Australië verbiedt de toegang tot sociale media voor jongeren onder de zestien om hen te beschermen tegen verslavende algoritmen en online gevaren. Voorstanders zien het als een moedige en belangrijke maatregel, tegenstanders waarschuwen voor schijnveiligheid en sociale uitsluiting.
Nee: ‘Deze overhaaste beslissing zal waarschijnlijk meer kwaad dan goed doen’
‘De Australische regering is zelf erg trots op de nieuwe wet die kinderen en tieners onder de zestien verbiedt gebruik te maken van sociale media. Maar deze overhaaste beslissing zal waarschijnlijk meer kwaad dan goed doen’, stelt Torsten Kleinz, een Duitse journalist en auteur die vooral over het internet schrijft, in een column in Der Spiegel.
In slechts één jaar tijd heeft de regering van premier Anthony Albanese de wet bedacht en doorgevoerd – en daarmee zou ze de Australische jeugd hebben bevrijd uit de greep van de algoritmen. De haast die ermee gemoeid was heeft echter zijn sporen nagelaten. Platforms worden niet gedwongen om van elke gebruiker een identiteitsbewijs te vragen, dat zou een te lange en te dure procedure zijn. In plaats daarvan mogen platforms zoals Facebook er in eerste instantie op vertrouwen dat gebruikers bij hun registratie hun echte geboortedatum hebben opgegeven. Alleen bij grote afwijkingen – bijvoorbeeld wanneer iemand kort voor de peildatum zijn leeftijd van 14 naar 16 jaar wijzigt – moet er worden ingegrepen. ‘Dan zijn het dus weer algoritmes die het werk doen’, aldus Kleinz.
‘Wie jongeren de toegang tot sociale media ontneemt, ontneemt hun ook een stukje maatschappelijke participatie’
De platforms mogen een dienstverlener inschakelen die via een webcam of camera de leeftijd van een persoon schat en zo alsnog toegang kan verlenen. ‘Wie deze controle niet meteen doorstaat, moet waarschijnlijk zijn identiteitsbewijs laten zien. Maar een tiener kan gewoon een oudere broer of zus, klasgenoot of zelfs een ouder vragen om de test te doorstaan.’ Hoe streng de platforms moeten controleren is onduidelijk, de wet eist alleen dat er ‘passende maatregelen’ worden genomen. ‘Het blijft volkomen onduidelijk of de nieuwe regels daadwerkelijk de levens van jonge mensen in Australië zullen veranderen – of dat het daar alleen de schijn van heeft.’
Het lijdt volgens de techjournalist geen twijfel dat sociale media soms gevaarlijk zijn en het dagelijks leven van vooral jongeren aanzienlijk beïnvloeden. ‘Tegelijkertijd zijn sommige apps inmiddels een vast onderdeel van het dagelijks leven van volwassenen. Een essentieel middel waarmee je tegenwoordig je sociale leven organiseert, van herinneringen aan verjaardagen in je vriendenkring tot het in de gaten houden van vacatures. Wie jongeren de toegang tot sociale media ontneemt, ontneemt hun ook een stukje maatschappelijke participatie.’
En dus vindt Kleinz dat Duitsland vooral geen voorbeeld zou moeten nemen aan Australië. ‘Goed bedoeld is in dit geval het tegenovergestelde van goed gedaan.’ Als Duitsland daadwerkelijk iets wil doen voor de bescherming van jongeren, moet het volgens deze journalist afzien van een overhaaste aanpak. ‘In plaats daarvan vereisen democratische oplossingen een maatschappelijk debat waarin ook de betrokkenen, namelijk kinderen en jongeren, worden gehoord.’
Torsten Kleinz studeerde economie aan de Universiteit van Keulen en volgde daarnaast een opleiding aan de Journalistieke School van Keulen. Sinds 2001 werkt hij als journalist. Hij schrijft vooral over het internet.
Ja: ‘Het verbod geeft ouders de middelen om de macht van de socialmediagiganten te beperken’
‘Een paar weken geleden ging mijn veertienjarige zoon naar de garage, haalde zijn skateboard tevoorschijn en vertelde me dat dit zijn “skatepark summer” zou worden’, schrijft de Zuid-Afrikaans-Australische schrijver, activist en politiek analist Sisonke Msimang in The Guardian. ‘Ik was benieuwd wat deze hernieuwde interesse, waar hij sinds zijn twaalfde al niet meer aan had gedacht, had gewekt. Zijn antwoord: “Het verbod [op sociale media].”’
Toen premier Anthony Albanese vorige week over het verbod sprak, waarschuwde hij dat er wat opstartproblemen zouden zijn. De belangrijkste boodschap was echter gericht aan kinderen. ‘Hij moedigde hen aan om tijdens de schoolvakanties buiten te spelen of te lezen, in plaats van op hun telefoon te scrollen.’ De opmerkingen sloegen aan bij ouders, maar het TikTok-account van de premier werd al snel overspoeld met berichten van jongeren die hem lieten weten dat ze nog steeds online waren.
‘Ik ben een ouder van generatie X wiens kinderen volwassen zijn geworden in het tijdperk van de smartphone.’ Msimang en haar partner hielden de schermtijd van hun kinderen weliswaar in de gaten, maar waren totaal niet voorbereid op de effecten die technologie op hen zou hebben. ‘Net als veel andere ouders hebben we een hekel aan het feit dat grote techbedrijven zo veel tijd en aandacht van ons gezin hebben afgenomen en zien we de maatregel van de regering als een kans om de controle terug te winnen van de grote, machtige bedrijven.’
‘Als land kunnen we ons deze strijd veroorloven’
Het is niet verwonderlijk dat Australië bereid is het op te nemen tegen enkele van de grootste techbedrijven ter wereld. ‘Er heerst hier een sterke cultuur van het nemen van voorzorgsmaatregelen om risico’s te verminderen’, schrijft Msimang. Dit omvat goed gefinancierde volksgezondheidscampagnes over onder andere zonnebrandcrème en fietshelmen. En tijdens de covid-pandemie ‘nam het land enkele van de meest restrictieve en succesvolle maatregelen ter wereld’, zoals het sluiten van de grenzen en verplichte quarantaine voor terugkerende Australiërs.
In tijden van crisis is het vertrouwen in de Australische regering groot. De steun neemt toe wanneer burgers een externe dreiging waarnemen. ‘Het is dan ook geen verrassing dat 77 procent van de Australiërs het verbod steunt. Bovendien kunnen we ons als land deze strijd veroorloven. Ondanks de kleine bevolking, opereert het land met het soort zelfvertrouwen dat gepaard gaat met rijkdom.’
Ondanks de kritiek van tegenstanders hebben de Australiërs besloten om een begin te maken. Grotendeels omdat er, zoals Julie Inman Grant, de Australische eSafety-commissaris, heeft betoogd, geen ‘eerlijke strijd’ bestaat tussen kinderen en de algoritmen van sociale media. ‘Het verbod – hoe onvolmaakt ook – geeft ouders de middelen om de macht van de socialmediagiganten te beperken.’
Sisonke Msimang is een Zuid-Afrikaans-Australische politiek commentator, essayist, memoireschrijver en journalist wiens werk zich richt op ras, gender en democratie. Ze is de auteur van Always Another Country: A Memoir of Exile and Home en The Resurrection of Winnie Mandela: A Biography of Survival.
Het fascisme uit de jaren dertig veroorzaakte een genocidale oorlog. Inmiddels zijn de herinneringen vervaagd, net als het stigma dat aan extreemrechts kleeft. En dat is gevaarlijk voor de democratie.
Overal ter wereld sterft de democratie uit. Dit klinkt misschien als paniekzaaierij, en roept op zijn minst een aantal vragen op. Want wat betekent dat eigenlijk? Komen er dan geen verkiezingen meer? Wordt de oppositie als crimineel afgespiegeld? Als dat de maatstaven zijn, is het Rusland van Vladimir Poetin nog altijd een democratie. Er zijn namelijk zes politieke partijen vertegenwoordigd in de Doema, het federale parlement, en er zijn in Rusland meer dan twintig geregistreerde politieke partijen. Maar zoals je waarschijnlijk begrijpt, is Rusland geen democratie: het is een natie die van een autoritair naar een totalitair regime afglijdt. Sinds Stalins tijd werden er niet zo veel Russen om politieke redenen vervolgd.
Het geloof in de democratie is onmiskenbaar op zijn retour. Uit nieuw onderzoek blijkt dat een vijfde van de Britten onder de vijfenveertig gelooft dat het land het best kan worden bestuurd door ‘een sterke leider die zich niet druk hoeft te maken over verkiezingen’, terwijl dit onder hun oudere landgenoten 8 procent is. Deze cijfers weerspiegelen wereldwijde trends.
Uit een onderzoek van Cambridge-onderzoekers in 2020, uitgevoerd in honderdzestig landen, bleek dat jongere generaties steeds minder vertrouwen hebben in de democratie. Daarnaast toonde een analyse van het Pew Research Center aan dat in 2024 bijna twee derde van de burgers in twaalf hoge-inkomenslanden ontevreden was over de democratie, een aanzienlijke stijging ten opzichte van net onder de helft in 2017.
Economische uitsluiting
Waar komt dit vandaan? Het Cambridge-onderzoek concludeerde dat economische uitsluiting een belangrijke reden was voor ontevredenheid onder jongeren. We kunnen een wijze les trekken uit het geval van Rusland. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, verklaarde de nieuwe Russische president, Boris Jeltsin, in 1990: ‘We zorgen ervoor dat de levensstandaard van de mensen niet daalt, en in feite moet die op den duur kunnen stijgen.’
Binnen vier jaar werd het reële inkomen van Russen gehalveerd, en door de schoktherapie-beleidsmaatregelen belandden 32 miljoen Russen in armoede. In 2021 sprak nog slechts 16 procent van de Russen zich uit voor ‘het westerse model van democratie’. De chaos van het vrijemarktkapitalisme werd gepresenteerd als democratie, wat leidde tot een diep gevoel van desillusie – iets waar Poetin handig op inspeelde.
Jonge Britten zijn het slachtoffer geworden van een beleid waar de meesten van hen nooit voor hebben gekozen
Groot-Brittannië heeft niet geleden onder de verschrikkingen van het Rusland van de jaren negentig. Toch vormde de giftige combinatie van neoliberaal economisch beleid en bezuinigingen een zware last voor de jongeren. Het thatcherisme beloofde vrijheid, maar leverde in plaats daarvan onzekerheid op. Stabiele banen zijn verdwenen, huurprijzen zijn gestegen, lonen gedaald, de jeugdzorg is gedecimeerd en afgestudeerden worden geconfronteerd met torenhoge schulden voor het volgen van een universitaire studie.
Jonge Britten zijn het slachtoffer geworden van een beleid waar de meesten van hen nooit voor hebben gekozen. Het is geen wonder dat democratie steeds meer aan aantrekkingskracht verliest voor hen en voor hun leeftijdsgenoten in andere landen die evengoed lijden onder het neoliberalisme. In Frankrijk bijvoorbeeld zegt bijna een derde van de jongeren het vertrouwen in de democratie te hebben verloren.
Maar er is nog iets anders aan de hand. Neem de Verenigde Staten. De jaren zestig en zeventig vormden de ideale voedingsbodem voor de opkomst en triomf van een Trump-achtig figuur. De economie zat in een crisis: een giftige mix van hoge inflatie en stagnerende groei. Er vonden agressieve racistische protesten plaats tegen de burgerrechtenbeweging en er waren rellen door heel de VS. Er was ook veel meer criminaliteit en geweld, met een verdubbeling van het aantal moorden tussen het midden van de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig.
Nadat bijna zestigduizend Amerikaanse soldaten omkwamen in de oorlog in Vietnam, eindigde het conflict in een pijnlijke nederlaag en ontstond het gevoel dat de macht van de VS aan het afbrokkelen was. Het verzet tegen links was veel wijdverspreider, zoals blijkt uit de Hard Hat Riot van 8 mei 1970, toen in New York antioorlogsdemonstranten door honderden bouwvakkers werden belaagd.
Een vervaagd verleden
De persoon die in die tijd het dichtst in de buurt van Trump nu kwam was George Wallace, een racist en aanhanger van segregatie, zij het nog altijd minder grof en leugenachtig dan de huidige gekozen president. Hij haalde 13,5 procent in de presidentsverkiezingen van 1968, en de VS kregen uiteindelijk Richard Nixon als president en daarna Ronald Reagan, een rechtse rakker van een heel ander soort.
Toch vertoonden de VS van de jaren zestig en zeventig veel minder ontvankelijkheid voor fascistische sympathieën dan in de jaren dertig. Charles Coughlin, een priester met nazisympathieën, had 30 miljoen luisteraars voor zijn radioshow op een Amerikaanse bevolking van minder dan 130 miljoen. Uit één opiniepeiling leek naar voren te komen dat hij wat populariteit en invloed betreft enkel voor president Franklin D. Roosevelt onderdeed.
Het stigma dat kleeft aan dictatuur en extreemrechts is verminderd
Wat is er dan veranderd? De schaduw van het fascisme uit de jaren dertig, dat resulteerde in een genocidale vernietigingsoorlog, verliest aan kracht. Het stigma dat kleeft aan dictatuur en extreemrechts is verminderd. Amerikaanse kiezers uit de jaren zeventig waren misschien diep gedesillusioneerd, maar een Trump zouden ze te veel naar Mussolini vinden neigen, of zelfs een Hitler. Van deze angst is nu geen sprake meer.
De democratie onder het kapitalisme wordt altijd al sterk ingeperkt door bedrijfsbelangen en plutocraten die veel meer macht hebben dan de gemiddelde kiezer. Wanneer het kapitalisme in een crisis belandt, zoals in 2008, wekken de fundamentele tekortkomingen ervan de woede op van het volk. Het gaat erom wie hiervan profiteert. Extreemrechts heeft een verbijsterend succesvolle sociale mediastrategie ontwikkeld die steeds meer volgelingen radicaliseert, terwijl links lichtjaren achterloopt.
Mensen hebben alle reden om woedend te zijn, maar hun woede is verkeerd gericht. Het geloof in de democratie brokkelt af als gevolg van een falend economisch systeem, en als er geen overtuigende antwoorden op deze crisis komen, kan dat fataal blijken te zijn.
Het is het eerste land ter wereld dat zo’n wet invoert
Het Australische parlement heeft donderdag een wet aangenomen die kinderen en tieners onder de 16 verbiedt om gebruik te maken van sociale netwerksites, meldt ABC. De regering vond de tekst ‘noodzakelijk om hun mentale gezondheid en welzijn te beschermen’, aldus de Australische zender.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Platforms krijgen een jaar de tijd om aan de nieuwe regelgeving te voldoen, bekend als de strengste ter wereld. De wet voorziet in ‘een boete van maximaal 50 miljoen Australische dollar’ (30,7 miljoen euro) als Tiktok, Instagram en Facebook geen ‘redelijke stappen’ ondernemen om te voorkomen dat jongeren onder de 16 jaar hun platformen gebruiken.
Er zijn echter geen straffen voor jongeren of ouders die zich niet aan de regels houden, volgens ABC. De wet, die door critici vaag, problematisch en moeilijk toepasbaar wordt genoemd, was een van de stokpaardjes van de centrumlinkse premier Anthony Albanese. Australië is het eerste land ter wereld dat een wet invoert om jongeren te beschermen tegen de gevaren van sociale media.
Generatie Z kampt met meer depressies en angststoornissen dan welke generatie ook. Een verklaring ligt wellicht in het gebruik van sociale media. Moeten we het smartphonegebruik van kinderen gaan reguleren? Twee redacteuren van The Atlantic gaan met elkaar in debat.
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.
Ja: ‘Bevrijd de jeugd van de overheersing van de smartphone’
Een commentaar van Jonathan Haidt, schrijver, sociaal psycholoog en auteur bij The Atlantic
‘In de jaren tien ging het ineens vreselijk mis bij jongeren’, begint Jonathan Haidt zijn artikel in The Atlantic. Haidt benoemt vervolgens dat de cijfers voor depressie en angststoornissen in de Verenigde Staten tussen 2010 en 2019 met 50 procent zijn gestegen. ‘In uiteenlopende landen zien we bij generatie Z (geboren in of na 1996) meer depressies, automutilatie, angst- en andere stoornissen dan bij welke andere generatie ook waarvan de gegevens bekend zijn’, aldus Haidt.
