Tag: klimaatverandering

  • Stop met het redden van (alleen) schattige bedreigde diersoorten

    Stop met het redden van (alleen) schattige bedreigde diersoorten

    Een miljoen soorten worden bedreigd, maar slechts een handjevol krijgt alle aandacht. Het is tijd voor een nieuwe beschermingsstrategie.

    De biodiversiteitscrisis is een cijfermatig probleem. Maar in tegenstelling tot de meeste rekenkundige problemen zet dit je op een dwaalspoor als je vasthoudt aan exacte getallen. Misschien wel een miljoen soorten worden bedreigd met uitsterven. Als je uitgaat van soorten die wetenschappers specifiek aanmerken als bedreigd, zijn het er 42.100. Maar geen van beide getallen is accuraat. In ieder geval zijn we het erover eens dat de mate van uitsterven duizend keer zo groot is als historische gemiddelden. Of is het honderd keer zo groot?

    Uiteindelijk gaat het hierom: welke aantallen je ook in de berekening stopt, de uitkomst blijft hetzelfde. De planeet is er slecht aan toe. Er zijn veel meer soorten die dreigen uit te sterven dan we realistisch gezien kunnen redden. We bevinden ons in een noodsituatie, en in noodsituaties is triage van slachtoffers noodzakelijk.

    De solenodon is een van de weinige giftige zoogdieren die vandaag de dag bestaan

    De kern van natuurbehoud is kiezen welke soorten moeten worden beschermd en welke we aan hun lot overlaten, maar we praten onvoldoende over hoe deze beslissingen worden genomen. Kiezen we soorten die van cultureel belang zijn, zoals de zeearend? Of moeten we ons richten op planten die bruikbaar zijn voor medicijnen? Hoe zit het met soorten die een cruciale rol spelen binnen hun ecosysteem? Of met soorten die het meest bedreigd worden? En dan zijn er natuurlijk nog de dieren die onze aandacht trekken omdat ze schattig of charismatisch zijn, of – in het geval van stokstaartjes – het vrolijke, antropomorfe gezicht vormen van een langlopende Britse reclamecampagne voor autoverzekeringen.

    Er is ook een andere manier van denken over dieren die zou ons kunnen helpen bij de beslissing welke soorten we moeten beschermen. Rikki Gumbs, natuurbeschermer bij de Zoological Society of London, vindt dat we ons meer moeten richten op soorten die evolutionair onderscheidend zijn én bedreigd worden. Die visie brengt ons bij allerlei vreemde en wonderlijke wezens. Neem bijvoorbeeld de solenodon. Dit dier, dat wel iets wegheeft van een spitsmuis, is een van de weinige giftige zoogdieren die vandaag de dag bestaan. Ongeveer 76 miljoen jaar geleden begonnen de twee levende soorten solenodons af te wijken van andere zoogdieren; daarmee rust er een forse evolutionaire geschiedenis op hun kleine, harige schoudertjes.

    EDGE

    Gelukkig beschikken wetenschappers over een manier om te meten hoe uniek en bedreigd bepaalde soorten zijn. In 2007 bedachten natuurbeschermers een methode genaamd EDGE; dat staat voor evolutionarily distinct and globally endangered [evolutionair onderscheidend en wereldwijd bedreigd]. De methode werd ontwikkeld om prioriteit te geven aan het behoud van soorten die een groot deel van de evolutionaire geschiedenis vertegenwoordigen. Om een hoge EDGE-score te behalen moet een soort evolutionair onderscheidend zijn, zeer weinig nabije voorouders hebben die nog leven en sterk bedreigd zijn.

    Gumbs noemt die soorten ‘vreemd en wonderlijk’. Ze zijn zo lang geleden afgeweken van hun voorouders en hebben zo weinig levende verwanten dat ze ongewoon op ons overkomen. Dergelijke soorten verkeren, om met Gumbs te spreken, ‘on the edge’, oftewel: op het randje. Een ander dier in die categorie is de Xenotyphlops grandidieri, de blinde slang van Madagaskar, een felroze reptiel dat zich ingraaft en dat ongeveer 65 miljoen jaar geleden begon af te wijken van zijn naaste levende verwant.

    In 2017 riep Gumbs een groep zoölogen bijeen om de EDGE-methode te actualiseren. Inmiddels hebben biologen namelijk een veel beter beeld van de verwantschap tussen de verschillende diersoorten en van hoe bedreigd soorten zijn. Bovendien zocht Gumbs naar een manier om met EDGE-scores soorten te kunnen rangschikken waarvan het behoud onbekend is – en dat is het geval voor de overgrote meerderheid van de dieren op aarde. Na een hoop discussie en na medische omstandigheden die Gumbs ruim een jaar buitenspel zetten, was het vernieuwde EDGE-systeem vorig jaar klaar. De nieuwe meetmethode, EDGE2 genaamd, werd op 28 februari 2023 gepubliceerd in het tijdschrift PLOS Biology.

    ‘Er zijn veel soorten die over het hoofd worden gezien’

    ‘Er zijn veel soorten die over het hoofd worden gezien. Maar als je ze leert kennen, zijn ze net zo charismatisch en net zo mooi als de soorten die we kennen,’ zegt Gumbs. Volgens de EDGE2-methode zou de bergdwergbuidelmuis van alle zoogdieren onze hoogste prioriteit moeten hebben. Dit buideldiertje komt in het wild voor op een paar vierkante kilometer in de Victorian Alps in Australië. Van de zoogdieren waarvoor we geen goede data hebben over het behoud van de soort, bevindt de Hylomys megalotis, een haaregel die vooral in Laos voorkomt en verwant is aan de egel, zich het meest in de gevarenzone. Er zijn EDGE-ranglijsten gemaakt voor amfibieën, vogels, koralen, reptielen, haaien en roggen, en voor gymnospermen, een groep planten waar naaldbomen en cicaden onder vallen.

    Het kijken naar dieren op basis van hun evolutionaire eigenheid slaat aan. De EDGE-score is een van de indicatoren die zijn geselecteerd voor het Post-2020 Global Biodiversity Framework, een belangrijk verdrag over biodiversiteit dat in december 2022 door de VN werd aangenomen. De International Union for the Conservation of Nature, de organisatie die de rode lijst met bedreigde soorten opstelt, heeft ook een taakgroep fylogenetische diversiteit, waarvan Gumbs plaatsvervangend voorzitter is. In plaats van te concentreren op enkele soorten, zegt Gumbs, is er groeiende aandacht voor de bescherming van complete ecosystemen die veel evolutionair verschillende planten en dieren in stand houden.

    Focus

    Natuurlijk is evolutionaire eigenheid slechts één manier om te kijken naar prioriteiten voor natuurbehoud. Organisaties die beslissen welke projecten gefinancierd moeten worden, welke gebieden beschermd moeten worden en op welke soorten de focus moet liggen, bekijken doorgaans een groot aantal factoren alvorens grote beslissingen te nemen. Maar de EDGE2-methode raakt aan iets interessants, zegt Rafael Molina Venegas, hoogleraar biodiversiteit van planten aan de Autonome Universiteit van Madrid. Als je alle soorten beschouwt als unieke boeken, dan zijn soorten met evolutionaire eigenheid zeer oude, unieke boekwerken waarvan slechts een handvol exemplaren bestaat. Verlies je deze zeldzame soorten, dan verdwijnt er voorgoed een schat aan evolutionaire geschiedenis van de wereld.

    En er is nog een reden om aandacht te schenken aan evolutionaire bijzonderheden. Uit het werk van Molina Venegas blijkt dat als we plantensoorten kiezen op basis van hun evolutionaire uniciteit, we uiteindelijk meer plantensoorten beschermen die nuttig zijn voor de mens dan als we een willekeurige aanpak kiezen. Met andere woorden, focussen op uniciteit is een praktische manier om na te denken over welke soorten beschermd moeten worden.

    ‘We leven in een wereld waarin soorten moeten vechten tegen de roofzuchtige expansie van de mensheid’

    Eén manier om naar de EDGE-methode te kijken is om je een armageddon voor te stellen. Een losgeslagen asteroïde staat op het punt de aarde te vernietigen. Gelukkig hebben wetenschappers elders in het heelal een aarde-achtige planeet gevonden die nog helemaal leeg is. Het enige wat we hoeven te doen, is beslissen welke soorten we in ons ruimteschip mee willen nemen naar de nieuwe planeet. Evolutionaire eigenheid is daarbij geen slecht uitgangspunt, zegt Molina Venegas. Op die manier neem je een breed scala aan schepsels mee, waarvan elk een unieke functie heeft op de nieuwe planeet. ‘De hoop is dan dat ze elkaar zullen aanvullen in het nieuwe ecosysteem dat daar zal moeten groeien,’ zegt hij.

    In veel opzichten zorgt de mens voor een armageddon in slow motion, als het gaat om de biodiversiteit op aarde. We hoeven het ruimteschip nog niet klaar te zetten, maar we moeten wel goed nadenken over de middelen om het verlies van onvervangbare soorten te stoppen. We beschikken over instrumenten zoals wetenschappelijk onderzoek, genenbanken en natuurreservaten. Maar ook de manier waarop we naar biodiversiteit kijken is een cruciaal instrument. Iedereen wil dieren redden, maar we leven in een wereld waarin soorten moeten vechten om de beperkte middelen voor natuurbehoud, en tegen de roofzuchtige expansie van de mensheid.

    We moeten moeilijke beslissingen nemen over welke soorten we willen beschermen, anders klopt het cijfermatig gewoon niet meer.

  • Zal koffie binnenkort opraken?

    Zal koffie binnenkort opraken?

    Vandaag de dag worden er wereldwijd ongeveer 3 miljard kopjes koffie per dag gedronken. Maar de koffieteelt staat onder zware druk door de opwarming van de aarde.

    Door de opwarming van de aarde kunnen planten uit tropische en subtropische gebieden plotseling gedijen in gematigde zones ver ten noorden of zuiden van de evenaar. Dit betekent echter ook dat de veranderende omstandigheden in de oorspronkelijke teeltgebieden van de planten niet langer gunstig zijn voor hun groei.

    Een voorbeeld hiervan is de koffieplant, die veel te lijden heeft onder de klimaatverandering. De vier belangrijkste producenten, Brazilië, Vietnam, Colombia en Indonesië, zullen op middellange of lange termijn te maken krijgen met een aanzienlijke afname van het aantal gebieden dat geschikt is voor productieve teelt. Aan de andere kant zouden Argentinië, Uruguay, China en de Verenigde Staten (langs de kust tot aan de Golf van Mexico) meer koffie moeten kunnen verbouwen. Deze regio’s zullen de tekorten in de primaire productielanden echter niet snel kunnen compenseren.

    3 miljard kopjes per dag

    Koffie is niet meer weg te denken uit onze wereld. De vrucht, die oorspronkelijk uit tropisch Afrika komt, werd in de zeventiende eeuw door Arabieren en Turken naar Europa gebracht. Vandaag de dag worden er wereldwijd ongeveer 3 miljard kopjes koffie per dag gedronken. Als de trend van de afgelopen drie decennia doorzet, voorspellen experts dat dit aantal tegen 2050 waarschijnlijk zal zijn verdubbeld. Tussen 1990 en 2022 steeg de jaarlijkse wereldwijde consumptie van koffie van 90 naar 179 miljoen zakken van 60 kilogram. Zelfs de jaren van de pandemie hebben niet geleid tot een aanhoudende daling. 

    Een studie van de Zürich University of Applied Sciences (ZHAW) heeft de verandering in de wereldwijde teeltomstandigheden voor Arabica-koffie tot 2050 onderzocht met behulp van veertien modellen in drie verschillende klimaatscenario’s (opwarming van de aarde met 1,6, 2,4 en 4 graden Celsius). De Arabica-plant is momenteel goed voor 56 procent van de wereldwijde productie. Deze plant wordt voornamelijk geteeld in Zuid-Amerika en levert koffie van de hoogste kwaliteit. Vrijwel de gehele resterende productie (43 procent) is afkomstig van de robustaplant, die vooral in Azië wordt verbouwd. Deze wordt onder andere gebruikt om oploskoffie van te maken.

    De onderzoekers bouwden voort op eerdere studies, maar hielden voor het eerst ook rekening met land- en bodemeigenschappen naast temperatuur- en neerslagtrends. Ze concluderen dat de meest geschikte teeltgebieden in alle drie de scenario’s in productie met meer dan 50 procent zullen afnemen tegen 2050. Voor de matig geschikte gebieden voorspellen ze een afname tussen 31 procent en 41 procent, afhankelijk van het scenario. Het grootste probleem is de stijgende temperatuur, die de groei van de planten beïnvloedt.

    Als boeren de koffieproductie moeten opgeven, gaat kennis die al generaties lang wordt doorgegeven, verloren

    Het is moeilijk om de koffieproductie te verplaatsen naar nieuwe teeltgebieden, zelfs op plaatsen waar dit theoretisch mogelijk is. De teelt van koffieplanten veroorzaakt hoge economische, maatschappelijke en ecologische kosten. Het telen van koffiestruiken is een investering die alleen op middellange tot lange termijn rendabel is. Een koffiestruik draagt zijn eerste vruchten pas drie tot vier jaar na het planten. Daarna kan hij nog meer dan twintig jaar vruchten geven. Als er nieuwe planten moeten worden geplant om beschadigde planten te vervangen, worden de kosten voor de vorige aanplant niet afgeschreven en krijgt de boer te maken met extra jaren zonder oogst.

    Dat maakt een snelle aanpassing aan klimaatverandering moeilijk. Ook omdat ongeveer 70 procent van de koffieproducenten kleine boeren zijn die vaak al op de rand van de armoede leven. Het zal voor hen bijna onmogelijk zijn om de nodige investeringen te doen om zich aan te passen, zoals het planten van meer resistente variëteiten of het installeren van een irrigatiesysteem. Bovendien is succes geenszins gegarandeerd. Boeren kunnen ook niet gemakkelijk worden ‘overgeplant’ naar een nieuw teeltgebied. Als ze de koffieproductie moeten opgeven, gaat kennis die al generaties lang wordt doorgegeven, verloren.

    In regio’s waar de koffieteelt domineert, zullen deze ontwikkelingen dus waarschijnlijk grote gevolgen hebben voor de maatschappij. Boeren dreigen een aanzienlijk deel van hun inkomen of zelfs van hun plantages te verliezen, terwijl die bepalend zijn voor hun persoonlijke bestaanszekerheid. Voor de getroffen regio’s zal de afname van de koffieteelt waarschijnlijk een vergelijkbaar verwoestend effect hebben als de de-industrialisatie elders.

    Ten slotte zal een verschuiving naar nieuwe teeltgebieden ook grote ecologische kosten met zich meebrengen. Gebieden waar de teelt voet aan de grond zou kunnen krijgen, moeten vaak eerst ontgonnen worden. Dit betekent bijvoorbeeld het kappen van oerwoud, wat verdere klimaatverandering in de hand werkt.

    Kruisen

    Op middellange termijn is het kweken van nieuwe, klimaatbestendige koffieplanten daarom de belangrijkste methode om een daling van de wereldwijde productie tegen te gaan. Deze moeten niet alleen beter bestand zijn tegen hittegolven, maar ook minder kwetsbaar zijn voor de steeds vaker voorkomende perioden van droogte en voor plagen die vanwege klimaatverandering naar andere gebieden opschuiven. Het ontwikkelen van nieuwe variëteiten kost echter veel tijd. Het is daarom niet zeker of de veredeling gelijke tred kan houden met de klimaatverandering.

    Onderzoekers vestigen hun hoop op het kruisen van Arabica en Robusta met andere koffieplanten. Hieronder valt bijvoorbeeld Liberica-koffie, een koffiesoort die populair was in de negentiende eeuw. Tegenwoordig wordt de smaak als onaangenaam beschouwd en daarom werd hij lange tijd nauwelijks verbouwd. In Afrika wordt geëxperimenteerd met de koffieplant Excelsa, die uit de mode was geraakt omdat hij relatief kleine koffiebonen produceert. Deze plant werd gekruist met robusta en wordt sinds kort weer rechtstreeks geteeld. Er zijn meer dan honderdtwintig wilde koffievariëteiten die ook met andere soorten gekruist zouden kunnen worden.

    In ieder geval zal de koffiesector de komende jaren grote extra bedragen in onderzoek en ontwikkeling moeten investeren. World Coffee Research – de non-profit onderzoeksorganisatie van de wereldwijde koffie-industrie – heeft opgeroepen om jaarlijks zo’n 450 miljoen dollar extra te investeren in onderzoek om in de toekomst wereldwijd een toereikend koffieaanbod te garanderen.

  • ICJ stelt vervuilende staten wettelijk aansprakelijk voor klimaatopwarming

    ICJ stelt vervuilende staten wettelijk aansprakelijk voor klimaatopwarming

    Getroffen landen hebben recht op schadevergoeding

    ‘Historisch’: zo omschrijft het tijdschrift Time de unanieme uitspraak van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) op woensdag 23 juli over de juridische verplichtingen van staten ten aanzien van klimaatverandering. Klimaatopwarming vormt een ‘urgente en existentiële bedreiging’, aldus de rechter, waarna hij de verschillende verplichtingen van staten om hiertegen op te treden opsomde. Het Hof oordeelde ook dat landen die door de gevolgen van de opwarming worden getroffen, recht hebben op schadevergoeding. ‘Dat was een van de belangrijkste verwachtingen van de eisers’, aldus Le Temps.

    De procedure voor het Internationaal Gerechtshof was in 2019 gestart door studenten uit Vanuatu, een eilandengroep in de Stille Oceaan die ‘wordt bedreigd door de stijging van de zeespiegel en de toename van het aantal cyclonen’, aldus de Zwitserse krant. Hun verzoek werd in 2023 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de VN en leidde het jaar daarop tot de organisatie van hoorzittingen in Den Haag, waar ongeveer honderd staten en organisaties het woord voerden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hoewel het advies van het ICJ niet bindend is, stelt het dat landen ‘verplicht’ zijn om bindende maatregelen te nemen om te voldoen aan de klimaatverdragen. Maar ‘vooral’, benadrukt Al-Jazeera, bevestigt de hoogste rechtbank ter wereld dat de geïndustrialiseerde landen de wettelijke verplichting hebben om het voortouw te nemen in de strijd tegen klimaatverandering, ‘vanwege hun grotere historische verantwoordelijkheid op het gebied van uitstoot’.

    Het Hof verwierp dus het standpunt van de grote vervuilende landen dat de bestaande klimaatverdragen – en met name het onderhandelingsproces van de jaarlijkse COP’s – ‘voldoende’ waren, benadrukt Le Devoir. In overeenstemming met de kleine eilandstaten bevestigt het Internationaal Gerechtshof dat het klimaat moet worden ‘beschermd voor de huidige en toekomstige generaties’, terwijl de grote vervuilende landen absoluut weigerden de rechten van nog niet geboren individuen te erkennen, vervolgt het dagblad uit Quebec.

    ‘Dit is een overwinning voor onze planeet, voor klimaatrechtvaardigheid en voor het vermogen van jongeren om veranderingen in gang te zetten’, reageerde VN-secretaris-generaal Antonio Guterres in een verklaring die door Le Devoir werd geciteerd. De Franse minister van Ecologische Transitie Agnès Pannier-Runacher prees het besluit als een ‘historische beslissing’ en een ‘overwinning voor het klimaat’.

  • Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    De wereldwijde temperatuurstijging zal onze vakanties drastisch veranderen. Niet alleen zullen we andere bestemmingen kiezen, ook de traditionele zomer als hoogseizoen staat onder druk.

    In 1975 scoorde zanger en presentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer?, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin men volgens Carrell nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:

    Ein Sommer, wie er früher einmal war,
    Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
    Und nicht so nass und so sibirisch, wie im
    letzten Jahr

    Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden – een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden – en de plek die daarbij hoorde: het strand.

    Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022.

    De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder, en dit alles gebeurde nog voor de warme klimaatcyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte. Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat – het toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening – en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de pandemie heeft plaatsgemaakt voor een piek in het toerisme, tekent zich een nieuwe wereldkaart met vakantiebestemmingen af.

    Kusttoerisme

    Voorlopig prijken stranden nog prominent op de kaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, en in de Verenigde Staten is het segment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.

    Sommige strandbestemmingen, zoals de Malediven en delen van het Caribisch gebied, zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook langs de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen uiteindelijk zal overmannen. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.

    Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte

    Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat ooit betere tijden heeft gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, die nu werden bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die er door Londense deelgemeenten werden gehuisvest.

    Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen (mits de Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken). Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol de rol van verlaten vakantiebestemming wel eens kunnen overnemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.

    Voorjaar

    Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste is het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal stellen zonder kinderen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen ruimte meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.

    De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40 procent van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens een gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS is het skiseizoen in de periode van 1982 tot 2016 al 34 dagen korter geworden, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.

    Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.

  • Waarom is het zo warm in Zuid-Europa?

    Waarom is het zo warm in Zuid-Europa?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week bespreken we de extreme hitte in Zuid-Europa. Grote delen van Portugal, Spanje, Frankrijk, Italië en andere landen hebben code rood afgekondigd. Wat is de oorzaak van deze hittegolf die de landen rond de Middellandse Zee treft en wat zullen de gevolgen zijn als deze extreme hitte aanhoudt?

    Welke landen lijden onder de extreme hitte?

    Zuid-Europa en de mediterrane landen kampen nu al een aantal dagen met extreme temperaturen. Een hittegolf heeft ervoor gezorgd dat een groot aantal gebieden het label code rood draagt. In Frankrijk steeg het kwik naar een nieuw hoogtepunt. Alleen in gebieden dicht bij het Kanaal en de Belgische grens blijft de temperatuur onder de 34 graden Celsius. Parijs werd op 30 juni in het hoogste gevarenniveau geplaatst, iets wat sinds 2020 niet meer is gebeurd. Het verkeer werd streng aan banden gelegd in de hoofdstad en de Eiffeltoren blijft tot woensdag gesloten voor bezoekers, meldt de Griekse krant Ekathimerini.

    Op het Iberisch Schiereiland is de hitte inmiddels lichtjes aan het afnemen. In Centraal- en Zuid-Portugal worden er echter nog steeds temperaturen rond de 40 graden verwacht. Langs de noordelijke kust van Portugal kregen strandbezoekers op maandag te maken met een ander natuurfenomeen, een rolwolk. Rolwolken zijn lange horizontale wolken laag bij de grond die van de zee naar de kust bewegen en ontstaan bij plotse temperatuursveranderingen. France 24 citeert een lokale zwemmer die vertelde dat het plots donker werd en er een hevige wind opkwam. ‘Het leek wel een tsunami.’

    In de maand juni werd de temperatuur van de Middellandse Zee gemeten op 26,01 graden

    In Italië blijft het aantal steden met code rood toenemen. Het Italiaanse ministerie van Volksgezondheid moedigt burgers aan om ‘anti-hittevoorschriften’ te volgen en raadt af om lang buiten te blijven tussen 11 uur ‘s ochtends en 16 uur ‘s avonds, meldt Rai News. Volgens Thibault Guinaldo, een wetenschapper van de Franse weerdienst, heeft de Middellandse Zee ook een nieuw record behaald. In de maand juni werd de temperatuur van het water gemeten op 26,01 graden, aldus France 24.

    Ook in het binnenland van Europa is er extreme hitte. Duitsland kondigde gisteren de heetste dag van het jaar aan, met een meting van 38 graden, en verwacht nog hetere dagen. Lokale overheden hebben aangekondigd dat kinderen voor de heetste uren naar huis mogen gaan en dat ruimtes met airconditioning beschikbaar worden gesteld voor de bevolking. Aan de overkant van het Kanaal, in Groot-Brittannië, is er ook onverwachte hitte. Wimbledon beleefde maandag de warmste openingsdag in de geschiedenis van het tennistoernooi, aldus Ekathimerini.

    Franse bouwvakker
    Een bouwvakker in Bordeaux drinkt een flesje water tijdens zijn werk. – © Christophe ARCHAMBAULT / AFP

    Wat is de oorzaak van de hittegolf?

    De extreme hitte in Europa wordt veroorzaakt door een hittekoepel, meldt The Guardian. Deze hittekoepel houdt een hogedrukgebied vast. Omdat een hogedrukgebied koude lucht lucht naar boven trekt en warme lucht naar het aardoppervlak duwt veroorzaakt deze in combinatie met de zon een abnormale hitte. Volgens Dr Michael Byrne, klimatoloog aan het St. Andrews College, zijn hittekoepels niks nieuws, maar de temperaturen die ze met zich meebrengen wel. ‘Europa is meer dan 2 graden warmer geworden sinds de industriële revolutie’, legt hij uit. ‘Dus wanneer er een hittekoepel ontstaat, voert deze een nog intensere hittegolf aan.’

    ‘Extreme hitte is niet langer een zeldzaam fenomeen: het is de nieuwe norm geworden’

    Daarbij komt dat grote steden zoals Londen, Parijs, Madrid, Rome en Athene een extra grote kans hebben op extreme hitte. ‘Beton en asfalt absorberen hitte en kaatsen de straling van de zon terug’, legt Radhika Khosla uit, klimatoloog aan de Universiteit van Oxford. De stadsomgeving versterkt de impact van de hitte op ons lichaam. Bouwvakkers en andere arbeiders die op straat werken, lopen hierdoor het meeste gevaar, aldus de Britse krant.

    ‘Extreme hitte is niet langer een zeldzaam fenomeen: het is de nieuwe norm geworden’, waarschuwde António Guterres, secretaris-generaal van de VN, op zijn sociale media. Afgelopen maandag ging de VN-conferentie over ontwikkelingsfinanciering van start in de Spaanse stad Sevilla, waar de temperatuur afgelopen zondag boven de 44 graden lag. Guterres en de andere aanwezigen ondervonden daar aan den lijve de gevolgen van de klimaatverandering. De Portugese politicus heeft klimaatverandering, die het meest negatieve effect heeft op de meest kwetsbare landen van de wereld, hoog op de agenda staan, meldt El País. Guterres benadrukt dat ‘de planeet steeds warmer en gevaarlijker wordt: geen enkel land is immuun’.

    Bosbranden Griekeland
    Bosbranden ten zuidoosten van Athene, Griekenland. – © EPA/GEORGE VITSARAS

    Wat zijn de gevolgen als extreme hitte steeds vaker voorkomt?

    In reactie op de hitte heeft de Franse regering bedrijven gevraagd om de werkuren aan te passen. Op maandag en dinsdag waren ongeveer tweehonderd Franse scholen volledig of deels gesloten. In de regio rond Berlijn werden werkgevers aangespoord om de gezondheid van hun werknemers te garanderen. ‘Bedrijven zijn gebonden aan wetten rond bescherming tegen hitte op de werkvloer’, zei Britta Müller, de lokale minister van Gezondheid, meldt The Guardian. Ook in Italië hebben verscheidene provincies aangekondigd dat intense arbeid stilgelegd wordt tijdens de heetste uren.

    Extreme weersomstandigheden zoals een hittegolf hebben impact op de economie. Een nieuw rapport van Allianz Research berekende de verliezen (in procentpunt) die het bbp van verschillende Europese landen zal lijden door de extreme hitte. Het rapport laat zien dat Spanje (-1,4) het meeste verlies zal lijden, gevolgd door Italië (-1,2), Griekenland (-1,1) en Roemenië (-0,6). Als er minder kan worden gewerkt door de hitte, is er minder productiviteit. Zeker in landen zoals Roemenië, waar landbouw, de bouw en andere vormen van intensieve arbeid de grootste sectoren vormen, kan het stilleggen van werk grote impact hebben op de economie, aldus Business Review. Het rapport van Allianz Research wijst erop dat Europa zich moet aanpassen aan de nieuwe weersomstandigheden. Vernieuwingen in stedenbouw zoals isolatie, ventilatie en daken met plantengroei zouden de temperatuur tijdens het werken aangenamer maken en bieden oplossingen voor de toekomst. 

    ‘Mensen komen aan met uitdroging of een hitteberoerte’

    De hulpdiensten hebben het druk door de extreme hitte. In onder andere Portugal, Spanje, Frankrijk en Griekenland is de brandweer alert voor bosbranden. In alle landen worden de veiligheidsdiensten versterkt met extra manschappen van het Rode Kruis. In Turkije zijn inmiddels meer dan vijftigduizend mensen geëvacueerd wegens bosbranden, meldt The Guardian

    Behalve de brandweer kampen ziekenhuizen ook met problemen. Rai News meldt dat de ziekenhuisopnames de afgelopen dagen op sommige plekken in Italië met wel 20 procent zijn gestegen. ‘Mensen komen aan met uitdroging of een hitteberoerte’, zegt Alessandro Riccardi, nationaal voorzitter van de Italiaanse Vereniging voor Spoedeisende Hulp. ‘Het zijn meestal ouderen of kwetsbare groepen, maar ook mensen die buiten werken komen terecht op de spoedafdeling.’ In stedelijke gebieden lopen de cijfers bij spoedafdelingen hoog op en ontstaan er lange wachttijden. Riccardi wijst erop dat deze ontwikkeling de problemen in de maatschappij weerspiegelt. ‘Ouderen zonder familie of zorgnetwerk die in moeilijkheden komen door de verzengende temperaturen, zoeken hun toevlucht op de spoedafdeling.’ Riccardi pleit voor een uitbreiding van sociale zorg en het aantal wijkverpleegkundigen in Italië.

    aircoolers
    Een muur vol airconditioners. – © Adi Fauzanto / Unsplash

    Italië zit door de hitte met nog een ander probleem. In de Italiaanse steden Florence en Bergamo is er een stroomstoring gemeld. De lokale autoriteiten weten nog niet wat de oorzaak is. De extreme hitte kan schade toegebracht hebben aan het elektriciteitsnetwerk, maar er is ook een vermoeden dat overmatig gebruik van airconditioning voor een kortsluiting heeft gezorgd, aldus de Italiaanse nieuwszender. 

    Volgens Jean-Paul Harreman, directeur bij Montel Analytics, kampen Duitsland, Frankrijk, Spanje en de andere landen die lijden onder de hittegolf met energieproblemen. Overdag is er voldoende elektriciteit door zonnepanelen, maar ‘s avonds, wanneer de zon ondergaat, kan het energienetwerk het overmatig gebruik van ventilatoren en airconditioners niet aan. Op de markt leidt dit tot negatieve prijzen overdag, omdat er een overvloed aan energie wordt opgewekt. ’s Avonds schieten de prijzen echter de lucht in door de tekorten. Kerncentrales lijden ook onder de hitte. Het is moeilijker om de centrales koel te houden en de energieproductie kan hierdoor afnemen. Électricité de France (EDF), het Franse staatsbedrijf voor elektriciteit, heeft twee weken geleden al gemeld dat een van hun kerncentrales waarschijnlijk minder zal produceren. Het water dat gebruikt wordt om de kernreactoren te koelen, mag volgens milieuwetten niet worden gestort in de rivieren als het een bepaalde warmtegrens overschrijdt, en die grens komt steeds dichterbij. Harreman wijst erop dat hittegolven systematisch zullen toenemen en het Europese energienetwerk moet hierop voorbereid zijn, aldus Montel News.

    ‘We worden overweldigd door de hitte. We zouden hieraan gewend moeten zijn, we komen uit Cyprus!’

    Vakantiegangers lijden ook onder de extreme hitte. Op maandag 30 juni waren de straten in het centrum van Parijs leeg en de cafés hadden weinig bezoekers. Er was echter nog steeds een grote groep toeristen die schaduw zocht onder de Arc de Triomphe of de Eiffeltoren. De hordes Amerikanen, Britten en Chinezen hebben geen keus. Ze zijn er maar voor een beperkt aantal dagen, meldt Le Monde. ‘Het is pittig. We worden overweldigd door de hitte. We zouden hieraan gewend moeten zijn, we komen uit Cyprus!’, zegt Eva, een advocaat uit Nicosia. ‘Maar wanneer het zo warm is op Cyprus, blijven we thuis. Nu kan dat niet, we moeten op stap.’ 

  • NASA-onderzoek: intensiteit van weersextremen is de laatste vijf jaar hard gestegen

    NASA-onderzoek: intensiteit van weersextremen is de laatste vijf jaar hard gestegen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Minstens veertien doden in Russisch bombardement op Kyiv

    » Donald Trump verlaat voortijdig G7-top vanwege conflict Israël-Iran

    Weersextremen komen vaker voor, duren langer en zijn ernstiger

    Nieuwe gegevens van NASA hebben een dramatische toename van de intensiteit van weersomstandigheden zoals droogtes en overstromingen in de afgelopen vijf jaar aan het licht gebracht. Het onderzoek toont aan dat dergelijke extreme gebeurtenissen steeds vaker voorkomen, langer duren en ernstiger zijn, waarbij de cijfers van vorig jaar twee keer zo hoog waren als het gemiddelde van 2003-2020, schrijft The Guardian.

    Dat de stijging zo steil zou zijn, was niet voorzien. De onderzoekers zeggen dat ze verbaasd en gealarmeerd zijn door de laatste cijfers van de Grace-satelliet van NASA, die veranderingen in het milieu op aarde volgt. Ze zeggen dat klimaatverandering de meest waarschijnlijke oorzaak is van de duidelijke trend, ook al lijkt de intensiteit van extreme weersomstandigheden nog sneller te zijn gestegen dan de mondiale temperaturen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een deskundige van het Met Office, de Britse weerdienst, zei dat de toename van extreme weersomstandigheden al lang werd voorspeld, maar nu ook in de praktijk wordt waargenomen. Hij waarschuwde dat mensen niet voorbereid zijn op dergelijke weersomstandigheden, die buiten hun eerdere ervaringen vallen.

    De gegevens zijn nog niet door vakgenoten beoordeeld en onderzoekers zeiden dat ze nog tien jaar of langer nodig hebben om te bevestigen dat er daadwerkelijk sprake is van een trend. De gegevens zijn mede geproduceerd door dr. Bailing Li van het Hydrological Sciences Laboratory van het Goddard Space Flight Center van NASA, dat is aangesloten bij het Earth System Science Interdisciplinary Center van de Universiteit van Maryland.

    Li vertelde aan The Guardian: ‘We kunnen het causale verband nog niet bewijzen – daarvoor hebben we een veel langere dataset nodig. Het is moeilijk om precies aan te geven wat er hier gebeurt, maar andere gebeurtenissen suggereren dat (wereldwijde) opwarming de drijvende factor is. We zien steeds meer extreme gebeurtenissen over de hele wereld, dus dit is zeker alarmerend.’

  • Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Ecosystemen zijn complexe structuren die bestaan uit planten en en dieren. Sommige ecosystemen op onze aarde bestaan al meer dan miljoenen jaren en zien er nog steeds ongeveer hetzelfde uit, ondanks de vele veranderingen die ze moesten doorstaan. Klimaatjournalist en auteur Ferris Jabr vertelt ons wat we kunnen leren van deze veerkrachtige biotopen.

    Ik was nog geen tien minuten in het Hoh-regenwoud in de staat Washington of ik begreep al waarom het bij velen zo geliefd is. Als een van de grootste gematigde regenwouden ter wereld zag dit oerbos er niet alleen anders uit dan zijn jongere buren, het voelde ook anders. De lucht leek er stil te hangen. Het licht had een chlorofylachtige tint. En ik werd omgeven door de geur van natte aarde en weelderige vegetatie.

    Al snel bevond ik me tussen betoverde bomen en geheimzinnige holtes in alle mogelijke tinten groen en zo rijkelijk bedekt met mos dat ik geen stukje kale bast kon ontdekken. Ik kwam eeuwenoude esdoorns tegen die zich hadden verwrongen tot levende gewelven, en douglassparren die zo breed en hoog waren dat het me moeite kostte om ze goed op de foto te krijgen. In het Hoh-regenwoud valt elk jaar 3,5 tot 4 meter regen en houtkap is er al lange tijd verboden, waardoor er bomen staan die meer dan 60 meter hoog en al eeuwenoud zijn. Sommige delen van het bos ademen zo’n oeratmosfeer dat je je in de Juratijd waant.

    De oudste ecosystemen op aarde

    Als het aankomt op biologische records kijken we meestal naar individuen: de grootste boom in een bos, het oudste organisme op aarde. Na een bezoek aan het Hoh-regenwoud begon ik me echter af te vragen hoe het zit met gemeenschappen: wat zijn de oudste ecosystemen op aarde en wat kunnen we daarvan leren?

    Net als het Hoh-regenwoud bestaan sommige oerbossen al eeuwenlang. Maar het blijkt dat bepaalde ecosystemen en biomen op onze planeet al honderdduizenden tot tientallen miljoenen jaren bestaan en op de een of andere manier hun karakteristieke eigenschappen hebben behouden, ondanks dat ze grote veranderingen hebben ondergaan. 

    Om een parallel te trekken met een beroemd gedachte-experiment: als elk onderdeel van een schip geleidelijk wordt vervangen door een replica die er voldoende op lijkt, behoudt het schip zijn essentiële vorm, ook al is het niet langer identiek aan de vorige versie. Op dezelfde manier zijn de meeste cellen in ons lichaam al vele malen gestorven en vervangen sinds onze geboorte, maar toch blijft onze algemene anatomie herkenbaar. Sommige steden hebben duizenden jaren lang een duidelijke topografie, infrastructuur en cultuur behouden, ook al zijn er steeds nieuwe gebouwen en inwoners bij gekomen. De veranderingen die ecosystemen in de loop van opeenvolgende geologische tijdperken ondergaan zijn nog ingrijpender, maar de principes zijn vergelijkbaar. 

    Wat het voor zo’n groot levend systeem precies betekent om zo oud te zijn, en wat zo’n verbazingwekkend lange levensduur mogelijk maakt, blijven open vragen, deels omdat ze onze opvattingen over wat het is om te leven uitdagen. Vanuit het geologische perspectief van de diepe tijd zou je sommige ecosystemen bijna als organismen kunnen zien: ze schuiven over het aardoppervlak als reusachtige amoeben, breiden zich uit en trekken zich terug als reactie op fluctuaties in het milieu, maar ze blijven bestaan als samenhangende entiteiten.

    Verbonden en verbeten

    Wetenschappers zijn het nog niet eens over een precieze definitie van leven, maar velen formuleren het ongeveer zo: leven is een systeem dat zichzelf actief in stand houdt. De wetten van de thermodynamica schrijven voor dat alles in het universum onvermijdelijk uit elkaar valt en oplost in een homogene brij. Levende systemen gebruiken beschikbare energie om tijdelijk aan deze uitkomst te ontsnappen en hun opzienbarend georganiseerde structuren in stand te houden. Meer nog dan genetica of voortplanting is het dit vermogen tot zelfbehoud dat alle levensvormen – van protist tot prairie – met elkaar gemeen hebben.

    In die zin zijn ecosystemen springlevend. De terugkoppelingen tussen ecosystemen en de organismen daarbinnen en hun wederzijdse evolutie over grote tijdspannen culmineren in een groeiend vermogen om extreem oud te worden, een vermogen dat de mogelijkheden van het individu ver overschrijdt. Hoewel ecosystemen geen organismen zijn, vertonen ze toch groei, veerkracht en zelfregulering. De systemen die het best in staat zijn om te herstellen van grote verstoringen en die erin slagen de processen, relaties en infrastructuur die ze definiëren in stand te houden, zullen zich het langst handhaven. Ecosystemen overleven en evolueren niet door differentiële reproductie, maar door differentiële persistentie.

    ‘Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd’

    De hardnekkigheid waarmee de langstlevende ecosystemen op aarde voortbestaan duidt op een essentieel kenmerk van leven op elke schaal: onderlinge verbondenheid. Per definitie zijn alle levende wezens systemen die bestaan uit kleinere onderling verbonden onderdelen. Deze systemen zijn op hun beurt onlosmakelijk verbonden met de grotere netwerken die ze omringen. Elke individuele boom is een universum van mineralen, water en cellen waarin uitgestrekte gemeenschappen van microben en schimmels leven. Tegelijkertijd is een boom een vitaal onderdeel van het grotere bos, het landschap en zelfs van de weersystemen waarvan hij afhankelijk is. 

    In het Antropoceen zijn veel van deze fundamentele relaties nu echter aan het wankelen gebracht. Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd; ze worden zo grondig aangetast dat ze zouden kunnen bezwijken.

    Aan de poorten van het klimaatinferno

    Ondanks de veerkrachtige ecosystemen zijn de vooruitzichten somber, stelt José Luis Lezama in het Mexicaanse politieke tijdschrift Nexos, vooral omdat de huidige klimaatverandering sneller verloopt dan in het verleden. In zijn artikel A las puertas del infierno climático schetst hij een angstaanjagend beeld van een wereld die afstevent op een klimaatinferno. Met de stijging van de zeespiegel, de meer dan 20.000 ton bommen die op Gaza zijn gegooid, de voortdurende winning van olie, en de koolstofemissies van de militaire sector – verantwoordelijk voor 5,5 procent van de wereldwijde uitstoot – is de kritische grens van 1,5 graden opwarming vorig jaar al overschreden. In de huidige maatschappij ziet Lezama twee gescheiden werelden: de ene, geïnformeerd en bezorgd over de klimaatcrisis, maar machteloos om actie te ondernemen, en de andere, bestaande uit de economische elite die profiteert van het huidige economische systeem en met cosmetische ingrepen, zoals klimaatconferenties en greenwashing, de nadelige gevolgen denkt te kunnen afwenden. Ondertussen gaan de niet-geprivilegieerden door toedoen van een maatschappelijk systeem dat hen in armoede houdt een onzeker en uitzichtloos bestaan tegemoet. Hij beschrijft het handelen van de rijkste 1 procent als een ‘compulsieve houding’ die op de lange termijn tot zelfdestructie leidt.

    Verscholen op de bodem van de oceaan

    Een van de oudste ecosystemen van onze planeet is een uitgestrekte weide die momenteel ongeveer zo groot is als Manhattan. Je zult er echter nooit bijen of vlinders zien fladderen en je kunt er ook geen dutje doen in het groen. De weide in kwestie groeit op de zeebodem tussen de Spaanse eilanden Ibiza en Formentera. Net als alle andere weiden bestaat ze voornamelijk uit planten, in dit geval zeegrassen: een groep planten die vroeger op het land voorkwam, bijna 100 miljoen jaar geleden terugkeerde naar de zee en nu groeit in beschutte wateren rond elk continent behalve Antarctica. 

    In 2010 zwommen marien ecoloog Sophie Arnaud-Haond en haar collega’s door een onderwaterweide en verzamelden op tientallen verschillende locaties monsters van Neptunusgras (Posidonia oceanica). Net als alle andere zeegrassen kan Neptunusgras zich vermenigvuldigen door zichzelf te klonen. De wetenschappers troffen verspreid over de weide talloze klonen aan, sommige wel 14,5 kilometer uit elkaar. Gezien de trage jaarlijkse groei van Neptunusgras zouden deze klonen zich gedurende 80.000 à 200.000 jaar over het gebied moeten hebben verspreid om zo’n grote weide te kunnen vormen. Ze denken dat de weide, al naargelang het mondiale klimaat veranderde en de zeespiegel steeg en daalde, herhaaldelijk van plaats veranderde. Nu en dan moeten er grote delen van de weide zijn afgestorven vanwege ongeschikte omstandigheden. Maar bij elke klimatologische omwenteling zullen er voldoende klonen hebben overleefd, zodat hun geslachtslijn tot op de dag van vandaag voortbestaat. 

    Elders in de oceaan zijn er nog grotere en oudere ecosystemen, niet gevormd door één enkele klonale soort, maar door symbiotische kolonies van kleine gelatineachtige dieren, fotosynthetisch plankton en microben. We noemen ze koraalriffen. Het Australische Groot Barrièrerif, dat 344.400 vierkante kilometer beslaat en vanuit de ruimte zichtbaar is, is niet alleen het grootste koraalrif ter wereld, het wordt ook vaak beschouwd als de grootste levende structuur op aarde. Zijn leeftijd is al net zo indrukwekkend; men denkt dat het Groot Barrièrerif zo’n 500.000 tot 600.000 jaar geleden is ontstaan. 

    ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen is iets magisch’

    Wetenschappers hebben aangetoond dat koraalriffen in Papoea-Nieuw-Guinea een vergelijkbare levensduur hebben. Tijdens bijzonder stabiele perioden in de loop van de geschiedenis van de aarde zijn er rifsystemen geweest die waarschijnlijk meerdere miljoenen jaren standhielden.

    Om riffen te vormen moeten koralen zich eerst vasthechten aan een rotsachtig oppervlak. Wanneer een rif getroffen wordt door een ramp, zoals een orkaan, kunnen de verkalkte resten van dode koralen de fundering vormen waarop overlevende koralen zich vestigen. ‘Riffen zijn fascinerend,’ zegt Gregory Webb, een paleontoloog die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van riffen in de loop van de geologische tijd. ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen, zelfs wanneer ze met ernstige verstoringen wordt geconfronteerd, is iets magisch.’

    In 2018 publiceerden marien geoloog Jody Webster en zijn collega’s een baanbrekend onderzoek waarin ze de afgelopen 30.000 jaar van de evolutie van het Groot Barrièrerif reconstrueerden, een tijdsspanne waarin zich aanzienlijke klimaatschommelingen voordeden. Wanneer de zeespiegel daalde, kwam een groot deel van het rif bloot te liggen, dat vervolgens afstierf. En omgekeerd: wanneer de zeespiegel steeg en de golven aanzwollen, verdronken grote delen van het rif in troebel water. Als reactie hierop migreerde het Groot Barrièrerif herhaaldelijk en geleidelijk zeewaarts of juist landwaarts, waardoor het in de loop der tijd zijn continuïteit waarborgde.

    Eeuwenoud regenwoud

    De oudste nog bestaande ecosystemen bevinden zich echter op het land. Sommige tropische regenwouden bestaan waarschijnlijk al tientallen miljoenen jaren in dezelfde globale regio met dezelfde essentiële kenmerken. Dat heeft deels te maken met de geografie. In sommige opzichten is de tropische zone (rond de evenaar) al lange tijd een van de klimatologisch stabielere delen van de planeet, zelfs in de tijd dat continenten zich binnen en buiten de grenzen ervan bewogen.

