Tag: landbouw

  • De Araku Valley: ‘s werelds volgende voedselsupermacht

    De Araku Valley: ‘s werelds volgende voedselsupermacht

    Hoogwaardige koffieteelt laat zien hoe in India een ecosysteem ontwikkeld kan worden dat tot groei leidt. Met de juiste voorwaarden kan het land een dominante speler op de wereldvoedselmarkt worden en tegelijkertijd miljoenen plattelandsbewoners een bestaan bieden.

    Jarenlang was de Araku Valley in de bergen aan de oostkust van India gedompeld in armoede en het slachtoffer van maoïstisch geweld. De meeste inwoners behoren volgens de regering tot ‘bijzonder kwetsbare tribale groeperingen’; generaties lang hebben ze hun inkomsten bijeengeschraapt met zwerflandbouw. Maar nu wordt er koffie van hoge kwaliteit verbouwd die tegen hoge prijzen aan welvarende Europeanen wordt verkocht. Araku Coffee, het bedrijf dat de bonen verwerkt en vermarkt, heeft cafés in chique wijken van Bangalore, Mumbai en Parijs. De transformatie van de vallei is een succesverhaal op landbouwgebied. En, als het juiste beleid wordt gevoerd, mogelijk exemplarisch voor de rest van landelijk India.

    De Indiase landbouw heeft een lange weg afgelegd sinds de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, toen het land op buitenlandse voedselhulp was aangewezen. Nu is het al jarenlang een netto-exporteur van voedingsmiddelen. Toch heerst er nog een groot gebrek aan doelmatigheid. Hoewel India een derde meer landbouwgrond heeft dan China, bedraagt de waarde van de oogst ook maar een derde van die van China. De helft van alle Indiase werknemers, zo’n 260 miljoen mensen, is werkzaam in de landbouw maar draagt slechts 15 procent bij aan het bnp en 12 procent aan de export. Ter vergelijking: callcenters en IT-bedrijven hebben minder dan 1 procent van alle werknemers in dienst maar dragen 7 procent bij aan het bnp en bijna 25 procent aan de export.

    Subsidies

    Allerlei kleine subsidies verhinderen dat boeren zelf initiatieven nemen. Ze zorgen dat de productie daalt en stimuleren praktijken waardoor de bodemkwaliteit verslechtert, en waar dus niemand beter van wordt. Boereninkomens bedragen al decennia lang ongeveer een derde van alle andere inkomens in India. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van voornamelijk rijke landen, publiceerde in 2018 een rapport waaruit bleek dat ondanks enorme subsidies het netto effect van alle regelingen en handelsrestricties was dat de bruto landbouwinkomsten 6 procent lager uitvielen.

    De cijfers over het aantal werknemers in de landbouw maskeren een gigantisch gebrek aan werkgelegenheid

    Maar zelfs al een bescheiden progressie kan buitengewoon lonend zijn. Voor vrijwel alle gewassen geldt dat de oogst in India kleiner is dan het mondiale gemiddelde. Alleen al door die oogsten tot het gemiddelde op te trekken zou India een enorme speler worden op de wereldvoedselmarkt: het Indiase rijstsurplus zou groter zijn dan de huidige wereldwijde rijstomzet. Als de Indiase oogsten zich met de wereldtop kunnen meten, zou het land twee keer zoveel maïs, drie keer zoveel katoen en acht keer zoveel rijst en peulvruchten verbouwen als momenteel in het land verhandeld wordt.

    Als de boeren welvarender zouden worden, zou dat bovendien een kettingreactie veroorzaken in de rest van de economie. De cijfers over het aantal werknemers in de landbouw maskeren een gigantisch gebrek aan werkgelegenheid. Als de inkomens op het platteland omhoog zouden gaan, zou er vraag naar nieuwe goederen en diensten ontstaan, wat op zijn beurt tot betere banen zou leiden voor de miljoenen overtollige boerenarbeiders die India kent. Ze zouden een kans krijgen om een beter loon te verdienen zonder dat ze naar de bloeiende maar overvolle steden hoeven te verhuizen.

    Het succes in de Araku Valley schept perspectief voor vervolgstappen. Aan het eind van de jaren negentig van de vorige eeuw voorzag de regering van de deelstaat, in de hoop de ontbossing te verminderen en de inkomens te verhogen, boeren van snelgroeiende zilvereiken. Enkele jaren later ontvingen ze koffiezaailingen om in de schaduw van de zilvereiken te planten. Plaatselijke boeren als Kora Venkatrao, die een kleine anderhalve hectare bezat, probeerden zo goed mogelijk bonen te verbouwen. Maar ze verkochten hun oogst ver beneden de marktprijs aan gewetenloze tussenhandelaren.

    Coöperatie

    Venkatrao’s kansen keerden in 2016, toen hij lid werd van een coöperatie van Araku Coffee die boeren bonen van hogere kwaliteit leerde verbouwen, en die daarna opkocht tegen ongehoord hoge prijzen. Zijn inkomen is sindsdien vertienvoudigd tot 200.000 roepi (2200 euro) per jaar. Zijn rieten hut is een betonnen huis met twee slaapkamers geworden. Hij heeft een motorfiets gekocht en legt geld opzij. Volgens Manoj Kumar, de baas van Araku Coffee, zijn zo’n tweeduizend van zijn boeren inmiddels roepimiljonair. Zijn geheim? ‘Landbouw als een winstgevende sector beschouwen die inkomsten oplevert en export bevordert.’

    Het probleem is dat de successievelijke Indiase regeringen de landbouw nooit op zo’n manier hebben benaderd. Beleidsmaker zijn geneigd er een weg naar welvaart in te zien, en veel minder een aanjager van groei. Tijdens zijn eerste termijn heeft Narendra Modi, de Indiase premier, beloofd de boereninkomens te zullen verdubbelen. Maar veel van zijn beleid werkte averechts. Zoals het besluit uit 2016 om de grootste coupures van de Indiase munt, goed voor 86 procent van de waarde van de Indiase valuta, ongeldig te verklaren, uit vrees dat ze corruptie en belastingontduiking in de hand werkten. Dit uitzonderlijke experiment heeft de van contanten afhankelijke rurale economie ernstige schade toegebracht.

    Een plotselinge lockdown in 2020, aan het begin van de pandemie, heeft miljoenen werknemers vanuit de steden teruggejaagd naar de boerderijen, waardoor pogingen om de landbouw doelmatiger te maken jammerlijk mislukten. In datzelfde jaar jaste Modi’s Bharatiya Janata-partij (BJP) zonder overleg een aantal gevoelige landbouwhervormingen door het parlement, die pas na een jaar van boerenprotesten weer werden ingetrokken. Na zijn slechte peilingen heeft Modi een nieuwe landbouwminister aangesteld, Shivraj Singh Chauhan, die eerder de eerste minister was van Madhya Pradesh, een deelstaat in centraal India. Onder het bewind van Chauhan heeft Madya Pradesh veel geïnvesteerd in irrigatie, rurale wegen en pakhuizen. Boeren werden aangespoord op tuinbouw over te stappen en kregen de mogelijkheid hun oogst ook op andere plekken dan de door de staat gerunde markten te verkopen. Dit alles had resultaat: tussen 2005 en 2023, ruwweg de periode dat Chauhan aan het bewind was, steeg het landbouw-bnp van de deelstaat met gemiddeld 7 procent, tegen 3,8 procent landelijk.

    Sommige problemen zouden met één pennenstreek kunnen worden opgelost

    De vraag is nu of Chauhan dergelijke resultaten ook op nationaal niveau kan boeken. Gezien de eerdere, mislukte hervormingspogingen van de BJP bestaat er veel vrees bij de centrale regering om de handen aan het landbouwbeleid te branden. Ook kan Chauhan weinig doen aan het geringe grondbezit (de gemiddelde Indiase boerderij beslaat maar iets meer dan 1 hectare) en het lage mechaniseringspercentage, die beide een enorm probleem vormen.

    Maar hij zou aan veel andere zaken prioriteit kunnen geven. Ongeveer de helft van de Indiase landbouwgrond is voor zijn irrigatie uitsluitend aangewezen op hemelwater. India heeft slechts voor zo’n 10 procent van zijn bederfelijke waar koelopslag; de overheid gaat ervan uit dat 6 procent van de graangewassen, 12 procent van de groente en 15 procent van het fruit verloren gaat na de oogst. De meeste Indiase export bestaat uit rauwe producten zonder merknaam. Minder dan 10 procent van het voedsel dat het land produceert wordt verwerkt, tegen 30 procent in Thailand en 70 procent in Brazilië. Het zou dus ongetwijfeld lonend zijn om de gebrekkige irrigatie en de zwakke infrastructuur aan te pakken en de winstgevender verwerkingsindustrie te bevorderen. Een grotere landbouwopbrengst zou ook de algehele groei aanjagen.

    Over de balk

    Sommige problemen zouden met één pennenstreek kunnen worden opgelost. Elk jaar gooit India zo’n 2 biljoen roepi aan voedselsubsidies over de balk en bijna evenveel aan kunstmestsubsidies, terwijl er slechts 95 miljard roepi aan landbouwonderzoek en -ontwikkeling wordt besteed. In onderzoek wordt minder dan 0,7 procent van het landbouw-bnp geïnvesteerd. De funeste gevolgen van de klimaatverandering die in aantocht zijn eisen grotere investeringen: boeren zullen zich onmogelijk kunnen aanpassen zonder wetenschappelijke doorbraken.

    Er zijn ook dingen waarmee de regering gewoonweg moet stoppen. Zo wordt er regelmatig geïntervenieerd bij stijgende voedselprijzen, bijvoorbeeld door voorraadopslag te limiteren of termijnmarkten tijdelijk stil te leggen. In 2022 werd de export van tarwe verboden en in 2023 de export van de meeste rijstsoorten. Dit alles verhindert boeren om geld te verdienen, terwijl de prijzen hoog zijn, en ontmoedigt handelaars om risico’s te nemen. Het zijn voornamelijk de welgestelden die ervan profiteren: de 800 miljoen armste inwoners van India krijgen gratis graan van de regering, dus voor hen heeft een fluctuerende graanprijs weinig gevolgen.

    Manoj Kumar staat op het punt een tweede café in Parijs te openen. Zijn bedrijf breidt ook uit met andere producten. Veel van zijn koffieboeren verbouwen inmiddels ook peper, en het bedrijf moedigt mensen aan om in andere delen van India kidneybonen en pluimgierst te gaan verbouwen. Maar alleen de regering is bij machte om de Indiase landbouw echt te veranderen. Dat doe je volgens Kumar niet door leningen kwijt te schelden of subsidies te geven, maar door te kijken hoe je een ecosysteem kunt ontwikkelen dat tot groei leidt. Met andere woorden, door voorwaarden te scheppen waarin een miljoen Araku’s kunnen gedijen. 

  • Kunstmatige intelligentie moet boeren redden van ‘superonkruid’

    Kunstmatige intelligentie moet boeren redden van ‘superonkruid’

    Boeren kunnen geen chemicaliën meer vinden om resistente onkruiden te bestrijden die hun gewassen bedreigen. Met innovatieve technologie moeten sneller nieuwe opties worden gevonden.

    Boeren verliezen terrein in hun decennialange strijd tegen ongewenste wilde planten die resistent zijn geworden tegen veel chemische sproeimiddelen. Volgens de grootste producenten van deze middelen ter wereld, waaronder Bayer, Corteva, BASF en Syngenta, is het dringend tijd om nieuwe chemicaliën te ontwikkelen die de opmars van onkruid en andere plagen, zoals schimmels en insecten, kunnen stuiten.

    Sommige onkruidsoorten zijn inmiddels resistent tegen een vijftal verschillende chemicaliën, zegt Bob Reuter, hoofd onderzoek en ontwikkeling bij de landbouwpoot van Bayer. Boeren combineren allerlei middelen om de krachtigste bestrijdingsformule te vinden en pesticideproducenten willen meer vaart zetten achter de ontwikkeling van nieuwe onkruidverdelgers, waarmee jaren gemoeid kunnen zijn. ‘We beginnen een beetje wanhopig te worden,’ zegt Reiter. ‘We beseffen dat onze mogelijkheden zo langzamerhand uitgeput raken.’

    Volgens Bayer en concurrenten als Corteva en Syngenta kunnen nieuwe AI-systemen helpen om nieuwe chemicaliën versneld op de markt te brengen, wat tot dusver een langdurig, gecompliceerd en kostbaar proces is. Ze richten zich niet alleen op de ontwikkeling van nieuwe herbiciden, maar ook van nieuwe fungiciden en insecticiden. Syngenta schat dat AI de gemiddelde periode tussen ontdekking en commercialisering van een verdelgingsmiddel met een derde zal bekorten – van vijftien jaar tot tien jaar – en dat het aantal laboratorium- en veldtesten waarschijnlijk met dertig procent zal verminderen.

    Hoe het werkt

    Bayer gebruikt een AI-systeem, intern ‘CropKey’ gedoopt, dat sneller dan mensen databestanden kan doorzoeken op een chemisch molecuul dat in staat is de proteïnestructuur van een onkruid af te breken. Door CropKey geselecteerde moleculen kunnen bij veldtests voor beter resultaten zorgen dan moleculen die bij conventioneel onderzoek boven komen drijven, zegt Reiter. Het zet het bedrijf op voorsprong – zoals kaarten tellen tijdens een spelletje blackjack – en is vergelijkbaar met de manier waarop farmaceutische bedrijven AI inzetten om sneller moleculen te vinden die een bepaalde ziekte attaqueren.

    Volgens de bedrijfstak is een bijkomend voordeel van met AI geselecteerde moleculen dat ze gedurende het selectieproces op toxiciteit voor mensen kunnen worden gescreend – van doorslaggevend belang voor pesticiden die op gewassen voor menselijke consumptie worden gespoten – evenals op milieuveiligheid en kosten.

    Het systeem heeft Bayer geholpen om een nieuwe onkruidverdelger te ontwikkelen, Icafolin genaamd, die in 2028 in Brazilië zal worden gelanceerd. Het zal het eerste nieuwe herbicide zijn in meer dan dertig jaar, aldus het bedrijf. Ook doet het bedrijf inmiddels drie keer zoveel onderzoek naar nieuwe manieren om onkruid te verdelgen dan tien jaar geleden.

    ‘Het is niet te geloven hoe snel het onkruid zich aanpast,’

    Monsanto, dat inmiddels eigendom is van Bayer, heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw een revolutie in de onkruidverdelging ontketend met de verkoop van genetisch gemodificeerde sojaboonzaden die bestand waren tegen glyfosaat, een herbicide dat onkruid doodt door de interne proteïneproductie ervan te stoppen. Het gebruik van glyfosaatsprays, zoals Roundup van Monsanto, steeg tot ongekende hoogte.

    Maar toen ontwikkelden zich superonkruidsoorten waartegen glyfosaat minder effectief was zodat boeren hun toevlucht moesten nemen tot andere herbiciden, of tot planten die bestand waren tegen meerdere soorten chemicaliën. Daarbij komt dat Bayer miljarden dollars aan schadevergoedingen heeft moeten betalen omdat Roundup kanker zou veroorzaken, iets wat het bedrijf ten stelligste ontkent.

    Sean Elliot, de zesde generatie uit een familie van mais- en sojabonenboeren in Iriquois County, Illinois, ontdekte aan het begin van deze eeuw voor het eerst invasieve waterhennepplanten op zijn land. Die kon Roundup van Monsanto destijds nog moeiteloos de baas. Maar twee decennia later is glyfosaat niet langer tegen het onkruid opgewassen en vreest Elliott dat waterhennep ook resistent begint te raken tegen een ander chemisch middel dat hij gebruikt, 2,4-D. Hij combineert 2,4-D nu met een derde chemisch middel, glufosinaat, om de waterhennep in bedwang te houden. Dat zal over een paar jaar misschien niet meer genoeg zijn.

    ‘Het is niet te geloven hoe snel het onkruid zich aanpast,’ zegt Elliott. ‘Het is zo invasief dat als we niets nieuws bedenken om het binnen de perken te houden, we het risico lopen op grote oogstverliezen.’

    Verergeren

    De ontwikkeling van nieuwe pesticiden kan ingewikkelder zijn dan die van nieuwe geneesmiddelen, zegt Bill Anderson, bestuursvoorzitter van de Duitse farmacie- en pesticidegigant Bayer. Bedrijven richten zich voornamelijk op het verbeteren van de belangrijkste chemicaliën die al op de markt zijn en het is tientallen jaren geleden dat er voor het laatst een nieuw herbicide is geïntroduceerd. ‘Je moet in staat zijn om een bepaalde plantensoort te doden zonder dat dat ten koste gaat van andere plantensoorten, en ook van vissen, insecten en vogels,’ zegt Anderson. ‘De kans dat je dat lukt zonder hulp van computers is uiterst gering.’

    Jay Feldman, directeur van Beyond Pesticides, een in Washington D.C. gevestigde non-profitorganisatie die pleit voor vermindering van het gebruik van landbouwchemicaliën, waarschuwt dat het sproeien van nieuwe chemicaliën op onkruid dat snel resistent raakt tegen tal van herbiciden de situatie alleen maar verergert en leidt tot het ontstaan van nog krachtigere superonkruidsoorten. Door de huidige aanpak van de landbouwbedrijven verliezen oudere herbiciden hun effectiviteit tenzij ze worden gecombineerd met nieuwe chemicaliën, zegt hij, zodat boeren uitsluitend aangewezen zijn op de nieuwe zaden en chemische producten die een bedrijf aanbiedt. ‘Daarmee is er een pesticidetredmollen ontstaan,’ zegt Feldman.

    Nog maar vijf jaar geleden kon een bedrijf een jaar doen over het screenen van honderdduizenden chemische verbindingen. Potentiële verbindingen werden door middel van arbeidsintensieve processen getest in laboratoria en kassen om te zien wat hun interactie was met andere planten, dieren, mensen en het milieu, en of ze effectief waren tegen de beoogde plaag, zegt Shaun Selness, hoofd van de afdeling nieuwe landbouwtechnologieën van Bayer. ‘Je kon een jaar of drie bezig zijn met veldstudies om een middel op te schalen, en uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het toch niet werkte,’ zegt Selness. ‘Dat gebeurde heel regelmatig.’

    ‘Het is een must’

    Het analyseren en screenen van chemische moleculen met behulp van AI kan het proces helpen bekorten tot zo’n twee à drie maanden en eerder in het ontwikkelingsproces toxiciteitsproblemen voorspellen, zegt hij.

    Syngenta, de grootste pesticideproducent in de VS, zegt voor een zelfde benadering te kiezen bij de ontwikkeling van nieuwe herbiciden en insecticiden en bij al zijn onderzoeksprojecten AI-modellen te gebruiken om nieuwe actieve ingrediënten te vinden.

    De technologie helpt het bedrijf niet alleen om de milieueffecten van nieuw producten beter te evalueren, maar ook om te zien of ze goedkoper kunnen worden geproduceerd, zegt Camilla Corsi, hoofd van de afdeling gewasbeschermingsonderzoek van Syngenta. ‘Het helpt ons om alle uitdagingen onder de loep te nemen waarmee onze bedrijfstak bij chemische innovatie wordt geconfronteerd.’ 

    Sean Elliott, de boer uit Illinois, zal iedere nieuwe technologie die hem de komende jaren kan helpen zijn oogst te redden met open armen ontvangen. ‘Het is een must,’ zegt hij.

  • Een landbouwtraditie krijgt nieuwe wortels in de Mississippi-Delta

    Een landbouwtraditie krijgt nieuwe wortels in de Mississippi-Delta

    In een landbouwgebied waar de meeste gewassen voor de export zijn bedoeld, kiest een groeiend aantal boeren er nu voor om gewassen te verbouwen voor de lokale bevolking.

    Dorothy Grady trekt aan een plukje groen dat de kop heeft opgestoken in een van de vele met aarde gevulde emmers op de oprit van haar huis. Er komt een stevige wortel tevoorschijn, van een centimeter of twaalf. Een stukje verderop groeit een saliestruik in een andere emmer, een lage kweekzak zit vol lente-uitjes.

    Over een week of drie begint voor Grady het voorjaarsseizoen op het land dat ze bewerkt in en om Shelby, in Mississippi. Haar land omvat ook twee stukken grond bij de inmiddels gesloten school aan de overkant van de straat, een kleine boomgaard met perziken en peren even verderop in de straat, en nog twee hectare buiten de stad. Grady staat op het punt om aubergines, meloenen, tomaten en een scala aan andere gewassen te planten die uiteindelijk op het bord belanden van 127 mensen uit de buurt.

    Shelby ligt een paar kilometer ten oosten van de Mississippi en is omgeven door vlakke, vruchtbare landbouwgrond. Maar Grady’s groenten en fruit behoren tot de weinige gewassen die bestemd zijn voor de plaatselijke bevolking. De overgrote meerderheid van de boeren in de Mississippi Delta is gespecialiseerd in handelsgewassen zoals soja en maïs.

    Het ‘voedsel is medicijn’-project

    Grady is een van de ongeveer tien lokale telers die leveren aan Delta GREENS, een gezamenlijk onderzoeksproject dat verse ingrediënten levert aan inwoners met diabetes in de counties Bolivar, Sunflower en Washington. Vervolgens worden de effecten op de gezondheid in kaart gebracht. Dit ‘voedsel is medicijn’-project is een van de initiatieven in deze westelijke regio van Mississippi om boeren te steunen en om de markt voor lokale producten te vergroten. Het mes snijdt aan twee kanten: de voedzame voedingsmiddelen komen binnen het bereik van de lokale bevolking én de kleinschalige boeren die ze verbouwen krijgen een steuntje in de rug.

    ‘Ons streven is een coöperatieve ontwikkeling tussen de verschillende landbouwbedrijven,’ zegt Julian Miller, oprichter en directeur van het Reuben V. Anderson Institute for Social Justice in Jackson. Miller is ook een van de belangrijke onderzoekers bij Delta GREENS, en hij maakt zich al sinds jaar en dag sterk voor lokaal voedsel in de Delta-regio. ‘Uiteindelijk willen we landbouwers de capaciteit bieden om op te schalen en een bredere markt aan te boren.’

    De 300 kilometer lange Delta-regio, gelegen op de vruchtbare uiterwaarden tussen twee rivieren, de Mississippi en de Yazoo, heeft een rijke agrarische geschiedenis. Ooit stond het gebied bekend om de katoenteelt, maar tegenwoordig wordt het getekend door velden waar voren in zijn getrokken, waarin gewassen worden verbouwd die worden verwerkt tot diervoeding of ethanol. 

    ‘Die traditie, om je eigen voedsel te verbouwen, is verloren gegaan’

    In het verleden verbouwden veel inwoners van de Delta groente en fruit, zegt Miller, maar in de loop der tijd is die praktijk onder druk komen te staan door mechanisatie en een verlies aan landbouwgrond. Miller, een vijfdegeneratieinwoner van de Delta, die een paar kilometer van Shelby is opgegroeid, heeft nooit iemand gekend met een eigen moestuin. ‘Die traditie, om je eigen voedsel te verbouwen, is verloren gegaan.’

    Ondanks een overvloed aan vruchtbaar land wordt maar een heel klein deel ervan gebruikt voor eetbare gewassen. Zo’n negentig procent van het voedsel dat hier in de regio wordt gegeten, wordt elders verbouwd en vervolgens geïmporteerd. ‘Dat is het schrijnende,’ zegt Miller.

    Zelfs geïmporteerd vers voedsel is soms moeilijk te verkrijgen. Sinds 2021 staan 63 van de 82 counties in Mississippi te boek als zogeheten ‘voedselwoestijnen’, wat wil zeggen dat er in de directe omgeving geen winkel of andere mogelijkheid is om aan verse ingrediënten te komen.

    Deze regio wordt gekenmerkt door grote verschillen in gezondheid en door een grote inkomensongelijkheid. In Bolivar, Sunflower en Washington – de counties waar het Delta GREENS’ onderzoek zich specifiek op richt – leeft bijna een derde van de inwoners op of onder de armoedegrens. Ondertussen komt er twee keer zo veel diabetes voor als het landelijk gemiddelde.

    Moestuinen

    Deze combinatie van een grote economische ongelijkheid en aanzienlijke verschillen op het gebied van gezondheid, en daarnaast ook nog eens een gebrek aan voedselsoevereiniteit, is de motor geweest achter de pogingen om de traditie van het voedsel verbouwen weer in ere te herstellen, onder aanvoering van telers zoals Grady. Grady, een kind van pachters, herinnert zich dat haar ouders altijd een moestuintje hadden en dat er groente en fruit werd geruild met buren. Ze is al betrokken bij het uitbouwen van de lokale voedselbeweging in de Delta sinds de jaren 1990, toen ze begon met schooltuinprojecten.

    Niet alleen heeft ze geholpen om honderden moestuintjes op te zetten voor scholen en kerken in de wijde omgeving, ze heeft bovendien haar eigen landbouwproject uitgebouwd, en inmiddels gaat haar oogst naar de mensen die in en om Bolivar County wonen. Vorig jaar hebben haar perzik- en perenbomen zo’n 900 kilo fruit opgebracht, wat naar plaatselijke scholen is gegaan en via groente- en fruitpakketten is gedistribueerd onder deelnemers aan het Delta GREENS-onderzoek.

    Deze wekelijkse groentepakketten zijn een middel om een van de structurele problemen te ondervangen bij het ontwikkelen van een lokaal voedselsysteem, legt Miller uit: het ontbreken van een structurele markt. Hoewel veel mensen graag meer lokale producten willen eten, hebben telers geen betrouwbare distributielijnen om hun producten bij de mensen te krijgen. Maar met voedsel- en voedselveiligheidsprojecten, die producten betrekken van lokale boeren, worden deze bedrijfjes nu geholpen om op te schalen.

    Het verbouwen van groente en fruit is ingewikkelder dan het telen van handelsgewassen, legt Pollard uit

    Zo’n zestig kilometer ten noordoosten van Shelby is Robbie Pollard druk in de weer met het planten en verzorgen van meer dan vier hectare groente- en fruitgewassen. 

    Pollard is opgegroeid met het telen van gewassen – zijn opa verbouwde handelsgewassen. Maar naar eigen zeggen wist hij maar weinig van het verbouwen van voedsel totdat hij het zelf ging proberen, in zijn achtertuin. Het bleek een roeping te zijn, zegt hij, en al snel zegde hij zijn baan in de IT op om zich er fulltime op te richten.

    Het verbouwen van groente en fruit is ingewikkelder dan het telen van handelsgewassen, legt Pollard uit. Om te beginnen is het arbeidsintensiever – met de hand wieden, verzorgen en oogsten. Handelsgewassen kunnen vaak direct bij de lokale groothandel worden afgeleverd, maar met groente en fruit ligt dat ingewikkelder. Zoals Pollard zegt: ‘Wij moeten zelf op zoek gaan naar onze markten.’

    Pollard heeft verschillende manieren gevonden om zijn producten te distribueren via zijn boerderij, Start 2 Finish, en via zijn daaraan gelinkte gezondheidsvoedingsinitiatief Happy Foods project. Momenteel is hij een van de belangrijkste telers die leveren aan Delta GREENS, en daarnaast levert hij aan vergelijkbare projecten die huishoudens op regelmatige basis voorzien van pakketten met lokale producten. Hij levert ook aan Northern Mississippi FoodRx, weer een ander voedselproject, in samenwerking met de University of Mississippi. Deze zomer gaat hij ook voedsel distribueren via een mobiele markt, en onlangs is hij begonnen met de verkoop via een net geopende supermarkt in Clarksdale, die zich sterk richt op lokale producten.

    Uitbreiding

    De groente- en fruitpakketten bieden hem de mogelijkheid zijn boerderij geleidelijk uit te bouwen door jaarlijks te investeren in kleine verbeteringen. Zo deed hij in het begin alles met de hand, later met een grondfrees en inmiddels met een kleine tractor. Hij pacht nu twintig hectare landbouwgrond. Vorig jaar heeft hij twee hectare verbouwd. Dit seizoen heeft hij meer dan vier hectare ingezaaid, en hij heeft plannen om de hydro- en aquaponic-capaciteit uit te breiden. Hij hoopt binnenkort een samenwerking aan te gaan met andere lokale telers om in het hele gebied een aantal verschillende technieken uit te proberen.

    Tyler Yarbrough, projectmanager van het Mississippi Delta-project voor de landelijke organisatie Partnership for a Healthier America, heeft samen met Pollard aan verschillende projecten gewerkt om de lokale voedselbeweging in de regio te versterken. Een van die projecten betrof het gedurende een beperkte tijd leveren van producten aan lokale huishoudens – zoals Good Food at Home, dat zo’n 500.000 wekelijkse groente- en fruitpakketten heeft geleverd aan gezinnen in de omgeving, waarbij elk huishouden in aanmerking kwam voor twaalf weken. Via dit soort kortlopende projecten kunnen telers stappen zetten naar een stabielere bedrijfsvoering, terwijl bij de consument de vraag naar lokale producten wordt gestimuleerd.

    ‘Je kunt het gebruiken om de consistentie te vergroten en om die markten dichter naar je toe te halen,’ aldus Yarbrough.

    ‘Het gaat erom dat je alle lijntjes in de markt met elkaar verbindt, het moet een holistische benadering zijn’

    Hoewel de groente- en fruitpakketten een succes zijn, leveren ze de boeren het meeste op als ze worden gecombineerd met andere initiatieven, zegt Yarbrough. Het is cruciaal om de telers flexibiliteit te bieden wat betreft de financiering zodat ze alles in de loop der tijd kunnen uitbouwen.

    ‘Het kan niet alleen maar één ding zijn,’ zegt Yarbrough. ‘Je moet het koppelen aan financiering zodat deze boeren ook echt de capaciteit van hun bedrijf kunnen vergroten. Het gaat erom dat je alle lijntjes in de markt met elkaar verbindt, het moet een holistische benadering zijn.’

    Binnen de Delta-regio staat de lokale voedselbeweging nog voor veel uitdagingen, aldus Natalie Minton, een onderzoekster die is verbonden aan de University of Mississippi en die samen met Pollard de lokale voedselmarkt bestudeert. Ook werkt ze voor North Mississippi Food Rx. Telers hebben moeite om arbeiders te vinden – en te betalen. En zonder betrouwbare markt is het heel moeilijk om het bedrijf uit te bouwen.

    Ook omgevingsfactoren spelen een rol. Nog los van het extreme weer, zoals droogte en zware stormen, krijgen ze te maken met problemen die zijn gerelateerd aan het dominante handelsgewas. Voor de handelsgewassen wordt stelselmatig gebruikgemaakt van pesticiden en chemicaliën, die schadelijk zijn voor de voedselgewassen.

    Succes

    Maar toch, zegt Minton, zie je dat veranderingen in het lokale voedselsysteem voet aan de grond krijgen. Het succes van boeren als Pollard laat zien dat specialistisch telen een levensvatbare toekomst kan bieden.

    Voor projecten die afhankelijk zijn van beurzen en financiering van buitenaf is er nog een grote uitdaging bij het werken met federale programma’s, zegt Miller. Lokale voedselsystemen staan zwaar onder druk nu Trump diep heeft gesneden in de overheidsuitgaven, waaronder ook subsidies om het kopen van lokale producten te bevorderen. Delta GREENS wordt gefinancierd door de National Institutes of Health, en volgens Miller is het onzeker of die steun gecontinueerd zal worden.

    Ondanks alle onzekerheid is de lokale voedselindustrie in de Mississippi Delta uniek omdat het allemaal lokaal wordt aangestuurd, zegt Marlene Manzo van HEAL Food Alliance, een voedselrechtvaardigheidscoalitie die werkt met groepen uit het hele land, waaronder Mississippi Fresh. Volgens Manzo toont de groei van de lokale voedselvoorziening in de Mississippi Delta de kracht van initiatieven op kleine schaal, die veranderingen in gang kunnen zetten die echt aansluiten bij de gemeenschap.

    ‘Wat in ieder geval duidelijk is, is dat het genereren van collectieve kracht binnen onze gemeenschappen en binnen regionale systemen echt van wezenlijke, blijvende invloed kan zijn,’ zegt ze.

    Grady bespeurt een verschuiving binnen de gemeenschap. Ze kent steeds meer mensen, onder wie ook familieleden, die zelf voedsel gaan verbouwen. Een voormalige student is nu kok op een school in de buurt. Hij heeft een moestuin en gebruikt wat hij verbouwt in de schoolkeuken.

    ‘Dat andere mensen nu ook dit soort dingen gaan doen is de mooist denkbare beloning,’ zegt ze.

  • Gewelddadige boerenprotesten in het centrum van Brussel

    Gewelddadige boerenprotesten in het centrum van Brussel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Directeur FSB wijst naar VS, VK en Oekraïne als verantwoordelijken aanslag

    » Oppositie Venezuela kan gewenste kandidaat niet inschrijven voor verkiezingen

    Landbouwministers van de EU kwamen dinsdag bijeen in Brussel

    Boerenprotesten in Brussel zijn dinsdag uit de hand gelopen. Dat schrijft Politico. De protesten werden gehouden omdat de EU-ministers van Landbouw een beladen top hielden over het landbouwbeleid van de EU. Honderden tractoren sloten straten in de buurt van het hoofdkantoor van de EU af om te protesteren tegen wat zij zien als buitensporige bureaucratie en oneerlijke handel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De boeren gooiden bieten, sproeiden mest naar de politie en staken hooi in brand, onder meer uit protest tegen Europese milieumaatregelen en goedkope import uit Oekraïne. Eén persoon werd gearresteerd voor het gooien van molotovcocktails naar veiligheidspersoneel. Twee politieagenten raakten gewond en moesten naar het ziekenhuis worden gebracht.

