Tag: journalistiek

  • Israël: gokkers zetten journalist onder druk om zijn nieuwsbericht te wijzigen

    Israël: gokkers zetten journalist onder druk om zijn nieuwsbericht te wijzigen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Japan: het bloemenfestijn Fuji Shibazakura Festival gaat weer van start

    » Italiaans kustdorp kampt met ‘invasie’ van pauwen

    Zodoende willen ze hun voorspelling alsnog laten uitkomen

    De journalist Emanuel Fabian meldde op 10 maart op het liveblog van The Times of Israel dat er een raket was neergekomen in de Israëlische plaats Bet Shemesh en dat daarbij geen gewonden waren gevallen.

    Kort daarop kreeg Fabian meerdere berichtjes en mailtjes binnen waarin hij onder druk werd gezet om zijn nieuwsbericht aan te passen. Het betrof geen raket, maar de brokstukken van een onderschepte raket, zo kreeg hij te horen. De journalist begreep niet waarom mensen dat detail zo belangrijk vonden. Totdat hij ontdekte dat de afzenders actief waren op het gokplatform Polymarket.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Wat was het geval? Mensen hadden geld ingezet op een weddenschap dat Iran op 10 maart een luchtaanval op Israël zou uitvoeren. Raketten en drones die onderweg werden onderschept, golden echter niet als een aanval, ook niet als ze in Israël landden of schade aanrichtten. Door bij de journalist erop aan te dringen zijn verslag te wijzigen, wilden degenen die ‘nee’ hadden gegokt alsnog hun gelijk halen en hun prijzengeld in de wacht slepen.

    De berichtjes ontaardden op den duur in doodsbedreigingen. De journalist besloot aangifte te doen bij de politie. Hoewel Fabian zijn rug recht hield, laat zijn verhaal zien onder welke druk journalisten in onze tijd soms hun werk moeten doen.

  • BBC geschokt door vertrek van twee prominente medewerkers

    BBC geschokt door vertrek van twee prominente medewerkers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Senaat stemt voor een einde aan de shutdown

    » Hongaars-Britse auteur David Szalay wint Booker Prize met roman Flesh

    De omroep zou vooringenomen zijn geweest

    De BBC verloor zondag zijn algemeen directeur Tim Davie en het hoofd van de nieuwsafdeling, Deborah Turness. Beiden namen ontslag na kritiek op een misleidende bewerking van Donald Trumps toespraak van 6 januari 2021, de dag van de aanval op het Capitool in Washington. In een documentaire die werd uitgezonden door Panorama, werden twee losse delen van de 54 minuten durende toespraak zo gemonteerd dat het leek alsof de Amerikaanse president rechtstreeks had opgeroepen tot een opstand.

    De twee leidinggevenden stonden al een week onder grote druk. The Daily Telegraph onthulde het bestaan ​​van een memo van negentien pagina’s waarin vragen werden gesteld bij de vooringenomenheid van de omroep. In het memo werd Trumps toespraak besproken, evenals de pro-Hamas-verslaggeving over het conflict in Gaza en het gebrek aan een kritisch perspectief op transgenderkwesties. Donald Trump reageerde zondag op Truth Social en bedankte The Daily Telegraph voor het ontmaskeren van ‘deze corrupte journalisten’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het vertrek van de twee werknemers veroorzaakt een heuse ‘aardschok’, bevestigt de mediaspecialist van de BBC. ‘Het verlies van zowel de directeur-generaal als de CEO van BBC News is ongekend. Het is een buitengewoon moment in de geschiedenis van de BBC’, aldus de website. In een brief aan het personeel erkende Tim Davie dat er ‘fouten zijn gemaakt’ en dat ‘hij als algemeen directeur de verantwoordelijkheid daarvoor moet nemen’.

    Davie stond sinds 2020 aan het roer van de BBC en was de zeventiende directeur van een omroep waarvoor hij twintig jaar werkte, aanvankelijk in de marketing. The Independent merkt op dat zijn ambtstermijn werd gekenmerkt door verschillende controverses, zoals de schorsing van Gary Lineker, de Engelse voetballegende die later commentator werd en controversiële opmerkingen maakte over het asielbeleid van de Conservatieve regering in 2023. Davie had de bijnaam ‘Teflon Tim’ gekregen omdat deze controverses geen echte gevolgen hadden gehad, maar daar is nu verandering in gekomen.

  • Bijna de helft van de mensen vermijdt het nieuws. ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het wel’

    Bijna de helft van de mensen vermijdt het nieuws. ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het wel’

    Een democratie heeft goed geïnformeerde burgers nodig. Maar bijna de helft van de bevolking vermijdt traditionele nieuwsberichten. ‘Wij willen het gezellig hebben.’

    Zonder informatie geen democratie, zegt men. En toch hebben nog nooit zo veel mensen toegegeven geen nieuws meer te volgen als nu – ook in Zwitserland. Op de opkomst bij de stembus heeft dat overigens interessant genoeg geen invloed.

    Op de dag waarop bekend werd dat de Hamasleider en het brein achter de aanslag van 7 oktober 2023 in de Gazastrook gedood was, zegt Jasmin Walker bij de koffie: ‘Daar gaat het zeker niet over als ik ’s avonds met mijn vrienden praat. Wij willen het gezellig hebben en praten over persoonlijke, diepgaande dingen.’

    Walker is 36, zelfstandig kapper en dierenactivist in de buurt van Thun; ze behoort tot de groeiende groep mensen die het nieuws mijdt. Het lijkt paradoxaal: oorlogen in Gaza en Oekraïne, migratie en klimaatverandering: hoe dichterbij de wereldproblemen komen, hoe vaker mensen zich afwenden van de media die daarover berichten.

    Volgens verschillende studies hoort bijna de helft van de mensen tot de zogenoemde nieuwsgedepriveerden, oftewel de groep die maar sporadisch of helemaal geen nieuws consumeert – en die groep wordt steeds groter. Ze overlapt met het derde deel dat volgens het Digital News Report van het Reuters Institute het nieuws ‘vaak of soms’ actief vermijdt, waartoe ook regelmatige nieuwsgebruikers kunnen behoren.

    Statussymbool

    Over het algemeen zijn het vaker vrouwen dan mannen. En het betreft in toenemende mate mensen die met de media zijn opgegroeid, ze deels ook jarenlang intensief gebruikten en nu tijdelijk het nieuws mijden of helemaal niet meer volgen. ‘Al die negativiteit! Daar heb ik geen behoefte aan,’ zegt Walker, die is opgegroeid in een huishouden waar het dagelijkse tv-journaal verplicht was, maar die tijdens de coronacrisis voor het laatst een krant heeft ingezien.

    Wat vroeger taboe was, is tegenwoordig ‘al bijna een statussymbool’, zegt mediapsycholoog Gregor Waller van de Hogeschool voor Toegepaste Wetenschap in Zürich over het groeiende aantal mensen, ook in zijn persoonlijke omgeving, die menen zich niet meer te hoeven informeren over de wereld – en hij bedoelt dat niet positief. ‘Ze willen de controle terug over die berichtenstroom waar nooit een einde aan komt, maar op deze manier sluiten ze zich af voor de wereld.’

    Andreas Friedrich, zevenwenvijftig jaar oud en vader van twee kinderen, zegt het niet zonder trots: hij eigent zich ‘het privilege’ toe om af te zien van alle informatie over wat er in de wereld en in Zwitserland gebeurt, terwijl hij zich daar jarenlang via twee krantenabonnementen van op de hoogte stelde. ‘Ik voel me beter zonder die vloedgolf van informatie. Waarom moet ik het altijd meteen weten als ergens een bom ontploft als het mij niet aangaat en ik er niks tegen kan doen?’

    Hij weet niet meer precies wanneer, maar het had te maken met Trumps eerste verkiezingscampagne

    Daarbij gaat het hem niet om gebrek aan kwaliteit in de berichtgeving, maar hij heeft op zeker moment besloten zichzelf te beschermen met filters. Hij weet niet meer precies wanneer, maar het had te maken met Trumps eerste verkiezingscampagne: ‘Dat we dat voor de tweede keer moeten meemaken vind ik onverdraaglijk.’ De filters zijn de opinies van zijn vrienden, maar ook van bekenden die hij treft bij borrels of avondjes met vrienden. ‘Ik lees gewoon alleen nog maar artikelen die me worden aanbevolen, heel gericht,’ zegt hij. Hij is heel visueel ingesteld, en zo kan hij zich een weg banen door het constante, steeds schellere geschitter van de media en de onlinewereld. 

    Friedrich hoort bij de groeiende groep nieuwsweigeraars die zich volgens de enquêtes van communicatiewetenschapper Anne Schulz van de Universiteit van Zürich zorgen maken om hun welzijn. Terwijl een minderheid als de coronaontkenners zich terugtrekt omdat ze het vertrouwen in de media verloren hebben en anderen gewoon geen interesse hebben in actuele politieke kwesties, voelt deze groep, aldus Schulz, zich ‘emotioneel uitgeput’ door de veelheid en het negatieve karakter van de in de media afgebeelde realiteit. ‘Het is een relatief nieuw fenomeen,’ zegt ze. Daar komt ook bij dat veel mensen de toestand in de wereld negatiever inschatten dan ze in werkelijkheid is.

    Om de effecten van slecht nieuws te begrijpen, zeggen neurowetenschappers, moet je terugkijken tot in het stenen tijdperk. Wij zijn gevormd door een negativity bias, we reageerden sterker op slechte tijdingen dan op goede. De focus op bedreigingen verzekerde het overleven in tijden waarin de sabeltandtijger nog op de loer lag in het bos.

    Stortvloed

    Het huidige probleem is de directheid van de informatie, de ‘stortvloed in realtime’, zoals psychoanalyticus en schrijver Jürg Acklin het noemt. ‘Vroeger, als ik de ochtendkrant had gelezen, zei ik tegen mijn vrouw: “Nu heb ik de wereld weer onder controle.” Dat gaat nu niet meer.’

    De voortdurende beschikbaarheid van informatie raakt bepaalde mensen harder, zegt Acklin: ‘Ze willen steeds meer weten, kunnen niet meer afwegen wat belangrijk is en wat niet; net als een hypochonder, die voortdurend nakijkt wat hij heeft, gaan ze manisch op zoek naar wat er ergens nog zou kunnen gebeuren. En altijd explodeert ergens wel iets.’

    Het gevoel overspoeld te worden roept volgens mediapsycholoog Waller een afweerreflex op die tot een totale weigering van nieuwsberichten kan leiden, juist omdat sommige mensen de spanning tussen het negatieve nieuws en hun eigen, weliswaar soms ook gestreste, maar toch bevredigende leven niet kunnen verdragen. ‘Toch doen de media niets anders dan hun werk als berichtgever en controlerende instantie.’

    ‘De digitale detox van de kleinburger’ noemde mediawetenschapper Bernhard Pörksen dit fenomeen kleinerend in een programma van de Zwitserse televisieomroep SRF. En Die Zeit vergelijkt het met een vlucht uit de wereld, een terugkeer naar het Biedermeiertijdperk, toen het privé- en het familieleven het allerbelangrijkste waren. Het past ook in de tegenwoordige brede trend van de zogeheten ‘selfcare’ of ‘mindfulness’. ‘In een overvolle, overprikkelde, zeer complexe wereld komt het erop aan ons op een nieuwe manier te bezinnen op onszelf’, schrijven de trendwatchers van het Zukunftsinstitut. Dat hoeft niet per se via meditatie of yoga; vaak gaat het om het zich losmaken, van wat dan ook. Op Instagram werd de daarbij passende hashtag ‘slow living’ al meer dan zes miljoen keer gebruikt.

    ‘De problemen zijn al even complex als de oplossingen. En ik kan er ook niks aan veranderen’

    Persoonlijk welzijn in plaats van een vijf-voor-twaalfstemming: ‘De problemen zijn al even complex als de oplossingen. En ik kan er ook niks aan veranderen,’ vindt de negentwintigjarige Mina Wellauer, die niet met haar echte naam in de krant wil. Na onlangs te zijn afgestudeerd werkt ze nu in de bouwsector, en ze informeert zich vooral via sociale media, waar het nieuws moet concurreren met amusement. Ze zegt twee dingen die niet alleen voor het nieuwsmijden van háár generatie kenmerkend zijn: ‘Als ik steeds maar lees over erge gebeurtenissen, dan krijg ik stress door mijn machteloosheid.’ En: ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het toch wel van iemand.’ 

    ‘Het nieuws vindt mij’, oftewel: je hoeft je helemaal niet zelf te informeren, omdat je via anderen toch wel hoort wat er aan de hand is. Volgens een internationale studie uit 2020 zijn het vooral jonge mensen die daar in toenemende mate op vertrouwen. Koploper in dit opzicht is Spanje, waar meer dan 80 procent van de ondervraagden lieten weten hiernaar te handelen.

    Zwitserland komt in dit onderzoek niet voor, maar blijkbaar voelen veel nieuwsmijders zich hier te lande toch voldoende geïnformeerd om te gaan stemmen; de opkomst bij verkiezingen is in elk geval niet gekelderd. Om zich te oriënteren vertrouwt Jasmin Walker bijvoorbeeld net als die ‘het nieuws-vindt-mij’-jongeren op de hulp van anderen – zoals haar vader, die het nieuws tot op heden nauwgezet volgt.

    Friedrichs strategie is het raadplegen van een stemwijzer, zonder het ‘hele mediacircus’ eromheen: ‘Daar kom je toch alle feiten en argumenten in tegen,’ zegt hij. Mocht er iets gebeuren dat relevant is, dan vertrouwt hij erop dat hij het wel van anderen hoort.

    Nieuwsmijding

    ‘Sinds ik geen nieuws meer lees, ben ik door niets wat in de wereld gebeurt verrast – afgezien van de oorlog in Oekraïne,’ zegt auteur Rolf Dobelli. Hij heeft vijf jaar geleden een provocerend boekje gepubliceerd, waarin hij zelfs oproept tot nieuwsmijding. ‘Al dat breaking news dat de hele dag over ons wordt uitgestort, schept alleen maar de illusie van weten. Nieuws is voor het brein wat suiker is voor het lichaam,’ zegt hij. Zijn toenmalige standpunt heeft hij in zoverre gerelativeerd dat hij een uitzondering maakt voor achtergrondartikelen in media als de Neue Zürcher Zeitung. Maar je móét je tegenwoordig haast wel beschermen tegen het nieuws: Oekraïne, Taiwan, het Midden-Oosten, de AI-revolutie: de actuele ontwikkelingen zijn crazy. Er gebeurt zo veel, zo snel, dat is voor elk brein te veel.’

    Dat is niet alleen te veel gevraagd voor de lezers, maar ook voor de media zelf. ‘Hoe mooi het idee van een brede algemene kennis ook is, in de huidige wereld is dat gewoon onmogelijk geworden,’ aldus Dobelli.

    Hij schetst het toekomstbeeld van een maatschappij waarin iedereen zich bij wijze van spreken terugtrekt in zijn eigen tuin en de publieke discussie steeds kanslozer wordt. Wat voor menigeen dystopisch klinkt, bevordert wat hem betreft het welzijn van het individu en maakt zonder al die afleiding betere beslissingen mogelijk.

    De democratische samenleving functioneert alleen maar wanneer burgers goed geïnformeerd zijn

    Anderen maken zich wél zorgen, want hier duikt een fundamentele tegenstrijdigheid op. Het individu mag zich beter voelen door het nieuwsmijden, maar de democratische samenleving functioneert toch alleen maar wanneer burgers goed geïnformeerd zijn. Mediawetenschapper Pörksen noemde het nieuwsweigeren in het eerder vermelde tv-programma ‘preverlichtingsdenken’ en ‘libertaire zelfzorg’, die ertoe leiden dat in de politiek het moment van ‘idioten, bullshitters en propagandisten’ is aangebroken.