    Op basis van gedetailleerde analyses van klimaatgegevens en fossielen plaatsen paleobioloog Carlos Jaramillo en zijn collega’s de oorsprong van het moderne tropische regenwoud – gedefinieerd als een woud waar het altijd warm en vochtig is, waar de diersoorten op verschillende niveaus levens, het bladerdak aaneengesloten is en waar het wemelt van de bloeiende planten, lianen en epifyten – aan het begin van het Cenozoïcum, kort na de inslag van de asteroïde die bijdroeg aan de ondergang van de niet-vliegende dinosauriërs, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Ruwweg 60 miljoen jaar geleden, toen de continenten relatief dezelfde configuratie hadden als nu, bezaten de regenwouden in Noord- en Zuid-Amerika dezelfde structurele basiskenmerken als nu en leefden er dezelfde plantenfamilies als die er nu voorkomen. Op basis van dit soort bewijs beweren aardwetenschapper Mark Maslin en zijn collega’s dat het Amazoneregenwoud ‘relatief intact is gebleven’, dat het al ten minste 55 miljoen jaar een ‘blijvend kenmerk van Zuid-Amerika is’.

    Wetenschappers hebben in Australië vergelijkbare ontdekkingen gedaan wat betreft de lange levensduur van regenwouden. ‘Veel plantenfamilies die nu veel voorkomen in de overgebleven regenwouden en die hun basis vormen en zorgen voor het grootste deel van hun soortenrijkdom, hebben al 40 miljoen jaar een stabiele geschiedenis op het Australische continent,’ zegt Darren Crayn, botanicus en directeur van het Australian Tropical Herbarium. Hij en zijn collega’s schrijven in een onderzoek: ‘Het uithoudingsvermogen, de overlevingskansen en de hardnekkigheid van deze regenwoudbewoners vormen een van de grootste biologische en evolutionaire succesverhalen op aarde.’

    Het is moeilijk om te bepalen waar deze amorfe, oeroude entiteiten beginnen of ophouden. Hoe bepalen we precies wanneer een ecosysteem – met al zijn complexiteit en vervangbaarheid – is geboren of gestorven?

    Zelfvoorzienend

    De oudste ecosystemen op aarde verschillen ongetwijfeld van hun vroegere versies. De grenzen, topografie en soortensamenstelling ervan zijn in de loop van de millennia veranderd. Hoewel het fossielenbestand onvolledig is, had het Groot Barrièrerif 400.000 jaar geleden vrijwel zeker een ander biodiversiteitsprofiel, met soorten die nu niet meer bestaan. De Amazone, de rivier die zo bepalend is voor het huidige Amazonewoud, ontstond pas zo’n 11 miljoen jaar geleden. Als we echter honderdduizenden of miljoenen jaren terug in de tijd konden reizen, zouden deze ecosystemen ons niettemin griezelig vertrouwd voorkomen omdat ze hun essentiële kenmerken – de relaties en kaders die ze definiëren – verbazend lange tijd hebben behouden.

    Om zo’n lange levensduur beter te begrijpen, moeten we uitzoeken wat eraan ten grondslag ligt. Zeegrasvelden, koraalriffen en regenwouden hebben een aantal belangrijke eigenschappen gemeen. Ze bevinden zich allemaal in de tropen, waar het klimaat over het algemeen minder wisselvallig is dan op hogere breedtegraden. Ze zijn allemaal ontstaan uit organismen die zelf ook zeer veerkrachtig zijn en zich goed kunnen aanpassen. Tot op zekere hoogte creëren of versterken ze de omstandigheden die ze nodig hebben om te overleven. Door golven af te remmen, sedimenten vast te houden, fotosynthese uit te voeren, water te filteren en van zuurstof te voorzien en koolstof op te slaan maken zowel zeegrasvelden als koraalriffen hun omgeving rustiger, helderder, minder zuur, voedselrijker en over het algemeen leefbaarder. Koralen produceren ook meer van de rotsachtige ondergrond die ze nodig hebben om te groeien.

    Evenzo produceren regenwouden veel van de regen waarvan ze afhankelijk zijn door de watercyclus drastisch te versnellen. Wolkvorming is afhankelijk van twee essentiële ingrediënten: waterdamp en deeltjes waarop die damp kan condenseren. Regenwouden leveren beide door enorme hoeveelheden waterdamp de atmosfeer in te blazen, samen met talloze kleine deeltjes, zoals stuifmeelkorrels, schimmelsporen, microben, fragmenten van insectenschalen en verschillende organische verbindingen. Het resultaat is een zichzelf versterkende feedback loop: hoe meer het regent, hoe harder het bos groeit; hoe harder het bos groeit, hoe meer het regent. Wetenschappers hebben berekend dat het Amazonewoud ongeveer de helft van de regen produceert die elk jaar op zijn bladerdak valt. 

    Het vermogen van ecosystemen om zichzelf te reguleren en in stand te houden – om een zekere mate van zeggenschap te hebben over hun voortbestaan en evolutie – doet denken aan meer op zichzelf staande levende organismen. Al meer dan een eeuw leggen wetenschappers dergelijke verbanden en debatteren erover. 

    In het begin van de twintigste eeuw poneerde de Amerikaanse ecoloog Frederic Clements de stelling dat bossen en andere botanische levensgemeenschappen een reeks afzonderlijke ontwikkelingsfasen doormaken die vergelijkbaar zijn met die van individuele organismen. Eugene Odum, een andere Amerikaanse ecoloog uit de twintigste eeuw, dacht dat ecosystemen, net als organismen, homeostase vertoonden, het vermogen om bepaalde chemische en fysische omstandigheden in stand te houden die essentieel zijn voor hun overleven. Meer recentelijk heeft een groep wetenschappers, waaronder enkele die koraalriffen bestuderen, betoogd dat elk complex meercellig organisme samen met zijn symbiotische microben moet worden beschouwd als een levensgemeenschap, holobiont genoemd, en dat de ware ecologische eenheid van natuurlijke selectie de collectieve genetische informatie van deze levensgemeenschap is, het hologenoom. Met andere woorden, een koraal en zijn symbiotische partners zijn zo van elkaar afhankelijk dat we ze als een samenhangende evoluerende entiteit moeten beschouwen. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van het koraalrifecosysteem. Ideeën als deze zijn nog zeer omstreden. 

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend

    De extreme levensduur van ecosystemen illustreert het belang van de relaties tussen dergelijke grootschalige systemen en de organismen waaruit ze bestaan. Ecosystemen mogen dan geen individueel genoom hebben en zich niet evolueren volgens de Darwinistische evolutietheorie, toch zijn ze in staat om te groeien, te overleven en te evolueren omdat ze ontegenzeggelijk verweven zijn met de groei, overleving en evolutie van de organismen waaruit ze bestaan.

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend. Deze veranderingen beïnvloeden onvermijdelijk elk daaropvolgend evolutionair proces binnen die omgeving. Met voldoende tijd en onder de juiste omstandigheden kan deze co-evolutie er voor zorgen dat het bewuste ecosysteem honderdduizenden tot miljoenen jaren kan voortbestaan.

    Uitbreiding inheems bosgebied

    Terwijl de herintroductie van wolven in Nederland op een drama is uitgelopen, blijkt uit een studie van de Universiteit van Leeds dat het terugbrengen van wolven in de Schootse Hooglanden de populatie edelherten, die jonge bomen opeten, terug zou kunnen brengen tot een niveau waarbij het bos zich op natuurlijke wijze zou kunnen herstellen.

    Wanneer het bos zich weer uitbreidt, zou het per jaar 1 miljoen ton koolstof kunnen opnemen. De populatie wolven zou zich volgens het onderzoek, dat werd gepubliceerd in tijdschrift Ecological Solutions and Evidence, kunnen uitbreiden tot 167 exemplaren, wat neerkomt op een jaarlijkse opname van 6080 ton CO2 per wolf. Daarmee zou de economische waarde per dier op 186.000 euro worden geschat, volgens de huidige koolstofprijs.
    Volgens Dominick Spracklen, die het onderzoek leidde, kunnen de klimaat- en biodiversiteitscrises niet los van elkaar worden aangepakt. ‘We moeten kijken naar de potentiële rol van natuurlijke processen om aangetaste ecosystemen te herstellen.’
    Wolven zijn 250 jaar geleden uitgeroeid in Schotland, voornamelijk door de jacht. Net zoals in Nederland werd de wolf als een bedreiging gezien voor het vee. In 1427 werd zelfs een wet aangenomen die stelde dat er jaarlijkse drie wolvenjachten moesten plaatsvinden. Hierdoor hadden edelherten geen natuurlijke vijanden meer, en hoewel er pogingen zijn gedaan om de populatie onder controle te houden, is deze inmiddels uitgegroeid tot naar schatting 400.000.
    Schotland heeft nog maar 4 procent inheems bos, en is daarmee een van de minst beboste gebieden in Europa. De onderzoekers verwachten de nodige weerstand tegen de voorstellen die voortkomen uit de studie, vooral van hertenliefhebbers, jagers en boeren die zich zorgen maken over hun vee.

    Uitsterven?

    Toch zijn zelfs levende systemen die zo oud en veerkrachtig zijn als regenwouden en riffen niet onaantastbaar of onsterfelijk. De meeste perioden van klimatologische onrust die de ecosystemen op aarde tot nu toe hebben overleefd, verliepen langzaam in vergelijking met het hoge tempo waarop de mens tegenwoordig de lucht, het land en de zee vervuilt en transformeert. Tegen het einde van de eeuw kunnen warmwaterkoraalriffen bijna volledig vernietigd zijn door de opwarming van de aarde, gereduceerd tot enkele refugia hier en daar. En de zichzelf versterkende regencyclus in het Amazonegebied staat op het punt te breken.

    Maar zelfs als je geconfronteerd wordt met deze trieste mogelijke uitkomsten, biedt het een soort troost om naar ecologie te kijken door de lens van de diepe tijd en te zien hoe opmerkelijk standvastig de oudste levensgemeenschappen op aarde zijn. De kracht van de mensheid is buitensporig groot, maar niet oneindig. Het leven is geneigd om zich te handhaven en te herstellen, waarbij het in de loop van duizenden tot miljoenen jaren steeds nieuwe vormen ontdekt.

    Aan het einde van mijn wandeling kwam ik, na langs een met reuzenvarens begroeide rivieroever te zijn geslenterd, bij een bos in een bos. Een van de reuzen van het Hoh-regenwoud was omgevallen, waarschijnlijk tientallen jaren eerder. Zijn kolossale gebarsten lichaam was de basis geworden voor nieuw leven. Dit graf was tegelijkertijd een kwekerij: de rottende stam was begroeid met mos en er waren varens en jonge boompjes in opgeschoten. De geweldige wortelkluit, zeker drie meter hoog, vormde nu een sokkel voor een groepje jonge douglassparren. Door te ontkiemen op de resten van een ouder familielid hadden ze zich hoog boven het schaduwrijke struikgewas verheven. Nu schitterden ze in het gouden zonlicht als de jongste leden van een volhardende levensgemeenschap.

  • ‘Als klimaatwetenschapper wist ik dat het tijd was om Los Angeles te verlaten’

    ‘Als klimaatwetenschapper wist ik dat het tijd was om Los Angeles te verlaten’

    ‘Ik ben totaal ontredderd door de bosbranden in Los Angeles en overweldigd door woede en verdriet’, schrijft klimaatwetenschapper Peter Kampus. ‘De wijk Altadena bij Pasadena, waar de brand Eaton minstens vijfduizend gebouwen heeft beschadigd of verwoest, was veertien jaar lang mijn thuis.’

    Twee jaar geleden verhuisde ik met mijn gezin omdat ik, toen het klimaat in Californië steeds droger, heter en vuriger werd, bang was dat onze buurt zou afbranden. Maar zelfs ik had niet gedacht dat branden van deze omvang en hevigheid deze buurt en andere grote delen van de stad zo snel zouden verwoesten. Beelden van Altadena laten deze week een hels landschap zien, als een landschap uit Octavia Butlers griezelige voorspellende klimaatroman De zaaier.

    Eén les die klimaatverandering ons telkens weer leert, is dat rampen eerder kunnen gebeuren dan verwacht. Voorspellingen voor klimaateffecten zijn meestal optimistisch. Maar nu gaat de opwarming helaas sneller dan wetenschappers voorzien.

    We moeten onder ogen zien dat niemand ons komt redden, vooral in rampgevoelige plaatsen zoals Los Angeles, waar het risico op catastrofale bosbranden al jaren duidelijk is. En dus staan velen van ons voor een wezenlijke keuze: blijven of vertrekken. Ik heb ervoor gekozen om te vertrekken.

    Warmte-uitputting

    Altadena, dat vaak het ‘best bewaarde geheim van L.A.’ wordt genoemd, is een eigenzinnig gehucht in de heuvels, waar iedereen elkaar leek te kennen. Ik kwam hier in 2008 met mijn gezin om een postdoctorale graad in astrofysica te behalen. Het voelde alsof we in het paradijs waren beland: onbeperkt guacamole van een enorme avocadoboom in onze achtertuin; zwermen groene papegaaien die boven ons krijsten; de perfecte gazons om met mijn kinderen op te liggen, zelfs in januari.

    Ik begon me als afgestudeerd student in 2006 zorgen te maken over klimaatverandering. Mijn zorgen werden groter naarmate de planeet verder opwarmde. In 2012 kon ik niet langer wegkijken en verruilde ik mijn carrière in zwaartekrachtgolven voor klimaatwetenschap en kwam ik te werken bij het Jet Propulsion Laboratory van de NASA. Ik begon ook kippen en bijen te houden (net als veel van mijn buren), deed vrijwilligerswerk bij lokale klimaatgroepen en fietste de stad door om klimaatlezingen te geven.

    Maar de klimaatcrisis verergerde jaar na jaar. Ik wilde van de daken schreeuwen dat mensen de opwarming van de aarde moesten zien als de urgente bedreiging die het is. Ik schreef artikelen en tweets met stevige taal en was medeoprichter van non-profitorganisaties voor een klimaatapp en een klimaatmediagroep.

    Toen, in september 2020, ondervond ik voor het eerst warmte-uitputting tijdens een intense hittegolf. De volgende dag ontvlamde de enorme Bobcat brand, een paar kilometer van onze buurt hoog in de uitlopers van Altadena. In Los Angeles lopen wijken in de buurt van bergen en natuurgebieden een groter risico op bosbranden. We bereidden ons voor op evacuatie, maar in tegenstelling tot de branden die nu woeden, bleef de brand grotendeels beperkt tot het onbewoonde gedeelte. Wel werden mijn gezin en ik wekenlang omhuld door een rookwolk. Mijn longen brandden en mijn vingers tintelden constant.

    Na deze brand voelde Los Angeles niet langer veilig voor ons. Ik vreesde voor de gezondheid van mijn gezin en vroeg me af hoe we zouden kunnen evacueren als de buurt in brand vloog. Toen mijn vrouw in 2022 kreeg een baan aangeboden kreeg in Durham in North Carolina, verhuisden we.

    Ik heb de tragedie van deze week van een afstand gadegeslagen, het verhaal in elkaar gepuzzeld aan de hand van lokale nieuwsberichten en sms’jes en video’s van vrienden, van wie sommigen hun huis zijn kwijtgeraakt, en geprobeerd uit te zoeken wat er is afgebrand en wat niet. De dierenkliniek van onze hond is weg. De kerk waar de strijkconcerten van onze jongens plaatsvonden, is weg. Het rare Bunny Museum waar ik me op de fiets over verbaasde, terwijl ik voor het stoplicht wachtte, de fijne bouwmarkt waar ik wel honderd keer ben geweest, de coffeeshop waar ik vrienden en klimaatactivisten ontmoette; allemaal weg.

    Voor degenen die alles zijn kwijtgeraakt door klimaatrampen is de apocalyps al aangebroken.

    Mijn ex-buurman sms’te me donderdag om te zeggen dat onze kleine doodlopende straat was afgebrand, zijn huis en het onze en alle huizen van onze buren op een na. Het prachtige huis waar we onze kinderen opvoedden was weg, en eindelijk kwamen bij mij de tranen.

    Geen enkele plek is nog echt veilig. Een paar maanden geleden raasde orkaan Helene over het westen van mijn nieuwe staat en de stad Asheville, die velen ooit als een klimaatparadijs beschouwden. Het noordwesten van de Stille Oceaan leek veilig tot de hittegolf van 2021. Hawaï leek veilig tot de dodelijke branden op Maui in 2023.

    Voor degenen die alles zijn kwijtgeraakt door klimaatrampen is de apocalyps al aangebroken. En naarmate de planeet heter wordt, zullen klimaatrampen frequenter en intenser worden. De kosten van deze branden zullen immens zijn en ze zullen de verzekeringssector en de huizenmarkt beïnvloeden.

    Hoe erg het wordt, hangt af van hoe lang we de fossiele-brandstofindustrie nog de baas laten spelen. Olie-, gas- en steenkoolbedrijven weten al een halve eeuw dat ze onomkeerbare klimaatchaos veroorzaken, en hun leidinggevenden, lobbyisten en advocaten kozen ervoor om desinformatie te verspreiden en de overgang naar schonere energie te blokkeren. In 2021, toen ze getuigden voor het Congres, weigerden verschillende CEO’s hun hiermee op te houden of verantwoordelijkheid te nemen. Nog altijd gebruiken ze  hun rijkdom om onze politici te controleren.

    We moeten bruggen bouwen naar mensen aan alle kanten van het politieke spectrum, die langzaam ontwaken nu de klimaatchaos verergert, ondanks de grove leugens van veel Republikeinse leiders.

    Er zal niets veranderen totdat onze woede krachtig genoeg is. Zodra tot je doordringt dat je alles kwijt bent en wie dat verlies veroorzaakt heeft, en er zelfs van profiteert, steekt de woede net als de Santa Ana-winden, in alle hevigheid op.

  • Helft populatie zeekoeten in Alaska uitgeroeid door opwarmende oceaan

    Helft populatie zeekoeten in Alaska uitgeroeid door opwarmende oceaan

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee Russische olietankers vergaan voor de kust van de Krim

    » Brazilië: president Lula is ontslagen uit het ziekenhuis

    Warmer water zorgt voor domino-effect

    ‘Het eerste bewijs vormden de gevederde lichamen die aanspoelden op de stranden van Alaska’, zo opent The New York Times een artikel over de snel gesloken populatie zeekoeten in deze uithoek van de Verenigde Staten. Uit nieuw onderzoek dat donderdag is gepubliceerd in Science blijkt dat ongeveer de helft van de zeekoeten in Alaska, zo’n vier miljoen vogels, is gestorven als gevolg van de opwarmende oceaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Als de boosdoener wijzen de onderzoekers een massa warm water aan die recordtemperaturen heeft bereikt en die bekendstaat als de Blob. Zeekoeten waren het slachtoffer van een domino-effect van oceaanveranderingen die verband houden met het warme water. Het beïnvloedde het complete zeeleven, van plankton tot bultrugwalvissen. Desastreus voor de zeekoeten was dat het opwarmende water leidde tot een drastische daling van de populatie vis waarvan ze afhankelijk zijn voor hun voedsel.

  • Hoe de opwarming van de aarde en de opkomst van autocraten hand in hand gaan

    Hoe de opwarming van de aarde en de opkomst van autocraten hand in hand gaan

    Onderzoek toont aan dat de opwarming van de aarde een vruchtbare bodem kan vormen voor de opkomst van autoritaire leiders. ‘De versnellende klimaatverandering draagt sterk bij aan een groeiend gevoel van onzekerheid en ongelijkheid.’

    In november 2013 kwam een van de zwaarste tropische cyclonen uit de geschiedenis aan land op de Filipijnen. De storm, plaatselijk bekend als Super Typhoon Yolanda, teisterde het eiland met rukwinden van 235 km/u en een stormvloed waarbij het zeewater bijna zes meter hoger stond dan gebruikelijk, tilde rotsblokken ter grootte van limousines op alsof het plastic flesjes waren en gooide ze honderden meters verderop weer neer. Officieel zouden er 6300 mensen zijn omgekomen, maar het werkelijke dodental lag waarschijnlijk nog veel hoger.

    Rodrigo Duterte, toenmalig burgemeester van Davao City, haalde de krantenkoppen toen hij zo’n 650 kilometer reisde om een van de zwaarst getroffen gebieden van het land bezoeken, samen met een konvooi medische hulpverleners en zo’n 150.000 dollar in contanten. Hij zei dat hij de veiligheidstroepen had opgedragen te schieten op plunderaars die zouden proberen het konvooi tegen te houden. (‘Ik heb gezegd dat ze alleen op de voeten moesten schieten,’ verduidelijkte hij. ‘Die lui kunnen daarna toch protheses krijgen.’) Als presidentskandidaat bekritiseerde Duterte in 2016 zijn tegenstander, de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, omdat die het geld uit het rampenfonds voor de schade van tyfoon Yolanda verkeerd zou hebben besteed. Hij behaalde een verpletterende overwinning.

    De tyfoon Yolanda ‘bood de Filipijnse presidentskandidaat een kans om gebruik te maken van de hulpeloosheid van de mensen’

    In de zes jaar die volgden, bewees Duterte dat zijn grove taal en voorkomen niet zomaar een onschuldige act waren. Hij voerde een meedogenloze oorlog tegen drugs waarin politie en burgerwachten – aangemoedigd door de president – maar liefst 30.000 mensen vermoordden, hij kondigde tweeënhalf jaar lang de staat van beleg af op een eiland met 22 miljoen inwoners, en hij ondertekende een wet die de politie ruime bevoegdheden gaf om verdachten zonder arrestatiebevel op te pakken en vast te houden.

    De tyfoon Yolanda ‘bood de Filipijnse presidentskandidaat Rodrigo Duterte een kans om gebruik te maken van de hulpeloosheid van de mensen en hun steun te verwerven’, aldus een econoom die bestudeert hoe stormen van invloed zijn op de democratie.

    Het afgelopen decennium heeft de wereld een akelige stoet Duterte-achtige kandidaten opgeleverd: politici die de grenzen van het aanvaardbare politieke discours hebben uitgewist, religieuze en etnische minderheden tot zondebok hebben gemaakt, de journalistiek hebben afgedaan als brengers van nepnieuws, hebben geprobeerd hun rivalen gevangen te zetten en democratische controlemechanismen hebben ondermijnd. In India, ook wel bekend als ‘de grootste democratie ter wereld’, heeft premier Narendra Modi moslims belasterd en de campagnebelofte ingelost om een hindoetempel te bouwen op de plaats van een door een meute hindoes verwoeste moskee. In Brazilië steunde voormalig president Jair Bolsonaro een wetsvoorstel dat inheemse stammen de controle over hun land zou ontnemen; ook beraamde hij – zonder succes – een coup om aan de macht te blijven nadat hij zijn herverkiezing had verloren. En in de Verenigde Staten scheidde voormalig president Donald Trump immigrantenkinderen van hun ouders en zette een horde aanhangers aan tot een aanval op het Capitool.

    Macht

    Geen van deze kandidaten kwam aan de macht na een uitzonderlijke natuurramp zoals tyfoon Yolanda; wel kwamen ze op in een tijd waarin klimaatverandering steeds zichtbaarder en schadelijker wordt en steeds meer mensen worden getroffen door steeds zwaardere stormen, perioden van droogte en bosbranden. Dit is misschien geen toeval. Hoewel het moeilijk te bewijzen is dat klimaatverandering heeft bijgedragen aan de opkomst van deze sterke mannen, hebben politicologen, economen en psychologen aanwijzingen gevonden dat de gevaren van de opwarming van de aarde mensen, en zelfs hele landen, in een autoritaire richting kunnen duwen.

    Als ze worden geconfronteerd met de dreiging van klimaatverandering ‘kunnen de meeste mensen in, ik noem waar wat, Hawaï niet zomaar bunkers gaan bouwen,’ zegt James McCarthy, hoogleraar economie, technologie en milieu aan de Clark-universiteit in Massachusetts. ‘Maar ze kunnen wel stemmen op mensen die beloven hun nationale belangen en hun economische belangen boven alles te stellen – mensen die beloven te proberen een toekomst te bewerkstellen die veel op het verleden lijkt.’

    Onderzoekers hebben al eerder ontdekt dat natuurrampen zoals overstromingen, droogte en bosbranden autoritaire leiders kunnen helpen hun macht te consolideren. (Er bestaan aanzienlijke raakvlakken tussen autocratieën – systemen waarin één enkele leider de absolute macht heeft – en autoritaire regimes, die worden gekenmerkt door een onbeperkte centrale macht en beperkte mensenrechten en politieke rechten). In de jaren dertig bijvoorbeeld gaf een orkaan in de Dominicaanse Republiek president Rafael Trujillo, die toen nog geen maand aan de macht was, de kans om de staat van beleg af te kondigen, de politieke oppositie uit te schakelen en monumenten ter ere van zichzelf op te richten.

    Afglijden

    Politiek wetenschappers zijn tot de theorie gekomen dat kiezers die geconfronteerd worden met fysieke, economische en sociale kwetsbaarheid, veiligheid zoeken in de vorm van leiders die beloven hulp te bieden door daadkrachtig op te treden. Uit een onderzoek naar verkiezingen in India bleek dat kiezers zittende partijen afstraffen wanneer het land overstroomt, tenzij die zittende partijen kordaat reageren op de ramp.

    Tot vrij recent beschikten onderzoekers die het verband tussen klimaatrampen en autoritaire regimes onderzochten alleen over casestudy’s, zoals Duterte en Trujillo. Er is altijd een complex van omstandigheden die leiden tot de opmars van een bepaalde leider – de Filipijnen hadden bijvoorbeeld al een lange geschiedenis van dictatuur achter de rug toen Duterte opkwam; casestudy’s kunnen daarom alleen suggereren dat er een verband bestaat tussen een ramp en de afbrokkeling van de democratie. Maar in 2022 ontwierpen economen in het Verenigd Koninkrijk en Australië een slimme studie waarmee ze probeerden aan te tonen dat natuurrampen zoals orkanen het afglijden naar een autoritair regime daadwerkelijk kunnen veroorzaken.

    De bedenkers kozen ervoor om te kijken naar eilandstaten, aangezien die een kans boden voor een ‘natuurlijk experiment’. Hoewel tropische cyclonen door de klimaatverandering gemiddeld heviger worden, zijn de hevigheid en de timing van individuele stormen willekeurig. Ook hebben stormen de neiging om een hele eilandnatie te treffen, in plaats van slechts één regio. Dit betekent dat je elke variatie in democratische omstandigheden na een storm redelijkerwijs kunt toeschrijven aan de storm.

    Een autocratie zou ‘kunnen toenemen’ naarmate de klimaatverandering rampen waarschijnlijker maakt.

    Eilandstaten die doorgaans niet door grote, verwoestende stormen worden getroffen, zoals IJsland en Singapore, dienden als controlegroep in het onderzoek. Door de gegevens van de stormen te vergelijken met een dataset die de democratie en autocratie in eilandstaten tussen 1950 en 2020 meet, ontdekten de auteurs dat stormen de scores van deze landen op het gebied van democratie in het daaropvolgende jaar met gemiddeld 4,25 procent verlagen. Ze noemden eilandstaten die aanhoudend dictaturen hebben gekend ‘stormautocratieën’ en voorspelden dat een autocratie ‘in de loop van de tijd zou kunnen toenemen’ naarmate de klimaatverandering rampen waarschijnlijker maakt.

    Habib Rahman, hoogleraar economie aan de Durham University Business School in het Verenigd Koninkrijk en hoofdauteur van het onderzoek, vertelt aan Grist dat dit volgens hem en zijn co-auteurs het eerste artikel is dat een causaal verband legt tussen natuurrampen en autocratisch leiderschap. ‘Ons artikel probeerde echt het gat in kennis op dit vlak op te vullen,’ zegt Rahman.

    Een causaal verband tussen klimaatverandering en autoritair gedrag is ook op veel kleinere schaal aangetoond in psychologische studies. In 2012 verdeelde een team psychologen Duitse en Britse studenten in twee groepen en vertelde hun dat ze meehielpen aan de ontwikkeling van een kennistest. Ze informeerden de helft van de vrijwilligers over enkele gevaren van klimaatverandering – bijvoorbeeld hoe temperatuurstijging, bosbranden en het smelten van gletsjers in de toekomst naar verwachting zullen verergeren. De andere helft kreeg ‘neutrale feiten’ te horen over het weer, de bossen en de economie van hun eigen land, zonder dat er iets over klimaatverandering werd gezegd. De vrijwilligers die informatie hadden gekregen over de gevaren van klimaatverandering, hadden – op een 10-puntsschaal die hun houding ten aanzien van verschillende demografische gegevens meet – een negatievere mening over gevaarlijke of gemarginaliseerde groepen, zoals terroristen, drugsverslaafden of fokkers van vechthonden. 

    Angst

    Vergelijkbare experimenten hebben aangetoond dat blootstelling aan bedreigende informatie over klimaatverandering de overeenstemming met collectieve normen, racisme en etnocentrisme verhoogt – kortom, dat ze mensen ertoe beweegt zich te identificeren met de groep waartoe ze behoren en groepen waartoe ze niet behoren te kleineren. Uit een recent onderzoek onder zo’n 1700 witte Britten bleek dat deelnemers die alarmerende informatie over klimaatverandering te horen hadden gekregen en het onwaarschijnlijk vonden dat hun land de klimaatverandering zou aanpakken, negatiever dachten over moslims en Pakistani dan een controlegroep die neutrale feiten te horen had gekregen.

    Deskundigen erkennen dat de effecten die in deze onderzoeken werden aangetoond klein waren en dat ze niet consistent zijn herhaald met verschillende groepen deelnemers. De informatie over klimaatverandering beïnvloedde enkel de mening van deelnemers over bepaalde groepen anderen. Bovendien voorspelt de reactie van mensen in een onderzoek niet noodzakelijkerwijs hun stemgedrag – waarbij miljoenen hun angst voor klimaatverandering juist uiten in een stem tegen autoritaire kandidaten. Maar Immo Fritsche, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Leipzig en medeauteur van drie van deze psychologische studies, denkt nog steeds dat dit onderzoek licht werpt op de psychologische gevolgen van een veranderend klimaat. ‘Ik denk dat dit een belangrijke aanvulling is op wat we weten over de subtiele gevolgen van dreigingen voor het menselijk denken; het gevoel van een soort katalyserend proces,’ aldus Fritsche.

    Om oorzaak en gevolg aan te tonen bevatte het onderzoek uit 2022 naar stormautocratieën en de psychologische studies van Fritsche controlegroepen. Helaas is er geen tweede planeet aarde die niet wordt beïnvloed door klimaatverandering om als controlegroep te dienen voor de bredere vraag of klimaatverandering autoritaire regimes over de hele wereld mogelijk maakt.

    ‘De versnellende klimaatverandering draagt sterk bij aan een groeiend gevoel van onzekerheid en ongelijkheid’

    Toch denkt hoogleraar McCarthy, die in 2019 een speciale uitgave van het tijdschrift Annals of the American Association of Geographers redigeerde over autoritarisme, populisme en het milieu, dat de alarmerende toename van dictators en aspirant-dictators in de afgelopen jaren laat zien dat deze hypothese het verdient om serieus te worden genomen. ‘Ik denk dat de versnellende klimaatverandering ongelooflijk sterk bijdraagt aan een groeiend gevoel van onzekerheid en ongelijkheid: angst voor de toekomst, angst dat de toekomst minder stabiel en veilig zal zijn dan het verleden, angst dat de wereld steeds meer verdeeld zal zijn in winnaars en verliezers en angst dat je de samenleving en de instituties niet kunt vertrouwen,’ zegt hij. Het is begrijpelijk dat mensen in reactie op deze angsten hun eigen veiligheid willen waarborgen. ‘In die context denk ik dat de aantrekkingskracht van de sterke man die eenvoudige antwoorden op ingewikkelde zaken belooft, eigenlijk heel logisch is.’

    McCarthy is het daarmee eens, ook al ontkennen aanhangers van veel sterke mannen – onder wie een derde van de Amerikanen die in 2020 op Trump stemden – dat er sprake is van klimaatverandering. ‘Ik denk dat mensen reageren op uitingen of effecten van klimaatverandering zonder die altijd als zodanig te herkennen,’ zegt hij. Miljoenen Amerikanen hebben de afgelopen jaren bijvoorbeeld te maken gehad met bosbranden, stroomuitval en een stijging van de verzekeringspremies – zaken die hun dagelijks leven en hun politieke ideeën beïnvloeden, of ze die nu wel of niet bewust toeschrijven aan klimaatverandering. Het is echter ook vermeldenswaardig dat allerlei extreemrechtse politieke partijen in Europa de klimaatverandering wel erkennen, en een harde aanpak van immigratie voorstaan als oplossing.

    Sommige academici hebben gewaarschuwd dat autoritaire staten, ongehinderd als ze zijn door democratisch toezicht of zorgen over mensenrechten, beter in staat zouden kunnen zijn dan liberale democratieën om doortastend te reageren op de bedreigingen die klimaatverandering met zich meebrengt. Zo heeft China meer faciliteiten voor hernieuwbare energie gebouwd dan welk ander land dan ook, maar deed het dit door gebruik te maken van dwangarbeid en door elke vorm van tegenspraak die de groene ontwikkeling zou kunnen vertragen te onderdrukken.

    Redding

    Het redden van de liberale democratie zou dus een kwestie kunnen zijn van bewijzen dat ze tegen de situatie opgewassen is. In de VS hebben sommige deskundigen betoogd dat het afschaffen van de filibuster om de Senaat democratischer te maken, het schrappen van het schuldenplafond om ambitieuze klimaatuitgaven mogelijk te maken en het aannemen van federale wetgeving om het stemrecht in het hele land te versterken een lange weg zouden zijn om autoritaire trends in de VS te keren. Anderen hebben gepleit voor hogere belastingen voor de rijken, om de gevoelens van toenemende ongelijkheid aan te pakken die sommige kiezers in de richting van populistische sterke mannen drijven.

    Het klimaatactivisme zou ook gebruik kunnen maken van de neiging van mensen om zich te identificeren met de eigen groep wanneer ze worden geconfronteerd met de bedreigingen die klimaatverandering met zich meebrengt – een eigen groep die zich kenmerkt door gedeelde waarden zoals sociale rechtvaardigheid en zorg voor het milieu, in plaats van door nationaliteit, ras of religie. ‘Als het waar is dat de dreigende klimaatverandering het collectief denken en handelen stimuleert,’ aldus Fritsche, dan is het mogelijk ‘dat mensen in het geval van dreigende klimaatverandering eerder bereid zijn om mee te doen aan gezamenlijke actie voor het klimaat en voor milieubescherming, als ze dit zien als normatief voor hun groep, voor hun land, voor hun generatie.’

    McCarthy dringt er bij mensen die zich zorgen maken over zowel klimaatverandering als autoritarisme op aan om de neiging te weerstaan de afbraak van de democratie te zien als onvermijdelijk naarmate de aarde verder opwarmt. ‘Doemdenken en nihilisme zijn politiek gezien een verschrikkelijke richting. Het is duidelijk een zichzelf vervullende stellingname,’ zegt hij. ‘Hoe erg het ook gesteld is met onze politiek en hoe moeilijk de dingen er op dit moment ook uitzien, politiek gaat uiteindelijk over wat mensen samen besluiten te doen.’

    ‘De toekomst is niet in beton gegoten,’ voegt hij eraan toe. ‘De toekomst is wat we ervan maken.’

  • Onderzoek: 47.000 doden door hitte in Europa in 2023

    Onderzoek: 47.000 doden door hitte in Europa in 2023

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland gaat steun aan Oekraïne in 2025 halveren

    » Elon Musk maakt een einde aan activiteiten van X in Brazilië

    Europa past zich aan aan hitte: minder doden dan in 2022

    ‘De verzengende temperaturen van de afgelopen zomers hebben ernstige gevolgen voor de gezondheid’, schrijft El País. Meer dan 47.000 mensen in Europa stierven in 2023 als gevolg van de hitte, volgens een onderzoek van ISGlobal in Barcelona dat vorige week is gepubliceerd in Nature Medicine.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er wordt voorspeld dat de klimaatverandering de situatie de komende jaren zal verergeren, ’maar er is goed nieuws: we passen ons aan’, aldus de Spaanse krant. Volgens hetzelfde onderzoek zouden dezelfde temperaturen aan het begin van deze eeuw 80 procent meer sterfte hebben veroorzaakt. Dit noemen de auteurs ’hittekwetsbaarheid’, iets wat de afgelopen decennia geleidelijk is afgenomen.

    De onlangs gepubliceerde studie herhaalt vergelijkbaar onderzoek dat vorig jaar uitkwam, waarin werd geschat dat tijdens de zomer van 2022 meer dan 60.000 sterfgevallen plaatsvonden in Europa als gevolg van hitte, wat neerkomt op de hoogste hittegerelateerde sterfte in het afgelopen decennium. De zomer van 2023 is de op één na hoogste met de op één na hoogste temperaturen gemeten in Europa (wereldwijd was de zomer van 2023 de warmste ooit).

  • Hoe extreme temperaturen de werking van de hersenen beïnvloeden

    Hoe extreme temperaturen de werking van de hersenen beïnvloeden

    Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat hogere temperaturen positieve emoties zoals blijdschap of geluk verminderen en negatieve emoties zoals woede of stress verhogen.

    De eerste hittegolf van deze zomer heeft acht van de tien Spaanse gemeenten gewaarschuwd voor risico’s voor de menselijke gezondheid. Hoewel de effecten van uitdroging van het lichaam de grootste zorg zijn, lijden ook de hersenen onder deze stijgende temperatuurtrend: 2023 is het warmste jaar op aarde sinds het begin van de metingen halverwege de negentiende eeuw. Recente studies hebben aangetoond dat overmatige hitte de cognitieve vaardigheden vermindert, zowel tijdens het studeren als tijdens het werken. Hoewel de hersenen hard werken om het lichaam koel te houden, versterken extreme temperaturen bovendien agressiviteit en stress. Ze hebben daarbij vooral invloed op patiënten met bepaalde psychiatrische aandoeningen.

    Airconditioning

    De hersenen zijn een temperatuurgevoelig orgaan dat niet goed kan functioneren bij 45 graden. Bij zulke hoge temperaturen vertraagt de cognitieve functie, zoals Sandra Giménez, klinisch neurofysioloog in het Hospital de la Santa Creu i Sant Pau in Barcelona, uitlegt: ‘Extreme hitte beïnvloedt alle cognitieve functies van de hersenen: ons reactievermogen, het geheugen, et cetera. Alles wordt veel moeilijker; we gaan veel langzamer. We zullen niet beweren dat neuronen smelten, maar er is wel een effect. Prestaties zijn veel slechter bij hoge temperaturen.’

    Wetenschappelijk bewijs ondersteunt dit. Het maken van een toets op een dag dat de temperatuur hoger is dan 32 graden resulteert in een 14 procent lagere score in vergelijking met het maken van diezelfde toets bij 22 graden en verlaagt de kans om voor een vak te slagen met bijna 11 procent, volgens een onderzoek uit 2018 dat werd uitgevoerd op openbare scholen in New York. ‘Ik schat dat in de periode 1998-2011 meer dan 510.000 examens die anders wel gehaald zouden zijn, niet zijn gehaald vanwege de hoge temperaturen, waardoor ten minste 90.000 leerlingen zijn getroffen, en mogelijk nog veel meer,’ concludeert Jisung Park, professor aan de Harvard Kennedy School en auteur van het onderzoek.

    Ander onderzoek, ook uitgevoerd in de VS, stelde vast dat ‘de leersnelheid afneemt met een toename van het aantal warme schooldagen’. Een ander onderzoek, dat de prestaties van studenten van de Universiteit van Boston vergeleek tijdens een hittegolf in 2016, concludeerde dat degenen die in kamers zonder airconditioning woonden (bij een gemiddelde temperatuur van 27 graden) een 13 procent langzamere reactietijd vertoonden op rekentoetsen en bijna 10 procent minder goede antwoorden per minuut gaven dan hun medeleerlingen die airconditioning hadden (bij een gemiddelde temperatuur van 22 graden).

    ‘Extreme hitte kan prikkelbaarheid verhogen en zelfcontrole verminderen, wat zich kan vertalen in agressiever gedrag’

    Hoewel de meeste van deze onderzoeken zijn uitgevoerd in academische omgevingen, heeft de cognitieve verslechtering door extreme hitte ook invloed op de werkplek: uit onderzoek uit 2006 bleek dat de hoogste productiviteit wordt bereikt bij een temperatuur van rond de 22 graden. Bij acht graden warmer daalde het prestatieniveau met bijna 9 procent. 

    ‘Er zijn talloze onderzoeken die verbanden leggen tussen de geestelijke gezondheid, de stemming en het gedrag van de hersenen en hitte, dus mensen met geestelijke gezondheidsproblemen zijn bijzonder kwetsbaar,’ zegt meteoroloog en wetenschapscommunicator Mar Gómez, die opmerkt dat er onderzoek is dat aantoont dat hogere temperaturen positieve emoties zoals vreugde of geluk verminderen en negatieve emoties zoals woede of stress verhogen.

    ‘We weten dat mensen met schizofrenie problemen kunnen hebben met het reguleren van hun lichaamstemperatuur en dat temperatuurveranderingen de symptomen van stemmingsstoornissen kunnen veranderen. Daarnaast kunnen sommige psychiatrische medicijnen, waaronder bepaalde antidepressiva en antipsychotica, invloed hebben op de manier waarop het lichaam de temperatuur reguleert en mensen die deze medicijnen gebruiken zijn extra kwetsbaar voor de effecten van extreme hitte,’ legt Gómez uit.

    Van de negatieve emoties die in verband worden gebracht met hitte, is woede een van de meest onderzochte. Hetzelfde geldt voor de directe gevolgen daarvan: agressiviteit en geweld. ‘Extreme hitte kan prikkelbaarheid verhogen en zelfcontrole verminderen, wat zich kan vertalen in agressiever gedrag. De relatie tussen intense hitte en agressiviteit is reëel,’ zegt Valentín Martínez, die gepromoveerd is in de psychologie aan de Universidad Complutense van Madrid en lid is van het Madrileense College voor Psychologie.

    Een onderzoek dat in 2022 werd gepubliceerd in The Lancet en waarin 4 miljard tweets werden geanalyseerd, concludeerde dat zeer hoge of zeer lage temperaturen agressieve online trends verergeren en het aantal haatzaaiende uitspraken doen toenemen. De toename van dergelijke tweets was 22 procent op dagen met extreme temperaturen (van 42 graden tot 45 graden). Een ander onderzoek ontdekte een directe lineaire toename in het gebruik van claxons bij stijgende temperaturen. Er zijn zelfs studies die hebben geconcludeerd dat elke stijging van de jaartemperatuur met één graad gepaard gaat met een gemiddelde stijging van bijna 6 procent in het aantal moorden.

    Slaap

    Een onderzoek geleid door experts in gendergeweld, specialisten in epidemiologie en door psychologen van de politie en de Guardia Civil die de maanden mei tot september analyseerden in de periode 2008-2016 in de regio Madrid, concludeerde dat voor elke graad waarin de maximale dagtemperatuur de drempel van 34 graden overschrijdt, vrouwenmoorden binnen relaties met 28,8 procent toenemen ten opzichte van het gemiddelde. ‘Dit betekent niet dat de studie in Madrid aantoonde dat gendergeweld een direct gevolg is van hitte. Verre van dat. De conclusie was dat hitte een factor is die de toename van geweld beïnvloedt, samen met andere oorzaken,’ verduidelijkt Gómez. Deze mening wordt bevestigd door Giménez, die gelooft dat hoge temperaturen iedereen agressiever kunnen maken: ‘Het betekent niet dat we allemaal mensen gaan neersteken. Er moet een psychopathologische basis zijn.’

    De verklaring voor al deze gevolgen kan volgens Valentín Martínez gevonden worden in het feit dat ‘hitte de hersenen dwingt harder te werken om de lichaamstemperatuur te reguleren, wat een negatieve invloed heeft op de mentale capaciteit’; de hersenen besteden een groot deel van hun capaciteit aan het koel houden van het lichaam.

    ‘We moeten ons ervan bewust zijn dat onze hersenen onder andere goed functioneren dankzij de hypothalamus, die de coördinator is van het autonome zenuwstelsel en fungeert als een soort interne thermometer van de hersenen. Wanneer het merkt dat er veranderingen zijn tussen zijn eigen temperatuur en die van de thermoreceptoren in de huid, stelt de hypothalamus de mechanismen in om dit te reguleren,’ legt Gómez uit.

    ‘Het gebied dat emoties verwerkt, neemt af, zodat alles wat negatief is wordt uitvergroot’

    Deze mechanismen zijn zweten, vaatverwijding of adrenalineproductie. Volgens de expert is de productie van adrenaline ‘een van de oorzaken van grotere prikkelbaarheid wanneer we worden blootgesteld aan periodes van intense hitte’.

    Naast deze overbelasting van de hersenen is er nog een andere zeer belangrijke factor: slaap. ‘Tijdens tropische nachten, wanneer de omgevingstemperatuur niet onder de 20 graden daalt, worden onze hersenen overprikkeld en neemt het zweten van het lichaam toe, zodat ons lichaam in een toestand verkeert die lijkt op die van het moeten uitvoeren van intense fysieke activiteit, wat totaal onverenigbaar is met rust of comfortabel kunnen doorslapen,’ merkt de meteoroloog op. 

    ‘Het is als een vis die in zijn eigen staart bijt,’ voegt Giménez toe, die coördinator is van de werkgroep cognitie en slaap bij de Spaanse slaapvereniging (SES). Volgens deze expert veroorzaakt overmatige hitte een soort vicieuze cirkel. We slapen slechter, waardoor we cognitief trager, angstiger en prikkelbaarder worden; en de hitte overdag verergert deze symptomen. ‘De controle gaat verloren op het prefrontale niveau van de hersenen en de rem op de amygdala, het gebied dat emoties verwerkt, neemt af, zodat alles wat negatief is wordt uitvergroot,’ legt ze uit.

    Er is geen toverstaf om deze effecten tegen te gaan. Het advies, zegt Martínez, is gezond verstand: blijf goed gehydrateerd en drink voldoende water, vermijd langdurige blootstelling aan extreme hitte, vooral op het midden van de dag, zoek koele plaatsen met airconditioning op, draag lichte, lichtgekleurde kleding om gemakkelijker te kunnen transpireren, beperk intensieve lichamelijke activiteit buiten tijdens de heetste uren, eet koel, licht, waterrijk voedsel zoals fruit en groenten en doe al het mogelijke om voldoende uit te rusten.

  • Hoe de zomervakantie verandert als gevolg van klimaatverandering

    Hoe de zomervakantie verandert als gevolg van klimaatverandering

    Voor veel Europeanen zal de aanpassing van de vakantiebestemming het eerste tastbare gevolg zijn van de stijgende temperaturen wereldwijd, schrijft Simon Kuper van de Financial Times. ‘De zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen.’

    ​In 1975 scoorde zanger en televisiepresentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin volgens Carrell men nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:

    Ein Sommer, wie er früher einmal war,
    Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
    Und nicht so nass und so sibirisch, wie im letzten Jahr

    Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden — een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden — en de plek die daarbij hoorde: het strand.

    Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022. De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder — en dit alles gebeurde nog voordat de opwarmende klimatologische cyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden of met bosbranden in de verte.

    Nieuwe zomerparadijzen

    Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat — toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening — en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de coronapandemie plaatsmaakt voor een toerismepiek, tekent zich snel een nieuwe vakantiekaart af.

    Voorlopig prijken stranden nog prominent op de vakantiekaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, in de Verenigde Staten is het strandsegment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.

    Enkele strandbestemmingen — de Malediven en delen van het Caribisch gebied — zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook in de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen overmant. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.

    Traumatische verschuivingen

    Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat betere tijden had gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, nu bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die daar door gemeenteraden uit Londen werden gehuisvest.

    Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen, mits Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken. Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol in Spanje de rol van verlaten vakantiebestemming op zich kunnen nemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.

    Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste wordt het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal kinderlozen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen accommodatie meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren 20 van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.

    ‘Door de verschuiving van het ideale strandklimaat naar het noorden, verschuiven ook de geldstromen’

    De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40% van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS werd het skiseizoen tussen 1982 en 2016 34 dagen korter, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.

    Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.

  • De nieuwe technologie die al het plastic kan recyclen – steeds opnieuw

    De nieuwe technologie die al het plastic kan recyclen – steeds opnieuw

    Met zogenaamde ‘geavanceerde recycling’ kan vuil en gemengd plastic afval keer op keer worden hergebruikt. Precies wat nodig is in een circulaire economie en in de strijd tegen klimaatverandering.

    Ik verdoe in mijn keuken enorm veel tijd met het turen naar stukken plastic om te bepalen of ze gerecycled kunnen worden. Zo ja, dan gaan ze in een aparte zak, net als glas, blikjes, karton en papier. Zo niet, of als ik het niet zeker weet, dan gaan ze in een plastic tas (niet geschikt voor recycling) die ik ergens in de kast onder de trap prop. Ik neem me altijd voor om die te deponeren in een container voor niet-recyclebaar plastic bij een supermarkt hier in de buurt. Maar de weg naar de vuilnisbelt is geplaveid met goede voornemens. Soms gooi ik de zak uit irritatie gewoon bij het huisvuil. 

    Of dat obsessieve sorteergedrag van mij ergens goed voor is, weet ik ook niet. Ik hoop dat recyclebaar plastic ook echt gerecycled wordt. En wat betreft de rest, zo’n beetje de helft van mijn plastic afval: ik heb geen idee wat daarmee gebeurt. Ik neem aan dat er niet voor niets ‘niet-recyclebaar’ op staat.

    Binnenkort hoef ik hopelijk mijn kostbare tijd niet meer aan het sorteren van plastic afval te verdoen. Er is een reeks nieuwe technologieën voor ‘geavanceerde recycling’ die stilaan in gebruik genomen worden en die beloven van alle soorten plastic iets heel nuttigs te kunnen maken: plastic. Het streven is om voor deze grondstof een circulaire economie te bereiken, waarbij we niet langer plastic hoeven te maken uit ruwe olie, maar eindeloos toekunnen met het recyclen van wat we al hebben. Dan kan plastic, dat nu terecht vervloekt wordt als een plaag van de moderne tijd, weer iets machtig moois worden.

    Er is genoeg plastic in omloop om mee aan de slag te gaan. Sinds de jaren vijftig hebben we er meer dan tien miljard ton van geproduceerd. Meer dan acht miljard daarvan is geëindigd als afval. Veel daarvan slingert nog rond op vuilnisbelten en in het milieu, en er komt maar geen eind aan de stortvloed. Volgens Suhas Dixit, de CEO van recyclebedrijf APChemi in Mumbai, brengt de wereld momenteel jaarlijks zo’n 350 miljoen ton plastic afval voort. 

    In 2017 heeft een team wetenschappers onder leiding van Roland Geyer van de Universiteit van Californië, Santa Barbara een analyse gemaakt van wat er gebeurd is met al het plastic dat ooit is gemaakt. Dat artikel biedt nog steeds het beste inzicht in wat er met plastic gebeurt, en dat is geen fraai plaatje (zie grafiek). Circa 55 procent is regelrecht op de vuilstort beland of zomaar weggegooid, 8 procent is verbrand en maar 6 procent is gerecycled – en van die 6 procent is het meeste uiteindelijk ook op de vuilnisbelt beland.

    Handig

    Dit is natuurlijk een ramp voor het milieu. Als plastic wordt verbrand of ligt te vergaan in een vuilnisbelt, komen er enorme hoeveelheden broeikasgassen vrij in de atmosfeer. En elk jaar belandt er tussen de tien en vijftien miljoen ton plastic in de oceanen, waar het spontane vuilnisbelten vormt zoals de Great Pacific Garbage Patch, de plasticsoep in de Stille Oceaan. Deze verkwisting draagt veel bij aan de drie grote planetaire crises van onze tijd: klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, en afval en vervuiling. Bovendien groeien de zorgen over de gevolgen van plastic voor de gezondheid van de mens.

    We blijven plastic gebruiken omdat het zo handig is. Dat komt doordat er verschillende kunststoffen zijn in een keur aan chemische samenstellingen, geschikt voor bijna alle doeleinden. Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal beginnen als monomeren: kleine moleculen met twee reactieve uiteinden. Onder de juiste omstandigheden kunnen die als treinstellen lange, repeterende ketens met elkaar vormen, zogenaamde polymeren. Begin bijvoorbeeld met een monomeer dat ethyleen heet en je krijgt polyethyleen. Dat is stevig, buigzaam en doorzichtig, het meest gebruikte soort plastic ter wereld, vooral voor plastic flessen. Andere plasticsoorten zijn zogenaamde copolymeren, die bestaan uit twee of meer verschillende soorten monomeren. Aan het eindproduct zijn vaak ook nog andere bestanddelen toegevoegd: smeermiddel, vlamvertragers, kleurstoffen enzovoort.

    ANP 483332264
    Plastic zakken met plastic afval en drinkpakken in een woonwijk. – © ANP

    Pogingen om schoon schip te maken leveren tot nu toe weinig op. ‘De recycling van plastic is een fiasco,’ zegt Judith Enck, het hoofd van Beyond Plastics, een non-profitorganisatie in Bennington, Vermont, die een eind wil maken aan de plasticvervuiling. De huidige technieken voor het recyclen van plastic zijn primitief en bewerkelijk. Het afval wordt eerst gesorteerd, soms nog met de hand, en het beste plastic wordt mechanisch gerecycled. Dat wil zeggen dat het eerst wordt gewassen, dan versnipperd of vermalen, gesmolten en verwerkt tot korrels die omgesmolten en opnieuw gebruikt kunnen worden.

    Uitstel 

    Met sommige soorten plastic gaat dat heel goed. Bijvoorbeeld met polyethyleentereftalaat (PET) dat nog niet eerder gerecycled is. PET is goed voor zo’n 7 procent van al het plastic afval, en volgens Dixit wordt meer dan 90 procent ervan gerecycled. Maar ontzettend veel plastic afval is niet geschikt voor mechanische recycling. En het plastic dat mechanisch gerecycled is, is van lagere kwaliteit dan nieuw plastic. Ook al wordt het gewassen, het is niet altijd volledig schoon en kan daarom niet worden gebruikt als verpakkingsmateriaal voor voedsel. Van gerecyclede PET-flessen kunnen bijvoorbeeld maar zelden nieuwe flessen worden gemaakt. ‘Dat mechanisch gerecyclede afval kan vervuild zijn, dus je krijgt nooit toestemming voor gebruik bij voedsel,’ zegt Lars Krause van het nova-Institute in Hürth, een Duits onderzoeksinstituut voor politieke en ecologische innovatie. Daarom eindigt gerecycled PET meestal in meubelbekleding, vloerbedekking en isolatiemateriaal.

    De recycling tast ook de kwaliteit van het materiaal aan, met elke cyclus wordt het een beetje slechter, tot het op den duur nergens meer goed voor is. Mechanisch recyclen is dus alleen maar uitstel van de dag waarop het plastic toch op de vuilnisbelt of in een verbrandingsoven belandt.

    Ik ben vorig jaar gaan kijken bij een bedrijf dat op deze manier werkt en zag wat een rommelige bedoening het is. Pure North is gevestigd in het IJslandse Hveragerði. Op een bedrijventerrein aan de rand van de stad worden balen vuil landbouwplastic en versleten plastic leidingen gewassen, versnipperd, tot korrels omgesmolten en dan weer verkocht. Maar de winstmarge is klein en alleen voor bepaalde soorten plastic is het lonend om ze op deze manier te recyclen. Consumentenafval, zoals voedselverpakkingen en dergelijke, is een ratjetoe waar het bedrijf niets mee kan, omdat het sorteren en reinigen daarvan veel te duur is. En met plastic dat een complexe mengvorm is, zoals de kunststoffen in vloerbedekking en kleding, valt al helemaal niets te beginnen.

    ‘Plastic kan steeds opnieuw tot gloednieuw plastic worden verwerkt’

    De nieuwe, geavanceerde vormen van recycling kunnen in principe veel betere resultaten opleveren omdat die niet mechanisch maar chemisch werken. In het beste geval kun je daarmee een verzameling gemengd plastic afval omzetten in zuivere chemische stoffen die in niets verschillen van de stoffen die uit ruwe olie worden gewonnen. Daar kan dan weer een plastic van worden gemaakt dat chemisch en fysiek identiek is aan de oorspronkelijke kunststof, of ze kunnen worden gebruikt als industriële grondstoffen voor iets anders. En aan het eind van hun korte nieuwe leven kunnen deze kunststoffen wéér worden gerecycled. ‘Plastic kan steeds opnieuw tot gloednieuw plastic worden verwerkt,’ zegt Bill Cooper van het Amerikaanse Cyclyx International, een recyclingbedrijf in Portsmouth, New Hampshire.

    De meest beproefde van de geavanceerde recyclingtechnologieën is pyrolyse. Daarbij wordt het plastic extreem verhit (tot meer dan vijfhonderd graden) zonder dat er zuurstof bij kan komen, waardoor de kunststof weer in zijn oorspronkelijke bestanddelen uiteenvalt. Dit levert een cocktail van eindproducten op, zoals verschillende soorten olie, diesel, was en monomeren. Er komt ook zogenaamd syngas bij vrij, een mengsel van koolstofmonoxide en waterstofgas, waaruit weer allerlei andere nuttige stoffen gemaakt kunnen worden. Kortom, zo krijg je weer de ruwe grondstoffen die de industrie nodig heeft.

    Vergassing

    Daarnaast is er vergassing, waarbij plastic onder nog hogere temperaturen volledig in syngas wordt omgezet. Dat duurt langer en vergt meer energie dan pyrolyse, maar heeft het voordeel dat je er grotere hoeveelheden mee kunt verwerken, zegt Krause. Volgens een analyse van het nova-Institute kan een grote pyrolyse-installatie zo’n veertigduizend ton per jaar produceren, en een vergassingsinstallatie vijfmaal zoveel.

    Beide methoden vergen wel verhitting, wat een beetje afbreuk doet aan de duurzaamheidsclaim. Anderzijds, de productie van nieuw plastic uit aardolie kost ook energie. Hoeveel warmte er precies nodig is, hangt af van de aard van het proces. De overkoepelende termen pyrolyse en vergassing omvatten elk een veelheid aan verschillende technieken.

    Beide technologieën hebben de afgelopen jaren een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Oorspronkelijk werden ze vooral gebruikt om uit afvalplastic diesel, kerosine en andere vloeibare brandstoffen te maken. ‘Vijf à zeven jaar terug lag de nadruk vooral op het maken van brandstoffen,’ zegt Joshua Baca van de American Chemistry Council (ACC), een brancheorganisatie in Washington. Dat is al beter dan het plastic simpelweg naar de vuilnisbelt brengen, want zo maak je er brandstof mee die anders uit ruwe olie geraffineerd zou worden.

    Maar we zijn weer een paar jaar verder en de focus ligt nu bij echte circulariteit, ofwel eindeloos recyclen. ‘De wereld is sterk veranderd en geavanceerde recycling draait nu vooral om het produceren van de grondstoffen voor nieuw plastic,’ zegt Baca. En niet alleen voor plastic: volgens het nova-Institute bestaat ongeveer een kwart van het eindproduct van een geavanceerde recyclinginstallatie uit ‘secundaire waardevolle stoffen’, waarvoor dan ook weer minder ruwe aardolie geraffineerd hoeft te worden.

    Europa loopt nu wereldwijd voorop met geavanceerde recycling

    Europa loopt nu wereldwijd voorop met geavanceerde recycling. Het nova-Institute telde in een recent overzicht meer dan honderd technieken voor geavanceerde recycling die momenteel al worden gebruikt of ontwikkeld in de 27 EU-landen en Groot-Brittannië, Zwitserland en Noorwegen. Veel van die technieken zijn het stadium van de tekentafel ver voorbij: er zijn in Europa al tientallen installaties, met een gezamenlijke jaarlijkse productiecapaciteit van 270.000 ton, die volgens het nova-Institute in 2026 meer dan verdubbeld zal zijn.

    Een van die bedrijven, het Engelse Enval, had een pyrolyse-installatie bij Peterborough. Die was gespecialiseerd in de zachte verpakkingen van plastic en metaalfolie die vaak gebruikt worden voor producten als vruchtensap, en die altijd lastig te recyclen zijn vanwege de gemengde samenstelling. Enval beweerde tweeduizend ton van zulke verpakkingen per jaar te kunnen recyclen. Maar het bedrijf is onlangs overgenomen en momenteel staat de installatie stil. De nieuwe eigenaar zegt wel dit jaar ergens in het Verenigd Koninkrijk een nieuwe installatie te willen opstarten.

    GettyImages 2141141661
    Circular Plastic, Europa’s grootste plasticfabriek in Borgaro, Italië, gebruikt de modernste technologieën. – © Getty Images

    Ook de VS roert zich in deze sector. Volgens Baca hebben bedrijven daar sinds 2017 al 7 miljard dollar in geavanceerde recycling geïnvesteerd en liggen er al meer dan 50 producten in de schappen die gemaakt zijn van gerecycled plastic, zoals de shampooflessen van Herbal Essences, de bakjes voor de roomkaas van Philadelphia en de verpakkingen van Magnums.

    Een andere methode die eraan zit te komen en die nog veelbelovender is, heet solvolyse. Ook dat is weer een overkoepelende term voor een hele reeks verschillende technieken, maar ze komen er in wezen allemaal op neer dat plastic in een vloeistof wordt opgelost om er de nuttige chemische stoffen aan te onttrekken. Solvolyse vereist minder warmte dan pyrolyse en vergassing en is dus groener, en er komen minder giftige stoffen bij vrij.

    Groei

    De groei van geavanceerde recycling wordt ook sterk gestimuleerd door zowel vrijwillige als verplichte ambitieuze nieuwe milieudoelstellingen. Zo hebben de bij de ACC aangesloten bedrijven toegezegd dat alle plastic verpakkingen die in de VS worden gebruikt in principe recyclebaar of herbruikbaar moeten zijn in 2030, en dat ze in 2040 ook daadwerkelijk voor 100 procent hergebruikt of gerecycled moeten worden. Verder zal de VN later dit jaar naar verwachting een juridisch bindend verdrag over plasticvervuiling aannemen dat de productie van nieuw plastic sterk aan banden zal leggen en de druk zal verhogen om tot een circulaire plastic-economie te komen.

    Maar geavanceerde recycling is geen wondermiddel. Het kost nog steeds energie en kan, in tegenstelling tot mechanische recycling, gifafval opleveren, zegt Kate Bailey van het recyclingbedrijf Eco-Cycle in Boulder, Colorado. Elk recyclingproces moet grondig worden doorgelicht op duurzaamheid.

    Iets wat nog in de kinderschoenen staat, is de zuivering van het eindproduct. ‘Depolymerisatie is de eenvoudigste stap,’ zegt Krause. Maar dan hou je een hele soep aan additieven, vulstoffen en andere chemische stoffen over die er allemaal uit gezeefd moeten worden, en dat kan nog weleens het grootste probleem worden.

    En het probleem van giftig chemisch afval begint nijpend te worden. ‘Deze projecten zijn enorm omstreden,’ zegt Bailey. ‘Je kunt veel tegenstand vanuit de bevolking verwachten.’ In Ohio proberen bewoners van Youngstown bijvoorbeeld de komst tegen te houden van een pyrolyse-installatie die volgens hen gifstoffen zal uitbraken.

    Ook het volume is een probleem. In Europa, waar deze technologie het meest wordt toegepast, gaapt nog steeds een grote kloof tussen de hoeveelheid plastic afval die geproduceerd wordt en het aantal installaties voor geavanceerde recycling die het kunnen verwerken. Zelfs als de voorspelling van het nova-Institute over een verdubbeling in 2026 uitkomt, zal daarmee nog maar een zesde van de afvalstroom in Europa circulair zijn. 

    Verzet

    Tot slot kampt de recycling van plastic met een imagoprobleem. ‘De mensen zijn boos,’ zegt Bailey. ‘Ze vertrouwen niet meer wat er met recycling gebeurt, zeker niet met plastic, en ze geloven niet meer in die leus van “al het plastic is recyclebaar, zamel alles maar in en dan zoeken wij het wel uit”.’

    Er is volop verzet, organisaties zoals Beyond Plastics voeren de druk op. Volgens Enck, hoofd van Beyond Plastics, is geavanceerde recycling niet meer dan een ‘lobby- en marketingtactiek van de petrochemische industrie’ om op de oude voet te kunnen doorgaan. Onzin, zegt Krause. De activisten willen dat we helemaal met plastic stoppen, maar dat zal nooit gebeuren. De geest is uit de plastic fles.

    ‘Plastic is cruciaal geweest om ons moderne leven mogelijk te maken,’ zegt Baca. En met geavanceerde recycling kunnen we dat moderne leven misschien voortzetten. Als het potentieel echt wordt benut, zou 90 procent van wat tegenwoordig niet gerecycled wordt volgens hem wel gebruikt kunnen worden voor de productie van plastic. Ik kijk uit naar de dag dat ik al mijn plastic gewoon in de recyclebak kan gooien in de wetenschap dat het dan gegarandeerd een nieuw leven krijgt. En nog een, en nog een, en nog een. 

  • Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    De Japanse hoogleraar filosofie vindt dat we moeten ontgroeien en minder buitensporig moeten consumeren. ‘Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is.’

    Stel je een wereld voor waarin je maar drie of vier dagen per week hoeft te werken. In je vrije tijd kun je sporten, tijd aan je dierbaren besteden, tuinieren of actief zijn in de lokale politiek. Bezorging binnen 24 uur, reclame en privévliegtuigen zijn verleden tijd, maar gezondheidszorg, onderwijs en groene stroom zijn voor iedereen gratis. Dat is het radicale ideaal dat de marxistische hoogleraar filosofie Kohei Saito voorstaat. Hij houdt een pleidooi voor ‘degrowth’, ‘ontgroei’, een doelbewuste krimp van de economie om zo de rijkdom beter te verdelen en over te gaan op een trager economisch stelsel waarin het welzijn van mens en planeet centraal staat.

    In de VS en andere rijke landen woedt onder voorvechters van klimaatmaatregelen steeds meer discussie over de vraag of economische groei moet worden ontmoedigd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het stimuleren van duurzame energie en groene technologie zal tot nieuwe banen en meer economische activiteit leiden. En ontwikkelingslanden hebben groei nodig om hun levensstandaard te verhogen.

    Maar pleitbezorgers van krimp zoals Saito en economen zoals Jason Hickel en Tim Jackson zeggen dat het vervangen van fossiele brandstoffen door groene energie niet volstaat. Volgens hen moeten de rijke landen, die verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de uitstoot van broeikasgassen, ook gaan minderen in hun energieverbruik en hun gebruik van grondstoffen uit ontwikkelingslanden, en zich meer richten op het voor hun burgers gratis maken van elementaire levensbenodigdheden als voedsel, onderdak, schoon water en energie.

    Waarom denkt u dat er steeds meer interesse is in kritiek op het kapitalisme en in economische krimp in het algemeen?

    De afgelopen decennia zijn onze samenlevingen overal ter wereld ernstig ontwricht door neoliberale hervormingen. En er is veel debat over het oplossen van de klimaatcrisis en het tegengaan van economische ongelijkheid. Maar de maatregelen werken niet en de klimaatcrisis wordt alleen maar erger. De mensen hebben te lijden onder banen zonder zekerheid, lage lonen en veel concurrentie. Mensen worden er ongelukkig van.

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie. Maar anderzijds: voor mensen die echt op zoek zijn naar een alternatief, die zich echt zorgen maken om de crisis, is er binnen het bestaande kader geen oplossing te vinden. Ik zeg niet dat mijn oplossing alleen zaligmakend is, maar hij raakt wel een snaar, in deze algehele sfeer van onvrede en onbehagen, zeker onder de jongere generatie.

    Ik wil wat dieper ingaan op de kritiek op het kapitalisme zoals u die uiteenzet in Slow Down. Kunt u uitleggen waarom het kapitalisme volgens u de aanjager is van de ongelijkheid in de wereld en van de klimaatverandering?

    Karl Marx heeft aangetoond dat het kapitalisme de tendens vertoont om de economische ongelijkheid te vergroten, omdat onder dat systeem arbeiders worden uitgebuit, zodat het kapitaal zich ophoopt bij een kleine minderheid. En Marx zei ook dat in zo’n systeem van uitbuiting niet alleen mensen, maar ook de natuur wordt uitgebuit. Van die tendens waren we ons jarenlang niet bewust omdat rijke landen zoals de VS, Japan en de EU veel kosten elders konden onderbrengen. We hadden ons rijke leventje veelal te danken aan goedkope producten en grondstoffen die werden verkregen door uitbuiting van mens en natuur in het mondiale Zuiden.

    Door de globalisering heeft het kapitalisme nu de hele wereld veroverd. Dat betekent dat we alle kosten elders hebben ondergebracht. En nu kunnen we er nergens meer mee terecht, want China groeit, Brazilië groeit, India groeit: iedereen wil nu een kapitalist zijn en dan loopt het spaak. We hebben te maken met de wereldwijde ecologische crisis, de pandemie, de klimaatcrisis, de wedijver om grondstoffen, en dat is allemaal nauw verbonden met het kapitalisme en de neiging tot constante groei.

    Veel klimaatbeleid van tegenwoordig, zoals plannen voor een Green New Deal, zijn sterk gericht op meer hernieuwbare energie en groene technologie, met daarbij aanhoudende groei van de werkgelegenheid en de economie. Waarom is dat volgens u niet genoeg om iets tegen de klimaatcrisis te doen?

    Om te beginnen ben ik niet tegen technologie. We hebben hernieuwbare energie nodig. Elektrische auto’s en zo, die hebben we nodig. Ik ben voor het ontwikkelen van nieuwe technologieën en het investeren in goedkopere groene energie. Ik ben geen pleitbezorger van ‘terug naar de natuur’.

    Het probleem is dat we in het streven naar groei steeds meer en steeds grotere producten gaan verkopen. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de SUV. Ook al stappen we over op elektrisch rijden, als we steeds grotere auto’s blijven maken, zullen we nog steeds veel energie en grondstoffen verbruiken die vooral uit het mondiale Zuiden komen. Dan komt er dus geen eind aan de roof van land en grondstoffen, de uitbuiting van mijnwerkers en de vernietiging van inheemse gemeenschappen, de ontbossing enzovoort.

    Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen

    Wat volgens mij nodig is: investeer vooral in die groene technologieën. Maar we moeten ook eens gaan praten over bijvoorbeeld het terugdringen van het aantal auto’s, of van de vleesconsumptie, of van het vliegverkeer. Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen. Dat moet ook prioriteit krijgen.

    Het probleem met het mainstream debat over groen kapitalisme is dat het nooit gaat over het terugdringen van onze buitensporige consumptie en productie, want dat is iets wat het kapitalisme niet kan accepteren. Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is. Daar is het kapitalisme niet toe in staat.

    Daarom komt u met uw alternatieve economische visie van degrowth-communisme. Waarom zou het daarmee beter lukken om de mondiale klimaatdoelen te halen?

    Degrowth houdt in dat het bbp niet meer je enige toetssteen voor vooruitgang is. En dat je stopt met dingen die niet echt nodig zijn.

    Je kunt het bbp verhogen door dingen te produceren die niet echt nodig zijn, zoals privévliegtuigen. En ik zeg: misschien hebben we geen behoefte aan die dingen, want ze zijn alleen voor rijkelui en je maakt er de planeet mee kapot. Dus waarom steken we onze energie en ons geld niet in dingen die duurzamer zijn en die iedereen nodig heeft? Zoals gratis internet, gratis openbaar vervoer, gratis onderwijs, gratis zorg. Al die dingen die meestal aan commerciële partijen worden overgelaten, zeker in de VS, moeten uit handen van de commercie worden gehaald.

    Ons huidige model is dat de economie steeds groeit, zodat de taart groter wordt en iedereen een steeds groter stuk krijgt. Maar als we de economie zo laten groeien, produceren we enorm veel overbodige zaken. Als we overgaan op een economie zonder groei, wordt de taart niet meer groter. Dan moeten we de bestaande rijkdom met elkaar delen.

    Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten

    Er zijn natuurlijk dingen die we niet kunnen delen, zoals privé-eigendom. Maar wat we wel kunnen delen is bijvoorbeeld kennis en onderwijs, openbaar vervoer, cultuur, gemeenschappelijke landbouw, elektriciteit enzovoort. Dan kunnen we gelukkiger zijn, over meer essentiële goederen en diensten beschikken en een stabieler leven leiden.

    Dan hebben we niet meer om de twee jaar een nieuwe iPhone. Hebben we geen wegwerpmode meer. Geen industriële vleesproductie. Misschien ook geen McDonald’s meer, maar wel gezonder eten. Dan hebben we duurzamere kleding, die je jarenlang kunt dragen. Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten.

    Sommigen wijzen erop dat het vertragen van de economische groei schadelijk kan zijn voor de landen die nog in ontwikkeling zijn. Wat zou krimp betekenen voor het mondiale Zuiden?

    Ik zeg niet dat het mondiale Zuiden de beginselen van krimp meteen moet omarmen. We moeten daar nog meer wegen aanleggen en huizen, scholen en ziekenhuizen bouwen. We moeten daar ook meer energiecentrales bouwen en zonnepanelen aanleggen.

    Maar ik vind dat ook die landen in hun groei meer prioriteit moeten geven aan het voorzien in basisbehoeften dan aan het stimuleren van winstgevendheid en concurrentie, de manier waarop ontwikkeling nu door de Wereldbank met structurele aanpassingsprogramma’s wordt afgedwongen. We hebben voor het mondiale Zuiden andere ontwikkelingsmodellen nodig.

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag. Hun ontwikkeling zal onvermijdelijk meer verbruik van energie en grondstoffen met zich meebrengen. Dat legt druk op de planetaire grenzen. Dat betekent dus dat het mondiale Noorden bewust naar krimp moet streven, omdat het zich te ver ontwikkeld heeft en overmatig produceert en consumeert.

    U schrijft in uw boek dat de transitie naar krimp niet van het ene op het andere moment hoeft plaats te vinden, en dat die overgang zelfs nu al gaande is. Kunt u een paar voorbeelden geven van stappen in de richting van degrowth?

    Frankrijk heeft een verbod ingesteld op korte binnenlandse vluchten, dat is een belangrijke stap. Sommige Europese landen experimenteren nu met minder arbeidstijd, zoals een werkweek van vier dagen. Gratis onderwijs en gratis zorg zijn andere voorbeelden. Gratis internet hoort daar ook bij, iets wat Jeremy Corbyn een paar jaar geleden in zijn verkiezingsprogramma had opgenomen.

    Verder de invoering van een maximum op jaarinkomens, en van werknemerscoöperaties, en de nationalisering van sommige bedrijven, zoals nutsbedrijven. Dat zijn een paar elementaire tegenmaatregelen die we binnen het kapitalisme kunnen nemen.

    Volgens sommigen is krimp een te grote politieke opgave en maak je jezelf niet populair als je de bevolking in het mondiale Noorden vraagt om bijvoorbeeld te gaan consuminderen. Wat is ervoor nodig om te zorgen dat de politieke prioriteiten zo breed worden verlegd? Is het wel realistisch om naar krimp te streven?

    In zekere zin is het een utopie, denk ik. Maar de gedachte dat het kapitalisme de komende decennia tot grote bloei zal leiden is ook utopisch, want we krijgen meer natuurrampen, inflatie en oorlogen, en met de klimaatcrisis wordt dat alleen maar erger. Dus het is naïef om te denken dat we op de een of andere manier ons leventje wel kunnen voortzetten. 

    Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild

    Ik denk dat er nu meer mensen zijn, zeker onder de jonge generatie, die radicalere verandering eisen. Ik vermoed dat bewegingen als de Sunrise Movement, Fridays for Future, Extinction Rebellion en Just Stop Oil vijftien jaar geleden nog niet op veel steun onder de bevolking konden rekenen en niet genoeg media-aandacht kregen. Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild. De herwaardering van waarden kan eigenlijk best snel gaan. 

    Capital in the Anthropocene (2020), is in november bij Arbeiderspers uitgegeven als Systeembreuk. Een nieuwe visie op kapitaal, natuur en maatschappij als antwoord op de klimaatcrisis. Het dit jaar in het Engels verschenen Slow Down: The Degrowth Manifesto is nog niet in het Nederlands vertaald.