‘Wat heeft er begin jaren tien voor gezorgd dat de ontwikkeling van jongeren veranderde en hun geestelijke gezondheid verslechterde? Het antwoord is vrij eenvoudig te formuleren, al is de onderliggende psychologie complex: dat waren de jaren dat jongeren in rijke landen hun klaptelefoons inruilden voor smartphones en een veel groter deel van hun sociale leven zich op internet begon af te spelen, met name op sociale media, die viraliteit en verslaving in de hand werken,’ zegt hij.
‘We hebben een culturele ommezwaai nodig, en wel nu meteen’
‘Ik durf te beweren dat de nieuwe manier van opgroeien – met altijd een smartphone binnen handbereik – jongeren ziek maakt en hun ontwikkeling tot gelukkige volwassenen belemmert. We hebben een culturele ommezwaai nodig, en wel nu meteen.’
Haidt komt met vier regels die de negatieve gevolgen van een smartphone-jeugd zouden kunnen terugschroeven. Zo benoemt hij als eerst dat kinderen geen smartphones moeten hebben vóór de middelbare school. ‘Op nationaal of lokaal niveau de norm instellen om kinderen totdat ze naar de middelbare school gaan niet 24 uur per dag toegang te geven tot internet, zou helpen om hen te beschermen tijdens de kwetsbare vroege jaren van de puberteit.’
De tweede regel die hij benoemt, is geen sociale media voor kinderen onder de zestien jaar. ‘Als de meerderheid van de jongeren tot hun zestiende niet op deze platforms zat, zouden kinderen makkelijker de druk kunnen weerstaan zelf een account aan te maken.’ Haidt benoemt dat ze wel video’s kunnen bekijken op platforms als TikTok of YouTube, maar dat ze geen persoonlijke informatie kunnen delen en geen berichten kunnen posten om zo de algoritmen niet de kans te geven om hen en hun voorkeuren te leren kennen.
Regel drie: ‘De enige manier om ervoor te zorgen dat leerlingen op school niet bezig zijn met hun telefoons, is het aanschaffen van telefoonkluisjes, waar alle telefoons (en andere apparaten die berichten kunnen ontvangen en verzenden) gedurende de dag in bewaard worden. Scholen met dit beleid beweren dat de sfeer op school is verbeterd, dat leerlingen beter opletten in de klas en dat er meer sociale interactie is’, vervolgt Haidt.
‘We zouden kinderen en jongeren zo moeten opvoeden dat ze geankerd blijven in de echte wereld’
Tot slot moeten ouders de schermtijd vervangen door ervaringen in de echte wereld, door interactie met vrienden en zelfstandige activiteiten. Op die manier zal het verbieden van apparaten, volgens Haidt, aanvoelen als een verrijking in plaats van een gemis.
‘De voornaamste reden dat opgroeien met smartphones zo schadelijk is, is dat ze al het andere verdringen en levenservaring in de weg zitten’, vervolgt Haidt. ‘We hoeven ons niet tot doel te stellen de schermpjes volledig uit te bannen, en ook niet om onze kinderen precies te laten opgroeien als in de jaren zestig. Nee, we zouden kinderen en jongeren zo moeten opvoeden dat ze geankerd blijven in de echte wereld, en tegelijkertijd gedijen in het digitale tijdperk.’
‘Begin jaren tien wisten we nog niet wat we deden, maar nu wel. Het wordt tijd dat we de jeugd bevrijden van de overheersing van de smartphone’, eindigt Haidt zijn artikel.
Nee: ‘Het beperken van toegang tot smartphones kan juist averechts werken’
Een commentaar van Candice L. Odgers schrijver, ontwikkelingspsycholoog en auteur bij The Atlantic
‘Smartphones en sociale media verpesten de hersenen van onze kinderen en maken ze depressief, althans dat is het verhaal dat ons verteld wordt. De krantenkoppen zijn voortdurend te lezen; het is voor ouders genoeg om elk smartapparaat zo snel mogelijk uit huis te willen gooien’, opent ontwikkelingspsycholoog Candice L. Odgers haar artikel in The Atlantic. ‘Gelukkig voor mijn kinderen, die genieten van een goede “kat-valt-hond-aan”- video op TikTok, ga ik elke dag naar mijn werk en zie ik wat jongeren echt aan het doen zijn op hun apparaten.’
Tijdens haar werk als ontwikkelingspsycholoog heeft Odgers de afgelopen 20 jaar onderzocht hoe kinderen psychische aandoeningen ontwikkelen. Ze bestudeerde 10- tot 15-jarigen die hun mobiele telefoons gebruiken, met als doel te testen hoe een breed scala van hun dagelijkse ervaringen, waaronder hun gebruik van digitale technologie, hun geestelijke gezondheid beïnvloedt. ‘Mijn collega’s en ik zijn er herhaaldelijk niet in geslaagd om overtuigend bewijs te vinden voor de bewering dat het gebruik van digitale technologie een belangrijke bijdrage levert aan depressie bij jongeren en andere symptomen van geestelijke gezondheid,’ zegt Odgers.
‘Sociale media zijn relatief nieuw en vormen een makkelijke zondebok’
‘Veel andere onderzoekers hebben hetzelfde gevonden. Een recente studie en een overzicht van onderzoek naar sociale media en depressie concludeerden zelfs dat sociale media een van de minst invloedrijke factoren zijn bij het voorspellen van de geestelijke gezondheid van adolescenten’, vervolgt Odgers. ‘Daarom geloven andere onderzoekers en ik niet in de verhalen die worden verteld over jongeren en sociale media. De meest recente golf van angst werd ontketend door Jonathan Haidt’s The Anxious Generation, waarvan een fragment verscheen in dit tijdschrift.’
‘Haidt is natuurlijk niet de enige die beweert dat deze apps dergelijke problemen veroorzaken. Sociale media worden qua impact vergeleken met heroïnegebruik en krijgen de schuld van zaken als dalende testscores en jongeren die minder seks hebben’, zegt Odgers. ‘Deze verhalen hebben een intuïtieve aantrekkingskracht – sociale media zijn relatief nieuw en vormen een makkelijke zondebok. Maar de puberteit is altijd al een zorgelijke periode geweest: het is de piekleeftijd voor het ontstaan van een aantal ernstige psychische stoornissen en er zijn veel alarmerende statistieken over de geestelijke gezondheid van jongeren op dit moment.’
‘Door met een beschuldigende vinger te wijzen naar smartphones en sociale media krijgen mensen gemeenschappelijke en onsympathieke vijanden. Maar we weten gewoon niet of dit de juiste doelwitten zijn’, zegt ze.
‘Maar het probleem met het extreme standpunt in Haidt’s boek en in recente krantenkoppen – dat het gebruik van digitale technologie de directe oorzaak is van een grootschalige geestelijke gezondheidscrisis onder tieners – is dat het paniek kan zaaien en ons de middelen kan ontnemen die we nodig hebben om deze complexe problemen aan te pakken,’ meent Odgers. ‘Als we ons alleen richten op sociale media, kan dat betekenen dat de echte oorzaken van geestelijke stoornissen en problemen bij onze kinderen niet worden aangepakt.’
‘We moeten gezinnen en tieners niet de boodschap geven dat het gebruik van sociale media inherent schadelijk en beschamend is’
‘We moeten gezinnen en tieners niet de boodschap geven dat het gebruik van sociale media inherent schadelijk en beschamend is. Dat is niet zo. Wat mijn collega-onderzoekers en ik zien als we in contact komen met jongeren, is dat jongeren online gaan om gewone puberdingen te doen.’ Zo zegt Odgers dat jongeren online contact maken met leeftijdsgenoten uit hun offline leven, muziek consumeren, spelletjes spelen en vooral tijd doorbrengen op YouTube. Daarnaast gaan jongeren op zoek naar informatie over gezondheid. ‘Veel jongeren geven aan online een toevluchtsoord te vinden, vooral als ze een gemarginaliseerde identiteit hebben of geen steun krijgen van hun familie of school.’
Tot slot zegt Odgers: ‘Alle jongeren zullen uiteindelijk moeten weten hoe ze veilig door online omgevingen kunnen navigeren, dus het afsluiten of beperken van de toegang tot smartphones en sociale media zal op de lange termijn waarschijnlijk niet werken. In veel gevallen kan dit juist averechts werken: tieners zullen creatieve manieren vinden om toegang te krijgen tot nog niet-gereguleerde gebieden. We moeten ze geen extra redenen geven om zich vervreemd te voelen van de volwassenen in hun leven.’
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar China, waar de werkloosheid onder jonge Chinezen ongekend hoog is. Bij gebrek aan banen keren veel jongeren na het behalen van een universitair diploma terug naar hun ouders.
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Hoe is het gesteld met de jeugdwerkloosheid in China?
‘Terwijl de op een na grootste economie ter wereld drie jaar van coronabeperkingen te boven komt, dragen jonge werkloze afgestudeerden zoals Wang de last van een lauw herstel’, schrijft Financial Times. Wang is onlangs afgestudeerd in commerciële economie in de Chinese stad Zhengzhou, de hoofdstad van een provincie van 100 miljoen mensen en de standplaats van de grootste iPhone-fabriek ter wereld.
Net als voor veel andere Chinese jongeren liggen de baankansen voor Wang niet voor het grijpen. De werkloosheid onder jongeren tussen 16 en 24 jaar was in juni 21,3 procent. De vacatures die er wel zijn, zijn voor slechtbetaalde klusjes met een werklast van wel zeventig uur per week. ‘De banencrisis die China’s afgestudeerden treft, is verrassend omdat dit cohort het hoogst opgeleide ooit is’, schrijft de zakenkrant.
Sommige jongeren kiezen er daarom voor om de steden te verlaten en terug te keren naar hun ouders op het platteland. ‘Ze hebben geen werk, in plaats daarvan doen ze klusjes voor hun ouders of houden hen gezelschap in ruil voor zakgeld en gratis woonruimte’, schrijft het in Shanghai gevestigde medium Sixth Tone over de zogenoemde ‘fulltimekinderen’, een fenomeen dat zich verspreidt onder jonge Chinezen.
Volgens South China Morning Post heeft de komst van dit fenomeen twee oorzaken. ‘Sommigen zeggen dat ze genoeg hebben van een ultracompetitieve werkwereld, lange werkdagen en de hoge kosten van levensonderhoud in de grote steden. Maar voor velen is de meest voor de hand liggende reden dat ze ondanks hun zoektocht geen baan hebben kunnen vinden.’
China heeft ook te maken met een vergrijzende bevolking. In 2035 zal een derde van de inwoners van het land, 400 miljoen mensen, ouder zijn dan 60 jaar. Inwonende kinderen kunnen een deel van de zorg voor deze groep opvangen.
De verwachting is dat de komende tien jaar de jeugdwerkloosheid hoog blijft in China, met een stijging op korte termijn, aldus Financial Times. De regering maant jonge mensen ertoe om ook laagbetaalde banen te accepteren. De overheid lanceerde onlangs een campagne om afgestudeerden ervan te overtuigen ‘eerst een baan te vinden en dan pas een carrière te kiezen’.
‘Dergelijke berichten bevestigen echter alleen maar wat veel jonge afgestudeerden al vermoeden: ondanks het betalen voor diploma’s die aan openbare universiteiten ruwweg 30.000 renminbi [4000 dollar] per jaar kunnen kosten – ongeveer een vijfde van het gemiddelde gezinsinkomen voor een gezin van drie – hebben diploma’s van alle universiteiten behalve de beste te weinig waarde op de arbeidsmarkt’, schrijft de zakenkrant.
Waarom zijn er zo veel jongeren zonder baan?
Volgens China-onderzoeker George Magnus liggen verschillende mismatches ten grondslag aan de hoge werkloosheid onder jongeren. ‘Er is een discrepantie tussen de vaardigheden die veel afgestudeerden verwerven en de vaardigheden die werkgevers vragen’, schrijft hij in Financial Times. Ook hebben hoogopgeleide afgestudeerden onrealistische verwachtingen van het salaris en de werkzaamheden van hun eerste baan. Dat de overheid beleid heeft gevoerd om snelgroeiende sectoren waar veel jonge mensen werken, zoals e-commerce, onderwijsplatforms, gaming en financiële dienstverlening, in te dammen, is ook een factor.
Het helpt niet mee dat door de strenge lockdowns in China de dienstensector, zoals de horeca, zwaar te lijden heeft gehad. Laat dat nou net een van de sectoren zijn waar normaal gesproken veel jongeren werken, schrijft Financial Timesop basis van een rapport van Goldman Sachs over de Chinese arbeidsmarkt. Door de pandemie zijn jongeren ook langer in de collegebanken blijven zitten, wat heeft geleid tot een enorme toestroom van pas afgestudeerden naar de arbeidsmarkt in de jaren daarna, aldus The Economist.
Sommige analisten beweren dat de onderliggende oorzaken dieper liggen. Michael Pettis, een senior medewerker van het Carnegie China Center, zegt dat het investeringsmodel van Beijing gericht blijft op productie en investeringen in plaats van op de binnenlandse consumptie die uiteindelijk nodig is om banen te creëren. ‘Als je je concurrentiepositie in de maakindustrie baseert op lage lonen, zit je als het ware vast als de lage lonen een probleem worden door de zwakke binnenlandse vraag,’ zei Pettis tegen Financial Times.
Een van de eigenaardigheden van de Chinese arbeidsmarkt is dat lager opgeleide jongeren minder vaak werkloos zijn, schrijft The Economist. Jongeren met een beroepsopleiding of alleen een middelbareschooldiploma hebben meer praktische vaardigheden en een grotere behoefte aan een baan.
In de afgelopen drie decennia, toen de Chinese economie met sprongen groeide, gingen meer mensen naar de universiteit omdat ze het zagen als een weg naar een veelbelovende carrière, schrijft The New York Times. Volgens het Nationaal Bureau voor de Statistiek van China steeg het aantal studenten dat zich inschreef voor hogescholen en universiteiten van 754.000 in 1992 naar 10,1 miljoen in 2022. Nu blijkt dat er niet voor al die hoogopgeleiden een passende baan beschikbaar is.
Ook is het vertrouwen in de economie in de particuliere sector in het algemeen, die goed is voor 80 procent van de werkgelegenheid in de steden in China, nog steeds laag. Dit drijft veel jongeren naar een baan bij de overheid of bij staatsbedrijven, die actief werven onder jongeren om de jeugdwerkloosheid omlaag te brengen, aldus The Economist.
Wat zijn de gevolgen van de hoge jeugdwerkloosheid?
‘Het grootste probleem voor werkloze jongeren is het risico van wat economen “hysterese” noemen. Dit is het gevaar dat hoe langer ze buiten de formele arbeidsmarkt blijven, hoe moeilijker het wordt om er ooit weer in terug te keren, omdat hun vaardigheden en ervaring afnemen’, schrijft China-onderzoeker Magnus.
Daarnaast zijn jongeren belangrijk voor de binnenlandse consumptie in China. In sommige stedelijke gebieden zijn ze verantwoordelijk voor een vijfde van de aankopen. Als hun uitgaven afnemen, heeft dat grote gevolgen voor de Chinese economie.
‘Als [de jeugdwerkloosheid] verkeerd wordt aangepakt, zal dat leiden tot verdere sociale problemen en zelfs de aanleiding worden voor politieke problemen’, aldus Financial Times. Maar vooralsnog trekken Chinese twintigers liever weer bij hun ouders in, dan dat ze de straat op gaan om politieke verandering te eisen.
Ze eten extreem gezond, gaan vroeg naar bed, drinken geen alcohol en sporten drie tot vijf keer per week. Maar meer nog dan naar een sixpack hunkeren ze naar controle. Le Monde sprak enkele Franse jongeren over hun verlangen naar grotere spieren.
Op zijn TikTokvideo’s wringt Simon zich in allerlei bochten om zijn spieren te tonen. Armen geheven in een rechte hoek, ellebogen gebogen, bollende biceps, uitpuilende aderen: de standaardhouding van een bodybuilder. Zijn video’s hebben altijd dezelfde hashtag: #15jaar. Dat is zijn leeftijd. Maar als je op zijn spieren afgaat, zou hij vijf jaar ouder kunnen zijn. Simon traint al vier jaar.
Hij begon thuis ‘met lichaamsgewicht’, zonder apparatuur. Daarna ging hij over op street workout – een activiteit die het midden houdt tussen gymnastiek en bodybuilding en die vooral met apparaten in de open lucht wordt beoefend. Zes maanden geleden werd hij lid van een sportschool. Wat hij wil is ‘massa kweken’.
