Tag: klimaat

  • Is een lager geboortecijfer beter voor het milieu?

    Is een lager geboortecijfer beter voor het milieu?

    In steeds meer landen, waaronder in het VK, de VS en Japan, daalt het geboortecijfer. Is dit goed nieuws voor onze planeet?

    Ja: ‘We moeten deze positieve trend omarmen en ons eraan aanpassen’

    ‘Ooit werd de groeiende bevolking gezien als de belangrijkste oorzaak van het uitsterven van diersoorten, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, vervuiling en milieuvernietiging,’ blikt Kirsten Stade, conservatiebioloog, terug in Newsweek. ‘Maar tegenwoordig horen we eerder dat er te weinig van ons zijn dan te veel. Deze “crisis”, zo wordt ons verteld, zal ernstige gevolgen hebben voor onze economie en vooral voor senioren.’ 

    Stade wijst erop dat deze retoriek een vertekend beeld geeft. De wereldbevolking groeit namelijk nog steeds met 80 miljoen mensen per jaar en dat heeft grote gevolgen voor het milieu. ‘Ondanks dat het verband tussen bevolkingsgroei en klimaatverandering meermaals is bewezen, komt het terugdringen van onze bevolkingsgroei nauwelijks aan bod in het klimaatdebat.’

    Sommigen beweren dat groene technologie een oplossing zou zijn voor het duurzaam ondersteunen van een groeiende wereldbevolking. Maar volgens Stade is dat helemaal niet zo gemakkelijk. Om groene alternatieven zodanig op te schalen, zijn grote investeringen in fossiele brandstoffen en mijnbouw nodig. ‘Mijnbouw voor lithium, koper, nikkel en kobalt, dat wordt gebruikt voor het maken van windturbines en elektrische auto’s, vindt vaak plaats ten koste van laagbetaalde arbeiders, onder wie veel kinderen. En het leidt tot vernietiging van natuurgebieden. Binnenkort is ook de diepzeebodem aan de beurt, wat ten koste zal gaan van het ecosysteem en nog onontdekte diersoorten.’

    ‘Het is moeilijk voor te stellen hoe we tegen 2100 nog eens 2 miljard extra mensen kunnen voeden’

    Ook de voedselproductie vormt een grote uitdaging. ‘Met onze huidige bevolkingsgrootte en consumptiepatroon neemt landbouw al 40 procent van het ijsvrije landoppervlak van de aarde in beslag’, schrijft ze. Ontbossing en habitatvernietiging voor landbouw vormen de grootste bedreiging voor de meeste bedreigde diersoorten. Bovendien verbruikt de agrarische sector 70 procent van het zoetwater. ‘Het is moeilijk voor te stellen hoe we tegen 2100 nog eens 2 miljard extra mensen kunnen voeden zonder de planeet verder uit te putten.’

    Een dalend geboortecijfer hoeft dus geen reden te zijn tot paniek. ‘Nu de opwarming van de aarde miljarden mensen dreigt te verdrijven naar gebieden waar de temperatuur nog geschikt is voor menselijk leven, is het niet het moment om ons zorgen te maken over te weinig mensen,’ aldus Stade. ‘In feite is de daling van het geboortecijfer een reden tot vreugde: ze weerspiegelt gendergelijkheid, het welzijn van kinderen en het verlichten van onze druk op de aarde. In plaats van te treuren over het lage geboortecijfer, zouden we deze positieve trend moeten omarmen, ons eraan aanpassen en vieren wat het betekent voor de toekomst van onze planeet.’

    Kirsten Stade is conservatiebioloog en communicatiemanager bij de ngo Population Balance.


    Nee: ‘Dalende vruchtbaarheidscijfers kunnen de planeet eerder schaden dan helpen’

    ‘De bezorgdheid over het dalende geboortecijfer neemt toe’, schrijft John Burn-Murdoch in Financial Times. Volgens hem beschouwen progressieven de bezorgdheid over het dalende geboortecijfer als een inherent conservatieve kwestie, omdat het stimuleren van meer kinderen kan botsen met vrouwenrechten. Bovendien betekent meer mensen meer uitstoot. ‘Maar door dit onderwerp aan rechts over te laten, riskeren progressieven juist een conservatievere en minder groene toekomst.’

    Een populair argument is dat het dalende geboortecijfer goed zou zijn voor de planeet. ‘De werkelijkheid is minder zwart-wit. De totale uitstoot is namelijk afhankelijk van twee factoren: het aantal mensen dat uitstoot produceert en de hoeveelheid die iedere persoon uitstoot,’ legt Burn-Murdoch uit. ‘De tweede factor heeft een veel grotere impact. Zo hebben technologische vooruitgang en groen beleid de gemiddelde ecologische voetafdruk van westerlingen de afgelopen decennia drastisch verkleind, wat betekent dat landen als het VK en de VS hun totale uitstoot sterk hebben verminderd, ondanks dat de bevolking is gegroeid. In Japan daarentegen heeft de afkeer van schone kernenergie na de ramp in Fukushima geleid tot een stijging van de uitstoot, terwijl het geboortecijfer steeds verder daalde.’

    Het is volgens Burn-Murdoch niet alleen zo dat innovatie demografische ontwikkelingen overschaduwt; de twee zijn met elkaar verbonden. ‘Landen met een oudere bevolking zijn over het algemeen conservatiever en minder innovatief, wat de vergroening van hun economieën en samenlevingen kan vertragen.’

    ‘Een groeiende kloof tussen het geboortecijfer van links en rechts zal de liberalisering vertragen’

    Een studie die dit jaar door een groep Amerikaanse onderzoekers is gepubliceerd, komt tot een vergelijkbare conclusie. ‘In het beste geval zullen de dalende geboortecijfers een verwaarloosbare invloed hebben op de mondiale temperaturen en veel te laat komen om de klimaatdoelstellingen te beïnvloeden. In het slechtste geval zal het netto effect zijn dat de vooruitgang wordt vertraagd, waardoor de planeet nog meer vervuild raakt en verder opwarmt.’

    Uit recente studies blijkt dat het gebrek aan bezorgdheid van links over het dalende geboortecijfer de samenleving waarschijnlijk in een meer conservatieve richting duwt. ‘Van de VS tot Europa en daarbuiten krijgen mensen die zichzelf als conservatief beschouwen bijna evenveel kinderen als tientallen jaren geleden. De daling is vooral te zien bij progressieve linkse mensen, waardoor elke volgende generatie verder naar rechts verschuift dan anders zou zijn gebeurd.’ Natuurlijk nemen kinderen niet zomaar de politieke opvattingen van hun ouders over. Maar het staat volgens de datajournalist vast dat de waarden van kinderen sterk worden beïnvloed door die van hun ouders. ‘Een groeiende kloof tussen het geboortecijfer van links en rechts zal de liberalisering dus vertragen en kan leiden tot samenlevingen en politici die minder liberaal zijn en minder aandacht hebben voor het milieu dan anders het geval zou zijn. (…)

    Iedereen moet de mogelijkheid hebben om het aantal kinderen te krijgen dat hij of zij wenst, en nul is een even legitieme keuze als elke andere. Maar als een deel van iemands redenering om geen kinderen te krijgen is dat dit de juiste keuze is voor de planeet, of dat het progressieve waarden belichaamt, dan is dit zeker niet eenduidig door bewijs onderbouwd.’

    John Burn-Murdoch is columnist en dataverslaggever voor Financial Times. Hij schrijft de wekelijkse column Data Points.

  • Recordoppervlak Europees bosgebied afgebrand in 2025

    Recordoppervlak Europees bosgebied afgebrand in 2025

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: tandpasta op basis van mensenhaar beter dan fluoride

    » Gletsjers op Mars blijken zuiverder dan lang gedacht werd

    De bosbranden hebben 37 miljoen ton kooldioxide uitgestoten

    De bosbranden die Europa teisteren hebben dit jaar meer dan 1 miljoen hectare in de as gelegd, waarmee 2025 het ergste jaar ooit is qua hoeveelheid verwoest bosgebied. ‘Dodelijke vuurzeeën die dorpen hebben leeggemaakt en boeren gedwongen om brandweerman te worden, hebben dit jaar vier keer zoveel land verwoest als het gemiddelde voor dezelfde periode in de afgelopen twee decennia bedraagt’, schrijft The Guardian.

    Uit gegevens van het European Forest Fire Information System, die teruggaan tot 2003, blijkt dat dit jaar 1.015.024 hectare is verbrand. Daarmee is het vorige record van 988.544 hectare uit 2017 gebroken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De verwoestende branden hebben 37 miljoen ton kooldioxide uitgestoten, ongeveer evenveel als de jaarlijkse CO2-uitstoot van Portugal of Zweden, landen met elk 10 miljoen inwoners. De branden hebben ook records gebroken voor deze tijd van het jaar voor negen andere luchtverontreinigende stoffen, waaronder fijne deeltjes die bekend staan als PM2,5. Deze stoffen zouden volgens deskundigen bosbranden veel dodelijker maken dan eerder werd gedacht.

    Bosbranden hebben deze maand grote delen van Zuid-Europa geteisterd. Een hittegolf, die langer en sterker was door de vervuiling door fossiele brandstoffen, dreef de temperaturen in een groot deel van het Middellandse Zeegebied en de Balkan op tot boven de 40 graden.

    Er zijn voor zover bekend iets meer dan twaalf doden gevallen door de vlammen, maar wetenschappers zeggen dat het werkelijke dodental waarschijnlijk veel hoger ligt. Dikke rookwolken hebben de longen van mensen vervuild met schadelijke gassen en giftige deeltjes die klein genoeg zijn om in de bloedbaan terecht te komen. Een studie die in december in The Lancet werd gepubliceerd, stelt bosbrandrook aansprakelijk voor 111.000 sterfgevallen per jaar in Europa, inclusief Rusland, tussen 2000 en 2019.

  • Klimaat: Europese landen nemen genoegen met een minimaal compromis voor 2035

    Klimaat: Europese landen nemen genoegen met een minimaal compromis voor 2035

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky: ‘Oekraïne is erin geslaagd deel van Russische troepen terug te dringen’

    » Echtpaar Macron naar rechtbank om te bewijzen dat Brigitte echt een vrouw is

    Europa is terughoudend uit angst voor economische gevolgen

    De beslissing voor een minimaal compromis werd genomen om niet met lege handen aan te komen bij de Algemene Vergadering van de VN volgende week en bij de klimaatconferentie COP30 in Brazilië in november. Omdat ze geen besluit konden nemen, keurden de Zevenentwintig in Brussel een bandbreedte goed voor de vermindering van hun emissies, tussen -66,25 en -72,5 procent ten opzichte van 1990.

    Deze bandbreedte zal worden verfijnd als ze de komende weken of maanden een akkoord bereiken. Denemarken, dat het roulerende EU-voorzitterschap bekleedt, legde dit compromis op tafel om aan te tonen dat Europa ‘een wereldleider op klimaatgebied is en zal blijven’, ondanks verschillen tussen landen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het document dat donderdag werd goedgekeurd na moeizame onderhandelingen tussen milieuministers, is slechts een ‘intentieverklaring’ en geen harde toezegging. Europeanen zijn er tevreden mee, omdat ze het niet eens kunnen worden over hun klimaatdoelstelling voor 2040.

    ‘Het probleem is dat het politieke evenwicht in Europa, gedomineerd door conservatieve regeringen, een groeiende terughoudendheid vertoont om middelen te besteden aan de groene agenda, deels uit angst dat bedrijven de wereldwijde economische race zullen verliezen aan spelers zoals de Verenigde Staten of China’, benadrukt La Vanguardia. ‘De EU ziet haar positie verzwakken naarmate COP30 nadert’, meent het Catalaanse dagblad.

  • Nieuw onderzoek: wegwerpmondkapjes vormen ‘chemische tijdbom’

    Nieuw onderzoek: wegwerpmondkapjes vormen ‘chemische tijdbom’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negentien doden en honderden gewonden bij protesten in Nepal

    » Linkse coalitie behoudt macht in Noorwegen

    Op de piek van de pandemie werden er 129 miljard mondkapjes per maand gebruikt

    De massale inzet van wegwerpmondkapjes tijdens de coronapandemie vormt ‘een chemische tijdbom’ voor mens en milieu. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Coventry University, aldus The Guardian

    Tijdens het hoogtepunt van de pandemie werden wereldwijd naar schatting 129 miljard mondkapjes per maand gebruikt, die meestal gemaakt zijn van kunststof zoals polypropyleen. Omdat er geen recyclingsysteem werd opgezet, belandden de meeste in stortplaatsen of in de natuur. Daar breken ze nu af tot microplastics en lekken ze chemische stoffen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Wetenschappers ontdekten dat vooral FFP2- en FFP3-maskers veel microplasticdeeltjes vrijlaten, soms tot zes keer meer dan gewone maskers. Daarnaast werd bisfenol B aangetroffen. Dat is een hormoon ontregelende chemische stof die als oestrogeen werkt en zich in het lichaam van mensen en dieren kan ophopen.

    De onderzoekers van Coventry University pleiten voor duurzame alternatieven en bewustere omgang met beschermingsmiddelen.

  • Europese steden moeten zich wapenen tegen extreme hitte

    Europese steden moeten zich wapenen tegen extreme hitte

    ‘Groenvoorzieningen, schaduw en zwemplekken zullen de klimaatcrisis niet oplossen, maar ze worden wel steeds belangrijker’, schrijft Alexander Hurst in The Guardian.

    In de rivier de Limmat drijven mensen in zwembanden van hun werk naar huis, sommigen nonchalant met een biertje in de hand. De Limmat, die stroomt van Zürich via Baden naar Brugg en daar samenkomt met de Reuss en de Aare, is dan ook zo helder dat hij je niet alleen bijna smeekt om erin te springen, maar ook om ervan te drinken.

    Het Canal Saint-Martin in Parijs roept minder snel dergelijke verlangen op, maar tijdens de moordende 38 graden onlangs stond voor een van de voetgangersbruggen over het kanaal eveneens een rij mensen te wachten op hun beurt om erin te springen of te duiken, een achterwaartse salto te maken of gewoon plat op hun buik op het water te ploffen.

    Ground zero

    Terwijl de klimaatcrisis ons steeds harder met onze neus op haar desastreuze gevolgen drukt, zijn steden tijdens hittegolven hun eigen ground zero. Het is geen geheim dat Parijs met een tekort aan groene ruimte en lommerrijke bomen kampt en onder aan de Green View Index van het Massachusetts Institute of Technology bungelt. De weidse groene gazons van het Parc Montsouris en naar zijn bruiswaterfontein, waar iedereen gratis uit kan drinken, zijn een uitzondering; hiervan bevinden zich zeventien in de hele stad.

    Hoe kunnen we, terwijl de trottoirs zinderen en het zweet ons tappelings van het lijf loopt, meer groene ruimtes en leefbaarder straten creëren in een dichtbevolkte stad, waar de woningen zo slecht bestand zijn tegen steeds hetere zomers?

    De beste manier lijkt door zo veel mogelijk beplanting aan te brengen en het verkeer waar mogelijk een halt toe te roepen. Een groene muur bij metrostation Sentier; struiken, bomen, bloemen en wild gras op voormalige parkeerplaatsen op de Rue de Sully; de Rue Charles Moureau in het 13e arrondissement is tot voetgangersgebied getransformeerd en honderden soortgelijke straten zullen volgen. Voor het Parijse stadhuis groeit een stadsbos, het derde in de hoofdstad tot nu toe, nadat een kaal en door de zon geteisterd stuk beton van het Place de Catalogne het veld geeft geruimd voor 470 bomen, en in het 20ste arrondissement is een voormalige ringspoorlijn omgetoverd tot een groene oase.

    Zelfpromotie of niet, er zijn Parijzenaars genoeg die popelen om een duik te nemen in de Seine

    Op zondag 6 juli jongstleden kwam de Parijse burgemeester Anne Hidalgo haar beruchte belofte na en verklaarde de Seine voor het eerst in een eeuw officieel weer geschikt om in te zwemmen. Zelfpromotie of niet, er zijn Parijzenaars genoeg die popelen om een duik te nemen.

    Hoewel geen van deze plaatselijke verbeteringen een substituut is voor grootschalige politieke actie om de klimaatcrisis aan te pakken, is het nodig alle zeilen bij te zetten om onze steden leefbaar te houden tijdens extreme hitte. Of het nu gaat om zwemvijvers of schaduwrijke plekjes, alle beetjes helpen.

    In Parijs zijn ze bijvoorbeeld bezig met het renoveren van een kruispunt, waarbij ook ruimte wordt gemaakt voor een pleintje. Tot voor kort bestond alles op die plek uit warmteabsorberend asfalt; nu is het asfalt vervangen door steen, dat de zon beter weerkaatst, en is de helft van het voorheen geasfalteerde gebied beplant. Visueel is alles er al onmiskenbaar op vooruitgegaan en over een paar jaar, wanneer de planten volgroeid zijn, zal het voormalige hitte-eiland getransformeerd zijn in een plek die koeler is, en bovendien aantrekkelijker.

    Ook het voetgangersgebied langs de Seine en het grote aantal aangelegde fietspaden sorteert het nodige effect en worden gretig gebruikt, ook al heeft Hidalgo aanvankelijk de nodige kritiek moeten incasseren. 

    Volgens Luc Berman van ‘Le réseau vélo et marche’, een collectief dat werkt aan de verbetering van de infrastructuur voor voetgangers en fietsers, is het percentage fietsritten in Parijs de afgelopen tien jaar gestegen van twee naar twaalf en het percentage autoritten verminderd van twaalf naar vier. ‘In geen enkele andere stad ter wereld van dit formaat is het zo snel gegaan,’ zegt Berman. ‘Het is een voorbeeld van wat er met politieke moed op plaatselijk niveau kan worden bereikt.’

    Niemand wil verantwoordelijk gehouden worden voor oververhitte bejaardentehuizen, scholen, metro’s of kerncentrales

    Meteen na de covidlockdowns heeft de stad schijnbaar overal betonnen barrières opgeworpen om ruimte voor fietsers te creëren en restaurants toestemming gegeven om hun terrassen naar de straat uit te breiden. Deze tijdelijke maatregelen hebben inmiddels geleid tot een permanente fietsinfrastructuur en een permanente vraag naar uitbreidingsvergunningen voor restaurantterrassen.

    Ondertussen probeert de ultrarechtse partij van Marine Le Pen van de verplichte invoering van airconditioning een cause célèbre te maken en verzet ze zich openlijk tegen het aanpakken van de oorzaak van de opwarming door het enige forum dat daarvoor belangrijk genoeg is: de EU. De andere Franse partijen zouden er goed aan doen om het thema niet aan Le Pen over te laten: niemand wil verantwoordelijk gehouden worden voor oververhitte bejaardentehuizen, scholen, metro’s of kerncentrales – allemaal plekken waar airconditioning onmisbaar is geworden. Tegelijkertijd is het in Parijs nauwelijks mogelijk om dit probleem grootschalig aan te pakken: in de talloze negentiende-eeuwse appartementsgebouwen is het technisch en bouwkundig haast onmogelijk om structureel iets aan de hitte te doen.

    Dit probleem zal in de toekomst allerminst kleiner worden. Volgens de Canadese zoöloog en klimaatactivist David Suzuki, die al decennialang pleit voor een duurzamer samenspel tussen mens en natuur, is het inmiddels onwaarschijnlijk dat we de klimaatcrisis nog volledig kunnen afwenden. Maar dat maakt verdere actie niet zinloos. Elke tiende graad temperatuurstijging die we weten te voorkomen, telt – voor ecosystemen, voor stedelijke infrastructuur, en voor de gezondheid van miljoenen mensen. In dat licht hebben ook steden de opdracht zich te blijven aanpassen aan de veranderende omstandigheden. 

  • ICJ stelt vervuilende staten wettelijk aansprakelijk voor klimaatopwarming

    ICJ stelt vervuilende staten wettelijk aansprakelijk voor klimaatopwarming

    Getroffen landen hebben recht op schadevergoeding

    ‘Historisch’: zo omschrijft het tijdschrift Time de unanieme uitspraak van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) op woensdag 23 juli over de juridische verplichtingen van staten ten aanzien van klimaatverandering. Klimaatopwarming vormt een ‘urgente en existentiële bedreiging’, aldus de rechter, waarna hij de verschillende verplichtingen van staten om hiertegen op te treden opsomde. Het Hof oordeelde ook dat landen die door de gevolgen van de opwarming worden getroffen, recht hebben op schadevergoeding. ‘Dat was een van de belangrijkste verwachtingen van de eisers’, aldus Le Temps.

    De procedure voor het Internationaal Gerechtshof was in 2019 gestart door studenten uit Vanuatu, een eilandengroep in de Stille Oceaan die ‘wordt bedreigd door de stijging van de zeespiegel en de toename van het aantal cyclonen’, aldus de Zwitserse krant. Hun verzoek werd in 2023 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de VN en leidde het jaar daarop tot de organisatie van hoorzittingen in Den Haag, waar ongeveer honderd staten en organisaties het woord voerden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hoewel het advies van het ICJ niet bindend is, stelt het dat landen ‘verplicht’ zijn om bindende maatregelen te nemen om te voldoen aan de klimaatverdragen. Maar ‘vooral’, benadrukt Al-Jazeera, bevestigt de hoogste rechtbank ter wereld dat de geïndustrialiseerde landen de wettelijke verplichting hebben om het voortouw te nemen in de strijd tegen klimaatverandering, ‘vanwege hun grotere historische verantwoordelijkheid op het gebied van uitstoot’.

    Het Hof verwierp dus het standpunt van de grote vervuilende landen dat de bestaande klimaatverdragen – en met name het onderhandelingsproces van de jaarlijkse COP’s – ‘voldoende’ waren, benadrukt Le Devoir. In overeenstemming met de kleine eilandstaten bevestigt het Internationaal Gerechtshof dat het klimaat moet worden ‘beschermd voor de huidige en toekomstige generaties’, terwijl de grote vervuilende landen absoluut weigerden de rechten van nog niet geboren individuen te erkennen, vervolgt het dagblad uit Quebec.

    ‘Dit is een overwinning voor onze planeet, voor klimaatrechtvaardigheid en voor het vermogen van jongeren om veranderingen in gang te zetten’, reageerde VN-secretaris-generaal Antonio Guterres in een verklaring die door Le Devoir werd geciteerd. De Franse minister van Ecologische Transitie Agnès Pannier-Runacher prees het besluit als een ‘historische beslissing’ en een ‘overwinning voor het klimaat’.

  • Waarom de eeuwige kritiek op toeristen onterecht is

    Waarom de eeuwige kritiek op toeristen onterecht is

    Vakantiegangers beschadigen het klimaat, verdringen de lokale bevolking en zien er vaak ook nog eens belachelijk uit. Toch is het volgens Philipp Laage in Der Spiegel ronduit verkeerd – en elitair – om anderen het recht op vakantie te ontzeggen.

    Lang was reizen iets gewilds: iemand die regelmatig met het vliegtuig op vakantie ging om andere landen te zien, werd beschouwd als kosmopoliet. Dat is nu wel anders. Vandaag de dag zijn toeristen klimaatzondaars die de lokale bevolking het leven onmogelijk maken. Ze worden niet alleen als storend gezien vanwege een bepaald soort gedrag, ze zijn per definitie misplaatst. Het algehele nut van reizen wordt in twijfel getrokken.

    Maar door wie eigenlijk? En vooral, waarom? De waarheid is: zolang mensen bewust en bedachtzaam met zichzelf, anderen en hun omgeving omgaan, maakt het niet uit waar ze zijn. En als ze dat niet doen, geldt hetzelfde. Het is niet zo dat reizen mensen beter of slechter maakt. En misschien is het zelfs wel zo dat directe culturele uitwisseling door persoonlijke ontmoetingen steeds belangrijker wordt nu de spanningen wereldwijd toenemen. Is het niet gemakkelijker om interpersoonlijke grenzen te overstijgen als je ook geografische grenzen overschrijdt?

    Het nieuwe kolonialisme

    Veel mensen lijken het nu anders te zien. Onder andere veel journalisten. Jens Jessen maakt in Die Zeit de balans op van het onbeschaamde massatoerisme en noemt het ‘het nieuwe kolonialisme’. Hij observeert ‘een onstuimig verlangen van mensen die aan huis gebonden zitten om minstens één keer per jaar anderen te kunnen lastigvallen en kleineren’. Geen beste reden voor een vakantie. Andere culturen leren kennen, je horizon verbreden, vooroordelen afbreken – wat is daarmee gebeurd?

    Blijkbaar allemaal zelfbedrog. Vakantie is ook gewoon werk, schrijft Nils Markwardt, eveneens in Die Zeit. Als je iets wilt leren, kun je een boek kopen. Hetzelfde geldt voor wie zichzelf wil ontdekken. ‘Dus het is het beste om gewoon thuis te blijven’, besluit de auteur stellig.

    Vice ergerde zich een paar jaar geleden vooral aan ‘kinderen van rijke ouders op zelfontdekkingsreis’. Van reizen worden we slechtere mensen omdat we het klimaat verpesten, aldus de strekking. Alle eventuele voordelen moeten wijken voor de ecologische crisis.

    De Amerikaanse filosoof Agnes Callard baarde opzien met een essay in The New Yorker. Ze vraagt zich daarin af of reizen wel echt zo verrijkend is. Haar belangrijkste bezwaar: we weten al wie we zijn als we terugkomen. Ook avonturlijkere reizigers hebben haar zegen niet. Ze wenden verandering voor, maar zijn uiteindelijk niet in staat om zichzelf objectief te bekijken en te beoordelen. Je kunt je afvragen: de auteur wel dan?

    Het essay ging viraal en herhaalde de bekende beschuldigingen tegen toeristen: ze zien niets, leren niets, veranderen niet. Het is allemaal vluchtgedrag, narcisme en zelfbedrog. Reizen verandert ons enkel in de slechtste versie van onszelf, aldus Callard.

    Volgens Die Welt is reizen binnenkort simpelweg niet meer van deze tijd. De krant spreekt van een ‘nieuwe haat tegen toeristen’ – maar zo nieuw is die niet.

    Cruise naar de ondergang

    Het zwartmaken van toeristen gaat ver terug. Al in de negentiende eeuw werd er geklaagd dat het plebs in aantocht was en dat de beste tijden voorbij waren. Al toen vakantiegangers nog in verantwoorde aantallen reisden, werden ze beschouwd als schapen en lemmingen die de massa volgden; als een kudde, roedel of zelfs als een zwerm insecten die steeds weer ergens anders neerdaalden.

    Het ongemak met toerisme is altijd gevoed door de culturele oppervlakkigheid en het ontwrichtende massale karakter ervan. Critici maken graag onderscheid tussen toeristen en ‘echte reizigers’, die hun horizon willen verbreden. Al die kritiek en spot heeft de massa er echter nooit van weerhouden om te reizen. De laatste tijd geven Duitsers meer geld uit aan vakanties dan ooit tevoren en langeafstandsreizen en vliegen zijn nog altijd razend populair.

    Wel heeft het onbehagen dat de vakantieganger veroorzaakt nu een morele implicatie: toeristen worden ervoor verantwoordelijk gehouden de mensheid dichter bij haar einde te brengen, als op een cruise naar de ondergang.

    De toerist lijkt niet te passen in een tijdperk dat soberheid predikt. In haar boek Bleibefreiheit [Blijfvreugde] stelt filosoof Eva von Redecker dat vrijheid niet gedefinieerd moet worden in termen van ruimte, maar in termen van tijd: we moeten thuisblijven om de basisvoorwaarden van het leven in de toekomst garanderen. Niet uit dwang of plicht, maar omdat dat ons voldoening schenkt. In deze utopie is letterlijk weinig ruimte voor de vakantieganger; de Oostzee en de Beierse meren zijn immers al overvol.

