Tag: klimaatverandering

  • Grens van 1,5 graad opwarming overschreden na heetste januari ooit

    Grens van 1,5 graad opwarming overschreden na heetste januari ooit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ecuador legaliseert euthanasie

    » Azerbeidzjan: president Aliyev herkozen voor vijfde termijn

    ‘Waarschuwing voor de mensheid’, aldus wetenschappers

    Voor het eerst in de geschiedenis heeft de opwarming van de aarde de temperatuur van 1,5 graden Celsius over een periode van 12 maanden overschreden. Dat bericht Al Jazeera. De Copernicus Climate Change Service (C3S) van de Europese Unie bracht donderdag naar buiten dat deze ‘historische’ grens is bereikt. Het klimaatagentschap noteerden de temperaturen tussen februari 2023 en januari 2024 om het hoogste wereldwijde temperatuurgemiddelde in twaalf maanden ooit te registreren. Wetenschappers spreken van een ‘waarschuwing voor de mensheid’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Stormen, droogte en bosbranden teisterden de planeet toen klimaatverandering, samen met het weerfenomeen El Niño dat het oppervlaktewater in het oosten van de Stille Oceaan opwarmt, van 2023 het warmste jaar op aarde maakte in de wereldwijde metingen die teruggaan tot 1850. De extremen hebben zich in 2024 voortgezet, aldus C3S, waarmee de opwarming van 1,52 graden Celsius over het hele jaar een feit is.

    Wetenschappers zeggen echter dat de wereld de cruciale doelstelling van 1,5 graden opwarming, die is vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs en die wordt gemeten over een periode van tientallen jaren, nog niet definitief heeft overschreden. De wereld heeft ook de heetste januari ooit achter de rug, een voortzetting van een reeks van uitzonderlijke hitte gevoed door klimaatverandering, aldus C3S.

  • Er moet meer tijd, geld en aandacht komen voor de afvang en opslag van CO₂

    Er moet meer tijd, geld en aandacht komen voor de afvang en opslag van CO₂

    Afvang en opslag van CO₂ zijn volgens experts van cruciaal belang voor het tegengaan van klimaatverandering, maar nu nog moeilijk te realiseren. Er is daarom grote vraag naar innovatieve technologieën die hierbij kunnen helpen.

    De aarde is zelfredzaam, oeroud en voortdurend ten prooi aan verandering. Alles wat op en onder het aardoppervlak gebeurt maakt deel uit van een eindeloze cyclus. Dat betekent dat tegenover elke verandering waarbij grondstoffen worden verbruikt een andere verandering moet staan die diezelfde grondstoffen weer aanvult. De basiselementen van het leven, zoals koolstof en stikstof, bewegen op die manier kringloop door levende wezens, door zeeën, land en lucht. Zelfs de aardkorst wordt gerecycled. Nieuwe aardkorst wordt aangemaakt waar tektonische platen van elkaar wegdrijven (meestal in het midden van de oceaan) en gesmolten gesteente uit de aardmantel eronder naar boven komt om het gat op te vullen. Oude aardkorst wordt vernietigd waar twee platen tegen elkaar aan duwen en een van de twee onder de andere schuift en in de aardmantel terug wordt gedrukt. Al miljarden jaren malen de raderen van deze grote cyclus langzaam rond. Maar een enkele keer hapert er iets. De rotsachtige pieken in het oosten van het Arabisch schiereiland zijn daar een voorbeeld van.

    Geologen hebben op het Arabisch schiereiland vooral oog voor het uitgestrekte sedimentatiebekken van de Perzische Golf en de landen daaromheen. In dat bekken is diep in de aarde organisch materiaal onder hitte en grote druk ingekookt tot onmetelijke hoeveelheden olie en gas die weer langzaam naar boven zijn gesijpeld en nu in steenlagen niet ver onder de oppervlakte zitten. Winstgevend gesteente om te onderzoeken. Helaas heeft de ontginning van dit en ander brandstofrijk gesteente elders op aarde het klimaat danig verstoord. In Dubai, een stad die met de opbrengst van die bodemschatten is gebouwd, kwamen de regeringen van de wereld op 30 november onderhandelen over maatregelen tegen het verstoorde klimaat, op de 28ste conferentie (COP28) over de uitvoering van het klimaatverdrag van de VN.

    Al is onze CO2-productie nog zo hoog, de biologische koolstofkringloop blijft een stuk omvangrijker

    Maar wie geïnteresseerd is in haperingen in de plaattektoniek, moet naar het Hadjargebergte in het oosten. In een vroeg stadium van de botsing tussen de Arabische en de Euraziatische plaat is een stuk oceaanbodem tussen de twee platen vast komen te zitten, wat er normaal gesproken toe zou leiden dat dit deel van de aardkorst terug in de mantel wordt geduwd. Maar in dit geval is het gesteente niet omlaag maar omhoog geduwd, als een houtkrul uit de schaaf van een timmerman. Daardoor is die zeebodem, overwegend basalt, plus een deel van de mantel waarop die had gerust, van de verwante steensoort peridotiet, nu aan de lucht blootgesteld. De zeebodem is mettertijd gebergte geworden.

    Zoals alle bergen zijn ook deze ten prooi aan erosie, eveneens een onderdeel van de grote kringloop. Door de erosie wordt er continu nieuw gesteente aan de lucht blootgesteld, en dat gesteente onttrekt CO2 aan die lucht in een proces dat chemische verwering wordt genoemd. Als de basische mineralen in het gesteente in contact komen met regen- en grondwater dat licht verzuurd is door de daarin opgeloste CO2, doet zich een reactie voor waaruit carbonaten zoals kalksteen ontstaan. Vooral het peridotiet in het Hadjargebergte is vatbaar voor deze verwering. Dat donkere gesteente is er doorschoten met witte kalksteenaders.

    Chemische verwering is niet de snelste vorm van natuurlijke CO2-opslag. De fotosynthese waar planten op het land en algen en bacteriën in zee hun energie uit halen, werkt op veel grotere schaal en onttrekt jaarlijks ruim driehonderd keer zoveel CO2 aan de atmosfeer. Maar die blijft er niet lang aan onttrokken. Op een tijdsschaal van dagen tot eeuwen wordt die CO2 weer teruggegeven aan de lucht door de planten zelf, de dieren die ze eten en de bodem waarin ze vergaan. De geologische koolstofcyclus verloopt een stuk trager. Carbonaatgesteente zoals dat in het Hadjargebergte blijft honderden miljoenen jaren stabiel.

    Verduurzamingsstrategie

    Tot voor kort was ADNOC, de nationale oliemaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten, in haar geologisch denken vooral gericht op het omhooghalen van olie en gas uit het rijke sediment van de Perzische Golf. Maar inmiddels denken ze ook aan de mogelijkheid om CO2 in de aarde terug te stoppen, en wel in het peridotiet van het Hadjargebergte. In de heuvels boven Fujairah, een stad aan de Golf van Oman, werkt ADNOC met de Omaanse startup 44.01 aan een test met een fabriek die CO2 diep in het gesteente moet injecteren, op zo’n manier dat het daar tot carbonaat versteent. Musabbeh Al Kaabi, hoofd Koolstofarme Oplossingen bij ADNOC, ziet de investering van zijn bedrijf in deze snelle steenvorming als onderdeel van een brede verduurzamingsstrategie van de olie-industrie, een strategie die ervoor moet zorgen dat de industrie zijn ‘onmisbare grondstof zo duurzaam mogelijk’ kan leveren.

    Het experiment in Fujairah is een van de nieuwe pogingen die wereldwijd worden ondernomen om een andere verstoring in de grote wereldwijde kringlopen ongedaan te maken: de verplaatsing van fossiele brandstoffen door de mens van hun stille rustplaats onder de grond naar de reuring van de dampkring. Als gevolg van de activiteiten van de mens heeft zich daar al grofweg een triljoen ton aan CO2 opgehoopt. En die hoeveelheid groeit jaarlijks met net geen 20 miljard ton. Om een indruk te krijgen van de schaal kun je dit vergelijken met andere planetaire kringlopen: die groei gaat zo’n zestig keer sneller dan dat het gesteente van de aarde CO2 aan de lucht onttrekt met chemische verwering, en ongeveer een tiende zo snel als er nieuwe biomassa wordt aangemaakt door fotosynthese. Dat een onbedoeld neveneffect van onze industrie in zijn koolstofflux überhaupt enigszins vergelijkbaar is met de processen die al het leven op aarde mogelijk maken, is buitengewoon.

    Het lijkt misschien ook geruststellend: al is onze CO2-productie nog zo hoog, de biologische koolstofkringloop blijft een stuk omvangrijker. Kan die niet simpelweg vergroot worden om dat beetje extra te absorberen dat wij produceren? Nee, helaas. De biologische koolstofkringloop is omvangrijk, maar ook uitgebalanceerd. De snelheid waarmee CO2 uit de lucht wordt gehaald door fotosynthese stemt bijna precies overeen met de snelheid waarmee de andere processen van het leven op aarde CO2 aan de dampkring teruggeven. Sinds die natuurlijke uitstoot vermeerderd werd met de CO2 van fossiele brandstoffen, heeft de fotosynthese manmoedig geprobeerd die toename bij te benen en er zoveel mogelijk van op te slurpen. Maar de aarde kan die hoeveelheid niet aan. Fotosynthese kan maar ongeveer een derde van de uitstoot van onze industrie en landbouw verwerken.

    Wat uit de aarde is gehaald kan er ook weer terug in worden gestopt om de balans te herstellen

    Door de ophoping van CO2 in de dampkring is de temperatuur van de aarde al met circa 1,2 graden gestegen. Die stijging zal doorgaan tot er een eind komt aan die ophoping, dat wil zeggen tot onze jaarlijkse toevoeging aan de CO2 in de dampkring min of meer tot nul is teruggebracht. Daarom hebben alle regeringen van de wereld op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 afgesproken om daarnaar te streven.

    Dat betekent vooral dat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen moet worden teruggedrongen. Maar de uitstoot van sommige sectoren, zoals de oceaanscheepvaart, sommige soorten landbouw en verschillende industriële processen, lijkt niet binnen afzienbare tijd te verhelpen. In het akkoord van Parijs stond dan ook dat stabilisatie niet per se een kwestie van nul uitstoot hoeft te zijn: het kan ook bereikt worden door middel van ‘een evenwicht tussen antropogene emissies (…) en verwijdering’ van CO2 uit de atmosfeer. De categorie ‘moeilijk terug te dringen’ uitstoot van broeikasgassen zou gecompenseerd mogen worden met opvang van CO2 die zich al in de atmosfeer bevindt. Met het project in Fujairah wil men een van de manieren demonstreren waarop wat uit de aarde is gehaald er ook weer terug in kan worden gestopt om de balans te herstellen.

    Netto nul

    Dat is de logica van ‘netto nul’. In 2015 had nog maar één land netto nul als doel van zijn economisch beleid geformuleerd: Bhutan. Dat heeft inmiddels navolging gekregen van 101 landen die samen goed zijn voor net iets meer dan tachtig procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Uit rechtse hoek klinkt steeds luider protest tegen deze ‘netto nul’-doelstellingen, met als argument dat maatregelen om de uitstoot terug te dringen te duur of hinderlijk of allebei zijn. Terwijl zij die de opwarming van de aarde sinds de industriële revolutie onder de twee graden willen houden, zoals in het Parijs-akkoord is afgesproken, weten dat de stappen die worden gezet om netto nul te bereiken nog lang niet ambitieus genoeg zijn. Zoals uit het voor COP28 gepubliceerde Emissions Gap Report van het milieuprogramma van de VN blijkt, bereikt geen van de G20-landen met zijn maatregelen tegen uitstoot het tempo dat nodig is om hun ‘netto nul’-doelstelling te halen.

    Veel minder zorgen maakt men zich over het achterblijven van de doelstellingen voor afvang van CO2. Weinig politici die naar netto nul zeggen te streven, beseffen hoe belangrijk de afvang en opslag van CO2 daarbij is. En van de weinigen die dat wel beseffen, zijn er maar weinig die inzien hoe groot de opgave is. Zelfs als de uitstoot met 90 procent wordt teruggedrongen, komen er nog altijd zoveel broeikasgassen de atmosfeer in dat het opvangen van genoeg CO2 om het evenwicht te herstellen een enorme klus wordt. Willen we een redelijke kans maken om de opwarming onder de twee graden te houden, zo wijst onderzoek van het Intergovernmental Panel on Climate Change uit, dan zou het verstandig zijn om te streven naar 5 miljard ton extra afvang van CO2 uit de atmosfeer per jaar. Volgens een rapport van een internationaal team wetenschappers uit 2023 is er in 2020 2,3 miljoen ton aan CO2 duurzaam opgeslagen (de aanplant van bossen niet meegerekend, omdat die ook nauwelijks verder kan worden opgeschaald), ofwel ongeveer twee duizendste van de doelstelling voor 2050. De installatie bij Fujairah heeft in de proeffase een capaciteit van maar duizend ton per jaar.

    Nieuwe vormen van duurzame opslag moeten veel sneller worden opgeschaald dan nu gebeurt

    Nieuwe vormen van duurzame opslag moeten veel sneller worden opgeschaald dan nu gebeurt. En ze moeten vertrouwen winnen. Veel van de mensen die beseffen dat afvang en opslag van CO2 nodig zijn, blijven niettemin sceptisch over de technologie, niet in de laatste plaats omdat die door de olie-industrie gepropageerd wordt. Al Kaabi’s visie van een wereld die vrij is om ‘op de meest duurzame wijze’ olie te blijven gebruiken en produceren is niet populair bij mensen die vinden dat het nodig is om met het gebruik van alle fossiele brandstoffen te stoppen. En de voor COP28 gekozen locatie onderstreept dat pijnpunt.

    Een van de redenen waarom oliemaatschappijen hierin vooropgaan, is dat zij expertise hebben met de opslag en winning van vloeistoffen in de aardkorst. Bovendien hebben ze diepe zakken, en de opslag van CO2 lijkt voorlopig een kostbare aangelegenheid te worden. De voor de hand liggende manier om dit efficiënt te financieren is via de markt. Maar geen van de bestaande CO2-markten kan deze taak aan. Dat betekent dat de ‘netto-nul’-strategie die het grootste deel van de wereld heeft omarmd niet alleen afhankelijk is van technologieën voor afvang en opslag van CO2 die nu nog in de kinderschoenen staan, maar ook van de vorming van een CO2-economie die dit economisch rendabel maakt. Het klimaatbeleid stelt dat mensen, hun regeringen en hun economie in de grote kringlopen van de planeet kunnen en moeten worden geïntegreerd. De grote vraag is alleen nog hoe dan moet gebeuren.

    Vijay Vaitheeswaran is adviseur duurzaamheid en innovatie voor het World Economic Forum (WEF) in Davos. Hij is te horen op NPR en de BBC, schrijft voor vooraanstaande dagbladen en trad op als spreker bij TED-talks, Aspen Ideas en AAAS-conferenties.

  • Aangeklaagd wegens verzaken zorgplicht

    Aangeklaagd wegens verzaken zorgplicht

    Het enige wapen dat Paul Kabai en Pabai Pabai, twee leiders van inheemse volken, hebben gevonden om de opwarming van het klimaat te bestrijden, is het recht.

    PAUL KABAI EN PABAI PABAI, WIE ZIJN ZIJ?

    Deze twee leiders van inheemse volken zijn in oktober 2021 een historische legale actie begonnen tegen de Australische regering wegens haar nalatigheid inzake klimaatverandering. In Straat Torres, de zeestraat waar ze leven, stijgt het niveau van de zeespiegel twee keer zo snel als het mondiale gemiddelde, wat de rechten op zelfbeschikking, op opleiding en op huisvesting van de autochtone volken die daar al eeuwen wonen opnieuw op het spel zet.

    Wat eist Amnesty?
    Urgente acties tegen klimaatverandering.

    En hun proces is nu al historisch. Paul Kabai en Pabai Pabai komen uit de Straat Torres, een zeegebied in het noorden van Australië, waar de Indische en de Stille Oceaan elkaar ontmoeten. Oom Paul en oom Pabai, zoals ze ter plaatse genoemd worden, hebben in oktober 2021 een proces aangespannen tegen de Australische staat omdat die haar zorgplicht verzaakt tegenover de burgers die wonen op de eilanden in de Straat Torres. Het is urgent: als er niets gedaan wordt, zullen ze binnenkort de eerste klimaatvluchtelingen zijn van Australië.

    ‘Wij willen de Australische regering duidelijk maken dat we geen jaren meer kunnen wachten op klimaatmaatregelen,’ legt oom Paul uit op de nationale televisiezender NITV, de Australische publieke zender voor de first nations. ‘Als de autoriteiten niet luisteren naar de wetenschappers, als wij niet worden gehoord, zullen we gedwongen zijn te vertrekken, onze gemeenschappen zullen verdwijnen. Ons leven, onze voorouders, onze cultuur… Wij zullen alles verliezen.’

    Zelfs de begraafplaatsen staan op het punt verwoest te worden, mét al het gebeente

    Met dit argument is de aanklacht van de twee ‘oompjes’ bij het federale hof van Australië ingediend, met dien verstande dat de hoorzittingen van dit zeer langdurige proces verdeeld zijn over meerdere rechtbanken in Australië, vooral op de eilanden Boigu en Saibai, waar oom Paul en oom Pabai vandaan komen.

