Tag: journalistiek

  • ‘Breng jezelf in veiligheid’

    ‘Breng jezelf in veiligheid’

    Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.

    ‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.

    Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.

    Forbidden Stories

    Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?

    Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.

    Lastercampagnes

    Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.

    Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.

    Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.

    Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’

    Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.

    De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.

    Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)

    Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.

    Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.

    Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.

    Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.

    Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’

    Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.

    Telegram-kanaal

    Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’

    Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.

    Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.

    Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

    Maria Ressa, 59 (Filipijnen)

    Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.

    Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.

    ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’

    Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’

    Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.

    Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)

    Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.

    Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.

    Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’

    Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.

    Maandenlang

    Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’

    Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?

    Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.

    ANP 425609280
    Politie patrouilleert in Belfast, Noord-Ierland waar reporter Patricia Devlin verschillende doodsbedreigingen heeft ontvangen. – © AFP/Paul Faith

    Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.

    Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.

    Marion Reimers, 37 (Mexico)

    Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.

    Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’

    Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen

    Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’

    Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.

    Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.

    Zwijgen over aanvallen

    Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.

    De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.

    Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.

    Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.

    Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.

    Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.

  • In Libië wordt de geschiedenis geschreven door vrouwen

    In Libië wordt de geschiedenis geschreven door vrouwen

    Volgens wetenschapper en schrijver Najwa Bin Shatwan wacht Libië op het moment dat zijn burgers als feniksen uit de as verrijzen. Inmiddels plaatsen vrouwelijke auteurs in het tijdperk na oud-dictator Moammar Gaddafi de verhalen van het land in een nieuwe context.

    Hawwa – de Arabische naam voor Eva – is een tienermeisje in het landelijke Benghazi, in de jaren zestig. Ze weet meerdere zwangerschappen te overleven nadat ze is uitgehuwelijkt aan Adam, een vrachtwagenchauffeur, en ze strijdt voor haar vrijheid en haar reproductieve rechten. Dit verhaal is terug te vinden in The Horses’ Hair, de veelgeprezen roman van de Libische wetenschapper en schrijver Najwa Bin Shatwan. In feite is dit het verhaal van de erfzonde, maar dan met zwarte humor verteld door een ongeboren kind dat de lezer de tragische levensloop van de ouders toont.

    Het boek doet denken aan feministische hervertellingen zoals Circe, de roman uit 2018 waarin de Amerikaanse schrijver Madeline Miller enkele Griekse mythen hervertelt vanuit het perspectief van een tovenares, die normaal gesproken wordt afgeschilderd als de slechterik. Op vergelijkbare wijze kijkt Shatwan in haar oeuvre door een vrouwelijke bril naar de Libische geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw. ‘Bin Shatwans beschrijvingen van vrouwelijke auteurs die in Libië kunnen rekenen op censuur vanuit de maatschappij zelf, laten zien dat schrijven voor een vrouw een revolutionaire daad is’, schreef journaliste Orna Herr in het mondiale literaire tijdschrift Index on Censorship.

    Shatwan maakt deel uit van een groeiende groep Libische schrijvers die meer ruimte creëren voor een gendergerelateerde kijk binnen de literatuur. Dit markeert een belangrijk omslagpunt in het nog altijd kleine literaire wereldje in Libië. Door complexe vrouwelijke personages neer te zetten dragen steeds meer Libische schrijvers voorzichtig hun ideeën uit over gendergelijkheid.

    Gedomineerd door mannelijke schrijvers

    Van oudsher wordt de Libische literatuur gedomineerd door mannelijke schrijvers, die hun eigen archetypen gebruiken om belangrijke historische momenten te beschrijven en de realiteit van het moment te doorgronden. Bekende voorbeelden zijn de dichter Khaled Mattwa uit Benghazi, die bekendheid verwierf door met een unieke flair te verhalen over legenden en keerpunten in de geschiedenis, of Alessandro Spina, die dieper in de Libische geschiedenis dook met een reeks romans, waaronder The Confines of the Shadow.

    Maar de laatste jaren zijn er steeds meer vrouwelijke auteurs op het toneel verschenen: Libische vrouwen of Italiaanse vrouwen die in Tripoli zijn geboren. Zij nemen de geschiedenis van het land onder de loep, grofweg vanaf 1900, maar dan vanuit vrouwelijke personages. Denk aan Alma Abate, die in Ultima estate in suol d’amore de opkomst van de in 2011 gedode despoot Moammar Gaddafi bekijkt door de ogen van Sara. Of denk aan Maryem Salama, die in From Door to Door schrijft over gemengde huwelijken in de beginjaren van de twintigste eeuw, met als vertelstem de jonge verpleegkundige Fatima. Door op die manier naar de geschiedenis te kijken, proberen ze te breken met het beeld van de vrouw als lijdzaam object.

    Safa Elnaili, verbonden aan de Arabische faculteit van de Universiteit van Ala-bama, signaleerde deze trend toen ze onderzoek deed naar de korte verhalen die waren gepubliceerd op Almostakbal, een populaire Libische website. Wat haar trof was de centrale rol van vrouwen in deze narratieven, iets wat nieuw was binnen de Libische literaire canon. ‘De geschilpunten in deze verhalen worden belicht vanuit de positie van het vrouwelijke personage in relatie tot familieleden, de maatschappij en de sociopolitieke context,’ zegt ze.

    In de begintijd van Gaddafi’s bewind, in de jaren zeventig, riep de regering een uitgeverij in het leven. Alle auteurs moesten zich in hun geschriften positief uitlaten over de autoriteiten, en wie dat weigerde werd gevangengezet of gedwongen het land te verlaten, of kreeg een verbod om ooit nog te schrijven.

    Afvlakking

    In 2013, twee jaar na het begin van de revolutie die zou leiden tot de val van Gaddafi, schreef Maryem Salama, een schrijver en dichter uit Tripoli, een gedicht waarin ze het beeld gebruikte van vuurwerk dat wordt aangestoken. Omdat er geen uitgeeftraject beschikbaar was, publiceerde ze het op haar Facebookpagina. Een paar uur later reageerde iemand: ‘Dank je. Ik huil nog steeds van brandend geluk in een dood huis.’

    ‘Dank je. Ik huil nog steeds van brandend geluk in een dood huis’

    Het beeld is Salama altijd bijgebleven en sindsdien gebruikt ze de allegorie van een feniks om naar haar land te verwijzen. ‘Libië zit nog midden in zijn ontstaansgeschiedenis. Het moment is nog niet daar dat de grote vogel uit de as herrijst,’ zegt ze tijdens een videogesprek. ‘Het land wacht op het moment dat de Libische burgers de verantwoordelijkheid nemen om uit te groeien tot een groots volk van een groots land. Ze moeten lezen, ze moeten kennis opdoen en ze moeten handelen.’

    Dat proces is met name van cruciaal belang in een land waar Gaddafi de Libische geschiedenis heeft herschreven om zijn eigen doelen te dienen. Naast het feit dat hij de uitgeefwereld inlijfde, maakte hij korte metten met alles wat zijn visie van Libië als homogene Arabische maatschappij kon ondermijnen. Het Tamazight, de taal en het schrift van de Berbers (een etnische groep in Libië en andere Noord-Afrikaanse landen), werd ver-boden en mocht niet meer worden onderwezen. Wie opkwam voor de cultuur en de rechten van de Berbers werd vervolgd, gevangengezet of zelfs vermoord. Dat betekende een afvlakking van de culturele diversiteit.

    ‘Gaddafi’s historisch revisionisme heeft een zwart gat geslagen in het histogram… voor Libiërs,’ zegt uitgever Ghassan Fergiani, een man van in de zeventig die in Tripoli woont. ‘Negentig procent van de Libiërs is geboren rond of na de periode dat Gaddafi aan de macht kwam. Zijn versie van de geschiedenis van Libië is dat alles pas begon toen hij aan het bewind kwam.’

    In de jaren vijftig, het decennium waarin Libië zijn onafhankelijkheid verwierf, opende Fergiani’s vader, Mohammed Bashir Fergiani, drie goedlopende boekwinkels in Tripoli. Daarnaast zette hij ook de uitgeverij Dar Al Fergiani op. Nadat Gaddafi in 1969 aan de macht was gekomen, werd het bedrijf op last van de autoriteiten gesloten en emigreerde het gezin naar Engeland. In Londen stelde Fergiani’s vader zijn leven in dienst van een zoektocht naar oude edities en zeldzame uitgaven uit Libië en de Arabisch-sprekende wereld – boeken die hij vervolgens herdrukte met zijn nieuwe bedrijf, Darf Publishing.

    Boegbeeld

    Een van de auteurs die zijn zoon momenteel uitgeeft is Salama. De zesenvijftigjarige, wier boeken zich richten op de positie van vrouwen in de Libische samenleving, is door recensenten wereldwijd bejubeld als het boegbeeld van een nieuwe generatie Libische schrijvers. 

    Salama legt uit dat Gaddafi een gevoel van onzekerheid bij de Libiërs in de hand werkte door valse informatie te verstrekken. Vóór Gaddafi hadden schrijvers de mogelijkheid om zich op natuurlijke wijze te ontwikkelen, te groeien, en nieuwe manieren te zoeken om met Libische tradities om te gaan en tot een nieuwe, hedendaagse cultuur te komen. ‘Die natuurlijke mogelijkheid werd ingeperkt door de vuist van Big Brother,’ zegt ze ernstig. ‘We zijn opgegroeid in een stalen kooi, wisten niet meer dan wat hij wilde dat we wisten, hadden niet meer manoeuvreerruimte dan zijn instructies. De Libische vrouwen hebben daar het meest onder geleden.’

    Maar naar verluidt werden deze vrouwen door Gaddafi ook lastiggevallen en misbruikt

    We spreken elkaar in een videogesprek. Salama geeft me een virtuele rond-leiding en laat me de boeken zien in de kast naast haar. Haar gezicht begint te stralen als ze haar eigen boeken in het Arabisch en het Engels uit de kast haalt. ‘Niet om op te scheppen,’ zegt ze grappend, ‘maar om je te laten zien hoe die boeken eruitzien.’ De schrijver werkt aan een boekvertaling en presenteert ondertussen een ochtend-programma op een plaatselijke radiozender; daarnaast is ze ook nog bezig met de voorbereidingen voor een nieuw radioprogramma over literatuur.

    Wat vrouwen betreft zond Gaddafi tegenstrijdige boodschappen de wereld in. De flamboyante leider stond erom bekend dat hij zich omringde met vrouwelijke lijfwachten, ook wel de ‘Amazonegarde’ genoemd – een ver-wijzing naar de mythologische verblijfplaats van de Amazones in Libië. Maar naar verluidt werden deze vrouwen door Gaddafi ook lastiggevallen en misbruikt.

    Gaddafi riep een militaire training in het leven voor meisjes op de middelbare school, maar volgens Salama, die in haar jeugd ook deze training moest volgen, was deze niet bedoeld om gelijkheid te bevorderen. Sterker nog, zegt ze, het was een voorwendsel om vrouwen een gedegen opleiding te onthouden, aangezien de militaire training ten koste ging van andere leerstof.

    Verschillende problemen

    In het dagelijks leven kregen vrouwen in Libië met verschillende problemen te maken als gevolg van Gaddafi’s beleid, zegt schrijver Mahbuba Khalifa. Ze spreekt via een videoverbinding vanuit haar huis in Tunis, in het buurland Tunesië, waar ze met haar gezin woont na jaren om veiligheidsredenen in het buitenland te hebben vertoefd. ‘De vrouwen in mijn land moeten twee keer zo hard werken om een balans te vinden tussen enerzijds hun hoop en hun ambities – niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun familie – en anderzijds de realiteit, die een schaduw over hun leven werpt.’

    Khalifa is een vrouw van in de zestig met een zachte stem. Ze draagt een montuurloze bril en haar blonde haar is keurig gekamd. Naast haar op een bruine bank zit haar dochter – en tevens redactrice – Rima, met een alerte, vastberaden blik in haar ogen, het donkere haar in een staart. Rima, een van Khalifa’s vier kinderen en zelf ook schrijver, vult op zakelijke toon de antwoorden van haar moeder aan, of plaatst die binnen een bepaalde context. ‘Zij is degene die me heeft aangemoedigd mijn teksten te delen met de rest van de wereld,’ zegt Khalifa met een trotse blik op haar dochter, die instemmend knikt. ‘Mijn moeder had een schat aan verhalen, maar ze wist die niet op waarde te schatten. Iemand moest haar een zetje geven,’ zegt Rima.

    ‘Mijn moeder had een schat aan verhalen, maar ze wist die niet op waarde te schatten. Iemand moest haar een zetje geven’

    Het ontsluiten van het Libische erfgoed is wat Khalifa al haar hele leven drijft. ‘Het gaat ver terug, vormt een doorgaande lijn en biedt motivatie,’ zegt ze. Ze schrijft een historische roman over haar geboorteplaats Derna, een havenstad in het oosten van Libië, in wat vroeger een van de rijkste regio’s was. Ze ging er weg op haar achttiende, maar nog altijd voelt ze zich sterk met de stad verbonden. De roman gaat over het lijden van de inwoners van Derna als gevolg van de strijd tussen de ge-allieerden en de asmogendheden in de Tweede Wereldoorlog. Er werd onder meer gestreden in de Libische woestijn. Ze kwam erachter dat inwoners van de kuststeden hun toevlucht hadden gezocht in grotten in de bergen, die dekking boden voor de luchtaanvallen van de geallieerden – een gegeven dat een rol speelt in haar boek.

    Khalifa haalt ook herinneringen op uit haar eigen leven. ‘Sommige waren geïnspireerd op het feit dat ik voortdurend verhuisde van de ene plek naar de andere, in Libië of daarbuiten. Dat alles heeft mijn verbeelding verrijkt.’

    ‘Het voortdurende reizen was voor ons noodzakelijk,’ vertelt Rima. ‘Mijn vader [de Libische politicus en jurist Goma Attaiga] was een tegenstander van het Gaddafi-regime, en omwille van onze veiligheid moesten we het land ontvluchten. Mama heeft zelf jarenlang onder pseudoniem geschreven voor oppositiebladen.’

    Khalifa’s eerste roman, We Were and They Were, kwam in 2021 uit in het Arabisch en werd dankzij mond-tot-mondreclame een groot succes bij het Libische lezerspubliek. Het was autobiografisch, zegt ze. ‘Ik wilde het verhaal vertellen van een Libische vrouw die een bepaalde periode uit de geschiedenis van ons land had meegemaakt en die op persoonlijk vlak was geraakt door een aantal belangrijke gebeurtenissen.’

    Getuige

    De losjes op haar eigen ervaringen gebaseerde roman brengt haar leven in kaart, van haar studiejaren tot aan de val van Gaddafi in augustus 2011. ‘Het begin van mijn studie viel samen met de ingrijpende veranderingen die in Libië plaatsvonden als gevolg van de coup tegen de monarchie. Mijn generatie was getuige van veranderingen die heel verwarrend waren voor de Libische bevolking, die destijds een vreedzaam bestaan leidde.’ 

    Ze herinnert zich de tijd dat er net olie was ontdekt en er goede hoop was op een welvarende toekomst. ‘Van het ene op het andere moment sloeg dat om in een leven van zorgen, en van angst voor de nieuwe bewindhebbers,’ zegt ze. ‘Er werden mensen opgepakt en vrijheden afgenomen, en we zagen enorme veranderingen op sociaal en economisch gebied.’ Khalifa zwijgt even en denkt terug aan het moment dat haar man werd opgepakt. ‘Dat heeft mijn leven voorgoed een andere wending gegeven.’

    Tegenwoordig maken deze vrouwelijke auteurs bewerkingen van lokale volksverhalen, Griekse mythen en heilige teksten

    Tegenwoordig maken deze vrouwelijke auteurs bewerkingen van lokale volksverhalen, Griekse mythen en heilige teksten. ‘In Libië is er een grote nalatenschap van historische fictie, wat logisch is, gezien de belangrijke rol van het land in de geschiedenis van het Middellandse Zeegebied, en gezien de diverse volken die Libië door de eeuwen heen hebben bewoond of gekolonialiseerd,’ zegt de in Tripoli wonende schrijver Kawther Eljehmi.

    De achtendertigjarige spreekt via een videoverbinding vanuit haar huis in Tripoli. Ze behoort tot een generatie van schrijvers die dankzij internet zijn komen bovendrijven. Eljehmi begon 2016 te bloggen; drie jaar later zette ze al haar artikelen en verhalen op de populaire Facebookpagina Fasila, speciaal bestemd voor Libische auteurs. Via internet nam de aandacht voor haar verhalen toe en kreeg ze een vaste volgersschare – nog voordat twee jaar geleden haar eerste roman uitkwam, Aidoun.

    Italiaanse Libiërs

    De instabiele situatie van het land is de ernstigste kwestie die bij het schrijven komt kijken. ‘Bij mijn eerste roman liep het allemaal nog best soepel. Ik schreef terwijl ik zwanger was van deze kleine,’ zegt ze, terwijl haar vierjarige zoontje Moness zijn neus tegen de webcam drukt. ‘Maar het was veel lastiger om mijn tweede roman te voltooien.’ Dat was tijdens de burgeroorlog van 2019. Eljehmi woonde in een buurt waar veel werd gevochten. Door de bominslagen was het ‘vrijwel onmogelijk’ een schrijfritme te vinden.

    Toch wist ze het boek af te krijgen. The Colonel gaat over een fictief personage dat doet denken aan Gaddafi. Eljehmi is alweer bezig aan een nieuwe roman, die handelt over kinderen van Libische vrouwen die met een buitenlander zijn getrouwd. Deze kinderen hebben geen recht op gratis onderwijs en gezondheidszorg, omdat ze niet als Libiërs worden gezien.

    Italiaanse schrijvers houden zich ook bezig met historische afrekeningen. Zij nemen de Italiaanse kolonisatie van Libië onder de loep. Libië, voorheen Ottomaans bezit, werd van 1911 tot 1943 bezet door Italië. Op 24 december 1951 riep Libië de onafhankelijkheid uit. In 1970 beval Gaddafi de uitzetting van de Italiaanse bevolking. 

    Mythologie en de vrouwelijke blik vormen het perspectief

    Ook bij de Italianen vormen mythologie en de vrouwelijke blik het perspectief van waaruit de auteurs naar het verleden kijken. Een goed voorbeeld hiervan is Le amazzoni van Manuela Piemonte, dat vorig jaar uitkwam. Dit boek kijkt door de ogen van twee kleine meisjes naar het door Italië bezette Libië in de jaren veertig.

    ANP 15356555 1
    Moammar Gaddafi wordt hier afgebeeld als rat in het nauw boven op zijn eigen verplichte Groene Boek. ‘17 februari’ verwijst naar de Dag van de Woede, het begin van de Libische revolutie in 2011. – © Nick Hannes / ANP

    Piemonte (43) werkte in de uitgeefwereld en was scenarioschrijver, toen ze zich aan haar eerste roman waagde. Ze houdt van research en verzamelde een enorme hoeveelheid archiefmateriaal over het onderwerp van haar boek. Via een videoverbinding toont ze me, wat aarzelend maar toch met enige trots, een collectie fascistische memorabilia die ze in dienst van de literatuur heeft verzameld: oude boeken, fascistische speldjes en ansichtkaarten. ‘Ik wilde zeker weten dat mijn beschrijvingen tot in de kleinste details zouden kloppen.’

    De hoofdpersonages in Le amazzoni zijn de dochters van Italiaanse kolonisten op het Libische platteland, op het moment dat Benito Mussolini het land de oorlog verklaart. In een periode dat ze Libië moeten verlaten houden ze zich vast aan een indringend beeld dat ze zich herinneren: dat van een Berber-vrouw die te paard door de woestijn stuift. Ze willen net zo worden als die vrouw. ‘Toen ik onderzoek deed naar de periode van de Italiaanse kolonisatie, kwamen de Amazones me voor als een toonbeeld van kracht,’ zegt Piemonte. ‘Pas later kwam ik erachter dat Libië de plek is waar de vrouwelijke krijgers in de Griekse mythen vandaan kwamen.’

    Ná de oorlog

    Er is nog een periode waar Italiaanse schrijvers zich mee bezighouden, en dat is de tijd ná de oorlog. De inmiddels overleden Alma Abate, die in Tripoli werd geboren, beschrijft in de roman Ultima estate in suol d’amore, die vorig jaar verscheen, een multicultureel Tripoli waar Italianen, Engelsen, Fransen, Amerikanen, joden, christenen en moslims in harmonie samenleven.

    Diezelfde periode wordt ook onder de loep genomen in de gefictionaliseerde autobiografie Il casa di Shara Band Ong: Tripoli, van de zestigjarige Mariza D’Anna, die eerder boeken schreef over de geschiedenis van haar familie in Libië. ‘Ik wilde een ervaring delen die veel in Libië geboren Amerikaanse kinderen zullen herkennen: verjaagd worden van de plek die je als je thuis beschouwt,’ zegt ze aan de telefoon vanuit Trapani, op Sicilië, haar thuis sinds ze door Gaddafi werd verbannen. Het boek verscheen vorig jaar.

    Zoals D’Anna over Libië spreekt, lijkt het land het midden te houden tussen een verre droom en een plek uit historische verslagen. ‘Ik heb niet heel veel literaire uitwisselingen gehad met Libische schrijvers toen ik aan deze roman werkte, want ik wilde juist mijn eigen herinneringen vastleggen,’ zegt D’Anna, die het land niet meer in mocht – als een in Libië geboren Italiaanse stond ze jarenlang op Gaddafi’s zwarte lijst. ‘Ik ben me ervan bewust dat sommige Libiërs, die waarschijnlijk een volstrekt andere ervaring hebben gehad, het verwarrend kunnen vinden dat ik deze pré-Gaddafi-jaren beschrijf als een gelukkige periode.’ Maar, besluit ze, ‘dat is wel hoe ik het me herinner’. 

  • Septembernummer | Sociaal tuinieren

    Septembernummer | Sociaal tuinieren

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Wat zij zeggen over het schandaal rond AZC Ter Apel

    » ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    » Gaan sociale tuiniers de natuur redden?

    De menselijke factor

    Redactioneel

    In navolging van journalist Amanda Ripley wil ik een bekentenis doen. Ik ben ooit bij 360 gaan werken omdat het me de perfecte manier leek om op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt, zonder het nieuws te hoeven volgen – een bezigheid die ik al mijn hele leven mijd. Uiteraard bleek op de redactie, die overwegend uit journalisten bestond, dat van een bepaalde kennis werd uitgegaan, zodat ik alsnog op zoek ging naar manieren om voldoende op de hoogte te zijn van wat er zoal besproken werd. Of van wat er in de berichtgeving ontbrak – waar het bij 360 uiteindelijk om gaat.

    Ripley was wél ooit fanatiek nieuwslezer, maar merkte op een dag dat ze na haar vaste ochtendlectuur ‘sloom, ongemotiveerd’ en ‘uitgeput’ was. Na enige tijd aan zichzelf te hebben getwijfeld, kwam ze tot de conclusie dat er wellicht niks mis was met haar, maar met het product. Haar remedie: een ‘weinig-ego, veel-nieuwsgierigheid’-journalistiek (wat in het Engels catchyer klinkt) die meer is toegesneden op de mens, want, merkt ze op, berichten die steeds maar weer insinueren dat het niet alleen slecht maar ook steeds slechter gaat met de wereld, zijn simpelweg niet geschikt voor ons, en vermoedelijk voor geen enkele andere soort.

    Goed bedreven journalistiek brengt je in contact met andere werelden

    Net zo vond de Deense Synthetische Partij een vorm van politiek uit die meer is toegesneden op de mens, maar paradoxaal genoeg volledig door algoritmes wordt aangestuurd. Die zouden namelijk beter inzicht krijgen in welke politieke opvattingen werkelijk onder de bevolking leven. Het dossier over tuinieren gaat over een menselijker manier van wonen. Het aanplanten van groenten en fruit, zoals steeds vaker in achter- of volkstuintjes wordt gedaan, is niet alleen duurzaam, maar kan ook de gemeenschapszin bevorderen. Dat was bijvoorbeeld de gedachte van de Zuid-Afrikaanse BaNkuna, die groente op de stoep voor zijn huis plantte en daarvoor voor de rechter werd gesleept – een zaak die hij won.

    Hoop is een van de drie ‘eenvoudige ingrediënten’ die Ripley na haar zoektocht formuleert voor een draaglijker soort nieuws. Toch hoeft het niet altijd om goed nieuws te gaan. Goed bedreven journalistiek brengt je in contact met andere werelden, zoals die waarin het het mannetje is dat zwanger wordt, om de haverklap zelfs, en dus zeker weet dat alle nakomelingen van hem zijn, wat blijkbaar invloed heeft op hoe hij zijn kroost behandelt. Maar ook de even bizarre als brute praktijken beschreven in onze Afrika-reportage, gemaakt door het Deense Zetland, waar we sinds de oprichting regelmatig verhalen van overnemen. Met hun missie, ‘het openbaar debat aangaan zonder cynisme en polarisatie’, kunnen ze Ripley ongetwijfeld ook bekoren.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Schermafbeelding 2022 08 31 om 16.35.43 3
  • ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    Journalist Amanda Ripley is opgehouden het nieuws te lezen. Ligt dat aan haar of aan het product?

    Ik heb een geheim. Ik heb het langer verzwegen dan ik wil toegeven. Ik voelde me onprofessioneel, ik schaamde me een beetje. Het was niet zoals ik wilde zijn.

    Goed, hier is het: ik heb jarenlang het nieuws willens en wetens gemeden.

    Dat is niet altijd zo geweest. Ik ben al twintig jaar journalist en was gewend urenlang het nieuws te consumeren en dat ‘werken’ te noemen. Iedere ochtend las ik The Washington Post, The New York Times en soms The Wall Street Journal. Op mijn kantoor bij Time had ik een tv die zonder geluid op CNN stond. Ik luisterde onder de douche naar NPR (National Public Radio). In het weekend verslond ik The New Yorker. Ik had het gevoel dat het mijn plicht was op de hoogte te zijn, als burger en als journalist – en ik had er nog best plezier in ook! Over het algemeen werd ik er eerder nieuwsgieriger van dan andersom. 

    Maar zo’n vijf, zes jaar geleden veranderde er iets. Het nieuws begon onder mijn huid te kruipen. Na mijn ochtendlectuur was ik zo uitgeput dat ik niet kon schrijven – of überhaupt iets creatiefs kon doen. Terwijl ik op de radio naar het ochtendnieuws luisterde, voelde ik me sloom, ongemotiveerd, en de dag was nog maar net begonnen. 

    Wat was er aan de hand? Ik was gewend verslag te doen van terreuracties, orkanen, vliegtuigongelukken, al het mogelijke menselijk leed. Maar nu? Ik kon er niet meer tegen. Het was of ik een glutenallergie had ontwikkeld en daar zat ik dan – een tarweboer! 

    Dus begon ik net als veel andere mensen het nieuws te doseren. Het tv-nieuws hield ik voor gezien, wat slechts een kwestie is van gezond verstand, en ik wachtte tot het eind van de middag voor ik ander nieuws las. Vanaf dan hield ik het wel vol tot het avondeten (en de wijn).

    Maar het nieuws drong aan alle kanten toch mijn leven binnen. Ik kon niet voorkomen dat ik eraan werd blootgesteld – via e-mails, op sociale media, in berichtjes van vrienden. Ik probeerde flink te zijn. Ik sprak mezelf streng toe: ‘Dit is het echte leven en het echte leven ís deprimerend! Er is verdorie een pandemie. En racisme! En klimaatverandering! En inflatie! De dingen zijn gewoon deprimerend. Je moet wel gedeprimeerd zijn!’

    Zinloos

    Het probleem is, ik kwam tot niks. De malaise werkte verlammend. Dus als ik las over weer een schietpartij op een school stuurde ik geen vlammend mailtje naar mijn vertegenwoordigers in het Congres. Nee, ik had te veel verhalen gelezen over het falen van het Congres om te geloven dat dat iets zou uithalen. Toen ik eenmaal genoeg had van het nieuws, voelde alle individuele actie zinloos. Eigenlijk was ik alleen maar wanhopig. 

    Ik ging naar een therapeut. Ze zei dat ik – let wel – moest ophouden met het nieuws volgen. Dat voelde verkeerd. Was het niet belangrijk om op de hoogte te zijn? Het nieuws verzaken voelde als de wereld verzaken. 

    Als zovelen van ons zich vergiftigd voelen door onze producten, is er dan niet iets mis mee?