Die uitdrukking is bij steeds meer jongeren te horen. 43 procent van de zestien- tot vijfentwintigjarigen doet aan bodybuilding, en daarmee is het de favoriete sport van Franse jongeren, aldus een enquête van UCPA-Crédoc in 2022 over sportieve vrijetijdsbesteding. Deze leeftijdsgroep vormt 40 procent van de abonnees van de fitnesscentra van Fitness Park. Bij Basic-Fit is dat zelfs om 50 procent. En volgens Fabien Rouget, business manager van de Franse tak van deze Frans-Nederlandse groep, neemt nu ook het aantal aanmeldingen van jongeren onder de achttien jaar toe.
Tibo InShape en Juju Fitcats
Sociale netwerken spelen ongetwijfeld een rol in deze rage. Victoire en Matthieu, zeventien en achttien jaar oud, steken hun bewondering voor Tibo InShape en Juju Fitcats, een toonaangevend fitnesskoppel met miljoenen abonnees en views op YouTube, niet onder stoelen of banken.
‘Ik keek veel naar de video’s van Tibo InShape toen ik begon met fitnessen. Hij is motiverend en heeft enorm veel energie,’ vertelt Matthieu. ‘En als je zijn lichaamsbouw ziet, dan krijg je er ook zin in!’ Victoire, zijn liefje in de stad en in de sportschool, hoopt stiekem dat ze op de twee influencers lijken. ‘Zij hebben elkaar ontmoet dankzij fitness en delen hun passie. Dat werkt inspirerend.’
Deze jonge vrouw uit Rueil-Malmaison kwam door fitnessvideo’s op sociale media op het idee om met bodybuilding te beginnen. Behalve met de video’s van de hele groten met miljoenen volgers, staan TikTok en Instagram vol met filmpjes van ervaren of beginnende bodybuilders tijdens hun workout in de sportschool, of van hun fysieke transformatie in de loop der tijd. Op TikTok hebben de hashtags #muscu en #six-pack respectievelijk 2,6 miljard en 4,8 miljard views. Het is daardoor nog moeilijker om de lokroep van de fitnessapparaten te weerstaan.
In het taalgebruik van jongeren komen we dezelfde begrippen tegen als in de fitnessvideo’s. Aan bodybuilding doen gaat niet alleen over het hebben van een droomlichaam, maar vooral over ‘zelfvertrouwen krijgen’, ‘gezonder zijn’ en ‘jezelf overtreffen’.
Deze retoriek verbaast Guillaume Vallet niet. De hoogleraar economie aan de universiteit van Grenoble schreef vorig jaar La Fabrique du muscle, een boek met een sociaaleconomische analyse van de zoektocht naar het perfecte lichaam. ‘Het lichaam is de weg naar gezondheid. Als we erin slagen het te versterken en te vormen, zijn we beter voorbereid op de uitdagingen van het leven,’ zegt hij.
Guillaume Vallet brengt de zoektocht naar spieren in verband met de opkomst van het kapitalisme
Meer nog dan een puur esthetische zoektocht, gaat de rage van bodybuilding over een verlangen naar controle. Guillaume Vallet brengt de zoektocht naar spieren in verband met de opkomst van het kapitalisme. ‘Natuurlijk bestond de fascinatie voor spieren in esthetische zin al in de oude wereld. Maar sinds het midden van de negentiende eeuw, met de opkomst van het kapitalisme, worden spieren geassocieerd met het idee van een beter lichaam en betere prestaties. Ze werden een teken van vooruitgang.’
Volgens de econoom hebben we sinds de jaren tachtig te maken met een nieuw tijdperk; het ‘kapitalisme van de kwetsbaarheid’. ‘Nu de staat zich terugtrekt worden individuen aan hun lot overgelaten. Ze moeten zelf ondernemen, hun leven opbouwen en er zin aan geven. Dat schept een hoop angsten en onzekerheden, waarop het getrainde en goed gevormde lichaam een antwoord geeft.’ Kortom: wie zijn lichaam beheerst, beheerst zijn leven. ‘Als je wilt, dan kun je het.’
Het valt niet te ontkennen dat je een ijzeren wil nodig hebt om je lichaam te vormen. Simon, de vijftienjarige uit Nantes, gaat acht keer per week anderhalf tot twee uur naar de sportschool: één, soms twee keer per dag en dan ook nog een keer op zijn vrije dag. Elke sessie staat in het teken van de spiergroepen waaraan wordt gewerkt: de ene dag komen de biceps en de rug aan de beurt, de volgende dag de benen, dan de borstspieren en ga zo maar door.
Voor de tiener is krachttraining absolute prioriteit geworden. ‘Ik denk de hele dag aan de sport. Als ik moet kiezen tussen huiswerk en naar de sportschool gaan, ga ik liever trainen. Het is deel van mijn routine geworden, net als tandenpoetsen voor ik naar bed ga,’ zegt Simon. Zijn ascetische levensstijl gaat gepaard met een streng dieet met veel eiwitten (kipfilet, biefstuk, kwark, havermout) in combinatie met groenten en zetmeelrijke voedingsmiddelen, zo mogelijk volkoren. Weinig vet, geen suiker. Niet roken, geen alcohol natuurlijk, en goed slapen.
Stereotypen
Een tiener die evenwichtig eet, niet drinkt en niet uitgaat – daar droomt elke ouder van, toch? Voor Andrée, de moeder van Victoire, geldt dat niet. Voor haar grenst deze ijzeren discipline aan verslaving. ‘Laatst kwam Matthieu hier eten en toen zeiden ze: “Laten we snel eten, dan kunnen we gaan trainen.’ “Geen sprake van dat jullie tot 22.30 uur gaan trainen in de sportschool,” zei ik. “Dat gaat me echt te ver.”’
Ondanks de argumenten van haar dochter over lichamelijk en geestelijk welzijn, stoort Andrée zich aan de cultus rond uiterlijkheid. ‘Je lichaam moet zus zijn, je haar en make-up zo, nagels moeten gedaan worden… Ik heb liever dat ze een boek leest,’ zegt ze.
Misschien is Victoire er zich niet van bewust, maar een gespierd lichaam heeft voor vrouwen de eis van een dun lichaam vervangen. Jonge vrouwen praten net zo graag als jongens over het kweken van spiermassa en ook zij ontzeggen zich geen voedsel. Integendeel, ze weten dat ze calorieën moeten opslaan om aan te komen. Maar ze beseffen niet dat hun streeflichaam overeenkomt met uitgesproken genderstereotypen.
‘Als man ben je de beschermer, en dat betekent dat je fysiek imposant moet zijn’
Marie, een zeventienjarige middelbare scholier uit de regio Parijs, weet precies wat ze wil. ‘Een ontwikkeld figuur, maar niet te veel spieren, zodat het vrouwelijk blijft. Het ideaal is een platte buik, gespierde dijen en rug, en een rond achterwerk.’ Jongens daarentegen werken wat meer aan hun bovenlichaam om brede schouders en grote borstspieren te krijgen. ‘Dat is mannelijk. Als man ben je de beschermer, en dat betekent dat je fysiek imposant moet zijn,’ zegt Othman, een negentienjarige student die regelmatig de sportschool bezoekt.
Guillaume Vallet denkt dat een dergelijke cultus van het lichaam, naast de genderstereotypen, existentiële risico’s met zich kan meebrengen. ‘Het lichaam is niet het antwoord op alles. Wat doe je als je je doelen hebt bereikt? Wat gebeurt er op de dag dat je lichaam niet meer aan je verwachtingen voldoet, of wanneer het minder krachtig wordt omdat het veroudert?’ De opvatting ‘waar een wil is, is een weg’ zorgt dan al snel voor schuldgevoelens.
Simon, Victoire, Matthieu, Marie en Othman houden zich niet met deze vragen bezig. Hebben ze hun doel bereikt, dan stellen ze zich een nieuw doel. Want voorlopig geloven ze dat bodybuilding hen in staat stelt om beter om te gaan met de soms moeilijke overgang naar volwassenheid.
Simon uit Nantes herinnert zich bijvoorbeeld de spot die hij op school moest verdragen over zijn magere lichaam. ‘Nu vragen mensen me om advies over hoe ze in vorm kunnen komen,’ zegt hij triomfantelijk. Othman vond in de sportschool nieuwe vrienden, terwijl hij daar op de universiteit moeite mee had. En al zou de zoektocht naar spieren het nieuwe gebod zijn dat hen wordt opgelegd, dan nog is het volgens hen in ieder geval niet ongezond. Voor hen is er niks tegen in te brengen; om 18.00 uur is het tijd voor de volgende training.
Met de maatregel moeten de opkomende soa’s worden aangepakt
Vanaf volgend jaar kunnen jongeren tussen de 18 en 25 jaar in Franse apotheken gratis condooms krijgen. Dat heeft de Franse president Emmanuel Macron donderdag bekendgemaakt, meldt dagblad Le Monde. Met de maatregel moet het snel toenemende aantal seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) onder Franse jongeren bestreden worden.
Sinds 2020 is het aantal soa’s in Frankrijk met naar schatting 30 procent toegenomen. Om te zorgen dat dit cijfers omlaaggaat, wil de overheid daarnaast gratis soatesten gaan aanbieden. Ook moet er betere voorlichting komen op scholen over seksuele aandoeningen.
De morningafterpil en het spiraaltje zijn al langer gratis in Frankrijk voor jongeren tot 25 jaar. Condooms zijn momenteel niet gratis in Frankrijk, maar jongeren kunnen wel een deel van het bedrag dat ze per jaar uitgeven aan condooms terugkrijgen via de zorgverzekeraar. De meeste zorgverzekeringen in Frankrijk vergoeden tot zestig procent van het totaal uitgegeven bedrag.
Het cannabisgebruik is nog nooit zo hoog geweest onder jonge Amerikanen. Volgens een vorige week maandag gepubliceerde studie van de Universiteit van Michigan zegt 43 procent van de negentien- tot dertigjarigen het afgelopen jaar marihuana te hebben gebruikt, tegenover 34 procent in 2016 en 29 procent in 2011, meldt The Washington Post. Het dagelijks gebruik is in tien jaar tijd bijna verdubbeld, van 6 procent in 2011 tot 11 procent in 2021.
Wat hallucinogene drugs betreft, zei 8 procent van de jongvolwassenen dat ze in 2021 lsd, MDMA (het actieve ingrediënt in ecstasy), mescaline, peyote, paddo’s of PCP hadden gebruikt, vergeleken met 5 procent in 2016 en 3 procent in 2011. De toename van het cannabisgebruik komt doordat het aantal staten dat de drug voor recreatief gebruik heeft gelegaliseerd de afgelopen jaren is toegenomen, aldus The Washington Post. Het gebruik van marihuana is legaal in negentien Amerikaanse staten en in het District Columbia.
De eindeloze oorlog in naam van Allah en de verschrikkelijke humanitaire crisis hebben sommige jonge mensen in Jemen ertoe gebracht het geloof af te zweren. Het atheïsme wint terrein in dit zwaar religieuze en conservatieve land.
‘Bij mij staat Allah voor de bloemen, maar bij de bloemen zelf staat hij voor het graf.’ Dit zijn de woorden van Omar Batawil, een Jemenitische jongen van zeventien die in april 2016 werd vermoord vanwege uitlatingen op Facebook die hem op beschuldigingen van atheïsme kwamen te staan. Omar bekritiseerde degenen die hij ‘de handelaren in religie’ noemde en heeft zwaar voor die mening moeten boeten: met zijn leven. Omar is niet de enige die is gedood vanwege zijn kritiek op het religieuze bestel of zijn mening over geloofskwesties; hij is een van de jongeren, merendeels onder de twintig, die zijn geliquideerd omdat ze openlijk hebben gezegd hoe ze over het geloof in Allah denken.
Religie is een onderwerp waarover door talrijke groepen jongeren in Jemen enorm veel wordt gediscussieerd, maar heel zelden in de openbare sfeer. Het geloof en de alomtegenwoordigheid van religieuze teksten zijn thema’s geworden die veel mensen op sociale media aansnijden. Sommigen komen zelfs in het openbaar voor hun mening uit, ondanks het gevaar dat dat oplevert in een land dat ten prooi is aan oorlog, aan een algehele crisis en aan gewapende religieuze partijen. Ik heb contact opgenomen met diverse van deze jongeren die aan het hoofd staan van ‘atheïstische’ groepen op sociale media, om te begrijpen waarom ze de religie hebben afgezworen.
‘Ik hoop te kunnen emigreren om alles te vergeten wat ik hier heb geleerd’
‘Ik word verscheurd door tegenstrijdige gevoelens over wat ik lees en op de wereld zie, en wat er in mijn stad gebeurt,’ zegt Mohsen (19). ‘Ik word niet meer overtuigd door wat ik in de moskee hoor, of het nu gaat om de gebeden over onze ellende of de vergeving die we moeten schenken aan mensen die niet denken of bidden zoals wij. Waarom wordt er niet opgeroepen tot verzoening? Ik woon zelf in Jemen, maar via internet heb ik vrienden in een heleboel landen met wie ik meningen uitwissel. In Jemen zie ik overal verwoesting om me heen. Ik kan hier niet mezelf zijn. Ik ben bang om te worden gedood. Weet u dat een ander kapsel nemen genoeg is om gevangenisstraf te riskeren? Ik hoop te kunnen emigreren om alles te vergeten wat ik hier heb geleerd.’
Religieuze mythe
De Jemenitische politicus Ali al-Bakhiti, die zich liever schrijver en blogger noemt, heeft talrijke jonge volgers op Twitter, waar hij vrijuit spreekt over het feit dat hij niet gelovig is. Veel jongeren reageren op zijn tweets, maar durven niet hun naam te noemen. ‘Mij gaat het er in de eerste plaats om gedachten te verspreiden die ik niet kon verspreiden toen ik nog in het Midden-Oosten woonde,’ zegt Al-Bakhiti. ‘Ik heb het gevoel dat Jemen is vernietigd door de religieuze mythe en dat het land daardoor al meer dan veertienhonderd jaar gebukt gaat onder etnische en sektarische conflicten. En de religieuze groeperingen die met elkaar botsen in Jemen doen dat vanwege deze mythe. Om die reden zet ik me in voor de ontmanteling ervan, om te voorkomen dat de jeugd op de bres gaat staan voor een mythisch paradijs.’
‘Je kunt nog beter dood zijn dan zo’n ellendig leven te moeten leiden’
‘Ik ben atheïst,’ verklaart Salwa F. ‘Ik gebruik een vals account om mijn mening op Twitter te geven, te meer omdat wij, de jonge vrouwen en mannen in Jemen, de laatste tijd steeds meer onder druk komen te staan. We hebben geen enkele hoop meer. Je kunt nog beter dood zijn dan zo’n ellendig leven te moeten leiden. Waar is de god die mijn moeder elke avond aanroept? Waarom laat hij ons zo lijden? Waarom verdedigt hij de onschuldige kinderen niet die in Jemen worden gedood?’
Abdel Aziz l-Assali, hoogleraar islamitische filosofie, vertelt dat er zich bijna drie jaar geleden een discussie ontspon tijdens een van zijn colleges. ‘Toen de jongeren zagen hoe vrouwen en kinderen omkwamen door granaten in de belegerde stad Taïz en met het gebrek aan medische zuurstof werden geconfronteerd, begonnen ze zich dingen af te vragen: hoe kan het dat Allah in al zijn goedertierenheid accepteert dat kinderen, vrouwen en bejaarden onschuldig worden gemarteld, gedood en verwond? Aan het eind van de discussie heb ik gevraagd of deze gebeurtenissen mensen ertoe konden brengen het geloof vaarwel te zeggen. Ik heb het volgende tegen mijn studenten gezegd: het religieuze discours dat op gevoelswaarde berust, gaat ten koste van het rationeel denken en de logica, die genegeerd en veronachtzaamd worden terwijl ze centraal staan in de religieuze tekst.’
‘De religie in onze samenlevingen wordt opgelegd door wet en overheid’
‘De eerste keer dat ik aan de religie begon te twijfelen was toen ik nog maar negen jaar was en een Koranlerares me sloeg,’ vertelt Salem. ‘Op dat moment vroeg ik me af hoe iemand die elke dag de Koran leest, die geacht wordt dicht bij Allah te staan, zo gemeen kon worden. Toen de oorlog in Jemen begon en allerhande religieuze groeperingen meer macht kregen, raakte ik er des te sterker van overtuigd dat staat en religie gescheiden moeten worden als we voor iedereen een heilzame en rechtvaardige samenleving willen.’