    Om een beeld te geven van beide eilanden: die twee stukjes grond verheffen zich niet meer dan anderhalve meter boven het zeeniveau. ‘Ze zullen voortaan regelmatig verwoest worden door springvloeden, wat de woningen, de infrastructuur, de aanplant en de culturele monumenten aantast,’ preciseert NITV. Het water ruïneert de bodem, het zout vreet de vegetatie aan. Zelfs de begraafplaatsen staan op het punt verwoest te worden, mét al het gebeente.

    Voorouders

    Tijdens een hoorzitting die werd bijgewoond door The Guardian, kon oom Pabai zich uitspreken voor het gerechtshof: ‘De voorouders zijn de belangrijkste personen voor ons. Dankzij hen zijn wij vandaag wie we zijn, hebben we een identiteit. Als mijn gemeenschap verdwijnt, zal ik de identiteit van mijn grond verliezen en alle ervaringen die de voorouders ons hebben meegegeven, omdat ze dan niet meer bij ons zijn.’

    Dat is de andere inzet van dit historische proces: de strijd tegen de klimaatverandering is in de eerste plaats een beschavingsstrijd. En het is ongetwijfeld geen toeval dat die plaatsvindt in Australië, dat per inwoner een van de grootste ecologische voetafdrukken van de wereld heeft. En dat bij een referendum dat in oktober plaatsvond ‘nee’ heeft gestemd tegen een voorstel tot constitutionele hervorming dat de erkenning inhoudt van de speciale rechten van de first nations, te weten de Aboriginal-bevolking van het eiland-continent en degenen die al meer dan 65.000 jaar op de eilanden in de zeestraat van Torres leven, zoals een artikel in Nikkei Asia uitlegt.

    De strijd van de twee ooms gaat door, voor de natuur en voor de cultuur. Er zijn in de komende maanden hoorzittingen gepland in heel Australië. Een uitspraak wordt eind 2024 verwacht.

  • De toekomst van onze planeet ligt in handen van China

    De toekomst van onze planeet ligt in handen van China

    De CO2-uitstoot in China bereikt binnenkort zijn hoogtepunt om vervolgens af te nemen, maar daarna wordt het pas echt ingewikkeld. Gaat China de planeet redden of vernietigen?

    Hoewel hij op het punt stond om aan een hersentumor te overlijden, had Tu Changwang, een gerespecteerde Chinese meteoroloog, nog één laatste boodschap. Hij had gemerkt dat het klimaat aan het opwarmen was. In 1961 schreef hij in Volksdagblad, een spreekbuis van de Communistische Partij, dat dit de omstandigheden die het leven mogelijk maken, zou kunnen veranderen. Hij dacht toen dat de opwarming onderdeel was van een zonnecyclus die waarschijnlijk op een gegeven moment zou omkeren. Tu had nog niet door dat de klimaatverandering werd veroorzaakt door de CO2 die bij de verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer werd gepompt. In hetzelfde nummer stond op een andere pagina een foto van grijnzende mijnwerkers. China was op dat moment bezig met een snelle industrialisatie. Het land wilde de economische achterstand op het Westen inhalen.

    Vandaag de dag is China een industriële grootmacht die meer dan een kwart van de wereldproductie huisvest – meer dan Amerika en Duitsland bij elkaar. Maar die vooruitgang heeft ook een keerzijde: de emissie. In de afgelopen drie decennia heeft China in totaal meer CO2 in de atmosfeer uitgestoten dan welk ander land ook. Volgens de Rhodium Group, een Amerikaans onderzoeksbureau, stoot het land nu jaarlijks meer dan een kwart van alle broeikasgassen ter wereld uit. Dat is ongeveer twee keer zoveel als de Verenigde Staten, dat op de tweede plaats komt (hoewel de Verenigde Staten het per hoofd van de bevolking nog steeds slechter doen).

    In 2015 beloofden regeringen in Parijs op de jaarlijkse klimaattop van de VN dat ze de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius wilden houden. Als ze dat doel nog willen halen, hangt er dus een hoop van China af. De top van dit jaar (COP28) begon op 30 november in Dubai. China heeft zowel goed als slecht nieuws voor de deelnemers.

    Groeiende vraag

    Het goede nieuws is dat de Chinese emissies binnenkort niet meer zullen stijgen. Sommige deskundigen denken dat de piek dit jaar wordt bereikt. Het is in elk geval min of meer zeker dat die er voor 2030 zal komen, overeenkomstig de Chinese doelstellingen. China bouwt sneller kerncentrales dan welk ander land ook. Het heeft ook enorm geïnvesteerd in hernieuwbare energie: het land beschikt nu over een capaciteit van ongeveer 750 gigawatt aan wind- en zonne-energie. Dat is ongeveer een derde van het wereldwijde totaal. Tegen het einde van dit decennium wil de regering die capaciteit opschalen naar twaalfhonderd gigawatt. Dat is meer dan de totale stroomcapaciteit van de Europese Unie op dit moment. China zal dat waarschijnlijk ruimschoots overtreffen.

    Daarnaast neemt China nog andere maatregelen om de uitstoot te beperken. Er wordt minder koolstofrijk staal en cement geproduceerd. Na decennialang wegen en spoorwegen te hebben aangelegd, geeft de regering minder geld uit aan grote infrastructuurprojecten. De jarenlange uitbreiding van de vastgoedsector is abrupt ten einde gekomen. Dat heeft de economie aan het wankelen gebracht, maar ook tot minder uitstoot geleid. De meeste deskundigen verwachten dat het bbp van China in de toekomst minder snel zal groeien dan aan het eind van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw. Met andere woorden: de meest vervuilende fase van China’s ontwikkeling ligt waarschijnlijk achter ons.

    Belangrijker dan de piek is echter wat er daarna gebeurt. China heeft beloofd om de netto uitstoot van broeikasgassen tegen 2060 te beëindigen (oftewel ‘koolstofneutraal’ te worden). Deze doelstelling is veel moeilijker te behalen. Zelfs met al die hernieuwbare energiebronnen leveren vervuilende kolen nog steeds meer dan de helft van China’s energie. Dat is minder dan in 2011, toen het aandeel nog op ongeveer 70 procent lag. De hoeveelheid kolen die China verbrandt, blijft echter toenemen door de stijgende vraag naar elektriciteit. Vorig jaar is er in China een recordhoeveelheid van 4,5 miljard ton steenkool gedolven. Elke week werd de bouw van gemiddeld twee nieuwe kolencentrales goedgekeurd.

    Veel van deze installaties zullen er misschien nooit komen. Bestaande kolencentrales worden steeds minder in gebruik genomen, wat verdere bouw minder noodzakelijk maakt. Maar volgens milieuactivisten en deskundigen is China nog te zeer afhankelijk van kolen om de doelstelling voor 2060 te kunnen halen. Een deel van het probleem is dat het land er simpelweg heel veel van heeft. Steenkool vormt een veilige energiebron voor China, dat maar over weinig olie en gas beschikt. De kolenwinning zorgt voor banen. Het bouwen van een centrale, of die nu nodig is of niet, is bovendien een veelgebruikte methode voor lokale overheden om economische groei te stimuleren.

    Het Chinese elektriciteitsnet is gebaseerd op steenkool. In de centrales waar de kolen verbrand worden, beslissen mensen wanneer ze het vermogen verhogen of verlagen. Maar in het geval van zonne- en windenergie heeft de natuur het voor het zeggen. Het elektriciteitsnet moet dus flexibeler worden. Als er op een bepaalde plek een overschot aan energie is, moet het netwerk in staat zijn om dat op te slaan of te verplaatsen. Anders heeft het voor China geen zin om allemaal nieuwe windmolens en zonnepanelen te plaatsen.

    Bestuurders zijn bang dat klimaatvriendelijk beleid de energiezekerheid van het land zal ondermijnen

    Dergelijke veranderingen moeten in de meeste landen worden doorgevoerd. Volgens David Fishman van de Lantau Group, een energieadviesbureau, is de situatie in China echter uniek. De meeste zonne- en windenergiebronnen van het land bevinden zich in het westen. Maar de energie die ze opwekken is vooral nodig in het oosten, waar de grootste steden liggen. Het is lastig om de energie over zulke lange afstanden te transporteren. Een ander probleem is dat provinciale overheden veel zeggenschap hebben over hun deel van het elektriciteitsnet. Ze zijn voor hun energie niet graag van elkaar afhankelijk. Dus kan een provincie er bijvoorbeeld voor kiezen om een eigen kolencentrale te gebruiken in plaats van een schonere energiebron elders.

    Mensen die zich zorgen maken over de ontwikkelingen in China, wijzen ook op methaan, een krachtig broeikasgas. Sommige landen kunnen hun methaanuitstoot op eenvoudige manieren verminderen, bijvoorbeeld door lekkende gasleidingen te repareren. Maar het meeste methaan uit China komt uit kolenmijnen of wordt geproduceerd door microben in rijstvelden. Het is moeilijk om het probleem op te lossen zonder mijnen te sluiten of de landbouw te veranderen. Daarom weigerde China op de VN-klimaattop in 2021 zich aan te sluiten bij een pact van meer dan honderd andere landen om de wereldwijde uitstoot van methaan tegen 2030 met minstens 30 procent te verminderen. Eerder deze maand zei China wel dat het probleem een thema zou worden in het nationale klimaatplan voor 2035 (dat mogelijk pas over twee jaar wordt gepubliceerd).

    Met het oog op deze problemen moeten Chinese leiders doortastend zijn. Maar het kan dat hun klimaatambities al een grens hebben bereikt. Dat zegt Li Shuo, de nieuwe directeur van de China Climate Hub tegen het Asia Society Policy Institute in New York. Hij denkt dat de regering is afgeschrikt door de stroomstoringen van de afgelopen jaren, veroorzaakt door de stijgende steenkoolprijzen en de droogteperiodes die de winning door waterkracht verstoren. Bestuurders zijn nu bang dat klimaatvriendelijk beleid de energiezekerheid van het land zal ondermijnen. Klimaatactivisten beweren juist dat bepaalde hervormingen het tegenovergestelde effect zouden hebben: denk bijvoorbeeld aan het eerdergenoemde meer flexibele elektriciteitsnet. Li verwacht dat de uitstoot van China niet gaat dalen, maar een plateau gaat bereiken.

    China heeft echter genoeg redenen om het klimaat tot een prioriteit te maken. Enkele van de grootste Chinese steden, waaronder Shanghai, liggen aan de kust en kunnen door de stijgende zeespiegel onderlopen. Het droge noorden heeft een tekort aan drinkwater. En extreme weersomstandigheden eisen nu al hun tol. Vorig jaar steeg het aantal sterfgevallen door hittegolven in China met 342 procent ten opzichte van het historische gemiddelde. Dat blijkt uit een onderzoek dat werd gepubliceerd door medisch tijdschrift The Lancet. Deze zomer hebben overstromingen een groot deel van de tarweoogst in China aangetast.

    Ondertussen is China toonaangevend geworden op het gebied van groene-energietechnologie. De rest van de wereld is grotendeels afhankelijk van Chinese toeleveringsketens voor zonnepanelen en batterijen. Sinds dit jaar is niet langer Japan, maar China de grootste exporteur van auto’s wereldwijd, deels dankzij de Chinese dominantie in elektrische voertuigen.

    Niets laten opleggen

    Er is dus nog wel hoop dat China een welwillende rol zal spelen op de klimaattop in Dubai. Het land heeft de ambitie om de leider te worden van de zogenaamde global south en zal een onderwerp dat in veel ontwikkelingslanden hoog op de agenda staat dus niet zomaar aan de kant schuiven. Optimisten wijzen ook op de ontmoeting in november van Xie Zhenhua, China’s gezant voor het klimaat, en John Kerry, zijn Amerikaanse ambtsgenoot. Ze werden het eens over een aantal kleine stappen. Zo willen ze de samenwerking bevorderen bij projecten om koolstof op te vangen.

    China heeft echter ook duidelijk gemaakt dat het zich niets zal laten opleggen als het gaat om klimaatverandering. Eerder dit jaar herhaalde Xi Jinping dat hij tegen 2030 een koolstofpiek wil bereiken en tegen 2060 koolstofneutraal wil worden. ‘Maar’, zei hij, ‘het pad, de methode, het tempo en de intensiteit waarmee we dit doel bereiken, bepalen we zelf. We zullen ons nooit door anderen laten beïnvloeden.’

  • Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Om de uitputting van de aarde te voorkomen en de klimaatverandering af te remmen, moeten we minder vlees en meer plantaardig voedsel eten. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de gastronomische sector en de beleidsmakers, betoogt Lucia Reisch.

    De catastrofale gevolgen van de klimaatverandering dienen zich al aan: Europa wordt door dodelijke hittegolven geteisterd en de poolkappen smelten, de aangroei van het zee-ijs heeft op Antarctica een historisch dieptepunt bereikt. Is er ook iets wat wij daar persoonlijk aan kunnen doen? Het antwoord is driewerf ja. Vooral wat we eten maakt heel veel uit. De leus ‘koeien zijn de nieuwe steenkool’ klinkt misschien overtrokken, maar is in wezen waar. Bijna een derde van alle uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van voedselsystemen, en alleen al rundvlees is verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van de veehouderij en voedselproductie.

    Bovendien worden de voetafdruk van dierlijk voedsel en de daaruit voortvloeiende kosten om de uitstoot terug te dringen niet weerspiegeld in de prijs. Onderzoek toont aan dat mens en planeet baat zouden hebben bij een overstap op plantaardige voeding of op minder milieuvervuilend dierlijk voedsel zoals kip of vis. In een gezamenlijk rapport van onder meer de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF werd onlangs gesteld dat voor een duurzaam en gezond voedingspatroon de voedselsystemen grondig op de schop moeten – en snel. Ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft aangetoond dat vergroening van de voedselsystemen een grote bijdrage kan leveren aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.

    Je kunt de voedselkeuze van mensen beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken

    In de gedragswetenschap is onderzocht op welke manieren mensen op alle punten in de keten beïnvloed kunnen worden in de keuzes die ze maken: van boeren die moeten besluiten wat ze gaan verbouwen tot detailhandelaren die kunnen overschakelen op de verkoop van duurzamer voedsel en consumenten die eten bestellen in een restaurant. In de VS zit vooral bij die laatste doelgroep veel potentieel, aangezien Amerikanen gemiddeld zes keer per week buiten de deur eten.

    Het is aangetoond dat je de voedselkeuze van mensen kunt beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken, bijvoorbeeld door plantaardige opties prominenter en in ruimere mate aan te bieden. Deze vorm van beïnvloeding stuit ook op betrekkelijk weinig weerstand, terwijl regels en verboden doorgaans betuttelend worden gevonden en een heffing op specifieke producten als vlees en suiker nadelig uitpakt voor de armen.

    Nudging

    Het zou dus een echte gamechanger kunnen zijn om plantaardig voedsel meer centraal te stellen op het menu van restaurants, cafés en kantines. Door het veranderen van de context waarin mensen hun eigen keuze maken, kun je ze met behoud van hun keuzevrijheid toch een duwtje in de goede richting geven (nudging). Maar zo’n verandering moet niet op zichzelf staan. Die moet onderdeel zijn van een bredere verandering van alle aspecten van het voedselsysteem waarmee de consument in aanraking komt, en daarin moeten industrie en detailhandel een grote rol spelen. Overal waar consumenten keuzes maken, kunnen op basis van gedragsonderzoek wijzigingen worden ingevoerd.

    Politici zullen misschien liever grote klimaatbeloften doen, wetten tegen voedselverspilling aannemen of het bedrijfsleven tot duurzame keuzes oproepen, en soms hameren ze er zelfs op dat ‘mensen zelf moeten bepalen wat ze eten’. Maar ze kunnen de detailhandel stimuleren om zijn geavanceerde arsenaal aan marketingtechnieken in te zetten om duurzame en gezonde voedingskeuzes (of zoals het tegenwoordig heet: een ‘planetary health diet’) aantrekkelijker, betaalbaarder, toegankelijker en sociaal breder aanvaard te maken. Dat zou al een grote stap zijn in de richting van verlaging van de uitstoot van broeikasgassen.

    Beleidsmakers mogen hun kiezers natuurlijk nooit manipuleren, al is het voor nog zo’n goed doel. Maar krachtige instrumenten om gedrag te beïnvloeden werken ook als ze volledig transparant zijn. En op basis van inzichten uit consumentenonderzoek en de economische en gedragswetenschappen kan beleid tegen klimaatverandering worden ontworpen dat de emoties, gewoonten, denkpatronen, sociale normen en voorkeuren van mensen centraal stelt. De kritiek op nudging – met name dat het weinig effect heeft en andere, nuttigere middelen overschaduwt – snijdt meestal geen hout. Beleidsmakers streven naar een verantwoorde toepassing, en overal ter wereld wordt door steden als New York en Kopenhagen en andere regio’s keuzearchitectuur ingezet om bij te dragen aan de verandering van voedselsystemen. Dankzij de kracht van suggestie en de neiging van mensen om inspanning te mijden en de weg van de minste weerstand te kiezen is het tot standaard verheffen van de vegetarische optie een van de beste middelen om gedrag te veranderen.

    Standaardoptie

    Als plantaardig eten eenmaal de standaardkeuze wordt en vlees de ‘andere’ optie is, daalt de vleesconsumptie. Uit een systematische analyse van vijftien onafhankelijke interventiestudies die zijn gepubliceerd tussen 2012 en 2020 en uitgevoerd in uiteenlopende situaties in zes Europese landen en de Verenigde Staten bleek dat zo’n ingreep steeds leidde tot een aanzienlijke verlaging van het aantal consumenten dat voor vlees koos, variërend van 53 tot 87 procent. Uit een Deens onderzoek bleek dat ruim 84 procent van de 300 deelnemers achter de keuze stonden om een vegetarische lunch tot standaardoptie te maken. En er zijn sterke aanwijzingen dat deze methode in diverse situaties de voedselkeuze kan beïnvloeden. Voortbouwend op eerder onderzoek voert mijn eigen El-Erian Institute of Behavioral Economics and Policy aan de Universiteit van Cambridge nu een vergelijkbaar veldexperiment uit in dertien van onze mensa’s.

    Gezien deze resultaten is het dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken in restaurants, supermarkten, scholen en kantoren. De non-profitorganisatie Better Food Foundation heeft een hele reeks tips en ideeën voor hoe je dit kunt aanpakken. Meatless Monday was bijvoorbeeld een actie die wereldwijd aansloeg en door veel mensen en organisaties werd gedragen. Ook de woordkeuze op een menu is van belang: door een gerecht niet ‘vegetarisch’ maar ‘planetair’ of ‘plantaardig’ te noemen, breng je beter over dat het ook een duurzame keuze is.

    Het is dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken

    Het veranderen van voedselsystemen als een vorm van klimaatactie kan beginnen met beleidsveranderingen van bovenaf. Vanuit die gedachte hebben activisten, mensen uit het veld, beleidsmakers en onderzoekers op de VN Voedseltop in New York twee jaar geleden samen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 geformuleerd. Maar bij de implementatie van die doelen moeten beleidsmakers oog houden voor de rol die de menselijke factor in de voedselkeuze speelt. Gelukkig slaan partijen uit allerlei sectoren nu de handen ineen om nieuwe beleidsinstrumenten uit te testen en nieuwe normen en keuzefuiken te bedenken. Want dat consumenten moeten overstappen op meer plantaardig voedsel om de broeikasuitstoot van de voedselsystemen te verminderen, staat buiten kijf. Samen met andere beleidsinstrumenten die tot gedragsverandering leiden, kan een centrale plaats van plantaardig voedsel op het menu leiden tot een flinke daling van de vleesconsumptie met behoud van keuzevrijheid. Zo kunnen we straks allemaal een actievere rol spelen in het behoud van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en het afremmen van klimaatverandering.

  • 14 doden en 102 vermisten door overstroming in Noordoost-India

    14 doden en 102 vermisten door overstroming in Noordoost-India

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » 2023 op weg om warmste jaar ooit te worden na recordtemperaturen in september

    » VS zullen uit Iran in beslag genomen wapens overdragen aan Oekraïne 

    Klimaatverandering teistert het kwetsbare Himalaya-gebergte

    In India is door een overstroming van het Lhonakmeer in de noordoostelijke deelstaat Sikkim woensdagmiddag een dam gedeeltelijk ingestort. Daarbij zijn 14 mensen omgekomen en worden nog 102 mensen vermist, meldt The Guardian. Bij de overstroming zijn ook legerbases onder water gelopen. Onder de vermisten bevinden zich 22 militairen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens autoriteiten zijn meer dan 22.000 mensen getroffen door de ramp en zijn er ruim 3.000 toeristen gestrand doordat snelwegen zijn overstroomd en bruggen zijn weggespoeld. De overstroming werd veroorzaakt door zware regenval, waarbij vijf keer zoveel regen was gevallen als gebruikelijk. De autoriteiten lieten daarnaast weten dat de reddingsoperatie een uitdaging gaat worden, omdat in het gebied de komende dagen meer regen wordt voorspeld en de mobiele telefoonverbinding instabiel blijft. 

    Het Lhonakmeer bevindt zich in het Himalaya-gebergte in Zuid-Azië, dat zwaar wordt getroffen door de klimaatcrisis en vaker te maken krijgt met hevige en onvoorspelbare regenval, overstromingen en aardverschuivingen. Afgelopen zomer kwamen tijdens de moesson 250 mensen om het leven in de staat Himachal Pradesh nadat ongekend zware regens grote delen van wegen wegspoelden en aardverschuivingen veroorzaakten. ‘Hoe extreem kwetsbaar deze regio is voor klimaatverandering wordt nu maar al te duidelijk,’ zei Pema Gyamtsho, directeur-generaal van het in Nepal gevestigde International Centre for Integrated Mountain Development.

  • Kunnen we nog wel in de zomer op vakantie? ‘Het is te warm om naar het strand te gaan’

    Kunnen we nog wel in de zomer op vakantie? ‘Het is te warm om naar het strand te gaan’

    Dit jaar heeft het hele palet aan extreem weer – van bloedhitte tot branden, overstromingen, tornado’s en hagelstormen als gevolg van klimaatverandering – de plannen van reizigers wereldwijd in de war geschopt. Bevindt de zomervakantie zich op een keerpunt?

    Keuze uit het archief

    Het is de laatste jaren een vast zomerritueel aan het worden: hittegolven met temperaturen tot en boven de 40 graden. Afgelopen week was met name Zuid-Europa de klos. Zo werd het in El Granado in Spanje maar liefst 46 graden.
    De opwarming van de aarde heeft gevolgen voor het toerisme en de plaatsen waar mensen heen gaan, zo blijkt uit dit stuk van The New York Times van twee jaar geleden. Bij de keuze voor een vakantiebestemming geeft de hitte vaak de doorslag. ‘De cognitieve dissonantie van zomerreizen in een opwarmende wereld dringt zich steeds meer op.’

    De meeste reizigers konden er deze zomer op wachten: het onvermijdelijke oranje. Hele stroken kleurden feloranje en roodbruin op de weerkaarten wereldwijd. Vier warmtekoepels, van het zuiden van de Verenigde Staten tot Oost-Azië, gijzelden gelijktijdig miljoenen mensen. Inwoners van Phoenix moesten 31 dagen lang temperaturen van ruim 40 graden Celsius doorstaan. In Italië golden in zo’n tien steden waarschuwingen voor extreem weer. En in Zuid-Korea werden tijdens de wereldjamboree van de scoutingbeweging minstens 125 mensen in het ziekenhuis opgenomen wegens hittegerelateerde aandoeningen.

    In Florida liep het in juni zo uit de hand dat Jacki Barber, een vijftigjarige maatschappelijk werker, een strandtrip naar St. Augustine afzegde. De reden? ‘De watertemperatuur was boven de 30 graden.’ 

    Ze is eraan gewend dat orkanen, tropische stormen en zelfs de gebruikelijke zware onweersbuien haar plannen in de war sturen, vervolgt ze. ‘Maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit tegen iemand heb gezegd: Weet je wat? Het is te warm om naar het strand te gaan.’

    Toen de zomervakantieperiode dit jaar op zijn hoogtepunt was, had niet alleen de verzengende hitte invloed op de zorgvuldig gemaakte plannen. Ook branden, overstromingen, tornado’s en hagelstormen gooiden roet in het eten. Twintig centimeter regen veroorzaakte catastrofale overstromingen in Vermont. Tienduizenden mensen, onder wie duizenden toeristen, moesten Griekse eilanden vanwege bosbranden halsoverkop verlaten. (Premier Kyriakos Mitsotakis heeft de gedupeerde reizigers een gratis verblijf van een week aangeboden in 2024 – in de lente of de herfst.) En in Nederland werd het populaire muziekfestival Awakenings afgeblazen vanwege de voorspelling van hagel, bliksem en onweer.

    Reizen verlost je even van de realiteit, gunt je een adempauze

    Het weer op traditionele zomerbestemmingen bergt steeds meer gevaar in zich; men dient rekening te houden met grilligere omstandigheden, meer kans op dodelijke slachtoffers en hogere kosten. Volgens de National Oceanic and Atmospheric Administration heeft de VS sinds mei vier klimaatrampen gekend, met een schade van elk ruim een miljard dollar. De National Park Service schat dat de hitte sinds juni meer bezoekers het leven heeft gekost dan in een gemiddeld jaar. De indirecte tol valt vrijwel zeker hoger uit: een recent onderzoek heeft uitgewezen dat vorig jaar zomer in Europa door hittegolven 61.000 mensen zijn omgekomen.

    Zomerreizen zijn heel lang in trek geweest. Natuurlijk, de rijen op luchthavens zijn langer en hotelkamers zitten eerder vol, maar het is schoolvakantie, de zon schijnt en de stranden lokken. Reizen in de zomer overstijgt sociale klassen; of je nu naar de kermis gaat of naar Sardinië, je verzilvert kostbare vakantiedagen. Je krijgt een bruin kleurtje, je eet meer en geeft kwistiger geld uit. Reizen verlost je even van de realiteit, gunt je een adempauze.

    Maar ook al is de zomervakantie een hardnekkig cultureel fenomeen, de vraag is hoe praktisch uitvoerbaar dat nog is. Het spreekt in ieder geval een stuk minder vanzelf waar je naartoe gaat – voor de realiteit vluchten gaat een stuk minder makkelijk als de realiteit zeewater van boven de 30 graden behelst, of een uitslaande bosbrand.

    Groeiende sector

    Ondanks alle crises zal het totale aantal toeristen dat een landsgrens passeert naar verwachting 30 procent hoger liggen dan vorig jaar. Dat voorspelt de Intelligence Unit van The Economist. De Wereldorganisatie voor Toerisme meldt dat reizen naar Europa momenteel op 90 procent van het niveau van vóór de pandemie zitten.

    Toerisme is big business. Volgens de World Travel & Tourism Council presteerde de sector in 2019 ruim 40 procent beter dan het mondiale bruto binnenlands product. Datzelfde jaar had de bedrijfstak 333 miljoen mensen in dienst – oftewel 1 op de 10 banen wereldwijd. Toerisme is goed voor een dikke 10 procent van de wereldeconomie.

    Dus blijven ze voorlopig bestaan, die eindeloze rijen voor het Louvre, rond het Colosseum en op de trappen naar de Akropolis (die deze zomer al meerdere keren in de middaguren op slot ging). De bezoekers die daar en op andere bestemmingen wachten om binnen te mogen, laten zich niet snel afschrikken door hoge temperaturen. Ze hebben vluchten geboekt, voor kamers betaald, en hun beperkte tijd ingepland. Leslie Cafferty, woordvoerster van Booking.com, zegt dat het bedrijf geen signalen ziet dat mensen hun oorspronkelijke reisplannen op hun kop zetten of heroverwegen. 

    ‘Alles is afgestemd op het verlangen om de zon op te zoeken’

    Volgens Susanne Becken, hoogleraar duurzaam toerisme aan de Griffith University in Australië, zijn de huidige problemen gedeeltelijk te wijten aan hoe het toerisme de afgelopen vijftig jaar wereldwijd in de praktijk is gebracht. ‘Alles is afgestemd op het verlangen om de zon op te zoeken.’ Denk aan de luchthavens, accommodaties en andere dure projecten die louter bestaan om bezoekers van befaamde zonnige plekken te bedienen. ‘Zo hebben we een enorme infrastructuur opgebouwd rond de Middellandse Zee, Mexico, noem maar op.’

    Italië heeft bijna 1,1 miljoen hotelkamers in de aanbieding; Finland minder dan 65.000. Een veelzeggend verschil. Tientallen jaren van voorspelbaar reizen hebben een uitgesleten pad gebaand naar populaire bestemmingen, waardoor de meest voor de hand liggende oplossing voor een veranderend klimaat moeilijk te realiseren valt: ga gewoon eens een keer ergens anders naartoe.

    Toch is er verandering op til, los van de vraag of koelere bestemmingen daarop zijn toegerust. De Europese Commissie verwacht dat het toerisme op het continent – het meest bezochte ter wereld – ondanks de opwarming blijft groeien, maar dat de vraag zal verschuiven door hogere temperaturen, waardoor meer toeristen hun heil in Noord-Europa zullen zoeken in plaats van rond de Middellandse Zee. Zuidelijke regio’s zouden volgens één voorspelling zelfs bijna een tiende van hun huidige zomertoeristen verliezen.

    Gewijzigde plannen

    Sommige reizigers hebben hun reisgewoontes al veranderd. Miku Sekizawa wilde in augustus met haar gezin van Chicago naar Athene vliegen, maar ze ging twijfelen vanwege het weer. Ze is in verwachting, de baby komt in november, en ze heeft al een kind van twee jaar. ‘We hebben vorige week voor een andere reis gekozen nadat we ons realiseerden hoe warm het daar is. Hitte en zwangerschap tegelijk is geen pretje,’ aldus de 36-jarige accountant. Dankzij de gratis annuleringsvoorwaarden kon ze zonder financiële pijn de vluchten wijzigen en gaat het gezin nu naar Parijs, Straatsburg en Amsterdam.

    Bestemmingen waar gematigde temperaturen heersen hebben echter hun eigen klimaatproblematiek. Avery Baldwin, een 27-jarige tenniscoach uit Brooklyn, is zijn hele leven vaak te vinden geweest in een stadje in New Hampshire. Het gebied werd deze zomer door regen geteisterd. Uit een studie van de Universiteit van Massachusetts bleek dat er de afgelopen tien jaar elk jaar meer neerslag is gevallen in New Hampshire dan gemiddeld in de 20e eeuw.

    ‘Het weer is tegenwoordig zonder meer vaak onderwerp van gesprek,’ zegt Baldwin. De nattigheid maakt populaire activiteiten als wandelen gevaarlijker, waardoor mensen binnenblijven. ‘Je kunt nog altijd puzzelen,’ zegt hij. Toch is hij van plan deze zomer terug te keren.

    De nattigheid maakt populaire activiteiten als wandelen gevaarlijker, waardoor mensen binnenblijven

    Sommige overheden voeren een beleid om het toeristenverkeer om te leiden. China wil grote bergresorts bouwen als onderdeel van een programma dat ‘22-gradenbestemmingen’ heet – 22 graden Celsius is volgens China namelijk de optimale vakantietemperatuur. Doel is om binnenlandse toeristen uit steden als Shanghai en Beijing tijdens de heetste maanden naar de bergen te lokken. Dr. Becken, hoogleraar duurzaam toerisme, woonde een conferentie over klimaatverandering bij waarop de regering het initiatief onthulde. ‘Ze bouwen systematisch resorts in de bergen,’ zegt ze.

    Ook hotels, touroperators en dienstverleners hebben te maken met steeds instabielere omstandigheden, die hun verdienmodel op de tocht zetten en hun klanten frustreren.

    ‘De mensen die hier komen willen dingen doen,’ zegt Pierce McCully, eigenaar van Villa Trieste M in de Italiaanse stad Asolo. De villa ligt in de uitlopers van de Dolomieten, een gebied dat geliefd is bij wandelaars en fietsers. Deze zomer werd echter ontsierd door aanhoudende regenval en een hagelbui die zelfs internationale krantenkoppen haalde. Er ging een streep door ruim een kwart van de boekingen, en voor bezoekers die wel komen is er een grotere behoefte aan indoorvoorzieningen. ‘We wilden echt voorkomen dat we tv’s moeten ophangen,’ zegt McCully, ‘maar gasten die in een kamer vastzitten kunnen de minibar niet blijven plunderen.’

    Chris Kelly en Nina Rehfeld, die eigenaar zijn van Grand Canyon Journeys, een tourbedrijf in Arizona, zeggen dat ze voorzichtiger zijn geworden met het aanbieden van wandelingen in het Grand Canyon National Park en de nabijgelegen Antelope Canyon.

    Airconditioning aan

    ‘Dit jaar lijkt het ronduit gevaarlijk,’ zegt Nina Rehfeld. Twee vrouwen van in de zeventig hadden een wandeling geboekt door Antelope Canyon, maar bij 40 graden in de schaduw leek dat onverstandig. Chris Kelly nam ze daarom mee op een rondrit langs bezienswaardigheden, met de airconditioning aan.

    Jason Danoff biedt met Trail Lovers Excursions begeleide wandelingen en fietstochten aan, ook in Arizona. Vanwege de talrijke annuleringen is zijn omzet gedaald ten opzichte van vorig jaar. ‘Je wordt aan beide kanten geraakt, want je moet wél je gids blijven betalen en het annuleringsgeld terugstorten,’ zegt hij. Maar als het Amerikaanse Staatsbosbeheer onverwachts gebieden afsluit, of als een hittegolf de veiligheid van klanten in gevaar brengt, staat hij voor een voldongen feit. Ondertussen zijn de verzekeringskosten van Danoff met 60 procent gestegen. Hij streeft nu naar meer boekingen in het tussenseizoen, maar dat brengt ook risico’s met zich mee.

    ‘Je kunt een hoop geld uitgeven om het bezoek in pak ’m beet januari of februari op te krikken,’ zegt hij, ‘maar dan kan het wel eens meer dan vijftig dagen regenen en zit je met een enorme strop.’

    Om de hitte in Parijs te verzachten, heeft de Eiffeltoren luchtvernevelaars en waterstations geïnstalleerd voor de rij wachtenden, aldus Patrick Branco Ruivo, directeur-generaal van de toren. De kaartverkoop gaat nu ook vaker via een online reserveringssysteem, wat de wachttijden voor bezoekers verkort. 

    Dat is maar een voorbeeld. En heel veel zegt het niet. De reisindustrie is van nature gefragmenteerd: een keten van exploitanten — luchtvaartmaatschappijen, autoverhuurbedrijven, reisleiders, verzekeraars, hotels en restaurants, musea of culturele attracties — bedient toeristen en verdient aan ze, maar de neuzen wijzen zelden allemaal in dezelfde richting, om wat voor probleem het ook gaat.

    Dat blijkt ook uit een rapport dat in 2007 verscheen en werd uitgevoerd in opdracht van de Wereldorganisatie voor Toerisme, het VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie. Aan bod komt een aantal academische studies over hoe lokale beleidsambtenaren en exploitanten inspelen op het risico van klimaatverandering. En die studies wijzen op ‘relatief geringe zorg en weinig aantoonbare strategische langetermijnplanning voor toekomstige veranderingen in het klimaat’.

    Sommige landen hebben rampenplannen uitgestippeld en agentschappen opgericht, speciaal voor reizigers

    Historisch gezien is een ministerie van toerisme vooral een marketingbureau met bescheiden onderzoeks- en investeringsmogelijkheden, zegt professor Becken. Ambtenaren krijgen de opdracht extra bezoekers te lokken en zich niet te laten afremmen door veiligheidsoverwegingen – afgezien van zeldzame gevallen in sommige rijke en door toeristen overspoelde bestemmingen als Amsterdam.

    Sommige landen – niet toevallig de landen die het afhankelijkst zijn van toerisme – hebben rampenplannen uitgestippeld en agentschappen opgericht, speciaal voor reizigers. De Bahama’s hebben tegenwoordig een Tourism Emergency Coordinating Committee om ervoor te zorgen dat de bedrijfstak adequaat kan reageren op een grote orkaan.

    Op dit moment vertrouwen veel landen op lokale overheden en vrijwilligers. In Italië ‘heeft elke regio zijn eigen systeem voor burgerbescherming en is elke burgemeester daarvoor verantwoordelijk’, zegt Pierfrancesco Demilito, woordvoerder van de Italiaanse Burgerbescherming. Die instelling helpt bij het toewijzen van middelen op nationaal niveau, maar ‘het is de burgemeester van Rome, of Florence of Venetië die bij noodsituaties door extreem weer beslist over maatregelen’.

    Om de toenemende warmte het hoofd te kunnen bieden zijn er meer gecoördineerde inspanningen op alle overheidsniveaus nodig, en misschien ook meer gespecialiseerde instanties.

    Disney-model

    Bij gebrek aan nationale of uniforme steun, valt de planning in handen van bedrijven met genoeg geld om op grote schaal middelen te verzamelen. ‘Disney is een schoolvoorbeeld van goed en effectief met grote aantallen mensen omgaan,’ zegt Daniel Scott, hoogleraar geografie en milieubeheer aan de Universiteit van Waterloo, in Canada. Hij suggereert dat de geïntegreerde resorts van Disney navolging verdienen als bedrijfsmodel, omdat daarin één enkele entiteit eigenaar is van de infrastructuur en op die manier bezoekerservaringen beter kan sturen.

    Het is onmogelijk om te weten hoe het verder moet. Maar de cognitieve dissonantie van zomerreizen in een opwarmende wereld dringt zich steeds meer op. Dramatische krantenkoppen en statistieken schreeuwen om een kritische blik op de aard van toerisme: wie ervan profiteert en wie eraan mag deelnemen. Meer mensen zullen persoonlijke en steeds moeilijkere beslissingen moeten nemen – en, zoals Jacki Barber, misschien worden gedwongen een minder aantrekkelijke maar comfortabelere optie te kiezen: ‘We zijn gewoon allemaal thuisgebleven, in een kamer met de airconditioning aan.’

    Lauren Sloss en Niki Kitsantonis droegen bij aan deze reportage.

  • Dubais greenwashpraktijken

    Dubais greenwashpraktijken

    In november is Dubai gastheer van de VN-conferentie over klimaatverandering. Het Arabische land streeft naar een groen imago, maar blijft waarschijnlijk nog lang afhankelijk van fossiele brandstoffen.

    ‘Het spijt me heel erg, want dit is niet normaal voor de maand mei,’ zegt Joumana met verontwaardigde blik tegen een groepje journalisten. Joumana werkt voor de afdeling Toerisme- en Handelsmarketing van het ministerie van Economische Zaken van Dubai. Haar taak is om Dubai op het wereldtoneel een beter en groener imago te bezorgen in de aanloop naar de 28ste con­ferentie over klimaatverandering (COP28), die in november zal plaats­vinden.

    Alsof dat niet lastig genoeg is, zegt ze, regent het nu ook nog. Althans, het regent zachtjes en heel kort, zoals altijd in Dubai. Er slaan een paar druppels tegen de voorruit. Na drie minuten is het weer voorbij.

    Op deze maandagochtend is het uitzonderlijk warm in Dubai, vertelt Joumana. Vorige week was het weer nog heerlijk, tussen de 25 en 30 graden. Van de herfst tot de lente trekt de aangename temperatuur honderdduizenden toeristen. Maar nu nadert de thermometer de 40 graden, wat op zich niet vreemd is in de Arabische woestijn.

    Het zonnepark typeert de historische ontwikkeling van Dubai: in januari 2012 besloot de emir tot de bouw van een zonnepark in de woestijn

    We rijden naar het Mohammed bin Rashid Al Maktoum Solar Park, 50 kilometer van Dubai vandaan. Het park is vernoemd naar de doorgaans nogal nors ogende sjeik Maktoum. Deze absolutistische ‘heerser van Dubai’ is tevens vicepresident, premier en minister van Defensie van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Van de zeven emiraten is behalve Dubai alleen Abu Dhabi, de hoofdstad van de VAE, in het Westen algemeen bekend.

    Het zonnepark typeert de historische ontwikkeling van Dubai: in januari 2012 besloot de emir tot de bouw van een zonnepark in de woestijn. Krap twee jaar later waren de eerste dertien megawatt aangesloten op het elektriciteitsnet; inmiddels is de zesde uitbreidingsfase in gang gezet. Het zonnepark beslaat nu een gebied van 127 vierkante kilometer en produceert 15 procent van de elektriciteit in Dubai. Aangezien de bevolking in de zomermaanden, van mei tot de herfst, eigenlijk alleen kan leven met constant draaiende airconditioning, is het elektriciteitsverbruik enorm.

    Waterstof

    Om ervoor te zorgen dat ook na zonsondergang elektriciteit kan worden opgewekt, hebben de ingenieurs centrales voor thermische zonne-energie en waterstofbatterijen gebouwd. Een thermische zonne-energiecentrale werkt als volgt: honderden spiegels sturen het zonlicht naar een toren waarin zout onder invloed van de hitte vloeibaar wordt. De hitte blijft daar lange tijd opgeslagen. Het vloeibare zout dient om water te verwarmen, en ’s nachts wordt in stoomturbines elektriciteit opgewekt. Waterstofbatterijen werken op een vergelijkbare manier. Met zonne-energie wordt water via elektrolyse gesplitst. De waterstof die daarbij vrijkomt, wordt opgeslagen in een enorme tank en na zonsondergang verbrand in de dieselmotor van een schip, waardoor elektriciteit ontstaat.

    Volgens een technicus zou een brandstofcel zinniger zijn, maar voorlopig is gekozen voor een verbrandingsmotor. Duitse technologie maakt het mogelijk om pure waterstof te verbranden zonder toevoeging van fossiel aardgas, zodat waterdamp de enige uitstoot is.

    Alle windturbines die op de testbasis zijn opgezet, zijn inmiddels ontmanteld en verkocht

    De exploitant van de centrale is de machtige DEWA (Dubai Electricity and Water Authority). Een vertegenwoordiger van DEWA wijst erop dat de pompcentrale in de bergen van Hatta, ten oosten van Dubai, binnenkort in gebruik wordt genomen. Tachtig procent van de centrale is al gereed. Hier wordt met groene energie het water naar het bovenste bassin gepompt. Via een turbine van 250 megawatt stroomt het water naargelang de behoefte weer naar beneden. Het enige waar DEWA-technici echt geen toekomst in zien, is windenergie: dat is domweg geen realistisch plan. Alle windturbines die op de testbasis zijn opgezet, zijn inmiddels ontmanteld en verkocht.

    Naar verwachting kondigt sjeik Maktoum binnenkort een groot nieuw project aan: de waterstofstrategie van Dubai. Het gerucht gaat dat Dubai tegen het midden van deze eeuw een van de grootste producenten van deze klimaatneutrale energiebron wil worden. Dat heeft ook gevolgen voor Europa. Het lijdt immers geen twijfel dat sommige economische sectoren in de toekomst niet meer zonder energie-import kunnen.

    Te weinig CO2

    Het is nog niet duidelijk hoe de waterstof vanuit het Midden-Oosten naar Europa en de rest van de wereld zal worden vervoerd. Waterstof kan in gasvorm namelijk niet in grote hoeveelheden worden verplaatst en moet eerst worden gekoeld tot bijna het absolute nulpunt om vloeibaar te blijven: min 252 °C. Hoogstwaarschijnlijk zal de waterstof worden omgezet in (zeer giftig) ammoniak, methanol of e-brandstoffen. Maar voor die laatste optie is veel CO2 nodig, waarvan de oliestaat VAE vreemd genoeg veel te weinig heeft.

    Fossiele brandstoffen

    Oostenrijkse bedrijven zijn betrokken bij een project van de Italiaanse gasnetbeheerder SNAM, dat tegen 2030 waterstof uit Tunesië en Algerije via pijpleidingen naar Oostenrijk en Beieren wil brengen. Maar om Arabische waterstof te kunnen vervoeren, is in de havens van de exportlanden een geheel nieuwe infrastructuur nodig, bijvoorbeeld om het in ammoniak verpakte waterstof weer ‘vrij te maken’. Het feit dat dergelijke fundamentele vraagstukken in 2023 nog niet zijn opgelost, verkleint de kans op een snelle energietransformatie. Zo’n infrastructuur kan immers niet van de ene op de andere dag worden gerealiseerd.

    Om Arabische waterstof te kunnen vervoeren, is een geheel nieuwe infrastructuur nodig

    Dubais beweegredenen om de energieproductie te vergroenen zijn niet altruïstisch; dat het land zich richt op alternatieve energiebronnen is vooral uit noodzaak. Het emiraat heeft altijd geld verdiend met fossiele brandstoffen. Maar terwijl bijna alle buurstaten aan de Perzische Golf, en vooral de naburige stad Abu Dhabi, grote olie- en gasvoorraden hebben, bestaat slechts zo’n 5 procent van de economische output van Dubai uit olie en gas. Dat verklaart ook waarom Dubai een supermacht is op het gebied van vastgoed, gespecialiseerd in hoogbouw en gigantische hotelcomplexen. Het is een paradijs voor miljonairs van over de hele wereld die lage belastingen en een nieuwe thuisbasis zoeken. Er wonen tegenwoordig ongeveer 3,5 miljoen mensen in Dubai, waarvan maar liefst 85 procent buitenlanders; voornamelijk Indiërs, Pakistanen en Arabieren uit buurlanden. Het land is door en door  internationaal. Daarnaast heeft het zo’n honderdduizend hotelkamers, vooral te vinden aan de kust, waar de hotelresorts zo groot zijn dat het lijkt alsof het geld er uit de lucht kwam vallen.

    Het is weinig verrassend dat Dubai architectonische records najaagt: in 2010 werd de Burj Khalifa gebouwd, dat met een duizelingwekkende hoogte van 828 meter de hoogste wolkenkrabber ter wereld is. In Dubai vind je tevens het grootste winkelcentrum ter wereld, het grootste reuzenrad, het hotel met de meeste verdiepingen, het grootste waterpark, de snelste politieauto’s en ga zo maar door.

    Maar op het gebied van voedselproductie loopt Dubai achter. De Emiraten behoren tot de groep landen met de kleinste voedselautonomie en de grootste voedselimport. De heerser van Dubai was daar kennelijk ontevreden over: in 2021 lanceerde hij de Food Tech Valley, een tamelijk uniek project dat zich richt op het onderzoeken en produceren van voedsel. En dat in een gebied waar conventionele landbouwtechnieken nagenoeg onmogelijk zijn door gebrek aan grond en water en de hitte in de zomermaanden.

    Vlak naast de enorme luchthaven van Dubai staat een groot, rechthoekig blok waarop boven de ingang ‘Bustanica’ staat. Weer zo’n recordbouwproject: het is de grootste verticale ‘boerderij’ ter wereld. Aron Moore begroet de bezoekers vriendelijk en legt uit wat er gebeurt in de hal van dertigduizend vierkante meter. De Australische Moore komt uit de industriële landbouwsector. Voordat hij naar Dubai vertrok, verdiende hij zijn geld in Australië en Zuidoost-Azië. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in allerlei soorten sla en kruiden. Nu wordt er onderzoek gedaan naar aardbeien. Volgens Aron is dat de ultieme test voor een verticale boerderij, want niets bederft sneller dan verse, zoete aardbeien.

    ‘Data meets delicious’

    De fabriek staat vlak naast de voedselfaciliteit van luchtvaartmaatschappij Emirates, die een veilige bron van verse groenten wil. De luchtvaartmaatschappij, vervolgt Aron, is slechts een van de vele klanten; de groenten van Bustanica worden ook verkocht in lokale supermarkten en het zijn niet eens de duurste producten in de schappen.

    Aron legt uit dat elk gewas onder specifieke omstandigheden gedijt, die tot voor kort nog nooit zo precies konden worden nagebootst. Duizenden sensoren houden toezicht op het groeiproces van de planten, en technici kunnen alle factoren reguleren: temperatuur, golflengte van het licht, duur van de dag-en-nachtcyclus, de toevoer van water en voedingsstoffen, luchtvochtigheid en zelfs de CO2-concentratie, die hier ongeveer twee keer zo hoog is als in de natuur. De toepasselijke slogan luidt: ‘Data meets delicious’. Momenteel kan er ongeveer 1,3 ton sla per dag worden geoogst en tegen het einde van het jaar moet dat zelfs drie ton per dag zijn. Dan moet het ook mogelijk zijn om aardbeien aan te bieden.

    De planten hebben zelfs geen aarde nodig; een oplossing met voedingsstoffen is toereikend

    Tegen verwachting in smaken de bladgroenten knapperig en vers en ze kunnen zo uit de rekken geproefd worden, want er zijn bij deze manier van telen geen pesticiden nodig. De planten hebben zelfs geen aarde nodig; een oplossing met voedingsstoffen is toereikend. Werknemers en bezoekers moeten beschermende kleding dragen, zoals haarnetjes en chirurgische maskers. Omdat de meststof de stekjes direct via het water bereikt, worden er geen broeikasgassen uitgestoten. Er is maar een kleine hoeveelheid water nodig, dat volledig wordt gerecycled, onder andere uit vocht in de lucht. Het doel is om zo jaarlijks 250 miljoen liter water te besparen. De fabriek heeft ongeveer 40 miljoen dollar gekost, vertelt Aron. Bij het volledige proces – van de kweek tot het handmatige verpakken – zijn ongeveer zeventig werknemers betrokken. Dit systeem kan natuurlijk geen voedselzekerheid bieden, want, zoals we weten, barsten salades niet van de calorieën.

    Veel verse sla

    Naar alle waarschijnlijkheid gaan we dus veel verse sla zien op de 28ste conferentie over klimaatverandering (COP28), die dit jaar plaatsvindt op het enorme Expo-terrein in het centrum van Dubai. De stad beroemt zich er overigens op dat ongeveer 80 procent van dat terrein, dat gebouwd werd voor de wereldtentoonstelling van 2020, nog steeds in gebruik is.

    Toch moeten we ervan uitgaan dat deze COP niet zonder grote meningsverschillen zal verlopen. Het hoofd van de nationale oliemaatschappij ADNOC, Sultan Ahmed al-Jaber, heeft ook het COP-voorzitterschap op zich genomen. Bij de Petersberg Klimaatdialoog in Berlijn in mei maakte hij al duidelijk dat de traditionele energiebronnen voorlopig nog deel uit zullen maken van onze energievoorziening. Klaarblijkelijk gaat het hem niet zozeer om het uitbannen van fossiele brandstoffen als wel om het beperken van de uitstoot van broeikasgassen – bijvoorbeeld door CO2 te filteren en in de grond te injecteren. Die opvatting brengt het risico met zich mee dat industrieën hun ‘brandstofswitch’ onmiddellijk weer zullen afblazen, terwijl bijvoorbeeld voor personenauto’s het filteren van CO2 nooit een realistische optie zal zijn; technisch gezien niet, en economisch al helemaal niet.

    Zes maanden voor de eigenlijke start van de conferentie hebben veel klimaatactivisten, na de eerste officiële berichten over Al-Jaber als kandidaat-voorzitter van de COP, de hoop op spannende nieuwe compromissen dan ook al opgegeven. Hoewel de voorzitter een neutrale bemiddelaar zou moeten zijn op het gebied van versnelde klimaatbescherming, is de verwachting nu al dat fossiele energie tijdens de 28ste VN-klimaatconferentie nauwelijks aan bod zal komen. 

  • Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    In het Himalayaanse boeddhisme werden nonnen lange tijd in hun religieuze rol beperkt door regels en genderbarrières. Nu brengt één religieuze groep daar verandering in, door meditatie te combineren met vechtkunst en milieuactivisme.

    Boven de besneeuwde toppen van de Himalaya priemen de eerste zonnestralen door de wolken. Jigme Rabsal Lhamo, een boeddhistische non, trekt van achter haar rug een zwaard tevoorschijn. Met een zwaai slaat ze haar tegenstander tegen de grond.

    ‘Houd je ogen op het doel! Concentreer je!’ schreeuwt Lhamo tegen de gevloerde non, terwijl ze haar recht in de ogen aankijkt. We bevinden ons buiten bij een witgekalkte tempel in het Druk Amitabha-nonnenklooster. Het gebouw staat op een heuvel die uitkijkt over Kathmandu, de hoofdstad van Nepal.

    Lhamo en de andere leden van haar religieuze orde staan bekend als de kungfu-nonnen. Ze maken deel uit van een achthonderd jaar oude boeddhistische sekte die Drukpa heet, wat in het Tibetaans ‘draak’ betekent. In de Himalaya, maar ook in de rest van de wereld, combineren volgelingen van de sekte meditatie met vechtkunst.

    Elke dag verruilen de nonnen hun donkerrood gewaad voor een kastanjebruin uniform en beoefenen ze de eeuwenoude Chinese vechtkunst kungfu. Onderdeel van hun spirituele missie is het streven naar gendergelijkheid en fysieke fitheid. Hun boeddhistische geloof schrijft bovendien voor dat ze een milieuvriendelijk leven leiden.

    Tijdens de ochtenden waarop de nonnen trainen onder leiding van Lhamo, klinkt het gedreun van voetstappen en het gekletter van zwaarden. De wijde uniformen van de nonnen ritselen door de ruimte als ze radslagen maken en elkaar stoten en trappen uitdelen.

    Genderbarrières

    ‘Kungfu helpt ons om genderbarrières te doorbreken en zelfvertrouwen te ontwikkelen,’ zegt Lhamo (34), die twaalf jaar geleden naar het nonnenklooster kwam vanuit Ladakh, in het noorden van India. ‘Het leert ons ook voor anderen te zorgen in tijden van crisis.’

    Zo lang als boeddhistische geleerden zich kunnen herinneren, rustte er een stigma op Himalayaanse nonnen die streefden naar spirituele gelijkwaardigheid ten opzichte van monniken. Dat stigma werd veroorzaakt door de ideeën van religieuze leiders en algemene sociale conventies.

    Monniken werden aangemoedigd om diepzinnige filosofische debatten aan te gaan, maar vrouwen mochten niet deelnemen. Ze mochten alleen klusjes doen als koken en schoonmaken in kloosters en tempels. Ze mochten geen activiteiten verrichten waarbij fysieke inspanning nodig was, geen gebeden leiden en zelfs niet zingen.

    In de afgelopen decennia zijn deze belemmeringen onderwerp geworden van een hevige strijd. Deze wordt gevoerd door duizenden nonnen, afkomstig uit vele verschillende sekten van het Himalayaanse boeddhisme.

    Aan het hoofd van de strijd om verandering staan de kungfu-nonnen, wier Drukpa-sekte dertig jaar geleden onder leiding van Jigme Pema Wangchen een hervormingsbeweging begon. Wangchen, die ook wel bekendstaat als de twaalfde Gyalwang Drukpa, was bereid eeuwenlange tradities te doorbreken. Hij wilde ervoor zorgen dat nonnen de religieuze boodschap van de sekte buiten de kloostermuren zouden uitdragen. ‘We willen grote veranderingen teweegbrengen,’ aldus kungfu-non Konchok Lhamo (29). ‘In een klooster op een kussen zitten en mediteren is niet genoeg.’

    Conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken

    Vandaag de dag houden Drukpa-nonnen zich niet alleen bezig met kungfu. Ze leiden ook gebeden en maken maandenlange pelgrimstochten om plastic afval op te rapen en mensen in te lichten over klimaatverandering.

    Afgezien van een corona-gerelateerde onderbreking hebben de nonnen de afgelopen twintig jaar elk jaar ruim tweeduizend kilometer gefietst om duurzaam vervoer te promoten. De reis begint in Kathmandu en eindigt in Ladakh, een hoog in het Himalaya-gebergte gelegen streek. Onderweg stoppen de nonnen om mensen op zowel het Nepalese als Indiase platteland voor te lichten over gendergelijkheid en over het feit dat ook meisjes ertoe doen.

    In 2008 kwamen de nonnen van de sekte voor het eerst in contact met de vechtkunst. Ze leerden erover van volgelingen uit Vietnam, die naar het klooster waren gekomen om geschriften te bestuderen en de instrumenten te bespelen die tijdens het gebed worden gebruikt. Sindsdien zijn ongeveer achthonderd nonnen getraind in de basisbeginselen van de vechtkunst. Zo’n negentig van hen hebben een intensief lesprogramma doorlopen om trainer te worden.

    De twaalfde Gyalwang Drukpa heeft de nonnen ook opgeleid tot zangmeesters, een post die vroeger alleen aan mannen was voorbehouden. Bovendien zorgde hij ervoor dat ze het hoogste niveau van onderwijs kregen: mahamudra. Het is een geavanceerd meditatiesysteem dat zijn naam ontleent aan het Sanskriet woord voor ‘grote zegel’.

    De nonnen genieten inmiddels grote bekendheid, zowel in het overwegend Hindoestaanse Nepal – dat voor ongeveer 9 procent uit boeddhisten bestaat – als in het buitenland. Maar de veranderingen die de sekte teweegbrengt, worden niet zonder slag of stoot geaccepteerd: conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken.

    ‘Ons leven wordt beperkt door heel veel regels; die gaan zelfs over wat voor zakken je in je gewaad mag hebben’

    Wanneer de nonnen over steile hellingen van het klooster naar de plaatselijke markt gaan, worden ze vaak uitgescholden door monniken van andere sekten. Dat schrikt ze naar eigen zeggen niet af. Als ze in hun open busjes door de streek rijden, lijken ze met hun kaalgeschoren hoofden op soldaten. Ze zien eruit alsof ze in de frontlinie thuishoren en elk vooroordeel onderuit kunnen halen.

    Op de enorme campus van de sekte wonen driehonderdvijftig nonnen. Ze leven er samen met eenden, kalkoenen, zwanen, geiten, twintig honden, een paard en een koe – allemaal dieren die ofwel uit de handen van de slager ofwel van de straat zijn gered. De vrouwen werken als schilder, kunstenaar, loodgieter, tuinier, elektricien en metselaar, en ze beheren tevens een bibliotheek en een medische kliniek voor leken.

    ‘Wanneer mensen naar het klooster komen en ons zien werken, zien ze plotseling in dat een nonnenbestaan niet “nutteloos” is,’ aldus Zekit Lhamo (28). Daarmee verwijst ze naar een belediging die de nonnen geregeld naar het hoofd geslingerd krijgen. ‘We bekommeren ons niet alleen om onze religie, maar ook om de samenleving.’

    Inspiratie

    Het werk van de nonnen heeft andere vrouwen in de hoofdstad van Nepal geïnspireerd. ‘Als ik naar hen kijk, wil ik ook non worden,’ zegt Ajali Shahi, die afstudeert aan de Tribhuvan-universiteit in Kathmandu. ‘Ze zien er zo cool uit. Je krijgt zin om je leven ervoor overhoop te gooien.’

    Elke dag ontvangt het nonnenklooster minstens twaalf verzoeken om te mogen intreden. Die komen van verre, bijvoorbeeld uit Mexico, Ierland, Duitsland en de Verenigde Staten. ‘Maar niet iedereen kan dit,’ zegt non Jigme Yangchen Ghamo. ‘Van de buitenkant ziet het er aantrekkelijk uit, maar je weet niet hoe zwaar het leven hierbinnen is.’ Ze gaat verder: ‘Ons leven wordt beperkt door zoveel regels. Er is zelfs voorgeschreven wat voor zakken je in je gewaad mag hebben.’

    De nonnen worden om drie uur ’s nachts wakker om in hun slaapzaal te gaan mediteren. Vóór zonsopkomst lopen ze naar de hoofdtempel, waar zangmeester Tsondus Chuskit de gebeden leidt. In kleermakerszit zitten de nonnen op banken en bladeren ze op hun iPads door de gebedsteksten – dit om zo weinig mogelijk papier te gebruiken. Dan beginnen ze eenstemmig te zingen, en de felgekleurde tempel vult zich met het geluid van trommels, hoorns en bellen. Na de gebeden verzamelen ze zich buiten.

    Jigmet Namdak Dolker was ongeveer twaalf jaar oud toen ze een groep Drukpa-nonnen langs het huis van haar oom in het Indiase Ladakh zag lopen. Ze rende naar buiten en liep met ze mee. Dolker, die geadopteerd is, wilde ook non worden en smeekte haar oom om haar naar het Drukpa-nonnenklooster te laten gaan, maar hij weigerde.

    Vier jaar later liep ze op een dag weg van huis om zich aan te sluiten bij de duizenden mensen die de verjaardag van Jigme Pema Wangchen, het hoofd van de sekte, vierden. Uiteindelijk kwam ze in het klooster terecht. Ze is er nooit meer weggegaan.

    En? Hoe voelt ze zich zeven jaar later, waarvan er zes in het teken stonden van kungfu? ‘Trots. Ik voel de vrijheid om te doen wat ik wil,’ zegt ze. ‘En ik voel me zo sterk van binnen dat ik alles aankan.’

    Lees ook:

  • Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Door een groeiende behoefte aan grondstoffen staan ondernemingen in de rij om ertsen en metalen van de zeebodem te halen. Dat gaat uiteraard niet zonder ernstige milieuschade. Het team van wetenschapper Pedro Martínez Arbizu onderzoekt in hoeverre het leven in de diepzee zich kan herstellen.

    Tweeduizend kilometer uit de kust van Mexico glijdt de Sonne over de nachtzwarte Stille Oceaan. Het schip sleept een instrument achter zich aan dat is uitgerust met foto- en videocamera’s en vlak boven de zeebodem zweeft. Aan boord kijkt Lilian Böhringer van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven gefascineerd naar de livebeelden uit een diepte van 4500 meter. De vlakke bodem is bezaaid met steenklompen zo groot als aardappelen. Op het eerste gezicht lijkt die vreemde wereld op een dood maanlandschap. Maar in het licht van de schijnwerper ontwaart de bioloog overal tekenen van leven in het zachte sediment: kruipsporen, wormgaten, de omtrek van een zeester die zich heeft ingegraven.

    Dan trillen er vreemdsoortige diepzeebewoners op haar beeldscherm. Een paar hebben een houvast gevonden op de stenen: anemonen die op bloemen lijken, fragiele koraalboompjes en sponzen op steeltjes, waaraan slangsterren zich vastklampen. Elke twintig seconden maakt de camera een foto van de bodemfauna. Böhringer vergroot het laatste snapshot. ‘Een prachtige zeekomkommer!’ roept ze enthousiast. Het bizarre wezen draagt een soort zeil op de rug en door het roze, bijna transparante lichaam schemert het spijsverteringskanaal. ‘In de diepzee zijn deze dieren bonter en veelsoortiger dan in de koraalriffen.’ Algauw zijn er ook witte, oranje en violette zeekomkommers te zien, stekelige worsten en buikige zeevarkens met beenstompjes.

    Sonne Expedition CCZ TimK 6
    De mangaanknollen op de bodem van de Stille Oceaan zijn miljoenen jaren oud. Ze worden gevormd door vulkanische processen en bevatten behalve mangaan en ijzer ook kostbaardere metalen zoals kobalt, nikkel en platina. – © Tim Kalvelage

    Geleidelijk verandert het uitzicht: de steenklompen zijn steeds meer bedekt met sediment, de levende wezens worden minder talrijk. Na een paar honderd meter is de zeebodem veranderd in een zandwoestijn. ‘We benaderen bijna het ontginningsgebied,’ zegt de onderzoekster na een blik op haar kaart met de positie van het schip. Kort daarna verschijnen op de bodem de anderhalve meter brede sporen van een tonnen zwaar rupsvoertuig. Op de doorploegde akker zitten een paar zee-egels. Een rood oplichtende garnaal zwemt door het beeld. Het gesteente is verdwenen en daarmee ook de dierenwereld die erop leeft.

    Op een diepte van 4000 tot 6000 meter over een oppervlak groter dan de EU ligt 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen

    In de herfst van 2022 is vanuit Californië in het noordoosten van de Stille Oceaan een expeditie vertrokken met het Duitse onderzoeksschip Sonne. Een team van 38 mensen wil onderzoeken welke schade de mijnbouw in de oceaan achterlaat. Anderhalf jaar geleden testte de Belgische onderneming Global Sea Mineral Resources (GSR) in deze regio een oogstmachine met de afmetingen van een maaidorser. Die werd ontwikkeld om ertsen te verzamelen van de zeebodem: mangaanknollen die in de loop van miljoenen jaren op de diepzeevlaktes zijn ontstaan. Ze bevatten felbegeerde metalen zoals kobalt, koper en nikkel, die van belang zijn voor nieuwe technologie. Maar de ontginning zou een nog nauwelijks onderzocht ecosysteem op grote schaal kunnen verwoesten.

    Maritieme eldorado

    De Clarion-Clipperton Zone (CCZ), een zeegebied tussen Hawaï en Mexico, is het maritieme eldorado. Op een diepte van 4000 tot 6000 meter ligt daar over een oppervlak groter dan de EU ongeveer 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen. De Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), een VN-organisatie, beheert deze reusachtige voorraden erts. Ze geeft licenties uit voor internationale wateren – tot dusver alleen voor de verkenning van de bodemschatten. Op dit moment werkt de autoriteit aan een reglement voor de ontginning. Deze Mining Code zou deze zomer goedgekeurd kunnen worden en meteen het startschot zijn voor de diepzeemijnbouw.

    Naast GSR behoort ook de Duitse Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffen tot de zeventien licentiehouders in de CCZ. De claims omvatten elk 75.000 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Beieren. In 2021 heeft GSR in het Belgische en het Duitse licentiegebied twee grote knollenvelden van ongeveer 30.000 vierkante meter geoogst en de klompen aan de rand van de testvelden overgeladen. Tegelijkertijd voerde het Europese onderzoeksproject MiningImpact, gecoördineerd door onderzoeksinstituut Geomar uit Kiel, een onafhankelijke milieustudie uit. Nu keren de wetenschappers met de Sonne terug om de gevolgen voor het ecosysteem te onderzoeken.

    Fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen

    ‘De soortenrijkdom in de CCZ is even groot als in de tropische regenwouden, vooral vanwege de mangaanknollen. Daarop vestigen zich veel dieren, die op hun beurt weer andere organismen aantrekken,’ vertelt expeditieleider Pedro Martínez Arbizu van het Duitse onderzoekscentrum naar mariene biodiversiteit in Wilhelmshaven, tijdens de tocht naar het Duitse licentiegebied. ‘Bij eerdere reizen hebben we honderden nieuwe soorten geregistreerd.’

    Mijnbouw in de diepzee zou hun leefruimte onherstelbaar beschadigen, vreest hij, omdat oogstmachines de knollen verwijderen en veel stof doen opwaaien. ‘De sedimentwolken verspreiden zich tot ver buiten het mijngebied,’ aldus de bioloog. ‘Filtreerdieren zoals sponzen worden onder de deeltjesregen begraven en zouden kunnen stikken.’

    Sonne Expedition CCZ TimK 5
    Met de onderwaterrobot zijn bewegingen op de zeebodem mogelijk met een precisie tot op de centimeter. Met de grijparm neemt het team proefmonsters op een experimenteerveld. – © Tim Kalvelage

    Voor de expeditie, die acht weken zal duren, werden containers vol meetinstrumenten en apparatuur om monsters te nemen ingeladen, waaronder miljoenen kostende hightechapparaten voor diepzeeonderzoek: een op afstand bestuurbare duikrobot met grijparmen en een torpedovormige autonome duikboot om de zeebodem mee in kaart te brengen.

    Haperingen

    Het begin van de reis verloopt moeizaam. Het coronavirus heeft zichzelf aan boord weten te smokkelen. De besmette mensen moeten zich isoleren in hun hutten. Voor de anderen geldt: mondkapjes dragen en afstand houden. Gegeten wordt er in ploegen – haastig en zwijgzaam. Bovendien hapert de techniek: de gps-lokalisering werkt niet goed, de instrumenten landen niet op de bedoelde coördinaten op de zeebodem. De duikrobot heeft een lek en als er een touw breekt, verdwijnen waardevolle instrumenten ongecontroleerd de diepte in.

    Maar onderzoekers en scheepsbemanning lossen de problemen op. Ook de verloren apparatuur kan met behulp van de duikrobot op de oceaanbodem worden gelokaliseerd en onbeschadigd worden geborgen. En na tien dagen klinkt het verlossende bericht van de kapitein door de luidsprekers: ‘Alle PCR-tests zijn negatief!’ Bij het avondeten is de stemming in de eetzaal uitgelaten.

    Nog 100 meter, 50… ‘Stop!’ zegt Martínez Arbizu. De matroos stopt de lier. Het apparaat schommelt nu enkele meters boven de bodem, op 4100 meter diepte. Op het beeldscherm zijn een paar plastic buizen te zien, en daaronder de zeebodem. Geen mangaanknollen te bekennen. De onderzoekers willen het door een dikke laag sediment bedekte gebied rondom de mijnlocatie onderzoeken. De lier loopt weer en de buizen boren zich in het sediment.

    Sonne Expedition CCZ TimK 3
    Sedimentmonsters worden op het schip gehesen. – © Tim Kalvelage

    Ruim een uur later is het apparaat terug aan dek. Meteen stelt een tiental wetenschappers de kostbare monsters veilig. Een tropische regenbui klettert op het scheepsdek. Een paar minuten later zijn de sedimentkernen al op weg naar de laboratoria. Ze moeten onder andere laten zien of door diepzeemijnbouw zware metalen uit de zeebodem vrijkomen en hoe de samenstelling van de bacteriële gemeenschap verandert.

    Het team van Martínez Arbizu speurt in het sediment naar dieren die nog geen millimeter groot zijn. Die vormen een groot deel van de diepzeefauna, volgens de bioloog. Op de werktafel voor hem ligt een plas modderig water. Het ruikt naar ethanol. Hij zeeft een sedimentmonster door een fijnmazige stalen zeef. De kleinste levende wezens die daarop achterblijven worden geconserveerd in alcohol en later in Duitsland geteld en gedetermineerd. ‘Het meest vinden we roeipootkreeftjes,’ zegt hij, ‘en draadwormpjes. Alleen al in het Duitse licentiegebied zijn er daarvan ongeveer tienduizend keer zoveel als sterren in onze Melkweg.’

    Oceaanschatten

    Sinds de eeuwwisseling groeit de belangstelling voor grondstoffen in de diepzee. Naast metaalrijke zwavelertsen en kobaltkorsten op onderzeese bergen zijn de knollenvelden bijzonder gewild. Al in de jaren zeventig werden er pogingen gedaan om ze te benutten, uit angst voor een tekort aan reserves aan land. Nu zijn de energietransitie en de digitalisering de grote aanjagers van de zoektocht naar de oceaanschatten. Mangaanknollen bevatten meerdere metalen die onontbeerlijk zijn voor elektrische auto’s, windmolens en smartphones. Experts schatten dat de hoeveelheid kobalt in de CCZ drie tot zes keer zo groot is als de wereldwijde reserves aan land.

    Voorstanders argumenteren dat diepzeemijnbouw niet alleen zou kunnen voorzien in onze groeiende behoefte aan grondstoffen, maar ook onze afhankelijkheid zou verminderen van politiek instabiele en ondemocratische staten. Bijvoorbeeld van Congo, waar ruim tweederde van alle kobalt ter wereld vandaan komt, en van China, dat dominant is bij de verdere verwerking van het metaal. Bovendien zouden de maatschappelijke en de milieukosten geringer zijn dan bij mijnbouw aan land, aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden, en minder giftig afval ontstaat.

    Sonne Expedition CCZ TimK 4
    Als diepzeegesteente wordt gewonnen, verliezen sedentaire dieren hun leefgebied. Als alternatief biedt Sabine Gollner op proef kunstknollen aan. – © Tim Kalvelage

    Wetenschappers waarschuwen daarentegen voor enorme schade aan het gevoelige ecosysteem door het oogsten van de knollen, die zo belangrijk zijn voor het overleven van veel soorten, door het opgewerveld sediment en het lawaai van oogstvoertuigen in de zeer stille diepzee en het slijk dat transportschepen terugstorten in zee. De traag groeiende fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen. Dat blijkt ook uit een experiment voor de kust van Peru, waar onderzoekers in 1989 een knollenveld omploegden. Bijna dertig jaar later waren de sponzen daar nog niet teruggekeerd.

    Diepzeemijnbouw heeft minder milieukosten aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden

    De kennis over de diepzeefauna en hun biotoop is nog heel onvolledig. Hoe oud worden de organismen en hoe groot is hun verspreidingsgebied? Hoe planten ze zich voort? Welke soorten hebben een sleutelpositie in het ecosysteem? Deze vragen moeten worden beantwoord om het risico van de diepzeemijnbouw serieus te kunnen inschatten. Anders sterven soorten uit voordat ze worden ontdekt.

    Desondanks wil de Internationale Zeebodemautoriteit in juli regels voor de diepzeemijnbouw goedkeuren. Reden voor die haast: Nauru, een klein eilandstaatje in de Stille Oceaan met een licentie in de CCZ, heeft in 2021 een beroep gedaan op een paragraaf in het internationale zeerecht. Volgens die paragraaf moet de autoriteit binnen twee jaar een reglement produceren. In de Mining Code moeten de toegestane grootte van de mijngebieden, de milieuvoorwaarden en de verdeling van de opbrengsten worden vastgelegd. Met de resultaten van de ontginningstest willen de onderzoekers aanbevelingen opstellen, bijvoorbeeld voor het aanwijzen van beschermde gebieden en voor milieucontroles.

    Sonne Expedition CCZ TimK 2
    Met de duikrobot verkennen de onderzoekers de zeebodem op ruim 4000 meter diepte. Na een succesvolle inzet wordt de robot weer op het achterschip van de Sonne gehesen. – © Tim Kalvelage

    De Sonne is intussen al vier weken onderweg op de Stille Oceaan. Dag en nacht gaan instrumenten het water in. ’s Nachts zie je vermoeide gezichten van onderzoekers die uit hun kooi zijn gebeld omdat er monsters aan dek komen. Tijdens nachtenlange sessies met de camera verkent Lilian Böhringer de zeebodem. Overdag werkt ze zich in het zweet in de fitnessruimte of geniet ze aan dek van het zonnige weer en maakt ze kruiswoordpuzzels. ’s Avonds haalt ze met een stralende blik zeekomkommers en andere diepzeedieren uit de verzamelbox van de duikrobot, als die weer aan dek komt.

    Prototype

    Bij het expeditieteam hoort ook een vertegenwoordiger van de industrie, François Charlet, die leiding geeft aan de grondstofverkenning van GSR in de CCZ. De geoloog heeft in 2021 al de milieustudie begeleid. Tijdens de dagelijkse meeting voor wetenschappers in de conferentieruimte – de Sonne is nu in het Belgische licentiegebied – laat hij een video zien van de ontginningstest. Te zien is hoe het oogstvoertuig de knollen en de bovenste sedimentlaag opzuigt. In technisch opzicht was de test een succes: ‘De Patania II heeft 90 procent van de knollen geoogst,’ zegt hij.

    De Patania II was slechts een prototype. De Patania III moet drie keer zo groot worden en in 2025 voor het eerst worden ingezet. Dan heeft GSR een ontginningstest gepland met een boorschip en een transportsysteem dat de knollen naar de oppervlakte brengt. Ook GSR meent dat mijnbouw in de diepzee minder verwoestend zal zijn dan aan land vaak het geval is. Op basis van wetenschappelijke inzichten zou men internationaal geldende regels overeen kunnen komen. ‘Wij willen feedback van het wetenschappelijk onderzoek om de mijnbouw zo milieuvriendelijk mogelijk vorm te geven,’ zegt Charlet. Dan zou men in 2028 kunnen beginnen, na verdere milieustudies en als er een milieumanagementplan is opgesteld. Mocht diepzeemijnbouw onverantwoord blijken, dan zal GSR geen licentie voor ontginning aanvragen.

    De concurrentie wil al snel beginnen met de knollenoogst. Kort voor de Sonne was The Metals Company met een boorschip naar de CCZ gevaren. Op basis van een overeenkomst met Nauru, Tonga en Kiribati neemt die Canadese onderneming deel in drie licentiegebieden. In oktober 2022 bracht het meer dan 3000 ton mangaanknollen naar de oppervlakte. De Internationale Zeebodemautoriteit had het plan voor de milieucontroles weliswaar bekritiseerd, maar uiteindelijk toch toestemming gegeven voor de test. Vanaf 2024 wil The Metals Company op industriële schaal gaan ontginnen.

    Zou de fauna van de knollenvelden zich daarvan herstellen? Zou ze daarbij geholpen kunnen worden? Diepzee-ecoloog Sabine Gollner van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel wil dat uitzoeken. In de container op het achterdek kijkt ze naar een wand vol beeldschermen. Voor haar zitten de piloot van de duikrobot en een collega die de grijparm bedient. Na de landing trekt de arm plastic frames uit een box, het ene na het andere, en plaatst deze op het spoor van het rupsvoertuig in het testgebied. Andere komen daarnaast. Aan het frame zijn knollen van klei bevestigd: een pottenbakker heeft er drieduizend voor haar gemaakt. ‘Het experiment moet antwoord geven op de vraag of sponzen, anemonen en koralen zich ook vestigen op kunstmatige knollen,’ zegt ze. ‘Zo ja, dan zouden ontgonnen gebieden daarmee hersteld kunnen worden.’ Maar de kosten zouden enorm zijn.

    Ecosysteem

    Al sinds 2021 worden zulke frames in het testgebied uitgezet. Een aantal daarvan wil de onderzoekster nu weer omhoog halen. Opnieuw strekt de duikrobot zijn grijparm uit. Een grenadiervis met grote ogen duikt kalmpjes op in het licht van de schijnwerper en verdwijnt weer in de duisternis. Later krabt Gollner in het laboratorium met een scheermesje de knollen schoon. Op Texel zal ze de biofilm analyseren. Het zou weleens vele jaren kunnen duren voordat er grotere organismen op de kunstmatige knollen groeien. In het gunstigste geval.

    Sonne Expedition CCZ TimK 1
    Expeditieleider Pedro Martínez Arbizu zoekt in sedimentmonsters naar de kleinste levende organismen. – © Tim Kalvelage

    Na bijna twee maanden op zee is er weer land in zicht. Kort voor Kerst bereikt het schip de Californische kust. In de tussentijd heeft de Duitse Bondsregering verklaard dat ze de diepzeemijnbouw voorlopig niet zal steunen. De risico’s en het ecosysteem van de diepzee moeten eerst beter worden onderzocht. De volgende reizen van de Sonne staan al gepland.

    Lees ook:

  • Noord-Californië blijft groen dankzij gezuiverd afvalwater

    Noord-Californië blijft groen dankzij gezuiverd afvalwater

    Jaarlijks wordt in het Californische Healdsburg 1,3 miljoen kubieke meter rioolwater voor hergebruik gezuiverd en vervolgens gratis verdeeld onder de gebruikers. Essentieel in een regio die kampt met droogte en watertekorten.

    Onder een schaduwrijke boom vol granaatappels wijst Brad Simmons vol trots op de boomgaard in zijn achtertuin. Het is eind 2022 in Healdsburg en deze gepensioneerde metaalbewerker, die al zevenenvijftig jaar in dit Californische plaatsje woont, heeft op het kleine lapje grond bij zijn bungalow niet alleen appel-, kersen- en perzikbomen, maar ook nog een perenboom, twee citroenbomen en een honderd jaar oude olijfboom staan. Die kleine boomgaard heeft natuurlijk veel water nodig, en dat wordt ieder jaar schaarser in deze staat, die ondanks de hevige regenval van rond de jaarwisseling nog steeds met historisch grote droogtes kampt. Toch hebben Simmons en veel van de andere twaalfduizend inwoners van dit wijnmakersstadje ten noorden van San Francisco alles er groen bij staan, terwijl het waterverbruik in de gemeente sinds 2020 gehalveerd is.

    Healdsburg beschikt namelijk over een bijzondere troef als het gaat om de bevloeiing van tuinen, bomen en wijngaarden: gratis, niet drinkbaar water afkomstig uit een speciale zuiveringsinstallatie voor de recycling van afvalwater. Volgens de gemeente recyclet die installatie elk jaar ruim een miljard liter rioolwater, iets meer dan de helft van het jaarlijkse waterverbruik. Dat gerecyclede water kan gebruikt worden voor irrigatie, in de bouw en bij andere toepassingen die geen drinkwaterkwaliteit vereisen. Dat verlicht de druk op de reservoirs en waterputten in de regio, stimuleert een grote groep gebruikers om bewuster met water om te gaan en verlaagt de hoeveelheid afvalwater die in de Russian River wordt geloosd.

    Reservoirs

    ‘Ik maak me voortdurend zorgen over watertekort,’ zegt Simmons, terwijl hij een tuinslang over het uitgedroogde gras van zijn tuin naar een enorme vierkante tank met duizend liter gerecycled water sleept. Die reservoirs ter grootte van een wasdroger zie je hier overal in de gemeente staan. ‘Dit is dus echt een uitkomst.’

    Momenteel wordt in Californië een kleine 900 miljoen kubieke meter water voor hergebruik gezuiverd, ofwel 18 procent van de totale jaarlijks hoeveelheid afvalwater. Maar de staat heeft hogere ambities voor zijn waterzekerheid: de nieuwe doelstelling is bijna een verdriedubbeling, tot 2,5 miljard kubieke meter in 2030. Dankzij initiatieven zoals het Clean Water State Revolving Fund van de Californische waterautoriteit en steun van de federale overheid, waaronder een subsidieprogramma van 750 miljoen dollar, staan er verschillende grote projecten op stapel. Zo wil Orange County de capaciteit vergroten van zijn zuiveringsinstallatie voor drinkwater, die nu al de grootste ter wereld is, om straks zo’n vijfhonderd miljoen liter rioolwater per dag te kunnen recyclen. Het Metropolitan Water District of Southern California wil voor 3,4 miljard dollar een nieuwe recycle-installatie bouwen die voor 19 miljoen gebruikers in de regio Los Angeles een duurzame bron van drinkwater moet worden.

    Alles staat er groen bij, terwijl het waterverbruik sinds 2020 gehalveerd is

    Maar voor gemeentes met minder inwoners of minder middelen kan een bescheiden aanpak net zo effectief zijn, zegt waterdeskundige Anne Thebo van het Pacific Institute in Oakland, een non-profit onderzoeksinstituut voor waterbescherming. ‘De lokale context kan gemeentes veel flexibiliteit bieden bij het opstellen van plannen voor hergebruik van water,’ meent zij. Landbouwgemeentes zijn daarbij in het voordeel, omdat water voor irrigatie vaak niet drinkbaar hoeft te zijn.

    Irrigatie

    Elke gemeente heeft keuzemogelijkheden bij de zuivering van rioolwater voor hergebruik, want ook water voor de irrigatie van bosbouw of gazons hoeft niet zo schoon te zijn als water dat gebruikt wordt voor de bevloeiing van gewassen als luzerne (alfalfa) of voedsel dat rauw gegeten wordt, zoals sla en aardbeien. Een goed plan voor hergebruik van water dat is toegesneden op de specifieke behoeften van een gemeente kan de waterportefeuille van een regio veelzijdiger maken en helpen voldoen aan de vraag. 

    Hergebruik was niet de eerste prioriteit van Healdsburg toen het in 2008 zijn waterzuiveringsinstallatie moderniseerde. De gemeente moest voldoen aan de milieuvoorschriften voor lozing in de Russian River, waaronder een strengere norm voor de aanwezigheid van voedingsstoffen en ziekteverwekkers. Voor 29,3 miljoen dollar werden membraanfilters en UV-licht voor het verwijderen van ziekteverwekkers toegevoegd aan een zuiveringsproces dat al filtratie en bacteriële zuivering omvatte. Met die extra maatregelen wordt het rioolwater nu bijna tot drinkwaterkwaliteit gezuiverd, zodat het schoon genoeg is voor lozing in het bijna vierduizend vierkante kilometer grote stroomgebied.

    Gratis maar niet drinkbaar

    Maar zelfs van zulk schoon water staan de regionale waterschappen lozing alleen toe in de periode van oktober tot half mei, als het waterpeil in de rivieren verhoogd is door de regenval en de kans op schadelijke gevolgen dus nog kleiner. In de resterende maanden van het jaar ‘moeten we zelf maar zien wat we ermee doen’, zegt Patrick Fuss, hoofd water- en afvalwaterbeheer van de gemeente. Dat werd de grote uitdaging en uiteindelijk ook de grote triomf van het waterbeleid van zijn stad: genoeg vraag creëren voor dat aanbod.

    In Californië is gebruik van gezuiverd afvalwater in de landbouw toegestaan, maar alleen met een vergunning die precies vastlegt waarvoor het wordt gebruikt, vooral om de veiligheid van het grond- en drinkwater te garanderen. De oorspronkelijke vergunning van Healdsburg bood ruimte voor zowel de irrigatie van wijngaarden als gebruik in huishoudens, tuinen en industrie. Toch was het jarenlang lastig om genoeg afnemers voor het gerecyclede water te vinden, aldus Fuss. Het is weliswaar gratis, maar niet drinkbaar en vergt daarom de aanleg van aparte leidingen, wat een kostbare grap kan zijn. Verder maakten sommigen zich nodeloos zorgen over de aantasting van hun kostbare druiven door mogelijke resten nitraat, mineralen en andere chemische stoffen. Daarom werd gerecycled water nog een tijdlang in de rivier geloosd. Tot de gemeente zich drie jaar geleden door de toenemende droogte genoopt zag de lozingsvoorschriften strikt te gaan handhaven. Met de nieuwe veelsporenaanpak wordt de hoeveelheid geloosd afvalwater verlaagd door betere waterbesparing, en wordt tegelijkertijd de vraag naar gerecycled water verhoogd.

    ‘De gebruikers zorgen wel dat wij geen loopje nemen met de voorschriften’

    Fuss heeft daarvoor mede de basis gelegd door actief bij de wijnboeren langs te gaan en deelnemers te werven voor de verlenging van de waterleiding om het hergebruikte water bij hen te krijgen. Verder heeft de gemeente de bouwsector verplicht tot het gebruik van gerecycled water, dat afgehaald kan worden bij twee vulstations. En toen vorig jaar overal in Californië het watergebruik aan banden werd gelegd, is Healdsburg juist begonnen met de levering van bijna tweeduizend liter gratis water per huishouden per jaar voor alle afnemers.

    GettyImages 1089435092

    Om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen is het volgens Fuss van cruciaal belang dat er een breed scala van gebruikers is. ‘We weten dat we bij droogte aan de regels kunnen voldoen, want de toestroom, de hoeveelheid afvalwater die we moeten zuiveren, is dan kleiner omdat mensen zuiniger met water omgaan, terwijl de vraag naar gezuiverd water juist groter is,’ zegt hij. In een jaar met veel of normale regenval is de situatie omgekeerd en zou het systeem snel overstromen als er niet voldoende tappunten waren.

    Beheer van de kwaliteit van geloosd afvalwater is een belangrijke drijfveer voor projecten voor hergebruik van water in Californië, zegt Thebo. En de gemene deler van geslaagde projecten lijkt het combineren van verschillende voordelen te zijn. ‘Dat is het hart van de samenwerking tussen gemeentes, telers, milieugroeperingen en de talrijke andere belanghebbenden. En dat is ook hoe je politici en de bewoners erbij betrekt.’

    Populair

    In Healdsburg lijkt het met die maatschappelijke betrokkenheid wel goed te zitten. Het programma van gratis aan huis bezorgd water is zelfs aan zijn eigen populariteit ten onder gegaan, doordat er op het hoogtepunt meer dan een kwart van de huishoudens gebruik van maakte. ‘Het was [financieel] onhoudbaar op de lange termijn,’ zegt gemeentelijk waterinspecteur Rob Scates, ‘maar het was goed voor de bekendheid.’ Bij de vulstations is het water nog steeds gratis verkrijgbaar en verschillende particuliere bedrijven bezorgen het voor een klein bedrag aan huis. (Simmons zegt dat hij eens in de twee weken veertig dollar betaalt voor een levering.)

    Maar de gemeente neemt geen risico. Om van afname verzekerd te blijven mag het water sinds kort ook gebruikt worden voor de irrigatie van weiden, commerciële boomgaarden en slachtvee. En er zijn plannen om, met dank aan een staatssubsidie van zeven miljoen dollar, het leidingnet (met paarse leidingen om aan te geven dat het geen drinkwater is) uit te breiden tot in de bebouwde kom, voor de bewatering van het stadsgroen. ‘Het raakt bekend dat de waterkwaliteit goed is en dat het een behoorlijk betrouwbaar systeem is,’ zegt Scates. De gebruikers ‘zijn er nu echt aan gehecht geraakt. Die zorgen wel dat wij geen loopje nemen met de voorschriften.’

    Dennis De La Montanya, eigenaar van De La Montanya Vineyards en een van de gebruikers van het eerste uur, is daar niet bang voor. Hij bevloeit de druiven waarmee hij zijn bekroonde pinot noir en chardonnay maakt al jaren met water uit de paarse leidingen. ‘Het heeft enorm bijgedragen aan de beschikbaarheid van water. En het belast het grondwater en de openbare watervoorziening niet,’ zegt hij. ‘Het is echt win-win.’ Dat tastbare resultaat demonstreert de waarde van de recycling van water, zegt Thebo: ‘Waterschaarste lijkt soms onoverkomelijke problemen op te leveren. Maar als mensen oplossingen zien waarvan ze de gevolgen in hun eigen leven ondervinden, wordt dat volgens mij een bron van collectieve trots.’

    Lees ook:

  • Levensbedreigende hitte kan tegen 2100 twee miljard mensen treffen

    Levensbedreigende hitte kan tegen 2100 twee miljard mensen treffen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië verlaagt olieproductie opnieuw om prijs te stuwen

    » De Zweedse krant Aftonbladet brengt het nieuws als rap

    Hitte bedreigt een vijfde van de mensheid

    Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7 graden Celsius. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5 graad – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29 graden en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25 graden.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven

    De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.

    Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graad, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.

    Lees ook:

  • ‘Vrije markt en duurzaamheid kunnen heel goed samengaan’

    ‘Vrije markt en duurzaamheid kunnen heel goed samengaan’

    Klimaatactivisten dringen aan op verboden, marktfanatici begrijpen de grenzen van de planeet niet. Hoog tijd voor een derde weg, vindt deze journalist van Frankfurter Allgemeine Zeitung: het ecoliberalisme.

    Wie zich rond de millenniumwisseling begon bezig te houden met de wereldwijde ecologische crisis, had niet kunnen vermoeden dat nu, twee decennia later, jongeren zich aan de weg vastplakken, schoolkinderen op vrijdag spijbelen en activisten kunstwerken ondergooien met aardappelsoep uit bezorgdheid over de planeet. Wat destijds een probleem in de verre toekomst leek, is nu een acute dreiging.

    De debatten erover zijn echter zo warrig, zo versnipperd en worden tussen zo totaal verschillende kampen gevoerd dat je je afvraagt of de partijen het eigenlijk wel over hetzelfde hebben. Team-Geheelonthouding en Team-Technologie houden voortdurend elkaars tekortkomingen tegen het licht. Midden in de grootste energiecrisis sinds het midden van de jaren zeventig subsidieert de staat eerst tankstations om gedragsveranderingen uit te stellen tot de toekomst. Even later wil zij de installatie van nieuwe oliegestookte verwarmingsinstallaties verbieden. En er is een culturele strijd losgebarsten over het einde van verbrandingsmotoren in auto’s.

    Het feit dat deze kwesties zo bitter worden uitgevochten, is het gevolg van volledig uiteenlopende visies op de wereldwijde milieucrisis en op wat geschikte instrumenten zijn om deze op te lossen. Velen die van het begin van de jaren zeventig de doctrine hebben omarmd dat de biosfeer door de menselijke activiteit tot een breekpunt wordt gedreven, zullen sympathieker staan tegenover strenge maatregelen. Voorstanders van vrijemarktoplossingen daarentegen onderschatten vaak de ernst van de overbelasting van natuurlijke putten van verontreinigende stoffen, zoals de atmosfeer en de oceanen. Milieuactivisten roepen om verboden, markteconomen bagatelliseren de milieuproblemen.

    Toch zou het eigenlijk andersom moeten zijn. Want in theorie en praktijk is een marktgerichte benadering efficiënter, goedkoper en effectiever gebleken om de doelstellingen van het economisch beleid te bereiken. Het vrije spel van de markt is dus zeker wel verenigbaar met het stellen van ecologische grenzen. Maar op een andere manier dan velen tot nu toe voor ogen hadden. Het is dringend tijd om duurzaamheid vanuit vrijheid te realiseren.

    Uitstervingen

    In maart 2021 oordeelde het Bundesverfassungsgericht dat de Duitse politiek bij het klimaatbeleid alleen vrijheidsbeperkende maatregelen mag nemen als dat noodzakelijk is om de aarde te redden. Maar vrijheid is om nog een andere reden cruciaal: duurzaamheid werkt alleen als genoeg mensen eraan meewerken. Noch dirigisme, noch marktgerichte laissez-faire zullen dit bereiken. Veelbelovender is de filantropische stroming van het ecoliberalisme.

    Nooit eerder in de menselijke geschiedenis moest een probleem zo groot als dat van de klimaatverandering in zo’n korte tijd worden opgelost. Om te begrijpen hoe ernstig het probleem is, is het de moeite waard om eens terug in de tijd te blikken, zoals ook de Amerikaanse wetenschapsjournalist Peter Brannen deed als onderzoek voor zijn boek The Ends of the World. Hij stelde zich ten doel om met de hulp van paleontologen op zoek te gaan naar de oorzaken van de vijf bekende massale uitstervingen van soorten op aarde in de afgelopen 445 miljoen jaar, van het uitsterven van de trilobieten tot en met het einde van de dinosauriërs in het Krijt.

    Meer dan ooit begrijpen we dat overexploitatie van grondstoffen en overbelasting van de oceanen en de atmosfeer het goede leven op aarde bedreigen

    Zijn bevindingen gaan radicaal in tegen een belangrijk argument van klimaatveranderingsontkenners. Zij beweren dat klimaatverandering altijd heeft bestaan en daarom niet zo erg is. Het klopt dat het klimaat ook in het verleden is veranderd. Maar dat heeft wel vijf keer het gevolg gehad dat er nauwelijks nog leven op aarde overbleef. Brannen concludeert dat bij elk van de vijf massa-extincties een verstoring van de tot dan toe bestaande koolstof-zuurstofkringloop een zeer grote rol heeft gespeeld, zo niet de doorslag heeft gegeven.

    De mensheid kon haar welvaart pas exponentieel vergroten toen ze manieren vond om de fossiele brandstoffen in de aardkorst te benutten. Zij zijn de sleutel tot de huidige bloei en tegelijkertijd het potentiële einde ervan. In korte tijd zijn zo veel van deze miljoenen jaren oude planten- en dierenresten verbrand dat nu een CO2-niveau in de atmosfeer is bereikt vergelijkbaar met dat vóór de vijf grote aardhistorische rampen.

    Hier komen de belangen van paleontologen, klimaatwetenschappers en economen op een productieve manier bij elkaar. De een erkent en definieert ecologische grenzen. De anderen vinden manieren om ze op een zinvolle manier na te leven. Met meer kennis dan begin jaren zeventig kunnen begrijpen we nu waarvoor onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) waarschuwden in hun sensationele rapport The Limits to Growth dat gericht was aan de Club van Rome: dat overexploitatie van grondstoffen en overbelasting van de oceanen en de atmosfeer het goede leven op aarde bedreigen. Wanneer de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering aanbeveelt de CO2-uitstoot tegen het midden van de eeuw tot nul te reduceren en staten zich daartoe laten verbinden, is dat een erkenning van een stelling die al veel te lang wordt betwist: de biofysische grenzen zijn bereikt.

    Degrowth

    Dat één onderzoeksgebied zich al ruim vijftig jaar bezighoudt met alle oorzaken en gevolgen van deze erkenning en toch nog een schimmig bestaan leidt, kan nauwelijks anders verklaard worden dan door de bekrompenheid van anderen. De ecologische economen rond Nicholas Georgescu-Roegen, Kenneth Boulding en Herman Daly waren er vroeg bij om ons te herinneren aan de materiële basis van economische activiteit. Door concepten van de thermodynamica op te nemen in de economische analyse konden zij aantonen hoe gevaarlijk onomkeerbare schade aan de planeet is.

    Zij stelden hun discipline open voor wetenschappelijke kennis en kregen een duidelijker beeld van de aanpak van de ecologische crisis. Ze zijn de enigen in de economie die consequent de biofysische grenzen hebben erkend als een beperking van de economische ontwikkelingsmogelijkheden. Dit heeft ervoor gezorgd dat ze nu aansluiting kunnen vinden bij klimaatwetenschappers, die deze grenzen vanuit een andere invalshoek benaderden.

    Ook al hebben sommige deskundigen geflirt met het idee van een selectieve inkrimping van de economie (‘degrowth’), de meerderheid van de ecologische economen is stevig verankerd in de vrijemarkttraditie van Adam Smith via David Ricardo tot John Stuart Mill. Hun voorwerk vormt ook de basis van de socialemarkteconomie die in Duitsland zo succesvol is geweest. In het tijdperk van biodiversiteit en klimaatcrises moet dit echter een orde zijn die biofysische grenzen respecteert. Want zonder begrenzing kunnen de temperatuurstijging en het uitsterven van soorten niet worden gestopt.

    In het ecoliberalisme is emissiehandel een goed instrument om vervuilende stoffen te beperken

    Daarom is er in deze onderzoekslijn veel sympathie voor een ‘cap and trade’-systeem, zoals dat in Europa is ingevoerd met de CO2-emissiehandel. Dit stelt een fysieke limiet aan de uitstoot van koolstofdioxidel; in de huidige concentraties een natuurlijke maar gevaarlijke vervuilende stof. Van handelsperiode tot handelsperiode worden de emissierechten verminderd, tot ze in 2050 tot de nul zijn teruggebracht. Dan zal de prijs van de CO2-uitstoot onbetaalbaar zijn en zal de uitstoot binnen de industrie, de energieproductie, het vervoer en de verwarming illegaal zijn. In het ecoliberalisme is emissiehandel een goed instrument om vervuilende stoffen te beperken. De staat stelt harde grenzen aan het gebruik, maar laat het aan de handelende personen en instellingen over om te beslissen hoe ze zich daaraan houden.

    Wie de huidige discussies over verbrandingsmotoren, olieverwarming en vleesconsumptie volgt, vindt daarin slechts een rudimentaire versie van dit idee terug. Bijna niemand houdt rekening met de ernstige veranderingen waartoe een CO2-prijs in combinatie met de handel in emissierechten zal leiden. Om te zien wat klimaatneutraliteit in het dagelijks leven betekent, loont het te experimenteren met de online calculators van het Federaal Milieuagentschap en het Wuppertal Instituut voor Klimaat, Milieu en Energie. Vandaag bedraagt de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen per inwoner in Duitsland elf ton, als de invoer wordt meegerekend. In slechts zeventwintig jaar moet de genoemde waarde van de grondstof die het meest cruciaal is voor onze welvaart, dalen tot nul ton.

    Om in zo’n korte tijd een volledige decarbonisatie te bereiken, zijn noch technische vooruitgang noch geheelonthouding voldoende. Als we de klimaatverandering met succes willen bestrijden, hebben we beide nodig, een mix van strategieën: minder gemotoriseerd particulier vervoer (onthouding), betere verwarmingssystemen en woningisolatie (vooruitgang), een ander dieet (onthouding), hernieuwbare energie in intelligente netwerken (vooruitgang).

    John Stuart Mill

    Het ecoliberalisme heeft een aantal voorvaders van wie we veel kunnen leren over de aanpak van klimaatverandering. John Stuart Mill veredelde de klassieke economische theorie in het midden van de negentiende eeuw. Hij volgde Adam Smith op, die eigenbelang beschouwde als de motor van economische ontwikkeling, maar als moraaltheoloog ethische deugden eiste van de mens. Mill was een vroege ecoloog. Hij onderkende het gevaar dat economische activiteit de natuur zou kunnen vernietigen. Hij geloofde in een stabiele toestand zonder verdere groei – ergens in de toekomst, na een lang proces van vooruitgang. Daarmee voorzag hij wat ons zou kunnen overkomen als het ecoliberalisme met harde ecolimieten wordt doorgevoerd. Het is onduidelijk wat er dan met de groei zal gebeuren. Die kan tot stilstand komen, of losgekoppeld worden van de milieuconsumptie. Op Smith en Mill volgde de Oostenrijkse Friedrich August von Hayek, die in Der Weg zur Knechtschaft van begin jaren veertig afstand nam van de toen wijdverbreide socialistische ideeën over de juiste aanpak.

    Hij maakte duidelijk dat een economie waarin de gedecentraliseerde kennis van alle marktdeelnemers is verwerkt, veel innovatiever is dan een centraal geplande economie. Bureaucraten konden nooit beter dan de uit alle informatie afgeleide prijs weten welke kant een ontwikkeling op ging. Dat dit in zijn tijd niet ter harte werd genomen, was voor Hayek een bewijs van de arrogantie van geleerden.

    Naar aanleiding van het besluit van EU-parlementariërs over wanneer verbrandingsmotoren of kolencentrales moeten worden afgebouwd, is het de moeite waard Hayek nog eens aan te halen. Vanuit thermodynamisch oogpunt is er veel voor te zeggen dat elektrische auto’s technisch efficiënter zijn dan auto’s die op e-brandstoffen rijden. Maar zou het niet beter zijn om door middel van een bindend reductiepad een grens te stellen voor het Europese verkeer en autofabrikanten vrij te laten om te beslissen of zij zich dure experimenten met waterstof en synthetische brandstoffen op andere continenten willen veroorloven? Wie weet of de investering van een fabrikant zal leiden tot de uitvinding van een processtap die de technologie vooruitbrengt.

    De derde ecoliberale pionier die moet worden genoemd is de Indiase econoom en filosoof Amartya Sen. Hij heeft een complex concept van vrijheid geschetst dat veel verder gaat dan de opvatting dat mensen helemaal vrij moeten zijn om te bepalen wat ze willen consumeren. In enkele zeer scherpzinnige lezingen en essays heeft Sen duidelijk gemaakt dat de mens alleen in harmonie met de natuur kan leven als hij zijn eigen behoeften niet centraal stelt in alle overwegingen – zoals de economische wetenschappen vaak meer normatief dan descriptief doen.

    Alternatieven

    Er zijn veel hindernissen op de weg naar een functionerend ecoliberalisme. Bijvoorbeeld de toenemende spanningen tussen sociale kampen, die worden aangewakkerd door de sociale media. In het regelgevingsvacuüm dat er nog altijd is, wordt de politiek vervangen door morele terechtwijzingen: individuele groepen beschuldigen anderen van hun nalatigheid ten aanzien van duurzaamheid. Tegelijkertijd mogen we bij de poging om vanuit vrijheid een concept van duurzaamheid te vinden niet opnieuw de fout maken die veel politici de afgelopen decennia maakten: doen alsof er geen alternatieven zijn. Natuurlijk is het spectrum breed. Het loopt vanaf het model van een aan de ecologische behoeften aangepaste oorlogseconomie, voorgesteld door de bestsellerauteur Ulrike Herrmann, tot en met een ecoliberale benadering met verantwoordelijke consumenten die ook zonder regelgeving wel beseffen wat er aan de hand is.

    Het ecoliberalisme heeft als voordeel dat het aantrekkelijker is dan deze alternatieven. Met het beprijzen van ecosysteemdiensten biedt het een aanpak om de dreigende uitsterving van soorten een halt toe te roepen. Het is verenigbaar met ideeën zoals de Transition Towns, die al twee decennia lang een grondstofbesparende levensstijl met sterke regionale netwerken uitproberen om indien mogelijk te leven alsof er geen olie meer beschikbaar zou zijn op aarde. En het laat ruimte om te zoeken naar de beste duurzame oplossingen voor die plaatsen waar mensen het meest geconfronteerd worden met de gevolgen ervan en erover kunnen meepraten: in hun eigen stad, in hun eigen dorp.

    De mens moet zijn onverzadigbare honger naar meer laten varen en de weg terugvinden naar de matigheid

    Kenneth Boulding, pionier van de ecologische economie, schetste ooit hoe groot de opgave van de omslag in duurzaamheid is: gedurende honderdduizend jaar, en vooral in de afgelopen tienduizend jaar, heeft de mensheid eigenschappen ontwikkeld die nodig waren om hem te ondersteunen in zijn expansie. Nu loopt het tijdperk van expansie echter ten einde. Daarom moeten zo snel mogelijk nieuwe instellingen en ideeën worden ontwikkeld.

    Of, om de woorden te gebruiken van twee andere pioniers van deze onderzoekstroming, de Heidelbergse economen Malte Faber en Reiner Manstetten: de mens moet zijn onverzadigbare honger naar meer laten varen en de weg terugvinden naar de matigheid. Dit is het laatste ontbrekende stukje van de puzzel voor duurzaamheid vanuit vrijheid. De mens moet laten zien dat hij de fundamenten van het leven op aarde wil beschermen en zijn economisch gedrag vrijwillig aan de regel van matigheid onderwerpen. Een indicator voor deze matigheid is de ecologische voetafdruk. Naast de politiek draagt ieder individu daarvoor verantwoordelijkheid.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Rechtenschendingen op theeplantages

    De wereldwijde thee-industrie worstelt niet alleen met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne maar ook met een ander probleem: schendingen van mensenrechten op de plantages, aldus de New Yorkse nieuwswebsite Quartz. Volgens het Britse Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) zijn ongeveer 13 miljoen arbeiders op theeplantages in India, Sri Lanka, Bangladesh, Kenia, Oeganda en nog 43 andere landen het slachtoffer van rechtenschendingen. De beschuldigingen omvatten schending van de vrijheid van vereniging, van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, loonbetalingen en aantasting van de levensstandaard.

    De productiekosten van thee zijn de afgelopen jaren gestegen, maar de prijzen zijn min of meer gelijk gebleven. ‘Beheerders van plantages proberen kosten te besparen in een steeds minder winstgevende sector. Daardoor is er sprake van een groeiende trend om gebruik te maken van tijdelijke contracten, koppelbazen en andere onzekere arbeidsomstandigheden,’ aldus het BHRRC-rapport. ‘Werknemers zijn daardoor kwetsbaarder voor allerlei vormen van misbruik, waaronder seksuele uitbuiting en schendingen van gezondheid en veiligheid. Het is moeilijker voor werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten.’ Bedrijven als Starbucks, Unilever, Marks & Spencer, Twinings, en het in Nederland gevestigde Ekaterra betrekken hun thee van plantages waar 47 van de 70 gesignaleerde mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Deze bedrijven tonen volgens het rapport ‘weinig betrokkenheid bij de leveranciers om de effecten voor werknemers te verzachten’.


    Crypto voor Fentanyl

    Fentanyl – een verslavende pijnstiller – werd in de crypto-economie dusdanig gevaarlijk geacht dat veel markten op het darkweb handel erin hebben verboden. Maar uit onderzoek van Elliptic en Chainalysis, die cryptocurrency traceren, blijkt dat Chinese chemische producenten ingrediënten voor fentanyl verkopen aan drugslabs overal ter wereld.

    Meer dan negentig Chinese chemische bedrijven verkopen de ingrediënten openlijk online en 90 procent zegt betaling in cryptocurrency’s te accepteren. Elliptic en Chainalysis traceerden transacties ter waarde van tientallen miljoenen dollars in de afgelopen vijf jaar. Volgens de bedrijven is dat slechts het topje van de ijsberg, schrijft maandblad Wired.

    Drogen Spritze Pulver fentanyl opiods
    Unsplash

    Levende nachtmerrie

    Het echtpaar dat op een dag verrast werd door een enorme Banksy-muurschildering op de zijkant van hun huis in Lowestoft, vertelde aan de Engelse boulevardkrant The Sun hoe zij in een ‘levende nachtmerrie’ terechtkwamen.

    Banksy schilderde een enorme zeemeeuw op de muur die naar beneden duikt om bouwafval uit een (echte) container te pikken. Realiseert de kunstenaar wel waar hij mensen onbedoeld mee opscheept? zei het echtpaar, dat 40.000 pond per jaar zou moeten gaan betalen voor onderhoud en bescherming tegen diefstal. In plaats daarvan besloot het de meeuw met muur en al te laten weghalen; het werk ligt opgeslagen in afwachting van de verkoop.

    ANP 435372890
    © ANP – JUSTIN TALLIS

    New York zinkt

    Op de 777 vierkante kilometer die New York beslaat, drukt 762 miljoen ton beton, glas en staal, aldus de United States Geological Survey (USGS). Dat enorme gewicht betreft de bouwmaterialen, maar niet de inrichting en het meubilair in alle gebouwen, noch de vervoersinfrastructuur en de 8,5 miljoen inwoners. Door de druk van de bovenliggende stad zakt de New Yorkse bodem met een à twee millimeter per jaar. En dat is zorgelijk, vooral als de bodemdaling wordt opgeteld bij de stijging van de zeespiegel. Die wordt geschat op drie tot vier millimeter per jaar, schrijft BBC Future.

    Over een paar jaar gaat dat problemen opleveren en niet alleen voor New York maar ook voor andere kuststeden met een groeiende bevolking, in de VS en elders in de wereld. Zo daalt Jakarta jaarlijks zelfs met twee tot vijf centimeter. Vermindering van het grondwatergebruik en andere manieren van vestigen, zoals in drijvende steden, zou voor oplossingen kunnen zorgen.


    Nieuws als rap

    Om jongeren te trekken verpakt het Zweedse dagblad Aftonbladet het nieuws in rapsongs: AI zorgt ervoor dat verhalen in rap-vorm op muziek worden gezet. Deze vorm is een van de resultaten van overleg met jongeren over meer prikkelende manieren om het nieuws te brengen, aldus adjunct-hoofdredacteur Martin Schori in zijn column. Aftonbladet testte het resultaat begin mei op duizend geselecteerde jonge gebruikers. De reacties waren positief, schrijft Schori, zowel van de proefpersonen als van de jongeren die met het oorspronkelijke idee kwamen. Verreweg het populairst bleek een rap te zijn over het bezoek van Beyonce aan Stockholm in het kader van haar wereldtournee.

    ‘We moeten oude conventies uitdagen en luisteren naar de nieuwsconsumenten van de toekomst,’ aldus Schori. ‘Behalve nieuws als rap gebruiken we AI inmiddels om video’s te ondertitelen en interviews te transcriberen, en meer tools zijn in ontwikkeling.’

    iStock 1217805754
    © Lorado – iStock

    Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen

    Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7°C. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5°C – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden. Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29°C en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25°C.

    De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.

    Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.

    gettyimages 1253520314 594x594 1
    © Getty Images NurPhoto / Contributor
  • Drinkwater wordt steeds schaarser, is ontzilten de oplossing?

    Drinkwater wordt steeds schaarser, is ontzilten de oplossing?

    Vanwege drinkwatertekorten bouwen veel landen fabrieken voor de behandeling van zeewater. Maar aan deze techniek zitten wel haken en ogen. Zo kost ontzilting veel energie en is ze ook nog eens slecht voor het milieu.

    ‘Na een februari die te boek staat als de droogste maand in dertig jaar is er alle reden om haast te maken met de omzetting van zeewater in drinkwater.’ Je zou verwachten dat dit commentaar afkomstig is van een krant uit een regio die bekendstaat om haar droogte, maar het komt uit The Times en gaat over de situatie in Engeland. Vanwege de klimaatverandering kan dat land niet langer alleen op zijn neerslag rekenen om zich van drinkwater te voorzien. Er zouden dan ook plannen zijn voor de bouw van acht ontziltingsfabrieken in het zuiden en oosten van Engeland.

    het pekelprobleem

    Volgens een rapport van de Wereldbank waarin de milieugevolgen van ontzilting worden onderzocht, zal als er niets wordt ondernomen om het proces duurzamer te maken, in 2050 240 kubieke kilometer pekel in het milieu terechtkomen, tegen 40 kubieke kilometer op dit moment. Dit soort water met een zeer sterk verhoogd zoutgehalte zal via rivieren, meren en vochtige zones in zee terechtkomen: een regelrechte ramp. ‘Als de pekel niet over enorme oppervlakken wordt verspreidt, draagt hij bij aan de afname van opgeloste zuurstof in het water waarin hij terechtkomt, wat funest is voor het zeeleven’, constateerde Yale Environment 360 al in een in 2019 verschenen artikel. Een ander probleem, naast de zoutconcentratie, is dat de afvalvloeistof heel dikwijls giftig is, omdat ze vermengd is met chemische stoffen die bedoeld zijn om de verontreiniging van de ontziltingsinstallatie tegen te gaan. Ze is dus totaal ongeschikt voor agrarisch of industrieel gebruik, en nog minder voor consumptie.

    Volgens South West Water, een onderneming die heel Devon en Cornwall van drinkwater voorziet en al een heel kleine ontziltingsfabriekje op Sicilië heeft, ‘is ontzilting een logische oplossing voor de regio, rekening houdend met het uitgestrekte kustgebied’.

    Andere landen die aan zee zijn gelegen constateren hetzelfde. Israël, voorloper op dit gebied, heeft zijn productie opgeschroefd van 505 miljoen kubieke meter ontzilt water in 2013 tot 750 miljoen in 2020, en mikt op 1,2 miljard kubieke meter vanaf 2030. Marokko, dat al elf ontziltingsstations telt, ‘is van plan zijn productie tot 2030 te verdrievoudigen’, aldus de Marokkaanse online krant Medias 24. Het transalpiene blad Panorama schrijft op zijn beurt dat ‘Italië zich moet voorbereiden op ontzilting’.

    ‘Ontzilting is een strategie die we al lange tijd voor ogen hebben, maar dat is niet zo makkelijk te realiseren,’ erkent Francesca Portincasa, algemeen directeur van Acquedotto Pugliese, in La Stampa. Haar bedrijf wil in Tarente een fabriek bouwen die ‘385.000 mensen dagelijks van water kan voorzien’. ‘Momenteel,’ voegt La Stampa eraan toe, ‘is het water dat uit dit soort installaties komt goed voor slechts 0,1 procent van de Italiaanse waterconsumptie.’ Het zal nog een hele tijd duren voordat het land Koeweit evenaart, waar 90 procent van het drinkwater uit ontziltingsfabrieken afkomstig is, of Saoedi-Arabië met 70 procent, of zelfs de Cycladen, waar volgens de Griekse krant I Kathimerini 51 procent van de bevolking ontzilt water drinkt. Maar overal op de wereld valt dezelfde tendens te bespeuren.

    In 2022 waren er wereldwijd 21000 stations voor ontzilting van zeewater actief, oftewel bijna twee keer zo veel als tien jaar eerder. En ‘alleen al in 2020 zijn er plannen aangekondigd voor meer dan 35 ontziltingsfabrieken in China, zes in de Filippijnen en zes in Taiwan’, zo staat te lezen in het afgelopen september gepubliceerde rapport ‘Geopolitiek op het gebied van zeewaterontzilting’ van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen.

    Volgens de auteurs ‘wordt ontzilting steeds meer als de belangrijkste oplossing beschouwd voor de toenemende waterstress, dat wil zeggen het verschil tussen de vraag naar water en de beschikbare hoeveelheid’. ‘Maar voor deze uiterst energieverslindende benadering worden over het algemeen fossiele brandstoffen gebruikt. Risico is dus dat de CO2-uitstoot zal toenemen, terwijl het Verenigd Koninkrijk ernaar streeft zijn uitstoot terug te brengen tot nul’, constateert The Times spijtig.

    La Stampa toont zich ronduit optimistisch: ‘Ontzilting mag dan een energieverslindend proces zijn, dankzij de technologische voortuitgang is het energieverbruik al drastisch beperkt. Tegelijkertijd zal er bij de ontwikkeling van deze installaties steeds meer duurzame energie moeten worden ingezet en zullen er milieuvriendelijker oplossingen moeten worden gezocht voor het pekelprobleem.’ – Courrier international


    En elders

    Griekenland. Lekken afdichten

    Gezien de voorspelde neerslagafname van twintig procent die voor de komende jaren wordt voorspeld, gevoegd bij de onafgebroken stroom zomertoeristen, moeten de Griekse eilanden zuiniger omspringen met hun water. Een van de beoogde oplossingen is verbetering van het leidingennet. ‘Het probleem van waterverlies is zeer groot en wordt in het zuiden van de Egeïsche Zee op 30 procent geschat!’ waarschuwt I Kathimerini. ‘Een van de belangrijkste maatregelen is het afdichten van de leidingennetten.’

    De Griekse krant herinnert eraan dat de benodigde technologie al voorhanden is, zoals camera’s om de leidingen te inspecteren. ‘Maar een algehele, centraal geleide planning is onontbeerlijk,’ aldus de krant, die eraan toevoegt dat er op alle eilanden kunst- en stuwmeren nodig zijn.

    België. Terug naar de bronnen

    Van oudsher telt Vlaams Brabant tal van kleine bronnen. Maar door de urbanisatie van deze provincie rond Brussel is een groot deel daarvan afgedekt en richting riolering geleid. ‘De verspilling van dit kostbare bronwater is moeilijk te accepteren, temeer omdat wij steeds vaker met droogte worden geconfronteerd,’ schrijft de Belgische krant De Standaard.

    Nog afgezien van het feit dat daardoor ook andere problemen ontstaan: het verzadigde rioolstelsel dreigt bij zware regenval te overstromen. Wat de zuiveringssystemen betreft, die worden minder effectief door de vermenging met afvalwater. Een door de Vlaamse overheid gesteund project wil daarom op vier plekken de bronnen weer openen om het water naar ondergrondse waterbekkens of waterlopen te leiden, waarvan de hele regio zou kunnen profiteren. ‘Als het werkt, zal deze pilot worden uitgebreid.’

    Zweden. Drie afvoerpijpen per huishouden

    In Helsingborg, een stad in het zuiden van Zweden, kan een nieuwe wijk op een innovatie bogen die op het moment van de lancering in 2021 als ‘een wereldwijd unicum’ werd gepresenteerd. Elk van de ongeveer 350 woningen is uitgerust met een afvoersysteem dat uit drie pijpen bestaat. De bedoeling is om minder schoon water te verspillen en het afvalwater beter te recycleren dan met een traditioneel afvoersysteem, legt de website van de publieke zender Sveriges Radio uit.

    Een van de drie pijpen is bedoeld voor ‘grijs’ water (douche, wastafel), een voor vacuümtoiletten (met een laag waterverbruik) en een voor voedingsresten, die van tevoren worden fijngemalen onder de gootsteen. Een zelfde aantal leidingen is verbonden met een behandelingsunit naast de gemeentelijke waterzuiveringsinstallatie. Het resultaat is water van drinkbare kwaliteit, niet-fossiele kunstmest en biogas.

    Irak. Bomen tegen de woestijn

    De Irakese regering heeft aangekondigd 5 miljoen bomen te willen planten om de droogte te bestrijden. Maar dat is ruimschoots onvoldoende, verklaart milieudeskundige Adel Al-Moukhtar tegenover de onafhankelijke website Al-Alam-Al-Jadid.

    ‘Het land heeft veertien miljard palmen en andere bomen nodig om een groene gordel te creëren waarmee we werkelijk de stofstormen kunnen bestrijden en de verwoestijning een halt kunnen toeroepen,’ zegt hij. Maar het project wordt bemoeilijkt door de verouderde staat van de irrigatiesystemen en door een alarmerende daling van het waterpeil van de twee grote rivieren van het land, de Eufraat en de Tigris.

    Kenia. Waterpolitie

    Afgelopen januari heeft de Keniaanse regering een speciale politiedienst in het leven geroepen ‘ter bestrijding van de toenemende mate van vandalisme en diefstal waardoor de waterreservoirs en het distributienetwerk worden getroffen’, aldus het dagblad The Star.

    Deze maatregel maakt deel uit van een restauratieprogramma van vervallen watertorens. In Nairobi bijvoorbeeld wordt de vraag geschat op 850 miljoen liter water per dag, tegen een dagelijkse productie van maar 525 miljoen, aldus het stedelijke waterleidingbedrijf.

    Lees ook: