Veel Europese landen zijn nog huiverig om geroofde kunst terug te geven aan het land van herkomst, maar in Nigeria spelen heel andere kwesties. Moeten de werken terug naar het paleis waaruit ze gestolen zijn, of eigendom worden van het deelstaatsbestuur?
Het debat in Nigeria gaat niet over de vraag óf de koloniale buit moet worden teruggegeven, maar aan wie. De meningen zijn verdeeld. De betrokkenen moeten de gelederen sluiten en samen met de regering in Abuja een programma voor cultuurbehoud ontwikkelen, om de kunstschatten daarna zo snel mogelijk naar voorouderlijk grondgebied te laten terugkeren.
Als je tegenwoordig twee mensen uit het voormalige koninkrijk Benin in de huidige Nigeriaanse deelstaat Edo hoort praten, is de kans groot dat ze het over kunstschatten hebben. Dat koninkrijk blijft me verbazen, omdat de bevolking ervan op zo’n mythische, verbluffende manier geworteld is in het verleden en er tegelijkertijd zulke avant-gardistische ideeën op nahoudt.
Niet dat de koetjes en kalfjes uit de plaatselijke gesprekken in het Bini zijn verdwenen, of dat veiligheid en geborgenheid niet langer een bron van zorg zijn. Alleen heeft de huidige ellende momenteel op de een of andere manier plaatsgemaakt, zij het tijdelijk, voor het nieuws over de mogelijke teruggave van de kunstschatten die ruim honderdtwintig jaar geleden uit het koninkrijk Benin zijn gestolen. De gesprekken zijn een soort afrekening, die bewijst hoe ver de dagen van Robin Hood achter ons liggen.
Oorlogsbuit
Onderdeel van de erfenis van slavernij en kolonialisme was dat de buit aan de overwinnaar toebehoorde. In de wereld van de toenmalige plunderaars bestond de oorlogsbuit uit mensen, dieren en kunstschatten. De oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika en Australië, de zwarten in Afrika en minderheden in andere delen van de wereld zijn eeuwenlang slachtoffer van deze karikatuur geweest.
De wereld is er sindsdien ontegenzeglijk op vooruitgegaan, maar de sporen van die afschuwelijke periode zijn nog altijd aanwezig. Niet alleen in onze herinnering, maar ook in de privécollecties en musea van particuliere en institutionele dieven die tegelijkertijd geld blijven verdienen aan en excuses blijven maken voor het uitstellen van de teruggave.
Volgens huidige schattingen vertegenwoordigt de uit Afrika gestolen kunst een waarde van miljarden euro’s. Maar in geestelijke valuta is de waarde nog hoger. Volgens een artikel in The New York Times kocht de Amerikaanse kunstverzamelaar Harry A. Franklin in 1966 voor 29.000 dollar [ca. 25.000 euro] een houten beeld uit Kameroen, de Bangwa Queen, dat na zijn dood in 1983 voor 3,4 miljoen dollar van de hand werd gedaan. Bij het beroemde internationale veilinghuis Sotheby’s werd een Gabonees meesterwerk, een Fang-hoofd uit de Clyman-collectie, vorig jaar te koop aangeboden voor een bedrag tussen de 2,5 en 4 miljoen dollar.
‘Afrikaans erfgoed,’ zei Macron, ‘hoort gewoon niet thuis in Europese privécollecties en musea’
Tijdens een bezoek aan Afrika in 2018 zei de Franse president Emmanuel Macron dat hoewel er historische verklaringen bestaan voor de diefstal van Afrikaanse kunstschatten, een valide, onvoorwaardelijke rechtvaardiging ontbreekt. ‘Afrikaans erfgoed,’ zei hij, ‘hoort gewoon niet thuis in Europese privécollecties en musea.’ Toch bevindt het zich daar nu al eeuwen. Drie jaar na Macrons lippendienst verkommeren de geroofde kunstschatten nog altijd in privécollecties en musea.
Macron is niet het enige probleem. De eindeloze gesprekken over roofkunst in Nigeria worden niet alleen gevoed door loze beloften, maar ook door nodeloos gekibbel over de oorspronkelijke herkomst ervan.
Nigeria wacht al sinds 1897 op de teruggave van de bronzen beelden uit het koninkrijk Benin. Tijdens een recent bezoek van een Nigeriaanse delegatie aan Duitsland, onder leiding van minister van Informatie en Cultuur Lai Mohammed, zeiden twee Duitse ministers dat hun regering plannen heeft voor ‘een substantiële’ teruggave van geroofde kunstschatten. De Nigeriaanse regering eist terecht dat de teruggave ‘volledig’ en ‘onvoorwaardelijk’ zal zijn. Volgens rapporten omvat de totale buitgemaakte schat bewerkte slagtanden van olifanten, ivoren luipaardbeelden, houten hoofden en minstens negenhonderd bronzen plakkaten uit de zestiende en zeventiende eeuw. Ook zijn er meer dan drieduizend in de negentiende eeuw gestolen bronzen beelden uit Benin in Europa en de VS beland, waarvan bijna de helft in Duitse musea.
Geniale zet
Het debat in Nigeria gaat niet over de vraag óf de koloniale buit moet worden teruggegeven, maar aan wie. De meningen zijn verdeeld. De gouverneur van de deelstaat Edo, Godwin Obaseki, wil dat de kunstschatten weer onder beheer van het deelstaatbestuur komen en heeft een geniale zet gedaan door de zoon van de Oba van Benin, het traditionele opperhoofd van het Edo-volk, voor zijn zaak te winnen. Obaseki heeft tal van ideeën om de kunstschatten te gelde te maken, zoals door het aantrekken van honderden toeristen. Boze stemmen beweren dat hij de verzameling wil kapen en privatiseren voor zijn eigen oude dag.
Aan de andere kant wil Ewuare II, de Oba van Benin, dat de kunstschatten terugkeren naar het paleis waaruit ze gestolen zijn, terwijl minister van Informatie en Cultuur Lai Mohammed heeft gezegd dat de eerste prioriteit van de Nigeriaanse regering is om de kunstschatten terug te halen naar Nigeriaanse bodem.
Omdat de kunstschatten geen Duits spreken of verstaan, heb ik geprobeerd vast te stellen welke loop de geschiedenis zal kunnen nemen. Het historische antecedent dat voor terugkeer naar het paleis pleit, zijn de Fabergé-eieren die tijdens de Russische Revolutie door de bolsjewieken uit het paleis van de Russische keizerlijke familie werden gestolen. Rond 2004, toen Roman Abramovitsj zijn zinnen op het Engelse Chelsea FC had gezet, deed zijn tegenhanger Viktor Vekselberg een bod van 90 miljoen dollar op de Fabergé-eieren. Het beroemde ei is een complex geweven schatkist van goud en edelstenen waaronder het Kroningsei, met daarin het prototype van de koets waarin tsarina Alexandra in 1897 Moskou binnenreed. Waar het om gaat, is dat het ei werd teruggehaald dankzij een investering van een Russische oliesjeik. Wat die ermee gedaan heeft, gaat niemand wat aan.
Maar wanneer landen zijn betrokken bij onderhandelingen over de teruggave van geroofde kunstschatten, leert de geschiedenis dat die bij voorkeur worden teruggegeven aan het land van herkomst.
Toen The Boston Globe acht jaar geleden berichtte dat acht kunstschatten, waaronder een gestolen houten voorouderlijke figuur uit Oron in het zuiden van Nigeria, werden teruggegeven door het Boston Museum, gingen de objecten, inclusief de houten figuur, naar verluidt naar Nigeriaanse musea. Ik weet niet of de Ahta Oro, het opperhoofd van Oron, er aanspraak op heeft gemaakt.
Laten we de kunstschatten naar huis halen, waar ze horen
Op dezelfde manier werden kunstschatten die door de Verenigde Staten, Australië en het Verenigd Koninkrijk aan India werden teruggeven in ontvangst genomen door het land, niet door particulieren of de plek waar ze waren geroofd. Nederland deed hetzelfde met de gestolen oudheden uit Indonesië, die soms wel van 500 v.Chr. dateren.
Toch lijkt het erop dat onder bepaalde jurisdicties rechtstreeks betrokkenen met succes aanspraak kunnen maken op teruggave van ooit gestolen collecties. Zo kennen de Verenigde Staten sinds 1990 een federale wet, de Native American Graves Protection and Repatriation Act, die bepaalt dat musea en federale instanties bepaalde inheemse culturele items zoals stoffelijke overschotten, grafattributen, heilige voorwerpen of voorwerpen die tot het culturele erfgoed behoren, kunnen teruggeven aan de afstammelingen in rechte lijn.
Australië kent geen wetten die rechtstreeks op teruggave betrekking hebben, maar er bestaat wel een regeringsprogramma dat voorziet in de teruggave van kunstschatten aan Aboriginals. Zweden heeft een door Zweden uit Canada gestolen totempaal teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaars; Italië heeft een schitterende zesde-eeuwse ‘krater’, een klassieke vaas, terug laten plaatsen op zijn oorspronkelijke plek in Rome, nadat hij langdurig aan het nationale museum was uitgeleend.
Sinds de tijd van Erediauwa, de vader van de huidige Oba, heeft het paleis van Benin krachtig campagne gevoerd voor de teruggave van gestolen kunstschatten. Gouverneur Obaseki moet niet de indruk wekken dat hij wil zaaien waar hij niet heeft geoogst of dat hij ernaar snakt de collectie aan de trofeeën in zijn ambtswoning toe te voegen. Het lijkt erop dat de onenigheid over de kunstschatten tussen het paleis en Obaseki een voortzetting van de oorlog is met andere middelen. Tijdens de gouverneursverkiezingen van vorig jaar stak het paleis zijn voorkeur voor Obaseki’s uitdager Ize-Iyamu maar nauwelijks onder stoelen of banken.
Dat Obaseki niet alleen de verkiezingen heeft gewonnen maar ook nog eens het beheer wil krijgen over onschatbare objecten die mogelijk met hulp van zijn voorvaderen uit het paleis zijn gestolen, is begrijpelijkerwijs onverdraaglijk voor de Oba. Helaas heeft het er alle schijn van dat de winnaarsmentaliteit van de gouverneur een weerspiegeling is van de subversieve houding die het plunderen van het koninkrijk Benin destijds heeft mogelijk gemaakt en gedoogd.
De betrokkenen moeten de gelederen sluiten en samen met de regering in Abuja een programma voor cultuurbehoud ontwikkelen, om de kunstschatten daarna zo snel mogelijk naar voorouderlijk grondgebied te laten terugkeren. Een aarzelende Robin Hood wil niets liever dan dat de meningen verdeeld zijn.
Wie de ruzie en de onverzoenlijke meningsverschillen tussen de leden van de elite zo ziet, zou bijna denken dat de gestolen kunstschatten inderdaad veiliger zijn in ballingschap. Laten we de kunstschatten naar huis halen, waar ze horen.
Wereldwijd worstelen politieke leiders met cryptogeld. Wat gebeurde er toen het Afrikaanse land het probeerde te verbieden?
Toen de Nigeriaanse regering in maart 2019 textielimportbedrijven ineens verbood buitenlandse valuta te gebruiken, zat de Nigeriaanse ondernemer Moses Awa* flink in de nesten. Zijn bedrijf, dat geweven schoenen uit Guangzhou, China, importeert, had al langer te lijden onder de economie van het land. Door het verbod dreigde het kopje onder te gaan. ‘Het was crisis: ik moest snel iets doen,’ zegt Awa.
En dus wendde hij zich tot zijn jongere broer, Osy. Die was begonnen met het verhandelen van bitcoins. ‘Hij was bezig een reserve aan cryptogeld op te bouwen. Op termijn kon dat volgens hem een mooie investering zijn. Toen het valutaverbod mij trof, bleek ik het ook goed te kunnen gebruiken. Ik kon mijn leveranciers in bitcoins betalen als ze dat zouden accepteren – wat ze deden.’
Nigeria is na de VS het land waar het meest in bitcoins wordt gehandeld
Volgens het bitcoin-handelsplatform Paxful is Nigeria na de VS het land waar het meest in bitcoins wordt gehandeld. De hoeveelheid dollars die gebruikers in Nigeria volgens het blockchain-onderzoeksbureau Chainalysis in mei aan cryptogeld ontvingen, bedroeg 2,4 miljard. Een forse stijging vergeleken met de 684 miljoen van december vorig jaar. En dan is dit waarschijnlijk nog maar een bescheiden raming van de cryptovloed die de grootste Afrikaanse economie overspoelt, aangezien analisten veel transacties niet kunnen traceren.
De verbazingwekkende opkomst van cryptogeld in Nigeria is door een reeks factoren aangewakkerd, waaronder politieke repressie, valutacontroles en ongebreidelde inflatie. In februari verbood een gealarmeerde overheid transacties in cryptogeld via erkende banken. Eind juli kondigde ze een proef aan met nieuwe door de staat gecontroleerde digitale valuta – in de hoop de verleiding om niet-gereguleerd cryptogeld te gebruiken te verminderen. Deze maatregelen hebben de handel niet erg getemperd: beurzen meldden dit jaar nog altijd een stijging van het aantal transacties.
Uit de ervaring van Nigeria kan wereldwijd lering worden getrokken. Hoe digitale valuta te reguleren is een probleem waarover heel wat overheden zich momenteel het hoofd breken. De Britse minister van Financiën, Rishi Sunak, overweegt een door de centrale bank gecontroleerde versie te creëren. De naam is er al: Britcoin. EU-regelgevers hebben plannen opgesteld om digitale valuta beter traceerbaar te maken teneinde witwaspraktijken tegen te gaan. Op het platteland van China worden computers die dienden om bitcoins te maken – een proces dat bekend staat als ‘mining’ – op last van de overheid buiten werking gesteld. De Communistische Partij vaardigde in mei een verbod uit op transacties.
Ook Egypte, Turkije en Ghana hebben geprobeerd de cryptohandel aan banden te leggen, beducht als ze zijn voor de mogelijkheid dat grootschalig digitaal geldverkeer zich aan wettelijke controles onttrekt.
Nigeria heeft een van de jongste bevolkingen ter wereld en is rijp voor het digitale geldwezen. De armoede is er wijdverbreid, mensen zijn tot veel bereid om daaraan te ontsnappen, en dus nemen piramidespelen toe. Velen handelen dagelijks in vreemd geld. Transacties van landgenoten die in het buitenland werken spelen een rol: die bedroegen in 2020 meer dan 17 miljard dollar. Daarnaast biedt digitaal geld bescherming tegen schommelende wisselkoersen. De Nigeriaanse naira is de afgelopen vijf jaar met bijna dertig procent in waarde gedaald ten opzichte van de dollar.
Er zijn ook politieke factoren. Sommigen zien cryptogeld als een bitter noodzakelijk schild tegen overheidsrepressie.
Afgelopen oktober werd het land opgeschrikt door de hevigste protesten in decennia. Vele duizenden demonstreerden tegen politiegeweld en de beruchte politie-eenheid Sars. Bruut optreden van veiligheidstroepen, die demonstranten mishandelden en waterkanonnen en traangas gebruikten, ontsierde de zogeheten EndSars-protesten. Ruim vijftig demonstranten kwamen om het leven, minstens twaalf van hen werden op 20 oktober bij de Lekki-tolpoort in Lagos doodgeschoten.
Ook financieel ging de Nigeriaanse overheid er met gestrekt been in, door bankrekeningen te blokkeren van maatschappelijke organisaties, van protestgroepen en van personen die de EndSars steunden en geld inzamelden om demonstranten vrij te krijgen of hen van eerste hulp en voedsel te voorzien.
Bitcoins bieden Nigeriaanse bedrijven meer stabiliteit dan de kelderende naira
Feminist Coalition, een collectief van dertien jonge vrouwen dat tijdens de demonstraties ontstond, kreeg landelijke aandacht toen het geld inzamelde voor protestgroepen en demonstratie-initiatieven ondersteunde. Ook de rekeningen van de vrouwen werden geblokkeerd, waarop de groep bitcoindonaties aannam en uiteindelijk 150.000 dollar aan cryptogeld binnenhaalde.
Jack Dorsey, oprichter van Twitter en een prominent pleitbezorger van cryptogeld, deelde de FemCo-bitcoin-donatiepagina en haalde zich daarmee de woede op de hals van de Nigeriaanse overheid, die Twitter in juni blokkeerde.
De politieke klasse was geschokt door de aanblik van jonge mensen die openlijk kritiek hadden op overheidsdragers met weinig scrupules, aldus Adewunmi Emoruwa, wiens organisatie Gatefield geld schonk aan journalisten die verslag deden van de protesten: ‘Ik denk dat de demonstraties de belangrijkste katalysator zijn geweest voor een aantal beslissingen van deze regering. Die kreeg het behoorlijk benauwd toen ze zag dat mensen zich kunnen verenigen in het besluit overheidsstructuren en instellingen te omzeilen. Er ging een schokgolf door het staatsapparaat.’
Veel organisaties bewaren nu een deel van hun fondsen in de vorm van cryptogeld
Tijdens de protesten werden de bankrekeningen van Gatefield geblokkeerd, totdat een rechtbank eerder dit jaar oordeelde dat deze maatregel onrechtmatig was en beval dat ze werden heropend.
Door al deze verwikkelingen zijn veel Nigerianen een grotere noodzaak gaan voelen om zich te wapenen tegen onverwachte acties van de autoriteiten. Veel organisaties bewaren nu een deel van hun fondsen in de vorm van cryptogeld.
Digitaal geld is een belangrijke verzekering tegen vijandige interventies, aldus een leidende figuur in een maatschappelijke organisatie, die anoniem wil blijven uit vrees voor represailles van de autoriteiten: ook zijn rekeningen werden afgelopen oktober geblokkeerd.
‘Een aantal effecten bewaren we in cryptovorm – niet te veel maar genoeg, het is een soort verzekeringspolis,’ zegt hij. ‘Toen het verbod inging, waren we gelukkig in staat om salarissen uit te keren. Zo kunnen we in een dergelijke situatie ons personeel blijven betalen.’
Ondergronds
In februari reageerde de Centrale Bank van Nigeria door banken op te dragen de rekeningen van alle klanten die cryptogeld gebruiken te sluiten. Financiële instellingen moesten ‘personen en/of entiteiten identificeren’ die transacties uitvoeren in cryptogeld. Deden ze dat niet, dan zouden er sancties volgen.
Aanvankelijk was het verbod een klap voor de opkomende sector van makelaren in cryptogeld die op commerciële banken vertrouwden voor transacties. Veel klanten vonden echter een uitweg, aldus Marius Reitz, algemeen directeur Afrika bij Luno, een handelsplatform voor cryptogeld. ‘Een hoop handelsactiviteiten vinden nu noodgedwongen ondergronds plaats. Daardoor zijn veel Nigerianen op dit moment afhankelijk van minder veilige, minder transparante, onderhandse kanalen, en van Telegram- en WhatsApp-groepen, waarbij mensen rechtstreeks handel drijven met elkaar,’ zegt Reitz.
Het verbod heeft de handel in cryptogeld moeilijker te controleren en minder veilig gemaakt. ‘Dit betekent ook dat regelgevers nu minder zicht op en controle over de markt hebben, waardoor consumenten helaas meer risico lopen dat ze worden opgelicht.’
Platforms hebben zich ook aangepast door transacties te blijven faciliteren zolang de verhandelde valuta niet als cryptogeld worden bestempeld.
Enkele platforms zagen hun transacties wel afnemen, maar voor andere betekende de inperking juist dat de vraag naar cryptogeld rees. In de eerste vijf maanden van 2021 hebben Nigerianen volgens het in Helsinki gevestigde platform LocalBitcoins vijftig procent meer verhandeld dan in dezelfde periode vorig jaar.
‘De autoriteiten hebben er geen macht over. Dat zijn ze niet gewend en dat maakt ze bang’
De reactie van de Nigeriaanse regering op cryptogeld was ook inconsequent. In zijn aankondiging van de beperkende maatregelen tegenover de senaatscommissie noemde Godwin Emefiele, gouverneur van de Centrale Bank, cryptogeld ‘geen legitiem geld’.
Tegelijkertijd veroordeelde vicepresident Yemi Osinbajo de maatregel publiekelijk: ‘We moeten geen beleid voeren dat cryptotransacties in de Nigeriaanse banksector verbiedt. Angst is een slechte raadgever.’ Hij riep op tot ‘robuuste, doordachte en op kennis gebaseerde regelgeving’.
Een andere Nigeriaanse overheidsinstantie, de Securities and Exchange Commission, staat open voor transacties met cryptogeld, als deze beter kan worden gereguleerd.
Geleidelijk aan is het tot de Nigeriaanse overheid doorgedrongen dat cryptogeld niet te stoppen is, aldus de exploitant van een Nigeriaans cryptohandelsplatform, die anoniem wenst te blijven nadat de autoriteiten het op hem bleken te hebben gemunt. ‘Ze weten dat ze het niet echt een halt kunnen toeroepen. Ze hebben er geen macht over. Dat zijn ze niet gewend en dat maakt ze bang.’
* Niet zijn echte voornaam
Bitcoin: de voor- en nadelen
Bitcoin ontstond in 2009 en was het eerste cryptogeld. Het blijft de meest bekende en waardevolle valuta in zijn soort. Het is een digitaal of virtueel actief dat zich aan het traditionele banksysteem onttrekt. De invloed ervan is enorm toegenomen, nu een groeiend aantal bedrijven het voor betalingen accepteert.
Elke bitcoin is in wezen een digitaal token dat een geheime sleutel bevat die aan iedereen in het netwerk toont wie het toebehoort. In feite is elke bitcoin een collectieve overeenkomst van computers op het bitcoin-netwerk waaruit blijkt dat het token echt is, gemaakt is door een bitcoin-‘miner’ en vervolgens is verkregen via een reeks legitieme transacties.
Steeds wanneer er bitcoins worden uitgegeven, weet het hele netwerk dat ze van eigenaar zijn gewisseld. Elke transactie wordt opgeslagen in een continu openbaar register (‘blockchain’), dat het hele systeem ondersteunt, waardoor het mogelijk is om de geschiedenis van een munt te traceren en te voorkomen dat mensen munten uitgeven die ze niet bezitten.
Voor de vele voorstanders van bitcoin heeft het virtuele systeem diverse voordelen – zo kan de blockchain worden gebruikt om andere zaken dan alleen maar geld te volgen, en is er het verschijnsel van ‘slimme contracten’ die automatisch worden uitgevoerd als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
Het grootste voordeel van bitcoins is echter het gedecentraliseerde karakter ervan, waardoor ze in hoge mate bestand zijn tegen officiële uitsluiting of regelgevende controle door een enkele entiteit. Het is mogelijk om een bitcoin-betaling in behandeling te zien, maar niemand kan deze tegenhouden. Dit heeft overheden huiverig gemaakt: in een conventioneel financieel systeem kunnen banken rekeningen bevriezen, het witwassen van geld controleren of regels afdwingen.
Dankzij die decentrale cryptovaluta-netwerken hebben mensen internationale betalingen kunnen doen vanuit gesloten of sterk afgeschermde economieën, maar daardoor zijn deze netwerken ook een vrijplaats geworden voor illegale activiteiten, van cybercriminaliteit tot het witwassen van geld en drugshandel.
Een andere zorg ten aanzien van bitcoins is dat ze het milieu schaden. Bitcoin-mining – waarbij een bitcoin wordt toegekend aan een computer die een complexe reeks algoritmen oplost – kost enorm veel energie. Miners zetten grote computerplatforms op om de kans op verwerving van bitcoins te maximaliseren. De ecologische voetafdruk van deze ‘mining’ is nu ongeveer zo groot als die van de staat Chili, zo is berekend door de Cambridge Bitcoin Electricity Consumption Index, een tool van Cambridge University die het energieverbruik van de valuta meet.
Voorstanders van bitcoins zeggen dat mining steeds vaker wordt gedaan met elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. De hoeveelheid aan bitcoins bestede energie is dit jaar inderdaad aanzienlijk geslonken. De zorgen zijn daarmee echter niet weggenomen. Milieuactivisten stellen dat miners geneigd zijn zich daar te vestigen waar elektriciteit het goedkoopst is, en dat betekent niet zelden op plekken waar stroom met veel CO2-uitstotende kolen wordt opgewekt.
Volgens het koloniale gedachtegoed bestonden er slecht één waarheid en realiteit, met als gevolg dat culturen werden verdrukt, onthecht en soms zelfs onderling in strijd kwamen. De Nigeriaanse filosoof, antikoloniaal denker en feminist Sophie Oluwole benadrukt het belang van een Afrikaanse filosofie, die een andere blik werpt op gewoontes, overtuigingen en een ‘geïmporteerd probleem’ als gender.
Grote denkers in De Balie
Op 29 mei hield in De Balie in Amsterdam Grâce Ndjako een lezing over de recent overleden Nigeriaanse filosoof, antikoloniaal denker en feminist Sophie Oluwole (1935-2018). Oluwole streed fel voor erkenning van de rijke filosofische tradities van het Afrikaans continent. Wat was haar positie binnen de Afrikaanse filosofie en wat maakt haar gedachtegoed zo relevant?
Nadat ze als eerst Nigeraanse vrouw haar doctoraat haalde in westerse filosofie, verdiepte professor Sophie Oluwole zich in de Yoruba-overlevering, een orale traditie die deels wél op schrift gesteld is. In haar opus magnum zette ze twee grondleggers van de klassieke filosofie naast elkaar: Socrates en Orunmila. Daarin zet ze uiteen dat anders dat het oppositionele westerse denken (man-vrouw, goed-kwaad, ik-jij) de Afrikaanse filosofie uitgaat van complementair dualisme, waar verschil juist als een belangrijke aanvulling wordt gezien.
In de programmaserie Grote Denkers staan vooruitstrevende en eigenzinnige vrouwelijke denkers uit de wereldgeschiedenis centraal.
‘Om tot ware wijsheid te komen, moeten we ons eerst aan ernstige overpeinzingen wijden om het zaad van de verwarring weg te nemen. Gegronde besluiten zijn het resultaat van diep nadenken over de ideeën en overtuigingen volgens welke wij leven. Een ieder die een onnadenkende persoon volgt zal dat uiteindelijk betreuren en zich de haren uit het hoofd trekken.’
Dit zijn de woorden van Orunmila, Yoruba-denker uit ongeveer 500 voor Christus, over het belang van het cultiveren van wijsheid. Uit het citaat blijkt dat het niet alleen belangrijk is om te reflecteren, maar ook om te reflecteren op de wijze waarop we reflecteren, op de concepten die we gebruiken en de geloofsregels waarnaar we leven. Wie dit niet doet, zal er spijt van krijgen. Over het leven moet worden gereflecteerd, wijsheid moet worden gekoesterd, begeerd. Wijsheid biedt ons oplossingen voor de problemen van het menselijk bestaan.
‘In de loop van de tijd worden mensen wijzer. Dit is niet het wezenlijke beginsel waardoor “Weet-nog-niet” zich liet leiden toen hij niet wist hoe hij een bepaalde kwestie moest aanpakken. Hij dacht na en sliep er een nachtje over. Bij het ochtendgloren zag hij het licht en wist wat hem te doen stond. Dus laten we dag op dag laten volgen; is dat niet genoeg, laten we dan maand op maand laten volgen; op de lange duur zullen we door voortdurend nadenken oplossingen vinden voor de meest verbijsterende problemen van het menselijk bestaan.’
Deze preoccupatie met wijsheid, deze liefde voor wijsheid, noemen we ook wel filosofie.
‘Dat Afrikanen niet kunnen denken, zou betekenen dat Afrikanen geen mensen zijn’
Orunmila zei dit ongeveer vijf eeuwen voor Christus. Toch werd het bestaan van Afrikaanse filosofie lange tijd ontkend. Dat is een feit waar Sophie Oluwole helaas haar hele leven mee te maken heeft gehad. ‘Mijn leven lang is mij verteld dat Afrikanen niet kritisch zijn en niks analyseren. Dat Afrikanen niet kunnen denken. Dat zou betekenen dat Afrikanen geen mensen zijn. Ik wilde het tegendeel bewijzen.’ Aldus Oluwole in een interview uit 2017 toen ze in Nederland was. Het idee dat je alleen bent als je denkt prevaleerde tijdens de verlichting bij denkers als Kant en later Hegel, en geldt in sommige academische kringen tot op de dag van vandaag.
Wat Oluwole ook bijzonder maakt is het feit dat zij de eerste vrouw was die in Nigeria promoveerde in de filosofie. Ze werd uiteindelijk hoofd van de afdeling filosofie van de universiteit van Lagos. Op meerdere fronten is zij dus een pionier geweest binnen dit vakgebied.
Superioriteitsdenken
Afrikaanse filosofen hebben verschillende reacties geformuleerd op het idee dat filosofie in Afrika niet zou bestaan, en dat dit bovendien niet mogelijk zou zijn. Reacties lopen uiteen van denkers die zich identificeren met de Europese filosofie en stellen dat Afrikaanse filosofen de Europese denktraditie moeten volgen, de zelfbenoemde professionele filosofen, tot denkers die beweren dat Afrikaanse filosofie het product is van de culturele ervaringen van Afrikanen, en dat het wereldbeeld van Afrikanen om deze reden moeten worden gedocumenteerd. Zij worden etnofilosofen genoemd.
Oluwole vond geen van deze reacties adequaat. De zogenaamde ‘professionele’ filosofen zouden zelf geen onderzoek hebben uitgevoerd naar Afrikaanse orale tradities. Deze zouden door hen zelfs volledig worden verwaarloosd in de zoektocht naar principes die intellectueel overtuigender en sociaal gezien relevanter zouden zijn voor de hedendaagse Afrikaanse ervaring. Etnofilosofen zouden volgens Oluwole dan weer te essentialistisch zijn, en in sommige gevallen het racistische discours van de kolonisten hebben overgenomen.
Onderzoek naar het Afrikaans denken gaat niet om het zoeken naar paralellen van westerse metafysica in Afrikaanse talen. Het gaat ook niet om het vinden van de Afrikaanse metafysica of epistemologie; men definieert het Europese denken immers ook niet aan de hand van één soort metafysica of epistemologie. Onderzoek naar het Afrikaanse denken zou moeten gaan over de intellectuele idealen die in Afrikaanse talen ingebed zijn. De intellectuele idealen, de intellectuele cultuur, liggen immers ten grondslag aan iedere intellectuele onderneming, en dus ook filosofie.
Oluwole was tegen het klakkeloos overnemen van Europese paradigma’s en denksystemen. Het overnemen van Europese paradigma’s zou wijzen op een bepaalde mate van superioriteitsdenken.
‘De westerse hang naar zekerheid laat geen ruimte voor het bestaan van andere realiteiten’
‘De bewering dat de westerse filosofie in een universeel voorbeeld voorziet van de menselijke intellectuele cultuur is op ernstige bezwaren gestuit. Zelf ben ik van mening dat de verbreiding ervan alleen maar tot intellectuele dweepzucht leidt.’ Ze gebruikte ook wel de term intellectueel nationalisme. De westerse filosofie zou een weerspiegeling zijn van de Europese intellectuele cultuur. De principes van de Europese intellectuele cultuur zouden zijn gebaseerd op het uitbouwen van een heel systeem en een zoektocht naar absolute kennis.
Het probleem hiervan is dat dit algauw leidt tot het geloof in één enkele absolute waarheid die overal altijd geldig is, en voor iedereen geldig is, en dat er dus maar één realiteit bestaat. Oluwole zegt het als volgt: ‘De westerse hang naar zekerheid laat geen ruimte voor het bestaan van andere realiteiten die door elk van deze rationale pogingen kunnen worden omvat.’ Ze typeerde de westerse intellectuele cultuur daarom als een monotheïsme.
Volgens Oluwole is het belangrijk dat we ons afvragen of principes uit het westerse denken wel zo neutraal zijn, en objectief genoeg om te kunnen zeggen dat ze universeel zijn en voor iedereen opgaan. We spreken tegenwoordig steeds vaker over dekolonisatie. Dat is niet alleen een politieke dekolonisatie, dus politiek onafhankelijk zijn; we spreken ook over dekolonisatie van instituten en dekolonisatie op het gebied van het denken, doordat we ons steeds meer bewust zijn van de reikwijdte van het koloniale gedachtegoed en de implicaties van de gedachte dat er maar één enkele waarheid en realiteit bestonden. Bij gekoloniseerden heeft deze gedachte gezorgd voor de vernietiging van bestaande structuren en vervreemding van de eigen cultuur. Ook zijn er verschillen en ongelijkheden geïntroduceerd of vergroot die daarvoor niet of nauwelijks bestonden.
Paradigma’s en patronen
Het dekoloniseren van het denken heeft daarom niet alleen implicaties voor de filosofie, voor het bestaan van een Afrikaanse filosofie, maar ook voor de politiek en het denken over gender. Als we vanuit het Afrikaanse gedachtegoed denken over politiek, kunnen we met andere stelsels komen. Oluwole zegt hierover: ‘Een totale afhankelijkheid van de paradigma’s en patronen van democratie zoals die in veel Europese landen worden toegepast, is misschien niet de enige manier om vooruitgang te boeken.’ We kunnen ook vanuit het Afrikaanse denken kijken naar sekse en gender.
Oluwole doet dit via onderzoek naar de orale traditie. Dat komt de Afrikaanse filosofie volgens haar ten goede, omdat filosofie voornamelijk draait om wat door filosofen wordt gezegd: ‘In tegenstelling tot de geschiedkunde en de sociale wetenschappen richt de filosofie zich niet in de eerste plaats op wat mensen doen maar op wat ze zeggen, dus op de verbale expressie van mensen. Daarom is een van de meest gebruikte zinnen in de filosofie: “X heeft gezegd…” Maar zelden horen we: “Plato deed dit” of: “Russell deed dat”. Wij verwijzen altijd naar wat bepaalde mensen hebben gezegd. Vanwege het onmiskenbare feit dat we weinig of geen geschreven documenten bezitten waarin de feitelijke woorden van onze voorouders aan ons worden doorgegeven, zullen de woorden van onze wijzen worden gebruikt als gemeenschappelijk referentiekader, zeggen de Yoruba.’
Ze baseert zich hierbij ook op een gezegde uit het Yoruba: ‘Owe I’esin òrò, bí òrò bá sonú, òwe I’ a fi n wà a. (‘Spreekwoorden zijn de analytische denkinstrumenten; als we het denken kwijtraken, gebruiken we spreekwoorden om het te zoeken.’)
Teksten zoals die voorkomen in de taal van een volk – het woord tekst past ze toe in de brede zin van het woord en omvat dus ook orale overlevering – bieden veel inzicht in sociale principes en religieuze gebruiken.
‘Daarom is er behoefte aan een Afrikaanse renaissance die de Afrikaanse orale literatuur op een kritische manier onderzoekt om zo een betrouwbare Afrikaanse sfeer te ontdekken en te bevorderen die eerder is gebaseerd op “verhalen die beantwoorden aan de waarheid van hun taal en authenticiteit” dan aan een realiteit die is vervormd door de modaliteiten van niet-Afrikaanse talen of “resultaten van theoretische manipulaties”.’
Oluwoles belangrijkste bijdrage aan de Afrikaanse filosofie is dan ook deze terugkeer geweest naar de eigen teksten, terugkeer naar de Afrikaanse orale traditie. Op deze manier heeft ze veel van de mythes die tijdens het kolonialisme zijn ontstaan verworpen; ‘Ga terug naar feitelijke “teksten” van de orale traditie in plaats van te vertrouwen op de “bedenksels” van sociale wetenschappers,’ aldus Oluwole.
Man/vrouw-verhoudingen
Als gezegd heeft het onderzoeken van de taal en orale traditie tot belangrijke inzichten geleid op het gebied van sekse en gender in Afrika. Oluwole keek hierbij specifiek naar de Yoruba-taal. Kenmerkend bij de Yoruba is het complementair denken, en dit vindt ook zijn weerslag in het denken over man/vrouw-verhoudingen.
– ‘Er is geen godheid zoals een moeder. Alleen zij is het aanbidden waard.’
Er zijn teksten die lijken te wijzen op de superioriteit van mannen:
– ‘De man geeft leiding aan de vrouw.’
En teksten die het tegendeel beweren:
– ‘Een vrouw werd gevraagd een zwakkeling mee te brengen die ze kon laten doen wat ze wilde, en ze kwam terug met haar man.’
– ‘Voor mannen is geen plaats in de hemel.’
– ‘Het kind van een vrouw is haar echte man.
Alleen omdat de kou ondraaglijk is
Neem je een man om je warm te houden
Een kind is de echte man van haar moeder’
-‘Vraag: Hoeveel mensen in het dorp?
Antwoord: Twee, mannelijk en vrouwelijk.’
Oluwole: ‘De implicatie is uiteraard dat de samenleving beide geslachten moet erkennen en niet maar een van beide.’
Vrouwen werden niet uitgesloten van het maatschappelijk leven. Vrouwen hadden politieke inspraak, en hadden soms leidinggevende functies:
‘Het sociale basisprincipe op grond waarvan Yoruba-vrouwen handelden, bijvoorbeeld, was dat als de samenleving besluiten moest nemen die ernstige gevolgen hadden voor hun leven, voor hun economische, politieke en religieuze bestaan, ze te allen tijde het recht hadden te worden geraadpleegd en rechtstreeks dan wel via democratische vertegenwoordiging te worden betrokken bij de besluitvorming’ (2014: 102). Op economisch vlak liepen vrouwen zelfs voorop; zij waren degenen die goederen verkochten op de markt, zowel die van haar man als haar eigen producten. Vrouwen konden kapitaal bezitten, erven en nalaten.
‘Gender’ is in Yoruba een geïmporteerd probleem is, omdat de categorie ‘vrouw’ niet zou bestaan in die taal
Haar invloed is te zien in het onderzoek dat door hedendaagse Afrikaanse denkers en wetenschappers wordt verricht op het gebied van sekse en gender. De Nigeriaanse denker Oyèrónkẹẹ Oyěwùmí stelt door te kijken naar de Yoruba-taal dat ‘gender’ een geïmporteerd probleem is, omdat de categorie ‘vrouw’ niet zou bestaan in het Yoruba. Ook zij wijst op het complementaire denken en het belang van een terugkeer naar de taal, de teksten, om koloniale mythes te verwerpen.
‘Omdat onvoldoende wordt ingezien dat het wereldbeeld van een volk bepaald wordt door taal, worden westerse categorieën als universeel beschouwd. In de meeste Yoruba-studies worden de inheemse categorieën niet onderzocht maar geassimileerd in het Engels. Dit heeft tot een ernstige verdraaiing en een volstrekt onbegrip van de Yoruba-realiteit geleid. Geslachtskenmerken zijn belangrijk geworden in Yoruba-studies, omdat het leven van de Yoruba in het Engels is vertaald om in het westerse lichaamsbeeldpatroon te passen.’
Oluwole zei over taal: ‘Taal is een product van menselijke ervaring. Wanneer ze voor educatieve doeleinden wordt gebruikt, moet er een aantal regels en beginselen worden geleerd, niet alleen op grammaticaal gebied maar ook conceptueel.’
Haar inzichten vinden we ook terug bij Afrikaanse schrijvers. De Keniaanse schrijver Ngũgĩ wa Thiong’o stelt bijvoorbeeld dat cultuur en taal moeilijk van elkaar te scheiden zijn. ‘De keus van een taal en het gebruik dat van die taal wordt gemaakt is bepalend voor de manier waarop mensen zichzelf definiëren ten opzichte van hun natuurlijke en sociale omgeving, en zelfs ten opzichte van het hele universum.’ Hij schrijft over de vervreemding die hij ervoer doordat hij op school in een andere taal, een Europese taal, werd onderwezen dan hij thuis sprak; het Gikuyu. De geschreven taal die hij op school sprak, kwam niet meer overeen met zijn wereld.
Gesproken tekst
Oluwole hechtte waarde aan de orale traditie omdat deze voor een nauwere relatie zorgde tussen de auteur en diens publiek. Meer dan het schrift weet de orale traditie te zorgen voor een emotionele band tussen orator en toehoorder, doordat de gesproken tekst meer leeft.
‘Waar een geschreven tekst vaak openbare zaken in een duister persoonlijk idioom vervat, houden orale uitingen de communicatie meestal open zodat het publiek de ideeën en gedachten van de orale verteller op een directe manier tot zich kan nemen en kan delen. Worden de open ideeën opgeschreven, dan raken ze versteend en maakt de classificatie ze alleen maar geheimzinniger.’
Ook Thiong’o benadrukt het belang van de orale traditie. Volgens hem moeten we af van het idee dat de pen de voornaamste overdrager van cultuur is: ‘Woorden omkleden ideeën die voortkomen uit die strijd. Woorden benoemen gedachten. De tong geeft de woorden stem. Woorden komen niet in geschreven vorm uit onze mond; ze komen eruit als een spreekstem. De pen imiteert de tong. De pen is de klerk van de tong. Hij maakt tekeningen van wat er wordt gezegd. De pen zegt wat al gezegd is.’
Vandaar het belang van spoken word in zwarte gemeenschappen. Ook hiphop kunnen we zien in het licht van deze orale traditie. Al deze uitdrukkingsvormen worden in zwarte gemeenschappen met elkaar gedeeld, en moeten we blijven koesteren. Onze orale tradities zijn onderdeel van onze intellectuele cultuur.
Duizenden jonge vrouwen verlaten elk jaar Nigeria vanwege de belofte op een goede baan in Europa, waar ze vervolgens in de prostitutie worden gedwongen om hun schulden af te betalen. In 2016 bundelde een groepje vrouwen de krachten met rechercheurs en hulpverleners in Italië en brachten de mensenhandelaars voor het gerecht.
Dit artikel ontving de tweede prijs in de categorie Distinguished Reporting van de European Press Prize 2021.
Susan bevond zich net drie dagen op Italiaanse bodem toen ze op 23 juli 2015 met tientallen andere nieuwkomers werd afgevoerd naar een lawaaiig, overvol detentiecentrum in Rome, waar ze te horen kreeg dat ze teruggestuurd zou worden naar Nigeria. Sommige vrouwen schreeuwden van woede, anderen begonnen te huilen. Susan deed er het zwijgen toe. Teruggaan was geen optie.
Susan had zich dat voorjaar laten overhalen de reis naar Italië te maken door een Nigeriaanse vrouw, Ivie, die ze had ontmoet in haar dorp in Edo, een zuidelijke deelstaat van Nigeria. Ivie wilde de kosten van haar reis naar Europa wel voorschieten en stelde haar daar normaal werk in het vooruitzicht. In een traditionele juju-ceremonie bij een priester had Susan gezworen de vrouw terug te betalen en haar trouw te zijn. En eenmaal aangekomen in Italië wist Susan dat het vreselijke gevolgen zou hebben als ze haar schuld niet afloste.
Een advocaat van een hulporganisatie hielp Susan met het indienen van een asielaanvraag, zodat ze voorlopig in het land kon blijven, en na enkele weken detentie werd ze overgebracht naar een asielzoekerscentrum in Midden-Italië om de behandeling van haar aanvraag af te wachten. Korte tijd later werd ze daar opgehaald door Ivie, die haar meenam naar een appartement in Prato, buiten Florence. Daar woonden al vier andere Nigeriaanse vrouwen. Een van hen gaf Susan een paar hooggehakte schoenen en een kort rokje. ‘Kom mee,’ zei ze, ‘we moeten aan het werk.’
Susan dacht dat het een grapje was. Er was haar werk beloofd als babysitter of caissière in een Italiaanse supermarkt. ‘Ze hadden niet gezegd dat ik hier de prostitutie in moest,’ zegt Susan. Maar de andere vrouwen lachten niet. Toen ze tegensputterde, herinnerde Ivie haar eraan dat zij voor de reis had betaald, en of ze wel wist hoeveel geld ze haar schuldig was. Als ze dat niet terugbetaalde of iemand erover vertelde, zouden haar moeder en haar broers thuis gevaar lopen. ‘Ik moest huilen,’ zegt Susan. ‘De andere meiden zeiden: Het went wel. Maar ik zei: Ik zal hier nooit aan wennen.’
Susans overlevingsstrategie was om de mannen op zoek naar seks te ontlopen en zo weinig mogelijk te werken
Vrije dagen had ze niet. Susan werd geen moment alleen gelaten, maar voelde zich wel heel alleen. Ivie had een hiërarchie ingevoerd die verhinderde dat de meisjes een band met elkaar kregen. Hillary, een andere jonge vrouw uit Edo, had tot taak om de meisjes in de gaten te houden en aan het eind van de nacht hun geld op te halen. Susans overlevingsstrategie was om de mannen op zoek naar seks te ontlopen en zo weinig mogelijk te werken. In januari verdiende ze maar 420 euro. Uit woede over die lage opbrengst sloeg Ivie haar zo hard dat Susan bang was in één oog het zicht te verliezen.
Eind januari, vijf weken nadat Susan in Prato was aangekomen, werd ze op een dag naar een andere stad in het noorden van Italië gebracht. Ivie hield toezicht op afstand, ze belde haar vaak, en haar nieuwe madam wilde meer geld zien. ‘Ik kon zo niet doorgaan. Elke nacht daar in de regen, elke dag opnieuw,’ zegt Susan. En het ergste was nog wel dat haar familie in Nigeria niet eens geholpen was met het offer dat zij bracht. ‘Ik mocht geen geld naar huis sturen.’
Altijd een stap voor
Sinds 2015 zijn er ongeveer 21.000 Nigeriaanse vrouwen en meisjes in Italië aangekomen. De Internationale Organisatie voor Migratie van de VN meldde in 2017 dat 80 procent daarvan mogelijk slachtoffer was van vrouwenhandel, maar die cijfers zijn lastig te verifiëren. Italië is het toneel van een brute cyclus van uitbuiting waarbij voormalige slachtoffers van vrouwenhandel na jaren van gedwongen prostitutie zelf vrouwenhandelaars zijn geworden, de zogeheten madams. Ze halen soms zelf nieuwe vrouwen naar Italië om hun schuld aan vrouwenhandelaars af te betalen en zelf niet meer te hoeven tippelen, of zijn al zo lang uitgebuit dat ze in het uitbuiten van anderen de enige mogelijkheid op een beter leven zien.
De slachtoffers durven meestal niet naar buiten te treden en de vrouwenhandelaars blijven meestal buiten beeld. In het VN-Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, een cruciaal juridisch instrument in de strijd tegen mensenhandelaars en de bescherming van hun slachtoffers, staat dat slachtoffers van mensenhandel een tijdelijke of permanente verblijfsstatus moet worden aangeboden. Italië was een drijvende kracht achter dit verdrag, dat in december 2000 in Palermo werd ondertekend. Maar door de komst van steeds meer migranten waait er inmiddels een nieuwe politieke wind in het land.
In 2009 werd het in Italië strafbaar om zonder visum het land in te komen, en uit vrees om te worden opgepakt gaan illegale migranten nu ondergronds. Slachtoffers van mensenhandel worden bij immigratiecontroles zelden als zodanig herkend. En als ze er al worden uitgepikt als potentieel slachtoffer, dan kunnen de meeste vrouwen bij ondervraging nauwelijks informatie geven over hun reis. ‘Ze weten niet meer wat de naam is van de stad waarnaar ze werden overgebracht, dus wordt hun verhaal niet geloofwaardig geacht,’ zegt Carla Quinto, een advocaat die voor hulporganisatie Be Free werkt.
En als er wel geloof wordt gehecht aan hun verhaal, is het nog lastig om voor de drie hoofdelementen van mensenhandel – ronseling, verplaatsing en uitbuiting – voldoende bewijs te verzamelen: door moeizame internationale samenwerking met de politie uit de landen van herkomst, door het gebrek aan medeleven en steun bij veel medewerkers van politie en justitie in Italië, en doordat de Nigeriaanse misdaadgroeperingen die de smokkel organiseren zich soms door de lokale maffia laten beschermen. Het justitieel onderzoek is complex en vaak traag, terwijl de vrouwenhandelaars snel handelen, hun slachtoffers vaak laten verkassen en hun geregeld nieuwe telefoonnummers geven. ‘De misdaadorganisaties zijn ons altijd een stap voor,’ zegt Quinto.
Be Free
Maar in februari 2016 startte de in georganiseerde misdaad gespecialiseerde magistraat Angela Pietroiusti een onderzoek dat wars was van vooroordelen en waarbij de expertise van de anti-maffia-eenheden werd ingezet tegen de vrouwenhandel. In een bestek van één jaar legde ze een geraffineerd netwerk bloot van mensenhandelaars die Afrikaanse meisjes en jonge vrouwen ronselden en naar Europa brachten en die actief waren in Nigeria, Libië, Italië, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Doorslaggevend voor dit onderzoek waren de gedetailleerde aantekeningen en foto’s die één vrouw stiekem had verzameld, uit woede dat ze tot prostitutie werd gedwongen. Die vrouw was Susan.
Francesca De Masi brengt al sinds 2008 elke week een bezoek aan het detentiecentrum voor vrouwen in Ponte Galeria, in het zuidwesten van Rome. Zij moet onder de gedetineerden de slachtoffers van mensenhandel proberen te vinden, om hun advies en juridische hulp aan te bieden en te zorgen dat ze naar een opvanghuis kunnen. Elke woensdag installeert ze zich er met haar team van Be Free in de bibliotheek, een donkere ruimte met weinig boeken en veel muggen. Soms spreken ze zelf vrouwen aan in de gangen van het detentiecentrum, soms komen de vrouwen op eigen houtje naar de bibliotheek om een praatje te maken. De eerste minuten van elk gesprek zijn cruciaal. Vrouwelijke mensenhandelaars kunnen er samen met hun slachtoffer in detentie zitten. ‘We kunnen niet openlijk zeggen dat we van een organisatie tegen mensenhandel zijn,’ zegt De Masi.
Om de andere week is ook Quinto van de partij, de strafpleiter van Be Free, om vrouwen te helpen die aangifte willen doen tegen een mensenhandelaar. Quinto en De Masi zijn allebei fervente rokers en vertonen in hun omgang met elkaar de aanhankelijke, nietsontziende vertrouwelijkheid van twee zussen. Quinto praat alsof ze altijd haast heeft. ‘Soms geef ik haar onder tafel een schop,’ lacht De Masi. Dan weet Quinto dat ze even rustig aan moet doen. ‘Sommige vrouwen hebben wat tijd nodig om zich bloot te geven.’
Toen De Masi in juli 2015 hoorde over zesenzestig jonge Nigeriaanse vrouwen die al binnen enkele dagen nadat ze per boot in Zuid-Italië waren aangekomen naar dit detentiecentrum in Rome waren overgebracht, had ze haar autosleutels van tafel gegrist en was de deur uit gesneld. Het werd een dag zoals ze nog nooit had meegemaakt. De vrouwen waren doodsbang. Susan was een van hen, ze was uitgeput maar vastbesloten om zich niet het land te laten uitzetten. Ze zaten met veel te veel vrouwen in een veel te warme ruimte. Om zich verstaanbaar te maken boven het paniekerige rumoer, klommen De Masi en andere hulpverleners op een tafel en vroegen luid roepend om aandacht. Ze legden uit dat ze alle vrouwen afzonderlijk wilden spreken.
Toen Susan aan de beurt was, vroeg De Masi: ‘Wie heeft je hier gebracht?’
‘Niemand,’ zei Susan beslist. Ze had trouw gezworen aan Ivie, de vrouw die ze in Edo had ontmoet. Ze wist toen nog niet wat Ivie voor haar in petto had. Susan was er vooral op gebrand in Italië te blijven en haar beschermvrouw buiten schot te houden.
Nadat ze vergeefs had geprobeerd meer over Susan te weten te komen, hielpen De Masi en de immigratieadvocaat haar een asielaanvraag in te dienen. Dat behoedde Susan voor uitzetting, maar omdat ze niet wilde toegeven dat ze in Nigeria door mensenhandelaars was geronseld, moest ze in het detentiecentrum blijven tot ze een maand later voor de asielcommissie zou verschijnen. Daarna zou ze worden overgebracht naar een asielzoekerscentrum.
De Masi was bang dat ze in dat asielzoekerscentrum zou worden opgehaald door haar mensenhandelaar. Opvangcentra voor volwassen asielzoekers zijn trefpunten geworden voor mensenhandelaars en hun slachtoffers. Er zijn zelfs gevallen bekend van vermeende mensenhandelaars die er doodgemoedereerd binnenlopen om iemand op te halen.
De vrees van De Masi werd bewaarheid. Eenmaal in het opvangcentrum bemachtigde Susan een telefoon en nam contact op met Ivie. Na twee maanden haalde Ivie haar daar met de auto op. En toen verdween Susan van de radar.
In Prato belandde Susan in een nachtmerrie. Ivie was woedend dat ze zo weinig geld in het laatje bracht en brulde: ‘Je bent geen serieus meisje.’ Ze moest elke dag van vijf uur ’s middags tot drie uur ’s nachts de straat op, in de kou en de regen. Vrije dagen had ze niet. Koorts of ongesteldheid waren geen excuus, werken moest ze.
Uit woede dat ze zo was voorgelogen besloot Susan haar nieuwe leven in Italië vast te leggen. Ze begon met haar telefoon foto’s te maken van het appartement waar ze werd vastgehouden en ze maakte zelfs stiekem een paar foto’s van Ivie. Ze hield telefoonnummers bij en maakte aantekeningen over wat haar overkwam. Ze wist nog niet of ze er ooit iets mee zou kunnen, maar ze wilde bewijs verzamelen van wat ze te verduren had. Ivie had haar een notitieboekje gegeven waarin ze moest opschrijven hoeveel geld ze elke week aan Ivie gaf en wat ze haar nog schuldig was. Dat boekje was bedoeld als een bewijs van Susans schuldslavernij en om haar eraan te herinneren dat hoe meer klanten ze afwerkte en hoe meer geld ze verdiende, des te sneller ze zogenaamd haar vrijheid zou herwinnen. Maar Susan gebruikte het om haar ervaringen vast te leggen. Elke transactie die ze erin noteerde was een bewijs van wat ze te verduren had.
Er vandoor
Toen Susan in januari 2016 naar een andere stad in Noord-Italië was gebracht, bleef ze zoveel mogelijk details vastleggen. Aanvankelijk stond ze daar onder streng toezicht van een nieuwe madam, maar toen die na een week op reis ging naar Nigeria, kreeg ze te maken met een vrouw die minder strikt was. ‘Toen besloot ik er vandoor te gaan,’ zegt Susan.
Begin februari stopte ze op een ochtend haar telefoon en notitieboekje in een handtas en zei dat ze een afspraak met een klant in een naburig stadje had. In plaats daarvan liep ze naar het station met het plan om de trein naar Rome te nemen. Ze had de contactgegevens nog van de immigratieadvocaat die ze in juli 2015 had gesproken in het detentiecentrum in Ponte Galeria. Bij het station deed Susan haar best om niet op te vallen, doodsbang dat iemand haar zou herkennen. Maar ze had geen geld en moest bij vreemden bedelen om een kaartje te kunnen kopen.
Toen ze eindelijk in de trein zat, ging haar telefoon over. Zowel Ivie als de nieuwe madam probeerde haar te bereiken. Als ze hen bleef wegdrukken, zouden ze beseffen dat er iets niet in de haak was, wist Susan. Ze was vooral bang dat ze wraak zouden nemen op haar moeder. Ze moest een goed excuus bedenken. Toen ze uiteindelijk opnam, zei ze tegen Ivie dat ze niet kon praten omdat ze was opgepakt door de politie. Toen de madam belde, zei ze hetzelfde. Toen gooide ze haar simkaart weg en hoopte maar dat ze haar geloofden en haar en haar familie verder met rust zouden laten.
‘Susan is terug.’ De immigratieadvocaat hing aan de lijn met De Masi. Susan was in Rome aangekomen en had nog voor het vallen van de avond bij haar kantoor aangeklopt. ‘Ze kan nergens heen.’ Binnen een uur was De Masi op het kantoor van de advocaat. Er waren vijf maanden verstreken en ze zagen hier een heel andere Susan dan het stroeve en gesloten meisje dat De Masi in het detentiecentrum had gesproken. ‘Ze was woedend dat ze in gevaar was gebracht door iemand op wie ze had vertrouwd,’ zegt De Masi. Nu wilde Susan wel praten. Ze wilde gerechtigheid. ‘Ze was ziedend,’ zegt De Masi.
Ze nam Susan mee en bracht haar onder in een opvanghuis. In de weken daarna begon ze haar verklaring af te nemen. Susans informatie was gedetailleerd, betrouwbaar en goed gedocumenteerd. ‘Ze had een kopie van haar notitieboekje, foto’s, namen en persoonlijke informatie over haar vrouwenhandelaars,’ zegt De Masi. Aangifte doen kan slachtoffers van vrouwenhandel een beetje het gevoel geven dat ze hun leven weer in eigen hand hebben, aldus De Masi. Carla Quinto wijst erop dat het ook bescherming biedt: als een vrouw aangifte heeft gedaan, zal de politie sneller ingrijpen tegen een mensenhandelaar die haar bedreigt.
Van de zeventig zaken waar Be Free zich elk jaar over buigt, komt het in hooguit drie gevallen tot een rechtszaak, en dan nog bijna nooit voor mensenhandel of slavernij
Maar zelfs met het door Susan verzamelde bewijsmateriaal zou het nog moeilijk worden om haar uitbuiters te vervolgen, wisten De Masi en Quinto. Van de zeventig zaken waar Be Free zich elk jaar over buigt, komt het in hooguit drie gevallen tot een rechtszaak, en dan nog bijna nooit voor mensenhandel of slavernij. De aanklacht wordt meestal geseponeerd of afgezwakt tot uitbuiting of prostitutie, een veel lichter vergrijp. ‘De meeste verdachten worden uiteindelijk berecht voor lichtere vergrijpen die makkelijker te bewijzen zijn,’ legt Quinto uit.
Dat het zo moeilijk is om mensenhandelaars te vervolgen is een wereldwijd probleem. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie telt de wereld momenteel zo’n veertig miljoen slachtoffers van moderne slavernij – meer dan de bevolking van Canada. Maar wereldwijd komen er jaarlijks nog geen twaalfduizend gevallen van mensenhandel voor de rechter, met nog geen tienduizend veroordelingen tot gevolg.
Een van de redenen waarom het zo moeilijk is om mensenhandelaars veroordeeld te krijgen, is dat het bij deze misdaad doorgaans om grote aantallen criminelen gaat die actief zijn in verschillende rechtsgebieden. Op elke fase van haar reis naar Europa was Susan vervoerd door weer een andere groep tussenpersonen die hun operaties telefonisch afstemden met Ivie, haar madam in Italië. In Libië had Susan twee weken opgesloten gezeten in een provisorische gevangenis vol mensen die zaten te wachten op de oversteek naar Europa. De madam belde regelmatig met de Nigeriaanse en Arabische mannen door wie ze daar werden bewaakt. Door de gebrekkige samenwerking met autoriteiten in Nigeria, Niger en Libië is het onmogelijk om onderzoek in te stellen, laat staan tot vervolging over te gaan van de tussenpersonen die bij de smokkel van Susan waren betrokken.
Vanaf 2014 is het aantal politieonderzoeken naar vrouwenhandel in Italië scherp gedaald, terwijl het aantal Nigeriaanse vrouwen en meisjes dat er zonder visum aankomt juist omhoog schoot. Volgens een rapport dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in juni 2020 publiceerde, zijn er in Italië in 2019 nog maar 135 onderzoeken naar iemand ingesteld wegens mensenhandel, tegen 314 in 2018 en 482 in 2017. In het rapport wordt gesteld dat de Italiaanse autoriteiten ‘niet voldeden aan de minimumeisen voor het uitbannen van mensenhandel’. Een van de problemen is het tekort aan West-Afrikaanse tolken die afgeluisterde telefoongesprekken kunnen vertalen. Maar hulpverleners die met de slachtoffers werken, denken dat er bij justitie ook weinig interesse bestaat voor de vervolging van mensenhandelaars, mede omdat de slachtoffers merendeels zwarte vrouwen zijn.
De Masi werkt al meer dan twintig jaar voor Be Free en denkt dat die hardvochtige houding van de autoriteiten tegen migranten niet alleen iets van de laatste tijd is. Toen na de Balkanoorlog de georganiseerde misdaad in het postcommunistische Oost-Europa in opkomst was, zagen De Masi en haar collega’s ook een toename van de handel in vrouwen. Juist de politie haalde toen vaak vrouwen van de straat en bracht ze naar het opvanghuis. Maar in 2009 kwam de rechtse regering van Berlusconi met strengere wetgeving tegen illegale migranten en begon de politie zich anders op te stellen tegen slachtoffers van vrouwenhandel. ‘Voor de politie had het geen prioriteit meer om slachtoffers hulp te bieden en naar een hulporganisatie of opvanghuis te brengen,’ zegt De Masi. ‘Alles was er toen op gericht om te controleren of de vrouwen een verblijfsvergunning hadden. De criminalisering van migratie werd hun prioriteit.’
Averechts
Hoe gevaarlijk het voor getuigen en hun familie ook is, in het Italiaanse systeem is het aan de slachtoffers zelf om aangifte te doen tegen de mensenhandelaar. Dat kan hun familie in het thuisland blootstellen aan vergelding. Italië en Nigeria hebben wel een overeenkomst gesloten waardoor de Italiaanse politie de Nigeriaanse autoriteiten kan inseinen, zodat zij bescherming kunnen bieden aan de familie van een slachtoffer dat aangifte heeft gedaan, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. Alle keren dat De Masi zo’n verzoek tot bescherming indiende, werd er door de betreffende Nigeriaanse instantie niets mee gedaan. Van Quinto’s cliënten zijn al verschillende familieleden belaagd, en van één vrouw is de moeder vermoord.
In maart 2016, ongeveer een maand nadat Susan naar Rome was gevlucht, stuurde Ivie een paar mannen langs bij het huis van haar moeder in Nigeria. Die sloegen haar in elkaar en gaven haar een boodschap voor Susan: ‘Ga terug naar je madam.’ Maar daarmee bereikten ze precies het tegenovergestelde. Toen Susan het van haar moeder hoorde, sterkte het haar alleen maar in haar voornemen. Ze zag aangifte als de enige manier om terug te slaan en haar familie te beschermen.
In mei van dat jaar werd er namens Susan aangifte gedaan tegen Ivie. De Masi en Quinto wisten dat de kans klein was dat Susan gerechtigheid zou krijgen. De uitkomst hangt volgens Quinto vaak af van de houding van de aanklager op wiens bureau de zaak toevallig belandt. Eerdere aangiftes waren al weggewuifd door politieagenten, onderzoeksrechters en openbaar aanklagers die de verhalen van de vrouwen niet serieus namen of de zaak lieten aanslepen omdat het zo moeilijk is genoeg bewijs te verzamelen voor een veroordeling. Maar ditmaal hadden ze geluk.
Haar dossier belandde op de burelen van de antimaffia-afdeling in Florence, niet ver van de plek waar Susan voor het eerst tot prostitutie was gedwongen. Omdat zaken met mensenhandel zo complex zijn, ressorteren ze in Italië onder de lokale antimaffia-afdelingen – speciale eenheden die het Openbaar Ministerie begin jaren negentig in het leven heeft geroepen om justitiële onderzoeken naar de georganiseerde misdaad in Italië te coördineren.
De vrouw die zich over haar dossier boog, was een ervaren aanklager, Angela Pietroiusti. Zij had vijf maanden eerder net een onderzoek naar vrouwenhandel in Toscane ingesteld en daarbij opdracht gegeven het appartement in Prato te observeren waar Ivie haar meisjes onderbracht. Ze legde een dossier aan door de activiteiten van de vrouwen in kaart te brengen, maar ze had inzicht nodig in de communicatie tussen de mensenhandelaars.
‘De informatie uit Susans aangifte strookte volledig met wat wij in ons onderzoek vaststelden,’ zegt Pietroiusti. ‘Ze was enorm betrouwbaar. Ze gaf ons het telefoonnummer van haar madam en de namen van de andere meisjes.’ Als een van de weinige aanklagers die zich met vrouwenhandel bezighouden, kon Pietroiusti de link leggen tussen Susans aangifte en het onderzoek dat ze al had opgestart. Dankzij Susans gedetailleerde informatie kreeg Pietroiusti in juni 2016 toestemming om telefoons af te luisteren.
‘Mensenhandelzaken zijn net zo complex als maffiazaken’
‘Mensenhandelzaken zijn net zo complex als maffiazaken,’ zegt Pietroiusti als ik haar spreek in haar werkkamer met uitzicht op Florence, waar ik in de verte de koepel van Brunelleschi en de Toscaanse heuvels kan zien. Pietroiusti is begin zestig en draagt een vrolijk blauw topje met glitters – een schril contrast met de metaaldetectors bij de ingang van het gebouw en de beveiligers bij haar deur, kille verwijzingen naar de gevaren van haar werk. Ze kent nog alle namen van de slachtoffers in de zaken waaraan ze gewerkt heeft, en die van hun uitbuiters.
Nadat de taps waren gezet, heeft Pietroiusti samen met de rechercheurs en vertalers honderden uren gestopt in het verzamelen van de bewijslast. Het was moeilijk om mensen te vinden die van het Igbo in het Italiaans konden vertalen. De Nigeriaanse gemeenschap in Italië is niet zo groot en de meeste nieuwe migranten willen zichzelf en hun verwanten geen problemen op de hals halen. ‘Maar we hebben er toch een paar gevonden,’ zegt Pietroiusti glimlachend.
Uit telefoontaps en observatie van de verdachten kwam naar voren dat Ivie deel uitmaakte van een internationaal netwerk. Samen met andere madams stuurde ze jonge, soms zelfs minderjarige vrouwen naar verschillende Europese landen. Uit het onderzoek bleek ook dat Ivie zelf eerst een paar jaar als sekswerker op straat had gewerkt voordat ze madam werd. Ze had een bloeiend bedrijf opgezet en haar dochter van vierentwintig geleerd om het voor haar te runnen, om dus vrouwen van haar eigen leeftijd en jonger uit te buiten. Bij het onderzoek kwamen zes tot tien verdachten in beeld, maar in januari 2017 werden slechts vier madams, onder wie de dochter van Ivie, in staat van beschuldiging gesteld wegens het van Nigeria naar Italië smokkelen van zeventien jonge vrouwen en meisjes.
Het had Pietroiusti een jaar gekost om genoeg bewijs te verzamelen voor een verzoek tot een arrestatiebevel, en het zou nog eens twee jaar duren voordat de rechter dat ondertekende. Toen de vier madams eenmaal werden opgepakt, waren er al drie jaar verstreken sinds Susans aangifte. Complexe zaken zoals mensenhandel laten rechters vaak liggen, verzucht Pietroiusti, omdat het zoveel tijd en moeite kost om ze te beoordelen. In Susans zaak ging het om duizenden pagina’s belgegevens en uitgeschreven gesprekken. ‘Ik ben ook niet vrij van zonden,’ zegt Pietroiusti. ‘Maar bij alle verzoeken die ik krijg, probeer ik voorrang te geven aan zaken waarbij de menselijke waardigheid in het geding is.’
De getuigen in dit soort zaken hebben behoefte aan zowel fysieke bescherming – ze wonen vaak in opvanghuizen op geheime adressen – als emotionele ondersteuning. Sommige slachtoffers zijn zo bang voor hun uitbuiters dat ze ontkennen dat ze zijn verhandeld en tot prostitutie gedwongen, zelfs als ze met hun neus op de bewijzen worden gedrukt. Hun verhoor vergt tact en een uitgekiende strategie. Om het voor hen minder traumatisch te maken legt Pietroiusti soms grote afstanden af om ze te kunnen spreken op hun geheime opvangadres, waar ze zich veiliger voelen. En ze heeft als vuistregel: alleen vragen stellen als dat strikt noodzakelijk is. ‘Hoe minder het op een verhoor lijkt hoe beter,’ zegt ze. ‘Het is zwaar voor ze.’ Volstrekte geheimhouding is ook geboden. ‘Je kunt ze nog zo op het hart drukken om er niet over te praten, het blijven meisjes – ze kunnen iets laten vallen tegen een vriendin, en dan gaat het rondzingen dat er een onderzoek loopt.’
Dat de slachtoffers illegaal in Italië zijn en de politie niet vertrouwen, maakt ze des te afhankelijker van hun uitbuiters
Behalve uit de getuigenverklaringen bleek ook uit de telefoontaps met hoeveel geweld de slachtoffers dagelijks te maken krijgen. Eén minderjarig meisje, Marianne, werd onder bedreiging van een vuurwapen verkracht door een klant – een man die zich had voorgedaan als rechercheur – en vervolgens gedwongen een abortus te ondergaan. Ze was in 2016 naar Italië gesmokkeld door dezelfde vrouw die Susan had gehaald. En haar madam was kwaad dat Marianne zo weinig verdiende: ‘Je bent niet naar Europa gekomen om te spelen!’ beet ze haar toe in een door de politie opgenomen telefoongesprek.
Toen Pietroiusti besefte dat Marianne minderjarig was, liet ze haar in augustus 2016 aanhouden door de politie en overbrengen naar een opvangcentrum voor minderjarigen, terwijl het onderzoek naar de andere vrouwen doorliep. Maar Marianne, bang en alleen, liep weg uit de opvang en ging terug naar haar madam, de enige volwassene die zij in Italië kende. Dat de slachtoffers illegaal in Italië zijn en de politie niet vertrouwen, maakt ze des te afhankelijker van hun uitbuiters.
Marianne werd een tweede keer aangehouden en weer naar een opvanghuis gebracht, maar sloeg ook nu weer op de vlucht. Hierna stuurde de madam haar naar Frankrijk, samen met een ander minderjarig meisje – ze had het over ‘de kleintjes’, zegt Pietroiusti. Toen er eenmaal een arrestatiebevel tegen de vier Nigeriaanse vrouwenhandelaars werd uitgevaardigd, waren die meisjes al spoorloos.
Zulke zaken gaan je niet in de koude kleren zitten, zegt Pietroiusti. ‘Je ligt er wakker van.’
De Masi keek ervan op toen ze hoorde dat Susans bewijsmateriaal uiteindelijk tot arrestaties had geleid. ‘Het was alweer zo lang geleden, ik dacht dat de zaak geseponeerd was,’ zegt ze. In juli zou een eerste hoorzitting plaatsvinden en Susan nam de trein naar Florence. Ze was nerveus maar vastberaden. Het was een opluchting om op het station te worden opgewacht door De Masi en Quinto.
Be Free huurde een appartement waar Quinto haar kon helpen zich op het getuigenverhoor voor te bereiden. De advocaat regelde het belangrijkste: dat de vrouw door wie Susan was uitgebuit haar niet te zien zou krijgen. De rechter zou de getuigen in de rechtszaal ondervragen, maar de verdachten zouden de zitting via een videoverbinding volgen vanuit een andere ruimte in de rechtbank. De getuigen zouden alleen op de rug worden gefilmd.
‘Jij verdient de prinsessenkamer,’ zei De Masi tegen Susan, en ze gaf haar de grootste kamer in het appartement, met een groot tweepersoonsbed en tv. Susan moest lachen, blij met de privacy en het comfort van het appartement. Ze had jaren in een opvangtehuis gezeten, waar ze haar kamer, de badkamer en de keuken met andere vrouwen moest delen. Voordat ze ging slapen, nam ze nog een paar selfies met De Masi en Quinto. ‘Het was leuk om daar met hen tweeën te zitten, ze zijn zo grappig,’ zegt Susan lachend, en dat doet me denken aan iets wat ik Quinto, met haar kortgeknipte grijszwarte haren en haar eeuwige spijkerbroek en gympen, vaak hoor zeggen: ‘Cliënten mogen mij wel omdat ik er niet uitzie als een advocaat.’
‘Ik moet succesvol zijn’
Op de ochtend van de hoorzitting droeg Susan een fleurig T-shirt met de tekst: ‘Ik moet succesvol zijn.’ Negen slachtoffers zouden op de zitting verklaringen afleggen. Om te voorkomen dat ze hun uitbuiters zouden tegenkomen, liet Pietroiusti hen de zitting afwachten in haar werkkamer. Toen de andere slachtoffers arriveerden, werd Susan in gedachten teruggevoerd naar haar eenzame, hopeloze tijd bij die meisjes in huis. Vooral bij het zien van Hillary raakte ze van slag. ‘Zij is slecht,’ zei ze tegen De Masi, terugdenkend aan hoe Hillary haar en de andere meisjes onder de duim hield. De Masi zei tegen Susan dat Hillary volgens haar net zo goed een slachtoffer was.
Hillary had als enige haar schuld van dertigduizend euro afbetaald. Haar madam had de laatste aflossing gevierd met een verzoek om nog tweeduizend euro, als ‘gift’, en het aanbod dat Hillary daarna zelf madam kon worden. Hillary’s vader, die in Nigeria woonde, had met Ivie samengespannen en zowel zijn dochter als andere meisjes voor haar geronseld. Uit het onderzoek kwam naar voren dat hij Hillary onder druk had gezet om overuren te maken, zodat ze haar schuld kon afbetalen en zelf madam kon worden – een stap die ze nooit heeft gezet.
Terwijl Susan zat te wachten tot ze aan de beurt was om een verklaring af te leggen, liep de spanning in de kamer op. Een van de slachtoffers kreeg enorme hoofdpijn. ‘Het is de juju!’ schreeuwde ze. Ze was ervan overtuigd dat ze gestraft werd omdat ze op het punt stond haar madam te verraden, aan wie ze in Nigeria trouw had gezworen. Het traditionele juju-ritueel is angstaanjagend en houdt de meisjes nog lang nadat ze uit hun land zijn vertrokken in de ban. ‘Het gebruik van deze oeroude, van generatie op generatie overgeleverde geloofssystemen is een vorm van psychische dwang die veel sterker is dan geweld,’ tekende The Guardian in 2017 op uit de mond van prinses Inyang Okokon, hoofd van de hulporganisatie PIAM Onlus.
De andere vrouwen begonnen ook bang te worden en De Masi haalde haar telefoon tevoorschijn. In 2018 had ze in de Nigeriaanse deelstaat Edo twee maanden onderzoek gedaan naar de strijd die in het land zelf tegen mensenhandel werd gevoerd. In het kader daarvan had Oba Ewuare II, de spirituele leider van het koninkrijk Benin, dat jaar een gewijde ceremonie uitgevoerd om alle vervloekingen waarmee de schuldslavernij was bezegeld te verbreken en de slachtoffers van hun eed te verlossen. De Masi had dat gefilmd en liet haar opname van de ceremonie aan de meisjes zien. ‘Toen kwam iedereen tot bedaren,’ zegt ze.
Susan beefde toen ze aan de beurt was om voor de rechter te verschijnen, maar ze was snel over haar zenuwen heen. ‘Ik begon de waarheid te vertellen, daar werd ik zo ontspannen van,’ zegt ze. Het was alsof er een last van haar afviel.
‘Het voelde alsof dit niet alleen gerechtigheid was voor Susan, maar voor alle vrouwen met wie we hadden gewerkt’
Het proces zou vijf maanden later plaatsvinden, op 13 december 2019. De verdachten hadden gekozen voor een snelrechtproces — een instrument om de rechtsgang te versnellen, waarbij de verdachte in geval van een veroordeling kans maakt op strafvermindering. Het hele proces zou maar één dag duren. De slachtoffers hoefden de zitting niet bij te wonen, maar De Masi en Quinto gingen wel kijken hoe de vrouwenhandelaars die zoveel leed hadden aangericht hier werden berecht. ‘Dat wilde ik echt voor geen goud missen,’ zegt De Masi.
Na de slotpleidooien werden ze door Angela Pietroiusti uitgenodigd om de uitspraak van de rechter in haar werkkamer af te wachten. Ze kletsten wat en staken de ene sigaret na de andere op.
Om zeven uur die avond ging Pietroiusti’s telefoon. De vier verdachten waren veroordeeld tot in totaal vijfenveertig jaar cel voor het verhandelen en in slavernij houden van tien meisjes. De Masi moest huilen toen ze het hoorde. ‘Het voelde alsof dit niet alleen gerechtigheid was voor Susan, maar voor alle vrouwen met wie we hadden gewerkt,’ zegt ze. De Masi en Quinto kochten een fles wijn om het in de trein terug naar Rome te vieren. Toen hun trein vertrok, belden ze Susan om te vertellen dat Ivie tot zestien jaar en acht maanden was veroordeeld. ‘O Jezus!’ gilde een dolblije Susan.
De rechter veroordeelde de vrouwenhandelaar ook tot het betalen van tachtigduizend euro compensatie aan Susan en tienduizend euro voor gemaakte kosten aan Be Free. Maar dat geld zullen ze waarschijnlijk nooit zien. Mensenhandelaars sluizen hun winsten meestal door naar hun thuisland (in de afgeluisterde gesprekken had Susans madam gepocht dat ze meerdere huizen in Nigeria bezat) en houden geen bezittingen aan in Italië.
Niet iedereen die een rol in Susans uitbuiting heeft gespeeld, is door justitie vervolgd. De madam in Noord-Italië waar ze naartoe was gestuurd, is nooit gevonden, evenmin als de smokkelaars met wie ze van Nigeria naar Italië is gereisd. Justitie gaat meestal achter de madams aan, maar Quinto wijst erop dat 90 procent van hen ooit zelf onder dwang in de prostitutie is beland. De mannen die in Libië, Europa en Nigeria aan de touwtjes trekken, blijven buiten schot.
Voor Susan was de veroordeling van Ivie meer dan ze had durven hopen. Maar haar eigen situatie werd er niet gemakkelijker op. In het najaar van 2018 is met het zogeheten Salvini-decreet – vernoemd naar de radicaal-rechtse politicus die toen vicepremier was – een serie maatregelen ingevoerd die het voor slachtoffers van mensenhandel zoals Susan moeilijker maakt om hun verblijfsstatus te verlengen en een nieuw leven op te bouwen.
Vier jaar nadat ze aan haar uitbuiters wist te ontsnappen en de aangifte deed die uiteindelijk een internationaal netwerk van vrouwenhandel heeft blootgelegd, verkeert ze zelf nog steeds in onzekerheid. Ze heeft geen werkvergunning. Ze zou graag weer naar school gaan, maar ze wil bovenal werk vinden om haar familie thuis te kunnen helpen. ‘Ik wil alles doen,’ zegt ze. ‘Als ik kon kiezen, zou ik het liefst oude vrouwen helpen.’ Ze is nu in afwachting van een beslissing van de Italiaanse asielcommissie, die moet beoordelen of haar verblijfsvergunning kan worden verlengd.
De Masi staat haar bij in haar strijd om in Italië te blijven en een nieuw leven op te bouwen. Als een van de kroongetuigen in een proces over vrouwenhandel zou ze bij een terugkeer naar Nigeria veel te veel gevaar lopen. ‘We moeten eigenlijk de rode loper uitrollen voor slachtoffers van mensenhandel,’ zegt De Masi. ‘Van de immigratiedienst tot het OM, overal zou voor hen de deur wijd open moeten staan. Maar het blijft allemaal zo moeilijk.’
De wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria is een schrijnend voorbeeld van de straffeloosheid van multinationals. Boosdoener Shell achtte zich niet verantwoordelijk voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. Maar het Britse hooggerechtshof oordeelde anders.
Op 12 februari 2021 oordeelde het Britse hooggerechtshof dat de Brits-Nederlandse oliegigant Shell voor de Engelse rechter kan worden gedaagd door twee Nigeriaanse gemeenschappen die decennialang ernstige schade hebben geleden door olievervuiling. De uitspraak is een mijlpaal in de strijd voor de verantwoordingsplicht van multinationals. Het hooggerechtshof heeft nu, zowel in de zaak Okpabi versus Shell als in zijn eerdere uitspraak in 2019 in de zaak Lungowe versus Vedanta, unaniem bepaald dat moedermaatschappijen juridisch aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die door hun buitenlandse dochters is aangericht. Het vergde jaren van procederen om tot dit punt te komen.
Klimaatzaak tegen Shell
Een rechtbank in Den Haag heeft op woensdag 26 mei Royal Dutch Shell bevolen om haar wereldwijde CO2-uitstoot tegen eind 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019, in een baanbrekende zaak die was aangespannen door Milieudefensie en meer dan 17.000 mede-eisers.
Het duurzaamheidsbeleid van de oliegigant werd door de Nederlandse rechtbank onvoldoende ‘concreet’ bevonden in een ongekende uitspraak, die verstrekkende gevolgen zal hebben voor de energie-industrie en andere vervuilende multinationals, schrijft The Guardian.
Shell, dat zegt tegen het vonnis in beroep te zullen gaan, was volgens de Carbon Majors-database in de periode 1988-2015 de negende grootste vervuiler ter wereld, aldus het Britse dagblad.
De zaak-Okpabi was een vijf jaar durend juridisch gevecht waarin Shell aanvoerde dat zij in het Verenigd Koninkrijk niet wettelijk verantwoordelijk kon worden gehouden voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. De meer dan tien jaar durende parallelle rechtszaak in Nederland culmineerde in de recente uitspraak van het Nederlandse gerechtshof dat Shell aansprakelijk stelde voor de geleden olieschade door twee gemeenschappen. Deze vonnissen hebben een juridisch kader voor de toekomst geschapen en de weg vrijgemaakt voor andere internationale mensenrechten- en milieuzaken in Britse rechtbanken tegen bedrijven die zich schuldig maken aan wangedrag. Voor gemeenschappen over de hele wereld die machteloos stonden tegenover multinationals gloort er na deze uitspraken nieuwe hoop.
Zuigelingen in de Nigerdelta hebben tweemaal zoveel kans om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont
Weinig situaties illustreren het huidige probleem van de straffeloosheid van multinationals zo duidelijk als de wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria. Deskundigen schatten dat de bewoners van de Nigerdelta de afgelopen vijftig jaar jaarlijks te maken hebben gehad met olielekkages die vergelijkbaar zijn met de door Exxon Valdez veroorzaakte milieuramp in Alaska: gemiddeld zo’n 240.000 vaten per jaar. Achter deze statistieken gaat een menselijke tragedie van ongekende proporties schuil. De vervuiling leidt tot ernstige gezondheidsproblemen en een verhoogd sterftecijfer onder de lokale bevolking.
Uit een recente studie van de universiteit van St. Gallen in Zwitserland blijkt dat zuigelingen in de Nigerdelta tweemaal zoveel kans hebben om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont. Dit komt neer op een schandalig aantal van elfduizend vroegtijdige sterfgevallen per jaar. De situatie is bijzonder schrijnend in Ogoniland, van waaruit Ken Saro-Wiwa begin jaren negentig strijd voerde tegen Shell.
In 2011 meldde de milieuorganisatie van de Verenigde Naties (UNEP) in haar rapport over Ogoniland dat de bevolking dagelijks is blootgesteld aan ernstige olievervuiling, die heeft geleid tot verontreinigde lucht, landbouwgrond en waterbronnen. Volgens de bevindingen van UNEP was de volksgezondheid ernstig in gevaar. Kort na publicatie van het rapport werden er borden rond de getroffen gebieden geplaatst, waarop duidelijk werd gemaakt dat het drinkwater ongeschikt was voor menselijke consumptie en dat grote delen van het land en de waterwegen onveilig waren.
Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken?
UNEP drong aan op ‘’s werelds grootste schoonmaakoperatie in de geschiedenis’. Het is schokkend om te zien dat het gebied tien jaar na dato nog altijd zwaar is vervuild, dat schoonmaak nooit heeft plaatsgevonden en dat de bewoners nog altijd water drinken uit verontreinigde putten. De indertijd geplaatste waarschuwingsborden zijn inmiddels verroest en nauwelijks leesbaar.
Zwakke regelgeving
Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken? Kort gezegd biedt de zwakke regelgeving ruimte aan inhalige bedrijven die geen geld willen investeren in hun infrastructuur en hun olievervuiling weigeren op te ruimen, waardoor honderden gemeenschappen met pijpleidingen van oliereuzen op hun land al tientallen jaren zwaar verontreinigd achterblijven – zonder dat de vervuiling wordt opgeruimd en zonder enige compensatie. Aangezien de kans op een eerlijk proces in Nigeria nihil is, wenden steeds meer gemeenschappen zich tot westerse rechters om de moederbedrijven die de vruchten plukken van de Nigeriaanse oliewinning ter verantwoording te roepen.
De Ogale- en Bille-gemeenschap, zo’n 50.000 boeren en vissers die schade hebben geleden door decennialange olievervuiling, namen in 2016 het Britse advocatenkantoor Leigh Day in de arm om Shell voor de rechter te dagen en het opruimen van de verontreiniging en schadevergoeding te eisen. De dorpsgemeenschappen betoogden dat Shell de supervisie en de zeggenschap had over Shell Nigeria en dat het moederbedrijf daarom direct aansprakelijk was voor de tekortkomingen van haar dochters. In reactie daarop stelde Shell dat de band tussen moeder en dochter zo los is dat ze nauwelijks meer is dan een aandeelhouder.
Het olieconcern trachtte de rechters ervan te overtuigen dat de moedermaatschappij niet aan de touwtjes trok in Nigeria en dat Shell Nigeria werd aangestuurd door andere onderdelen van Shell, niet door de moedermaatschappij zelf. Tegelijkertijd weigerde Shell interne stukken te overhandigen die licht zouden werpen op de werkelijke relatie tussen het moederbedrijf en haar dochter.
Aansprakelijkheid
De Britse lagere hoven – het gerechtshof en het hof van beroep – hadden zich door de argumenten van Shell laten overtuigen en verwierpen de zaak al in het stadium waarin de rechterlijke bevoegdheid werd bepaald. Het hof van beroep oordeelde dat de eisende partij duidelijk bewijs van ‘operationele controle’ moest leveren, wat natuurlijk onmogelijk was zonder toegang tot interne bedrijfsdocumenten. Het hof stelde tevens dat de mondiale beleidskaders die van moederbedrijven naar beneden worden doorgegeven in principe nooit aanleiding kunnen geven tot wettelijke aansprakelijkheid.
Het Britse hooggerechtshof was het hier in februari niet mee eens. Het stelde het hof van beroep unaniem in het ongelijk en oordeelde dat er een goed verdedigbare zaak tegen Shell bestond. De rechters oordeelden dat de lagere rechtbanken te snel hadden gehandeld door een soort miniproces te voeren, nog voordat er stukken openbaar waren gemaakt en getuigenverklaringen waren gehoord. Bovendien hadden ze geen rekening gehouden met het ‘evidente belang’ van interne documenten die licht zouden kunnen werpen op de ware aard van de relatie tussen de moeder- en dochterbedrijven. Belangrijk is ook dat het hooggerechtshof de beperkte definitie van de aansprakelijkheid van het moederbedrijf waar het hof van beroep van uitging, heeft verworpen.
Een moedermaatschappij is niet alleen aansprakelijk wanneer er een ‘zeggenschapsrelatie’ bestaat maar ook wanneer sprake is van supervisie, advies of andere vormen van bemoeienis die niet direct als zeggenschap kunnen worden aangemerkt. Daaronder zouden ook mondiale beleidskaders vallen, die door eventuele tekortkomingen schade kunnen veroorzaken. Opmerkelijk is dat het hooggerechtshof oordeelde dat ook publieke toezeggingen van een moederbedrijf als wettelijke verplichting kunnen worden afgedwongen wanneer het bedrijf ze niet inlost. Het lijkt erop dat het hooggerechtshof van multinationals verwacht dat zij hun verplichtingen nakomen.
Natuurlijk is de Nigerdelta slechts één voorbeeld van het veel grotere probleem van de onaantastbare positie van multinationals in ontwikkelingslanden. De uitspraak van het Britse hooggerechtshof zal verstrekkende gevolgen hebben voor de verantwoordingsplicht van bedrijven, en gemarginaliseerde gemeenschappen over de hele wereld zullen er in de rechtbank een beroep op doen. Deze ontwikkeling wordt nog versterkt door belangrijke wetgevingsinitiatieven in de EU om bedrijven te verplichten mensenrechten te respecteren en onderzoek te doen naar eventuele schendingen daarvan bij hun dochterondernemingen en in hun toeleveringsketen.
Het tijdperk van de straffeloosheid van multinationals loopt ten einde. Voor de getroffen gemeenschappen over de hele wereld is dat natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar tevens iets wat al lang geleden had moeten gebeuren.
Bezoek een willekeurig Europees museum en binnen de kortste keren sta je oog-in-oog met objecten die in het koloniale tijdperk zijn geroofd uit Afrika en elders. Al decennia woeden discussies over teruggave. Groot-Brittannië komt steeds meer onder vuur te liggen, zeker nu Duitsland en Nederland hebben besloten delen uit hun collecties terug te geven aan de landen van herkomst.
Enkele weken geleden gaf Monika Grütters, de Duitse minister van Cultuur, opdracht aan de voorzitter van de Pruisische Stichting Cultureel Erfgoed, om een route te ontwikkelen die erin voorziet dat roofkunst in Duits bezit wordt teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren.
Centraal staat een groep kunstvoorwerpen die wordt aangeduid met de naam Benin Bronzes. Die complete groep bestaat uit duizenden artefacten, waaronder koperen reliëfs, bronzen sculpturen en ivoorsnijwerk, die door Britse troepen in 1897 uit het huidige Nigeria werden geroofd tijdens een strafexpeditie.
Een deel van de Benin Bronzes kwam terecht in Duitsland. Inmiddels heeft een delegatie van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken Benin City in Nigeria bezocht om permanente restitutie door Duitse musea te bespreken. Naar verwachting zullen de afspraken over teruggave tegen de zomer zijn afgerond.
Dat is niets minder dan een doorbraak, aldus Deutsche Welle. Het feit dat politici het woord restitutie gebruiken, is het begin van een enorme verandering in de mondiale geografie van kunst, zo citeert Deutsche Welle Benedicte Savoy, een historica die al vele jaren onderzoek doet naar het onderwerp roofkunst.
‘Het proces begon in 2016 toen Emmanuel Macron aankondigde binnen vijf jaar objecten naar Afrika terug te willen sturen’, aldus Savoy. Het duurde nog drie jaar voordat het Franse parlement in december 2019 besloot zesentwintig objecten terug te sturen, maar het bracht de bal aan het rollen en zo kwam ook Duitsland in beweging.
Eerste stappen
Het is dan ook hoog tijd, want al sinds Nigeria onafhankelijk werd in 1960, pleit het land voor teruggave van de Benin Bronzes, weet Hyperallergic. De samenwerking van de Duitse delegatie met Nigeriaanse functionarissen over een gecoördineerde restitutiestrategie, betreft honderden Benin Bronzes in de collectie van het Etnologisch Museum in Berlijn.
Afrikaanse wetenschappers en activisten verwelkomen de Duitse stappen om de Benin Bronzes in zijn openbare collecties permanent terug te geven, schrijftThe Art Newspaper. De verwachting is dat dit zal leiden tot verdere restitutie van artefacten die uit voormalige koloniën zijn geroofd en die zich nu in collecties van westerse musea bevinden.
‘De kwestie van teruggave van cultureel erfgoed maakt deel uit van een eerlijke benadering van de koloniale geschiedenis’, zo citeert The Art Newspaper de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas. ‘Het is een kwestie van gerechtigheid. In het geval van de Benin Bronzes werken Nigeria en Duitsland samen om een gedeelde structuur te creëren, vooral wat betreft museale samenwerking met het geplande Museum of West African Art in Benin City.’
Souleymane Bachir Diagne, een Senegalese filosoof en directeur van het Institute of African Studies aan de Columbia University in New York, prijst het initiatief van de Duitse regering. ‘Duitsland heeft echt het voortouw genomen’, zegt hij. ‘Vooral de bronzen beelden uit Benin zijn belangrijk: het zijn waarschijnlijk de bekendste en meest geroemde kunstvoorwerpen. De terugkeer van deze oorlogsbuit heeft een bijzondere betekenis.’
Nederland
Volgens The Art Newspaper is ook Nederland een van de eerste landen die stappen tot restitutie heeft gezet: ‘De Nederlandse regering heeft een plan goedgekeurd om artefacten te repatriëren die uit voormalige koloniën zijn verwijderd, en heeft aanbevelingen overgenomen van een adviescommissie die oproept tot de “erkenning dat er onrecht is gedaan aan de lokale bevolking van voormalige koloniale gebieden toen cultuurgoederen tegen hun wil werden meegenomen”.
De commissie, voorgezeten door Lilian Gonçalves-Ho Kang You, heeft vorig jaar aanbevolen dat musea niet alleen claims in overweging zouden nemen voor items waarvan bekend is dat ze zijn geplunderd, maar ook verzoeken om teruggave van items zonder volledige herkomstgegevens, vooral in gevallen waarin de objecten van “cultureel, historisch of religieus belang zijn voor het bronland”.’
Volgens Jos van Beurden, auteur van een invloedrijk proefschrift uit 2016 dat in het Engels werd gepubliceerd als Treasures in Trusted Hands, staat Nederland, althans voorlopig, met het nieuwe beleid in de voorhoede van de Europese inspanningen om acquisities uit het koloniale tijdperk te repatriëren, zo schrijft The Art Newspaper.
‘Het zal nog even duren, maar de ontwikkeling is niet te stoppen’, meent ook Achille Mbembe, een Kameroense filosoof en professor aan de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg. ‘Er is gewoon geen enkele morele grond om Afrikaanse artefacten in westerse musea vast te blijven houden.’
Ook de Universiteit van Aberdeen in Schotland heeft inmiddels aangekondigd een Benin-beeld terug te geven en daarmee is het een van de eerste openbare instellingen die zich tot repatriëring verplicht. Het zijn eerste stappen, maar de echte doorbraak zal pas komen als ook het British Museum in Londen zich committeert, want dat herbergt meer dan negenhonderd Benin-objecten.
‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes’
Iemand die zeer uitgesproken is over de verplichting tot teruggave is de Brit Dan Hicks, Professor Hedendaagse Archeologie aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceerde eind vorig jaar het boek The Brutish Museums (De Brute Musea, in plaats van de Britse Musea). Het boek, dat als ondertitel heeft The Benin bronzes, Colonial violence and Cultural restitution, werd onder meer besproken door The New York Review of Booksen The Guardianen het werd door The New York Times opgenomen in de lijst van twintig belangrijkste kunstboeken van 2020. Volgens Hicks zijn de Benin Bronzes verspreid over meer dan honderdzestig museumcollecties wereldwijd, waaronder veel regionale museumcollecties.
Recent was Hicks te gast in een podcast, waarin de problematiek rond de Benin Bronzes als volgt wordt geïntroduceerd: ‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes, een verzameling van duizenden koperen plaquettes en gebeeldhouwde ivoren slagtanden die de geschiedenis weergeven van het Koninklijke Hof van Benin in Nigeria. De verzameling werd buitgemaakt tijdens een Britse aanval in 1897 en werd overgedragen aan koningin Victoria, het British Museum en talloze privécollecties.
Nu, meer dan honderdtwintig jaar later, vormt het verhaal van de Benin Bronzes de kern van een verhit debat over culturele restitutie, repatriëring en dekolonisatie van musea. In The Brutish Museums pleit Dan Hicks krachtig voor de spoedige teruggave van dergelijke objecten, als onderdeel van een breder project om de uitstaande schulden van het kolonialisme te vereffenen.’
Queen Elizabeth
Na de publicatie van zijn boek pakt Hicks stevig door, want in een opinie-artikel voor The Guardian, getiteld ‘Als de koningin niets te verbergen heeft, moet ze ons vertellen welke kunstvoorwerpen ze bezit’, eiste hij vorige week dat niet alleen musea maar ook de Britse koningin Elizabeth openheid van zaken geeft over de herkomst van haar privécollectie. Hicks schreef zijn artikel uit verbazing over het feit dat de Britse koninklijke familie, met een roemrucht verleden wat betreft de verwerving van geroofde kunstvoorwerpen, is vrijgesteld van een wet ter bescherming van cultureel erfgoed.
‘Als Britse musea alle gestolen spullen zouden teruggeven, zouden ze leeg zijn en zouden ze allemaal moeten sluiten.’ Hicks opent zijn artikel met dit in Groot-Brittannië vaak geopperde schrikbeeld. Maar, schrijft hij, deze gedachte verwart noodzakelijke, verlichte hervormingen met een beeldenstorm. Sinds de jaren negentig bekijken we de teruggave van door nazi’s geroofde kunstwerken en van menselijke resten van geval tot geval. Die werkwijze heeft het belang van musea niet kleiner gemaakt, maar heeft ze domweg in overeenstemming gebracht met de eisen van onze tijd.
Eenzelfde gang van zaken is nu zichtbaar rond verzoeken om de teruggave van gestolen Afrikaans erfgoed, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de aankondiging van de Universiteit van Aberdeen om een geroofd Benin-beeld terug te geven aan Nigeria, aldus Hicks. De tijden veranderen. Er is een aardverschuiving opgetreden in wat museumbezoekers verlangen van de instellingen waar ze van houden.
We zien een groeiend ethisch besef als het om mode en kleding gaat, en op eenzelfde manier willen mensen tegenwoordig weten waar de cultuur die ze consumeren vandaan komt. Hoe zijn die voorwerpen hier terechtgekomen? Is er iemand die om teruggave vraagt? Hicks merkt op dat er in Duitsland zelfs campagnes zijn gestart om museumarchieven online te openbaren, zodat museumbezoekers zelf de feiten van koloniale plundering kunnen onderzoeken. Kortom, het publiek eist in toenemende mate transparantie over diefstal.
Verdrag van Den Haag
Deze vraag naar transparantie, schrijft Hicks, komt scherp in beeld door het opmerkelijke nieuws dat de privébezittingen van Hare Majesteit zijn vrijgesteld van de Wet op Cultureel Eigendom van 2017. Deze wet kan nauwelijks omstreden zijn, want hij is ruim vijftig jaar na dato een bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag uit 1954. De Wet op Cultureel Eigendom maakt het strafbaar om onrechtmatig geëxporteerd cultuurgoed te kopen of te ontvangen als schenking of lening, ongeacht de datum van die export.
Het idee dat de politie de koninklijke privélandgoederen Balmoral en Sandringham van de koningin zal doorzoeken naar gestolen goederen lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar Hicks wijst er fijntjes op dat een schilderij uit de Nederlandse koninklijke collectie in 2015 werd geïdentificeerd als nazibuit. Net als musea loopt ook de Britse koninklijke familie het risico illegale oudheden, tijdens de Holocaust gestolen kunstwerken of koloniaal roofgoed als lening of geschenk te hebben ontvangen. Voor zowel musea als het koninklijk huis zijn zorgvuldigheid en transparantie een natuurlijke, ethische verantwoordelijkheid.
Dan is er ook nog de kwestie van de Royal Collection van de Britse koninklijke familie, de grootste particuliere kunstcollectie ter wereld. ‘Denk bijvoorbeeld aan de gouden tijgerkop met ogen van bergkristal en tanden die van de troon van Tipu Sultan van Mysore werden gerukt tijdens de bestorming van Seringapatam in 1799, waarbij de sultan werd vermoord; in 1831 door ambtenaren van de East India Company geschonken aan William IV’.
Of, vervolgt Hicks, de ‘krobonkye’, een muts van antilopenleer met stroken van gehamerd goud in de vorm van een krokodil waarvan gezegd wordt dat hij toebehoorde aan Kofi Karikari, de koning van de Ashanti. De muts werd geroofd toen Karikari werd afgezet door Britse troepen in de Ashanti-oorlog van 1874 en Sir Garnet Wolseley toezicht hield op de plundering van de koninklijke paleizen in Kumasi.
Er is de gebeeldhouwde houten trommel van Emir Wad Bishara, meegenomen na zijn nederlaag bij de bloedige slag om Omdurman in 1898 waarbij Britse machinegeweren 12.000 mensen neermaaiden en nog eens 13.000 verwondden. De trommel werd als trofee aan koningin Victoria aangeboden door generaal-majoor Herbert Kitchener, de ‘Sirdar’ (opperbevelhebber) van het Egyptische leger.
Er is een paar uitgesneden ivoren luipaarden, waarvan de vlekken in koper zijn weergegeven. Ze werden in 1897 aan koningin Victoria aangeboden door admiraal Sir Harry Rawson nadat hij op brute wijze Benin City in Nigeria had geplunderd en koning Ovonramwen Nogbaisi had afgezet en hem in ballingschap had gestuurd.
Looty (‘Plundertje’)
Koningin Victoria ging zelfs zo ver dat ze een speciale tentoonstelling liet maken voor dergelijke objecten die waren gestolen bij gewelddadige onttroningen van rivaliserende vorsten. Op vrijdag 18 juni 1897 begon de tiendaagse ‘Koninginneweek’ ter gelegenheid van Victoria’s diamanten jubileum met de opening van een permanente tentoonstelling van gestolen voorwerpen. In de Grand Vestibule van Windsor Castle werden tien elektrisch verlichte vitrines van eikenhout geïnstalleerd, voor wat destijds werd aangekondigd als ‘een museum met relikwieën van voormalige vorsten’.
Voorwerpen die waren geroofd van afgezette koningen, emirs en sultans, van India tot Ghana, van Soedan tot Nigeria en elders in het Britse rijk, werden uit de opslag gehaald en geïnstalleerd in het deel van de staatsappartementen dat werd gebruikt om internationale bezoekers te ontvangen. Victoria kreeg zelfs een hondje genaamd Looty (‘Plundertje’), een pekinees die bij de vernietiging van het Zomerpaleis van Peking in 1860 van keizerin-weduwe Cixi werd weggenomen en naar Balmoral werd verscheept.
De vitrines in de Grand Vestibule zijn er nog steeds. En ook de koninklijke collecties groeien nog steeds, schrijft Hicks. ‘Een voorbeeld in mijn boek The Brutish Museums illustreert het belang van transparantie, aangezien geschenken aan de vorst zo vaak een complexe geschiedenis hebben. Het betreft een bronzen kop van Benin die werd geroofd tijdens de aanval van 1897 en daarna op een veiling werd gekocht door Nigeria voor het nationale museum in Lagos in de jaren vijftig.
Vervolgens keerde het object volledig legaal terug naar Londen, als geschenk aan de koningin door generaal Yakubu Gowon tijdens een staatsbezoek in 1973. Moet deze koninklijke schat nu voor een tweede keer naar Nigeria worden teruggebracht? Het antwoord is in ieder geval niet te vinden op de website van Royal Collection Trust, waar de uitstallingen van Windsor nog steeds eufemistisch worden beschreven als een illustratie van “de complexe manieren waarop Britse monarchen contact hebben gehad met volkeren over de hele wereld”.’
Waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw
Hoe verbinden we de netelige kwestie van kolonialisme in de victoriaanse musea met de netelige kwestie van aanhoudend feodalisme, die in de vorm van een monarchie nog steeds aanwezig is in het laatkapitalisme? In beide anachronistische domeinen verdient het publiek in ieder geval te weten of cultureel eigendom afkomstig is van diefstal. Want, aldus Hicks, waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw.
In het koloniale tijdperk beschouwde de Britse koninklijke macht onteigening als legitiem. In de volstrekt andere wereld van vandaag vereist culturele legitimiteit dat stelen niet triomfantelijk wordt getoond, noch verborgen wordt of toegedekt, maar zichtbaar wordt gemaakt zodat mensen zelf kunnen oordelen.
De Egyptische schrijfster Ahdaf Soueif stapte in 2019 op als bestuurslid van het British Museum. Soueif besloot daartoe vanwege sponsoring door BP én vanwege de houding van het museum te aanzien van repatriëring van geroofde kunstvoorwerpen. Hicks noemt die stap ‘een indicatie dat eisen over de terugkeer van koloniaal roofgoed, net zoals protesten over sponsoring door oliebedrijven van theaters, musea en kunsthuizen, deel uitmaken van een bredere, groeiende overtuiging dat sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid hand in hand moeten gaan met “culturele rechtvaardigheid”.
Politiek van transparantie moet ook een politiek van inclusiviteit zijn. Hoe kunnen we breken met eenzijdige processen die worden gedicteerd door degenen die gestolen goederen in bezit hebben? Hoe geven we eisers een respectvolle plaats? Van de inventarislijsten van onze nationale musea tot wat het ook is dat aan de muren van Sandringham House hangt: het Britse publiek en de wereld verdienen openheid als het gaat om kwesties van diefstal.’
Amerikaanse paspoorten bieden binnenkort mogelijk een derde optie voor gender: de niet-binaire aanduiding ‘X’. Dit was een campagnebelofte van Biden en activisten van de American Civil Liberties Union (ACLU) voeren druk uit op de president om de optie in te voeren, meldt The New York Times.
Sinds 2010 kan iemands geslachtsaanduiding op een paspoort worden gewijzigd, maar daarvoor is medische certificering vereist en de optie is alleen beschikbaar voor degenen die van het ene naar het andere geslacht zijn overgegaan; het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat paspoorten uitgeeft, vraagt de aanvragers om ‘man’ of ‘vrouw’ te selecteren.
De ACLU is vorige maand een petitie gestart die oproept tot actie en verzamelde meer dan 34.000 handtekeningen. De organisatie is van plan om de petitie op 31 maart, de International Transgender Day of Visibility, aan het Witte Huis te overhandigen.
‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’
Het is moeilijk om precies na te gaan hoeveel mensen een derde geslachtsaanduiding zouden kiezen op officiële documenten. De categorie zou onder andere een uitweg bieden voor personen die een geslachtsverandering hebben ondergaan maar zich niet identificeren met ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’, personen die niet-binair zijn en intersekse personen.
‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’, aldus NYT. En datzelfde, voegt de krant eraan toe, geldt voor sommige landen, waarbij wordt gelinkt naar een artikel op de site van Human Rights Watch over Nederland.
Man moet vrouw in China betalen voor huishoudelijk werk
Deze week besloot een rechtbank in Beijing in een echtscheidingszaak dat de man verplicht was zijn vrouw te compenseren omdat huishoudelijk werk ‘immateriële eigendomswaarde’ met zich meebrengt en volgens Chinese nieuwsberichten als bezit moet worden beschouwd, schrijft BBC. De man werd aanbevolen zijn vrouw 50,000 yuan (ruim € 7000) te betalen als compensatie voor het huishoudelijk werk dat ze gedurende vijf jaar huwelijk heeft verricht.
Hoewel sommige commentatoren in China de zaak als een doorbraak zien, zijn velen van mening dat de compensatie ontoereikend is, waarbij ze bijvoorbeeld opmerkten dat fulltime nanny’s in China veel meer verdienen.
‘Dit is zo oneerlijk tegenover vrouwen’, schreef een gebruiker op Weibo, de Chinese equivalent van Twitter. Een hashtag over de zaak werd eind woensdag meer dan 570 miljoen keer bekeken. ‘Laten we eens kijken wie het aandurft huisvrouw te zijn’, schreef een ander.
Activisten hopen dat het besluit zal leiden tot meer bescherming voor vrouwen in China.
Volgens het National Bureau voor Statistieken verrichten vrouwen in China gemiddeld twee uur en zes minuten huishoudelijk werk, tegenover 45 minuten voor mannen. Wereldwijd speelt de vraag of samenlevingen meer moeten doen om vrouwen (en mannen) te erkennen en te compenseren voor werk dat ze thuis verrichten. Studies tonen aan dat vrouwen in veel landen een onevenredig deel van de huishoudelijke arbeid op zich nemen, waardoor ze in hun ambities en carrièremogelijkheden worden belemmerd.
In Japan explodeert het publiek van piratenmangasites
Japanse uitgevers maken zich steeds meer zorgen over concurrentie van piratenplatforms. Aangezien het moeilijk is om het gevecht aan te gaan met deze sites, die in het buitenland worden gehost, heeft de regering besloten zich op de gebruiker te richten: die kan nu worden veroordeeld voor het illegaal downloaden van manga.
Het afgelopen jaar hebben steeds meer Japanse lezers manga verslonden op illegale sites, waardoor uitgevers aanzienlijke schade hebben geleden, meldt de Japanse zakenkrant Nihon Keizai Shimbun.
Kat-en-muisspel
De ABJ, een vereniging die de belangrijkste Japanse uitgeverijen samenbrengt, schat het verliesbedrag in 2020 op 200 miljard yen (1,56 miljard euro) als gevolg van sites die werken op een illegale manier aanbieden – wat neerkomt op een derde van de totale mangamarkt in het land. Dat coronacrisis het fenomeen heeft verergerd blijkt uit een geschat tekort van 41,4 miljard yen (320 miljoen euro), alleen al in de maand december 2020, tien keer meer dan in januari van hetzelfde jaar.
Doordat de meeste van deze sites in het buitenland worden gehost, eindigt de strijd tegen piratenmanga onvermijdelijk in een kat-en-muisspel. ‘Zodra de uitgeverij een klacht indient tegen een illegale site, wordt deze geschrapt en verdwijnt hij in het wild waarna een andere wordt gelanceerd’, aldus de Japanse krant.
Daarom hebben de Japanse uitgeverijen besloten tot het uiterste te gaan. De Vereniging voor de Promotie en Distributie van Culturele Goederen, die 32 bedrijven verenigt, zoals uitgeverij Kodansha en animatiestudio Toei Animation, heeft aangekondigd samen te werken met hackers om de beheerders van piratensites te identificeren. De vereniging ABJ heeft op haar beurt een lijst van illegale platforms opgesteld, waarvan zij het dossier deelt met de staat en met IT- en telecommunicatiebedrijven.
De regering heeft op haar beurt een aanscherping van de auteursrechtwet aangenomen, waarvan in januari een nieuwe versie in werking is getreden. Manga wordt nu beschermd door een specifiek rechtssysteem, waardoor mensen die illegaal downloaden kunnen worden gestraft.
De Japanse autoriteiten zetten daarmee in op het afschrikkende effect, maar de wet is niet van toepassing op streamingsites, die ‘een juridische maas in de wet’ zouden kunnen vormen, aldus Nihon Keizai Shimbun.
Mahamane Ousmane claimt overwinning in Nigeria
Gisteren berichtten wij over de verkiezingen in Nigeria, waar Mohamed Bazoum als winnaar van de verkiezingen uit de bus kwam met 55,75 procent van de stemmen. Inmiddels heeft zijn tegenstander, voormalig president van de Republiek Mahamane Ousmane, de overwinning geclaimd.
Vanuit zijn hoofdkantoor in Zinder beweerde hij de presidentsverkiezingen van zondag met 50,3 procent van de stemmen te hebben gewonnen. Het was zijn eerste publieke verklaring sinds de bekendmaking van de resultaten, schrijft Mondafrique. ‘Het regime wil zonder scrupules beslag leggen op de wil van het volk, dat heeft gesproken’, aldus RDR-Tchandji, de partij van Ousmane.
Tiger Woods pleegde geen misdrijf
Ook berichtten we gisteren over het zware ongeluk van Tiger Woods, van wie inmiddels bekend is dat hij niet zal worden vervolgd. ‘Een ongeluk is geen misdaad’, aldus sheriff Alex Villanueva tijdens een videoconferentie vanuit Los Angeles. Woods onderging een langdurige operatie aan zijn rechterbeen en verblijft nog steeds in het ziekenhuis. Volgens de autoriteiten zijn er geen aanwijzingen dat hij onder invloed was van welk middel dan ook.
Het was duidelijk een ongeval op een bochtige en hellende weg waarop de 45-jarige sportman misschien te hard reed. ‘Woods zou nog kunnen worden beschuldigd van het plegen van een misdrijf als de onderzoekers vaststellen dat hij zijn mobiele telefoon gebruikte toen hij de controle over het voertuig verloor, maar dat is nog steeds heel iets anders dan een aanklacht wegens misdrijf’, aldus de Amerikaanse roddelsite TMZ.
Vorige week werd de 66-jarige ontwikkelingseconome Ngozi Okonjo-Iweala uit Nigeria aangesteld als directeur van de Wereldhandelsorganisatie WHO. Wereldwijd stonden politici, waarnemers en de pers te juichen omdat er eindelijk een zwarte, Afrikaanse vrouw aan het hoofd staat van een grote internationale instelling. Niet iedereen vindt die staande ovatie terecht.
‘Ngozi Okonjo-Iweala schrijft geschiedenis’, aldus France24 in een video-verslag over haar aanstelling. ‘Een goed gekwalificeerde nieuwe leider voor de WHO’, vindt Council on Foreign Relations. ‘Nigeriaanse krachtpatser wordt hoofd WHO’, aldus Financial Times. ‘Vrouw’, ‘zwart’, ‘Afrikaans’, ‘dapper’, ‘briljant’, ‘spijkerhard’: de aanprijzingen waren niet aan te slepen nadat bekend werd dat Okonjo-Iweala naar Genève kan vertrekken met de opdracht om de stroperige WHO vlot te trekken.
Kritiek moment
‘Zelfs voor een econoom komen er veel zeer grote getallen voor in het leven van Ngozi Okonjo-Iweala’, schrijft The Guardian in een portret. ‘Als voorzitter van Gavi, de alliantie voor vaccinatie van kinderen tegen dodelijke en slopende infectieziekten, zag ze toe op de jaarlijkse vaccinatie van miljoenen kinderen. Als algemeen directeur van de Wereldbank hield ze toezicht op $ 81 miljard (€ 66,8 miljard) aan activiteiten. Als minister van Financiën van Nigeria pakte ze de $ 30 miljard schuld van het meest bevolkte land van Afrika aan. En ze heeft 1,5 miljoen volgers op Twitter.’
The Guardian somt ook nog een reeks van kleinere getallen op die ertoe doen,zoals ‘de twintig non-profitorganisaties die haar hebben benoemd in hun adviesraden; de grote banken en bedrijven die ze heeft geadviseerd; de tien eredoctoraten naast haar eigen doctoraat; een twintigtal onderscheidingen; tientallen belangrijke rapporten en boeken.’ En dan zijn er natuurlijk nog de prestigieuze lijsten waarop haar naam prijkt, zoals die van ’s werelds honderd machtigste vrouwen; ’s werelds honderd meest invloedrijke mensen en de tien meest invloedrijke vrouwen van Afrika, om maar enkele te noemen.
Haar aanstelling tot Directeur-Generaal van de WHO, ‘een positie die nog nooit eerder werd bekleed door een Afrikaan, noch door een vrouw’, geeft haar de leiding over een organisatie met een begroting van $ 220 miljoen en 650 personeelsleden en komt op een kritiek moment. Hervormingen zijn namelijk broodnodig, schrijft de krant. ‘Dit is het moment om alle ervaring aan te spreken die ze heeft opgedaan gedurende haar veertigjarige carrière. Gaat Okonjo-Iweala de klus klaren?’
Burgeroorlog
Okonjo-Iweala was zes jaar oud toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, aldus The Guardian. ‘Ze groeide op in een klein dorpje in Delta, de zuidelijke staat van het land. Haar ouders, beiden vooraanstaande academici, hadden beurzen gekregen om in Europa te studeren, dus zij en haar zes broers en zussen werden opgevoed door hun grootmoeder. Het leven was niet gemakkelijk. Tegen de tijd dat ze negen was, had Okonjo-Iweala leren koken en hout halen en verrichtte ze veel huishoudelijke taken.’
Doordat er een burgeroorlog uitbrak tussen de separatistische staat Biafra en de Nigeriaanse centrale regering werd haar opleiding onderbroken en werd ze geconfronteerd met nieuwe ontberingen. Toen haar driejarige zusje chronisch ziek werd van malaria, was het Okonjo-Iweala die haar naar een dokterspraktijk vijf kilometer verderop droeg, waar ze zich door een menigte van zeshonderd mensen heen wurmde en door een raam klom om de behandeling te vragen die het leven van haar zusje zou redden.
‘Ik at één maaltijd per dag. Er stierven kinderen. Daardoor heb ik heb geleerd heel zuinig te leven. Ik zeg vaak dat ik me zowel op een moddervloer als onder een donzen dekbed comfortabel kan voelen. Door wat we hebben meegemaakt, ben ik tot iemand geworden die het zonder spullen kan stellen.’
Probleemvrouw
Nadat de burgeroorlog tussen Nigeria en Biafra in 1970 eindigde, vertrok Okonjo-Iweala naar de VS om economie te studeren aan Harvard en MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Ze trouwde met haar jeugdliefde en ging in 1979 op vijfentwintigjarige leeftijd aan de slag bij de Wereldbank, waar ze gestaag opklom in de hiërarchie. Ze schopte het tot tweede in de rangorde en reisde de wereld over.
Uiteindelijk vertrok ze in 2003 na vijfentwintig jaar bij de Wereldbank omdat ze werd gevraagd minister van Financiën van Nigeria te worden. Die functie vervulde ze twee keer en ze was korte tijd ook nog minister van Buitenlandse Zaken. Als minister van Financiën werd Okonjo-Iweala geconfronteerd met de enorme schulden van Nigeria en wachtte haar een keiharde strijd om economische hervormingen door te voeren.
‘Toen ik minister van Financiën werd, noemden ze me Okonjo-Wahala, ofwel: Probleemvrouw’, zei ze in een interview met The Guardian in 2005. ‘Het betekent letterlijk zoiets als: Ik ben de hel. Maar het kan me niet schelen hoe ik genoemd wordt. Ik ben een vechter. Ik ben erg gefocust op wat ik doe en ik ben meedogenloos in wat ik wil bereiken, tot in het extreme. Als je me voor de voeten loopt, krijg je een schop.’
Okonjo-Iweala pakte de schuldenberg van Nigeria aan door sceptische westerse mogendheden ervan te overtuigen hulp te verlenen. Gordon Brown, destijds premier van Groot-Brittannië, noemde haar ‘een briljante hervormer’, volgens The Guardian, ‘hoewel anderen minder waardering hadden voor de afspraken die ze met schuldeisers maakte. Sommige commentatoren wijzen erop dat ze veel van de beloften die ze aan Nigerianen deed over economische groei en het scheppen van banen niet is nagekomen.’
‘Ze kan heel vastberaden en brutaal zijn, misschien zelfs angstaanjagend voor sommige mensen, maar tegelijkertijd is ze altijd zichzelf. Het is een vrouw die ons aan het lachen maakt’, citeert The Guardian Ada Osakwe, een econome die in de Nigeriaanse regering met Okonjo-Iweala samenwerkte.
Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen
Nu met het aftreden van de regering-Trump de weerstand tegen haar benoeming is weggevallen, krijgt ze de leiding over de WHO. Daarmee komt ze onder een vergrootglas te liggen, want deze functie is niet alleen veel invloedrijker maar ook veel zichtbaarder dan alle andere posities die Okonjo-Iweala ooit bekleedde, aldus The Guardian.
‘De in Genève gevestigde organisatie heeft al decennialang te maken met bittere kritiek van alle kanten. De WHO was het primaire doelwit van de beweging die protesteerde tegen de schandelijkste gevolgen van het kapitalisme en globalisering, omdat ze daar als representant van wordt gezien. Meer recentelijk werd de WHO aangevallen door de VS omdat ze de problematiek van het Chinese staatskapitalisme niet heeft weten aan te pakken.’
Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen en tegen hun relatieve gebrek aan invloed op de besluitvorming, vergeleken met rijkere staten. Vooral landbouwsubsidies zijn een specifiek twistpunt. ‘De WHO wist al jaren geen grote multilaterale handelsovereenkomst meer te sluiten en de hoop is tanende dat de organisatie overbevissing weet te beperken of de wildwest-praktijken rond e-commerce kan intomen.’ En dan is er volgens The Guardian natuurlijk ook nog eens de coronapandemie, die leidt tot worstelende economieën en groeiend protectionisme wereldwijd.
‘De WHO heeft een frisse blik nodig, een fris gezicht, een buitenstaander, iemand die in staat is om hervormingen door te voeren en die met de leden kan samenwerken’, zo zei Okonjo-Iweala onlangs in een interview met CNN. ‘Die ervoor kan zorgen dat de WHO uit haar gedeeltelijke verlamming geraakt.’
De benoeming van Okonjo-Iweala is een ‘grote stap voor Afrika en een grote stap voor de wereld’, vindt Osakwe, de eerder geciteerde econome die met haar samenwerkte. ‘Zo’n opmerkelijk talentvolle vrouw die het roer overneemt van een instelling die opgeschud moet worden. Kijk maar naar wat er met de handel in de wereld gebeurt, zoals de strijd tussen de VS en China.’ Okonjo-Iweala, zo zegt Osakwe, ‘is in de loopgraven geweest’.
Uiterste voorzichtigheid
Ondanks al deze lof slaat Francisco Perez een andere toon aan op de website Africa is a Country. Perez noemt zichzelf activist voor een solidaire economie, is docent en onderzoeker en bezig zijn studie economie aan de Universiteit van Massachusetts in Amherst af te ronden. Hij is de directeur van het Centre for Popular Economics, dat pleit voor ‘economie gericht op mensen, niet op winsten’. Het is een non-profitcollectief van politieke economen die ‘economie van haar mystiek willen ontdoen en die bruikbare economische instrumenten ontwikkelen voor mensen die vechten voor sociale en economische rechtvaardigheid’.
In zijn artikel ‘Black faces in high places’ voor Africa is a Country, roept Perez links in Afrika op de benoeming van Ngozi Okonjo-Iweala met ‘uiterste voorzichtigheid’ te beschouwen.
‘Ngozi Okonjo-Iweala, de voormalige minister van Financiën en Buitenlandse Zaken van Nigeria’, zo begint Perez, ‘was eerder in 2012 in de race om voorzitter van de Wereldbank te worden, maar de voormalige Amerikaanse president Barack Obama koos de Amerikaan Jim Yong Kim voor die functie. Gedurende haar campagne voor de Wereldbank, en later voor de WHO, onderstreepten veel commentatoren het belang van een zwarte Afrikaanse vrouw aan het hoofd van een grote internationale financiële instelling als “een bepalend moment voor Afrika, dat al lang zucht onder de laars van buitenlandse mogendheden en financiële instellingen”.’
Maar pan-Afrikaans links moet dergelijke ‘identiteitspolitiek’ verwerpen als het louter om de representatie van identiteit gaat, vindt Perez. ‘Want als een zwarte Afrikaanse vrouw hetzelfde neoliberale beleid verdedigt dat de economische ontwikkeling van Afrika heeft belemmerd, dan is dat contraproductief.’
‘Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank maakt de WHO deel uit van de “Onheilige Drie-eenheid” van internationale instellingen die het wereldwijde handels- en financiële systeem besturen ten voordele van grote multinationale ondernemingen en hun aandeelhouders en ten koste van ecosystemen en arbeiders wereldwijd’, schrijft Perez. ‘De WHO werd in 1995 opgericht op het hoogtepunt van het neoliberale triomfalisme na de Koude Oorlog. Als permanente organisatie verving de WHO het lossere General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Anders dan GATT kon de WHO gemakkelijker sancties opleggen aan landen die probeerden buitenlandse handel te beperken, door een mechanisme in het leven te roepen dat geschillen tussen staten beslecht. Onder Trump werd dat mechanisme eind vorig jaar overigens gesaboteerd.
De GATT stond regeringen van Ontwikkelingslanden toe bescheiden vormen van bescherming in te voeren voor hun prille industrie en voor handelsbeperkingen die ontwikkelingsdoeleinden ten goede kwamen. Met de WHO wilden Amerikaanse en Europese regeringen deze mogelijkheden juist afzwakken en de principes van vrijhandel uitbreiden tot diensten en intellectueel eigendom. Een wereldwijde coalitie van arbeiders- en milieugroeperingen verraste de organisatie door met protesten de jaarlijkse bijeenkomst in Seattle in 1999 te verstoren.
Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken?
Ondanks de aanprijzing een ‘ontwikkelingsronde’ te zijn, in naam gericht op de behoeften van de armste landen, liep de laatste reeks van wereldwijde handelsbesprekingen spaak toen regeringen uit het Zuiden, onder leiding van India en China, zich verzetten tegen het verder openstellen van hun markten voor Noord-Amerikaans, West-Europees en Japans kapitaal. Ze drongen erop aan dat regeringen in het Noorden hun markten zouden openstellen voor de export van landbouwproducten uit het Zuiden door handelsbarrières te verkleinen en vooral door de enorme subsidies voor hun eigen agro-industrie aan banden te leggen’, aldus Perez. Dat leidt tot de vraag aan wiens kant het nieuwe hoofd van de WHO staat.
‘Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken? Of juist aan het gevecht van zuidelijke regeringen om internationale handel ondergeschikt te maken aan hun prioriteiten voor hun eigen binnenlandse ontwikkeling? Nigeria heeft een reputatie van protectionisme, dusdanig dat voorstanders van een Afrikaanse continentale vrijhandelszone vrezen dat die er niet komt, en Okonjo-Iweala staat bekend als een orthodoxe econoom met een decennialange carrière bij de Wereldbank. Haar kandidatuur om voorzitter van de Wereldbank te worden, werd gesteund door onder meer The Economist en The Financial Times, die nu niet bepaald bekend staan als vrienden van Afrikaanse arbeiders en boeren.’
Impopulair besluit
‘Het beleid van Okonjo-Iweala in Nigeria leidde tot woede bij links. Velen waren tegen haar eerste grote daad als minister van Financiën. Die betrof afspraken met de Club van Parijs, een groepering van westerse en Japanse crediteuren, om de buitenlandse schuld van Nigeria in 2003 te herstructureren. Ze onderhandelde over een vermindering van de Nigeriaanse schuld van zo’n $ 35 miljard naar $ 17,4 miljard, inclusief een onmiddellijke afbetaling van $ 12,4 miljard. Veel Nigeriaanse progressieven betoogden dat die schuld was ontstaan door corrupte militaire dictaturen, dat geldschieters wisten dat het geld zou worden gestolen en dat de bevolking van Nigeria daarom geen dollar terug zou moeten betalen. De schuld was verfoeilijk en had moeten worden afgewezen. De miljarden aan terugbetalingen hadden ten goede kunnen komen van leraren, verpleegsters en infrastructuur.’
Ook tijdens haar tweede periode als minister van Financiën haalde Okonjo-Iweala de woede van links op haar hals, aldus Perez. ‘Ze werd in januari 2012 het publieke gezicht van het zeer impopulaire besluit om subsidies op brandstof af te schaffen, hetgeen leidde tot een verdubbeling van de transportprijzen van de ene op de andere dag en tot een scherpe stijging van de kosten voor levensonderhoud. Miljoenen Nigerianen meenden dat de brandstofsubsidie het enige voordeel was dat ze hadden van de enorme olierijkdom van hun land en ze vertrouwden er niet op dat hun politieke leiders geld zouden overhevelen naar sociale uitgaven, zoals ze beloofden. De afschaffing van de subsidies leidde tot een nationale staking en tot protesten van Occupy Nigeria, waaraan cultuurdragers als Seun Kuti, Wole Soyinka en Chinua Achebe deelnamen.’
Niet veel vertrouwen
Perez betoogt dat ‘zwart’, ‘Afrikaans’ en ‘vrouw’, niet per se een belofte inhouden. ‘In de decennia sinds het einde van het formele kolonialisme hebben veel Afrikanen op harde wijze geleerd dat leiders die eruitzien zoals zij en klinken zoals zij, weinig verschil maken als ze een beleid voeren dat de meesten van hen schaadt.
De keuze voor Okonjo-Iweala om de WHO te leiden, doet er alleen toe als dat leiderschap beleidsruimte opent voor ontwikkelingslanden om een industrieel beleid te kunnen voeren. De hoop is dat een WHO-directeur uit het Zuiden meer sympathie zal hebben voor de uitdagingen die het mondiale handelssysteem aan perifere economieën stelt, maar de staat van dienst van Okonjo-Iweala wekt in dit opzicht niet veel vertrouwen.
Hoewel het ‘herenakkoord’ tussen Amerika en Europa, dat regelt dat het hoofd van het IMF altijd een Europeaan is en het hoofd van de Wereldbank een Amerikaan, niet te rechtvaardigen is, moet pan-Afrikaans links aandringen op een rechtvaardiger mondiale economie, en niet simpelweg op meer ‘zwarte gezichten op hoge posten’.
Waar een groot deel van de wereld stil ligt, is het succes van het videoplatform YouTube sinds het begin van de pandemie vertienvoudigd, meldt CNN. Voor het nieuwe jaar koos het platform de slogan: ‘Geef iedereen een stem en toon die aan de rest van wereld.’ Dit is hoe Alex Okosi, directeur van YouTube voor opkomende landen, het gevoel van het initiatief #YouTubeBlackVoicessamenvatte in Okay Africa.
Het platform heeft besloten om YouTubers van het Afrikaanse continent te steunen door een fonds van honderd miljoen dollar op te richten waarmee ze twintig kanalen met creatieve en originele content kunnen belonen. Het platform ziet Afrika als een veelbelovende markt en is van plan om de komende jaren meer dan 500 YouTubers financieel te ondersteunen.
#YouTubeBlackVoices zou vooral zijn bedoeld om de inhoud die door Afrikaanse YouTubers is gemaakt, te democratiseren. Het aanbod is daarom breed en bevat ook politieke onderwerpen. Zo reflecteert Akah Bants, een acteur in opleiding, op de Nigeriaanse samenleving, en biedt hij aan zijn 42.000 abonnees bijvoorbeeld de ruimte voor een debat over vaccinatie tegen Covid-19 in Nigeria.
Het nucleaire programma van Pyongyang
Volgens een jaarverslag van VN-experts, dat maandag aan de Veiligheidsraad is voorgelegd, heeft Noord-Korea vorig jaar ‘splijtstof geproduceerd, kerncentrales onderhouden en zijn ballistische raketinfrastructuur verbeterd’, terwijl het op zoek was naar materialen en technologieën om uit het buitenland aan te schaffen. Volgens dit document zouden Pyongyang en Teheran in 2020 ook de samenwerking hebben hervat bij de ontwikkeling van langeafstandsraketten.
‘Noord-Korea en Iran, vaak aan de rand van de internationale diplomatie, onderhouden al lang geheime en wederzijds voordelige betrekkingen’, schrijft Bloomberg. Het rapport werd enkele weken nadat Joe Biden aantrad als president van de VS doorgestuurd naar de VN-commissie die toezicht hield op de sancties die aan Noord-Korea werden opgelegd.
Een woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei maandag dat de regering-Biden voornemens is een nieuwe aanpak met Pyongyang te bepalen, en ook met bondgenoten opnieuw zal kijken naar manieren om druk uit te oefenen.
Colombia biedt bescherming aan Venezolaanse migranten
Bogota zal een ‘tijdelijke beschermingsstatus’ creëren voor migranten zonder papieren die het land binnenkomen om de crisis in het naburige Venezuela te ontvluchten, kondigde de Colombiaanse president Iván Duque maandag aan. Colombia is de belangrijkste bestemming voor Venezolaanse vluchtelingen: ongeveer 1,7 miljoen Venezolanen trokken erheen, van wie meer dan de helft (56 procent) zonder papieren.
Venezolanen krijgen gedurende tien jaar een tijdelijke beschermingsstatus, waarin ze een verblijfsvisum kunnen aanvragen, licht het Colombiaanse dagblad El Tiempotoe. De aankondiging komt nadat president Duque in december zware kritiek kreeg te verduren vanwege zijn voornemen om migranten zonder papieren uit te sluiten van de massale vaccinatiecampagne tegen het coronavirus, die in Colombia op 20 februari van start gaat. De president heeft zich sindsdien teruggetrokken en besloten internationale hulp te vragen voor het vaccineren van deze illegale migranten.
Chinese popster zingt over huiselijk geweld
Het nieuwste nummer van de Chinese popster Tan Weiwei gaat niet over liefde of relaties, maar richt zich op vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld, schrijft The New York Times in een portret. ‘Ken mijn naam en onthoud hem. Wanneer kunnen we een einde maken aan de tragedie?’ zingt ze zingt in haar nummer Xiao Juan, de Chinese equivalent van Jane Doe, gegeven aan onbekende of niet-geïdentificeerde vrouwelijke slachtoffers van misdrijven.
Still van Bilibili.
Sinds het in december uitkwam, heeft het nummer weerklank gevonden bij miljoenen vrouwen in China. Op een videowebsite die populair is bij jonge Chinese internetgebruikers, Bilibili, is de video van het lied meer dan 1,1 miljoen keer bekeken.
Hoewel China in 2015 een wet tegen huiselijk geweld heeft aangenomen, wordt deze niet goed gehandhaafd. Dat geldt vooral voor kleinere steden en landelijke gebieden. Volgens Beijing Equality, een vrouwenrechtengroep, berichtten Chinese media sinds de wet in 2016 werd aangenomen over de dood van meer dan 900 vrouwen die door hun partners zijn vermoord, maar ligt werkelijke aantal waarschijnlijk veel hoger.
Tan Weiwei, ook wel bekend als Sitar Tan, is een van de weinige muzikanten die het taboe-onderwerp in China aansnijdt – en geen enkele andere Chinese muzikant doet dat zo direct en met zo veel weerklank. De autoriteiten in China hebben hard opgetreden tegen het feminisme en de #MeToo-beweging, en cultureel gezien wordt het niet gepast geacht om openlijk over deze kwesties te spreken, die door Chinezen worden beschouwd als ‘gezinsaangelegenheid’. Het is in de Chinese popcultuur niet gebruikelijk dat musici kritiek uiten op sociale kwesties.
Voor het eerst heeft een veganistisch restaurant in Frankrijk een Michelinster gekregen. Michelin gaf de ster aan restaurant ONA, dat staat voor Origine Non-Animale, ofwel diervrije oorsprong. Het restaurant in Arès, nabij Bordeaux, werd in 2016 opgericht door chef-kok Claire Vallée, een 41-jarige voormalige archeologe die veganist werd na een reis naar Thailand.
Michelin kende weliswaar al eerder sterren toe aan veganistische restaurants in andere landen, maar nog nooit in Frankrijk, meldt EcoWatch.com. Naast de Michelinster won ONA ook een groene ster, voor deugdelijke ethische praktijken.
Het succes kwam Vallée en ONA niet aanwaaien. Eerste verzoeken om een lening werden afgewezen door traditionele Franse banken, die sceptisch stonden tegenover zowel de locatie als het veganistische menu. ‘De toekomst van veganisme en plantaardig voedsel was volgens hen te onzeker,’ aldus Vallée. Met crowdfunding en een lening van Le Nef, een bank die ethische projecten financiert, startte ze haar restaurant. ‘Deze ster bewijst dat niets onmogelijk is,’ aldus Vallée na de toekenning.
Grenswip
Architectuurstudio Rael San Fratello kreeg voor de roze wippen die in de grensmuur van de Verenigde Staten en Mexico kunnen worden geschoven, de prijs Design of the Year. Het project, dat de naam Teeter-Totter Wall meekreeg, heeft maar veertig minuten dienstgedaan in juli 2019.
De boodschap die het ontwerp moest uitdragen was dat zelfs een akelige scheiding van twee landen, een politieke splijtzwam, kan zorgen voor verbinding en eenheid, omschrijft Dezeen. Virginia San Fratello en Ronald Rael werden zowel winnaar in de categorie Vervoer als winnaar van de Beazley Designs of the Year Awards, die elk jaar worden georganiseerd door het Londense Design Museum. Een vijfkoppige jury kwam tot haar besluit tijdens de presidentsverkiezingen.
De uitslag werd bekend-gemaakt één dag voor de inauguratie van president Joe Biden en het vertrek van muurbouwer Trump.
Italiaanse burgemeester misbruikt voedselhulp
Michela Rosetta, lid van de radicaal-rechtse Liga van Matteo Salvini en burgemeester van de Noord-Italiaanse gemeente San Germano Vercellese, is onder huisarrest geplaatst. Ze wordt beschuldigd van verduistering, samen met gemeenteraadslid en oud-wethouder Giorgio Carando, locoburgemeester Maurizio Bosco en twee gemeenteambtenaren, schrijft Corriere della Sera. Het vijftal wordt beschuldigd van het uiten van onwaarheden in het openbaar door overheidsambtenaren, ambtsmisbruik en vernietiging van bezittingen.
De voedselhulp bedoeld om verlichting te brengen in de noodsituatie, gebruikte het gezelschap overheidsgeld uit naam van de Piemontese gemeente. Met dat geld werden voedselpakketten aangeschaft en verdeeld, geheel naar eigen inzicht van de gearresteerden.
Zo kwamen garnalen, sint jakobsschelpen en ander hoogwaardige producten terecht bij eigen kinderen en familieleden. ‘Verliezers’, zoals hulpbehoevende ouderen en migrantenfamilies, kregen voedselpakketten van belabberde kwaliteit toebedeeld.
Rolschaatscommando’s voor Karachi
Met een notoir corrupte politiemacht, bendeoorlogen, etnisch, sektarisch en politiek geweld is de vijftien miljoen inwoners tellende Pakistaanse stad Karachi een van de moeilijkste steden in Azië wat betreft ordehandhaving. Karachi huisvest de belangrijkste aandelenbeurs en is het belangrijkste transportcentrum van het land en levert zowel het leeuwendeel van belastinginkomsten als de zwaarste criminelen.
De autoriteiten hopen dat een nieuwe rolschaatsmacht van twintig commando’s, bestaande uit tien mannen en tien vrouwen, de misdaadcijfers zal helpen verlagen en het imago van Karachi zal verbeteren, bericht Arab News.
‘Ik ben trots deel uit te maken van deze rolschaatsploeg’, aldus Anila Aslam van de Speciale Veiligheids-eenheid, die in 2010 werd opgericht om VIP’s te beveiligen. Volgens Aslam, die als beste uit de bus kwam op het politietrainingscentrum, zijn er maar weinig vrouwen uit haar dorp ooit bij de politie terechtgekomen, maar willen meisjes met wie ze naar school en universiteit is gegaan nu haar voorbeeld volgen.
Rechtse nieuwszenders voor Groot-Brittannië
De Britse televisiebons John McAndrew werkt aan een van de meest ambitieuze nieuwsprojecten ooit in Groot-Brittannië: GB News. Hij zoekt momenteel naar presentatoren voor een 24-uurskanaal dat de eerste helft van dit jaar gelanceerd moet worden.
Dat zullen mensen moeten zijn met een regionale tongval, scherpe meningen en andere eigenschappen waarmee GB News zich wil gaan onderscheiden van McAndrews voormalige werkgevers BBC, ITN en Sky News, volgens Evening Standard. Sterpresentator wordt in ieder geval Andrew Neil, voorheen BBC-coryfee politieke interviews.
GB News zegt inmiddels zo’n 67 miljoen dollar aan financiering te hebben binnengehaald
Met uitgesproken meningen en strijdlustige programmering wil GB News een conservatief, provinciaal publiek bedienen dat zich genegeerd zou voelen door het bestaande liberale en grootstedelijke Britse tv-nieuws. GB News vecht naar verluid niet alleen de status quo van het televisienieuws aan, maar ook de lang gekoesterde definitie van onpartijdigheid.
En het is niet de enige die het op een dergelijke ‘Fox-manier’ wil aanpakken. Rupert Murdoch, eigenaar van het winstgevende rechtse Amerikaanse netwerk Fox News, is bezig met News UK, een rivaliserend Brits tv-nieuwskanaal.
Mediawatchers vrezen dat de strijd om de kijkcijfers tussen de twee rechtse concurrenten tot extremere programmering zal gaan leiden. GB News zegt inmiddels zo’n 67 miljoen dollar aan financiering te hebben binnengehaald. Een groot deel daarvan is afkomstig van vermogende zakenmensen die ervaring hebben met publieksbeïnvloeding. Volgens Patrick Barwise, hoogleraar management aan de London Business School, komt veel geld uit het buitenland.
Rijke Nigerianen kopen staatsburgerschap in het buitenland
Jaarlijks ontvluchten talloze Nigerianen de armoede en onrust in hun thuisland. Ze zoeken een weg naar Europa via gevaarlijke routes door de Sahara en over de Middellandse Zee. Inmiddels sluit een groeiend aantal rijke Nigerianen zich bij hen aan, maar dan wel op een veiliger manier. De rijken maken gebruik van een zogenoemd ‘gouden paspoort’, dat voor hen steeds gemakkelijker verkrijgbaar is, schrijft Al Jazeera.
Slechts 26 landen laten Nigeriaanse paspoorthouders visumvrij toe, maar inmiddels staat een recordaantal van 92 landen over de hele wereld toe dat rijke individuen ingezetene of staatsburger worden in ruil voor bedragen die uiteenlopen van honderdduizend tot meerdere miljoenen dollars. Zo kan op Malta het staatsburgerschap worden verkregen voor een investering van minimaal achthonderdduizend dollar.
Volgens de Nigeriaanse belastingdienst gaat elk jaar zo’n 15 miljard dollar verloren aan belastingontduiking
De stormloop op gouden paspoorten door rijke Nigerianen begon al voordat gewelddadige protesten in oktober uitbraken tegen een nieuwe politie eenheid, de SARS. Bij het in Londen gevestigde Henley & Partners, een van ’s werelds grootste adviesbureaus op het gebied van burgerschap, stegen de aanvragen van Nigerianen met 185 procent in de eerste acht maanden van vorig jaar, waarmee ze na Indiërs de grootste nationaliteit zijn die een dergelijke regeling aanvraagt. Alleen al dit jaar heeft een recordaantal van meer dan duizend Nigerianen via Henley & Partners navraag gedaan naar staatsburgerschap in een ander land.
Investeren in een buitenlands staatsburgerschap is niet illegaal voor Nigerianen, maar dat rijke burgers hun bezittingen naar het buitenland verplaatsen, ligt gevoelig. Volgens de Nigeriaanse belastingdienst gaat elk jaar zo’n 15 miljard dollar verloren aan belastingontduiking. Veel van dat geld vindt zijn weg naar het Caribisch gebied, zoals in 2016 duidelijk werd uit de Panama Papers.
Sinds de coronacrisis zijn rijke Nigerianen volgens experts nog serieuzer gaan kijken naar staatsburgerschap in het buitenland, en de verwachting is dan ook dat het aantal aanvragen van gouden paspoorten verder zal toenemen.
Actuele gebeurtenissen wereldwijd, in woord, beeld en citaat.
Frankrijk
Michelinster voor Frans veganistisch restaurant
Voor het eerst heeft een veganistisch restaurant in Frankrijk een Michelinster gekregen. Michelin gaf de ster aan restaurant ONA, dat staat voor Origine Non-Animale, ofwel diervrije oorsprong. Het restaurant in Arès, nabij Bordeaux, werd in 2016 opgericht door chef-kok Claire Vallée, een 41-jarige voormalige archeologe die veganist werd na een reis naar Thailand.
Michelin kende weliswaar al eerder sterren toe aan veganistische restaurants in andere landen, maar nog nooit in Frankrijk. Naast de Michelinster won ONA ook een groene ster, voor deugdelijke ethische praktijken.
Het succes kwam Vallée en ONA niet aanwaaien. Eerste verzoeken om een lening werden afgewezen door traditionele Franse banken, die sceptisch stonden tegenover zowel de locatie als het veganistische menu. ‘De toekomst van veganisme en plantaardig voedsel was volgens hen te onzeker,’ aldus Vallée. Met crowdfunding en een lening van Le Nef, een bank die ethische projecten financiert, startte ze haar restaurant. ‘Deze ster bewijst dat niets onmogelijk is,’ aldus Vallée na de toekenning.
Architectuurstudio Rael San Fratello kreeg voor de roze wippen die in de grensmuur van de Verenigde Staten en Mexico kunnen worden geschoven, de prijs Design of the year. Het project, dat de naam Teeter-Totter Wall meekreeg, heeft maar 40 minuten dienst gedaan in juli 2019.
De boodschap die het ontwerp moest uitdragen was dat zelfs een akelige scheiding van twee landen, een politieke splijtzwam, kan zorgen voor verbinding en eenheid. Virginia San Fratello en Ronald Rael werden zowel winnaar in de categorie Vervoer als winnaar van de Beazley Designs of the Year awards, die elk jaar worden georganiseerd door het Londense Design Museum. Een vijfkoppige jury kwam tot haar besluit tijdens de presidentsverkiezingen.
De uitslag werd bekend-gemaakt één dag voor de inauguratie van president Joe Biden en het vertrek van muurbouwer Trump.
(Dezeen)
Italië
Italiaanse burgemeester misbruikt voedselhulp
Michela Rosetta, lid van de radicaal-rechtse Liga van Matteo Salvini en burgemeester van de Noord-Italiaanse gemeente San Germano Vercellese, is onder huisarrest geplaatst. Ze wordt beschuldigd van verduistering, samen met gemeenteraadslid en oud-wethouder Giorgio Carando, locoburgemeester Maurizio Bosco en twee gemeenteambtenaren. Het vijftal wordt beschuldigd van het uiten van onwaarheden in het openbaar door overheidsambtenaren, ambtsmisbruik en vernietiging van bezittingen.
De voedselhulp bedoeld om verlichting te brengen in de noodsituatie, gebruikte het gezelschap overheidsgeld uit naam van de Piemontese gemeente. Met dat geld werden voedselpakketten aangeschaft en verdeeld, geheel naar eigen inzicht van de gearresteerden. Zo kwamen garnalen, sint jakobsschelpen en ander hoogwaardige producten terecht bij eigen kinderen en familieleden. ‘Verliezers’, zoals hulpbehoevende ouderen en migrantenfamilies, kregen voedselpakketten van belabberde kwaliteit toebedeeld.
(Corriere della Sera, Turijn)
Pakistan
Rolschaatscommando’s voor Karachi
Met een notoir corrupte politiemacht, bendeoorlogen, etnisch, sektarisch en politiek geweld is de vijftien miljoen inwoners tellende Pakistaanse stad Karachi een van de moeilijkste steden in Azië wat betreft ordehandhaving. Karachi huisvest de belangrijkste aandelenbeurs en is het belangrijkste transportcentrum van het land en levert zowel het leeuwendeel van belastinginkomsten als de zwaarste criminelen.
De autoriteiten hopen dat een nieuwe rolschaatsmacht van twintig commando’s, bestaande uit tien mannen en tien vrouwen, de misdaadcijfers zal helpen verlagen en het imago van Karachi zal verbeteren.
‘Ik ben trots deel uit te maken van deze rolschaatsploeg,’ aldus Anila Aslam van de Speciale Veiligheids-eenheid, die in 2010 werd opgericht om VIP’s te beveiligen. Volgens Aslam, die als beste uit de bus kwam op het politietrainingscentrum, zijn er maar weinig vrouwen uit haar dorp ooit bij de politie terechtgekomen, maar willen meisjes met wie ze naar school en universiteit is gegaan nu haar voorbeeld volgen.
(Arab News, Karachi)
Groot-Brittannië
Rechtse nieuwszenders voor Groot-Brittannië
De Britse televisiebons John McAndrew werkt aan een van de meest ambitieuze nieuwsprojecten ooit in Groot-Brittannië: GB News. Hij zoekt momenteel naar presentatoren voor een 24-uurskanaal dat de eerste helft van dit jaar gelanceerd moet worden. Dat zullen mensen moeten zijn met een regionale tongval, scherpe meningen en andere eigenschappen waarmee GB News zich wil gaan onderscheiden van McAndrews voormalige werkgevers BBC, ITN en Sky News. Sterpresentator wordt in ieder geval Andrew Neil, voorheen BBC-coryfee politieke interviews.
Met uitgesproken meningen en strijdlustige programmering wil GB News een conservatief, provinciaal publiek bedienen dat zich genegeerd zou voelen door het bestaande liberale en grootstedelijke Britse tv-nieuws. GB News vecht naar verluid niet alleen de status quo van het televisienieuws aan, maar ook de lang gekoesterde definitie van onpartijdigheid. En het is niet de enige die het op een dergelijke ‘Fox-manier’ wil aanpakken. Rupert Murdoch, eigenaar van het winstgevende rechtse Amerikaanse netwerk Fox News, is bezig met News UK, een rivaliserend Brits tv-nieuwskanaal.
Mediawatchers vrezen dat de strijd om de kijkcijfers tussen de twee rechtse concurrenten tot extremere programmering zal gaan leiden. GB News zegt inmiddels zo’n 67 miljoen dollar aan financiering te hebben binnengehaald. Een groot deel daarvan is afkomstig van vermogende zakenmensen die ervaring hebben met publieksbeïnvloeding. Volgens Patrick Barwise, hoogleraar management aan de London Business School, komt veel geld uit het buitenland.
Rijke Nigerianen kopen staatsburgerschap in het buitenland
Jaarlijks ontvluchten talloze Nigerianen de armoede en onrust in hun thuisland. Ze zoeken een weg naar Europa via gevaarlijke routes door de Sahara en over de Middellandse Zee. Inmiddels sluit een groeiend aantal rijke Nigerianen zich bij hen aan, maar dan wel op een veiliger manier. De rijken maken gebruik van een zogenoemd ‘gouden paspoort’, dat voor hen steeds gemakkelijker verkrijgbaar is.
Slechts 26 landen laten Nigeriaanse paspoorthouders visumvrij toe, maar inmiddels staat een recordaantal van 92 landen over de hele wereld toe dat rijke individuen ingezetene of staatsburger worden in ruil voor bedragen die uiteenlopen van honderdduizend tot meerdere miljoenen dollars. Zo kan op Malta het staatsburgerschap worden verkregen voor een investering van minimaal achthonderdduizend dollar.
De stormloop op gouden paspoorten door rijke Nigerianen begon al voordat gewelddadige protesten in oktober uitbraken tegen een nieuwe politie eenheid, de SARS. Bij het in Londen gevestigde Henley & Partners, een van ’s werelds grootste adviesbureaus op het gebied van burgerschap, stegen de aanvragen van Nigerianen met 185 procent in de eerste acht maanden van vorig jaar, waarmee ze na Indiërs de grootste nationaliteit zijn die een dergelijke regeling aanvraagt. Alleen al dit jaar heeft een recordaantal van meer dan 1000 Nigerianen via Henley & Partners navraag gedaan naar staatsburgerschap in een ander land.
Investeren in een buitenlands staatsburgerschap is niet illegaal voor Nigerianen, maar dat rijke burgers hun bezittingen naar het buitenland verplaatsen, ligt gevoelig in Nigeria. Volgens de Nigeriaanse belastingdienst gaat elk jaar zo’n 15 miljard dollar verloren aan belastingontduiking. Veel van dat geld vindt zijn weg naar het Caribisch gebied, zoals in 2016 duidelijk werd uit de Panama Papers.
Sinds de coronacrisis zijn rijke Nigerianen volgens experts nog serieuzer gaan kijken naar staatsburgerschap in het buitenland, en de verwachting is dan ook dat het aantal aanvragen van gouden paspoorten verder zal toenemen.
(Al Jazeera, Qatar)
Wat zei zeggen over… de arrestatie van Aleksej Navalny
Manfred WeberEVP-leider in het EU-parlement
‘Het is onaanvaardbaar dat het Russische leiderschap korte metten maakt met de protesten door duizenden demonstranten te arresteren. De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU mogen dit niet nogmaals uit de weg gaan en volstaan met wat algemene oproepen. De EU moet het Poetin-systeem raken waar het echt pijn doet, oftewel financieel. De EU moet daarom financiële transacties met getrouwen van Poetin annuleren. Het dreigement de Nord Stream-pijplijn stop te zetten moet worden gehandhaafd.’
Jean-Yves Le DrianFrans minister van Buitenlandse Zaken
‘Zijn vergiftiging is een moordaanslag, gepleegd in Rusland, met een Russische chemische stof, op een Russische burger. Het lijkt me dus normaal dat er een onderzoek wordt ingesteld, maar de Russische autoriteiten ontkennen de werkelijkheid. Er zijn al eerder sancties opgelegd aan Rusland. We zijn vastberaden om met Rusland in gesprek te blijven, maar ook buitengewoon vastberaden tegenover de autoritaire stroming die we waarnemen.’
Andrzej Dudapresident van Polen
‘Het primaat van het internationaal recht is fundamenteel, want zolang het wordt nageleefd, is er geen oorlog. Maar als het wordt overtreden is het effect altijd een conflict. De enige manier om naleving van het internationaal recht af te dwingen zonder gebruik van geweren, kanonnen en bommen, is via sancties. We zijn klaar om te helpen bij het opbouwen van consensus daarover. Er is geen ander vreedzaam middel om druk uit te oefenen op een staat die de regels van het internationaal recht overtreedt.’
Ontwerpresolutievan leden van het Europees Parlement
‘Wij verzoeken de Russische autoriteiten een einde te maken aan het lastigvallen, intimideren en onderdrukken van onafhankelijke en dissidente tegenstanders door korte metten te maken met de heersende straffeloosheid die al vele journalisten, activisten en oppositiepolitici het leven heeft gekost, en erop toe te zien dat zij hun legitieme werkzaamheden kunnen uitvoeren zonder te hoeven vrezen voor hun leven of dat van hun gezinsleden of vrienden.’
Missionarissen die het woord zo veel mogelijk willen verspreiden en tegelijkertijd een helpende hand uitsteken, worden niet meer zo vriendelijk ontvangen op het Afrikaanse continent als voorheen. Deze ‘barmhartige’ tak van de kerk heeft lange tijd ongemoeid kunnen opereren, omdat men ervan uitging dat een missionaris niets anders in de zin heeft dan naastenliefde. Voor de meeste is dat vast zo, laten we daar gemakshalve van uitgaan. Toch werd twee jaar geleden een organisatie in het leven geroepen die dit heilige huisje omverwierp.
‘We zijn het zat om genegeerd te worden,’ schrijven de oprichters van de site van No White Saviours. En zij waren blijkbaar niet de enige die gehoord wilden worden over de misstanden in het ontwikkelingswerk. In een mum van tijd telde de beweging tweehonderdduizend sympathisanten. Niet dat hulp overbodig zou zijn geworden, integendeel, alleen de schrijver Teju Cole begon er in 2012 al over. Snoeihard veroordeelde hij de volgens hem snelst groeiende industrie van wat hij het wittereddercomplex noemde. Reddende witte ridders die voornamelijk hun eigen emotionele behoefte aan het bevredigen zijn. Belangrijker is dat westerse steun uitgaat van de autonomie en kracht van degene die geholpen moet worden, in plaats van de eigen zo te applaudisseren hulpbereidheid.
Of Renee Bach medische kennis via Gods ondoorgrondelijke wegen heeft doorgekregen, zonder daar ooit voor geleerd te hebben, weet niemand. Het ligt ingewikkelder. De partijen die haar aanklaagden stellen de achteraf moeilijk te beantwoorden vraag of zij hun kinderen wel aan haar organisatie Serving His Children (SHC) zouden hebben toevertrouwd als zij geweten hadden dat Bach de eed van Hippocrates nooit heeft afgelegd.
Van oudsher wordt er nauwelijks genderneutraal geïnvesteerd
Het draaide uit op een schikking. Met een belangrijke voetnoot waarin nadrukkelijk staat vermeld dat de organisatie geen aansprakelijkheid op zich neemt maar in overeenstemming met de families bereid is financiële steun te betalen.
Misschien is dat meteen ook de beste vorm van ontwikkelingshulp. Met contant geld kan de ontvanger zelf beslissen wat het hardst nodig is. De ontvangers van cash besteden het geld vaak heel anders dan traditionele hulporganisaties, volgens de Cash Learning Partnership. Dat geldt, maar dan ietsje anders, bijvoorbeeld ook voor bedrijven in Nigeria die gerund worden door vrouwen. Van oudsher wordt er nauwelijks genderneutraal geïnvesteerd. Net zoals in het ontwikkelingswerk moet dat gebaseerd zijn op een aanname die niet meer van deze tijd is.
Want, zo weten wij dankzij onderzoek naar de hersens van jongens en van meisjes, die verschillen niet significant. Het zijn de vooroordelen die stereotypen het meest beïnvloeden.
In Nigeria eist een jeugdige protestbeweging dat er een einde komt aan het brute optreden van de overheid. Ook Nobelprijswinnaar Wole Soyinka roept op tot het terugtrekken van het leger en – ook al is het daar bedroevend laat voor – tot verzoenende dialoog.
Toen ik half oktober terugkeerde van verplichtingen in het buitenland, wachtte mij een prachtig geschenk in de vorm van een protestbeweging: een soms boze, soms betoverende en ontroerende, soms luidruchtige beweging, met zonder meer stevige verwachtingen, maar altijd dynamisch, visionair en goed georganiseerd. Ze eiste dat er een einde zou komen aan het brute optreden van veiligheidsdiensten, en dan met name dat van de beruchte politie-eenheid Special Anti-Robbery Squad (SARS). Natuurlijk staat SARS voor het parasitaire karakter van het bewind in al zijn vertakkingen, dat zagen we ook, hoewel uiteraard niet letterlijk, aan het karakter van de eerste formele reactie van de vicepresident.
De beweging bestaat uit leden van de Nigeriaanse orde van advocaten, feministische groeperingen, technocraten, studenten, hoge geestelijken, industriële organisaties en kunstenaars: schrijvers, filmmakers, acteurs, muzikanten. De energie, creativiteit en vastberadenheid van deze onmiskenbaar jeugdige beweging verspreidden zich door middel van indrukwekkende strategieën over het hele land. Sommige betogingen ademden de sfeer van festivals als Woodstock, andere van de gelehesjesprotesten of de verzetsgolven van Lech Walesa’s Solidariteitsbeweging, of, nog dichterbij, recenter en relevanter: van de stug aanhoudende protesten in Mali, waar ons eigen land een belangrijke rol speelde in het oplossen van de spanningen.
Zoals ik op zaterdag 17 oktober bij de viering van het tienjarige bestaan van Freedom Park [in Lagos] in mijn ‘boodschap aan de jeugd’ al zei, laten deze jongeren vers bloed door oude aderen stromen. Inderdaad: wat een geluk om te leven, om te zien dat jongeren eindelijk hun toekomst in eigen handen beginnen te nemen.
Maar – en klinkt dit niet bekend? – plotseling, bijna van de ene op de andere dag, voltrok zich een complete omslag. Veiligheidsdiensten – welke afdeling precies is nog niet duidelijk – voerden zware jongens aan om het verzet te breken. Er zijn beelden van, ze zijn op grote schaal gedeeld: een stoet van blinkende auto’s met afgedekte nummerborden die rondreed om criminelen en ander tuig op te pikken en in de buurt van de vreedzame protesten af te zetten, om die te verstoren. Deze huurlingen staken geparkeerde voertuigen van betogers in brand en gingen de demonstrerende jongeren te lijf met knuppels en machetes. Ze bestormden ten minste één gevangenis en lieten gevangenen vrij. Achteraf is vastgesteld dat een aantal van deze vandalen gerekruteerde gevangenen waren, die vermoedelijk niet alleen contant maar ook in natura zijn betaald.
We zijn weer terug bij het geweld van Abacha, een groteske reprise!
Wat begon met hier en daar wat gewonden, culmineerde gisteravond, dinsdag 20 oktober, in Lekki [een buitenwijk van Lagos] in een dodelijke schietpartij met een nog onbekend aantal slachtoffers. Door deze kwaadaardige tussenkomst veranderde het protest in één klap op rampzalige wijze van karakter. Voor het eerst raakte het in de greep van ongebreidelde woede en nihilisme. Georganiseerde strijdlust maakte plaats voor wraakzuchtige, alzijdige haat. In delen van de hoofdstad Abuja volgde een reeks brandstichtingen. Onder andere de bekende Apo-markt – waarvan de naam herinneringen oproept aan de brute moord door SARS op zes jongeren, beter bekend als de Apo Six – ging in vlammen op.
Déjà vu
Terwijl het geweld redeloos om zich heen greep, ging ik gisteren op weg naar Abeokuta, mijn geboortegrond. Na het passeren van acht of negen door betogers opgeworpen wegversperringen moest ik uiteindelijk noodgedwongen terugkeren. Het was één groot déjà vu: de opstanden in de voormalige Westelijke Regio van Nigeria, de anti-Abachabeweging [tegen Sani Abacha, president en dictator van Nigeria van 1993 tot 1998] et cetera.
Maar de mislukte poging had me wel in staat gesteld de stemming en de transformatie van de beweging te peilen. Ik was beter voorbereid. Ik stelde de reis uit tot de volgende dag, dat wil zeggen: tot vandaag. In de tussenliggende acht à tien uur hebben de spanningen een kookpunt bereikt. In Lekki, waar de meeste vreedzame demonstraties plaatsvonden, openden soldaten het vuur op ongewapende betogers, waarbij een onbekend aantal slachtoffers viel. Bij één zo’n buitenrechtelijke executie raakte een Nigeriaanse vlag letterlijk in onschuldig bloed gedrenkt. Een filmopname hiervan is viraal gegaan. Ik heb telefonisch gesproken met ooggetuigen.
Een van hen, een bekende Nigeriaan, vertelde op tv wat hij met eigen ogen heeft gezien. De regering moet ophouden dit land te beledigen met nukkige ontkenningen.
Zoals gepland hernam ik bij het krieken van de dag de reis naar mijn geboortestad Abeokuta, waarbij ik opnieuw op vele – dit keer een twaalf- tot vijftiental – wegversperringen stuitte, die steevast het tafereel waren van kolkende woede. Het was een schril contrast met de inclusiviteit van de protesterende ‘familie met een gemeenschappelijk doel’ uit de begindagen. De hartverwarmende bonding en het solidariteitsgevoel waren vervlogen. Bij de wegversperring vlak voor het regeringsgebouw waren de betogers het weerbarstigst. Uiteindelijk werd ik gedwongen tot een offerande voor de ‘rite de passage’ – ik voelde het al aankomen: ik moest uit de auto stappen en hen toespreken. Dat deed ik. Ze hadden geen idee wat er in mijn hoofd omging: dit kan niet waar zijn! We zijn weer terug bij het geweld van Abacha, een groteske reprise!
Legeringrijpen
Het is van groot belang dat de regering te horen krijgt dat het leger SARS inmiddels heeft verdrongen als grootste boosdoener. Uit mijn rondvraag tot dusver blijkt dat de gouverneur van Lagos de hulp van het leger niet had ingeroepen en niet had geklaagd over een ‘verstoring van de openbare orde’. Niettemin heeft het leger gekozen voor een autoritaire ingreep en daarmee een welhaast ongeneeslijke wond toegebracht aan de nationale psyche.
Uiteraard moest ik bij aankomst in Abeokuta, mijn geboortestad, weer een wegversperring passeren. Dat verliep soepeltjes. Ik had het zien aankomen, en ik ben ervan overtuigd dat er ondertussen alweer nieuwe wegversperringen zijn opgeworpen.
Het is pathetisch en fantasieloos om, zoals sommigen, te beweren dat het voortdurende protest schadelijk is voor de economie et cetera. De coronacrisis hakt al ruim acht maanden in op de Nigeriaanse economie – voor wat die waard is. Maar het is uiteraard een stuk lastiger om corona met een spervuur aan kogels te bedwingen; mensenlevens zijn een makkelijker doelwit. Als bewijs van de overwinning kun je zelfs pronken met trofeeën, zoals de met bloed doordrenkte Nigeriaanse vlag waarmee een van de slachtoffers liep te zwaaien toen hij werd vermoord.
Gouverneurs van de betrokken gebieden kunnen onmiddellijk iets ondernemen: eisen dat de soldaten zich terugtrekken. Met spoed bijeenkomsten met inwoners beleggen; 24-uurs-uitgaansverboden zijn niet de oplossing. De zorg voor de veiligheid van de bevolking overnemen met alle middelen die je kunt verzinnen. Ervoor zorgen dat de lokale gemeenschappen zelf de macht krijgen om op te treden, om de infiltratie van tuig en het inhalige, fnuikende opportunisme aan banden te leggen.
We voelen mee met de nabestaanden en roepen deelstaatregeringen op om materiële verliezen, waar dan ook, te compenseren. Wil het genezingsproces in gang kunnen worden gezet – als we in elk geval mogen aannemen dat dit het uiteindelijke streven is – dan moet het leger excuses aanbieden, niet alleen aan het land maar aan de hele wereld. De feiten spreken voor zich: jullie, het leger, hebben het vuur geopend op ongewapende burgers.
Er moet een compensatieregeling komen en de garantie dat dergelijke misstanden niet nog eens zullen plaatsvinden. Pas daarna kunnen zowel de regering als de veiligheidsdiensten een betekenisvolle, zij het bedroevend late dialoog met de samenleving aangaan. Niet commanderen, praten!
Hoewel Nigeria het rijkste land van Afrika is, gemeten naar het bruto binnenlands product, staat het op nummer vier van de lijst met het hoogste aantal vrouwen dat overlijdt bij de bevalling. Dat heeft te maken met Boko Haram, maar ook met een gebrekkige gezondheidszorg en traditionele kraamgewoontes. Stella Aneto wil daar iets aan wil doen.
In de kleine medische kliniek met witgeverfde muren in Banki, een van de grootste kampen voor intern ontheemden in het noordoosten van Nigeria, veroorlooft vroedvrouw Stella Aneto zich zo heel nu en dan tussen de bevallingen door een korte pauze om even op adem te komen. Voordat ze het enige kraambed van de kliniek schoonmaakt met desinfecterend middel, werpt ze een blik in het logboek van de kliniek. Er zijn twee vrouwen die zojuist een kind op de wereld hebben gezet en er zijn minstens drie vrouwen bij wie de bevalling net op gang is gekomen. Ze geeft een assistent opdracht extra spullen voor een spoedingreep klaar te zetten. Bij bevallingen kan er van alles en nog wat misgaan, al helemaal in een gebied waar veelvuldig sprake is van kindhuwelijken, ondervoeding en malaria, en waar het voor een vroedvrouw niet ongebruikelijk is een achttienjarige bij te staan bij de geboorte van haar vierde kind.
In een spartaanse kliniek zonder elektriciteit of stromend water, dik honderd kilometer van het dichtstbijzijnde ziekenhuis, is er een grote kans om in het kraambed te overlijden. Maar sinds Aneto een jaar geleden in de kliniek is begonnen, heeft ze nog niet één patiënt verloren. ‘Ik ben altijd bang voor complicaties,’ zegt ze. ‘Als er iets fout gaat, beschikken we niet over de juiste middelen om hulp te bieden.’ Aneto’s voornaamste doel is dan ook zorgen dat er niets fout gaat. En de enige manier om dat voor elkaar te krijgen, zegt ze, is door een goede voorbereiding. ‘Preventie komt hier neer op voorbereiding.’
1549 vs. 3
Nigeria is een riskante plek om te bevallen.
In Nigeria sterven jaarlijks zo’n 58 duizend moeders in het kraambed en 240 duizend baby’s overlijden binnen 28 dagen na de geboorte. Hoewel Nigeria het rijkste land van Afrika is, gemeten naar het bruto binnenlands product, staat het op nummer vier van de lijst met het hoogste aantal vrouwen dat overlijdt bij de bevalling. De situatie is het ergst in het noordoostelijke deel van het land. Hier, in de staat Borna, het epicentrum van het gebied dat al decennia wordt geteisterd door de islamitische opstand onder leiding van Boko Haram, sterven jaarlijks meer dan 6500 baby’s aan aandoeningen die voorkomen hadden kunnen worden – twee keer zoveel als in de rest van het land, volgens cijfers van de Nigeriaanse overheid. Jaarlijks overlijden er tussen de 3500 en 4500 vrouwen aan oorzaken die verband houden met de bevalling.
Nog voor de strijd oplaaide had deze chronisch ondervoede regio al te kampen met een hogere sterfte onder moeders en pasgeboren kinderen dan in de rest van het land, goeddeels als gevolg van een traditionele aanpak en een geschiedenis van politieke verwaarlozing. Toen Boko Haram zo rond 2012 terrein begon te winnen, ontvluchtte de helft van alle artsen de regio. Gezondheidscentra werden overvallen en geplunderd, waardoor met name zwangere tieners en vrouwen extra kwetsbaar waren. Met 1549 sterfgevallen op 100.000 levend geboren kinderen was de moedersterfte in het noordoosten bijna twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde van 814, volgens een onderzoek van de WHO. In Finland is het gemiddelde 3.
UNICEF schat dat er nog maar een handvol verloskundig-gynaecologen is achtergebleven in het gebied rondom Maiduguri, de hoofdstad van de staat Borno en tevens de grootste stad van het noordoosten. Maar volgens Pernille Ironside, de UNICEF-vertegenwoordiger in Nigeria, bevallen er jaarlijks 250.000 vrouwen in de regio. Afgaande op globale statistieken verwacht zij dat er zonder hulp bij zo’n 50.000 van die vrouwen tijdens de bevalling levensbedreigende complicaties kunnen optreden. ‘In de meerderheid van deze gevallen is het overlijden absoluut te voorkomen,’ zegt Ironside. ‘Geen enkele moeder, waar ook ter wereld, zou hoeven meemaken dat zij tijdens de bevalling haar kind verliest of zelf het leven laat.’
Deze getallen wijzen niet alleen op tragische tegenslag; het zijn ook sterke indicatoren van een gebrekkig nationaal gezondheidsstelsel. De kwestie speelde een belangrijke rol bij de presidentsverkiezingen, die uiteindelijk hebben plaatsgevonden op 23 februari. Voor Aisha Buhari, de vrouw van president Muhammadu die zich opnieuw verkiesbaar heeft gesteld, is het terugdringen van het aantal sterfgevallen bij de geboorte een prioriteit. ‘Als een land niet in staat is haar meest kwetsbare inwoners te beschermen tegen een dood die te voorkomen zou zijn geweest, zegt dat iets over de kracht van het systeem in bredere zin,’ aldus Sanjana Bhardwai, die zich namens UNICEF bezighoudt met de gezondheidssituatie in Nigeria. Nigeria probeert de situatie in het noordoosten te veranderen, met hulp van UNICEF.
Aneto
Aneto, een energieke dertigjarige met een bril met hoekige glazen en een stijlvol zwierige paardenstaart, is een van de vijftig vroedvrouwen die sinds september 2017 in dienst zijn genomen om in Borno aan de slag te gaan in de klinieken van de kampen voor intern ontheemden. De vroedvrouwen, meestal jonge vrouwen afkomstig uit heel Nigeria, werken in roulerende diensten: vier weken werken en dan een week vrij om naar huis te gaan. Aneto, die duizend kilometer verderop woont, in de staat Anambra, zegt dat ze meer tijd kwijt is met op en neer reizen dan ze thuis kan doorbrengen, maar dat ze het toch de moeite waard vindt omdat ze op deze manier de kans krijgt echt iets aan de situatie te veranderen.
Ook het salaris is aantrekkelijk. Dankzij steun van UNICEF verdienen de vroedvrouwen die aan dit programma meedoen bijna twee keer zoveel als vroedvrouwen in een staatsziekenhuis. En terecht ook. Veel van de kampen bevinden zich in actieve oorlogsgebieden en zijn alleen toegankelijk via de lucht. Aneto, die vóór dit interview nog nooit in een vliegtuig had gezeten, was als de dood toen ze vertelde dat ze zich per helikopter zou moeten verplaatsen. Inmiddels is het voor haar net zoiets als een busritje. Waar ze moeilijker aan kon wennen is het geweervuur dat haar geregeld uit haar slaap houdt.
Volgens de Verenigde Naties neemt Nigeria wereldwijd 19 procent van alle sterfgevallen in het kraambed voor zijn rekening, en bijna een tiende van de mondiale kindersterfte. Aneto vindt het pijnlijk om daarbij stil te staan, al die levens die verloren gaan, al helemaal omdat zij zich ervan bewust is dat met een beetje scholing en de juiste apparatuur, die percentages dichter in de buurt zouden kunnen komen van het Europese gemiddelde, dat met 16 sterfgevallen op 100.000 geboorten zo’n twee procent bedraagt van het Nigeriaanse percentage.
Het kan enkele dagen kosten om een militair konvooi naar een ziekenhuis in Maiduguri te regelen, zeker wanneer er zwaar wordt gevochten
Het leven in Banki zou makkelijker zijn als ze 3G op haar mobieltje zou hebben, zegt ze lachend, maar over het geheel genomen is er niet eens zulke heel geavanceerde technologie voor nodig om levens te redden. ‘We moeten gewoon zorgen dat vrouwen naar de kliniek komen, met enige regelmaat.’ Voor haar begint preventie met geregeld monitoren, zodat mogelijke problemen zich al in een vroeg stadium openbaren en kunnen worden opgelost voordat de vrouw in kwestie op de kraamtafel ligt. De aanbeveling van het Nigeriaanse ministerie van Gezondheid is om gedurende de zwangerschap vier keer een arts of verpleegkundige te bezoeken. In 2016 veranderde de WHO die aanbeveling van vier naar acht bezoekjes. Aneto wil haar patiënten minstens eens per maand zien en ze vindt het geen enkel punt als ze vaker komen. Zo kan ze zich ervan vergewissen dat ze hun malariapillen nemen en onder een klamboe slapen. Malaria is een van de belangrijkste oorzaken van vroeggeboorten, uterusrupturen en overmatig bloedverlies.
In een afgelegen gebied als Banki, of de tientallen andere kampen voor intern ontheemden waar UNICEF medische klinieken heeft opgezet, is het nog belangrijker om mogelijke problemen zo snel mogelijk op het spoor te komen, aldus dokter Saidu Hassan, een verloskundig-gynaecoloog verbonden aan het Maternal and Newborn Health program van UNICEF. Medische evacuaties zijn weliswaar mogelijk, maar het kan enkele dagen kosten om een militair konvooi naar een ziekenhuis in Maiduguri te regelen, zeker wanneer er zwaar wordt gevochten. Als duidelijk is dat een zwangere vrouw specialistische zorg nodig heeft, kunnen vroedvrouwen haar ruim voordat ze is uitgerekend doorsturen naar de hoofdstad om complicaties te voorkomen, zegt Hassan. Maar ‘als een vrouw een inwendige bloeding krijgt in Banki en een bloedtransfusie nodig heeft, tja, dan is de kans groot dat ze het niet haalt.’ Een geoefende vroedvrouw kan niet alleen de bevalling zo begeleiden dat er minder kans is op inwendige bloedingen, maar ook tijdens de bevalling mogelijke problemen voorzien en in een vroeg stadium ingrijpen.
Aneto is het bed nog aan het schoonmaken als Halima Musa, een vrouw van dertig, de verloskamer binnen komt strompelen, ondersteund door een paar medewerkers van de kliniek. Binnen enkele momenten klinkt het boze gehuil van een pasgeboren meisje – Musa’s zevende kind. Aneto is nog niet eens klaar met het wassen van het kind als Musa snel van de tafel moet om ruimte te maken voor Fanna Balama, een meisje van vijftien. Balama’s baby – haar eerste – komt al met haar hoofdje naar buiten en een andere vroedvrouw neemt het over. Aneto wist het zweet van haar voorhoofd en lacht. ‘Soms komen er zoveel vrouwen binnen dat het hier net de markt lijkt.’
De aansporing om niet thuis te bevallen maar naar de kliniek te komen, begint zijn vruchten af te werpen in het noordoosten. De Banki-kliniek heeft in 2018 maar liefst 1271 baby’s ter wereld geholpen zonder dat er ook maar een vrouw in het kraambed is gestorven. Maar in het kamp zijn wel vrouwen overleden die het kind thuis hebben gebaard. ‘Thuisbevallingen zijn hier een serieus probleem,’ zegt Kellu Dauda, een achtentwintigjarige vroedvrouw in een kliniek in Ngala, dat ook aan de grens met Kameroen ligt. ‘Als je in een kliniek bevalt, kunnen wij iets doen als er problemen zijn. Als een vrouw inscheurt, kunnen wij haar hechten. Als er een bloeding is, kunnen wij daar iets aan doen. Als je thuis bevalt kan er van alles misgaan.’
Zo’n tachtig procent van de vrouwen in het noordoosten van Nigeria bevalt nog altijd gewoon thuis, waar geen toegang is tot de voorzieningen die levensreddend kunnen zijn. Velen zijn afhankelijk van de hulp van traditionele bakers die het ongetwijfeld goed bedoelen maar die complicaties tijdens de geboorte soms alleen nog maar verergeren.
Insmeren met koeienmest
Vaak trekken ze de placenta naar buiten, waardoor de baarmoeder kan scheuren, in plaats van te wachten tot de placenta vanzelf naar buiten komt. Soms maken ongeschoolde bakers gebruik van vieze instrumenten om de navelstreng door te knippen waardoor de baby onbedoeld bloedvergiftiging krijgt of tetanus oploopt. De traditie om de navelstreng van het kindje in te smeren met koeienmest is ook niet erg bevorderlijk. Maar de traditionele bakers maken niet altijd traditionele fouten. Onlangs merkte Hassan dat sommige bakers hun klanten injecteren met oxycotine om de weeën op te wekken. Als dat middel verkeerd wordt toegediend kunnen de gevolgen fataal zijn.
UNICEF heeft besloten niet de strijd aan te binden met de traditionele bakers, maar ze naar de klinieken in de kampen te halen, waar ze werk kunnen krijgen als assistent of schoonmaker en ondertussen worden opgeleid. Ze krijgen een beloning als ze zwangere vrouwen overhalen om naar de kliniek te komen, en als die vrouwen dan terugkeren met een gezonde baby, behoudt de baker haar status van vertrouwde figuur binnen de gemeenschap.
De vroedvrouwen hebben alle hulp nodig die ze maar kunnen krijgen. Dauda houdt van haar werk, maar de omstandigheden zijn zwaar. In de kliniek in Ngala krijgt Dauda soms wel vijftig zwangere vrouw per dag binnen en ze kan elk moment worden opgeroepen voor een bevalling. Niets is zo mooi als helpen een kind op de wereld te zetten, zegt ze, maar aan de andere kant is niets zo erg als ’s nachts een vrouw moeten hechten met het licht van een mobieltje omdat er geen elektriciteit in de kliniek is.
Het Nigeriaanse ministerie van Gezondheid zegt er alles aan te doen om de situatie voor zwangere vrouwen te verbeteren, niet alleen in het noordoosten maar in heel Nigeria. Maar de nood is groot en de middelen zijn zeer beperkt in een land waar de verhouding tussen medisch hulpverleners en aantal inwoners tot de slechtsten ter wereld behoort. Nigeria heeft maar twintig artsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen op tienduizend inwoners, minder dan de 23 die volgens de WHO noodzakelijk is om ‘een beduidend aantal zwangere vrouwen adequate hulp te bieden bij de geboorte.’ UNICEF is van plan om verspreid over het land vijfduizend vroedvrouwen op te leiden, maar voor Ironside ‘voelt dat soms als een druppel op een gloeiende plaat. Er gaapt zo’n enorme kloof als je kijkt naar de beschikbaarheid van medische dienstverlening in het algemeen; waar het feitelijk op neerkomt is dat de overheid veel meer moet investeren in gezondheidszorg en opleiding in het noordoosten, zodra de situatie weer veilig is.’
Ze zaten in dezelfde Whatsapp-groep, maar Dauda kende geen van beide geëxecuteerde vroedvrouwen persoonlijk
Los van dit alles is er de voortdurende dreiging van Boko Haram in het gebied. Op 1 maart 2018 zijn bij een aanval van opstandelingen in de nabijgelegen stad Rann elf mensen vermoord, onder wie twee hulpverleners en een UNICEF-arts. Er werden een verpleegster en twee vroedvrouwen van het Rode Kruis in gijzeling genomen. Toen er geen losgeld werd betaald hebben ze op 17 september een van de vroedvrouwen geëxecuteerd, en de ander een maand later. Op 6 december sloeg Boko Haram weer toe en legde de UNICEF-kliniek in Rann in de as. UNICEF heeft de aanvallen veroordeeld en opgeroepen om alle hulpverleners te beschermen.
Ze zaten in dezelfde Whatsapp-groep, maar Dauda kende geen van beide geëxecuteerde vroedvrouwen persoonlijk. Hoewel ze bang is en haar familie erop aandringt dat ze weer naar huis komt, is ze niet van plan om te vertrekken. ‘Als wij er niet meer zijn, hoe moet het dan met al die zwangerschappen? Hoe moet het dan met al die baby’s? Zonder onze hulp zijn ze nog slechter af dan met Boko Haram.’
Time (gestileerd als TIME, ook wel Time Magazine) werd in 1923 opgericht als een publicatie met ‘lichtere en spannender geschreven’ stukken. Inmiddels worden er ook edities in Europa, Azië en Canada gemaakt en is er een speciale uitgave voor kinderen.
Het bordspel scrabble is enorm populair in Nigeria. De sport krijgt staatssteun en alleen al in Lagos zijn er tien scrabbleacademies. Sinds Jighere drie jaar geleden in Australië als eerste Afrikaan de wereldtitel en 10.000 dollar won, heeft hij sterrenstatus.
Als ontmoetingsplaats heeft de scrabblekampioen een toernooitje in een onooglijk congrescentrum aan de rand van Lagos voorgesteld. In het schelle neonlicht van een vergaderzaal zitten aan dertig tafeltjes spelers tegenover elkaar. Wie aan het eind van de dag heeft gewonnen, krijgt omgerekend 180 euro mee en mag over een paar weken deelnemen aan het kampioenschap van de deelstaat.
Wellington Jighere, de wereldkampioen van 2015, heeft zich daarvoor allang gekwalificeerd. Hij doet dus niet mee aan dit toernooi. Maar de 35-jarige prof houdt van de sfeer. Die geconcentreerde stilte die bij een dergelijke samenkomst van mensen in Lagos in deze vorm waarschijnlijk alleen bij scrabble-evenementen heerst. Alleen doorbroken door het getik van de letters. Of het gefluister van de toeschouwers.
Het is de rustige soundtrack van zijn leven. Hier is hij een superster. Er is een televisieteam van de BBC om hem te interviewen. Spelers spreken hem aan, vragen om advies. Sinds Jighere drie jaar geleden in Australië als eerste Afrikaan ooit de wereldtitel en een geldbedrag van 10.000 dollar won, heeft hij sterrenstatus. Een enorme prestatie, temeer omdat hij pas vlak voor de eerste partij in Perth was gearriveerd. Het gastland had hem bijna een visum geweigerd, een terugkerend probleem voor de Nigeriaanse scrabblespelers bij inter-nationale toernooien.
Staatssteun
Al een paar uur na zijn zege had de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari gebeld om hem te feliciteren en enkele weken later werd hij bij een ontvangst in de presidentiële villa officieel geëerd door de politicus. In Nigeria is scrabble namelijk niet zomaar een bordspel, maar een van de dertig sporten die staatssteun krijgen. Van de beste honderd spelers op de wereldranglijst voor Engelse woorden komen er momenteel 28 uit Nigeria, meer dan uit welk land ook. Jighere is op plaats vijf de beste Afrikaan. Voor tienduizenden scrabblespelers in het land is hij een idool. En dan ook nog een aangenaam bescheiden idool.Achter in de zaal spreekt Jighere over zijn passie, op gedempte toon zodat niemand wordt gestoord tijdens de derde speelronde van de dag. ‘Dit is een sport die mentaal een enorme inspanning eist en die alleen met veel arbeid marcheert,’ zegt hij. ‘Maar soms geef je alles en verlies je desondanks. Je kunt nooit zeker van je zaak zijn, net als in het echte leven. Daar hou ik van.’
Van de beste honderd spelers op de wereldranglijst voor Engelse woorden komen er 28 uit Nigeria
Het succes van de Nigerianen berust niet op toeval. Sinds de Britse koloniale tijd is scrabble populair en wordt het op veel scholen en universiteiten gespeeld. De bond is in alle 36 deelstaten wijd-vertakt en als onderdeel van de nationale sportbevordering worden enkele trainers en bestuurders betaald door de regering. Alleen al in Lagos zijn er tien scrabbleacademies, waarvan enkele evenwel privaat gefinancierd zijn.Jighere leerde het spel van zijn oudere broer en had het geluk al vroeg steun te krijgen van Gold Eburu, een voormalige legergeneraal en pionier van het Nigeriaanse scrabble. Hij financierde zijn studie landbouw met toernooien. ‘Daarna was ik te goed om het bord aan de wilgen te hangen,’ zegt Jighere, die van zijn hobby zijn beroep heeft gemaakt. Aan de top van de vier- duizend spelers in Nigeria die scrabble prestatiegericht beoefenen, houden alleen fullprofs stand.Zijn training is tijdrovend. Voorafgaand aan de internationale wedstrijden speelt hij vier à vijf uur per dag tegen de beste spelers van het land. Maar hij hanteert ook een heel een-zame methode die hij simpelweg ‘schrappen’ noemt.
Hij pakt dan de Collins Dictionary waarvan de 722.000 woorden als lettercombinaties worden geaccepteerd en streept elke dag bladzijde na bladzijde alle woorden door die hij kent. Als er een nieuwe editie verschijnt, concentreert hij zich op de nieuwe woorden die in het woordenboek zijn opgenomen.
‘Als ik goed train, beheers ik circa 90 procent van de woorden, maar je bent ze ook snel weer vergeten.’ Momenteel is hij niet in allerbeste vorm. Andere beslommeringen nemen veel tijd in beslag, zoals bijvoorbeeld zijn strijd voor het behoud van de staatssteun voor scrabble. De economie van Nigeria is al jaren aan het kwakkelen en de regering is van plan de subsidie aanzienlijk te verlagen. ‘Daarmee brengen we een groot deel van onze cultuur in gevaar,’ zegt Jighere.
De concurrentie wordt steeds sterker, de Nieuw-Zeelander Nigel Richards voorop. Deze drievoudig wereldkampioen is een soort Roger Federer van het Engelse scrabble en won zelfs in de Franse variant de belangrijkste toernooien. Zonder die taal daadwerkelijk te spreken. De man, die een fotografisch geheugen heeft, bestudeerde voor het Franse WK scrabble negen weken lang een Frans woordenboek. Jighere weet dat hij alleen iets van een kans heeft tegen zijn 51-jarige tegenstander als hij zijn leven volledig afstemt op scrabble. Op dit moment telt echter niet de toekomst, maar alleen het nu, letter voor letter. Een ambitieuze amateur vraagt of hij een partijtje wil spelen. Met zijn brede glimlach stemt Jighere beleefd toe en lijkt net zo geconcentreerd als bij een wereldkampioenschap. Nigerianen staan bekend om een speelstijl waarbij korte woorden met hoge woord- en letterwaarden worden gevormd. Daarmee ontnemen ze hun tegenstanders handig de mogelijkheid om langere woorden te maken.Op die manier besliste Jighere de WK-finale tegen een Britse tegenstander uiteindelijk met het slechts vijf letters tellende woord ‘felty’ (viltig). Maar zijn kracht is dat hij zijn stijl op elk moment kan aanpassen en overschakelt op lange, vreemde woorden.In Lagos wint hij het spelletje moeiteloos. De nieuwe letters die hij uit de stoffen zak haalt, houdt hij hoog boven zijn hoofd. Volgens de regels moeten de letters boven ooghoogte worden getrokken, zodat er niet kan worden gesjoemeld. Jighere steekt zijn armen verder de lucht in dan ieder ander, of het nu gaat om een proftoernooi of een vriendschappelijk potje zoals dit. Voor hem is het een kwestie van principes.
Auteur: Christian PutschDe 51-jarige Nigel Richards uit Nieuw-Zeeland heeft vorige maand opnieuw het wereldkampioenschap scrabble gewonnen. Hij won met het woord ‘groutier’, dat ‘nors’ of ‘lastig’ betekent en hem 68 punten opleverde. Het is de vierde keer dat Richards het WK scrabble wint. Zie ook: 360 editie 115: scrabble als topsport.
De 51-jarige Nigel Richards uit Nieuw-Zeeland heeft vorige maand opnieuw het wereldkampioenschap scrabble gewonnen. Hij won met het woord ‘groutier’, dat ‘nors’ of ‘lastig’ betekent en hem 68 punten opleverde. Het is de vierde keer dat Richards het WK scrabble wint. Zie ook: 360 editie 115.
Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, ook aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.