    Wie verder weg wil rijden of vliegen, moet de klimaatimpact van zijn eigen vakantie verantwoorden en wordt al snel veroordeeld. Daarbij wordt vaak met twee maten gemeten. De thuisblijvers houden er immers misschien wel een levensstijl op na die in het dagelijkse leven meer uitstoot veroorzaakt dan die van sommige reizigers. Toegegeven, dat is whataboutism. Maar moeten we ons wel kritisch opstellen ten opzichte van elkaars prioriteiten?

    De moraalridder uithangen zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen

    Vliegen is gewoon een dure luxe, wordt wel gezegd. In tegenstelling tot huisvesting, bijvoorbeeld. Reisemissies zijn daarom onnodig en dus immoreel. De vraag is wat je met zulke beschuldigingen wilt bereiken. De moraalridder uithangen en je opwinden over andermans gedrag zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen. Dat is tenminste wat de maatschappelijke ontwikkeling van de afgelopen jaren ons toont. Er valt weinig te winnen door anderen de legitimiteit van hun belangen en behoeften te ontzeggen. Ook als die behoefte een vakantiebestemming is die verder ligt dan het Zwarte Woud, Texel of het Vierwoudstedenmeer.

    Niets wijst erop dat de meerderheid van de mensen binnenkort vrijwillig zal afzien van vliegreizen. Slechts enkelen kiezen ervoor om het niet te doen (en gaan daar prat op). Degenen met minder geld willen ook weleens met het vliegtuig op vakantie, en laten zich daarin niet door anderen beperken.

    Eén suggestie is om iedereen een persoonlijk CO₂-budget te geven. Als je van reizen houdt, kun je je budget daaraan spenderen en moet je elders bezuinigen. Maar wie moet dit gaan controleren? Een nieuwe superautoriteit? Daar hebben we waarschijnlijk een dictatuur voor nodig.

    Met het definiëren van de term overtoerisme lopen we tegen eenzelfde probleem aan: wie naar Mallorca vliegt om van de zon te genieten moet wegblijven, maar cultuurreizigers zijn welkom? Wie kan het doel van de reis beoordelen en bij twijfel de boeking weigeren?

    Nee, de markt moet reguleren. En omdat bekend is dat de markt op hol slaat en alle neveneffecten negeert als we haar haar gang laten gaan, moeten politici haar in toom houden. Ze moeten een prijs zetten op klimaatschade, woningen beschermen en infrastructuur reguleren. Met belastingen en boetes, eisen en regels, lokkertjes en compromissen. Hoe dit op een sociaal aanvaardbare manier kan worden bereikt is een belangrijke vraag, die niet eenvoudig te beantwoorden is.

    Elitair

    Veel vakantiegangers passen zich aan, slechts weinigen lappen de regels moedwillig aan hun laars. De meeste van hen zijn helemaal niet zo onwetend als ze vaak worden afgeschilderd. Bovendien moeten we niet over het hoofd zien dat slechts een paar plaatsen op aarde echt zonder bezoekers kunnen. In veel regio’s heeft toerisme een doorslaggevende bijdrage geleverd aan de welvaart. De ongelijke verdeling van inkomsten en het gebrek aan sociale normen zullen niet worden opgelost als er over het algemeen minder te verdelen valt. Integendeel.

    Het is onrealistisch om van toeristen te verwachten dat ze deze problemen oplossen door hun consumptiegedrag aan te passen. De verantwoordelijkheid voor structurele veranderingen kan niet worden afgeschoven op de reizigers. Nuttiger zou het zijn om politieke maatregelen te promoten die klimaatbescherming en sociale rechtvaardigheid bevorderen.

    Het nut van het snel toenemende Instagramtoerisme is zonder meer discutabel. Hoe we reizen is en blijft dan ook een belangrijke vraag. Natuurlijk kun je door minder te vliegen een persoonlijke bijdrage leveren aan de bescherming van het klimaat, of het nu daadwerkelijk iets oplevert of niet. Maar anderen veroordelen en het recht ontzeggen om op vakantie te gaan, is ronduit verkeerd en elitair.

    Waarom iemand op vakantie gaat, moet hij zelf weten. Het gaat waarschijnlijk zelden echt om die persoonlijke transformatie, al suggereert filosoof Callard van wel. Het lijkt niet bij deze auteur op te komen dat mensen die naar het buitenland reizen gewoon op zoek zijn naar een beetje plezier, of ontspanning.

    Misschien is de toerist zo’n populaire boeman omdat mensen in het licht van complexe, escalerende crises duidelijkheid willen: wie staat aan de goede kant, wie aan de verkeerde? Eenvoudige antwoorden maken de wereld draaglijker. Maar niet beter. 

  • Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    De wereldwijde temperatuurstijging zal onze vakanties drastisch veranderen. Niet alleen zullen we andere bestemmingen kiezen, ook de traditionele zomer als hoogseizoen staat onder druk.

    In 1975 scoorde zanger en presentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer?, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin men volgens Carrell nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:

    Ein Sommer, wie er früher einmal war,
    Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
    Und nicht so nass und so sibirisch, wie im
    letzten Jahr

    Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden – een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden – en de plek die daarbij hoorde: het strand.

    Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022.

    De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder, en dit alles gebeurde nog voor de warme klimaatcyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte. Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat – het toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening – en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de pandemie heeft plaatsgemaakt voor een piek in het toerisme, tekent zich een nieuwe wereldkaart met vakantiebestemmingen af.

    Kusttoerisme

    Voorlopig prijken stranden nog prominent op de kaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, en in de Verenigde Staten is het segment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.

    Sommige strandbestemmingen, zoals de Malediven en delen van het Caribisch gebied, zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook langs de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen uiteindelijk zal overmannen. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.

    Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte

    Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat ooit betere tijden heeft gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, die nu werden bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die er door Londense deelgemeenten werden gehuisvest.

    Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen (mits de Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken). Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol de rol van verlaten vakantiebestemming wel eens kunnen overnemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.

    Voorjaar

    Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste is het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal stellen zonder kinderen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen ruimte meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.

    De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40 procent van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens een gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS is het skiseizoen in de periode van 1982 tot 2016 al 34 dagen korter geworden, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.

    Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.

  • NASA-onderzoek: intensiteit van weersextremen is de laatste vijf jaar hard gestegen

    NASA-onderzoek: intensiteit van weersextremen is de laatste vijf jaar hard gestegen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Minstens veertien doden in Russisch bombardement op Kyiv

    » Donald Trump verlaat voortijdig G7-top vanwege conflict Israël-Iran

    Weersextremen komen vaker voor, duren langer en zijn ernstiger

    Nieuwe gegevens van NASA hebben een dramatische toename van de intensiteit van weersomstandigheden zoals droogtes en overstromingen in de afgelopen vijf jaar aan het licht gebracht. Het onderzoek toont aan dat dergelijke extreme gebeurtenissen steeds vaker voorkomen, langer duren en ernstiger zijn, waarbij de cijfers van vorig jaar twee keer zo hoog waren als het gemiddelde van 2003-2020, schrijft The Guardian.

    Dat de stijging zo steil zou zijn, was niet voorzien. De onderzoekers zeggen dat ze verbaasd en gealarmeerd zijn door de laatste cijfers van de Grace-satelliet van NASA, die veranderingen in het milieu op aarde volgt. Ze zeggen dat klimaatverandering de meest waarschijnlijke oorzaak is van de duidelijke trend, ook al lijkt de intensiteit van extreme weersomstandigheden nog sneller te zijn gestegen dan de mondiale temperaturen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een deskundige van het Met Office, de Britse weerdienst, zei dat de toename van extreme weersomstandigheden al lang werd voorspeld, maar nu ook in de praktijk wordt waargenomen. Hij waarschuwde dat mensen niet voorbereid zijn op dergelijke weersomstandigheden, die buiten hun eerdere ervaringen vallen.

    De gegevens zijn nog niet door vakgenoten beoordeeld en onderzoekers zeiden dat ze nog tien jaar of langer nodig hebben om te bevestigen dat er daadwerkelijk sprake is van een trend. De gegevens zijn mede geproduceerd door dr. Bailing Li van het Hydrological Sciences Laboratory van het Goddard Space Flight Center van NASA, dat is aangesloten bij het Earth System Science Interdisciplinary Center van de Universiteit van Maryland.

    Li vertelde aan The Guardian: ‘We kunnen het causale verband nog niet bewijzen – daarvoor hebben we een veel langere dataset nodig. Het is moeilijk om precies aan te geven wat er hier gebeurt, maar andere gebeurtenissen suggereren dat (wereldwijde) opwarming de drijvende factor is. We zien steeds meer extreme gebeurtenissen over de hele wereld, dus dit is zeker alarmerend.’

  • Parijs legt autogebruik aan banden: luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd

    Parijs legt autogebruik aan banden: luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Civiele advocaten eisen dat VS gedeporteerde immigranten terughalen uit El Salvador

    » 130.000 Afghanen teruggekeerd, WHO voorspelt massale toename migranten

    De burgemeester wil een Parijs ‘dat kan ademhalen’

    De afgelopen twintig jaar heeft Parijs een grote transformatie ondergaan: verkeersaders zijn ingeruild voor fietspaden, groene ruimtes zijn toegevoegd, 50.000 parkeerplaatsen zijn geschrapt, parkeertarieven voor SUV’s zijn verhoogd en autovrije zones zijn ingesteld. Dat werpt zijn vruchten af: volgens Airparif, een onafhankelijke groep die de luchtkwaliteit rond Parijs bijhoudt, is de hoeveelheid fijnstof en stikstofdioxide sinds 2005 met 55 respectievelijk 50 procent gedaald. Dat schrijft The Washington Post.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Waar warmtekaarten die vervuiling weergeven twintig jaar geleden nog helemaal rood waren, was de rode zone in 2023 geslonken tot slechts een web van fijne lijnen over en rond de stad, die de drukste wegen en snelwegen voorstellen.

    Luchtvervuiling wordt door gezondheidsdeskundigen vaak omschreven als een sluipmoordenaar en in verband gebracht met onder meer hartaanvallen, longkanker, bronchitis en astma. Parijs wordt sinds 2014 geleid door burgemeester Anne Hidalgo, een socialiste die zich sterk maakt voor groen beleid en een ‘Parijs dat kan ademhalen’.

  • Nieuw rapport: Europa is het snelst opwarmende continent

    Nieuw rapport: Europa is het snelst opwarmende continent

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: gameplatform Roblox blijkt minder kindvriendelijk dan gedacht

    » Parijs: restauratie Notre-Dame naar verwachting pas in 2030 of 2035 voltooid

    2024 was het warmste jaar ooit in de historie van het continent

    Europa is het snelst opwarmende continent ter wereld en 2024 was het warmste jaar ooit in de geschiedenis van het werelddeel. Zo luidt de conclusie van het rapport dat op 15 april door de Wereld Meteorologische Organisatie en het observatieprogramma Copernicus Climate Change Service werd vrijgegeven. Meerdere landen in Europa werden vorig jaar getroffen door extreem weer en recordtemperaturen. De hevige stormen en overstromingen eisten ten minste 335 levens en raakten ongeveer 413.000 mensen, aldus het rapport, geciteerd door The Independent.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er was een opvallend oost-westcontrast in weersomstandigheden, met extreme droogte en warmte in het oosten en warm en nat weer in het westen. De experts die aan het rapport meewerkten, ontdekten dat Europa een van de regio’s is waar het overstromingsrisico naar verwachting het grootst zal zijn. Een opwarming van 1,5°C zou kunnen leiden tot 30.000 jaarlijkse sterfgevallen in Europa als gevolg van extreme hitte.

    Verder bereikten de jaarlijkse temperaturen in bijna de helft van het continent en de temperatuur van het zeeoppervlak een recordhoogte. De gemiddelde temperatuurstijging was bijzonder sterk in de Middellandse Zee, met 1,2°C boven het gemiddelde. Daarbij neemt in heel Europa de hoeveelheid ijs af door onder andere smeltende gletsjers.

    Toch is er ook een lichtpuntje: de hoeveelheid opgewekte schone elektriciteit bereikte in 2024 een recordhoogte ten aanzien van het vorige record van 43 procent in 2023.

  • Ostrava is een van de meest vervuilde steden. Komt daar binnenkort verandering in?

    Ostrava is een van de meest vervuilde steden. Komt daar binnenkort verandering in?

    De Tsjechische stad Ostrava staat nog steeds boven aan de lijst van meest vervuilde steden in Europa. De Poolse stad Krakau kampte met hetzelfde probleem, maar dankzij een verbod op kolen- en houtverwarming is de luchtkwaliteit daar merkbaar verbeterd. Dezelfde strategie zou ook de Tsjechische stad Ostrava kunnen inspireren, waar het verbod op de oudste verwarmingsketels wordt afgewacht.

    ‘Vroeger hoestte ik en jeukten mijn ogen. Net als veel andere mensen die al hun hele leven in een land met zulke vervuilde lucht wonen, dacht ik dat het normaal was,’ zegt milieuactiviste Magdalena Kozlowska.

    We ontmoeten elkaar op het kantoor van de milieuorganisatie Krakowski Alarm Smogowy (Krakau Smogalarm). Aan de muren hangen foto’s van vervuilde longen en in de gang spandoeken met de eenvoudige boodschap ‘Krakau wil ademhalen!’

    Kozlowska herinnert zich het moment dat ze thuiskwam en besefte dat de geur uit haar kleren niet zomaar een wintergeur was, zoals ze eerder had gedacht, maar smog. Nadat ze de eerste bijeenkomst van Krakowski Alarm Smogowy had bijgewoond, veranderde ze van een gewone burger in een voorvechter van schone lucht.

    Kozlowska maakt sinds de oprichting in 2012 deel uit van de organisatie. In die tijd was het een opkomende burgerbeweging voor schone lucht, die als doel had uit te zoeken hoe de lokale bevolking gewaarschuwd kon worden voor de slechte staat van de lucht en hoe politici tot effectieve maatregelen konden worden gebracht.

    In die tijd voerde Krakau de Europese ranglijst van meest vervuilde steden aan, zo blijkt uit onderzoek van het Europees Milieu-agentschap. Honderdvijftig dagen per jaar overschreed Krakau de Europese limieten voor luchtvervuiling. Soms was de luchtvervuiling wel acht keer zo hoog als de wettelijke limieten toestonden.

    Het begon op Facebook

    De stad was vaak letterlijk adembenemend. De meeste gevaarlijke verontreinigende stoffen, zoals benzo(a)pyreen, waren afkomstig van de verbranding van goedkope kolen van lage kwaliteit, hout en zware stookolie in oude en inefficiënte kachels, stookruimten en open haarden in huizen. Deze warmtebronnen leverden de grootste bijdrage aan de concentraties zwevende deeltjes in de lucht.

    De sleutel tot verandering was dan ook een drastische vermindering van de uitstoot van vervuilende stoffen door de gemeentelijke en particuliere sectoren. ‘De oorzaak was duidelijk en er waren deskundigen die wisten wat eraan kon worden gedaan. De beste oplossing was een volledig verbod op vaste brandstoffen. Maar experts waarschuwden dat dit niet kon worden geïmplementeerd vanwege een gebrek aan publieke steun,’ aldus Kozlowska. 

    Maar Krakowski Alarm Smogowy besloot daar verandering in te brengen. ‘We vonden de inspanningen van de stad om de uitstoot te verminderen ontoereikend en de middelen die voor deze strijd werden uitgetrokken onevenredig met de omvang van het probleem’, zo staat te lezen op de website van de organisatie. ‘Daarom besloten we het heft in eigen handen te nemen en een bewustwordingscampagne te starten onder de burgers. We realiseerden ons dat alleen zij de gemeentelijke en provinciale autoriteiten onder druk kunnen zetten om effectieve maatregelen te nemen’, vervolgt de tekst.

    Voordat Krakau Smog Alert een organisatie werd, was het een groep vrienden die praatte over luchtvervuiling, sprak over de negatieve invloed ervan op hun leven en zich zorgen maakte over het leven van hun kinderen. Gaandeweg sloten andere inwoners van Krakau zich bij hun aan en zo ontstond een lokale beweging voor schone lucht. 

    ‘We maakten een Facebook-pagina aan. Al snel wisten mensen ons te vinden en boden ze hulp en steun. We organiseerden marsen en demonstraties, verzamelden handtekeningen voor petities en kregen veel publieke steun. Mensen demonstreerden met ons mee, honderden inwoners van Krakau gingen met ons de straat op en begonnen veranderingen te eisen,’ zegt activiste Ewa Lutomska, nu projectmanager van de organisatie.

    ‘We leerden journalisten hoe ze over lucht moesten schrijven, omdat het in die tijd een nieuw onderwerp voor hen was’

    De beweging begon openbare evenementen op te zetten om de aandacht van het publiek in Krakau te vestigen op de kritieke toestand van de lucht in de stad. In 2013 liepen bijvoorbeeld duizenden inwoners van Krakau mee in een rouwende menigte en droegen ze een doodskist met het woord ‘lucht’ erop naar Wojciech Kozak, de voormalige plaatsvervangend gouverneur van het woiwodschap Klein-Polen. De symbolische begrafenis was een van de gebeurtenissen die de lokale politici aan het denken moesten zetten over de nijpende situatie.

    De beweging werd gesteund door artsen, wetenschappers en journalisten. ‘We leerden journalisten hoe ze over lucht moesten schrijven, omdat het in die tijd een nieuw onderwerp voor ze was. Marketingconsultants gaven ons op hun beurt advies om campagnes zo opvallend en visueel mogelijk te maken, om mensen zo bewust te maken van de werkelijke gevolgen van smog,’ legt Kozlowska uit. 

    Uiteindelijk kreeg de activistische groep zowel het publiek als de politici aan hun kant. ‘Dat kwam vooral door sociale druk en wetenschappelijk onderzoek dat aantoonde dat jaarlijks inwoners vroegtijdig sterven en longziektes krijgen als gevolg van luchtvervuiling,’ voegt de Krakause verslaggeefster Katarzyna Kojzar van OKO.press toe, een onderzoeksbureau dat gespecialiseerd is in milieubescherming.

    Het succes van het initiatief voor schone lucht werd in oktober 2013 onderstreept door een openbare raadpleging over het verbod op vaste brandstoffen binnen het woiwodschap, dat verantwoordelijk is voor de invoering van dit soort decreten. Burgers kregen de kans om commentaar te geven op de regionale strategie voor betere lucht, die nog in de kinderschoenen stond. Er werd toen een recordaantal van 2500 reacties ingediend, waarvan in 90 procent voor een totaalverbod op vaste brandstoffen werd gepleit. 

    ‘Geen enkele eerdere raadpleging, zelfs niet de ontwikkelingsstrategie voor Klein-Polen, heeft zo veel reacties en meningen opgeleverd. We kunnen uw stemmen niet negeren. Daarom zullen we een resolutie indienen die gehoor geeft aan de verwachtingen van het publiek,’ zei Marek Sowa, de toenmalige gouverneur van Klein-Polen.

    Smogalarm

    Het verbod op het gebruik van vaste brandstoffen in Krakau werd al in november 2013 goedgekeurd door de gemeenteraad van Klein-Polen: tweeëntwintig raadsleden waren voor, elf tegen en vijf onthielden zich van stemming. 

    ‘Dit gebeurde na een jaar van intensieve informatiecampagnes. Dit was nooit gebeurd als de mensen die betrokken zijn bij deze strijd niet zo vastberaden waren en de straat op waren gegaan,’ zegt activist Ewa Lutomska.

    Dit was ook het moment waarop de informele groep een organisatie werd. ‘We besloten om een vereniging op te richten, zodat we de acties van de autoriteiten in de gaten konden houden, maar ook om over de grenzen van Krakau heen te kijken en ons in te zetten voor schone lucht in heel Klein-Polen,’ zegt ze. 

    Tegenwoordig bestaat er een netwerk van soortgelijke initiatieven in Polen, samengebracht door de organisatie Pools smogalarm. In bijna elke stad, groot en klein, zijn er zogenaamde smogalarmen. 

    Het goedgekeurde verbod zou in 2018 van kracht worden. De hoogste administratieve rechtbank trok het echter in 2015 in omdat het woiwodschap bij de invoering van het verbod zijn boekje te buiten was gegaan. 

    Maar nog geen maand na de uitspraak van de rechtbank werden de bevoegdheden van de lokale overheden gewijzigd. President Andrzej Duda ondertekende een amendement op de milieubeschermingswet dat gemeenten de mogelijkheid geeft om ketels te verbieden die op kolen en bepaalde andere brandstoffen werken. 

    Begin 2016 namen de raadsleden van Klein-Polen daarom opnieuw een resolutie aan tegen smog. Negentien waren voor, vijftien onthielden zich van stemming. Maar ook de tweede keer kwam het verbod er maar moeizaam doorheen.

    De regionale administratieve rechtbank ontving vier klachten tegen de nieuwe wetgeving van burgers en van vertegenwoordigers van de ketelindustrie, maar verwierp ze allemaal. 

    Het verbod geldt sinds september 2019. Sindsdien mogen mensen hun huis niet meer verwarmen met vaste brandstoffen. Dit is het resultaat van samenwerking tussen activisten, de stad en de provincie. Naast de eenvoudige invoering van het verbod heeft de stad ook de nodige sociale programma’s gelanceerd en informatiecentra opgezet zodat burgers weten hoe ze hun huizen op een andere manier kunnen verwarmen. 

    Het verzet tegen het verbod is inmiddels vrijwel verdwenen uit de stad, volgens journalist Katarzyna Kojzar. ‘Het volledige verbod is sinds 2019 van kracht, dus we hebben geen verwarmingssystemen meer die afhankelijk zijn van vaste brandstoffen,’ zegt ze. Er is, licht ze toe, dus geen reden meer om te klagen.

    ‘Er zijn altijd kritische geluiden, maar het merendeel van de inwoners van Krakau erkent het probleem van luchtvervuiling en constante blootstelling aan hoge concentraties gevaarlijke stoffen, vooral in de winter. Daarom hebben ze de ingevoerde veranderingen geaccepteerd,’ legt stadswoordvoerder Katarzyna Misiewicz uit.

    Een paar maanden voordat het verbod van kracht werd, liet de stad een enquête uitvoeren onder de inwoners. Meer dan 80 procent van de respondenten beoordeelde de invoering positief. Volgens Kojzar is het voornaamste probleem nu nog dat het verbod destijds niet in de hele regio is ingevoerd, en in de rest van het woiwodschap nog wel omstreden is. 

    Het aantal smogdagen is gedaald van 116 in 2012 naar 16 in 2023

    Er zijn meer dan vier jaar verstreken sinds het verbod in Krakau werd ingevoerd en de resultaten zijn letterlijk voelbaar. Het aantal smogdagen is gedaald van 116 in 2012 naar 16 in 2023. De gemiddelde jaarlijkse concentraties van grove PM10-deeltjes zijn in 2020 met 50 procent gedaald als gevolg van de genomen maatregelen. Er werd ook een significante daling waargenomen voor fijne PM2,5-deeltjes.

    De effectiviteit van beperkingen die gelden voor vaste brandstoffen is ook aangetoond door een analyse die in opdracht van Krakowski Alarm Smogowy tussen 2012 en 2020 werd uitgevoerd door experts van de AGH Krakow University. Uit tabellen blijkt dat de luchtkwaliteit in Krakau aanzienlijk sneller verbetert dan in de rest van het woiwodschap, waar het verbod niet geldt.

    Onderzoek van Ewa Czarnobilska, hoofd van het Centrum voor Klinische en Omgevingsallergieën van het Universitair Ziekenhuis in Krakau, toonde ook aan dat veranderingen in de lucht een positief effect hebben op de gezondheid van kinderen en jongeren in Krakau. Sinds duizenden plaatselijke verwarmingssystemen zijn vervangen, is het aantal gevallen van astma en allergische rhinitis onder hen afgenomen. 

    Maar de verandering in de wetgeving is niet de enige reden, zegt ze. ‘Het is duidelijk dat het bewustzijn van de inwoners van Krakau ook heeft bijgedragen aan de verbetering. Dankzij de inspanningen voor schone lucht door ngo’s en de lokale overheid neemt het bewustzijn over de effecten van smog toe en hebben we apps die rapporteren wat de concentratie fijnstof in de lucht is, zodat mensen niet met hun kinderen gaan wandelen als de normen worden overschreden,’ legt Czarnobilska uit.

    Toerisme

    De activisten speelden een cruciale rol in het overtuigen van de bevolking met campagnes als ‘Smogvrij Krakau’ of ‘We willen ademhalen’. Kozlowska zegt echter dat Krakau Smog Alert in het begin ook op weerstand stuitte, vooral bij lokale politici. 

    Sommigen zouden leden van de beweging ervan hebben verdacht een politieke campagne te voeren en hun politieke belangen te bedreigen. Tegelijkertijd, zegt ze, zijn er pogingen geweest om de campagne voor schonere lucht te onderdrukken met het argument dat ze een bedreiging zou kunnen vormen voor toerisme in de stad. 

    ‘Paradoxaal genoeg wilde de stad wel toeristen aantrekken, maar bekommerde ze zich blijkbaar niet om de gezondheid van de plaatselijke bevolking. Politici wilden het positieve imago van de stad aanvankelijk niet laten bederven. Langzaamaan kregen ze echter door dat het beter was om de problemen onder ogen te zien, harde maatregelen te nemen en de situatie te presenteren als een succes en een inspiratiebron voor anderen,’ meent Kozlowska. 

    Volgens Lutomska waren kritiek op Krakowski Alarm Smogowy en de bezorgdheid over de potentiële politieke macht van de organisatie vooral te horen in privégesprekken en waren ze gebaseerd op roddels. ‘Maar feit is dat we voorstellen kregen van politieke partijen om mee te doen aan lokale verkiezingen. Natuurlijk weigerden we dat, omdat onze drijfveren heel anders zijn,’ legt ze uit.

    ‘Er waren ook kleine lokale protesten, vooral van mensen die verbonden zijn met de houtindustrie en van openhaardverkopers die hun business probeerden te beschermen tegen een volledig verbod op houtverwarming,’ legt Kozlowska uit. ‘Wat steenkool betreft waren de meesten zich bewust van de schadelijke effecten. Maar hout werd beschouwd als een natuurlijke, aangename warmtebron,’ voegt ze eraan toe.

    Zelfs volgens Jacek Majchrowski, sinds 2002 burgemeester van Krakau, waren de maatregelen in het begin moeilijk uit te leggen en te handhaven, maar met het groeiende milieubewustzijn onder politici en burgers is dat veranderd. De burgerbeweging die in die tijd opkwam, heeft hier in belangrijke mate aan bijgedragen, vertelt hij. ‘Ze vestigden de aandacht op het smogprobleem, zetten zich in om de luchtkwaliteit te verbeteren en steunden de actie van de stad,’ zegt hij. In zijn woorden waren ze eerder partners dan een politieke bedreiging voor elkaar.

    Het succes zou niet mogelijk zijn geweest zonder de burgerorganisaties en de grote betrokkenheid van de inwoners van Krakau

    ‘Als burgerbeweging waren we ons er vanaf het begin van bewust dat de armste mensen financiële steun nodig hadden om boilers te vervangen, dus hebben we daarvoor gepleit,’ zegt Kozlowska. Lokale politici boden daarin steun.

    Nog voordat het verbod van kracht werd, kwam de stad met een programma waarin 100 procent van de kosten werd gedekt voor burgers die hun cv-ketel wilden vervangen door een exemplaar op gas, een centrale verwarming wilden aansluiten of wilden overstappen op hernieuwbare energie. In 2017 daalde deze steun naar 80 procent en de laatste twee jaar voor het verbod was dat 60 procent. De daling van de steun had geen gevolgen voor sociaal kwetsbare huishoudens en personen. Voor hen introduceerde de stad een sociaal bijstandsprogramma.

    Zo werden tussen 2012 en 2019 ongeveer dertigduizend verwarmingsinstallaties op vaste brandstoffen verwijderd en bijna tweeduizend hernieuwbare energiebronnen geïnstalleerd. Dit alles heeft Krakau meer dan 300 miljoen zloty (ruim 72 miljoen euro) gekost. Naast het geld uit de eigen begroting gebruikte de stad ook steun van externe bronnen, waaronder subsidies en leningen tegen gunstige voorwaarden.

    Daarnaast dekt de stad het verschil in de kosten voor het gebruik van goedkopere, maar vuilere kolen en schoner maar duurder gas. Ze biedt ook een subsidieprogramma om gebouwen te isoleren om de verwarmingskosten zo laag mogelijk te houden. Het besluit van het stadhuis om deze programma’s te lanceren was belangrijk om ook op regionaal niveau steun te krijgen.

    Energieadviseurs in Krakau voerden ook warmtebeeldtests uit op huizen om uit te zoeken waar warmte uit de huizen ontsnapt en mensen ertoe aan te zetten meer te investeren in het verbeteren van de warmte-isolatie van hun huizen.

    Tegelijkertijd vonden er milieu-educatieactiviteiten plaats in Krakau. Dit waren eco-picknicks waar mensen elkaar ontmoetten in de natuur en leerden over het milieu. De stad verspreidde educatief materiaal onder scholen en zorgde voor lesmateriaal over milieubescherming voor kinderen of training voor leerkrachten. 

    Tot 2019 waren er in totaal drie adviespunten in Krakau waar mensen zogenaamde eco-consulenten konden ontmoeten en problemen konden bespreken rond het opgelegde verbod, de vervanging van hun verwarming of hernieuwbare energiebronnen. Volgens de gegevens van de stad werd in totaal meer dan honderdvijftigduizend keer advies gegeven.

    ‘Voorlichtingsactiviteiten hebben altijd een belangrijke rol gespeeld omdat ze het milieubewustzijn van de bewoners hebben vergroot. Het succes zou niet mogelijk zijn geweest zonder de deelname van burgerorganisaties en de grote betrokkenheid van de inwoners van Krakau bij de vervanging van verwarmingssystemen,’ meent Misiewicz, de woordvoerder van Krakau. Momenteel is er nog maar één informatiepunt voor energieadvies.

    In het verleden bezochten teams van stadsadviseurs ook achtergestelde groepen inwoners om informatie te geven over hoe ze konden overstappen van vaste brandstofkachels op milieuvriendelijke verwarming en hoe ze financiering konden krijgen voor een dergelijke investering.

    Geografische ligging

    De consequente uitvoering van het programma voor de afschaffing van gemeentelijke verwarmingsinstallaties op vaste brandstoffen leverde volgens het Poolse hydrometeorologische bureau de belangrijkste bijdrage aan de vermindering van de concentraties zwevende deeltjes in de lucht in Krakau. Er spelen echter nog meer factoren mee.

    ‘We mogen niet vergeten dat weersomstandigheden ook een zeer belangrijke rol spelen bij het bepalen van de uitstoot van verontreinigende stoffen. De opwarming van het klimaat, die al vele jaren merkbaar is, zorgt ervoor dat weersomstandigheden die de ophoping van verontreinigende stoffen in de hand werken minder vaak voorkomen. Daardoor is de luchtkwaliteit in Krakau verbeterd’, schrijft de instantie.

    Waarom zijn er dan nog steeds dagen in Krakau waarop de lucht zwaar vervuild is, ook al zijn vrijwel alle kolen- en houtketels verwijderd? 

    Het probleem is de geografische ligging van de stad in de vallei van de rivier de Wisła. Hierdoor hopen verontreinigende stoffen uit naburige gemeenten waar het verbod op het verbranden van vaste brandstoffen niet geldt, zich op in de stad. Dit gebeurt in perioden waarin hoge en lage temperaturen elkaar afwisselen. ‘Meer dan tienduizend ketels op vaste brandstoffen in de gemeenten rond Krakau moeten nog worden ontmanteld,’ aldus de woordvoerder van de stad.

    Tegelijkertijd geeft zelfs het stadhuis toe dat enkel het verbieden van boilers niet genoeg is. Krakau staat nog steeds boven aan de smogkaart van de wereld. De volgende stap in de strijd voor schone lucht is het verminderen van de transportemissies door het invoeren van een zogenaamde schone transportzone. ‘Het is goed dat er een schone transportzone wordt ingevoerd in Krakau. Ik reken er ook op dat uitgebreide controles van huishoudelijke verwarmingssystemen in de steden rond Krakau effect zullen hebben en dat de bevoegde autoriteiten forse financiële steun zullen geven aan inwoners die willen investeren in schone warmtebronnen. We moeten niet vergeten dat een groot percentage van de vervuiling die boven de stad hangt, afkomstig is uit voorstedelijke gebieden,’ aldus arts Czarnobilska.

    De inwoners van de Tsjechische stad Ostrava, die vlak bij de grens met Polen ligt, zien luchtvervuiling als een van de grootste problemen van het stadsleven. Dit blijkt uit ten minste twee enquêtes die in opdracht van het stadsbestuur zijn gehouden. In de online enquête van vorig jaar, die werd uitgevoerd voor het Strategisch Ontwikkelingsplan voor de stad Ostrava tussen 2024 en 2030, was 61 procent van de respondenten ontevreden over de luchtkwaliteit. Maar hoewel meer dan vijfduizend mensen deelnamen aan dat onderzoek, was het niet representatief. 

    In 2019 en 2020 werd een enquête uitgevoerd voor het Clairo-project, dat zich inzet voor schone lucht en het planten van groene zones. Bij deze enquête, die wel representatief was, was de meerderheid van de respondenten uit de agglomeratie Ostrava ook ontevreden over de luchtkwaliteit. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei bereid te zijn om bij te dragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Meer dan een vijfde van hen had zijn verwarmingsmethode al veranderd of overwoog dit te doen.

    Volgens de laatste gedetailleerde metingen van meteorologen wordt de luchtvervuiling in Ostrava, behalve in Radvanice, voornamelijk veroorzaakt door huishoudens die hun huis met vaste brandstoffen verwarmen. Door de verbranding van kolen en biomassa is Ostrava de regio met de vuilste lucht in Tsjechië, ondanks de zachte winters en een geleidelijke afname van de industrie. Zo werd 87 procent van de bevolking in de agglomeratie Ostrava, Karviná en Frýdek-Místek in 2022 blootgesteld aan concentraties van het kankerverwekkende benzo(a)pyreen die boven de limiet lagen.

    Het vuil in de lucht kan ook niet langer worden toegeschreven aan de naburige Polen. ‘In Ostrava is de meeste vervuiling afkomstig van huiselijke bronnen. De Poolse invloed was vroeger groter, tijdens langdurige perioden met slechte verspreidingsomstandigheden, wanneer de wind uit het noordoosten waaide. Deze meteorologische omstandigheden zijn de afgelopen vijf jaar echter aanzienlijk afgenomen, en daarmee is ook de Poolse bijdrage aan de vervuiling sterk verminderd,’ legt Radim Seibert van het Tsjechische Hydrometeorologische Instituut uit, hoofdauteur van de analyse van de oorzaken van luchtvervuiling in de regio Ostrava.

    ‘We gaan een campagne opzetten met de bedoeling dat mensen donkere rook uit schoorstenen bij ons komen melden’

    Raadslid Aleš Boháč van Starostové pro Ostravu (Burgemeesters voor Ostrava), die namens de stad verantwoordelijk is voor het milieu, wijst erop dat de bijdrage van vervuilende industriële bedrijven, zoals de verbrandingsoven voor gevaarlijk afval in Mariánské Hory of de chemische en cokesfabrieken in Přívoz, ook een grote rol speelt in hun omgeving. De eerdergenoemde meteorologische metingen bewezen dat een deel van Radvanice, waar hij burgemeester van is geweest, het meest te lijden heeft van de vervuiling die bij de smelterij Liberty vandaan komt [de metingen zijn gedaan in 2021].

    Ook in Ostrava en in Krakau onderzochten wetenschappers hoe vervuilde lucht de gezondheid van mensen beïnvloedt. Dit was nog voordat het maatschappelijk middenveld in de Poolse stad stelling nam tegen smog. Tussen oktober 2010 en maart 2011 duurde de smogsituatie in de stad bijvoorbeeld ongeveer dertig dagen, en meer dan vijftig dagen lang gaven meteorologen waarschuwingen uit over de mogelijkheid van smog. 

    Zo keek Radim Šrám, geneticus en moleculair epidemioloog aan het Instituut voor Experimentele Geneeskunde van de Academie van Wetenschappen, met zijn team naar ziektegevallen bij kinderen die het gevolg waren van de vuile lucht. In 2010 verbleven de wetenschappers enkele weken in Ostrava op een moment dat de stad hoge concentraties van het kankerverwekkende benzo(a)pyreen bevatte van ongeveer 15 nanogram per kubieke meter [tegenwoordig is de limiet één nanogram]. Ze ontdekten dat hun DNA hierdoor beschadigd was. 

    Hoe reageerde de stad toen? Het stadhuis dreigde met juridische stappen tegen Šrám en zijn team, eiste excuses en een verklaring dat hij de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek had overdreven. De burgemeester van die tijd was Petr Kajnar (ČSSD) en zijn plaatsvervanger voor het milieu Dalibor Madej (ODS). Een van hun argumenten, dat ook in Krakau werd gebruikt, was de angst voor een uitstroom van toeristen. 

    In de Poolse stad slaagden het maatschappelijk middenveld en de politici er echter in om het eens te worden over een oplossing voor het probleem. In Ostrava ligt zo’n radicale ‘bezuiniging’ als een verbod op het verbranden van vaste brandstoffen in woningen nog niet in het verschiet, hoewel gemeenten in heel Tsjechië dit mogelijk al in 2020 gaan doen. 

    Wethouder Boháč wil met verdere actie wachten tot de effecten van het verbod op de oudste ketels bekend zijn. Sinds september geldt in Tsjechië een verbod op ketels van de eerste en tweede emissieklasse. 

    ‘Ik durf te stellen dat 70 procent van de kolen in deze oude ketels wordt verbrand. Dankzij dit verbod komen we van deze oude ketels af en tegelijkertijd “sparen” we de verantwoordelijken die bij eerdere ketelsubsidies ketels op vaste brandstoffen hebben vervangen door ketels met betere emissieklassen,’ zegt hij. Volgens Boháč is de luchtkwaliteit in de stad verbeterd dankzij de vervanging van oude ketels, waarvoor de staat zich sinds 2015 met hulp van Europese subsidies inzet.

    Jan Kozina van milieuorganisatie Clean Sky is ook van mening dat een volledig verbod op vaste brandstoffen in Ostrava minder zinvol zou zijn dan in Krakau, waar de omstandigheden anders zijn en waren. ‘In Polen was het ook gebruikelijk om kolenstof te verbranden, wat toen al verboden was in Tsjechië. Zij liepen daarin achter op ons,’ zegt hij.

    In 2011 gaven ongeveer tweeënhalfduizend huishoudens in Ostrava aan dat ze een ketel op vaste brandstof gebruiken. Eind vorig jaar waren er 1908 van deze ketels vervangen. De overige huishoudens lijken echter niet erg geïnteresseerd. Tussen augustus 2023 en eind februari 2024 hebben meer dan vijftig huishoudens in Ostrava geld voor een nieuwe ketel aangevraagd bij de regio of het Staatsmilieufonds. 

    Dit jaar heeft de stad de toelage voor mensen met een laag inkomen verhoogd van 10.000 naar 20.000 Tsjechische kronen (400 naar 800 euro) en motiveert ze de bewoners met een renteloze lening. De regio keert ook 7500 kronen aan aanvragers uit voor het vervangen van de verwarmingsketel. Dankzij de overheidssubsidie kunnen huishoudens met een laag inkomen bijna het hele bedrag voor een nieuw verwarmingssysteem betalen. Anderen krijgen de helft.

    Volgens Boháč wordt een massale overstap op een nieuw verwarmingssysteem door huishoudens verhinderd door onzekerheid vanuit de staat. Bijvoorbeeld door de vervanging door gasketels eerst te steunen en die steun later in te trekken, of door het eerder genoemde verbod op oude ketels te verzetten van de oorspronkelijke deadline in 2022 naar 2024. 

    ‘Na het verbod op boilers van de eerste en tweede klasse zullen we stevig gaan handhaven, we gaan een campagne opzetten met de bedoeling dat mensen donkere rook uit schoorstenen bij ons komen melden,’ zegt hij. Hij voegt eraan toe dat het stadsbestuur van Ostrava op basis van de voortdurende controles die in het verleden zijn uitgevoerd, van ongeveer honderdvijftig huishoudens weet dat ze deze oudste ketels gebruiken.

    ‘En als blijkt dat er niets is gebeurd en de meeste vervuiling nog steeds afkomstig is van huiselijke verwarming, dan moeten er verdere, drastischere maatregelen worden genomen,’ vervolgt Boháč. Hij wil hiermee wachten tot minstens een jaar na het verbod op de oudste boilers.

  • Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Ecosystemen zijn complexe structuren die bestaan uit planten en en dieren. Sommige ecosystemen op onze aarde bestaan al meer dan miljoenen jaren en zien er nog steeds ongeveer hetzelfde uit, ondanks de vele veranderingen die ze moesten doorstaan. Klimaatjournalist en auteur Ferris Jabr vertelt ons wat we kunnen leren van deze veerkrachtige biotopen.

    Ik was nog geen tien minuten in het Hoh-regenwoud in de staat Washington of ik begreep al waarom het bij velen zo geliefd is. Als een van de grootste gematigde regenwouden ter wereld zag dit oerbos er niet alleen anders uit dan zijn jongere buren, het voelde ook anders. De lucht leek er stil te hangen. Het licht had een chlorofylachtige tint. En ik werd omgeven door de geur van natte aarde en weelderige vegetatie.

    Al snel bevond ik me tussen betoverde bomen en geheimzinnige holtes in alle mogelijke tinten groen en zo rijkelijk bedekt met mos dat ik geen stukje kale bast kon ontdekken. Ik kwam eeuwenoude esdoorns tegen die zich hadden verwrongen tot levende gewelven, en douglassparren die zo breed en hoog waren dat het me moeite kostte om ze goed op de foto te krijgen. In het Hoh-regenwoud valt elk jaar 3,5 tot 4 meter regen en houtkap is er al lange tijd verboden, waardoor er bomen staan die meer dan 60 meter hoog en al eeuwenoud zijn. Sommige delen van het bos ademen zo’n oeratmosfeer dat je je in de Juratijd waant.

    De oudste ecosystemen op aarde

    Als het aankomt op biologische records kijken we meestal naar individuen: de grootste boom in een bos, het oudste organisme op aarde. Na een bezoek aan het Hoh-regenwoud begon ik me echter af te vragen hoe het zit met gemeenschappen: wat zijn de oudste ecosystemen op aarde en wat kunnen we daarvan leren?

    Net als het Hoh-regenwoud bestaan sommige oerbossen al eeuwenlang. Maar het blijkt dat bepaalde ecosystemen en biomen op onze planeet al honderdduizenden tot tientallen miljoenen jaren bestaan en op de een of andere manier hun karakteristieke eigenschappen hebben behouden, ondanks dat ze grote veranderingen hebben ondergaan. 

    Om een parallel te trekken met een beroemd gedachte-experiment: als elk onderdeel van een schip geleidelijk wordt vervangen door een replica die er voldoende op lijkt, behoudt het schip zijn essentiële vorm, ook al is het niet langer identiek aan de vorige versie. Op dezelfde manier zijn de meeste cellen in ons lichaam al vele malen gestorven en vervangen sinds onze geboorte, maar toch blijft onze algemene anatomie herkenbaar. Sommige steden hebben duizenden jaren lang een duidelijke topografie, infrastructuur en cultuur behouden, ook al zijn er steeds nieuwe gebouwen en inwoners bij gekomen. De veranderingen die ecosystemen in de loop van opeenvolgende geologische tijdperken ondergaan zijn nog ingrijpender, maar de principes zijn vergelijkbaar. 

    Wat het voor zo’n groot levend systeem precies betekent om zo oud te zijn, en wat zo’n verbazingwekkend lange levensduur mogelijk maakt, blijven open vragen, deels omdat ze onze opvattingen over wat het is om te leven uitdagen. Vanuit het geologische perspectief van de diepe tijd zou je sommige ecosystemen bijna als organismen kunnen zien: ze schuiven over het aardoppervlak als reusachtige amoeben, breiden zich uit en trekken zich terug als reactie op fluctuaties in het milieu, maar ze blijven bestaan als samenhangende entiteiten.

    Verbonden en verbeten

    Wetenschappers zijn het nog niet eens over een precieze definitie van leven, maar velen formuleren het ongeveer zo: leven is een systeem dat zichzelf actief in stand houdt. De wetten van de thermodynamica schrijven voor dat alles in het universum onvermijdelijk uit elkaar valt en oplost in een homogene brij. Levende systemen gebruiken beschikbare energie om tijdelijk aan deze uitkomst te ontsnappen en hun opzienbarend georganiseerde structuren in stand te houden. Meer nog dan genetica of voortplanting is het dit vermogen tot zelfbehoud dat alle levensvormen – van protist tot prairie – met elkaar gemeen hebben.

    In die zin zijn ecosystemen springlevend. De terugkoppelingen tussen ecosystemen en de organismen daarbinnen en hun wederzijdse evolutie over grote tijdspannen culmineren in een groeiend vermogen om extreem oud te worden, een vermogen dat de mogelijkheden van het individu ver overschrijdt. Hoewel ecosystemen geen organismen zijn, vertonen ze toch groei, veerkracht en zelfregulering. De systemen die het best in staat zijn om te herstellen van grote verstoringen en die erin slagen de processen, relaties en infrastructuur die ze definiëren in stand te houden, zullen zich het langst handhaven. Ecosystemen overleven en evolueren niet door differentiële reproductie, maar door differentiële persistentie.

    ‘Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd’

    De hardnekkigheid waarmee de langstlevende ecosystemen op aarde voortbestaan duidt op een essentieel kenmerk van leven op elke schaal: onderlinge verbondenheid. Per definitie zijn alle levende wezens systemen die bestaan uit kleinere onderling verbonden onderdelen. Deze systemen zijn op hun beurt onlosmakelijk verbonden met de grotere netwerken die ze omringen. Elke individuele boom is een universum van mineralen, water en cellen waarin uitgestrekte gemeenschappen van microben en schimmels leven. Tegelijkertijd is een boom een vitaal onderdeel van het grotere bos, het landschap en zelfs van de weersystemen waarvan hij afhankelijk is. 

    In het Antropoceen zijn veel van deze fundamentele relaties nu echter aan het wankelen gebracht. Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd; ze worden zo grondig aangetast dat ze zouden kunnen bezwijken.

    Aan de poorten van het klimaatinferno

    Ondanks de veerkrachtige ecosystemen zijn de vooruitzichten somber, stelt José Luis Lezama in het Mexicaanse politieke tijdschrift Nexos, vooral omdat de huidige klimaatverandering sneller verloopt dan in het verleden. In zijn artikel A las puertas del infierno climático schetst hij een angstaanjagend beeld van een wereld die afstevent op een klimaatinferno. Met de stijging van de zeespiegel, de meer dan 20.000 ton bommen die op Gaza zijn gegooid, de voortdurende winning van olie, en de koolstofemissies van de militaire sector – verantwoordelijk voor 5,5 procent van de wereldwijde uitstoot – is de kritische grens van 1,5 graden opwarming vorig jaar al overschreden. In de huidige maatschappij ziet Lezama twee gescheiden werelden: de ene, geïnformeerd en bezorgd over de klimaatcrisis, maar machteloos om actie te ondernemen, en de andere, bestaande uit de economische elite die profiteert van het huidige economische systeem en met cosmetische ingrepen, zoals klimaatconferenties en greenwashing, de nadelige gevolgen denkt te kunnen afwenden. Ondertussen gaan de niet-geprivilegieerden door toedoen van een maatschappelijk systeem dat hen in armoede houdt een onzeker en uitzichtloos bestaan tegemoet. Hij beschrijft het handelen van de rijkste 1 procent als een ‘compulsieve houding’ die op de lange termijn tot zelfdestructie leidt.

    Verscholen op de bodem van de oceaan

    Een van de oudste ecosystemen van onze planeet is een uitgestrekte weide die momenteel ongeveer zo groot is als Manhattan. Je zult er echter nooit bijen of vlinders zien fladderen en je kunt er ook geen dutje doen in het groen. De weide in kwestie groeit op de zeebodem tussen de Spaanse eilanden Ibiza en Formentera. Net als alle andere weiden bestaat ze voornamelijk uit planten, in dit geval zeegrassen: een groep planten die vroeger op het land voorkwam, bijna 100 miljoen jaar geleden terugkeerde naar de zee en nu groeit in beschutte wateren rond elk continent behalve Antarctica. 

    In 2010 zwommen marien ecoloog Sophie Arnaud-Haond en haar collega’s door een onderwaterweide en verzamelden op tientallen verschillende locaties monsters van Neptunusgras (Posidonia oceanica). Net als alle andere zeegrassen kan Neptunusgras zich vermenigvuldigen door zichzelf te klonen. De wetenschappers troffen verspreid over de weide talloze klonen aan, sommige wel 14,5 kilometer uit elkaar. Gezien de trage jaarlijkse groei van Neptunusgras zouden deze klonen zich gedurende 80.000 à 200.000 jaar over het gebied moeten hebben verspreid om zo’n grote weide te kunnen vormen. Ze denken dat de weide, al naargelang het mondiale klimaat veranderde en de zeespiegel steeg en daalde, herhaaldelijk van plaats veranderde. Nu en dan moeten er grote delen van de weide zijn afgestorven vanwege ongeschikte omstandigheden. Maar bij elke klimatologische omwenteling zullen er voldoende klonen hebben overleefd, zodat hun geslachtslijn tot op de dag van vandaag voortbestaat. 

    Elders in de oceaan zijn er nog grotere en oudere ecosystemen, niet gevormd door één enkele klonale soort, maar door symbiotische kolonies van kleine gelatineachtige dieren, fotosynthetisch plankton en microben. We noemen ze koraalriffen. Het Australische Groot Barrièrerif, dat 344.400 vierkante kilometer beslaat en vanuit de ruimte zichtbaar is, is niet alleen het grootste koraalrif ter wereld, het wordt ook vaak beschouwd als de grootste levende structuur op aarde. Zijn leeftijd is al net zo indrukwekkend; men denkt dat het Groot Barrièrerif zo’n 500.000 tot 600.000 jaar geleden is ontstaan. 

    ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen is iets magisch’

    Wetenschappers hebben aangetoond dat koraalriffen in Papoea-Nieuw-Guinea een vergelijkbare levensduur hebben. Tijdens bijzonder stabiele perioden in de loop van de geschiedenis van de aarde zijn er rifsystemen geweest die waarschijnlijk meerdere miljoenen jaren standhielden.

    Om riffen te vormen moeten koralen zich eerst vasthechten aan een rotsachtig oppervlak. Wanneer een rif getroffen wordt door een ramp, zoals een orkaan, kunnen de verkalkte resten van dode koralen de fundering vormen waarop overlevende koralen zich vestigen. ‘Riffen zijn fascinerend,’ zegt Gregory Webb, een paleontoloog die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van riffen in de loop van de geologische tijd. ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen, zelfs wanneer ze met ernstige verstoringen wordt geconfronteerd, is iets magisch.’

    In 2018 publiceerden marien geoloog Jody Webster en zijn collega’s een baanbrekend onderzoek waarin ze de afgelopen 30.000 jaar van de evolutie van het Groot Barrièrerif reconstrueerden, een tijdsspanne waarin zich aanzienlijke klimaatschommelingen voordeden. Wanneer de zeespiegel daalde, kwam een groot deel van het rif bloot te liggen, dat vervolgens afstierf. En omgekeerd: wanneer de zeespiegel steeg en de golven aanzwollen, verdronken grote delen van het rif in troebel water. Als reactie hierop migreerde het Groot Barrièrerif herhaaldelijk en geleidelijk zeewaarts of juist landwaarts, waardoor het in de loop der tijd zijn continuïteit waarborgde.

    Eeuwenoud regenwoud

    De oudste nog bestaande ecosystemen bevinden zich echter op het land. Sommige tropische regenwouden bestaan waarschijnlijk al tientallen miljoenen jaren in dezelfde globale regio met dezelfde essentiële kenmerken. Dat heeft deels te maken met de geografie. In sommige opzichten is de tropische zone (rond de evenaar) al lange tijd een van de klimatologisch stabielere delen van de planeet, zelfs in de tijd dat continenten zich binnen en buiten de grenzen ervan bewogen.

    Op basis van gedetailleerde analyses van klimaatgegevens en fossielen plaatsen paleobioloog Carlos Jaramillo en zijn collega’s de oorsprong van het moderne tropische regenwoud – gedefinieerd als een woud waar het altijd warm en vochtig is, waar de diersoorten op verschillende niveaus levens, het bladerdak aaneengesloten is en waar het wemelt van de bloeiende planten, lianen en epifyten – aan het begin van het Cenozoïcum, kort na de inslag van de asteroïde die bijdroeg aan de ondergang van de niet-vliegende dinosauriërs, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Ruwweg 60 miljoen jaar geleden, toen de continenten relatief dezelfde configuratie hadden als nu, bezaten de regenwouden in Noord- en Zuid-Amerika dezelfde structurele basiskenmerken als nu en leefden er dezelfde plantenfamilies als die er nu voorkomen. Op basis van dit soort bewijs beweren aardwetenschapper Mark Maslin en zijn collega’s dat het Amazoneregenwoud ‘relatief intact is gebleven’, dat het al ten minste 55 miljoen jaar een ‘blijvend kenmerk van Zuid-Amerika is’.

    Wetenschappers hebben in Australië vergelijkbare ontdekkingen gedaan wat betreft de lange levensduur van regenwouden. ‘Veel plantenfamilies die nu veel voorkomen in de overgebleven regenwouden en die hun basis vormen en zorgen voor het grootste deel van hun soortenrijkdom, hebben al 40 miljoen jaar een stabiele geschiedenis op het Australische continent,’ zegt Darren Crayn, botanicus en directeur van het Australian Tropical Herbarium. Hij en zijn collega’s schrijven in een onderzoek: ‘Het uithoudingsvermogen, de overlevingskansen en de hardnekkigheid van deze regenwoudbewoners vormen een van de grootste biologische en evolutionaire succesverhalen op aarde.’

    Het is moeilijk om te bepalen waar deze amorfe, oeroude entiteiten beginnen of ophouden. Hoe bepalen we precies wanneer een ecosysteem – met al zijn complexiteit en vervangbaarheid – is geboren of gestorven?

    Zelfvoorzienend

    De oudste ecosystemen op aarde verschillen ongetwijfeld van hun vroegere versies. De grenzen, topografie en soortensamenstelling ervan zijn in de loop van de millennia veranderd. Hoewel het fossielenbestand onvolledig is, had het Groot Barrièrerif 400.000 jaar geleden vrijwel zeker een ander biodiversiteitsprofiel, met soorten die nu niet meer bestaan. De Amazone, de rivier die zo bepalend is voor het huidige Amazonewoud, ontstond pas zo’n 11 miljoen jaar geleden. Als we echter honderdduizenden of miljoenen jaren terug in de tijd konden reizen, zouden deze ecosystemen ons niettemin griezelig vertrouwd voorkomen omdat ze hun essentiële kenmerken – de relaties en kaders die ze definiëren – verbazend lange tijd hebben behouden.

    Om zo’n lange levensduur beter te begrijpen, moeten we uitzoeken wat eraan ten grondslag ligt. Zeegrasvelden, koraalriffen en regenwouden hebben een aantal belangrijke eigenschappen gemeen. Ze bevinden zich allemaal in de tropen, waar het klimaat over het algemeen minder wisselvallig is dan op hogere breedtegraden. Ze zijn allemaal ontstaan uit organismen die zelf ook zeer veerkrachtig zijn en zich goed kunnen aanpassen. Tot op zekere hoogte creëren of versterken ze de omstandigheden die ze nodig hebben om te overleven. Door golven af te remmen, sedimenten vast te houden, fotosynthese uit te voeren, water te filteren en van zuurstof te voorzien en koolstof op te slaan maken zowel zeegrasvelden als koraalriffen hun omgeving rustiger, helderder, minder zuur, voedselrijker en over het algemeen leefbaarder. Koralen produceren ook meer van de rotsachtige ondergrond die ze nodig hebben om te groeien.

    Evenzo produceren regenwouden veel van de regen waarvan ze afhankelijk zijn door de watercyclus drastisch te versnellen. Wolkvorming is afhankelijk van twee essentiële ingrediënten: waterdamp en deeltjes waarop die damp kan condenseren. Regenwouden leveren beide door enorme hoeveelheden waterdamp de atmosfeer in te blazen, samen met talloze kleine deeltjes, zoals stuifmeelkorrels, schimmelsporen, microben, fragmenten van insectenschalen en verschillende organische verbindingen. Het resultaat is een zichzelf versterkende feedback loop: hoe meer het regent, hoe harder het bos groeit; hoe harder het bos groeit, hoe meer het regent. Wetenschappers hebben berekend dat het Amazonewoud ongeveer de helft van de regen produceert die elk jaar op zijn bladerdak valt. 

    Het vermogen van ecosystemen om zichzelf te reguleren en in stand te houden – om een zekere mate van zeggenschap te hebben over hun voortbestaan en evolutie – doet denken aan meer op zichzelf staande levende organismen. Al meer dan een eeuw leggen wetenschappers dergelijke verbanden en debatteren erover. 

    In het begin van de twintigste eeuw poneerde de Amerikaanse ecoloog Frederic Clements de stelling dat bossen en andere botanische levensgemeenschappen een reeks afzonderlijke ontwikkelingsfasen doormaken die vergelijkbaar zijn met die van individuele organismen. Eugene Odum, een andere Amerikaanse ecoloog uit de twintigste eeuw, dacht dat ecosystemen, net als organismen, homeostase vertoonden, het vermogen om bepaalde chemische en fysische omstandigheden in stand te houden die essentieel zijn voor hun overleven. Meer recentelijk heeft een groep wetenschappers, waaronder enkele die koraalriffen bestuderen, betoogd dat elk complex meercellig organisme samen met zijn symbiotische microben moet worden beschouwd als een levensgemeenschap, holobiont genoemd, en dat de ware ecologische eenheid van natuurlijke selectie de collectieve genetische informatie van deze levensgemeenschap is, het hologenoom. Met andere woorden, een koraal en zijn symbiotische partners zijn zo van elkaar afhankelijk dat we ze als een samenhangende evoluerende entiteit moeten beschouwen. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van het koraalrifecosysteem. Ideeën als deze zijn nog zeer omstreden. 

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend

    De extreme levensduur van ecosystemen illustreert het belang van de relaties tussen dergelijke grootschalige systemen en de organismen waaruit ze bestaan. Ecosystemen mogen dan geen individueel genoom hebben en zich niet evolueren volgens de Darwinistische evolutietheorie, toch zijn ze in staat om te groeien, te overleven en te evolueren omdat ze ontegenzeggelijk verweven zijn met de groei, overleving en evolutie van de organismen waaruit ze bestaan.

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend. Deze veranderingen beïnvloeden onvermijdelijk elk daaropvolgend evolutionair proces binnen die omgeving. Met voldoende tijd en onder de juiste omstandigheden kan deze co-evolutie er voor zorgen dat het bewuste ecosysteem honderdduizenden tot miljoenen jaren kan voortbestaan.

    Uitbreiding inheems bosgebied

    Terwijl de herintroductie van wolven in Nederland op een drama is uitgelopen, blijkt uit een studie van de Universiteit van Leeds dat het terugbrengen van wolven in de Schootse Hooglanden de populatie edelherten, die jonge bomen opeten, terug zou kunnen brengen tot een niveau waarbij het bos zich op natuurlijke wijze zou kunnen herstellen.

    Wanneer het bos zich weer uitbreidt, zou het per jaar 1 miljoen ton koolstof kunnen opnemen. De populatie wolven zou zich volgens het onderzoek, dat werd gepubliceerd in tijdschrift Ecological Solutions and Evidence, kunnen uitbreiden tot 167 exemplaren, wat neerkomt op een jaarlijkse opname van 6080 ton CO2 per wolf. Daarmee zou de economische waarde per dier op 186.000 euro worden geschat, volgens de huidige koolstofprijs.
    Volgens Dominick Spracklen, die het onderzoek leidde, kunnen de klimaat- en biodiversiteitscrises niet los van elkaar worden aangepakt. ‘We moeten kijken naar de potentiële rol van natuurlijke processen om aangetaste ecosystemen te herstellen.’
    Wolven zijn 250 jaar geleden uitgeroeid in Schotland, voornamelijk door de jacht. Net zoals in Nederland werd de wolf als een bedreiging gezien voor het vee. In 1427 werd zelfs een wet aangenomen die stelde dat er jaarlijkse drie wolvenjachten moesten plaatsvinden. Hierdoor hadden edelherten geen natuurlijke vijanden meer, en hoewel er pogingen zijn gedaan om de populatie onder controle te houden, is deze inmiddels uitgegroeid tot naar schatting 400.000.
    Schotland heeft nog maar 4 procent inheems bos, en is daarmee een van de minst beboste gebieden in Europa. De onderzoekers verwachten de nodige weerstand tegen de voorstellen die voortkomen uit de studie, vooral van hertenliefhebbers, jagers en boeren die zich zorgen maken over hun vee.

    Uitsterven?

    Toch zijn zelfs levende systemen die zo oud en veerkrachtig zijn als regenwouden en riffen niet onaantastbaar of onsterfelijk. De meeste perioden van klimatologische onrust die de ecosystemen op aarde tot nu toe hebben overleefd, verliepen langzaam in vergelijking met het hoge tempo waarop de mens tegenwoordig de lucht, het land en de zee vervuilt en transformeert. Tegen het einde van de eeuw kunnen warmwaterkoraalriffen bijna volledig vernietigd zijn door de opwarming van de aarde, gereduceerd tot enkele refugia hier en daar. En de zichzelf versterkende regencyclus in het Amazonegebied staat op het punt te breken.

    Maar zelfs als je geconfronteerd wordt met deze trieste mogelijke uitkomsten, biedt het een soort troost om naar ecologie te kijken door de lens van de diepe tijd en te zien hoe opmerkelijk standvastig de oudste levensgemeenschappen op aarde zijn. De kracht van de mensheid is buitensporig groot, maar niet oneindig. Het leven is geneigd om zich te handhaven en te herstellen, waarbij het in de loop van duizenden tot miljoenen jaren steeds nieuwe vormen ontdekt.

    Aan het einde van mijn wandeling kwam ik, na langs een met reuzenvarens begroeide rivieroever te zijn geslenterd, bij een bos in een bos. Een van de reuzen van het Hoh-regenwoud was omgevallen, waarschijnlijk tientallen jaren eerder. Zijn kolossale gebarsten lichaam was de basis geworden voor nieuw leven. Dit graf was tegelijkertijd een kwekerij: de rottende stam was begroeid met mos en er waren varens en jonge boompjes in opgeschoten. De geweldige wortelkluit, zeker drie meter hoog, vormde nu een sokkel voor een groepje jonge douglassparren. Door te ontkiemen op de resten van een ouder familielid hadden ze zich hoog boven het schaduwrijke struikgewas verheven. Nu schitterden ze in het gouden zonlicht als de jongste leden van een volhardende levensgemeenschap.

  • Hoe een ecologische ramp in Oekraïne uitgroeide tot een natuurwonder

    Hoe een ecologische ramp in Oekraïne uitgroeide tot een natuurwonder

    Anderhalf jaar geleden, nadat Russische troepen een dam hadden opgeblazen in de bezette regio Cherson, werd verwacht dat het leeggelopen Kachovka-stuwmeer zou veranderen in een dode woestijn, vervuild met gevaarlijke sedimenten. Het is echter een uniek wilgen- en populierenbos geworden, het enige in zijn soort in Europa.

    Op 6 juni 2023 pleegden de Russische strijdkrachten een terroristische aanslag door de dam van de Kachovka-waterkrachtcentrale op te blazen. Als gevolg van de explosie liep het reservoir leeg; de omliggende gebieden raakten overstroomd, waardoor zo’n zestienduizend mensen werden getroffen en ongeveer tachtig steden onder water kwamen te staan. 

    Het water bedekte akkers, woningen, bedrijven en infrastructuur. Volgens de eerste schattingen zou de schade oplopen tot ongeveer 2 miljard dollar. De vernietiging van de dam leidde tot een ecologische ramp. Minstens vier nationale natuurparken, een biosfeerreservaat en gebieden die beschermd worden door de Ramsar- en Bern-verdragen werden getroffen.

    Onmiddellijk na de tragedie deden experts de ergste voorspellingen, bijvoorbeeld dat de bodem van het voormalige Kachovka-stuwmeer in een woestijn zou veranderen. Ze spraken over zandstormen en de verspreiding van gevaarlijke sedimenten die zich in de loop der jaren hadden opgehoopt. Deze voorspellingen zijn vooralsnog niet uitgekomen.

    We spraken met Oekraïense wetenschappers die hebben deelgenomen aan expedities naar het Kachovka-stuwmeer om erachter te komen wat er het afgelopen jaar is gebeurd op de plek van de grootste milieuramp van de eeuw.

    Een ongelofelijke ontdekking

    Drie weken nadat de Russen de waterkrachtcentrale hadden vernietigd, vond de eerste onderzoeksexpeditie naar het stuwmeer plaats, in het ontruimde nationale park Kamianska Sich, gelegen aan de oevers van het voormalige Kachovka-stuwmeer. De reizen werden georganiseerd door Ivan Moisienko en Oleksandr Chodosovtsev, leden van de Ukrainian Nature Conservation Group en professoren aan de staatsuniversiteit van Cherson, en door geobotanicus en ecoloog Jakiv Diduch, verbonden aan de Oekraïense Nationale Academie van Wetenschappen. 

    Bioloog Anna Kuzemko, een van de deelnemende wetenschappers, vertelt ons dat er met elke volgende reis minder zorgen waren over de natuur. ‘Er waren zorgen dat het slib dat zich in de loop der jaren op de bodem van het reservoir had opgehoopt veel verschillende en zelfs gevaarlijke chemicaliën bevatte en dat die zich zouden verspreiden als de bodem opdroogde,’ vertelt Kuzemko. ‘Maar toen we er voor het eerst heen gingen, zagen we dat de grond erg compact was en waarschijnlijk niet zou verstuiven bij opdroging. We waren nog steeds bezorgd dat er invasieve plantensoorten zouden gaan groeien, zoals de valse acacia, de indigostruik en de vederesdoorn. Deze zorgen werden uiteindelijk weggenomen toen we er in oktober 2023 heen gingen en dit jonge wilgenbos aantroffen.’

    In juni 2023 zagen ze alleen nog maar kleine scheuten, vertelt Kuzemko, maar vier maanden later waren er al aaneengesloten wilgenbosjes van tot twee meter hoog. Sommige bomen bereikten een hoogte van meer dan drie meter.

    Zelfs toen konden de sceptische onderzoekers niet geloven wat er in slechts zes maanden zou gebeuren met het voormalige Kachovka-stuwmeer: ‘Ze zeiden dat het wilgenbos de winter niet zou overleven, dat er geen overstromingen in het voorjaar zouden zijn en dat het zou verdorren,’ vertelt Kuzemko. ‘[In de lente] keerden we terug en zagen we het wilgenbos op de linkeroever. We zagen dat het ten opzichte van het jaar ervoor ongeveer 30 procent was gegroeid, en deze wilgen waren in uitstekende conditie, ze groeiden hard en dicht tegen elkaar aan! We zagen ook populierenbosjes bij het nabijgelegen eiland Chortytsia.’

    Nergens anders in Europa

    Op basis van hun veldonderzoek en met behulp van remote sensing en machine learning, oftewel kunstmatige intelligentie, hebben wetenschappers een kaart gemaakt van de biotopen van het Kachovka-stuwmeer. In november 2023 was ongeveer 40 procent van het voormalige reservoir bedekt met wilgen, populieren en andere uiterwaardenvegetatie, en dit bos blijft zich uitbreiden.

    Het jonge wilgen-populierenbos dat het uitgestrekte gebied bedekt, is uniek; nergens anders in Europa zijn vergelijkbare bossen te vinden. Volgens Kuzemko was zo’n uiterwaardenbos typisch voor dit gebied voordat het stuwmeer werd aangelegd.

    ‘Ik denk dat er geen ander wilgen-populierenbos van deze omvang is in Oekraïne en Europa’

    ‘Normaal gesproken kunnen deze uiterwaardenbossen niet groeien waar ze zouden willen; ze ontstaan slechts langs waterlopen omdat het omliggende gebied bevolkt is of als landbouwgrond of voor iets anders gebruikt wordt,’ legt de wetenschapper uit. ‘Zulke grote gebieden zijn echt uniek. Ik denk dat er geen ander wilgen-populierenbos van deze omvang is in Oekraïne en Europa.’

    De groeisnelheid van het bos is fenomenaal. ‘Kun je het je voorstellen? Een wilg die in minder dan een jaar 4,7 meter hoog is geworden!’ zegt professor Moisienko. Zijn collega Diduch zegt dat de wilgen in het Kachovka-stuwmeer twee keer zo snel groeien als elders. Dit kan worden verklaard door de vruchtbaarheid van de steppebodem in het zuiden van Oekraïne en de grote hoeveelheid voedselrijk slib op de bodem van het voormalige stuwmeer.

    Het is van belang dat de beschermingsstatus van het bos snel verbetert naarmate het groeit. Op de plek van de ecologische ramp ontwikkelt zich nu een biotooptype dat door de Conventie van Bern wordt beschermd. ‘De waarde van deze gebieden zal alleen maar toenemen naarmate de biotopen zich blijven vormen. De biodiversiteit zal toenemen en daarmee zal ook de status van dit gebied als onderdeel van het Emerald Network verbeteren,’ zegt Kuzemko. Natuurlijk zal dit alleen gebeuren als niets de vorming van het bos in de weg staat.

    Aanpassingsvermogen

    Het zal niemand ontgaan zijn dat de laatste jaren steeds vaker te zien is dat vogels afval – van plastic zakken tot stukjes touw en ijzerdraad – gebruiken bij het bouwen van hun nesten. Het roept de vraag op of vogels dit doen uit innovatie of dat ze simpelweg gedwongen worden door een gebrek aan natuurlijke materialen. Wetenschapsblad Quebec Science beschrijft hoe bioloog Auke-Florian Hiemstra van het Nederlandse Naturalis gefascineerd raakte door het vermogen van vogels om zich aan te passen aan veranderingen in hun omgeving. Hij onderzocht de complexiteit van dit gedrag en de mogelijke gevaren die hiermee gepaard gaan. Waar vogels eerder volop takken, gras, bladeren, mos, veren en zelfs modder tot hun beschikking hadden, zijn ze in de groeiende verstedelijking van gebieden aangewezen op ons afval.
    Dit verschijnsel is niet beperkt tot Nederland; over de hele wereld zijn voorbeelden te vinden van vogels die zich aanpassen aan de moderne wereld. In Australië werd in 2018 een nest van een ekster ontdekt dat was gebouwd met duivenpinnen, die worden gebruikt om vogels van gebouwen te weren. Een geeloorhoningeter (Meliphaga lewinii) verwerkte plasticdraad als nestmateriaal.
    Mooi dat onze gevederde vrienden zo creatief reageren op hun veranderde omstandigheden, maar het is ook een teken aan de wand: de biodiversiteit en de gezondheid van ecosystemen zijn in gevaar.

    Positieve invloed op het klimaat

    Het uitgestrekte nieuwe bos zal koolstof opslaan en schadelijke stoffen afvangen. ‘Deze wilgen, populieren en andere planten op de bodem van het reservoir hebben al miljoenen tonnen koolstofdioxide geabsorbeerd,’ legt Moisienko uit. ‘Ik weet niet of er een ander ecosysteem ter wereld of in Europa is dat de opwarming van de aarde effectiever bestrijdt.’

    ‘Kijk naar de miljard bomen [het boomplantprogramma van de Oekraïense president Zelensky] die geplant zijn op ongeschikte plaatsen zoals steppe- en zandgrond… Hier, bij het Kachovka-stuwmeer, staan misschien al een miljard bomen. Misschien zelfs meer. En daar zijn geen grote investeringen voor nodig geweest,’ zegt Kuzemko.

    Op een onlinevideo zijn vier sterke mannen te zien die in het jonge Kachovka-bos samen een metershoge jonge wilg uit de grond proberen te trekken. Diduch legt uit dat het boommonster nodig was voor onderzoek naar de rol van wilgen en wilgenbossen, hun invloed op het klimaat, indicatoren voor klimaatverandering, bodemvorming en koolstofverbruik. De analyse van het monster stelt wetenschappers in staat om voorspellingen te doen voor vijf, tien of zelfs vijftig jaar later. Dit soort onderzoeken zijn cruciaal om aan economen, landbouwers, hydrologen en degenen die aanspraak maken op het door het stuwmeer vrijgekomen gebied, uit te leggen waar het om gaat: dat het voormalige stuwmeer nu en in de toekomst in zijn nieuwe natuurlijke staat veel waardevoller zal zijn dan welk infrastructuurproject dan ook.

    Uit het onderzoek van het team is gebleken dat de ecosysteemdiensten van volgroeide bossen, als ze ten minste 30 procent van het reservoiroppervlak uitmaken, zestien keer zo groot zullen zijn als de voordelen van het kunstmatige reservoir. Dankzij deze ecosysteemdiensten krijgen de Oekraïners niet alleen een schoon en verbeterd milieu, een rijkere biodiversiteit, een beter klimaat en zelfs een uniek natuurgebied, maar ook geld.

    De optie ‘onaangeroerd’ zou investeringen kunnen aantrekken

    Oekraïners kunnen aanzienlijke subsidies ontvangen van wereldwijde fondsen als ze de natuur in het reservoir ongemoeid laten. Het herstel van de vegetatie en de natuurlijke rivierbedding van de Dnipro op het grondgebied van het voormalige Kachovka-stuwmeer is in lijn met de Europese Green Deal, waarin de EU-landen het streven uitspreken om rivieren in hun normale, natuurlijke staat terug te brengen. Plannen om het reservoir te herstellen druisen in tegen dit beleid. Het Oekraïense waterkrachtbedrijf Ukrhydroenergo begon een maand na de ramp in Kachovka met de bespreking van de reconstructie. Het nieuwe project zou alle voordelen tenietdoen die de nieuwe gebieden ons zouden kunnen bieden als ze onaangeroerd blijven.

    De optie ‘onaangeroerd’ zou investeringen kunnen aantrekken. Internationale fondsen staan klaar om landeigenaren te betalen. De eigenaren zelf hoeven niets te doen; ze laten het land gewoon met rust en laten de natuur haar gang gaan.

    Een betere oplossing voor het Kachovka-stuwmeer lijkt er niet te bestaan. Voor dit gunstige scenario moet Oekraïne aan een paar voorwaarden voldoen. Ten eerste moet er een einde komen aan de oorlog. Ten tweede moeten mondiale fondsen garanties krijgen dat de nieuwe waterkrachtcentrale waar Ukrhydroenergo van droomt niet op deze locatie zal worden gebouwd.

    ‘Als deze garanties worden gegeven, denk ik dat we de financiering voor natuurherstel kunnen krijgen en die ook vele jaren kunnen blijven ontvangen. Maar aan zowel de eerste als de tweede voorwaarde is lastig te voldoen,’ concludeert Moisienko.

    Ondertussen kunnen we alleen maar de expedities volgen, nieuwe onderzoeksresultaten afwachten en observeren hoe de Grote Weide, die zich in dit gebied bevond vóór het Kachovka-stuwmeer er werd gebouwd, in de nasleep van de ecologische catastrofe weer tot leven komt.

  • COP29 stelde teleur en dat belooft weinig goeds voor onze gemeenschappelijke toekomst

    COP29 stelde teleur en dat belooft weinig goeds voor onze gemeenschappelijke toekomst

    Tegen de achtergrond van een geopolitiek landschap dat steeds complexer wordt, met de dreiging van een nieuwe koude oorlog en de opkomst van autoritaire leiders, lijkt de wereldwijde samenwerking op klimaatgebied verder weg dan ooit.

    Afgelopen 12 en 13 november vond in het kader van de Klimaatconferentie (COP29) in Bakoe, Azerbeidzjan, de klimaattop van wereldleiders plaats. Maar deze bijeenkomst ging met veel minder fanfare gepaard dan in het verleden, wat weinig goeds belooft voor onze gemeenschappelijke toekomst.

    Eén reden voor de verminderde aandacht voor COP29 is de uitgedunde presentielijst: de leiders van de dertien landen met de grootste uitstoot ter wereld hebben besloten het evenement helemaal te laten schieten, deels omdat er tegelijkertijd een G20-top gepland stond. De hoofden van grote financiële instellingen, waaronder Bank of America en BlackRock, ontbreken dit jaar ook op de conferentie, ondanks de focus op de financiële kant van het klimaatprobleem. En het besluit om het evenement te houden in Azerbeidzjan, een land dat sterk afhankelijk is van aardgas, is door milieuactivisten als een vorm van ‘greenwashing’ afgedaan. Net als vorig jaar, toen de Klimaatconferentie in Dubai werd gehouden, benadrukt de keuze van het gastland hoe broodnodig het is om overeenstemming te bereiken over aardgas als energiebron voor de lange termijn.

    Ook in bredere zin heeft de wereld het een en ander aan haar hoofd. Nu de oorlog in Oekraïne bijna zijn vierde jaar ingaat, lijkt er een Russisch tegenoffensief ophanden in de regio Koersk waaraan meer dan tienduizend Noord-Koreaanse soldaten deelnemen. Ondertussen vecht Israël op twee fronten, in Gaza en Libanon, en lijkt escalatie naar een bredere oorlog waarschijnlijker dan de-escalatie. En hoewel onmogelijk precies valt te voorspellen wat de grillige Donald Trump zal doen als hij weer in het Witte Huis zit, doemen de risico’s van geopolitieke instabiliteit, democratische erosie en een scherpe ommekeer in het klimaatbeleid levensgroot op.

    Drill baby drill

    Trump, sinds jaar en dag ontkenner van klimaatverandering en verkondiger van het mantra ‘drill, baby, drill’, heeft beloofd de Verenigde Staten te zullen terugtrekken uit het ‘gruwelijk oneerlijke’ klimaatakkoord van Parijs, zoals hij ook deed tijdens zijn eerste ambtstermijn. Er gaan geruchten dat daarvoor al een presidentieel besluit in de maak is.

    Ook is Trump van plan om de productie en export van Amerikaans gas op te voeren en een eind te maken aan Joe Bidens Green New Deal, door hem de ‘Green New Scam’ oftewel de ‘Groene Nieuwe Zwendel’ gedoopt, door alle niet bestede gelden terug te trekken uit de Inflation Reduction Act, ook al zo’n onterechte benaming volgens Trump. Recente opmerkingen van Myron Ebell, hoofd van een transitieteam tijdens de vorige regering-Trump, doen het ergste vrezen: ‘We gaan ons niet meer druk maken over uitstoot,’ verklaarde deze botweg. ‘Hoe eerder je al dat gezeur over uitstootvermindering vergeet, hoe beter.’

    Hoewel we de dreiging die Trump voor het klimaat vormt niet mogen onderschatten, is er reden om te hopen dat worstcasescenario’s niet zullen worden bewaarheid. Tijdens zijn eerste termijn werd Trumps bombastische retoriek lang niet altijd in de beloofde daden omgezet. Bovendien wierpen staten, steden, organisaties en individuen zich op om het klimaat te beschermen, waardoor het wanbeleid van de federale regering deels werd gecompenseerd.

    Hoe het ook zij, pas als hij in januari is aangetreden zal duidelijk worden in welke mate Trump het milieu zal schaden. COP29 vindt op dit moment plaats en de doelstellingen ervan dulden geen uitstel.

    Hoe groot het afgesproken bedrag ook is, het zal vrijwel zeker niet voldoende zijn voor de behoeften van ontwikkelingslanden

    De bijeenkomst in Bakoe, nu al de ‘financiële COP’ genoemd, wordt geacht de enorme klimaatfinancieringskloof aan te pakken waarmee ontwikkelingslanden worden geconfronteerd. De veelgeroemde doelstelling van 100 miljard dollar per jaar, die ontwikkelde economieën volgens een akkoord uit 2009 in 2020 zouden halen, is pas twee jaar geleden voor het eerst bereikt. Afgezien van de vertraging is het lang niet genoeg: de jaarlijkse financieringsbehoefte van opkomende en zich ontwikkelende economieën (exclusief China) zal in 2030 naar verwachting zo’n 2,4 biljoen dollar bedragen.

    Tegen deze achtergrond proberen deelnemers aan COP29 tot een nieuw collectief gekwantificeerd doel voor klimaatfinanciering te komen. De hoop is dat er uiteindelijk een ambitieus bedrag zal worden afgesproken. Maar hoe groot dat bedrag ook is, het zal vrijwel zeker niet voldoende zijn voor de behoeften van ontwikkelingslanden. Bovendien zal het een grote uitdaging zijn om het bedrag te besteden, omdat dit grotendeels door de particuliere sector moet worden gedaan, vooral door particuliere financiële instellingen.

    In veel landen, met name in Afrika, wordt de transitie naar schone energie bemoeilijkt door een gebrek aan elektriciteit. Uit de sterke correlatie tussen consistente basislaststroom en economische welvaart valt een duidelijke conclusie te trekken: betaalbare energie is essentieel voor ontwikkeling. Desondanks hebben 570 miljoen mensen in Sub-Saharaans Afrika – tachtig procent van het wereldwijde totaal – nog steeds geen toegang tot energie, en hun aantal is sinds 2021 toegenomen.

    Verergeren

    Door de snelle bevolkingsgroei in het Mondiale Zuiden is het probleem gedoemd te verergeren. Naar verwachting zullen in 2050 alleen al in Afrika 2,5 miljard mensen wonen, tegen 1,5 miljard op dit moment. Duurzame energiebronnen zijn simpelweg niet betrouwbaar genoeg om aan de explosieve vraag te voldoen die daarmee gepaard zal gaan. Waterstof en kernenergie kunnen helpen de gaten te dichten, maar voor beide zijn enorme infrastructurele investeringen vereist, die niet uit publieke middelen kunnen worden gedekt.

    De inzet van particulier kapitaal is daarom cruciaal. Regeringen zullen effectieve strategieën moeten ontwikkelen om risico’s te beperken en een attractief investeringsklimaat te bevorderen. Strategische partnerschappen tussen overheden, internationale financiële instellingen (IFI’s) en de particuliere sector zullen doorslaggevend zijn.

    Hoewel veel IFI’s nog maar nauwelijks begonnen zijn met het ontwikkelen van groene industriële strategieën, zullen ze een centrale rol moeten spelen bij het katalyseren van investeringen door de particuliere sector en het versoepelen van de transitie naar schone energie in opkomende en zich ontwikkelende economieën. Hiertoe zal het voor de voorhoede minder riskant moeten worden gemaakt om investeringen te doen en moeten overheden worden ondersteund bij het stellen van ambitieuze doelen, het definiëren van manieren om die te bereiken en het vaststellen van beleidskaders en -normen.

    Het in Bakoe genomen Initiatief voor Klimaatfinanciering, Investering en Handel is een stap in de goede richting, omdat het voor de maximalisering van deze drie doelstellingen de oprichting van nationale, regionale en subregionale platforms wil bevorderen. Maar zonder wereldwijde deelname zal de impact van zulke initiatieven beperkt zijn.

    Zelfs in een tijd van toenemende geopolitieke ontwrichting mogen we ons niet laten afleiden van de dringende noodzaak om klimaatverandering aan te pakken. Er is geen excuus om COP29 te laten eindigen zonder ambitieuze, geloofwaardige financiële toezeggingen.

    Ana Palacio is voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Spanje en voormalig senior vicepresident en algemeen adviseur van de Wereldbank. Momenteel is ze gasthoogleraar aan Georgetown University in Washington D.C.