Tag: LITERATUUR

  • In gesprek met Oekraïense schrijvers: ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    In gesprek met Oekraïense schrijvers: ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    Terwijl de oorlog woedt, vechten de bekendste auteurs van Oekraïne met woorden voor hun land. Op reis met drie dakloze schrijvers.

    De dichter schreeuwt. Zijn haar hangt in zijn gezicht en zwiept mee op de maat van de muziek. Zijn ogen zijn spleetjes geworden, hij zweet en veegt zijn haar naar achteren. Als hij een vuist in de warme lucht steekt in de Weense club, volgen onmiddellijk vele handen van mensen. Ze zijn hier om deze man live op het podium te zien. Serhij Žadan.

    Een fan helemaal vooraan graait naar de borst van de dichter en zanger, naar waar zijn hart zit. Hij staat het toe.

    Olga uit Lviv is vandaag buiten de club aanwezig met buttons, met daarop het portret van Zelensky. Senek is hier ook vandaag – hij verhuisde onlangs van Oekraïne naar Oostenrijk om te studeren. Hij maakt bewegingen op de dansvloer. Vandaag is Oekraïne hier.

    Žadan i Sobaki, Charkov, Ukrajina!’ roept Serhij Žadan nu, en vat daarmee in vijf woorden samen waar het deze septemberavond om draait.

    De band – ‘Žadan en de honden’, uit Charkov, Oekraïne – speelt rockmuziek die je eraan herinnert waarom rockmuziek eigenlijk bestaat. Energie. Overmaat. Protest. En over dat wat geen vertaling behoeft. Charkov, Oekraïne.

    Tour de force

    Voorlopig is Wenen de laatste stad buiten Oekraïne waar Žadan i Sobaki spelen om geld in te zamelen voor hun vaderland. Dit is het laatste van bijna twintig concerten in drie weken. Van een rondreis door Oost- en Midden-Europa. Wrocław, Praag, Milaan, Hamburg, Riga, Vilnius, Bratislava, Wenen. Een tour de force.

    De achtenveertigjarige dichter, zanger, rockster, filoloog en vertaler Serhij Žadan is een man met vele kwaliteiten. Hij is een van de meest internationaal bekende schrijvers van Oekraïne, wiens boeken in Duitsland worden uitgegeven door Suhrkamp Verlag. Dit jaar won hij de Vredesprijs van de Duitse boekhandel en hij schreef al over de oorlog in Oekraïne toen men het elders in de wereld nog graag over een conflict of crisis had.

    In 2004, tijdens de Oranjerevolutie, hielp hij met het inrichten van een tentenkamp voor demonstranten in Charkov, waar hij sinds de jaren negentig woont. In 2014, ten tijde van Euro-Maidan, verzette hij zich tegen de pro-Russische aanvallers en werd in elkaar geslagen.

    Sommige collega’s van Žadan vechten aan het front. Een van hen is Artem Tszech. Zijn boek Nulpunt, over de oorlog in de Donbas, waarin hij meevocht, is zojuist in Duitse vertaling verschenen.

    Sommige anderen zijn vermoord door Russische troepen. Een van hen is Oleksandr Kysljoek. Een universitair docent, die Tacitus, Aristoteles en Adorno in het Oekraïens vertaalde. Hij werd niet ver van zijn flat in Boetsja doodgeschoten.

    Sommigen bleven, anderen vluchtten. Velen van hen trekken nu als nomaden door de wereld. Zij gebruiken de mobiele mogelijkheden van Europa, ook om ervoor te zorgen dat de solidariteit in het Westen niet afbrokkelt.

    ‘Als je videobeelden ziet van een raket die naast je huis inslaat, geeft dat best een ongemakkelijk gevoel’

    De schrijvers uit Oekraïne die je op deze reis door Europa ontmoet – Serhij Žadan in Oostenrijk, Andrej Koerkov in Noorwegen, Oksana Zaboezjko in Polen – vechten in verschillende landen. Met dezelfde middelen. Met woorden.

    Žadan, Koerkov en Zaboesjko hebben gemeen dat zij tot de grootste literaire figuren van hun land behoren maar lange tijd geen literatuur konden schrijven. Wat ze nog meer gemeen hebben, is dat ze dit najaar nieuwe boeken uitgeven.

    Wat ervaren deze intellectuelen, honderden kilometers verwijderd van hun vaderland dat onder vuur ligt?

    Naar huis

    Uren voordat de dichter het uitschreeuwt, lijkt hij leeg. Serhij Žadan, gekleed in zwart T-shirt, zwarte jeans en zwart spijkerjack, zit backstage in een kleine ruimte. Het is er benauwd. Even daarvoor zaten zijn collega-muzikanten er nog. ‘Ik wil naar huis,’ zegt hij in zijn rauw klinkende Oekraïens.

    Variaties van die zin zal hij vele malen herhalen. Een leidraad, waarnaar hij steeds terugkeert.

    Deze tournee van drie weken, zegt hij, is de eerste keer dat hij Charkov voor langere tijd heeft verlaten sinds 24 februari, de dag van de Russische invasie. Die dag zat hij in de trein op weg naar een concert. Toen hij van de invasie hoorde, ging hij terug naar Charkov. De stad werd zwaar beschoten, met artilleriegranaten en raketten.

    ‘Ik voel me totaal niet op m’n gemak als ik buiten Oekraïne ben,’ zegt Žadan. Hij kijkt voortdurend naar het nieuws, zegt hij. Onlangs sloeg een raket in naast zijn huis in Charkov. ‘Als je beelden ziet van een raket die naast je huis inslaat, geeft dat best een ongemakkelijk gevoel.’

    Angst is het niet. ‘Woede,’ zegt hij. En onrust.

    ‘Het is zoiets vreemds, en ik zie het niet alleen bij mezelf maar ook bij veel andere mensen: hoe verder iemand van de oorlog verwijderd is, hoe meer zorgen hij zich maakt. Ben je daarentegen in Charkov terwijl dat wordt beschoten, dan voel je je rustiger.’ Oorlog kan gevoelens verdraaien.

    En oorlog condenseert de tijd, zegt Serhij Žadan; Deze zeven / maanden lijken een dag.

    De oorlog neemt het perspectief weg. ‘Het is verdwenen. Dus als je dicht bij het front woont, probeer je niet te denken aan wat er met je gaat gebeuren over, laten we zeggen, een week.’

    Door de oorlog kon Žadan geen boek meer lezen. Nu kan hij het weer. ‘Ik dwing mezelf ertoe.’ Hij leest Bruno Schulz, zegt hij, wijzend naar zijn rugzak naast hem in de backstageruimte. Het is een soort therapie voor hem, zegt hij. Hij blijft terugkomen op de Poolse surrealist, die werd geboren in wat nu Oekraïne is en die tijdens de Tweede Wereldoorlog door een SS’er werd doodgeschoten.

    ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    Door de oorlog kon Žadan ook geen boeken meer schrijven. Ook dat kan hij nu weer. ‘Ik doe mijn best,’ zegt hij.

    ‘Oorlog verandert het vocabulaire,’ schrijft hij ongeveer tien jaar geleden in een prozatekst. Dat laat zich dezer dagen lezen als een voorspelling. Net zoals enkele van zijn boeken. Met name de in 2018 in het Duits verschenen roman Internat, over zijn persoonlijke verantwoordelijkheid in de oorlog in de Donbas. ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden,’ gaat de prozatekst verder.

    In zijn nieuwe boek Hemel boven Charkov, een verzameling van zijn berichten op sociale media sinds 24 februari, komt de uitdrukking ‘Derde Wereldoorlog’ voor. Het ergste vooruitzicht, de omvangrijkste gedachte. Een metafoor, zegt hij nu, voor het heden. ‘Als je naar de wereld van vandaag kijkt, zie je een apocalyptisch beeld.’

    De oorlog verandert de stijlmiddelen. De metaforen. De toon.

    Liefde en haat

    De bundel is mogelijk minder poëtisch dan de fictie van Žadan, soberder, maar ook militanter. Het gaat heen en weer tussen liefde en haat. Tussen een lokale patriottische liefde voor Charkov, de inwoners en verdedigers. En haat tegen de Russen, de ‘barbaren’. Žadan herhaalt dat laatste als een refrein in deze compilatie. Naast leuzen als ‘Over de stad wapperen onze vlaggen’ of ‘Morgenochtend zijn we weer een dag dichter bij onze overwinning’.

    Hemel boven Charkov maakt duidelijk dat Žadan, de man met vele kwaliteiten, door deze oorlog in minstens één rol is gegroeid. Hij is kroniekschrijver van de oorlog geworden. Een twitterende stadsschrijver van de gebroken maar toch onbreekbare metropool. Maar hij is ook iemand die het moreel hooghoudt. Als een vuist in de warme Weense lucht.

    Vier dagen na het concert post Serhij Žadan een selfie op Instagram. Hij draagt een zwarte zonnebril, en er speelt een zachte glimlach om zijn lippen. Daaronder staat: ‘Onze vlaggen wapperen over de stad’. Een foto uit Charkov.

    Vier dagen na het concert maakt Andrei Koerkov een foto in een haven in de Lysefjord in Noorwegen. Hij staat voor op het dek van een veerboot die zich nu een weg baant door de fjord, en hij maakt foto’s als uit een prentenboek, van een waterval, van de rechtlijnige, afgeschraapte rotswanden die het water als hoge muren omgeven.

    Het zijn zeldzame momenten, waarop Koerkov zijn mobiele telefoon niet gebruikt voor zijn werk tijdens deze tournee – een literatuurfestival in Stavanger nodigde hem uit. De mobiele telefoon, die ervoor zorgt dat Kyiv nooit ver weg is, zelfs niet in het Noorse zuidwesten.

    In het westen is Andrei Koerkov waarschijnlijk de bekendste auteur uit Oekraïne. De eenenzestigjarige voorzitter van de Oekraïense PEN-schrijversvereniging verliet zijn door oorlog verscheurde land na 24 februari met tegenzin. Een vriend belde hem op en vertelde hem dat zijn naam op een Kremlin-lijst stond met ‘pro-Oekraïense activisten’. Dus, vertelt Koerkov, verliet hij zijn flat in Kyiv, samen met zijn Britse vrouw Elizabeth. De schrijver had geen boeken ingepakt, alleen wat eten, de laptops en opladers; zijn vrouw legde de Bijbel en zijn laatste roman in de auto. Koerkov heeft sindsdien niet meer geschreven. Ze wilden naar het landhuis in Lasariwka, ongeveer 90 kilometer ten westen van Kyiv. In de file vloog een Russische raket over de Mitsubishi van Elizabeth, zegt Koerkov. In Lasariwka belde dezelfde vriend opnieuw, met het advies om door te rijden. Dus nog verder naar het westen. Eerst Oekraïne. Toen Europa.

    Sindsdien is Koerkov onderweg. ‘We kunnen elkaar ergens in Europa ontmoeten’, liet hij weten in een e-mail, nauwelijks twee weken voor zijn reis op de veerboot. Hij is een reiziger geworden.

    Gisteren arriveerde hij vanuit Oslo. De komende dagen gaat hij naar Göteborg, Lissabon en Berlijn. Daar staat de Mitsubishi, waarmee hij binnenkort naar Oekraïne gaat, geparkeerd op de luchthaven. De komende maanden reist hij naar Israël, Peru en Mexico. De afgelopen weken was hij in Frankrijk, Griekenland, IJsland, Italië, Nederland en Duitsland. In de laatste zes maanden was hij drie keer uitgeput, zegt hij. Dan heeft zijn lichaam en niet hijzelf – dat is belangrijk voor hem – een dag of twee rust nodig. Koerkov wil niet moe overkomen. Daarna ging het weer. En daarna ging het verder. Nu dus in Noorwegen.

    Op de dag voordat hij foto’s maakt van de fjord, zit Koerkov in het restaurant van zijn hotel in Stavanger. Hij bestelt niets. Hij lijkt vastberaden, een beetje chagrijnig, maar hij is een man die nooit om een snelle lach verlegen zit, zelfs nu niet. Straks heeft hij nog een lezing op het literatuurfestival. Maar Koerkov wil het hebben over de situatie in Oekraïne.

    ‘Dit is culturele diplomatie,’ zegt hij in zijn Duits vol keelklanken. ‘Ik praat altijd meer over Oekraïne dan over mijn boeken.’

    Europeanen weten niets over Oekraïne, zegt Koerkov. Hij ziet het als zijn taak dat te veranderen

    De twee sluiten elkaar niet noodzakelijkerwijs uit. Wat Internat is voor Žadan, is Grijze Bijen voor Koerkov. Ook dat is een roman over persoonlijke verantwoordelijkheid tijdens de oorlog in de Donbas. De opnames voor de verfilming ervan moesten door de oorlog worden gestaakt.

    Koerkov toont zijn visie op Oekraïne sinds hij in 1999 aan zijn eerste lezingentournee begon, nadat zijn bestseller Picknick op het ijs verscheen, over een dagdromer in het corrupte Kyiv. Sindsdien reist hij elk jaar zes maanden de wereld rond. Hij is al lange tijd een reiziger.

    Als jongeman reisde hij door de USSR om meer te weten te komen over de Sovjetgeschiedenis. Hij studeerde aan het Pedagogisch Instituut voor Vreemde Talen in Kyiv met het oog op een diplomatieke carrière. Koerkov spreekt zes talen, maar een paar, zegt hij, is hij weer vergeten. Tegenwoordig reist hij de wereld rond om mensen meer te laten weten over het Oekraïense heden. Europeanen weten niets over Oekraïne, zegt hij. Koerkov ziet het als zijn taak dat te veranderen.

    Misschien komt het door al het reizen dat Koerkov, in tegenstelling tot Žadan, niet naar huis wil: ‘Ik hou ontzettend van Kyiv maar ik ben niet zo emotioneel. Ik heb elke dag telefonisch contact met Kyiv. Het is heel dichtbij.’ Koerkov heeft een doel. Alleen is dat niet Charkov of Kyiv. Het is de wereld.

    Net als Žadan publiceerde ook Koerkov onlangs een boek: Dagboek van een invasie. Net als het boek van Žadan is het een chronologische compilatie van teksten over deze oorlog. En net als Žadan heeft Koerkov het in zijn boek over de Derde Wereldoorlog. Alleen Koerkov schrijft dat hij niet weet of deze oorlog een Derde Wereldoorlog zal worden. Zijn boek is niet zo direct als dat van Žadan. Niet zo overduidelijk. Het is wijs optimisme in plaats van strijdlustige Hou Vol!-slogans. ‘Elk verhaal moet een goed einde hebben,’ zegt hij op een zeker moment. Dit ook? ‘Natuurlijk.’

    Nostalgie

    Op de vraag wat hij mist aan zijn vaderland, antwoordt hij het werken aan romans in de cafés achter de Sofiakathedraal in Kyiv. Met als commentaar: ‘Nu aas je op nostalgie!’ Koerkov wil niet nostalgisch overkomen. ‘Als je te veel in het verleden zit, dan vergeet je de toekomst.’ Hij heeft geen tijd meer. Hij moet gaan, naar het gesprek. Om Oekraïne uit te leggen.

    Dus van het hotel-restaurant naar de hotelkamer, jasje aan en door de hoteldeur. Hij loopt snel, zijn mobiele telefoon wijst hem de weg. Door de steeg, deze kant op. In het Kulturhaus zoekt hij bioscoopzaal 6, de locatie van de lezing. De trap af, langs een bioscoopreclame voor een oorlogsfilm, en hij is er. Een beetje te vroeg. Hij gaat terug de trap op. Bovenaan wordt hij ontvangen. Hij wil zijn vrouw even bellen.

    Daarna spreekt Koerkov rustig en routinematig over Oekraïne, zonder dat het een standaardriedel wordt, wat ook aan zijn gevatheid kan liggen. Hij is niet alleen lang een reiziger geweest. Hij is ook al heel lang een geweldige verteller.

    Na het gesprek stelt iemand een vraag. Een vraag van een Noorse man aan de Oekraïense schrijver. Geldt een boycot van Russische literatuur ook voor mensen als Tolstoj of Dostojevski?

    ‘Een zeer naïeve vraag,’ zegt Oksana Zaboezjko in haar zachte Pools als haar een week later in Warschau over het optreden in Stavanger wordt verteld. ‘Al deze jongens die naar Oekraïne kwamen om te verkrachten en wasmachines en toiletten te stelen, lazen Tolstoj en Dostojevski op school, het maakte deel uit van hun curriculum. Dus de vraag is meer: wat is er verdomme aan de hand?’

    Het gaat er niet om Tolstoj of Dostojevski stokslagen te geven, zegt Zaboezjko. Voor haar gaat het om een kritischer engagement met het Russische verleden. Volgens haar heeft vooral het Westen dat veel te lang nagelaten.

    Oksana Zaboezjko spreekt zoals haar boeken klinken. Met lange zinnen en nog langere uitweidingen. Engelse interjecties. Zoals in haar roman Veldstudies over Oekraïense seks, die de nu tweeënzestigjarige schrijfster plotseling beroemd maakte toen ze midden dertig was. Het is een feministisch, verrukkelijk, poëtisch werk.

    Ze arriveerde in Warschau op 23 februari. Een dag voor deze oorlog en op een van de laatste vluchten uit Kyiv. Maar dat wist ze toen nog niet. Ze dacht dat ze maar drie dagen zou blijven. Zaboezjko zegt dat ze een paar kleren in de kleine koffer had gestopt, een schone blouse, ondergoed, cosmetica, oorbellen. Haar laptop liet ze thuis.

    Op 24 februari, herinnert ze zich, maakte haar man Rostyk haar wakker in het hotel. Hij belde om zes uur vanuit Kyiv. ‘Ze bombarderen ons.’ Aanvankelijk voelde Zaboezjko een vreemde aandrang om te vluchten, zegt ze – het onredelijke gevoel om met alle geweld naar huis te willen ondanks het gevaar. Toch besloot ze te blijven. Geen gemakkelijke beslissing. ‘De flat, het huis, de straat, de stad, het land. Allemaal veiligheidsgordels,’ zegt ze nu over haar thuis, terwijl ze doet alsof ze een veiligheidsgordel om doet.

    Ze voelde zich schuldig. Een soort van overlevingsschuld. ‘Dat ze daar in de metro schuilen voor de bommen en dat ik hier ben.’ Maar toen schreef een lezer iets op Facebook. Ze zei dat het lot had gewild dat Zaboezjko in Warschau zou zijn.

    Dankzij die lezer vond Zaboezjko haar missie, zegt ze. Om vanuit Warschau, een beetje zoals de geweldige uitlegger Koerkov, Oekraïne dichter bij het Westen te brengen. In Brussel, Straatsburg, Edinburgh. Makkelijker te bereiken vanuit Warschau dan vanuit Kyiv.

    Op 24 februari, nadat haar man heeft gebeld, neemt haar Poolse agent Beata contact op: ‘Oksana, je kunt bij mij blijven.’

    Voor Zaboezjko liggen deze oorlog en de Tweede Wereldoorlog niet ver uit elkaar. Net zomin als Kyiv en Warschau

    Zaboezjko neemt haar intrek in de voormalige kinderkamer van Beata’s dochter. In een huis waarop de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog beslag legden, wat volgens Beata waarschijnlijk de reden is waarom het niet met de grond gelijk gemaakt werd zoals het grootste deel van de stad. In het trappenhuis hangt een gedenkplaat ter nagedachtenis aan de vermoorde bewoners van toen. In een straat die is genoemd naar een Litouwer die tegen de Russen vocht tijdens een opstand in de negentiende eeuw. In een wijk vol met monumenten voor de opstand van Warschau. Als Zaboezjko in Warschau uit het raam kijkt, ziet ze een kastanjeboom. De aanblik doet haar denken aan Kyiv, de stad van de kastanjebomen.

    Essay

    Op een avond verlaat Zaboezjko een tv-station, stapt in haar auto en rijdt langs de rivier. ‘Ah, de Dnjepr,’ denkt ze. ‘En nu gaan we rechtsaf, dan omhoog, en zijn we bijna thuis. En dan: Oh, verdomme. Dit is niet de Dnjepr maar de Vistula. Dit is Kyiv niet maar Warschau.’ 

    Oorlog verdicht niet alleen de tijd, zoals Žadan zegt. Oorlog vervaagt ook de ruimte.

    Net als Žadan en Koerkov publiceerde Zaboezjko recent een boek. Het is geen roman maar een essay, De langste boekentournee genaamd. Maar in tegenstelling tot Žadan en Koerkov, die zich richten op het heden en de toekomst, kijkt Zaboezjko terug met kennis, maar ook met woede.

    Ook zij schrijft over de Derde Wereldoorlog. Niet als een vraag, zoals Koerkov. Ze bedoelt het ook niet metaforisch, zoals Žadan, maar letterlijk. ‘Dit is historische logica. Een derde acte.’ Voor Zaboezjko liggen deze oorlog en de Tweede Wereldoorlog niet ver uit elkaar. Net zomin als Kyiv en Warschau.

    In Straatsburg koopt ze een nieuwe koffer, een grotere. Die ligt in haar kamer in Warschau, naast een uitgeklapte slaapbank. Op het bureau staat een laptop. Een nieuwe – de oude is nog altijd in Kyiv. Ernaast ligt een vervoersbewijs. Binnenkort vervolgt ze haar langste boekentournee.

  • Waarom we juist nu moeten lezen en filosoferen

    Waarom we juist nu moeten lezen en filosoferen

    Zijn literatuur en filosofie overbodig geworden in een zakelijke, technologische wereld die wordt verscheurd door crises? Academica Zena Hitz betoogt juist dat lezen fundamenteel is voor het behouden van onze menselijkheid.

    Bij een directe confrontatie met dramatisch menselijk lijden krijgen doorgewinterde boekenwurmen als ik last van hun geweten. Als filosofiestudent werd ik door de rokende puinhopen van het World Trade Center uit mijn contemplatieve sluimering wakker geschud. Ik had het gevoel dat ik niet in een bibliotheek mocht leven: ik moest op mijn manier ‘het verschil maken’, helpen om de brokstukken in de wereld te lijmen.  

    Nu is het verlangen om het verschil te maken niet altijd makkelijk te onderscheiden van de drang om opzien te baren. Misschien zet je van de weeromstuit uiteindelijk vooral jezelf in de spotlights. Wij maken deel uit van een samenleving waarin de roep om rechtvaardigheid makkelijk leidt naar vast-omlijnde, rigide paden en waarin een absurde voorstelling van zaken het zicht op de inhoud wegneemt. Dat is niets nieuws. In 1944 schreef Caryll Houselander al over een zieke dame die wrok koesterde jegens God omdat hij haar niet toestond te worden opgegeten door een kannibaal en het op die manier tot martelaar te brengen. ‘Ze kon zichzelf niet accepteren als een zieke vrouw,’ schreef Houselander. ‘Als kotelet daarentegen had ze het tot heldin gebracht!’ We dromen liever van onszelf als kannibalenmaaltje dan de sleur van ons dagelijks leven als ziek mens onder ogen te zien.

    Moeten we ons niet meer dan ooit bezighouden met het welzijn van onze medemens?

    Sarcasme is niet zo moeilijk, weten wat te doen wel. Valt er te midden van een wereldwijde pandemie en een krachtige protestbeweging tegen politiegeweld en racisme nog wel iets te zeggen voor een studie literatuur, filosofie, poëzie of wiskunde? Horen al die genotzuchtige hobby’s niet thuis in rustiger tijden? Moeten we ons niet meer dan ooit bezighouden met het welzijn van onze medemens?

    Twee hindernissen spelen ons parten bij zowel studie als dienstbaarheid, bij het ware leven van de geest en het ware leven van het hart. De eerste is, zoals ik al suggereerde, een zekere neiging om in een fantasie-wereld te leven. Net zoals we een theatrale rechtvaardigheidsstrijd kunnen bedenken die het rijk van de pixels nooit zal verlaten, kunnen we ons op studie en beschouwing toeleggen juist om met een boog om de behoeften van anderen heen te lopen. Misschien verschansen we ons in feite achter onze vermeende bewijzen van superioriteit en verzamelen we een arsenaal aan feiten om onze nietsvermoedende vijanden neer te sabelen. Op die manier verbeelden we ons dat we de status heroveren die we op erotisch of atletisch vlak zijn kwijtgeraakt. 

    Zo’n manier van lezen en denken vereist discipline en de bereidheid je over te geven aan wat je ontdekt

    Het tweede wat ons in de weg staat is ons goede leven. Als filosofiestudent speelde eerder luxe dan competitie mij parten. Ik had een comfortabel en veilig leven, maakte regelmatig reisjes, ging naar feestjes en had succes met prestigieus werk waarvan ik ook nog eens hield. Toen op 11 september 2001 de Twin Towers instortten, realiseerde ik me dat mijn comfort niet alleenzaligmakend was. Het feit dat anderen leden terwijl het met mij zo goed ging leek niet in orde. Moest ik niet namens en met hen lijden? Zolang fantasie de plaats van de werkelijkheid inneemt, heb je vanuit je comfortzone een beperkte kijk op de dingen. Eén glimp van wat tot dan toe verhuld was kan ons veranderen. 

    Wanneer we serieus lezen of studeren, niet om status te verwerven of als verstrooiing, worden we met het onderwerp van onze aandacht geconfronteerd in al zijn verwarde, onvoorspelbare facetten. Zo’n manier van lezen en denken vereist discipline en de bereidheid je over te geven aan wat je ontdekt. We kunnen niet bevroeden hoe we wellicht zullen veranderen als we ons begeven in een fictionele wereld of ons verdiepen in een filosofische stelling. De grote kroniekschrijver van de slechtvalk, John Baker, een kantoorbediende uit Essex, had geen idee dat hij uiteindelijk de kleur van bloed zou bewonderen omdat hij zich gaandeweg steeds meer identificeerde met zijn bloeddorstige vogels. Studie vereist overgave en de angst daarvoor dient als eerste te worden overwonnen. 

    Houvast

    Ons intellectueel comfort betekent houvast, vertrouwen, rechtvaardiging. Het garandeert de luxe te verkeren met anderen die onze standpunten delen. Iedere confrontatie met de realiteit dreigt dat comfort te verstoren en ons in verwarring of eenzaamheid achter te laten, precies zoals een rit door een verpauperde buurt de schoonheid van je eigen weelderige tuin kan aantasten of een bezoek aan het ziekenhuis kan duidelijk maken dat onze eigen gezondheid een kwestie van toeval is. 

    Dorothy Day richtte ooit de Katholieke Arbeiders-beweging op, opende overal in de Verenigde Staten opvanghuizen en startte een katholiek anti-oorlogsactivisme, waarmee ze protesteerde tegen de atoombom en tegen proeven met nucleaire wapens. Je zou denken dat ze bovenal een activist was. En toch zei ze in een interview met een biograaf iets verrassends: ze wilde in de eerste plaats herinnerd worden als een liefhebber van boeken. 

    Wij zijn van aard dieren met het vermogen waar te nemen en te denken. Toch leven we grotendeels met oogkleppen op

    Day zag zichzelf niet als geleerde. Wel was ze van mening dat haar roeping om haar naasten lief te hebben het gevolg was van gretig lezen. Als jonge vrouw las ze schrijvers met hart voor de armen, zoals Dickens, Dostojevski en Tolstoj en ging ze arbeiders door hun ogen bekijken. Ze las de psalmen en in de gevangenis, waar ze belandde na een protestactie voor vrouwenstemrecht, merkte ze hoe de teksten doorklonken in haar eigen ervaringen en die van de wanhopige mensen die samen met haar vastzaten. Voor Day waren boeken niet zozeer een middel om te ontsnappen aan als wel om in aanraking te komen met de echte wereld die tijdens haar kleinburgerlijke opvoeding voor haar verborgen was gehouden. 

    Wij zijn van aard dieren met het vermogen waar te nemen en te denken. Toch leven we grotendeels met oogkleppen op. Onze eigen behoeften en ambities staan voorop: ik heb pijn, ik heb honger, ik ben moe, ik ben beledigd. Als beeldschermdieren waarin we de laatste twintig jaar zijn geëvolueerd zijn we mondiger: ik denk dit, niet dat; hij heeft gelijk, zij heeft het mis; hij is kwaadaardig, zij bewonderenswaardig; dit vind ik leuk, dat niet; vrolijke smiley, boze smiley, hartje, retweet.

    Manier van kijken

    In ieder boek figureert op z’n minst één ander mens: de schrijver. De schrijver biedt ons een manier van kijken, een ander perspectief, vanaf een hoog of laag standpunt van waaruit we de dingen nog niet hadden bekeken. Soms maakt de auteur ons deelgenoot van de gedachten, wensen en beperkingen van anderen. Op z’n best is lezen meer een uiting van betrokkenheid dan een middel ter verstrooiing. 

    Augustinus zei dat liefde mensen niet kon verbinden als niemand iets van iemand anders leerde. Hij bedoelde, denk ik, dat ons vermogen om lief te hebben en te kiezen groeit doordat we boeken lezen en studeren. Bovendien ontlenen we er een zekere waardigheid aan die uitstijgt boven ons gewone nut als kruidenier, advocaat of schoonmaker. We zien ineens overeenkomsten met anderen waardoor wij hen, en zij ons, niet langer beschouwen als een middel om macht of genot te verkrijgen, maar als medereizigers of medezwoegers in onze poging tot begrip. Net als alle andere gezamenlijke inspanningen schept studie een onderlinge band waarbij onze verschillen eerst wegvallen en vervolgens, voorzien van nieuwe waarde, terugkeren. 

    Wij beleven vandaag de dag een merkwaardig soort paternalisme

    De levensverhalen van gemarginaliseerden en verpauperden getuigen van de kracht om je via studie te verheffen en samenwerkingsverbanden aan te gaan. De onderdrukten hervonden via boeken, toneel, poëzie en astronomie een waardigheid die hun in het gewone leven was ontzegd. In Jonathan Rose’s prachtige boek The Intellectual Life of the British Working Classes zijn een heleboel van zulke getuigenissen bijeengebracht. De zwarte Amerikaanse geleerde en activist W.E.B. Du Bois beschrijft hoe hij bij dode schrijvers als Aristoteles en Balzac een gemeenschap van gelijkgezinden aantrof waarin huidskleur er helemaal niet toe deed. Veel zwarte Amerikaanse leiders en schrijvers doen van hun scholing verslag in soortgelijke bewoordingen. Zij vinden in oude boeken een vrijheid die hun in veel gevallen door hun levende medemens was ontzegd. 

    Wij beleven vandaag de dag een merkwaardig soort paternalisme. We worden niet geacht een goed boek op te pakken en de schrijver als gelijke te bejegenen, maar te zitten aan de voeten van een deskundige die ons vertelt hoe we moeten denken. Zo gaat het ook op het vlak van hulpvaardigheid: we worden niet geacht gewoon onze naaste te bezoeken, hem te leren kennen en naar vermogen te helpen, maar moeten onze bijval betuigen aan initiatieven van bovenaf, vijfpuntenplannen en politiek beleid – stuk voor stuk uitgedacht door mensen aan de top die degenen over wie ze bedisselen niet kennen. Maar ook wijzelf kunnen qua kennis of liefde geen vooruitgang boeken als we niet vanaf gelijke hoogte naar elkaar kijken.

    Eigen waardigheid

    Door serieus te studeren ontdekte Du Bois een gemeenschap van doden en zijn eigen waardigheid. Dorothy Day vond een manier om een gemeenschap van levenden te stichten die een venster op de hele mensheid bood. Terwijl ze in de gevangenis uit de psalmen voorlas, merkte ze hoe ze de pijn van de anderen via het lijden van Christus ervoer. 

    Het mystieke lichaam van Christus, in de wereld van de levenden, is een lijdend lichaam. We zeggen nee tegen serieus lezen, net zoals we het lijden van onze bloedeigen naaste uit de weg gaan omdat we zelf niet willen lijden. Als we bereid zijn de brokstukken van een uiteengevallen wereld op te rapen, moeten we ons harden tegen pijn, angst en onzekerheid. Serieus lezen biedt zowel lessen in uithoudingsvermogen als brandstof om de toekomst opnieuw te verbeelden. Echte verandering is een organisch proces en vereist derhalve geduld. En geduld, zoals Gerard Manley Hopkins zegt, ‘vult zijn brosse raten, / en ’t is vergaard langs de wegen die wij kennen’. 

    Dit is een passage uit het boek van Zena Hitz Lost in thought: The Hidden Pleasures of an Intellectual Life

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Weer een nieuwe Picasso

    Volop verzameld ondanks inflatierisico 

    BEELDENDE KUNST | Hij is niet de eerste die ‘een kleine Picasso’ wordt genoemd, zoals The Times de elfjarige Andrés Valencia omschrijft. Zo ging onder andere Mikail Akar hem voor (zie 360 # 173), wiens werken al op zijn zevende voor duizenden euro’s werden verkocht. Andere voorbeelden zijn Lola June, Alexandra Nechita en Marla Olmstead (mogelijk bijgestaan door haar vader), die respectievelijk op hun tweede, twaalfde en vierde al kunst aan de man brachten. ‘Minderjarige kunstenaars zijn zeldzaam, maar ze bestaan,’ concludeert The New York Times. Valencia zit inmiddels op bedragen van vijf nullen. 

    Volgens het New Yorkse dagblad heeft Valencia zijn vroege succes vooral te danken aan de mensen om hem heen en aan de zelfgenoegzaamheid van de kunstwereld, hoewel de tienjarige zelf ook een uitstekend zakenman bleek te zijn; bij een vaste koper verhoogde hij zijn prijs in één keer van 100 tot 5000 dollar. Met succes.

    Het resultaat, The Commander, is volgens het Amerikaanse zakentijdschrift ‘een moderne Guernica

    Inmiddels wordt zijn werk volop verzameld, ook al waarschuwen galeriehouders, citeert Art Daily, dat ‘kunstenaars ontwikkelingen doormaken, en tienjarige kunstenaars al helemaal’; de waarde zou kunnen veranderen. 

    Valencia lijkt zelf goed na te denken over wat hij doet, en waarom. ‘Ik denk dat kunst is bedoeld om verhalen te vertellen,’ zei hij tegen Forbes. Zo liet hij zich onlangs inspireren tot ‘het verhaal van het Oekraïense volk en wat Rusland hen aandoet. (…) een verhaal dat niet vergeten mag worden.’ Het resultaat, The Commander, is volgens het Amerikaanse zakentijdschrift ‘een moderne Guernica’. 

    Door Laura Weeda

    Andreas Valencia ChaseContemporary

    Intieme jongensvriendschap krijgt abrupt einde

    Overrompelend debuut van jong acteertalent 

    FILM | Wie onder de indruk was van Girl, de eerste, lovend besproken speelfilm van de Waalse regisseur Lukas Dhont (31), zal op zijn minst nieuwsgierig zijn naar zijn tweede: Close. In Dhonts debuutfilm draait het om een jonge jongen die graag ballerina wil worden en met zijn mannelijkheid overhoop ligt; nu maakte hij opnieuw een coming of age-film. Ditmaal over de innige vriendschap tussen twee dertienjarige jongens die onder druk komt te staan wanneer daar op school vragen over worden gesteld. Zijn ze een stel, hebben de twee een homoseksuele relatie? 

    Peter Debruge begint zijn recensie in Variety met een vetgedrukte spoiler alert. Maar nog vóór hij iets prijsgeeft over het verloop van de film maakt hij duidelijk dat de dramatische wending wat hem betreft wel wat minder had gemogen: ‘De pure, onschuldige vriendschap tussen twee jonge mensen van dezelfde sekse is nooit eerder zo prachtig verfilmd. Maar wat daarna gebeurt komt des te ongeloofwaardiger over.’ Desondanks is Debruge ervan overtuigd dat Dhont een meesterwerk in zich heeft: ‘Hij moet zijn onvolwassenheid alleen nog overwinnen.’ 

    ‘Deze jongen heeft een presence in huis als een rechtse directe’

    Ook voor collega David Ehrlich komt het drama in Close ‘uit de lucht vallen’, schrijft hij voor IndieWire. ‘Daarmee brengt de regisseur dit portret van een vriendschap tussen twee jongens in een heteronormatieve wereld, ineens in een veel breder verband van verlies en rouw.’

    Volgens Olivier de Bruyn van Les Echos ‘bewijst Dhont opnieuw zijn talent door ‘zorgvuldig de valstrikken van psychologiseren en pathetiek te om-zeilen, economisch met dialogen om te springen en zijn strakke compositie’. Daar staat tegenover dat hij ‘soms te expliciete beelden gebruikt en het te vaak zoekt in symboliek’.  

    In Paris Match vindt Fabrice Leclerc dat de maker ondanks de ‘tedere en zinnelijke regie overmatig inzet op vioolmuziek en pathos’. Maar wat hem bovenal zal bijblijven van Close is de jonge acteur Eden Dambrine: ‘A star is born! En daar gaan we nog veel plezier aan beleven de komende jaren.’ 

    Leslie Felperin toont zich in The Hollywood Reporter al even lyrisch over Dambrine als vertolker van Leo, een van de twee hoofdrolspelers: ‘Deze jongen heeft een presence in huis als een rechtse directe. Dat bewijst natuurlijk ook hoe goed Dhont jonge acteurs kan regisseren.’ 24d37c03 58a2 4c29 a657 f2e7ed8dc15f

    Door Diederik Samwel

    Close van Lukas Dhont is vanaf 3 november te zien in de bioscoop

    Close ps 1 jpg sd low

    Inspiratie uit een Sterrenstelsel hier ver vandaan

    Een teruggreep naar futuristische klanken 

    MUZIEK | In A New Hope (1977), de eerste film in de Star Wars-saga, stopt de jonge Luke Skywalker, gespeeld door Mark Hamill, in Chalmun’s Cantina, een bar op de planeet Tatooine die dient als schuilplaats voor smokkelaars en premiejagers. De grimmige sfeer wordt er opgefleurd door de jazznoten van Modal Nodes, een formatie bestaande uit wezens met gitzwarte ogen en uitstekende schedels, die eruitzien als gigantische kreeften.

    Dat de muziek zoals bedoeld toekomstbestendig was, blijkt wel uit het feit dat deze tegenwoordig verschillende muzikanten inspireert; The Guardian noemt Coldplay en Animal Collective, en ook Björk, die zelf vaak niet alleen als geniaal maar ook als buitenaards wordt getypeerd, zou met haar net uitgebrachte album Fossora iets hebben willen maken dat even ‘jazzy en futuristisch’ was als dat van de Cantinaband, aldus musicus Atli Finnsson, die eraan meewerkte.

    Finnsson is nog geen dertig en ontdekte Modal Nodes toen hij met Lego Star Wars speelde. Het doel van Björks band, licht hij toe, is ‘om muziek te maken voor een andere plek. Ons een plek voor te stellen waar muziek als die van ons zou klinken. En daarvoor is Star Wars een goed uitgangspunt’, citeert de site MusicTech. Coldplay-zanger Chris Martin vroeg zich bij het opnieuw bekijken van de Cantinascène af ‘hoe musici in de rest van het universum zouden klinken’, schrijft het Zweedse Aftonbladet, een vraag die de basis vormde van zijn album Music of the Spheres (2021). e591367f b45a 4718 9bdf 88bf6f7aff6d 

    Door Laura Weeda

    Fossora kopie

    De tragische ondergang van moeras en veengrond

    Creatieve non-fictie als uitlaatklep voor oprechte woede 

    LITERATUUR | Pulitzerprijswinnaar Annie Proulx, 87 inmiddels, is vooral bekend van haar romans  Scheepsberichten en Brokeback Mountain. Met Fen, Bog & Swamp publiceert ze ditmaal een lang essay over het belang van veen-, zwamp- en moerasgebieden voor natuur en klimaat. NPR-redacteur Julie Depenbrock omschrijft het als ‘een liefdesbrief aan ecosystemen die in rap tempo verdwijnen: de Amerikaanse wetlands.’

    Romanschrijvers die zich verdiepen in ecologische thema’s vormen een ‘onweerstaanbaar subgenre’

    In ScienceNews stelt Anna Gibbs dat Proulx met verve de uitdaging aangaat om moerassen en veenlanden te zien als natuur om van te houden. ‘Niet langer als onaangenaam waterland waar alleen een wezen als Shrek zich thuisvoelt.’ Ook Luanne Wilkes is diep onder de indruk van Proulx’ nieuwste werk, schrijft ze op de Britse natuursite NHBS. Niet alleen omdat ze de natuur en de mensen die ervandaan komen zo fraai beschrijft, maar ook door het taalgebruik: ‘Verliezen we deze natuurlijke habitat, dan gaat een hele waslijst aan zelfstandig en bijvoeglijk naamwoorden verloren.’  

    Romanschrijvers die zich verdiepen in ecologische thema’s vormen een ‘onweerstaanbaar subgenre’, vindt Rohan Silva in The Guardian. Omdat journalisten objectief horen te blijven, zijn ze bijna nooit in staat om de échte betekenis van de ondergang van de natuur duidelijk te maken. ‘Daar zijn romanciers voor nodig, die het subjectieve in hun non-fictie laten doorsijpelen.’ Silva vindt dat Proulx er glansrijk in slaagt om de bedreiging van moeras- en zwampgebieden over te brengen: ‘In magnifiek proza maakt ze levensechte personages van een poel of een stuk veengrond. Zoals ze ook in Scheepsberichten de zee tot leven wist te wekken.’ 3bcf9755 2db1 4cb1 a1fe 665747ccb705 

    Door Diederik Samwel

    FenBogSwampAnnie Proulx
  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen

    Wetenschappelijk genie met directe invloed op de wereldvrede

    Blauwdrukken van het heden

    LITERATUUR | De in Hongarije geboren en opgegroeide John von Neumann (1903-1957) geldt als een ongeëvenaard wetenschappelijk genie. Of het nu ging om de grondslagen van de wiskunde, kwantumtheorie, ballistiek, digitale computers of speltheorie, Von Neumann wist er alles van en kon het nog helder uitleggen ook. Volgens collega-wetenschappers beschikte hij dan ook over de snelste hersenen ter wereld. Aan hem wordt ook het basisontwerp van de hedendaagse commerciële computer toegeschreven. Halverwege de vorige eeuw was Von Neumann bovendien nauw betrokken bij de ontwikkeling van de atoombom in de VS.

    De Britse wetenschapsjournalist Ananyo Bhattacharya publiceerde vorig jaar het boek The Man from the Future over Von Neumann. Verwacht geen biografie in letterlijke zin, de beschrijving van iemands levensloop, waarschuwt Ulf von Rauchhaupt in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Bhattacharya concentreert zich in het boek ‘vrijwel uitsluitend op zijn wetenschappelijke werk, ook al zou je daar minstens een half dozijn wetenschappers op Nobelprijsniveau voor nodig hebben’. Von Rauchhaupt snapt dat het voor de auteur onbegonnen werk is om Von Neumanns werk een plaats te geven in de wetenschapsgeschiedenis. Geen enkele gespecialiseerde historicus is daartoe in staat, omdat die minstens vijf disciplines zou moeten beheersen. ‘Tenzij Von Neumann er zelf mee aan de slag zou gaan…’

    ‘Bhattacharya houdt het op een complex en fascinerend karakter, maar juist daar had ik meer over willen lezen’ 

    In The New Republic constateert Samanth Subramanian dat Bhattacharya meer als cartograaf dan als biograaf te werk is gegaan. ‘Daardoor is de held van het verhaal soms pagina’s lang afwezig, terwijl de auteur een rijke intellectuele staalkaart van zijn ideeën, theorieën en denkwijzen presenteert en die met elkaar in verband brengt.’ Zo wordt volgens Subramanian duidelijk hoe Von Neumann zijn toekomst en ons heden heeft ontworpen: ‘Kijk goed om je heen en je ziet overal zijn vingerafdrukken.’ 

    Criticus Jennifer Szalai van The New York Times is weliswaar onder de indruk van Bhattacharya’s boek, maar heeft na het lezen toch wat ambivalente gevoelens. Zo komt Von Neumann enerzijds op haar over als een Amerikaanse havik die een preventieve aanval op Rusland voorstelde, terwijl hij anderzijds als Centraal-Europeaan de theorie aanhing dat de mens altijd geneigd is samen te werken om te overleven: ‘Bhattacharya houdt het op een complex en fascinerend karakter, maar juist daar had ik meer over willen lezen.’ 

    Stephen Budiansky is op voorhand sceptisch over populaire uiteenzettingen van de kwantumtheorie, maar geeft zich gewonnen na het lezen van The Man from the Future, schrijft hij in The Wall Street Journal: ‘In kristalhelder proza geeft Bhattacharya de essentie van mathematische en natuurkundige stellingen weer. Het is een ware krachttoer dat het boek ook nog eens leest als een trein.’ 

    The Man from the Future van Ananyo Bhattacharya verscheen op 16 september in de Nederlandse vertaling van Hans van den Berg als De man uit de toekomst: het visionaire leven van John von Neumann bij Atlas Contact.

    Door Diederik Samwel

    boek

    Oude hits in georkestreerd jasje

    Gedoodverfde kandidaat voor nieuwe James Bond-titelsong 

    POP | Robbie Williams (48), eind vorige eeuw onbetwiste de populairste zanger van de Britse boyband Take That, timmert al 25 jaar aan de weg als soloartiest, en dat wordt groots gevierd met het verzamelalbum XXV. Zijn grootste hits staan erop, maar dan begeleid door het Nederlandse Metropole Orkest, volgens James Hall van The Telegraph het voornaamste jazz- en poporkest ter wereld. De georkestreerde liedjes kunnen Hall wel bekoren. Hij vraagt zich zelfs af hoe de producers van de James Bondfilms Williams tot dusver over het hoofd hebben kunnen zien: ‘Met de funky gitaren en aanstekelijke blazers ondergaan hits als Millennium en No Regrets de perfecte 007-behandeling.’ De recensent is alleen niet te spreken over de hoes, waarop Williams ‘even belachelijk als pompeus’ poseert als De denker van Auguste Rodin: ‘Zoiets is kennelijk alleen voorbehouden aan popartiesten.’

    Op de klanken van het Metropole Orkest komt Williams’ stem volledig tot zijn recht, schrijft Neil Yeung voor het Britse AllMusic: ‘Zonder de neiging tot overgeproduceerde trucjes, waar mainstreampopartiesten zo vaak onder gebukt gaan. Op een paar mindere nummers na een overweldigende verzameling popsongs.’ 

    Na 25 jaar krijgt Williams de pophemel nog altijd in beweging

    Gianni Sibilla van de Italiaanse muzieksite Rockol vindt het jammer dat Williams bij de georkestreerde versie van zijn muziek uit zijn tot dusver ‘perfect ingevulde rol van onbezonnen artiest vol zelfspot’ valt. De criticus hinkt op twee gedachten over het nieuwe album: ‘Enerzijds wijst ook dit verzamelalbum op gebrek aan inspiratie en ideeënarmoede, en voegen de nieuwe orkestraties weinig toe aan Williams’ repertoire. Anderzijds gaat het wel om popgeschiedenis van de afgelopen decennia.’

    Zijn collega van het Duitse RTL is daarentegen ronduit enthousiast over XXV: ‘Sommige hits krijgen een extra charme en worden krachtiger en intenser dan hun oude versie, zonder daarbij hun oorspronkelijke glans te verliezen. Na 25 jaar krijgt Williams de pophemel nog altijd in beweging.’

    Het album XXV van Robbie Williams is op 9 september uitgekomen.

    Door Diederik Samwel

    XXV Robbie Williams

    De vreemd verslavende show van Fielder

    Een grondige voorbereiding op het echte leven

    SERIE | Wat gebeurt er als mensen die moeite hebben om verbinding en betekenis in hun leven te vinden, deze proberen te bereiken door een soort show op te voeren? Dat is volgens Naomi Fry van The New Yorker de centrale vraag in The Rehearsal, waarin de Canadese acteur Nathan Fielder schittert als regisseur van ‘repetities’: uitvoerig geënsceneerde scenario’s die delen van het leven van gewone mensen nabootsen met het doel hen voor te bereiden op een groot moment in hun leven. De humor die het andere werk van Fielder kenmerkt, is hierbij sluimerend aanwezig. ‘Het ethische ongemak dat voortkomt uit het feit dat je er niet achter kunt komen wat Nathan van plan is, is geen bijproduct van de show – het is de kern,’ schrijft Sam Adams voor Slate.

    Als invloeden voor de serie noemt Fry Charlie Kaufman (van o.a. Being John Malkovich), Sacha Baron Cohen, het ‘docu-naïf-style oeuvre’ van Louis Theroux en Nick Broomfield, maar ook Big Brother en de recente documentaire Tiger King: ‘Al deze werken zijn, op hun slechtst, afstandelijk voyeuristisch en brengen niet alleen hun makers, maar ook hun kijkers in verlegenheid.’ Zoals Noelia Fariña van El País het beschrijft: ‘Deze serie is (…) verontrustend en triggert onze hersenen: van het ene op het andere moment verandert onze lach in een grimas, krimpen we na een aangename zucht ineen.’

    ‘Amper vijf minuten na de eerste aflevering wilde ik mijn laptop door de kamer smijten of Nathan Fielder er gewoon af gooien’

    En dat valt niet bij iedereen in de smaak. ‘Amper vijf minuten na de eerste aflevering wilde ik mijn laptop door de kamer smijten of Nathan Fielder er gewoon af gooien,’ schrijft Richard Brody in een andere recensie in The New Yorker. Hij bestempelt Fielder met zijn ‘roekeloze’ verraad als ‘wreed en arrogant’ en hoopt, vergeefs, steeds dat degenen met wie hij de rehearsals uitvoert, hun deelname zullen beëindigen. Fielder ‘toont geen enkele interesse in wat [zijn slachtoffers] denken na te zijn bedrogen door de man aan wie [ze] (zoals Fielder in de voice-over zegt) [hun] leven hebben toevertrouwd.’

    En Brody is niet de enige die er zo over denkt. John Doyle stelt in The Globe and Mail vast dat Fielder geen enkele empathie toont met degenen die hij zogenaamd probeert te helpen, en Daniel D’Addario van Variety vindt dat het isolement dat Fielder met zijn show probeert te doorbreken, juist wordt uitvergroot doordat zijn project uiteindelijk ‘een steeds minder leuke grap blijkt te zijn’.

    De vraag is of Brody hem echt van zijn laptop heeft gegooid. ‘Hoewel je niet helemaal begrijpt waarnaar je kijkt,’ schrijft Shirley Li in The Atlantic, ‘is wat je ziet zo vreemd verslavend dat je niet anders kunt dan blijven kijken.’

    The Rehearsal is te zien op HBO.

    Door Laura Weeda

    Schermafbeelding 2022 10 02 om 13.36.27

    Het zwembad als metafoor voor de maatschappij

    De onbevooroordeelde blik van Dörrie

    FILM | Het enige vrouwenbuitenbad van Duitsland vertoont zulke grote parallellen met de westerse samenleving – onder andere op het gebied van competitie (om een ​​plekje in de zon) en beperkingen (individuele mogelijkheden om je uit te drukken) – dat Doris Dörrie besloot er een film van te maken: Freibad. Een groep vrouwen ruziet om wat je eet (lams- of varkensworstjes), wat je draagt (een bi- of burkini) en wie het voor het zeggen heeft. Hoewel de Duitse filmregisseur het gegeven (samen met Karin Kaçi en Madeleine Fricke) tot een komedie bewerkte, zijn alle personages liefdevol neergezet, schrijft Susan Vahabzadeh in de Süddeutsche Zeitung: ‘De coole Steffi met haar Zwitserduits, Eva die ooit een seksbom was en worstelt met oud worden, de schattige mollige Paula die eindelijk van iemand te horen krijgt dat ze prachtig is, maar helaas in het Arabisch, wat ze niet verstaat. Geen van deze vrouwen is slecht – soms zijn ze ondeugend.’

    ‘Een vermakelijke, doordachte, maar niet al te diepgaande film’

    Hoewel de recensent zich afvraagt of het gegeven genoeg was voor een film, had deze volgens Vahabzadeh door niemand anders gemaakt kunnen worden: ‘Dörrie heeft een heerlijk onbevooroordeelde kijk op haar medemens, liefdevol maar niet blind voor hun fouten.’ Het resultaat: ‘Een vermakelijke, doordachte, maar niet al te diepgaande film.’

    Dat Dörrie de juiste persoon was, wordt door de Frankfurter Allgemeine Zeitung volmondig beaamd: ‘Er is geen andere filmmaker in Duitsland die zo gekwalificeerd is (…) om zo’n gevoelig onderwerp aan te pakken. Ze observeert al bijna vijftig jaar de gebruiken in het land, is intercultureel competent (getuige Happy Birthday, Türke! en Kirschblüten & Dämonen [Kersenbloesem & demonen]) en kent alle tussenvormen tussen komedie en drama. De film Freibad is zeker geen “coma” (comedy-drama), maar gewoon een serieuzere poging om de spanningen die ​​in multiculturele samenlevingen ontstaan op een luchtige manier te behandelen.’

    Freibad draait sinds 1 september in de bioscoop.

    Door Laura Weeda

    freibad doris doerrie film rezension 2
  • Spaanse schrijver Javier Marías overleden

    Spaanse schrijver Javier Marías overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Blue Origin-raket van Jeff Bezos crasht bij lancering – geen gewonden

    » Europees pessimisme over een mogelijk nucleair akkoord met Iran

    ‘Een van de sleutelfiguren van de Spaanse literatuur’

    De Spaanse auteur Javier Marías is zondag in Madrid op zeventigjarige leeftijd overleden aan een longontsteking. Hij was ‘een van de sleutelfiguren van de Spaanse literatuur’, aldus de kop in El País, voor wie de auteur van Denk morgen op het slagveld aan mij en Een hart zo blank columnist was.

    De boeken van de ‘door zijn gelijken gerespecteerde en door zijn lezers vereerde romanschrijver’ werden in negenenvijftig landen gepubliceerd, wat hem tot een van de meest gelezen Spaanse auteurs in het buitenland maakt. In een ander artikel schrijft El País dat de ‘schrijver zijn formele veeleisendheid verenigde met een blik die even scherp en onverbiddelijk was als weids, diepzinnig en microscopisch’.

    In zijn laatste column voor het Spaanse dagblad, die El País op zijn sterfdag publiceerde, hield Marías een pleidooi voor een betere (financiële) waardering van vertalers. ‘Een van de belangrijkste beroepen in de wereld is ongetwijfeld dat van vertaler’, schreef Marías, die jarenlang zelf werkzaam was als vertaler uit het Engels, van onder andere de Russisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Nabokov.

    Lees ook:

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen

    Draken, complotten en ‘lelijke pruiken’

    De langverwachte spin-off van Game of Thrones

    SERIE | Eind augustus werd op HBO en OCS gelijktijdig de langverwachte prequel van Game of Thrones uitgezonden. Vooralsnog lopen de meningen uiteen. Volgens Bloomberg bijvoorbeeld ‘spuwt House of the Dragon vuur’, terwijl de serie voor IndieWire ‘de vlam niet echt nieuw leven inblaast’.

    In dit nieuwe seizoen, gebaseerd op het werk van schrijver George R.R. Martin, draait het om Koning Viserys (Paddy Considine), die ‘niet van conflicten houdt, zachtaardig en redelijk is; slechte eigenschappen voor een leider van de Seven Kingdoms,’ aldus Los Angeles Times. Viserys’ dochter, Rhaenyra (Milly Alcock, daarna Emma D’Arcy), is weliswaar drakenrijder, maar geen mannelijke erfgenaam. En dat wekt de machtsbelustheid van Visery’s broer Daemon (Matt Smith).

    The Independent noemt de spin-off nog ‘intenser, brutaler, bloediger’ dan de oorspronkelijke serie

    The Los Angeles Times is enthousiast: ‘Deze spin-off (…) introduceert subtiele veranderingen in toon en benadering, evenals een breed scala aan nieuwe personages en verhaallijnen.’ Volgens The Guardian bevat ook dit deel alle pre’s van Game of Thrones: bloedige gevechten, lange dialogen in het Hoog-Valyrisch, ‘borsten en billen in bordelen’, ‘lelijke pruiken’, incestueuze verleidingen en natuurlijk draken – alles ‘wat Game of Thrones zo goed maakte toen de serie op zijn best was’, aldus de Britse krant. The Independent noemt de spin-off nog ‘intenser, brutaler, bloediger’ dan de oorspronkelijke serie.

    Maar, zegt The New York Times, ‘er ontbreekt iets’. The Hollywood Reporter denkt te weten wat. ‘Er zijn wel héél veel Targaryens,’ verzucht recensent Daniel Fienberg, zodat op het scherm veel ultraplatinablonde pruiken te zien zijn; de haarkleur die kenmerkend is voor de dynastie. ‘Sommigen staat dat goed, maar dat geldt niet voor iedereen,’ aldus Fienberg. Bovendien symboliseert deze alomtegenwoordigheid volgens hem ‘een gebrek aan diversiteit in karakters, persoonlijkheden en zienswijzen’. Zijn oordeel: ‘Deze spin-off moet zijn identiteit nog vinden.’

    Door Laura Weeda


    Jax hekelt de engelen

    Niet te oud voor TikTok

    MUZIEK | ‘Had iemand me toen ik jonger was maar verteld dat elk lichaam anders was,’ zingt Jackie Miskanic in een begin juli uitgebracht nummer dat in de VS inmiddels razend populair is. Toen ze amper een tiener was, verwonderde ze zich over de ondergoedmodellen van Victoria’s Secret, met hun slanke silhouetten. De ‘engelen’ van het lingeriemerk, zoals de modellen ook wel worden genoemd, hadden uitgemergelde wangen en uitstekende botten. Miskanic, artiestennaam Jax, ‘begon te denken dat ze te zwaar was’ en ‘stopte gewoon met eten’, aldus Variety.

    Op 26-jarige leeftijd scoorde de Amerikaanse zangeres een hit, genoemd naar het lingeriemerk, waarin ze de stereotypen hekelt die door de modegigant worden overgebracht. Vooral op TikTok was het nummer zeer populair.

    De zangeres snijdt niet alleen serieuze onderwerpen aan, maar post ook lollige en experimentele nummers en clipjes

    Haar woede wordt vooral belichaamd door ‘een oude heer die in Ohio woont en geld verdient over de ruggen van meisjes zoals ik’, zingt ze in Victoria’s Secret. Zijn naam is Leslie Wexner en hij verdiende miljoenen toen het merk in 1984 werd overgenomen. Nadat de tachtigjarige ervan werd beschuldigd een misogyne cultuur te hebben gecreëerd binnen een bedrijf waar bovendien een gebrek aan diversiteit heerst, moest hij in 2020 zijn functie als CEO verlaten. ‘En wij blijven achter met evenveel complexen als hij dollars heeft,’ zingt Jax.

    De zangeres snijdt niet alleen serieuze onderwerpen aan, maar post ook lollige en experimentele nummers en clipjes. ‘TikTok is voor mij een geweldige plek om dingen uit te proberen,’ zegt ze tegen de site NJ. Met 1,4 miljoen volgers op het platform – dat nu 1 miljard gebruikers wereldwijd telt – werkt ze hard aan haar carrière – tot haar eigen verbazing: ‘Ik begrijp het nog steeds niet, ik dacht dat ik misschien te oud was voor TikTok.’

    Door Laura Weeda

    7698288779940512677

    Old school melodrama mist een passend slot 

    Britse moslima versus vrijzinnige Française  

    SPEELFILM | ‘Een oldskool melodrama, vermengd met een eigentijds politiek bewustzijn, dat in het Brexit-tijdperk een bredere crossculturele botsing suggereert.’ Zo typeert criticus Guy Lodge After Love, de eerste speelfilm van de Brits-Pakistaanse regisseur Aleem Khan in Variety. ‘Het is maar een kleine vijftig kilometer van Dover naar Calais maar Het Kanaal scheidt twee compleet tegengestelde werelden: van taal tot religieuze opvattingen en seksuele moraal.’ 

    In After Love worden die verschillen scherp aangezet wanneer Mary uit Dover, moslima, kinderloos en net weduwe geworden, ontdekt dat haar man Ahmed, kapitein op een ferry, jarenlang een relatie had met Geneviève in Calais. Daarop steekt Mary Het Kanaal over om zich te melden bij haar Franse rivale, die haar aanziet voor de nieuwe schoonmaakster. Mary verzwijgt haar ware identiteit en komt zo over de vloer bij Geneviève. In de loop van de film komt ze steeds meer te weten over Ahmeds verleden – zo blijkt hij een zoon te hebben met zijn minnares – terwijl de vrouwen steeds directer met elkaar worden geconfronteerd. 

    ‘Joanna Scanlan in de hoofdrol is verbluffend goed; het acteerwerk is sowieso geweldig’

    In The Evening Standard toont Charlotte O’Sullivan zich enthousiast over de film: ‘Joanna Scanlan in de hoofdrol is verbluffend goed; het acteerwerk is sowieso geweldig.’ O’Sullivan begrijpt alleen niet waarom een witte actrice schittert in de hoofdrol: ‘Zoveel Britse films worden er niet gemaakt over moslims.’

    Volgens Mattia Pasquini van de Italiaanse filmsite Cinefilos liggen er grote filosofische kwesties ten grondslag aan deze film: ‘Is het mogelijk om jezelf te kennen en wat weten we eigenlijk over de identiteit van een ander?’ Volgens de recensent lukt het de twee vrouwen in After Love ‘elkaar na een spel van leugens en ondanks alle cultuurverschillen te ontdekken en de afwezigheid van hun geliefde te accepteren. Om vooruit te komen is het af en toe nodig de eigen regels te overtreden.’

    Tim Robey in The Telegraph heeft juist moeite met de manier waarop de regisseur de hoofdpersonen dichter bij elkaar brengt: ‘Met deze film zet Khan zichzelf terecht op de internationale kaart, maar het verhaal schreeuwt om een heftiger en geloofwaardiger einde. Zo gevoelig en persoonlijk als hij de film opent, zo gelikt zijn de slotscènes.’

    After Love van regisseur Aleem Khan draait vanaf 25 augustus in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

    After Love st 8 jpg sd low

    Me-Too vanuit een heel ander perspectief

    Alleen al het hoofdpersonage is een kunstwerk

    LITERATUUR | De vrouwelijke verteller in Vladimir, de debuutroman van de Amerikaanse Julia May Jonas, doceert Engelstalige literatuur aan de universiteit. Ze loopt tegen de zestig en berust al een tijdje in haar positie als mislukt romancier, wanneer haar man, hoofd van dezelfde faculteit, het middelpunt blijkt van een MeTooschandaal. Ze hebben een open huwelijk waarin de wederzijdse verlangens allang zijn weggeëbd en ze begrijpt alle opwinding rond haar echtgenoot niet zo. Zijn affaires met studentes zijn gedateerd en bovendien, vroeger viel ze zelf ook als een blok voor oudere mannen in een machtspositie. Dan krijgt ze een nieuwe collega, Vladimir. Jong, knap en ook nog eens succesvol als romanschrijver. 

    In haar ‘energieke’ roman, schrijft Jessica Ferri in de Los Angeles Times, laat Jonas het hoofdpersonage worstelen met de vraag ‘of ze Vladimir zelf wil veroveren of vooral jaloers is op zijn schrijverschap’. Volgens Ferri zet Jonas de hoofdpersoon zo ‘krachtig en vrijmoedig neer dat je als lezer alleen maar wil dat ze telkens andere akelige en gevaarlijke dingen onderneemt’.

    Criticus Molly Young vermoedt in The New York Times dat het de auteur niet zozeer is te doen om de vraag of ongewenst gedrag uit het verleden volgens de huidige standaard alsnog moet worden bestraft: ‘Ze wil vooral de venijnige controle op vrouwelijke verlangens naar seks, eten, affectie, geluk, macht en professionele erkenning onderzoeken.’

    Een kunstwerk op zich, deze vertelster, met op zijn minst één voet aan de verkeerde kant van de MeToodiscussie

    ‘Titel en cover vormen een duidelijke waarschuwing dat de lezer te maken krijgt met een ondermijnend en geraffineerd verhaal. Want natuurlijk verwijzen die naar Lolita van Vladimir Nabokov,’ concludeert Maureen Corrigan op het Amerikaanse mediaplatform NPR. Tegelijkertijd vindt Corrigan dat Jonas met Vladimir ook aan de orde stelt hoe we de waarde van literatuur bepalen: ‘Óf we proberen datgene wat ons tegen de borst stuit te onderdrukken. Óf we laten ons meeslepen door wat verwarrend, aanstootgevend en intens verkeerd is. En wie het kunstige Vladimir leest, vermaakt zich daarbij ook nog.’

    In haar recensie in The Guardian vindt Lucy Atkins het ‘verbazingwekkend’ dat een debutante ‘zo zelfverzekerd’ voor de dag komt. Het slot van de roman vindt ze daarentegen ‘teleurstellend’ omdat de auteur het niet voor elkaar krijgt de ‘complexe thema’s in bedwang te houden. Maar die prijs is dit verrijkende en intelligente boek alleszins waard.’ 

    Marion Winik had nauwelijks drie pagina’s gelezen of ze voelde zich ‘als was in de handen van de auteur’, schrijft ze in The Washington Post. Ze geniet van het hoofdpersonage, dat ‘zichzelf haarscherp doorgrondt, vertrouwt op haar eigen beoordelingsvermogen en strooit met rake observaties en grappige wijsheden. Een kunstwerk op zich, deze vertelster, met op zijn minst één voet aan de verkeerde kant van de MeToodiscussie.’ 

    Vladimir van Julia May Jonas verscheen half augustus bij uitgeverij De Geus in de Nederlandse vertaling van Inge Pieters 

    Door Diederik Samwel

    vladimir 9781982187637 hr

  • Noorse ‘Bibliotheek van de Toekomst’ bewaart publicaties honderd jaar lang

    Noorse ‘Bibliotheek van de Toekomst’ bewaart publicaties honderd jaar lang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    » Aanhoudende droogte leidt tot uitzonderlijk slechte oogsten in Italië

    Schrijvers van over de hele wereld nemen deel aan het project

    Onlangs kwamen ruim tweehonderd mensen bijeen voor een bijzondere ceremonie in een bos met duizend sparren ten noorden van Oslo. Dat bos is in 2014 aangeplant door de Schotse kunstenaar Katie Paterson. De boompjes zijn nu nog maar een meter hoog, maar in 2114 zijn ze groot genoeg om het papier te leveren voor een speciale collectie boeken: enkele van ’s werelds meest gerenommeerde auteurs hebben namelijk bij de Bibliotheek van de Toekomst in Oslo manuscripten ingeleverd die pas over een eeuw zullen worden gedrukt, met papier dat van de sparren komt, meldt BBC.

    De ceremonie in het bos voor deze Bibliotheek van de Toekomst – een honderdjarig kunstproject dat door Paterson is bedacht om onze ideeën over tijd te verruimen en het besef van onze verplichtingen aan het nageslacht te vergroten – vindt sinds 2014 elk jaar plaats. De kunstenaar nodigt jaarlijks samen met een kleine groep mensen een prominente schrijver uit om een manuscript te leveren. Die opdrachten lopen door tot 2113, waarna de boeken allemaal zullen worden gepubliceerd.

    Tot aan de publicatie worden de manuscripten honderd jaar lang bewaard in de grootste openbare bibliotheek van Oslo

    Margaret Atwood was de eerste auteur die een verhaal inleverde, met de titel Scribbler Moon; daarna ontving de Bibliotheek van de Toekomst inzendingen vanuit de hele wereld, van de Engelse romanschrijver David Mitchell en de IJslandse dichter Sjón tot de Turkse Elif Shafak, Han Kang uit Zuid-Korea en de Vietnamees-Amerikaanse dichteres Ocean Vuong. Dit jaar kwamen de Zimbabwaanse auteur Tsitsi Dangarembga en de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård naar het bos om hun verhaal te overhandigen. De auteurs mogen niets over de inhoud van hun werk onthullen, maar alleen de titel prijsgeven: dat van Dangarembga heet Narini en haar ezel (narini is Zimbabwaans voor ‘oneindigheid’); dat van Knausgaard heet Blind boek.

    Tot aan de publicatie worden de manuscripten honderd jaar lang bewaard in de grootste openbare bibliotheek van Oslo, in afgesloten glazen laden in een kleine houten opslag die ‘De stille kamer’ wordt genoemd.

    Lees ook:

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Woede in Iran over bekroonde film

    Kritisch beeld of propaganda?

    FILM | Een moordenaar keert ’s nachts terug naar huis, nadat hij zich heeft ontdaan van een lichaam. De camera beweegt omhoog en laat Mashhad, de op een na grootste stad van Iran, van bovenaf zien. De verlichte straten, met in het centrum de grootste moskee van Iran, Imam Reza, doen denken aan de draden van een spinnenweb. Dat is een van de beelden waar recensenten van Holy Spider over vallen, analyseert de Iraanse diasporanieuwssite IranWire, gevestigd in Londen. Deze nieuwe film van regisseur Ali Abbasi, die werd geboren in Teheran en nu in Denemarken woont, is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een seriemoordenaar, bijgenaamd ‘de spinnenmoordenaar’, die in 2000 in Mashhad zestien prostituees wurgde. Nadat hij was veroordeeld, verklaarde hij dat hij de ‘ontucht in de straten van de heilige stad had willen uitroeien’, een missie die hem een ​​zekere populariteit opleverde.

    Hoewel Holy Spider in Cannes de prijs voor beste vrouwelijke vertolking won, hebben Iraanse kranten er geen goed woord voor over. Zo hekelt de krant Al-Quds de ‘politieke keuze’ van het festival van Cannes om een ​​film te belonen die een ‘vertekend beeld’ geeft van de Iraanse samenleving. Volgens de ultraconservatieve krant Kayhan is Holy Spider geen film, maar ‘visuele propaganda tegen het Iraanse volk en de islam’, ‘gemaakt door een groep geëmigreerde Iraniërs’.

    Jamé Jam spreekt van ‘een politiek project’ dat erop gericht is ‘Iran en de islam zwart te maken’

    ‘Met uitzondering van een paar gestoorde mensen, die vaak dicht bij de moordenaar stonden, heeft geen enkele moslim ooit zijn misdaden [van Saïd Hanaï, de spinnenmoordenaar] goedgekeurd’, verduidelijkt Farhikhtegan. Ook dagblad Jamé Jam, een publicatie van de staatstelevisie, spreekt van ‘een politiek project’ dat erop gericht is ‘Iran en de islam zwart te maken en een gewelddadig beeld te schetsen’ van de samenleving.

    Abbasi kon de film dan ook niet in Iran opnemen. Als alternatief werd Jordanië gekozen. En hoewel de prijswinnende actrice, Zahra Amir Ebrahimi, die in 2008 ook nog eens gedwongen Iran had verlaten vanwege een seksschandaal, op Twitter werd gefeliciteerd door voormalig vicepresident Mohammad Ali Abtahi – ‘Ze laat zien dat we ondanks de ontberingen naar de top kunnen stijgen’ – zal de film (voorlopig) niet in Iran worden vertoond.

    Door Laura Weeda

    Schermafbeelding 2022 07 22 om 13.21.20

    De grootste kunstwerken in één clip

    De populaire megalomanie van Jay Chou

    VIDEOCLIP | Op 6 juli uploadde de Taiwanees Jay Chou, een van de beroemdste Chineestalige popsterren, de videoclip voor zijn nieuwe nummer, waarvan de titel zich vertaalt naar ‘The Greatest Works of Art’. Het is afkomstig van een album dat op 15 juli werd uitgebracht, het eerste album van de artiest sinds 2016. ‘In de clip is te zien hoe Chou zich verkleedt als bewaker in La Samaritaine en het Parijse warenhuis binnenglipt om een magische piano te bespelen’, beschrijft ArtNet News. Na een paar noten verplaatst hij zich naar een ander tijdperk, waarin hij grootheden als Dalí, Magritte en Monet ontmoet.

    The greatest works of art zijn dus allemaal buitenlands?’

    De clip werd sinds de release vele miljoenen malen bekeken, volgens de Chinese site Sixth Tone onder meer omdat deze een ‘balsemende werking zou hebben’ op ‘alle Chou-bewonderaars op het vasteland van China, die vanwege covid-19 geen reizen naar het buitenland hebben mogen maken en heimwee hebben naar de Europese kunst en cultuur’. Maar er is ook kritiek. ‘In deze roerige tijden hoef ik, de koning van de muziek, niet als een schilderij ingelijst te worden. Mijn muzieknoten vormen de toekomst van de kunst’, citeert Art News uit het liedje om de grootheidswaanzin van de artiest aan te stippen, die bijvoorbeeld ook blijkt uit zijn insinuatie dat tovertrucs van hem tot bepaalde kunstwerken zouden hebben aangezet, zoals de gebogen lepel van Dalí.

    Een gebruiker van Weibo, de Chinese variant van Twitter, postte de retorische vraag: ‘The greatest works of art zijn dus allemaal buitenlands?’ The Straits Times, een dagblad uit Singapore, schrijft scherp: ‘Woody Allen draaide Midnight in Paris [waarin de held ook naar het Parijs van de jaren twintig reist] om op zoek te gaan naar overblijfselen van de belle époque. Jay reist naar Parijs om zichzelf te vergelijken met Monet, Van Gogh en Matisse.’

    Door Laura Weeda

    Schermafbeelding 2022 07 22 om 13.15.53

    Knoesterig stemgeluid 

    Onverslijtbare gitarist blijft trouw aan zichzelf 

    MUZIEK | Internationale critici betuigen unaniem groot respect voor de Amerikaanse gitarist en singer-songwriter Willie Nelson, die op zijn 89ste verjaardag met A Beautiful Time zijn 72ste album presenteert. 

    Thoralf Koss, redactiechef van het Duitse MusikReviews, vraagt zich af of we het album wel los van Nelsons leeftijd kunnen beluisteren: ‘Is het ironie dat het openingsnummer I’ll Love You til the Day I Die heet?’ Muzikaal blijft Nelson volgens Koss trouw aan zichzelf en zijn ‘typerende en charismatische’ stemkleur: ‘Hij klinkt geenszins gebrekkig en zijn articulatie is uitstekend.’ 

    In zijn recensie voor de Italiaanse muzieksite Rock Online verwijst Paolo Panzeri naar tijden dat onze samenleving het concept ‘jong’ vooropstelde. ‘Maar Nelson komt uit een andere tijd en is nooit uit de mode geraakt. Het is misschien oude countrymuziek, maar ik vind het leuk.’ Uit de manier waarop hij de laatste fase van zijn leven bezingt, haalt Panzeri ‘een nuance die schommelt tussen sarcastisch en teder’.

    ‘Zijn stem is extra knoesterig en daardoor nog interessanter geworden’

    Neil McCormick van The Telegraph vindt dat Nelson de veertien tracks – acht covers en zes nieuwe songs – perfect weet te brengen ‘met zijn losse, haast terloopse gevoel voor timing’: ‘Zijn stem is extra knoesterig en daardoor nog interessanter geworden, terwijl het aangeboren melodieuze allerminst is verdwenen.’

    Recensent Joe Breen noteert voor The Irish Times één ‘merkwaardige misser’ op het album: bij With a Little Help from My Friends van The Beatles ligt het tempo volgens hem te hoog. Met Tower of Song van Leonard Cohen maakt Nelson dat ruimschoots goed, ‘alsof dit nummer is gemaakt voor zijn prachtige stem. Echt waar: ook wanneer deze man uit het telefoonboek zingt, klinkt het interessant.’

    Het album A Beautiful Time van Willie Nelson is begin mei uitgekomen.

    Door Diederik Samwel

    uxvj4i abeautiful preview m3

    Spannende thriller over Russische witwaspraktijken

    Te goed om niet waar te zijn

    LITERATUUR | Het journalistieke boek Freezing Order van de Amerikaan Bill Browder bevat alle ingrediënten van een thriller, schrijft Andrew Anthony in The Guardian: ‘Omkoping, bedreiging, vergiftiging of pogingen daartoe, mensen die zomaar van een wolkenkrabber naar beneden storten. Een ongelooflijk verhaal, met tempo en flair verteld.’

    Vooral ongelooflijk omdat Browder zijn eigen verhaal vertelt, vindt Anthony. Vanaf halverwege de jaren negentig wist hij zich met zijn investeringsmaatschappij Hermitage Capital Management op te werken tot Ruslands grootste buitenlandse financier in het postsovjettijdperk. Browder introduceerde onder meer aandeelhoudersconstructies bij grote concerns als Gazprom. Aanvankelijk floreerde zijn bedrijf ook onder Vladimir Poetin. Tot Sergei Magnitsky, een van Browders stafleden, in 2008 een witwasoperatie van 230 miljoen dollar door de Russische overheid aan het licht bracht. Magnitsky werd gearresteerd en overleed een jaar later in zijn cel, vermoedelijk als gevolg van mishandeling en uitputting. Browder had zich toen al in Londen gevestigd.

    Freezing Order gaat vooral over de manier waarop Poetin zijn vijand Browder op alle fronten tegenwerkt

    Daar startte hij een uitgebreide, internationale lobby die zou leiden tot de Magnitsky Act, een wet die tegoeden bevriest van politieke leiders en zakenlieden die de mensenrechten hebben geschonden. Freezing Order gaat over de totstandkoming van deze wet en vooral over de manier waarop Poetin zijn vijand Browder op alle fronten tegenwerkt. 

    ‘Een essentieel boek van iemand die al jaren in de gaten heeft hoe corrupt Russische zakenmensen en politici opereren en hoe buitenlandse lobbyisten en communicatiestrategen hun daartoe alle ruimte boden’, vindt Timothy Frye in The Washington Post. Al te subtiel gaat Browder niet te werk, schrijft hij verderop: ‘Helden worden gedreven door rechtvaardigheid, slechteriken door hebzucht.’ In die tweede categorie zijn volgens Frye niet zozeer Russische juristen vertegenwoordigd als wel hun collega’s in de westerse wereld: ‘Gepassioneerd nagelt Browder hen met naam en toenaam aan de schandpaal.’ 

    Andrew Ross Sorkin noemt Browder in The New York Times ‘bij uitstek deskundig’ binnen de dialoog over sancties tegen Rusland om de oorlog in Oekraïne te stoppen: ‘Browder biedt een uniek perspectief op de manieren om Poetins strategie te beïnvloeden.’

    ‘Browders verhaal is simpelweg te goed om niet waar te zijn’

    Katie Stallard van de New Statesman ziet in Freezing Order een ‘krachtig pleidooi voor alle juridische mogelijkheden om Poetins geldschieters van hun buitenlandse tegoeden en luxejachten af te houden.’ Al krijgt Stallard wel de indruk dat Browder zichzelf ‘iets te nadrukkelijk op de voorgrond plaatst’.

    Een heel andere vraag is of Browders verhaal eigenlijk wel klopt. In Der Spiegel presenteert Benjamin Bidder een uitgebreide analyse van de Magnitsky Act, waarin hij vaststelt dat Browder bronnen opvoert die later hun verklaringen hebben ingetrokken. Ook blijken er verschillende verhalen in omloop over de door Magnitsky geopenbaarde witwasoperatie. Niettemin schat Bidder de kans dat de wet in steeds meer landen in werking treedt hoog in: ‘Browders verhaal is simpelweg te goed om niet waar te zijn.’

    Freezing Order verscheen half juni in de Nederlandse vertaling van Nannie de Nijs Bik-Plasman bij uitgeverij Atlas Contact.

    Door Diederik Samwel

    Freezing

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Zonder grenzen

    FILM | Onlangs, schijnbaar uit het niets, kondigde de Amerikaanse succesregisseur Jordan Peele de naam van zijn derde film aan: Nope, slang voor ‘nee’, meestal gebruikt om verdere discussie te ontmoedigen. Ook liet hij de poster van zijn nieuwste film zien: een foto van een onheilspellende wolk die boven een bergdorp zweeft. Waar de film precies over gaat, werd niet meteen duidelijk. Wel zei Peele dat hij weer een spektakel wilde maken. Verontrust over de toekomst van de cinema, schreef hij Nope, The Great American UFO Story.

    Peele is acteur, komiek, scenarist en regisseur; hij trad jarenlang op bij het comedy-collectief Boom Chicago in Amsterdam. In zijn debuutfilm Get Out overrompelde hij menig bezoeker met zijn keiharde kritiek op ingebakken racisme, juist bij mensen met hardnekkige goede bedoelingen, door op een rauwe en komische manier te laten zien hoe ongemakkelijk het is om zwart te zijn in een witte wereld. 

    Horror is een geschikt genre voor sociale satire doordat de ongeschreven afspraak met het publiek is dat alles mag

    Dat horror een geschikt genre is voor sociale satire, komt volgens Peele doordat de ongeschreven afspraak met het publiek is dat alles mag; er zijn geen ontoelaatbare grenzen, je mag de diepste angsten aansnijden in de veilige omgeving van het medium. Datzelfde geldt voor satire. Die twee genres samen-gevoegd blijken een perfect paar te vormen.

    In Los Angeles, waar de film in première ging, waren de eerste reacties volgens Variety eensluidend lovend. De draai die Peele maakte naar sciencefiction leverde hem de vergelijking op met een van ’s werelds voornaamste regisseurs, Steven Spielberg.

    Nope is vanaf 18 augustus in de bioscoop te zien.

    Nope st 3 jpg sd low Copyright 2022 Universal Pictures All Rights Reserved


    Where Is Home?

    MUZIEK | Cellist Abel Selaocoe, geboren in Zuid-Afrika en opgeleid in Engeland, plaatst westerse en niet-westerse muziek naast elkaar, van Bach tot beatboxing. In Where Is Home? laat hij zich inspireren door familie en aanverwante thema’s. Met het Bantu Ensemble in het Concertgebouw, Amsterdam, 7/8.

    Where Is Home? is met het Bantu Ensemble op 7 augustus te zien in het Concertgebouw, Amsterdam.

    Abel Selaocoe crop

    Couture-koningin

    MODE | De Chinese modekoningin Guo Pei, bekend van de enorme gele creatie die popster Rihanna in 2015 droeg naar het Met Gala in New York, is het toonbeeld van exquise vakmanschap, weelderig borduurwerk en onconventionele kledingtechnieken. Ook al vlogen de meme’s in de rondte waarin Rihanna’s jurk als grote omelet werd afgebeeld. 

    In de ontwerpen van Guo Pei, smelten de invloeden van China’s keizerlijke verleden samen met de grandeur van het Europese hofleven, architectuur en de botanische wereld. Couture Fantasy, is de eerste uitgebreide tentoonstelling van haar baanbrekende werk. De tentoonstelling omvat meer dan 80 ensembles uit de afgelopen twee decennia. In Close Upvertelde zij soms wel vijftigduizend uur aan één kledingstuk te besteden. Inmiddels werken een kleine 500 borduursters voor Pei.

    Guo Prei: Couture Fantasy is tot 5 augustus te zien in Fine Arts Museum, San Francisco.

    2 Photo by Sarah Walker

    Vergeten verhalen

    THEATER | De Amerikaan Taylor Mac maakt al twintig jaar internationaal bekroonde voorstellingen. A 24-Decade History of Popular Music is zijn subjectieve geschiedenis van de VS sinds 1776, verteld vanuit het perspectief van groepen wier verhalen vaak worden ‘vergeten, verworpen of begraven’.

    A 24-Decade History of Popular Music is tot en met 6 augustus te zien in het Internationaal Theater Amsterdam.


    Licht, vorm en pastelwolken

    BEELDENDE KUNST | Pitzhanger Manor, het landgoed van de Britse architect Sir John Soane (1753-1837) in West-Londen, presenteert een solo-tentoonstelling van kunstenares Rana Begum (Bangladesh, 1977). Haar opvallende werken verkennen de perceptie van licht, kleur en vorm en doen de grenzen vervagen tussen beeldhouwkunst, architectuur, design en schilderkunst.

    Omdat Soane in Pitzhanger op een in-genieuze manier met licht speelde, is Begum een voor de hand liggende keuze. Ze was dan ook getroffen door de sierlijkheid van Soanes kamers, ‘alsof je voortdurend in het licht staat’. Ze wilde dat haar expositie Dappled Light daarop zou reageren en nam de zichtlijnen en ingewikkelde decoratieve schema’s binnenin mee in haar ontwerp.

    Nieuw is een grote zwevende installatie van gaas met zachte geometrische wolken in pasteltinten die tot de on-eindigheid kunnen worden aangevuld – zo lijkt het. Ook te zien is Begums eerste videowerk, dat het vluchtige licht vastlegt in een bos, terwijl ze door de seizoenen fietst.

    Rana Begum: Dappled Light is tot 11 augustus te zien in Pitzhanger Manor & Gallery, Londen.

    Installation view of Dappled Light photo Andy Stagg PHM RAN 005.web

    Beste dansers en grote beloften

    Tijdens Summer Dance Forever komen dansers van over de hele wereld een week naar Amsterdam. Omschreven als ‘een internationaal dansfeest met het beste van vandaag en de grote beloften van morgen’.

    Summer Dance Forever is op 24 augustus op verschillende locaties in Amsterdam te zien.

    SDF T GHOST 1. foto 1. jpeg 2022 05 18 144056 onuv

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Neon White is niet alleen voor freaks

    Razendsnelle, Japans geïnspireerde magie

    GAME | Terwijl het laatste oordeel al nadert, bevinden er zich nog binnengedrongen demonen in het Paradijs die koste wat kost op tijd moeten worden verdreven. Dat is het uitgangspunt van het spel Neon White, dat in juni werd uitgebracht op pc en Nintendo Switch en gemaakt is door Ben Esposito en de kleine studio Angel Matrix. Als speler ben je een van de huurmoordenaars die deze helse taak toebedeeld krijgt (en heb je ook amnesia). ‘Het is een understatement om te zeggen dat dit spel erg snel gaat,’ aldus de Britse gamesite Eurogamer

    Game Informer is onder andere enthousiast over de invloed van vroegere Japanse actiegames. ‘Volgens Esposito is het spel bedoeld voor “een heel specifiek publiek,”’ aldus het Amerikaanse tijdschrift. ‘Anders gezegd (…): het is gemaakt voor freaks.’

    ‘Nooit had ik zo’n adrenalinestoot gevoeld als toen ik op de eerste plaats in het klassement belandde’

    Toch is het nu al razend populair. Andrew Webster van technologiesite The Verge ‘kan er geen genoeg van krijgen’ en noemt de game ‘enorm bevredigend’. Eric Van Allen van gamesite Destructoid beschreef hoe ‘geweldig (…) het voelt om eindelijk een level onder de knie te hebben’. Blake Hester van Game Informer sprak van ‘een van mijn meest vermakelijke speelervaringen in jaren’. ‘Nooit had ik zo’n adrenalinestoot gevoeld als toen ik op de eerste plaats in het klassement belandde, minder dan een milliseconde voor mijn concurrenten. Als dat geen magie is, weet ik het ook niet meer,’ schreef ook Eurogamer-recensent Oisin Kuhnke. Spelsite Kotaku vat het samen: ‘Neon White is echt zo goed als iedereen beweert.’

    Door Laura Weeda

    ss 7ebe34f5d96739a0901619b31b8f5a2a1c43bc50.1920x1080


    Over het verstrijken van tijd en pure existentie

    Filmcamera als nieuwsgierige antropoloog

    SPEELFILM | In zijn film Il Buco reconstrueert de Italiaanse regisseur Michelangelo Frammartino een expeditie uit 1961 in een bijna 700 meter diepe grot in Calabrië, de zuidelijkste regio van Italië. Terwijl een team speleologen steeds verder de diepte induikt, wordt een oude, doodzieke herder door zijn metgezellen verzorgd op een van de naast gelegen bergflanken.

    In een poëtisch geschreven recensie voor het Spaanse filmmagazine El Antepenúltimo Mohicano omschrijft Javier Acevedo Nieto Il Buco als een ‘meeslepende film’. Door de fraaie cameravoering en het ontbreken van dialogen maakt de regisseur van de grot ‘haast een levend organisme dat ademt, huilt en resoneert’. Volgens Nieto grijpt Frammartino terug naar de ‘grootsheid van primitieve cinema met een camera die als een nieuwsgierige antropoloog fungeert, waarbij de verrichtingen van de mens volledig in het niet vallen’. 

    Diego Battle van de internationale filmssite Otros Cines noemt het ‘cinema van de contemplatie’, maar dan letterlijk: ‘Onderdompeling. Waar veel hedendaagse films worden gedomineerd door hyperstimulatie en duizeling wekken, is Il Buco een balsem voor de bioscoopbezoeker.’ 

    ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven’

    ‘Docufictie met uitsluitend prachtige beelden,’ luidt de conclusie van Jessica Liang, criticus van Variety. Ze vindt het een geslaagde keuze dat de parallel tussen de zieke herder en de grotexpeditie door wetenschappelijke buitenstaanders ‘niet leidt tot een dramatisch conflict, maar bewust vaag is gehouden’. 

    Minder enthousiast is Liang over de poging om in de film de sfeer van begin jaren zestig op te roepen: ‘Klassieke canvastenten, een antieke leren voetbal en een tijdschrift met Sophia Loren op de cover. Dat komt gekunsteld over. Vooral omdat deze film niet zozeer een paar decennia overbrugt maar terugvoert naar een lang vervlogen geologisch tijdperk.’

    Peter Bradshaw gaat in zijn bespreking voor The Guardian nog een stap verder: ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven. Daardoor dwingt hij ons na te denken over iets existentieels dat verder gaat dan het verstrijken van de tijd.’

    Il Buco van Michelangelo Frammartino is vanaf 23 juni te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

    Il Buco ps 1 jpg sd low


    Weggezet als homoseksuele roman

    Een nieuwe kans voor James Purdy

    LITERATUUR | Toen auteur Jon Michaud in een artikel voor een literair tijdschrift de naam James Purdy noemde, kreeg hij van de redacteur de suggestie deze er maar uit te laten, omdat niemand toch van hem had gehoord, vertelt Michaud in The New Yorker. Deze typering als outsider heeft de Amerikaanse auteur, die in 2009 in New Jersey overleed, zijn leven lang achtervolgd. Toen hij begon met verhalen inzenden, aldus Purdy geciteerd in het Amerikaanse weekblad, ontving hij keer op keer ‘boze, knorrige, verontwaardigde afwijzingen van de gelikte tijdschriften uit New York, en zo mogelijk nog vijandiger commentaar van de kleinere bladen’. ‘Hij schreef over liefde en verlangens tussen mensen van hetzelfde geslacht en zei dat dat iedereen kan overkomen,’ aldus biograaf Michael Snyder. ‘Bovendien combineerde hij die thematiek met kwesties van ras en macht. New Yorkse critici hebben hem gewoon de mond gesnoerd.’ Ook The Guardian beschrijft hoe ‘deze witte schrijver uit het Midwesten, die schreef over outsiders – vrouwen, Afro-Amerikanen, homo’s, inheemse Amerikanen – (….) zelf [werd] verstoten door het Amerikaanse literaire establishment’. 

    ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief’

    Inderdaad werd een van zijn vroege werken (1965) door The New York Times weggezet als een ‘homoseksuele roman’ en door een collega-auteur getypeerd als een ‘vijfderangs avant-gardesoap [over] gebed en flikkerij’. Ondanks dat het zijn bestverkochte boek was, met een recensie in de Sunday Times door George Steiner waarin deze Purdy’s gave prees ‘om zenuwen en botten te laten spreken’, en ondanks dat hij al bij leven fans had als Dorothy Parker, Susan Sontag en Paul Bowles, bleef het label ‘homoseksuele schrijver’ de rest van zijn carrière aan hem kleven. ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief,’ luidde zijn commentaar.

    Dit lijkt de aangewezen tijd voor een herwaardering van zijn werk, dat zijn biograaf typeert als ‘jazz’ en door The Guardian met dat van Wes Anderson wordt vergeleken. Bij uitgeverij Athenaeum verschijnt in juli Ik ben Elijah Thrush, uit 1972. Zou hij daar zelf blij mee zijn geweest? Als mensen al te zeer gesteld op hem zouden raken, merkte hij ooit op, ‘zou ik denken dat er iets was misgegaan’.

    James Purdy, Ik ben Elijah Thrush, verschijnt in juli bij uitgeverij Athenaeum in een vertaling van Harm Damsma en met illustraties van Charlotte Schrameijer.

    Door Laura Weeda


    Album als therapeutische sessie 

    Persoonlijke bekentenissen op meesterlijke muziek 

    HIPHOP | Met zijn nieuwe album Mr. Morale & The Big Steppers bewijst de Amerikaanse rapper en songwriter Kendrick Lamar (34) zich opnieuw als ‘absolute meester van de hiphop’, schrijft Luc Lorfèvre in de Waalse krant Dernière Heure. Volgens de recensent verstaat Lamar de ‘kunst van concieze communicatie’, terwijl hij met ‘een alomtegenwoordige piano, rijke klankpaletten en samples van soul en jazz uiterst gevarieerde sferen oproept en zijn gehoor in een sprankelende flow brengt’. 

    Zijn collega van Forbes India staat uitgebreid stil bij Lamars literaire verdiensten die hem in 2018 als eerste muzikant in de geschiedenis de Pulitzer Price opleverden: ‘Hij geldt als een van de meest invloedrijke hedendaagse schrijvers die in zijn lyriek verbanden legt tussen politiek, sociaal onrecht en zijn persoonlijke leven. Op zijn nieuwe album is het alsof hij mediteert om innerlijke demonen en onderdrukte emoties te bedwingen. Tegelijkertijd probeert hij in balans te komen met zijn gezinsleven en zijn wereldfaam.’

    ‘Alles wat uit Kendricks mond komt, heeft een doel’

    ‘Alles wat uit Kendricks mond komt, heeft een doel. Meestal komt hij met gefundeerde kritiek van sociaal-maatschappelijk belang,’ schrijft Pedro Ibarra voor Correio Braziliense. Maar op Lamars laatste album draait het vooral om zelfreflectie, denkt Ibarra: ‘Hij gebruikt verhalen uit zijn eigen leven om kwesties aan te kaarten die zijn persoonlijke belang ver te boven gaan. Van seksuele intimidatie waarmee hij in zijn jeugd te maken kreeg tot homofobie en de bejegening van zwarte mensen. Zo ontstaat een therapeutische sessie waar de hele wereld baat bij heeft.’

    Ook Michael Dwyer van The Sydney Morning Herald vergelijkt Lamars nieuwe album met een therapie: ‘Inclusief persoonlijke bekentenissen over zijn seksverslaving en zijn giftige interpretatie van het begrip mannelijkheid.’ Muzikaal vernieuwend klinkt het niet, maar daar zit Dwyer helemaal niet mee: ‘Lamar blijft comfortabel in zijn kenmerkende, jazz-getinte wereld waarin een elegante piano voor harmonie zorgt. De manier waarop zijn songs je hart veroveren heeft dan ook meer weg van Marvin Gaye dan van Dr. Dre.’

    Nadat hij met zijn vorige albums de wereld een spiegel heeft voorgehouden, doet Lamar dat ditmaal bij zichzelf, schrijft Will Pritchard in The Telegraph: ‘En daarbij komt hij tot een doorbraak, een ware openbaring. Meesterlijk, teder én volkomen rauw.’

    Mr. Morale & The Big Steppers, het vijfde album van Kendrick Lamar is eind mei wereldwijd uitgebracht.

    Door Diederik Samwel

    attachment kendrick lamar mr morale hotsteppers cover

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Verboden klanken van Mark Eliyahu

    Hoe de kamancheh het Midden-Oosten verovert

    MUZIEK | In Iran is Israëlische muziek formeel verboden en wordt elk contact met een Israëliër bestraft met gevangenisstraf of zelfs executie. Toch worden de liedjes van Mark Eliyahu er, in het geheim, volop beluisterd en gespeeld.

    Terwijl duizenden Iraniërs de Israëlische artiest dagelijks volgen op YouTube of Instagram, meldden ook duizenden zich af voor zijn kanalen ‘uit angst voor represailles’, aldus een artikel in Ha’aretz getiteld ‘Iranians are dying to see this Israelian musician perform life’. Op een video op YouTube is te zien hoe tientallen leerlingen van een muziekschool in Teheran een van zijn nummers op percussie-instrumenten naspelen.

    ‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat ze me schrijven: wanneer kom je in Iran spelen?’

    Het is volgens het Israëlische dagblad vooral het spel op de kamancheh, een oud-Perzisch snaarinstrument, dat Iraanse luisteraars raakt. Eliyahu werd in 1982 geboren in de Russische regio Dagestan uit twee muzikale ouders en was zes toen hij naar Israël emigreerde. Op zestienjarige leeftijd reisde hij naar het Griekse eiland Kreta om saz te studeren, waarna hij naar Azerbeidzjan verhuisde. Toen hij na zijn studie daar zijn muzikale carrière begon, was de kamancheh nog onbekend onder de Israëliërs. Toch houdt het instrument voor Eliyahu verband met de Joodse cultuur, aangezien het in de Bijbel wordt bespeeld door de Levieten: leden van de stam van Levi.

    Ook in andere landen in het Midden-Oosten en in Turkije wordt Eliyahu geroemd. Zijn nummer Journey werd door meer dan 13 miljoen mensen geluisterd op YouTube. ‘Mijn concerten in Turkije zijn zo motiverend en opwindend. Ik hou van Turkse luisteraars’, citeert de Turkse site Daily Sabah de muzikant trots. ‘Ze begrijpen de emotionele taal in mijn muziek.’ Maar ook met zijn Iraanse publiek is hij verguld: ‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat ze me schrijven: wanneer kom je in Iran spelen? Het is heel ontroerend.’

    Door Laura Weeda

    MarkEliyahu


    De reis van de leraar die de toekomst kent

    Het bruto nationaal geluk in beeld gebracht

    FILM | In de Himalayaanse bergen neuriet een vrouw ‘Yak lebi lhadar’, een lied van jakherders over afscheid en opoffering, terwijl in de stad een grootmoeder haar kleinzoon Ugyen wakker maakt. Hij is gekleed in een T-shirt met het bruto nationaal geluk: een index die Bhutan ontwikkelde om het welzijn van de mensen te beoordelen.

    ‘Het slapen van de jonge man is zowel letterlijk als figuurlijk’, schrijft The Indian Express in een recensie over Lunana: A Yak in the Class Room van de Bhutanese regisseur Pawo Choyning Dorji. Om echt te ontwaken zal Ugyen, die leraar is, ‘een innerlijke reis moeten beginnen die hem zal dwingen om zowel zichzelf als zijn land te ontdekken’. Die reis begint wanneer hij wordt overgeplaatst naar een van de meest afgelegen plekken ter wereld: Lunana, een dorp tussen de besneeuwde bergtoppen, waar hij bekend komt te staan als de ‘leraar die de toekomst kent’. 

    Aangezien Lunana niet is aangesloten op het elektriciteitsnet, werd er gefilmd met batterijen op zonne-energie. Als acteurs werden dorpelingen ingezet die nog nooit een film hadden gezien. ‘We waren het laatste land ter wereld met televisie en internet,’ vertelt de regisseur. ‘Ik was dertien toen de eerste televisie kwam. Mensen verkochten hun koeien en jaks om er een te kopen en plaatsten die dan op een soort altaar in huis, waarop ze wierook offerden. Ze wilden zingen, zich verkleden en zijn als de “buitenstaanders”. Het fundament van het “tevreden gevoel” was volledig verstoord.’

    ’Ik zeg ze dat ze hun dromen moeten volgen, maar hun eigen liedjes moeten zingen, waar ter wereld ze ook zijn’

    Hij heeft zelf vaak te horen gekregen dat hij wel ‘een heel gelukkig man’ moet zijn, aangezien hij uit een land komt dat inzet op bruto nationaal geluk. ‘Ik probeer met de film ook te laten zien wat Bhutan doormaakt, de uittocht van jonge mensen, leraren, die, aangetrokken door de pracht en charme van het Westen, massaal emigreren naar landen als Australië,’ zegt de regisseur in een interview met de Amerikaanse publieke omroep NPR. ‘Ik zeg niet dat ze niet weg moeten gaan; ik zeg ze dat ze hun dromen moeten volgen, maar hun eigen liedjes moeten zingen, waar ter wereld ze ook zijn.’

    The Indian Express kenschetst de film als een soort Bhutanese fabel met als les dat geluk nergens anders te vinden is en enkel besloten ligt in tevredenheid. The New York Times vindt dit idee ‘mooi effectief’ uitgevoerd, maar ook een beetje schools: het is ‘een poging om het concept van bruto nationaal geluk dat Bhutan heeft uitgevonden in beeld te brengen’. Andere media, zoals Variety, waarderen het goede gevoel dat de film overbrengt, evenals de kennismaking met een onbekend land. Filmsite The Wrap schrijft: ‘In het coronatijdperk vindt deze film, die een eenvoudige manier van leven verdedigt, gebaseerd op wederzijdse hulp, veel weerklank.’ The Wall Street Times noemt de film ‘van begin tot einde ontzettend leuk’.

    Verandering is onvermijdelijk, besluit The Indian Times. Op de laatste filmdag, wanneer de crew zich voorbereidt om in te pakken, arriveert een groep ambtenaren in Lunana om er telecommunicatietorens te installeren. En onlangs ontving Choyning Dorji een Facebookbericht en een TikTokvideo van Pem Zam, de inmiddels twaalfjarige ster van de film. 

    Nu te zien in de bioscoop.

    Door Laura Weeda

    Lunana A Yak in the Classroom st 2 jpg sd low


    Spaanse satire over kapitalisme 

    Meedogenloze wolf in schaapskleren

    SPEELFILM | Stel, je staat als lifter langs een verlaten snelweg en op hetzelfde moment stoppen er twee auto’s. In de ene zit de moordlustige psychopaat Anton Chigurh uit de speelfilm No Country for Old Men van de gebroeders Coen; de andere chauffeur blijkt de respectabele fabrieksdirecteur Julio Blanco uit El buen patrón van regisseur Fernando León de Aranoa. Bij wie stap je in? 

    Met deze hypothese vergelijkt Guy Lodge in Variety twee vertolkingen van de Spaanse steracteur Javier Bardem. De keuze ligt voor de hand, stelt Lodge, ‘maar wie Bardems laatste rol heeft gezien, weet wel beter. Mogelijk brengt deze man je niet persoonlijk om zeep, maar met elke plottwist ontwikkelt hij zich steeds duidelijker als de mildste incarnatie van het pure kwaad.’

    Hoofdpersonage Blanco uit El buen patrón doet er alles aan om een prestigieuze onderscheiding voor zijn weegschalenfabriek in de wacht te slepen. Voor de buitenwereld kan die prijs hem nauwelijks ontgaan, maar achter de schermen zijn sommige van zijn werknemers hun leven niet zeker. 

    ‘Niemand haalt ongeschonden het einde. Noem het een meesterwerk of pure fetisj’ 

    Jonathan Holland van Screendaily vermoedt dat het casten van Bardem vooral is bedoeld voor de buitenlandse bioscoopbezoeker: ‘Succes in Spanje is gegarandeerd, maar meer dan een onderhoudende en soepel gemaakte film is het niet. Een déjà-vuverhaal waarbij Bardem-fans absoluut aan hun trekken komen. Maar de rest steekt er bleekjes bij af.’

    El buen patr n ps 1 jpg sd low ©REPOSADO PC THE MEDIAPRO STUDIO

    De Boliviaanse krant La Razón omschrijft El buen patrón daarentegen als een ‘geslaagde satire op het kapitalisme’. Vooral omdat Bardem gestalte geeft aan een ‘giftige, niets en niemand ontziende ondernemer, die tot het uiterste gaat’. 

    In het Spaanse dagblad El Mundo houdt Luis Martínez het op een ‘horrorfilm, links noch rechts georiënteerd, waarin onze maatschappij van overconsumptie wordt geportretteerd. Het gaat niet om hebzuchtige ondernemers en begerige proletariërs, maar om een wereld waarin de marktwerking iedereen overkomt. Niemand haalt ongeschonden het einde. Noem het een meesterwerk of pure fetisj.’ 

    El buen patrón van Fernando León de Aranoa is vanaf 2 juni te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

    El buen patr n st 1 jpg sd low ©REPOSADO PC THE MEDIAPRO STUDIO

    Geestesziekte, perceptie en psychedelische drugs 

    Hartverscheurende beschrijvingen van depressie

    LITERATUUR | Een 33-jarige naamloze auteur in de VS zit compleet aan de grond, nadat het schrijven van zijn romandebuut is mislukt. Het voorschot van de uitgever is op, zijn relatie staat op springen en een zware depressie dient zich aan. Dan krijgt hij de opdracht om als ghostwriter de memoires van een beroemde Italiaanse natuurkundige te schrijven. Volgende probleem: deze man blijkt van de aardbodem verdwenen. Daarop reist de hoofdpersoon door Italië, waar hij opvallend vaak wordt geconfronteerd met situaties en personages uit de boeken die hij leest.

    Dat is het gegeven van The Red Arrow, de debuutroman van de Amerikaanse auteur William Brewer (33). Kevin Canfield van The San Francisco Chronicle vat het samen als een verhaal over een ‘verwarde man wiens leven door intensieve leesexperimenten op zijn kop wordt gezet’. Volgens Canfield is The Red Arrow een ‘pedant maar ook spiritueel en inventief boek, waarin verstandige dingen worden gezegd over geestesziekte, perceptie, creativiteit en psychedelische drugs. De manier waarop een depressie wordt beschreven is hartverscheurend.’ 

    ‘Stiekem schrijft hij zinnen van ruim een pagina, en het knappe is dat je dat als lezer niet in de gaten hebt’

    Jonathan Russell Clarke schrijft in de LA Times dat er nog nooit zo ‘accuraat en inzichtelijk over depressie is geschreven. Vooral omdat duidelijk wordt dat de hoofdpersoon een relatie met zijn depressie heeft.’ Aan het soms ‘exquise taalgebruik’ proeft Clarke dat Brewer oorspronkelijk een dichter is: ‘Maar als verteller is hij op zijn best. Stiekem schrijft hij zinnen van ruim een pagina, en het knappe is dat je dat als lezer niet in de gaten hebt.’

    ‘Een cerebrale, ietwat warrig geschreven roman’, concludeert de recensent van Publishers Weekly. ‘De pogingen van de schrijver om zijn gedachten te ordenen doen denken aan de elliptische monologen uit de serie True Detective. Die bleken uiteindelijk ook niet te werken.’ Bradley Babendir van The Boston Globe is daar juist wel van onder de indruk: ‘Brewer gaat op zoek naar het dunne lijntje tussen wat de hoofdpersoon zelf meemaakt en zijn leeservaringen. Om erachter te komen dat geen enkele zintuiglijke ervaring nog origineel kan zijn.’

    The Red Arrow van William Brewer, door René Kurpershoek vertaald als De rode pijl, is op 25 mei verschenen bij uitgeverij Spectrum.

    Door Diederik Samwel

    The Red Arrow William Brewer

  • Spaans dorp bestrijdt ontvolking met boekwinkels

    Spaans dorp bestrijdt ontvolking met boekwinkels

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische inlichtingendienst zit achter chemische aanval op journalist Dmitri Moeratov

    » Zuid-Afrika: hulporganisaties leveren drinkwater aan overstromingsgebied

    Urueña heeft meer boekhandels dan schoolgaande kinderen

    Het dorp Urueña in het Noordwesten van Spanje heeft, net zoals veel plattelandsdorpen, te maken met ontvolking en vergrijzing. Maar in de afgelopen tien jaar is er één zaak die wel floreert in Urueña: boeken. Op honderd inwoners zijn er elf boekwinkels te vinden, waaronder negen met speciale boeken, schrijft The New York Times. Dat zijn meer boekhandels dan er kinderen naar het plaatselijke schooltje gaan.

    ‘Ik ben geboren in een dorp waar geen boekhandel was en waar de mensen zich veel meer bezighielden met het bewerken van hun land en met hun dieren dan met boeken,’ zegt Francisco Rodríguez, de drieënvijftigjarige burgemeester van Urueña. ‘Deze ommezwaai is een beetje vreemd, maar ons kleine dorp is er trots op dat het een cultureel centrum is geworden.’

    In 2007 ontving Urueña drie miljoen euro om dorpswoningen te verbouwen tot boekwinkels

    In 2007 ontving Urueña drie miljoen euro om dorpswoningen te verbouwen tot boekwinkels. Mensen die een boekhandel wilden runnen, konden voor een symbolisch bedrag van tien euro per maand een pand huren. Het plan was om Urueña levend te houden met boektoerisme, naar het voorbeeld van andere literaire centra op het platteland in Europa, bijvoorbeeld Montmorillon in Frankrijk en Hay-on-Wye in Groot-Brittannië.

    Spanje is een van de Europese landen die de meeste onafhankelijke boekhandels telt. Om kleinere bedrijven te helpen concurreren met de grote boekhandels, heeft het Spaanse ministerie van Cultuur deze maand negen miljoen euro uitgetrokken voor subsidies om de kleine boekhandels te helpen moderniseren en digitaliseren.

  • De beste non-fictie van mei

    De beste non-fictie van mei

    Mevrouw Sapiens onderzoekt het beeld van de prehistorische mannelijke jager en de vrouwelijke verzamelaar; De betutteling van de Amerikaanse geest laat zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten & Meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    De zee – Rachel Carson 

    Nu de oceanen en zeeën door toedoen van de mens in gevaar zijn, maakt deze klassieker van mariene bioloog Rachel Carson ons onverminderd bewust van de kwetsbaarheid en het belang van de oceaan, inclusief het leven dat erin huist, en van onze verantwoordelijkheid de planeet gezond te houden.


    Mevrouw Sapiens – Thomas Cirotteau

    In de prehistorie hielden mannen zich bezig met jagen. Volgens de lesboekje verzamelden vrouwen bessen, kookten en zorgden voor de kinderen. Maar klopt dit beeld? Een internationaal team van wetenschappers twijfelt er ernstig aan. Mevrouw sapiens blijkt machtiger en krachtiger dan lang is gedacht.


    De stilte voor de storm – Gal Beckerman 

    Grote politieke en maatschappelijke veranderingen vallen of staan met het werk van de vooruitstrevende denkers die achter de schermen het heft in eigen hand nemen – van zeventiende-eeuwse wetenschap tot het huidige sociale media-activisme. 


    De betutteling van de Amerikaanse geest – Jonathan Haidt & Greg Lukianoff

    Dit boek laat zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten. Het sterk doorvoeren van politieke correctheid brengt ons vermogen kritisch na te denken in gevaar. 


    Eenling zijn – Rüdiger Safranski 

    Rüdiger Safranski stelt dat ieder mens in de eerste plaats een individu is. De een zoekt liever aansluiting bij de groep, de ander heeft de ambitie om de eigenheid te cultiveren. Tussen de twee polen van eenling en gemeenschap zijn er indrukwekkende pogingen geweest om individueel te zijn.

  • De beste non-fictie van maart

    De beste non-fictie van maart

    360 Top-5 non-fictie, getipt door Atheneum Boekhandel in Amsterdam.

    Pelgrim langs Tinker Creek – Annie Dillard

    Bijna dagelijks zwerft Annie Dillard langs de oevers van de rivier Tinker Creek in Virginia. Geen detail ontgaat haar. Energiek en bezield vertelt ze in haar boek over de vaak genadeloze natuur in en rond de rivier en laat ze zien hoe gedurende de seizoenen alles onophoudelijk aan verandering onderhevig is. 

    9789045037509

    Giftige positiviteit – Whitney Goodman

    Onze cultuur is geobsedeerd door positiviteit, en positief denken wordt gezien als oplossing voor al onze problemen. Maar waarom zijn dan toch zo veel mensen ongelukkig? Psychotherapeut Whitney Goodman stelt dat positiviteit ook heel giftig kan zijn en slecht voor je (mentale) gezondheid.

    9789400514089

    Stadsnomade – Amy Liptrot

    In de hoop haar geïsoleerde leven op de Orkneyeilanden achter zich te laten boekt Amy Liptrot een enkele reis Berlijn. Alles is vluchtig, inclusief haar internetdates. Het enige wat haar richting geeft, is de natuur om haar heen: zwemmen in Berlijnse meren en de stadse wildernis ontdekken.

    9789026358623

    Wereldcrisis – Geoffrey Parker

    Geoffrey Parker deed uitgebreid onderzoek naar veranderingen in het klimaat halverwege de zeventiende eeuw in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Hij constateert dat de invloed van het klimaat op de geschiedenis van de mensheid veel groter is dan altijd werd verondersteld.

    9789401917179

    Over tirannie – Timothy Snyder

    Historicus Snyder gebruikt twintig strategieën die burgers kunnen gebruiken om de democratie te beschermen tegen een autoritaire overheid, en werkt deze uit met concrete voorbeelden uit de geschiedenis. Over tirannie is schitterend geïllustreerd door kunstenaar Nora Krug.

    9789463822084

  • Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Menselijk zweet is veel meer dan alleen verkoelend. Soms ruikt het ‘ranzig, geitachtig’ naar een flinke doses ‘stinkkaas’ of naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met ui’, dan weer prikkelt het onze zintuigen op een aangename manier.

    In de sportschool getuigt een bezweet T-shirt van krachts-inspanning en doorzettingsvermogen, maar bij een kennismakingsgesprek is het een teken van zwakte en onzekerheid. Voor de sauna betalen we om te zweten, voor een taxi met airco juist om te voorkomen dat we bij een receptie op ook maar één zweetdruppeltje worden betrapt. Geen twijfel aan: de mens heeft een schizofrene verstandhouding met zweet. Nu eens heeft lichaamsvocht een erotische aantrekkingskracht, dan weer wekt het weerzin.

    Eerst en vooral is zweten essentieel om te kunnen overleven: zo beschermt het lichaam zichzelf tegen oververhitting. Ieder mens heeft twee tot vijf miljoen zweetklieren. Het merendeel daarvan zijn eccriene zweetklieren, die over het hele lichaam verspreid liggen. Door die klieren dringt een waterig-zoutachtig vocht door tot op het huidoppervlak, waar het verdampt en ons lichaam afkoelt. Apocriene zweetklieren komen daarentegen alleen voor op enkele behaarde lichaamsdelen, zoals onder de oksels. Deze geurklieren scheiden een olieachtig secreet af. Het vocht zelf is weliswaar reukloos, maar vormt tegelijkertijd ook een buitenkansje voor heel wat huidbacteriën. De afvalproducten van dit afbraakproces resulteren in wat wij doorgaans een zweetlucht noemen. 

    Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’

    Ieder mens heeft zijn eigen unieke zweetgeur. In haar lezenswaardige boek The Joy of Sweat schrijft de Canadese wetenschapsjournalist en docent Sarah Everts dat er genderspecifieke tendensen zijn. Zo worden mannengeuren vaker gedomineerd door een geurmolecuul dat ze omschrijft als ‘een ranzige, geitachtige stank met een geur van stinkkaas’. Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’.

    Hoe onaangenaam die zweetlucht tegenwoordig ook kan zijn, in oorsprong was hij een belangrijk communicatiemiddel. Veel zoogdieren bakenen hun territorium af – met waarschuwingssignalen of juist met liefdesboodschappen. ‘Maar bij mensen wordt de oorspronkelijke biologische betekenis van de apocriene zweetklieren nog maar slecht begrepen,’ zegt Everts. Misschien verraadde de zweetlucht van onze voorouders ooit dat iemand bang was, of dat een vriend of familielid ziek was.

    Bezwete T-shirts

    Ook bij het vinden van een partner speelden zweetklieren mogelijk een belangrijke rol – en misschien doen ze dat nog steeds. In de jaren negentig liet evolutiebioloog Claus Wedekind van de Universiteit van Lausanne vrouwen ruiken aan bezwete T-shirts van mannen. De proefpersonen hadden voorkeur voor de reuk van mannen met een immuunsysteem dat niet te sterk leek op het hunne, maar dit juist goed aanvulde. Vroeger, toen mensen in kleine groepen leefden, voorkwam die voorkeur mogelijk dat een vrouw een man koos die te nauw aan haar verwant was.

    Hoewel dat risico tegenwoordig geringer is en andere factoren bij de partnerkeuze veel belangrijker zijn, geloven sommigen nog altijd in de erotische werking van het okselholtebouquet. Everts deed mee aan een zweetdating in Moskou waarbij de deelnemers aan hun date snuffelden. Om een tipje van de sluier op te lichten: zij stuitte daarbij inderdaad op een geur waar ze warm van werd.

    Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen

    Eccriene zweetklieren zijn minder verbonden met intieme gevoelens. Maar ook zij kunnen een mens onzeker maken of voor schut zetten. Everts doet veel aan sport, vertelt ze, ‘en ik ben altijd de eerste die zweet’. Dat vond ze vaak vervelend en het bracht haar op het idee een boek over zweet te schrijven. Uit onderzoek bleek dat de zweetproductie van haar lichaam gemiddeld is. Maar sommige mensen hebben enorm veel zweetporiën, of hun zenuwsysteem is zo ingesteld dat het maar al te gauw een zweetsignaal afgeeft. Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen.

    Zweten is een zeer menselijk fenomeen. Mensen hebben, schrijft Everts, tien keer zoveel eccriene zweetklieren als chimpansees en kunnen twaalf keer zo sterk zweten als een koe. Bij andere zoogdieren zoals honden en katten komen eccriene zweetklieren alleen voor op de poten. Zij reguleren niet de warmtehuishouding maar vergroten bij het klauteren en jagen hun grip op de grond. Afkoelen doen onze favoriete huisdieren onder meer door te hijgen met de tong uit de bek. Maar dat is een actief proces dat energie kost.

    Afkoelingsstrategieën

    Ook in vergelijking met andere afkoelingsstrategieën is zweten een behoorlijk slimme oplossing. Kangoeroes bijvoorbeeld likken hun onderarm om af te koelen. De Nieuw-Zeelandse zeebeer urineert over zijn buik en achterpoten als het hem te warm is. Ooievaars en gieren spatten modder op hun poten. En als honingbijen oververhit dreigen te raken, braken ze hun maaginhoud uit en smeren die met hun voorpoten over hun hele lijf. 

    Hoewel zweet voor 99 procent uit water bestaat, is de resterende 1 procent in velerlei opzichten heel interessant. Die bestaat namelijk uit honderden chemische substanties die door het lichaam worden afgescheiden uit het weefselvocht tussen bloedvaten en weefsels. De belangrijkste zijn zoutbestanddelen zoals natrium, kalium en chloride. Andere substanties verraden onze ondeugden: vermaard en berucht is de geur van knoflooketers. Everts beschrijft zelfs het geval van een verpleegkundige uit Zuid-Afrika die vertwijfeld een arts raadpleegde omdat er rood zweet uit haar poriën kwam. De kleur bleek afkomstig van de tomatenchips die de vrouw met kilo’s naar binnen had gewerkt.

    Sinds enkele jaren neemt ook de sportgeneeskunde ons zweet nauwkeuriger onder de loep. Bij het interdisciplinaire onderzoeksproject WeCare proberen wetenschappers uit Zürich, Neuchâtel, Lausanne en Barcelona een zweetmeetapparaat voor duuratleten te ontwikkelen. Hiermee moeten triatleten, wielrenners en marathonlopers onderweg voortdurend controleren hoeveel water, natrium of kalium zij hebben uitgezweet. ‘Zo kunnen zij dan op het juiste moment de juiste hoeveelheid van het juiste vocht tot zich nemen,’ zegt Mathieu Saubade van het Centrum voor Sportgeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Lausanne, die als onderzoeker bij het project betrokken is.

    Realtime

    Volgens Saubade is de wetenschappelijke belangstelling voor dergelijke toepassingen de afgelopen tijd sterk gestegen. Tot nog toe waren er echter nog geen apparaten op de markt om de bestanddelen van zweet in realtime te meten. Dat komt door de complexiteit van dat lichaamsvocht. ‘Hoeveel en hoe we zweten is afhankelijk van verschillende factoren,’ zegt Saubade. Omgevingstemperatuur, leeftijd, geslacht, het uur van de dag en voeding zijn onder meer relevant. Conditie is een andere factor: de zweetklieren van topatleten werken efficiënter dan die van ongetrainde mensen, zij hebben ‘leren’ reageren op hoge lichaamstemperaturen. Ondanks de vele factoren die van invloed zijn is Saubade 
    ervan overtuigd dat er in de niet al te verre toekomst apparaten op de markt komen die gericht zijn op het constant meten van zweet.

    De politie zou al aan de mogelijkheid werken om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt

    Zweet bevat heel veel informatie. Het leven van mensen met diabetes zou veel gemakkelijker worden als zij hun bloedsuiker konden meten zonder zich te hoeven prikken. En voor automobilisten zou een waarschuwingssignaal via een smartwatch nuttig zijn als ze na een avondje stappen te veel alcohol op hebben. De politie werkt volgens Sarah Everts al aan de mogelijkheid om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt.

    Maar wat als bedrijven in de toekomst informatie uit zweet verzamelen om sollicitanten te beoordelen? Of als ziektekostenverzekeringen een zweettest vragen om korting op de premie te kunnen geven? Everts vreest dat het niet lang meer duurt voordat dergelijke ideeën worden omgezet in praktijk. Misschien is dat ook een reden waarom zweten ons vaak in verlegenheid brengt, zegt ze. ‘Wij hebben geen controle over ons zweet en het verschaft intieme informatie over ons.’ 

    Lees ook: