventjes naar uit om mijn moeders gezicht te zien. Ik mis onze lekker ruikende bunker. Ik zet Zoom aan, we zeggen hallo. Dan doen we onze monden open en beginnen we in onze vreemde talen door elkaar heen te praten.
Volgens Amnesty is het aantal met zeker de helft gestegen
Afgelopen jaar zijn er in de hele wereld 883 mensen geëxecuteerd. Dat meldt Amnesty International, schrijft Deutsche Welle. Het gaat om een stijging van ruim 50 procent ten opzichte van een jaar eerder, zegt de mensenrechtenorganisatie.
Ruim de helft van de executies in 2022 vond plaats in Iran. Ook Saoedi-Arabië executeerde veel mensen: bijna tweehonderd mensen werden daar omgebracht, onder meer door middel van onthoofding. Aangezien Amnesty International alleen geregistreerde executies meldt, kan het daadwerkelijke wereldwijde aantal nog hoger liggen. Momenteel zitten er wereldwijd zeker 28.000 ter dood veroordeelden in een gevangenis.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de organisatie werd een overgrote meerderheid van de executies voltrokken in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Toch worden ook Aziatische landen als China, Noord-Korea en Vietnam genoemd. Sterker nog, volgens Amnesty staat China met stip op één als land met de meeste executies: daar worden naar schatting ieder jaar duizenden mensen omgebracht, maar ontbreken harde cijfers. In Europa is de doodstraf alleen nog van kracht in Belarus, dat het vonnis in 2022 één keer voltrok.
Met welke logica Arabische landen diplomatieke betrekkingen met Bashar al-Assad willen herstellen is moeilijk te volgen. Het Syrische regime – aan de macht gekomen via een staatsgreep – heeft inmiddels een half miljoen moorden op zijn geweten en zeven miljoen ontheemden.
De versnelde normalisering van de diplomatieke betrekkingen tussen een toenemend aantal Arabische regimes en dat van Bashar al-Assad heeft iets onbegrijpelijks: na het bezoek van de Syrische dictator aan de Omaanse hoofdstad Masqat en daarna aan Abu Dhabi afgelopen februari en maart, en na dat van de Egyptische minister van Buitenlandse zaken aan Damascus, eveneens afgelopen februari, ontving Riyad op 14 april jongstleden nieuwe afgevaardigden uit de regio om over de terugkeer van Syrië in de Arabische Liga te praten, na twaalf jaar schorsing. Ook al worden er door bepaalde analisten rationele verklaringen voor deze kentering aangedragen, er blijft reden voor verwarring. Laten we desondanks proberen hun logica te volgen.
Iraanse invloed
Deze toenadering wordt ingegeven door de wens om Iran uit Syrië te verjagen of in elk geval de Iraanse invloed op het land te verminderen, aldus enkele commentatoren uit de Emiraten en Saoedi-Arabië. Dit oogmerk lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Daarvoor is Iran veel te goed ingebed in Syrië en is de relatie tussen de twee regimes veel te organisch en hecht. Assad is niet alleen niet bij machte om zijn banden met Teheran te verbreken of zelfs maar te verzwakken, hij wil dat ook helemaal niet. Waarom zou hij? Iran heeft zijn regime gered en het een bestaansreden gegeven: de strijd tegen het ‘Takfiri-terrorisme’ en het lidmaatschap van ‘Verzetsas’, twee elementen die stroken met de sociaal-culturele aard van Syrië. Het eerste element strookt met het beleid van de regimes van Mohammed bin Zayed van de Verenigde Arabische Emiraten en Mohammed bin Salman van Saoedi-Arabië (maar ook met dat van de Verenigde Staten, Rusland en andere landen), het tweede verschaft een ideologische dekmantel aan een regionaal bondgenootschap op confessionele basis dat organisch tegen bepaalde Arabische landen is gekant – met name Saoedi-Arabië – en waarvan het centrum zich in Teheran bevindt.
In Libanon, Irak, Jemen en Syrië gaat Teheran tot het uiterste om de dominantie te behouden
De Arabische Liga is veel minder belangrijk voor Syrië. Die wordt door Bashar al Assad alleen maar als een ‘spel’ gezien, net als de VN, zoals hij in 2011 zelf op de Amerikaanse televisiezender ABC verklaarde. De aanwezigheid van Syrië in deze twee organisaties is altijd mooi meegenomen, maar het gaat Assad er vooral om de absolute en permanente macht te behouden, en daarvoor staat Iran om geostrategische en culturele redenen garant. In Libanon, Irak, Jemen en Syrië zelf heeft Teheran bewezen tot het uiterste te gaan om de dominantie te behouden. Het gevolg is dat als de leiders van de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, evenals die van Jordanië, Algerije en Egypte, werkelijk denken dat ze afstand moeten nemen van Teheran om hun betrekkingen met Damascus te normaliseren, ze zich deerlijk vergissen en als verliezers van het ‘spel’ uit de bus zullen komen.
Intrinsiek oorlogszuchtig regime
Zou deze toenadering misschien vooral worden ingegeven door de wens om de interne strijd in de regio te beteugelen? De Verenigde Arabische Emiraten normaliseren hun betrekkingen met Israël en Saoedi-Arabië heeft datzelfde gedaan met Iran en zendt positieve signalen uit naar Tel Aviv, terwijl beide landen meer afstand nemen van Jemen. Maar behalve dat daarmee een regime wordt geaccepteerd dat een half miljoen van zijn burgers heeft vermoord, zeven miljoen heeft ontheemd en een groot deel van zijn steden heeft verwoest, is de wezenlijke vraag de volgende: wil het Syrische regime de regio stabiliseren? De geschiedenis van de afgelopen halve eeuw – niet alleen in Syrië, maar ook in Libanon, Irak en Turkije – maakt zo’n hypothese weinig aannemelijk. Oorlogszuchtigheid is een van de duidelijkste karaktertrekken van het Syrische familieregime, met de bedoeling voor altijd aan de macht te blijven in een land dat vroeger een republiek was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Golfstaten waar de dynastieën en naties zich in samenspraak hebben gevormd. Het regime van Assad is via een staatsgreep aan de macht gekomen, en er is in feite sprake van een permanentte staatsgreep tegen de Syrische staat en maatschappij. Een staatsgreep die meedogenloosheid tot een vorm van regeren heeft verheven. En de mislukte revolutie van twaalf jaar geleden heeft dit oorlogszuchtige karakter alleen nog maar bestendigd.
Gaat het dan om het bieden van hulp aan het Syrische volk dat sinds maart 2011 zoveel heeft geleden? Het lijkt er helaas op dat de voorstanders van normalisering niet de moeite hebben genomen ook maar een woord vuil te maken aan het onbekende lot dat meer dan 111 duizend Syriërs heeft getroffen; of aan het recht op een veilige terugkeer van bijna twee miljoen Syriërs die onder erbarmelijke omstandigheden in Libanon en Jordanië leven; of aan de toekomst van de 3,7 miljoen Syriërs in Turkije van wie de situatie allengs verslechtert; of aan het half miljoen Syriërs in Irak en Egypte. Daar komt bij dat het familieregime in Syrië niet alleen corrupt is, maar ook nog eens maffioos en misdadig, en dat van alle steun van de kant van regionale en internationale kapitaalverschaffers maar een miniem deel zal doordruppelen naar de verlichting van het menselijk leed in het land.
Uitruil
Laat de normalisering van de betrekkingen met dit ‘chemische’ regime zich misschien verklaren door een soort bewustwording van de gevolgen van de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Midden-Oosten en van de risico’s die verbonden zijn met de opkomst van zich steeds uitbreidende regionale machtscentra die goede banden onderhouden met Rusland, China en de bondgenoten daarvan? Is vanuit dit perspectief bezien de normalisering van de betrekkingen met het moordzuchtige regime van Assad misschien een stok om de Amerikanen te slaan die hun Saoedische bondgenoten ten tijde van Barack Obama op een in Saoedische ogen respectloze manier hebben behandeld en die niet erg happig zijn op onderhandelingen met Mohammed bin Salman? Ook al kunnen we onze ogen niet sluiten voor de onmiskenbare politieke emoties en rancune, vooral wanneer die leven bij niet verkozen en onverantwoordelijke elites, toch lijkt de normalisering van de betrekkingen met Iran en zijn Syrische protegé op ‘het zoeken van verkoeling in het vuur bij extreme hitte’, om een oud Arabisch spreekwoord te citeren.
Of is er misschien sprake van een soort uitruil van Jemen tegen Syrië? Dat de Iraniërs hun vooruitgeschoven Houthi-post in Jemen inkrimpen en de Saoedi’s hun vooruitgeschoven post in Damascus normaliseren, waarmee de dominantie van Iran over Syrië (om van Irak en Libanon nog maar te zwijgen) in de hele Arabische wereld legitimiteit verkrijgt? Als dat het geval is, kan dat nauwelijks een rationele keuze worden genoemd.
Is het nieuwe Arabische bestel erop gericht iedere volksbeweging de kop in te drukken?
Het is in elk geval onvoorstelbaar dat de betrekkingen met het Syrische regime worden genormaliseerd omdat Bashar al-Assad de Arabische staten chanteert met het feit dat hij erin is geslaagd van Syrië een narcostaat te maken en op grote schaal Captagon-pillen naar de Golfstaten laat smokkelen. Te meer omdat het drugsimperium, dat wordt geleid door Bashars broer Maher, die onlangs nog in Saoedi-Arabië schijnt te zijn geweest, door het Syrische regime vermoedelijk niet alleen maar als een geldbron wordt beschouwd, maar ook als een oorlog die tot doel heeft de Saoedische maatschappij van binnenuit te vernietigen, zoals dat ook in Syrië zelf is gebeurd.
De normalisering van de betrekkingen van de Emiraten en Saoedi-Arabië met het regime van Assad mist dus rationeel gesproken iedere basis. Maar misschien kan er een enigszins ‘rationele’ verklaring worden gevonden door de zaak vanuit een irrationeel oogpunt te bezien. Die verklaring moet naar mijn mening worden gezocht in een extreem ideaal dat in toenemende mate door de Arabische ‘elites’ wordt gedeeld: een politiek zonder politiek, zonder rechten, zonder discussie, en zelfs zonder maatschappij, een dynamiek van ‘Dubaïsering’ van talrijke Arabische landen. Dit ideaal behelst een strikt materialistische moderniteit, een universum dat wordt bestierd door superrijke oligarchen en een half tot slaaf gemaakte meerderheid van de samenleving. Dat is de bedoeling van het Neom- en het ‘The Line’-project van Mohammed bin Salman, van Sissi City, de toekomstige bestuurlijke hoofdstad van het Egyptische regime, en van de door de narco-elite in Damascus gekoesterde droom van een nieuw te bouwen Marota City. Wie op elkaar lijkt verenigt zich, en deze elites mogen dan afkomstig zijn uit zeer uiteenlopende milieus, ze delen een modernistische en fascinerende utopie. Termen als rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en zelfs sociale interactie komen niet voor in het woordenboek van deze roofzuchtige en misdadige aristocratieën. Vanuit dit perspectief is massamoord geen obstakel voor normalisering. Integendeel, het kan indien nodig een laatste toevlucht zijn.
Het ziet ernaar uit dat er een nieuw Arabisch bestel aan het ontstaan is, een bestel dat uitermate reactionair en meedogenloos is en gericht op het de kop indrukken van iedere volksbeweging. Er wachten ons moeilijke tijden…
Regering verwacht massale schending van kledingvoorschriften
Het Iraanse regime heeft voor de zomer maatregelen aangekondigd om de geldende islamitische kledingvoorschriften te handhaven. De islamitische republiek verwacht dat het in de zomer in Iran uitzonderlijk heet wordt, wat voor veel vrouwen aanleiding zal zijn om de kledingvoorschriften te negeren, schrijft Gazeta Wyborcza. Er worden temperaturen van 40 graden Celsius verwacht.
Iraanse hardliners waarschuwen voor ‘naakte vrouwen’ die ’s zomers de straat op zullen gaan in korte rokjes en broeken en bloezen met korte mouwen, schrijft Financial Times. Daarom roepen religieuze leiders en parlementsleden op tot de invoering van strengere straffen voordat de zomer aanbreekt. De regering geeft daar nu gehoor aan.
Op openbare plekken worden camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen verhullende kleding dragen
Als maatregel worden er op openbare plekken camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen hun haar bedekken en verhullende kleding dragen. Bij de eerste overtreding krijgen ze een waarschuwing, bij de volgende keer worden ze gestraft. Die straf kan een arrestatie, een boete of verplicht onderwijs in de islamitische wetten zijn.
Veel Iraanse vrouwen hebben genoeg van de islamitische kledingvoorschriften. De dood van de jonge Koerdische vrouw Mahsa Amini in september vorig jaar, die stierf nadat ze was opgepakt omdat ze haar hoofddoek niet volgens de regels droeg, was de aanleiding voor massale protesten in het hele land. Eerst waren die nog gericht tegen het harde optreden van de politie, maar op den duur richtten ze zich steeds meer tegen de overheid. Bij de protesten zijn honderden demonstranten omgekomen, waaronder tientallen kinderen, en duizenden mensen gearresteerd.
Sinds november zijn duizenden schoolmeisjes vergiftigd
Tientallen Iraanse meisjes zijn dit weekend slachtoffer geworden van vergiftigingen door een nog onbekend gas terwijl ze op school waren, schrijft Iran Primer. Op zeker zeven scholen in het land vonden meldingen van vergiftigingen plaats. Meerdere slachtoffers werden opgenomen in het ziekenhuis met zware symptomen.
De vergiftiging van schoolmeisjes in Iran, wat meestal gebeurt door middel van een gas dat via ventilatiesystemen op scholen wordt verspreid, is al maanden een probleem in het land. De eerste meldingen kwamen november vorig jaar binnen en sindsdien zouden er tot zevenduizend scholieren op scholen door het hele land slachtoffer zijn geworden. Doden zijn er tot op heden nog niet gevallen.
Volgens buitenlandse deskundigen zouden bewegingen gelieerd aan het regime achter de aanvallen zitten
Het Iraanse regime zegt de zaak te onderzoeken, maar tast tot dusver in het duister over wie er achter de vergiftigingen zit. Wel zijn er al honderden verdachten gearresteerd. De Iraanse ayatollah Ali Khamenei zegt dat de verantwoordelijken hard gestraft zullen worden, maar volgens buitenlandse deskundigen zouden bewegingen gelieerd aan het regime achter de aanvallen zitten.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de nieuwe geopolitieke rol van China. Het land profileert zich internationaal steeds meer als diplomatiek alternatief voor de Verenigde Staten.
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Hoe stelt China zich op in het Oekraïneconflict?
China heeft zich de laatste tijd veelvuldig geprofileerd als vredestichter en gepleit voor een vreedzame oplossing voor het Oekraïneconflict. Maar het vriendschappelijke bezoek van de Chinese president aan Moskou vorige maand en de presentatie van een vredesplan voor Oekraïne dat volgens velen op de hand van Rusland is, hebben ervoor gezorgd dat westerse landen zich zorgen maken over China’s houding.
Om de Chinese president ‘ervan te weerhouden de inval van Rusland in Oekraïne te steunen’ is Emmanuel Macron vandaag in China gearriveerd voor een driedaags staatsbezoek, schrijft The Guardian. ‘Parijs ziet China als een mogelijke “gamechanger” in de oorlog’, vervolgt de Britse krant. Het land zou een dialoog tussen de strijdende partijen tot stand kunnen brengen die tot vrede leidt. Anderzijds wordt gevreesd dat Beijing overweegt de steun aan Rusland op te voeren en wapens te leveren.
Op zijn beurt bracht Xi Jinping op 20 maart een bezoek aan de Russische president. Toen verzekerde hij Vladimir Poetin dat de ‘vriendschap tussen hun landen geen grenzen kent’, zoals The Wall Street Journalopmerkt. Al eerder, op 24 februari, presenteerde China een vredesplan van twaalf punten, waarin het zich uitspreekt voor onderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne.
Maar ‘Xi Jinping [was] niet in Moskou om vrede te sluiten’, schrijft The Sunday Times. Het bezoek was volgens de Britse zondagskrant alleen bedoeld om ‘de indruk te wekken’ dat de Chinese president ‘een einde probeert te maken aan de oorlog in Oekraïne’. ‘Xi weet heel goed dat een einde aan de gevechten niet in zicht is, maar op die manier kan hij zich voordoen als een groot staatsman die geobsedeerd is door wereldvrede.’
The Observer, een andere grote zondagskrant uit de Britse hoofdstad, is het daarmee eens: ‘Beijing probeert zich het imago van een onpartijdige bemiddelaar aan te meten.’ Gideon Rachman schrijft hierover in Financial Times: ‘Voor Xi is het belangrijk om China te presenteren als een land dat zich vooral bezighoudt met commerciële overwegingen en het streven naar gedeelde welvaart benadrukt, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, die door China worden afgeschilderd als een ideologische oorlogsstoker die de wereld verdeelt in vrienden en vijanden.’
Maar in het geval van het Oekraïense conflict heeft Xi Jinping ‘duidelijk partij gekozen’, aldus The Observer. Dat blijkt onder meer uit China’s weigering om de Russische invasie te veroordelen en uit het ‘zeer onevenwichtige’ vredesplan voor Oekraïne. Daarin spreekt China zich onder andere uit tegen de westerse sancties.
In zijn hart hoopt Xi Jinping ‘vooral de nederlaag van Poetin te voorkomen’, analyseert The Sunday Times. ‘Ondanks de ups en downs in hun relatie is de bromance tussen de twee leiders oprecht, bestendigd door hun grieven met de door de VS gedomineerde wereldorde.’ Voor hun gemeenschappelijk doel, het opbouwen van een ‘alternatief model van internationale betrekkingen’, is het beter dat het Russische regime overleeft. ‘Vooral omdat een vernedering [van Rusland], gekoppeld aan een bekrachtigde eenheid van het Westen, de positie van de VS zou versterken, die vervolgens hun volledige aandacht op China zouden richten.’
Tekenend voor die houding is dat Xi Jinping zich bij monde van een woordvoerder tijdens zijn bezoek aan Moskou uitsprak tegen het arrestatiebevel voor Vladimir Poetin van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag wegens oorlogsmisdaden. Volgens China moet het ICC de immuniteit respecteren die het internationaal recht aan staatshoofden toekent, bericht de Singaporese krant Lianhe Zaobao.
Wat wil China bereiken op het diplomatieke toneel?
Ook buiten de oorlog in Oekraïne probeert China zich te profileren als vredestichter. Zo bemiddelde het land met succes om tot een akkoord te komen tussen Iran en Saudi-Arabië, die lange tijd met elkaar in conflict waren. Op 10 maart kondigden de landen aan dat zij hun diplomatieke betrekkingen hervatten. ‘Soms kan geopolitieke rivaliteit [in dit geval tussen de VS en China] grootmachten ertoe aanzetten iets goeds te doen’, oordeelt Michael Schuman in The Atlantic.
‘De wereld mag meer van dergelijke initiatieven verwachten’, vervolgt de Amerikaanse journalist. ‘Het Iraans-Saoedische pact zou het begin kunnen zijn van een trend in het Chinese buitenlandse beleid, waarbij Beijing actievere diplomatie nastreeft in regio’s waar het beperkte macht heeft.’ Door een dergelijke rol aan te nemen probeert China voor landen buiten het Westen een alternatieve bondgenoot te zijn, in plaats van de VS. ‘De overeenkomst maakt deel uit van een intensievere campagne van Beijing om de Amerikaanse macht te ondermijnen en de wereldorde opnieuw vorm te geven.’
In die campagne worden de VS afgeschilderd als een door oorlog geobsedeerde natie en wordt de trans-Atlantische wereldorde weggezet als onrechtvaardig, instabiel en niet in staat om de urgente problemen van de wereld op te lossen, schrijft Schuman. In een in februari door de Chinese regering uitgebracht rapport worden de VS afgeschilderd als een dominante oorlogsstoker en wordt gewezen op ‘de gevaren van het Amerikaanse handelen voor de internationale vrede en stabiliteit en het welzijn van alle volkeren’.
China daarentegen is volgens zijn eigen propaganda een land van vrede dat betere oplossingen heeft voor onrecht in de wereld, ‘oplossingen die geworteld zijn in de Chinese wijsheid en geformuleerd zijn door Xi, de meesterfilosoof’, schetst Schuman. Die ideeën zijn vastgelegd in het Global Security Initiative dat Xi vorig jaar lanceerde, waarin het grote belang van staatssoevereiniteit wordt benadrukt en wordt opgeroepen tot niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden van landen en het beëindigen van ‘blokconflicten’, waarin landen gedwongen worden partij te kiezen.
Wat zijn de gevolgen van het actieve Chinese diplomatieke beleid?
China lijkt de rol als alternatief voor de VS voor landen buiten het Westen te willen voortzetten. The Wall Street Journalbericht bijvoorbeeld dat China later dit jaar een topontmoeting wil organiseren met leiders van een aantal Arabische landen en Iran. ‘Er lijkt een strategische leegte in [het Midden-Oosten] te zijn, en de Chinezen lijken te hebben bedacht hoe ze daar munt uit kunnen slaan,’ zei Mohammed Alyahya, een Saoedische fellow bij het Belfer Center for Science and International Affairs van Harvard, tegen The New York Times. ‘China wordt de spil van de machtspolitiek in het Midden-Oosten,’ aldus een andere analist in het New Yorkse dagblad.
Ook in Afrika speelt China niet alleen economisch maar ook politiek een steeds grotere rol. Zo heeft Beijing zijn invloed op defensie en veiligheid in heel Afrika uitgebreid, aldus South China Morning Post. Naast het leveren van diverse wapens heeft China een netwerk ontwikkeld van particuliere militaire beveiligingsbedrijven die Chinese investeringen in de bouw, infrastructuur en mijnbouw beschermen.
Diezelfde krant schreef vorig jaar nog dat China zich ook steeds meer laat gelden als vredestichter in de Hoorn van Afrika. Deze regio is al lange tijd het toneel van burgeroorlogen, islamistische opstanden en militaire staatsgrepen die Chinese investeringen bedreigen. Dit gebeurde het meest recent in Ethiopië, Eritrea en Somalië.
De rol van China roept ‘ernstige vragen op over het soort “vreedzame” nieuwe wereldorde dat Beijing nastreeft’, aldus Schuman in The Atlantic. ‘Met zijn nauwe banden met Rusland en Iran en zijn langdurige steun aan Noord-Korea is China een belangrijke beschermheer van de drie meest destabiliserende staten ter wereld. Afgezien van het akkoord tussen Iran en Saoedi-Arabië zijn er weinig aanwijzingen dat Beijing van plan is zijn invloed aan te wenden om de gevaarlijkste plannen van deze landen te beteugelen. Zolang dat niet het geval is, zal China’s nieuwe orde allesbehalve vreedzaam zijn.’
Aanval werd uitgevoerd door drones van Iraanse makelij
Russische drones hebben de Oekraïense havenstad Odessa getroffen en ‘schade’ veroorzaakt. Dat hebben de lokale autoriteiten bekendgemaakt, meldt Radio-Canada. ’De vijand heeft zojuist Odessa en het district Odessa getroffen met UAV-aanvallen [onbemande vliegtuigen]’, zei het stadsbestuur in een verklaring op Facebook. ‘Er is schade’, voegde het zonder verdere details toe.
Volgens het Oekraïense luchtmachtcommando betrof het zeventien Shahed-drones van Iraanse makelij en zijn er veertien vernietigd door het luchtverdedigingssysteem. De Oekraïense autoriteiten hebben echter niet aangegeven of de graanexport, waarvan een groot deel via de haven van Odessa loopt, door de aanvallen is getroffen.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de gevolgen van de invasie van Irak. In 2003 werd dictator Saddam Hoessein afgezet door een coalitie onder leiding van de VS, maar heeft dit het land ook democratie en voorspoed gebracht?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Waarom besloten de VS en hun bondgenoten Irak binnen te vallen?
‘Een lawine van raketten bedekte het luchtruim boven Bagdad. Om 22.16 uur op 19 maart 2003 (Amerikaanse tijd) verscheen de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush op tv: “Amerikaanse en coalitietroepen zijn zojuist begonnen met een militaire operatie om Irak te ontwapenen, de bevolking te bevrijden en de wereld te beschermen tegen ernstig gevaar.” Operation Iraqi Freedom was begonnen’, schrijft El País.
Op die dag, deze week twintig jaar geleden, viel de ‘Coalition of the Willing’ onder leiding van de Verenigde Staten het door Saddam Hoessein geleide land binnen. Naast de VS leverden ook het Verenigd Koninkrijk, Australië en Polen troepen. Later sloten meer landen, waaronder Nederland, zich aan bij de coalitie. Wat was de aanleiding voor deze oorlog?
Na de aanslagen van Al-Qaida op 11 september 2001 in de VS riep George W. Bush ‘de oorlog tegen terrorisme’ uit. Volgens de Amerikaanse president bevond de ‘as van het kwaad’ zich in het Midden-Oosten. Landen als Afghanistan en Irak zouden een schuilplaats bieden aan terroristen.
De Iraakse leider Saddam Hoessein zou massavernietigingswapens produceren en verborgen houden, beweerden Bush en zijn regering – beschuldigingen waar nooit bewijs voor gevonden is. Sommige leden van de Amerikaanse regering zeiden ook dat Hoessein banden had met Al-Qaida, een aantijging die de inlichtingendiensten later verwierpen, schrijft The New York Times.
Diane Abott, parlementslid voor Labour, beschrijft in een opiniestuk in The Guardianhoe het Verenigd Koninkrijk de oorlog in werd gerommeld. ‘Het was vanaf het begin duidelijk dat Tony Blair vastbesloten was de oorlog in te gaan, schouder aan schouder met George W. Bush. De relatie met de VS leek voor hem belangrijker dan de mening van zijn eigen partij, en deze leek ook belangrijker dan de vraag of de oorlog legaal was of niet’, schrijft Abott, die al sinds 1987 parlementariër is.
‘Bij aanvang aan het debat ontbrak het volledig aan bewijs dat Irak massavernietigingswapens bezat. Het hoofd van de VN-wapeninspectie, Hans Blix, zei dat hij en zijn teams tot nu toe geen “smoking gun” in Irak hadden gevonden’, aldus Abott. ‘Iedereen wist dat de stemming niet echt ging over het nut van de oorlog. In plaats daarvan werd het een stemming over of je Blair persoonlijk steunde of niet. Iedereen wist dat tegen de oorlog stemmen betekende dat je carrière voorbij was.’
Hoe heeft de invasie Irak veranderd?
‘Tijdens de herdenking in Irak van de door Amerika geleide invasie die dictator Saddam Hoessein twintig jaar geleden ten val bracht, waart een leger van geesten rond tussen de levenden. De doden en verminkten achtervolgen iedereen in dit land – zelfs degenen die het verleden achter zich willen laten’, schrijft Alissa J. Rubin in The New York Times. Zij verbleef twee weken in het land om met de inwoners te praten over de gevolgen van de oorlog.
Officieel duurde de oorlog acht jaar, waarbij op het hoogtepunt, in 2007, tot 170.000 Amerikaanse soldaten in het land aanwezig waren. Hoewel het einde van Operation Iraqi Freedom formeel werd afgekondigd in 2011, gingen de gevechten daarna nog door. Vandaag de dag zijn er nog 2500 Amerikaanse soldaten in het Arabische land; het Congres geeft nog steeds toestemming voor voortzetting van de oorlog.
De humanitaire ramp is desastreus: meer dan een half miljoen Iraakse doden – voor het overgrote deel burgers – en zeven miljoen ontheemden in Irak en Syrië, volgens het Costs of War-project van Brown University. De VS hebben bijna 4500 soldaten verloren en nog eens 30.000 raakten gewond, volgens cijfers van het Pentagon. Costs of War schat de economische kosten tot nu toe op ongeveer 1,8 biljoen dollar (1,7 biljoen euro), wat kan oplopen tot 2,9 biljoen dollar (2,71 biljoen euro) in 2050.
Volgens El País zijn er vele fouten gemaakt na de invasie. ‘De beslissingen om het leger van Saddam Hoessein (geëxecuteerd in december 2006) te ontbinden, waarmee honderdduizenden soldaten op straat kwamen te staan, om het bestuur te zuiveren van Ba’athistische (Saddams partij) functionarissen en om een kleinere troepenmacht te sturen dan nodig was om de doelstellingen te bereiken, leidden tot een toename van geweld, corruptie, sektarisme en economische problemen.’
Het wantrouwen jegens de soennieten, die de dictator hadden gesteund, en de bevordering van het sjiisme deden de invloed van Iran in het land toenemen. In Irak zijn momenteel verschillende sjiitische milities actief die voor een deel aangestuurd worden door Iran.
Ook nu nog bedreigt het sektarisme, waardoor in het land vooral sinds 2006 een bloedige burgeroorlog is uitgebroken, het politieke leven met een eeuwige impasse. Afgelopen oktober gaf het parlement groen licht voor de regering van premier Mohammed Shia al-Sudani, een jaar na de verkiezingen waarbij de sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr, een grote vijand van de Amerikaanse invasie, als winnaar uit de bus kwam. De verkiezingen werden uitgeschreven na de grote protesten van 2019, die grotendeels geleid werden door jongeren die zich verzetten tegen de systematische corruptie, werkloosheid en het gebrek aan kansen.
Deze sektarische verdeeldheid, die vooral opkwam na de Amerikaanse invasie, lag eerder ook aan de basis van de opkomst in Irak van extremistische groeperingen zoals Al-Qaida, aldus El País. Uiteindelijk zou dat de Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIS) worden, die zich vervolgens in delen van Irak en delen van Syrië vestigde. In 2014 zag president Barack Obama, drie jaar na de terugtrekking van de troepen die hij zelf in gang had gezet, zich daardoor gedwongen opnieuw Amerikaanse soldaten inzetten in het land. In 2015 gaf hij opdracht tot het inzetten van troepen in Syrië, waar nu nog zo’n negenhonderd soldaten verblijven.
Om een beeld te schetsen van hoe het land in twintig jaar is veranderd, sprak Alissa J. Rubin vijftig Irakezen. Uit haar bevindingen komt duidelijk naar voren dat de oorlog Irak ingrijpend heeft veranderd. ‘Het is een veel vrijere samenleving dan onder Hoessein en een van de meest democratische landen in het Midden-Oosten, met meerdere politieke partijen en een grotendeels vrije pers’, aldus Rubin
Toch komt uit de gesprekken ook een verontrustend beeld naar boven van een olierijk land dat economische voorspoed zou moeten kennen, maar ‘waar de meeste mensen zich niet veilig voelen en hun regering niet anders zien dan als een corruptiemachine’. Volgens de Irakezen die de Rubin spreekt is de kwaliteit van basisvoorzieningen, zoals toegang tot elektriciteit, slecht en liggen de lonen te laag om rond te komen. Volgens het Iraakse ministerie van Planning leeft ongeveer een kwart van de Irakezen op of onder de armoedegrens.
‘We wilden altijd van Saddam af,’ zegt een van de ondervraagden tegen Rubin. ‘We weten dat Irak rijk aan grondstoffen is, en we hoopten dat het beter zou worden. Maar we hebben niet gekregen waar we op hoopten.’
Welke gevolgen heeft de Irakoorlog gehad voor de mondiale verhoudingen?
De geloofwaardigheid van de VS in de wereld heeft een zware klap gekregen door de oorlog in Irak. Vooral in het Midden-Oosten hebben de VS aan morele statuur en invloed ingeboet. ’De bezetting heeft de mythe van de Amerikaanse militaire macht doorgeprikt en een eind gemaakt aan de reputatie van het land als de enige supermacht na de Koude Oorlog die in staat is de wereld (…) zijn wil op te leggen’, schrijft El País.
‘Het vacuüm dat de VS achterlieten werd opgevuld door Islamitische Staat, wat uiteindelijk leidde tot de crisis en de burgeroorlog in Syrië. We kregen de Arabische Lente, talloze opstanden en terroristische aanslagen. Door een oorlog zonder mandaat en de daaropvolgende acties, waaronder afschuwelijke martelingen en schendingen van de mensenrechten op locaties als de Abu Ghraib-gevangenis, heeft het Westen zijn morele kracht verloren en het is er niet in geslaagd die te herstellen’, schrijft The Irish Examinerin een hoofdredactioneel commentaar.
‘Vóór de invasie in Irak was de invloed van Rusland in het Midden-Oosten tanende, een positie die Vladimir Poetin op een gruwelijke manier heeft teruggewonnen. Dit heeft hem het vertrouwen gegeven om Oekraïne binnen te vallen en gesterkt in zijn nauwere allianties met China en Iran, gepersonifieerd door het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan Moskou. Het Kremlin verwijst bij kritiek op zijn eigen optreden al snel naar de Amerikaanse inval in Irak.’
‘De wereld is ontegenzeggelijk gevaarlijker geworden sinds de invasie van 2003’, concludeert de Ierse krant.
Al maanden worden meisjes vergiftigd in scholen door heel Iran
In Iran zijn meer dan honderd mensen gearresteerd die een rol zouden hebben gespeeld bij de massale vergiftigingen van schoolmeisjes de afgelopen maanden. Dat meldt het Iraanse staatspersbureau IRNA. Volgens de Iraanse autoriteiten wilden de daders angst zaaien ‘bij mensen en studenten’ en er zo ‘voor zorgen dat scholen zouden sluiten’. Ook zouden ze het regime in een kwaad daglicht willen stellen, aldus een verklaring van het Iraanse ministerie van Binnenlandse Zaken.
De gearresteerde verdachten komen uit verschillende delen van het land. De vergiftigingen in Iran zijn al maanden aan de gang: sinds november zouden er op vijftig tot ruim honderd scholen gevallen van vergiftiging zijn voorgekomen bij in totaal zeker 2400 schoolgaande meisjes. Zij werden opgenomen met ademhalingsklachten en duizeligheid, in veel gevallen omdat er via de luchtventilatie gassen werden verspreid.
De Iraanse ayatollah Khamenei heeft eerder zijn grootste afkeuring uitgesproken voor de misdaden en vindt dat de daders de doodstraf moeten krijgen. Critici van de regering denken echter dat de autoriteiten zelf achter de misdaden zitten, omdat veel meisjes en jonge vrouwen meededen aan de grootschalige antiregeringsprotesten van vorig jaar.
Rebel Rebel, de tentoonstelling van Soheila Sokhanvari, laat met iconen uit het vrije verleden zien wat Iraanse vrouwen sinds de machtsovername van Khomeini in 1979 is aangedaan. Een eerbetoon aan de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen leven opkomen voor hun vrijheid.
De Brits-Iraanse kunstenaar Soheila Sokhanvari kon niet vermoeden hoe actueel haar werk zou worden toen ze begon aan de portretten van Roohangiz Saminejad, de eerste Iraanse vrouwelijke hoofdrolspeelster in een geluidsfilm, en de iconische zangeres Googoosh (Faegheh Atashin). En ook niet dat het een serie zou worden van eenendertig portretten geschilderd in de traditie van de Perzische miniatuurschilderkunst. ‘Het is een meditatieve, diepgevoelde en doordachte poging om een verloren wereld van sterke en vrije Iraanse vrouwen te doen herleven,’ schrijft The Guardian over Sokhanvari’s tentoonstelling in het Londense Barbican Centre.
Onder aanvoering van Iraanse vrouwen groeide onlangs een landelijke opstand uit tot een maandenlange strijd tegen de repressie van het regime. De protesten begonnen na de dood van Mahsa Amini, een tweeëntwintigjarige Koerdische vrouw die door de zedenpolitie werd gearresteerd vanwege een te losjes gedragen hoofddoek, en zijn uitgegroeid tot de grootste uitdaging voor de Islamitische Republiek sinds de Groene Beweging in 2009. De eis om de val van het regime wordt beantwoord met hard ingrijpen en doodsangst zaaien.
De vrouwen van Soheila Sokhanvari zijn van vóór Ayatollah Khomeini de macht overnam en hun bewegingsvrijheid drastisch inperkte
De vrouwen van Soheila Sokhanvari zijn van vóór Ayatollah Khomeini de macht overnam en hun bewegingsvrijheid drastisch inperkte. Hun gezichten, afkomstig van oude foto’s, zijn in zwart-wit, maar Sokhanvari omringt hen met kleurrijke psychedelische patronen; de een heeft een vuurrode bloem in het haar en de ander poseert op een bank met achter zich behang uit de jaren zeventig en onder zich een antiek Perzisch tapijt. Wie deze vrouwen zijn, staat uitgebreid in de catalogus van de tentoonstelling.
Zari Khoshkam bijvoorbeeld, die met onbedekt lang haar in knielange rok en kniehoge laarzen op een jarenzeventigbank zit, kon na 1979 slechts doorgaan met acteren door berouw te tonen over haar verleden en haar naam te veranderen. Andere vrouwen op deze portretten emigreerden: Googoosh, die de minirok en een kort kapsel genaamd ‘Googooshy’ populair maakte, woont in LA en is op haar zeventigste nog steeds een ster. De zeer populaire filmster Forouzan had minder geluk toen ze zich beklaagde over de seksistische Filmfarsi-wereld van voor de Islamitische Revolutie. Ze was het beu om de aanwijzingen van regisseurs op te moeten volgen, zei ze eens in een interview. ‘Het moest altijd sexyer, wellustiger, rok iets meer omhoog, wat hitsiger en provocerender.’ In 1979 werd ze in de gevangenis gegooid, verloor al haar bezittingen en stierf in 2016 onbekend, tot zwijgen gebracht en vergeten.
Sokhanvari eert met Rebel Rebel de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen en andermans leven opkomen voor hun vrijheid
Sokhanvari eert met Rebel Rebel de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen en andermans leven opkomen voor hun vrijheid. Voor de gelegenheid is de tentoonstellingsruimte van vloer tot plafond beschilderd met geometrische patronen gebaseerd op traditioneel islamitische motieven. De soundtrack, met nummers van Iraanse zangers uit die tijd, werd gecomponeerd door Marios Aristopoulos.
Soheila Sokhanvari: Rebel Rebel, The Curve, Barbican Centre, Londen. Tot en met 26 februari 2023.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.