    Op een dag vertrouwde een bevriende collega me echter toe dat ook zij het nieuws meed. Vervolgens hoorde ik het van nog een journalist. En van nog een. (De meeste waren vrouwen, merkte ik, maar niet allemaal.) Dit nieuws over de aversie van nieuws werd altijd gefluisterd, alsof het ging om een smerig geheimpje. Het deed mij denken aan die scène uit de film The Social Dilemma waarin al die techfiguren toegeven dat ze hun kinderen niet toestaan de producten te gebruiken die zijzelf hebben gemaakt.

    En dat raakt de kern van het probleem: als zovelen van ons zich vergiftigd voelen door onze producten, is er dan niet iets mis mee?

    De laatste maand tonen nieuwe cijfers van Reuters aan dat de Verenigde Staten een van de hoogste nieuwsvermijdingspercentages van de wereld hebben. Zo’n vier op de tien Amerikanen mijden soms of vaak het nieuws – een hoger percentage dan in minstens dertig andere landen. En in alle landen zijn vrouwen stelselmatig meer geneigd het nieuws te mijden dan mannen. Het ging dus niet alleen om mij en mijn hypocriete journalistieke vrienden. 

    Machteloos

    Waarom mijden mensen het nieuws? Het is almaar hetzelfde en ontmoedigend, vaak amper te bevatten, en mensen voelen zich er volgens de enquête machteloos door. De feiten ondersteunen hun beslissing om het nieuws voor gezien te houden. Het blijkt dat hoe meer nieuws we tot ons nemen over gebeurtenissen met veel slachtoffers, zoals schietpartijen, hoe meer we lijden. Hoe meer politiek nieuws we tot ons nemen, hoe meer we gaan twijfelen aan onszelf. Als het doel van de journalistiek is om mensen te informeren, waaruit blijkt dan dat het werkt?

    Dus misschien is er iets mis met het nieuws. Maar wat? Velen zeggen dat de zaken worden opgeklopt. Journalisten zeggen dat het allemaal komt door het verdienmodel: negativiteit loont. Maar ik begin langzamerhand te denken dat in beide theorieën het voornaamste stukje van de puzzel over het hoofd wordt gezien: de menselijke factor. 

    Het nieuws van vandaag, zelfs kwalitatief hoogstaand papieren nieuws, is niet op de mens toegesneden. Zoals Krista Tippett, de maker en presentator van het radioprogramma en de podcast On Being, het zegt: ‘Ik denk eigenlijk niet dat we psychisch of mentaal zijn toegerust om 24/7 catastrofale en verwarrende berichten en foto’s te verwerken. We zijn analoge schepsels in een digitale wereld.’

    Ik heb het afgelopen jaar geprobeerd uit te zoeken hoe nieuws dat is toegesneden op de mens van nu eruit zou kunnen zien – door interviews te maken met artsen die gespecialiseerd zijn in het brengen van slecht nieuws aan patiënten, met gedragswetenschappers die begrijpen wat de mens nodig heeft voor een volwaardig leven en met psychologen die patiënten met ‘krantenkoppenstressstoornis’ hebben behandeld. (Ja, dat bestaat.)  

    Toen ik nadacht over wat me zoal was verteld, ontdekte ik dat er in het nieuws van tegenwoordig drie eenvoudige ingrediënten ontbreken. Ten eerste hebben we hoop nodig om ’s morgens op te staan. Onderzoekers hebben ontdekt dat hoop onder andere samenhangt met minder depressie, chronische pijn, slapeloosheid en kanker. Uitzichtloosheid, daarentegen, hangt samen met angst, depressie, posttraumatische stressstoornis en… de dood.

    ‘Hoop is als water,’ zegt David Bornstein, de medeoprichter van nonprofitorganisatie Solutions Journalism Network. ‘Je hebt iets nodig om in te geloven. Als je in het restaurantwezen zit, geef je mensen water. Omdat je begrijpt hoe de mens in elkaar zit. Vreemd dat journalisten daar zo’n moeite mee hebben. Mensen hebben perspectief nodig.’

    Nergens is de schreeuwende behoefte aan perspectief en hoop duidelijker dan bij klimaatberichtgeving

    Afgelopen december publiceerde The New York Times een ambitieus multimediaproject onder de titel ‘Postcards from a World of Fire’, waarin werd vastgelegd hoe klimaatverandering het leven in 193 landen heeft veranderd. Het werd voorafgegaan door een animatie van de brandende aarde die in de ruimte rondtolde en de woorden ‘Steden opgeslokt door stof. De geschiedenis van de mensheid verzwolgen door de zee’. Ik maak geen grapje. Het was vast goedbedoeld maar eenvoudigweg niet op de mens toegesneden. Ik weet niet welke soort hier iets mee zou kunnen, ik ken die in elk geval niet.

    Kijk bij wijze van contrast eens naar een ander recent New York Times-artikel, over een ander probleem – dakloosheid. Daarin werd beschreven hoe 25.000 daklozen met hulp van de gemeente een eigen huis kregen. Het was een diepgravend stuk, een uitgebreide, genuanceerde reportage. Maar als je het las voelde je iets in je borst opengaan – alsof zich een valluik boven een kerker opende. 

    In de tweede plaats hebben mensen het gevoel nodig dat ze iets kunnen doen. Daar houden de meeste verslaggevers geen rekening mee, waarschijnlijk omdat zij dat gevoel zelf al in hun werk ervaren. Maar door het gevoel dat jij en je medemens iets kunnen bereiken – al is het maar iets kleins – kan woede worden omgebogen in actie, frustratie in vindingrijkheid. Zulke zelfredzaamheid is wezenlijk voor iedere goed werkende democratie. 

    Nergens is de schreeuwende behoefte aan perspectief en hoop duidelijker dan bij klimaatberichtgeving. Van alle klimaatverhalen die in 2021 in het avondnieuws en de zondagochtendshows werden gebracht, ging het maar in een derde van de gevallen over mogelijke oplossingen, aldus een studie van Media Matters for America. Hoe zou dat perspectief kunnen worden geboden? Misschien zoals in het artikel uit The Post van april dit jaar waarin zes manieren werden beschreven om klimaatverandering een halt toe te roepen. Of in de virale video’s op TikTok waarin niet-journalisten als @thegarbagequeen in het gat zijn gesprongen door milieusuccessen te vieren en ‘klimaatdoemdenkers’ te ontmaskeren. 

    Waardigheid

    Tot slot hebben we waardigheid nodig. Daar staan maar weinig verslaggevers bij stil, is mijn ervaring. En dat is vreemd, want het is essentieel om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. 

    Hoe ziet waardigheid eruit? Shamil Idriss, hoofd van Search for Common Ground, een organisatie die zich in 31 landen inzet om geweld te voorkomen, legt het eenvoudig uit: ‘Voor mij is het het gevoel dat ik ertoe doe, dat mijn leven iets voorstelt.’ In de journalistiek betekent mensen het gevoel geven dat ze ertoe doen bovenal dat je naar ze luistert – misschien zoals in het radioprogramma Curious City van de publieke omroep in Chicago het publiek wordt gepeild om te beslissen welk onderwerp er zal worden onderzocht. Het kan betekenen dat je kijkers uitnodigt om een beschaafd gesprek met elkaar aan te gaan, zoals Atlanta NBC station 11Alive, toen ouders die sceptisch waren over kritische rassentheorie werden uitgenodigd om schoolbestuurders en historici voor de camera te interviewen. En het betekent schrijven over mensen als meer dan de som van hun omstandigheden, zoals journalist Katherine Boo zo prachtig heeft gedaan op de bladzijden van deze krant.

    Er is een manier om nieuws te brengen – ook heel slecht nieuws – die minder schadelijk voor ons is. Een manier om woede én actie op te wekken. Empathie en waardigheid. Angst en hoop. Er is een manier die niet leidt tot een gevoel van machteloosheid of hypes. Tot nu toe zijn de voorbeelden nog erg schaars.

    Wel kun je stellen dat als nieuwssites mensen waren, de meeste momenteel zouden worden gediagnosticeerd als klinisch depressief. 

    Nieuwsmedia laten zich moeilijk over één kam scheren. De sector omvat hardwerkende gespecialiseerde verslaggevers, toegewijde factcheckers en producenten, maar ook schaamteloze propagandisten, sensatiezoekers en waarheidverdraaiers. Het is haast een te grote sector om enigszins overzichtelijk over te kunnen praten. Wel kun je stellen dat als nieuwssites mensen waren, de meeste momenteel zouden worden gediagnosticeerd als klinisch depressief. 

    Om dat te veranderen moeten journalisten misschien accepteren dat sommige van hun uitgangspunten verouderd zijn. ‘De journalistieke theory of change houdt in dat je het best een ramp afwendt door mensen 24/7 de mogelijkheid van een ramp voor te houden,’ zegt Bornstein. Dat had altijd effect – enigszins dan. Verslaggevers konden ongenadig verslag doen van gevaren en corruptie en dan achteroverleunen en het publiek het werk laten doen. Maar die dynamiek werkt alleen als het publiek eensgezinder is en journalisten breed worden vertrouwd. Tegenwoordig maakt het niet uit hoeveel leugens van ex-president Trump betrouwbare factcheckers opdiepen; niemand zal erdoor van mening veranderen. Een heleboel journalisten reageerden daarop, misschien uit frustratie vanwege hun eigen onmacht, door almaar luider en feller te worden. En dat zorgde er alleen maar voor dat meer mensen – je raadt het al – het nieuws gingen mijden.

    Een betere theory of change acht Bornstein zoiets als: ‘De wereld zal beter worden als mensen problemen, gevaren en uitdagingen begrijpen én wat hun beste opties voor vooruitgang zijn.’ Hij en zijn collega’s hebben inmiddels meer dan 25.000 journalisten wereldwijd opgeleid om goede oplossingsgerichte verhalen te brengen. 

    Ten slotte, en dit hangt er nauw mee samen: de nieuwsmakers worstelen zelf en al geven ze het niet graag toe, dat beïnvloedt hun verslaggeving. Nieuwsjunkies dompelen zich volledig onder in de duisternis vanuit de onterechte gedachte dat ze daar scherper van zullen worden. Al die angst hoopt zich op – en sijpelt door in onze verhalen.

    Ik weet wat je denkt: en het geld? Het zakelijk nieuwsmodel heeft clicks nodig. En de makkelijkste manier om aandacht te trekken is via een flinke dosis schandalen, angst en verderf.

    museums victoria QLezSKMJOnw unsplash
    – Toen de broadsheetkrant nog op papier werd gelezen in de bibliotheek van het Emily McPherson College, een huishoudschool voor vrouwen in Melbourne. © Museums Victoria / Unsplash

    Maar waarom zouden mensen niet klikken – of een abonnement nemen – als het nieuws op de mens is toegesneden? Hoe kunnen we dat weten als amper iemand het heeft geprobeerd?

    Er zijn tot nu toe niet veel grote nieuwskanalen die systematisch mensgericht nieuws brengen, maar een dat ik bewonder (en waarop ik inmiddels ben geabonneerd) is de Christian Science Monitor. Ieder nummer bevat reportages uit de hele wereld, levendige foto’s, rauwe actualiteit – naast hoop, perspectief en waardigheid. De verhalen gaan vergezeld van een korte toelichting, ‘Waarom we dit hebben geschreven’, waaruit blijkt dat de lezer wordt gezien als een gerespecteerde partner. 

    Leg je oor te luisteren bij de 42 procent van de Amerikanen die het nieuws mijden.

    Het is journalistiek van het type ‘weinig-ego, veel-nieuwsgierigheid’, die ik in mijn eigen werk probeer na te streven. Dat lukt niet altijd. Ik kan me bijvoorbeeld best ongemakkelijk voelen als ik de luisteraars het onderwerp van mijn podcast laat bepalen. Maar afgelopen maand was ik samen met een cameraploeg vier uur lang op een antiabortusbijeenkomst en deed ik iets wat ik nooit eerder had gedaan: ik probeerde gewoon te begrijpen wat mensen me vertelden. Ik probeerde niet de meest schokkende uitspraak of een kleurrijke, ironische anekdote los te krijgen. Ik vroeg gewoon door, zonder te oordelen. Het voelde minder als een transactie, menselijker. Ik voelde me ook beter geïnformeerd.

    Terwijl we ons schrap zetten voor de komende midterms, coronavarianten en catastrofes, daarom hier mijn dringende verzoek aan al mijn collega-journalisten: leg je oor te luisteren bij de 42 procent van de Amerikanen die het nieuws mijden. Het kan niet zo zijn dat we ons allemaal vergissen. Of overgevoelig of zwak zijn. Misschien zijn we gewoon net als jij. 

  • Twee journalisten doodgeschoten in Colombia

    Twee journalisten doodgeschoten in Colombia

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Michail Gorbatsjov, laatste leider van Sovjet-Unie, op 91-jarige leeftijd overleden

    » Joe Biden is ‘vastbesloten’ om aanvalsgeweren in VS te verbieden

    Montero en Contreras deden verslag van dorpsfeest

    Leiner Montero (37) en Dilia Contreras (39) reden op een weg in het noorden van Colombia toen twee motorrijders hen midden op de dag neerschoten. Zij waren journalisten voor de website Sol Digital en keerden terug uit een dorp waar ze verslag hadden gedaan van een feest ter ere van de beschermheilige, bericht het Catalaanse dagblad El Periódico.

    Volgens de politie raakte nog een persoon gewond, die momenteel onder medisch toezicht staat. Het is nog niet bekend of de moord verband hield met hun werk, maar El Periódico meldt dat tijdens het dorpsfeest ‘een “daad van intolerantie” [een uitdrukking die door de Colombiaanse autoriteiten wordt gebruikt om vechtpartijen te beschrijven] plaatsvond, die nog nader wordt onderzocht. De Foundation for Press Freedom (FLIP), een Colombiaanse ngo, riep de autoriteiten op ‘in het onderzoek rekening te houden met het journalistieke werk van Leiner en Dilia’.

    Lees ook:

  • Rapport: onafhankelijke media in Hongkong bijna volledig ontmanteld

    Rapport: onafhankelijke media in Hongkong bijna volledig ontmanteld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zenders Radio France International en France 24 definitief geschorst in Mali

    » EU zegt klaar te zijn om Russische ‘gaschantage’ tegen te gaan

    Vervolging journalisten maakt einde aan onafhankelijke pers

    De onafhankelijke media in Hongkong zijn bijna volledig ontmanteld door het optreden van de regering, waardoor de markt is vrijgemaakt voor een uitbreiding van de pro-Beijing en staatsmediasector, aldus een nieuw rapport van belangenorganisatie Hong Kong Watch.

    Het werkklimaat voor lokale en buitenlandse journalisten in Hongkong is steeds moeilijker geworden, aldus het rapport, waarin gedetailleerd wordt ingegaan op het wijdverbreide gebruik van vervolging van journalisten – onder meer met de nationale veiligheidswet –, intimidatie en politiegeweld, massaontslagen, en overheidsingrijpen in of censuur van verkooppunten. De politie herdefinieert wie journalist is, er komt een wet op nepnieuws en traditionele onderzoeksmethoden worden gecriminaliseerd, schrijft The Guardian.

    Sinds de pro-democratische protesten van 2019 zijn onder meer Apple Daily en Stand News gesloten. Bronnen en burgers vrezen nu vergelding of juridische gevolgen voor het spreken met journalisten. Overheidsingrijpen heeft de publieke omroep zijn voormalige redactionele onafhankelijkheid ontnomen, en de resterende media past zelfcensuur toe.

    Lees ook:

  • Marokko: vijf jaar gevangenisstraf voor journalist Soulaimane Raissouni

    Marokko: vijf jaar gevangenisstraf voor journalist Soulaimane Raissouni

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin: ‘Rusland wil Oekraïne niet bezetten.’ Biden: ‘Ongerechtvaardigde aanval’

    » Nieuwe wet moet Italiaanse stranden weer vrij toegankelijk maken

    Kritische journalist veroordeeld

    De Marokkaanse journalist Soulaimane Raissouni werd woensdag in hoger beroep veroordeeld wegens ‘aanranding’, aldus Le Desk. De voormalige hoofdredacteur van de krant Akhbar Al Yaoum, die zeer kritisch staat tegenover het Marokkaanse regime, heeft de beschuldigingen altijd met kracht ontkend.

    Raissouni werd in mei 2020 gearresteerd, waarna hij ‘een hongerstaking begon om de omstandigheden van zijn detentie aan te klagen’, schrijft de Marokkaanse nieuwssite.

    Lees ook:

  • Lokale kranten in de VS bedreigd door overname hedgefonds

    Lokale kranten in de VS bedreigd door overname hedgefonds

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Extreem weer in Italië neemt toe

    » Lokale kranten in de VS bedreigd door overname hedgefonds

    Lokale krantenredacties gealarmeerd door overname

    Een overnamevoorstel van miljoenen dollars zou ruim twintig lokale kranten in het Amerikaanse Midden-Westen in bezit kunnen brengen van een in New York gevestigd hedgefonds dat bekendstaat om het ‘uitbenen’ van zijn kranten, schrijft Poynter, een lokaal dagblad uit St.-Petersburg in Florida. Alden Global Capital wil Lee Enterprises Inc., eigenaar van onder meer de St. Louis Post-Dispatch, de Omaha World-Herald en de Sioux City Journal, kopen voor 24 dollar per aandeel, en dat leidde tot alarm op allerlei redactiekantoren.

    Alden is een hedgefonds dat met dagbladen als The Denver Post en The Mercury News een van de grootste kranteneigenaren is geworden in de Verenigde Staten en het heeft een beruchte reputatie opgebouwd als het gaat om kostenbesparingen en inkrimping van het personeelsbestand. Alden kocht eerder dit jaar Tribune Publishing, eigenaar van kranten als The Chicago Tribune en The Baltimore Sun. Kathy Kiely van de Missouri School of Journalism noemt Aldens voorgestelde aankoop van Lee een ‘ramp voor de democratie‘.

    Lees ook:

  • Gecanceld? Op Substack kun je gewoon terecht

    Gecanceld? Op Substack kun je gewoon terecht

    ​Als uitgevers en sociale media steeds meer bepalen wat journalistieke objectiviteit is, vormt Substack een aantrekkelijk alternatief. Prominente schrijvers vinden op dit platform een nieuw en lonend businessmodel.

    Wie Substack alleen van horen zeggen kent, denkt misschien dat het het nieuwe medium voor rechtelozen is. Want op deze site vol nieuwsbrieven en blogs wemelt het van de ‘gecancelde’ journalisten, die bij de gevestigde media in ongenade zijn gevallen omdat ze politieke lastpakken zijn.

    Bari Weiss, een voormalig columniste van de New York Times, trok zich daar tegenstribbelend terug uit de redactie vanwege haar pro-Israëlische en gematigd conservatieve houding. En Glenn Greenwald, een van de journalisten die Edward Snowden ondersteunen, verliet onder protest het mede door hem opgerichte onlinemedium The Intercept, omdat het zijn kritische exposé over Joe Bidens zoon Hunter niet wilde plaatsen. De homoseksuele alt-liberal Andrew Sullivan ging weg bij New York Magazine omdat hem transfobie werd aangewreven.

    Professionele vrijheid

    Deze namen staan boven aan de lijst van topjournalisten die, uit vrije wil of onder dwang, hun mediahuis hebben verlaten en nu als zelfstandig ondernemer hun geluk beproeven op Substack, dat door de prominente schrijvers die erop publiceren een begrip geworden is. Wat zit er achter deze hype? Toen ze de site in 2017 presenteerden onder de naam Substack-blog, beklaagden de oprichters zich hoogdravend over ‘de ondergang van de grootse journalistieke totems van de afgelopen eeuw’. Om te overleven, aldus het trio Chris Best, Hamish McKenzie en Jairaj Sethi, zouden nieuwsorganisaties tegenwoordig hun heil zoeken bij clickbait, ‘lijstjesjournalistiek’ en fake news.

    Substack daarentegen gaat volgens hen voor een model met abonnees en zonder reclame, voor onafhankelijke schrijvers die kwaliteit willen leveren. Scherp zeilend aan de wind van de tijdgeest en de sharing economy presenteerde het zichzelf als de Uber of Airbnb van de mediabranche. Dat geldt nog steeds: auteurs leveren hun teksten aan en Substack stelt hun de software en een publicatieplatform ter beschikking om te bloggen en hun nieuwsbrieven per e-mail te versturen. Dat is gratis of, wanneer een schrijver een maandelijkse bijdrage van zijn lezers vraagt, kost 10 procent van het abonnementsgeld plus 3 procent provisie. In ruil daarvoor behoudt de auteur zijn redactionele en professionele vrijheid.

    Door de in de VS toenemende druk op politiek lastige of onafhankelijke stemmen in de mediawereld is dit aanbod een schot in de roos. Als uitgevers en sociale media steeds meer bepalen wat journalistieke objectiviteit is en hun libertijnse schrijvers en journalisten voorschrijven wat ze wel en niet mogen schrijven, dan is Substack een aantrekkelijk alternatief, met name voor onderzoeksjournalistiek en reportages, waarvoor in de politieke orthodoxie van menige newsroom geen plaats meer is.

    Ook onbekenden kunnen op Substack aanzien en een behoorlijk honorarium verwerven

    Bovendien loont het: als je duizend betalende abonnees hebt die bereid zijn elke maand 5 dollar te betalen, verdien je meer dan de 45.000 dollar die een journalist in de Verenigde Staten per jaar gemiddeld verdient. Als een topjournalist als Glenn Greenwald zijn 1,6 miljoen volgers op Twitter zou kunnen overhalen een Substack-abonnement te nemen voor datzelfde bedrag, zou zijn bruto inkomen per maand zo’n 750.000 dollar bedragen.

    Maar ook al is niet iedereen een Greenwald, de site is niet alleen een optie voor gevestigde persoonlijkheden en influencers. Zoals pandemieblogger Haley Nahman en hoogleraar geschiedenis Heather Cox Richardson laten zien, kunnen ook onbekenden op Substack aanzien en een behoorlijk honorarium verwerven. Volgens The New York Times schreef Cox Richardson het afgelopen jaar met geschiedkundige onderwerpen een miljoen dollar bij elkaar.

    Substack wordt ook door mediastartups gebruikt. Bij het conservatieve onlineblaadje The Dispatch bijvoorbeeld werken onder leiding van Stephen Hayes, voormalig hoofdredacteur van de opgeheven Weekly Standard, en Jonah Goldberg (voorheen van de National Review) nog geen twintig verslaggevers, documentalisten, vormgevers en administratief medewerkers. The Dispatch verstuurt dagelijks via Substack een aantal nieuwsbrieven, en voor zijn abonnees zijn alle publicaties voor 10 dollar per maand beschikbaar.

    Geen wonder dat Substack populair is bij bloggers: op de site zijn in zestien inhoudelijke categorieën duizenden auteurs te vinden. Ze zijn niet allemaal even populair: terwijl in de categorie ‘geloof’ veertien mensen schrijven, zijn het er op de terreinen economie, cultuur en politiek honderden. Midden vorig jaar had Substack naar eigen zeggen een kwart miljoen betalende lezers. Gezien de toestroom van gevestigde auteurs zullen het er inmiddels aanzienlijk meer zijn.

    Businessmodel

    Toch is het te vroeg om dit als het nieuwe model voor de mediabusiness te zien. Zeker, de site zorgt ervoor dat de backofficekosten laag blijven. Als socialemediaplatform is het naar Amerikaans recht   ̶  net als bijvoorbeeld Facebook   ̶  gevrijwaard van aanklachten wegens schending van de privacy, smaad en laster. E-mailadressen en klantgegevens blijven eigendom van de auteurs, die op elk moment kunnen weggaan. En zoals gezegd, ze blijven verschoond van politieke richtlijnen.

    Maar het businessmodel heeft ook zijn zwakke kanten. Blogs en nieuwsbrieven waarop je je moet abonneren, zijn geen nieuw idee. Concurrenten als Medium, Patreon en Kickstarter volgen een soortgelijke strategie. Ook is Substack volgens CEO Chris Best nog niet winstgevend. Dat alles maakt het platform gevoelig voor disruptie. Het is daarom niet verbazingwekkend dat Substack meer diensten is gaan aanbieden of in de planning heeft. Daartoe behoren juridisch advies, ondersteuning bij de financiering van auteurs met tussen de 3000 tot 30.000 dollar evenals het project Substack Pro, waar bekende auteurs jaarlijkse overeenkomsten tot maximaal 250.000 dollar kunnen afsluiten.

    Op die manier muteert Substack tot iets wat het aanvankelijk juist niet wilde zijn, namelijk een klassiek mediabedrijf. Andere critici vinden dit juist een noodzakelijke ontwikkeling. De Californische mediadeskundige professor Sarah T. Roberts stelde onlangs dat de onafhankelijke auteurs van Substack de autoriteit en het beroepsethos van de journalist ondergraven, omdat ze zich zonder redactionele kwaliteitscontrole en zonder documentatie overgeven aan een nieuwe opiniejournalistiek om daarmee hun zakken te vullen. Dat zou Substack zelf tot een gevaar voor de journalistiek maken.

    Op Substack is geen sprake van selectieve berichtgeving

    Matt Taibbi, een andere topauteur bij Substack, verdedigde zich mede namens anderen fel tegen Roberts’ verwijt. Juist op Substack is geen sprake van selectieve berichtgeving, wat wel het geval is in de newsrooms van de grote media die vanuit een vooropgestelde overtuiging schrijven. Bovendien zouden kranten als The New York Times zich moeten afvragen of zíj de macht controleren of zelf een controleorgaan van de macht geworden zijn.

    Gezien het grote aantal en de verscheidenheid van schrijfsters en onderwerpen op Substack is het moeilijk een oordeel te geven over wie gelijk heeft. Zeker is dat er serieuze en diepgravende reporters actief zijn, zoals Taibbi en de medewerkers van The Dispatch, die worden ondersteund door documentalisten en redacteurs. Een algemeen inhoudelijk oordeel over de inhoudelijke kwaliteit van de journalistiek is, net als bij de gevestigde media, nauwelijks mogelijk. 

    Desondanks zal Substack er waarschijnlijk niet aan kunnen ontkomen zich duidelijker te positioneren. Of ze definiëren zichzelf puur als platform voor schrijvers, of als gatekeeper die de schrijvers ook diensten verleent en hun verplichtingen oplegt zoals dat ook op de redacties en in de newsrooms van de klassieke media gebruikelijk is. Over aandacht hebben ze momenteel in elk geval niet te klagen. Zo probeerden onlineactivisten een paar maanden geleden bij Substack een redactionele zuivering af te dwingen door auteurs die hun niet bevielen op sociale media aan te pakken. 

    Cancel culture

    Uit protest tegen vermeende antitransgenderstandpunten van vooraanstaande Substackauteurs maakte auteur Jude Sady Doyle zijn vertrek bij het platform bekend. Naar eigen zeggen wilde hij voorkomen dat het succesvolle mediabedrijf met haatdragende teksten winst bleef maken en hij riep andere auteurs op zijn voorbeeld te volgen.

    In mediakringen kreeg zijn aanval behoorlijk veel aandacht, tenslotte bespeelt Doyle volop het orgel van de ‘cancel culture’. Doyles voornaamste doelwit was freelancejournalist Jesse Singal, schrijver van een groot en deels kritisch, maar buiten transgenderkringen niet als unfair beschouwd artikel in The Atlantic in 2018 over transgenderkinderen. Singal, inmiddels naar Substack gemigreerd, stelde zich tegen de verwijten luidkeels teweer en weerlegde de aan karaktermoord grenzende laster. Terwijl Substack zich terughoudend opstelde, wakkerde de kwestie de publieke belangstelling voor Singal juist aan. 

    Sommige gearriveerde media zullen uit angst sponsors en adverteerders te verliezen hun handen wellicht van hem hebben willen aftrekken door hem geen opdrachten meer te geven. Maar volgens Singal zelf heeft hij dankzij deze shitstorm meer verdiend dan ooit, en bovendien was het gratis reclame voor zijn nieuwe boek. Ook voor Substack is dat allemaal goed nieuws. 

  • Julinummer | Kan dit nog?

    Julinummer | Kan dit nog?

    »  Lees dit nummer online

    Moed

    Redactioneel

    Twee van de in deze editie gepubliceerde artikelen zijn geschreven door journalisten die zich niet de mond laten snoeren door het dictatoriale bewind in hun land. Dat is, zacht uitgedrukt, bewonderenswaardig. Wereldwijd zijn er vorig jaar tientallen journalisten vermoord vanwege hun werk. De afweging of waarheidsvinding desnoods met de dood bekocht moet worden, is waarschijnlijk een vraag die deze helden zich niet hebben gesteld. Er stroomt ander bloed door hun aderen, iets moet de oorzaak zijn van hun onberedeneerbare burgermoed.

    Omgaan met de macht in de geglobaliseerde wereld vergt een grote dosis zelfbeheersing en sluwheid. Zowel van de kritische massa die de macht dient te controleren als van de dictators die ten koste van alles en iedereen die macht willen behouden. Een eigenaardige ambitie, maar ze bestaat en neemt helaas niet af, ook niet als telkens weer duidelijk wordt dat tirannie als staatsvorm geen lang en zeker geen leuk leven beschoren is. Uiteindelijk wordt elke ooit aanbeden machtswellusteling van zijn voetstuk getrokken. Om die dreiging zo lang mogelijk af te wenden is het voor zich winnen van de pers en de vernietiging van de onafhankelijke berichtgeving een van de grootste prioriteiten. Alsof het in de instructies staat voordat men de koepel betreedt.

    Zo moeilijk is dat niet: je trekt vergunningen in, strooit gul met het stempel ‘opruiend’ en haalt als het moet een vliegtuig onder valse voorwendselen uit de lucht, omdat er iemand in zit wiens stem je niet bevalt. 

    Opposanten uit de weg ruimen, daar draaien de machthebbers hun hand niet voor om

    Opposanten uit de weg ruimen, daar draaien de machthebbers hun hand niet voor om. Sinds de opkomst van sociale media is de gebruiksaanwijzing aangevuld met verregaande surveillance en de inzet van trollenlegers en onlinebots.

    Blijven ageren, dat is de kunst. Maar tegen welke prijs?

    Daarom mag er voor elke broeder, zuster en x die ondanks de gruwelijke repressie blijft (of bleef) publiceren over het optreden van zijn of haar regime tegen onafhankelijke media een hufterproof monument worden opgericht. Als het goed is komen er nog een hoop sokkels vrij. Vroeg of laat leggen dictators hopelijk het loodje. Want als we historicus en sinoloog Frank Dikötter mogen geloven, presenteren ze zich graag als almachtig, maar zijn het eigenlijk zwakke figuren – anders zouden ze wel zijn verkozen door een meerderheid.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    Cover197 LR 2 1 1

  • ‘Hij noemde me een prostituee. Daarna werd hij premier’

    ‘Hij noemde me een prostituee. Daarna werd hij premier’

    De Sloveense premier Janez Janša, bondgenoot van Orbán, noemt journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van zijn online intimidaties. Journalist Evgenija Carl vertelt haar verhaal.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie door middel van de verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheden. Deze getuigenissen worden hier gepubliceerd via een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.

    Sinds de regering van premier Janez Janša in maart 2020 aan de macht kwam, is de persvrijheid in Slovenië in het geding. De premier uit zowel online als offline bedreigingen tegen journalisten en onafhankelijke media.

    De omvang van deze aanvallen door de premier en de leidende Sloveense Democratische Partij (SDS) was zelfs aanleiding voor de Raad van Europa om te waarschuwen tegen pesterijen en intimidatie van journalisten.

    Ondertussen heeft de regering stappen ondernomen om de media-onafhankelijkheid te verminderen, waarbij kanalen zoals Nova24 TV, Nova24 online en Planet TV in toenemende mate worden gefinancierd door partijen uit de omgeving van de autoritaire premier van Hongarije, Viktor Orbán, die een bondgenoot van Janša is. Ook maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met cultuur, mensenrechten, mediavrijheid en het milieu zijn herhaaldelijk beperkingen opgelegd.

    Evgenija Carl

    Evgenija Carl is een onderzoeksjournalist uit Slovenië. Nadat ze in 2016 een televisiereportage had gemaakt over de oppositiepartij SDS, noemde een vooraanstaand politicus, Janez Janša, haar op Twitter een ‘prostituee’. Toen Janša later premier van Slovenië werd, nam het onlinemisbruik toe.

    Dit is het verhaal van Evgenija Carl:

    ‘Ze zijn in staat ons straffeloos te beledigen

    Hij noemde mijn collega en mij, journalisten die werkzaam zijn op het gebied van internationale politiek voor de nationale Sloveense televisiezender (RTVSLO), ‘gepensioneerde prostituees’ die onze diensten verkopen voor 30 tot 35 euro. En daarna werd hij premier van Slovenië: Janez Janša.

    Zijn tweet luidde als volgt:

    ‘Bordelen bieden goedkope diensten aan van gepensioneerde prostituees Evgenija C en Mojca PŠ. Een voor 30 €, de tweede voor 35 €. #PimpMilan.’

    Ik ben onderzoeksjournalist en werk al vijfentwintig jaar in de journalistiek. Ik ben aanvallen gewend van degenen die mijn berichtgeving niet bevalt, maar vijf jaar geleden, in 2016, werd ik door het genoemde incident voor het eerst onderwerp werd van een openbare lynchpartij op sociale media.

    facebook 1 1 1
    Evgenija Carl.

    Dat begon met een beledigende tweet van Janez Janša, leider van de grootste Sloveense oppositiepartij op dat moment, de Sloveense Democratische Partij (SDS). Hij schreef hierin ook dat de toenmalige president van Slovenië, Milan Kučan, onze pooier was.

    Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen – het was een stormloop

    U vraagt zich misschien af waar we Janša’s aanval aan te danken hadden? Het betrof een vergelding voor ons tv-item over leden van de SDS-partij van Janša. Hij wilde ons vernederen als journalisten en nog meer als vrouwen, want voor hem zijn we maar gewone ‘hoeren’. Dit is hoe Janša omgaat met vrouwen in het algemeen.

    Mijn collega en ik spanden een rechtszaak tegen hem aan en werden opnieuw doelwit van hem en zijn trouwe volgers, waaronder politici en enkele extreemrechtse media. Een nog nooit eerder vertoonde rechtszaak in Slovenië, die nog steeds loopt. Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen.

    De kring van Sloveense extreemrechtse populisten – zoals Janša, enkele lokale politici, hun aanhangers, sympathisanten en volgers – belaagden ons via sociale media als Twitter en Facebook. Ze gebruiken extreemrechtse media, die de propaganda van de partij steunen, om vernederende artikelen te schrijven over journalisten die hun politieke opvattingen niet delen. Deze mediakanalen zijn opgericht door leden van de SDS-partij, die het merendeel van de belangen hebben verkocht aan Hongaarse bedrijven met eigenaren die dicht bij Janša’s bondgenoot Orbán staan.

    Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een stof in de envelop die mijn luchtwegen aantastte

    Sinds Janša’s eerste tweet wordt vaak het label ‘prostituee’ aan mijn naam gehecht. Ik ontvang regelmatig openbare beledigingen, cynische opmerkingen, brieven en e-mails van anonieme mensen die mij willen vernederen. Een recente tweet die aan mij was gericht, luidde: ‘Ze is gewoon een ordinaire jihadist (…) journalistiek is prostitutie (…) In Amerika zouden ze haar een “tiendollarhoer” noemen!’

    Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een substantie in de envelop die mijn luchtwegen aantastte. De brieven bevatten ook doodsbedreigingen en komen bijna altijd binnen na hoorzittingen in de rechtszaak tegen Janša.

    En ze vallen mijn kinderen aan, door ze in hun artikelen over mij of op sociale media te noemen. Niets, absoluut niets is heilig voor ze als ze zich op mij uitleven. In de elf maanden sinds Janez Janša opnieuw de leiding over de Sloveense regering heeft, zijn de aanvallen steeds erger geworden.

    ‘Coalitie van de dood’

    Tijdens de pandemie verklaarde de Sloveense president oorlog aan de media in het algemeen en noemde hij journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Hij manipuleert foto’s en opnames en verspreidt leugens. Vrouwelijke journalisten zijn ‘teven, hoeren of dronkaards’. Dit is kenmerkend voor het mannelijk chauvinisme dat wordt gecultiveerd door de Sloveense politiek onder leiding van de premier.

    Een paar weken geleden deelde ik een bericht over een protest van ouders en kinderen tegen de sluiting van scholen. Vervolgens werd ik ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan het veroorzaken van coronadoden: beweerd werd dat de demonstranten het virus verspreidden. Janša noemde mijn collega’s en mij de ‘coalitie van de dood’.

    Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat dit voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is

    Wat dit met me doet? Soms voel ik me depressief en hopeloos. Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat zoiets voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is. Ik verwonder me over die ‘toetsenbordstrijders’, die altijd maar bereid zijn hun gedachten op een agressieve manier te uiten, en over het feit dat de kleinste kwestie een explosie van seksisme en vrouwenhaat kan veroorzaken.

    Diverse Europese instellingen en media over de hele wereld doen hun werk en vestigen aandacht op de ondraaglijke situatie onder het leiderschap van Janša en zijn houding ten opzichte van de media en journalisten, vooral zijn primitieve gedragingen ten opzichte van vrouwen, die door zijn volgelingen worden overgenomen.

    Dergelijke uitingen en acties zijn toegestaan ​​in Slovenië. Ze worden nooit bestraft. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting nemen de beledigingen enkel toe. De politici zitten vol vooroordelen met betrekking tot vrouwen, alsof we niet al een lange weg hebben afgelegd, alsof er nog geen obstakels waren doorbroken, alsof de gevechten die door de vrouwen voor ons zijn gewonnen, niets hebben opgeleverd.

    Ik zou willen dat er juridische kaders kwamen, die een einde kunnen maken aan dergelijke intimidatie. Ik zou willen dat beledigende berichten snel worden verwijderd – veel berichten over mij staan ​​nog altijd online. Ik zou willen dat de media aanvallen op journalisten krachtdadiger veroordelen.

    Toen Janša ons ‘gepensioneerde prostituees’ noemde, handelde de directeur van de nationale Sloveense televisie ronduit opportunistisch: hij veroordeelde de daad niet. Het bestuur van het mediahuis waar ik voor werk hield zich een week lang stil, en werd toen door de publieke druk bijna gedwongen de belediging te veroordelen. Janša werd door hen niet genoemd.

    De angst voor wraak, opportunisme en pragmatisme dringen door tot in elke porie van ons land, en nemen alleen maar toe.

    Lees ook de andere bijdragen in deze reeks:

  • Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Een persoonlijke getuigenis van de Filipijnse journalist Inday Espina-Varona.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met online-intimidatie. In deze serie benadrukt CIVICUS, de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld, de gendergerelateerde aard van online-intimidatie door middel van verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices [een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten].

    Sinds president Rodrigo Duterte in 2016 aan de macht kwam, bevindt het maatschappelijk middenveld op de Filipijnen zich in een vijandige omgeving. Moorden, arrestaties, bedreigingen en intimidatie van activisten en critici van de regering blijven vaak onbestraft. Volgens de Verenigde Naties wordt het belasteren van mensen met een afwijkende mening ‘in toenemende mate geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd op manieren die zeer moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt’.

    Ook wordt in de Filipijnen hardhandig opgetreden tegen onafhankelijke media en journalisten. Het bedreigen en aanvallen van journalisten, evenals de inzet van trollenlegers en onlinebots, vooral tijdens de pandemie, hebben bijgedragen aan zelfcensuur – met een huiveringwekkend effect op het medialandschap en grote gevolgen voor het grote publiek.

    Red-tagging

    Een tactiek die de regering steeds vaker gebruikt, is om activisten en journalisten te bestempelen als ‘terroristen’ of als ‘communistisch front’, met name diegenen die kritiek hebben geuit op Dutertes dodelijke ‘oorlog tegen drugs’, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Dit proces, dat in de Filipijnen bekend staat als ‘red-tagging’, brengt voor activisten het risico met zich mee dat ze in handen vallen van de staat of van regeringsgezinde milities. Sommigen die een ‘red tag’ kregen, werden later vermoord. Anderen kregen in privéberichten of op sociale media doodsbedreigingen of werden bijvoorbeeld beschuldigd van seksueel misbruik.

    Vanwege de grootschalige straffeloosheid is er vrijwel geen sprake van aansprakelijkheid voor aanvallen tegen activisten en journalisten. Rechtbanken in de Filipijnen bieden geen gerechtigheid. Het maatschappelijk middenveld heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek om de ernstige schendingen aan te pakken.

    ‘Zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie’

    Het verhaal van Inday Espina-Varona.

    ‘Het geluid van Tibetaans klokkenspel en stromend water ging over in het constante trillen van mijn telefoon in de nacht dat tientallen bezorgde vrienden een Facebookbericht aan me doorstuurden van mijn gezicht met daarboven een schreeuwende kop, die impliceerde dat ik informatie had doorgespeeld aan communistische guerrillastrijders.

    Oude heks, menopauzekreng, persoon “van verwarde seksualiteit” – zo word ik op sociale media genoemd. Trollen verzoeken routinematig om mijn arrestatie als communist. Maar de actie op 4 juni 2020 was anders. Een anonieme rechtse Facebookpagina beschuldigde mij van terrorisme, van het inbreken in en het doorspelen van gevoelige, vertrouwelijke militaire informatie aan rebellen.

    Die avond beperkte mijn avondeten zich tot twee happen. Mijn maag voelde als een zak stenen die op een kwaadaardige stroming in de rondte draaiden. Mijn verzameling zenmuziek, urenlang naar de sterren staren, grote hoeveelheden kalmerende olie – niets hielp om in slaap te komen.

    Eentje vroeg hoe het voelde om ‘de muze van terroristen’ te zijn

    De volgende dag meldden zich vreemden via Messenger. Eentje vroeg hoe het voelde om “de muze van terroristen” te zijn. Een ander zei: “Maghanda ka na bruha na terorista” (“Bereid je maar voor, jij terroristische heks”). Een derde zei in vulgaire taal dat ik het eerste schot in de vagina moest krijgen, een verwijzing naar wat president Rodrigo Duterte zijn soldaten ooit opdroeg om met vrouwelijke rebellen te doen.

    Ik ben 57 jaar oud, en een kankerpatiënt met een chronisch slechte rug. Ik sluip ’s nachts niet rond. Ik trek niet rond over het platteland. Ik schrijf niet eens over het leger. Maar wekenlang voelde ik me een doelwit op een schietbaan. Wekenlang gluurde ik in zijspiegels naar motorfietsen met twee passagiers – die vaak worden vermeld in berichten over moorden.

    Ook zag ik de grotere dreiging in. Deze aanval was niet gericht op ideeën of woorden. De aanklacht betrof een handeling waarop gevangenisstraf stond, of erger. Zoals ook sommige militaire functionarissen overkomt.

    Niet verrassend; de huidige regering houdt zich weinig bezig met feiten. Ze gebruikt “communistisch” als een verzamelnaam voor alles wat de Filipijnen bezighoudt. Anonieme groeperingen hebben bijna driehonderd andersdenkenden gedood, en deze aanvallen volgden meestal op red-taggingcampagnes. Ook werden sinds Duterte in 2016 aan de macht kwam negentien journalisten vermoord.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem

    Journalisten, wetgevers, voorvechters van burgerlijke vrijheden en internetgebruikers noemden het bericht al een leugen. Tientallen meldden het bericht bij de beheerder. Waaronder ikzelf. We kregen allemaal een geautomatiseerd antwoord: het bericht was niet in strijd met de voorwaarden van Facebook.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem, maar toch verzamelde ik bewijs alvorens contact op te nemen met de managers van Facebook. Mijn normale reactie op beledigende berichten op Facebook of Twitter is een lachende emoji en een block. Bedreigingen zijn een andere zaak.

    “Laten we eens kijken hoe dapper je bent als we je komen opzoeken in de straat waar je woont” wisten we te traceren tot een Filipijnse criminoloog die in een Japanse bar werkte. Hij verontschuldigde zich en verwijderde het bericht.

    Nadat ik Duterte factcheckte op zijn gewoonte om verkrachting af te schuiven op drugsgebruik, zei iemand dat mijn “verdedigingsverslaafdheid” moest worden bestraft met de verkrachting van mijn dochter.

    “Dat zou je moeten leren”, luidde de boodschap van een account zonder teken van leven. Een ander zei dat hij mij zou komen verkrachten. Beide accounts hadden dezelfde eigenschappen. Ze linkten naar vergelijkbare accounts. Facebook verwijderde deze, evenals de journalist-ontpopt-zich-tot-rebelse-spionpagina.

    Gevaren trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting uit te oefenen, is niet hetzelfde als een regering die deze rechten respecteert

    De publieke druk om producten van trollen op te ruimen heeft het aantal haatboodschappen doen afnemen. Maar er is nog altijd een toename in het aantal anonieme pagina’s die zijn gericht op red-tagging, waarvan politie- en militaire functionarissen en regeringsaccounts de berichten verspreiden.

    Sommige officieren werden zelfs ontmaskerd als het brein achter dergelijke pagina’s. Toen Facebook onlangs verschillende accounts verwijderde die aan de strijdkrachten werden gelinkt, waren regeringsfunctionarissen woedend en brulden ze valse beweringen over “een aanval op de vrijheid van meningsuiting”.

    Deze reactie illustreert hoe onofficiële en officiële platforms in ons land verbonden zijn en vaak overeenkomstig optreden. Wat begint als desinformatie op sociale media, kan vervolgens worden opgepikt door de overheid of dankzij een officiële uitspraak een extra boost krijgen op diezelfde sociale media.

    Gerechtigheid werkt traag

    We hebben officieel klachten ingediend tegen een aantal overheidsfunctionarissen, inclusief degenen die betrokken zijn bij de meest fanatieke antiopstandgroep op Facebook. Maar gerechtigheid werkt traag. Ondertussen doe ik ademhalingsoefeningen en probeer ik voorzorgsmaatregelen te nemen.

    Ambtenaren ontkennen elk onderdrukkend effect van deze continue aanvallen af, omdat Filipino’s in het algemeen, en journalisten in het bijzonder, zich blijven uitspreken. Maar gevaren moeten trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting te kunnen blijven uitoefenen, is iets anders dan een regering hebben die deze rechten respecteert.

    Twee jaar geleden vroeg journalist Patricia Evangelista van Rappler aan een kleine groep collega’s wat ons zou doen zwijgen. “Niets”, was de eenduidige reactie. En dus vecht ik elke dag tegen mijn angst. Ik moet wel, want zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie. En daar zal ik nooit aan toegeven.’

    Inday Espina-Varona

    Inday Espina-Varona is een bekroonde journalist uit de Filipijnen en redacteur voor ABS-CBN News en het katholieke persbureau LiCAS.news. Ze is voormalig voorzitter van de National Union of Journalists of the Philippines (NUJP) en de eerste journalist uit het land die de Reporters Without Borders (RSF)-prijs voor Onafhankelijkheid ontving.

  • De dubieuze connecties tussen Malta en China

    De dubieuze connecties tussen Malta en China

    Een autobom maakte op 16 oktober 2017 een einde het leven van Daphne Caruana Galizia, onderzoeksjournaliste op Malta. Haar speurwerk naar corruptie, verkoop van visa, energiedeals en offshorebedrijven van Maltese politici werd haar fataal. Anderen hebben haar werk voortgezet en naar nu blijkt komen alle verhalen die ze aan het onderzoeken was op één punt samen: in China.

    ‘Het lijdt geen twijfel dat Caruana Galizia is vermoord vanwege haar werk’, schreef OCCRP (Organized Crime and Corruption Reporting Project) in 2018 ter introductie van The Daphne Project, dat na haar dood werd gestart. ‘Met haar brutale, onbevangen en compromisloze stijl hekelde ze corruptie, vriendjespolitiek, cliëntelisme en ander crimineel gedrag in haar kleine EU-lidstaat.’

    Na haar dood pakte een groep van 45 journalisten die 18 nieuwsorganisaties in 15 landen vertegenwoordigen, haar werk op. Ze besteedden maanden aan het bestuderen van haar bevindingen, aan het verzamelen van documenten en aan gesprekken met bronnen, om te proberen de vele aanknopingspunten te doorgronden die Caruana Galizia had achtergelaten. Volgens OCCRP slaagde de groep erin om ‘verrassende nieuwe informatie te ontdekken over corruptie, die uiteindelijk leidde tot de val van de Maltese regering. En ze zijn nog steeds aan het graven.’

    Dat voortgaande gegraaf heeft inmiddels weer nieuw brisant materiaal opgeleverd. Eind maart publiceerde Martin Young van OCCRP, tegelijk met Reuters, Times of Malta en Süddeutsche Zeitung een uitgebreid artikel waarin hij uiteenzet hoe de sporen die Caruana Galizia volgde, samenkomen in China.

    Schokgolven

    ‘Voor een klein land heeft de mediterrane eilandstaat Malta een groot aantal corruptieschandalen voortgebracht’, zo begint Martin Young, ‘en de Maltese onderzoeksjournalist Daphne Caruana Galizia heeft op haar strijdbare blog Running Commentary de meeste ervan besproken.’

    Caruana Galizia was een van de eersten die verslag deed van 17 Black, een mysterieus bedrijf in Dubai waarvan ze geloofde dat het banden onderhield met hoge Maltese functionarissen. Ze verdiepte zich ook in de schimmige omstandigheden rond de verkoop van een groot belang in het enige elektriciteitsbedrijf van Malta aan een Chinees staatsbedrijf in 2014, en aan een daaropvolgende verdachte investering in een windmolenpark in Montenegro. En in 2016 werd haar aandacht getrokken door een Chinees mediabericht, waarin wordt beweerd dat Malta verblijfsvisa zou verkopen aan rijke Chinese burgers, zonder vragen te stellen over de financiële achtergrond van de aanvragers.

    Caruana Galizia heeft de uitkomst van deze onderzoeken niet meegemaakt. In oktober 2017, enkele uren na de publicatie van haar laatste blogpost die waarschuwde ‘dat er overal waar je nu kijkt boeven zijn’, werd ze gedood door een autobom. Volgens Young veroorzaakte de moord een schandaal dat corruptie in het hart van de Maltese regering blootlegde, de premier tot opstappen dwong en schokgolven veroorzaakte in de hele Europese Unie.

    Drie mensen zitten sindsdien gevangen in verband met de moord. Een van hen, een huurmoordenaar, zei deze maand in de rechtbank in Valletta dat Caruana Galizia was vermoord omdat ze op het punt stond ‘enkele details’ over een niet nader gespecificeerd onderwerp te publiceren. Het vermeende brein achter de bomaanslag, de Maltese magnaat Yorgen Fenech, zit in de gevangenis in afwachting van zijn proces.

    Piratenschip

    Op basis van aanwijzingen die Caruana Galizia ontdekte, hebben journalisten van OCCRP en partners een spoor gevolgd dat leidt van Malta naar China. Twee figuren blijken de drie verhalen die ze volgde met elkaar te verbinden. Het gaat daarbij om het 17 Black-corruptieschandaal, dubieuze energiedeals en het Visa-for-saleprogramma.

    ‘Wat deze schandalen duidelijk maken, is dat ze steeds opnieuw wijzen op de betrokkenheid van dezelfde groepen mensen’, aldus Daphnes zoon Matthew Caruana Galizia nadat hij de bevindingen van het nieuwe onderzoek had gezien. ‘Het is een duidelijke indicatie van hoe een paar individuen in korte tijd in staat waren om het hele staatsapparaat van een EU-land over te nemen en er een piratenschip van te maken voor hun eigen persoonlijk gewin.’

    Ownership Structures 1

    Nadat Caruana Galizia was vermoord, haastten journalisten zich wereldwijd om de onderwerpen op te pakken waar ze mee bezig was geweest. Een daarvan is 17 Black. Ze had herhaaldelijk over het bedrijf geschreven en suggereerde dat het verbonden was met toppolitici, maar slaagde er nooit in haar vermoedens te bewijzen.

    In 2018 onthulden Reuters en de Times of Malta dat 17 Black eigendom is van Yorgen Fenech, een flamboyante Maltese zakenman met een vermeende voorliefde voor cocaïne en renpaarden. Hij stond dicht bij enkele van de machtigste politieke figuren van Malta, waaronder premier Joseph Muscat en zijn stafchef, Keith Schembri, en leidde een conglomeraat. Dat conglomeraat maakte deel uit van een consortium dat in 2013 een grote concessie verwierf door voor 450 miljoen euro een krachtcentrale te bouwen. 

    ‘Deze nieuwe onthullingen bevestigen wat ze wist en waarvan ze anderen probeerde te overtuigen’

    Fenech gebruikte 17 Black blijkbaar om steekpenningen naar politici te sluizen. In het onderzoek dook een cruciaal bewijsstuk op. In een mail uit 2015 van het Maltese accountantskantoor Nexia BT, staat dat 17 Black naar verwachting tot 2 miljoen dollar zou overmaken naar brievenbusfirma’s die in Panama waren opgezet door twee hooggeplaatste Maltese politici: stafchef Schembri en minister van Energie Konrad Mizzi.

    Er werd echter nog een ander mysterieus bedrijf in de mail genoemd als bron van fondsen voor de brievenbusfirma’s van Mizzi en Schembri: ‘Macbridge’. Nadat ze deze mail onder ogen had gekregen en uit een bron had vernomen dat Macbridge en 17 Black ‘cruciaal waren voor het ontrafelen van het web’, was Caruana Galizia in stilte onderzoek naar dat bedrijf begonnen, zo zeggen haar zoon en journalisten die inzage hadden in haar onderzoek.

    Sensatie

    Macbridge bleek moeilijker te traceren dan 17 Black en Maltese functionarissen weigerden vragen over het bestaan van het bedrijf te beantwoorden. Toen de toenmalige minister van Financiën Edward Scicluna vorig jaar door een verslaggever werd gevraagd wie eigenaar was van Macbridge, antwoordde hij cryptisch: ‘Kijk, als je sensatie wilt, ga dan verder.’ Journalisten vermoedden dat het een bedrijf uit de Verenigde Arabische Emiraten was, zoals 17 Black, maar daar werd er nooit een spoor van gevonden.

    Nu blijkt waarom niet. De wortels van het bedrijf liggen namelijk elders in de wereld, in Hongkong, zoals OCCRP en partners hebben ontdekt. Het bedrijf is daar in het Engels geregistreerd als ‘Macbridge International Development’; voor de registratie in het Chinees zijn de karakters voor ‘Malta’ en ‘China’ gecombineerd.

    Offshore Companies NEXIA BT 1

    Verslaggevers ontdekten ook dat 17 Black medio 2016 1 miljoen euro stuurde naar een ander bedrijf in Hongkong, Dow’s Media, dat een vergelijkbare opzet en structuur heeft als Macbridge. Dow’s Media werd opgericht in oktober 2014, slechts enkele weken na Macbridge, met dezelfde in Hongkong gevestigde agent en op dezelfde adressen in Hong Kong en Shanghai. Opmerkelijk is ook dat beide bedrijven in januari 2019 binnen één week na elkaar werden ontbonden.

    Speurders in Malta zochten in 2018 naar details over beide bedrijven uit Hongkong en China als onderdeel van een onderzoek naar ‘mogelijke corruptie en witwassen van geld’. Zowel Macbridge als Dow’s Media zijn zo opgezet dat het moeilijk is om te bepalen wie daadwerkelijk hun eigenaar is. Ze staan onder zeggenschap van brievenbusmaatschappijen op respectievelijk de Seychellen en de Marshalleilanden.

    Journalisten ontdekten echter dat beide bedrijven via gevolmachtigde familieleden worden geleid door één man: een Chinese consultant die ook centraal staat in enkele grote deals van energiebedrijf Enemalta, dat door de Maltese overheid wordt gesteund.

    De Chen Cheng-connectie

    Caruana Galizia had al uitgebreid geschreven over deze man, Chen Cheng, directeur van de Chinese energiedivisie van het wereldwijde adviesbureau Accenture. Chen was in 2014 een belangrijke factor in de onderhandelingen van het Chinese staatsbedrijf Shanghai Electric Power dat een derde van Enemalta wilde kopen.

    Deze deal van 320 miljoen euro betrof de grootste buitenlandse investering ooit in Malta, maar werd op het eiland en in de blog van Caruana Galizia bekritiseerd, vanwege de opmerkelijke gunstige voorwaarden voor het Chinese bedrijf. Accenture adviseerde Shanghai Electric Power over de deal, en Chen prees de investering in Chinese media aan als een mijlpaal voor het Nieuwe Zijderoute-project dat werd onderschreven door de Chinese premier Li Keqiang.

    Caruana Galizia meldde destijds dat een bron haar vertelde dat Chen ‘bijzonder dicht bij minister van Energie Konrad Mizzi’ stond, die toezicht hield op de onderhandelingen van Maltese zijde. Een volgend onderzoek onthulde e-mails tussen Chen, Mizzi en anderen over een plan om in datzelfde jaar een bureau op te richten in China om investeringen in Malta te promoten.

    Ze onthulde ook een belangrijk detail over Chen: toen accountantskantoor Nexia BT Schembri en Mizzi hielp bij het registreren van geheime bedrijven in Panama, creëerde het ook een bedrijf voor Chen op de Britse Maagdeneilanden. Wat Daphne niet wist, was dat Chen niet alleen betrokken was bij de offshorebedrijven in het hart van het smeergeldschandaal dat ze aan het ontwarren was, maar ook bij regelingen voor visa, waar ze al langer achterdochtig over was.

    Chen and Maos Maltese Connections 1

    In dezelfde periode dat Chen aan de Enemalta-deal werkte, werden in Hongkong de firma’s Macbridge en Dow’s Media opgericht door Tang Zhaomin, zijn schoonmoeder, en Wang Rui, nicht van zijn schoonmoeder. Verslaggevers traceerden Wang in de Chinese stad Nanjing, waar zij en Tang samen een bedrijf runnen. Wang zei in een telefonisch interview dat Chen haar had gevraagd om Dow’s Media op te zetten, omdat zijn connecties met een Chinees staatsbedrijf het voor hem ‘lastig’ maakten om dat zelf te doen. Ze zei niets te weten over zakelijke activiteiten of de ontvangst van 1 miljoen euro afkomstig van 17 Black.

    Tang kon niet worden bereikt voor commentaar. Maar de zakelijke verbintenis met haar familielid Chen via Macbridge suggereert dat hij een rol speelde bij het doorsluizen van geld naar de geheime Panamabedrijven van Schembri en Mizzi.

    Montenegro

    Welk geld? Dat is onduidelijk, maar na de succesvolle investering van Shanghai Electric Power in Enemalta werd Chen een belangrijke promotor van het volgende Enemalta-project: investeringen in het Mozura-windmolenproject in Montenegro, in 2015.

    Volgens een intern Enemalta-onderzoek adviseerde Accenture in december 2014 over deze investering, waarbij Chen het idee aan Enemalta presenteerde met een PowerPoint. Dat interne onderzoek is reden voor ernstige bezorgdheid over deze deal, waarin ook de al eerder genoemde zakenman Fenech een rol speelde. Zijn 17 Black hielp in december 2015 in het geheim bij de financiering van de aankoop door Enemalta van een meerderheidsbelang in het windmolenpark voor €2,9 miljoen. 

    Dat ging via een lening aan een tussenstation op de Seychellen genaamd Cifidex. Dat bedrijf, door Chen bij de deal betrokken, verkocht zijn aandelen in het project vervolgens twee weken later voor 10,3 miljoen euro aan Enemalta, hetgeen dus een enorme winst opleverde. Cifidex betaalde vervolgens de lening terug aan 17 Black, samen met 4,6 miljoen euro winst uit de deal. 17 Black stuurde op zijn beurt 1 miljoen euro naar Dow’s Media rond dezelfde tijd, in de periode mei tot juli 2016.

    Hoewel OCCRP geen definitief bewijs heeft gevonden dat het hier om hetzelfde geld gaat, suggereert deze nieuwe informatie dat Chen niet alleen betrokken was bij het faciliteren van geheime geldstromen voor Maltese toppolitici, maar ook zelf profiteerde via de 17 Black-connectie.

    Een woordvoerder van Enemalta laat slechts weten dat het interne rapport over de Montenegro-deal ‘is doorgegeven aan de politie als mogelijke steun bij eventuele onderzoeken’. Verder zwijgt het bedrijf want ‘andere opmerkingen zouden in dit stadium onvoorzichtig zijn.’

    ‘Ik verwerp ook de suggestie dat ik zakelijke plannen had met Macbridge, of persoonlijke belangen in enig ander publiek project’

    Gevraagd naar de vermeende activiteiten van Chen rond de energiedeal, de offshorebedrijven, en over zijn schijnbare belangenconflicten, zegt Accenture in een verklaring: ‘We nemen deze kwestie zeer serieus en bekijken deze beschuldigingen zorgvuldig omdat ze betrekking hebben op een van onze mensen. We houden ons aan de hoogste ethische normen in elke markt waarin we actief zijn en tolereren geen enkele afwijking van die normen.’ Chen reageerde zelf niet op verzoeken om commentaar.

    Mizzi liet per mail weten dat hij ‘geen informatie’ heeft over Macbridge of iemand die ermee verbonden is, en voegde eraan toe dat hij ‘stelselmatig de suggestie afwijst dat er een directe of andere verbinding bestaat’ tussen zijn bedrijf en Macbridge. ‘Ik verwerp ook de suggestie dat ik zakelijke plannen had met Macbridge, of persoonlijke belangen in enig ander publiek project’, vervolgt hij. ‘Ik ken Chen Cheng als een consultant die [Shanghai Electric Power] bijstaat bij meerdere initiatieven, en mijn interacties met hem vonden plaats binnen die officiële context.’

    Schembri reageerde niet op een verzoek om commentaar. Overigens hebben Maltese aanklagers de afgelopen dagen hem, zijn vader en negen zakenpartners, waaronder medewerkers van Nexia BT, aangeklaagd wegens fraude en het witwassen van geld vanwege een andere, niet-gerelateerde zaak.

    Shanghai en visa uit Malta

    Chen en zijn schoonmoeder zijn niet alleen betrokken bij offshorebedrijven en energiedeals. Verslaggevers ontdekten dat ze ook banden hebben met een van de grootste inkomstenbronnen van Malta: de verkoop van burgerschaps- en verblijfsvisa aan rijke buitenlanders, die de Maltese papieren kunnen gebruiken als achterdeur naar de Europese Unie.

    Deze banden lopen via een zakenman uit Shanghai die in China de verkoop van Maltese verblijfsvisa controleert via hetzelfde bedrijf dat Caruana Galizia belichtte in haar eerder genoemde blogpost van 2016.

    Destijds had ze weinig meer dan een enkel mediabericht en een foto. Daarop is de ondertekeningsceremonie te zien van de lancering van het zogenoemde ‘Malta Residence and Visa Program in China’, onder voorzitterschap van Sai Mizzi Liang, de vrouw van Konrad Mizzi. Maar Caruana Galizia vermoedde toen al dat er meer aan de hand was.

    ‘De volgende stap die hier gezet moet worden, en alsjeblieft, journalisten, ga hierin mee’, schreef ze in haar blog, ‘is een manier te vinden om het aandeelhouderschap en de betrokkenheid van dat bedrijf in China te onderzoeken, wat erg moeilijk maar noodzakelijk is.’

    Ze had gelijk dat het moeilijk is om bedrijven in China op te sporen. Want hoewel het land een bedrijfsregistratiesysteem heeft, is de informatie erin vaak ongestructureerd of onvolledig en kan deze alleen worden geraadpleegd door iemand die vloeiend Chinees spreekt.

    Desondanks ontdekten verslaggevers na maanden onderzoek dat Shanghai Overseas Exit-Entry Services, dat de officiële concessie heeft om Maltese verblijfsvisa in China te verkopen, wordt gerund door een zakenman genaamd Mao Haibin, ook wel bekend als Kevin Mao. Uit Chinese gegevens blijkt dat hij banden heeft met zowel Chen als zijn schoonmoeder, de vrouw die Macbridge leidt.

    Mao en Chen waren partners in tenminste twee bedrijven, waaronder Shanghai Visabao Network Technology, dat actief is in verschillende grote Chinese steden en dat Chinese burgers helpt bij het verkrijgen van visa voor het buitenland.

    Chens schoonmoeder is manager en aandeelhouder van een reclamebureau in Shanghai dat wordt gecontroleerd door Mao, en dat een belangrijke sponsor was van Malta Residence en Visa Program-evenementen in China. 

    Maltese visa voor rijke Chinezen

    Mao, die niet reageerde op verzoeken om commentaar, heeft meerdere andere zakelijke belangen met betrekking tot het faciliteren van Chinese investeringen in het buitenland en dan in het bijzonder in Malta.

    De afgelopen jaren heeft hij een belangrijke rol gespeeld in de inspanningen van Malta om rijke Chinese staatsburgers aan te trekken voor het visumverkoopprogramma. Hij verscheen op meerdere evenementen in Shanghai om het programma te promoten, naast hoge Maltese functionarissen zoals John Aquilina, de ambassadeur van Malta in China en Aldo Cutajar, de voormalige consul-generaal van Malta in Shanghai.

    Sommige van deze evenementen, met uitbundige banketten, werden bijgewoond door Maltese topdiplomaten, waarbij veel warme woorden vielen voor Malta als ‘sleutelknooppunt’ in de ‘Maritieme Zijderoute’ van China.

    Maar de Maltese industrie voor staatsburgerschap wordt geplaagd door controverse. In augustus 2020 werd Aldo Cutajar gearresteerd door de Maltese autoriteiten op beschuldiging illegaal te profiteren van visumverkopen in China en het witwassen van de opbrengsten. Tijdens een huiszoeking in zijn huis werd meer dan 540.000 euro aan contanten aangetroffen en vier Rolexen. Een maand later werd Schembri gearresteerd omdat hij smeergeld zou hebben aangenomen voor de verkoop van Maltese paspoorten aan rijke Russen.

    Mao heeft diverse andere visum- en vastgoedondernemingen die zich richten op rijke Chinese burgers die in het buitenland willen investeren. Sommige van die bedrijven overlappen met zijn werk om Maltese verblijfsvergunningen te verkopen. Zo zijn er Shanghai Bangyi, een visum- en immigratiedienstbedrijf en Grandstone Investment, dat vermogensbeheer aanbiedt voor Chinese staatsburgers die geld in het buitenland willen stallen. De website van Grandstone biedt toegang tot directe aanvragen voor het Malta Residence and Visa Program.

    Mao is zelfs eigenaar van een Maltees bedrijf, Asiatica Corporate Services, samen met de persoonlijke advocaat van Mizzi, Aron Mifsud Bonnici, die ook een rol speelde in de onderhandelingen over de investering in het windpark van Enemalta in Montenegro.

    Mizzi Chen Handshake
    Konrad Mizzi (linksachter) en Chen Cheng (rechtsachter) schudden elkaar de hand tijdens de Shanghai Electric Power-Enemalta-onderhandelingen. –  © Running Commentary/daphnecaruanagalizia.com

    In antwoord op vragen zegt Mifsud Bonnici dat hij Mao kent ‘in zijn hoedanigheid als CEO van Shanghai Overseas Exit Entry Services’, en dat hij in zijn rol als advocaat visumaanvragen heeft behandeld via officiële immigratiekanalen. Hij zegt dat Asiatica is gestart om zakelijke diensten te verlenen aan visumaanvragers, maar nooit echt heeft gedraaid. ‘Het heeft nooit gewerkt en is nu daarom in afwachting van liquidatie’. Hij zegt Chen te kennen als adviseur van Shanghai Electric Power, en hem te hebben ontmoet tijdens zijn ambtsperiode als bestuurssecretaris van Enemalta.

    De broer van Mao

    In 2019 richtte Mao’s jongere broer, Mao Haichun, twee Maltese bedrijven op samen met Roderick Cutajar, het voormalige hoofd van het Malta Residence Visa Agency, dat wereldwijd toezicht houdt op de verkoop van visa. Een van hun joint ventures verkoopt verblijfsvergunningen in Malta en andere Europese landen aan Chinese en internationale kopers; de andere is een verwante vastgoedmaatschappij.

    Roderick Cutajar laast weten dat de visumfirma, immVest, geen banden heeft met Mao Haibins Shanghai Overseas Entry. ‘Ik heb uitsluitend een relatie met immVest International’, zegt hij. ‘U kunt er zeker van zijn dat ik geen persoonlijke of zakelijke relatie heb met Aldo Cutajar, Chen Cheng of Macbridge.’

    In een toespraak die in januari van dit jaar op Chinese videoblogs werd gepost, is Roderick Cutajar lyrisch over het streven van Malta om Chinees kapitaal en nieuwe burgers aan te trekken. Hij beweert China meer dan veertig keer te hebben bezocht en dat de zaken goed gaan. ‘Het is onze bedoeling te blijven groeien.’

    ‘Ondertussen, ver weg van China’, zo beëindigt Martin Young zijn artikel voor OCCRP, ‘treurt de familie van Caruana Galizia nog steeds om haar dood en zoekt ze gerechtigheid. Matthew Caruana Galizia zegt dat zijn moeder blij zou zijn geweest met de nieuwe informatie over de kluwen van bedrijven die ze onderzocht: “Deze nieuwe onthullingen bevestigen wat ze wist en waarvan ze anderen probeerde te overtuigen: dat de criminele verstrengeling van politieke en zakelijke belangen een belangrijk en bepalend probleem is van onze tijd. Corruptie kost levens, zoals het mijn moeder het hare heeft gekost”, aldus Matthew Caruana Galizia. “Als ze nog zou leven en dit zou zien, zou ze opgelucht zijn dat haar werk gerechtvaardigd is en dat ze niet alleen is in haar strijd.”’

    Openingsbeeld: De lanceringsceremonie van het MRVP-programma in 2016. Sai Mizzi Liang, de vrouw van Konrad Mizzi, staat op de achtergrond, vierde van rechts. Graphics: © OCCRP

  • We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    De Mexicaanse auteur Jorge Volpi doet naar aanleiding van de vele rellen die in zijn land plaatsvonden op vrouwendag een aanklacht tegen de huichelachtige tijd waarin we leven.

    Rellen in Mexico-Stad

    Volgens de Mexicaanse autoriteiten hebben 62 politiemensen en 19 vrouwen verwondingen opgelopen toen het tot een confrontatie kwam tussen betogers en de politie bij demonstraties op Internationale Vrouwendag. Demonstranten gingen de agenten te lijf met hamers, schilden en zelfgemaakte vlammenwerpers.

    De vrouwen protesteerden tegen het seksueel geweld waarmee ze dagelijks te maken hebben. Volgens México Evalua, een onafhankelijk onderzoeksbureau, zijn in de tweede helft van 2020 5 miljoen vrouwen in het land slachtoffer geworden van seksueel geweld. Volgens gegevens van de Mexicaanse regering zelf zijn in 2020 939 vrouwen vermoord omdat ze vrouw waren. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal femicidegevallen met 130 procent.

    De woede van de demonstranten richtte zich vooral op president López Obrador. Hij zou te weinig doen tegen het misbruik. Onlangs sprak de president nog zijn steun uit voor een politicus die door een aantal vrouwen is beschuldigd van verkrachting.

    De ex-president die de oorlog begon tegen de drugshandel – de directe oorzaak van honderdduizenden doden en verdwijningen –, juicht de protesten tegen de vrouwenmoorden toe. De spreekbuis van de huidige president noemt de metalen afzetting rond het Palacio Nacional, ons regeringsgebouw, tegen de feministische protesten een ‘vredesmuur’. De verantwoordelijke om de covid-19-pandemie te bestrijden loopt zonder mondkapje en wetend dat hij besmettelijk is, door een openbaar park om vervolgens de media uit te foeteren die inbreuk maken op zijn privacy. Voormalige linkse activisten rechtvaardigen het politieoptreden tegen de feministische demonstranten. De voornaamste oppositiepartij, fel gekant tegen de legalisering van abortus, staat achter de protesten van de #8M-beweging op 8 maart. De president zwijgt in alle talen over het geweld tegen de vrouwen maar toont zich vol lof over het feit dat de barricade rond het regeringsgebouw het heeft gehouden. De partij die de corruptie heeft verheven tot landspolitiek wijst witheet op een Accountantsonderzoek dat diverse onregelmatigheden in het huidige regeringsbeleid blootlegt. Hoge vrouwelijke functionarissen en leiders van MORENA (Movimiento Regeneración Nacional), die zich als feminist voordoen, reppen met geen woord over de poging van hun partij om een politicus voor te dragen die herhaaldelijk van verkrachting is beschuldigd.

    Mensenrechtenactivisten die de overstap hebben gemaakt naar overheidsfunctionaris, dekken het misbruik bij de politie. Mensenrechtenactivisten houden hun mond over de demonstranten die een groep vrouwelijke politieagenten afranselden. Een president die zichzelf progressief noemt – en geen dag voorbij laat gaan om zijn rivalen als conservatief te bestempelen – stelt voor zowel de legalisatie van abortus als de kandidatuur van de politicus die van verkrachting is beschuldigd, afhankelijk te maken van de publieke opinie. De voormalige kandidaat voor het presidentschap, die de conservatieve partij verliet, komt op zijn schreden terug en ambieert een functie in een gebied waar hij nooit heeft gewoond. De partij die zichzelf afficheert als sociaal komt aanzetten met een politicus die openlijk klassenjustitie en machismo voorstaat. Een partij die van oudsher als links bekend staat verbindt zich met de twee partijen die ze haar hele geschiedenis lang heeft bestreden. Een journalist die de politieopstelling steunde haalt dagelijks uit naar de president. De kandidaat die de demilitarisatie van het land beloofde draagt alle macht over aan het leger. Tientallen journalisten en intellectuelen die zich hebben verrijkt aan de vorige regimes, beschuldigen de huidige regering van censuur. 

    Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort

    En er zouden nog veel en veel meer voorbeelden te geven zijn. Als iets het Mexico van nu kenmerkt, al zie je hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld, is het niet zozeer de leugen – of wat we alternatieven feiten zijn gaan noemen – als wel het gebrek aan congruentie. Het feit dat er geen peil te trekken is op onze publieke spelers. Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort: we luisteren naar de tot vervelens toe herhaalde uiteenzettingen in de krakende ochtendpraatjes van de president, naar de opgewonden verklaringen van partijleiders, naar de raadselachtige commentaren van journalisten, woordvoerders en influencers, en bovenal naar de weerzinwekkende bagger op de sociale media, en constateren algauw dat de verkondigers met al hun flux de bouche en poeha over het algemeen precies het tegenovergestelde hebben gedaan van wat ze beweren.

    We leven in het rijk van de incongruentie. En van het cynisme.

    Kloof

    Hoe bestaat het dat we dulden dat Felipe Calderón zegt niets te hebben geweten van de banden met de drugshandel van zijn rechterarm, Genaro García Luna? Of dat Andrés Manuel López Obrador de kandidatuur van Félix Salgado Macedonio [die wordt beschuldigd van verkrachtig] steunt? Of dat de aanhangers van PAN (Partido Acción Nacional) hebben ingestemd met alle slogans die op de gevel van het Paleis werden geprojecteerd, behalve de oproep tot legalisering van abortus? Of dat MORENA zijn politieke macht niet heeft ingezet om die decriminalisering erdoor te krijgen?

    Hoe bestaat het dat we dag in dag uit al deze politici, ondernemers, activisten, journalisten en intellectuelen dulden die het ene zeggen en precies het tegenovergestelde doen? Hoe komt het dat de kloof tussen de boodschapper en de boodschap zo diep is geworden?

    Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog

    Ons openbare leven is ineens veranderd in een obscene setting waarin slechte toneelspelers ageren, die tegenover hun gehoor de ene rol vertolken en, eenmaal veilig thuis, hun masker afrukken om iemand anders te zijn. Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog, zolang de vijand maar in een kwaad daglicht wordt gesteld.

    Al hebben ik en de mijnen veel ergere dingen gedaan dan jij en de jouwen – denk aan PRI (Partido Revolucionario Institucional) en PAN –, nu gooien we het je woedend en verontwaardigd in het gezicht. Of: nu we de macht hebben – MORENA – doen we zelf wat we bij de oppositie het meest bekritiseerden. Of: nu ik ultraconservatieve maatregelen tref – zoals het land extreem militariseren of de slachtoffers negeren –, beschuldig ik alle anderen van conservatisme. Of: nu ik weer in de oppositie zit, bekritiseer ik jou omdat je hetzelfde doet als ik voorheen. 

    Daarom klappen we zo als iemand eens consequent is, zoals Estefanía Veloz, een militante feministe van MORENA, die aankondigde haar partij de rug te zullen toekeren als die doorging met haar steun aan Salgado Macedonio… en inderdaad vertrok. Dat zulk gedrag ons verbaast toont wel aan hoezeer we gewend zijn geraakt aan het tegendeel: gegoochel met woorden om wat niet te rechtvaardigen is te rechtvaardigen.

    We leven in het rijk van het onfatsoen.

    Als aan iets behoefte is in dit bedroevende panorama, dan is het aan onvervalste onderzoeksjournalistiek. Die kan dienen als geheugensteun om de ongerijmdheid of incongruentie te ontmaskeren en ons er, als spiegels van Dorian Gray, aan te helpen herinneren wie er schuilgaan achter die mooie facies van degenen die zo fier en vol overtuiging de anderen beschuldigen van wat zij zelf zijn.  

  • Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy. ‘Dit vraagt om een vervolg.’ Verder: parels uit het eminente verleden van The New Yorker & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Parels uit het New Yorker-archief

    De wekelijkse nieuwsbrief The New Yorker Classics van Erin Overbey behoort tot de favoriete digitale post van redacteur IJsbrand van Veelen. Overbey is sinds 1994 archiefredacteur van The New Yorker, het onvolprezen weekblad voor eminente fictie en non-fictie dat over vier jaar zijn honderdjarige bestaan viert.

    Het is op zichzelf al een feest dat een blad met zo’n lange historie een archiefredacteur heeft die lezers wijst op parels uit het verleden die tot de canon van de journalistiek en literatuur behoren. Overbey weet dan ook nog eens te verrassen met haar wekelijkse keuze, die soms aansluit bij actuele gebeurtenissen en soms zomaar uit de lucht lijkt te komen vallen, maar die altijd haar gevoel voor kwaliteit weerspiegelt. 

    Eerder deze maand wees Overbey op het eerste korte verhaal van Donna Tartt dat in The New Yorker werd gepubliceerd en in haar nieuwsbrief van deze week schrijft ze over schrijver Paul Auster: ‘Een van mijn favoriete stukken van Paul Auster is “Why Write?”, een meditatief essay, gepubliceerd in 1995, over ervaringen die hem persoonlijk en als schrijver hebben gevormd. Het essay, later uitgebreid tot een boek, begint als een dun straaltje en zwelt uiteindelijk aan tot een stroom van herinneringen in proza.’ Het is inderdaad wederom een prachtig stuk.


    Een jaar lang corona

    ‘Als we op het ogenblik dat de wereld daarbuiten ontplofte, dit bakstenen gebouw als een grote taart van boven naar beneden hadden doorgesneden, zou het hele leven alle inwoners van dit poppenhuis zichtbaar zijn geweest’, zo begint het Spaanse dagblad El Mundo een prachtige multimediale reportage over een appartementengebouw in Madrid dat ze dit coronajaar hebben gevolgd, tipt redacteur Joep Harmsen.

    In ‘Het verhaal van een trap’ maken we kennis met ‘portaal 3’, een flatgebouw in een arbeiderswijk van Madrid. Een reconstructie van de impact van een jaar lang corona ‘aan de hand van wat de bewoners vertellen. En ook door wat de ruimtes verzwijgen.’

    Screen Shot 2021 03 19 at 2.49.38 PM
    © Screenshot El Mundo

    Natuurlijk zijn het overwegend tragische verhalen. Over bruiloften en communies die niet doorgingen. Over het missen van ouders en omhelzingen. Over een vrouw die hun stervende moeder niet kon bezoeken in het ziekenhuis.

    Toch is het niet alleen maar kommer en kwel dat achter de voordeuren schuilgaat. Zo zijn er mooie verhalen te vertellen, zoals die Marta en David van appartement 3D. Het koppel was pas een paar weken bij elkaar toen de lockdown in maart werd afgekondigd, in eerste instantie voor twee weken. Ze besloten te gaan samenwonen voor die twee weekjes, als een soort ‘wittebroodsweken’, maar de noodtoestand werd almaar verlengd. Inmiddels wonen ze een jaar samen.


    Het einde van de mensheid

    Voor degene die denken dat pandemieën georkestreerd zijn om de overbevolking een halt toe te roepen, eat your heart out. Het einde van de mensheid, of van een gedeelte daarvan, is dichterbij dan u denkt, las editor at large Katrien Gottlieb vrijdag in The Guardian. Het stuk is van de hand van Erin Brockovich, een Amerikaanse milieuactiviste die een belangrijke rol speelde in de zaak tegen de Pacific Gas and Electric Company of California in 1993, het machtig chemieconcern dat op grote schaal het grondwater vervuilde. In 2000 portretteerde Julia Roberts haar in de gelijknamige film.

    Als deze trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed

    Hormoonverstorende chemicaliën zouden de vruchtbaarheid wereldwijd in een alarmerend tempo decimeren. Milieu- en voortplantingsepidemioloog Shanna Swan aan de Mount Sinai School of Medicine in New York, beweert dat het aantal zaadcellen van mannen sinds 1973 met bijna 60 procent is afgenomen. Als die trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed.  

    De chemicaliën verantwoordelijk voor deze spermacrisis zitten in van alles, in plastic, in geurstoffen, schoonmaakproducten, zeep, elektronica, in vloerbedekking. In alle zogenaamde ‘forever chemicals’, omdat ze niet afbreken in het milieu of het menselijk lichaam. Ze stapelen zich op.

    En dat is nog niet alles blijkt uit Swan’s onderzoek. Behalve slap en/of sloom zaad, gaat ook de grootte van de penis en het volume van de testikels krimpen. Swan stelt wetgeving voor, maar wie weet is dit schrikbeeld voor veel mannen al genoeg om forever alle chemicals uit hun levenspatroon te bannen.


    Nieuwe Banksy beklad

    Een muurschildering van Banksy op de zijkant van een voormalige gevangenis waar Oscar Wilde zat opgesloten, is beklad met rode verf. Het kunstwerk, dat verscheen op een rode bakstenen muur van wat ooit de gevangenis van Reading was, toonde een gevangene die ontsnapt van een aan elkaar geknoopte rol papier uit een typemachine, schrijft The Guardian.

    Het kunstwerk werd op 28 februari ’s nachts gemaakt en op 4 maart officieel bevestigd als een Banksy, toen de ongrijpbare straatkunstenaar een video op zijn Instagram-account plaatste.

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy by Bob Ross, Create escape, aldus art director Majel van der Meulen. ‘Op straat geeft ‘Team Robbo’ een andere wending aan het verhaal. Ik zie mogelijkheden voor een “wordt vervolgd”.’


    Analyse van een wereldverbeterend tijschrift

    Hoe gaat het met de site die ‘met liefde probeert de wereld opnieuw en menselijker vorm te geven’? vraagt het platform voor linkse journalistiek Neues Deutschland zich af. De auteur, Michael Bittner, zinspeelt op Rubikon, dat in 2017 door Jens Wernicke werd opgericht als een ‘tijdschrift voor kritische massa’.

    De naam, analyseert Bittner, is al niet handig gekozen. ‘Van een tijdschrift dat zichzelf identificeert als maatschappijkritisch, democratisch en antimilitaristisch, verwacht men geen titel die zinspeelt op de beslissing van generaal Julius Caesar om zich voor te doen als een militair dictator [hoewel in de Romeinse wet was vastgelegd dat een generaal met een staand leger rivier de Rubicon niet mocht oversteken, deed Caesar het op zijn veroveringstocht toch]. Fans van Donald Trump riepen aan het einde van zijn ambtsperiode hun held met de hashtag #CrossTheRubicon op om de staatsgreep te riskeren. Als de naam “Rubikon” een voorteken is voor het hele medium, dan is het geen goede.’

    Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen

    Tja, what’s in a name? Van het initiatief blijft in Bittners vonnis weinig overeind. In zijn bespiegeling komt een interessant dilemma aan bod: ‘De overtuiging dat de bevolking niet in opstand komt tegen de onrechtvaardige omstandigheden omdat ze “gemanipuleerd” worden in de media, weerspiegelt dezelfde minachting voor “domme mensen” waarvan elites worden beschuldigd. Gaat dit misschien niet zozeer over de verwezenlijking van democratie als wel over het vervangen van een oude elite door een nieuwe?’

    Wernickes houding ten opzichte van conspiracydenken laat zien hoe dun de grens tussen dit verschijnsel en maatschappijkritiek kan zijn (zoals ook Willem Schinkel uiteenzet in deze geweldige podcast met Lex Bohlmeijer van De Correspondent). Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen. ‘Dat kan soms het geval zijn,’ aldus Bittner. ‘Maar de omgekeerde conclusie die Wernicke praktisch trekt, gaat niet op: hij publiceert vrijwel alle onzin, zolang die maar in tegenspraak is met wat de “reguliere media” zeggen.’

    Het is mooi om te zien dat de media elkaar scherp houden, aldus hoofdredacteur Laura Weeda.