Tag: Japan

  • ‘De weergaloze Naomi Osaka’, van tenniswonder tot eerste zwarte mangaheldin

    ‘De weergaloze Naomi Osaka’, van tenniswonder tot eerste zwarte mangaheldin

    Als drievoudig Grand Slam-winnares en de best betaalde vrouwelijke sporter ter wereld is tennisster Naomi Osaka over de hele wereld populair. In Japan prijkt haar beeltenis niet alleen op T-shirts en sleutelhangers, maar nu ook op de pagina’s van manga, oftewel strips. Niet eerder was een zwart personage hierin een held.

    Twee eerdere pogingen om Osaka, die van gemengde afkomst is, als strippersonage te gebruiken, in een Australische krant en in een Japanse advertentie, sloegen de plank mis: ze werd erin afgebeeld met een witte huid en lichtgekleurd haar. Maar in december 2020 bracht het Japanse tijdschrift Nakayoshi voor het eerst ‘De weergaloze NAOMI Tenkaichi’, met Osaka als heldin (tenkaichi betekent ‘de beste op aarde’).

    Screen Shot 2019 01 25 at 3 1

    In deze strip wordt ze wél correct afgebeeld, voor een deel dankzij het feit dat het project tot stand kwam onder toeziend oog van haar zus Mari. Het tenniswonder, dat in december de Associated Press-prijs voor beste vrouwelijke sporter van het jaar kreeg, heeft nu een plaats in het uitgebreide mangapantheon van sterke vrouwelijke personages en een klein maar groeiend gezelschap zwarte personages.

    Het is een bekend gegeven dat etnische verschillen in de Japanse samenleving worden uitgewist of weggestopt

    Dat is een teken van vooruitgang in een genre waarin tot nu toe weinig correcte weergaven van raciale diversiteit te vinden waren. Het is een bekend gegeven dat etnische verschillen in de Japanse samenleving worden uitgewist of weggestopt. Maar volgens deskundigen verandert dat geleidelijk aan en krijgt manga een nieuw uiterlijk.

    ‘Meer mangaka (mangamakers) doen hun best om zwarte personages beter en met meer respect af te beelden,’ zegt LaNeysha Campbell, een mangarecensent die voor popcultuurwebsite ‘But Why Tho?’ schrijft. ‘Een goed voorbeeld is Aran Ojiro, een van de personages in Haikyū!! Zijn gezicht en huidtint worden afgebeeld met respect voor zwarte trekken.’

    Voor schrijver en The Japan Times-columnist Baye McNeil was het eerdere debacle met Osaka’s stripbeeld een katalysator voor verandering. ‘Er ontstaat meer bewustzijn in verschillende Japanse media en daardoor gaan sommige kunstenaars duidelijk zorgvuldiger te werk wanneer ze niet-Japanse personages gebruiken. Niemand wil opeens allerlei negatieve aandacht uit de hele wereld op zich gericht krijgen. Het is treurig, maar soms is zo’n incident nodig om mensen de ogen te openen.’

    Sommige mangapersonages tonen de liefde van de kunstenaar voor zwarte cultuur

    In het verleden hebben makers van manga en van de filmtegenhanger daarvan, anime, maar al te vaak stereotypes gebruikt om zwarte mensen af te beelden. ‘In veel klassieke manga uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werden zwarte mensen getekend met grote lippen en voorgesteld als intimiderende, vaak domme personages,’ zegt mangaliefhebber Diamond Cheffin. ‘Zelfs in het eerste decennium van deze eeuw kom je nog die zwarte karikaturen tegen.’

    Volgens McNeil komt de houding van veel manga-artiesten tegenover zwarte personages voort uit gewoonte: ‘Veel mangaka zijn gewend om zwarte mensen op een bepaalde manier neer te zetten. En al kloppen die personages niet, ik geloof niet dat ze per se beledigend bedoeld zijn. Het is ook zo dat die strips niet voor een niet-Japans publiek bedoeld zijn.’ 

    Een reden waarom veel Japanse mangakunstenaars zwarte mensen voorheen op een weinig vleiende manier portretteerden, is volgens Campbell dat ze altijd door de lens van witte Amerikaanse media naar zwarte cultuur hebben gekeken: ‘Het kan best zijn dat de eerste indrukken die het Japanse publiek van zwarte mensen kreeg, gevormd zijn door deze racistische en stereotiepe beelden. Die afbeeldingen stammen inmiddels van ruim zeventig jaar geleden, maar ze dragen nog steeds bij aan de negatieve houding tegenover zwarte mensen en de beledigende en problematische manier waarop die in manga worden neergezet.’

    Sommige mangapersonages tonen de liefde van de kunstenaar voor zwarte cultuur. Veel Japanse makers zijn met Amerikaanse strips, muziek en films opgegroeid en nemen die iconen bij wijze van eerbetoon in hun eigen werk op. Maar dat kan nog steeds tot verkeerde typeringen leiden. Een voorbeeld is het personage Coffee in de populaire tv- en vervolgens ook manga-serie Cowboy Bebop.

    ‘Coffee is een typisch blaxploitation-personage,’ zegt film- en tv-recensent Kambole Campbell. ‘Ze is eigenlijk Foxy Brown, maar dan op Mars. (De film Foxy Brown uit 1974 met Pam Grier als de hypergeseksualiseerde hoofdpersoon, kreeg in de Verenigde Staten veel kritiek vanwege de manier waarop zwarte mensen en vooral zwarte vrouwen erin werden neergezet.)

    Cowboy Bebop-regisseur Shinichirõ Watanabe koos in 2019 voor een andere benadering met de anime-serie Carole & Tuesday, waarvan de hoofdpersoon een zwart meisje in tuinbroek met dreadlocks en een vrolijke lach is.

    Coole meiden

    Naomi Osaka, dochter van een Haïtiaanse vader en een Japanse moeder, zegt dat ze vroeger in Japan wel racisme heeft ervaren. ‘Japan is een heel homogeen land, dus het was lastig voor mij om racisme bespreekbaar te maken, schreef ze in juli 2020 in een artikel voor Esquire. ‘Ik heb online en zelfs op tv wel racistische commentaren gekregen. Maar dat is de minderheid. In werkelijkheid worden mensen, en vooral sporters van gemengde afkomst door de meerderheid van het publiek, door fans, sponsors en media wel geaccepteerd. De onwetendheid van enkelingen mag de progressiviteit van de meerderheid niet overschaduwen.’

    De weergaloze NAOMI Tenkaichi, de nieuwe manga over Osaka, wordt vanuit een ander standpunt gemaakt en richt zich op een van de groepen waarbij dit genre populair is: tienermeisjes.

    ‘We willen haar charme overbrengen,’ schrijven de makers Jitsuna en Kizuna Kamikita, tweelingzussen die hun gezamenlijke werk ondertekenen als Futago Kamikita, in een e-mail. ‘En natuurlijk ook haar grootsheid als tennisster. Naomi is een humaan, menslievend iemand. We houden ook van haar denkbeelden en haar bereidheid om daar zelf naar te handelen. Tegelijkertijd heeft ze gevoel voor humor en dat verzacht haar serieusheid.’ En, voegen ze eraan toe: ‘We vinden het ook belangrijk om een warm verhaal te tekenen over het gezin waarin ze is opgegroeid.’

    sorcerority manga feature.jpg.optimal

    De keus voor Osaka paste helemaal bij Nakayoshi,’ zegt Izumi Zushi, de uitgever van het blad. ‘Onafhankelijke heldinnen en coole meiden zijn bij onze lezers heel populair.’ 

    In de strip speelt het personage van Osaka ‘ruimtetennis’ en ‘reist ze met haar ouders en zus door het heelal om steeds nieuwe uitdagingen aan te gaan en ieders dromen en verwachtingen te beschermen tegen de ‘Duisternis’, zegt Zushi. 

    In het Westen denken veel mensen dat otaku, de nerdcultuur, voornamelijk voor mannen is

    Nakayoshi is een van de vele publicaties die zich op vrouwelijke lezers richten en de Kamikita-tweeling maakt deel uit van een grote groep vrouwelijke stripmakers. In het Westen denken veel mensen dat otaku, de nerdcultuur, voornamelijk iets voor mannen is, maar een aanzienlijk deel van die community bestaat uit vrouwen, zowel makers als consumenten. Volgens de Japanse uitgeversorganisatie waren er in 2019 zeker drieëntwintig tijdschriften in de mangacategorieën shojo (gericht op tienermeisjes) en josei (gericht op oudere lezeressen), met een totale maandelijkse oplage van meer dan 1,5 miljoen exemplaren.

    Behalve de manga over tennisster Osaka wijzen ook andere recente ontwikkelingen in deze bedrijfstak op een nieuwe gevoeligheid voor etnische verschillen. ‘Ik vind echt dat de manier waarop zwarte mensen worden neergezet een heel stuk verbeterd is,’ zegt liefhebber Cheffin. ‘We krijgen nu coole personages zoals Ogun uit Fire Force. Over het algemeen doet deze nieuwe generatie het geweldig. Maar ik zou wel graag meer zwarte personages willen zien, op grotere schaal en niet alleen maar af en toe eentje.’

    En McNeil zegt: ‘Hoe sterker kunstenaars zich ervan bewust worden dat manga mensen over de hele wereld bereikt, hoe beter ze zullen leren verhalen en personages te creëren die rekening houden met de verschillende gevoeligheden van hun groeiende publiek.’

  • Wat beweegt ‘J-Anon’, het Japanse antwoord op QAnon?

    Wat beweegt ‘J-Anon’, het Japanse antwoord op QAnon?

    Door een serie aan rampen in de recente geschiedenis van Japan, zouden relatief veel inwoners ontvankelijker zijn geworden voor complottheorieën die verklaren waarom alles is misgegaan.

    In enkele grote Japanse steden hebben de afgelopen tijd pro-Trumpdemonstraties plaatsgevonden, tot in de puntjes georganiseerd door de sterk in opkomst zijnde ‘J-Anon’-beweging. Zo maakte Jeffrey Hall, docent aan de Waseda-universiteit in Tokio, op 6 januari in een serie tweets melding van een betrekkelijk grote pro-Trumpdemonstratie in de Japanse hoofdstad, enkele uren voordat aan de andere kant van de wereld in Washington D.C. Trumpaanhangers het Capitool bestormden. En half december deelde BBC-journalist Shayan Sardarizadeh, die over complottheorieën schrijft, filmpjes van een andere pro-Trumpdemonstratie in Osaka en wees daarbij op de sterke groei van J-Anon, een beweging die net als haar gecrowdsourcede Amerikaanse tegenhanger QAnon samenzweringstheorieën verspreidt.

    Tot de ingreep door Twitter na de rellen in het Amerikaanse Capitool op 6 januari hebben Japanse QAnon-groepen zich op het platform gemanifesteerd met hashtags als #J-Anon en #QArmyJapanFlynn. Dat laatste als verwijzing naar Michael Flynn, de in ongenade gevallen Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur aan wie gratie is verleend door Donald Trump, en een belangrijke figuur binnen QAnon. Ondanks de veelvuldige ingrepen door het platform, waarbij de laatste keer meer dan zeventigduizend accounts werden verwijderd, zijn beide hashtags sinds 13 januari 2020 nog altijd actief.

    De beruchtste van de religieuze randgroeperingen was de Aum-cultus uit de jaren negentig, die het einde van de wereld voorspelde

    Als reden voor de populariteit van QAnon in Japan, die blijkt uit demonstraties in verscheidene Japanse steden sinds de Amerikaanse verkiezingen in november 2020, wordt vaak de sociale ontwrichting genoemd die het gevolg is van de enorme aardbeving, tsunami en kernramp in 2011 en van de huidige covid-19-pandemie, waardoor sommige Japanners ontvankelijker zijn geworden voor complottheorieën die verklaren waarom alles is misgegaan. 

    In december 2020 schreef journalist en activist Ogesa Taro op de Japanse website Harbour Business Online dat de Japanse steun voor Trump afkomstig is van een gevestigd ecosysteem van extreemrechtse, ultranationalistische en anticommunistische groeperingen met een prominente aanwezigheid op social media. Ook komt de steun voor Trump volgens Ogesa mogelijk van andere groeperingen binnen het politieke spectrum in Japan, zoals activisten tegen de Amerikaanse basis in Okinawa, die de vorige president steunden omdat ze geloofden dat hij de Amerikaanse troepen uit hun land zou terugtrekken.

    Ook mensen die opkomen voor de mensenrechten in China door zich te beijveren voor de democratisering van Hongkong en het beëindigen van de onderdrukking van de Oeigoerse minderheid, kunnen Trump volgens Ogesa als hun verlosser beschouwen.

    Ten slotte zou de steun voor Trump daarnaast afkomstig zijn van religieuze randgroeperingen, ‘nieuwe religies’ genaamd, die ook wel als cultussen worden aangeduid. Deze hebben een rijke geschiedenis in Japan en dateren van de sociale beroering en de grotere godsdienstvrijheid die volgden na het gewelddadige einde van het shogunaat (de regeringsvorm die bijna 700 jaar lang in Japan aan de macht was) in 1867.

    De oorlogsverwoestingen en de daarop volgende uitbreiding van de persoonlijke vrijheden na de Japanse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog, hebben de opkomst en groei van tal van nieuwe religieuze bewegingen bevorderd.

    Einde van de wereld

    De beruchtste van deze religieuze randgroeperingen was de Aum-cultus uit de jaren negentig, die het einde van de wereld voorspelde. Onder leiding van Asahara Shoko was de Aum-groepering verantwoordelijk voor een serie moorden, bomaanslagen en andere activiteiten, met als hoogtepunt de sarin-gasaanval op de metro van Tokio in maart 1995, waarbij dertien mensen om het leven kwamen en minstens 5500 gewonden vielen.

    Sarah Hightower, een onafhankelijk onderzoeker die binnenlandse terreurbewegingen bestudeert, wijst erop dat Aum, net als QAnon, zeer succesvol was in het aantrekken van nieuwe aanhangers. In 1995 telde de Japanse Aum-cultus wereldwijd 65.000 leden, waarvan tussen de 30.000 en 50.000 in Rusland. Voorafgaand aan de aanslagen was Aum betrokken bij verscheidene commerciële operaties in Japan en verkocht de beweging overal ter wereld drugs en wapens. 

    https://twitter.com/nezumi_ningen/status/1348089244158488578?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1348089244158488578%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fglobalvoices.org%2F2021%2F01%2F13%2Fwhat-drives-j-anon-qanons-japanese-counterpart%2F

    ‘J-Anon All-Star Team’

    Jeffrey Hall van de Waseda Universiteit, die op 6 januari de grote, goed georganiseerde pro-Trumpmarsen in Tokio filmde, constateerde inderdaad de deelname van religieuze randgroeperingen, waaronder Sanctuary Church (ook wel bekend als World Peace and Unification Sanctuary), Falun Gong en Happy Science. De laatste is een religieuze organisatie die een eigen politieke partij heeft in Japan.

    Falun Gong, een internationale religieuze beweging die op het Chinese vasteland verboden is en vervolgd wordt, publiceert Epoch Times, een anticommunistische krant die zich steeds meer achter Trump schaart. Falun Gong heeft ook op andere plekken op de wereld, waarin in Taiwan, deelgenomen aan pro-Trumpdemonstraties of die helpen organiseren.

    Fujikura Yoshiro, een onderzoeker die over religieuze randgroeperingen in Japan publiceert op zijn blog Almost Daily Cult News, schreef op Twitter dat hij op 5 januari veel prominente leden van Happy Science had gezien bij een andere pro-Trumpdemonstratie in de wijk Hibiya in Tokio, waaraan volgens zijn schatting tussen de duizend en tweeduizend mensen deelnamen:

    ‘Gisteren hielden aanhangers van president Donald Trump een mars van Hibiya naar Ginza. De demonstratie werd gesponsord door de “Trump Supporters in Japan”-groepering van Happy Science, in samenwerking met de “Change Japan”-groepering van datzelfde Happy Science. Vermoedelijke cosponsor was de “New Federal State of China”, een groepering die betrekkingen heeft met Trumpaanhanger Steve Bannon, en de “President Trump Re-election Support Rally”.’

    Volgens Fujikura leek het erop dat verschillende groeperingen samenwerkten als een soort ‘J-Anon All-Star Team’, allemaal samengebracht door Donald Trump.

    ‘Alles duidt erop dat de pro-Trumpgroeperingen een scala van religieuze groeperingen omvatten’

    Ook psycholoog Norichika Horie merkte op Twitter op dat alles erop duidt dat de pro-Trumpgroeperingen een scala van religieuze groeperingen omvatten. Het is mogelijk dat dergelijke groeperingen het enthousiasme en de energie die door de vertrekkende Amerikaanse president worden opgewekt gebruiken om nieuwe volgelingen aan te trekken en extra inkomsten te werven.

    HAPPY SCIENCE 800x533 1
    A Happiness Realization Party (幸福 実 現 党)-poster op een schuur in Tsuruga, Fukui. Happiness Realization Party is de politieke tak van de religieuze groep Happy Science. – © Nevin Thompson.

    Thoton Akimoto, een softwareontwikkelaar en journalist die regelmatig nieuwsberichten post op Twitter, is bang dat niet genoeg mensen zich herinneren hoe snel extreemrechtse bewegingen in cultussen kunnen veranderen, en hoeveel schade cultussen kunnen aanrichten. Hij waarschuwt voor deze pro-Trumpgroeperingen in Japan:

    ‘Er is een spreekwoord: “De cultus slaat toe op het moment dat je er niet meer op verdacht bent.” Nee, zo’n spreekwoord bestaat niet, ik verzin het hier ter plekke. Maar het is wel waar. We moeten beducht blijven voor het gedrag van Trumpaanhangers in Japan en de Verenigde Staten die de verkiezingsuitslagen in de VS ontkennen.’

  • In naoorlogs Japan was de Amerikaanse soldaat een held

    In naoorlogs Japan was de Amerikaanse soldaat een held

    Een toevallige vondst op een vlooienmarkt in Japan laat zien hoe kinderen de naoorlogse bezetting van het land hebben ervaren.

    screenshot 2021 01 28 at 13 51 52

    In een tweet liet Mark Alt weten dat hij een set n een Tweet liet Mark Alt weten dat hij een set karuta (speelkaarten) had ontdekt die stamt uit de tijd van de geallieerde bezetting van Japan, waarschijnlijk net na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde Global Voices dat hij de set vond tijdens het browsen op de populaire maandelijkse Kobo-ichi-vlooienmarkt in Kyoto. De kaarten worden gebruikt voor menko, een traditioneel Japans kaartspel dat vooral door kinderen wordt gespeeld.

    Centraal in dit dek staat de Amerikaanse soldaat: misschien wel de meest prominente figuur van het dagelijks leven in het vroege naoorlogse Japan. Alt, oorspronkelijk afkomstig uit de Verenigde Staten, is voormalig presentator van Japanology Plus, dat populaire televisieprogramma’s uitzendt over de Japanse popcultuur. Hij is ook auteur van het onlangs verschenen Pure Invention: How Japan’s Pop Culture Conquered the World, en samen met Hiroko Yoda auteur van een populaire serie boeken over Japanse monsters, genaamd Yokai Attack!. Ook hebben Yoda en Alt onlangs meer dan 12.000 pagina’s vertaald uit Doraemon, een van de meest geliefde mangaseries van Japan.

    Screenshot van ‘Japan: Our Far East Partner Department of Defense.’ Audiovisueel centrum van het Amerikaanse leger. (ca. 1974 – 15/05/1984). Publiek domein, gehost op YouTube door Nuclear Vault.
    Screenshot van ‘Japan: Our Far East Partner Department of Defense.’ Audiovisueel centrum van het Amerikaanse leger. (ca. 1974 – 15/05/1984). Publiek domein, gehost op YouTube door Nuclear Vault.

    Op sommige kaarten stonden opmerkelijke picto- grammen die voor iedereen over de hele wereld herkenbaar zijn.

    Na de nederlaag van het land in augustus 1945 werd Japan tot 1952 bezet en bestuurd door geallieerde troepen (de eilanden van Okinawa zouden tot1972 door Amerikaanse troepen worden bestuurd). Het Amerikaanse leger speelde een prominente rol tijdens deze bezetting.

    ‘Het is met de kinderen van een ander land dat de Amerikaanse soldaat voor het eerst vrienden maakt.’ Een Amerikaanse soldaat deelt snoep uit aan Japanse kinderen aan het begin van de geallieerde bezetting van Japan.

    Fabrieksarbeiders in de Nintendo's Hanafuda spelkaartfabriek in Kyoto. - © Asahi Shimbun / Getty
    Fabrieksarbeiders in de Nintendo’s Hanafuda spelkaartfabriek in Kyoto. – © Asahi Shimbun / Getty

    Natiebouwers

    Hoewel de bezettingstroepen aanvankelijk tot doel hadden Japan te demilitariseren, veranderden ze door verwoestingen, hongersnood en sociale onrust in het land al snel in natiebouwers. In een door oorlog verwoest land boden Amerikaanse soldaten chocolade en snoep uit en werden ze alomtegenwoordig onderdeel van het lokale leven. Ze regelden het verkeer, hielden de wacht buiten openbare gebouwen en deelden noodhulp uit.

    Dat is waarschijnlijk de reden waarom de bezettingsmacht in dit kaartspel voor kinderen voorkomt, aldus Alt.

    Karuta-kaartspellen hebben een eeuwenoude geschiedenis in Japan. Ook de Japanse gamemoloch Nintendo is oorspronkelijk ontstaan uit kaartspellen voor kinderen. Tarin Clanuwat, een onderzoeker en computerwetenschapper gespecialiseerd in karakterherkenning, machine learning en Japanse literatuur (en beter bekend als @tkasasagi op Twitter), plaatste naar aanleiding van Alts bericht een reeks tweets waarin de geschiedenis van Nintendo en speelkaarten werd onderzocht: Er bestaat een uitgebreide collectie van de geschiedenis van kaartspellen in Japan, waar dit spel mogelijk deel van uit zal gaan maken, onder andere in bezit van de voormalige Mitsuke School in Iwata, in de prefectuur Shizuoka.

    Nevin Thompson

    screenshot 2021 01 28 at 13 59 56

    Global Voices
    Wereldwijd | globalvoices.org

    Global Voices is een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten die ernaar streven om te vertalen en te rapporteren wat er wereldwijd in de media wordt gezegd. Dit non-profitproject werd opgezet door het Berkman Center for Internet and Society aan de Harvard Law School.

  • Vintage speelkaarten werpen licht op de naoorlogse bezetting van Japan

    Vintage speelkaarten werpen licht op de naoorlogse bezetting van Japan

    Een toevallige vondst in Japan laat zien hoe kinderen de naoorlogse bezetting van het land hebben ervaren.

    In een tweet liet Matt Alt weten dat hij een set karuta (speelkaarten) had ontdekt die stamt uit de tijd van de geallieerde bezetting van Japan, waarschijnlijk net na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde Global Voices dat hij de set vond toen hij rondneusde op de populaire maandelijkse Kobo-ichi-vlooienmarkt in Kyoto.

    De kaarten worden gebruikt voor menko, een traditioneel Japans kaartspel dat vooral door kinderen wordt gespeeld. Centraal in dit dek staat de Amerikaanse soldaat: misschien wel de meest prominente figuur van het dagelijks leven in het vroege naoorlogse Japan.

    Alt, oorspronkelijk afkomstig uit de Verenigde Staten, is voormalig presentator van Japanology Plus, dat populaire televisieprogramma’s uitzendt over de Japanse popcultuur. Hij is ook auteur van het onlangs verschenen Pure Invention: How Japan’s Pop Culture Conquered the World, en samen met Hiroko Yoda auteur van een populaire serie boeken over Japanse monsters, genaamd Yokai Attack!. Ook hebben Yoda en Alt onlangs meer dan 12.000 pagina’s vertaald uit Doraemon, een van de meest geliefde mangaseries van Japan.

    Op sommige kaarten stonden opmerkelijke pictogrammen die voor iedereen op de wereld herkenbaar zijn

    Na de nederlaag van het land in augustus 1945 werd Japan tot 1952 bezet en bestuurd door geallieerde troepen (de eilanden van Okinawa zouden tot 1972 door Amerikaanse troepen worden bestuurd). Het Amerikaanse leger speelde een prominente rol tijdens deze bezetting.

    US occupation of japan 800x450 1
    ‘Het is met de kinderen van een ander land dat de Amerikaanse soldaat voor het eerst vrienden maakt.’ Een Amerikaanse soldaat deelt snoep uit aan Japanse kinderen aan het begin van de geallieerde bezetting van Japan. Screenshot van Japan: Our Far East Partner Department of Defense. Audiovisueel centrum van het Amerikaanse leger (ca. 1974 – 15/05/1984). Openbaar domein, op YouTube geplaatst door Nuclear Vault.

    Hoewel de bezettingstroepen aanvankelijk tot doel hadden Japan te demilitariseren, werden ze vanwege verwoestingen, hongersnood en sociale onrust in het land al snel natiebouwers. In een door oorlog verwoest land boden Amerikaanse soldaten chocolade en snoep uit en werden ze een alomtegenwoordig onderdeel van het lokale leven. Ze regelden het verkeer, hielden de wacht buiten openbare gebouwen en deelden noodhulp uit.

    Dat is waarschijnlijk de reden waarom de bezettingsmacht in dit kaartspel voor kinderen voorkomt, aldus Alt.

    Screen Shot 2020 12 14 at 1.59.41 PM


    Op sommige kaarten stonden opmerkelijke pictogrammen die voor iedereen op de wereld herkenbaar zijn:

    End rorVcAAQhyJ

    Vertaling van tekst op kaart: ‘Waterstofbom’

    Nintendo

    Karuta-kaartspellen hebben een eeuwenoude geschiedenis in Japan. Ook de Japanse gamegigant Nintendo is oorspronkelijk ontstaan uit kaartspellen voor kinderen. Tarin Clanuwat, een onderzoeker en computerwetenschapper gespecialiseerd in karakterherkenning, machine learning en Japanse literatuur (en beter bekend als @tkasasagi op Twitter), plaatste naar aanleiding van Alts bericht een reeks tweets over de geschiedenis van Nintendo en speelkaarten:

    In een museum in de voormalige Mitsuke School in Iwata, in de prefectuur Shizuoka, is een uitgebreide collectie van dit soort kaartspellen te vinden.

  • Olieproducenten draaien de kraan weer open. Japan kiest woord van het jaar

    Olieproducenten draaien de kraan weer open. Japan kiest woord van het jaar

    Aangemoedigd door de stijgende olieprijzen en het vooruitzicht van een coronavaccin hebben de olie-exporterende landen donderdag een voorzichtige verhoging van de productie vanaf januari aangekondigd.

    OPEC en zijn bondgenoten kwamen op donderdag met een ‘onverwachte beslissing: een verhoging van productie met 500.000 vaten per dag en een maandelijkse vergadering van energieministers om het evenwicht tussen vraag en aanbod opnieuw te beoordelen’, berichtte NPR. Veel deskundigen waren verrast door het bericht, de verwachting was dat de komende maanden de productie nog op hetzelfde niveau zou blijven.

    Het akkoord tussen OPEC en Rusland – OPEC+, in oliejargon – zorgt ervoor dat de drastische productievermindering die is doorgevoerd sinds het begin van de covid-19-pandemie enigszins wordt teruggeschroefd. ‘De productie zal vanaf januari slechts met 7,2 miljoen vaten per dag worden verminderd, vergeleken met de huidige 7,7 miljoen vaten per dag’, schrijft Al-Jazeera.

    Fox Business wijst erop dat het kartel in april vorig jaar zijn productie in historische proporties moest verminderen ‘om de markt te stabiliseren, terwijl de maatregelen die over de hele wereld werden ingevoerd om de verspreiding van covid-19 te vertragen, tot een vermindering van de vraag met 25 tot 30 miljoen vaten per dag’.

    De Amerikaanse zender CNBC meldt het bereikte OPEC-akkoord als breaking news.

    The Wall Street Journal schrijft dat het besluit van OPEC om de oliekraan weer voorzichtig open te draaien ‘suggereert dat de grootste producenten ter wereld van mening zijn dat de ergste vraagcrisis als gevolg van de pandemie achter hen ligt’.

    Het Amerikaanse zakenblad stelt vast dat ‘de internationale olieprijzen weer zijn gaan stijgen, met 25 procent sinds begin november, en dat de Aziatische economieën sterk zijn opgeveerd, waardoor de vraag is aangetrokken’. Investeerders verwachten een terugkeer van de vraag ‘in de rest van de wereld, na de veelbelovende resultaten van verschillende coronavaccins’.

    Maar de besprekingen die tot het besluit van de donderdag leidden gingen moeizaam en openbaarden ‘spanningen die het moeilijker konden maken’ om de outputdoelstellingen van het oliekartel ‘te halen als de wereldeconomie in de komende maanden weer opleeft’, aldus The New York Times.

    © Pxhere
    De olieprijzen zijn sinds november weer met 25 procent gestegen. – © Pxhere

    Volgens het financiële nieuwskanaal Bloomberg moest de OPEC+ genoegen nemen met een ‘compromis’ om ‘een breuk tussen de belangrijkste leden van het kartel: de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië’ te voorkomen. Laatstgenoemd land wilde de productievermindering op het huidige niveau handhaven, terwijl de Emiraten, waarvan de productiecapaciteit de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen, pleitten voor een versoepeling.

    ‘Tot voor kort bepaalden Saoedi-Arabië – dat de facto de OPEC runt – en zijn bondgenoten in de Golfstaten, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit, samen het productiebeleid’, analyseert persbureau Reuters. Maar de groeiende onafhankelijkheid van Abu Dhabi, die nu op veel punten afwijkt van de politieke lijn van Riyad, ‘zou kunnen betekenen dat het tijdperk van automatische samenwerking voorbij is’.

    Sanmitsu, het Japanse woord dat de coronamaatregelen samenvat

    ‘Sanmitsu’ is in Japan geselecteerd als woord van het jaar 2020. Na veelvuldig gebruik door politici, vooral door de gouverneur van Tokio, Yuriko Koike, is het de standaardterm geworden in de strijd tegen de epidemie in Japan.

    Net als in Nederland (anderhalvemetersamenleving, blokjesverjaardag) hebben veel nieuwe Japanse woorden die zijn ontstaan in 2020 iets te maken met de coronapandemie. Op 1 december publiceerde de Japanse uitgeverij Jiyukokuminsha haar selectie van nieuwe woorden en trends van het afgelopen jaar, en werd de jaarlijkse hoofdprijs toegekend aan de uitdrukking ‘sanmitsu’ (三密), meldt de publieke zender NHK. Het karakter 三 (san) geeft het nummer 3 aan, en het karakter 密 (mitsu) betekent ‘dicht op elkaar zitten’. De woord-van-het-jaarverkiezing, die in 1984 voor het eerst plaatsvond, is een traditie geworden in Japan en kondigt de komst van de winter en het einde van het jaar aan.

    Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers

    Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers. Het karakter mitsu (密) is aanwezig in de volgende drie woorden: mippei (密閉), misshu (密集), missetsu (密接). De Engelstalige pers in Japan, zoals de Japan Times vertaalt het als de ‘Three C’s’ die de drie situaties aanduiden die vermeden moeten worden om het verloop van de epidemie te vertragen. Het eerste woord, ‘mippei’, verwijst naar afgesloten ruimtes (closed spaces). Het tweede, ‘misshu’, naar drukke plekken (crowded places), en het derde, ‘missetsu’, naar nauw contact (close contact).

  • Japans gegoochel met kinderlijkheid

    Japans gegoochel met kinderlijkheid

    Ook in Japan is pedofilie illegaal en mag kinderporno niet worden verhandeld. Maar een afgeleide daarvan, zoals filmpjes met als schoolmeisjes verklede actrices, is maatschappelijk acceptabel en vaste prik in de erotische mainstream.

    In haar vrije tijd heeft ze oogschaduw en lippenstift op, maar nu er gefilmd wordt, arriveert Hikaru Matsuki zonder make-up. ‘Want welke basisschoolleerlinge maakt zich nou op?’ zegt ze op een toon alsof dat vanzelf spreekt. Op de set doet ze niet alleen haar typische schooluniform, een matrozenpakje, aan, maar draagt ze ook gedekte kleuren, omdat Japanse moeders vooral dat soort kleuren uitkiezen voor hun dochters. En voor ze begint, scheert ze zich nog even snel tussen haar benen. Het zijn van die dingen die van een jonge vrouw een meisje maken.

    Hikaru Matsuki kan het weten, want op dit gebied is ze een expert. Het is laat op de middag in het westen van het centrum van Tokio, ze is bezig zich voor te bereiden op een scène waarin ze gekneveld wordt. De bar Arcadia, in Kabukicho, de hoerenbuurt, is vandaag extra vroeg opengegaan voor deze rijzende ster aan het Japanse pornofirmament. Gewoonlijk worden in deze AM-kelder pas ’s avonds laat bezoekers toegelaten, maar ze maken graag een uitzondering voor een cameraploeg van een lolicon-film, waarin ‘lolicon’ staat voor lolitacomplex, mannen die zich aangetrokken voelen tot vrouwen die er kinderlijk uitzien. En een kind dat aan de muur wordt vastgebonden? Dat is echt wat bijzonders.

    De regisseur, een gezette man van middelbare leeftijd met bril en stoppelbaard, en de manager van Matsuki, een magere adolescent in een pak waarvan hij het jasje heeft uitgedaan, zijn stipt op tijd. Ook de eigenaar van de bar is keurig gekleed, hij rookt een sigaret zonder filter en draagt een zonnebril, zodat niet goed te zien is waar hij naar kijkt. De anderhalve meter grote ster van de dag, Hikaru Matsuki, drinkt gerstthee met een ijsblokje. Er heerst een prettige, losse sfeer op de set. ‘Veel mensen kijken graag naar jonge meisjes die seks hebben,’ zegt Shisui Usuba, de regisseur, terwijl hij de touwen inspecteert die in de muur zijn vastgemaakt.

    Spelend meisje

    Een zinnetje als dit komt de regisseur makkelijk over de lippen. De bareigenaar, de manager en de regisseur reageren met een flauw knikje, niemand maakt de indruk zich ongemakkelijk te voelen. Usuba richt zich tot zijn opzettelijk onopgemaakte ster: ‘Hikaru-san, ik wil je graag daar voor op de bank hebben. Ga eerst maar eens op je knieën zitten, als een spelend meisje, en dan zien we wel wat er gebeurt. Ongedwongen. Oké?’ ‘Oké!’ roept ze met een hoog stemmetje. ‘Super. Want met je volgende film wil ik je een beetje pushen, snap je?’ ‘Echt? Dank je wel!’

    Tot nu toe heeft Hikaru Matsuki vooral in films gespeeld waarin ze als een meisje van een jaar of tien eerst door een volwassen man wordt achternagezeten en vervolgens wordt verleid of beter gezegd, verkracht. Dat soort scènes, met muriyari, dwang, voelen voor haar niet heel vreemd. ‘Van alle genres doe ik die het liefst,’ zegt Matsuki vanaf de bank, ze kijkt er vrolijk bij en gebaart alsof ze een kind wil nadoen dat haar verjaardagscadeautjes zit uit te pakken. ‘Ik heb er vooral schik in als ik een basisschoolleerling speel. Dan mag ik zo heerlijk naïef zijn.’

    Meent ze dat echt? In het echte leven is Hikaru Matsuki twintig, is ze nooit verkracht en heeft ze haar schooltijd al lang achter zich. Maar als ze, zonder dat haar ouders het weten, als pornoactrice in de rol van een minderjarige kruipt, verandert er iets. Voor de camera kan ze haar wildste fantasieën uitleven en tegelijk die van de kijker bevredigen. Hoe realistisch het is wat er gefilmd wordt, komt voor haar op de tweede plaats. ‘Ik wil er zo jong mogelijk uitzien. Dat is mijn selling point voor de kijkers.’

    Hikaru Matsuki, die er in de ogen van ons westerlingen als een meisje van dertien uitziet, ervaart het als een compliment dat als je naar haar kijkt het verschil tussen fictie en realiteit nauwelijks te zien is.

    Van de vijftig tot zestig films per week waarvoor Bambi Promotions de actrices regelt, bestaat ongeveer een derde uit dit soort pseudokinderporno

    Aan de overkant steekt Kazuya Mitsui, haar manager, een sigaret op. Tegelijkertijd beantwoordt hij een telefoontje dat over een andere actrice gaat die voor de camera eveneens een jongere indruk maakt dan ze toch al doet. ‘Ja, dat kunnen we doen,’ zegt Mitsui druk gebarend, ‘daar hebben we het nog wel over, oké? Tot later.’

    Van de meer dan driehonderd actrices die door Mitsuis werkgever Bambi Promotions worden vertegenwoordigd, speelt ongeveer de helft lolicon-films. Voor Mitsui is daar niets vreemds aan. ‘Er is heel veel vraag naar deze modellen.’ Wat in de westerse wereld een van de allergrootste taboes is en iemands maatschappelijke positie onmiddellijk en voor altijd kan ruïneren, ondervindt in Japan een zeker begrip. Ook hier is pedofilie illegaal en kinderporno mag je niet verhandelen of zelfs maar in bezit hebben. Maar een afgeleide daarvan, zoals seksvideo’s met als kind verklede actrices, is maatschappelijk gezien redelijk geaccepteerd.

    Ook in andere landen worden films gemaakt met actrices die eruitzien als kinderen, maar in Japan is het een opvallend populair genre. Seksshops adverteren met schooluniformfilms en met zogenaamde meisjes tijdens de zwemles. Talloos veel manga’s gaan over seks tussen kinderen onder elkaar. Een ander businessmodel biedt ‘tijd met schoolmeisjes’ aan, die klanten al wandelend of met hun hoofd bij een van de dienstverleensters op schoot kunnen doorbrengen.

    Zulke dingen, die legaal zijn omdat er geen seks plaatsvindt en de seksuele handelingen niet door echte kinderen worden verricht, behoren in Japan tot de erotische mainstream. Wilde meisjes zijn, na het thema van de ontrouwe huisvrouw, het meest succesvolle pornogenre. Van de vijftig tot zestig films per week waarvoor Bambi Promotions de actrices regelt, bestaat ongeveer een derde uit dit soort pseudokinderporno.

    Pseudokinderporno

    Shisui Usuba, de regisseur van vanmiddag, zegt dat hij pedofilie verwerpelijk vindt. Maar tezelfdertijd begrijpt hij de opwinding over lolicon-films niet. Hij doet dit werk al jaren, pseudokinderporno is een van zijn lievelingsgenres. En hij vindt dat hij zich nergens voor hoeft te schamen. ‘Natuurlijk zijn er mensen die pedofiel zijn. Die afwijking raken ze ook niet kwijt. Maar misschien kunnen wij met deze films hun behoefte bevredigen.’

    Bij een laatste rondgang door de donkere, benauwde bar vol met folterinstrumenten kijkt Usuba nog eens goed naar een partij handboeien en wat maskers. Als hij klaar is gaat hij aan de bar zitten, waar aan het plafond een rek voor AM-speeltjes hangt. Usuba ademt diep uit. ‘Ik geloof dat we met ons werk goede dingen doen.’ Alweer zo’n zin die in westerse oren, met het beeld van een kind op ons innerlijke en op een of andere manier ook op ons echte netvlies, onvoorstelbaar klinkt. Pseudopedofilie als geneesmiddel voor pedofilie?

    Het eerste wat in je opkomt, is dat op die manier misdaden worden gebagatelliseerd, en dat in plaats van een duister verlangen te bevredigen misschien juist inspiratie voor toekomstige misdrijven wordt geboden. Want wordt pedofilie niet vooral alledaags en acceptabel gemaakt als je het zo in de winkel kunt kopen? Lokt het laten zien van zulke neigingen niet uit dat iets fictiefs in realiteit wordt omgezet?

    Ook Hikaru Matsuki, die vertelt dat de gedachte aan een verkrachting haar inspiratie geeft, begrijpt al het gedoe niet zo, maar de opwinding des te beter. Toen ze twee jaar geleden in de plattelandsprovincie Akita in het noorden van het land haar schoolopleiding had afgerond vertrok ze, omdat ze geïnteresseerd was in mode, naar Tokio. Aanvankelijk werkte ze in een modezaak, maar stiekem was ze altijd al in porno geïnteresseerd. Toen iemand haar op straat aansprak, heeft ze het na enige bedenkingen een keer geprobeerd. ‘Nu ik weet hoe veilig en zorgvuldig er wordt geproduceerd, zie ik er geen enkel probleem in.’

    Kabukich is an entertainment and red-light district in Shinjuku. – © HH
    Kabukich is an entertainment and red-light district in Shinjuku. – © HH

    Alleen de omstandigheden waarin wordt gefilmd vindt ze belangrijk, dat het eindproduct niet noodzakelijk veel gemeen heeft met de werkelijkheid maakt haar niet uit, het is tenslotte kunst. In het halfjaar dat Hikaru Matsuki in de branche werkt heeft ze in zo’n veertig à vijftig films meegedaan. ‘Meneer Usuba bedenkt steeds weer iets nieuws.’ Die geeft meteen een paar voorbeelden: ‘De ene keer wordt ze tijdens de spits betast in de metro, een andere keer heeft ze als scholiere een affaire met haar leraar. We gebruiken allerlei story’s.’ De steeds terugkerende logica: de toeschouwer moet in Matsuki een kind zien.

    De regisseur was vanaf het eerste moment verliefd op Matsuki. Op een professionele manier natuurlijk, haast hij zich te zeggen. En de actrice die hij in zijn netten heeft verstrikt, giechelt als ze hoort hoe hij haar beschrijft: ‘Ze is op een heel natuurlijke manier kinderlijk. Als ze theedrinkt, houdt ze het glas met twee handen vast. Als ze zit, denk je meteen dat ze zo dadelijk met een blokkendoos zal gaan spelen. Ook lichamelijk past ze met haar kleine borsten goed in het beeld.’

    Kazuya Mitsui, haar manager, schiet nog iets te binnen: ‘Hikaru-san praat ook als een klein meisje.’ Ze zit alweer hevig te gesticuleren. ‘Dank je!’

    Natuurlijk is dit gegoochel met kinderlijkheid een wankel evenwicht. Wie wat Hikaru Matsuki doet niet alleen schattig maar ook aantrekkelijk vindt, zal dat niet hardop zeggen, ook niet in Japan. Het is eigenlijk als met elke andere fetisj: een privéaangelegenheid die je kunt uitleven zonder je er schuldig over te hoeven voelen. Obsceen? Ja. Afkeurenswaardig? Niet echt.

    En de gedachte die Shisui Usuba formuleert, is buitengewoon aantrekkelijk: als pedofielen kinderporno kunnen bekijken terwijl het eigenlijk helemaal geen kinderporno is, is bij de productie daarvan geen kindermisbruik gepleegd. En als het kijken naar deze films bovendien kindermisbruik voorkomt, kunnen de producers zichzelf haast als kinderbeschermers op de borst kloppen. Alleen: is dat wensdenken of werkelijkheid?

    Zo’n pak slaag helpt hen om de dag door te komen. Ze voelen zich erdoor bevrijd

    Onderzoeksresultaten zijn tot nog toe niet eenduidig. Een onderzoek onder Amerikaanse gevangenen uit 2009 concludeert dat 98 procent van degenen die naar kinderporno kijken ook in werkelijkheid kinderen hebben misbruikt.

    Maar een studie uit hetzelfde jaar onder Zwitserse delinquenten laat zien dat het bekijken van kinderporno alleen niet betekent dat ze een risicofactor voor daadwerkelijke handtastelijkheden vormen. Met betrekking tot Japan, waar seksueel getinte afbeeldingen van kinderen makkelijker verkrijgbaar zijn dan in de Verenigde Staten, maar het aantal geregistreerde gevallen van seksueel kindermisbruik aanzienlijk lager ligt, schreef de japanoloog Patrick Galbraith in een artikel: ‘De drang om afbeeldingen van geseksualiseerde meisjes te zien, weerspiegelt niet noodzakelijk de drang van de kijker, en beïnvloedt deze ook niet, om meisjes te misbruiken.’

    Wellicht verschilt ook het vermogen om realiteit van fictie te onderscheiden van cultuur tot cultuur. Een bekend voorbeeld zijn de gevolgen van geweld in de popcultuur. In de Verenigde Staten, waar door videospelletjes, films en dergelijke overal geweld te zien is, worden bijvoorbeeld relatief veel mensen gedood door mannen die plotseling doordraaien. In Zwitserland, waar net als in de Verenigde Staten veel gezinnen een vuurwapen in huis hebben en het weergeven van geweld al net zo normaal is, komt dat veel minder voor. Een mogelijke reden daarvoor is dat Zwitsers zich minder dan Amerikanen geneigd voelen om schietpartijen op tv ook in werkelijkheid uit te voeren.

    Zo zou het ook met pornografie kunnen zijn. Zo zien ze het in elk geval in Arcadia, onze bar. De eigenaar, Doyoma Tessin, ziet in lolicon zelfs een fetisj in de beste psychoanalytische zin. ‘Het is net als elke avond bij mijn klanten,’ mompelt hij terwijl hij met zijn beringde vingers de as van zijn zoveelste filterloze sigaret tipt. ‘’s Avonds komen de mensen hier om met de zweep te krijgen of om iemand anders er met de zweep van langs te geven. En die zijn heus niet meer of minder gewelddadig dan andere mensen. Maar zo’n pak slaag helpt hen om de dag door te komen. Ze voelen zich erdoor bevrijd.’ Dat kinderporno een vergelijkbare functie heeft, kan Tessin niet bewijzen, maar zijn jarenlange ervaring als SM-meester heeft hem dat geleerd.

    Orient Industry Love Doll Orient Industry 40th Anniversary-Love Doll, Tokyo, Japan - 19 May 2017 – © HH
    Orient Industry Love Doll Orient Industry 40th Anniversary-Love Doll, Tokyo, Japan – 19 May 2017 – © HH

    De crew gaat de shoot voorbereiden. Kazuya Mitsui maakt met zijn aktetas onder de arm een buiging. Hikaru Matsuki zwaait glimlachend met beide handen en Shisui Usuba steekt me zijn rechterhand toe. Doyoma Tessin geeft me een knikje en blaast nog wat rook uit. Buiten wordt de hemel langzaam donker, de lantaarnpalen en reclames van Kabukicho zijn feller dan de zon. Hier en daar stralen kindergezichten van de muren. Zijn dat echte kinderen, of doen ze maar alsof?

    Een snel bezoek aan Akihabara, in het noordoosten, aan de andere kant van het centrum. Daar tekent zich, zeven verdiepingen hoog, M’s Pop Life Adult Department Store, de grootste seksshop van Tokio, af tegen de donkere hemel.

    Op deze vrije avond is de winkel vol klanten. Het aanbod gaat van dildo’s in alle mogelijke maten en kleuren via kleding en SM-artikelen tot draagbare vagina’s en latexpoppen. En ook hier weer: video’s die eruitzien als kinderporno. Op de cover jonge actrices met zo te zien nog niet volgroeide borstjes, in schooluniform en ondergoed met polkadots en ruches.

    Voor een van de schappen is een door zijn blauwe stofjas als medewerker herkenbare man met dvd’s in de weer. Hij zet ze soort bij soort. Meneer Fujiyoshi, zoals zijn naambordje laat zien, glimlacht vol verwachting naar de bezoeker, alsof hij zich op ieder gesprek over zijn vak evenveel verheugt. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’ Op de vraag hoe oud de jongste actrices in de films hier zijn, antwoordt hij zelfverzekerd: ‘Vroeger hadden we nog echte meisjes, die in badpak poseerden. Ze hadden natuurlijk geen seks, en naakt waren ze ook niet, ze waren gewoon sexy. Maar die hebben we helaas niet meer.’

    Strengere regels

    De regels zijn strenger geworden, waarschijnlijk vanwege de Olympische Spelen in de zomer van 2020, vermoedt meneer Fujiyoshi. Als de hele wereld in Tokio te gast is, wil de regering natuurlijk niet de indruk wekken dat pedofilie hier oké is. Hoe oud de jongste actrices nu zijn?

    ‘Tegenwoordig moeten ze allemaal minstens achttien zijn.’ Video’s van echte, schaars geklede meisjes zijn nog wel te koop, maar niet meer hier, in de uitstalkasten van een seksshop tussen de echte pornografie.

    En deze films, waarin basisschoolleerlingen seks hebben, hoe worden die dan gemaakt? Fujiyoshi moet glimlachen. ‘U bedoelt lolicon? Maar u ziet toch wel dat die actrices in het echt volwassenen zijn? Als u een paar van die films bekijkt, herkent u dat meteen.’ Voor wie echte kinderen wil, is lolicon na een tijdje niet echt spannend meer, zegt meneer Fujiyoshi.

    Auteur: Felix Lill

    Neue Zürcher Zeitung
    Zwitserland | dagblad | oplage 155.000

    Een van de oudste kranten ter wereld. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

  • Japan experimenteert met multiculturalisme

    Japan experimenteert met multiculturalisme

    Japan heeft arbeidskrachten nodig. Met een nieuw visumsysteem wil het land buitenlandse werknemers aantrekken voor sectoren waar Japanners hun neus voor optrekken. Maar integratie gaat niet vanzelf in een samenleving die zichzelf als homogeen beschouwt.

    Tokio heeft op 2 november een wetsvoorstel aangenomen dat voorziet in twee nieuwe visumtypes. Het visum voor ‘specifieke competentie 1’ staat een verblijf van vijf jaar toe voor een laag gekwalificeerde aanstelling in veertien sectoren (landbouw, ouderenverzorging etc.). Het visum voor ‘specifieke competentie 2’ staat gespecialiseerde werknemers toe samen met hun gezin langer te blijven. Volgens de krant Mainichi Shimbun 
‘gaat het om een historisch keerpunt in het Japanse vreemdelingenbeleid’. Inderdaad opent het land momenteel alleen zijn deuren voor hoog gekwalificeerde werknemers, zoals artsen en hoogleraren. Desondanks worden er talrijke buitenlandse studenten en leerlingen te werk gesteld, soms onder illegale en erbarmelijke omstandigheden. 7089 van hen zijn volgens het ministerie van Justitie in 2017 hun werkgever ontvlucht.

    Tien jaar geleden is Tao Cheng, 
een 36-jarige Chinees, met zijn start-up popIn begonnen in het kantorencomplex Roppongi Hills in het centrum van Tokio. In 2012, toen ondernemingen en laboratoria overal op de wereld vochten om nieuw talent, heeft Japan een puntensysteem ingesteld om hoog gekwalificeerde vakmensen aan te trekken: buitenlanders met een goede opleiding en een goed inkomen kregen punten toebedeeld waarmee ze gemakkelijker in aanmerking kwamen voor een verblijfsvergunning. Dankzij dit systeem kreeg Cheng in maart 2017 ook een 
vergunning.

    Na een studie informatica aan het Technologisch Instituut in Tokio vervolgde 
de jonge Chinees zijn studie aan de 
Universiteit van Tokio. Daarna ontwierp hij software waarmee je, wanneer je een woord intypt op internet, onmiddellijk de betekenis plus de betreffende connotaties te zien krijgt. Baidu, de grootste Chinese zoekmachine, heeft het programma voor meer dan een miljard yen (8 miljoen euro) van hem gekocht.

    Dankzij zijn talent en zijn inspanningen heeft Cheng zijn ‘Japanse droom’ gerealiseerd. Je kunt met recht spreken van een succesverhaal. Maar de Chinese ondernemer, die nog altijd een spijkerbroek draagt, weerlegt deze indruk met een bittere glimlach. ‘In Japan is de concurrentie niet zo moordend. In China of de Verenigde Staten zouden ze niets van me hebben overgelaten.’

    Cheng kwam naar Japan nadat hij was gezakt voor 
de toelatingsexamens van de Chinese universiteit. De provincie Henan in Centraal-China, waar hij vandaan komt, telt meer dan honderd miljoen inwoners. Hoewel hij zich op een uitstekende middelbare school op de examens had voorbereid, realiseerde 
hij zich dat het erg moeilijk was om in zijn land op een topuniversiteit te komen; de concurrentie was te groot.

    Op aanraden van zijn oom besloot hij in Japan te gaan studeren. Gezien de grote concurrentie tussen de Verenigde Staten en China in de informaticasector was het realistisch om voor Japan te kiezen als vestiging voor een onderneming. ‘De slagingskans is er betrekkelijk hoog en als je eenmaal succes hebt, is het makkelijk om relaties aan te knopen. 
Dat ik Chinees ben is nooit een probleem geweest, 
in elk geval niet op commercieel vlak,’ zegt hij. Het 
is inmiddels achttien jaar geleden dat Cheng zich in Japan heeft gevestigd, net zo lang als hij in China heeft gewoond.

    Ontvolking

    Op het Japanse eiland Amami-Oshima, ongeveer 1300 kilometer ten zuiden van Tokio, zie je steeds meer buitenlandse werknemers in restaurants en bars. Deze tendens laat zich verklaren door de opening, drie jaar geleden, van een school waar Japanse les wordt gegeven, de Kakehashi International School, die nauwe banden heeft met een uitzend
bureau in Tokio.

    ‘Na het voltooien van de middelbare school vertrekken de jongeren hier naar de grote steden op het hoofdeiland van Japan,’ zegt Yukio Hamasaki, directeur van de school en voormalig voorzitter van de plaatselijke kamer van koophandel. ‘Het is onze missie om door het ontvangen van buitenlandse leerlingen een bijdrage te leveren aan de activiteit 
in de regio en de demografische teruggang te 
compenseren.’

    Bij het Japanse restaurant Komachi werken zes buitenlandse leerlingen van de school. Een van hen, een 28-jarige Nepalees, werkt op weekdagen van 18.00 tot 22.00, nadat hij tot het middaguur lessen Japans heeft gevolgd. De eilandbewoners stellen zich 
gastvrij op tegenover deze buitenlandse leerlingen, die niet te beroerd zijn om te werken. ‘De inwoners van Amami-Oshima zien geen verschil tussen 
buitenlanders en Japanners die niet van het eiland afkomstig zijn. Ik denk dat dat komt doordat ze allemaal een andere taal spreken dan ons eilanddialect,’ zegt de 45-jarige Yuichiro Hisakura, die een restaurant voor plaatselijke specialiteiten heeft, waar hij een Indonesische leerling heeft aangenomen. De Japanse school, die in oktober 15 nieuwe leerlingen heeft ingeschreven, telt er momenteel 39. Volgend jaar moeten dat er meer dan 60 zijn. Regio’s die met ontvolking kampen, zoals het eiland Amami-Oshima, trekken veel buitenlandse leerlingen aan. De stad Goto op het eiland Kyushu is ook van plan in april een Japanse school te openen.

    Om de demografische teruggang het hoofd te bieden wordt hiervoor al een lokaal ingericht, met subsidie van de staat. Volgens cijfers van het ministerie van Justitie telt het land momenteel 710 scholen waar Japanse les wordt gegeven. 240 daarvan zijn de 
afgelopen vijf jaar opgericht, bijna een per week. 
De meeste leerlingen die hier hun diploma halen, stromen door naar beroepsopleidingen of naar de universiteit.

    Ruzies

    Hoe moet je samenleven met mensen die een andere taal spreken en een andere manier van leven gewend zijn? De eerste buitenlandse werknemers die in de Japanse samenleving integreerden zijn de nikkeijin, afstammelingen van Japanners die naar het buitenland emigreerden, bijvoorbeeld naar Brazilië. Door 
de krapte op de arbeidsmarkt als gevolg van de economische bloei heeft Japan in 1990 zijn deuren voor hen geopend, en het merendeel kwam in tijdelijke dienst van fabrieken.

    Zo is in de Japanse stad Toyota, de slaapstad waar 
het gelijknamige automerk is gevestigd, meer dan de helft van de inwoners van de wijk Homi van buitenlandse afkomst, voor het merendeel Braziliaans. In het begin waren er heel wat spanningen tussen hen en de lokale bevolking. Ruzies vanwege geluidsoverlast, rondslingerend afval of onbetaalde contributie aan bewonersverenigingen waren schering en inslag. De scholen waren niet op de ontvangst van buitenlandse kinderen berekend. Hun drukbezette ouders vonden het niet erg dat ze niet naar school gingen omdat ze op een dag toch zouden teruggaan naar hun eigen land.

    Deze jongeren, die geen Japans spraken en geen plek hadden in de wijk, vochten onophoudelijk met lokale straatbendes. Na meer dan twintig jaar in Japan te hebben gewoond, overweegt de 29-jarige Braziliaan Gustavo Murayama zich er definitief te vestigen. Als Japanse afstammeling van de derde generatie is hij op 6-jarige leeftijd op de archipel gearriveerd en opgegroeid in de wijk Homi. ‘Als ik in de spiegel kijk, zie ik een buitenlander. Maar ik heb zin om me in te zetten voor Japan en me er definitief te vestigen,’ zegt hij. Hij werkt bij een uitzendbureau en broedt op 
manieren om de contacten tussen buitenlanders 
en de Japanners soepeler te laten verlopen. Zo heeft hij al een Portugeestalige informatiesite gecreëerd om Brazilianen te helpen.

    De aanvankelijke ruzies in de wijk lijken verleden tijd. Toch is voor Kunihiro Kawabe, voorzitter van 
het plaatselijke verbond van wijkverenigingen en van een reflectiegroep over het samenleven met 
buitenlanders, ‘het woord “samenleven” heel mooi’, maar, zegt hij, ‘er moeten nog heel wat problemen worden opgelost’. Hij buigt zich al lange tijd over oplossingen voor samenlevingsproblemen en moet bekennen dat hij het aantal buitenlanders liever niet ziet toenemen. Bij het toelaten van buitenlandse werknemers laat Japan het aan de plaatselijke overheden en bewoners over om de problemen op te lossen die zich voordoen in het dagelijks leven.

    Ook nu worden voorbereidingen getroffen om nog een groter aantal van hen aan te trekken. ‘Ze zeggen dat ze werknemers ontvangen en geen immigranten, maar dat is onzin. Het 
zijn gewoon immigranten,’ protesteert Kawabe. Van de verre eilanden voor de Japanse kust tot aan het centrum van de hoofdstad is er een groot aantal buitenlanders dat samenleeft met de Japanners. En de meeste Japanners zijn zich daarvan bewust. Eind oktober 2017 telde Japan zo’n 1,28 miljoen buitenlandse werknemers, een toename van bijna 50 procent in 5 jaar.

    Japanners doen alsof ze de buitenlanders niet zien

    De wijk Shinjuku in Tokio herbergt buitenlanders uit 135 landen en regio’s, en 
1 op de 8 inwoners is er buitenlander. Door mensen van verschillende oorsprong en uit verschillende 
culturen te ontvangen begeeft Japan [waar de mythe van homogeniteit diepgeworteld is] zich op de weg van het multiculturalisme. Verscheidene factoren hebben aan deze ontwikkeling bijgedragen: de daling van het geboortecijfer, de vergrijzing van de bevolking en de demografische teruggang. Omdat 
de werkzame beroepsbevolking is afgenomen, heeft het land geen andere keus dan een beroep te doen op buitenlanders.

    Toch doen de Japanners alsof ze hen niet zien, alsof ze doorzichtig zijn. Het gedrag van de regering, die weigert een migratiebeleid te voeren, is daarvan het beste voorbeeld. Door haar ogen te sluiten voor de buitenlanders die zich in haar land vestigen, er 
trouwen en kinderen krijgen, heeft de regering nagelaten om de werkomgeving van nieuwkomers en buitenlandse leerlingen te verbeteren en voldoende taalonderwijs aan te bieden.

    In Japan woonachtige Brazilianen juichen tijdens de WK-openingswedstrijd Brazilië-Kroatië op 13 juni 2014 in Oizumi, een stadje ten noorden van Tokio. – © Getty
    In Japan woonachtige Brazilianen juichen tijdens de WK-openingswedstrijd Brazilië-Kroatië op 13 juni 2014 in Oizumi, een stadje ten noorden van Tokio. – © Getty

    De regering heeft aangekondigd meer ongeschoolde arbeiders te willen aantrekken. Maar hoewel ze 
eindelijk heeft ingezien hoe groot de behoefte aan buitenlandse arbeidskrachten is, heeft ze geen enkele maatregel getroffen om het samenleven te faciliteren. Men blijft doen alsof de buitenlanders niet bestaan door familiehereniging te beperken en het aan lokale instituties over te laten om hen te helpen.

    Het probleem betreft niet alleen de mensenrechten. Als er niet wordt opgetreden tegen de ongelijkheid op de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven, kan zich dat tegen de Japanners keren, met als gevolg meer lokale ordeverstoringen, minder veiligheid 
en een toename van maatschappelijke kosten. In diverse Europese landen heeft het ontbreken van maatregelen om de immigratie in goede banen te leiden, geleid tot sociale en politieke instabiliteit.

    Als Japan de buitenlanders als volwaardige burgers behandelt, in overeenstemming met de principes van een pluriforme en meertalige samenleving, 
dan zal het zijn perspectieven verbeteren. Niet de migranten moeten hiervoor verantwoordelijk worden gesteld, maar het volk dat hen ontvangt. Want de mens is geen inwisselbare machine.

    Auteurs: Takuya Asakura, Ari Hiramaya en Hiroki Manabe

    Asahi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 11.720.000

    De ‘Krant van de opgaande zon’ is een autoriteit in Japan, met 3000 journalisten verdeeld over 300 redacties in Japan en 30 daarbuiten. Het is de krant van intellectuelen, die zich ziet als verdediger van de democratie.

  • Dit is de man naar wie Xi Jinping luistert

    Dit is de man naar wie Xi Jinping luistert

    Xia Ming, hoogleraar politieke wetenschappen in New York, schetst een portret van zijn voormalige studiegenoot Wang Huning, de belangrijkste adviseur van de Chinese president.

    Hij heeft zich weten te onderscheiden in een vijver van 1,4 miljard mensen, en dat verdient op zichzelf al respect! Of je nu met de prins of de tijger optrekt, het is één pot nat. Wang Huning heeft zich aangepast aan de politieke zeden van Zhongnanhai, de zetel van de Chinese regering, om er drie generaties monarchen te dienen. Dankzij zijn grote kennis van het raderwerk van de staat is hij steeds verder opgeklommen, een onmiskenbaar teken van zijn opmerkelijke intellectuele en emotionele kwaliteiten. Maar weinig mensen zullen die kwaliteiten betwisten: hij is een innemende man die in staat is om een missie tot een goed einde te brengen en problemen op te lossen, en hij loopt niet met zijn talenten te koop. Toch gaan we hier proberen zijn profiel wat verder uit te diepen.

    Ik heb Wang Huning veelvuldig meegemaakt tussen 1981 en 1991 op de faculteit voor Internationale politiek van de Fudan-universiteit in Shanghai. In die tijd verkeerde hij nog niet in de hoogste kringen, zodat het mogelijk was zijn ware gezicht en zijn werkelijke karakter te zien. En ook al heb ik een jaar of twintig geen direct contact meer met hem gehad, ook daarna heb ik zijn levensloop kunnen volgen aangezien onderzoek naar de Chinese politiek mijn vakgebied is.

    Hervormingstendensen

    We zaten op dezelfde faculteit en woonden beiden in gebouw nr. 7 op de campus van Fudan. In 1981, toen ik aan mijn bachelor begon, was Wang, die tien jaar ouder is dan ik, bezig met zijn master. Na zijn afstuderen werd hij docent op Fudan en in het studiejaar 1982-1983 heb ik colleges geschiedenis van het westerse politieke denken bij hem gevolgd. In die tijd volgde hij als docent nog het voetspoor van zijn eigen leermeester Chen Qiren, hoogleraar politieke economie en een orthodoxe marxistisch leninist.

    Maar naarmate de belangstelling voor het westerse denken en de hang naar politieke hervormingen toenamen, wist Wang Huning zijn vergelijkend onderzoek naar politieke regimes steeds verder uit te breiden. In de jaren tachtig kwamen onze interessesferen dichter bij elkaar te liggen. Hij en mijn scriptiebegeleider waren in 1987 samen verantwoordelijk voor het ‘Politieke verslag van het dertiende Partijcongres van de Communistische Partij van China’. De tekst van Wang is getiteld ‘Scheiding van partij en staat’ en ik heb meegeschreven aan het hoofdstuk ‘Deconcentratie van machten’, twee typerende thema’s voor de hervormingstendensen in de jaren tachtig, waartoe Deng Xiaoping in 1979 de aanzet had gegeven.

    We zijn allebei in 1984 lid geworden van de Communistische Partij van China en ik heb lange tijd tot dezelfde cel behoord als hij. Onze werkkamers waren trouwens maar een paar stappen van elkaar verwijderd. Tijdens mijn master hebben we vaak samengewerkt; ik heb bijvoorbeeld meegewerkt aan de redactie van enkele van zijn boeken, waaronder aan Fubai he fan fubai (‘Corruptie en strijd tegen corruptie’).

    Maar in 1989 werden we ongewild tegenstanders. In februari van dat jaar liet de universiteit haar studenten ‘de beste jonge docent’ kiezen, en ik eindigde volgens een van mijn studenten, de vicevoorzitter van de studentenvereniging, op de eerste plaats. Maar als gevolg van een ‘democratische centralisering’ van de uitslagen, een ironische verwijzing naar de handelwijze van de Communistische Partij, was het Wang Huning die won. Kort daarna spatte de democratische studentenbeweging van 1989, bekend van het bloedig onderdrukte Tiananmenprotest, uit elkaar.
    Wang had zonder aarzelen de kant van Partij en regering gekozen, terwijl ik de kant van de studenten koos. Van toen af aan hebben onze wegen zich gescheiden. Na deze gebeurtenissen besloot ik naar de Verenigde Staten te gaan om te promoveren, terwijl Wang aan zijn beklimming van de machtsladder begon.

    President Xi Jinping in de Grote Volkszaal in Beijing met zijn gevolg: premier Li Keqiang (r), Li Zhanshu (l) en Wang Huning. – © AP
    President Xi Jinping in de Grote Volkszaal in Beijing met zijn gevolg: premier Li Keqiang (r), Li Zhanshu (l) en Wang Huning. – © AP

    In de ogen van de meeste mensen is Wang Huning een gevierde geleerde, maar in werkelijkheid draagt hij de littekens van zijn tijd met zich mee. Hij heeft proefschriften begeleid, maar zelf heeft hij nooit een bachelor gedaan en is hij nooit gepromoveerd [zie de bio onder aan de tekst].
    Omdat Wang Huning geen klassieke opleiding heeft genoten, vertoont zijn onderzoek grote methodologische tekortkomingen en een gebrek aan conceptualisering. Wanneer hij bijvoorbeeld een historische ‘balans’ opmaakt van de corruptie in China, volstaat hij met een gedetailleerde en subjectieve beschrijving, zonder zich ooit (of vrijwel nooit) in oorzaak en gevolg te verdiepen. Dat heeft hem 
uiteindelijk vatbaar gemaakt voor de 
theorieën van de Chinese ‘nationale specificiteit’, al in zwang sinds het begin van de eenentwintigste eeuw, 
en van het ‘cultuurrelativisme’.

    Desondanks heeft Wang Huning ontdekt hoe hij moet slagen. In zijn boek over corruptie onderkent hij de ‘alomvattende, allesoverheersende aard van de Chinese overheid’, die systematisch tot uitdrukking komt op elke positie binnen een complex hiërarchisch systeem. Gedurende zijn hele carrière heeft hij zijn ellebogen gebruikt om een begeerde positie te bereiken, om vervolgens de aan die positie verbonden voordelen te monopoliseren en de weg naar een nog hogere functie te vinden.

    In 1986, toen hij betrokken werd bij het schrijven van het politieke verslag van het dertiende Partijcongres, begon Wang Huning een sterke neiging tot “neo-autoritarisme” te vertonen

    Wang is een typische apparatsjik. Hij is geboren in Shanghai in een familie van middelhoge ambtenaren en trouwde met een van zijn medestudenten, Zhou Qi, wier vader hoogleraar-onderzoeker was aan het Instituut voor Contemporain Internationaal Onderzoek in Beijing. Daarna begon een carrière die nauw verbonden was met het Partijapparaat.

    Begin jaren tachtig behoorden de briljantste jonge onderzoekers op de campus van Fudan bijna allemaal tot het liberale kamp, dat economische en sociale hervormingen voorstond, en in mindere mate politieke hervormingen. Maar nadat tijdens een seminar van de filosofische faculteit van Fudan het marxistisch leninisme ter discussie was gesteld, werden ze het doelwit van een ‘campagne tegen geestelijke vervuiling’ die werd gelanceerd in 1983.

    Toen Wang Huning in 1984 lid werd van de Partij, werd Wang Bangguo, hoofd van het onderzoekslaboratorium en de politicologische faculteit van Fudan, zijn mentor, met de bedoeling het liberale tij te keren. Met steun van hogerhand maakt Wang Huning daarna een bliksemcarrière. Hij werd de jongste universitair hoofddocent van Fudan. Dat was slechts de voorbode van talrijke andere roemrijke titels. Volgens sommigen is hij ‘gesmeed door de Partij’. Waarschijnlijk is in elk geval dat hij in die tijd de aandacht trok van Zeng Qinghong, destijds adviseur van Jiang Zemin in het stadhuis van Shanghai.

    In 1986, toen hij betrokken werd bij het schrijven van het politieke verslag van het dertiende Partijcongres, begon Wang Huning een sterke neiging tot ‘neo-autoritarisme’ te vertonen, een stroming die zowel economisch liberalisme als een moderne dictatoriale macht voorstond en het liberaal-democratische gedachtegoed een halt wilde toeroepen. Toen de democratische beweging in 1989 uit elkaar spatte, nam hij het op voor Jiang Zemin, die door de liberale intellectuelen werd bekritiseerd omdat hij in mei van dat jaar de Shijie Jingji Daobao (World Economic Herald) had gesloten, een van de eerste liberale kranten van China, met als motief dat deze de democratische beweging ‘begunstigd’ zou hebben. Na het bloedbad van 4 juni 1989 op het Tiananmenplein in Beijing is het aantal liberalen in universitaire en politieke kringen in China vrijwel gedecimeerd, door middel van repressie of verbanning.

    Chinese Hegel

    Voor een vertegenwoordiger van het neo-autoritarisme als Wang Huning openden zich nieuwe horizonten. Hij werd de architect en goochelaar van een steeds reactionairder politiek regime.

    Wang was tamelijk sterk beïnvloed door het marxistisch leninisme en andere Europese politieke theorieën. Ik herinner me dat in zijn colleges over de geschiedenis van het westerse politieke denken zijn bewondering voor Plato doorklonk, de ‘koning van de filosofie’, en voor boeken als De vorst van Niccolò Machiavelli en Leviathan van Thomas Hobbes. Zijn masterscriptie ging over nationale soevereiniteit, een geliefd onderwerp van de Franse politiek filosoof Jean Bodin (1529-1596), die manieren bestudeerde om de koning te helpen zijn absolute macht te consolideren en een eind te maken aan het feodalisme van de middeleeuwen.

    Hij was in zekere zin een Chinese Hegel, die het bestaan van een dictatoriaal regime verdedigde en van mening was dat ‘de staat zijn bestaan dankt aan de komst van God naar de wereld’ (Hegel, Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie, 1820). Maar hij was ook een Chinese Heidegger, de beroemde filosoof die 
de denker van het fascistische regime werd. En als je in het politieke verslag van het negentiende Congres van de Communistische Partij van China, gepubliceerd in november 2017, de 
passage over de grote strijd, de grote werken en de grote dromen leest, te verwezenlijken door de Partij, moet je onwillekeurig ook aan een andere Duitse nazifilosoof denken, Carl Schmitt (1888-1985), voor wie ‘het specifieke politieke onderscheid het verschil tussen vriend en vijand is’. Met andere woorden, het belangrijkste van alles is om te weten wie er aan jouw kant staat en wie tot degenen behoort die bestreden moeten worden. Zonder deze potentieel dodelijke strijd zou de politiek niets voorstellen.

    Het is niet zo abnormaal om te denken dat de weg naar “een sterk leger voor een sterk land” uiteindelijk tot hetzelfde historische lot zullen leiden dat Duitsland en Japan was beschoren

    In zijn boek Meiguo fandui meiguo (Amerika tegen Amerika) uit 1991 poneert Wang Huning duidelijk voor welke uitdaging Azië naar zijn idee staat: dat Japan, het Land van de Rijzende Zon, de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog zware militaire klappen heeft toegebracht, en zware economische klappen in de jaren tachtig van de vorige eeuw, komt volgens hem doordat het individualisme, het hedonisme en de democratie zijn overwonnen door collectivisme, zelfopoffering en autoritarisme. Ziedaar de waarden 
en de historische ontknoping van de droom van een ‘rood Rijk van de Rijzende Zon’ dat hij samen met Xi Jinping wil realiseren.

    Momenteel is het niet zo abnormaal om te denken dat de weg naar ‘een sterk leger voor een sterk land’, waarvoor het politieke verslag van het negentiende Congres onder de bezielende leiding van Wang Huning pleit, en het idee dat ‘de Partij almachtig is in het hele land’, uiteindelijk tot hetzelfde historische lot zullen leiden dat Duitsland en Japan was beschoren. Toch schrijft Wang Huning in zijn boek Zhengzhi di rensheng (Een politiek leven) uit 1994: ‘Het is verschrikkelijk dat wij meestal niet in staat zijn lering te trekken uit de gruwelen van het verleden.’ Volgens sommigen is Wang Huning het prototype van een geleerde in regeringskringen die liever in de schaduw vertoeft. Hij heeft misschien ongefundeerde verwachtingen gewekt, maar hij heeft zich nooit de ideeën van Socrates toegeëigend, die een ‘paardenvlieg voor Athene’ wilde zijn en een ‘wereldburger’ (Plato, Apologie van Socrates). Zijn kritische geest is slechts op één ding gericht: het door het slijk halen van de westerse mogendheden. Wellicht zal hij er ooit in slagen herboren te worden en zichzelf te overstijgen door een eind te maken aan de symbiotische relatie die hij met de totalitaire machthebbers onderhoudt en China in een meer liberale en democratische richting kunnen stuwen.

    Toen ik in 1991 toestemming vroeg om Fudan te verlaten en in de Verenigde Staten te gaan studeren, zei Wang Huning me drie dingen: ten eerste dat hij zich niet tegen mijn vertrek zou verzetten; ten tweede dat de VS een grote machine was waarvan je absoluut het ritme diende te volgen om niet vermorzeld te worden; en ten derde dat zolang hij invloed had op Fudan, hij me altijd zou terugnemen als ik dat zou willen. Het eerste punt betrof een gunst aan mijn adres, het tweede was een nuttig advies en het derde zal me naar ik hoop nog eens van pas komen.

    In ‘Een politiek leven’ schrijft Wang Huning: ‘De politieke belofte is een begrip dat nadere uitwerking verdient; het is misschien het logische beginpunt voor het creëren van een politieke filosofie in China.’ Maar dit voornemen mag geen pact van Faust met de duivel worden. Noch op persoonlijk vlak, noch wat het land betreft.

    Auteur: Xia Ming
    Vertaler: Peter Bergsma

    Duanchanmei
    China | theinitium.com

    Duanchuanmei is een Chinese website, opgezet in 2015 door de advocaat Will Cai, die in Hongkong de kritiek kreeg dat hij op al te goede voet zou staan met Xi Jinping.

  • Donald Trump in Azië: 
een president zonder strategie

    Donald Trump in Azië: 
een president zonder strategie

    Donald Trumps recente twaalfdaagse rondreis door Azië verliep zonder grote incidenten. Ook sloot de Amerikaanse president een tiental lucratieve deals. Maar hij kon niemand duidelijk maken hoe hij denkt te reageren op de toenemende macht van China

    Na een voor hem ongekend vertoon van diplomatie tijdens zijn driedaagse bezoek aan Beijing, was Donald Trump een paar dagen later op de Asia-Pacific Economic Cooperation-top in Vietnam weer zijn vertrouwde zelf. In een felle en confronterende toespraak in Da Nang beschuldigde hij landen in de regio van handelsmisbruik dat de VS niet langer zouden tolereren, en betoogde hij dat in zijn beleid America altijd first zou zijn. De toon stond in schril contrast tot die van de Chinese president Xi Jinping. Hij sprak na Trump en steunde onomwonden de globalisering. ‘Openheid leidt tot vooruitgang, en wie zich op zichzelf blijft richten, zal achterblijven,’ zei Xi.

    De Aziatische landen, beducht voor de oplopende rivaliteit tussen ’s werelds twee grootste economieën, volgden Trumps eerste bezoek aan China nauwlettend. Tot veler verrassing verliep het verblijf van de Amerikaanse president in Beijing probleemloos en rustig. In plaats van het verwachte diplomatieke getouwtrek over Noord-Korea, de handel, Taiwan en de Zuid-Chinese Zee, sprak Xi vleiende woorden over Trump. Ook sloot China meer dan tien zakelijke overeenkomsten met de VS, ter waarde van ruim 250 miljard dollar, in een poging om Trumps onvrede over Amerika’s handelstekort met China te sussen.

    Volgens lokale waarnemers kan de goede persoonlijke band tussen Xi en Trump op korte termijn zeker van nut zijn voor de Chinees-Amerikaanse betrekkingen. Maar op langere termijn zullen die betrekkingen volgens hen in het teken staan van de relatieve neergang van de VS en de opkomst van China. ‘De strijd om invloed in Azië is ontbrand en zal waarschijnlijk feller worden,’ vertelt Timothy Heath, internationaal defensiespecialist bij de RAND Corporation. ‘De toekomst van de mondiale economie ligt in Azië en de VS kunnen het zich niet veroorloven die regio te negeren. De opkomst van China biedt de regio kansen op economische bloei, zoals de Nieuwe Zijderoute, Xi’s persoonlijke initiatief met betrekking tot de wereldhandel en de ontwikkeling van de infrastructuur, maar zorgt bij veel buurlanden ook voor angst en ongerustheid. ‘De VS zullen een belangrijke speler blijven bij het bewaren van de vrede en de stabiliteit in een regio met een geschiedenis vol animositeit en onzekerheid,’ zegt Heath.

    Machtsevenwicht veranderd

    Volgens analytici heeft Beijings toegenomen assertiviteit onder Xi het machtsevenwicht veranderd. ‘Jarenlang volgden veel landen in de regio een dualistische benadering van “aankloppen bij China voor de economie en aankloppen bij de VS voor de veiligheid”, aldus Alexander Vuving, Chinadeskundige aan het Daniel K. Inouye Asia-Pacific Centre for Security Studies in Honolulu. ‘Maar die tactiek werkt niet meer. Landen in de regio moeten op zoek naar een nieuwe regionale veiligheidspolitiek.’

    ‘Beijing maakt zich vooral zorgen over de door de VS geleide vierpartijencoalitie tegen China,’ verklaart Pang Zhongying, een in Beijing gevestigde deskundige op het gebied van de internationale politiek. ‘Dat roept bij Beijing slechte herinneringen op aan de tegen China gericht Aziëstrategie van voormalig president Obama – zij het nu onder een andere naam.

    De herleving van die vierpartijencoalitie – de VS, India, Japan en Australië – die zo’n tien jaar geleden ontstond, is het meest recente voorbeeld van een nieuwe strategische coalitievorming die als tegenwicht moet dienen voor China’s militaire en economische invloed. Japan is de meest uitgesproken aanhanger van het initiatief; India en Australië werden recent pas enthousiast toen China de door de VS geleide wereldorde begon te tarten.

    Australische politici hebben herhaaldelijk gewaarschuwd tegen vermeende pogingen van China om de Australische politiek te beïnvloeden, en tegen China’s expansiepolitiek met betrekking tot het oude geschil om de Zuid-Chinese Zee. ‘Het recente conflict tussen China en India over het Doklamplateau in het Himalayagebergte was ook een waarschuwing voor New Delhi,’ zegt Diyesh Anand, Chinadeskundige aan de Londense Westminster University. ‘Het lijkt erop dat China’s ontevreden buren, zoals India en Japan, niet langer zwijgend zullen toezien, maar de banden met de VS en met elkaar zullen aanhalen.’

    De Trump-bar in Da Nang, Vietnam. Eigenaar Nguyen Ha Anh Tuan (32) houdt van de reuring die Trump veroorzaakt en hoopt dat die overslaat naar zijn etablissement. – © Linh Pham / Getty
    De Trump-bar in Da Nang, Vietnam. Eigenaar Nguyen Ha Anh Tuan (32) houdt van de reuring die Trump veroorzaakt en hoopt dat die overslaat naar zijn etablissement. – © Linh Pham / Getty

    Veel kleine landen in Zuidoost-Azië stellen zich juist voorzichtiger op en proberen zich afzijdig te houden van de grote geschilpunten, zo luidt de analyse van Jay Batongbacal, zeerechtdeskundige aan de University of the Philippines. Maar ook hun relatie met China is gespannen. Volgens veel analytici ligt het keerpunt in Beijings relatie met zijn buren in 2010. Toen bitste de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Yang Jiechi zijn Singaporese collega toe: ‘China is groot en de andere landen zijn klein, dat is een feit.’

    Ook het kleine Vietnam ondervond hoe het is om door China te worden geïntimideerd. Het land spreekt zich al enige tijd duidelijk uit tegen de Chinese claim op de Zuid-Chinese Zee. Op Vietnams onafhankelijkheidsdag, begin september, hield China een militaire oefening vlak voor de Vietnamese kust. Omdat Hanoi economisch afhankelijk is van China, was er weinig dat men kon doen. ‘Vietnam heeft geen opties meer,’ vertelt Vuving. ‘Het land wendde zich tot de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen. Maar als puntje bij paaltje komt zijn de VS, Japan en India de enige die Vietnam kunnen helpen enig tegenwicht te bieden tegen de Chinese invloed.’

    Volgens analytici heeft het feit dat Azië niet echt stabiel is en dat de meeste regeringen in de regio elkaar niet echt vertrouwen, bijgedragen aan de spanningen en toenemende rivaliteit tussen China en de VS. Trumps buitenlandpolitiek, verstoken van elke consistente, allesomvattende strategie, heeft de afname van de invloed van de VS in de regio versneld, bondgenoten en partners van zich vervreemd en China de vrije hand gelaten bij het vergroten van zijn regionale dominantie.

    ‘Xi veroordeelt de westerse liberale waarden en stelt China als het grote voorbeeld voor andere staten’

    Carlyle Thayer, defensiespecialist aan de University of New South Wales in Sydney, legt uit dat in de ogen van Zuidoost-Aziatische landen Trump met zijn isolationistische politiek in feite het leiderschapsstokje heeft overhandigd aan Xi en het signaal heeft afgegeven dat de naoorlogse periode van de Amerikaanse dominantie snel ten einde komt. ‘De Verenigde Staten hebben weinig aan hun militaire dominantie ten opzichte van China als leiderschap en strategie ontbreken om deze te gebruiken ter ondersteuning van een op regels gebaseerde regionale en wereldorde,’ zegt hij. ‘Xi is in dat gat gestapt. Hij veroordeelt de westerse liberale waarden en stelt China als het grote voorbeeld voor andere staten.’

    Volgens veel analytici hebben – ondanks het feit dat negen op de tien Amerikanen nog steeds voorstander is van een sterk mondiaal leiderschap van Washington – Trumps minachting voor multilaterale handelsovereenkomsten en zijn koerswijziging met betrekking tot verplichtingen aan bevriende naties en bondgenoten, wereldwijd een ongekende strategische onzekerheid veroorzaakt. ‘Een onderbezet, ondergefinancierd en gedemoraliseerd ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Amerika’s slagkracht in de regio verkleind,’ aldus Jeffrey Kingston, hoofd Asian Studies aan de Japanse Temple University. Dat standpunt wordt ondersteund door cijfers van de American Foreign Service Association, de vereniging die diplomaten vertegenwoordigt. Die waarschuwde onlangs dat de rangen van Amerika’s meest ervaren diplomaten met duizelingwekkend snelheid uitdunnen: 60 procent van de Career Ambassadors heeft de dienst verlaten sinds Trump in januari president werd. ‘De leegloop van zo veel ervaren ambtenaren heeft een ernstig, direct en concreet effect op het vermogen van de VS om de wereldgebeurtenissen vorm te geven,’ aldus Barbara Stephenson, directeur van de bovengenoemde Association.


    Zuid-Koreaanse waarnemers zeggen dat de recente ontspanning in de relatie tussen China en Zuid-Korea met betrekking tot het Amerikaanse Terminal High Altitude Area Defence (THAAD)-antiraketsysteem een reusachtige geopolitieke stap voorwaarts is voor China in de strijd met de VS om het leiderschap in de regio. Dr. Seong-Hyon Lee, onderzoeker aan het Sejong Institute in Zuid-Korea, zegt het zo: ‘De VS en China staan aan het begin van een periode van ‘structurele competitie’. In feite ging het THAAD-geschil vooral om de rivaliteit tussen de VS en China in de regio.’

    Tijdens zijn recente bezoek aan de VS uitte premier Lee Hsien Loong van Singapore zijn zorgen over de toenemende wedijver tussen China en de VS. ‘Het is voor een klein land nooit makkelijk om een groot buurland te hebben,’ zei hij. ‘Als er spanningen zijn tussen Amerika en China, wordt ons gevraagd om partij te kiezen.’ En dat is iets wat Singapore niet wil doen, volgens Lee.

    Net als Lee is de Filipijnse president Rodrigo Duterte erop gebrand om te bewijzen dat kleine landen ook een belangrijke machtsfactor kunnen worden met gelijkwaardige, vruchtbare relaties met alle grootmachten, vooral met China en de VS. Maar er zal altijd een diepgeworteld wantrouwen blijven bestaan ten aanzien van Beijings intenties. Niet alleen vanwege China’s toenemende concurrentie met de VS, maar ook vanwege China’s geringe politieke transparantie en de repressieve praktijken in eigen land. ‘Aziatische waarnemers denken dat de manier waarop Chinese leiders hun eigen volk behandelen laat zien hoe ze met de buurlanden zullen omgaan als China dominant wordt in Azië,’ legt Robert Sutter uit, een deskundige op het gebied van buitenlandse politiek aan de George Washington University in de Amerikaanse hoofdstad.

    Gelijkwaardige partner

    Nadat hij Beijing heeft omschreven als het opkomende alfamannetje in Azië, zegt Seong-Hyon Lee dat Beijing wat harder zijn best moet doen om bij zijn buren respect af te dwingen en de weerstand te laten afnemen. Maar dat ze daar nog steeds niet lijken te weten wat ‘soft power’ inhoudt.

    Daar is Batongbacal het mee eens. Volgens hem stuit Xi’s veelgeprezen Zijderouteplan ook op kritiek vanwege het gebrek aan waarborgen. ‘Men is bang dat het alleen een oude imperialistische strategie in een glimmend nieuw jasje zal blijken te zijn. China is tot voor kort altijd naar binnen gericht geweest. Dat staat haaks op de internationale structuur van de wereldorde waarin het land een plek zoekt.’

    Maar net als veel andere deskundigen spreekt Batongbacal de hoop uit dat de consolidatie van Xi’s macht een keerpunt kan zijn. ‘Als China ervoor kiest om zichzelf boven de rest van de regio te plaatsen, omdat het meent hogere rechten en aanspraken te hebben, jaagt het land zijn buren tegen zich in het harnas. Pas als het zich opstelt als gelijkwaardige partner in een samenwerking met wederzijdse voordelen, zal het worden geaccepteerd als leider van een gemeenschap van naties.’

    Auteur: Shi Jiangtao
    Vertaler: Paul Bruijn

    South China Morning Post
    China (Hongkong) | dagblad | oplage 261.000

    Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische ontwikkelingen in de regio.

  • Van vuilnisman in Japan tot spil in de Tsjechische politiek

    Van vuilnisman in Japan tot spil in de Tsjechische politiek

    De Tsjechisch-Japanse politicus Tomio Okamura, een nationalist en verklaard tegenstander van de EU en immigratie, was een verrassende winnaar bij de parlementsverkiezingen in oktober. Wie is hij?

    Hij wilde president worden van de Tsjechische Republiek. Hij wil de radio en de televisie nationaliseren. Hij wil directe democratie en accepteert niet dat iemand hem de mond snoert. Hij heeft een bloedhekel aan de media maar verschijnt er veelvuldig in. Hij is half-Japans en half-Tsjechisch, wijst de islam radicaal af en is tegen iedere vorm van immigratie.

    Hij is voorzitter van de partij Vrijheid en Directe Democratie (SPD), die hij oprichtte nadat hij uit de Dageraad-partij was gezet, die hij eveneens had opgericht. Tomio Okamura en zijn SPD zorgden voor een verrassing bij de parlementsverkiezingen in oktober door de op drie na grootste partij te worden (10,64 procent van de stemmen, 22 zetels). Dit resultaat verschaft Okamura een machtspositie aangezien Andrej Babis, met 29 procent van de stemmen de winnaar van de verkiezingen, hem nodig heeft voor een toekomstige coalitieregering.

    Okamura werkte in Japan als vuilnisman. Dankzij hard werken werd hij later miljonair in Tsjechië, het land waar hij naar eigen zeggen nog steeds last heeft van racistische pesterijen. Hij werd in 1972 geboren in Tokio als zoon van een Tsjechische moeder en een Japanse vader, als jongste van drie zonen. Na zijn kindertijd voornamelijk te hebben doorgebracht in Japan, maakte hij zijn lagere school af in Tsjecho-Slowakije. Toen zijn moeder ziek werd, bracht hij met een van zijn broertjes enige tijd door in een weeshuis. Hij vertelt dat hij er werd gepest, wat een verklaring zou kunnen zijn voor het gestotter waar hij tot zijn tweeëntwintigste last van had.

    Okamura volgde een middelbare 
chemieopleiding alvorens op zijn achttiende terug te keren naar Japan, waar hij niet verder ging studeren. Hij kon in het land van zijn vader alleen een baan vinden als vuilnisman, en vervolgens als popcornverkoper in een bioscoop. Omdat hij zich naar eigen zeggen gediscrimineerd voelde en geen toekomst zag in Japan, vertrok hij opnieuw naar Tsjechië.

    Bedwelmd door succes

    Daar stort hij zich met succes in het toerisme en begint zijn eigen reisbureau, dat zich voornamelijk richt op Japanse toeristen. Hij is mede-eigenaar van winkels met Japanse producten en een softwarebedrijfje, en wordt ook actief in het restaurantwezen. In 2012 maakt hij gebruik van zijn contacten in de media om zich kandidaat te stellen voor de Senaatsverkiezingen. Bedwelmd door zijn succes besluit hij vervolgens deel te nemen aan de presidentsverkiezingen. Als blijkt dat hij niet genoeg handtekeningen heeft verzameld, gaat hij in beroep bij de hoogste bestuursrechter.

    In 2013 richt Tomio Okamura Dageraad op, een partij voor directe democratie. Hij wordt verkozen tot partijvoorzitter en wordt gekozen in het parlement. Okamura schreef verschillende boeken waarin hij naast verhalen over zijn persoonlijke leven advies geeft over de manier waarop je een gelukkig leven kunt leiden: hoe geld te verdienen, hoe te slagen in het leven of macht te vergaren. Het eerste boek, met zijn gezicht op het omslag, heeft als titel De Tsjechische droom. Deze boeken, de auteur komt er rond voor uit, zijn geïnspireerd door de boeken van Donald Trump, voor hem liefkozend ‘Donald’.

    Het bewijs dat het hem financieel voor de wind gaat, is het feit dat hij de op twee na rijkste volksvertegenwoordiger van het land is, na miljardair Andrej Babis en de aristocraat Karel Schwarzenberg. Maar het is eveneens geld dat zijn imago van integer zakenman, dat hij zorgvuldig koestert, het meest bezoedelt. Na zijn succes bij de verkiezingen van 2013 vloeiden er miljoenen kronen in de partijkas van Dageraad. Maar in diezelfde periode werd er iedere maand een bedrag van 1 miljoen Tsjechische kronen [ca. 39.000 euro] overgemaakt van de partij naar een rekening van Okamura, zogenaamd als vergoeding voor marketingactiviteiten en media-adviezen. De politicus had geen verklaring voor deze naar klassieke verduistering riekende praktijken, en werd uitgesloten van de politieke partij waar hij oprichter van was. Okamura verweerde zich en zei dat er in zijn partij een coup was gepleegd. Nadat het schandaal enkele maanden had geduurd, trad Okamura zich terug en verliet hij de partij die geen toekomst meer had en die financieel onherstelbaar beschadigd was. De kwestie is des te pijnlijker omdat een van de campagneslogans van de partij bij de laatste verkiezingen nu juist was dat politiek leiders hoofdelijk aansprakelijk moeten worden gesteld, zowel materieel als strafrechtelijk.

    schermafbeelding 2017 11 30 om 12 46 51 pm

    Twee jaar geleden richtte Okamura, met de retoriek van de man die door zijn naasten was verraden maar toch onverdroten beleef vechten voor een betere toekomst voor alle eerlijke Tsjechen, de partij Vrijheid en Directe Democratie op. Hij bouwde zijn campagne op door zich te presenteren als de model-Tsjech die zijn land verdedigt tegen migranten en tuig. Tot grote verrassing van de meeste mensen kwamen Okamura en zijn horde heethoofden, die zich vooral onderscheiden doordat ze schaamteloos absurde uitspraken doen zonder dat ze in staat zijn tot enige vorm van zelfkritiek, in het parlement terecht.

    De belangrijkste thema’s van Okamura zijn patriottisme, nationale trots, directe democratie (Okamura laat zich lovend uit over een ‘regering van iedereen’ en over het communisme als een idee dat door ‘de mensen’ is gecorrumpeerd), aanscherping van de immigratiewetten en zero tolerance ten aanzien van groepen die zich zogenaamd niet aanpassen. Als euroscepticus stelt hij de natiestaat voorop en gaat hij prat op zijn ideologische verwantschap met Marine Le Pen.

    Als iemand anders zijn woorden tegen hem gebruikt, smelten de waarden waar hij zich op zegt te beroepen – moed, persoonlijke motivatie, je aan je woord houden – plotseling als sneeuw voor de zon

    Okamura verdedigt graag het beginsel van gelijke rechten. Hij legt de nadruk op ‘gewone’ mensen – waar hij zelf bij zegt te horen – die altijd aan het kortste eind trekken, met name ten opzichte van alle minderheden. Van succesvolle miljonair wordt hij plotseling een ‘kleine’, ‘gewone’ en ‘eerlijke’ Tsjech.

    Maar als iemand anders zijn woorden tegen hem gebruikt, smelten de waarden waar hij zich op zegt te beroepen – moed, persoonlijke motivatie, je aan je woord houden – plotseling als sneeuw voor de zon. Dan dient hij een aanklacht in. Zo klaagde hij vijf jaar geleden een journaliste, die alleen had gewezen op een verklaring waarin hij stelde dat hij ‘op zoek was naar de definitieve oplossing van het Roma-probleem’, aan wegens smaad.

    Okamura aarzelt ook niet om zijn eigen familie, die niet erg te spreken is over zijn opvattingen, aan te pakken. Hij 
wil niets weten van zijn oudere broer Hayato, die heeft aangegeven dat hij de familie wil zuiveren van de naam van Tomio en die zich kandidaat heeft gesteld voor de christen-democratische partij. Tegelijkertijd zegt Okamura dat 
er niets boven familie gaat. Tijdens de bekendmaking van de resultaten van de jongste verkiezingen dwong hij zijn 
zoon voor de camera’s naast hem te komen staan. De jongeman, student 
aan de filmacademie, distantieerde zich echter meteen van zijn vader en diens ideeën.

    Tomio Okamura heeft het vaak over familie. De ondersteuning van het traditionele gezin en ‘eerlijke mensen’ maakt deel uit van het programma van de SPD. Maar wat deze woorden betekenen weet alleen Okamura zelf. Hij gedraagt zich al sinds jaar en dag als een playboy die geen haast heeft een gezin te stichten, en omringt zich het liefst met meisjes die een flink stuk jonger zijn dan hij. Momenteel stoomt hij zich klaar voor de rol waarvan hij al jaren droomt: die van politicus waar je rekening mee moet houden. Of hij er nu wel of niet in slaagt de aandacht van het publiek op zich te vestigen, u kunt er zeker van zijn dat hij, als het weer mislukt, zal zeggen dat het komt door onze racistische vooroordelen.

    Auteur: Adéla Knapová
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Gedoodverfd premier Babis: steenrijk en omstreden

    Andrej Babis (63), met zijn partij ANO de grote winnaar van de Tsjechische parlementsverkiezingen van oktober 2017 en daarmee de gedoodverfde nieuwe regeringsleider, is niet geheel onomstreden. Tegen deze voormalig minister van Financiën lopen diverse onderzoeken wegens malversaties. Bovendien doen hardnekkige geruchten de ronde dat hij tijdens het communistische bewind een informant was van de Tsjechische geheime dienst StB en tevens medewerker van de Russische KGB.

    De naam van de partij die Babis in 2011 oprichtte, Ontevreden Burgers in Actie, dekt de lading perfect. Het succes ervan stoelt op de recente golf van populisme in Oost-Europa. Zo ontevreden zal Babis overigens zelf niet zijn: zijn vermogen wordt door Forbes geraamd op 4,1 miljard dollar. Hij wordt weliswaar onveranderlijk ‘de Tsjechische Donald Trump’ genoemd, maar de Amerikaanse president loopt nog altijd een miljard bij hem achter.

    Babis is overigens geen Tsjech: hij werd in de Slowaakse hoofdstad Bratislava geboren uit Slowaakse ouders, maar hij studeerde economie in Praag. Hij was jarenlang ook braaf lid van de communistische partij in zijn geboorteland en schopte het tot een van de leidende figuren van het staatsconglomeraat Petrimex. In 1993, na de val van het communistische bewind en de ‘fluwelen scheiding’ tussen Tsjechië en Slowakije, kwam hij aan het hoofd te staan van Agrofert, de landbouwtak van Petrimex. Later bleek het bedrijf ineens op zijn naam te staan. Agrofert is de op drie na grootste onderneming van Tsjechië. Babis heeft er ook zijn recente aankopen in ondergebracht: de belangrijkste uitgeverij van het land en twee kranten.

    Reflex
    Tsjechië | reflex.cz

    Nieuws en trends met originele accenten. Jongleert tussen politieke analyses 
en sociale reportages voor 
een jonge doelgroep.

  • 4. Een meloen voor 
de prijs van een auto

    4. Een meloen voor 
de prijs van een auto

    Japanners zijn geobsedeerd door luxefruit. Zo kan een zorgvuldig gekweekte meloen tot wel tienduizenden euro’s opbrengen. Journaliste Bianca Bosker ging op zoek naar de oorsprong van de meloenencultus.

    Mijn reis naar het hart van de meloencultus begon met een aardbei. Een paar jaar geleden zat ik in een vaag verlicht restaurant in Tokio, waar ik mij tegoed deed aan een keur aan anatomische gerechten waarvan de naam mij onbekend was en die afkomstig waren van diersoorten waarvan ik nog nooit gehoord had, bereid door een chef wiens elegante hantering van het mes eerder aan ballet deed denken dan aan koken. In Amerika zou zo’n feestmaal zijn besloten met een processie van desserts: een semifreddo van grapefruit om het gehemelte te reinigen, een steviger 
dessert van mokkacrème met donkere chocoladesaus, daarna een postdessert-dessert van truffels 
en gekonfijte vruchten, plus een stuk taart om mee 
naar huis te nemen. Maar toen de chef tijdens mijn diner in Tokio mijn dessert serveerde, bestond dat uit slechts één gesneden aardbei, geheel alleen 
opgediend op een bordje.

    Toen ik mijn tanden in een plakje zette, had ik het idee dat ik voor het eerst kleur proefde. De aardbei was geparfumeerd. Hij smaakte naar rozen, honing en een kus. En er was geen touw aan vast te knopen. Waar kwam hij vandaan? Wat maakte hem zo bijzonder? Waarom maar één?

    Ik ontdekte dat mijn aardbei bijzonderder was dan 
ik had gedacht maar toch minder uniek. In warenhuizen in Tokio stuitte ik op in krimpfolie verpakte doosjes met één aardbei, gepresenteerd op een voetstuk met sfeerverlichting, voor 5 dollar per stuk – een koopje toen ik erachter kwam dat de beste 500 dollar kosten. En het waren niet alleen aardbeien: Japan had allerlei soorten fruit tot de status van Birkin-tas verheven. In de metro spendeerde ik 12 dollar aan nog geen dozijn druiven (opnieuw goedkoop als je bedenkt dat een tros in 2016 11.000 dollar deed). Op YouTube staarde ik naar fruitporno waarin sappige hompen geel vlees van zeldzame ‘zonne-ei’-mango’s werden gesneden, waarvan de topexemplaren 2700 dollar per stuk kosten.

    En toen ontdekte ik de ‘koning der vruchten’, de meloen: bollen ‘smeltende zoetheid’ met een netvormig patroon die wel 27.000 dollar per paar konden kosten, waaraan in Japan hele tv-specials werden gewijd en die tijdens de rijping minuscule ‘hoedjes’ droegen om hun bleke vlees voor zonnebrand te behoeden. Maar waarom? Zat de wereld om meloenen verlegen die net zoveel kosten als een auto? ‘Dat is net zoiets als in Amerika vragen: “Waarom geef je een high five?”’ zei een Japanse vriendin, een van de tallozen bij wie ik op een antwoord aandrong, en een van de tallozen die reageerden met een schouderophalen. ‘We hebben ons nooit afgevraagd waarom de vrucht zo duur is. Maar,’ voegde ze eraan toe, ‘nu je het vraagt, begin ik ook te denken: Hmm… waarom eigenlijk?’

    Glazen vitrines met onberispelijke rijen fruit, waarachter keurige dames in gesteven zwart uniform, compleet met baret

    De Japanse obsessie met luxefruit begint in elk geval bij Sembikiya, de grootste en oudste leverancier van topfruit van het land. Dus voordat ik afgelopen herfst opnieuw afreisde naar Japan, stuurde ik Sembikiya een e-mail met een verzoek om een interview in hun flagshipstore in Nihonbashi, een chique wijk in het centrum van Tokio die plaats biedt aan luxehotels, leveranciers van lakwerkservies en washipapierboetieks.

    Bij mijn aankomst in de marmeren lobby van het hoge gebouw waarnaar ik ben verwezen, loop ik heen en weer voor wat op het eerste gezicht een juwelierszaak lijkt, voordat ik me realiseer dat het Sembikiya is. Wanden van donker gepolitoerd hout met vitrage ervoor en fonkelende kroonluchters in de vorm van exploderende sneeuwvlokken. Glazen vitrines met onberispelijke rijen fruit, waarachter keurige dames in gesteven zwart uniform, compleet met baret, gereed staan om kond te doen van de zoetheid van 
de peren (19 dollar per stuk) of de Sekai Ichi-appels (24 dollar per stuk). Middelbare vrouwen met Chanel-tassen en opgestoken haar inspecteren mollige, jadekleurige, met knisperend wit papier omhulde Seto-druiven terwijl hun echtgenoten de meloenen bewonderen die in een altaarachtige opstelling het midden van de verdieping bezetten, elk in hun eigen met mintkleurig papier beklede houten kist (125 dollar per stuk). Elke fruitsoort heeft zijn eigen kleurenbrochure met smaakomschrijvingen die wedijveren met die van een Bordeaux Premier Cru. ‘De schil is dun, terwijl het pitloze vruchtvlees betrekkelijk stevig is’, aldus de brochure voor de Suiho-druif. Eters kunnen genieten van een ‘delicate zoetheid en aromatische ervaring met een verfrissende nasmaak’.

    Fruitsalon

    Een van de verkopers vertelt me dat zo’n 80 procent van de klanten bij Sembikiya fruit koopt om cadeau te doen. Het drukst is het in juli, als je volgens de traditie een chugen-cadeau geeft aan mensen bij wie je in het krijt staat, en in december als het gebruikelijk is om om diezelfde reden een seibo-cadeau te geven. Sembikiya kan wel 200 meloenen per dag verkopen, die kunnen worden aangeboden aan bazen, klanten, leraren, ouders of artsen. Hoe kies je de vrucht die je wilt geven? ‘Als je baas meer van appel houdt dan van meloen, kun je hem beter een appel geven dan een meloen, toch?’ adviseert de verkoper. ‘Maar als de baas graag fruit heeft met meer glamour, kun je 
misschien beter voor een meloen gaan.’

    Een Sembikiya-medewerker troont me mee naar boven, naar de ‘fruitsalon’ van het bedrijf, een café waar ingewikkelde sorbets en fruitbordjes worden geserveerd van rijpe producten die niet in de winkel zijn verkocht. Onder begeleiding van Vivaldi’s Vier jaargetijden nippen we aan ijswater in wijnglazen. Tsuyoshi Monozumi – een voormalige fruitsalonchef die nu de leiding heeft over alle zestien Sembikiya-filialen – leidt me door de geschiedenis van het bedrijf. Via mijn tolk legt hij uit dat Sembikiya is begonnen in 1834, toen Benzo Ohshima, een samoerai, hier in Nihonbashi een stalletje opzette om, ironisch genoeg, goedkoop fruit te verkopen. In de tweede helft van diezelfde eeuw besloot de pientere vrouw van een van Ohshima’s afstammelingen het businessmodel om te draaien: via haar theeceremoniemeester, die goede connecties had in de hoogste Japanse kringen, werd Sembikiya fruitleverancier van het shogunaat van Tokugawa, de laatste militaire regering van het land, die in het zadel bleef tot 1868. Achtereenvolgende generaties Ohshima, die het bedrijf ook nu nog runnen, bleven de kwaliteit van hun producten voortdurend verbeteren, importeerden exotische vruchten uit het buitenland, teelden niet langer hun eigen fruit maar kochten de beste producten in bij toptelers uit het hele land, 
creëerden de voorloper van de fruitsalon en openden overal in Japan nieuwe winkels.

    Dat is interessant, maar onbevredigend. Veel Britse kooplieden leveren koffie en gin aan de koninklijke familie zonder hun prijzen op te schroeven tot stratosferische hoogte. Hoe zit dat? Monozumi doet zijn best een antwoord te formuleren en houdt het er ten slotte op dat Japanners gewoon meer geïnteresseerd zijn in kwaliteit dan buitenlanders. ‘Vroeger, lang geleden, waren we net als de Verenigde Staten of Zuidoost-Azië: de mensen aten een appel terwijl ze over straat liepen, of ze verkochten een berg appels op een straathoek,’ zegt hij, zodat ik me een barbaar voel. ‘Maar mensen vragen om een betere kwaliteit, een betere smaak. De reden waarom Sembikiya 
topfruit verkoopt, is dat we gewoon beantwoorden aan de verwachtingen van de klant, de behoeften van de klant.’ Het heeft misschien geholpen, voegt hij eraan toe, ‘dat wij Japanners goed zijn in het maken van kwaliteitsproducten’.


    Eric Rath, hoogleraar Premoderne Japanse geschiedenis en auteur van Japan’s Cuisines, komt met een iets andere verklaring. Tijdens de Tokuwaga-periode deden kooplieden hun best om elkaar te overbieden op de eerste producten van het seizoen, de hashiri. Wie de hand wist te leggen op de eerste tonijn of de eerste tros druiven van het jaar, kon daar niet alleen over opscheppen: de eerste oogst van het seizoen werd ook geacht beter te smaken dan het voedsel dat volgde, en zou het leven van de eter met 75 dagen verlengen. Rath merkt op dat die ‘eeuwenoude mare’ ook nu nog standhoudt: de meloenen en druiven die voor vijf cijfers worden geveild zijn allemaal hashiri.

    Tegelijkertijd speelt fruit al lange tijd een hoofdrol in de Japanse ceremoniële cadeautraditie. De dertiende- en veertiende-eeuwse samoerai schonken mandarijnen of – de koning der vruchten – meloenen aan hun leider, de shogun, als blijk van hun loyaliteit, terwijl de boeren in de herfst fruit en andere etenswaren aan hun buren gaven in de verwachting dat ze hen in ruil daarvoor zouden helpen bij de oogst. ‘Met andere woorden, wie fruit gaf verwachtte daar enigerlei dienst voor terug,’ schrijft Rath in een e-mail. 
De moderne versie – chugen – is ‘een soortgelijk gebruik om de verwachting van relaties te bevestigen’. Bananen zijn, net als verlovingsringen, in zekere zin symbolen van de bevestiging van een band, wat mede verklaart waarom men er diep voor in de buidel tast. ‘Als de prijs hoog is, is de klant in vervoering over die prijs,’ zegt Monozumi.

    Maar duur om een bepaalde reden, of alleen maar duur om te laten zien hoeveel je overhebt voor je baas? Monozumi begeleidt me weer naar de Sembikiya-winkel beneden en laat me trots de meloenen zien. Hij laat me een ogenblik baden in de weelde van de exemplaren in de winkel, die hun bestsellers zijn. Ik weet niet goed waar ik naar moet kijken. Ze zien eruit als elke andere meloen: beige, met aan de bovenkant een groene steel die is gespleten als een tv-antenne. Net als deelneemsters aan een Miss America-verkiezing hebben ze allemaal een witte sjerp om hun middel, met daarop de woorden 
‘SPECIALE MELOENSELECTIE’.

    Tot in detail beschrijft Monozumi de reis die deze gekoesterde meloenen afleggen voordat ze in de winkel arriveren. Eerst worden de beste meloenzaadjes, waarvan elk jaar nieuwe soorten worden gekweekt, in pootaarde geplant – niet gewoon in de grond – en vertroeteld in kassen met airconditioning en verwarming, zodat ze het hele jaar warm blijven, maar niet te warm. Wanneer de stengels beginnen te bloeien, worden de armetierige bloempjes genadeloos afgeplukt en worden de andere bloemen met de hand bestoven door met een minuscuul penseeltje het stuifmeel tussen de bloesem te verwijderen. Als de babymeloenen de omvang van een vuist hebben, wordt er een nieuwe selectie gemaakt: de telers plukken alles weg behalve het meestbelovende fruit en laten maar één meloen per stengel over, zodat de voedingsstoffen van de plant zich op de sappigste vrucht kunnen concentreren. Deze resterende meloenen krijgen allemaal een touw om hun stengel gebonden zodat ze tijdens het rijpen niet op de grond vallen, en een zwart kegelvormig hoedje op ter voorkoming van zonnebrand. Naarmate de meloen groeit ontstaan er barsten in de buitenkant – een soort striae, doordat de binnenkant sneller uitzet dan 
de schil – en in die barsten vloeien suikerhoudende sappen die ervoor zorgen dat de vrucht door een 
elegant kakikleurig net wordt omgeven. Hoe fijnmaziger het net, hoe zoeter en sappiger de vrucht, zeggen experts. Om de meloenen nog zoeter te maken, trekken de telers witte katoenen handschoenen aan en geven elke afzonderlijke vrucht een 
stevige ‘meloenmassage’. De toptelers gaan zo enthousiast te werk dat ze gaten in hun handschoenen krijgen en meerdere paren per oogst verslijten.

    Beetje waterig

    Als de meloenen ten slotte worden geplukt, worden ze geklasseerd aan de hand van hun vorm (idealiter volmaakt rond), netwerk (bij voorkeur fijnmazig en teer) en geur (bedwelmend). De beste krijgen het hoogste ‘Fuji’-kenmerk, maar daar komt hooguit 3 procent van de oogst voor in aanmerking. Het fruit wordt vervolgens naar de Ota-markt in Tokio getransporteerd, waar door Sembikiya ingehuurde tussenpersonen de mooiste exemplaren aanschaffen voor het bedrijf, dat daar op zijn beurt weer de beste uit kiest. ‘Als Sembikiya bijvoorbeeld één kist appels bestelt, zal de tussenpersoon drie kisten appels zoeken en daaruit de beste kiezen om één nieuwe kist te vullen, die vervolgens naar Sembikiya gaat,’ legt Monozumi uit. ‘En daarna zal Sembikiya de beste appels uit die kist kiezen voor de winkel.’ De afgekeurde appels gaan terug naar de tussenpersoon of worden, als er alleen maar sprake is van een oppervlakkig gebrek, verwerkt in de moes en jam 
die Sembikiya ook verkoopt.

    Later sta ik in de rij voor een plekje in Sembikiya’s fruitsalon, die op een woensdagmiddag om vier uur afgeladen is met oude dametjes en met tassen van chique modewinkels beladen moeders en dochters. Als ik uiteindelijk naar een tafeltje word gebracht, bestel ik het fruitbordje van 22 dollar. Daarop prijken een stukje banaan, drie schijfjes dadelpruim, sinaasappel, ananas, kiwi en mango, drie gedeeltelijk ontvelde druiven en een stukje meloen van vier centimeter breed. Ik begin met wat Monozumi als ‘alledaagser fruit’ bestempelde, de banaan. Die heeft een rijke, nootachtige smaak, met het meest geconcentreerde bananenaroma dat ik ooit heb geroken. De mango smelt in je mond. De druiven zijn een openbaring. Het stukje meloen bewaar ik voor het laatst, een beetje nerveus na alles wat ik heb gehoord over wat deze vruchten zich hebben moeten laten welgevallen om me dit stukje te laten proeven. Het heeft een vage pompoengeur en wordt voldoende koud opgediend. Maar het is een teleurstelling. Het smaakt naar meloen. Zoet, ja, maar niet bijzonder. Een beetje waterig zelfs. Pas later, terug in New York, kon ik het fruit dat me bij Sembikiya was voorgezet ten volle waarderen. Ik stond bij de groenteboer voor een berg bonkige, grijze, misvormde bollen die volgens het bordje cantaloupes waren. Ze zaten vol 
krassen en waren asymmetrisch; nooit eerder had 
ik me gerealiseerd dat ze zozeer grensden aan het bespottelijke. Ik dacht terug aan de meloencollectie van Sembikiya; de schil van de bollen deed me denken aan borduursel, en ik begreep waarom de Fransen van melons brodés, geborduurde meloenen, spreken. Zoals zoveel in Japan had iets wat aanvankelijk onzinnig en zelfs triviaal leek, mijn definitie van schoonheid veranderd. Zelfs fruit kan kunst worden.

    Later, weer thuis, keek ik afgunstig naar YouTube-filmpjes van bloggers en tv-presentatoren die het mes in meloenen zetten, en naar interviews met telers over het kweken van de monarch der meloenen. ‘Ik denk alleen maar aan meloenen,’ zei een teler grijnzend. ‘Ik ben meloengek.’ Daar kan ik inmiddels in komen.

    Auteur: Bianca Bosker

    Roads & Kingdom
    VK | roadsandkingdoms.com

    Tijdschrift voor eten, politiek, reizen en cultuur. Begon in Myanmar met de focus op Birmees nieuws maar wordt inmiddels gemaakt in New York en Barcelona. Onlangs uitgeroepen tot Best Travel Journalism Site. Werkt o.a. samen met Slate.

  • Wat is een echte Japanner?

    Wat is een echte Japanner?

    De Japanners zien zichzelf als een etnisch homogene bevolkingsgroep, en hebben traditioneel weinig op met migranten. Maar, zo vraagt de krant Asahi Shimbun zich af, is die houding nog wel van deze tijd?

    In 2016 gebeurde een aantal dingen waardoor ik me begon af te vragen wanneer je eigenlijk kunt zeggen dat iemand ‘een echte Japanner’ is. In augustus bleek de dubbele nationaliteit van Renho Murata – die een Taiwanese vader heeft – een probleem bij haar benoeming tot leider van de Democratische Partij, de grootste oppositiepartij in Japan. Tegelijk werd bij de Olympische Spelen in Rio een groot aantal sporters van buitenlandse afkomst, onder wie de sprinter Asuka Cambridge [geboren op Jamaica, met een Jamaicaanse vader en een Japanse moeder], door veel Japanners aangemoedigd.

    In de wijk Homigaoka in de stad Toyota [waar ook autobouwer Toyota zetelt] heeft de helft van de zevenduizend wijkbewoners een buitenlandse nationaliteit [ze werken er meestal in de fabrieken]. Daar zat ook Marco Soares, een scholier van achttien, tijdens de Olympische Spelen met zijn blik aan het scherm gekleefd. Hij heeft de Braziliaanse nationaliteit, maar zijn overgrootouders waren Japanners. Op de middelbare school is hij aan atletiek gaan doen en intussen heeft hij diverse regionale toernooien gewonnen. In de toekomst wil hij graag tot Japanner genaturaliseerd worden en meedoen aan de Spelen. Zijn lichte ogen contrasteren met zijn donkere huid, maar de manier waarop hij met rechte rug gaat zitten en af en toe heel verlegen praat, is typerend voor alle Japanse jongeren. Als ik hem vraag of hij meer voor buitenlandse atleten is dan voor Japanse, zegt hij onmiddellijk: ‘Nee, helemaal niet. Ik zie mezelf als een gewone Japanner.’

    De meeste van zijn jeugdvrienden zijn Braziliaans. Maar hij heeft altijd zijn best gedaan om ook met Japanse kinderen om te gaan, omdat hij de taal goed wilde leren zodat hij voor zijn ouders kon tolken. Zijn plan om de Japanse nationaliteit aan te vragen heeft niets te maken met het feit dat hij dan gemakkelijker aan de Olympische Spelen mee kan doen. ‘Ik wil graag mijn hele leven in Japan blijven. In dit land ben ik geboren en opgegroeid en ik heb ook een beetje Japans bloed in mijn aderen. Dus waarom zou ik geen Japanner zijn?’

    Teken van verandering

    Sommige beroemdheden met buitenlandse roots vinden dat het afgelopen moet zijn met de stereotype ideeën over hoe Japanners eruitzien. In 2015 was de tweeëntwintigjarige Ariana Miyamoto, die een Afro-Amerikaanse vader en een Japanse moeder heeft, de vertegenwoordigster van Japan bij de Miss Universe-verkiezingen. Ze is bij haar Japanse oma en moeder opgegroeid in Sasebo [dat een Amerikaanse marinebasis heeft en niet ver van Nagasaki ligt]. Ze werd er als kind gepest vanwege haar donkere huid. Omdat ze daar niet langer tegen kon, woonde ze tijdens haar middelbareschooltijd bij haar vaders familie in de VS. Toch weet ze nog dat ze zich opgelucht voelde toen ze daarna weer terugkwam in Japan.

    De dag na haar verkiezing stroomden de felicitaties, maar ook de beledigingen en racistische opmerkingen via internet bij haar binnen. Die negatieve commentaren verbaasden Ariana niet, maar ze hoopte vooral dat daardoor een echt debat op gang zou komen. De aanleiding dat ze zich had opgegeven voor de schoonheidswedstrijd was de zelfmoord van een van haar vrienden van buitenlandse origine. Die vriend voelde zich diep ongelukkig in Japan, terwijl dat toch zijn geboorteland was. ‘Die halfbloed die niet eens Engels sprak’ werd geregeld belachelijk gemaakt.

    ‘Ik wil de mensen duidelijk maken dat er ook Japanners zijn die er anders uitzien.’ Ariana kreeg binnen een jaar meer dan vierhonderd interviewverzoeken. Het waren vooral buitenlandse media die over haar schreven. Hier een citaat uit het Amerikaanse weekblad Newsweek: ‘De Japanners staan voor een keuze: of ze gaan op de oude voet verder, met de economische recessie en al, en raken hun positie op het wereldtoneel kwijt, of ze besluiten eraan te wennen dat er ook “spijkers die uitsteken” zijn [een Japanse uitdrukking waarmee mensen worden bedoeld die niet aan de norm voldoen] en zetten de deur open [voor immigratie].’

    Waarom waren buitenlandse journalisten zo geïnteresseerd in een Japanse kandidate met een donkere huid? Het antwoord van Tom Wofford, de auteur van het artikel in Newsweek, luidt als volgt: ‘Overal ter wereld leeft nog steeds het idee dat de Japanners een etnisch homogeen volk zijn. De keuze voor Ariana Miyamoto als kandidate werd uitgelegd als een teken van verandering.’ Ook in 2016 werd Japan bij de Miss Universe-verkiezingen vertegenwoordigd door iemand met buitenlandse roots: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.

    Miss Universe Japan 2016: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.
    Miss Universe Japan 2016: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.

    Maar waren de Japanners oorspronkelijk wel een homogeen volk? Kenichi Shinoda, directeur van de afdeling antropologie bij het Nationaal Museum van Natuur en Wetenschap, zegt dat wanneer je het mitochondriaal DNA van de wereldbevolking (dat via de vrouwelijke lijn overerft) in honderd groepen zou onderverdelen, de Japanners dan in zo’n twintig ervan voorkomen. Dat is meer dan bij hun buren uit Zuid-Korea en Noordoost-China het geval is en daaruit trekt hij de conclusie dat ‘we de Japanners kunnen beschouwen als een groep met een grote genetische diversiteit’.

    De mensheid stamt af van de homo sapiens, die zo’n tweehonderdduizend jaar geleden in Afrika verscheen en zich zestigduizend jaar geleden over de wereld begon te verspreiden. Volgens de huidige theorie, die gebaseerd is op de ontwikkelingen in de genetica, zou de Japanse archipel eerst bevolkt zijn geweest door de Jomon [tussen 14.000 en 350 v.Chr.]. Dit volk zou zich later hebben vermengd met de Yayoi, die van het Aziatische vasteland kwamen en landbouw en metaalbewerking meebrachten [ongeveer 300 v.Chr. tot 300 n.Chr.]. Tot voor kort was de leidende theorie – onder meer op grond van de skeletvorm – dat het Jomonvolk een homogene groep van zuidelijke oorsprong vormde. Maar volgens Shinoda was er ook toen wel sprake van een enige diversiteit door migratiebewegingen vanaf het eiland Sachalin [dat voor de kust van Siberië ligt] en het Koreaanse schiereiland.

    Het DNA van de Jomon is ook nu nog bij veel Japanners terug te vinden. Volgens de antropoloog is dat het bewijs dat dit volk vreedzaam met de Yayoi samenleefde: ‘De nieuwkomers werden geaccepteerd en zijn geïntegreerd in de lokale bevolking. Het lijkt erop dat juist die tolerantie ten grondslag ligt aan het specifieke karakter van de Japanner.’ Het grootste deel van de archipel is daarna tot een eenheid gesmeed in het rijk van de Yamato, de voorloper van het Japan zoals we dat nu kennen. We weten nog steeds niet goed hoe dat unificatieproces precies verlopen is, maar in de Kojiki en de Nihon shoki, twee kronieken uit de achtste eeuw, is sprake van verzet van de Kumaso op het eiland Kyushu, van de Izumo in de regio San-in [in het zuidwesten van het eiland Honshu] en van de Emishi in de regio Tohoku [het noordoosten van Honshu]. Als we sommige onderzoekers moeten geloven, dan werden deze volken door het keizerlijk gezag gezien als inheems.

    Tussen 1639 en 1854 was Japan bij overheidsbesluit van de buitenwereld afgesloten [onder meer christelijke missionarissen mochten er niet in]. Maar in deze periode wist Nagasaki wel contacten met het buitenland te onderhouden. Volgens Toka Chin, directeur van de historische vereniging die de handel tussen Nagasaki en China onderzoekt, telde de stad in sommige perioden wel zestigduizend inwoners en deden zo’n tienduizend Chinezen per jaar de stad aan. Sommigen van hen trouwde met Japanse vrouwen uit voorname families. ‘In die tijd werd een huwelijk met een Chinees als iets eervols gezien,’ zegt Toka Chin, en voegt eraan toe dat de kinderen uit deze gemengde huwelijken meestal dienst deden als tolk bij commissionairs.

    Maar toen Japan eenmaal gemoderniseerd was en ging concurreren met de grote westerse mogendheden, groeide de minachting voor de volken van oude beschavingen zoals China en Korea. En juist in de tijd dat het expansionistische Japan overging tot annexatie van Taiwan [in 1895] en Korea [in 1910], vond het idee steeds meer ingang dat het Japanse volk van zeer gevarieerde oorsprong is.

    Die theorie van een ‘gemengd volk’ is vooral gepromoot omdat die uitstekend paste bij een land dat de ambitie had om over andere Aziatische volken te heersen

    In zijn boek Tanichi minzoku shinwa no kige_n [De oorsprong van de mythe van het homogene volk, niet vertaald], onderzoekt socioloog Eiji Oguma hoe dat idee zich vanaf het eind van de negentiende en in de twintigste eeuw heeft ontwikkeld. In de tijd voor de Tweede Wereldoorlog was het een algemeen aanvaarde gedachte dat de Japanners zich al sinds oude tijden met volken van het Aziatische vasteland hadden vermengd. Dat leerden ook de kinderen op school en sommige leerboeken noemden de Kumaso en de Emishi als buitenlandse volken die in het Yamatovolk [nu de grootste bevolkingsgroep van de archipel] waren geïntegreerd. Ten tijde van de annexatie van Korea in 1910 schreef de _Asahi Shimbun in een opiniestuk: ‘De antropologen zijn het er allemaal over eens dat het Japanse volk is voortgekomen uit een brede vermenging met andere bevolkingsgroepen op deze wereld.’

    Die theorie van een ‘gemengd volk’ is vooral gepromoot omdat die uitstekend paste bij een land dat de ambitie had om over andere Aziatische volken te heersen. Maar bij de nederlaag in 1945 verliezen de Koreanen en de Taiwanezen hun Japanse nationaliteit. Op dat moment ontstaat het huidige idee van het homogene volk – van een volk dat al van oudsher in vrede in een eilandenrijk leeft. Volgens Eiji Oguma ‘strookte dit idee prima met het gevoel van oorlogsmoeheid bij de Japanners en met hun alom verloren vertrouwen in internationale relaties’.

    Tijdens de naoorlogse economische bloei sloot het concept van raciale homogeniteit perfect aan bij een maatschappij waarin alles op het bedrijfsleven was gericht. Toen het land uiteindelijk tot de economische grootmachten behoorde, werd vanuit de politiek het ‘homogene volk’ als iets bijzonders gepresenteerd, als een pluspunt van Japan. Volgens cijfers van de Verenigde Naties ligt het percentage immigranten in alle ontwikkelde landen boven de tien procent. We moeten natuurlijk oppassen voor al te simpele vergelijkingen, maar het aantal buitenlanders in Japan blijft onder de twee procent steken. Tegelijk wordt het land geconfronteerd met een sterke bevolkingsdaling. De huidige regering, die zich ten doel heeft gesteld om de bevolking in de komende vijftig jaar rond de honderdmiljoen inwoners te stabiliseren, heeft plannen aangekondigd voor hulp bij geboorte en onderwijs. Daarnaast is besloten meer stagiairs en geschoolde krachten uit het buitenland toe te laten. De regering heeft zelfs de volgende berekening gemaakt: om het bevolkingscijfer boven de honderd miljoen te houden, zou de archipel per jaar tweehonderdduizend buitenlanders moeten opnemen en moet het vruchtbaarheidscijfer, dat in 2015 op 1,45 kind per vrouw lag, omhoog naar 2,07 kind.

    Geconfronteerd met de kritiek dat die ‘buitenlanders’ in feite ‘immigranten’ zouden zijn, blijft premier Shinzo Abe [ultraconservatief] er in het parlement op hameren dat hij helemaal geen immigratiebeleid wil voeren. De grote weerstand in de Japanse samenleving tegen het woord ‘immigratie’ toont aan hoe gehecht die nog altijd is aan het idee van het homogene volk. ‘Degenen die nog steeds geloven in het sprookje van de homogeniteit en niet erg aan hun eigen individualiteit hechten, kunnen de aanwezigheid van mensen die anders zijn maar moeilijk accepteren,’ verklaart Masataka Okamoto, universitair docent aan de districtsuniversiteit van Fukuoka. In het kader van een onderzoek naar de bescherming van de rechten van in Japan wonende Koreanen, heeft hij uitgebreid studie gemaakt van het minderhedenbeleid. Daarvoor nam hij alle uitspraken van politici over het ‘homogene volk’ onder de loep en verbaasde zich erover dat dit volk nooit echt werd genoemd. ‘Als het over het “Yamatovolk” gaat, dan gaat dat mij niet aan, want ik ben van Izumo-komaf…’ ‘Na de oorlog heeft het concept van het homogene volk, maar ook het gevoel bij “een volk” te horen zich onverwacht snel in Japan verspreid’, onderstreept hij.

    Tegenwoordig gaat het in gesprekken en in de media voortdurend over ‘de Japanner’, en sommigen roepen zelfs openlijk op tot uitzetting van de buitenlanders. In de ogen van Okamoto heeft dit volk verloren waar het zich vroeger altijd aan vasthield: zijn wortels, en ook zijn ondernemingszin [die kan bijdragen aan het gevoel ergens bij te horen]. Als je de vierduizend jaar van bewoning van de archipel tot één jaar zou terugbrengen, dan beslaat de periode sinds de modernisering maar één dag. In een wereld waarin iedereen zich steeds meer verplaatst, rest de vraag: wat zijn de kenmerkende waarden die ons vormen en die we moeten blijven verdedigen?

    Auteur: Takura Asakura
    Vertaler: Tess Visser

    Openingsbeeld: Ariana Miyamoto in de sportschool. – © Reuters / Toru Hanai

    Ariana Miyamoto, die in 2015 als eerste biraciale Miss Universe Japan werd gekozen – volgens haar geen teken dat Japan milder wordt ten opzichte van andere ethniciteiten. – © Akio Kon / Bloomberg via Getty Images
    Ariana Miyamoto, die in 2015 als eerste biraciale Miss Universe Japan werd gekozen – volgens haar geen teken dat Japan milder wordt ten opzichte van andere ethniciteiten. – © Akio Kon / Bloomberg via Getty Images

    Ariana Miyamoto, Miss Japan 2015

    Zij was de eerste halfbloed kandidate die twee jaar geleden voor Japan werd afgevaardigd naar de Miss Universe-verkiezingen. Ze werd geboren in 1994, heeft een Japanse moeder en een Afro-Amerikaanse vader die op de Amerikaanse basis in Nagasaki werkte, en heeft nu de oorlog verklaard aan alle stereotype ideeën over iemands uiterlijk. Toen de Japanse media haar vragen stelden over haar dubbele nationaliteit, zei ze dat ze in de toekomst alleen de Japanse nationaliteit wilde houden.

    Renho Murata. – © The Asahi Shimbun via Getty Images
    Renho Murata. – © The Asahi Shimbun via Getty Images

    Renho Murata

    Ze is geboren in 1967, heeft een Taiwanese vader en een Japanse moeder en was Taiwanees staatsburger tot 1985, toen ze dankzij een wetswijziging Japanse kon worden. Maar door een procedurefout kreeg ze toch een dubbele nationaliteit, iets wat in Japan zelden voorkomt. Ze begon als model, ging de journalistiek in en werd in 2016 de eerste vrouwelijke leider van de progressieve Democratische Partij van Japan. Toen haar dubbele nationaliteit leidde tot beschuldigingen dat ze niet trouw was aan de natie, heeft ze die opgegeven.

    Asuka Cambridge. – © The Asahi Shimbun via Getty Images
    Asuka Cambridge. – © The Asahi Shimbun via Getty Images

    Asuka Cambridge, sprinter

    Hij is in 1993 geboren op Jamaica, maar al sinds zijn tweede woont hij in Japan omdat zijn ouders, een Japans-Amerikaans stel, toen naar Osaka verhuisden. Bij de Olympische Spelen van 2016 in Rio werden hij en zijn teamgenoten tweede op de 4×100 meter estafette, achter de Jamaicanen aangevoerd door Usain Bolt. Na terugkeer in Japan werd hij dan ook als een held binnengehaald. In de Japanse sportwereld zijn er veel halfbloeden en genaturaliseerde buitenlanders te vinden: in het nationale voetbalelftal spelen een paar Brazilianen en diverse sumoworstelaars hebben Mongoolse en Hawaïaanse roots.

    [Foto Asahi Shimbun via Getty Images]

    schermafbeelding 2017 03 09 om 11 12 40

    Priyanka Yoshikawa, Miss Japan 2016

    Ze vertegenwoordigde haar land bij de Miss World-verkiezingen van 2016 en zegt dat het succes van Ariana Miyamoto haar inderdaad heeft geïnspireerd. Ze heeft een Indiase vader en een Japanse moeder en was in haar jeugd het mikpunt van pesterijen. De Japanners vinden deze jonge vrouw van 23 intrigerend omdat ze niet echt in een hokje te plaatsen is: ze is niet alleen tolk-vertaler, maar ook olifantentrainer.

    Keizer Akihito.
    Keizer Akihito.

    Keizer Akihito

    Sinds 1990 is hij het ‘symbool van de Staat en de eenheid van het volk’, zoals het in de grondwet staat geformuleerd. Hij heeft geen enkele politieke macht en mag zich niet uitlaten over staatszaken, maar hij speelt wel een verbindende rol. Op zijn manier en binnen de grenzen van het protocol staat hij dicht bij de mensen. Toen hij tijdens het Wereldkampioenschap voetbal in 2002, dat Japan en Zuid-Korea gezamenlijk organiseerden, in een rede een toespeling op zijn Koreaanse wortels maakte, verraste hij daarmee veel Japanners.

    POLEMIEK

    Het hier gepubliceerde artikel uit de Asahi Shimbun veroorzaakte heftige discussies op internet. De mythe dat de Japanners een etnisch homogeen volk zijn, is een zeer gevoelige kwestie. Dit onderwerp aansnijden wordt vaak gezien als een gebrek aan loyaliteit tegenover de natie. Het is dus lastig praten over de verschillende etnische groepen die er wonen en de discriminatie waarvan ze al eeuwenlang slachtoffer zijn, of het nu gaat om de Ainu in het Noorden, de Okinawaers in het Zuiden of de zainichi, de Koreanen in Japan die na de oorlog de Japanse nationaliteit verloren.

    Net zo gevoelig ligt het onderwerp van de halfbloeden, in het Japans hafu genoemd (een neologisme afgeleid van het Engelse ‘half’). Daarvan zijn er steeds meer te vinden in de showbusiness, al zijn die dan meestal een westerse mix met een lichte huid. Daarom deed de verschijning van een Miss Japan als Ariana Miyamoto in 2016 zo veel stof opwaaien.

    CONTEXT: Nationaliteit, een netelige kwestie

    Om te bepalen wie Japanner is, draait het vooral om de afstamming. Tussen 1873 en 1950 raakten Japanse vrouwen die met buitenlanders trouwden, hun nationaliteit kwijt. Tot een versoepeling van de wet in 1985 moest je een Japanse vader hebben om aanspraak te kunnen maken op het staatsburgerschap. Japan is nu het enige land van de G7 dat geen dubbele nationaliteit toestaat: wie die wel heeft – en dat zijn naar schatting 800.000 personen – wordt gevraagd om uiterlijk op eenentwintigjarige leeftijd een van de twee op te geven. En voor buitenlanders blijft naturalisatie tot Japanner een privilege dat alleen voor de elites is weggelegd.

    Asahi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 1.172.0000

    De ‘Krant van de Rijzende Zon’, opgericht in 1879, was tijdens de Tweede Wereldoorlog pleitbezorger voor het pacifisme, en is nu een waar instituut. Drieduizend journalisten zorgen voor de nieuwsgaring op driehonderd Japanse en dertig buitenlandse kantoren. Bijgaand artikel is verschenen in een serie getiteld ‘Waar komen wij vandaan?’

  • Japan maakt begin met aanpakken racisme

    Japan maakt begin met aanpakken racisme

    Een nieuwe wet in Japan moet discriminatie van minderheden, vooral de Koreaanse, tegengaan. De eerste effecten lijken positief, al kunnen overtreders niet bestraft worden

    Van de nieuwe wetgeving tegen haatdragend taalgebruik jegens minderheden, vooral de Koreaanse, begint eindelijk een afschrikwekkende werking uit te gaan. Voorheen bestond er geen enkele maatregel die die naam verdiende.

    Op 1 juli, meer dan een maand nadat de wet tegen haatdragend taalgebruik in werking was getreden, was Osaka de eerste Japanse stad waar een plaatselijke verordening met die strekking werd ingesteld. Meteen daarna kwam een groep die op 12 juli voor het gemeentehuis van Osaka wilde demonstreren met nieuwe aanbevelingen voor de demonstranten: ‘Zet geen agressieve slogans op je bord!’ en ‘Hakenkruizen zijn verboden!’. Omdat de betoging wegens regen werd afgelast, weten we niet wat deze groep met ‘agressieve slogans’ bedoelde.

    De secretaris-generaal van de Bond tegen Haatdragend Taalgebruik van Osaka, de van oorsprong Koreaanse Moon Kong-hwi, erkent dat de situatie enigszins verbeterd is sinds deze nieuwe maatregel. ‘Toen een deelnemer aan een racistische betoging laatst expliciet tegen Koreanen tekeerging, hebben de organisatoren hem in allerijl het zwijgen opgelegd,’ zegt hij. ‘En het aantal betogingen is aanzienlijk afgenomen.’

    Kat uit de boom

    Op grond van de plaatselijke verordening, waaraan geen sancties verbonden zijn, kan de burgemeester besluiten de naam van particulieren en groepen openbaar te maken die zich aan discriminerend gedrag hebben schuldig gemaakt, maar tot nu toe is dat niet gebeurd. ‘Dat het aantal betogingen is afgenomen komt misschien gewoon doordat de organisatoren eerst de kat uit de boom willen kijken,’ licht Moon toe.

    Ook in de wijk Ginza in Tokio, waar het aantal racistische betogingen sinds vorig jaar duidelijk was toegenomen, begint zich een verandering af te tekenen. Tijdens de betoging van 19 juni verving de slogan ‘Voor het verbreken van de Japans-Koreaanse betrekkingen’ de gebruikelijke gewelddadige beledigingen aan het adres van de Koreanen. Volgens Masayuki Watanabe, lector aan de universiteit Daito Bunka, die winkeliersverenigingen en de deelraad van Ginza oproept om maatregelen te nemen tegen discriminerend gedrag, ‘zijn de racistische ideeën misschien in wezen niet veranderd, maar begint het effect van de recente initiatieven merkbaar te worden, althans op het eerste gezicht. De organisatoren geven geen megafoons meer aan de agressiefste betogers.’

    Een antiracismedemonstratie in Tokio. – © Yuya Shino / Reuters (links) en HH (rechts)
    Een antiracismedemonstratie in Tokio. – © Yuya Shino / Reuters (links) en HH (rechts)

    Ook de houding van politie en overheid tegenover racistische betogingen is veranderd. Op 5 juni, kort nadat de nieuwe verordening was ingesteld, weigerde de gemeenteraad van Kawasaki, ten zuiden van Tokio, toestemming te geven voor een betoging in een park tegen Seikyusha, een vereniging die de belangrijke Koreaanse gemeenschap in de wijk Sakuramoto bijstaat. De plaatselijke rechtbank kwalificeerde de racistische betogingen als ‘een schending van de mensenrechten’ en verbood ze in de onmiddellijke omgeving van het verenigingsbureau. De politie van de prefectuur had een andere route voorgesteld, maar omdat de organisatoren een sit-in wilden houden is erop aangedrongen dat ze de betoging om veiligheidsredenen afgelastten, zodat deze niet heeft plaatsgevonden.

    Tomohito Miura, de secretaris-generaal van Seikyusha, prijst zich gelukkig met de recente inspanningen van de plaatselijke overheid, de rechterlijke macht, de politie en de burgers: ‘Voordat de wet werd aangenomen vertelde de politie ons niet eens welke route betogingen zouden volgen; niet de betogers maar wij werden als een illegale groep behandeld. We werden niet beschermd tegen racistische taal en gedragingen, en de plaatselijke overheid zei ons dat de wet haar niet toestond om in te grijpen. Het afgelasten van de betoging is een belangrijke stap in de goede richting.’

    Maar ook al verdwijnen de vulgaire beledigingen langzaam maar zeker uit de straten, het blijft de vraag of deze wetgeving doeltreffend genoeg is om discriminatie uit te roeien.

    Om de vrijheid van meningsuiting te respecteren, die is opgenomen in de Japanse grondwet, is de nieuwe wet geen dwangmiddel

    Om de vrijheid van meningsuiting te respecteren, die is opgenomen in de Japanse grondwet, is de nieuwe wet geen dwangmiddel, maar verplicht ze de regering om slachtoffers van rassendiscriminatie te hulp te komen en het publiek er de ogen voor te openen. Als de wet een afschrikwekkend effect heeft, dan is dat dus niet zozeer het gevolg van repressie maar van een bewustmakingscampagne door de overheid.

    Sinds de wet van kracht is heeft de directie van de afdeling mensenrechten van het Japanse ministerie van Justitie mensen naar de betoging gestuurd die was gepland in Kawasaki, maar ook naar de betogingen die zijn georganiseerd in Fukuoka, op het eiland Kyushu, en in Osaka, om het publiek bewust te maken met behulp van video’s en affiches. Maar, zo benadrukt de directie, ‘de wet voorziet in geen enkele juridische maatregel in het geval van discriminatie’. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie heeft op zijn beurt aan de onderwijsraden van de prefecturen gevraagd ‘om de geëigende maatregelen’ te nemen. Toen men wilde weten wat daaronder werd verstaan, antwoordde het ministerie: ‘Bij het nemen van maatregelen dient rekening te worden gehouden met factoren als het aantal buitenlanders in het gebied’. Als dit klopt, lijkt het erop dat het ministerie nog twijfelt over de methodes.

    Zullen andere gemeentes het voorbeeld van Osaka volgen door verordeningen in te stellen tegen haatdragend taalgebruik? Toen we het gemeentebestuur van Kawasaki vroegen welke maatregelen zij op het oog hadden, was het laconieke antwoord dat de burgemeesters daarover gingen. Toen we aandrongen, vertrouwde een zegsman ons toe: ‘Nadat betogers de toegang tot een park in Kawasaki was geweigerd, werd gezegd dat mensen een klacht tegen het gemeentebestuur wilden indienen wegens “discriminatie van Japanners”. We zeggen er het liefst zo min mogelijk over.’ Kortom, zowel de plaatselijke overheid als de betogers wachten af welke kant de situatie op gaat.

    Represailles

    Volgens de secretaris-generaal van Seikyusha ‘geeft het feit dat de politie de betoging in juni wilde toestaan aan waar de grenzen van de wet liggen. We kunnen niet van de politie en de plaatselijke overheid verlangen dat ze alles doen. Er is nog een lange weg te gaan.’ Behalve op het gebied van de strijd tegen haatdragend taalgebruik zal Seikyusha ook met het gemeentebestuur samenwerken om verordeningen en richtlijnen te ontwikkelen die de co-existentie van verschillende culturen moeten bevorderen. Volgens Miura weet Seikyusha nog niet in hoeverre de beslissing van Osaka doeltreffend zal zijn. ‘Dat is de reden dat we zo vaak mogelijk een beroep willen doen op deze nieuwe wettekst, om de sterke en zwakke kanten ervan te ontdekken,’ zegt hij. ‘Zo nodig zullen we een herziening eisen.’

    Dat de wijk Sakuramoto als speerpunt is gekozen is omdat de van oorsprong Koreaanse bewoners er in september 2015 in traditionele klederdracht hebben gedemonstreerd tegen de nieuwe nationale defensiewetten, die een andere invulling geven aan de pacifistische grondwet van 1947. ‘Er was duidelijk sprake van represailles,’ verzekert Miura. Alle deelnemers aan deze betoging waren bejaarde leden van Fureai-kan, een centrum voor culturele uitwisseling dat onder Seikyusha valt.

    Kim Bang-ja, een 85-jarige immigrant van de eerste generatie, volgt een schrijfcursus in dit centrum. Toen ze op vijfjarige leeftijd in Japan arriveerde om zich bij haar vader te voegen die in een kolenmijn werkte, moest ze voor haar broertjes en zusje zorgen en kon ze niet leren schrijven. Toen de wet tegen haatdragend taalgebruik afgelopen mei werd aangenomen, was ze als waarneemster aanwezig in het parlement. Ze beschrijft haar indrukken in een opstel dat ze tijdens de les heeft geschreven en zegt daarin hoe afschuwelijk ze het vindt om beledigd te worden. ‘Het wordt hoog tijd dat er een eind komt aan dit gedrag en dat we ons verzoenen,’ schrijft ze. En ze voegt eraan toe: ‘Mensen leren elkaar begrijpen door te communiceren. We moeten ophouden elkaar te haten en nader tot elkaar komen.’

    Auteur: Jun Ida
    Vertaler: Peter Bergsma

    Mainichi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 3.960.000 (ochtendeditie), 1.660.000 (avondeditie met andere inhoud)

    Oudste krant van Japan, 1872 voor het eerst uitgegeven onder de naam Tokyo Nichi Nichi Shimbun. De krant wordt twee keer per dag gedrukt. De site is ook in het Engels te lezen. Krant voor het politieke midden.

  • Japanse moeders eisen kinderopvang

    Japanse moeders eisen kinderopvang

    Veel Japanse vrouwen stoppen met werken omdat er te weinig crèches zijn. Een van hen schreef een woedende blog.

    ‘Mijn zoon is op geen enkele crèche geaccepteerd. Dood aan Japan!!!’ Onder deze titel verscheen onlangs een bericht op een anonieme blog. De tekst, een aanklacht tegen het tekort aan plaatsen op crèches en het gebrek aan bereidwilligheid bij de autoriteiten om hier iets aan te doen, is sindsdien het gesprek van de dag. De moeder die het bericht schreef, laat haar woede de vrije loop: ‘Leven we soms niet in een samenleving waarin “elke burger mee mag doen” [een verwijzing naar een verkiezingsleuze van de conservatieve premier Shinzo Abe]? Ik heb geen andere keus dan mijn baan op te zeggen.’

    Toen onlangs een vrouwelijk lid van de oppositie Abe in het parlement vragen stelde over deze kwestie, antwoordde de premier dat hij niet kon nagaan of het verhaal waar was, omdat de schrijfster van de blog ervoor had gekozen anoniem te blijven. De parlementariër werd uitgejouwd door haar collega’s van de regeringspartijen, en een van hen daagde haar uit met de woorden: ‘Wie is die schrijfster dan? Laat ze haar gezicht maar eens zien!’

    Deze woordenwisseling ontlokte heftige reacties bij ouders [vooral moeders] die met dezelfde problemen rondom de kinderopvang te kampen hebben. Voor het parlementsgebouw werd gedemonstreerd en er werd een petitie aangeboden met 28.000 handtekeningen, waarin geëist werd dat de kinderopvang in het land structureel wordt verbeterd. De liberaal-democratische regering en de coalitiepartijen, door dit alles overvallen, lijken nu eindelijk te zijn begonnen na te denken over nieuwe maatregelen om de wachtlijsten van kinderdagverblijven te verkorten.

    Crèchekinderen lopen door de tulpenvelden in Toyooka, Japan. – © Getty
    Crèchekinderen lopen door de tulpenvelden in Toyooka, Japan. – © Getty

    Toch is hun antwoord volstrekt onvoldoende. Een woordvoerder van de liberaal-democratische partij gaf toe dat de ‘aanvankelijke reactie (van de fractieleden) ongepast was’, maar er is meer aan de hand. De affaire toont aan hoe weinig benul de autoriteiten hebben van de omvang van het probleem. De ellenlange wachtlijsten voor een plekje op de crèche brengen veel huishoudens ernstig in de problemen. Moeders die graag willen blijven werken, en gezinnen die om de eindjes aan elkaar te knopen afhankelijk zijn van twee inkomens, kunnen geen kant op. De storm aan bijval die de blog opwekte en het massale protest dat erop volgde, duiden erop dat er over de laksheid van de regering op dit punt een diepe onvrede bestaat. Het valt te hopen dat de regering dit ter harte neemt.

    De inkomensongelijkheid tussen de seksen wordt nog steeds alsmaar groter. Dit ligt deels aan het feit dat veel vrouwen geen vast contract hebben

    Premier Abe is dol op leuzen als ‘vrouwen kunnen actief deelnemen’ of ‘we leven in een maatschappij waarin alle vrouwen zich kunnen ontplooien’. Maar hebben zij in het huidige systeem die mogelijkheid echt? Het gebrek aan kinderopvangplaatsen is niet de enige factor die vrouwen belet om ‘actief deel te nemen’ aan het arbeidsproces.

    Eerder deze maand deed het comité van de VN voor de Bestrijding van Vrouwendiscriminatie de Japanse regering een aanbeveling. Het stuk stelt dat ‘de vorige aanbevelingen (uit 2009) onvoldoende zijn toegepast’. Opnieuw maant het comité Tokio om juridische maatregelen te nemen om vrouwendiscriminatie op de werkvloer te verbieden en te voorkomen. Een andere aanbeveling is om het aantal vrouwen in leidinggevende posities, zoals in het parlement of in de directie van bedrijven, te vergroten.


    Japan heeft in 1985 het verdrag over de uitbanning van alle vormen van vrouwendiscriminatie geratificeerd (het verdrag werd al in 1980 opgesteld). 
In 1999 werd een wet aangenomen die stelt dat onze samenleving gebaseerd is op gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Weliswaar is het aantal werkende vrouwen sindsdien sterk toegenomen, maar de inkomensongelijkheid tussen de seksen wordt nog steeds alsmaar groter [een verschil van 28 procent, oftewel het op twee na hoogste van alle OESO-landen]. Dit ligt deels aan het feit dat veel vrouwen geen vast contract hebben.

    Ook doen mannen onvoldoende mee bij de opvoeding van de kinderen en bij de zorg voor ouderen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Het idee dat mannen en vrouwen andere taken te vervullen hebben, blijft de norm in onze samenleving. In het laatste rapport van het World Economic Forum over sekseongelijkheid bungelt Japan nog altijd onder aan de lijst, op de 101e plaats. Als politici leuzen debiteren zoals dat ‘vrouwen actief mee kunnen doen’, moeten ze om te beginnen de realiteit onder ogen gaan zien.

    CONTEXT: De bevolking krimpt snel

    Japan heeft te maken met een sterke demografische terugloop. Dat komt door de toenemende vergrijzing van de bevolking, in combinatie met een erg laag geboortecijfer (gemiddeld 1,42 kinderen per vrouw). Als deze tendens zich voortzet, ‘is de Japanse bevolking aan het eind van deze eeuw nog maar half zo groot’, schrijft de Nihon Keiz ai Shimbun. Het lage geboortecijfer is een van de meest urgente sociale kwesties van het land. In 2007 is er een ministerie opgezet dat zich speciaal met dit probleem moest gaan bezighouden. Doel is om het geboortecijfer op te krikken tot minstens 1,8, en ervoor te zorgen dat de bevolking zich over vijftig jaar stabiliseert rond de 100 miljoen mensen (momenteel zijn het er 127 miljoen). De laatste 
regeringen hebben echter nauwelijks vergaande maatregelen genomen.

    In 2013 was de regering-Abe van plan om aan alle Japanse vrouwen in de vruchtbare leeftijd een ‘levensloopplan’ uit te delen, om ze bewust te maken van hun afnemende vruchtbaarheid in de loop van hun leven. Dit idee kreeg zo veel kritiek dat er snel weer van af werd gezien. Sinds het parlementaire debat over de blog ‘Dood aan Japan!!!’ (zie artikel hierboven) heeft de regering snel een aanbevelingscommissie in het leven geroepen die binnen enkele weken met een rapport over het gezin moet komen. De ambitie is om het aantal kinderen dat geen plek op een crèche kan vinden terug te brengen tot nul: een enorme uitdaging, aangezien het naar schatting om 850.000 kinderen gaat.

    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Asahi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 11.720.000

    De ‘Krant van de Rijzende Zon’, pleitbezorger van het Japanse pacifisme na de Tweede Wereldoorlog. 3000 journalisten, verdeeld over 300 nationale kantoren en 30 in het buitenland.

  • Terug naar Fukushima mag geen bevel zijn

    Terug naar Fukushima mag geen bevel zijn

    Vijf jaar na het ernstige ongeluk in de kerncentrale Fukushima Dai-ichi worstelt Japan nog met verontrustende stralingsniveaus en moeilijke evacuatieprogramma’s.

    Miyako Kumamoto mist de tijd dat ze nog in Tamura, in de prefectuur Fukushima, woonde en met haar vrienden de groenten deelde die ze daar in de zuivere berglucht kweekte.

    Nu, op haar drieënzeventigste, vreest ze dat ze, door het regeringsbeleid tegenover de mensen die na de kernramp van Fukushima (op 11 maart 2011) zijn geëvacueerd, straks in haar eentje op de straten van Tokio zal moeten leven. ‘De centrale overheid mag niet tegen ons zeggen dat we terug naar huis moeten gaan, of het evacuatiebevel opheffen, terwijl het gebied nog steeds in een noodsituatie verkeert,’ zei ze tijdens een manifestatie van 780 mensen in het Hibiyapark in Tokio. De demonstranten verwijten de staat dat die niet naar hen luistert en de verontrustende stralingsniveaus negeert.

    Het grootste deel van Futaba heeft nog steeds de status ‘moeilijk terugkeren’

    De manifestatie is georganiseerd door Hidanren, een nationale organisatie die namens de slachtoffers processen aanspant tegen de regering en de eigenaar van de centrale, Tokyo Electric Power Company. Ter gelegenheid van deze bijeenkomst heeft Hidanren aan premier Shinzo Abe gevraagd terug te komen op de aangekondigde maatregelen, omdat die erop neerkomen dat ‘de slachtoffers van de kernramp in de steek worden gelaten’. De regering wilde het bevel tot evacuatie rond de centrale van Fukushima vóór eind maart 2017 opheffen, behalve in de zones waar terugkeer ‘moeilijk’ wordt genoemd, of waar de jaarlijkse stralingsdosis nog boven de 50 millisievert is.

    Inwoners van Fukushima die niet in de evacuatiezones woonden maar toch gevlucht zijn, konden gebruikmaken van gratis huisvesting die de autoriteiten van de prefectuur ter beschikking stelden. Maar die autoriteiten hebben nu besloten dat vanaf april 2017 de mensen die ‘vrijwillig’ zijn vertrokken, niet meer van dat programma gebruik kunnen maken. Volgens de bestuurders van de prefectuur Fukushima hebben zo’n 165.000 mensen in mei 2012 hun huizen verlaten vanwege de ramp. In januari 2016 waren 100.000 mensen nog steeds niet naar huis teruggekeerd. 5700 van hen verblijven in Tokio.

    © Falco
    © Falco

    Miyako Kumamoto, die in 2007 haar man verloor, woont sinds april 2011 in een sociale huurwoning in de wijk Katsushika in Tokio. In 2003 was ze samen met haar man van Sagamihara (in de prefectuur Kanagawa) verhuisd naar Tamura, waar ze met veel plezier groenten en fruit verbouwden. Ze vindt niets zo belangrijk als koken voor vrienden en samen eten, vertelt ze. Het gebied waar ze woonde, op zo’n twintig kilometer van de centrale, werd na de kernsmelting aangewezen als evacuatiezone. Die status werd in september 2011 opgeheven en werknemers van de stad hebben sindsdien de omgeving gesaneerd.

    Maar voor Miyako is de straling nog niet zwak genoeg om zich veilig te voelen. De gemeentelijke autoriteiten van Tokio hebben haar aangeraden een nieuw verzoek tot huisvesting in te dienen als ze na april 2017 in de stad wil blijven. ‘Als ik dan niet heel veel geluk heb, sta ik op straat,’ klaagt ze.

    ‘Maak je je daar nou nog steeds druk over (over Fukushima)?’

    Yukiko Kameya, eenenzeventig jaar, leeft met haar man in de wijk Minato in Tokio, sinds ze moest vluchten uit Futaba in de prefectuur Fukushima. Het grootste deel van Futaba heeft nog steeds de status ‘moeilijk terugkeren’ – de jaarlijkse stralingsdoses zijn er hoger dan 50 millisievert. Er zijn ook plannen om van deze stad een tijdelijke opslagplaats te maken voor aarde en puin die bij de ramp radioactief besmet zijn geraakt. ‘Ik wil dat de grond in dezelfde staat wordt teruggebracht als dat hij was voor de ramp,’ zegt Yukiko Kameya.

    Aki Hashimoto, zestig jaar, is uit Koriyama (prefectuur Fukushima) gekomen voor de manifestatie. Zij vertelt dat een vriend uit Tokio haar op een dag vroeg: ‘Maak je je daar nou nog steeds druk over (over Fukushima)?’ De ergernis en teleurstelling die deze vraag bij haar opriepen voelt ze nog steeds. ‘Ik wil niet dat deze kernramp vergeten wordt,’ zegt ze.

    Auteurs: Miki Aoki, Mana Nagano en Jun Sato
    Vertaler: Tess Visser

    Asahi Shimbun
    Japan | dagblad, 
oplage 11.720.000

    De ‘Krant van de Rijzende Zon’, pleitbezorger van het Japanse pacifisme na de Tweede Wereldoorlog. 
3000 journalisten, verdeeld over 300 nationale kantoren en 30 in het buitenland.