Tag: IS

  • 6. ‘Nachtmerrie veiligheidsdiensten is werkelijkheid geworden’

    6. ‘Nachtmerrie veiligheidsdiensten is werkelijkheid geworden’

    Gelijktijdige en op elkaar afgestemde aanslagen, dat is precies wat de Franse inlichtingendiensten al maandenlang vreesden, schrijft het Libanese dagblad L’Orient-Le Jour.

    Gelijktijdige aanslagen, een gijzel
neming door verschillende schutters en minstens één 
zelfmoordactie: dat is het nachtmerrie
scenario dat zich vrijdagavond in Parijs heeft voltrokken en dat al maandenlang door de terrorismebestrijders werd gevreesd.

    De afgelopen weken hebben experts herhaaldelijk gewaarschuwd dat er islamistische aanslagen van ongekende omvang in Frankrijk werden voorbereid die vrijwel onmogelijk konden worden verijdeld.

    ‘De thermometer stijgt. Ze wachten gewoon het juiste moment af om de gebeurtenis rechtstreeks door de media te laten verslaan zodat een maximum aan publiciteit is gegarandeerd,’ verklaarde een lid van de Franse terrorismebestrijding onlangs anoniem tegenover het Franse nieuwsagentschap AFP. ‘We vrezen aanslagen met kalasjnikovs, die lange tijd zullen duren.’

    Wat er vrijdagavond is gebeurd bij onder meer het Stade de France en Le Bataclan is precies wat de Franse terrorismebestrijders al maandenlang vreesden: een Parijse kopie, maar dan nog erger, van de aanslag door een goed bewapend islamistisch commando in het winkelcentrum Westgate in Nairobi, in september 2013, die 68 mensen het leven kostte tijdens een belegering van vier dagen, voor de lens van camera’s van over de hele wereld.

    ‘Op de dag dat je twee goede veteranen van de strijd in Syrië treft, heb je een probleem’

    ‘Als ze zich opsluiten in een warenhuis, is het een nachtmerrie om ze te vinden,’ had dezelfde leidinggevende eraan toegevoegd. ‘Je moet eerst weten hoeveel schutters er zijn, ze daarna zien te 
vinden en ze neutraliseren, en dat 
kost uren. Op de dag dat je twee goede veteranen van de strijd in Syrië treft, heb je een probleem.’

    Sinds begin dit jaar hebben alleen geluk en de onhandigheid van de mannen die een aanslag wilden plegen, zoals die op een Thalys en een kerk in Villejuif, een bloedbad kunnen voorkomen. Maar nu er tientallen steeds gehardere jihadistische strijders zijn teruggekeerd, zo’n groot aantal dat het onmogelijk is ze allemaal in het oog te houden, zijn de risico’s van een aanslag van ongekende omvang onophoudelijk toegenomen.

    Leden van de Forensische Opsporing verzamelen bewijsmateriaal bij café Comptoir Voltaire. – © SIPA / HH
    Leden van de Forensische Opsporing verzamelen bewijsmateriaal bij café Comptoir Voltaire. – © SIPA / HH

    ‘Het gevaar komt van een aanzienlijke groep jongemannen die gehard zijn in de strijd, misschien in Syrië, misschien in Libië, misschien in Jemen, en die ter plaatse (in Frankrijk) wapens vinden en tot actie overgaan,’ zo verklaarde Yves Trotignon, tot voor kort verbonden aan de antiterrorismeafdeling van Franse buitenlandse inlichtingendienst DGSE, onlangs tegenover AFP. 
Hij voegde eraan toe: ‘Jongens die vastbesloten zijn en bereid om te sterven, die hun doelwit hebben bestudeerd en operationeel gezien hun mannetje staan, kunnen veel kwaad aanrichten. Het aantal veteranen van de jihad neemt met de dag toe. De veiligheidsdiensten, je kunt er niet omheen, worden erdoor overspoeld.’

    Na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher afgelopen januari hebben de antiterrorismedienst, de inlichtingendiensten, de politie en de veiligheidsdiensten zich voorbereid op een eventuele gelijktijdige aanslag, zoals die zich in de nacht van vrijdag op zaterdag heeft voltrokken. Ze hebben geoefend op hoe ze moeten reageren, zich moeten mobiliseren en moeten samenwerken als zo’n aanslag werkelijkheid wordt.

    De aanslagen in Mumbai in november 2008, waarbij tien aanslagplegers tegelijkertijd vijf verschillende doelen aanvielen en 173 mensen doodden, waren door alle antiterrorismediensten op de wereld bestudeerd. Maar alle verantwoordelijken verklaarden desgevraagd dat het onvermijdelijk was dat de aanslagplegers methodes zouden kunnen gebruiken die ze niet hadden voorzien.

    Auteur: Michel Moutot
    Vertaler: Peter Bergsma

    Michel Moutot is journalist voor l’Agence France-Presse (AFP). Hij verbleef in die functie achtereenvolgens in Lyon, Beiroet, Bosnië, Kenia, Albanië en Servië en New York. Hij won prijzen voor zijn verslagen over de Kosovo-oorlog en de aanslagen in New York. In 2015 verscheen zijn eerste roman, Ciel d’acier: ces indiens qui ont construit l’Amérique, waarmee hij een debutantenprijs won.

    L’Orient-Le Jour
    Libanon, dagblad, oplage onbekend
    In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Behartigt de preoccupaties van de Libanese christenen.

  • 5. Mumbai was blauwdruk voor Parijs

    5. Mumbai was blauwdruk voor Parijs

    In 2008 werd de Indiase stad Mumbai getroffen door soortgelijke aanslagen als in Parijs, met 166 doden als gevolg. Het is de hoogste tijd dat regeringen en veiligheidsdiensten gaan samenwerken om dit soort terrorisme te bestrijden.

    Bijna drie weken geleden klaagde een hoge functionaris van de Indiase inlichtingendienst over het mislukken van een initiatief dat de Indiase potentie tot contraterrorisme aanzienlijk had kunnen verhogen.

    Bezorgd om het gebrek aan samenwerking tussen de veiligheidsdiensten, kwamen twee sleutelfiguren uit de 
top van de inlichtingendiensten, Asif Ibrahim van het Intelligence Bureau en Alok Joshi van de Research and 
Analysis Wing, in de zomer van 2014 bij elkaar om een stoutmoedig plan op te stellen ten einde zaken die speelden tussen beide bureaus op te lossen. 
Hun plan was eenvoudig van opzet, maar beiden waren zich bewust van 
de moeilijkheid om het ook echt te implementeren.

    ‘Het plan was om professionals bij elkaar te brengen die te maken hebben met contraterrorisme, en vervolgens als één team samen te werken,’ liet de functionaris mij weten. ‘Beide chefs hadden gehoopt dat met een gezamenlijk optreden de informatiestromen sneller op gang zouden komen zodat de tegenmaat‑regelen effectiever zouden zijn dan op dit moment het geval is.’

    Maar zoals het met de meeste goede ideeën gaat, was de weerstand zo groot dat zelfs de twee kopstukken uit de wereld van de inlichtingendiensten het plan niet wisten te realiseren. Beiden namen ontslag, en het voorstel verdween in de torenhoge stapels dossiers van de ministeries van North en South Block.

    Het tegengaan van terroristische aanslagen zal moeten beginnen bij de vooronderstelling dat ze onmogelijk voorkomen kunnen worden

    Met de aanslagen in Parijs afgelopen vrijdag, werd het opnieuw duidelijk 
dat het terrorisme vandaag de dag een soort wereldwijde coalitie is. Helaas is het antwoord op het wereldwijde terrorisme allesbehalve eenduidig. Zoals India heeft aangetoond, is het een hele uitdaging om de twee belangrijkste veiligheidsinstanties tot een vorm 
van samenwerking te brengen, en de politieke wil om radicale veranderingen door te voeren blijft hopeloos klein. Elke stap die werd beschouwd als een tegenmaatregel in India’s strijd tegen het terrorisme na de aanslagen door 
de terroristen van Lashkar-e-Taiba (LeT) in november 2008 in Mumbai, is door de omvangrijke bureaucratie van India 
in de ijskast verdwenen.

    De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel van de voorgestelde maatregelen gebreken vertoonden. Het geplande Nationale Centrum voor Contraterror‑isme had uiteindelijk fataal kunnen zijn voor India’s federale principes, 
terwijl de plannen die de National Intelligence Grid had om de databanken van de belangrijkste Indiase veiligheidsdiensten aan elkaar koppelen, niet voorzagen in de vereiste veiligheidsgarantie. Maar die maatregelen hadden uitgebreid besproken moeten worden, de verschillen van inzicht erover bijgelegd, en vervolgens zonder verder uitstel geïmplementeerd moeten worden.

    Indiase Moslims in Mumbai verbranden een poster van IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi in reactie op de aanslagen in Parijs. – © Rafiq Maqboo / AP
    Indiase Moslims in Mumbai verbranden een poster van IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi in reactie op de aanslagen in Parijs. – © Rafiq Maqboo / AP

    Dit is ironisch. De aanslagen in Mumbai door de moslimorganisatie Lashkar-e-Taiba vormen nu de blauwdruk voor wereldwijde terroristische aanslagen, zoals de recente tragedie in Parijs aantoont. Terwijl een 9/11 spectaculair is wat betreft planning en uitvoering, is het ook veel moeilijker te realiseren in deze tijd van toegenomen toezicht en bewaking. Maar een aanslag à la Mumbai is veel makkelijker te plannen en uit te voeren, en met als resultaat nog meer dodelijke slachtoffers. Het verkrijgen en binnensmokkelen van kleine wapens, het motiveren en vervolgens naar kwetsbare openbare gelegenheden sturen van zelfmoordterroristen, is de ergste nachtmerrie voor veiligheidsfunctionarissen, en die nachtmerrie 
is nu werkelijkheid geworden.

    Het tegengaan van terroristische aanslagen zal moeten beginnen bij de vooronderstelling dat ze onmogelijk voorkomen kunnen worden. Dergelijke aanslagen zullen plaats blijven vinden en zullen het kenmerk blijven van het terrorisme in de toekomst. Wat veiligheidsfunctionarissen kunnen doen is beginnen met het smeden van plannen voor tegenmaatregelen om het aantal van dergelijke aanslagen te verminderen, de veerkracht en veiligheid van openbare gelegenheden te verbeteren, het reactievermogen van contraterroristische eenheden te versnellen, worstcase‑scenario’s te bedenken en uit te werken, een doelgerichte inlichtingendienst op te zetten die opereert ver van het krachtenveld van de grootschalige bewaking, en werk te maken van het opsporen en wegnemen van de onderliggende oorzaken die tot terrorisme kunnen leiden.

    Niets van dit alles zal eenvoudig zijn. Al meer dan twintig jaar dringt India zonder veel succes aan op een Conventie van de Verenigde Naties over terrorisme, omdat velen het wereldwijd oneens zijn over wat ‘terrorisme’ precies is. Zolang er geen overeenstemming is over hoe terrorisme gedefinieerd moet worden, hoe kunnen er dan wereldwijde protocollen worden geschreven over het bestrijden van terrorisme? India kreeg ook te maken met tegenstand van wereldmachten als de VS toen het in het begin van de jaren negentig aandacht vroeg voor het door Pakistan gesponsorde terrorisme. Na de bomaanslagen van 1993 in Mumbai stelden Indiase inlichtingendiensten heel accuraat de verbanden vast tussen de wapenaankopen door het Pakistaanse leger en de munitie die werd gebruikt in Mumbai. Toen die bewijzen werden voorgelegd aan de VS, hielpen die het bewijsmateriaal ‘kwijt te raken’, en zodoende werd een mogelijke strafzaak tegen Pakistan succesvol de nek omgedraaid. Dat soort dubbele standaarden hebben de wereldwijde zaak tegen het terrorisme zelden of nooit goed gedaan.

    Nieuwe doctrines

    Terrorisme is ook een kwestie van leren en ervaring opdoen van nieuwe doctrines. Het VN Bureau voor Drugs- en Misdaadbestrijding gaf opdracht voor een onderzoek naar de vraag hoe terroristen gebruikmaken van online community’s om hun doelen te 
bereiken.

    Een citaat: ‘De snelheid, het wereldwijde bereik en de relatieve anonimiteit waarmee terroristen gebruik kunnen maken van het internet om hun zaak te bepleiten of terroristische aanslagen mogelijk te maken, maakt, (…) een alerte en effectieve internationale samenwerking tussen ordehandhaving en inlichtingendiensten tot een steeds crucialere factor in een succesvol onderzoek.’ Maar de afwezigheid van een universeel instrument om cyberkwesties aan te pakken voorkomt dat regeringen onderling samenwerken in de strijd tegen terroristische netwerken die online hun boodschap verspreiden. Zaken als jurisdictie, uitzetting en vervolging vormen de voornaamste onderlinge verschillen, waardoor regeringen het nog steeds niet eens kunnen worden over het vinden van gemeenschappelijke methoden om het internationale terrorisme te bestrijden.

    Zoals onderzoek heeft aangetoond, 
is de Islamitische Staat een meester in het gebruik van socialemedianetwerken voor financiering en rekrutering, waardoor hun terrorisme kan blijven groeien. Zoals onderzoekers onlangs ontdekten zijn de meeste van die sociale medianetwerken van IS vooral actief in Europa, en minder in het Midden-Oosten.

    Het is duidelijk dat de aanslagen in Parijs niet de laatste zullen zijn. 
Landen als India worden al als voornaamste doelwit aangemerkt door internationale terreurorganisaties als Al-Qaida en IS. Alleen maar toegeven dat er een dreiging bestaat is niet voldoende. Er is een gezamenlijke reactie nodig, zowel intern als op internationaal vlak. Tenzij naties het erover eens worden hoe ze gezamenlijk de gesel van het terrorisme kunnen bestrijden, zullen ze gedoemd zijn voor altijd de rol te spelen van het slachtoffer van terrorisme.

    Saikat Datta is journalist, auteur van een boek over India’s Speciale Eenheden en gastonderzoeker voor de Observer Research Foundation. Hij houdt zich ook bezig met zaken als contraterrorisme, inlichtingenkwesties en cyberbeveiliging.

    Auteur: Saikat Datta
    Vertaler: Peter Bergsma

    Saikat Datta is journalist, auteur van een boek over India’s Speciale Eenheden en gastonderzoeker voor de Observer Research Foundation. Hij houdt zich ook bezig met zaken als contraterrorisme, inlichtingenkwesties en cyberbeveiliging.

    Scroll.in
    India, scroll.in
    Website die is opgericht in 2013 door een team van prijswinnende journalisten. Het biedt een onafhankelijk nieuwsoverzicht en kritische analyse van de belangrijkste politieke en culturele verhalen die vormgevend zijn voor hedendaags India.

  • 4. Waarom le Bataclan?

    4. Waarom le Bataclan?

    In de Franse media wordt druk gespeculeerd over de vraag waarom bij de aanslagen van vrijdag-de-dertiende de ‘rocktempel’ Le Bataclan aan de boulevard Voltaire een van de doelwitten was. Een bevredigend antwoord wordt niet gegeven.

    De zaal werd een jaar of tien geleden een enkele maal afgehuurd door joodse organisaties in Parijs voor het geven van benefietvoorstellingen ten bate van de goede doelen van de Magav, de Israëlische grenspolitie. Le Bataclan heeft wel eens een joodse eigenaar gehad. De Eagles of Death Metal, de Amerikaanse band die er vrijdagavond optrad, heeft niet lang geleden ook in Israël een concert gegeven. Maar het blijft gissen. Het meest voor de hand liggend: er waren veel mensen bijeen in een kleine ruimte en het was een relatief gemakkelijk doelwit zonder al te veel bewaking.

    Le Bataclan – oorspronkelijk Ba-Ta-Clan, naar een destijds populaire operette van Jacques Offenbach uit 1855 – heeft een lang en wisselvallig verleden. De zaal werd in 1865 gebouwd als café-concert naar een ontwerp van een architect, Charles Duval, die ook al niet een onuitwisbaar stempel op Parijs heeft gedrukt. Het was de tijd van de ‘chinoiseries’: het dak kreeg de vorm van een pagode. Beneden was het café met biljartzalen, boven de danszaal. Tijdens de belegering van Parijs door de Duitsers in 1870 en de daaropvolgende opstand van de Commune deed het café dienst als veldhospitaal.

    Er traden in later tijden veel revuemeisjes op en beroemdheden als Aristide Bruant, Maurice Chevalier (die er zijn debuut maakte), en ook Buffalo Bill kwam 
er met zijn Wild West-show.

    42 79231420

    In 1926 werd het café-concert voor het eerst ingrijpend verbouwd: Le Bataclan werd een bioscoop en bleef dat tot 1969. Daarna werd het gebouw jarenlang als opslagruimte gebruikt. In 1983 begon het aan een tweede leven als concertzaal voor rockbands van allerhande pluimage. Opnieuw werd er binnen een ingrijpende verbouwing uitgevoerd, en de voorgevel herkreeg de oorspronkelijke beschildering in rood en geel.

    In september van dit jaar werd Le Bataclan overgenomen door de Groupe Lagardère Entertainment, waarvan onder meer ook het vrouwentijdschrift Elle, de uitgeverij Grasset en het radiostation Europe 1 deel uitmaken. 


    Auteur: Patrick Straumann
    Vertaler: Peter Bergsma

    Neue Zürcher Zeitung
    Zwitserland, dagblad, oplage 155.000
    Een van de oudste kranten ter wereld. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

  • 3. ‘Frankrijk kan   rekenen op zijn voorsteden’

    3. ‘Frankrijk kan rekenen op zijn voorsteden’

    In een café vlak bij het Stade de France in Saint-Denis zijn de stamgasten woedend op de terroristen. ‘Men zal zich tegen de moslims keren.’

    Sommigen lezen de krant aan de bar, zwijgend. Anderen, op het trottoir, vertellen, praten met elkaar, discussiëren. Op deze zaterdagochtend is café La Royale, op een steenworp van het Stade de France in Saint-Denis, in rumoerige rouw gedompeld. Hier heeft bijna iedereen vrijdagavond de ontploffingen gehoord die door de drie zelfmoordenaars werden veroorzaakt. Al heel gauw verspreidde de angst zich door de wijk: ‘Mijn neef en mijn schoonzus waren in het stadion, maar we konden ze niet bereiken. Mijn moeder moest bijna overgeven,’ vertelt Hassen (45). Otman was aan het werk in een van de pizzeria’s voor het sportcomplex: ‘Het eerste wat ik heb gedaan was mijn familie bellen om te zeggen dat ze moesten maken dat ze weg‑kwamen of naar huis moesten gaan. Het is afgelopen, we zijn niet veilig meer.’ ‘Wat er is gebeurd heeft ons tot in het diepst van onze ziel geraakt,’ voegt Aziz, een vijftiger van Tunesische afkomst, eraan toe.

    Tarek (33) heeft twee verschillende avonden meegemaakt. De ene was ‘goed, want we hebben Duitsland verslagen met voetbal’. De andere was ‘walgelijk’. Hij fluistert dat het ‘erger’ was dan de aanslagen van januari 2015. Allereerst vanwege het aantal doden: ‘Dat is onvoorstelbaar.’ Hij voegt eraan toe: ‘En ten tweede kenden we geen zelfmoord
aanslagen in Frankrijk. We waren er niet op voorbereid.’ Hij heeft die nacht geen oog dichtgedaan. ‘Hoe kun je na zoiets slapen? Ze hebben ons aangevallen in onze eigen wijk. Zoiets als vrijdag
avond heb ik nog nooit gezien. Er was enorm veel politie op de been, maar als je naar hun gezichten keek, zag je dat ze allemaal geschokt waren,’ zegt Tarek, die ‘in het verzet’ is gegaan. ‘Frankrijk is in oorlog, het kan rekenen op zijn voorsteden.’

    Alles op één hoop

    Hassen, die persabonnementen verkoopt, benadrukt: ‘We stonden achter Charlie Hebdo en de vrijheid van meningsuiting. Maar nu hebben ze heel Frankrijk getroffen, om het even wie.’ Je merkt dat de mensen radeloos zijn. ‘Hoe kun je jezelf opblazen vanwege ideeën, in naam van een godsdienst?’ vraagt Hassen. ‘De wereld is tot stilstand gekomen. Het is volkomen geschift.’ Janel, van oorsprong Algerijns, verzucht: ‘De islam verbiedt bloedvergieten en zelfmoord. Hoe kun je zover komen?’ Zijn familie heeft in de jaren negentig het terrorisme van de FIS, een islamitisch-fundamentalistische Algerijnse groepering, meegemaakt: ‘De avondklok, de noodtoestand. Juist daarom zijn we naar Frankrijk gevlucht.’

    Tarek begrijpt het niet: ‘Ik ben een Franse moslim. Hier kan ik bidden, ramadan vieren. Als je er extreme ideeën op nahoudt, moet je hier niet willen blijven.’ De identiteit van de plegers van de aanslagen, waarvoor de verantwoordelijkheid is opgeëist door IS, baart hun zorgen: ‘Dit zal zich ongetwijfeld tegen de moslims, tegen de mensen uit de voorsteden keren,’ vreest Hassen. 
De term ‘alles op één hoop gooien’ keert telkens terug, vooral met het oog op de naderende verkiezingen. ‘Er zal vooral met een schuin oog naar één deel van de Franse bevolking worden gekeken, en dat is eerlijk gezegd wel te begrijpen,’ laat Tarek zich ontvallen. Om er even later op terug te komen: ‘We moeten de eenheid bewaren. We moeten ons geen angst laten aanjagen door de terroristen. Je kunt je niet gewonnen geven in je eigen wijk. Het zal tijd kosten om erbovenop te komen, maar we moeten ze laten zien dat ze ons met hun aanslagen alleen maar sterker maken.’ Hij hoopt ook dat de media niet in een ‘stigmatiseringsspiraal’ zullen vervallen en dat François Hollande ‘het volk kracht zal weten te geven om zich te verenigen’.

    ‘Toen ik Hollande vrijdagavond op tv zag, leek hij in paniek. Hij heeft me niet gerustgesteld’

    Deze oproep tot ‘nationale eenheid’ wordt door alle klanten gesteund. 
‘De politici moeten ophouden met 
kibbelen,’ zegt Jamel, ‘anders wordt 
het van kwaad tot erger.’ Hij maakt zich zorgen over de komende regionale verkiezingen: ‘Wie profiteert er van deze misdaden? Het Front National…’ Soms vallen er harde woorden: ‘Als ik een van die terroristen te pakken krijg, knevel ik hem en gooi hem in het zoutzuur.’ Een andere jongen: ‘We zullen onze wijk met hand en tand verdedigen!’

    Volgens Jamel heeft Frankrijk (een ‘grootse natie’) een echte leider nodig, ‘iemand als De Gaulle of Chirac. Toen ik Hollande vrijdagavond op tv zag, leek hij in paniek. Hij heeft me niet gerustgesteld.’ Hij roept op tot meer grenscontroles: ‘Tussen de migranten die momenteel naar Frankrijk komen zitten misschien wel terroristen.’ Hij wil dat mensen die van plannen voor een aanslag worden verdacht ‘het land worden uitgezet’. En als het Fransen zijn? ‘Dan moet je ze hun nationaliteit ontnemen!’ Hassen benadrukt: ‘Je moet de goeden van de kwaden scheiden!’ Met luide stem vraagt hij zich af, verwijzend naar Syrië, Egypte en Libië, ‘of een goede dictator niet beter zou zijn om het terrorisme te bestrijden.’ Tarek gaat nog verder: ‘Als je twijfels over iemand hebt, moet je niet aarzelen. Dan stop je hem in de gevangenis.’

    Auteur: Sylvain Mouillard
    Vertaler: Peter Bergsma

    Libération
    Frankrijk, dagblad, oplage 151.000
    In 1973 opgericht door o.a. Jean-Paul Sartre. De krant hoort inmiddels bij de grote, serieuze Franse dagbladen. Nieuwsgierig en brutaal.

  • Extra dossier: Parijs 13/11

    Extra dossier: Parijs 13/11

    De bloedige aanslagen in Parijs stelden de afgelopen week al het andere Europese nieuws in de schaduw. In plaats van onze gebruikelijke pagina’s, presenteert 360 u daarom een overzicht van reacties uit de internationale pers.

    1. Afschuw en koelbloedigheid

    2. Vanavond zal mijn gezin niets overkomen. Maar daarna?

    3. ‘Frankrijk kan rekenen op zijn voorsteden’

    4. Waarom le Bataclan?

    5. Mumbai was blauwdruk voor Parijs

    6. ‘Nachtmerrie veiligheidsdiensten is werkelijkheid geworden’

    7. Nederlaag van de beschaving

    8. Het fanatisme dat de islam vernietigt

    Bekijk hier een In Memoriam van de 129 slachtoffers die bij de aanslagen hun leven verloren, uit de Franse krant Libération.

  • ‘Draai de geldkraan voor IS dicht’

    ‘Draai de geldkraan voor IS dicht’

    Ook de Franse ex-premier Dominique de Villepin maakt zich zorgen over de opmars van terreurbeweging IS in Irak. Als we niet oppassen wordt de hele regio gedestabiliseerd, waarschuwt hij in Le Monde. Slechts een gezamenlijke inspanning van het Westen én regionale partijen kan een uitweg bieden.

    Het lijkt erop dat er iedere dag een nog erger bloedbad dreigt dan de dag ervoor. Honderdduizenden christenen in het Midden-Oosten, die van oudsher banden hebben met Frankrijk, worden met de dood bedreigd en slaan onder erbarmelijke omstandigheden op de vlucht. Vrouwen, kinderen en ouden van dagen komen in de Iraakse woestijn om van de dorst, enkel en alleen omdat ze christen of yezidi zijn. Al elf jaar gaat in Irak de religieuze verscheidenheid teloor die gedurende duizenden jaren een van de rijkdommen van het land uitmaakte. Frankrijk heeft de plicht om zijn stem te verheffen en in actie te komen, omdat het nog altijd instaat voor de mensenrechten, omdat het ertoe verplicht is op grond van zijn eigen pijnlijke geschiedenis.

    Ik heb het afgelopen maand al gezegd, tijdens de bliksemsnelle opmars van de Islamitische Staat in Irak en de Levant [ISIS, inmiddels IS]: het gif van de identiteit tast, zoals de ergste gifsoorten, het gehele organisme in minder dan geen tijd aan. Als we deze bedreiging willen tegengaan, moeten we proberen haar te begrijpen en gezamenlijk te bestrijden, op methodische wijze.

    Het is absoluut geen onheugelijke clash van beschavingen, tussen de islam en het christendom, het is niet de tiende kruistocht. Het is evenmin de zoveelste strijd tussen de beschaving en de barbarij, want het is te gemakkelijk om ervan uit te gaan dat je bij voorbaat het gelijk aan je zijde hebt. Nee, het betreft een ingrijpende en complexe historische gebeurtenis, die verband houdt met nationale onafhankelijkheid, mondialisering en de Arabische Lente.

    Het Midden-Oosten maakt een moderniseringscrisis door die een existentieel karakter heeft en die de sociale en politieke krachtsverhoudingen zodanig verandert dat alle oude scheidslijnen weer tevoorschijn komen. De grenzen uit het tijdperk Sykes-Picot worden weggevaagd. De politieke modellen uit de postkoloniale tijd en de Koude Oorlog zijn verouderd. De sjiieten en de soennieten staan tegenover elkaar en de minderheden vallen ten prooi aan zuiveringen. Om kort te gaan, het islamisme verhoudt zich tot de islam zoals het fascisme zich verhield tot de idee van de natiestaat in Europa, een monsterlijke dubbelganger die niet gecontroleerd kan worden, een kruising van archaïsme en moderniteit. Archaïsche en middeleeuwse denkbeelden, ultramoderne communicatie- en propagandatechnologieën.

    Het is onze taak het Midden-Oosten te helpen kiezen voor het leven en tegen de dood

    Het zal een generatie duren voordat het Midden-Oosten is aanbeland in zijn eigen gekalmeerde moderniteit, maar voor het zover is wordt het bedreigd door de nihilistische verzoeking, door de zelfmoord van zijn beschaving. We staan aan de vooravond van een beslissend moment waarop de regio naar een van beide kanten zal overhellen. Het is onze taak om het Midden-Oosten zo goed mogelijk te helpen om te kiezen voor het leven en tegen de dood.

    rtr2v6so

    De eerste politieke uitdaging, zoals altijd, is de eenheid en het recht die de internationale gemeenschap moeten vertegenwoordigen. Geweld is slechts een laatste redmiddel om het ergste te voorkomen. Het moet gericht zijn. En laten we ons er wel van bewust zijn dat de jihadisten niets liever willen dan geweld om hun strijd een heldhaftig karakter te geven en de geesten te radicaliseren tegen het Westen, dat altijd verdacht kan worden van kruistochten of kolonialisme.

    De tweede uitdaging zijn niet zozeer de fanatieke groepjes als wel de massa’s die ze meekrijgen en die ze kunnen mobiliseren, zowel uit angst voor een groter gevaar – zoals het geval is bij sommige stamhoofden en plaatselijke soennitische machthebbers – als uit haat. Er moet methodisch te werk gegaan worden om de afzonderlijke aspecten van elkaar te scheiden die tezamen hebben geleid tot de huidige ingewikkelde politieke situatie op soennitisch grondgebied. Wat heeft de regering-al-Maliki voor elkaar gekregen? Niets. Er moet een inclusieve regering komen waarin alle vreedzame groeperingen van de Iraakse samenleving zitting hebben. Er moet een beleidsprogramma komen om ervoor te zorgen dat al deze groeperingen vertegenwoordigd zijn in het leger en in de administratie, om de vicieuze cirkel van frustratie en haat te doorbreken.

    De toekomst van het Midden-Oosten voor de komende decennia wordt nu bepaald

    De belangrijkste uitdaging is – en we moeten de moed hebben om het hardop te zeggen – de financiering van de Islamitische Staat. Deze beschikt over steeds aanzienlijker financiële middelen, door de bevolking af te persen, goudreserves in te pikken of zich olievelden toe te eigenen. Die toevoer moet worden afgesloten. Maar ook de geldkraan van geldschieters moet worden dichtgedraaid, zonder welke de Islamitische Staat nergens is.

    In een ernstig verdeeld Midden-Oosten zijn er altijd behoudzuchtige krachten, individuen of circuits, die soms geworteld zijn in de samenleving, soms in overheidskringen, die destructief opereren uit angst om de macht te verliezen maar soms ook uit vrees voor vernieuwende en democratische ideeën. Het moet Saoedi-Arabië en conservatieve monarchieën duidelijk worden gemaakt dat ze deze destructieve koers moeten loslaten, want hun dynastieën zullen de eerste slachtoffers zijn van een Jihadistan dat zich uitbreidt over het Arabisch schiereiland; er is daar immers geen enkel alternatief, afgezien van de huidige traditionele machten. Of het nu is uit geopolitieke rivaliteit of uit politieke overtuiging, deze landen moeten ophouden het vuur in het Midden-Oosten op te stoken. Frankrijk kan zijn steunpunten in de regio aanspreken, en met name druk uitoefenen op Qatar.

    De derde politieke uitdaging is dubbel spel te vermijden van staten die in hun destructieve beleid nog altijd denken dat ze er op een of andere manier garen bij zullen spinnen. Turkije moet zijn standpunten in de regio verduidelijken en een evenwichtig Irak steunen met een stabiele Koerdische component, door uit alle macht de netwerken van de Islamitische Staat te bestrijden die het Turkse grondgebied gebruiken als uitvalsbasis. Geen enkel natiestaat in de regio volgt nu de duidelijke, heldere en noodzakelijke politieke koers die nodig is, noch Iran, noch Egypte. Het is hoog tijd, gezien het gevaar dat al deze landen worden weggevaagd, dat zij al hun kortzichtige plannetjes laten varen.

    Het moment voor een constructieve regionale inspanning is aangebroken. We moeten ons goed realiseren dat het Midden-Oosten van de komende decennia nu wordt bepaald. Er is een langetermijnstrategie en -beleid nodig waarbij alle actoren in de regio worden betrokken. Het onderhandelingsproces over de nucleaire proliferatie van Iran is doorslaggevend voor de positie van een genormaliseerd Iran in de regio. De enige oplossing is nu een regionale conferentie waardoor er vooruitgang geboekt kan worden in de grote strategische, economische en politieke dossiers, van de oliewinning tot de verdeling van de watervoorraden.

    Frankrijk heeft gelijk dat het onder aanvoering van François Hollande in actie wil komen. Het heeft gelijk dat het de weg van de Verenigde Naties bewandelt. Maar er moet wel duidelijk worden aangegeven wat Frankrijks koers, middelen én beperkingen zijn.

    Auteur: Dominique de Villepin
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Le Monde
    Frankrijk, dagblad, oplage 345.000
    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan z’n onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

    Dominique de Villepin (1953) is een Frans politicus en diplomaat. Hij was minister van Buitenlandse Zaken en premier tijdens de regering van Jacques Chirac. Na diens aftreden deed hij in 2012 een mislukte gooi naar het presidentschap. Naast zijn politieke carrière schreef De Villepin poëzie, politieke en historische essays en een boek over Napoleon.