    Paradoxaal genoeg profiteren nu uitgerekend de nieuwscritici ervan dat er een berichtenruis bestaat, dat anderen zich informeren en erover vertellen. ‘Daar heeft u mij te pakken,’ zegt Andreas Friedrich. Dat hij het gevoel heeft goed genoeg op de hoogte te zijn, komt onder andere doordat hij nog veel weet uit de tijd dat hij nog wél allerlei media consumeerde, maar ook door de uitwisseling met mensen die het nieuws regelmatig volgen.

    Het is, geeft hij toe, een ware luxe. Maar wat als de geïnformeerde vrienden ook ophouden met lezen en de informatiestroom die alleen in een democratie mogelijk is, opdroogt? Friedrich zegt, samen met andere nieuwsmijders: als de media minder negatief waren en ook meer zouden berichten over positieve ontwikkelingen, dan zou hij ook weer meer nieuws lezen. Dobelli zet enerzijds in op boeken, essays, lange artikelen. Anderzijds zegt hij: ‘Misschien vindt iemand ooit een nieuwe vorm van de agora uit.’ Hij doelt op de vergaderplaats waar de oude Grieken over politiek debatteerden.

    En psychoanalyticus Acklin, negenenzevetig jaar oud en een eeuwige optimist, verbindt een persoonlijke anekdote met een metafoor, om de hoop niet te verliezen: ‘Ik weet uit eigen ervaring wat er gebeurt als collega’s menen dat ze zich niet meer met het heden hoeven in te laten als ze oud zijn: dan bazelen ze alleen nog over hun kwaaltjes. Het is als met stilstaand water: zonder verse toevoer begint het te stinken. Dat wil niemand.’ 

  • De val van het westers narratief

    De val van het westers narratief

    De Indiase schrijver Pankaj Mishra vraagt om een radicale herijking van hoe wij macht, geschiedenis en waarheid begrijpen. Daarvoor is een ander perspectief nodig dan het westerse wereldbeeld dat decennialang het beleid en de pers domineerde.

    De drie uitgangspunten waarop zowel het westerse beleid als de journalistiek drie decennia lang hebben gestoeld, zijn momenteel stuk voor stuk aan gruzelementen geslagen.

    ‘In den beginne was de pers en toen verscheen de wereld’, schreef Karl Kraus in 1921.

    Deze bijbelse toespeling was geen retorisch middel. De Oostenrijkse schrijver, en misschien wel de eerste grote mediacriticus, had redenen om aan te nemen dat de journalistiek niet langer functioneerde als een neutraal filter tussen de verbeelding van brede lagen van de bevolking en de wereld om hen heen. De journalistiek had het voortouw genomen in het vórmen van de realiteit.

    Kraus’ kritiek was aangescherpt tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij kranten begon te verwijten dat zij het drama waarvan ze verslag dienden te doen, alleen maar verergerden. ‘Hoe wordt de wereld bestuurd en een oorlog in gemanoeuvreerd?’ vroeg Kraus zich af. Hij betoogde dat de oorsprong van de grote oorlog van de twintigste eeuw school in een uitholling, over het gehele continent, van cognitieve functies en verbeeldingskracht, in gang gezet door de pers, waardoor de Europese landen een oorlog in waren gerommeld die ze net zo min konden voorzien als beëindigen. ‘Na tientallen jaren oefening’, schreef hij, ‘is [de verslaggever] erin geslaagd de mens zijn verbeeldingskracht te ontnemen, zozeer zelfs dat hij nu in staat is een vernietigende oorlog tegen zichzelf te voeren.’

    Pankaj Mishra

    Pankaj Mishra is een gevierde Indiase auteur, essayist en cultureel criticus wiens werk zich richt op de complexe relaties tussen geschiedenis, politiek en identiteit in een geglobaliseerde wereld.

    Pankaj Mishra werd geboren in 1969 in Jhansi, India, en heeft een indrukwekkende carrière opgebouwd, met bijdragen aan gerenommeerde publicaties zoals The Guardian, The New York Review of Books en The London Review of Books. Hij staat bekend om zijn scherpe analyses van kolonialisme, kapitalisme en de culturele spanningen tussen het Westen en niet-westerse samenlevingen. Hij is een invloedrijke stem in het mondiale intellectuele debat, waarbij hij zich richt op de kruispunten van geschiedenis, rechtvaardigheid en de toekomst van democratie.

    Mishra’s oeuvre omvat zowel fictie als non-fictie. In zijn baanbrekende boek From the Ruins of Empire: The Revolt Against the West and the Remaking of Asia (2012) onderzoekt hij de opkomst van antikoloniale bewegingen in Azië en Afrika; het werd wereldwijd geprezen. Andere invloedrijke werken, zoals Age of Anger: A History of the Present (2017), leggen de wortels van mondiale onvrede en populisme bloot. Zijn schrijfstijl combineert intellectuele scherpte met een diepgevoelde empathie voor gemarginaliseerde stemmen.

    Pankaj Mishra heeft talloze prijzen ontvangen, waaronder de prestigieuze Weston International Award in 2024 voor zijn bijdrage aan de non-fictie.

    Hij woont afwisselend in Londen en Mashobra, India.

    Vanaf onze hooggelegen en gerieflijke positie is het makkelijk om neer te kijken op de bekrompen wereld van de Weense tijdschriften waartegen Kraus van leer trok. Maar nu verwoestende oorlogen onstuitbaar door Europa en het Midden-Oosten razen, met de dreiging alsmaar verder om zich heen te zullen grijpen, en nu het sociale weefsel van meerdere samenlevingen wordt verscheurd, klinkt Kraus’ kritiek op de pers, die zogenaamde pijler van de democratie, urgenter dan ooit. Er resoneert een bredere analyse, van het afbrokkelen van democratische instituties in het Westen.

    De inherente kwetsbaarheid van die instituties was de Aziatische en Afrikaanse onderdanen van Europese kolonialisten al veel langer duidelijk. Mohandas ‘Mahatma’ Ghandi, die democratie letterlijk beschouwde als de heerschappij van het volk, benadrukte dat het begrip in het Westen slechts ‘symbolisch’ was. Het kon onmogelijk realiteit worden zolang er sprake was van ‘een diepe kloof tussen de rijken en de hongerige miljoenen’ en zolang stemgerechtigden zich lieten leiden ‘door kranten die vaak niet te vertrouwen zijn’.

    Een minstens zo boude bewering anno nu zou zijn dat een groot deel van de digitale media, die handelen in nepnieuws en samenzweringstheorieën, stelselmatig onbetrouwbaar is. De reguliere pers, die vaak in handen is van grote concerns, gaat er prat op haar politieke en ethische verantwoordelijkheid te nemen en beweert een baken te zijn in de duisternis waarin de democratie ten onder dreigt te gaan. Maar in de drie decennia dat ik zelf in de journalistiek werkzaam ben geweest, hebben ook daar de bewijzen van ontoereikend of zelfs corrupt gedrag zich in een verontrustend tempo opgestapeld.

    Mijn carrière als schrijver van literaire non-fictie is eigenlijk begonnen met de war on terror, dé oorlog van onze eigen eeuw, die verwoestende gevolgen heeft gehad voor grote delen van Azië en Afrika, en de burgerrechten in het Westen heeft uitgehold, om uiteindelijk in 2021 te eindigen met de vernederende terugtrekking van het Westen uit Afghanistan. Begin 2001 ben ik naar Afghanistan en Pakistan gereisd voor Granta en de New York Review of Books. Mijn uitgebreide artikelen naar aanleiding van die reizen zijn betrekkelijk kort na 11 september verschenen. Als gevolg hiervan zijn velen binnen de Amerikaanse en Europese media mij gaan beschouwen als ‘terrorisme-expert’. 

    In de fantasieën van de extreemrechtse nationalisten van nu staat een vijand met een donkere huidskleur

    Ik had me krachtiger moeten verzetten tegen dat label. Destijds waren er maar heel weinig schrijvers van niet-westerse origine in de Anglo-Amerikaanse pers; de opiniepagina’s van de kranten stonden bol van de anti-islamretoriek. Ik voelde een zware verantwoordelijkheid op mijn schouders rusten. Hoewel ik ver wilde blijven van de kinderlijke vraag ‘Waarom haten ze ons?’ wilde ik er alles aan doen om te voorkomen dat de toch al zo zwaar getroffen samenlevingen, zoals Afghanistan en Irak, nog meer werden beschadigd en dat minderheden in het Westen werden gedemoniseerd.

    Ik kon slechts vol ongeloof toezien hoe de BBC op primetime een documentaire uitzond over de gunstige invloed van het Britse Rijk wereldwijd. In mijn stukken voor westerse tijdschriften voelde ik een zekere druk om niet al te zeer af te wijken van de breed gedeelde consensus: dat de gelijktijdige invasie van meerdere landen goed was, gerechtvaardigd en noodzakelijk, bedoeld om de bevolking aldaar, en dan met name de vrouwen, te bevrijden van wrede onderdrukkers en om de democratie te bevorderen.

    Ik kon slechts machteloos toezien hoe de meest gerespecteerde westerse media niet alleen een oorlog aanmoedigden die stoelde op onwaarheden, maar ook nog eens hielpen om die oorlog in hoge mate te racialiseren. In de fantasieën van de extreemrechtse nationalisten van nu staat een vijand met een donkere huidskleur, die minder is dan een mens en momenteel huisdieren verslindt, klaar om de westerse beschaving te vernietigen. Maar geweldsfantasieën gericht tegen deze getinte nemesis doen al jaren opgang in traditionele gedrukte media en onder liberale intellectuelen.

    ‘Time to Think about Torture’ (Tijd om marteling te overwegen), kopte Newsweek enkele weken na 11 september. ‘Focused brutality’ (gerichte wreedheid), luidde de aanbeveling van Time. Toen de invasie in Irak begon, zette The Atlantic in een hoofdartikel uiteen wat de voordelen waren van torture lite (lichte marteling). In New York Times Magazine spoorde Michael Ignatieff de Amerikanen niet alleen aan om hun leidende rol in de wereld te pakken en Irak binnen te vallen, maar zette deze hoogleraar mensenrechten ook uiteen hoe zwarte en bruine lichamen konden worden onderworpen aan ‘vormen van slaapdeprivatie’ en ‘desoriëntatie (zoals een kap over het hoofd van gevangenen doen) die voor stress zullen zorgen’. Het artikel verscheen op een wel heel ongelukkig moment, net toen de eerste foto’s uit de Abu Ghraibgevangenis naar buiten kwamen, van gevangenen met een kap over hun hoofd. Dat Israël in Gaza straffeloos bijna tweehonderd schrijvers, wetenschappers en journalisten kon vermoorden, nadat alle buitenlandse verslaggevers waren verbannen van de plek waar de executies plaatsvonden, was te danken aan de steun van de westerse bondgenoten na 11 september. In 2002, nadat Israël op de Westelijke Jordaanoever het gebouw van een omroep had gebombeerd en in de as gelegd, stelde Anne Applebaum, tegenwoordig een vooraanstaand criticaster van ‘autocratie’, dat ‘het passend is dat Israël zijn woede richt op de officiële Palestijnse media’. Trumps ‘moslimban’ en de gewelddadige fantasieën van J.D. Vance lijken buitensporig, totdat we ons weer herinneren dat schrijver Martin Amis in 2006 op samenzweerderige toon tegen een Londense journalist zei dat hij ‘een sterke drang’ voelde om dingen te zeggen als: ‘De moslimgemeenschap zal moeten lijden totdat ze haar zaken op orde heeft. Wat ik onder lijden versta? Dat ze niet mogen reizen. Deportatie – naar een heel eind verderop. Inperken van vrijheden. Mensen fouilleren die eruitzien alsof ze uit het Midden-Oosten of Pakistan komen.’

    Moreel fiasco

    Tegenwoordig wordt de war on terror algemeen gezien als een militair en geopolitiek falen. Maar nog altijd wordt niet onderkend dat het een intellectueel en moreel fiasco van ongekend formaat is: een poging van de westerse media en de politieke klasse om de realiteit naar eigen hand te zetten, wat is uitgelopen op een rampzalige mislukking. Maar ondertussen zijn ze er wel in geslaagd wreedheid en leugenachtigheid diep in de maatschappij te verankeren. En mede omdat dit fiasco nooit is onderkend – redacteuren en schrijvers die valse narratieven in omloop hebben gebracht en geweld op grote schaal hebben toegejuicht, zijn nooit aan de kaak gesteld, hebben soms zelfs promotie gemaakt – zien we nu hetzelfde gebeuren in de manier waarop de westerse media berichten over Israëls oorlog tegen Gaza: wederom een oorlog die een vreugdevuur heeft gestookt van internationale juridische en morele normen en die gewetens heeft afgestompt en geperverteerd.

    Historicus Omer Bartov heeft erop gewezen dat Israël, ogenschijnlijk in reactie op een ongekende terroristische aanval van Hamas, vanaf begin af aan heeft beoogd ‘de gehele Gazastrook onbewoonbaar te maken en de bevolking dusdanig te verzwakken dat ze ofwel zal sterven ofwel alle mogelijke middelen zal aanwenden om het gebied te ontvluchten’. 

    GettyImages 2175528913
    Persrondleiding in Beiroet, Libanon. – © Getty

    En nu, terwijl Israël de Gazastrook bestookt met bommen van duizend kilo, proberen de extreemrechtse leiders van Israël hun bezetting van de Westoever en Gaza nog verder te militariseren en hun vijanden in Libanon en Iran mee te sleuren in de oorlog door middel van terroristische daden. Maar hoewel al deze overduidelijke feiten, en zelfs de vernietiging van Gaza, zowel door de daders als de slachtoffers live worden gestreamd, worden ze dag in dag uit verhuld, om niet te zeggen ontkend door de grote westerse media.

    Palestijnen en Arabieren zijn al tientallen jaren vertrouwd met de vele verborgen rode lijnen die het debat over Israëls handelswijze inperken. Mijn eigen sporadische pogingen uit het verleden om het onderwerp op de agenda te zetten hebben me duidelijk gemaakt hoe slinks het regime van repressie en verboden in het Westen is. Maar het zijn niet alleen niet-westerse perspectieven, zoals die van mij, die worden onderdrukt of genegeerd. Hoofdredacteuren in het Westen, zo is later gebleken, lijken een breder decreet te hebben uitgevaardigd in een poging hun kromme logica staande te houden. Gideon Rachman, hoofd van de buitenlandredactie van Financial Times, verwoordt het als volgt: ‘De beste manier om een humanitaire ramp in Gaza te voorkomen, is Israël te steunen.’

    Is het nog wel mogelijk om de cognitieve capaciteit te vergroten in het slinkende koninkrijk van de westerse journalistiek

    In schril contrast met de eenduidige veroordeling van het barbaarse Russische optreden in Oekraïne, wordt in de westerse verslaglegging over de Israëlische wreedheden het liefst de passieve vorm gehanteerd, waardoor het lastiger is om te zien wie wie wat aandoet, en onder welke omstandigheden. (‘De eenzame dood van een man met het syndroom van Down’ was de aanvankelijke kop van een BBC-artikel over Israëlische soldaten die een hond loslieten op een gehandicapte Palestijn en hem vervolgens lieten creperen.) Het verslag in The New York Times van een grimmige mijlpaal, het door Israël vermoorden van dertigduizend Palestijnen, merendeels vrouwen en kinderen, kreeg als kop ‘Lives Ended in Gaza’ (Levens beëindigd in Gaza). Een recenter artikel van de Associated Press, over het Israëlische beleid van uithongering, had als kop: ‘A 10-month-old Palestinian baby suddenly stopped crawling. Polio had struck Gaza’ (Een tien maanden oude Palestijnse baby hield ineens op met kruipen. Gaza getroffen door polio).

    Niet-geverifieerde berichten, die uiteindelijk vals bleken te zijn, over onthoofde Israëlische baby’s, kregen van zowel journalisten als de Amerikaanse president onverdeelde aandacht. Samen hebben ze een deken van stilte gelegd over de vele gedocumenteerde meldingen van verkrachting en marteling in Israëlische gevangenissen. In een artikel in The Atlantic, momenteel onder redactie van een voormalig IDF-medewerker die overduidelijk valse berichten over Irak heeft verspreid, wordt, zelfs na de moord op duizenden kinderen in Gaza, beweerd dat ‘het mogelijk is om legaal kinderen te doden’.

    De manier waarop de westerse media verslag doen van Israëls ‘zelfverdediging’ toont maar weer eens de verregaande discrepantie tussen wat er wordt beweerd door mainstream media in het Westen en wat de rest van ons ziet gebeuren in de wereld. Ik kan me niet onttrekken aan een déjà-vugevoel, en er dringt zich een oude vraag op: is het nog wel mogelijk om de cognitieve capaciteit te vergroten in het slinkende koninkrijk van de westerse journalistiek – het betoverde land waar ik het grootste deel van mijn leven goed garen bij heb gesponnen?

    Een veel grotere wereld

    We leven tenslotte in een veel grotere wereld dan die van Karl Kraus’ Wenen aan het begin van de twintigste eeuw, een wereld met een oneindig grotere variëteit aan ervaringen en zienswijzen. Er is een veel grotere demografische verscheidenheid in uitgevers- en medialand dan toen ik begon als schrijver. Zouden de onophoudelijke intellectuele en morele debacles in de journalistiek kunnen worden voorkomen door een minder conformistisch klimaat van meningen, en een open houding ten aanzien van verschillende ervaringen en zienswijzen?

    Misschien, maar een eerste stap in die richting is het onderkennen van de enorme obstakels die we op ons pad zullen vinden; we leven in een bijzonder verwarrende tijd, en dat is met name ingewikkeld voor een oudere generatie westerse journalisten en commentatoren. Zij zijn volwassen geworden in de decennia na het einde van de Koude Oorlog en de ineenstorting van het communisme, een periode waarin op westerse leest geschoeide democratie en kapitalisme de toekomst van de gehele wereld leken te bepalen.

    Tegenwoordig is vrijwel elke vooronderstelling waarop het westerse beleid en de journalistiek drie decennia lang stoelden, aan gruzelementen geslagen. We leven in een wereld waarin de toekomst van de democratie allerminst een gegeven is – niet in Europa en Amerika, laat staan in India. Het op westerse leest geschoeide kapitalisme heeft geleid tot veel te veel ongelijkheid en heeft inmiddels een felle tegenbeweging in gang gezet. Demagogen en despotische leiders zijn in opkomst. En wat misschien nog wel het meest verontrustend is: na een lange afwezigheid zien we een terugkeer van het wit-nationalisme, de expliciete ideologie van sommige mainstream politieke partijen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan.

    In een tijd van brede economische onrust zien we dat etnonationalisten elkaar vinden in hun antipathie jegens immigranten

    In een tijd van brede economische onrust zien we dat etnonationalisten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, en in Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Polen en Italië, elkaar vinden in hun antipathie jegens immigranten en dat ze hun pijlen richten op instellingen die onvoldoende patriottistisch zouden zijn of te toegeeflijk ten aanzien van seksuele of etnische minderheden. Dit grimmige scenario kan nog verder worden uitgewerkt. De voornaamste economische ideologieën van onbeperkte groei en wereldwijde welvaart lopen niet alleen op tegen milieubeperkingen en technologische innovatie, maar ook tegen inherente grenzen, en ze lijken niet langer levensvatbaar.

    Redacteuren en schrijvers in hoog aangeschreven tijdschriften waren op geen enkele manier mentaal voorbereid op de ineenstorting van hun ideologie van kapitalistische globalisering en op de snelle afkalving van de macht, de legitimiteit en het prestige van het Westen. Ook waren ze door hun afkomst, klasse en opleiding te zeer gehecht geraakt aan de intellectuele aannames die waren ontstaan tijdens de onbetwiste hegemonie van het Westen. Omdat ze persoonlijk te zeer zijn verwikkeld in de doodsstrijd van de oude wereld, zijn ze niet in staat de barensweeën te voelen van de komst van een nieuwe wereld. Ze hebben de grootste moeite met hun eigen samenlevingen, die drastische veranderingen doormaken; ze klampen zich vast aan wat louter symptomen zijn van een versplinterde sociale consensus, zoals ‘cultuuroorlogen’, en uiteindelijk proberen ze betekenis te distilleren uit abstracties als ‘populisme’, ‘ontdemocratisering’ en de ‘crisis van het liberalisme’. 

    Een groter probleem is dat zowel de intellectuele als de politieke elites in het Westen beschikken over maar weinig middelen om de rest van de wereld te begrijpen, laat staan te duiden. Mainstream journalisten proberen de snelheid en de schaal van een continue verandering van wereldhistorisch formaat – de opkomst van het mondiale Zuiden – bij te benen door middel van kwantitatieve analyse. Ze komen met statistieken over het toenemende aandeel van China in de buitenlandse handel, over de groeiende economieën van India, Brazilië en Indonesië.

    Maar deze gegevens en statistieken zijn slechts rimpelingen op de golf van wereldwijde verandering, een golf die alles wegvaagt waarvan we ooit zeker meenden te zijn.

    Politieke censuur

    Mishra trok onlangs een artikel terug uit het Canadese The Globe and Mail omdat hierin verwijzingen naar Israël waren verwijderd.

    Dat zijn felle debat en constante herinnering aan wat hij westerse hypocrisie noemt, niet overal met open armen worden ontvangen, is geen verrassing meer voor de beroemde Indiase auteur. Over de censuur van dagblad The Globe and Mail zegt hij: ‘Wij worden voortdurend geconfronteerd met censuur en onderdrukking. Niet alleen Palestijnen, niet alleen Arabieren, maar ook succesvolle schrijvers van niet-westerse afkomst kunnen talloze verhalen vertellen over redacteuren die zeggen: “Dit kunnen we zo niet publiceren. Kun je dat veranderen? Kun je dat anders formuleren?”’

    In zijn toespraak bekritiseert Mishra de ‘onvergeeflijke verdraaiing’ van de verslaggeving over Gaza in de westerse media, waarbij hij de media beschuldigt van het maskeren van misstanden en het normaliseren van geweld. Mishra’s originele tekst, met passages zoals: ‘De vernietiging van Gaza wordt dag in dag uit verhuld, om niet te zeggen ontkend door de grote westerse media’, werd door The Globe and Mail aangepast. Dit illustreert volgens hem een intellectuele crisis in de journalistieke cultuur, waarin ongemakkelijke waarheden liever niet in de bek gekeken worden. Mishra trok zijn bijdrage in omdat de wijzigingen de kern van zijn boodschap uitholden.

    Hij heeft vertrouwen in de jongere generatie die tegen deze vervormingen strijdt en alternatieve platforms creëert om complexe en controversiële onderwerpen aan te pakken.

    We leven in een wereld die radicaal anders is dan de wereld van nog maar twee decennia geleden, niet alleen qua politieke opvattingen en persoonlijke zienswijzen, maar ook wat betreft economische structuren. De geschiedenis is altijd een clash geweest van verhalen waarin mensen zichzelf proberen te herkennen. In onze favoriete verhalen over het verleden verhouden wij ons tot de wereld zoals die is, hebben we een plek en een identiteit, en worden in grote lijnen onze ideeën beschreven over wat er allemaal mogelijk is. Het in brede kring gangbare kader van de westerse journalistiek stoelt op westerse overwinningen: het verslaan van totalitaire regimes in twee wereldoorlogen, het na afloop op de knieën dwingen van Duitsland, Italië en Japan, gevolgd door een overwinning op het communisme tijdens de Koude Oorlog en daarna het over de hele wereld verspreiden van het westerse model van kapitalisme en democratie. Deze unieke vooruitgangservaring in de naoorlogse westerse wereld maakte het diegenen die hier wel bij voeren mogelijk om vanuit een optimistische visie te generaliseren over veranderingen in de rest van de wereld, en over het vermogen van het Westen om dat proces te sturen.

    Maar dit verhaal, waar verschillende generaties westerse journalisten zichzelf op gloedvolle wijze in herkenden, botst nu met een ander, veel groter verhaal, dat sterker resoneert en overtuigender is: het verhaal van dekolonisatie, dat voor de overgrote meerderheid van de mensheid de belangrijkste gebeurtenis van de twintigste eeuw is.

    Het woord is voor het eerst gebruikt om het historische proces te beschrijven dat is begonnen in de jaren veertig, toen de ‘donkere volken’ (een term van W.E.B. Du Bois) in Azië en Afrika zich geleidelijk bevrijdden van de directe en indirecte westerse overheersing. Maar tegenwoordig verwijst het naar meer dan alleen wereldhistorische verschuivingen van politieke en economische macht. Het begrip dekolonisatie dient als een omschrijving van de manier waarop veel niet-witte mensen, onder wie veel Afro-Amerikanen en immigrantengemeenschappen in het Westen, zichzelf positioneren in een langduriger historisch continuüm – de manier waarop ze tegen hun verleden aankijken en hun toekomstige potentieel inschatten.

    En inderdaad, als er één analytisch kader is dat een hele reeks aan nationale en internationale fenomenen kan verklaren – van de opkomst van het Chinese nationalisme en de heropleving van extreemrechts in het Westen, van cultuuroorlogen in Europa en Noord-Amerika, ongeregeldheden over Gaza aan Amerikaanse universiteiten, verdeeldheid bij PEN America of Kylie Jenner die bijna een miljoen volgers is kwijtgeraakt op Instagram – dan is het wel dekolonisatie.

    Herijking

    Dat is de reden dat er een beroep wordt gedaan op westerse leiders en commentatoren, zeker op diegenen onder hen die te zeer in beslag zijn genomen door de post-1989-fantasie van het einde van de geschiedenis, om te reageren op meer dan alleen een fundamentele historische dynamiek: het herijken van het westerse machtsevenwicht dat oorspronkelijk was gestoeld op imperialisme. Ze hebben ook de plicht om de vele culturele en psychologische manieren te doorgronden waarop deze herijking tot uiting komt. 

    Het mag duidelijk zijn dat dit een aanzienlijke opgave is. Want sommige rudimentaire feiten in de wereldgeschiedenis – imperialisme, dekolonisatie – zijn niet zo eenvoudig te vinden: ze kwijnen weg in de duisternis achter de monumentale Van-Plato-tot-NATO-narratieven over de westerse beschaving. Ik herinner me dat in de jaren negentig, toen ik in Europa en Amerika begon te publiceren, schrijvers en journalisten hun land gewoonlijk opvoerden als schatplichtig aan de Atheense democratie, het Renaissancistische individualisme en de rationaliteit van de Verlichting.

    Je zou miljoenen woorden kunnen lezen over de verdiensten van de westerse democratie en het liberalisme en het kwaad van het oosterse totalitarisme, van de hand van verlichte Anglo-Amerikaanse intellectuelen als Michael Ignatieff, Timothy Garton Ash, Martin Amis, Thomas Friedman en Anne Applebaum, zonder ook maar één alinea tegen te komen over de gevolgen van slavernij, imperialisme en dekolonisatie. Deze zogenaamd liberale internationalisten lijken geobsedeerd met de misdaden van Hitler, Stalin en Mao, maar geven er nauwelijks blijk van zich bewust te zijn van de moderne westerse geschiedenis van massale knechting, koloniale onteigening en genocidale oorlogen tegen inheemse volkeren.

    Een dergelijke onwetendheid was ooit een luxe die men zich kon permitteren

    Een dergelijke onwetendheid was ooit een luxe die men zich kon permitteren, maar voor een jongere generatie van journalisten en commentatoren anno nu zou het fnuikend zijn: zij worden geconfronteerd met een wereldorde waarin democratie en liberalisme of zelfs maar een stabiele politieke situatie niet langer vanzelfsprekend zijn. Zij zullen de wereld moeten zien zoals die is, zonder het Koude Oorlogs-gebod om de eigen kant mooier voor te stellen dan hij is. Zij worden in zekere zin gedwongen om ons gefragmenteerde geopolitieke en culturele landschap nauwkeurig in kaart te brengen en om oog te hebben voor de verschillende geschiedenissen en geografieën en opkomende krachtenconstellaties.

    Dat betekent op de allereerste plaats dat men moet onderkennen dat de verschillende verworpenen der aarde in hun strijd zijn verenigd door de gedeelde overtuiging dat etnisch privilege niet langer de pijler onder de wereldorde kon en mocht zijn – een overtuiging die het postkoloniale falen van veel natiestaten heeft overleefd. Vandaag de dag worden in landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika de dominante westerse aannamen op radicale wijze getart door assertieve of zelfs agressieve geschiedverhalen en wereldbeelden. De geschiedenis had moeten eindigen met de triomf van het op westerse leest geschoeide liberalisme en kapitalisme. Maar de leden van een niet-westerse intelligentsia – een architect in Jakarta, een arts in Kuala Lumpur, een jurist in Mumbai, een socioloog in Istanboel, een econoom in Doha, een hoogleraar in Lahore, een student in Kaapstad – kiezen er vandaag de dag echter voor om zelf hun ervaringen onder woorden te brengen, zelf hun geschiedenis en tradities onder de loep te nemen.

    Verantwoording

    Zij zien dat leiders, beleidsmakers en journalisten die verantwoordelijk zijn voor de noodlottige oorlogen van het Westen tot op heden geen verantwoording hebben hoeven afleggen. Ook kunnen zij het ongekende contrast zien tussen de genereuze gastvrijheid van het Westen ten aanzien van Oekraïense vluchtelingen en de muren en hekken die de Europese landen en de Verenigde Staten optrekken om de donkerder getinte slachtoffers van hun eigen oorlogen buiten de deur te houden.

    Zij herinneren zich dat het Westen tijdens een langdurige en verwoestende epidemie niet alleen armere landen de toegang ontzegde tot de technologie om zelf vaccins te maken, maar ook vaccins hamsterde totdat die zelfs al over de houdbaarheidsdatum heen waren. Deze ‘vaccinapartheid’ heeft miljoenen mensen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika het leven gekost en heeft in de ogen van velen opnieuw het beeld bevestigd dat het Westen altijd zijn eigen belangen behartigt onder het mom van een universalistische retoriek van democratie en mensenrechten.

    Het valt te begrijpen dat deze make-over voor veel mensen in het Westen onacceptabel is

    We zien dit verhoogde bewustzijn heel duidelijk terug in de woedende reacties uit niet-westerse landen op het Israëlische en westerse geweld in het Midden-Oosten. De kennelijk onverzoenlijke animositeit tussen Israëli’s en Palestijnen wordt afgetekend op een van de verraderlijkste breuklijnen van de moderne geschiedenis: de ‘kleurlijn’,  door W.E.B. Du Bois het centrale probleem van de internationale politiek genoemd, ‘de vraag in hoeverre etnische verschillen vanaf nu zullen worden gebruikt als uitgangspunt om meer dan de helft van de wereld het recht te ontzeggen om naar hun uiterste vermogen te delen in de kansen en de privileges van onze moderne samenleving’. De verontwaardiging onder de wereldbevolking neemt exponentieel toe nu een westerse gevolmachtigde in het Midden-Oosten laat zien hoe makkelijk het nog altijd is om zwarte en bruine lichamen vast te zetten, te verwonden en te vernietigen, buiten alle normen en wetten van oorlogsvoering om.

    Lang voordat de oorlog uitbrak en de berichtgeving erover schaamteloos leugenachtig werd, drongen mensen met een niet-westerse achtergrond al met klem aan op een dekolonisatie van westerse kennissystemen en een bijstelling van het zelfbeeld van de voormalige grootmachten die witte suprematie afdwongen. Dat behelst onder meer een herziening van culturele uitingsvormen – van het vervangen van naambordjes, standbeelden en museale collecties tot een nuancering van wetenschappelijke curricula, journalistieke en politieke retoriek.

    GettyImages 2160986618
    President Joe Biden tijdens de laatste dag van de NAVO-top in Washington D.C., Verenigde Staten. – © Getty

    Het valt te begrijpen dat deze make-over voor veel mensen in het Westen onacceptabel is. Ze reageren door alleen nog maar fanatieker in te zetten op bewezen slechte ideeën en aannames die onderuit zijn gehaald, en door uit alle macht te proberen de structuren van ongelijkheid te versterken die voor hen gunstig uitpakten. Het wit nationalisme binnen de politiek anno nu heeft op cultureel terrein een sinistere tegenhanger gekregen die probeert af te rekenen met culturele diversiteit maar ondertussen lippendienst bewijst aan demografisch pluralisme.

    We hebben deze despotische krachten in werking gezien in de poging van velen binnen de westerse wereld van politiek, bedrijfsleven en media om wetenschappelijke en artistieke verkenningen van racisme en imperialisme te onderdrukken. De lezing die ik zou geven over Israël, Gaza en het Westen voor London Review of Books werd afgelast door het Barbican Centre in Londen. Toen ik naar Canada ging, kwam ik meer voorbeelden tegen van mensen die zich proberen te verzetten tegen de opgelegde depolitisering van literatuur en kunst met als gevolg dat ze worden uitgestoten.

    De wereld na Gaza

    Pankaj Mishra bekritiseert in zijn meest recente boek (De wereld na Gaza, Atlas Contact, vertaald door Rogier van Kappel, verschijnt in februari 2025) de Israëlische politiek waarin de Shoah gebruikt wordt om politieke doelen te legitimeren en publieke sympathie te winnen, terwijl tegelijkertijd Palestijnen systematisch onderdrukt worden en nu van de kaart dreigen te worden geveegd. Primo Levi vreesde al dat deze benadering Israël internationaal zou isoleren en het Joodse morele gezag zou ondermijnen. Levi vond dat het Joodse bestaan weer teruggebracht diende te worden naar de diaspora, in plaats van deze volledig te concentreren in de Israëlische staat.

    De holocaust mag het morele ijkpunt van het Westen zijn; in de rest van de wereld was de dekolonisatie het belangrijkste referentiekader van de vorige eeuw. Een onderwerp waar Mishra al jaren over schrijft en dat altijd draait om het hypocriete westerse zelfbeeld en de voortdurende mondiale raciale ongelijkheid. Hij stelt en beantwoordt fundamentele vragen: of sommige levens er meer toe doen dan andere, welk lijden het verdient herinnerd te worden en waarom radicaal-rechts op winst staat in het Westen.

    Ook Holocaust-overlevende Jean Améry riep Israël al vroeg op om systematische martelingen van Palestijnen te veroordelen en sprak zich uit tegen de manier waarop de Shoah door Israëlische leiders werd ingezet om militaire acties en de uitbreiding van nederzettingen te verdedigen. Hij zag dit als een gevaarlijke morele verschuiving die Israël en diasporajoden als ‘twee gedoemde partijen’ dreigde te verenigen: zij die vastzitten in een slachtoffermentaliteit en zij die deze misbruiken voor nationale expansie​.

    In 2018 riep The New York Times Wanda Nanibush uit tot ‘een van de krachtigste stemmen die zich inzet voor de inheemse cultuur binnen de Noord-Amerikaanse kunstwereld’. Vorig jaar was ze ineens uit beeld verdwenen, van de ene op de andere dag, na een paar posts op Instagram over Palestina. Dat riep onheilspellende herinneringen op aan de manier waarop zelfs zeer machtige mensen binnen totalitaire regimes van de aardbodem zijn verdwenen.

    Naomi Klein schrijft dat ‘de uitzonderlijke invallen, arrestaties en inbeslagnames van eigendommen van de zogeheten Indigo 11 [een groep pro-Palestina-demonstranten] symbool staan voor een aanval op de politieke meningsuiting zoals ik niet eerder in Canada heb gezien’. 

    Is het puur toeval dat The Globe and Mail alle verwijzingen naar Israël uit mijn speech heeft gehaald toen ze voorstelden een deel ervan te publiceren? 

    De Zuid-Afrikaanse schrijver Kagiso Lesego Molope vroeg een paar maanden geleden tijdens het Writer’s Trust-gala in Toronto: ‘De tijd komt dat de wereld zich zal verontschuldigen voor wat er gebeurt – en als die tijd daar is, zal ons worden gevraagd: wat hebben jullie gedaan met jullie macht?’ Het is een vraag die alle individuen en instituties zichzelf moeten stellen. Maar velen hebben in het gunstigste geval de houding overgenomen van de Democratische gedelegeerden in Chicago die hun vingers in hun oren staken en het congrescentrum verlieten toen de namen van dode Palestijnse kinderen werden voorgelezen.

    Vrije wereld

    In het ergste geval heeft een reeks westerse instituties – van Ivy League-universiteiten tot publieke omroepen – hun toevlucht genomen tot overduidelijk antidemocratische middelen, die indruisen tegen de eigen principes van vrijheid van geweten en vrijheid van meningsuiting. Onlangs heeft de University of California op haar website een lijst gepubliceerd van militaire wapens die ze nodig heeft om oorlog te voeren met de studenten: op de lijst staan 3000 patronen traangas, 500 rubberen 40 mm-kogels, 12 drones en 9 granaatwerpers.

    Eind februari schreef ik dat we in zekere zin getuige zijn van een ineenstorting van de vrije wereld. Sindsdien stapelen de bewijzen zich in een alarmerend tempo op. Misschien zou dat me niet moeten verbazen. De intellectuele incompetentie en de verdorven moraal van de pers werden al vastgesteld toen Kraus waarschuwde voor ‘de intellectuele zelfvernietiging van de mens door middel van de pers’. Vooruitkijkend naar onze tijd voorspelde Gandhi dat ‘zelfs de landen die momenteel in naam een democratie zijn’ waarschijnlijk ‘onverholen totalitair’ zullen worden, aangezien een regime waarin ‘de zwaksten het onderspit delven’ en een ‘paar kapitalisten met bezittingen’ goed gedijen, alleen kan overleven met behulp van geweld, openlijk of verbloemd’. Václav Havel, die in het Westen gold als een gevierde anticommunistische ‘dissident’, betoogde in zijn essay uit 1984, ‘Politics and Conscience’ (Politiek en geweten), dat totalitaire systemen in de Sovjet-Unie en Oost-Europa de toekomst van de westerse wereld belichaamden; hij waarschuwde tegen de macht die ‘buiten elke vorm van geweten om functioneert, een macht die is geworteld in een alomtegenwoordige ideologische leugen waarin alles kan worden gerationaliseerd zonder ook maar één moment aan de waarheid te raken’.

    Wij zijn ertoe veroordeeld om machteloos toe te zien hoe een macht die buiten elke vorm van geweten om werkt en geworteld is in ideologische leugens, zelfs een gelivestreamde genocide kan rationaliseren. Na Gaza heb ik in ieder geval nog minder vertrouwen in de mogelijkheid dat we het feitenvrije tijdperk te boven komen. Mijn eigen bijdragen aan de literaire en intellectuele journalistiek in de afgelopen drie decennia lijken nu zeer onbeduidend, in schril contrast met de erkenning en de materiële beloningen die ik ervoor heb ontvangen.

    Ik ontkom niet aan de conclusie dat we dringend behoefte hebben aan nieuwe ideeën over hoe we ons verleden moeten herijken en welke koers we moeten volgen om vanuit ons heden tot een levensvatbare toekomst te komen. Ik ben ervan overtuigd dat die ideeën zullen komen van een jongere generatie schrijvers, kunstenaars en journalisten. Ik weet ook dat naarmate onze policrisis – onafwendbare oorlogen, klimaatrampen en politieke aardverschuivingen – verhevigt, ons verlangen naar een levendige en eerlijke beschrijving van de wereld niet te stuiten zal zijn, en velen van ons zullen zich genoopt voelen dat verlangen te stillen.

    ‘Het enige wat de Palestijnen in moreel opzicht blijken te kunnen doen, is sterven’

    Er zijn veel schrijvers en journalisten die ons niet zullen helpen bij deze cruciale taak. Dat zijn de schrijvers, wetenschappers en journalisten die zijn vermoord door het Israëlische leger. Ik kan er niet over uit dat de buitengerechtelijke executies van onze collega’s, en de vernietiging van scholen, universiteiten en bibliotheken in Gaza nog altijd niet breed worden erkend door de literaire, academische en journalistieke gemeenschappen in het Westen.

    Arundhati Roy merkte op – en hier lijkt ze steeds meer gelijk in te krijgen: ‘Het enige wat de Palestijnen in moreel opzicht blijken te kunnen doen, is sterven. Het enige wat wij allemaal in wettelijke zin kunnen doen is toekijken hoe ze sterven. En zwijgen. Als we dat niet doen, riskeren we onze aanstellingen, beurzen, gage voor lezingen en inkomen.’

    Dit is het moment waarop ik me moet aansluiten bij diegenen die proberen de onmenselijke ketenen van onze geest en ziel te verbreken. Ik draag deze onderscheiding op aan de herinnering van de schrijvers die zijn vermoord in Gaza. Het geldbedrag heb ik al voor een groot deel weggegeven, en de rest schenk ik aan schrijvers en journalisten in Palestina. Dank u. 

  • Macron verwijt zijn ministers en de pers ‘gebrek aan professionalisme‘

    Macron verwijt zijn ministers en de pers ‘gebrek aan professionalisme‘

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: justitie dient aanklacht in tegen Indiase agent wegens moordpoging

    » Israël bevestigt de dood van Hamas-leider Yahya Sinwar

    Ze onthulden omstreden uitspraken van hem over Israël

    Emmanuel Macron heeft zijn eigen ministers en journalisten ervan beschuldigd ‘onprofessioneel‘ te zijn omdat ze controversiële opmerkingen onthulden die hij maakte over Israël tijdens een besloten vergadering van de ministerraad, meldt Politico.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Netanyahu moet niet vergeten dat zijn land is opgericht door een besluit van de VN‘, zou de Franse president volgens deelnemers hebben gezegd, wat bevestigd is door minister van Buitenlandse Zaken Jean-Noël Barrot. Zijn opmerkingen wekten de woede op van de Israëlische premier en de verontwaardiging van de Joodse instellingen in Frankrijk en een deel van de politieke klasse.

    ‘Maar op donderdagavond in Brussel probeerde Macron de controverse te blussen door zijn regering en de media aan te vallen tijdens een persconferentie na een top van Europese leiders‘, schrijft Politico. Macron verguisde de ministers die ‘verdraaide verklaringen hadden herhaald‘ en de ’journalisten die ze hadden opgepikt‘, en zei dat hij ‘geen buikspreker nodig had. Dit alles bewijst in feite dat het publieke debat is ingestort en dat er een gebrek aan professionalisme is.‘

  • Rusland beveelt de arrestatie bij verstek van twee Italiaanse journalisten

    Rusland beveelt de arrestatie bij verstek van twee Italiaanse journalisten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tunesië: Kais Saied algemeen uitgeroepen tot winnaar verkiezingen

    » VS: Hooggerechtshof in Georgia herstelt verbod op abortus na zes weken

    Ze zouden illegaal Rusland zijn binnengedrongen

    Een Russische rechtbank heeft maandag de uitlevering bevolen van Simone Traini en Stefania Battistini, twee verslaggevers van de Italiaanse publieke omroep RAI. De journalisten, die zich momenteel buiten Rusland bevinden, worden beschuldigd van het illegaal oversteken van de grens vanuit Oekraïne terwijl ze verslag uitbrachten vanuit de regio Koersk, waarvan een klein deel bezet is door Oekraïense troepen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De twee verslaggevers riskeren tot vijf jaar gevangenisstraf, schrijft La Repubblica. In de afgelopen weken heeft Rusland het onderzoek tegen een tiental buitenlandse journalisten opgevoerd die ervan beschuldigd worden Rusland te zijn binnengedrongen tijdens de opmars van het Oekraïense leger in het gebied in augustus.

  • Hongkong: ‘systematische’ intimidatie van grote groep journalisten

    Hongkong: ‘systematische’ intimidatie van grote groep journalisten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: vakantie heeft geen blijvend effect bij burn-out

    » Californië wil bosbranden voorkomen door brand te stichten

    Persvereniging spreekt van aanval op de persvrijheid

    Journalisten van ten minste vijftien mediakanalen in Hongkong zijn lastiggevallen en het doelwit geweest van wat de grootste journalistenvakbond van de stad de afgelopen maanden een ‘systematische en georganiseerde aanval’ noemde. Dat bericht The Guardian. De intimidatie bestond onder andere uit doodsbedreigingen en bedreigende en lasterlijke klachtenbrieven aan de families van verslaggevers en hun werkgevers, maar ook aan huisbazen en buren, aldus de Hong Kong Journalists Association (HKJA).

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Selina Cheng, de voorzitter van de HKJA, vertelde vrijdag op een persconferentie dat de vakbond tussen juni en augustus een ‘ernstige golf van trolling en intimidatie’ had waargenomen, waaronder e-mails en brieven naar werkplekken, sociale media-accounts en thuisadressen. De brieven bedreigden de persoonlijke veiligheid, connecties en werkgelegenheid van mensen. Sommigen werden onder druk gezet om hun beroep of vakbondsfunctie op te geven, zei ze. ‘Dit soort intimidatie en pesterijen, waaronder het delen van valse en lasterlijke inhoud en doodsbedreigingen, schaadt de persvrijheid in Hong Kong en we moeten dit niet tolereren,’ aldus Cheng.

    Medewerkers van ten minste vijftien internationale en lokale persbureaus, waaronder Hong Kong Free Press (HKFP), InMedia en HK Feature waren het doelwit. Volgens Cheng leek het erop dat de intimidaties gericht waren tegen journalisten ‘als gemeenschap’ in plaats van tegen specifieke individuen.

  • Rusland: journalist Alsoe Koermasjeva veroordeeld tot 6,5 jaar gevangenisstraf

    Rusland: journalist Alsoe Koermasjeva veroordeeld tot 6,5 jaar gevangenisstraf

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Kamala Harris stelt haar nominatie veilig en doet mee aan de race

    » Spanje: premier Sánchez gedagvaard in het onderzoek naar zijn vrouw

    Ze werd op dezelfde dag veroordeeld als Evan Gershkovich

    Tijdens een hoorzitting achter gesloten deuren op vrijdag in de Russische stad Kazan werd de Amerikaans-Russische journalist Alsoe Koermasjeva schuldig bevonden aan het verspreiden van valse informatie over het Russische leger. Ze woont in Praag, waar ze werkt voor Radio Free Europe / Radio Liberty, een radiostation dat sinds de Koude Oorlog wordt gesteund door de Verenigde Staten. Ze werd in oktober 2023 gearresteerd nadat ze zich niet had geregistreerd als buitenlands agent toen ze op reis was om haar moeder in Rusland te bezoeken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op dezelfde dag, vrijdag, ‘veroordeelde een rechtbank in Jekaterinenburg journalist Evan Gershkovich van The Wall Street Journal tot 16 jaar gevangenisstraf wegens spionage, na een proces dat door zijn krant en de Verenigde Staten als een farce werd beschreven’, merkt CNN op. De gelijktijdigheid en snelheid van deze twee processen ‘roepen vragen op over de intentie van het Kremlin om journalisten te gebruiken als onderdeel van een gevangenenruil’ met Washington, aldus de nieuwszender.

  • De persvrijheid in Rusland bereikt een nieuw dieptepunt

    De persvrijheid in Rusland bereikt een nieuw dieptepunt

    Journalist Sergej Gorboenov verliet Rusland drie jaar geleden uit angst voor politieke vervolging. Nu ziet hij hoe propaganda de vrijheid van meningsuiting heeft overwonnen en alle kritische stemmen gesmoord zijn.

    free press unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Tegen de achtergrond van recente gebeurtenissen als de dood van Aleksej Navalny en Poetins ‘herverkiezing’ verkeert de Russische persvrijheid in zwaar weer. Volgens experts en journalisten in Rusland komt de vrijheid van meningsuiting sinds de verkiezingen van maart onder steeds grotere druk te staan. De verkiezingsuitslag zou de doodsklap kunnen zijn voor de onafhankelijke journalistiek, voor zover deze überhaupt nog functioneerde. Zo is Rusland in twee jaar oorlog met Oekraïne zeven plaatsen gezakt in de jaarlijkse persvrijheidsindex gepubliceerd door Reporters zonder Grenzen; het land staat nu op de 162e plaats van de 180. Direct na de presidentsverkiezingen dit jaar begonnen de Russische autoriteiten buitenlandse journalisten te arresteren, die voorheen als onaantastbaar werden beschouwd. Journalisten van Forbes, Associated Press en Deutsche Welle werden gearresteerd. Volgens mensenrechtenactivisten van OVD-Info zijn sinds het begin van de oorlog met Oekraïne meer dan 66.061 internetpublicaties geblokkeerd en 1152 journalisten vervolgd.

    Televisie en onlinemedia 

    In alle media zal alleen nog pro-Poetin-nieuws verspreid worden. Met onafhankelijke televisie heeft de Russische overheid al begin 2000 afgerekend, snel gevolgd door de radio-omroepen. De laatste onafhankelijke krant, Novaya Gazeta, hield het amper een halfjaar uit na de start van de oorlog in Oekraïne, hoewel de hoofdredacteur een jaar eerder de Nobelprijs voor de Vrede had ontvangen. Ook van Facebook, Instagram en Twitter moesten de Russen in 2022 afscheid nemen. Onafhankelijke journalisten, activisten, politici en zelfs gewone burgers kregen de status van ‘buitenlandse agent’, waardoor het officieel verboden werd met deze mensen samen te werken.  Nog voor de herverkiezing kondigde Poetin een nieuwe strijd aan, dit keer tegen VPN-diensten, waarmee het in Rusland aan banden gelegde internetverkeer omzeild kan worden. Onmiddellijk daarna werden kritische bloggers aangepakt, door ze als buitenlandse agenten te beschouwen en ze te verbieden advertenties in hun video’s te plaatsen, waardoor ze van hun inkomsten werden beroofd.

    Door lezers en kijkers van onafhankelijke media te bedreigen hoopt de staat hun aantal te verminderen

    Veel Russische journalisten werken nu vanuit het buitenland. Volgens gegevens van RFI in december 2023 hebben tussen de 1500 en 1800 journalisten het land verlaten. De meeste media in ballingschap zijn geblokkeerd of als ongewenst bestempeld op Russisch grondgebied, en vermelding ervan kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. Zo werd in mei 2023 de eerste zaak aangespannen voor het herposten van een nieuwsartikel van het als ‘ongewenst’ bestempelde medium Meduza. Ondanks de risico’s kunnen gewone Russen nog toegang krijgen tot onafhankelijke media in ballingschap via platforms als Telegram of YouTube, maar elke dag neemt het risico op repressie toe. Door lezers en kijkers van onafhankelijke media te bedreigen hoopt de staat hun aantal te verminderen. Russische media in het buitenland moeten voortdurend veiligheidsmaatregelen in acht nemen. Zo is de in Amsterdam gevestigde onafhankelijke tv-zender TV-Rain zelfs gestopt met het inzamelen van donaties van kijkers in Rusland om hun donateurs te beschermen. 

    Sergei Gorbunov (1988) is een journalist, politicoloog en redacteur bij Russischtalige media in ballingschap. Hij heeft een masterdiploma in politicologie (2019). In 2021 verliet hij Rusland vanwege politieke vervolging.

  • Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Nikki Haley kondigt aan dat ze op Trump zal stemmen

    » China lanceert grote militaire operatie tegen Taiwan

    Critici zien het vonnis als een aanval op het vrije woord

    De kroniekschrijvers Borhen Bsaïes en Mourad Zeghidi, die bekendstaan als critici van de Tunesische regering, zijn woensdag door een rechtbank in Tunis beide veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. ‘Ze werden schuldig bevonden aan het gebruik van informatienetwerken en -systemen om valse informatie te verspreiden die bedoeld is om derden te belasteren en materiële en morele schade toe te brengen’, meldt de nieuwswebsite Tunisie Numérique.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De twee mannen werden op 11 april gearresteerd, dezelfde dag als de Tunesische advocaat en columnist Sonia Dahmani. De aanklachten werden ingediend op grond van een wetsdecreet dat in 2022 werd uitgevaardigd door de Tunesische president Kais Saied om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan – een maatregel die door critici wordt gezien als een wetgevend wapen om de vrijheid van meningsuiting in Tunesië de kop in te drukken.

  • Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    De Iraanse president Ebrahim Raisi is drukdoende het weinige nog resterende journalistieke toezicht op de leiders van de Islamitische Republiek onmogelijk te maken. Correspondenten zijn afwezig, en voor lokale verslaggevers bestaat persvrijheid niet.

    Iran is nog net niet het onherbergzaamste land voor journalisten, maar het gaat wel hard die kant op. Volgens Verslaggevers Zonder Grenzen scoren alleen Vietnam, China en Noord-Korea lager dan Iran als het om persvrijheid gaat. Ebrahim Raisi, de meest meedogenloze president in de geschiedenis van de in 1979 opgerichte Islamitische Republiek, doet schijnbaar zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat Iran Noord-Korea inhaalt.

    De cijfers schetsen een verontrustend beeld. Zo telde het Comité ter Bescherming van Journalisten in oktober 2023 maar liefst 95 arrestaties van journalisten sinds de uitbraak van de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties in het jaar ervoor. Sommige bronnen, waaronder de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), beweren dat zes van de gearresteerden nog steeds vastzitten. Ook zegt de IFJ dat negen journalisten die in dienst waren van aan de overheid gelieerde kranten zijn ontslagen vanwege hun politieke opvattingen, en dat aan acht (online)kranten disciplinaire maatregelen zijn opgelegd. De pro-hervormingsnieuwssite Ensaf News moest zijn directeur vervangen om te mogen blijven bestaan.

    Een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd werd tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld

    Onder het bewind van Raisi ligt de lat van wat wordt toegestaan lager dan ooit, waardoor er een aura van onschendbaarheid lijkt te hangen rond eenieder die zich in kringen van de macht bevindt. Zo leidde een door gebedsleider Hassan Morseli aangespannen rechtszaak in juni 2022 tot de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf van een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd. En een pr-manager van het staatsbedrijf Bakhtar Regional Electricity diende in juli 2022 een klacht in tegen de website Bargh News om de identiteit van een anonieme reageerder te achterhalen; die had in een commentaar onder een nieuwsbericht het arbeidsethos van de manager bekritiseerd. 

    Fanatieke overheid

    Tegenwoordig moeten journalisten in Iran zich laten registreren bij het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding. In ruil voor persoonlijke informatie, die het ministerie zorgvuldig bewaart, ontvangen zij hun perskaart. Betrokken ambtenaren zeggen dat dit initiatief Iraanse journalisten beschermt, maar daar denken journalisten wel anders over. Zij menen dat, net als bij de regulering van het internet, het ministerie hun juist een recht ontneemt.

    Er was een tijd waarin journalisten zich konden beroepen op een grondwet die, ondanks zijn tekortkomingen, op zijn minst lippendienst bewees aan het idee van persvrijheid. Dat document maakt nu plaats voor fanatieke overheidsinstanties die mediabedrijven de mond snoeren en journalisten neerzetten als staatsvijanden.

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen. Buitenlandse correspondenten die verslag doen zijn nergens te bekennen en het staatsmonopolie op alle vormen van uitzendingen maakt een onafhankelijk toezicht op het bestuur van de Islamitische Republiek nagenoeg onmogelijk. Grootspraak en propaganda geven de betreurenswaardige realiteit een rooskleurig tintje en de relatie tussen overheid en media is grotendeels transactioneel: lovende reportages worden beloond, kritiek afgestraft.

    In oktober vertelde de Iraanse minister van Wetenschap Mohammad Ali Zolfigol studenten aan Sharif University of Technology dat Iran enkele van de ‘meest vrije universiteiten ter wereld’ heeft. De duisternis van zijn onbedoelde humor kan niet worden overschat. Na verloop van tijd leiden dit soort uitspraken tot minder verontwaardiging en worden ze genegeerd. En sympathisanten van de overheid verwijzen er juist naar als bewijs voor het feit dat Iran journalisten voorziet van ongekende veiligheid en bescherming.

    Verdiensten van de regering

    In 2019 verkondigde de toenmalige vicepresident Eshaq Jahangiri dat ‘Iran het meest vrije land in het Midden-Oosten’ was. Afgelopen augustus beweerde president Raisi dat vrijheid van pers en meningsuiting de verdiensten zijn van de Islamitische regering: ‘Geïnspireerd door het bloed van onze martelaren hebben we de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid gegarandeerd.’ Esmaeil Kowsari, commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde en voormalig parlementslid, zei in reactie op de toenemende kritiek op het hardhandige optreden van de regering tegen de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties van vorig jaar dat ‘het niveau van vrijheid van meningsuiting in ons land hoger is dan in Europa of Amerika’.

    Een verslaggever uit de stad Rasjt, die spreekt op voorwaarde van anonimiteit, vertelt dat het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding onder de vorige president Hassan Rouhani de redactie van zijn tijdschrift adviseerde welke nieuwsonderwerpen voorrang moesten krijgen. Zo werd hun onder meer opgedragen om essays te publiceren over thema’s als familie, kinderen en sociale media. Als het tijdschrift deze richtlijnen niet navolgde, riskeerde het strafmaat­regelen. 

    Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen

    Iran heeft een staatskapitalistische economie; dat betekent dat de overheid invloed heeft op de privésector en bepaalt hoeveel financiering elke onderneming ontvangt. Binnen dit systeem kan zelfs de formeel onafhankelijke pers niet aan de genade van de uitvoerende macht ontkomen. Subsidies, belastingvrijstellingen, verzekeringsvoordelen en vervroegd pensioen zijn in Iran geen garanties, maar gunsten die je moet verdienen. Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen.

    Paramilitaire militie

    Volgens de verslaggever uit Rasjt is dit systeem in de afgelopen jaren ietwat veranderd. Zo is het ministerie van Cultuur inmiddels vervangen door de Basij, een paramilitaire militie die sinds 2011 over een mediatak beschikt. De Basij controleert de verslaggeving van lokale media en organiseert conferenties over thema’s zoals de toestand in Palestina, het verplicht dragen van de hijab, kuisheid, seksesegregatie, nucleaire zelfvoorziening, sjiitische rouwrituelen en de nalatenschap van generaal Qassem Soleimani. Lokale journalisten worden gesponsord om deel te nemen aan deze evenementen en er verslagen over te schrijven. De ‘krachtigste’ stukken komen in aanmerking voor soms royale geldprijzen.

    Kranten en tijdschriften worden minder vaak gesloten dan voorheen. Niet omdat de Islamitische Republiek zich niets aantrekt van publieke of internationale kritiek, maar omdat sluitingen bijdragen aan de werkloosheid. Als alternatief plaatst de overheid liever plotselinge verboden op verkooppunten of probeert het nieuwsconsortia en uitgeversbedrijven te nationaliseren: een relatief goedkope strategie. 

    Neem Hamshahri, een enorm mediabedrijf dat in 2008 werd opgericht en momenteel zeven kranten, tijdschriften en websites onder zijn hoede heeft. Op zijn hoogtepunt had het bedrijf maar liefst achttien dochterondernemingen en gold het onder de leiding van een van de meest gerenommeerde journalisten van het land als betrouwbare informatiebron. Vandaag de dag is het bedrijf in handen van Alireza Zakani, de ultraconservatieve burgemeester van Teheran, en bestaat de missie naar eigen zeggen uit verslaggeving ‘binnen het kader van de doelen en waarden van de Islamitische Revolutie’ en het opleiden van ‘mediapersoneel dat loyaal is aan het heilige systeem van de Islamitische Republiek’.

    Studenten

    Een andere grote naam in de Iraanse nieuwswereld die een klap kreeg als gevolg van het micromanagement van de overheid is het Iraanse Studentennieuwsagentschap. Dit werd in 1999 opgericht door het door de staat gerunde Academisch Centrum voor Onderwijs, Cultuur en Onderzoek als stem van de academische gemeenschap van Iran. Het was een nieuwsdienst die werd bemand door jonge hervormingsgezinde journalisten en studenten die de wereldbeschouwing van voormalig president Mohammad Khatami onderschreven. Het agentschap won het vertrouwen van zijn lezerspubliek en werd gezien als een uitstekende nieuwswebsite met een redelijk niveau van redactionele onafhankelijkheid. Maar vanaf het moment dat president Mahmoud Ahmadinejad aan de macht kwam, werd die relatieve openheid aangetast door diverse ontslagrondes. En onder het presidentschap van Raisi verwerd de organisatie tot een zoveelste spreekbuis voor totalitaire newspeak.

    De website staat nu vol met ‘whataboutisme’ en onjuiste informatie over de wereldpolitiek, laster tegen een kwijnende hervormingsbeweging en sentimenteel geslijm over de extremisten van de regering-Raisi, waaronder een ononderbroken lofzang over de president zelf.

    Hoewel deze sombere situatie weinig ruimte overlaat voor optimisme, zijn er wel degelijk enkele journalisten en progressieve (online)kranten in Iran die een tipje van de maatschappelijke sluier blijven oplichten en verhalen aan het licht brengen die de staat verborgen houdt. 

    De in augustus 2003 opgerichte krant Shargh Daily is een van de laatste restanten van een collectief van veelbelovende liberale kranten die opkwamen tijdens de hervormingsperiode. Sinds de oprichting is Shargh vier keer tijdelijk verboden geweest door de overheid. De meest recente sluiting, in 2012, was het gevolg van de publicatie van een prent over strijders uit de Irak-Iranoorlog die door de autoriteiten als kleinerend werd beschouwd. 

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling

    Shargh heeft zijn status als bolwerk van kritische, vooruitstrevende journalistiek weten te behouden, zij het in verzwakte vorm. De krant produceerde onder andere een artikel over een gettowijk in de stad Mashhad, een onderzoek naar de dood van grensarbeiders die door de strijdkrachten onder vuur waren genomen, een onthullend verhaal over de vergiftiging van schoolmeisjes na de ‘Woman, Life, Freedom’-protesten en een vernietigend rapport over eerwraak.

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling, toen tientallen uitgesproken kranten dapper en onverbloemd verslag leverden. Ham-Mihan, opgericht in 2000, is net als Shargh meerdere malen verboden geweest. De huidige redactie bestaat uit een aantal toonaangevende verslaggevers die het land niet hebben verlaten en tot nog toe geen slachtoffer zijn geworden van willekeurige vervolging.

    Angst

    In september 2023 publiceerde de krant een rapport waarin werd geconcludeerd dat de moord op Mahsa Amini door de zedenpolitie en het gewelddadig neerslaan van de daaropvolgende demonstraties tot angst en andere psychische aandoeningen hebben geleid onder de Iraanse bevolking. De verslaggevers spraken met apothekers in diverse steden en onthulden dat een op de vijf patiënten psychiatrische medicatie kreeg voorgeschreven.

    De interviews en verhalen die in het rapport werden gedeeld, bevestigen een sluimerende geestelijkegezondheidscrisis, die wordt verergerd door politieke onderdrukking – een klap in het gezicht van de overheid, die aanhoudend stelt dat psychische aandoeningen niet in de media mogen worden besproken. Politici beschouwen de verwijzingen naar geestesziekten als een beschuldiging dat zij er niet in zijn geslaagd een veilige, gelukkige samenleving te creëren. Wanneer kranten dit dilemma openlijk bespreken, voelt de regering zich beledigd omdat dit zou suggereren dat het bestuur van de Islamitische Republiek het probleem zelf heeft veroorzaakt. Juist daarom moet volgens hen het debat onder het tapijt worden geveegd.

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd. Maar dat betekent niet dat het potentieel van de Iraanse journalisten is verdwenen en dat ze geen stevig, respectabel werk meer kunnen leveren. Integendeel: ze grijpen iedere kans, hoe klein ook, aan om hun vak uit te oefenen.

    Een langdurig tekort aan journalistiek onderwijs en een gebrek aan professionele trainingsmogelijkheden hebben de ontwikkeling van de Iraanse mediawereld aanzienlijk afgeremd. Eind december zaten er in Iran nog steeds minstens 62 verslaggevers achter de tralies – een wereldrecord. De journalistiek van het land is in levensgevaar, maar ademt nog steeds. 

  • Lokale journalistiek is onmisbaar

    Lokale journalistiek is onmisbaar

    In de VS worden wekelijks meer dan twee regionale kranten opgedoekt. Van de ooit vierentwintigduizend dag- en weekbladen zijn er nog maar zesduizend over. Nieuwsorganisaties proberen de teloorgang van ‘de buurtvriend’ op verschillende manieren te herstellen.

    Er was een tijd dat ik, als ik ver van huis moest zijn, steevast plaatselijke kranten meepakte. Ik las ze van voor tot achter. Ze boden een momentopname van een kleine maar echte wereld: een schandaal in het schoolbestuur, een winnend schoolteam, de dood van een geliefde leraar.

    Veel verslaggevers van mijn (gevorderde) leeftijd zijn begonnen bij kleine dag- of weekbladen, waarvan vrijwel elke plaats of buitenwijk er destijds wel eentje had. Zelf ben ik begonnen bij The News Tribune in Woodbridge, New Jersey, een onafhankelijk dagblad met een oplage van ongeveer 58.000 exemplaren. We schreven over van alles en nog wat: van schoolbestuursvergaderingen tot een jongen die het bij de padvinderij tot Eagle Scout had geschopt. Mijn eerste grote nieuwsitem was een lokale verkiezing, een stoomcursus in politiek en de bron van een van de beste – en wellicht meest profetische – citaten die ik ooit heb opgetekend, van een zittende burgemeester die had verloren en snauwde: ‘Het tweepartijensysteem zaait verdeeldheid.’

    Ze waren de bouwstenen van de gemeenschap, de democratie, de politiek

    Terugdenken aan die lokale krantjes is niet alleen maar nostalgie van een oude dagbladjournalist. Ze waren de bouwstenen van de gemeenschap, de democratie, de politiek. Hun teloorgang is een belangrijke reden voor de acute polarisatie en politieke verwarring die we vandaag de dag zien. ‘In de afgelopen tien jaar dringt het beeld zich op dat lokaal nieuws zich in een ernstige crisis bevindt’, schrijven Ellen Clegg en Dan Kennedy, beiden doorgewinterde journalisten, in hun nieuwe boek What Works in Community News: Media Start-Ups, News Deserts, and the Future of the Fourth Estate, waarin ze onderzoeken hoe verschillende gemeenschappen het vacuüm proberen op te vullen.

    Middagkrant

    The News Tribune was een middagkrant, wat typisch was voor Noord-New Jersey, waar de New Yorkse kranten de ochtenden domineerden. Na de werkdag wachtte de lokale krant op de deurmat, met plaatselijke nieuwtjes, supermarktbonnen, rubrieksadvertenties, kerkdienstroosters en sportuitslagen van middelbare scholen.

    Het was een fantastische leerschool voor een beginnend verslaggever. De ervaren redacteuren hadden tijd om de stukken na te lezen, en schrijven over lokale schandalen, stakingen of raadsvergaderingen vormde een stoomcursus in correctheid. Je schreef per slot van rekening voor mensen die wisten hoe de vork in de steel zat en die bij de eerste de beste fout aan de telefoon zouden hangen.

    Het pepertje dat ik, toen het mijn beurt was, kokhalzend naar binnen werkte, brandde een permanente angst om het fout te doen in mijn brein

    De krant had een speciale beproeving voor beginnelingen na het maken van hun eerste fout die een rectificatie behoefde: de persoon in kwestie moest boven op de ronde tafel in het midden van de redactieruimte een hete chilipeper opeten uit een potje dat Elias Holtzman, een van de oudgedienden, speciaal voor deze beproeving had klaarstaan. Het pepertje dat ik, toen het mijn beurt was, kokhalzend naar binnen werkte, brandde een permanente angst om het fout te doen in mijn brein.

    Jonge verslaggevers bleven meestal niet lang hangen – niet vanwege de pepers maar omdat een lokale krant de gebruikelijke opstap was voor een journalistieke carrière.

    Maar het was een leerschool van onschatbare waarde en een onvergetelijke ervaring, vooral vanwege de journalistieke macht om dingen voor elkaar te boksen. Je vastbijten in lokale politici in Noord-New Jersey leverde altijd iets op: een reeks artikelen die ik samen met een collega schreef over de exorbitante tarieven van gemeentelijke juristen leidde tot publieke verontwaardiging en actie, en leverde smakelijke citaten op. Een lokale ambtenaar die werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen muntte deze uitspraak toen hij voor een vakantiereisje naar de Caraïben vloog: ‘Het goede van Amerika is dat je onschuldig bent totdat je portemonnee leeg is.’

    Voor lezers was het ook een leerschool. De kandidaten bij lokale verkiezingen of de sprekers op vergaderingen van schoolbesturen behandelden kwesties die de lezers direct aangingen. Ambtelijke corruptie was geen ver-van-mijn-bedshow; het was misbruik van fondsen die naar de school van je kind of je bibliotheek hadden moeten gaan. Overigens vond ik het bevredigend om te lezen dat de leugens van afgevaardigde George Santos vóór hij werd verkozen, waren onthuld door een kleine krant op Long Island, The North Shore Leader. Alleen jammer dat het nieuws zich niet buiten de kring van 20.000 lezers verspreidde.

    Buurtvriend

    ‘De krant was hier diepgeworteld,’ vertelt Charles Paolino, die hoofdredacteur van The News Tribune was toen ik er werkte. ‘Hij werd al zo lang uitgegeven, sinds de negentiende eeuw, dat mensen het gevoel hadden dat ze de krant konden bellen als ze in de problemen zaten of in een winkel niet fatsoenlijk waren geholpen, of als ze vastliepen in de stroperige bureaucratie. We waren een buurtvriend. Ik maak me zorgen om de vraag wie die rol nu vervult.’

    En dat niet alleen. Ellen Clegg, geroutineerd verslaggever en voormalig redacteur van de opiniepagina van The Boston Globe, vertelt lachend hoe ze bij haar buurman in Brookline, Massachusetts, moest aankloppen om te horen of hij bij een lokale verkiezing had gewonnen. Dan Kennedy, professor journalistiek aan de Northeastern University, stelt dat het lokalenieuwsvacuüm mensen ontvankelijk maakt voor het gepolariseerde karakter van het nationale nieuws, zodat ouders op schoolbestuursvergaderingen staan te schreeuwen over vaccinaties of de kritische rassentheorie, maar niet op de hoogte zijn van zaken als wiskundetoetsen of nieuwe faciliteiten.

    Begin 1900 telde Amerika zo’n vierentwintigduizend dag- en weekbladen

    Als mensen niet weten wie er op de kieslijst staat, is de opkomst belabberd. ‘We zien nu veel meer “straight-ticket voting”,’ [dat kiezers met één vinkje alle partijkandidaten kunnen aankruisen voor verschillende algemene verkiezingen] zegt Penelope Muse Abernathy, auteur van The State of Local News 2023, een onderzoeksrapport van de Medill School of Journalism van Northwestern University,  en mijn oud-collega bij The Times. ‘Een van de mooie dingen als je als krant veel verslaggevers hebt, is dat ze bijeenkomsten kunnen bijwonen. Als er een obligatie-uitgifte was, schreven ze wat het zou gaan kosten. Nu moeten we meer belasting betalen, neemt de corruptie toe en past er niemand meer op de winkel.’

    Begin 1900 telde Amerika zo’n vierentwintigduizend dag- en weekbladen. Dat aantal is in de loop van de twintigste eeuw gedaald – de afgelopen twee decennia in sneltempo. Inmiddels zijn er nog maar zesduizend over, waarvan velen het water aan de lippen staat, blijkt uit het onderzoek. Op dit moment worden er wekelijks meer dan twee kranten opgedoekt. Sommige gebieden, veelal getekend door armoede, zijn veranderd in ‘nieuwswoestijnen’, zoals Abernathy ze noemt, verstoken van betrouwbare nieuwsbronnen: geen papieren of online kranten, geen nieuwsuitzendingen op radio of tv.

    Hoe het zover heeft kunnen komen is uitvoerig gedocumenteerd. Adverteerders zijn naar het internet uitgeweken, wat voor veel kranten de nekslag betekende; conglomeraten en hedgefondsen kochten zieltogende dagbladen op en zetten het mes in het personeelsbestand. Het leek er zelfs even op dat solide kranten het niet zouden halen.

    Maar er zijn tekenen dat het tij keert. Clegg en Kennedy beschrijven in hun boek hoe lokale en regionale nieuwsorganisaties de berichtgeving op verschillende manieren proberen te herstellen. Het gaat voornamelijk om non-profitorganisaties, vaak bijgestaan door een aantal stichtingen die nieuwsstart-ups helpen. Het is nog geen tsunami, maar de bottom-upgroei van lokale nieuwsorganisaties heeft inmiddels wel al gezorgd voor de verspreiding van nieuws dat anders niet naar buiten zou zijn gebracht.

    Eigen, unieke stempel

    Ik hoop van harte dat er sprake is van een omslag. Toen ik het internet afstruinde naar verhalen over mijn oude krant, stuitte ik op een stuk dat Holtzman, de man van de hete pepers, in 1995 schreef toen The News Tribune ophield te bestaan: ‘Weer een krant ter ziele, en daarmee de vitaliteit die de berichtgeving over een lokale gemeenschap met zich meebrengt, het eigen, unieke journalistieke stempel, het vuur van de concurrentie en alles wat de krant betekende voor de gemeenschap waarvoor ze schreef.’ 

    Wat zou het geweldig zijn als de berichten over de dood van de lokale journalistiek overtrokken zouden blijken en Eli kokhalzend en met tranende ogen op zijn bureau zou moeten staan. 

  • Julian Assange dreigt te worden uitgeleverd aan de VS. Kan dit nog worden voorkomen?

    Julian Assange dreigt te worden uitgeleverd aan de VS. Kan dit nog worden voorkomen?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar het hoger beroep van Julian Assange. De WikiLeaks-oprichter dreigt door het VK uitgeleverd te worden aan de VS, die hem willen veroordelen voor spionage. Hiermee loopt hij het risico op een gevangenisstraf van 175 jaar. Kan Assange zijn uitlevering nog tegenhouden in de rechtszaal?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom zit Assange in de gevangenis?

    Julian Assange, die momenteel gevangenzit in het Verenigd Koninkrijk, probeerde op 20 en 21 februari in een hoorzitting een hoger beroep bij de Britse rechter af te dwingen om zijn uitlevering aan de Verenigde Staten tegen te houden. De 52-jarige Australische klokkenluider wordt in de Verenigde Staten vervolgd onder de spionagewet van 1917 voor het publiceren van meer dan 700.000 vertrouwelijke documenten over Amerikaanse militaire en diplomatieke activiteiten, waaronder de oorlogen in Afghanistan en Irak. De uitspraak van het Britse Hooggerechtshof volgt in de komende weken.

    ‘Stella Assange maakt meteen aan het begin duidelijk wat er op het spel staat: leven en dood’, schrijft Süddeutsche Zeitung in een reportage over de rechtszaak. ‘Het zou kunnen dat haar man Julian Assange “binnen enkele dagen” op een vliegtuig wordt gezet en naar de VS wordt gedeporteerd. En als dat gebeurt, “zal Julian sterven”.’ Stella Assange heeft twee kinderen met de WikiLeaks-oprichter gekregen terwijl hij zich schuil hield in de Ecuadoraanse ambassade. 

    Zoals gemeld door de speciale VN-rapporteur inzake foltering, is Julian Assange gediagnosticeerd met terugkerende depressies en heeft hij suïcidale neigingen. Dat is ook de reden dat hij niet aanwezig was bij de hoorzittingen.

    Julian Assange wordt gevangengehouden in Belmarsh Prison, een zwaarbeveiligde gevangenis in het zuidoosten van Londen, sinds hij op 11 april 2019 door de Londense politie werd gearresteerd bij de Ecuadoraanse ambassade in de Engelse hoofdstad. Na verschillende hoorzittingen en een schijnbaar eindeloze procedure, die de Amerikaanse Rebecca Vincent van Verslaggevers zonder grenzen een ‘juridische tragedie’ noemt, moet het Hooggerechtshof in Londen nu eindelijk beslissen of de Britse regering Assange kan uitleveren aan de VS. In de VS wordt de WikiLeaks-oprichter beschuldigd van achttien strafbare feiten, waaronder het doorgeven van geheime overheidsinformatie. De totale straf kan oplopen tot 175 jaar, aldus zijn advocaten. Volgens de Amerikaanse regering is een straf van vier tot zes jaar echter waarschijnlijker, aldus de BBC.

    ‘Julian Assange is misschien wel de beroemdste gevangene ter wereld, maar zijn zaak dreigt de laatste tijd in de vergetelheid te raken, in ieder geval bij het grote publiek. Zoals vaak het geval is met ingewikkelde en langdurige zaken’, schrijft SZ

    ANP 491700865
    De vrouw van WikiLeaks-oprichter Julian Assange, Stella Assange (tweede van rechts), geflankeerd door WikiLeaks-hoofdredacteur Kristinn Hrafnsson (tweede van links), neemt deel aan een mars vanaf The Royal Courts of Justice, het Britse Hooggerechtshof, in het centrum van Londen op op de tweede dag van Assanges hoorzitting. – © Adrian Dennis / AFP

    Als de rechtbank Assange in het gelijk stelt, blijft hij in de gevangenis, maar dan mag hij een hoger beroep starten tegen het besluit van de toenmalige Britse minister van Binnenlandse Zaken van juni 2022, om hem uit te leveren. Als de rechtbank Assange in het ongelijk stelt, is er in het Verenigd Koninkrijk geen gerechtelijke instantie die zijn uitlevering nog kan tegenhouden. Hoewel de Amerikaanse president Joe Biden zijn veto over de beslissing zou kunnen uitspreken, lijkt het niet erg waarschijnlijk dat hij dat zal doen, gezien de houding van Bidens regering ten opzichte van Assange tot nu toe, aldus SZ. De zaak zou door de advocaten van Assange nog kunnen worden voorgeleid bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar de Britse regering kan dit voorkomen door Assange meteen na de uitspraak op het vliegtuig naar de VS te zetten.

    Al in de jaren tachtig begon Assange met hacken. Toen hij nog een tiener was, viel de Australische politie het huis van zijn moeder binnen en nam ze zijn apparatuur in beslag. Assange studeerde later wiskunde, natuurkunde en computerwetenschappen in Melbourne. Hij kwam herhaaldelijk in conflict met de autoriteiten over zijn activiteiten als hacker en in 2006 richtte hij WikiLeaks op, een organisatie die zich richt op het onthullen van overheidsgeheimen. 

    In 2010 werden Assange en WikiLeaks wereldberoemd toen de organisatie – in sommige gevallen tegelijk met internationale media – enkele honderdduizenden documenten van de Amerikaanse overheid publiceerde die waren gelekt door ex-soldaat Chelsea Manning. De documenten en video’s documenteerden onder andere oorlogsmisdaden begaan door het Amerikaanse leger, bijvoorbeeld in Bagdad toen twee journalisten van Reuters werden doodgeschoten tijdens een luchtaanval, aldus Al Jazeera. ‘Het was het grootste beveiligingslek in de militaire geschiedenis van de VS.’

    De Verenigde Staten begonnen Assange en WikiLeaks te vervolgen, maar de regering-Obama besloot dat de acties van Assange moesten worden behandeld als die van een journalist en zag daarom af van het indienen van een aanklacht. Pas onder president Donald Trump werd Assange uiteindelijk in 2019 officeel aangeklaagd, aldus The New York Times, en de regering van Joe Biden heeft die aanklacht tot op de dag van vandaag gehandhaafd.

    In 2010, rond de tijd dat de gevoelige Amerikaanse documenten werden gepubliceerd, werd Assange in Zweden, waar WikiLeaks kantoor hield, beschuldigd van verkrachting en andere seksuele misdrijven. Assange zelf ontkende de beschuldigingen en omschreef ze als een ‘lastercampagne’ en een voorwendsel om hem te kunnen uitleveren aan de VS, aldus Al Jazeera. Op dat moment was hij nog niet aangeklaagd in de VS. Assange werd in Londen gearresteerd en op borgtocht vrijgelaten, en in 2012 vluchtte hij naar de ambassade in Ecuador om uitlevering aan Zweden te voorkomen. De Zweedse autoriteiten lieten de aanklacht tegen Julian Assange pas in 2019 vallen wegens onvoldoende bewijs.

    In datzelfde jaar werd het politiek asiel van Assange door Ecuador beëindigd. De Londense politie werd op de ambassade uitgenodigd, arresteerde Assange en bracht hem naar Belmarsh. Hij werd op dat moment gearresteerd vanwege het schenden van zijn borgtochtvoorwaarden na het internationale arrestatiebevel uit Zweden toen hij in 2012 naar de ambassade vluchtte. Weken later onthulde het Amerikaanse ministerie van Justitie een aanklacht waarin Assange werd beschuldigd van achttien overtredingen van de spionagewet, door deel te nemen aan een criminele hackersamenzwering en door hackers aan te moedigen om geheim materiaal te stelen, aldus The New York Times.

    Op basis waarvan gaat Assange in hoger beroep?

    Op 20 en 21 februari ‘luisterden de rechters naar de argumenten van Assanges advocaten en Amerikaanse raadslieden, terwijl demonstranten in rijen dik voor de Britse rechtbank stonden’, schrijft Le Monde. Maar welke argumenten heeft Assange nog om zijn uitlevering tegen te houden? 

    In eerste aanleg, in januari 2021, weigerde de Britse rechtbank uitlevering door te wijzen op de psychische gezondheidstoestand van de oprichter van WikiLeaks en de moeilijke omstandigheden van detentie die hem in de Verenigde Staten te wachten stonden, maar zonder in te gaan op de grond van de zaak. 

    Bijna een jaar later werd deze eerste beslissing vernietigd door het Hooggerechtshof, dat zich baseerde op een reeks garanties van de Amerikaanse autoriteiten. Ze beloofden onder andere dat Assange goed zou worden behandeld in detentie en niet zou worden opgesloten in de zwaarbeveiligde ADX-gevangenis in Colorado, waar gedetineerden zeer geïsoleerd zijn. Het uitleveringsverzoek werd goedgekeurd door de Britse rechterlijke macht en vervolgens door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Priti Patel. 

    Terwijl de eerste beslissing, in 2021, grotendeels gebaseerd was op de gezondheidstoestand van Julian Assange, brachten zijn advocaten vorige week opnieuw het recht op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid naar voren, waarbij ze de bescherming benadrukten die zou moeten gelden voor klokkenluiders. De oprichter van WikiLeaks ‘heeft gewoon het werk van een journalist gedaan door juiste informatie te verspreiden die oorlogsmisdaden doet vermoeden’, vertelde zijn advocaat in Frankrijk, Antoine Vey, aan Le Monde.

    ANP 320222325
    Assange spreekt in 2012 het publiek toe vanaf het balkon in van de Ecuadoraanse ambassade in Londen, waar hij politiek asiel had gekregen. – © Kerim Okten / EPA

    De advocaten van Assange beschuldigden de Verenigde Staten ervan hem om politieke redenen te vervolgen, wat in strijd zou zijn met het uitleveringsverdrag tussen Londen en Washington, aldus de BBC in een verslag van de hoorzitting. Dit verweer werd verworpen door de advocaat van de Amerikaanse regering, Clair Dobbin. Zij beschuldigde Assange ervan ‘willens en wetens de namen te hebben gepubliceerd van personen die als informant dienden voor de Verenigde Staten’ en ‘te hebben samengewerkt met hackers’.

    De advocaten voerden ook aan dat hun cliënt ‘een reëel risico loopt op verdere buitengerechtelijke acties (…) door de CIA [Central Intelligence Agency] of andere agentschappen’ – ‘een juridisch eufemisme voor het feit dat hij kan worden vermoord of schade kan worden aangedaan die verder gaat dan een strafrechtelijke sanctie na een eerlijk proces’, schrijft de BBC.

    Zij beschuldigen de CIA ervan een moordaanslag op Assange te beramen tijdens de zeven jaar dat hij onderdak zocht in de ambassade van Ecuador in Londen, van 2012 tot 2019. Een van Assanges advocaten vertelde de rechters dat toenmalig president van de VS Donald Trump ‘gedetailleerde opties’ had opgevraagd om Assange te vermoorden.

    ‘Het was de eerste keer dat de beschuldiging werd genoemd in een hoorzitting over de uitlevering van Assange en zijn juridische team zei dat ze bewijs hadden van de gesprekken’, aldus The New York Times. Advocaten voor de Amerikaanse overheid voerden aan dat Assange een eerlijke en openbare hoorzitting zal krijgen en benadrukten dat Assanges publicatie van de lekken levens in gevaar heeft gebracht.

    De Australische regering heeft opgeroepen om Assange, een Australisch staatsburger, naar zijn thuisland te sturen, waar het parlement vorige week een motie aannam waarin om zijn vrijlating werd gevraagd.

    Wat zou zijn uitlevering aan de VS betekenen?

    ‘Niet alleen de toekomst van Julian Assange staat op het spel als hij wordt uitgeleverd aan de Verenigde Staten omdat hij de spionagewet van 1917 zou hebben overtreden. Het gaat om veel meer, het gaat om persvrijheid.’ Dat is, volgens El País, wat de hoofdredacteuren stellen die veertien jaar geleden de leiding hadden over Der Spiegel, Le Monde, The Guardian, The New York Times en El País, toen deze kranten in 2010 de de gelekte documenten over het buitenlands beleid van de VS publiceerden in samenwerking met WikiLeaks.

    ‘Soms verdedigen we niet in de eerste plaats een persoon en zijn daden, maar een principe,’ zegt Georg Mascolo, de toenmalige hoofdredacteur van het Duitse weekblad Der Spiegel, tegen El País. ‘Als dit [Assanges uitlevering en veroordeling in de VS] lukt, zie ik niet in waarom ikzelf of mijn collega’s bij El País, Le Monde, The Guardian of The New York Times niet aangeklaagd zouden kunnen worden.’

    Zelfs critici van de werkwijze van Assange en WikiLeaks keren zich tegen uitlevering, zoals de conservatieve essayist James Kirchick in een opiniestuk voor The New York Times. Julian Assange is een zeer controversieel figuur, maar dat is geen reden om hem levenslang in de gevangenis te gooien, aldus Kirchick, die Assange beschrijft als ‘een man die ongezond bezorgd is over de tekortkomingen van democratieën en verdacht ongeïnteresseerd in de misdaden van dictaturen’. En toch, zegt hij, is de aanklacht tegen hem ‘een ernstige bedreiging voor het Eerste Amendement’, dat het recht op vrijheid van meningsuiting vastlegt in de Amerikaanse grondwet.

    ANP 364006833
    Dit beeld van Amerikaanse militaire camera’s, gemaakt vanuit een Apache-helikopter van het Amerikaanse leger en vrijgegeven door klokkenluiderswebsite WikiLeaks op 5 april 2010, toont de plaats van een Amerikaanse militaire helikopteraanval in Bagdad waarbij twee medewerkers van Reuters en een aantal andere mensen werden gedood op 12 juli 2007. Deze video luidde de wereldwijde roem van WikiLeaks in. – © WikiLeaks.org / AFP

    Dezelfde mening werd verkondigd door de Britse krant The Guardian, die schrijft dat dit verzoek om uitlevering niet alleen ‘een bedreiging voor Assange persoonlijk’ vormde, maar voor ‘de journalistiek als geheel’. De centrumlinkse krant richt zich op de Amerikaanse spionagewet en stelt dat deze ‘te vaak is gebruikt tegen lekkende journalisten’, waardoor de vrijheid om te informeren wordt ondermijnd. ‘Zelfs de nationale veiligheid van de Verenigde Staten weegt niet op tegen het publieke belang en het recht op informatie’, benadrukt het artikel.

    Voor James Kirchick is het fundamentele probleem dat deze aanklacht tegen Assange betrekking heeft op ‘het dagelijks werk van journalisten, vooral diegenen die nationale veiligheidskwesties verslaan’, waaronder ‘praten met hooggeplaatste personen die toegang hebben tot geheime informatie, hen ertoe overhalen om deze informatie te delen en de vruchten van hun onderzoekswerk publiceren zodat burgers beter geïnformeerd zijn’.

    De Britse nieuwswebsite UnHerd gaat verder en schrijft dat de passiviteit van de Britse regering en het gebruik van deze spionagewet alleen maar ‘bevestigt wat WikiLeaks al heeft onthuld’, namelijk dat bepaalde staten ‘bereid zijn om de wet te omzeilen of zelfs te overtreden om degenen die de status quo bedreigen, inclusief journalisten, het zwijgen op te leggen’. ‘Dit gaat niet alleen over het lot van één man. Het gaat erom of we in een maatschappij willen leven waar journalisten de misdaden van de machtigen aan de kaak kunnen stellen zonder bang te hoeven zijn voor vervolging en gevangenisstraf.’

    Volgens de Britse journalist Duncan Campbell trekt de aanklacht tegen Assange de geloofwaardigheid van de VS in twijfel. ‘De Amerikanen hebben onlangs gepleit voor de vrijlating van Evan Gershkovich, de Wall Street Journal-verslaggever die vorig jaar werd gearresteerd in Jekaterinenburg ondanks het feit dat hij volledige persrechten had van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken. Geen wonder dat Vladimir Poetin de spot drijft met de pleidooien die de VS namens hem houden, terwijl ze tegelijkertijd Assange proberen op te sluiten op grond van even valse beschuldigingen van spionage’, schrijft hij in The Guardian.

  • Google ontwikkelt AI-tool die zelf nieuwsverhalen schrijft

    Google ontwikkelt AI-tool die zelf nieuwsverhalen schrijft

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onrust in Berlijn om mogelijke loslopende leeuwin

    » Twintig jaar geëist tegen Russische oppositieleider Navalny

    Grote kranten hebben de software aangeboden gekregen

    Google is bezig met de ontwikkeling van een AI-tool die zelf nieuwsverhalen kan schrijven. Dat meldt The New York Times. De krant heeft de technologie aangeboden gekregen door Google om uit te proberen, net als The Washington Post en The Wall Street Journal. Journalisten bij de kranten reageren verdeeld op de technologie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De tool zou in staat zijn om verschillende details, ontwikkelingen en achtergronden om te zetten in een goedlopend, compleet nieuwsverhaal. Volgens Google moet de tool dienen als assistent van journalisten, maar enkele leidinggevenden die de pitch van Google ontvingen zouden de ontwikkeling als ‘verontrustend’ hebben ervaren.

    Binnen de creatieve sector en media bestaan al langer zorgen over generatieve AI, die in staat is zelf creatieve producten als video, audio en tekst te genereren. Zij dringen al langer aan op duidelijke afspraken over het gebruik van AI en hoe creatieve beroepen ertegen beschermd kunnen worden. Google zegt dat het niet de bedoeling is dat de AI-tool journalisten gaat vervangen.

    Lees ook:

  • Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Griekenland is in één jaar maar liefst achtendertig plaatsen gezakt op de internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen en staat nu het laagst van alle Europese landen. Journalist Stavros Malichudis, die zelf door de inlichtingendienst in de gaten werd gehouden, weet wel hoe dat komt.

    Laten we een spelletje doen: pak een pen of potlood en een stuk papier. Ik weet dat je het niet zult doen. Maar ik meen het. Geef het een kans: pak een pen of potlood en een stuk papier.

    Zit je klaar? Laten we doen van wel. Bedenk nu welke vijftien bedrijven de meeste invloed hebben op je dagelijks leven en schrijf ze op. Neem bijvoorbeeld de bedrijven waar je op een gewone dag het meest mee in aanraking komt.

    Ik begin wel: Cosmote (mobiele telefoon). Vodafone (vaste lijn). De Piraeus Bank (geld). E-food en Wolt (eten). Public en Plaisio (loop ik tegenaan zodra ik mijn huis uit kom). OPAP (ik kom langs de eerste vestiging van dit kansspelbedrijf nog voor ik tegen de Public en Plaisio aanloop). Athenian Brewery, Olympic Brewery, Coca-Cola (grote kans dat ik tijdens een zakelijke afspraak of ’s avonds in een bar een van deze merken bestel). Aegean Airlines. Hellenic Petroleum. Energiebedrijf DEI. Mytilineos. En natuurlijk de bouwbedrijven: Ellaktor, GEK Terna en opnieuw Mytilineos.

    Bedenk nu wanneer je voor het laatst een programma van een publieke of commerciële omroep hebt gezien dat onderzoek deed naar een van deze bedrijven. Wanneer heb je voor het laatst een reportage gezien – over arbeidsovereenkomsten waar het niet zo nauw mee wordt genomen, over een vermoedelijke voorkeursbehandeling van de staat, over een eventueel oneerlijke houding tegenover kleine spelers op de markt – op een groot mediakanaal?

    Rotte appels

    Waarschijnlijk is dat heel lang geleden. Wat is hier aan de hand? In Griekenland kom je waar je ook kijkt rotte appels tegen. Kan het zo zijn dat op magische wijze alleen de belangen van de grote spelers onaangetast blijven? Hebben alleen andere bedrijven last van de kwalen waarvan we allemaal op de hoogte zijn?

    Noteer nu eens welke van deze bedrijven je weleens hebt zien adverteren op grotere media, of welke de evenementen sponsorden die je hebt bezocht.

    Lijkt alles nu niet ineens een stuk duidelijker?

    Voor bedrijven in Griekenland dient adverteren bij mediakanalen één doel: een afhankelijkheidsrelatie creëren. Voor veel Grieken is dat natuurlijk niets nieuws, maar het is interessant om te zien hoe buitenlandse bedrijven zich aan deze realiteit aanpassen.

    In september 2021 ontstond er ophef over e-food, het Duitse bedrijf dat pizza, souvlaki en zelfs boodschappen thuisbezorgt. Toen een ongelukkig bericht uitlekte waarin bepaalde bezorgers werden geïnformeerd dat ze niet langer in loondienst zouden werken, en dat ze ofwel verder konden gaan als freelancer of e-food vaarwel konden zeggen, werden de bezorgers op sociale media massaal gesteund.

    ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    De media besteedden niet alleen veel aandacht aan het nieuws, maar ook aan de eisen en acties van de werknemers. Door deze publiciteit daalde de rating van het bedrijf in een paar uur tot één ster – en werden de ontslagen teruggedraaid.

    Tijdens die eerste dagen, toen ik het enthousiasme zag waarmee de binnenlandse media de kwestie maar bleven behandelen, vroeg ik me iets af. Kort daarna wist een bron die goed op de hoogte was mijn vraag te beantwoorden: nee, e-food adverteerde niet bij de binnenlandse mediakanalen. Aangezien het zakenmodel van e-food gericht is op internetgebruikers – die terwijl ze naar een YouTubefilmpje of posts van hun vrienden op Facebook kijken vroeg of laat wel iets zullen bestellen – werd adverteren op radio en tv niet nodig gevonden voor de groei van het bedrijf. Dit verklaarde deels de ongekende vrijheid waarmee de mediakanalen zich tegen het bedrijf richtten.

    In het tussenliggende jaar heeft e-food zijn les geleerd: tegenwoordig adverteert het bedrijf op grote landelijke tv- en radiozenders. Daarmee heeft het zijn eigen beschermingscontract getekend en voorkomen dat de pers, en daarmee de consument, zich met toekomstige misstanden zal bemoeien.

    Gezakt

    In 2022 stond Griekenland op plek 108 van de 180 landen op de jaarlijkse internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG). Het was achtendertig plaatsen gezakt ten opzichte van het jaar ervoor en stond nu het laagst van alle Europese landen.

    Sinds de dag dat de lage plek op de index bekend werd gemaakt, is er in Griekenland iets eigenaardigs aan de hand. Een deel van de oppositie gedraagt zich alsof de uitkomst onverwacht was, bijna alsof het woord ‘Griekenland’ voor hen tot vorig jaar gelijkstond aan persvrijheid. Dit terwijl de regering niet alleen het rapport maar ook de instantie die het publiceert geheel in twijfel trekt.

    Inspelend op de inlandse neiging om ngo’s te wantrouwen (volgens de peilingen wantrouwen Griekse burgers ngo’s het meest van alle instituties) verwijst de regering denigrerend naar Verslaggevers Zonder Grenzen als ‘een ngo’, terwijl de premier het rapport als ‘rotzooi’ heeft bestempeld.

    Het is moeilijk te begrijpen waarom de rechtsvorm ‘non-profitorganisatie’ bepalender zou zijn voor de kwaliteit van het jaarlijkse rapport, dat wereldwijd van belang wordt geacht, dan bijvoorbeeld het feit dat VZG onderscheiden is door het Europees Parlement. In plaats van de index te erkennen wordt er in Griekenland gewezen op de Afrikaanse landen die hoger op de lijst staan en wordt er gevraagd: hoe is het mogelijk dat Griekenland het slechter doet dan die landen?

    Op een internationaal journalistiek congres dat in 2022 in Athene werd georganiseerd gaf Pavol Szalai, die bij de journalistieke non-profitorganisatie iMedD verantwoordelijk is voor de Balkanlanden en de EU, een antwoord dat met applaus werd ontvangen. Hij zei dat we nu eindelijk eens moeten ophouden met het als vanzelfsprekend beschouwen dat er in Afrikaanse landen minder persvrijheid heerst dan in Europese landen.

    In november 2021 werd onthuld dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst

    Szalai lichtte toe dat Griekenland vandaag de dag alle problemen in zich verenigt die je in andere Europese landen aantreft. ‘Er is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord, waar journalisten willekeurig in de gaten worden gehouden en waar mensen die verslag doen van de immigrantenkwestie worden aangevallen en geïntimideerd. Ook zijn er veel SLAPP-gevallen [acroniem voor het door middel van rechtszaken intimideren van journalisten], is er politiegeweld, heerst er een gebrek aan onafhankelijkheid van publieke nieuwsmedia – en zo kan ik nog wel even doorgaan,’ zei hij.

    Internationale journalistieke organisaties (naast VZG) en buitenlandse Europarlementariërs blijven onvermoeibaar opheldering eisen over de moord op Giorgos Karaivaz [een Griekse onderzoeksjournalist die was gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad en in april 2021 in Athene werd doodgeschoten]. En dat is het eerste wat er zou moeten gebeuren, wil de regering het imago van het land verbeteren. Maar ruim anderhalf jaar later is er, ondanks de aanvankelijke aankondigingen, geen enkele vooruitgang geboekt.

    Het directe gevolg van deze ongekende gebeurtenis – de moord op een misdaadverslaggever op klaarlichte dag – is het vermoeden dat zoiets opnieuw kan gebeuren.

    Als er geen haast wordt gemaakt met de opheldering van de moord op een vooraanstaande journalist, die zelfs bij de bewoners van het meest afgelegen Griekse dorp bekend was door zijn dagelijkse televisieoptredens, wat valt er dan te verwachten als er iets met een van ons zou gebeuren?

    In november 2021 onthulde een reportage in [de Griekse krant] Efimerida ton Syntakton dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst, in het kader van een reportage voor Solomon.

    Onder toezicht

    We weten niet waarom ik onder toezicht kwam te staan. Aanvankelijk werd het ontkend, terwijl maanden later bleek dat het omwille van de ‘nationale veiligheid’ was gebeurd (net als jaarlijks minstens vijftienduizend andere burgers overkomt). Uit het gepubliceerde document kwam naar voren dat de geheime dienst in die periode interesse had in een reportage waaraan we werkten, over een twaalfjarige vluchteling uit Syrië die opgesloten zat in een kamp op Kos.

    Daarop volgde een verklaring van de Journalistenbond van Atheense Dagbladen. Ook de Buitenlandse Persvereniging en internationale journalistenverenigingen kwamen met verklaringen. Er werden vragen gesteld in het Europees Parlement en internationale media die als betrouwbaar bekendstaan kwamen met reportages.

    Toen de zaak meer bekendheid kreeg, maakte ik met mijn collega’s bij Solomon de volgende afspraak: we zouden ons niet overhaast tot linkse media of kanalen van de oppositie wenden, die uit principe of uit opportunisme belangstelling voor de zaak zouden tonen. In plaats daarvan zouden we wachten en andere media de kans geven een kwestie te belichten die in strijd is met vrijheden die in de grondwet verankerd zijn.

    We wachten nog steeds.

    Het is merkwaardig: de nieuwswebsites in Griekenland hebben journalisten in dienst die op een werkdag per persoon soms wel vijfentwintig verschillende nieuwsberichten moeten plaatsen. Maar nergens werd het nodig gevonden om tien minuten vrij te maken en een werknemer een nieuwsbericht van honderd woorden te laten tikken over de verklaring van onze vakbond – of toch ten minste over het feit dat een collega-journalist in de gaten werd gehouden.

    Journalist Thanasis Koukakis bleek te worden afgeluisterd met de spyware Predator

    De impact van het volledig verzwijgen van een gebeurtenis door de media is enorm: het betekent dat de gebeurtenis voor de lezers nooit heeft plaatsgevonden.

    Dit werd nog duidelijker in het geval van Thanasis Koukakis, een redacteur economie die voor Griekse en buitenlandse media als Financial Times bankschandalen onderzoekt. Hij bleek niet alleen onder toezicht te staan van de Griekse inlichtingendienst, maar ook te worden afgeluisterd met de spyware Predator. Ondertussen paste de regering decennia oude wetgeving zo aan dat hij niet meer te weten kon komen waarom dit heeft plaatsgevonden.

    Ondanks de informatie die hierover naar buiten kwam, werd ook hiervan amper verslag gedaan. Heel weinig mediakanalen zonden een nieuwsbericht uit over het feit dat een van hun collega’s, iemand die ze kenden, in de gaten werd gehouden.

    Onderzoeksjournalist Eliza Triantafillou van journalistencollectief Inside Story, die samen met Reporters United ruim een half jaar wijdde aan de onthulling van het schandaal dat vandaag de dag in binnen- en buitenland bekend is als Predator Gate, maakte een heel relevante opmerking. Volgens haar zagen de Griekse media zich gedwongen te erkennen (en hun publiek ervan op de hoogte te stellen) dat er daadwerkelijk iets aan de hand was toen het afluisteren van Nikos Androulakis aan het licht kwam – want hoe kun je verzwijgen dat een verkozen Europarlementariër en leider van de derde politieke partij van het land werd bespioneerd?

    Overheidsagentschap

    Wil een nieuwsbericht in Griekenland kans maken om het grote publiek te bereiken, dan moet het worden geplaatst door het Atheens-Macedonische Persbureau (AMNA), het enige overheidsagentschap. Het bedrijfsmodel van honderden websites in het hele land is gebaseerd op de reproductie van de berichten van AMNA; ze hebben verder weinig tot geen eigen nieuws. Misschien wel acht van de tien nieuwsberichten die we dagelijks op het internet lezen zijn afkomstig van dit persbureau.

    Onmiddellijk na zijn verkiezing in juli 2019 plaatste premier Kyriakos Mitsotakis, als een van zijn eerste handelingen, AMNA, de publieke omroep ERT en de nationale inlichtingendienst EYP onder zijn toezicht.

    Zijn besluit om EYP onder zijn directe verantwoordelijkheid te plaatsen is omstreden, omdat de lijst met journalisten, burgers en instanties die vermoedelijk onder toezicht van de geheime dienst staan almaar langer wordt. Maar het besluit van de premier om de publieke omroep en AMNA onder zijn verantwoordelijkheid te plaatsen, kan als geheel onnodig worden beschouwd. Beide overheidsinstellingen hebben immers altijd de belangen van de zittende regering behartigd, in plaats van de belangen van het publiek dat ze financiert.

    Dit is vandaag de dag nog steeds zo. Wanneer buitenlandse media als The Guardian en Le Monde de goed gedocumenteerde resultaten publiceren van maandenlang onderzoek naar de pushbacks van vluchtelingen door Griekenland, houdt AMNA zich stil. Maar wanneer diezelfde media korte reisreportages publiceren waarin ze de stranden van een Grieks eiland ophemelen, neemt het persbureau een heel andere houding aan en plaatst het een nieuwsbericht dat vervolgens door honderden websites wordt overgenomen.

    Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over hun eigen land

    Een voorbeeld waaruit het unieke vermogen van het overheidsagentschap blijkt om gebeurtenissen buiten de journalistiek te houden, waardoor ze schijnbaar niet hebben plaatsgevonden, is het interview van Washington Post-journalist Lally Weymouth met de premier. Toen AMNA het interview had vertaald en geherpubliceerd, ontbraken de momenten waarop de journalist Mitsotakis het vuur na aan de schenen had gelegd door hem op te roepen een door zijn regering ingevoerde problematische wet tegen nepnieuws in te trekken. De Griekse lezers hebben nooit meegekregen dat iets dergelijks had plaatsgevonden, hoewel Mitsotakis het jaar daarop zelf ook toegaf dat de regering de wet verkeerd had ingeschat.

    Maar het meest verhelderende voorbeeld van de rol van AMNA brengt ons weer bij Verslaggevers Zonder Grenzen en de manier waarop het staatspersbureau de jaarlijkse index bekendmaakte. Het was op zijn zachtst gezegd een hele uitdaging om de index in Griekenland te presenteren zonder te vermelden dat Griekenland nu op de laatste plek in Europa stond.

    Maar het is de redacteurs van AMNA toch gelukt. En zo kwam het dat de Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over die in hun eigen land.

    In de winter van 2019 zaten er in Griekenland circa 2500 onbegeleide minderjarige vluchtelingen vast onder erbarmelijke omstandigheden. De toenmalige minister van Burgerveiligheid, Michalis Chrisochoidis, stuurde een brief naar zijn Europese ambtgenoten waarin hij een plan voorstelde om de minderjarigen naar rato te verdelen over alle EU-landen. Het plan van de Griekse minister stuitte op de onverschilligheid van andere regeringen, maar waar het hier om draait is de inhoud van de brief en de uitkomst van de poging om die te achterhalen.

    Investigate Europe, een pan-Europees journalistenteam, vroeg de brief op bij de achtentwintig Europese regeringen. De helft daarvan reageerde. Hoewel het naar buiten brengen van de zaak in het belang van Griekenland kon zijn, weigerden de Griekse autoriteiten de brief vrij te geven. 

    De houding van bijvoorbeeld Finland daarentegen getuigt van een compleet andere bestuurscultuur. De brief werd er niet alleen vrijgegeven, de betreffende e-mail was zelfs ondertekend door een stagiair bij het verantwoordelijke ministerie.

    Toegang krijgen tot openbare gegevens heeft heel wat voeten in aarde

    Het verwerven van toegang tot openbare gegevens heeft in Griekenland heel wat voeten in aarde. Instellingen en diensten behandelen deze gegevens bijna als hun persoonlijke geheimen. Wij, journalisten die deelnemen aan internationale onderzoeken, moeten onze collega’s er continu van overtuigen dat het geen kwestie is van luiheid dat we geen toegang kunnen krijgen tot gegevens die zij in hun eigen land moeiteloos (vaak binnen een dag!) verkrijgen.

    Datajournalistiek is in het buitenland al jaren in opkomst, en er bestaan teams die zich specialiseren in aanvragen voor toegang tot openbare informatie. Dat geen van de grote media in Griekenland een dergelijke afdeling heeft, is tekenend. Zo’n afdeling zou namelijk nutteloos zijn.

    Deze kwesties hebben niet alleen maar betrekking op de huidige regering. Maar alleen een regering kan een kader bieden waarin redacteurs zichzelf niet censureren omdat ze weten dat een reportage de eigenaar van het mediakanaal waarvoor ze werken, of de adverteerders, in het verkeerde keelgat zal schieten. Alleen een regering kan de grondvesten leggen waardoor de grote spelers niet langer buiten schot blijven – en voor nationale media zorgen die het publiek informeren en niet het imago van de regering van dat moment dienen.

    Klokkenluiders

    En alleen een regering kan wetten maken om klokkenluiders te beschermen wanneer dat in het algemeen belang is. Hoewel hier EU-richtlijnen voor bestaan, blijft Griekenland weigeren deze in het nationale recht op te nemen. De regering volstaat met de herhaalde mededeling dat ‘er niets aan de hand is met de persvrijheid in Griekenland’, en benadrukt dat de persvrijheid in de grondwet verankerd ligt. De regering weigert het bestaan van deze kwesties te erkennen.

    Door te weigeren ze onder ogen te zien, ontzegt de regering burgers het recht om vrij van deze kwesties te leven. Het is dan ook veel doeltreffender wanneer de persvrijheid ondermijnd kan worden zonder bloedvergieten of conflicten, wanneer de persvrijheid in theorie gewaarborgd wordt en alleen stilletjes wordt betwist. Wanneer journalisten weten dat er in ons land bepaalde verhalen, onderwerpen en domeinen bestaan ‘waar je simpelweg niet aankomt’.

    Lees ook: