Tag: klimaat

  • Hoe extreme temperaturen de werking van de hersenen beïnvloeden

    Hoe extreme temperaturen de werking van de hersenen beïnvloeden

    Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat hogere temperaturen positieve emoties zoals blijdschap of geluk verminderen en negatieve emoties zoals woede of stress verhogen.

    De eerste hittegolf van deze zomer heeft acht van de tien Spaanse gemeenten gewaarschuwd voor risico’s voor de menselijke gezondheid. Hoewel de effecten van uitdroging van het lichaam de grootste zorg zijn, lijden ook de hersenen onder deze stijgende temperatuurtrend: 2023 is het warmste jaar op aarde sinds het begin van de metingen halverwege de negentiende eeuw. Recente studies hebben aangetoond dat overmatige hitte de cognitieve vaardigheden vermindert, zowel tijdens het studeren als tijdens het werken. Hoewel de hersenen hard werken om het lichaam koel te houden, versterken extreme temperaturen bovendien agressiviteit en stress. Ze hebben daarbij vooral invloed op patiënten met bepaalde psychiatrische aandoeningen.

    Airconditioning

    De hersenen zijn een temperatuurgevoelig orgaan dat niet goed kan functioneren bij 45 graden. Bij zulke hoge temperaturen vertraagt de cognitieve functie, zoals Sandra Giménez, klinisch neurofysioloog in het Hospital de la Santa Creu i Sant Pau in Barcelona, uitlegt: ‘Extreme hitte beïnvloedt alle cognitieve functies van de hersenen: ons reactievermogen, het geheugen, et cetera. Alles wordt veel moeilijker; we gaan veel langzamer. We zullen niet beweren dat neuronen smelten, maar er is wel een effect. Prestaties zijn veel slechter bij hoge temperaturen.’

    Wetenschappelijk bewijs ondersteunt dit. Het maken van een toets op een dag dat de temperatuur hoger is dan 32 graden resulteert in een 14 procent lagere score in vergelijking met het maken van diezelfde toets bij 22 graden en verlaagt de kans om voor een vak te slagen met bijna 11 procent, volgens een onderzoek uit 2018 dat werd uitgevoerd op openbare scholen in New York. ‘Ik schat dat in de periode 1998-2011 meer dan 510.000 examens die anders wel gehaald zouden zijn, niet zijn gehaald vanwege de hoge temperaturen, waardoor ten minste 90.000 leerlingen zijn getroffen, en mogelijk nog veel meer,’ concludeert Jisung Park, professor aan de Harvard Kennedy School en auteur van het onderzoek.

    Ander onderzoek, ook uitgevoerd in de VS, stelde vast dat ‘de leersnelheid afneemt met een toename van het aantal warme schooldagen’. Een ander onderzoek, dat de prestaties van studenten van de Universiteit van Boston vergeleek tijdens een hittegolf in 2016, concludeerde dat degenen die in kamers zonder airconditioning woonden (bij een gemiddelde temperatuur van 27 graden) een 13 procent langzamere reactietijd vertoonden op rekentoetsen en bijna 10 procent minder goede antwoorden per minuut gaven dan hun medeleerlingen die airconditioning hadden (bij een gemiddelde temperatuur van 22 graden).

    ‘Extreme hitte kan prikkelbaarheid verhogen en zelfcontrole verminderen, wat zich kan vertalen in agressiever gedrag’

    Hoewel de meeste van deze onderzoeken zijn uitgevoerd in academische omgevingen, heeft de cognitieve verslechtering door extreme hitte ook invloed op de werkplek: uit onderzoek uit 2006 bleek dat de hoogste productiviteit wordt bereikt bij een temperatuur van rond de 22 graden. Bij acht graden warmer daalde het prestatieniveau met bijna 9 procent. 

    ‘Er zijn talloze onderzoeken die verbanden leggen tussen de geestelijke gezondheid, de stemming en het gedrag van de hersenen en hitte, dus mensen met geestelijke gezondheidsproblemen zijn bijzonder kwetsbaar,’ zegt meteoroloog en wetenschapscommunicator Mar Gómez, die opmerkt dat er onderzoek is dat aantoont dat hogere temperaturen positieve emoties zoals vreugde of geluk verminderen en negatieve emoties zoals woede of stress verhogen.

    ‘We weten dat mensen met schizofrenie problemen kunnen hebben met het reguleren van hun lichaamstemperatuur en dat temperatuurveranderingen de symptomen van stemmingsstoornissen kunnen veranderen. Daarnaast kunnen sommige psychiatrische medicijnen, waaronder bepaalde antidepressiva en antipsychotica, invloed hebben op de manier waarop het lichaam de temperatuur reguleert en mensen die deze medicijnen gebruiken zijn extra kwetsbaar voor de effecten van extreme hitte,’ legt Gómez uit.

    Van de negatieve emoties die in verband worden gebracht met hitte, is woede een van de meest onderzochte. Hetzelfde geldt voor de directe gevolgen daarvan: agressiviteit en geweld. ‘Extreme hitte kan prikkelbaarheid verhogen en zelfcontrole verminderen, wat zich kan vertalen in agressiever gedrag. De relatie tussen intense hitte en agressiviteit is reëel,’ zegt Valentín Martínez, die gepromoveerd is in de psychologie aan de Universidad Complutense van Madrid en lid is van het Madrileense College voor Psychologie.

    Een onderzoek dat in 2022 werd gepubliceerd in The Lancet en waarin 4 miljard tweets werden geanalyseerd, concludeerde dat zeer hoge of zeer lage temperaturen agressieve online trends verergeren en het aantal haatzaaiende uitspraken doen toenemen. De toename van dergelijke tweets was 22 procent op dagen met extreme temperaturen (van 42 graden tot 45 graden). Een ander onderzoek ontdekte een directe lineaire toename in het gebruik van claxons bij stijgende temperaturen. Er zijn zelfs studies die hebben geconcludeerd dat elke stijging van de jaartemperatuur met één graad gepaard gaat met een gemiddelde stijging van bijna 6 procent in het aantal moorden.

    Slaap

    Een onderzoek geleid door experts in gendergeweld, specialisten in epidemiologie en door psychologen van de politie en de Guardia Civil die de maanden mei tot september analyseerden in de periode 2008-2016 in de regio Madrid, concludeerde dat voor elke graad waarin de maximale dagtemperatuur de drempel van 34 graden overschrijdt, vrouwenmoorden binnen relaties met 28,8 procent toenemen ten opzichte van het gemiddelde. ‘Dit betekent niet dat de studie in Madrid aantoonde dat gendergeweld een direct gevolg is van hitte. Verre van dat. De conclusie was dat hitte een factor is die de toename van geweld beïnvloedt, samen met andere oorzaken,’ verduidelijkt Gómez. Deze mening wordt bevestigd door Giménez, die gelooft dat hoge temperaturen iedereen agressiever kunnen maken: ‘Het betekent niet dat we allemaal mensen gaan neersteken. Er moet een psychopathologische basis zijn.’

    De verklaring voor al deze gevolgen kan volgens Valentín Martínez gevonden worden in het feit dat ‘hitte de hersenen dwingt harder te werken om de lichaamstemperatuur te reguleren, wat een negatieve invloed heeft op de mentale capaciteit’; de hersenen besteden een groot deel van hun capaciteit aan het koel houden van het lichaam.

    ‘We moeten ons ervan bewust zijn dat onze hersenen onder andere goed functioneren dankzij de hypothalamus, die de coördinator is van het autonome zenuwstelsel en fungeert als een soort interne thermometer van de hersenen. Wanneer het merkt dat er veranderingen zijn tussen zijn eigen temperatuur en die van de thermoreceptoren in de huid, stelt de hypothalamus de mechanismen in om dit te reguleren,’ legt Gómez uit.

    ‘Het gebied dat emoties verwerkt, neemt af, zodat alles wat negatief is wordt uitvergroot’

    Deze mechanismen zijn zweten, vaatverwijding of adrenalineproductie. Volgens de expert is de productie van adrenaline ‘een van de oorzaken van grotere prikkelbaarheid wanneer we worden blootgesteld aan periodes van intense hitte’.

    Naast deze overbelasting van de hersenen is er nog een andere zeer belangrijke factor: slaap. ‘Tijdens tropische nachten, wanneer de omgevingstemperatuur niet onder de 20 graden daalt, worden onze hersenen overprikkeld en neemt het zweten van het lichaam toe, zodat ons lichaam in een toestand verkeert die lijkt op die van het moeten uitvoeren van intense fysieke activiteit, wat totaal onverenigbaar is met rust of comfortabel kunnen doorslapen,’ merkt de meteoroloog op. 

    ‘Het is als een vis die in zijn eigen staart bijt,’ voegt Giménez toe, die coördinator is van de werkgroep cognitie en slaap bij de Spaanse slaapvereniging (SES). Volgens deze expert veroorzaakt overmatige hitte een soort vicieuze cirkel. We slapen slechter, waardoor we cognitief trager, angstiger en prikkelbaarder worden; en de hitte overdag verergert deze symptomen. ‘De controle gaat verloren op het prefrontale niveau van de hersenen en de rem op de amygdala, het gebied dat emoties verwerkt, neemt af, zodat alles wat negatief is wordt uitvergroot,’ legt ze uit.

    Er is geen toverstaf om deze effecten tegen te gaan. Het advies, zegt Martínez, is gezond verstand: blijf goed gehydrateerd en drink voldoende water, vermijd langdurige blootstelling aan extreme hitte, vooral op het midden van de dag, zoek koele plaatsen met airconditioning op, draag lichte, lichtgekleurde kleding om gemakkelijker te kunnen transpireren, beperk intensieve lichamelijke activiteit buiten tijdens de heetste uren, eet koel, licht, waterrijk voedsel zoals fruit en groenten en doe al het mogelijke om voldoende uit te rusten.

  • Hoe handelsmaatregelen klimaatdoelen kunnen afdwingen

    Hoe handelsmaatregelen klimaatdoelen kunnen afdwingen

    Jaarlijks komen wereldleiders bijeen op klimaatconferenties om ambitieuze doelen te stellen. Maar ondanks alle goede bedoelingen blijft de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen stijgen. We moeten daarom inzetten op bindende overeenkomsten.

    Het is terloopse waarnemers van de recente conferentie van de Verenigde Naties over klimaatverandering in Dubai (COP28) vergeven als ze zeggen dat er veel werk is verzet. ‘We staan aan de rand van een klimaatramp en deze conferentie moet een keerpunt betekenen,’ waarschuwde VN-chef António Guterres tijdens de conferentie. Toen er een definitieve overeenkomst werd bereikt, prees de Canadese minister van Milieu Steven Guilbeault de ‘baanbrekende toezeggingen op het gebied van hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en de transitie van fossiele naar schone brandstoffen.’

    Maar de waarheid is dat noch de inhoud van het akkoord van Dubai, noch wat eruit werd weggelaten, veel invloed zal hebben op de klimaatverandering. We hebben deze film al vele malen eerder gezien, te beginnen met de overeenkomst uit 1992 die het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering in het leven riep. Destijds verplichtten alle landen zich om ‘gevaarlijke’ klimaatverandering te voorkomen, wat een drastische vermindering van de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van broeikasgassen zou hebben gevergd. Maar de uitstoot is blijven stijgen, zij het in een lager tempo dan anders het geval zou zijn geweest. Vrijwillige toezeggingen zijn meestal hol gebleken.

    Voor alle duidelijkheid: we suggereren niet dat koortsachtige waarschuwingen over de klimaatrisico’s en de noodzaak om actie te ondernemen misplaatst zijn. Als economen die de klimaatverandering al tientallen jaren bestuderen, erkennen we dat een deel van de economische literatuur te vaak is gebruikt door tegenstanders van zinvolle actie. Zoals we opmerken in een recent rapport voor het Institute of Global Politics, onderschatten economische modellen die beweren een ‘optimaal’ klimaatbeleid te identificeren vaak systematisch de voordelen van emissiereducties en overschatten ze de kosten.

    In een wereld vol urgente uitdagingen hebben beleidsmakers en het publiek slechts beperkte aandacht voor de klimaatverandering

    Bovendien heeft de bewondering van veel economen voor één beleidsoplossing, koolstofbelastingen, hun zand in de ogen gestrooid. Dit heeft geleid tot misleidende beweringen dat alleen vertrouwen op koolstofprijzen de meest kosteneffectieve manier is om de uitstoot te verminderen. In feite onderstrepen de vele tekortkomingen van de markt die een snelle, rechtvaardige transitie naar netto-nul emissies in de weg staan, de noodzaak van een brede portefeuille van beleidsmaatregelen (waaronder koolstofprijzen).

    In een wereld vol urgente uitdagingen hebben beleidsmakers en het publiek slechts beperkte aandacht voor de klimaatverandering. In plaats van ons zo te richten op internationale conferenties die unanieme steun vereisen, geen verantwoording met zich meebrengen en uiteindelijk weinig effect hebben op de uitstoot, zouden we onze energie moeten richten op het onderhandelen over overeenkomsten die betekenisvolle vooruitgang teweeg kunnen brengen in smalle, maar cruciale economische sectoren.

    Aanpak

    We weten al dat deze meer gerichte aanpak werkt. Denk maar aan het Montreal Protocol, dat de ozonlaag in de stratosfeer beschermt, of aan de International Convention for the Prevention of Pollution from Ships (MARPOL). In tegenstelling tot de vrijwillige verbintenissen die bij elke COP over de klimaatverandering worden aangegaan, hebben deze twee verdragen bindende verplichtingen vastgelegd die kunnen worden afgedwongen via internationale handelsmarkten. Het Montreal Protocol verbiedt de deelnemende landen om in chloorfluorkoolwaterstoffen  (ozonafbrekende chemicaliën) te handelen met niet-deelnemende landen; en onder MARPOL wordt de toegang tot havens beperkt tot schepen die aan bepaalde technische normen voldoen.Deze twee verdragen hebben gewerkt omdat ze positieve terugkoppelingseffecten creëren: hoe meer landen ermee instemmen om mee te doen, hoe groter de druk op andere landen om mee te doen. Als gevolg daarvan zal de ozonlaag binnen enkele decennia terugkeren naar het niveau van vóór 1980 en wordt ruim 99 procent van de olie nu verscheept volgens MARPOL-specificaties, waardoor een belangrijke bron van zeevervuiling vrijwel is verdwenen.

    Dezelfde aanpak heeft al gewerkt voor klimaatverdragen. Het Kigali Amendement op het Montreal Protocol vermindert geleidelijk de uitstoot van fluorkoolwaterstoffen, een krachtig broeikasgas. Net als de voorbeelden hierboven bevat het amendement een handelsmaatregel die is ontworpen om een positief terugkoppelingseffect te creëren zodra een kritische drempel van deelname is bereikt. Door deze structuur is ratificatie in het belang van elk land. Zelfs in het gepolariseerde Amerika kreeg het vorig jaar krachtige steun van beide partijen in de Amerikaanse Senaat.

    We zouden nu hetzelfde moeten doen voor andere belangrijke emissiebronnen. De productie van aluminium is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor ongeveer twee procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen per jaar. Maar door koolstofanoden te vervangen door inerte anoden zou de industrie haar uitstoot drastisch kunnen verminderen. Een aluminiumverdrag zou kunnen vereisen dat partijen overschakelen op inerte anoden en alleen aluminium mogen importeren van andere deelnemende partijen.

    In tegenstelling tot het eenzijdig dreigen met handelsmaatregelen is deze benadering van internationale klimaatverdragen fundamenteel coöperatief en multilateraal. Het verschilt van het unilateraal opleggen van binnenlandse regelgeving aan buitenlandse productie, zoals de Europese Unie doet, of van het opleggen van op koolstof gebaseerde tarieven op bepaalde importen zonder overeenkomstige binnenlandse regelgeving, zoals sommigen in de VS hebben bepleit. Deze methoden kunnen alleen maar uitnodigen tot vergelding.

    Om te slagen moeten internationale klimaatverdragen verenigbaar zijn met de economische strategieën van landen

    Om te slagen moeten internationale klimaatverdragen verenigbaar zijn met de economische strategieën van landen, niet in het minst met die van lagere-inkomenslanden zoals India, waar de meeste toekomstige uitstoot zal plaatsvinden. Daarom bevatten het Montreal Protocol en het Kigali Amendement bepalingen waarbij rijkere landen ermee instemmen om armere landen te helpen de kosten van naleving te betalen.

    De internationale gemeenschap heeft de verkeerde lessen getrokken uit het Kyoto Protocol. Het zou nu duidelijk moeten zijn dat vertrouwen op vrijwillige verbintenissen en ambitieuze doelstellingen niet werkt. Het probleem met Kyoto was dat de prikkels niet goed waren.

    Door klimaatverdragen te richten op individuele sectoren, verplichtingen te koppelen aan de toegang tot handel en de ‘gemeenschappelijke maar gedifferentieerde’ rol van rijke en arme landen in internationale onderhandelingen aan de orde te stellen, zal de wereld een betere kans hebben om de doelstellingen van het akkoord van Dubai te bereiken: een snelle en rechtvaardige transitie naar netto-nul emissies.

    Dan kunnen toekomstige COP’s over klimaatverandering zich richten op andere belangrijke zaken, in plaats van op het bereiden van de juiste mix van holle woorden waar iedereen het mee eens kan zijn.

    Scott Barrett is de Lenfest-Earth Institute Professor of Natural Resource Economics aan de Climate School van Columbia University.

    Noah Kaufman, senior onderzoeker bij het Center on Global Energy Policy aan de School of International and Public Affairs van Columbia, is voormalig senior econoom bij de Raad van Economische Adviseurs en voormalig adjunct-directeur energie en klimaatverandering bij de Raad voor Milieukwaliteit van het Witte Huis.

    Joseph E. Stiglitz, voormalig hoofdeconoom van de Wereldbank en voormalig voorzitter van de Raad van Economische Adviseurs van de Amerikaanse president, is hoogleraar aan Columbia University en winnaar van de Nobelprijs voor de economie.

  • Is de Europese Green Deal bij de laatste verkiezingen weggestemd?

    Is de Europese Green Deal bij de laatste verkiezingen weggestemd?

    De tegenstanders van de Europese Green Deal hebben bij de afgelopen verkiezingen veel meer stemmen gewonnen. De meest fervente voorstanders hebben massaal verloren. Wat betekent dit voor de huidige klimaatbeschermingsmaatregelen?

    Na de afgelopen verkiezingen is iedereen die klimaatbeleid als een van de belangrijkste kwesties van de EU beschouwt in een katerige stemming. In heel Europa bagatelliseren rechtse partijen de klimaatverandering of ontkennen ze die zelfs helemaal en voeren ze campagne om klimaatbeschermingsmaatregelen en milieuregelgeving te vertragen en te verhinderen. De rechtse populisten, zoals de Duitse AfD en het Franse Rassemblement National van Marine Le Pen, zijn het weliswaar niet altijd met elkaar eens, maar dat heeft weinig te maken met hun meningsverschillen over milieu- of klimaatbeleid. In geval van twijfel, zoals de stemmen van rechts de afgelopen jaren hebben laten zien, stemmen ze meestal samen tegen klimaatbescherming

    Dit speelde echter nauwelijks een rol in de afgelopen zittingsperiode. De meerderheid steunde de Europese eco- en klimaattransitie, die werd geïnitieerd door de conservatieve EC-voorzitter Ursula von der Leyen. In januari 2020 stemden 482 van de 713 Europarlementariërs in het EU-parlement voor de Green Deal, die Von der Leyen eerder had omschreven als een Europese ‘maanlanding’. Europarlementariërs stemden er dus met een duidelijke meerderheid voor dat de Europese Unie haar economieën tegen 2050 moet omzetten naar CO₂-vrije industrieën, elektriciteits- en warmteopwekking, elektrische auto’s en klimaatvriendelijke bouw en landbouw.

    Conservatieven, sociaaldemocraten en groenen trokken toen samen op – dit alles in de nasleep van klimaatprotesten in heel Europa en de verwoestende gevolgen van droogte in veel landen.

    Dat is nu aan het veranderen. Hoewel de rechtse populisten geen meerderheid hebben, hebben ze wel winst geboekt, maar in sommige gevallen minder dan aanvankelijk werd gedacht. Toch zouden ze nu goed kunnen zijn voor ongeveer een kwart van de zetels in het nieuwe parlement. Daarnaast moet de Conservatieve Fractie (EVP) misschien vertrouwen op de rechtse eurosceptische ECR-Fractie (Europese Conservatieven en Hervormers) voor de herverkiezing van Ursula von der Leyen – ervan uitgaande dat de sociaaldemocraten en Groenen niet meespelen. Waarnemers denken dat dit politiek gezien duur zou kunnen uitpakken. De valuta: compromissen over toekomstige klimaat- en milieubesluiten.

    Niet alleen de zetels, maar ook de stemming is veranderd sinds 2019. Hoewel de Green Deal en het ‘Fit for 55’-wetgevingspakket zijn opgesteld door Ursula von der Leyen, staan veel conservatieven er niet meer 100 procent achter. Dit is bijvoorbeeld te zien in de CDU/CSU-campagne tegen het verbod op verbrandingsmotoren – dat wil zeggen het verbod op nieuwe registraties van diesel- en benzineauto’s vanaf 2035.

    Waarnemers zien daarom het grootste probleem niet direct in de winst van rechts, maar in de wankele conservatieven: ‘Ze moeten stoppen met het afkraken van de Green Deal en deze verder ontwikkelen,’ zegt Lutz Weischer van de organisatie Germanwatch bijvoorbeeld. Als de conservatieven de kant van de rechtspopulisten kiezen, zullen ze een krappe meerderheid hebben. Alleen al vanwege het imago zal dit waarschijnlijk niet altijd gebeuren – maar het is ook zeker dat het moeilijker zal worden om de meerderheid te behalen voor nieuwe ambitieuze klimaat- en milieubeschermingsprojecten.

    Relatief veilig

    De volgende grote projecten zouden kunnen worden geschrapt of afgezwakt door het nieuwe EU-parlement:

    • Verbod op verbrandingsmotoren vanaf 2035: de verordening die daadwerkelijk is aangenomen, kan worden heropend, er kan opnieuw over worden onderhandeld of ze kan helemaal worden geschrapt.
    • Verordening inzake natuurherstel: deze is bedoeld om beschadigde ecosystemen te herstellen, ook om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen. Het parlement heeft deze al aangenomen, zij het in afgezwakte versie. De staatshoofden en regeringsleiders blokkeren momenteel echter de uitvoering ervan. Er wordt daarom gevreesd dat de verordening zal worden heropend en dat sommige passages opnieuw zullen worden geformuleerd. Dan zou de verordening weer door het nieuwe parlement moeten, of ze zou ook volledig ongedaan gemaakt kunnen worden.
    • Invoering van emissiehandel voor vervoer en gebouwen vanaf 2027 (ETS II): tot nu toe bestaat er in Europa alleen certificatenhandel voor emissies van energiebedrijven, binnenlandse vluchten en bepaalde industriële bedrijven (ETS I). ETS II is bedoeld om emissies van wegvervoer, gebouwen en bepaalde industriële brandstoffen vast te leggen, te beperken en langzaam te verminderen. Dit zou de verwarmingskosten en brandstoffen duurder kunnen maken. Dit klimaatbeschermingsinstrument is eigenlijk ook al lang rond. Onder druk van het Parlement zou de EU-Commissie het echter kunnen terugdraaien of herzien.
    • Nieuwe klimaatdoelstelling voor 2040: in februari 2024 stelde de EU-Commissie voor om de uitstoot van de lidstaten in 2040 met 90 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Dit is nog niet besloten en zal de komende jaren waarschijnlijk ook moeilijk worden.
    • Hervorming van de chemicaliënverordening van de EU: de EU-Commissie wilde de meest schadelijke chemicaliën in consumentengoederen verbieden. Dit betreft ook zogenaamde eeuwigdurende chemicaliën zoals PFAS (geperfluoreerde en polygefluoreerde alkylverbindingen). Ook hiervoor zal waarschijnlijk geen meerderheid worden gevonden.

    Sommigen hopen dat de belangrijkste regelgeving al sinds 2019 van kracht is. ‘De koers is ook al uitgezet voor de handel in emissierechten,’ zegt Ottmar Edenhofer, hoofdeconoom bij het Potsdam Institute for Climate Impact Research. Hoewel de emissiehandel voor transport en gebouwen kan worden verzwakt door een te laag prijsplafond vast te stellen, moeten de lidstaten nog steeds aan hun klimaatverplichtingen voldoen. De politieke drempels voor een dergelijke afzwakking via prijzen zijn echter relatief hoog. ‘Ik denk daarom dat de Green Deal relatief veilig is.’

    De EU heeft in ieder geval goed gebruikgemaakt van de ‘window of opportunity’ om een aantal mijlpalen zoals emissiehandel redelijk waterdicht te maken. Toch kunnen de klimaatbeschermingsmaatregelen worden geannuleerd of ‘slechts’ worden afgezwakt. Veel experts vrezen dat de Green Deal op zijn minst gedeeltelijk zal worden afgebroken.

    ‘Toch weiger ik fatalistisch te zijn,’ verklaarde Laurence Tubiana, voormalig Frans klimaatdiplomaat en nu hoofd van de European Climate Foundation, maandag na de verkiezingen. ‘Er is geen oplossing voor de crisis in de kosten van levensonderhoud, veiligheid of concurrentievermogen zonder een ecologische ommekeer.’

    Het alternatief voor herstructurering is eigenlijk altijd uitstel. Overigens is dit heel duidelijk te zien in andere landen, zoals de VS. Tijdens het Trump-tijdperk is in een paar jaar tijd veel klimaatbeleid afgebroken, dat nu weer moeizaam moet worden opgebouwd.

  • Klimaatopwarming maakt schimmelinfecties nog gevaarlijker voor mensen

    Klimaatopwarming maakt schimmelinfecties nog gevaarlijker voor mensen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Denemarken weert pikante noedels uit Zuid-Korea

    » ‘Schietgrage’ parlementsleden in Kenia baren zorgen

    Schimmels resistent tegen medicijnen door hogere temperaturen

    Wetenschappers vrezen al langer dat schimmels gevaarlijker worden voor mensen door de stijgende temperaturen op aarde. Deze zorg is werkelijkheid geworden: onderzoek gepubliceerd in het gespecialiseerde tijdschrift Nature Microbiology suggereert dat de opwarming van de aarde leidt tot besmettelijkere schimmels die vaker resistent zijn tegen medicijnen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.


    Tijdens een onderzoek naar schimmelinfecties in Chinese ziekenhuizen ontdekten de onderzoekers een schimmel die die twee patiënten ziek maakte, maar nog niet eerder was gemeld bij mensen, bericht Science in een artikel over het onderzoek. De ziekteverwekker was al resistent tegen de twee meest gebruikte antischimmelmedicijnen en toen ze hem blootstelden aan hogere temperaturen, ontwikkelde hij snel resistentie tegen een derde middel, waardoor hij in wezen onbehandelbaar werd met de huidige medicijnen.

    Deze bevinding ‘ondersteunt het idee dat de opwarming van de aarde kan bijdragen aan de evolutie van deze schimmelpathogeen of andere nieuwe schimmelpathogenen’, zegt Linqi Wang, microbioloog aan het Instituut voor Microbiologie van de Chinese Academie van Wetenschappen en co-auteur van een het onderzoek, tegen Science.

  • Wereldbeeld: Tegen nog meer Tesla

    Wereldbeeld: Tegen nog meer Tesla

    De plannen van Elon Musk om de productiecapaciteit te verdubbelen stuiten op felle kritiek. Tijdens een dagenlang verzet werden demonstranten met groene rook uiteengedreven.

    Demonstranten werden met ‘groene rook’ weggejaagd tijdens een dagenlang verzet tegen de uitbreiding van Tesla’s Gigafactory in het Duitse Grünheide. Elon Musks aankondiging de productiecapaciteit meer dan te verdubbelen zou ernstige gevolgen hebben voor het lokale milieu. Grote delen van het omringende bos zouden moeten worden gekapt en de watervoorziening zou door de uitbreiding verder onder druk komen te staan.

    ANP 498173635
    © ANP
  • Damdoorbraken door hevige regenval in Zuid-Duitsland

    Damdoorbraken door hevige regenval in Zuid-Duitsland

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » G7 roept Hamas op om door Biden gepresenteerde plan te steunen

    » X staat voortaan pornografische inhoud toe

    Minstens vier mensen zijn door het noodweer omgekomen

    Zware regen- en onweersbuien trokken afgelopen dagen over grote delen van Zuid-Duitsland. Deze extreme, aanhoudende regen zorgde dit weekend voor grote problemen in onder meer Beieren en Baden-Württemberg. Rivieren overstroomden, dammen braken door en duizenden mensen moesten geëvacueerd worden, aldus Süddeutsche Zeitung. Een aantal districten in de deelstaat Beieren heeft vervolgens de noodtoestand uitgeroepen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op sommige plekken is wel 300 millimeter regen gevallen. Ook zijn er meerdere dammen doorgebroken. Inmiddels zijn duizenden mensen in de zuidelijke deelstaten Beieren en Baden-Württemberg geëvacueerd. Door het noodweer zijn minstens vier mensen om het leven gekomen, waaronder een brandweerman.

  • Zuid- en Zuidoost-Azië gaat gebukt onder extreme hittegolf

    Zuid- en Zuidoost-Azië gaat gebukt onder extreme hittegolf

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: gezonde leefstijl kan vijf jaar aan je leven toevoegen

    » Columbia University schorst studenten die weigeren tentenkamp te verlaten

    In Myanmar is een temperatuur van 48,2 graden Celsius gemeten

    Een extreme hittegolf, met temperaturen ruim boven de 40 graden, eist in Zuid- en Zuidoost-Azië zijn tol. Dat schrijft South China Morning Post. Onder meer de Filipijnen, Myanmar, Thailand en India kampen met de aanhoudende hitte.

    De temperatuur in het centrum van Manilla, de hoofdstad van de Filipijnen, steeg volgens de nationale weerberichtgevers zaterdag tot 38,8 graden Celsius. Daarmee werd de hoogste temperatuur ooit gemeten (in mei 1915) overtroffen, meldde ABS-CBN News. Als reactie op het broeierige weer en de staking van het jeepneyvervoer in het hele land heeft het ministerie van Onderwijs de openbare scholen op maandag en dinsdag gesloten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In Thailand bereikte de vraag naar elektriciteit zaterdag een record van 36.356 megawatt, aldus het ministerie van Energie. Bangkok waarschuwde vorige week al voor de extreme hitte toen de hitte-index steeg tot een ‘zeer gevaarlijk’ niveau. Dit jaar zijn er in Thailand al 30 mensen gestorven door de hoge temperaturen, vergeleken met 37 dodelijke slachtoffers door de hitte in heel 2023.

    Myanmar heeft in april de heetste temperatuur ooit gemeten, zeiden de autoriteiten maandag. Het kwik steeg zondag tot 48,2 graden in de stad Chauk in de Magway regio in het midden van Myanmar. Dit is de hoogste temperatuur in Myanmar in april sinds het begin van de metingen 56 jaar geleden.

  • Meer dan 150 doden door extreme regenval Tanzania

    Meer dan 150 doden door extreme regenval Tanzania

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: verkeerslawaai belemmert groei van babyvogels

    » Amerikaanse troepen beginnen met bouw van hulppier in Gaza

    Verwoestende gevolgen zijn ‘vooral te wijten aan achteruitgang van het milieu’

    Een ware ‘stortvloed’ met enorme verwoestingen als gevolg is neergedaald in Oost-Afrika, meldt The Citizen. In Tanzania heeft het regenseizoen, verergerd door het weerfenomeen El Niño, de afgelopen weken dodelijke overstromingen en aardverschuivingen veroorzaakt, vertelde premier Kassim Majaliwa donderdag aan het parlement.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Meer dan 51.000 huizen en 200.000 mensen zijn getroffen, met 155 doden, ongeveer 236 gewonden en meer dan 10.000 huizen die in verschillende mate beschadigd zijn,’ aldus Majaliwa. De verwoestende gevolgen van de regen zijn ‘vooral te wijten aan de achteruitgang van het milieu’, voegde hij eraan toe, waarbij hij met name wees op de ontbossing.

    Buurland Kenia ging donderdag door met het tellen van de slachtoffers en het zoeken naar de vermisten, als gevolg van de overstromingen in verschillende districten van de hoofdstad Nairobi en in naburige provincies. Volgens de autoriteiten staat het dodental op 13, na de ontdekking van drie lichamen in de sloppenwijk Mathare donderdag, een van de zwaarst getroffen gebieden.

  • Qatar promoot aardgas als ‘groener’ alternatief voor steenkool

    Qatar promoot aardgas als ‘groener’ alternatief voor steenkool

    Qatar probeert van de energietransitie te profiteren door de productie van ‘transitiebrandstof’ aardgas op te voeren. ‘Elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat’, aldus columnist Javier Blas.

    De energietransitie is een wedstrijd met winnaars en verliezers, dus tegenover elke energiebron die wint zal er uiteindelijk ook een zijn die verliest. De belangrijkste strijd is die tussen hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen. Maar binnen het kamp van de fossiele brandstoffen woedt tussen aardgas en steenkool ook een strijd om de eerste plaats. En één land probeert die strijd in het voordeel van aardgas te beslissen. 

    Voorstanders van aardgas noemen het een ‘transitiebrandstof’, een stapsteen waarmee de wereld de stroomproductie kan vergroenen door steenkoolcentrales te verruilen voor aardgascentrales. 

    Nog afgezien van het probleem van methaanlekken zijn er twee obstakels die het moeilijk maken om koning steenkool van de troon te stoten: de prijs en de verkrijgbaarheid. Steenkool is spotgoedkoop en in veel ontwikkelingslanden in overvloed aanwezig. Gas moet in vloeibare vorm geïmporteerd worden en is de afgelopen twee jaar, sinds de Russische inval in Oekraïne, schrikbarend duur geworden. Het is dan ook geen verrassing dat Aziatische landen zoals Bangladesh, Pakistan en Thailand, die in lng (liquefied natural gas, oftewel vloeibaar aardgas) ooit een niet al te moeilijke en niet al te dure manier zagen om te vergroenen, daar nu twijfels over beginnen te krijgen. China en India, samen goed voor ongeveer een derde van de wereldbevolking, hebben de laatste jaren weer zwaarder ingezet op steenkool en hechten vooral aan de energiezekerheid die dat biedt. Het steenkoolverbruik blijft dus hoog en bereikte vorig jaar zelfs een recordhoogte.

    Overschot

    Maar dan komt Qatar, dat kleine emiraatje in het Midden-Oosten met een van de grootste fossiele brandstofschatten ter wereld in zijn bodem: voor biljoenen dollar aan aardgasreserves. Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie – afhankelijk van hoe je ‘succes’ definieert. Voor Qatar, en voor veel andere spelers van Team Realpolitik in het energie- en klimaatdebat, betekent succes eerst en vooral dat steenkool verruild wordt voor aardgas. Vanuit dat oogpunt is het niet moeilijk te begrijpen waarom Qatar, als de op twee na grootste lng-exporteur ter wereld, haast maakt met een enorme uitbreiding van zijn productiecapaciteit, ook al zal daarmee volgens velen de productie straks de vraag overtreffen. De Qatarese minister van Energie Saad Al-Kaabi heeft een simpele verklaring voor die snelle uitbreiding. ‘Het enige wat ons van nieuwe projecten kan weerhouden, is de gedachte dat er geen markt voor is,’ zei hij op 25 februari.

    Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie

    De aankondiging van Qatar kwam net een maand nadat het Witte Huis had besloten voorlopig geen toestemming meer te geven voor nieuwe lng-projecten in eigen land – wat door sommige complotdenkers werd opgevat als een teken dat Doha van Washington wil profiteren. Maar dat denk ik niet. De werkelijkheid is dat Qatar goed let op wat er in Azië gebeurt en daarop inspringt. Wat het emiraat niet openlijk zegt, maar wat elke gasconsument zelf kan bedenken, is dat het land de markt met aanbod overspoelt in de hoop dat aardgas dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen. Simpel gezegd: Qatar probeert Aziatische landen gerust te stellen dat gas een betrouwbare transitiebrandstof is, waarmee ze van steenkool kunnen afstappen zonder hun financiën of energiezekerheid in gevaar te brengen. 

    Momenteel kan Qatar ongeveer 77 miljoen ton lng per jaar exporteren, waarmee het land na de VS en Australië de grootste mondiale leverancier is. Tot een paar dagen geleden streefde het naar een uitbreiding van zijn productiecapaciteit met 60 procent tot 126 miljoen ton. Samen met de verwachte aanboduitbreiding van de VS was dat al genoeg om tot een overschot op de lng-markt te leiden. Maar op 25 februari kwam Qatar met plannen voor een nog agressievere uitbreiding: een verhoging met 85 procent naar 142 miljoen ton vóór 2030. ‘Dat is een enorme hoop’, is mijn eufemistische samenvatting van de reactie van andere marktpartijen.

    Belang

    Niet alleen wil Qatar de markt overspoelen, het trekt zich ook niets aan van de gebruikelijke manier waarop exportfaciliteiten voor lng worden gebouwd. Normaliter laten de exporterende landen hun afnemers eerst langetermijncontracten tekenen en gebruiken ze die toezeggingen dan om het project te financieren en te bouwen. Qatar gaat gewoon aan de slag nog voor het afnemers heeft, het betaalt de faciliteiten uit eigen zak en zoekt er later wel kopers bij. Het helpt dat Qatar van alle gasproducerende landen waarschijnlijk de laagste kosten heeft. En voor een soeverein land is het makkelijker dan voor een commercieel bedrijf om voor zo’n langetermijnstrategie te kiezen.

    Qatar overspoelt de markt met aardgas in de hoop dat het dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen

    Gaat het Qatar lukken? Voor de mate van succes zullen niet de gasprijzen maar de volumes bepalend zijn. Qatar is in 2019 uit de OPEC gestapt en is er duidelijk op gebrand de gasmarkt te vergroten, ook al leidt dat tot lagere prijzen. In Azië zijn de lng-prijzen al tot onder de tien dollar per miljoen BTU [BTU is een Amerikaanse eenheid voor energie. 1 BTU is de hoeveelheid energie die er nodig is om de temperatuur van een pond water te verhogen met 1 graad Fahrenheit en staat ongeveer gelijk aan 1060 joule] gezakt, van de recordprijs van ruim zeventig dollar in 2022. Het ergste wat een gasrijk land kan overkomen, is dat de herinnering aan de schaarste en de hoge prijzen van de afgelopen jaren de groei van het lng-gebruik van twee kanten afknijpt: doordat landen steenkool blijven gebruiken als primaire fossiele brandstof voor stroomproductie, terwijl ze bovendien werken aan de uitbouw van hun zonne- en windenergiecapaciteit. 

    Niet iedereen ziet in lng een ideale transitiebrandstof in de strijd tegen de klimaatcrisis. Maar elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat, dus hebben we er allemaal belang bij dat het plan van Qatar slaagt.

  • Hoe onderzoek je de zeestroming bij Antarctica als het ijs meters dik is? Met een zeehond

    Hoe onderzoek je de zeestroming bij Antarctica als het ijs meters dik is? Met een zeehond

    In de Antarctische Weddellzee verhindert een ijsbarrière dat gletsjers terugstromen in de oceaan. Maar hoelang houdt die het nog uit? Een team van wetenschappers onderzocht het met medewerking van de bewoners van Antarctica.

    Hoe onderzoek je zeestromingen op plekken waar de oceaan meestal bedekt is met zulke dikke ijsschotsen dat het zelfs voor ijsbrekers moeilijk wordt? Horst Bornemann, een dierenarts aan het Alfred Wegener Instituut voor polair en zeeonderzoek (AWI) in Bremerhaven, heeft daarvoor een blaaspijp nodig met een verdovingspijl, een minisensor van slechts 600 gram met een satellietzender en een beetje tweecomponentenlijm. Én een geschikte zeehond. 

    In de ochtend hebben hij en zijn collega Mia Wege van de Universiteit van Pretoria aan de hand van satellietbeelden een gebied met ijsschotsen uitgekozen dat ze nu vanuit de lucht verkennen. ‘Robben op drie uur!’ zegt Bornemann, die vooraan naast de piloot het beste uitzicht heeft op de Weddellzee. De helikopter vliegt een flauwe bocht naar rechts en kantelt licht. Op de achterbank kijkt Wege door een verrekijker om de dieren die op het ijs dutten te determineren. ‘Twee krabbeneters,’ zegt ze met een wegwerpgebaar. De meest voorkomende robbensoort van Antarctica is te klein voor de zender en blijft meestal dicht bij het wateroppervlak. De piloot draait weg en vliegt naar de volgende ijsschol.

    Ze moeten een weddellrob zien te vinden – die soort is groter en jaagt tot op vele honderden meters diepte op vissen

    Ze moeten een weddellrob zien te vinden – die soort is groter en jaagt tot op vele honderden meters diepte op vissen. Met hulp van dat dier willen de onderzoekers belangrijke oceanografische data verzamelen in een onderzeese kloof die het continentaal plat in de Weddellzee doorsnijdt. Achter op de kop van het dier moet een sensor geplaatst worden die tijdens de duik het zoutgehalte en de temperatuur meet en de waarden via een satelliet doorgeeft wanneer het dier bovenkomt om adem te halen. Maar vandaag is hun zoektocht niet succesvol. Na drie dozijn krabbeneters maar geen weddellrob moet de helikopter terugkeren naar het schip omdat de brandstof begint op te raken.

    Kwetsbaar

    Beide robbenexperts maken deel uit van een expeditie van het AWI, die in de late Antarctische zomer van 2021 met de ijsbreker Polarstern tot in de Weddellzee is doorgedrongen, de grootste zee aan de rand van de zuidelijke oceaan die Antarctica omgeeft. De centrale vraag bij deze expeditie is: hoe kwetsbaar is het zogeheten Filchner-Ronne-ijsplateau, een enorme drijvende ijsplaat in het zuiden van de Weddellzee, als gevolg van de klimaatverandering? De honderden meters dikke ijsplaat bedekt bijna 450.000 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Zweden, en wordt gevoed door gletsjers uit Oost- en West-Antarctica.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 008
    © Tim Kalvelage

    Tot op heden leek deze bevroren vesting onaantastbaar, dankzij zware koude watermassa’s die op het vlakke continentale plat in de Weddellzee circuleren. Die plaat is de onderzeese verlenging van de Antarctische landmassa. ‘De koude watermassa’s verhinderen dat warmer water uit de diepte van de open oceaan onder het Filchner-Ronne-ijsplateau stroomt,’ legt Hartmut Hellmer uit tijdens de vaart naar het onderzoeksgebied. Hij is fysisch oceanograaf bij het AWI en expeditieleider.

    De koudwaterbarrière beschermt het ijs van de plaat voor wegsmelten en verhindert tegelijkertijd het afglijden van de aangrenzende gletsjers in de oceaan. Metingen in de regio laten echter zien dat warmer water uit de diepzee af en toe door een scheur in de diepzeebodem, de Filchner-sleuf, op het continentale plat plenst. Het warme water heeft een hoger zoutgehalte dan het oppervlaktewater en is daardoor compacter. Via die sleuf vloeit het vlak bij de bodem naar de rand van de ijsplaat toe.

    Tijdelijk fenomeen

    ‘Wij willen uitzoeken of het een tijdelijk fenomeen is of dat er zich een trend aftekent,’ zegt Hellmer. Computersimulaties wijzen erop dat de koudwaterbarrière als gevolg van klimaatverandering op de lange termijn wel eens zou kunnen instorten en een smeltproces onder het ijs op gang zou kunnen brengen dat niet meer te stoppen zou zijn. Daardoor zou het continentale ijs van de gletsjers sneller wegvloeien en de zeespiegel verder stijgen. Bovendien zouden hierdoor een van de motoren van de mondiale circulatie in de oceanen en de opname van koolstof in de diepzee – belangrijk voor de daling van CO2 in de atmosfeer – worden afgeremd.

    IJsplaten steken als platte uitlopers van de Antarctische ijsmassa, die van het binnenland naar de kust schuift, op sommige plekken honderden kilometers de zee in. Steeds weer breken daar reusachtige platte ijsbergen van af. Driekwart van het continent van Antarctica is omgeven door ijsplaten; ze maken 12 procent uit van de door gletsjers bedekte vlakte van Antarctica. Hun massa bevindt zich grotendeels onder water. Contact met de zeebodem hebben ze alleen op plekken waar de bodem zich verheft.

    In de afgelopen dertig jaar heeft Antarctica ongeveer 3 biljoen ton ijs verloren

    IJsplaten remmen de gletsjers af en daarmee het ijsverlies van de Antarctische ijskap. Tegelijkertijd zijn ze de achilleshiel ervan: als ze smelten of breken, komt er meer continentaal ijs in de oceaan. In de afgelopen dertig jaar heeft Antarctica ongeveer 3 biljoen ton ijs verloren, vooral aan de westelijke kant. De jaarlijkse verliescijfers zijn in dezelfde periode verdrievoudigd.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 002
    © Tim Kalvelage

    Door het verdwijnen van de ijsplaten verliest Antarctica steeds meer massa en draagt op die manier meer bij aan de stijging van de zeespiegel. Prominente voorbeelden zijn het verval van de naast elkaar gelegen Larsen-ijsplaten A (1995) en B (2002) in het oosten van het Antarctische schiereiland, evenals de aanhoudende terugtrekking van twee gletsjers die in het Amundsenmeer in West-Antarctica uitmonden: Pine Island en Thwaites. Deze zijn verantwoordelijk voor 8 procent van de zeespiegelstijging. De gletsjers worden teruggedrongen door relatief warm diepzeewater uit de Antarctische circumpolaire stroom, dat steeds vaker op het continentale plat komt. Bovendien stroomt er ook steeds warmer water onder de ijsplaten, omdat de temperaturen in de circumpolaire stroom toenemen, zoals bijna overal in de oceaan.

    Kantelpunt

    Wetenschappers vrezen dat delen van de ijskap van West-Antarctica in de nabije toekomst een kantelpunt kunnen bereiken en op den duur volledig wegsmelten. Een actueel onderzoek naar de stabiliteit van de ijsplaten in het vakblad The Cryosphere ziet weliswaar nog geen tekenen dat het al zover is. Maar een onomkeerbare terugtrekking van de ijskap zou al bij actuele klimaatcondities mogelijk zijn, schrijven de onderzoekers. Want het ijs ligt in West-Antarctica grotendeels onder de zeespiegel.

    Bovendien loopt de ondergrond van de kust waarop veel gletsjers rusten landinwaarts af. Dat maakt ze bijzonder kwetsbaar voor warmere watermassa’s. Als die onder de ijsplaten doordringen tot waar ze contact maken met de zeebodem, dan vreten ze zich geleidelijk steeds dieper onder de gletsjers, zodat steeds meer ijs blootgesteld wordt aan warmte.

    IJsplateau

    Het Filchner-Ronne-ijsplateau bedekt 449.000 vierkante kilometer in de zuidelijke Weddellzee, net niet helemaal de oppervlakte van Zweden. De drijvende ijsplaat heeft na de Ross-ijsplaat de grootste oppervlakte van alle ijsplaten van Antarctica en het grootste volume. Hij is gemiddeld 700 meter dik; waar hij grenst aan het vasteland zelfs meer dan 1500 meter.

    Verdeeld over Duitsland zou het ijs optorenen tot 1 kilometer hoogte. In het noorden worden het oostelijke Filchner-deel en het westelijke Ronne-deel van elkaar gescheiden door het in het ijs ingesloten Berkner-eiland. De rand van de ijsplaat, die als een steile witte wand uit de zee oprijst, strekt zich uit over ongeveer 800 kilometer: van Oost-Antarctica tot het Antarctische schiereiland.

    Vervolgens trekken de gletsjers zich terug van de kust en glijden tegelijk sneller naar de oceaan.  Zoals de Pine Island- en de Thwaites-gletsjer. Alleen al deze twee gletsjers zouden de wereldzeeën in de komende eeuwen meer dan een meter kunnen laten stijgen. Een soortgelijk lot zou de gletsjers achter het Filchner-Ronne-ijsplateau kunnen bedreigen, ook daar loopt de ondergrond op veel plekken landinwaarts af. Tot nu toe behoedt de koudwaterbarrière op de Weddellzeeplaat het ijs voor smelten. Maar zal deze het in de toekomst houden? Meetinstrumenten die poolonderzoekers uit Duitsland, Frankrijk en Noorwegen op de zeebodem verankerd hebben, moeten deze vragen beantwoorden. 

    De watertemperatuur bedraagt -1,8 graden Celsius, het punt waarop zeewater bevriest

    Tijdens de expeditie met de Polarstern willen ze de instrumenten bergen om de batterijen te verwisselen en de data veilig te stellen. Maar ze moeten zich haasten: in de zuidoostelijke Weddellzee wordt tegen het einde van de zomer al nieuw zee-ijs gevormd. Binnenkort zullen de instrumenten en de schat aan gegevens door het ijs ingesloten worden. 

    ‘De schotsen zijn hier dik, die moeten we eerst verpulveren zodat de drijflichamen aan de oppervlakte komen,’ zegt kapitein Stefan Schwarz op de brug. Waar de verankering drie jaar geleden werd aangebracht, drijft dicht pannenkoekenijs – zo noemen ze pas gevormd zee-ijs dat uit min of meer ronde schotsen bestaat. De watertemperatuur bedraagt -1,8 graden Celsius, het punt waarop zeewater bevriest.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 006
    © Tim Kalvelage

    Nadat de Polarstern meerdere rondjes heeft gevaren, stuurt een hydrofoon een akoestisch signaal naar de verankering en maakt de kabel met de instrumenten en de drijflichamen los van het ankergewicht. De onderzoekers wachten in spanning af. Maar aan de oppervlakte is niets te zien, de verankering lijkt vast te blijven zitten onder het ijs. Schwarz neemt het roer over en schuift met het schip de brokstukken opzij. De manoeuvre slaagt, even later duiken vier rode ballen van kunststof naast het schip op.

    Meer dan een dozijn verankeringen staan er intussen op de zeebodem van de Weddellzeeplaat en op de helling van het continent. Op verschillende dieptes registreren ze het hele jaar door het zoutgehalte en de temperatuur, en ook stroomsnelheid en stroomrichting. De eerste werden door het AWI in 2013 geïnstalleerd in de Filchner-sleuf. De onderzoekers waren opgeschrikt door een studie die expeditieleider Hartmut Hellmer in 2012 met collega’s in het vakblad Nature had gepubliceerd: ‘We hebben toen het eerste computermodel voor heel Antarctica ontwikkeld waarin ook ijsplaten waren meegenomen,’ zegt hij. ‘In onze modelstudie schoot in een pessimistisch klimaatscenario in het jaar 2070 de smeltsnelheid onder het Filchner-Ronne-ijsplateau plotseling omhoog.’

    De resultaten van die studie waren een wake-upcall, zegt Hellmer. In de computersimulaties stroomde in de tweede helft van de 21e eeuw warmer water uit de diepte door de Filchner-sleuf onder de ijsplaat. Toen in 2016 de eerste data van de verankerde instrumenten werden uitgelezen, pasten de meetwaarden bij de voorspellingen van het model: in de zomer en herfst stroomde er soms warmer water op de Weddellzeeplaat. Maar het drong slechts door op het noordelijk deel van het continentale plat, dat vrij is van plaatijs. In 2017 stroomde het warme water zelfs het hele jaar door daarheen, zoals de volgende registraties van de verankeringen lieten zien.

    Weddellgyre

    Het warmere water uit de diepte van de Weddellzee komt uit de Antarctische circumpolaire stroom, die Antarctica omgeeft. Die voedt de Weddellgyre, en de zuidelijke arm daarvan vormt een kuststroming langs de continentale helling. Boven de warmwaterlaag in het diepe Weddellbekken bevindt zich een dikke laag van honderden meters koud, zoutarm water die ook het continentale plat bedekt. Daarom komt het zwaardere water uit de diepte maar moeilijk over de vlakke rand van de plaat heen. Maar de Filchner-sleuf, die tot ver onder de ijsplaat loopt, biedt het water uit de diepte een toegang. De stroming vergemakkelijkt bovendien de opwarming van de oceaan, ze verschuift de grens tussen het warme en het koude water naar boven.

    Dat de warmte tot op heden het Filchner-Ronne-ijsplateau in het zuiden nog niet bereikt heeft, heeft te maken met de vorming van het zee-ijs en de circulatie op het continentale plat. Samen scheppen ze een tot nu toe ondoordringbare barrière van zeer koude, zoutrijke en daardoor bijzonder zware watermassa’s vlak bij de bodem. Daar zoekt de expeditie naar. Regelmatig laten de onderzoekers op de Polarstern een meetsonde zakken in de diepte van de plaat. Op het beeldscherm kunnen ze volgen hoe de temperatuur in de onderste waterlagen afneemt en het zoutgehalte naar de bodem toe toeneemt. Soms worden ze bij hun werk vergezeld door keizerpinguins, die rond het schip jagen en uit de zee opschieten om op hun buik te landen op de ijsschotsen.

    Robben 

    Horst Bornemann en Mia Wege rekenen bij hun onderzoek op de medewerking van de bewoners van Antarctica. Terwijl vanaf het schip instrumenten in het water zakken, vliegen zij met de helikopter naar het zee-ijs om Weddellrobben uit te rusten met zendertjes. Die moeten veranderingen van de watermassa’s helpen begrijpen. Zojuist zijn de onderzoekers na een excursie op het ijs uitgeput weer geland op de Polarstern.

    ‘Vandaag hebben we twee Weddellrobben van zenders voorzien, een wijfje van meer dan 400 kilo en 3 meter lang en een kleiner mannetje,’ zegt Bornemann. De dieren lagen op een grote zee-ijsvlakte bij een ijsplaat in het oosten. Het was daar nogal onplezierig geweest, zegt hij, omdat er ijzige valwinden vanaf de randen van de ijsplaat over het ijs veegden.

    Zeespiegelstijging

    58 meter zou de zeespiegel stijgen als al het ijs op het continent Antarctica smelt. De gemiddeld 2,1 kilometer dikke ijskap van Antarctica bevat 90 procent van al het gletsjerijs op aarde. Omstreeks 14 procent daarvan in West-Antarctica, de rest in Oost-Antarctica.

    Sinds het begin van de jaren negentig heeft Antarctica ongeveer 3 biljoen ton gletsjerijs verloren – een ijsklomp van ruim 14 kilometer lengte – en de zeespiegel ongeveer een centimeter verhoogd. Prognoses voor de bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging tot het einde van de 21e eeuw variëren, afhankelijk van het scenario, van een paar centimeter tot bijna een halve meter.

    Hij schiet de robben op het ijs van korte afstand een pijltje door het spek, om ze te verdoven. Zodra de verdoving werkt, ontvetten de onderzoekers de haren achter op de kop van de rob en plakken de sensor vast; bij de volgende verharing zal die eraf vallen. Tijdens de procedure houden ze de ademhaling en de lichaamstemperatuur van het dier in de gaten. Als het bijkomt is het nog een poosje suf, maar algauw waagt het zich in zee. Vandaag heeft de wijfjesrob al kort na terugkeer van de wetenschappers de eerste data over zoutgehalte en temperatuur geleverd.

    Af en toe mochten we niet aan dek komen, om geen bevriezingen op te lopen

    Data uit de met ijs bedekte gebieden van Antarctica zijn schaars. Maar in de laatste jaren is een steeds gedetailleerder beeld ontstaan van de processen op de Weddellzeeplaat. Zo hebben wetenschappers bijvoorbeeld met heet water door honderden meters dik ijs geboord en sensoren geïnstalleerd onder het Filchner-Ronne-ijsplateau. Bovendien hebben expedities met de Polarstern de regio verkend, voor het laatst in 2018.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 004
    © Tim Kalvelage

    Daar was ook Markus Janout bij, fysisch oceanograaf van het AWI, die ook nu aan boord is. ‘In 2018 hadden we enorm veel geluk en konden we langs de hele ijsplaat varen,’ zegt hij. Gewoonlijk belemmert dik pakijs de toegang, maar een sterke zuidenwind had de schotsen weggeschoven. ‘We hadden een koude wind tot wel 50 graden onder nul. Af en toe mochten we niet aan dek komen, om geen bevriezingen op te lopen.’

    Metingen

    Metingen tonen aan dat er tegenwoordig een stabiele circulatie van zeer koude watermassa’s bestaat op de Weddellzeeplaat – in tegenstelling tot de situatie op andere ijsplaatgebieden van Antarctica, die al van een koude naar een warme toestand gekanteld zijn. De circulatie begint met de vorming van zee-ijs. Daarbij ontstaat heel zout water, omdat het zout niet meebevriest maar als pekel door minieme kanaaltjes in het ijs de zee in sijpelt. Door een hoger soortelijk gewicht zinkt dat extra zoute water dan naar de zeebodem. 

    ‘Dit koude, zware water stroomt op het zuidwestelijke continentale plat onder het Filchner-Ronne-ijsplateau, koelt daar verder af en wordt dan plaatijswater,’ legt Janout uit. Het plaatijswater is met minus 2,5 graden het koudste water in de oceaan. Een paar jaar later vloeit het via de Filchner-sleuf naar de rand van het plateau, waar het in de diepzee stroomt.

    Maar de jongste metingen uit Antarctica zijn toch zorgelijk: in 2023 bereikte de zee-ijsbedekking een nieuw dieptepunt

    Maar de jongste metingen uit Antarctica zijn toch zorgelijk: in 2023 bereikte de zee-ijsbedekking een nieuw dieptepunt. Eind februari, in de Antarctische zomer, bedroeg die nog maar net 1,8 miljoen vierkante kilometer, ruim een miljoen minder dan het langjarig gemiddelde.

    Dat komt neer op een verlies van bijna drie keer de oppervlakte van Duitsland. Vooral aan de kust van West-Antarctica was de teruggang van het ijs dramatisch. Maar anders dan op de Noordpool, waar het zee-ijs in de zomer al tientallen jaren afneemt, bestaat er in Antarctica nog geen duidelijke trend. En de ijsbedekking in de winter is vooralsnog even groot, ook al heeft die zich dit jaar minder goed hersteld dan anders. Volgens actuele studies zou op de lange termijn ook het Antarctische zee-ijs kunnen verdwijnen, ook in de Weddellzee.

    Warmer water

    Een vermindering van het zee-ijs in de Weddellzee zou ernstige gevolgen kunnen hebben. Enerzijds zou er minder zwaar water ontstaan, water dat de koudwaterbarrière voor het Filchner-Ronneijsplateau in stand houdt. Warmer water uit de diepte zou dan makkelijker op het continentale plat kunnen komen en een zichzelf versterkend proces op gang brengen, waarbij steeds meer water uit de diepzee onder het plaatijs stroomt en het doet smelten.

    Anderzijds zou de circulatie in de diepzee vertraagd kunnen worden. Want de zware, koude watermassa’s op de Weddellzeeplaat zijn een belangrijke bron voor het water van de Antarctische bodem, dat zich in alle grote oceanen verbreidt. Minder zee-ijs en tegelijk meer zoet smeltwater zouden tot gevolg hebben dat het soortelijk gewicht van het plaatwater afneemt. De aanvoer van bodemwater zou stilvallen – en daarmee een belangrijke aandrijver van de mondiale circulatie in de oceanen.

    Polarstern Expedition Weddell Sea TimK 011
    © Tim Kalvelage

    De vorming van Antarctisch bodemwater speelt nog een andere rol: voor het klimaat. Rondom Antarctica lost vanwege de kou bijzonder veel CO2 uit de atmosfeer op in het oppervlaktewater, waarin het ten slotte naar de bodem zinkt. Bovendien komt koolstof in vruchtbare plaatgebieden met neerdwarrelende planktonresten in diepere waterlagen terecht. Op lange termijn zou de koolstofopname in de Weddellzee sterk afnemen, omdat er minder zwaar plaatwater in de diepzee stroomt.

    Eentje heeft al 1700 kilometer afgelegd, met als diepste duik van 775 meter

    Na zes weken op zee nadert de expeditie haar einde. De onderzoekers hebben alle verankeringen geborgen en de instrumenten, na deze te hebben nagekeken, weer uitgezet. Ook de van zenders voorziene robben verzamelen vlijtig gegevens; eentje heeft al 1700 kilometer afgelegd, met als diepste duik van 775 meter. Een eerste verwerking van de data uit de verankerde instrumenten laat geen buitengewone toestroom van warmer diepzeewater op het continentale plat zien. Begin 2025 zullen de onderzoekers terugkeren om te zien of de koudwaterbarrière voor het Filchner-Ronne-ijsplateau standhoudt.

    Voor de thuisreis aanvangt, is de expeditie nog getuige van een natuurspektakel: van de naburige Brunt-ijsplaat in het noordoosten van de Weddellzeeplaat is een tafelijsberg van 56 bij 33 kilometer afgebroken, die langzaam wegdrijft van de rand van de ijsplaat. De onderzoekers varen met de Polarstern de ontstane opening in. Ze willen de eenmalige gelegenheid benutten om dit eerder ontoegankelijke deel van de oceaan te verkennen. 

  • Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    De Japanse hoogleraar filosofie vindt dat we moeten ontgroeien en minder buitensporig moeten consumeren. ‘Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is.’

    Stel je een wereld voor waarin je maar drie of vier dagen per week hoeft te werken. In je vrije tijd kun je sporten, tijd aan je dierbaren besteden, tuinieren of actief zijn in de lokale politiek. Bezorging binnen 24 uur, reclame en privévliegtuigen zijn verleden tijd, maar gezondheidszorg, onderwijs en groene stroom zijn voor iedereen gratis. Dat is het radicale ideaal dat de marxistische hoogleraar filosofie Kohei Saito voorstaat. Hij houdt een pleidooi voor ‘degrowth’, ‘ontgroei’, een doelbewuste krimp van de economie om zo de rijkdom beter te verdelen en over te gaan op een trager economisch stelsel waarin het welzijn van mens en planeet centraal staat.

    In de VS en andere rijke landen woedt onder voorvechters van klimaatmaatregelen steeds meer discussie over de vraag of economische groei moet worden ontmoedigd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het stimuleren van duurzame energie en groene technologie zal tot nieuwe banen en meer economische activiteit leiden. En ontwikkelingslanden hebben groei nodig om hun levensstandaard te verhogen.

    Maar pleitbezorgers van krimp zoals Saito en economen zoals Jason Hickel en Tim Jackson zeggen dat het vervangen van fossiele brandstoffen door groene energie niet volstaat. Volgens hen moeten de rijke landen, die verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de uitstoot van broeikasgassen, ook gaan minderen in hun energieverbruik en hun gebruik van grondstoffen uit ontwikkelingslanden, en zich meer richten op het voor hun burgers gratis maken van elementaire levensbenodigdheden als voedsel, onderdak, schoon water en energie.

    Waarom denkt u dat er steeds meer interesse is in kritiek op het kapitalisme en in economische krimp in het algemeen?

    De afgelopen decennia zijn onze samenlevingen overal ter wereld ernstig ontwricht door neoliberale hervormingen. En er is veel debat over het oplossen van de klimaatcrisis en het tegengaan van economische ongelijkheid. Maar de maatregelen werken niet en de klimaatcrisis wordt alleen maar erger. De mensen hebben te lijden onder banen zonder zekerheid, lage lonen en veel concurrentie. Mensen worden er ongelukkig van.

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie. Maar anderzijds: voor mensen die echt op zoek zijn naar een alternatief, die zich echt zorgen maken om de crisis, is er binnen het bestaande kader geen oplossing te vinden. Ik zeg niet dat mijn oplossing alleen zaligmakend is, maar hij raakt wel een snaar, in deze algehele sfeer van onvrede en onbehagen, zeker onder de jongere generatie.

    Ik wil wat dieper ingaan op de kritiek op het kapitalisme zoals u die uiteenzet in Slow Down. Kunt u uitleggen waarom het kapitalisme volgens u de aanjager is van de ongelijkheid in de wereld en van de klimaatverandering?

    Karl Marx heeft aangetoond dat het kapitalisme de tendens vertoont om de economische ongelijkheid te vergroten, omdat onder dat systeem arbeiders worden uitgebuit, zodat het kapitaal zich ophoopt bij een kleine minderheid. En Marx zei ook dat in zo’n systeem van uitbuiting niet alleen mensen, maar ook de natuur wordt uitgebuit. Van die tendens waren we ons jarenlang niet bewust omdat rijke landen zoals de VS, Japan en de EU veel kosten elders konden onderbrengen. We hadden ons rijke leventje veelal te danken aan goedkope producten en grondstoffen die werden verkregen door uitbuiting van mens en natuur in het mondiale Zuiden.

    Door de globalisering heeft het kapitalisme nu de hele wereld veroverd. Dat betekent dat we alle kosten elders hebben ondergebracht. En nu kunnen we er nergens meer mee terecht, want China groeit, Brazilië groeit, India groeit: iedereen wil nu een kapitalist zijn en dan loopt het spaak. We hebben te maken met de wereldwijde ecologische crisis, de pandemie, de klimaatcrisis, de wedijver om grondstoffen, en dat is allemaal nauw verbonden met het kapitalisme en de neiging tot constante groei.

    Veel klimaatbeleid van tegenwoordig, zoals plannen voor een Green New Deal, zijn sterk gericht op meer hernieuwbare energie en groene technologie, met daarbij aanhoudende groei van de werkgelegenheid en de economie. Waarom is dat volgens u niet genoeg om iets tegen de klimaatcrisis te doen?

    Om te beginnen ben ik niet tegen technologie. We hebben hernieuwbare energie nodig. Elektrische auto’s en zo, die hebben we nodig. Ik ben voor het ontwikkelen van nieuwe technologieën en het investeren in goedkopere groene energie. Ik ben geen pleitbezorger van ‘terug naar de natuur’.

    Het probleem is dat we in het streven naar groei steeds meer en steeds grotere producten gaan verkopen. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de SUV. Ook al stappen we over op elektrisch rijden, als we steeds grotere auto’s blijven maken, zullen we nog steeds veel energie en grondstoffen verbruiken die vooral uit het mondiale Zuiden komen. Dan komt er dus geen eind aan de roof van land en grondstoffen, de uitbuiting van mijnwerkers en de vernietiging van inheemse gemeenschappen, de ontbossing enzovoort.

    Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen

    Wat volgens mij nodig is: investeer vooral in die groene technologieën. Maar we moeten ook eens gaan praten over bijvoorbeeld het terugdringen van het aantal auto’s, of van de vleesconsumptie, of van het vliegverkeer. Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen. Dat moet ook prioriteit krijgen.

    Het probleem met het mainstream debat over groen kapitalisme is dat het nooit gaat over het terugdringen van onze buitensporige consumptie en productie, want dat is iets wat het kapitalisme niet kan accepteren. Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is. Daar is het kapitalisme niet toe in staat.

    Daarom komt u met uw alternatieve economische visie van degrowth-communisme. Waarom zou het daarmee beter lukken om de mondiale klimaatdoelen te halen?

    Degrowth houdt in dat het bbp niet meer je enige toetssteen voor vooruitgang is. En dat je stopt met dingen die niet echt nodig zijn.

    Je kunt het bbp verhogen door dingen te produceren die niet echt nodig zijn, zoals privévliegtuigen. En ik zeg: misschien hebben we geen behoefte aan die dingen, want ze zijn alleen voor rijkelui en je maakt er de planeet mee kapot. Dus waarom steken we onze energie en ons geld niet in dingen die duurzamer zijn en die iedereen nodig heeft? Zoals gratis internet, gratis openbaar vervoer, gratis onderwijs, gratis zorg. Al die dingen die meestal aan commerciële partijen worden overgelaten, zeker in de VS, moeten uit handen van de commercie worden gehaald.

    Ons huidige model is dat de economie steeds groeit, zodat de taart groter wordt en iedereen een steeds groter stuk krijgt. Maar als we de economie zo laten groeien, produceren we enorm veel overbodige zaken. Als we overgaan op een economie zonder groei, wordt de taart niet meer groter. Dan moeten we de bestaande rijkdom met elkaar delen.

    Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten

    Er zijn natuurlijk dingen die we niet kunnen delen, zoals privé-eigendom. Maar wat we wel kunnen delen is bijvoorbeeld kennis en onderwijs, openbaar vervoer, cultuur, gemeenschappelijke landbouw, elektriciteit enzovoort. Dan kunnen we gelukkiger zijn, over meer essentiële goederen en diensten beschikken en een stabieler leven leiden.

    Dan hebben we niet meer om de twee jaar een nieuwe iPhone. Hebben we geen wegwerpmode meer. Geen industriële vleesproductie. Misschien ook geen McDonald’s meer, maar wel gezonder eten. Dan hebben we duurzamere kleding, die je jarenlang kunt dragen. Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten.

    Sommigen wijzen erop dat het vertragen van de economische groei schadelijk kan zijn voor de landen die nog in ontwikkeling zijn. Wat zou krimp betekenen voor het mondiale Zuiden?

    Ik zeg niet dat het mondiale Zuiden de beginselen van krimp meteen moet omarmen. We moeten daar nog meer wegen aanleggen en huizen, scholen en ziekenhuizen bouwen. We moeten daar ook meer energiecentrales bouwen en zonnepanelen aanleggen.

    Maar ik vind dat ook die landen in hun groei meer prioriteit moeten geven aan het voorzien in basisbehoeften dan aan het stimuleren van winstgevendheid en concurrentie, de manier waarop ontwikkeling nu door de Wereldbank met structurele aanpassingsprogramma’s wordt afgedwongen. We hebben voor het mondiale Zuiden andere ontwikkelingsmodellen nodig.

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag. Hun ontwikkeling zal onvermijdelijk meer verbruik van energie en grondstoffen met zich meebrengen. Dat legt druk op de planetaire grenzen. Dat betekent dus dat het mondiale Noorden bewust naar krimp moet streven, omdat het zich te ver ontwikkeld heeft en overmatig produceert en consumeert.

    U schrijft in uw boek dat de transitie naar krimp niet van het ene op het andere moment hoeft plaats te vinden, en dat die overgang zelfs nu al gaande is. Kunt u een paar voorbeelden geven van stappen in de richting van degrowth?

    Frankrijk heeft een verbod ingesteld op korte binnenlandse vluchten, dat is een belangrijke stap. Sommige Europese landen experimenteren nu met minder arbeidstijd, zoals een werkweek van vier dagen. Gratis onderwijs en gratis zorg zijn andere voorbeelden. Gratis internet hoort daar ook bij, iets wat Jeremy Corbyn een paar jaar geleden in zijn verkiezingsprogramma had opgenomen.

    Verder de invoering van een maximum op jaarinkomens, en van werknemerscoöperaties, en de nationalisering van sommige bedrijven, zoals nutsbedrijven. Dat zijn een paar elementaire tegenmaatregelen die we binnen het kapitalisme kunnen nemen.

    Volgens sommigen is krimp een te grote politieke opgave en maak je jezelf niet populair als je de bevolking in het mondiale Noorden vraagt om bijvoorbeeld te gaan consuminderen. Wat is ervoor nodig om te zorgen dat de politieke prioriteiten zo breed worden verlegd? Is het wel realistisch om naar krimp te streven?

    In zekere zin is het een utopie, denk ik. Maar de gedachte dat het kapitalisme de komende decennia tot grote bloei zal leiden is ook utopisch, want we krijgen meer natuurrampen, inflatie en oorlogen, en met de klimaatcrisis wordt dat alleen maar erger. Dus het is naïef om te denken dat we op de een of andere manier ons leventje wel kunnen voortzetten. 

    Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild

    Ik denk dat er nu meer mensen zijn, zeker onder de jonge generatie, die radicalere verandering eisen. Ik vermoed dat bewegingen als de Sunrise Movement, Fridays for Future, Extinction Rebellion en Just Stop Oil vijftien jaar geleden nog niet op veel steun onder de bevolking konden rekenen en niet genoeg media-aandacht kregen. Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild. De herwaardering van waarden kan eigenlijk best snel gaan. 

    Capital in the Anthropocene (2020), is in november bij Arbeiderspers uitgegeven als Systeembreuk. Een nieuwe visie op kapitaal, natuur en maatschappij als antwoord op de klimaatcrisis. Het dit jaar in het Engels verschenen Slow Down: The Degrowth Manifesto is nog niet in het Nederlands vertaald.

  • ‘Sponsstad’ Kopenhagen wapent zich tegen wolkbreuken met onzichtbare rivier

    ‘Sponsstad’ Kopenhagen wapent zich tegen wolkbreuken met onzichtbare rivier

    Met de opwarming van het klimaat kan Kopenhagen waarschijnlijk hevige regenval verwachten. De Deense hoofdstad heeft daar al ervaring mee, en daarom worden parken en straten aangepast om snel enorme hoeveelheden water te kunnen afvoeren.

    Op een grijze woensdagmiddag in een park in Kopenhagen-Zuid vertelt Ditte Juul Sørensen hoe ze van plan is de hondenweide als het nodig mocht zijn onder water te zetten. De groene ruimte bestond voorheen alleen uit een doorweekt grasveld, een vervallen speelplaats en een stuk of wat modderige paden. De laatste zeven jaar heeft de 46-jarige landschapsarchitect het terrein echter een volledig andere aanblik gegeven.

    Tegenwoordig markeert het de monding van een onzichtbare rivier die door Kopenhagen slingert en die is aangelegd om de stad te redden in geval van hevige regenval. ‘De weide gaat het water opvangen,’ zegt Sørensen, ‘en dankzij deze kunstmatig gevormde rivierbedding zal het worden afgevoerd.’ Ze wijst naar een rood-geel geplaveid pad dat terugvoert naar een kinderboerderij. In totaal kan de onzichtbare opvangplaats 15.000 kubieke meter water bevatten, wat ruwweg neerkomt op 83.000 tot de rand gevulde badkuipen.

    Het park is een van de eindpunten van een uitgebreid netwerk van bovengrondse en ondergrondse kanalen, groenplaatsen, speciaal aangepaste wegen en afwateringsvijvers. Het Skybrudsplan, of ‘wolkbreukbeheerplan’, kost 1,8 miljard euro en moet de stad de komende honderd jaar beschermen tegen perioden met zeer ernstige regenval.

    Extreem weer

    Extreem weer trof afgelopen zomer heel Europa en zal zich in de toekomst, met de toenemende opwarming van de aarde, waarschijnlijk nog vaker voordoen. Sommige delen van het continent hadden te maken met hittegolven, branden en droogte, andere werden getroffen door onvoorspelbare stormen. De Deense hoofdstad is een van de locaties die worden bedreigd door hevige regenval en overstroming. In juli viel er in Denemarken twee keer zo veel regen als normaal, meer dan de afgelopen 149 jaar ooit in één maand was waargenomen.

    Er dreven dode ratten door de straten

    Velen dachten daarbij terug aan 2011, het jaar dat de stad een soort collectief trauma beleefde, een moment van chaos dat achteraf kan worden gezien als een wake-upcall. In de avond van 2 juli van dat jaar viel in een paar uur net zoveel regen uit de hemel als normaal gesproken in twee maanden. Tienduizenden mensen zaten zonder stroom, het traumacentrum van het academisch ziekenhuis moest worden geëvacueerd, delen van de historische citadel stortten zelfs in en kapotte verwarmingsbuizen bezorgden meerdere mensen brandwonden. De telefoonlijnen van de politie waren drie dagen buiten gebruik, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie haar Europese hoofdkwartieren moest sluiten en de boedel uit het pretpark Tivoli moest worden geëvacueerd.

    Later dreven er dode ratten door de straten. Onderzoek wees uit dat 22 procent van de betrokken werknemers in de weken dat de rommel werd opgeruimd ziek werd. Eén persoon stierf aan een infectie. Gevangenen kregen maaltijden van McDonald’s, omdat de keukens niet bruikbaar waren. In Kopenhagen alleen al werd de schade geschat op 800 miljoen euro. De stad reageerde besluitvaardig. Nog geen jaar later presenteerde Kopenhagen zijn eerste Skybrudsplan. Sindsdien is het concept ieder jaar verder ontwikkeld, en tot tenminste 2035 staat een verdere uitbreiding gepland.

    Water temperen

    Jan Rasmussen (61) werkt sinds 1990 als ingenieur voor de stad en is een van de opstellers van het plan. Hij heeft zich zijn hele leven op het water toegespitst, waarbij hij zich de eerste twintig jaar van zijn carrière inzette om het schoner te maken. Hij zorgde er samen met medewerkers van de watervoorziening voor dat het ooit zo gore water in de haven schoon genoeg werd om in te zwemmen. ‘Eerlijk gezegd had ik zelf nooit gedacht dat het zou lukken,’ aldus Rasmussen.

    Tegenwoordig doet hij zijn uiterste best om het zo te houden. Als er in korte tijd te veel water uit de hemel valt, raken ook de beste afvoersystemen overvoerd. Rioolzuiveringscentrales en afvoerbuizen kunnen de toevloed niet aan en ondergrondse ruimtes stromen over. In een dichtbevolkte stad zijn er weinig natuurlijke wegen voor het water om te ontsnappen, dus volgt het de weg van de minste weerstand en baant het zich in een vieze, modderige stroom een weg door de stad.

    ‘Je moet het temperen en in banen leiden, zodat het geen schade veroorzaakt,’ zegt Rasmussen. Na de storm van 2011 maakte hij samen met andere experts een overstromingsplattegrond van het regenwater. Ze documenteerden de stijgingen en dalingen en markeerden ook dichte oppervlakten, daken en groene stukken grond in hun overzicht. De plattegrond gebruikten ze om de routes uit te lichten die het water zou nemen, evenals de plekken waar het op obstakels zou stuiten.

    ‘Het Skybrudsplan levert meer op en kost minder’

    Uiteindelijk stond de stad voor drie keuzes. De eerste was helemaal niets doen. Op basis van het IPCC-klimaatrapport berekenden Rasmussen en zijn team de kosten van de gevolgen van die optie op meer dan 2 miljard euro in de komende honderd jaar – meer een gedachtenexperiment dan een reële optie. De tweede optie was het klassieke draaiboek volgen en zorgen voor meer afvoerbuizen en bassins. De derde optie was verrassender en zacht gezegd ongebruikelijk, maar leek verreweg de efficiëntste weg om te bewandelen.

    Het behelsde de ontwikkeling van een model dat bestond uit een combinatie van een ondergronds netwerk van faciliteiten voor het afvoeren en opvangen van overtollig water, parken die zouden dienen als reserveopvanglocatie en straten die in periodes van intense regen konden fungeren als rivieren. ‘We hebben hiervoor gekozen omdat het zinniger is. Het Skybrudsplan levert meer op en kost minder,’ meent Rasmussen. Het idee is dat Kopenhagen een stad wordt die ondanks de bevolkingsdichtheid het water kan opnemen en langzaam weer kan vrijgeven.

    Sponsstad

    Het ‘sponsstad’-concept is niet uniek voor Denemarken en ook met name snel groeiende Chinese metropolen hebben al elementen van het idee overgenomen. Maar nergens is het zo voortvarend ter hand genomen als in Kopenhagen. Zeker driehonderdvijftig individuele projecten maken deel uit van het plan. ‘We hadden echt geen enkel voorbeeld in de wereld om te volgen,’ zegt Rasmussen. ‘We zijn pioniers.’ Slechts een klein deel van de projecten is gefinancierd met belastinggeld, met die toevoeging dat het drinkwaterbedrijf het meeste kapitaal vergaarde via een heffing op huishoudens en bedrijven.

    ‘Zelfs een VN-organisatie liet ons weten dat Kopenhagen als locatie een risico was’

    Rasmussen ziet zo’n financieringsmodel, dat direct aan consumptie is gelinkt, als de makkelijkste en eerlijkste oplossing. Voor een vierpersoonshuishouding is het watertarief met ongeveer 120 euro per jaar gestegen. ‘Maar als je kijkt naar de risico’s als gevolg van de klimaatverandering zijn zulke kosten gerechtvaardigd,’ aldus de ingenieur. Na de overstroming in 2011 dreigde menig verzekeringsmaatschappij om polissen te schrappen en een aantal bedrijven begon al over het verlaten van de stad. ‘Zelfs een VN-organisatie liet ons weten dat Kopenhagen als locatie een risico was,’ zegt Rasmussen.

    Het is zijn bedoeling om tot aan zijn pensioen, over enkele jaren, te blijven werken aan de verwezenlijking van het Skybrudsplan. Zijn plattegronden zijn inmiddels uitgebreid en voorzien in bredere slagaders die aanzienlijke hoeveelheden water kunnen verstouwen, parkeerplaatsen waar het langzaam kan wegvloeien en zijstraten die zorg moeten dragen voor al het water dat van de daken naar beneden stroomt.

    Meer kleur en meer natuur

    Ditte Juul Sørensen, de projectmanager en landschapsarchitect – een van de elf die door Kopenhagen voor het Skybrudsplan in dienst werden genomen – gaat ons voor naar een strook groen. De locatie op de Scandiagade is zo klein dat ze niet eens op Google Maps als park staat aangegeven. Hier zijn zeven betonnen bassins geïnstalleerd die op het eerste oog nauwelijks te zien zijn. Er is een vlindertuin, er zijn moestuintjes en er hangt zelfs een hangmat. Een felgekleurd looppad verbindt het ene bassin met het andere. Het voorbeeld toont perfect hoe de stad het Skybrudsplan wil aanwenden om de kwaliteit van leven voor bewoners te verbeteren.

    RADICAAL ALTERNATIEF

    De huizen die de Indiase architect Bijoy Jain ontwerpt zijn vrijwel volledig met de hand gebouwd, op basis van traditionele technieken. Ze bieden daarmee een radicaal alternatief voor de hedendaagse bouwwijze. ‘We hebben geen elektriciteit nodig, geen lijm, geen metaal – echt waar, dat is geen grap’, zegt hij. Met zijn aandacht voor het behoud van traditionele kennis en het gebruik van lokale grondstoffen wijkt Jain af van de standaardbouwkunde en wil hij de band tussen de mens en diens natuurlijke omgeving behouden. Hij biedt ‘een radicaal tegenproject aan het gedigitaliseerde en geautomatiseerde leven’, waarin veel mensen in het westerse wereld, en steeds meer mensen in India, met een paar muisklikken hun inkopen doen bij Ikea en Amazon

    ‘Het projectteam vroeg de mensen hier wat ze wilden,’ zegt Sørensen, en de consensus was meer kleur en meer natuur. Dus werd de ongebruikte strook land omgetoverd in een stadstuin. Alleen het laatste bassin, helemaal aan het eind, bevat momenteel een beetje regenwater, de grond is er vochtig. De weg parallel aan de groene strook werd enigszins aangepast zodat tijdens zware regenval water vandaar in de bassins kan stromen. Vanuit de bassins kan het water ofwel in de grond sijpelen, ofwel via ondergrondse kanalen naar de haven worden afgevoerd. Publieke participatie heeft ervoor gezorgd dat de meerderheid het project steunt,’ zegt Sørensen.

    En dat is niet de enige reden waarom de lokale bevolking erbij is betrokken: de hoop is dat de stadstuin de bewoners zal aanmoedigen om de boel goed te onderhouden en te voorkomen dat de bassins vol komen te liggen met rotzooi.

    Weinig protest

    Toch vraag je je af hoe Kopenhagen het met relatief weinig protest voor elkaar heeft gekregen om parken en wegen op te knappen voor hoogwaterbescherming, terwijl een stad als Berlijn niet eens 500 meter fietspad kan aanleggen zonder dat daar enorme heisa van komt. ‘Natuurlijk was er onenigheid,’ zegt Sørensen. En discussies liepen niet altijd zo goed als bij het Scandiagade-project. In de buurt rond het Karens Minde Kulturhaus, een cultureel centrum, waren de bewoners aanvankelijk niet erg enthousiast over de plannen om hun park om te bouwen tot afwateringsgebied voor de rest van de stad.

    Ze zegt dat ze drie jaar lang regelmatig bijeenkomsten met omwonenden belegde en hen verzekerde dat de linden en populieren, die beschermd zijn, zouden blijven staan. Uiteindelijk mochten de buurtbewoners de straatstenen en banken in het park kiezen, maar het plan zelf stond nooit ter discussie. ‘We dragen allemaal een gedeelde verantwoordelijkheid,’ aldus Sørensen.

    Iedereen heeft nog duidelijke herinneringen aan de ramp in 2011

    Sommige van de projecten zijn overigens zo onopvallend dat niemand ze überhaupt opmerkt. Meer naar het noorden bijvoorbeeld, in Enghaveparken, is een inlinehockeyveld aangelegd, omringd door een lage betonnen muur. Leden van de jeu-de-boulesclub ernaast gebruiken die muur om op te zitten of hun wijnglas op te zetten. Ze zijn verbaasd als ze horen wat de ware functie van de muur is en zeggen nooit te hebben bevroed dat de ruimte bedoeld is als bassin om regenwater in op te vangen. Iedereen heeft nog duidelijke herinneringen aan de ramp in 2011 – aan trouwjurken die onder de modder zaten en aan vernield meubilair.

    ‘Het is absoluut de juiste beslissing voor de stad om dit te doen,’ zegt Rasmus Lütken, een kunstenaar en architect die lid is van de jeu-de-boulesclub. Wat hem betreft, zegt hij, is de grootste vraag of het plan wel ver genoeg gaat en of er niet meer moet worden gedaan. ‘Bovendien,’ voegt hij met een grijns toe, ‘het ziet er geweldig uit.’

  • Zorgt de klimaatcrisis ervoor dat onze manier van leven ineenstort?

    Zorgt de klimaatcrisis ervoor dat onze manier van leven ineenstort?

    Geconfronteerd met de verwoestende gevolgen van een opwarmende planeet, staan rijkere landen voor de uitdaging om klimaatneutraal te worden en tegelijkertijd te proberen het economische systeem in stand te houden. Maar is dit werkelijk mogelijk? Wetenschappers Emilio Santiago en Margarita Mediavilla gaan hierover met elkaar in debat.

    Nee: ‘We zijn op het vlak van haalbare oplossingen beter gewapend dan ooit’

    De laatste jaren lijkt klimaatwetenschap wel een slechtnieuwsbulletin. Het laatste nieuws is de publicatie van een studie die waarschuwt voor de waarschijnlijke ineenstorting van de oceaanstromen in de Atlantische Oceaan. Nog meer bewijs dat de klimaatcrisis erger wordt. Wetenschappers zijn gealarmeerd. Zelfs bij een lage opwarming zijn de gevolgen zeer ernstig, en toch stoten we nog steeds CO₂ uit en begeven ons op gevaarlijk terrein. Op deze manier zullen al onze maatregelen voor het klimaat tevergeefs zijn.

    Onze kinderen groeien nu al op op een planeet die veel onleefbaarder is dan die van hun grootouders, en de situatie zal waarschijnlijk alleen maar verergeren. De eenentwintigste eeuw wordt een enorme ecologische stresstest voor samenlevingen die zwaar onder druk staan door ongelijkheid en geweld. Betekent dit dat ecologische ineenstorting zo goed als zeker is? Niet als we ineenstorting begrijpen zoals de term wordt gehanteerd in de sociale wetenschappen.

    Strikt genomen is een ineenstorting een snelle, destructieve en onomkeerbare ondergang van de sociale orde die de staat en de markt zoals we die kennen vernietigt. Ze gaat gepaard met technologische achteruitgang en massale sterfte. Deze situaties kunnen zich ad hoc voordoen in combinatie met specifieke catastrofes. Maar als traject is het waarschijnlijker dat we, als we het verkeerd aanpakken, terechtkomen in een proces van klimaatapartheid, verlies van vrijheden en verslechtering van levensomstandigheden. Dat is niet bepaald een ineenstorting. En de keuze van die term doet ertoe, want verschillende woorden roepen verschillende strategieën op.

    De beste remedie tegen klimaatangst is politiek

    Wat betreft het klimaatvraagstuk is de menselijke factor de grootste onbekende. Samenlevingen innoveren, passen zich aan en transformeren. Dezelfde ecologische schok kan tot heel verschillende sociale resultaten leiden. Sommige kunnen tot ineenstorting leiden, maar andere niet. Er is één ding dat Thatcher, Hollywood en het alarmistische klimaatactivisme met elkaar verbindt: het neoliberale geloof dat er geen alternatief is. Maar er is altijd een alternatief omdat politiek een kolossale hefboom voor verandering is. De pandemie diende als test. De economie werd stilgelegd, werknemers van getroffen bedrijven werden tijdelijk doorbetaald, wetenschappelijke successen zoals vaccins werden in recordtijd behaald, de vaccins werden verdeeld op basis van behoefte en niet op basis van marktcriteria… dit alles zou in 2019 onmogelijk hebben geleken.

    Ineenstorting voor lief nemen is de beste manier om aan het klimaat bij te dragen, omdat apocalyptische berichten over het klimaat mensen demobiliseren. Bovendien zijn er redenen voor hoop. Hernieuwbare energie ondergaat een verbazingwekkende technologische revolutie: in 80 procent van de landen is het al goedkoper om elektriciteit te produceren met hernieuwbare energie dan met fossiele brandstoffen.

    Technologie zal ons helpen, maar het is geen wondermiddel. Het moet worden gecombineerd met diepgaande sociale veranderingen. Ook op dit gebied is er vooruitgang: er is al een massaal klimaatbewustzijn dat wordt aangestuurd door de massale protesten van jongeren in 2019. Noodzakelijke utopieën zoals ‘degrowth’ worden besproken in het Europees Parlement. Overheidsprogramma’s zoals Next Generation EU injecteren een historische hoeveelheid middelen in de klimaattransitie, ook al schort er nog veel aan op het gebied van klimaatrechtvaardigheid. Maar ook op dat terrein is ruimte voor verbeteringen. Vooral omdat de neoliberale ideologie, die ons decennia van samenhangende klimaatactie heeft gekost, nu meer dood dan levend is. Overheidsingrijpen, industrieel beleid en het herverdelen van welvaart zijn ideeën die vandaag de dag veel meer tot de toekomst behoren dan tot het verleden.

    Ineenstorting is dus niet onvermijdelijk, want de klimaatcrisis geen eenmalig onheil. De klimaatcrisis ontvouwt zich als een opeenvolging van verwoestende gebeurtenissen die afhankelijk zijn van onze beslissingen. Het vermijden van een ecologische ramp is de bepalende taak van de eenentwintigste eeuw. En het zal de politiek zijn die er vorm aan zal geven. We weten dat politiek monsters kan voortbrengen. Maar ze kan ook rechten, doorbraken en grote transformaties voortbrengen. Daarom is de beste remedie tegen klimaatangst politiek. Elke verkiezing is al een klimaatreferendum. Maar sommige, zoals die voor het Europees Parlement, zijn beslissend. We moeten ze benaderen met de wetenschap dat we het op klimaatgebied slecht doen, maar dat we op het vlak van haalbare oplossingen beter gewapend zijn dan ooit.

    Emilio Santiago Muíño is antropoloog en hoofdwetenschapper bij het CSIC, de Spaanse nationale onderzoeksraad.


    Ja: ‘De energietransitie is niet een en al rozengeur en maneschijn’

    Allereerst zou het goed zijn om te weten wat we bedoelen met ineenstorting. Het woordenboek definieert het als ondergang, vernietiging of snelle val. Ik definieer het liever aan de hand van de systeemdynamica en karakteriseer het niet alleen als een val, maar als iets wat zichzelf versnelt, waardoor het bijzonder dramatische gevolgen heeft. Wat we ook bedoelen met ineenstorting, zeker is dat onze samenleving vroeg of laat zal ineenstorten, omdat ze al tientallen jaren niet duurzaam is, dat wil zeggen dat we niet in staat zijn om de huidige consumptieniveaus te handhaven zonder de fysieke en biologische basis die diezelfde consumptie voedt, af te breken.

    Om duurzaam te zijn, moet een samenleving aan ten minste vier eisen voldoen: gebaseerd zijn op niet-uitputbare (hernieuwbare) energiebronnen, alle mineralen voor bijna 100 procent recyclen, de extractie van biologische hulpbronnen beperken tot hun regeneratiesnelheid en afval uitstoten op een tempo dat overeenkomt met het recyclingvermogen van de natuur.

    We voldoen bij lange na niet aan deze basisvoorwaarden: driekwart van onze energie is afhankelijk van uitputbare bronnen zoals fossiele brandstoffen en uranium, onze recyclingpercentages zijn erg laag, bossen, waterhoudende grondlagen en visgronden worden overgeëxploiteerd, we verliezen vruchtbare grond en we hebben problemen met een overschot aan afval, van plastic tot CO₂, die klimaatverandering veroorzaakt.

    In werkelijkheid gaan we in veel opzichten al bergafwaarts omdat dit alles het leven van miljoenen mensen moeilijker maakt, maar we hebben de neiging te denken dat de achteruitgang van de natuur er niet toe doet omdat wetenschappelijke vooruitgang altijd in staat is om problemen op te lossen en ons leven te verbeteren.

    Op het gebied van energie is de innovatie nogal middelmatig

    Dat is te veel verantwoordelijkheid voor de technologie, die niet alles kan bereiken en doorgaans ook niet verdergaat dan de toekomstscenario’s die we ons kunnen voorstellen. In de afgelopen decennia zijn er bijvoorbeeld verbazingwekkende ontdekkingen gedaan op het gebied van computers, maar op het gebied van energie zijn ze nogal middelmatig: noch thermische zonnecentrales, noch dunne filmzonnetechnologieën, noch algenbrandstoffen, noch getijdenenergie hebben de resultaten opgeleverd die een paar jaar geleden werden verwacht.

    Deze beperkingen zijn vooral duidelijk als we het hebben over het uitfaseren van fossiele brandstoffen, vooral olie, een buitengewone hulpbron. Benzine slaat bijvoorbeeld zeventig keer meer energie op per kilogram gewicht dan de batterijen die worden gebruikt om de elektriciteit op te slaan die wordt geleverd door hernieuwbare energiebronnen. Daarbij komt nog de afhankelijkheid van schaarse mineralen, landgebruik en de grilligheid van zonne- en windenergie. Dit zijn geen absolute belemmeringen, maar ze zorgen allemaal voor extra technische moeilijkheden. En wat technisch ingewikkeld is, is economisch onrendabel, onaantrekkelijk voor de consument en politiek moeilijk te verkopen.

    Toch moeten we om twee redenen afstappen van fossiele brandstoffen: omdat ze tekenen van uitputting vertonen (30 van de 53 belangrijkste olieproducerende landen zien al een achteruitgang op dit gebied) en omdat we de klimaatverandering moeten beperken. Maar we moeten onszelf niet wijsmaken dat de energietransitie een en al rozengeur en maneschijn is. Het is een complex proces dat een ambitieuze economische, ecologische en sociale overgang vereist, naast technische veranderingen.

    Is ineenstorting onvermijdelijk? Als we het begrijpen als een daling van het consumptieniveau en een progressieve toename van ontberingen, ja, dan denk ik dat het onvermijdelijk is. Maar of het die zichzelf versnellende catastrofale val is, die ik pas echt ineenstorting zou willen noemen, hangt af van de keuzes die we maken.

    Een samenleving kan ervoor kiezen om hulpbronnen die schaars worden te beschermen of om ze te overexploiteren. Als hulpbronnen worden overgeëxploiteerd, verslechteren ze, waardoor meer schaarste en meer overexploitatie ontstaan in een neerwaartse spiraal van zichzelf versnellende ineenstorting. Ik geloof dat we op mondiaal niveau nog niet in deze dynamiek zijn beland, maar om dit ook in de toekomst te voorkomen moeten we onszelf beperkingen opleggen, oog hebben voor systemen en respect tonen aan de natuur; gedrag dat we nu nog te weinig laten zien.

    Margarita Mediavilla Pascual is docent aan de School voor Industriële Techniek van de Universiteit van Valladolid. Ze maakt deel uit van de onderzoeksgroep Energie, Economie en Systeemdynamica (GEEDS) en is gespecialiseerd in geïntegreerde energie-, economische en milieubeoordelingsmodellen.

  • Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Politici waarschuwen voor ‘dictatoriale tendens’

    De Latijns-Amerikaanse Ronde Tafel voor Reflectie, geleid door de Chileense ex-president Michelle Bachelet, heeft zich uitgesproken tegen de repressie in Venezuela, meldt El País. De groep beschouwt de uitzetting van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN en de arrestatie van activist Rocío San Miguel als een ernstige fout van het chavismo, en waarschuwt voor een ‘dictatoriale tendens’ die niet past bij Venezuela.

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide, de beruchte gevangenis van de Venezolaanse inlichtingendienst. Ze wordt verdacht van het beramen van een staatsgreep. Toen de VN-commissie zich uitsprak tegen de arrestatie van San Miguel werd de organisatie gesommeerd het land te verlaten. Volgens de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken, Yván Gil, is de mensenrechtencommissie ‘een privékantoor geworden van coupplegers en terroristische groeperingen die voortdurend complotten smeden tegen het land’.

    gettyimages 1156650706 594x594 1
    © Sean Gallup/Getty Images

    ’s Werelds eerste houten satelliet

    Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd, schrijft Nikkei Asia.

    De houten satelliet is gebouwd om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen

    De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Universiteit van Kyoto en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen. ‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen, verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi uit, astronaut en ruimtevaartingenieur van de Universiteit van Kyoto. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’


    Lokale politici hebben last van intimidatie

    In 2022 heeft meer dan 60 procent van de lokale volksvertegenwoordigers in Duitsland te maken gehad met bedreigingen en agressie, blijkt uit gegevens van de Heinrich-Böll-Stiftung en de Universiteit van Duisburg-Essen. Vooral burgemeesters liggen onder vuur.

    ‘Veel mensen die betrokken zijn bij de lokale politiek ervaren vijandigheid,’ schrijft Die Tageszeitung. In januari 2024 richtte het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken daarom zelfs een ‘contactpunt voor de bescherming van gemeenteambtenaren en gekozen vertegenwoordigers’ op om dit fenomeen aan te pakken. Minister Nancy Faeser zei dat het doel van het nieuwe contactpunt was om aan ambtsdragers en gekozen vertegenwoordigers over te brengen: ‘Je staat er niet alleen voor.’

    Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord

    ‘Lokale politiek is direct,’ aldus Faeser. Deze nabijheid maakt mensen echter ook kwetsbaar. Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord, zoals in het geval van de districtsvoorzitter van Kassel, Walter Lübcke, die in 2019 werd vermoord door een rechts-extremist.

    Veel van deze overtredingen worden niet eens bij de politie gemeld, aldus Faeser. Pogingen tot intimidatie zoals ‘Ik weet naar welke school je kinderen gaan’ zijn niet ongewoon. Ze heeft al met verschillende burgemeesters gesproken die zeiden: ‘Dan kan ik maar beter stoppen om mijn gezin te beschermen.’

    Lokale politici waarmee Die Tageszeitung sprak, maken melding van haatcampagnes en intimidatie op sociale netwerken, rotte eieren die naar hun huizen werden gegooid en beledigende brieven. Gekozen vertegenwoordigers voelen zich in de steek gelaten wanneer ze worden geconfronteerd met bedreigingen, geven het op en stellen zich niet langer verkiesbaar.

    Thomas Zschornak, de CDU-burgermeester van Nebelschütz, een kleine gemeente in het oosten van Duitsland, is een van de bedreigde politici. Twee jaar lang was hij het slachtoffer van een intense intimidatiecampagne; ook hij stelde zich niet herkiesbaar. Hij verliet de politiek met een burn-out.


    Showmax verdringt Netflix in Afrika

    Het Zuid-Afrikaanse streamingbedrijf Showmax is Netflix voorbijgestreefd in Afrika, schrijft Rest of World. Showmax, dat in 2015 ontstond uit MultiChoice, Afrika’s grootste entertainmentbedrijf, had eind november 2023 2,1 miljoen abonnees op het continent, tegenover 1,8 miljoen voor Netflix, volgens marktonderzoeksbureau Omdia. Showmax heeft Netflix ingehaald te midden van de hevige concurrentie in de Afrikaanse videostreamingindustrie, waar internationale bedrijven, grote telecombedrijven en verschillende landspecifieke apps vechten om het geld van de consument. Het bedrijf probeert zich te onderscheiden door een aanbod van series en films gericht op de Afrikaanse consument.

    Showmax werkt samen met HBO en Comcast. Het platform heeft ook de streamingrechten voor de Engelse Premier League.

    Onderzoek: herbebossing houdt klimaatopwarming tegen

    Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. The Guardian meldt dat wetenschappers al lange tijd verbaasd waren over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest’

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zegt Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel het niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’

    Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.

    Showmax PR Mobile Device 1240x698 1

    Karkassen

    Onder een donkere, met ijs bedekte zee voor de kust van Groenland stuit een dappere duiker op de enorme karkassen van dwergvinvissen. Alex Dawson, die het spectaculaire beeld maakte, won hiermee de prijs voor Onderwaterfotograaf van het Jaar 2024. Whale Bones werd gefotografeerd onder de zwaarste omstandigheden, waarbij hij met duikpak en ademhalingsondersteuning afdaalde onder de ijskap van Groenland. 

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld. Een andere winnaar was JingGong Zhangs, die eerder het paren van zeepaardjes vastlegde en dit jaar het broedseizoen van de Japanse Zoarchias, een zogeheten puitaal, wist te fotograferen.

    Alex DawsonUPY2024
    © Alex Dawson/UPY2024
  • Onderzoek: herbebossing houdt opwarming in het oosten van de VS tegen

    Onderzoek: herbebossing houdt opwarming in het oosten van de VS tegen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » In Duitsland heeft meer dan de helft van de lokale politici last van intimidatie

    » Japan lanceert ’s werelds eerste houten satelliet om ruimtevervuiling tegen te gaan

    Herbebossing verantwoordelijk voor lagere temperaturen in VS

    Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. Dat schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Wetenschappers waren al lange tijd verbaasd over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zei Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde, tegen de Britse krant. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel dit niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’

    Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.