‘De burgers zien met eigen ogen hoe gewelddadig deze groeperingen zijn wanneer ze aan de macht komen. Ze hebben al hun krediet verspeeld,’ voegt Ali al-Bakhiti er nog aan toe. ‘Het percentage atheïsten en agnostici neemt spectaculair toe, maar die mensen kunnen zich niet vrijelijk uitspreken, dus het is moeilijk te meten. Bovendien wordt de religie in onze samenlevingen opgelegd door wet en overheid.’
Mooie kanten
Mohamed al-Mansouri (33) heeft een wat andere kijk op de zaak; hij is ervan overtuigd dat religie onontbeerlijk kan zijn voor sommige bevolkingsgroepen. ‘Ik heb het geloof twee jaar geleden vaarwel gezegd,’ bekent hij, ‘maar voor veel mensen is het volgens mij een noodzaak. Ik ben voor de scheiding van geloof en staat, en ik hoop dat de religieuze groeperingen die momenteel in Jemen aan de macht zijn zullen vertrekken. Toch hoop ik tegelijkertijd niet dat het afgelopen zal zijn met de religie. Religie is in veel gevallen belangrijk en de islam heeft ondanks alles veel mooie kanten, al valt er ook het nodige op aan te merken.’
‘Wat heb ik als vrouw voor toekomst in dit land?’
Salwa besluit het gesprek met een vraag die onbeantwoord blijft. ‘Wat heb ik als vrouw voor toekomst in dit land? Met een man trouwen die ten strijde zal trekken in naam van de religie, omdat hij daarmee in het paradijs hoopt te komen, en eindigen als weduwe? De maatschappij zal me niet toestaan mijn toekomst zelf vorm te geven. En ik zal mijn manier van leven niet kunnen veranderen. Wij jongeren zijn niet afgesloten van de wereld en we weten dat de religieuze groeperingen die ons besturen het leed alleen maar verergeren. We hebben geen recht op een normaal leven, zoals de rest van de wereld.’
In 2020 overleden meer dan 4300 jongeren door vuurwapens
Niet auto-ongelukken maar vuurwapens waren de belangrijkste doodsoorzaak voor Amerikaanse kinderen en tieners in 2020, zo blijkt uit nieuw onderzoek, aldus BBC. Gegevens van de Centers for Disease Control and Prevention wijzen uit dat in 2020 meer dan 4300 jonge Amerikanen zijn overleden aan vuurwapen-gerelateerde verwondingen. In dat aantal zijn ook zelfmoorden verdisconteerd, maar moorden vormen de meerderheid van deze sterfgevallen.
Volgens het onderzoek, dat onlangs werd gepubliceerd in het New England Journal Medicine, maakt de stijging van het aantal sterfgevallen door vuurwapens onder Amerikanen tussen één en negentien jaar, deel uit van de algehele stijging met 33,4 procent van het aantal vuurwapen-gerelateerde sterfgevallen in het land, maar worden jonge Amerikanen onevenredig zwaar getroffen.
Het totale aantal doden onder kinderen en tieners door alle oorzaken van vuurwapengebruik – zelfmoord, doodslag, onopzettelijk en toedracht onbekend – steeg met 29,5 procent. Dat is ruim twee keer zoveel als onder de rest van de bevolking. Inmiddels zijn ruim 390 miljoen vuurwapens in de VS in omloop.
Het Britse tijdschrift The Facehield vorige maand in Groot-Brittannië een enquête onder ruim driehonderd jongeren tussen de veertien en drieëntwintig jaar om te onderzoeken welke impact de pandemie op hen had. Een overweldigende meerderheid van 66,9 procent van de respondenten zegt het lockdownleven te missen, ondanks alle beperkingen.
‘Het beste wat ik aan de lockdown heb overgehouden is de relatie met mijn moeder’
Volgens sommige respondenten ging hun geestelijke gezondheid erop vooruit doordat ze zich beter konden concentreren op specifieke zaken. Sommigen begonnen aan een strak fitnessregime, leerden breien of koken, of leerden digitaal mensen kennen die anders hun pad niet gekruist zouden hebben. Weer anderen leerden hun familie waarderen.
‘Het beste wat ik aan de lockdown heb overgehouden is de relatie met mijn moeder’, liet de veertienjarige Lucy bijvoorbeeld weten. ‘Vroeger spraken we elkaar nooit en nu kan ik met haar praten zoals ik met een vriendin praat.’ Voor Denise, tweeëntwintig, leidde de lockdown tot het ontdekken en accepteren van haar seksuele identiteit: ‘Ik ben uit de kast gekomen als non-binair en voel me nu helemaal mezelf.’
Net als in Nederland hebben starters op de woningmarkt in Groot-Brittannië het uiterst moeilijk. In een Brits tv-programma over onroerend goed beweerde presentator Kirstie Allsopp dat jongeren die er niet in slagen hun eerste huis te kopen, er niet genoeg moeite voor doen. Haar uitspraak ontketende een fel debat.
Presentator Kirstie Allsopp van het programma Location, Location, Location trakteerdejongeren op advies over hoe ze hun eerste huis konden kopen. Ze zei ‘woedend’ te worden als mensen beweren dat ze het zich niet kunnen veroorloven om een huis te kopen. Haar oplossing? Trek in bij je ouders, geef ‘luxe’ op, zoals lidmaatschap van de sportschool, Netflix-abonnementen en vakanties in het buitenland, en verhuis naar een goedkoper deel van het land.
De uitspraak van Allsop leidde tot een stortvloed aan commentaren en ook de Britse pers boog zich over de zaak. Twee kranten, The Independent en The Daily Telegraph stonden lijnrecht tegenover elkaar.
Harriet Williamson schreef in The Independent:‘Een nieuwe dag, en een nieuwe variatie op de misvatting “geef gewoon iets op dat je leuk vindt en je kunt een huis kopen”.’
‘Weet je waar ik woedend van word?’, gaat Williamson verder. ‘Van enorm bevoorrechte mensen – Allsopp is de dochter van niemand minder dan de zesde Baron Hindlip en goed voor zo’n 16 miljoen pond – die keer op keer dezelfde onwaarheden herhalen over de “offers” die we zouden moeten brengen om te stijgen op de bezitsladder.
Sinds 2000 zijn de huizenprijzen in het VK ruimschoots voorbij de loongroei geschoten: uit gegevens van het Office for National Statistics (ONS) blijkt dat een gemiddeld huis in maart 2021 ruim 65 keer meer kostte dan een gemiddeld huis in januari 1970. In dezelfde periode stegen de gemiddelde weeklonen slechts 35,8 keer.
‘De loongroei heeft geen gelijke tred heeft gehouden met de huizenprijzen’
Een standaard huis kost nu zeven keer meer dan het gemiddelde jaarsalaris van 31.596 Britse pond [37.579 euro], maar in delen van Londen en in het zuidoosten kan dat oplopen tot 27 keer het gemiddelde jaarloon. Een echtpaar met kinderen in Engeland zou nu 44.000 pond [52.822 euro] extra per jaar verdienen als de lonen net zo snel waren gestegen als de huizenprijzen, volgens een analyse van liefdadigheidsinstelling Shelter.
Dat veel jonge mensen het zo moeilijk hebben om een eigen huis te kopen, komt dus niet door het geld dat ze uitgeven aan Netflix, aan de sportschool of aan hun Starbucks-koffie ’s ochtends. Het komt doordat de loongroei geen gelijke tred heeft gehouden met de huizenprijzen en omdat velen van ons in een “huurval” zitten: we zijn gedwongen om exorbitante huurbedragen te betalen aan particuliere eigenaren en dat belemmert ons vermogen om te sparen voor een eigen huis.’
Privileges
Williamson vindt dat Allsop ‘ver buiten de werkelijkheid staat’ als ze zegt dat jonge mensen gewoon bij hun ouders moeten blijven wonen totdat ze genoeg geld hebben gespaard voor een aanbetaling.
‘Wat betreft haar suggestie om naar een goedkoper deel van het land te verhuizen, denk ik dat ze aanneemt dat we onze niet makkelijk te vinden banen in dure plaatsen zoals Londen maar moeten schrappen en ons naar Middlesbrough of Barnsley zouden moeten haasten? Dat is lang niet altijd mogelijk.
Ik heb genoeg van mensen als Kristie Allsopp die zonder het te weten zeggen dat we zus en zo moeten opgeven om eigenaar te kunnen worden van een huis. Ze geven de jongeren graag de schuld, omdat dat waarschijnlijk makkelijker is dan kijken naar de rampzalige toestand van de huizenmarkt in dit land en je afvragen hoe het zover heeft kunnen komen.
Kristie Allsopp kocht op eenentwintigjarige leeftijd met behulp van haar familie haar eerste huis, in een tijd dat een huis gemiddeld 51.000 pond, circa 60.700 euro, kostte. Haar opmerkingen zijn niet alleen onnodig, ze zijn ronduit hypocriet en tonen aan dat ze zich niet bewust is van haar eigen privileges.’
En dan besluit Williamson: ‘Volgens de Halifax-bank is de gemiddelde aanbetaling voor een eerste aankoop 59.000 pond [70.000 euro]. Ik ben niet lid van een sportschool, ik ga niet vaak naar Starbucks en ik ben al tijden niet meer op vakantie geweest. Welke oplossing raadt Kirstie mij onder deze omstandigheden aan? Blijf in ieder geval af van mijn Netflix-abonnement van 5,99 pond!’
Jongeren kunnen wel degelijk een huis kopen
Gemma Bird, die met tienduizenden volgers op Instagram bekend is als ‘Money Mum’, is in The Daily Telegraph een hele andere mening toegedaan. Ze neemt zichzelf als voorbeeld om aan te tonen dat het wel degelijk mogelijk is om op jonge leeftijd een woning aan te schaffen.
‘Ik kocht mijn eerste huis toen ik vierentwintig was. Het lijkt tegenwoordig bijna ondenkbaar, maar ik was op mijn achttiende begonnen met sparen en ik deed daar ook alles voor. Ik had ook het geluk dat ik zes jaar zonder huur bij mijn ouders kon wonen en in een kroeg werkte om mijn salaris als beginnend makelaar aan te vullen, en dat heeft me enorm heeft geholpen.
Ik ging niet op vakantie en omdat ik nooit een zware drinker ben geweest, heb ik mijn salaris niet vergooid aan alcohol. Integendeel, ik zette elke cent opzij in afwachting een toekomstige aanbetaling te kunnen doen. En zo kon ik in 2004 een huis kopen in Waltham Abbey, Essex [in het noordoosten van Londen], met de persoon waar ik toen mijn leven mee deelde. We waren er met z’n tweeën in geslaagd om 30.000 pond opzij te zetten [36.000 euro tegen de huidige koers], waardoor we een aanbetaling van 5 procent konden doen. Ik verdiende ongeveer 25.000 pond [30.000 euro] per jaar, en het huis kostte 165.000 pond [197.000 euro]. Ik wist dat als ik huiseigenaar wilde worden, ik daarvoor alles opzij zou moeten zetten. En dat is wat ik deed.
‘Het kopen van een huis heeft vandaag niet dezelfde implicaties als dertig jaar geleden’
Mijn bewuste spaarzaamheid zou kunnen worden gerekend tot de “enorme offers” die door Kirstie Allsopp worden genoemd. In plaats van constant nieuwe kleren te kopen, ruilde ik veel met mijn zus. Ik hou van mooie auto’s, maar ik reed in een veel goedkoper model dan mijn droommodel.
Ik ben niet naïef, en ik weet dat het zelfs met mijn spaarzaamheid soms meer dan zes jaar kan duren om genoeg geld te hebben voor een aanbetaling op een huis. En het kopen van een huis heeft vandaag niet dezelfde implicaties als dertig jaar geleden. Een aanbetaling van 20 procent vertegenwoordigt nu 110 procent van een voltijdsalaris. In 1995 waren de totale kosten van een huis 2,1 keer het gemiddelde loon. Tegenwoordig is dat 5,5 keer.
Financiële realiteit
Weinig aspirant-huiseigenaren hebben het geluk door hun ouders te kunnen worden geholpen bij een aanbetaling. Dat gezegd hebbende, als je echt eigenaar wilt worden, moet je offers brengen en een aanzienlijk bedrag vergaren, waarschijnlijk over meerdere jaren. Dus ja, je zult je dagelijkse uitgaven moeten minderen. Het gaat er niet om een jeugd te hebben zonder genoegens, maar om het juiste evenwicht te vinden tussen spaarzaamheid en tevredenheid.
Ik hoor jonge mensen vaak klagen over de exorbitante prijs van onroerend goed tegenwoordig, vergeleken met hun inkomen, en dat is volkomen begrijpelijk. Voor hen lijkt de strijd bij voorbaat verloren.
Alles zou waarschijnlijk gemakkelijker zijn als we het onderwerp “financiële realiteit” op school zouden gaan behandelen. Jongeren beginnen hun professionele leven zonder te weten wat een hypotheek is of wat rood staan betekent. Het is te makkelijk om ze de schuld te geven en ze te verwijten dat ze hun geld hebben verspild aan nutteloze aankopen, terwijl niemand ze heeft geleerd hoe ze moeten kiezen, hoe ze hun inkomen moeten besteden, noch hoe ze hun financiën moeten beheren.’
Bird laat uiteraard de kans niet liggen om afsluitend haar eigen boek aan te prijzen in The Daily Telegraph: ‘In mijn boek Save Yourself Happy leg ik uit dat het leven niet moet gaan over proberen net zoveel te bezitten als je buurman of je zorgen te maken over wat anderen doen. Het doel is veeleer om je sterk genoeg te voelen om die financiële keuzes te maken die bij je passen. We moeten allemaal realistischer omgaan met geld. Dat is de enige manier waarop we ons kunnen redden in het licht van een uit de hand gelopen vastgoedmarkt.’
De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsbezit. Vooral jongeren zijn de dupe. Ze krijgen vijftien jaar voor bezit, twintig als er sprake is van een ‘georganiseerde’ misdaad. Moeders die zich tegen de uitspraken verzetten worden tot wanhoop gedreven. ‘Geef ze straf, maar pak hun leven niet af.’
De telefoon ging: ‘Uw zoon is gearresteerd.’
Dat moet een vergissing zijn, zei Julia, want wat kan een moeder in zo’n situatie zeggen – dat Emil zeventien jaar is en over een maand eindexamen doet? Dat hij nog nooit voor problemen heeft gezorgd, dat hij op school aan alle olympiades heeft meegedaan en dat hij in Polen zou gaan studeren?
Ze greep haar tas en holde de deur uit.
Emil stond geboeid bij de tramhalte. De militieagenten hadden hem uit de tram gehaald toen hij op weg was naar zijn vriendin. ‘Als je ons alles vertelt, laten we je naar huis gaan,’ hadden ze beloofd.
Hij had kunnen antwoorden: ‘Ik wil eerst dat jullie mijn moeder waarschuwen.’ Het fouilleren van een minderjarige dient namelijk te gebeuren in aanwezigheid van een van de ouders, aldus het internationaal recht. Maar welke middelbare scholier weet zulke dingen? En wie durft in Belarus tegen militieagenten in te gaan?
Voordat ze er was, had Emil hun verteld waar hij de marihuana bewaarde (in zijn kamer, in een theeblikje). Ze vonden dertien gram.
‘Er lag een beetje op de bodem van het blikje,’ zegt Julia. ‘Ik had er geen idee van dat hij blowde. Als ze het niet hadden gezegd, had ik gedacht dat het kruidenthee was.’
‘Een beetje’ – het Belarussische recht kent dat begrip niet. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs, een hoeveelheid voor eigen gebruik of een handelsvoorraad. Hasj telt even zwaar als heroïne; elke joint telt als een zakje marihuana. Ook leeftijd doet er niet toe, een veertienjarige kan ook in de gevangenis terechtkomen, maar dat weet Julia niet. Ze gelooft dat ze haar zoon nog voor zijn eindexamen vrij kan krijgen.
‘Hij wilde economie gaan studeren in Warschau, aan de Leon Koźmiński-academie. Hij is al twee jaar Pools aan het leren bij de Poolse kerk,’ vertelt ze. ‘Hij las de biografieën van Steve Jobs en van Bill Gates, hij had het voortdurend over startups en bitcoins. Hij wilde niet naar school in een trui, maar droeg altijd een colbertje. Ik dacht dat ik een directeur had grootgebracht.’
Bij de foto’s in het schoolalbum – donkere bos haar, glimlach, glinsterende ogen – schreef hij: ‘Ik ben onsterfelijk en ongrijpbaar! Een toekomstige zakenman en trader.’
20 jaar gevangenisstraf
Borysów, een industriestad op anderhalf uur rijden van Minsk; op het centrale plein een standbeeld van Lenin, aan de rand van de stad een houtbewerkingsbedrijf (vroeger heette het Overwinning van het Proletariaat, nu Borysowdrew). In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden hier lucifers geproduceerd voor de Sovjetmarkt, tegenwoordig vezelplaten en multiplex voor de export.
Daar waar de stad eindigt staan lage huisjes tegen elkaar aan, met wat armetierige aanbouwsels, de daken zijn opgelapt met metaalplaat.
Galina Makarowa verontschuldigt zich bij mijn binnenkomst dat het zo armoedig is. ‘Mijn man is met pensioen, ik krijg een uitkering omdat ik geopereerd ben aan kanker. Ik maak zuurkool en die verkoop ik op de markt om wat roebels bij te verdienen.’
Op het fornuis in de hal worden pelmeni klaargemaakt voor het eten. Achter een gordijn staat een emmertje waar je je behoefte kunt doen, voor als je vanwege de vorst niet naar het toilet achter op het plaatsje wilt gaan. ‘Hier moest de badkamer komen, we hebben de tegels gezet, maar hebben geen geld om het af te maken. Al ons geld gaat op aan advocaten. We hebben alles verkocht, tot en met de vitrage, alleen in de kamer van Maksim is alles gebleven zoals het was.’
Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden
Een gemiddeld pensioen bedraagt in Belarus ongeveer driehonderd dollar, een consult bij een advocaat kost honderdvijftig dollar. Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden.
‘Het was een goede jongen, ijverig. Hij wilde het leger in, net als zijn vader, maar hij werd afgekeurd op zijn platvoeten, en dus ging hij naar de technische universiteit in Polatsk. Hij studeerde in het weekeinde, zodat hij ons kon helpen,’ vertelt zijn moeder.
Hij werkte in Borysowdrew, waar hij machines programmeerde. Hij had de technische school eerder afgerond.
Galina was gescheiden van de vader van Maksim toen de jongen nog klein was. Ze trouwde opnieuw, weer met een officier. Wiktor Wladimirowitsj schilt de aardappelen in de keuken en zegt niet veel.
‘Sinds ze onze zoon hebben gearresteerd, is mijn man in zichzelf gekeerd,’ legt Galina uit. ‘Hij heeft Maksim opgevoed als zijn eigen zoon, en nu mag hij hem niet eens bezoeken. En dat alles omdat wij niet op de formaliteiten hebben gelet. Ik heb zelf een boodschappentas met eten voor mijn zoon naar de gevangenis gesjouwd omdat ze mijn man voor de poort lieten wachten. Hij heeft gediend in Vietnam, Afghanistan, Tsjernobyl, hij heeft de dood in de ogen gekeken, maar hij heeft nog nooit zo gehuild als toen.’
We kijken naar foto’s: een vierjarig jongetje in een trui met een aapje; met de kat Barsik, met een speelgoedrobot die Galina uit Polen had meegebracht.
‘Vijftien jaar kom ik al in Polen voor de handel. Bij ons was er zelfs geen water met prik in de schappen, maar Maksim nodigde zijn vrienden uit en deelde alles met ze.’
Hij had drie vrienden: Ilja, Andrej en Maksim P. Ze kenden elkaar uit de buurt. Op een foto knuffelen Maksim en Ilja een pluchen Mickey Mouse, op een andere foto staan ze op een grasveld bij een flatgebouw, lachend, alsof ze zojuist een spelletje hebben onderbroken. De laatste oudejaarsnacht hadden ze ook samen doorgebracht, ze hadden hun vriendinnen uitgenodigd; de foto’s van dat feestje had hij daarna op het populaire Vkontakte gezet.
‘Ik zei tegen hem: “Ga jij maar lekker feesten, ik blijf wel bij je vader,”’ vertelt Galina. ‘Want de biologische vader van Maksim had een maand daarvoor een infarct gekregen. Hij kwam verlamd uit het ziekenhuis. Bij ons helpt de overheid je op geen enkele manier, zolang je niet bent erkend in een bepaalde invaliditeitscategorie, dus heeft Maksim hem zelf verschoond, te eten gegeven en gewassen. Hij kwam hier alleen even langs om wat te eten, en dan meteen weer naar zijn vader. Als het nodig was, belde hij Ilja, Andrej of de andere Maksim om hem af te lossen. Andrej studeerde informatica aan de Nationale Technische Universiteit van Belarus, vijfde jaar. Hij is zonder ouders opgegroeid; ze zijn beide gestorven toen hij vier jaar oud was.’
Maksim P. volgde een opleiding voor boswachter. ‘Die boompjes heb ik van hem’, ze wijst naar een rij naaldboompjes in het tuintje. ‘Hij is ook halfwees, hij is opgegroeid zonder moeder.’
Ilja deed aan boksen, hij wilde beginnen met wedstrijden.
Ze werden allemaal op 2 april 2015 gearresteerd. Maksim Makarow en Ilja werden uit hun auto getrokken door de antiterroristische troepen van de OMON, een van de wreedste militie-eenheden. Andrej en de andere Maksim werden door de militieagenten van huis gehaald. De oudste van de jongens was tweeëntwintig jaar, de jongste twintig. Tenlastelegging: handel in drugs door een georganiseerde criminele groep. Daar staat twintig jaar gevangenisstraf op.
Moeders 328
De Belarussische jeugd moet rein, gezond en gehoorzaam zijn. Sinds enkele jaren komen er synthetische drugs uit Azië het land binnen; ze zijn goedkoper dan de klassieke drugs (hasj en marihuana) en veel gevaarlijker (de samenstelling is moeilijk te bepalen, nog afgezien van de bijwerkingen). In de kranten wordt een ongeluk beschreven: drie vrienden uit Homel kopen samen synthetische drugs, een van hen wordt na een feest gevonden met uitgestoken ogen. Aleksander Loekasjenka verklaart drugs de oorlog en in december 2014 ondertekent hij presidentieel decreet nr. 6, waardoor de regels worden aangescherpt. Op de handel in drugs staat nu tot vijftien jaar gevangenisstraf: als er sprake is van een georganiseerde criminele groep twintig jaar. De veroordeelden komen terecht in speciale heropvoedingskampen: om hen te onderscheiden van andere gevangenen krijgen ze groene strepen op hun gevangeniskleding. ‘We zullen ze zo hard aanpakken dat ze zullen smeken om de dood,’ aldus Loekasjenka.
De arrestaties beginnen in de eerste maanden van 2015. Een van de eerste arrestanten, de achttienjarige Maksim, de jongste zoon van Larissa Zjigarowa uit Grodno, krijgt acht jaar omdat militieagenten bij hem thuis een hennepplant vinden.
Aleh Wolczak, oppositielid en activist van de organisatie Rechtshulp voor het Volk, denkt dat de rechter zich gewoonweg heeft vergist. Maar hoe vaak kan hij zich vergissen? Twee keer? Drie keer? Tegenwoordig worden dit soort vonnissen in heel Belarus geveld. Toen begreep hij dat het geen toeval was, dat het stelselmatig is. Alsof er van boven een order is uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat de statistieken van de militie omhooggaan.
Een oproep om drugs in Belarus te legaliseren.
De moeder van Maksim, Larissa, richt op Vkontakte de groep Moeders 328 op (naar het artikel in het wetboek van strafrecht op grond waarvan hun kinderen worden veroordeeld). In het begin zijn er tientallen leden, vervolgens honderden en nu zijn het er bijna duizend. Ze komen uit Minsk, Brest, Lida, Vitebsk en Homel. Ze ontmoeten elkaar thuis, in cafés, schrijven petities. De juristen van Rechtshulp voor het Volk helpen hen bij het invullen van aanvraagformulieren om de beweging te registreren, maar de autoriteiten weigeren. Ze krijgen ook geen vergunning om te demonstreren.
Journalisten bellen Wolczak met het verzoek om commentaar te geven. Hij is jurist, werkte vroeger als onderzoeksrechter bij het OM. ‘Ik heb in mijn carrière vijftig moordzaken meegemaakt,’ aldus Wolczak. ‘Ik herinner me dat ze acht of tien jaar kregen, evenveel als de jeugd nu voor drugs.’ Hij is er zelf van overtuigd dat deze nieuwe rechtspleging nergens toe leidt. ‘Je kunt vooral niet mensen veroordelen wegens drugsbezit voor eigen gebruik. Als iemand verslaafd is, moet hij worden behandeld. En in de gevangenis is daartoe geen enkele mogelijkheid. Het probleem daarbij is dat er in Belarus geen moderne behandelmethodes zijn, er is geen preventie. Mensen zijn bang om het over hun problemen te hebben, omdat ze niet willen worden opgenomen in het centrale register van verslaafden dat Loekasjenka in 2015 heeft opgericht.’
‘Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving’
Wolczak is van mening dat de straffen te zwaar zijn. ‘In veel gevallen kun je naar andere middelen grijpen: een ondertoezichtstelling door een curator, taakstraffen, vooral als de pleger jong is, nog geen strafblad heeft en met een geringe hoeveelheid drugs is betrapt. Wij waarschuwden de autoriteiten dat je jongeren niet eindeloos kunt veroordelen, omdat je dan eindigt zoals in het Amerika onder Reagan. Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving.’
‘De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsdelicten,’ aldus Piotr Markielow, een vierentwintigjarige activist van de beweging Legalize Belarus. ‘Massa-arrestaties lossen het probleem niet op.’
De beweging Legalize Belarus werd in 2017 opgericht door jonge mensen die verontwaardigd waren over de schaal waarop mensen werden gearresteerd op grond van artikel 328. Ze organiseren happenings en lezingen, ze sturen de veroordeelden briefkaarten, verzamelen handtekeningen voor een petitie om marihuana te legaliseren.
‘Ik heb ook wel eens een joint gerookt,’ erkent Markielow. ‘Maar niet in Belarus. Hier is het te gevaarlijk.’
Een jaar geleden is hij van de universiteit gestuurd (theoretische natuurkunde), officieel omdat hij te vaak absent was. Twee keer is hij gearresteerd – één keer hebben ze hem aangehouden bij antiregeringsbetogingen, en één keer op een rave party in een verlaten bunker bij Minsk.
Tegenwoordig zitten er wegens druggerelateerde delicten 18.000 mensen in de gevangenis. Mensenrechtenactivisten schatten dat 80 procent van hen nog geen dertig is. Onbekend is hoeveel van hen er minderjarig zijn.
Op een bijeenkomst van Moeders 328 krijg ik een lijst:
Marina Wladimirowna, haar zoon is gearresteerd op 17-jarige leeftijd. Hij kreeg 11 jaar en 7 maanden;
Olga Borysowna, haar dochter is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;
Natalja, haar dochter is gearresteerd op 15-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;
Elena Georgijewna, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 10 jaar;
Zjanna Waclawowa, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 8,5 jaar;
Enzovoorts. Vijfendertig namen. En dat zijn alleen nog maar de namen van de mensen die ermee instemden de petitie aan de parlementariërs te ondertekenen.
Striemen
Sinds haar zoon gearresteerd is, eet en slaapt Galina niet meer. Drie dagen mogen ze iemand vasthouden zonder tenlastelegging. Op de derde avond belt ze haar broer, samen rijden ze naar de vader van Maksim. Zwijgend kijken ze naar de klok. De deurbel gaat.
‘Aan zijn ogen zag ik meteen hoe laat het was. Ik hoefde niks te vragen. Ik gaf hem een handdoek toen hij onder de douche stond en zag dat zijn hele lichaam onder de blauwe striemen zat. Ze moeten hem op z’n nieren hebben geslagen. Op zijn lever. In zijn hals had hij kleine rode plekjes; later kwam ik erachter dat die van de taser [een stroomstootwapen] zijn.’ Ze besluiten geen klacht in te dienen. ‘Toen ik dat zag, huilde ik in mijn kussen, maar het belangrijkste was dat ze me mijn zoon teruggaven.’
Maar de molens draaiden, ze riepen Maksim weer op voor een verhoor.
Andrej bekent meteen – hij gebruikte ook wel eens drugs, handelde er wat in. Bij Ilja wordt een rolletje vijfroebelbiljetten gevonden en een kaartje waarop – zo tonen experts aan – sporen van alfa-PVP worden aangetroffen, een stof die een vergelijkbare werking heeft als amfetamine.
Alleen tegen de Maksims hebben de militieagenten niets, maar dat sluit voor hen nog niet uit dat zij geen verdachte zijn, tenslotte gingen zij veel met die andere twee om.
‘Andrej verklaarde dat hij alles in zijn eentje deed. Maar de onderzoeksrechter wist dat als hij van hen een georganiseerde criminele groep maakte, hij een wit voetje zou kunnen halen bij zijn superieuren.’
Soms belt Galina Maksim P., om te horen hoe het met hem gaat. Hij is per slot van rekening halfwees, hij moet het in z’n eentje zien te redden. Hij nam een keer niet op, en toen maakte ze zich zorgen of alles wel in orde was met hem.
Op die dag wachtte Maksim P. tot zijn zus naar haar werk in het winkelcentrum was gegaan, en hij alleen thuis was. Hij schreef drie brieven – aan zijn zus, aan zijn vader en aan zijn vriendin (ze waren drie maanden samen). Of hij bang was? Galina zegt dat ze hem, de jongste van het viertal, tijdens het onderzoeksverhoor opsloten in een zogenaamde press-chata (waar een nieuweling onder handen wordt genomen door recidivisten). Overdag sloegen de militieagenten hem, ’s nachts hoorde hij wat een twintigjarige als hem in de gevangenis boven het hoofd hing. Misschien had hij die beelden voor ogen, of misschien alleen de rust als hij zich van die beelden zou bevrijden.
‘Zelfmoord door het doorsnijden van de polsen,’ noteerden de militieagenten later.
Andrej, Ilja en Maksim Makarow krijgen vijftien jaar gevangenisstraf.
Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken
Ze zeggen dat ze voor de arrestatie een gewoon leven leidden: werken, boodschappen doen, ’s avonds voor de televisie. Zelfs als dat leven je een dronken man, een scheiding of een ziekte bracht, dat was allemaal je vertrouwde lot, en geen dreiging die je van je verstand berooft.
Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken – synthetische psychoactieve stoffen, in gewoon Nederlands namaakdrugs genoemd. Enkele jaren geleden konden sommige daarvan in Belarus nog legaal worden gekocht, na het presidentiële decreet nr. 6 worden ze beschouwd als drugs.
‘Dat houdt alleen maar in dat de handel erin is verplaatst naar het internet. Je hoeft maar als zoekterm in te typen: “Waar koop ik drugs in Minsk?” en meteen verschijnen er adressen van winkels,’ aldus Elena, en ze laat een prijslijst zien die ze heeft afgedrukt van het internet: stad, naam van de drug, prijs. Haar zoon Kiryl zit al twee jaar in de gevangenis (hij kreeg negen jaar).
Verstopplaats – plaats waar de bestelde waar wordt verstopt. Dat kan een uitgeholde boomwortel in het bos zijn, een kuiltje in het veld buiten de ring van Minsk. Op de site van de winkel registreert de cliënt zich in een speciaal systeem, dat de gesprekken versleutelt; als je betaalt krijg je een kaart met de verstopplaats, waar de drugs op je wachten.
Verstoppers – degenen die de handelswaar op de verstopplaats leggen. Verstoppers zijn meestal jonge mensen die op het internet afkomen op oproepen om wat bij te verdienen. Zij lopen ook het vaakst tegen de lamp.
Irina, de moeder van Wladek, vertelt: ‘We hadden het thuis niet breed, en onze zoon zat op de middelbare school, hij wilde met zijn vriendin naar de bioscoop. Eerst werkte hij voor een bakkerij in de Komarowka-markthal, zwart, maar na een paar weken betaalde de eigenaar hem zijn loon niet uit.’
De Komarowka is een van de grootste markten van Minsk, met meer dan tweehonderd kramen, het is er druk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ‘De jongen wist dat ze hem gewoon aan het lijntje hielden. Maar waar hij ook heen ging, het was overal hetzelfde liedje: werk zonder contract en een baas die allerlei smoezen verzint om niet te hoeven betalen,’ aldus Svetlana, de zus van Irina en de peetmoeder van Wladek. ‘En toen las hij dat berichtje op Vkontakte, dat een winkel in aromatische mengsels om te roken koeriers zocht. Ze zijn juist op zoek naar kinderen, doen hun rechtstreeks een aanbod om samen te werken en schrijven dat alles legaal is.’
Misschien vermoedde Wladek dat dat niet helemaal waar was, want over zijn nieuwe baantje vertelde hij niks aan zijn ouders. Twee weken na het verzorgen van de eerste zending werd hij gearresteerd. Hij liep samen met zijn vriendin, Valerija, tegen de lamp. Ze waren zeventien en kregen tien jaar, omdat de onderzoeksrechter vond dat er sprake was van een georganiseerde criminele groep.
OPG – de Belarussische afkorting van Organizowanaja prestoepnaja groepa, ofwel Georganiseerde criminele groep
‘De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes’
Loedmila legt een appel op tafel: ‘Ik zal je laten zien hoe onze kinderen een georganiseerde criminele groep vormen. Een appel is een winkel met drugs. De tweede appel is mijn zoon, die voor verstopplaatsen zorgde. Het baantje vond hij via het internet, zoals zij allemaal.’ ‘En dit’, Loedmila legt naast de eerste appel nog meer appels, ‘zijn andere kinderen, die voor dezelfde winkel voor verstopplaatsen zorgden. De militie spoort een winkel op en pakt ze allemaal op. Ze zien elkaar voor het eerst in de rechtszaal, maar voor de rechter is het een georganiseerde criminele groep. De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes.’
Haar zoon Artur, zit al vijf jaar in de gevangenis (hij kreeg dertien jaar).
‘En ik vraag dus: “Als het dan een georganiseerde criminele groep is, wie is dan de baas van deze business? Waar zijn de producenten, de laboratoria?”’ zegt Elena opgewonden. ‘De militie sluit een winkel op internet, maar onmiddellijk worden er tien andere geopend. En ze arresteren nog meer kinderen.’ De mensenrechtenactivisten stellen dat in deze oorlog die Loekasjenka heeft verklaard aan de drugs hoofdzakelijk kleine dealertjes en jongeren die voor eigen gebruik drugs kopen in de gevangenis belanden. Het recht zit zo in elkaar dat wie drugs koopt en het met vrienden deelt op een feestje, kan worden veroordeeld wegens distributie van verdovende middelen, waarop acht tot dertien jaar staat.
‘Tegen mijn zoon zeiden de militieagenten: “Je kunt nog beter iemand vermoorden,”’ aldus Alla, de moeder van Aleksander (veroordeeld tot veertien jaar).
Loedmila: ‘Het strafdossier van mijn zoon beslaat acht ordners, de rechter bladerde er nog geen uur in. Toen de advocaat opstond om een vraag te stellen, zei hij: “Zitten!”’
Julia: ‘Vóór ons was een proces van een man die zijn vrouw in elkaar had geslagen. Dat was een recidivist, hij was al twee keer veroordeeld. Nu had hij haar zo toegetakeld dat ze twee maanden in het ziekenhuis had gelegen met hoofdwonden. Hij kreeg twee jaar en zes maanden, en mijn zoon tien jaar.’
150 gevangenen in een cel
Galina brengt haar zoon iedere maand een pakket: dertig kilo, meer mag niet.
In een emmer giet ze een liter gekookt water, thee, uienringen, brengt het op smaak met zout en suiker, en op de bodem legt ze stukken rauwe vis. Na drie dagen haalt ze de vis eruit en hangt deze op boven het fornuis om te drogen. Gezouten vis is lichter dan gekookte, er past meer in het pakket. Spek zout ze ook zelf, omdat dat goedkoper is. Voor zes roebel koopt ze een kilo rauw spek op de markt. Voor gezouten spek zou ze in de winkel twaalf roebel moeten betalen.
‘Het zijn jonge kerels, ze moeten eten, en wat krijgen ze daar te eten? De hele zomer hebben ze daar alleen gort gekregen. Dat heeft mijn zoon drie tanden gekost, zoveel steentjes zaten erin,’ klaagt Galina en wikkelt het spek in papier.
‘Elke maand sturen we Maksim honderdtwintig roebel, meer mag niet. Ze werken in tweeploegendienst in een meubelfabriek, iedere maand krijgen ze dertig kopeken in de hand gedrukt. Honderdvijftig mensen slapen in een zaal. De britsen staan naast elkaar, vijfhoog, van de vloer tot het plafond. Ze hebben drie badkamers met z’n allen.’
Maksim heeft al twee keer straf gekregen wegens overtreding van het reglement. Eén keer was hij op de grond gaan liggen in plaats van op zijn brits; hij had gezegd dat hij last had van zijn rug. Een andere keer had hij zijn kraagje niet dichtgeknoopt. Toen mocht hij zijn familie niet zien.
‘Ik ben toen naar de directeur gestapt: “Ik wacht al een half jaar om mijn zoon te zien. Jullie hebben mij, zijn moeder, veroordeeld!”’
Eén keer per week mogen ze telefonisch met hun kinderen praten, niet langer dan een minuut.
‘Hij vertelt me niks, maar als hij ’s avonds in zijn kussen ligt te huilen, hoor ik dat, dat kun je niet uitleggen. Dat is je moederhart.’
Boeken
Een half jaar na de arrestatie van haar zoon heeft Julia Ostrowsko een uitgebluste blik, de wallen onder haar ogen verbergt ze met poeder. Ze is tien kilo afgevallen. Ze is gestopt met haar werk, ze heeft haar jongste dochtertje naar haar moeder in Wilejka gestuurd, honderd kilometer van Minsk. Kamila mist haar broer, vraagt waarom hij geen afscheid is komen nemen toen hij ging studeren. Voorlopig heeft ze haar niet de waarheid verteld. ‘Ze hebben mijn zoon gevangengezet, maar het hele gezin wordt gestraft,’ zegt Julia.
‘Ik weet niet hoe ik me zo in de nesten heb gewerkt, mama,’ schrijft Emil haar. ‘Zeg tegen mijn vrienden, want ik zal ze de komende tien jaar niet zien, dat ze geen stommiteiten begaan. En stuur me niks, alleen boeken.’
De militieagenten hadden bij hem thuis zijn telefoon en computer meegenomen (bij de halte had hij hun alle wachtwoorden gegeven). Ze hadden het berichtje gevonden dat hij had uitgewisseld met de internetwinkel die de namaakdrugs verkocht; daar bleek uit dat hij een pakje bij hen had opgehaald. Hij kreeg tien jaar voor de handel in drugs als lid van een georganiseerde criminele groep.
‘Het is niet bekend wat dat voor groep is, want verder hebben ze niemand opgepakt: noch een leider, noch andere leden van de groep. Ook geen enkele meerderjarige die deel uit zou maken van die groep, alleen mijn zoon.’
In de strafkolonie werkt Emil nu bij de recycling van metaal uit oude elektriciteitskabels. Volgens Julia worden die uit de zone van Tsjernobyl gehaald; geen enkel vrij persoon zou dat materiaal aanraken, maar de gevangenen halen ze uit elkaar met hun blote handen. En wie er iets van zegt, gaat de isoleercel in. Ze wonen bijna onder de grond, in de cellen is het koud en vochtig, alleen een klein raampje onder het plafond laat wat licht binnen. Ze krijgen alleen maar waterige soep met stukjes aardappel.
Eén keer in de drie maanden krijgen ze bezoek, veertig minuten. Ze praten door een telefoonhoorn, de ouders aan de ene kant van het glas, de kinderen aan de andere kant, en achter in de zaal zit een cipier die met een schakelaar beslist welke cabine hij afluistert. Eén keer per half jaar mogen ze elkaar zonder glas ertussen zien.
‘Als ik eruit kom, kan ik alleen nog straatveger worden,’ schrijft hij haar vertwijfeld.
Ze troost hem dat hij nog eindexamen kan doen. Ze neemt zijn boeken voor Engels mee. Ze schrijft naar de directeur van de gevangenis, naar de minister van Onderwijs om te vragen of haar zoon de hoogste klas mag afmaken en examen mag doen bij een commissie. Ze antwoorden dat het recht niet voorziet in de opleiding van gevangenen.
Tegenover haar zoon geeft ze niet toe dat ook zij last heeft van sombere gedachten. Als hij eruit komt, zal hij achtentwintig jaar oud zijn. Wie komt hij daar tegen, wat voor mens word je daar? Julia durft er niet over na te denken.
Hongerstaking
Galina is ervan overtuigd dat haar zoon onschuldig is. Ze heeft het over afgedwongen bekentenissen, manipulaties van de rechter, twijfelachtig bewijsmateriaal.
Er zijn ook moeders die erkennen: ‘Ja, onze kinderen hebben de wet overtreden.’ ‘Maar geef ze dan drie jaar, en geen tien. Geef ze straf, maar pak hun leven niet af,’ aldus Elena, de moeder van Kiryl.
Samen met de juridische adviseurs hadden ze een wetsvoorstel opgesteld om het wetboek van strafrecht te wijzigen. Belangrijkste eis: verlaging van de vonnissen. De parlementariërs die ze met het wetsvoorstel benaderden schudden hun hoofd: ‘We begrijpen het wel, maar er is niets aan te doen.’ Anderen zeggen ronduit: ‘In fatsoenlijke gezinnen laten kinderen zich niet in met drugs.’ Nu worden ook de moeders veroordeeld dat ze hun kinderen hebben opgevoed tot slechte mensen.
Ik vraag naar de vaders: strijden zij ook voor hun zoons?
‘Ze zijn bang,’ zegt Marina. ‘Die van mij zei: “Als vrouwen de straat op gaan krijgen ze een boete. Maar wij worden in elkaar geslagen door de militie.”’
‘Ze moeten geld verdienen,’ voegt Irina eraan toe. Zij werkt op het consultatiebureau voor autistische kinderen, haar man is chauffeur. Elke avond vraagt hij haar met vermoeide stem hoeveel ze nog nodig hebben voor de advocaat. Ze vonden het verstandiger niet allebei met de autoriteiten overhoop te liggen.
‘Maar er is er eentje,’ zegt Elena, ‘een jurist uit Grodno. Hij zit urenlang op internet en zoekt alles uit: wie richt de bedrijfjes op, waar komt het geld vandaan, hoe de banken er geld aan verdienen. We hebben een document met de resultaten van zijn onderzoek, maar helaas zijn de autoriteiten er niet in geïnteresseerd.’
In april 2018 gingen de moeders in hongerstaking. Zeven hongerden in een datsja in de buurt van Kalinkowitsje, in het district Homel, zeven bij Poechowitsje onder Minsk. ‘Ze gaven ons geen vergunning om te protesteren in de stad, maar in mijn datsja, wie zal het ons verbieden?’ zegt Elena.
De grond was nog koud: ze namen warme slaapzakken mee, zetten tenten op.
Om iets te doen te hebben, pootten ze de eerste dag aardappelen. Er zoemde iets boven hun hoofd. Een drone, de KGB? Elena haalde haar schouders op en groef verder in haar tuintje.
Er kwamen journalisten, vertegenwoordigers van ngo’s. ‘Ik werd gedwongen om de keuken uit te komen en oppositielid te worden,’ zei een moeder in Poechowitsje tegen het tv-kanaal Belsat.
‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking’
Het huisje van Elena is het laatste huis van het dorp, verder zijn er alleen velden en weilanden, er is geen mens te zien. Als iedereen weer weg is, praten de moeders over hun kinderen, dan is het gemakkelijker de honger te vergeten.
Op de tiende dag valt Loedmila flauw, de oudste van allemaal (64 jaar). Ze geven haar water met honing, dat helpt een beetje, maar dan beginnen de problemen met haar hart, dat verschrikkelijk tekeergaat in haar borst.
‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking.’
Bij Poechowitsje blijven er nog zes hongerstaaksters over; ze zeggen steeds minder, ze gaan steeds meer op het gras liggen. Ze hebben last van duizelingen, misselijkheid en problemen met hun nieren.
Op de veertiende dag gaat de telefoon: ze bellen van het kabinet van de president, dat ze bereid zijn om te praten. De groep uit Kalinkowitsje krijgt een onderhoud; Natalja Katsjanowa, chef van het kabinet van Loekasjenka, ontvangt de moeders. Ze belooft hun dat er nog dit jaar over project Moeders 328 zal worden gedebatteerd in het parlement.
‘Ze hebben ons voorgelogen,’ zegt Elena. ‘Alleen om ervoor te zorgen dat we onze hongerstaking beëindigden.’
Roosjes van crème
Op kerstavond is Galina naar de kerk gegaan, ze heeft de tafel gedekt. Dit was al het vierde jaar dat ze met Wiktor Wladimirowicz tegen de lege stoel van Maksim aankeek. Bij het laatste bezoek heeft ze iets raars aan hem gemerkt, zegt ze terwijl ze haar tranen wegslikt. Maksim zat achter het glas en krabde zich aan zijn bovenbenen, heel mechanisch, keer op keer. Zijn ogen waren heel onrustig, alsof hij iets zocht. ‘Jongen, wat is er toch met je?’ vroeg ik. ‘Toen pas drong het tot hem door, hield hij op met krabben en keek hij me met zo’n verwonderde blik aan. Ik ben bang dat hij psychisch al erg veranderd is.’
Julia organiseerde een feestje voor Emils achttiende verjaardag: er was taart met roosjes van crème, champagne, er kwamen vrienden, familie. De kaarsjes bliezen ze met z’n drieën uit: zij, haar zus Emila en zijn vriendin Palina. Ze stuurden hem in de strafkolonie een foto met de tekst: ‘We wachten op je’.
Wanneer we afscheid nemen, krijgen ze net bericht: in de strafkolonie heeft een meisje van zestien dat op grond van artikel 328 was veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, zelfmoord gepleegd.
‘Eindeloze rijen bij benzinestations, lege schappen in supermarkten en failliete energieleveranciers: welkom in het VK van 2021’, kopte The Observer gisteren. Naast een gasscrisis, die de afgelopen weken is veroorzaakt door het economisch herstel in Azië en een algemene daling van de productie, zijn er nu ook zorgen over brandstof.
‘Door een tekort aan vrachtwagenchauffeurs, die gespecialiseerd zijn in gevaarlijke producten, zagen BP en Tesco zich vorige week gedwongen hun brandstofleveringen in te krimpen en een handvol tankstations te sluiten om de rest te kunnen bevoorraden’, aldus The Daily Telegraph. ‘Hierdoor raakten automobilisten in paniek.‘ Als gevolg daarvan stond op maandag 27 september bijna de helft van de achtduizend Britse tankstations droog.
Vanwege de aanscherping van de immigratieregels na brexit hebben tienduizenden chauffeurs uit de EU het land verlaten
Het gebrek aan vrachtwagenchauffeurs, dat ook heeft geleid tot voedseltekorten in de supermarkt, heeft de Britse regering ertoe gebracht haar immigratiebeleid te versoepelen. ‘De ministers zijn zaterdag gezwicht voor de druk van de transportsector en hebben aangekondigd dat ze vijfduizend tijdelijke visa zullen verlenen aan buitenlandse vrachtwagenchauffeurs‘, aldus Financial Times.
Vóór de coronapandemie waren tienduizenden chauffeurs afkomstig uit de Europese Unie. ‘Ongeveer 25.000 van hen hebben het Verenigd Koninkrijk in 2020 verlaten en zijn niet teruggekeerd‘, schrijft The Guardian, met name vanwege de aanscherping van de immigratieregels na brexit. Tegelijkertijd ‘is er een achterstand van 40.000 die wachten om hun vrachtwagenexamen te mogen afleggen‘.
‘De beleidskeuzes van Boris Johnson hebben de gevolgen van corona alleen maar verergerd’
‘De beleidskeuzes van Boris Johnson hebben de gevolgen van corona voor de infrastructuur van het land alleen maar verergerd. In het bijzonder, zo schrijft The Observer, ‘de obsessie van de uitvoerende macht met brexit‘, die wordt gesymboliseerd door de wens om koste wat het kost de controle over de grenzen met de Europese Unie terug te krijgen.
Het leger is gemobiliseerd en kan zo nodig worden ingezet om tankstations te bevoorraden, meldt Sky News. Volgens minister van Handel Kwasi Kwarteng is het ‘een verstandige voorzorgsmaatregel‘.
Veroordeling R. Kelly is ‘belangrijk keerpunt‘ voor de muziekindustrie
Op maandag 27 september heeft een jury in New York, aan het einde van een proces dat op 18 augustus was begonnen, een van de grote r&b-sterren van de afgelopen dertig jaar schuldig bevonden aan mensenhandel en afpersing, waarbij zwarte vrouwen en kinderen het slachtoffer werden, schrijft The Guardian. Hij riskeert levenslange gevangenisstraf. Zijn vonnis zal pas op 4 mei 2022 bekend worden.
The Washington Post ziet de beslissing van de twaalf juryleden als de ‘iconische uitkomst van het meest spraakmakende muziekindustrieproces van het #MeToo-tijdperk’. De 54-jarige zanger, wiens echte naam Robert Sylvester Kelly is, werd beschuldigd van meervoudig misbruik en mishandeling van tal van jonge vrouwen, waarvan de meesten Afro-Amerikaans.
‘Hij gebruikte de macht die hij kreeg door zijn beroemdheid om minderjarige meisjes te ronselen’
‘Ten eerste gebruikte hij de macht die hij kreeg door zijn beroemdheid om minderjarige meisjes te ronselen met het doel ze seksueel te misbruiken’, verklaarde Gloria Allred, de advocaat van een deel van de slachtoffers, geciteerd door CNN. ‘Vervolgens gebruikte hij zijn werknemers om hem te helpen bij het lokken, isoleren, intimideren, controleren, indoctrineren, straffen en vernederen van zijn slachtoffers.‘
‘Het vonnis van vandaag brandmerkt R. Kelly voor altijd als een roofdier, die zijn roem en fortuin gebruikte om te azen op kinderen, kwetsbaren en stemlozen‘, bevestigde officier van justitie Jacquelyn M. Kasulis. ‘Hij gebruikte zijn inner circle om minderjarige meisjes, jonge mannen en vrouwen tientallen jaren lang te verstrikken in een smerig web van seksueel misbruik, uitbuiting en vernedering.‘
Veel Spaanse jongeren zonder werk of studie
Spanje is nog steeds een van de Europese landen met het hoogste percentage mensen tussen 18 en 24 jaar dat geen werk heeft en geen onderwijs of opleiding volgt, bericht El País. De groep staat in Spanje bekend als ‘ninis’, naar de Spaanse uitdrukking ni estudia ni trabaja, oftewel ‘noch studerende, noch werkende’. Vorig jaar viel 19,9 procent van de jongeren in deze categorie, aldus het OESO-rapport ‘Onderwijs in een oogopslag 2021’, dat vorige week werd gepresenteerd. Alleen Italië registreerde met 24,8 procent een hoger aandeel van jongeren die niet werken of studeren. Op de derde plaats volgt Griekenland met 19,3 procent.
De wereld wordt seksueel gezien steeds losser en opener. En toch wordt er minder gevreeën. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken. Waar dat aan kan liggen onderzocht Sebastian Hermann.
Op handen en voeten kruipen de twee vrouwen naar elkaar toe, midden op het gigantische bed komen ze bij elkaar, gaan liggen, drukken hun kruis tegen dat van de ander en bewegen ritmisch op de muziek. De Amerikaanse zangeressen Cardi B en Megan Thee Stallion dragen strakke, metalig glanzende bikini’s die sterk aan Barbarella doen denken, maar ook geschikt zijn voor een alien-party in een parenclub. Het duo zingt hun gezamenlijk rap ‘WAP’. De afkorting WAP staat voor wet ass pussy. Cardi B, een voormalige stripper, rapt: ‘Ask for a car when you ride that dick’, en: ‘Put this pussy right in your face/ Swipe your nose like a credit card’.
Je kunt zeggen dat hun song en hun show hyperseksueel zijn, of obsceen. Maar hij zit echt niet verstopt in de duistere pornohoekjes van het internet: hun optreden vond plaats op een felverlicht podium tijdens de uitreiking van de Grammy’s, tegelijk de belangrijkste en de populairste muziekprijzen. Puur mainstream.
In your face, recht voor zijn raap, seks, seks, seks. En toch halen de meeste van de miljoenen kijkers hooguit hun schouders op. Het optreden past in de recente traditie van extreme seksuele openheid. De zangeressen laten alleen iets zien wat de afgelopen jaren is gegroeid. Seks als imago, als verwachting, als prestatiedruk is al jaren overal aanwezig. Naakte lichamen zijn overal, op tv, in Game of Thrones en Bridgerton, in elk geval in de reclame en helemaal op internet.
Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer
Oppervlakkig gezien heeft de grote seksuele openheid een vaste plaats in onze samenleving gekregen. Voor elk wat wils. Het belangrijkste is dat de deelnemers een hoogtepunt bereiken. Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer. Orale en anale seks zijn de kwade reuk van het abnormale kwijt. Datingapps als Tinder hebben het zoeken naar een partner fundamenteel veranderd. Vlogsters en auteurs schrijven zonder enige terughoudendheid over hun seksuele avonturen. Porno is permanent beschikbaar. We worden overspoeld met nieuws over polyamorie, open relaties en de voor niet-ingewijden inmiddels onoverzichtelijke hoeveelheid seksuele identiteiten – alloseksueel, sapioseksueel, panseksueel enzovoort – zo dol zijn de mensen erop. En in elk geval sinds het succes van de sm-kitsch Fifty Shades of Grey heeft ook het onderwerp bdsm een vaste plaats in de slaapkamers van de Vinex-wijken gekregen.
Zo lijkt het althans.
Heeft er de afgelopen twintig à dertig jaar soms een soort tweede seksuele revolutie plaatsgevonden? Als die vraag betrekking heeft op de liberalisering in het publieke domein, dan is het antwoord: ja. Maar als de vraag betrekking heeft op hoe mensen hun seksualiteit daadwerkelijk beleven, dan wordt het ingewikkelder. Dan ontstaat er opeens een vreemd en kennelijk paradoxaal beeld: de mensen lijken ondanks al die vrijheid van tegenwoordig wat minder seks en ook minder plezier in seks te hebben dan een paar jaar geleden. Alles mag, maar het gaat niet vanzelf.
Maken we een seksuele recessie mee zoals Amerikaanse media al aankondigden? ‘De teruggang die we hebben waargenomen, is niet groot, maar gezien de korte periode wel opvallend,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er is geen aanleiding voor paniek. ‘Maar als een grote groep van vooral jonge mensen aangeeft niet seksueel actief te zijn, is dat op zich al opmerkelijk,’ zegt ook Elmar Brähler van de univer-siteit van Leipzig. ‘Gezien de liberalisering van de seksuele moraal zou je een andere trend verwachten.’
De wetenschap
Steeds meer jonge mensen zijn single. Vanwege het wilde, avontuurlijke leven? Wel, in een relatie heb je nog altijd de meeste seks.
Waarom dat zo is? In popmuziek of in gesprekken met bekenden zul je het antwoord niet vinden. Ondanks alle taboes die zijn gesneuveld, blijft het moeilijk om eerlijk te zijn over dit onderwerp. De een zwijgt, de ander overdrijft, of stelt het mooier voor dan het is, of jokt. Om de vraag naar de nieuwe seksuele vermoeidheid te benaderen, moeten we het terrein van de publiekelijke supererotiek en de ongeloofwaardige privéverhalen verlaten en afdalen naar de nuchterste en minst opwindende van alle werelden: de wetenschap.
De wetenschap zegt dat in de nieuwe seksuele revolutie veel meer mensen zijn achtergebleven dan je zou denken. Althans volgens de Amerikaanse psychologe Jean Twenge. In het vaktijdschrift met de fraaie naam Archives of Sexual Behaviour zetten zij en haar collega’s uiteen dat het deel van de jonge Amerikanen dat heel weinig of helemaal geen seks heeft de afgelopen jaren is gestegen. Vergeleken met oudere generaties hadden Amerikanen die in de jaren negentig zijn geboren het minst seks. In elk geval de heteroseksuele mannen en vrouwen, om wier lust en verlangens het in dit en in de hierna genoemde onderzoeken vooral gaat. Nu heeft Jean Twenge onder wetenschappers de naam haar onderzoeksresultaten nogal dramatisch te presenteren en haar bevindingen zo toe te spitsen dat ze zich goed lenen voor haar lezingen. Haar verhaal over de tanende lust vormt daarop geen uitzondering.
Maar zo makkelijk vallen haar waarnemingen niet te negeren. Juliane Burghardt van de Oostenrijkse Karl-Landsteiner-Universität en Manfred Beutel van de universiteit van Mainz en hun collega’s hebben twee rapporten gepubliceerd over seksuele activiteit en lustgevoelens van Duitse mannen en vrouwen. Daarvoor hebben ze de gegevens van meer dan duizend vrouwen en evenveel mannen vergeleken die in 2005 en in 2016 zijn geïnterviewd over hun seksleven. In 2016 gaf 73 procent van de ondervraagde mannen aan het afgelopen jaar seksueel actief te zijn geweest; in 2005 was dat percentage nog 81 procent. Bovendien zei 13 procent van de mannen dat ze geen zin in seks hadden gehad, een toename van vijf procentpunten ten opzichte van 2005. De antwoorden van de vrouwen gaven een vergelijkbaar beeld: het aandeel seksueel actieve vrouwen daalde in dezelfde periode van 67 naar 62 procent en het aantal vrouwen dat geen zin in seks had, steeg naar 26 procent (eerder 24 procent).
De data van de enquête zijn een beetje grofmazig, veel blijft onduidelijk. ‘Bent u de afgelopen twaalf maanden met iemand intiem geweest?’ luidde een van de enquêtevragen. Dat laat nogal wat speelruimte: hoe vaak heeft iemand dan seks? Met hoeveel partners? Wat verstaan de ondervraagden onder ‘intiem’? Was het in 2005 moeilijker om toe te geven dat je geen zin of een niet bestaand seksleven had dan een goede tien jaar later? En, heel belangrijk, hoe tevreden of ontevreden waren de ondervraagden daar eigenlijk over?
Zelfs in de wetenschap is seks een complex onderwerp en veel vragen blijven onbeantwoord. ‘De bevindingen op zich zijn in elk geval relatief hard,’ zegt psychiater Peer Briken, hoofd van het Institut für Sexualforschung, Sexualmedizin und Forensische Psychiatrie van het academisch ziekenhuis UKE in Hamburg. ‘Dat blijkt uit verschillende onderzoeken.’ In veel andere industrielanden zien we dezelfde resultaten. Bijna alle onderzoeken geven hetzelfde beeld: ‘Het is een generatie-effect,’ schrijven Juliane Burghardt c.s.
Generatiefenomeen
De afname in seksuele activiteit en het minder zin hebben in seks zijn het duidelijkst waarneembaar onder jonge en iets oudere mannen en vrouwen onder de veertig. En afhankelijk van het onderzoek geldt het wat meer voor mannen of wat meer voor vrouwen. Ook de in juni 2020 in het vaktijdschrift Jama gepubliceerde cijfers uit de Verenigde Staten pleiten voor een generatiefenomeen. Het aandeel van de – vrijwillig of onvrijwillig – seksueel niet-actieve mannen tussen 18 en 24 jaar lag daar tussen 2000 en 2002 nog op 18,9 procent; 15 jaar later was dat in dezelfde leeftijdscategorie 30,9 procent. Onder vrouwen steeg het aandeel van de groep zonder seks van 15,1 naar 19,1 procent.
Een van de redenen: ‘Het aandeel singles onder jonge mensen is duidelijk gestegen,’ zegt sekstherapeut Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover. Ze aarzelen veel meer dan hun voorgangers uit eerdere generaties om een vaste relatie aan te gaan en – pas op: cliché! – mensen met een vaste partner hebben nu eenmaal het vaakst seks. Het idee van de promiscue single die het ene avontuurtje na het andere beleeft, is een karikatuur. Dat bleek ook uit de door Burghardt, Brähler en Beutel geanalyseerde data uit 2015: daaruit bleek dat 87 procent van de ondervraagde vrouwen met partner de afgelopen twaalf maanden seks had gehad en maar 37 procent van degenen zonder vaste relatie. Bij de ondervraagde mannen waren die percentages 88 procent, respectievelijk 54 procent.
Het klinkt paradoxaal dat uitgerekend de jongens en meisjes van de Tinder-generatie met hun online datings en schijnbaar onbegrensde mogelijkheden schipbreuk lijden als het gaat om de bevrediging van hun lusten. Mogelijkheden te over en op het net wemelt het van de zoekenden. Maar misschien is dat juist het probleem. Zo heeft de Nederlandse sociaal psychologe Tila Pronk van de Universiteit Tilburg geconcludeerd dat met het aantal potentiële datingpartners ook de neiging toeneemt om zich terug te trekken en vrijwel iedereen af te wijzen. Hoe meer mogelijkheden, hoe kritischer die worden bekeken. Begrippen als Tinder fatigue en dating burn-out gonzen al over het net. Iemands tevredenheid over een beslissing neemt af naarmate er meer opties zijn, als er überhaupt al een beslissing wordt genomen.
77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad
Sites als Tinder zijn nu eenmaal geen altruïstische relatiebemiddelaars: het concept is zodanig ontworpen dat gebruikers blijven en doorgaan met zoeken in plaats van met een partner in het analoge geluk te verdwijnen. Het is juist een kick om profielen van andere zoekenden door te nemen, je begeerd te voelen als een ander interesse in je heeft en bij twijfel gewoon weer verder te zoeken omdat nu eenmaal ooit je droompartner kan opduiken.
Als je je een weg baant door de sites die expliciet het faciliteren van seksuele avontuurtjes ten doel hebben, krijg je algauw de indruk dat vrouwen omkomen in de reacties en dat mannen zo ongeveer alle vrouwen aanschrijven in de vergeefse hoop eindelijk, eindelijk iemand te vinden. Veel gebruikers doen maar alsof, ze bezoeken de sites alleen om hun fantasie te prikkelen en fantasieavontuurtjes te hebben. ‘Geen sekspraatjes please’ staat er dan ook in veel profielen.
Noorse psychologen hebben bovendien geobserveerd dat op datingsites vooral de mensen succesvol zijn, die ook in de analoge wereld zonder veel moeite een scharrel of een partner vinden. ‘Het internet is vooral een speelplaats voor mensen met sociale remmingen,’ zegt Manfred Beutel. Veel onderzoekers hebben het al over ‘seksuele ongelijkheid’, die door datingsites nog zou worden versterkt. ‘Door op deze manier naar een partner te zoeken, wordt het nog belangrijker hoe iemand eruitziet,’ zegt Ruben Arslan, die zich op het Max-Planck-Institut für Bildungsforschung bezighoudt met vragen rond seksualiteit. Het uiterlijk krijgt op het net extra aandacht. Want andere eigenschappen zijn bij het vluchtig bekijken van een profiel moeilijk vast te stellen: of iemand humor heeft, hartelijk en betrouwbaar is, zie je niet zo makkelijk. Wie er op het eerste gezicht niet goed uitziet, is al afgevallen voor zijn eventuele goede karaktertrekken in beeld kunnen komen.
77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad, terwijl dat bij de mensen met een relatie maar 20 procent was. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 5000 personen tussen oktober 2018 en september 2019 door het Academisch ziekenhuis UKE in Hamburg.
‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen’
Mannen hadden naar eigen zeggen gemiddeld 9,8 vrouwelijke sekspartners, vrouwen hadden slechts 6,1 partners. De onderzoekers van het UKE gaan ervan uit dat mannen zich eerder als seksueel actief profileren. Als vrouwen een groot aantal partners opgeven, lopen ze daarentegen nog steeds het risico negatief beoordeeld te worden en ze zijn dan ook geneigd een lager aantal partners te vermelden.
‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen,’ weet Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover uit zijn therapeutische praktijk. Alles moet en zal kloppen. ‘Maar de juiste partner,’ zegt Hartmann, ‘staat eerder aan het eind dan aan het begin van een relatie. Je ontwikkelt je samen en groeit naar elkaar toe, maar daar is geduld voor nodig en de bereidheid compromissen te sluiten. Veel mensen zijn daar niet toe bereid.’ Hij ziet dat zelfbeschikking vaak voor alles gaat. ‘Ik, in plaats van wij.’ Een relatie aangaan impliceert verlies van individuele autonomie, dat kan nu eenmaal niet anders.
Met de hoge eisen neemt mogelijk ook de angst toe om te worden afgewezen. Een dergelijke faalangst kan jonge mensen ertoe brengen alleen te blijven – en weer naar het internet brengen, maar dan naar een ander soort sites. ‘Juist op jonge, onzekere mannen oefent seks op internet een enorme aantrekkingskracht uit,’ zegt Manfred Beutel. ‘Voor onervaren, bang aangelegde mensen is in je eentje te mastur-beren makkelijker dan het risico lopen te worden afgewezen.’ Een van zijn patiënten zat hele nachten voor het scherm om naar een vrouw te kijken die seksuele handelingen verricht, live en tegen betaling. Die vrouw verdient goed aan klanten zoals hij. De jonge patiënt heeft zich diep in de schulden gestoken, verschijnt vaak niet op zijn werk en echte intimiteit zal hij zeker niet vinden. Sommige camgirls doen zelfs alsof ze een relatie met hun klant hebben. Ze sturen elkaar WhatsAppberichtjes en creëren zo een illusie van bij elkaar zijn. En als hij zich een tijdje niet meer laat zien en niet meer voor haar internetshows betaalt, blijft ze hem achterna zitten.
Onzeker
Maar ook hier geldt: of porno je zin in seks vermindert, zoals vaak wordt verondersteld, staat wetenschappelijk niet vast. Zo blijft ook de vraag of mensen wellicht wat minder seks met hun partner hebben omdat ze in plaats daarvan seks met zichzelf hebben, dus masturberen, voorlopig niet meer dan een vermoeden. Data over de frequentie van masturbatie vertonen op zijn best grote tekortkomingen. Mannen, zeggen sommige onderzoekers, blijven de laatste decennia met ongeveer dezelfde frequentie masturberen, vrouwen doen het sinds de jaren zestig vaker. Waarbij het een open vraag is of er tegenwoordig niet gewoon makkelijker over wordt gesproken. Onder onderzoekers lijkt een zekere consensus te zijn ontstaan dat soloseks een zelfstandige vorm van seksualiteit is, die parallel aan seks met een partner kan plaatsvinden.
Om porno te kijken moet je handelingen verrichten, maar voor veel uitingen van de liberale seksuele moraal in het algemeen hoef je helemaal niets te doen. Die vinden jou wel, bijna continu en overal, wat er makkelijk toe kan leiden dat mensen zich onzeker gaan voelen. ‘De seksualisering van de publieke ruimte gaat mogelijk gepaard met ontseksualisering in het privédomein,’ vertelt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Als psycholoog en seksonderzoeker komt hij in zijn dagelijkse praktijk regelmatig patiënten tegen die over zichzelf en hun lustgevoelens twijfelen. Al die beelden en verhalen op het internet en uit andere bronnen vormen een belasting voor de mannen en vrouwen die naar de polikliniek van Strauβ komen. ‘Ze vinden zichzelf te normaal, te saai en te gewoontjes,’ zegt hij. Moet hun seksleven niet wat meer kleur en afwisseling krijgen dan het nu heeft? Moeten ze niet meer lust ervaren, net als alle anderen die kennelijk hun bdsm-fantasieën op frivole fetisjfeestjes uitleven of in als spirituele workshops vermomde tantraweekends de toppen van hun zeer persoonlijke gelukzaligheid bereiken? ‘Dat betreft typisch mensen die al jaren een vaste relatie hebben, met een routineus seksleven,’ zegt Strauβ, ‘en dan vertellen vrienden over allerlei wilde praktijken, wat ervoor zorgt dat ze gaan twijfelen en zich afvragen of ze geen saaie muts zijn en van alles missen.’
‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer’
Want uiteraard hebben anderen altijd de beste seks. Daardoor slaat hun fantasie op hol, beelden ter inspiratie zijn massaal voorhanden. ‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer,’ zegt schrijfster Susanne Wendel. Daaruit ontstaan de extreme verwachtingen waar veel individuen en stellen last van hebben. Verschillende van zulke door hun (gebrek aan) zin in seks geteisterde mensen hebben zich al bij haar gemeld. Eigenlijk heeft ze voedingsleer gestudeerd, maar in plaats van met diëten houdt ze zich nu met erotiek bezig. Ook dat weerspiegelt wellicht de tijdgeest: in plaats van de voeding wordt nu de seksualiteit geoptimaliseerd.
Sekscoach
Susanne Wendel schrijft boeken met titels als Naai je gezond in twaalf weken. Als coach en ervaren swinger adviseert ze vooral cliënten wier seksbeleving geen gelijke tred houdt met hun verwachtingen. De stellen die bij haar komen, zegt Susanne Wendel, zijn eigenlijk overwegend heel gelukkig met elkaar. ‘Ze houden van elkaar, ze zijn op elkaar gesteld, maar de seks is ingedut, en meestal zou een van de twee graag weer wat meer willen.’
Juist in deze tijd van pandemie en langdurige lockdown doet het probleem zich in gezinnen in geconcentreerde vorm voor. ‘Hoe moet je ’s avonds zin in gezamenlijke bedsport krijgen, als je al de hele dag op elkaars lip zit en ook de kinderen steeds je aandacht vragen,’ zegt Susanne Wendel. Een van haar klanten vertelde dat ze vaak opgelucht is als haar man op de bank voor de tv in slaap valt en niet meer naar haar slaapkamer komt. Dan is er in elk geval ook geen moment van twijfel of ze het nu wel of niet moesten doen, ook al had ze geen zin. ‘Om zin te hebben is afstand nodig,’ zegt Wendel. Verlangen ontstaat als je niet bij elkaar bent. Alleen als je je kunt terugtrekken, verlang je ook weer naar de lichamelijke nabijheid van je partner, met wie je misschien al jaren samenwoont en leven en bed deelt.
Soms is het al voldoende om ergens anders te zijn, naar een hotel te gaan bijvoorbeeld, zegt Wendel. Of een vaste afspraak te maken om seks te hebben. ‘Dat klinkt misschien raar en banaal, maar het werkt wel.’ Als diëtiste heeft ze daar een passend spreekwoord voor: ‘Al etende krijgt men trek.’ Stellen die bij haar komen, stuurt ze naar een studentenhotel, seksshops of, voor gevorderden, naar een parenclub of een seksfeest. In een dergelijke aanpak zit veel tijdgeest en er is wat geluk en de echte wil tot verbetering bij nodig. Daar is Susanne Wendel zich heel goed van bewust. De vraag is of dit recept succes zal hebben bij de grote massa. Kunnen alle gefrustreerde stellen zich, excusez le mot, in twaalf weken gezond of in elk geval tevreden naaien?
Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over
Sommige dingen verliezen misschien hun magie als ze expliciet besproken en georganiseerd worden. Misschien ook slachten sommige van de hunkeraars hun kip met gouden eieren: wie altijd alles wil verbeteren en hebben, strandt uiteindelijk op een innerlijk eiland van eenzaamheid en ontevredenheid. Uit psychologisch onderzoek is bekend dat een expliciete zoektocht naar meer geluk en grotere tevredenheid paradoxale resultaten oplevert. Door de focus op persoonlijk geluk wordt juist de nadruk gelegd op de omstandigheden waar dat geluk ontbreekt. Misschien gaat het met seksualiteit ook zo. De eis dat iemand zijn verlangens per se bevredigd wil zien, wordt zo belangrijk dat hij de teleurstelling al in zich draagt. Was dat nou alles, kan het niet beter, bestaat er echt geen grotere climax? Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over: niets dus.
Bovendien moet de wens van een vervuld seksleven tegenwoordig concurreren met andere verlangens. Er bestaan nog andere genoegens. ‘We hebben tegenwoordig vrijetijdsstress,’ zegt Uwe Hartmann, ‘vroeger waren er maar drie tv-programma’s en was seks een van de weinige andere vrijetijdsbestedingen.’ Nu ziet hij daarentegen een fenomeen dat hij Netflixlusteloosheid noemt. Een van de stellen uit Hartmanns praktijk leerde elkaar kennen tijdens de vakantie en had een tijd een latrelatie waarbij in het weekend seks en erotiek centraal stonden. Toen gingen ze samenwonen en zaten ze – in figuurlijke zin – steeds vaker samen lusteloos op de bank. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken.
Ook carrièrestress en werkloosheid benemen je de zin in seks. En juist de jongere generatie werkt vaak noodgedwongen als kwetsbare zzp’er of met een tijdelijke aanstelling. Financiële onzekerheid, vage carrièrepaden, soms ook nog kritische ouders in je nek: het zou allemaal een deel van de lustdip van deze generatie kunnen verklaren.
Als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen
En bovenaan de lijst prijkt de usual suspect: het mobieltje. ‘Digitale media zijn zeker relevant,’ zegt Juliane Burghardt, ‘maar het zou goed kunnen dat ze een heel andere invloed hebben dan vaak wordt verondersteld.’ Een smartphone vermindert het libido niet door zijn geheimzinnige straling, veel vaker is het zo dat het de aandacht vasthoudt die anders naar je partner en haar lichaam zou kunnen uitgaan. Surfen leidt af, wat voor soort apparaat je ook gebruikt. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben verbluffende resultaten gepubliceerd, die daarop wijzen. In de onderzochte regio’s correleerde het teruglopen van tienerzwangerschappen met het uitrollen van breedbandinternet. Waar sneller internet kwam, waren de meisjes meer bezig op internet, dan dat ze in de analoge wereld op avontuurtjes uit gingen, is de interpretatie van de onderzoekers. Voor jonge mannen daarentegen kan de teruglopende seksuele activiteit worden verklaard door computergames: als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen. Daar komt nog bij dat de consumptie van alcohol, vanouds een grote drempelverlager, lijkt terug te lopen, in het bijzonder bij jongeren, zoals sociologe Lei Lei van Rutgers University aanvoert. Als je wat gedronken hebt, spring je makkelijker over je schaduw heen en overwin je eerder je angst om afgewezen te worden.
Mannen en vrouwen tussen 18 en 35 hebben gemiddeld vijf keer per maand seks, de 36- tot 55-jarigen ongeveer vier keer. De ‘eerste keer’ is voor bijna de helft van de 18 tot 25-jarigen nog voor hun zeventiende verjaardag (44 procent van de mannen en 42 procent van de vrouwen). Deze percentages zijn de laatste jaren niet erg veranderd, aldus de onderzoekers van het UKE.
13 procent van de ondervraagde mannen in Duitsland zei geen zin in seks te hebben, een toename van ongeveer 5 procentpunten ten opzichte van 2005. Bij de vrouwen was een vergelijkbaar beeld te zien: het aantal seksueel actieve vrouwelijke ondervraagden nam af tot 62 procent (was 67 procent), het percentage vrouwen die geen zin hadden, steeg naar 26 procent (was eerder 24 procent).
Seksuele moraal
Oversexed and underfucked – misschien is het gewoon wel een naïef idee dat de liberalisering van de seksuele moraal en de seksualisering van de openbare ruimte de mensen bevrijd heeft. Seks is en blijft nu eenmaal iets machtigs, iets dat te maken heeft met controleverlies, iets dat de gevoelshuishouding ontregelt, het zelfbeeld ter discussie stelt, afgronden openbaart, het dierlijke in de mens opwekt. Iets dat, net als vroeger, met angst en schaamte te maken heeft, hoe naakt de wereld rondom ons ook mag zijn.
‘Ben ik mooi genoeg, ben ik te dik, hoe denken anderen over mij: al die twijfels heb je in een parenclub natuurlijk ook,’ vertelt een ervaren vrouwelijke swinger die op internet over haar seksuele avonturen en haar open relatie schrijft. En: ‘Het is heel, heel moeilijk voor me geweest om ook mijn onderdanige kant te laten zien,’ zegt ze, tenslotte is ze ‘door en door en feminist’. Zoals veel seksblogsters maakt ze het private (ook) publiek, om het te politiseren, net zoals dat in 1968 werd gedaan. Het gaat hun om de bevrijding van de vrouwelijke lust: zo lijkt het in elk geval. Maar vaak kan die strategie ook ter rechtvaardiging van het eigen handelen dienen. Wie zijn lust offensief ten dienste van een hoger doel stelt, voorkomt aanvallen van anderen. Want ondanks alle maatschappelijke vooruitgang stellen onderzoekers vast, dat vrouwelijke promiscuïteit nog altijd kritiek uitlokt.
‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen hardop zeggen dat ze geen zin hebben’
In elk geval staat inmiddels wel vast dat vrouwen ‘tegenwoordig een aanzienlijk hoger seksueel zelf-bewustzijn hebben,’ zegt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Zowel als ze seks willen als wanneer ze dat niet willen: ‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen zich veroorloven geen zin te hebben en dat ook hardop zeggen.’ Kortgeleden is er een boek verschenen van de paren- en seksueel therapeute Anica Plaβmann waarvan de titel dit fenomeen, geheel conform de tijdgeest, bevestigt: Sexfrei. Warum es okay ist, keine Lust zu haben [‘Seksvrij. Waarom het oké is als je geen zin hebt’ (niet in het Nederlands vertaald)]. ‘Iedereen heeft recht op geen seks!’ staat op de flaptekst.
Ook al hebben we het nu niet over mannen die geen zin hebben, toch zijn die er wel degelijk, zegt Uwe Hartmann. Als je die vraag aan therapeuten stelt, hoor je dat parallel aan het toegenomen seksuele bewustzijn van vrouwen, bij mannen juist de onzekerheid is toegenomen. De prestatiedruk die ze ervaren en seksuele faalangst hebben hen misschien een stille aftocht doen blazen. Liever helemaal geen lust, dan er een beetje dom bijhangen. De mannelijke seksualiteit wordt in het #MeToo-heden vooral als een duistere, destructieve kracht beschouwd. Veel mensen zien deze discussie als een maatschappelijke kans om de verhouding tussen de geslachten opnieuw te ijken. Maar op minder theoretisch vlak vergroot ze bij veel mensen ook de onzekerheid.
‘Mannen zijn hier juist enigszins in het defensief,’ zegt Manfred Beutel. Een van Hartmanns patiënten is bijvoorbeeld volkomen in paniek geraakt omdat hij bang is in de omgang met vrouwen iets te doen of te zeggen dat als seksueel geweld zou kunnen worden geïnterpreteerd. Ook in de bdsm-scene is een nieuwe terughoudendheid te bespeuren. Daar is een ‘enorm tekort aan dominante mannen,’ zegt Hartmann.
De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?
Vermoedelijk ontstaat bij beide geslachten ook onzekerheid door de druk om hun eigen individuele vorm van seksualiteit te moeten definiëren. Hetero, homo, bi, aseksueel, alloseksueel, panseksueel: seksuele zelfdiagnose heeft een naam nodig. Misschien is het voor jongeren moeilijk een keus te maken uit al die identiteitssjablonen. Onderzoekers zien als tegenbeweging een terugkeer naar de traditie: het superklassieke beeld van een relatie met eerst een verloving en later een trouwdag die zo op Instagram kan.
De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?
De neiging om seks te problematiseren is van alle tijden en niet afhankelijk van hoe je er tegenaan kijkt. Te veel seks? O nee, het einde der tijden nadert. Te weinig seks: O nee, het einde van de wereld zoals wij die kennen nadert! Cultuurpessimisme-light.
Maar wellicht is er helemaal geen probleem. Want veel mensen kunnen er tegenwoordig goed mee omgaan dat ze minder zin hebben, zoals Manfred Beutel in de praktijk waarneemt. Dat de seks minder was geworden, dat haar lustgevoel was ingedommeld, vertelde een patiënte hem bijvoorbeeld slechts heel terloops. In de jaren tachtig zou het een complete opstand bij zijn patiënte hebben teweeggebracht. Toen was gebrek aan lust en een ingeslapen liefdesleven nog een regelrechte catastrofe, als het überhaupt al expliciet en als zodanig werd benoemd en niet schuilging onder andere onderwerpen. Over zijn jonge patiënten die doelloos door hun singleleven dwalen zegt Beutel: ‘Bij veel van hen heb ik de indruk dat ze helemaal niet zo in seks geïnteresseerd zijn.’
‘Misschien hebben we nu wel de optimale hoeveelheid seks die we als samenleving nodig hebben,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er zijn veel redenen om seks te hebben, en die zijn niet allemaal goed. De psychologen Cindy Meston en David Buss hebben jaren geleden de inmiddels klassieke studie Waarom mensen seks hebben gepubliceerd en daarin het overgesimplificeerde idee weersproken dat mensen alleen seks hebben omdat ze het lekker vinden, kinderen willen of omdat hun hormonen zich roeren. Meer dan vijfhonderd proefpersonen hebben in dat onderzoek honderden redenen gegeven om met iemand fysiek intiem te willen zijn.
Er bestaan ook slechte redenen om seks te hebben. Bijvoorbeeld om je partner plezier te doen of om haar niet teleur te stellen. Onvrijwillig seks hebben, bijvoorbeeld in combinatie met alcohol, die zoals hierboven al geschetst, niet alleen op onschadelijke wijze ontremmend werkt. Misschien is het tegenwoordig voor veel mensen wel makkelijker om nee te zeggen als ze niet willen, maar hebben ze op een of andere manier toch het gevoel dat ze het moeten doen, zegt Burghardt. Ja, misschien.
Vast staat alleen dat het ingewikkeld blijft, heel ingewikkeld. Het gaat tenslotte om seks.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.