    De politie vuurde traangas af om zo’n 250 tractoren op afstand te houden. ‘Het geweld, de brandstichting en de vernielingen tijdens de protesten zijn onaanvaardbaar’, zei minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden, die erop aandrong dat de schuldigen vervolgd zouden worden.

    De boeren hebben al concessies gekregen van de EU en nationale overheden, maar een belangrijk plan om de natuur in het 27-landenblok beter te beschermen werd maandag voor onbepaalde tijd uitgesteld, mogelijk als reactie op de boerenprotesten.

  • ‘Boeren moeten minder produceren voor een betere boterham’

    ‘Boeren moeten minder produceren voor een betere boterham’

    Boeren in heel Europa protesteren massaal omdat hun verdienmodel onder druk staat. De Franse landbouweconoom Guilhem Roux heeft daar een oplossing voor: de landbouwsector moet niet streven naar maximale productie, maar naar maximale winst.

    Boeren verzetten enorm veel werk, zonder dat ze hun uren tellen. Het voedsel dat ze produceren is van wezenlijk belang voor de samenleving, en toch verdienen ze maar weinig. Hoe is dat mogelijk?

    Boeren worden door niemand uitgebuit. Ze zijn vrije ondernemers, die op individuele basis werken, of in een klein familiebedrijf. Ze leven van de winst van hun onderneming. Hoe valt dan uit te leggen dat deze actieve ondernemers, die vaak innovatief te werk gaan en produceren om aan een reële vraag te voldoen, er desondanks niet in slagen om van hun werk te leven?

    Naast regelmatig genoemde oorzaken als prijsvorming en het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie, is er ook een factor die minder vaak genoemd wordt. Boeren opereren in een omgeving die van hen eist dat ze steeds meer produceren. Maar als ondernemer hoeven ze daar niet altijd blij mee te zijn. Vanuit economisch oogpunt gezien moet een producent niet naar maximale productie streven, maar naar maximale winst. En dat is zeker niet hetzelfde.

    De boer is slechts een schakel in een economische keten, met upstreampartijen die hem dingen verkopen om te kunnen produceren (gebouwen, machines, meststoffen, fytosanitaire producten) en downstreampartijen die zijn producten kopen om ze te verwerken en op de markt te brengen (coöperaties, levensmiddelenindustrie, supermarkten). En deze sporen hem allemaal aan om meer te produceren, aangezien ze er allemaal belang bij hebben dat hij meer produceert.

    ‘Marginale’ economen

    Omdat de boer, om meer te produceren, upstream moet investeren in grotere gebouwen, grotere machines, productievere rassen en zaaigoed, meer meststoffen moet gebruiken, meer veevoer moet kopen, profiteren degenen die deze goederen leveren navenant. Bovendien moet hij deze investeringen financieren door middel van leningen, en dus de bank betalen; hij moet deze investeringen verzekeren, en dus de verzekeringsmaatschappij betalen.

    Downstream beschikken de bedrijven die de landbouwgrondstoffen afnemen, verwerken en distribueren over grote nationale en internationale markten waar ze hun producten kwijt kunnen: hoe meer de boeren produceren, hoe goedkoper de grondstoffen worden, hoe meer ze kunnen verkopen en hoe groter hun winst wordt. Iedereen lijkt er dus baat bij te hebben dat de boer meer produceert.

    Iedereen? Strikt economisch gesproken is het niet altijd in het belang van de producent zelf om meer te produceren. De reden is simpel: als een bepaalde grens is gepasseerd, stijgen de kosten die met een productieverhoging gepaard gaan uit boven de winst die van deze groei mag worden verwacht. Dat is de klassieke redenering van de zogeheten ‘marginale’ economen: om te weten of hij er belang bij heeft om zijn productie te verhogen, vergelijkt de ondernemer de toename van zijn kosten met de extra inkomsten die hij eraan hoopt over te houden. En er komt een moment waarop de producent geen belang meer heeft bij de groei.

    De boeren die momenteel het beste af lijken te zijn, zijn degenen die er niet langer naar streven om almaar groter te worden

    Als reactie op de woede van de boeren gaan er stemmen op om alle groeibeperkingen dan maar op te heffen: onbeperkte toegang tot water, tot diesel; ongelimiteerd gebruik van pesticiden; geen groeibeperking meer voor veestapels, stallen et cetera. Maar de productietoename zal het inkomensprobleem van boeren alleen maar verergeren, omdat die in de eerste plaats ten goede zal komen aan de industrieën die op de landbouw aangewezen zijn.

    De boeren die momenteel het beste af lijken te zijn, zijn degenen die er niet langer naar streven om almaar groter te worden en begrijpen dat niet omzet het belangrijkste is voor een ondernemer, maar winst. Zij hebben ervoor gekozen hun kosten aanzienlijk te verlagen door minder te produceren; ze hebben geïnvesteerd in de transformatie en commercialisering van hun productie, zodat die rendabeler wordt. Op die manier hebben ze weer invloed op hun winstmarge en kunnen ze hun kosten in de hand houden.

    En dat is het economische model dat momenteel zou moeten worden gepropageerd om boeren meer inkomsten te bezorgen. Op micro-economisch niveau moet de voorkeur worden gegeven aan landbouwbedrijven van bescheiden omvang, die zorgen dat ze steeds minder afhankelijk worden van grondstoffen als water, diesel, meststoffen, stikstofhoudende voedingsmiddelen, en fytosanitaire producten (die allemaal steeds schaarser een dus steeds duurder zullen worden), die hun productiekosten verlagen en die om hun winstmarge te verbeteren investeren in transformatie en commercialisering door middel van directe verkoop. Op macro-economisch niveau moet de toename van zulke bedrijven worden gestimuleerd om de nationale productie op peil te houden.

    Guilhem Roux is een gepromoveerd econoom die zich in 2018 als boer heeft gevestigd in het Franse departement Lozère, waar hij schapen houdt en boerderijvakanties aanbiedt.

  • Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Bij de komende Europese verkiezingen zal het landbouwbeleid een cruciale rol spelen. Boeren vinden dat ze veel moeten inleveren omwille van het klimaat, en dat terwijl Europa wereldwijd vooroploopt in de groene transitie.

    Op een bord bevestigd op een van de tractoren die de Brandenburger Tor in Berlijn belegeren, staat: ‘Geen boerderijen, geen voedsel, geen toekomst’. Dat is de reactie van de boeren op het beleid dat  Europa volgens hen moet veranderen in een uitgestrekte agrarische woestijn, overwoekerd met wild gras en woeste bossen. En dat allemaal om het dictaat uit te voeren van de ‘Farm to Fork’-strategie, die de kern vormt van de Green Deal voor Europa. Maar volgens de demonstranten is er zonder landbouw geen voedsel en zonder voedsel geen toekomst.

    De laatste golf van boerenprotesten begon in Saksen, trok door Berlijn en over de Champs-Élysées, zwol vervolgens aan in Nederland en bereikte zijn hoogtepunt bij het Berlaymontgebouw, het Brusselse hoofdkwartier van de Europese Commissie met Ursula von der Leyen als voorzitter.

    De eurocraten mogen dan het verhaal ophangen dat de protesten in Duitsland, Frankrijk en Nederland worden veroorzaakt door ‘lokale’ factoren, de leider van de Duitse boeren, Joachim Rukwied, denkt daar heel anders over: ‘We willen dat Olaf Scholz ons de belastingsteun voor diesel [voor landbouwvoertuigen] teruggeeft en de voertuigbelasting op tractors afschaft. Maar we willen ook dat Europa terugkomt op de Farm to Fork-strategie en stopt met het straffen van de boeren.’

    Verkiezingen

    In juni kiezen de Europese burgers de leden van het Europees Parlement. Bij die verkiezingen zal de landbouw een belangrijke rol spelen: de machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland. Dit is al gebeurd in Nederland, en het gaat ook gebeuren in Duitsland, waar de CDU altijd de partij van het platteland is geweest, maar waar in het hele oosten – het epicentrum van deze protestbeweging – Alternative für Deutschland in de peilingen ver voorligt op alle andere partijen.

    De machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland

    De kwestie van de boeren zal ook in Frankrijk een belangrijk thema zijn. Daar moet de regering beloften doen om te voorkomen dat de boeren massaal overlopen naar Marine Le Pen. 

    De Franse boeren laten flink van zich horen. Ze hebben dan ook aardig wat redenen gevonden om Europa te haten: het keurslijf dat het hun oplegt, de traagheid van de GLB-subsidies [Gemeenschappelijk landbouwbeleid], de invoer van producten van buiten Europa die zwaar drukken op de prijzen en de gunsten die de Europese Commissie volgens hen verleent aan supermarkten en multinationals.

    Opkomst van rechts

    In vrijwel heel Europa is er op het platteland sprake van een hang naar rechts en wordt er geprotesteerd. Zoals in Hongarije, waar Viktor Orbán inspeelt op het ongenoegen van graanboeren die de import uit Oekraïne willen blokkeren, net als in Slowakije en Polen. Maar het verzet leeft ook sterk in België, waar de beweging die openlijk het Europese veeteeltbeleid aanvecht al sinds maart haar stem laat horen. Hetzelfde geldt voor Nederland, waar op last van de voormalige regering-Rutte en in overleg met Brussel 30 miljoen runderen, varkens en kippen moeten worden afgemaakt en 11 200 boerenbedrijven moeten sluiten.

    Volgens een nieuwe peiling van Europe Elects zal deze tractorrevolutie zwaar wegen bij de stembusgang: de groene partijen zouden nog slechts 49 zetels in het Europees Parlement overhouden, tegenover 74 op dit moment. Maar de grootste klap zullen ze ongetwijfeld in Duitsland, in hun eigen bastion, moeten incasseren: de Duitse Groenen zullen waarschijnlijk dalen van 24 procent naar 13 procent van de stemmen. Zoals Melanie Vogel, de covoorzitter van de Europese Groene Partij, onlangs zei op het partijcongres in Wenen: ‘Het grootste politieke risico voor de Groenen is de opkomst van rechtse coalities in de regering van de lidstaten.’ 

    Misschien komt dat doordat het groene dogma een beetje te ver lijkt te zijn doorgeschoten. Dat is ook de mening van een groene hardliner die nu probeert zijn zetel te redden: Cem Özdemir, de Duitse minister van Landbouw. Hij was de eerste die het zei: je kunt geen 300 hectare bewerken met elektrische tractoren, dus je kunt niet zonder diesel. En: we kunnen geen Europa willen dat importeert in plaats van produceert. Maar zijn belangrijkste strijd is ongetwijfeld die voor de jaarlijkse rotatie van graangewassen.

    Volgens GLMC-norm 7 (Goede landbouw- en milieuconditie) mag, om de biodiversiteit te bevorderen, eenzelfde gewas – zoals tarwe – niet meer dan twee jaar achter elkaar op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd. Kort gezegd betekent dit dat Duitsland zal moeten stoppen met het verbouwen van miljoenen hectaren tarwe per jaar, net als Frankrijk, de grootste producent van zachte tarwe in de Europese Unie, en Italië, de grootste producent van harde tarwe in Europa. Als gevolg hiervan zullen we onze import moeten verdubbelen uit landen die zich niet aan dezelfde regels houden als wij.

    Volgens GLMC-norm 7 mag eenzelfde gewas niet meer dan twee jaar achtereen op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd

    Bij deze verplichting om met de gewassen te variëren komt nog de Farm to Fork-strategie, die voorschrijft om 10 procent van de landbouwgrond niet langer te gebruiken voor akkerbouw, een kwart van de grond te gebruiken voor biologische landbouw, het gebruik van pesticiden te halveren en het gebruik van kunstmest tegen 2030 met 20 procent te hebben verminderd en tegen 2050 geheel te hebben afgeschaft. Allemaal doelstellingen die de Europese landbouw ernstig in gevaar dreigen te brengen.

    De weg die Europa inslaat is dus bijzonder riskant, en dat wordt ook bevestigd door een dossier van Divulga. Dit grote Europese landbouwonderzoekscentrum heeft de schattingen van drie vooraanstaande onderzoeksinstituten gebundeld – het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Unie, de Wageningen Universiteit in Nederland en het Amerikaanse ministerie van Landbouw – die de impact van de Farm to Fork-strategie op de landbouwproductie van Europa hebben bestudeerd. Volgens het onderzoek stevent Europa af op een daling van de graanproductie met 10 à 20 procent, een stijging van de import van citrusvruchten met 93 procent en een stijging van de maïsimport van ruim 209 procent. De prijzen zullen volgens het onderzoek ook enorm omhooggaan: het voorziet een stijging van 24 procent voor rundvlees, 43 procent voor varkensvlees en 42 procent voor olie en wijn. En als klap op de vuurpijl: een exportdaling van 30 procentpunt.

    Nog geen 1 procent

    Vanaf een tractor gezien gaat het de verkeerde kant op met Europa. En dat alles in naam van het veronderstelde terugdringen van de broeikasgassen. Maar het is een feit dat de uitstoot van de Europese landbouw slechts 10,4 procent bedraagt van de totale uitstoot van Europa, dat op zijn beurt verantwoordelijk is voor ongeveer 9 procent van de totale uitstoot van de planeet. Willen we de Europese landbouw dan lamleggen om op te treden tegen nog geen 1 procent van de wereldwijde uitstoot?

    Felice Adinolfi, professor aan de Universiteit van Bologna en directeur van Divulga, is pessimistisch: ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw.’ En de cijfers geven hem gelijk. Brazilië is onze grootste leverancier van agrovoedingsmiddelen (ter waarde van 9 miljard euro in één jaar), gevolgd door de Verenigde Staten (6 miljard euro) en China (2,6 miljard euro). Deze drie landen zijn samen goed voor 27 procent van de wereldwijde landbouwemissies, die van 1990 tot 2019 met 15 procent zijn gestegen. Europa is de enige die zijn uitstoot heeft verminderd, met 18,5 procent.

    ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw’

    Adinolfi en zijn collega’s luiden daarom de noodklok: ‘De verzamelde gegevens vertellen ons dat het verbouwen van een hectare soja of het produceren van een kilo vlees in Europa vandaag de dag veel duurzamer is dan waar ook ter wereld. Daarom zijn wederzijdse milieu- en sociale verplichtingen essentieel als het Europese initiatief om de klimaatcrisis te bestrijden zijn vruchten wil afwerpen, en geen boemerangeffect wil hebben.’ Maar de negatieve gevolgen zijn er, en die zijn al duidelijk zichtbaar.

  • In Brazilië nemen arme boeren verlaten land in en maken er een levendig dorp van

    In Brazilië nemen arme boeren verlaten land in en maken er een levendig dorp van

    De Beweging van Landloze Boeren mobiliseert arme Brazilianen om braakliggende landbouwgrond van de rijkste boeren te bezetten. Naar schatting wonen er op dit moment zo’n 46.000 gezinnen in zulke nederzettingen. ‘Een bezetting is een voortdurend proces van strijd en confrontatie.’

    Het was iets voor middernacht toen de tweehonderd activisten en landarbeiders met machetes, schoffels, hamers en sikkels bij de rancho aankwamen om de landbouwgrond te bezetten. Het terrein was verlaten en overwoekerd met onkruid. Op een verdwaalde koe na was er in het hoofdgebouw niemand te bekennen.

    Nu, drie maanden later, is het een levendig dorp. Kinderen fietsen over nieuw aangelegde landwegen, vrouwen bewerken de grond van hun tuin en mannen spannen zeildoeken over de hutjes. In het kampement van Itabela, een dorp in het oosten van Brazilië, wonen zo’n 530 gezinnen, die met z’n allen de grond omploegen en bonen, maïs en cassave zaaien. De twee broers die de boerderij met 150 hectare grond erfden, willen dat de bezetters hun biezen pakken. Maar de nieuwe bewoners zeggen dat ze blijven zitten waar ze zitten.

    ‘Een bezetting is een voortdurend proces van strijd en confrontatie,’ zegt Alcione Manthay (38), de leider van het kamp, die zelf in vergelijkbare kampen opgroeide. ‘Zonder bezetting krijg je geen nederzetting.’

    Manthay en de andere ongenode bewoners maken deel uit van de Beweging van Landloze Boeren (Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra, MST), die wereldwijd weleens de grootste op marxistische leest geschoeide actieve beweging in een democratisch land zou kunnen zijn. Na veertig jaar van soms bloedige bezettingen is de MST een belangrijke politieke, sociale en culturele factor geworden in Brazilië.

    Activisten

    De beweging, geleid door activisten die zichzelf militant noemen, mobiliseert honderdduizenden arme Brazilianen om verlaten land dat eigendom is van rijke grondbezitters te bezetten, zich er te vestigen en de landbouwgrond te bewerken. Vaak gaat het om grote collectieven. De activisten claimen dat ze de schrijnende ongelijkheid willen terugdraaien die in de loop van de geschiedenis van Brazilië is ontstaan.

    Hoewel het linkse deel van de bevolking begrip heeft voor hun zaak – de rode mutsen van de beweging waarop een stel wordt afgebeeld dat een machete in de lucht steekt, zijn een vertrouwd beeld in hipsterbars – beschouwen veel Brazilianen de bezetting als onwettig en communistisch. Daarmee ziet de nieuwe linkse president Luiz Inácio Lula da Silva zich voor een lastig dilemma geplaatst. Hij steunt de beweging al heel lang, maar juist op dit moment probeert hij de relatie tussen het Congres en de oppermachtige agro-industrie te verbeteren.

    In Latijns-Amerika hebben ook andere op marxistische leest geschoeide bewegingen – protesterende arbeiders die een klassenstrijd voeren tegen het kapitalisme – geprobeerd de systematische ongelijkheid aan te pakken, maar geen enkele is zo groot, ambitieus en vindingrijk als de Braziliaanse MST.

    De organisatoren van de beweging en onafhankelijke onderzoekers schatten dat er op dit moment 460.000 gezinnen in de door de MST opgezette kampen en nederzettingen wonen. Dit zou betekenen dat bijna twee miljoen mensen, oftewel 1 procent van de Braziliaanse bevolking, er op een of andere manier deel van uitmaken. Volgens sommige schattingen zou dit de grootste sociale beweging in Latijns-Amerika zijn.

    Onder het bewind van Jair Bolsonaro, de rechtse oud-president van Brazilië, boette de beweging aan kracht in. De bezettingen stopten grotendeels tijdens de pandemie, maar namen daarna hand over hand weer toe. Dit ondanks het verzet van Bolsonaro en van de grondbezitters die zich hadden bewapend, een gevolg van het versoepelde wapenbeleid onder de oud-president.

    Stijging landonteigeningen

    Maar nu, gesterkt door de verkiezing van Lula, sinds jaar en dag hun politieke medestander, zorgt de beweging voor een stijging van het aantal landonteigeningen.

    ‘We hebben Lula gekozen, maar we zijn er nog niet,’ verklaarde João Pedro Stédile, medeoprichter van de beweging.

    Als gevolg van de nieuwe landbezettingen is er een tegenbeweging ontstaan, Invasão Zero (‘nul invasie’). Duizenden boeren zeggen er niet op te vertrouwen dat de overheid hun bezittingen zal beschermen. Ze hebben zich georganiseerd om de strijd aan te gaan met de illegale bezetters en hen van hun land te verjagen, al is er tot nu toe weinig geweld aan te pas gekomen.

    ‘Niemand wil vechten, maar er is ook niemand die zijn bezittingen kwijt wil raken,’ zegt boer Everaldo Santos (72), leider van een lokale boerenvakbond en eigenaar van een rancho met 404 hectare grond, niet ver van het kampement in Itabela. ‘Je hebt het gekocht, je hebt er je geld in gestoken, je hebt alle papieren op orde, je betaalt belasting. Dus dan sta je niet toe dat mensen het inpikken,’ zegt hij. ‘Je verdedigt wat van jou is.’ Ondanks de agressieve manier van opereren van de MST hebben Braziliaanse rechters en de Braziliaanse regering duizenden nederzettingen een wettelijke status toegekend, omdat er een wet bestaat die voorschrijft dat landbouwgrond moet worden geëxploiteerd. Door de toename van dit soort wettelijke besluiten is de MST een belangrijke voedingsproducent geworden. Jaarlijks verkoopt de beweging honderdduizenden tonnen melk, bonen, koffie en andere basisproducten; die worden grotendeels biologisch geproduceerd, omdat de organisatie haar leden jaren geleden heeft gestimuleerd om niet langer pesticiden en kunstmest te gebruiken. De MST is nu de grootste biologische rijstproducent van Latijns-Amerika, volgens een grote vakvereniging van rijstproducenten.

    Dit neemt niet weg dat uit opiniepeilingen blijkt dat veel Brazilianen tegen de landbezettingen zijn. Sommige van de fanatiekste leden van de beweging hebben productieve landbouwbedrijven bezet die eigendom waren van grote spelers in de agro-industrie, oogsten gesaboteerd en zelfs kortstondig het landhuis van een oud-president bezet. In het huidige krachtenveld staan honderdduizenden arme boeren en een netwerk van linkse activisten lijnrecht tegenover rijke families, grote landbouwcoöperaties en veel kleine familiebedrijven.

    De oneerlijke verdeling van grondbezit stamt uit de koloniale tijd

    Conservatieve politici menen dat Stédile, de medecoördinator van de beweging, zich met zijn oproep tot nieuwe bezettingen schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit en zijn een onderzoek gestart in het Congres. De dag na Stédiles oproep ging Lula op staatsbezoek naar China. (De regering liet zich vergezellen door verschillende grote voedselproducenten.)

    Lula heeft al jaren nauwe banden met de MST. Tijdens zijn eerste regeringsperiode, twee decennia geleden, betuigde de eerste Braziliaanse president die uit de arbeidersklasse afkomstig is openlijk steun aan de beweging.

    De oneerlijke verdeling van grondbezit stamt uit de koloniale tijd, toen de grond eigendom was van machtige witte mannen. Door ongebruikte landbouwgrond te confisqueren en toe te wijzen aan armlastige boeren heeft de regering geprobeerd de balans te laten uitslaan naar de andere kant. De MST probeert op haar beurt toewijzingen te forceren door braakliggende landbouwgrond te bezetten.

    Volgens Bernardo Mançano Fernandes, een docent aan de Staatsuniversiteit van São Paulo die al decennialang onderzoek doet naar de beweging, heeft de regering zo’n 60 procent van de bezettingen van de MST gelegaliseerd. Dit is volgens hem te danken aan de organisatoren, die er voortdurend in slagen om ongebruikte landbouwgrond op te sporen.

    Tegenstanders vinden dat de regering de bezettingen aanmoedigt, doordat ze de illegale onteigening beloont. Volgens hen zou ze de bezetters juist moeten dwingen zich aan de regels te houden en de verplichte bureaucratische wegen te bewandelen om overheidstoestemming te krijgen voor het bezitten van een stuk land. Maar de MST staat op het standpunt dat de regering geen poot uitsteekt als ze niet onder druk wordt gezet.

    Eigen stukje grond

    De bewoners van het kampement in Itabela hebben verschillende achtergronden, maar dezelfde wens: een eigen stukje land. ‘De stad is niet vriendelijk voor ons,’ zegt Marclésio Teles (35). Hij is koffieplukker en zit voor het hutje dat hij voor zijn vijfkoppige gezin bouwde; zijn gehandicapte dochter zit naast hem in haar rolstoel. ‘Dit hier is een plek waar rust is.’

    Anderhalf uur rijden verderop, langs dezelfde weg, kun je bekijken hoe de toekomst eruit zou kunnen zien: daar bevindt zich een nederzetting van zo’n 2023 hectare die in 2016, na zes jaar bezetting, een wettelijke status kreeg. De 227 gezinnen die er wonen bezitten elk 8 à 10 hectare grond: glooiende landbouwgrond waarop van alles wordt verbouwd en stukken land met grazers. Ploegen en tractoren zijn voor gezamenlijk gebruik, maar verder verbouwt ieder zijn eigen stuk grond. Samen produceren ze ongeveer twee ton voedsel per maand.

    Voordat Daniel Alves (54) in 2010 dit land bezette, bewerkte hij het land van iemand anders. Nu verbouwt hij op 8 hectare grond 28 verschillende soorten gewassen, waaronder bananen, peperkorrels, glimmend roze drakenfruit en copoazú, een tropische vrucht uit het Amazonegebied; alles wordt biologisch geteeld. Alves verkoopt zijn oogst op de lokale markt.

    ‘Deze beweging haalt mensen uit de misère,’ concludeert hij.

    Zijn kleindochter Esterfany (11) gaat naar een openbare school in de nederzetting die deels wordt gerund door de MST. Het is een van de tweeduizend MST-scholen in Brazilië.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw & meer

    Wereldnieuws: diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw & meer

    De meest gehate bedrijven van de VS

    De Trump Organization is het meest gehate bedrijf van de VS volgens de 2023 Axios Harris Poll, schrijft het Amerikaanse nieuwsnetwerk CNBC. Ook drie sociale­mediabedrijven – Twitter, Meta en TikTok – prijken in de top-zeven van deze lijst, die reputaties van bedrijven meet. Ruim 16.000 Amerikanen wijzen daarvoor honderd van de ‘zichtbaarste’ bedrijven aan, waaraan ze vervolgens scores toekennen. De top-zeven bestaat uit de Trump Organization, FTX, Fox Corporation, Twitter, Meta, Spirit Airlines en TikTok.

    Meta en Twitter scoren slecht op ‘cultuur’ en ‘ethiek’: beide kregen onlangs zware kritiek na het ontslag van duizenden werknemers per e-mail. Voor Twitter, dat nog slechts een derde waard is van de 44 miljard dollar die Elon Musk ervoor betaalde, was dat slechts één drama in een lange reeks. TikTok presteert ondermaats op ‘burgerschap’ en ‘karakter’. De Trump Organization scoorde vooral slecht op ‘karakter’, ‘vertrouwen’ en ‘ethiek’.

    annie spratt zCgEsdlLNnk unsplash
    © Unsplash

    De naam van de roos wordt een opera

    Nog een kleine twee jaar wachten en dan is het zover: in april 2025 gaat de opera De naam van de roos in première in het Teatro alla Scala in Milaan, zo laat de directie van het wereldberoemde theater weten. Het betreft een nieuwe opera gebaseerd op de historische roman uit 1980 van de Italiaanse schrijver en intellectueel Umberto Eco, die zeven jaar geleden overleed in Milaan.

    De opera, die wordt geschreven door de componist Francesco Filidei uit Pisa, is een gezamenlijk project van la Scala, de Opéra van Parijs en het Teatro Carlo Felice in Genua, en zal worden geregisseerd door Damiano Michieletto. ‘Dit is een heel belangrijk werk,’ aldus Dominique Meyer, de superintendent van het Teatro alla Scala. ‘En we willen er niet alleen een leuke avond van maken, maar een waar evenement,’ voegt hij eraan toe. Het project wordt onder meer gesteund door de Italiaanse Vereniging van auteurs en uitgevers, aldus de Italiaanse nieuwssite ANSA.


    Wolven op de weg

    De foto ‘Coyote Crossing’ van Corey Arnold heeft de BigPicture Natural World Photography-wedstrijd gewonnen, zo bericht My Modern Met. De coyote is slechts een van de ongeveer vierduizend dieren die in het grootstedelijk gebied van Chicago rondstruinen op zoek naar eten. In de Verenigde Staten sterven dagelijks talloze dieren door aanrijdingen met motorvoertuigen.

    In ‘Windy City’ worden coyotes niet veel ouder dan drie jaar, in het wild is dat gemiddeld tien jaar en in gevangenschap achttien jaar. Coyotes passen zich na verloop van tijd aan en vinden intuïtief manieren om mens en snelweg te omzeilen. Hun vasthoudendheid is opmerkelijk, na eeuwen van verdrukking blijven ze in de VS nog steeds opduiken.

    Wolven
    © Corey Arnold

    Diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw

    Het aantal mensen met diabetes zal in 2050 wereldwijd meer dan verdubbeld zijn, tot 1,3 miljard, aldus de website Statnews. De trend wordt versneld door de toenemende ongelijkheid tussen en binnen landen. Volgens een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet, onderdeel van een serie over wereldwijde ongelijkheid aangaande diabetes, blijkt uit nieuw onderzoek dat naar verwachting 1 op de 10 mensen tegen 2050 wereldwijd aan diabetes zal lijden.

    ‘Diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw’, schrijft The Lancet in een redactioneel commentaar bij de serie. ‘Hoe gezondheidsdiensten de volgende twee decennia met diabetes omgaan, is bepalend voor de volksgezondheid en voor de levensverwachting in de komende tachtig jaar. De wereld heeft het sociale aspect van diabetes niet begrepen en de ware omvang en bedreiging van de ziekte onderschat.

    mykenzie johnson 5Hib8uDTm6g unsplash
    © Unsplash

    Ontwikkelingsgeld naar landbouwgiganten

    De grootste ontwikkelingsbanken ter wereld – zoals IDB Invest, onderdeel van de Inter-American Development Bank, en de International Finance Corporation, de financiële tak van de Wereldbank – kwamen ooit overeen dat ze steun zouden geven aan bedrijven die ernaar streven de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Maar onderzoek toont dat ze precies het tegenovergestelde doen. Op 21 juni verscheen een analyse waaruit blijkt dat de banken juist miljarden hebben gegeven aan grote vee- en graanbedrijven die bezig zijn met de uitbreiding van landbouwsystemen die zorgen voor meer uitstoot, schrijft Inside Climate News.

    Het rapport, onderdeel van de campagne Stop Financing Factory Farming, stelt vast dat ’s werelds grootste ontwikkelingsbanken, die particuliere projecten in ontwikkelingslanden ondersteunen, tussen 2010 en 2021 4,6 miljard dollar hebben geïnvesteerd in de landbouw. Een groot deel vloeide naar grote bedrijven, zoals Smithfield, Danone en graangigant Louis Dreyfus.

    De banken gaven 2,6 miljard dollar aan deze grote vlees- en zuivelproducenten; Louis Dreyfus ontving 200 miljoen dollar voor de productie van soja en maïs in de Cerrado, een regio met een grote biodiversiteit in Brazilië waar ongeveer de helft van de bossen al is gekapt voor de landbouw. Veel van die gewassen gaan als veevoer naar grote landbouwbedrijven in Europa. Dreyfus, dat onder meer actief is in de landbouw, de voedingsmiddelenindustrie, de internationale scheepvaart, financiën, hedgefondsen, telecommunicatie en vastgoed, heeft zijn hoofdvestiging in Rotterdam.


    Dubrovnik pakt lawaai aan

    Door wetswijzigingen kunnen lokale overheden in Kroatië sinds kort geluidsovertredingen reguleren en bestraffen. De stad Dubrovnik heeft daar snel gebruik van gemaakt: de burgemeester kondigde een reeks maatregelen aan, waaronder het verbod om koffers over de geplaveide straten van de historische oude wijk te rollen. Of ze nou zwaar zijn of niet, toeristen moeten hun koffers oppakken en dragen. Doen ze dat niet, dan riskeren ze een boete van 265 euro, zo meldt The Mayor, een site met nieuws uit de EU.

    Ook andere lawaaimakers krijgen beperkingen opgelegd. Zo moeten cafés en restaurants maatregelen treffen om hun buitenterrassen stil te houden en mogen ze maar een beperkt aantal tafels buiten zetten. Ook zij lopen het risico op boetes in geval van overtredingen, en bij herhaling kunnen hun buitenplekken voor een week, een maand of zelfs permanent worden gesloten. De autoriteiten hebben tevens besloten dat het geluidsniveau op straat niet boven een vastgestelde limiet mag komen; die is in de avonduren op 55 decibel gesteld. De limiet is gericht op straatmuzikanten, die hun geluidssystemen zachter moeten zetten; horecagelegenheden moeten hun luidsprekers buiten verwijderen.

    Ook het systeem voor leveranties aan de historische binnenstad wordt aangepast. Nu is bezorging nog toegestaan tussen 5.00 en 7.30 uur ’s ochtends en mogen er niet meer dan tien vrachtwagens tegelijk het centrum in. De stad is nu van plan om de bezorging over te nemen, door speciaal voor dit doel elektrische voertuigen aan te schaffen en personeel in te huren. Deze voertuigen en koeriers kunnen er ook voor zorgen dat de bagage van toeristen, die buiten de oude stad kan worden achtergelaten, naar hun accommodatie wordt gebracht. Het stadsbestuur laat daarmee zien niet alleen dingen te verbieden, maar ook bereid te zijn mee te helpen met veranderingen.
    Wanneer dit alles zijn beslag krijgt, is nog niet duidelijk. Het is niet waarschijnlijk dat de maatregelen deze zomer al worden ingevoerd.

    marko hankkila t Y1aKyTjus unsplash
    © Unsplash
  • In Zimbabwe verruilen jonge hoogopgeleiden het kantoor voor de boerderij

    In Zimbabwe verruilen jonge hoogopgeleiden het kantoor voor de boerderij

    Een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren in Zimbabwe ziet in goed beheerde landbouwprojecten een lucratief bestaan. Bovendien is het ‘werk waar je snel van gaat houden’.

    Toen de negentwintigjarige Tavuya Manungo terugkeerde naar zijn geboorteplaats in Shamva, in Noordoost-Zimbabwe, had hij een masterdiploma in financiën en investeringen op zak, maar hij was niet van zins het bedrijfsleven in te gaan. Hij had zijn twee jaar jongere broer Mako bij zich, die bedrijfskunde had gestudeerd. Ze wilden gaan boeren en stonden te popelen om aan de slag te gaan. Inmiddels runnen ze samen een boerderij, die Tavuya ‘onze levensader’ noemt, met 1200 hectare grond in een gebied dat bekendstaat om zijn nikkelmijnen alsook om de allereerste mijnstaking van Afrika (in 1927).

    ‘Goed beheerde landbouwprojecten, of ze nu klein of groot zijn, zijn lucratiever dan de meeste beschikbare banen. Bovendien is het werk waar je snel van gaat houden,’ zegt Mako. ‘Het geeft veel voldoening.’ De broers behoren tot een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren, van wie velen afgestudeerd zijn in bedrijfskunde, rechten, financiën of technologie, die hun nette pak verruilen voor een overall.

    Op Masimbiland Farm, vernoemd naar een nabijgelegen berg, verbouwen de broers 15 hectare sinaasappels, 90 hectare maïs en 3,5 hectare chilipepers. Ze hebben meer dan dertigduizend legkippen en een kwekerij waar ze mango- en citrusplanten telen; vorig jaar produceerden ze daar een miljoen zaailingen. Tavuya is verantwoordelijk voor de administratie en de financiën, Mako doet de bedrijfsvoering.

    De broers huren dagelijks ruim veertig fruitplukkers in, onder wie ook vrouwen

    In 2015 wonnen de twee broers de nationale Youngest Brahman Breeders-award voor hun Brahman-runderen. Ondertussen hebben ze tweehonderd koeien van dit topvleesras. De broers huren dagelijks ruim veertig fruitplukkers in, onder wie ook vrouwen; alleenstaande moeders uit omliggende dorpen krijgen voorrang. ‘Zonder de mensen op het veld zijn we niets,’ zegt Mako. ‘Zij maken het allemaal mogelijk.’

    Accountant

    Een andere jonge Zimbabwaan die zijn kantoor voor het land heeft ingeruild, is de zeventwintigjarige Hilary Chikambi. Hij zegde zijn baan als accountant op. ‘Voor mij was het een gok, want ik heb vrijwel geen ervaring met boeren,’ vertelt hij. ‘Ik heb als kind gezien hoe mijn ouders kippen hielden, en zo heb ik een vriend weten te overtuigen om samen met mij te investeren in dit project. Ik ben blij dat kippen fokken in Zimbabwe in de lift zit, want je hoeft relatief weinig te investeren, terwijl de winstmarges groot zijn en je snel resultaat boekt.’

    Toen hij net was begonnen werd zijn kippenschuur door zware regenval verwoest, waarbij vrijwel al zijn pluimvee omkwam. Vervolgens viel de koeling uit, waardoor hij het vlees moest weggeven voordat het zou bederven. Nu, vier jaar en vele lessen later, verkoopt Chikambi’s bedrijf bijna tweeduizend kippen per maand aan supermarkten, restaurants en privépersonen.

    Beginnersfouten

    Nadat hij opnieuw kippen had verloren, deze keer door gebrekkige ziektebestrijding en door wat hij ‘beginnersfouten’ noemt, investeerde hij in de opleiding van zijn personeel. Om de kosten van kippenvoer te drukken wil hij in de toekomst zelf mais gaan verbouwen.

    ‘Jongeren moeten weten dat je met boeren een goede boterham kunt verdienen,’ zegt Chikambi. ‘En zeg nou zelf, er is geen beroep op aarde waarin de hand van God zo zichtbaar is. Je plant in goed vertrouwen iets in de grond, werkt hard, en voor je het weet groeit er iets dat je kunt oogsten.’

    In 2021 behaalde Zimbabwe volgens de statistieken van het Amerikaanse ministerie van Landbouw de op twee na grootste maisoogst ooit. En hoewel de productie van het grotendeels van regen afhankelijke gewas in 2022 lager uitviel, is de diversiteit aan landbouwgewassen in Zimbabwe gegroeid.

    Het land exporteerde in 2022 voor het eerst industriële hennep naar Zwitserland en is nu, in het kielzog van de tabaksindustrie, bezig een serieuze cannabisindustrie op te bouwen. Zimbabwe blijft de op vier na grootste tabaksproducent ter wereld en exporteert ook katoen, macadamianoten, citrusvruchten, suiker, peulvruchten en snijbloemen.

    Lees ook:

  • Overal in Europa komen boeren in verweer tegen de groene agenda van de EU

    Overal in Europa komen boeren in verweer tegen de groene agenda van de EU

    Brussel heeft een groenere landbouwsector nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar Europese boeren vinden dat er te veel van hen wordt gevraagd. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’

    De schuren en melkstallen van de boerderij van Takis Kazanas (66) vallen in het niet bij de majestueuze bergen die over de Thessalische vlakte uitsteken. Op deze groene vlakte in Noord-Griekenland wordt al duizenden jaren vee gehouden, maar nu praten instanties in Brussel over regels die ertoe zullen leiden dat boerderijen als die van Kazanas als industriële installaties worden beschouwd, vergelijkbaar met staalfabrieken of chemische industrie.

    Als die verandering van kracht wordt, zal de boerderij waar hij 300 runderen en 230 hectare land beheert met zijn vier zonen, wettelijk verplicht worden de uitstoot van broeikasgassen en het niveau van verontreiniging te verlagen. Met ambitieuze klimaatdoelstellingen voor 2030 dwingt Brussel de landbouw eindelijk om groener te worden. Kazanas vangt al biogas op uit koeienmest en in plaats van chemische mest rijdt hij zelfgemaakte mest over het land uit. ‘Dat is wat de EU wil en dat is wat ik doe,’ zegt Kazanas, die in 1986 begon met dertig runderen. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’

    Hij is een van de vele boeren die moe worden van wat zij zien als milieuvoorschriften die worden opgelegd door een bureaucratie op 2500 kilometer afstand. De omvang van de transformatie die de Europese Commissie vraagt met haar Boer tot Bord-strategie – halvering van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in 2030, vermindering van het gebruik van meststoffen, verdubbeling van de biologische productie en herbebossing van sommige landbouwgronden – zou ook in minder moeilijke tijden opmerkelijk zijn.

    Moeilijk te reguleren

    De strategie komt op het moment dat de oorlog in Oekraïne de wereldvoedselmarkt overhoop heeft gehaald en boeren geconfronteerd worden met verlaging van subsidies die worden gegeven in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), een programma van 55 miljard euro per jaar, dat al sinds 1962 voor voedselzekerheid in Europa zorgt.

    Volgens de EU is er dringend behoefte aan milieuhervormingen in de landbouwsector. Een hoge EU-functionaris die zich bezighoudt met klimaatbeleid noemt het ‘ons probleemkind’. De sector is verantwoordelijk voor 11 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU – een percentage dat bijna even hoog is als twintig jaar geleden.

    Stikstofoxiden in meststoffen, dierlijke urine en uitwerpselen vormen een belangrijk deel van het probleem; zware stikstofconcentraties zorgen ervoor dat invasieve planten andere soorten verdringen, wat leidt tot verlies van biodiversiteit. Maar de sector is zeer moeilijk te reguleren; de 9,1 miljoen landbouwbedrijven in de EU variëren in type en omvang, uiteenlopend van industriële bedrijven met duizenden ‘grootvee-eenheden’ – de rekeneenheid waarmee de hoeveelheid dieren in de landbouw wordt aangeduid – tot kleine boeren met een enkele wijnstok en een paar geiten. De marges zijn doorgaans zeer klein. Er zijn biologische producenten die overleven met lokale handel, maar ook varkenshouders die te maken hebben met hevige internationale concurrentie, waardoor zelfs een kleine stijging van de voederprijs de jaarwinst al teniet kan doen.

    De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden

    Het keerpunt voor veel landbouwers kwam na de inval van Rusland in Oekraïne, net toen de Europese Commissie de doelstellingen van de ‘Boer tot Bord’-strategie bekendmaakte. Volgens een hoge ambtenaar van de Commissie ‘veranderde het debat bijna van de ene dag op de andere’. De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden. Nerveuze regeringen schroeven de voorstellen van de Commissie terug onder druk van een georganiseerde, goed gefinancierde landbouwlobby die nauwe banden onderhoudt met politici.

    Zo heeft de Nederlandse regering onlangs een programma opgeschort om boerderijen te sluiten – en daardoor de uitstoot van stikstofoxide te verminderen –, nadat de ontluikende BoerBurgerBeweging (BBB) in maart de provinciale verkiezingen won, profiterend van een golf van woede tegen de plannen.

    Recentelijk hebben de regeringen van Polen en Hongarije de invoer van graan, zuivelproducten, vlees, fruit en groenten uit Oekraïne tijdelijk stopgezet omdat boeren klaagden dat de goedkope invoer van Oekraïens voedsel de prijzen drukt.

    Het groeiende verzet is een belangrijke uitdaging voor de doelstelling van de EU om de emissies tegen 2030 met 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990, overeenkomstig internationale verplichtingen. Als Brussel er niet in slaagt de boeren mee te krijgen, kan dat een bedreiging zijn voor de belofte om tegen 2050 een nettonuluitstoot te bereiken.

    De voorstellen van de EU zijn niet passend tijdens een ‘oorlogseconomie’ waarin boeren vrij moeten kunnen produceren, zegt Christiane Lambert, medevoorzitter van de machtige EU-landbouwvakbond Copa-Cogeca. ‘Mensen die beslissingen nemen over de landbouw weten er niets van.’

    Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals

    Voor veel boeren gaat het verzet tegen de komende veranderingen over overleven. Tom Vandenkendelaere, Belgisch lid van het Europees Parlement, zegt dat de druk op de boeren ondraaglijk wordt. ‘Het gaat om het aantal beleidsmaatregelen dat hen tegelijkertijd treft. We moeten het rustiger aan doen.’ Hij zegt dat boeren die gewoon hun werk doen, zich belasterd voelen door activisten die hen ervan beschuldigen de planeet te schaden en die klimaatverandering wijten aan het eten van vlees. ‘Ze hebben het gevoel dat hun manier van leven onder vuur ligt.’

    Boeren op een Kruispunt, een onafhankelijke nonprofitorganisatie die geestelijke gezondheidszorg biedt aan boeren in Vlaanderen, zag dat 44 procent meer mensen zich aanmelden in 2022 dan in 2021. Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals. En Caroline van der Plas, leider van de BBB, zei deze maand in het Nederlandse parlement: ‘Mensen die zorgen voor ons dagelijks voedsel worden weggezet als dierenmishandelaars, gifmengers, bodemvernietigers en milieuvervuilers.’

    Maar EU-beleidsmakers stellen dat de maatregelen op lange termijn juist in het belang van de boeren zijn. De stijging van de gasprijzen heeft de kosten van meststoffen en chemicaliën opgedreven. Decennia aan intensieve landbouw hebben voedingsstoffen in de bodem uitgeput, zodat meer moet worden gebruikt om dezelfde productie te bereiken. ‘Het idee “óf meer natuur, óf meer voedsel” is een mythe,’ zegt een EU-functionaris. ‘De belangrijkste fundamentele bedreigingen voor de voedselzekerheid zijn klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.’

    Virginijus Sinkevičius, de EU-commissaris voor milieu en visserij, is het daarmee eens. ‘Wat voor mij heel belangrijk is, is dat mensen begrijpen dat de milieuvoorstellen nooit gericht zijn tegen de landbouwbedrijven. Ze zijn er juist voor de bedrijven, want zonder natuur is landbouw niet mogelijk.’ En, voegt hij eraan toe, ‘ze vormen weliswaar een aanzienlijke verandering voor onze landbouwers, maar het is onvermijdelijk dat ze een deel van de oplossing zijn. Allicht gebeurt dat niet van de ene op de andere dag.’ Een sector die nu al het gevoel heeft met de rug tegen de muur te staan, zal inderdaad waarschijnlijk niet makkelijk toegeven.

    Klem tussen milieueisen en lage prijzen

    Het aantal landbouwbedrijven in de EU is sinds 2005 met meer dan een derde gekrompen. Terwijl het gemiddelde landbouwbedrijf groter is geworden, is het agrarisch inkomen constant laag gebleven, schommelend rond de 20.000 euro per persoon.

    Bram van Hecke, die werkt op het melkveebedrijf van zijn familie in de buurt van het Belgische Oostende, zegt dat hij, zijn vader en zijn broers het gevoel hebben klem te zitten tussen de milieueisen van politici en de eisen van supermarkten die niet méér willen betalen. ‘Als je naar een bank gaat en zegt te willen investeren maar dat je inkomsten zullen halveren, geven ze je geen lening,’ zegt hij. ‘Meer produceren is haalbaar, terwijl extreem milieubewust zijn je bedrijf kan schaden.’

    Van Hecke, die tevens hoofd is van de Groene Kring, een Vlaamse groep van jonge landbouwers, zegt dat een EU-richtlijn om de stikstofvervuiling aan te pakken zijn bedrijf jaarlijks 10.000 tot 15.000 euro kost. Deze maatregel verplicht landbouwers om met GPS de verspreiding van stalmest te registreren en schrijft voor dat ze niet binnen 5 meter van water mogen boeren. ‘De gemiddelde grondprijs in Vlaanderen is 63.000 euro per hectare en we verliezen ongeveer 4 hectare door deze nitraatrichtlijn. Reken maar uit. De regering kondigt aan onze kosten te zullen verhogen, maar heeft geen plannen om ons inkomen te helpen verhogen.’

    ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot’

    Op macroniveau klopt dat. Volgens agronomen worden delen van Europa te intensief bebouwd. In 2021 exporteerde de EU voor 197 miljard euro aan landbouwproducten naar landen als China en importeerde zij voor 150 miljard euro: een overschot van 47 miljard euro.

    Krijn Poppe, een Nederlandse landbouweconoom, is voorstander van herbezinning. ‘Export mag niet ten koste gaan van klimaat en natuur,’ zegt hij. ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot.’ Burgers in deze ‘stadstaten’, zoals hij ze noemt, hebben ook behoefte aan recreatiegebieden, natuurgebieden, schoon water, woningen en vervoer. Het antwoord, zegt Poppe, is terugkeer naar de tijd waarin consumenten hogere prijzen betaalden voor minder intensief geproduceerd voedsel. ‘In de jaren tachtig consumeerden Nederlanders minder eiwitten; 40 procent van het voedsel was dierlijk en 60 procent plantaardig. Nu eten we meer en is de verhouding eiwitten-plantaardig omgedraaid naar 60-40.’

    Volgens Poppe zullen sommige landbouwbedrijven onvermijdelijk verdwijnen omdat veel bedrijven te klein zijn om te concurreren. ‘Een econoom die kijkt naar het totale welzijn ziet waarschijnlijk geen probleem,’ voegt hij eraan toe, ‘maar een politicus die de banen van boeren wil beschermen, zal daar negatiever over denken.’

    Existentieel moment

    Geen wonder dat boeren dit zelf als een existentieel moment zien. Volgens de Sloveen Franc Bogovič, fruitteler en lid van het Europees Parlement, zou het plan om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen – een van de doelstellingen van een fel betwiste richtlijn waarover EU-wetgevers momenteel onderhandelen – een groot deel van zijn productie wegvagen. ‘Ik zit al vele jaren in deze sector en ik heb nog nooit zo’n groot bezwaar gehad tegen een beleidsvoorstel,’ zegt hij.

    Hij is vooral ontstemd over het feit dat deze nieuwe verordeningen komen nadat in januari een grootschalige herziening van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) ter bevordering van groenere productie in werking is getreden. Het GLB, dat landbouwers subsidieert, is in de loop der jaren gekrompen en steeds meer geld gaat naar milieuprojecten en nevenbedrijven in plaats van naar voedselproductie. ‘Ze proberen verder te gaan dan het beleid dat pas dit jaar van start is gegaan,’ zegt hij. ‘Mensen zijn bang voor hun toekomst. Ze komen in grote problemen als ze hun wijngaarden, boomgaarden of vleesproductie moeten inkrimpen, die ze vijf jaar geleden met leningen hebben gefinancierd. Je hebt twintig jaar nodig om daarmee je geld terug te verdienen.’

    ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”’

    Ondanks het verzet heeft Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, het tempo van de beleidsvorming sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne niet vertraagd. ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”,’ zegt Vandenkendelaere. Eén theorie is dat Von der Leyen steun nodig heeft van de Grünen in de Duitse coalitie om haar tweede termijn veilig te stellen. Een andere theorie is dat ze vindt dat landbouw – vooral de veeteelt – de planeet schaadt.

    ANP 467842947 1
    In de Sloveense hoofdstad Ljubljana protesteerden op 25 april duizenden boeren met zo’n 1500 tractoren tegen de milieurestricties voor de landbouw die de Sloveense regering van plan is in te voeren. – © Ales Beno / Anadolu Agency

    EU-doelstellingen Van Boer tot Bord

    – Gebruik van chemische en gevaarlijke pesticiden met 50 procent verminderen tegen 2030.

    – 20 procent minder meststoffen gebruiken tegen 2030.

    – Verkoop van antimicrobiële stoffen voor vee en aquacultuur verminderen met 50 procent.

    – De hoeveelheid land bestemd voor biologische landbouw verhogen van 9,1 procent in 2020 tot 25 procent in 2030.

    – Grotere veehouderijen verplichten zich aan de regelgeving te houden voor schone lucht en schoon water, die geldt voor de zware industrie.

    ‘De Commissie is ervan overtuigd dat de overgang naar een veerkrachtige en duurzame landbouwsector – in overeenstemming met de Europese groene ambities, de Boer tot Bord-strategie en strategieën voor biodiversiteit – van fundamenteel belang is voor de voedselzekerheid,’ zegt Eric Mamer, woordvoerder van Von der Leyen. Hij weigert te bevestigen of zij zelf rood vlees of zuivelproducten gebruikt. ‘De persoonlijke voedingskeuzes van de voorzitter zijn niet van invloed op de voorstellen van de commissie,’ zegt hij.

    Brussel heeft enkele veranderingen doorgevoerd sinds de oorlog in Oekraïne begon. Zo mogen boeren nu gewassen planten voor diervoeder op de 10 procent van de grond die normaal gesproken onbebouwd moet blijven om te herstellen – een regel die als voorwaarde geldt om subsidie te kunnen krijgen. Ook zijn de regels aangaande wisselbouw opgeschort.

    Maar het zijn de nationale regeringen die op de rem hebben getrapt. De voorstellen van de Europese Commissie kunnen door de zevenentwintig lidstaten worden gewijzigd, en punt voor punt werden de ambities afgezwakt.

    Het voornemen tot algemene vermindering van pesticiden is teruggestuurd naar de Commissie met het verzoek tot een nieuwe effectbeoordeling. Ministers klagen dat in plaats van rekening te houden met de uitgangspositie van elk land, aan iedereen dezelfde evenredige vermindering wordt opgelegd. Nederland, dat bijvoorbeeld al veel meer pesticiden gebruikt dan Polen, zou het gebruik bijvoorbeeld niet hoeven te veranderen. Er wordt ook bezwaar gemaakt tegen plannen om alleen rekening te houden met de hoeveelheid gebruikte chemicaliën en niet met de giftigheid ervan.

    Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan

    Wat betreft herziening van de richtlijn industriële emissies (grotere veehouderijen worden verplicht te voldoen aan voorschriften voor schone lucht en schoon water die ook gelden voor de zware industrie) erkende de Commissie in februari dat zij vorig jaar bij de lancering van het voorstel verkeerde cijfers heeft gebruikt.

    De drempel voor naleving werd gesteld voor varkens-, pluimvee- en rundveebedrijven met ten minste 150 grootvee-eenheden, met de bewering dat daarmee slechts 13 procent van de Europese commerciële bedrijven zou worden getroffen. Die berekeningen waren echter gebaseerd op bedrijfsgegevens uit 2016. Toen de berekening opnieuw werd gemaakt met gegevens uit 2020, bleek dat zes op de tien pluimvee- en varkensbedrijven eronder zouden vallen.

    Een voorstel voor wettelijk bindende doelstellingen om daarmee de verslechtering van het milieu aan te pakken – vorig jaar voorgesteld als onderdeel van de Boer tot Bord-strategie – stuit op verzet omdat het onvermijdelijk zal leiden tot het verlies van landbouwgrond. Sommige gedraineerde veengronden zouden bijvoorbeeld opnieuw doorweekt raken. Het doel is om tegen 2030 maatregelen voor natuurherstel te hebben voor ten minste 20 procent van het land en de zee binnen de EU.

    Afzonderlijke wetgeving om ontbossing terug te dringen stuitte vorig jaar op verzet in landen als Zweden en Finland – voor hen werd een uitzondering gemaakt zodat ze de exploitatie van plantages voort kunnen zetten.

    In juni is het tijd voor het laatste deel van het Boer tot Bord-pakket; de wetgeving die landen gaat verplichten om de staat van hun bodem te controleren en te verbeteren. Zo’n zestien EU-ministers van Landbouw hebben in januari een brief aan Brussel ondertekend waarin ze zich erover beklagen dat dat beleid kan leiden tot ‘opoffering van land- en bosbouwgrond in de Unie’. ‘Dat zal zeer waarschijnlijk negatieve gevolgen hebben voor de voedselzekerheid, de toevoer van hernieuwbare grondstoffen (voor houtbouw of de bio-economie) en van hernieuwbare energiebronnen, zoals lokaal beschikbare biomassa’, aldus de brief.

    Afkoop

    Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan. EU-landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski deed al een oproep tot meer GLB-financiering omdat de inflatie – die vorig jaar in de eurozone bijna 10 procent bereikte – de reële waarde ervan heeft uitgehold. Het GLB ‘bedraagt slechts 0,4 procent van het bruto binnenlands product van de EU om voedselzekerheid, milieuveiligheid en klimaatzekerheid te garanderen,’ stelt hij.

    De particuliere sector is het daarmee eens. FoodDrinkEurope, dat fabrikanten vertegenwoordigt, heeft Von der Leyen opgeroepen een deel van de miljarden aan subsidies voor de groene transitie naar landbouw over te hevelen. ‘De EU-strategie Boer tot Bord beschikt niet over voldoende middelen en is niet toegerust voor de huidige marktrealiteit en de toekomstige druk,’ aldus de organisatie. Verschillende regeringen hebben eenzelfde oproep gedaan en wijzen erop dat de gestegen rente de prijs van noodzakelijke investeringen heeft opgedreven.

    Terug naar Griekenland, waar Georgios Georgantas, de Griekse landbouwminister, zegt dat boeren zoals Kazanas steun nodig hebben om Europa te kunnen blijven voeden. Aangezien klimaatverandering al gevolgen heeft voor de opbrengsten, ‘moeten we de landbouw op het huidige niveau houden’, zegt hij, ‘of zelfs uitbreiden.’

    Om dat te bereiken heeft Athene een fonds van 525 miljoen euro in het leven geroepen om jongeren te stimuleren in de landbouw te stappen. ‘De groene transitie is noodzakelijk voor de EU, maar dit zet landbouwers onder druk,’ zegt Georgantas. ‘Andere sectoren krijgen steun – ook de boeren hebben daar behoefte aan.’

    Lees ook:

  • Italië verzet zich tegen Ierse waarschuwingen op wijn

    Italië verzet zich tegen Ierse waarschuwingen op wijn

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meer dan 4300 doden bij aardbeving in Turkije en Syrië

    » Zelensky mogelijk deze week op bezoek in Brussel

    Italië tegen stigmatisering van wijn

    De wens van Ierland om het vermelden van de gevaren van alcoholmisbruik verplicht te stellen op wijn, bier en gedistilleerd is prima, maar het mag niet leiden tot stigmatisering van het drinken van wijn, want dat is gezond als het met mate gebeurt. Aldus de Italiaanse minister van Landbouw en Voedsel, Francesco Lollobrigida – inderdaad familie van de onlangs overleden actrice Gina – na een ontmoeting met zijn Ierse collega Charlie McConalogue op een bijeenkomst van Europese landbouwministers. Italië protesteert tegen de voorgestelde etikettering op wijn – naar voorbeeld van die op pakjes sigaretten – en wil dat de EU de zaak zo nodig voorlegt aan de Wereldhandelsorganisatie, aldus ANSA.

    Italiaanse wijnproducenten vrezen dat de export, jaarlijks 60 miljard euro, door de etikettering zal worden getroffen. Ze werken daarom met collega’s in Frankrijk, Spanje en andere belangrijke wijnproducerende landen aan een gezamenlijke verklaring.

    Lollobrigida zei na zijn gesprekken met McConalogue: ‘Er mag geen stigma komen op producten die, mits met mate geconsumeerd, in feite bijdragen aan het welzijn, en dat is wat wijn volgens ons doet.’

    Lees ook:

  • George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    Als wij ons voedingssysteem niet radicaal veranderen kunnen we de strijd tegen klimaatverandering niet winnen, zegt de Britse milieuactivist George Monbiot. Ten eerste moeten we af van de veeteelt. Zijn boek Regenesis is een fundamentele kritiek op de landbouw.

    Voor een veganist vertoont George Monbiot een opmerkelijke verachting voor veel dieren. Kippen, vooral hun mest, houdt hij verantwoordelijk voor het veranderen van hele ecosystemen in weerzinwekkende riolen. Koeien ziet hij als ‘reusachtige machines die koolstof vrijmaken en veel land bezetten’. Zelfs honingbijen zijn voor hem productiedieren die grote schade aanrichten aan het milieu doordat ze wilde insectensoorten verdringen.

    Voor zijn documentairefilm Apocalyps Cow heeft hij zelfs een keer een ree geschoten en gegeten. Het stond hem weliswaar vreselijk tegen, schreef hij in The Guardian, hij had liever gehad dat een wolf dat voor hem had opgeknapt, maar ‘het voelde juist om dit dier te eten. Het doden ervan veroorzaakt geen ecologische schade, integendeel.’ Waar het leefde, in de Schotse hooglanden, was het aantal reeën geëxplodeerd en het aantal bomen waarvan ze de spruiten eten was daardoor extreem afgenomen. Dankzij de jacht op het wild heroverden de bomen het land nu weer ‘met een opmerkelijke snelheid’.

    Maar Monbiots grootste vijanden zijn schapen. Dat ligt vooral aan de enorme ruimte die ze nodig hebben. In Groot-Brittanië wordt vier miljoen hectare bergland benut als schapenweide, dat is twee keer zo veel oppervlakte als alle steden, fabrieken, opslagloodsen, tuinen, parken, straten en vliegvelden bij elkaar beslaan. Sinds er – ook door royale landbouwsubsidies – in de twintigste eeuw schapen werden losgelaten op het Britse hoogland, zijn ze effectieve verwoesters gebleken van ecologische niches. Omdat de dieren zich bij voorkeur voedden met ontkiemende bomen zouden ze die streken in de loop van de tijd hebben veranderd in ‘dode zones’, waarin behalve een enkele grassoort nauwelijks nog iets groeit.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Maar het ernstigste probleem van deze vorm van landbouw is de schamele opbrengst ervan. Om met lamsvlees 100 gram proteïne te produceren is er 185 m2 land nodig, ongeveer 26 keer zoveel als voor kippen nodig is en 84 keer zoveel als voor soja. In calorieën omgerekend betekent dat dat 22 procent van de totale Britse landbouwgrond de Britten voorzien van 1 procent van hun proteïnebehoefte.

    Nerd

    George Monbiot is een echte nerd als het om zulke cijfers gaat. Als journalist en milieuactivist is hij in Groot-Brittannië allang een begrip; sinds 1996 behoren zijn columns tot de vaste inventaris van The Guardian. De stilistische scherpte waarmee hij zich onderscheidt, richt zich ook graag tegen zogenaamd gelijkgezinden. In zijn boek Regenesis keert hij zich nu tegen al die bioboeren die nog geloven in het project van een duurzame landbouw. Want voor Monbiot is de landbouw als zodanig ‘de meest verwoestende menselijke activiteit die de aarde ooit heeft meegemaakt’. De ruimte die zij inneemt, ziet hij als ‘de belangrijkste van alle milieuproblemen’. 

    Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet?

    George Monbiot
    Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet van George Monbiot verscheen in 2022 bij uitgeverij Allen Lane.

    Dat dit onderwerp in het klimaatdebat tot op heden verregaand verwaarloosd werd in vergelijking met de energietransitie, ligt ook aan het feit dat deze verwoesting van de bodem, in tegenstelling tot het delven van fossiele grondstoffen, al duizenden jaren wordt geromantiseerd. Ook al heeft ze allang industriële proporties aangenomen, toch laat de agrarische cultuur ons nog altijd het beeld zien van een boerenidylle, bijna alsof de uitbuiting van de natuur zelf iets heel natuurlijks is. Bovendien is juist de biologische landbouw deel van het probleem: hoe voordelig ze ook is voor dieren en bodemkwaliteit, ze verergert het ruimtebeslag. Als middel om gras in proteïne te veranderen zijn schapen en runderen erbarmelijk inefficiënt; als ze in de wei gehouden worden, groeien de dieren nog langzamer en gebruiken ze veel meer ruimte. ‘Er is nauwelijks een landbouwproduct dat schadelijker is voor het milieu dan biologisch rundvlees van weidevee’, aldus Monbiot.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Wat zijn boek zo interessant maakt, is behalve het concrete onderwerp ook het koelbloedige realisme waarmee hij het thema beziet. Vaak ligt Monbiots standpunt voorbij de ideologische bastions van waaruit het debat over klimaatverandering gevoerd wordt. Tegenover de illusie van een groene groei wordt ofwel onthouding geplaatst, of men speelt de milieubescherming uit tegen de existentiële behoeften van grote delen van de wereldbevolking. Monbiots inzichten zijn zonder meer radicaal. Het effectiefste middel om CO2 uit de atmosfeer te halen is volgens hem het reduceren van de oppervlakte aan landbouwgrond tot een minimum; het moet worden veranderd in natte gebieden en bossen. In een vorig boek, Feral. Searching for Enchantment on the frontiers of rewilding, beschreef hij zijn visioen van een verwildering op grote schaal van weiden en velden om de ineenstorting van het klimaat en de zogeheten zesde grote soortensterfte te voorkomen. Daarbij hoorde ook de terugkeer van olifanten naar Europa.

    Een fragment uit de documentaire Apocalypse Cow van George Monbiot over soleïne.

    Potentieel

    In Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet gaat het hem nu om de vraag die daar noodzakelijk uit volgt: hoe valt zijn utopie te verenigen met het voeden van een voortdurend groeiend aantal mensen? Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet – en niet alleen voor degenen die zich duur biologisch voedsel kunnen veroorloven? Het is duidelijk, zo rekent Monbiot voor, dat we het landbouwoppervlak met 76 procent zouden kunnen reduceren als iedereen zou ophouden vlees en zuivelproducten te consumeren. Maar hoewel hij zelf allang vegetarisch eet en de trend van vermindering van de vleesconsumptie in rijke landen aanhoudt, denkt hij niet te kunnen rekenen op een snelle bewustzijnsverandering die de opwarming van de aarde tijdig zou kunnen stoppen.

    Dus wat te doen? Op zoek naar alternatieve manieren om de bodem te gebruiken presenteert Monbiot een paar geëngageerde boeren die het is gelukt hun land door creatieve verbouwingsmethoden niet alleen ecologisch gezonder, maar ook productiever te maken. Ook in deze portretten doorbreekt hij de gangbare clichés: zijn helden zijn op het eerste gezicht bioboeren uit het boekje, die hun velden met houtsnippers in plaats van fosfaat bemesten, of ze sparen ze met een directzaadmethode in plaats van ze te verwoesten door te ploegen. Maar ze zijn vooral pioniers van een experimentele landbouw in hun pogingen met veldonderzoek in de letterlijke zin van het woord en met wetenschappelijke nauwkeurigheid de complexiteit van de bodem te begrijpen en te benutten. 

    Slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem zou geïdentificeerd zijn

    De succesvolle aanzetten van deze pioniers, dat weet Monbiot ook, bieden geen model voor de industriële productie van voedingsmiddelen die nodig is voor het voeden van de wereldbevolking. Maar ze geven een idee van het potentieel dat een transformatie van de agrarische cultuur in zich bergt. En ze laten zien hoezeer de kennis van de leefruimte onder onze voeten en van de betrekkingen tussen aarde, bacteriën, planten en micro-organismen, van de soortenrijkdom en de vruchtbaarheid van dit ecosysteem is verwaarloosd.

    Tot op heden zou slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem geïdentificeerd zijn, schrijft Monbiot. Als er al middelen voor het onderzoek van de bodem beschikbaar gesteld worden, dan is het in hoofdzaak om ‘nieuwe manieren te vinden om ze te doden’; voor bestrijdingsmiddelen. Hij verlangt daarentegen ‘de integrale ontwikkeling van een nieuwe agronomie’, een soort ‘verkenningsprogramma van de aarde’, dat ‘in plaats van Mars in een tweede aarde te veranderen, de oppervlakte van onze eigen planeet onderzoekt’.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Het is dus niet zo verrassend dat Monbiot de oplossing van het voedselprobleem verwacht van een technologie die elke bioboer moet toeschijnen als een sciencefictiondystopie: proteïne uit microbiële fermentatie. In Finland bezoekt hij een bedrijf met de naam Solar Foods, dat uit lucht, zon en een paar bacteriën een sterk geconcentreerd eiwitpoeder maakt. Om dat zogeheten soleïne te verkrijgen, worden bacteriën gevoed met waterstof en kooldioxide uit de lucht; door fermentatie ontstaat uiteindelijk het proteïnepoeder. Het procédé is niet eens erg nieuw, het werd al in de jaren zestig ontwikkeld door de NASA, maar pas nu wordt duidelijk hoe nuttig het kan zijn. 

    Problematisch is dat het maken van waterstof veel energie verbruikt – en veel ruimte, wanneer men daarvoor zonne-energie gebruikt. Niettemin, rekent Monbiot voor, zou voor de productie van proteïne door bacterieculturen 1700 maal minder land nodig zijn dan voor soja, de ruimtelijk gezien meest efficiënte plantaardige bron van proteïne.

    Met dalende prijzen voor zonne-energie zou ook de prijs voor de proteïne van Solar Foods en concurrenten dalen tot het niveau van soja en een goed alternatief voor plantaardige of dierlijke voeding worden. Soleïne zou juist in armere, warme landen voordelig en ‘regionaal’ geproduceerd kunnen worden. En als het ooit ook cultureel geaccepteerd wordt, dan zouden op culinair gebied heel nieuwe mogelijkheden ontstaan: ‘Hapjes die smaken als biefstuk, maar de textuur hebben van Jacobsschelpen,’ stelt Monbiot zich voor; of ‘een mousse die op de tong smelt als pannacotta, maar smaakt naar Iberische ham’.

    Farmfree

    Veel van zijn critici zien zijn visioen als naïef. Het maken van waterstof is gewoon te duur en bovenal zou zo’n soort voedsel uit het laboratorium een uitnodiging zijn aan de voedingsconcerns die het huidige voedselsysteem beheersen om de productie nog ongebreidelder te monopoliseren met patenten. Monbiot is zich van dit gevaar bewust, maar dat verandert voor hem niets aan de noodzaak en de mogelijkheden van de voedselvoorziening met zulke ‘farmfree’-producten. ‘Deze verandering zal zich waarschijnlijk linksom of rechtsom wel voltrekken, hoe heftig de verdedigers van de oude orde ook verzet bieden. Die volgt gewoon uit een onstuitbare economisch logica. Het is aan ons om dit proces snel en rechtvaardig vorm te geven’, schrijft hij.

    Daartoe moet nog slechts één tegenstander overwonnen worden – de langdurige cultuur van verheerlijking van akkerbouw en veeteelt. ‘Een van de grootste bedreigingen voor al het leven op aarde is de lyriek,’ beweert Monbiot, en hij zet uiteen hoe sinds de bucolische gedichten van Theocritus in de Griekse oudheid de mythe ontstond van een harmonieus herdersleven, met schaapherders ‘die hun trage uren doorbrengen met zingen, fluitspelen en vooral met onderdoorgaan aan onbeantwoorde liefdes’. Tegenwoordig zijn de motieven van de pastorale lyriek zo diep geworteld dat ze in de vorm van kinderboeken en westerns, kinderboerderijen en boerderijspeelgoed nog altijd geweldig floreren. Het zijn verhalen die zelfs een overtuigde stadsbevolking zichzelf ‘zonder een zweem van onbehagen vertelt’.

    Dat zijn futuristische voorstelling van een voedingsmiddelenproductie de complete cultuur van de mensheid ter discussie zou stellen, is eveneens een bezwaar dat Monbiot vaak te horen krijgt. Ja, zou hij daar wellicht op antwoorden. Precies!

    Lees ook:

  • Lieveheersbeestjes en genoombewerking: de landbouw van de toekomst

    Lieveheersbeestjes en genoombewerking: de landbouw van de toekomst

    Hoe kunnen we de wereld voeden zonder de aarde te vernietigen? Onderzoekers werken aan superplanten en manieren om ongedierte te bestrijden zonder pesticiden.

    Op een milde novemberochtend laat Ludwig Hirschberg, 56 jaar, zich zakken op zijn veld. Hij knielt op zwarte aarde die schittert in de zon. De jonge wintertarwe is een paar centimeter hoog en glimt groen. Hirschberg steekt een plantje uit met zijn zakmes, houdt het tussen zijn vingers en zegt: ‘Ziet er goed uit.’ Sterke, gezonde wortels, veel scheuten. En, heel belangrijk, er groeit geen onkruid tussen de planten dat ze van licht en voedingsstoffen kan beroven. Hirschberg behandelde de grond vóór het zaaien met glyfosaat, een ‘totaal’ bestrijdingsmiddel dat elke vorm van onkruid doodt. Hij gebruikt ook fungiciden tegen schimmels als echte meeldauw, die de tarwe in de volgende groeistadia zouden kunnen aantasten.

    Hirschberg heeft het graag over de ‘gereedschapskist’ die boeren nodig hebben om goede oogsten te verkrijgen. Daar hoort veel kunstmest en gif bij; gemiddeld wordt in Duitsland bijna drie kilogram bestrijdingsmiddelen per hectare gebruikt [in Nederland was dat in 2020 gemiddeld 7,1 kilo per hectare].

    Dat heeft gezorgd voor een indrukwekkende toename van de oogsten in de afgelopen zestig jaar. Tegelijkertijd zijn de gevolgen van intensieve monocultuur verwoestend: veel bodems raken uitgeput. De biodiversiteit vermindert en daardoor neemt ook de veerkracht van ecosystemen af.

    Van boer tot bord

    Nu zijn politici begonnen de gereedschapskist van de boeren uit te mesten: in augustus heeft de Europese Commissie de zogenaamde ‘van boer tot bord’-strategie goedgekeurd. Tegen 2030 moeten landbouwers het gebruik van pesticiden met de helft en dat van meststoffen met minstens 20 procent verminderen. Inmiddels is er al een verbod ingesteld op sommige neonicotinoïden. Dat zijn zenuwstoffen die schadelijke insecten doden, maar die ook het richtingsgevoel van bestuivers zoals wilde bijen verminderen. In 2023 zal glyfosaat, na een lange en verhitte discussie, eindelijk worden afgeschaft, mede omdat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de werkzame stof als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ beschouwt. Afgelopen zomer waren er luide protesten van boeren in heel Europa; in Nederland waren er zelfs gewelddadige rellen.

    Ludwig Hirschberg beheert het landgoed Perdoel, een van de oudste en grootste boerenbedrijven in Sleeswijk-Holstein, gelegen tussen bossen en meren. Hij is geen hardliner, voor hem is het vanzelfsprekend dat boeren meer moeten doen voor de biodiversiteit, bijvoorbeeld met bloeistroken, heggen en hagen, en gevarieerde vruchtwisseling. Hirschberg teelt al lange tijd tuinbonen, die stikstof in de bodem binden zodat er minder kunstmest nodig is. Maar, waarschuwt hij, ‘als de richtlijnen op zo’n ingrijpende manier veranderd worden, zullen we een groot deel van de opbrengsten verliezen en wordt voedsel nog duurder.’

    En dat dan uitgerekend vandaag de dag, nu mondiale crises zich toespitsen. In de oorlog tegen Oekraïne gebruikt Poetin genadeloos de graanvoorraden als wapen. En als gevolg van de klimaatverandering komen hittegolven en droogte steeds vaker voor. Door hittegolven in India dit voorjaar zijn de opbrengsten naar schatting met 10 tot 35 procent gedaald; in Duitsland is de graanoogst in het droogtejaar 2018 met 16 procent ingezakt.

    Maar hoe moet je de wereld voeden zonder de aarde te vernietigen?

    Wanneer conventionele gewassen eenmaal met ziekteverwekkers zijn geïnfecteerd, kunnen ze tot 50 procent van hun opbrengst verliezen

    Harold Verstegen is hoofd mondiale productontwikkeling bij zaadproducent KWS in Einbek, Nedersaksen. Het beursgenoteerde bedrijf heeft wereldwijd meer dan vijfduizend mensen in dienst, uiteenlopend van moleculaire biologen tot veldwerkers. Veredelaars zijn overal in de wereld op zoek naar de superplanten van de toekomst – planten die ondanks extreme weersomstandigheden een stabiele opbrengst geven en van nature resistent zijn tegen schadelijke organismen.

    ‘We screenen het genetisch materiaal van planten op wenselijke eigenschappen en veredelen ze vervolgens verder,’ legt Verstegen uit. Maar het duurt acht tot tien jaar voordat een nieuw ras op de markt kan worden gebracht. Verstegen wil dat proces gaan versnellen. Daartoe willen agro-ingenieurs zaadproducenten in staat stellen een in Duitsland omstreden methode toe te passen: groene genetische manipulatie.

    Simone Lange, onderzoeksmedewerker bij KWS, opent de deur van een van de vele kassen. Op de vloer staan honderden potten met tarweplanten van ongeveer een meter hoog, de aren verpakt in plasticfolie. Hier geldt veiligheidsniveau 2 voor ‘genetisch gemodificeerde organismen’ (GGO’s), die in de EU streng gereglementeerd zijn. ‘De tarwe mag niet openbloeien zodat ze geen andere planten kan bestuiven,’ zegt Lange.

    De zogenaamde Crispr-Cas-genschaar heeft de genetische samenstelling van de tarwe gewijzigd om het gewas resistenter te maken tegen schimmelziekten. Wanneer conventionele gewassen eenmaal met ziekteverwekkers zijn geïnfecteerd, kunnen ze tot 50 procent van hun opbrengst verliezen. Zodra de aren van de genetisch gemodificeerde tarwe rijp zijn, zal Simone Lange ze oogsten. ‘Elke aar bevat ongeveer vijftig tot zestig tarwekorrels,’ zegt ze. ‘De helft gaat naar resistentietests, de andere helft naar conserveringsveredeling.’

    Het betreft een project van Pilton, de Duitse vereniging van plantenkwekers, waarin schimmeltolerantie van tarwe wordt bestudeerd met behulp van nieuwe kweekmethoden. En het is ook een vertoning: kijk eens wat we kunnen, als je het ons maar toestaat.

    De mensen van KWS hadden iets meer dan twee jaar nodig om hun tarwe te ontwikkelen. Dat is aanzienlijk minder dan met conventionele kweekmethoden nodig is. Deze nieuwe tarwe zou kunnen betekenen dat boeren minder chemicaliën op de velden hoeven te gebruiken.

    Reële omstandigheden

    In 2023 wil de EU opnieuw beslissen of met Crispr-Cas gemodificeerde planten onder de GGO-regelgeving blijven vallen. Veel wetenschappers pleiten voor versoepeling. Hun belangrijkste argument is dat er met Crispr-Cas geen genoverdracht is van de ene plant naar de andere. Daarom zijn het geen ‘transgene organismen’. 

    De onderzoekers verzetten zich ook tegen het zwart-witdenken dat het debat domineert. Leopoldina, de Duitse Nationale Academie van Wetenschappen, en de Duitse Onderzoeksstichting vinden de algemene classificatie van genetisch gemodificeerde planten als GGO’s ‘ongegrond en onuitvoerbaar’. Ze pleiten voor een gedifferentieerde regelgeving die gericht is op de concrete veranderingen in de plant en niet alleen op de kweekmethode. En ze roepen op tot het vergemakkelijken van veldonderzoek. Alleen onder reële omstandigheden kan de genetische basis van eigenschappen als zout-, droogte- en hittetolerantie beter worden begrepen.

    Maar kan het nieuwe gereedschap daadwerkelijk aan de hoge verwachtingen voldoen? Voor schimmelresistentie in tarwe kregen de KWS-onderzoekers bijvoorbeeld een zogenaamde gen knock-out voor elkaar: een enkel deel van het genoom werd uitgeschakeld. Er zijn echter tientallen genen betrokken bij gewenste eigenschappen zoals droogteresistentie. Het is moeilijk om ze allemaal te veranderen. Vooral omdat het genoom van tarwe zeer complex is.

    Agro-ecoloog Angelika Hilbeck van de ETH Zürich vindt genoombewerking belangrijk, omdat het nieuwe wetenschappelijke inzichten zou kunnen opleveren. ‘Maar niemand heeft behoefte aan de huidige producten,’ zegt ze. Die verrijkten immers enkel de industrie. ‘We kijken vooralsnog altijd puur naar de plant, naar de genetica. Ik raad juist aan om naar buiten te kijken, naar het ecosysteem.’ Want planten zijn teamspelers.

    Het doel is vergroening van het conventionele landschap, niet de volledige omschakeling naar biologisch

    Wat dat betekent is te zien op een stoffig veld in Brandenburg. Op een warme dag iets eerder in het jaar sjokt Kathrin Grahmann in wandelschoenen door een zonnebloemveld en inspecteert ze de planten. Ze zijn gegroeid tot verschillende hoogtes, wat het oogsten bemoeilijkt. Maar ze dragen allemaal vruchten, volledig zonder pesticiden. ‘Het waren lieveheersbeestjes die hen redden van een bladluizenplaag,’ zegt Grahmann.

    De wetenschapper leidt een tienjarig project van het Leibniz Instituut voor Landbouwlandschapsonderzoek, onder de naam Patch Crop. Op 70 hectare bij Müncheberg in Brandenburg worden gerst, koolzaad, soja, tarwe, zonnebloemen, haver, lupinen, maïs en rogge verbouwd.

    Daartoe zijn 32 velden aangelegd van elk 76 bij 76 meter. Kleine percelen waarvan de onderzoekers hoge verwachtingen koesteren: ze willen uitzoeken hoe de interactie tussen planten, bodem, nuttige insecten en plagen het ecosysteem versterken. Bovendien werken de onderzoekers nauw samen met robotfabrikanten die kleine, autonome voertuigen ontwikkelen om onkruid te schoffelen en fruit te oogsten.

    ‘Voor ons is het bijzonder spannend om te zien wat er aan de grenzen van de velden gebeurt,’ zegt Grahmann. De lieveheersbeestjes, bijvoorbeeld, verzamelden zich aanvankelijk op het veld met de voorjaarshaver. Nadat dat gerijpt was, gingen ze naar de zonnebloemen en vonden daar hun volgende grote maaltijd, de bladluizen. Die brengen virussen over en veroorzaken bladverlamming, maar ze hadden geen schijn van kans.

    ‘Normaal wordt op een dergelijk gebied slechts één gewas geteeld,’ zegt Grahmann. Nuttige insecten zouden er niet lang blijven. Dat is anders bij dit experiment, waar de vruchtwisseling dicht bij elkaar plaatsvindt.

    Drones

    Maar diversiteit betekent veel werk. Om voordeel te halen uit het multiculturele veld, moet je het eerst begrijpen. En daarom wordt waarschijnlijk geen enkel ander landbouwgebied in Duitsland zo nauwkeurig gemeten als deze grond in Brandenburg. Hier liggen 180 sensoren begraven; zij sturen elk kwartier gegevens over temperatuur en bodemvochtigheid naar een radiomodule. Speciale apparaten – gaschromatografen – analyseren chemische verbindingen, zoals het stikstofgehalte in het sojaveld. Die plant behoort tot de peulvruchten en kan stikstof in de bodem vasthouden, waardoor op kunstmest wordt bespaard. Drones vliegen over de gebieden en observeren de groei en biomassa.

    ‘Ons doel is om landbouwers wetenschappelijk verantwoorde analyses te bieden die hen in staat stellen aan de EU-regelgeving te voldoen en toch stabiele opbrengsten te realiseren,’ zegt Grahmann. Ze zegt dat vergroening van het conventionele landschap het doel is, en niet de volledige omschakeling naar biologisch.

    Op sommige percelen worden kunstmest en pesticiden op de conventionele manier gebruikt. Bij andere wordt de hoeveelheid eerst met een derde, later met de helft verminderd; weer andere hebben extra bloeistroken. De onderzoekers tellen regelmatig hoeveel ongedierte zich op een plant heeft gevestigd. Ze willen drempelwaarden vaststellen. Landbouwers passen vaak uit voorzorg beschermingsmiddelen toe – de duurste vorm van ongediertebestrijding, voor zowel mens als natuur.

    De onderzoekers van het Leibniz-Instituut moeten gedurende twee jaar gegevens verzamelen voordat zij deze systematisch kunnen evalueren. Maar er zijn al bemoedigende aanwijzingen. ‘In wintertarwe gebruikten we 30 procent minder bestrijdingsmiddelen en behaalden we dezelfde hoge opbrengsten,’ vertelt Grahmann.

    Ludwig Hirschberg is sceptisch als hij zulke cijfers hoort. ‘In een droog jaar kan ik goed zonder pesticiden voor mijn tuinbonen, maar in een nat jaar lukt dat niet,’ zegt hij. Het is een vergissing te veronderstellen dat als iets één jaar werkt, het altijd zal werken, meent hij.

    In plaats van algemene verboden zou Hirschberg graag zien dat politici concrete doelen stellen voor de bescherming van soorten. ‘Hoeveel wouwen of brandganzen moeten hier in het district Plön waargenomen worden om te kunnen zeggen dat het niet langer bedreigde soorten zijn?’ Met dergelijke concrete doelstellingen zouden boeren veel meer betrokken en gemotiveerd zijn, meent hij. Daarvoor zouden ze pas echt hard werken.

  • Wordt 2023 het jaar van de honger?

    Wordt 2023 het jaar van de honger?

    Ondanks dat de prijzen van voedingsmiddelen dalen, zeggen experts dat de wereldwijde productie in 2023 nog verder kan zakken, waardoor de honger toeneemt. ‘De huidige betaalbaarheidscrisis ontaardt volgend jaar in een beschikbaarheidscrisis.’

    Zijn de voedselprijzen over hun hoogtepunt heen? Al voor het door de VN onderhandelde akkoord tussen Kyiv en Moskou over de graanexport, dat onlangs het vervoer van graan vanuit de Oekraïense havens aan de Zwarte Zee mogelijk maakte, waren ze alweer flink aan het dalen. Een Russische recordoogst, de vrees voor een recessie en de hoop dat de mondiale graanhandel weer op gang komt, drukken de prijzen. Maar met die prijsdaling is de voedselcrisis nog niet voorbij. Volgens analisten is er nog niets veranderd aan de onderliggende factoren die de prijzen hadden opgestuwd. De oorlog in Oekraïne is slechts een van de vele problemen die nog jarenlang tot meer honger kunnen leiden.

    Het conflict in Oekraïne brak uit op een moment waarop de voedselprijzen al steeds verder werden opgedreven door een hele reeks factoren, waaronder vooral de droogte in belangrijke oogst-producerende landen, en aanvoerketens die nog kampen met de nasleep van de pandemie. In armere landen, waar de economie al in duigen lag door de coronalockdowns, betekende de oorlog alleen maar een verdere verslechtering van een toch al sombere situatie. ‘Deze mondiale voedselcrisis verschilt van eerdere vergelijkbare situaties in de zin dat hier meerdere belangrijke oorzaken meespelen,’ zegt Cary Fowler, speciaal gezant van de VS voor voedselzekerheid. De ware impact van die combinatie van factoren zal zich volgens deskundigen pas volgend jaar aftekenen. ‘Ik maak me meer zorgen over 2023 dan over 2022,’ zegt een analist.

    Blokkade

    De oorlog heeft zonder twijfel een remmende werking gehad op de wereldwijde voedselproductie. Door de blokkade van de Oekraïense havens en de beperkte capaciteit van alternatieve routes lagen de exportvolumes aanzienlijk lager dan normaal. In juni heeft het land krap een miljoen ton tarwe, maïs en gerst geëxporteerd – volgens het Oekraïense ministerie van Landbouw 40 procent minder dan in dezelfde maand in 2021. Deze maand is in Oekraïne de oogst begonnen en zijn de boeren hard op zoek naar opslagruimte. Maar als ze hun graan niet kunnen verkopen, heeft dat ook gevolgen voor 2023: dan hebben ze niet genoeg geld om zaaigoed en kunstmest in te kopen voor het volgende seizoen. Straks valt er misschien niets meer te oogsten, waarschuwt een internationale beleidsambtenaar. 

    De hoge grondstofprijzen van eind dit voorjaar waren elders wellicht een stimulans om de productie te verhogen. Maar daar tegenover staan de kostenstijgingen waar veel boeren ook mee te maken krijgen, met name door de stijgende prijzen van kunstmest en van de voor hun landbouwapparatuur en voor het transport benodigde diesel. Beleidsambtenaren waarschuwen dat de nu al torenhoge energieprijzen, die in de winter naar verwachting nog verder zullen stijgen, ook hun weerslag hebben op de productie van de voor boeren onmisbare stikstofmest. ‘Als we geen oplossing vinden voor het probleem van de landbouwproductiemiddelen, met name kunstmest, ontaardt de huidige betaalbaarheidscrisis volgend jaar in een beschikbaarheidscrisis,’ waarschuwt Arif Husain, hoofdeconoom bij het Wereldvoedselprogramma van de VN.

    In 2007-2008 zijn de rijstprijzen meer dan verdubbeld als gevolg van exportbeperkingen in India en Vietnam

    Tot dusver bestond er vooral zorg over de graanvoorraden, met name over tarwe en de plantaardige olie waarvan Oekraïne een grote exporteur is. Maar sommige analisten maken zich ook zorgen over de prijs van rijst, het basisvoedsel van heel Azië. Op dit moment beschikken belangrijke rijstproducerende landen zoals India, Thailand en Vietnam nog over ruime voorraden. Maar men vreest voor exportbeperkingen als meer consumenten er door de hoge tarweprijs toe worden gedreven op rijst over te stappen. Slechts 10 procent van de wereldwijde productie van rijst wordt geëxporteerd, dus een exportbeperking van één land kan al een buitensporig effect hebben op de mondiale prijzen. 

    In 2007-2008 zijn de rijstprijzen ook meer dan verdubbeld als gevolg van exportbeperkingen in India en Vietnam in combinatie met hamstergedrag van grote rijstimporterende landen zoals de Filipijnen. ‘We houden de rijstprijzen nauwlettend in de gaten,’ zeggen analisten van de Japanse investeringsbank Nomura. ‘Als mensen onder druk van stijgende tarweprijzen overstappen op rijst, heeft dat mogelijk gevolgen voor het voorraadpeil en kan het belangrijke producerende landen aanzetten tot exportbeperkingen, wat uiteindelijk tot hogere prijzen zal leiden.’ En de autoriteiten houden ook de beschikbaarheid van kunstmest voor de rijstproductie in Azië in het oog.

    Al lang voor de Russische inval in Oekraïne had de voedselonzekerheid in de wereld recordhoogtes bereikt. Als gevolg van de pandemie, de droogtes en andere regionale conflicten leden bijna 770 miljoen mensen in 2021 honger, wat volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) het hoogste aantal is sinds 2006. De FAO voorspelt dat als gevolg van de oorlog in Oekraïne het aantal ondervoede mensen dit jaar met 13 en volgend jaar met nog eens 17 miljoen mensen zal stijgen. De Wereldbank becijfert dat met elke procentpunt stijging van de voedselprijzen 10 miljoen mensen tot extreme armoede vervallen.

    Bovenop de stijgende voedselprijzen kampen veel opkomende economieën ook met een valutadaling

    Grote delen van Afrika, het Midden-Oosten en Centraal-Azië consumeren meer basisvoedingsmiddelen dan ze produceren. Deze regio’s lijden het meest onder wereldwijde prijsstijgingen, aldus de organisatie Gro Intelligence, die landbouwstatistieken verzamelt. Bovenop de stijgende voedselprijzen kampen veel opkomende economieën ook met een valutadaling. Landen in het Midden-Oosten en Afrika die afhankelijk zijn van de graaninvoer uit Oekraïne en Rusland, hebben zwaar onder de prijsstijgingen te lijden. Egypte heeft al aangeklopt bij het IMF, in Turkije is de inflatie opgelopen tot bijna 80 procent en de crisis in Libanon is door de Wereldbank een van de ernstigste van de afgelopen honderd jaar genoemd.

    Ook landen die geen afnemer zijn van Rusland of Oekraïne, maar wel grote netto-importeurs van landbouwgrondstoffen, kampen nu met hogere invoerkosten. De prijzen van basisvoedingsmiddelen zoals brood, pasta en plantaardige olie zijn het snelst gestegen. In Bulgarije kostte een brood in juni bijna 50 procent meer dan een jaar eerder. Plantaardige olie is in Spanje nu al bijna twee keer zo duur als een jaar geleden en in Polen zijn de suikerprijzen met 40 procent gestegen.

    Voedselinflatie

    In landen met lagere inkomens, waar een groot deel van de consumentenuitgaven opgaat aan voedsel, is het voor mensen veel moeilijker om de stijgende kosten van levensonderhoud het hoofd te bieden door hun uitgaven te beperken. In Egypte, waar meer dan een derde van de huishouduitgaven opgaat aan voedsel en niet-alcoholische dranken, kampen de mensen met stijgingen van de voedselprijzen van 24 procent. In Ethiopië, waar een nog groter deel van het huishoudboekje aan voedsel opgaat, bedraagt de voedselinflatie zelfs 38 procent. ‘In een land waar je zelfs op de beste dagen nog altijd meer dan 50 tot 60 procent van je besteedbaar inkomen aan voedsel uitgeeft, is er weinig ruimte om zo’n schok op te vangen,’ zegt Husain.

    Vooral in Afrika ‘bestaat volgend jaar gevaar op hongersnood’, aldus Gilbert Houngbo, voorzitter van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling van de VN. En dat kan weer leiden ‘tot maatschappelijke onrust en massale economische migratie’, voegt hij eraan toe. In 2007-2008 en 2010-2011 hebben grote prijsstijgingen van voedsel ook wereldwijd tot rellen geleid, en de huidige torenhoge voedselprijzen waren een belangrijke factor in de recente onlusten in Sri Lanka. In andere zwaar getroffen landen hebben regeringen de onrust nog kunnen beteugelen door voedsel te subsidiëren. ‘Dat bood wat verlichting,’ zegt Michael Pond, analist bij Barclays, ‘maar op een gegeven moment kan de druk zo hoog worden dat overheden het daarmee niet meer redden. En dan kan het uit de hand lopen.’

    Oekraïense boeren zijn misschien niet in staat of bereid om hun akkers weer te gaan bebouwen

    Niet iedereen denkt dat de crisis zich nog verder zal verdiepen. Eerder deze maand kwam Morgan Stanley met een optimistisch rapport over de toekomst van de voedselprijzen. De bank voorspelt dat de prijsstijgingen in 2023 lager zullen zijn dan verwacht. De graanproductie van boeren zal stijgen, onder meer door een afname van de spanningen in Oekraïne, en dat zal volgens het rapport een matigende werking hebben op de voedselinflatie.

    Maar al hebben sommige internationale handelaren goede hoop dat de heropening van de Zwarte Zee-route de opmaat is naar een ‘de facto wapenstilstand’, het is nog steeds onzeker wat de bedoelingen van Rusland precies zijn. Het blijft aanvallen uitvoeren op gebieden rond de Oekraïense havens. En zelfs al was de oorlog morgen ineens voorbij, dan moet Oekraïne eerst nog zijn landbouw- en haveninfrastructuur herbouwen en de kustwateren mijnenvrij maken. Oekraïense boeren zijn misschien niet in staat of bereid om hun akkers weer te gaan bebouwen.

    Veel analisten en beleidsmedewerkers verwachten dat de huidige voedselcrisis nog jaren zal duren, met de gevolgen van de recente oorlog bovenop die van de klimaatverandering, de pandemie en andere conflicten in de wereld. ‘Al die factoren die de voedselinflatie aandrijven kunnen een rol blijven spelen,’ zegt Pond. Landen die voor hun graan en plantaardige olie afhankelijk waren van Oekraïne spreken nu ook andere invoerbronnen aan, waardoor de prijzen langer hoog zullen blijven, en datzelfde geldt voor de energieprijzen, zegt Laura Wellesley, een onderzoeker van de denktank Chatham House. ‘Het algemene beeld is er toch een van dalend aanbod en hoge prijzen, en weinig vooruitzichten dat daar op korte termijn verbetering in komt.’

    Capital Economics voorziet aanhoudende ‘historisch hoge prijzen’

    Economen waarschuwen dat consumenten zich wellicht op permanent hogere voedselprijzen zullen moeten instellen. Capital Economics voorziet aanhoudende ‘historisch hoge prijzen’ als gevolg van de toenemende wisselvalligheid van het weer. De afgelopen jaren ‘zien we ontegenzeggelijk lagere opbrengsten en kleinere oogsten’ als gevolg van de toenemende invloed van de klimaatverandering, zegt hun hoofdeconoom op het vlak van grondstoffen, Caroline Bain. Sommige analisten speculeren dat de oorlog de aanzet heeft gegeven tot de ontmanteling van een handelsstelsel dat vooral is ingericht op het aan de hele wereld leveren van goedkope goederen (waaronder levensmiddelen). Het wereldwijde handelsstelsel waarin landen alle soorten voedsel konden krijgen, wordt volgens Wellesley niet snel weer de oude. ‘En dat betekent waarschijnlijk aanhoudend hoge prijzen voor voedsel en kunstmest en verschuivingen in de afhankelijkheden van landen, met misschien meer aandacht voor regionale toeleveringsketens.’

    Lees ook:

  • Waarom ‘vergeten’ gewassen de oplossing tot de voedselcrisis zijn

    Waarom ‘vergeten’ gewassen de oplossing tot de voedselcrisis zijn

    De wereldwijde agrovoedingsindustrie is verspillend en schadelijk, maar er zijn manieren om die aan te pakken, aldus landbouwprofessor Sayed Azam-Ali. ‘We moeten lokaal, voedzaam en divers voedsel herontdekken.’

    Verstoringen in de toeleveringsketen, een pandemie, extreem weer en oorlog in Oekraïne hebben barsten in het wereldwijde voedselsysteem aan het licht gebracht die we niet mogen veronachtzamen. Eigenlijk is een volledige transformatie van de agrovoedingsindustrie bittere noodzaak. Dit houdt in dat we de gewassen die we verbouwen, de manier waarop we die verbouwen en de wijze waarop we ze vervoeren moeten diversifiëren.

    Klimaatverandering is funest voor onze voedselvoorziening. Meer dan 40 procent van de tarwe op de Great Plains (het uitgestrekte gebied van prairies, steppen en grasland in het midden van de Verenigde Staten) is aan het uitdrogen. Vanwege overstromingen is in China de tarweoogst dit jaar een van de slechtste ooit. In mei steeg het kwik in India naar een recordhoogte van 49 graden Celsius. En op dit moment zucht een groot deel van Europa onder een dodelijke hittegolf.

    In elke fase, van ploeg tot bord, spelen fossiele brandstoffen een rol

    Daarnaast verstoort de oorlog in Oekraïne de kwetsbare mondiale voedselvoorziening. Rusland en Oekraïne leveren samen 28 procent van de wereldwijd verhandelde tarwe, 29 procent van de gerst, 15 procent van de maïs, en 75 procent van de zonnebloempitten die goed zijn voor 11,5 procent van de markt voor plantaardige olie. Rusland is daarnaast de grootste exporteur van stikstofhoudende kunstmest, de op een na grootste exporteur van kalium en de op twee na grootste exporteur van fosfor – energiebronnen die van groot belang zijn voor de landbouwsector, waar ook ter wereld.

    Waar het op neerkomt is dat we een ‘fossiel voedselsysteem’ hebben: basisgewassen, geteeld in een klein aantal exporterende landen, worden over grote afstanden naar de consument vervoerd. En in elke fase, van ploeg tot bord, spelen fossiele brandstoffen een rol. 

    Zevenduizend plantensoorten

    Wat te doen? Tot op heden is ons antwoord ‘business-as-usual’ geweest. Importerende landen proberen in allerijl alternatieve aanbieders van basisgewassen, zoals tarwe uit Oekraïne en Rusland, te vinden. Streep door de rekening is dat drieëntwintig landen, waaronder India, de uitvoer van tarwe en andere voedingsmiddelen hebben beperkt. Meer landen zullen volgen.

    Nog meer investeren in reguliere basisgoederen loont steeds minder – als we al problemen hebben om een wereldbevolking van 7,8 miljard mensen te voeden, hoe kunnen we dan de voorspelde 10 miljard in 2050 voeden op een warmere planeet?

    Het komt erop neer dat we van een fossiel voedselsysteem moeten overstappen op een toekomstgericht voedselsysteem, met klimaatbestendige en voedzame ‘vergeten’ gewassen, naast allerlei landbouwmethodes die zijn verdrongen door de industriële monocultuur van energie- en kunstmestverslindende producten.

    De mens heeft ongeveer zevenduizend plantensoorten gekweekt. Slechts drie daarvan (tarwe, rijst en maïs) bepalen heden ten dage grotendeels het menselijke voedingspatroon. We gebruiken 10 procent van deze gewassen en 18 procent plantaardige oliën voor biobrandstoffen – wat overeenkomt met de voedselbehoefte van bijna 2 miljard mensen. In 2021 importeerde China 28 miljoen ton maïs om aan varkens te voeren. Van de in de EU en in de VS verbouwde tarwe werd respectievelijk 40 procent en 33 procent aan koeien gevoerd. We moeten stoppen om dieren en machines voedselgewassen te voeren. 

    We moeten een einde maken aan onze verslaving aan een eentonig dieet van uniforme, extreem bewerkte producten

    Ook is het noodzakelijk om landbouwmethoden te diversifiëren en om landschappen, stedelijke ruimtes, gemeenschappelijke grond en zelfs tuinen als voedselbronnen te gaan zien. Veel landbouwvormen kunnen beter tegen extreem weer dan reguliere monoculturen en zijn een potentiële bron van levensonderhoud voor een nieuwe generatie boeren.

    Tot slot behoren we voedsel culturele waarde toe te kennen en zouden we er ook vreugde uit moeten putten – het gaat niet alleen om een economisch goed, een middel om geld te verdienen. Het Global Manifesto on Forgotten Foods, gelanceerd in 2021, roept op tot een actieplan waarin vergeten voedselbronnen, van klimaatbestendige en lokale gewassen zoals fonio en bambara-aardnoot, deze transformatie kunnen bewerkstelligen. We moeten lokaal, voedzaam en divers voedsel herontdekken en een einde maken aan onze verslaving aan een eentonig dieet van uniforme, extreem bewerkte producten die de hele wereld worden overgesleept.

    Dit vereist visie, investeringen, wetenschappelijke kennis en boeren die innoveren in plaats van slaafs nieuwe technologieën afnemen. Als het om het telen van vergeten gewassen in een veranderend klimaat gaat zijn zij de experts, niet wij. Producenten en consumenten, niet bedrijven, moeten het voortouw nemen bij de heroverweging van het voedselsysteem die zo broodnodig is voor het welzijn van de mensheid en de aarde.

    Lees ook: