Tag: milieu

  • George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    Als wij ons voedingssysteem niet radicaal veranderen kunnen we de strijd tegen klimaatverandering niet winnen, zegt de Britse milieuactivist George Monbiot. Ten eerste moeten we af van de veeteelt. Zijn boek Regenesis is een fundamentele kritiek op de landbouw.

    Voor een veganist vertoont George Monbiot een opmerkelijke verachting voor veel dieren. Kippen, vooral hun mest, houdt hij verantwoordelijk voor het veranderen van hele ecosystemen in weerzinwekkende riolen. Koeien ziet hij als ‘reusachtige machines die koolstof vrijmaken en veel land bezetten’. Zelfs honingbijen zijn voor hem productiedieren die grote schade aanrichten aan het milieu doordat ze wilde insectensoorten verdringen.

    Voor zijn documentairefilm Apocalyps Cow heeft hij zelfs een keer een ree geschoten en gegeten. Het stond hem weliswaar vreselijk tegen, schreef hij in The Guardian, hij had liever gehad dat een wolf dat voor hem had opgeknapt, maar ‘het voelde juist om dit dier te eten. Het doden ervan veroorzaakt geen ecologische schade, integendeel.’ Waar het leefde, in de Schotse hooglanden, was het aantal reeën geëxplodeerd en het aantal bomen waarvan ze de spruiten eten was daardoor extreem afgenomen. Dankzij de jacht op het wild heroverden de bomen het land nu weer ‘met een opmerkelijke snelheid’.

    Maar Monbiots grootste vijanden zijn schapen. Dat ligt vooral aan de enorme ruimte die ze nodig hebben. In Groot-Brittanië wordt vier miljoen hectare bergland benut als schapenweide, dat is twee keer zo veel oppervlakte als alle steden, fabrieken, opslagloodsen, tuinen, parken, straten en vliegvelden bij elkaar beslaan. Sinds er – ook door royale landbouwsubsidies – in de twintigste eeuw schapen werden losgelaten op het Britse hoogland, zijn ze effectieve verwoesters gebleken van ecologische niches. Omdat de dieren zich bij voorkeur voedden met ontkiemende bomen zouden ze die streken in de loop van de tijd hebben veranderd in ‘dode zones’, waarin behalve een enkele grassoort nauwelijks nog iets groeit.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Maar het ernstigste probleem van deze vorm van landbouw is de schamele opbrengst ervan. Om met lamsvlees 100 gram proteïne te produceren is er 185 m2 land nodig, ongeveer 26 keer zoveel als voor kippen nodig is en 84 keer zoveel als voor soja. In calorieën omgerekend betekent dat dat 22 procent van de totale Britse landbouwgrond de Britten voorzien van 1 procent van hun proteïnebehoefte.

    Nerd

    George Monbiot is een echte nerd als het om zulke cijfers gaat. Als journalist en milieuactivist is hij in Groot-Brittannië allang een begrip; sinds 1996 behoren zijn columns tot de vaste inventaris van The Guardian. De stilistische scherpte waarmee hij zich onderscheidt, richt zich ook graag tegen zogenaamd gelijkgezinden. In zijn boek Regenesis keert hij zich nu tegen al die bioboeren die nog geloven in het project van een duurzame landbouw. Want voor Monbiot is de landbouw als zodanig ‘de meest verwoestende menselijke activiteit die de aarde ooit heeft meegemaakt’. De ruimte die zij inneemt, ziet hij als ‘de belangrijkste van alle milieuproblemen’. 

    Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet?

    George Monbiot
    Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet van George Monbiot verscheen in 2022 bij uitgeverij Allen Lane.

    Dat dit onderwerp in het klimaatdebat tot op heden verregaand verwaarloosd werd in vergelijking met de energietransitie, ligt ook aan het feit dat deze verwoesting van de bodem, in tegenstelling tot het delven van fossiele grondstoffen, al duizenden jaren wordt geromantiseerd. Ook al heeft ze allang industriële proporties aangenomen, toch laat de agrarische cultuur ons nog altijd het beeld zien van een boerenidylle, bijna alsof de uitbuiting van de natuur zelf iets heel natuurlijks is. Bovendien is juist de biologische landbouw deel van het probleem: hoe voordelig ze ook is voor dieren en bodemkwaliteit, ze verergert het ruimtebeslag. Als middel om gras in proteïne te veranderen zijn schapen en runderen erbarmelijk inefficiënt; als ze in de wei gehouden worden, groeien de dieren nog langzamer en gebruiken ze veel meer ruimte. ‘Er is nauwelijks een landbouwproduct dat schadelijker is voor het milieu dan biologisch rundvlees van weidevee’, aldus Monbiot.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Wat zijn boek zo interessant maakt, is behalve het concrete onderwerp ook het koelbloedige realisme waarmee hij het thema beziet. Vaak ligt Monbiots standpunt voorbij de ideologische bastions van waaruit het debat over klimaatverandering gevoerd wordt. Tegenover de illusie van een groene groei wordt ofwel onthouding geplaatst, of men speelt de milieubescherming uit tegen de existentiële behoeften van grote delen van de wereldbevolking. Monbiots inzichten zijn zonder meer radicaal. Het effectiefste middel om CO2 uit de atmosfeer te halen is volgens hem het reduceren van de oppervlakte aan landbouwgrond tot een minimum; het moet worden veranderd in natte gebieden en bossen. In een vorig boek, Feral. Searching for Enchantment on the frontiers of rewilding, beschreef hij zijn visioen van een verwildering op grote schaal van weiden en velden om de ineenstorting van het klimaat en de zogeheten zesde grote soortensterfte te voorkomen. Daarbij hoorde ook de terugkeer van olifanten naar Europa.

    Een fragment uit de documentaire Apocalypse Cow van George Monbiot over soleïne.

    Potentieel

    In Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet gaat het hem nu om de vraag die daar noodzakelijk uit volgt: hoe valt zijn utopie te verenigen met het voeden van een voortdurend groeiend aantal mensen? Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet – en niet alleen voor degenen die zich duur biologisch voedsel kunnen veroorloven? Het is duidelijk, zo rekent Monbiot voor, dat we het landbouwoppervlak met 76 procent zouden kunnen reduceren als iedereen zou ophouden vlees en zuivelproducten te consumeren. Maar hoewel hij zelf allang vegetarisch eet en de trend van vermindering van de vleesconsumptie in rijke landen aanhoudt, denkt hij niet te kunnen rekenen op een snelle bewustzijnsverandering die de opwarming van de aarde tijdig zou kunnen stoppen.

    Dus wat te doen? Op zoek naar alternatieve manieren om de bodem te gebruiken presenteert Monbiot een paar geëngageerde boeren die het is gelukt hun land door creatieve verbouwingsmethoden niet alleen ecologisch gezonder, maar ook productiever te maken. Ook in deze portretten doorbreekt hij de gangbare clichés: zijn helden zijn op het eerste gezicht bioboeren uit het boekje, die hun velden met houtsnippers in plaats van fosfaat bemesten, of ze sparen ze met een directzaadmethode in plaats van ze te verwoesten door te ploegen. Maar ze zijn vooral pioniers van een experimentele landbouw in hun pogingen met veldonderzoek in de letterlijke zin van het woord en met wetenschappelijke nauwkeurigheid de complexiteit van de bodem te begrijpen en te benutten. 

    Slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem zou geïdentificeerd zijn

    De succesvolle aanzetten van deze pioniers, dat weet Monbiot ook, bieden geen model voor de industriële productie van voedingsmiddelen die nodig is voor het voeden van de wereldbevolking. Maar ze geven een idee van het potentieel dat een transformatie van de agrarische cultuur in zich bergt. En ze laten zien hoezeer de kennis van de leefruimte onder onze voeten en van de betrekkingen tussen aarde, bacteriën, planten en micro-organismen, van de soortenrijkdom en de vruchtbaarheid van dit ecosysteem is verwaarloosd.

    Tot op heden zou slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem geïdentificeerd zijn, schrijft Monbiot. Als er al middelen voor het onderzoek van de bodem beschikbaar gesteld worden, dan is het in hoofdzaak om ‘nieuwe manieren te vinden om ze te doden’; voor bestrijdingsmiddelen. Hij verlangt daarentegen ‘de integrale ontwikkeling van een nieuwe agronomie’, een soort ‘verkenningsprogramma van de aarde’, dat ‘in plaats van Mars in een tweede aarde te veranderen, de oppervlakte van onze eigen planeet onderzoekt’.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Het is dus niet zo verrassend dat Monbiot de oplossing van het voedselprobleem verwacht van een technologie die elke bioboer moet toeschijnen als een sciencefictiondystopie: proteïne uit microbiële fermentatie. In Finland bezoekt hij een bedrijf met de naam Solar Foods, dat uit lucht, zon en een paar bacteriën een sterk geconcentreerd eiwitpoeder maakt. Om dat zogeheten soleïne te verkrijgen, worden bacteriën gevoed met waterstof en kooldioxide uit de lucht; door fermentatie ontstaat uiteindelijk het proteïnepoeder. Het procédé is niet eens erg nieuw, het werd al in de jaren zestig ontwikkeld door de NASA, maar pas nu wordt duidelijk hoe nuttig het kan zijn. 

    Problematisch is dat het maken van waterstof veel energie verbruikt – en veel ruimte, wanneer men daarvoor zonne-energie gebruikt. Niettemin, rekent Monbiot voor, zou voor de productie van proteïne door bacterieculturen 1700 maal minder land nodig zijn dan voor soja, de ruimtelijk gezien meest efficiënte plantaardige bron van proteïne.

    Met dalende prijzen voor zonne-energie zou ook de prijs voor de proteïne van Solar Foods en concurrenten dalen tot het niveau van soja en een goed alternatief voor plantaardige of dierlijke voeding worden. Soleïne zou juist in armere, warme landen voordelig en ‘regionaal’ geproduceerd kunnen worden. En als het ooit ook cultureel geaccepteerd wordt, dan zouden op culinair gebied heel nieuwe mogelijkheden ontstaan: ‘Hapjes die smaken als biefstuk, maar de textuur hebben van Jacobsschelpen,’ stelt Monbiot zich voor; of ‘een mousse die op de tong smelt als pannacotta, maar smaakt naar Iberische ham’.

    Farmfree

    Veel van zijn critici zien zijn visioen als naïef. Het maken van waterstof is gewoon te duur en bovenal zou zo’n soort voedsel uit het laboratorium een uitnodiging zijn aan de voedingsconcerns die het huidige voedselsysteem beheersen om de productie nog ongebreidelder te monopoliseren met patenten. Monbiot is zich van dit gevaar bewust, maar dat verandert voor hem niets aan de noodzaak en de mogelijkheden van de voedselvoorziening met zulke ‘farmfree’-producten. ‘Deze verandering zal zich waarschijnlijk linksom of rechtsom wel voltrekken, hoe heftig de verdedigers van de oude orde ook verzet bieden. Die volgt gewoon uit een onstuitbare economisch logica. Het is aan ons om dit proces snel en rechtvaardig vorm te geven’, schrijft hij.

    Daartoe moet nog slechts één tegenstander overwonnen worden – de langdurige cultuur van verheerlijking van akkerbouw en veeteelt. ‘Een van de grootste bedreigingen voor al het leven op aarde is de lyriek,’ beweert Monbiot, en hij zet uiteen hoe sinds de bucolische gedichten van Theocritus in de Griekse oudheid de mythe ontstond van een harmonieus herdersleven, met schaapherders ‘die hun trage uren doorbrengen met zingen, fluitspelen en vooral met onderdoorgaan aan onbeantwoorde liefdes’. Tegenwoordig zijn de motieven van de pastorale lyriek zo diep geworteld dat ze in de vorm van kinderboeken en westerns, kinderboerderijen en boerderijspeelgoed nog altijd geweldig floreren. Het zijn verhalen die zelfs een overtuigde stadsbevolking zichzelf ‘zonder een zweem van onbehagen vertelt’.

    Dat zijn futuristische voorstelling van een voedingsmiddelenproductie de complete cultuur van de mensheid ter discussie zou stellen, is eveneens een bezwaar dat Monbiot vaak te horen krijgt. Ja, zou hij daar wellicht op antwoorden. Precies!

    Lees ook:

  • Zo schadelijk is (sommige) zonnebrandcrème voor het milieu

    Zo schadelijk is (sommige) zonnebrandcrème voor het milieu

    Eilanden in het Caribisch gebied hebben bepaalde zonnecrèmes verboden omdat de ingrediënten ervan mariene organismen vergiftigen. Sommige lotions zijn ook schadelijk voor de mens. Kunnen huid- en milieubescherming met elkaar worden verzoend?

    Bescherming die schaadt – het is nogal een paradox. En niet erg aantrekkelijk. Maar helaas duiken er steeds meer berichten op dat zonnebrandcrème, die juist zo verantwoord is en die wij al jaren met steeds grotere overtuiging op onze huid smeren, in de categorie van schadelijke bescherming valt. In sommige Caribische landen zijn bepaalde zonnebrandcrèmes daarom zelfs al verboden. Studies van onderzoeksinstituten leveren meer en meer bewijzen voor de negatieve effecten van lotions.

    Met de zomer in aantocht vraagt de milieu- en gezondheidsbewuste mens zich af of er echt een keuze moet worden gemaakt: óf de eigen huid redden, óf het milieu. Maar, op de zaken vooruitlopend: er bestaan oplossingen voor dit dilemma.

    Oxybenzone en octinoxaat

    Of het nu gaat om Aruba, Bonaire, Hawaii of Palau, de vele eilanden in het Caribisch gebied en de Stille Oceaan die inmiddels zonnebrandcrèmes hebben verboden, richten zich vooral tegen de ingrediënten oxybenzone en octinoxaat. Zonnecrèmes die deze chemicaliën bevatten, mogen daar niet meer worden gebruikt. Het is namelijk bewezen dat deze twee stoffen schade toebrengen aan koralen en ander leven in zee, en onderzoekers hebben onlangs ontdekt hoe dat kan. Hoewel oxybenzone zowel koralen als mensen beschermt tegen UV-licht, wordt de stof in zee afgebroken tot een toxine dat schadelijk is voor koralen wanneer deze aan licht worden blootgesteld. Zelfs dieren die in lokale meren en rivieren leven, zijn er niet immuun voor.

    Milieuactivisten waren blij met de aankondiging uit Hawaï dat er een blokkade werd opgeworpen tegen de UV-blockers. ‘Dit is de eerste echte kans voor plaatselijke koraalriffen om zich te herstellen,’ zei bioloog Craig Downs tegen The Guardian. Door zijn studie kwamen milieuactivisten voor het eerst in het geweer tegen huidbeschermers: oxybenzone kon babykoralen doden en volwassen koralen doen verbleken, zo liet Downs in 2015 weten in het tijdschrift Archives of Environmental Contamination and Toxicology. Volgens Downs komt jaarlijks 14.000 ton zonnebrandcrème terecht op de koraalriffen van de wereld, terwijl slechts één druppel oxybenzone in een watervolume gelijk aan zes en een half Olympische zwembad al schadelijk is.

    ‘UV-filters zijn dé remedie tegen huidveroudering en tumoren’

    Tot Downs met zijn ontdekking kwam, was de moderne mens al zo’n twintig jaar lang doelgericht in de weer met zonnebrandcrème. Een zongebruinde huid werd een relikwie van het voorbije millennium, en viel enkel nog uit te leggen door een dosis onwetendheid of een hang naar hedonistische zelfvernietiging. Een bleke huid was niet alleen onderscheidend, maar ook opnieuw een uiting van verstandigheid en eigenliefde. Bescherming tegen de zon voorkomt immers niet alleen kanker, maar ook rimpels. ‘UV-filters zijn dé remedie tegen huidveroudering en tumoren,’ zegt dermatoloog en bestsellerauteur Yael Adler.

    En dan opeens het nieuws dat deze fervente gebruikers van zonnebrandmiddelen het milieu schaden. Dat het eigenlijk eco-egoïsten zijn, die hun groene overtuigingen vergeten zo gauw het om hun eigen welzijn gaat.

    Niemand wil babykoraal doden om de eigen huid te redden. Maar wat dan? Watervaste crèmes helpen de zee in ieder geval niet. Zonnebrandcrème mag immers ‘waterproof’ worden genoemd als de helft ervan na twee baden van twintig minuten nog in het water drijft.

    Even wat opbeurend nieuws dan maar: in Duitsland worden de stoffen oxybenzone (op de verpakking van de crème ‘Benzophenone-3’ genoemd) en octinoxate (‘Ethylhexal Methocinnamate’), die op de Caribische eilanden verboden waren, al lang niet meer gebruikt. Maar dat betekent nog niet dat je met schoon geweten ingesmeerd in je ligstoel kunt gaan luieren. De laatste tijd zijn er namelijk steeds meer berichten dat veel van de in Duitsland gebruikte UV-filters eveneens schadelijk zijn voor de zee. Van vrijwel geen een kan met zekerheid worden gezegd dat hij geen problemen veroorzaakt.

    Orgaanschade

    In principe zijn twee soorten bescherming doeltreffend tegen de zon: chemische en fysieke UV-filters. Chemische filters zijn grote organische moleculen die in de bovenste lagen van de huid trekken en middels een chemische reactie schadelijke UV-straling omzetten in onschadelijke warmte. Fysieke filters werken daarentegen als een laagje kleine spiegels. Het zijn mineralen zoals titaniumdioxide of zinkoxide. Ze blijven aan de buitenkant van de huid zitten en weerkaatsen de zonnestralen.

    Daarbij geldt dit: veel van de chemische filters zijn onwenselijk voor zowel huid als zee. Ook al is directe schade voor de mens niet met zekerheid vastgesteld, de lijst met mogelijke gevolgen is lang. Veel filters werken op dezelfde manier als hormonen, waardoor dieren er soms meer vrouwelijke eigenschappen van krijgen.

    Ook in menselijke cellen zijn hormonale effecten gevonden. En bij dierproeven veroorzaakten sommige stoffen orgaanschade. ‘Ook al zeggen we nu dat deze nieuwe stoffen onschadelijk zijn, pas over tien tot vijftien jaar zullen we het zeker weten,’ zegt dermatoloog Alexander Zink, die in de kliniek Rechts der Isar in München bezig is met de ontwikkeling van ecologisch afbreekbare zonnefilters, waarvoor hij bijvoorbeeld ingrediënten uit groene thee gebruikt.

    Een probleem is dat gevaarlijke stoffen niet zo gemakkelijk te herkennen zijn op de verpakking

    Een probleem is dat gevaarlijke stoffen in zonnebrandcrèmes niet zo gemakkelijk te herkennen zijn op de verpakking. Dat komt omdat ze met onder hun Engelse complexe namen staan vermeld tussen alle andere ingrediënten. De onschadelijke emulgator ‘Polyglyceryl-2 Caprate’ klinkt dan bijna net zo giftig als de hormonaal actieve UV-blocker ‘Isoamyl Methoxycinnamate’.

    Niettemin loont het om de boel eens nader te bekijken. Zo raadt het tijdschrift Öko-test al jaren producten af die octocril (‘octocrylene’) bevatten. Deze stof is in Duitsland steeds vaker in de plaats gekomen van de stoffen die nu in Hawaii verboden zijn. Uit dit UV-filter kan benzofenon ontstaan, dat waarschijnlijk als kankerverwekkend moet worden beschouwd. Het breekt moeilijk af in de natuur en hoopt zich op in mariene organismen, waarvan het de groei belemmert. Het meest recent gebruikte homosalat (‘homosalate’) kan op zijn beurt de lever, de nieren en de schildklier beschadigen, zo blijkt uit dierproeven. En emulgatoren uit de groep PEG-verbindingen (bijvoorbeeld aangegeven als ‘PEG-7’ of ‘PEG-100 Stearate’) zijn zeker ongewenst omdat ze de huid meer doorlaatbaar maken, waardoor schadelijke stoffen het lichaam kunnen binnendringen.

    Een van de meest betrouwbare stoffen van de chemische UV-blokkers is Bemotrizinol, ondanks de angstaanjagende naam in de lijst van ingrediënten: ‘Bis-Ethylhexyloxyphenol Methoxyphenyl Triazine’. Deze stof wordt gezien als onschadelijk, althans voor de mens, mede omdat hij chemisch zeer stabiel is en derhalve niet heel makkelijk toxische of allergene afbraakproducten voortbrengt. Er is echter nog geen uitvoerig onderzoek gedaan naar de effecten ervan op mariene organismen. Ook Octisalaat (‘Ethylhexyl Salicylaat’) wordt slechts als ‘licht zorgwekkend’ beschouwd: ten minste één studie wees op mogelijke irritatie van de luchtwegen en de mogelijkheid van allergie. Octyltriazon (‘Ethylhexyl Triazon’) wordt momenteel geclassificeerd als ‘onschadelijk‘ – althans, wat de menselijke gezondheid betreft. En de koralen en algen dan? Die werden niet getest.

    Dilemma

    Tot voor kort bestond er een duidelijke uitweg uit het dilemma met de onberekenbare chemische filters: we konden UV-filters voor ons lichaam gebruiken zonder ons zorgen te hoeven maken over gezondheid en milieu. Maar zelfs zonnefilters met mineralen hebben nadelen. Ze beschermen weliswaar even goed als de chemische filters tegen UVB-stralen die de meeste kans bieden op zonnebrand en bepaalde vormen van huidkanker, maar ze bieden minder bescherming tegen UVA-stralen. Deze dringen dieper door in de huid dan de UVB-stralen en kunnen cellen beschadigen, wat waarschijnlijk zorgt voor het gevreesde kwaadaardige melanoom.

    En nog een nadeel: ze blijven zichtbaar. Crèmes met minerale filters trekken namelijk niet zo goed in en laten een fijn wit laagje achter op de huid.

    Dat is vooral te zien doordat mensen steeds hogere beschermingsfactoren gebruiken. Vooral als het gaat om kleine kinderen, die niet om hun uiterlijk geven en die je geen hormonaal werkzame stoffen op de huid wilt smeren, heeft dit een positieve kant: na het aanbrengen van de crème kun je zien of je dat heikele plekje achter het oor, waar altijd weer die bijzonder vervelende zonnebrand ontstaat, niet vergeten bent. Bovendien willen kinderen snel het water in en niet een half uur wachten tot de crème zijn werking gaat doen. Terwijl dat met chemische sunblocks wel nodig is, zoals dermatoloog Alexander Zink opmerkt.

    Wat het milieu betreft, zijn de minerale filters waarschijnlijk niet zo onschadelijk als lange tijd werd gedacht. Volgens Spaanse wetenschappers in het tijdschrift Environmental Science & Technology verhogen ze de concentratie van metalen en meststoffen in sommige kustgebieden aanzienlijk.

    Studies tonen aan dat eencellige organismen worden beschadigd door minerale zonnefilters

    Titaandioxide en dergelijke worden helemaal dubieus wanneer ze als nanodeeltjes worden gebruikt. Met het oog op betere smeerbaarheid en een meer discrete witheid geldt dat de laatste tijd voor steeds meer producten. De mineralen worden zo fijn gemalen dat de deeltjes nog slechts een nanometer groot zijn.

    In deze minuscule vorm, waarschuwt Craig Downs, kunnen de mineralen mogelijk door de beschermende laag van de huid dringen en schade in het lichaam veroorzaken. Tot nu toe is dit slechts een theoretisch gevaar, benadrukt de Münchense dermatoloog Alexander Zink. ‘Maar wel is al aangetoond dat nanodeeltjes zich ophopen in de darmvlokken van de dunne darm, waarschijnlijk omdat kleine kinderen aan hun huid likken. Ze richten daar waarschijnlijk geen acute schade aan. Maar die kinderen leven er nog tientallen jaren mee, dus wie weet wat dat betekent?’

    Ook mogen de gevolgen voor het milieu niet worden onderschat. Zo toonde een recente studie uit Wenen aan dat foraminifera – eencellige organismen die door symbiose met algen een belangrijke rol spelen in het ecosysteem van de oceanen – worden beschadigd door minerale zonnefilters. ‘We nemen aan dat die schade wordt veroorzaakt door metaalnanodeeltjes,’ zegt Michael Lintner van de Universiteit van Wenen. Op verpakkingen is makkelijk te zien of stoffen in nanovorm aanwezig zijn, aangezien ze in cosmetische producten in de EU moeten worden vermeld, bijvoorbeeld als ‘titaniumdioxide (nano)’.

    Eén ding is duidelijk, aldus Alexander Zink. ‘Iedere zonnebrandcrème is beslist beter voor je gezondheid dan zonnebrand.’ Als je in de middagzon even uit de schaduw wilt komen, moet je je huid beslist beschermen. Maar je hebt niet altijd factor 50 nodig, je kunt meestal met veel minder toe. En crèmes met een lagere beschermingsfactor bevatten minder sunblocker. Zodoende verminder je ook de impact op het milieu, als je de crème ten minste niet te dik op je huid smeert. Maar ongetwijfeld het beste voor de natuur en de gezondheid is wat Charlize Theron doet. De Zuid-Afrikaanse actrice gaat altijd de zee in met lange mouwen. Theron verkondigde ooit dat ze het belang van bescherming tegen de zon al op jonge leeftijd leerde van haar moeder, ‘die prachtig veroudert’.

  • Hittegolven zorgen voor ‘eco-angst’ in Frankrijk

    Hittegolven zorgen voor ‘eco-angst’ in Frankrijk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Saoedi-Arabië stelt luchtruim open voor alle luchtvaartmaatschappijen

    » President Sri Lanka stuurt ontslagbrief naar parlement

    Fransen maken zich grote zorgen om toekomst

    De intensiteit en snelle opeenvolging van hittegolven in Frankrijk veroorzaken ‘eco-angst’ bij de Fransen, schrijft Le Monde. Het Franse dagblad vroeg aan zijn lezers om ervaringen online te plaatsen over de manier waarop zij omgaan met de hitte en wat het met hen doet. Uit de reacties blijkt dat de Fransen zich grote zorgen maken. ‘Hittegolven maken me bang’, schrijven ze. De huidige hittegolf, waarbij het kwik op maandag 18 juli in sommige delen van Frankrijk tot 40°C zal stijgen, vormt hierop geen uitzondering.

    Een van de reacties komt van Nadia (24). De hoge temperaturen wekken bij haar de onaangename indruk dat ze geen controle heeft over de situatie: ‘Weten dat het steeds vaker zal voorkomen en dat het probleem niet serieus wordt genomen, irriteert me enorm.’ Een getuigenis die volgens epidemioloog Alice Desbiolles ‘volledig past in het emotionele en intellectuele spectrum van eco-angst: er is zowel woede als een gevoel van machteloosheid, maar ook bezorgdheid over de situatie’.

    ‘Tegen 2040 zullen hittegolven zoals die van 2019 naar schatting ongeveer vijf keer zo vaak voorkomen’

    De gevoelens van angst verbazen ook klimatoloog Serge Zaka niet. ‘Sinds 1947 is het aantal hittegolven alleen maar toegenomen,’ zegt hij. ‘Vroeger hoorden we alleen voorspellingen, maar nu komen die voorspellingen van de klimatologen uit. Wanneer we dit soort dingen meemaken, ofwel via de televisie of thuis, ontstaat er angst.’

    Klimatoloog Aurélien Ribes van het Nationaal Centrum voor Meteorologisch Onderzoek bevestigt dat de kans op een hittegolf in 2019 door de klimaatverandering minstens vertienvoudigd is. Als er niets verandert, zal de situatie naar verwachting niet keren: ‘Tegen 2040 zullen hittegolven zoals die van 2019 naar schatting ongeveer vijf keer zo vaak voorkomen.’

    Lees ook:

  • Kraanwater moet weer cool worden

    Kraanwater moet weer cool worden

    Waarom wordt overal ter wereld water uit flessen gedronken, zelfs in gebieden waar kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is? Antwoord: omdat water uit de kraan niet het gigantische marketingbudget heeft waar multinationals 217 miljard dollar per jaar mee omzetten.

    Het Penrose Recreation Center in het noorden van Philadelphia heeft een nieuwe lik verf gekregen. Na de onthulling afgelopen september zien de omwonenden nu op een van de muren een helblauw portret van een heuse buurtgenote die met een grijns op haar gezicht een slok neemt uit haar navulbare drinkfles. Het is een van de twee muurschilderingen die het drinkwaterbedrijf van Philadelphia heeft laten maken om het plaatselijke kraanwater te promoten, toen aan het licht kwam dat veertig procent van de inwoners thuis uitsluitend flessenwater dronk. Ook bleek dat flessenwater vooral werd gekocht door mensen met een Afro-Amerikaanse of Zuid-Amerikaanse achtergrond en uit de lagere inkomensklasse.

    Dat was een zorgwekkende ontdekking, ‘vooral in een stad als Philadelphia, waar het kraanwater van verbazingwekkend goede kwaliteit is’, zegt Maura Jarvis van het plaatselijke drinkwaterbedrijf. De drinkwatervoorziening in de Verenigde Staten als geheel behoort tot de veiligste ter wereld en het water in Philadelphia voldoet aan de officiële veiligheidsnormen en valt binnen de geadviseerde grenzen voor bepaalde synthetische stoffen waarvoor nog geen regels bestaan. Het drinkwaterbedrijf heeft zich ten doel gesteld het vertrouwen in het plaatselijke kraanwater te herstellen. Maar dat zal niet meevallen.

    ‘Het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen’

    ‘We moeten concurreren met een gigantische flessenwaterindustrie die haar status quo wil behouden,’ zegt Jarvis. ‘Maar het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen.’

    De flessenwaterindustrie is wereldwijd goed voor een omzet van 217 miljard dollar, een bedrag dat jaarlijks 11 procent stijgt. En van de 29 miljard waterflessen die Amerikanen jaarlijks kopen wordt maar een op de zes gerecycled. De rest heeft duizend jaar nodig om te vergaan, waarbij de nodige vervuilende stoffen in de watersystemen terechtkomen. Volgens het Barcelona Institute for Global Health is de impact van het drinken van flessenwater op onze ecosystemen veertienhonderd keer hoger dan die van kraanwater en zijn er alleen om aan de vraag in de VS te voldoen al zeventien miljoen vaten olie per jaar nodig. Een zaak dus met grote gevolgen voor zowel milieu en volksgezondheid als sociale gelijkheid.

    Maar hoewel we weten dat flessenwater een aanslag is op onze portemonnee, onze gezondheid en onze planeet blijven we het kopen, zelfs in gebieden waar de toevoer van kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is. Dus hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen voor het alternatief kiezen?

    Hoe massaal werd overgestapt op flessenwater

    Het idee om water te bottelen en naar nieuwe bestemmingen te transporteren ontwikkelde zich tot een commercieel fenomeen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen Perrier agressief reclame begon te maken voor haar flessen bruisend H₂O als een chic, ambitieus alternatief voor kraanwater. In de jaren negentig volgden Coca-Cola en Pepsi, die hun distributienetwerken gebruikten om de markt te overspoelen met hun eigen merken flessenwater.

    Wat er in deze flessen zit is niet per se beter, zoals tests uitwijzen. Maar flessenwater heeft iets heel belangrijks wat kraanwater mist: een gigantisch marketingbudget. Richard Wilk, hoogleraar antropologie aan Indiana University, schreef in 2006 in het Journal of Consumer Culture dat de alomtegenwoordigheid van flessenwater te danken is aan marketeers, of zoals hij het uitdrukt, ‘tovenaars die alledaagse en in overvloed aanwezige zaken in exotische kostbaarheden veranderen’. Tegenwoordig zijn er zelfs chique hotels en restaurants die watersommeliers aanstellen.

    ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben’

    Door lyrische verhalen op te hangen over natuurlijke bronnen en hun flessen te versieren met plaatjes van gletsjers en bossen, hebben ze ons ervan overtuigd dat wat zij verkopen gezonder, smakelijker en natuurlijker is dan wat via leidingen ons huis binnenkomt. Die strategie is zo succesvol dat velen zich niet realiseren dat de bron van hun water veelal dezelfde is als die van ons. ‘Deze bedrijven kunnen miljarden dollars aan reclame besteden,’ zegt Wilk. ‘Een staats- of gemeentebestuur dat met zijn beperkte middelen ook nog duizend andere dingen moet doen, kan met geen mogelijkheid op tegen de marketing van een softdrinkbedrijf.’

    Sam Höller werkt voor a tip: tap, een non-profitorganisatie die kraanwater promoot in Duitsland. Hij zegt: ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben. Dat is geweldig nieuws, zeg ik dan. Ik ken meer mensen zoals jullie.’ Toch is flessenwater een bloeiende bedrijfstak die aan veel mensen werk biedt, zodat het promoten van een gratis alternatief minder makkelijk is dan je zou denken. Maar a tip: tap doet zijn best. In Berlijn heeft de organisatie sinds 2010 het aantal openbare waterfonteintjes helpen groeien van zestien tot meer dan tweehonderd.

    Hoe de kraan terrein wint

    Langzaam maar zeker worden consumenten zich bewuster van het afval dat flessenwater produceert en stappen ze over op navulbare waterflessen of eisen ze betere verpakkingsalternatieven. Toen Kim Kardashian haar Instagramvolgers in 2020 een rondleiding gaf in haar keuken, zullen ze hebben gezien dat haar koelkast uitsluitend water bevatte van merken die glas of karton als verpakking gebruiken en geen plastic. In 2019 promootte Gwyneth Paltrow gebotteld water van Flow, een B-merk dat recyclebare Tetra Pak-verpakkingen gebruikt.

    PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt

    Ook grote bedrijven beginnen zich aan te passen aan de veranderende consumentenvoorkeur. Volgens Euromonitor is de verkoop van flessenwater in Duitsland (de op een na grootste Europese consument van het product) in 2021 met drie procent gedaald. Dit leidde ertoe dat Coca-Cola in 2021 zijn merk Apollinaris uit de Duitse supermarkten haalde, nadat de verkoop van hun segment ‘hydrateringsproducten’ met 11 procent was gedaald. PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt. Ondertussen lanceert zowel Danone als Nestlé zijn eigen systeem om thuis kraanwater een smaakje te geven, te laten bruisen en te filteren.

    Maar de Europese campagnegroep Break Free From Plastic klaagt dat de reactie van de grote bedrijven op het plasticprobleem meestal voorbijgaat aan de kern van de zaak. In plaats daarvan besteden ze de meeste energie aan het hypen van onbewezen technieken, het verleggen van de verantwoordelijkheid naar de consument of het simpelweg aankondigen van projecten die nooit zullen worden gerealiseerd. Wat echt nodig is, is een transitie naar nieuwe systemen die zijn gebaseerd op hergebruik, aldus de campagnegroep.

    Hoe de regels worden veranderd

    Vorig jaar heeft de Europese Unie verscheidene plastic items voor eenmalig gebruik in de ban gedaan, maar geen flessen. De VN hebben zich voorgenomen een eind te maken aan de plasticvervuiling, maar een bindende overeenkomst laat nog op zich wachten. Toch is er op plaatselijk niveau al een aantal succesverhalen. In Cape Cod, Massachusetts, heeft de campagnegroep Sustainable Practices actie gevoerd om de verkoop van flessenwater binnen de gemeentegrenzen te verbieden. Negen gemeenten hebben het idee inmiddels overgenomen en toegepast. ‘Flessenwater komt uit een bron in iemands gemeente. Het komt niet van een andere planeet,’ zegt Madhavi Venkatesan, verbonden aan de economische faculteit van Northeastern University in Boston en directeur van Sustainable Practices. ‘Dus zitten er dezelfde vervuilende stoffen in als in je plaatselijke water, maar met een plastic fles vererger je die vervuiling.’

    Het verbieden van plastic flessen is een voortdurende strijd: zo gaat het dorp Sandwich in Massachusetts binnenkort voor de derde keer over de kwestie stemmen, nadat het verbod vorig jaar tot tweemaal toe door de gemeenteraad was goedgekeurd en vervolgens weer verworpen. Volgens Venkatesan maken tegenstanders van het verbod (dat tijdens de laatste campagne 38 van de 300 stemmen tekortkwam) zich vooral zorgen over de gevolgen voor winkeliers of willen ze het gemak behouden van het kopen van flessenwater.

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik. Voor 95 procent van de in plastic gebottelde waterproducten kon de luchthaven een geschikte alternatieve verpakking bieden. ‘De winstmarge voor onze verkopers is nagenoeg gelijk gebleven,’ zegt Erin Cooke, directeur duurzaamheid van de luchthaven. ‘En we hebben ze de mogelijkheid geboden meer premiumproducten te verkopen, zoals herbruikbare flessen van glas of ander materiaal.’ Om het makkelijker voor consumenten te maken om hun eigen waterfles mee van huis te nemen, heeft de luchthaven honderd navullocaties geïnstalleerd en wordt reizigers meegedeeld dat ze met een lege waterfles moeiteloos door de security komen.

    Waar San Francisco een ongebruikelijk verbod op plastic flessen heeft ingesteld, ondernemen veel andere luchthavens stappen om alternatieven aan te bieden. De luchthaven van Manchester in het VK heeft zich aangesloten bij het landelijke programma Refill, dat mensen met behulp van een app helpt de dichtstbijzijnde plek te vinden om hun fles te vullen.

    Terug naar Philadelphia, waar het drinkwaterbedrijf blijft peilen hoe inwoners over kraanwater denken, om te zien of de boodschap doorkomt. Het is nog te vroeg om de effectiviteit van de campagne te kunnen beoordelen, zegt Maura Jarvis, maar de houding is al een klein beetje positiever geworden. ‘Mensen moeten zelf kiezen wat het beste is voor hun gezin en hun huishouden,’ zegt ze. ‘Maar ik wil niet dat ze voor flessenwater kiezen zonder dat ze de feiten kennen.’

  • Onderzoek: opwarming van aarde veroorzaakt slaaptekort

    Onderzoek: opwarming van aarde veroorzaakt slaaptekort

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïense leger verdreven uit centrum van Sjevjerodonetsk

    » Ierse pubs worstelen met personeelstekorten

    Stijgende temperaturen zijn schadelijk voor gezondheid

    Door stijgende temperaturen als gevolg van klimaatverandering wordt de nachtrust van mensen wereldwijd korter, zo blijkt uit de grootste studie naar dit onderwerp tot nu toe, dat aangehaald wordt door The Guardian. Door de opwarming van de aarde stijgen de nachttemperaturen sneller dan die overdag. Naarmate de aarde verder opwarmt zal slaapverlies verder toenemen, maar sommige mensen worden meer getroffen dan andere. Het slaapverlies per graad opwarming is bij vrouwen ongeveer een kwart hoger dan bij mannen, twee keer zo hoog bij vijfenzestigplussers en drie keer zo hoog bij mensen in minder welvarende landen. 

    Mensen zijn niet in staat zich aan te passen aan warmere nachten

    Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van 47.000 mensen in 68 landen, gedurende in totaal 7 miljoen nachten. Uit het onderzoek bleek dat de gemiddelde burger per jaar nu al 44 uur minder slaapt. Dat komt neer op elf nachten met minder dan zeven uur slaap. Eerdere studies toonden al aan dat stijgende temperaturen schadelijk zijn voor de gezondheid, onder meer door toename van het aantal hartaanvallen, zelfmoorden en psychische crises, door ongevallen en verwondingen, maar ook door een verminderd vermogen om te werken. De onderzoekers vinden het verontrustend dat hun gegevens niet aantonen dat mensen in staat zijn om zich aan te passen aan warmere nachten. 

    Volgens Kelton Minor van de Universiteit van Kopenhagen, die het onderzoek leidde, ‘slapen wereldwijd steeds meer mensen onvoldoende’. Hij voegde eraan toe dat het onderzoek het topje van de ijsberg kan zijn, ‘want zeer waarschijnlijk zijn onze schattingen aan de conservatieve kant’.

    Lees ook:

  • VS: wegwerpplastic vanaf 2032 verboden

    VS: wegwerpplastic vanaf 2032 verboden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden belooft economische hulp en ‘ambitieuze acties’ voor Latijns-Amerika

    » Oekraïens graan: Turks voorstel stuit op bezwaren van Kyiv en Moskou

    VS doen plastic voor eenmalig gebruik in de ban

    De VS gaan plastic voor eenmalig gebruik verbieden tegen 2032, kondigde de regering-Biden woensdag aan. Nu zullen degelijke producten op federaal grondgebied van de VS, met inbegrip van nationale parken, al geleidelijk worden beperkt, met als doel dat wegwerpplastic tegen 2032 helemaal niet meer geleverd of verkocht worden, aldus San Francisco Chronicle. De maatregel omvat onder meer plastic flessen en tassen. Het plastic zal vervangen moeten worden door bijvoorbeeld papieren zakken, biologisch afbreekbare of 100 procent gerecyclede materialen, of glazen flessen.

    Milieuactivisten juichen de aankondiging toe. Onlangs hebben honderden milieuorganisaties bij minister van Binnenlandse Zaken Deb Haaland erop aandrongen het gebruik van wegwerpplastic in natuurgebieden te verbieden. ‘Onze nationale parken zijn per definitie beschermde gebieden, en toch zijn we er al veel te lang niet in geslaagd om ze te beschermen tegen plastic,’ zei Christy Leavitt, directeur van de antiplasticcampagne van Oceana, een groep die opkomt voor de natuur.

    Slechts 9 procent van al het plastic wereldwijd wordt gerecycled

    Het gebruik van plastic is de afgelopen decennia explosief gestegen en heeft een ravage aangericht in zeeën en het milieu, merkt San Francisco Chronicle op. Meer dan 14 miljoen ton plastic stroomt jaarlijks de oceaan in, volgens een rapport van de International Union for Conservation of Nature. Dat komt doordat slechts 9 procent van al het plastic wereldwijd wordt gerecycled, en omdat het materiaal niet biologisch afbreekbaar is.

    Lees ook:

  • Duizenden aangespoelde dolfijnen door oorlog Oekraïne, aldus wetenschappers

    Duizenden aangespoelde dolfijnen door oorlog Oekraïne, aldus wetenschappers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Soedan: na drie jaar nog geen gerechtigheid voor slachtoffers politiegeweld

    » Onderzoek: steeds minder besneeuwde bergtoppen in Alpen

    Gevechten langs Oekraïense kustlijn zorgen voor milieuschade

    De duizenden aangespoelde dolfijnen op de kusten van de Dode Zee zijn waarschijnlijk het gevolg van de oorlog in Oekraïne, zo meldt The New York Times. De gevechten langs de Oekraïense kustlijn hebben onnoemelijke milieuschade aangericht en hebben de habitat van de dolfijnen verstoord, aldus wetenschappers.

    Recente studies uit Bulgarije, Turkije en Oekraïne tonen aan dat door de oorlog de biodiversiteit in zee in toenemende mate wordt bedreigd: er vallen bommen in voedselrijke gebieden aan de kust, olie lekt uit gezonken schepen, en uit de rivieren stroomt water naar zee dat vervuild is door chemicaliën die in munitie worden gebruikt.

    Ivan Roesev, een milieuwetenschapper verbonden aan het nationaal park Toezly in Oekraïne, zei dat uit gegevens die sinds het begin van de oorlog door zijn organisatie zijn verzameld, blijkt dat enkele duizenden dolfijnen zijn gedood. Volgens Roesev kunnen het toegenomen lawaai van schepen en het gebruik van krachtige sonarsystemen ook de dolfijnen desoriënteren, die geluid gebruiken om te navigeren. ‘Sommige dolfijnen hadden brandwonden van bom- of mijnexplosies en konden niet meer navigeren en natuurlijk ook niet meer naar voedsel zoeken’, schrijft Roesev.

    Voor de oorlog lag het aantal dolfijnen in de Zwarte Zee op 253.000

    Ook de Turkse organisatie voor zeeonderzoek meldt ‘een uitzonderlijke toename’ van dode dolfijnen die aanspoelen aan de Turkse kust.

    De Russische marine domineert de Zwarte Zee voor de kust van Oekraïne en heeft een blokkade opgelegd aan alle Oekraïense scheepvaart. Daardoor is het onmogelijk om gedetailleerde wetenschappelijke informatie te verzamelen, zodat de massale dolfijnensterfte vooralsnog een mysterie blijft.

    Vóór de oorlog hebben honderd wetenschappers van een internationale verdragsgroep voor het behoud van walvisachtigen met behulp van tien vliegtuigen en zes schepen onderzoek gedaan naar het zeeleven in de Zwarte Zee en het Middellandse Zeegebied. Zij stelden vast dat de Zwarte Zee meer dan 253.000 dolfijnen herbergde, een gezond aantal, dat volgens de wetenschappers een positieve ecologische indicator was van het totale ecosysteem. Het valt nu echter nog te bezien wat de uiteindelijke tol van de oorlog zal zijn voor dolfijnen en ander zeeleven.

    Lees ook:

  • Deze Amsterdamse non-profitorganisatie laat zien wat onze boodschappen echt kosten

    Deze Amsterdamse non-profitorganisatie laat zien wat onze boodschappen echt kosten

    Waarom kost dezelfde appel in de ene winkel meer dan in de andere? Die vraag stelt de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price. Want de echte prijs van een product – inclusief externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij – ligt vrijwel altijd hoger dan de winkelprijs.

    Eind 2020 zette de charmante Amsterdamse supermarkt De Aanzet een bord op straat met de tekst: ‘Welkom in de eerste supermarkt ter wereld met echte prijzen’. Binnen bleken steeds twee prijzen vermeld te staan bij aardappelen, paprika’s, bananen, broccoli, brood en allerlei andere levensmiddelen. De ‘normale’ prijs voor tomaten was 3,75 euro per kilo, maar de ‘echte’ prijs bedroeg 3,97 euro. Het verschil van 22 cent stond voor de verborgen kosten van de teelt en het vervoer van de tomaten – dus de kosten van de CO2-uitstoot, onderbetaling van arbeiders en water- en grondverbruik.

    Die echte prijzen waren berekend door de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price, al in 2012 opgericht door Michel Scholte en Adrian de Groot Ruiz. Deze twee vrienden, de een kampioen in universitaire debatwedstrijden en de ander een voormalig universitair docent finance, werken samen met allerlei bedrijven – een chocoladeproducent, een bakkerijketen, banken en modemerken – om van uiteenlopende artikelen de werkelijke prijs te kunnen berekenen. De samenwerking met De Aanzet was hun meest publieke project tot nu toe. De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze. Ze kunnen de normale en de werkelijke prijzen nu met elkaar vergelijken: als het verschil tussen die twee bij de ene appel 5 cent en bij de andere 50 cent is, is die eerste appel dus afkomstig van een producent die milieubewuster en meer sociaal verantwoord bezig is. De klant kan er dan voor kiezen om voor zijn product de echte prijs te betalen, waarna De Aanzet dat extra geld doorsluist naar projecten die de kwalijke gevolgen van die stille kosten proberen tegen te gaan.

    Scholte en de Groot Ruiz leerden elkaar zo’n vijftien jaar geleden kennen bij een universitaire debatclub. Scholte studeerde sociologie aan de Vrije Universiteit en werkte als schoonmaker in de businesslounge op Schiphol. De Groot Ruiz studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vonden elkaar in hun belangstelling voor gedragseconomie, statistiek en de onderliggende structurele oorzaken van armoede en milieuvervuiling. Als tiener had De Groot Ruiz, die ook liefhebbert in de natuurkunde, met twee vrienden eens een techniek bedacht om energie te winnen uit de golfslag op zee. Toen kreeg hij te horen dat investeerders daar geen interesse in hadden omdat de ‘businesscase’ voor de ontwikkeling ervan zo onzeker is. Dat vond hij volstrekt irrationeel. De ware kosten van fossiele brandstoffen – het instorten van ecosystemen, stijgende zeespiegel, extreem weer – zijn uitzonderlijk hoog maar blijven buiten de boeken, zodat die brandstoffen in vergelijking met alternatieven onrealistisch goedkoop lijken.

    ‘Externaliteiten’

    In hun studietijd sloten de twee zich al aan bij de Nederlandse denktank Worldconnectors. Daar praatten ze met gelijkgestemden over wat economen wel ‘externaliteiten’ noemen: de externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij, die niet worden meegenomen in prijsberekeningen. Mettertijd kwamen ze zo op het idee voor hun ‘echte prijzen’. Politici blijken vaak niet bereid bedrijven regelgeving op te leggen die streng genoeg is om de maatschappelijke en milieukosten fundamenteel te verlagen. Maar het is wel mogelijk de omvang van die kosten te schatten en die informatie direct in de prijzen te verwerken. Dus lanceerden Scholte en De Groot Ruiz in 2012 True Price, om bij te dragen aan de totstandkoming van duurzamere productieketens. De hoop is dat als bedrijven en consumenten zich minder illusies maken over de werkelijke kosten, dat zal leiden tot aanpassing van hun uitgavenpatroon en hun verkoop- en productiemethoden.

    Lage prijs is illusie

    Maarten Rijninks, de eigenaar van De Aanzet, hoorde voor het eerst over ‘echte prijzen’ op een lezing die Scholte in 2018 gaf. Hij beschouwt het nu als een manier om iets te doen aan een kwalijke situatie die zo wijdverbreid is dat we haar niet eens meer als vreemd ervaren. ‘Als je nu in een gewone supermarkt iets koopt, is dat altijd goedkoper dan hetzelfde product in mijn winkel, dat biologisch geteeld en duurder is,’ zegt Rijninks. Maar die lage prijs is een illusie: die is alleen mogelijk als je de ware kosten van de productie negeert. ‘Als je de echte prijzen berekent, zijn ook mijn producten goedkoper,’ zegt Rijninks. Sinds hij dit systeem hanteert, is de omzet van zijn winkel met een procent of vijf gestegen. Veel klanten zeggen het te waarderen. ‘Het probleem is dat klanten niet de middelen hebben om hun maatschappelijke en milieutechnische impact te verminderen,’ zegt hij. ‘Het is niet dat ze het niet willen.’

    Rijninks zegt tegen zijn klanten dat het systeem nog een experiment in uitvoering is. Een onontkoombaar probleem is misschien dat de gegevens van True Price niet perfect zijn. De analisten van de organisatie gaan soms uit van regionale gemiddelden, die de precieze productieomstandigheden van een specifiek artikel niet altijd goed weerspiegelen. En de herstelprojecten die De Aanzet heeft uitgekozen zijn niet altijd even doelgericht, zodat een klant die de echte prijs betaalt voor een banaan misschien meebetaalt aan een irrigatieproject van een spinazieboer. De komende jaren hoopt Rijninks met buitenlandse leveranciers gerichtere projecten op te zetten en ook meer producten in het systeem op te nemen dan alleen brood en verse groente en fruit. In de loop van dit jaar wordt het systeem ook nog op een andere manier uitgebreid: een vereniging van biologische winkels wil in al haar vestigingen in Nederland een pilot met echte prijzen gaan uitvoeren.

    De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze

    In De Aanzet kunnen de klanten de echte prijzen zien, maar bij andere bedrijven worden die voor interne analyse gebruikt. Tony’s Chocolonely vroeg Scholte en zijn mensen in 2013 om de ware kosten te berekenen van cacao uit Ghana en Ivoorkust. Ze hebben toen gekeken naar acht vormen van externe milieukosten en zes soorten maatschappelijke kosten, waaronder lucht-, bodem- en waterverontreiniging, klimaatverandering, onderbetaling en kinderarbeid. In West-Afrika, waar de meeste cacao in de wereld vandaan komt, zijn de arbeidsomstandigheden berucht: volgens een onderzoek van de universiteit van Chicago uit 2020 zijn in de cacaoproductie in Ghana en Ivoorkust anderhalf miljoen kinderen werkzaam. De grote merken beloven wel dat ze het probleem zullen oplossen, maar kinderarbeid blijft in deze sector een probleem.

    Tony’s Chocolonely

    True Price probeerde de kosten van al deze externe effecten te berekenen en kwam voor 2013 uit op een gemiddelde echte prijs voor cacao van 14,17 euro per kilo. Het grootste deel van die prijs, namelijk 12,07 euro, gaat op aan die externe kosten. Tony’s Chocolonely deed al erg zijn best om cacao van eerlijke producenten te krijgen, zodat zijn gemiddelde echte kosten een stuk lager waren: 7,93 euro, waarvan 5,99 euro de maatschappelijke kosten waren. Toen Tony’s het in 2017 opnieuw liet doorrekenen, was de echte prijs gedaald tot 4,52 euro, waarvan 2,93 voor externe kosten. En al zijn deze kosten slechts een beredeneerde gok – dus niet echt ‘echt’ – Tony’s Chocolonely kon ze goed gebruiken om doelstellingen te formuleren en de geboekte vooruitgang te meten.

    Tony’s spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens

    Tony’s betaalt hoger dan gemiddelde prijzen voor cacaobonen, stimuleert efficiëntere en duurzamere landbouwtechnieken, heeft een initiatief opgezet om de grondstoffen in de productieketen te kunnen volgen en een systeem opgetuigd om toe te zien op het voorkomen van kinderarbeid. Het bedrijf spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens. True Price stelde vast dat de boerencoöperaties die producten aan Tony’s Chocolonely leveren meer winst maken, veiliger zijn en zich minder vaak aan kinderarbeid schuldig maken dan de gemiddelde leverancier in de sector. Als het bedrijf op deze voet doorgaat, kunnen de verborgen kosten van de chocola van Tony’s in de komende jaren het nulpunt bereiken.

    Om een concreet cijfer te plakken op de kosten van kinderarbeid of bodemerosie moet je eerst een hele serie aannames doen. Ten eerste moet True Price natuurlijk beslissen welke kosten er moeten worden berekend. Daarbij gaan ze uit van kosten die verband houden met schendingen van mensenrechten zoals vastgelegd door de VN, in internationale verdragen of andere breed gedragen kaders. In deze op mensenrechten gebaseerde benadering is True Price compromisloos: zo verwerpen ze principieel de gedachte dat het scheppen van banen, aandeelhouderswaarde of het gemak van de consument het ‘waard’ kan zijn om mensenrechten te schenden – waaronder ook het recht op een gezonde natuurlijke leefomgeving. Bedrijven die grondstoffen betrekken uit gebieden waar sprake is van kinderarbeid kunnen hun echte prijzen voor True Price alleen verlagen door te zorgen dat er minder kinderen betrokken zijn bij hun productieproces. Ze kunnen die kinderarbeid niet wegstrepen tegen andere gunstige effecten en zeggen dat het nettoresultaat positief uitvalt.

    Andere onderzoekers voeren vergelijkbare berekeningen uit. Zo heeft een team in Italië berekend dat de verborgen kosten van een kilo rundvlees, inclusief de gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens, zo’n 19 euro per kilo bedragen. Dat wil zeggen dat de verborgen kosten van de rundvleesconsumptie alleen al in Italië zo’n 36,6 miljard euro per jaar bedragen. En onderzoekers van de Britse Sustainable Food Trust hebben diezelfde kosten voor hun land berekend: zo’n 116 miljard per jaar. Volgens een rapport uit 2021 van The Rockefeller Foundation op basis van onderzoek door True Price en wetenschappers van de universiteiten Oxford, Harvard, Cornell en Tufts bedragen de ware kosten van het hele voedselsysteem van de VS, als de verborgen kosten voor maatschappij en milieu eenmaal worden meegerekend, minstens 3,2 biljoen dollar per jaar – bijna driemaal zoveel als de ‘normale’ uitgaven aan voedsel van het land, die 1,2 biljoen bedragen.

    Hervormingen

    Driemaal de huidige prijs voor voedsel betalen is geen houdbare strategie voor consumenten, bedrijven of overheden. Maar er zijn andere manieren om met behulp van echte prijzen tot hervormingen te komen. De afgelopen tien jaar heeft de federale Amerikaanse overheid gemiddeld 16 miljard dollar per jaar aan landbouwsubsidies uitgegeven, met name voor de productie van soja, maïs, rijst en graan. Als het terugdringen van de echte kosten een voorwaarde wordt voor die subsidies, zou dat een prikkel voor producenten zijn om aan een paar van de meest funeste landbouwpraktijken een eind te maken. Net als bij supermarkt De Aanzet zou transparantie over de echte prijs dan tot verandering kunnen aanzetten.

    Alleen al praten over prijzen kan zijn nut hebben. Een product heeft geen ‘echte’ prijs in de objectieve zin waarin een element een atomaire massa-eenheid heeft. Maar de vragen die echte prijzen opwerpen zijn ook weer niet hopeloos subjectief. De meeste mensen zijn voorstander van een verbod op artikelen die geproduceerd worden in gevaarlijke omstandigheden door slaven en jonge kinderen.

    Eerlijke prijzen zijn ook rechtvaardige prijzen

    De analyses van True Price en andere deskundigen sporen ons aan om die redenering ook toe te passen op andere zaken: lonen die een bestaansminimum garanderen, bescherming tegen intimidatie, veilige arbeidsomstandigheden, duurzame productietechnieken enzovoort. In dat opzicht zijn eerlijke prijzen ook rechtvaardige prijzen: ze weerspiegelen ons morele besef dat we de mensenrechten en de natuur geen geweld mogen aandoen om goedkope artikelen te kunnen produceren. Mettertijd zal beter onderzoek ons nog meer inzicht geven in de kosten van het herstel van een ecosysteem waarin het grondwater door meststoffen is vergiftigd, of van het aanbieden van onderwijs aan boerenfamilies op het Ghanese platteland. Wat we nu al weten, is dat het weglaten van die kosten uit de prijsberekening betekent dat consumenten, overheden en bedrijven onjuiste informatie over de wereld krijgen voorgeschoteld. Dat is een vorm van liegen – over de natuur, over de economie en over elkaar.

  • Plasticafval Amazon is met een derde gestegen tijdens pandemie

    Plasticafval Amazon is met een derde gestegen tijdens pandemie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada trekt 40 miljard uit om inheemse kinderen te compenseren

    » NFT’s zijn populair in kunstwereld

    Plasticafval Amazon toegenomen door stijgende verkoop

    Volgens een rapport van milieu-organisatie Oceana is het plasticafval van Amazon vorig jaar tijdens de pandemie met bijna een derde toegenomen, tot 270.000 ton.

    Oceana schat dat 10.700 ton van dit plastic, met inbegrip van luchtkussens, noppenfolie en met plastic beklede papieren enveloppen, waarschijnlijk in zee terecht zal komen.

    Amazon, de grootste detailhandelaar ter wereld, wees de cijfers van Oceana van de hand en zei dat Oceana het plasticafval met 300 procent had overschat. Ook plaatste het bedrijf vraagtekens bij het model dat is gebruikt om het percentage te schatten dat waarschijnlijk in zee terechtkomt. Het heeft geen alternatieve cijfers verstrekt, schrijft The Guardian.

    Amazon zag zijn omzet in 2020 met 38 procent stijgen tot 386 miljard dollar (342 miljard euro), toen een groot deel van de wereld op slot zat en de onlineverkoop toenam.

    Lees ook:

  • Waarom schone energie niet afhankelijk moet worden van vieze kopermijnen

    Waarom schone energie niet afhankelijk moet worden van vieze kopermijnen

    Terwijl de wereld langzaam overschakelt naar windenergie en elektrische auto’s, neemt de vraag naar koper navenant toe vanwege de uitstekende geleidende eigenschappen. Maar het delven van koper zorgt voor veel milieuoverlast.

    Corky Stewart is een gepensioneerde geoloog die met zijn vrouw op het platteland woont in Grant County in New Mexico, ongeveer anderhalve kilometer ten noorden van de uitgestrekte Tyrone-kopermijn. ‘We wonen hier nu drie jaar en we hebben vier keer een explosie gehoord,’ zegt Stewart over de mijn. Hij vindt dat niet zozeer onredelijk, aangezien het mijnbouwbedrijf eigenaar is van het terrein en het recht heeft om daar te doen wat het wil.

    Maar toen hij het pand kocht, wist hij niet dat het bedrijf aanvraag zou doen voor een nieuwe groeve, de Emma B, op slechts 800 meter van de bronnen waarvan hij en zijn vrouw afhankelijk zijn voor drinkwater. ‘Als ze op de een of andere manier ook onze watertoevoer gaan gebruiken en daarmee onze watervoorziening zouden uitputten, dan worden onze huizen waardeloos,’ zegt Stewart.

    ‘We doen geen poging om te voorkomen dat die groeve wordt gerealiseerd,’ zegt hij. ‘Het enige wat we vragen, is een toezegging dat alles netjes wordt geregeld ten aanzien van onze watervoorziening.’ Maar de mijn, eigendom van het bedrijf Freeport-McMoRan, weigert volgens Stewart om hen die zekerheid te geven. Freeport-McMoRan heeft niet gereageerd op meerdere verzoeken van New Mexico In Depth en The Guardian om te reageren.

    Stijgende vraag

    De uitbreidingsplannen van het bedrijf hangen samen met de verwachting dat de VS gaan investeren in schonere energiebronnen dan fossiele brandstoffen, waardoor de wereldwijde vraag naar koper zal stijgen. Koper geleidt elektriciteit, buigt gemakkelijk en is recyclebaar, en daarmee is het een cruciaal materiaal voor de meeste vormen van hernieuwbare energie, van wind- en zonne-energie tot elektrische voertuigen. Maar als die ‘schone energie’ afhankelijk wordt van de winning van metalen zoals koper, kan de omgeving worden vervuild.

    Freeport-McMoRan roemt de vele duurzame maatregelen die het bedrijf heeft genomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, maar het lijdt geen twijfel dat koperwinning aanzienlijke risico’s inhoudt voor omliggende gemeenschappen en een bedreiging vormt voor allerlei zaken, uiteenlopend van de watervoorziening en de luchtkwaliteit tot belangrijke locaties voor inheemse culturen.

    Mijnbedrijven graven enorme gaten in de grond, die tot onder de grondwaterspiegel reiken. Zware machines stuwen stof op waardoor de lucht vervuild raakt. Er worden chemicaliën gebruikt om het mineraal uit erts te logen en water dat daaraan wordt blootgesteld, is voor altijd verontreinigd. Sommige projecten, zoals de Tyrone-mijn van Freeport, zullen continu water moeten blijven pompen, zelfs als er geen koper meer te vinden is, om te zorgen dat verontreinigd water uit de mijn niet terugvloeit naar de grondwaterspiegel.

    De vraag naar koper zal naar schatting met 350 procent groeien in 2050, indien de wereld overschakelt op schone energie

    Volgens Chris Berry, een onafhankelijk analist die zich bezighoudt met energiemetalen, is het streven naar schone energie een belangrijke reden voor de toegenomen vraag naar koper, die naar schatting met 350 procent zal groeien in 2050, indien de wereld overschakelt op schone energie. Tussen 2019 tot 2020 is de prijs in de VS al bijna verdubbeld. Dat komt deels omdat de rol van koper in de transitie naar schone energie niet genoeg kan worden benadrukt.  ‘We zullen het elektriciteitsnet echt opnieuw moeten gaan ontwerpen om het schoner, groener en efficiënter te maken. En dat vereist veel meer koper en kopermijnen.’

    Deze realiteit stelt milieuactivisten zoals Allyson Siwik, directeur van het Gila Resources Information Project, een lokale milieuorganisatie in Grant County, voor problemen.

    Lees ook:

    ‘We proberen natuurlijk over te stappen naar een economie met schone energie,’ stelt Siwik. ‘Daar zijn we uiteraard groot voorstander van.’ Ze voegt er echter aan toe: ‘De toename van de wereldwijde vraag naar deze metalen is wel zeer verontrustend voor mij. Het zijn de gemeenschappen in de frontlinie, zoals wij hier in Grant County, die de prijs betalen voor de toegenomen exploratie en uitbreiding van de mijnbouw.’

    De enorme kopermijnen van Chino en Tyrone die eigendom zijn van Freeport-McMoRan, liggen verscholen in landelijke gebieden van Grant County in het zuidwesten van New Mexico en hebben daarom niet de aandacht van Santa Fe, de hoofdstad van de staat. New Mexico staat nationaal gezien op de derde plaats wat koperproductie betreft, en de mijnen bieden werk aan meer dan dertienhonderd mensen. Naarmate de vraag naar koper toeneemt, kan de lokale werkgelegenheid groeien. En daar gokt Freeport-McMoRan op.

    Het winnen van metalen is nu winstgevender is dan ze te recyclen

    In het jaarverslag van 2020 schat het bedrijf dat de vraag naar koper de komende vijf jaar zal verdubbelen als gevolg van de toename van elektrische voertuigen en hernieuwbare technologie.

    ‘Er is toenemende interesse om koper te ontginnen in zowel bestaande als nieuwe mijnen, om zo de energietransitie te ondersteunen,’ bevestigt Holland Shepherd. Hij is manager van het mijnbouwprogramma van het ministerie van Energie, Mineralen en Natuurlijke Hulpbronnen van de staat New Mexico. Zo wil mijnbouwbedrijf Themac Resources in Sierra County de Copper Flat-mijn opnieuw in gebruik nemen.

    Die mijn was begin jaren tachtig kort in bedrijf, maar stopte omdat de prijzen daalden. Themac Resources heeft een mijnbouwvergunning voor twaalf jaar aangevraagd, waarvoor ook voldoende waterrechten moeten worden verworven om de regelgevende instanties van de staat tevreden te stellen. Daarover maken bewoners van het nabijgelegen dorp Hillsboro zich zorgen.

    ‘We zijn voor al ons water afhankelijk van bronnen hier in de stad,’ zegt Gary Gritzbaugh, die al vijfentwintig jaar in Hillsboro woont en voorzitter is van de Hillsboro Mutual Domestic Water Consumers Association. Deze kleine watervereniging bedient tachtig tot negentig klanten en bestaat al meer dan een halve eeuw. ‘Het is een goed systeem,’ zegt hij, maar hij is bezorgd dat de mijn hun bronnen zal uitputten of vervuilen, ook al proberen ingenieurs van het mijnbouwbedrijf de stad gerust te stellen dat verontreinigd water uit de mijn de watervoorziening van Hillsboro niet zal bereiken.

    Voor milieuactivisten die achter vermindering van CO2-uitstoot staan, zijn er geen gemakkelijke oplossingen voor de bedreiging die de winning van koper en andere essentiële mineralen vormt voor gemeenschappen zoals Hillsboro of voor plattelandsbewoners zoals Stewart.

    Recycling

    Noah Long, regiodirecteur van het klimaat- en schone-energieprogramma bij de Natural Resources Defense Council, zegt dat als een energietransitie uitblijft de gevolgen desastreus zullen zijn, en dat sommige gevolgen al zichtbaar zijn. ‘We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten,’ meent hij. Maar hij merkt ook op dat er behoefte is aan adequate regulering van mijnen, evenals aan het hergebruik en recyclen van batterijen van elektrische voertuigen.

    Een markt voor het recyclen van dergelijke batterijen, die zo’n tien jaar mee kunnen, kan helpen de vraag naar koper te verminderen en de mijnbouwactiviteiten te beperken in gebieden als New Mexico, waar kopererts overvloedig aanwezig is.  

    ‘We moeten overschakelen naar een beleid dat duidelijke prikkels creëert voor recycling,’ vindt ook Aimee Boulanger, directeur van het Initiative for Responsible Mining Assurance. Ze wijst erop dat het winnen van metalen nu winstgevender is dan ze te recyclen.

    Het recyclen van batterijen voor elektrische voertuigen staat nog in de kinderschoenen

    Vorig jaar werd in de VS naar schatting 35 procent van het koper gerecycled en aan ongeveer een derde van de totale wereldwijde vraag wordt voldaan met gerecycled koper. Maar het recyclen van batterijen voor elektrische voertuigen staat nog in de kinderschoenen. Die batterijen bevatten koper, nikkel, kobalt en lithium; hiervan zijn kobalt en nikkel meestal terug te winnen voor nieuwe batterijen, maar lithium en koper worden opgevangen voor gebruik in andere producten, of gaan verloren tijdens het proces.

    Toen loodzuurbatterijen in 1859 in beeld kwamen, werden ze zelden gerecycled, maar nu kunnen ze gemakkelijk worden afgebroken voor hergebruik. Dat zou een blauwdruk kunnen zijn voor batterijen voor elektrische voertuigen. China heeft al voorlopige regelgeving die fabrikanten aanmoedigt om voorzieningen te treffen voor het inzamelen en recyclen van gebruikte batterijen. Ook de EU heeft een wet in de maak die is gericht op duurzaamheid van batterijen.

    Als elektrische voertuigen het alternatief zijn voor olieslurpende auto’s, dan moet hun ecologische voetafdruk, van de winning van grondstoffen die nodig zijn voor de productie tot het beheer van afval van dat proces, in ogenschouw worden genomen, vindt Boulanger. ‘We moeten eraan werken om die impact te verminderen.’

    Het is ook belangrijk om autofabrikanten en elektronicabedrijven aan te moedigen om samen te werken met leveranciers die op verantwoorde wijze mineralen winnen, zeggen milieuactivisten. Maar uiteindelijk zullen dergelijke mijnen nooit 100 procent veilig zijn volgens Siwik, die zich onlangs bij inheemse stammen en milieugroeperingen heeft aangesloten om de Amerikaanse regering op te roepen om mijnbouwregulering te herzien.

    ‘We moeten de maximale hoeveelheid milieubescherming eisen, met mijnen die zo veilig mogelijk zijn.’ Dat betekent het veilig opslaan van voorraden, voorkomen dat giftige stoffen het grondwater binnendringen, de gevolgen voor de luchtkwaliteit verminderen en ook ervoor zorgen dat mijnen land teruggeven zodra een bepaald mijngebied opgebruikt is. Daarnaast moeten autofabrikanten en elektronicabedrijven worden aangemoedigd om samen te werken met leveranciers die op een verantwoorde manier mineralen winnen.

    Verantwoorde mijnbouw

    Siwik wil dat voor het beoordelen van mijnbouwpraktijken de standaard wordt gebruikt die is opgesteld door het Initiative for Responsible Mining Assurance (IRMA). Het IRMA werd onafhankelijk opgesteld en wijkt af van de normen die worden gehanteerd door de mijnbouwindustrie. Het IRMA kijkt onder meer naar sociale en ecologische verantwoordelijkheid, zakelijke integriteit en ‘de langetermijnplannen voor een positief nalatenschap’ om de prestaties te meten. Resultaten, beoordeeld door een onafhankelijke auditor, bevatten details over mijnbouwactiviteiten, bezochte faciliteiten en interviews die de auditors hebben gehouden met bedrijfsvertegenwoordigers.

    Deze openbare controle omvat ‘alles, van de bescherming van de rechten van inheemse volkeren, tot biodiversiteit en water en tot de gezondheid en veiligheid van werknemers’, aldus Boulanger. Het IRMA heeft al soortgelijke openbare audits uitgevoerd bij een platinamijn in Zimbabwe en een lood-zinkmijn in Mexico. Bedrijven als Tiffany’s, BMW en Ford hebben zich al gecommitteerd aan verantwoorde inkoop, dus als een mijn deel wil uitmaken van hun toeleveringsketens, zullen ze zich aan deze hoge standaard moeten houden, zegt Boulanger. Maar milieuactivisten vrezen dat de grote kopermijnen in New Mexico terughoudend zullen zijn om dergelijke normen te accepteren.

    ‘Zij zijn degenen die een expert betalen en als je wilt dat een expert iets zegt, kun je hem daarvoor gewoon betalen’

    Vorig jaar liet Freeport-McMoRan weten een andere standaard, het Copper Mark Responsible Production Framework, te zullen hanteren. Dat is speciaal ontworpen voor de koperindustrie en is ontwikkeld door de International Copper Association, een invloedrijke handelsgroep. Copper Mark luistert niet naar getroffen gemeenschappen, arbeidsorganisaties, niet-gouvernementele organisaties of mensenrechtenorganisaties, zoals het IRMA dat wel doet. Maar Copper Mark brengt wel rapporten uit op basis van duurzaamheidsnormen. Volgens Holland Shepherd van de staat New Mexico is er niets mis met Copper Mark.

    Gemeenschappen die worden getroffen door mijnactiviteiten staan juist sceptisch tegenover gegevens en rapporten die door de industrie zelf worden verstrekt.

    Zo is plattelandsbewoner Corky Stewart uit Grant County niet overtuigd als het bedrijf hem verzekert dat vervuild water van de geplande Emma B-mijn zijn waterputten niet zal bereiken. ‘Het is de mijn die de gegevens levert, toch?’ zegt hij. ‘Zij zijn degenen die een expert betalen en als je wilt dat een expert iets zegt, kun je hem daarvoor gewoon betalen.’

    Zodra vergunning wordt verleend voor de Emma B-mijn, is een rechtszaak de enige toevlucht die ingezetenen zoals Stewart nog hebben in het geval van waterverontreiniging. En dat vergt aanzienlijke financiële middelen, zegt hij. ‘Ik kan het me niet veroorloven om een eigen hydrologiebedrijf, advocaten, enzovoort in te huren.’

    Lees ook:

  • Een wodkaatje van CO2 – en andere manieren om koolstof te benutten

    Een wodkaatje van CO2 – en andere manieren om koolstof te benutten

    CO2 is de belangrijkste boosdoener voor de opwarming van de aarde, maar zou het helpen als producten konden worden gemaakt van CO2 zelf? Die vraag is niet zo gek; CO2 werd al gebruikt om dranken te carboniseren, tomaten te bemesten en cosmetica te maken. Inmiddels produceert een groeiende carbontechindustrie van alles, uiteenlopend van sokken en beton tot wodka.

    Voor de site Reasons to be cheerful maakte Michaela Haas een rondje langs geavanceerde bedrijven in de snelgroeiende carbontechindustrie die koolstofdioxide opvangen voordat het in de atmosfeer ontsnapt. Die afgevangen CO2 gebruiken ze vervolgens om er van alles en nog wat mee te maken.

    Voedsel 

    Landbouw is wereldwijd verantwoordelijk voor 24 procent van de broeikasgassen, dus andere manieren van voedselproductie zouden een grote stap kunnen betekenen. En dat is precies wat de Fin Pasi Vainikka probeert met zijn food-tech startup Solar Foods, gevestigd in de buurt van Helsinki: voedselproductie loskoppelen van agricultuur.

    Hier op aarde zou het eiwitpoeder kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering

    ‘Wij maken eten van lucht!’ zegt hij. ‘We hebben geen landbouwgrond nodig, hoeven geen bossen te kappen en hebben zelfs nauwelijks water nodig.’ Solar Foods produceert eiwitpoeder van microben, die zijn bedrijf uit de bodem en mariene ecosystemen in de Finse wildernis haalt. In een fermentatieapparaat zoals ook in brouwerijen wordt gebruikt, voegt het bedrijf vervolgens water, waterstof, vitamines en CO2 uit de atmosfeer toe om de microben te laten groeien tot Solein, een geelachtig eiwit dat kan worden gedroogd en hetzij in een shake, hetzij als meel, hetzij in pilvorm kan worden ingenomen.

    Samen met de European Space Agency ontwikkelt Solar dit voedselconcept voor een missie naar Mars. Hier op aarde zou het eiwitpoeder kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering. 

    Tapijt

    Op het eerste gezicht ziet tapijt van het bedrijf Interface eruit als elke andere vloerbedekking die je op luchthavens en in kantoorgebouwen tegenkomt: grijze, vezelige vierkanten. Maar dit grijze tapijt is feitelijk een koolstofopslag. De ‘Climate Takeback’-technologie, ontwikkeld door het bedrijf dat in Atlanta is gevestigd, resulteert in koolstofnegatieve vloeren. De onderkant van het tapijt is gemaakt van latex dat bestaat uit CO2 afkomstig van de rook uit schoorstenen, gecombineerd met gerecycled vinyl en bioafval. Het oppervlak bestaat uit gerecycled nylon. Volgens Interface haalt het bekleden van een vergaderruimte met dit product het equivalent van zo’n 5,5 kilo koolstof uit de atmosfeer. ‘Stop met koolstof als de vijand te zien’, zegt het bedrijf, ‘en gebruik het als een hulpbron of bouwsteen om betere producten te ontwikkelen.’

    Beton

    Volgens Marcius Extavour, CEO van non-profit Carbon XPrize, is cement verantwoordelijk voor zeven procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Zijn Canadese bedrijf CarbonCure in Halifax, Nova Scotia, gebruikt gerecycleerde, vloeibare CO2 die wordt opgevangen uit fabrieksuitlaatgassen, en injecteert deze in vers beton. ‘Eenmaal geïnjecteerd, ondergaat de CO2 een chemische reactie waardoor het wordt omgezet in een mineraal dat permanent wordt ingebed’, aldus de ingenieurs van CarbonCure.

    Het proces vermindert niet alleen de uitstoot met vijf tot acht procent in vergelijking met conventionele betonmengsels maar het maakt het beton ook sterker. CarbonCure zegt meer dan 120.000 ton CO2 te hebben afgevangen en heeft onlangs de Carbon XPrize gewonnen. Dat is een wereldwijde wedstrijd die deelnemers uitdaagt baanbrekende technologieën te ontwikkelen om koolstofdioxide om te zetten in bruikbare producten. Het bedrijf deelt de prijs met CarbonBuilt, een bedrijf uit Los Angeles dat technologie inzet die is ontwikkeld door het Institute for Carbon Management aan de UCLA, om de CO2-uitstoot in beton met bijna 50 procent te verminderen. ‘De wereldwijde voorraad aan gebouwen zal naar verwachting in 2060 verdubbelen’, aldus Extavour, ‘dus het is van vitaal belang dat oplossingen zoals die van CarbonCure snel kunnen opschalen.’

    Matrassen, sokken en panty’s

    Fossiele brandstoffen zitten in de vorm van kunststoffen in vrijwel elk gefabriceerd product. Maar afgevangen koolstofdioxide kan in plaats daarvan als bouwsteen voor veel van deze producten worden gebruikt. In samenwerking met de Tech University Aachen (RTWH) heeft het Duitse bedrijf Covestro met succes CO2 en andere gasmengsels die vrijkomen bij de productie van staal, omgezet in polyolen, een organisch composiet dat gewoonlijk wordt gewonnen uit niet-hernieuwbare bronnen. Covestro gebruikt deze polyolen om een op koolstof gebaseerd materiaal te maken, cardyon genaamd, voor de productie van schuim voor isolatie, matrassen, interieurs van voertuigen, deurpanelen en bekleding van autostoelen.

    ‘Het is niet alleen een klimaatveranderend gas, maar ook een hulpbron’

    Het materiaal is gebruikt voor ’s werelds eerste ondervloer van koolstofdioxide in een onlangs geopende hockeyfaciliteit in het Duitse Krefeld. Niet ver daarvandaan, in Leverkusen, pronkt Covestro-chemicus Liv Adler met oranje sokken die gemaakt zijn van op CO2 gebaseerde draad. ‘Het is niet alleen een klimaatveranderend gas, maar ook een hulpbron’, zegt ze. Adler is coördinator van Carbon4Pur, een EU-initiatief om industriële afvalgassen om te zetten in waardevolle hulpbronnen. Haar sokken zijn nog niet klaar voor massaproductie, maar een grote fabrikant van panty’s maakt al prototypes van de vezel, in de hoop de elasticiteit te verbeteren en deze uiteindelijk in de productie te integreren.

    Diamanten

    ‘Diamonds are not the planet’s best friend’, schrijft Michaela Haas. Mijnbouw vereist een enorme hoeveelheid hulpbronnen, energie en vervuiling. Maar een diamant is in wezen een gewone kristallijne koolstof. Dit jaar zijn twee bedrijven begonnen met de productie van diamanten gemaakt van koolstof die is afgevangen: Aether in de VS en Sky Diamond in het VK. ‘Alles wat nodig is om een Sky-diamant te maken, komt uit de lucht’, zegt Dale Vince, die tevens eigenaar is van ’s werelds groenste voetbalclub.

    ‘Het enige dat we terug in de wereld brengen, is lucht die schoner is dan hoe we haar eruit haalden’

    ‘De koolstof wordt uit de atmosfeer gehaald, wind en zon leveren al onze energie en het water dat we gebruiken is opgevangen regen. Het enige dat we terug in de wereld brengen, is lucht die schoner is dan hoe we haar eruit haalden.’ 

    De diamanten zijn fysiek en chemisch ‘identiek aan gedolven diamanten, behalve dan dat ze niet van diep uit de aarde komen’, aldus Aether. Wat normaal gesproken miljoenen of zelfs miljarden jaren duurt, wordt in een paar weken bereikt door extreem hoge temperaturen en druk van hernieuwbare energiebronnen op CO2 los te laten. Ryan Shearman, CEO van Aether, verkoopt zijn sieraden als ‘bling without a sting’ en beweert dat een diamant van één karaat ongeveer 20 ton CO2 uit de atmosfeer haalt, wat meer zou compenseren dan wat de gemiddelde Amerikaan in een jaar produceert, hoewel zijn bewering moeilijk valt te verifiëren. ‘Dit past perfect bij onze boodschap dat groen leven niet betekent dat je dingen moet opgeven’, zegt Dale Vince. ‘Of het nu gaat om hamburgers, auto’s, voetbal of zelfs diamanten, belangrijk is dat we ze op een andere manier produceren.’

    Wodka

    Air Company, een jonge New Yorkse startup, biedt de kans om emissievrij aan de drank te gaan. Hun wodka bestaat uit slechts twee ingrediënten: CO2 en water. En zon, aldus de website.

    Meestal wordt alcohol gedistilleerd na het vergisten van fruit of graan. Bij de productie van een fles wodka gemaakt van tarwe wordt ongeveer zes kilo aan klimaatgassen uitgestoten die worden gegenereerd bij het telen, oogsten en transporteren van de granen. De wodka van Air Company absorbeert daarentegen evenveel CO2 als acht bomen, zegt medeoprichter Gregory Constantine. Vanwege het bedrijfsgeheim weigert hij het recept te geven, maar het productieproces gebruikt in wezen zonne-energie om CO2 om te zetten in pure ethanol, vergelijkbaar met de manier waarop planten fotosynthese gebruiken om CO2 in voedsel om te zetten.

    ‘Onze wodka is zelfs zuiverder dan conventionele wodka omdat het geen verontreiniging of bijproducten van granen bevat’

    ‘Onze wodka is zelfs zuiverder dan conventionele wodka omdat het geen verontreiniging of bijproducten van granen bevat’, aldus medeoprichter Stafford Sheehan. Hij studeerde scheikunde aan Yale en daar slaagde hij er voor het eerst in om CO2 om te zetten in alcohol. Het patent van Air Company heeft prijzen gewonnen van NASA en de Verenigde Naties.

    Marktpotentieel

    Je zal heel veel van deze CO2-negatieve wodka moeten drinken om je CO2-uitstoot van vliegreizen te compenseren. Om een retourvlucht van Los Angeles naar New York te compenseren, in totaal zo’n 8000 kilometer, zijn dat meer dan vierduizend flessen. Anders gezegd: de meeste van deze producten verbruiken niet genoeg CO2 om de klimaatcrisis wezenlijk aan te pakken. Maar het is een begin en nieuwe technologie begint altijd klein. 

    De nonprofitdenktank Carbon180 schat het jaarlijkse marktpotentieel voor carbontech op meer dan 1 biljoen dollar in de VS en bijna 6 biljoen dollar wereldwijd. Net als Klaus Lackner en andere pioniers op het gebied van koolstofafvang, denkt Carbon180 dat brandstofproductie met 85 procent uiteindelijk het grootste segment van de carbontechmarkt zal uitmaken, gevolgd door bouwmaterialen en kunststoffen. ‘Carbontech biedt marktwaarde voor CO2 die anders de klimaatverandering zou verergeren’, aldus Carbon180.

  • Probleem van bosbranden wordt alleen maar groter

    Probleem van bosbranden wordt alleen maar groter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Squid Game-pakken tegen ongelijkheid

    » Vrouw in transparante jurk leidt tot ophef in Italië

    Intensere bosbranden in Californië dan ooit

    De afgelopen twee jaar werd Californië getroffen door meer grootschalige bosbranden die met grotere intensiteit brandden dan ooit eerder werd geregistreerd. Ze trekken met steeds grotere snelheid en hogere frequentie door de staat, vernietigen gemeenschappen en hun rookpluimen zijn honderden kilometers verderop nog waarneembaar. Volgens Cal Fire, de brandweer van de staat, deden negen van de twintig grootste branden ooit in Californië zich sinds 2020 voor. Vier ervan woeden nog, bericht The New York Times.

    In drie maanden tijd werd meer dan 610 miljoen dollar uitgegeven om de brand onder controle te krijgen

    Eind augustus vochten hulpdiensten in een afgelegen bosgebied in Noord-Californië tegen de ‘Dixie Fire’, met een oppervlak van bijna 400.000 hectare (4000 vierkante kilometer) de op een na grootste brand in de geschiedenis van Californië. Binnen enkele weken groeide de bestrijding uit tot een operatie van nooit eerder vertoonde omvang: duizenden mensen gebruikten honderden bulldozers, vliegtuigen en ander materieel, miljoenen liters water en vlamvertragers. In drie maanden tijd werd meer dan 610 miljoen dollar uitgegeven om de brand onder controle te krijgen. Volgens het hoofd van Cal Fire is het verreweg de duurste blusoperatie in de geschiedenis van Californië.

    De Dixie Fire laat zien dat naarmate bosbranden groter worden, ook de omvang van de bestrijding toeneemt. Terwijl overheidsbegrotingen onder druk komen te staan en extreme droogte en andere effecten van klimaatverandering het landschap veranderen, wordt het bestrijden van megabranden steeds duurder. ‘Vijftien jaar geleden zou een brand van 40.000 hectare de grootste in mijn carrière zijn geweest’, zei Kristen Allison, een brandweervrouw met 25 jaar ervaring, verbijsterd. ‘Nu hebben we branden van 400.000 hectare: zo groot als Rhode Island, en we zijn op weg naar de omvang van Delaware.’ Die Amerikaanse staat heeft een oppervlakte van ruim 5000 vierkante kilometer. 

    Op 10 oktober hadden de branden al meer dan 1,13 miljoen hectare in Californië verwoest. Het einde van het bosbrandseizoen wordt pas over enkele weken verwacht. 

  • Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.


    De laatste zwaardmakers van Toledo

    De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.

    ‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’

    ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’

    Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.

    Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.


    ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat en de sociale orde is hersteld’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.


    Groen staal uit Zweden

    De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.

    ‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset

    HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.


    Toch porno op OnlyFans

    Minder dan een week nadat OnlyFans had aangekondigd pornografie op zijn platform te verbieden, trok de Britse site die beslissing weer in, omdat het bedrijf ‘garanties heeft gekregen die nodig zijn om onze gemeenschap van diverse makers te kunnen ondersteunen’. Kennelijk zijn er nieuwe overeenkomsten afgesloten met banken, zodat makers die inhoud op OnlyFans plaatsen kunnen worden betaald, ook degenen die seksueel expliciet materiaal aanbieden, schrijft Variety.

    OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand

    Oprichter en directeur Tim Stokely legde de schuld voor het pornoverbod bij onder meer JP Morgan Chase, Bank of New York Mellon en Metro Bank. Het conflict met de banken is mogelijk opgelost door openbaar te maken hoeveel geld er door de site stroomt: OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand. Ook de woedende reacties van sekswerkers die op de site vertrouwden voor hun onderhoud zullen doorslaggevend zijn geweest.

  • Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    De Tunesische regio Gabès, ooit een idyllisch gebied aan de Middellandse Zee, is gaandeweg geruïneerd sinds er in de jaren zeventig chemische industrie werd gevestigd. Het milieu op het land en in de zee is zwaar verontreinigd en bewoners kampen met gezondheidsklachten die uiteenlopen van ademhalingsproblemen tot kanker. Diezelfde bewoners eisen werk in de chemische fabrieken.

    Abdellah Nouri is al ruim twee jaar niet meer op zee geweest. Bij de visser uit de stad Ghannouch in de Tunesische kustregio Gabès, werd in 2018 kanker vastgesteld en zijn ziekte en de behandeling ervan hebben hem aan huis gebonden. Nouri vist al op de Middellandse Zee sinds zijn zeventiende. Hij gelooft dat zijn gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door vervuiling afkomstig van het nabijgelegen industriecomplex.

    ‘De industrie heeft mij, mijn gezondheid en mijn levensonderhoud vernietigd’, citeert de Tunesische journaliste Layli Foroudi Nouri in haar verslag over de desastreuze invloed van de chemische industrie op de regio Gabès aan de Tunesische Middellandse Zeekust. 

    ‘Zittend op de grond in zijn woonkamer wijst hij [Nouri] in de richting van een grote fabriek van het staatsbedrijf Groupe Chimique Tunisien (GCT), die ruw fosfaatgesteente verwerkt. Imposante schoorstenen blazen enorme wolken de lucht in en jaarlijks loost de fabriek miljoenen tonnen giftig zwart slib in de zee.’ 

    Fosfaatindustrie

    Ooit was het Tunesische Gabès, een gebied van ruim 7000 vierkante kilometer met 400.000 inwoners aan de Middellandse Zee, beroemd om zijn overvloedige zeeleven, granaatappelbomen, hennaplanten en dadelpalmen. Een ideaal gebied om te ontwikkelen voor toerisme, maar mogelijke plannen daartoe gingen definitief in rook op toen de regering in de jaren zeventig besloot dat Gabès het belangrijkste centrum van de Tunesische fosfaatindustrie moest worden. Fosfaat is essentieel voor de productie van meststoffen en conserveringsmiddelen.

    Een elektronisch display zou de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot

    Industriële vervuiling door GCT heeft de kustgemeenschappen van Gabès verwoest. Bewoners kampen in hoge mate met luchtwegaandoeningen en kanker en de oogsten van lokale akkerbouwers zijn karig geworden. In Gabès, de hoofdstad van de provincie, zou een elektronisch display de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot.

    Het bord is van GCT, met drie fabrieken de grootste vervuiler. Daarnaast zijn er in het gebied nog zo’n twintig zeer vervuilende particuliere fabrieken in bedrijf. Ze produceren onder meer aluminiumfluoride dat wordt gebruikt in metaalgieterijen, en fosfaatzout dat nodig is voor de productie van wasmiddelen en keramiek.

    GCT verwerkt jaarlijks 3,5 miljoen ton ruw fosfaat uit fosfaatgesteente, dat zo’n 160 kilometer verderop wordt gedolven, in de heuvels van de Gafsa. Het fosfaat wordt vervolgens met containerschepen geëxporteerd naar tientallen landen over de hele wereld. De chemische industrie biedt werk aan bijna 5000 mensen, waarvan 2800 werkzaam bij GCT.

    Hoewel het bedrijf dus voor broodnodige banen in het gebied zorgt, zijn de effecten van vervuiling desastreus. Het stuk strand tussen de stad Chott Salem en de industriële zone, die op minder dan anderhalve kilometer ligt, is bedekt met een dikke, zwarte laag fosforgips, een afvalproduct dat ontstaat tijdens de productie van fosforzuur. Uit een rapport van de Europese Unie uit 2018 blijkt dat GCT elk jaar ongeveer vijf miljoen ton daarvan in de Middellandse Zee dumpt.

    Fosforgips is licht radioactief en bevat zowel uranium als radium. Volgens een overheidsstudie uit 2012 is de visvangst aan de kust tussen 1997 en 2006 met meer dan dertig procent gedaald als gevolg van het chemische afval. In het rapport wordt vastgesteld dat het mariene ecosysteem ‘ernstig is beschadigd en dat een situatie is ontstaan die nu volledig onomkeerbaar is’.

    Ontmanteling

    Nouri zegt dat de lokale vissers een dramatische inkomensdaling hebben gezien. ‘Sinds de jaren negentig is hier niets meer. Vroeger nam je op één dag bijna zeventig kilo inktvis mee naar huis’. Volgens hem is de gemiddelde dagvangst nu gedaald tot drie kilo. Hij verhuurt zijn kleine boot inmiddels aan een visser uit een andere stad en betaalt zijn behandelingen tegen kanker met donaties van zijn buren. Hij mist zijn oude leven. ‘Mijn hart ligt op zee. Ik ben er kapot van.’

    Volgens natuurbeschermingsgroep BirdLife TunisiaAir heeft luchtverontreiniging gezorgd voor een afname van de vogelpopulatie. Onder de lokale bevolking circuleren geruchten over dalende vruchtbaarheidscijfers en frequente miskramen.

    ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote’

    Ondertussen houdt Moez Haddad, de secretaris-generaal van GCT, tijdens een telefoongesprek vol dat er geen bewezen schadelijke gevolgen zijn van het dumpen  van fosforgips in zee. ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote,’ beweert hij. Hij erkent wel dat GCT van plan is om in overeenstemming met internationale normen het dumpen ‘uit voorzorg’ te beëindigen. Gevraagd naar de hoge percentages kanker en ademhalingsproblemen bij inwoners in de regio Gabès, zegt hij dat ‘er geen officiële onderzoeken zijn die een oorzakelijk verband aantonen tussen gezondheidsproblemen en de effecten van Groupe Chimique Tunisien op het milieu.’

    In 2017 beloofde de Tunesische regering om de bestaande GCT-fabrieken te ontmantelen en te verhuizen naar een nieuwe locatie, ver weg van de woonwijken. Ook het dumpen van fosforgips in zee zou stoppen. Daarna werd het stil.

    Na de recente dood van vijf arbeiders bij een brand in een asfaltfabriek in de industriezone doen lokale milieuactivisten inmiddels opnieuw oproepen voor meer regelgeving en verhuizing van de fabrieken. ‘We zijn bang dat er van Gabès op een dag niets anders meer overblijft dan as’, zegt Haifa Bedoui, een activist van de lokale campagnegroep Stop Verontreiniging, tegen honderden mensen die zich hebben verzameld bij het kantoor van Mongi Thameur, de gouverneur van Gabès. Tijdens een bezoek na de brand erkende president Kais Saied de milieucrisis in de regio en beloofde hij een centrum voor kankerbehandeling voor de bewoners. De Tunesische regering zegt een onderzoek te zullen starten om de oorzaak van de brand vast te stellen.

    Langdurige gezondheidsproblemen

    De inwoners van Chott Salem en Ghannouch kunnen de vervuiling van de chemische fabrieken in hun huizen zien en ruiken. Traditionele huizen in de regio zijn gebouwd rond een open binnenplaats. Die gemeenschappelijke ruimte is bedoeld voor mensen om samen te komen en voor kinderen om te spelen. Nu zeggen ouders tegen hun zoons en dochters dat ze in hun slaapkamers moeten blijven.

    In 2017 werden negen leerlingen van een basisschool in Bouchema, een stad op iets meer dan anderhalve kilometer afstand van de fabrieken, naar het ziekenhuis gebracht met verstikkingsverschijnselen nadat gassen waren vrijgekomen bij de verwerking van zwavelzuur en ammoniumnitraat. De plaatselijke gouverneur wuifde zorgen van de bewoners weg als louter ‘paniek’.

    Dit terwijl lokale gezondheidswerkers patiënten behandelen die langdurige gezondheidsproblemen hebben die het gevolg lijken te zijn van de verontreiniging. Dr. Hamida Kwass, werkzaam op de afdeling Luchtwegaandoeningen van het regionale ziekenhuis Mohammed Ben Sassi in Gabès, zegt dat astma vooral voorkomt bij kinderen uit de stad Ghannouch. ‘De fabrieken staan bijna in hun huizen’, zegt ze.

    Kwass wil een studie uitvoeren naar luchtverontreiniging en de effecten daarvan op inwoners. ‘Er zijn vervuilende deeltjes uit de chemische industrie waarvan bekend is dat ze verband houden met een toename van luchtwegaandoeningen. Ze veroorzaken ziekte of zijn een verergerende factor.’

    Awatef Mansour, dertig, woont in Ghannouch en gaat elke maand ongeveer zes keer naar het regionale ziekenhuis. Haar drie kinderen van drie, zes en zeven jaar hebben allemaal astma. ‘Als de wind van richting verandert en uit de richting van het industrieterrein komt, hebben mijn kinderen ademhalingsproblemen.’ Ze merkte dat de gezondheidsproblemen van haar kinderen vorig jaar weg waren, toen ze met haar familie kort tijd in Zarzis woonde, een stad aan de kust op 130 kilometer afstand van de fabrieken. ‘Volgens de arts komen de allergieën door activiteiten op het bedrijventerrein.’

    Gebrekkige informatie

    Volgens Samir Aloulou, hoofd van de kankerafdeling van het Mohamed Ben Sassi-ziekenhuis, is de verspreiding van nasofaryngeale kanker schrikbarend hoog in Chott Salem en Ghannouch. Deze specifieke vorm van kanker, waar ook Nouri aan lijdt, tast het deel van de keel aan dat de achterkant van de neus met de mond verbindt. Aloulou is van mening dat het moeilijk is om een ‘honderprocentrelatie’ te leggen tussen de prevalentie van deze vorm van kanker en de chemische industrie. ‘Er is zeker verband tussen vervuiling en kanker, maar kanker heeft meerdere oorzaken. Behalve vervuiling spelen ook roken, voedsel en zwaarlijvigheid een rol’, zegt hij.

    ‘Er is een flagrant gebrek aan geloofwaardige informatie en data van de Tunesische autoriteiten’, aldus Mounir Majdoub, een econoom die meewerkte aan het EU-rapport uit 2018 over de luchtkwaliteit in de regio Gabès. Het rapport meldt dat verhoogde niveaus van deeltjes die gemakkelijk in de longen terecht kunnen komen verband houden met kanker en hart- en luchtweginfecties. ‘De conclusies van het rapport onthullen niet zozeer de daadwerkelijke gezondheidssituatie als gevolg van vervuiling, maar laten vooral zien dat er behoefte is aan gedegen studies’, zegt hij.

    ‘Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’

    Andere ziekten zijn gemakkelijker in verband te brengen met de chemische industrie. Rachid Ben Othman werkte vroeger als monteur voor Flourine Chemical Industries (ICF), een privébedrijf dat aluminiumfluoride produceert. Hij kan zijn elleboog maar gedeeltelijk krommen, verder buigen lukt hem niet. Hij lijdt aan fluorose, veroorzaakt door overmatige blootstelling aan fluor. ‘Het begon in mijn polsen en daarna in mijn ellebogen. Het is verkalking van de gewrichtsbanden. Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’.

    Othman werd zich in 2000 voor het eerst bewust van het probleem. Zijn gewrichten waren zo stijf dat hij ze niet volledig kon strekken of buigen. Het werd moeilijker om te werken en uiteindelijk ook te moeilijk om nog handschoenen aan te trekken. Maar pas in 2011 werd fluorose daadwerkelijk gediagnosticeerd.

    Hij zegt dat hij een van de weinige ICF-werknemers is die met succes een compensatie wist te eisen voor zijn handicap. Hij ontvangt nu 115 euro per maand en van zijn medische rekeningen wordt veertig procent voor hem betaald. Othman vermoedt dat sommige van zijn collega’s ook fluorose hebben. ‘Ze vertellen me over pijn in hun schouders, pijn hier en daar, verkalking. Ik ken de symptomen.’

    Taboe-onderwerp

    Behalve de inactiviteit van de overheid, laten ook organisaties die zouden moeten opkomen voor de veiligheid en het welzijn van werknemers het afweten. Leidinggevenden van de lokale afdeling van de Tunesische Algemene Vakbond (UGTT) zeggen het niet als hun taak te zien om zich uit te spreken over kwesties als volksgezondheid en vervuiling.

    Tijdens een gesprek over de omstandigheden in de regio met twee leiders van de regionale vakbond in Gabès en een manager van een van de GCT-fabrieken, lacht de laatste zachtjes en zegt: ‘Dat is een taboe-onderwerp.’ Een van de vakbondsleiders laat weten dat hij niet over vervuiling wil praten omdat de fabrieken hebben gezorgd voor de ontwikkeling van de regio en werkgelegenheid bieden aan duizenden mensen.

    Werkloosheid

    Hoewel Tunesië lange tijd een van ’s werelds grootste fosfaatexporteurs is geweest, is de industrie de afgelopen jaren gekrompen als gevolg van politieke instabiliteit en door frequente protesten van werkloze jongeren die banen eisen in de fosfaatmijnen.

    Volgens Habib Wahachi, adjunct-secretaris-generaal van de Gabès-afdeling van de UGTT, bedroeg de jaarproductie van Groupe Chimique Tunisien sinds de revolutie van 2010 gemiddeld minder dan een derde van wat het daarvoor was. Tunesië moest afgelopen oktober zelfs voor het eerst fosfaten importeren uit buurland Algerije.

    GCT heeft sinds 2017 geen nieuwe medewerkers meer aangenomen in de regio. De werkloosheid in Tunesië bedraagt momenteel 17,4 procent. Maar in Gabès is in totaal 24 procent werkloos en van de jongeren zit de helft zonder werk.

    Honderden jongeren uit Gabès blokkeerden van eind november tot december vorig jaar de industriezone in Ghannouch en het GCT-administratiegebouw in het stadscentrum van Gabès. Ze hekelden de vervuiling maar eisten tegelijkertijd banen in de fabrieken.

    ‘Geef me een baan zodat ik kan overleven. Wij zijn degenen die rechtstreeks door de verontreiniging worden getroffen’, stelde Youssef Hajej, een werkloze universitair afgestudeerde uit Ghannouch. Hij betoogde dat de GCT de lokale bevolking werk verschuldigd is ter compensatie van alle verwoestingen die het bedrijf heeft aangericht in de regio en de vernietiging van traditionele industrieën. ‘Ze vernietigen alles en het is dan ook normaal dat mensen hier vragen om daar in ieder geval een klein beetje van mee te kunnen profiteren.’

  • ‘Ergste ecologische ramp ooit in Israël’ | Vleesloos menu belediging voor slager

    ‘Ergste ecologische ramp ooit in Israël’ | Vleesloos menu belediging voor slager

    ‘5-2’ moest in Myanmar geluk brengen voor demonstranten

    In Myanmar heeft de regerende junta op zondag 21 februari aangekondigd ‘niet terug te schrikken voor dodelijk geweld als demonstranten de confrontatie met de veiligheidstroepen aangaan’, aldus CNN. Dit was een reactie op de oproep aan Myanmarezen om maandag massaal te protesteren tegen de militaire coup. Ook hebben veel lokale bedrijven en internationale ketens in het hele land hun deuren gesloten uit protest, meldt de Bangkok Post.

    Enorme menigten van demonstranten stroomden naar verschillende steden in het land, meldt The Guardian. Ondanks wegversperringen rond de Amerikaanse ambassade in Yangon (de grootste stad van het land), verzamelden meer dan duizend demonstranten zich voor de instelling, terwijl twintig militaire vrachtwagens in de buurt van de locatie post vatten.

    Twee demonstranten werden zaterdag in Mandalay gedood nadat de politie het vuur opende om de menigte uiteen te drijven, en zondag werd er een begrafenis gehouden voor de jonge demonstrant die bezweek aan haar verwondingen nadat ze op 9 februari in het hoofd was geschoten.

    ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis’

    Toch schrokken demonstranten hier niet voor terug. Bij de massale opkomst speelde ook mee dat velen in de datum gisteren een krachtig symbool zagen: ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis, zoals 8 augustus 1988 dat eveneens had; de dag waarop eerdere antimilitaire demonstraties bloedig werden onderdrukt’, schrijft de Bangkok Post. Het evenement wordt al ‘5-2’ genoemd.

    Die staking werd gelanceerd door een groep genaamd Civil Disobedience Movement, die streeft naar een ‘Lenterevolutie’. ‘Het is niet precies bekend wie er achter deze staking zit, maar de oproep komt slechts twee dagen na de vorming van het Algemeen Stakingscomité, bestaande uit militante groeperingen die tot dusver in de voorhoede van de protesten hebben gestaan, waaronder studentenvakbonden, beroepsgroepen en politieke partijen, schrijft Frontier Myanmar. De Algemene stakingscommissie wil ‘de afschaffing van de grondwet van 2008’ en ‘het einde van de dictatuur’, aldus de Myanmarese krant.

    Al Jazeera publiceerde vandaag op haar site een tijdslijn van gebeurtenissen in Myanmar sinds 1 februari, de dag van de coup.


    Politie zou medeplichtig zijn aan moord op Malcolm X

    De dochters van Malcolm X eisen heropening van het onderzoek naar zijn moord. ‘Drie mannen werden schuldig bevonden in deze zaak, maar een neef van een undercoveragent genaamd Ray Wood presenteerde zaterdag nieuw bewijs’, aldus de politie van New York en de FBI volgens NBC News. In een handgeschreven brief beschuldigt de inmiddels overleden agent de politie van medeplichtigheid aan moord. 

    Ray Wood, die wilde dat zijn getuigenis pas na zijn dood openbaar zou worden, beweert ook dat de politie van New York en de FBI bepaalde aspecten van de zaak geheim hielden. 

    In februari 2020, na de uitzending van een documentaire op Netflix (Who Killed Malcolm X?), vroeg de aanklager van Manhattan, Cyrus Vance, zijn teams de zaak te herzien om te bepalen of het onderzoek al dan niet moest worden heropend.


    Fathi Bachagha overleeft opnieuw vermeende moordaanslag

    Een gepantserd voertuig opende zondag het vuur op het konvooi van Libische minister van Binnenlandse Zaken Fathi Bachagha’s toen hij terugkeerde naar zijn woonplaats in Janzour, ongeveer tien kilometer van Tripoli. Zijn bodyguards reageerden door terug te schieten. Een van zijn bewakers raakte gewond terwijl de anderen de aanvallers achtervolgden, een van hen doodden en twee anderen arresteerden.

    Veiligheidstroepen beweren echter dat het konvooi niet werd aangevallen, maar dat er sprake was van een ongeluk, schrijft Libya Observer. Volgens hen is de processie in botsing gekomen met een veiligheidswagen van het ‘stabiliteitsondersteuningsorgaan’; een veiligheidsapparaat dat in januari is opgericht door de regering van nationale eenheid, waarna bewakers van de minister het vuur zouden hebben geopend. 

    Als zwaargewicht in de lokale politiek heeft Fathi Bachagha zich toegelegd op de strijd tegen corruptie. De verwachting was dat hij interim-premier van het land zou worden, maar die post ging op 5 februari opnieuw naar Abdel Hamid Dbeibah, schrijft La Presse. Op 16 december 2019 raakte hij gewond nadat hij was beschoten tijdens een moordaanslag door onbekende schutters.


    Vleesloos menu op basisscholen zou belediging zijn voor de slager

    Het besluit van het ecologische stadhuis van Lyon om na de wintervakantie, op maandag 22 februari, vleesloze menu’s aan te bieden aan basisscholen, veroorzaakte onmiddellijk controverse, aangewakkerd door verschillende leden van de regering.

    De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Gerald Darmanin, noemde het besluit in een Tweet ‘Schandalige ideologie’ en een ‘onaanvaardbare belediging voor Franse boeren en slagers’. Hij beschuldigt milieuactivisten van een ‘moralistisch en elitair beleid’, aangezien, zo zegt hij, ‘veel kinderen alleen in de kantine vlees kunnen eten’.

    Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’

    De ecologische burgemeester van Lyon, Grégory Doucet, verdedigde zijn keuze, die volgens hem rekening houdt met gezondheidafwegigen. Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’.

    ‘Volgens voedingsdeskundigen is het vegetarische dieet niet gevaarlijk voor de gezondheid van kinderen, zolang het menu maar voldoende eiwitten, ijzer en mineralen bevat’, schrijft ook de BBC.


    ‘De teer die de afgelopen dagen aan de Israëlische kust aanspoelde, is de ergste maritieme vervuiling in het land in decennia’, schrijft Haaretz. Het dagblad spreekt van tonnen stookolie die zichtbaar zijn over een lengte van 170 kilometer, oftewel 40 procent van de Israëlische kustlijn.

    Yediot Aharonot spreekt zelfs van de ergste ecologische ramp die het land ooit heeft gekend. De krant maakt zich zorgen over het zeeleven en in het bijzonder over schildpadden, krabben en zeesterren. ‘In sommige gevallen zal de schade onherstelbaar zijn, in andere zal het jaren duren’, aldus het Israëlische dagblad.

    Onder de eerste slachtoffers lijkt een kalf te zijn wiens lichaam op 18 februari op het strand van Nitzanim in het zuiden van Israël aanspoelde. The Times of Israel meldt dat de autopsie op de 10 meter lange walvisachtige uitwees dat deze aanzienlijke hoeveelheden stookolie had binnengekregen.

    ‘Alarmsignaal’

    Haaretz beschuldigt overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor milieubescherming van een gebrek aan voorbereiding, en hoopt dat deze olieramp zal dienen als een ‘alarmsignaal’ voor mogelijke toekomstige rampen.

    ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal ik niks lijken op het strand dat je kent’

    Autoriteiten proberen ondertussen de oorsprong van de olieramp te herleiden. Op zaterdag 20 februari zei minister van Milieubescherming Gila Gamliel, op basis van informatie van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, dat de bron van de olieramp 50 kilometer uit de Israëlische kust lag. ‘We hebben tien schepen geïdentificeerd die door dit gebied zijn gevaren en een of meer van hen zouden hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn’, zei ze, geciteerd door Haaretz in weer een ander artikel.

    Het opruimen van de kust zal jaren duren. Yediot Aharonot waarschuwt haar lezers: ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal in niks lijken op het strand dat je kent.’