Tag: LITERATUUR

  • De beste non-fictie van februari

    De beste non-fictie van februari

    Atlas van de homo sapiens brengt kennis uit de archeologie, paleontologie, genetica, geografie, geschiedenis, etnologie en natuurwetenschappen samen & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Het weefgetouw van de tijd – Robert Kaplan

    Terwijl westerse leiders tevergeefs hebben geprobeerd de democratie te promoten in het Grotere Midden-Oosten, is er nu een nieuwe vorm van economisch imperialisme op komst als gevolg van de inmenging van China. Ondertussen voerden machtsvacuüms en grensconflicten de boventoon.


    De mythe van het moederschap – Elisabeth Badinter

    Is moederliefde een instinct dat voortkomt uit een ‘vrouwelijke natuur’, of is het grotendeels een kwestie van sociaal gedrag dat varieert al naargelang het individu, de tijd en de gebruiken? Dat is de inzet van dit historische onderzoek van Elisabeth Badinter.


    Voorbij goed en kwaad – Friedrich Nietzsche

    Friedrich Nietzsche navigeert speels en onnavolgbaar van het ene adembenedenmende panorama naar het andere: perspectivisme, herwaardering van alle waarden, Dionysus versus Apollo, übermensch, decadentie, nihilisme. Geleidelijk aan groeperen deze vergezichten naar een filosofie van de toekomst.


    De laatste dagen van Roger Federer – Geoff Dyer

    Wat gebeurt er als artiesten ouder worden? Wordt hun werk rijper, of verschrompelt het? In deze betoverende meditatie zet Geoff Dyer zijn eigen kennismaking met de late middelbare leeftijd af tegen het laatste werk van schrijvers, schilders en voetballers.


    Atlas van de homo sapiens – Telmo Pievani

    Deze atlas brengt kennis uit de archeologie, paleontologie, genetica, geografie, geschiedenis, etnologie en natuurwetenschappen samen. Het resultaat is een schitterend boek vol intrigerende kaarten, schema’s, foto’s, chronologische tabellen en reconstructies van vroege menssoorten.

  • Yuval Noah Harari: ‘Ik had veel ideeën, maar niemand wilde luisteren. Nu is het andersom’

    Yuval Noah Harari: ‘Ik had veel ideeën, maar niemand wilde luisteren. Nu is het andersom’

    Tien jaar na de publicatie van Sapiens, een van de opzienbarendste boeken van de vorige eeuw, sprak El Mundo met auteur Yuval Noah Harari over hoe dit werk zijn leven veranderde en hoe hij werd verheven tot orakel voor CEO’s en presidenten.

    Toen een virus de wereld angst aanjoeg en op slot deed, hengelden alle grote media naar de mening van Yuval Noah Harari (Haifa, 1976). Om die te krijgen, moest men een verzoek indienen bij de uitgeverijen in de landen die hem publiceren of bij zijn literair agent. Een bevestigend antwoord verleende prestige aan het medium en leverde extra lezers of kijkers op.

    Hetzelfde gebeurde op de dag dat Vladimir Poetin zijn leger opdroeg om Oekraïne binnen te vallen. En toen ChatGPT ons duidelijk maakte dat kunstmatige intelligentie geen futuristisch fenomeen is, maar al lang en breed bestaat en misschien wel ons werk kan overnemen – zelfs eerder dan we dachten. En wat te denken van de oorlog van Israël met Hamas? Iedereen wil het van Harari weten.

    Het bijzonderste aan deze jacht is dat deze extreem gewilde man noch epidemioloog, noch professor Internationale Betrekkingen is. Noch computerwetenschapper. Harari is historicus.

    Maar dat maakt dus niet uit. Zijn populariteit en charisma zijn zo groot dat het niet verwonderlijk was geweest als een doorgewinterde journalist hem zou hebben geprobeerd te strikken voor een verklaring over Rubiales [de voormalige in opspraak geraakte voorzitter van de Spaanse voetbalbond] of de amnestie van Puigdemont [leider van een separatistische Catalaanse politieke partij]. Harari is een orakel geworden, of een gebeurtenis nu plaatsvindt in Tel Aviv, in Washington of in Tokio. In Pretoria of in Madrid. 

    En hij kijkt niet alleen vooruit, maar ook achteruit. Sapiens gaat over het verleden, Homo Deus over de toekomst. Waarom zouden we hem niet vragen naar het heden? Een redelijk recent idee, evengoed. ‘Tien jaar geleden wilde niemand me ergens over interviewen,’ zegt Harari. ‘Ik had veel ideeën die ik wilde delen, maar geen publiek dat naar me wilde luisteren. Nu is het andersom.’

    Be’eri

    Want toen kwam Sapiens, en werd deze tengere man die zeer verzorgd Engels spreekt, Mizrachi-Jood is van Libanese afkomst, homoseksueel en veganist, de intellectueel bij uitstek voor Silicon Valley-tycoons en regeringsleiders. En zijn populariteit neemt nog altijd toe. ‘Ik krijg elke dag verzoeken voor lezingen en interviews. 99 procent daarvan sla ik af. Dat vind ik niet prettig omdat ik het gevoel heb dat ik mensen teleurstel. Toen ik zelfs echt geweldige aanbiedingen begon te weigeren, realiseerde ik me hoezeer mijn leven veranderd is.’

    Deze krant maakt deel uit van die gelukkige 1 procent. Ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de publicatie van Sapiens gaat Harari akkoord met het schriftelijk beantwoorden van enkele vragen. Het doel van het interview is om te laten zien hoe het werk van een onbekende professor, geschreven in een taal die door niet meer dan 16 miljoen mensen wordt gesproken, een wereldwijd fenomeen werd en hoe de auteur ervan verwerd tot het orakel van zijn tijd.

    Harari’s antwoorden kwamen iets later dan verwacht vanwege het Hamas-Israël-conflict en zijn zorgen hierover. Het betroffen persoonlijke zorgen, die verder reiken dan zijn Israëlisch’ staatsburgerschap: zijn oom en tante zijn leden van kibboets Be’eri, die op 7 oktober werd aangevallen. Ze overleefden de aanval door zich in hun huis te verstoppen, terwijl de terroristen hun buren afslachtten.

    Zijn specialisme betrof de autobiografieën van vijftiende- en zestiende-eeuwse soldaten. Niet erg verleidelijk voor een uitgever

    De geschiedenis van Sapiens is fascinerend. Vooral als je bedenkt dat er 25 miljoen exemplaren van zijn verkocht in maar liefst 64 talen. Het werk werd niet alleen geprezen, maar ook bekritiseerd. Critici spreken van gebrek aan originaliteit, gebrek aan wetenschappelijke nauwkeurigheid en vooral ‘populisme’. Misschien nog het meest verbazingwekkend is dat deze bestseller niet zoals gewoonlijk werd geschreven door een Angelsaksische academicus. In dit geval was de auteur dus die jonge historicus die doceerde aan de universiteit van Haifa, en werd het boek geschreven in het Hebreeuws.

    Zoals de meeste wetenschappers had Harari een proefschrift geschreven dat bedoeld was voor een handjevol experts, niet voor het grote publiek. Zijn specialisme betrof de autobiografieën van vijftiende- en zestiende-eeuwse soldaten. Niet erg verleidelijk voor een uitgever.

    Maar alles veranderde toen Harari Guns, Germs and Steel las, een bestseller van de Amerikaanse geograaf en schrijver Jared Diamond. Een openbaring. Dankzij dit boek kwam hij tot de conclusie dat het mogelijk was om een essay te schrijven vanuit mondiaal perspectief. Het idee voor Sapiens was geboren.

    ‘Een paar jaar later, toen ik docent was geworden, stemde ik ermee in om een cursus te geven die ik Inleiding tot de Wereldgeschiedenis noemde. Na een tijdje merkte ik dat er kopieën van mijn aantekeningen begonnen te circuleren, ook onder mensen die niet ingeschreven stonden.’

    Dat was een extra aanmoediging om zijn lesmateriaal om te zetten in een boek. Maar van succes was nog geen sprake. ‘Hoewel Sapiens het goed deed in Israël, was het niet eenvoudig om het in het Engels te publiceren,’ legt Harari uit. ‘Gelukkig vond mijn man een geweldige agent, waarna we drie jaar lang aan de vertaling hebben gewerkt. Mensen denken weleens dat mijn succes van de ene op de andere dag tot stand is gekomen, maar tussen het moment dat ik Sapiens begon te schrijven en de dag dat het een wereldwijd publiek had, zit bijna tien jaar.’

    Mythen

    Ook opvallend is dat Harari’s manuscript door vier Israëlische uitgevers werd afgewezen voordat het werd uitgegeven. Ondanks navraag heeft El Mundo niet kunnen achterhalen of deze achteraf zeer pijnlijke gebeurtenissen hebben geleid tot een toename van het aantal zelfmoorden onder de uitgevers in zijn land.

    ‘Misschien is het meest verleidelijke aan Sapiens wel dat het gaat over de kracht van fictieve verhalen om de geschiedenis vorm te geven. Aangezien ik ben opgegroeid in Israël, realiseerde ik me heel goed in hoeverre deze verhalen kunnen leiden tot de mobilisatie van grote groepen mensen, en zelfs tot conflicten. De ellende in dit deel van de wereld komt niet voort uit een gebrek aan voedsel of uit territoriale ambities, maar is ontstaan door de mythen die mensen elkaar vertellen. Ik weet zeker dat ik me door mijn leven in het Midden-Oosten meer bewust ben geworden van de kracht van verhalen dan wanneer ik in de VS of Groot-Brittannië zou zijn geboren.’

    Door Sapiens realiseerde Harari zich dat zowel zijn geografische als zijn persoonlijke omstandigheden invloed hebben op zijn werk. Zo heeft zijn homoseksualiteit invloed op de manier waarop hij zijn onderzoekswerk benadert, omdat die er voor zorgde dat hij van jongs af aan verhalen van de werkelijkheid leerde onderscheiden.

    ‘Israël was in de jaren tachtig een zeer homofoob land, en dat betekende voor mij dat ik me altijd anders voelde. Het was moeilijk, maar het zette me ook aan het denken. Als tiener kreeg ik te horen dat jongens zich tot meisjes voelen aangtrokken en dat iets anders ingaat tegen zowel de wetten van de natuur als die van God. Het duurde een tijd voordat ik begreep dat ook dat fictie was, dat homoseksualiteit geen enkele natuurwet overtreedt.’ Dat leidde voor Harari tot de vraag: ‘Hoe zit het met God? Als hij zou bestaan, waarom zou hij mensen dan straffen voor de liefde?’

    Harari’s invloed is zo groot dat in een land als Hongarije de regering van Viktor Orbán heeft geprobeerd zijn literaire werk te censureren. Een van zijn kinderboeken, dat onder andere gaat over een echtpaar van twee moeders en het verhaal van een alleenstaande moeder, kreeg een specifiek omslag. Zoals Harari het noemt, ging het ‘in quarantaine’.

    ‘Het bevat geen seksscènes of iets anders wat ongepast zou zijn voor jonge lezers,’ zegt Harari. ‘Voor zover ik weet, wordt de bijbel in Hongarije niet verkocht met een speciaal omslag, ook al staan er zeer expliciete beschrijvingen in van verkrachtingen en incest, die niet echt geschikt zijn voor een jeugdig publiek.’

    ‘Fictieve verhalen geven niet alleen onze samenlevingen vorm, ze veroorzaken ook conflicten’

    In zijn toespraken refereert Harari altijd wel aan menselijke vrijheid, of het nu vrijheid van meningsuiting, seksuele vrijheid of vrijheid van godsdienst is. Uit zijn futuristische voorspellingen spreekt de angst voor de overheersing van mensen door machines – Harari heeft een hang naar het apocalyptische. Wel leerde Harari zijn man, zo vertelde hij in een interview in het Amerikaanse CBS-programma 60 Minutes, kennen via een datingapp. Harari is dus net als iedereen in zekere mate prooi van het dataïsme.

    Een van de belangrijkste boodschappen uit Sapiens, is dat onze soort haar vermogen om de wereld te domineren dankt aan de flexibele samenwerking tussen grote groepen mensen en aan ons geloof in denkbeeldige entiteiten zoals goden, geld of mensenrechten. Wat wij vooruitgang noemen, is in werkelijkheid een zeer goed uitgewerkt fictief verhaal, dat onze economische en institutionele structuren bijeenhoudt.

    In de recente speciale tiendejubileumeditie van Sapiens maakt de auteur een technofoob grapje: hij liet de inleiding schrijven door een kunstmatige-intelligentietool. In zijn beoordeling daarvan schrijft hij: ‘De resulterende tekst is in literair en intellectueel opzicht een mengelmoes. Voorlopig ben ik gerustgesteld: GPT-3 zal mijn baan niet innemen, tenminste voorlopig nog niet. Aan de andere kant sta ik versteld. Ik las de tekst met open mond, stomverbaasd en vol ongeloof.’ Hij geeft toe dat het hem ‘een minuut of twee’ kostte om zichzelf ervan te overtuigen dat de tekst niet van eigen hand was.

    Als AI in staat is om verhalen te vertellen zoals wij dat door de eeuwen heen hebben gedaan, brengt die vaardigheid ons als soort dan in gevaar?

    ‘De mythen en legenden die ons verteld zijn lopen vaak erg uiteen, maar ze hebben allemaal één eigenschap gemeen: ze zijn alle geboren uit de menselijke geest. Nu hebben geavanceerde AI-systemen onze taal gehackt en vertellen ze verhalen zoals de onze. Dat is inderdaad een groot gevaar voor ons. De verhalen geven niet alleen onze samenlevingen vorm, ze veroorzaken ook conflicten. Bedenk hoe moeilijk het vandaag de dag is om te communiceren met iemand die in andere verhalen gelooft dan jij. Stel je nu eens voor hoe moeilijk het zal zijn als er grote groepen mensen zijn wier geloofssystemen door AI zijn gecreëerd. De toenemende aanwezigheid van deze technologie in ons leven zal het ons misschien nog moeilijker maken om elkaar te begrijpen. Het zou kunnen betekenen dat we uiteindelijk allemaal in de hallucinatie van kunstmatige intelligentie leven.’

    Of we nu wel of niet in een gecomputeriseerde matrix leven, Harari heeft veel te danken aan Sapiens. Het boek veranderde hem van anonieme auteur in goeroe van beroemdheden en leiders.

    Hij erkent dat deze bevoorrechte positie zijn beeld van machthebbers heeft veranderd, van wie hij vroeger dacht dat ze een unieke visie op de menselijke natuur hadden. ‘Als dat zo is, dan houden ze die goed geheim,’ zegt hij. Nu wekt hij meer nieuwsgierigheid bij hen op dan andersom. Veel van ’s werelds hooggeplaatsten vragen hem naar zijn profetieën. Wat betreft hun zorgen wijkt het brein van bijvoorbeeld een groot politicus niet veel af van die van bijvoorbeeld een winkelier, heeft Harari gemerkt. ‘Daarom zeg ik tegen politici en zakenmensen die mij om advies vragen, wat ik tegen iedereen zeg: neem de tijd om even uit te schakelen. Van tijd tot tijd hebben we allemaal behoefte aan een informatieloze periode van een dag of twee. Deze mensen voelen een enorme druk om altijd maar verbonden te blijven.’ En hij voegt eraan toe: ‘Hoe machtig iemand ook is, doorgaans heeft diegene geen controle over de eigen geest.’

    Wat in ieder geval duidelijk is, is dat Harari controle wil hebben over zijn eigen tijd; de reden dat hij slechts ‘1 procent’ accepteert van de vele aanbiedingen die hij dagelijks krijgt. Zo houdt hij tijd over om te schrijven.

    Tot slot, wat is het grootste nadeel aan de roem die Sapiens u heeft opgeleverd?

    ‘De constante selfies.’

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Geknetter tussen twee uitmuntende actrices

    Soapachtig gepresenteerde karakterstudies

    FILM | In May December bereidt de beroemde actrice Elisabeth zich voor op een nieuwe film. Daarvoor moet ze zich inleven in het waargebeurde verhaal van Gracie, die twintig jaar eerder een schandaal veroorzaakte door een relatie aan te gaan met de destijds dertienjarige Joe. Volgens de principes van methodacting besluit Elisabeth het stel op te zoeken en hun wereld grondig op zich in te laten werken.

    ‘De plot lijkt rechtstreeks afkomstig van een wellustige soapserie, maar regisseur Todd Haynes benadert zijn materiaal met een intensiteit die doet denken aan de nauwgezette karakterstudies van Ingmar Bergman’, schrijft Geoffrey Macnab in The Independent. ‘Bovendien zorgt hij ervoor dat hoofdrolspelers Natalie Portman en Julianne Moore uitmuntende vertolkingen neerzetten.’

    ‘Zijn enscenering is vaak heerlijk irritant’ 

    Andreas Köhnemann vindt in Kino-Zeit dat Haynes als een soapregisseur te werk is gegaan: ‘Zijn enscenering is vaak heerlijk irritant, met alle mechanismen van het Hollywood-melodrama, zoals hij ook nadrukkelijk kiest voor een cheesy muzikaal leidmotief. Daarbij lijkt het acteerwerk van Portman en Moore nep en kitsch, zoals alleen mensen die écht talent hebben dat kunnen.’   

    Radhika Seth van Vogue noemt de ‘eigenzinnige karakters van de hoofdrollen cruciaal voor het succes van de film’, maar vindt dat Charles Melton als Joe ‘net zoveel eer toekomt.’ Wat onder een andere regie ‘een grimmig en zwaar drama had kunnen worden, verandert volgens Seth in ‘een lichte, soms echt grappige fabel’, terwijl de ‘manier waarop het drama zich ontvouwt de sfeer oproept van de films van Pedro Almodóvar’.

    ‘Op weg naar het listige einde kabbelt het een beetje’, oordeelt Stephanie Zacharek in Time. Ze kreeg het gevoel dat ‘Haynes twijfelde tussen een cerebraal drama en een zoetsappig, soapachtig, hedendaags verhaal en daarom in het midden is blijven hangen. De film had meer vuur mogen hebben, maar Haynes’ vakmanschap en het geknetter tussen Moore en Portman zijn verleidelijk genoeg.’  

    Door Diederik Samwel

    May December

    Racisme, slavernij, schuldgevoel en moederschap

    Debuut over de verdeeldheid van Soedan

    FILM | Regisseur Mohamed Kordofani zegde in 2019, op 39-jarige leeftijd, zijn baan als luchtvaartingenieur in Bahrein op om zich in zijn geboorteland Soedan op de film te richten. Een makkelijke periode om te filmen was het niet, vertelt hij aan Courrier International. In april 2023 brak er een burgeroorlog uit, en ook filmlocaties hadden daaronder te lijden.

    Het idee voor Goodbye Julia, aldus Kordofani, ontstond na het referendum in 2005, waarbij Zuid-Soedanezen mochten beslissen of ze al dan niet bij het noorden van het land wilden blijven horen. ‘We wisten allemaal dat de scheiding zou plaatsvinden, maar dat dit met 99 procent van de stemmen zou gebeuren is krankzinnig. (…) Ik besefte dat Zuid-Soedanezen werden behandeld als tweederangsburgers, en dat het probleem ons racisme was, niet de politiek. Ook besefte ik dat ik bijna geen Zuid-Soedanezen kende, hoewel er in Khartoem, waar ik ben opgegroeid, heel veel woonden.’

    ‘Er zijn geen goeieriken of slechteriken, alleen mensen die soms slechte dingen doen, net als in mijn eigen familie’

    Het verhaal gaat over twee vrouwen: Julia (Siran Riak), een christelijke vrouw uit het zuiden van het land die opgroeide in Khartoem, en Mona (Eiman Yousif), een rijke vrouw uit de Arabische meerderheid in het noorden. Kordofani wilde nadrukkelijk empathie overbrengen voor al zijn personages: ‘Er zijn geen goeieriken of slechteriken, alleen mensen die soms slechte dingen doen, net als in mijn eigen familie.’

    Variety spreekt van een ‘intelligent en meelevend script’, waarin het politieke nooit het persoonlijke overstemt. Volgens de Spaanse filmsite La Estatuilla slaagt Kordofani erin driedimensionale karakters te creëren en ideeën over racisme, slavernij, schuldgevoel en moederschap met elkaar te verweven. Flickering Myth typeert de film als ‘een hartverscheurend, emotioneel uitputtend verhaal over schuldgevoelens’. 

    Maar volgens sommige recensenten ligt de nadruk toch te veel op die politieke kant

    Maar volgens sommige recensenten ligt de nadruk toch te veel op die politieke kant. ‘De openingsscènes in Khartoem zijn gefilmd als een tikkende tijdbom, maar in de loop van het tweede en derde bedrijf neemt de spanning af en betreedt Kordofani bekend terrein’, schrijft bijvoorbeeld CairoScene. Volgens het Spaanse Caimán Cuadernos de Cine ‘kiest Kordofani voor een enscenering die even functioneel als overdreven correct is en de symbolische kracht van zijn personages bevordert’. (Op de vraag van CI hoe hij zijn Zuid-Soedanese karakters heeft vormgegeven antwoordt Kordofani dat hij veel video’s van Zuid-Soedanezen heeft bekeken.)

    Screen International verzucht dat dit verhaal over religieuze vervolging en diepgeworteld racisme zich dan misschien afspeelt in Soedan tussen 2005 en 2010, maar ‘zeer relevant en helaas tijdloos’ aanvoelt.  

    Door Laura Weeda

    Goodbye Julia 1 2

    Existentiële angsten als inspiratie 

    Gevoelvolle mix van neo-soul en R&B

    MUZIEK | De Britse singer-songwriter Sampha Lahai Sisay (35), wiens ouders uit Sierra Leone emigreerden, geniet vooral bekendheid als producer van onder meer Drake, Frank Ocean, Kendrick Lamar, Solange Knowles en Kanye West. Als soloartiest won hij in 2017 met zijn debuut Process de Britse Mercury Prize voor het beste album van het jaar. Zes jaar later krijgt Sampha’s tweede plaat Lahai lovende kritieken in de internationale muziekpers.

    ‘Fascinerende crisismuziek’, schrijft Annet Scheffel voor Zeit Online: ‘Dit album is nog ambitieuzer dan zijn debuutplaat. Een sprankelende, eigenzinnige pophybride waarin soul, elektronische muziek, jazz, jungle en West-Afrikaanse folk in elkaar overvloeien.’  De Duitse recensent benadrukt dat ‘existentiële angsten’ ten grondslag liggen aan Sampha’s muziek: ‘Of het nu gaat om de dood van zijn moeder of de geboorte van zijn dochter: het draait om de eeuwige levenscyclus en de crises die je onderweg doormaakt.’  

    Deze plaat is het perfecte voorbeeld van de manier om een crisis te sublimeren

    Nino Ciglio van het Italiaanse muziekmagazine SentireaScoltare gaat daar nog overheen: ‘Deze plaat is het perfecte voorbeeld van de manier om een crisis te sublimeren. Hij laat horen hoe persoonlijk leed magie in zich draagt, waardoor uit elke situatie poëzie wordt geboren.’ Cignio noemt als ‘meest kenmerkende element’ van het album de ‘onuitputtelijke hoeveelheid stemmen. De spanning die daaruit voortkomt is magnifiek en biedt ons een perfecte lens om in Sampha’s besluiteloze, angstige en rusteloze ziel te kijken.’ ‘Dit album is geïnfecteerd door Sampha’s emotionele crisis’, schrijft Alexis Petridis in The Guardian: ‘Hoe mooi de melodieën ook zijn en hoe warm zijn stem ook klinkt, aan het geagiteerde van de zang valt niet te ontkomen.

    Tegelijkertijd wordt de spanning tussen de verschillende tracks effectief opgebouwd en wordt de luisteraar meegevoerd in een periode van twijfel, zorgen en verdriet.’ Cameron Cook schrijft voor Pitchfork over het ‘transcendente en spirituele’ van Sampah’s muziek en tekst: ‘Alsof je luistert naar iemand die zijn eigen, persoonlijke manier van bidden uitvindt.’ Op een paar van de nummers deden de ‘honingzoete synthesizers en schichtige drumbeats’ de criticus denken aan de ‘mystieke R&B van Erykah Badu en aan de popexperimenten van Björk.’ 

    Door Diederik Samwel

    Sampha Lahai Cover 2

    ‘Helderder dan de meeste gezonde mensen’

    Postume erkenning voor Shi Tiesheng

    LITERATUUR | ‘Mijn beroep is ziek zijn, mijn hobby is schrijven’, zou de Chinese auteur Shi Tiesheng (1951-2010) hebben gezegd. Op 21-jarige leeftijd raakte hij verlamd tijdens een ongeluk op het platteland van de Chinese provincie Shaanxi, en hij kreeg bovendien al vroeg last van nierfalen. Volgens Helen Deng, in een necrologie op Shenzhen Daily, is dit mogelijk een van de redenen dat zijn werk zo invloedrijk was: ‘Omdat hij lichamelijk beperkt was en bijna dagelijks met de dreiging van de dood werd geconfronteerd, was zijn perceptie van de wereld zeer spiritueel en zijn kijk op het leven helderder dan die van de meeste gezonde mensen.’

    Anders dan andere Chinese schrijvers uit zijn tijd zou hij niet bezig zijn geweest met lucratief schrijven; zijn boeken zijn ‘het resultaat van lang en diep nadenken’.  Toch kreeg hij volgens velen niet de erkenning die hij verdiende. In een artikel van China Daily wordt ‘Ik en de tempel van de aarde’ (銌与礜坛) uitgeroepen tot een van de beste Chinese essays van de twintigste eeuw. Zijn Notities van een theoreticus (务虚笔记), dat in 1996 uitkwam, werd in een ander China Daily-artikel ‘vergelijkbaar met, maar beter dan “Zielenberg” (▲秺舝◎, 1989) van Nobelprijswinnaar Gao Xingjian’ genoemd en uitgeroepen tot ‘vergeten klassieker’.  Op 59-jarige leeftijd vond Tiesheng als gevolg van zijn ziekten de dood. ‘Je hoeft de dood niet tegemoet te rennen. De dood is iets wat je niet zult missen, een vakantie die vroeg of laat begint’, citeert Deng.  

    Door Laura Weeda

    Notities van een theoreticus
  • Betekent de sensitivityreader het einde van de literatuur?

    Betekent de sensitivityreader het einde van de literatuur?

    De sensitivityreader maakt opgang in de literatuur: iemand die een boek controleert op kwetsende passages voor minderheden. Voor de Spaanse auteur Carmen Domingo betekent dit ‘politiek correcte censuur’. Universitair docent Helen Young vindt juist dat sensitivityreaders auteurs kunnen behoeden voor blinde vlekken.

    Nee: ‘Ze maken het boek authentieker’

    Tegenwoordig is er steeds meer bewustzijn over de manier waarop minderheden worden gerepresenteerd, schrijft universitair docent communicatiewetenschap Helen Young in een opiniebijdrage op The Conservation. Ook in de literaire wereld. Daarom ‘wordt er nu routinematig een sensitivityreader‘ – oftewel een gevoeligheidslezer – ‘ingezet als de auteur schrijft over culturen die buiten zijn of haar belevingswereld liggen. (…) Een roman met een transgender inheems personage wordt dan idealiter eerst gelezen door een transgender inheems persoon, enzovoort’, aldus Young.

    ‘Tegenstanders van lezen op gevoeligheden suggereren vaak dat het een soort censuur is. In 2017 beweerde romanschrijver Lionel Shriver dat de praktijk “creativiteit de das omdoet”. Maar door sensitivityreaders te zien als experts, zoals de redacteuren met wie auteurs regelmatig werken, krijg je een heel ander beeld.’ Volgens Young dragen gevoeligheidslezers bij aan de artistieke kwaliteit van een werk ‘door details te ontdekken die niet kloppen en door scenario’s en verhaallijnen te herkennen die, om wat voor reden dan ook, iemand uit hun eigen gemeenschapn waarschijnlijk niet zouden overkomen. Dit maakt een boek authentieker.’

    ‘Sensitivityreaders hebben expertise vanuit hun ervaring’, stelt de universitair docent communicatiewetenschap. ‘Ze zijn beter in staat om onnauwkeurigheden en stereotypen over hun gemeenschap vast te stellen dan mensen die daar geen deel van uitmaken.’

    ‘Stereotypen kunnen schadelijk zijn, zelfs als ze positief lijken’

    ‘Lezen, of het nu fictie of non-fictie is,’ vervolgt ze, ‘is een van de manieren waarop we leren over de wereld buiten onze eigen ervaring. Fouten kunnen ons verkeerde indrukken en overtuigingen geven, dus het vermijden ervan is ethisch en moreel gezien belangrijk, maar ook esthetisch. Stereotypen kunnen schadelijk zijn, zelfs als ze positief lijken. Ze zijn gebaseerd op veronderstellingen en weerspiegelen niet de individualiteit en menselijkheid van mensen.’

    Young vergelijkt de sensitivityreader met een historicus die is ingeschakeld om advies te geven over een historische roman. Maar volgens haar is de taak van de gevoeligheidslezer van groter belang dan alleen het signaleren van fouten: ‘Een dertiende-eeuws harnas in een film die zich afspeelt in de vijftiende eeuw kan geen kwaad, maar een stereotiepe of anderszins onnauwkeurige weergave van een gemarginaliseerde groep wel’.

    Ze concludeert: ‘Sensitivityreaders kunnen niet garanderen dat een boek, film of game geen slechte representatie bevat of bekritiseerd wordt. Ze kunnen wel een belangrijk onderdeel zijn van het verbeteren van diversiteit en inclusie – maar alleen als auteurs en uitgevers hun inzichten, tijd en welzijn waarderen.’

    Helen Young is universitair hoofddocent aan de School of Communication and Creative Arts van de Australische Deakin-universiteit. Haar onderzoek omvat ras en witheid in populaire cultuur, mediëvistiek, en games.


    Ja: ‘Het is progressieve censuur’

    In een opiniestuk in El País vergelijkt de Spaanse auteur Carmen Domingo de sensitivityreader met de censor uit de tijd van de dictatuur van Franco (1939-1975). ‘We hebben de censor van vroeger geüpdatet naar een progressieve versie: de franquistische censor was niets anders dan de “sensitivityreader van het fascisme”.’

    Domingo is dan ook niet van mening dat sensitivityreaders bijdragen aan de literaire kwaliteit van een boek. ‘De realiteit is dat het er uiteindelijk om gaat meer exemplaren te verkopen – het draait altijd om geld. Hun commerciële theorie is dat als je niemand beledigt, je een grotere markt aanspreekt. Literaire kwaliteit is allang verleden tijd; wat telt is de hoeveelheid geld die een boek oplevert’, aldus Domingo, die recent een boek over cancelcultuur heeft geschreven: Cancelado (‘Gecanceld‘).

    ‘Deze gevoeligheidspolitie, geloof me, doet niets anders dan literaire creativiteit en spontaniteit belemmeren’, stelt Domingo, die veel vragen heeft over het fenomeen: ‘Wordt een roman er beter van als je politiek correct bent? Hoe komen ze op het idee dat het vóórkomen van racisme in een roman een excuus is voor racisme? Kan het inperken van de vrijheid van auteurs door censuur uiteindelijk een goed literair product opleveren? Zijn onbeschaamdheid en rebellie niet de manier om de kunst vooruit te helpen? Zijn we niet méér bezig met niemand kwetsen en geld verdienen dan met provoceren?’

    ‘Ik wil geen deel uitmaken van een literaire autocratie waarin alle afwijkende stemmen tot zwijgen zijn gebracht’

    De Britse auteur Rebecca Abrams deelt de mening van Domingo. In Financial Times schrijft ze: ‘Het wijdverbreide gebruik van lezen op gevoeligheden in alle fictie en non-fictie, hoe goed bedoeld ook, roept meer vragen op dan het beantwoordt.’ Abrams ziet maar al te vaak dat sensitivityreaders ‘ongevoelig zijn voor het schrijfproces zelf, toondoof voor ironie en intolerant voor dubbelzinnigheid’, en dat ze geen geduld hebben voor het concept dat een personage zich ontwikkelt.

    ‘Op deze manier lezen, ongeacht je ideologische perspectief, is in strijd met de relatie tussen schrijvers en lezers, die inherent consensueel is, vrijelijk aangegaan door beide partijen’, stelt ze. ‘De rol van uitgevers is niet om de verbeelding van auteurs in te tomen of de gevoelens van lezers te omzeilen, maar om hun schrijvers te steunen, discussie te stimuleren, met respect voor verschillen en zonder angst voor gevoeligheden.’

    De Britse auteur sluit haar opiniestuk af met een gloedvol betoog voor schurende literatuur. ‘Ik wil dat de boeken die ik lees me verontrusten, uitdagen – ja, zelfs beledigen. Ik wil dat ze me uit mijn metaforische luie stoel schudden. Ik wil geen sensatiezucht omwille van de sensatie, of hersenloze vulgariteit, of gratuite provocatie. Maar ik wil wel weten hoe de wereld eruitziet voor mensen die niet zijn zoals ik. Ik wil in fantasiewerelden wonen die verschillen van de mijne. Ik wil deel uitmaken van een wereld van lezers en schrijvers die het erover eens dat ze het met elkaar oneens zijn, niet in een literaire autocratie waarin alle afwijkende stemmen tot zwijgen zijn gebracht.‘

    Carmen Domingo Soriano (Barcelona, 1970) is een Spaanse filoloog en auteur. Haar essays, romans en toneelstukken gaan meestal over de geschiedenis van de vrouw in Spanje. Domingo’s laatste boek heet Cancelado: El nuevo Macartismo. (Gecanceld: Het nieuwe mccarthyisme).

    Lees ook:

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Een film die nederig maakt

    In Ben Trong Vo Ken Vang draait alles om de ziel

    FILM | Een oude dame, door haar familie weggezet als seniel, kan over de grootste wijsheid beschikken. Dat is een van de boodschappen van de film Ben Trong Vo Ken Vang (‘Binnen in de gouden cocon’) van de Vietnamese regisseur Pham Thiên Ân, in het Engels vertaald als Inside the Yellow Cocoon Shell. ‘Zielen zijn kwetsbaar,’ zegt de oude dame. ‘Ze zijn licht. Als ze de stank van de aarde inademen, lijden ze. Maar het meest triest voor ze is nog dat ik moet terugkeren naar dit lichaam.’ Bij de woorden van deze oude dame kreeg de recensent van de Vietnamese site Saigoneer tranen in de ogen. ‘Misschien omdat ze weerspiegelden wat mijn eigen ba ngoai [grootmoeder van moederskant] geloofde, namelijk dat als iemand ooit naar deze wereld zou kunnen terugkeren nadat hij deze heeft verlaten, dat misschien is om anderen verdriet te besparen.’

    De hoofdpersoon van Inside the Yellow Cocoon Shell vangt na de dood van zijn schoonzus haar vijfjarige zoontje op, met wie hij op zoek gaat naar zijn broer, die al jaren wordt vermist. Vanuit Ho Chi Minh reizen ze naar een provincie die ‘bergachtig [is] en gehuld in mist’. Tijdens zijn odyssee plaatst Thien steeds meer vraagtekens bij de man die hij is geworden, ‘bezorgd en ontevreden, in strijd met de katholieke religie waarmee hij opgroeide’. Op hem is de metafoor van de pop sterk van toepassing. ‘De gouden cocon is (…) het vleselijke omhulsel dat mensen naar onrust en chaos leidt, op zoek naar fortuin en succes. In de cocon bevindt zich de pop, die de ziel van elke per- soon symboliseert’, analyseert Viet Nam News. ‘De hoofdpersoon is een vergeten ziel die diep vanbinnen worstelt om zichzelf te transformeren, om uit de cocon van verleidingen en sociale vooroordelen te komen, om een nieuwe en authentieke mens te worden.’ De naam van de verloren broer, Tam, betekent toepasselijkerwijs ‘ziel’.

    De naam van de verloren broer, Tam, betekent toepasselijkerwijs ‘ziel’

    De Saigoneer-recensent spreekt van een ‘trage, meanderende film, meditatief, mysterieus’, met typisch Vietnamese toon, sfeer en landschappen. Mede dankzij het mooie camerawerk kun je je ratio volgens hem tijdens het kijken van de drie uur durende film ‘op een laag pitje zetten en jezelf laten gaan (…) De film dwong mij tot nederigheid jegens sterkere krachten, bekend en onbekend, zichtbaar en onzichtbaar.’ 

    Door Laura Weeda

    ben trong vo ken vang 16886977707901642144319 2

    Schuldenaars versus klimaatactivisten

    Onevenwichtige maar charmante Franse komedie

    FILM | Met Intouchables en Hors normes bewezen Olivier Nakache en Éric Toledano prima overweg te kunnen met gevoelige sociale thema’s als racisme en ongelijke kansen. In hun nieuwe speelfilm Une année difficile plaatst het Franse regisseursduo ditmaal persoonlijke geldproblemen tegenover zorgen om klimaatverandering. Het verhaal draait om Albert en Bruno, twee aan lager wal geraakte dertigers die in hun zoektocht naar duistere dealtjes en makkelijk geld verdienen, verzeild raken tussen militante milieuactivisten. Daar valt Albert als een blok voor actieleidster Cactus, met alle komische en romantische verwikkelingen van dien.

    Robert Daniels van Screen Daily houdt het op ‘een simpele screwballcomedy’ die wordt gekenmerkt door ‘de zorgwekkende leegheid van de personages’. Volgens hem doen hoofdrolspelers Pio Marmaï en Jonathan Cohen het ‘geweldig als komische stuntelaars’, maar hij mist vooral ‘de romantische chemie, emotionele spanning en politieke geestdrift’.

    ‘Eindelijk weer een grappige Franse film die niet vulgair is’

    Éric Neuhoff van Le Figaro heeft zich juist prima vermaakt met de film. Hij is goed te spreken over de ‘totale afwezigheid van cynisme in deze goedmoedige kroniek’. Bij het verlaten van de bioscoop moest hij de neiging onder-drukken om een megafoon te pakken: ‘Eindelijk weer een grappige Franse film die niet vulgair is.’

    Hoewel ze opnieuw de ‘frictie tussen twee cruciale maatschappelijke thema’s’ als uitgangspunt kiezen, ‘slaan de makers de plank deze keer mis’, schrijft Stéphane Jonathan in Sud Ouest: ‘Het evenwicht ontbreekt in deze humanistische komedie. Schuldenlast en klimaatproblemen zijn niet meer dan decorum voor komische en romantische situaties. Ondanks het ritme, de gratie en charmes van de acteurs.’

    Door twee failliete, gewetenloze profiteurs neer te zetten in een omgeving van wereldverbeteraars, heeft de film vermeden de kant van ‘green bashing’ op te gaan, en dat is prijzenswaardig, zegt Jérémy Bernède in Midi Libre. ‘Met grote elegantie is ook de moralistische valkuil vermeden.’ Het eindresultaat is volgens hem een ‘optimistisch, rommelig en toch ook verenigend verhaal. Onvolmaakt, dus menselijk en verschrikkelijk aandoenlijk.’

    ‘Het verhaal loopt uit de hand en wordt gaandeweg steeds ongeloofwaardiger’

    ‘Het verhaal loopt uit de hand en wordt gaandeweg steeds ongeloofwaardiger’, vindt Laurent Cambon van cultuursite AVoir-ALire. ‘Tegelijkertijd is het door de oprechte themakeuze moeilijk om iets slechts over deze film te zeggen.’ 

    Une année difficile van Éric Toledano en Olivier Nakache is vanaf 26 oktober te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

    une annee difficile

    Gezamenlijk ten strijde tegen het Über-kapitalisme

    Manifest van een politieke veteraan

    NON-FICTIE | Voor wie zijn campagnes als Amerikaanse presidentskandidaat heeft gevolgd, bevat Bernie Sanders’ boek It’s OK to Be Angry About Capitalism geen nieuws, meldt Rolling Stone. Volgens het magazine pleit Sanders voor een ‘politieke revolutie om de destructieve aard van het kapitalisme aan te pakken.’ Wel nieuw zijn ‘de uitgewerkte diagnoses van de centrale dilemma’s in de VS’ en persoonlijke verhalen, bijvoorbeeld over hoe zijn oudere broer hem liet ‘kennismaken met het werk van Sigmund Freud en Karl Marx’.

    The Sydney Morning Herald spreekt van ‘een vernietigende aanklacht tegen het Über-kapitalisme’, waarbij Sanders ‘leefbare lonen, met publiek geld gefinancierde gezondheidszorg, gratis openbaar onderwijs en een progressief belastingstelsel’ als oplossingen aandraagt. De recensent plaatst hem in de traditie van Franklin Roosevelt ‘die mensenrechten zonder economische rechten min of meer zinloos vond’.

    Het is een ‘perfide idee om te geloven dat het kapitalisme over een zelfregulerend mechanisme beschikt’

    The Canberra Times beschouwt Sanders’ boek als een serieuze oproep: ‘Het gaat niet om een raaskallende socialist wiens ideeën evenveel waard zijn als een paar handgemaakte wollen wanten.’ Volgens de krant is het een ‘perfide idee om te geloven dat het kapitalisme over een zelfregulerend mechanisme beschikt’. De beste oplossing was om ‘twintig jaar geleden de problemen met het kapitalisme te benoemen. De op een na beste is om dat nu te doen.’ 

    Bernie Sanders: Het is oké om kwaad te zijn op het kapitalisme, vertaald door Nicole Seegers, uitgeverij Balans.

    Door Diederik Samwel


    De missie van Marsalis

    Ode aan de meest dynamische stad ter wereld

    MUZIEK | Wynton Marsalis was achttien toen hij voor zijn muziekopleiding naar New York verhuisde, de stad die hij omschrijft als ‘de meest dynamische, bedrijvige en kosmopolitische metropool die de moderne wereld ooit heeft gekend’, aldus Financial Times. Veertig jaar later gebruikte hij deze stad als inspiratie voor zijn meest recente en vierde symfonie, genaamd The Jungle. FT beschrijft deze als ‘een zeer lijvige (…) symfonie vol onstuitbare energie, lef en gedrevenheid’. Deze zou meer samenhang vertonen dan eerdere werken van de uit New Orleans afkomstige trompettist en componist, die graag jazz, blues, big band en klassieke muziek combineert, maar bovenal jongeren in aanraking wil brengen met jazz.

    Vanwege zijn uitgesproken visie op het genre zien sommigen hem als controversieel figuur, aldus The Independent. Volgens Marsalis is jazz, nadat het in New Orleans ontstond en zich doorontwikkelde tot de verschijning van John Coltranes A Love Supreme in 1964, in avant-gardistisch verval geraakt; ‘tot Marsalis in de jaren tachtig arriveerde als grote redder die amper zijn tienerjaren was ontgroeid.’

    Door zijn opvattingen op tv te promoten, blies hij jazz nieuw leven in en werd het genre verheven tot hogere cultuur 

    ‘Door zijn opvattingen op tv te promoten, blies hij jazz nieuw leven in en werd het genre verheven tot hogere cultuur.’ The Guardian omschrijft de muzikant als een ‘teleurgestelde modernist: enthousiast over de jazzavantgarde van de jaren twintig tot vijftig, niet onder de indruk van de postmoderne fusies en eigenzinnige abstracties die volgden’.

    Voor Marsalis is jazz niet alleen de autobiografische muziek van Amerika, maar bovendien het geluid dat ‘we de wereld rond hebben gestuurd om het beste wat ons land te bieden heeft te vertegenwoordigen’, vertelde hij Chicago Tribune. De grote jazzambassadeurs van het verleden verspreidden volgens hem idealen van vrijheid en democratie, belichaamd in de klanken van jazz. Hij ziet het als zijn missie ‘de maal- stroom van het moderne leven [te begrijpen] en luisteraars te herinneren aan wat ons samenbrengt’.

    Dat doet hij niet alleen in zijn muziek, maar ook in artikelen en lezingen. Op 12 november houdt Marsalis op de Erasmus Universiteit Rotterdam een Nexus-lezing over muziek, cultuur en democratie.

    Door Laura Weeda

    wynton marsalis
  • Schrijver Salman Rushdie ontvangt prestigieuze Duitse vredesprijs

    Schrijver Salman Rushdie ontvangt prestigieuze Duitse vredesprijs

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tienduizenden deelnemers aan pro-Palestina-betogingen in Europa

    » Veroordelingen in Iran voor journalisten die zaak-Amini versloegen

    In zijn speech riep Rushdie op tot verdediging van het vrije woord

    De schrijver Salman Rushdie heeft zondag een prestigieuze Duitse prijs in ontvangst genomen voor zijn werk. In zijn dankwoord sprak hij volgens de Frankfürter Allgemeine Zeitung van het belang de vrijheid van meningsuiting altijd te blijven verdedigen. Rushdie ontving de Vredesprijs van de Duitse boekhandel voor het feit dat hij is blijven schrijven, ondanks tientallen jaren van bedreigingen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Duitse prijs, waaraan 25.000 euro is verbonden, wordt sinds 1950 uitgereikt. De Duitse jury zei eerder dit jaar dat ze Rushdie wilden eren ‘voor zijn vastberadenheid, zijn positieve levenshouding en voor het feit dat hij de wereld verrijkt met zijn plezier in het vertellen’. In augustus 2022 werd Rushdie neergestoken toen hij op het podium stond van een literair festival in New York.

    Rushdie komt binnenkort met een boek over de aanval, waarbij hij zijn rechteroog verloor. Hij noemt het een manier ‘om geweld te beantwoorden met kunst’. Reden voor de aanval was mogelijk een fatwa, uitgevaardigd door de Iraanse ayatollah Ruhollah Khomeini vanwege passages in Rushdies roman De duivelsverzen waarin de profeet Mohammed bespot zou zijn.

    Lees ook:

  • Wat leest AI het liefst?

    Wat leest AI het liefst?

    Als je wilt weten wie iemand is, vraag dan wat voor boeken hij leest. Dit principe bracht een groep studenten aan de School of Information op het idee om onderzoek te doen naar de literaire voorkeuren van kunstmatige intelligentie (AI). Daaruit blijkt dat aan programma’s als Chat-GPT nog het nodige mankeert.

    Sinds de opkomst van de ontwikkelde burgerij in de achttiende eeuw biedt een blik in de boekenkast – en later in de platencollectie – een geliefd inkijkje in de persoonlijkheid en de normen en waarden van iemand die je nog niet zo goed kent. De Engelse romanschrijver Nick Hornby ging in High Fidelity zelfs zo ver dat hij zich afvroeg of je wel van mensen kunt houden die naar Phil Collins luisteren. Voor het antwoord had hij 320 pagina’s nodig.

    Deze gewoonte kwam gedurende de coronapandemie weer in zwang, omdat bij Zoom- en Teams-vergaderingen de boekenkast op de achtergrond deskundigheid uitstraalde. Waarom zou dezelfde methode niet ook werken bij kunstmatige intelligentie, die immers pretendeert onze dagelijkse begeleider te zijn? Dat was In elk geval het idee van een groep economiestudenten aan de School of Information van de University of California in Berkeley.

    Zij zijn niet de enigen die zich dat afvragen. Wat hebben Chat-GPT en GPT-4 eigenlijk allemaal gelezen? OpenAI, de onderneming die deze programma’s ontwikkelt, koestert het geheim van de data waarmee de programma’s getraind worden net zo streng als het algoritme. Wat het onderzoek van de studenten er niet makkelijker op maakt, maar ook niet kan tegenhouden. Op de School of Information hebben ze uit de antwoorden van de AI op de vraag naar de teksten waarop ze zich baseert, via een complexe methode een leeslijst met 572 titels opgesteld. Deze lijst is een perfect psychogram van de GPT-AI’s, om niet te zeggen een digitale canon.

    Leeslijst

    De eerste 20 plaatsen van de lijst worden bezet door klassieke Amerikaanse schoolboeken als Moby Dick, The adventures of Huckleberry Finn en 1984, klassieke literatuur (met liefst 2 titels van Jane Austen en Arthur Conan Doyle) en een paar populaire bestsellers als Fifty Shades of Grey. De zogenaamde wereldliteratuur komt er nauwelijks aan te pas en omvat behalve een paar vertalingen uit Azië en Afrika vooral literatuur in het Engels. (En mocht je je dat afvragen: geen enkel Duits boek).

    Daarnaast is er een lijst met de top 50 van boeken die onder het auteursrecht vallen. Dit is een onderwerp apart, omdat het onderzoek daarmee en passant het bewijs levert dat OpenAI en andere AI-ondernemingen in hun trainingsbestanden wel degelijk auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken. Als een AI correcte antwoorden op vragen over auteursrechtelijk beschermde werken genereert en die zelfs kan imiteren, is dat een indicatie dat deze werken zich in de trainingsdata bevinden. Dit is vooral een juridische kwestie, omdat het in de VS nog maar de vraag is of miljardenondernemingen als OpenAI deze boeken onder de fair use-clausule mag gebruiken en of ze in Europa onder de blanco-toestemming voor het verzamelen van gegevens voor onderzoeksdoeleinden vallen. Deze lijst met meer hedendaagse boeken overlapt de grote lijst voor een belangrijk deel. Maar er staan nog maar weinig moderne klassiekers op als Harper Lee’s To kill a mockingbird, John Steinbecks The grapes of wrath en Irvine Welsh’ Trainspotting. Science fiction en Fantasy zijn daarentegen zwaar oververtegenwoordigd met boeken als Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien, The Hunger games van Suzanne Collins, Do Androids Dream of Electric Sheep? van Philip K. Dick, The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Douglas Adams, Game of Thrones van George R.R. Martin en Dune van Frank Herbert. 

    ‘Dit is de lijst van boeken die op het nachtkastje liggen van elke eenzame, heteroseksuele, witte, mannelijke nerd’

    De digitale canon weerspiegelt daarmee exact de smaak van de in Silicon Valley dominante demografische groep. Of zoals tech-journalist Adam Rogers van Business Insider het treffend formuleerde: ‘Dit is de lijst van boeken die op het nachtkastje liggen van elke eenzame, heteroseksuele, witte, mannelijke nerd.’ In Amerika dan, moeten we erbij zeggen. Een testje met Duitse boeken, waarbij we dezelfde methode gebruiken: een invuloefening voor paar instapromans. Die Vermessung der Welt van Daniel Kehlmann herkent GPT-4 in een oogwenk, Italienische Reise van Goethe verwart het met Die Leiden des jungen Werther en Thomas Manns Buddenbrooks met Doktor Faustus. Unterleuten van Juli Zeh, Tschick van Wolfgang Herrndorf en Der Schwarm van Frank Schätzing: forget it.

    Kennisdiagrammen

    Het onderzoek verklaart niet alleen wat AI leest, maar ook hoe. Het probleem van de trainingsdata van AI-toepassingen gaat veel verder dan een blik in de boekenkast. De datasets waarmee deze machines worden getraind, worden door algoritmes gesorteerd in knowledge graphs, kennisdiagrammen waaruit de AI’s vervolgens hun waarschijnlijkheidsberekeningen afleiden.

    Deze werkwijze bestaat allang. Ook de sorteermachines van eenvoudiger AI’s, zoals de algoritmes van sociale media Twitter en Facebook of de aanbevelingen van sites als Netflix en Amazon, combineren de afzonderlijke datapunten die ze verzamelen tot zulke kennisdiagrammen. Zo ontstaat in de computer een digitaal wereldbeeld dat uiteindelijk niet meer is dan een echo van alle ingevoerde data. Mensen kennen de computer echter een objectiviteit toe die is gebaseerd op het geloof dat de wiskunde een op zich onfeilbaar en logisch systeem is. Maar dat geldt niet eens in de algebra. Een neutrale dataset bestaat niet. Maar zelfs de bewering van sommige ontwikkelaars dat AI’s als Diffbot met het gehele internet zijn getraind, zou niet tot een heldere blik op de wereld leiden. Want het internet bestaat voor het grootste deel uit content en data in het Engels en wordt gedomineerd door Amerikaanse content.

    ‘Een neutrale dataset bestaat niet’

    Het onderzoek uit Berkeley bevestigt dat volledig. De methodiek laat zich lezen als een mengeling van complexe data-analyse en invuloefeningen uit het vreemdetalenonderwijs in de laagste klassen van de middelbare school. Het vierkoppige onderzoeksteam noemt dat ‘data-archeologie’ en merkt op dat bij het onderzoeken van systemen met gesloten trainingsdatasets het aantal fouten zo groot is, dat ze voor de wetenschap onbruikbaar zouden zijn. Het team kon niet eens vaststellen of boeken bijvoorbeeld in hun geheel (memorized) of alleen als uittreksels en context (non-memorized) in de data voorkomen. Waarbij je dat van die boeken lezende AI’s sowieso met een flinke korrel zout moet nemen, aangezien de trainingsdatasets in de regel zo gigantisch zijn dat een afzonderlijk boek alleen kan worden verwerkt als het verbonden is met een kennisdiagram. De trainingsdata van GTP-4 hebben vermoedelijk een omvang van 1 petabyte (1PB). Een getal met 15 nullen. Een boek van 300 pagina’s omvat zo’n 800 kB (5 nullen). Dat betekent dat bijvoorbeeld Alice in Wonderland en Harry Potter and the stone of wisdom niet alleen op plaats 1 en 2 van de leeslijst staan omdat Chat-GPT de inhoud ervan heeft geïnternaliseerd, maar omdat deze boeken door de ontelbare fan-sites, kritieken en verwijzingen een zo zware weging hebben gekregen dat ze in zo’n diagram alle andere boeken verdringen.

    Datawetenschap

    Je moet je ook realiseren dat de leeslijst uit Berkeley niet is opgesteld op de faculteit literatuurwetenschappen, maar door onderzoekers van een instituut dat zich met datawetenschap bezighoudt. En dat hij, zoals bij zo veel van dit soort onderzoek, nog niet eens door de peer review is geweest.

    Desondanks blijft hij exemplarisch. Want door dit onderzoek wordt de digitale canon ook in tweede optiek een zichzelf bevestigend systeem. Wat op zijn beurt weer heel goed de geest van machine learning weergeeft, waarbij op een bepaald punt de machine niet meer van data, maar van zichzelf leert.

    ‘Het zou niet de eerste keer zijn dat de VS een culturele canon voor de hele wereld opstelt’

    Omdat de digitale wereld echter allang niet meer alleen technologie, maar ook een cultuur is, zal ze nog veel meer verhalen, waarden en voorkeuren gaan overdragen. Het zou niet de eerste keer zijn dat de VS een culturele canon voor de hele wereld opstelt. De laatste keer gebeurde dat na de Tweede Wereldoorlog, toen de Amerikaanse cultuur toonaangevend was met zijn jazz, films, verhalende literatuur, abstracte expressionisme in de schilderkunst en later met de subculturen van de beatniks, hippies, punkers en hiphoppers.

    Als we een heel korte ideologische vergelijking mogen maken: Vlak na de Tweede Wereldoorlog bracht de Amerikaanse cultuur vooral democratische en emancipatorische waarden in een wereld waar de dictaturen van de As-mogendheden nog maar net waren verslagen en de wereldbeschouwingen van de tegenstanders van de VS in de Koude Oorlog als concurrenten werden gezien. We moeten niet per se afwachten of de vrijheidsbegrippen van de libertairen in Silicon Valley het algemene welzijn op de hele wereld zullen bevorderen. Ook al kwam Nick Hornby tot de conclusie dat je ook van mensen die naar Phil Collins luisteren heel goed kunt houden.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Nieuwe Harvey is niet voor iedereen geschikt

    Geobsedeerd door vernieuwing

    MUZIEK | ‘Het is geen noodzaak om het achtergrondverhaal van het album I Inside the Old Year Dying te kennen, een Dorset-woordenlijst te bezitten of te zijn afgestudeerd in dialectologie om ervan te genieten. Maar een beetje extra kennis geeft beslist extra sjeu aan dit ingewikkelde album’, schrijft Rolling Stone over het laatste album van P.J. Harvey, dat 7 juli werd uitgebracht. Vorig jaar werd van Harvey het boek Orlam uitgegeven, geschreven in het uitstervende dialect van Dorset, Engeland, waar ze opgroeide, en in haar teksten komen voor vrijwel iedereen onbegrijpelijke woorden voor, zoals in de zin ‘Who’s inneath the Ooser-Rod?/Horny devil? Goaty God?’ Je zou er, aldus Kory Grow van RS, door de speelsheid van de woorden, de vloeiende gitaar en de achtergrond van tsjilpende vogels makkelijk aan voorbij kunnen gaan wat een Ooser-Rod in godsnaam is, maar in haar boek wordt het begrip gedefinieerd als een ‘een duivelspenis, abnormaal groot’, waardoor het nummer een scherper randje krijgt.

    In twaalf nummers beschrijft Harvey tegen de achtergrond van een bos in Dorset het jaar waarin de heldin, Ira-Abel, ‘haar onschuld verliest en te maken krijgt met de sociale druk en gevaren waar ieder opgroeiend meisje mee in aanraking komt’, omschrijft Laura Snapes op van The Guardian, die Harveys vermogen om zichzelf opnieuw uit te vinden gelijkstelt aan dat van David Bowie

    ‘Degenen die Harvey altijd al hard werken vonden, zullen ongetwijfeld veel vinden om mee te spotten’

    De zangeres gaf de Britse krant een zeldzaam interview, waarin ze inderdaad vertelt over haar obsessie met vernieuwing – en ook dat ze White Lotus erg leuk vond, Succession nog niet heeft afgekeken en dat Ricky Gervais haar lievelingsacteur is, volgens Snapes zeer waardevolle uitspraken aangezien Harvey ‘zo geheimzinnig [is] dat ieder kleinste beetje informatie een primeur wordt’.

    Volgens The Independent is het album niet voor iedereen geschikt. ‘Degenen die Harvey altijd al hard werken vonden, zullen ongetwijfeld veel vinden om mee te spotten’, aldus Helen Brown. ‘Maar haar fans zullen volledig overtuigd zijn door deze vunzige, heidense wervelstorm.’ Zelf is ze ook ‘gevoelig voor een beetje aardse folk-grunge, en voor Harveys glibberige, melodieuze wendingen, die koel en diep kronkelen als ondergrondse stromen’.

    Door Laura Weeda

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.33.29
     © Getty Images

    Stijl boven inhoud

    Kille uitstraling met een melancholische onderstroom  

    TENTOONSTELLING | De 95-jarige Alex Katz wordt internationaal gezien als een van de belangrijkste Amerikaanse schilders van de afgelopen halve eeuw. In eigen land trok hij al vanaf de jaren ’50 volop aandacht met levensgrote portretten van mooie, goed geklede mensen, stadsgezichten en landschappen. Zijn doorbraak in Europa volgde pas in deze eeuw.

    ‘Verwacht van Katz geen psychologische diepgang, ideeën om de wereld te verbeteren of politieke statements’, schrijft Uta Baier in Die Welt. ‘Al lijken zijn foto’s gekopieerd van reclameposters en krantenfoto’s, Katz schetst zijn motieven naar het voorbeeld van impressionisten als Matisse.’ De kunstenaar lijkt volgens Baier door zijn ‘ogenschijnlijke oppervlakkigheid’ perfect te passen binnen de traditie van Pop Art. ‘Toch staat hij dichter bij Edvard Munch en Edward Hopper dan bij Andy Warhol.’  

    In Vogue stelt Gabé Hirschowitz dat Katz’ carrière parallel loopt aan de ontwikkeling van New York in de afgelopen decennia: ‘Hij is meegegroeid met de stad. Zijn werk biedt  een panorama van artiesten, dichters en dansers die het abstracte expressionisme een nieuwe dimensie hebben gegeven.’

    ‘Je kunt hem betichten van goedkope trucs, ontleend aan cartoonisten’

    Aanvankelijk vond Sebastian Smee van The Washington Post de kunst van Katz ‘gemakkelijk en kitsch.’ Maar, ‘inmiddels sluit hij met zijn scherpzinnige kijk op  individuen binnen hun sociale omgeving’ prima aan op de tijdgeest en vormt hij ‘dé inspiratiebron voor grootheden als Nicole Eisenman, Salman Toor en Elisabeth Peyton.’ (…) ‘Je kunt hem betichten van goedkope trucs, ontleend aan cartoonisten. Maar zelf ontwaar ik steeds vaker een diepe, melancholische onderstroom in zijn portretten.’ 

    Voor criticus Alex Greenberger van ARTNews draaide Katz’ overzichtstentoonstelling in het New Yorkse Guggenheim in 2022 evenwel uit op ‘misschien wel de grootste teleurstelling van het seizoen.’ Volgens de criticus komt dat door de ‘kille blik van stijlvolle figuren die mij vanuit een lege omgeving aanstaren. Ook in gezelschap is de onderlinge betrokkenheid ver te zoeken.’ 

    Retrospectief Alex Katz, tot en met 1 oktober te zien in Museum Voorlinden, Wassenaar.

    Door Diederik Samwel

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.33.46 2

    Taboedoorbrekende serie in Saoedi-Arabië

    Ondanks gebrek aan seksscènes voor 18+

    SERIE | Nadat de serie Al-Mastour – Dahaya Halal (‘In het geheim – gedoogde offers’) verscheen op Shahid, het Saoedische equivalent van Netflix, kwam er zo veel kritiek dat het grote Saoedische mediaconcern Middle East Broadcasting Centre (MBC) de serie schrapte. Nu is de serie voor 18+, ook al zijn de seksscènes vervangen door man en vrouw die gekleed op de rand van het bed zitten, schrijft Süddeutsche Zeitung.

    De pan-Arabische serie, ook te kijken met Engelse en Franse ondertiteling, vertelt het verhaal van vier jonge vrouwen die belanden in de villa van de sombere Umm Noura, ‘een soort oosterse Cruella De Vil, met gouden sieraden en lange zwarte vingernagels’. Thema is onder meer het misyār-huwelijk, een veel bekritiseerd officieel maar geheim en open huwelijk. Daarnaast wordt in de serie ook andere kritiek geleverd op de Saoedische samenleving, waarvan bijna 30 procent van de 30 miljoen inwoners uit het buitenland komt en systematisch wordt gediscrimineerd.

    Kortgeleden zou Al-Mastour… onmogelijk zijn geweest in het ultraconservatieve Wahabi-koninkrijk, aldus France24. Pas in 2018 werd de eerste bioscoop geopend en volgens de ambitieuze plannen van Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman zouden dat er tegen 2030 2600 moeten zijn; ‘vanuit de gedachte: cultuur is gelijk aan amusement is gelijk aan geld’.

    Door Laura Weeda

    Al Mastour – Dahaya Halal

    Aan alles komt een eind

    Gecamoufleerde mémoires 

    NON-FICTIE | Wie denkt met The Last Days of Roger Federer een enerverend sportboek open te slaan, komt bedrogen uit. In plaats daarvan heeft de Amerikaanse criticus, essayist en romancier Geoff Dyer een bloemlezing samengesteld over het einde van roemruchte carrières. Zo komen naast het, rond de boekpublicatie naderende afscheid van de Zwitserse tennislegende onder meer ook die van Jean Rhys, Bob Dylan en Richard Wagner voorbij. 

    Hannah Clarkson van Totally Dublin vindt dat het boek neerkomt op een ‘waslijst van eindes in het algemeen.’ Het gaat in haar ogen net zo goed over ‘gesneefde ambities, niet-uitgelezen boeken of de gelofte om voor de rest van je leven uitsluitend hotelshampoo te gebruiken.’ Ze stelt dat Dyer ‘met komisch fatalisme’ zichzelf en ‘alles wat hij nog heeft af te ronden’ op de korrel neemt.

    ‘Onder de talrijke thema’s die zijn aandacht genieten’, springt er eentje uit: Dyer zelf, zo constateert recensent Nicholas Wroe in The Guardian. ‘Bij een andere schrijver die zichzelf zo nadrukkelijk centraal stelt, was dat vermoeiend geworden’, maar Dyer zet ‘zijn handelsmerk van frisheid, speelsheid en humor’ ditmaal in om de vergankelijkheid te onderzoeken. ‘Terwijl zijn leeftijd vat op hem begint te krijgen, is zijn jeugdigheid allerminst verdwenen.’

    Simon Kuper stelt in Financial Times dat er een mooi boek valt te schrijven over ‘creatieve geesten in de nadagen van hun carrière’. Maar Dyer komt wat hem betreft niet verder dan een ‘allegaartje van loftuitingen op schilders, auteurs en atleten’ in combinatie met ‘eindeloze ontboezemingen waarbij je wenst dat zijn redacteur had ingegrepen. Zijn beste overdenkingen waren misschien iets geweest voor een kort essay. Hij had ze ook kunnen delen op zijn Facebook-pagina.’

    ‘Eigenlijk zijn het gecamoufleerde mémoires’, schrijft Charles Finch in Los Angeles Times : ‘Met tennis heeft het weinig te maken, maar, net als in zijn vorige publicaties, des te meer met Dyer zelf.’ Hij houdt het op ‘een hybride vorm van essay, kritiek en fictie.’

    De laatste dagen van Roger Federer en andere eindes van Geoff Dyer, uit het Engels vertaald door Ivo Verheyen, is half juli uitgebracht door uitgeverij Tzara.

    Door Diederik Samwel

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Magisch-realistische satire

    Inzicht in de turbulente geschiedenis van Sri Lanka

    LITERATUUR | Sri Lanka, midden jaren tachtig. De jonge, heimelijk homoseksuele oorlogsfotograaf Maali Almeida komt zichzelf tegen in het hiernamaals. Hij heeft geen flauw idee hoe hij aan zijn einde is gekomen. Hebben ze hem vermoord in de burgeroorlog? Net als in het dagelijks leven in Colombo stuit Almeida op een muur van bureaucratie. Dan krijgt hij met terugwerkende kracht zeven manen de tijd om zijn geliefden te vinden en aan de hand van zijn foto’s een nationaal schandaal te onthullen.

    Zo begint The Seven Moons of Maali Almeida van Shehan Karunatilaka. De Sri Lankaanse auteur won er vorig jaar de Booker Prize mee en trad daarmee in de voetsporen van de in Sri Lanka geboren Canadees Michael Ondaatje, die de prijs in 1992 won met The English Patient.

    Ranjan Hulugalle schrijft in Lanka Business Online dat de lezer in deze roman ‘geen flatteus beeld’ krijgt van Sri Lanka. ‘Of het nu gaat om de cultuur, de bloedige politieke strijd van de Tamiltijgers of de complexe beleving van seksualiteit. Dat geeft aanvankelijk een ongemakkelijk gevoel, maar wie doorleest ontdekt dat die ongepolijste waarheid tot verrassende inzichten leidt.’

    Recensent Tomiwa Owolade van The Guardian vergelijkt ‘deze magisch-realistische roman’ met het werk van Salman Rushdie en Gabriel García Márquez, en tegelijkertijd met het surrealisme van Nikolaj Gogol en Michail Boelgakov. ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties, maar de auteur vermengt het met zo veel soms sardonische humor en consideratie dat je als lezer voortdurend alert blijft.’

    Volgens Helen Elliott van The Sydney Morning Herald houdt Karunatilaka’s roman het midden tussen een ‘moordmysterie en politieke, sociaal-maatschappelijke satire’. Ook Elliott ontwaart een duidelijke parallel met een beroemde schrijver: Kurt Vonnegut. ‘Die wist door de werkelijkheid te overdrijven chaos te creëren om zo zijn punt te maken. Karunatilaka doet hetzelfde.’

    Ron Charles begrijpt wel dat de meeste uitgevers hun vingers aanvankelijk niet wilden branden aan een ‘manuscript met zo’n absurd gegeven en zo veel complexe context’, schrijft hij in The Washington Post. Maar Karunatilaka lost dat op met een ‘satirische begrippenlijst’ aan het begin van zijn verhaal: ‘Tamiltijgers: bereid burgers af te slachten voor het goede doel.’ Of: ‘Indian Peace Keeping Force, gestuurd door onze buren om de vrede te bewaren. Branden desnoods een paar dorpen plat om hun missie te volbrengen.’

    Shehan Karunatilaka’s roman is door Robert Neugarten in het Nederlands vertaald als De zeven manen van Maali Almeida en begin maart verschenen bij Spectrum Boeken.

    Diederik Samwel

    001ca673 800

    Masterclass ingehouden emoties

    Moord met racistisch motief

    SPEELFILM | Till van regisseur Chinonye Chukwu is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de veertienjarige Afro-Amerikaan Emmett Till, die in 1955 vanuit Chicago op familiebezoek ging in Mississippi om nooit meer terug te keren. Hij werd gelyncht omdat hij een witte vrouw onheus zou hebben bejegend. Mamie, Emmetts moeder, organiseerde een openbare begrafenis waar journalisten foto’s van het verminkte lichaam konden maken. Vervolgens ontwikkelde ze zich van een ontroostbare moeder tot prominente burgerrechtenactivist.

    Danny Leigh van Financial Times vindt dat de film ‘geweldig is gesitueerd in de jaren vijftig, met vrolijke jazz van Dizzy Gillespie, fraai uitgelichte warenhuizen en haarscherp gesneden pakken’. Volgens Leigh trakteert hoofdrolspeelster Danielle Deadwyler de kijker op een ‘masterclass ingehouden emoties’. In een seizoen dat wordt gedomineerd door ‘films waarin het genre wordt verheerlijkt, zien we hier de kracht van de verbeelding om de waarheid te vertellen’.

    ‘Je moet zo ongeveer van staal zijn om niet ontroerd te raken door deze film,’ schrijft Peter Debruge in zijn stuk voor Variety, waarin hij vooral ingaat op de keuze om het karakter van moeder Mamie centraal te stellen: ‘Chukwu is geen in-your-face filmmaker, zoals Mel Gibson of Quentin Tarantino met hun expliciete geweldsscènes. Daardoor laat ze de kijker misschien te veel ruimte om gebeurtenissen zelf in te vullen. Een blaxploitation-film is het evenmin: ze kiest voor een respectabel mainstreamdrama om ons aan de recente geschiedenis te herinneren.’

    Richard Lawson heeft het in Vanity Fair over een familietragedie, maar mist de toegevoegde waarde: ‘Het is lastig om niet te bedenken dat je deze film allang hebt gezien. Zeker, het gaat erom dat dit gruwelijke onrecht aan de kaak wordt gesteld, maar waarom in zulke weelderige tinten en met zulke overdadige filmmuziek? De belangrijkste reden om toch te gaan kijken is de meeslepende acteerprestatie van Deadwyler.’

    Bij dat laatste sluit Richard Brody zich van harte aan in The New Yorker: ‘Deze actrice heeft met één oogopslag meer te vertellen dan menig collega in een lange monoloog. Zo draagt ze uit dat het leven van een zwarte burger in de VS onontkoombaar politiek is en haar onvoorwaardelijke inzet vereist.’

    Till van Chinonye Chukwu draait vanaf 30 maart in de bioscoop.

    Diederik Samwel

    till TILL 02635 R rgb scaled 1

    De eerste gayrockband uit de geschiedenis?

    The Jet Sessions 1975 na vijftig jaar uitgebracht

    MUZIEK | Paul Southwell (70) heeft naar eigen zeggen een rijk leven geleid. Als negentienjarige uit
    Noord-Engeland ontdekte hij het nachtleven van Londen en de feesten die het Gay Liberation Front organiseerde, terwijl ‘het meeste entertainment in die tijd werd verzorgd door onmiskenbare heterobands’, schrijft The Guardian. Samen met Dave Jenkins en Alan Jordan richtte hij Handbag op, een band op die ‘contrasteerde met dit landschap’. ‘We kleedden ons waanzinnig. We kusten op het podium en deden seksuele handelingen na’, aldus Southwell tegen de Britse krant.

    Ze tekenden als eerste openlijk homoseksuele rockband bij een groot Brits label. Maar hun avontuur was van korte duur. Het album The Jet Sessions 1975 werd niet uitgebracht en het project werd opgeschort. ‘We kregen geen uitleg, maar ik vermoed dat homofobie en een gebrek aan begrip van de homozaak aan de basis lagen van deze beslissing’, vertelt Southwell.

    Bijna vijftig jaar later verschijnt het album alsnog op de streamingdiensten. Volgens Southwell had
    Handbag herinnerd kunnen worden als de eerste gayrockband uit de geschiedenis, als de maatschappij wat meer lef had gehad. ‘Maar ja, we zullen het nooit weten.’

    Laura Weeda

    2167

    Een tekenfilm in oorlogstijd

    Animatie gebaseerd op Oekraïense mythen en klassiekers

    FILM – ‘Een tekenfilm maken tijdens de oorlog is een onvergetelijke ervaring,’ aldus Oleh Malamouzj, coregisseur van Mavka: The Forest Song, tegen het Engelstalige dagblad Kyiv Post. ‘Zo’n complex en duur project vereist veiligheid, elektriciteit, financiële middelen en een goede werkomgeving voor het team. Sommige leden daarvan zijn naar het front vertrokken, of ze leefden onder de bezetting en we zijn het contact kwijtgeraakt. We moesten enorme obstakels overwinnen. Corona was er kinderspel bij.’

    De productie van deze film was dan ook een van de langste in de geschiedenis van de hedendaagse Oekraïense cinema. In 2015 was er voor het eerst sprake van een animatiefilm geïnspireerd op het toneelstuk Lied van het bos van Lesja Oekrajinka (1871-1913). Deze Oekraïense toneelschrijver, dichter en vertaler (die eigenlijk Larysa Kosatsj-Kvitka heette) was eveneens betrokken bij de nationale bevrijdingsbeweging en wordt nu beschouwd als een der grootsten uit de Oekraïense literatuur. Daarnaast besloten producenten Serhej Sozanovsky en Iryna Kostjoek inspiratie te halen uit de Oekraïense mythologie. Ze wilden de thema’s hedendaags maken, de film een happy end geven en veel nieuwe stripfiguren aan de traditionele karakters toevoegen.

    Acht jaar later is Oekrajinska Pravda enthousiast over het resultaat; de krant noemt het ‘een Oekraïense kwaliteitsproductie’. Kyiv Post spreekt van een ‘betoverend verhaal’. Ter bekrachtiging worden ook enkele kinderen aan het woord gelaten, die de première bijwoonden in bioscoop Oskar in een winkelcentrum in Kyiv. ‘We vonden het erg leuk, ja!’ ‘De soundtrack is heel goed. En de karakters zijn geweldig; ze lijken op niemand anders, geen Disneyfiguren of wat dan ook.’

    Zal er ook een vervolg op komen? Een van de ouders zegt lachend: ‘Met dit productietempo
    zullen het mijn kleinkinderen zijn die die film gaan zien.’

    Mavka: The Forest Song is vanaf 19 april in de bioscoop te zien

    Laura Weeda

    188cfc5 1678806215890 le royaume de naya 2 a studio animagrad film ua group and mavka ua 2023
  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Eerste Koeweitse succes op Netflix

    Twee vrouwen betreden de Kuwait Stock Exchange

    SERIE | The Exchange ‘zet de Koeweitse serie-industrie op het internationale toneel’, jubelt Kuwait Times, in een bespreking van deze Netflix-serie waarin twee vrouwen een mannenwereld betreden. In een week tijd steeg The Exchangein veel Arabische landen en ook daarbuiten naar de top 10 van het platform. Hoewel ‘de taalbarrière lange tijd een van Koeweits grootste belemmeringen was om naam te maken in de internationale artistieke scene’, zegt acteur Jassim Al-Nabhan tegen de krant, ‘slaagde The Exchange er eindelijk in die barrière te doorbreken’.

    In zes afleveringen volgt de kijker hoe Munira (Mona Hussain) en haar nicht Farida (Rawan Mahdi) als eerste twee vrouwen aan het einde van de jaren tachtig, midden in de beurscrash en aan de vooravond van de Golfoorlog, toetreden tot de Kuwait Stock Exchange. 

    De Koeweitse krant Al-Rai meldt dat het verhaal voor veel ophef zorgde in het emiraat

    Volgens de Engelstalige krant van het land komen hierbij ‘veel gevoelige onderwerpen’ aan bod, ‘met name de emancipatie van vrouwen’. De twee vrouwen om wie het gaat zijn gebaseerd op de moeder van een van de scenarioschrijvers zelf, Nadia Ahmad, schrijft het Emiraatse dagblad The National, dat verder vooral de styling van de serie prijst, die de ‘glamour en vitaliteit van het decennium’ recht doet; zo dragen de hoofdpersonen kokerrokken en schoudervullingen, ‘pronkstukken van de mode uit de jaren tachtig’.

    De Koeweitse krant Al-Rai meldt dat het verhaal voor veel ophef zorgde in het emiraat, aangezien het een onderwerp betreft dat er nooit eerder werd getoond. In een twijfelachtig geëmancipeerde opmerking voegt de krant eraan toe dat deze vrouwen ‘niets hadden bereikt zonder de steun van mannen die geloven in de bijdrage van vrouwen aan besluitvorming op alle gebieden’.

    The Exchange wordt sinds 8 februari op Netflix uitgezonden.

    Door Laura Weeda

    The Exchange

    Stilte om trauma’s te verwerken

    Genadeloos geconfronteerd met wat afwezig is 

    KUNST / FOTOGRAFIE | Eigenlijk draait het in het werk van de Syrisch-Armeense fotograaf en beeldend kunstenaar Hrair Sarkissian (1973) ‘vooral om wat je niet te zien krijgt’, concludeert Alexandra Chaves in The National. Dat maakt de criticus op uit twee van Sarkissians laatste fotoseries in de expositie The Other Side of Silence. In de een zijn privéruimtes gefotografeerd waar personen voor het laatst zijn gezien voor ze als vermist werden opgegeven. De foto’s zijn gemaakt in Libanon, Argentinië, Brazilië, Kosovo en Bosnië. In de andere, eveneens met een analoge camera geschoten serie brengt Sarkissian locaties in beeld die terminaal zieke Nederlandse patiënten vlak voor hun dood nog wilden bezoeken. Mensen ontbreken op de foto’s: ‘En juist daardoor krijgt wat afwezig is, net zo veel betekenis als het aanwezige.’

    Farah Abdessamad denkt dat het de kunstenaar is te doen om het ‘oproepen van een gevoel van disoriëntatie en collectieve rouw om plaatsen, momenten en personen die niet langer bestaan’, schrijft ze voor The New Arab. ‘Sarkissian maakt het onzichtbare haast lichamelijk en creëert daarmee een altaar voor trauma en genezing.’ 

    ‘Sarkissian maakt het onzichtbare haast lichamelijk en creëert daarmee een altaar voor trauma en genezing’ 

    Door slim gebruik te maken van zijn grote analoge camera slaagt Sarkissian erin ‘ook het verstrijken van de tijd te vangen’, stelt Nadine Khalil voor het internationale kunstmagazine Ocula. Het leidt volgens haar tot ‘eigenaardige dualiteiten: tussen oppervlak en inhoud, het zichtbare en verborgene en individueel en gezamenlijk leed. Onder de ijle schoonheid gaat vaak een harde sociaal-politieke werkelijkheid schuil. Zo verwijst hij naar verzwegen episodes uit de geschiedenis als de Armeense genocide, etnische zuiveringen en gedwongen verdwijningen.’

    Criticus Régine Debatty beschouwt The Other Side of Silence als de ‘ontroerendste en intelligentste tentoonstelling’ die ze de laatste tijd heeft gezien, noteert ze voor het artblog WeMakeMoneyNotArt: ‘Kale interieurs, desolate landschappen en de consequente menselijke afwezigheid als enige erfenis van conflicten, geweldsexplosies en andere trauma’s. De door de kunstenaar opgeroepen stilte vormt de echo van het zwijgen van mensen overal ter wereld die zich niet durven uit te spreken en nooit over politiek zullen praten.’ 

    De expositie The Other Side of Silence van Hrair Sarkissian is tot en met 14 mei te zien in het Bonnefantenmuseum in Maastricht.

    Door Diederik Samwel

    The Other Side of Silence Hrair Sarkissian

    Twee klassiekers van Jáchym Topol

    Nerveuze taal en zwarte humor

    LITERATUUR | Na zijn gymnasiumopleiding mocht Jáchym Topol, in 1962 geboren in Praag, niet naar de universiteit vanwege de dissidente activiteiten van zijn vader Josef Topol, die toneelschrijver en dichter was en vertaler van onder andere Shakespeare. Topol jr. had verschillende baantjes, zoals bouwvakker en kolenbezorger, en zat verschillende malen in de gevangenis. Maar al snel belandde hij in de schrijverswereld en groeide hij uit tot een van de grootste namen van de Tsjechische literatuur.

    The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’ 

    Uitgeverij Voetnoot bracht twee van zijn verhalen opnieuw uit: Supermarkt van sovjethelden en Een trip naar het station, in een vertaling van Edgar de Bruin. Het laatstgenoemde is volgens literatuursite Czechlit, ondanks de jonge leeftijd waarop Topol het schreef, ‘een soevereine, stilistisch buitengewone tekst, die tot het meest geslaagde werk van de auteur behoort’. Het bevat bovendien belangrijke kenmerken uit zijn oeuvre: ‘De nerveuze sfeer van het Praag uit die tijd, een nerveuze held, een nerveus verhaal en nerveuze taal: deze ingrediënten sieren het vroege proza van Jáchym Topol.’

    In het eerste verhaal zijn de helden vier mannen van middelbare leeftijd, twee schrijvers, een journalist en een uitgever, die door Polen en Slowakije reizen, op zoek naar van Andrzej Stasiuk (een beroemde Poolse auteur die onder andere veel reisliteratuur schreef) en naar de ‘sporen van de heldendaden van de mannen en vrouwen van het [Poolse] Vrijheidsleger’. Topol maakte enkele jaren daarvoor dezelfde reis met drie maten. Hoewel de auteur het genre zelf omschreef als een ‘poging tot een kroniek’, hebben we hier volgens Czechlit eerder te maken met een uitzinnige reportage. The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’. 

    Jáchym Topol, Supermarkt van sovjethelden/Een trip naar het station, verscheen in een vertaling van Edgar de Bruin bij uitgeverij Voetnoot.

    Door Laura Weeda

    9789491738821 front

    Herinneringen als kostbaarste bezit

    Dochter probeert mysterie vader te doorgronden

    SPEELFILM | Aan de hand van videobeelden en foto’s kijkt dertiger Sophie terug op een vakantietrip met haar vader Calum. Als elfjarig meisje ging ze vlak voor de eeuwwisseling met hem naar een Turkse badplaats. Hoe realistisch is haar herinnering en wat weet ze van haar vader? Veel meer gebeurt er niet in Aftersun, de debuutfilm van de Schotse regisseur Charlotte Wells. Maar met ‘zo’n minimale plot sorteert de film een overweldigend emotioneel effect’, constateert Valentina della Seta voor cultuursite GQ Italia. ‘Want tijdens een ogenschijnlijk onbekommerde vakantie komt geleidelijk een subtiel soort rusteloosheid aan het oppervlak.’

    Volgens Sofia Glasl van Süddeutsche Zeitung gaat de film over de ‘zorgeloze vertrouwdheid tussen een vader en zijn dochter en tegelijkertijd over het onvermijdelijke afscheid daarvan, wanneer kindertijd, toekomstdromen en irreële zelfbeelden verdwijnen’. Met de ‘sensationele cast’ van Paul Mescal en kind-actrice Frankie Corio pakt dat geweldig uit: ‘Zij reageren zo authentiek op elkaar dat vaak alleen het klikken en rammelen van de videocamera de kijker eraan herinnert dat je niet naast hen aan het zwembad zit.’

    ‘Wat er precies aan de hand is met Calum, blijft tot het eind van de film een mysterie’

    In Time Out schrijft Anna Bogutskaya dat regisseur Wells herinneringen, filmbeelden en dromen ‘uitzonderlijk fraai’ door elkaar laat lopen: ‘Het lijkt alsof Sophie telkens opnieuw naar details zoekt om achteraf haar vader te doorgronden. Want hoe lief en jolig hij zich ook gedraagt, er schemert voortdurend een droevige en donkere kant doorheen.’ 

    ‘Wat er precies aan de hand is met Calum, blijft tot het eind van de film een mysterie,’ vindt Austin Collins van RollingStone. ‘Maar intussen ben je verliefd geworden op deze twee mensen. En weet je wat er echt toe doet in hun leven.’

    LA Times-criticus Justin Chang vindt dat ‘deze verpletterende film’ laat zien dat ‘herinneringen de ene keer onuitwisbaar, dan weer volstrekt onnauwkeurig zijn. Ze kunnen ons ontglippen en toch ons kostbaarste bezit blijven.’ 

    Aftersun van regisseur Charlotte Wells is nu te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

    Aftersun st 2 jpg sd low Photo by Sarah Makharine
  • In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    Latijns-Amerikaanse schrijvers als Mónica Ojeda en Samantha Schweblin zijn belangrijke namen in een nieuw soort gothic literatuur. Hun ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ verbeeldt de terreur waar veel vrouwen van Mexico tot Argentinië dagelijks mee te maken hebben.

    ‘Ik ben een auteur van korte verhalen, dus ik ga het ook kort houden.’ Met deze woorden sprak de Argentijnse schrijver Samantha Schweblin afgelopen woensdag tegenover een New Yorks publiek haar dank uit bij de uitreiking van de National Book Award, een van de meest prestigieuze literaire prijzen van de Verenigde Staten. Ze deelt haar prijs in de categorie vertaalde literatuur met Megan McDowell, die zorg droeg voor de Engelse vertaling van de winnende verhalenbundel Siete casas vacías (Seven Empty Houses, in het Nederlands vertaald als Zeven lege huizen).

    Het is al de derde prijs waarmee de schrijver zich dit jaar profileert. Bovendien is ze de eerste Argentijnse die de National Book Award wint sinds Cortázar dat in 1967 deed met Rayuela: een hinkelspel. Schweblin was echter niet de enige genomineerde Latijns-Amerikaanse schrijver: finaliste in dezelfde categorie was Mónica Ojeda uit Ecuador met haar roman Mandíbula (in het Engels vertaald als Jawbone). Al verschilt Schweblins stijl van die van Ojeda, Siete casas vacías en Mandíbula hebben veel gemeen: beide boeken ademen een ongewone sfeer waarin de horror flirt met het bovennatuurlijke maar ook deel uitmaakt van het verontrustende, gewelddadige dagelijkse leven van de personages. 

    GettyImages 846140432
    Voor de Calabiuza-parade tijdens de viering van de Dag van de Doden in San Salvador, El Salvador, schminken kinderen een doodshoofd op hun gezicht. Op deze feestdag worden precolumbiaanse tradities gecombineerd met de katholieke versie van Allerheiligen. – © Jan Sochor / Getty Images

    Schweblin en Ojeda zijn twee van de bekendere namen in een reeks Latijns-Amerikaanse schrijvers van wat Alejandra Amatto, onderzoeker aan de Universidad Nacional Autónoma de México (UNAM) en coördinator van het Seminar over Fantastische Literatuur aan dezelfde instelling, typeert als niet-realistische literatuur. In het rijtje Latijns-Amerikaanse schrijvers met succes bij zowel de kritiek als het publiek en met speciale belangstelling voor ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ horen ook Mariana Enríquez, Liliana Colanza, María Fernanda Ampuero, Giovanna Rivero, Cecilia Eudave en Fernanda Trías thuis.

    Dagelijkse horror 

    ‘Sinds 2016 is niet alleen de belangstelling bij het lezerspubliek gegroeid, ook uitgeverijen publiceren en verspreiden inmiddels gretig het werk van diverse Latijns-Amerikaanse schrijvers,’ laat Alejandra Amatto aan elDiario.es weten. ‘In de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw vond een herijking van niet-realistische genres plaats die boven tafel brengen wat de ware dagelijkse vormen van terreur zijn voor ons als Latijns-Amerikaanse vrouwen,’ aldus de academica.

    Het gaat niet aan om zulke uiteenlopende schrijvers uit verschillende windstreken te reduceren tot een bepaalde generatie of een uitgeeffenomeen, maar Mónica Ojeda (Guayaquil, 1988) is het met Amatto en andere door elDario.es geïnterviewde schrijvers eens dat de laatste jaren een groter onthaal ten deel viel aan literatuur ‘waarin wordt gewerkt met angst’. ‘Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat we leven in een wereld die steeds angstaanjagender wordt en dat we die benaderen vanuit nieuwe invalshoeken, bijvoorbeeld vanuit de angst voor raciaal of seksueel geweld,’ licht ze telefonisch toe. Voor Ojeda zit het bijzondere van de Latijns-Amerikaanse schrijvers in het feit dat ze ‘de angst via de geografie belichten’. ‘Omdat onze geografie vanuit het globale noorden altijd als een perifere en marginale plek is gezien, brengen we de lezers iets nieuws waar ze tevoren geen weet van hadden. Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald, daarom levert de beschrijving ervan overal een andere filosofie van de angst op,’ benadrukt ze.

    Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald

    Deze geografische component van de angst krijgt zorgvuldig gestalte in uiteenlopende thematische interesses: Enríquez schrijft over vormen van staatsterreur die te maken hebben met de dictatuur in Chili, Argentinië en Uruguay, Colanzi behandelt de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en de landonteigening die veel inheemse groeperingen treft in landen als Bolivia, en auteurs als Ojeda of Ampuero richten zich op patriarchale vormen van geweld in de intiemere, familiaire context, die niettemin verbonden is met de realiteit van Ecuador. ‘Het is niet alleen een thematisch maar ook een structureel perspectief, dat kan worden beschouwd vanuit de context van het genre en van de Latijns-Amerikaanse geografie, maar de reikwijdte is universeel: schrijvers als Enríquez zijn in meer dan vijftig landen vertaald,’ aldus Amatto. 

    Ojeda wijst er ook op dat veel van haar tijdgenoten ‘schrijven over angst en terreur maar niet per se vanuit het genre’. Amatto is het met haar eens en beaamt dat deze Latijns-Amerikaanse schrijvers uit de niet-realistische hoek de mechanismen van het kwaad doorgronden zonder de klassieke parameters van het genre te hoeven volgen, en zich bovendien laten inspireren door nationale en regionale esthetische tradities – de fantastische literatuur van Argentinië, de gothic van de Andes of de ‘zonderlinge’ literatuur van Uruguay – met thematische en esthetische overlappingen.

    GettyImages 1179293733
    © Jan Sochor/Getty Images

    ‘Deze schrijvers werken niet vanuit afgebakende genres en de kritiek moet altijd waken om niet alles over één kam te scheren; zo kunnen we in het geval van Mariana Enríquez denken aan fantastische, angstaanjagende teksten, en in dat van Lilianza Colanzi zie je een mix van Andes-elementen en sciencefiction,’ specificeert de onderzoekster van de UNAM.

    Herontdekt

    Elena Garro, Amparo Ávila, Inés Arredondo, Armonía Sommers en Silvina Ocampo zijn enkele van de Latijns-Amerikaanse schrijvers die zich in de twintigste eeuw bezighielden met horror en fantastische en speculatieve thema’s en nu worden herontdekt door nieuwe generaties schrijvers en vrouwelijke academici. ‘Het genre was vanaf het begin moeilijk in kaart te brengen en werd als minderwaardig beschouwd omdat daarin vanzelfsprekend de dominante maatschappelijke thema’s en codes worden gemeden of juist uit diverse hoeken en percepties worden bevraagd,’ zegt Lola Ancira (Querétaro, 1987), een van de schrijvers die in het Latijns-Amerikaanse panorama uitblinkt met boeken als Despojos of El vals de los monstruos. ‘Ik juich alles wat er rondom door vrouwen geschreven genrefictie gebeurt enorm toe, want die werd decennialang niet erkend of serieus genomen.’

    De Mexicaanse Laura Baeza (1988, Campeche), die in haar verhalenbundel Una grieta en la noche Mexico-Stad gebruikt als spookachtig decor, denkt dat het succes van de Latijns-Amerikaanse schrijvers met hun niet-realistische werk ‘verder gaat dan een historische rechtzetting of een uitgeeffenomeen, maar te maken heeft met hun kwaliteit. ‘Overigens,’ zegt ze, ‘juich ik het toe dat velen bij onafhankelijke uitgeverijen publiceren. Ook de migratie verbindt ons. Er is nog geen aanduiding voor de schrijvers van Midden-Amerika tot aan de grens met de Verenigde Staten, en we moeten het ook hebben over Guatemala, over Belize, over de grens vanuit het specifieke oogpunt van de terreur.’

    ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd’

    ‘Wij zijn de erfgenamen van een Latijns-Amerikaanse literatuur waarin het fantastische genre heel belangrijk was en groeiden op in een tijd waarin zich de democratisering van de film en de popcultuur voltrok, met alle gruwelverhalen van dien,’ verklaart María Fernanda Ampuero (Guayaquil, 1976), die in de verhalenbundels Pelea de gallos en Sacrificios humanos huiselijk geweld en vrouwenmoorden aankaart met een stijl die zowel bloederig als poëtisch kan zijn. ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd, sinds onheuglijke tijden is er die maatschappelijke bezorgdheid die niet te maken heeft met een satanische idee-fixe maar met wat ons in het echte leven overkomt, en ik gebruik dat mechanisme, dat ik goed ken, om over onze tijd te spreken.’

    Ojeda schrijft naar eigen zeggen niet om maatschappelijke thema’s aan te kaarten, want voor haar ‘is de literatuur geen middel maar een doel op zich’, wat niet betekent dat zij of andere schrijvers als zij hun ogen sluiten voor bepaalde misstanden in Latijns-Amerika, zoals de vrouwenmoorden, de verdwijningen en andere gewelddaden die in het bijzonder vrouwen treffen. ‘Ik voel dat ik veel gemeen heb met schrijvers die de angst, het geweld en de pijn voelbaar willen maken. Ik weet niet of je kunt spreken van een generatie, maar ik zie wel overeenkomsten qua interesses, al vind ik het vooral boeiend om de verschillen en het eigene van iedere blik binnen een collectief te herkennen,’ aldus Ojeda. ‘Het lijkt me niet goed om de eigenaardigheden van bepaalde schrijvers te verdoezelen om ze maar te laten passen in een bepaald frame.’

    Verwantschap

    Baeza zegt zich juist onderdeel te voelen van ‘een generatie die zich voedt met andere generaties’. Eerder heeft ze de roman Niebla ardiente gepubliceerd met de gruwelijke vrouwenmoorden in Mexico als uitgangspunt, maar de bundel Una grieta en la noche is haar eerste horrorboek. In een land waar iedere dag tien vrouwen worden vermoord blijft Baeza schrijven over femicide, want ‘dat is waarmee ik iedere dag wakker word’. ‘Maar,’ zegt ze, ‘ik moest daarvoor wel de werkelijkheid vervormen, en die vrijheid heb ik binnen dit genre en het korte verhaal, dat voor mij een onuitputtelijk laboratorium is.’

    ‘Ik voel verwantschap met een heleboel andere Latijns-Amerikaanse schrijvers wat hun zoektocht betreft, maar niet qua resultaat. Ieder van ons volgt een eigen weg, de een schrijft realistisch, de ander schept een complete kosmogonie,’ benadrukt María Fernanda Ampuero. Los van het strikt literaire voelt ze zich als vrouw met andere Latijns-Amerikaanse schrijfsters verbonden in de aanklacht: ‘Wij zijn bang, wij maken ons grote zorgen om het geweld tegen vrouwen en meisjes, tegen het ecosysteem, tegen de inheemse gemeenschappen die de strijd aangaan met grote ondernemingen, en dat komt vanzelfsprekend in de literatuur terecht.’

    La creacion de las aves Remedios Varo 2
    In La creación de las aves combineert de Mexicaanse surrealistische schilder Remedios Varo een hoge dosis surrealisme, symboliek en fantasie. Een vreemd wezen, een kruising tussen uil en mens, gebruikt wetenschap en magie om verschillende vogels te creëren. – © Museo de Arte Moderno de México

    Er is weliswaar een lange rij van in de jaren zestig, zeventig of begin tachtig geboren schrijvers die volledig door de kritiek en de lezers zijn omarmd, maar er zijn ook schrijvers die nu doorbreken en aandachtig naar de vorige lichting kijken. Alicia Mares (1996) en Andrea Chapela (1990), beiden uit Mexico, publiceerden onlangs in Spanje hun verhalenbundels Cocodrilario (uitgegeven door Horror Vacui) en Ansibles, perfiladores y máquinas de ingenio (uitgegeven door Almada). Mares gebruikt lijfelijke, brute horror die direct is terug te voeren op bijvoorbeeld Ojeda’s stijl, terwijl Chapela in verschillende van haar verhalen een apocalyptisch en hypertechnologisch Mexico oproept.

    ‘Al spelen mijn verhalen in Tlaxcala, Tijuana of Veracruz, wat ik beschrijf is een terreur die zich afspeelt in een intiem bestek, binnen de vier muren van een huis, in een gemeenschap,’ vertelt Mares, terwijl ze als haar grote voorbeelden onder andere de verhalenbundel Las voladoras van Mónica Ojeda noemt en meer schrijvers uit de Andes, zoals Giovanna Rivero. Mares maakt deel uit van een generatie die veel van haar literaire voorbeelden heeft leren kennen via sociale media, wat voor Amatto het succes verklaart van deze schrijvers, die met hun volgers in gesprek zijn en in real time berichten delen, een manier om literatuur buiten academische en specialistische kringen te verspreiden.

    Eigen stijlmiddelen

    Lola Ancira komt nog met namen als Viridiana Carrillo, Magdalena López en Yesenia Cabrera, ‘die het genre ieder voor zich benaderen vanuit eigen perspectieven en met eigen stijlmiddelen’. ‘De nauwste band die ik voel met andere schrijvers van mijn generatie betreft het onheilspellende en lichamelijke: linksom of rechtsom komt de vrouwelijke lichamelijkheid in ons werk aan bod,’ meent ze. ‘En ook het vraagstuk van het afwijkende moederschap. Thema’s die tot voor kort te intiem en onbeduidend werden gevonden, terwijl juist het intieme eigenlijk het publieke verandert.’

    De canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen

    Het is een feit: de canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen. Schweblin wilde het in haar dankwoord dan misschien kort houden, maar zowel zij als vele andere Latijns-Amerikaanse schrijvers hebben nog een lange weg te gaan. ‘Wat ik belangrijk vind is dat we elkaars werk lezen, ik leer van degenen die er waren, die er zijn, en die net komen kijken,’ aldus Laura Baeza. En Ojeda acht de speculatieve, horror-gerelateerde literatuur niet alleen waardevol om ‘je eigen tijd goed te lezen, maar ook om te anticiperen op de toekomst’. ‘Interessant voor Latijns-Amerika is dat vele schrijvers zich via deze genres afwenden van de richtsnoeren van het globale noorden en naar binnen kijken, naar wat hen omringt: ze distantiëren zich van de canon die is geschreven door witte mannen en gaan nadenken over hoe het bij henzelf toegaat – speculatieve fictie op een andere plek, dat is het echt interessante,’ concludeert ze.

  • Salman Rushdie zal nieuwe roman niet promoten

    Salman Rushdie zal nieuwe roman niet promoten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » The Times: EU en VK bereiken akkoord over kwestie Noord-Ierland

    » Brits-Columbia decriminaliseert harddrugs voor persoonlijk gebruik

    Rushdie was vorig jaar het slachtoffer van een aanslag

    Het herstel van Salman Rushdie na de aanslag van vijf maanden geleden vordert, maar hij zal zijn nieuwe roman niet promoten, zo heeft zijn agent bevestigd. Dat meldde The Guardian gisteren. Rushdie schreef Victory City voordat hij werd aangevallen in het Chautauqua Institution in de staat New York, waardoor hij het zicht in één oog verloor en één hand nu niet meer kan gebruiken. Het wordt zijn eerste boek dat sindsdien is gepubliceerd. De publicatie van de roman staat gepland op 9 februari.

    Victory City wordt gepresenteerd als een verkorte vertaling van een fictieve Sanskrietsaga in versvorm, die lang in een pot in de grond begraven was en nu opnieuw verteld wordt door een ‘nederige’ verteller. Het verhaal speelt zich af in een magische versie van veertiende-eeuwse India.

    De hoofdfiguur wil een koninkrijk creëren waar vrouwen ‘noch gesluierd noch verborgen zijn’

    De roman omspant tweehonderdvijftig jaar, waarin de ‘dichteres, wonderdoenster en profetes’ haar goddelijke doel probeert te vervullen: vrouwen zeggenschap geven in een patriarchale wereld en een koninkrijk creëren waar vrouwen ‘noch gesluierd noch verborgen zijn’.

    Lees ook:

  • In Libië wordt de geschiedenis geschreven door vrouwen

    In Libië wordt de geschiedenis geschreven door vrouwen

    Volgens wetenschapper en schrijver Najwa Bin Shatwan wacht Libië op het moment dat zijn burgers als feniksen uit de as verrijzen. Inmiddels plaatsen vrouwelijke auteurs in het tijdperk na oud-dictator Moammar Gaddafi de verhalen van het land in een nieuwe context.

    Hawwa – de Arabische naam voor Eva – is een tienermeisje in het landelijke Benghazi, in de jaren zestig. Ze weet meerdere zwangerschappen te overleven nadat ze is uitgehuwelijkt aan Adam, een vrachtwagenchauffeur, en ze strijdt voor haar vrijheid en haar reproductieve rechten. Dit verhaal is terug te vinden in The Horses’ Hair, de veelgeprezen roman van de Libische wetenschapper en schrijver Najwa Bin Shatwan. In feite is dit het verhaal van de erfzonde, maar dan met zwarte humor verteld door een ongeboren kind dat de lezer de tragische levensloop van de ouders toont.

    Het boek doet denken aan feministische hervertellingen zoals Circe, de roman uit 2018 waarin de Amerikaanse schrijver Madeline Miller enkele Griekse mythen hervertelt vanuit het perspectief van een tovenares, die normaal gesproken wordt afgeschilderd als de slechterik. Op vergelijkbare wijze kijkt Shatwan in haar oeuvre door een vrouwelijke bril naar de Libische geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw. ‘Bin Shatwans beschrijvingen van vrouwelijke auteurs die in Libië kunnen rekenen op censuur vanuit de maatschappij zelf, laten zien dat schrijven voor een vrouw een revolutionaire daad is’, schreef journaliste Orna Herr in het mondiale literaire tijdschrift Index on Censorship.

    Shatwan maakt deel uit van een groeiende groep Libische schrijvers die meer ruimte creëren voor een gendergerelateerde kijk binnen de literatuur. Dit markeert een belangrijk omslagpunt in het nog altijd kleine literaire wereldje in Libië. Door complexe vrouwelijke personages neer te zetten dragen steeds meer Libische schrijvers voorzichtig hun ideeën uit over gendergelijkheid.

    Gedomineerd door mannelijke schrijvers

    Van oudsher wordt de Libische literatuur gedomineerd door mannelijke schrijvers, die hun eigen archetypen gebruiken om belangrijke historische momenten te beschrijven en de realiteit van het moment te doorgronden. Bekende voorbeelden zijn de dichter Khaled Mattwa uit Benghazi, die bekendheid verwierf door met een unieke flair te verhalen over legenden en keerpunten in de geschiedenis, of Alessandro Spina, die dieper in de Libische geschiedenis dook met een reeks romans, waaronder The Confines of the Shadow.

    Maar de laatste jaren zijn er steeds meer vrouwelijke auteurs op het toneel verschenen: Libische vrouwen of Italiaanse vrouwen die in Tripoli zijn geboren. Zij nemen de geschiedenis van het land onder de loep, grofweg vanaf 1900, maar dan vanuit vrouwelijke personages. Denk aan Alma Abate, die in Ultima estate in suol d’amore de opkomst van de in 2011 gedode despoot Moammar Gaddafi bekijkt door de ogen van Sara. Of denk aan Maryem Salama, die in From Door to Door schrijft over gemengde huwelijken in de beginjaren van de twintigste eeuw, met als vertelstem de jonge verpleegkundige Fatima. Door op die manier naar de geschiedenis te kijken, proberen ze te breken met het beeld van de vrouw als lijdzaam object.

    Safa Elnaili, verbonden aan de Arabische faculteit van de Universiteit van Ala-bama, signaleerde deze trend toen ze onderzoek deed naar de korte verhalen die waren gepubliceerd op Almostakbal, een populaire Libische website. Wat haar trof was de centrale rol van vrouwen in deze narratieven, iets wat nieuw was binnen de Libische literaire canon. ‘De geschilpunten in deze verhalen worden belicht vanuit de positie van het vrouwelijke personage in relatie tot familieleden, de maatschappij en de sociopolitieke context,’ zegt ze.

    In de begintijd van Gaddafi’s bewind, in de jaren zeventig, riep de regering een uitgeverij in het leven. Alle auteurs moesten zich in hun geschriften positief uitlaten over de autoriteiten, en wie dat weigerde werd gevangengezet of gedwongen het land te verlaten, of kreeg een verbod om ooit nog te schrijven.

    Afvlakking

    In 2013, twee jaar na het begin van de revolutie die zou leiden tot de val van Gaddafi, schreef Maryem Salama, een schrijver en dichter uit Tripoli, een gedicht waarin ze het beeld gebruikte van vuurwerk dat wordt aangestoken. Omdat er geen uitgeeftraject beschikbaar was, publiceerde ze het op haar Facebookpagina. Een paar uur later reageerde iemand: ‘Dank je. Ik huil nog steeds van brandend geluk in een dood huis.’

    ‘Dank je. Ik huil nog steeds van brandend geluk in een dood huis’

    Het beeld is Salama altijd bijgebleven en sindsdien gebruikt ze de allegorie van een feniks om naar haar land te verwijzen. ‘Libië zit nog midden in zijn ontstaansgeschiedenis. Het moment is nog niet daar dat de grote vogel uit de as herrijst,’ zegt ze tijdens een videogesprek. ‘Het land wacht op het moment dat de Libische burgers de verantwoordelijkheid nemen om uit te groeien tot een groots volk van een groots land. Ze moeten lezen, ze moeten kennis opdoen en ze moeten handelen.’

    Dat proces is met name van cruciaal belang in een land waar Gaddafi de Libische geschiedenis heeft herschreven om zijn eigen doelen te dienen. Naast het feit dat hij de uitgeefwereld inlijfde, maakte hij korte metten met alles wat zijn visie van Libië als homogene Arabische maatschappij kon ondermijnen. Het Tamazight, de taal en het schrift van de Berbers (een etnische groep in Libië en andere Noord-Afrikaanse landen), werd ver-boden en mocht niet meer worden onderwezen. Wie opkwam voor de cultuur en de rechten van de Berbers werd vervolgd, gevangengezet of zelfs vermoord. Dat betekende een afvlakking van de culturele diversiteit.

    ‘Gaddafi’s historisch revisionisme heeft een zwart gat geslagen in het histogram… voor Libiërs,’ zegt uitgever Ghassan Fergiani, een man van in de zeventig die in Tripoli woont. ‘Negentig procent van de Libiërs is geboren rond of na de periode dat Gaddafi aan de macht kwam. Zijn versie van de geschiedenis van Libië is dat alles pas begon toen hij aan het bewind kwam.’

    In de jaren vijftig, het decennium waarin Libië zijn onafhankelijkheid verwierf, opende Fergiani’s vader, Mohammed Bashir Fergiani, drie goedlopende boekwinkels in Tripoli. Daarnaast zette hij ook de uitgeverij Dar Al Fergiani op. Nadat Gaddafi in 1969 aan de macht was gekomen, werd het bedrijf op last van de autoriteiten gesloten en emigreerde het gezin naar Engeland. In Londen stelde Fergiani’s vader zijn leven in dienst van een zoektocht naar oude edities en zeldzame uitgaven uit Libië en de Arabisch-sprekende wereld – boeken die hij vervolgens herdrukte met zijn nieuwe bedrijf, Darf Publishing.

    Boegbeeld

    Een van de auteurs die zijn zoon momenteel uitgeeft is Salama. De zesenvijftigjarige, wier boeken zich richten op de positie van vrouwen in de Libische samenleving, is door recensenten wereldwijd bejubeld als het boegbeeld van een nieuwe generatie Libische schrijvers. 

    Salama legt uit dat Gaddafi een gevoel van onzekerheid bij de Libiërs in de hand werkte door valse informatie te verstrekken. Vóór Gaddafi hadden schrijvers de mogelijkheid om zich op natuurlijke wijze te ontwikkelen, te groeien, en nieuwe manieren te zoeken om met Libische tradities om te gaan en tot een nieuwe, hedendaagse cultuur te komen. ‘Die natuurlijke mogelijkheid werd ingeperkt door de vuist van Big Brother,’ zegt ze ernstig. ‘We zijn opgegroeid in een stalen kooi, wisten niet meer dan wat hij wilde dat we wisten, hadden niet meer manoeuvreerruimte dan zijn instructies. De Libische vrouwen hebben daar het meest onder geleden.’

    Maar naar verluidt werden deze vrouwen door Gaddafi ook lastiggevallen en misbruikt

    We spreken elkaar in een videogesprek. Salama geeft me een virtuele rond-leiding en laat me de boeken zien in de kast naast haar. Haar gezicht begint te stralen als ze haar eigen boeken in het Arabisch en het Engels uit de kast haalt. ‘Niet om op te scheppen,’ zegt ze grappend, ‘maar om je te laten zien hoe die boeken eruitzien.’ De schrijver werkt aan een boekvertaling en presenteert ondertussen een ochtend-programma op een plaatselijke radiozender; daarnaast is ze ook nog bezig met de voorbereidingen voor een nieuw radioprogramma over literatuur.

    Wat vrouwen betreft zond Gaddafi tegenstrijdige boodschappen de wereld in. De flamboyante leider stond erom bekend dat hij zich omringde met vrouwelijke lijfwachten, ook wel de ‘Amazonegarde’ genoemd – een ver-wijzing naar de mythologische verblijfplaats van de Amazones in Libië. Maar naar verluidt werden deze vrouwen door Gaddafi ook lastiggevallen en misbruikt.

    Gaddafi riep een militaire training in het leven voor meisjes op de middelbare school, maar volgens Salama, die in haar jeugd ook deze training moest volgen, was deze niet bedoeld om gelijkheid te bevorderen. Sterker nog, zegt ze, het was een voorwendsel om vrouwen een gedegen opleiding te onthouden, aangezien de militaire training ten koste ging van andere leerstof.

    Verschillende problemen

    In het dagelijks leven kregen vrouwen in Libië met verschillende problemen te maken als gevolg van Gaddafi’s beleid, zegt schrijver Mahbuba Khalifa. Ze spreekt via een videoverbinding vanuit haar huis in Tunis, in het buurland Tunesië, waar ze met haar gezin woont na jaren om veiligheidsredenen in het buitenland te hebben vertoefd. ‘De vrouwen in mijn land moeten twee keer zo hard werken om een balans te vinden tussen enerzijds hun hoop en hun ambities – niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun familie – en anderzijds de realiteit, die een schaduw over hun leven werpt.’

    Khalifa is een vrouw van in de zestig met een zachte stem. Ze draagt een montuurloze bril en haar blonde haar is keurig gekamd. Naast haar op een bruine bank zit haar dochter – en tevens redactrice – Rima, met een alerte, vastberaden blik in haar ogen, het donkere haar in een staart. Rima, een van Khalifa’s vier kinderen en zelf ook schrijver, vult op zakelijke toon de antwoorden van haar moeder aan, of plaatst die binnen een bepaalde context. ‘Zij is degene die me heeft aangemoedigd mijn teksten te delen met de rest van de wereld,’ zegt Khalifa met een trotse blik op haar dochter, die instemmend knikt. ‘Mijn moeder had een schat aan verhalen, maar ze wist die niet op waarde te schatten. Iemand moest haar een zetje geven,’ zegt Rima.

    ‘Mijn moeder had een schat aan verhalen, maar ze wist die niet op waarde te schatten. Iemand moest haar een zetje geven’

    Het ontsluiten van het Libische erfgoed is wat Khalifa al haar hele leven drijft. ‘Het gaat ver terug, vormt een doorgaande lijn en biedt motivatie,’ zegt ze. Ze schrijft een historische roman over haar geboorteplaats Derna, een havenstad in het oosten van Libië, in wat vroeger een van de rijkste regio’s was. Ze ging er weg op haar achttiende, maar nog altijd voelt ze zich sterk met de stad verbonden. De roman gaat over het lijden van de inwoners van Derna als gevolg van de strijd tussen de ge-allieerden en de asmogendheden in de Tweede Wereldoorlog. Er werd onder meer gestreden in de Libische woestijn. Ze kwam erachter dat inwoners van de kuststeden hun toevlucht hadden gezocht in grotten in de bergen, die dekking boden voor de luchtaanvallen van de geallieerden – een gegeven dat een rol speelt in haar boek.

    Khalifa haalt ook herinneringen op uit haar eigen leven. ‘Sommige waren geïnspireerd op het feit dat ik voortdurend verhuisde van de ene plek naar de andere, in Libië of daarbuiten. Dat alles heeft mijn verbeelding verrijkt.’

    ‘Het voortdurende reizen was voor ons noodzakelijk,’ vertelt Rima. ‘Mijn vader [de Libische politicus en jurist Goma Attaiga] was een tegenstander van het Gaddafi-regime, en omwille van onze veiligheid moesten we het land ontvluchten. Mama heeft zelf jarenlang onder pseudoniem geschreven voor oppositiebladen.’

    Khalifa’s eerste roman, We Were and They Were, kwam in 2021 uit in het Arabisch en werd dankzij mond-tot-mondreclame een groot succes bij het Libische lezerspubliek. Het was autobiografisch, zegt ze. ‘Ik wilde het verhaal vertellen van een Libische vrouw die een bepaalde periode uit de geschiedenis van ons land had meegemaakt en die op persoonlijk vlak was geraakt door een aantal belangrijke gebeurtenissen.’

    Getuige

    De losjes op haar eigen ervaringen gebaseerde roman brengt haar leven in kaart, van haar studiejaren tot aan de val van Gaddafi in augustus 2011. ‘Het begin van mijn studie viel samen met de ingrijpende veranderingen die in Libië plaatsvonden als gevolg van de coup tegen de monarchie. Mijn generatie was getuige van veranderingen die heel verwarrend waren voor de Libische bevolking, die destijds een vreedzaam bestaan leidde.’ 

    Ze herinnert zich de tijd dat er net olie was ontdekt en er goede hoop was op een welvarende toekomst. ‘Van het ene op het andere moment sloeg dat om in een leven van zorgen, en van angst voor de nieuwe bewindhebbers,’ zegt ze. ‘Er werden mensen opgepakt en vrijheden afgenomen, en we zagen enorme veranderingen op sociaal en economisch gebied.’ Khalifa zwijgt even en denkt terug aan het moment dat haar man werd opgepakt. ‘Dat heeft mijn leven voorgoed een andere wending gegeven.’

    Tegenwoordig maken deze vrouwelijke auteurs bewerkingen van lokale volksverhalen, Griekse mythen en heilige teksten

    Tegenwoordig maken deze vrouwelijke auteurs bewerkingen van lokale volksverhalen, Griekse mythen en heilige teksten. ‘In Libië is er een grote nalatenschap van historische fictie, wat logisch is, gezien de belangrijke rol van het land in de geschiedenis van het Middellandse Zeegebied, en gezien de diverse volken die Libië door de eeuwen heen hebben bewoond of gekolonialiseerd,’ zegt de in Tripoli wonende schrijver Kawther Eljehmi.

    De achtendertigjarige spreekt via een videoverbinding vanuit haar huis in Tripoli. Ze behoort tot een generatie van schrijvers die dankzij internet zijn komen bovendrijven. Eljehmi begon 2016 te bloggen; drie jaar later zette ze al haar artikelen en verhalen op de populaire Facebookpagina Fasila, speciaal bestemd voor Libische auteurs. Via internet nam de aandacht voor haar verhalen toe en kreeg ze een vaste volgersschare – nog voordat twee jaar geleden haar eerste roman uitkwam, Aidoun.

    Italiaanse Libiërs

    De instabiele situatie van het land is de ernstigste kwestie die bij het schrijven komt kijken. ‘Bij mijn eerste roman liep het allemaal nog best soepel. Ik schreef terwijl ik zwanger was van deze kleine,’ zegt ze, terwijl haar vierjarige zoontje Moness zijn neus tegen de webcam drukt. ‘Maar het was veel lastiger om mijn tweede roman te voltooien.’ Dat was tijdens de burgeroorlog van 2019. Eljehmi woonde in een buurt waar veel werd gevochten. Door de bominslagen was het ‘vrijwel onmogelijk’ een schrijfritme te vinden.

    Toch wist ze het boek af te krijgen. The Colonel gaat over een fictief personage dat doet denken aan Gaddafi. Eljehmi is alweer bezig aan een nieuwe roman, die handelt over kinderen van Libische vrouwen die met een buitenlander zijn getrouwd. Deze kinderen hebben geen recht op gratis onderwijs en gezondheidszorg, omdat ze niet als Libiërs worden gezien.

    Italiaanse schrijvers houden zich ook bezig met historische afrekeningen. Zij nemen de Italiaanse kolonisatie van Libië onder de loep. Libië, voorheen Ottomaans bezit, werd van 1911 tot 1943 bezet door Italië. Op 24 december 1951 riep Libië de onafhankelijkheid uit. In 1970 beval Gaddafi de uitzetting van de Italiaanse bevolking. 

    Mythologie en de vrouwelijke blik vormen het perspectief

    Ook bij de Italianen vormen mythologie en de vrouwelijke blik het perspectief van waaruit de auteurs naar het verleden kijken. Een goed voorbeeld hiervan is Le amazzoni van Manuela Piemonte, dat vorig jaar uitkwam. Dit boek kijkt door de ogen van twee kleine meisjes naar het door Italië bezette Libië in de jaren veertig.

    ANP 15356555 1
    Moammar Gaddafi wordt hier afgebeeld als rat in het nauw boven op zijn eigen verplichte Groene Boek. ‘17 februari’ verwijst naar de Dag van de Woede, het begin van de Libische revolutie in 2011. – © Nick Hannes / ANP

    Piemonte (43) werkte in de uitgeefwereld en was scenarioschrijver, toen ze zich aan haar eerste roman waagde. Ze houdt van research en verzamelde een enorme hoeveelheid archiefmateriaal over het onderwerp van haar boek. Via een videoverbinding toont ze me, wat aarzelend maar toch met enige trots, een collectie fascistische memorabilia die ze in dienst van de literatuur heeft verzameld: oude boeken, fascistische speldjes en ansichtkaarten. ‘Ik wilde zeker weten dat mijn beschrijvingen tot in de kleinste details zouden kloppen.’

    De hoofdpersonages in Le amazzoni zijn de dochters van Italiaanse kolonisten op het Libische platteland, op het moment dat Benito Mussolini het land de oorlog verklaart. In een periode dat ze Libië moeten verlaten houden ze zich vast aan een indringend beeld dat ze zich herinneren: dat van een Berber-vrouw die te paard door de woestijn stuift. Ze willen net zo worden als die vrouw. ‘Toen ik onderzoek deed naar de periode van de Italiaanse kolonisatie, kwamen de Amazones me voor als een toonbeeld van kracht,’ zegt Piemonte. ‘Pas later kwam ik erachter dat Libië de plek is waar de vrouwelijke krijgers in de Griekse mythen vandaan kwamen.’

    Ná de oorlog

    Er is nog een periode waar Italiaanse schrijvers zich mee bezighouden, en dat is de tijd ná de oorlog. De inmiddels overleden Alma Abate, die in Tripoli werd geboren, beschrijft in de roman Ultima estate in suol d’amore, die vorig jaar verscheen, een multicultureel Tripoli waar Italianen, Engelsen, Fransen, Amerikanen, joden, christenen en moslims in harmonie samenleven.

    Diezelfde periode wordt ook onder de loep genomen in de gefictionaliseerde autobiografie Il casa di Shara Band Ong: Tripoli, van de zestigjarige Mariza D’Anna, die eerder boeken schreef over de geschiedenis van haar familie in Libië. ‘Ik wilde een ervaring delen die veel in Libië geboren Amerikaanse kinderen zullen herkennen: verjaagd worden van de plek die je als je thuis beschouwt,’ zegt ze aan de telefoon vanuit Trapani, op Sicilië, haar thuis sinds ze door Gaddafi werd verbannen. Het boek verscheen vorig jaar.

    Zoals D’Anna over Libië spreekt, lijkt het land het midden te houden tussen een verre droom en een plek uit historische verslagen. ‘Ik heb niet heel veel literaire uitwisselingen gehad met Libische schrijvers toen ik aan deze roman werkte, want ik wilde juist mijn eigen herinneringen vastleggen,’ zegt D’Anna, die het land niet meer in mocht – als een in Libië geboren Italiaanse stond ze jarenlang op Gaddafi’s zwarte lijst. ‘Ik ben me ervan bewust dat sommige Libiërs, die waarschijnlijk een volstrekt andere ervaring hebben gehad, het verwarrend kunnen vinden dat ik deze pré-Gaddafi-jaren beschrijf als een gelukkige periode.’ Maar, besluit ze, ‘dat is wel hoe ik het me herinner’. 

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Tegen de grenzen van geëngageerde literatuur

    Duits neonazisme in historisch perspectief  

    LITERATUUR | In zijn nieuwste roman De kleindochter plaatst de Duitse auteur Bernhard Schlink, wereldberoemd geworden met De voorlezer (1995), de opmars van neonazi’s in het oosten van Duitsland in een historisch kader.

    Na de dood van zijn vrouw Birgit stuit boekhandelaar Kaspar op het manuscript van haar autobiografische roman. Zo komt hij tot de ontdekking dat ze kort voor hun huwelijk in de jaren zestig een dochter op de wereld heeft gezet die is achtergebleven in het voormalige Oost-Duitsland. Kaspar weet de familie op te sporen en zet vervolgens alles in het werk om de 14-jarige kleindochter Sigrun te ontdoen van het extreem nationalistische gedachtegoed waarmee ze is geïndoctrineerd. 

    Op de NDR-site stelt Annemarie Stoltenberg dat Schlink het verhaal ‘niet alleen tegen de achtergrond van historische gebeurtenissen presenteert, maar tegelijkertijd zorgvuldig probeert te achterhalen wat de politieke systemen met de ziel van de burgers hebben gedaan.’ 

    Volgens Peter Mohr in Kulturmagazin vertelt Schlink zijn verhaal ‘met verve, heeft hij voorbeeldige research verricht en zijn de beschrijvingen van het radicaal-rechtse milieu volledig authentiek.’ Niettemin vergelijkt Mohr de missie van hoofdpersoon Kaspar met ‘een oefening op de evenwichtsbalk van een oudere turnster. Schlinks poging is goed bedoeld, maar doet pijn bij het lezen.’  

    ‘Schlinks poging is goed bedoeld, maar doet pijn bij het lezen’

    Ook Dorothea Westphal van Deutschlandfunk heeft een ambivalent gevoel over de roman. Ze vindt dat Schlink helder inzicht biedt in de extreemrechtse gemeenschap en goed laat zien hoe lastig het is om te vechten tegen een hardnekkige ideologie. ‘Daar staat tegenover dat de gesprekken tussen beide hoofdpersonen houterig verlopen, waardoor de hoofdpersonages niet geloofwaardig overkomen.’

    In de Süddeutsche Zeitung mist Christian Mayer het evenwicht bij de sleutelfiguren: ‘De auteur ontpopt zich als een romanticus van de oude stempel. Tegen beter weten in hoopt hij mensen tot inkeer te brengen, zodra ze daartoe de kans krijgen.’

    Terwijl Hans-Rüdi Kugler zich in het Zwitserse Tagblatt afvraagt hoe ver Schlink kan gaan met deze geëngageerde literatuur. ‘Met hoeveel goede bedoelingen hij de opkomst van rechts-extremistische groeperingen uit de geschiedenis ook probeert te verklaren, ondanks zijn verhalende elegantie lijkt dit boek meer een casestudy voor maatschappelijk werkers.’ 

    Die Enkelin van Bernard Schlink, door Marcel Misset uit het Duits vertaald als De kleindochter, verscheen begin december bij uitgeverij Cossee

    Door Diederik Samwel


    De nieuwe generatie Girls

    Maar dan Spaans en meer kamikaze

    SERIE | ‘Serieus, we gaan nu stoppen met drugs. Geen coke, geen K, geen speed, geen LSD, geen joints, geen marihuana, geen opium, geen GHB, niets’, beweert een van de hoofdpersonen aan de telefoon in de trailer van Autodefensa [Zelfverdediging], de Spaanse serie die sinds eind november te zien is op het Spaanse platform Filmin

    Komiek Berta Prieto en kunstenaar en zangeres Belén Barenys ‘spelen hierin zichzelf, leven hun leven op het parodische af. In hun verkenningsdrift snijden ze veel onderwerpen aan die momenteel spelen en waar we nog geen duidelijke antwoorden op hebben,’ typeert El País, die een lang portret aan hen wijdt. Die onderwerpen zijn behalve drugs bijvoorbeeld ook psychische gezondheid en seksuele consensus. El Periódico de España vergelijkt de serie dan ook met het Amerikaanse Girls, maar noemt de Spaanse variant ‘meer kamikaze en meer gericht op generatie Z’.

    Meteen sinds de release van de trailer veroorzaakte Autodefensa niet alleen veel discussie in de Spaanse pers, maar ook op sociale media

    In een interview met de krant zeggen de twee makers, geboren in 1982: ‘De twintigers van vandaag weten al beter hoe ze over hun gevoelens moeten praten, wij wisten niet goed wat we ermee moesten.’ Ook daarover gaat de serie. Niet dat ze zichzelf zien als ‘de stem van hun generatie’; ‘iedereen kan zich nu gemakkelijk uiten’ dankzij sociale netwerken, aldus La Vanguardia. Ze wilden gewoon hun leven als jongvolwassenen laten zien, met alle passies en al het tumult, zonder het te verfraaien.

    Meteen sinds de release van de trailer veroorzaakte Autodefensa niet alleen veel discussie in de Spaanse pers, maar ook op sociale media. Een van de kritieken op de serie luidde bijvoorbeeld de vraag wanneer er eens een serie verschijnt over meisjes die graag thuis een boek lezen. Prieto noemt deze reactie in gesprek met La Vanguardia nogal vrouwonvriendelijk: ‘Want even los van de kwaliteit van de serie weet ik zeker dat we in de trailer twee meisjes laten zien die het naar hun zin hebben en doen wat ze willen.

    Door Laura Weeda

    Schermafbeelding 2022 12 22 om 13.18.16

    Engelse veteraan dingt mee naar een Oscar 

    Stiff upper lip tot het bittere einde 

    FILM | Privélevens bestaan niet op het Londense departement voor Openbare Werken in de jaren vijftig. Zelfs collega’s die dagelijks met dezelfde trein naar hun werk gaan wisselen geen persoonlijke informatie uit. Op kantoor is de belangrijkste bezigheid om lastige dossiers onderop te leggen of naar een andere afdeling door te schuiven. Wat gebeurt er dan wanneer een van hen vlak voor zijn pensioen te horen krijgt dat hij nog zes maanden te leven heeft? Hij stapt subtiel uit zijn rol, zonder ook maar een greintje van zijn waardigheid te verliezen. 

    Dat is de kern van Living, de Engelse, door de Zuid-Afrikaan Oliver Hermanus geregisseerde bewerking van Ikiru (1952) van de Japanse grootmeester Akira Kurosawa. Diens landgenoot Kazuo Ishiguro, romanschrijver en Nobelprijswinnaar, tekende voor het script. En dat is duidelijk te zien, vindt Anthony Lane in zijn bespreking voor The New Yorker. Hoofdrolspeler Bill Nighy (72) roept herinneringen op aan Anthony Hopkins in Remains of the Day, de verfilming van Ishiguro’s gelijknamige roman, die als hondstrouwe butler uit plichtsbesef de liefde van zijn leven laat schieten: ‘Wanneer zulke acteurs zo inventief en intuïtief een verwelkte en bekrompen man vertolken, geloven we dan wat we zien of zijn we getuige van een briljante vertolking?’

    Volgens Constance Jamet van Le Figaro zou er best eens een Oscarnominatie in kunnen zitten voor Nighy: ‘Een haast Spartaanse acteerprestatie waarbij elk sentiment even doorleefd en verstild overkomt.’

    ‘Alleen al zo’n terloops gesprekje met een agent op straat: daar krijg je zelfs een steen mee aan het huilen’ 

    In The Independent verbaast Clarisse Loughrey zich over de keuze van de makers om Living 70 jaar na Kurosawa’s origineel in het naoorlogse Londen te situeren. ‘Maar wat maakt het uit? De film is fascinerend. Vooral door het glanzende charisma van Nighy. Hij legt het als een slangenhuid over de stoïcijnse rust van zijn karakter. Zo krijgt het bijna iets spookachtigs. Is de man al halfdood of verdient hij ten volle zijn bijnaam op kantoor: Mr. Zombie?’ 

    Tara Brady van The Irish Times is diep onder de indruk van regie, cast, set design en aankleding: ‘Gewoon perfect. Alleen al zo’n terloops gesprekje met een agent op straat: daar krijg je zelfs een steen mee aan het huilen.’ 

    Living van regisseur Oliver Hermanus is vanaf 29 december te zien in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

    Living st 5 jpg sd low

    Immens populaire poseerlessen

    Want iedereen kan mooi op een foto staan 

    FOTOGRAFIE | Een TikTok-gebruiker plaatste onlangs een korte video. ‘Mijn naam is August. Ik ben een gehandicapte transman,’ schreef hij. ‘Ik hou van foto’s maken, maar ik weet niet wat ik met mijn lichaam of mijn handen moet doen! Ik ben op zoek naar hulp.’

    De video van August was gericht aan één persoon in het bijzonder: poseergoeroe David Suh, die 4 miljoen volgers heeft op TikTok en het idee uitdraagt dat er niet zoiets bestaat als niet fotogeniek zijn. Iedereen kan goed op de foto staan, als je maar weet hoe je jezelf presenteert, beschrijft LA Times de boodschap van de uit Zuid-Korea afkomstige 28-jarige fotograaf, die inmiddels samenwerkte met vele grote namen uit de industrie. Hij heeft nu een studio in Los Angeles, maar dankt zijn bekendheid, met zo’n 4,3 miljoen volgers op TikTok en 1,1 miljoen op Instagram, aan sociale media. 

    ‘Lichaamstaal was de eerste taal die we hadden,’ schrijft Insider. En het is die vorm van communicatie waar Suh met zo veel succes op focust: ‘Vergeet hoe je eruit wil zien, bedenk hoe je wilt overkomen.’ Op die manier zouden we de controle, die we over ons uiterlijk nooit volledig hebben, weer kunnen verleggen naar onszelf. 

    The Washington Post plaatst een kritische noot. Hoewel de fotograaf erop uit is om de culturele normen van onze schoonheid een beetje te verbreden, en daarmee meevaart op de recente golf van acceptatie van het eigen lichaam en eigenliefde, gaat hij niet zo ver te zeggen dat je er niet per se goed uit hoeft te zien op een foto. Zou dat niet een nog betere boodschap zijn?

    Door Laura Weeda

    DSC00577 EditPrint 683x1024 1
  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Pijnlijke paradox rond vreemdelingenhaat

    Morele thriller in Transsylvanië  

    FILM | Vlak voor Kerstmis neemt Matthias – half Roma, half Duits – ontslag bij een slachthuis in Duitsland, om terug te keren naar het bergdorp in Transsylvanië waar hij vandaan komt. Hij wil zijn zoontje Rudi aan het praten krijgen, zijn zieke vader opzoeken en de relatie met zijn ex Csilla nieuw leven inblazen. De sfeer is grimmig en wordt er niet beter op wanneer Csilla drie gevluchte Sri Lankanen aanneemt in haar bakkerij. 

    Zo begint de speelfilm R.M.N. (de Roemeense vertaling van ‘MRI’) van de Roemeense regisseur Cristian Mungiu, die internationaal in de prijzen viel met 4 maanden, 3 weken & 2 dagen en Graduation. Het resulteert volgens recensent David Ehrlich van IndieWire in een ‘sociaal-economische smeltkroes die de kijker geleidelijk bij de keel grijpt. Een weliswaar iets te breed opgezet, maar tijdloos verhaal over vreemdelingenhaat in een lokale setting.’

    Lee Marshall schrijft voor Screen Daily dat regisseur Mungiu te veel thema’s tegelijk wil aanroeren. Volgens de criticus komt dat aan het licht in een sleutelscène op het stadhuis: ‘Geschoten vanuit één camerastandpunt is dat een indrukwekkende krachttoer. Maar het voelt ook alsof de maker hier in één keer alles uit de kast wil halen. Als een Franse medewerker van een ngo een betoog houdt over het behoud van de berenpopulatie in de omgeving, krijgt hij alles over zich heen, van Charlie Hebdo tot de erfenis van het Franse koloniale verleden.’  

    8b2705f7 11c9 4199 b352 95538e3e374a‘Ondanks een gebrek aan ambitie in de finale is dit een prachtige nieuwe mijlpaal in het werk van deze Roemeense meester’ 8b2705f7 11c9 4199 b352 95538e3e374a

    Voor Ben Croll van het Amerikaanse Wrap Magazine kwam diezelfde scène juist als geroepen, want aanvankelijk was het of hij ‘een hoop puzzelstukjes aan elkaar moest leggen’. ‘De eerste negentig minuten voelen als een proloog, maar dan volgt een take van zeventien minuten waarin de regisseur zijn ware intenties uitkristalliseert. Het tekent Mungiu’s grote filmtalent.’

    Ook de criticus van Franse filmsite Le Bleu du Miroir is lovend over R.M.N., waarin een hedendaagse paradox volgens hem fraai in beeld wordt gebracht: ‘De angst voor buitenlanders, racisme, vooroordelen: het is des te verrassender omdat de dorpsbewoners zich uitdrukken in verschillende talen.’ Tegelijkertijd gaan diezelfde bewoners in het buitenland werken om in hun levens-onderhoud te voorzien. ‘Ondanks een gebrek aan ambitie in de finale is dit een prachtige nieuwe mijlpaal in het werk van deze Roemeense meester.’ 8b2705f7 11c9 4199 b352 95538e3e374a

    R.M.N. van Cristian Mungiu draait vanaf 1 december in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

    R M N ps 1 jpg sd low

    Dagermans tijdloze waarschuwing tegen radicalisering

    Een roman die bedachtzaam en ontroerend is tegelijk

    LITERATUUR | Stig Dagerman heeft ‘kunst in zijn vingers’, citeert Sweden Posts English de Zweedse journalist Ivar Harrie over Dagermans roman Bränt barn uit 1948. ‘Hij breekt los van de experimentele mogelijkheden van literaire techniek.’ De Zweedse auteur Sven Stolpe noemde het uitzonderlijk om een boek te schrijven dat tegelijk zo ontroerend en zo bedachtzaam is. Het meest onvergetelijk noemt hij ‘de stevige greep van de auteur op zijn jonge held’, die met enige afstandelijkheid wordt benoemd als ‘de zoon’. Deze jonge held, de twintigjarige Bengt, schrijft na de dood van zijn moeder brieven aan zichzelf, die, zoals zij voorspeld had, moeten helpen tegen zijn verdriet. Maar al snel ziet de lezer hoe zijn woede en onmacht alleen maar toenemen, helemaal als hij erachter komt dat zijn drankzuchtige vader een nieuwe vriendin heeft. ‘Het wordt duidelijk dat er een vreselijke afrekening in het verschiet ligt; de enige vraag is tot welke specifieke puinhoop die zal leiden,’ schrijft John Self in The Guardian

    Als Dagerman de roman schrijft, is hij zelf ook nog jong, wat volgens Self tot uiting komt in ‘een overdaad aan emoties en details, cynisme dat grenst aan nihilisme’. Maar in dit geval werken deze kenmerken in zijn voordeel, aldus de Britse recensent, die in de roman een tijdloze waarschuwing ziet tegen radicalisering. De Zweedse auteur Viveka Heyman, die overigens bekendstond vanwege haar felle recensies, zag in de jonge leeftijd van de auteur evenmin een nadeel; ze vond zijn voorgaande werk juist sterker. Ondanks ‘alle ingrediënten voor een meesterlijke Dagerman-roman’ bekroop haar tijdens het lezen steeds het gevoel dat dit ‘al eerder en beter was gedaan’.

    Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven

    Dagerman schreef het manuscript in enkele zomermaanden in een vissersdorpje in Bretagne; ‘in grote eenzaamheid in een afgesloten kamer’, meldt hij zijn uitgever, aangehaald door LitteraturMagazinet. Het zal een roman worden ‘over liefde en verdriet in een arbeidershuis in Söder [een stadsdeel in Stockholm]’, aldus de schrijver, wiens moeder enige maanden na zijn geboorte vertrok om nooit terug te keren. Omdat zijn vader niet voor hem kon zorgen, groeide hij op bij zijn grootouders.

    Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven: hij stopte in 1949, op zijn zesentwintigste, met het schrijven van fictie en beroofde zich vijf jaar later van het leven.

    Bränt barn wordt in december heruitgegeven bij uitgeverij Koppernik als Het verbrande kind, in een vertaling van Bernlef

    Door Laura Weeda

    voorkant Stig Dagerman Het verbrande kind

    Liefdesverhalen als metafoor voor verstikking

    Jafar Panahi filmde opnieuw in het geheim 

    FILM | ‘No Bears is de beste film van Jafar Panahi sinds hij ondergronds is gegaan. Hierin verbeeldt hij op creatieve wijze de wanhoop die heerst in de Iraanse samenleving’, schrijft Babak Ghafoori Azar op de Praagse nieuwssite Radio Farda.

    Net als Panahi’s eerdere films werd deze in het geheim geschoten. Vanwege een kritische houding tegenover de regering in de film Three Faces zat de Iraniër zes jaar in de gevangenis; nu is hij vrij, op voorwaarde dat hij geen films meer maakt. No Bears werd opgenomen in een dorpje aan de Turkse grens, waar de bewoners niet blij waren met de komst van de crew; ‘ze hadden zo hun eigen problemen’, aldus Radio Farda. Panahi raakte betrokken bij het verhaal van een jong stel waarvan het meisje eigenlijk vanaf de geboorte met een andere jongen was verloofd. Dit gebruikte hij in zijn film, waarin ook een ander, Iraans stel na tien jaar ballingschap in Turkije Europa probeert te bereiken.

    Courrier International spreekt van ‘een juweel van virtuoos minimalisme’ 

    Beide liefdesverhalen zijn ‘metaforen van een samenleving op de rand van verstikking’. ‘Precies het soort film dat de lange, slapeloze reis naar een filmfestival ver weg elke minuut waard maakt’, meent Shubhra Gupta van The Times of India, refererend aan het filmfestival van Venetië, waar No Bears dit jaar werd vertoond. Kevin Maher van The Times bewondert de ‘donkere post-moderne satire in deze film over het maken van een film’. Courrier International spreekt van ‘een juweel van virtuoos minimalisme’. c3599f4b 2565 4a3b af8c 8364028fe568 

    Door Laura Weeda

    No Bears st 6 jpg sd low Copyright JP Production

    Back to the eighties en toch avant-garde 

    Een eigen stijl, of liever de hitlijsten bestormen?

    POPMUZIEK | De Franse popartiest Heloïse Letissier wisselt geregeld van pseudoniem. Na haar internationale doorbraak in 2014 met Christine & The Queens werd het Chris, en nu is het Redcar. Die ontwikkeling loopt parallel aan de persoonlijke transitie van de artiest van vrouwelijk naar mannelijk. Het derde album Redcars les adorables étoiles omvat volgens recensent Annabel Ross van The Sydney Morning Herald ‘avant-gardemuziek, gestileerd als een soort rockopera: zwaar van romantiek en vol verlangen en literaire verwijzingen’. De dertien tracks zijn ‘sterk geïnspireerd op de jaren tachtig, met een knisperende drumcomputer en alomtegenwoordige synthesizers’, aldus Ross.

    Ook Eric Bureau van Le Parisien moet door Redcars kwistige gebruik van synthesizers denken aan de newwaveplaten van Depeche Mode, The Cure en Talking Heads. ‘De muziek zit productioneel gezien boordevol ideeën, maar daardoor doet ze tegelijkertijd bij vlagen te experimenteel aan.’

    ‘De muziek zit productioneel gezien boordevol ideeën, maar daardoor doet ze tegelijkertijd bij vlagen te experimenteel aan’

    In de Evening Standard schrijft David Smyth dat Redcar zo te horen in een richtingenstrijd is verwikkeld. Niche en minder toegankelijk, of mainstream om de hitlijsten te bestormen? ‘Sommige nummers klinken duister en rauw. Andere tracks worden gestuwd door energieke beats, maar missen een herkenbare vocale melodielijn om er een pakkende popsong van te maken. Maar deze muziek blijft intrigeren.’

    Neil McCormick moet in The Telegraph bekennen dat zijn Frans verre van toereikend is maar dat het hem ook met de Engelse vertaling bij het album, geregeld begint te duizelen door de teksten. Hij houdt het op een ‘vreemd, sfeervol maar meeslepend werk.’

    Émilie Côté van het Canadese dagblad La Presse werd aanvankelijk afgeleid door ‘ondoordringbare arrangementen’. ‘Na een paar keer luisteren wordt het minder verwarrend, maar deze muziek haalt het niet bij die van Chris en Christine.’ De criticus kijkt dan ook uit naar de aangekondigde samenwerking van Redcar met de Amerikaanse producer Mike Dean, die eerder de studio indook met onder meer Madonna, The Weeknd en Beyoncé.’

    Het album Redcar les adorables étoiles is begin november verschenen

    Door Diederik Samwel

    Redcar