Tag: kunst

  • Amerikaans museum moet oud-Grieks standbeeld teruggeven aan Italië

    Amerikaans museum moet oud-Grieks standbeeld teruggeven aan Italië

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije schort handelsbetrekkingen met Israël op

    » Noodweer in Brazilië: tientallen doden en vermisten

    Het standbeeld maakt deel uit van het Italiaanse culturele erfgoed

    Het bronzen standbeeld ‘De zegevierende jeugd’, dat in 1964 voor de kust van Italië werd ontdekt, had niet aangekocht mogen worden door het Getty Museum in Los Angeles, oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) donderdag. Rome ‘is nu gemachtigd om het Griekse brons dat is teruggevonden in de Adriatische Zee in beslag te nemen’, aldus Corriere della Sera.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Italië probeert al tientallen jaren dit standbeeld terug te krijgen, tussen beslagen van Interpol en diplomatieke demarches door. Maar het Getty Museum in Los Angeles, dat het werk in 1977 kocht, heeft altijd geweigerd het terug te geven. De Getty Foundation diende een verzoek in bij het Hof in Straatsburg om een beslaglegging van de Italiaanse rechtbanken ongedaan te maken. De rechters hebben Rome echter in het gelijk gesteld.

    Een van de argumenten van de Getty Foundation was dat het Griekse beeld geen deel uitmaakte van het Italiaanse erfgoed. Maar in de uitspraak van donderdag verwierp het Europese Hof het verzoek van het Amerikaanse museum en stelde dat ’de Italiaanse autoriteiten op een redelijke manier hebben aangetoond dat het standbeeld deel uitmaakt van het Italiaanse culturele erfgoed’.

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Haar perspectief

    OPERA | Eurydice – Die Liebenden, blind, naar het verhaal van Orpheus en Eurydice, wordt dit keer verteld vanuit háár perspectief. Een reden om ernaar uit te kijken is de terugkeer als regisseur van Pierre Audi naar het operahuis. 

    Nationale Opera & Ballet, Amsterdam, 5 t/m 17/3.

    Paal boven

    Caesura

    EXPOSITIE | In de nieuwe galerie Fanny Freitag exposeert naast Aldo van den Broek en Johnny Mae Hauser, de Mexicaans-Nederlandse kunstenaar Azul Ehrenberg. In haar interdisciplinaire werk gebruikt ze zelfgemaakt papier, visuele poëzie en bewegend beeld.

    Fanny Freitag, Amsterdam, t/m 16 maart.

    paal midden

    Surrealistisch fotoalbum

    FOTOGRAFIE | De Oekraiënse fotograaf en kunstenaar Boris Mikhailov (1938) werd fotograaf, terwijl hij was opgeleid tot ingenieur. Deze tentoonstelling omvat zo’n achthonderd foto’s, die elk op eigen wijze commentaar geven op de tijd waarin ze gemaakt zijn. Wat Mikhailov aan zijn beelden toevoegde, de zogenaamde ‘extra laag’, werd later zijn signatuur. Die zit hem in scherpe contrasten en wat hij zelf ‘lelijke’ foto’s noemde, waarmee hij zijn particuliere kleine verzet pleegde tegen het perfectionisme van de Sovjet-propaganda.

    Destijds werkte Mikhailov vooral in opdracht, hij zette jonggehuwden, baby’s en matrozen op de gevoelige plaat en bewerkte de beelden daarna voor zichzelf. Hij bewerkte ze met kitscherige kleuren en bespotte met z’n eigen beeldtaal de manier waarop alledaagse gebeurtenissen werden verheerlijkt door de staat. ‘Zonnestraaltjes’, noemde hij de foto’s die een surrealistisch familiealbum vormden, waaraan hij zo’n vijftien jaar heeft gewerkt. 

    In latere series documenteert hij genadeloos de gevolgen van de westerse invloeden die voorspoed zouden moeten brengen voor iedereen

    Mikhailov anticipeerde in de jaren tachtig voorzichtig op de naderende val van de Sovjet-Unie. Ook dan ondermijnt hij de betekenis van de beelden door opzichtige kleuren te gebruiken om uiting te geven aan zijn frustratie en desillusie over de Sovjet-idealen. 

    In latere series documenteert hij genadeloos de gevolgen van de westerse invloeden die voorspoed zouden moeten brengen voor iedereen. Maar in Oekraïne ontstond een nieuwe elite van miljonairs, terwijl een aanzienlijk deel van de bevolking in armoede raakte en het aantal daklozen dramatisch toenam.  

    Boris Mikhailov, Oekraïens dagboek, Fotomuseum Den Haag, 30 maart t/m 18 augustus.

    opening 2

    Lakecia Benjamin

    MUZIEK | De bejubelde en veerkrachtige Amerikaanse saxofonist Lakecia Benjamin speelde met Stevie Wonder, Alicia Keys en Gregory Porter. Op het North Sea Jazz verrees ze als een feniks uit de as na een auto-ongeluk waarbij ze haar kaak brak.

    Vredenburg, Utrecht, 31 maart.

    paal onder

    Multitalent

    SCHILDERKUNST | Mikalojus Konstantinas Čiurlionis (1875-1911) was de belangrijkste componist én beeldend kunstenaar van Litouwen. Maar dat weten alleen de ingewijden, die waarschijnlijk ook nog op de hoogte zijn van de verdienstelijke literatuur die dit multitalent voortbracht. Kunsthistorici noemen zijn naam in één adem met die van tijdgenoten als Gustav Klimt, Edvard Munch en Wassily Kandinsky.

    Dit is de eerste keer dat zijn werk in Nederland te zien is

    Dit is de eerste keer dat zijn werk in Nederland te zien is. De man die zou uitgroeien tot nationale held maakte de onafhankelijkheid van Litouwen, in 1918, niet meer mee. Hij leidde een intens leven, rookte veel, at weinig en dronk alleen mierzoete thee. De laatste anderhalf jaar van zijn leven bracht hij door in een sanatorium, waar hij op 35-jarige leeftijd stierf aan een longontsteking. Čiurlionis liet zo’n vierhonderd muziekstukken en driehonderd schilderijen na. 

    Mikalojus Konstantinas Ciurlionis, Beyond Heaven and Earth, Museum Belvédère, Heerenveen, t/m 9 juni 2024 (oostvleugel).

    onder 3

    ‘Hallo, dit is Yoko Ono’

    BEELDENDE KUNST | De exposerende kunstenaar neemt op. ‘Hallo! Dit is Yoko,’ zegt ze en legt dan de telefoon neer. Het is een oud bericht van een antwoordapparaat, dat voorkomt in het laatste nummer van Ono’s album Fly uit 1971, en het is het eerste wat je hoort op het grote retrospectief in Londen. Bezoekers kunnen allerlei opdrachten vervullen, zoals hun eigen schaduwen tekenen of handen schudden met vreemden. 

    De in Tokio geboren kunstenaar werd bekend vanwege haar huwelijk met John Lennon maar maakte daarvoor al furore met avant-gardistische kunst. Ono is nu negentig en als kunstenaar nog steeds actief. Studenten kunnen er kennisnemen van de kunststroming Fluxus en de vroege performance. Bovendien is er veel gelegenheid tot interactie.  

    Yoko Ono: Music of the Mind, Tate Modern, Londen t/m, 1 september.

    rechts
  • Barometer van talent 

    Barometer van talent 

    Foam Talent, expositie én tijdschrift, laat al jarenlang zien wat er gaande is bij de nieuwe generatie fotografen.

    Twintig kunstenaars werden dit jaar geselecteerd uit een rijke pool van 2480 inzendingen uit 106 landen. Uiteraard omvatten de portfolio’s een breed scala aan visies en perspectieven. Centraal in de tentoonstelling staat, volgens het fotografiemuseum Foam, ‘een sterk engagement met dringende maatschappelijke thema’s’. De jaarlijkse inzendingen zijn een goeie barometer van de actuele ontwikkelingen in de fotografie, waarin deze keer de gelaagde relatie tussen het individu en het collectief een gemene deler blijkt.

    De expositie is tot 22 mei te zien bij Foam, Amsterdam. 

  • Het Prado toont de verborgen kant van beroemde schilderijen

    Het Prado toont de verborgen kant van beroemde schilderijen

    In het Madrileense Prado krijgt de bezoeker een blik op de achterkant van klassieke schilderijen, zoals Las Meninas van Diego Velázquez en een zelfportret van Van Gogh. ‘Een schilderij is veel meer dan gewoon een afbeelding. Het heeft drie dimensies.’

    Wat zit er achter op de schilderijen die aan de muren van musea hangen? Stof en spinnenwebben in de slordigste gevallen of een eenvoudige donkere afdekking om het werk van de kunstenaar te beschermen? Iedere bezoeker kan hier vrij over fantaseren, want tot nu toe waren de mogelijkheden om in een kunstwerk te treden, behalve voor de maker, restaurateur of verzamelaar, meestal heel beperkt. Het leek een ongeschreven regel dat alleen sculpturen van alle kanten bekeken mochten worden. Het Prado brengt daar nu verandering in met de expositie Reversos (Keerzijden), een reis door een woud aan schoonheid en mysterie dat zich ontvouwt op de zwartgeverfde muren van zaal A en B van het museumgebouw in de wijk Retiro.

    De tentoonstelling, die is samengesteld door Miguel Ángel Blanco en gesponsord door Fundación AXA, zal tot 3 maart voor het publiek geopend zijn. Alles lijkt ongewoon en nieuw op deze tentoonstelling die Miguel Falomir, de directeur van het museum, vergelijkt met de avonturen in Alice in Wonderland. Net als in het boek van Lewis Carroll kan de toeschouwer door holen en spiegels stappen en in wonderlijke situaties terechtkomen.

    De reis langs de achterkant van de schilderijen nam zeven jaar geleden een aanvang toen Miguel Ángel Blanco aan Falomir de suggestie deed hem de keerzijden van de doeken in het Prado te laten onderzoeken. Het was niet voor het eerst dat een dergelijk project werd ondernomen, maar nooit eerder gebeurde het op zo grote schaal. Blanco slaagde erin om werken uit dertig publieke en particuliere collecties van over de hele wereld in bruikleen te krijgen. Uiteraard kon hij rekenen op de eigen collectie van het Prado. Uit de depots van het museum zelf doken anonieme werken op die normaal niet aan het publiek worden getoond.

    In Las Meninas van Diego Velázquez is de uitnodiging om in het schilderij te stappen al aanwezig, aldus Falomir tijdens de opening van de expositie. ‘Las Meninas, ons meest iconische werk, dat hangt in zaal XII, bestaat voor een vijfde uit de achterkant van het doek waaraan Velázquez werkt. Het is een truc,’ volgens Falomir, ‘die ons eraan herinnert dat een schilderij veel meer is dan gewoon een afbeelding. Het heeft drie dimensies. Als we de voorkant én de achterkant zien, hebben we in feite zicht op de complete stratigrafie van een archeologische vindplaats.’

    Er zijn heel wat hoogtepunten op de tentoonstelling. Het eerste dient als startpunt van de route en bestaat uit een nauwkeurige reproductie van de achterkant van Las Meninas. Het kunstwerk maakt deel uit van de reeks ‘Verso’ van de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz (São Paulo, 62 jaar). De maten zijn identiek (320,5 x 281,5 cm) en dat geldt ook voor de materialen en weefsels. Ook reproduceert hij nauw gezet de klinknagels, vlekken en hout nerven.

    Vlak bij de keerzij van Las Meninas hangt een ander pronkstuk van de tentoonstelling: De schilder in zijn atelier (1628), van Rembrandt, een olieverfschilderij op doek (24,8 x 31,7 cm) dat de kunstenaar in gedachten verzonken voor zijn ezel laat zien, een scène in de trant van Las Meninas. De twee schilders leefden in dezelfde tijd, maar ze hebben elkaar niet gekend, zodat de overeenkomsten in de compositie eerder te wijten zullen zijn aan toeval dan aan wederzijdse invloed.

    Guernica

    De expositie loopt van de middeleeuwen tot aan het heden, met werk van kunstenaars als José María Sicilia, Sophie Calle en samensteller Miguel Ángel Blanco zelf. In het midden stuit je op een hele wereld aan keerzijden boordevol informatie maar zonder chronologische volgorde. Een van de opmerkelijkste achterkanten vormt het originele raamwerk van Guernica.

    Een van de opmerkelijkste achterkanten vormt het originele raamwerk van Guernica

    Picasso’s meesterwerk is eigendom van het Reina Sofía-museum en het is voor het eerst dat het publiek nu de houten verbindingslatten te zien krijgt die het muurbrede doek moesten ondersteunen tot ze bijna bezweken van al het gereis. Tentoongesteld als goden in een heidense kapel vertonen de pijnhouten latten van het oorspronkelijke frame tientallen gaatjes en putjes als gevolg van hamerslagen op het oppervlak, concrete bewijzen van een lange geschiedenis vol reizen en lijden.

    Het analyseren van het wel en wee van ieder werk afzonderlijk was wat de onderzoekers het meest inspireerde, aldus de samensteller. Net zo interessant blijkt het voor de bezoeker om het binnenste van een kunstwerk te bekijken: hoe het is gemaakt, met wat voor materialen, met hoeveel twijfels de kunstenaar te kampen had voordat hij aan de slag ging. Twee wereldberoemde Catalaanse kunstenaars, Antoni Tàpies en Joan Miró, delen een muur en geven je de gelegenheid om te ontdekken hoe ze gebruikmaakten van jute, hars, glas, cement en andere verrassende materialen, zoals vuur.

    Een van de belangrijkste onderdelen van de expositie is gewijd aan schilderijen waarvan ook de achterkant is beschilderd, ook wel ‘tweegezichten’ genoemd, vertelt de samensteller. In die gevallen heeft de achterkant net zo goed artistiek belang en vult hij de hoofdafbeelding op diverse wijzen aan.

    Dat kan te maken hebben met het scheppingsproces, een speelse grap van de kunstenaar of een gril van de verzamelaar die het kunstwerk heeft besteld. Dat laatste lijkt het geval bij Knielende non (1731), van Martin van Meytens. Op de voorkant zie je een vrouw die met haar gezicht naar de toeschouwer toe geknield zit. Op de achterkant zie je de uitbundige billen van de non met haar habijt tot over haar rug opgesjord. Toen deze olieverf op brons ontstond, gold aan het Zweedse hof een verbod op naakten. De kunstenaar riskeerde zijn leven, en de verzamelaar ook, maar deze schilderijen bleven gemaakt worden en de meest intieme en geheime ruimtes van de paleizen sieren.

    In deze collectie, die als was het een sok binnenstebuiten is gekeerd, figureren kunstenaars die tot nu toe niet in het Prado te zien waren. De lijst is lang, maar twee sprekende voorbeelden volstaan: een zelfportret van Van Gogh dat door het aan de schilder gewijde museum in Amsterdam in bruikleen werd gegeven en Het lege masker van Magritte, afkomstig uit de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf.

  • Japanse steden leven op door streetart: ‘Zo kan iedereen met kunst in aanraking komen’

    Japanse steden leven op door streetart: ‘Zo kan iedereen met kunst in aanraking komen’

    In Tokio en andere delen van Japan werken straatkunstenaars in samenwerking met bewoners aan muurschilderingen om buurten te verlevendigen. Via de kunst ontstaat een gesprek over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn.

    In een straatje niet ver van het grote overdekte winkelcentrum in Koenji, een woonwijk ten westen van het centrum van Tokio, spreidt een reusachtige adelaar zijn vleugels boven bladerrijke bomen en een klaterend beekje.

    De meer dan levensgrote, zachtroze adelaar prijkt op een immense muurschildering die de zijkant bedekt van een zes verdiepingen hoog gebouw, dat particulier eigendom is. De muurschildering, gemaakt door WHOLE9, een kunstenaarsduo uit Osaka, is getiteld SYNC. De inwoners van Koenji staan erop afgebeeld in de vorm van een adelaar, omgeven door abstracte vormen die de diversiteit van het leven symboliseren.

    220523 DJI 0001
    – © Yoshi Travel Films

    ‘Het is een muurschildering met vele kleuren, wat symbool staat voor de grote variëteit die Koenji kenmerkt,’ aldus Simo, een van de twee WHOLE9-kunstenaars.

    Koenji Mural City Project

    SYNC is in opdracht gemaakt, als onderdeel van het Koenji Mural City Project, een collectief van kunstenaars, inwoners en anderen, onder leiding van kunstproducent Kenji Daikoku. Dit project past binnen een opkomende trend in Tokio en andere delen van Japan om straatkunst – en dan met name muurschilderingen – te stimuleren om buurtgemeenschappen te verlevendigen.

    In de afgelopen jaren zijn er muurschilderingen opgedoken in heel Tokio, zowel in woonwijken als Koenji en Nakano, als in meer commerciële buurten zoals Nihonbashi in het centrum van Tokio. De trend beperkt zich niet tot de hoofdstad: er verschijnen ook muurschilderingen in andere stedelijke gebieden, waaronder Yokohama, Kawasaki en Osaka.

    Anders dan commerciële muurschilderingen, waarmee bedrijven proberen hun diensten of waren aan de man te brengen, zijn deze schilderingen, die prijken op de buitenkant van treinstations, winkels, openbare gebouwen en gebouwen die particulier bezit zijn, voor het merendeel gemaakt door bewoners die zich verbonden voelen met hun omgeving en die menen dat kunst positieve ontwikkelingen in gang kan zetten.

    ‘We wilden de creativiteit van kunstenaars gebruiken om de maatschappij te verbeteren’

    ‘We wilden de creativiteit van kunstenaars op een positieve manier gebruiken om de maatschappij te verbeteren,’ aldus Daikoku, die zegt te hopen dat de muurschilderingen in Koenji de plaatselijke gemeenschap vreugde zullen brengen door enerzijds te zorgen dat de bewoners trots zijn op hun buurt en anderzijds de buurt zelf te profileren als een artistieke hub die in de belangstelling staat en bezoekers trekt.

    Tot nu toe zijn er in Koenji elf muurschilderingen gemaakt – onder meer op de muur van een badhuis, op de rolluiken van winkels en op een muur die langs de rivier de Momozono loopt. ‘Dit is meer dan zomaar een klus, ik doe dit omdat het iets toevoegt aan de culturele rijkdom van mijn leefomgeving,’ zegt Daikoku.

    248222461 954496588481733 1607571338159415841 n
    – © Yoshi Travel Films

    Ten oosten van Koenji, in Nakano, worden ook muurschilderingen gebruikt om de culturele waarde van de buurt te vergroten en de buurt aantrekkelijker te maken voor zowel bewoners als mensen van buiten. Nakano gaat prat op veel culturele evenementen, zoals taiko-concerten en het traditionele no-spel.

    Daarnaast is het een centrum van manga en anime. Maar volgens de lokale overheden hebben de inwoners al langere tijd het gevoel dat het niet echt lukt om duidelijk te maken dat dit een aantrekkelijke buurt is om te wonen en te werken, of om te bezoeken.

    In 2021 zette Nakano het Nakano Mural Project op, dat tot nog toe opdracht heeft gegeven voor vijf muurschilderingen op een verscheidenheid aan plekken, zoals onder meer een school. ‘Muurschilderingen spelen een belangrijke rol in ons streven om de lokale cultuur uit te dragen,’ zegt Tomoya Takahashi in het districtskantoor.

    Dat streven wordt gedeeld door vele voorstanders van muurschilderingen in de openbare ruimte; het zijn kunstwerken die doorgaans geworteld zijn in de geschiedenis en de cultuur van de buurt, en die vaak worden gezien als een mooie manier om de lokale cultuur uit te dragen en de gemeenschapszin te versterken.

    Renovatie van de wijk

    In de wijk Tennozu, vooral bekend om de warenhuizen en de nabijheid van het vliegveld Haneda, zijn zeventien reusachtige muurschilderingen gemaakt in het kader van de renovatie van de wijk en het streven om uit te groeien tot hét kunstcentrum van Tokio.

    In veel gevallen is het ontwerp van muurschilderingen erop gericht de door de bewoners gewaardeerde kenmerken van de buurt te treffen en tegelijk de ambities van de buurt uit te dragen. Zo zijn op muurschilderingen in Ningyocho, in de wijk Nihonbashi in het centrum van Tokio, afbeeldingen te zien die refereren aan het traditionele karakter van de buurt, die al sinds het Edo-tijdperk (1603-1867) centrum is van zowel handel als traditionele ambachten. In Ningyocho zijn nog altijd veel bedrijven gevestigd uit het Edo-tijdperk, en de geest van het oude Tokio is dan ook nog voelbaar.

    ‘Er treden van tijd tot tijd nog geisha’s op,’ zegt Koichiro Kato, die aan het hoofd staat van het Mural Art Project @ Ningyocho, dat Kato samen met een zakenpartner heeft opgezet. Op een van de werken, gemaakt door Kensuke Takahashi, is een geisha te zien, op de muur van Hiding Bar Zoro, een bar in een gerenoveerd oud Japans huis. De geishacultuur in Japan is al langere tijd op haar retour.

    Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst

    Een ander kenmerk van de muurschilderingen is dat ze vaak voortkomen uit een samenwerking tussen kunstenaars en bewoners. Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst en versterkt de gemeenschapszin.

    Het aanbrengen van muurschilderingen op plaatsen waar iedereen ze kan zien is meer dan alleen een manier om bezoekers te trekken, kunstenaars een kans te bieden om zich te uiten, en de kunst zelf toegankelijk te maken voor de gemeenschap. Het brengt ook een discussie op gang tussen de inwoners onderling over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn, zegt Daikoku.

    Een maand in de wijk

    De kunstenaars die zijn gevraagd voor het Koenji-project hebben allemaal op de een of andere manier een band met Koenji. De twee leden van WHOLE9 hebben een maand in de wijk doorgebracht, om met de inwoners te praten en om een beeld te krijgen van wat de inwoners van Koenji beweegt. In Nakano zijn workshops georganiseerd voor de bewoners, onder wie kinderen, die een inbreng hebben gehad bij de keuze van het ontwerp en die ook hebben geholpen bij het maken van de muurschildering.

    256069802 952219282366091 3555952645446932415 n
    – © Yoshi Travel Films

    Doordat de muurschilderingen zich in de openbare ruimte bevinden en voor iedereen toegankelijk zijn, weten ze de kunst dichter naar de mensen te brengen. ‘Binnen de mondiale kunstmarkt (met een totale waarde van 63,3 miljard dollar) bedraagt het aandeel van Japan slechts 1 tot 3 procent,’ zegt Takanobu Kawazoe, de CEO van het in Osaka gevestigde Wall Share, dat tot nog toe meer dan 100 muurschilderingen heeft geleverd.

    Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt

    Dit gebrek aan belangstelling om kunst te kopen is deels het gevolg van het feit dat men over het algemeen niet zo vertrouwd is met kunst. ‘Als er kunst in de stad is, kan iedereen ermee in aanraking komen,’ zegt Kawazoe. ‘Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt. Voor zowel oude mensen als kinderen geldt dat ze het leerzaam en spannend vinden om te zien hoe een muurschildering wordt gemaakt en dat het daarmee iets wordt waar ze trots op kunnen zijn.’ Toch waren er nog zorgen over de reacties van de bewoners op de muurschilderingen. Anders dan in het Westen, waar het werk van straatkunstenaars als Banksy in brede kring wordt gewaardeerd en miljoenen dollars kan opleveren, maakten muurschilderingen tot nu toe geen deel uit van het openbare leven in Japan.

    Maar voorlopig lijken de reacties zeer positief. ‘Aanvankelijk maakten we ons zorgen, omdat niet iedereen in Ningyocho het meteen een goed idee vond. Maar toen de mensen de kunstwerken zagen, waren ze om,’ zegt Kato. Het bestuur van Nakano heeft veel verzoeken binnengekregen van bewoners die meer muurschilderingen in de buurt willen, vertelt Tomoya Takahashi.

    Schenking van 10 miljoen yen

    De grootste uitdaging voor de initiatiefnemers is vaak om aan voldoende middelen te komen om de kunstenaars en hun materiaal te kunnen betalen. De vijf muurschilderingen die in opdracht van het Nakano Mural Project zijn gemaakt, zijn gefinancierd door de Shinkin Central Bank die een schenking heeft gedaan van 10 miljoen yen. De schildering op de muur van de gymzaal van basisschool Saginomiya is betaald door de school zelf en de oudercommissie. De muurschilderingen in Ningyocho zijn gefinancierd door het bureau voor culturele zaken, dat onderdeel is van het Japanse ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie.

    260287399 885362718839923 2150929051668631732 n
    © Yoshi Travel Films

    Hoewel het een uitdaging blijft om fondsen te werven, zal het enthousiasme voor muurschilderingen naar verwachting alleen maar toenemen door het groeiende besef dat muurschilderingen in de openbare ruimte een positief effect kunnen hebben op lokale gemeenschappen.

    ‘Ik ben ervan overtuigd dat we steeds meer muurschilderingen zullen gaan zien omdat ze bijdragen aan het stimuleren en ontwikkelen van gemeenschappen, en dat is waar we behoefte aan hebben,’ zegt Daikoku. ‘Zodra de vooroordelen tegen muurschilderingen zijn weggenomen en de regelgeving is versoepeld – de twee belangrijkste hindernissen – verwacht ik dat deze trend snel om zich heen zal grijpen,’ zegt hij.

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Sol LeWitt

    TENTOONSTELLING | Van Sol LeWitt, een van de grondleggers van de conceptuele kunst, zijn nu muurtekeningen, sculpturen, werken op papier en archiefmateriaal te zien. De expositie gaat in op LeWitts Joodse achtergrond en zijn bijzondere band met Nederland. 

    Sol LeWitt, T/m 31/3, Joods Museum, Amsterdam

    Paal1

    Reboot

    KUNST | De tentoonstelling Reboot toont de baanbrekende ontwikkelingen rondom digitalisering van 1960 tot 2000, en nieuwe interpretaties door ruim twintig hedendaagse makers die zich bezighouden met de invloed van digitale technologie op kunst en samenleving. 

    Reboot, T/m 1/4, Nieuwe Instituut, Rotterdam

    Paal2

    Kunstenaar van de tegencultuur

    BEELDENDE KUNST | Het fascinerende oeuvre van de Amerikaans-Chinese kunstenaar Martin Wong is dankzij een samenwerking van Europese musea voor het eerst te zien in al zijn veelvormigheid. Vrijwel alles wat Wong tijdens zijn leven opviel of aanstaarde, inclusief zijn eigen verlangens, legde hij vast in zijn schilderijen. Zo is de titel van de expositie, Malicious Mischief, ontleend aan zijn reeks werken over het racisme en het gevangenissysteem waarmee hij in aanraking kwam via zijn geliefde, de Puerto Ricaanse dichter en acteur Miguel Piñero. Aan de enorme doeken bevolkt door bruine en zwarte mannen, zowel een aanklacht als een verwijzing naar zijn eigen erotische verlangens, is een hele zaal gewijd. 

    Vrijwel in al zijn werk klinkt de stem door van Martin Wong als belangrijke kunstenaar van de tegencultuur

    Wongs werk als nachtportier in New York leverde schitterende en onheilspellende rode luchten op. Daarin valt te zien hoe de kunstenaar met lede ogen naar de oprukkende gentrificatie keek. Vrijwel in al zijn werk klinkt de stem door van Martin Wong als belangrijke kunstenaar van de tegencultuur, vooral als het gaat over de sociale, seksuele en politieke situatie in het Amerika van de jaren zeventig tot en met negentig. Zijn werk legde destijds al de tegenstrijdigheden en onzekerheden van identiteit vast en liet zien wat het voor de kunstenaar betekende om kind van immigranten te zijn. Omringd door een cultuur in de Verenigde Staten waarmee hij bekend was, bleef Wong ook altijd een buitenstaander. Erkenning kreeg hij voor het eerst in 2016, van het Bronx Museum in New York. Martin Wong overleed in 1999 op 53-jarige leeftijd aan aids.

    Martin Wong – Malicious Mischief, Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 1/4

    Opening

    Memento Mori

    MUZIEK | Depeche Mode is sinds de dood van toetsenist Andrew Fletcher een duo, maar met extra muzikanten weet de band zijn Europese tour Memento Mori uit te bouwen tot een donkere, emotionele, maar daverende show. Met uiteraard wereldhits als Just Can’t Get Enough.

    Memento Mori, 8/2, Ziggo Dome, Amsterdam 

    Paal3 2

    Tinisima

    FOTOGRAFIE | Ondanks vele pogingen van vooraanstaande Mexicaanse intellectuelen heeft niemand de enigmatische Italiaanse schoonheid Tina Modotti ooit echt kunnen doorgronden. Behalve fotograaf was ze actrice, model voor de muurschilderingen van Diego Rivera en geliefde van de Amerikaanse fotograaf Edward Weston, met wie ze in 1923 naar Mexico verhuisde, in de koortsachtige renaissance die dat land destijds op cultureel gebied doormaakte. Ze werd een voorvechter van het Mexicaanse volk, dat ze in al zijn splendeur vastlegde en dat haar liefkozend Tinisima noemde. 

    In 1929 werd Modotti beschuldigd van de moord op Julio Antonio Mella, haar Cubaanse minnaar

    In 1929 werd Modotti beschuldigd van de moord op Julio Antonio Mella, haar Cubaanse minnaar. Ze vluchtte naar de Sovjet-Unie om aan de Mexicaanse pers te ontsnappen en vervolgens naar Europa, waar ze geheim agent voor de Sovjets zou zijn geworden en onder een valse naam als verpleegkundige werkte. Drie jaar na haar terugkeer in Mexico stierf ze, op slechts 45-jarige leeftijd. 

    De tentoonstelling in Foam is een eervolle hommage aan een bijzondere vrouw die zich maar kort aan de fotografie wijdde en desondanks een schitterend oeuvre heeft achtergelaten.

    Tina Modotti – Artist and Activist, Foam, Amsterdam, t/m 31/1

    Onder 2

    C.F. Hills verbeelding

    BEELDENDE KUNST | De Deens-Israëlische kunstenaar Tal R (56) koos samen met zijn Zweedse collega Mamma Andersson (61) tekeningen uit van de ‘getroebleerde’ Zweedse kunstenaar C.F. Hill (1849-1911), door wie beiden zich lieten inspireren. 

    Toen het enthousiasme over Hills landschappen niet alleen in Zweden maar tot zijn verbazing ook in Parijs uitbleef, en andere pogingen om alsnog een groot schilder te worden ook strandden, kreeg de Zweed een psychose en werd hij opgesloten in een psychiatrische kliniek in Kopenhagen, waar ook Edvard Munch terechtkwam na een zenuwinzinking. 

    Had hij maar geweten dat zijn vrije verbeelding, zijn innerlijke reizen en seksuele frustraties in ieder geval twee kunstenaars zodanig hebben beïnvloed, dat zijn werk lang na zijn dood in verschillende Europese steden te zien is.

    Tal R & Mamma Andersson, Museum More, Gorssel, t/m 25/2

    Rechts 2
  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Uitsluitend hergebruikt materiaal

    BEELDENDE KUNST | In het Stedelijk Museum hangt een draperie van de Ghanese kunstenaar El Anatsui (1944), die werd aangekocht om het 125-jarige bestaan van het museum te vieren. El Anatsui werkt vrijwel uitsluitend met afgedankt materiaal, hout, aluminium, flessendoppen, keramiek en koperdraad, waarmee verwezen wordt naar consumentisme en uitbuiting, maar ook naar de evolutie van de menselijke beschaving en de Afrikaanse dekolonisatiebewegingen en migratiegeschiedenissen.

    Van dichtbij blijken gemaakt van geplette blikjes, metalen lesdoppen en de aluminium wikkels van flessenhalzen

    Sinds eind jaren negentig maakt hij reusachtige metalen wandkleden die in plooien over de muur golven. Van dichtbij blijken ze niet gemaakt van kostbaar, weelderig textiel, maar van geplette blikjes, metalen flessendoppen en de aluminium wikkels van flessenhalzen.

    Anatsui was meer dan vier decennia professor in de beeldhouwkunst aan de Universiteit van Nigeria in Nsukka. In 2015 kreeg hij een Gouden Leeuw voor zijn oeuvre en in 2009 ontving hij de Prins Claus Award. Nu hangt zijn werk in de Turbine Hall van de Londense Tate Modern dankzij de Hyundai Commission. Het werk bestaat uit drie delen. In de The Red Room moet de spanning tussen de slavenhandel en de consumptie van goud, suiker en alcohol voelbaar zijn. In het tweede gedeelte, The World, suggereert de sculptuur een wereld die zowel uiteenvalt als samenkomt.

    Tot slot brengt El Anatsui met The Wall een ode aan het Ewe-volk (van Togo en Ghana).

    El Anatsui, Behind the Red Moon, Tate Modern, Londen, t/m 14/04 2024

    stedelijk museum schaft wandsculptuur el anatsui aan

    Tom en Will

    MUZIEK | Een ensemble van vijf viola da gamba’s en The King’s Singers, meesters van de elizabethaanse muziek, brengen Tom & Will, Thomas Weelkes en William Byrd, twee van Engelands grootste componisten. Beide stierven 400 jaar geleden. 

    Muziekgebouw, 12/11/2023

    190480673 KingsSingers ORIG t800

    Op zoek naar menselijkheid

    BEELDENDE KUNST | Keiharde kritiek op de Chinese censuur, en op corruptie en massaproductie, – het zijn immer terugkerende thema’s in het werk van de wereldberoemde Chinese kunstenaar en mensenrechtenactivist Ai Weiwei.

    In de overzichtstentoonstelling In Search of Humanity is zowel vroeg als recent werk te zien van Weiwei, die zijn jeugd in ballingschap doorbracht als gevolg van de Culturele Revolutie van 1966 tot 1976, en in 2011 81 dagen werd vastgehouden door de Chinese geheime dienst. Het werk S.A.C.R.E.D., uit 2013 (Supper, Accusers, Cleansing, Ritual, Entropy, Doubt) bestaat dan ook uit zes ijzeren diorama’s, die elk een scène in zijn cel destijds weergeven: Ai Weiwei in bed, op de wc, etend aan tafel, met bewakers altijd in de buurt.

    Geen wonder dat hij altijd op zoek is naar menselijkheid en een betere wereld

    Geen wonder dat hij altijd op zoek is naar menselijkheid en een betere wereld. Na zijn vrijlating kijkt de kunstenaar steeds minder naar China. Als hij in 2015 zijn paspoort terugkrijgt, vertrekt hij naar het buitenland. Een aantal recente werken gaat over oorlog en migratie, waarmee hij wil laten zien dat migratie eeuwenoud is.

    In Search of Humanity, Kunsthal, t/m 3/03 2024

    ai weiwei in search of humanity kunsthal rotterdam kopie

    Lee Miller

    MODE EN FOTOGRAFIE | In het Brighton Museum heeft modeconservator Martin Pel 35 van Lee Millers (1907-77) bekendste foto’s gecombineerd met tien outfits die deze fotograaf, surrealist en oorlogscorrespondent in verschillende fasen van haar leven droeg.

    Lee Miller Dressed, 18/02 2024

    imageresizer

    Losse schroeven

    TENTOONSTELLING | Wie bepaalt waar de grens van ‘normaal zijn ligt’? In Gent is een tentoonstelling gemaakt over machtsrelaties in de psychiatrie en de vele labels die zowel hulp als hindernis zijn. De tweedeling tussen lichaam en geest wordt ter discussie gesteld. 

    Museum Dr. Guislain, 30/06 2024

    OLS

    Graswortel patronen

    TEXTIEL | De in Amsterdam gevestigde Duitse kunstenaar Diana Scherer (1971) maakt botanische installaties, objecten, textiel en fotografie en is een pionier in biotechnologische kunst. Ze kweekt bijvoorbeeld graswortels om te laten zien dat het complexe organismen zijn op manieren die vaak onzichtbaar voor ons blijven. In haar werk verkent ze de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving en het verlangen van de mens om de natuur te beheersen.

    De wortels groeien volgens haar eigen patronen tot intrigerende organische weefsels

    Ze bestudeert bijvoorbeeld planten en wortelstelsels om hun natuurlijke groeiprocessen in kunstmatige biotopen na te bootsen met behulp van aarde, zaden en licht. De wortels groeien volgens haar eigen patronen tot intrigerende organische weefsels, een soort levende sculpturen.

    Farming Textiles, Museum Kranenburgh, t/m 10/3 2024

    1000x . 6492e875a087f134e878521cc87e87425ff245bf3de48

  • Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea proberen hun energiegebruik te verminderen door hun kunstwerken op een andere manier te bewaren en te vervoeren. De grootste winst valt echter te behalen bij de gasten: 99 procent van de CO2 die het Louvre uitstoot, wordt veroorzaakt door de bezoekers.

    Alle toevoer afsnijden! Water, gas, elektriciteit! Afgelopen lente heeft het Maison des arts de Malakoff in het departement Hauts-de-Seine zijn energiegebruik uit eigen beweging volledig stilgezet: geen enkele expositie meer, een radicale stop van vijf maanden. ‘We hadden al veel milieumaatregelen genomen, zoals het opvangen van regenwater, het planten van een boomgaard en het installeren van andere verlichting,’ vertelt directeur Aude Cartier. ‘We moeten de milieuangst omzetten in initiatieven die mensen mobiliseren en de wereld veranderen in plaats van haar te versomberen, en onze instellingen kunnen daarbij een rol spelen.’

    Lampen op zonne-energie, emmers water in de wc’s… Aude Cartier en haar team hebben elk onderdeel van het dagelijks leven een nieuwe invulling gegeven. In de vorm van sculpturen, een broodoven in de tuin, fermentatieworkshops voor het maken van miso, kombucha en kimchi, het middels allerlei acrobatische toeren kweken van paddenstoelen en het voeren van talloze discussies over morgen.

    Niet alle Franse musea en kunstencentra gaan zo ver, maar aandacht voor het milieu is onontkoombaar sinds de coronapandemie. De klimaatrampen van 2022 hebben alles nog in een stroomversnelling gebracht. Er is geen groot museum meer zonder duurzaamheidsadviseur. Doel, volgens het collectief Les Augures dat de groene transitie in de beeldende kunst begeleidt, is ‘het reduceren van de negenduizend ton CO2 die een gemiddeld museum jaarlijks uitstoot, de voetafdruk van achthonderd Fransen’. In Malakoff heeft het collectief een maximaal aantal gegevens verzameld, variërend van de wijze waarop bezoekers naar het museum komen tot de psychologische impact die bepaalde veranderingen hebben op het team. Alles is geïnventariseerd en geanalyseerd, ‘om te kunnen bepalen wat werkt en wat niet, en om ook anderen van onze bevindingen te laten profiteren’, legt Aude Cartier uit.

    ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen‘

    Want dat is het grootste struikelblok. ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen, het valt buiten hun competentie en stelt ze voor een aantal heel uiteenlopende uitdagingen,’ onderstreept Fanny Legros, die drie jaar geleden Karbone Prod heeft opgericht, een ander bureau dat zich in procesbegeleiding op dit gebied heeft gespecialiseerd.

    Een toekomstig museum dat 100 procent duurzaam is? Daarvoor moet je het verbruik van een vrachtauto kunnen berekenen, expert worden op het gebied van isolatie, de herkomst van de vis in je restaurant kunnen vermelden, op de hoogte zijn van het Franse decreet van 2019 dat bepaalt dat het energieverbruik van openbare gebouwen in 2030 met 40 procent verminderd moet zijn, in 2040 met 50 procent en in 2050 met 60 procent, je bezoekers aansporen om op de fiets te komen, de levenscyclus van de bekleding van je banken achterhalen, een toekomst bedenken voor afgedankte vloerbedekking. Een duizelingwekkende hoeveelheid uiteenlopende expertises.

    Recycling

    ‘Maar we hebben geen keus: binnen enkele jaren zal Frankrijk het klimaat van Andalusië hebben,’ benadrukt Sandra Patron, die een voortvarend actieplan heeft gelanceerd voor het Musée d’Art Contemporain in Bordeaux dat ze sinds 2019 leidt. ‘Ons hoofdgebouw? Het is binnenkort misschien te warm om daar exposities te houden. Maar we verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is. De vragen die voorliggen zijn even fascinerend als beangstigend. En hoe meer je op de zaken vooruitloopt, des te intelligenter de antwoorden.’ Patron zet vooral in op recycling: komende herfst zal Bordeaux een ondergrondse recyclinginstallatie in gebruik nemen die het ‘afval’ van de culturele instellingen van de stad zal inzamelen en herverdelen. Een prijzenswaardig initiatief dat is gestart door de Réserve des arts de Pantin in het departement Seine-Saint-Denis en sinds 2020 ook in Marseille is gerealiseerd. In 2022 heeft de organisatie 722 ton materiaal ingezameld bij tal van grote en kleine musea en kunstenaars; 520 ton daarvan is weer in gebruik genomen door de 13.000 aangeslotenen. Vooral hout, maar ook metaal, textiel, leer. Een succes dat helaas wordt bedreigd: omdat de Réserve binnenkort moet verhuizen wordt wanhopig naar een nieuwe locatie gezocht, terwijl er nog nooit zo’n groot beroep op de organisatie is gedaan. Want veel instellingen hebben zich met name op het meest voor de hand liggende afvalitem gestort: expositiepanelen. Deze worden voor elke tentoonstelling op maat gemaakt en belandden voorheen systematisch in de afvalcontainer. Maar dat is nu verleden tijd.

    ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt’

    En verder? De musea wisselen steeds meer ervaringen uit, maar ieder voor zich blijft de regel. Frankrijk kent geen equivalent van de in het Verenigd Koninkrijk opgerichte Gallery Climate Coalition, waarbij momenteel 800 musea aangesloten zijn, van PS! in New York tot Barbican in Londen, die tussen nu en 2030 hun CO2-uitstoot willen halveren en streven naar 0 procent afval. Het enige aangesloten Franse museum is het Musée Picasso in Parijs.

    ‘Frankrijk loopt een beetje achter, want het ontbreekt ons aan gegevens over de werkelijke voetafdruk van de cultuursector, die geen deel uitmaakt van de koolstofarme strategie die de overheid voorstaat,’ zegt Fanny Legros spijtig. Karbon Prod en Augures hebben daarom de handen ineengeslagen om een instrument voor dataverzameling te ontwikkelen waarvoor ze de financiering op korte termijn hopen rond te krijgen; een tiental Franse musea zou als ‘bêtatesters’ fungeren. ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt en dat er meetinstrumenten komen voor elk afzonderlijk geval,’ aldus Legros. 

    Permacultuur als model

    Intussen voltrekt de facelift zich zo goed en zo kwaad als het gaat: de exposities worden langer, er wordt vaker een beroep gedaan op plaatselijke collecties, koolstofboekhouding vindt steeds meer ingang. Maar dat volstaat in de ogen van Guillaume Désanges niet voor een duurzaam ontwikkelingsbeleid: de directeur van het Palais de Tokyo in Parijs wil verder gaan en permacultuur, een duurzame landbouwmethode, als model gebruiken. ‘Natuurlijk moeten we de koolstofuitstoot beperken, maar we moeten vooral weer ontdekken dat het nodig is om dingen anders te doen. Wij gaan prat op onze vrolijke, creatieve nederigheid. Voor ons is duurzaamheid geen gespreksonderwerp, maar het uitgangspunt van de manier waarop we werken.’

    Dankzij sponsorgelden heeft het Palais de Tokyo het bureau Utopies in de arm kunnen nemen voor het opstellen van een koolstofboekhouding. In 2021 heeft het museum 7200 ton CO2 uitgestoten, constateert het rapport. Oftewel 16 kilo per bezoeker, twee keer zo veel als het Gugenheim in Bilbao. Drie kwart daarvan wordt veroorzaakt door de bezoekers van exposities, die voor het overweldigende merendeel uit het buitenland komen. Een situatie die op nationale schaal aangepakt zou moeten worden: van de 4 miljoen ton CO2 die het Louvre uitstoot wordt 99 procent veroorzaakt door de bezoekers.

    Voor het overige beschikt het Palais de Tokyo nog over de nodige manoeuvreerruimte, verzekert de directeur. Doel is 42 procent minder CO2-uitstoot in 2030. Eerst genomen beslissing in de zomer van 2023 was de sluiting van de glazen zaal op de begane grond, die tijdens grote hitte onbruikbaar is. De tienduizend vierkante meter met airco koelen is ondenkbaar. Het hele parcours is herzien: vanuit de frisse tuinen komt men binnen via het souterrain en de expositie van Laura Lamiel wordt omsloten door dikke muren. ‘Deze initiatieven helpen om het cynisme te doorbreken van de kunstwereld, waar veel over duurzaamheid wordt gesproken zonder werkelijk te beseffen wat er aan de hand is. Maar het belangrijkste is dat we een opwaartse spiraal creëren,’ vervolgt Guillaume Désanges. ‘Het Palais is een levend ecosysteem dat niet als monocultuur mag worden gebruikt, maar waar de gebruiksintensiteit varieert en er soms ruimte onbenut blijft.’

    Op het programma van dit duurzame Palais staat een intensievere dialoog met andere instellingen en het afwijzen van ‘concurrentiestrategieën zodat de artistieke en intellectuele inbreng voorrang krijgt. Altijd haantje de voorste zijn? Die logica is zijn doel voorbijgeschoten. Wij houden ons liever aan de tijd van de kunstenaars.’ En ook aan hun vergroeningstempo, dat ze zichzelf inmiddels heel vaak opleggen. Zo heeft Davide Balula het project Artists Commit gelanceerd, dat de voetafdruk van een expositie haarfijn wil analyseren.

    Grote oceaanstomer

    Bij musea met oude kunst speelt deze aandrang minder. Hoe kunnen we deze grote oceaanstomers een draai laten maken? ‘Bij al onze projecten houden we de energietransitie in het oog; daar staan we met onze teams dagelijks bij stil,’ verzekert Virginie Donzeau, directielid van het Musée d’Orsay.

    ’s Winters één graad minder, ’s zomers één graad meer: eind 2021 heeft Orsay een plan aangenomen voor een haarfijne afstelling van verwarming en airconditioning, aldus Donzeau. Resultaat is dat de energiekosten in de winter van 2022 met 16 procent zijn gedaald. Er zal onder geen beding een beroep worden gedaan op de uitzonderingsclausule voor monumenten die in het energiedecreet van 2019 is opgenomen: voor 2024 wordt gemikt op een daling van het energiegebruik met 25 procent, en voor 2050 met 60 procent, conform de eisen die het decreet stelt aan alle openbare gebouwen van meer dan duizend vierkante meter. ‘Ons gebouw, een spoorstation uit de negentiende eeuw dat aan vier windrichtingen is blootgesteld, is onze grootste uitdaging, maar we zien die complicatie ook als een kans,’ verzekert Donzeau.

    In alle tentoonstellingszalen is inmiddels ledverlichting aangebracht, en de andere ruimtes zullen binnenkort volgen. De renovatie van de entree zal het verbruik ook doen dalen. Er wordt zelfs aan gedeeltelijke geothermie gedacht. ‘De daling van de CO2-uitstoot die in 2022 is gerealiseerd heeft ons een beetje verrast,’ vervolgt ze, ‘want die is nogal contra-intuïtief. Als je de bezoekers niet meetelt komen de exposities zelf pas op de vierde plaats qua energieverbruik, na het gebouw, de winkelactiviteiten en de horeca.’ Transporteurs bewegen tot verduurzaming van hun wagenpark, met verzekeraars onderhandelen om een of twee kunstwerken meer in dezelfde vrachtwagen of hetzelfde vliegtuig te mogen vervoeren, elk detail wordt onder de loep genomen om de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 2030 met 30 procent te verminderen.

    Het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is, blijft een knelpunt

    Origineler is nog dat het museum een project heeft geïnitieerd voor vergroening van de oevers van de Seine in Argentueil in het departement Val d’Oise, naar voorbeeld van de impressionistische doeken waarop het destijds nog ongerepte landschap staat afgebeeld.

    Maar er blijft een knelpunt, namelijk het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is. Zelfs de International Council of Museums breekt zich daar het hoofd over: ‘Sommige normen voor preventieve conservering dateren van dertig jaar geleden. Zijn die nog valide en werkbaar in de huidige tijd?’ Sandra Patron gaat nog verder: ‘Kun je nog werken in koelcellen conserveren à raison van 15.000 euro per jaar? Je moet verder durven denken, zelfs als dat in strijd is met de regels.’

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: De lucht in Europa is ernstig vervuild & meer

    Wereldnieuws: De lucht in Europa is ernstig vervuild & meer

    Rouwtelefoon

    De Japanner Itaru Sasaki bouwde in 2010 in zijn tuin op een heuveltop een telefooncel met daarin een niet-aangesloten telefoon met draaischijf, om het nummer van een geliefd overleden familielid te kunnen draaien en te praten over zijn verdriet, meldt Atlas Obscura. Een jaar later werd Japan getroffen door een drievoudige ramp: een aardbeving gevolgd door een tsunami, die de kernramp van Fukushima veroorzaakte. Otsuchi, Sasaki’s geboorteplaats, werd getroffen door negen meter hoge golven, waarbij 10 procent van de inwoners om het leven kwam.

    Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht

    Sasaki stelde vervolgens zijn kaze no denwa (‘windtelefoon’) open voor het grote aantal mensen in de buurt dat rouwde om het verlies van een dierbare. Het nieuws over de rouwtelefoon verspreidde zich en vanuit het hele land ondernamen verdrietige mensen een tocht naar de telefoon. Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht, en de plek wordt nog altijd intensief gebruikt.

    WM1 1

    Hortus Maximus in Hongkong

    Studio Job, van de Nederlands-Belgische kunstenaar Job Smeets, is een samenwerking aangegaan met het gerenommeerde huis Hermès in Hongkong. Smeets maakte voor het luxe modemerk een etalage waarin een droomachtige oase te zien is. Het tableau moet leven in de betonnen jungle van de stad brengen en voorbijgangers stil laten staan bij deze excentrieke Hortus Maximus. Daarin staan dieren model als elegante boeren en zijn groenten van prijswinnende telers opgeblazen tot ontzagwekkende, Alice in Wonderland-achtige proporties. De mix van surreële, hoogwaardige afwerking kenmerkt het werk van de studio, dat wel vaker verwijst naar zowel het traditionele als het actuele, het organische en het kunstmatige.

    WN2

    Onlineonderwijs vanwege geweld

    In de door misdaad geteisterde Ecuadoraanse kustprovincie Guayas – en dan met name in Guayaquil, de grootste stad van het land – gaan scholen tijdelijk over op onlineonderwijs om leerlingen voor geweld te behoeden, aldus Mercopress. Het ministerie van Onderwijs liet op X (voorheen Twitter) weten dat ze van plan is gedurende enige tijd ‘het Onderwijscontinuïteitsplan [onderwijs op afstand] toe te passen in bepaalde onderwijsinstellingen’. Zodra de lessen weer worden hervat moet de steun van veiligheidstroepen ‘prioriteit zijn om de levens en het recht op onderwijs van leerlingen te beschermen,’ aldus het ministerie.

    Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000

    Confrontaties tussen rivaliserende bendes begonnen in 2020 met bloedbaden in de gevangenissen, maar het geweld is nu ook overgeslagen naar de straat. Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000. Experts vrezen dat dit eind 2023 zelfs op 40 per 100.000 zal uitkomen.


    Een Ross voor ruim 9 miljoen

    A Walk in the Woods, een olieverfschilderij van bomen rond regenplassen uit 1983, is te koop voor 9,85 miljoen dollar (9,26 miljoen euro), zo schrijft Hyperallergic. Dat is een hoop geld, maar het gaat dan ook om het eerste van duizend schilderijen die de Amerikaan Bob Ross (1942-1995) maakte tijdens zijn populaire tv-serie The Joy of Painting. De eerste aflevering van die serie, die elf jaar zou lopen onder Ross’ motto ‘Iedereen kan schilderen’, werd in 1983 uitgezonden. Een andere beroemde uitspraak van Ross is dat er geen fouten bestaan, maar alleen happy accidents, ‘gelukkige ongelukjes’. ‘Volgens Google Analytics is Bob Ross Andy Warhol en Pablo Picasso gepasseerd als meest gezochte kunstenaar op internet,’ aldus de eigenaar van Modern Artifact, de Amerikaanse galerie die het schilderij aanbiedt. ‘Dat is ongelooflijk indrukwekkend, vooral omdat er amper officiële marketing is en zijn originelen vrijwel niet te vinden zijn.’

    WN3

    VS overwegen enorme wapenleverantie aan Vietnam

    De Amerikaanse regering is volgens ingewijden in gesprek met Vietnam over de grootste wapenoverdracht in de geschiedenis tussen de twee voormalige vijanden, schrijft Reuters. De deal was afgelopen maand een belangrijk onderwerp van gesprek tussen Vietnamese en Amerikaanse ambtenaren in Hanoi, New York en Washington D.C. Er wordt gesproken over een overeenkomst die binnen een jaar rond zou kunnen zijn en waarin sprake is van de levering van onder meer Amerikaanse F-16 gevechtsvliegtuigen. Washington overweegt gunstige financieringsvoorwaarden voor deze dure levering aan Hanoi, dat krap bij kas zit. Het zou Vietnam kunnen helpen een einde te maken aan de traditionele afhankelijkheid van goedkopere wapens van Russische makelij. De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China. Vietnam en buurland China staan op gespannen voet met elkaar vanwege een slepend territoriaal geschil in de Zuid-Chinese Zee, hetgeen verklaart waarom Vietnam zijn maritieme verdediging wil versterken.

    De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China

    Sinds de opheffing van het Amerikaanse wapenembargo in 2016 bleef de export van Amerikaans materieel naar Vietnam beperkt tot schepen voor de kustwacht en trainingsvliegtuigen. Rusland leverde ongeveer 80 procent van het wapenarsenaal van het land. Vietnam geeft jaarlijks naar schatting 2 miljard dollar uit aan de aankoop van wapens en Washington hoopt dat het land op langere termijn een deel van dat budget zal verleggen naar wapens die worden gefabriceerd door de VS of door bondgenoten en partners, zoals Zuid-Korea en India.


    De lucht in Europa is ernstig vervuild

    Nagenoeg iedereen op het Europese continent woont in een gebied met een gevaarlijk niveau van luchtvervuiling, zo blijkt uit een onderzoek in opdracht van The Guardian. Een analyse van gegevens die werden verzameld met behulp van geavanceerde methoden – zoals gedetailleerde satellietbeelden en metingen door ruim 1400 meetstations – laat zien dat 98 procent van de mensen in Europa op plekken woont waar sprake is van zeer schadelijke fijnstofvervuiling die de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overschrijdt. Bijna tweederde woont in gebieden waar de luchtkwaliteit meer dan twee keer zo slecht is als de WHO-richtlijnen voorschrijven. Noord-Macedonië is er het slechtst aan toe. Bijna tweederde van de inwoners van dat land woont in gebieden met meer dan vier keer de door de WHO acceptabel geachte hoeveelheid PM2,5 – kleine deeltjes met een doorsnee van nog geen 2,5 micrometer die door de lucht zweven en vooral worden geproduceerd door de verbranding van fossiele brandstoffen. Sommige ervan kunnen de longen of de bloedbaan binnendringen en zo bijna elk orgaan in het lichaam aantasten. Vier andere gebieden in Noord-Macedonië, waaronder de hoofdstad Skopje, blijken een luchtvervuiling te hebben die bijna zes keer zo hoog is als de toegestane norm.

    ‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid’

    Uit de analyse blijkt dat slechts 2 procent van de Europese bevolking in gebieden woont die binnen de gestelde limieten vallen. Experts zeggen dat PM2,5-vervuiling jaarlijks voor ongeveer vierhonderdduizend doden op het continent zorgt.

    ‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid,’ aldus Roel Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, die het team van onderzoekers leidde dat op het hele continent gegevens verzamelde. ‘We zien dat bijna iedereen in Europa ongezonde lucht inademt.’ Volgens Vermeulen zijn dit de beste gegevens die momenteel beschikbaar zijn. ‘Nu hebben we politici nodig die moedig en ambitieus zijn en de noodzakelijke stappen zetten om deze crisis aan te pakken.’

    WN4 1
    © Unsplash
  • Gat in het gebouw

    Gat in het gebouw

    Overal ter wereld bevinden zich architectonische hoogstandjes die gezichtsbepalend zijn voor een stad. Die enorme gebouwen zijn ook op te vatten als een beperking voor licht, lucht en ruimte. Zouden er daarom zo veel gaten en doorkijkjes in zijn aangebracht?

    Het Atlantis Condominium (1982) van bureau Arquitectonica, dat vijf seizoenen langskwam in de serie Miami Vice, is volgens de annalen het eerste gebouw waarin een groot vierkant is vrijgehouden. Het heeft meerdere AIA Test of Time Awards gewonnen, en het gat kreeg veel volgelingen. Zo ontwierpen de Nederlandse architecten van MVRDV in 2018 de spectaculaire Future Towers in het Indiase Pune, met grote, kleurige openingen die verbinding maken met de centrale gang. MVRDV vernieuwde het concept van een ‘gat’ en gebruikte de openingen, van soms wel drie verdiepingen hoog, voor dwarsventilatie in de gemeenschappelijke ruimtes. Arquitectonica zou altijd trouw blijven aan het formaat van hun eerste vierkante raam zonder glas, en maakte er zijn handelsmerk van.

    Loze ruimtes

    Het nadeel van dit soort gaten, of van welke gaten in gebouwen dan ook, is dat het loze ruimtes zijn die niet tegen de kubiekemeterprijs kunnen worden verkocht, en die behalve licht geen voorzieningen toevoegen. Maar voor wie niet alles wil monetariseren kan het ook een teken van prestige zijn om ruimte in een ruimte te scheppen. 

    Hier speelt de leemte de hoofdrol, het gebouw is er slechts omheen gecreëerd

    China kent veel gebouwen met gaten, maar dat heeft vaak weer andere redenen. Zo moeten draken kunnen afdalen voor hun dagelijkse reis naar de oceaan en zich vrijelijk door gaten in gebouwen kunnen bewegen. Soms, geholpen door een reflectie, heeft het gat als doel het geluksnummer 8 af te beelden. Chinese gaten in gebouwen zijn daarmee allemaal uitzonderingen: ze symboliseren iets, in tegenstelling tot de eerdergenoemde voorbeelden, waarbij de structuur vaak bedacht is om de structuur zelf. De CCTV-toren in Beijing, van Rem Koolhaas’ bureau OMA, heeft zowel een verticaal als een horizontaal gat. Het frame lijkt op de pi-vorm, die teruggaat tot de oorsprong van China. 

    Maar het spectaculairste gat in een gebouw, of laten we het in dit geval een ‘leemte’ noemen, is dat in hotel The Opus in Dubai, van wijlen Zaha Hadid. De twee afzonderlijke torens smelten samen tot een enkelvoudig, kubusvormig geheel. De vorm die uit de kubus lijkt te zijn gesneden, geeft het hotel een bijna vloeibare vorm, alsof het kan bewegen. Hier speelt de leemte de hoofdrol, het gebouw is er slechts omheen gecreëerd. En zo richten gaten in gebouwen vaak de aandacht op zichzelf en lijsten het uitzicht in dat aan weerskanten te zien is. 

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Gabrielle ‘Coco’ Chanel

    TENTOONSTELLING | De eerste Britse tentoonstelling gewijd aan het werk van de Franse couturier Gabrielle ‘Coco’ Chanel (1883-1971) en de oprichting van het Huis Chanel. Coco’s iconische ontwerpen beïnvloeden nog steeds de manier waarop vrouwen zich kleden. 

    Gabrielle ‘Coco’ Chanel, V&A Museum, Londen, t/m 25/2

    Agenda4

    Verbonden door uitsluiting

    FOTOGRAFIE | De Peruaans-Amerikaanse kunstenaar Tarrah Krajnak wil de canon van de westerse fotografie aan de kaak stellen en een nieuw voorstel doen waarin zij zich als vrouw van kleur beter kan herkennen. Want wie en wat wordt onthouden als onderdeel van het mondiaal archief? 

    Voor de serie 1979 Contact Negatives ensceneerde ze een performance met beelden uit kranten uit haar geboortejaar. Krajnak wilde zichtbaar maken hoe herinneringen worden geconstrueerd en gearchiveerd, een interesse die voortkomt uit haar eigen persoonlijke achtergrond. 

    Maar bovenal gaat het om het verlangen om te herstellen wat verloren is gegaan

    Krajnak werd geboren in een weeshuis als dochter van een alleenstaande moeder die verdween en haar achterliet bij de nonnen. Een Slowaaks-Amerikaans stel uit een mijnstadje in het oosten van Pennsylvania adopteerde de kleine Tarrah, die vervolgens samen met een geadopteerde zwarte broer en zus werd opgevoed in een bijna volledig witte buitenwijk. De fotografie ontdekte ze op de Ohio Wesleyan-universiteit. Nu hangt haar werk in Amsterdam. Terugkerend thema is haar eigen lichaam en het ballingschap: verbonden zijn door uitsluiting. Maar bovenal gaat het om het verlangen om te herstellen wat verloren is gegaan. 

    Tarrah Krajnak: Shadowings, a Catalogue of Attitudes for Estranged Daughters, Huis Marseille, Amsterdam, 28/10 t/m 25/2

    Agenda2

    ADE: dag en nacht dance

    FESTIVAL | Het Amsterdam Dance Event (ADE) neemt weer bezit van de hoofdstad en laat werelden van muziek en publiek samenkomen. Dag en nacht bestaan even niet meer, als duizenden bezoekers verdrinken in het clubleven en honderden producers en dj’s meedoen aan workshops en masterclasses.

    ADE, 18 t/m 22/10

    Agenda6

    Put her record on

    ALBUM | De Britse singer-songwriter Corinne Bailey Rae, bekend door haar hit Put Your Records On, is met haar vierde album Black Rainbows een heel andere weg ingeslagen. Met haar bekende jazzy soulstem schreeuwt ze nu de longen uit haar lijf over zwart feminisme, racisme en onderdrukking. Punky, vernieuwend en rauw.

    Black Rainbows, Corinne Bailey Rae

    Agenda5

    Alles doordrenkt met scherpe humor

    BEELDENDE KUNST | Het schijnt de ‘biggest ever’ tentoonstelling te zijn van de flamboyante Britse kunstenaar Grayson Perry. Dat moet haast wel, want de expositie gaat over veertig jaar werk dat hem enorm veel lof en in 2003 de Turner Prize opleverde. Perry is met zijn alter ego Claire een van de grappigste en meest bewonderde kunstenaars van het Verenigd Koninkrijk. 

    Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s

    Hij is vooral bekend om zijn keramiek, een ‘beleefde kunstvorm’ waarmee hij zijn fascinatie voor onder andere seks, punk en de tegencultuur naar hartelust kon uitleven. Maar Perry maakt ook het Channel 4-programma Grayson’s Art Club, dat hij presenteert samen met zijn vrouw, schrijfster en psychotherapeut Philippa Perry. Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s, maar al zijn beeldende en audiovisuele kunst is doordrenkt met zijn scherpe humor en geëngageerde commentaar over controver-siële kwesties van onze tijd. Daar staat hij zich niet op voor; in een interview zei hij al lang geleden lid van het establishment te zijn geworden. 

    De meer dan tachtig werken – subversieve potten, ingewikkelde prints, uitgebreide sculpturen en grote wandtapijten – zijn gerangschikt op de thema’s mannelijkheid, seksualiteit, klasse, religie, politiek en identiteit. Ook het zelden getoonde, fantastische Walthamstow Tapestry (2009) van 15 meter lang is te zien, evenals het gietijzeren schip Tomb of the Unknown Craftsman (2011). Speciaal voor de tentoonstelling in Schotland maakte Perry nieuwe potten in de vorm van middeleeuwse bierkruiken, die verwijzen naar onder meer het polariserende effect van sociale media en naar heraldische iconografie.  

    Grayson Perry: Smash Hits, National Galleries of Scotland, Edinburgh, t/m 12/11

    Agenda1


    Getsjirp, gehuil, gehijg

    MUZIEK | De 80-jarige Amerikaanse Meredith Monk is componist, pianist, choreograaf, danser, filmmaker, toneelschrijver en curator. Maar haar stem is haar instrument bij uitstek. Ze kan klinken als een brabbelend kind, een sjamaan of een schelle, opera-achtige mezzosopraan. Ze integreert gegrom met getsjirp, gehuil, gehijg, gefluister, gepiep en gejodel in haar bereik van drie octaven.

    Wat Monk doet zou je kunnen omschrijven als ‘geluids-poëzie’

    Wat Monk doet zou je kunnen omschrijven als ‘geluids-poëzie’, maar het is nooit moedwillig experimenteel. Ze vertelt en brengt emoties over zonder woorden. In de Oude Kerk in Amsterdam is nu de eerste Europese overzichtstentoonstelling van haar oeuvre te zien. Als integraal onderdeel van de tentoonstelling wordt ook een serie liveconcerten georganiseerd. Die concerten geven Monks artistieke erfenis door aan een nieuwe generatie musici.  

    Meredith Monk: Calling, Oude Kerk, A’dam. 21/10 t/m 17/3

    Agenda3
  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    100 werken van Art & Project

    CONCEPTUELE KUNST | Art & Project krijgt de ruimte met ruim honderd werken uit de collectie van Jan Dibbets, Ger van Elk, Willy Ørskov, Barry Flanagan, Richard Long en Nicholas Pope. Nationale en internationale conceptuele kunstenaars met accenten op sculptuur en schilderkunst.

    Art & Project, Kröller Müller Museum, 30/9 

    small km 133 455 nicholas pope de tien geboden in hemels licht the ten commandments in flowing ligth 1996 1997
    Art & Project, Kröller Müller Museum, 30/9 

    Mahagonny weer relevant

    OPERA | In de satirische opera In Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny – voor het eerst in Nederland opgevoerd in 1930 – laten Kurt Weill en librettist Bertolt Brecht er geen twijfel over bestaan: mensen zijn slecht en worden alleen nog maar slechter in het almaar intoleranter wordende Duitsland destijds. Met dit meesterwerk keert regisseur Ivo van Hove terug naar De Nationale Opera met een maatschappelijk relevante productie die van allerlei overeenkomsten biedt met het huidige gespannen tijdsgewricht. Want ook in de stad Mahagonny loont de misdaad. Van Hove maakte er een artificiële stad van ergens in de Amerikaanse woestenij, waar een paar mensen in de illusie leven verkeren dat ‘God’ helemaal niks verboden heeft. In deze nieuwe fata morgana kiezen ze voor het individuele belang, dat meestal maar een beperkte duur heeft. 

    Maar bovenal is het een aanklacht tegen het idee dat geld gelukkig maakt

    Mahagonny laat zien hoe individuen een groep en een massa kunnen worden die tot een revolutie kunnen leiden, met of zonder goede afloop. Maar bovenal is het een aanklacht tegen het idee dat geld gelukkig maakt.

    De eerder vertoonde Dreigroschenoper in 1928 werd een groot succes. En met de volle zalen voor Mahagonny kon de reputatie van het duo Brecht en Weill niet meer stuk. Zeker ook door de geweldige soundtrack, en de Alabama Song, later onder meer gecoverd door The Doors en David Bowie. In 1933 werd de opera door de nazi’s verboden en ontvluchtten Brecht en Weill Duitsland.

    Mahagonny, Nationale Opera 6-27 sep 2023

    S2223 Mahagonny naast tekst
    Mahagonny, Nationale Opera 6-27 sep 2023

    Rebelse mode

    MODE | De minirok wordt toegeschreven aan Mary Quant, die met dat kledingstuk(je) een onuitwisbaar stempel op de Britse en daarna internationale mode drukte. Quant bevrijdde de jonge generatie van de stijve confectie. Het waren de jaren zestig, waarin met wel meer keurslijven werd afgerekend. Ze was uiteraard niet de enige die de mode voorgoed veranderde. Hoe toonaangevend de Britten zijn geweest is te zien in het Haags Museum, waar een indrukwekkende league ontwerpers voorbijtrekt in de show Royals & Rebels. Om te beginnen de unieke Vivienne Westwood, aan wie een eerbetoon wordt gewijd, maar invloedrijk was ook de maatkleding van Savile Row, kostschooluniformen, hoeden, sportkleding of de Schotse ruit. Dan heb je wel een people’s princess nodig die het draagt en wereldkundig maakt.

    Royals & Rebels, Kunstmuseum Den Haag

    rechts
    Royals & Rebels, Kunstmuseum Den Haag

    Snoop Dogg in Ahoy

    HIPHOP | Zeventienvoudig Grammy Award-winnaar Snoop Dogg (51) bouwde een solide carrière op met  grensverleggende hiphop en werkte samen met tijdgenoten als Dr. Dre. Hij weet zichzelf als merk nog altijd goed te verkopen. 

    Rotterdam Ahoy, 19/9

    Snoop Dogg september Rotterdam Ahoy 1
    Snoop Dogg in Rotterdam Ahoy, 19/9

    Ongetemd gedrag

    BEELDENDE KUNST | Janis Rafa (Athene, 1984) studeerde beeldende kunst en filosofie aan de Universiteit van Leeds en woont en werkt afwisselend in Amsterdam en Athene. Het Eye Filmmuseum vond in haar werk genoeg aanleiding om een solotentoonstelling samen te stellen. In haar films en video-installaties wordt zelden gesproken en richt Rafa zich juist op de geluidloze aanwezigheid van dieren, wat een poëtische compositie oplevert waarin ‘dierlijke instincten, ongetemd gedrag en het menselijk onvermogen’ een grote rol spelen.

    Rafa eert zwerfhonden, aangereden wild, huisdieren of dieren in de bio-industrie met een woordeloze ode

    Meestal kiest zij de weinige rafelranden die er nog zijn op postindustriële plekken om haar beeldtaal te laten samenwerken met verlaten gebouwen en in verval rakende natuur. Daarin staat niet de mens centraal maar eert Rafa zwerfhonden, aangereden wild, huisdieren of dieren in de bio-industrie met een woordeloze ode.

    Feed me. Cheat me. Eat me. Janis Rafa, Eye, 13/10 tot 7/01 2024

    campagnebeeld Janis Rafa Feed me. Cheat me. Eat me
    Feed me. Cheat me. Eat me. Janis Rafa, Eye, 13/10 tot 7/01 2024

    Nosferatu van Paschchenko

    MUZIEK | Olga Pashchenko speelt piano bij de klassieke vampierfilm Nosferatu van F.W. Murnau, gebaseerd op Bram Stokers Dracula. Over afkeer van hebzucht en corruptie, de angst voor een dodelijke epidemie en de gevaren van onderdrukte erotische verlangens. 

    Muziekgebouw, 22/9

    img63153 orig
    Nosferatu van Paschchenko

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Nieuwe Harvey is niet voor iedereen geschikt

    Geobsedeerd door vernieuwing

    MUZIEK | ‘Het is geen noodzaak om het achtergrondverhaal van het album I Inside the Old Year Dying te kennen, een Dorset-woordenlijst te bezitten of te zijn afgestudeerd in dialectologie om ervan te genieten. Maar een beetje extra kennis geeft beslist extra sjeu aan dit ingewikkelde album’, schrijft Rolling Stone over het laatste album van P.J. Harvey, dat 7 juli werd uitgebracht. Vorig jaar werd van Harvey het boek Orlam uitgegeven, geschreven in het uitstervende dialect van Dorset, Engeland, waar ze opgroeide, en in haar teksten komen voor vrijwel iedereen onbegrijpelijke woorden voor, zoals in de zin ‘Who’s inneath the Ooser-Rod?/Horny devil? Goaty God?’ Je zou er, aldus Kory Grow van RS, door de speelsheid van de woorden, de vloeiende gitaar en de achtergrond van tsjilpende vogels makkelijk aan voorbij kunnen gaan wat een Ooser-Rod in godsnaam is, maar in haar boek wordt het begrip gedefinieerd als een ‘een duivelspenis, abnormaal groot’, waardoor het nummer een scherper randje krijgt.

    In twaalf nummers beschrijft Harvey tegen de achtergrond van een bos in Dorset het jaar waarin de heldin, Ira-Abel, ‘haar onschuld verliest en te maken krijgt met de sociale druk en gevaren waar ieder opgroeiend meisje mee in aanraking komt’, omschrijft Laura Snapes op van The Guardian, die Harveys vermogen om zichzelf opnieuw uit te vinden gelijkstelt aan dat van David Bowie

    ‘Degenen die Harvey altijd al hard werken vonden, zullen ongetwijfeld veel vinden om mee te spotten’

    De zangeres gaf de Britse krant een zeldzaam interview, waarin ze inderdaad vertelt over haar obsessie met vernieuwing – en ook dat ze White Lotus erg leuk vond, Succession nog niet heeft afgekeken en dat Ricky Gervais haar lievelingsacteur is, volgens Snapes zeer waardevolle uitspraken aangezien Harvey ‘zo geheimzinnig [is] dat ieder kleinste beetje informatie een primeur wordt’.

    Volgens The Independent is het album niet voor iedereen geschikt. ‘Degenen die Harvey altijd al hard werken vonden, zullen ongetwijfeld veel vinden om mee te spotten’, aldus Helen Brown. ‘Maar haar fans zullen volledig overtuigd zijn door deze vunzige, heidense wervelstorm.’ Zelf is ze ook ‘gevoelig voor een beetje aardse folk-grunge, en voor Harveys glibberige, melodieuze wendingen, die koel en diep kronkelen als ondergrondse stromen’.

    Door Laura Weeda

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.33.29
     © Getty Images

    Stijl boven inhoud

    Kille uitstraling met een melancholische onderstroom  

    TENTOONSTELLING | De 95-jarige Alex Katz wordt internationaal gezien als een van de belangrijkste Amerikaanse schilders van de afgelopen halve eeuw. In eigen land trok hij al vanaf de jaren ’50 volop aandacht met levensgrote portretten van mooie, goed geklede mensen, stadsgezichten en landschappen. Zijn doorbraak in Europa volgde pas in deze eeuw.

    ‘Verwacht van Katz geen psychologische diepgang, ideeën om de wereld te verbeteren of politieke statements’, schrijft Uta Baier in Die Welt. ‘Al lijken zijn foto’s gekopieerd van reclameposters en krantenfoto’s, Katz schetst zijn motieven naar het voorbeeld van impressionisten als Matisse.’ De kunstenaar lijkt volgens Baier door zijn ‘ogenschijnlijke oppervlakkigheid’ perfect te passen binnen de traditie van Pop Art. ‘Toch staat hij dichter bij Edvard Munch en Edward Hopper dan bij Andy Warhol.’  

    In Vogue stelt Gabé Hirschowitz dat Katz’ carrière parallel loopt aan de ontwikkeling van New York in de afgelopen decennia: ‘Hij is meegegroeid met de stad. Zijn werk biedt  een panorama van artiesten, dichters en dansers die het abstracte expressionisme een nieuwe dimensie hebben gegeven.’

    ‘Je kunt hem betichten van goedkope trucs, ontleend aan cartoonisten’

    Aanvankelijk vond Sebastian Smee van The Washington Post de kunst van Katz ‘gemakkelijk en kitsch.’ Maar, ‘inmiddels sluit hij met zijn scherpzinnige kijk op  individuen binnen hun sociale omgeving’ prima aan op de tijdgeest en vormt hij ‘dé inspiratiebron voor grootheden als Nicole Eisenman, Salman Toor en Elisabeth Peyton.’ (…) ‘Je kunt hem betichten van goedkope trucs, ontleend aan cartoonisten. Maar zelf ontwaar ik steeds vaker een diepe, melancholische onderstroom in zijn portretten.’ 

    Voor criticus Alex Greenberger van ARTNews draaide Katz’ overzichtstentoonstelling in het New Yorkse Guggenheim in 2022 evenwel uit op ‘misschien wel de grootste teleurstelling van het seizoen.’ Volgens de criticus komt dat door de ‘kille blik van stijlvolle figuren die mij vanuit een lege omgeving aanstaren. Ook in gezelschap is de onderlinge betrokkenheid ver te zoeken.’ 

    Retrospectief Alex Katz, tot en met 1 oktober te zien in Museum Voorlinden, Wassenaar.

    Door Diederik Samwel

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.33.46 2

    Taboedoorbrekende serie in Saoedi-Arabië

    Ondanks gebrek aan seksscènes voor 18+

    SERIE | Nadat de serie Al-Mastour – Dahaya Halal (‘In het geheim – gedoogde offers’) verscheen op Shahid, het Saoedische equivalent van Netflix, kwam er zo veel kritiek dat het grote Saoedische mediaconcern Middle East Broadcasting Centre (MBC) de serie schrapte. Nu is de serie voor 18+, ook al zijn de seksscènes vervangen door man en vrouw die gekleed op de rand van het bed zitten, schrijft Süddeutsche Zeitung.

    De pan-Arabische serie, ook te kijken met Engelse en Franse ondertiteling, vertelt het verhaal van vier jonge vrouwen die belanden in de villa van de sombere Umm Noura, ‘een soort oosterse Cruella De Vil, met gouden sieraden en lange zwarte vingernagels’. Thema is onder meer het misyār-huwelijk, een veel bekritiseerd officieel maar geheim en open huwelijk. Daarnaast wordt in de serie ook andere kritiek geleverd op de Saoedische samenleving, waarvan bijna 30 procent van de 30 miljoen inwoners uit het buitenland komt en systematisch wordt gediscrimineerd.

    Kortgeleden zou Al-Mastour… onmogelijk zijn geweest in het ultraconservatieve Wahabi-koninkrijk, aldus France24. Pas in 2018 werd de eerste bioscoop geopend en volgens de ambitieuze plannen van Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman zouden dat er tegen 2030 2600 moeten zijn; ‘vanuit de gedachte: cultuur is gelijk aan amusement is gelijk aan geld’.

    Door Laura Weeda

    Al Mastour – Dahaya Halal

    Aan alles komt een eind

    Gecamoufleerde mémoires 

    NON-FICTIE | Wie denkt met The Last Days of Roger Federer een enerverend sportboek open te slaan, komt bedrogen uit. In plaats daarvan heeft de Amerikaanse criticus, essayist en romancier Geoff Dyer een bloemlezing samengesteld over het einde van roemruchte carrières. Zo komen naast het, rond de boekpublicatie naderende afscheid van de Zwitserse tennislegende onder meer ook die van Jean Rhys, Bob Dylan en Richard Wagner voorbij. 

    Hannah Clarkson van Totally Dublin vindt dat het boek neerkomt op een ‘waslijst van eindes in het algemeen.’ Het gaat in haar ogen net zo goed over ‘gesneefde ambities, niet-uitgelezen boeken of de gelofte om voor de rest van je leven uitsluitend hotelshampoo te gebruiken.’ Ze stelt dat Dyer ‘met komisch fatalisme’ zichzelf en ‘alles wat hij nog heeft af te ronden’ op de korrel neemt.

    ‘Onder de talrijke thema’s die zijn aandacht genieten’, springt er eentje uit: Dyer zelf, zo constateert recensent Nicholas Wroe in The Guardian. ‘Bij een andere schrijver die zichzelf zo nadrukkelijk centraal stelt, was dat vermoeiend geworden’, maar Dyer zet ‘zijn handelsmerk van frisheid, speelsheid en humor’ ditmaal in om de vergankelijkheid te onderzoeken. ‘Terwijl zijn leeftijd vat op hem begint te krijgen, is zijn jeugdigheid allerminst verdwenen.’

    Simon Kuper stelt in Financial Times dat er een mooi boek valt te schrijven over ‘creatieve geesten in de nadagen van hun carrière’. Maar Dyer komt wat hem betreft niet verder dan een ‘allegaartje van loftuitingen op schilders, auteurs en atleten’ in combinatie met ‘eindeloze ontboezemingen waarbij je wenst dat zijn redacteur had ingegrepen. Zijn beste overdenkingen waren misschien iets geweest voor een kort essay. Hij had ze ook kunnen delen op zijn Facebook-pagina.’

    ‘Eigenlijk zijn het gecamoufleerde mémoires’, schrijft Charles Finch in Los Angeles Times : ‘Met tennis heeft het weinig te maken, maar, net als in zijn vorige publicaties, des te meer met Dyer zelf.’ Hij houdt het op ‘een hybride vorm van essay, kritiek en fictie.’

    De laatste dagen van Roger Federer en andere eindes van Geoff Dyer, uit het Engels vertaald door Ivo Verheyen, is half juli uitgebracht door uitgeverij Tzara.

    Door Diederik Samwel

  • Verder kijken dan de schoonheid van een Vermeer: ‘In de schilderijen ligt koloniaal verdriet besloten’

    Verder kijken dan de schoonheid van een Vermeer: ‘In de schilderijen ligt koloniaal verdriet besloten’

    Als je weet waar je moet kijken, kun je het geweld van Vermeers tijd terugvinden in zijn serene meesterwerken. Zijn schilderijen kunnen niet slechts als decoratief of technisch hoogstaand worden gezien, betoogt kunstliefhebber en schrijver Teju Cole. Ze dragen de last van eeuwen koloniale geschiedenis op hun schouders.

    Ik maakte kennis met Vermeer toen ik op een middag door de boeken en publicaties bladerde die bij ons thuis, in Lagos, in de boekenkast stonden. Ik was veertien of vijftien. Tussen de oude studieboeken van mijn ouders (Nigeriaanse toneelstukken, Franse geschiedenisboeken, handboeken over bedrijfsmanagement) vond ik iets dat ik nog niet eerder had gezien: het jaarverslag van een multinational. Ik weet niet meer welk bedrijf het was, maar het moet iets met eten of drinken te maken hebben gehad, want op de voorkant stond een schilderij van boeren in een glooiend veld en op de achterkant dat van een vrouw die melk inschenkt.

    Ik weet nog hoe kalm ik me die middag voelde en hoe gefascineerd ik was door de afbeeldingen in het verslag. Ze leken de ruimte om me heen te transformeren. De onderschriften vertelden me dat het de schilderijen De korenoogst van Pieter Bruegel de Oude en Het melkmeisje van Johannes Vermeer betrof. Ik kende deze werken niet, maar ik was al wel een groot kunstliefhebber en wist wanneer iets me echt raakte. Vooral het schilderij van Vermeer had een indrukwekkende, mysterieuze aantrekkingskracht. Nog nooit had ik een muur zo goed geschilderd gezien, of een menselijke figuur zo overtuigend gesitueerd in de visuele ruimte. En alles was doordrenkt van licht dat het tafereel, meer nog dan andere schilderijen, levensecht maakte. De term ‘Noordelijk licht’ kwam toen nog niet in me op, maar ik wist wel dat ik naar iets vreemds en verleidelijks keek, iets dat zich afspeelde in een wereld die radicaal verschilde van mijn tropische omgeving.

    Portaal

    Nog steeds ontroert het me als ik terugdenk aan het stille wonder dat zich op die middag voor mijn adolescentenoog voltrok. Sindsdien is mijn band met kunst veranderd: nu zoek ik naar het problematische. Een schilderij van Vermeer is voor mij niet meer simpelweg ‘vreemd en verleidelijk’, maar een artefact dat getuigt van ’s werelds complexiteit: de tijd waarin het schilderij gemaakt werd, bijvoorbeeld, is verstrengeld met onze tijd. Op deze manier kijken doet in geen enkel opzicht afbreuk aan die kunstwerken. Integendeel, het verleent ze openheid: wat eerst een tweedimensionaal oppervlak was, wordt een portaal waarlangs nieuwe onthullingen worden gedaan.

    Dit voorjaar stond ik in het Rijksmuseum in Amsterdam opnieuw oog in oog met Het melkmeisje, drieëndertig jaar na die dag in Lagos. Opnieuw maakte ik kennis met haar nederigheid, degelijkheid en met het huishoudelijk werk dat ze constant moest verzetten. Ik houd niet minder van haar dan vroeger. Zij was het die Wislawa Szymborska’s inspireerde tot het schrijven van haar epigrammatische gedicht ‘Vermeer’ (door Karol Lesman vanuit het Pools naar het Nederlands vertaald):

    Zolang die vrouw uit het Rijksmuseum

    in geschilderde stilte en concentratie

    uit een kan in een schaal

    dag in, dag uit melk giet,

    verdient de Wereld

    geen einde van de wereld.

    Het was een veelgeprezen tentoonstelling. De conservatoren van het Rijksmuseum brachten het grootste aantal schilderijen van Vermeer bijeen die ooit samen zijn getoond: achtentwintig van de ongeveer vijfendertig overgebleven schilderijen die over het algemeen aan hem worden toegeschreven. Het is een enorme prestatie, die flink wat coördinatie van de organisatoren vereist heeft en waarvoor bruikleengevers vrijgevig zijn geweest. Onze generatie gaat een dergelijke verzameling op deze schaal waarschijnlijk niet nog een keer meemaken.

    Toch had ik tot dan toe geen echte interesse in de tentoonstelling gehad. De redenen hiervoor begonnen zich op te stapelen. Alle toegangskaartjes, bij elkaar opgeteld zo’n 450.000 stuks, waren binnen een paar weken na de opening uitverkocht en zelfs als het me was gelukt er een te bemachtigen, was het ongetwijfeld druk geweest in de museumzalen. Bovendien had ik mijn twijfels over de beperkte insteek van de tentoonstelling: de ene Vermeer na de andere… De meeste succesvolle tentoonstellingen vereisen simpelweg meer contextualisering. Maar wat me echt begon tegen te staan, was de niet-aflatende lovende feedback. De naam Vermeer is een soort codewoord geworden: Vermeer is synoniem voor artistieke uitmuntendheid. Veel van de lovende recensies klonken evengoed als emotionele codes. Waar ‘grootheid’, ‘perfectie’ en ‘sublimiteit’ eigenlijk voor stonden, was een heel specifiek soort culturele ervaring. Wie de tentoonstelling wel had gezien, riep jaloezie op bij de wegblijvers. Met een haast religieuze toewijding werd beloofd dat het een ‘once-in-a-lifetime’-ervaring zou zijn. (Maar hebben we onze mooiste kunstervaringen niet juist in een klein museum, op een rustige dag? En zijn de momenten waarop we bewust van kunst genieten niet allemaal ‘once-in-a-lifetime’-ervaringen?) De overtuiging dat de kunstwerken prachtig waren was op de een of andere manier tot een dogma verworden: ze waren niets dan prachtig. Iedereen leek eensgezind in het enthousiasme, en het was bijna onmogelijk om iemand te vinden die een kritisch tegengeluid vertegenwoordigde.

    De laatste golf reguliere bezoekers werd naar buiten geleid, zodat wij, de drie gelukkigen, als enigen overbleven met achtentwintig Vermeers

    Een paar Nederlandse vrienden wisten toch een toegangskaartje voor me te regelen, waardoor mijn vastberadenheid afzwakte. Toen nodigde Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis (de thuisbasis van Meisje met de parel en tevens een van de belangrijkste bruikleengevers van de tentoonstelling), me uit om na sluitingstijd met haar door de tentoonstelling te lopen. Dat aanbod afslaan zou compleet absurd zijn geweest. Samen met een vriend bezochten we op 13 maart de tentoonstelling. De laatste golf reguliere bezoekers werd naar buiten geleid, zodat wij, de drie gelukkigen, als enigen overbleven met achtentwintig Vermeers.

    Vermeer was geen productief schilder: waarschijnlijk heeft hij in totaal maar tweeënveertig schilderijen gemaakt. Logischerwijs dachten kunsthistorici lange tijd dat dit lage productietempo het gevolg was van een bijzonder nauwgezette techniek. Maar uit röntgenfoto’s en infraroodbeelden blijkt dat hij niet veel tijd besteedde aan zijn onderschilderingen en maar heel weinig voorbereidende tekeningen maakte. Wat deed hij dan met al die extra tijd? Allereerst werkte hij overdag als kunsthandelaar, het beroep dat hij van zijn vader overnam. Bovendien was hij zelf vader van vijftien kinderen (waarvan vier tijdens zijn leven overleden). Het moet een luidruchtig huishouden zijn geweest. 

    Terwijl het op de achtergrond dus waarschijnlijk steeds lawaaierig was, maakte Vermeer verbluffende, evenwichtige schilderijen, twee of drie per jaar. In zijn schilderijen doet hij dingen met licht die geen enkele schilder vóór hem had gedaan. Volgens kunsthistoricus Lawrence Gowing neemt Vermeer zijn onderwerp nauwelijks in acht; hij richt zich alleen op de uiterlijke verschijning ervan. ‘Vermeer lijkt niet geïnteresseerd in, of zich zelfs niet bewust van wat hij schildert. Hoe het licht hier valt… Noemen andere mensen dat een neus? Een vinger? Wat weten we van de vorm ervan? Voor Vermeer doet dit er allemaal niet toe, de conceptuele wereld van namen en kennis vergeet hij en hij houdt zich alleen bezig met wat zichtbaar is: de toon, de lichtval.’

    We bleven staan voor Brieflezende vrouw. Het was adembenemend. Er zijn maar een paar tinten verf gebruikt: de muur is gebroken wit met blauwe ondertonen; de grote kaart van de regio’s Holland en West-Friesland is lichtbruin met een vleugje groen; de twee stoelen aan weerszijden van de vrouw hebben glinsterende koperen spijkers die de diepblauwe bekleding op zijn plaats houden. De ene stoel is groter dan de andere, staat dichter bij de kijker. Tussen de stoelen bevindt zich de ruimte waarin de vrouw staat. Ze draagt een blauw jasje en een donkere, olijfgroene rok. Alle kleuren zijn zo dof dat het lijkt alsof je ze niet op een schilderij bekijkt, maar in een verre herinnering. De vrouw is en profil weergegeven en lijkt diep in gedachten verzonken. Ze heeft haar ogen dromerig neergeslagen en houdt met beide handen een brief vast. Er zitten linten in haar haar. Het blauwe, klokvormige huisjasje is een zogenaamde beddejak. Ze is zwanger. Geleerden betwijfelen of ze zwanger is, of zeggen dat we het niet zeker kunnen weten. Maar van geleerden vragen we dat ze ons uitleggen wat voor ons nog onzichtbaar is, niet wat we overduidelijk wél zelf kunnen zien.

    Hebzucht

    Wat heeft hij haar geschreven – want het moet toch zeker een hij zijn, de vader van haar kind? Haar mond staat een beetje open. Vermeers suggestiviteit begint langzaam vorm te krijgen. De kaart, de vroege ochtend, de brief die door de nacht reisde om bezorgd te worden: onder de stilte van de scène gaat een verhaal schuil. Er is hier sprake van drama, zo niet van melodrama. We stellen ons iemand voor die ver weg is en wiens afwezigheid wordt overpeinsd door degene die hij heeft achtergelaten. Misschien is hij wel een soldaat of een zeeman. De rugleuning van de stoel links werpt zachte, blauwachtige schaduwen op de muur. Het raam waarlangs het licht binnenvalt, wordt alleen geïmpliceerd, niet afgebeeld, en het licht valt op het voorhoofd van de vrouw en op haar flauw opbollende beddejak, blauw als de zee. Het is het resultaat van penseelwerk dat precies maar niet pietluttig is; een streepje licht hier, een streepje licht daar. Als kijker houd je je adem in, omdat je niet wil onderbreken wat hier ook maar gaande is. De vrouw wacht op de terugkeer van haar geliefde, op de geboorte van haar kind. De schilder wacht, na elke ochtend achter zijn ezel te hebben gewerkt, tot de volgende ochtend aanbreekt, en de ochtend daarop. Hij wacht op de momenten dat het licht hem gunstig gezind is, wacht tot het werk af is. Lawrence Gowing heeft gelijk: Vermeer schildert het licht. En hij schildert, op voortreffelijke wijze, de tijd.

    Maar laten we nu op zoek gaan naar het problematische. Overal in het oeuvre van Vermeer zie je voorwerpen zoals die in Brieflezende vrouw, voorwerpen die ons herinneren aan de enormiteit van de wereld. De wereld van Vermeer ontstond na de langdurige strijd die de Nederlanden voor onafhankelijkheid van de Spaanse overheersing voerden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog en de directe nasleep ervan vestigden de Nederlanders handelsposten in Azië, Afrika en Amerika. In binnen- en buitenland bloeide het kapitalisme op – en daarmee werd de basis van een koloniaal rijk gelegd. Hoewel Nederlanders aan den lijve hadden ondervonden hoe onderwerping voelde, nam hun verlangen om anderen te onderwerpen niet af. De Verenigde Oost-Indische Compagnie domineerde de zeeroutes waarlangs haar aandeelhouders het geld binnen harkten. De West-Indische Compagnie was een belangrijke speler in de handel in tot slaaf gemaakten. Gewone Nederlandse burgers werden rijk van deze criminele ondernemingen. Zich opnieuw bewust van hun positie in de wereld, vulden ze hun huizen met zeldzame objecten en vergezochte snuisterijen. Je kon luxe voorwerpen hebben, en ze bovendien op schilderijen laten afbeelden. Die schilderijen herinnerden je onder andere aan je sterfelijkheid, maar ook aan je rijkdom.

    In zijn treffende boek Vermeer’s Hat (2008) geeft historicus Timothy Brook een overzicht van de herkomst van de verschillende voorwerpen die op Vermeers schilderijen zijn weergegeven. Ze komen van over de hele wereld. Brook zegt bijvoorbeeld dat het zilver op de tafel in Vrouw met weegschaal afkomstig zou kunnen zijn uit de beruchte Potosí-zilvermijn, een helse plek die draaide op de arbeid van tot slaaf gemaakte mensen in het toenmalige Peru (tegenwoordig Bolivia). Het vilt op de hoed van de soldaat in De soldaat en het lachende meisje is vrijwel zeker gemaakt van beverhuiden die Franse avonturiers uit de gewelddadige handelsnetwerken van het zeventiende-eeuwse Canada haalden. De luchtige scène die op dit zogenaamde genreschilderij staat afgebeeld, brengt Brook in verband met de bittere geschiedenis van de ‘hongerwinter van 1649-50’. De Europese hebzucht naar pelzen leidde tot verdrijving, oorlog en de uitmoording van de Huron-indianen.

    Martine vertelt dat de beddejak in Brieflezende vrouw is geschilderd met ultramarijn, het zeldzaamste en duurste blauwe pigment waarover een zeventiende-eeuwse Nederlandse schilder kon beschikken. Ultramarijn werd gemaakt van lapis lazuli, dat naar West-Europa werd geïmporteerd vanuit Afghaanse mijnen; het kwam van ergens voorbij de zee (in het Latijn ‘ultra marinus’). Waarschijnlijk gaf zo’n duur pigment Vermeer meer prestige en stelde het hem in staat een hogere prijs voor zijn schilderijen te vragen. Waarschijnlijk bracht hij zijn werk graag in verband met schilderijen uit vroeger tijden, waarin lapis lazuli werd gebruikt voor het blauw van het gewaad van de Maagd Maria. Het effect van ultramarijn is oogverblindend en emotioneel. Maar wie ontgon de lapis lazuli in Afghanistan? En onder welke omstandigheden?

    Elk kunstwerk zegt iets over de materiële omstandigheden van zijn tijd. De allerbeste kunstwerken tonen niet alleen aan – ze vertellen er ook iets over. Binnen de omlijsting van één groot schilderij bestaan medeplichtigheid en transcendentie naast elkaar. Dat is wat ik dacht toen ik door de museumzalen liep. In de tentoonstelling kwamen deze onderwerpen niet aan bod en ik las de catalogus, die wetenschappelijk en inzichtelijk was, pas later, maar eerder die middag had ik geluncht met Valika Smeulders, hoofd van de afdeling geschiedenis van het Rijksmuseum. Smeulders was medecurator van de baanbrekende slavernijtentoonstelling die in 2021 in het museum werd gehouden. Daar werden artefacten uit de eigen collecties van het Rijksmuseum en uit een breed scala aan andere bronnen getoond. Er waren schilderijen, prenten, tekeningen en documenten, maar ook plantagebellen, voetstokken, een koperen halsband, een brandijzer met een logo (waarschijnlijk van de WIC) en een ceremonieel glas dat succesvolle slavendrijvers gebruikten om te toasten. Regelmatige bezoekers van het Rijksmuseum waren gewend om lovende verhalen over hun nationale geschiedenis te horen. Hier werden ze geconfronteerd met de wreedheid op de plantages in Batavia, Zuid-Afrika en de Banda-eilanden en met de verhalen van een selecte groep van de honderdduizenden mensen die door de Nederlanders tot slaaf werden gemaakt.

    Ze biedt haar lichaam en haar land aan. Het schouwspel is van een onverbloemde brutaliteit

    Eén schilderij in die tentoonstelling was van Pieter de Wit, mogelijk een leerling van Rembrandt. De directeur-generaal van de Goudkust staat erop afgebeeld, ene Dirk Wilre, in een sierlijk interieur in Elmina Castle, in het huidige Ghana. Schildertechnisch kan De Wit zich absoluut niet meten met Vermeer, maar het valt me op dat een paar details in zijn werk overeenkomen met De geograaf, een schilderij dat Vermeer maakte in hetzelfde jaar, 1669. In beide schilderijen bevindt zich links een buitenraam met glas-in-lood, er staat een globe en op tafel ligt een bont tapijt. Maar op het schilderij van De Wit zijn twee figuren te zien die niet op De geograaf staan afgebeeld. Een van hen is een vrouw: ze is zwart, heeft een ontbloot bovenlichaam en knielt op één knie, in een duidelijke staat van dienstbaarheid. Als de slippers die op de vloer liggen van haar zijn, zou die dienstbaarheid ook seksueel van aard kunnen zijn. De geknielde vrouw overhandigt Wilre een landschapsschilderij met daarop Fort Sint George. Ze biedt haar lichaam en haar land aan. Het schouwspel is van een onverbloemde brutaliteit.

    De tentoonstelling in het Rijksmuseum, die tot en met 4 juni te zien was, hing vol aangrijpende schilderijen. Vele daarvan maakte Vermeer ergens midden jaren 1660, toen hij op het hoogtepunt van zijn focus en inventiviteit was. In die jaren maakte hij een aantal onsterfelijke werken: onder andere de verschillende variaties op het thema van een eenzame vrouw in een verstild interieur met een met bont afgezette beddejak aan. In Vrouw met weegschaal is ze zwanger en is de kamer donkerder dan gewoonlijk, met enkel een glimp van daglicht dat zich van achter het citroengele gordijn een weg naar binnen heeft gebaand. De weegschaal die de vrouw omhooghoudt is leeg; ze is aan het balanceren, niet aan het wegen. Op de tafel voor haar liggen gouden en zilveren munten en parels en achter haar hangt een schilderij van het Laatste Oordeel. 

    Op een ander schilderij staat de Vrouw met parelsnoer en profil; ze kijkt naar links. Het is hetzelfde gele gordijn, ditmaal opengetrokken, waardoor zacht licht naar binnen valt. Links in de schaduw staat een donkerblauwe porseleinen pot met een harde glans die contrasteert met de zachte textuur en gele kleur van haar beddejak – een iets kouder geel dan dat van het gordijn. Schrijvende vrouw in het geel bestaat ook weer voornamelijk uit geel en blauw. We weten niet wie ze is, deze vrouw uit lang vervlogen tijden; van alle vrouwen weten we het niet en zullen we het waarschijnlijk ook nooit weten. Ook deze vrouw draagt een geel jasje. (Vermeers weinige rekwisieten hebben iets weg van de favoriete acteurs van een toneelschrijver.) Ze zit aan haar schrijftafel en kijkt ons rechtstreeks aan met iets wat lijkt op diepmenselijk begrip. Het is een prachtig schilderij, afkomstig uit de collectie van de National Gallery in Washington. Ik had het al eerder gezien, maar nog nooit goed bekeken. Tenslotte ga je daarom naar het museum: om opnieuw te leren kijken, om schoonheid en ook problemen te ontdekken. En ja, daar is het Meisje met de parel, verbluffend en direct. Zo bezien, in de context van alle werken bijeen, is het domweg het zoveelste hoogtepunt. Maar wat een reeks schilderijen, en wat een hoogtepunt.

    Troost en terreur

    Als we de tentoonstelling bijna verlaten, haast ik me terug om nog één keer te gaan kijken naar het schilderij dat me het meest heeft verrast: Schrijvende vrouw in het geel. Haar blik heeft een schaduwachtige complexiteit, een zachte glimlach; op haar irissen zitten witte puntjes. (Ze voelt voor mij veel echter aan dan de Mona Lisa.) Er zitten ook witte accenten op haar enorme pareloorbellen. Als ze echt zijn, zijn de parels geoogst door parelduikers in de Golf van Mannar, gelegen tussen het huidige Sri Lanka en India. Met haar rechterhand houdt ze een ganzenveer vast. Daaronder staat een streep witte verf die perfect een stuk papier verbeeldt. De sierlijke schrijfdoos, gemaakt van verschillende houtsoorten en versierd met ronde metalen noppen, komt waarschijnlijk uit het Goa van de Portugese overheersing. Wie zou hem gemaakt hebben? vraag ik me weer af. Onder welke omstandigheden? Achter haar is een schilderij te zien waarop in een donkere omberkleur een viola da gamba staat afgebeeld: verstilde muziek die suggereert of bevestigt dat het in dit schilderij om de liefde draait. Maar als haar geliefde afwezig is, wie heeft haar aandacht dan gegrepen? Naar wie glimlacht ze met zo’n zachte vertrouwdheid?

    Naar jou. Haar blik heeft de jouwe eeuwenlang vastgehouden, de tijd voor jou opgeschort. Nergens in het schilderij is een harde lijn te zien, alleen lagen verf die naast elkaar zijn gezet. De kleurvlekken vloeien in elkaar over alsof je kijkt door een oude cameralens die maar niet scherp wil stellen. De zachtheid van Schrijvende vrouw in het geel is zo doordringend dat het lijkt alsof het schilderij op het punt staat in rook op te gaan. Ochtend na ochtend zit Vermeer achter zijn ezel, terwijl buiten de wereld raast, een wereld waar mensen knielen in onderwerping, waar mensen worden gebrandmerkt met een heet ijzer. Zelfs vóór zijn eigen deur is er de gewelddadige zwager die dreigt de vrouwen in zijn huishouden in elkaar te slaan. De afbeeldingen zijn onherroepelijk met deze externe problemen verbonden. Die amoureuze soldaten houden geen verkleedpartijtje. Ze vechten en doden. In Vermeers oeuvre is geen enkel schilderij te vinden van een eenvoudig, gelukkig gezin, van een moeder, vader en kind in huiselijke vrede. Nee, de wereld van de schilderijen is poëtisch en lyrisch, maar ook gebroken, kwetsbaar, geïsoleerd en vol angst. Zijn schilderijen (en die van anderen; mijn betoog reikt verder dan Vermeer) kunnen niet slechts als decoratief of technisch hoogstaand worden gezien. In de schilderijen ligt verdriet besloten en ze hebben recht op een eerlijker context, een groter verhaal. We bewijzen ze geen gunst als we ze alleen maar zien als advertenties voor schoonheid of eenvoudige symbolen van cultuur en elegantie. Op hun lange reis door de eeuwen heen hebben de schilderijen van Vermeer zowel troost als terreur meegebracht. En zolang dat het geval is, verdient de wereld geen einde van de wereld.

    Teju Cole is romanschrijver, essayist en fotograaf. Van 2015 tot 2019 schreef hij de rubriek On Photography die werd genomineerd voor een National Magazine Award. Hij is docent schrijven aan Harvard.

    Lees ook:

  • Absint, de creatieve motor. Hoe een sterk groen drankje de kunst veranderde

    Absint, de creatieve motor. Hoe een sterk groen drankje de kunst veranderde

    Was het duivelse of goddelijke absint inderdaad de motor achter de ismen in de artistieke wereld? Bij grote namen als Manet, Monet, Degas en Van Gogh speelde absint in ieder geval een voorname rol. Vooral in het werk van Picasso was de ‘groene fee’ een belangrijk thema.

    Parijs, de nadagen van de negentiende en de eerste jaren van de twintigste eeuw. Een klein uitgevallen heerschap met een groen gezicht fietst door de straten. Soms schreeuwt hij, vaak slaat hij zich op de borst… Hij is nogal eens onder invloed van de absint, zijn geliefde godin, de ‘groene fee’, die hij in grote hoeveelheden tot zich neemt en wel puur, zonder het rituele gedoe met suiker en water waarmee anderen het spul minder sterk maken. Het is een gevaarlijk sujet; hij heeft een revolver bij zich waarmee hij flessen openschiet en hij heeft een eenmalig opgevoerd toneelstuk geschreven dat hem op de kaart zette. Het is Alfred Jarry en lang heeft hij niet meer te leven. Zoals het hoort bij mythische figuren zal hij jong sterven.

    c3eea6e4f05ea5acea947d53596f2669
    Pablo Picasso, Drinkende man, 1901. – ©

    Het is niet zeker of Pablo Picasso hem tijdens zijn bezoeken aan Parijs heeft leren kennen. Vaststaat dat Picasso een van de bewerkingen op basis heeft bijgewoond en ook lijkt bewezen dat hij na Jarry’s dood diens revolver, manuscripten en andere eigendommen onder zijn hoede nam. Mogelijk heeft het brein van de jonge schilder aan de vreemde snoeshaan de wirwar van kleur, object, vlakken en perspectieven te danken, het gevolg van alcoholische beneveling… Als incidentele absintdrinker zal Picasso de mensen blauw zien en zo zal hij hen schilderen. En daarna roze, waarvoor hetzelfde geldt. En daarna merkwaardig, als het ware uiteengevallen in vreemde vlakken of geometrische figuren en ook zo zal hij hen schilderen.

    Mythische drank

    De mythische drank – aldus de schrijver en kunstcriticus Jane Ciabbatari een paar jaar geleden in een bijdrage voor de BBC – ‘was goed voor visioenen en droomtoestanden die in het artistieke werk doorsijpelden. Hij gaf de stoot tot het symbolisme, het surrealisme, het modernisme, het impressionisme, het postimpressionisme en het kubisme.’ Was absint inderdaad de grote creatieve motor achter al die ‘ismen’? Manet, Monet, Degas, Van Gogh of Toulouse-Lautrec, om maar enkelen van de inmiddels groten uit die tijd te noemen, maakten schilderijen met de absint als protagonist en ook talloze portretten van drinkers van de drank. Zo ook Picasso.

    De relatie tussen de schilder uit Malaga en de absint uit zich voor het eerst in het portret van een vrouw die in haar eentje zit te drinken. Ze heeft een wezenloze blik, haar lippen zijn knalrood en haar glas is felgroen. Ze wordt hier niet nader aangeduid, maar haar gezicht komt terug op een heleboel andere schilderijen uit die tijd en alles wijst erop dat het gaat om Odette, zijn eerste Parijse geliefde. Of een van de eerste, want het jonge drietal dat Pablo Picasso, de onfortuinlijke Carlos Casagemas en Manuel Pallarés in Parijs vormden gaf de polyamorie een flinke zet, met medewerking van Germaine, Antoinette en de genoemde Odette.

    Ze sloegen zich er vaak rommelig en zo goed en zo kwaad als het ging met elkaar doorheen maar soms betekende kwaad fataal. In februari 1901 pleegde Casagemas in een bar zelfmoord nadat hij had geprobeerd Germaine met een schot van het leven te beroven, een gebeurtenis die diepe indruk op Picasso maakte, zonder hem er overigens van te weerhouden zijn relatie met de voormalige geliefde van zijn dode vriend voort te zetten. Wel krijgt vanaf dat moment het palet van Picasso donkere ondertonen.

    27b2d21a29e7d89951d8ecd686115158
    Pablo Picasso, De absintdrinker, 1902. – ©

    Daarvoor schilderde hij onverzadigbaar, net als zijn leven in de Parijse bohème, en hij probeerde zo veel mogelijk werk klaar te hebben voor de tentoonstelling die zijn doorbraak zou betekenen: de succesvolle expositie in de galerie van de belangrijke kunsthandelaar Ambroise Vollard. In de tekst van Christie’s bij het schilderij De absintdrinkster (1901) staat dat Picasso eind mei, begin juni wel tien schilderijen per dag maakte. Tot dan overheerst in zijn werk de kleur en thematiek die hij haalde uit het dagelijks leven, zíjn dagelijks leven met name, en dat betekende ook altijd vrouwen, veel vrouwen: vrouwen die glimlachen, vrouwen die in zichzelf zijn gekeerd, vrouwen die denken aan wie zal het zeggen, die in hun eentje drinken, die drinken… Maar in al die drukte sijpelt al het fletsblauwe licht Picasso’s schilderkunst binnen als gevolg van de affaire-Casagemas. Het blauw wordt belangrijker en je ziet het overal terug bij die andere absintdrinkster uit 1901: in de jurk, de fles, het glas, de weerspiegelingen op de huid, de diepte in de spiegel…

    ‘Wat is het verschil tussen een glas absint en de zonsondergang?’

    De eenzame drinksters uit de vorige periode waren ernstig, maar hadden iets kleurigs wat ze met de wereld verbond. In 1902 neemt het blauw het hele palet van Picasso en het gemoed van zijn personages over. Niemand ontsnapt aan de melancholie op werken als De slaperige drinkster, die boven haar glas indut, of het portret dat Picasso een jaar later zou maken van zijn vriend Ángel Fernández Soto. Met hem had hij een wild leven en een verdieping gedeeld maar in 1903 beeldt hij hem uit voor een groot glas absint, met een nietszeggend gezicht en een verveelde of minachtende trek om zijn mond.

    Het wordt nog erger als er twee figuren op de schilderijen staan; een man en een vrouw die elkaar niet aankijken en niet praten, die niets lijken te delen behalve een drankje. Personages en schilderijen die de wereld vol misdeelden bepalen waarin de blauwe periode van Picasso verandert. Zelfs zijn vrienden komen er bekaaid van af. Sebastiá Junyer portretteert hij in 1903 naast een prostituee met wie hij om de ruimte en de bank lijkt te strijden. Ze kijken allebei voor zich uit, allebei in hun eigen gedachten en melancholie. Ze doen sterk denken aan het paar dat Degas bijna drie decennia eerder schilderde onder de titel Het café of, eenvoudig, Absint.

    Keerpunt

    1904 is een keerpunt in het leven van Picasso. Hij verandert van woonwijk en algauw ook van kleurenpalet. Na diverse terugkeren naar Spanje vestigt hij zich in Parijs en betrekt een studio in Montmartre. Het brengt hem een zekere stabiliteit, wat wordt versterkt door zijn kennismaking met Fernande Olivier, met wie hij een liefdesrelatie begint die met onderbrekingen tot 1912 zal duren. Het gaat hem voor de wind; de blauwe jaren van armoede en triestheid maken plaats voor het roze en de absint, die intussen het nodige aanrichtte in de Franse samenleving en elders, laat hij achter zich.

    Maar dat duurt niet lang. En ook in zijn werk keren de sporen terug. In Glas absint, uit 1911, wordt het glas in kwestie uitgebreid en minutieus ontleed: de geometrie van het voorwerp heeft de overhand zoals dat hoort bij analytisch kubistisch werk. De presentatie als geheel is minder onbarmhartig: letters of materialen geven aanwijzingen over de voorstelling en voeden het werk met z’n eigen werkelijkheid. Op doeken als Absint en brieven of Cafétafel met Pernodfles, beide uit 1912, herken je makkelijk de elementen waarvan in de titels sprake is.

    d3a84fc5cdae23a508f3b58193574c99
    Pablo Picasso, Absintglas, 1911. – ©

    Het glas absint dat in verschillende perioden voorkomt en de ruggengraat vormt van deze tocht door het werk van Picasso kent een van zijn spectaculairste weergaven in een doek uit 1914. Daarin wordt de ruimtelijkheid gesuggereerd van de collage waarmee de Spanjaard zich sinds een paar jaar driedimensionaal bezighield. Ja, het gaat om een kleine sculptuur, een brons dat is beschilderd met olieverf en bovenop rust een ‘echt’ metalen lepeltje dat herinnert aan het ritueel dat bij het drankje hoort: de absint zat onderin een glas waarop een lepeltje met spleetvormige gaatjes lag. Op het lepeltje legde je een klont suiker waarover het water werd gegoten dat de pure absint veranderde in een iets zoeter en minder sterk melkkleurig drankje. In dit werk weet hij een kruising te bewerkstelligen tussen een artistiek en een echt voorwerp: de lepels met gaatjes die hij kocht om aan elk van zijn zes sculpturen toe te voegen.

    Gewaagd

    In de permanente collectie genaamd ‘Gesprekken met Picasso, Collectie 2020-2023’ van het museum in Málaga is het Glas absint te zien dat de maker zelf bewaarde tussen de zes gegoten bronzen die allemaal zijn gebaseerd op een wassen maquette. Het was voor het eerst dat hij variaties aanbracht op een bepaalde zelfde sculptuur zodat alle zes de exemplaren uniek zijn, met wisselende gebieden die qua kleur, patroon en textuur in het oog springen. Ook wordt het uniek door de rechte hoek die het handvat van de lepel heeft en die, curieus genoeg, rechts op de foto’s staat die Brassaï in 1943 in het appartement van Picasso in de Rue des Grands Augustins heeft gemaakt.

    35ade7759e96c31950df22facff28eb9
    Pablo Picasso, Retrato de Sebastián Junyer Vidal, 1903. – ©

    De Hongaarse fotograaf vertelt jaren later welke indruk het kunstwerk op hem maakte: ‘Ik zie ineens het glas absint, nogal gewaagd in die tijd. Het was voor het eerst dat zoiets eenvoudigs in een sculptuur veranderde!’ Dankzij de aandacht die Picasso het gaf. ‘Wat is het verschil tussen een glas absint en de zonsondergang?’ zou Oscar Wilde hebben gezegd. Het verschil? Het onverwoestbare genie van Picasso.